Congresnota - FNV Bouw Kaderplatform

kaderleden.fnvbouw.nl

Congresnota - FNV Bouw Kaderplatform

Congresnota

Themacongres FNV Bouw 2012 | De Nieuwe Vakbeweging


Congresnota FNV Bouw 2012

De Nieuwe Vakbeweging


Inhoud

De Nieuwe vakbeweging: een sterke en moderne vakbeweging 5

Waarom een Nieuwe Vakbeweging? 5

Ledenraadpleging FNV Bouw in de aanloop naar het oprichtingscongres

van DNV 5

Historie 6

Congres FNV Bouw 6

FNV congres: probleembeschrijving 7

Algemene herkenbaarheid 7

Belangenvertegenwoordiging 7

Dienstverlening 7

Bestuur en organisatie 7

Eerste conclusies ledenraadplegingen en verdere

onderzoekspunten 8

Missie en identiteit van De Nieuwe Vakbeweging 8

Doelen van De Nieuwe Vakbeweging 8

Polderen en/of polariseren 9

Wie sluit zich aan bij De Nieuwe Vakbeweging? 10

Waar gaat het om? 10

Wat is afgesproken in Dalfsen? 10

Hoe is het nu? 10

Wat valt daarover te zeggen? 11

Voorbeeld uit Spanje 11

Doelstellingen FNV Bouw en FNV 11

Tegengestelde belangen 12

Maatschappijvisie 12

Brede of smalle visie 12

Vormen van lidmaatschap binnen De Nieuwe Vakbeweging 14

Waar gaat het om? 14

Wat is afgesproken in Dalfsen? 14

Hoe is het nu? 14

Wat valt daarover te zeggen? 15

Eén lidmaatschap 15

Dwarsverbanden 16

Aanvullend pakket 17

april 2012 | Congresnota 2012 | 3


Solidair, democratisch en autonoom 18

Wat is afgesproken in Dalfsen? 18

Representativiteit ledenbestand 18

Structurering via kolommen 19

Samenwerking tussen vakorganisaties 19

Besluitvorming in De Nieuwe Vakbeweging 19

De weg ernaartoe 19

Hoe is het nu? 20

Representativiteit ledenbestand 20

Structurering via kolommen 20

Samenwerking tussen vakorganisaties 21

Besluitvorming 21

Mogelijkheden 23

De Nieuwe Vakbeweging en de bouwkolom 23

De verdeling van financiële middelen 24

De ledenraad: het hoogste orgaan 25

Het bestuur 26

Bijlagen 27

Vragenlijst 27

Besluitenlijst Dalfsen 30

4|Congresnota 2012 | april 2012


De Nieuwe vakbeweging: een

sterke en moderne vakbeweging

Waarom een Nieuwe Vakbeweging?

De voorzitters van de FNV-bonden hebben zich op 3 december 2011 in

Dalfsen uitgesproken over het blijvende belang van een sterke en moderne

vakbeweging. Deze moderne vakbeweging heeft als werktitel ‘De Nieuwe

Vakbeweging’ meegekregen (vaak afgekort als DNV). De Nieuwe

Vakbeweging is het middel om samenwerking tussen bonden en vernieuwing

mogelijk te maken. De besluitenlijst van Dalfsen is bijgevoegd als bijlage.

In Dalfsen is ook besloten om een commissie van kwartiermakers te

benoemen, die aan het werk is gegaan om tot een nieuwe vakbeweging te

komen. Voormalig staatssecretaris Jetta Klijnsma is voorzitter van de

kwartiermakers. Op dit moment voeren de kwartiermakers op veel plekken in

het land gesprekken met mensen om wensen en verwachtingen over De

Nieuwe Vakbeweging in kaart te brengen. FNV Bouw doet dat ook. De bond

benadert alle leden om helder te krijgen wat FNV Bouw-leden vinden van De

Nieuwe Vakbeweging en de positie van FNV Bouw daarin. Dat doen wij door

middel van vragenlijsten, regionale voorconferenties en gesprekken. En via

dit congres.

Ledenraadplegingen FNV Bouw

FNV Bouw organiseert op 25 april in het Congrescentrum in Den Haag een

raadgevend congres. De bondsraad neemt op de jaarvergadering van 31

mei/1 juni een besluit over de inzet voor het oprichtingscongres van De

Nieuwe Vakbeweging. Vervolgens komen op 23 juni 2012 alle FNV-bonden bij

elkaar voor het oprichtingscongres van De Nieuwe Vakbeweging. Dan zal De

Nieuwe Vakbeweging een feit zijn.

De bondsraad van FNV Bouw neemt een besluit over de inzet op het

oprichtingscongres van DNV (23 juni 2012). Om de bondsraad te ondersteunen

in haar besluit haalt FNV Bouw op diverse manier informatie op bij

haar leden. Het raadgevend congres op 25 april is de laatste stap in dit

ophaaltraject. Voorafgaand aan het congres op 25 april over de oprichting van

DNV heeft FNV Bouw haar leden geraadpleegd door middel van een vragenlijst

en in regionale voorconferenties. In zowel in de vragenlijst als in de

voorconferenties is ingegaan op voor FNV Bouw belangrijke thema’s voor DNV.

NB. Het traject van FNV Bouw staat los van het ophaaltraject van de

kwartiermakers en derhalve ook los van de congresnota die de

kwartiermakers op zullen stellen voor het oprichtingscongres van DNV.

Uiteraard zijn de door FNV Bouw gekozen thema’s wel relevant voor het

oprichtingscongres van DNV, maar ze zullen niet één op één te vertalen zijn.

april 2012 | Congresnota 2012 | 5


Historie

Zowel het congres van FNV Bouw als het congres van de vakcentrale FNV

hebben in 2009 uitspraken gedaan over vernieuwing.

Het oprichten van De Nieuwe Vakbeweging is een belangrijke stap naar

vernieuwing van de vakbonden in Nederland. Deze vernieuwing is nodig

omdat er in Nederland op een andere manier gewerkt wordt. Zo is er steeds

meer internationalisering en flexibilisering van arbeid. Ook werken mensen

niet meer hun hele leven bij één werkgever en is ‘de werknemer’ niet meer

automatisch man en fulltime werkzaam. Ook jongeren, vrouwen, allochtonen,

deeltijdwerkers, hoogopgeleiden, ouderen, zzp’ers en migranten zijn een

belangrijk onderdeel van de beroepsbevolking in Nederland. De positie van

de vakbeweging op de veranderende arbeidsmarkt verzwakt, werkenden

worden niet meer automatisch lid van een vakbond. Het gevolg is dat de

organisatiegraad terugloopt en het ledenbestand van de FNV-bonden sterk

vergrijst.

Congres FNV Bouw

In 2009 heeft het congres van FNV Bouw ‘Anders werken werkt anders’

uitgesproken de bond te willen vernieuwen om beter in te kunnen spelen op

deze ontwikkelingen, die zich met name ook in onze eigen sectoren

voordoen. Leidraad daarbij is de combinatie van de macht van het getal en

de kracht van de herkenbaarheid. Sinds 2009 is er op verschillende

manieren gewerkt aan samenwerking met andere bonden op de werkplek en

aan het streven naar een ongedeelde FNV. Zo is het project ‘FNV op de

Bouwplaats’ gestart, zijn er gesprekken met FNV Bondgenoten over

samenwerking in de bouwkolom en huurt de ANBO in het hoofkantoor te

Woerden ruimte voor hun werkorganisatie. Eerder werkte FNV Bouw al

samen in een federatie met Zbo en is FNV Waterbouw opgericht samen met

Nautilus.

6|Congresnota 2012 | april 2012


FNV congres: probleembeschrijving

Op het FNV congres in 2009 is een resolutie aangenomen met de opdracht

‘tot een verkenning te komen van vormen van een verbeterde slagkracht’

van de vakbeweging, waarbij ‘geen enkele uitkomst op voorhand wordt

uitgesloten’. Samenwerking tussen bonden wordt hierbij als belangrijk

middel genoemd. In 2010 is aan onderzoeksbureau Andersson, Elffers, Felix

(AEF) opdracht gegeven om te onderzoeken hoe een slagvaardige en

herkenbare FNV tot stand kan komen. In dit onderzoek is ingegaan op de

algemene herkenbaarheid, de belangenvertegenwoordiging, de

dienstverlening en bestuur en organisatie.

Algemene

herkenbaarheid

In dit onderzoek geven de bonden aan dat FNV een sterke merknaam heeft.

Lobbyen is een belangrijke taak van de vakcentrale FNV. Hiervoor is de

binding tussen de bonden onderling en tussen bonden en vakcentrale echter

onvoldoende. Ook is er een gebrek aan een heldere en aansprekende visie

en leidt gebrekkige besluitvorming tot een ineffectieve lobby.

Belangenvertegenwoordiging

Een actieve en herkenbare vakbond op de werkvloer is cruciaal voor

ledengroei en herstel van de organisatiegraad. In 2010 waren de bonden het

eens over de noodzaak tot samenwerking, maar niet over hoe het

gerealiseerd kan worden. Het verschil zit hem vooral in de organisatorische

voorwaarden, met name in aanpassingen in structuur en wijze van

samenwerking: variërend van geen tot ingrijpende.

Dienstverlening

Dienstverlening is een belangrijk aspect van de vakbeweging. Bij structurele

ledendaling zullen er echter keuzes gemaakt moeten worden in de uitvoering

van de dienstverlening en in de bijbehorende organisatie.

