3.3 Voert coördinerende taken uit Antwoordmodellen

zorgbasisboeken.nl

3.3 Voert coördinerende taken uit Antwoordmodellen

ThiemeMeulenhoff Zorg

Niveau 4

3.3 Voert coördinerende taken uit

Antwoordmodellen


Inhoudsopgave

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

1 Collegialiteit 5

1.1 Samenwerken met collega's, mantelzorgverleners en

vrijwilligers 5

Praktijk: Ik wilde je alleen maar helpen 5

Praktijk: Ik kan niet leven met één borst 5

Kennisopdracht 5

1.2 Respect tonen voor de levensbeschouwing en cultuur van

collega's 7

Praktijk: Ik ben geen dief 7

Praktijk: Afdeling Noord 7

Kennisopdracht 7

1.3 De eigen werk- en beroepshouding bespreekbaar maken 9

Praktijk: Miepje 9

Kennisopdracht 9

1.4 Een positieve bijdrage leveren aan de sfeer in het team 11

Praktijk: Peter 11

Praktijk: Ibrahim 11

Kennisopdracht 11

1.5 Zorgvuldig handelen in conflictsituaties 13

Praktijk: Jamilla is ziek 13

Kennisopdracht 13

2 Basiszorg plannen 15

2.1 Basiszorg plannen 15

Praktijk: Wonen in Goudshoek 15

Praktijk: Zelf je zorg kopen! 15

Praktijk: Marieke 16

Kennisopdracht 17

3 De zorg coördineren 19

3.1 Coördinatie en continuïteit van zorg 19

Praktijk: De benauwde longpatiënt 19

Praktijk: Af en toe een chocolaatje...? 19

Praktijk: Borstamputatie 19

Praktijk: De man met het gebroken been 20

Praktijk: Wel of geen zorgplan? 20

Praktijk: Niet te snel naar huis 20


Praktijk: Zorg op afstand 21

Kennisopdracht 21

4 Overdracht van zorg 25

4.1 Ontslag en overdracht van een zorgvrager 25

Praktijk: De ontslagplanning van meneer Gonzalez 25

Praktijk: Prijsafspraken? 25

Praktijk: De overdracht van Loes de Groot 26

Praktijk: Exitgesprek 27

Kennisopdracht 27

5 Een werkplanning maken 29

5.1 Een eigen werkplanning maken 29

Praktijk: De avonddienst 29

Kennisopdracht 29

6 Instellingen en organisaties 31

6.1 Gezondheidszorgorganisaties 31

Praktijk: De familie Havermans 31

Praktijk: Evert 31

Praktijk: Mevrouw van Galen vraagt om zorg 31

Kennisopdracht 32


1 Collegialiteit

Samenwerken met collega's,

mantelzorgverleners en vrijwilligers

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

PRAKTIJK: IK WILDE JE ALLEEN MAAR HELPEN

1 Noem drie dingen die misgaan in de samenwerking tussen Nouzha en Jeroen. Verklaar je

antwoord.

Jeroen houdt zich niet aan de taakverdeling. Hij helpt een bewoner van kamer 4, terwijl

afgesproken was dat Nouzha dit zou doen.

PRAKTIJK: IK KAN NIET LEVEN MET ÉÉN BORST

1 Welke lichamelijke, psychische en sociale aspecten zijn belangrijk in verband met het ontslag

van mevrouw Hakim?

Lichamelijk: is mevrouw Hakim voldoende aangesterkt om zichzelf thuis te kunnen verzorgen

of moet er thuiszorg en/of mantelzorg ingeschakeld worden?

Psychisch: mevrouw Hakim heeft het moeilijk met het verlies van haar borst en mogelijk speelt

angst voor de kanker een rol. Verder heeft ze moeite met het accepteren van haar lichaam

ná de operatie.

Sociaal: hoe ziet mevrouw Hakims sociaal netwerk eruit? In hoeverre is haar partner in staat

om haar te helpen en te steunen? Heeft zij behoefte aan gesprekken met lotgenoten of

begeleiding van de oncologieverpleegkundige?

Het is belangrijk mevrouw Hakim te betrekken in de beantwoording van deze vragen.

2 Welke disciplines moeten daarom vertegenwoordigd zijn bij het multidisciplinair overleg?

De verpleegkundige, eventueel de oncologieverpleegkundige, maatschappelijk werker,

psycholoog of arts.

KENNISOPDRACHT

1 Op de interne afdeling van het ziekenhuis in X wordt patiëntgericht gewerkt. Omdat de sfeer

op de afdeling prima is en iedereen tevreden lijkt, is afgesproken dat er niet meer elke twee

weken een afdelingsoverleg is, maar alleen als er voldoende mensen zijn die hier behoefte

aan hebben. Welke voordelen heeft deze nieuwe afspraak voor de afdeling?

Mogelijke voordelen: meer tijd voor andere dingen, democratischer omdat er alleen als er

behoefte aan is, vergaderd wordt en niet omdat dat nou eenmaal afgesproken is.

2 Wat zijn de nadelen van deze nieuwe afspraak voor de afdeling?

De kans is groot dat er op een gegeven moment helemaal niet meer vergaderd wordt omdat

andere zaken belangrijker worden gevonden. Het risico bestaat dan dat zaken onderling

geregeld gaan worden. Indien er alleen vergaderd wordt als er voldoende mensen zijn die hier

behoefte aan hebben, is de kans groot dat de behoefte van de minderheid om wel te overleggen

geen enkele keer gehonoreerd wordt.

© ThiemeMeulenhoff 5


3.3 Voert coördinerende taken uit

3 Multidisciplinaire samenwerking komt de zorgvrager ten goede omdat hierdoor de kwaliteit

van zorg wordt verbeterd. Toch klagen verpleegkundigen vaak dat de multidisciplinaire

samenwerking niet goed verloopt. Hoe zou dat kunnen komen?

De afstemming/communicatie laat vaak te wensen over waardoor het niet voor iedereen

duidelijk is wie welke zorg levert en wie wáár verantwoordelijk voor is. Hierdoor kunnen bepaalde

dingen níet of dubbel gedaan worden.

4 Op afdeling Beuk van verpleeghuis Loduyn gebruiken de verpleegkundigen en verzorgenden

een schriftje voor de rapportage. Na elke dienst wordt het rapport geschreven en daarna is er

een korte mondelinge overdracht aan de volgende dienst. Het schriftje ligt in de ‘zusterpost’

en vermeldt de datum met daaronder de kamernummers en weer daaronder de namen van

de bewoners. Achter de namen worden eventuele bijzonderheden geschreven. Bij welk

verpleegsysteem zal deze manier van rapporteren gebruikt worden? Verklaar je antwoord.

Bij een taakgerichte zorgverlening. Bij een patiëntgerichte zorgverlening staat de patiënt

centraal waardoor iedere zorgvrager zijn eigen zorgdossier met zorgplan heeft.

5 Een voorwaarde voor een goede samenwerking is dat iedereen op hetzelfde doel gericht is.

Bedenk een voorbeeld van samenwerking waarin dat niet gebeurt. Wat zijn in jouw voorbeeld

de gevolgen hiervan?

Door de studenten zelf in te vullen.

6 Beslissingen kunnen op verschillende manieren genomen worden: door meerderheid van

stemmen, op basis van autoriteit of door overeenstemming.Wat is volgens jou de beste manier

om een besluit te nemen tijdens het multidisciplinair overleg? Leg uit waarom. Heeft jouw

keuze ook nadelen? Zo ja, welke?

Door de studenten zelf in te vullen. Deze vraag loopt vooruit op de samenwerkingsopdracht.

6

© ThiemeMeulenhoff


Collegialiteit

Respect tonen voor de levensbeschouwing en cultuur van collega's

Respect tonen voor de

levensbeschouwing en cultuur van

collega's

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

PRAKTIJK: IK BEN GEEN DIEF

1 Geef een verklaring voor de reactie van Emmy.

In de Nederlandse cultuur is de vriendelijke belediging een gangbare manier om je uit te

drukken. Uitspraken als ‘Jij stommerik, ben je alweer je pen vergeten?’

2 Geef een verklaring voor de reactie van Soraya.

In sommige culturen worden beledigingen letterlijk opgevat. De oorzaak van de reactie van

Soraya ligt in de verschillende betekenissen die Emmy en Soraya aan het woord ‘stelen’ geven.

PRAKTIJK: AFDELING NOORD

1 Hoe kun je als team het probleem oplossen dat ontstaat door het bidden van Moustafah?

Het is belangrijk informatie te vragen aan Moustafah over deze verplichting om te bidden.

Moustafah kan dan bijvoorbeeld vertellen dat het voor moslims verplicht is om vijf keer per

dag te bidden. Maar in dat gesprek wordt ook duidelijk dat de tijden die hier voor staan redelijk

ruim zijn en dat het bidden meestal niet langer dan tien minuten duurt. Vervolgens worden er

afspraken met Moustafah gemaakt over de tijden waarop hij gaat bidden, bijvoorbeeld alleen

voor en na werktijd en in de pauzes. Aan de andere kant kan het team aan Moustafah informatie

geven over de invloed die zijn bidgedrag op het team heeft. Hierdoor ontstaat er wederzijds

begrip.

2 Geef een mogelijke verklaring voor het gedrag van Hajet.

De afwachtende houding van Hajet hoeft niet per se te komen doordat ze niet in staat is

zelfstandig te werken. Het is ook mogelijk dat ze vanuit haar eigen cultuur geleerd heeft om

beleefd af te wachten tot haar meerdere een signaal geeft om zelfstandig aan de slag te gaan.

