04.11.2012 Views

Marktwerking en Publieke Belangen - Koninklijke Vereniging voor ...

Marktwerking en Publieke Belangen - Koninklijke Vereniging voor ...

Marktwerking en Publieke Belangen - Koninklijke Vereniging voor ...

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

<strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> <strong>Publieke</strong> Belang<strong>en</strong><br />

<strong>Koninklijke</strong> Ver<strong>en</strong>iging <strong>voor</strong> de Staathuishoudkunde<br />

Preadviez<strong>en</strong> 2009<br />

Onder redactie van<br />

Prof. dr. Eric van Damme <strong>en</strong> Prof. dr. Maart<strong>en</strong> Pieter Schinkel


ii<br />

ISBN 978-90-807422-8-4<br />

NUR 781<br />

http://www.kvsweb.nl<br />

© 2009 De auteurs, p/a <strong>Koninklijke</strong> Ver<strong>en</strong>iging <strong>voor</strong> de Staathuishoudkunde,<br />

Postbus 98, 1000 AB Amsterdam.<br />

Alle recht<strong>en</strong> <strong>voor</strong>behoud<strong>en</strong>. Niets uit deze uitgave mag word<strong>en</strong> verveelvoudigd,<br />

opgeslag<strong>en</strong> in e<strong>en</strong> geautomatiseerd gegev<strong>en</strong>sbestand of op<strong>en</strong>baar gemaakt in<br />

<strong>en</strong>ige vorm of op <strong>en</strong>ige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën,<br />

opnam<strong>en</strong> of <strong>en</strong>ige andere manier, zonder <strong>voor</strong>afgaande schriftelijke toestemming<br />

van de uitgever.<br />

Voorzover het mak<strong>en</strong> van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van<br />

artikel 16b Auteurswet 1912 jo het Besluit van 20 juni 1974, Stb. 351 zoals<br />

gewijzigd bij Besluit van 23 augustus 1985, Stb. 471 <strong>en</strong> artikel 17 Auteurswet<br />

1912, di<strong>en</strong>t m<strong>en</strong> de daar<strong>voor</strong> wettelijk verschuldigde vergoeding te voldo<strong>en</strong> aan<br />

de Stichting Reprorecht, Postbus 882, 1180 AW Amstelve<strong>en</strong>. Voor het over-<br />

nem<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> of meer gedeelt<strong>en</strong> uit deze uitgave in bloemlezing<strong>en</strong>, readers <strong>en</strong><br />

andere compilatiewerk<strong>en</strong> (artikel 16 Auteurswet 1912) di<strong>en</strong>t m<strong>en</strong> zich tot de uitgever<br />

te w<strong>en</strong>d<strong>en</strong>.


<strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> <strong>Publieke</strong> Belang<strong>en</strong><br />

<strong>Koninklijke</strong> Ver<strong>en</strong>iging <strong>voor</strong> de Staathuishoudkunde<br />

Preadviez<strong>en</strong> 2009<br />

Onder redactie van<br />

Prof. dr. Eric van Damme <strong>en</strong> Prof. dr. Maart<strong>en</strong> Pieter Schinkel<br />

Inhoudsopgave<br />

Hoofdstuk 1 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> de borging van publieke belang<strong>en</strong> 1<br />

Eric van Damme <strong>en</strong> Maart<strong>en</strong> Pieter Schinkel<br />

Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking:<br />

Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> welvaartseconomische aanpak 23<br />

Barbara Baarsma <strong>en</strong> Jules Theeuwes<br />

Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de Europese Unie 53<br />

Jacques Pelkmans<br />

Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang: De rol van Artikel 86 EG 87<br />

Vinc<strong>en</strong>t Veroud<strong>en</strong><br />

Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom:<br />

Missie geslaagd, operatie afgerond? 117<br />

Paul W.J. de Bijl<br />

Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing 147<br />

Machiel Mulder, Bert Willems<br />

Hoofdstuk 7 Over het borg<strong>en</strong> van publieke belang<strong>en</strong> in de zorg:<br />

De rol van markt<strong>en</strong> <strong>en</strong> toezicht 179<br />

Maart<strong>en</strong> C.W. Janss<strong>en</strong>, Krijn Schep <strong>en</strong> Jarig van Sinder<strong>en</strong><br />

Over de auteurs 201<br />

iii


Hoofdstuk 1 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> de borging<br />

van publieke belang<strong>en</strong><br />

Eric van Damme ∗<br />

Maart<strong>en</strong> Pieter Schinkel ∗∗<br />

1.1 Inleiding<br />

In mei 2002, in haar meest rec<strong>en</strong>te overzichtsartikel over Nederland, prees The<br />

Economist het pragmatisme van de Nederlanders:<br />

“In the spirit of their pragmatic traditions, the Dutch have understood and<br />

accepted two things that many other Europeans find doctrinally<br />

objectionable. One is that it does not matter who delivers public services,<br />

so long as the job is well done; the other is that competition, in some form,<br />

can help to make that more likely”. 1<br />

Pragmatisch zijn we nog steeds, <strong>en</strong>, indi<strong>en</strong> gevraagd, zou de meerderheid van de<br />

Nederlanders de eerste bewering vermoedelijk nog steeds onderschrijv<strong>en</strong>: alle<strong>en</strong><br />

het resultaat telt. Ons geloof in concurr<strong>en</strong>tie als mechanisme om goede uitkomst<strong>en</strong><br />

te bewerkstellig<strong>en</strong> heeft intuss<strong>en</strong> echter e<strong>en</strong> flinke knauw gekreg<strong>en</strong>.<br />

Het geloof in de markt lijkt te zijn uitgehold. De taxichauffeurs begonn<strong>en</strong> e<strong>en</strong><br />

oorlog waarin je je rit niet zeker was. De introductie van concurr<strong>en</strong>tie in de zorg<br />

hielp anekdotes de wereld in over prefer<strong>en</strong>te patiënt<strong>en</strong> <strong>en</strong> doktor<strong>en</strong> die met administratie<br />

werd<strong>en</strong> overspoeld. De <strong>en</strong>ergiemaatschappij<strong>en</strong> verbeeldd<strong>en</strong> hun verticale<br />

splitsing op televisie als e<strong>en</strong> met wand <strong>en</strong> al doorgezaagd stopcontact. De notariss<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> apothekers protesteerd<strong>en</strong> georganiseerd dat de concurr<strong>en</strong>tiedruk t<strong>en</strong> koste<br />

ging van de kwaliteit van hun publieke di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ingstaak. Aan het vrijmak<strong>en</strong><br />

van het onderwijs <strong>en</strong> de financiële di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing is, respectievelijk, nog maar<br />

niet of nauwelijks begonn<strong>en</strong>. Toch zag rec<strong>en</strong>t m<strong>en</strong>ig scepticus van marktwerking<br />

in de kredietcrisis ine<strong>en</strong>s het fal<strong>en</strong> van het kapitalistisch stelsel.<br />

Er is op dit mom<strong>en</strong>t in het parlem<strong>en</strong>t ge<strong>en</strong> politieke meerderheid te vind<strong>en</strong> <strong>voor</strong><br />

nieuwe marktwerkingsoperaties, of <strong>voor</strong> int<strong>en</strong>sivering van de bestaande. Ook journalist<strong>en</strong><br />

van de meeste krant<strong>en</strong> ton<strong>en</strong> zich uitermate kritisch. Wanneer erg<strong>en</strong>s in de<br />

* Prof. dr. Eric van Damme, Hoogleraar Economie, C<strong>en</strong>tER for Economic Research <strong>en</strong> Algeme<strong>en</strong> Co-<br />

Directeur van het Tilburg Law and Economics C<strong>en</strong>ter (TILEC), Universiteit van Tilburg, http://c<strong>en</strong>ter.<br />

uvt.nl/staff/vdamme/.<br />

** Prof. dr. Maart<strong>en</strong> Pieter Schinkel, Hoogleraar Economie, <strong>en</strong> Co-Directeur van het Amsterdam<br />

C<strong>en</strong>ter for Law & Economics (ACLE), Universiteit van Amsterdam, <strong>en</strong> Directeur van Encore,<br />

www.mpschinkel.nl.<br />

1 The Economist, “Model makers: A survey of the Netherlands”, May 4th-10th, 2002.


2 Hoofdstuk 1 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> de borging van publieke<br />

belang<strong>en</strong><br />

maatschappij e<strong>en</strong> misstand geconstateerd wordt, wordt daarvan al snel “doorgeschot<strong>en</strong><br />

marktwerking” de schuld gegev<strong>en</strong>, ook in die gevall<strong>en</strong> waar marktwerking<br />

niets met het probleem van do<strong>en</strong> heeft. Ook de gewone burger lijkt zijn geloof in<br />

de kracht van concurr<strong>en</strong>tie verlor<strong>en</strong> te hebb<strong>en</strong>.<br />

Hoe heeft dat kunn<strong>en</strong> gebeur<strong>en</strong>?<br />

In de jar<strong>en</strong> neg<strong>en</strong>tig nam de marktwerkingsgedachte in Nederland e<strong>en</strong> grote vlucht.<br />

Het eerste kabinet onder leiding van Wim Kok (1994-1998) startte de grootschalige<br />

MDW-operatie (<strong>Marktwerking</strong>, Deregulering <strong>en</strong> Wetgevingskwaliteit), met<br />

e<strong>en</strong> 70-tal project<strong>en</strong>, die aanvankelijk - in de eerste fase - als e<strong>en</strong> groot succes<br />

werd gezi<strong>en</strong>; de “parel van paars”. 2 Nederland kreeg e<strong>en</strong> nieuwe mededingingswet,<br />

<strong>en</strong> e<strong>en</strong> bijbehor<strong>en</strong>de autoriteit, de NMa. 3 De liberalisering van netwerksector<strong>en</strong><br />

werd ter hand g<strong>en</strong>om<strong>en</strong>, later gevolgd door de introductie van gereguleerde<br />

concurr<strong>en</strong>tie in de zorg. Sectorspecifieke toezichthouders, zoals OPTA, de<br />

Energiekamer, <strong>en</strong> de NZa ded<strong>en</strong> hun intrede. 4 Econom<strong>en</strong> concludeerd<strong>en</strong> in 2005<br />

nog dat de bat<strong>en</strong> van meer concurr<strong>en</strong>tie de kost<strong>en</strong> oversteg<strong>en</strong> <strong>en</strong> dat marktwerkingsoperaties<br />

toch <strong>voor</strong>al verdiept <strong>en</strong> verder uitgerold moest<strong>en</strong> word<strong>en</strong> naar<br />

de zorg, de financiële sector, <strong>en</strong> op termijn ook het onderwijs. 5 Op dat mom<strong>en</strong>t was<br />

de politiek echter al lang e<strong>en</strong> ander pad ingeslag<strong>en</strong>.<br />

De omslag kwam rond de eeuwwisseling. In september 1999 had Sweder van<br />

Wijnberg<strong>en</strong> zijn post als SG bij EZ moet<strong>en</strong> verlat<strong>en</strong>. Hij had nog wel e<strong>en</strong> blueprint<br />

<strong>voor</strong> de liberalisering van netwerksector<strong>en</strong> in NRC Handelsblad kunn<strong>en</strong> publicer<strong>en</strong>,<br />

maar de uitwerking daarvan moest<strong>en</strong> de ambt<strong>en</strong>ar<strong>en</strong> zelf ter hand nem<strong>en</strong>. Ongeveer<br />

tegelijkertijd verwoordde de Raad van State, in haar advies over de Miljo<strong>en</strong><strong>en</strong>nota<br />

2000, haar zorg<strong>en</strong> over de mogelijkhed<strong>en</strong> <strong>en</strong> moeilijkhed<strong>en</strong> van marktwerking <strong>en</strong><br />

privatisering. Kort daarna kwam de WRR met het rapport “Het borg<strong>en</strong> van publiek<br />

belang”, dat gelez<strong>en</strong> kon word<strong>en</strong> als pleidooi teg<strong>en</strong> marktwerking <strong>en</strong> privatisering.<br />

De watersector was de eerste die vervolg<strong>en</strong>s met succes lobbyde <strong>voor</strong> de status-quo,<br />

met als argum<strong>en</strong>t dat het publiek belang in die sector privatisering, noch marktwerking<br />

verdroeg. 6 De MDW-operatie werd in 2003 beëindigd <strong>en</strong> opgevolgd door<br />

het project “Beter Bestuur <strong>voor</strong> Burger <strong>en</strong> Bedrijf”, dat echter nooit echt van de<br />

grond kwam. Daarna werd nog e<strong>en</strong> paar jaar doorgemodderd, <strong>voor</strong>al in de <strong>en</strong>ergiesector<br />

<strong>en</strong> in het Schipholdossier, die duidelijk maakt<strong>en</strong> hoe lastig marktwerkingsoperaties<br />

<strong>en</strong> privatiseringsdiscussies zijn. De schwung was er to<strong>en</strong> wel uit, behalve<br />

in de zorg, waar eerst Hoogervorst, <strong>en</strong> later Klink, het kaarsje brand<strong>en</strong>d hield<strong>en</strong>.<br />

2 Voor de MDW-project<strong>en</strong>, zie de Kamerstukk<strong>en</strong> onder nummer 24036.<br />

3 Kalbfleisch, Van Sinder<strong>en</strong>, Van d<strong>en</strong> Ende, Van Oers, & Van Bergeijk (eds.), Trust <strong>en</strong> Antitrust:<br />

Beschouwing<strong>en</strong> over 10 Jaar Mededingingswet <strong>en</strong> 10 Jaar NMa, D<strong>en</strong> Haag: NMa, 2008.<br />

4 Voor e<strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> overzicht, zie E.van Damme “Pragmatic Privatization: The Netherlands 1982-<br />

2002”, in M. Köth<strong>en</strong>bürger, H-W. Sinn <strong>en</strong> J. Whalley (eds.), Privatization Experi<strong>en</strong>ces in the European<br />

Union, MIT Press, 2006.<br />

5 Zie ESB Dossier, Ti<strong>en</strong> jaar mededingings- <strong>en</strong> reguleringsbeleid, 30 juni 2005, jaargang 90, nr.<br />

4464.<br />

6 Zie Van Damme, “<strong>Marktwerking</strong> vereist Maatwerk”, Maandschrift Economie 65(3), 2001, 185-207,<br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> meer gedetailleerde beschrijving.


Van Damme & Schinkel 3<br />

Toch duurde het nog tot het <strong>voor</strong>jaar van 2007 alvor<strong>en</strong>s het proces helemaal<br />

tot stilstand kwam. In mei 2007 publiceerde de vakbeweging het manifest<br />

“<strong>Marktwerking</strong>? Time Out!”, met de oproep om marktwerking e<strong>en</strong> halt toe te<br />

roep<strong>en</strong>. “De slinger van de marktwerking is ver uitgeslag<strong>en</strong>. Hij staat nog niet<br />

stil. Maar het signaal dat het kabinet heeft gegev<strong>en</strong> om de privatisering van<br />

Schiphol af te blaz<strong>en</strong> is e<strong>en</strong> tek<strong>en</strong> dat ’ie zijn verste punt bereikt heeft. Voor<br />

ons in ieder geval het mom<strong>en</strong>t om die slinger terug te duw<strong>en</strong>”, aldus Agnes<br />

Jongerius destijds. Het manifest leidde tot e<strong>en</strong> Kamerdebat, waarin minister<br />

Van der Hoev<strong>en</strong> betoogde dat de marktwerkingsdiscussie meer gestoeld zou moet<strong>en</strong><br />

word<strong>en</strong> op feit<strong>en</strong>, wat naar haar m<strong>en</strong>ing op dat mom<strong>en</strong>t nog onvoldo<strong>en</strong>de het<br />

geval was. De Kamer eiste e<strong>en</strong> stand still <strong>en</strong> dwong e<strong>en</strong> onderzoek af naar de<br />

effect<strong>en</strong> van het tot dan in Nederland gevoerde marktwerkingsbeleid. De ambt<strong>en</strong>ar<strong>en</strong><br />

van EZ ging<strong>en</strong> aan de slag <strong>en</strong> in februari 2008 werd<strong>en</strong> de resultat<strong>en</strong> gepres<strong>en</strong>teerd.<br />

Die war<strong>en</strong> overweg<strong>en</strong>d positief. Daar waar cijfers <strong>voor</strong>hand<strong>en</strong> war<strong>en</strong> (helaas lang<br />

niet in alle gevall<strong>en</strong>), had marktwerking, in combinatie met wet- <strong>en</strong> regelgeving,<br />

positief, of in ieder geval niet negatief, op de beschouwde publieke belang<strong>en</strong><br />

(doelmatigheid, toegankelijkheid <strong>en</strong> kwaliteit) uitgewerkt. De minister zag dan<br />

ook ge<strong>en</strong> aanleiding om van het bestaande beleid (“marktwerking, ja mits”) af te<br />

wijk<strong>en</strong>. De zes door haar geformuleerde less<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het marktwerkingsbeleid in<br />

de toekomst 7 war<strong>en</strong> dan ook niet echt verrass<strong>en</strong>d, noch nieuw, met uitzondering<br />

dan van de laatste les, die als handreiking aan de vakbond<strong>en</strong> kan word<strong>en</strong><br />

gezi<strong>en</strong> 8 :<br />

1. <strong>Marktwerking</strong>sbeleid mits kwaliteit <strong>en</strong> toegankelijkheid goed word<strong>en</strong><br />

geborgd;<br />

2. <strong>Marktwerking</strong>sbeleid is maatwerk;<br />

3. Maak de doel<strong>en</strong> <strong>en</strong> verwachte effect<strong>en</strong> van het marktwerkingsbeleiddui- delijk;<br />

4. Leer als overheid van je ervaring<strong>en</strong>;<br />

5. Besteed meer aandacht aan de gebruiker/consum<strong>en</strong>t;<br />

6. Besteed aandacht aan de “verliezers”.<br />

We zat<strong>en</strong> op het juiste spoor derhalve, althans zo leek het. De Kamer <strong>en</strong> de<br />

vakbeweging toond<strong>en</strong> zich echter uitermate kritisch. “De slager keurt zijn<br />

eig<strong>en</strong> vlees” zei de e<strong>en</strong>, “de scholier beoordeelt zijn eig<strong>en</strong> proefwerk” stelde de<br />

ander. 9<br />

7 Tweede Kamer 24036, nr. 343.<br />

8 De less<strong>en</strong> 1, 2 <strong>en</strong> 5 war<strong>en</strong> al onder Van der Hoev<strong>en</strong>s’s <strong>voor</strong>ganger Brinkhorst getrokk<strong>en</strong> (“e<strong>en</strong> sterke<br />

markt vereist e<strong>en</strong> sterke overheid”), <strong>en</strong> de Kamer had eerder al moties over e<strong>en</strong> markteffect<strong>en</strong>toets<br />

(motie Crone) <strong>en</strong> e<strong>en</strong> marktleertoets (motie T<strong>en</strong> Hoop<strong>en</strong>) aang<strong>en</strong>om<strong>en</strong>. Overig<strong>en</strong>s hadd<strong>en</strong> academici<br />

<strong>en</strong> de OECD reeds veel eerder vergelijkbare less<strong>en</strong> getrokk<strong>en</strong>; zie Van Damme, supra noot 6 <strong>en</strong> OESO<br />

“Regulatory reform in the Netherlands”, OECD, Parijs, 1999.<br />

9 Zie de Handeling<strong>en</strong> van de Tweede Kamer, 110, 8016-8049, <strong>en</strong> het zeer kritische beoordelingsrapport<br />

van het verificatiebureau van de Kamer.


4 Hoofdstuk 1 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> de borging van publieke<br />

belang<strong>en</strong><br />

Slechts werkdag<strong>en</strong> later, op 5 maart, vierde de NMa haar lustrum in de<br />

<strong>Koninklijke</strong> Schouwburg in D<strong>en</strong> Haag. Het werd e<strong>en</strong> historische dag. Minister van<br />

der Hoev<strong>en</strong> sprak als eerste het feestvark<strong>en</strong> toe. Tot groot ong<strong>en</strong>oeg<strong>en</strong> van de ook<br />

aanwezige Europees Commissaris Kroes, kondigde zij aan van plan te zijn de<br />

vleugels van de jongvolwass<strong>en</strong> NMa flink te will<strong>en</strong> kortwiek<strong>en</strong>. Van der Hoev<strong>en</strong><br />

pres<strong>en</strong>teerde drie variant<strong>en</strong> <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> scheiding tuss<strong>en</strong> beleid <strong>en</strong> uitvoering, waarin<br />

de NMa in alle haar beleidsdiscretie zou verliez<strong>en</strong> aan het Ministerie van<br />

Economische Zak<strong>en</strong> <strong>en</strong> de Minister. 10<br />

Neelie Kroes, die vervolg<strong>en</strong>s sprak, was hierover zo verontwaardigd, dat zij haar<br />

<strong>voor</strong>bereide speech ter zijde schoof, <strong>en</strong> haar spreektijd bijna volledig gebruikte om<br />

de Minister te waarschuw<strong>en</strong> met deze beleidslijn <strong>voor</strong>al niet alle<strong>en</strong> te kom<strong>en</strong> te<br />

staan in Europa, waar zij dan e<strong>en</strong> stevige borging van het nationale mededingingsbeleid<br />

zou kunn<strong>en</strong> verwacht<strong>en</strong>. Zo subtiel was het debat, dat het grot<strong>en</strong>deels over<br />

de hoofd<strong>en</strong> van de daar aanwezige journalist<strong>en</strong> he<strong>en</strong> ging: er stond de volg<strong>en</strong>de<br />

dag vrijwel niets over in de krant<strong>en</strong>. Voor de insiders was de toon echter gezet.<br />

Pieter Kalbfleisch was er wat verleg<strong>en</strong> mee in zijn verjaardagsspeech, maar de<br />

geprogrammeerde sneldichteres, die de dag afsloot, had de sfeer goed geproefd.<br />

Ze dichtte Kroes toe:<br />

“Pieter, wees <strong>voor</strong>zichtig, <strong>en</strong> maak vast je borst maar nat<br />

Maar met zulke gast<strong>en</strong> op de lijst dan weet je, krijg je dat!”<br />

En Neelie stond maar steeds Maria’s richting uit te kijk<strong>en</strong><br />

Of daar e<strong>en</strong> deal van kom<strong>en</strong> ging, zou na vandaag nog blijk<strong>en</strong>.” 11<br />

Wat was er veranderd? Wat bracht het beste jongetje uit de Europese klas ertoe om<br />

zo uit de pas te gaan lop<strong>en</strong>? De kredietcrises was nog in de stilte <strong>voor</strong> de storm, <strong>en</strong><br />

de noodzaak tot maatwerk in, <strong>en</strong> str<strong>en</strong>g toezicht op de invoering van marktwerking<br />

<strong>en</strong> deregulering was al steeds met klem b<strong>en</strong>adrukt door Van der Hoev<strong>en</strong>’s <strong>voor</strong>ganger<br />

Laur<strong>en</strong>s Jan Brinkhorst. 12<br />

E<strong>en</strong> interessant Kamerdebat in het najaar van 2008 bracht meer duidelijkheid over<br />

deze vraag. De Kamer was de weg kwijt, zoals bleek uit de volg<strong>en</strong>de verzuchting<br />

van PvdA-kamerlid Mei Li Vos:<br />

“Eig<strong>en</strong>lijk hebb<strong>en</strong> wij het vandaag over de vraag waarom de overheid<br />

gefaald heeft om e<strong>en</strong> goede marktmeester te zijn <strong>en</strong> om de publieke bliekebelang<strong>en</strong> te definiër<strong>en</strong> <strong>en</strong> over de vraag wat überhaupt publieke tak<strong>en</strong> zijn. Wij<br />

hebb<strong>en</strong> het eig<strong>en</strong>lijk over het fal<strong>en</strong> van de overheid om e<strong>en</strong> goede marktmeester<br />

te zijn, e<strong>en</strong> markmeester die de regels van het spel goed opstelt<br />

10 “Toesprak<strong>en</strong>/Toesprak<strong>en</strong>_minister_Van_der_Hoev<strong>en</strong>/Maart_2008/Congres_10_jaar_NMa” op site<br />

EZ.<br />

11 Dominique Engers, D<strong>en</strong> Haag, 5 maart 2008.<br />

12 Onder andere in zijn inleiding tot het ESB dossier 2005.


Van Damme & Schinkel 5<br />

(….) e<strong>en</strong> marktmeester die ingrijpt als de belang<strong>en</strong> van consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

werknemers verkwanseld word<strong>en</strong>”. 13<br />

Deze verschuiving van verme<strong>en</strong>d marktfal<strong>en</strong> naar mogelijk overheidsfal<strong>en</strong>, in het<br />

bijzonder bij de definiëring van “publieke belang<strong>en</strong>”, is opmerkelijk. Het vond<br />

weerklank bij diverse Kamerled<strong>en</strong>, wat zich onder andere uitte in e<strong>en</strong> schreeuw<br />

om hulp, <strong>en</strong> wel in de vorm van e<strong>en</strong> formele adviesaanvraag aan de SER. 14 Sinds<br />

ongeveer e<strong>en</strong> jaar buigt het gemaal van ons poldermodel zich over fundam<strong>en</strong>tele<br />

vrag<strong>en</strong> als: Welke publieke belang<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> onderscheid<strong>en</strong>? Op welke<br />

wijze kunn<strong>en</strong> deze publieke belang<strong>en</strong> het beste word<strong>en</strong> geborgd? Hoe om te gaan<br />

met belang<strong>en</strong> van speciale doelgroep<strong>en</strong>, zoals consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>en</strong> werknemers?<br />

Welke ongew<strong>en</strong>ste gevolg<strong>en</strong> kan marktwerking hebb<strong>en</strong>? Het advies van de SER<br />

hierover wordt in het <strong>voor</strong>jaar van 2010 verwacht.<br />

In deze context van fundam<strong>en</strong>tele heroverweging pass<strong>en</strong> ook de hier onder de titel<br />

“<strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> de Borging van <strong>Publieke</strong> Belang<strong>en</strong>” gebundelde Preadviez<strong>en</strong><br />

van de KVS.<br />

1.2 <strong>Publieke</strong> Belang<strong>en</strong><br />

We wak<strong>en</strong> er<strong>voor</strong> de term “publiek belang” hier precies te definiër<strong>en</strong>, maar we<br />

kunn<strong>en</strong> wel aansluit<strong>en</strong> bij het bov<strong>en</strong> reeds g<strong>en</strong>oemde WRR Rapport “Het borg<strong>en</strong><br />

van publiek belang” 15 <strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> aangev<strong>en</strong> wat het volg<strong>en</strong>s ons niet is. Het WRR<br />

Rapport maakt e<strong>en</strong> onderscheid tuss<strong>en</strong> maatschappelijke belang<strong>en</strong> <strong>en</strong> publieke<br />

belang<strong>en</strong> <strong>en</strong> stelt “Belang<strong>en</strong> zijn maatschappelijke belang<strong>en</strong> als hun behartiging<br />

<strong>voor</strong> de sam<strong>en</strong>leving als geheel gew<strong>en</strong>st is”. Dat rapport stelt ook: “Er is eerst<br />

sprake van e<strong>en</strong> publiek belang indi<strong>en</strong> de overheid zich de behartiging van e<strong>en</strong><br />

maatschappelijk belang aantrekt op grond van de overtuiging dat dit belang anders<br />

niet goed tot zijn recht komt. Het zich aantrekk<strong>en</strong> van maatschappelijke belang<strong>en</strong><br />

als publiek belang betek<strong>en</strong>t derhalve dat de overheid het tot doelstelling van haar<br />

beleid maakt om dit belang te behartig<strong>en</strong>.”<br />

Voor ons is dit onderscheid niet heel erg relevant, <strong>en</strong> in het onderstaande kan <strong>voor</strong><br />

“publiek belang” veelal ook “algeme<strong>en</strong> belang” gelez<strong>en</strong> word<strong>en</strong>. 16 We will<strong>en</strong> er<br />

echter op wijz<strong>en</strong> dat de overtuiging van de overheid onjuist kan zijn, <strong>en</strong> haar beleid<br />

tijdsinconsist<strong>en</strong>t. We zi<strong>en</strong> daarom niet onmiddellijk waarom de volg<strong>en</strong>de twee<br />

bewering<strong>en</strong> van de WRR geldig zijn: (i) “Bij publieke belang<strong>en</strong> handelt het niet<br />

om tijdelijke politieke doel<strong>en</strong> of om doelstelling<strong>en</strong> van individuele politici”, <strong>en</strong> (ii)<br />

“Daarmee is de wat-vraag bij uitstek e<strong>en</strong> politieke vraag.” Voor wat betreft het<br />

13 Handeling<strong>en</strong> Tweede Kamer 110, p. 8019.<br />

14 Aanvraag van 11 november 2008 <strong>en</strong> aanvulling op 25 november 2008, beide te vind<strong>en</strong> op<br />

www.ser.nl.<br />

15 Het rapport is te download<strong>en</strong> van www.wrr.nl.<br />

16 Zie ook voetnoot 19.


6 Hoofdstuk 1 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> de borging van publieke<br />

belang<strong>en</strong><br />

eerste merk<strong>en</strong> we op dat het gestelde gew<strong>en</strong>st zou zijn, maar dat het niet logisch<br />

volgt uit de WRR’s eig<strong>en</strong> definitie. Het gestelde is ook onjuist. Zo heeft het EZmarktwerkingsonderzoek<br />

bij<strong>voor</strong>beeld duidelijk lat<strong>en</strong> zi<strong>en</strong> hoe snel de overheid<br />

hoofddoelstelling<strong>en</strong> van beleid weet aan te pass<strong>en</strong>. Voor wat het door de WRR<br />

gestelde “primaat van de politiek” zull<strong>en</strong> we hieronder zi<strong>en</strong> dat de economische<br />

wet<strong>en</strong>schap wel degelijk iets over de wat-vraag te meld<strong>en</strong> heeft.<br />

1.2.1 Het welvaartseconomisch kader<br />

De vraag “Wat is e<strong>en</strong> publiek belang?”, die als e<strong>en</strong> rode draad door deze Preadviez<strong>en</strong><br />

loopt, is eig<strong>en</strong>lijk onderdeel van e<strong>en</strong> meer veelomvatt<strong>en</strong>de vraag: Hoe kunn<strong>en</strong><br />

we onze sam<strong>en</strong>leving het beste inricht<strong>en</strong>? De sam<strong>en</strong>leving bestaat uit e<strong>en</strong> verzameling<br />

individu<strong>en</strong> die elk hun eig<strong>en</strong> belang<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong>, maar die ook e<strong>en</strong> aantal<br />

gezam<strong>en</strong>lijke belang<strong>en</strong> del<strong>en</strong>. Daarnaast drag<strong>en</strong> we met zijn all<strong>en</strong> verantwoordelijkheid<br />

<strong>voor</strong> het in goede staat achterlat<strong>en</strong> van onze leefomgeving <strong>voor</strong> toekomstige<br />

g<strong>en</strong>eraties; omdat zij hun stem nu nog niet kunn<strong>en</strong> lat<strong>en</strong> hor<strong>en</strong>, moet<strong>en</strong> wij<br />

hun stem tot de onze mak<strong>en</strong>.<br />

Individuele belang<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> bots<strong>en</strong>, <strong>en</strong> Adam Smith’s invisible hand werkt niet in<br />

alle situaties ev<strong>en</strong> goed; als iedere<strong>en</strong> zijn eig<strong>en</strong> belang nastreeft, ontstaat niet automatisch<br />

e<strong>en</strong> Pareto optimale uitkomst. Belang<strong>en</strong> moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong> afgewog<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

eig<strong>en</strong>belang gekanaliseerd. De twee algem<strong>en</strong>e vrag<strong>en</strong> “Wat will<strong>en</strong> we bereik<strong>en</strong>?”<br />

<strong>en</strong> “Hoe kunn<strong>en</strong> we die doel<strong>en</strong> het beste bereik<strong>en</strong>?”, die in het WRR rapport “Het<br />

borg<strong>en</strong> van publiek belang” onderscheid<strong>en</strong> word<strong>en</strong>, zijn daarbij richtinggev<strong>en</strong>d.<br />

Voor wat betreft de eerste vraag hebb<strong>en</strong> econom<strong>en</strong> erop gewez<strong>en</strong> dat er ge<strong>en</strong> antwoord<strong>en</strong><br />

kunn<strong>en</strong> zijn die iedere<strong>en</strong> tevred<strong>en</strong> stell<strong>en</strong>; er zijn diverse afruilrelaties <strong>en</strong><br />

Arrow’s onmogelijkheidsstelling laat zi<strong>en</strong> dat individuele prefer<strong>en</strong>ties niet op consist<strong>en</strong>te<br />

wijze tot e<strong>en</strong> sociale prefer<strong>en</strong>tierelatie geaggregeerd kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong>.<br />

Buchanan <strong>en</strong> Rawls hebb<strong>en</strong> gesuggereerd dat achter e<strong>en</strong> “sluier van onwet<strong>en</strong>dheid”<br />

wellicht wel overe<strong>en</strong>stemming te bereik<strong>en</strong> is over werkbare basisinstituties;<br />

in de “public choice” <strong>en</strong> de politieke economie word<strong>en</strong> deze ideeën verder uitgewerkt.<br />

17<br />

Traditioneel lat<strong>en</strong> veel econom<strong>en</strong> het directe antwoord op de eerste vraag aan “de<br />

politiek” over, waarbij zij dan wel wijz<strong>en</strong> op het criterium van Pareto efficiëntie als<br />

rand<strong>voor</strong>waarde. Econom<strong>en</strong> zi<strong>en</strong> zich als hoeder van deze minimumeis. De relevantie<br />

hiervan is duidelijk; als e<strong>en</strong> uitkomst niet Pareto efficiënt is, is het immers<br />

mogelijk iedere<strong>en</strong> in de sam<strong>en</strong>leving erop <strong>voor</strong>uit te lat<strong>en</strong> gaan, zonder dat iemand<br />

erop achteruit gaat. Met gegev<strong>en</strong> sociale doelstelling<strong>en</strong>, welke die ook zijn, levert<br />

de theorie van “mechanism design”, waar<strong>voor</strong> Hurwicz, Maskin <strong>en</strong> Myerson in<br />

2007 de Nobelprijs <strong>voor</strong> de Economie kreg<strong>en</strong> 18 , in principe het gereedschap om de<br />

hoe-vraag te beantwoord<strong>en</strong>: hoe kunn<strong>en</strong> we onze instituties het beste vormgev<strong>en</strong><br />

17 Zie bij<strong>voor</strong>beeld http://nobelprize.org/nobel_prizes/economics/laureates/1986/.<br />

18 Zie http://nobelprize.org/nobel_prizes/economics/laureates/2007/press.html.


Van Damme & Schinkel 7<br />

zodat we onze doel<strong>en</strong> bereik<strong>en</strong>? De theorie is rec<strong>en</strong>t <strong>en</strong> nog onvolledig uitgewerkt,<br />

zodat panklare oplossing<strong>en</strong> <strong>voor</strong> praktische situaties veelal nog niet <strong>voor</strong>hand<strong>en</strong><br />

zijn. Duidelijk is echter wel dat de twee traditionele uiterste ord<strong>en</strong>ingsmechanism<strong>en</strong>,<br />

overheid <strong>en</strong> (vrije) markt, slechts in uitzonderingssituaties optimaal zijn. In<br />

het algeme<strong>en</strong> gaat het niet om overheid of markt, maar om de juiste mix van beide.<br />

Overheid <strong>en</strong> markt zijn beide, in belangrijke mate, door de m<strong>en</strong>s gemaakte instituties;<br />

de vraag is naar institutionele vernieuwing: hoe kunn<strong>en</strong> we de juiste combinatie<br />

vind<strong>en</strong>?<br />

Voor e<strong>en</strong> praktisch ingesteld econoom zijn Pareto efficiëntie <strong>en</strong> de markt daarom<br />

natuurlijke startpunt<strong>en</strong>; het eerste als deelantwoord op de wat-vraag, het tweede<br />

als mogelijk antwoord op de hoe-vraag. De markt kan echter slechts startpunt zijn;<br />

de confrontatie van beide concept<strong>en</strong> leidt immers al snel tot de conclusie dat alle<strong>en</strong><br />

onder string<strong>en</strong>te <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> de vrije markt e<strong>en</strong> Pareto efficiënte uitkomst oplevert.<br />

Binn<strong>en</strong> de welvaartseconomie wordt e<strong>en</strong> groot aantal vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong><br />

onderscheid<strong>en</strong>, dat wil zegg<strong>en</strong> situaties waarin de markt ge<strong>en</strong> Pareto efficiënte<br />

uitkomst oplevert. Verder geldt dat de markt überhaupt slechts kan werk<strong>en</strong> als aan<br />

e<strong>en</strong> aantal basis<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> voldaan is. T<strong>en</strong>slotte kan e<strong>en</strong> markt leid<strong>en</strong> tot e<strong>en</strong><br />

sociaal ongew<strong>en</strong>ste inkom<strong>en</strong>sverdeling. Vanuit dit welvaartseconomisch perspectief<br />

zijn er dus drie (belangrijke) mogelijke tak<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de overheid 19 : (1) verantwoordelijkheid<br />

nem<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de rand<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>, zodat markt<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> werk<strong>en</strong>;<br />

(2) corriger<strong>en</strong> van de diverse vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong>; <strong>en</strong> (3) bijstell<strong>en</strong> van ongew<strong>en</strong>ste<br />

inkom<strong>en</strong>sverdeling<strong>en</strong>. Alle Preadviez<strong>en</strong> in deze bundel mak<strong>en</strong> duidelijk<br />

hoe nuttig het welvaartseconomisch d<strong>en</strong>kkader, <strong>en</strong> de mogelijkheid die het geeft<br />

tot structurering van de discussie aan hand van de diverse vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong>,<br />

is.<br />

1.2.2 Nederland: werkgeleg<strong>en</strong>heid als publiek belang?<br />

In de Inleiding zijn we reeds uitgebreid op de discussie in Nederland ingegaan. We<br />

beperk<strong>en</strong> ons hier tot e<strong>en</strong> <strong>en</strong>kel aanvull<strong>en</strong>d punt. Zoals bov<strong>en</strong> besprok<strong>en</strong> bepleitte<br />

de vakbeweging in 2007 e<strong>en</strong> “Time-out” <strong>voor</strong> marktwerking <strong>en</strong> wel in ess<strong>en</strong>tie<br />

omdat marktwerking negatieve gevolg<strong>en</strong> zou hebb<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de sectorale werkgeleg<strong>en</strong>heid<br />

<strong>en</strong> arbeids<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>. Twee vrag<strong>en</strong> zijn nu van belang: (i) is sectorale<br />

werkgeleg<strong>en</strong>heid e<strong>en</strong> publiek belang? En (ii) is marktwerking slecht <strong>voor</strong> de werknemers?<br />

Dat de mate van concurr<strong>en</strong>tie in e<strong>en</strong> sector de werkdruk <strong>en</strong> de arbeids<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong><br />

kan beïnvloed<strong>en</strong> zal duidelijk zijn. Dat er aandacht is <strong>voor</strong> de ‘verliezers’ van<br />

19 We mog<strong>en</strong> niet uit het oog verliez<strong>en</strong> dat ook andere maatschappelijke verband<strong>en</strong> – de geme<strong>en</strong>schap<br />

– deze tak<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> vervull<strong>en</strong>; <strong>voor</strong> de e<strong>en</strong>voud volg<strong>en</strong> we hier de traditionele economische<br />

aanpak die deze taak bij “de overheid” neer legt. De Chicago school heeft er verder op gewez<strong>en</strong> dat de<br />

markt, mits deze de ruimte gegev<strong>en</strong> wordt, zelf het marktfal<strong>en</strong> kan corriger<strong>en</strong>. Voor het speciale geval<br />

van informatie-asymmetrie, zie daar<strong>voor</strong> ook George Akerlof’s baanbrek<strong>en</strong>de artikel “The market for<br />

“lemons”: quality uncertainty and the market mechanism”, Quarterly Journal of Economics, 84(3), p.<br />

488-500, 1970.


8 Hoofdstuk 1 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> de borging van publieke<br />

belang<strong>en</strong><br />

marktwerking, <strong>en</strong> met name <strong>voor</strong> de werknemers waarvan de positie onder druk<br />

komt te staan, is natuurlijk. Dit alles maakt aspect<strong>en</strong> van sectorale werkgeleg<strong>en</strong>heid<br />

echter nog niet noodzakelijk tot e<strong>en</strong> publiek belang. In het EZ-onderzoek naar<br />

effect<strong>en</strong> van marktwerking werd<strong>en</strong> in eerste instantie alle<strong>en</strong> doelmatigheid, toegankelijkheid<br />

<strong>en</strong> kwaliteit als publieke belang<strong>en</strong> meeg<strong>en</strong>om<strong>en</strong>, maar op aandrang<br />

van de Kamer werd<strong>en</strong> ook de arbeidsmarktaspect<strong>en</strong> aan het onderzoek toegevoegd.<br />

In de brief waarmee het EZ-onderzoek aan de Kamer werd aangebod<strong>en</strong> 20 , merkte<br />

de minister <strong>voor</strong> wat betreft de arbeidsmarkt op dat het overheidsbeleid zich met<br />

name richt op de (macro-economische) ontwikkeling<strong>en</strong>, dat wil zegg<strong>en</strong> op de ontwikkeling<br />

van de werkgeleg<strong>en</strong>heid <strong>en</strong> arbeids<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de Nederlandse<br />

economie als geheel: “het beleid beoogt de juiste rand<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> te creër<strong>en</strong> <strong>voor</strong><br />

duurzame economische groei <strong>en</strong> werkgeleg<strong>en</strong>heid <strong>voor</strong> de Nederlandse economie<br />

in zijn geheel”. De minister stelde dat de primaire verantwoordelijkheid <strong>voor</strong> de<br />

sectorale aspect<strong>en</strong> bij de sociale partners ligt. Sectorale aspect<strong>en</strong> lijk<strong>en</strong> inderdaad<br />

ge<strong>en</strong> publiek belang, e<strong>en</strong> goed functioner<strong>en</strong>de arbeidsmarkt wel. De adviesaanvraag<br />

aan de SER formuleert in dit kader e<strong>en</strong> interessante vraag: “Heeft de<br />

SER, als het gaat om de borging van publieke belang<strong>en</strong>, in algem<strong>en</strong>e zin e<strong>en</strong> visie<br />

op de positie <strong>en</strong> belang<strong>en</strong> van speciale doelgroep<strong>en</strong>, bij<strong>voor</strong>beeld consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

werknemers?”.<br />

Voor wat betreft de effect<strong>en</strong> van marktwerking op werkgeleg<strong>en</strong>heid <strong>en</strong> arbeids<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>,<br />

rees uit het EZ-marktwerkingsonderzoek e<strong>en</strong> divers beeld op. 21<br />

In sector<strong>en</strong> waar concurr<strong>en</strong>tie geïnt<strong>en</strong>siveerd wordt, kunn<strong>en</strong> werknemers erop achteruit<br />

gaan; elders in de economie kunn<strong>en</strong> echter nieuwe ban<strong>en</strong> gecreëerd word<strong>en</strong>.<br />

Belangrijk hier is de constatering dat deze onderzoek<strong>en</strong> alle<strong>en</strong> de korte termijn<br />

betreff<strong>en</strong>. In e<strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> ev<strong>en</strong>wichtsmodel lat<strong>en</strong> Blanchard <strong>en</strong> Giavazzi 22<br />

bij<strong>voor</strong>beeld zi<strong>en</strong> dat int<strong>en</strong>sievere concurr<strong>en</strong>tie weliswaar op korte termijn <strong>voor</strong><br />

bepaalde werknemers met verliez<strong>en</strong> gepaard gaat, maar dat op de lange termijn (<strong>en</strong><br />

in totaal, geaggregeerd over de tijd) alle werknemers <strong>en</strong> alle consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> erop<br />

<strong>voor</strong>uit gaan. In e<strong>en</strong> degelijke wereld is e<strong>en</strong> “Time-out” op marktwerking sociaal<br />

ongew<strong>en</strong>st. Bescherming van sectorale werkgeleg<strong>en</strong>heid is in deze modelwereld<br />

ge<strong>en</strong> publiek belang. Wellicht werkt de wereld anders dan het model van Blanchard<br />

<strong>en</strong> Giavazzi. Het zou ook kunn<strong>en</strong> dat de vakbeweging het lange termijnbelang van<br />

werknemers onvoldo<strong>en</strong>de goed <strong>voor</strong> og<strong>en</strong> heeft. Mogelijk ook verteg<strong>en</strong>woordigt<br />

zij in meerderheid de typ<strong>en</strong> werknemers die onder markt werking er mogelijk<br />

initieel op achteruit gaan – <strong>en</strong> bij<strong>voor</strong>beeld niet de gekwalificeerde werkzoek<strong>en</strong>d<strong>en</strong><br />

die gebaat zoud<strong>en</strong> zijn bij e<strong>en</strong> goed functioner<strong>en</strong>de arbeidsmarkt.<br />

20 Tweede Kamer 24036, nr. 343.<br />

21 Zie ook Regioplan, 2008, “Effect<strong>en</strong> van marktwerking op arbeids<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> in twaalf sector<strong>en</strong>”,<br />

Publicatie 1662, Amsterdam, januari 2008 (http://www.regioplan.nl/publicaties/rapport<strong>en</strong>/effect<strong>en</strong>_<br />

van_marktwerking_op_arbeids<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>_in_twaalf_sector<strong>en</strong>), <strong>en</strong> AIAS: “WP 63 - <strong>Marktwerking</strong><br />

<strong>en</strong> arbeids<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> – de casus van het op<strong>en</strong>baar vervoer, de <strong>en</strong>ergiebedrijv<strong>en</strong> <strong>en</strong> de thuiszorg”,<br />

onderzoek in opdracht van Abvakabo FNV; http://www.uva-aias.net/uploaded_files/publications/<br />

WP63.pdf.<br />

22 Blanchard <strong>en</strong> Giavazzi, “Macroeconomic effects of regulation and deregulation in goods and labor<br />

markets,” Quarterly Journal of Economics, 118, 2003, 879-908.


Van Damme & Schinkel 9<br />

1.2.3 Europa: Lissabon in di<strong>en</strong>st van Lissabon<br />

De Europese Unie kan in e<strong>en</strong> bundel over marktwerking niet buit<strong>en</strong> beschouwing<br />

blijv<strong>en</strong>. “Brussel” heeft e<strong>en</strong> belangrijke invloed op het binn<strong>en</strong>landse beleid, maar<br />

veel econom<strong>en</strong> – <strong>en</strong> zeker niet alle<strong>en</strong> zij – zijn relatief onwet<strong>en</strong>d over hoe ver de<br />

invloed van de Europese instituties reikt, <strong>en</strong> waar deze macht op berust. Wellicht<br />

nog belangrijker is het feit dat Europa reeds meer dan vijftig jaar ervaring heeft<br />

met het spanningsveld tuss<strong>en</strong> marktwerking <strong>en</strong> publieke belang<strong>en</strong>, <strong>en</strong> in die tijd<br />

geleerd heeft hoe daar op verstandige wijze mee om te gaan. We kunn<strong>en</strong> dus ler<strong>en</strong><br />

uit Europese ervaring<strong>en</strong>.<br />

Op het mom<strong>en</strong>t van schrijv<strong>en</strong> heeft de Tsjechische Presid<strong>en</strong>t Klaus juist zijn handtek<strong>en</strong>ing<br />

gezet, zodat het Verdrag van Lissabon in werking kan tred<strong>en</strong>. Het ziet er<br />

dus naar uit dat per 1 januari 2010, bij het aantred<strong>en</strong> van de nieuwe Commissie, de<br />

EU inderdaad efficiënt <strong>en</strong> resultaatgericht kan gaan werk<strong>en</strong>. Het Verdrag betreft<br />

<strong>voor</strong>al de governance <strong>en</strong> werkwijze van de Unie; <strong>voor</strong> wat betreft doelstelling<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

middel<strong>en</strong> is er weinig veranderd sinds meer dan 50 jaar geled<strong>en</strong> het Verdrag van<br />

Rome van kracht werd. Het Verdrag specificeert in Artikel 3 de doel<strong>en</strong> van de<br />

Unie. Het is zinvol de eerste drie alinea’s van dit Artikel nog e<strong>en</strong>s expliciet te vermeld<strong>en</strong>:<br />

1. De Unie heeft als doel de vrede, haar waard<strong>en</strong> <strong>en</strong> het welzijn van haar<br />

volker<strong>en</strong> te bevorder<strong>en</strong>.<br />

2. De Unie biedt haar burgers e<strong>en</strong> ruimte van vrijheid, veiligheid <strong>en</strong> recht<br />

zonder binn<strong>en</strong>gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong>, waarin het vrije verkeer van person<strong>en</strong> gewaarborgd<br />

is in combinatie met pass<strong>en</strong>de maatregel<strong>en</strong> met betrekking tot controles<br />

aan de buit<strong>en</strong>gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong>, asiel, immigratie, <strong>en</strong> <strong>voor</strong>koming <strong>en</strong> bestrijding<br />

van criminaliteit.<br />

3. De Unie br<strong>en</strong>gt e<strong>en</strong> interne markt tot stand. Zij zet zich in <strong>voor</strong> de duurzame<br />

ontwikkeling van Europa, op basis van e<strong>en</strong> ev<strong>en</strong>wichtige economische<br />

groei <strong>en</strong> van prijsstabiliteit, e<strong>en</strong> sociale markteconomie met e<strong>en</strong><br />

groot concurr<strong>en</strong>tievermog<strong>en</strong> die gericht is op volledige werkgeleg<strong>en</strong>heid<br />

<strong>en</strong> sociale <strong>voor</strong>uitgang, <strong>en</strong> van e<strong>en</strong> hoog niveau van bescherming <strong>en</strong> verbetering<br />

van de kwaliteit van het milieu. De Unie bevordert wet<strong>en</strong>schappelijke<br />

<strong>en</strong> technische <strong>voor</strong>uitgang.<br />

Het is opmerkelijk hoe vroeg in het Verdrag de interne markt <strong>en</strong> het concurr<strong>en</strong>tievermog<strong>en</strong><br />

g<strong>en</strong>oemd word<strong>en</strong>; duidelijk e<strong>en</strong> signaal <strong>voor</strong> het belang dat daaraan<br />

wordt toegek<strong>en</strong>d. Overige artikel<strong>en</strong> verduidelijk<strong>en</strong> wat onder deze interne markt<br />

verstaan moet word<strong>en</strong>: e<strong>en</strong> ruimte zonder binn<strong>en</strong>gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> waarin het vrije verkeer<br />

van goeder<strong>en</strong>, person<strong>en</strong>, di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>en</strong> kapitaal is gewaarborgd. Om het belang van<br />

concurr<strong>en</strong>tie te onderstrep<strong>en</strong> is aan het Verdrag van Lissabon Protocol Nr. 27 toegevoegd<br />

dat overweegt dat de interne markt, als omschrev<strong>en</strong> in artikel 3 van het<br />

Verdrag e<strong>en</strong> regime omvat dat verzekert dat de mededinging niet wordt verstoord,<br />

<strong>en</strong> dat bepaalt dat met het oog hierop de Unie, indi<strong>en</strong> nodig, pass<strong>en</strong>de maatregel<strong>en</strong><br />

kan nem<strong>en</strong>.


10 Hoofdstuk 1 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> de borging van publieke<br />

belang<strong>en</strong><br />

Dit Protocol is e<strong>en</strong> compromis. <strong>Marktwerking</strong> staat (of stond) ook elders in Europa<br />

onder druk. In het huidige Verdrag (dat van Nice) staat nog in Artikel 3 als doelstelling<br />

van de Europese Geme<strong>en</strong>schap: “het creër<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> interne markt waar<br />

de concurr<strong>en</strong>tie vrij <strong>en</strong> ongestoord is”, <strong>en</strong> dit staat er in feite al sinds het Verdrag<br />

van Rome uit 1957. 23 Tijd<strong>en</strong>s de Europese top in Brussels in juni 2007, <strong>en</strong> nadat ze<br />

50 jaar hun di<strong>en</strong>st bewez<strong>en</strong> hadd<strong>en</strong>, wilde de Franse Presid<strong>en</strong>t Sarkozy van de<br />

laatste 7 woord<strong>en</strong> van dit citaat af. Andere regeringsleiders wild<strong>en</strong> deze woord<strong>en</strong><br />

echter niet kwijt, <strong>en</strong> als compromis zijn ze verbann<strong>en</strong> naar het Protocol. Juridisch<br />

heeft e<strong>en</strong> Protocol bij het Verdrag echter dezelfde status als e<strong>en</strong> artikel in het Verdrag.<br />

Maar in de og<strong>en</strong> van de pers won Sarkozy e<strong>en</strong> trofee met het “schrapp<strong>en</strong>”<br />

van het concurr<strong>en</strong>tiedoel uit het EU verdrag. Het belang van concurr<strong>en</strong>tie is op<br />

Europees niveau echter nog steeds goed geborgd. De Artikel<strong>en</strong> die eerlijke mededinging<br />

moet<strong>en</strong> garander<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> Sarkozy’s aanval ongeschond<strong>en</strong> overleefd; ze<br />

zijn integraal in het nieuwe verdrag opg<strong>en</strong>om<strong>en</strong>: Mededingingsafsprak<strong>en</strong>, fusies,<br />

gedraging<strong>en</strong> van dominante onderneming<strong>en</strong> <strong>en</strong> staatssteun zijn verbod<strong>en</strong> als ze de<br />

mededinging (op significante wijze) belemmer<strong>en</strong> of verstor<strong>en</strong>.<br />

Lissabon is niet alle<strong>en</strong> verbond<strong>en</strong> aan het nieuwe EU-verdrag, maar ook aan de<br />

strategie die de Unie volgt om haar concurr<strong>en</strong>tievermog<strong>en</strong> te vergrot<strong>en</strong>. In 2000,<br />

tijd<strong>en</strong>s de <strong>voor</strong>jaarstop in Lissabon, sprak<strong>en</strong> de Europese regeringsleiders de ambitie<br />

uit om in 2010 Europa tot de meest welvar<strong>en</strong>de <strong>en</strong> competitieve regio in de<br />

wereld te mak<strong>en</strong>, dit met behoud van sociale verworv<strong>en</strong>hed<strong>en</strong> <strong>en</strong> onder <strong>voor</strong>waarde<br />

van duurzaamheid. In de eerste vijf jaar werd met deze Lissabon strategie weinig<br />

<strong>voor</strong>uitgang geboekt, maar nadat e<strong>en</strong> commissie onder leiding van Wim Kok in<br />

2004 geconstateerd had dat “het uitvoer<strong>en</strong> van de Lissabon strategie thans nog<br />

dring<strong>en</strong>der (is) dan <strong>voor</strong>he<strong>en</strong>”, maakte Commissie<strong>voor</strong>zitter Barroso de nieuwe<br />

Lissabon strategie tot speerpunt van zijn beleid. Zoals ook de SER in haar rec<strong>en</strong>te<br />

advies over de toekomst van de Lissabon-strategie heeft aangegev<strong>en</strong> 24 , werd sinds<br />

2005 veel bereikt, maar is er ook nog veel te do<strong>en</strong>. De arbeidsproductiviteit moet<br />

omhoog <strong>en</strong> daar<strong>voor</strong> zijn <strong>voor</strong>al twee ding<strong>en</strong> nodig: meer R&D <strong>en</strong> meer concurr<strong>en</strong>tie.<br />

Het ligt in de lijn der verwachting dat Barroso, tijd<strong>en</strong>s zijn tweede termijn,<br />

dit traject zal vervolg<strong>en</strong>. Hij heeft ook weinig keus: will<strong>en</strong> we ons niveau van welvaart<br />

<strong>en</strong> welzijn handhav<strong>en</strong>, dan zull<strong>en</strong> we ook in de toekomst op de wereldmarkt<br />

onze kost moet<strong>en</strong> zi<strong>en</strong> te verdi<strong>en</strong><strong>en</strong>.<br />

Wie de literatuur over de Lissabon-strategie doorneemt kan niet anders dan tot de<br />

conclusie kom<strong>en</strong> dat in Brussel het geloof in concurr<strong>en</strong>tie als middel om de welvaart<br />

in stand te houd<strong>en</strong> <strong>en</strong> te vergrot<strong>en</strong> zeer groot is. Drie positieve aspect<strong>en</strong><br />

23 Het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Geme<strong>en</strong>schap uit 1957 (het Verdrag van<br />

Rome) specificeert in Artikel 3 de activiteit<strong>en</strong> van de Geme<strong>en</strong>schap. Art 3c) noemt: “de verwijdering<br />

tuss<strong>en</strong> de Lid-Stat<strong>en</strong> van hinderpal<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het vrije verkeer van person<strong>en</strong>, di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>en</strong> kapitaal”. Art 3f)<br />

noemt: “de invoering van e<strong>en</strong> regime waardoor wordt gewaarborgd dat de mededinging binn<strong>en</strong> de<br />

geme<strong>en</strong>schappelijke markt niet wordt vervalst”. Met de latere Verdrag<strong>en</strong> is niets substantieels veranderd,<br />

behalve dat “geme<strong>en</strong>schappelijke markt” vervang<strong>en</strong> werd door “interne markt”; zie ook het Preadvies<br />

van Pelkmans.<br />

24 http://www.ser.nl/nl/actueel/persbericht<strong>en</strong>/2000-2008/2009/20090616.aspx.


Van Damme & Schinkel 11<br />

word<strong>en</strong> in het algeme<strong>en</strong> g<strong>en</strong>oemd: concurr<strong>en</strong>tie verhoogt de productieve efficiëntie,<br />

de allocatieve efficiëntie, <strong>en</strong> de dynamische efficiëntie. Anders geformuleerd,<br />

concurr<strong>en</strong>tie dwingt tot kost<strong>en</strong>verlaging, het leidt tot product<strong>en</strong> die beter bij de<br />

w<strong>en</strong>s<strong>en</strong> van consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> aansluit<strong>en</strong> <strong>en</strong> het stimuleert de innovatie, uiteindelijk<br />

leid<strong>en</strong>d tot meer welvaart. 25 Bij dit alles moet opgemerkt word<strong>en</strong> dat “Brussel”<br />

zeker niet blind is <strong>voor</strong> de nadel<strong>en</strong> die met int<strong>en</strong>ser concurr<strong>en</strong>tie verbond<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong><br />

zijn. De lezer hoeft niet verder te kijk<strong>en</strong> dan de website van het mom<strong>en</strong>teel<br />

nog door Neelie Kroes geleide DG Concurr<strong>en</strong>tie van de Europese Commissie.<br />

Onder “liberalisering” is daar te lez<strong>en</strong>:<br />

“Op<strong>en</strong>ing up markets to competition has allowed consumers to b<strong>en</strong>efit<br />

from lower prices and new services which are usually more effici<strong>en</strong>t and<br />

consumer-fri<strong>en</strong>dly than before. This helps to make our economy more<br />

competitive. (…..) Op<strong>en</strong>ing new markets requires additional regulation to<br />

<strong>en</strong>sure that public services continue to be provided and that the consumer<br />

is not adversely affected”.<br />

Het gaat dus zeker niet om ongebreidelde marktwerking, maar om gereguleerde<br />

concurr<strong>en</strong>tie. De Commissie is bepaald niet blind <strong>voor</strong> het feit dat sommige consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

(of meer algeme<strong>en</strong>: sommige burgers) erop achteruit kunn<strong>en</strong> gaan wanneer<br />

markt<strong>en</strong> word<strong>en</strong> vrijgemaakt, <strong>en</strong> dat invoering of int<strong>en</strong>sivering van concurr<strong>en</strong>tie<br />

soms gepaard moet gaan met regulering of het oplegg<strong>en</strong> van verplichting<strong>en</strong><br />

van universele di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing.<br />

1.3 De Preadviez<strong>en</strong><br />

De zes <strong>voor</strong>ligg<strong>en</strong>de Preadviez<strong>en</strong> vall<strong>en</strong> in twee del<strong>en</strong> uite<strong>en</strong>. Het eerste deel<br />

bestaat uit drie conceptuele bijdrag<strong>en</strong>, te wet<strong>en</strong> van Barbara Baarsma <strong>en</strong> Jules<br />

Theeuwes, van Jacques Pelkmans, <strong>en</strong> van Vinc<strong>en</strong>t Veroud<strong>en</strong>. De laatste twee<br />

auteurs verzorg<strong>en</strong> daarbij het Europese perspectief. Daarna volg<strong>en</strong> drie sectorspecifieke<br />

Preadviez<strong>en</strong> over Nederland van de hand van respectievelijk Paul de Bijl,<br />

Machiel Mulder <strong>en</strong> Bert Willems, <strong>en</strong> Maart<strong>en</strong> Janss<strong>en</strong>, Krijn Schep <strong>en</strong> Jarig van<br />

Sinder<strong>en</strong>.<br />

1.3.1 Conceptuele bijdrag<strong>en</strong><br />

Baarsma <strong>en</strong> Theeuwes<br />

Alle Preadviez<strong>en</strong> in deze bundel zijn gebaseerd op het bov<strong>en</strong> geschetste welvaartseconomisch<br />

perspectief, maar Barbara Baarsma <strong>en</strong> Jules Theeuwes zijn<br />

daarin het meest expliciet. De auteurs grijp<strong>en</strong> terug op de discussie die in Nederland<br />

rond 2000, naar aanleiding van het reeds g<strong>en</strong>oemde WRR-rapport “Het borg<strong>en</strong><br />

van publiek belang” gevoerd werd. Zij verwerp<strong>en</strong> die <strong>voor</strong>zet, alsmede de<br />

25 Zie bij<strong>voor</strong>beeld Europese Commissie: “The economic costs of non-Lisbon”, European Economy,<br />

Occasional papers, Nr. 16, 2005.


12 Hoofdstuk 1 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> de borging van publieke<br />

belang<strong>en</strong><br />

aanpak die in e<strong>en</strong> vroege economische reactie daarop gelanceerd werd. 26 Baarsma<br />

<strong>en</strong> Theeuwes kiez<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de markt als vertrekpunt, <strong>en</strong> wijz<strong>en</strong> op de kracht van dit<br />

instrum<strong>en</strong>t; het vermog<strong>en</strong> van de markt om efficiënte uitkomst<strong>en</strong> te bereik<strong>en</strong><br />

(zowel in statische als dynamische betek<strong>en</strong>is), zoals gedocum<strong>en</strong>teerd in e<strong>en</strong> groot<br />

aantal empirische studies. De markt is, in hun visie, moeilijk te verslaan, maar zij<br />

moet wel goed gestuurd word<strong>en</strong>. De taak van de overheid (onderverdeeld in de<br />

drie bov<strong>en</strong> (in § 2.1) g<strong>en</strong>oemde tak<strong>en</strong>) is dan de markt adequaat te stur<strong>en</strong>, maar<br />

helaas slaagt zij daar niet altijd in. Er is sprake van overheidsfal<strong>en</strong>; de maakbaarheid<br />

van de sam<strong>en</strong>leving is beperkt.<br />

De gedachtegang van Baarsma <strong>en</strong> Theeuwes volg<strong>en</strong>d is e<strong>en</strong> natuurlijke vraag hoe<br />

overheidsfal<strong>en</strong> <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong>, of zoveel mogelijk beperkt, kan word<strong>en</strong>. Hiertoe stell<strong>en</strong><br />

de auteurs <strong>voor</strong> om het instrum<strong>en</strong>t Maatschappelijke Kost<strong>en</strong> Bat<strong>en</strong> Analyse<br />

(MKBA) in te zett<strong>en</strong> bij het afwegingsproces om al dan niet in te grijp<strong>en</strong> in de<br />

markt. E<strong>en</strong> MKBA van het overheidsingrijp<strong>en</strong> vergelijkt de kost<strong>en</strong> van het overheidsingrijp<strong>en</strong><br />

met de bat<strong>en</strong> van de correctie van het marktfal<strong>en</strong>. Door het verplicht<br />

lat<strong>en</strong> uitvoer<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> MKBA kan bewerkstelligd word<strong>en</strong> dat de overheid alle<strong>en</strong><br />

ingrijpt wanneer de bat<strong>en</strong> groter zijn dan de kost<strong>en</strong>, <strong>en</strong> haar optred<strong>en</strong> welvaartsverhog<strong>en</strong>d<br />

is. Omgekeerd, bij e<strong>en</strong> negatief saldo, is sprake van overheidsfal<strong>en</strong> <strong>en</strong> is de<br />

welvaart groter als de overheid niet optreedt <strong>en</strong> het marktfal<strong>en</strong> laat bestaan.<br />

Pelkmans<br />

Jacques Pelkmans gaat vervolg<strong>en</strong>s meer opiniër<strong>en</strong>d in op de vraag hoe binn<strong>en</strong> de<br />

Eu ropese Unie marktwerking <strong>en</strong> publiek belang met elkaar verwev<strong>en</strong> zijn. In dat<br />

kader bespreekt hij hoe de Europese Commissie is <strong>voor</strong>bereid om om te gaan met<br />

mogelijke spanning<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> de nationale “publieke” belang<strong>en</strong> van de individuele<br />

lid stat<strong>en</strong> <strong>en</strong> het algeme<strong>en</strong> Europees belang van e<strong>en</strong> goed functioner<strong>en</strong>de interne<br />

markt.<br />

Pelkmans twijfelt niet: de EU borgt niet alle<strong>en</strong> het algeme<strong>en</strong> Europees belang van<br />

concurr<strong>en</strong>tie in de interne markt, maar ook het nationaal algeme<strong>en</strong> belang. Nederland<br />

moet niet aanmodder<strong>en</strong> met de introductie van wat marktwerking in “sommige<br />

speciale markt<strong>en</strong>”, maar net als Europa het idee van concurr<strong>en</strong>tie omarm<strong>en</strong>.<br />

Er zijn voldo<strong>en</strong>de (rechts)middel<strong>en</strong> <strong>voor</strong>hand<strong>en</strong> om dwal<strong>en</strong>de broeders op het<br />

rechte pad te houd<strong>en</strong>. Het lijkt er derhalve op dat Minister van der Hoev<strong>en</strong> Eurocommissaris<br />

Kroes’ waarschuwing tijd<strong>en</strong>s het tweede lustrum van de NMa maar<br />

beter ter harte nem<strong>en</strong> kan.<br />

Concreet gaat Pelkmans in op het spanningsveld tuss<strong>en</strong> het Europese publiek<br />

belang van e<strong>en</strong> goed functioner<strong>en</strong>de interne markt <strong>en</strong> diverse overige nationale<br />

publieke belang<strong>en</strong>. Sinds het Verdrag van Rome erk<strong>en</strong>n<strong>en</strong> we in Europa expliciet<br />

de kracht van de markt <strong>en</strong> dicht<strong>en</strong> we deze e<strong>en</strong> grote rol toe als middel om het<br />

26 Bov<strong>en</strong>berg, Van Dal<strong>en</strong> <strong>en</strong> Teulings: “De Calculus van het publiek belang,” K<strong>en</strong>nisc<strong>en</strong>trum <strong>voor</strong><br />

Ord<strong>en</strong>ingsvraagstukk<strong>en</strong>, D<strong>en</strong> Haag, juni 2003; zie ook http://www.ez.nl/Actueel/Onderzoek<strong>en</strong>/<br />

Bewerkt/De_calculus_van_het_publieke_belang.