Bestuur en organisatie

Op dit moment is de besluitvorming binnen de FNV niet optimaal. Hierdoor

neemt de disbalans tussen bonden en verenigingsorganen toe. Ook zit er

een overlap in beleidsvoorbereiding. Over de oorzaken van de slechte

kwaliteit van besluitvorming verschillen de opvattingen. Genoemd worden

structuur, cultuur, gebrek aan professionaliteit, gedrag en sturing.

Het onderzoek door onderzoeksbureau AEF is uitgevoerd voordat er een

bestuurscrisis ontstond en De Nieuwe Vakbeweging ter sprake kwam. De

resultaten geven echter aan dat de problemen en gedachten hierover niet

pas in het afgelopen half jaar zijn ontstaan. Het oprichten van De Nieuwe

Vakbeweging is een volgende stap in een al jaren durend proces.

april 2012 | Congresnota 2012 | 7


Eerste conclusies ledenraadplegingen

en verdere onderzoekspunten

In de voorconferenties en bij de vragenlijst zijn de leden over enkele thema’s

duidelijk geweest wat hun standpunt is. Voor enkele andere thema’s is dat

minder helder.

In dit hoofdstuk staat beschreven wat het standpunt van de leden is voor de

thema’s ‘missie & identiteit’, ‘doelen’ en ‘polderen en/of polariseren’.

De thema’s ‘wie sluit zich aan bij De Nieuwe Vakbeweging’, ‘welke vormen

van lidmaatschap zijn mogelijk binnen De Nieuwe Vakbeweging’ en ‘solidair,

democratisch en autonoom’ hebben elk hierna een eigen hoofdstuk

gekregen omdat deze thema’s meer discussie en besluitvorming behoeven.

Het congres zal in het teken staan van deze drie thema’s.

Missie en identiteit van De Nieuwe Vakbeweging

Op de voorconferenties van FNV Bouw is de huidige missie van FNV Bouw

onderschreven. Ook worden uitgangspunten voor DNV, zoals vastgelegd in

Dalfsen, onderkend. Wel is benadrukt dat FNV/DNV zich meer moet richten

op nieuwe groepen werkenden. Ook moet FNV/DNV daadwerkelijk iets voor

deze mensen gaan betekenen. Nu wordt er te weinig gedaan voor deze

mensen. Bij de nieuwe groepen werkenden staan jongeren en UTA-personeel

volgens onze leden bovenaan als het gaat om groepen waar winst te halen

valt. Het belang en de producten van de vakbond zijn voor deze groepen nu

veelal onbekend.

Voor de leden op de voorconferenties is het belangrijk dat de missie

duidelijker uitgedragen wordt en dat de bouwkolom herkenbaar blijft/wordt.

FNV Bouw moet volgens hen het voortouw nemen in de vernieuwing en de

oprichting van DNV.

Doelen van De Nieuwe Vakbeweging

De vakbeweging houdt zich momenteel met twee verschillende zaken bezig:

aan de ene kant met directe belangenbehartiging en aan de andere kant

met het beïnvloeden van het overheidsbeleid. Nu kun je het één niet los zien

van het ander. Overheidsbeïnvloeding doe je immers ook vanuit het belang

van de leden.

Leden vinden zowel individuele als collectieve belangenbehartiging erg

belangrijk vanuit een stevige basis op de werkplek en in de woonplaats.

Maar leden vinden ook dat de vakbeweging een sterke top moet hebben die

op nationaal niveau de sector overstijgende belangen moet behartigen in

overleg met overheden. In de regionale voorconferenties is wel regelmatig

genoemd dat de leden meer geïnformeerd willen worden over deze sector

overstijgende zaken als het algemene arbeidsvoorwaardenbeleid.

8|Congresnota 2012 | april 2012


Polderen en/of polariseren

In de voorconferenties en in de vragenlijst hebben de leden van FNV Bouw

aangegeven zowel het overleg als het actievoeren belangrijk te vinden. Het is

belangrijk om in een vroeg stadium mee te praten over beslissingen en het

is even zo belangrijk om middels actie een vuist te kunnen maken als je het

ergens niet mee eens bent. FNV heeft een sterke positie in het poldermodel

van Nederland. Deze sterke positie is echter niet altijd meer gebaseerd op

een sterke basis.

Het maken van een vuist moet niet alleen gebeuren op thema’s die aan de

overlegtafel moeilijkheden geven, maar ook op thema’s waarvan leden zelf

aangeven dat deze belangrijk zijn. De stem van de leden is belangrijk om te

bepalen waar energie van de vakbeweging in gestoken moet worden. Het

sterker maken, het faciliteren en in hun kracht zetten van leden is enorm

belangrijk voor de sterke basis die de vakbeweging nodig heeft.

Het lijkt alsof het polderen en het actievoeren in de huidige vorm hun beste

tijd hebben gehad (polderen: verslechteringen afzwakken, slikken of stikken,

actievoeren: petjes en toeters). Helemaal afstand nemen van het polderen

zal weer andere problemen opleveren (verminderen van invloed, aan de zijlijn

staan, meer conflicten). Het ligt dus voor de hand te profiteren van het

gegeven dat de vakbeweging beide instrumenten tot zijn beschikking heeft.

Wel is het belangrijk dat polderen en actievoeren meer verbonden en per

situatie strategisch ingezet worden. Er moet meer expliciet gekozen worden

wanneer welk middel wordt ingezet.

april 2012 | Congresnota 2012 | 9


Wie sluit zich aan bij De Nieuwe

Vakbeweging?

Waar gaat het om?

Niet alleen de huidige FNV-bonden kunnen zich aansluiten bij De Nieuwe

Vakbeweging, de organisatie staat ook open voor andere organisaties. Maar

gaat het dan alleen om andere vakbonden? Of ook bijvoorbeeld om

(organisaties van) zzp’ers? En wat te denken van beroepsverenigingen zoals

de V&VN (Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland) of de Vereniging van

Huisartsen? Waar ligt de grens tussen beroepsgroep, vereniging van

zelfstandigen en ondernemersvereniging? En hoe breed is De Nieuwe

Vakbeweging? Willen we ook studentenvakbonden onderdak bieden en

misschien zelfs huurdersorganisaties? En hoe zit het dan met organisaties

op het gebied van milieu en duurzaamheid?

Wat is afgesproken in Dalfsen?

De Nieuwe Vakbeweging moet een open structuur krijgen. Dat betekent dat

ook vakbonden die nu geen lid zijn van de FNV worden uitgenodigd om toe

te treden. Verder kunnen ook nieuwe of bestaande verenigingen toetreden

die zijn georganiseerd langs de lijnen jongeren, uitkeringsgerechtigden en

ouderen. Ook kunnen maatschappelijke organisaties als Greenpeace,

Amnesty en de consumentenbond zich in theorie aansluiten bij De Nieuwe

Vakbeweging.

Hoe is het nu?

FNV Bouw is aangesloten bij de vakcentrale FNV. In totaal zijn nu 19 bonden

aangesloten, waaronder de FNV Vrouwenbond (voor vrouwen), ANBO (voor

ouderen), FNV Zbo (voor zelfstandigen in de bouw) en FNV Zelfstandigen

(voor andere zzp’ers). Daarnaast heb je ook nog FNV Jong, de bond die zich

richt op jongeren van de aangesloten bonden. En FNV Mondiaal die zich

bezighoudt met nakoming van internationale afspraken (zoals het ILOverdrag)

en met internationale solidariteit.

Naast de FNV zijn er nog twee grote vakcentrales: het CNV en de MHP.

Verder bestaan er alternatieve vakbonden zoals de Landelijke

Belangenvereniging (LBV) en het Alternatief voor vakbond (AVV). En er zijn

categorale bonden, die alleen werknemers in een bepaalde sector, branche

of zelfs beroep organiseren en die niet zijn aangesloten bij een van de drie

vakcentrales. In de bouw en infra heb je bijvoorbeeld Het Zwarte Corps

(HZC), een vakbond voor machinisten en ander ‘machine-gebonden

personeel’.

10 | Congresnota 2012 | april 2012


Al deze vakbonden bestaan naast elkaar, maar zitten vaak wel samen aan

tafel, bijvoorbeeld bij cao-onderhandelingen of in de SER en de Stichting van

de Arbeid. De kleine bonden zitten aan tafel als het gaat om een bepaalde

branche of beroepsgroep (categorale bonden). Het gebeurt ook dat

werkgevers de grote bonden buiten spel zetten, door afspraken te maken

met een kleine bond. Dat gebeurt vooral in sectoren waar de

organisatiegraad van de vakcentrales laag is.

Wat valt daarover te zeggen?

Hoe breed een vakbond is – en met welke thema’s deze zich bezighoudt –

hangt allereerst af van de doelstelling. De leden van FNV Bouw zijn hierover

behoorlijk verdeeld: de ene helft is voor een brede maatschappelijke

taakopvatting, de andere helft is voor beperking tot de gebieden arbeid en

inkomen.

Voorbeeld uit Spanje

Om de discussie duidelijk te maken, helpt het soms te kijken naar uitersten.

