Laurens Magazine juni 2011

laurens.nl

Laurens Magazine juni 2011

Juni 2011

Jaargang 3, nummer 2

Magazine voor de zakelijke relaties van Laurens

themanummer

klantgerichte

innovaties

Triage-instrument

stroomlijnt revalidatietraject

ZZP opent gesprek met klant

Nieuwe leerhuizen:

innovatieve kennisbolwerken

Marlies Veldhuijzen van Zanten

‘Samen werken aan

klantgerichte innovaties’


Inhoud

4

7

10

De toekomstige schaarste op de arbeidsmarkt en

de toenemende en veranderende zorgvraag betekenen

een toenemende vraag naar innovaties, aldus

staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten. Hoe

stimuleert de overheid dergelijke innovaties?

Sneller revalideren op de juiste plek. Het nieuwe

triage-instrument voor revalidatiezorg, dat Laurens

samen met onder meer het IJsselland Ziekenhuis

ontwikkelde, maakt het mogelijk.

De toenemende vraag naar zorg verlangt een nieuwe

inrichting van het zorgsysteem waarbij de klant zelfredzaam

is. De inzet van technologie is daarbij een

onmisbare schakel.

4

18

20

In de nieuwe leerhuizen dementie en niet-aangeboren

hersenaandoening wordt kennis ontwikkeld,

gebundeld en gedeeld. Het doel: de zorg voor bijzondere

doelgroepen naar een hoger niveau tillen.

Door de invoering van zorgzwaartepaketten krijgen

bewoners elk een eigen zorgarrangement. Laurens

gebruikte de financiële maatregel als aanleiding om

het gesprek met haar bewoners aan te gaan.

7 10

18

En verder

6 Vertrek Marcel van Woensel 13 Hoe wilt u straks

wonen? 16 In verbinding 21 Op de korrel 22 Nieuws

24 Laurens & Hans van der Stap

Klantgerichte innovaties? We kiezen voor het

perspectief van de klant omdat we van daaruit

een vollediger zorgaanbod kunnen ontwikkelen.

Het diabetesstation (pagina 22) waarmee klanten

zelf hun controles kunnen uitvoeren is bijvoorbeeld

vanuit de klantvraag ontwikkeld.

Interessant in het interview met onze staatssecretaris

(pagina 4) is de link tussen babyboomeren

hoger opgeleide klanten (de ‘nieuwe klanten’)

en het meedenken over oplossingen. Wij zouden

daar meer gebruik van moeten maken. Bijvoorbeeld

via focusgroepen waar we samen met de

klant gaan verkennen en innoveren.

Op pagina 7 lees u over de geriatrische revalidatie

en het triage-instrument. Een verademing.

Niet meer via een vragenlijstje en een zorgverzekeraar

inschatten wat er voor zorg nodig is maar

de professional een instrument geven waarmee

hij/zij de juiste zorg kan regelen voor de klant

op de juiste plaats. In hetzelfde artikel: eindelijk

komt er een revalidatiehotel op de Zuidoever

van Rotterdam. Een dik dossier met een lange

looptijd. Maar nu werken de architecten aan een

voorlopig schetsontwerp en wij aan een zorgconcept.

Een concept gebaseerd op goede huisvesting

en goede zorg in een hotelambiance. Daar

wordt een mens echt beter van!

Hans Stravers, directeur Innovatie & Ontwikkeling

2 Laurens


Laurens magazine is een

uitgave van zorgorganisatie

Laurens. Dit relatiemagazine

verschijnt twee keer per jaar

en wordt verspreid onder de

zakelijke relaties van Laurens.

Laurens is de grootste aanbieder

van wonen, diensten en

zorg voor ouderen in Rotterdam

en omstreken. Een sterke,

professionele zorgorganisatie

met een kleinschalige aanpak,

dicht bij mensen in de buurt

waar zij wonen. We bieden zorg

en dienstverlening die met onze

klanten meegroeit, in iedere

levensfase. Om optimale ketenzorg

te kunnen garanderen,

werken wij nauw samen met

professionele zorgverleners,

ziekenhuizen, welzijnsorganisaties,

maatschappelijk

werk, woningcorporaties en

projectontwikkelaars in de

regio. Wat Laurens uniek maakt

thuis en in onze locaties is de

zeer complexe specialistische

zorg in samenwerking met onze

ketenpartners.

Adviesraad

Marleen Goumans

Bert van der Lende

Erik Strating

Hans Stravers

Miranda Velazquez

Caroline Wuite

Samenstelling en redactionele

productie De Nieuwe Lijn

Bladcoördinatie Trudy van Dijk

Vormgeving IJzersterk, Onne

Schuilenburg

Fotografie

ANP, Corbis, Louis Haagman,

Michelle Muus,

Drukwerk Drukkerij Damen

Uitgever

Laurens

Concernafdeling Marketing

& Communicatie

Groene Tuin 1

3078 KA Rotterdam

T: 010 479 86 98

E: magazine@laurens.nl

W: www.laurens.nl

Voorwoord

Klantgerichte

innovatie

Customer intimacy vormt de basis van onze organisatiestrategie en geeft richting aan ons

langetermijnbeleid. Een moeilijk woord met een simpele betekenis: bij alles wat wij doen richten

wij ons naar de wensen en behoeften van onze klanten. Dus ook bij innovatie. Al onze innovatie

is in essentie klantgericht: de dienstverlening aan onze klanten moet er beter van worden. Onze

focus ligt daarbij op de complexe zorg voor kwetsbare ouderen. Wij ontwikkelen zorgproducten

voor deze ouderen op het gebied van psychogeriatrische zorg, geriatrische revalidatie, palliatieve

zorg en – op de langere termijn – gerontopsychiatrie en de zorg voor mensen met nietaangeboren

hersenletsel.

Vanuit onze strategie sturen we systematisch op innovatie. De concerndienst Innovatie &

Ontwikkeling ontwikkelt nieuwe concepten en toetst deze in de praktijk; daar waar de klant en

de medewerker elkaar ontmoeten. Zorg gebeurt immers in de relatie (de intimacy) tussen medewerker

en klant. Daar moet de meerwaarde van een innovatie voelbaar zijn.

We richten leerhuizen op rondom specifieke deskundigheid die we in huis hebben ontwikkeld.

Bijvoorbeeld rondom palliatieve zorg, niet-aangeboren hersenaandoeningen en dementie. In

deze innovatieve bolwerken gaan onderwijs en praktijkonderzoek hand in hand. Experts vanuit

Laurens werken samen met universiteiten, hogescholen, ziekenhuizen en academische centra

om kennis en ervaring systematisch verder te ontwikkelen en door te geven.

We bieden ook ruimte aan initiatieven die vanuit de praktijk ontstaan. Jaarlijks gaat een half

procent (circa 1 miljoen euro) van onze totale omzet naar projectvoorstellen die vanuit de

praktijk ontwikkeld zijn. Zo hebben we vorig jaar onder meer geïnvesteerd in het ontwikkelen

van de nieuwe leerhuizen en onderzoek naar palliatieve zorg in de thuissituatie. Ook hebben we

geïnvesteerd in nieuwe voorlichtingsconcepten over dementie voor allochtone doelgroepen.

We verwachten in 2012 boven deze halve procent een groot deel van ons positieve bedrijfsresultaat

te kunnen herinvesteren in duurzame innovaties op het gebied van zorg- en dienstverlening.

Deze investering is mogelijk zodra er ruimte gecreëerd is boven het benodigde

solvabiliteitsplafond van 17%, welke wij aanhouden om een eventuele periode van zwaar weer

te kunnen weerstaan.

Copyright: Niets in deze uitgave

mag, op welke wijze dan ook,

worden verveelvoudigd zonder

voorafgaande schriftelijke toestemming

van de redactie. De

redactie kan niet aansprakelijk

gesteld worden voor eventuele

druk- of zetfouten.

We zouden niet succesvol kunnen innoveren zonder de kritische en inspirerende samenwerking

met vele partijen. Samen kunnen we een zorgketen realiseren waar de klant écht beter van

wordt. Ik nodig u van harte uit hier met ons over het gesprek aan te gaan.

Mail naar magazine@laurens.nl of bel 010 870 00 10.


Ids Thepass, voorzitter Raad van Bestuur Laurens

i.thepass@laurens.nl

Laurens

3


‘De toekomstige schaarste op de arbeidsmarkt en de toenemende en veranderende

zorgvraag betekenen een toenemende vraag naar innovaties,’ aldus staatssecretaris

Marlies Veldhuijzen van Zanten van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De voormalige

specialist ouderengeneeskunde vertelt aan Laurens wat de overheid doet om de ontwikkeling

van dergelijke klantgerichte innovaties te stimuleren en wat zij van zorgorganisaties

en ouderen zelf verwacht.

‘Laten we het slimmer en

klantgerichter gaan doen’

U werkte voorheen als specialist

ouderengeneeskunde? Hoe is het om

aan de ‘andere’ kant te staan?

‘Natuurlijk was het in het begin even

wennen aan mijn rol als staatssecretaris;

vooral aan alle regels en procedures in

de Tweede Kamer. Maar ik merk dat

ik mijn eigen ambities in mijn werk als

staatssecretaris kwijt kan. Wat voor mij

belangrijk is, is om een brug te slaan

tussen praktijk en beleid. Ik wil de

dingen die ik belangrijk en waardevol

vind in de zorg –zoals goede zorg in de

wijk en ondersteuning voor zorgverleners

– overbrengen aan de beleidsmakers

in Den Haag én omgekeerd. Verder

heb ik mij tot doel gesteld dat mensen

in het land vertrouwen krijgen in de

overheid en dat de overheid laat zien

dat zij vertrouwen heeft in mensen in de

zorg, en in burgers in het algemeen.’

Welke innovaties zijn nodig als het

gaat om de ouderenzorg en waarom?

‘Het karakter van de gezondheidszorg

verandert. Dankzij de medische

vooruitgang worden veel ongeneeslijke

ziekten steeds beter behandelbaar. Wij

4 Laurens


‘Werkgevers en

opleiders zijn

belangrijk in het

faciliteren van deze

omslag’

leven daardoor langer en dat is prachtig

nieuws. Maar daar zit een keerzijde

aan, het aantal (oudere) chronische

zieken neemt fors toe met steeds

vaker meervoudige aandoeningen.

Nu is 14 procent van de Nederlandse

bevolking 65 jaar of ouder. In 2025 zal

dit tot ruim 20 procent zijn gestegen

en in 2040 – op het hoogte punt van

de vergrijzing – zal dit zo’n 25 procent

zijn. Daarnaast daalt het komende

decennia de beroepsbevolking met

ongeveer een half miljoen mensen.

