nummer 4, juli 2012

fwncwww14.wks.gorlaeus.net

nummer 4, juli 2012

Bio-Farmaceutische Wetenschappen | Biologie | LST | MST

Universiteit Leiden

THEMA

SPORT

Juli 2012, jaargang 7

nummer 4

Culinaire chemie met

professor Herman Spaink

Wat is de limiet van onze sportprestaties

NEP-ePinepHrine


Redactioneel

Inhoud

Het Europees Kampioenschap is nog niet achter

de rug of de Olympische Spelen staan alweer te

wachten: de zomer van 2012 mag met recht een

sportieve zomer genoemd worden. Hoewel in

sommige onderzoeksgroepen verschillende nationaliteiten

tegenover elkaar komen te staan, ontstaat

er ook een gemeenschappelijke nieuwsgierigheid.

Velen weten wel iets te melden over sport,

maar het is de vraag wat daarvan waar is. Is het

bijvoorbeeld zo dat linkshandigen een voordeel

hebben, of is dit maar een mythe Bevestiging, of

ontkrachting, van deze en andere mythes staat in

de Special ‘Sports Myths’, op pagina 8. Daarnaast

blijft toch altijd die ambitieuze vraag knagen:

hoe veel beter kan het nog Records zijn er om

te breken, maar op een gegeven moment zouden

we toch een limiet moeten bereiken wat betreft

onze mogelijkheden. De Bètavraagbaak (pagina

14) van deze editie geeft hier antwoord op.

Dat eten ook gezien kan worden als een sport,

wordt bevestigd door professor Spaink van het

Instituut Biologie Leiden. Vergelijkbaar met verschillende

nationaliteiten die tegenover elkaar

staan, wordt op de eettafel van de familie voedsel

van over de gehele wereld gepresenteerd. Origin

Magazine werd aan tafel uitgenodigd: blader door

naar de Culinaire Chemie op pagina 18 voor een

verslag over bloemensoep en zebravissen.

Tot slot wordt er nog aandacht besteed aan het

onnatuurlijk verbeteren van prestaties, door

middel van doping (pagina 20) en biosimulatie

van zwemmerspakken (pagina 13). Kortom: een

boordevol nummer om deze sportieve zomer van

alle feiten en weetjes op de hoogte te zijn!

Rob van Wijk

Hoofdredacteur

Redactie Origin

Nieuws 3

Studenten Tamara de Koning in Zweden 4

Derdejaars Bio-Farmaceutische Wetenschappen

Tamara de Koning deed mee aan een zomerstage

van het Amgen Scholars Program, in Zweden. Een

interview over in je eentje aankomen en met z’n allen

vertrekken.

Special: Sports Myths 8

A lot of facts and myths about sports exist, and

many are believed to be true. Can vitamins act as

a performance-enhancer, or is running a marathon

really that bad for your heart Find out in

this myth-busting special!

Column: Dylan discusses the use of supersuits in swimming 13

Bètavraagbaak: Wat is de limiet van onze sportprestaties 14

We leven in een tijd waarin alles om ons heen steeds sneller gaat, maar

hoeveel kunnen we nog van ons eigen lijf vragen Een vraagbaak over het

opzoeken van onze limieten.

Centerfold: Floating in space 16

It may be as much a dream as it is a sport - sailing through space.

Eyewitness: Visualise your language 18

A report from an eyewitness of the third national science communication

student conference in Leiden.

Nep-Epinephrine 2 0

Het gebruik van doping simuleert de fight-or-flight respons, via de receptor

voor adrenaline. Het is echter de vraag of het gebruik van deze middelen,

oorspronkelijk medicijnen tegen astma, in gezonde personen een voordelig

effect kan hebben.

Koolmeesdilemma: aantrekkelijk of hoorbaar 22

Karin Lammers interviewt Wouter Halfwerk over zijn promotieonderzoek.

Culinaire Chemie professor Herman Spaink 24

Overdag onderzoek naar tuberculose in zebravissen,

's avonds een chef in eigen keuken. Vier uur tafelen met heerlijke

zelfgemaakte sushi, een goed gezelschap en een interessant

gesprek over ontdekkingen, ondernemen, eten en reizen.

Agenda en Colofon 31

2

Origin - Universiteit Leiden


Nieuws

Nieuws

Uitslag FR verkiezing

De uitslagen voor van de Faculteitsraad verkiezingen zijn

bekend. De grote winnaar dit Jaar is Bewust en Progressief

(BeP) die voor komend academisch jaar vijf van de zeven

zetels heeft veroverd. De andere twee zetels gaan naar de

Christelijke Studentenfractie Leiden (CSL) en de Studenten

Groepering Leiden (SGL).

om elkaar vervolgens weer los te laten. Waarom doen eiwitten

dat en hoe ligt de balans tussen dynamiek en structuur

op het moment van die korte verbintenis Ook de beweeglijkheid

van losse eiwitten en hun interacties met kleine

moleculen, zoals medicijnen, kunnen zo beter bestudeerd

worden.

Bron: science.leidenuniv.nl

De Faculteitsraad W&N is het medezeggenschapsorgaan

van onze faculteit, dat als taak heeft het Faculteitsbestuur

kritisch te volgen, het van advies te voorzien en soms mee

te beslissen over belangrijke onderwerpen.Zowel personeelsleden

als studenten zijn vertegenwoordigd. Tijdens

de facultaire verkiezingen wordt er bepaald wie er in de

Faculteitsraad zitting nemen.

Maandelijks komen het Faculteitsbestuur en de Raad bijeen

om onderwerpen zoals financiën, personeelsbeleid,

onderwijs en facilitaire diensten te bespreken. Ook vraagt

de Raad dan opheldering over vragen die er in de faculteit

leven en zoeken we naar oplossingen van die vragen.

Forse investering in Leids centrum voor NMR

spectroscopie

Paramagnetisme. Een nieuwe occulte praktijk Nee. Een

van de nieuwste wetenschappelijke methoden om het gedrag

van eiwitten haarscherp in kaart te brengen. Marcellus

Ubbink van de Universiteit Leiden krijgt ruim 3 miljoen

euro van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk

Onderzoek en de Universiteit Leiden om een zeer krachtig

apparaat op dit gebied aan te schaffen. Doel: meer inzicht

krijgen in gezondheid en ziekte.

Wat is paramagnetische NMR

Door een ongepaard elektron, bijvoorbeeld in de vorm van

een metaalatoom toe te voegen aan een eiwit, ontstaat een

sterke interactie tussen het elektron en de andere atoomkernen,

waardoor signalen nog beter te meten zijn. Dit effect

kan goed gebruikt worden om te bestuderen hoe eiwitten

aan elkaar binden om allerlei processen in de levende cel

mogelijk te maken. Ubbink bestudeert de dynamiek van

eiwitcomplexen en heeft al laten zien dat ze elkaar aantrekken,

om elkaar heen draaien, even een verbinding aangaan

Spinozapremie voor Leids astronoom Xander Tielens

Astronoom Xander Tielens krijgt een Spinozapremie, de

hoogste wetenschappelijke prijs van Nederland. Tielens is

hoogleraar in de fysica en chemie van de ruimte tussen de

sterren. In deze ruimte bestudeert hij grote en complexe,

vaak organische, moleculen. De Spinozapremie bedraagt

2,5 miljoen euro.

Tielens is de derde Leidse sterrenkundige die de

Spinozapremie krijgt. Ewine van Dishoeck (chemie tussen

de sterren) en Marijn Franx (kijken in het vroegste heelal)

gingen hem voor. Zestien van de 66 Spinozapremies die

sinds 1995 zijn toegekend gingen naar Leidse onderzoekers.

Hiermee is Leiden koploper Spinozapremies.

Bron: science.leidenuniv.nl

Leidse bèta-blogs over wetenschappelijke doorbraken


89 toponderzoekers schreven blogs over onderwerpen

waar het in de bèta-wetenschap op dit moment om draait.

Op basis van de blogs, onder meer uit Leiden, stelde De

Groene Amsterdammer een lijst samen van 10 verwachte

doorbraken in de bèta-wetenschappen. Lees de Leidse

béta-blogs in het nieuwsarchief op science.leidenuniv.nl:

Van opgekweekte stamcellen tot leven in de ruimte.

Kijk voor meer facultair nieuws op science.leidenuniv.nl

Origin - Universiteit Leiden 3


Studenten

Tamara de Koning heeft tijdens de zomervakantie van vorig jaar stage gelopen in Zweden. Tijdens deze stage heeft zij

onderzoek gedaan naar de parasiet Toxoplasma gondii die natural killer cellen en cytotoxische T-cellen kan infecteren en

zo het immuunsysteem kan omzeilen. Deze stage werd mogelijk gemaakt door het Amgen Scholars Program.

door: Annette Emerenciana

Groeten uit Stockholm!

Op naar Zweden

Tamara is een derdejaars studente Bio-Farmaceutische

Wetenschappen (BFW). Zij volgt daarnaast ook het

Honours College traject Bèta and Life-sciences. Het

was een grote stap voor Tamara om mee te doen aan dit

project: het was immers niet gewoon in ons kikkerlandje,

maar het vond plaats in het betoverende Zweden.

Ze kende nog niemand van de andere 24 studenten die

aan dit project deelnamen, maar dat veranderde gelukkig

snel.

“Het is heel raar om in je eentje aan te komen in een

land dat je niet kent. Dan moet je ook nog in je eentje

het gebouw zien te vinden, daar heb ik heel lang over

gedaan. Meteen de eerste avond werd er op de deur geklopt

en stond er een hele groep studenten voor de deur

die vroegen of ik met ze kwam eten, daarna is het eigenlijk

altijd gezellig gebleven.”

“Pas toen we in Zweden waren hoorden we bij welk project

we uiteindelijk terecht

gekomen waren.

Eerst hadden we nog

een paar dagen introductie

met colleges en

daarna begonnen we

aan het project. Ik kreeg een mailtje van mijn begeleider

‘je zit in mijn projectgroep’, zonder enige uitleg

over het project en ik heb teruggemaild: ‘mag ik dan

ook iets om me voor te bereiden’ Maar hij had niet

geantwoord. Iemand anders die dezelfde begeleider

had, kreeg tien artikelen toegestuurd. De eerste dag

dat ik hem zag kwam hij daar meteen op terug: ‘jij

wilde ze te graag, en er zijn eigenlijk nog geen artikelen

over dit onderwerp’.

'Er wordt daar onderzoek gedaan

naar de parasiet Toxoplasma gondii'

Een foto van de groep studenten die naar Zweden is gegaan.

Muizen en T-cellen

Het onderzoek waar Tamara aan mee mocht werken

vond plaats bij de afdeling immunologie. Er wordt

daar onderzoek gedaan naar de parasiet T. gondii: deze

parasiet kan de natural killer cellen en cytotoxische

T-cellen infecteren. Op deze manier omzeilt de parasiet

het immuunsysteem

van zijn gastheer. Het

effect van de parasiet

op de werking van de

immuuncellen werd

getest door het verschil

in de hoeveelheid IFN-γ te meten, van zowel gezonde

immuuncellen als geïnfecteerde immuuncellen. Na

stimulatie van de immuuncellen met een tumoreiwit

werd het IFN-γ gehalte en de mate van degranulatie gemeten

met behulp van de analysetechniek flowcytometrie.

De resultaten van het onderzoek toonden aan dat

de geïnfecteerde immuuncellen minder degranulatie

en IFN-γ productie vertoonden dan de niet-geïnfecteerde

immuuncellen.

4

Origin - Universiteit Leiden


Studenten

“Om deze resultaten te kunnen verklaren werd er gekeken

naar de aanwezigheid van fosfatidylserine, een

molecuul dat normaal alleen aan de binnenkant van de

membraan zit en niet op de buitenkant voorkomt.”

De hypothese luidde als volgt: als fosfatidylserine zowel

op de buitenkant van de membranen van geïnfecteerde

immuuncellen als op de parasiet aanwezig is,

dan zou dit bij een receptor-interactie met een niet geïnfecteerde

immuuncel kunnen leiden tot een TGF-β

respons: dit zorgt juist voor onderdrukking van de

immuunrespons.

“Maar dat hebben we niet kunnen bewijzen. Het was

wel grappig dat er niets uitkwam, want we baseerden

dat onderzoek op een artikel waarin een vergelijkbare

methode werd gebruikt, maar dan met macrofagen.