Bijvoorbeeld naar de Spaanse vakbond Comisiones Obreros (CCOO), die zich

met alles bezighoudt, tot de strijd tegen kernenergie aan toe. Zij leggen dat

zelf zo uit: “Ons doel is bescherming en verbetering van de

maatschappelijke en arbeidsbelangen van álle burgers, vanuit het besef dat

collectieve belangen boven die van het individu of van een sector gaan, en

dat de voorwaarden voor een goed leven niet alleen bestaan uit werk, maar

ook afhangen van het soort samenleving waarin je leeft. Wij hebben een

visie op een betere wereld, waarin zaken anders verdeeld en georganiseerd

zijn. Alles wat we doen is er op gericht die wereld een stapje dichterbij te

brengen. Daarom houden wij ons óók bezig met thema’s als de toegang tot

het onderwijs, huisvesting, gezondheidszorg en milieu.” De CCOO plaatst dit

tegenover sectorale of categorale bonden van bijvoorbeeld verpleegsters of

piloten, die zich alleen bezighouden met bescherming en verbetering van de

belangen op het gebied van werk en inkomen van die specifieke groep.

Risico’s van een dusdanig brede doelstelling zijn o.a. versnippering van

aandacht en mogelijke aantasting van de kwaliteit van dienstverlening.

Doelstellingen

FNV Bouw en FNV

De doelstellingen van FNV Bouw zijn redelijk breed, zoals het streven naar

de instandhouding en uitbouw van een democratische samenleving met als

grondslag rechtvaardigheid en solidariteit. Internationaal streeft FNV Bouw

naar rechtvaardige verdeling van de welvaart en de handhaving van de vrede

tussen volkeren. Toch is die doelstelling in de loop der tijd versmald. Zo

voert de FNV niet meer de ‘klassenstrijd’, wordt ‘het kapitalisme’ niet langer

afgewezen en organiseert de FNV veel meer groepen dan alleen de

‘traditionele arbeider’. Ook zijn ‘huur- en consumentenzaken’ uit het

rechtenpakket van FNV Bouw verdwenen. Behalve de hoge kosten, was het

april 2012 | Congresnota 2012 | 11


argument hiervoor dat dit niets te maken had met werk en inkomen, de

kerntaak van de bond.

Van de FNV waren oorspronkelijk alleen vakbonden lid die werknemers in

een bepaalde beroepsgroep of sector organiseerden. In de loop der tijd zijn

daar ook bonden bijgekomen die zich richten op een speciale groep door alle

sectoren heen, zoals de FNV Vrouwenbond en ANBO. Zij organiseren niet

alleen werknemers, maar bijvoorbeeld ook vrouwen die niet werken of

zelfstandige zijn, of ouderen die al met pensioen zijn. Net als de bonden

voor zelfstandigen die geen werknemers organiseren, maar wel ‘werkenden’.

Tegengestelde belangen

De belangen van zelfstandigen zijn soms tegengesteld aan die van

werknemers. Bijvoorbeeld als het gaat om de hoogte van hun tarieven of om

de flexibiliteit van werktijden. Dat geldt in bepaalde mate ook voor

buitenlandse arbeidskrachten en voor uitzendkrachten en andere

flexwerkers. De vraag is dan ook of het mogelijk is om deze tegengestelde

belangen allemaal binnen dezelfde ‘nieuwe vakbeweging’ te organiseren.

Ook de belangen van uitkeringsgerechtigden en ouderen zijn soms

tegengesteld aan die van werknemers. Bovendien: waar behartig je die

belangen? Kan dat aan de cao-tafel?

Maatschappijvisie

In de discussie op de voorconferenties vonden de meeste mensen dat

toetreding tot De Nieuwe Vakbeweging alleen mogelijk moet zijn voor

vakbonden en organisaties van zzp’ers, dus organisaties van werkenden. En

dat er per sector maximaal één bond kan toetreden. Daarnaast zou je dan

door de hele nieuwe vakbeweging heen dwarsverbanden kunnen hebben voor

bijvoorbeeld flexwerkers, vrouwen, ouderen, jongeren en uitkeringsgerechtigden.

De vraag is dan wel: welk belang gaat voor? De CCOO in

Spanje beantwoordt die vraag duidelijk: het collectieve belang van alle

burgers (werkend of niet werkend). Maar om dat belang te kunnen toetsen,

heb je misschien wel eerst die visie nodig op een andere maatschappij. En

dan is het maar weer de vraag of mensen in Nederland – en onze huidige

leden – op zo’n overkoepelende maatschappijvisie zitten te wachten.

Brede of smalle visie

Dit alles leidt ertoe dat we een beetje op twee gedachten hinken. Uit de

discussie tot nu toe blijkt dat we mensen het liefst willen organiseren op

hun sector of zelfs op hun beroep. Dat zou ervoor pleiten je te beperken tot

arbeidsomstandigheden, werk en inkomen. Maar we willen ons ook

bemoeien met bijvoorbeeld beroepsonderwijs of met de sociale zekerheid.

Omdat we daar een directe link zien met werk en/of inkomen. Die wat

bredere blik zou betekenen dat binnen De Nieuwe Vakbeweging (organisaties

van) zzp’ers welkom blijven. Hetzelfde geldt vooruitkeringsgerechtigden. Veel

gemeentes kennen een eigen organisatie van uitkeringsgerechtigden, of

soms zelfs meer (bijvoorbeeld èn een WSW-raad èn een werklozenbond).

12 | Congresnota 2012 | april 2012


Kunnen al die plaatselijke clubs straks lid worden van De Nieuwe

Vakbeweging? En worden ze dan lid van de koepel, of worden ze verplicht

zich aan te sluiten als plaatselijke afdelingen van één bond voor

uitkeringsgerechtigden? En als we (beroeps)onderwijs van belang vinden voor

werk en inkomen, kunnen organisaties van studenten (LAKS, JOB, LSVb) dan

ook toetreden?

Bij zo’n ‘iets bredere blik’ is het wel lastig te bepalen waar de grens ligt. Zo

zat onlangs de Arena vol met leraren die niet zozeer opkwamen voor hun

loon of arbeidsplaats, maar voor de kwaliteit van het onderwijs. De AOb vindt

dit kennelijk tot haar taak horen. Maar hoe zit het dan met zaken als

inburgering, het debat over integratie, acties tegen discriminatie? Dat is

allemaal in feite toch ook nodig om ‘gewoon goed werk’ voor iedereen

mogelijk te kunnen maken?

Bovendien: stel dat je het eens wordt over de thema’s en de grenzen, dan

blijft er een grijs gebied. Want voetbalclubs kunnen bij een focus op werk en

inkomen niet toetreden. Maar wat nu als bijvoorbeeld FNV Bouwkolom vanuit

ledenbinding een aantal voetbalteams opricht, of FNV Jong een klimsportclub?

En de ANBO-afdelingen, die vooral door leden zeer gewaardeerde

wandelingen, klaverjasavonden en koffie-uurtjes organiseren, mogen wel

blijven, terwijl een wandel- of klaverjasclub niet mag toetreden? Of gaat het

er dan om dat dit niet het hoofddoel is, maar ‘slechts’ een bindende

activiteit? En wie bepaalt dat dan? Dat lijkt misschien een flauwe vraag,

maar het is precies die discussie (zijn we nu een jongerensoos of en club

uitsluitend gericht op werk en inkomen) die de vroegere Jongerenbeweging

verbonden met de FNV de das om heeft gedaan.

april 2012 | Congresnota 2012 | 13


Vormen van lidmaatschap

binnen De Nieuwe Vakbeweging

Waar gaat het om?

Hoe word je lid van de nieuwe vakbeweging? Hier liggen een paar mogelijkheden.

Je kan lid worden van de nieuwe beweging, van de aangesloten

vakbonden/kolommen of van een combinatie van beiden. Alles is mogelijk,

maar de doelstelling is: een zo groot mogelijke betrokkenheid van de leden.

Wat is afgesproken in Dalfsen?

Er zijn drie besluiten genomen die betrekking hebben op het lidmaatschap.

Ten eerste: het wordt mogelijk om rechtstreeks lid te worden van De Nieuwe

Vakbeweging.

Ten tweede: mensen kiezen zelf met welke vakorganisatie zij zich het meest

verbonden voelen. Van die vakorganisatie worden mensen lid.

En ten derde: er wordt gestreefd naar een zo direct mogelijke betrokkenheid

van leden bij de besluitvorming binnen de vereniging.

Hoe is het nu?

De FNV heeft 19 bonden als lid. Die bonden hebben alles bij elkaar

ongeveer 1,4 miljoen leden en dat maakt dat de FNV bij de grootste

organisaties van Nederland hoort (met de ANWB en de kerken). Alle leden

zijn lid van hun eigen FNV-bond: daaraan betalen ze contributie en daar

krijgen ze een cao, dienstverlening en invloed voor terug.

Er is één soort lidmaatschap. Je kunt alleen lid worden als natuurlijk

persoon. Een ondernemingsraad (OR) kan bijvoorbeeld geen lid worden. En

je kunt alleen maar lid worden voor het hele pakket van dienstverlening. Het

is niet mogelijk om een onderscheid te maken tussen bijvoorbeeld een

basispakket en een aanvullend pakket – zoals bij je zorgverzekeraar.

Tegelijkertijd wordt het steeds duidelijker, dat mensen onderling verschillen.

Niet alleen in het werk of in de gezinssituatie, maar ook in voorkeuren. Het

huidige lidmaatschap komt daaraan niet tegemoet. Het lidmaatschap van

jongeren geeft precies dezelfde rechten als dat van gepensioneerden. Een

hoogopgeleide werkende heeft dezelfde aanspraken als een laaggeschoolde

werkloze.