In de zorgsector is juist behoefte aan

veel extra arbeidskrachten; in 2050

zouden dat 450.000 extra zorgverleners

moeten zijn om goede ouderenzorg te

verlenen. De toekomstige schaarste

op de arbeidsmarkt en de toenemende

en veranderende zorgvraag betekenen

een toenemende vraag naar innovaties.

Deze zouden zich vooral moeten richten

op de ondersteuning van en het veel

slimmer organiseren van zorgverlening

rond de klant. Maar innovaties moeten

niet alleen probleemgestuurd zijn.

Ouderen willen ook langer zelfstandig

blijven en zullen nieuwe manieren

zoeken om dat te realiseren.

Wat doet het ministerie om innovaties

te bevorderen?

‘Schaarste en de toenemende zorgvraag

zijn belangrijke onderwerpen waar nu

maximaal op moet worden ingezet.

Ik bied dan ook financiële middelen

en regelruimte aan veldpartijen en

klanten aan om te experimenteren met

nieuwe zorgmogelijkheden in verschillende

programma’s. In het Nationaal

Programma Ouderenzorg (NPO) bijvoorbeeld

wordt die ruimte vooral gericht op

het verbeteren van de ondersteuning en

de zorg aan ouderen met een complexe

zorgvraag. Hierbij stel ik als eis dat niet

het zorgproces maar de hulpvragen

van de klant centraal moeten staan bij

de ontwikkeling van nieuwe zorgconcepten.

De diverse professionele dienstverleners

moeten vooral inzetten op de

verbetering van de kwaliteit van leven

van de oudere hulpvrager.

Ook met mijn programma ‘In voor

zorg’ ondersteun ik de dringende

behoefte van zorgorganisaties in de

langdurige zorg aan informatie over

en ondersteuning bij noodzakelijke

veranderingsprocessen. ‘In voor zorg’

ondersteunt organisaties bij innovaties

voor een meer toekomstvast, klantgericht

en doelmatig zorgaanbod door

deskundigen in actieve netwerken met

elkaar te verbinden en op deze wijze

bewezen kennis en goede voorbeelden

in versneld tempo te implementeren.’

Laurens

5


Wat verwacht u van zorgorganisaties voor

ouderenzorg als het om innovaties gaat?

‘Bij de oplossing voor de problemen in de

ouderenzorg kan niet alleen naar de overheid

worden gekeken. Het kabinet staat een

toekomst voor ogen waarbij zorginstellingen

‘verschil kunnen maken’. Het gaat dan niet

alleen om de inzet van zorgverleners als

zodanig, maar ook om aanpassingen van het

huidige stelsel. Zodat het gaat om degenen

die zorg nodig hebben en degenen die zorg

geven.’

Wat verwacht u van ouderen?

Ook (toekomstige) ouderen moeten hier

hun eigen verantwoordelijkheid invullen.

Van ouderenorganisaties verwacht ik dat zij

beseffen dat hun bijdrage aan innovaties in

de zorg van groot belang is voor hun leden.

In het NPO hebben de koepel van ouderenorganisaties

CSO en de Nederlandse Patiënten

Consumenten Federatie (NPCF) daarom een

belangrijke rol in het mede bepalen van de

richting van de innovaties en het beoordelen

van de resultaten. Het gaat hier om een hele

sterke groep, de babyboomers!’

Heb je het over zorg, dan heb je het over

bezuinigingen. Hoe zorgt het ministerie er

voor dat het om de klant blijft draaien?

‘Dit kabinet heeft voor de komende jaren,

naast noodzakelijke beheermaatregelen voor

de langdurige zorg, juist meer geld beschikbaar

gesteld. Bij de toekenning van deze

middelen wordt de klant centraal gesteld. De

langdurige zorg in Nederland is niet arm. Ze

is de kostbaarste van Europa. Laten we het

slimmer en klantgerichter gaan doen.’

Een van de klantgerichte innovaties waarin

Laurens samen met andere organisaties en

ActiZ participeert is de proeftuin revalidatie

(zie ook pagina 7). Wat vindt u van zo’n innovatie?

‘Ik sta positief tegenover dit soort innovaties.

Het biedt mogelijkheden voor een kortere

ziekenhuisopname en met de inzet van dit

triage-instrument kunnen hulpvragers sneller

op de juiste plaats en met best passende

ondersteuning revalideren. Dit biedt kansen

op gezondheidswinst en de verbetering van de

kwaliteit van zijn of haar leven. Ook houdt het

instrument rekening met de grote verschillen

tussen klanten die je op hoge leeftijd en bij

complexe morbiditeit tegenkomt.’ •

Nieuws

Bestuurder Marcel van Woensel

neemt afscheid

Marcel van Woensel, bestuurder van Laurens, neemt 30 juni afscheid van

Laurens. Van Woensel was sinds 2004 bestuurder van Zorg Compas en

speelde een belangrijke rol bij de fusie tussen Laurens en Zorg Compas.

Een gesprek over mijlpalen en de toekomst.

Hoe kijkt u terug op de fusie?

‘Zorg Compas was met 1200 medewerkers een forse organisatie. Toch werd na

mijn aantreden als bestuurder al snel duidelijk dat we in de regio Rotterdam niet

groot genoeg waren om een belangrijke gesprekspartner voor de gemeente

te zijn en de concurrentie op het gebied van extramuralisatie aan te gaan.

Terugkijkend is de nieuwe organisatie op deze punten sterk verbeterd. Waar

ik trots op ben, is dat de fusie snel en soepel verlopen is. Er is geen personele

onrust ontstaan. Wellicht vinden sommige medewerkers dat de bureaucratie is

toegenomen. Maar tegelijkertijd kunnen we door onze grootschaligheid meer

investeren in kwaliteit. De invoering van ZZP’s (zie ’Wat zijn uw wensen voor

vandaag?’ op pagina 20) had binnen Zorg Compas om die reden bijvoorbeeld

nooit op zo’n goede manier plaats kunnen vinden.‘

U speelde een belangrijke rol bij de multiculturalisatie van Laurens?

‘Cultuurspecifieke zorg was bij Zorg Compas al een belangrijk aandachtspunt,

wij hadden bijvoorbeeld de eerste islamitische verpleegafdeling van Nederland.

Laurens heeft op dit gebied inmiddels flinke stappen gezet – wat betreft de

klant en de werving van personeel. Nu is het belangrijk dat deze manier van

werken waarbij de klant centraal staat, in alle haarvaten van de organisatie gaat

leven en ‘normaal’ wordt.’

Wat wilt u Laurens meegeven?

‘Het moet altijd draaien om de relatie tussen medewerker en klant. Dat bewustzijn

wens ik Laurens toe. Daarnaast is ketenzorg van onmiskenbaar belang: wij

doen alles in de wijk in samenwerking met de keten. Ik hoop dat Laurens daar

een mooi vervolg aan geeft.’

Wat zijn uw eigen toekomstplannen?

Na de zomer begin ik als bestuurder bij Proteion Thuis, een zorgorganisatie in

Limburg. Na zeven jaren Zorg Compas / Laurens kijk ik erg uit naar de mooie

nieuwe uitdagingen die ik daar ga ontmoeten!

Meer over multiculturalisatie binnen Laurens leest u in de

uitgave Van binnen naar buiten.

Zie www.laurens.nl/nieuws/publicaties •

6 Laurens


Ketenzorg is onontbeerlijk voor een gestroomlijnd revalidatietraject. De klant heeft

te maken met verschillende zorgaanbieders en zorgsoorten, die vanuit verschillende

financieringsstromen worden betaald. Goede samenwerking, heldere afspraken en

goede communicatie tussen de ketenpartners zijn een must. Zowel voor de zorgorganisaties

als voor de klant. De wil is er maar de werkelijkheid is soms weerbarstig.

Vernieuwende samenwerkingsprojecten in de revalidatiezorg bieden uitkomst.

Een gestroomlijnd

revalidatietraject

Maatwerk dankzij innovatieve

samenwerking in de ketenzorg

‘We merken dat er op bepaalde zorgvragen van de klant een

te versnipperd en gefragmenteerd aanbod volgt’, antwoordt

Laurens-bestuurder Ids Thepass op de vraag waarom innovaties

in de ketenzorg noodzakelijk zijn. ‘Er is nog steeds te

weinig communicatie tussen hulpverleners: huisarts, ziekenhuis,

ouderenzorg, thuiszorg en bijvoorbeeld welzijnsorganisaties.

Iedereen heeft zijn eigen perspectief. Dat wordt

versterkt door de verschillende financieringsstromen voor

ziekenhuiszorg, eerstelijnszorg, welzijn en AWBZ-zorg.

Bovendien wordt intensieve samenwerking in de zorg met

argusogen bekeken door de Nederlandse Mededingingsautoriteit

(NMa). Om de keuzevrijheid van de klant te garanderen

is er streng toezicht op kartelvorming. Prikkels vanuit

de omgeving bevorderen dus niet altijd de samenwerking

tussen zorgpartners. Terwijl de klant daar wel behoefte aan

heeft. Daar goed mee omgaan vergt de nodige innovatieve

denkkracht.’

Laurens

7


Het vermogen van verschillende

partijen in de Rotterdamse regio om

op een innovatieve manier samen te

werken is de laatste jaren goed zichtbaar

geworden in de revalidatiezorg.

Laurens is een belangrijke ketenpartner

als het gaat om revalidatiezorg.

Thepass: ‘Klanten kunnen na bijvoorbeeld

een orthopedische operatie of

een CVA bij Laurens revalideren en

vervolgens terug naar huis of een

andere thuissituatie. Daarbij wil Laurens

zoveel mogelijk de zorg bieden die

past bij iemands specifieke leefsituatie.

Het revalidatietraject waar mensen

behoefte aan hebben, verschilt namelijk

naar gelang hun fysieke en mentale

conditie. Om echt maatwerk te kunnen

bieden zijn intensieve samenwerking

en heldere afspraken met ketenpartners

onontbeerlijk.’

Proeftuin

Johan Dubbeldam is ketencoördinator

Noordoever bij Laurens. Hij onderhoudt

de contacten met diverse ziekenhuizen

en is nauw betrokken bij het geriatrische

revalidatietraject dat Laurens

met deze ziekenhuizen ontwikkelt.

‘Het ministerie van VWS heeft Laurens

aangewezen als een van de 17 proeftuinen

in Nederland om een vernieuwend

zorgaanbod op het gebied van de

geriatrische revalidatiezorg te ontwikkelen.

Achtergrond hiervan is dat deze

zorgsoort in 2013 wordt overgeheveld

van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet.

De proeftuin biedt een mooie

gelegenheid om op het gebied van

revalidatie een gevarieerd zorgaanbod

te ontwikkelen gericht op verschillende

doelgroepen. Om in te kunnen schatten

wat iemand aan kan, wordt de psychische

en fysieke conditie van mensen al

in het ziekenhuis in kaart gebracht.’

