Views
3 years ago

Nieuwsblad van Temse

Nieuwsblad van Temse

Nieuwsblad van

Zondag 13 Juli 1958 (#»•) Jaar Weekblad N« 49-50 Nieuwsblad van Temse EN OMLIGGENDE Abonnementsprijs 100 Fr. NIEUWS- EN ANNONCENBLAD BUHB8L: KlSTEELSTrUAT 27 | DRUKKER J. SCHUERMAN - Verantw. Uitgever AL. BUTrAERT | Hr. St-Niklaaa 858 I TEL. 185 KERMIS. « De kermissen verliezen van langs hoe meer van hun aantrekkingskracht » — zo zei m n reisgezel, toen ik mij even verdiepte in de lezing van het kermisprogramma in vorig nummer van het « Nieuwsblad van Temse » En ge zult met mij bekennen dat die man gelijk heeft 't Is trouwens een mens op leeftijd, die bijgevolg de razende vaart naar het moderne leven heeft meegemaakt en al het schone uit vroeger jaren stuk voor stuk tot poeder zag malen in de onverbiddelijke molen van de « vernieuwing » Halt l Ik ben hoegenaamd niet tegen vernieuwing en verbetering Er werd ontzaglijk veel oud door nieuw vervangen Best zo ' Maar, spijtig genoeg, heeft men niet nauwkeurig geschift In een geweldige verbolgenheid heeft men het oude willen uitroeien tot in de kern En men heeft brokken van s mensen hart mee uitgesneden en bij het straatvuil gegooid Maar ik had het immers over de kermis' Ais ge de vijftig overschreden hebt Als ge nog in de bloeiende jeugdjaren zijt, dan kunt ge het vernemen van uw ouders of grootouders Maar vroeger waren de kermissen heel anders dan nu Beter Slechter 7 Ik antwoord niet op die vraag Ik weet evenwel dat ze toen een atmosfeer schepten die ze thans niet eens in silhouette kunnen in 't leven roepen Dat ze een gebeurtenis waren, waaraan de mensen deugd beleefden die ze weken vooraf voorbereidden en waarover ze geruime tijd met voldoening napraatten Vroeger stak er een « ziel » in de kermis Thans blijft er veelal een gebalsemd « hjk » over Wie stelt nog belang in een kermiskraam of een paardenmolen, als het volle fleurige leven heel het jaar zingend voorbijtrekt op het witte scherm onder een regen van zilver en goud Als de paarden als antiquiteiten worden weggeborgen om de plaats te ruimen voor al wat zich door een motor beweegt En dan nog de houten paarden, gebonden aan een eng beperkte ring Onze tijd wil leven, vrij en ruim En alle dagen « kermis » vieren, zodat de echte kermis tenslotte geen charme meer biedt Ik heb het niet bepaald over dat foorkraam en die paardenmolen maar over de geest van de tijd Ge begrijpt, me, niet waar 7 Vroeger op de vooravond van de kermis, stonden de schotels gele njstpap te dampen boven op de schapraai, het malse krentenbrood, door moeder zelf gebakken en haast zo groot als een kruiwagenwiel, lag te pronken m de voorkamer, Mengelw van 't Nieuwsblad v Temse. De Geldduivel Nardus liet zich dan ook gezeggen en onder het spreken van dankbetuigingen nam hij de rijke schat uit de hand van zijn meester « Nu, Iaat mij toch een dag thuis bij grootmoeder, vroeg hij, opdat zij zich met mij verheuge » « Blijf mijnentwege een ganse week bij haar, antwoordde Kuhlmg, maar kom dan terug om het bestuur van het hof over te nemen, want ik moet op reis » VIII De gelukkige Nardus had zijn leven lang niet zoveel geld op eenmaal te zamen gezien, verre van zelf bezeten Dat zijn staat hem dus als een fabel voorkwam, aan welke niemand oprecht geloven wil, is zeer natuurlijk Hij had zijn schat, met twee gekleurde doeken omwonden, in de zak gestoken en zette zich nu op een draf, om te sneller het huisje zijner grootmoeder te bereiken , doeh nauwelijks had hij de laatste huizen van Wolperath achter zich, als hij zijn stap matigde en met de hand ra de zak tastte Hoe lichtelijk konden de bankbneven door de voedering beneden op den grond rijzen Neen, de zak dat was te gevaarlijk — liever wilde hij ze in de handen dragen, waar hij toch altoos zien en voelen kon, dat ze nog daar waren En nochtans scheen hem zulks ook bedenkelijk