Van Damme & Schinkel 13<br />

welzijn van de Europese burgers te di<strong>en</strong><strong>en</strong> <strong>en</strong> te verhog<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> goed functioner<strong>en</strong>de<br />

interne markt is e<strong>en</strong> van de belangrijkste Europese publieke belang<strong>en</strong>, <strong>en</strong> de<br />

Europese Commissie is de hoeder hiervan. In meer dan 50 jaar is het geloof in de<br />

goede eig<strong>en</strong>schapp<strong>en</strong> van de markt niet wez<strong>en</strong>lijk veranderd. Pelkmans maakt echter<br />

duidelijk dat dit geloof ge<strong>en</strong> naïef geloof is. Het Europese beleid is duidelijk<br />

gebaseerd op de ordo-liberale gedachte dat goede werking van de markt ge<strong>en</strong> automatisme<br />

is, maar alle<strong>en</strong> door adequate regulering van de markt gegarandeerd kan<br />

word<strong>en</strong>. Marktliberalisering gaat dan ook vrijwel altijd gepaard met regulering.<br />

Er is dus oog <strong>voor</strong> marktfal<strong>en</strong>, <strong>en</strong> in dit kader werpt Pelkmans twee vrag<strong>en</strong> op: (i)<br />

hoe vertaalt marktfal<strong>en</strong> zich in overheidsregulering; <strong>en</strong> (ii) is er ge<strong>en</strong> sprake van<br />

overregulering in de vorm van (a) regulering zonder marktfal<strong>en</strong>, of (b) regulering<br />

die te belast<strong>en</strong>d is. Pelkmans geeft aan dat er over overheidsfal<strong>en</strong> (overregulering)<br />

in Europa nog ge<strong>en</strong> systematische studies zijn; in de in deze bundel opg<strong>en</strong>om<strong>en</strong><br />

sectorstudies kom<strong>en</strong> echter wel <strong>voor</strong>beeld<strong>en</strong> naar vor<strong>en</strong>. Pelkmans gaat ook kort in<br />

op het “Better Regulation” initiatief van de Europese Commissie, <strong>en</strong> de verplichting<br />

om bij nieuwe wetgeving e<strong>en</strong> Regulatory Impact Assessm<strong>en</strong>t (RIA) uit te<br />

voer<strong>en</strong>. Dit kan overheidsfal<strong>en</strong> beteugel<strong>en</strong>. Conceptueel is e<strong>en</strong> RIA niet veel<br />

anders dan e<strong>en</strong> MKBA. Op dit punt is er dus aansluiting bij het Preadvies van<br />

Baarsma <strong>en</strong> Theeuwes.<br />

Naast het Europese publieke belang gaat Pelkmans ook in op de nationale publieke<br />

belang<strong>en</strong> <strong>en</strong> hoe deze in e<strong>en</strong> systeem met marktwerking geborgd kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong>.<br />

Er zijn twee hoofdroutes. T<strong>en</strong> eerste hebb<strong>en</strong> bepaalde nationale publieke belang<strong>en</strong><br />

betrekking op niet-economische activiteit<strong>en</strong>, zodat ze niet door marktwerking<br />

geraakt word<strong>en</strong>; de interne marktregels <strong>en</strong> mededingingsregels van de Europese<br />

verdrag<strong>en</strong> gaan immers alle<strong>en</strong> over economische di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>. Natuurlijk is hier wel de<br />

vraag wat economisch is, <strong>en</strong> wat niet: welke di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> zoud<strong>en</strong> door de markt geleverd<br />

kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong>? Het antwoord kan in de loop van de tijd verander<strong>en</strong>, terwijl<br />

het t<strong>en</strong> dele ook politiek bepaald is. Lidstat<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> hier e<strong>en</strong> ruime beleidsvrijheid,<br />

die echter niet onbegr<strong>en</strong>sd is. De tweede hoofdroute betreft het mak<strong>en</strong> van<br />

uitzondering<strong>en</strong> op de vrij verkeer regels <strong>voor</strong> bepaalde economische activiteit<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>. Omdat dit het hart van de Unie raakt, is het zaak deze uitzondering<strong>en</strong> zo<br />

beperkt mogelijk te houd<strong>en</strong>. Dit gaat niet altijd goed, zoals Pelkmans aan de hand<br />

van de Bolk<strong>en</strong>stein Richtlijn laat zi<strong>en</strong>. De ongebreidelde werking van het politieke<br />

systeem heeft bij de totstandkoming daarvan ruimte gegev<strong>en</strong> aan diverse lobbies,<br />

zodat uiteindelijk allerlei uitzondering<strong>en</strong> resulteerd<strong>en</strong>, die niet altijd gerechtvaardigd<br />

lijk<strong>en</strong>. Het politieke systeem kan tot overheidsfal<strong>en</strong> leid<strong>en</strong>.<br />

Veroud<strong>en</strong><br />

Vinc<strong>en</strong>t Veroud<strong>en</strong>’s bijdrage verdiept de brede beschouwing van Pelkmans. Zijn<br />

Preadvies geeft e<strong>en</strong> overzicht van de belangrijkste beleidsregels <strong>en</strong> inzicht<strong>en</strong> die<br />

op Europees niveau ontwikkeld zijn op het gebied van de levering van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

van algeme<strong>en</strong> economisch belang (DAEB). Zijn uitgangspunt is Artikel 86 EG dat<br />

stelt dat (1) lidstat<strong>en</strong> met betrekking tot DAEB-aanbieders ge<strong>en</strong> maatregel<strong>en</strong><br />

mog<strong>en</strong> nem<strong>en</strong> die in strijd zijn met het EG-verdrag; (2) dat DAEB-aanbieders


14 Hoofdstuk 1 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> de borging van publieke<br />

belang<strong>en</strong><br />

onder de verdragsregels vall<strong>en</strong>, <strong>voor</strong> zover dat de uitvoering van hun bijzondere<br />

tak<strong>en</strong> niet verhindert; <strong>en</strong> (3) dat de Europese Commissie hierop moet toezi<strong>en</strong>.<br />

Veroud<strong>en</strong>’s bijdrage maakt duidelijk hoe (verrass<strong>en</strong>d) krachtig dit Artikel is, alsook<br />

hoe behoedzaam de Commissie met haar bevoegdhed<strong>en</strong> op dit terrein omgaat.<br />

Artikel 86 EG vormt de basis <strong>voor</strong> het liberaliseringsbeleid dat de Commissie de<br />

afgelop<strong>en</strong> dec<strong>en</strong>nia gevoerd heeft. Artikel 86(1) werpt immers de fundam<strong>en</strong>tele<br />

vraag op of het in stand houd<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> monopolie niet in strijd is met de interne<br />

markt. Het antwoord dat zich in de loop van de tijd uitgekristalliseerd heeft, is dat<br />

strijdigheid inderdaad gegev<strong>en</strong> is als het monopolie te ruim is: als in deelsegm<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

marktwerking mogelijk is, zonder dat daarbij de kerndi<strong>en</strong>st in gevaar komt, is<br />

e<strong>en</strong> breed monopolie verbod<strong>en</strong>. De oplossing wordt dan gevond<strong>en</strong> bij e<strong>en</strong> kleinere<br />

monopolist, waaraan ev<strong>en</strong>tueel verplichting<strong>en</strong> van universele di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing<br />

(UDV) word<strong>en</strong> opgelegd, gekoppeld met marktwerking in de overige segm<strong>en</strong>t<strong>en</strong>.<br />

In e<strong>en</strong> aantal gevall<strong>en</strong> is zelfs overgegaan tot het volledig afschaff<strong>en</strong> van alle wettelijke<br />

vorm<strong>en</strong> van monopolie <strong>en</strong> wordt <strong>voor</strong> het borg<strong>en</strong> van op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing<br />

uitsluit<strong>en</strong>d nog gebruik gemaakt van het oplegg<strong>en</strong> van UDV-verplichting<strong>en</strong><br />

aan (één of meerdere) aanbieders in e<strong>en</strong> concurrer<strong>en</strong>de markt.<br />

Er zijn nu twee economische ord<strong>en</strong>ingsvrag<strong>en</strong> te beantwoord<strong>en</strong>: (i) hoe er <strong>voor</strong> te<br />

zorg<strong>en</strong> dat het bedrijf in kwestie aan zijn UDV-verplichting<strong>en</strong> kan voldo<strong>en</strong>?; <strong>en</strong> (ii)<br />

indi<strong>en</strong> e<strong>en</strong> (beperkt) monopolie wordt gehandhaafd, hoe er<strong>voor</strong> te zorg<strong>en</strong> dat dit<br />

bedrijf de concurr<strong>en</strong>tie op de competitieve segm<strong>en</strong>t<strong>en</strong> niet verstoort? Voor het<br />

oploss<strong>en</strong> van de tweede vraag kan uit e<strong>en</strong> breed scala van instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> gekoz<strong>en</strong><br />

word<strong>en</strong>, van transparantieverplichting<strong>en</strong> tot splitsing van het bedrijf. De eerste<br />

vraag leidt op natuurlijke wijze tot vrag<strong>en</strong> met betrekking tot staatssteun. De UDVplicht<br />

br<strong>en</strong>gt normaal gesprok<strong>en</strong> kost<strong>en</strong> met zich mee, <strong>en</strong> de overheid kan besluit<strong>en</strong><br />

de meerkost<strong>en</strong> te vergoed<strong>en</strong>. Artikel 87 EG stelt dat staatssteun die de concurr<strong>en</strong>tie<br />

<strong>en</strong> de handel tuss<strong>en</strong> lidstat<strong>en</strong> verstoort in beginsel verbod<strong>en</strong> is. Echter,<br />

dergelijke staatssteun kan word<strong>en</strong> goedgekeurd onder Artikel 86 EG wanneer deze<br />

nodig is <strong>voor</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang. De vraag is dus onder<br />

welke <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> comp<strong>en</strong>satie <strong>voor</strong> de meerkost<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> UDV als verbod<strong>en</strong><br />

staatssteun bestempeld kan word<strong>en</strong>, dan wel kan word<strong>en</strong> vrijgesteld onder Artikel<br />

86 EG. Veroud<strong>en</strong>’s bespreking van het beleid in deze maakt duidelijk dat op dit<br />

terrein de Europese Commissie zeer behoedzaam opereert.<br />

1.3.2 Sectorstudies<br />

Het tweede deel van deze Preadviez<strong>en</strong> bestaat uit drie studies van c<strong>en</strong>trale sector<strong>en</strong>,<br />

te wet<strong>en</strong> telecommunicatie, <strong>en</strong>ergie <strong>en</strong> zorg. In elk van deze bijdrag<strong>en</strong> word<strong>en</strong> eerst<br />

de sectorspecifieke publieke belang<strong>en</strong> in kaart gebracht, alsmede die vorm<strong>en</strong> van<br />

marktfal<strong>en</strong> die in de sector van groot gewicht zijn. Marktfal<strong>en</strong> rechtvaardigt overheidsinterv<strong>en</strong>ties,<br />

die zowel marktfaciliter<strong>en</strong>d als direct interv<strong>en</strong>iër<strong>en</strong>d kunn<strong>en</strong> zijn.<br />

Steeds wordt gepoogd te beoordel<strong>en</strong> of de manier waarop de overheid interv<strong>en</strong>ieert<br />

de vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> adequaat adresseert, <strong>en</strong> dus de publieke belang<strong>en</strong> di<strong>en</strong>t,<br />

dan wel of eerder van overheidsfal<strong>en</strong> gesprok<strong>en</strong> kan word<strong>en</strong>. Paul de Bijl analyseert


Van Damme & Schinkel 15<br />

de markt<strong>en</strong> <strong>voor</strong> elektronische communicatie, Machiel Mulder <strong>en</strong> Bert Willems de<br />

<strong>en</strong>ergiemarkt, <strong>en</strong> Maart<strong>en</strong> Jans<strong>en</strong>, Krijn Schep <strong>en</strong> Jarig van Sinder<strong>en</strong> de zorgsector.<br />

De Bijl<br />

Paul de Bijl gaat in op de vraag in hoeverre het liberaliserings- <strong>en</strong> reguleringskader<br />

in de elektronische communicatiesector als e<strong>en</strong> succes kan word<strong>en</strong> beschouwd. In<br />

eerste instantie lijkt het antwoord e<strong>en</strong>voudig <strong>en</strong> bevestig<strong>en</strong>d - marktwerking is<br />

goed van de grond gekom<strong>en</strong> <strong>en</strong> telecommunicatie wordt altijd als e<strong>en</strong> succes<br />

gepres<strong>en</strong>teerd - maar er is meer aan de hand. T<strong>en</strong> eerste illustreert De Bijl de problem<strong>en</strong><br />

van gereguleerde concurr<strong>en</strong>tie: regulering moet dynamisch zijn; strikt in<br />

het begin, zodat nieuwe toetreders van het netwerk van de monopolist gebruik<br />

kunn<strong>en</strong> mak<strong>en</strong>, maar liberaler na verloop van tijd, zodat toetreders gedwong<strong>en</strong><br />

word<strong>en</strong> hun eig<strong>en</strong> netwerk uit te roll<strong>en</strong> <strong>en</strong> concurr<strong>en</strong>tie op de infrastructuur kan<br />

ontstaan. Dit vereist maatwerk dat aangepast moet zijn aan de lokale situatie. Het<br />

is niet duidelijk dat het Europese kader, of de toepassing daarvan deze flexibiliteit<br />

biedt.<br />

T<strong>en</strong> tweede is het kader gebaseerd op de gedachte dat de markt <strong>voor</strong> elektronische<br />

communicatie zich na verloop van tijd tot e<strong>en</strong> normale zou ontwikkel<strong>en</strong>, maar hierbij<br />

kunn<strong>en</strong> vraagtek<strong>en</strong>s geplaatst word<strong>en</strong>. Mogelijk zijn we te optimistisch geweest.<br />

De investering<strong>en</strong> die nu nodig zijn om de netwerk<strong>en</strong> geschikt te mak<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de<br />

breedbanddi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van de toekomst zoud<strong>en</strong> de sector wel e<strong>en</strong>s opnieuw tot e<strong>en</strong><br />

natuurlijk monopolie kunn<strong>en</strong> mak<strong>en</strong>. Indi<strong>en</strong> dit het geval is, verschuift de aandacht<br />

naar di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>concurr<strong>en</strong>tie <strong>en</strong> de vraag of innovatie op deze di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>markt het meest<br />

gebaat is met e<strong>en</strong> monopolistisch netwerk dat in publieke of private hand<strong>en</strong> is.<br />

Zover zijn we echter nog niet. Nederland bevindt zich in de unieke, luxe positie van<br />

twee met elkaar concurrer<strong>en</strong>de infrastructur<strong>en</strong>; bij ons is de vraag hoe we deze situatie<br />

kunn<strong>en</strong> handhav<strong>en</strong>. Verder is duidelijk dat terugschaling van toezicht niet aan<br />

de orde is-- sterker: converg<strong>en</strong>tie van telecom, internet <strong>en</strong> media (zowel qua di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

als netwerk<strong>en</strong>) vraagt om geconvergeerd <strong>en</strong> goed geëquipeerd toezicht.<br />

Mulder <strong>en</strong> Willems<br />

Het welvaartseconomisch perspectief wordt ook gehanteerd in de bijdrage van<br />

Machiel Mulder <strong>en</strong> Bert Willems, die de <strong>en</strong>ergiesector analyser<strong>en</strong>. De publieke<br />

belang<strong>en</strong> zijn hier dat de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing milieuvri<strong>en</strong>delijk, betrouwbaar <strong>en</strong><br />

betaalbaar moet zijn. Deze drie doelstelling<strong>en</strong> zijn echter moeilijk tegelijkertijd te<br />

realiser<strong>en</strong>: er bestaan diverse uitruilrelaties. Zo is milieuvri<strong>en</strong>delijke technologie<br />

(<strong>voor</strong>lopig) nog duurder dan conv<strong>en</strong>tionele, vereist betrouwbaarheid (<strong>voor</strong>alsnog)<br />

ook nog de inzet van vervuil<strong>en</strong>de bronn<strong>en</strong>, <strong>en</strong> mak<strong>en</strong> investering<strong>en</strong> die de betrouwbaarheid<br />

vergrot<strong>en</strong> de <strong>en</strong>ergie duurder. Binn<strong>en</strong> elk van deze drie veld<strong>en</strong> besprek<strong>en</strong><br />

Mulder <strong>en</strong> Willems systematisch: (i) de relevante vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong>; (ii) het<br />

optimale beleid dat op basis van welvaartstheoretische argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> kan word<strong>en</strong><br />

afgeleid; <strong>en</strong> (iii) het huidige overheidsbeleid. Door de confrontatie van het tweede<br />

elem<strong>en</strong>t met het derde ontstaat vervolg<strong>en</strong>s e<strong>en</strong> duidelijk zicht op overheidsfal<strong>en</strong>.<br />

Daarbij blijkt het daadwerkelijk beleid soms significant van het theoretische<br />

optimale af te wijk<strong>en</strong>.


16 Hoofdstuk 1 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> de borging van publieke<br />

belang<strong>en</strong><br />

Het zal duidelijk zijn dat ook op <strong>en</strong>ergiegebied de Europese dim<strong>en</strong>sie belangrijk<br />

is. De liberalisering van sector werd door “Brussel” afgedwong<strong>en</strong>, op grond van<br />

de door Pelkmans <strong>en</strong> Veroud<strong>en</strong> besprok<strong>en</strong> argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>, waarbij het algem<strong>en</strong>e<br />

schema van “Regulatory Reform” gevolgd werd. Verder geldt dat sommige problem<strong>en</strong><br />

alle<strong>en</strong> in Europese context opgelost kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong>, terwijl anderzijds het<br />

vaak nationale (politieke) belang<strong>en</strong> zijn die de markt verstor<strong>en</strong>. De uitbouw van<br />

transportcapaciteit tuss<strong>en</strong> lidstat<strong>en</strong> vereist sterke coördinatie (Europese regulering),<br />

onderhandeling<strong>en</strong> met olie <strong>en</strong> gasexporteurs vereis<strong>en</strong> e<strong>en</strong> <strong>en</strong>ergiepolitiek op<br />

Europees niveau, <strong>en</strong> om de leveringszekerheid tijd<strong>en</strong>s e<strong>en</strong> crisis zeker te stell<strong>en</strong> is<br />

Europese marktwerking vereist. Echter in praktijk is dit niet het geval: de Europese<br />

elektriciteitsmarkt <strong>voor</strong> reservevermog<strong>en</strong> blijft nationaal; tijd<strong>en</strong>s periodes<br />

van crisis eis<strong>en</strong> nationale overhed<strong>en</strong> gas<strong>voor</strong>rad<strong>en</strong> op, <strong>en</strong> wordt marktwerking verstoord.<br />

In het Europese beleid werd altijd al uitgegaan van de drie g<strong>en</strong>oemde doelstelling<strong>en</strong>.<br />

Energiebeleid is van oudsher gericht op <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ingszekerheid, <strong>en</strong> milieubeleid<br />

wordt ook al sinds de jar<strong>en</strong> 80 van de vorige eeuw gevoerd. Wel zijn de<br />

gewicht<strong>en</strong> in de loop van de tijd verschov<strong>en</strong>; in de jar<strong>en</strong> 90 richting betaalbaarheid<br />

(het idee dat liberalisering, marktwerking <strong>en</strong> regulering tot kost<strong>en</strong>besparing <strong>en</strong><br />

daarmee corresponder<strong>en</strong>de prijsdaling leid<strong>en</strong>), <strong>en</strong> sinds e<strong>en</strong> paar jaar weer terug<br />

naar milieu <strong>en</strong> betrouwbaarheid. Met betrekking tot de betaalbaarheidsdoelstelling<br />

kan gesteld word<strong>en</strong> dat Nederland haar beleidsvrijheid b<strong>en</strong>ut heeft door bij<strong>voor</strong>beeld<br />

eig<strong>en</strong>standig splitsing van de distributi<strong>en</strong>ett<strong>en</strong> af te dwing<strong>en</strong>. Voor wat betreft<br />

de betrouwbaarheid is de vraag of het huidige reguleringskader toereik<strong>en</strong>d is om<br />

de b<strong>en</strong>odigde netwerkinvestering<strong>en</strong> te realiser<strong>en</strong>. Gegev<strong>en</strong> de w<strong>en</strong>selijkheid van<br />

de uitbouw van transportcapaciteit tuss<strong>en</strong> lidstat<strong>en</strong> is hierbij de Europese dim<strong>en</strong>sie<br />

ess<strong>en</strong>tieel. Dit geldt in nog sterkere mate <strong>voor</strong> de milieuproblematiek, omdat deze<br />

globaal is.<br />

Het grootste gevaar dat de auteurs hierbij zi<strong>en</strong> is dat nationale overhed<strong>en</strong>, vanwege<br />

het politieke belang van <strong>en</strong>ergie, relatief snel g<strong>en</strong>eigd zijn om direct <strong>en</strong> actief te<br />

interv<strong>en</strong>iër<strong>en</strong>, met allerlei inefficiënties van di<strong>en</strong>: bij milieu (met subsidies <strong>voor</strong><br />

specifieke techniek<strong>en</strong>, etc.) bij <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ingszekerheid (met verplichting<strong>en</strong> over<br />

gasopslag<strong>en</strong> e.d.) <strong>en</strong> bij marktwerking (bij<strong>voor</strong>beeld door het direct aanstur<strong>en</strong> van<br />

investering<strong>en</strong> in interconnector<strong>en</strong>). Beter (efficiënter) zou zijn om meer gebruik te<br />

mak<strong>en</strong> van marktwerking <strong>en</strong> prikkels: emissiehandel bij milieu, liquide gasmarkt<strong>en</strong><br />

in plaats van verplichte investering<strong>en</strong>, <strong>en</strong> prikkels <strong>voor</strong> netbeheerders om zo<br />

efficiënt mogelijk om te gaan met transportcapaciteit. Op al deze terrein<strong>en</strong> is Europese<br />

sam<strong>en</strong>werking nodig.<br />

Janss<strong>en</strong>, Schep <strong>en</strong> Van Sinder<strong>en</strong><br />

In de laatste bijdrage aan deze bundel besprek<strong>en</strong> Maart<strong>en</strong> Janss<strong>en</strong>, Krijn Schep <strong>en</strong><br />

Jarig van Sinder<strong>en</strong> hoe in de zorgsector de publieke belang<strong>en</strong> geborgd kunn<strong>en</strong><br />

word<strong>en</strong> in e<strong>en</strong> systeem met gereguleerde marktwerking. De publieke belang<strong>en</strong> zijn<br />

hier bereikbaarheid, betaalbaarheid <strong>en</strong> kwaliteit, die de overheid wil borg<strong>en</strong> door<br />

het schepp<strong>en</strong> van de juiste rand<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>. Van belang is dat de cliënt c<strong>en</strong>traal


Van Damme & Schinkel 17<br />

komt te staan. 27 Ook nu zijn er diverse afruilrelaties. De auteurs betog<strong>en</strong> dat marktwerking<br />

het individuele keuzegedrag zichtbaar maakt, <strong>en</strong> er daardoor <strong>voor</strong> zorgt<br />

dat de sociaal gew<strong>en</strong>ste afruilverhouding e<strong>en</strong>voudiger te bepal<strong>en</strong> is. In deze sector<br />

is de Europese dim<strong>en</strong>sie minder promin<strong>en</strong>t aanwezig; di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing op het<br />

gebied van de zorg wordt in andere lidstat<strong>en</strong> veelal als e<strong>en</strong> niet-economische di<strong>en</strong>st<br />

gezi<strong>en</strong>, zodat interne marktaspect<strong>en</strong> veel minder spel<strong>en</strong>. We kunn<strong>en</strong> hier dus niet<br />

direct profiter<strong>en</strong> van ervaring<strong>en</strong> elders in Europa. In de VS is er wel langere ervaring<br />

met “managed care and managed competition”. 28<br />

Nederland heeft van haar beleidsvrijheid gebruik gemaakt, <strong>en</strong> beslot<strong>en</strong> om<br />

bepaalde del<strong>en</strong> van de sector <strong>voor</strong> gereguleerde marktwerking vrij te gev<strong>en</strong>. In het<br />

Nederlandse systeem is e<strong>en</strong> belangrijke rol toebedacht aan de verzekeraars. Dit is<br />

het idee van “managed care”. E<strong>en</strong> goed werk<strong>en</strong>de, competitieve, verzekeringsmarkt<br />

zal de verzekeraars inderdaad dwing<strong>en</strong> in het belang van de consum<strong>en</strong>t/<br />

patiënt te handel<strong>en</strong>, maar in hoeverre nu aan deze <strong>voor</strong>waarde voldaan is, is nog<br />

wat onduidelijk.<br />

Het welvaartseconomische kader bewijst ook in deze sectorbijdrage zijn di<strong>en</strong>st. Er<br />

zijn diverse vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong>, die aanleiding gev<strong>en</strong> tot diverse vorm<strong>en</strong> van<br />

overheidsingrijp<strong>en</strong>. Opnieuw is de vraag of de overheid de sector op de juiste<br />

wijze ord<strong>en</strong>t <strong>en</strong> reguleert: is er te veel of eerder te weinig marktwerking? Janss<strong>en</strong>,<br />

Schep <strong>en</strong> Van Sinder<strong>en</strong> wijz<strong>en</strong> erop dat e<strong>en</strong> aantal weeffout<strong>en</strong> in het systeem zitt<strong>en</strong><br />

die vrag<strong>en</strong> om nadere bijsturing. E<strong>en</strong> aantal problem<strong>en</strong> word<strong>en</strong> veroorzaakt door<br />

‘overregulering’; met andere woord<strong>en</strong> er is te weinig ruimte <strong>voor</strong> marktwerking.<br />

Concreet stell<strong>en</strong> zij dat het verbod op winstuitkering tot suboptimale uitkomst<strong>en</strong><br />

leidt. E<strong>en</strong> analoge opmerking kan gemaakt word<strong>en</strong> met betrekking tot <strong>voor</strong>rangszorg;<br />

er wordt gepleit <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> verbod, terwijl volg<strong>en</strong>s de auteurs differ<strong>en</strong>tiatie van<br />

zorg, onder <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>, tot e<strong>en</strong> Pareto verbetering kan leid<strong>en</strong>.<br />

E<strong>en</strong> derde thema dat deze Preadviseurs aansnijd<strong>en</strong> is verticale integratie van zorgverzekeraars<br />

<strong>en</strong> zorgaanbieders. Dit thema raakt de kern van het systeem. Immers<br />

verzekeraars hebb<strong>en</strong> in het in het nieuwe zorgstelsel als belangrijkste taak gekreg<strong>en</strong><br />

het teg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> goede prijs inkop<strong>en</strong> van goede zorg, e<strong>en</strong> taak die, zo betog<strong>en</strong><br />

sommig<strong>en</strong>, alle<strong>en</strong> goed uitgevoerd kan word<strong>en</strong> als de verzekeraar e<strong>en</strong> onafhankelijke<br />

positie inneemt t<strong>en</strong> opzichte van de zorgaanbieders. Verticale integratie, wat<br />

ertoe leidt dat de verzekeraar zowel inkoper als verkoper van zorg wordt, kan dit<br />

ondergrav<strong>en</strong>. Janss<strong>en</strong>, Schep <strong>en</strong> Van Sinder<strong>en</strong> kom<strong>en</strong> tot de conclusie dat in ons<br />

systeem voldo<strong>en</strong>de zekerhed<strong>en</strong> zijn ingebouwd om de risico’s te beteugel<strong>en</strong>. E<strong>en</strong><br />

algem<strong>en</strong>er vraagstuk dat hierbij speelt is of het g<strong>en</strong>erieke fusietoezicht adequaat is<br />

om de publieke belang<strong>en</strong> te borg<strong>en</strong>, of dat, in rec<strong>en</strong>t geliberaliseerde sector<strong>en</strong>,<br />

27 Zie de brief “Ruimte <strong>en</strong> rek<strong>en</strong>schap <strong>voor</strong> zorg <strong>en</strong> ondersteuning” die minister Klink <strong>en</strong> staatssecretaris<br />

Bussemaker op 9 juli 2009 naar de kamer stuurd<strong>en</strong>; http://www.minvws.nl/kamerstukk<strong>en</strong>/<br />

mc/2009/ruimte-<strong>en</strong>-rek<strong>en</strong>schap-<strong>voor</strong>-zorg-<strong>en</strong>-ondersteuning.asp.<br />

28 Zie de pres<strong>en</strong>taties verzorgd tijd<strong>en</strong>s de confer<strong>en</strong>tie “Effective Managed Competition: health care<br />

at both sides of the ocean” (op http://www.tilburguniversity.nl/tilec/ev<strong>en</strong>ts/confer<strong>en</strong>ces/health<br />

confer<strong>en</strong>ce2/ ) <strong>voor</strong> wat de VS <strong>en</strong> Nederland van elkaar kunn<strong>en</strong> ler<strong>en</strong>.


18 Hoofdstuk 1 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> de borging van publieke<br />

belang<strong>en</strong><br />

sectorspecifiek <strong>en</strong> string<strong>en</strong>ter fusietoezicht, mogelijk gedelegeerd aan de sectorale<br />

toezichthouder, de <strong>voor</strong>keur g<strong>en</strong>iet. Het argum<strong>en</strong>t <strong>voor</strong> het tweede is dat het normale<br />

toezicht wel concurr<strong>en</strong>tie in stand kan houd<strong>en</strong>, maar het tot volle wasdom<br />

kom<strong>en</strong> van concurr<strong>en</strong>tie in de weg kan staan. In Nederland kiez<strong>en</strong> we <strong>voor</strong> het<br />

eerste alternatief, met als argum<strong>en</strong>t dat dit de consist<strong>en</strong>tie van het fusietoezicht<br />

over meerdere sector<strong>en</strong> bewaart, <strong>en</strong> de zorgsector ge<strong>en</strong> fundam<strong>en</strong>tele nieuwe<br />

zi<strong>en</strong>swijze op fusies met zich meebr<strong>en</strong>gt. Voor verdere discussie op dit punt<br />

verwijz<strong>en</strong> we naar het eerder dit jaar versch<strong>en</strong><strong>en</strong> themanummer van Markt &<br />

Mededinging over concurr<strong>en</strong>tie in de zorg. 29<br />

1.4 Conclusies<br />

Uit de <strong>voor</strong>ligg<strong>en</strong>de Preadviez<strong>en</strong> zijn e<strong>en</strong> aantal algem<strong>en</strong>e conclusies te trekk<strong>en</strong>.<br />

We vatt<strong>en</strong> er hier e<strong>en</strong> aantal sam<strong>en</strong>:<br />

1. Goede marktwerking is e<strong>en</strong> publiek belang, ev<strong>en</strong>als de efficiënte aanw<strong>en</strong>ding<br />

van schaarse middel<strong>en</strong> die door e<strong>en</strong> goede marktwerking <strong>voor</strong>tgebracht<br />

kan word<strong>en</strong>.<br />

2. Er zijn in het algeme<strong>en</strong> meerdere publieke belang<strong>en</strong> in het geding, die<br />

vrijwel altijd teg<strong>en</strong> elkaar afgewog<strong>en</strong> moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong>. Het is daarom misleid<strong>en</strong>d<br />

om te sprek<strong>en</strong> over e<strong>en</strong> teg<strong>en</strong>stelling tuss<strong>en</strong> marktwerking <strong>en</strong> het<br />

publiek belang.<br />

3. De contrapositie van markt <strong>en</strong> overheid is ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s onvruchtbaar: het gaat<br />

om het vind<strong>en</strong> van de juiste combinatie van deze twee ord<strong>en</strong>ingsvorm<strong>en</strong>.<br />

4. Het idee dat g<strong>en</strong>oemde teg<strong>en</strong>stelling<strong>en</strong> zoud<strong>en</strong> bestaan lijkt te zijn geplant<br />

<strong>en</strong> besproeid vanuit e<strong>en</strong> combinatie van onwet<strong>en</strong>dheid, politieke kortzichtigheid,<br />

<strong>en</strong> eig<strong>en</strong>belang bij het lat<strong>en</strong> bestaan van beperkte concurr<strong>en</strong>tie.<br />

5. De discussie over de relatie (“het spanningsveld”) tuss<strong>en</strong> marktwerking<br />

<strong>en</strong> het borg<strong>en</strong> van de overige publieke belang<strong>en</strong> is al oud. In Europa staat<br />

dit thema al sinds het Verdrag van Rome, waarin marktwerking als e<strong>en</strong><br />

publiek belang erk<strong>en</strong>d werd, op de ag<strong>en</strong>da. Het Europese wetgevings- <strong>en</strong><br />

richtsnoer<strong>en</strong>kader borgt het belang van marktwerking, ook waar vanuit<br />

argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> van nationaal belang of publiek belang geprobeerd wordt<br />

haar te beperk<strong>en</strong>.<br />

6. Uit de meer dan 50 jaar ervaring die de Europese instituties hebb<strong>en</strong> met<br />

het teg<strong>en</strong> elkaar afweg<strong>en</strong> van diverse publieke belang<strong>en</strong> zijn <strong>voor</strong> Neder-<br />

29 Themanummer “<strong>Marktwerking</strong> in de Zorg”, Markt & Mededinging 2009/02, April 2009. Zie in het<br />

bijzonder Janss<strong>en</strong>, Schep <strong>en</strong> Van Sinder<strong>en</strong> “Fusies van ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong>: Het beoordelingskader van de<br />

NMa”, <strong>en</strong> Canoy <strong>en</strong> Sauter “Ziek<strong>en</strong>huisfusies <strong>en</strong> publieke belang<strong>en</strong>”.


Van Damme & Schinkel 19<br />

land belangrijke less<strong>en</strong> te trekk<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> eerste les is dat <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> goede<br />

werking van de markt liberalisering gepaard moet gaan aan regulering;<br />

het gaat om gereguleerde marktwerking, niet om ongebreidelde marktwerking.<br />

E<strong>en</strong> tweede les betreft de met marktwerking verbond<strong>en</strong> verdelingseffect<strong>en</strong>:<br />

regulering kan nodig zijn om te garander<strong>en</strong> dat alle burgers<br />

van marktwerking profiter<strong>en</strong>.<br />

7. Markttoezicht is maatwerk, <strong>en</strong> het di<strong>en</strong>t constant met ontwikkeling<strong>en</strong> in<br />

de gereguleerde markt mee te evoluer<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> achterlijk reguleringskader<br />

kan de marktwerking waarop het ziet meer kwaad dan goed do<strong>en</strong>.<br />

8. In Nederland wordt de discussie over de ver<strong>en</strong>igbaarheid van marktwerking<br />

<strong>en</strong> overige publieke belang<strong>en</strong> <strong>voor</strong>al gevoerd sinds het verschijn<strong>en</strong><br />

van het WRR-rapport “Het borg<strong>en</strong> van publiek belang”. Het in dat rapport<br />

gemaakte onderscheid tuss<strong>en</strong> de wat-vraag (“Wat will<strong>en</strong> we bereik<strong>en</strong>?”)<br />

<strong>en</strong> de hoe-vraag (“Hoe gaan we dat bereik<strong>en</strong>?”) is nuttig, maar het br<strong>en</strong>gt<br />

ons ook niet veel verder. Economische analyse kan dat op beide terrein<strong>en</strong><br />

wel. T<strong>en</strong> eerste wijst deze op het belang van Pareto efficiëntie. T<strong>en</strong> tweede<br />

legt de analyse de diverse afruilrelaties bloot, die bestaan tuss<strong>en</strong> de verschill<strong>en</strong>de<br />

geïd<strong>en</strong>tificeerde publieke belang<strong>en</strong>. T<strong>en</strong> derde wijst de welvaartseconomische<br />

aanpak op drie belangrijke publieke belang<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

mogelijke roll<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de overheid: (1) het creër<strong>en</strong> van de rand<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> goede marktwerking; (2) het corriger<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong>; <strong>en</strong> (3)<br />

het corriger<strong>en</strong> van mogelijk ongew<strong>en</strong>ste inkomst<strong>en</strong>verdeling die uit<br />

marktwerking resulteert. T<strong>en</strong> vierde levert de economische wet<strong>en</strong>schap<br />

gereedschap (de theorie van “mechanism design”) waarmee de hoe-vraag<br />

in aanzet beantwoord kan word<strong>en</strong>.<br />

9. Het welvaartseconomisch kader, met Pareto efficiëntie als meetlat <strong>en</strong> het<br />

b<strong>en</strong>oem<strong>en</strong> van de diverse vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> als probleemindicatie, is<br />

zeer behulpzaam om de discussie over de rol van de overheid op economisch<br />

terrein te ord<strong>en</strong><strong>en</strong>. Dit kader is nuttiger dan de catch-all “Complexe<br />

externe effect<strong>en</strong>” die in de “Calculus van het publiek belang” naar vor<strong>en</strong><br />

geschov<strong>en</strong> werd. Er is discussie mogelijk over de vraag of theoretisch de<br />

verschill<strong>en</strong>de vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> onder e<strong>en</strong> gezam<strong>en</strong>lijke noemer<br />

gebracht kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong>. Voor de praktijk lijkt zo’n abstracte b<strong>en</strong>adering<br />

echter duidelijk e<strong>en</strong> stap te ver. Verschill<strong>en</strong>de vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong><br />

gev<strong>en</strong> aanleiding tot verschill<strong>en</strong>de vorm<strong>en</strong> van overheidsingrijp<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

regulering. Het onderscheid tuss<strong>en</strong> deze vorm<strong>en</strong> br<strong>en</strong>gt structuur aan, <strong>en</strong><br />

kan daarmee de beleidsdiscussie verder help<strong>en</strong>.<br />

10. De economische wet<strong>en</strong>schap geeft aanzett<strong>en</strong> <strong>voor</strong> hoe de overheid, in<br />

geval van marktfal<strong>en</strong>, idealiter ingrijpt in de markt. Confrontatie van dit<br />

theoretische ideaal met de manier waarop de overheid daadwerkelijk<br />

ingrijpt laat discrepanties zi<strong>en</strong>. Er is dan sprake van overheidsfal<strong>en</strong>. Overheidsfal<strong>en</strong><br />

kan zich uit<strong>en</strong> in onderregulering (de overheid grijpt niet in,


20 Hoofdstuk 1 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> de borging van publieke<br />

belang<strong>en</strong><br />

terwijl dit wel zou moet<strong>en</strong>), ineffectieve regulering (het overheidsingrijp<strong>en</strong><br />

lost het probleem niet op), of overregulering (de regulering is nodeloos<br />

belast<strong>en</strong>d, of de kost<strong>en</strong> van de regulering zijn hoger dan de bat<strong>en</strong>). Er<br />

zijn <strong>voor</strong> Europa, <strong>voor</strong> zover bek<strong>en</strong>d, nog ge<strong>en</strong> systematische empirische<br />

studies over de mate van overheidsfal<strong>en</strong>, dat wil zegg<strong>en</strong> over de mismatch<br />

tuss<strong>en</strong> marktfal<strong>en</strong> <strong>en</strong> overheidsingrijp<strong>en</strong>. Meer inzicht hierin zou bijzonder<br />

gew<strong>en</strong>st zijn.<br />

11. Het verplicht stell<strong>en</strong> van Regulatory Impact Assesm<strong>en</strong>ts 30 (RIA) of het<br />

do<strong>en</strong> van maatschappelijke kost<strong>en</strong> bat<strong>en</strong> analyses (MKBA) kan e<strong>en</strong> bijdrage<br />

lever<strong>en</strong> aan het beteugel<strong>en</strong> van overheidsfal<strong>en</strong>. Ervaring<strong>en</strong> in de VS<br />

suggerer<strong>en</strong> dat deze “regulering van de overheid” echter niet afdo<strong>en</strong>de<br />

is. 31 In Nederland heeft e<strong>en</strong> <strong>voor</strong>gaand kabinet, in reactie op e<strong>en</strong> advies<br />

van de OESO, 32 al aangegev<strong>en</strong> te hecht<strong>en</strong> aan e<strong>en</strong> goede kost<strong>en</strong>-bat<strong>en</strong><br />

analyse van de <strong>voor</strong>g<strong>en</strong>om<strong>en</strong> regelgeving, 30 maar daar is het tot nu toe niet<br />

van gekom<strong>en</strong>. T<strong>en</strong> dele kan het fal<strong>en</strong> van marktwerking in Nederland aan<br />

dit overheidsfal<strong>en</strong> word<strong>en</strong> toegeschrev<strong>en</strong>. Het is hoog tijd dat de overheid<br />

de aanbeveling van de OESO uit 1999 (“Er moet e<strong>en</strong> expliciete kost<strong>en</strong>bat<strong>en</strong><br />

analyse plaatsvind<strong>en</strong> van nieuwe regelgeving <strong>en</strong> er moet onafhankelijk<br />

toezicht word<strong>en</strong> gecreëerd om de analytische kwaliteit van de kost<strong>en</strong>-bat<strong>en</strong><br />

analyse te bevorder<strong>en</strong>”) implem<strong>en</strong>teert.<br />

Met deze Preadviez<strong>en</strong> is zeker het laatste woord over marktwerking niet gezegd.<br />

Empirische studies blijv<strong>en</strong> moeilijk uitvoerbaar <strong>en</strong> daardoor schaars, terwijl ze<br />

ess<strong>en</strong>tieel zijn <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> volledige analyse. Door te kiez<strong>en</strong> <strong>voor</strong> slechts drie sector<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> die gedetailleerd specialistisch te behandel<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> we ook teg<strong>en</strong> andere<br />

sector<strong>en</strong> gekoz<strong>en</strong>. Zoals gezegd is de introductie van marktwerking in het onderwijs<br />

e<strong>en</strong> bijzonder interessant studieobject, echter er is nog weinig progressie<br />

geboekt. 34 Ook hebb<strong>en</strong> we in e<strong>en</strong> vroeg stadium beslot<strong>en</strong> de financiële sector buit<strong>en</strong><br />

deze Preadviez<strong>en</strong> te houd<strong>en</strong>, met het oog op de stroomversnelling aan ontwikkeling<strong>en</strong><br />

waarin zij zich bevond. Achteraf gezi<strong>en</strong> was dit e<strong>en</strong> wijs besluit. Maar er<br />

ligg<strong>en</strong> op dit mom<strong>en</strong>t wel lev<strong>en</strong>sgrote regulerings- <strong>en</strong> toezichtsvraagstukk<strong>en</strong> in de<br />

financiële sector <strong>voor</strong>. De algem<strong>en</strong>e conclusies uit deze Preadviez<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> daarbij<br />

zeker relevantie.<br />

30 Zie http://ec.europa.eu/<strong>en</strong>terprise/policies/better-regulation/index_<strong>en</strong>.htm <strong>voor</strong> het Better Regulation<br />

Initiative van de Europese Unie.<br />

31 Zie Winston, Governm<strong>en</strong>t failure versus market failure, Washington: AEI-Brookings joint c<strong>en</strong>ter for<br />

regulatory studies, 2006.<br />

32 OECD: “Regulatory reform in the Netherlands”, Supra noot 8.<br />

33 Tweede Kamer, 1999/2000, 24036, nr. 141.<br />

34 E<strong>en</strong> mooie uitzondering is Van der Ploeg <strong>en</strong> Veugelers, “Higher education reform and the r<strong>en</strong>ewed<br />

Lisbon strategy : Role of Member States and the European Commission,” in: G. Gelauff, I.Grilo and A.<br />

Lejour (eds.), Subsidiarity and economic reform in Europe, Springer Verlag, Berlijn, 2008. Voor het<br />

(zeer kleinschalige) experim<strong>en</strong>t in Nederland met e<strong>en</strong> op<strong>en</strong>er bestel <strong>voor</strong> het hoger onderwijs, zie<br />

http://www.minocw.nl/bekostigingho/348/Experim<strong>en</strong>t<strong>en</strong>-op<strong>en</strong>-bestel.html.


Van Damme & Schinkel 21<br />

De gehele bundel overzi<strong>en</strong>d springt er één thema uit dat zich le<strong>en</strong>t <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> volg<strong>en</strong>de<br />

collectie Preadviez<strong>en</strong>: public choice of politieke economie. Marktfal<strong>en</strong> is<br />

scherp in beeld <strong>en</strong> we hebb<strong>en</strong> van verschill<strong>en</strong>de vorm<strong>en</strong> e<strong>en</strong> goed begrip. Veel<br />

minder is echter bek<strong>en</strong>d over hoe <strong>en</strong> waarom de overheid faalt, <strong>en</strong> hoe groot de<br />

negatieve effect<strong>en</strong> hiervan zijn. Ons inzi<strong>en</strong>s is het e<strong>en</strong> belangrijk publiek belang<br />

om hierin snel meer inzicht te krijg<strong>en</strong>.


22 Hoofdstuk 1 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> de borging van publieke<br />

belang<strong>en</strong><br />

Refer<strong>en</strong>ties<br />

AIAS, (2007), “<strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> arbeids<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> – de casus van het op<strong>en</strong>baar<br />

vervoer, de <strong>en</strong>ergiebedrijv<strong>en</strong> <strong>en</strong> de thuiszorg”, Amsterdam.<br />

Akerlof, G. (1970), “The market for lemons: quality uncertainty and the market<br />

mechanism”, Quarterly Journal of Economics, 84(3), p. 488-500<br />

Blanchard, O. <strong>en</strong> F. Giavazzi, (2003), “Macroeconomic effects of regulation and<br />

deregulation in goods and labor markets”, Quarterly Journal of<br />

Economics, 118, 879-908.<br />

Bov<strong>en</strong>berg, L., H. van Dal<strong>en</strong> <strong>en</strong> C. Teulings (2003), De Calculus van het publiek<br />

belang, K<strong>en</strong>nisc<strong>en</strong>trum <strong>voor</strong> Ord<strong>en</strong>ingsvraagstukk<strong>en</strong>, D<strong>en</strong> Haag.<br />

Canoy, M. <strong>en</strong> W. Sauter “Ziek<strong>en</strong>huisfusies <strong>en</strong> publieke belang<strong>en</strong>”, 2009, “Fusies<br />

van ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong>: Het beoordelingskader van de NMa”, Markt & Mededinging,<br />

Themanummer <strong>Marktwerking</strong> in de Zorg, 2009/02, April 2009.<br />

Damme, van, E., (2006), “Pragmatic Privatization: The Netherlands 1982-2002”,<br />

in M. Köth<strong>en</strong>bürger, H-W. Sinn <strong>en</strong> J. Whalley (eds.), Privatization<br />

Experi<strong>en</strong>ces in the European Union, MIT Press.<br />

Damme, van, E., (2001), “<strong>Marktwerking</strong> vereist Maatwerk”, Maandschrift<br />

Economie 65(3), 185-207.<br />

ESB, (2005), Dossier Ti<strong>en</strong> jaar mededingings­ <strong>en</strong> reguleringsbeleid, 30 juni<br />

2005, jaargang 90, nr. 4464.<br />

Europese Commissie, (2005), The economic costs of non­Lisbon, European<br />

Economy, Occasional papers, Nr. 16, Brussel.<br />

Kalbfleisch, P., J. van Sinder<strong>en</strong>, A. van d<strong>en</strong> Ende, M. van Oers, & P.A.G. van<br />

Bergeijk (eds.), (2008), Trust <strong>en</strong> Antitrust: Beschouwing<strong>en</strong> over 10 Jaar<br />

Mededingingswet <strong>en</strong> 10 Jaar NMa, D<strong>en</strong> Haag, NMa.<br />

OECD, (1999), Regulatory reform in the Netherlands, Parijs.<br />

Ploeg, van der, R. <strong>en</strong> R. Veugelers (2008) “Higher education reform and the<br />

r<strong>en</strong>ewed Lisbon strategy: Role of Member States and the European<br />

Commission”, G. Gelauff, I. Grilo and A. Lejour (eds.), Subsidiarity and<br />

economic reform in Europe, Springer Verlag, Berlijn.<br />

Regioplan, 2008, Effect<strong>en</strong> van marktwerking op arbeids<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> in twaalf<br />

sector<strong>en</strong>, Publicatie 1662, Amsterdam, januari 2008.<br />

The Economist, (2002) Model makers: A survey of the Netherlands, May<br />

4th-10th.<br />

Tweede Kamer, Handeling<strong>en</strong>, 110, p. 8016-8049 (Debat marktwerking).<br />

Tweede Kamer, 1999/2000, Kamerstukk<strong>en</strong> 24036, nr. 141.<br />

Tweede Kamer, Kamerstukk<strong>en</strong> 24036, nr. 343.<br />

Winston, C., (2006), Governm<strong>en</strong>t failure versus market failure, Washington:<br />

AEI-Brookings joint c<strong>en</strong>ter for regulatory studies.


Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking:<br />

Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>voor</strong> e<strong>en</strong><br />

welvaartseconomische aanpak<br />

Barbara Baarsma *<br />

Jules Theeuwes **<br />

According to the system of natural liberty, the sovereign has only three duties to<br />

att<strong>en</strong>d to; three duties of great importance indeed, but plain and intelligible to<br />

common understandings: first the duty of protecting the society from the viol<strong>en</strong>ce<br />

and invasion from other indep<strong>en</strong>d<strong>en</strong>t societies; secondly, the duty of protecting, as<br />

far as possible, every member of society from the injustice of oppression of every<br />

other member of it, or the duty of establishing an exact administration of justice;<br />

and thirdly, the duty of erecting and maintaining certain public works…<br />

Adam Smith, 1776, Wealth of Nations, Book IV, chapter IX<br />

2.1 Borg<strong>en</strong> versus Calculus<br />

Twee, teg<strong>en</strong>gestelde uitgangspunt<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het bepal<strong>en</strong> van publieke belang do<strong>en</strong> de<br />

ronde in D<strong>en</strong> Haag. Het eerste uitgangspunt wordt onder meer verwoord in de<br />

WRR publicatie over Het borg<strong>en</strong> van publiek belang. In dit rapport uit 2000 wordt<br />

gesteld dat de overheid de <strong>en</strong>ige partij is die bepaalt wat e<strong>en</strong> publiek belang is 1 .<br />

Iets is e<strong>en</strong> publiek belang als de overheid zegt dat het zo is. Het andere uitgangspunt<br />

is te vind<strong>en</strong> in het in 2003 versch<strong>en</strong><strong>en</strong> Calculus van het publieke belang.<br />

<strong>Publieke</strong> belang<strong>en</strong> do<strong>en</strong> zich <strong>voor</strong> bij externe effect<strong>en</strong> die zo complex zijn dat<br />

burgers ze niet zelf kunn<strong>en</strong> oploss<strong>en</strong> omdat sommige belanghebb<strong>en</strong>d<strong>en</strong> weiger<strong>en</strong><br />

mee te do<strong>en</strong> 2 . De overheid heeft hier e<strong>en</strong> rol, want zij alle<strong>en</strong> kan iedere<strong>en</strong> dwing<strong>en</strong><br />

mee te do<strong>en</strong>.<br />

Deze twee uitgangspunt<strong>en</strong> zijn elkaars teg<strong>en</strong>pool. De definitie van publiek belang<br />

van de WRR is te breed, die van de Calculus is te smal. In de red<strong>en</strong>ering van de<br />

WRR kan alles wat de overheid wil e<strong>en</strong> publiek belang zijn. Daarmee wordt het<br />

begrip tautologisch. Publiek belang wordt minutieus maar tegelijk te beperkt gedefinieerd<br />

in de Calculus. Publiek belang is meer dan alle<strong>en</strong> e<strong>en</strong> complex extern<br />

* Algeme<strong>en</strong> directeur SEO Economisch Onderzoek <strong>en</strong> bijzonder hoogleraar <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> mededingingseconomie<br />

aan de Universiteit van Amsterdam.<br />

** Wet<strong>en</strong>schappelijk directeur SEO Economisch Onderzoek <strong>en</strong> <strong>en</strong> hoogleraar Toegepast economisch<br />

onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam.<br />

1 “ [… ] binn<strong>en</strong> de moderne sam<strong>en</strong>leving is zij de <strong>en</strong>ige die gelegitimeerd is om nam<strong>en</strong>s de sam<strong>en</strong>leving<br />

als geheel dwing<strong>en</strong>d te bepal<strong>en</strong> welke publieke belang<strong>en</strong> moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong> behartigd.” WRR (2000),<br />

p. 57.<br />

2 In de Calculus van het publieke belang van Teulings, Bov<strong>en</strong>berg <strong>en</strong> Van Dal<strong>en</strong> (2003) wordt publiek<br />

belang op p. 30 gedefinieerd als “e<strong>en</strong> complex extern effect waarvan de realisatie door free­rider gedrag<br />

wordt verhinderd”.


24 Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking: Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> welvaartseconomische aanpak<br />

effect. De WRR begint bij de overheid <strong>en</strong> alle<strong>en</strong> als die bepaalt dat belang<strong>en</strong><br />

geborgd kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> via de markt is marktwerking aan de orde. De Calculus<br />

begint aan de andere kant – bij de markt – <strong>en</strong> pas bij complexe externe effect<strong>en</strong> is<br />

sprake van publiek belang <strong>en</strong> biedt overheidsingrijp<strong>en</strong> mogelijk e<strong>en</strong> oplossing.<br />

Het WRR rapport stelt vast dat er maatschappelijke belang<strong>en</strong> bestaan waar<strong>voor</strong> het<br />

w<strong>en</strong>selijk is dat ze behartigd word<strong>en</strong>. Deze belang<strong>en</strong> word<strong>en</strong> daarmee publiek.<br />

Behartiging van maatschappelijke belang<strong>en</strong> hoeft volg<strong>en</strong>s de WRR echter niet<br />

altijd door de overheid te gebeur<strong>en</strong>, maar kan ook door marktwerking. E<strong>en</strong> maatschappelijk<br />

belang is bij<strong>voor</strong>beeld dat er voldo<strong>en</strong>de brood is. Dat belang wordt<br />

door de warme bakkers van Nederland afgedekt. Er is pas sprake van e<strong>en</strong> publiek<br />

belang “indi<strong>en</strong> de overheid zich de behartiging van e<strong>en</strong> maatschappelijk belang<br />

aantrekt op grond van de overtuiging dat dit belang anders niet goed tot zijn recht<br />

komt” (WRR, 2000, p. 20). Bij<strong>voor</strong>beeld: de overheid kan vind<strong>en</strong> dat Nederlanders<br />

teveel wit brood et<strong>en</strong> <strong>en</strong> te weinig roggebrood. Ze kan dan besluit<strong>en</strong> dat de<br />

productie <strong>en</strong> consumptie van roggebrood e<strong>en</strong> publiek belang is. Daarmee wordt de<br />

vraag “wat is publiek belang” beantwoord. Vervolg<strong>en</strong>s beslist de overheid hoe ze<br />

het publiek belang het best kan behartig<strong>en</strong> <strong>en</strong> in die afweging kan ze besluit<strong>en</strong> om<br />

marktwerking in te schakel<strong>en</strong>. Ze kan e<strong>en</strong> heffing op wit brood legg<strong>en</strong> <strong>en</strong> roggebrood<br />

subsidiër<strong>en</strong> <strong>en</strong> vervolg<strong>en</strong>s de broodmarkt zijn werk lat<strong>en</strong> do<strong>en</strong>. Maar ze kan<br />

ook zelf roggebrood bakk<strong>en</strong> in staatsbakkerij<strong>en</strong>.<br />

De Calculus begint bij marktwerking die doorgaat tot alle wederzijds profijtelijke<br />

transacties tuss<strong>en</strong> marktpartij<strong>en</strong> zijn gerealiseerd <strong>en</strong> waardoor de sam<strong>en</strong>leving uiteindelijk<br />

belandt in e<strong>en</strong> efficiënte situatie waarbij niemand beter af kan word<strong>en</strong><br />

zonder iemand slechter af te mak<strong>en</strong>. De markt is echter niet efficiënt wanneer er<br />

sprake is van externe effect<strong>en</strong>. Er word<strong>en</strong> in het geval van negatieve externe effect<strong>en</strong><br />

teveel transacties afgeslot<strong>en</strong> die niet profijtelijk zijn <strong>voor</strong> de sam<strong>en</strong>leving <strong>en</strong> bij<br />

positieve externe effect<strong>en</strong> word<strong>en</strong> er te weinig profijtelijke transacties gerealiseerd.<br />

Volg<strong>en</strong>s de Calculus ontstaat dan e<strong>en</strong> publiek belang <strong>en</strong> daarmee e<strong>en</strong> taak <strong>voor</strong> de<br />

overheid.<br />

Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking zijn vage, haast mythische begripp<strong>en</strong> die tot eindeloze,<br />

ideologisch gelad<strong>en</strong> discussies kunn<strong>en</strong> voer<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> cruciale bijdrage van<br />

het WRR rapport <strong>en</strong> de Calculus is dat ze de discussie over publiek belang <strong>en</strong><br />

marktwerking hebb<strong>en</strong> verhelderd met name door de wat vraag expliciet te mak<strong>en</strong>:<br />

wanneer is wel <strong>en</strong> wanneer is ge<strong>en</strong> sprake van e<strong>en</strong> publiek belang? Desondanks<br />

d<strong>en</strong>k<strong>en</strong> we dat er lacunes zitt<strong>en</strong> in de b<strong>en</strong>adering van zowel de WRR als de Calculus.<br />

De b<strong>en</strong>adering van de WRR heeft als nadeel dat alles ‘publiek belang’ kan zijn<br />

waardoor het e<strong>en</strong> ongrijpbaar begrip wordt. De Calculus gaat niet ver g<strong>en</strong>oeg.<br />

Publiek belang is meer dan e<strong>en</strong> complex extern effect. Bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> is complex<br />

extern effect e<strong>en</strong> verzamelnaam <strong>voor</strong> verschill<strong>en</strong>de problem<strong>en</strong>. Door deze problem<strong>en</strong><br />

op e<strong>en</strong> hoop te gooi<strong>en</strong>, is het stur<strong>en</strong> in beleidsanalyses moeilijker.<br />

Het startpunt: markt of overheid<br />

Het maakt bij de afbak<strong>en</strong>ing van wat wel <strong>en</strong> ge<strong>en</strong> publieke belang<strong>en</strong> zijn uit of de


Baarsma & Theeuwes 25<br />

analyse start bij de markt of dat wordt gestart bij de overheid. De c<strong>en</strong>trale vraag in<br />

dit preadvies is: wat is het beste startpunt bij het afwegingsproces rond de borging<br />

van publieke belang<strong>en</strong>? Is dat de overheid, zoals de WRR bepleit? Of is dat de<br />

markt, zoals in de Calculus het geval is?<br />

In dit preadvies kijk<strong>en</strong> we of de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering, die start bij de<br />

markt, bruikbaar is om de discussie over maatschappelijk belang, publiek belang<br />

<strong>en</strong> marktwerking te structurer<strong>en</strong>. Het is zeker ge<strong>en</strong> perfecte b<strong>en</strong>adering, want er is<br />

uit de economische theorie noch uit e<strong>en</strong> andere sociaal wet<strong>en</strong>schappelijke discipline<br />

af te leid<strong>en</strong> wat de theoretisch perfecte balans is tuss<strong>en</strong> markt <strong>en</strong> overheid.<br />

Maar de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering leidt wel tot e<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het beleid consist<strong>en</strong>te<br />

aanpak.<br />

Het is ook ge<strong>en</strong> nieuwe b<strong>en</strong>adering. De aanzet tot de welvaartseconomie werd in<br />

1932 door Arthur Pigou gegev<strong>en</strong>. De welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering van<br />

marktwerking, marktfal<strong>en</strong> <strong>en</strong> publiek belang heeft e<strong>en</strong> sterk theoretisch karakter.<br />

Het theoretische bewijs dat marktwerking leidt tot optimale welvaart, begon bij<br />

het vermoed<strong>en</strong> van Adam Smith (1776) over de optimale werking van de onzichtbare<br />

hand <strong>en</strong> leidde uiteindelijk bijna tweehonderd jaar later tot het bewijs van het<br />

bestaan <strong>en</strong> van de optimaliteit van het algeme<strong>en</strong> ev<strong>en</strong>wicht van e<strong>en</strong> markteconomie<br />

(Arrow <strong>en</strong> Hahn, 1971). Dit bewijs is e<strong>en</strong> grootse intellectuele prestatie opgebouwd<br />

door g<strong>en</strong>eraties econom<strong>en</strong> <strong>en</strong> blijft nog steeds het doorslaggev<strong>en</strong>de wet<strong>en</strong>schappelijke<br />

argum<strong>en</strong>t <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> markteconomie.<br />

Wat wij in dit preadvies schrijv<strong>en</strong> is dus niet nieuw. De meeste econom<strong>en</strong> dreun<strong>en</strong><br />

het rijtje met vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> op alsof ze in de Duitse les de naamvall<strong>en</strong><br />

repeter<strong>en</strong>. Desalniettemin is het juist in deze tijd – waarin het begrip marktwerking<br />

gepolitiseerd is – van belang om zo helder mogelijk alle wet<strong>en</strong>schappelijke <strong>en</strong><br />

praktische argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> op te schrijv<strong>en</strong> van de welvaartseconomische aanpak.<br />

Omdat we in dit preadvies beargum<strong>en</strong>ter<strong>en</strong> dat de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering<br />

handvat<strong>en</strong> biedt <strong>voor</strong> het beleid van elke dag is het van groot belang om zo<br />

volledig <strong>en</strong> eerlijk mogelijk aan te gev<strong>en</strong> wat de afstand is tuss<strong>en</strong> theorie <strong>en</strong> praktijk<br />

<strong>en</strong> wat uiteindelijk de fundam<strong>en</strong>t<strong>en</strong> zijn van ons advies.<br />

Dit preadvies is ge<strong>en</strong> pleidooi <strong>voor</strong> marktwerking. We zi<strong>en</strong> marktwerking als e<strong>en</strong><br />

neutraal instrum<strong>en</strong>t, iets waar je niet <strong>voor</strong> of teg<strong>en</strong> kunt zijn, maar waar je in specifieke<br />

gevall<strong>en</strong> over de <strong>voor</strong>- <strong>en</strong> nadel<strong>en</strong> kunt discussiër<strong>en</strong>. Het is ook ge<strong>en</strong> doel<br />

op zich, maar e<strong>en</strong> middel bij de verwez<strong>en</strong>lijking van maatschappelijke <strong>en</strong> publieke<br />

belang<strong>en</strong> (<strong>en</strong> uiteindelijk welvaartsverhoging). We strev<strong>en</strong> met deze bijdrage e<strong>en</strong><br />

rationalisering van het marktwerkingdebat na. In Nederland, maar ook in andere<br />

Europese land<strong>en</strong>, is marktwerking uit de mode geraakt. Hierbij speelt e<strong>en</strong> rol dat<br />

marktwerking het eerst is ingevoerd in sector<strong>en</strong> waar dat het best mogelijk was (de<br />

netwerksector<strong>en</strong>). De marktwerkingoperaties die daarna zijn opgepakt, zoals in de<br />

zorgsector <strong>en</strong> de vrije beroep<strong>en</strong>, zijn lastiger <strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> rek<strong>en</strong><strong>en</strong> op meer weerstand<br />

<strong>en</strong> bijbehor<strong>en</strong>de lobbyactiviteit<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> laatste mogelijke red<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de stijg<strong>en</strong>de<br />

impopulariteit van marktwerking is dat het in de (semi-)publieke sector


26 Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking: Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> welvaartseconomische aanpak<br />

veelal als bezuinigingsoperatie wordt uitgevoerd. <strong>Marktwerking</strong> is iets anders dan<br />

bedrijfseconomische process<strong>en</strong> van bezuiniging, kost<strong>en</strong>besparing <strong>en</strong> prestatiecontrole<br />

binn<strong>en</strong> e<strong>en</strong> bedrijf of e<strong>en</strong> organisatie. Strakkere interne bedrijfsprocess<strong>en</strong><br />

kunn<strong>en</strong> het gevolg zijn van scherpere marktwerking, maar moet<strong>en</strong> daar wel van<br />

word<strong>en</strong> onderscheid<strong>en</strong>.<br />

Dit preadvies concludeert dat de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering van marktwerking<br />

<strong>en</strong> publiek belang e<strong>en</strong> bruikbaar uitgangspunt is <strong>voor</strong> het beleid. Daar<strong>voor</strong><br />

word<strong>en</strong> drie praktische argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> aangevoerd: de welvaarteconomische b<strong>en</strong>adering<br />

als organisatieschema (‘toolkit’), als norm <strong>en</strong> toetsingskader <strong>en</strong> als theoretisch<br />

kader <strong>voor</strong> kost<strong>en</strong>-bat<strong>en</strong>analyses. Maar er zijn ook andere – bij<strong>voor</strong>beeld<br />

empirische <strong>en</strong> ethische – argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> om het welvaartseconomische kader te kiez<strong>en</strong><br />

bij het definiër<strong>en</strong> van publieke belang<strong>en</strong>. Zo blijkt uit empirisch onderzoek dat<br />

marktwerking welvaartsverhog<strong>en</strong>d werkt in de praktijk <strong>en</strong> dat de keuze <strong>voor</strong> de<br />

prioriteit van de markt parallel loopt met het belang van de vrijheid <strong>en</strong> de autonomie<br />

van de burger.<br />

Alvor<strong>en</strong>s deze conclusie in §2.4 te trekk<strong>en</strong>, beginn<strong>en</strong> we dit preadvies in §2.2 met<br />

e<strong>en</strong> sam<strong>en</strong>vatting van de welvaarteconomische b<strong>en</strong>adering van de borging van het<br />

publiek belang. In deze b<strong>en</strong>adering wordt aangetoond dat marktwerking onder<br />

bepaalde <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> leidt tot e<strong>en</strong> (Pareto) optimale welvaart (§2.2.1). Aan de<br />

<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> die er <strong>voor</strong> zorg<strong>en</strong> dat e<strong>en</strong> marktsysteem de optimale welvaart realiseert,<br />

wordt niet altijd voldaan. Dan faalt de markt <strong>en</strong> ontstaat er e<strong>en</strong> gat tuss<strong>en</strong> het<br />

welvaartsniveau dat e<strong>en</strong> fal<strong>en</strong>de markt bereikt <strong>en</strong> het optimale niveau (§2.2.2).<br />

§2.3 geeft theoretische <strong>en</strong> praktische argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> waarom zowel overheid als<br />

markt op fundam<strong>en</strong>tele wijze fal<strong>en</strong>. Er zijn onvermijdelijke onvolmaakthed<strong>en</strong> in<br />

e<strong>en</strong> gem<strong>en</strong>gde markteconomie, zowel aan de kant van de overheid (§2.3.1) als aan<br />

de kant van de markt (§2.3.2). De ‘first best’ wereld bestaat niet, maar dat wil<br />

ge<strong>en</strong>szins zegg<strong>en</strong> dat de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering niet zinvol is. In paragraaf<br />

2.4 verzamel<strong>en</strong> we argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> die er <strong>voor</strong> pleit<strong>en</strong> om – hoe onvolmaakt<br />

ook – de welvaartseconomische route te volg<strong>en</strong> <strong>en</strong> beleidsmatig te beginn<strong>en</strong> bij<br />

marktwerking <strong>en</strong> publiek belang te definiër<strong>en</strong> als het fal<strong>en</strong> daarvan. We vind<strong>en</strong><br />

onvoldo<strong>en</strong>de argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de route die start bij de overheid, zoals de WRR die<br />

uitzet.<br />

2.2 De welvaarteconomische b<strong>en</strong>adering<br />

Onvervulde behoeftes in combinatie met schaarste aan tijd <strong>en</strong> middel<strong>en</strong> verplicht<strong>en</strong><br />

e<strong>en</strong> sam<strong>en</strong>leving om keuzes te mak<strong>en</strong>. Beslist moet word<strong>en</strong> wie wat gaat producer<strong>en</strong>,<br />

op welke manier er wordt geproduceerd <strong>en</strong> <strong>voor</strong> wie er wordt geproduceerd.<br />

De beslissing over de te producer<strong>en</strong> goeder<strong>en</strong> <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, over hoe <strong>en</strong> wie<br />

produceert <strong>en</strong> hoe de productie wordt verdeeld over de bevolking, wordt sam<strong>en</strong>gevat<br />

in de term “allocatie”.