Triage

Om die inschatting zo goed mogelijk te

kunnen maken, ontwikkelde Laurens

samen met ondermeer het IJsselland

Ziekenhuis, een triage-instrument.

Julia van Os, projectleider Innovatie

& Ontwikkeling bij Laurens, is nauw

betrokken bij deze ontwikkeling: ‘De

bedoeling is om aan de hand van

een aantal vragen vast te stellen voor

welk type revalidatietraject iemand in

Alles is revalidatie

Laurens gaat actief door met andere

vernieuwingen en onderzoek in de geriatrische

revalidatie. In Laurens Antonius

Binnenweg is bijvoorbeeld een concept

voor het therapeutisch klimaat bedacht,

beschreven en geïmplementeerd. Op 14

februari 2011 verscheen hierover het

boek ‘Alles is revalidatie, revalideren na

een beroerte in het Laurens Therapeutisch

Klimaat’. Auteur is Marieke Terwel,

projectleider van het Laurens Therapeutisch

Klimaat. Het boek is voor € 19,95

te bestellen bij uitgeverij Eburon (ISBN:

9789 0597 248 53).

aanmerking komt. We hebben eerst een

aantal diagnosegroepen vastgesteld.

Denk bijvoorbeeld aan CVA-patiënten,

orthopediepatiënten of patiënten met

somatische beperkingen als gevolg

van een hartinfarct, longproblemen of

een grote buikoperatie. Bij het bepalen

welke revalidatievorm het beste bij

iemand past, gaat het echter niet alleen

om de diagnose maar ook om belastbaarheid,

trainbaarheid en motivatie.

Daarom hebben we per diagnosegroep

een aantal zorgprofielen gemaakt.

Deze geven aan wat een klant aan

moet kunnen om het revalidatietraject

succesvol te doorlopen. Kan iemand

bijvoorbeeld een trainingsschema van

twee uur per dag aan, of is één uur

per dag het maximaal haalbare? De

zorgprofielen geven ook aan op welke

locaties het gewenste revalidatietraject

mogelijk is. De indeling in een zorgprofiel

vindt plaats in het ziekenhuis,

meestal door de behandelend specialist

of transferverpleegkundige.’

Objectief toetsingskader

Het triage-instrument wordt momenteel

geïmplementeerd bij verschillende

ziekenhuizen in de regio. Dat vergt

veel overleg en communicatie want

alle ziekenhuizen hebben een eigen

werkwijze en rolverdeling rondom de

transfer van revalidatiepatiënten. Van

Os: ‘We hebben alle betrokken mensen

in de ziekenhuizen een presentatie

gegeven over de triage en het gebruik

van verschillende meetinstrumenten

hierbij. De werkwijze is heel transparant

en biedt een objectief toetsingskader

voor doorverwijzing. Daar zijn

de betrokkenen in het ziekenhuis blij

mee. Bovendien voorziet de intensieve

samenwerking in systematische

feedback over het resultaat van de

revalidatie naar de verwijzers in het

ziekenhuis.’

Hoe de triage in de praktijk precies

uitpakt, wordt nu verder uitgetest. De

bedoeling is natuurlijk dat de patiënt

sneller op de plek terechtkomt waar

zorg geboden kan worden die het beste

bij hem of haar past.

Wilma van der Vlegel is beleidsadviseur

ketenzorg bij het IJsselland Ziekenhuis

en nauw betrokken geweest bij

de ontwikkeling van de triage: ‘De

kwaliteit die wij als ziekenhuis bieden

willen we ook kunnen garanderen in

het vervolgtraject. Dit revalidatietraject

geeft ons een goed zicht op de

vervolgbehandelingen die mogelijk zijn

bij Laurens. Omdat we intensief samen

optrekken in dit traject leer je elkaar

goed kennen, we gaan bij elkaar op

bezoek, ontwikkelen samen en leren

van elkaar. Doordat we onze afspraken

vastleggen en monitoren kunnen we

elkaar ook goed feedback geven en

waar nodig bijsturen.’

Dubbeldam: ‘Tot nu toe hebben we de

werkwijze ontwikkeld op basis van doelgroepen.

Nu is het tijd om de verbinding

te maken met individuele klanten. Werkt

de methode ook voor deze unieke klant

en waarom wel of juist niet? Dat gaan

we nu onderzoeken.’

8 Laurens


Revalidatiekeuken Laurens Antonius IJsselmonde

Verwachtingsmanagement

Belangrijk hierbij is wat Dubbeldam

‘verwachtingsmanagement’ noemt.

‘We moeten er rekening mee houden

dat het om kwetsbare ouderen gaat,

die net een operatie, een ongeval of

andere ingrijpende gebeurtenis achter

de rug hebben. Het is belangrijk de

klant goed te informeren over wat hem

te wachten staat. Slechte communicatie

schept verwarring en dat is niet

goed voor het revalidatieproces. Steeds

meer ziekenhuizen werken daarom

met een verwachte ontslagdatum die

al bij opname wordt vastgesteld. Voor

patiënten is het fijn te weten wanneer

ze met ontslag gaan. En het ziekenhuis

kan op basis van de ontslagdatum het

vervolgtraject regelen.’

‘Je helpt patiënten focussen op hun

revalidatieproces en de regie daarover

zelf te voeren’, beaamt Van der Vlegel.

‘Dat is goed voor de effectiviteit van

de behandeling en voor de tevredenheid

de patiënt. Maar ook voor onze

specialisten en transferverpleegkundigen

is verwachtingsmanagement erg

nuttig. Zij kunnen heel concreet toe

werken naar de ontslagdatum en het

vervolgtraject. Het helpt hen erg dat zij

concreet weten wat er in dat vervolgtraject

gebeurt en wat daarvoor nodig is.’

Laurens werkt sinds dit jaar eveneens

met een verwachte ontslagdatum.

‘Daar sturen we op, we zorgen dat

de opvang na ontslag geregeld is; dat

de thuiszorg klaar staat en eventuele

thuishulpmiddelen zijn aangevraagd’,

licht Dubbeldam toe. ‘We vragen

commitment van de klant, zij krijgen

een agenda waarin hun therapieafspraken

staan. Ze weten dus van dag

tot dag waar ze aan toe zijn. De agenda

is onderdeel van het therapeutische

klimaat op de revalidatieafdelingen van

Laurens. De bedoeling is klanten zo

veel mogelijk te prikkelen om dingen

zelf te doen en te regelen, ook buiten

de therapie.’

Blauwdruk

Van der Vlegel is enthousiast over

de samenwerking met Laurens in de

ketenzorg rondom revalidatie. ‘Laurens

zet zich al jaren in om de geriatrische

revalidatiezorg goed van de grond

te tillen en de proeftuin maakt het

mogelijk om hier verder mee te experimenteren.

Laurens stelt zich ondernemend

en innovatief op. Ook voor ons

is het een leerzaam proces omdat je

veel kennis en ervaring uitwisselt. Ik

verwacht dat we hiermee een blauwdruk

neer kunnen leggen waar andere

zorgorganisaties in de toekomst hun

voordeel mee kunnen doen. Dat is mooi

want dan profiteren er nog veel meer

mensen van.’

Revalidatiehotel

De werkwijze van de proeftuin en het

gebruik van het triage-instrument zijn

nog in de testfase. Toch is de concerndienst

Innovatie & Ontwikkeling van

Laurens alweer bezig met een nieuwe

ontwikkeling: een revalidatiehotel. Dit is

gepland naast het Ikazia Ziekenhuis en

zal circa 165 bedden tellen. De bedoeling

is dat klanten er in een hotelsfeer

intensief kunnen revalideren. Naast

verplegend personeel en therapeuten

werkt er horecapersoneel. We werken

hierbij samen met een aantal partijen

zoals het Ikazia Ziekenhuis en het ROC

Zadkine. Het zorghotel biedt straks

volop stagemogelijkheden voor Zadkinestudenten

in de zorg of horeca. •

Bekijk de zorgprofielen

en het stroomschema op

www.laurens.nl/professionals-en-verwijzers/

proeftuinen-

Laurens

9


Technologie

voor transitie

Het aantal ouderen en chronisch zieken neemt toe. Tegelijkertijd

nemen budgetten en het arbeidspotentieel in de gezondheidszorg af.

‘De balans gaat doorslaan’, zegt Ton Rövekamp van het TNO expertisecentrum

Lifestyle. ‘We staan voor een transitie waarbij de inzet

van technologie onmisbaar is.’

‘Meer zorg verlenen met relatief minder

mensen, dat vraagt om een andere

interactie’, zegt Ton Rövekamp van het

TNO expertisecentrum Lifestyle, expert

op het gebied van zelfmanagement in

de gezondheidszorg. ‘We moeten naar

een systeem van samenzorg, waarbij

de klant zelfredzaam is en de regie

heeft. Daar is meer samenwerking en

meer dialoog met de klant voor nodig,

binnen de ketenzorg en met naasten en

vrijwilligers.

Preventie – ervoor zorgen dat de klant

gezond en vitaal blijft – wordt belangrijker.

Maar het allerbelangrijkst is de

klant zelf: die moet een veel actievere

rol in zijn of haar eigen zorgproces gaan

spelen. Dat vraagt om meer kennis

10 Laurens


‘Op die Wii kun je

weer een potje tennis

spelen’

en inzicht in de eigen gezondheid en

medicijngebruik, bijvoorbeeld met hulp

van een digitaal dossier. Die actieve

houding past overigens ook beter bij de

nieuwe generatie ouderen, de oorlogskinderen

en babyboomers.’

‘Technologie maakt de transitie naar

preventie, samenzorg en zelfmanagement

mogelijk: in het contact tussen

klant en zorgverleners, bij de informatieoverdracht,

bij het monitoren van de

patiënt en bij het gebruik van verschillende

hulpmiddelen.’ Hij verduidelijkt:

‘Zorgverleners kunnen met behulp

van beeld- en spraakcommunicatie

bijvoorbeeld vanuit hun huiskamer op

eConsult, verpleegkundigen kunnen op

afstand meekijken bij bepaalde handelingen

en controles uitvoeren. Dwaalen

valdetectie zorgen voor signalering

op afstand en klanten kunnen met

hulp van technologie de buurtagenda

bekijken, hun digitale dossier inzien,

spelletjes doen en diensten bestellen.’

Kennisoverdracht

Om kleine tot middelgrote zorgorganisaties

te ondersteunen bij het ontwikkelen

van innovaties om de transitie

in de zorg mogelijk te maken, sloegen

TNO en ActiZ in 2010 de handen

ineen. Samen startten zij het kennisoverdrachtproject

‘Branche Innovatie

Contract: Transities in de VVT’ voor de

MKB-sector. Rövekamp legt uit: Wij

stimuleren en ondersteunen de leden

van ActiZ met een modulair kennisprogramma

rondom zorgvernieuwing.’