Wij wilden fosfatidylserine blokkeren om het effect op

de immuunrespons te meten, maar daarvoor moesten

de cellen in een bepaalde buffer. Het bleek dat de

parasiet stierf door die buffer, waardoor de cellen niet

meer werden geïnfecteerd. Terwijl die onderzoeksgroep

in hun artikel precies dezelfde methode gebruikte en

beweerde dat de parasieten tijdens het onderzoek levend

waren. Dus dat was een beetje vreemd. Het was

wel erg leuk om van het protocol af te wijken om het

experiment op alle mogelijke manieren te verbeteren.

Uiteindelijk hebben we zo het infectiepercentage verhoogd

van 2% naar 20%."

“Voor het experiment

moest ik de natural killer

cellen en de T-cellen

zelf uit de milt halen. De

natural killer cellen konden

gescheiden worden

van de rest van de cellen met behulp van magnetische

beads. Voor de T-cellen werkte het anders: de cellen

werden gestimuleerd met het eiwit SIINFEKL. Dit onderdeel

van het experiment duurt vijf dagen: normale

cellen overleven dat niet. Normaal houd je alleen de

T-cellen over, maar in het begin gingen de T-cellen ook

dood. Uiteindelijk bleek het grootste probleem te zitten

in de SIINFEKL die niet meer goed was, waardoor

de cellen niet gestimuleerd werden, dus hebben we een

hogere concentratie en een nieuwe eiwitoplossing gebruikt.

Zulke problemen kunnen naar voren komen,

maar dat los je dan op. Je wordt er natuurlijk ook wat

handiger in naarmate je de handelingen herhaalt.”

Tamara geeft uitleg over haar poster.

'We wilden fosfatidylserine blokkeren

om het effect van

de immuunrespons te meten'

Volwaardige onderzoekers

“Mijn begeleider liet mij heel erg vrij bij de uitvoering

van het onderzoek, hij heeft de eerste dag verteld wat hij

van ons verwachtte, en daarna was het lab van ons. We

zaten in het lab met drie studenten en hijzelf zat op zijn

kantoor, want hij was bezig met literatuuronderzoek.

Als ik een vraag had,

dan kon ik naar hem

toe. Ik moest bijvoorbeeld

bij het gebruik

van flowcytometrische

analyse bedenken

welke antilichamen ik zou gebruiken. Hierbij moet je

bedenken dat je niet verschillende antilichamen met dezelfde

kleur gebruikt. Dat soort dingen liet hij aan ons

over. Het kwam er soms wel op neer dat er iets fout ging,

maar je leert er veel van.”

“We werden allemaal echt als volwaardige onderzoekers

behandeld. In mijn lab zat dan nog een andere student,

een masterstudent, die al veel langer in het lab stond en

in het begin stelde ik vragen aan hem, maar hij zei dan

dat we geen vragen aan hem moesten stellen. 'Ik stel wel

vragen aan jullie, jullie zijn excellente studenten, ik ben

maar een masterstudentje.' zei hij toen.”

lees verder >

Origin - Universiteit Leiden 5


Studenten

“We hadden één keer per week een journal club waarbij

iedereen van de afdeling aanwezig was, en dan werd er

een artikel besproken. Er was één persoon die zich helemaal

in het artikel verdiept had en dan ging men stap

voor stap door het artikel heen om te bespreken wat er

goed of fout was.”

Op de vraag of er sprake was van een taalbarrière, antwoordde

Tamara: “In het lab viel het wel mee, omdat

we bij BFW ook wel practica hebben waarbij we Engels

spreken. Ik merkte het wel op sociaal gebied in het begin,

want je spreekt niet zo vaak de hele dag Engels. We

waren met vijfentwintig andere studenten, waarvan ongeveer

de helft uit Cambridge kwam en die spreken allemaal

natuurlijk perfect Engels. Maar het werd al heel

snel gewoon.”

Het huisje waar ze verbleven tijdens een uitje naar een eiland aan de

kust van Zweden.

Het symposium

Het Amgen Scholars Program financiert de stages

in drie verschillende landen: Engeland, Zweden en

Duitsland. De deelnemende studenten kregen de mogelijkheid

elkaar te ontmoeten tijdens het symposium

dat een week na het einde van het project in Cambridge

plaatsvond. Het symposium duurde twee dagen en er

kwamen heel interessante onderzoekers van hoog niveau

die lezingen gaven. De studenten mochten zelf

posterpresentaties geven van hun bevindingen tijdens

het onderzoek. Er waren ook round table discussions

waarbij ze om de tafel zaten en discussieerden met

mensen van hetzelfde onderzoeksgebied uit de verschillende

steden. Ook voerden ze gesprekken met professoren

waarbij zowel hun huidige bezigheden als hun

loopbaan werden besproken.

Facebook friends

De groep bestond uit vijfentwintig mensen en iedereen

kon wel goed met elkaar opschieten. Ze hebben

een Facebook groep opgericht zodat ze makkelijk contact

kunnen houden. “De meeste studenten wonen in

Cambridge of in Londen en ik ga

zelf nog wel eens naar Engeland

voor mijn vriend. Dan spreken we

ook vaak af om weer even samen te

eten. Het was natuurlijk ook zo dat

je op elkaar aangewezen was, want

we woonden allemaal in hetzelfde

gebouw, we zaten op dezelfde verdieping

en kenden verder niemand,

waardoor we elke dag samen aten

en ’s avonds bij elkaar kwamen om

leuke dingen te doen.”

Alle studenten die deelnamen aan het Amgen Scholars program van 2011.

6

Origin - Universiteit Leiden


Studenten

Once-in-a-lifetime experience

“Het was echt een geweldige ervaring: dat ik in het buitenland

zat en daar bijna zelfstandig aan het onderzoek

werkte. Maar dat je met mensen zit die allemaal heel

gemotiveerd zijn, ik denk dat dat het leukste was. Dat

je echt een groep bent die interesses deelt. Daar merkte

ik dat iedereen die aanwezig was een passie voor onderzoek

heeft. En dat het zo snel klikte met de groep was

heel bijzonder. Het was niet iets dat ik had kunnen verwachten.

Je denkt minder aan de dingen thuis omdat je

daar als het ware in het leven opgeslokt wordt.”

“Ik weet dat ik de immunologie in wil en waar ik tijdens

de stage achter kwam was dat ik het heel bijzonder

vond dat zo’n klein organisme de immuunrespons

kan onderdrukken. Ik ben vooral geïnteresseerd in de

werking, want het is nog niet duidelijk hoe dat zit. En

dat niet alleen op dit gebied, maar ook bijvoorbeeld hoe

tumoren ervoor zorgen dat ze niet afgebroken worden

door het immuunsysteem. Daar kan je later weer op

aangrijpen zodat er wel een immuunrespons optreedt.”

“Doordat ik die stage daar heb gedaan heb ik van een

begeleider van een andere groep een mail gekregen, dat

hij met een nieuw onderzoek was begonnen en dat hij

mij een promotieplek wilde aanbieden. Dat heb ik uiteindelijk

niet aangenomen, maar zo zie je wel waar zo’n

stage toe kan leiden.”

Het Amgen Scholars Program is een goed initiatief waar

studenten gebruik van kunnen maken om in het buitenland

stage te lopen. Voor Tamara was het zeker een

geweldige ervaring en we zijn blij dat ze dit verhaal met

ons wilde delen.

Flowcytometrie

De analysetechniek flowcytometrie wordt veel gebruikt

om cellen te analyseren met behulp van laserlicht. Deze

techniek kom je dan ook tegen tijdens het Moleculaire

Celbiologie practicum in het tweede jaar van de studies

Bio-Farmaceutische Wetenschappen en Life Science

and Technology. Met deze techniek kunnen verschillen

tussen cellen onderscheiden worden op basis van de

grootte van de cel, de hoeveelheid DNA en de aanwezigheid

van fluorescente moleculen. Wanneer de cellen

behandeld zijn met een antilichaam dat een fluorescente

tag draagt, kan het product waar het antilichaam op

aangrijpt worden waargenomen en de hoeveelheid ervan

kan worden bepaald.

Methode

De cellen worden in een vloeistof langs een lichtstraal

met monochromatisch licht geleid. De lichtstraal wordt

op verschillende manieren weerkaatst door de cel, deze

worden onderverdeeld in forward scatter en side scatter.

De gegevens worden weergegeven in een scatterplot.

Een voorbeeld van analysedata weergegeven in scatterplots

Bron: wikimedia commons

Een schematische weergave van de analysetechniek flowcytometrie

Bron: wikimedia commons

Origin - Universiteit Leiden 7


SPECIAL

Sports Myths

Find out what’s true and what’s not

A lot of things are said about sports and generally we presume they

are true. Most of the time it’s simply because we don’t know any

better. But, now it’s time to unravel some of these myths. Make sure

you're warmed up, because with the angled punch of science and the

high kick of our brains we’ll make sure that we’ll knock out these

myths.

BY: Marit van Santen

Myth:

Vitamin supplements enhance your sport performance

That’s because doping

is unhealthy and

unethical. This is not

the case for vitamin

supplements. They

'Doping is unhealthy and unethical'

Athletes keep looking for strategies to enhance involved in processing carbohydrate and fat for energy

their performance. Being good in sports isn’t production. Several B vitamins are also essential to

satisfying enough for competitive athletes, help form hemoglobin in red blood cells. Hemoglobin

they want to be the best they can be. When training

by itself doesn’t lead to the desired results, the use of

performance-enhancing drugs, doping, helped to

is a protein which is responsible for oxygen transport

and therefore plays a crucial role in oxygen delivery to

the muscles during exercise.

achieve their goal.

Moreover, vitamins C

But doping has led to

anti-doping policies.

and E function as antioxidants,

important for preventing

oxidative damage

to cellular structure and

function during exercise

training.

Vitamin deficiencies can

are legal and they are said to enhance your sport performance.

Now, vitamins are the most commonly used proven that a daily intake of less than one-third of

certainly negatively affect exercise performance. It’s

supplements among various athletic groups.

the recommended daily intake for several of the B vitamins

and vitamin C, even when other vitamins are

Vitamins function in the human body as metabolic regulators.

They influence processes important to sport crease in the maximal oxygen uptake and the anaero-

supplemented in the diet, may lead to a significant de-

performance. For example, many of the B-complex bic threshold in less than four weeks [1] . The anaerobic

vitamins - B vitamins were thought to be a single vitamin,

but they turned out to be chemically distinct and switch from aerobic metabolism to anaerobic metabo-

threshold is the level of exertion where your body must

are now referred to as a the vitamin B complex - are lism. Aerobic metabolism burns oxygen and produces

8

Origin - Universiteit Leiden


SPECIAL

carbon dioxide as a by-product. This is the metabolic

pathway that provides most of the energy we use in our

daily activities. Anaerobic metabolism comes out when

the preferable aerobic system can no longer keep up

with the demand for energy. At this point, the lactate

cycle starts to provide the needed additional energy,

burning stored sugars for fuel, and producing lactic

acid as a by-product. When lactic acid builds up in our

bodies, it causes discomfort like cramping. A decrease

in anaerobic threshold is detrimental.

However, most studies report that athletes who consume

diets that contain the recommended daily intake

of all nutrients have few vitamin or mineral deficiencies

[2] . So, is more vitamin better The overall review of

the literature supports the viewpoint that multivitamin

and mineral supplements are unnecessary for athletes

or other physically active individuals who are on a wellbalanced

diet with adequate calories. For example, several

studies have provided multivitamin and mineral

supplements over prolonged periods and reported no

significant effects on both laboratory and sport-specific

tests of physical performance. The effect of long term

(7–8 months) vitamin and mineral supplementation

(100 to 5,000 times the recommended daily intake) is

measured on exercise performance of nationally ranked

athletes. The athletes were tested on a variety of

sport-specific tasks as well as common tests of strength,

anaerobic power and aerobic endurance. They reported

no significant effect of the supplementation protocol

on any measure of physical performance when compared

to athletes whose vitamin and mineral recommended

daily intake were met by normal dietary intake.

Supplementation of a nutritionally adequate sports diet

does not improve physical work capacity, endurance,

oxygen consumption, cardiovascular function, muscle

strength, or resistance to fatigue. But these conclusions

can’t entirely be made for each vitamin. Multiple research

is done concerning vitamin E supplements and

enhanced sport performance. In some studies the use

of vitamin E supplements seems to reduce exercise-induced

muscle injury, but this was not the case for every

study. More research is thus needed.