Indien toevallig iemand iets van zijnen rijkdom te weten kwam, dan ware een aanval van rovers niet al te onwaarschijnlijk, bijzonderhjk wanneer hij ziju schat zo open gehuld in een kermisgeur Heel het huis werd geschuurd het koper opgeblonken en alles netjes gerangschikt Morgen is het kermis I En de Zondagmorgen luidde de feestklok de Kerk-Mis ra Er hing een plechtigheid m de lucht En ze dauwde neer op mensen en dingen Alles stond in kermistooi Glad geschoren en op hun paasbest, zaten de mannen in de hoogmis de Kerk-Mis — De vrouwen droegen het kleed dat enkel op hoogdagen uit de kleerkast werd gehaald O, die gemoedelijke stemmige kermisatmosfeer, alle woorden te machtig ' Dat innerlijk genot om kleine dingen om de kermis Die feesttafel eenvoudig maar goed Die njstpap, bestrooid met een laagje glinsterende bruine suiker en dat eigen gebakken krentenbrood, waarin de tanden wegzonken als m een overvloed van smakelijkheid En dan familie op bezoek, of bezoek bij familie De kermisfooi van de kinderen die triomfantelijk het paardje op de molen bestegen en handje « gooiden bij elke draai, tot groot genoegen van hen zelf en van hun ouders De mannen die knallen in het schietkraam deden losbarsten en fier als een pauw het hoofd omhoog staken als ze de steel van een pijp konden schieten Een deugdelijk kaartspel in 't cafe, en een pot bier zo smakelijk gedronken dat men het schuim van de lippen of van de knevel likte Ook met uw verloofde naar de kermis, maar blij en eerbaar onder het algemeen gezelschap onder eenieders oog Moet ik nog meer vertellen over de tijd dat het nog ECHT kermis was 7 Er is veel veranderd in de wereld Veel hernieuwd Gaat het nu beter' Ik beweer met dat alles moet gaan zoals het vroeger ging dat de kermis, juist getekend, moet verlopen zoals hij vroeger verliep met het schoteltje njstpap en het krentenbrood Verre van daar I Maar ik betreur dat de goeie geest van vroeger zo deerlijk wordt aangevreten ja vaak uitgedoofd Er is iets gestorven in de moderne mens, die nochtans meent dat hij meer leeft dan zijn voorzaten, maar die ra feite snakt naar echt leven dat hij niPt te pakken krijgt Wij hebben allemaal verleerd GROOT genoegen te scheppen in KLEINE dingen Dat konden de mensen uit de vroegere tijd Wij hebben heel wat vroomheid en eenvoud uit ons hart verjaagd En die plek blijft ledig en ijl We pogen andere dingen in de plaats te brengen De wereld biedt ze ons aan in overvloed, we hebben maar uit te kiezen Vervolg op 5' kolom in de handen droeg, dus ging deze wederom de zak ra Doch Nardus hield er de hand op en spiedde langs alle zijden rond, gelijk iemand die geen rein geweten heeft Gelukkig en zonder aanval van rovers bereikte hij eindelijk de woonst zijner grootmoeder Hij wilde haar terstond om den hals vliegen en haar kussen, maar het dienstmeisje was in de keuken bezig ging op en neer en verwijderde zich geen ogenblik Nardus sidderde van ongeduld, doch wist niet hoe een redelijk voorwendsel te vinden, om van haar ontslagen te geraken De oude Nathalie kende hare goede Nardus op den duim ; zij zag ook thans aan hem, dat hij een zaak op het hart droeg, die hij slechts aan haar alleen wilde mededelen « Nam sprak ZIJ derhalve, laat het werk staan, en draag het zakje graan naar de molen Indien de maalder het seffens wil malen, dan kunt ge daar blijven tot het gereed is » Het dienstmeisje zwierde het zakje op het hoofd en ging heen Nauwelijks had zij de deur achter zich gesloten als Nardus zijn grootmoeder omhelsde en zich gebaarde als een half waanzinnige » Maar wat hebt ge toch mijn jongen vroeg zij, ge zijt gans uit uw lood » « Ik heb er reden toe, gaf hij tot antwoord, want plotseling en onverwachts is in vervulling gekomen, wat ik me altoos zo schoon afschilderde » « Wat is er » vroeg Nathalie Nardus legde beide handen op haar schouders, zag haar