De modules gaan onder meer in op

alle ontwikkelingen rond ‘Zorg op

afstand’ (technologische innovaties)

en ‘Health 2.0’ (de inzet van nieuwe

media bij zorg) en op hoe organisaties

zelf succesvol innovatieve projecten

kunnen opstarten. Rövekamp: ‘Organisaties

lopen vaak tegen dezelfde

barrières aan. Een succesvolle innovatie

moet in de regel evidence based zijn,

anders vergoedt de verzekeraar het

niet, er moet rekening gehouden zijn

met de wetgeving en er moet natuurlijk

draagvlak voor zijn, bij de zorgvrager en

de zorgverlener. Wij hebben hier binnen

het kennisoverdrachtproject vanzelfsprekend

veel aandacht voor.’

Technologie en Laurens

Laurens is momenteel in gesprek met

TNO over de participatie van grote

bedrijven in het project. Ook bij Laurens

staan technologische innovaties die de

zelfredzaamheid van ouderen verbeteren

hoog op de agenda. ‘De meest

geslaagde innovatie is wat mij betreft

nog altijd de rollator’, zegt Bert van der

Lende, regiodirecteur van Laurens. ‘Dat

klinkt gek want ze zijn inmiddels niet

meer weg te denken uit het dagelijks

leven. Maar het was nog niet zo heel

lang geleden een briljante nieuwe

uitvinding; hét voorbeeld van hoe een

innovatie de zelfredzaamheid van de

klant kan vergroten.’

Binnen Laurens onderscheidt hij

grofweg vijf gebieden waarin technologie

een rol speelt: klant, personeel,

woongenot, recreatie en communicatie.

Bij klanten gaat het er ons vooral om

dat technologische innovaties het leven

van bewoners veiliger maken en dat ze

de zelfredzaamheid vergroten. Vroeger

was het ondenkbaar dat een verpleegafdeling

uit appartementen bestond,

bewoners woonden met z’n vieren

op een slaapkamer. Hulpmiddelen

zoals beeldcommunicatie, persoonsalarmering

en valdetectie hebben het

mogelijk gemaakt dat bewoners een

eigen appartement hebben en dus veel

meer privacy en woongenot.’ Van der

Lende ziet ook een rol voor robotica

om de zelfredzaamheid te vergroten.

‘De eerste vormen van robots waren

mechanische apparaten zoals elektronische

rolstoelen, hoog/laag-bedden

en tilliften. Daarop volgden de besturingsmechanismen

die het bijvoorbeeld

mogelijk maakten de rolstoel met de

kin te bedienen. Een volgende stap

is robotica inzetten, om handelingen

zoals eten en drinken te ondersteunen,

zodat een klant dat weer zelf kan doen.

Laurens 11


InTouch

Met het consortium de Hogeschool Rotterdam,

Aafje, Humanitas, Ideon, het kenniscentrum

voor professionals in de dementiezorg, en de

University of St. Andrews in Schotland werkt

Laurens momenteel aan de ontwikkeling van

InTouch. Projectleider Yvonne Schikhof, hogeschooldocent

en werkzaam op het gebied van

Technology for Care en Samenhang in de Ouderenzorg,

legt uit: ‘Het gaat om de ontwikkeling

van een aantal spellen dat dementerende

ouderen intuïtief via touch screen-bediening

(een iPad) kan spelen.’ Uniek is dat daar geen

begeleiding bij nodig is. Schikhof: ‘Uit onderzoek

van de Universtity of St. Andrews, die veel

kennis en ervaring hebben op het gebied van

technologische hulpmiddelen, blijkt dat het

zelfstandig spelen van een game het zelfvertrouwen

van mensen met dementie vergroot;

daar worden ze blij van, wat ze vervolgens

vaak met anderen willen delen. Het leidt met

andere woorden vaak tot nieuwe contacten.

We willen bij gaan houden hoe de ouderen de

spellen spelen en hopen zo ook informatie voor

het zorgplan te kunnen leveren waarmee we de

zorg klantgerichter kunnen maken. Voordeel

van het individueel kunnen spelen is ook dat er

geen personeel of vrijwilligers nodig zijn om de

klant te begeleiden. Het belangrijkste doel bij

de ontwikkeling van de spellen is echter dat ze

leuk zijn’, benadrukt Schikhof.

Het project wordt gefinancierd met subsidie

van de Stichting Innovatie Alliante (SIA) en

heeft een looptijd van twee jaar. Het project

bevindt zich momenteel nog in het beginstadium.

We zijn nu aan het onderzoeken wat de

onderwerpen van de games moeten worden en

hoeveel we er gaan maken. Ook ontwerpt een

student Industriële vormgeving momenteel een

gebruiksvriendelijke behuizing voor een iPad

waarmee deze ook gemakkelijk in verschillende

houdingen te bedienen is.’ Verwachting is dat

InTouch in de zomer van 2012 geïmplementeerd

wordt in Laurens Stadzicht.

Een chip in de schoen kan de leefcirkel van een bewoner sterk vergroten.

Robotica als verlengstuk van zelfredzaamheid.’

Een relatief nieuw gebied waarin

Laurens technologie inzet, is dat van

welzijn en recreatie. Van der Lende: ‘Ik

verwacht een revolutie op dit gebied.

Wie vroeger graag tenniste, kan op de

Wii weer een potje spelen, ook als hij in

een rolstoel zit. Maar je kunt ook denken

aan oude foto’s kijken op een iPad om

zo herinneringen op te halen.’Als laatste

gebied noemt hij automatisering, administratie

en communicatie. Nog geen 15

jaar geleden droeg ik een pieper op zak.

Was ik op het strand en werd ik opgepiept,

dan moest ik eerst op zoek naar

een strandtent om te kunnen bellen.

Tegenwoordig ben je met je smartphone

overal telefonisch en per email bereikbaar.

Een ontwikkeling die nog altijd

doorgaat.’

Slimme innovaties

Laurens biedt veel ruimte voor innovaties

en staat open voor initiatieven

van medewerkers en samenwerkingspartners

als hogescholen. Dat heeft

onder meer geleid tot de projecten

‘Leefcirkels met een chip in je schoen’

en ‘Licht in de huiskamer’ die Laurensbreed

bruikbaar zijn. Van der Lende:

‘Vrijwel alle dementerende ouderen

hebben in meer of mindere mate

oriëntatieproblemen. Dat betekent dat

als ze een stukje gaan lopen binnen de

locatie, ze al snel de weg kwijt raken.

Vroeger was een verpleegafdeling

daarom vaak voor iedereen gesloten.

Een chip in de schoen – gekoppeld

aan de afdelings- en buitendeuren –

maakt het mogelijk per klant te bepalen

binnen welke straal zij zich in de locatie

vrij kunnen bewegen. Hoe beter de

mobiliteit en het oriëntatievermogen

hoe groter de straal.

Voor het project ‘Licht in de huiskamer’

is in een van de huiskamers van

Laurens Stadzicht met positief resultaat

geëxperimenteerd met het gebruik van

licht en kleur om oriëntatieproblemen

bij bewoners te verminderen. ‘Meer

licht en beter gebruik van kleur – geen

donkere vlakken bij deuropeningen –

vergroot de bewegingsvrijheid van de

bewoners.’

‘Leefcirkels met een chip in je schoen’

en ‘Licht in de huiskamer’ zijn projecten

die deel maken van de innovatieplannen

binnen Laurens en worden op

termijn op alle locaties ingevoerd. •

Contactadres Laurens technologische

innovaties: concernafde-


ling Marketing & Communicatie,

e-mail: marcom@laurens.nl

12 Laurens


Hoe wilt

u straks wonen?

Wonen op maat, met zorg wanneer de klant dat wil. Dat is

waar Laurens voortdurend aan werkt. Om dat te realiseren

werken we samen met woningcorporaties aan nieuwe

woonzorgconcepten. Woonvormen waarbij we op ieder

gewenst moment verzorging, verpleging en specialistische

zorg kunnen bieden. Initiatieven waarbij keuzevrijheid

centraal staat en waar mensen tot op hoge leeftijd

in staat zijn hun leven zelf in te vullen. Wat hebben we

de afgelopen jaren met verschillende woningcorporaties

bereikt, wat is het effect van de innovaties op het leven

van bewoners en wat zouden we in een volgend project

beter anders kunnen aanpakken?

Gerben in ’t Hout, programmamanager Woonstad

Rotterdam:

‘Een unieke mix van bewoners’

‘Het innovatieve aan woonzorgcomplex Blijvenburg

is dat het een unieke bewonersmix oplevert

en dat er voorzieningen zijn die ook door wijkbewoners

kunnen worden gebruikt. Blijvenburg

is een nieuwbouwproject in Overschie dat we

in nauwe samenwerking met Steinmetz | de

Compaan en Laurens ontwikkelen. De eerste

fase van het plan, waaronder 101 woningen, een

Laurens-dagopvangruimte en een trefpunt van

Steinmetz | de Compaan, is inmiddels afgerond.

De nieuwbouw is een mix van koop-, huur- en

zorgwoningen. Daardoor ontstaat er een divers

bewonersbestand. Een aantal zorgwoningen is

gereserveerd voor senioren met een lichamelijke

of verstandelijke beperking en voor mensen met

een hersenaandoening. Het uitgangspunt is dat

mensen langer in hun wijk kunnen blijven wonen

en deel kunnen nemen aan de samenleving.

Wat Overschie betreft zaten we lange tijd in een

impasse. Wat we er wilden en konden realiseren,

bleek sterk af te hangen van regelgeving,

milieueisen en politieke verdeeldheid. In 2007

konden we eindelijk twee grote galerijflats slopen

en onze ideeën, die we samen met Laurens en

Steinmetz | de Compaan hadden, realiseren.

We besloten flexibel te bouwen: de zorgappartementen,

die beide instellingen van ons huren,

kunnen op termijn gemakkelijk omgebouwd

worden tot gewone appartementen. Verder

besteedden we veel aandacht aan duurzaamheid.

Het complex heeft bijvoorbeeld 260 vierkante

meter groen dak, een uitstekende isolatiewaarde

en nestkastjes die in de gevel zijn verwerkt.

Laurens 13


De samenwerking tussen de betrokken partijen is soepel

verlopen. Natuurlijk zijn er oneffenheden. Vaak zijn dat

zaken waaraan je niet ontkomt. In de zorg gebeurt veel.