Overall, excessive amounts of vitamin do not enhance

the athlete’s sport performance. Can we even say that

it’s safe Vitamin supplementation, particularly when

limited to a hundred percent of the recommended daily

intake for each vitamin, is generally regarded as safe.

However, excess amounts of several vitamins may contribute

to serious health problems. For example, excessive

amounts of vitamin A consumed by women who

are pregnant may cause birth defects. Large doses of

certain B vitamins also produce harmful effects. Too

much vitamin B3 intake may result in nausea, vomiting

and symptoms of liver toxicity or glucose intolerance.

Additionally, at the present time the dietary supplement

industry is poorly regulated. Because of this, vitamin

sports supplements marketed by unreliable entrepreneurs

may contain banned substances. And this

can also be the case for some preparations for athletes.

In general, vitamin supplements are not necessary for

the individual on a well-balanced diet as they won’t

enhance their sport performance, but they may be recommended

for certain athletes likely to suffer vitamin

deficiencies, such as the elderly, vegans and women of

childbearing age, or those who are practicing an extreme

or weight-control sport.

Another not negligible fact is that vitamins obtained

from natural foods are preferred over vitamin supplements.

That’s because the natural foods contain important

nutrients that can be deficient if athletes rely too

much on supplements. The best thing to do is to focus

on having a well balanced diet that will prevent you

from having vitamin deficiencies. So that you can get

rid of your vitamin supplements as they won’t enhance

your sport performance.

read more >

Origin - Universiteit Leiden 9


SPECIAL

Myth:

Left-handed people have an innate

advantage in sports

I

t is often said that there is an unusually high proportion

of left-handers among top athletes [3] .

The most probable explanation for that in many

sports the right-hander is relatively unaccustomed to

facing a left-hander so the right-hander has a disadvantage.

For example, a left-handed boxer has a different

position to a right-handed boxer. This means that he

can produce punches from directions and angles that

differ from those used by a right-handed boxer, so that

that a left-handed athlete has an strategic or tactical

advantage.

The second explanation is that left-handed athletes

have an innate superiority. That is, left-handers have an

intrinsic advantage over right-handers due to superior

spatio-motor skills because of the neurological differences

between right- and left-handers. For example,

the study from Annett has suggested that the left hemisphere

language specialization found in nearly all

right-handers might, in some cases, be the consequence

of an 'impairment' of the right hemisphere. This 'impairment'

could handicap a number of the components

of skilled performance including the capacity for visuospatial

thinking, the fine control of both hands and the

ability to make fast reactions to both sides. Geschwind

& Galaburda have proposed that left-handers may have

relatively enlarged right hemispheric regions as a result

of retardation of growth in the other hemisphere. In addition,

Geschwind & Galaburda suggest that lefthanders

may have a higher degree of overall skill due to a

higher rate of bilateral representation of motor control.

To find out of one of these theories is true, first there

must be concluded that there even is an innate advantage

for left-handed athletes. To test this, C.J. Wood &

J.P. Aggleton [4] selected soccer goalkeepers to do some

research. They chose goalkeepers because goalkeepers

have to make accurate responses and there should be no

left-handed strategic advantage. It turned out that lefthanded

soccer goalkeepers did not have an advantage,

meaning that there is no evidence for an innate lefthanded

bias. Wood and Aggleton also tested the most

probable explanation: the strategic left –handed advantage.

They found that a variable excess of left-handed

players is present when such players have clear strategic

advantages, for example in cricket and tennis, but these

effects may be remarkably slight. In contrast to considering

a sport in which there should be no strategic

advantage (soccer goalkeepers), no evidence was found

for an excess of left-handed players. The findings tell us

that any superiority of the left-hander in these sports is

strategic rather than an innate advantage.

10

Origin - Universiteit Leiden


SPECIAL

Myth:

Running a marathon will lead to long-term damage

of your heart

T

he thought of running a marathon is for most

people not a pleasant one. Hours long of running,

sweating and especially the pain that’s

involved. Nevertheless, there are some sporty types

who aren’t afraid to go for a little run. There is much

debate about the health risks of running the marathon.

Most runners are aware of the short-term effects of

running a marathon. These are for example musculoskeletal

injuries, hyponatraemia and hyperthermia.

Hyponatreamia is a metabolic condition in which

there is not enough sodium in the body fluids outside

the cells, this state can be due to consuming too much

water. Hyperthermia is an elevated body temperature

due to failed thermoregulation. The heat-regulating

mechanisms of the body eventually becomes unable to

deal with the heat, causing the body temperature to rise

uncontrollably. The consequences of hyponatreamia

and hyperthermia cannot be neglected. Fortunately it is

not very difficult to prevent them. The mild and moderate

symptons are easy recognizable so that action can

be taken as fast as possible. The biggest health fear though,

concerns heart problems. There are people who die

from heart problems during or short after a marathon.

It turned out that these people already had bad heart

conditions, meaning that in this situation the marathon

was not the cause of the bad heart conditions, but was

the fatal factor: the stress of running a marathon can

trigger an attack.

There are also long-term health worries concerning

damage to the heart. Several studies are done in which

researchers did blood tests before and after the marathon.

It turned out that there was a elevated troponin

level and other blood indicators of cardiac damage.

read more >

Origin - Universiteit Leiden 11


SPECIAL

These indicators would be a sign of injury leading to a

long-term damage of the heart. However, these results

did not convince all cardiologists. The results may indicate

the temporary stress-situation of the heart and

not the long-term cardiac damage. It’s also possible that

some of the blood markers indicate damage to muscles

other than the heart. Injured skeletal muscles produce

excess troponin too. Follow-up studies were needed.

In the study of Jassel [5] they searched for a correlation

between the blood markers of injury to any actual structural

changes or scarring within the runners’ hearts.

He tested them before and after the race and then had

them come in a week later for ultrasounds and cardiac

MRI scans, looking directly into the interior of the

heart. Based on the troponin and other cardiac-damage

markers, there was no interior damage like they expected

to see. So the blood markers did not indicate the

true heart damage and the injury was only temporary.

This conclusion correspondents with other research [6]

in which the runners were monitored again two weeks

after the marathon. Analysis of the results showed that

while there were some notable effects immediately after

the race, these had returned to normal after two weeks.

All the research made clear that running a marathon

doesn’t lead to long-term damage of your heart. This

doesn’t mean that the research concerning marathon

and health risks has stopped.

On the contrary. The heart will keep being studied and

not only the heart, also neuromuscular consequences,

bone metabolism, cartilage damage and feet swelling

seem to be the latest subject of interest. Some of the

latest publications about marathons took it to the next

level: they were about ultra-marathons. An example of

an ultra-marathon is The Marathon des Sables. This

marathon is known as the toughest foot race on earth.

It takes place in the desert of South-Morocco. It consists

of six stages, in total 250 km, ran over seven days and

the longest stage is 84 km. Participants must carry their

own backpack with food, drinks and probably a lot of

plasters. The difficult terrain and sweltering heat of the

day temperatures make the marathon extremely hard.

It’s hard to comprehend how much the runners suffer

during this race. An event like this, brings up questions.

Why on earth would people want to drive their body

to the extremes just to be able to finish a marathon like

this What is the force behind this Maybe it’s the same

reason we’re interested in science, because of the passion

to exceed limits, to explore, to find out. We, human

beings, did spread all over the world being a migrating

species. Matter of fact, we did come all the way out of

Africa.

References

Melvin H Williams, Dietary Supplements and Sports

Performance: Introduction and Vitamins. Department

of Exercise Science, Old Dominion University; 2004

[1] E. van der Beek, Vitamin supplementation and physical

exercise performance. Journal of Sport Sciences;

1991.

[2] L. Armstrong, C. Maresh, Vitamin and mineral supplements

as nutritional aids to exercise performance

and health. Nutrition Reviews; 1996.

[3] Annett & Marian, Left, Right, Hand and Brain: The

Right Shift Theory. Lawrence Erlbaum,London; 1985

[4] C. J. Wood & J. P. Aggleton, Handedness in ‘ fast ball'

sports: Do lefthanders have an innate advantage

Department of Psychology, University of Durham.

British Journal of Psychology; 1989.

[5] D.S. Jassal, Cardiac Injury Markers in Non-elite

Marathon Runners. Department of Cardiology Sports

Med; 2009

[6] F. Knebel, Assessment of myocardial function by

echocardiography and biomarkers: experience in 167

amateur participants of the Berlin Marathon.The

Charité-Universitätsmedizin. European Journal of

Echocardiography Supplemen; 2010.

12

Origin - Universiteit Leiden


COLUMN

Teeth on skin at fault, but still Olympic gold

BY: Dylan van Gerven

Of all the queer organisms on our planet there is only

one odd fellow that has tooth-like structures on its

skin. This illustrious hunter is renowned for its superior

swimming skills, its stealthy stalking and its ability

to catch an utterly bewildered victim unaware with

deadly efficiency. Just one living creature meets these

demands. It is the shark and the unique features of its

skin have in the past been used for swimsuits during

the Olympic Games. The suits seemed to boost performance,

for many records were broken both in 2004

and 2008 by participants wearing Speedo's 'Fastskin'.

Even the gold medalist of 2008, Michael Phelps, wore

one of the Fastskin suits. The success and advantages of

Speedo's suits appeared unrivalled. New insights, however,

point out that the surface of the suit has no evident

effect on the swimming speed at all.

Before expounding upon the inefficiency of the

Fastskin, there are some things about sharks worth telling.

For they are formidable fish whose body plan has

remained virtually unchanged for hundreds of millions

of years. One of their great adaptations are the placoid

scales. In contrast to the tight fitting overlapping scales

of bony fish, sharks have numerous smaller tooth-like

scales. These scales have protrusions on them arranged

in a head to tail axis. They are called dermal denticles

and it is their alignment that makes them very smooth

towards the tail and quite rough towards the head. The

structures are made up of soft tissue at the basis and

a hard mineral embedded in this soft tissue, combining

the best of both worlds. The denticles thus form

a protective armor while remaining their ability to flex.

Nevertheless, it was not protection that Speedo needed

in its suits. It were the hydronamic properties of the

dermal denticles.

Normal skin or scales produce turbulent vortices when

water rushes past. This causes drag which slows the

swimmer down. The riblets of a shark’s denticles interact

with vortices by protruding into the water flow. This

creates a low pressure zone sucking the shark forward.

Denticles thereby decrease turbulence and consequently

facilitate in drag reduction. With these promises in

mind Speedo set out to make a rigid swimsuit complete

with denticles. But the notion that wearing such a suit

could lead to a first place is almost completely misplaced

says George Lauder, one of the Harvard researchers of a

study on the hydrodynamic properties of shark skin.

Interestingly, when professor Lauder tested the swimming

speed of rigid foils with denticles, he found that

they had no beneficial effects on swimming speeds

whatsoever. In fact, he recorded that the speed of the

foils without denticles was faster. The Speedo Fastskin

was one of these rigid materials that displayed no appreciable

increase in swimming speed. The secret Only

when placed on a flexible shark skin membrane do denticles

have any effect. A more than tenfold increase in

speed is what sharks achieve.

It is thus through the joint contribution of a flexible

membrane and numerous denticles that sharks can do

what men cannot. Professor Lauder is convinced the

Fastskin works, but not in the intended way. Teeth on

a synthetic skin do not add to speed. They are at fault.

Once again the fine tuning of natural selection has led

to a structure practically inseparable from the organism

it belongs to.