Baarsma & Theeuwes 27<br />

Box 1: Publiek <strong>en</strong> maatschappelijk belang in e<strong>en</strong> not<strong>en</strong>dop<br />

We onderscheid<strong>en</strong> maatschappelijke <strong>en</strong> publieke belang<strong>en</strong>. <strong>Publieke</strong> belang<strong>en</strong> zijn maatschappelijke<br />

belang<strong>en</strong> die (mede) geborgd di<strong>en</strong><strong>en</strong> te word<strong>en</strong> door de overheid. Er kan<br />

sprake zijn van e<strong>en</strong> publiek belang als de markt faalt. Marktfal<strong>en</strong> hangt sam<strong>en</strong> met e<strong>en</strong><br />

gebrek aan concurr<strong>en</strong>tie, informatieproblem<strong>en</strong> (onbek<strong>en</strong>de informatie of te weinig prikkel<br />

om informatie te op<strong>en</strong>bar<strong>en</strong>), ongeprijsde nev<strong>en</strong>effect<strong>en</strong> van productie <strong>en</strong> consumptie<br />

(externe effect<strong>en</strong>) <strong>en</strong> goeder<strong>en</strong> <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> waar m<strong>en</strong> niet van kan word<strong>en</strong> uitgeslot<strong>en</strong> <strong>en</strong>/<br />

of m<strong>en</strong> niet bereid is om op individuele basis <strong>voor</strong> de te betal<strong>en</strong> (publieke goeder<strong>en</strong>). Ook<br />

kan e<strong>en</strong> publiek belang spel<strong>en</strong> als sprake is van prohibitief hoge transactiekost<strong>en</strong> waardoor<br />

welvaartsverhog<strong>en</strong>de transacties niet van de grond kom<strong>en</strong> (bij<strong>voor</strong>beeld: schadevergoeding<br />

<strong>voor</strong> geluidhinder rond Schiphol). Publiek belang is echter meer dan alle<strong>en</strong> fal<strong>en</strong>de<br />

markt<strong>en</strong>. Ze kunn<strong>en</strong> ook ontstaan als gevolg van politieke motiev<strong>en</strong>: welvaart herverdel<strong>en</strong><br />

of paternalisme.<br />

Zoals gezegd: er kan sprake zijn van e<strong>en</strong> publiek belang als de markt faalt, maar het hoeft<br />

niet. Overheidsingrijp<strong>en</strong> om het publiek belang te borg<strong>en</strong> is alle<strong>en</strong> aan de orde als de kost<strong>en</strong><br />

van haar ingrijp<strong>en</strong> opweg<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> de bat<strong>en</strong> (in term<strong>en</strong> van welvaart).<br />

Het maatschappelijk belang is gedi<strong>en</strong>d indi<strong>en</strong> de beperkte middel<strong>en</strong> <strong>en</strong> de aanwezig<br />

k<strong>en</strong>nis word<strong>en</strong> ingezet om die goeder<strong>en</strong> <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> te producer<strong>en</strong> die de<br />

behoeft<strong>en</strong> van de burgers, gegev<strong>en</strong> hun <strong>voor</strong>keur<strong>en</strong>, op de best mogelijke manier<br />

bevredig<strong>en</strong>. Het is in het maatschappelijk belang als e<strong>en</strong> allocatie tot stand komt<br />

waardoor met de beperkte middel<strong>en</strong> e<strong>en</strong> maatschappelijk optimale welvaartsverdeling<br />

wordt gerealiseerd.<br />

In deze paragraaf werk<strong>en</strong> we de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering van maatschappelijk<br />

<strong>en</strong> publiek belang uit. Box 1 geeft het verschil in e<strong>en</strong> not<strong>en</strong>dop weer.<br />

In §2.2.1 beschrijv<strong>en</strong> we de relatie tuss<strong>en</strong> marktwerking <strong>en</strong> maatschappelijke optimale<br />

welvaartsverdeling <strong>en</strong> leid<strong>en</strong> daaruit e<strong>en</strong> concrete definitie af <strong>voor</strong> het begrip<br />

“maatschappelijk belang”. <strong>Marktwerking</strong> leidt niet altijd tot de maatschappelijk<br />

optimale welvaartsverdeling. Het fal<strong>en</strong> van de markt komt aan bod in §2.2.2. Door<br />

het fal<strong>en</strong> van de markt ontstaat er mogelijk e<strong>en</strong> rol <strong>voor</strong> de overheid om in te grijp<strong>en</strong>.<br />

Dit is de basis van de welvaarteconomische definitie van publiek belang.<br />

2.2.1 <strong>Marktwerking</strong>, maatschappelijk optimale welvaart <strong>en</strong><br />

maatschappelijk belang<br />

Er zijn verschill<strong>en</strong>de economische system<strong>en</strong> mogelijk 3 . De overheid kan zich<br />

rechtstreeks bemoei<strong>en</strong> met de meeste of e<strong>en</strong> deel van de allocatiebeslissing<strong>en</strong> of ze<br />

kan het aan de markt overlat<strong>en</strong>. De meest verregaande vorm van overheidsbemoei<strong>en</strong>is<br />

is e<strong>en</strong> planeconomie waarin productie, distributie <strong>en</strong> investering<strong>en</strong> c<strong>en</strong>traal<br />

word<strong>en</strong> geregeld. ‘<strong>Marktwerking</strong>’ of ‘de markt’ is e<strong>en</strong> economisch systeem waar-<br />

3 Niet alle allocatiemechanism<strong>en</strong> kom<strong>en</strong> hier in detail aan bod. Bij<strong>voor</strong>beeld veiling<strong>en</strong> (radiofrequ<strong>en</strong>-<br />

Niet alle allocatiemechanism<strong>en</strong> kom<strong>en</strong> hier in detail aan bod. Bij<strong>voor</strong>beeld veiling<strong>en</strong> (radiofrequ<strong>en</strong>ties<br />

<strong>en</strong> visafslag), wachtrij<strong>en</strong> <strong>en</strong> punt<strong>en</strong>system<strong>en</strong> (<strong>voor</strong> sociale huurwoning<strong>en</strong>), budgett<strong>en</strong> (tijdsbudgett<strong>en</strong>,<br />

materiële budgett<strong>en</strong> <strong>en</strong> financiële budgett<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de allocatie binn<strong>en</strong> bedrijv<strong>en</strong> <strong>en</strong> organisaties) <strong>en</strong><br />

norm<strong>en</strong> <strong>en</strong> gewoontes (eerste vat nieuwe haring gaat naar Koningin). De hier besprok<strong>en</strong> “markt” <strong>en</strong><br />

“overheid” staan <strong>voor</strong> de twee oervorm<strong>en</strong> van het allocatiemechanisme.


28 Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking: Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> welvaartseconomische aanpak<br />

bij prijz<strong>en</strong> e<strong>en</strong> c<strong>en</strong>trale rol vervull<strong>en</strong> bij het oploss<strong>en</strong> van de allocatievrag<strong>en</strong>. In de<br />

gem<strong>en</strong>gde economie houdt de overheid zich met sommige allocatiebeslissing<strong>en</strong><br />

bezig <strong>en</strong> laat andere over aan de markt. In het deel waar de overheid zich mee<br />

bemoeit wordt gebruik gemaakt van budgett<strong>en</strong> (bij<strong>voor</strong>beeld het bedrag dat per<br />

jaar aan de zorg mag word<strong>en</strong> besteed). In e<strong>en</strong> democratie word<strong>en</strong> deze budgett<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> daarmee de oplossing van het allocatievraagstuk in het politieke proces door de<br />

volksverteg<strong>en</strong>woordiging vastgesteld.<br />

De planeconomie, de markteconomie <strong>en</strong> de gem<strong>en</strong>gde economie <strong>en</strong> elk ander economisch<br />

systeem resulteert in e<strong>en</strong> bepaalde allocatie. Vilfredo Pareto formuleerde<br />

criteria waarmee de kwaliteit van de resulter<strong>en</strong>de allocatie kan word<strong>en</strong> beoordeeld.<br />

E<strong>en</strong> allocatie die aan de Pareto criteria voldoet staat bek<strong>en</strong>d als e<strong>en</strong> Pareto efficiënte<br />

allocatie (ook g<strong>en</strong>oemd Pareto optimaliteit of Pareto efficiëntie).<br />

E<strong>en</strong> allocatie is Pareto efficiënt wanneer het niet meer mogelijk is om door herallocatie<br />

het welvaartsniveau van e<strong>en</strong> individu te verhog<strong>en</strong> zonder dat dit t<strong>en</strong> koste<br />

gaat van het welvaartsniveau van e<strong>en</strong> ander. E<strong>en</strong> Pareto efficiënte allocatie betek<strong>en</strong>t<br />

dat de productiemiddel<strong>en</strong> (arbeid, kapitaal, natuurlijke hulpmiddel<strong>en</strong>,<br />

beschikbare k<strong>en</strong>nis) optimaal verdeeld zijn over de bedrijv<strong>en</strong>, dat het optimale<br />

goeder<strong>en</strong>- <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>pakket wordt geproduceerd <strong>en</strong> dat de goeder<strong>en</strong>- <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

optimaal word<strong>en</strong> verdeeld over de huishoud<strong>en</strong>s. Dit betek<strong>en</strong>t dat er ge<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de<br />

hand ligg<strong>en</strong>de welvaartverbetering<strong>en</strong> word<strong>en</strong> verspild. Pareto efficiëntie houdt<br />

ook in dat alle productiemiddel<strong>en</strong> zijn ingezet (er is ge<strong>en</strong> werkloosheid of onderb<strong>en</strong>utting)<br />

<strong>en</strong> dat de meest geavanceerde k<strong>en</strong>nis is gebruikt.<br />

Eerste fundam<strong>en</strong>tele welvaartstheorema<br />

Aangetoond kan word<strong>en</strong> dat onder ideale omstandighed<strong>en</strong> marktwerking resulteert<br />

in e<strong>en</strong> Pareto optimale allocatie van de aanwezige middel<strong>en</strong> <strong>en</strong> gebruik van<br />

de beschikbare k<strong>en</strong>nis. Deze eig<strong>en</strong>schap van het marktsysteem staat bek<strong>en</strong>d als het<br />

eerste fundam<strong>en</strong>tele welvaartstheorema.<br />

Het cruciale mechanisme van de markteconomie zijn de prijz<strong>en</strong>. Bedrijv<strong>en</strong> word<strong>en</strong><br />

in hun productie <strong>en</strong> investeringsbeslissing<strong>en</strong> gestuurd door de prijz<strong>en</strong> van de goeder<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>. Stel dat er tekort<strong>en</strong> ontstaan omdat de consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> bij de geld<strong>en</strong>de<br />

prijs meer will<strong>en</strong> bested<strong>en</strong> dan wordt geproduceerd. Dan zull<strong>en</strong> de prijz<strong>en</strong><br />

van die product<strong>en</strong> to<strong>en</strong>em<strong>en</strong> t<strong>en</strong> opzichte van de prijz<strong>en</strong> andere product<strong>en</strong>. Hoge<br />

prijz<strong>en</strong> bied<strong>en</strong> bedrijv<strong>en</strong> mogelijkhed<strong>en</strong> om meer winst te realiser<strong>en</strong> <strong>en</strong> dat prikkelt<br />

h<strong>en</strong> om meer van de door de consum<strong>en</strong>t gewilde product<strong>en</strong> te lever<strong>en</strong>. Bij<br />

overschott<strong>en</strong> dal<strong>en</strong> de relatieve prijz<strong>en</strong> <strong>en</strong> dat prikkelt de produc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> om minder<br />

van die product<strong>en</strong> te producer<strong>en</strong>. Deze aanpassing<strong>en</strong> gaan door tot de overschott<strong>en</strong><br />

of tekort<strong>en</strong> zijn opgelost <strong>en</strong> de productiemiddel<strong>en</strong> precies in de goede verhouding<br />

word<strong>en</strong> ingezet <strong>voor</strong> de productie van die goeder<strong>en</strong> <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> die de consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

will<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong>. Indi<strong>en</strong> er ge<strong>en</strong> overschott<strong>en</strong> of tekort<strong>en</strong> meer zijn, dan zijn alle<br />

markt<strong>en</strong> in ev<strong>en</strong>wicht <strong>en</strong> zijn alle Pareto optimale verbetering<strong>en</strong> uitgeput <strong>en</strong> is de<br />

Pareto optimale allocatie bereikt.<br />

Het prijsmechanisme zorgt er<strong>voor</strong> dat e<strong>en</strong> herschikking van de productiemiddel<strong>en</strong>


Baarsma & Theeuwes 29<br />

of van de sam<strong>en</strong>stelling <strong>en</strong> verdeling van de productie over de burgers niet meer<br />

zal leid<strong>en</strong> tot e<strong>en</strong> Pareto verbetering. Dit k<strong>en</strong>merk wordt aangeduid met de term<br />

productieve <strong>en</strong> allocatieve efficiëntie (tezam<strong>en</strong> statische efficiëntie).<br />

In de jar<strong>en</strong> dertig is er tuss<strong>en</strong> econom<strong>en</strong> int<strong>en</strong>s gediscussieerd over de merites van<br />

e<strong>en</strong> planeconomie versus e<strong>en</strong> markteconomie, met de socialistische econom<strong>en</strong><br />

Oskar Lange, Abba Lerner <strong>en</strong> Fred Taylor aan de <strong>en</strong>e kant <strong>en</strong> de (Oost<strong>en</strong>rijkse)<br />

markteconom<strong>en</strong> Ludwig von Mises <strong>en</strong> Friedrich Hayek aan de andere kant. E<strong>en</strong><br />

belangrijk inzicht uit de economische discussies van de jar<strong>en</strong> dertig is dat e<strong>en</strong><br />

socialistische planeconomie ook tot e<strong>en</strong> Pareto optimale situatie leidt op <strong>voor</strong>waarde<br />

dat de planafdeling het prijsmechanisme imiteerde om de allocatie te regel<strong>en</strong>.<br />

“Market socialism” is de label <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> economische ord<strong>en</strong>ing die planelem<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> prijselem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> combineert. E<strong>en</strong> marktsocialistisch systeem is ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s<br />

(onder bepaalde <strong>voor</strong>waarde) Pareto optimaal.<br />

In de discussie over de markt <strong>en</strong> het plan uit die jar<strong>en</strong> speelt het verschil in informatie<br />

dat nodig is om beide system<strong>en</strong> te lat<strong>en</strong> werk<strong>en</strong> e<strong>en</strong> c<strong>en</strong>trale rol. Het argum<strong>en</strong>t<br />

van Hayek waarmee de discussie to<strong>en</strong> min of meer werd beslecht, heeft te<br />

mak<strong>en</strong> met de informatie<strong>voor</strong>del<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> markteconomie. In e<strong>en</strong> markteconomie<br />

zit volg<strong>en</strong>s Hayek alle informatie die nodig is om de economische beslissing<strong>en</strong><br />

te coördiner<strong>en</strong> in de marktprijz<strong>en</strong>. Prijz<strong>en</strong> prikkel<strong>en</strong> consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>en</strong> produc<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

tot het oploss<strong>en</strong> van overschott<strong>en</strong> of tekort<strong>en</strong>. De <strong>en</strong>ige informatie die nodig<br />

is om e<strong>en</strong> markteconomie te lat<strong>en</strong> werk<strong>en</strong> is e<strong>en</strong> prijslijst. In e<strong>en</strong> socialistische<br />

economie moet het planbureau alle informatie over productiemogelijkhed<strong>en</strong> van<br />

bedrijv<strong>en</strong> <strong>en</strong> over de <strong>voor</strong>keur<strong>en</strong> van de consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> verzamel<strong>en</strong> <strong>en</strong> op basis daarvan<br />

de correcte schaduwprijz<strong>en</strong> berek<strong>en</strong><strong>en</strong>. De markt heeft het <strong>voor</strong>deel dat beslissing<strong>en</strong><br />

dec<strong>en</strong>traal door consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>en</strong> produc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> word<strong>en</strong> g<strong>en</strong>om<strong>en</strong>.<br />

Indi<strong>en</strong> prijz<strong>en</strong> inderdaad voldo<strong>en</strong>de zijn om bedrijv<strong>en</strong> <strong>en</strong> huishoud<strong>en</strong>s tot Pareto<br />

optimale productie- <strong>en</strong> consumptie beslissing<strong>en</strong> te leid<strong>en</strong>, dan is daarmee e<strong>en</strong> zeer<br />

sterk welvaartsargum<strong>en</strong>t gegev<strong>en</strong> <strong>voor</strong> marktwerking. Indi<strong>en</strong> prijz<strong>en</strong> onvoldo<strong>en</strong>de<br />

informatie bevatt<strong>en</strong> om optimale beslissing<strong>en</strong> te nem<strong>en</strong> dan leidt dit tot e<strong>en</strong> fal<strong>en</strong><br />

van de markt. Informatiegebrek<strong>en</strong> <strong>en</strong> andere vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> zijn het onderwerp<br />

van §2.2.2.<br />

Tweede fundam<strong>en</strong>tele welvaartstheorema<br />

De Pareto optimale allocatie tot stand gebracht door het marktmechanisme leidt<br />

tot e<strong>en</strong> bepaalde verdeling van goeder<strong>en</strong> <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> over de burgers <strong>en</strong> daarmee<br />

tot e<strong>en</strong> maatschappelijke welvaartsverdeling. Die welvaartsverdeling wordt in<br />

belangrijke mate bepaald door de initiële verdeling van arbeidspot<strong>en</strong>tieel, hulpmiddel<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> kapitaalgoeder<strong>en</strong> over de bevolking. Iemand die aan het begin van de<br />

markt beschikt over waardevolle schaarse vaardighed<strong>en</strong> kan op de arbeidsmarkt<br />

e<strong>en</strong> hoger inkom<strong>en</strong> afdwing<strong>en</strong> <strong>en</strong> beschikt daarmee over ruime bestedingsmogelijkhed<strong>en</strong><br />

op de goeder<strong>en</strong> <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>markt<strong>en</strong>. Indi<strong>en</strong> ouder<strong>en</strong> over meer kapitaal<br />

<strong>en</strong> productieve arbeid beschikk<strong>en</strong> dan jonger<strong>en</strong> dan leidt e<strong>en</strong> marktsysteem er toe<br />

dat de ouder<strong>en</strong> in de finale allocatie over meer inkom<strong>en</strong> beschikk<strong>en</strong> <strong>en</strong> dat er meer<br />

dikke warme trui<strong>en</strong> word<strong>en</strong> geproduceerd dan naveltruitjes.


30 Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking: Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> welvaartseconomische aanpak<br />

E<strong>en</strong> andere initiële verdeling leidt tot e<strong>en</strong> andere Pareto optimale allocatie <strong>en</strong> tot<br />

e<strong>en</strong> andere welvaartsverdeling. De uiteindelijke welvaartsverdeling die tot stand<br />

komt nadat de markt zijn werk heeft gedaan is vanzelfsprek<strong>en</strong>d Pareto optimaal<br />

(want anders zou het mogelijk zijn om de welvaart van sommige burgers te verhog<strong>en</strong><br />

zonder dat dit t<strong>en</strong> koste gaat van andere burgers). Maar e<strong>en</strong> Pareto optimale<br />

verdeling kan nog altijd ongelijker zijn dan de sam<strong>en</strong>leving w<strong>en</strong>st. Hoe de maatschappelijk<br />

optimale welvaartsverdeling eruit ziet, is e<strong>en</strong> keuze die de sam<strong>en</strong>leving<br />

via het politieke proces zal mak<strong>en</strong>.<br />

Heeft e<strong>en</strong> sam<strong>en</strong>leving beslot<strong>en</strong> hoe de maatschappelijk optimale welvaartsverdeling<br />

er uitziet, dan kan marktwerking word<strong>en</strong> ingezet om dat te bereik<strong>en</strong>. Vanuit de<br />

gew<strong>en</strong>ste maatschappelijke optimale welvaartsverdeling kan word<strong>en</strong> teruggerek<strong>en</strong>d<br />

naar die initiële verdeling van middel<strong>en</strong> die daarbij hoort <strong>en</strong> vervolg<strong>en</strong>s doet<br />

marktwerking de rest. Dit resultaat staat bek<strong>en</strong>d als het tweede fundam<strong>en</strong>tele welvaartstheorema.<br />

Ook als aan alle <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> Pareto-efficiënte uitkomst<br />

van e<strong>en</strong> markteconomie is voldaan, kan er nog e<strong>en</strong> rol zijn <strong>voor</strong> de overheid. Het<br />

tweede welvaartstheorema gaat zowel over efficiëntie als over rechtvaardigheid:<br />

zonder concessie te do<strong>en</strong> aan efficiëntie kan toch e<strong>en</strong> rechtvaardige verdeling word<strong>en</strong><br />

bereikt.<br />

Stel dat de overheid e<strong>en</strong> gew<strong>en</strong>ste finale verdeling van goeder<strong>en</strong> <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> of e<strong>en</strong><br />

gew<strong>en</strong>ste inkom<strong>en</strong>sverdeling heeft bepaald, dan kan ze vervolg<strong>en</strong>s berek<strong>en</strong><strong>en</strong> wat<br />

de initiële verdeling moet zijn waarmee dat kan word<strong>en</strong> bereikt. Het overheidsbeleid<br />

zou er dan uit bestaan dat de overheid, gebruik mak<strong>en</strong>d van heffing<strong>en</strong> <strong>en</strong> uitkering<strong>en</strong><br />

die de consumptie <strong>en</strong> productiebeslissing<strong>en</strong> niet aantast<strong>en</strong> (meestal wordt<br />

hiernaar verwez<strong>en</strong> als ‘lump sum’ heffing<strong>en</strong> <strong>en</strong> uitkering<strong>en</strong>), de bestaande initiële<br />

verdeling verandert in de gew<strong>en</strong>ste initiële verdeling <strong>en</strong> vervolg<strong>en</strong>s de markt zijn<br />

werk laat do<strong>en</strong>. Aan het eind van de rit komt dan e<strong>en</strong> allocatie die én Pareto optimaal<br />

is én voldoet aan de gew<strong>en</strong>ste verdeling 4 .<br />

Definitie van maatschappelijk belang<br />

De uitgangspositie kan op oneindig veel manier<strong>en</strong> word<strong>en</strong> ingevuld. Er zijn oneindig<br />

veel initiële verdeling<strong>en</strong> mogelijk die allemaal na werking van de markt leid<strong>en</strong><br />

tot e<strong>en</strong> Pareto optimale allocatie <strong>en</strong> e<strong>en</strong> daarbij hor<strong>en</strong>de maatschappelijke welvaartverdeling.<br />

De sam<strong>en</strong>leving kiest uit al die mogelijke allocaties de maatschappelijk<br />

optimale. Dit is dan volg<strong>en</strong>s de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering de verdeling<br />

die het maatschappelijk belang verteg<strong>en</strong>woordigt.<br />

De optimale maatschappelijke welvaart is e<strong>en</strong> (niet negatieve) functie van de individuele<br />

welvaartsniveaus van alle led<strong>en</strong> van de sam<strong>en</strong>leving (nu <strong>en</strong> in de toekomst).<br />

De individuele welvaart omvat alles wat e<strong>en</strong> persoon belangrijk vindt. Het gaat<br />

4 Net als <strong>voor</strong> het eerste geld<strong>en</strong> ook <strong>voor</strong> het tweede welvaartstheorema <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>. Er moet bij<strong>voor</strong>-<br />

Net als <strong>voor</strong> het eerste geld<strong>en</strong> ook <strong>voor</strong> het tweede welvaartstheorema <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>. Er moet bij<strong>voor</strong>beeld<br />

sprake zijn van convexe indiffer<strong>en</strong>tiecurv<strong>en</strong>: naarmate iemand meer dikke trui<strong>en</strong> heeft zal hij<br />

minder <strong>en</strong> minder broek<strong>en</strong> op will<strong>en</strong> offer<strong>en</strong> om nog e<strong>en</strong> extra trui te krijg<strong>en</strong>. Dit is e<strong>en</strong> logisch gevolg<br />

van de aanname van afnem<strong>en</strong>d gr<strong>en</strong>snut.


Baarsma & Theeuwes 31<br />

daarbij om e<strong>en</strong> ruim gedefinieerd begrip van welvaart: niet alle<strong>en</strong> materiële <strong>en</strong><br />

financiële aspect<strong>en</strong>, maar alles wat m<strong>en</strong>s<strong>en</strong> belangrijk vind<strong>en</strong>, zoals e<strong>en</strong> schoon<br />

milieu, e<strong>en</strong> veilige omgeving, de welvaart van toekomstige g<strong>en</strong>eraties <strong>en</strong> e<strong>en</strong> aanvaardbare<br />

inkom<strong>en</strong>sverdeling 5 .<br />

Binn<strong>en</strong> de economie staat de functie die de relatie legt tuss<strong>en</strong> de individuele <strong>en</strong> het<br />

maatschappelijke welvaartsniveau bek<strong>en</strong>d als de maatschappelijke welvaartsfunctie<br />

(Bergson, 1938). De optimale maatschappelijke welvaart is de uitkomst van het<br />

maximaliser<strong>en</strong> van de maatschappelijke welvaartsfunctie gegev<strong>en</strong> de middel<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

k<strong>en</strong>nis waarover de sam<strong>en</strong>leving beschikt. Uit de oneindig aantal door de markt<br />

geg<strong>en</strong>ereerde Pareto optimale allocaties wordt dieg<strong>en</strong>e gekoz<strong>en</strong> die de maatschappelijke<br />

welvaart maximaliseert. Door herverdeling wordt de daarbij hor<strong>en</strong>de initiele<br />

verdeling tot stand gebracht (tweede welvaartstheorema). De markt doet vervolg<strong>en</strong>s<br />

zijn werk <strong>en</strong> leidt tot die Pareto optimale allocatie (eerste welvaartstheorema)<br />

die de maatschappelijke welvaart maximaliseert <strong>en</strong> het maatschappelijk belang<br />

realiseert. Dit klinkt als e<strong>en</strong> abstract mathematisch programma maar deze strikte<br />

specificatie geeft aan dat maatschappelijk belang gevond<strong>en</strong> wordt in de balans van<br />

wat we will<strong>en</strong>, namelijk e<strong>en</strong> zo hoog mogelijke maatschappelijke welvaart gebaseerd<br />

op welvaart van de burgers, <strong>en</strong> wat we kunn<strong>en</strong> met de beperkte middel<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

k<strong>en</strong>nis waarover we beschikk<strong>en</strong>.<br />

E<strong>en</strong> vaak gebruikte specificatie van de maatschappelijke welvaartsfunctie is de<br />

utilitaristische of B<strong>en</strong>thamiaanse welvaartsfunctie waarbij de maatschappelijke<br />

welvaart W wordt gedefinieerd als de gewog<strong>en</strong> som van alle individuele welvaartsfuncties:<br />

W = ∑ i l i w i met l i ≥ 0 <strong>en</strong> waarbij w i staat <strong>voor</strong> het individuele welvaartsniveau<br />

van persoon i in de sam<strong>en</strong>leving (i = 1,n). E<strong>en</strong> andere vorm is gerelateerd<br />

aan het filosofisch werk van John Rawls <strong>en</strong> wordt de max-min maatschappelijke<br />

welvaartsfunctie g<strong>en</strong>oemd. In de max-min welvaartsfunctie is het maatschappelijk<br />

optimum verbond<strong>en</strong> aan het maximaliser<strong>en</strong> van de welvaart van de burger(s) met<br />

het laagste welvaartsniveau: max W = max min (w 1 , w 2 ,…,w n ). Welke maatschappelijke<br />

welvaartsfunctie relevant is, is e<strong>en</strong> politieke keuze.<br />

2.2.2 Marktfal<strong>en</strong> <strong>en</strong> publiek belang<br />

Onder ideale omstandighed<strong>en</strong> kan het economische systeem zo georganiseerd<br />

word<strong>en</strong> dat met behulp van marktwerking de optimale maatschappelijke welvaart<br />

wordt bereikt <strong>en</strong> het maatschappelijk belang wordt gedi<strong>en</strong>d. De omstandighed<strong>en</strong><br />

zijn nooit ideaal <strong>en</strong> in die zin is de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering van maat-<br />

5 Vaak wordt de term welzijn gebruikt <strong>voor</strong> het breed gedefinieerde begrip welvaart. Louis Kaplow <strong>en</strong><br />

Stev<strong>en</strong> Shavell (2002) beargum<strong>en</strong>ter<strong>en</strong> dat de individuele welvaart ook afhangt van de <strong>voor</strong>keur die<br />

iemand heeft <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> rechtvaardige inkom<strong>en</strong>sverdeling. Het realiser<strong>en</strong> van optimale welvaart houdt in<br />

dat gevolg wordt gegev<strong>en</strong> aan de individuele <strong>voor</strong>keur<strong>en</strong> <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> rechtvaardige verdeling. In dat geval<br />

verdwijnt de teg<strong>en</strong>stelling tuss<strong>en</strong> rechtvaardigheid <strong>en</strong> doelmatigheid. Alle<strong>en</strong> wanneer door de overheid<br />

van bov<strong>en</strong>af e<strong>en</strong> verdeling wordt opgelegd die niet correspondeert met wat individuele burgers will<strong>en</strong>,<br />

ontstaat er in hun argum<strong>en</strong>tatie e<strong>en</strong> teg<strong>en</strong>stelling tuss<strong>en</strong> “fairness” <strong>en</strong> “welfare”.


32 Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking: Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> welvaartseconomische aanpak<br />

schappelijk belang niet realistisch. Deze b<strong>en</strong>adering heeft echter belangrijke <strong>voor</strong>del<strong>en</strong>.<br />

In de maatschappelijke discussie is niet altijd duidelijk wat precies met<br />

maatschappelijk belang wordt bedoeld. De welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering<br />

geeft e<strong>en</strong> concrete invulling <strong>en</strong> specificeert e<strong>en</strong> programma om het maatschappelijk<br />

belang te realiser<strong>en</strong>. Bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> kan op basis van deze aanpak word<strong>en</strong> geïd<strong>en</strong>tificeerd<br />

wanneer <strong>en</strong> waarom in de praktijk niet aan het ideaal wordt voldaan <strong>en</strong> de<br />

markt faalt. In die instanties waar de markt faalt, wordt het maatschappelijk belang<br />

niet meer gedi<strong>en</strong>d. Dit zou aanleiding kunn<strong>en</strong> zijn <strong>voor</strong> de overheid om het marktfal<strong>en</strong><br />

te corriger<strong>en</strong>. Marktfal<strong>en</strong> leidt dan tot e<strong>en</strong> publiek belang.<br />

Marktfal<strong>en</strong> doet zich <strong>voor</strong> wanneer het prijsmechanisme er niet in slaagt om e<strong>en</strong><br />

Pareto optimale allocatie te realiser<strong>en</strong>. In principe kan de overheid dan instapp<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> er alsnog <strong>voor</strong> zorg<strong>en</strong> dat Pareto optimaliteit tot stand komt. Meestal word<strong>en</strong><br />

vier klassieke vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> onderscheid<strong>en</strong>. Mogelijk kan werkloosheid<br />

daar als vijfde instantie aan word<strong>en</strong> toegevoegd.<br />

In het <strong>voor</strong>gaande wordt ervan uitgegaan dat marktwerking e<strong>en</strong> mechanisme is dat<br />

spontaan tot stand komt <strong>en</strong> verder ge<strong>en</strong> kost<strong>en</strong> in zich draagt 6 , maar in e<strong>en</strong> moderne<br />

markteconomie is meer nodig. Er zijn twee ess<strong>en</strong>tiële <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>. T<strong>en</strong> eerste<br />

bestaat de markt bij de gratie van e<strong>en</strong> rechtssysteem. T<strong>en</strong> tweede zijn er kost<strong>en</strong><br />

verbond<strong>en</strong> aan het marktmechanisme. We behandel<strong>en</strong> deze <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> onder het<br />

kopje “contract<strong>en</strong> <strong>en</strong> transactiekost<strong>en</strong>”. Dan volgt e<strong>en</strong> bespreking van marktfal<strong>en</strong><br />

onder het kopje “vier tot vijf klassieke gevall<strong>en</strong>”. Vervolg<strong>en</strong>s gaan we in op het<br />

overheidsbeleid tot herstel van de Pareto optimale allocatie in §2.2.3.<br />

Contract<strong>en</strong> <strong>en</strong> transactiekost<strong>en</strong><br />

Markt<strong>en</strong> waarin goeder<strong>en</strong> <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> word<strong>en</strong> verhandeld kunn<strong>en</strong> niet bestaan<br />

zonder eig<strong>en</strong>domsrecht<strong>en</strong> <strong>en</strong> e<strong>en</strong> juridisch systeem dat eig<strong>en</strong>domsrecht<strong>en</strong> erk<strong>en</strong>t.<br />

Opdat de markt goed kan werk<strong>en</strong> als e<strong>en</strong> allocatiemechanisme is het van ess<strong>en</strong>tieel<br />

belang dat rechtszekerheid <strong>en</strong> de mogelijkheid om bind<strong>en</strong>de afsprak<strong>en</strong> te mak<strong>en</strong><br />

(contractrecht) bestaan. Rechtszekerheid verbiedt de overheid of andere partij<strong>en</strong><br />

om zomaar eig<strong>en</strong>dom van ander<strong>en</strong> in bezit nem<strong>en</strong>. Zonder rechtszekerheid heeft<br />

privaat eig<strong>en</strong>dom ge<strong>en</strong> waarde <strong>en</strong> daarmee is rechtszekerheid de basis <strong>voor</strong> e<strong>en</strong><br />

goedlop<strong>en</strong>de economie <strong>en</strong> <strong>voor</strong> stabiele sociale relaties. Rechtszekerheid hangt<br />

sam<strong>en</strong> met het vastlegg<strong>en</strong> <strong>en</strong> garander<strong>en</strong> van eig<strong>en</strong>domsrecht<strong>en</strong>. Ervan uitgaande<br />

dat de kost<strong>en</strong> van de inrichting van e<strong>en</strong> rechtssysteem met eig<strong>en</strong>domsrecht<strong>en</strong> lager<br />

zijn dan de kost<strong>en</strong> van bescherming van bezit door macht <strong>en</strong> geweld in e<strong>en</strong> situatie<br />

van anarchie, dan is er volg<strong>en</strong>s Nozick (1974) wederom e<strong>en</strong> ‘onzichtbare hand’ die<br />

er <strong>voor</strong> zorgt dat er e<strong>en</strong> coöperatieve organisatie tot stand komt die eig<strong>en</strong>domsrecht<strong>en</strong><br />

beschermt. De omvang van deze coalitie hangt mede af van de schaal<strong>voor</strong>del<strong>en</strong><br />

in de collectieve bescherming van individuele eig<strong>en</strong>domsrecht<strong>en</strong>. Hoe dan<br />

ook tot stand gekom<strong>en</strong>, goed gedefinieerde eig<strong>en</strong>domsrecht<strong>en</strong> zijn net als het<br />

bestaan van contractrecht noodzakelijk <strong>voor</strong> marktwerking.<br />

6 Zie Bradford (1945) <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> beschrijving van hoe spontaan e<strong>en</strong> marktwerking ontstond in e<strong>en</strong><br />

krijgsgevang<strong>en</strong>kamp tijd<strong>en</strong>s de laatste wereldoorlog.


Baarsma & Theeuwes 33<br />

Eig<strong>en</strong>lijk zijn het rechtssysteem zelf <strong>en</strong> de interne (politie) <strong>en</strong> externe (leger)<br />

bescherming van het rechtssysteem klassieke <strong>voor</strong>beeld<strong>en</strong> van publieke goeder<strong>en</strong>.<br />

<strong>Publieke</strong> goeder<strong>en</strong> word<strong>en</strong> hieronder behandeld als e<strong>en</strong> van de vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong>.<br />

<strong>Publieke</strong> goeder<strong>en</strong> zijn dus ook verbond<strong>en</strong> met het ontstaan van de overheid.<br />

E<strong>en</strong> tweede belangrijke vraag is of markt<strong>en</strong> überhaupt haalbaar zijn als allocatiemechanisme.<br />

Er kunn<strong>en</strong> on overkomelijke moeilijkhed<strong>en</strong> zijn om eig<strong>en</strong>domsrecht<strong>en</strong><br />

te bepal<strong>en</strong> of om complete contract<strong>en</strong> af te sluit<strong>en</strong>. In dergelijke gevall<strong>en</strong><br />

waarin de transactiekost<strong>en</strong> te hoog zijn, moet de markt mete<strong>en</strong> als mogelijk allocatiemechanisme<br />

uitgeslot<strong>en</strong> word<strong>en</strong>. Transactiekost<strong>en</strong> zijn alle vorm<strong>en</strong> van kost<strong>en</strong><br />

van transacties <strong>en</strong> contract<strong>en</strong>. Dit zijn de kost<strong>en</strong> die tevor<strong>en</strong> (ex ante) ge maakt<br />

moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong> om e<strong>en</strong> contract tot stand te br<strong>en</strong>g<strong>en</strong> <strong>en</strong> de kost<strong>en</strong> die daarna (ex<br />

post) gemaakt word<strong>en</strong> om de overe<strong>en</strong>komst te bewak<strong>en</strong> <strong>en</strong> zo nodig af te dwing<strong>en</strong>.<br />

De ex ante transac tiekost<strong>en</strong> bestaan uit de kost<strong>en</strong> van het vergar<strong>en</strong> van informatie<br />

aangaande het contract <strong>en</strong> de kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het opstell<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> contract. Het<br />

afdwing<strong>en</strong> van de overe<strong>en</strong>komst kan kost<strong>en</strong> van ge rechtelijke procedures veroorzak<strong>en</strong>.<br />

De boodschap van het beroemde artikel van Ronald Coase over “The Nature of the<br />

Firm” (1937) is dat de gr<strong>en</strong>s tuss<strong>en</strong> markt <strong>en</strong> bedrijf bepaald wordt door de<br />

transactiekost<strong>en</strong>. Afhankelijk van de omvang van de transactiekost<strong>en</strong> zal e<strong>en</strong><br />

bedrijf cateringdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> inhur<strong>en</strong> op de markt van cateringdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> of zelf binn<strong>en</strong><br />

het bedrijf catering organiser<strong>en</strong> met inzet van werknemers in di<strong>en</strong>stverband. In het<br />

eerste geval wordt de productie van cateringservices tot stand gebracht door de<br />

markt <strong>en</strong> verhandeld <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> marktprijs; in het tweede geval word<strong>en</strong> de cateringservices<br />

intern binn<strong>en</strong> het bedrijf geproduceerd <strong>en</strong> is de omvang van de productie<br />

afhankelijk van het budget dat de interne cateringafdeling krijgt toegewez<strong>en</strong>. In de<br />

loop van de tijd verander<strong>en</strong> de transactiekost<strong>en</strong> <strong>en</strong> daarmee ook de gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong><br />

markt <strong>en</strong> bedrijf. Het is opvall<strong>en</strong>d dat zelfs in e<strong>en</strong> markteconomie het grootste deel<br />

van de allocatie niet via de markt tot stand komt maar binn<strong>en</strong> bedrijv<strong>en</strong> <strong>en</strong> andere<br />

organisaties. John McMillan (2002, p. 168-169) schat dat minder dan e<strong>en</strong> derde<br />

van alle transacties in de Amerikaanse economie via de markt lop<strong>en</strong> <strong>en</strong> dat meer<br />

dan 70 proc<strong>en</strong>t binn<strong>en</strong> bedrijv<strong>en</strong> <strong>en</strong> organisaties tot stand kom<strong>en</strong>.<br />

Vier tot vijf klassieke gevall<strong>en</strong><br />

Er bestaat ge<strong>en</strong> officiële standaard theorie over marktfal<strong>en</strong>. Elke auteur heeft zijn<br />

eig<strong>en</strong> bewoording<strong>en</strong> <strong>en</strong> zijn eig<strong>en</strong> terminologie hier<strong>voor</strong> 7 . Er bestaan in elk geval<br />

vier gevall<strong>en</strong> die door bijna iedere<strong>en</strong> word<strong>en</strong> g<strong>en</strong>oemd: monopolievorming,<br />

externe effect<strong>en</strong>, publieke goeder<strong>en</strong> <strong>en</strong> informatiegebrek<strong>en</strong>. In al deze gevall<strong>en</strong><br />

wordt niet voldaan aan de <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> van het eerste fundam<strong>en</strong>tele welvaartstheorema.<br />

7 E<strong>en</strong> gedeg<strong>en</strong> uite<strong>en</strong>zetting is te vind<strong>en</strong> in het hoofdstuk van Inman (1987) in de Handbook of Public<br />

Economics.


34 Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking: Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> welvaartseconomische aanpak<br />

a. Monopolievorming/het ontstaan van marktmacht/schaal<strong>voor</strong>del<strong>en</strong><br />

Zoals Adam Smith al schreef “People of the same trade seldom meet<br />

together, ev<strong>en</strong> for merrim<strong>en</strong>t and diversion, but the conversation <strong>en</strong>ds in a<br />

conspiracy against the public, or in some contrivance to raise prices”.<br />

Marktmacht <strong>en</strong> monopolievorming is e<strong>en</strong> haast niet te vermijd<strong>en</strong> probleem<br />

in e<strong>en</strong> marktomgeving. Echte concurr<strong>en</strong>tie tot op het bot is e<strong>en</strong><br />

onrustig bestaan, terwijl het mak<strong>en</strong> van prijsafsprak<strong>en</strong> rust geeft <strong>en</strong> beantwoordt<br />

aan e<strong>en</strong> dieperligg<strong>en</strong>de behoefte aan ‘lev<strong>en</strong> <strong>en</strong> lat<strong>en</strong> lev<strong>en</strong>’. E<strong>en</strong><br />

aanbieder met marktmacht kan zich in belangrijke mate onafhankelijk van<br />

zijn concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong>, leveranciers, afnemers of de eindgebruikers gedrag<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> kan het tot stand kom<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> Pareto optimale allocatie verhinder<strong>en</strong>.<br />

Monopolievorming kan ook het gevolg zijn van schaal<strong>voor</strong>del<strong>en</strong> in de<br />

productie (het elektriciteitsnet) of van netwerkeffect<strong>en</strong> in de vraag (Microsoft).<br />

Indi<strong>en</strong> de schaal<strong>voor</strong>del<strong>en</strong> zo sterk zijn dat gegev<strong>en</strong> de omvang van<br />

de markt slechts één aanbieder efficiënt (teg<strong>en</strong> de laagste kost<strong>en</strong>) kan<br />

lever<strong>en</strong> dan ontstaat e<strong>en</strong> natuurlijk monopolie. E<strong>en</strong> natuurlijk monopolie<br />

zal deze positie uitbuit<strong>en</strong> <strong>en</strong> e<strong>en</strong> monopolieprijs vrag<strong>en</strong>. Mede om dit te<br />

<strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> wordt in de praktijk e<strong>en</strong> toezichthouder aangesteld.<br />

E<strong>en</strong> netelig welvaartsprobleem ontstaat bij productdiffer<strong>en</strong>tiatie. De welvaart<br />

van de consum<strong>en</strong>t neemt meestal toe wanneer hij of zij meer keuzemogelijkhed<strong>en</strong><br />

heeft. De <strong>en</strong>e blauwe spijkerbroek is de andere niet. De<br />

productie van verschill<strong>en</strong>de soort<strong>en</strong> spijkerbroek<strong>en</strong> betek<strong>en</strong>t echter dat de<br />

schaal<strong>voor</strong>del<strong>en</strong> achterwege blijv<strong>en</strong>, die er zoud<strong>en</strong> zijn als maar één soort<br />

blauwe spijkerbroek zou word<strong>en</strong> geproduceerd. Gediffer<strong>en</strong>tieerde product<strong>en</strong><br />

zijn daarom duurder <strong>en</strong> bezorg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> lokale of productgerelateerde<br />

monopoliemacht aan de monopolistische concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong>, maar leid<strong>en</strong> ook<br />

tot e<strong>en</strong> hogere welvaart van de consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>.<br />

b. Externe effect<strong>en</strong><br />

In het geval van externe effect<strong>en</strong> weerspiegelt de prijs van e<strong>en</strong> product<br />

onvoldo<strong>en</strong>de alle bat<strong>en</strong> <strong>en</strong> kost<strong>en</strong> die relevant zijn in de productie of consumptie<br />

van dat goed of die di<strong>en</strong>st. Bij<strong>voor</strong>beeld in het geval van negatieve<br />

externe effect<strong>en</strong> weerspiegelt de prijs van het product niet de milieukost<strong>en</strong><br />

die word<strong>en</strong> veroorzaakt door de productie. De private prijs is dan<br />

te laag <strong>en</strong> er wordt teveel van dit goed geproduceerd. Of in het geval van<br />

positieve externe effect<strong>en</strong>, zoals bij<strong>voor</strong>beeld investering in scholing,<br />

weerspiegel<strong>en</strong> de private opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong> van onderwijs mogelijk onvoldo<strong>en</strong>de<br />

dat e<strong>en</strong> hoog opgeleid iemand ook bat<strong>en</strong> heeft <strong>voor</strong> de sam<strong>en</strong>leving<br />

die niet in zijn private opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong> word<strong>en</strong> gereflecteerd. Het private<br />

r<strong>en</strong>dem<strong>en</strong>t is dus te laag <strong>en</strong> er wordt daarom te weinig in opleiding geïnvesteerd.


Baarsma & Theeuwes 35<br />

Volg<strong>en</strong>s Coase (1960) hoev<strong>en</strong> externe effect<strong>en</strong> niet altijd te leid<strong>en</strong> tot<br />

marktfal<strong>en</strong>. Voor kleine aantall<strong>en</strong> betrokk<strong>en</strong><strong>en</strong> <strong>en</strong> goed gedefinieerde<br />

eig<strong>en</strong>domsrecht<strong>en</strong> kan via onderhandeling<strong>en</strong> e<strong>en</strong> perfecte marktoplossing<br />

word<strong>en</strong> gevond<strong>en</strong>. Voor complexe externe effect<strong>en</strong> is er altijd marktfal<strong>en</strong>.<br />

Meestal zijn de transactiekost<strong>en</strong> om e<strong>en</strong> marktgerichte oplossing uit te<br />

onderhandel<strong>en</strong> dan te groot <strong>en</strong> dreigt altijd het gevaar van free rider<br />

gedrag 8 . Het ontbrek<strong>en</strong> van eig<strong>en</strong>domsrecht<strong>en</strong> verklaart ook waarom in<br />

sommige gevall<strong>en</strong> wel <strong>en</strong> in andere gevall<strong>en</strong> ge<strong>en</strong> externe effect<strong>en</strong> ontstaan.<br />

c. <strong>Publieke</strong> goeder<strong>en</strong><br />

Bij collectieve goeder<strong>en</strong> is <strong>voor</strong>tbr<strong>en</strong>ging via de markt uitgeslot<strong>en</strong>, omdat<br />

de bat<strong>en</strong> van het goed non-exclusief zijn, <strong>en</strong> omdat het goed wordt gek<strong>en</strong>merkt<br />

door non-rivaliteit in het gebruik. 9 Mede daardoor ontstaat ‘free<br />

rider’ gedrag. Consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> profiter<strong>en</strong> van de <strong>voor</strong>del<strong>en</strong> van e<strong>en</strong><br />

collectief goed, zonder er <strong>voor</strong> te betal<strong>en</strong>. Voorbeeld<strong>en</strong> zijn def<strong>en</strong>sie <strong>en</strong><br />

rechterlijke macht. Bij collectieve goeder<strong>en</strong> komt de private markt <strong>en</strong><br />

daarmee ook de marktprijs niet tot stand.<br />

Marktfal<strong>en</strong> in geval van publieke goeder<strong>en</strong> verdwijnt indi<strong>en</strong> het mogelijk<br />

zou zijn om van elke burger te achterhal<strong>en</strong> wat zijn of haar bereidheid is<br />

om te betal<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de realisatie van het publiek goed. Groves <strong>en</strong> Ledyard<br />

(1977) hebb<strong>en</strong> onderzoek gedaan naar ‘demand revealing processes’ maar<br />

de resultat<strong>en</strong> zijn niet van di<strong>en</strong> aard dat daarmee het probleem van publieke<br />

goeder<strong>en</strong> verdwijnt. E<strong>en</strong> meer vruchtbare aanpak in dit verband is die van<br />

Tiebout <strong>voor</strong> lokale publieke goeder<strong>en</strong> (bij<strong>voor</strong>beeld publieke goeder<strong>en</strong><br />

die door geme<strong>en</strong>tes word<strong>en</strong> geleverd). Mobiele burgers zull<strong>en</strong> zich vestig<strong>en</strong><br />

in die geme<strong>en</strong>t<strong>en</strong> die het door h<strong>en</strong> geprefereerde pakket van lokale<br />

publieke goeder<strong>en</strong> aanbied<strong>en</strong>. Of ‘marktwerking’ <strong>en</strong> concurr<strong>en</strong>tie tuss<strong>en</strong><br />

geme<strong>en</strong>t<strong>en</strong> zorgt <strong>voor</strong> de Pareto optimale allocatie van lokale publieke<br />

goeder<strong>en</strong> hangt af van hoe effectief het middel ‘voting with their feet’ is<br />

dat burgers inzett<strong>en</strong> als ze niet tevred<strong>en</strong> zijn met wat hun huidige woonplaats<br />

heeft te bied<strong>en</strong>.<br />

d. Informatiegebrek<strong>en</strong><br />

Als de <strong>en</strong>e partij meer informatie heeft dan de ander bestaat de kans op<br />

opportunistisch gedrag <strong>en</strong> suboptimaal keuzegedrag. Het kan gaan om<br />

gebrekkige informatie over onder meer prijz<strong>en</strong>, kost<strong>en</strong>, risico’s of kwaliteit.<br />

Als bij<strong>voor</strong>beeld het bied<strong>en</strong> van kwaliteit <strong>voor</strong> de aanbieder kostbaar<br />

8 Dit is ook wat wordt b<strong>en</strong>adruk in de Calculus van het publiek belang van Bov<strong>en</strong>berg, Teulings <strong>en</strong> Van<br />

Dal<strong>en</strong> uit 2003.<br />

9 Non-exclusiviteit van bat<strong>en</strong> betek<strong>en</strong>t dat het onmogelijk is om m<strong>en</strong>s<strong>en</strong> van het gebruik van het goed<br />

uit te sluit<strong>en</strong>. Non-rivaliteit betek<strong>en</strong>t dat het gebruik door de <strong>en</strong>e consum<strong>en</strong>t niet t<strong>en</strong> koste gaat van<br />

gebruik door e<strong>en</strong> ander.


36 Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking: Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> welvaartseconomische aanpak<br />

is, maar consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> de kwaliteit niet goed kunn<strong>en</strong> beoordel<strong>en</strong>, dan is er<br />

ge<strong>en</strong> prikkel aanwezig <strong>voor</strong> de aanbie ders om e<strong>en</strong> bov<strong>en</strong>gemiddelde kwaliteit<br />

te bied<strong>en</strong> <strong>en</strong> <strong>voor</strong> consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> om hier<strong>voor</strong> te betal<strong>en</strong>. De bijbehor<strong>en</strong>de<br />

spiraal van e<strong>en</strong> steeds slechtere kwaliteit- <strong>en</strong> prijsverhouding is de<br />

uit de literatuur bek<strong>en</strong>de averechtse selectie.<br />

Op sommige markt<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> niet de vragers, maar de aanbieders last van<br />

e<strong>en</strong> informatieachterstand. D<strong>en</strong>k bij<strong>voor</strong>beeld aan de problem<strong>en</strong> die zoud<strong>en</strong><br />

ontstaan als e<strong>en</strong> particuliere verzekeraar e<strong>en</strong> verzekering teg<strong>en</strong> het<br />

werkloosheidrisico zou aanbied<strong>en</strong>. Het risico om e<strong>en</strong> baan te verliez<strong>en</strong> of<br />

de kans om baan te vind<strong>en</strong> bij werk loosheid hangt in sterke mate af van<br />

het gedrag van de werkzoek<strong>en</strong>de. Dit probleem wordt aangeduid als moral<br />

hazard (‘moreel risico’). Moreel risico maakt dat sommige risico’s niet<br />

verzekerd kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> door particuliere verzekeringsmaat schappij<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> dat er red<strong>en</strong> is <strong>voor</strong> de overheid om in te grijp<strong>en</strong> (sociale verzekering).<br />

Het probleem van ‘averechtse selectie’ wordt in de markt vaak aangepakt<br />

doordat de aanbieders die e<strong>en</strong> hogere kwaliteit aanbied<strong>en</strong> daarbij ook<br />

garanties gev<strong>en</strong> (niet goed geld terug) of in de loop van de tijd e<strong>en</strong> reputatie<br />

opbouw<strong>en</strong>, al dan niet gekoppeld aan e<strong>en</strong> merkproduct. Het probleem<br />

van ‘moral hazard’ wordt in de markt aangepakt door nooit e<strong>en</strong><br />

volledige verzekering af te sluit<strong>en</strong> maar door altijd e<strong>en</strong> deel van het risico<br />

op schade bij de verzekerde te lat<strong>en</strong>.<br />

e. Werkloosheid <strong>en</strong> conjunctuurfluctuaties<br />

In e<strong>en</strong> perfect werk<strong>en</strong>de markt kom<strong>en</strong> ge<strong>en</strong> overschott<strong>en</strong> of tekort<strong>en</strong> meer<br />

<strong>voor</strong>. In e<strong>en</strong> perfect werk<strong>en</strong>de arbeidsmarkt zou werkloosheid leid<strong>en</strong> tot<br />

e<strong>en</strong> loondaling die zo lang zou doorgaan tot het overschot aan m<strong>en</strong>s<strong>en</strong> die<br />

bereid zijn om te werk<strong>en</strong> ook werk hebb<strong>en</strong> gevond<strong>en</strong>. Dit gebeurt om<br />

allerlei red<strong>en</strong><strong>en</strong> echter niet (bij<strong>voor</strong>beeld weg<strong>en</strong>s informatiegebrek<strong>en</strong> of<br />

als gevolg van overheidsingrijp<strong>en</strong>, zoals het minimumloon <strong>en</strong> de ontslagbescherming).<br />

In e<strong>en</strong> laagconjunctuur is er werkloosheid <strong>en</strong> onderb<strong>en</strong>utting<br />

van productiemiddel<strong>en</strong>. In e<strong>en</strong> hoogconjunctuur is er eerder sprake<br />

van e<strong>en</strong> overb<strong>en</strong>utting van de productiemiddel<strong>en</strong> <strong>en</strong> ontstaat er e<strong>en</strong> inflatoire<br />

druk op de prijz<strong>en</strong>. Zowel werkloosheid als inflatie leidt tot welvaartverlies<br />

bij de burgers 10 .<br />

Het bestrijd<strong>en</strong> van conjunctuurcycli gebeurt met behulp van van macroeconomisch<br />

beleid. Interessant is dat door Paul Samuelson bij de discussie<br />

rondom de introductie van Keynesiaanse macro-economie in de VS<br />

ooit de term ‘neo-klassieke synthese’ is bedacht. De gedachte erachter is<br />

10 Volg<strong>en</strong>s Lucas (2003) is het welvaartsverlies te wijt<strong>en</strong> aan de vier eerder g<strong>en</strong>oemde vorm<strong>en</strong> van<br />

marktfal<strong>en</strong> vele mal<strong>en</strong> groter dan het welvaartsverlies door conjunctuurcycli.


Baarsma & Theeuwes 37<br />

dat de overheid met behulp van macro-economisch conjunctuurbeleid de cyclische<br />

problem<strong>en</strong> oplost. Als dat geregeld is kan de markteconomie weer gewoon zijn<br />

werk do<strong>en</strong> <strong>en</strong> volgt onder bepaalde <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> weer Pareto optimaliteit. Op die<br />

manier koppelde Samuelson macrobeleid <strong>en</strong> marktbeleid los van elkaar.<br />

Marktfal<strong>en</strong> betreft dus e<strong>en</strong> zeer breed palet aan goeder<strong>en</strong> <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>. Opvall<strong>en</strong>d is<br />

ook dat er bij alle vorm<strong>en</strong> van markfal<strong>en</strong> bijzondere gevall<strong>en</strong> ontstaan die binn<strong>en</strong><br />

de markt kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> opgelost (d<strong>en</strong>k aan externe effect<strong>en</strong> <strong>voor</strong> kleine aantall<strong>en</strong>,<br />

of reputatie-effect<strong>en</strong> bij informatiegebrek<strong>en</strong>). Niet dat deze bijzondere gevall<strong>en</strong><br />

het hele marktfal<strong>en</strong> oploss<strong>en</strong>. Maar ze gev<strong>en</strong> wel aan wat de flexibiliteit <strong>en</strong> de<br />

kracht is van het marktmechanisme – ook in die instantie dat de markt dreigt<br />

onvolkom<strong>en</strong> te werk<strong>en</strong>.<br />

2.2.3 Overheid <strong>en</strong> publiek belang<br />

In de g<strong>en</strong>oemde gevall<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> slaagt het markmechanisme er niet in om<br />

e<strong>en</strong> Pareto optimale situatie te bereik<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> Pareto optimale situatie is sowieso<br />

nood zakelijk wil m<strong>en</strong> de maatschappelijk optimale welvaart realiser<strong>en</strong>. Theoretisch<br />

zou in dat geval de overheid kunn<strong>en</strong> inspring<strong>en</strong> om Pareto optimaliteit te herstell<strong>en</strong>.<br />

Het fal<strong>en</strong> van de markt leidt dan tot e<strong>en</strong> publiek belang. De rol van de overheid<br />

in de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering is dan om het marktfal<strong>en</strong> te herstell<strong>en</strong><br />

waardoor de economie weer terug in e<strong>en</strong> Pareto optimale situatie wordt gebracht.<br />

In belangrijke mate is dit ook wat er gebeurt in de praktijk. De overheid heeft toezichthouders<br />

ingesteld, zoals NMa <strong>en</strong> Opta, die er<strong>voor</strong> moet<strong>en</strong> zorg<strong>en</strong> dat monopolievorming<br />

<strong>en</strong> misbruik van marktmacht word<strong>en</strong> bestred<strong>en</strong> of die toezicht uitoef<strong>en</strong><strong>en</strong><br />

op natuurlijke <strong>en</strong> wettelijke monopolies. Externe effect<strong>en</strong> word<strong>en</strong> door de<br />

overheid opgevang<strong>en</strong> op veel verschill<strong>en</strong>de manier<strong>en</strong>. Wat betreft negatieve externe<br />

effect<strong>en</strong> is het milieubeleid relevant, waarbij zowel gebruik wordt gemaakt van<br />

regelgeving (het bestrijd<strong>en</strong> van geluidsoverlast door het maximer<strong>en</strong> van het aantal<br />

toegestane decibel) als van het prijsmechanisme zelf (verhandelbare emissierecht<strong>en</strong>).<br />

Wat betreft positieve externe effect<strong>en</strong> kan verwez<strong>en</strong> word<strong>en</strong> naar de subsidies<br />

<strong>voor</strong> onderwijs, onderzoek <strong>en</strong> kunst. <strong>Publieke</strong> goeder<strong>en</strong> word<strong>en</strong> door werknemers<br />

in di<strong>en</strong>st van de overheid geproduceerd (politie, leger) of private partij<strong>en</strong> word<strong>en</strong><br />

door de overheid gefinancierd <strong>voor</strong> het realiser<strong>en</strong> van publieke goeder<strong>en</strong> (infrastructurele<br />

werk<strong>en</strong>). Het bestrijd<strong>en</strong> van informatiegebrek<strong>en</strong> loopt van consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>wetgeving<br />

<strong>en</strong> voedselinspecties tot <strong>en</strong> met het door de overheid organiser<strong>en</strong> van<br />

sociale verzekering<strong>en</strong> die welvaartsverhog<strong>en</strong>d zijn, maar door moral hazard of<br />

averechtse selectie niet tot stand kom<strong>en</strong> op de markt (werkloosheidsverzekering).<br />

Conjunctuurcycli word<strong>en</strong> bestred<strong>en</strong> met fiscaal <strong>en</strong> monetair beleid.<br />

In de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering van maatschappelijk <strong>en</strong> publiek belang<br />

bestaat de rol van de overheid uit het bepal<strong>en</strong> van de maatschappelijk optimale<br />

welvaartsverdeling <strong>en</strong> daarmee het invull<strong>en</strong> van het maatschappelijk belang, uit<br />

het tot stand br<strong>en</strong>g<strong>en</strong> van de initiële verdeling die daarbij hoort <strong>en</strong> het inricht<strong>en</strong> van<br />

e<strong>en</strong> rechtssysteem dat marktwerking accommodeert. Vervolg<strong>en</strong>s doet de markt


38 Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking: Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> welvaartseconomische aanpak<br />

zijn werk <strong>en</strong> realiseert e<strong>en</strong> Pareto optimale allocatie <strong>en</strong> e<strong>en</strong> bijhor<strong>en</strong>de (optimale)<br />

welvaartsverdeling. Op die plekk<strong>en</strong> waar de markt faalt ontstaat e<strong>en</strong> publiek<br />

belang. De overheid corrigeert het marktfal<strong>en</strong> zodat alsnog de gew<strong>en</strong>ste optimale<br />

allocatie wordt bereikt. Dit is het ideaalbeeld van de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering.<br />

Er is op deze ideale visie veel aan te merk<strong>en</strong>.<br />

2.3 Theoretische <strong>en</strong> praktische onvolmaaktheid<br />

Er is, ook binn<strong>en</strong> de economische wet<strong>en</strong>schap, kritiek op de welvaartseconomische<br />

b<strong>en</strong>adering geleverd <strong>en</strong> er zitt<strong>en</strong> zwakke plekk<strong>en</strong> in de red<strong>en</strong>ering. Zowel de<br />

overheid als de markt slag<strong>en</strong> er niet in om de rol uit te voer<strong>en</strong> die zij binn<strong>en</strong> de<br />

welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering verwacht word<strong>en</strong> te vervull<strong>en</strong>. Overheid <strong>en</strong><br />

markt fa l<strong>en</strong> zowel in theoretische als praktische zin. Ze fal<strong>en</strong> op e<strong>en</strong> manier die<br />

niet te repar<strong>en</strong> is. Ze fal<strong>en</strong> in die zin op e<strong>en</strong> fundam<strong>en</strong>tele manier in het realiser<strong>en</strong><br />

van Pareto efficiëntie. Dat wordt hieronder toegelicht: in §2.3.1 gaan we in op dit<br />

theoretisch <strong>en</strong> praktisch niet te vermijd<strong>en</strong> overheidsfal<strong>en</strong> <strong>en</strong> in §2.3.2 op het onvermijdelijke<br />

marktfal<strong>en</strong>.<br />

Is daarmee het failliet van de welvaarteconomische aanpak van maatschappelijk<br />

<strong>en</strong> publiek belang uitgesprok<strong>en</strong>? We m<strong>en</strong><strong>en</strong> van niet <strong>en</strong> gev<strong>en</strong> in §2.4 bij wijze van<br />

conclusie argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> om in het beleid te kiez<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het welvaarteconomische<br />

afwegingskader.<br />

2.3.1 Onvermijdelijk overheidsfal<strong>en</strong><br />

In de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering wordt ervan uitgegaan dat de overheid via<br />

het politieke proces e<strong>en</strong> keuze maakt <strong>voor</strong> wat de maatschappelijk optimale welvaartsverdeling<br />

is <strong>en</strong> daarmee het maatschappelijk belang bepaalt (§2.2.1). Vervolg<strong>en</strong>s<br />

wordt marktwerking ingezet <strong>en</strong> de overheid voert corriger<strong>en</strong>d beleid bij fal<strong>en</strong><br />

van de markt. Hieronder besprek<strong>en</strong> we theoretische <strong>en</strong> praktische red<strong>en</strong><strong>en</strong> waarom<br />

de overheid faalt zowel in het bepal<strong>en</strong> van het maatschappelijk belang als in haar<br />

corriger<strong>en</strong>de rol in geval van e<strong>en</strong> publiek belang bij marktfal<strong>en</strong>.<br />

Het argum<strong>en</strong>t betreff<strong>en</strong>de het fal<strong>en</strong> van de overheid bij het kiez<strong>en</strong> van de maatschappelijk<br />

optimale welvaartsverdeling <strong>en</strong> het bepal<strong>en</strong> van het maatschappelijk<br />

belang is gebaseerd op Arrow (1963). Arrow’s onmogelijkheidsstelling zegt – kort<br />

door de bocht geformuleerd – dat collectieve beslissing<strong>en</strong> niet tegelijk kunn<strong>en</strong><br />

voldo<strong>en</strong> aan de eis dat ze niet dictatoriaal zijn <strong>en</strong> dus gebaseerd zijn op de individuele<br />

welvaartsniveaus van alle burgers <strong>en</strong> aan de eis dat ze leid<strong>en</strong> tot e<strong>en</strong> Pareto<br />

optimale allocatie 11 . Er kan wel e<strong>en</strong> maatschappelijke keuzeregel word<strong>en</strong> opge-<br />

11 Arrow (1963) heeft vijf minimale eis<strong>en</strong> waar e<strong>en</strong> collectieve beslisregel moet aan voldo<strong>en</strong>: Pareto<br />

optimaliteit (niet iedere<strong>en</strong> mag beter af zijn met e<strong>en</strong> andere uitkomst), Non-dictatorship, Unrestricted<br />

domain (alle prefer<strong>en</strong>ties moet<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong>), Rationality and Irrelevance of irrelevant alternatives (de<br />

beslisregel mag ge<strong>en</strong> last hebb<strong>en</strong> van irrelevante <strong>voor</strong>stel<strong>en</strong>). Hij toont aan dat ge<strong>en</strong> <strong>en</strong>kele collectieve<br />

beslisregel aan deze vijf eis<strong>en</strong> tegelijk kan voldo<strong>en</strong>. Wel kan word<strong>en</strong> aangetoond dat e<strong>en</strong> collectieve<br />

regel mogelijk is als e<strong>en</strong> van de vijf eis<strong>en</strong> wegvalt.