Het feit dat ze haar collega's niet aankijkt als er tegen haar gesproken wordt, kan juist vanuit

haar eigen cultuur een teken van respect zijn.

3 Wat kan het team van afdeling Noord doen om dit soort misverstanden en irritaties in de

toekomst te voorkomen?

Er kan bijvoorbeeld een teambespreking worden gehouden waarin aandacht wordt besteed

aan de individuele normen en waarden. Hierdoor worden de onderlinge verschillen duidelijk

en er kan begrip ontstaan voor elkaar. Als iedereen bijvoorbeeld weet dat het voor Hajet juist

een teken van respect is om haar ogen neer te slaan wanneer er tegen haar wordt gesproken,

zal niemand zich hier meer aan storen.

KENNISOPDRACHT

1 Symbolen, helden en rituelen zijn zichtbaar voor anderen, maar de culturele betekenis ervan

is onzichtbaar en kan voor ieder mens anders zijn. Noem van elk van deze drie cultuuruitingen

een voorbeeld en geef aan welk verschil in betekenis er kan zijn.

© ThiemeMeulenhoff 7


3.3 Voert coördinerende taken uit

Mogelijke antwoorden:

Symbolen: jongeren die zich aansluiten bij een bepaalde groep, ontlenen hun identiteit vaak

aan de groep door zich op dezelfde manier te kleden of dezelfde haardracht te hebben. Voor

buitenstaanders van zo'n groep heeft deze kleding of haardracht geen betekenis.

Helden: een imam is iemand met een hoog aanzien binnen de moslimgemeenschap. Bij

problemen en religieuze feestdagen speelt hij een belangrijke rol. De mensen hebben veel

respect voor hem. Buitenstaanders kunnen aan de imam de betekenis van ‘gewoon’ een

dominee geven omdat ze niet precies weten wat de betekenis van de imam is voor de

individuele moslim.

Rituelen: bijvoorbeeld de zondagviering. Voor bijna iedereen is dit een vrije dag, maar voor

sommige religies is dit een echte rustdag waarop niet gewerkt mag worden, geen geld

uitgegeven en niet in een auto gereden. De een gaat twee keer per zondag naar de kerk,

terwijl de ander gaat zwemmen met zijn kinderen.

2 Leg uit waarom humor vaak niet te begrijpen is voor mensen met een andere culturele

achtergrond.

Met humor worden vaak cultuurspecifieke taboes en rituelen op de korrel genomen. Sowieso

is humor zeer cultuurgebonden.

3 Geef je mening over deze stelling: van een allochtone collega mag je verwachten dat hij net

als iedere andere collega actief meedenkt en zich aanpast aan Nederlandse normen en

waarden.

Door de student te beantwoorden. Deze stelling bevat een dubbele boodschap en is

tegenstrijdig. Meedenken kan de allochtone collega alleen maar vanuit zijn eigen culturele

achtergrond, terwijl aanpassen betekent dat hij zijn eigen culturele normen en waarden moet

loslaten.

4 Een belangrijke grondvoorwaarde voor het succesvol samenwerken in een (multicultureel)

team is begrip van je eigen culturele waarden en begrip van de culturele waarden van anderen.

Bedenk drie waarden die voor jou belangrijk zijn in je samenwerking met collega's. Leg uit

hoe deze waarden tot uiting komen in je gedrag.

In te vullen door de student. Een voorbeeld: beleefdheid komt bij mij tot uiting doordat ik de

ander aankijk als hij tegen me praat. Ik laat hem uitpraten en ik spreek oudere mensen aan

met ‘u’.

5 Je werkt op een verpleeghuisafdeling. Vijf van je collega's zijn moslim en hebben de directie

een brief geschreven met de vraag of het jaarlijkse suikerfeest voor hen een vrije dag kan

worden in plaats van vrije dagen met kerst. De directie vindt dit goed. Wat vind jij hiervan?

Betekent dit dat andere culturele feestdagen ook vrije dagen moeten worden? Wat betekent

deze vorm van ongelijkheid voor de sfeer in het team en voor de samenwerking? Motiveer je

antwoord.

Door de student te antwoorden. Er zitten ook voordelen aan deze nieuwe regel. Als

moslimcollega's met kerst willen werken, biedt dit meer mogelijkheden voor hen die graag vrij

willen zijn met kerst.

8

© ThiemeMeulenhoff


Collegialiteit

De eigen werk- en beroepshouding bespreekbaar maken

De eigen werk- en beroepshouding

bespreekbaar maken

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

PRAKTIJK: MIEPJE

1 Hoe zou jij Marthe laten weten dat je niet zo blij bent met een vieze, naar braaksel ruikende

pop in het bed van mevrouw Minnema?

Het is de bedoeling dat de studenten de negatieve feedback op een constructieve manier

geven volgens de richtlijnen voor het geven van negatieve feedback. Een mogelijk antwoord

is: ‘Marthe, ik zie dat je de pop van mevrouw Minnema in haar bed hebt laten liggen. Ik merk

dat je het moeilijk vindt de pop bij haar weg te halen, maar de pop stinkt erg en dat is ook voor

de andere zorgvragers niet prettig. Ik zou het fijn vinden als je in dit soort situaties voortaan

bij mij terugkomt om te overleggen.’

2 Van welke richtlijnen voor het geven van feedback heb je in je antwoord op de vorige vraag

gebruikgemaakt?

Voorbeeldantwoord: gericht op gedrag, ik-boodschap, feedback op recent gedrag.

3 Uit de tekst wordt niet duidelijk hoe Marthe gereageerd heeft op haar collega toen ze de

opdracht kreeg om de pop bij mevrouw Minnema weg te halen. Op welke manier had Marthe

haar collega feedback kunnen geven?

Marthe had op dat moment kunnen aangeven dat ze het moeilijk vindt om de pop van mevrouw

Minnema af te pakken omdat die er zichtbaar aan gehecht is. Verder had Marthe kunnen

aangeven het vervelend te vinden dat de collega in het bijzijn van mevrouw Minnema zich zo

negatief uitliet over de pop. En Marthe had de wens kunnen uitspreken om samen naar een

andere oplossing te kijken.

KENNISOPDRACHT

1 Verpleegkundige Anja zegt tegen verpleegkundige Bert:‘Wat je daar doet, is helemaal verkeerd

en ook heel stom dat je het nu alweer fout doet. Hoe vaak heb ik het je al niet voorgedaan?

Als ik het weer zie, dan rapporteer ik het.’ Opdracht: verander deze reactie in constructieve

kritiek.

Een mogelijk antwoord: ‘Je doet je werk goed, maar ik zie dat je die ene handeling verkeerd

doet. Ik vind het jammer dat het nog steeds niet goed gaat, want ik heb het je al vaker

voorgedaan. Ik zal het nu nog een keer voordoen en dan wil ik graag dat je thuis de theorie

nog een keer bestudeert zodat het de volgende keer wel goed gaat. Kunnen we dat afspreken?’

2 Verpleegkundige Bert reageert op de opmerking van Anja (in vraag 1) als volgt: ‘Wat zit je nou

te zeuren, zeg. Heb jij nooit eens een slechte dag? Pas maar op: over jou kan ik ook nog wel

een boekje opendoen.’Wat voor een reactie is dat: vermijden, vluchten, vechten of verstarren?

Hij voelt zich persoonlijk aangevallen en vecht terug.

3 Afdelingshoofd tegen Fatima: ‘Ik vind dat je je werk goed doet, maar over je uiterlijk ben ik

minder te spreken. Je ziet er niet uit.’ Hierna begint Fatima te huilen. Wat voor een reactie is

dat?

Fatima verstart door de persoonlijke kritiek en kan alleen nog maar huilen.

© ThiemeMeulenhoff 9


3.3 Voert coördinerende taken uit

4 Geef aan wat in de kritiek van het afdelingshoofd (in vraag 3) niet goed is en verander dit in

constructieve kritiek.

‘Je ziet er niet uit’ is een persoonlijke aanval. De ik-boodschap ontbreekt, de kritiek is algemeen

gesteld en geeft daardoor geen volledige informatie. Fatima weet niet in welk opzicht ze er

niet uitziet.

Feedback:‘Ik vind dat je je werk goed doet, maar ik zie dat je niet elke dag een schoon uniform

aan hebt. Ik vind het niet prettig als je met vlekken in je kleren je werk doet en bovendien is

het niet hygiënisch. Ik wil graag dat je voortaan met schone kleren werkt. Vind je dit een

redelijke vraag? Kunnen we hier iets over afspreken?’

5 In een leersituatie komt het vaak voor dat de begeleider feedback geeft en de student feedback

ontvangt. Waarom is het belangrijk dat iedereen in een samenwerkingsgroep zowel feedback

geeft als ontvangt?

Alleen dan ontstaat er een sfeer van veiligheid en vertrouwen, waarbij het geven van feedback

over en weer een normaal onderdeel is van het professioneel handelen.

6 Sommige mensen vinden het moeilijk om positieve feedback te krijgen. Leg uit waarom.

Iemand die gewend is alleen maar kritiek te krijgen, weet niet hoe hij moet reageren op een

compliment. Sommige mensen denken dat ze alleen maar een compliment krijgen als een

ander iets van hen gedaan wil krijgen. Mensen kunnen ook bang zijn zelfingenomen over te

komen als ze reageren op het krijgen van een compliment. Daarom reageren ze maar niet.