Source:

Oeffner & Lauder, The hydrodynamic function of shark skin and two biomimetic

applications, The Journal of Experimental Biology 215, 785-795

Origin - Universiteit Leiden 13


BÈTAVRAAGBAAK

Wat is de limiet van onze sportprestaties

door: Joris Voorn

en Mark Weijers

Op 16 Augustus 2009 zette hardloper Usain Bolt zijn

voet over de eindstreep bij de WK in Berlijn. Hij leek

wel te vliegen, zo snel ging hij. 100 meter in 9,58 seconden,

een nieuw wereldrecord! De Olympisch kampioen

was niet alleen zijn tegenstanders te snel af, hij klopte

ook de verwachting die wetenschappers uitspraken

over het nieuwe wereldrecord. In de voorgaande decennia

werden de honderdsten bijna één voor één van

het record afgeschraapt. Deze enorme verbetering, 11

honderdsten van een seconde ten opzichte van een jaar

eerder, betekende dan ook een nieuwe puzzel voor de

sportwetenschap. Maar, kan het nog sneller En hoeveel

sneller dan nog

Statistiek

Er vanuit gaande dat er een limiet is aan de menselijke

spiercapaciteiten, is er ook een minimum aan tijd die

een mens nodig heeft om 100 meter te lopen. Vast staat

dat elk nieuw wereldrecord ons dichter bij deze limiet

brengt. Maar waar ligt deze limiet Je kunt met behulp

van statistiek proberen het ultieme wereldrecord uit

voorgaande wereldrecords te extrapoleren. Wat je verwacht

te zien is een dalende lijn die afvlakt richting

de ultieme tijd. Wanneer de tijd verstrijkt en daarmee

vele pogingen het record te verbreken, verwacht

je steeds kleinere verbeteringen te zien. De limiet zal

steeds dichter worden benaderd. Bij de vrouwelijke

sprinters klopt deze logica tot nu toe goed. Hun wereldrecord-curve

buigt bijna af tot een rechte lijn. Bij

de mannen is een vergelijkbare trend te zien, tot Bolt

in 2009 roet in het eten gooide. De marge waarmee hij

zijn eigen wereldrecord verbeterde is groter dan statistisch

te verwachten viel. Maar verschuift hij daarmee

ook de limiet van de menselijk sportprestaties

Een tweede aanpak

De statistische aanpak bij het vinden van een prestatielimiet

wankelt dus enigszins en het is verstandig een

tweede, biomechanische, aanpak te proberen. Welk aspect

werkt limiterend als iemand zijn spieren ten volle

gebruikt Zaken als het transport van brand- en afvalstoffen

of de grootte van de spiervezels die zich maximaal

samentrekken zouden de limiet kunnen bepalen.

Het lastige aan deze studies is dat de ontwerpen van

experimentele opstelling in vitro ontzettend moeilijk is.

Kort gezegd: de ene spier is de andere niet en juist de

samenwerking van al deze spieren met elkaar, en met

het vatenstelsel, brengen een toptijd voort. Daarnaast

ontwikkelt de rentechniek zich ook. Wanneer spieren

op een ander manier gebruikt worden, verandert daarmee

ook het belang van aspecten als spierlengte, spiergrootte

en vaatinhoud. Maar niet alleen fysieke aspecten

spelen een rol. Wat doet het mentaal met iemand

wanneer deze voor een stadion vol uitzinnige fans op

het startschot staat te wachten In een laboratorium kan

de spierkracht dan wel worden gemeten, maar niet die

op het moment van de waarheid.

Voeding

In 1904 kwam de marathonloper Thomas Hicks

bij een temperatuur van 32 Cº als eerste over de

14 Origin - Universiteit Leiden


BÈTAVRAAGBAAK

De Homo universalis: het ideaalbeeld van de Renaissance.

Teruggrijpend op het klassieke Griekse onderwijs kon een

mens zich ontwikkelen in al zijn kwaliteiten, als hij maar

wilde. Leonardo da Vinci wordt vaak als voorbeeld genoemd,

maar is dit ideaalbeeld in de huidige stroomversnelling van

kennisvergaring nog wel mogelijk

"Kan de Homo universalis nog bestaan"

Denk mee en stuur je (onderbouwde) mening naar de Origin

Redactie via originredactie@gmail.com!

Olympische eindstreep. Vanwege de hitte waren er

onderweg sponsjes met water uitgedeeld. Daarnaast

nam Hicks tijdens de race het eiwit van vijf eieren, om

aan te sterken. Ook nam hij strychine in, een component

dat later veelvuldig in rattengif werd gebruikt.

Met de kennis van nu verbaast het ons niet dat

Thomas Hicks zijn medaille niet direct in ontvangst

kon nemen.

Onze kijk op gezondheid is veranderd en zo ook het

dieet en programma van de topsporters van vandaag.

Gedurende 80 jaar wereldrecords meten is dit zeker

een factor die in overweging moet worden genomen.

Voeding bepaalt de verkrijgbaarheid van energie en de

opbouw van spieren. Pure brandstof wordt gevonden in

suikers, eiwitten en vetten. Dit zorgt in combinatie met

hormonale activiteit voor meer spieropbouw. Kennis

die tegenwoordig ten volle wordt gebruikt maar vroeger

nauwelijks beschikbaar was. Door zijn lichaam van

goede voeding te voorzien kan de topsporter van nu het

maximale uit zijn lichaam halen.

Materiaal

De Zwitserse schaatser Frans Krienbühl was een tijdlang

een cultheld in de schaatswereld. Hij eindigde bij

wedstrijden steevast in de achterhoede, maar zijn enthousiasme

werkte aanstekelijk op het publiek. In zijn

pogingen zijn persoonlijke record te verbreken had hij al

aanpassingen gedaan aan zijn schaatsen. In 1974 maakte

hij het echter veel te bont. In het ijskoude schaatsstadion

stond hij aan de start in een dun, strak sluitend pak, uit

één stuk. De topschaatsers lachten om deze nieuwe uitspatting

van Krienbühl, niet wetende dat zij er ook binnen

de kortste keren aan moesten geloven.

De limiet van de menselijke sportprestaties is niet in

de laatste plaats afhankelijk van technologische ontwikkelingen.

Door zo’n ontwikkeling kunnen limieten

opeens vrij snel worden opgerekt. Een goed voorbeeld

zijn de supersonische zwempakken van een paar jaar

geleden. Wereldrecords sneuvelden bij bosjes, wie zich

niet wilde of kon aanpassen verloor de strijd. Inmiddels

zijn de pakken weer in de ban gedaan, omdat het vaker

ging over welk pak de winnaar aan had gehad, dan

over de fantastische prestatie die geleverd was (lees hier

meer over in de column elders in deze Origin). Binnen

het hardlopen lijkt de factor materiaal op het eerste gezicht

niet groot. 100 jaar geleden zagen de atletiekbanen

er echter heel anders uit dan nu, net als de schoenen.

Schoenenfabrikanten proberen de beste mogelijk schoenen

voor de atleten te ontwikkelen en zien hun schoenen

graag als eerste over de meet gaan. Want wie wil er

nu niet op echte Usain Bolts lopen

Tot slot laat ook de afkomst van de wereldrecordhouders

een verandering zien. Rond 1900 waren het vooral

Europeanen die de boventoon voerden in het mannenklassement

hardlopen. Daarna Amerikanen vanaf 1920,

en nu Jamaicanen vanaf 2005, goed voor 4 wereldrecords.

De afbuiging in de curve is ook pas vanaf 2005 te

zien. Of dit statistisch significant is weten we echter pas

wanneer er weer nieuwe mensen binnen die 9.58 seconden

over de eindstreep vliegen.

Een wereldrecord lijkt al met al een goede indicatie van

de capaciteiten van een mens in de tijd dat deze leefde.

Wanneer er zich voor een langere tijd geen verbetering

van een wereldrecord voordoet is het staande record een

indicatie van het maximum dat je zou kunnen verwachten

van je spieren. Of je zo’n tijd ooit zult evenaren is

natuurlijk nog maar de vraag. Mocht je deze ambities

hebben: we zien je graag bij de volgende Spelen!

Bronnen

• Picture sequence:

http://www.brianmac.

co.uk/sprints/sprintseq.

htm

• Nutrition: http://www.

humankinetics.com/

excerpts/excerpts/

origins-and-history-ofsport-nutrition

• Statistics: http://

www.wired.com/

wiredscience/2008/08/

bolt-is-freaky/

• How muscles deal with

real-world loads: the

influence of length

trajectory on muscle

performance

Origin - Universiteit Leiden 15


CENTErFOLD

BY: Joris Voorn

Floating in space

Source: NASA

At the time of writing exactly 555 people may call themselves astronaut, cosmonaut

or yuhángyuán, depending on their country of origin. These three

words all mean “sailor of the Universe” or the like. Although many people

dream of sailing through space, only few see their dream come true. It is, for

example, even easier to reach the Olympics then to reach space, given an estimated

10,500 athletes will be present at the London Olympics this year. All

these sportsmen and -women hope to be rewarded for their hard work during

many months of preparation. For astronauts the launch is the culmination

of many years of selection procedures and training as well. Proper height

(between 149 and 193 cm), good vision and a bachelor degree are some of

the many conditions set by space agencies. After admission into the space

program, a training of 20 months awaits. Part of the training takes place in

a large swimming pool, where the upcoming astronauts can get used to the

feeling of weightlessness. This is especially useful for preparing them for space

walks. When astronauts leave their spacecraft the difference between life and

death depends on proper skills and good team work. In this photograph crew

members of the ISS are working above New Zealand. They are "hoisting the

sails" for the next generation of the lucky few.

16

Origin - Universiteit Leiden


CENTErFOLD

Origin - Universiteit Leiden 17


eyewitness

Visualise your language

3rd National Science Communication Student Conference

We all know how to communicate. Right So why this congress In the Netherlands there are seven Universities educating

about the communication of science, each with a different program. On Thursday January 19 th a congress day was organized.

All universities came together to get to know each other better. For students, this was a day to meet and share experiences.

Focus laid on the differences of the programs, introduction of science communication research topics and a broad view on

career options. Every year a different university arranges the congress and this year the task was up to Leiden University.

The congress was centered around the theme ‘visual language’. Where the expectations really met that day Find out in this

short review and judge for yourself!

BY: Sharina Chander

The guests, who came from all over the country, started

the day wtih a cup of tea or coffee. Professor Jos van den

Broek hosted the congress this year and welcomed us

warmly. He introduced the ‘faculty pitch’ for students.

Students, alumni and lecturers filled in a coloured note

about internships. There were several options, they

could share their internship experience or their quest

to finding an internship or someone who has an internship

to offer. This way everyone could meet up with his

or her interest.

The first talk of the day was on health illiteracy, by the

keynote lecturer Dr. Marcel Twickler. His talk was a

real eye-opener as to why it is important that individuals

have the capacity to obtain, process and understand

basic health information and services. These properties

are needed to make appropriate health decisions. The

problems for health illiterate patients in the health care

system were explained by the student Iris Nijman. She

performed an internship with our keynote lecturer.

After two long, but very interesting talks it was time for

the free and greatly arranged lunch. During the lunch

two speeddating sessions were arranged. All guests received

two symbols and all tables had a symbol. The

first symbol was meant for the first round dating and

the second for the last round. So when the bell rang,

all you had to do is hurry to your next table because

the sessions were only ten minutes. It turned out to be

a good and original idea to get to know more people at

the congress.

So are you wondering now why the theme ‘visual language’

was chosen Not everyone speaks the same language

and even if they do, not everyone is at the same

level. That’s when ‘visual language’ comes in hand; a

language that can be understood by everyone. However

it must be used in the right way…

The day continued with student presentations. The

‘Crash team’ from TU Delft started off, telling us about

three events they devised and presented to the ministry.

They were followed by a student of Radboud University

of Nijmegen, who told about her experience in the world

of science communication. She gave us an insight in the

use of heel-prick cards.

The student of VU Amsterdam explained us her vision

of the potential role that infographics could have in the

science communication. She also showed us the infographics

she made herself during her internship.

Last were the students from the University of Groningen.

They made a public event on near-death experience.

Not only did they show us the documentary they made,

but also their exposition by a virtual tour.

It was quite remarkable to hear what all these students

had learned and achieved in such a short time with

such a success. Even though they were all from different

communication programs, the basic principles of

science communication were found in the presentation

and the projects. For instance, the ‘Gestalt laws’ were

founded in the projects.

18 Origin - Universiteit Leiden


eyewitness

These simple laws help create order in visual language,

so that the audience will understand the message. Law

of Figure-ground is well known rule, where the ‘figure’

wants to be seen separate from the

‘ground’. This may sound very

weird, but just look at the ‘Old

Lady’ picture and you will understand

what I mean. Do you see the

warty old woman or do you see the

beautiful, young lady Or do you

see both of them

A short coffee break was needed again, after a long sit.

The next item on the program meant that the students

had no more time to just sit still and listen. This time

they had to participate, for there was a workshop by

Professor Jos van den Broek. He thaught us more about

visual language, by presenting a text and then creating

an appropriate infographic. The text involved difficult

words like osteoclast. The professor gave us tips on

how to create an infographic with difficult words, even

if you’re not aware of the meaning. He told us to obey

the Gestalt laws. Further, we learned that making infographics

is visual storytelling and that you’re basically

doing the same things a good science journalist does.