Baarsma & Theeuwes 39<br />

steld waarmee e<strong>en</strong> beslissing kan word<strong>en</strong> g<strong>en</strong>om<strong>en</strong> over wat maatschappelijk<br />

belang is, maar die is dan bij<strong>voor</strong>beeld niet gebaseerd op de individuele welvaartsniveaus<br />

van de burgers of die kan nooit tot e<strong>en</strong> Pareto optimale situatie leid<strong>en</strong>. In<br />

die zin zal e<strong>en</strong> overheid altijd fal<strong>en</strong>. Bij<strong>voor</strong>beeld e<strong>en</strong> (al dan niet) meerderheidsregering<br />

kan het publiek belang definiër<strong>en</strong> t<strong>en</strong> gunste van haar achterban, maar zal<br />

in dat geval mogelijkerwijs de welvaartsniveaus van ander<strong>en</strong> b<strong>en</strong>adel<strong>en</strong>.<br />

Naast dit fundam<strong>en</strong>teel theoretische probleem zijn er vele praktische red<strong>en</strong><strong>en</strong><br />

waarom de overheid faalt in haar rol om het publiek belang te di<strong>en</strong><strong>en</strong>.<br />

Het is niet duidelijk dat de overheid altijd als doelstelling heeft om welvaart te<br />

optimaliser<strong>en</strong> of e<strong>en</strong> situatie van Pareto optimaliteit te bereik<strong>en</strong>. Of zelfs als de<br />

overheid Pareto optimaliteit als doelstelling zou hebb<strong>en</strong>, dan slaagt zij er nog altijd<br />

niet in om die te bereik<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> van de belangrijke problem<strong>en</strong> waar zowel de markt<br />

als de overheid last van heeft, zijn informatieproblem<strong>en</strong>. De overheid als toezichthouder<br />

beschikt over e<strong>en</strong> grote informatieachterstand t<strong>en</strong> opzichte van de organisaties<br />

waarop ze toezicht moet houd<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> <strong>voor</strong>beeld maakt dit duidelijk. De<br />

overheid zou de Pareto efficiëntie <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> ‘prijs = marginale kost<strong>en</strong>’ kunn<strong>en</strong><br />

oplegg<strong>en</strong> aan het bedrijf waarop toezicht wordt gehoud<strong>en</strong>. De overheid k<strong>en</strong>t echter<br />

vrijwel nooit de marginale kost<strong>en</strong> <strong>en</strong> het bedrijf waarop toezicht wordt gehoud<strong>en</strong><br />

heeft ook ge<strong>en</strong> <strong>en</strong>kele prikkel om zijn marginale kost<strong>en</strong> k<strong>en</strong>baar te mak<strong>en</strong> aan de<br />

toezichthouder.<br />

Ook is het beleid bij e<strong>en</strong> publiek belang in de praktijk niet altijd proportioneel met<br />

de omvang van het marktfal<strong>en</strong>. De overheid zal zowel te veel als te weinig optred<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> in haar correctie van marktfal<strong>en</strong> zowel fout<strong>en</strong> van de eerste als de tweede<br />

orde mak<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> <strong>voor</strong>beeld van onnodig overheidsoptred<strong>en</strong> is het gev<strong>en</strong> van e<strong>en</strong><br />

innovatiesubsidie aan e<strong>en</strong> bedrijf dat ook zonder deze subsidie zou innover<strong>en</strong>.<br />

Aan de andere kant schoot de overheid tekort in haar corriger<strong>en</strong>de rol in de periode<br />

<strong>voor</strong> de Mededingingswet to<strong>en</strong> Nederland bek<strong>en</strong>d stond als het kartelparadijs.<br />

Ondanks alle goede bedoeling<strong>en</strong> leidt overheidsingrijp<strong>en</strong> vaak zelf tot verstoring<strong>en</strong><br />

in de economie. In zijn boek over overheidsfal<strong>en</strong> versus marktfal<strong>en</strong> laat Clifford<br />

Winston (2006) zi<strong>en</strong> dat <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> groot aantal gevall<strong>en</strong> waar de overheid<br />

ingrijpt om marktfal<strong>en</strong> te corriger<strong>en</strong>, de kost<strong>en</strong> van het overheidsingrijp<strong>en</strong> groter<br />

zijn dan de bat<strong>en</strong>. Het medicijn van het overheidsingrijp<strong>en</strong> veroorzaakt vaak meer<br />

welvaartsverlies dan de ziekte van het marktfal<strong>en</strong>.<br />

In box 2 word<strong>en</strong> e<strong>en</strong> aantal vrag<strong>en</strong> gesteld die gerelateerd zijn aan de kans dat<br />

overheidsfal<strong>en</strong> zich <strong>voor</strong>doet. De kans dat het bestaande overheidsbeleid averechtse<br />

effect<strong>en</strong> heeft <strong>en</strong> dat sprake kan zijn van overheidsfal<strong>en</strong> is groter als op de<br />

vrag<strong>en</strong> ‘ja’ wordt geantwoord.<br />

De welvaartseconomische aanpak gaat er – gebaseerd op het tweede fundam<strong>en</strong>tele<br />

welvaartstheorema – van uit dat de overheid haar herverdelingsbeleid ex ante zal<br />

voer<strong>en</strong> via e<strong>en</strong> herschikking van de initiële verdeling. In de praktijk echter zal de


40 Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking: Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> welvaartseconomische aanpak<br />

overheid haar herverdelings- <strong>en</strong> merit good beleid eerder ex post uitvoer<strong>en</strong>. De<br />

overheid wacht als het ware op de uitkomst<strong>en</strong> van het marktmechanisme wat<br />

betreft de inkom<strong>en</strong>sverdeling <strong>en</strong> de consumptiepatron<strong>en</strong> die daaruit roll<strong>en</strong> <strong>en</strong> zal<br />

achteraf de primaire consumptiepatron<strong>en</strong> <strong>en</strong> inkom<strong>en</strong>sverdeling aanpass<strong>en</strong> via<br />

belasting<strong>en</strong>, heffing<strong>en</strong>, subsidies, gebod<strong>en</strong> <strong>en</strong> verbod<strong>en</strong> tot de door de overheid<br />

gew<strong>en</strong>ste consumptiepatron<strong>en</strong> <strong>en</strong> inkom<strong>en</strong>sverdeling.<br />

Deze ex post inkom<strong>en</strong>sherverdeling vindt ook plaats als er géén sprake is van<br />

marktfal<strong>en</strong>: herverdeling kan e<strong>en</strong> motief <strong>voor</strong> overheidshandel<strong>en</strong> zijn. In situaties<br />

waar de marktuitkomst als onrechtvaardig wordt beschouwd, is ingrijp<strong>en</strong> gericht<br />

op het bereik<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> rechtvaardiger uitkomst. Meestal wordt hier<strong>voor</strong> het systeem<br />

van belasting <strong>en</strong> uitkering<strong>en</strong> gebruikt. In principe zou dat kunn<strong>en</strong> door de<br />

gew<strong>en</strong>ste inkom<strong>en</strong>sherverdeling in e<strong>en</strong> keer via het heff<strong>en</strong> van belasting <strong>en</strong> het<br />

uitdel<strong>en</strong> van uitkering<strong>en</strong> tot stand te br<strong>en</strong>g<strong>en</strong>. Echter, in de praktijk wordt de herverdeling<br />

via belasting <strong>en</strong> uitkering op vele plekk<strong>en</strong> aangevuld door andere vorm<strong>en</strong><br />

van herverdeling. Bij<strong>voor</strong>beeld door prijz<strong>en</strong> of subsidies die variër<strong>en</strong> met het<br />

inkom<strong>en</strong> (d<strong>en</strong>k aan studiefinanciering <strong>en</strong> gediffer<strong>en</strong>tieerde prijz<strong>en</strong> <strong>voor</strong> bijstandsgerechtigd<strong>en</strong>)<br />

12 .<br />

Theoretisch zou het voldo<strong>en</strong>de moet<strong>en</strong> zijn om de resultat<strong>en</strong> die uit marktwerking<br />

volg<strong>en</strong> ex post financieel te corriger<strong>en</strong> met heffing<strong>en</strong> <strong>en</strong> uitkering<strong>en</strong>. Echter, dit is<br />

vaak <strong>voor</strong> de overheid onvoldo<strong>en</strong>de <strong>en</strong> de overheid hecht naast ‘cash b<strong>en</strong>efits’ ook<br />

heel veel belang aan ‘in kind’ hulp aan zijn burgers 13 . In dit geval stelt de overheid<br />

zich paternalistisch op. Paternalisme kan zowel aanleiding zijn om de productie <strong>en</strong><br />

consumptie van product<strong>en</strong> waarvan de overheid me<strong>en</strong>t dat die slecht zijn <strong>voor</strong> de<br />

burger te ontmoedig<strong>en</strong> (d<strong>en</strong>k aan rok<strong>en</strong> of drugs; ‘demerit goods’), als om de productie<br />

<strong>en</strong> consumptie van product<strong>en</strong> waarvan de overheid me<strong>en</strong>t dat die juist goed<br />

zijn <strong>voor</strong> de burger te stimuler<strong>en</strong> (d<strong>en</strong>k aan het volg<strong>en</strong> van onderwijs, het bezoek<strong>en</strong><br />

van e<strong>en</strong> theater <strong>en</strong> het drag<strong>en</strong> van autogordels; ‘merit goods’).<br />

Paternalisme kan word<strong>en</strong> gezi<strong>en</strong> als e<strong>en</strong> poging van de overheid om ongew<strong>en</strong>ste<br />

<strong>en</strong> foute beslissing<strong>en</strong> te corriger<strong>en</strong> of meer gew<strong>en</strong>ste <strong>en</strong> of correcte keuzes te stimuler<strong>en</strong>.<br />

Deze vorm van overheidsinm<strong>en</strong>ging staat op gespann<strong>en</strong> voet met e<strong>en</strong><br />

basispostulaat van de economische wet<strong>en</strong>schap, namelijk individuele rationaliteit<br />

<strong>en</strong> consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>souvereiniteit. Maar dit is aan het verander<strong>en</strong>. Econom<strong>en</strong> krijg<strong>en</strong><br />

steeds meer oog <strong>voor</strong> politieke <strong>en</strong> ethische aspect<strong>en</strong> van de sam<strong>en</strong>leving. Ze erk<strong>en</strong>n<strong>en</strong><br />

ook vaker dat consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> systematische beslisfout<strong>en</strong> mak<strong>en</strong>, die zich (dankzij<br />

hun systematische karakter) l<strong>en</strong><strong>en</strong> <strong>voor</strong> correctie door de overheid. Voorbeeld<strong>en</strong><br />

van dergelijke beslisfout<strong>en</strong> zijn e<strong>en</strong> te korte individuele planningshorizon met<br />

als gevolg onder meer onvoldo<strong>en</strong>de p<strong>en</strong>sio<strong>en</strong>besparing<strong>en</strong>, of te weinig oog <strong>voor</strong> de<br />

kans op ongevall<strong>en</strong> of ernstige ziekte met als gevolg e<strong>en</strong> te geringe g<strong>en</strong>eigdheid tot<br />

12 Zie het rapport van de commissie onder leiding van Raymond Gradus van het wet<strong>en</strong>schapschappewet<strong>en</strong>schapschappelijk<br />

Instituut van het CDA over de vloek van inkom<strong>en</strong>safhankelijke regeling<strong>en</strong>.<br />

13 Zie rec<strong>en</strong>t overzichtsartikel van Janet Currie <strong>en</strong> Firouz Gavarih (2008) over “cash” <strong>en</strong> “in kind”<br />

transfers.


Baarsma & Theeuwes 41<br />

het sluit<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> ziektekost<strong>en</strong>verzekering. In dit soort ge vall<strong>en</strong> is paternalistisch<br />

overheidsingrijp<strong>en</strong> vanuit welvaartsoogpunt gerechtvaardigd.<br />

E<strong>en</strong> rec<strong>en</strong>te ontwikkeling in dit verband betreft het “libertarian paternalism”. In<br />

deze b<strong>en</strong>adering wordt ervan uitgegaan dat de overheid op slimme wijze burgers<br />

kan prikkel<strong>en</strong> om die beslissing<strong>en</strong> te nem<strong>en</strong> <strong>en</strong> die keuzes te mak<strong>en</strong> die spor<strong>en</strong> met<br />

wat <strong>voor</strong> h<strong>en</strong> optimaal is. De burgers kom<strong>en</strong> zelf om allerlei red<strong>en</strong><strong>en</strong> (bij<strong>voor</strong>beeld<br />

irrationeel gedrag, moeite met het mak<strong>en</strong> van keuzes) niet tot de optimale beslissing<br />

(Thaler <strong>en</strong> Sunstein, 2008).<br />

Box 2: Vrag<strong>en</strong> om de kans op overheidsfal<strong>en</strong> in te schatt<strong>en</strong><br />

- Bestaat er e<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong>lijke druk van lobby- organisaties op de overheid om in te grijp<strong>en</strong>?<br />

Is de overheid vatbaar <strong>voor</strong> lobby- gedrag? 14 Is de kans aanwezig dat de overheid<br />

het maatschappelijk belang uit het oog verliest <strong>en</strong> inzoomt op bepaalde belang<strong>en</strong>groep<strong>en</strong>?<br />

Zijn er grote belang<strong>en</strong> gemoeid met overheidsingrijp<strong>en</strong>? Is er sprake van grote<br />

belang<strong>en</strong>teg<strong>en</strong>stelling<strong>en</strong> i.v.m. overheidsingrijp<strong>en</strong>? Ontstaan nieuwe ongelijkhed<strong>en</strong><br />

(verbond<strong>en</strong> aan privileges, machtsposities <strong>en</strong> middel<strong>en</strong>verdeling in de publieke sector)?<br />

- Leidt overheidsingrijp<strong>en</strong> tot het gevaar dat interne organisatiedoel<strong>en</strong> de publieke belang<strong>en</strong><br />

vervang<strong>en</strong>? Is de kans aanwezig dat de overheidsorganisatie gaandeweg andere<br />

doelstelling<strong>en</strong> ontwikkelt dan waar<strong>voor</strong> zij oorspronkelijk zijn opgericht (organisationele<br />

doelverschuiving)?<br />

- Is sprake van ingrijp<strong>en</strong> door overhed<strong>en</strong> op verschill<strong>en</strong>de niveaus (het rijk <strong>en</strong> lagere<br />

overhed<strong>en</strong>)? In dat geval kunn<strong>en</strong> de regels niet goed op elkaar aansluit<strong>en</strong>, overlapp<strong>en</strong><br />

of elkaar teg<strong>en</strong>werk<strong>en</strong>.<br />

- Leidt overheidsingrijp<strong>en</strong> tot e<strong>en</strong> ernstige verstoring van de marktwerking <strong>en</strong> hoge transactiekost<strong>en</strong>?<br />

- Is het gevaar van bureaucratische (X-)inefficiënties groot (kost<strong>en</strong> van verspilling <strong>en</strong> verkeerde<br />

bedrijfsvoering door het gebrek aan marktprikkels)?<br />

- Is financiering uit publieke middel<strong>en</strong> duurder dan financiering uit private bronn<strong>en</strong> (bij<strong>voor</strong>beeld<br />

door de verstor<strong>en</strong>de effect<strong>en</strong> van belastingheffing)? Leidt private financiering<br />

tot e<strong>en</strong> minder grote verstoring? Is financiering uit private middel<strong>en</strong> mogelijk?<br />

- Heeft de overheid e<strong>en</strong> informatieachterstand t<strong>en</strong> opzichte van de private markt? Leidt<br />

deze informatieachterstand tot inefficiënt ingrijp<strong>en</strong>?<br />

- Kan de overheid zich <strong>voor</strong> langere tijd aan bepaald beleid committer<strong>en</strong>? Indi<strong>en</strong> dat niet<br />

zo is, br<strong>en</strong>gt dit kost<strong>en</strong> met zich mee doordat partij<strong>en</strong> in onzekerheid verker<strong>en</strong>.<br />

- Zijn er grote risico’s verbond<strong>en</strong> aan het fal<strong>en</strong> van overheidsingrijp<strong>en</strong>? Kan niet ingrijp<strong>en</strong><br />

of verkeerd ingrijp<strong>en</strong> bijv. op het gebied van milieuaantasting ernstige gevolg<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> de volksgezondheid?<br />

Overheidsingrijp<strong>en</strong> kan nodig zijn om overheidsfal<strong>en</strong> te corriger<strong>en</strong>. Omdat hoogstwaarschijnlijk<br />

in Nederland weinig problem<strong>en</strong> meer bestaan die <strong>voor</strong>tkom<strong>en</strong> uit<br />

marktfal<strong>en</strong> <strong>en</strong> waarop de overheid nog ge<strong>en</strong> beleid voert, zal in praktijk veel van<br />

het (nieuwe) beleid gericht zijn op het teg<strong>en</strong>gaan van averechtse effect<strong>en</strong> van<br />

14 In de economische theorie van de totstandkoming van regulering zijn twee fundam<strong>en</strong>tele theorieën<br />

van belang: de public interest theorie <strong>en</strong> de private interest theorie (in praktijk spel<strong>en</strong> er ook andere<br />

aspect<strong>en</strong> e<strong>en</strong> rol bij regulering, zoals jurisprud<strong>en</strong>tie, de Europese verwachting<strong>en</strong> <strong>en</strong> eis<strong>en</strong>, uitvoeringsproblem<strong>en</strong>,<br />

technische ontwikkeling<strong>en</strong> of bezuiniging<strong>en</strong>). Volg<strong>en</strong>s de eerste theorie komt regulering<br />

door de overheid tot stand op verzoek van het publiek om marktfal<strong>en</strong> te herstell<strong>en</strong> (Posner, 1974). De<br />

tweede theorie, ook wel de belang<strong>en</strong>groeptheorie g<strong>en</strong>oemd, stelt dat overheidsregulering tot stand<br />

komt door inm<strong>en</strong>ging van belang<strong>en</strong>groep<strong>en</strong>.


42 Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking: Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> welvaartseconomische aanpak<br />

bestaand beleid. D<strong>en</strong>k aan de inflexibiliteit op de arbeidsmarkt door ontslagbescherming<br />

<strong>en</strong> minimumloon of aan ruimtelijke inpassingsproblem<strong>en</strong> als gevolg<br />

van ruimtelijk ord<strong>en</strong>ingsbeleid. Omdat in dat geval niet de markt faalt, maar de<br />

oorzaak <strong>voor</strong> overheidsingrijp<strong>en</strong> ligt bij ander overheidsingrijp<strong>en</strong> sprek<strong>en</strong> we hier<br />

ook van overheidsfal<strong>en</strong>.<br />

2.3.2 Onvermijdelijk marktfal<strong>en</strong><br />

De welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering is gebaseerd op het realiser<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> Pareto<br />

efficiënt situatie met behulp van marktwerking. De Pareto efficiënte situatie wordt<br />

ook wel aangeduid als de ‘first best’ situatie. Er zijn twee belangrijke argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

die de basis onder de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering weghal<strong>en</strong>. T<strong>en</strong> eerste vereist<br />

de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering e<strong>en</strong> volledig stelsel van markt<strong>en</strong>. Dat is<br />

onmogelijk. T<strong>en</strong> tweede kan word<strong>en</strong> aangetoond dat wanneer e<strong>en</strong> bepaalde markt<br />

gek<strong>en</strong>merkt wordt door e<strong>en</strong> perman<strong>en</strong>te ‘second best’ situatie het niet meer zinvol<br />

is om op andere markt<strong>en</strong> de ‘first best’ Pareto situatie te realiser<strong>en</strong>.<br />

Het bewijs van het eerste <strong>en</strong> het tweede fundam<strong>en</strong>tele welvaartstheorema is afgeleid<br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> theoretische situatie waarbij er N x T x S markt<strong>en</strong> bestaan. Verondersteld<br />

wordt om te beginn<strong>en</strong> dat er markt<strong>en</strong> zijn <strong>voor</strong> alle goeder<strong>en</strong> <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> N.<br />

Voor al deze goeder<strong>en</strong> zijn er spot- <strong>en</strong> termijnmarkt<strong>en</strong> van nu tot aan het einde der<br />

tijd<strong>en</strong>. Er is e<strong>en</strong> markt <strong>voor</strong> biertjes nu <strong>en</strong> biertjes in 2084. Vervolg<strong>en</strong>s zijn al deze<br />

N x T markt<strong>en</strong> ook nog e<strong>en</strong> keer gedefinieerd <strong>voor</strong> alle toestand<strong>en</strong> S van de wereld.<br />

Met toestand van de wereld word<strong>en</strong> situaties bedoeld die de prijs van e<strong>en</strong> goed of<br />

e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st kunn<strong>en</strong> beïnvloed<strong>en</strong>. Indi<strong>en</strong> de zomer van 2084 schitter<strong>en</strong>d weer laat<br />

zi<strong>en</strong> dan zull<strong>en</strong> de brouwerij<strong>en</strong> het super goed do<strong>en</strong> <strong>en</strong> dat beïnvloedt de prijs van<br />

bier <strong>en</strong> van alle productiefactor<strong>en</strong> die betrokk<strong>en</strong> zijn bij de bierproductie. Er wordt<br />

dus e<strong>en</strong> prijs vastgesteld <strong>voor</strong> bier in 2084 gegev<strong>en</strong> dat het e<strong>en</strong> prachtige zomer is<br />

<strong>en</strong> ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s gegev<strong>en</strong> dat het e<strong>en</strong> verreg<strong>en</strong>de zomer is. Door alle markt<strong>en</strong> N x T x<br />

S mee te nem<strong>en</strong> wordt door het marktsysteem alle toekomstige dynamiek die zich<br />

zal <strong>voor</strong>do<strong>en</strong> naarmate de jar<strong>en</strong> T zich <strong>voor</strong>tschrijd<strong>en</strong> in e<strong>en</strong> keer gevang<strong>en</strong> <strong>en</strong> alle<br />

onzekerheid <strong>en</strong> de mogelijke verzekeringspremies <strong>en</strong> uitkering<strong>en</strong> daar<strong>voor</strong> word<strong>en</strong><br />

opgevang<strong>en</strong> door de markt<strong>en</strong> te definiër<strong>en</strong> <strong>voor</strong> alle mogelijke toestand<strong>en</strong> S.<br />

Het is gelijk duidelijk dat er <strong>en</strong>orm veel ontbrek<strong>en</strong>de markt<strong>en</strong> zijn. Dit geldt <strong>voor</strong>al<br />

wat betreft de toekomstige markt<strong>en</strong>, zodat alle optimale dynamische eig<strong>en</strong>schapp<strong>en</strong><br />

zich nooit in de praktijk zull<strong>en</strong> <strong>voor</strong>do<strong>en</strong>. Het geldt ook <strong>voor</strong> het ontbrek<strong>en</strong> van<br />

markt<strong>en</strong> <strong>voor</strong> S zodat er altijd onzekerheid is waarteg<strong>en</strong> m<strong>en</strong> zich niet kan indekk<strong>en</strong>.<br />

E<strong>en</strong> belangrijke red<strong>en</strong> waarom al deze toekomstige markt<strong>en</strong> T <strong>en</strong> conting<strong>en</strong>cy<br />

markt<strong>en</strong> S niet bestaan, is dat de transactiekost<strong>en</strong> (informatiekost<strong>en</strong>, zoekkost<strong>en</strong>,<br />

administratiekost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het opstell<strong>en</strong> <strong>en</strong> uitvoer<strong>en</strong> van contract<strong>en</strong> etc.) veel te<br />

hoog zijn. Er ontbrek<strong>en</strong> altijd markt<strong>en</strong> in het marktsysteem. Bij het ontbrek<strong>en</strong> van<br />

markt<strong>en</strong> kan nooit e<strong>en</strong> Pareto optimale situatie word<strong>en</strong> gerealiseerd.<br />

E<strong>en</strong> andere belangrijk red<strong>en</strong> van onvermijdelijk marktfal<strong>en</strong>, komt uit de literatuur<br />

over second best (Lipsey <strong>en</strong> Lancaster, 1956). Indi<strong>en</strong> in het economisch marktsysteem<br />

op e<strong>en</strong> bepaalde plek niet aan de <strong>voor</strong>waarde van Pareto optimaliteit is vol-


Baarsma & Theeuwes 43<br />

daan, bij<strong>voor</strong>beeld weg<strong>en</strong>s e<strong>en</strong> natuurlijk monopolie, dan is het niet meer zinvol<br />

om nog te strev<strong>en</strong> naar het realiser<strong>en</strong> van de andere Pareto optimaliteits<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>.<br />

In het geval van second best is het voer<strong>en</strong> van beleid <strong>voor</strong> het corriger<strong>en</strong> van<br />

marktfal<strong>en</strong> niet zonder meer zinvol om Pareto optimaliteit te restaurer<strong>en</strong>.<br />

E<strong>en</strong> fundam<strong>en</strong>teel theoretisch bezwaar op de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering<br />

dat hieraan is gerelateerd, is afkomstig van Joseph Stiglitz <strong>en</strong> coauteurs (zie <strong>voor</strong><br />

e<strong>en</strong> sam<strong>en</strong>vatting Stiglitz, 1991 <strong>en</strong> 1994). Informatieproblem<strong>en</strong> zijn onoverkomelijk<br />

in e<strong>en</strong> economische omgeving. Informatieproblem<strong>en</strong> leid<strong>en</strong> tot ontbrek<strong>en</strong>de<br />

markt<strong>en</strong> <strong>en</strong> tot niet optimaal gedrag van economische ag<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. In e<strong>en</strong> omgeving<br />

met onvermijdelijke informatieproblem<strong>en</strong> geldt het eerste <strong>en</strong> tweede fundam<strong>en</strong>tele<br />

welvaartstheorema niet meer <strong>en</strong> zijn ze ook niet meer te bereik<strong>en</strong> via correcties<br />

van overheidswege. Dit onvermijdelijke fal<strong>en</strong> staat bek<strong>en</strong>d als het Gre<strong>en</strong>wald-<br />

Stiglitz Theorema.<br />

2.4 Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de welvaarteconomisch aanpak<br />

E<strong>en</strong> cruciaal concept in de theoretische argum<strong>en</strong>tatie tot zover is dat van volledig<br />

vrije mededinging (vvm). Volledig vrije mededinging is e<strong>en</strong> volmaakte, maar<br />

bloedeloze vorm van marktwerking. “Mededinging” roept het beeld op van rivaliteit<br />

tuss<strong>en</strong> marktpartij<strong>en</strong>. In e<strong>en</strong> vvm markt is echter van <strong>en</strong>ige rivaliteit ge<strong>en</strong><br />

sprake. In dit theoretisch marktmodel wordt verondersteld dat er op elke markt<br />

veel bedrijv<strong>en</strong> zijn die t<strong>en</strong> opzichte van de totale markt zo weinig invloed kunn<strong>en</strong><br />

uitoef<strong>en</strong><strong>en</strong> op de marktwerking dat ze individueel de marktprijs niet kunn<strong>en</strong> beïnvloed<strong>en</strong>.<br />

In het theoretische marktmodel komt de marktprijs tot stand door het<br />

anonieme kracht<strong>en</strong>spel <strong>en</strong> interactie van alle vragers <strong>en</strong> alle aanbieders op die<br />

markt. Individueel heeft niemand invloed op de uitkomst van de markt. De marktprijs<br />

is <strong>voor</strong> elke vrager <strong>en</strong> elke aanbieder gegev<strong>en</strong>. Teg<strong>en</strong> die prijs kan hij of zij<br />

elke gew<strong>en</strong>ste hoeveelheid kop<strong>en</strong> <strong>en</strong> verkop<strong>en</strong>. In de praktijk van de meeste markt<strong>en</strong><br />

hebb<strong>en</strong> de aanbieders wel invloed op de prijs <strong>en</strong> e<strong>en</strong> vaak <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong>d model<br />

is dat zij hun prijz<strong>en</strong> zett<strong>en</strong> (posted prices) <strong>en</strong> vervolg<strong>en</strong>s kijk<strong>en</strong> hoeveel klant<strong>en</strong> er<br />

op afkom<strong>en</strong> (d<strong>en</strong>k aan de supermarkt<strong>en</strong>). In andere markt<strong>en</strong> zijn er bilaterale<br />

onderhandeling<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> e<strong>en</strong> vrager <strong>en</strong> e<strong>en</strong> aanbieder <strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> beid<strong>en</strong> afhankelijk<br />

van hun onderhandelingsvaardighed<strong>en</strong> invloed op de prijs die tot stand komt.<br />

In de praktijk is de volmaakte concurr<strong>en</strong>tie van de theoretische markt<strong>en</strong> vervang<strong>en</strong><br />

door onvolmaakte, maar rivaliser<strong>en</strong>de concurr<strong>en</strong>tie. E<strong>en</strong> oligopolie situatie met<br />

e<strong>en</strong> aantal grote aanbieders <strong>en</strong> daaromhe<strong>en</strong> e<strong>en</strong> aantal kleinere nichespelers is de<br />

gebruikelijke situatie op e<strong>en</strong> markt. In e<strong>en</strong> dergelijk oligopolistische markt komt<br />

niet de volmaakte Pareto optimale situatie tot stand. Maar e<strong>en</strong> concurr<strong>en</strong>tieel oligopolie<br />

waarbij het beperkt aantal mededingers int<strong>en</strong>s met elkaar concurrer<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

rivaliser<strong>en</strong>, heeft wel e<strong>en</strong> aantal eig<strong>en</strong>schapp<strong>en</strong> die gunstig zijn <strong>voor</strong> de welvaart<br />

van de consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. Concurrer<strong>en</strong>de oligopolies leid<strong>en</strong> tot prijs- <strong>en</strong> kwaliteitsniveaus<br />

die de niveaus van volmaakte mededinging vrij dicht b<strong>en</strong>ader<strong>en</strong> (zie industriële<br />

organisatie tekstboek<strong>en</strong> over concurrer<strong>en</strong>de Cournot <strong>en</strong> zeker Bertrand


44 Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking: Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> welvaartseconomische aanpak<br />

modell<strong>en</strong>) 15 . Uit studies van Aghion <strong>en</strong> ander<strong>en</strong> (2005) (<strong>voor</strong> Nederland zie Jan<br />

Boone <strong>en</strong> Eric van Damme (2004)) blijkt dat concurr<strong>en</strong>tiële oligopolist<strong>en</strong> het<br />

meest gunstig zijn <strong>voor</strong> innovatie <strong>en</strong> productvernieuwing.<br />

Ondanks dat het theoretisch ideaal van vvm in praktijk niet bestaat, heeft de praktijk<br />

van rivaliser<strong>en</strong>de concurr<strong>en</strong>tie veel <strong>voor</strong>del<strong>en</strong>. De meest in het oogspring<strong>en</strong>de<br />

daarvan is efficiëntiebevordering <strong>en</strong> dus welvaartsverbetering.<br />

2.4.1 De kracht van marktwerking in de praktijk<br />

<strong>Marktwerking</strong> kan op verschill<strong>en</strong>de manier<strong>en</strong> efficiëntieverhog<strong>en</strong>d uitwerk<strong>en</strong>. T<strong>en</strong><br />

eerste betek<strong>en</strong>t marktwerking dat produc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> op de kost<strong>en</strong> moet<strong>en</strong> lett<strong>en</strong> <strong>en</strong> de<br />

productiviteit moet<strong>en</strong> verhog<strong>en</strong>. T<strong>en</strong> tweede betek<strong>en</strong>t marktwerking dat vraag <strong>en</strong><br />

aanbod beter op elkaar word<strong>en</strong> afgestemd. Dat kan doordat de markt e<strong>en</strong> lagere<br />

prijs (eig<strong>en</strong>lijk: betere prijs-kwaliteitsverhouding) of meer productvariant<strong>en</strong> aanbiedt.<br />

We noem<strong>en</strong> dit tezam<strong>en</strong> statische efficiëntie (zie §2.2.1).<br />

Het theoretisch ideaal van statische efficiëntie is in de praktijk echter niet g<strong>en</strong>oeg.<br />

In het geval van rivaliser<strong>en</strong>de concurr<strong>en</strong>tie is er nog e<strong>en</strong> derde concurr<strong>en</strong>tiebevorder<strong>en</strong>de<br />

factor: marktwerking wakkert investering<strong>en</strong> in <strong>en</strong> introductie van nieuwe<br />

product<strong>en</strong> <strong>en</strong> nieuwe productiemethod<strong>en</strong> aan. In de discussie uit de jar<strong>en</strong> dertig<br />

over de planeconomie versus de markteconomie war<strong>en</strong> zoals hierbov<strong>en</strong> aangegev<strong>en</strong><br />

verteg<strong>en</strong>woordigers van de Oost<strong>en</strong>rijkse school actief (Hayek <strong>en</strong> Von Mises).<br />

De Oost<strong>en</strong>rijkers hebb<strong>en</strong> de zeg<strong>en</strong>ing<strong>en</strong> van de markt nooit gezocht in statische<br />

modell<strong>en</strong> met volmaakte mededinging. Voor h<strong>en</strong> lag<strong>en</strong> de <strong>voor</strong>del<strong>en</strong> van de markt<br />

eerder in de mogelijkhed<strong>en</strong> die de markt creëerde <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> dynamische, risiconem<strong>en</strong>de<br />

ondernemer die in zijn strev<strong>en</strong> naar succes <strong>en</strong> in rivaliteit met de ander<strong>en</strong><br />

nieuwe productiemethod<strong>en</strong> ontwierp of nieuwe product<strong>en</strong> introduceerde die<br />

– indi<strong>en</strong> succesvol – leidde tot e<strong>en</strong> hogere welvaart van de ondernemer maar ook<br />

tot e<strong>en</strong> hogere welvaart van de consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. Deze visie spoort ook met de visie<br />

van Schumpeter in zijn boek over Capitalism, Socialism and Democracy (1942),<br />

waarin hij laat zi<strong>en</strong> dat het kapitalisme e<strong>en</strong> systeem is van creatieve destructie (zie<br />

ook het rec<strong>en</strong>te werk van Baumol (2002, 2007). Bij de val van de Berlijnse muur<br />

bleek ook dat het communistisch systeem uiteindelijk t<strong>en</strong> onder was gegaan omdat<br />

het e<strong>en</strong> stilstaand systeem was zonder <strong>en</strong>ige innovatie. De groei van de welvaart<br />

zit er niet in dat we steeds meer van hetzelfde mak<strong>en</strong> (want dan zoud<strong>en</strong> we nog<br />

altijd e<strong>en</strong> economie hebb<strong>en</strong> die gebaseerd is op paard<strong>en</strong> <strong>en</strong> postkoets<strong>en</strong>). De welvaart<br />

zit in het <strong>voor</strong>tdur<strong>en</strong>d ontwerp<strong>en</strong> van nieuwe product<strong>en</strong> <strong>en</strong> productiewijz<strong>en</strong><br />

die het lev<strong>en</strong> van de burgers veraang<strong>en</strong>am<strong>en</strong> <strong>en</strong> hun mogelijkhed<strong>en</strong> verbred<strong>en</strong>. We<br />

noem<strong>en</strong> dit dynamische efficiëntie.<br />

15 Wanneer er in e<strong>en</strong> duopoliemarkt weinig beperking<strong>en</strong> zijn aan het marktaandeel dat aanbieders op<br />

korte termijn zoud<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> verover<strong>en</strong>, zal int<strong>en</strong>sieve prijsconcurr<strong>en</strong>tie het gevolg zijn. In de theoretische<br />

karikatuur mondt deze zogehet<strong>en</strong> Bertrand-concurr<strong>en</strong>tie uit in e<strong>en</strong> situatie die <strong>voor</strong> de afnemer<br />

niet verschilt van e<strong>en</strong> markt met talloze aanbieders, waarin de prijz<strong>en</strong> t<strong>en</strong>der<strong>en</strong> naar de marginale kost<strong>en</strong>.<br />

Specifiek overheidsingrijp<strong>en</strong> door prijs- of toegangsregulering is in dat geval niet nodig, ondanks<br />

het feit dat er slechts twee spelers actief zijn.


Baarsma & Theeuwes 45<br />

Sam<strong>en</strong>vatt<strong>en</strong>d: de markt produceert wat burgers het meest belangrijk vind<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

springt daarbij zuinig om met schaarse middel<strong>en</strong>. Op markt<strong>en</strong> met weinig tot ge<strong>en</strong><br />

concurr<strong>en</strong>tie zal het introducer<strong>en</strong> of verbeter<strong>en</strong> van marktwerking in deze econom<strong>en</strong>-terminologie<br />

leid<strong>en</strong> tot statische <strong>en</strong> dynamische efficiëntie.<br />

De verwachting<strong>en</strong> t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van het introducer<strong>en</strong> of versterk<strong>en</strong> van marktwerking<br />

is dus dat dit leidt tot lagere prijz<strong>en</strong> (<strong>en</strong>/of hogere kwaliteit), meer innovatie<br />

<strong>en</strong> tevred<strong>en</strong> consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. In die zin b<strong>en</strong>ader<strong>en</strong> de concurrer<strong>en</strong>de markt<strong>en</strong> uit de<br />

praktijk van elke dag, de Pareto efficiënte k<strong>en</strong>merk<strong>en</strong> van het theoretische marktmodel.<br />

Zijn deze verwachting<strong>en</strong> ook uitgekom<strong>en</strong> in de praktijk? Uit wet<strong>en</strong>schappelijke<br />

literatuur blijkt dat deze positieve verwachting<strong>en</strong> over de effect<strong>en</strong> van<br />

marktwerking in de praktijk gegrond blijk<strong>en</strong> te zijn <strong>en</strong> dat de markt in veel gevall<strong>en</strong><br />

beter presteert dan de overheid 16 . Grosso modo vind<strong>en</strong> deze wet<strong>en</strong>schappers<br />

dat marktwerking (<strong>en</strong> rivaliser<strong>en</strong>de concurr<strong>en</strong>tie als onderdeel daarvan) heeft<br />

geleid tot lagere (arbeids)kost<strong>en</strong> <strong>en</strong> meer innovatie bij gelijkblijv<strong>en</strong>de of toeg<strong>en</strong>om<strong>en</strong><br />

kwaliteit; de efficiëntie is dus toeg<strong>en</strong>om<strong>en</strong>.<br />

Mede op basis van deze empirische resultat<strong>en</strong> over marktwerking concluder<strong>en</strong> we<br />

dat het legitiem is om de markt als startpunt te hanter<strong>en</strong> bij het doord<strong>en</strong>k<strong>en</strong> van de<br />

rol van de overheid. Dit strookt met de welvaartseconomische aanpak zoals<br />

beschrev<strong>en</strong> in dit preadvies. Ondanks de litanie van onvolmaakthed<strong>en</strong> is deze welvaartseconomische<br />

aanpak nog altijd de minst slechte aanpak.<br />

2.4.2 Pareto efficiëntie als b<strong>en</strong>chmark <strong>en</strong> MKBA als sluitstuk<br />

Dit preadvies beschrijft Pareto optimaliteit als de ideale situatie <strong>voor</strong> markt <strong>en</strong><br />

overheid, maar laat ook zi<strong>en</strong> dat de ideale situatie niet bestaat. Markt<strong>en</strong> die aan alle<br />

condities <strong>voor</strong> Pareto-optimaliteit voldo<strong>en</strong> bestaan niet; ev<strong>en</strong>min kan overheidsbeleid<br />

dit reparer<strong>en</strong>. Echter, de meeste beleidseconom<strong>en</strong> veronderstell<strong>en</strong> dat het toch<br />

meestal e<strong>en</strong> Pareto-verbetering inhoudt als de overheid in haar beleid streeft om<br />

zoveel mogelijk de condities <strong>voor</strong> volkom<strong>en</strong> vrije mededinging (of wat daar in de<br />

praktijk mee overe<strong>en</strong>komt: rivaliser<strong>en</strong>de concurr<strong>en</strong>tie) te b<strong>en</strong>ader<strong>en</strong>. Stel bij<strong>voor</strong>beeld<br />

dat de transparantie van e<strong>en</strong> markt beperkt is <strong>en</strong> nooit volledig zal zijn <strong>en</strong> er<br />

daarnaast barrières bestaan die vrije toetreding <strong>en</strong> uittreding <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong>. Er is dan<br />

sprake van e<strong>en</strong> second best situatie. Toch gaat de overheid er in dergelijke gevall<strong>en</strong><br />

vanuit dat het optimaal is de marktbarrières te verlag<strong>en</strong>. We houd<strong>en</strong> dus in de praktijk<br />

vast aan het Pareto-criterium als b<strong>en</strong>chmark. Niet als ultiem doel, maar als<br />

richting <strong>voor</strong> beleid.<br />

Ondanks het fundam<strong>en</strong>tele fal<strong>en</strong> van onze instituties om Pareto-optimaliteit te<br />

16 Zie bij<strong>voor</strong>beeld: Asaftei et al. (2008); Bartel & Harrison (2005); Boardman & Vining (1989); Dis- Dis-<br />

ney et al. (2003); Estrin & Angelucci (2003); Griffith (2001); Kay (2002); Lundsgaard (2002); Megginson<br />

<strong>en</strong> Netter (2001); Nickell (1996); Okt<strong>en</strong> & Arin (2006); Rees (1988); Ramaswamy (2001);<br />

Shleifer, 1998; Srinivasan & Jagannathan (1999); Vining & Boardman (1992). Ook het rec<strong>en</strong>te door EZ<br />

uitgevoerde onderzoek naar de resultat<strong>en</strong> van marktwerking is overweg<strong>en</strong>d positief (ministerie van EZ,<br />

2008).


46 Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking: Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> welvaartseconomische aanpak<br />

behal<strong>en</strong>, concluder<strong>en</strong> we in dit preadvies dat de welvaartseconomische aanpak<br />

nog altijd de minst slechte is als het gaat om het doord<strong>en</strong>k<strong>en</strong> van de rolverdeling<br />

markt <strong>en</strong> overheid. Concreet betek<strong>en</strong>t de welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering dat<br />

<strong>voor</strong> elk allocatieprobleem altijd eerst wordt gekek<strong>en</strong> of dit aan de markt kan word<strong>en</strong><br />

overgelat<strong>en</strong>. Door eerst de overheid weg te lat<strong>en</strong> uit de analyse wordt duidelijk<br />

waar de markt faalt <strong>en</strong> waarom. Overheidsbeleid kan dan aangrijp<strong>en</strong> bij de oorzak<strong>en</strong><br />

van de problem<strong>en</strong>. Omdat de overheid verschill<strong>en</strong>de beleidsopties heeft <strong>en</strong> aan<br />

elk van die opties nadel<strong>en</strong> zijn verbond<strong>en</strong> (net als markt<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> ook overhed<strong>en</strong><br />

fal<strong>en</strong>), is het niet g<strong>en</strong>oeg om vast te stell<strong>en</strong> dat de markt e<strong>en</strong> bepaald belang onvoldo<strong>en</strong>de<br />

borgt. Het moet duidelijk zijn dat de overheid dat beter – gemet<strong>en</strong> langs de<br />

meetlat van Pareto-optimaliteit oftewel welvaart – doet dan de markt.<br />

Het instrum<strong>en</strong>t bij uitstek om dat vast te stell<strong>en</strong>, is e<strong>en</strong> maatschappelijke<br />

kost<strong>en</strong>bat<strong>en</strong>analyse (MKBA). Dergelijke analyses kunn<strong>en</strong> het grijze gebied,<br />

waarin niet mete<strong>en</strong> duidelijk is wat de taakverdeling tuss<strong>en</strong> markt <strong>en</strong> overheid is,<br />

minimaliser<strong>en</strong>. Dit grijze gebied is waar beleidsproblem<strong>en</strong> ontstaan. Politie hoort<br />

bij de overheid <strong>en</strong> pindakaas bij de markt, maar wat do<strong>en</strong> we met p<strong>en</strong>sio<strong>en</strong><strong>en</strong>,<br />

gasopslag <strong>en</strong> onderwijs? De eerlijkheid gebiedt te zegg<strong>en</strong> dat de theoretische<br />

inzicht<strong>en</strong> over marktwerking lang niet altijd duidelijkheid verschaff<strong>en</strong> in het grijze<br />

gebied. Soms wet<strong>en</strong> we <strong>voor</strong>af gewoonweg niet of de markt of de overheid beter<br />

slaagt in het bereik<strong>en</strong> van meer welvaart. E<strong>en</strong> MKBA biedt dan uitkomst. Het<br />

zorgt <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> expliciete afweging van kost<strong>en</strong> <strong>en</strong> bat<strong>en</strong> <strong>en</strong> de verdeling daarvan<br />

over actor<strong>en</strong>. De politieke motiev<strong>en</strong> die nu vaak zo impliciet in beleidskeuzes zitt<strong>en</strong><br />

verstopt, word<strong>en</strong> met e<strong>en</strong> MKBA expliciet gemaakt. Duidelijk wordt waarom<br />

de overheid iets tot e<strong>en</strong> publiek belang rek<strong>en</strong>t. We zijn daarmee uit de cirkel gestapt<br />

die de WRR in navolging van de Haagse praktijk tek<strong>en</strong>de. Het grijze gebied wordt<br />

transparanter <strong>en</strong> dus kleiner door het toepass<strong>en</strong> van MKBA. Daar<strong>en</strong>bov<strong>en</strong> wordt<br />

het grijze gebied kleiner door het kiez<strong>en</strong> van de aanvliegroute van de markt.<br />

2.4.3 Conclusie<br />

Dit preadvies is geschrev<strong>en</strong> vanuit de ervaring dat de mate van overheidsingrijp<strong>en</strong><br />

verschilt naar gelang de beleidsmaker of politicus zijn afwegingsproces start bij de<br />

overheid of bij de markt. De definitie van wat e<strong>en</strong> publieke belang is, verschilt<br />

sterk tuss<strong>en</strong> beide aanvliegroutes. Start<strong>en</strong>d bij de markt zal minder snel sprake zijn<br />

van e<strong>en</strong> publiek belang. Is de keuze <strong>voor</strong> de markt als startpunt e<strong>en</strong> ideologische<br />

stap zoals econom<strong>en</strong> wel wordt verwet<strong>en</strong>? Nee, daar is ge<strong>en</strong> sprake van. Er zijn<br />

objectieve red<strong>en</strong><strong>en</strong> om bij de markt te start<strong>en</strong> <strong>en</strong> te werk<strong>en</strong> met het in dit preadvies<br />

uitgeschrev<strong>en</strong> welvaartseconomische afwegingskader bij het borg<strong>en</strong> van publieke<br />

belang<strong>en</strong>.<br />

Allereerst is er het empirische bewijs dat marktwerking aan de theoretische verwachting<strong>en</strong><br />

van hogere statische <strong>en</strong> dynamische efficiëntie voldoet <strong>en</strong> in veel<br />

gevall<strong>en</strong> beter presteert dan de overheid 17 . <strong>Marktwerking</strong> werkt efficiëntie in de<br />

17 Zie de in de vorige voetnoot aangehaalde empirische studies.


Baarsma & Theeuwes 47<br />

hand, waardoor ge<strong>en</strong> schaarse middel<strong>en</strong> word<strong>en</strong> verspild in e<strong>en</strong> wereld van tekort<strong>en</strong>.<br />

<strong>Marktwerking</strong> creëert meer welvaart <strong>voor</strong> iedere<strong>en</strong>: “The capitalist achieveachievem<strong>en</strong>t does not typically consist in providing more silk stockings for que<strong>en</strong>s but in<br />

bringing them within the reach of factory girls in return for steadily decreasing<br />

amounts of effort” (Schumpeter, 1942, p.67). Pareto optimaliteit wordt weliswaar<br />

nooit gerealiseerd, maar de b<strong>en</strong>adering (met de hierbov<strong>en</strong> gedefinieerde rivaliser<strong>en</strong>de<br />

concurr<strong>en</strong>tie) blijkt in de praktijk vele <strong>voor</strong>del<strong>en</strong> te hebb<strong>en</strong>. Door te start<strong>en</strong><br />

bij de markt kunn<strong>en</strong> deze <strong>voor</strong>del<strong>en</strong> zoveel mogelijk word<strong>en</strong> meeg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> in de<br />

afweging.<br />

Er zijn ook ethische, niet in dit preadvies behandelde, argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de welvaartseconomische<br />

b<strong>en</strong>adering. <strong>Marktwerking</strong> kan word<strong>en</strong> gerelateerd aan persoonlijke<br />

vrijheid 18 <strong>en</strong> keuzevrijheid. Overheidsingrijp<strong>en</strong> daar<strong>en</strong>teg<strong>en</strong> betek<strong>en</strong>t<br />

altijd dat gebruik wordt gemaakt van haar machtsmonopolie waarmee burgers<br />

dwing<strong>en</strong>d word<strong>en</strong> gestuurd of waarbij burgers word<strong>en</strong> verplicht heffing<strong>en</strong> te betal<strong>en</strong>.<br />

Het feit dat overheidsingrijp<strong>en</strong> gepaard gaat met het inperk<strong>en</strong> van individuele<br />

vrijhed<strong>en</strong> <strong>en</strong> het heff<strong>en</strong> van belasting betek<strong>en</strong>t dat dit ingrijp<strong>en</strong> gelegitimeerd moet<br />

word<strong>en</strong>. Deze legitimatie is alle<strong>en</strong> mogelijk door beleidsproblem<strong>en</strong> vanuit het<br />

startpunt van de markt te analyser<strong>en</strong>.<br />

Verder zijn er ook praktische red<strong>en</strong><strong>en</strong> om het welvaartseconomische b<strong>en</strong>adering<br />

als leidraad te nem<strong>en</strong> in beleidsafweging<strong>en</strong>. T<strong>en</strong> eerste biedt de welvaartseconomische<br />

b<strong>en</strong>adering <strong>en</strong> de analyse van marktfal<strong>en</strong> e<strong>en</strong> organisatieschema om<br />

beleidsproblem<strong>en</strong> te structurer<strong>en</strong>. De begripp<strong>en</strong> marktwerking, maatschappelijk<br />

belang <strong>en</strong> publiek belang pass<strong>en</strong> perfect in dit schema. T<strong>en</strong> tweede biedt de welvaartseconomische<br />

b<strong>en</strong>adering e<strong>en</strong> toetsingskader om de resultat<strong>en</strong> van<br />

marktwerking <strong>en</strong> van overheidsingrijp<strong>en</strong> te beoordel<strong>en</strong>. De prestaties van de<br />

markt<strong>en</strong> in de praktijk kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> beoordeeld door de praktische resultat<strong>en</strong><br />

te verge lijk<strong>en</strong> met de economische eig<strong>en</strong>schapp<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> economie in e<strong>en</strong> Pareto<br />

optimale situatie. Bij<strong>voor</strong>beeld “prijs gelijk aan marginale kost<strong>en</strong>” is e<strong>en</strong> theoretische<br />

eig<strong>en</strong>schap 19 waarmee marktwerking in de praktijk kan word<strong>en</strong> beoordeeld<br />

<strong>en</strong> marktfal<strong>en</strong> kan word<strong>en</strong> gedefinieerd. T<strong>en</strong> derde biedt de welvaartseconomische<br />

b<strong>en</strong>adering e<strong>en</strong> kader waarmee overheidsingrijp<strong>en</strong> kan word<strong>en</strong> gelegitimeerd.<br />

We bedoel<strong>en</strong> hiermee de techniek van de kost<strong>en</strong>bat<strong>en</strong>analyse van overheidsingrijp<strong>en</strong>.<br />

Elk overheidsingrijp<strong>en</strong> br<strong>en</strong>gt (welvaarts)kost<strong>en</strong> <strong>en</strong> -bat<strong>en</strong> met<br />

zich mee. Overheidsingrijp<strong>en</strong> is welvaartsverhog<strong>en</strong>d indi<strong>en</strong> de bat<strong>en</strong> de kost<strong>en</strong><br />

overstijg<strong>en</strong>.<br />

Sam<strong>en</strong>vatt<strong>en</strong>d: de economische ord<strong>en</strong>ing is e<strong>en</strong> m<strong>en</strong>gvorm van markt <strong>en</strong> overheid<br />

met e<strong>en</strong> lexicografische ord<strong>en</strong>ing: eerst de markt <strong>en</strong> dan de overheid. Het is in de<br />

18 Capitalism and Freedom van Milton Friedman is het klassieke <strong>voor</strong>beeld in dit verband.<br />

19 Voor goeder<strong>en</strong> met hoge vaste kost<strong>en</strong> kan de regel ‘prijs gelijk aan marginale kost<strong>en</strong>’ leid<strong>en</strong> tot<br />

verliez<strong>en</strong> omdat de vaste kost<strong>en</strong> onvoldo<strong>en</strong>de word<strong>en</strong> terugverdi<strong>en</strong>d. Binn<strong>en</strong> de welvaartseconomische<br />

b<strong>en</strong>adering kan word<strong>en</strong> afgeleid dat niet lineaire prijz<strong>en</strong> <strong>en</strong> Ramsey prijz<strong>en</strong> in die gevall<strong>en</strong> mogelijk<br />

e<strong>en</strong> oplossing bied<strong>en</strong>.


48 Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking: Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> welvaartseconomische aanpak<br />

eerste plaats e<strong>en</strong> markteconomie bijgestaan door de overheid. Al met al blijkt de<br />

economische keuze <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> markteconomie vergelijkbaar met de politieke keuze<br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> democratie <strong>en</strong> dus besluit<strong>en</strong> we met e<strong>en</strong> variatie op de uitspraak van<br />

Churchill:<br />

“The market economy is the worst form of economy, except for all those<br />

other forms that have be<strong>en</strong> tried from time to time.” 20<br />

20 “Democracy is the worst form of governm<strong>en</strong>t, except for all those other forms that have be<strong>en</strong> tried<br />

from time to time”. From a House of Commons speech on November 11, 1947.


Baarsma & Theeuwes 49<br />

Refer<strong>en</strong>ties<br />

Aghion, Ph., N. Bloom, R. Blundell, R. Griffith, P. Howitt (2005) Competition and<br />

innovation: an inverted-U relationship, Quarterly journal of Economics,<br />

May; 701-728.<br />

Arrow, K. (1963), Social Choice and Individual Values, New York: John Wiley &<br />

Sons, Inc. (2 nd edition).<br />

Arrow, K. <strong>en</strong> F. Hahn (1971), G<strong>en</strong>eral Competitive Analysis, Edinburgh: Oliver<br />

and Boyd.<br />

Asaftei, G. S.C. Kumbhakarb & D. Mantescu (2008), Ownership, business <strong>en</strong>vironm<strong>en</strong>t<br />

and productivity change. Journal of Comparative Economics,<br />

36(3); 498-509.<br />

Baumol, W.J. (2002), The free­market innovation machine: analyzing the growth<br />

miracle of capitalism, New Jersey: Princeton University Press.<br />

Baumol, W.J., R.E. Litan & C.J. Schramm (2007), Good capitalism, bad capitalism,<br />

and the economics of growth and prosperity, New Hav<strong>en</strong>: Yale University<br />

Press.<br />

Bergson, A. (1938), A Reformulation of Certain Aspects of Welfare Economics,<br />

Quarterly Journal of Economics, 52(2); 310-34.<br />

Bartel, A.P. & A.E. Harrison (2005), Ownership Versus Environm<strong>en</strong>t: Dis<strong>en</strong>tangling<br />

the Sources of Public-Sector Ineffici<strong>en</strong>cy. Review of Economics and<br />

Statistics, 87( 1); 135-147.<br />

Boardman, A.E. & A.R. Vining (1989), Ownership and performance in competitive<br />

<strong>en</strong>vironm<strong>en</strong>ts, Journal of Law and Economics, 32; 1-33.<br />

Boone, J. <strong>en</strong> E. van Damme (2004), Markstructuur <strong>en</strong> innovatie, in: B. Jacobs <strong>en</strong><br />

J. J. M. Theeuwes (reds.), Innovatie in Nederland ­ De markt draalt <strong>en</strong> de<br />

overheid faalt, p. 71-92, <strong>Koninklijke</strong> Ver<strong>en</strong>iging <strong>voor</strong> de Staathuishoudkunde<br />

Preadviez<strong>en</strong> 2004, Amsterdam.<br />

Bradford, R.A. (1945), The Economic Organization of a Prisoner of War camp,<br />

Economica, 12; 189-210.<br />

Coase, R. (1937), The Nature of the Firm, Economica, 4; 386-405.<br />

Coase, R. (1960), The Problem of Social Cost, Journal of Law and Economics, 3;<br />

1-44.<br />

Currie, J. & F. Gavarih (2008), Transfers in Cash and In-Kind: Theory meets the<br />

Data, in Journal of Economic Literature,46 (2), June; 333-383.<br />

Disney, R., J. Haskel & Y. Hed<strong>en</strong> (2003), Restructuring and productivity growth in<br />

UK manufacturing. Economic Journal, 113; 666–694.<br />

Estrin, S. & M. Angelucci (2003), Ownership, Competition and Enterprise Performance.<br />

Comparative Economic Studies, 45(2); 173-191.<br />

Friedman, M. (1962), Capitalism and Freedom, Chicago: University of Chicago<br />

Press.<br />

Griffith, R. (2001), Product Market Competition, Effici<strong>en</strong>cy and Ag<strong>en</strong>cy Costs: An<br />

Empirical Analysis. The Institute For Fiscal Studies, working paper<br />

WP01/12.<br />

Groves, Th. & J.O. Ledyard (1977). Optimal Allocation of Public Goods: A Solution<br />

to the “Free Rider” Problem, Econometrica, vol. 45(4); 783-809.


50 Hoofdstuk 2 Publiek belang <strong>en</strong> marktwerking: Argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> welvaartseconomische aanpak<br />

Inman, R. (1987), Markets, Governm<strong>en</strong>ts and the “New” Political Economy,<br />

Chapter 12 in Auerbach and Feldstein, Handbook of Public Economics,<br />

volume II, Elsevier, Amsterdam; 647-777.<br />

Kaplow L. & S. Shavell (2002), Fairness versus Welfare, Cambridge: Harvard<br />

University Press.<br />

Kay, J. (2002), The Business of Economics. Oxford University Press.<br />

Lipsey, R.G. & K. Lancaster (1956), The G<strong>en</strong>eral Theory of Second Best, The<br />

Review of Economic Studies, Vol. 24, No. 1. (1956-1957); 11–32.<br />

Lucas, R. (2003), Macroeconomic Priorities, American Economic Review, 93( 1);<br />

1-14.<br />

Lundsgaard, J. (2002), Competition and effici<strong>en</strong>cy in publicly funded services.<br />

OECD Working Paper, no. 331, Paris.<br />

McMillan, J. (2002), Reinv<strong>en</strong>ting the Bazaar: The Natural History of Markets,<br />

New York: W.W. Norton & Company.<br />

Megginson, W. & J. Netter (2001), From State to Market: A Survey of Empirical<br />

Studies on Privatization. Journal of Economic Literature, 39 (June);<br />

321-389.<br />

Ministerie van Economische Zak<strong>en</strong> (2008), Onderzoek marktwerkingsbeleid. D<strong>en</strong><br />

Haag.<br />

Nickell, S. (1996). Competition and corporate performance. Journal of Political<br />

Economy, 104; 724-746.<br />

Okt<strong>en</strong>, C. & K.P. Arin (2006), The Effects of Privatization on Effici<strong>en</strong>cy: How<br />

Does Privatization Work? World Developm<strong>en</strong>t, 34(9); 1537-1556.<br />

Pigou, A.C. (1932), The Economics of Welfare, Fourth Edition, London: MacMillan<br />

and Co.<br />

Posner, R.A. (1974), Theories of Economic Regulation, Bell Journal of Economics,<br />

5(2); 335-358, Autumn.<br />

Ramaswamy, K. (2001), Organizational ownership, competitive int<strong>en</strong>sity, and firm<br />

performance: an empirical study of the Indian Manufacturing sector.<br />

Strategic Managem<strong>en</strong>t Journal, 22; 989–998.<br />

Rees, R. (1988), Ineffici<strong>en</strong>cy, public <strong>en</strong>terprise and privatisation. European<br />

Economic Review, 32; 422-431.<br />

Schumpter, J.A. (1942), Capitalism, Socialism and Democracy. New York: Harper<br />

and Row.<br />

Shleifer, A. (1998), State versus private ownership, Journal of Economic<br />

Perspectives, 12(4), 133-150.<br />

Smith, A. (1776), An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of<br />

Nations.<br />

Srinivasan, S.B. & R. Jagannathan (1999), Does Product Market Competition<br />

Reduce Ag<strong>en</strong>cy Costs. Available at SSRN: http://ssrn.com/abstract=<br />

181166.<br />

Stiglitz, J.E. (1991), The Invisible Hand and Modern Welfare Economics, NBER,<br />

working paper 3642, Cambridge.<br />

Stiglitz J.E. (1994), Whither Socialism?, Cambridge: MIT Press.<br />

Teulings, C.N., Bov<strong>en</strong>berg, A.L. & Dal<strong>en</strong>, H.P. van (2003),De calculus van het<br />

pu blieke belang. D<strong>en</strong> Haag: K<strong>en</strong>nisc<strong>en</strong>trum <strong>voor</strong> Ord<strong>en</strong>ingsvraag stukk<strong>en</strong>.


Baarsma & Theeuwes 51<br />

Thaler, Richard H. and Cass R. Sunstein (2008). Nudge: Improving Decisions<br />

About Health, Wealth, and Happiness Washington D.C.<br />

Vining, A. & A. Boardman (1992), Ownership versus competition: effici<strong>en</strong>cy in<br />

public <strong>en</strong>terprise. Public Choice, 73; 205-39.<br />

Wet<strong>en</strong>schappelijk instituut CDA (2008), E<strong>en</strong> sociale vlaktaks: Naar werkbare <strong>en</strong><br />

begrijpelijke inkomst<strong>en</strong>belasting<strong>en</strong>, D<strong>en</strong> Haag.<br />

Wet<strong>en</strong>schappelijke Raad <strong>voor</strong> het Regeringsbeleid (2000), Het borg<strong>en</strong> van publiek<br />

belang. WRR rapport<strong>en</strong> aan de regering, 56. D<strong>en</strong> Haag: Sdu uitgevers.<br />

Winston, C. (2006), Governm<strong>en</strong>t Failure versus Market Failure, Washington D.C:<br />

AEI-Brooking Joint C<strong>en</strong>ter for Regulatory Studies.


Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong><br />

belang in de Europese Unie<br />

Jacques Pelkmans *<br />

3.1 Inleiding<br />

<strong>Marktwerking</strong> speelt e<strong>en</strong> belangrijke rol in de Europese economische integratie.<br />

Hoewel niet-economische aspect<strong>en</strong> (zoals sam<strong>en</strong>werking bij criminaliteitsbestrijding<br />

<strong>en</strong> asieltoewijzing, maar deels ook buit<strong>en</strong>lands beleid) e<strong>en</strong> groter gewicht in de<br />

schaal legg<strong>en</strong> dan in de eerste dec<strong>en</strong>nia van de Unie, is <strong>en</strong> blijft de economische<br />

integratie de ‘harde kern’ van de Europese integratie. C<strong>en</strong>traal daarin staat de interne<br />

markt. Vanaf het begin heeft <strong>voor</strong>op gestaan dat de instelling of verwez<strong>en</strong>lijking<br />

(‘establishm<strong>en</strong>t’) van de interne markt e<strong>en</strong> noodzakelijke maar onvoldo<strong>en</strong>de <strong>voor</strong>waarde<br />

is om de sociaal-economische doelstelling<strong>en</strong> (zie sectie 2) van de Unie<br />

effectief na te strev<strong>en</strong>. Daartoe is de ‘goede werking’ (proper functioning) van de<br />

interne markt vereist <strong>en</strong> het verdrag 1 b<strong>en</strong>adrukt dat expliciet op diverse plaats<strong>en</strong>.<br />

Daarnaast speelt marktwerking ook e<strong>en</strong> rol in het gezam<strong>en</strong>lijke belang dat de 27<br />

lidstat<strong>en</strong> zi<strong>en</strong> in ieders’ nationaal economisch beleid ( zie art. 99, EG) alsmede in de<br />

goede werking van de muntunie, al geldt die mom<strong>en</strong>teel slechts <strong>voor</strong> 16 lidstat<strong>en</strong>.<br />

Vanaf het verdrag van Rome (1957) is de ontwikkeling van de interne markt 2<br />

steeds verder doorgevoerd. Deze opbouw van de interne markt wordt bepaald door<br />

e<strong>en</strong> functionele logica, in wisselwerking met het (krachtige) EU recht dat overig<strong>en</strong>s<br />

stap <strong>voor</strong> stap versterkt is door diverse verdragswijziging<strong>en</strong> 3 . De functionele<br />

logica van de interne markt combineert altijd de instelling van de interne markt<br />

(door het opruim<strong>en</strong> van allerlei barrières <strong>voor</strong> feitelijke of pot<strong>en</strong>tiële gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de<br />

mobiliteit<strong>en</strong> in de Unie, hetge<strong>en</strong> liberalisatie wordt g<strong>en</strong>oemd) met<br />

* Jacques Pelkmans bekleedt de Jan Tinberg<strong>en</strong> leerstoel op het Europa College te Brugge <strong>en</strong> is S<strong>en</strong>ior<br />

Research Fellow bij CEPS (C<strong>en</strong>tre for European Policy Studies) te Brussel. De auteur is dank verschuldigd<br />

aan Eric van Damme <strong>en</strong> Maart<strong>en</strong> Pieter Schinkel <strong>voor</strong> stimuler<strong>en</strong>d comm<strong>en</strong>taar <strong>en</strong> verduidelijking,<br />

alsmede aan Bart van Riel <strong>en</strong> Marko Bos <strong>voor</strong> zorgvuldige lezing van e<strong>en</strong> eerdere versie <strong>en</strong><br />

suggesties <strong>voor</strong> concrete verbetering<strong>en</strong>. Het spreekt vanzelf dat alle<strong>en</strong> de auteur verantwoordelijk is<br />

<strong>voor</strong> omissies <strong>en</strong> zwakke punt<strong>en</strong> in dit Preadvies.<br />

1 Het <strong>voor</strong> dit Preadvies relevante verdrag is het EG verdrag. Daarnaast is er e<strong>en</strong> ruimer verdrag <strong>voor</strong><br />

de EU dat tev<strong>en</strong>s handelt over bv. gezam<strong>en</strong>lijke buit<strong>en</strong>landse politiek <strong>en</strong> waard<strong>en</strong> die de Unie <strong>voor</strong>staat.<br />

In het nieuwe Lissabon verdrag is ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s sprake van twee verdrag<strong>en</strong> <strong>en</strong> het relevante verdrag daarbij<br />

is het verdrag aangaande de werking van de EU. Voor dit Preadvies maakt dit laatste ge<strong>en</strong> verschil, op<br />

e<strong>en</strong> <strong>en</strong>kel punt na.<br />

2 Aanvankelijk werd gesprok<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> geme<strong>en</strong>schappelijke markt (common market) <strong>en</strong> de term<br />

‘interne markt’ kwam pas in zwang rond 1980. Sinds de Europese E<strong>en</strong>heidsakte, e<strong>en</strong> verdragswijziging<br />

die van kracht is sinds de l<strong>en</strong>te van 1987, is het begrip interne markt in het verdrag opg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

gedefinieerd. In economische zin bestaat er ge<strong>en</strong> verschil tuss<strong>en</strong> beide term<strong>en</strong>.<br />

3 Voor e<strong>en</strong> gestyleerd overzicht, met flow-charts, van de ess<strong>en</strong>tiele verandering<strong>en</strong> van het economische<br />

deel van het verdrag in 1985/87 (de Europese E<strong>en</strong>heidsakte), Maastricht (1991/2), <strong>en</strong> Amsterdam<br />

(1997), zie Pelkmans, 2006, hoofdstuk 2. De wijziging<strong>en</strong> in Nice (2000) <strong>en</strong> Lissabon (2007/9) zijn<br />

vrijwel uitsluit<strong>en</strong>d institutioneel <strong>en</strong> politiek.