met zielsvervoering in de goedmoedige ogen en sprak « Ik wenste dat gij nog vijftig jaar jonger waart, want WIJ zijn nu eensklaps rijke Ons oud Temse^ 't Kermisprogram door heel ons land i Staat tussen tncolorenband Eerst leest men naam van dorp of stad 't Woord " Kermisfeesten „ volgt op dat Program bij ons lijk bij een ander Vermeld aan 't volk 't een en t ander, En 't werd op d»ze wijs begonnen Met het geschutter '-estkanonnen Er werd dan ook aan 't zeel getrokken Voor t luiden van de kermisklokken Als t vaantje nu was uitgestoken Dan was de kermis aangebroken Op kermisavond speelde ons muziek Haar schoonste aria's voor 't publiek De zondag gaf men vele prijzen Voor duiven die heel verre reizen Er was een mis met drij, vier heren, In wierook en met beste kleren De suisse in hoogdagrok en steek, Een zangkoor en gelegenheidspreek 's Namiddags kon het schuttersplein Van schutters heel belegerd zijn Uit Sint Niklaas kwamen chars a banes Met jonge koppels voor de dans, En vele treinen speciaal Met Sint Niklazenaars allemaal Hun bolhoed schuins op de ene oor Zo trokken die allemaal naar ons foor Bij de herbergier Charel den Boer Maakten die mannen veel bonjour En sommigen gingen heel galant Om paling aan de Scheldekant (t Program vergat elk jaar te melden De attractie op de sphone Schelde Een Sint Niklazenaar wordt versmoord Of die valt ergens over boord ) Er was een koers voor 't hardste lopen, En nngsteking met waterdopen Ook mastbekhmming heel die weke Op paal met bruine zeep bestreken Met grote kermis op de markt Zag onze foor van t volk zo zwart Er stonden blauw geverfde kramen Waar moeders met hun kinderen kwamen Die " vette verkens „ daar kochten Soms werd er wel ne keer gevochten Om in d' herkuulbarpk eerst te zijn Daar stonden nog op ene lijn Een draaibord vol met abbehekens. En een sinjoor verkocht er liekens, Die kriebelbuik die draaide rond En 't balancoir er neven stond, De paardenmolen van Catoke En t smoutbolkraam, 'n vettig soke Er leurde nog ne vent met boning, 't Rook er naar wafelen en naar honig BERICHT. Uit oorzaak der betaalde verlofdagen zal ons blad Zondag 20 Juli NIET verschynen heden geworden » « Rijke heden vroeg Natalie, hoe is dat mogelijk » « Dat heb ik mij zelven meer dan tien maal gevraagd, antwoordde Nardus, maar het is toch zo, en alhoewel wij het ook beiden niet geloven, het blijft nochtans waar Grootmoeder zag hem wijfelend aan, want zij wist met wat van hem te denken Voor een scherts, waar Nardus soms wel van hield, was de zaak te gewichtig zijn oog schitterde toch ook te gelukkig en zijn open gelaat zag er te ernstig uit, om haar vrees voor zijn verstand te doen opvatten. Cafe en danszaal na de noen ^ Hadden die dagen veel te doen Bij Charel Seghers en in ' de Cop " Stond een terras met stoelen op, Daar had men van de zon geen last, De diensters waren overlast, En op t kiosk ons harmonie Door 't groot lawaai die hoorde haast me Menig gebrekkig bedelaar Zat op 't plansier ook hier en daar Om van het volk een cent te schooien Die men in zijne klak kon gooien Den Broebel en Juul de champetter Volgden die dagen naar de letter Elk voorschrift en ook elke wet. De dronkaard werd in t droog gezet Te een uur s nachts moest alles sluiten En moest ook iedereen naar buiten Hadt gij nog dorst en ook nog geld Terstond wierd gij op straat gesteld En geen gepreutel of gezeur Want vast ging zeker de herbergdeur. En bij kabaal of bij ambras Stak men u dadelijk in de " kas ". Op tweede kermisdag bij noen Was op Sint Jons iets te doen, Daar gaf de harmonie concert, Men kon het horen in de vert En na dat feest ging men naar huis Voor 't eten, maai dat was niet pluis. Want elke moeder ging aan 't kijven Voor t lange onderwege blijven Er was niets meer naar onze tand Want 't eten was al aangebrand En op de nationale dag Stak overal de driekleurvlag