7 Heb je zelf moeite met het krijgen van complimenten? Leg uit waarom. Maakt het nog verschil

van wie je het compliment krijgt?

Aanvulling: het is vaak makkelijker een compliment te krijgen van iemand met wie je een goede

relatie hebt dan van iemand die je niet mag. Een compliment van iemand die je niet mag, zul

je sneller wantrouwen.

10

© ThiemeMeulenhoff


Collegialiteit

Een positieve bijdrage leveren aan de sfeer in het team

Een positieve bijdrage leveren aan de

sfeer in het team

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

PRAKTIJK: PETER

1 In welke aspecten van de beroepshouding ten aanzien van collega's schieten de teamleden

tekort? Verklaar je antwoord.

Respectvol omgaan met elkaar: ze roddelen over Peter.

2 Wat zal deze manier van omgaan met elkaar (op de lange duur) voor invloed hebben op de

sfeer binnen de groep?

De kans op onderling wantrouwen is groot: ‘als ze over een ander roddelen, doen ze dat ook

over mij.’

PRAKTIJK: IBRAHIM

1 Wat zegt bovenstaande situatie over de sfeer in het team?

Dit voorval zal niet op zichzelf staan. Daarvoor reikt het te ver. Het is daarom een sfeer waarin

niet op een gelijkwaardige, respectvolle manier met elkaar omgegaan wordt. Enkele teamleden

staan het zichzelf toe anderen hun normen op te dringen. In deze sfeer gedijt niemand goed.

Er zal in dit team een groot verloop zijn, behalve bij een kleine, gesloten kern.

2 In hoeverre is de reactie van Esther een bijdrage aan de teamsfeer?

Tenzij het afdelingshoofd ook deel uitmaakt van die kleine kern kan haar reactie een balletje

aan het rollen brengen. Als het afdelingshoofd de juiste acties onderneemt (bijvoorbeeld het

team bij elkaar roepen en de sfeer en ieders bijdrage daaraan open en bloot op tafel leggen)

kan ze hiermee een belangrijke bijdrage geleverd hebben.

KENNISOPDRACHT

1 Wat is het gevaar van het hebben van vooroordelen?

Je stopt hiermee de ander als het ware in een hokje waar hij niet meer uit kan. Zijn ware

persoon zul je niet leren kennen.

2 Leg uit wat goed geschoold blijven te maken heeft met collegialiteit.

Op deze manier kun je op een optimale manier bijdragen aan het resultaat van het team. Je

kunt een inspiratiebron voor elkaar zijn.

3 In teams is het hebben van een liefdesrelatie tussen twee teamleden taboe. Verklaar waarom.

Er ontstaat een groepje binnen de groep. Er ontstaat een sfeer van ongelijkwaardigheid.

Anderen kunnen zich buitengesloten voelen. Het kan de eenheid van het team aantasten. Het

kan jaloersheid oproepen en achterdocht: de anderen kunnen zich afvragen of die twee nog

wel met het werk bezig zijn.

4 Maar de wegen der liefde zijn ondoorgrondelijk. Als er toch twee teamleden zijn die zich

onweerstaanbaar tot elkaar aangetrokken voelen, wat moet er dan gebeuren?

© ThiemeMeulenhoff 11


3.3 Voert coördinerende taken uit

Er is maar één oplossing: één van de twee zal elders een baan moeten gaan zoeken. Elke

andere oplossing (afspraken maken, niet samen dienst draaien) kan slechts tijdelijk soelaas

bieden.

12

© ThiemeMeulenhoff


Collegialiteit

Zorgvuldig handelen in conflictsituaties

Zorgvuldig handelen in

conflictsituaties

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

PRAKTIJK: JAMILLA IS ZIEK

1 Welke conflicthanteringsstijl kiest Jamilla?

Vermijden.

2 Waarom kiest ze voor deze stijl?

Waarschijnlijk omdat ze zich in het nauw gedreven voelt. Ze durft geen nee te zeggen omdat

Reinier ook een keer voor haar gewerkt heeft. Daar komt nog bij dat de sfeer op de afdeling

goed is en de collega's erg collegiaal zijn. Jamilla wil hierin geen uitzondering zijn.

KENNISOPDRACHT

1 Voor welke conflicthanteringsstijl zal een ‘scheidsrechter’ kiezen bij het oplossen van een

conflict?

Vechten: Een scheidsrechter gebruikt zijn macht om te winnen.

2 In het team op afdeling Waterlelie zijn nooit conflicten.Waar zou dit, wat betreft het functioneren

van dit team op kunnen duiden? Verklaar je antwoord.

Een totale afwezigheid van conflicten betekent dat er weinig geïnspireerd en vernieuwend

gewerkt wordt en dat er geen veranderingen zijn. De onderlinge relaties zijn formeel en

afstandelijk.

3 Conflicten horen bij samenwerking, maar het escaleren van conflicten moet voorkomen worden.

Wat zou je als team kunnen doen om onderlinge spanningen in een vroeg stadium bespreekbaar

te maken? Noem drie dingen.

Teambesprekingen, intervisie, evaluatie gesprekken over de persoonlijke ontwikkeling,

feedbackgesprekken tussen collega's, een enquête over de werksfeer, ideeënbussen, het

aanleren van communicatievaardigheden d.m.v. bijscholing.

4 Je werkt op een afdeling in het ziekenhuis. Je denkt dat een van je collega's jou niet mag: ze

roddelt over je en van andere collega's hoor je dat ze ook van alles op de kwaliteit van je werk

heeft aan te merken. Al heeft deze collega hier nog niet met jou over gesproken, toch merk

je wel dat ze anders tegen je is gaan doen. Als je bijvoorbeeld tijdens de koffiepauze iets zegt,

dan maakt ze je belachelijk. Je vindt deze situatie erg vervelend, maar om ruzie te voorkomen

doe je maar net of je er niets van merkt. Vraag: In welke fase van het conflict bevind jij je? En

je collega?

Jij bevindt je in de fase van onderkenning van het probleem. Je collega bevindt zich deels in

de emotionele en deels in de manifeste fase. Emotioneel: het zoeken van medestanders, het

zwart maken van de ander. Manifest: flauwe grapjes maken over de ander.

5 Voor welke conflicthanteringsstijl heeft je collega in de situatie van vraag vier gekozen? En

jij?

Jij: vermijden; collega: vechten

© ThiemeMeulenhoff 13


3.3 Voert coördinerende taken uit

6 Kan een leidinggevende in een conflictsituatie kiezen voor de samenwerkingsstijl? Verklaar

je antwoord.

Samenwerking is gebaseerd op gelijkheid. Een leidinggevende die een conflict wil oplossen

door samenwerking, zal dus tijdelijk zijn macht moeten opgeven zodat zijn ondergeschikten

tijdelijk zijn ‘samenwerkers’ kunnen worden.

14

© ThiemeMeulenhoff


2 Basiszorg plannen

Basiszorg plannen

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

PRAKTIJK: WONEN IN GOUDSHOEK

1 Op welke wijze is hier sprake van zelfzorg, mantelzorg en professionele zorg? Van welke

basisbehoeften is hier sprake?

Uit de antwoorden van de student moet duidelijk blijken dat hij begrijpt wat er onder zelfzorg,

mantelzorg, professionele zorg, basisbehoeften en basisvaardigheden wordt verstaan. In de

casus is er sprake van zelfzorg en mantelzorg met betrekking tot de volgende basisbehoeften:

lucht, eten, drinken, slapen en rust, uitscheiding, persoonlijke verzorging en lichaamshygiëne,

bewegen en activiteit (gedeeltelijk, want het organiseren van het huishouden behoeft

ondersteuning). De mantelzorg wordt grotendeels door de groep ingevuld, de ouders kunnen

ook een rol hebben. Dit blijkt echter niet duidelijk uit de casus. In sociaal contact en

communicatie is professionele zorg nodig met betrekking tot het huishouden, het onderhouden

van hun sociale netwerk en omgaan met conflicten.

2 Welke verpleegkundige kerntaken herken je in de casus?

De verpleegkundigen richten zich met name op de volgende kerntaken: observeren &

signaleren, begeleiden, informeren & adviseren, preventie & voorlichting geven en coördineren.

3 Hoe hoog is de intensiteit van verpleegkundige zorg? Kun je toelichten waarom je voor deze

intensiteit zou kiezen?

Qua intensiteit kan het variëren van het scheppen van randvoorwaarden, tot voorlichten &

adviseren, tot stimuleren & sturen (begeleiden). Daarbij zal steeds gestreefd moeten worden

naar de minst intensieve manier van ondersteunen, zodat de zelfzorg en mantelzorg zo optimaal

mogelijk in stand gehouden worden.

4 Vind je het terecht dat hier sprake is van verpleegkundige zorg? Onderbouw je antwoord.

In het antwoord of er sprake moet zijn van verpleegkundige zorg, zal de student met zijn visie

moeten onderbouwen. Daarin zal vooral naar voren moeten komen of hij verpleegkundige

zorg op basis van zijn visie gelegitimeerd vindt (specifieke verpleegkundige zorg is dan vereist).

5 Is er sprake van preventieve, curatieve en/of palliatief-terminale zorg? Waarom?

De zorg is vooral preventief en palliatief gericht: het richt zich op het voorkomen van escalaties

in conflicten/contacten en op het instandhouden van verworven vaardigheden.