54 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

regulering of gezam<strong>en</strong>lijk beleid – waar relevant – met het oog op de ‘goede werking’<br />

van de interne markt. Gelijk e<strong>en</strong> binn<strong>en</strong>landse markt, kan ook de interne<br />

markt ‘fal<strong>en</strong>’ <strong>en</strong> dat rechtvaardigt (meestal) regulering <strong>en</strong>/of ander EU beleid,<br />

onder bepaalde ‘disciplines’. Naast marktfal<strong>en</strong> <strong>en</strong> de EU oplossing er<strong>voor</strong>, is er<br />

beleidsruimte <strong>voor</strong> lidstat<strong>en</strong>, binn<strong>en</strong> strakke EU <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>, om de mobiliteit<strong>en</strong><br />

over intra-EU gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> dan wel de mededinging die daaruit volgt, soms te beperk<strong>en</strong>.<br />

Die ruimte kan b<strong>en</strong>ut word<strong>en</strong> om bepaalde nationale sociaal-politieke keuz<strong>en</strong><br />

in het ‘algeme<strong>en</strong> belang’ te bescherm<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> ondermijning door Europese marktwerking.<br />

Aangezi<strong>en</strong> de interne markt inmiddels vrij ver is uitgebouwd, is het<br />

onvermijdelijk dat allerlei aspect<strong>en</strong> <strong>en</strong> terrein<strong>en</strong> deels (of soms zelfs geheel) onder<br />

EU liberalisatie <strong>en</strong> regulering zijn gaan vall<strong>en</strong>, althans waar van gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de<br />

effect<strong>en</strong> sprake is of redelijkerwijze kan zijn. De ambitie om zo’n ‘diepe’ <strong>en</strong><br />

veelomvatt<strong>en</strong>de interne markt te ontwikkel<strong>en</strong> heeft ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s geleid tot conceptuele<br />

<strong>en</strong> praktische problem<strong>en</strong> aangaande de door lidstat<strong>en</strong> geclaimde uitzondering<strong>en</strong><br />

op basis van het ‘algeme<strong>en</strong> belang’. Binn<strong>en</strong>landse sociale <strong>en</strong> politieke actors<br />

hebb<strong>en</strong> daar niet zeld<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> geprotesteerd, deels weg<strong>en</strong>s de aanvankelijke onbek<strong>en</strong>dheid<br />

met de EU logica, deels omdat ‘marktwerking’ werd gewantrouwd, deels<br />

omdat m<strong>en</strong> hechtte aan e<strong>en</strong> ongebreidelde autonomie met betrekking tot e<strong>en</strong> dergelijk<br />

‘algeme<strong>en</strong> belang’, e<strong>en</strong> autonomie die <strong>en</strong>igszins wordt ingesnoerd door<br />

algem<strong>en</strong>e verdragsbeginsel<strong>en</strong> <strong>en</strong> e<strong>en</strong> nauwgezette afbak<strong>en</strong>ing met wat nog wel<br />

onder EU liberalisatie <strong>en</strong> marktwerking valt.<br />

Teg<strong>en</strong> deze achtergrond bespreekt dit Preadvies de plaats <strong>en</strong> rol van marktwerking<br />

in de EU alsmede waarom, hoe <strong>en</strong> in hoeverre de combinatie dan wel de afweging<br />

met het ‘algeme<strong>en</strong> belang’ geschiedt. Dat ‘algeme<strong>en</strong> belang’ is doorgaans e<strong>en</strong> nationaal<br />

belang geformuleerd door gekoz<strong>en</strong> politici die het mandaat van kiezers uitvoer<strong>en</strong>.<br />

Daarbij di<strong>en</strong>t wel in het oog te word<strong>en</strong> gehoud<strong>en</strong> dat er ook zoiets is als het<br />

‘algeme<strong>en</strong> Europees belang’ dat in betrekkelijke op<strong>en</strong> bewoording<strong>en</strong> in de verdrag<strong>en</strong><br />

is opg<strong>en</strong>om<strong>en</strong>. Dat EU belang kan geleg<strong>en</strong> zijn in de fundam<strong>en</strong>tele vrij verkeer<br />

<strong>en</strong> vestigingsrecht<strong>en</strong> die economische ag<strong>en</strong>t<strong>en</strong> toekom<strong>en</strong> recht<strong>en</strong>s het verdrag,<br />

maar ook in gezam<strong>en</strong>lijke regulering of jurisprud<strong>en</strong>tie die nou e<strong>en</strong>maal<br />

bov<strong>en</strong>schikk<strong>en</strong>d is. Het is wez<strong>en</strong>lijk onjuist om hierbij e<strong>en</strong> algem<strong>en</strong>e teg<strong>en</strong>stelling<br />

tuss<strong>en</strong> “de” EU <strong>en</strong> nationale belang<strong>en</strong> te suggerer<strong>en</strong>, alsof de Lidstaat <strong>en</strong> haar<br />

organ<strong>en</strong> ge<strong>en</strong> constituer<strong>en</strong>d deel van de EU uit zoud<strong>en</strong> mak<strong>en</strong> <strong>en</strong> daar ge<strong>en</strong> (vaak<br />

directe) invloed op (kunn<strong>en</strong>) uitoef<strong>en</strong><strong>en</strong>. De EU borgt zowel nationaal ‘algeme<strong>en</strong><br />

belang’ (onder <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>) als door de verdrag<strong>en</strong> <strong>en</strong> EU beleid (met expliciete<br />

invloed van de Lidstat<strong>en</strong>) geschap<strong>en</strong> EU belang<strong>en</strong>. Het gaat dus uiteindelijk om<br />

zorgvuldige afweging van beide.<br />

Al die afweging<strong>en</strong> mak<strong>en</strong> deze problematiek ingewikkeld <strong>en</strong> juridisch soms uitermate<br />

complex. Dit artikel zal echter slechts in beperkte mate op deze technische<br />

details ingaan omdat dat <strong>voor</strong> de interne markt logica <strong>en</strong> de onderligg<strong>en</strong>de economische<br />

gedachtegang niet nodig is.<br />

Sectie 2 zet de interne markt logica uite<strong>en</strong>. Sectie 3 gaat in op EU regulering <strong>en</strong><br />

ander EU beleid (waaronder mededingingsbeleid) dat beoogt tot ‘goede interne


Pelkmans 55<br />

marktwerking’ te kom<strong>en</strong> ter bevordering van de sociaal-economische doelstelling<strong>en</strong><br />

van de Unie. Wordt pot<strong>en</strong>tieel marktfal<strong>en</strong> aangepakt zonder in overregulering<br />

te vervall<strong>en</strong> die marktwerking juist weer zou do<strong>en</strong> verflauw<strong>en</strong>? Sectie 4 gaat dan<br />

in op de vraag hoe de EU nationaal ‘algeme<strong>en</strong> belang’ borgt. Daarbij moet e<strong>en</strong><br />

afweging word<strong>en</strong> gemaakt tuss<strong>en</strong> het gezam<strong>en</strong>lijke EU belang om de interne markt<br />

zo goed mogelijk te lat<strong>en</strong> werk<strong>en</strong> <strong>en</strong> de beleidsautonomie van e<strong>en</strong> lidstaat. Dat<br />

geschiedt in ess<strong>en</strong>tie op twee manier<strong>en</strong>: <strong>en</strong>erzijds kunn<strong>en</strong> onderdel<strong>en</strong> van intra-EU<br />

“vrij verkeer” word<strong>en</strong> uitgezonderd (dat kan op basis van het verdrag maar in feite<br />

ontstaat dan vaak e<strong>en</strong> drang om middels de EU het bedoelde belang te borg<strong>en</strong> via<br />

EU regulering, zodat de interne markt toch kan functioner<strong>en</strong>), anderzijds mog<strong>en</strong><br />

lidstat<strong>en</strong> vertrouw<strong>en</strong> op nationale beleidsautonomie op die terrein<strong>en</strong> die buit<strong>en</strong> het<br />

verdrag vall<strong>en</strong>. In het laatste geval is de kwestie of, <strong>en</strong> in hoeverre, de precieze<br />

afbak<strong>en</strong>ing van deze autonomie toch weer allerlei afweging<strong>en</strong> oproept in de dagelijkse<br />

economische praktijk, dan wel de (in deze) autonome lidstaat onev<strong>en</strong>redig<br />

verstor<strong>en</strong>de instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> hanteert die de interne markt onnodig belemmer<strong>en</strong>.<br />

De eerste manier heeft aanvankelijk geresulteerd in zoveel uitzondering<strong>en</strong> op intra-<br />

EU vrij verkeer in goeder<strong>en</strong>, di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>en</strong> productiefactor<strong>en</strong> dat m<strong>en</strong> zich zo’n dertig<br />

jaar geled<strong>en</strong> in rede kon afvrag<strong>en</strong> of er eig<strong>en</strong>lijk wel uitzicht was op e<strong>en</strong> ware<br />

interne markt. Daar zijn vervolg<strong>en</strong>s drie nieuwe oplossing<strong>en</strong> <strong>voor</strong> gevond<strong>en</strong> die<br />

alle drie dat algem<strong>en</strong>e belang volledig blijv<strong>en</strong> respecter<strong>en</strong> maar tev<strong>en</strong>s de interne<br />

markt verdiep<strong>en</strong> <strong>en</strong> verbred<strong>en</strong>: wederzijdse erk<strong>en</strong>ning; veel meer EU regulering<br />

(waarin dat nationale algem<strong>en</strong>e belang is vervat) maar <strong>voor</strong>al gericht op de doelstelling<strong>en</strong><br />

(zoals gezondheid, veiligheid, etc.) <strong>en</strong> minder op details van technische<br />

specificaties; <strong>en</strong> het afschaff<strong>en</strong> van veto’s in de ministerrraad. In goeder<strong>en</strong> zijn<br />

deze oplossing<strong>en</strong> grosso modo toereik<strong>en</strong>d <strong>en</strong> succesvol geblek<strong>en</strong>, in di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

slechts t<strong>en</strong> dele. Er zijn ook mislukking<strong>en</strong> zoals het ontber<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> heus EU<br />

octrooi. Marktintegratie is zwak <strong>en</strong> verstoord in arbeidsmarkt<strong>en</strong> aangezi<strong>en</strong> lidstat<strong>en</strong><br />

verregaande autonomie <strong>voor</strong> nationale regulering van arbeidsmarkt<strong>en</strong> (inclusief<br />

sociale regeling<strong>en</strong>) hebb<strong>en</strong> geclaimd. Voorbeeld<strong>en</strong> van de tweede manier zijn<br />

te vind<strong>en</strong> in het EU regime <strong>voor</strong> de publieke omroep<strong>en</strong> (zonder overig<strong>en</strong>s de<br />

beleidsdiscretie t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van die publieke omroep<strong>en</strong> aan te tast<strong>en</strong>), de nationale<br />

autonomie <strong>voor</strong> loterij- <strong>en</strong> gokbeleid <strong>en</strong> de rand<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> van de nationale zegg<strong>en</strong>schap<br />

op terrein<strong>en</strong> als onderwijs <strong>en</strong> gezondheidszorg (<strong>voor</strong>al daar waar het<br />

beleid op nationaal niveau meer <strong>en</strong> meer marktwerking inzet of toelaat). In het<br />

licht van deze uite<strong>en</strong>zetting<strong>en</strong> zal sectie 5 <strong>en</strong>kele concrete <strong>voor</strong>beeld<strong>en</strong> <strong>voor</strong> Nederland<br />

belicht<strong>en</strong>, namelijk publieke TV-di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, woningbouwcorporaties <strong>en</strong> onderwijs.<br />

Het zal blijk<strong>en</strong> dat de EU goed ontwikkelde kaders <strong>voor</strong> dergelijke afweging<strong>en</strong><br />

hanteert <strong>en</strong> hoofdzakelijk waakt dat de interne markt niet onnodig wordt<br />

ondermijnd. Bij mededingingsbeleid ligt dat iets minder e<strong>en</strong>voudig, al is ook daar<br />

aanzi<strong>en</strong>lijke ruimte <strong>voor</strong> lidstat<strong>en</strong>. Wel geldt steeds dat lidstat<strong>en</strong> de EU disciplines<br />

ter bescherming van concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong> di<strong>en</strong><strong>en</strong> te aanvaard<strong>en</strong>. Deze concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong> moet<strong>en</strong><br />

kunn<strong>en</strong> vertrouw<strong>en</strong> op <strong>voor</strong>spelbare, heldere gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> van beschermde constructies<br />

(onder de uitzondering<strong>en</strong> op basis van het ‘algeme<strong>en</strong> belang’) <strong>voor</strong> hun<br />

strategische beslissing<strong>en</strong> in die markt<strong>en</strong> <strong>en</strong> mog<strong>en</strong> niet word<strong>en</strong> afgetroefd door<br />

bij<strong>voor</strong>beeld verhulde kruissubsidiëring. Sectie 6 bevat korte conclusies.


56 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

3.2 De interne markt logica<br />

Figuur 3.1 geeft de plaats van de interne markt weer in het verdrag. Hoewel diverse<br />

verdragswijziging<strong>en</strong> de rol van de interne markt significant hebb<strong>en</strong> versterkt door<br />

ruimere reikwijdte <strong>en</strong> verdieping, is de interne markt logica op zich niet veranderd.<br />

Figuur 3.1 Plaats interne markt in EU<br />

De figuur styleert de plaats <strong>en</strong> rol van de interne markt als volgt. De relevante<br />

elem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> van het verdrag bestaan uit de sociaal-economische doelstelling<strong>en</strong> 4 , de<br />

middel<strong>en</strong> die de EU di<strong>en</strong>t aan te w<strong>en</strong>d<strong>en</strong> om deze doelstelling<strong>en</strong> te bevorder<strong>en</strong>, e<strong>en</strong><br />

aantal fundam<strong>en</strong>tele beginsel<strong>en</strong> 5 <strong>en</strong> waaraan moet word<strong>en</strong> voldaan <strong>en</strong> instituties<br />

4 In Figuur 1 zijn de sociaal-economische doelstelling<strong>en</strong> uit art. 2, EG, opg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> zoals geformuleerd<br />

in de verdrag<strong>en</strong> van Amsterdam (1997) <strong>en</strong> Nice (2000; niet gewijzigd). Het verdrag van Lissabon (bij<br />

het schrijv<strong>en</strong> van dit Preadvies nog niet geratificeerd) is <strong>en</strong>igszins anders opgezet, maar hanteert ongeveer<br />

dezelfde formulering.<br />

5 Het woord ‘beginsel<strong>en</strong>’ di<strong>en</strong>t ruim te word<strong>en</strong> opgevat <strong>en</strong> speelt <strong>voor</strong>al e<strong>en</strong> rol in de formele rechts- rechtsgrond<br />

van allerlei maatregel<strong>en</strong> (<strong>en</strong> jurisprud<strong>en</strong>tie). Het gaat eig<strong>en</strong>lijk om gezam<strong>en</strong>lijke k<strong>en</strong>merk<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

rand<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>.


Pelkmans 57<br />

<strong>voor</strong> wetgeving, beleid <strong>en</strong> handhaving (waaronder de kleine <strong>en</strong> rigide EU begroting).<br />

De middel<strong>en</strong> (teg<strong>en</strong>woordig in het verdrag de ‘activiteit<strong>en</strong>’ g<strong>en</strong>oemd) bestaan<br />

uit de interne markt <strong>en</strong> EMU. 6 Zoals opgemerkt, gaat het bij de interne markt<br />

zowel om de instelling ervan als om de goede werking. Het tot stand kom<strong>en</strong> van de<br />

interne markt behelst de geleidelijke verwez<strong>en</strong>lijking van vrij verkeer <strong>en</strong> vrije vestiging,<br />

e<strong>en</strong> veelomvatt<strong>en</strong>d <strong>en</strong> langdurig proces, waarbij in de loop van de tijd de<br />

uitzondering<strong>en</strong> <strong>en</strong> <strong>voor</strong>waardelijkheid stap <strong>voor</strong> stap zijn afg<strong>en</strong>om<strong>en</strong>. 7 De goede<br />

werking van de interne markt vereist het minimaliser<strong>en</strong> van willekeurige (nietgerechtvaardigde)<br />

diversiteit van nationale regels 8 door harmonisatie of wederzijdse<br />

erk<strong>en</strong>ning, alsmede het <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> zoals externaliteit<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

internaliteit<strong>en</strong>. Daar<strong>en</strong>bov<strong>en</strong> wordt de goede werking van de interne markt bepaald<br />

door e<strong>en</strong> aantal vorm<strong>en</strong> van beleid grot<strong>en</strong>deels of geheel op EU niveau te gaan<br />

voer<strong>en</strong> omdat het handhav<strong>en</strong> van nationaal beleid tot <strong>en</strong>orme distorsies <strong>en</strong> inconsist<strong>en</strong>ties<br />

zou leid<strong>en</strong> (vervoersbeleid, landbouw & visserij, handelspolitiek) dan<br />

wel tot marktfal<strong>en</strong> (mededinging).<br />

De interne markt van de EU combineert ‘negatieve’ <strong>en</strong> ‘positieve’ integratie, d.w.z.<br />

respectievelijk de totstandkoming van de economische vrijhed<strong>en</strong> over intra-EU<br />

gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> <strong>voor</strong> economische ag<strong>en</strong>t<strong>en</strong>, <strong>en</strong> gezam<strong>en</strong>lijke regulering, EU beleid <strong>en</strong>/of<br />

uitgav<strong>en</strong> om de aldus verwez<strong>en</strong>lijkte interne markt goed te lat<strong>en</strong> werk<strong>en</strong> 9 . Zoals<br />

Figuur 3.1 aanduidt, bestaat de negatieve integratie uit de douane unie, vrij verkeer<br />

<strong>voor</strong> goeder<strong>en</strong>, di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, kapitaal <strong>en</strong> person<strong>en</strong> (<strong>en</strong> werknemers, zie art. 39, EG),<br />

vrije vestiging <strong>en</strong> ongehinderd person<strong>en</strong>verkeer <strong>voor</strong>zover dat afhangt van aspect<strong>en</strong><br />

die aanvankelijk buit<strong>en</strong> de verdrag<strong>en</strong> viel<strong>en</strong> (zoals controle op criminel<strong>en</strong>,<br />

asielzoekers, terrorist<strong>en</strong>, etc.). In de praktijk van liberalisatie in de EU gaat de<br />

positieve integratie vaak sam<strong>en</strong> met de negatieve: onderdel<strong>en</strong> van vrij verkeer word<strong>en</strong><br />

pas bereikt indi<strong>en</strong> lidstat<strong>en</strong> (<strong>en</strong> het EP) het e<strong>en</strong>s zijn over de relevante EU<br />

regels (bv. minimum norm<strong>en</strong>) die marktfal<strong>en</strong> <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> of kostbare heterog<strong>en</strong>iteit<br />

van nationale regels voldo<strong>en</strong>de verminder<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> boei<strong>en</strong>d concept dat positieve<br />

<strong>en</strong> negatieve integratie op ing<strong>en</strong>ieuze wijze verbindt, is wederzijdse erk<strong>en</strong>ning.<br />

In het goeder<strong>en</strong>verkeer <strong>en</strong> deels bij di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> wordt het vrije verkeer<br />

gehandhaafd (lidstat<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> invoer dus niet belemmer<strong>en</strong>) terwijl tegelijk de<br />

nationale regels niet word<strong>en</strong> afgeschaft of op EU niveau word<strong>en</strong> bepaald. De juris-<br />

6 Weliswaar spreekt art. 4, EG, tev<strong>en</strong>s over de ‘nauwe coordinatie van het economische beleid van de<br />

lidstat<strong>en</strong>’ dat (flauwtjes) wordt uitgewerkt in art. 99, EG, maar dit reikt niet zo ver (omdat lidstat<strong>en</strong> <strong>voor</strong><br />

nationaal economisch beleid uiteraard hun autonomie will<strong>en</strong> behoud<strong>en</strong>) <strong>en</strong> heeft bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> slechts<br />

beperkte betek<strong>en</strong>is <strong>voor</strong> marktwerking. Waar relevant wordt hierop teruggekom<strong>en</strong>.<br />

7 Dit is minder lastig geword<strong>en</strong> sinds de Europese E<strong>en</strong>heidsakte, van kracht sinds 1987, omdat deze de<br />

tot standkoming van de interne markt gedefinieerd heeft (eerder was dat onduidelijk): ‘De interne<br />

markt omvat e<strong>en</strong> ruimte zonder binn<strong>en</strong>gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> waarin het vrije verkeer van goeder<strong>en</strong>, person<strong>en</strong>, di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> kapitaal is gewaarborgd volg<strong>en</strong>s de bepaling<strong>en</strong> van dit verdrag’ (art. 14, sub 2, EG). Dit is<br />

eig<strong>en</strong>lijk e<strong>en</strong> ‘economische’ definitie (‘zonder binn<strong>en</strong>gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong>’) <strong>en</strong> politiek uitermate ambitieus. Diezelfde<br />

verdragswijziging voerde ook gekwalificeerde meerderheid in als de routine bij interne markt<br />

wetgeving door de ministerraad, in zgn. co-decisie met het Europees Parlem<strong>en</strong>t.<br />

8 Althans, indi<strong>en</strong> hinderlijk <strong>voor</strong> feitelijke of pot<strong>en</strong>tiele mobiliteit<strong>en</strong> over intra-EU gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong>; lokale<br />

regels zonder gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de effect<strong>en</strong> vall<strong>en</strong> uiteraard onder de nationale bevoegdhed<strong>en</strong>.<br />

9 De term<strong>en</strong> negatieve <strong>en</strong> positieve integratie gaan terug naar Tinberg<strong>en</strong>, 1954.


58 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

prud<strong>en</strong>tie van het Europese Hof van Justitie (EHJ) legt wederzijdse erk<strong>en</strong>ning op<br />

indi<strong>en</strong> de nationale doelstelling<strong>en</strong> achter nationale regels (die anders tot belemmering<strong>en</strong><br />

van de markttoegang zoud<strong>en</strong> leid<strong>en</strong>) niet word<strong>en</strong> ondermijnd bv. omdat<br />

doelstelling<strong>en</strong> van andere lidstat<strong>en</strong> ‘equival<strong>en</strong>t’ zijn 10 .<br />

Waar EU regulering wordt ingevoerd, is deze in alle lidstat<strong>en</strong> geldig <strong>en</strong> vervalt<br />

afwijk<strong>en</strong>de nationale regelgeving, behoud<strong>en</strong>s expliciet toegestane differ<strong>en</strong>tiatie 11 .<br />

Dat betek<strong>en</strong>t dat uitzondering<strong>en</strong> of speciale bepaling<strong>en</strong> <strong>voor</strong>tvloei<strong>en</strong>d uit ‘algeme<strong>en</strong><br />

belang’ van e<strong>en</strong> lidstaat hier alle<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> ingeroep<strong>en</strong> indi<strong>en</strong> ze<br />

expliciet in de EU wetgeving zijn opg<strong>en</strong>om<strong>en</strong>. Daar zijn overig<strong>en</strong>s talrijke <strong>voor</strong>beeld<strong>en</strong><br />

van zoals verderop wordt besprok<strong>en</strong>. Waar het gaat om vrij verkeer (de<br />

negatieve marktintegratie), kunn<strong>en</strong> lidstat<strong>en</strong> e<strong>en</strong> beroep op het ‘algeme<strong>en</strong> belang’<br />

do<strong>en</strong> indi<strong>en</strong> het verdrag dat expliciet toestaat dan wel indi<strong>en</strong> het EHJ dat in jurisprud<strong>en</strong>tie<br />

mogelijk heeft gemaakt. Het zal duidelijk zijn dat, wil de marktintegratie<br />

effectief kunn<strong>en</strong> werk<strong>en</strong> (dus zowel ‘diep’ als over zoveel mogelijk mobiliteit<strong>en</strong>)<br />

in de Unie, het beroep op uitzondering<strong>en</strong> van ‘algeme<strong>en</strong> belang’ str<strong>en</strong>g getoetst<br />

di<strong>en</strong>t te word<strong>en</strong>. Immers, vrij verkeer wordt al uitvoerig ingebed in EU regulering<br />

(<strong>en</strong> wederzijdse erk<strong>en</strong>ning). De uitzondering<strong>en</strong> die daar nog bov<strong>en</strong>op kom<strong>en</strong>,<br />

moet<strong>en</strong> dan ook ge<strong>en</strong> vrijbrief kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> om zelf onder de tucht van Europese<br />

marktwerking uit te kunn<strong>en</strong> kom<strong>en</strong>, terwijl m<strong>en</strong> wel elders zo vrij mogelijke<br />

markttoegang w<strong>en</strong>st <strong>en</strong> van de Commissie (<strong>en</strong> het EHJ) verwacht dat strikt wordt<br />

opgetred<strong>en</strong>. Hierachter kunn<strong>en</strong> mercantilistische gedacht<strong>en</strong> e<strong>en</strong> rol spel<strong>en</strong>, bewust<br />

of onbewust. Het EU belang bij de interne markt bestaat immers niet alle<strong>en</strong>, of<br />

zelfs primair, uit de <strong>voor</strong>del<strong>en</strong> van export<strong>en</strong> maar is ev<strong>en</strong>zeer geleg<strong>en</strong> in de productiviteits-<br />

of kwaliteitsverhog<strong>en</strong>de antwoord<strong>en</strong> op nieuwe toetreders (of andere<br />

verscherping<strong>en</strong> van de mededinging, uitgelokt door vrije markttoegang) dan wel<br />

in innovatie in product<strong>en</strong> of process<strong>en</strong> om concurr<strong>en</strong>tie het hoofd te bied<strong>en</strong>.<br />

10 Immers, het <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> gaat in wez<strong>en</strong> over doelstelling<strong>en</strong> (zoals gezondheid <strong>en</strong><br />

veiligheid, etc.) <strong>en</strong> niet over technische details in regels; indi<strong>en</strong> technische details verschill<strong>en</strong>, maar de<br />

doelstelling is equival<strong>en</strong>t (of wordt niet in gevaar gebracht), is invoerbelemmering niet toegestaan. De<br />

juridisch-verfijnde ontwikkeling van deze jurisprud<strong>en</strong>tie op basis van art. 28,EG <strong>en</strong> 30, EG wordt hier<br />

bewust niet behandeld, niet alle<strong>en</strong> omdat het te ver zou voer<strong>en</strong> in dit bestek maar ook omdat het uiteindelijk<br />

neerkomt op het bov<strong>en</strong>staande resultaat. Die jurisprud<strong>en</strong>tie is daarmee in overe<strong>en</strong>stemming met<br />

het oploss<strong>en</strong> van (interne) marktfal<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> de minste kost<strong>en</strong>, e<strong>en</strong> <strong>voor</strong> econom<strong>en</strong> aansprek<strong>en</strong>d idee.<br />

Met wederzijdse erk<strong>en</strong>ning zijn tal van onbeduid<strong>en</strong>de verschill<strong>en</strong> in nationale wetgeving in e<strong>en</strong> klap<br />

irrelevant geword<strong>en</strong> <strong>en</strong> is vrij verkeer vergemakkelijkt. Tegelijk verlaagt het, ceteris paribus, de kost<strong>en</strong><br />

van EU regelgeving in dit soort gevall<strong>en</strong> – indi<strong>en</strong> <strong>en</strong>ige regulering nog nodig zou zijn – aangezi<strong>en</strong> het<br />

hoofdzakelijk om de formulering van doelstelling<strong>en</strong> gaat. Voor uitvoerige uitleg van wederzijdse erk<strong>en</strong>ning<br />

<strong>en</strong> e<strong>en</strong> kwalitatieve bat<strong>en</strong>/kost<strong>en</strong> analyse, zie Pelkmans, 2005c <strong>en</strong> idem, 2007a.<br />

11 Overig<strong>en</strong>s hanteert de EU meestal ‘richtlijn<strong>en</strong>’ die in nationale wetgeving moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong> omgezet<br />

<strong>en</strong> daarbij kunn<strong>en</strong> verschill<strong>en</strong> optred<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> lidstat<strong>en</strong>. Dit beantwoordt aan de vereiste diversiteit tuss<strong>en</strong><br />

lidstat<strong>en</strong> (zowel qua <strong>voor</strong>keur<strong>en</strong> als juridische tradities), e<strong>en</strong> fundam<strong>en</strong>teel uitgangspunt van de<br />

Unie. Echter, deze diversiteit mag natuurlijk de bedoelde effect<strong>en</strong> van de EU regulering niet beïnvloed<strong>en</strong>.<br />

De Commissie houdt nauwgezet toezicht op nationale implem<strong>en</strong>tatie van EU richtlijn<strong>en</strong> <strong>en</strong> behoort<br />

bij ongerechtvaardigde afwijking<strong>en</strong> van wat in richtlijn<strong>en</strong> bedoeld is in te grijp<strong>en</strong>. In de nationale politiek<br />

wordt dit – onterecht – vaak afgeschilderd als ‘bemoei<strong>en</strong>is’ van Brussel. De betreff<strong>en</strong>de lidstaat<br />

heeft doorgaans gewoon ingestemd; het kan trouw<strong>en</strong>s ook uit nieuwe jurisprud<strong>en</strong>tie volg<strong>en</strong> die nou<br />

e<strong>en</strong>maal bov<strong>en</strong>schikk<strong>en</strong>d is om e<strong>en</strong> goede werking van de Unie mogelijk te mak<strong>en</strong>. In de zeldzame<br />

gevall<strong>en</strong> dat e<strong>en</strong> lidstaat overstemd wordt, is altijd e<strong>en</strong> langdurige weg gevolgd om toch cons<strong>en</strong>sus te<br />

zoek<strong>en</strong>. Waar de EU ‘verord<strong>en</strong>ing<strong>en</strong>’ aanw<strong>en</strong>dt, geldt de EU ‘wet’ direct <strong>voor</strong> alle burgers, bedrijv<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> lidstat<strong>en</strong>.


Pelkmans 59<br />

Niets is zo misleid<strong>en</strong>d als de hardnekkige mythe dat de oorspronkelijke politieke<br />

‘deal’ van de geme<strong>en</strong>schappelijke markt er uit bestond dat Frankrijk met landbouwproduct<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> Duitsland met industriële product<strong>en</strong> elkaar markttoegang zoud<strong>en</strong><br />

verschaff<strong>en</strong>. Gemakshalve wordt daarbij verget<strong>en</strong> dat de forse groeistimulans<br />

in de eerste 15 jaar van de EU eerst <strong>en</strong> <strong>voor</strong>al <strong>voor</strong>tsproot uit de ‘koude douche’<br />

van blootstelling aan verhevigde concurr<strong>en</strong>tie zowel van (plotseling van strategie<br />

veranderde) binn<strong>en</strong>landse aanbieders als van concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong> uit de andere 5 EU land<strong>en</strong><br />

van to<strong>en</strong> 12 . Mom<strong>en</strong>teel speelt iets dergelijks in tal van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>sector<strong>en</strong> die<br />

dec<strong>en</strong>nia lang afgeschermd blev<strong>en</strong> van concurr<strong>en</strong>tie uit andere EU land<strong>en</strong> <strong>en</strong> zich<br />

binn<strong>en</strong>lands kond<strong>en</strong> verschuil<strong>en</strong> achter allerlei arrangem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> van bescherm<strong>en</strong>de<br />

aard. Juist de pijnlijke gew<strong>en</strong>ning in di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> aan meer mededinging, ook uit de<br />

EU als geheel, g<strong>en</strong>ereert niet alle<strong>en</strong> protest op allerlei grond<strong>en</strong> (precies zoals aanvankelijk<br />

in goeder<strong>en</strong> alsmede vervoer <strong>en</strong> financiële markt<strong>en</strong>) maar riskeert al te<br />

gemakkelijk e<strong>en</strong> serie van claims uit te lokk<strong>en</strong> op basis van het ‘algeme<strong>en</strong> belang’.<br />

Door ervaring in inmiddels geliberaliseerde takk<strong>en</strong> van bedrijvigheid <strong>en</strong> vele<br />

zak<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het EHJ, heeft de EU e<strong>en</strong> afgewog<strong>en</strong> toetsingskader ontwikkeld dat het<br />

mogelijk maakt recht te do<strong>en</strong> aan gerechtvaardigde uitzondering<strong>en</strong> van ‘algeme<strong>en</strong><br />

belang’ van lidstat<strong>en</strong> <strong>en</strong> niettemin de goede werking van de interne markt zoveel<br />

mogelijk overeind te houd<strong>en</strong>.<br />

3.3 Regulering <strong>en</strong> mededinging in de interne markt<br />

Gegev<strong>en</strong> de verwez<strong>en</strong>lijking van vrij verkeer, hangt de goede werking van de<br />

interne markt in hoofdzaak af van EU regulering, EU mededingingsbeleid <strong>en</strong> ander<br />

relevant gezam<strong>en</strong>lijk beleid. Daarbij is het zinvol de interne markt in <strong>en</strong>gere zin te<br />

onderscheid<strong>en</strong> van die in ruime zin. De interne markt in <strong>en</strong>ge zin laat ander EU<br />

beleid (dan mededingingsbeleid) buit<strong>en</strong> beschouwing, in concreto, <strong>voor</strong>al handelspolitiek,<br />

vervoersbeleid <strong>en</strong> landbouw & visserijpolitiek. De goede werking<br />

van de interne markt in <strong>en</strong>ge zin is dan e<strong>en</strong> functie van EU regulering <strong>en</strong> mededingingsbeleid,<br />

naast vrij verkeer, vrije vestiging <strong>en</strong> wederzijdse erk<strong>en</strong>ning zoals<br />

afgebeeld in Figuur 3.2.<br />

Marktfal<strong>en</strong> in de vorm van verstoring, vervalsing of beperking van concurr<strong>en</strong>tie<br />

door bedrijv<strong>en</strong> of lidstat<strong>en</strong> (via staatssteun) wordt door het EU mededingingsbeleid<br />

<strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> of gedisciplineerd. 13<br />

12 Dat beleidsmakers in de EEG-6 zich hiervan rek<strong>en</strong>schap gav<strong>en</strong> blijkt uit het belang dat zij hechtt<strong>en</strong><br />

aan de uitkomst<strong>en</strong> van de OEEC productiviteitsc<strong>en</strong>tra ( ergo, het concurr<strong>en</strong>tievermog<strong>en</strong> van tal van<br />

Europese sector<strong>en</strong> was bedroev<strong>en</strong>d laag <strong>en</strong> moest dring<strong>en</strong>d gestimuleerd word<strong>en</strong> met radicale maatregel<strong>en</strong>)<br />

<strong>en</strong> aan hun hoop dat schaalvergroting in e<strong>en</strong> grote markt met voldo<strong>en</strong>de concurr<strong>en</strong>tie gecombineerd<br />

kon word<strong>en</strong>, als vermeld in het Spaak rapport van april 1956, de basis van het EEG verdrag. Ook<br />

Scitovsky (1958) wijzt hierop: e<strong>en</strong> <strong>voor</strong> Amerikan<strong>en</strong> ontstell<strong>en</strong>d gebrek aan concurr<strong>en</strong>tie in de EEG-6<br />

leidde tot versplintering van het aanbod <strong>en</strong> zeer lage technische effici<strong>en</strong>tie zonder dat de lev<strong>en</strong>svatbaarheid<br />

van onderneming<strong>en</strong> daardoor in het gedrang kwam.<br />

13 Ingeval van netwerk sector<strong>en</strong> gaat het overig<strong>en</strong>s om e<strong>en</strong> subtiele combinatie van EU regulering <strong>en</strong><br />

EU mededingingsbeleid.


60 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

Figuur 3.2 De Interne Markt Diamant<br />

Marktfal<strong>en</strong> in de vorm van externaliteit<strong>en</strong> 14 <strong>en</strong> internaliteit<strong>en</strong> 15 wordt <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong><br />

door EU regulering dan wel co-regulering. 16 Het EU mededingingsbeleid is meegegroeid<br />

in reikwijdte met de verbreding van de interne markt. Drie dec<strong>en</strong>nia geled<strong>en</strong><br />

sloeg mededingingsbeleid meestal op goeder<strong>en</strong>markt<strong>en</strong>. Inmiddels wordt<br />

mededingingsbeleid routinematig ook in di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>markt<strong>en</strong> toegepast <strong>en</strong>, in e<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong>kel geval (bv. clearing & settlem<strong>en</strong>t in aandel<strong>en</strong>markt<strong>en</strong>), zelfs in kapitaalmarkt<strong>en</strong>.<br />

Verder zijn gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> opgezocht omdat er spanning<strong>en</strong> optrad<strong>en</strong> (<strong>en</strong> nog optre-<br />

14 Negatieve (positieve) externaliteit<strong>en</strong> tred<strong>en</strong> op indi<strong>en</strong> kost<strong>en</strong> (bat<strong>en</strong>) overgedrag<strong>en</strong> word<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong><br />

economische ag<strong>en</strong>t<strong>en</strong> hoewel er ge<strong>en</strong> transacties tuss<strong>en</strong> deze ag<strong>en</strong>t<strong>en</strong> zijn overe<strong>en</strong>gekom<strong>en</strong> (missing<br />

markets). De bek<strong>en</strong>de <strong>voor</strong>beeld<strong>en</strong>, ook relevant <strong>voor</strong> EU regulering, zijn allerlei milieueffect<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

soms gezondheid (besmetting van m<strong>en</strong>s<strong>en</strong>, dier<strong>en</strong> <strong>en</strong> plant<strong>en</strong>) of veiligheid ( grote ontploffing<strong>en</strong>, verkeer).<br />

15 Negatieve (positieve) internaliteit<strong>en</strong> tred<strong>en</strong> op indi<strong>en</strong> niet-<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>e kost<strong>en</strong> (bat<strong>en</strong>) van overe<strong>en</strong>gekom<strong>en</strong><br />

transacties tuss<strong>en</strong> economische ag<strong>en</strong>t<strong>en</strong> optred<strong>en</strong>. De bek<strong>en</strong>de <strong>voor</strong>beeld<strong>en</strong>, relevant <strong>voor</strong> EU<br />

regulering, zijn haper<strong>en</strong>de marktwerking door asymmetrie van informatie (in goeder<strong>en</strong> maar bov<strong>en</strong>al<br />

in di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>) m.b.t veiligheid <strong>en</strong> gezondheid dan wel kundigheid <strong>en</strong> betrouwbaarheid van di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ers.<br />

Informatie aan consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>en</strong> investeerders kan ev<strong>en</strong>zeer ess<strong>en</strong>tieel zijn <strong>voor</strong> goede marktwerking<br />

<strong>en</strong> marktprikkels om dat goed te do<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> onvoldo<strong>en</strong>de zijn. Ineffici<strong>en</strong>ties <strong>voor</strong>tvloei<strong>en</strong>d uit<br />

gedragsverandering<strong>en</strong> die lastig waar te nem<strong>en</strong> zijn door de andere marktpartij vall<strong>en</strong> ook onder internaliteit<strong>en</strong>.<br />

De definities van externaliteit<strong>en</strong> <strong>en</strong> internaliteit<strong>en</strong> als hier gebruikt kom<strong>en</strong> uit Spulber,<br />

1989.<br />

16 Co-regulering in EU verband verwijst naar delegatie van technische deeltak<strong>en</strong> in (EU) regulering aan<br />

de private sector. Dat is overig<strong>en</strong>s veeleis<strong>en</strong>d. Goede co-regulering stoelt op e<strong>en</strong> effectieve <strong>en</strong> kost<strong>en</strong>verlag<strong>en</strong>de<br />

arbeidsverdeling tuss<strong>en</strong> e<strong>en</strong> helder EU reguleringskader met algem<strong>en</strong>e doelstelling<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

procedurele garanties, onder verantwoordelijkheid van de EU publieke instanties, <strong>en</strong> specifieke tak<strong>en</strong><br />

binn<strong>en</strong> dat kader opgedrag<strong>en</strong> aan de private sector. In de EU is het geslaagde <strong>voor</strong>beeld van co-regulering<br />

de massale wetgeving op het gebied van veiligheid <strong>en</strong> gezondheid van goeder<strong>en</strong>, steun<strong>en</strong>d op<br />

technische norm<strong>en</strong>, certificatie <strong>en</strong> accreditatie, in de zgn. ‘nieuwe b<strong>en</strong>adering’. Het voldoet aan deze<br />

vereist<strong>en</strong> van ‘goede’ co-regulering <strong>voor</strong> zowel het publieke belang als in term<strong>en</strong> van kost<strong>en</strong>verlaging<br />

<strong>voor</strong> handel <strong>en</strong> bedrijfslev<strong>en</strong>; het heeft ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s de EU rechtszekerheid <strong>voor</strong> markttoegang in andere<br />

EU land<strong>en</strong> sterk verbeterd. Zie <strong>voor</strong> de opbouw hiervan over vier g<strong>en</strong>eraties van method<strong>en</strong>, Pelkmans,<br />

2008. Zie ook <strong>voor</strong> details bv. de G<strong>en</strong>eral Guidelines <strong>voor</strong> de sam<strong>en</strong>werking met de drie Europese<br />

normalisatieinstelling<strong>en</strong>, in EG Publikatieblad van 16 april 2003, C 91, p. 7 e.v.; de Gids <strong>voor</strong> de t<strong>en</strong>uitvoerlegging<br />

van…de Nieuwe Aanpak.(etc.), http://ec.europa.eu/<strong>en</strong>terprise/newapproach/; <strong>en</strong>, <strong>voor</strong><br />

de rec<strong>en</strong>te verbetering <strong>en</strong> completering ervan in het zgn. 2008 goeder<strong>en</strong>pakket, Pelkmans, 2009.


Pelkmans 61<br />

d<strong>en</strong>) tuss<strong>en</strong> bij<strong>voor</strong>beeld intellectueel eig<strong>en</strong>domsrecht <strong>en</strong> EU mededingingsbeleid.<br />

17 Mededingingsbeleid is ook verdiept door de invoering van e<strong>en</strong> EU<br />

fusiecontrole (<strong>voor</strong> grote fusies), de liberalisatie van netwerk sector<strong>en</strong> <strong>en</strong> e<strong>en</strong><br />

strakker, objectief kader <strong>voor</strong> staatssteun dat het risico van politieke beïnvloeding<br />

door (machtige) lidstat<strong>en</strong> drastisch heeft verminderd.<br />

3.3.1 EU interne markt regulering ter borging van publieke<br />

belang<strong>en</strong><br />

De EU regulering van goeder<strong>en</strong>-, di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>en</strong> arbeidsmarkt<strong>en</strong> kan natuurlijk ge<strong>en</strong><br />

recht word<strong>en</strong> gedaan in dit Preadvies. Niettemin kan wel op twee hoofdaspect<strong>en</strong><br />

gewez<strong>en</strong> word<strong>en</strong> die bij de beoordeling van marktwerking doorslaggev<strong>en</strong>d zijn.<br />

Deze twee aspect<strong>en</strong> betreff<strong>en</strong> antwoord<strong>en</strong> op de volg<strong>en</strong>de vrag<strong>en</strong>: (1) hoe vertal<strong>en</strong><br />

vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> zich in EU regulering (het zog<strong>en</strong>aamde acquis communautaire<br />

18 )?; (2) is ge<strong>en</strong> sprake van systematische ‘overregulering’ in de dubbele zin<br />

van regulering waar niet van marktfal<strong>en</strong> sprake is <strong>en</strong>/of regulering die onnodig<br />

kostbaar is <strong>voor</strong> economische ag<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>en</strong> marktwerking minder helpt dan<br />

mogelijk?<br />

Het eerste antwoord is van belang omdat vel<strong>en</strong>, waaronder vermoedelijk de meeste<br />

econom<strong>en</strong>, ge<strong>en</strong> idee hebb<strong>en</strong> van het reguleringsacquis van de interne markt. De<br />

pers of sommige politici sprek<strong>en</strong> suggestief over de vele, vele bladzijd<strong>en</strong> die dit<br />

acquis beslaat zonder dat <strong>en</strong>ige notie wordt verschaft omtr<strong>en</strong>t de logica <strong>en</strong> ratio<br />

van dit acquis. Tabel 3.1 laat echter zi<strong>en</strong> dat het interne markt reguleringsacquis op<br />

e<strong>en</strong>voudige wijze inzichtelijk kan word<strong>en</strong> gemaakt door e<strong>en</strong> matrix met de vijf<br />

markt<strong>en</strong> waar het om gaat <strong>en</strong> de drie vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> die eerder aangestipt<br />

zijn. 19 In de hokjes zijn de belangrijkste vorm<strong>en</strong> van EU regulering opg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> die<br />

door marktfal<strong>en</strong> in beginsel gerechtvaardigd zijn (met alle <strong>voor</strong>behoud van di<strong>en</strong><br />

waar het om de details gaat). Tabel 3.1 vormt daarmee e<strong>en</strong> overzicht van de zeer<br />

uitgebreide EU borging van publieke belang<strong>en</strong>, grot<strong>en</strong>deels via gezam<strong>en</strong>lijke<br />

beslissing<strong>en</strong> van EP <strong>en</strong> ministerraad <strong>en</strong> soms middels jurisprud<strong>en</strong>tie, onder handhaving<br />

van de statische <strong>en</strong> dynamische <strong>voor</strong>del<strong>en</strong> van de interne markt. Zolang<br />

deze fundam<strong>en</strong>tele ratio van het EU reguleringsacquis goed wordt toegepast, valt<br />

moeilijk in te zi<strong>en</strong> waarom het EU acquis intrinsiek e<strong>en</strong> ‘last’ zou betek<strong>en</strong><strong>en</strong> in<br />

economische zin dan wel e<strong>en</strong> overmatige ‘bemoei<strong>en</strong>is’ of regelmachine zonder<br />

17 Soortgelijke spanning<strong>en</strong> zijn ook ontstaan tuss<strong>en</strong> de bescherming van vrij verkeer <strong>en</strong> bv. octrooirecht<br />

dat immers nog nationaal is. Het EHJ pleegt hier ongeme<strong>en</strong> boei<strong>en</strong>de afweging<strong>en</strong> die het vrije verkeer<br />

in gepat<strong>en</strong>teerde product<strong>en</strong> <strong>en</strong>igszins overeind houd<strong>en</strong>.<br />

18 Strikt g<strong>en</strong>om<strong>en</strong> beslaat het acquis communautaire alle verdrag<strong>en</strong>, besluitvorming, jurisprud<strong>en</strong>tie <strong>en</strong><br />

instituties op EU niveau. Hier (<strong>en</strong> veelvuldig in de praktijk) wordt uitsluit<strong>en</strong>d het regelgevingsacquis<br />

van de interne markt bedoeld. Zie Tabel 1 <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> overzicht van de aard van deze regulering. Het zal<br />

qua ruwe orde van grootte om wellicht zo’n 1500 richtlijn<strong>en</strong> gaan <strong>en</strong> <strong>en</strong>kele honderd<strong>en</strong> verord<strong>en</strong>ing<strong>en</strong><br />

(Raad & EP), alsmede tal van uitvoeringsbesluit<strong>en</strong> door de Commissie <strong>en</strong> reguleringscomites (lidstat<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> Commissie), naast inmiddels <strong>en</strong>kele duiz<strong>en</strong>d<strong>en</strong> Europese technische norm<strong>en</strong> die gerelateerd zijn aan<br />

EU regulering.<br />

19 De vierde ( publieke goeder<strong>en</strong>) is nauwelijks van toepassing op de EU, t<strong>en</strong>zij m<strong>en</strong> de e<strong>en</strong>heid van <strong>en</strong><br />

toegang tot het EU recht hieronder zou rek<strong>en</strong><strong>en</strong>. Wij lat<strong>en</strong> dit verder buit<strong>en</strong> beschouwing.


62 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

Tabel 3.1 Interne Markt: reguleringsacquis<br />

markt<strong>en</strong><br />

technologie<br />

arbeid<br />

kapitaal<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

goeder<strong>en</strong><br />

marktfal<strong>en</strong><br />

minimumnorm<strong>en</strong> vrije<br />

beroep<strong>en</strong> (zie di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>)<br />

milieuaspect<strong>en</strong> vervoer<br />

milieu acquis<br />

V/G regels industriële g.<br />

- oude b<strong>en</strong>adering<br />

- nieuwe b<strong>en</strong>adering<br />

landbouwprodukt<strong>en</strong><br />

- inputs (kunstmest, dier<strong>en</strong>g<strong>en</strong>eesmiddel<strong>en</strong>)<br />

- gezondheidsregels plant<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

dier<strong>en</strong>, <strong>en</strong>z…<br />

lev<strong>en</strong>smiddel<strong>en</strong>wetgeving<br />

wederzijdse erk<strong>en</strong>ning productaansprakelijkheid<br />

externaliteit<strong>en</strong><br />

netwerkveiligheid/zekerheid<br />

(electriciteit, luchtvaart, spoor,<br />

software)<br />

<strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> van<br />

systeemrisico’s<br />

(+’l<strong>en</strong>der of last resort’))<br />

systeemred<strong>en</strong><strong>en</strong><strong>en</strong> <strong>voor</strong> prud<strong>en</strong>tiële<br />

regulering van financiële di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

mini mumnorm<strong>en</strong> vrije beroep<strong>en</strong><br />

(dier<strong>en</strong>arts<strong>en</strong>, apothekers)<br />

minimum beroepsqualificaties<br />

in di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

minimum beroepsqualificaties<br />

- vervoer<br />

- financiële di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

- vrije beroep<strong>en</strong><br />

alle netwerk industrië<strong>en</strong><br />

wederz.erk.<br />

consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> bescherming<br />

- algeme<strong>en</strong><br />

- verzekering<br />

- e-commerce<br />

harmonisation mbt ‘algeme<strong>en</strong> belang’<br />

V/G regels industriële g.<br />

- oude b<strong>en</strong>adering<br />

- nieuwe b<strong>en</strong>adering<br />

- globale b<strong>en</strong>adering<br />

- eur. normalisatie<br />

- etikettering + info<br />

gro<strong>en</strong> etiket + GMOs<br />

lev<strong>en</strong>smiddel<strong>en</strong>wetgeving<br />

wederz.erk.<br />

g<strong>en</strong>eesmid.recht + ag<strong>en</strong>tschap<br />

productaansprakelijkheid<br />

consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>bescherming<br />

internaliteit<strong>en</strong><br />

wederz.erk. diploma’s<br />

(algeme<strong>en</strong>)<br />

R & D staatssteuntoezicht<br />

EU- regime <strong>voor</strong> intellectuele<br />

eig<strong>en</strong>dom (behalve octrooi<strong>en</strong>)<br />

harmonisatie nationale intellectuele<br />

eig<strong>en</strong>dom accountanti<strong>en</strong>orm<strong>en</strong><br />

(intangibles)<br />

p<strong>en</strong>sio<strong>en</strong>behoud bij<br />

intra-EU migratie<br />

harmonisatie fiscaal/<br />

gezondheid/sociaal<br />

gastlandbeginsel (zwakke)<br />

immigratieregels<br />

verbod valutarestricties<br />

clearing & settlem<strong>en</strong>t +<br />

custody (op de beurz<strong>en</strong>)<br />

[zie mededingingsbeleid; <strong>en</strong><br />

tev<strong>en</strong>s]<br />

- belastingharmonisatie/ mededinging<br />

- overheidsaankoopregels<br />

- restricties <strong>voor</strong> arbeid vervat in<br />

tijdelijke di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>en</strong> vrije vestiging<br />

[zie mededingingsbeleid; <strong>en</strong><br />

tev<strong>en</strong>s]<br />

- belastingharmonisatie/<br />

mededinging<br />

- overheidsaankoopregels<br />

- uniforme douaneregels<br />

mededinging<br />

- marktmacht<br />

- distorties<br />

- vrij verkeer/vestiging is <strong>voor</strong>ondersteld<br />

- GMS = g<strong>en</strong>etisch gewijzigde organ<strong>en</strong><br />

- V/G = veiligheid <strong>en</strong> gezondheid<br />

Not<strong>en</strong>:<br />

- EU geme<strong>en</strong>schappelijk beleid weggelat<strong>en</strong><br />

- EU-regulering <strong>voor</strong> herverdeling weggelat<strong>en</strong> (is gering)<br />

- macroeconomische regelgeving weggelat<strong>en</strong>


Pelkmans 63<br />

politieke legitimiteit. Natuurlijk, net zoals op nationaal of lokaal niveau, di<strong>en</strong>t<br />

regulering aan disciplines onderhevig te zijn zodat alle<strong>en</strong> gerechtvaardigde regulering<br />

tot stand komt, met netto bat<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de sam<strong>en</strong>leving. Dit hangt uiteraard<br />

nauw sam<strong>en</strong> met de tweede vraag.<br />

Het tweede antwoord kan niet word<strong>en</strong> gegev<strong>en</strong> zonder uitvoerig onderzoek dat, in<br />

de hier geformuleerde wijze, niet <strong>voor</strong>hand<strong>en</strong> is. Wel kan word<strong>en</strong> gesteld dat de<br />

gevoeligheid van lidstat<strong>en</strong> over steeds verder to<strong>en</strong>em<strong>en</strong>de EU regulering althans<br />

<strong>en</strong>ige (maar zeker ge<strong>en</strong> afdo<strong>en</strong>de) bescherming biedt teg<strong>en</strong> EU regulering zonder<br />

dat van marktfal<strong>en</strong> sprake is: de Commissie riskeert al gauw het ontstaan van e<strong>en</strong><br />

zgn. blokker<strong>en</strong>de minderheid in de ministerraad. Dit risico wordt teg<strong>en</strong>woordig<br />

eerst getoetst door het uitbr<strong>en</strong>g<strong>en</strong> van analytisch werk, Gro<strong>en</strong>boek<strong>en</strong> (die het probleem<br />

aankaart<strong>en</strong> <strong>en</strong> debat uitlokk<strong>en</strong>) <strong>en</strong> Witboek<strong>en</strong> (die e<strong>en</strong> eerste idee van de<br />

regulering naar vor<strong>en</strong> br<strong>en</strong>g<strong>en</strong>, doorgaans met alternatiev<strong>en</strong>). Vervolg<strong>en</strong>s is de<br />

Commissie (sinds 2003) gehoud<strong>en</strong> om elk wets<strong>voor</strong>stel van <strong>en</strong>ige betek<strong>en</strong>is te<br />

onderwerp<strong>en</strong> aan zgn. effect beoordeling (regulatory impact assessm<strong>en</strong>t, RIA) die<br />

inmiddels sterk verbeterd is op basis van economische analyses van regulering.<br />

Toch kan natuurlijk, door belang<strong>en</strong>groep<strong>en</strong> <strong>en</strong>/of netwerk<strong>en</strong> van gelijkd<strong>en</strong>k<strong>en</strong>de<br />

nationale ambt<strong>en</strong>ar<strong>en</strong> of ministers of Europarlem<strong>en</strong>tariers, regulering word<strong>en</strong> aang<strong>en</strong>om<strong>en</strong><br />

die niet op marktfal<strong>en</strong> reageert. Ook blijkt het lastig van oude EU regels<br />

af te kom<strong>en</strong> die mom<strong>en</strong>teel e<strong>en</strong> RIA nooit zoud<strong>en</strong> passer<strong>en</strong> of niet in die vorm.<br />

Soms kunn<strong>en</strong> dat minimum norm<strong>en</strong> betreff<strong>en</strong> die e<strong>en</strong> de-facto herverdel<strong>en</strong>d effect<br />

hebb<strong>en</strong> maar dat aanvankelijk op lidstaatniveau (maar dan op onderscheid<strong>en</strong> wijze)<br />

ook al hadd<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> algem<strong>en</strong>ere tr<strong>en</strong>d van EU regulering weg<strong>en</strong>s herverdeling lijkt<br />

niet waarneembaar (buit<strong>en</strong> landbouw uiteraard); herverdeling wordt typisch nationaal<br />

aangevat <strong>en</strong> meestal met financiele of fiscale instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. Niettemin is in het<br />

kader van de EU “Better Regulation” strategie sinds 2005 steeds meer aandacht<br />

<strong>voor</strong> de kwaliteit (<strong>en</strong> de kost<strong>en</strong> /bat<strong>en</strong>) van de bestaande (<strong>en</strong> niet alle<strong>en</strong> de nieuwe)<br />

EU regels.<br />

Er zijn sinds ongeveer 15 jaar herhaaldelijk herzi<strong>en</strong>ing<strong>en</strong> van bestaande onderdel<strong>en</strong><br />

van het ‘reguleringsacquis’ aangevat, eerst aarzel<strong>en</strong>d weg<strong>en</strong>s het ontzi<strong>en</strong> van<br />

gevestigde belang<strong>en</strong> of de vrees <strong>voor</strong> forse aanpassingskost<strong>en</strong>, later met meer durf<br />

waar grotere flexibiliteit mogelijk bleek of marktfal<strong>en</strong> onduidelijk of afwezig. 20<br />

Hiermee is de tweede vraag direct verbond<strong>en</strong>. De EU heeft, sinds het begin van de<br />

jar<strong>en</strong> tachtig, op niet minder dan zes wijz<strong>en</strong> de kost<strong>en</strong> van EU regulering omlaag<br />

gebracht. Hier<strong>voor</strong> is veel te weinig aandacht, waarschijnlijk weg<strong>en</strong>s de ingewikkeldheid<br />

van de materie. De paradox is dat teg<strong>en</strong>woordig de EU door het bedrijfslev<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> sommige politieke stroming<strong>en</strong> al gauw van overregulering beschuldigd<br />

wordt (meestal op basis van anecdotes) terwijl EU regulering vroeger veel hogere<br />

20 Dit onderwerp vraagt uiteraard veel meer aandacht dan mogelijk is in dit kader. Voor e<strong>en</strong> kritisch<br />

overzicht van de EU poging<strong>en</strong> gedur<strong>en</strong>de de jar<strong>en</strong> neg<strong>en</strong>tig, zie Pelkmans, Labory & Majone, 2000;<br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> rec<strong>en</strong>t rapport over de huidige EU strategie, zie COM(2009) 15 van 28 januari 2009, Third<br />

strategic review of Better Regulation in the EU; zie tev<strong>en</strong>s R<strong>en</strong>da, 2008, <strong>voor</strong> kritiek <strong>en</strong> suggesties.


64 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

kost<strong>en</strong> met zich mee bracht. In Tabel 3.2 word<strong>en</strong> deze zes vorm<strong>en</strong> van kost<strong>en</strong>verlaging<br />

van EU regulering, <strong>en</strong> daarmee (ceteris paribus) e<strong>en</strong> verbetering van marktwerking,<br />

kort aangegev<strong>en</strong>.<br />

Het zou veel te ver voer<strong>en</strong> in dit Preadvies om de onderdel<strong>en</strong> van tabel 2 allemaal<br />

te besprek<strong>en</strong>. 21 Wel kan iets word<strong>en</strong> opgemerkt over methode 5: regulatory impact<br />

assessm<strong>en</strong>t. Die is van betek<strong>en</strong>is niet alle<strong>en</strong> om de bat<strong>en</strong> <strong>en</strong> kost<strong>en</strong> van EU<br />

regulering goed te onderbouw<strong>en</strong> maar tev<strong>en</strong>s omdat de Commissie daarmee<br />

systematisch wordt gedwong<strong>en</strong> de borging van publieke belang<strong>en</strong> op EU niveau<br />

volg<strong>en</strong>s e<strong>en</strong> strakke methodologie te analyser<strong>en</strong>, <strong>en</strong> ev<strong>en</strong>tueel af te wijz<strong>en</strong> als<br />

onnodig dan wel aan te vatt<strong>en</strong> via lichtere of alternatieve method<strong>en</strong>, met volledige<br />

transparantie. Voorzover m<strong>en</strong> bevroedt dat lidstat<strong>en</strong>, het bedrijfslev<strong>en</strong>, NGOs,<br />

ideologische tr<strong>en</strong>ds (zoals de soms geopperde ‘neo-liberale’ ag<strong>en</strong>da van de eerste<br />

Commissie Barroso) of interne, e<strong>en</strong>zijdige ‘drammers’ de <strong>voor</strong>gestelde regulering<br />

overmatig beinvloed<strong>en</strong>, vormt de RIA e<strong>en</strong> ongek<strong>en</strong>de disciplinering, zo niet<br />

ontwap<strong>en</strong>ing, van ‘slechte’ regulerings<strong>voor</strong>stell<strong>en</strong>. 22 Wat de RIA niet kan<br />

lever<strong>en</strong>, is e<strong>en</strong> bepal<strong>en</strong>de invloed op de beslissingsmacht zelf, want die is <strong>voor</strong>behoud<strong>en</strong><br />

aan gekoz<strong>en</strong> politici in het EP <strong>en</strong> (nationaal verkoz<strong>en</strong>) in de ministerraad.<br />

Of deze beslissers <strong>voor</strong>tdur<strong>en</strong>d <strong>en</strong> effectief ter verantwoording word<strong>en</strong><br />

geroep<strong>en</strong> over EU regulering, <strong>en</strong> er op word<strong>en</strong> afgerek<strong>en</strong>d, is helaas minder duidelijk.<br />

23<br />

3.3.2 EU mededingingsbeleid <strong>en</strong> nationale publieke belang<strong>en</strong><br />

In de door liberalisatie <strong>en</strong> EU regulering opgebouwde interne markt zorgt het EU<br />

mededingingsbeleid <strong>voor</strong> effectieve mededinging <strong>voor</strong>zover er feitelijk of<br />

pot<strong>en</strong>tieel van gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de concurr<strong>en</strong>tiebeinvloeding sprake is. Mocht<br />

21 Voor methode 1, zie Pelkmans, 2008 <strong>en</strong> de daar geciteerde literatuur; bij 2., gaat het bv. om de<br />

afschaffing of verlichting van de zgn. recept<strong>en</strong>richtlijn<strong>en</strong> uit de jar<strong>en</strong> zev<strong>en</strong>tig zoals de chocolade, koffie,<br />

honing <strong>en</strong> jam richtlijn<strong>en</strong> (als uitvloeisel van de wederzijdse erk<strong>en</strong>ning doctrine) <strong>en</strong> de afschaffing<br />

in 2008 van zo’n dertigtal richtlijn<strong>en</strong> omtr<strong>en</strong>t de vorm (!) van bepaalde soort<strong>en</strong> gro<strong>en</strong>te <strong>en</strong> fruit, destijds<br />

ingevoerd als e<strong>en</strong> marktord<strong>en</strong>ing <strong>voor</strong> de handel (de anecdotes over de kromming van banan<strong>en</strong> stamm<strong>en</strong><br />

hier van af); methode 3. is eerder kort toegelicht; methode 4. vormt e<strong>en</strong> tr<strong>en</strong>d op zowel lidstaat als<br />

EU niveau; <strong>en</strong> methode 6. vormt e<strong>en</strong> uitvloeisel van de Lissabon strategie <strong>voor</strong> groei <strong>en</strong> werk (ook<br />

geinspireerd door OECD werk van Giuseppe Nicoletti <strong>en</strong> ander<strong>en</strong>) waarbij onnodige <strong>en</strong> onnodig kostbare<br />

regulering als e<strong>en</strong> rem op groei, innovatie <strong>en</strong> werkgeleg<strong>en</strong>heidsschepping wordt gezi<strong>en</strong> – het idee<br />

hierachter is dat niet zozeer deregulering maar “goede” regulering het uitgangspunt moet zijn – vandaar<br />

ook dat de lidstat<strong>en</strong> dit hebb<strong>en</strong> omarmd.<br />

22 E<strong>en</strong> RIA stelt alle relevante vrag<strong>en</strong> over het waarom van regulering, op welk regeerniveau (EU of<br />

nationaal) <strong>en</strong> hoe (waaronder alle relevante opties), met kost<strong>en</strong>/bat<strong>en</strong> analyse in kwalitatieve <strong>en</strong>/of<br />

kwantitatieve zin, <strong>en</strong> in de juiste volgorde. Na 6 jaar ervaring ( zo’n 450 RIAs verder) <strong>en</strong> drie versies<br />

van de richtsnoer<strong>en</strong> hier<strong>voor</strong>, zijn de RIA Guidelines van de Commissie inmiddels als grondig <strong>en</strong> zorgvuldig<br />

te beschouw<strong>en</strong>. Zie http://ec.europa.eu/governance/impact/doc_<strong>en</strong>.htm van 15 januari 2009,<br />

SEC (2009) 92. Voor literatuur, zie bv. Europees Rek<strong>en</strong>hof, Impact assessm<strong>en</strong>t as an instrum<strong>en</strong>t of the<br />

Commission’s Better Regulation policy, augustus 2009, te verschijn<strong>en</strong>; zie tev<strong>en</strong>s CEPS, 2009; Kirkpatrick,<br />

2008; Andrews, 2008; Hahn & Tetlock, 2008.<br />

23 Zie bv. het WRR rapport over ‘Europa in Nederland’, WRR, 2007 <strong>en</strong> de talrijke achtergrondstudies<br />

ervan.