Elke bond heeft zijn eigen ledenadministratie. Als je van sector verandert,

moet je vaak ook van bond veranderen. Dat is omslachtig en duur.

Bovendien heeft het tot gevolg dat mensen blijven hangen bij een bond die

hun belangen niet meer behartigt. En tenslotte kan het leiden tot

belangentegenstellingen tussen bonden: elke bond wil een zo groot mogelijk

14 | Congresnota 2012 | april 2012


werkveld, om ook de bijbehorende leden te kunnen inschrijven. Je zou

zeggen: dat kan gemakkelijker.

Maar die structuur is niet helemaal willekeurig. Er is voor deze weg gekozen

bij de oprichting van de FNV in 1981. FNV Bouw is één van de 19 leden van

de FNV. Na FNV Bondgenoten, AbvaKabo FNV en de ANBO is FNV Bouw de

vierde bond binnen de FNV. Het aantal leden bepaalt hoeveel stemrecht een

bond heeft binnen de FNV. De stemverhouding is in de statuten vastgelegd.

Hoewel de twee grootste bonden meer dan de helft van de leden hebben,

hebben ze volgens die statuten samen geen meerderheid binnen de FNV.

Voor de 17 andere FNV-bonden zou het niet acceptabel zijn als de twee

grootste bonden alles met elkaar konden bedisselen. Bij fusies in het

bedrijfsleven is dat geen ongebruikelijke gang van zaken. Maar het heeft wel

effect op de besluitvorming.

Leden worden niet rechtstreeks in de besluitvorming betrokken. Als je niet

gestemd hebt bij een referendum, of zelfs tegen hebt gestemd, wordt jouw

lidmaatschap toch meegerekend bij de vóór-stemmers als in jouw bond een

meerderheid heeft voorgestemd. Niet de leden, maar de organisaties hebben

de zwaarste stem in het kapittel als er een sector overstijgend besluit moet

worden genomen. Referenda worden alleen gehouden bij grote en

zwaarwegende akkoorden tussen de vakbeweging, de werkgevers-organisaties

en de overheid. Statutair hebben die referenda een adviserende rol, en neemt

het parlement van de bonden, de Bondsraad, uiteindelijk het besluit.

Wat valt er verder over te zeggen?

Eén lidmaatschap

Het Congres van FNV Bouw heeft zich in 2009 ondubbelzinnig uitgesproken

voor een ongedeelde FNV binnen afzienbare termijn. De tijd lijkt hier nu rijp

voor te zijn. Het oogt betrekkelijk simpel: maak één lidmaatschap van de

FNV mogelijk en deel iedereen vervolgens toe aan de bond die het beste

past en die de voorkeur van het lid heeft. Zo bespaar je organisatiekosten

en administratieve lasten. Heel veel mensen maakt het niet uit van welke

FNV-bond ze lid zijn. De FNV is het sterke merk, en de FNV-bonden zijn dat

veel minder.

Maar zo eenvoudig is het niet. Rechtstreeks lidmaatschap betekent ook, dat

er nieuwe afspraken over besluitvorming moeten komen. Kunnen de grote

bonden dan alsnog al hun leden vertegenwoordigen? Wat betekent dat voor

de positie van kleinere bonden? Worden hun belangen wel voldoende

meegewogen in de uiteindelijke besluiten? En wat betekent het voor het

financiële beheer van de afzonderlijke bonden? Een deel van de financiering

is immers afkomstig uit de sectoren waar cao’s worden afgesloten. Ook niet

april 2012 | Congresnota 2012 | 15


onbelangrijk: elke bond heeft zijn eigen lidmaatschap, met eigen algemene

voorwaarden, rechtenpakket én een eigen prijs. De hoogte van de contributie

loopt flink uiteen. Kiezen voor één lidmaatschap betekent ook, dat je de

contributie gelijk moet trekken en daaraan gekoppeld ook het

dienstverleningspakket.

De grote meerderheid van de geënquêteerde leden binnen onze achterban

(ca. 75%) vindt dat er een (rechtstreeks) lidmaatschap van De Nieuwe

Vakbeweging moet komen. Vervolgens is er een aantal sector- of

beroepsgerichte kolommen of bonden, waarbij je je kunt aansluiten.

Iedereen is dan lid van De Nieuwe Vakbeweging, maar het lidmaatschap van

de afzonderlijke aangesloten organisaties blijft een bewuste, individuele en

herkenbare keuze. Een vrije keuze ook, want alleen zo stel je echt het lid

centraal. Maar dat stelt wel eisen aan betere en soepelere samenwerking en

afspraken tussen de kolommen of bonden.

Stel ik werk als klusjesman in een verzorgingshuis. Dan val ik onder de cao

verpleeg- en verzorgingshuizen, die wordt afgesloten door de kolom Zorg en

Welzijn. Maar zelf heb ik hiervoor altijd als timmerman in de bouw gewerkt.

Dus ik ben lid geworden van de Bouwkolom, omdat ik me daar het meest

thuis voel. Ideaal gezien zou ik dan tóch informatie moeten krijgen over mijn

cao. En als ik een conflict krijg met mijn baas, bijvoorbeeld omdat mijn loon

niet op tijd betaald wordt, moet ik hierbij juridische hulp krijgen. En dat

allemaal zonder dat ik me hoef over te schrijven naar de kolom Zorg en

Welzijn en zonder dat iemand gaat zeuren dat ik ‘verkeerd georganiseerd’

ben. ‘Verkeerd georganiseerd’ zou een uitdrukking moeten zijn die bij De

Nieuwe Vakbeweging niet meer bestaat.

Dwarsverbanden

Naast het rechtstreekse lidmaatschap van DNV en vakorganisaties of

kolommen wordt het binnen de nieuwe structuur ook mogelijk om je te

organiseren langs de lijn jongeren, ouderen, uitkeringsgerechtigden en

vrouwen. De zogenaamde dwarsverbanden. Het moet dus mogelijk zijn dat je

rechtstreeks lid wordt van DNV, van de vakorganisatie Bouw maar ook van

DNV Jong of DNV Vrouwen. De vraag is dan vervolgens of iedereen zijn eigen

dwarsverband kan beginnen. Als ik met een groep Poolse collega’s in de

kassen werk en ik wil graag contact met Poolse collega’s in de bouw, omdat

we deels dezelfde problemen tegenkomen als het bijvoorbeeld gaat om

huisvesting, kunnen we dan een dwarsverband ‘Polen’ oprichten? En

wanneer is iets een dwarsverband en wanneer een kolom? Die grens is niet

altijd zo duidelijk. Zo wordt de beroepsgroep ‘secretaresses’ door de één als

dwarsverband genoemd, terwijl de ander dit ziet als beroepskolom. En

zzp’ers zijn in beginsel een dwarsverband, maar als je de zzp’ers in de bouw

apart organiseert (zoals nu bij ZBo), is het misschien weer eerder een

beroepskolom? En wie bepaalt dat? Wie bepaalt sowieso of een nieuw

16 | Congresnota 2012 | april 2012


dwarsverband ontstaat? Degenen die er één willen oprichten, of moet dat

een officieel besluit zijn van een overkoepelend bestuur of ledenraad?

Aanvullend pakket

Iets anders is dat bovenop het basislidmaatschap verschillende soorten

lidmaatschappen kunnen komen. Je kiest daarvoor net als de manier waarop

je bovenop je verplichte zorgverzekering een aanvullende verzekering afsluit.

Denk aan recht op juridische ondersteuning bij ontslag, op loopbaanadvies

of op collectieve voordelen. Hoe dat precies wordt ingevuld, is een

verantwoordelijkheid van de bonden die zich aansluiten. Nu verschilt de

dienstverlening en de voorwaarden behoorlijk per bond.

Tijdens de voorconferenties in de regio’s in maart bleek overigens wel dat er

verschillend gedacht wordt over welke dienstverlening thuishoort bij het

basispakket en welke bij het aanvullend pakket. De ene stroming vond dat

het basispakket veelomvattend hoort te zijn, dat hier veel dienstverlening bij

thuishoort. Anderen vonden dat het basispakket relatief beperkt kan zijn (en

goedkoop) en dat de andere elementen eerder bij het aanvullend pakket

horen. Hoort loopbaancoaching of juridische ondersteuning bij (mogelijk)

ontslag bij de het basispakket of bij de aanvulling? Hier valt over te

discussiëren.

Collega vakbonden in landen als Zwitserland en Scandinavië hebben een

omvangrijk dienstenpakket gekoppeld aan het lidmaatschap. De keerzijde is

dat hier aanzienlijk hogere contributiebedragen voor worden gevraagd dan bij

ons. De vraag is of dit soort bedragen in Nederland haalbaar zijn, ook al

gezien de scherpe concurrentieverhoudingen met de bonden van het CNV.

april 2012 | Congresnota 2012 | 17


Solidair, democratisch en

autonoom

De representativiteit van de huidige bonden staat onder druk. Door de

veranderingen in economie en maatschappij worden jongeren, flexwerkers en

hoger opgeleiden minder goed vertegenwoordigd dan ouderen, vaste

werknemers en lager opgeleiden. Eenmaal binnen, dan zijn het vooral de

ouderen (vaak gepensioneerd of uitkeringsgerechtigd) en de vaste werknemers

die meedoen in de vakbondsdemocratie. Het resultaat is, dat (vaak

ongewild) de belangen van de slechter vertegenwoordigde groepen minder

goed worden behartigd dan die van de wél gerepresenteerde groepen. En al

was het niet zo, elk vakbondsstandpunt kan door de onderhandelaars van de

tegenpartij worden weggezet omdat het niet representatief is.