PRAKTIJK: ZELF JE ZORG KOPEN!

1 Aan welke hulpmiddelen en aanpassingen kun je in deze situatie denken? Licht je antwoord

toe.

Uit het antwoord van de student moet vooral blijken dat de student de lesstof op de casus kan

toepassen. Het is niet de bedoeling van de casus om de student zich expliciet te laten verdiepen

in de zorg voor verstandelijk gehandicapte zorgvragers. De student zal in zijn antwoord moeten

© ThiemeMeulenhoff 15


3.3 Voert coördinerende taken uit

laten zien dat hij creatief gebruik kan maken van hulpmiddelen en aanpassingen en deze ter

ondersteuning gebruikt in de het streven naar zoveel mogelijk zelfzorg.

2 Ga na wat een persoonsgebonden budget is, op welke wijze en onder welke voorwaarden je

eraan kunt komen en op welke wijze je het kunt gebruiken.

Aangezien elk jaar door het ministerie van VWS nieuwe beleidsregels worden afgegeven over

de financiering van de gezondheidszorg, wordt aangeraden voor de meest recente informatie

over Persoonsgebonden Budget het internet te raadplegen. Handige sites zijn www.pgb.nl,

www.cvz.nl en www.opkopzorg.nl Op deze websites is de meest recente informatie en zijn de

meest recente beleidsregels te vinden. Het Persoonsgebonden Budget is een subsidieregeling

vanuit de AWBZ.

PRAKTIJK: MARIEKE

1 Op welke wijze is hier sprake van zelfzorg, mantelzorg en professionele zorg? Van welke

basisbehoeften is hier sprake?

In de casus is er sprake van verminderde zelfzorg met betrekking tot de volgende

basisbehoeften: eten, drinken, slapen en rust (angst kan dit beïnvloeden), persoonlijke

verzorging en lichaamshygiëne, bewegen en activiteit, sociaal contact en communicatie (met

name het praten over haar gevoelens). Indirect is te verwachten dat ook de uitscheiding

aandacht behoeft, gezien het veranderd voedingspatroon. Het lukt ook de mantelzorg (gezin)

niet om Marieke in deze zelfzorg te ondersteunen. Het gezin heeft zelf een

ondersteuningsbehoefte. De professionele zorg is daarom gericht op het versterken van zowel

de zelfzorg als de mantelzorg.

2 Welke verpleegkundige kerntaken herken je in de casus? Hoe hoog is de intensiteit van

verpleegkundige zorg? Kun je toelichten waarom je voor deze intensiteit zou kiezen?

De verpleegkundige richt zich met name op de alle kerntaken met uitzondering van

verpleegtechnisch handelen. Qua intensiteit kan het afhankelijk van de basisbehoefte variëren

van het scheppen van randvoorwaarden, tot voorlichten & adviseren, tot stimuleren & sturen

(begeleiden), tot (gedeeltelijk) overnemen. Daarbij zal steeds gestreefd moeten worden naar

de minst intensieve manier van ondersteunen, zodat de zelfzorg en mantelzorg zo optimaal

mogelijk in stand gehouden worden.

3 Met welke regels en voorschriften moet Jannet hier rekening houden? Welke tips zou jij Jannet

willen geven? Onderbouw je antwoord.

Uit het antwoord met betrekking tot regels en voorschriften zal naar voren moeten komen dat

in meer of mindere mate de verpleegkundige met alle regels rekening moet houden. Met name

het hygiënisch werken, het veilig werken en het ergonomisch werken zijn belangrijk in deze

casus. Door de lymfeklierkanker zal meer zorg nodig zijn voor de hygiëne en veiligheid (zowel

voor Marieke als voor de verpleegkundige) met betrekking tot de verzwakte afweer, dan met

betrekking tot de medicatie. Het ergonomisch werken is belangrijk voor zowel de mantelzorg

als de verpleegkundige met name als Marieke geholpen moet worden met de lichamelijke

verzorging. Tiltechnieken en het gebruik maken van hulpmiddelen zijn hierbij aan te raden.

Uit het antwoord van de student moet vooral blijken dat de student de lesstof op de casus kan

toepassen. Het is niet de bedoeling van de casus om de student zich expliciet te laten verdiepen

in de zorg voor oncologische of jeugdige zorgvragers.

16

© ThiemeMeulenhoff


Basiszorg plannen

Basiszorg plannen

KENNISOPDRACHT

1 Jasmijn werkt in een leefgroep met ernstig verstandelijk gehandicapte bewoners. Alle bewoners,

zes in totaal, leven in hun eigen belevingswereld. Eén van de bewoners is Sandra. Sandra

reageert op stress door met haar hoofd tegen de muur te bonken. Ze kan niet voor haar eigen

veiligheid zorgen. Ze is erg beweeglijk en kan goed lopen. Stress is al snel aanwezig, de

kleinste veranderingen veroorzaken stress bij Sandra. Sandra kan niet praten en maakt alleen

oogcontact als je haar zachtjes aanraakt en gelijkertijd haar naam noemt. Met aanwijzingen

kan Sandra zichzelf wassen, aankleden, zelf eten en drinken en zelf naar het toilet gaan.

Sandra is zindelijk. Sandra is niet in staat om haar dag en nachtritme te bewaken. Als het aan

haar ligt, blijft ze 's avonds voor de televisie zitten, terwijl half negen haar bedtijd is. Als ze

echter langer blijft zitten, verliest ze haar grip, gaat rondjes lopen om tot slot in de gang met

haar hoofd te gaan bonken.

Ga bij de volgende vragen uit van bovenstaande casus.

Beschrijf bij welke basisbehoeften Sandra zorg nodig heeft.

De student beschrijft dat Sandra zorg nodig heeft bij eten, drinken, slapen/rust, uitscheiding,

persoonlijke verzorging & lichaamshygiëne, beweging en activiteiten, sociaal contact en

communicatie.

2 Beschrijf bij elke basisbehoefte welke zorg Sandra nodig heeft. Licht toe of deze zorg preventief,

curatief of palliatief is en met welke intensiteit de zorg gegeven wordt.

De student geeft in zijn beschrijving in ieder geval onderstaande aspecten weer. Uit de

toelichting of het preventief, curatief of palliatief is, moet vooral blijken of de student heeft

begrepen dat preventief zich richt op het voorkomen van gezondheidsproblemen, curatief op

het verhelpen en palliatief op het verzachten ervan. Eten en drinken: Gezien het lage niveau

heeft Sandra preventieve zorg nodig om verantwoorde voeding binnen te krijgen. De keuze

voor eten en drinken zal gedeeltelijk worden overgenomen. Het palliatieve deel is het eten en

drinken zelf. Dit kan Sandra prima zelf doen doordat er met de maaltijdmomenten

randvoorwaarden geschapen zijn. Ze weet door het voorbeeld van de groepsleiding en de

regelmaat hoe ze zelf moet eten. Overigens is het zorgen voor regelmaat en duidelijkheid

preventief, het voorkomt stress en daardoor onveiligheid. Slapen/rust & beweging en activiteiten:

Preventieve zorg, waarbij vooral begeleiden en stimuleren tot een dag en nachtritme op de

voorgrond staan. Onregelmatigheid en daarmee stress wordt zo voorkomen. Uitscheiding:

Sandra is zindelijk, maar heeft af en toe aanwijzingen nodig. Ook dit is preventief, het geeft

duidelijkheid. De intensiteit is begeleiding. Persoonlijke verzorging & lichaamshygiëne: Sandra

kan de handelingen zelf uitvoeren, maar heeft af en toe aanwijzingen nodig. Ook dit is

preventief, het geeft duidelijkheid (en voorkomt dus stress) en het zorg voor hygiëne (en

voorkomt mogelijk ziektes). De intensiteit is begeleiding. Sociaal contact en communicatie:

De zorg die Sandra nodig heeft is dat ze regelmatig bij contact betrokken wordt, op een voor

haar veilige en duidelijke manier. Communicatie met de groep zal begeleid moeten worden,

vanwege de mogelijk onverwachte momenten in de leefgroep. Ook hier is de zorg preventief,

gericht op voorkomen van onrust. De intensiteit is begeleiding.

3 Jasmijn werkt in Sandra's groep. Welke kerntaken heeft zij in de zorg voor Sandra? Licht toe

waar deze kerntaken voor moeten worden uitgevoerd.

De student maakt de keuze voor de volgende kerntaken, afkomstig uit het beroepsprofiel. De

toelichting omvat tenminste onderstaande elementen. Observeren & signaleren: de

aanwezigheid van (nieuwe) zorgbehoeften, mogelijke risico's op extra verstoringen, zoals het

ontstaan van stress, de draagkracht en draaglast van Sandra, de interactie met de andere

bewoners.Verzorging: gericht op de persoonlijke verzorging, het eten & drinken, de uitscheiding.

© ThiemeMeulenhoff 17


3.3 Voert coördinerende taken uit

Begeleiding: gericht op het ondersteunen van Sandra in de uitvoering van handelingen, de

communicatie, het hanteren van regelmaat en het voorkomen van onveilige situaties.