Pelkmans 65<br />

Tabel 3.2 Kost<strong>en</strong>verlaging van EU regulering vanaf +/- 1980<br />

1.<br />

2.<br />

3.<br />

4.<br />

5.<br />

6.<br />

methode/discipline<br />

nieuwe vs. oude b<strong>en</strong>adering<br />

van de opheffing van<br />

technische handelsbelemmering<strong>en</strong><br />

verlichting/afschaffing van<br />

oude regulering<br />

wederzijdse erk<strong>en</strong>ning<br />

vervanging van 'command &<br />

control' regulering door<br />

richtlijn<strong>en</strong> met 'economische<br />

prikkels'<br />

effectbeoordeling verplicht<br />

<strong>voor</strong> alle COM wets<strong>voor</strong>stell<strong>en</strong><br />

sinds midd<strong>en</strong> 2003<br />

'betere (EU) regulering' als<br />

strategie sinds 2005<br />

nadere toelichting<br />

de ‘oude’ b<strong>en</strong>adering bestond uit zgn. totale<br />

harmonisatie van elk technisch onderdeel van<br />

nationale wett<strong>en</strong> waardoor veel te rigide richtlijn<strong>en</strong><br />

ontstond<strong>en</strong>, met ‘gestapelde’ eis<strong>en</strong> (in die tijd werd<br />

onder veto beslot<strong>en</strong>!); de ‘nieuwe’ richt zich<br />

hoofd zakelijk op doelstelling<strong>en</strong> (weg<strong>en</strong>s marktfal<strong>en</strong>)<br />

<strong>en</strong> laat de details over aan normalisatieinstelling<strong>en</strong>,<br />

onder EU mandaat; verder is de zgn.<br />

‘globale’ b<strong>en</strong>adering ( modules,op basis van risico)<br />

e<strong>en</strong> forse verbetering van conformiteitscontrole, nu<br />

met mededinging in deze (omvangrijke) sector<br />

dit soort regulering ging verder dan marktfal<strong>en</strong>,<br />

zoals bij e<strong>en</strong> (groot) aantal lev<strong>en</strong>smiddel<strong>en</strong>richtlijn<strong>en</strong><br />

tal van gedetailleerde nationale wett<strong>en</strong> met, in<br />

wez<strong>en</strong>, ‘equival<strong>en</strong>te’ doelstelling<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> niet<br />

langer ingeroep<strong>en</strong> word<strong>en</strong> om invoer (goeder<strong>en</strong> of<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>) te belemmer<strong>en</strong>; hierbij wordt ev<strong>en</strong>tuele<br />

harmonisatie op EU niveau overbodig; mogelijk<br />

leidt het ook tot heroverweging van restrictieve<br />

wetgeving in invoerland<strong>en</strong> (regulatory competition)<br />

afhankelijk van de aard van de wet <strong>en</strong> de sector,<br />

kan word<strong>en</strong> aangetoond dat de kost<strong>en</strong> van het<br />

bereik<strong>en</strong> van harde doelstelling<strong>en</strong> (bv. plafond aan<br />

CO2 uitstoot) veel lager uitkom<strong>en</strong> dan bij specifieke<br />

verbodsbepaling<strong>en</strong>; stimuleert ook innovatie; in<br />

milieu veel b<strong>en</strong>ut door de EU sinds ongeveer 15<br />

jaar<br />

Het monopolie van de Europese Commissie om<br />

EU wetgeving <strong>voor</strong> te stell<strong>en</strong> is, sinds mei 2003,<br />

onderworp<strong>en</strong> aan de verplichting om effectbeoordeling<br />

(regulatory impact assessm<strong>en</strong>t, RIA) op te<br />

stell<strong>en</strong> <strong>en</strong> mee te stur<strong>en</strong> naar de wetgever (raad &<br />

EP); deze RIAs zijn – onder steeds betere<br />

richtsnoer<strong>en</strong> – tot e<strong>en</strong> heldere verificatie uitgegroeid<br />

van het waarom <strong>en</strong> hoe van (nieuwe) EU<br />

regels; definier<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> <strong>en</strong> economisch<br />

effect onderzoek, waar relevant, vorm<strong>en</strong> routine<br />

onderdel<strong>en</strong> van RIAs; incid<strong>en</strong>twetgeving, r<strong>en</strong>t<br />

seeking <strong>en</strong> misleiding bij het lobby<strong>en</strong> zijn hierdoor<br />

veel lastiger geword<strong>en</strong><br />

systematische aandacht <strong>voor</strong>: het doorlicht<strong>en</strong> van<br />

het acquis op nog bestaande overregulering, <strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> de onnodige informatiekost<strong>en</strong> (red tape,<br />

bedrijfslev<strong>en</strong>); naast gestage verbetering van RIAs,<br />

<strong>en</strong> poging<strong>en</strong> om het EP <strong>en</strong> de raad meer van RIA<br />

analyses uit te lat<strong>en</strong> gaan


66 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

dat laatste niet opgaan, dan valt het onder nationaal mededingingsbeleid. Daarbij<br />

kan EU concurr<strong>en</strong>tiebeleid word<strong>en</strong> geholp<strong>en</strong> of teg<strong>en</strong>gewerkt door EU beleid van<br />

andere aard dat de mededinging beinvloedt zoals handelspolitiek, landbouwbeleid<br />

of vervoerspolitiek. Het spreekt vanzelf dat e<strong>en</strong> liberale handelspolitiek e<strong>en</strong> gunstige<br />

werking zal hebb<strong>en</strong> op de mededinging in de interne markt. In dit bestek<br />

zull<strong>en</strong> we hier verder niet op ingaan.<br />

Het mededingingbeleid slaat per definitie op ‘economische’ activiteit<strong>en</strong> aangezi<strong>en</strong><br />

niet-economische activiteit<strong>en</strong> niet onder de interne markt vall<strong>en</strong>. Desondanks kan<br />

dat in bijzondere gevall<strong>en</strong> spanning<strong>en</strong> oproep<strong>en</strong> over de gr<strong>en</strong>sgevall<strong>en</strong>. 24 Zo valt<br />

de inrichting <strong>en</strong> financiering van de nationale volksgezondheid toe aan de lidstat<strong>en</strong><br />

maar lang niet alle activiteit<strong>en</strong> daarbinn<strong>en</strong> zoud<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> beschouwd als<br />

niet-economische activiteit<strong>en</strong>. Betek<strong>en</strong>t dat dat de Commissie moet ingrijp<strong>en</strong> bij<br />

ontdekking van e<strong>en</strong> kartel in de gezondheidszorg van EU land A? De EU praktijk<br />

is dat zoiets wordt overgelat<strong>en</strong> aan de nationale mededingingsautoriteit<strong>en</strong>, niet<br />

alle<strong>en</strong> weg<strong>en</strong>s de geringe gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de effekt<strong>en</strong> ervan (subsidiariteit)<br />

maar tev<strong>en</strong>s omdat de nationale beleidsautonomie e<strong>en</strong>voudigweg wordt gerespecteerd.<br />

Ingeval van netwerksector<strong>en</strong> zoals telecom/internet, TV omroep<strong>en</strong>, postdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong>,<br />

electriciteit <strong>en</strong> gas, luchtvervoer <strong>en</strong> spoorweg<strong>en</strong> is wel sprake van economische<br />

activiteit<strong>en</strong>. Art. 86, lid 2 verschaft rechtsgrond om de ‘di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang’ (DAEBs) te bescherm<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> de marktwerking in de EU.<br />

Dit artikel wordt meestal gezi<strong>en</strong> als e<strong>en</strong> uitzondering op de EU mededingingspolitiek<br />

maar dit is slechts t<strong>en</strong> dele juist. De interne marktlogica houdt in dat feitelijk<br />

of pot<strong>en</strong>tieel gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>d effekt vereist is alvor<strong>en</strong>s er van EU bevoegdhed<strong>en</strong><br />

sprake kan zijn m.a.w. vrij verkeer of het recht van vrije vestiging in e<strong>en</strong><br />

andere lidstaat. Vervolg<strong>en</strong>s pas kan EU mededingsrecht van toepassing zijn. Niet<br />

<strong>voor</strong> niets spreekt art. 86, EG (zowel lid 1 als lid 2) over “.. de regels van dit verdrag”.<br />

Weliswaar is art. 86 geplaats in het mededingingshoofdstuk van het EG<br />

verdrag <strong>en</strong> spreekt lid 1 van ‘in strijd met’ het non-discriminatieverbod (art. 12,<br />

EG) <strong>en</strong> de mededingingsartikel<strong>en</strong>; lid 2 legt ook de nadruk op de mededingingsregels.<br />

Tot de geleidelijke EU liberalisatie van de netwerkindustrie<strong>en</strong> vanaf ongeveer<br />

1990, zijn deze op<strong>en</strong>bare nutsbedrijv<strong>en</strong> buit<strong>en</strong> de interne markt gehoud<strong>en</strong> <strong>en</strong> daarmee<br />

buit<strong>en</strong> de mededinging. Zo war<strong>en</strong> nationale exclusieve recht<strong>en</strong> tegelijk e<strong>en</strong><br />

blokkage van vrij verkeer, vrije vestiging <strong>en</strong> mededinging. Bij liberalisatie kwam<br />

de hoofdvraag op hoe lidstat<strong>en</strong> de DAEBs kond<strong>en</strong> garander<strong>en</strong> terwijl de interne<br />

markt in dit soort netwerkdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, alsmede de mededinging er binn<strong>en</strong>, overig<strong>en</strong>s<br />

zoveel mogelijk bevorderd kond<strong>en</strong> word<strong>en</strong>. In feite is dit geleidelijkaan verwez<strong>en</strong>lijkt<br />

door e<strong>en</strong> combinatie van EU regulering – ook van minimum norm<strong>en</strong> met<br />

betrekking tot de DAEBs zoals universele of publieke di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing, dus geza-<br />

24 Voor uitvoerige analyse, zie van der Grond<strong>en</strong> & Mortelmans, red., 2001.


Pelkmans 67<br />

m<strong>en</strong>lijke EU borging – <strong>en</strong> EU mededingingsbeleid. Daarbij is, afhankelijk van de<br />

sector <strong>en</strong> van bereikte EU regulering, e<strong>en</strong> grotere of geringere nationale discretie<br />

<strong>voor</strong> de bescherming van DAEBs van toepassing. Hoewel de gevoeligheid hieromtr<strong>en</strong>t<br />

<strong>en</strong>igszins verschilt tuss<strong>en</strong> lidstat<strong>en</strong> <strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> politieke stroming<strong>en</strong>, valt toch<br />

moeilijk te ontk<strong>en</strong>n<strong>en</strong> dat dit lastige probleem grosso modo goed is opgelost <strong>en</strong> de<br />

borging van DAEBs is bereikt , zo niet is verbeterd in sommige sector<strong>en</strong>. Sectie 4<br />

zal nog terugkom<strong>en</strong> op dit thema.<br />

3.4 Hoe de EU nationaal ‘algeme<strong>en</strong> belang’ borgt<br />

3.4.1 Inleiding<br />

De Unie heeft als grondbeginsel: ‘ver<strong>en</strong>igd in diversiteit’. Hetge<strong>en</strong> door e<strong>en</strong><br />

lidstaat als ‘algeme<strong>en</strong> belang’ wordt aangemerkt, als uitvloeisel van e<strong>en</strong> nationale<br />

sociaal-politieke keuze, di<strong>en</strong>t dus door de EU geaccommodeerd te word<strong>en</strong>, zolang<br />

dat de harde kern van de Unie niet ondermijnt of onnodig aantast. Zoals<br />

hieronder zal blijk<strong>en</strong>, gaat de EU hierin vrij ver. Dat de door de EU gebod<strong>en</strong><br />

beleidsruimte <strong>en</strong> flexibele invulling ervan nationaal soms onvoldo<strong>en</strong>de erk<strong>en</strong>d<br />

wordt, heeft te mak<strong>en</strong> met de gevoeligheid van nationale politici <strong>en</strong> beleidsmakers<br />

<strong>voor</strong> elke mogelijke inkrimping van de beleidsautonomie. Door het uitdij<strong>en</strong><br />

van de interne markt <strong>en</strong> andere bevoegdhed<strong>en</strong> van de Unie wordt het onvermijdelijk<br />

dat wat oorspronkelijk louter nationale beleidsautonomie was, nu di<strong>en</strong>t<br />

te word<strong>en</strong> ingebed in e<strong>en</strong> EU kader dat die autonomie zo helder mogelijk<br />

afbak<strong>en</strong>t.<br />

Bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> geeft dat EU kader ruimte <strong>voor</strong> het gebruik van individuele recht<strong>en</strong><br />

(onder vrij verkeer) <strong>en</strong> dat kan, in de marge, problem<strong>en</strong> <strong>voor</strong> nationale beleidsautonomie<br />

oplever<strong>en</strong>. Ondanks dit <strong>voor</strong>behoud is het pertin<strong>en</strong>t onjuist om te stell<strong>en</strong><br />

dat ‘de’ Europese marktwerking ‘de’ autonome sociaal-politieke keuzes van lidstat<strong>en</strong><br />

zou blokker<strong>en</strong> of ondergeschikt mak<strong>en</strong>. In bepaalde gevall<strong>en</strong> gaat het om<br />

moeilijke afweging<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> het EU belang (dat uiteindelijk net zo goed e<strong>en</strong> nationaal<br />

belang verteg<strong>en</strong>woordigt) <strong>en</strong> het nationaal ‘algeme<strong>en</strong> belang’ dat ingeroep<strong>en</strong><br />

wordt. Verder is het hoofddoel van e<strong>en</strong> EU kader geleg<strong>en</strong> in het <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> van<br />

e<strong>en</strong> al te elastisch gebruik van de geclaimde uitzondering, in het belang van andere<br />

lidstat<strong>en</strong> of hun economische ag<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. In e<strong>en</strong> ‘diepe’ interne markt kunn<strong>en</strong> de<br />

gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> nationaal ‘algeme<strong>en</strong> belang’ uiteraard nooit alle<strong>en</strong> door de betreff<strong>en</strong>de<br />

lidstaat word<strong>en</strong> gedefinieerd, zelfs indi<strong>en</strong> maximaal respect <strong>voor</strong> de onderligg<strong>en</strong>de<br />

keuze <strong>voor</strong>op staat. Waar e<strong>en</strong> andere lidstaat e<strong>en</strong> verschill<strong>en</strong>d ‘algeme<strong>en</strong><br />

belang’ inroept dat, in de og<strong>en</strong> van de eerste lidstaat gewoon deel kan uitmak<strong>en</strong><br />

van de interne markt (<strong>en</strong> onder het mededingingsbeleid kan vall<strong>en</strong>), di<strong>en</strong>t datzelfde<br />

EU kader de eerste lidstaat te bescherm<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> misbruik <strong>en</strong> de interne<br />

markt als geheel teg<strong>en</strong> perman<strong>en</strong>te erosie.<br />

Het in kaart br<strong>en</strong>g<strong>en</strong> van de wijz<strong>en</strong> waarop het algeme<strong>en</strong> belang in de EU geborgd<br />

kan word<strong>en</strong>, wordt helaas bemoeilijkt door terminologische verwarring: publieke


68 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<strong>en</strong>, publieke belang<strong>en</strong>, di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> belang (DAB) <strong>en</strong><br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economische belang (DAEB) word<strong>en</strong> alle gehanteerd. In<br />

het verdrag is alle<strong>en</strong> sprake van de laatste categorie in art. 86, EG <strong>en</strong> de betek<strong>en</strong>is<br />

wordt verderop besprok<strong>en</strong>. Het concept van DAB is onder druk van aktiegroep<strong>en</strong>,<br />

<strong>en</strong>kele politieke stroming<strong>en</strong> <strong>en</strong> sommige lidstat<strong>en</strong> door de Commissie naar vor<strong>en</strong><br />

gebracht, bv. in e<strong>en</strong> invloedrijk Gro<strong>en</strong>boek. 25 DAB zijn daarin omschrev<strong>en</strong> als<br />

“..niet-marktgerichte di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> die de overheid van algeme<strong>en</strong> belang acht <strong>en</strong><br />

waar<strong>voor</strong> specifieke op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong> geld<strong>en</strong>”. Op het eerste gezicht<br />

lijkt dit concept overbodig. Immers, niet-marktgerichte di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> vall<strong>en</strong> niet onder<br />

de interne markt (daartoe is e<strong>en</strong> ‘economische’ activiteit vereist) <strong>en</strong> lat<strong>en</strong> daarom<br />

lidstat<strong>en</strong> vrij. Er zijn twee red<strong>en</strong><strong>en</strong> waarom m<strong>en</strong> begrip kan opbr<strong>en</strong>g<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het<br />

idee van DAB: (a) in e<strong>en</strong> tijdsgewricht waarin de scheidslijn<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> markt <strong>en</strong><br />

staat of tuss<strong>en</strong> markt <strong>en</strong> non-profit sector<strong>en</strong> <strong>voor</strong>tdur<strong>en</strong>d verschuiv<strong>en</strong>, kunn<strong>en</strong><br />

afbak<strong>en</strong>ingsproblem<strong>en</strong> ontstaan, zowel nationaal 26 als Europees; (b) de ‘specifieke<br />

op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong>’ van sociale of andere aard kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong><br />

aanbesteed of in concessie word<strong>en</strong> gegev<strong>en</strong> <strong>en</strong> die handeling (niet de inhoud) valt<br />

wel onder de interne markt om effectieve toegang van marktpartij<strong>en</strong> mogelijk te<br />

mak<strong>en</strong> <strong>en</strong> discriminatie te <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong>. <strong>Publieke</strong> belang<strong>en</strong> is e<strong>en</strong> nog breder begrip<br />

waaronder, behalve specifieke publieke <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<strong>en</strong> vanuit het algeme<strong>en</strong><br />

belang, ook allerlei doelstelling<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> begrep<strong>en</strong> die weg<strong>en</strong>s marktfal<strong>en</strong><br />

niet zonder regulering of ander ingrijp<strong>en</strong> gerealiseerd zoud<strong>en</strong> word<strong>en</strong>. 27 Dit is<br />

besprok<strong>en</strong> in sectie 3.<br />

Zoals vermeld in de inleiding, geschiedt de EU borging van nationale publieke<br />

belang<strong>en</strong> op tweeerlei wijz<strong>en</strong>. In 4.2 wordt kort besprok<strong>en</strong> hoe op onderdel<strong>en</strong><br />

nationale regulering die belangrijke publieke belang<strong>en</strong> (zoals veiligheid, gezondheid,<br />

e<strong>en</strong> schoner milieu, gerechtvaardige vorm<strong>en</strong> van consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>bescherming<br />

<strong>en</strong> van investeerders, alsmede arbeids<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> <strong>en</strong> de sam<strong>en</strong>hang met de verzorgingsstaat)<br />

behartigt, kan word<strong>en</strong> uitgezonderd van vrij verkeer t<strong>en</strong>zij EU borging<br />

via gezam<strong>en</strong>lijke regulering kan word<strong>en</strong> overe<strong>en</strong>gekom<strong>en</strong> of wederzijdse<br />

erk<strong>en</strong>ning van toepassing is. In 4.3 daar<strong>en</strong>teg<strong>en</strong> gaat het om nationale beleidsautonomie<br />

die niet onder EU bevoegdhed<strong>en</strong> valt <strong>en</strong> waardoor dus ge<strong>en</strong> EU borging<br />

via bij<strong>voor</strong>beeld EU regulering kan of mag plaats vind<strong>en</strong>. In 4.3 is dan van<br />

belang wat precies de scheidslijn<strong>en</strong> zijn van die nationale beleidsautonomie <strong>en</strong> het<br />

EU belang. Het onderscheid tuss<strong>en</strong> 4.2 <strong>en</strong> 4.3 is meestal ge<strong>en</strong> probleem, eerder<br />

behulpzaam, maar er is e<strong>en</strong> grijze zone, die beleidsmatig of juridisch tot lastige<br />

verschill<strong>en</strong> van inzicht kan leid<strong>en</strong>. Verder ontstaat veel onnodige verwarring over<br />

of DAEBs nou als e<strong>en</strong> mogelijke uitzondering op het vrije verkeer <strong>en</strong> het EU<br />

25 Zie COM(2003) 270 van 21 mei 2003, Gro<strong>en</strong>boek over di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> belang. Zie tev<strong>en</strong>s<br />

Slot, Park & Cuyvers, 2007 <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> uitvoerige juridische beschouwing, alsmede e<strong>en</strong> gedetailleerd<br />

overzicht door van Riel, 2008.<br />

26 Zie bv. het SER advies ‘Ondernemerschap <strong>voor</strong> de publieke zaak’, 2005, dat o.a. concurr<strong>en</strong>tieverstoring<strong>en</strong><br />

bespreekt die ontstaan bij onduidelijke financiele gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> of tak<strong>en</strong>.<br />

27 M<strong>en</strong> kan lang filosofer<strong>en</strong> over de term ‘publiek’. Auteur dezes beschouwt het als equival<strong>en</strong>t met het<br />

door de wetgever geformuleerde ‘algem<strong>en</strong>e belang’ i.t.t. tot e<strong>en</strong> privaat of deelbelang.


Pelkmans 69<br />

mededingingsregime moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong> beschouwd (<strong>voor</strong>zover de vrees gerechtvaardigd<br />

is dat deze de “hun toevertrouwde bijzondere taak” (art. 86, lid 2, EG)<br />

niet voldo<strong>en</strong>de zoud<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> uitvoer<strong>en</strong>) dan wel als e<strong>en</strong> deel van de nationale<br />

beleidsautonomie. Het antwoord is: beide ! DAEBs mak<strong>en</strong> deel uit van de grijze<br />

zone. Immers, lidstat<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> de zegg<strong>en</strong>schap over welke specifieke op<strong>en</strong>baredi<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong><br />

ze als DAEBs in de wet regel<strong>en</strong> maar tegelijk is de uit -<br />

zondering op vrij verkeer <strong>en</strong>/of de mededinging (in art. 86, lid 2) ingebed in e<strong>en</strong><br />

ev<strong>en</strong>redigheidstoets (<strong>en</strong> non-discriminatie), zoals hieronder kort wordt aangestipt.<br />

3.4.2 <strong>Publieke</strong> belang<strong>en</strong>, vrij verkeer <strong>en</strong> EU regulering<br />

Nationale publieke belang<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> beschermd (teg<strong>en</strong> Europese marktwerking,<br />

geheel of gedeeltelijk) door het inroep<strong>en</strong> van geschrev<strong>en</strong> of ongeschrev<strong>en</strong><br />

uitzondering<strong>en</strong> op vrij verkeer in de interne markt. Bij goeder<strong>en</strong> is dat het<br />

geval op basis van art. 30, EG alsmede op de zog<strong>en</strong>aamde rule-of-reason ‘dwing<strong>en</strong>de<br />

vereist<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> belang’ op basis van art. 28, EG die uit EHJ jurisprud<strong>en</strong>tie<br />

<strong>voor</strong>tspruit<strong>en</strong>. Het gaat hier uitdrukkelijk om niet-economische belang<strong>en</strong><br />

zoals gezondheid <strong>en</strong> veiligheid van goeder<strong>en</strong>, milieuvereist<strong>en</strong> <strong>en</strong> aspect<strong>en</strong> van<br />

consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>bescherming. Aangezi<strong>en</strong> e<strong>en</strong> groot deel van de betreff<strong>en</strong>de regulering<br />

van lidstat<strong>en</strong> juist hierover handelt, zou de interne goeder<strong>en</strong>markt zich nooit<br />

hebb<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> verdiep<strong>en</strong> indi<strong>en</strong> op deze publieke belang<strong>en</strong> ge<strong>en</strong> (succesvolle)<br />

positieve integratie zou zijn toegepast. Dat succes vloeit ook <strong>voor</strong>t uit het indring<strong>en</strong>de<br />

besef, teweeg gebracht door wederzijdse erk<strong>en</strong>ning, dat lidstat<strong>en</strong> in de EU<br />

(vaak) equival<strong>en</strong>te maatschappelijke doelstelling<strong>en</strong> op deze terrein<strong>en</strong> nastrev<strong>en</strong>.<br />

Het resultaat na vijf dec<strong>en</strong>nia goeder<strong>en</strong>markt integratie is dan ook dat deze uitzondering<strong>en</strong><br />

zeld<strong>en</strong> word<strong>en</strong> ingeroep<strong>en</strong> aangezi<strong>en</strong> inmiddels of wederzijdse<br />

erk<strong>en</strong>ning of EU regulering e<strong>en</strong> gezam<strong>en</strong>lijke borging van deze publieke belang<strong>en</strong><br />

garandeert. Uiteraard blijft deze ontheffingsoptie <strong>voor</strong> lidstat<strong>en</strong> bestaan, al geld<strong>en</strong><br />

dan toetsingscriteria zoals non-discriminatie <strong>en</strong> ev<strong>en</strong>redigheid (zie ook Figuur 1).<br />

Mocht de gedachte post vatt<strong>en</strong> dat EU regulering dan (te) vaak op e<strong>en</strong> te minimaal<br />

niveau van bescherming mocht uitkom<strong>en</strong> – de lidstat<strong>en</strong> met lage bescherming<br />

zoud<strong>en</strong> dan immers e<strong>en</strong> blokker<strong>en</strong>de minderheid kunn<strong>en</strong> vorm<strong>en</strong> – zodat de eig<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong>keur<strong>en</strong> toch op onbevredig<strong>en</strong>de wijze word<strong>en</strong> vastgelegd, dan is het nuttig het<br />

volg<strong>en</strong>de te overweg<strong>en</strong>. T<strong>en</strong> eerste is in het verdrag vastgelegd dat e<strong>en</strong> hoog<br />

beschermingsniveau uitgangspunt di<strong>en</strong>t te zijn <strong>voor</strong> de EU instituties. 28 T<strong>en</strong> tweede<br />

blijkt in de Unie op deze terrein<strong>en</strong> niet zeld<strong>en</strong> sprake te zijn van e<strong>en</strong> ‘race to the<br />

top’ door subtiele mechanism<strong>en</strong>, op boei<strong>en</strong>de wijze geanalyseerd door David<br />

Vogel <strong>en</strong> ander<strong>en</strong>. 29<br />

28 Bv. in art. 2, EG <strong>voor</strong> ‘e<strong>en</strong> hoog niveau van werkgeleg<strong>en</strong>heid <strong>en</strong> van sociale bescherming’; in art. 95,<br />

lid 3, EG, <strong>voor</strong> ‘.. volksgezondheid, de veiligheid, de milieubescherming <strong>en</strong> de consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>bescherming..’<br />

29 Zie het baanbrek<strong>en</strong>de werk van Vogel, 1995 <strong>en</strong> diverse vervolgstudies van zijn hand. Vogel conc<strong>en</strong>treert<br />

zich op consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>bescherming <strong>en</strong> milieuregulering.


70 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

Bij di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> zijn soortgelijke uitzondering<strong>en</strong> in het verdrag <strong>en</strong> de jurispud<strong>en</strong>tie van<br />

toepassing. 30 Er zijn overig<strong>en</strong>s wel <strong>en</strong>kele belangrijke verschill<strong>en</strong> met goeder<strong>en</strong>markt<strong>en</strong>.<br />

Eerst<strong>en</strong>s zijn diverse grote di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>sector<strong>en</strong> in e<strong>en</strong> apart verdragsregime<br />

geplaatst: financiele di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, vervoer (alle zes deelmarkt<strong>en</strong>) <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van netwerksector<strong>en</strong>.<br />

Dat wil niet zegg<strong>en</strong> dat publieke belang<strong>en</strong> niet geborgd word<strong>en</strong>, het<br />

ligt alle<strong>en</strong> per onderdeel verschill<strong>en</strong>d. Tweed<strong>en</strong>s is de liberalisatie in di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

lange tijd achter geblev<strong>en</strong> bij die van goeder<strong>en</strong> (<strong>en</strong> dat is t<strong>en</strong> dele nog zo). De<br />

belangrijkste red<strong>en</strong> daar<strong>voor</strong> is precies geleg<strong>en</strong> in de geringe bereidheid van lidstat<strong>en</strong><br />

om gezam<strong>en</strong>lijk tot EU regulering te kom<strong>en</strong> ter borging van publieke belang<strong>en</strong>.<br />

Klaarblijkelijk is er bij di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> in veel geringere mate sprake van equival<strong>en</strong>tie van<br />

niet-economische doelstelling<strong>en</strong>, dan wel gewoon van overmatige protectie die bij<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> lange tijd gemakkelijker te rechtvaardig<strong>en</strong> leek. De horizontale di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>richtlijn<br />

2006/123 (beter bek<strong>en</strong>d als de Bolkestein richtlijn) wordt geacht daar e<strong>en</strong><br />

eind aan te mak<strong>en</strong>. Hoewel de ergste vorm<strong>en</strong> van protectie door e<strong>en</strong> ‘zwarte lijst’<br />

b<strong>en</strong>adering in de richtlijn word<strong>en</strong> verbod<strong>en</strong> – <strong>en</strong> dat was eig<strong>en</strong>lijk dec<strong>en</strong>nia te<br />

laat –, zijn de verwachting<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>markt<strong>en</strong> beslist niet gespann<strong>en</strong>. 31<br />

Wel staat vast dat lidstat<strong>en</strong> <strong>en</strong> het EP tesam<strong>en</strong> e<strong>en</strong> dramatisch beroep hebb<strong>en</strong><br />

gedaan op allerlei ‘publieke belang<strong>en</strong>’ die de reikwijdte van de richtlijn hebb<strong>en</strong><br />

versmald <strong>en</strong> e<strong>en</strong> litanie van uitzondering<strong>en</strong> uitgelokt. 32 Vooral bij de ontheffing<strong>en</strong><br />

zijn pressiegroep<strong>en</strong> er in geslaagd allerlei dubieuze vrijstelling<strong>en</strong> in de tekst te<br />

krijg<strong>en</strong> (tot taxi’s toe, op de laatste dag <strong>voor</strong> de finale stemming !).<br />

Ingeval van arbeidsmigratie in de Unie (vrij verkeer van werknemers) di<strong>en</strong>t te<br />

lezer te beseff<strong>en</strong> vanuit welk perspectief de borging van ‘publieke belang<strong>en</strong>’ wordt<br />

geanalyseerd: formeel, sociaal of economisch. We bested<strong>en</strong> hier <strong>en</strong>ige aandacht<br />

aan omdat de kwestie gevoelig ligt <strong>en</strong> omdat er misverstand<strong>en</strong> over bestaan, dan<br />

wel word<strong>en</strong> gecultiveerd. De verschill<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> deze drie perspectiev<strong>en</strong> zijn groot.<br />

Eerst het formele perspectief: formeel is het vrije verkeer van werknemers tuss<strong>en</strong><br />

EU land<strong>en</strong> al van kracht sinds 1968. In vere<strong>en</strong>voudigde vorm komt het er op neer<br />

dat e<strong>en</strong> werknemer uit EU land A het recht heeft e<strong>en</strong> baan in EU land B te aanvaard<strong>en</strong>,<br />

daar te gaan won<strong>en</strong>, <strong>en</strong> recht heeft op omschrev<strong>en</strong> sociale <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<strong>en</strong><br />

(zoals werkloosheiduitkering<strong>en</strong> <strong>en</strong> doortelling van de opbouw van AOW, de jar<strong>en</strong><br />

van werk in A meetell<strong>en</strong>d). Allerlei fricties op deze punt<strong>en</strong> zijn in de loop van<br />

dec<strong>en</strong>nia weggewerkt (niet geheel bij gr<strong>en</strong>sarbeiders). Dat migratierecht wordt<br />

30 Art. 45 - 49, EG, gecombineerd met art. 55, EG, <strong>en</strong> e<strong>en</strong> ingewikkelde jurisprud<strong>en</strong>tie, waaronder<br />

wederzijdse erk<strong>en</strong>ning sinds de Saeger zaak (1991), kunn<strong>en</strong> hier niet word<strong>en</strong> uite<strong>en</strong>gezet. Zie <strong>voor</strong><br />

gezaghebb<strong>en</strong>de analyse, Hatzopoulos & Do, 2006.<br />

31 Voor uitvoerige analyse, zie Barnard, 2008; Hatzopoulos, 2008; Badinger & Maydell, 2009; <strong>voor</strong> de<br />

economische achtergrond <strong>en</strong> politieke economie van de roerige besluitvorming, die maar al te vaak<br />

‘interne marktwerking’ als probleem <strong>en</strong> niet als oplossing leek te beschouw<strong>en</strong>, zie Pelkmans, 2007-b<br />

<strong>en</strong> Chang, Hanf & Pelkmans, 2010. Overig<strong>en</strong>s di<strong>en</strong>t gezegd dat vrije vestiging bij di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van relatief<br />

groter belang is dan vrij verkeer <strong>en</strong> juist daar verwez<strong>en</strong>lijkt de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>richtlijn wel betere <strong>en</strong> <strong>voor</strong>spelbare<br />

markttoegang, met de meeste welvaarstwinst, zie de Bruijn , Kox & Lejour, 2007.<br />

32 Zelfs e<strong>en</strong> niet-deskundige blik op richtlijn 2006/123 zal onmiddellijk de merkwaardige figuur opvall<strong>en</strong><br />

dat zowel art. 1 als art. 2 e<strong>en</strong> waslijst van niet-toepasbaarhed<strong>en</strong> opsomm<strong>en</strong>, nog afgezi<strong>en</strong> van ontheffing<strong>en</strong><br />

in art. 3, art. 17 <strong>en</strong> 18.


Pelkmans 71<br />

alle<strong>en</strong> beperkt door e<strong>en</strong> restrictie op overheidsban<strong>en</strong> 33 <strong>en</strong> <strong>en</strong>kele algem<strong>en</strong>e grond<strong>en</strong>.<br />

34 Het lijkt e<strong>en</strong> goede basis <strong>voor</strong> EU interne marktwerking. Voor individuele<br />

werknemers lijkt dit tal van mogelijkhed<strong>en</strong> te gev<strong>en</strong> in e<strong>en</strong> zo grote Unie. Dit is<br />

echter niet het geval. Lange tijd werd voetsstoots aang<strong>en</strong>om<strong>en</strong> dat taal <strong>en</strong> cultuurverschill<strong>en</strong>,<br />

naast gebrek aan diploma erk<strong>en</strong>ning, de intra-EU migratie minimaal<br />

hield<strong>en</strong>. Slechts onder druk van <strong>en</strong>orme loonverschill<strong>en</strong> <strong>en</strong> extreme werkloosheid<br />

in arme regio’s, ontwikkeld<strong>en</strong> zich netwerk<strong>en</strong> van migrant<strong>en</strong> uit specifieke gebied<strong>en</strong>,<br />

eerst van Italie, later van Portugal <strong>en</strong> Spanje, weer later uit C<strong>en</strong>traal Europa.<br />

De culturele <strong>en</strong> sociale ‘stay-put’ factor<strong>en</strong> verklar<strong>en</strong> echter slechts e<strong>en</strong> deel van de<br />

geringe intra-EU migratie van EU werknemers. 35 Het blijkt de toegestane nationale<br />

borging van de belang<strong>en</strong> van nationale arbeid te zijn die distorsies <strong>en</strong> belemmering<strong>en</strong><br />

opwerpt, met e<strong>en</strong> remm<strong>en</strong>d effect op migratiestrom<strong>en</strong>.<br />

Het sociale perspectief, hoewel nauwelijks expliciet vermeld, heeft immer de nationale<br />

sociale verworv<strong>en</strong>hed<strong>en</strong> (‘verkreg<strong>en</strong> recht<strong>en</strong>’) <strong>voor</strong>op gezet. 36 In die betek<strong>en</strong>is<br />

hebb<strong>en</strong> de lidstat<strong>en</strong> e<strong>en</strong> cons<strong>en</strong>sus ontwikkeld om EU regulering in te richt<strong>en</strong><br />

op de bescherming van de nationale arbeidsmarktregulering <strong>en</strong> de nationale verzorgingsstaat.<br />

Daarmee is e<strong>en</strong> scherp contrast met EU goeder<strong>en</strong>regulering ontstaan:<br />

waar de laatste is bedoeld om vrij verkeer te faciliter<strong>en</strong>, is de regulering van<br />

arbeid eerst <strong>en</strong> <strong>voor</strong>al gericht op het <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> van negatieve effect<strong>en</strong> op de nationale<br />

verzorgingsstaat <strong>en</strong> op belang<strong>en</strong> van binn<strong>en</strong>landse werknemers. Anders<br />

gezegd, het sociale perspectief ziet (intra-EU) migratie als e<strong>en</strong> restverschijnsel,<br />

iets residueels. <strong>Marktwerking</strong> di<strong>en</strong>t dan ook onderhevig te zijn aan het zgn. gastlandbeginsel:<br />

de werknemer uit A die in B werkt, is wel vrij om de baan aan te<br />

nem<strong>en</strong> maar niet vrij in onderhandeling<strong>en</strong> over primaire <strong>en</strong> secundaire arbeids<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> kon lange tijd ook niet op sociale EU regulering terugvall<strong>en</strong>. Dat<br />

laatste is nu wel <strong>en</strong>igszins het geval, met e<strong>en</strong> aantal minimum norm<strong>en</strong> richtlijn<strong>en</strong><br />

die e<strong>en</strong> soort laagste <strong>en</strong> partiele gem<strong>en</strong>e deler weerspiegel<strong>en</strong>. Verder is bij vier van<br />

de vijf uitbreiding<strong>en</strong> van de EU vanaf Griek<strong>en</strong>land (1981) e<strong>en</strong> tijdelijke restrictie<br />

van (meestal 7 jaar) ingevoerd <strong>voor</strong> werknemers uit de nieuwe lidstat<strong>en</strong> om exact<br />

dezelfde red<strong>en</strong><strong>en</strong>. E<strong>en</strong> speciaal geval vormt de gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de tijdelijke<br />

di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing. Hoewel dat formeel onder vrij verkeer van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> valt, is de<br />

arbeidskost<strong>en</strong>compon<strong>en</strong>t zo belangrijk daarin dat de EU regulering ervan in de<br />

detacheringsrichtlijn 96/71 hoofdzakelijk over arbeid gaat. De richtlijn leunt zwaar<br />

op het gastlandbeginsel <strong>voor</strong> minimumloon <strong>en</strong> e<strong>en</strong> aantal secundaire arbeids<strong>voor</strong>-<br />

33 Het EHJ toetst dat str<strong>en</strong>g, dus alle<strong>en</strong> overheidsban<strong>en</strong> waarbij ‘overheidsgezag’ wordt uitgeoef<strong>en</strong>d,<br />

kunn<strong>en</strong> nationaal word<strong>en</strong> beschermd. Lid van de brandweer of administratief werk valt er dus buit<strong>en</strong>.<br />

34 Te wet<strong>en</strong>, op<strong>en</strong>bare orde <strong>en</strong> veiligheid, alsmede gezondheid; in de praktijk spel<strong>en</strong> deze nauwelijks<br />

e<strong>en</strong> rol.<br />

35 Hierbij moet niet uit het oog word<strong>en</strong> verlor<strong>en</strong> dat er in de EU-27 meer niet-lokale ingezet<strong>en</strong><strong>en</strong> uit<br />

niet-EU land<strong>en</strong> dan uit andere EU land<strong>en</strong> won<strong>en</strong>; dat geldt ev<strong>en</strong>zeer <strong>voor</strong> werknemers. Zie bv. Eurostat<br />

News Release 162/2008 met de cijfers <strong>voor</strong> 2006: 40 % uit EU-27 land<strong>en</strong> <strong>en</strong> 60 % uit niet-EU land<strong>en</strong>.<br />

36 De aandachtige lezer van het verdrag zal opmerk<strong>en</strong> dat art. 3, EG, dat het fundam<strong>en</strong>tele recht van<br />

vrij verkeer formuleert, wel spreekt over ‘person<strong>en</strong>’ maar niet over werknemers of arbeid. Dat is ge<strong>en</strong><br />

toeval. Art. 39, EG heeft in de verdragshierarchie e<strong>en</strong> lagere status, hoewel de vrij verkeer bepaling<br />

daar wel ondubbelzinning is.


72 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

waard<strong>en</strong> (van ziekteverzekering tot vakantiedag<strong>en</strong>). Detachering wordt beschouwd<br />

als e<strong>en</strong> mogelijke ondermijning van de nationale sociale verworv<strong>en</strong>hed<strong>en</strong>. Door de<br />

sterk verlaagde kost<strong>en</strong> van mobiliteit <strong>en</strong> sluwe detacheringsconstructies via dochterbedrijv<strong>en</strong>,<br />

<strong>voor</strong>al in zwang sinds C<strong>en</strong>traal Europa bij de EU hoort, is de verleiding<br />

in bepaalde sector<strong>en</strong> groot om herhaaldelijk detachering toe te pass<strong>en</strong>. Met<br />

deugdelijke controles <strong>en</strong> voldo<strong>en</strong>de sancties is dit niettemin e<strong>en</strong>voudig binn<strong>en</strong> de<br />

EU kaders te houd<strong>en</strong>, met minimum bescherming <strong>en</strong> gastland minimum lon<strong>en</strong>. Er<br />

zijn echter vier land<strong>en</strong> in de EU die ge<strong>en</strong> minimumlon<strong>en</strong> k<strong>en</strong>n<strong>en</strong> (Duitsland, D<strong>en</strong>emark<strong>en</strong>,<br />

Cyprus <strong>en</strong> Zwed<strong>en</strong>) waarvan Zwed<strong>en</strong> <strong>en</strong> D<strong>en</strong>emark<strong>en</strong> e<strong>en</strong> krachtige traditie<br />

van private handhaving van CAO beloning<strong>en</strong> onderhoud<strong>en</strong> (overig<strong>en</strong>s zonder<br />

e<strong>en</strong> algeme<strong>en</strong>-verbind<strong>en</strong>d verklaring). In die land<strong>en</strong> ontstaat e<strong>en</strong> fundam<strong>en</strong>teel<br />

conflict tuss<strong>en</strong> EU vrij verkeer onder de detacheringsrichtlijn (omdat er ge<strong>en</strong> minimumlon<strong>en</strong><br />

zijn) <strong>en</strong> de nationale traditie (die e<strong>en</strong> extreme vorm van gastlandbeginsel<br />

hanteert, nl. CAO lon<strong>en</strong>), zolang C<strong>en</strong>traal Europa het gemiddelde EU loonniveau<br />

nog niet heeft b<strong>en</strong>aderd. Ook in Duitsland geeft het spanning<strong>en</strong> zoals geblek<strong>en</strong><br />

in bv. slachthuiz<strong>en</strong> waar gedetacheerde werknemers <strong>voor</strong> slechts <strong>en</strong>kele euro’s per<br />

uur blek<strong>en</strong> te werk<strong>en</strong>, ver b<strong>en</strong>ed<strong>en</strong> wat in Duitsland gebruikelijk was. Wat is hier<br />

nu het ‘publieke belang’? Het standaard antwoord van de Europese vakbond<strong>en</strong> (<strong>en</strong><br />

sommige regering<strong>en</strong>) is dat op e<strong>en</strong> werkplek (of op vergelijkbare werkplekk<strong>en</strong>)<br />

hetzelfde werk gelijk beloond moet word<strong>en</strong>. Bij 23 van de 27 lidstat<strong>en</strong> levert dat<br />

ge<strong>en</strong> grote problem<strong>en</strong> op want met e<strong>en</strong> minimumloonwet valt dit goed op te loss<strong>en</strong>.<br />

De vraag die zich daarom opdringt is, waarom de vier lidstat<strong>en</strong> ge<strong>en</strong> minimumloon<br />

wetgeving invoer<strong>en</strong> zoals alle andere EU land<strong>en</strong>, desnoods alle<strong>en</strong> als<br />

e<strong>en</strong> terugvalpositie, indi<strong>en</strong> collectieve onderhandeling<strong>en</strong> met nieuwe toetreders<br />

mislukk<strong>en</strong>.<br />

Het economisch perspectief van vrij verkeer van werknemers is alle<strong>en</strong> interessant<br />

bij relatief grote loonverschill<strong>en</strong>. De determinant<strong>en</strong> van migratie zijn vele, waaronder<br />

diverse push- <strong>en</strong> pull factor<strong>en</strong>, kost<strong>en</strong> van restricties (bij<strong>voor</strong>beeld fiscaal <strong>en</strong><br />

verzekering<strong>en</strong>) <strong>en</strong> meerdere ‘stay-put’ motiev<strong>en</strong>. 37 In de economische unie die<br />

B<strong>en</strong>elux al vormt sinds 1958, zijn de beloningsverschill<strong>en</strong> gewoon te gering om<br />

allerlei andere factor<strong>en</strong> te dominer<strong>en</strong>. Migratie in B<strong>en</strong>elux is dan ook altijd marginaal<br />

geblev<strong>en</strong>, met soms beperkte gr<strong>en</strong>sarbeid. In e<strong>en</strong> dergelijke contekst kan het<br />

gastland beginsel eerder word<strong>en</strong> beschouwd als e<strong>en</strong> juridische oplossing van conflict<br />

tuss<strong>en</strong> jurisdicties: m<strong>en</strong> weet tevor<strong>en</strong> welk recht geldt, het land van werk. Bij<br />

grote loonverschill<strong>en</strong> ligt dat anders. De vraag in B (als hoge lon<strong>en</strong>land) naar<br />

werknemers van lage lon<strong>en</strong>land A (zeg, C<strong>en</strong>traal Europa) wordt overweg<strong>en</strong>d<br />

bepaald door het loonverschil. Minimumlon<strong>en</strong> in B ligg<strong>en</strong> ver bov<strong>en</strong> de beloning<br />

waar<strong>voor</strong> (sommige) A werknemers bereid zijn te migrer<strong>en</strong> of zich te lat<strong>en</strong> detacher<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> tijdelijke kluss<strong>en</strong>. Afgezi<strong>en</strong> van spanning<strong>en</strong> op de arbeidsmarkt in B,<br />

zal het gastlandbeginsel (minimumloon + lokale <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>) de feitelijke vraag<br />

naar werknemers uit A drastisch verlag<strong>en</strong>. De vraag wordt letterlijk residueel!<br />

Voor land<strong>en</strong> als Zwed<strong>en</strong> <strong>en</strong> D<strong>en</strong>emark<strong>en</strong> geld<strong>en</strong> CAO lon<strong>en</strong> waarmee de vraag<br />

37 Zie <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> handzaam overzicht, Pelkmans, 2006, p. 264, Figure 10.3, met 24 zowel lange termijn<br />

als korte termijn factor<strong>en</strong>.


Pelkmans 73<br />

naar werknemers uit A zelfs opdroogt. 38 Wet<strong>en</strong>d dat er altijd wel <strong>en</strong>ige kost<strong>en</strong> zijn<br />

verbond<strong>en</strong> aan migratie of detachering, <strong>en</strong> rek<strong>en</strong>ing houd<strong>en</strong>d met taal <strong>en</strong> andere<br />

kwesties, is het niet te verwacht<strong>en</strong> dat er <strong>en</strong>ig <strong>voor</strong>deel te hal<strong>en</strong> is uit de aanstelling<br />

van werknemers uit A in gastland B: het is zeker niet duurder <strong>en</strong> minder ingewikkeld<br />

om lokale werknemers te werv<strong>en</strong>. Daarmee is het gastland beginsel protectionistisch<br />

geword<strong>en</strong>: het ontneemt A werknemers de facto het fundam<strong>en</strong>tele EU recht<br />

om elders aan de slag te kunn<strong>en</strong>. Anders gezegd: de bescherming van de relatief<br />

rijke werknemer in B (<strong>en</strong> zijn verzorgingsstaat) gaat geheel t<strong>en</strong> koste van elke optie<br />

van relatief arme A werknemers om van de EU marktwerking gebruik te mak<strong>en</strong>.<br />

Ook word<strong>en</strong> A werknemers ‘op dezelfde werkplek’ niet door dit regime beschermd<br />

aangezi<strong>en</strong> ze nauwelijks of niet op die werkplek gevraagd zull<strong>en</strong> word<strong>en</strong>. 39<br />

3.4.3 <strong>Publieke</strong> belang<strong>en</strong> <strong>en</strong> de afbak<strong>en</strong>ing van beleidsautonomie<br />

De bevoegdhed<strong>en</strong> van de EU zijn (terecht) beperkt. Terrein<strong>en</strong> zoals volkshuisvesting<br />

(in de zin van sociale woningbouw <strong>en</strong> normaliter e<strong>en</strong> lokale aangeleg<strong>en</strong>heid),<br />

onderwijs, volksgezondheid, publieke belang<strong>en</strong> in mediabeleid <strong>en</strong> cultuur, alsmede<br />

(binn<strong>en</strong>landse) infrastructuur word<strong>en</strong> als typisch nationale bevoegdhed<strong>en</strong><br />

beschouwd. 40 Verder zijn de lidstat<strong>en</strong> vrij, onder <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>, om di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van<br />

algeme<strong>en</strong> economisch belang te specificer<strong>en</strong>. 41 Deze beleidsautonomie is op zichzelf<br />

niet het probleem, de precieze gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> ervan wel. Deze gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> di<strong>en</strong><strong>en</strong> duidelijk<br />

te zijn omschrev<strong>en</strong> in de EU omdat anders over randgevall<strong>en</strong> conflict<strong>en</strong> ontstaan<br />

of zak<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het EHJ opduik<strong>en</strong> <strong>en</strong> <strong>voor</strong> economische ag<strong>en</strong>t<strong>en</strong> (of inderdaad<br />

<strong>voor</strong> ag<strong>en</strong>t<strong>en</strong> die onder dit nationaal beleid vall<strong>en</strong>) onzekerheid optreedt. Soms<br />

kunn<strong>en</strong> die gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> in de loop van de tijd vervag<strong>en</strong> door technische <strong>voor</strong>uitgang of<br />

door veranderde opvatting<strong>en</strong> over de (verminderde) rol van de staat <strong>en</strong> daarmee<br />

niet zeld<strong>en</strong> de verruimde rol van marktwerking. Die gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> van de nationale<br />

beleidsautonomie word<strong>en</strong> weerspiegeld in de gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> van de EU bevoegdhed<strong>en</strong><br />

met betrekking tot de interne markt.<br />

38 Voor e<strong>en</strong> grafische (partieel ev<strong>en</strong>wicht) analyse, zie Pelkmans, 2006, p. 197/8 .<br />

39 Dit zijn precies de economische argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> die het EHJ in de zaak Ruefert hanteert. Zie zaak<br />

C-346/06, uitspraak 3 april 2008. Deze zaak betreft de toepassing van de detacheringsrichtlijn in de<br />

deelstaat Niedersachs<strong>en</strong> waarbij e<strong>en</strong> onderaannemer uit Pol<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de deelstaat e<strong>en</strong> tijdelijk project<br />

uitvoerde teg<strong>en</strong> lon<strong>en</strong> van ongeveer 50 % van de lokale. Het protectionistische effect van het verbod op<br />

deze lage lon<strong>en</strong> in het overheidscontract wordt door het Hof breed uitgemet<strong>en</strong>, terwijl Advocaat-G<strong>en</strong>eraal<br />

Bot eerder juist adviseerde dat de bescherming van werknemers het verbod rechtvaardigde. De<br />

vraag is: welke werknemers, ook de Poolse ? Het EHJ zegt “…in the case of foreign workers, the obligation<br />

to comply with the collective agreem<strong>en</strong>ts does not <strong>en</strong>able them to achieve g<strong>en</strong>uine equality of<br />

treatm<strong>en</strong>t with German workers, but rather prev<strong>en</strong>ts [gedetacheerde, JP] workers.. from being employed<br />

in Germany”.<br />

40 Zie ook art. 2 E van het (Lissabon) verdrag omtr<strong>en</strong>t de werking van de EU dat het ondersteun<strong>en</strong>d,<br />

coordiner<strong>en</strong>d of aanvull<strong>en</strong>d karakter van de Unie op vier van deze terrein<strong>en</strong> bevestigt. Volkshuisvesting<br />

wordt niet e<strong>en</strong>s g<strong>en</strong>oemd, het is in beginsel lokaal. Art. 2 E wordt in het verdrag uitgewerkt; soms<br />

betek<strong>en</strong>t dat dat gezam<strong>en</strong>lijke regulering op EU niveau uitdrukkelijk verbod<strong>en</strong> is.<br />

41 Soms wordt aan deze autonomie getwijfeld. Daarom nog <strong>en</strong>kele duidelijke citat<strong>en</strong> uit het 2004 Witboek<br />

van de Commissie over DABs. “..the definition of public service obligations and missions remains<br />

a task for the public authorities at the relevant level” (p. 5; ‘relevant level’ slaat op nationaal of regio’s).<br />

Ook “… detailed definition of services to be provided and delivery of those services remain the responsibility<br />

of the Member States” (p. 4). Zie COM (2004) 374 van 12 mei 2004.


74 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

Eerst de DAEBs. Di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang zijn noch in Art. 86,<br />

EG , noch in het declaratoire Art. 16, EG omschrev<strong>en</strong>. Dit ongemak schept <strong>en</strong>ige<br />

onduidelijkheid, te meer daar de lidstat<strong>en</strong> zelf in beginsel het recht hebb<strong>en</strong> te bepal<strong>en</strong><br />

wat <strong>voor</strong> h<strong>en</strong> de specifieke DAEBs zijn. Volg<strong>en</strong>s Slot, Park & Cuyvers (2007,<br />

p. 102) duidt de EU praktijk op “.. di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van economische aard, waar<strong>voor</strong> de<br />

lidstat<strong>en</strong> of de Geme<strong>en</strong>schap op grond van e<strong>en</strong> criterium van algeme<strong>en</strong> belang<br />

op<strong>en</strong>baredi<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong> van toepassing verklar<strong>en</strong>”. Volg<strong>en</strong>s de auteurs is e<strong>en</strong><br />

(erk<strong>en</strong>d) ‘algeme<strong>en</strong> belang’ de noodzakelijke <strong>voor</strong>waarde; daarnaast moet tev<strong>en</strong>s<br />

sprake zijn van ‘specifieke overheidssturing’ in het kader van dat algem<strong>en</strong>e belang.<br />

Het gaat hier meestal om op<strong>en</strong>bare nutsbedrijv<strong>en</strong> – netwerk sector<strong>en</strong> als de omroep<strong>en</strong>,<br />

electriciteit & gas, post <strong>en</strong> telecom (inclusief internet), luchtvaart <strong>en</strong> de spoorweg<strong>en</strong><br />

– waarbij doorgaans van universele of publieke di<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong> sprake<br />

is. Tot het einde van de jar<strong>en</strong> tachtig war<strong>en</strong> deze nutsbedrijv<strong>en</strong> de facto van de<br />

interne markt uitgeslot<strong>en</strong> door de to<strong>en</strong>malige uitleg van art. 86, EG. Nationale<br />

monopolies, meestal ook in staatsbezit, maakt<strong>en</strong> deel uit van de nationale beleidsautonomie.<br />

De liberalisatie, geïnspireerd door nieuw micro-economisch inzicht 42 ,<br />

werd op EU niveau mogelijk door de uitleg van art. 86, EG radikaal om te ker<strong>en</strong>.<br />

Art. 86, lid 2, stelt de interne markt <strong>en</strong> de mededingingsregels <strong>voor</strong>op <strong>voor</strong> onderneming<strong>en</strong>,<br />

belast met DAEBs, <strong>voor</strong>zover de toepassing van dit EU regime de ‘vervulling,<br />

in feite of in rechte, van de hun toevertrouwde bijzondere taak niet verhindert’.<br />

Maar dat rechtvaardigt nog niet mete<strong>en</strong> allerlei exclusieve of bijzondere<br />

recht<strong>en</strong>, laat staan, dat <strong>voor</strong> alle deelactiviteit<strong>en</strong> natuurlijke monopolies opgevoerd<br />

kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong>. In tal van aspect<strong>en</strong> wordt onder art. 86, EU, dus e<strong>en</strong> ev<strong>en</strong>redigheidstoets<br />

toegepast, geholp<strong>en</strong> door experim<strong>en</strong>t<strong>en</strong> in liberalisatie elders <strong>en</strong> microeconomische<br />

analyses van deze speciale sector<strong>en</strong>. Dit kan aspect<strong>en</strong> betreff<strong>en</strong> als<br />

natuurlijk monopolie, netwerkexternaliteit<strong>en</strong> <strong>en</strong> op<strong>en</strong>baredi<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong>.<br />

Natuurlijke monopolies zijn veel zeldzamer dan lange tijd werd aang<strong>en</strong>om<strong>en</strong> of,<br />

door technische <strong>voor</strong>uitgang, niet langer relevant in onderdel<strong>en</strong> van de sector<strong>en</strong>.<br />

Voor universele of publieke di<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong> zijn andere, minder restrictieve<br />

oplossing<strong>en</strong> mogelijk, zoals aparte aanbesteding<strong>en</strong> of co-financiering door marktpartij<strong>en</strong><br />

onder regulering, <strong>en</strong> met toezichthouders etc. die ruimte lat<strong>en</strong> <strong>voor</strong> toetreders<br />

van de gehele EU.<br />

Het is dus niet zo dat deze ‘toevertrouwde, bijzondere tak<strong>en</strong>’ niet word<strong>en</strong> gerespecteerd.<br />

43 Ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s geldt dat de liberalisatie van netwerk sector<strong>en</strong> op EU niveau<br />

– vrij verkeer, vrije vestiging (waar eerst exclusieve recht<strong>en</strong> gold<strong>en</strong>) <strong>en</strong> mededin-<br />

42 D<strong>en</strong>k aan de titel van e<strong>en</strong> befaamd overzichtsartikel uit die tijd: Economic deregulation, days of<br />

reckoning for micro-economists, zie Winston, 1993.<br />

43 Sauter (2000, p. 35/6) wijst er nog e<strong>en</strong>s op dat deze ‘toevertrouwde, bijzondere tak<strong>en</strong> ‘in e<strong>en</strong> ‘act of<br />

<strong>en</strong>trustm<strong>en</strong>t’ moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong> vastgelegd, zodat ze helder zijn. Subsidies zijn dan kost<strong>en</strong>-plus e<strong>en</strong> redelijke<br />

winstmarge. De kost<strong>en</strong>refer<strong>en</strong>tie vloeit <strong>voor</strong>t uit op<strong>en</strong>bare aanbesteding (waar ook EU regels <strong>voor</strong><br />

zijn) of uit vergelijking met e<strong>en</strong> efficiënte , soortgelijke onderneming, t<strong>en</strong>einde de EU staatssteunregels<br />

te eerbiedig<strong>en</strong>. De heldere, politieke taakdefinitie is belangrijk... ‘because the legitimate scope of SGEI<br />

(DAEBs) is limited to what is necessary to attain the relevant public interest objectives.<br />

Market failure argum<strong>en</strong>ts will be key here…’ [Dit leidt tev<strong>en</strong>s tot]…’transpar<strong>en</strong>t verifiable and<br />

<strong>en</strong>forceable consumer rights’.


Pelkmans 75<br />

gingsbeleid – alle<strong>en</strong> mogelijk was door tegelijk uitvoerige EU regulering in te<br />

voer<strong>en</strong>, meestal in drie fas<strong>en</strong>. 44 De <strong>en</strong>ige sector waar nauwelijks EU regulering<br />

werd ontworp<strong>en</strong> is die van de televisieomroep<strong>en</strong>; de TV richtlijn 45 is gebaseerd op<br />

het oorsprongsbeginsel <strong>en</strong> heeft vrij verkeer in e<strong>en</strong> stap afgedwong<strong>en</strong>. In postdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

bij<strong>voor</strong>beeld is e<strong>en</strong> gedetailleerde universele di<strong>en</strong>stverplichting opg<strong>en</strong>om<strong>en</strong><br />

(met jaarlijkse monitoring); iets dergelijks geldt (met meer nationale discretie)<br />

<strong>voor</strong> telecoms; in electriciteit is er ruimte <strong>voor</strong> maar bepal<strong>en</strong> de lidstat<strong>en</strong> de regels<br />

(binn<strong>en</strong> het EU kader). Voor treinvervoer van passagiers <strong>en</strong> <strong>voor</strong> luchtvervoer zijn<br />

er mogelijkhed<strong>en</strong> bv. indi<strong>en</strong> vervoersstrom<strong>en</strong> zeer sterk verschill<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> periodes<br />

46 ; deze verplichting<strong>en</strong> di<strong>en</strong><strong>en</strong> wel te word<strong>en</strong> gemeld bij de Commissie <strong>en</strong> vervolg<strong>en</strong>s<br />

Europees aanbesteed.<br />

Twee punt<strong>en</strong> verdi<strong>en</strong><strong>en</strong> nog vermelding. T<strong>en</strong> eerste, zoals vermeld, bepaalt elke<br />

lidstaat welke DAEBs in het algeme<strong>en</strong> belang word<strong>en</strong> gereguleerd. Aan de twee<br />

criteria (erk<strong>en</strong>d algeme<strong>en</strong> belang wordt slechts marginaal getoetst <strong>en</strong> het EHJ is<br />

bewust ruimhartig; specifieke overheidssturing) moet wel word<strong>en</strong> voldaan. In feite<br />

gaat het in de praktijk om k<strong>en</strong>merk<strong>en</strong> als beschikbaarheid (de zekerheid ervan),<br />

kwaliteit <strong>en</strong> toegankelijkheid. Toch zijn er politieke opvatting<strong>en</strong> die, ondanks de<br />

erk<strong>en</strong>de werking van het EU regime, verder will<strong>en</strong> gaan. Zij bepleit<strong>en</strong> dat de<br />

DAEBs ( in de geest van art. 16, EG) niet langer als uitzondering op de interne<br />

markt <strong>en</strong> mededinging word<strong>en</strong> beschouwd maar, integ<strong>en</strong>deel, als e<strong>en</strong> wez<strong>en</strong>lijk<br />

bestanddeel van het Europese sociale model, nev<strong>en</strong>geschikt aan vrij verkeer <strong>en</strong><br />

concurr<strong>en</strong>tie. Deze b<strong>en</strong>adering suggereert dat de afweging<strong>en</strong> tot op hed<strong>en</strong> tot<br />

onvoldo<strong>en</strong>de EU borging, dan wel tot onzekerheid omtr<strong>en</strong>t EU borging, heeft<br />

geleid. Op deze stelling is heel wat af te ding<strong>en</strong> 47 maar het blijft lastig om met e<strong>en</strong><br />

analytisch betoog de ideologische overtuiging, dat nev<strong>en</strong>schikking in het verdrag<br />

moet word<strong>en</strong> bereikt, te herzi<strong>en</strong>. Deze overtuiging bagatelliseert het risico van<br />

nev<strong>en</strong>schikking dat <strong>voor</strong>al bestaat in te verwacht<strong>en</strong> poging<strong>en</strong> van lidstat<strong>en</strong> om zelf<br />

de gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> DAEB vast te legg<strong>en</strong>. Daardoor wordt e<strong>en</strong> wez<strong>en</strong>lijke EU discipline<br />

onderhandelbaar. Het verdrag van Lissabon bevat e<strong>en</strong> nieuwe bepaling die<br />

rechtsgrond verschaft <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> horizontale richtlijn omtr<strong>en</strong>t DAEBs. Teg<strong>en</strong>standers<br />

vrez<strong>en</strong> dat hiermee de EU disciplines zull<strong>en</strong> verzwakk<strong>en</strong>. T<strong>en</strong> tweede gaat<br />

het weliswaar hoofdzakelijk om de netwerk industrieën maar er zijn speciale<br />

gevall<strong>en</strong> zoals het door het EHJ in Finland toegestane (<strong>en</strong> strikt geregelde) staatsmonopolie<br />

<strong>voor</strong> gokmachines.<br />

44 Hoe dit is gebeurd in zev<strong>en</strong> netwerk sector<strong>en</strong> wordt vergelijk<strong>en</strong>derwijs uite<strong>en</strong>gezet in Pelkmans,<br />

2001.<br />

45 Inmiddels geam<strong>en</strong>deerd tot de audio-visuele di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>richtlijn 2007/ 65 van 11 december 2007, EG<br />

Publikatieblad L 332/ 27 van 18 december 2007. Regels beperk<strong>en</strong> zich tot bescherming van kinder<strong>en</strong>,<br />

reclame plafonds <strong>en</strong> EU quota’s in programma’s.<br />

46 D<strong>en</strong>k aan de Griekse eiland<strong>en</strong> die ‘s winters anders ge<strong>en</strong> connecties zoud<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong>; of aan Straatsburg<br />

waar drie wek<strong>en</strong> van elke maand slechts e<strong>en</strong> fractie van het vliegverkeer r<strong>en</strong>dabel is dat in de<br />

vierde week <strong>voor</strong> de bije<strong>en</strong>komst<strong>en</strong> van het EP de luchthav<strong>en</strong> aandoet.<br />

47 Zie bv. het reguliere Commissie rapport over de borging van DAEBs in netwerk sector<strong>en</strong>, laatst als<br />

SEC (2007) 1024 van juni 2007; zie ook bv. de scherpzinnige analyse van Gareth Davies (2009) die<br />

aantoont dat publieke belang<strong>en</strong> van deze aard zowel onder vrij verkeer als onder EU mededingingsbeleid<br />

wel degelijk goed geborgd zijn; <strong>voor</strong>al dat laatste reikt verder dan de lop<strong>en</strong>de opvatting<strong>en</strong>.


76 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

Het tweede punt gaat het over de afbak<strong>en</strong>ing van nationale bevoegdhed<strong>en</strong> die op<br />

zich niet omstred<strong>en</strong> zijn. De di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> verricht op gebied<strong>en</strong> zoals volksgezondheid,<br />

volkshuisvesting, onderwijs <strong>en</strong> publieke televisie vall<strong>en</strong> buit<strong>en</strong> de interne markt<br />

precies omdat ze als niet-economische activiteit<strong>en</strong> beschouwd word<strong>en</strong>, bv. weg<strong>en</strong>s<br />

verregaande subsidiering of hun niet-om-winst karakter. 48 Verreweg de meeste<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> hieronder hebb<strong>en</strong> ook e<strong>en</strong> typisch nationaal of lokaal karakter . Hoe overzichtelijk<br />

zou het zijn indi<strong>en</strong> deze di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> op deze terrein<strong>en</strong> geheel <strong>en</strong> al buit<strong>en</strong> de<br />

private economie zoud<strong>en</strong> plaatsvind<strong>en</strong>. De fricties ontstaan juist omdat dat niet of<br />

steeds minder het geval is op e<strong>en</strong> aantal deelterrein<strong>en</strong>, afhankelijk van tijd <strong>en</strong> lidstaat.<br />

Die fricties gev<strong>en</strong> (onterecht) aanleiding tot sociale of politieke irritatie, als<br />

zou de EU deze publieke belang<strong>en</strong> niet respecter<strong>en</strong> (<strong>en</strong> zich er dus t<strong>en</strong> onrechte<br />

mee ‘bemoei<strong>en</strong>’). Dit is in zijn algeme<strong>en</strong>heid onjuist <strong>en</strong> zal ook blijk<strong>en</strong> uit de<br />

illustraties in de volg<strong>en</strong>de sectie.<br />

3.5 <strong>Publieke</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> in de interne markt<br />

De belangrijkste vorm<strong>en</strong> van publieke di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing waar het hier om gaat<br />

betreff<strong>en</strong> de gezondheidszorg, het onderwijs, de woningcorporaties <strong>en</strong> publieke<br />

TV di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>. De kernvraag is of lidstat<strong>en</strong> die ‘di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> (economisch)<br />

belang’ op hun eig<strong>en</strong> wijze kunn<strong>en</strong> bepal<strong>en</strong>, inricht<strong>en</strong> <strong>en</strong> financier<strong>en</strong>. Aangezi<strong>en</strong><br />

e<strong>en</strong> apart Preadvies zal word<strong>en</strong> gewijd aan de volksgezondheid door Maart<strong>en</strong><br />

Janss<strong>en</strong>, Krijn Schep <strong>en</strong> Jarig van Sinder<strong>en</strong> zal ik me beperk<strong>en</strong> tot korte illustraties<br />

omtr<strong>en</strong>t publieke TV di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>en</strong> woningbouwcorporaties, gevolgd door e<strong>en</strong> iets<br />

verder uitgewerkte analyse van onderwijs.<br />

TV di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> zijn onderworp<strong>en</strong> aan vrij verkeer (het zijn immers economische<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>) maar de lidstat<strong>en</strong> zijn geheel vrij om ‘publieke’ z<strong>en</strong>ders of di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> te<br />

bescherm<strong>en</strong> uit oogpunt van algeme<strong>en</strong> belang, zij het cultureel, of politiek (weg<strong>en</strong>s<br />

democratie <strong>en</strong> kwalitatief goede informatie alsmede pluriformiteit) of maatschappelijk.<br />

Het resultaat is het typisch Europese ‘duale’ TV stelsel. Daarbij doet zich<br />

de vraag <strong>voor</strong> hoe deze specifieke publieke di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> uitgekoz<strong>en</strong> word<strong>en</strong>. Immers,<br />

indi<strong>en</strong> publieke TV di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> overlapp<strong>en</strong> met commerciële, wordt de werking van<br />

de EU interne markt geraakt. M<strong>en</strong> kan uiteraard zowel de publieke als de commerciële<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> reguler<strong>en</strong> (in beperkte mate doet de TV richtlijn dat ook, omwille<br />

van kinder<strong>en</strong> bij<strong>voor</strong>beeld; er is inmiddels ook zelf regulering omtr<strong>en</strong>t TV uitz<strong>en</strong>ding<strong>en</strong><br />

in de EU) maar verder zijn TV di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> in beginsel gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>d in<br />

de interne markt. De commerciële aanbieders dring<strong>en</strong> dan ook al jar<strong>en</strong> aan op e<strong>en</strong><br />

scherpe afbak<strong>en</strong>ing van wat exact publiek is in TV di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> – <strong>en</strong> wat niet (<strong>en</strong> dat<br />

kan per land verschill<strong>en</strong>). Uiteindelijk gaat het om e<strong>en</strong> zo nauwkeurige omschrijving<br />

van wat precies gesubsidieerd wordt in TV land <strong>en</strong> waarom, zodat de kost<strong>en</strong><br />

van de b<strong>en</strong>odigde subsidie kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> berek<strong>en</strong>d door derde partij<strong>en</strong>. Aldus<br />

kunn<strong>en</strong> kruissubsidiering <strong>en</strong> concurr<strong>en</strong>tievervalsing bij de overlapp<strong>en</strong>de gebied<strong>en</strong><br />

48 Dit houdt in dat e<strong>en</strong> subsidiariteitstoets ook ge<strong>en</strong> EU rol zou rechtvaardig<strong>en</strong>. Zie Pelkmans, 2005a<br />

<strong>en</strong> 2005b <strong>en</strong> Ederve<strong>en</strong>, Gelauff & Pelkmans, 2008.


Pelkmans 77<br />

word<strong>en</strong> teg<strong>en</strong>gegaan. De EU is hier geleidelijk strikter moet<strong>en</strong> gaan optred<strong>en</strong> aangezi<strong>en</strong><br />

deze discipline <strong>voor</strong> de staatssteun aanvankelijk weinig serieus werd g<strong>en</strong>om<strong>en</strong>:<br />

e<strong>en</strong> trits van Commissie zak<strong>en</strong> <strong>en</strong> zelfs EHJ zak<strong>en</strong>, het Omroepprotocol in<br />

het verdrag van Amsterdam, e<strong>en</strong> tweede reeks van zak<strong>en</strong> <strong>en</strong> t<strong>en</strong>slotte gedetailleerde<br />

regels <strong>voor</strong> staatssteun <strong>voor</strong> publieke TV di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>. 49 Niets van al deze discipline<br />

tast het recht van lidstat<strong>en</strong> aan om deze publieke TV di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> zelf te<br />

omschrijv<strong>en</strong>; of op publieke z<strong>en</strong>ders reclame wordt toegelat<strong>en</strong> of niet is ook aan de<br />

lidstat<strong>en</strong> zelf. De borging van dit publieke belang op nationaal niveau kan echter<br />

niet verder gaan dan dat – er is ge<strong>en</strong> red<strong>en</strong> om de interne marktwerking in TV<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, buit<strong>en</strong> deze gesubsidieerde di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, aan te tast<strong>en</strong>. De Commissie zou<br />

het ook veel gemakkelijker hebb<strong>en</strong> <strong>en</strong> minder ‘bemoei<strong>en</strong>is’ hoev<strong>en</strong> in te zett<strong>en</strong><br />

indi<strong>en</strong> lidstat<strong>en</strong> (<strong>en</strong> hun publieke omroep<strong>en</strong>) hun EU verplichting<strong>en</strong> (hier, over<br />

transparantie) ernstiger nam<strong>en</strong>. Rec<strong>en</strong>telijk duik<strong>en</strong> nieuwe fricties op die <strong>voor</strong>tvloei<strong>en</strong><br />

uit nieuwe internetdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van publieke omroep<strong>en</strong>. De vrees is dat deze<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> veelal (aanvankelijk of blijv<strong>en</strong>d) verliesgev<strong>en</strong>d zijn terwijl ze niet behor<strong>en</strong><br />

tot de kerndefinitie van ‘publieke TV di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>’. De beschuldiging dat deze<br />

verliez<strong>en</strong> uit de staatssubsidies word<strong>en</strong> gedekt ligt dan <strong>voor</strong> de hand terwijl hun<br />

commerciële concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong> dit uiteraard niet kunn<strong>en</strong>.<br />

E<strong>en</strong> tweede <strong>voor</strong>beeld vorm<strong>en</strong> de woningbouwcorporaties. De Nederlandse sociale<br />

woningbouw heeft dec<strong>en</strong>nialang op deze corporaties gesteund <strong>en</strong> doet dat nog,<br />

waarbij in eerste instantie huurwoning<strong>en</strong> <strong>en</strong> goedkoop gebouwd werd<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

(meestal) onder de gangbare huurprijs werd<strong>en</strong> verhuurd. Hier is duidelijk ge<strong>en</strong><br />

sprake van winstmotief <strong>en</strong> ev<strong>en</strong>min van e<strong>en</strong> marktpartij die (aanvankelijk of blijv<strong>en</strong>d)<br />

zonder subsidie kan. Verder kunn<strong>en</strong> l<strong>en</strong>ing<strong>en</strong> van woningbouwcorporaties<br />

g<strong>en</strong>iet<strong>en</strong> van waarborg<strong>en</strong> van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Dit is e<strong>en</strong><br />

duidelijk sociaal model in teg<strong>en</strong>stelling tot het Belgische na-oorlogse model dat<br />

veel sterker op het vrije initiatief in de bouwmarkt leunde. Behalve dat sociale<br />

woningbouw e<strong>en</strong> typisch nationale, niet-gr<strong>en</strong>s-overschrijd<strong>en</strong>de aktiviteit is, geldt<br />

dat deze di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> ook omwille van deze sociale k<strong>en</strong>merk<strong>en</strong> buit<strong>en</strong> de interne markt<br />

vall<strong>en</strong>. Hier is tot <strong>voor</strong> kort ook ge<strong>en</strong> probleem opgetred<strong>en</strong>. Voor de nadruk die de<br />

regering in de onderhandeling<strong>en</strong> over het Lissabon verdrag legde op de vrijwaring<br />

van woningbouwcorporaties van de interne markt <strong>en</strong> de controle op staatssteun,<br />

bestond dan ook ge<strong>en</strong> <strong>en</strong>kele analytische red<strong>en</strong>. 50 Er ontstond echter <strong>en</strong>ige beroering<br />

to<strong>en</strong> EU Commissaris Kroes van mededinging op TV meldde dat het rec<strong>en</strong>te<br />

gedrag van sommige woningbouwcorporaties in Nederland tot maatregel<strong>en</strong> zou<br />

kunn<strong>en</strong> leid<strong>en</strong>. Dat gedrag behelsde namelijk op winst gerichte investering<strong>en</strong>, nota<br />

b<strong>en</strong>e over intra-EU gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> he<strong>en</strong>, in zuiver marktgerichte woningbouw. Aangezi<strong>en</strong><br />

sommige woningbouwcorporaties veel kapitaal hebb<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> opbouw<strong>en</strong><br />

(bij<strong>voor</strong>beeld door de snelle prijsstijging<strong>en</strong> van huiz<strong>en</strong> sinds ongeveer 1996 <strong>en</strong> de<br />

49 De laatste richtsnoer<strong>en</strong> zijn te vind<strong>en</strong> op de website van DG Competition van de Commissie, echter<br />

zonder nummer of datum: Communication… on the application of state aid rules to public service<br />

broadcasting, begin juli 2009.<br />

50 M<strong>en</strong> kan de politieke opwinding ev<strong>en</strong>tueel als e<strong>en</strong> aanleiding zi<strong>en</strong> om window-dressing naar kiezers<br />

te do<strong>en</strong> maar dat is e<strong>en</strong> ander verhaal.