Ter ere der gedecoreerden Die achter de harmonie marcheerden. Men huurde dan een luchtballon Die op moest gaan voor 't groot balkon Van Burgerkring op onze kaai Wat ging gepaard met veel lawaai Ze dronken enige pinten bier De mannen die als passagier Die reis tot Bazel gingen doen Voor 't kermissiuiten na de noen En de piloot kroop in zijn mand, Stien Temmerman aan de andre kant, Louis Van Nerum, veearts Sioen, Om 't volk van Temst plezier te doen Bij 't spelen van de Brabancon Steeg traag omhoog de luchtballon, Die loste ballast met heel hopen Op t volk dat weg begon te lopen Die avond was 't van pif, poef, paf, Want 't reuzenvuurwerk dat ging af Maar kort daarop viel dikwijls regen En t kermisfeest had er gelegen. Met jaarmarkt, derde Sinksendag, Dan kwam t geboerte aller slag Naar 't centrum van ons schoon gemeente Niet met de tram, maar op gebeente 'k Zie de boerinnen daar nog gaan Met oorbellen en met goud belaan Veel prijzen werden dan gegeven, Nardus glimlachte « Grootmoeder, gij betrouwt mij niet, » sprak hij, « doch zie nu eens herwaarts en raad wat ra de zakdoeken steekt » « Toch wel geen zo groten rijkdom, » antwoordde zij « Wij zullen seffens zien » sprak hij, en ontknoopte met grote omzichtigheid eerst de ene en dan de andere doek, doch de laatste niet gans, hij wilde zich immers in grootmoeders verwondering heel en al en zo lang mogelijk verblijden, Een pakje legde hij op de tafel en vroeg « Kent gij dat 7 » Natahe trok het pakje tot zich, en terwijl zij met goed meer klein geschrift lezen kon, zette zij haar bril op, hield het pakje op zekere verwijdering van zich en begon het te overzien « Wel gij mijn God, » nep ZIJ uit, terwijl haar gezicht verbleekte, « dat is toch zo iets van een honderd daalders ' » « Een » vroeg Nardus schelmachtig, « zie toch beter toe, er moeten nog andere daarbij zijn » Natalie trok nu de ene banknoot na de andere vooruit en telde Een, twee en zo voort, totdat zij de tiende omgekeerd had, « Dat zijn waarlijk volle duizend daalders nep ZIJ uit, neen, neen ik geloofde niet dat gij ooit zoveel sparen zoudt Duizend daalders • duizend daalders I gij mijn goede, wie in het dorp heeft duizend daalders 1 Wij zijn dus wezenlijk rijke lieden. » Het is zo de aard der vrouwen, dat zij bij vreugde en leed zich niet wederhouden de hchtvloeiende tranenvloed vrijen loop te laten Bij Natahe was het met anders Zij had ra de laatste jaren zoveel vreugdetranen geweend, dat zij bijna tegen de kommer van vroeger opwogen Doch heden was zij dieper ontroerd dan ooit en zij klemde haar arm zo vast om de kleinzoon, dat deze meende dat zij wederom een sterk meisje geworden was « Grootmoeder, pas op, sprak hij ik ben nog niet ten einde Zie, daar is nog zo een pakje Tel nu na, ik weet dat het eveneens zijn duizend geldige daalders inhoudt > ZIJ telde met, maar haar oog rustte op de briefjes, als op een betoverend voorwerp « Twee duizend daalders, snikte zij, wat zullen wij met al dat geld aanvangen » « Ik weet het, grootmoeder, antwoordde Nardus, ik koop u een prachtig hof en dan zult gij wederom een vrouw van aanzien een rijke eigenares worden De twee duizend zijn wel niet toereikend doch zie, daar is nog een pakje, en daar nog een en nog een, in 't geheel tien Kunt gij uit het hoofd rekenen, hoeveel dat uitmaakt 7 » De vreugde welke zij over het geringe bedrag gevoeld had, verdween plotseling bij het grotere Bleek en sidderend TEMSE, 12 JULI 1952. Wekelijkse Almanak JULI 13 ZONDAG s Anacletus 14 Maandag s Isabella 15 Dinsdag s Henncus 16 Woensdag O L V van Car 17 Donderdag s Alexius, Arnoldus 18 Vrijdag s Fredencus, Camiel 19 Zaterdag s Vincentius a Paulo MAAN • de 14 Juli Laatste kwartier Jaar- paarden- en veemarkten. De 16 Diest, — de 17 f Limerle, — de 18 Elverdinge Niet voor dat goud echt en gedreven. Maar voor het vee waar, van 't goei