Subsidies vallen weg en regelgeving verandert. Daardoor

kregen we te maken met een aantal bestekwijzigingen. Een

andere uitdaging was dat Laurens pas budget beschikbaar

krijgt als er een daadwerkelijke bewoner is. Daar is bij start

van een project natuurlijk nog geen sprake van. Ook kun je

dan nog niet precies zeggen welke aanpassingen je in een

woning moet aanbrengen. In deze constructie was het zo

dat Steinmetz | de Compaan ook de belangen voor Laurens

behartigde. Ik denk dat wanneer Laurens zelf ook aan de

onderhandelingstafel had gezeten, de communicatielijnen

korter waren geweest en we een aantal knopen sneller

hadden kunnen doorhakken. Neemt niet weg dat het resultaat

prachtig is en dat Blijvenburg een meerwaarde heeft

voor Overschie.’

Sander Verschoor, directeur Vastgoed Maasdelta Groep:

‘Letterlijk en figuurlijk muurtjes

slechten’

‘Samen met Laurens en Ipse de Bruggen realiseren we

momenteel in Oostvoorne De Bollaarshoeve: bijzondere

woningen voor 24 ouderen met dementie en acht ouderen

met een verstandelijke beperking. Een uniek woon- en

leefconcept in een landelijke en huiselijke omgeving.

Laurens is sterk op het gebied van kleinschalige ouderenzorg

en Ipse de Bruggen staat garant voor uitstekende

gehandicaptenzorg en activerende begeleiding. De Maasdelta

Groep zorgde voor de renovatie van de monumentale

boerderij. Het realiseren van maatschappelijk vastgoed is

een van onze speerpunten. Met een groot aantal zorginstellingen

hebben we intenties tot samenwerking getekend

en overlegd hoe we woonzorgvormen optimaal kunnen

inrichten. De Bollaarshoeve is hier een goed voorbeeld

van. Je moet alle voorzieningen bij elkaar brengen, vind

ik. Daarvoor moet je de muurtjes slechten tussen wonen,

welzijn, onderwijs, sport en recreatie. Als je dat doet en

goed samenwerkt, kun je zaken efficiënter regelen. Dat

geeft een meerwaarde en daardoor blijft er geld over

voor betere zorg. De voorbereidingsperiode, in dit geval

een kleine vier jaar, is erg belangrijk. Je hebt te maken

met bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Nu

ging het om een vervallen monumentale boerderij waar

eigenlijk alleen de buitenkant van bewaard is gebleven.

Aan de binnenkant hebben we een constructie gebouwd

met daarin 24 wooneenheden. Deze eenpersoonsappartementen

zijn voorzien van een zit/slaapruimte, een pantry

en een volledig ingerichte badkamer. Bewoners zijn vrij om

de appartementen naar eigen smaak in te richten. De hoeve

bevat vier huiskamers met een open keuken waar bewoners

samen koken en eten. Op het binnenplein is een ambachtelijke

bakkerij en een vrij toegankelijke theetuin waar bezoekers

die langs komen fietsen of wandelen ook welkom zijn.

Wat centraal staat in het ontwerp is dat bewoners, samen

met hun vrienden of familie, hun dagelijkse leven kunnen

invullen. Een professioneel team van vaste medewerkers

ondersteunt hen daarbij, 24 uur per dag. Zo wordt gezorgd

voor een huiselijke, warme sfeer in een veilige en beschutte

woon- en leefomgeving. Wat daar precies voor nodig is,

hebben we uitvoerig met Ipse en Laurens besproken en

gebouwd. Aan de andere kant moet je risico’s spreiden.

Gerben in ‘t Hout

Sander Verschoor

14 Laurens


Vandaar dat bijna alle ruimtes, mocht de bestemming ervan

veranderen, later samen te voegen zijn. De Maasdelta

Groep verzorgt veel van dit soort kleinschalige projecten,

waarbij constant verbeteren voor ons een hoofddoel is.’

Tim van Schijndel, directeur WoonCompas:

‘Plezierigste woonzorglocatie waar ik

ooit was’

‘In 2005 vroeg Laurens, toen nog Zorg Compas, ons mee

te denken over het project De Tuinen in Bleiswijk, dat twee

jaar geleden haar deuren opende. Het complex bestaat

uit 34 ruime eenpersoons- en vier tweepersoonsappartementen.

Verder zijn er zeven woonvilla’s waarin groepen

van zes mensen met dementie wonen. Laurens heeft een

uitstekende visie op zorg, die wij in het ontwerp hebben

uitgewerkt. Het belangrijkste uitgangspunt in De Tuinen

is dat klanten zo lang mogelijk de regie over hun eigen

leven houden en zich er natuurlijk prettig voelen. Dat is in

dit ‘zorghart van de wijk’ erg goed gelukt. Het is erg licht

en ruimtelijk opgezet. De woonzorgappartementen en

het centrale verzorgingsplein met een riante binnenplaats

bevinden zich op de eerste verdieping. Op de begane grond

is het openbare deel met een aantal winkels. Hierdoor is het

voor de bewoners slechts een kleine stap om zich tussen

de mensen te begeven en even naar de kapper te gaan

of samen iets te gaan drinken. Dat kan ook in De Leeuwerik,

het aangrenzende diensten- en ontmoetingscentrum

waarmee De Tuinen samenwerkt. Hierdoor kunnen de

bewoners van het woonzorgcentrum ook gebruik maken

van de activiteiten en voorzieningen van De Leeuwerik en zo

goed in contact blijven met buurtbewoners. Een concept dat

zijn vruchten afwerpt. De mensen leven hier echt op, hoor

ik van de medewerkers. Dat is een groot compliment. In het

aanlooptraject hebben we veel overlegd met de gemeente,

Laurens en met wijkbewoners. We konden een deel

verkopen aan de gemeente en een ander deel verhuren aan

Laurens, die ook het restaurant exploiteert. Wat er innovatief

aan is? Misschien dat het toekomstbestendig is gebouwd.

Alle wandjes kunnen weggehaald worden, zodat we appartementen

kunnen samenvoegen. Wellicht het fenomeen

zorgvilla’s, waarbij we op leefgenot en luxe niet hebben

bezuinigd. Het belangrijkste is denk ik dat de betrokken

partijen, de gemeente, Laurens en WoonCompas, open

hebben gecommuniceerd. Ook in de onderhandelingen over

onderlinge vergoedingen hebben we open kaart gespeeld.

We hebben natuurlijk allemaal verschillende belangen,

maar door transparant te zijn, de belangen en verantwoordelijkheden

helder in een contract vast te leggen, is het

een soepel traject geweest. Het resultaat is de plezierigste

woonzorglocatie waar ik ooit ben geweest.’ •

Laurens Wonen gaat graag nieuwe

samenwerkingsprojecten aan

Contactpersoon Laurens Wonen:


René Koster, e-mail: r.koster@laurenswonen.nl.

‘Het belangrijkst is dat

de betrokken partijen

open hebben gecommuniceerd’

Tim van Schijndel

Laurens 15


‘Samen aan tafel

eten heeft iets

huiselijks en stimuleert

dat mensen

goed eten’

In deze rubriek nemen we een kijkje

in de keuken van een andere branche.

Wat zijn de overeenkomsten, wat de

verschillen?

Karin Brinkers, horecacoördinator bij

Resto VanHarte

Joris van den Berg, general manager

van landgoed Olaertsduyn

Samen eten verbindt. Dat is de achterliggende gedachte van Resto

VanHarte die met haar 25 laagdrempelige restaurants verspreid door

Nederland de leefbaarheid in wijken wil bevorderen. Ook binnen

Laurens neemt het belang van samen eten toe. General manager

Joris van den Berg van landgoed Olaertsduyn: ‘Samen genieten van

eten is bij revalidatie een belangrijk aspect van het herstelproces.’

‘Resto Vanharte is een onafhankelijke

organisatie opgezet door Fred Beekers,

één van de grondleggers van Artsen

zonder Grenzen’, legt Karin Brinkers,

horecacoördinator van Resto VanHarte

Rotterdam Oude Noorden, uit. ‘Fred

werd geraakt door de sociale armoede

in veel stadswijken en wilde iets doen

om mensen uit hun sociaal isolement te

halen.

Het idee achter de Resto’s is: samen

eten verbindt. In onze laagdrempelige

restaurants brengen we mensen

van alle leeftijden, religies en culturen

samen. Het eerste restaurant werd in

2005 geopend in het Laakkwartier in

Den Haag, inmiddels zijn er 25 Resto’s

verspreid door Nederland. In Rotterdam

is er één in Delfshaven en één in het

Oude Noorden.’

Joris vertelt over Herstelhoeve

Laurens Avanze. ‘Laurens kocht in

2006 het landgoed Olaertsduyn. In de

komende jaren wil Laurens hier zestig

luxe zorgappartementen en veertig

psychogeriatrische woonplaatsen

realiseren. Hotel Olaertsduyn – op dit

moment een conferentiehotel – zal dan

verdwijnen. Vanaf landgoed Olaertsduyn

cateren we Herstelhoeve Laurens

Avanze. In deze monumentale boerderij

heeft Laurens 25 revalidatieplaatsen

voor mensen die uit het ziekenhuis

komen, maar die nog niet genoeg

zijn hersteld om naar huis of naar een

verzorgingshuis te gaan. Ze krijgen er

professionele zorg en volgen een activeringsprogramma

op maat. De maaltijden

nemen per dag drie uur in beslag:

ontbijt, lunch en diner. Daar proberen

we iets leuks van te maken, goed eten in

een gezellige ambiance.’

‘Hebben jullie ook vrijwilligers?’,

vraagt Karin geïnteresseerd. ‘Bij Resto

VanHarte heeft ieder restaurant twee

vaste medewerkers in dienst: de Restomanager

en de Horecacoördinator. De

overige medewerkers zijn vrijwilligers,

stagiaires of mensen in een reclassering

of re-integratieproject. Voor deze laatste

groep betekent het vaak dat ze na een

langdurige werkloosheid weer participeren

in de samenleving. Ze zijn enorm

betrokken bij de organisatie en bij onze

gasten.’

Joris: ‘Wij hebben ook wel vrijwilligers

en werknemers die vanuit re-integratietrajecten

een stage volgen, maar het

merendeel van het personeel bestaat

uit betaalde krachten. De opzet is wat

commerciëler: we huren de keuken in

Avanze om de maaltijden te verzorgen.

Eten was in de zorg lange tijd een ondergeschoven

kindje, maar de laatste jaren

groeit het inzicht dat samen genieten

van eten een belangrijk aspect is van het

herstelproces. Zo is de kok in Avanze

niet alleen degene die kookt, ze is ook

16 Laurens


gastvrouw. De horeca-aanpak brengen

we in de zorg’

‘Bij ons is het andersom’, stelt Karin.