78 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

verkop<strong>en</strong> aan hun huurders), kan dit tot verstoring<strong>en</strong> in de interne markt leid<strong>en</strong>,<br />

binn<strong>en</strong>lands of elders in de Unie. De discipline van staatssteuncontrole heeft niets<br />

te mak<strong>en</strong> met het ‘aantast<strong>en</strong>’ van het Nederlandse publieke belang in de sociale<br />

woningbouw, <strong>en</strong> vormt ge<strong>en</strong> overdrev<strong>en</strong> Brusselse bemoeizucht, maar is e<strong>en</strong> rechtstreeks<br />

gevolg van het overschrijd<strong>en</strong> van de gr<strong>en</strong>s tuss<strong>en</strong> sociaal / gesubsidieerd<br />

(e<strong>en</strong> publiek belang dat de EU zal respecter<strong>en</strong>) <strong>en</strong> de marktsector door de woningcorporaties.<br />

Om Bart van Riel (2008, p. 46/7) te citer<strong>en</strong>: “Die bemoei<strong>en</strong>is roep<strong>en</strong><br />

de woningcorporaties …zelf over zich af door verm<strong>en</strong>ging van sociale <strong>en</strong> marktactiviteit<strong>en</strong>.<br />

[A]fsplitsing van de commerciële activiteit<strong>en</strong> [biedt] … e<strong>en</strong> minimale<br />

garantie dat [hun] vermog<strong>en</strong> niet <strong>voor</strong> oneerlijke concurr<strong>en</strong>tie wordt gebruikt”. 51<br />

Inderdaad di<strong>en</strong><strong>en</strong> de corporaties hun maatschappelijke taak <strong>voor</strong>op te stell<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

activiteit<strong>en</strong> van andere aard gescheid<strong>en</strong> te houd<strong>en</strong>.<br />

Als derde belangrijk <strong>voor</strong>beeld van nationale ‘di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> (economisch)<br />

belang’ gaan we dieper in op onderwijs. Dit thema heeft weliswaar minder<br />

vaak <strong>en</strong> minder heftig tot debat geleid dan volksgezondheid, maar de raakvlakk<strong>en</strong>,<br />

feitelijk of pot<strong>en</strong>tieel, met de interne markt <strong>en</strong>/of met het algem<strong>en</strong>e EU handelingsvermog<strong>en</strong><br />

zijn wel degelijk interessant.<br />

De hoofdzaak is <strong>en</strong> blijft dat <strong>en</strong>erzijds de lidstat<strong>en</strong> hun onderwijs zelf kunn<strong>en</strong><br />

inricht<strong>en</strong> (inclusief de financiering ervan), net als bij de volksgezondheid, maar<br />

dat dit wel di<strong>en</strong>t te geschied<strong>en</strong> binn<strong>en</strong> de algem<strong>en</strong>e verdragsbepaling<strong>en</strong> van het EG<br />

verdrag. Het inmiddels beroemde Watts arrest (dat over volksgezondheid handelt)<br />

uit 2006 formuleert deze doctrine over de algem<strong>en</strong>e verdragsbepaling<strong>en</strong> als volgt:<br />

“Hoewel vaststaat dat het geme<strong>en</strong>schapsrecht de bevoegdheid van de lidstat<strong>en</strong> om<br />

hun sociale zekerheidstelsels [lees hier ‘onderwijs’, JP] in te richt<strong>en</strong>…. moet<strong>en</strong> de<br />

lidstat<strong>en</strong> bij de uitoef<strong>en</strong>ing van deze bevoegdheid het geme<strong>en</strong>schapsrecht, inzonderheid<br />

de bepaling<strong>en</strong> inzake het vrij verricht<strong>en</strong> van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, eerbiedig<strong>en</strong>”. 52<br />

Zoals van Riel het formuleert: “De werkingssfeer van het EU recht reikt dus verder<br />

dan de bevoegdheidstoedeling aan de Unie” (op.cit., p. 39). Bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> heeft het<br />

EHJ in e<strong>en</strong> aantal arrest<strong>en</strong> het EU burgerschap met concrete, individuele recht<strong>en</strong><br />

verbond<strong>en</strong> die zowel bij gezondsheidszorg als onderwijs van belang blijk<strong>en</strong> te zijn.<br />

Het EU burgerschap is daardoor meer geword<strong>en</strong> dan het loutere passief kiesrecht<br />

in lokale verkiezing<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> EU gastland. Het roept de boei<strong>en</strong>de vraag op of het<br />

zog<strong>en</strong>aamde algem<strong>en</strong>e belang van lidstat<strong>en</strong> wel automatisch <strong>en</strong> in alle gevall<strong>en</strong><br />

sam<strong>en</strong>valt met consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>-, patiënt<strong>en</strong>- of stud<strong>en</strong>t<strong>en</strong>recht<strong>en</strong> in de Unie. Voorzover<br />

e<strong>en</strong> zeker eig<strong>en</strong>standig individueel recht beschermd wordt om zich binn<strong>en</strong> de<br />

EU te beweg<strong>en</strong> t<strong>en</strong>einde van bepaalde di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> te g<strong>en</strong>iet<strong>en</strong>, is de vervolgvraag of<br />

51 Van Riel vervolgt: “Op deze manier kunn<strong>en</strong> botsing<strong>en</strong> met het Europees recht <strong>en</strong> oneig<strong>en</strong>lijk gebruik<br />

van publiek geld word<strong>en</strong> <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong>”. Dat beleidsautonomie maar al te gemakkelijk in vrijwel absolute<br />

term<strong>en</strong> wordt opgevat, zonder zich rek<strong>en</strong>schap te gev<strong>en</strong> van de nationale EU verplichting<strong>en</strong> (waarover<br />

art. 10, EG glashelder over is !), wordt door van Riel ev<strong>en</strong>zeer onderk<strong>en</strong>d: “… het perspectief<br />

[ lijkt ] <strong>voor</strong>al te bestaan uit dat van de wethouder die last heeft van de Europese aanbestedingsregels<br />

of van de bestuurder van woningbouwcorporaties die zich <strong>voor</strong>al gehinderd ziet in zijn ambities als<br />

projectontwikkelaar.”<br />

52 Zaak C-372/04, Watts, par. 92, uitspraak 2006.


Pelkmans 79<br />

<strong>en</strong> in hoeverre dat de nationale financiering van nationale stelsels van bij<strong>voor</strong>beeld<br />

gezondheid of onderwijs kan <strong>en</strong> mag aantast<strong>en</strong>.<br />

Art. 149, EG, lid 1, draagt de Geme<strong>en</strong>schap op de ontwikkeling van onderwijs van<br />

hoog gehalte van de lidstat<strong>en</strong> te ondersteun<strong>en</strong> <strong>en</strong> zonodig hun activiteit<strong>en</strong> aan te<br />

vull<strong>en</strong> “… met volledige eerbiediging van de verantwoordelijkheid van de lidstat<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> de inhoud van hun onderwijs <strong>en</strong> de opzet van het onderwijsstelsel <strong>en</strong> van<br />

hun culturele <strong>en</strong> taalkundige verscheid<strong>en</strong>heid”. 53 Dit artikel is duidelijk. Het<br />

strookt ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s met e<strong>en</strong> functionele subsidiariteitstoets (zie Pelkmans, 2005a).<br />

Wel moet word<strong>en</strong> opgemerkt dat deze toets is gebaseerd op pot<strong>en</strong>tiele mobiliteit<strong>en</strong><br />

over intra-EU gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> <strong>en</strong> die kom<strong>en</strong> nauwelijks <strong>voor</strong> bij primair <strong>en</strong> secundair<br />

onderwijs. Bij het tertiair onderwijs ligt dit echter minder helder, zeker bij master<br />

opleiding<strong>en</strong> of gespecialiseerde vervolgstudies (die ook steeds minder gebond<strong>en</strong><br />

zijn aan e<strong>en</strong> van de vele nationale tal<strong>en</strong> die anders als e<strong>en</strong> rem zoud<strong>en</strong> werk<strong>en</strong> op<br />

mobiele stud<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>en</strong> doc<strong>en</strong>t<strong>en</strong>). Ederve<strong>en</strong> & Thiss<strong>en</strong> (2008) hebb<strong>en</strong> de twee subsidiariteitscriteria<br />

(schaal; gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de spill-overs) empirisch onderzocht<br />

<strong>en</strong> vind<strong>en</strong> hooguit e<strong>en</strong> zwakke aanwijzing <strong>voor</strong> indirecte spill-overs. Vooralsnog<br />

lijkt er dus weinig aanleiding om art. 149, EG, als achterhaald te bekritiser<strong>en</strong>. Ook<br />

in federaties geldt dat onderwijs typisch op deelregeringsniveau of zelfs lokaal<br />

wordt ingericht. Zo is er in Washington DC ge<strong>en</strong> ministerie van onderwijs ! In<br />

federale land<strong>en</strong> als Zwitserland <strong>en</strong> Duitsland kan dat zelfs tot e<strong>en</strong> zekere marktfragm<strong>en</strong>tatie<br />

leid<strong>en</strong> <strong>voor</strong> mobiele lerar<strong>en</strong>, <strong>en</strong> soms leerling<strong>en</strong>, weg<strong>en</strong>s moeizame<br />

erk<strong>en</strong>ning van curricula van onderscheid<strong>en</strong> inhoud. Niettemin kunn<strong>en</strong> vier vorm<strong>en</strong><br />

van mogelijke EU beinvloeding word<strong>en</strong> onderscheid<strong>en</strong>.<br />

T<strong>en</strong> eerste zal de doctrine van de algem<strong>en</strong>e verdragsbepaling<strong>en</strong> (zie bov<strong>en</strong>) nationaal<br />

onderwijs in de marge kunn<strong>en</strong> beinvloed<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> problematisch <strong>voor</strong>beeld van<br />

EHJ rechtspraak onder deze b<strong>en</strong>adering is de combinatie van vrij verkeer ( hier,<br />

toegang <strong>voor</strong> EU stud<strong>en</strong>t<strong>en</strong> tot hoger onderwijs in alle EU land<strong>en</strong>) met het nondiscriminatie<br />

beginsel. In de meeste lidstat<strong>en</strong> is dat e<strong>en</strong> marginaal verschijnsel<br />

omdat taalverschill<strong>en</strong> alle<strong>en</strong> al e<strong>en</strong> <strong>en</strong>orme barriere vorm<strong>en</strong>, nog los van studiebeurz<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> dergelijke. Maar er zijn kleine lidstat<strong>en</strong> die deel uitmak<strong>en</strong> van e<strong>en</strong><br />

groot taalgebied (Oost<strong>en</strong>rijk) <strong>en</strong> regio’s met onderwijsbevoegdhed<strong>en</strong> (Wallonie) in<br />

gelijksoortige omstandighed<strong>en</strong> die door deze rechtspraak in hun autonomie zijn<br />

beknot. In Belgie bij<strong>voor</strong>beeld bestond<strong>en</strong> veel hogere collegegeld<strong>en</strong> <strong>voor</strong> Franse<br />

(officieel, buit<strong>en</strong>landse) stud<strong>en</strong>t<strong>en</strong> in de medicijn<strong>en</strong> dan <strong>voor</strong> Belgische stud<strong>en</strong>t<strong>en</strong>,<br />

om althans de Franse stud<strong>en</strong>t<strong>en</strong> (wi<strong>en</strong>s ouders ge<strong>en</strong> belasting betal<strong>en</strong> in Belgie om<br />

onderwijs te financier<strong>en</strong>) <strong>en</strong>igszins mee te lat<strong>en</strong> betal<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de kost<strong>en</strong> van hun<br />

medische opleiding. Dit onderscheid is op basis van het non-discriminatie beginsel<br />

nu verbod<strong>en</strong> maar noch op EU niveau (noch in de betreff<strong>en</strong>de arrest<strong>en</strong>) wordt e<strong>en</strong><br />

oplossing aangedrag<strong>en</strong> <strong>voor</strong> dit liftersgedrag. Quotas zijn in sommige gevall<strong>en</strong><br />

53 Aan het Lissabon verdrag is overig<strong>en</strong>s e<strong>en</strong> Protocol toegevoegd over di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> belang<br />

dat in art. 2 nog e<strong>en</strong>s b<strong>en</strong>adrukt dat de bevoegdhed<strong>en</strong> van de lidstat<strong>en</strong> om niet-economische di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

van algeme<strong>en</strong> belang te lever<strong>en</strong>, uit te bested<strong>en</strong> of te organiser<strong>en</strong> niet word<strong>en</strong> aangetast (affected) door<br />

de bepaling<strong>en</strong> van het verdrag. Van staatswege bekostigd onderwijs is zo’n niet-economische di<strong>en</strong>st.


80 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

ook verbod<strong>en</strong>. Overig<strong>en</strong>s is door gedurige verslechtering van het Duitse universitaire<br />

onderwijs in de jar<strong>en</strong> neg<strong>en</strong>tig ook e<strong>en</strong> zekere druk op Nederland ontstaan<br />

(Universiteit Maastricht k<strong>en</strong>t e<strong>en</strong> forse toestroom van Duitse stud<strong>en</strong>t<strong>en</strong> die de taal<br />

relatief snel ler<strong>en</strong>). Het gebruikelijke criterium dat de financiering van nationale<br />

stelsels niet ondermijnd mag word<strong>en</strong> zou op dit punt wel <strong>en</strong>igszins aangescherpd<br />

kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong>, bv. door e<strong>en</strong> zekere verev<strong>en</strong>ing tuss<strong>en</strong> lidstat<strong>en</strong> (zoals bij vrachtvervoer<br />

over de weg gebeurt tuss<strong>en</strong> land<strong>en</strong> die ge<strong>en</strong> tol hanter<strong>en</strong>). De vraag is<br />

echter of daar e<strong>en</strong> dwing<strong>en</strong>de juridische grondslag <strong>voor</strong> te vind<strong>en</strong> is. De algem<strong>en</strong>e<br />

verdragsbepaling<strong>en</strong> spel<strong>en</strong> soms ook e<strong>en</strong> rol indi<strong>en</strong> ‘burgers van de Unie’, door<br />

gebruik te mak<strong>en</strong> van hun recht op reiz<strong>en</strong> <strong>en</strong> in andere EU land<strong>en</strong> verblijv<strong>en</strong>, van<br />

niet-economische di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> profiter<strong>en</strong>. Deze elegante omweg volgt direct<br />

uit het feit dat onderwijsdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> niet onder ‘vrij verkeer’ vall<strong>en</strong> want dat betreft<br />

alle<strong>en</strong> ‘economische activiteit<strong>en</strong>’. Deze uitleg heeft echter (overig<strong>en</strong>s beperkte)<br />

gevolg<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de beleidsautonomie van lidstat<strong>en</strong>. Voorbeeld<strong>en</strong> zijn onder andere<br />

het recht hebb<strong>en</strong> op e<strong>en</strong> studiebeurs <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> stud<strong>en</strong>t die reeds lang in het VK had<br />

gestudeerd (maar niet de <strong>en</strong>gelse nationaliteit had) <strong>en</strong> e<strong>en</strong> verbod op ongerechtvaardigde<br />

restricties op het ‘me<strong>en</strong>em<strong>en</strong>’ van e<strong>en</strong> (Duitse) studiebeurs <strong>voor</strong> e<strong>en</strong><br />

studie elders in de Unie. 54<br />

T<strong>en</strong> tweede kan EU beinvloeding relevant word<strong>en</strong> wanneer e<strong>en</strong> lidstaat (hoger)<br />

onderwijs niet langer verregaand van staatswege financiert. Immers, dan wordt<br />

e<strong>en</strong> niet-economische di<strong>en</strong>st in het algeme<strong>en</strong> belang e<strong>en</strong> economische activiteit <strong>en</strong><br />

valt daarmee onder de interne markt <strong>en</strong> de mededinging. De vraag is wanneer dat<br />

omslagpunt bereikt wordt – niemand die het mom<strong>en</strong>teel weet. 55 Er zijn nauwelijks<br />

private universiteit<strong>en</strong> in West Europa; in de nieuwe lidstat<strong>en</strong> kom<strong>en</strong> deze vaker<br />

<strong>voor</strong>; het kan ook spel<strong>en</strong> bij business schol<strong>en</strong> (MBA opleiding<strong>en</strong>) <strong>en</strong> gespecialiseerde<br />

hogere vakschol<strong>en</strong> of academies. Voorzover de auteur bek<strong>en</strong>d, zijn hier nog<br />

ge<strong>en</strong> fricties opgetred<strong>en</strong>, vermoedelijk door het op<strong>en</strong> aanname beleid van deze<br />

instelling<strong>en</strong> <strong>en</strong> de geringe publieke subsidies. Het zal lastiger word<strong>en</strong> wanneer<br />

reguliere universiteit<strong>en</strong> e<strong>en</strong> steeds groter deel van hun inkomst<strong>en</strong> uit collegegeld<br />

van stud<strong>en</strong>t<strong>en</strong> hal<strong>en</strong>, <strong>en</strong> steeds minder van hun kost<strong>en</strong> door de staat wordt gedekt.<br />

Indi<strong>en</strong> de soms gehoorde <strong>voor</strong>nem<strong>en</strong>s van universiteit<strong>en</strong> om met elkaar te ‘concurrer<strong>en</strong>’<br />

letterlijk g<strong>en</strong>om<strong>en</strong> zoud<strong>en</strong> mog<strong>en</strong> word<strong>en</strong>, <strong>en</strong> kwaliteit, certificatie <strong>en</strong> prestatiecriteria<br />

van stud<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>en</strong> doc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> tot daadwerkelijke differ<strong>en</strong>tiatie gaan leid<strong>en</strong>,<br />

ook in financiele zin, is het zeer de vraag of m<strong>en</strong> niet kan gaan sprek<strong>en</strong> van<br />

e<strong>en</strong> interne markt <strong>voor</strong> universitair onderwijs, die in beginsel zonder distorsies zou<br />

54 Het eerste geldt het arrest Bidar in zaak C- 209/03, uitspraak 2005; dit arrest is inmiddels verduidelijkt<br />

middels e<strong>en</strong> invulling van de criteria in het arrest Foerster (C-158/07, uitspraak 2009); het tweede<br />

betreft het arrest in twee gevoegde zak<strong>en</strong> C- 11/06 <strong>en</strong> C- 12/06 (Morgan <strong>en</strong> Bucher), uitspraak 23<br />

oktober 2007. Zie ook van Eijk<strong>en</strong>, 2008. Verwant is de zaak Schwarz C- 76/05, uitspraak 2007, waarbij<br />

het om belemmering<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de ouders ging om belastingaftrek te krijg<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de kost<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> studie<br />

in e<strong>en</strong> ander EU land van hun twee (hoogbegaafde) dochters. De belemmering<strong>en</strong> hadd<strong>en</strong> te mak<strong>en</strong> met<br />

uitsluiting van particuliere schol<strong>en</strong> buit<strong>en</strong> Duitsland, terwijl in Duitsland goedgekeurde particuliere<br />

schol<strong>en</strong> er wel onder viel<strong>en</strong>.<br />

55 In de zaak Neri (C- 153/02, uitspraak 2003) is overig<strong>en</strong>s door het EHJ al vastgesteld dat onderwijs<br />

e<strong>en</strong> economische activiteit kan zijn: het ging daarbij om aanvull<strong>en</strong>de cursuss<strong>en</strong> waar<strong>voor</strong> betaald<br />

werd.


Pelkmans 81<br />

moet<strong>en</strong> operer<strong>en</strong>. Zo ver is het nog lang niet. Interessant is dat het pleidooi van<br />

Rick van der Ploeg <strong>en</strong> Reinhilde Veugelers (2008) – dat in <strong>en</strong>ig detail op e<strong>en</strong> dergelijk<br />

‘performance based’ hoger onderwijs, met mededinging, ingaat – ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s<br />

tot e<strong>en</strong> reeks van argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> leidt om de EU rol in universitair onderwijs te versterk<strong>en</strong>.<br />

Toch gaan ook deze auteurs niet zo ver dat ze ‘fundam<strong>en</strong>tal local, regional<br />

and national roots of universities’ afzwer<strong>en</strong> (p. 87) <strong>en</strong> dat impliceert vermoedelijk<br />

nog steeds overweg<strong>en</strong>d financiering door de staat (<strong>en</strong> deels de EU bv. <strong>voor</strong> mobiliteit<br />

zoals het Erasmus programma, <strong>en</strong> dergelijke). Echter, e<strong>en</strong> fors deel van<br />

publieke universitaire geld<strong>en</strong> zijn bestemd <strong>voor</strong> onderzoek <strong>en</strong> daar kan de EU rol<br />

bestaan uit Europese kwaliteits <strong>en</strong> selectie mechanism<strong>en</strong>. Waar onderzoek privaat<br />

wordt gefinancierd, geldt in beginsel de interne markt.<br />

T<strong>en</strong> derde zijn er aspect<strong>en</strong> in het (hoogste) onderwijs die wel degelijk onder de<br />

interne markt vall<strong>en</strong>, omdat ze goeder<strong>en</strong> of di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> betreff<strong>en</strong> <strong>en</strong> niet de inrichting<br />

van het stelsel of de inhoud van curricula. De huidige regering van Nederland heeft<br />

gratis (middelbare) schoolboek<strong>en</strong> ingevoerd <strong>en</strong> dit leidde onmiddellijk tot de niet<br />

onaanzi<strong>en</strong>lijke opgave <strong>voor</strong> spelers in de onderwijswereld om op<strong>en</strong>, concurr<strong>en</strong>tiele<br />

publieke aanbesteding<strong>en</strong> te do<strong>en</strong>. Op<strong>en</strong>bare aanbesteding<strong>en</strong> volg<strong>en</strong>s EU<br />

richtlijn<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> als doel om transparantie <strong>en</strong> tijdige informatie te bied<strong>en</strong> <strong>voor</strong><br />

alle aanbieders in de Unie zodat de pot<strong>en</strong>tiele mededingers uit de gehele EU kunn<strong>en</strong><br />

kom<strong>en</strong>. Niettemin kunn<strong>en</strong> vraagtek<strong>en</strong>s word<strong>en</strong> gesteld bij het pot<strong>en</strong>tieel Europese<br />

karakter van schoolboek<strong>en</strong> in de vele tal<strong>en</strong> van EU land<strong>en</strong>; aangezi<strong>en</strong> de EU<br />

aanbestedingsprocedures veeleis<strong>en</strong>d zijn <strong>en</strong> tot juridische claims kunn<strong>en</strong> leid<strong>en</strong>,<br />

zou het heel wel mogelijk moet<strong>en</strong> zijn om daar geheel of gedeeltelijk ontheffing<br />

<strong>voor</strong> te krijg<strong>en</strong> (bij<strong>voor</strong>beeld alle<strong>en</strong> mededingers in Vlaander<strong>en</strong> <strong>en</strong> Nederland in<br />

dit geval, t<strong>en</strong>zij de boek<strong>en</strong> in het <strong>en</strong>gels zijn); het middel lijkt nu erger dan de<br />

kwaal. 56 In Zwed<strong>en</strong> leidde het opknapp<strong>en</strong> van de gebouw<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> schol<strong>en</strong>geme<strong>en</strong>schap<br />

door e<strong>en</strong> Letse bouwdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong>verl<strong>en</strong>er tot de beruchte Laval zaak,<br />

<strong>en</strong>igszins vergelijkbaar met de eerder besprok<strong>en</strong> Rueffert zaak. De diploma erk<strong>en</strong>ning<br />

<strong>voor</strong> doc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> waarbij de EU zich, na veel gestechel, op wederzijdse erk<strong>en</strong>ning<br />

op basis van relatief lichte richtlijn<strong>en</strong> heeft vastgelegd, is ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s relevant.<br />

T<strong>en</strong> vierde is zich in Europa, breder dan de EU, e<strong>en</strong> proces van universitaire hervorming<br />

aan het ontwikkel<strong>en</strong> dat op d<strong>en</strong> duur vergaande consequ<strong>en</strong>ties zou kunn<strong>en</strong><br />

hebb<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het nationale publieke belang in hoger onderwijs. Het Bologna<br />

proces is intergouvernem<strong>en</strong>teel, wordt niet door de EU gestuurd (het verdrag staat<br />

dat niet toe) <strong>en</strong> grijpt niettemin vrij diep in in de eeuw<strong>en</strong>oude stelsels op dit contin<strong>en</strong>t.<br />

De roep om Europese fonds<strong>en</strong> <strong>voor</strong> onderzoek wordt steeds luider. De European<br />

Research Council <strong>en</strong> het EU Technologie Instituut zijn kort geled<strong>en</strong> van start<br />

gegaan. EU geld<strong>en</strong> <strong>voor</strong> gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de mobiliteit van stud<strong>en</strong>t<strong>en</strong>, <strong>en</strong> in<br />

56 Mededinging is uiteraard in het publieke <strong>en</strong> private belang om de prijs/kwaliteit verhouding van <strong>en</strong><br />

de keuze tuss<strong>en</strong> schoolboek<strong>en</strong> zo gunstig mogelijk te houd<strong>en</strong>. Maar deze mededingers zull<strong>en</strong>, in kleine<br />

taalgebied<strong>en</strong>, uitsluit<strong>en</strong>d lokaal zijn. Overig<strong>en</strong>s heeft de Commissie bepaald dat schoolboek<strong>en</strong> in deze<br />

gunningspocedures met ISBN nummer <strong>en</strong> naam kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> gespecificeerd, waardoor kwaliteitseis<strong>en</strong><br />

word<strong>en</strong> gegarandeerd. Niettemin wordt daarmee de verplichting Europees aan te bested<strong>en</strong> nag<strong>en</strong>oeg<br />

overbodig.


82 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

zekere mate van doc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>en</strong> onderzoekers, zijn de laatste twee dec<strong>en</strong>nia verveelvoudigd.<br />

Ranglijst<strong>en</strong> van ‘topuniversiteit<strong>en</strong>’ of faculteit<strong>en</strong> nem<strong>en</strong> in betek<strong>en</strong>is toe.<br />

Het is niet onmogelijk dat het nationale algem<strong>en</strong>e belang in hoger onderwijs verregaand<br />

verstr<strong>en</strong>geld raakt met het EU of Europese belang, zij het weg<strong>en</strong>s de europeanisering<br />

van onderzoek <strong>en</strong> deels de arbeidsmarkt van onderzoekers, zij het<br />

onder druk van globalisering. De EU ministers sprek<strong>en</strong> al jar<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> Europa<br />

van Onderwijs <strong>en</strong> van de Europese Onderzoeksruimte. De vraag zal zich dan <strong>voor</strong>do<strong>en</strong><br />

wat de (nieuwe) gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> zijn van de nationale beleidsautonomie <strong>voor</strong> het<br />

hoogste onderwijs <strong>en</strong> onderzoek. Dit hangt in niet-geringe mate sam<strong>en</strong> met het<br />

verband tuss<strong>en</strong> (goed) onderwijs <strong>en</strong> economische groei op langere termijn hetge<strong>en</strong><br />

e<strong>en</strong> rol speelt bij het Lissabon proces sinds 2000. 57<br />

3.6 Conclusies<br />

<strong>Marktwerking</strong> staat c<strong>en</strong>traal in de Europese economische integratie, kwesties van<br />

macro-economische stabiliteit in de eurozone daargelat<strong>en</strong>. Echter, deze cruciale<br />

conclusie di<strong>en</strong>t wel goed begrep<strong>en</strong> te word<strong>en</strong>, zeker in Nederland, waar het idee<br />

van marktwerking maar al te vaak wordt gehanteerd op e<strong>en</strong> nogal e<strong>en</strong>zijdige wijze<br />

<strong>en</strong> toegepast in slechts sommige ‘speciale’ markt<strong>en</strong>. In de EU heeft het idee vanaf<br />

de aanvang betrekking gehad op de “goede werking” van de gehele interne markt,<br />

meestal tesam<strong>en</strong> met het stap-<strong>voor</strong>-stap bereik<strong>en</strong> van gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de liberalisatie<br />

over vijf dec<strong>en</strong>nia. Het EG verdrag <strong>en</strong> de jurisprud<strong>en</strong>tie van het EHJ leid<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong>tdur<strong>en</strong>d tot zorgvuldige afweging<strong>en</strong>. Waar liberalisatie gevoelig is <strong>en</strong> er aldus<br />

door Raad <strong>en</strong> EP niet vlot mee wordt ingestemd, gaat de verdieping <strong>en</strong> verbreding<br />

van de interne markt typisch sam<strong>en</strong> met EU regulering <strong>en</strong>/of met <strong>voor</strong>waardelijkhed<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong>/of met geconditioneerde uitzondering<strong>en</strong> (onder disciplines van algem<strong>en</strong>e<br />

EU beginsel<strong>en</strong> zoals non-discriminatie <strong>en</strong> ev<strong>en</strong>redigheid). Onder het veto systeem<br />

<strong>voor</strong> 1985 (to<strong>en</strong> bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> de Raad veel <strong>en</strong> het EP weinig beslissingsmacht had)<br />

leidde dat veelal tot EU regulering die onnodig hoge kost<strong>en</strong> <strong>en</strong> rigiditeit met zich<br />

meebracht door ‘capture’ van vakministers (d<strong>en</strong>k aan transport <strong>en</strong> landbouw) of<br />

door het afdwing<strong>en</strong> van allerlei speciale regels of uitzondering<strong>en</strong> <strong>voor</strong> bepaalde<br />

land<strong>en</strong> omdat er met e<strong>en</strong> veto werd gezwaaid. Nu al vele jar<strong>en</strong> met gekwalificeerde<br />

meerderheid wordt beslist in de Raad <strong>en</strong> het EP nag<strong>en</strong>oeg ev<strong>en</strong>waardige<br />

beslissingsmacht heeft gekreg<strong>en</strong> (over vier verdragswijziging<strong>en</strong>) is e<strong>en</strong> veel rationelere<br />

b<strong>en</strong>adering van EU regulering ontwikkeld. Daarbij wordt sterk gelet op<br />

(interne) marktfal<strong>en</strong> als red<strong>en</strong> <strong>voor</strong> regulering, naast subsidiariteit (moet het wel<br />

op EU niveau?) <strong>en</strong> kost<strong>en</strong>minimalisering. RIAs (effectbeoordeling) <strong>en</strong> de algehele<br />

inbedding in e<strong>en</strong> “Better Regulation’ strategie vorm<strong>en</strong> daarbij behulpzame instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>.<br />

Ook in het EU mededingingsbeleid zijn afweging<strong>en</strong> niet ongebruikelijk<br />

o.a. door verdragsbepaling<strong>en</strong> met betrekking tot zog<strong>en</strong>aamde ‘di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang’ (meestal netwerk sector<strong>en</strong> met publieke di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ingsverplichting<strong>en</strong>).<br />

Om al deze red<strong>en</strong><strong>en</strong> is het beslist onjuist <strong>en</strong> zelfs misleid<strong>en</strong>d<br />

57 Zie o.a. het Sapir rapport (Sapir et al., 2003); CSED (SER), 2004; Aghion & Coh<strong>en</strong>, 2004; Aghion,<br />

Dewatripont et al., 2008.


Pelkmans 83<br />

om g<strong>en</strong>eraliser<strong>en</strong>d te stell<strong>en</strong> dat allerlei aspect<strong>en</strong> van ‘algeme<strong>en</strong> belang’ van de<br />

lidstat<strong>en</strong> door de EU marktwerking feitelijk of mogelijk ondermijnd zoud<strong>en</strong> word<strong>en</strong>.<br />

De EU borging van nationale publieke belang<strong>en</strong> geschiedt op twee wijz<strong>en</strong>. De<br />

eerste manier betreft uitzondering<strong>en</strong> op vrij verkeer, waar het gaat om publieke<br />

belang<strong>en</strong> als veiligheid, gezondheid, e<strong>en</strong> schoner milieu, consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>bescherming<br />

<strong>en</strong> toereik<strong>en</strong>de informatie <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> bescherming van investeerders. Omdat<br />

deze uitzondering<strong>en</strong> het hart van de interne markt <strong>voor</strong> goeder<strong>en</strong>, di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, kapitaal<br />

<strong>en</strong> arbeid treff<strong>en</strong>, was <strong>en</strong> is het er de lidstat<strong>en</strong> <strong>en</strong> de EU instelling<strong>en</strong> veel aan<br />

geleg<strong>en</strong> het aantal <strong>en</strong> de reikwijdte van deze uitzondering<strong>en</strong> te minimaliser<strong>en</strong>. Dit<br />

is (meestal) niet gebeurd door de discretie van de lidstat<strong>en</strong> in te perk<strong>en</strong>, maar door<br />

op gezam<strong>en</strong>lijke EU borging uit te kom<strong>en</strong>. Inmiddels is uitgebreide EU regulering<br />

tot stand gebracht die borgt wat aanvankelijk vaak nationale publieke belang<strong>en</strong><br />

zijn. De aandacht <strong>voor</strong> ‘betere’ EU regulering, nu deze zo omvangrijk is geword<strong>en</strong>,<br />

teg<strong>en</strong> geringere kost<strong>en</strong>, is ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s sterk toeg<strong>en</strong>om<strong>en</strong>. De tweede manier slaat op<br />

aspect<strong>en</strong> of terrein<strong>en</strong> van de nationale beleidsautonomie die niet onder EU<br />

bevoegdhed<strong>en</strong> vall<strong>en</strong>. Het probleem daarbij is geleg<strong>en</strong> in de precieze afbak<strong>en</strong>ing<br />

van de gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> van die nationale autonomie, zeker als er mogelijke verschuiving<strong>en</strong><br />

optred<strong>en</strong> door technische <strong>voor</strong>uitgang of veranderde opvatting<strong>en</strong> (bij<strong>voor</strong>beeld<br />

meer nationale marktwerking).<br />

De eerste manier heeft uiteindelijk redelijk goed gewerkt maar dit neemt niet weg<br />

dat soms controverses opduik<strong>en</strong>. Bij de horizontale (Bolkestein) di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>richtlijn<br />

is dit uit de hand gelop<strong>en</strong> omdat, naast veel misleid<strong>en</strong>de lobby campagnes, er<br />

ongebreideld allerlei uitzondering<strong>en</strong> zijn ingevoerd. Ook tijdelijke gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de<br />

di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing ligt gevoelig in <strong>en</strong>kele lidstat<strong>en</strong> die ge<strong>en</strong> minimumloonwetgeving<br />

hebb<strong>en</strong> <strong>en</strong> w<strong>en</strong>s<strong>en</strong>.<br />

De tweede manier heeft soms tot controverses geleid omdat de nationale beleidsautonomie<br />

zonder veel aandacht <strong>voor</strong> algem<strong>en</strong>e EU beginsel<strong>en</strong> werd ingevuld. Bij<br />

publieke TV-z<strong>en</strong>ders gaat het er de EU alle<strong>en</strong> om dat helder wordt <strong>voor</strong>gelegd wat<br />

‘publieke tak<strong>en</strong>’ zijn <strong>en</strong> wat niet, <strong>en</strong> op zodanige wijze dat de kost<strong>en</strong> van subsidies<br />

goed zijn in te schatt<strong>en</strong>. Bij woningcorporaties di<strong>en</strong><strong>en</strong> de niet-economische activiteit<strong>en</strong><br />

van sociale woningbouw duidelijk te word<strong>en</strong> gescheid<strong>en</strong> van ev<strong>en</strong>tuele<br />

commerciële bouwactiviteit<strong>en</strong>. Bij (hoger) onderwijs gaat het <strong>voor</strong>alsnog om nieteconomische<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> (behalve bij MBA’s <strong>en</strong> dergelijke). Wanneer ‘marktwerking’<br />

via collegegeld <strong>en</strong> concurr<strong>en</strong>tie verregaand wordt doorgevoerd, zou dit e<strong>en</strong> omslagpunt<br />

bereik<strong>en</strong> – alle<strong>en</strong> weet niemand waar dat ligt. Niettemin heeft de inbedding<br />

van nationaal ingericht <strong>en</strong> gefinancierd onderwijs in de algem<strong>en</strong>e EG verdragsbepaling<strong>en</strong><br />

wel tot <strong>en</strong>kele opmerkelijke uitsprak<strong>en</strong> geleid van het EHJ bv. over beurz<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> (non-discriminatoire) collegegeld<strong>en</strong>.


84 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

Refer<strong>en</strong>ties<br />

Aghion, Ph., M. Dewatripont, C. Hoxby, A. Mas-Colell & A. Sapir, 2008, Higher<br />

aspirations: an ag<strong>en</strong>da for reforming European universities, Brussel,<br />

Bruegel Blueprint no. 5, www.bruegel.org.<br />

Aghion, Ph. & E. Coh<strong>en</strong>, 2004, Education and economic growth, report, Paris,<br />

Conseil d’Analyse Economique.<br />

Andrews, P., 2008, Are market failure analysis and impact assessm<strong>en</strong>t useful ?, in:<br />

S. Weatherill, ed., Better Regulation in Europe, Oxford, Oxford U.P.<br />

Badinger, H. & N. Maydell, 2009, Legal and economic issues in completing the<br />

internal market for services, Journal of Common Market Studies, jrg. 47<br />

no 4, p. 693 - 717.<br />

Barnard, C., 2008, Unravelling the services directive, Common Market Law<br />

Review, jrg. 45, p. 323 - 394.<br />

Bruijn, R. de, H. Kox & A. Lejour, 2007, Economic b<strong>en</strong>efits of an integrated<br />

European market for services, Journal of Policy Modelling.<br />

CEPS, 2009, Policy­making in the EU, achievem<strong>en</strong>ts, chall<strong>en</strong>ges and proposals for<br />

reform, Brussel, rapporteur Andrea R<strong>en</strong>da.<br />

Chang, M., D. Hanf & J. Pelkmans, 2010, The services directive: trojan Horse or<br />

White Knight ?, Journal of European Integration, jrg. 32, no. 1.<br />

CSED (SER), 2004, Met Europa meer groei, D<strong>en</strong> Haag, Commissie Sociaal-<br />

Economische Deskundig<strong>en</strong>, SER.<br />

Davies, G., 2009, Art. 86 EC, the EC’s economic approach to competition law<br />

and the g<strong>en</strong>eral interest, European Competition Journal, jrg. 5 no. 2,<br />

augustus.<br />

Ederve<strong>en</strong>, S., G. Gelauff & J. Pelkmans, 2008, Assessing subsidiarity, in: G.<br />

Gelauff et al., ed.s, Subsidiarity and economic reform in Europe, Berlin/<br />

Heidelberg, Springer Verlag.<br />

Ederve<strong>en</strong>, S. & L. Thiss<strong>en</strong>, 2008, European coordination of higher education, in:<br />

Gelauff et al., ed.s , op. cit.<br />

Europees Rek<strong>en</strong>hof, 2009, Impact assessm<strong>en</strong>t as an instrum<strong>en</strong>t of the Commission’s<br />

‘Better Regulation’ policy: does it work ?, Luxemburg, te verschijn<strong>en</strong>.<br />

Eijk<strong>en</strong>, H. van, 2008, Onderwijsdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong>: e<strong>en</strong> burgerrecht, maar wie betaalt de<br />

rek<strong>en</strong>ing?, Nederlands Tijdschrift <strong>voor</strong> Europees Recht, januari,<br />

no.1 & 2.<br />

Grond<strong>en</strong>, J. van der & Mortelmans K., red. , 2001, Mededinging <strong>en</strong> niet-<br />

economische belang<strong>en</strong>, Dev<strong>en</strong>ter, Kluwer.<br />

Hahn, R. & P. Tetlock, Has economic analysis improved regulatory decisions?,<br />

Journal of Economic Perspectives, jrg. 22.<br />

Hatzopoulos, V. , 2008, Legal aspects of the internal market for services, in:<br />

J. Pelkmans, D. Hanf & M. Chang, ed.s, The EU internal market in<br />

comparative perspective, Brussel/Bern/New York, PIE Lang, College of<br />

Europe Series.<br />

Hatzopoulos, V. & U. Do, 2006, The case-law of the ECJ concerning the free<br />

provision of services: 2000 – 2005, Common Market Law Review,<br />

p. 923 – 991.


Pelkmans 85<br />

Kirkpatrick, C., 2008, Regulatory Impact Assessm<strong>en</strong>t, in: M. Crew & D. Parker,<br />

ed.s, International Handbook on Economic Regulation, Chelt<strong>en</strong>ham, E.<br />

Elgar.<br />

Pelkmans, J., 2001, Making EU network industries competitive, Oxford Review of<br />

Economic Policy, autumn, jrg. 17 no. 3.<br />

Pelkmans, J., 2005a, Testing for subsidiarity, Brugge, College of Europe, BEEP<br />

Briefing no. 13, www.coleurope.eu/eco/publications.htm, <strong>en</strong> in T. Bruha<br />

& C. Nowak, ed.s, 2005, Die EU: Innere Verfasstheit und Globale<br />

handlungsfaehigkeit, Nomos, Bad<strong>en</strong>-Bad<strong>en</strong>.<br />

Pelkmans, J., 2005b, Subsidiarity betwe<strong>en</strong> law and economics, Research papers in<br />

Law 2005/1, Brugge, College of Europe, zie www.coleurope.eu/law.<br />

Pelkmans, J., 2005c, Mutual recognition in goods and services, an economic<br />

perspective, in F. Kostoris Padoa Schioppa, ed., The principle of mutual<br />

recognition in European integration, Basingstoke/ New York, Palgrave<br />

Macmillan.<br />

Pelkmans, J., 2006, European integration, methods and economic analysis,<br />

Harlow/ New York, Pearson Education, 3e herzi<strong>en</strong>e editie.<br />

Pelkmans, J., 2007a, Mutual recognition in goods, on promises and desillusions,<br />

Journal of European Public Policy, augustus, jrg. 14 no. 5.<br />

Pelkmans, J., 2007b, Deep<strong>en</strong>ing services market integration, Romanian Journal of<br />

European Affairs, december, jrg. 6 no 4.<br />

Pelkmans, J., 2008, The demise of intra-EU technical barriers, in: M. Bulterman et<br />

al., ed.s , Views of European Law from the mountain, Liber Amicorum<br />

Piet-Jan Slot, Kluwer Law International, p. 59 - 72.<br />

Pelkmans, J., 2009, Het 2008 goeder<strong>en</strong>pakket: nuttige verdieping van de interne<br />

markt, SEW­Tijdschrift <strong>voor</strong> Europees <strong>en</strong> economisch recht, (nog te<br />

verschijn<strong>en</strong>, verwacht november).<br />

Pelkmans, J., S. Labory & G. Majone, 2000, Better EU regulatory quality: assessing<br />

curr<strong>en</strong>t initiatives and new proposals, In: G. Galli & J.Pelkmans, eds.,<br />

Regulatory reform and competitiv<strong>en</strong>ess in Europe, Chelt<strong>en</strong>ham, E. Elgar,<br />

deel 1, hfst. 12.<br />

Ploeg, R. van der, <strong>en</strong> R. Veugelers, 2008, Higher education reform and the r<strong>en</strong>ewed<br />

Lisbon strategy: role of Member States and the European Commission,<br />

in: G. Gelauff, I.Grilo & A. Lejour, ed.s , Subsidiarity and economic<br />

reform in Europe, Berlijn/Heidelberg, Springer Verlag.<br />

Riel, B. van, 2008, Gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> aan de interne markt, in: F. Becker, M. Hur<strong>en</strong>kamp &<br />

M. Sie Dhian Ho, red., Het ongemak over Europa, Amsterdam/d<strong>en</strong> Haag,<br />

Wiardi Beckman stichting Jaarboek 2008, p. 36 - 56.<br />

Sapir, A., et al. 2003, An ag<strong>en</strong>da for a growing Europe (the Sapir High Level<br />

Group report), Brussel, Europese Commissie, tev<strong>en</strong>s bij Oxford U.P. ,<br />

2004.<br />

Scitovsky, T., 1958, Economic theory and Western European integration, London,<br />

All<strong>en</strong> and Unwin.<br />

Sauter, W., 2008, Services of g<strong>en</strong>eral economic interest and universal service in<br />

EU law, TILEC Discussion Paper, DP 2008-017, Tilburg University,<br />

mei.


86 Hoofdstuk 3 <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> belang in de<br />

Europese Unie<br />

SER, 2005, Ondernemerschap <strong>voor</strong> de publieke zaak, D<strong>en</strong> Haag, www.ser.nl.<br />

Slot, P.J., M. Park & A. Cuyvers, 2007, Di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> (economisch)<br />

belang nader beschouwd, Markt & Mededinging, juli, jrg. 10, no. 4 , p.<br />

101 - 112.<br />

Spaak, P.H. et al., 1956, Rapport van de delegatieleiders van de ministeries van<br />

Buit<strong>en</strong>landse Zak<strong>en</strong>, Brussel, (uitsluit<strong>en</strong>d in het Frans), ongepubliceerd<br />

Spulber, D., 1989, Regulation and markets, Cambridge (Mass.), MIT Press.<br />

Tinberg<strong>en</strong>, J., 1954, International economic integration, Amsterdam, North<br />

Holland.<br />

Vogel, D., 1995, Trading-up, Consumer and <strong>en</strong>vironm<strong>en</strong>tal regulation in a global<br />

economy, Cambridge (Mass.), Harvard University Press.<br />

Winston, C., 1993, Economic deregulation, days of reckoning for micro-<br />

economists, Journal of Economic Literature, september, jrg. 30 no. 3.<br />

WRR, 2007, Europa in Nederland, D<strong>en</strong> Haag/Amsterdam , Amsterdam University<br />

Press, WRR rapport no. 78.


Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong><br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang:<br />

De rol van Artikel 86 EG<br />

Vinc<strong>en</strong>t Veroud<strong>en</strong> *<br />

Over het algeme<strong>en</strong> wordt het marktmechanisme beschouwd als de meest efficiënte<br />

<strong>en</strong> geschikte manier om e<strong>en</strong> economie te organiser<strong>en</strong>. De tucht van de markt leidt<br />

er immers toe dat produc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> hun product<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> concurrer<strong>en</strong>de prijz<strong>en</strong> aan de<br />

man moet<strong>en</strong> br<strong>en</strong>g<strong>en</strong> <strong>en</strong> <strong>voor</strong>tdur<strong>en</strong>d di<strong>en</strong><strong>en</strong> in te spel<strong>en</strong> op de verander<strong>en</strong>de<br />

behoeft<strong>en</strong> van consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. Daarnaast wordt de vrije markt ook gezi<strong>en</strong> als het<br />

economische p<strong>en</strong>dant van democratie, namelijk e<strong>en</strong> organisatievorm van de economie<br />

die recht doet aan het verlang<strong>en</strong> van burgers om eig<strong>en</strong> keuzes te kunn<strong>en</strong><br />

mak<strong>en</strong>, <strong>en</strong> hun lev<strong>en</strong> op eig<strong>en</strong> manier te kunn<strong>en</strong> inricht<strong>en</strong>.<br />

De markt k<strong>en</strong>t echter ook tekortkoming<strong>en</strong>. Op de eerste plaats leidt marktwerking<br />

niet altijd tot efficiëntie. 1 Er is sprake van marktfal<strong>en</strong> wanneer marktdeelnemers<br />

(produc<strong>en</strong>t<strong>en</strong>, werknemers, consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>, bankiers) beslissing<strong>en</strong> nem<strong>en</strong> die weliswaar<br />

individueel rationeel zijn, maar die ertoe leid<strong>en</strong> dat economische meerwaarde<br />

onb<strong>en</strong>ut blijft of wordt vernietigd. Te d<strong>en</strong>k<strong>en</strong> valt bij<strong>voor</strong>beeld aan economische<br />

ontwikkelingskans<strong>en</strong> die verlor<strong>en</strong> gaan <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> regio wanneer het lokale telecombedrijf<br />

niet investeert in e<strong>en</strong> breedbandnetwerk, of aan milieuschade die<br />

optreedt door bedrijv<strong>en</strong> die verouderde productie-technologieën hanter<strong>en</strong>. In geval<br />

van dergelijk marktfal<strong>en</strong> kan overheidsingrijp<strong>en</strong> in de markt zeer efficiënt zijn. De<br />

overheid kan dit bereik<strong>en</strong> door directe marktregulering (bij<strong>voor</strong>beeld het oplegg<strong>en</strong><br />

van bind<strong>en</strong>de milieunorm<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de bedrijfstak), door betere rand<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> te<br />

schepp<strong>en</strong> (o.a. door de informatie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing in de markt te verbeter<strong>en</strong>) <strong>en</strong> ook<br />

door specifieke economische prikkels te gev<strong>en</strong> met behulp van subsidies, waardoor<br />

marktdeelnemers zich op e<strong>en</strong> manier gaan gedrag<strong>en</strong> die het marktproces tot<br />

efficiëntere uitkomst<strong>en</strong> br<strong>en</strong>gt.<br />

Ook “goed” werk<strong>en</strong>de markt<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> tekortschiet<strong>en</strong> in de zin dat de uitkomst<strong>en</strong><br />

* Vinc<strong>en</strong>t Veroud<strong>en</strong> is s<strong>en</strong>ior econoom bij het Chief Economist Team van de Europese Commissie, DG<br />

Concurr<strong>en</strong>tie. De auteur w<strong>en</strong>st Eric van Damme, Maart<strong>en</strong> Pieter Schinkel, Wouter Pieké <strong>en</strong> Ronald van<br />

de V<strong>en</strong> te bedank<strong>en</strong> <strong>voor</strong> hun belangrijke inbr<strong>en</strong>g. De geformuleerde standpunt<strong>en</strong> zijn van de auteur <strong>en</strong><br />

kunn<strong>en</strong> niet word<strong>en</strong> beschouwd als e<strong>en</strong> officieel standpunt van de Europese Commissie.<br />

1 E<strong>en</strong> markt wordt (Pareto-)efficiënt g<strong>en</strong>oemd, wanneer deze leidt tot e<strong>en</strong> uitkomst (in term<strong>en</strong> van prijs,<br />

aanbod, <strong>en</strong>z.) die niet <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> algehele verbetering vatbaar is, d.w.z. het is niet mogelijk de uitkomst<br />

<strong>voor</strong> sommige actor<strong>en</strong> te verbeter<strong>en</strong> zonder de uitkomst <strong>voor</strong> ander<strong>en</strong> te verslechter<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> markt<br />

wordt ook wel efficiënt g<strong>en</strong>oemd wanneer deze leidt tot welvaartsmaximalisatie in de zin van e<strong>en</strong><br />

maximalisatie van de (gewog<strong>en</strong>) som van consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>surplus <strong>en</strong> produc<strong>en</strong>t<strong>en</strong>surplus (bedrijfs -<br />

winst<strong>en</strong>) in de markt.


88 Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang: De rol van Artikel 86 EG<br />

van het marktproces, ook al zijn deze misschi<strong>en</strong> efficiënt vanuit economisch oogpunt,<br />

niet als maatschappelijk w<strong>en</strong>selijk word<strong>en</strong> beschouwd. Zo stuurt de overheid<br />

op veel gebied<strong>en</strong> de verdeling van de bat<strong>en</strong> van economische activiteit<strong>en</strong>, onder<br />

andere door arbeidsmarktregulering (d<strong>en</strong>k aan minimumlon<strong>en</strong> <strong>en</strong> andere vorm<strong>en</strong><br />

van bescherming van werknemers) <strong>en</strong> inkom<strong>en</strong>sherverdeling via progressieve<br />

belastingheffing.<br />

E<strong>en</strong> specifieke vorm van overheidsingrijp<strong>en</strong> vindt plaats in de zogehet<strong>en</strong> nutssector<strong>en</strong>.<br />

De sam<strong>en</strong>leving kan oordel<strong>en</strong> dat bepaalde <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<strong>en</strong> (zoals toegang tot<br />

gas, water, elektriciteit, telecommunicatie, mobiliteit, postbedeling, e<strong>en</strong> pluralistisch<br />

omroepbestel) zo ess<strong>en</strong>tieel zijn dat ge<strong>en</strong> <strong>en</strong>kele burger van betaalbaar<br />

gebruik ervan mag word<strong>en</strong> uitgeslot<strong>en</strong>, zelfs wanneer de kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de belevering<br />

van sommige groep<strong>en</strong> van klant<strong>en</strong> zeer hoog zijn, in het bijzonder hoger dan de<br />

prijs die aan deze klant<strong>en</strong> wordt gevraagd. Te d<strong>en</strong>k<strong>en</strong> valt aan het organiser<strong>en</strong> van<br />

op<strong>en</strong>baar vervoer in landelijke gebied<strong>en</strong> of het terbeschikkingstell<strong>en</strong> van basisinternettoegang<br />

teg<strong>en</strong> lage prijz<strong>en</strong> aan iedere<strong>en</strong> die hiervan gebruik wil mak<strong>en</strong>, ook<br />

al is het maar sporadisch. De motivering <strong>voor</strong> dergelijke maatregel<strong>en</strong> kan zowel<br />

van politieke, sociale of economische aard zijn.<br />

Het recept dat de overheid traditioneel hanteerde om dergelijke ess<strong>en</strong>tiële <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<strong>en</strong><br />

betaalbaar <strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> toegankelijk te houd<strong>en</strong> was het creër<strong>en</strong> van (overheids-)monopolies,<br />

de zogehet<strong>en</strong> nutsbedrijv<strong>en</strong>, die de product<strong>en</strong> <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

teg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> min of meer uniforme prijs beschikbaar steld<strong>en</strong>. De financiering hiervan<br />

vond geheel of gedeeltelijk plaats door middel van kruissubsidiëring: consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

die goedkoop bedi<strong>en</strong>d kond<strong>en</strong> word<strong>en</strong> subsidieerd<strong>en</strong> consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> met hogere<br />

kost<strong>en</strong>. Deze nutsbedrijv<strong>en</strong> hadd<strong>en</strong> doorgaans het alle<strong>en</strong>recht om deze di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> te<br />

lever<strong>en</strong>, zodat het systeem niet kwetsbaar was <strong>voor</strong> toetreding van andere aanbieders<br />

op de winstgev<strong>en</strong>de segm<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. In sommige sector<strong>en</strong> met e<strong>en</strong> kostbare netwerkinfrastructuur<br />

zoals de telecomsector <strong>en</strong> de elektriciteitssector was e<strong>en</strong> formeel<br />

alle<strong>en</strong>recht soms overig<strong>en</strong>s ook niet nodig omdat deze sector<strong>en</strong> in feite e<strong>en</strong><br />

“natuurlijk” monopolie vormd<strong>en</strong>, waarin toetreding <strong>voor</strong> andere onderneming<strong>en</strong><br />

niet lev<strong>en</strong>svatbaar was.<br />

Gaandeweg, <strong>en</strong> <strong>voor</strong>al sinds de jar<strong>en</strong> ’80 van de vorige eeuw, zijn veel overhed<strong>en</strong><br />

de levering van ess<strong>en</strong>tiële <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<strong>en</strong> anders gaan inricht<strong>en</strong> met e<strong>en</strong> grotere rol<br />

<strong>voor</strong> concurr<strong>en</strong>tie tuss<strong>en</strong> verschill<strong>en</strong>de aanbieders. 2 Onder invloed van belangrijke<br />

technologische verandering<strong>en</strong> (met name de opkomst van informatie- <strong>en</strong> communicatietechnologie)<br />

<strong>en</strong> verander<strong>en</strong>de inzicht<strong>en</strong> over de efficiëntie <strong>en</strong> w<strong>en</strong>selijkheid<br />

van (overheids-)monopolies werd in verschill<strong>en</strong>de land<strong>en</strong> van de Europese Unie<br />

beslot<strong>en</strong> om concurr<strong>en</strong>tie te introducer<strong>en</strong> op die segm<strong>en</strong>t<strong>en</strong> waar dat tot welvaartswinst<strong>en</strong><br />

zou kunn<strong>en</strong> leid<strong>en</strong>. Om de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing te waarborg<strong>en</strong> werd<strong>en</strong><br />

system<strong>en</strong> geïntroduceerd, waarbij sommige bedrijv<strong>en</strong> (vaak de <strong>voor</strong>malige<br />

2 Voor e<strong>en</strong> nadere beschrijving van deze ontwikkeling, zie E. van Damme, J. Jans<strong>en</strong>, J. Potters, Th. t<strong>en</strong><br />

Raa <strong>en</strong> V. Veroud<strong>en</strong>, Vier vrag<strong>en</strong> bij universele di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing, Economisch Statistische Bericht<strong>en</strong>, 84,<br />

nr. 4199 (1999), p. 284-288.


Veroud<strong>en</strong> 89<br />

nutsbedrijv<strong>en</strong>) de verplichting werd opgelegd om op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> te blijv<strong>en</strong><br />

lever<strong>en</strong> in ruil <strong>voor</strong> expliciete subsidies.<br />

De Europese regels inzake mededinging <strong>en</strong> staatssteun hebb<strong>en</strong> e<strong>en</strong> belangrijke rol<br />

gespeeld in dit proces, zowel in het liberaliser<strong>en</strong> van traditionele nutssector<strong>en</strong> als<br />

in het vormgev<strong>en</strong> van de manier waarop e<strong>en</strong> overheid op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ingsverplichting<strong>en</strong><br />

kan oplegg<strong>en</strong> <strong>en</strong> subsidiër<strong>en</strong>. Artikel 86 EG, <strong>en</strong> met name het<br />

tweede lid ervan, speelt in dit opzicht e<strong>en</strong> sleutelrol. Het is het c<strong>en</strong>trale artikel in<br />

het EG-Verdrag dat ziet op het waarborg<strong>en</strong> van op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing door de<br />

c<strong>en</strong>trale <strong>en</strong> dec<strong>en</strong>trale overhed<strong>en</strong> van de lidstat<strong>en</strong>.<br />

De Europese Unie ontle<strong>en</strong>t haar bevoegdheid om in de nutssector<strong>en</strong> - traditioneel<br />

het domein van de landelijke of plaatselijke overheid - reguler<strong>en</strong>d op te tred<strong>en</strong> aan<br />

het feit dat de door deze sector<strong>en</strong> geleverde di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> veelal als “economische di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>”<br />

moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong> beschouwd, in de zin dat het gaat om di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> die in principe<br />

op e<strong>en</strong> markt aangebod<strong>en</strong> <strong>en</strong> verhandeld kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong>, <strong>en</strong> als zodanig ook het<br />

onderwerp kunn<strong>en</strong> zijn van het handelsverkeer tuss<strong>en</strong> de lidstat<strong>en</strong>. Toch moet het<br />

marktreguler<strong>en</strong>d optred<strong>en</strong> van de Europese Unie niet word<strong>en</strong> gezi<strong>en</strong> als e<strong>en</strong> vergaande<br />

bemoeizucht. Zoals zal blijk<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> de nationale <strong>en</strong> lokale overhed<strong>en</strong><br />

e<strong>en</strong> zeer ruime marge om zelf te bepal<strong>en</strong> welke di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> zij aan will<strong>en</strong> merk<strong>en</strong> als<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang <strong>en</strong> de <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> te bepal<strong>en</strong> waarteg<strong>en</strong><br />

deze aan de bevolking word<strong>en</strong> aangebod<strong>en</strong>. De insteek van de Europese Unie<br />

is deze di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing op e<strong>en</strong> manier te lat<strong>en</strong> plaatsvind<strong>en</strong> die niet nodeloos t<strong>en</strong><br />

koste gaat van het goed functioner<strong>en</strong> van de interne Europese markt <strong>en</strong> van de<br />

pot<strong>en</strong>tiële <strong>voor</strong>del<strong>en</strong> die deze markt biedt in term<strong>en</strong> van efficiëntie <strong>en</strong> doelmatigheid.<br />

Doel van dit Preadvies is e<strong>en</strong> overzicht te gev<strong>en</strong> van de belangrijkste beleidsregels<br />

die op Europees niveau zijn ontwikkeld op het gebied van de levering van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

van algeme<strong>en</strong> economisch belang. De focus zal ligg<strong>en</strong> op de relatie tuss<strong>en</strong> de<br />

staatssteunregels <strong>en</strong> Artikel 86 EG, met zijdelings <strong>en</strong>ige aandacht <strong>voor</strong> de overige<br />

mededingingsregels die spel<strong>en</strong> in de context van de nutssector<strong>en</strong>.<br />

Het eerste deel geeft e<strong>en</strong> korte plaatsbepaling van artikel 86 EG in het geheel van<br />

mededingingsregels <strong>en</strong> staatssteunregels. Het tweede deel gaat in op de vraag in<br />

hoeverre subsidies <strong>voor</strong> de levering van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang<br />

als staatssteun moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong> aangemerkt. Het derde deel pres<strong>en</strong>teert de belangrijkste<br />

<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> waaraan subsidies <strong>voor</strong> op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing moet<strong>en</strong> voldo<strong>en</strong><br />

om te kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> goedgekeurd onder de Europese staatssteunregels. Het<br />

Preadvies sluit af met e<strong>en</strong> beschrijving van e<strong>en</strong> aantal beleidsdilemma’s.<br />

4.1 De sleutelrol van Artikel 86 EG<br />

Artikel 86 EG heeft e<strong>en</strong> sleutelrol gespeeld in het liberaliser<strong>en</strong> van traditionele<br />

nutssector<strong>en</strong>, alsook in het vormgev<strong>en</strong> van de manier waarop de overheid op<strong>en</strong>bare


90 Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang: De rol van Artikel 86 EG<br />

di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ingsverplichting<strong>en</strong> kan oplegg<strong>en</strong> aan onderneming<strong>en</strong> <strong>en</strong> deze<br />

kan subsidiër<strong>en</strong>. Het is het (<strong>en</strong>ige) artikel in het oorspronkelijke EG Verdrag<br />

dat expliciet betrekking heeft op di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang. 3<br />

Artikel 86 EG bestaat uit de volg<strong>en</strong>de drie paragraf<strong>en</strong>:<br />

1. De lidstat<strong>en</strong> nem<strong>en</strong> of handhav<strong>en</strong> met betrekking tot de op<strong>en</strong>bare<br />

bedrijv<strong>en</strong> <strong>en</strong> de onderneming<strong>en</strong> waaraan zij bijzondere of uitsluit<strong>en</strong>de<br />

recht<strong>en</strong> verl<strong>en</strong><strong>en</strong>, ge<strong>en</strong> <strong>en</strong>kele maatregel welke in strijd is met de regels<br />

van dit Verdrag, met name die bedoeld in de artikel<strong>en</strong> 12 <strong>en</strong> 81 tot <strong>en</strong> met<br />

89.<br />

2. De onderneming<strong>en</strong> belast met het beheer van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang of die het karakter drag<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> fiscaal monopolie,<br />

vall<strong>en</strong> onder de regels van dit Verdrag, met name onder de mededingingsregels,<br />

<strong>voor</strong>zover de toepassing daarvan de vervulling, in feite of<br />

in rechte, van de hun toevertrouwde bijzondere taak niet verhindert. De<br />

ontwikkeling van het handelsverkeer mag niet word<strong>en</strong> beïnvloed in e<strong>en</strong><br />

mate die strijdig is met het belang van de Geme<strong>en</strong>schap.<br />

3. De Commissie waakt <strong>voor</strong> de toepassing van dit artikel <strong>en</strong> richt, <strong>voor</strong>zover<br />

nodig, pass<strong>en</strong>de richtlijn<strong>en</strong> of beschikking<strong>en</strong> tot de lidstat<strong>en</strong>.<br />

Vooropgesteld moet word<strong>en</strong> dat Artikel 86 EG, net als alle mededingingsregels <strong>en</strong><br />

de regels <strong>voor</strong> de totstandbr<strong>en</strong>ging van de interne markt (vrij verkeer van goeder<strong>en</strong>,<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>en</strong> kapitaal), <strong>en</strong>kel betrekking heeft op economische activiteit<strong>en</strong>.<br />

Hieronder wordt verstaan “iedere activiteit bestaande in het aanbied<strong>en</strong> van goeder<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> op e<strong>en</strong> bepaalde markt door e<strong>en</strong> e<strong>en</strong>heid, ongeacht haar rechtsvorm<br />

<strong>en</strong> de wijze waarop zij wordt gefinancierd”. 4 Het verricht<strong>en</strong> van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

teg<strong>en</strong> betaling (of dit nu met winstoogmerk gebeurt of niet) wordt door het Hof<br />

van Justitie in beginsel als e<strong>en</strong> economische activiteit gezi<strong>en</strong>. 5<br />

3 Bij het Verdrag van Amsterdam (inwerking getred<strong>en</strong> in 1999) is ook Artikel 16 ingevoegd. Dit artikel<br />

onderk<strong>en</strong>t de plaats die de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang binn<strong>en</strong> de geme<strong>en</strong>schappelijke<br />

waard<strong>en</strong> van de Europese Unie innem<strong>en</strong>, alsook de rol die zij vervull<strong>en</strong> bij het bevorder<strong>en</strong> van de<br />

sociale <strong>en</strong> territoriale sam<strong>en</strong>hang van de Unie.<br />

4 Arrest van het Hof van Justitie van 12 september 2000 in gevoegde zak<strong>en</strong> C-180/98 t/m C-184/98,<br />

Pavlov e.a., Jurispr. 2000, blz. I-6451. Zie ook het arrest van het Hof van Justitie van 16 juni 1987 in<br />

zaak Commissie vs. Italië, Jurispr. 1987, blz. 2599 <strong>en</strong> het arrest van het Hof van Justitie van 23 april<br />

1991, zaak C-41/90, Höfner <strong>en</strong> Elsner vs. Macroton, Jurispr. 1991, blz. I-1979, r.o. 21. Zie ook P. Slot,<br />

M. Park <strong>en</strong> A. Cuyvers, Di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang nader beschouwd, Markt <strong>en</strong> Mededinging<br />

2007, nr.4, blz. 101 – 112; W. Van Gerv<strong>en</strong>, L. Gysel<strong>en</strong>, M. Maresceau & J. Stuyck, Kartelrecht<br />

Europese Geme<strong>en</strong>schap, p. 535 e.v. (1997). Zie ook J.L. Bu<strong>en</strong>dia Sierra, Article 86 – Exclusive rights<br />

and other anticompetitive state measures, in: The EC Law of Competition (J. Faull <strong>en</strong> A. Nikpay, eds.),<br />

Oxford University Press (2007).<br />

5 Arrest van het Hof van Justitie van 18 juni 1998, zaak C-35/96, Commissie vs. Italië, Jurispr. 1998,<br />

blz. I-3851, r.o. 37.


Veroud<strong>en</strong> 91<br />

4.1.1 Artikel 86(1) EG<br />

Artikel 86(1) EG maakt onomwond<strong>en</strong> duidelijk dat de mededingingsregels van<br />

toepassing zijn op onderneming<strong>en</strong> die bijzondere 6 of exclusieve recht<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong>.<br />

Dit artikel was daarmee van toepassing op het gros van de nutsbedrijv<strong>en</strong>, aangezi<strong>en</strong><br />

deze traditioneel hun op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing verzorgd<strong>en</strong> op basis van e<strong>en</strong><br />

alle<strong>en</strong>recht (monopolie), h<strong>en</strong> toegek<strong>en</strong>d door de overheid.<br />

Artikel 86(1) EG staat niet op zichzelf: het verwijst expliciet naar andere verdragsbepaling<strong>en</strong>,<br />

zoals Artikel<strong>en</strong> 12 <strong>en</strong> 81 tot <strong>en</strong> met 89 7 , <strong>en</strong> kan slechts word<strong>en</strong> aangew<strong>en</strong>d<br />

in combinatie met deze artikel<strong>en</strong>.<br />

Lange tijd werd het artikel omschrev<strong>en</strong> als e<strong>en</strong> vrij onbetek<strong>en</strong><strong>en</strong>de verwijzingsregel,<br />

dat wil zegg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> verdragsregel die de lidstat<strong>en</strong> slechts aan de verplichting<strong>en</strong><br />

herinnert die zij al op basis van andere verdragsbepaling<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> na te lev<strong>en</strong>.<br />

Bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> leek e<strong>en</strong> letterlijke lezing van het artikel te implicer<strong>en</strong> dat het bestaan<br />

van bijzondere of exclusieve recht<strong>en</strong> niet ter discussie werd gesteld, alle<strong>en</strong> het<br />

nem<strong>en</strong> van “maatregel<strong>en</strong>” met betrekking tot bedrijv<strong>en</strong> die deze recht<strong>en</strong> al hadd<strong>en</strong>.<br />

Dit veranderde echter geleidelijk aan onder invloed van beschikking<strong>en</strong> van de<br />

Commissie <strong>en</strong> de rechtspraak van het Hof van Justitie. 8 Hierin werd duidelijk dat<br />

e<strong>en</strong> lidstaat e<strong>en</strong> inbreuk pleegt op Artikel 86(1) EG in combinatie met Artikel 82<br />

EG wanneer de staat e<strong>en</strong> maatregel neemt met betrekking tot e<strong>en</strong> bedrijf dat e<strong>en</strong><br />

dominante positie heeft op e<strong>en</strong> relevante markt 9 <strong>en</strong> deze maatregel de onderneming<br />

er toe br<strong>en</strong>gt haar dominante positie te misbruik<strong>en</strong>.<br />

Van e<strong>en</strong> aantal vorm<strong>en</strong> van overheidsmaatregel<strong>en</strong> werd gesteld dat zij er feitelijk<br />

toe leidd<strong>en</strong> dat de onderneming in kwestie marktgedraging<strong>en</strong> vertoonde die normaal<br />

gesprok<strong>en</strong> onder Artikel 82 EG verbod<strong>en</strong> zoud<strong>en</strong> zijn als het bedrijf deze uit<br />

eig<strong>en</strong> wil zou hebb<strong>en</strong> vertoond. Dit was onder andere het geval <strong>voor</strong> overheidsmaatregel<strong>en</strong><br />

in de vorm van prijsregulering, waarbij de gereguleerde prijz<strong>en</strong> discriminatoir<br />

of excessief war<strong>en</strong> dan wel het karakter van roofprijz<strong>en</strong> hadd<strong>en</strong>. 10<br />

6 Bijzondere recht<strong>en</strong> zijn hoofdzakelijk recht<strong>en</strong> die door e<strong>en</strong> nationale overheid binn<strong>en</strong> het grondgebied<br />

van de lidstat<strong>en</strong> discretionair aan e<strong>en</strong> beperkt aantal onderneming<strong>en</strong> word<strong>en</strong> toegek<strong>en</strong>d. Zie Van<br />

Gerv<strong>en</strong> e.a. (2007), supra noot 5, p. 535.<br />

7 Artikel 12 EG betreft het verbod op discriminatie op grond van nationaliteit. Artikel<strong>en</strong> 81 t/m 89 EG<br />

betreff<strong>en</strong> de mededingingsregels (zowel de regels <strong>voor</strong> de onderneming<strong>en</strong> als de staatssteunmaatregel<strong>en</strong>).<br />

Ook de verdragsregels <strong>voor</strong> het vrij verkeer van goeder<strong>en</strong> (Artikel 28 EG e.v.), di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> (Artikel<br />

49 EG e.v.) <strong>en</strong> vrije vestiging (Artikel 43 EG e.v.).<br />

8 Bu<strong>en</strong>dia Sierra, supra noot 5, paragraaf 6.54; Van Gerv<strong>en</strong> e.a., supra noot 5, blz. 536.<br />

9 De rechtspraak van het Hof van Justitie stelde in veel gevall<strong>en</strong> dat bedrijv<strong>en</strong> belast met di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van<br />

algeme<strong>en</strong> economisch belang <strong>en</strong> hier<strong>voor</strong> uitgerust met e<strong>en</strong> wettelijk monopolie e<strong>en</strong> dominante positie<br />

innam<strong>en</strong> in e<strong>en</strong> relevante productmarkt. Bu<strong>en</strong>dia Sierra, supra noot 5, paragraaf 6.55.<br />

10 Arrest van het Hof van Justitie van 10 december 1991 in zaak 179/90, Porto di G<strong>en</strong>ova, Jurispr. 1991,<br />

I – 5923; Arrest van het Hof van Justitie van 17 mei 1994 in zaak 18/93, Corsica Ferries, Jurispr. 1994,<br />

I – 5097.