ras Bockhaven s stier den eerste was. De charlatans met rare waar Die kwamen telken jare daar Men kon bij deze mannen kopen Een fles om vallingen te ontlopen, Ze konden ook met hun siropen De hchtgelovigen wel stropen En tegen die middag was t weer net. De straat was onder mest gezet Hier heeft ne keer een cirk gestaan Ik ben daar ook naartoe gegaan Daar speelde 'n luissternjk orkest En clowns met fratsen om ter best Het cirk was overvol belaan, Geen plaats was open blijven staan Tot in de nokken zat het volk In pijp- en eigarettenwolk Toen riep opeens de clown August: " Hier ziet gij, mensen wat u lust. Vooreerst ons gedresseerde paard Dat seffens komt ra volle vaart, En juffrouw Lily op de draad Zo slank en zonder ruggegraat, En verder ons geleerde hond, Alsook een dwerg van twintig pond , Maar waar gij u niet gaat aan , verwachten Is nu iets boven uw gedachten " Opeens 'n schok gekraak, geschreeuw, Als bij de aankomst van een leeuw. Vol volk viel 't uilenkot beneên En Jefke Sarels brak zijn been.. Verboden Nadruk G Van Schelderode Maar niets van de huidige verscheidenheid kan vervangen wat we hebben uitgestoten Noch de verbazende snelheid, noch de duizelingwekkende hoogten, noch het ongeëvenaarde confort, noch brandkasten of bankrekeningen, noch ijdele levensopvattingen gekunsteld optimisme, cinema, dancing en hefdeverwnnging kunnen aanvullen wat in ons hart ontbreekt kunnen genezen wat werd gekwetst Laat de paarden verdwijnen, de motoren ronken, de wolkenkrabbers oprijzen 't Is allemaal goed We moeten op dat gebied mee met de tijd En we mogen met achterna komen gehinkt als vernagelde paarden Maar laten WIJ de vrome geest van vroeger zorgvuldig bewaren, want die geest is de grondslag van de blijvende « kermis » in het hart Kermis ' Kerk-Mis Het feest van de parochie I Zo begon het En bij velen is het ontaard tot de besmeuring van de ziel Men heeft zoveel reeds weggeworpen dat men thans ook « zielen » bij het straatvuil vindt en dat « dode » lichamen pogen kermis te vieren ^ F stond ZIJ op en sprak hevig ontroerd: Zoveel kan geen mens besparen, Nardus Om Gods wil, zeg mij van waar al dat geld voortkomt » ' Grootmoeder, bedaar u, antwoordde Nardus, er kleeft noch bloed noch onrechtvaardigheid aan We mogen het met opgeheven hoofd en vrolijk hart behouden, want het behoort ons toe en is langs rechten weg in onze handen gekomen Zet u eens neer, en ik zal u met de kleinste bijzonderheden vertellen hoe het in mijn bezit gekomen is » « Gij weet dat de Halveboze reeds sedert enigen tijd bekeerd en godvruchtig geworden is Sinds hij ooggetuige is geweest van Mathys Stredel s doodstrijd kent hem niemand meer Hij geeft niets meer om geld en goed, en is slechts bedacht om zijn bloedverwanten een erfdeel achter te laten Wij hebben derhalve zijn ganse eigendom geschat, en zijn tot de som van driehonderd tien duizend daalders gekomen Dat is een wonderbare rijkdom, welke de Halveboze zelve zo zonderling voorkwam, dat hij dacht, zijn erfgenamen zouden rijkelijk met driehonderdduizend voorzien zijn, en het overschot kwam dengene toe, die hem den rijkdom had helpen verwerven « Dat ik het zijn zou dat had ik niet gedroomd en echter was het zo Om er ons het genot van te laten, alvorens de dood ons tot zijn erfgenamen maakt, heeft hij het nu seffens gegeven — en daar ligt het nu Neem het op, grootmoeder en bewaar het, tot de tijd komt waarop wij het kunnen besteden » Onder deze uiteenzetting had Natalie allengskens haar kleur terugbekomen , thans legde ZIJ 't hoofd aan de borst van haar kleinzoon, want ZIJ schaamde zich Nardus een enkel ogenblik vals beoordeeld te hebben « Mijn kind, sprak zij, sinds gij alleen kunt lopen rust de zegen op alles wat gij doet Ik zou bijna vrezen dat het geu k zelfs te veel in deze hut komt » V.

AT_wervingskaart_web2013-14-recto - Academie Temse