Informeren: Sandra moet tijdig geïnformeerd worden wat er gaat gebeuren om geen

onverwachte reacties te krijgen. Preventie: het nemen van maatregelen om hoofdbonken te

voorkomen en als het toch gebeurd het zo snel mogelijk te laten stoppen. Coördineren:

afstemmen van de zorg in teamverband, zodat iedereen alles zoveel mogelijk op dezelfde

wijze bij Sandra doet. Dat geeft duidelijkheid. Dit wordt in het zorgplan verwerkt.

4 Geef aan in welke mate er sprake is van zelfzorg, mantelzorg of zorg door de leefgroep en

professionele zorg.

De student geeft blijk van begrip van de inhoud van de begrippen zelfzorg, mantelzorg en

professionele zorg door onderstaande aspecten mee te nemen in het antwoord. Sandra kan

met de nodige professionele zorg redelijk voor zichzelf zorgen. De zelfzorg is vooral gericht

op het zelf uitvoeren van handelingen.Voor het overzicht en voor de stresshantering is Sandra

aangewezen op de professionele zorg. Door het niveau van de bewoners en met name de

zorgbehoeften in de communicatie, is er nauwelijks sprake van mantelzorg door de leefgroep.

5 Vind je het noodzakelijk dat Sandra verpleegkundige zorg krijgt? Of zou er ook alleen zorg

gegeven kunnen worden door groepsleiding met een opleiding in sociaal pedagogisch werk?

Beargumenteer je antwoord.

De student geeft in zijn antwoord argumenten voor verpleegkundige groepsleiding die gericht

zijn op de noodzakelijkheid van specifieke verpleegkundige deskundigheid (zoals preventie

van ziekten, eventueel wondbehandeling bij een hoofdwond, zorgbehoeften in communicatie).

Groepsleiding met een opleiding SPW zou een welkome aanvulling zijn gezien de specifieke

deskundigheid (zoals behoeften vanuit de leeftijdsgebonden ontwikkeling, opvoedkundige

behoeften, groepsinteractie). Een logisch opgebouwde redenering van de student is

noodzakelijk.

18

© ThiemeMeulenhoff


3 De zorg coördineren

Coördinatie en continuïteit van zorg

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

PRAKTIJK: DE BENAUWDE LONGPATIËNT

1 Inventariseer welke vormen van zorg en hulp georganiseerd moeten worden voordat meneer

Mulder naar huis kan.

Voordat meneer Mulder überhaupt naar huis mag, moet in ieder geval eerst zuurstof geregeld

worden en een mobiele installatie waarmee hij zich enigszins kan voortbewegen. Verder is er

hulp nodig bij het koken, waarbij nadrukkelijk gelet moet worden op de slikproblemen van de

zorgvrager (huishoudelijke hulp van de thuiszorg en mantelzorgers).

2 Geef aan wie of welke instelling voor welke vorm van zorg, hulp of ondersteuning het beste

zou kunnen zorgdragen.

Ook is er waarschijnlijk behoefte aan hulp in de huishouding en is meneer Mulder met de

zuurstofflessen niet in staat zelf boodschappen te doen (huishoudelijke hulp van de thuiszorg

en mantelzorgers).Ten slotte moet hij mogelijk ook geholpen worden bij het wassen en douchen

en bij de bediening of de wisseling van de zuurstofflessen (wijkverpleegkundige en

mantelzorgers).

PRAKTIJK: AF EN TOE EEN CHOCOLAATJE...?

1 Hoe moet Petra hiermee als waarnemend verpleegkundige omgaan, volgens jou?

Om te beginnen kan Petra haar waarnemingen wat betreft het dieet van mevrouw Matthijssen

noteren in de voortgangsrapportage. Vervolgens kan ze een en ander in aanwezigheid van

Richard aan de orde stellen in de monodisciplinaire patiëntenbespreking. Omdat Petra als

waarnemende verpleegkundige niet deelneemt aan de multidisciplinaire patiëntenbespreking,

kan ze het probleem in dit overleg niet inbrengen. Wanneer de situatie niet verandert, moet

ze een afweging maken of ze de verantwoordelijke van zorg (het afdelingshoofd) inschakelt

of de behandelend arts ongevraagd advies en informatie geeft.

PRAKTIJK: BORSTAMPUTATIE

1 Welke aandachtspunten zijn er in deze situatie voor de zorgcoördinator? Wie zou de

zorgcoördinatie op zich moeten nemen, denk je?

Na het ontslag van mevrouw Jonker wordt de behandeling transmuraal voortgezet, waarschijnlijk

volgens een behandelprogramma. Daar is goede voorlichting voor nodig. Bovendien moet

vanuit het ziekenhuis geregeld worden dat de zorgverlening thuis goed uitgevoerd kan worden.

Naast een geregeld bezoek van een wijkverpleegkundige is de aanwezigheid van mantelzorg

gewenst. Belangrijk is ook dat er voldoende psychologische begeleiding is en die zou als het

even kan al in het ziekenhuis beschikbaar moeten zijn. Omdat het transmurale nabehandeling

in het verlengde ligt van de medische behandeling ligt het voor de hand dat de behandelend

arts de coördinatie van de gehele transmurale zorgverlening op zich neemt. Wel is het van

belang de behandelend arts in een consult nog eens nadrukkelijk op de angsten van mevrouw

Jonker te wijzen. In het multidisciplinair overleg zou dan besproken kunnen worden onder

© ThiemeMeulenhoff 19


3.3 Voert coördinerende taken uit

welke voorwaarden de behandeling trans- en extramuraal kan worden voortgezet. Een

transferverpleegkundige kan vanuit het ziekenhuis zorgdragen dat in de thuissituatie alle

noodzakelijke zorg en hulp aanwezig is.

PRAKTIJK: DE MAN MET HET GEBROKEN BEEN

1 Is Inez in deze situatie de aangewezen persoon om als zorgcoördinator op te treden? Waarom

of waarom niet?

Ja, de aan verpleegkundige zorg gerelateerde zorgbehoeften zijn van dien aard dat het voor

de hand ligt dat de wijkverpleegkundige in dit geval de kar trekt. Mogelijk dat later de

maatschappelijk werker de coördinatie van zorg moet overnemen. Zeker omdat er een

onderliggende problematiek vermoed wordt.

2 Maak een inschatting van de zorgbehoeften van de zorgvrager.

Hulp bij lichamelijke verzorging, hulp bij huishoudelijke activiteiten, hulp bij een grote

schoonmaak- en opruimoperatie, hulp en begeleiding bij het op de rails zetten van de

huishouding. Hulp op psychosociaal gebied, waarbij in ieder geval een verdere inventarisatie

van de onderliggende problematiek noodzakelijk is. Mogelijk dus hulp bij financiele problemen,

hulp bij psychische problemen, hulp bij het vinden van een zinvolle tijdsbesteding.

3 Welke vormen van zorg, hulp en diensten sluiten aan op de door jou vastgestelde zorgvragen

en de zorgsituatie van de zorgvrager?

Hulp van de maatschappelijk werker, huishoudelijke hulp van de thuiszorg, hulp bij het wassen

en douchen (wijkverpleegkundige).

4 Had deze situatie voorkomen kunnen worden? Als dat volgens jou het geval is, geef dan aan

hoe.

Hoewel je iemand die per se naar huis wil zelden tegen zijn zin in het ziekenhuis kunt houden,

was het wenselijk geweest meer informatie te verzamelen over de thuissituatie van de man.

Het is wat aan de late kant om de wijkverpleegkundige in te schakelen als de zorgvrager al

lang en breed naar huis is.

PRAKTIJK: WEL OF GEEN ZORGPLAN?

1 Als jij Paul was, met welke argumenten zou jij je collega's ervan proberen te overtuigen dat

er wel degelijk met actuele zorgplannen gewerkt moet worden?

Zorgplannen maken en bijhouden is verplicht op basis van de Wet op de Geneeskundige

Behandelovereenkomst (WGBO).

Als de zorgplannen direct in de kast verdwijnen (en dus geen leidraad voor de zorg vormen)

bestaat het gevaar dat elke begeleider de zorg geeft die hem of haar goeddunkt, en bijvoorbeeld

zijn eigen regels en grenzen stelt. Dat maakt de zorgvrager erg afhankelijk van wie er toevallig

‘in dienst’ is.

Ook ‘doodgewoon begeleiden’ is een professionele aangelegenheid. Het kan op vele

verschillende manieren worden ingevuld en uitgevoerd, variërend van strak gestructureerd tot

‘laat maar gaan’ (liassez faire-begeleiding). Het effect ervan mag niet worden onderschat.

PRAKTIJK: NIET TE SNEL NAAR HUIS

1 Hoe zou jij deze situatie als eerstverantwoordelijk verpleegkundige aanpakken?

20

© ThiemeMeulenhoff


De zorg coördineren

Coördinatie en continuïteit van zorg

In de eerste plaats de transferverpleegkundige inschakelen om de zoon en dochter zo goed

mogelijk voor te bereiden op de thuiskomst van hun moeder. Voor de hulp in de huishouding

moet thuiszorg geregeld worden terwijl voor begeleiding bij medicijngebruik en voor lichamelijke

verzorging regelmatig een wijkverpleegkundige langs moet komen. Hoe vaak is afhankelijk

van de inzetbaarheid van de kinderen van mevrouw Sinnema. Daarom is het van belang nog

in het ziekenhuis een bespreking organiseren met de zoon en de dochter.