‘We brengen een element van zorg in

de horeca. Ons basisbudget komt uit

subsidie en sponsoring. In een Resto

kunnen buurtbewoners voor € 6,00

per persoon komen eten. Mensen met

een minimum inkomen betalen slechts

€ 3,00. Dagelijks doen we de boodschappen

voor een driegangen diner op

restaurantniveau: mooi gedekte tafels,

chique opgemaakte borden en gezonde,

verse producten. Dat doen we met een

inkoopbudget van € 2,00 per persoon.

De werkelijke kosten van een Resto

VanHarte-avond zijn € 15,00 voor één

persoon.’

Joris: ‘Voor Avanze hebben we een

inkoopbudget van € 6,00 per persoon

per dag. Dit is voor ontbijt, lunch en

diner, en de hele dag koffie en thee. De

personeelskosten zijn vergeleken met

de inkoopkosten vrij hoog. We zoeken

naar een evenwicht tussen luxe, zuinigheid

en gastvrijheid. Kwaliteit staat

voorop. Niet alles halen we dagelijks

vers, maar wel groenten en fruit. Bij

het inloopontbijt van acht tot tien uur

dekken we grote tafels, waarop brood

en beleg voor het pakken staan.’

Karin: ‘Waarom geen ontbijtbuffet?’

Joris: ‘Je moet rekening houden met

wat mensen kunnen. Een buffet moet

bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijk zijn

en voor mensen die op krukken lopen

is een dienblad niet handig. Sommige

mensen kunnen niet alles zelf, brood

smeren of fruit schillen en hebben daar

hulp bij nodig. Een slimme oplossing is

de smoothie van vers fruit. Bij de lunch

serveren we altijd iets warms, huisgemaakte

soep of een kroketje. ‘s Avonds

dekken we de tafels weer. Het samen

aan tafel zitten en zelf pakken wat je

lekker vindt, heeft iets huiselijks en

stimuleert dat mensen goed eten. Er is

geen behoefte om iedere dag à la carte

te eten.’

‘Klopt, voor onze gasten

hoeft het ook niet altijd

biefstuk te zijn,’ zegt

Karin. ‘Toen we onze

klanten eens zelf

lieten kiezen, wilde

de meerderheid

een pannenkoekenavond.

Dat

kost niet veel aan

inkoop, maar

het was reuze

geslaagd. Mensen

komen vooral af

op de ambiance

en het buurtgevoel.

We hebben

regelmatig actieve

mensen uit de

buurt die iets komen

vertellen, zoals de

wijkagent, de imam,

dominee of huisarts.

Dat levert voor de gasten

vaak nieuwe contacten en nieuwe

kansen op. Er komen veel eenzame

ouderen in de Resto’s. Ze vinden bij

onze vrijwilligers en bij andere gasten

een luisterend oor en worden verder op

weg geholpen.’

Joris: ‘Bij Avanze verblijven klanten

tijdelijk, sommigen langdurig, anderen

maar een paar weken. Actieve revalidatie

staat voorop en voor praten en

luisteren is helaas weinig tijd. Er is niet

veel binding met de buurt, dit is een

gevolg van de kortdurende herstelfunctie

van de boerderij. Bij locaties

waar het verblijf langdurig is, is dit

wel een prioriteit voor Laurens. We

beschikken helaas nog niet over een

uitgebreid vrijwilligersbestand in deze

regio. Dat moet nog groeien, vooral met

het oog op de ontwikkelingsplannen

voor landgoed Olaertsduyn. Bij deze dus

meteen een uitnodiging voor mensen

die interesse hebben in vrijwilligerswerk.’

Karin: ‘Hoe maken jullie iets leuks

van de maaltijden?’ Joris: ‘We laten

mensen aangeven wat ze graag willen

eten en stemmen daar het menu op af.

Soms helpen de mensen ook bij het

koken, maar helaas is de keuken alleen

via trapjes te bereiken, en daardoor niet

zo toegankelijk voor de gasten.’

Karin: ‘Bij Resto VanHarte organiseren

we regelmatig thema-avonden, bijvoorbeeld

een Javaanse avond met eten,

muziek en dans. Ik zou graag eens bij

Avanze komen koken met een paar van

mijn vrijwilligers. Lijkt me keukentechnisch

ook leerzaam om te zien hoe jullie

rekening houden met de lichamelijke

beperkingen van gasten.’ Joris: ‘Dat

is een leuk idee! Ik kom graag eens bij

Resto VanHarte kijken hoe jullie het vrijwilligersnetwerk

opzetten en dat gevoel

van betrokkenheid creëren.’ •


Contactpersoon Laurens:

Joris van den Berg, e-mail:

j.vandenberg@olaertsduyn.nl

Laurens 17


Binnen grote zorgorganisaties als Laurens is veel specialistische

kennis aanwezig. Probleem is dat deze kennis vaak versnipperd

is. Laurens zorgt er via leerhuizen – innovatieve bolwerken waarin

onderwijs, onderzoek en ontwikkeling centraal staan – voor dat

kennis verder ontwikkeld, gebundeld en breed gedeeld wordt. Dat

gebeurt samen met deskundige partijen, zoals universiteiten, hogescholen,

ziekenhuizen en academische centra. Momenteel werkt

Laurens onder andere hard aan de realisatie van twee nieuwe leerhuizen

op het gebied van NAH (niet-aangeboren hersenaandoening)

en dementie.

Nieuwe leerhuizen NAH en dementie:

Specialistische kennis

ontwikkelen, bundelen

en delen

‘In IJsselmonde is veel aandacht voor mensen met niet-aangeboren hersenaandoening’,

vertelt Ben van Dorp, regiodirecteur bij Laurens in de deelgemeenten

Feijenoord en IJsselmonde en initiatiefnemer van het leerhuis NAH. ‘Het Erasmus

MC verwijst veel van haar patiënten naar Laurens Antonius IJsselmonde om te

revalideren. Als klanten na hun revalidatieperiode niet terug naar huis kunnen,

kunnen ze terecht in de nabij gelegen woonlocaties Laurens Ravenswaerde of

Laurens De Hoek. Wij willen door onderwijs, onderzoek en ontwikkeling – de

pijlers die Laurens’ eerste leerhuis palliatieve terminale zorg (zie ook kader) tot een

succes maakten – de zorg voor deze bijzondere doelgroep uiteindelijk verbeteren.

Daarbij speelt de samenwerking met andere partijen, zoals onderwijsinstanties,

een belangrijke rol.’

Het enthousiasme voor de ontwikkeling van een leerhuis NAH is groot. ‘Hoewel

we nog op zoek zijn naar een projectleider, is de geest uit de fles. Samen met zo’n

vijfentwintig verpleegkundigen, artsen en psychologen hebben we een brainstorm

gehouden die 55 associaties heeft opgeleverd. Aan de hand daarvan gaan we de

belangrijkste thema’s vaststellen.’ Belangrijkste doel op korte termijn is de ketenzorg

te verbeteren. ‘De ketenzorg van ziekenhuis naar revalidatie naar nieuwe

woonvorm is al goed. Maar de keten moet afgemaakt worden. Aan de ketenzorg

van ziekenhuis of revalidatieafdeling naar de oude thuissituatie kan nog wel het

een en ander verbeteren. We willen hier samen met het Erasmus MC en Bavo

Europoort, specialist in psychiatrie, graag specialistische thuiszorg voor ontwikkelen.’

Driejarenplan

Sinds april 2011 is ook het leerhuis dementie in ontwikkeling. Projectleider Niels

de Bruin werkt samen met Aart Vermeer, manager behandeling en ondersteuning

aan een plan voor 2011 tot 2013. ‘Er is momenteel al heel veel kennis rond

dementie binnen Laurens’, zegt De Bruin. ‘Probleem is echter dat de kennis

versnipperd is, de kwaliteit van ondersteuning niet overal hetzelfde is en ‘het wiel’

Een organisatie ‘bouwen’ binnen

de instelling

‘Wil je goede zorg verlenen, dan moet je

verbijzonderen’, zegt Kees Goedhart, specialist

ouderengeneeskunde en docent bij

Leerhuizen Palliatieve Zorg (LPZ). Cadenza

is Laurens’ eerste Palliatieve Terminale Zorg

(PTZ) leerhuis en dient als voorbeeld voor

de leerhuizen NAH en dementie. Goedhart:

‘In het leerhuis gaan zorgontwikkeling en

onderzoek hand in hand. De docenten zijn,

net als de cursisten, mensen die dagelijks

met stervenden en hun naasten werken. Er

wordt nauw samengewerkt met Zorggroep

Rijmond, die met hospice de Regenboog

sinds 2009 onderdeel is van het leerhuis,

hogescholen in de regio en met de Erasmus

Universiteit. Doel is zorgprofessionals een

instrumentarium meegeven om goede zorg

te leveren en de klant naar beste weten

en kunnen te begeleiden in hun laatste

levensfase. Professionals begeleiden van

kennis naar kunde naar kunst (onder meer

de kunst van communicatie), noem ik dat.’

LPZ hebben sinds 2004 de palliatieve zorg

een flinke impuls gegeven. Waar dankt het

leerhuis haar succes aan? ‘Deze manier van

kennisoverdracht staat en valt bij samenhang

en borging. ‘Wat wij sinds de oprichting

in 2004 vooral geleerd hebben, is dat

je zorgprofessionals wel trainingen kunt

geven, maar dat je daar niets mee opschiet

als er geen draagvlak voor professionalisering

en verandering is binnen een organisatie.

Eerst moet er commitment zijn aan

de top, vervolgens kun je zorgontwikkeling

inbedden in de organisatie. Je moet binnen

een instelling een ‘organisatie bouwen’

door vanuit centrale projectgroepen – die

de verantwoording dragen – sturing te

geven aan aandachtsfunctionarissen die

op de verschillende locaties sturen en de

vinger aan de pols houden. Binnen Laurens

begint dit aardig vorm te krijgen.’

Doel van LPZ is ook om binnen nu en

een jaar een landelijke franchiseformule

van palliatieve leerhuizen te starten. ‘Zo

kunnen we onze kennis ook landelijk

delen.’

18 Laurens


‘Rode draad is de

zelfredzaamheid

van de klant te

vergroten’

soms op verschillende locaties opnieuw uitgevonden

wordt. Ook is er nog geen directe relatie

tussen de onderzoeken die hier plaatsvinden en

scholing van het personeel. Om hier verandering

in te brengen besloot de raad van bestuur

onlangs tot oprichting van een leerhuis dementie.’

De eerste contouren van het driejarenplan staan

inmiddels. ‘Het leerhuis wil in alle stadia van

dementie een belangrijke rol gaan vervullen:

preventie en vroegdiagnostiek in de beginstadia;

functionele diagnostiek (de analyse van mogelijkheden

en beperkingen) bij beginnende dementie,

en de begeleiding en behandeling bij gevorderde

dementie.’