To conclude his workshop: ‘an infographic doesn’t have

to be beautiful, it just needs to be clear’. Nothing more,

nothing less.

Then it was time for something completely different.

Ever heard of the antibiotics hiphop This is an energetic

dance, created by students from Leiden University:

Sylvie Hofman and Robin Kleian. They visualised how

antibiotics worked and how bacteria become resistant.

I have to say it was quite fascinating how they were able

to successfully present the message. If you are curious

in finding out how they did this, you can check the facebook

page of SCC Leiden or follow the youtube link.

After the dance it was time for the alumni, to tell something

about how their career evolved after their participation

in one of the science communication programs.

We finished the congress with a seminar, given by Maria

J. Cruz. She works at a science magazine and gave us a

scoop in the editing and publishing world of astronomy.

The closing lecture was by Dennis Claessen and Gilles

van Wezel, who won the ‘2011 Academic Year Prize’.

The ‘Antibiotics wanted!’ team aims to involve a broad

public in the debate of antibiotic resistance and where

antibiotics come from.

I hope that my review about this day excited you as a

reader. And that maybe next year you will also be part

of the congress. Who knows what more interesting than

a workshop and an antibiotic hiphop dance will be there

So I hope to see you all next year!

Gestalt laws

We experience one thing as background and the other as foreground.

But why do we do that About a century ago psychologists started

looking for answer to this question. They started their research and

it resulted in the ‘laws of Gestalt’. When processing visual information,

our brains have preferences in creating an image. They are

looking for:

• Symmetry

• The simplest possible form

• Minimal number of forms

Simplicity is the main component of these laws. We quickly get tired

of puzzling with the visual messages. These laws provide visual order

and understanding and thus a lower 'brain use'. Maybe you're not

aware of it, but these rules are very helpful for your daily life. A good

example is the tap. The hot tap can (usually) be found on the left and

the cold tap (usually) on the right side.

In 1942 experimental psychologist Edward Boring suggested that

about 114 laws of Gestalt exist. Many of these rules show similarities.

Among this vast amount of laws, five in particular stand out.

1. Law of proximity: Elements that are close together are seen as a

group. If they are far apart than they are independent.

2. Law of similarity: Elements that are similar are grouped together.

3. Law of reticence: Elements bordered by one line are seen as a whole.

4. Law of good continuity: Objects that are placed in order in a

continuous line are seen as one.

5. Law of simplicity: We see elements in its simplest form.

Link

http://www.youtube.com/watchv=tNLnAMkr3xs&feature=BFa&list=PLF79AD

F941F1AE33C&lf=mh_lolz

Source

http://science.leidenuniv.nl/index.php/ibl/newsitem antibiotics_wanted_wins_

academic_year_prize/weblog=news_ibl

Origin - Universiteit Leiden

19


chemie

Nep-epinephrine

Fake de fight-or-flight respons

Het scheelde maar 39 seconden. Met iets meer dan een halve minuut achterstand zag de Luxemburger Andy Schleck in 2010

de zege van de Tour de France aan zich voorbij gaan, voor het tweede jaar op rij! De grote favoriet, de Spanjaard Alberto

Contador, won voor de derde keer de Tour. In september 2010 werd echter duidelijk dat er in een urinemonster van Contador

kleine hoeveelheden doping waren aangetroffen. Zelf verklaarde hij dat het besmetting van zijn voedsel moest zijn geweest,

het was immers een monster van een rustdag en de hoeveelheid was minuscuul, slechts 50 picogram per milliliter. De Court

of Arbitration for Sport voerde verder onderzoek uit en kwam in februari van dit jaar tot een besluit: de tourwinst was onterecht.

Op 29 mei ontving Schleck alsnog de gele trui, uit handen van tourdirecteur Christian Prudhomme.

door: Rob van Wijk

De stof die werd gevonden bij Contador was clenbuterol,

een bronchodilator die veel door astmapatiënten

wordt gebruikt. Het heeft effecten als verhoogde bloeddruk,

verhoogd zuurstoftransport en verhoogd vetmetabolisme.

Deze laatste eigenschap is de reden dat het

ook wordt gebruikt om snel af te vallen en om in de

veeteelt steviger vlees te verkrijgen. Vandaar dat sporters

vaak besmet voedsel als excuss aandragen voor hun

positieve test, hoewel het gebruik in de veeteelt zowel in

de VS als in de EU verboden is.

'Alleen de illusie wordt gewekt dat

er beter wordt gepresteerd'

De negende etappe van de Tour de France 2010. Lance Armstrong (Verenigde Staten) gaat

voorop, met op zijn hielen achtereenvolgens Andy Schleck (Luxemburg) en Alberto Contador

(Spanje).

Adrenoreceptoren

Clenbuterol grijpt aan op de adrenoreceptor, en specifiek

op subtype bèta-2, waarvan de natuurlijke agonisten

adrenaline (epinephrine) en noradrenaline zijn.

Gezien de structuurgelijkenis is deze aangrijping niet

verrassend. De receptor, een G-protein coupled receptor

(GPCR), is verantwoordelijk voor verschillende

processen in de zogenoemde fight-or-flight respons in

gevaarlijke situaties. Bij stimulatie worden bloedvaten

verwijd, wat zorgt voor verbeterde perfusie van organen,

en het hart gaat sneller kloppen. De bronchiën in

de longen worden ook verwijd, terwijl broncho-vernauwende

stoffen worden tegengehouden. Daarnaast

ontspant glad spierweefsel in bijvoorbeeld het maagdarmkanaal,

terwijl dwarsgestreept spierweefsel in de

skeletspieren hogere contractiesnelheid krijgt, wat soms

zorgt voor tremor, onwillekeurige spierbewegingen. Tot

slot wordt glycogeen versneld omgezet in glucose, zowel

in de lever als in de spieren. Kortom: het lichaam wordt

binnen korte tijd voorbereid op een moment van actie:

20 Origin - Universiteit Leiden


chemie

fight, or flight! Stimulatie van deze receptor kan dus

een prestatie-verhogende werking hebben. De nadruk

ligt op 'kan', het is discutabel of prestaties echt verbeterd

worden. Hoewel er positieve resultaten in zowel

dieren als mensen zijn gevonden, is er weinig bewijs dat

het daadwerkelijk de prestaties verhoogt. Een aantal andere

factoren speelt nog een belangrijke rol. De receptor

kan minder gevoelig zijn voor de stof, door bijvoorbeeld

natuurlijke polymorfismen, maar ook door gebruik van

de stof zelf, met alle gevaren van dien. Daarnaast hebben

indirecte stimulerende stoffen, die niet de receptor

zelf aangrijpen maar

invloed hebben op

de aanwezigheid van

de natuurlijke agonisten,

nog interessante

bijwerkingen.

Door hun algemene

invloed hebben zij, of eigenlijk de natuurlijk agonisten,

niet alleen invloed op de bèta-2 receptor, maar ook op

alle andere adrenoreceptoren. Dit kan resulteren in een

psychostimulerende werking, waarbij alleen de illusie

wordt gewekt dat er beter wordt gepresteerd, zonder dat

dit zich vertaalt in daadwerkelijke prestaties.

Agonisten

De stoffen die de bèta-2 receptor stimuleren kunnen

verdeeld worden in directe en indirecte agonisten.

Directe agonisten, zoals clenbuterol, formoterol, salbutamol,

salmeterol en terbutaline, grijpen aan op het

actieve gedeelte van de receptor, waar ook adrenaline

of noradrenaline op aangrijpt. Indirecte agonisten kunnen

aangrijpen op een regulerend gedeelte of invloed

uitoefenen op de aanwezigheid van de natuurlijke agonisten,

door bijvoorbeeld afbraak te remmen. Dit zijn

onder andere amfetamine, cocaïne, ephedrine en methylfenidaat,

het geneesmiddel tegen ADHD.

Antagonisten

De huidige antagonisten voor menselijk gebruik zijn

niet selectief voor de bèta-2 receptor, maar grijpen op

alle drie de subtypes aan. Het zijn de veel gebruikte

bètablokkers, als propanolol, die dus het tegenovergestelde

effect hebben: bloeddruk-verlaging. In medische

zin wordt dit veel voorgeschreven bij hartfalen, hoge

bloeddruk en hartritmestoornissen. In de sport wordt

dit gebruikt om een hogere nauwkeurigheid te verkrijgen,

door het verminderen van trillende spieren en het

verlagen van de hartslag. Bètablokkers worden bijvoor-

beeld gebruikt bij (boog)schieten en bij motorraces.

Daarnaast worden ze gebruikt om angst en zenuwen te

verminderen, in biljart en balspellen als jeu de boules

en klootschieten.

Bijwerkingen

Naast oneerlijke competitie heeft deze soort doping

ook een ander groot nadeel: er zijn gevaarlijke bijwerkingen

voor de gebruikende sporter. De bèta-2 receptor

is aanwezig in het hart, waardoor tachycardia, een

versnelde hartslag, veel voorkomt. Dit komt deels door

de directe aangrijping

van de stof,

maar ook deels

door een verlaagde

kalium concentratie

in het bloed als

gevolg van de activering

van natrium/kalium ATPase in de skeletspieren.

Daarnaast zorgen de verwijde bronchiën voor een hogere

kans op inademing van pathogenen, voornamelijk

gevaarlijk tijdens sporten bij een hoge concentratie

deeltjes in de atmosfeer. Verder speelt in sommige gevallen

het gevaar van verslaving. Tot slot kunnen de antagonisten

voor bronchospasmes, een te lage bloeddruk

of hartslag, duizeligheid en slaapproblemen zorgen.

Voor langdurige prestaties is gebruik ook onverstandig:

vanwege de tegenovergestelde werking vermindert het

juist het uithoudingsvermogen van de gebruiker.

Alles bij elkaar opgeteld is het gebruik van (dit soort)

doping zeer onverstandig. Hoewel de illusie gewekt kan

worden dat men beter presteert, is er weinig hard wetenschappelijk

bewijs dat daadwerkelijk verbeterde resultaten

worden behaald. Een simpele risk/benefit analyse

zou een negatieve uitkomst moeten hebben, gezien de

ernstige schade die onder andere het hart kan lijden of

de ernstige gevolgen die het falen van een dopingtest met

zich meebrengt.

Hoe overtuigend ook, we hoorden Schleck niet klagen.

Hoewel het maar zeer de vraag is of die 39 seconden extra

te wijten zijn aan de clenbuterol die op een rustdag bij

Contador werd geconstateerd, mag Andy Schleck zich de

winnaar van de Tour de France van 2010 noemen.

Bron:

E. Davis, R. Loiacono, R.J. Summers, The rush to adrenaline: drugs

in sport acting on the beta-adrenergic system, British Journal of

Pharmacology 154: 584-597 (2008)

Origin - Universiteit Leiden 21


BIOLOGIE

By: Karin Lammers

Koolmeesdilemma:

aantrekkelijk of hoorbaar

Vrouwtjeskoolmezen reageren in een lawaaiige stadsomgeving sterker op een mannetje dat hoge tonen zingt. Die zijn te midden

van alle andere geluiden beter hoorbaar. Maar als het op partnertrouw aankomt, heeft datzelfde hoogzingende mannetje

minder goede kansen dan zijn concurrent die lager zingt. Dit blijkt uit een artikel van de in maart gepromoveerde gedragsbioloog

Wouter Halfwerk. Een gesprek over zang, stadslawaai en partnerkeuze.

Door: Karin Lammers

Kloppen op de deur van zijn werkkamer in het

Sylviusgebouw helpt niet echt. Met een grote koptelefoon

zit Wouter Halfwerk onder het genot van black

metal te werken aan zijn onderzoek naar koolmezengezang.

Het dwingt bezoek in de rol van mimespeler,

maar dat werkt na enige tijd en er is contact. “Koffie”,

vraagt hij.

“Jouw probleem om mijn aandacht te trekken, dat is

nou precies wat koolmeesmannetjes overkomt”, legt

hij even later in de koffiekamer uit. Aandacht trekken

heeft alles te maken met toonhoogte. En juist daar gooit

stadslawaai roet in het eten, blijkt uit zijn onderzoek.

Wouter Halfwerk: “Stadsgeluid is herrie in lage tonen.