PRAKTIJK: ZORG OP AFSTAND

1 Inventariseer de knelpunten die de begeleiders in deze situatie kunnen ervaren.

Knelpunten:

• niet optimaal gebruik kunnen maken van het computerprogramma, waardoor de continuïteit

van de zorg in gevaar komt;

• gebrekkige communicatie met andere zorgverleners;

• hoe om te gaan met de tegenstelling zorgverantwoordelijkheid – autonomie van de

zorgvrager.

2 In welke (soort) vergadering zouden zij deze knelpunten aan de orde moeten stellen?

De eerste twee knelpunten in een monodisciplinaire teambespreking. Het derde punt in het

MDO.

3 Welke personen zouden er aanwezig moeten zijn in de vergaderingen waar deze knelpunten

aan de orde worden gesteld?

De teambespreking: alle teamleden. Het MDO: de eindverantwoordelijke behandelaar, eventuele

wettelijke vertegenwoordigers en het team.

4 Welke soorten besluiten verwacht je dat er hierover genomen zullen worden?

Over alle knelpunten zouden consensusbesluiten genomen moeten worden. Gezamenlijk

gedragen oplossingen nemen in dit geval het best de onvrede weg.

KENNISOPDRACHT

1 Leg in je eigen woorden uit wat het belang van coördinatie van zorg is voor een goede

zorgverlening. Geef ook aan wat volgens jou het belangrijkste voordeel is van een

gecoördineerde zorgverlening.

(1) Er kan zorg op maat gegeven worden, dat wil zeggen zorg die aansluit bij de behoefte en

de wensen van de zorgvrager. (2) Er kan geïntegreerde zorg aangeboden worden bij een

integrale zorgvraag. (3) Door coördinatie van zorg kan vermeden worden dat de zorgvrager

te maken krijgt met te weinig of te veel zorgverleners. De zorgverlening kan efficiënt worden

georganiseerd zonder overlap, dubbel werk of onderbreking in de zorgverlening. (4) Met een

zorgcoördinator heeft de zorgvrager een aanspreekpunt voor vragen en opmerkingen. Een

zorgcoördinator heeft zowel een signalerende taak als een bemiddelende rol. Doordat de

zorgcoördinator optreedt als belangenbehartiger en spreekbuis van de zorgvrager heeft deze

invloed op het zorgverleningsproces. De rechten van de zorgvrager zijn beter gewaarborgd.

(5) Iedere zorgverlener heeft een goed overzicht van het zorgverleningsproces en is zich

bewust van zijn plaats, taak en verantwoordelijkheden binnen het geheel. (6) Door regelmatig

overleg tussen de verschillende zorgverleners worden zorgtekorten of andere problemen

sneller zichtbaar. (7) De mogelijkheden van de mantelzorg kunnen beter benut worden.

(8) De kwaliteit van de zorg kan bewaakt, gewaarborgd en bevorderd worden.

© ThiemeMeulenhoff 21


3.3 Voert coördinerende taken uit

(9) Er kan een ononderbroken zorgverlening gerealiseerd worden.

2 Leg uit waarom de verpleegkundige een spilfunctie vervult bij het coördineren van zorg.

In de eerste plaats (1) omdat het verpleegproces vaak grotendeels samenvalt met de totale

multidisciplinaire zorgverlening. (2) Verpleegkundige zorg is indien nodig 24 uur per dag

beschikbaar. (3) De verpleegkundige heeft een laagdrempelig en vaak dagelijks contact met

de zorgvrager. (4) Het werkveld van de verpleegkundige strekt zich uit van verpleegtechnische

tot psychosociale zorg. (5) Je hebt als verpleegkundige een goed overzicht op het functioneren

van de zorgvrager in zijn fysieke omgeving en zijn sociale netwerk. Daardoor heb je een goed

beeld van zijn totale zorgbehoeften en ben je de eerste, die veranderingen bij de zorgvrager

of zijn omgeving signaleert.

3 Geef een voorbeeld van een zorgsituatie waarin een zorgvrager zelf in staat is de zorg te

coördineren.

Alle theorie ten spijt lijkt dat alleen maar mogelijk in de extramurale zorg en wanneer de

zorgvrager beschikt over een eigen persoongebonden budget.

4 Binnen welk verpleegsysteem zou jij als verpleegkundige het liefst willen werken? Leg uit

waarom dit systeem jouw voorkeur heeft.

Functionele verpleging, teamverpleging of integrerende verpleging. Motivatie voor keuze van

belang.

5 In welk verpleegsysteem wordt volgens jou de coördinatie van zorg het best uitgevoerd?

Motiveer je antwoord.

In het systeem van de integrerende verpleging ligt de verantwoordelijkheid van zorg van

opname tot ontslag bij de eerstverantwoordelijke verpleegkundige (EVV). De EVV is tevens

een duidelijk herkenbaar en direct benaderbaar aanspreekpunt voor de zorgvrager en diens

naasten.

6 In welke zorgsituaties zou jij als verpleegkundige graag te maken hebben met een casemanager

als vaste begeleider van een zorgvrager?

Wanneer het gaat om zorg die door verschillende disciplines binnen een en dezelfde instelling

of door verschillende instellingen gegeven wordt en waarbij de verschillende vormen van zorg

onderling op elkaar afgestemd moeten worden.

7 Waarom kan het noodzakelijk zijn een schriftelijke overdracht aan te vullen met een mondelinge

overdracht?

Zaken die op korte termijn moeten gebeuren, dus voordat de overnemende verpleegkundige

de rapportage heeft kunnen doornemen, moeten mondeling overgedragen worden. Ook kan

het van belang zijn sommige zaken die schriftelijk gerapporteerd zijn nog eens extra te

benadrukken.

8 In welke zorgsituaties zou een verpleegkundige volgens jou de ideale zorgcoördinator kunnen

zijn? Motiveer je antwoord.

Bij het coördineren van verpleegkundige zorg binnen iedere zorgsituatie voor zover deze de

eigen bevoegheid en competentie niet overstijgt. Bij het coördineren van het totale zorgproces

moet vooral gedacht worden aan extramurale zorg in de thuissituatie. En tenslotte in die

gevallen waar de coördinatie van zorg door het hoofdbehandelaar aan de verpleegkundige is

overgedragen of waar in het multidisciplinair overleg besloten is de coördinatie van de totale

zorg bij de verpleegkundige te leggen.

22

© ThiemeMeulenhoff


De zorg coördineren

Coördinatie en continuïteit van zorg

9 In welke zorgsituaties is de verpleegkundige volgens jou niet de aangewezen persoon om de

coördinatie van zorg op zich te nemen? Motiveer je antwoord.

In zorgsituaties waarin geen specifieke verpleegkundige of verpleegtechnische zorgbehoeften

bestaan, in zorgsituaties waarin verpleegkundige zorg een ondergeschikte rol speelt ten

opzichte van de discipline van de hoofdbehandelaar. En tenslotte in die situaties die de

bevoegdheid en competentie van de verpleegkundige overstijgen.

10 In dit onderwerp heb je gezien dat een verpleegkundige op verschillende manieren de rol van

zorgcoördinator op zich kan nemen. Welke rol past het beste bij jou? Motiveer je keuze.

Casemanager, zorgconsulent (belangenbehartiger van de zorgvrager), transferverpleegkundige

en zorgcoördinator in dienst van een instelling belast met de coördinatie van zorg voor een

bepaalde groep zorgvragers.

Samenwerkingsopdracht

Hoewel het systeem van integrerende verpleging met een eerstverantwoordelijke

verpleegkundige in het algemeen nog steeds de voorkeur geniet, is er ontwikkeling te zien

waarbij teruggegrepen wordt op de ‘ouderwetse’ taakgerichte verpleging. Vaak gebeurt dat in

combinatie met functiedifferentiatie. Niet meer dan enkele niveau 4 of 5-verpleegkundigen zijn

op een hele afdeling verantwoordelijk voor de coördinatie van zorg. Daarnaast worden

verzorgenden ingezet voor de meer routinematige taken. Soms worden zorgvragergerichte

en taakgerichte verpleegsystemen met elkaar gecombineerd, worden zorgvragers aan eerste

verantwoordelijke verpleegkundigen toegewezen maar ook taken onder het beschikbare

personeel verdeeld. Zeker als het druk is. Achterliggende gedachte is dat functionele verpleging

een goedkoper en productiever systeem is dan de overige verpleeg systemen.

Met name verpleegkundigen die opgeleid zijn in de geest van het integrerende verpleegsysteem

en gewend zijn volgens dat systeem te werken zullen grote weerstand hebben tegen een

dergelijke overschakeling. Ze zullen dat ervaren als een enorme uitholling van hun vak en een

flinke inperking van hun zelfstandige beroepsuitoefening en verantwoordelijkheid. Daar loert

ook een extra gevaar voor het afdelingshoofd: de mogelijkheid dat die verpleegkundigen actief

opzoek gaan naar een baan op een andere afdeling of in een andere instelling waar ze als

(eerstverantwoordelijk) verpleegkundige wel ‘volledig tot hun recht komen’.

Aan de andere kant kan functiedifferentiatie en een effectieve benutting van de verschillende

kwalificatieniveaus het werk voor verpleegkundigen van niveau 4 of 5 overzichtelijker maken.

© ThiemeMeulenhoff 23


4 Overdracht van zorg

Ontslag en overdracht van een

zorgvrager

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

PRAKTIJK: DE ONTSLAGPLANNING VAN MENEER GONZALEZ

1 Welke informatie over de thuissituatie heeft Joke nog nodig voordat ze aan de ontslagplanning

van meneer Gonzalez kan beginnen?

