Dudink-A.-2010.-Geboortemaand-telt.-De-Psycholoog-45-1-40-45
Dudink-A.-2010.-Geboortemaand-telt.-De-Psycholoog-45-1-40-45
Dudink-A.-2010.-Geboortemaand-telt.-De-Psycholoog-45-1-40-45
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
de psycholoog / januari 2010 41<br />
geboortemaand <strong>telt</strong><br />
tekst: Ad <strong>Dudink</strong><br />
peildatum in belgië Landen om ons heen verschillen<br />
in de wijze waarop jaargroepen in het primaire onderwijs<br />
worden ingedeeld (Crawford et al., 2007). In België is de<br />
peildatum sinds vele jaren 1 januari. In ons buurland zijn dus<br />
niet de zomerkinderen maar de herfstkinderen de jongste<br />
leerlingen van de klas (Verachtert et al., in druk). <strong>De</strong>ze<br />
jaarindeling in België zorgt ervoor dat de begaafde leerlingen<br />
die een klas overslaan bijna uitsluitend in de beginmaanden<br />
van het jaar geboren zijn. <strong>De</strong> zittenblijvers zijn vooral geboren<br />
in de laatste maanden. Leerlingen die naar het Vlaams<br />
buitengewoon onderwijs verwezen worden omdat ze een<br />
lichte mentale handicap hebben, zijn bovenmatig geboren<br />
in november en december. <strong>De</strong> cijfers van doorverwijzing van<br />
kinderen met ernstige leerstoornissen laten zien hoe sterk<br />
de invloed is van de leeftijdspositie. Bij de elfjarigen zijn er<br />
ongeveer zeventig procent meer jongens en meisjes jarig<br />
in november en december dan in januari en februari. Dat<br />
de invloed van de peildatum in het vervolgonderwijs niet<br />
verdwijnt, blijkt bijvoorbeeld uit de verdeling van geboortemaanden<br />
van Vlaamse studenten die zich aanmelden voor<br />
een universitaire studie. In de periode 2003-2004 meldden<br />
zich 15% meer januaristudenten aan dan decemberstudenten.<br />
Veel informatie over deze scheve verdeling is te vinden<br />
op de site van de Vlaamse belangenbehartigers van hoogbe<strong>telt</strong><br />
eboortemaand speelt een belangrijke rol<br />
bij de beoordeling van schoolprestaties,<br />
bij de selectie van jeugdige topsporters<br />
en bij de kansen op politiek leiderschap.<br />
<strong>De</strong> samenhang tussen geboortemaand<br />
en succes op school, in sport en op bestuurlijk<br />
niveau kan worden toegeschreven aan de relatieve<br />
leeftijdspositie. Op school en in de sport worden kinderen op<br />
basis van een willekeurige peildatum ingedeeld in jaargroepen<br />
en deze indeling heeft langdurige gevolgen. <strong>De</strong> geboortemaand<br />
schept ongelijke kansen op succes. Groepsindelingen<br />
op jonge leeftijd drukken een stempel op de ontwikkeling<br />
van prestaties. Soms zijn de gevolgen positief, vaak zijn ze<br />
negatief. Hoewel deze gevolgen in tal van onderzoekspublicaties<br />
zijn aangetoond, ontbreken nog steeds de maatregelen<br />
om dit te voorkomen. Hieronder volgt een overzicht van<br />
recente bevindingen en een pleidooi voor meer aandacht en<br />
aanvullend onderzoek. <strong>De</strong> negatieve psychosociale effecten<br />
van een peildatum voor groepsindeling, mogen niet voortduren.<br />
Invloed op schoolprestaties Het is alweer<br />
enige tijd geleden dat Klaas Doornbos (1971) overtuigend<br />
aantoonde dat geboortemaand van grote invloed is op schoolprestaties.<br />
Jongere leerlingen in een klas presteren gemiddeld<br />
minder goed dan de oudere leerlingen. Ze blijven vaker<br />
zitten en worden vaker doorverwezen naar vormen van<br />
speciaal onderwijs. Leermoeilijkheden en gedragsproblemen<br />
laten een duidelijke samenhang zien met de leeftijdspositie<br />
van de leerlingen in de schoolklas. Doornbos (1997) concludeert<br />
in zijn afscheidscollege somber dat zijn voortdurende<br />
stemverheffing tegen de negatieve gevolgen van geboortemaand<br />
geen gehoor heeft gekregen in de onderwijspolitiek.<br />
Ruim tien jaar later ontbreken de maatregelen nog steeds<br />
(<strong>Dudink</strong>, 2009). Hier een kort overzicht van oorzaken en<br />
gevolgen.<br />
In groep 3 van de basisschool is een verschil van twaalf<br />
maanden groot. <strong>De</strong>ze leeftijdsverschillen komen tot uiting<br />
in schoolprestaties. Oudere leerlingen hebben meestal een<br />
voorsprong in ontwikkeling. Voor jonge leerlingen die<br />
moeite hebben met de leerstof is in het verleden zelfs een<br />
verklarend begrip bedacht: schoolrijpheid. <strong>De</strong>ze verklaring<br />
suggereert dat het lesprogramma in groep 3 van tevoren<br />
vaststaat. Als kinderen minder goed presteren, is het makkelijker<br />
om dit toe te schrijven aan tekortkomingen van de<br />
leerling dan aan de manier van lesgeven. Aangepast onderwijs<br />
behoort rekening te houden met leeftijdsverschillen en<br />
dit geldt voor elke groep. Op vierjarige leeftijd vraagt geen<br />
enkele ouder zich af ‘is mijn kind wel schoolrijp of kan ik het<br />
beter nog een jaartje thuis laten?’<br />
<strong>De</strong> peildatum voor de doorstroming naar groep 3 is in<br />
Nederland heel lang 1 oktober geweest. Het aantal weken<br />
dat een kind in groep 1 en groep 2 doorbrengt, wordt sterk<br />
bepaald door de leeftijdsdrempel voor groep 3. <strong>De</strong> septemberleerling<br />
zit meestal minder lang in de onderbouw dan de oktoberleerling.<br />
<strong>De</strong> huidige voorkeur van de inspectie is om de<br />
peildatum van 1 oktober te verschuiven naar 1 januari. Veel<br />
ouders en leerkrachten wensen echter de vroegere peildatum<br />
in stand te houden. Op de meeste scholen laat men de ‘herfstkinderen’<br />
dus liever ‘doorkleuteren’, met als negatief gevolg<br />
dat de leeftijdsverschillen in groep 3 groter zijn geworden.