Koolmezen die in lawaaierige steden wonen en daar

hun territorium verdedigen, hebben daarvoor een set

aan liedjes beschikbaar. Maar een deel van dit repertoire

zit in diezelfde lage tonen als het stadslawaai. Gevolg:

ze kunnen hun aanwezigheid minder goed kenbaar maken.

Dus kiezen ze voor de hoge tonen. Een hoog liedje

reikt in de stadsherrie ongeveer twee keer zo ver als een

laag liedje. Daar kiezen vogels in de stad dus voor.”

Woman’s choice

De keuze van een stadskoolmees voor hoge tonen mag

dan gunstig zijn voor de verstaanbaarheid, op de partnermarkt

levert het een dilemma op. “Vrouwtjes kiezen

22

Origin - Universiteit Leiden


BIOLOGIE


Koolmees in de stad

een sociale partner, een mannetje dat goed voor de jongen

zorgt”, licht Halfwerk het dilemma toe, “maar dat

hoeft niet per se ook degene te zijn waar ze het liefst mee

paart. En bij die voorkeur voor het paren, daar speelt

diezelfde toonhoogte

een rol. Bij mannetjes

die hoger zingen, blijken

vrouwtjes eerder

de nestkast te verlaten

om vreemd te gaan.”

Koolmeesmannetjes zouden iets aan dit dilemma kunnen

doen door wel laag te zingen, maar dan harder of

dichterbij een vrouwtje. Toch gebeurt dat niet, concludeert

Halfwerk in zijn proefschrift. “Ze kiezen voor hoger

zingen en zullen moeten proberen hun positie als

partner te verbeteren om vreemdgaan te voorkomen via

de perceptie, de indruk die ze op het vrouwtje maken

zeg maar.”

Zoiets als Barry White met een lage stem en Michael

Jackson die dan wel hoog zingt, maar er fijn bij kan

dansen Halfwerk grijnst. “Zoiets ja. Ze kunnen sneller

zingen, of afwisselender. Of gewoon méér. Om indruk

te maken.”

Aanpassen

Over de vraag of er in de toekomst alleen nog maar

hoogzingende stadsvogels zullen zijn, durft Wouter

Halfwerk geen uitspraak te doen. ”Alle dieren in de stad

zullen hun communicatie op het lawaai aan moeten

passen”, zegt hij, “maar ieder dier doet dit op een andere

manier en heeft zijn eigen beperkingen. De vraag is

hoever het aanpassen door kan gaan. De koolmees heeft

een groot zangbereik, van vrij lage naar erg hoge tonen,

maar ze kunnen zonder lichamelijke aanpassingen niet

buiten dit bereik komen. Lichamelijk veranderen kan,

maar alleen op erg lange termijn. Ze zouden bijvoorbeeld

kleiner kunnen worden, wat een spectaculaire

aanpassing zou zijn aan het stadse leven.”

’Alle dieren in de stad zullen

hun communicatie op het lawaai aan

moeten passen’

is, weten we. Maar wat zijn de gevolgen daarvan En

wat kunnen we eraan doen Stillere auto’s misschien.

Of alle brommers verbieden!”

Halfwerk gaat zelf

bij voorkeur met de

trein. “Maar”, geeft

hij eerlijk toe, “dat

heeft meer te maken

met mijn verlangen

om minder te consumeren

dan om minder lawaai te maken.”

Dan blijft over de black metal door de koptelefoon in

plaats van via een versterker. “Dat helpt”, gooi ik maar

eens op de koffietafel. “Precies!”, zegt hij en kijkt me

opgelucht aan.

Wouter Halfwerk wacht op het groene licht om zijn

proefschrift te verdedigen. Daarna verlaat hij én het

onderwerp lawaai én zijn grote hobby, de vogels. Na

zijn promotie probeert hij een beurs te regelen om in

Panama onderzoek te doen naar het gedrag van kikkers

en vleermuizen. Ook hier gaat hij kijken naar hoe mannetjes

de vrouwtjes proberen te lokken met geluiden.

Ditmaal kikkergeluiden die niet tegelijkertijd vleermuizen,

de vijand, lokken. Dit is een grote stap “helemaal

van de vogels af”, maar zegt Wouter: “ik denk dat het

wel even goed is om breder inzicht te krijgen in het

biologisch concept.”

Brommers

Een andere mogelijkheid is natuurlijk dat niet de vogels,

maar de mensen zich aanpassen. Wouter Halfwerk

vindt dat typisch een onderwerp voor wetenschappelijk

onderzoek. “Waar zit de invloed van de mens op de

toekomst van de natuur precies Dat de impact groot

Wouter Halfwerk

Origin - Universiteit Leiden 23


CULINAIRE CHEMIE

Culinaire chemie met

professor Herman Spaink

Professor Herman Spaink van de afdeling Moleculaire Celbiologie van het Instituut Biologie Leiden (IBL) doet onderzoek naar

tuberculose in zebravissen. Hij heeft samen met zijn zakenpartners drie bedrijven opgericht en heeft al aardig wat publicaties

en patenten op zijn naam staan. Origin Magazine is bij hem thuis

uitgenodigd voor zelfgemaakte sushi. Het is een leerzame avond

geworden die in het teken stond van vissen, culinaire wetenschappen

en exotisch eten.

Menu

Door:Valery Tjoeng, Annette Emerenciana

CHEF

Prof.dr. Herman Spaink

Hoogleraar Moleculaire Celbiologie,

afdeling Moleculair Cell Biology,

Instituut Biologie Leiden (IBL), Universiteit Leiden


VOORGER ECHT

Misoshiru 味 噌 汁

Soep van miso 味 噌 , silken tofu kinogoshi doufu

絹 ごし 豆 腐 , zeewier nori 海 苔 en ingelegde

pruimenbloesem sakurazuke 桜 漬 け

Wakame sarata わかめサラタ

Salade van gemarineerde zeewier, zalmeitjes

ikura いくら, coquille Saint-Jacques hotate-gai

帆 立 貝 , avocado アボカド, gemarineerde worteltjes

ninjin 人 参 , bestrooid met geroosterde

sesamzaadjes goma 胡 麻 en geserveerd in een

Sint-Jacobsschelp


SASHIMI 刺 身 NIGIRIZUSHI

握 り 寿 司 刺 身

Tonijn maguro まぐろ Tonijn maguro まぐろ

Griet hirame 鮃 Makreel saba 鯖

Pieterman Pieterman


Professor Herman Spaink snijdt een rol makizushi 巻 寿 司 in stukken.

GUNKANMAKI 軍 艦 巻

Oranje kuit van vliegende vis tobiko とびこ

en mango マンゴー.

Groen gekleurd kuit van vliegende vis tobiko とびこ

en avocado アボカド.

Wortel ninjin 人 参 , mango マンゴー

en mangosteen マンゴスチン.


24

Origin - Universiteit Leiden


CULINAIRE CHEMIE

"Als ik mijn eigen soepjes kan

overleven, dan kan ik ook die van

andere mensen overleven!"

MAKIZUSHI 巻 寿 司

‘Hermes’ met tonijn まぐろ, komkommer キュウリ,

en mango マンゴー.

‘Braziliaans’ met mango マンゴー

en passievrucht パッションフルーツ


URAMAKI 裏 巻

Tonijn maguro まぐろ, komkommer キュウリ,

avocado アボカド

en vliegende viskuit tobiko とびこ.


De familie Spaink toost op een gezellige avond met Origin Magazine.

Een dolenthousiaste professor Spaink en zijn zoon

Hermes heten Origin Magazine welkom in hun huis.

Binnen wacht zijn even vriendelijke vrouw dr. Helmi

Schlaman, die menig Life Science & Technology student

wel zal herkennen als hun coördinator. Van te

voren heeft de professor al verklapt dat hij zijn specialiteit,

sushi, zou klaarmaken. Benieuwd of hij kan voldoen

aan onze hooggespannen verwachtingen, volgen

we de professor naar de keuken waar hij de laatste rol

sushi in stukken snijdt met een speciaal sushimes. De

eerste indruk is al goed.

OISHIZUSHI 押 し 寿 司

Komkommer キュウリ, avocado アボカド

en tonijn まぐろ.


RIJSTPAPIER

Tonijn まぐろ, komkommer キュウリ,

avocado アボカド en koriander コリアンダー.


NAGERECHT

Mangosteen in siroop


DIGESTIVE

Japanse pruimenwijn umeshu 梅 酒 met royal jelly.

Groene thee met gepofte rijstkorrels

genmaicha 玄 米 茶 .

Geboren chef

Eenmaal aan tafel wordt de sushi 寿 司 en sashimi

刺 身 (plakken rauw vlees) gepresenteerd zoals dat

in een luxe Japans restaurant zou gebeuren. De bereiding

lijkt door een sterrenchef gedaan te zijn. Ook

zijn zoon Hermes heeft een bord sushi gemaakt.

Glimlachend om de complimenten zegt de professor:

“Ik maak al ruim twintig jaar sushi en al ongeveer

vijf jaar samen met mijn zoon, dit doen we bijna

elke zaterdag.” Doordeweeks komt de professor vaak

laat thuis en heeft zijn vrouw al gekookt en gegeten

met hun zoon. Op de vraag wat voor soort eten er in

huize Spaink wordt gekookt antwoort dr. Schlaman

lachend: “Misschien kan ik beter zeggen wat we niet

doen! Wat we niet doen is aardappel-groente-vlees!

Als het eens in de drie jaar voorkomt, dan is dat vaak.”

Voor de familie Spaink dus geen boerenkool en hutspot,

behalve tijdens het Leidens Ontzet. “Met 3 oktober

hebben we wel de traditie om als het even kan buitenlandse

medewerkers uit te nodigen en dan maken

we klassieke hutspot met klapstuk. Dit is eigenlijk de

lees verder >

Origin - Universiteit Leiden 25


CULINAIRE CHEMIE

Vele jaren later heeft de professor opgezocht welke

bloemen hij eigenlijk in zijn soepje had gedaan.

Gelukkig had zijn vader wel verstand van kruiden en

had de avontuurlijke professor geen giftige plantjes

gepakt. “Inmiddels weet ik dat als ik de Taxus baccata

(venijnboom) had gepakt, ik de hele familie uitgemoord

zou hebben!” zegt hij lachend.

De wakame sarada werd prachtig gepresenteerd op een Sint Jacobsschelp.

Met de klok mee: gemarineerd zeewier わかめ, zalmeitjes

ikura いくら, coquille Saint-Jacques hotate-gai 帆 立 貝 , avocadoアボ

カド, gemarineerde worteltjes ninjin 人 参 , bestrooid met geroosterde

sesamzaadjes goma 胡 麻 .

enige stamppot die we maken”, zegt ze. De hele familie

vindt het gewoon niet echt lekker en daarom eten

ze het nooit. Hermes gaat altijd naar zijn oma om dit

soort klassiek Nederlandse gerechten te eten. “Maar

in het weekend maken we echt tijd voor het gezin en

laat ik de mannen koken”, zegt dr. Schlaman met een

lach. “We zitten dan makkelijk vier tot vijf uur aan

tafel en genieten er ook echt van”, brengt haar man in.

Het lange tafelen en zijn passie voor eten kreeg de professor

van zijn vader, die een hotel-restaurant bezat

in Scheveningen. Een van zijn eerste herinneringen is

dat hij een jaar of vijf, zes was en in de tuin allerlei

plantenbrouwsels maakte op zijn eigen fornuisje met

echte kookplaatjes. “Ik had in de tuin allerlei bloemen

geplukt en een soort van bloemensoepje gemaakt en

iedereen moest het proeven. En inderdaad leek het

alsof de meeste mensen het niet lekker vonden, behalve

ik. Het had wel een sterk smaakje kan ik je verzekeren,

maar ik kreeg het uiteindelijk wel zelf op.”

De beruchte bloemensoepjes hebben de basis gelegd

voor de avontuurlijke culinaire geest van de

professor. “Als ik mijn eigen soepjes kan overleven,

dan kan ik ook die van andere mensen overleven!”.

Voor vanavond staat er gelukkig geen bloemensoep

op het menu. In mooie Japanse kommetjes serveert

mevrouw Schlaman haar zelfgemaakte misosoep van

zelfgetrokken visbouillon, zachte tofu en zeewier. “Ja,

we doen niets uit pakjes!” zegt ze trots. Voordat we

willen toetasten, vraagt de professor of we toch geen

bloemen in de soep willen. Als huwelijkscadeau uit

Japan kregen de professor en zijn vrouw een potje met

pruimenbloesem van een Japans klooster. Ze dachten

dat er suiker op zat en deden het daarom in de thee.