Draagvlak

De Bruin benadrukt het belang van draagvlak

binnen en buiten de organisatie voor het

leerhuis. ‘We gaan uit van bestaande projecten

en betrekken professionals via werk- en klankbordgroepen.

Op korte termijn worden modules

ontwikkeld rond dementerenden met gedragsproblemen

(interventies om gedragsproblemen

te voorkomen), het opleiden van verzorgend

personeel en de ondersteuning van mantelzorgers.

Ook werken we aan een ‘Alzheimer academie’

waarvoor we samenwerking zoeken met hogescholen

en universiteiten. De eerste modules

zullen in 2012 van start gaan.’

Klantgerichte innovatie staat bij de ontwikkeling

van het leerhuis voorop. Rode draad bij

de totstandkoming van het leerhuis, dat vanuit

Laurens Stadzicht wordt opgestart, is de zelfredzaamheid

van dementerenden verbeteren en

de kwaliteit van leven vergroten. ‘De komende

tien jaar verwachten we een verdubbeling van

de doelgroep. Die zal steeds vaker bestaan uit de

generatie babyboomers en oorlogskinderen. Ook

zal het aantal mannen met dementie toenemen,

zullen dementerenden vaker hoogopgeleid zijn en

zal de klant steeds vaker thuis wonen. Als we nu

inspelen op deze ontwikkeling, zijn we hier op tijd

klaar voor.’ •

Contactpersoon Laurens leerhuis NAH:


Ben van Dorp, b.vandorp@laurens.nl

Contactpersoon Laurens leerhuis dementie:

Niels de Bruin, n.bruin@laurens.nl.

Laurens 19


De landelijke invoering van de zorgzwaartepakketten

was voor Laurens dé aanleiding om in gesprek te

gaan met bewoners over hun zorgbehoefte. Wat

heeft de klant nodig om een betekenisvol en zo zelfstandig

mogelijk leven te kunnen leiden? De nieuwe

werkwijze werd onlangs geëvalueerd.

ZZP opent gesprek met klant:

Wat zijn uw wensen voor vandaag?

In 2009 vond de landelijke invoering

van zorgzwaartepakketten (ZZP’s)

plaats. Een financiële maatregel ten

gevolge van de herinrichting van de

ABWZ. Kregen zorginstellingen tot voor

kort voor al hun bewoners eenzelfde

budget voor zorg en ondersteuning,

nu krijgt de bewoner een op de eigen

situatie toegespitst pakket. In dit ZZP

staat welk soort en hoeveel uren zorg

de bewoner nodig heeft op het gebied

van verpleging, verzorging, begeleiding

en – indien nodig – behandeling.

Laurens greep de financieringsmaatregel

aan voor een inhoudelijk doel:

de transparantie en klantgerichtheid

vergroten.

Mogelijkheden

‘Wij willen door gesprekken te voeren

met de klant inzichtelijk maken wat hun

behoefte is en daar onze zorg op laten

aansluiten’, zegt Ben van Dorp, regiodirecteur

bij Laurens. ‘In de ZZP’s staat

vast hoeveel uren zorg een klant krijgt,

maar er is wel speling. Bij Laurens

kan de klant bijvoorbeeld aangeven

wanneer hij of zij de zorg wil ontvangen

en aan welke aanvullende diensten

hij of zij behoefte heeft. Wil een klant

graag uitslapen of is het een vroege

vogel? Wil de klant liever dat een familielid

– met coaching vanuit Laurens

– de zorg verleent omdat hij of zij dat

gewend is? Wat heeft prioriteit als het

om schoonmaken gaat? Doet iemand

graag mee aan activiteiten, wil hij of

zij graag elke dag naar buiten of wil de

klant juist iemand om mee te kletsen.

Er is van alles mogelijk.’

Maatwerk

Ria Severijns, staffunctionaris zorg

bij Laurens: ‘In 2008 zijn we met de

eerste voorbereidingen gestart. Eerst

hebben we inzichtelijk gemaakt welke

zorg we op grond van de indicaties

aan onze klanten kunnen leveren en

of we dat in de praktijk ook deden. In

sommige gevallen betekende dit dat we

moesten schuiven met onze afspraken.

Vervolgens hebben we bepaald hoe

we het gesprek met bewoners willen

aangaan en hoe onze arrangementen

eruit zien. In 2009 zijn we op kleine

schaal begonnen met het scholen van

onze medewerkers. In 2010 hebben

medewerkers van alle locaties met

deze scholingen meegedaan. We

hebben hier heel veel tijd en energie

ingestoken, want het is een flinke

omslag om de zorg te vertalen naar de

behoefte van de klant. Van Dorp vult

aan: ‘Het gaat om maatwerk en dat is

nog een hele kunst. Begonnen medewerkers

vroeger aan het begin van de

gang, nu moeten ze hun zorgroute en

agenda aanpassen aan de behoeften

van de klanten.’

Severijns: ‘Teamleiders zijn getraind in

het transparant kunnen maken van de

zorg en in coaching van hun team. De

contactverzorgenden kregen, naast een

inhoudelijke training, een scholing in

gespreksvoering. Belangrijk doel was

inzichtelijk maken hoe je het arrangement

en de verwachtingen van de klant

op elkaar afstemt. Welke vragen stel

je daarbij? We hebben acteurs ingezet

om de gespreksvoering te oefenen.’

Ook de helpenden en verzorgenden

werden bijgeschoold. ‘Zij leerden hoe

ze mee kunnen gaan in het gesprek

met bewoners.’

Na een aantal pilots in de verschillende

regio’s, worden sinds begin

2010 gesprekken met alle bewoners

gehouden. Naar verwachting is eind

zomer 2011 met alle bewoners een

arrangement afgesproken en zijn op

basis daarvan afspraken gemaakt over

de inhoud van de dienstverlening en

het moment waarop deze plaatsvindt.’

Transparantie

Wat vinden bewoners en medewer-

20 Laurens

Laurens02_vdef.indd 20 14-06-11 16:48


Op de korrel . . .

Columnfractuur

kers tot nu toe van de gesprekken en zorgarrangementen?

Caroline Wuite, manager Marketing & Communicatie: ‘We

hebben met zo’n honderd klanten, honderd medewerkers

en 35 leidinggevenden de gesprekken en het werken met

ZZP’s geëvalueerd. Uit deze evaluatie blijkt dat we een flinke

sprong hebben gemaakt als het gaat om transparantie. Er is

duidelijkheid over wanneer welke zorg en overige dienstverlening

geboden wordt. Vooral de gesprekken tussen medewerkers

en klanten hebben hiervoor gezorgd. Klanten geven

aan dat ze hun zorgbehoefte beter duidelijk hebben kunnen

maken en dat ze meer inzicht hebben in de zorg en overige

dienstverlening die ze krijgen. Bij 75 procent van de klanten

hebben wij alle behoeften kunnen vervullen. Daar zijn we

heel blij mee, want daarmee toont Laurens haar klantgerichtheid

aan, zeker omdat bij sommige klanten de zorguren

minder geworden zijn. Aan de andere kant ligt er bij de 25

procent waar niet alle behoeften vervuld zijn nog een mooie

uitdaging. Creatief ondernemerschap van medewerkers om

samen met klanten en informele zorgverleners als mantelzorgers,

vrijwilligers en familie te zorgen voor een maximale

klanttevredenheid. Een verbeterpunt vanuit de medewerkers

is dat de werkprocessen beter ingericht zouden kunnen

worden.’ Severijns: ‘We beschikken nog niet over een goed

hulpmiddel om de tijdsafspraken en de zorgroutes aan het

klantdossier te koppelen. Zodra we die gevonden hebben,

kunnen we op dit punt een flinke slag maken.’

Toekomst

Eind dit jaar vindt een nieuwe evaluatie van de tevredenheid

plaats. Van Dorp: ‘Daarna loopt het project af en moet de

werkwijze onderdeel worden van de normale dagelijkse gang

van zaken’. •

Als je vroeger je heup brak, was je doodvonnis wel zo’n

beetje getekend. Net als bij Greet, een goede vriendin

van me. Ze woonde alleen, gleed uit in de douche en

brak haar heup. Pas na twee dagen lukte het haar om

alarm te slaan. Ze werd geopereerd en ging naar een

revalidatiecentrum met uitgebreide verpleging. Ze zag

erg op tegen het lange revalidatietraject. ‘Alleen thuis

blijven wonen, zit er voor u niet meer in’, werd haar

ook nog tussen neus en lippen door verteld. Ze kwam

er niet meer bovenop. Dus je begrijpt hoe bang ik was

toen ik afgelopen winter een smak maakte door die

ellendige sneeuwrommel. Een collumfractuur was

het resultaat. Maar goed, ik werd geopereerd, kreeg

een ‘triage’ en een ‘klantenprofiel’. ‘Allemaal zorginnovaties

mevrouw’, zei de specialist. Of ik even wilde

gaan staan. Ik zeg: ‘staan? ‘Ja we beginnen meteen

met revalideren’, zegt ie. ‘In drie weken bent u weer

helemaal het mannetje. Vrouwtje bedoel ik.’ Mooi vooruitzicht,

maar ik moest wel álles zelf doen. Je krijgt een

agenda met de dagplanning: om tien uur fysio, om elf

uur de ergo. En je moet zelf naar beneden om je eten

te bestellen. Allemaal innovatief. Ik was gewoon bekaf

toen ik thuiskwam! Het voordeel van al die nieuwerwetse

inzichten is wel dat ik vier weken na mijn slippertje

weer lekker thuis was. Weer mijn eigen boontjes

kan doppen en ik gelukkig gewoon weer deze column

kan schrijven. Anders zat Laurens mooi met een breuk

in de reeks columns: een columnfractuur. Hé, da’s een

mooi woord voor galgje, dacht ik. Krijg je nooit genoeg

van, van die ouderwetse spelletjes. •

Stien

Laurens

21


Nieuws

Innovatieve

inloop KamaLotus

Op woensdag 20 april vond de officiële

naamsinwijding plaats van KamaLotus;

de Surinaams-Hindoestaanse inloop

in Laurens De Aarhof. In deze inloop

bepalen de deelnemers zelf wat er op het

programma staat.

Centraal bij de wekelijks inloopmiddagen staat de Hindoestaans-Surinaamse

cultuur. Caroline Augustinus, locatiemanager

van De Aarhof: ‘Hier in Zevenkamp wonen veel

Surinaamse ouderen; deze inloop voorziet in een groeiende

behoefte. Bijzonder is dat het initiatief voor de inloop van de

ouderen zelf kwam en dat de deelnemers zelf het activiteitenprogramma

bedenken en organiseren. Dat maakt KamaLotus

écht klantgericht. De Aarhof heeft daarbij een faciliterende

rol.’