Representativiteit en verenigingsdemocratie zijn onontbeerlijk voor een

sterke vakbeweging. De gang van zaken rond het pensioenakkoord in 2011

liet zien hoe wankel de huidige democratische besluitvorming is – en tot wat

voor gevolgen dat kan leiden.

De Nieuwe Vakbeweging moet perspectief bieden op de vraag hoe je alle

groepen werkenden, de traditionele én de opkomende, kunt

vertegenwoordigen. Enerzijds door het lidmaatschap voor zo veel mogelijk

mensen aantrekkelijk te laten zijn. Anderzijds door ieders belang via een

slimme democratische structuur te laten meewegen in de uiteindelijk

geleverde producten van individuele en collectieve dienstverlening. Het gaat

erom hoeveel vrijheid mensen krijgen om hun eigen belangen te behartigen

(autonomie) en hoe de vakbeweging voorkomt dat groepen werkenden en

uitkeringsgerechtigden tegen elkaar worden uitgespeeld (solidariteit). De

structuur en de wijze van democratische besluitvorming van De Nieuwe

Vakbeweging moeten bijdragen aan het vergroten van representativiteit en

onderhandelingsmacht.

Wat is afgesproken in Dalfsen?

De representativiteit en de structuur van besluitvorming zijn op verschillende

manieren aan de orde gekomen in Dalfsen.

Representativiteit

ledenbestand

Het uitgangspunt voor De Nieuwe Vakbeweging is de grote onderlinge

verscheidenheid tussen werkenden, zowel wat betreft maatschappelijke

positie (in een vast contract, als flexwerker of zzp’er) als voorkeuren en

persoonlijke situatie. Binnen al die diversiteit en pluriformiteit komen

mensen elkaar tegen in hun werk. De Nieuwe Vakbeweging moet dichtbij die

mensen staan, en herkenbaar zijn. Ook al hebben mensen soortgelijk werk,

dan nog verschillen ze in hoe ze hun werk, hun beroep en hun

arbeidsvoorwaarden vorm willen geven. Daarvoor moeten ze binnen De

Nieuwe Vakbeweging de ruimte en de autonomie krijgen.

18 | Congresnota 2012 | april 2012


Structurering via

kolommen

De Nieuwe Vakbeweging zal bestaan uit sterke sectoren, ingedeeld in

kolommen. Die maken samen met de leden hun eigen keuzes binnen de

verbindende structuur van De Nieuwe Vakbeweging. Binnen De Nieuwe

Vakbeweging kunnen dus afzonderlijke vakorganisaties bestaan. Elke bond

moet kijken welke stappen gezet moeten worden om zich om te vormen in

een beroepsgerichte vakorganisatie die herkenbaar is en dicht bij de leden

staat. Voor sommige bonden is de gevraagde verandering groot, en voor

andere wat minder groot. Onze bond, FNV Bouw, staat voor de vraag waar

het huidige werkgebied te krap is om de belangen goed te kunnen

behartigen, en waar het werkgebied zo ruim is dat mensen zich niet of

onvoldoende in hun bond herkennen.

Samenwerking tussen

vakorganisaties

De vakorganisaties hebben elkaar nodig om de belangen van werkende

mensen te behartigen als die niet binnen de sector of het beroep kunnen

worden opgelost. Bovendien zijn er organisatorische zaken die de

vakorganisaties net zo goed of zelfs beter samen kunnen doen dan alleen.

De Nieuwe Vakbeweging doet niets zonder mandaat van de aangesloten

vakorganisaties.

De Nieuwe Vakbeweging zal een open structuur hebben. Dat betekent dat

ook andere bonden die geen lid zijn van de FNV en (bestaande of nieuwe)

verenigingen die jongeren, uitkeringsgerechtigden en ouderen organiseren

kunnen toetreden. Het organisatieprincipe is ‘bouwen van onderop’. De

beroepsgerichte vakorganisaties zijn autonoom, maar opereren binnen de

verbindende structuur van De Nieuwe Vakbeweging. De bevoegdheden van

De Nieuwe Vakbeweging worden door de aangesloten vakorganisaties van

goedkeuring voorzien.

Besluitvorming in De

Nieuwe Vakbeweging

De Nieuwe Vakbeweging heeft een bestuur dat wordt gevormd vanuit de

voorzitters van de beroepsgerichte vakorganisaties. Zij besturen samen, en

zijn samen verantwoordelijk. Bij de besluitvorming binnen de vereniging

wordt gestreefd naar een zo direct mogelijke betrokkenheid van de leden.

De weg ernaartoe

Het besluit tot oprichting van De Nieuwe Vakbeweging wordt genomen door

bonden die bij de FNV zijn aangesloten. Vooralsnog blijven de huidige

verenigingsstructuren intact. Het besluit om toe te treden zal door iedere

bond afzonderlijk in een latere fase worden genomen.

april 2012 | Congresnota 2012 | 19


Hoe is het nu?

Representativiteit

ledenbestand

FNV Bouw is een loyale en vaak richtinggevende bond binnen de FNV. Als het

erom gaat verschillende belangen op één lijn te krijgen, is FNV Bouw de

laatste jaren vaak ook een innovatieve en dappere bond geweest. Altijd in

intensieve samenspraak tussen bondsbestuurders, cao-onderhandelaars en

de achterban. Denk aan de keuzes die we hebben gemaakt over

loopbaanbeleid in de cao, over het organiseren van zzp’ers, over de

hervorming van het pensioen. Altijd met een open oog voor

maatschappelijke ontwikkelingen, maar ook met oog voor de belangen van

werkenden, uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden. FNV Bouw is een

bond die wil leveren, niet een bond die koste wat kost een principiële

maatschappijvisie centraal stelt. Ook als dat soms verwijten en kritiek

oplevert.

De cao’s van FNV Bouw staan onder grote druk. Niet alleen vanwege de

crisis, maar ook vanwege de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De

bouwsector vergrijst, flexibiliseert en internationaliseert. Het aantal

werknemers in loondienst is sterk gedaald. Onder de werknemers is een

verschuiving gaande van uitvoerend personeel naar UTA. Het aantal zzp’ers

is enorm toegenomen. En bovendien werken veel mensen in de bouw onder

een cao die FNV Bouw niet afsluit. Denk aan installateurs, uitzendkrachten,

de architecten en ingenieurs. Werknemers onder de cao’s van FNV Bouw

voelen die versplintering als een bedreiging van hun werkzekerheid. Het is

lastig om via de cao succes te boeken.

Die ontwikkeling slaat terug op het ledental. Het aantal werkende leden was

in januari 2002 114.892. In januari 2012 was dat 72.990. Doordat het

totaal aantal werknemers (leden en niet-leden van de bond) net zo hard

afnam, is in 2012 een even groot percentage van de werknemers lid van

FNV Bouw als tien jaar eerder. Het aantal betalende leden beneden de 22

daalde in diezelfde periode met maar liefst 80%, van 7.230 naar 1.482

mensen. Het aantal uitkeringsgerechtigde en gepensioneerde leden steeg in

diezelfde periode van 40.127 naar 45.081.

De bond van 2012 is dus een heel andere dan die van tien jaar geleden. De

gezichtsbepalende rol van FNV Bouw in de overlegeconomie wordt steeds

minder gesteund door macht en invloed op de werkvloer, op de bouwplaats.

En op de lange termijn ondermijnt dat natuurlijk de invloed van de bond.

Structurering via

kolommen

Om vakbondsmacht van onderaf te organiseren en te benutten, moeten we

over de grenzen van de bond heen kijken: naar de uitzendsector, naar de

kleinmetaal, naar de architecten en ingenieurs. Maar ook binnen de

bouwsector zelf moeten we ervoor zorgen dat UTA-mensen en zzp’ers zichzelf

organiseren via de bond – of via De Nieuwe Vakbeweging. Voor FNV Bouw zal

20 | Congresnota 2012 | april 2012


De Nieuwe Vakbeweging dan dus betekenen, dat de in het verleden

gegroeide grenzen met andere sectoren wegvallen, en dat de samenwerking

met FNV Bondgenoten (in het project Bouwkolom) en FNV ZBo wordt

omgezet in een nieuwe kolom voor alle werkenden in de bouwnijverheid.

Samenwerking tussen

vakorganisaties

De verschillende FNV-bonden hebben er niet voor gekozen dingen samen te

doen, maar dingen enigszins te coördineren. Elke bond voert zijn eigen

beleid ten aanzien van de individuele dienstverlening, het kader- en

verenigingsbeleid, de ledenadministratie, communicatie en marketing. Let

maar eens op: elke bond heeft zijn eigen huisstijl, zijn eigen actiemateriaal

en -methoden, zelfs zijn eigen dienstenpakket voor de leden. De echte

samenwerking vindt vooral plaats als er gepolderd moet worden of als moet

worden vastgesteld wat er het komende jaar in de cao’s moet worden

geregeld. De FNV vertegenwoordigt de bonden, en daarmee de leden, in het

landelijke overleg met werkgevers en het kabinet. En als er landelijke acties

moeten komen, zoals in 2004, dan is de FNV de plek waar de bonden met

elkaar afspreken om samen te komen op het Malieveld of het Museumplein.