“Na een paar slokjes genomen te hebben kwamen we

tot de ontdekking dat het een slecht idee was geweest.

Er zat geen suiker, maar zout op de pruimenbloesem!

Om er toch een toepassing voor te bedenken hebben

we het een keer in de soep gedaan. Het is ons zo goed

bevallen dat we het nu nog steeds doen.” Nieuwsgierig

geworden volgen wij het voorbeeld van de familie

Spaink. De soep smaakt gelukkig nog steeds heerlijk

en de pruimenbloesem is slechts subtiel op de achtergrond

aanwezig.

Omnivoor

Door zijn vele reizen naar het buitenland komt professor

Spaink in aanraking met allerlei nieuwe gerechten

en lokale delicatessen die de toeristen meestal

niet te eten krijgen. Als gewillig proefpersoon wil hij

ook alles proberen. Zo heeft hij in China in thee gekookte

kippeneieren gegeten waar een bijna volgroeid

kuiken in zat. “Met veren en pootjes en al!” roepen

zijn vrouw en zoon verschrikt uit. “Jazeker!” Aan het

meer in Suzhou (China) heeft de professor een ander

exotisch hapje gegeten. “Ik kreeg een schildpad uit

het meer die in zes stukken was gehakt. Het klinkt

raar, maar ik moet eerlijk bekennen dat dit wel een

van de lekkerste dingen is die ik in jaren gegeten heb.”

Bijna niets lijkt de professor te gek te zijn om te proberen,

komen we in de loop van de avond achter.

26

Origin - Universiteit Leiden


CULINAIRE CHEMIE

Avondcollege biochemie

De misosoep heeft ons goed gesmaakt en nu wordt

de wakame (zeewier) salade met zalmeitjes, coquilles,

gemarineerde wortels en avocado geserveerd. De presentatie

in de Sint Jacobsschelp is minstens net zo goed

als de smaak. Dan volgt een grote selectie aan sushi en

sashimi (plakken rauw vis) van tonijn, griet en de bijzondere

vis de pieterman, die zelfs in Japan niet altijd

te krijgen is. “Deze vis is vanochtend om vier uur gekocht

op de vismarkt door de visboer”, zegt de professor.

De visboer heeft de vreselijke stekels van deze vis

vakkundig geprepareerd en vol trots aan de professor

verkocht. De eerste kennismaking van de professor

met de stekels van de pieterman was toen hij een jaar

of achttien was en in Frankrijk op vakantie was met

zijn ouders. De driehoekige vis met een mooi kleurpatroon

had zich ingegraven op de vloedlijn waar het

zand nat is. “Toen ik op de pieterman stapte voelde ik

de ergste pijn in mijn leven, terwijl er maar een heel

klein gaatje in mijn voet te zien was. Na vijf minuten

was de ergste pijn er wel vanaf, maar mijn been bleef

de hele dag zeer doen. Omstanders dachten echt dat ik

overdreef tot een half uur later

ook mijn moeder op de vis

stapte.” Helaas voor de professor

heeft hij in Portugal weer

eens op een pieterman gestapt.

“Gelukkig wist ik toen

wel wat er gebeurd was en dat

de pijn na vijf minuten wel

minder zou zijn. De vis heeft vreselijke stekels waarin

een neurotoxine zit, een peptide, dat direct naar de

zenuwcellen gaat. Het is zo’n beetje de ergste pijn die

je maar kan hebben. Ik kan het je echt niet aanbevelen

om erin te stappen, maar de vis is wel heel lekker!”. In

dat laatste heeft de professor helemaal gelijk.

Tijdens het eten vertellen de professor en zijn vrouw

nog meer interessante weetjes over voedsel. Zoals het

echte wetenschappers betaamt, vragen ze zich altijd

af waarom hun eten op een bepaalde manier bereid

wordt of waarom bepaalde ingrediënten gebruikt

worden. “Eetgewoontes in andere landen hebben

vaak een gezondheidsbasis. Er is een reden waarom

in een heilig boek staat dat mensen bepaalde dingen

niet mogen eten”, legt dr. Schlaman uit. En het liefst

horen ze de reden hiervoor van lokale wetenschappers,

want die kunnen vaak veel beter een verklaring

hiervoor geven dan het internet. “In Japan hebben we

“Is papa nu tijdens het eten

een lezing over toxines aan

het geven”

geleerd dat de zure rijst en de wasabi functioneel zijn.

Versgevangen vis draagt makkelijk allerlei bacteriële

infecties met zich mee. De peroxidases uit wasabi werken

bacteriedodend. De met rijstazijn gezuurde rijst

is een groeiremmer voor bacteriën”, zegt ze. “Vroeger

werd trouwens vaak wel de rijst weggegooid” zegt

professor Spaink. Hermes heeft als verrassing een

speciaal soort sushi gemaakt uit de periode rond

1500: oshizushi (letterlijk 'geperste sushi'). Rijst, vis

en groente worden in een houten mal geplaatst en dan

met een zware steen naar beneden

gedrukt. Trots zegt de professor:

“Buiten Japan is oshizushi bijna

niet te krijgen, maar deze specialiteit

van Osaka is daar nog steeds

heel populair. Hermes heeft deze

bijzondere sushi in de familie geïntroduceerd

en ik heb de mal als

cadeautje meegenomen van één van mijn reizen.”

Ook de oshizushi smaakt ons goed en we proeven

ook van de bijzondere ‘Braziliaanse’ sushi met passievrucht,

mango en zalm- of visseneitjes. Door een

restaurant in Rennes, Frankrijk, is de professor op

het idee gekomen om in Vietnamese stijl de rijst met

rijstpapier te omwikkelen in plaats van met zeewier

en zit er koriander in de vulling. Een andere bron van

inspiratie is de kookclub van het Leiden BioScience

Park waar zijn bedrijven ZF-Screens, ZF-Pharma en

NewCatch zijn gevestigd.

Wat niet op het menu staat is de sushi met de beruchte

fugu (Japanse kogelvis). We vragen de professor of hij

avontuurlijk genoeg is geweest om zich aan deze sushi

te wagen. “Ik heb inderdaad ooit sashimi gegeten

van fugu (jugu sashi). De smaak vind ik niet eens zo

bijzonder lekker. En voor de prijs van al gauw €50…”

Een bord makizushi

巻 寿 司 gemaakt door

zoon Hermes Spaink.

De decoratie is

gemaakt van geroosterde

sesamzaadjes

in een coating van

wasabi わさび.

Hermes Spaink

presenteert met trots

zijn oisizushi 押 し 寿

司 (letterlijk: geperste

sushi) van komkommer,

avocado en tonijn,

een niet in Nederland

verkrijgbare specialiteit

uit de Japanse stad

Osaka.

lees verder >

Origin - Universiteit Leiden 27


CULINAIRE CHEMIE

Zelf zegt hij nooit deze uiterst giftige vis te willen

bereiden. Het gif tetrodotoxine (TTX) van de fugu

is uiterst giftig voor mensen en zit vooral in de lever

en de bloedvaten naar de lever toe. Eén hapje kan al

fataal zijn en het is geen leuke dood. Nu wil de professor

een misverstand uit de wereld helpen. “Het gif

wordt niet door de vis zelf geproduceerd, maar het is

een bacteriële toxine geproduceerd door onder andere

Pseudoalteromonas tetraodonis die door de de fugu gegeten

worden en daarmee in endosymbiose leeft. Het

gif is veel gevaarlijker dan die van de pieterman. Ja,

bacteriën produceren toch wel de meest toxische stoffen.

Cholera is er nog zo een.” Hermes vraagt hierop

lachend: “Is papa nu tijdens het eten een lezing over

toxines aan het geven”

Topsport

Het eten van zo veel lekkere sushi is bijna een topsport

in huize Spaink. Het gezin zelf is ook sportief.

Professor Spaink doet aan squash, mevrouw

Schlaman is een aerobics fanaat en Hermes doet aan

tennis. Zelfs tijdens de vakantie blijven ze sportief bezig.

“Sport neemt dan meer de vorm aan van vakantierecreatie.

We maken dan lange wandelingen door

de bergen” zegt professor Spaink. “Daarbij mag de

picknickmand niet ontbreken!” vult zijn vrouw aan.

Ook zebravissen kunnen topsport bedrijven, zoals

professor Spaink en zijn team beschrijven in een

artikel dat is gepubliceerd in het wetenschappelijk

tijdschrift PLoS ONE. De conclusie van dit onderzoek

is dat er spiervorming optreedt bij zebravissen

die gedurende anderhalve maand constant op hun

maximale snelheid zwemmen. “Deze zebravissen

kregen zeer goed te eten en het ontbrak hen dan ook

aan niets. Onder deze omstandigheden ontpopten de

vissen zich tot een soort bodybuilders, je zou ze ook

Schwarzenegger-vissen kunnen noemen.”

Bruggenbouwer

In zijn onderzoeksgroep Moleculaire Celbiologie

werkt professor Spaink veel met zebravissen. Deze

vissoort plant zich gemakkelijk voort, in tegenstelling

tot de bedreigde vissoort paling. In samenwerking

met universitair hoofddocent en visfysioloog dr.

Guido van den Thillart, heeft hij in 2008 een manier

gevonden om palingen te laten voortplanten zonder

dat ze eerst 5000 kilometer moeten zwemmen. De

professor legt uit: “De hormonen die in de paling de

voortplanting regelen zijn hetzelfde als in de mens.

Ik heb toen met een postdoc uit Mexico een aantal

genen die voor de menselijke voortplantingshormonen

coderen tot expressie gebracht in zebraviscellen.

Toen hebben we die viscellen geïmplanteerd in die

palingen en een half jaar later kregen we palingen in

voortplanting.” Deze techniek werd gepatenteerd en

om de uitvinding een kans te geven ontstond het bedrijf

NewCatch BV, een dochterbedrijf van het door

professor Spaink en dr. Guido van den Thillart eerder

opgerichte ZF-Screens BV. In 2009 is NewCatch BV

een samenwerking aangegaan met een grote glasaalkwekerij

in Volendam. Zes jaar na de oprichting heeft

het bedrijf veertien medewerkers in dienst.

Drie jaar geleden is de professor met de komst van

moleculair bioloog dr. Ron Dirks een nieuwe richting

ingeslagen met het onderzoek naar visziektes en

hebben ze een systeem ontwikkeld om visziektes te

bestuderen. Het is moeilijk om de kleine zebravissenembryo’s

te injecteren met Mycobacterium marinum

die in vissen tuberculose (TBC) veroorzaakt. “Samen

met Ron deed ik de ontdekking dat het ook mogelijk

was om de eitjes te injecteren met de bacterie en dat

het daarna in de rest van het lichaam van het zebravisembryo

komt. Dit was een makkelijkere en snellere

methode en deze ontdekking werd dan ook gepatenteerd”,

zegt de professor. Een nieuw kansmoment

drong zich aan met de komst van de enthousiaste promovendus

bij de chemie Jan de Sonneville, die van

huis uit een natuurkundige is. Na vier tot vijf weken

intensief luisteren en optekenen snapte hij het hele

proces van het injecteren van de zebravisembryo’s.

Toen heeft deze promovendus in twee tot drie weken

tijd een robot gebouwd die dit proces kon automatiseren

waardoor high throughput screening (HTS)

mogelijk werd. “Op grond van dit nieuwe patent, dat

op zijn eigen naam staat, is Jan zijn eigen bedrijf Life

Science Methods begonnen dat naast ZF-Screens is

gehuisvest. Toen is ook dochterbedrijf ZF-Pharma

BV opgericht dat screening systemen met gebruik

van robotics verkoopt voor in de eerste plaats tuberculose.”

De professor is blij dat na anderhalf jaar de

betaling binnen is van hun klant GlaxoSmithKline,

een groot farmaceutisch concern. “Als je aan Science

Based Business doet, moet je soms veel geduld hebben!”

verzucht professor Spaink.

28

Origin - Universiteit Leiden


CULINAIRE CHEMIE

Professor Spaink en zijn zoon hebben zich uren uitgesloofd in de

keuken met dit prachtig plaatje als eindresultaat. Op de achtergrond

is nigirizushi 握 り 寿 司 te zien, in het midden gunkanmaki

軍 艦 巻 , en op de voorgrond sushi in rijstpapier gerold in plaats

van zeewier.

hebben we iets voor elkaar gekregen dat je ieder apart

niet was gelukt.”