De informatie die Joke nodig heeft:

• of de echtgenote van meneer Gonzalez hem kan helpen met de verzorging;

• of meneer Gonzalez de trap op moet om te slapen of naar een badkamer te gaan. Welke

zorg verlenen de kinderen wel en niet? Doen zij alleen de boodschappen of kunnen zij

ook hulp in de huishouding verzorgen? Voor de opname hadden ze tijd om te helpen met

het zware werk, maar nu kunnen ze misschien ook helpen bij de kleinere dingen die

meneer Gonzalez niet meer kan?

2 Met welke disciplines overlegt Joke over het ontslag van meneer Gonzalez?

Joke overlegt met:

• de fysiotherapeut over de mobilisatie van meneer Gonzalez;

• met de diëtist of er nog speciale regels zijn;

• met de diabetesverpleegkundige of er nog extra zorg nodig is met betrekking tot zijn

diabetes;

• met de chirurg over het wondbeleid.

3 Welke instantie(s) schakelt Joke in om het ontslag van meneer Gonzalez te regelen?

Joke kan er misschien voor kiezen om een transmuraal verpleegkundige in te schakelen. Ze

kan er ook voor kiezen om in overleg te gaan met een regionaal indicatieorgaan. Zo regelt ze

zelfstandig de hulp voor meneer Gonzalez in verband met zijn wond en eventuele hulp in de

huishouding.

PRAKTIJK: PRIJSAFSPRAKEN?

1 Doe alsof je Jenneke bent en leg uit aan mevrouw Overmeer wat DBC's precies zijn. Vertel

over de voor- en nadelen van bekostiging via DBC's voor het ziekenhuis, voor de zorgvrager

en voor de verpleegkundige. Denk hierbij aan aspecten als: kosten van de zorg, ligduur, contact

tussen zorgvrager en verpleegkundige, zorg op maat en efficiency.

Voor de beschrijving van een DBC kun je gebruikmaken van de volgende sites:

www.dbc.nl en www.dbc2003.nl. De diagnosebehandelingcombinatie (DBC) is een geheel

van activiteiten en verrichtingen van ziekenhuis en medisch specialist, voortvloeiend uit de

zorgvraag waarmee een patiënt de specialist in een ziekenhuis consulteert. De leerling moet

kunnen uitleggen dat hierdoor de zorg efficiënter te plannen is en de kosten beheersbaar

© ThiemeMeulenhoff 25


3.3 Voert coördinerende taken uit

worden. Ook moet de leerling kunnen vertellen dat je met DBC nog steeds naar iedere

individuele zorgvrager kijkt of de verpleegduur aangegeven in een DBC haalbaar is.

2 Geef je mening over de volgende stelling:‘Door het werken met DBC's hoeft de verpleegkundige

niet meer aan ontslagplanning te doen, want alles is al van tevoren bekend. De zorgvrager is

daarom zelf verantwoordelijk voor opvang en zorg na ontslag.’

Aan DBC's zitten voor- en nadelen. Voordelen zijn:

• mogelijkheid voor het gebruik van standaard verpleegplannen;

• meer inzicht in de zorgvraag en de behoefte aan zorg, waardoor de zorgcapaciteit beter

op de zorgvraag kan worden afgestemd;

• een efficiëntere praktijkvoering van ziekenhuizen en specialisten, zowel voor doorlooptijden

van behandelingen, als voor kosten;

• consistentie in het zorgaanbod van verschillende ziekenhuizen en specialisten, waardoor

ze onderling vergelijkbaar zijn;

• meer prijsbewustzijn van ziekenhuizen en specialisten;

• meer inzicht in de kosten van een behandeling;

• meer managementinformatie. Zorgaanbieders kunnen veranderingen in de zorgvraag

snel en eenvoudig doorvoeren in hun DBC-registratie en daarmee tegelijkertijd de tarieven

aanpassen.

Nadelen zijn:

• het gevoel bij zorgvragers een nummer te zijn, en niet een individu;

• een te strakke planning zodat er geen ruimte is voor complicaties;

• een ‘lopendebandwerkgevoel’ bij verpleegkundigen.

Ook na de invoering van DBC's moeten verpleegkundigen aan ontslagplanning blijven doen.

Je moet ervoor waken dat je de zorgvrager niet als een nummer ziet, maar dat er ruimte is

voor zijn individuele (on)mogelijkheden.

PRAKTIJK: DE OVERDRACHT VAN LOES DE GROOT

1 Welke van de gegevens in dit verhaal moeten in de schriftelijke overdracht aan het ontvangende

verpleegkundig team worden vermeld? Waarom is het belangrijk dat het team uit het ziekenhuis

over die gegevens beschikt?

In de overdracht moeten minimaal de volgende gegevens vermeld staan:

• het niveau waarop Loes functioneert;

• de manier waarop ze haar dagen vult, hoe vaak ze naar het activiteitencentrum gaat en

wat ze daar het liefste doet;

• dat structuur belangrijk is voor Loes, hoe die structuur haar wordt aangeboden, hoe ze

reageert als die structuur er niet is en hoe de instelling hiermee omgaat;

• de rol van de ouders in de verzorging van Loes, en wat ze verwachten van het verblijf in

het ziekenhuis.

• hoe Loes omgaat met pijn en onderzoeken;

• wie de persoonlijk begeleider is van Loes, en wat het ziekenhuispersoneel aan hulp of

steun kan verwachten van de instelling waar Loes nu woont.

Het is belangrijk dat het team uit het ziekenhuis over die gegevens beschikt omdat de zorg in

het ziekenhuis beter klanworden afgestemd op die in de inslelling. Loeskan zelf niet aangeven

wat ze wil.

26

© ThiemeMeulenhoff


Overdracht van zorg

Ontslag en overdracht van een zorgvrager

2 Ron begeleidt Loes en haar ouders naar het ziekenhuis. Leg uit waarom Ron dit doet.

Ron gaat mee om de overdracht mondeling toe te kunnen lichten en om Loes te begeleiden

naar het ziekenhuis.

PRAKTIJK: EXITGESPREK

1 Waarom houdt Ilze een exitgesprek met de ouders van Fatma?

Fatma is nog maar drie jaar oud. Hoewel het ook belangrijk is hoe zij de opname heeft ervaren,

kunnen de ouders beter aangeven wat zij als positief of negatief hebben ervaren. Zij hebben

namelijk ook de zorg voor Fatma. Alle informatie moet duidelijk zijn voor hen.

2 Welke informatie zal Ilze tijdens het gesprek met de ouders nog nalopen?

Ilze zal de informatie over het ziektebeeld nogmaals doornemen, met name de kenmerken

van een hypo- en een hyperglykemie. Hiermee kan ze de onzekerheid bij de ouders wegnemen.

Verder kan ze poli-afspraken bespreken, en de ouders vertellen welke hulp ze nog van het

ziekenhuis kunnen verwachten.

3 Welke hulpmiddelen kan Ilze gebruiken bij dit gesprek?

Een voorbeeld van een hulpmiddel dat Ilze bij het exitgesprek kan gebruiken, is foldermateriaal

over diabetes.

4 Waarom is het extra belangrijk om bij deze jonge, chronisch zieke zorgvrager te vragen naar

de ervaringen met de zorg?

Het is belangrijk want Fatma en haar ouders zullen nog vaker naar het ziekenhuis komen in

verband met haar diabetes. Het is van belang dat Fatma en haar ouders de geleverde zorg

als positief ervaren, zodat ze een volgende keer gerust naar het ziekenhuis kunnen gaan.

KENNISOPDRACHT

1 Geef in je eigen woorden weer wat het belang is van de verpleegkundige overdracht voor de

continuïteit van zorg.

Het belang van de verpleegkundige overdracht voor de continuïteit van zorg is dat je het

eindpunt weergeeft van de zorg in de instelling die de zorgvrager verlaat. Dat vormt namelijk

weer het uitgangspunt bij de zorgverlening van de ontvangende instelling. Hierdoor kun je een

zorgproces continueren.

2 Waarom is het van belang om tijdens het anamnesegesprek al te kijken naar de voorzieningen

die bij een eventueel ontslag geregeld moeten zijn?

Het is van belang om tijdens het anamnesegesprek al te kijken naar de voorzieningen bij een

eventueel ontslag omdat zorg niet altijd direct voorhanden is. Denk maar aan de thuiszorg;

daar is vaak een wachtlijst. Als je hierover tijdens de anamnese al informatie inwint, kun je

bepaalde dingen al in werking zetten. Ook kun je zo een betere inschatting maken van de

verblijfsduur van een zorgvrager.

3 Als een ontslagprocedure onjuist is gevolgd, kan dat problemen geven voor de zorgvrager in

de andere zorgsetting. Noem drie soorten problemen waarmee een zorgvrager te maken kan

krijgen.

Drie soorten problemen waarmee een zorgvrager te maken kan krijgen bij een onjuiste

ontslagprocedure:

• problemen van onzekerheid, omdat de zorgvrager niet weet wat hij kan verwachten;

© ThiemeMeulenhoff 27


3.3 Voert coördinerende taken uit

• lichamelijke en praktische problemen omdat er geen of onvoldoende zorg is geregeld;

• een kennistekort over het ziektebeeld en leefregels.

4 Noem twee situaties waarin je het exitgesprek niet met de zorgvrager zelf houdt.

Voorbeeld van situaties waarin je het exitgesprek niet met de zorgvrager zelf houdt:

• bij wilsonbekwaamheid;

• na het overlijden van de zorgvrager, je spreekt dan met de familie om het zorgproces

goed af te ronden.