Lobby-organisatie en actie-coördinator. Dat zijn de twee rollen van de FNV, en

die zijn moeilijk met elkaar te verenigen. Een lobbyist wil het liefste

overleggen, en gaat geen acties organiseren. Dat is immers, zeker op korte

termijn, funest voor het overleg. En een actie-coördinator wil het liefste een

simpele boodschap kunnen verkondigen in plaats van een moeizaam bereikt

compromis uitventen. Volgens veel mensen heeft de FNV de afgelopen jaren

die spanning proberen op te lossen door zich in het polderoverleg te storten

en zich min of meer los te zingen van de achterban – die vaak eerder klaar

is met overleggen en kiest voor actie. Daarnaast slaagden FNV-bonden er

niet in de achterban te mobiliseren. Het helpt daarbij niet dat het FNVbestuur

zich alleen maar hoeft te verantwoorden in de federatieraad, en niet

rechtstreeks tegenover de leden.

Besluitvorming

Die samenwerking binnen de vakcentrale is in 2011 in de problemen

geraakt als gevolg van het pensioenakkoord. Hoe dat precies ging, is niet zo

interessant. Maar het liet wel heel duidelijk zien hoe de bestaande structuur

de besluitvorming in de weg zat. De belangrijkste knelpunten waren de

volgende.

Ten eerste, bij een technisch complex onderwerp is het bijzonder moeilijk om

onderhandelingen in Den Haag te koppelen aan betrokkenheid van grote

groepen leden. Ondanks alle commotie is er van massale actie geen sprake

geweest, óók niet toen de FNV of de bonden daartoe opriepen. En toch

zullen er altijd wel complexe en technische onderwerpen blijven. Denk aan

de toekomst van de zorg, aan bezuinigingsprogramma’s om het begrotingstekort

binnen de perken te houden, of aan de politiek ten aanzien van de

Europese Unie.

april 2012 | Congresnota 2012 | 21


Ten tweede, het is (ook weer dankzij de complexiteit van het onderwerp)

moeilijk om naar buiten toe duidelijk te maken dat met ieders belang

voldoende rekening is gehouden. Het pensioenakkoord heeft erg veel kritiek

gekregen omdat oudere werknemers en gepensioneerden (de leden van de

FNV) er beter af leken te komen dan jongeren en flexwerkers. Misschien

terecht, misschien ten onrechte. Maar als je jongeren nauwelijks

organiseert, ben je kwetsbaar voor het verwijt.

Ten derde, de stemverhouding tussen de bonden in de federatieraad (de

vergadering van alle FNV-voorzitters) heeft wel te maken met ledentallen,

maar een lid van FNV Bondgenoten wordt wat minder zwaar meegeteld dan

een lid van de Politiebond. Daardoor kunnen de twee grootste bonden in de

FNV niet met elkaar de dienst uitmaken. Maar als er diepe

meningsverschillen zijn, is die stemverhouding een probleem extra.

Ten vierde, het standpunt van een bond wordt uiteindelijk bepaald door de

bondsraad. In de stemming in de federatieraad geldt het standpunt van de

bondsraad voor alle leden (of die nu wat zwaarder of wat minder zwaar

meetellen). Een individueel lid van een bond heeft niet de zekerheid dat zijn

opvatting doorklinkt in het uiteindelijke besluit binnen de FNV. Zelfs niet als

die opvatting zou gelden voor een meerderheid van de leden.

Nu vindt de vakbondsdemocratie binnen de FNV veelal ‘getrapt’ plaats.

Kaderleden worden door leden verkozen in vertegenwoordigende functies als

sectorraden en de bondsraad. In de praktijk zijn er doorgaans niet zo veel

kandidaten dat er verkiezingen moeten plaatsvinden. Samen met sector- en

bondsbesturen bepalen kaderleden, eenmaal verkozen, het beleid, en zijn ze

daar ook (mede)verantwoordelijk voor. Regio- en sectorbestuurders worden

door de bondsraad benoemd, en bondsbestuurders worden gekozen door de

bondsraad.

Uiteraard krijgen de verkozen kaderleden input via collega’s in afdelingen en

bedrijven. Leden worden ook geraadpleegd in de aanloop van caoonderhandelingen

en zorgen voor input. Soms vindt ook directe

ledenraadpleging plaats via referenda. Over het algemeen gaat de

besluitvorming goed, en worden er zinvolle en afgewogen besluiten genomen,

maar helaas is de besluitvorming niet altijd optimaal.

22 | Congresnota 2012 | april 2012


Mogelijkheden

FNV Bouw is best goed in het behartigen van de belangen van zijn leden. De

cao Bouwnijverheid stelt de norm, en dat is een hoge: goede beloning,

goede secundaire arbeidsvoorwaarden, goede pensioenvoorziening, goede

faciliteiten in de sector. Maar daarvoor wordt een prijs betaald. Werkgevers

worden geprikkeld om het werk te laten doen door mensen die niet onder de

cao vallen: door uitzendkrachten, Poolse en Slowaakse schijnzelfstandigen,

zzp’ers. Dat kost minder en het levert minder risico op. Deze toenemende

focus op flex leidt niet alleen tot uitbuiting van betrokken collega’s, maar zet

ook druk op de arbeidsvoorwaarden van de mensen met een vast contract

en op door de bedrijfstak gefinancierde voorzieningen. Maar hoe zit het met

de solidariteit? Wordt de goede positie van de mensen onder de cao en

onder het bedrijfstakpensioen niet bereikt ten koste van uitzendkrachten,

zzp’ers, jongeren, migranten, mensen die geen lid zijn van FNV Bouw, vaak

geen lid zijn van een bond en daar ook weinig van verwachten?

FNV Bouw heeft de ambitie dat in DNV iedereen die in ‘de bouwkolom’

werkzaam is, zich vertegenwoordigd moet voelen, van de architecte aan haar

tekentafel tot de tegelzetter die het huis àf maakt. Dat willen we doen met

gezag, kennis van zaken, een aansprekende agenda, dichtbij en samen met

de mensen voor wie we het allemaal doen.

De FNV van nu is niet aantrekkelijk genoeg voor grote en groeiende groepen

werkenden. Dat geldt óók voor FNV Bouw. De structuur van sectoren en

cao’s knelt en de investeringsmogelijkheden van de bond worden beperkt

door de snelle terugloop in het ledental. De invloedrijke positie van FNV

Bouw wordt ondergraven door ontwikkelingen in de bedrijfstak en de

arbeidsrelaties. Om voor FNV Bouw zinvol te zijn, moet De Nieuwe

Vakbeweging perspectief bieden op een grotere representativiteit en betere

democratische besluitvorming. Daarom moet het voorstel van de

kwartiermakers aansluiten op onze uitgangspunten op dat gebied. Die

uitgangspunten worden door de bondsraad vastgelegd op grond van het

advies van het congres van 25 april. Maar er zijn nog erg veel vragen die op

antwoord wachten. In het congres zal daarover van gedachten kunnen

worden gewisseld – bijvoorbeeld over de vragen hieronder.

De Nieuwe Vakbeweging Binnen DNV komen er vakorganisaties per bedrijfskolom. Landelijk moeten

en de bouwkolom de werkgebieden van de kolommen worden vastgesteld op basis van de

potentiële arbeidsmobiliteit van werkenden.

Binnen de kolommen zal er autonomie voor bonden overblijven ten aanzien

van de methode van interne democratische besluitvorming. De sterke

punten van een bestaande bond blijven overeind, en worden overgezet naar

de nieuwe organisatie. 85% van de leden van FNV Bouw heeft in de

april 2012 | Congresnota 2012 | 23


vragenlijst aangegeven, dat de sector of kolom zelfstandig moet zijn, maar

belangrijke strategische besluiten moeten over alle sectoren heen genomen

worden. Verder is een gezamenlijke coördinatie-afspraak binnen De Nieuwe

Vakbeweging nodig over de groei naar meer directe en minder getrapte

democratie binnen de bond.

De vraag is, of er één vakorganisatie per kolom zou moeten zijn, of dat er

meerdere vakorganisaties mogelijk zijn. In het laatste geval zou op zijn minst

de onderlinge samenwerking en coördinatie van die meerdere

vakorganisaties krachtig moeten worden uitgewerkt. Denk aan een

samenwerking tussen FNV Bouw en FNV ZBo. Op het niveau van de

afzonderlijke werkgever of onderneming is het misschien wel onzinnig

verschillende belangenorganisaties het overleg voeren – dus op dat niveau

moet er in ieder geval gezamenlijk worden opgetreden. Het uitvechten van

onderlinge meningsverschillen binnen DNV dient te worden gereguleerd door

samen leefregels te formuleren over de manier waarop besluiten worden

voorgelegd aan de leden.

Aansluiting bij De Nieuwe Vakbeweging is aantrekkelijk als het daardoor

mogelijk wordt de belangenbehartiging zo dicht mogelijk bij de mensen zelf,

en zo veel mogelijk door de mensen zelf uit te voeren. Daarvoor wordt

gewerkt met een indeling in kolommen. De vakbond in de bouwkolom zal in

haar sociale plannen, overeenkomsten deeltijd-WW, van-werk-naar-werkplannen,

kortweg in alle collectieve afspraken waar de bond zelf bij zit, een

manier van werken ontwikkelen waarin een integrale afweging wordt gemaakt

van de belangen van werkenden ongeacht hun cao of arbeidscontract. De

Nieuwe Vakbeweging moet zich niet lenen voor werkgeversvoorstellen

waardoor groepen mensen tegen elkaar worden uitgespeeld. En die zullen

daarmee komen zolang er voor hun een voordeel zit in het bevoordelen van

sommige werknemers om zo de meerderheid te kunnen benadelen. De

Nieuwe Vakbeweging maakt die integrale benadering mogelijk door

bestaande arbeidsvoorwaardelijke en organisatorische drempels te slechten.