“Dit past ook helemaal in het plaatje van de faculteit

over hoe we onze studies tegenwoordig inrichten. We

gaan vanuit monodisciplinair naar multidisciplinair

onderzoek en samenwerking. Dit onderzoek met

Herman als bruggenbouwer is daar een uitstekend

voorbeeld van”, vult dr. Schlaman trots aan.

“Inmiddels is er goed nieuws! Onze Poolse postdoc

Małgorzata Wiweger heeft aangetoond dat dit systeem

ook geschikt is voor kanker.” Commercieel

gezien is deze ontdekking interessanter, omdat er in

kankeronderzoek honderden miljarden euro’s omgaan

en in het onderzoek naar TBC, dat meer als een

ziekte van vooral de derdewereldlanden wordt gezien,

slechts sprake is van honderden miljoenen euro’s.

“Maar de strijd tegen tuberculose blijft mijn grote

liefde en ik zal hier zeker de komende twintig jaar aan

blijven werken!” De professor is er zeker van dat met

de opmars van resistente bacteriestammen van M. tuberculosis

de ziekte weer zal oprukken in ontwikkelde

landen. Hoewel Nature niet genoeg onder de indruk

is geweest om de ontdekking te publiceren over het

gebruik van robotics voor het injecteren van zebravissen

met TBC-bacteriën, staat het verhaal wel in PLoS

ONE. Toch heeft professor Spaink goede moed: “Ik

ben ervan overtuigd dat wanneer we over een paar

jaar een geneesmiddel hebben tegen TBC, dat dan de

hele wereld er van opziet.”

Ondanks zijn grote successen blijft de professor heel

bescheiden. Het meest trots is hij op de samenwerking

tussen de vijf sleutelfiguren dr.ir. Jan de Sonneville,

dr. Ron Dirks, dr. Annemarie Meijer en hemzelf van

de afdeling Moleculaire Celbiologie en prof.dr. Tom

Ottenhof van de afdeling Immunohematologie en

Bloedtransfusie, faculteit Geneeskunde, in hun onderzoek

naar TBC. “Ik vind het echt iets super unieks

dat we met een robot TBC-screens kunnen doen in

zebravissen in plaats van met muizen. Met z’n allen

Homo universalis

Volgens de professor en zijn vrouw kan en moet je niet

alles zelf willen doen: “Je moet goede mensen durven

te vertrouwen, anders lukt het je nooit in een bedrijf

en in de wetenschap.” We vragen of de professor

gelooft dat de Homo universalis nog bestaat. “Ik ben

ervan overtuigd dat als je ergens de Homo universalis

kan terugvinden, het wel bij de wetenschappers is.

Wetenschappers hebben ten eerste een grote interesse

voor waar ze zelf aan werken, maar hebben tegelijk

ook een groot respect voor waar ze niet aan werken.

Ten tweede reizen wetenschappers ook veel, want het

bezoeken van congressen is toch wel een secundaire

arbeidsvoorwaarde, en daardoor pikken ze toch veel

op van verschillende culturen en eten.” De professor

ziet hier geen verschillen in tussen alfa- of bètawetenschappers

in hun drang naar het kennismaken met

andere culturen. “Bovendien observeren wetenschappers

beter en komen vaak zo meer te weten dan de

gemiddelde toerist” is de mening van de professor

Spaink, die ook door zijn vrouw gedeeld wordt.

Een voorbeeld van zo’n wetenschapper is de

Mexicaanse hoogleraar Federico Sánchez die helemaal

gek is van culinaire dingen. Van hem hebben

ze veel geleerd over de authentieke Mexicaanse keuken.

Hun wetenschappelijke nieuwsgierigheid naar

het hoe en waarom van het Mexicaans eten brachten

hen op een geweldig idee. “Gedurende onze sabbatical

in Mexico dachten Helmi en ik dat het misschien

wel de moeite waard is om een soort World Academy

of Culinary Sciences op te richten, nog lang voordat

het internet in opkomst was.” Zo zou kennis over de

reden voor de bereidingsmethode voor sushi of de ge-

Origin - Universiteit Leiden 29


CULINAIRE CHEMIE

neeskrachtige werking van Mexicaanse kruiden, insecten

en schimmels met de wereld gedeeld kunnen

worden. Helaas is het er nooit van gekomen en denken

de professor en zijn vrouw dat ze er nu ook te laat

mee zijn om er alsnog aan te beginnen.

Links: mangosteen-dessert.

Rechts: een klein glaasje

Japanse pruimenwijn

umeshu 梅 酒 met

Royal Jelly.

Bijzondere drankjes

Na vier uur tafelen is de sushi dan zo goed als op. Als

toetje wordt de exotische vrucht mangosteen geserveerd

en krijgen we genmaicha, Japanse groene thee

met gepofte bruine rijstkorrels erin, aangeboden. De

sushi zakt langzaam weg. Dan tovert de professor drie

verschillende flessen umeshu (pruimenwijn) op tafel.

“Jullie mogen kiezen uit lang gerijpte pruimenwijn,

pruimenwijn vermengd met sake en pruimenwijn met

Royal Jelly, honing van bijen uit de keizerlijke tuinen

van Tokyo.” Onze keus valt op de laatste. Voorzichtig

nippen we van dit heerlijk en kostbaar vocht.

Ondertussen vertelt de professor verder over hun bijzondere

ervaringen met de Mexicaanse keuken. “Het

meest bijzondere en lekkere dat we daar gegeten hebben

is eieren van de honingmier.” De professor en zijn

gezin zijn ook dol op huitlacoche (builenbrand), een

zwarte schimmel die op verzwakte maiskolven groeit.

Het meenemen van dit soort exotisch eten heeft de familie

Spaink wel eens opgetrokken wenkbrauwen van

douanebeambten opgeleverd. Ze doen nu zuinig aan

met hun kleine voorraad Mexicaanse delicatessen dat

in de diepvries ligt.

We nemen nog een laatste slokje thee. De professor

grapt: “Als jullie langer blijven, gaan we aan de

Japanse whisky, maar dan zouden jullie moeten blijven

slapen.” “Maar dat gaan we vandaag niet doen,”

zegt dr. Schlaman lachend, “want we moeten morgenochtend

weer vroeg op!” Dankbaar voor het geweldig

diner nemen we afscheid. Met wat de familie Spaink

over de Mexicaanse keuken kan vertellen levert genoeg

stof op voor een volgende rubriek Culinaire

chemie…

Snelcursus sushigeschiedenis

Sushi 寿 司 betekent letterlijk ‘zuur-smakend’ en is een verwijzing naar

de oorspronkelijk gefermenteerde vorm. Tweeduizend jaar geleden

werd rauwe vis gezouten en één tot drie jaar lang in lagen met gekookte

rijst gefermenteerd in een luchtdicht afgesloten emmer met water. Na

fermentatie bleef de vis nog een half jaar lang houdbaar, maar de zure

rijst werd weggegooid. Deze conserveringsmethode uit Zuid-Oost Azië

bereikte via China en Korea uiteindelijk in de 8 ste eeuw Japan. De oudste

vorm van sushi, narezushi 馴 れ 寿 司 , werd op dezelfde manier bereid.

Eind 16 e eeuw ontdekten Japanse koks dat de fermentatietijd verkort

kon worden naar een maand door de rijst en vis neer te drukken met

zware stenen. De half-gefermenteerde vis werd samen met de rijst gegeten

en werd nama nare なまなれ 寿 司 (half-gemaakte sushi) genoemd.

In de 17 e eeuw werden suiker en rijstazijn aan de rijst toegevoegd zodat

de smaak verbeterd werd. Dit type sushi, hayazushi 早 寿 司 (begin van

de sushi) genoemd, is het eerste type sushi waarbij de rijst niet gebruikt

werd voor de fermentatie. De bereidingstijd van hayazushi is een dag.

De ontwikkeling van narezushi tot oshizushi 押 し 寿 司 (letterlijk geperste

sushi) werd begin 18 e eeuw geperfectioneerd in de stad Osaka.

De topping werd in een houten mal (oshibako 押 し 寿 司 箱 ) geplaatst en

bedekt met rijst waarna het geheel geperst werd door de sushichef.

Halverwege de 18 e eeuw bereikte oshizushi de stad Edo (hedendaags

Tokyo). Aan het eind van de Edo Periode in de 19 e eeuw opende Hanaya

Yohei 華 屋 与 兵 衛 (1799 – 1858) een sushistalletje (sushi-yatai 寿 司

屋 台 ) en ontwikkelde sushi voor fast-food consumptie. Vis werd kort

gekookt of gemarineerd in soyasaus en bovenop handgerolde klompjes

ongefermenteerde rijst geplaatst. Dit type sushi was binnen enkele

minuten bereid en geschikt om met de handen of eetstokjes (hashi

箸 ) onderweg of in een theater te eten. Vroeger werd dit type sushi

Edomaezushi 江 戸 前 寿 司 genoemd, naar de Edo Baai waar de verse vis

gevangen werd. Tegenwoordig is de formele naam Edomae nigirizushi,

de voorloper van de hedendaagse nigirizushi 握 り 寿 司 (letterlijk ‘rijpe

sushi’).

Hedendaagse nigirizushi wordt met rauw vis bereid en niet meer vooraf

gemarineerd. Andere moderne types sushi die door professor Spaink

geserveerd werden zijn: makizushi 巻 寿 司 (rijst en vulling opgerold in

zeewier, in 6-8 schijven gesneden), uramaki 裏 巻 (vulling opgerold in

zeewier met rijst aan de buitenkant), en een speciale type nigirizushi:

gunkanmaki 軍 艦 巻 (‘oorlogsbootrol’ waarbij een reep zeewier gevouwen

wordt om een ovale klomp rijst met zachte vulling bovenop).

Met dank aan Shintaro Nagaoka.

30

Origin - Universiteit Leiden


AGENDA

Agenda

Colofon

Woensdag 16 mei t/m zondag 26 augustus

Tentoonstelling: Bio Science Park van Ontdekkingen

Meer weten over ons Bio Science Park, ga dan langs bij deze tentoonstelling.

Meer info: www.rapsite.nl

Maandag 13 t/m vrijdag 17 augustus

EL CID

Dé introductieweek voor alle nieuwe Leidse studenten. Leer de stad,

de universiteit en je medestudenten kennen.

Maandag 3 september

Opening Academisch jaar 2012-2013

Op maandagmiddag zal de traditionele opening van van het academisch

jaar plaatsvinden. Houd de universitaire website in de gaten

voor meer informatie!

Elke tweede zondag van de maand

Hortus Thema wandelingen

Wil je in de zomer genieten van de mooiste bloemen en planten,

neem dan deel aan een van de mooie zomerwandelingen in de

Hortus Botanicus, onder begeleiding van een expert. Meer info:

www.hortusleiden.nl

Zaterdag 20 oktober

Bachelorvoorlichtingsdag

www.studereninleiden.nl

Vrijdag 9 november Mastervoorlichtingsdag

www.mastersinleiden.nl

Vrijdag 30 november

Open Dag Wiskunde en Natuurwetenschappen

www.studereninleiden.nl

, jaargang 7, nummer 4, juli 2012

Oplage: 1.500

Redactieadres: Origin Magazine

Einsteinweg 55, 2333 CC Leiden

originredactie@gmail.com

www.originmagazine.nl

Aan deze Origin werkten mee: Wouter Halfwerk,

Tamara de Koning, Karin Lammers, professor

Herman Spaink

Redactie: Eindredactie: Dwayne van der Klugt

Hoofdredactie: Rob van Wijk

Redactie: Sharina Chander, Annette Emerenciana,

Dylan van Gerven, Michael de Korte,

Carlos de Lannoy, Anja Rienitz, Marit van Santen,

Valery Tjoeng, Mart Vogel, Joris Voorn,

Mark Weijers

Productie- en begeleiding: Van Zessen Klaar,

Leiden

Opmaak: teambart

Origin en al haar inhoud © Faculteit

der Wiskunde en Natuurwetenschappen,

Universiteit Leiden.

Alle rechten voorbehouden.

Biocomics

Knockout Mouse

Origin - Universiteit Leiden 31

More magazines by this user
Similar magazines