5 Een zorgvrager met een verstandelijke beperking gaat een weekend naar huis. De ouders

hebben ondersteuning van de thuiszorg. Geef puntsgewijs aan welke informatie je in de

overdracht zet.

Persoonsgegevens, de problematiek van de zorgvrager, de hulp die de zorgvrager thuis nodig

heeft, specifieke aandachtspunten en de contactpersoon vande instelling.

28

© ThiemeMeulenhoff


5 Een werkplanning maken

Een eigen werkplanning maken

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

PRAKTIJK: DE AVONDDIENST

1 Welke bronnen kan Lisette aan het begin van haar dienst raadplegen om een goed overzicht

te krijgen van alle activiteiten die ze tijdens die dienst moet doen?

Voor een overzicht moet Lisette de zorgdossiers van de zorgvragers moeten doornemen.

Verder kan ze ook bij de zorgvragers zelf navragen en kijken wat de actuele stand van zaken

is. Aan het begin van haar dienst kan ze al bij mevrouw Wagelmans kijken hoe het zit met de

weeën.

2 Wat zou je doen als je Lisette was? Zou je eerst je collega waarschuwen in verband met de

gebroken vliezen van mevrouw Wagelmans, of zou je met de kinderarts meelopen naar de

baby van mevrouw Wiersma? Motiveer je keuze.

Lisette kan de arts eventueel een korte uitleg geven over de stand van zaken, om vervolgens

direct haar collega te halen. De prioriteit van de gezondheidsproblemen ligt in dit geval bij de

gebroken vliezen van mevrouw Wagelmans. De dokter kan wel wat later naar de baby kijken,

maar bij gebroken vliezen moet Lisette haar collega meteen waarschuwen.

3 Op het moment dat de vliezen breken en de kinderarts arriveert, moeten ook de maaltijden

en medicijnen worden uitgedeeld. Hoe kan Lisette dit oplossen?

Lisette kan niet alles tegelijk. Het beste kan ze een collega om hulp vragen voor het verzorgen

van de maaltijden en de medicijnen. Als ze snel klaar is met het helpen van de arts en mevrouw

Wagelmans, kan ze de medicijnen het beste zelf uitdelen. Zij kent haar zorgvragers het beste

en is dus de meest aangewezen persoon om de medicijnen te geven.

KENNISOPDRACHT

1 Leg in je eigen woorden uit wat het belang is van een werkplanning voor de continuïteit van

zorg.

Voor de continuïteit van zorg is het van belang dat je een relatie legt tussen het zorgdossier,

met name het verpleegplan, de rapportage en de werkplanning.

2 Noem twee voorbeelden van het maken van een werkplanning in het dagelijks leven.

Twee voorbeelden zijn: het huishouden doen, huiswerk maken.

3 Eén factor waarmee je rekening houdt bij prioriteiten stellen, is de beschikbaarheid van

middelen. Geef twee voorbeelden van de beschikbaarheid van middelen waarmee je rekening

houdt bij je werkplanning.

Bij de beschikbaarheid van middelen kun je denken aan: de beschikbaarheid van aangepaste

badkamers en tilliften.

© ThiemeMeulenhoff 29


3.3 Voert coördinerende taken uit

4 Noem vier voorbeelden van onverwachte gebeurtenissen waardoor je je planning moet

aanpassen.

Een zorgvrager wordt ziek, een zorgvrager loopt weg, een agressieve zorgvrager, plotseling

bezoek, wensen vande zorgvrager die niet gepland zijn.

5 Een intramurale zorgvrager met een matig verstandelijke beperking geeft aan dat hij liever 's

avonds onder de douche geholpen wil worden. In de avonddienst zijn er minder collega's. Hoe

ga je hiermee om?

Dit moet je bespreken in het team en indien mogelijk het zorgplan aanpassen.

30

© ThiemeMeulenhoff


6 Instellingen en organisaties

Gezondheidszorgorganisaties

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

PRAKTIJK: DE FAMILIE HAVERMANS

1 Met welke sectoren in de gezondheidszorg heeft de familie Havermans te maken of onlangs

te maken gehad?

Casper met de curatieve sector (poli ziekenhuis); zijn broer met de sector gehandicaptenzorg;

zijn oma's met de sector verpleging & verzorging (thuiszorg en verpleeghuis)

2 En met welke eerstelijnsgezondheidszorg?

De ene oma van Casper: met de thuiszorg

3 Waarom hoort de zorg voor verstandelijk gehandicapten niet tot de sector ggz?

De ggz betreft de behandeling, zorg en begeleiding aan mensen met psychische problemen

en stoornissen; een verstandelijke handicap wordt als zodanig niet als een psychisch probleem

of stoornis beschouwd

PRAKTIJK: EVERT

1 Met welke extramurale gezondheidszorgorganisaties of -instanties heeft Evert te maken gehad?

Met de thuiszorg, met de huisarts, met de Riagg

2 Met welke intramurale gezondheidszorgorganisaties heeft Evert te maken gehad?

Met het ziekenhuis en met het revalidatiecentrum

3 Met welke geestelijke gezondheidszorgorganisatie(s) heeft Evert te maken gehad?

Met de Riagg

4 Stel dat Evert tijdens zijn depressie in een crisissituatie terecht zou zijn gekomen. Welke

semi-murale voorziening had hem dan kunnen opvangen en helpen?

Een crisiscentrum of een Multifunctionele eenheid (MFE): opvang en/of tijdelijk onderdak

PRAKTIJK: MEVROUW VAN GALEN VRAAGT OM ZORG

1 Welke zorg heeft mevrouw van Galen nodig na haar terugkeer uit het ziekenhuis?

Waarschijnlijk alleen huishoudelijke verzorging en persoonlijke verzorging

2 Door welke personen en/of zorginstellingen kan deze zorg geleverd worden?

Voor beide soorten verzorging zijn er vele mogelijkheden: o.a. alfahulp, buren, kennissen,

thuiszorg, of zelfs verzorgenden van een verzorgingshuis

3 Sommige zorg is makkelijker en sneller te verkrijgen als mevrouw van Galen ze met een PGB

betaalt. Welke van de noodzakelijke zorgfuncties kan mevrouw desgewenst met een PGB

betalen?

© ThiemeMeulenhoff 31


3.3 Voert coördinerende taken uit

Beide soorten verzorging

4 Noem alle gezondheidszorginstanties en –instellingen waarmee mevrouw van Galen sinds

haar val te maken kreeg

(Huisarts), polikliniek/EHBO, ziekenhuis, (thuiszorg); maar ook: zorgverzekeraar en CIZ (voor

het eventueel aanvragen van zorg en/of PGB)

KENNISOPDRACHT

1 Een psychogeriatrisch verpleeghuis is:

• a. tweedelijnsgezondheidszorg;

• b. transmurale gezondheidszorg;

• c. curatieve gezondheidszorg;

• d. collectieve gezondheidszorg.

Welk antwoord/welke antwoorden zijn niet juist en waarom?

Alleen antwoord a) is juist

2 Wat kan voor zorgvragers een reden zijn om voor zorg in natura te kiezen en niet voor een

persoonsgebonden budget (PGB)?

Vanwege de administratieve, organisatorische en financiële verantwoordelijkheden en besognes

die je met een PGB hebt

3 Waarom is een gezinsvervangend tehuis (GVT) geen intramurale gezondheidszorginstelling?

Omdat een zorgvrager daar niet 24 uur per etmaal gezondheidszorg ontvangt of

verpleegd/verzorgd wordt, maar meestal alleen een beperkt aantal uren per periode begeleiding,

e.d. krijgt en voor het overige zelfstandig woont

4 Voorheen werden verpleegkundigen meestal door de gezondheidszorginstellingen zelf opgeleid.

A-verpleegkundigen door algemene ziekenhuizen, B-verpleegkundigen door psychiatrische

ziekenhuizen en Z-verpleegkundigen door instellingen voor verstandelijk gehandicapten.

Bedenk een reden waarom deze oude opleidingen een barrière vormden voor transmurale en

vraaggestuurde zorg, terwijl de moderne verpleegkundeopleiding juist bevorderlijk kan zijn

voor deze zorg.

De oude opleidingen waren heel sterk op één type (sector of setting) gezondheidszorg gericht

en bijgevolg de opgeleide verpleegkundigen ook; in de moderne opleiding wordt aan alle

sectoren/settings aandacht geschonken en kunnen de opgeleiden dus ook flexibeler in een

andere setting of sector werkzaam zijn of naar een andere setting of sector overstappen en

kunnen zij zorgvragers die van de ene sector/setting in de andere terecht komen ook beter

begeleiden.

5 Bedenk een reden waarom transmurale gezondheidszorg in het belang is van:

• a. de zorgvragers;

• b. de gezondheidszorginstellingen;

• c. de zorgverzekeraars.

Transmurale zorg laat de zorgvrager zoveel mogelijk in zijn eigen omgeving en voorkomt

hospitalisering. Een zorginstelling is wat betreft de capaciteit minder gebonden aan de eigen

mogelijkheden, zoals aantallen bedden. Voor zorgverzekeraars is transmurale zorg vooral

gunstig omdat het goedkoper is dan intramurale zorg.

32

© ThiemeMeulenhoff

More magazines by this user
Similar magazines