Binnen de kolom zal de verregaande samenwerking kunnen leiden tot

vergroting van de macht van de werkenden en hun vakbond, ook al omdat

die bond dan meer leden aan zich kan binden en een hogere

organisatiegraad bereiken.

De verdeling van

financiële middelen

De Nieuwe Vakbeweging is een vereniging, waarvan zowel de

vakorganisaties, als individuele mensen lid kunnen zijn. De vakorganisaties

zijn formeel een onderdeel van de vereniging. Zij krijgen een financiële

bijdrage per lid vanuit de centrale kas waarin alle leden hun contributie

storten. Daarnaast krijgen de vakorganisaties geld vanuit de kolom op basis

van sectorale afspraken, bijvoorbeeld via O&O-fondsen. Bestuur en

ledenraad besluiten over de toedeling van een bepaald percentage van de

24 | Congresnota 2012 | april 2012


contributiegelden aan een investeringsfonds, waarmee de verbetering van de

positie van werknemers in ‘arme’ kolommen kan worden gefinancierd. In

Dalfsen is afgesproken dat er op centraal niveau middelen beschikbaar zijn

om strategische keuzes te maken

De ledenraad: het

hoogste orgaan

Het hoogste orgaan binnen DNV zal een ledenraad moeten zijn, waarvoor

vrije verkiezingen worden gehouden. Driekwart van de leden van FNV Bouw is

daar vóór, blijkt uit de respons op de vragenlijst. Er worden afspraken

gemaakt over de wijze waarop representativiteit voor de verschillende

groepen in het ledenbestand wordt gegarandeerd: het aantal afgevaardigden

per kolom, voor bepaalde groepen (jongeren, zzp’ers, uitzendkrachten,

gepensioneerden) wordt gerelateerd aan het aandeel in de

beroepsbevolking, niet aan het aandeel in het ledental. Een alternatief is, de

kandidaatstelling en de verkiezingen helemaal vrij te geven. Bonden of

groepen leden die zich zorgen maken over hun representatie kunnen elkaar

en verschillende groepen kiezers prikkelen om op die manier tot een hoger

niveau van participatie in de vakbondsdemocratie te komen.

De Nieuwe Vakbeweging stelt hoge eisen aan hoe een lid van de ledenraad

van De Nieuwe Vakbeweging verantwoording aflegt aan zijn of haar

achterban. Die verantwoording is intensief en duidelijk. Leden van de

ledenraad opereren zonder last of ruggespraak, en zijn geen afgevaardigden

van de vakorganisaties in de kolommen. Wel hebben zij een speciale

verantwoordelijkheid ten aanzien van de groep die zij representeren, niet in

de laatste plaats doordat zij aan het eind van de zittingsperiode

verantwoording aan die groep dienen af te leggen.

Als De Nieuwe Vakbeweging een vereniging is, en de ledenraad de juridische

algemene vergadering, dan zijn daarmee meteen ook de bevoegdheden voor

de ledenraad duidelijk. De algemene vergadering van een vereniging heeft

juridisch gesproken alle bevoegdheden die statutair niet ergens anders zijn

neergelegd. De ledenraad of algemene vergadering heeft verder wettelijk een

aantal bevoegdheden, waaronder besluiten tot statutenwijziging, ontbinding,

fusie, splitsing, de benoeming van de bestuursleden en de goedkeuring van

de jaarrekening. Maar de ledenraad is ook het hoogste orgaan van de

vereniging, waar de vinger aan de pols wordt gehouden over het navolgen

van gezamenlijke afspraken – bijvoorbeeld ten aanzien van de toetsing van

voorgenomen besluiten van de kolommen, de afspraken over de

omgangsvormen en de cao-coördinatie.

De ledenraad moet een levendig vakbondsparlement zijn. DNV moet bij

oprichting duidelijk maken op wat voor manier dat doel wordt bereikt. Een

apart punt van aandacht is de grootte van de ledenraad. Een aantal leden

van 100 tot 250 lijkt voldoende om recht te doen aan de diversiteit van de

werkende mensen in Nederland. De ledenraad zal de plek zijn waar het

april 2012 | Congresnota 2012 | 25


onvermijdelijke polderoverleg over complexe onderwerpen als pensioenen of

Europa aan de achterban wordt voorgelegd. Ter ondersteuning van zijn

besluitvorming kan de ledenraad ervoor kiezen een representatieve

ledenpeiling of, in andere gevallen, een referendum onder de leden te

houden. De vraagstelling van zo’n peiling of referendum moet duidelijk,

feitelijk en neutraal zijn – bijvoorbeeld door de vraagstelling te laten

uitwerken door onafhankelijke deskundigen.

DNV zal ook over andere onderwerpen leden veel intensiever en

grootschaliger bij de besluitvorming betrekken dan nu het geval is. Een

mogelijkheid daarvoor is om veel meer via Internet en sociale media te

doen, maar misschien zijn er alternatieven denkbaar. Het basisprincipe is,

dat besluitvorming dicht bij de leden alleen kan werken als de uitkomst

meer status heeft dan die van advies.

De ledenraad dient te worden samengesteld voor een periode die het

mogelijk maakt deskundigheid en interne samenwerking op te bouwen. Een

periode van vier jaar is dan niet gek. Een idee zou zijn, eens in de drie of

vier jaar een grote vakbondsverkiezingsdag te organiseren waar ook sectorof

kolomraden nieuwe stijl worden verkozen.

Het bestuur

De leiding van De Nieuwe Vakbeweging wordt gevormd door een bestuur, dat

bestaat uit de voorzitters van de vakorganisaties in de kolommen. Een

belangrijke vraag is, of daarnaast ook enkele vrijgestelde dagelijks

bestuurders deel van het bestuur moeten uitmaken. Daarbij is van belang op

wat voor manier het voorzitterschap van een vakorganisatie in de tijd kan

worden gecombineerd met het bestuur van De Nieuwe Vakbeweging.

Het voorstel voor DNV moet duidelijk zijn over de vraag of er één voorzitter

van het bestuur nodig is, en op wat voor manier die ene voorzitter recht kan

doen aan de grote mate van autonomie en diversiteit binnen de hele

organisatie. Driekwart van de leden van FNV Bouw heeft in de vragenlijst

aangegeven dat zowel de voorzitter als het bestuur rechtstreeks door de

leden gekozen moeten worden. Wanneer er een overtuigend voorstel wordt

gedaan om te komen tot een voorzitter, zal die dienen te worden gekozen

door de leden, met een even lange zittingsperiode als de ledenraad. De

voorzitters van de vakorganisaties (die samen het bestuur vormen) zullen

rechtstreeks gekozen worden door de leden binnen de kolom. De benoeming

dient plaats te vinden halverwege de zittingsperiode van de ledenraad.

26 | Congresnota 2012 | april 2012


Bijlagen

Vragenlijst leden FNV Bouw en De Nieuwe Vakbeweging

Ruim 3.100 leden hebben de vragenlijst over De Nieuwe Vakbeweging

ingevuld.

RESULTAAT

1. TOELICHTING: ‘De kracht van herkenbaarheid en de macht van het getal’ is

een gevleugelde uitspraak die van toepassing is op DNV. De nieuwe

vakbeweging komt dichtbij werkende mensen te staan. Hun wensen,

verwachtingen, vragen en uitdagingen staan centraal. Samenwerking tussen

bond en werkenden is de spil van het succes. Binnen DNV komen leden zelf

in beweging. Ze kunnen daarbij rekenen op ondersteuning van de bond. DNV

communiceert over thema’s die relevant zijn voor grote groepen werkenden.

VRAAG: Bent u het eens met de principes van De Nieuwe Vakbeweging?

87,4%

g Ja, ik sta achter een herkenbare en machtige vakbeweging volgens de

principes van DNV. Het activistische model en het harmoniemodel zijn hierin

allebei vertegenwoordigd.

6,7%

g Nee, DNV zou voor mij een dienstverlenende verzekeringsmaatschappij op

afstand moeten zijn of een soort ‘sociale ANWB’.

5,9%

g Geen mening / neutraal.

2. TOELICHTING: Op het moment dat DNV daad werkelijk wordt opgericht, moet

DNV beschikken over een eigen identiteit, een missie en een uitgestippelde

koers voor de toekomst. En: is het zinnig om de vakbeweging te verbreden

tot een brede maatschappelijke organisatie met een mening over heel veel

maatschappelijke onder werpen of kiezen we voor de smalle benadering: een

vakbond die primair over arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden

gaat?

VRAAG: Hoe kijkt u aan tegen de grondslagen van DNV?