KamaLotus staat echter nadrukkelijk open voor alle ouderen

in Zevenkamp; niet alleen voor bewoners van De Aarhof. De

interactie tussen ‘gekleurden’ en ‘witten’, zoals de betrokkenen

dat zelf zeggen, is heel respectvol. Augustinus: ‘Ik merk

dat er veel belangstelling is voor elkaars cultuur. Samen eten is

vaak een goede aanleiding om in gesprek te gaan over elkaars

geschiedenis, gewoonten, normen en waarden. En het mooie

is dat niet alleen deelnemers en klanten van De Aarhof elkaar

weten te vinden maar ook medewerkers en vrijwilligers.’

Bij de inloop komen nu nog vooral mensen zonder zorgindicatie.

Augustinus: ‘We denken dat er ook een behoefte is

onder mensen die voor een Wmo-indicatie in aanmerking

komen. We hopen deze groep beter te kunnen bereiken via de

eigen Hindoestaanse gemeenschap en door goed gebruik te

maken van mond-tot-mondreclame.’

Zélf controles uitvoeren dankzij mobiel

DiabetesStation

Nederland kent 850.000 diabetici en met een jaarlijkse stijging van negen procent neemt dit aantal

rap toe. Om budgetproblemen en toenemende druk op huisartsen en ziekenhuizen te voorkomen,

ontwikkelde IPT Telemedicine uit Huizen in samenwerking met het Erasmus MC een mobiel DiabetesStation.

Dit interactieve meetstation stelt de klant in staat zelfstandig de controles – gewicht,

bloeddruk, glucose, oog- en voetfoto’s en BMI – uit te voeren. De gegevens worden doorgestuurd

naar de behandelend arts en als er afwijkingen zijn, wordt de klant direct opgeroepen. De virtuele

poli heeft acht taalopties en is dankzij de visuele en verbale begeleiding ook zelfstandig door

analfabete klanten te gebruiken. Omdat het mobiele DiabetesStation de zelfredzaamheid van de

klant zeer ten goede komt – de klant kan zelf de controles uitvoeren op een moment dat het hem

of haar schikt – is Laurens momenteel in bespreking met IPT Telemedicine over de plaatsing van

zeven DiabetesStations op verschillende Laurens locaties. Naar verwachting zal in het najaar van

2011 het eerste station geplaatst worden.

22 Laurens


R&D van Laurens wordt I&O

Unieke aanpak

slikproblemen

Vanaf 1 juni kunnen mensen zonder

verwijzing van de huisarts terecht bij de

logopedist. ‘De drempel om naar ons toe

te komen wordt lager’, zegt Ankerien

Gerretse, teamleider van de polikliniek

logopedie van Laurens Antonius IJsselmonde.

Naast mensen met neurologische

spraak- en taalproblemen ondersteunt het

team in IJsselmonde ook klanten met slikproblemen,

onder meer met het medisch

onderzoeksinstrument FEES.

Research & Development (R&D) mag dan binnen het bedrijfsleven een bekend

begrip zijn; binnen de zorgsector roept het vooral vraagtekens op. Vandaar dat

de concerndienst R&D onlangs besloot haar naam te wijzigen in Innovatie &

Ontwikkeling. ‘Die vlag dekt de lading beter en maakt duidelijk wat wij doen’,

zegt directeur Hans Stravers. De concerndienst bestaat uit twee afdelingen:

Marketing & Communicatie (samen met het UITbureau voor ouderen) op de

Groene Tuin en de afdeling Bouw & Beleid op de Nieuwe Binnenweg. Er werken

in totaal ruim 30 mensen. De concerndienst I&O houdt zich onder meer bezig

met de in- en externe communicatie, de inzet van sociale media, merkbeleid,

het beleid rondom strategisch ondernemen en de ontwikkeling van nieuwe

communicatie applicaties. Daarnaast richt I&O zich op het in de markt zetten

van (nieuwe) dienstverlening en producten. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe

dienstverlening op het gebied van Zorg aan Huis, bouwprojecten zoals het

revalidatiehotel dat momenteel ontwikkeld wordt naast het Ikazia Ziekenhuis of

de introductie van mobiele diabetesstations (zie pagina 22). Het zijn stuk voor

stuk voorbeelden van klantgerichte innovaties waarbij I&O een cruciale rol heeft.

Stravers: ‘Doordat je op zo’n afdeling een groep mensen concentreert met heel

verschillende achtergronden en zienswijzen kun je echt een innovatieve kracht

ontwikkelen. Er zitten mensen met een marketing- en communicatie achtergrond,

bedrijfseconomen, gezondheidswetenschappers, et cetera. Dat levert de

creativiteit op die we nodig hebben om onszelf te blijven ontwikkelen.’

Gerretse: ‘Dikwijls hebben mensen slikproblemen

na een beroerte. Veel MS- en

Parkinsonpatiënten kampen ermee. Maar slikproblemen

kunnen ook ontstaan door andere

oorzaken zoals spierziekten of ouderdom.’

Om slikproblemen beter in beeld te krijgen,

werkt het team van Laurens Antonius IJsselmonde

sinds 2009 onder meer met: de Functionele

Endoscopische Evaluatie van het

Slikken (FEES). Het is een flexibel slangetje

met een cameraatje eraan dat via de neusholte

naar binnen wordt gebracht en boven

de keel blijft hangen. ‘Wij kunnen daarmee

heel precies zien wat er misgaat bij het slikken

en onze behandeling daarop inrichten’, vertelt

Gerretse.

Laurens Antonius IJsselmonde is de enige

logopedische polikliniek in de regio die met

dit instrument werkt. Mensen kunnen wel

naar een ziekenhuis voor een FEES-onderzoek,

maar moeten vaak erg lang wachten tot

ze aan de beurt zijn. ‘Bij ons kunnen ze binnen

een week terecht.’ Het team in IJsselmonde

behandelt slikproblemen ook met nieuwe

technieken, waaronder biofeedback en electrostimulatie.

Telewondmonitoring

Moesten Laurens Zorg aan Huis-klanten met een ulcus cruris (een open been)

voorheen geregeld voor controle naar het ziekenhuis, tegenwoordig worden

ze thuis gemonitord en behandeld door gespecialiseerde verpleegkundigen.

Na een uitgebreid onderzoek door een dermatoloog in het ziekenhuis wordt

de klant aangemeld voor het telewondmonitoringsysteem van Ksyos. De klant

wordt vervolgens om de dag behandeld door de gespecialiseerde verpleegkundige.

Verslechtert de situatie, dan maakt de verpleegkundige foto’s die ze

samen met de wondomschrijving inlaadt in het monitoringsysteem. Binnen 24

uur reageert de arts met zijn of haar advies. Is er een kweek nodig? Dan neemt

de verpleegkundige die af voor een test in het lab waarna ook die uitslag in het

systeem gezet wordt. Grote voordeel is niet alleen dat de klant reistijd bespaart

wordt, er kan op deze manier ook sneller en adequater gehandeld worden,

waardoor een situatie minder snel verslechterd. De pilot die in 2008 startte in

de Rotterdamse deelgemeenten Hilligersberg en Overschie wordt momenteel

uitgerold in Lansingerland en Rotterdam-Centrum.

Laurens 23


Laurens & Hans van der Stap

Nog dit jaar wordt gestart met de

herontwikkeling van het conferentiehotel

op het landgoed Olaertsduyn in

Oostvoorne. In dit nieuwe complex van

Laurens komen zestig zorgappartementen

en veertig woonplaatsen voor

mensen met dementie. ‘Het is slechts

één van de innovatieve projecten van

Laurens die wij financieel steunen’, zegt

Hans van der Stap, voorzitter van het

Sint Laurensfonds.

Laurens timmert hard aan de weg

met zorgvernieuwing’

‘Natuurlijk, het is een flinke investering zo’n landgoed’, zegt

Van der Stap. ‘Ons fonds betaalde de aankoopsom. We gaan

ervan uit dat we die op termijn weer terugkrijgen. Het gaat

om een fors bedrag. Dit project had Laurens moeilijk uit

eigen zak kunnen betalen. Laurens timmert hard aan de weg

als het gaat om zorgvernieuwing. Dat verdient onze steun.’

Al meer dan 350 jaar staat het Sint Laurensfonds de meest

kwetsbare groepen in de samenleving financieel bij. De

stichting is net als Laurens genoemd naar Sint Laurens de

beschermheilige van de armen en de patroon van Rotterdam.

Het fonds komt voort uit het R. K. Parochiaal Armbestuur

van Rotterdam (1857) dat in 1651 begon onder de naam

Gemeene Armen-Borse. Van der Stap: ‘Tegenwoordig richten

we ons vrijwel uitsluitend op maatschappelijke organisaties

in de regio Rotterdam voor kwetsbare jeugdigen en ouderen.

De kernwaarden van de katholieke charitas vormen nog

steeds ons uitgangspunt.’

Verder ontvangt Laurens onder meer financiële steun

voor de ontwikkeling van specifiek voorlichtingsmateriaal,

waaronder een documentaire, voor de eerste generatie

Turkse- en Marokkaanse vrouwen in de regio. Van der Stap:

‘De vrouwen krijgen in hun eigen taal informatie over de

zorgvoorzieningen in de buurt. Dat vind ik zinnige projecten,

want veel van hun kinderen willen of kunnen niet altijd meer

voor hun ouders zorgen. Laurens helpt deze ouderen vooruit

in dit emancipatieproces.’

Van der Stap, voormalig notaris in Rotterdam, is al sinds

1999 voorzitter van het fonds. Het project dat hem door de

jaren heen het meest is bijgebleven is dat voor palliatieve

zorg bij Laurens Antonius IJsselmonde. ‘Dat was zo’n tien

jaar geleden, toen de palliatieve zorg nog in de kinderschoenen

stond. Ik was erg onder de indruk van de zorg die

daar werd gegeven aan ouderen in hun laatste levensfase.

Toen al was Laurens heel vooruitstrevend bezig.’ •

Naast de herontwikkeling van Olaertsduyn, heeft Laurens

een beroep gedaan op het fonds voor de aanstelling van

twee lectoren ouderenzorg aan de Hogeschool Rotterdam.

Van der Stap: ‘Ze proberen jongeren zo goed mogelijk op te

leiden en te enthousiasmeren voor een baan in de sector. Zo

kunnen ze gelijk de beste studenten binnenhalen. Heel slim.’

Meer informatie over het Sint Laurensfonds:

www.sintlaurensfonds.nl.

24 Laurens

More magazines by this user
Similar magazines