47,9%

48,1%

4,0%

g Ik ben voorstander van een brede maatschappelijke taakopvatting van DNV.

g Ik ben voorstander van een vakbeweging die over arbeid en inkomen gaat.

g Geen mening / neutraal.

april 2012 | Congresnota 2012 | 27


RESULTAAT

3. TOELICHTING: Verenigingsdemocratie. DNV streeft naar een zo direct

mogelijke betrokkenheid van leden bij de vereniging. Binnen DNV wordt op

dit moment nagedacht over een door leden gekozen overkoepelend bestuur

dat wordt gecontroleerd door een parlement van leden. Dit parlement heeft

volledige zeggenschap over bijvoorbeeld de koers van DNV. Het parlement

kan het bestuur naar huis sturen. De leden kiezen uit hun midden hun

vertegenwoordigers die zitting nemen in de ledenraad.

VRAAG: Bent u het eens met de bestuurlijke organisatie van DNV zoals

hierboven geformuleerd?

75,7%

g Ja, ik ben het eens met één rechtstreeks door leden gekozen overkoepelend

bestuur en een rechtstreeks door leden gekozen parlement van leden.

17,2%

7,1%

g Nee, het mag ook anders.

g Geen mening / neutraal.

4. TOELICHTING: Sterk van boven, sterk van onder. Aan de top van DNV staat

een sterk bestuur, dat gesprekspartner is voor politiek, maatschappij en

internationale organisaties. De basis van DNV wordt gevormd door

zelfstandige, beroepsgerichte sectoren die opereren binnen de verbindende

structuur van DNV. Aandachtspunt is de verhouding tussen zeggenschap,

zelfstandigheid en solidariteit. Sectoren en beroepsgroepen organiseren zelf

activiteiten, maar groepen onderling moeten elkaar niet uit het oog verliezen.

VRAAG: Hoe ziet u de combinatie van een sterke bovenkant en een sterke

onderkant?

89,1%

g Ik geloof in zelfstandige sectoren, maar belangrijke strategische besluiten

moeten over alle sectoren heen genomen worden.

4,8%

6,2%

g Ik zie dit anders.

g Geen mening / neutraal.

28 | Congresnota 2012 | april 2012


RESULTAAT

5. TOELICHTING: Sectorindeling. Als het aan DNV ligt, komt er een

matrixstructuur voor de indeling in sectoren. Naast de beroepsgerichte

sectoren als FNV Zorg, FNV Onderwijs en natuurlijk FNV Bouw, zijn er ook

inhoudelijke dwarsverbanden mogelijk als FNV Flex, FNV Jong, FNV Senior en

FNV Secretaresse.

VRAAG: Wat is uw mening over deze basisindeling?

80,4%

9,2%

10,4%

g Ik zie wel wat in deze basisindeling.

g Ik zie meer in een andere indeling.

g Geen mening / neutraal.

6. TOELICHTING: Rechtstreeks lidmaatschap versus zelfstandige bonden. DNV

biedt mensen de mogelijkheid om rechtstreeks lid te worden. Mensen kiezen

zelf de beroepsgerichte sector waar zij zich het meest mee verbonden

voelen.

VRAAG: Wat vindt u van het gezichtspunt van DNV over het lidmaatschap?

73,4%

g Eens. Ik vind dat mensen rechtstreeks lid moeten kunnen worden van DNV

en dat ze zich binnen DNV moeten kunnen aansluiten bij een

beroepsgerichte sector die bij hen past.

21,3%

g Oneens. Ik vind dat mensen lid moeten kunnen worden van een bepaalde

vakbond. Die vakbond kiest er vervolgens voor om zich aan te sluiten bij

DNV of niet.

5,4%

g Geen mening / neutraal.

april 2012 | Congresnota 2012 | 29


Besluitenlijst Dalfsen

3 december 2011

Definitief Besluit Dalfsen, 3 december 2011 17.00 uur

1. De voorzitters van de leden van de FNV, bijeen op 3 december 2011 te

Dalfsen, overtuigd van het blijvend belang van een sterke en moderne

vakbeweging hebben besloten de verenigingen die zij vertegenwoordigen op

te roepen om actief mee te werken aan het oprichten van – met als werktitel

– De Nieuwe Vakbeweging.

2. Zij zullen daartoe een commissie van kwartiermakers installeren die de

opdracht heeft om op basis van geformuleerde uitgangspunten De Nieuwe

Vakbeweging in te richten en een oprichtingscongres voor te bereiden dat in

voorjaar 2012 moet plaatsvinden.

3. Uitgangspunt voor De Nieuwe Vakbeweging is de diversiteit en pluriformiteit

die kenmerkend is voor de huidige arbeidsverhoudingen.

4. In deze diversiteit hebben mensen de behoefte om zich zelf te organiseren

en te verbinden langs de lijnen van het werk en het beroep. Dit betekent dan

ook dat de diversiteit in wensen en situaties van werkenden het

uitgangspunt wordt. De Nieuwe Vakbeweging staat dichtbij mensen en is

herkenbaar. Mensen met soortgelijk werk willen en krijgen ruimte en

autonomie om zelf te bepalen hoe ze het werk, beroep en de

arbeidsvoorwaarden vormgeven.

5. De Nieuwe Vakbeweging heeft als ambitie om een bijdrage te leveren aan het

vermogen van mensen om zich in en door hun werk te ontwikkelen tot vrije,

onafhankelijke individuen. In het volle besef dat dit alleen mogelijk is indien

mensen elkaar weten te vinden en elkaar weten te ondersteunen. Waar het

uiteindelijk om gaat is dat mensen zich ontwikkelen naar hun mogelijkheden

en zo een bijdrage leveren aan de samenleving. Door onderlinge solidariteit

wil de Nieuwe Vakbeweging bijdragen aan deze menselijke waardigheid.

6. De Nieuwe Vakbeweging heeft de ambitie een vormende kracht te zijn in deze

veranderingen in de Nederlandse samenleving en daarbinnen blijvend de

beroeps overstijgende belangen te behartigen van werkende mensen.

7. Om deze ambitie waar te maken leveren de vakorganisaties die lid zijn van

De Nieuwe Vakbeweging een bijdrage aan het formuleren en het realiseren

van de gezamenlijke doelen.

Deze doelen zijn vijfledig: 1. Het formuleren van een agenda voor het

centrale niveau: nationaal en internationaal; 2. De bevoegdheid om op

centraal niveau afspraken te maken met betrekking tot sector

overschrijdende belangen; 3. Het investeren van mensen en middelen in

(nieuwe) sectoren en beroepsgroepen; 4. Het oprichten van een nieuwe

vakorganisatie te faciliteren; 5. Het beslechten van domeindiscussies tussen

bonden.

30 | Congresnota 2012 | april 2012


8. De mogelijkheid wordt gecreëerd om rechtstreeks lid te worden van De

Nieuwe Vakbeweging.

9. Mensen kiezen zelf met welke vakorganisatie zij zich het meest verbonden

voelen. Van die vakorganisatie zijn mensen lid.

10. Het organisatieprincipe is ‘bouwen van onderop’. De beroepsgerichte

vakorganisaties zijn autonoom én opereren binnen de verbindende structuur

van De Nieuwe Vakbeweging.

Binnen De Nieuwe Vakbeweging verbinden de vakorganisaties zich met als

doelstellingen het behartigen van beroeps- en/of sector overstijgende

belangen van werkende mensen op landelijk niveau en het faciliteren en

servicen van de vakorganisaties op de manier waarop vakorganisaties dat

wensen en dat willen afnemen. De bevoegdheden van De Nieuwe

Vakbeweging worden door de aangesloten vakorganisaties gemandateerd.

11. Het bestuur van De Nieuwe Vakbeweging wordt op een nader te bepalen

wijze gevormd vanuit de voorzitters van de vakorganisaties. Zij besturen

samen en zijn daarmee gezamenlijk verantwoordelijk voor het functioneren

van De Nieuwe Vakbeweging.

12. Er wordt gestreefd naar een zo direct mogelijke betrokkenheid van leden bij

de besluitvorming binnen de vereniging.

13. Tijdens het oprichtingscongres zullen de bestuurders van De Nieuwe

Vakbeweging worden benoemd en de statuten worden vastgesteld.

14. Het besluit tot oprichting wordt genomen door de congressen van de bij de

FNV aangesloten bonden.

15. Bij het oprichten van De Nieuwe Vakbeweging blijven de huidige

verenigingsstructuren in tact. Het besluit toe te treden tot De Nieuwe

Vereniging zal door iedere bond afzonderlijk in een latere fase worden

genomen. De commissie van kwartiermakers zal een termijn voor de

transitieperiode bepalen.

16. De Nieuwe Vakbeweging zal een open structuur kennen. Dit betekent dat ook

vakbonden die op dit moment geen lid zijn van de FNV zullen worden

uitgenodigd om toe te treden.

17. Ook kunnen bestaande of nieuwe verenigingen toetreden die georganiseerd

zijn langs de lijnen: jongeren, uitkeringsgerechtigden en ouderen.

18. Uiteindelijk zal de bestaande vereniging – na afloop van de transitiefase –

opgaan in de nieuwe structuur.

april 2012 | Congresnota 2012 | 31


Colofon

Dit is een uitgave van de Stichting FNV Pers in opdracht van FNV Bouw | Postbus 520, 3440 AM Woerden | T 088 5757000 | I fnvbouw.nl

| Vormgeving en opmaak Studio FNV Bouw | Foto Jonathan Seelemann | Druk ZuidamUithof, Houten | Oplage: 450 | april 2012 | 12133

32 | Congresnota 2012 | april 2012


fnvbouw.nl

08231 | A 0014

12133

More magazines by this user
Similar magazines