92 Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang: De rol van Artikel 86 EG<br />

Over andere staatsmaatregel<strong>en</strong> werd geoordeeld dat deze de onderneming er<br />

onvermijdelijk toe bracht<strong>en</strong> om haar dominante positie te misbruik<strong>en</strong>. Hiertoe<br />

werd onder andere gerek<strong>en</strong>d het deleger<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> regelgev<strong>en</strong>de bevoegdheid<br />

aan de nutsonderneming met betrekking tot andere di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>en</strong> product<strong>en</strong> dan de<br />

di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang, waardoor er e<strong>en</strong> belang<strong>en</strong>conflict zou<br />

ontstaan tuss<strong>en</strong> de commerciële activiteit<strong>en</strong> van het bedrijf <strong>en</strong> de regelgev<strong>en</strong>de<br />

activiteit<strong>en</strong>. 11<br />

In het bijzonder de Commissie heeft getracht de “onvermijdbaarheid” opvatting<br />

verder op te rekk<strong>en</strong> <strong>en</strong> te stell<strong>en</strong> dat het toek<strong>en</strong>n<strong>en</strong> van exclusieve recht<strong>en</strong> aan e<strong>en</strong><br />

onderneming als zodanig in strijd was met Artikel 86(1) EG in combinatie met<br />

Artikel 82 EG, aangezi<strong>en</strong> dit zou leid<strong>en</strong> tot effect<strong>en</strong> die vergelijkbaar war<strong>en</strong> met<br />

het misbruik van e<strong>en</strong> dominante positie.<br />

Dit komt bij<strong>voor</strong>beeld tot uiting in de beschikking die de Commissie nam in de<br />

zaak Koeriersdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> in 1990. 12 Onderwerp van deze beschikking was e<strong>en</strong> door<br />

de Nederlandse staat opgelegde maatregel (e<strong>en</strong> herzi<strong>en</strong>ing in 1988 van de postwet)<br />

die er in feite op neer kwam dat het monopolie van de PTT op de basispostdi<strong>en</strong>st<br />

werd uitgebreid naar grote del<strong>en</strong> van de expressepost. Deze laatste onderscheidt<br />

zich van zich de basispostdi<strong>en</strong>st door allerlei bijkom<strong>en</strong>de prestaties zoals het ophal<strong>en</strong><br />

van z<strong>en</strong>ding<strong>en</strong> aan huis <strong>en</strong> andere flexibele <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de verz<strong>en</strong>ding<br />

<strong>en</strong> levering. De wet voerde indertijd onder andere e<strong>en</strong> minimumtarief in van ƒ<br />

11,90 <strong>voor</strong> concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong> van de koeriersdi<strong>en</strong>st van de PTT, om deze inkomst<strong>en</strong>bron<br />

<strong>voor</strong> de PTT te bescherm<strong>en</strong>.<br />

Op de eerste plaats voerde de Commissie aan dat van misbruik sprake was omdat<br />

deze wetsherzi<strong>en</strong>ing (e<strong>en</strong> maatregel in de zin van Artikel 86(1)EG) de al bestaande<br />

machtspositie van de PTT uitbreidde <strong>en</strong> versterkte. De Commissie beriep zich<br />

hierbij op eerdere rechtspraak 13 die aangaf dat van misbruik van e<strong>en</strong> machtspositie<br />

in de zin van Artikel 82 kan word<strong>en</strong> gesprok<strong>en</strong> wanneer e<strong>en</strong> onderneming die op<br />

e<strong>en</strong> bepaalde markt e<strong>en</strong> machtspositie inneemt e<strong>en</strong> nev<strong>en</strong>activiteit op e<strong>en</strong> verwante<br />

markt aan zichzelf <strong>voor</strong>behoudt, met de kans dat de mededinging op die markt<br />

volledig wordt uitgeschakeld. Vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wet war<strong>en</strong><br />

al e<strong>en</strong> aantal particuliere koeriersdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> actief in Nederland op het gebied van<br />

expressepost. Door de wet werd h<strong>en</strong> het concurrer<strong>en</strong> ernstig bemoeilijkt, zo niet<br />

onmogelijk gemaakt.<br />

Daarnaast zou de nieuwe wet leid<strong>en</strong> tot e<strong>en</strong> beperking van het aanbod op de betreff<strong>en</strong>de<br />

markt. Sinds de particuliere koeriersdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> deze di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> niet meer zoud<strong>en</strong><br />

mog<strong>en</strong> verricht<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> minder dan ƒ 11,90, zoud<strong>en</strong> bestaande klant<strong>en</strong> (<strong>voor</strong>al<br />

11 Zaak C-18/88, RTT, Jurisprud<strong>en</strong>tie 1991 I-5941.<br />

12 Zaak 90/16/EEG: Beschikking van de Commissie van 20 december 1989 inzake het verricht<strong>en</strong> van<br />

koeriersdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> in Nederland, Publicatieblad Nr. L 010 van 12/01/1990 blz. 47 – 52. Beschikking later<br />

op proceduregrond<strong>en</strong> vernietigd.<br />

13 Arrest van het Hof van 3 oktober 1985 in Zaak 311/84, CBEM/CLT <strong>en</strong> IPB (“Telemarketing”),<br />

Jurispr. 1985 blz. 3261, r.o. 27.


Veroud<strong>en</strong> 93<br />

bedrijv<strong>en</strong>) duidelijk nadeel ondervind<strong>en</strong>. Zij zoud<strong>en</strong> niet langer gebruik kunn<strong>en</strong><br />

mak<strong>en</strong> van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van e<strong>en</strong>zelfde prijs <strong>en</strong> kwaliteit als <strong>voor</strong>he<strong>en</strong>. Deze beperking<br />

van het aanbod druiste volg<strong>en</strong>s de Commissie in teg<strong>en</strong> Artikel 82 EG, sub b).<br />

Sommige arrest<strong>en</strong> van het Hof lek<strong>en</strong> bov<strong>en</strong>g<strong>en</strong>oemde "onvermijdbaarheid" opvatting<br />

te volg<strong>en</strong> <strong>en</strong> te stell<strong>en</strong> dat het toek<strong>en</strong>n<strong>en</strong> van exclusieve recht<strong>en</strong> aan e<strong>en</strong> onderneming<br />

als zodanig in strijd was met Artikel 86(1) EG in combinatie met Artikel<br />

82 EG. In de zaak Corbeau, e<strong>en</strong> vergelijkbare Belgische zaak over koeriersdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

uit 1993, kwam dit het scherpst naar vor<strong>en</strong>. 14 Uit het arrest van het Hof bleek<br />

dat de uitsluiting van de concurr<strong>en</strong>tie in het betrokk<strong>en</strong> marktsegm<strong>en</strong>t (koeriersdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong>)<br />

door middel van het toek<strong>en</strong>n<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> alle<strong>en</strong>recht alle<strong>en</strong> was toegestaan<br />

in zoverre deze maatregel noodzakelijk was <strong>voor</strong> het nutsbedrijf om de haar toegewez<strong>en</strong><br />

di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang naar behor<strong>en</strong> uit te kunn<strong>en</strong> voer<strong>en</strong><br />

in de zin van Artikel 86(2) EG. Aangezi<strong>en</strong> het Corbeau arrest ge<strong>en</strong> aandacht<br />

besteedde aan de vraag of er nu feitelijk of onvermijdelijk sprake was van e<strong>en</strong><br />

misbruik in het betreff<strong>en</strong>de marktsegm<strong>en</strong>t, maar onmiddellijk doorging met de<br />

vraag of het toek<strong>en</strong>n<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> alle<strong>en</strong>recht kon word<strong>en</strong> gerechtvaardigd onder<br />

Artikel 86(2) EG, leek de “bewijslast” in feite te zijn omgedraaid. De wettelijkheid<br />

van e<strong>en</strong> alle<strong>en</strong>recht kon niet word<strong>en</strong> verondersteld, alle<strong>en</strong> op basis van Artikel<br />

86(2) EG kon e<strong>en</strong> alle<strong>en</strong>recht <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> nutsbedrijf als wettelijk word<strong>en</strong><br />

beschouwd.<br />

Het Hof heeft in de hierop volg<strong>en</strong>de arrest<strong>en</strong> wel wat gas terug g<strong>en</strong>om<strong>en</strong>, door te<br />

vermeld<strong>en</strong> dat er wel sprake moet zijn van e<strong>en</strong> causaal verband tuss<strong>en</strong> het toek<strong>en</strong>n<strong>en</strong><br />

van het alle<strong>en</strong>recht <strong>en</strong> de veronderstelde negatieve effect<strong>en</strong> van dit alle<strong>en</strong>recht.<br />

15 In de praktijk echter is het Hof stelselmatig de vraag gaan stell<strong>en</strong> in hoeverre<br />

het alle<strong>en</strong>recht (of de reikwijdte ervan) noodzakelijk is <strong>voor</strong> het nutsbedrijf<br />

om de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> belang naar behor<strong>en</strong> te vervull<strong>en</strong> in de zin van Artikel<br />

86(2) EG. 16 Artikel 86(2) EG is daarmee meer <strong>en</strong> meer c<strong>en</strong>traal kom<strong>en</strong> te staan in<br />

de beoordeling of e<strong>en</strong> nutsonderneming e<strong>en</strong> exclusief of bijzonder recht kon word<strong>en</strong><br />

toegek<strong>en</strong>d of niet.<br />

De Commissie heeft de toepassing van Artikel 86(1) EG niet alle<strong>en</strong> gecombineerd<br />

met Artikel 82 EG, maar ook met de verdragsbepaling<strong>en</strong> op het gebied van het vrij<br />

14 Arrest van het Hof van 19 mei 1993 in Zaak C-320/91, Corbeau, Jurispr. 1995I-2533. De heer Corbeau<br />

had e<strong>en</strong> koeriersbedrijf opgestart dat poststukk<strong>en</strong> ophaalde bij klant<strong>en</strong> <strong>en</strong> deze vervolg<strong>en</strong>s verdeelde<br />

in de regio Luik. Hij garandeerde dat deze stukk<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de middag zoud<strong>en</strong> word<strong>en</strong> verdeeld <strong>en</strong><br />

vroeg bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> e<strong>en</strong> prijs die lager was dan die werd gevraagd door het nationale postbedrijf, de Regie<br />

der Posterij<strong>en</strong>. De Belgische wetgeving had de Regie der Posterij<strong>en</strong> e<strong>en</strong> universele leveringsverplichting<br />

opgelegd om basispostdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> over het hele Belgische grondgebied te verdel<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> uniforme<br />

prijs. In ruil was de Regie der Posterij<strong>en</strong> het alle<strong>en</strong>recht toebedeeld op postbedeling, zonder<br />

onderscheid naar basisdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>en</strong> meer geavanceerde di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, zoals koeriersdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong>. De heer Corbeau<br />

werd verwet<strong>en</strong> dat hij inbreuk had gemaakt op het wettelijk monopolie van de Regie der Posterij<strong>en</strong>.<br />

15 Arrest van het Hof van Justitie van 5 oktober 1994 in zaak C-323/93, La Crespelle, Jurispr. 1994,<br />

I-1812.<br />

16 Zie Bu<strong>en</strong>dia Sierra, supra noot 5.


94 Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang: De rol van Artikel 86 EG<br />

verkeer van goeder<strong>en</strong> (Artikel 28 EG e.v.), di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> (Artikel 49 EG e.v.) <strong>en</strong> vrije<br />

vestiging (Artikel 43 EG e.v.). De toepasselijkheid van deze artikel<strong>en</strong> op het gebied<br />

van onderneming<strong>en</strong> met exclusieve of bijzondere recht<strong>en</strong> is ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s sterk geëvolueerd.<br />

17 De sleutelvraag in de toepassing van deze artikel<strong>en</strong> is of de maatregel in<br />

kwestie als discriminatie moet word<strong>en</strong> gezi<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> nationale <strong>en</strong> buit<strong>en</strong>landse<br />

operator<strong>en</strong>. Het relevante perspectief is daarmee niet de mate van concurr<strong>en</strong>tie in<br />

de relevante markt (zoals bij artikel 82 EG), maar eerder de mogelijkheid <strong>voor</strong><br />

buit<strong>en</strong>landse bedrijv<strong>en</strong> om actief te kunn<strong>en</strong> zijn in de betreff<strong>en</strong>de nationale markt.<br />

Veelal zijn bijzondere of exclusieve recht<strong>en</strong> aan onderneming<strong>en</strong> inderdaad aangemerkt<br />

als strijdig met de vrij verkeerregels, t<strong>en</strong>zij hier<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> noodzakelijke <strong>en</strong><br />

proportionele rechtvaardiging kan word<strong>en</strong> gevond<strong>en</strong> in lijn met de jurisprud<strong>en</strong>tie<br />

inzake de vrij verkeerregels. 18 Ook in deze context is Artikel 86(2) EG e<strong>en</strong> c<strong>en</strong>trale<br />

rol gaan spel<strong>en</strong> als mogelijke rechtvaardigingsgrond <strong>voor</strong> het toek<strong>en</strong>n<strong>en</strong> van bijzondere<br />

of exclusieve recht<strong>en</strong> aan onderneming<strong>en</strong> met e<strong>en</strong> taak van algeme<strong>en</strong> economisch<br />

belang.<br />

4.1.2 Artikel 86(2) EG<br />

Volg<strong>en</strong>s Artikel 86(2) EG vall<strong>en</strong> onderneming<strong>en</strong> belast met het beheer van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

van e<strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> economisch belang onder de regels van het Verdrag, in het<br />

bijzonder onder de mededingingsregels, <strong>voor</strong> zover de toepassing daarvan de vervulling<br />

van de hun toevertrouwde bijzondere taak niet verhindert. Voorts mag de<br />

ontwikkeling van het handelsverkeer niet word<strong>en</strong> beïnvloed in e<strong>en</strong> mate die strijdig<br />

is met het belang van de Geme<strong>en</strong>schap.<br />

Wil Artikel 86(2) EG van toepassing zijn, dan moet er dus in de eerste plaats<br />

sprake zijn van e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang. Het Hof heeft geregeld<br />

geoordeeld dat de lidstat<strong>en</strong> e<strong>en</strong> ruime beoordelingsbevoegdheid hebb<strong>en</strong> met<br />

betrekking tot de omschrijving van wat zij als di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch<br />

belang beschouw<strong>en</strong>. 19 Deze bevoegdheid van de lidstat<strong>en</strong> volgt uit het ontbrek<strong>en</strong><br />

van zowel e<strong>en</strong> speciaal aan de Geme<strong>en</strong>schap toegek<strong>en</strong>de bevoegdheid, als e<strong>en</strong><br />

nauwkeurige <strong>en</strong> volledige definitie van het begrip di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch<br />

belang in het EG-Verdrag. De bepaling van de aard <strong>en</strong> de omvang van e<strong>en</strong><br />

taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang <strong>voor</strong> bijzondere beleidsgebied<strong>en</strong> die niet<br />

specifiek vall<strong>en</strong> onder de bevoegdheid van de Geme<strong>en</strong>schap in de zin van Artikel<br />

5(1) EG hoort daarmee in beginsel tot de bevoegdheid van de lidstat<strong>en</strong>.<br />

Hieruit volgt overig<strong>en</strong>s niet dat er ge<strong>en</strong> <strong>en</strong>kele toetsing op de omschrev<strong>en</strong> taak van<br />

algeme<strong>en</strong> economisch belang mogelijk is. De bevoegdheid van lidstat<strong>en</strong> om de<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang te definiër<strong>en</strong> is niet onbeperkt <strong>en</strong> kan<br />

17 Zie Bu<strong>en</strong>dia Sierra, supra noot 5, <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> uitgebreid overzicht.<br />

18 Zie Slot e.a., supra noot 5, alsook P.J.G. Kapteyn, Pieter Verlor<strong>en</strong> van Themaat, Inleiding tot het<br />

recht van de Europese Geme<strong>en</strong>schapp<strong>en</strong> (1995).<br />

19 Zie arrest Gerecht van Eerste Aanleg van 15 juni 2005 in Zaak T-17/02, Ols<strong>en</strong>/Commissie, Jurispr.<br />

blz. II-2031, punt 216, <strong>en</strong> daar aangehaalde rechtspraak.


Veroud<strong>en</strong> 95<br />

niet willekeurig word<strong>en</strong> uitgeoef<strong>en</strong>d <strong>en</strong>kel om e<strong>en</strong> bepaalde di<strong>en</strong>st aan de toepassing<br />

van de mededingingsregels te onttrekk<strong>en</strong>. Deze toetsing is echter beperkt tot<br />

het zoek<strong>en</strong> naar e<strong>en</strong> “k<strong>en</strong>nelijke beoordelingsfout” (manifest error). 20<br />

In verreweg de meeste zak<strong>en</strong> heeft de Commissie (alsook het Hof van Justitie) niet<br />

de omschrijving van de taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang zelf ter discussie<br />

gesteld, maar zich gericht op de vraag of de mededingingsbeperk<strong>en</strong>de maatregel<br />

wel noodzakelijk was <strong>voor</strong> de goede uitvoering van die taak. 21<br />

Zo beargum<strong>en</strong>teerde de Commissie in de eerder beschrev<strong>en</strong> zaak Koeriersdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

dat de uitbreiding van het monopolie van de PTT op de basispostdi<strong>en</strong>st naar grote<br />

del<strong>en</strong> van de expressepost helemaal niet nodig was <strong>voor</strong> de PTT om de basispostdi<strong>en</strong>st<br />

naar behor<strong>en</strong> uit te kunn<strong>en</strong> voer<strong>en</strong>. 22 Nederland voerde ter rechtvaardiging<br />

van de uitbreiding aan dat aan de PTT de nodige inkomst<strong>en</strong> moest<strong>en</strong> word<strong>en</strong><br />

gewaarborgd, om haar in staat te stell<strong>en</strong> zich van de haar toebedeelde taak te kwijt<strong>en</strong>.<br />

De concurr<strong>en</strong>tie tuss<strong>en</strong> particuliere koeriersdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>en</strong> de expressedi<strong>en</strong>st van<br />

de PTT zou het gevaar meebr<strong>en</strong>g<strong>en</strong> dat <strong>voor</strong> laatstg<strong>en</strong>oemde slechts de financieel<br />

minder interessante bestemming<strong>en</strong> zoud<strong>en</strong> overblijv<strong>en</strong>. De Commissie vond dit<br />

argum<strong>en</strong>t weinig overtuig<strong>en</strong>d <strong>en</strong> stelde dat ondanks deze (<strong>voor</strong>he<strong>en</strong> reeds<br />

bestaande) concurr<strong>en</strong>tie de winstcijfers van de PTT duidelijk in stijg<strong>en</strong>de lijn<br />

war<strong>en</strong>. Het was dus niet aangetoond dat het behoud van de concurr<strong>en</strong>tiesituatie die<br />

bestond tot aan de inwerkingtreding van de nieuwe wet afbreuk deed aan de basispostdi<strong>en</strong>st,<br />

<strong>en</strong> dat deze maatregel besliss<strong>en</strong>d zou zijn <strong>voor</strong> het financiële ev<strong>en</strong>wicht<br />

van de PTT. Uitbreiding van de machtspositie van de post tot de markt van de<br />

expressepost leek <strong>voor</strong> de post van secundair belang <strong>en</strong> daarmee objectief gezi<strong>en</strong><br />

ge<strong>en</strong> noodzaak op grond waarvan uitschakeling van de concurr<strong>en</strong>tie op deze markt<br />

gerechtvaardigd zou zijn.<br />

In de loop der jar<strong>en</strong> heeft de Commissie e<strong>en</strong> hele rits beschikking<strong>en</strong> <strong>en</strong> richtlijn<strong>en</strong><br />

aang<strong>en</strong>om<strong>en</strong> op basis van Artikel 86 EG. 23 Deze illustrer<strong>en</strong> dat de toets van overheidsmaatregel<strong>en</strong><br />

aan het noodzakelijkheidbeginsel e<strong>en</strong> dynamisch karakter<br />

draagt 24 : waar <strong>voor</strong>he<strong>en</strong> het toek<strong>en</strong>n<strong>en</strong> van bepaalde exclusieve of bijzondere recht<strong>en</strong><br />

nog verdedigbaar werd geacht (want noodzakelijk <strong>voor</strong> de vervulling van de<br />

taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang), werd dat later vaak niet, of althans niet<br />

langer, zo gezi<strong>en</strong>.<br />

Dit blijkt duidelijk uit de serie Commissierichtlijn<strong>en</strong> in de telecommunicatiesec-<br />

20 Zie arrest van het Hof van Justitie van 20 maart 1985 in Zaak 41/83, Italië/Commissie, Jurispr. 1985<br />

blz. 873, punt 30.<br />

21 Zie Bu<strong>en</strong>dia Sierra, supra noot 5, blz. 45.<br />

22 Zaak 90/16/EEG: Beschikking van de Commissie van 20 december 1989 inzake het verricht<strong>en</strong> van<br />

koeriersdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> in Nederland, Publicatieblad Nr. L 010 van 12/01/1990 blz. 47 – 52. Beschikking later<br />

vernietigd op proceduregrond<strong>en</strong>.<br />

23 Meer bepaald op basis van Artikel 86(1), (2) <strong>en</strong> (3) EG in combinatie met Artikel 82 EG of één of<br />

meerdere vrij verkeerregels van het EG-Verdrag.<br />

24 Zie Bu<strong>en</strong>dia Sierra, supra noot 5, blz. 59, <strong>en</strong> Van Gerv<strong>en</strong> e.a., supra noot 5, blz. 545.


96 Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang: De rol van Artikel 86 EG<br />

tor. De eerste was de richtlijn <strong>voor</strong> telecommunicatie-eindapparatuur van 1988. 25<br />

De Commissie w<strong>en</strong>ste met deze richtlijn e<strong>en</strong> eind te mak<strong>en</strong> aan de exclusieve<br />

recht<strong>en</strong> die de meeste stat<strong>en</strong> hadd<strong>en</strong> verle<strong>en</strong>d aan de zogehet<strong>en</strong> telecommunicatieorganisaties<br />

(TO’s) op het gebied van de afzet (inclusief invoer), de aansluiting,<br />

het opstart<strong>en</strong> <strong>en</strong> het onderhoud van eindapparatuur (zoals telefoons, fax<strong>en</strong>, etc.).<br />

De Commissie was van m<strong>en</strong>ing dat deze exclusieve recht<strong>en</strong> e<strong>en</strong> rem zett<strong>en</strong> op de<br />

concurr<strong>en</strong>tie <strong>en</strong> innovatie in de sector <strong>en</strong> was van oordeel dat de afschaffing van de<br />

exclusieve recht<strong>en</strong> op het gebied van eindapparatuur de vervulling van de kerntaak<br />

van TO’s, namelijk de terbeschikkingstelling van e<strong>en</strong> op<strong>en</strong>baar telecommunicati<strong>en</strong>et<br />

aan alle gebruikers, niet in de weg zou staan.<br />

Daarna nam de Commissie op dezelfde basis ook richtlijn<strong>en</strong> aan <strong>voor</strong> de markt<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> telecommunicatiedi<strong>en</strong>st<strong>en</strong>. De eerste richtlijn uit 1990 <strong>voor</strong>zag <strong>en</strong>kel in de<br />

afschaffing van exclusieve <strong>en</strong> bijzondere recht<strong>en</strong> op het gebied van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> met<br />

zog<strong>en</strong>aamde toegevoegde waarde. 26 De richtlijn raakte niet aan het monopolie op<br />

het beheer van het op<strong>en</strong>baar telecommunicati<strong>en</strong>etwerk (het verzorg<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> normale<br />

spraaktelefoondi<strong>en</strong>st). Volg<strong>en</strong>s de Commissie werd<strong>en</strong> de financiële middel<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> de uitbouw van het telecommunicati<strong>en</strong>etwerk nog steeds <strong>en</strong> <strong>voor</strong>al opgebracht<br />

door de exploitatie van de spraaktelefoondi<strong>en</strong>st <strong>en</strong> dat bijgevolg de toepassing<br />

van de mededingingsregels op deze di<strong>en</strong>st het financieel ev<strong>en</strong>wicht van de<br />

TO’s zou kunn<strong>en</strong> bedreig<strong>en</strong>. Ook in de navolg<strong>en</strong>de richtlijn<strong>en</strong> <strong>voor</strong> satellietdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

27 , mobiele telefonie 28 <strong>en</strong> het gebruik van kabeltelevisi<strong>en</strong>ett<strong>en</strong> als alternatieve<br />

infrastructuur 29 werd niet aan het monopolie op het verzorg<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> normale<br />

spraaktelefoondi<strong>en</strong>st geraakt.<br />

Uiteindelijk vaardigde de Commissie in 1996 e<strong>en</strong> richtlijn uit waardoor de (meeste)<br />

lidstat<strong>en</strong> werd<strong>en</strong> verplicht om uiterlijk op 1 januari 1998 zowel de spraaktelefoondi<strong>en</strong>st<br />

als de levering van telecommunicatie infrastructuur te liberaliser<strong>en</strong>. 30 De<br />

Commissie stelde dat in veel lidstat<strong>en</strong> inmiddels e<strong>en</strong> goed dekk<strong>en</strong>d digitaal tele-<br />

25 Richtlijn 88/301/EEG van de Commissie van 16 mei 1988 betreff<strong>en</strong>de de mededinging op de markt<strong>en</strong><br />

van telecommunicatie-eindapparatuur, PB L 131 van 27.5.1988, blz. 73–77.<br />

26 Richtlijn 90/388/EEG van de Commissie van 28 juni 1990 betreff<strong>en</strong>de de mededinging op de markt<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> telecommunicatiedi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> PB L 192 van 24.7.1990, blz. 10–16; Zie ook Richtlijn 90/387/EEG<br />

van de Raad van 28 juni 1990 betreff<strong>en</strong>de de totstandbr<strong>en</strong>ging van de interne markt <strong>voor</strong> telecommunicatiedi<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

door middel van de t<strong>en</strong>uitvoerlegging van Op<strong>en</strong> Network Provision (ONP) PB L 192<br />

van 24.7.1990, blz. 1–9.<br />

27 Richtlijn 94/46/EG van de Commissie van 13 oktober 1994 tot wijziging van Richtlijn 88/301/EEG<br />

<strong>en</strong> Richtlijn 90/388/EEG met name met betrekking tot satellietcommunicatie, PB L 268 van 19.10.1994,<br />

blz. 15–21.<br />

28 Richtlijn 96/2/EG van de Commissie van 16 januari 1996 tot wijziging van Richtlijn 90/388/EEG<br />

met betrekking tot mobiele <strong>en</strong> persoonlijke communicatie, PB L 20 van 26.1.1996, blz. 59–66.<br />

29 Richtlijn 95/51/EG van de Commissie van 18 oktober 1995 tot wijziging van Richtlijn 90/388/EEG<br />

van de Commissie inzake de opheffing van de beperking<strong>en</strong> op het gebruik van kabeltelevisi<strong>en</strong>ett<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> het verricht<strong>en</strong> van reeds geliberaliseerde telecommunicatiedi<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, PB L 256 van 26.10.1995,<br />

blz. 49–54.<br />

30 Richtlijn 96/19/EG van de Commissie van 13 maart 1996 tot wijziging van Richtlijn 90/388/EEG<br />

met betrekking tot de invoering van volledige mededinging op de markt<strong>en</strong> <strong>voor</strong> telecommunicatie, PB<br />

L 74 van 22.3.1996, blz. 13–24.


Veroud<strong>en</strong> 97<br />

communicati<strong>en</strong>etwerk was opgebouwd <strong>en</strong> dat – in teg<strong>en</strong>stelling tot in 1990 – voldo<strong>en</strong>de<br />

inspanning<strong>en</strong> war<strong>en</strong> verricht om de prijz<strong>en</strong> <strong>en</strong> de kost<strong>en</strong>structur<strong>en</strong> van de<br />

TO’s ter <strong>voor</strong>bereiding op de liberalisering beter met elkaar in ev<strong>en</strong>wicht te br<strong>en</strong>g<strong>en</strong>,<br />

zodat niet langer het gevaar bestond dat concurrer<strong>en</strong>de bedrijv<strong>en</strong> zich zoud<strong>en</strong><br />

kunn<strong>en</strong> toelegg<strong>en</strong> op zeer winstgev<strong>en</strong>de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> als internationale telefonie<br />

(cream skimming) <strong>en</strong> hun marktaandel<strong>en</strong> louter op basis van de bestaande kunstmatige<br />

tariefstructur<strong>en</strong> zoud<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> uitbreid<strong>en</strong>.<br />

De Commissie stelde daarbij dat – in zoverre e<strong>en</strong> lidstaat van m<strong>en</strong>ing was dat sturing<br />

van de markt nodig was door het oplegg<strong>en</strong> van op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ingsverplichting<strong>en</strong><br />

aan TO’s – er minder beperk<strong>en</strong>de middel<strong>en</strong> dan de verl<strong>en</strong>ing van bijzondere<br />

of uitsluit<strong>en</strong>de recht<strong>en</strong> zijn om de uitvoering van deze taak te waarborg<strong>en</strong>.<br />

Zij noemde in het bijzonder het subsidiër<strong>en</strong> van de meerkost<strong>en</strong> van de verplichting<strong>en</strong><br />

van de TO’s <strong>voor</strong> het verricht<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> universele di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing, bij<strong>voor</strong>beeld<br />

via e<strong>en</strong> stelsel van aanvull<strong>en</strong>de bijdrag<strong>en</strong> door concurrer<strong>en</strong>de telefoonmaatschappij<strong>en</strong><br />

of e<strong>en</strong> fonds <strong>voor</strong> universele di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing.<br />

In meer <strong>en</strong> meer nutssector<strong>en</strong> is deze b<strong>en</strong>adering toegepast (onder andere in de<br />

<strong>en</strong>ergie- <strong>en</strong> elektriciteitsector, de posterij<strong>en</strong>, de transportsector <strong>en</strong> de media), telk<strong>en</strong>s<br />

volg<strong>en</strong>s hetzelfde strami<strong>en</strong>: de exclusieve <strong>en</strong> bijzondere recht<strong>en</strong> <strong>voor</strong> bedrijv<strong>en</strong><br />

met e<strong>en</strong> taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang kunn<strong>en</strong> vall<strong>en</strong> onder Artikel<br />

86(1) in combinatie met Artikel 82 EG of één of meerdere vrij verkeerregels van<br />

het EG-Verdrag, <strong>en</strong> zijn alle<strong>en</strong> gerechtvaardigd op grond van Artikel 86(2) EG<br />

<strong>voor</strong> zover concurr<strong>en</strong>tie in de markt de vervulling van de hun toevertrouwde bijzondere<br />

taak verhindert. Echter, dit is niet het geval waar minder beperk<strong>en</strong>de alternatiev<strong>en</strong>,<br />

zoals het subsidiër<strong>en</strong> van de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang,<br />

<strong>voor</strong>hand<strong>en</strong> zijn. Meer <strong>en</strong> meer is daarmee de aandacht verschov<strong>en</strong> naar de vraag<br />

in welke omstandighed<strong>en</strong>, <strong>en</strong> onder welke <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>, de lidstat<strong>en</strong> deze subsidies<br />

kunn<strong>en</strong> gev<strong>en</strong>. Deze vraag komt aan bod in het volg<strong>en</strong>de deel.<br />

4.2 Staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch<br />

belang 31<br />

Artikel 87(1) EG luidt: “Behoud<strong>en</strong>s de afwijking<strong>en</strong> waarin dit Verdrag <strong>voor</strong>ziet,<br />

zijn steunmaatregel<strong>en</strong> van de stat<strong>en</strong> of in welke vorm ook met staatsmiddel<strong>en</strong><br />

bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde onderneming<strong>en</strong> of<br />

bepaalde producties vervals<strong>en</strong> of dreig<strong>en</strong> te vervals<strong>en</strong>, onver<strong>en</strong>igbaar met de<br />

geme<strong>en</strong>schappelijke markt, <strong>voor</strong>zover deze steun het handelsverkeer tuss<strong>en</strong> de lidstat<strong>en</strong><br />

ongunstig beïnvloedt.”<br />

31 De historische k<strong>en</strong>schets in dit deel is ontle<strong>en</strong>d aan J. L. Bu<strong>en</strong>dia Sierra, Finding the Right Balance:<br />

State Aid and Services of G<strong>en</strong>eral Economic Interest, EC State Aid Law, p. 191-222, Kluwer, The<br />

Netherlands. E<strong>en</strong> zeer grondig overzicht van de toepassing van de staatssteunregels in de context van<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang wordt gegev<strong>en</strong> in D. Grespan, Services of G<strong>en</strong>eral Economic<br />

Interest, in: EU Competition Law – Volume IV: State Aid (W. Mederer, N. Pesaresi and M. Van Hoof,<br />

eds.), Claeys & Casteels (2008).


98 Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang: De rol van Artikel 86 EG<br />

Tot diep in de jar<strong>en</strong> ’80 werd de vraag of het subsidiër<strong>en</strong> van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang door lidstat<strong>en</strong> moest word<strong>en</strong> aangemerkt als staatssteun<br />

in de zin van Artikel 87(1) EG in feite niet gesteld. Voor e<strong>en</strong> belangrijk deel was<br />

dit e<strong>en</strong> gevolg van het feit dat de nutssector<strong>en</strong> in die tijd g<strong>en</strong>ot<strong>en</strong> van exclusieve <strong>en</strong><br />

bijzondere recht<strong>en</strong> <strong>en</strong> als zodanig in het geheel niet blootstond<strong>en</strong> aan de Europese<br />

interne markt. De nutssector<strong>en</strong> war<strong>en</strong> traditioneel door de lidstat<strong>en</strong> ingericht als<br />

nationale monopolies, met bedrijfsactiviteit<strong>en</strong> die zuiver op de lidstaat zelf war<strong>en</strong><br />

gericht. Het subsidiër<strong>en</strong> van de bedrijv<strong>en</strong> die de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing verzorgd<strong>en</strong><br />

kon daarmee (vervolg<strong>en</strong>s) ook weinig effect sorter<strong>en</strong> op het handelsverkeer in<br />

de Europese Unie. Binn<strong>en</strong> die context zou m<strong>en</strong> dus kunn<strong>en</strong> red<strong>en</strong>er<strong>en</strong> dat dergelijke<br />

subsidiëring niet hoefde te word<strong>en</strong> aangemerkt als staatssteun in de zin van<br />

Artikel 87(1) EG. Ter illustratie: de nutssector<strong>en</strong> viel<strong>en</strong> ev<strong>en</strong>min onder de transparantierichtlijn<br />

van de Commissie uit 1980 met betrekking tot de financiële betrekking<strong>en</strong><br />

tuss<strong>en</strong> lidstat<strong>en</strong> <strong>en</strong> op<strong>en</strong>bare bedrijv<strong>en</strong>. 32<br />

E<strong>en</strong> <strong>en</strong> ander begon te verander<strong>en</strong> in de jar<strong>en</strong> ‘80 to<strong>en</strong> de eerste stapp<strong>en</strong> werd<strong>en</strong><br />

gezet in de liberalisering van nutssector<strong>en</strong>. In 1985 werd<strong>en</strong> de nutssector<strong>en</strong> toegevoegd<br />

aan de transparantierichtlijn. 33 Het werd hiermee duidelijk dat financiële<br />

transfers van lidstat<strong>en</strong> naar de nutsbedrijv<strong>en</strong> in principe de tuss<strong>en</strong>staatse handel <strong>en</strong><br />

de mededinging kunn<strong>en</strong> beïnvloed<strong>en</strong> <strong>en</strong> daarmee staatssteun kunn<strong>en</strong> inhoud<strong>en</strong>.<br />

Toch kwam<strong>en</strong> deze transfers niet onmiddellijk in het brandpunt van de belangstelling.<br />

Lidstat<strong>en</strong> meldd<strong>en</strong> de transfers niet aan bij de Commissie <strong>en</strong> de Commissie<br />

zag ge<strong>en</strong> prioriteit in het aan de kaak stell<strong>en</strong> van deze situatie. Slechts onder druk<br />

van klacht<strong>en</strong> neergelegd door concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong> van de nutsbedrijv<strong>en</strong> kwam er verandering<br />

in deze situatie.<br />

Hoewel het principe dat subsidiëring van nutsbedrijv<strong>en</strong> staatssteun kan inhoud<strong>en</strong><br />

was bevestigd, bleef toch de vraag sluimer<strong>en</strong> onder welke omstandighed<strong>en</strong> dit precies<br />

het geval is. Twee alternatieve zi<strong>en</strong>swijz<strong>en</strong> ded<strong>en</strong> opgeld. De eerste zi<strong>en</strong>swijze<br />

stelde dat zolang de financiële comp<strong>en</strong>satie niet verder ging dan het <strong>en</strong>kel dekk<strong>en</strong><br />

van de extra kost<strong>en</strong> die het gevolg war<strong>en</strong> van het oplegg<strong>en</strong> van de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverplichting<br />

door de overheid er in feite ge<strong>en</strong> sprake was van e<strong>en</strong> “begunstiging” van<br />

de onderneming in kwestie of van e<strong>en</strong> “vervalsing” van de mededinging. Daarmee<br />

zou e<strong>en</strong> dergelijke financiële comp<strong>en</strong>satie niet onder Artikel 87(1) EG vall<strong>en</strong>. 34<br />

32 Richtlijn 80/723/EEG van de Commissie van 25 juni 1980 betreff<strong>en</strong>de de doorzichtigheid in de<br />

financiële betrekking<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> lidstat<strong>en</strong> <strong>en</strong> op<strong>en</strong>bare bedrijv<strong>en</strong> <strong>en</strong> de financiële doorzichtigheid binn<strong>en</strong><br />

bepaalde onderneming<strong>en</strong> (80/723/EEG). PB L 195 van 29.7.1980, blz. 35.<br />

33 Richtlijn 85/413/EEG van de Commissie van 24 juli 1985 tot wijziging van Richtlijn 80/723/EEG<br />

betreff<strong>en</strong>de de doorzichtigheid in de financiële betrekking<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> Lid-Stat<strong>en</strong> <strong>en</strong> op<strong>en</strong>bare bedrijv<strong>en</strong>.<br />

PB L 229 van 28.8.1985, blz. 20–21.<br />

34 Deze zi<strong>en</strong>swijze vond ondersteuning in Zaak 240/83, Afgewerkte Olie, Jurispr. 1985 blz. 531, para.<br />

18 met betrekking tot de interpretatie van Richtlijn 75/439/EEG van de Raad van 16 juni 1975 inzake<br />

de verwijdering van afgewerkte olie (PB L 194, blz. 23). In deze zaak ging het om e<strong>en</strong> vergoeding aan<br />

bedrijv<strong>en</strong> die afgewerkte olie inzamel<strong>en</strong> <strong>en</strong>/of verwijder<strong>en</strong> als teg<strong>en</strong>prestatie <strong>voor</strong> hun verplichting<strong>en</strong>.<br />

Volg<strong>en</strong>s het Hof moest e<strong>en</strong> dergelijke vergoeding niet als e<strong>en</strong> steunmaatregel in de zin van artikel 87<br />

van het Verdrag word<strong>en</strong> aangemerkt inzoverre deze vergoeding de jaarlijkse reële kost<strong>en</strong> niet te bov<strong>en</strong><br />

ging.


Veroud<strong>en</strong> 99<br />

De andere zi<strong>en</strong>swijze red<strong>en</strong>eerde daar<strong>en</strong>teg<strong>en</strong> dat financiële comp<strong>en</strong>saties <strong>voor</strong><br />

op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing moest<strong>en</strong> word<strong>en</strong> gezi<strong>en</strong> als e<strong>en</strong> <strong>voor</strong>deel <strong>voor</strong> het bedrijf<br />

<strong>en</strong> daarmee als staatssteun in de zin van Artikel 87(1) EG. Volg<strong>en</strong>s deze b<strong>en</strong>adering<br />

is het staatssteunbegrip onder Artikel 87(1) EG e<strong>en</strong> objectief begrip (dat wil<br />

zegg<strong>en</strong>, er wordt <strong>en</strong>kel naar de effect<strong>en</strong> van de maatregel <strong>voor</strong> de mededinging<br />

gekek<strong>en</strong>) <strong>en</strong> wordt ge<strong>en</strong> rek<strong>en</strong>ing gehoud<strong>en</strong> met de achterligg<strong>en</strong>de doelstelling<br />

ervan of de vorm waarin de maatregel is gegot<strong>en</strong>. 35 De subsidiemaatregel leidt wel<br />

degelijk tot begunstiging van “bepaalde producties” (cf. Artikel 87(1) EG), in het<br />

bijzonder de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang.<br />

De praktische <strong>en</strong> inhoudelijke gevolg<strong>en</strong> van het onderscheid tuss<strong>en</strong> de beide b<strong>en</strong>adering<strong>en</strong><br />

zijn tamelijk groot. Wanneer de financieringsmechanism<strong>en</strong> <strong>voor</strong> op<strong>en</strong>bare<br />

di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing niet als staatssteun word<strong>en</strong> aangemerkt, is het <strong>voor</strong> lidstat<strong>en</strong><br />

niet nodig om deze aan te meld<strong>en</strong> bij de Commissie. Als zij wel als staatssteun<br />

word<strong>en</strong> aangemerkt, di<strong>en</strong><strong>en</strong> de financieringsmechanism<strong>en</strong> wel te word<strong>en</strong> aangemeld;<br />

vervolg<strong>en</strong>s is het dan aan de Commissie om na te gaan of de <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong><br />

onder Artikel 86(2) EG zijn vervuld <strong>en</strong> of de mate van subsidiëring proportioneel<br />

is aan de taak die aan de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>er is opgelegd. In de tuss<strong>en</strong>tijd zijn<br />

de lidstat<strong>en</strong> in principe gehoud<strong>en</strong> aan de “stand still” bepaling van Artikel 88(3)<br />

EG.<br />

Midd<strong>en</strong> jar<strong>en</strong> ’90 was de “ge<strong>en</strong> staatssteun” b<strong>en</strong>adering binn<strong>en</strong> de Commissie nog<br />

dominant, zoals kan blijk<strong>en</strong> uit La Poste. 36 Deze zaak betrof e<strong>en</strong> klacht van verschill<strong>en</strong>de<br />

Franse verzekeringsmaatschappij<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> aantal belasting<strong>voor</strong>del<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> het Franse postbedrijf La Poste, e<strong>en</strong> bedrijf dat niet alle<strong>en</strong> het alle<strong>en</strong>recht<br />

had op de postbedeling in Frankrijk maar ook actief was op het gebied van verzekering<strong>en</strong>.<br />

De Commissie stelde dat de belasting<strong>voor</strong>del<strong>en</strong> ge<strong>en</strong> staatssteun vormd<strong>en</strong><br />

omdat zij slechts e<strong>en</strong> (gedeeltelijke) comp<strong>en</strong>satie vormd<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de verliez<strong>en</strong><br />

die werd<strong>en</strong> geled<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het in stand houd<strong>en</strong> van de postbedeling <strong>en</strong> onr<strong>en</strong>dabele<br />

postkantor<strong>en</strong> in landelijke gebied<strong>en</strong>.<br />

Het Gerecht van Eerste Aanleg stelde in deze zaak echter dat de belasting<strong>voor</strong>del<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> La Poste wel degelijk staatssteun inhield<strong>en</strong>, maar dat deze kond<strong>en</strong> word<strong>en</strong><br />

vrijgesteld onder Artikel 86(2) EG. 37 In e<strong>en</strong> aantal andere zak<strong>en</strong> van die periode<br />

oordeelde het Hof ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s dat subsidiëring van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch<br />

belang staatssteun inhield. 38<br />

35 In lijn met eerdere rechtspraak (Arrest Hof van 2 juli 1974, zaak 173/73, Italië/Commissie, Jurispr.<br />

1974, blz. 709, r.o. 27 <strong>en</strong> 28).<br />

36 Beschikking van de Commissie van 8 februari 1995 betreff<strong>en</strong>de e<strong>en</strong> procedure inzake toepassing van<br />

artikel 93 EG-Verdrag (steunmaatregel<strong>en</strong> van de stat<strong>en</strong> NN 135/92, concurr<strong>en</strong>tiële activiteit<strong>en</strong> van La<br />

Poste française), PB 1995, C 262, blz. 11.<br />

37 Arrest van het Gerecht van Eerste Aanleg van 27 februari 1997 in Zaak T-106/95, Fédération<br />

française des sociétés d’assurances (FFSA) e.a. teg<strong>en</strong> Commissie van de Europese Geme<strong>en</strong>schapp<strong>en</strong>,<br />

Jurisprud<strong>en</strong>tie 1997 bladzijde II-229.<br />

38 Zaak C-387/92, Banco Exterior de España, Jurispr. 1994, blz. I-877; Zaak T-46/97, SIC ­ Sociedade<br />

Indep<strong>en</strong>d<strong>en</strong>te de Comunicação, Jurispr. 2000 blz. II-02125; Zaak C-332/98, Steun aan de Coopérative<br />

d’exportation du livre français (CELF), Jurisprud<strong>en</strong>tie 2000 blz. I-4833.


100 Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang: De rol van Artikel 86 EG<br />

Dit veranderde echter met de Ferring zaak uit 2001. 39 In deze zaak ging het om<br />

belasting<strong>voor</strong>del<strong>en</strong> aan groothandelaars in g<strong>en</strong>eesmiddel<strong>en</strong> die geacht werd<strong>en</strong> e<strong>en</strong><br />

breed spectrum aan g<strong>en</strong>eesmiddel<strong>en</strong> in <strong>voor</strong>raad te houd<strong>en</strong> <strong>en</strong> in staat te zijn binn<strong>en</strong><br />

24 uur aan apothek<strong>en</strong> te lever<strong>en</strong>. Advocaat-g<strong>en</strong>eraal Tizzano stelde in zijn<br />

conclusie over deze zaak het volg<strong>en</strong>de 40 :<br />

“61 Als de staat e<strong>en</strong> onderneming belast met bepaalde verplichting<strong>en</strong> inzake<br />

op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing, is het mijns inzi<strong>en</strong>s namelijk duidelijk, dat de<br />

dekking van de meerkost<strong>en</strong> die <strong>voor</strong>tvloei<strong>en</strong> uit de vervulling van die verplichting<strong>en</strong>,<br />

ge<strong>en</strong> <strong>voor</strong>deel oplevert <strong>voor</strong> de betrokk<strong>en</strong> onderneming, maar<br />

bedoeld is om te <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> dat die onderneming t<strong>en</strong> onrechte in e<strong>en</strong><br />

nadelige situatie t<strong>en</strong> opzichte van haar concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong> komt te verker<strong>en</strong>.<br />

Anders gezegd, de oplegging van de verplichting <strong>en</strong> de verl<strong>en</strong>ing van de<br />

comp<strong>en</strong>satie kunn<strong>en</strong> niet los van elkaar word<strong>en</strong> beschouwd, aangezi<strong>en</strong><br />

het om twee aspect<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> <strong>en</strong> dezelfde overheidsinterv<strong>en</strong>tie gaat, die<br />

in totaliteit bestemd is om de hogere belang<strong>en</strong> van de geme<strong>en</strong>schap te<br />

di<strong>en</strong><strong>en</strong>. Als deze analyse juist is, moet in het onderzochte geval ervan<br />

word<strong>en</strong> uitgegaan dat de overheidsinterv<strong>en</strong>tie uiteindelijk economisch<br />

neutraal is <strong>voor</strong> de betrokk<strong>en</strong> onderneming, omdat die haar ge<strong>en</strong> <strong>voor</strong>deel<br />

of nadeel oplevert. Dat bewijst dat, ondanks de afwijk<strong>en</strong>de beoordeling in<br />

het arrest SIC, de noodzaak om bijzondere tak<strong>en</strong> inzake op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing<br />

te comp<strong>en</strong>ser<strong>en</strong>, meer is dan alle<strong>en</strong> maar de red<strong>en</strong> of de doelstelling<br />

van de betrokk<strong>en</strong> maatregel<strong>en</strong>, maar onvermijdelijk ook e<strong>en</strong><br />

weerslag heeft op de gevolg<strong>en</strong> daarvan, omdat de overheidsinterv<strong>en</strong>tie<br />

daardoor economisch neutraal wordt <strong>en</strong> het ontstaan van ongerechtvaardigde<br />

concurr<strong>en</strong>tieverstoring<strong>en</strong> wordt <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong>.<br />

62 Wijziging van de normale mededingings<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> is dus slechts mogelijk<br />

wanneer de comp<strong>en</strong>saties hoger zijn dan de netto meerkost<strong>en</strong> die ontstaan<br />

uit de vervulling van tak<strong>en</strong> van op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing. (…)”<br />

Het Hof van Justitie ging mee in deze red<strong>en</strong>ering <strong>en</strong> stelde dat als de aan de concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

opgelegde heffing overe<strong>en</strong>stemt met de daadwerkelijke extra kost<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> de groothandelaars om hun verplichting<strong>en</strong> inzake op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing<br />

na te kom<strong>en</strong>, er ge<strong>en</strong> sprake is van staatssteun in de zin van Artikel 87 EG. 41<br />

Het debat hield hiermee echter niet op. Zo pleitt<strong>en</strong> in verschill<strong>en</strong>de zak<strong>en</strong> de advocat<strong>en</strong>-g<strong>en</strong>eraal<br />

van het Hof expliciet <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> wijziging van de lijn gekoz<strong>en</strong> in het<br />

Ferring arrest 42 , verwijz<strong>en</strong>d naar het klassieke onderscheid in de staatssteun-<br />

39 Zaak C-53/00, Ferring SA v. Ag<strong>en</strong>ce c<strong>en</strong>trale des organismes de sécurité sociale (ACOSS), Jurisprud<strong>en</strong>tie<br />

2001 blz. I-9067.<br />

40 Conclusie van advocaat-g<strong>en</strong>eraal Tizzano van 8 mei 2001 in Ferring, supra, paragraaf 61-62.<br />

41 Ferring, supra noot 40, paragraaf 27.<br />

42 Conclusie van advocaat-g<strong>en</strong>eraal Jacobs van 30 april 2002 in Zaak C-126/01, Ministère de<br />

l’Économie, des Finances et de l’Industrie teg<strong>en</strong> GEMO SA, Jurisprud<strong>en</strong>tie 2003 bladzijde I-13769;<br />

Conclusie van advocaat-g<strong>en</strong>eraal Stix-Hackl van 7 november 2002 in Gevoegde zak<strong>en</strong> C-34/01 tot<br />

C-38/01, Enirisorse SpA teg<strong>en</strong> Ministero delle Finanze, Jurisprud<strong>en</strong>tie 2003 bladzijde I-14243. Conclusie<br />

van advocaat-g<strong>en</strong>eraal Léger in Zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH <strong>en</strong> Regierungspräsidium<br />

Magdeburg teg<strong>en</strong> Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jurisprud<strong>en</strong>tie 2003 bladzijde I-07747.


Veroud<strong>en</strong> 101<br />

praktijk tuss<strong>en</strong> de effect<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> steunmaatregel (op basis waarvan de maatregel<br />

al dan niet als staatssteun moet word<strong>en</strong> aangemerkt) <strong>en</strong> de doelstelling van de<br />

maatregel (op basis waarvan deze maatregel vervolg<strong>en</strong>s ev<strong>en</strong>tueel goedgekeurd<br />

kan word<strong>en</strong>). De Commissie nam in deze periode e<strong>en</strong> <strong>voor</strong>zichtige positie in <strong>en</strong><br />

besloot in e<strong>en</strong> aantal zak<strong>en</strong> e<strong>en</strong> dubbele red<strong>en</strong>ering aan te houd<strong>en</strong> in de zin dat zij<br />

in het midd<strong>en</strong> liet of de subsidiëring in kwestie als staatssteun moest word<strong>en</strong> aangemerkt<br />

<strong>en</strong> aangaf dat, mocht dit zo zijn, de maatregel kon word<strong>en</strong> vrijgesteld<br />

onder Artikel 86(2) EG.<br />

Het <strong>voor</strong>tdur<strong>en</strong> van het debat <strong>en</strong> de wisseling<strong>en</strong> in de standpunt<strong>en</strong> van het Hof in<br />

de loop van de tijd weerspiegel<strong>en</strong> in zekere zin het feit dat <strong>voor</strong> beide stellingnames<br />

wel iets te zegg<strong>en</strong> valt.<br />

Van de <strong>en</strong>e kant is het duidelijk dat als e<strong>en</strong> lidstaat e<strong>en</strong> onderneming belast met<br />

bepaalde op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ingsverplichting<strong>en</strong> de dekking van de meerkost<strong>en</strong><br />

die <strong>voor</strong>tvloei<strong>en</strong> uit de vervulling van die verplichting<strong>en</strong> in principe ge<strong>en</strong> financieel<br />

<strong>voor</strong>deel oplevert <strong>voor</strong> de betrokk<strong>en</strong> onderneming. Daarnaast kunn<strong>en</strong>, zoals<br />

advocaat-g<strong>en</strong>eraal Tizzano in Ferring stelde, de oplegging van de verplichting <strong>en</strong><br />

de verl<strong>en</strong>ing van de comp<strong>en</strong>satie niet los van elkaar word<strong>en</strong> gezi<strong>en</strong>.<br />

Tegelijkertijd moet word<strong>en</strong> onderk<strong>en</strong>d dat het oplegg<strong>en</strong> van de verplichting <strong>en</strong> de<br />

verl<strong>en</strong>ing van de comp<strong>en</strong>satie niet per definitie volledig neutraal zijn, zelfs wanneer<br />

de comp<strong>en</strong>satie in relatie blijft tot de gemaakte kost<strong>en</strong>. Op de eerste plaats<br />

kan m<strong>en</strong> stell<strong>en</strong> dat het <strong>en</strong>kele feit dat de lidstaat beslist dat bepaalde goeder<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> bepaalde prijs moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong> geleverd reeds e<strong>en</strong> “verstoring”<br />

van het marktproces oplevert, zij het dan misschi<strong>en</strong> e<strong>en</strong> gewilde. E<strong>en</strong> beslissing<br />

van de overheid om landelijk de prijz<strong>en</strong> <strong>voor</strong> treintickets te subsidiër<strong>en</strong> heeft normaal<br />

gesprok<strong>en</strong> gevolg<strong>en</strong> <strong>voor</strong> alternatieve aanbieders van vervoer, zoals commerciële<br />

busmaatschappij<strong>en</strong> of, over langere afstand<strong>en</strong>, vliegmaatschappij<strong>en</strong>.<br />

Op de tweede plaats is het niet omdat de maatregel de onderneming ge<strong>en</strong> extra<br />

winst oplevert (rek<strong>en</strong>ing houd<strong>en</strong>de met e<strong>en</strong> normale vergoeding <strong>voor</strong> de kost<strong>en</strong><br />

van het geïnvesteerde kapitaal) dat deze maatregel de onderneming niet kan begunstig<strong>en</strong>.<br />

Zo kan de maatregel het bedrijf in staat stell<strong>en</strong> e<strong>en</strong> marktpositie in te nem<strong>en</strong><br />

of te behoud<strong>en</strong>, of het bedrijf nu efficiënt opereert of niet. Als de financiële comp<strong>en</strong>satie<br />

ook de kost<strong>en</strong> dekt van inefficiënte bedrijfsvoering, bij<strong>voor</strong>beeld in de<br />

vorm van mismanagem<strong>en</strong>t, het in di<strong>en</strong>st houd<strong>en</strong> van te grote aantall<strong>en</strong> werknemers<br />

<strong>voor</strong> de te lever<strong>en</strong> di<strong>en</strong>stprestaties, of het ontbrek<strong>en</strong> van scherpte bij het onderhandel<strong>en</strong><br />

met toeleveranciers, word<strong>en</strong> economische meeropbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong> (economic<br />

r<strong>en</strong>ts) in de productiekolom in stand gehoud<strong>en</strong>, niet alle<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de aandeelhouders,<br />

maar ook <strong>voor</strong> het managem<strong>en</strong>t, de werknemers <strong>en</strong> de toeleveranciers van de<br />

onderneming. In feite betaalt de overheid dan te veel <strong>voor</strong> de door haar “bestelde”<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang. De marktverstoring bestaat er in dat<br />

geval in dat andere marktpartij<strong>en</strong>, die in staat zoud<strong>en</strong> zijn om die di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> te lever<strong>en</strong><br />

teg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> lagere prijs, rechtstreeks word<strong>en</strong> getroff<strong>en</strong> door het feit dat de overheid<br />

beslist om de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> bij de duurdere onderneming te bestell<strong>en</strong>. Er is in dit


102 Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang: De rol van Artikel 86 EG<br />

geval sprake van e<strong>en</strong> dubbele verstoring: de di<strong>en</strong>st in kwestie wordt gesubsidiëerd<br />

aangebod<strong>en</strong> (inher<strong>en</strong>t aan di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang), <strong>en</strong> dit<br />

gebeurt door e<strong>en</strong> inefficiënte onderneming.<br />

Het Hof koos in 2003 uiteindelijk e<strong>en</strong> pragmatische, maar ook intellig<strong>en</strong>te midd<strong>en</strong>weg<br />

tuss<strong>en</strong> de “staatssteun” <strong>en</strong> “ge<strong>en</strong> staatssteun” b<strong>en</strong>adering in het arrest Altmark.<br />

43 In deze zaak ging het om de toek<strong>en</strong>ning van vergunning<strong>en</strong> <strong>voor</strong> lijnvervoer<br />

met buss<strong>en</strong> in de Landkreis (kanton) St<strong>en</strong>dal in Duitsland. In 1990 had het Regierungspräsidium<br />

Magdeburg aan de onderneming Altmark Trans GmbH vergunning<strong>en</strong><br />

toegek<strong>en</strong>d <strong>voor</strong> lijnvervoer met buss<strong>en</strong>. In 1994 werd<strong>en</strong> deze verl<strong>en</strong>gd,<br />

terwijl de aanvrag<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> concurrer<strong>en</strong>de busmaatschappij werd afgewez<strong>en</strong>.<br />

Deze laatste di<strong>en</strong>de daarop e<strong>en</strong> bezwaarschrift in op grond van het feit dat Altmark<br />

ge<strong>en</strong> economisch gezonde onderneming was. Zij voerde aan dat de toek<strong>en</strong>ning van<br />

de vergunning<strong>en</strong> onrechtmatig was, omdat Altmark economisch gezi<strong>en</strong> niet in<br />

staat zou zijn te overlev<strong>en</strong> zonder de door haar verkreg<strong>en</strong> overheidssubsidies. Het<br />

Regierungspräsidium wees dit bezwaarschrift af; zij concludeerde dat Altmark e<strong>en</strong><br />

economisch gezonde onderneming was, omdat de bij de dagelijkse exploitatie te<br />

verwacht<strong>en</strong> tekort<strong>en</strong> door de subsidies van de Landkreis St<strong>en</strong>dal zoud<strong>en</strong> word<strong>en</strong><br />

gedekt.<br />

Het Hof stelde dat e<strong>en</strong> financiële comp<strong>en</strong>satie <strong>voor</strong> op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong><br />

niet noodzakelijk als staatssteun hoeft te word<strong>en</strong> aangemerkt. Dergelijke comp<strong>en</strong>satie<br />

is ge<strong>en</strong> staatssteun wanneer deze wordt gegev<strong>en</strong> onder e<strong>en</strong> aantal strikte<br />

<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>, die inmiddels bek<strong>en</strong>dstaan als de “Altmark<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>” 44 :<br />

“89 In de eerste plaats moet de begunstigde onderneming daadwerkelijk belast<br />

zijn met de uitvoering van op<strong>en</strong>baredi<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong> <strong>en</strong> moet<strong>en</strong> die<br />

verplichting<strong>en</strong> duidelijk omschrev<strong>en</strong> zijn. (…)<br />

90 In de tweede plaats moet<strong>en</strong> de parameters op basis waarvan de comp<strong>en</strong>satie<br />

wordt berek<strong>en</strong>d, <strong>voor</strong>af op objectieve <strong>en</strong> doorzichtige wijze word<strong>en</strong><br />

vastgesteld, om te vermijd<strong>en</strong> dat de comp<strong>en</strong>satie e<strong>en</strong> economisch <strong>voor</strong>deel<br />

bevat waardoor de begunstigde onderneming t<strong>en</strong> opzichte van concurrer<strong>en</strong>de<br />

onderneming<strong>en</strong> kan word<strong>en</strong> be<strong>voor</strong>deeld.<br />

91 (…)<br />

92 In de derde plaats mag de comp<strong>en</strong>satie niet hoger zijn dan nodig is om de<br />

kost<strong>en</strong> van de uitvoering van de op<strong>en</strong>baredi<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong>, rek<strong>en</strong>ing<br />

houd<strong>en</strong>d met de opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong> alsmede met e<strong>en</strong> redelijke winst uit de uitvoering<br />

van die verplichting<strong>en</strong>, geheel of gedeeltelijk te dekk<strong>en</strong>. De<br />

43 Arrest van het Hof van 24 juli 2003 in Zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH <strong>en</strong> Regierungs ­<br />

präsidium Magdeburg teg<strong>en</strong> Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jurisprud<strong>en</strong>tie 2003 bladzijde<br />

I-07747.<br />

44 Zaak C-280/00, Altmark, supra, paragraf<strong>en</strong> 87-94.


Veroud<strong>en</strong> 103<br />

inachtneming van deze <strong>voor</strong>waarde is onmisbaar om te waarborg<strong>en</strong> dat de<br />

begunstigde onderneming ge<strong>en</strong> <strong>voor</strong>deel wordt toegek<strong>en</strong>d dat de mededinging<br />

vervalst of dreigt te vervals<strong>en</strong> doordat de mededingingspositie<br />

van die onderneming wordt versterkt.<br />

93 In de vierde plaats, wanneer de met de uitvoering van op<strong>en</strong>baredi<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong><br />

te belast<strong>en</strong> onderneming in e<strong>en</strong> concreet geval niet is gekoz<strong>en</strong><br />

in het kader van e<strong>en</strong> op<strong>en</strong>bare aanbesteding, waarbij de kandidaat kan<br />

word<strong>en</strong> geselecteerd die deze di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> de laagste kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de<br />

geme<strong>en</strong>schap kan lever<strong>en</strong>, moet de noodzakelijke comp<strong>en</strong>satie word<strong>en</strong><br />

vastgesteld op basis van de kost<strong>en</strong> die e<strong>en</strong> gemiddelde, goed beheerde<br />

onderneming, die zodanig met vervoermiddel<strong>en</strong> is uitgerust dat zij aan de<br />

vereist<strong>en</strong> van de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>st kan voldo<strong>en</strong>, zou hebb<strong>en</strong> gemaakt om<br />

deze verplichting<strong>en</strong> uit te voer<strong>en</strong>, rek<strong>en</strong>ing houd<strong>en</strong>d met de opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> e<strong>en</strong> redelijke winst uit de uitoef<strong>en</strong>ing van deze verplichting<strong>en</strong>.”<br />

Aan vier cumulatieve <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> moet dus zijn voldaan om te <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> dat<br />

financiële comp<strong>en</strong>satie <strong>voor</strong> op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong> als staatssteun wordt<br />

aangemerkt. De eerste drie zijn er gezam<strong>en</strong>lijk op gericht om overcomp<strong>en</strong>satie van<br />

de onderneming die met e<strong>en</strong> op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverplichting is belast te vermijd<strong>en</strong>. De<br />

eerste <strong>en</strong> de derde <strong>voor</strong>waarde war<strong>en</strong> al bek<strong>en</strong>d uit eerdere arrest<strong>en</strong>. 45 De tweede<br />

<strong>voor</strong>waarde kan word<strong>en</strong> gezi<strong>en</strong> als e<strong>en</strong> logische aanvulling. Het kan niet zo kan<br />

zijn dat pas achteraf de precieze parameters word<strong>en</strong> vastgesteld op basis waarvan<br />

de vergoeding wordt berek<strong>en</strong>d. Alle<strong>en</strong> wanneer deze parameters <strong>voor</strong>af word<strong>en</strong><br />

vastgelegd, kan de financiële comp<strong>en</strong>satie ontsnapp<strong>en</strong> aan de karakterisering als<br />

staatssteun.<br />

De vierde <strong>voor</strong>waarde is zonder <strong>en</strong>ige twijfel de belangwekk<strong>en</strong>dste <strong>en</strong> meest vernieuw<strong>en</strong>de<br />

van het arrest. Zij geeft aan dat de comp<strong>en</strong>satie beperkt moet zijn tot<br />

wat in feite e<strong>en</strong> “marktconform” tarief is. De overheid mag <strong>voor</strong> de di<strong>en</strong>st van<br />

algeme<strong>en</strong> economisch belang niet meer betal<strong>en</strong> dan het bedrag waarteg<strong>en</strong> de markt<br />

in staat zou zijn om deze di<strong>en</strong>st te lever<strong>en</strong>.<br />

Het Altmark arrest geeft twee manier<strong>en</strong> waarop kan word<strong>en</strong> vastgesteld dat de<br />

hoogte van de comp<strong>en</strong>satie marktconform is:<br />

- Via aanbesteding. Door gebruikmaking van e<strong>en</strong> op<strong>en</strong>bare aanbesteding<br />

waarin die onderneming geselecteerd wordt die de gespecificeerde di<strong>en</strong>st<br />

van algeme<strong>en</strong> economisch belang teg<strong>en</strong> de laagste kost<strong>en</strong> kan lever<strong>en</strong>.<br />

- Via b<strong>en</strong>chmarking. Op basis van de kost<strong>en</strong> die e<strong>en</strong> gemiddelde, goed<br />

beheerde <strong>en</strong> met adequate middel<strong>en</strong> uitgeruste onderneming zou hebb<strong>en</strong><br />

gemaakt om deze verplichting<strong>en</strong> uit te voer<strong>en</strong>, rek<strong>en</strong>ing houd<strong>en</strong>d met de<br />

opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong> <strong>en</strong> e<strong>en</strong> redelijke winst uit de uitoef<strong>en</strong>ing van deze verplichting<strong>en</strong><br />

(d.w.z. e<strong>en</strong> normale vergoeding <strong>voor</strong> geïnvesteerd kapitaal).<br />

45 Zie onder andere de arrest<strong>en</strong> Afgewerkte Olie, supra noot 35, <strong>en</strong> Ferring, supra noot 40.


104 Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang: De rol van Artikel 86 EG<br />

De Commissie heeft in het vervolg het Altmark arrest gevolgd, maar tegelijkertijd<br />

strikt geïnterpreteerd. De Commissie is bij<strong>voor</strong>beeld terughoud<strong>en</strong>d geweest om alle<br />

aanbestedingsprocedures automatisch als competitief te bestempel<strong>en</strong>, in de zin van<br />

leid<strong>en</strong>d tot de laagste kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de overheid. Aanbestedingsprocedures volg<strong>en</strong>s<br />

de “onderhandelde procedure” bij<strong>voor</strong>beeld zijn niet automatisch als voldo<strong>en</strong>de<br />

beoordeeld om de uitkomst van de procedure als marktconform te beschouw<strong>en</strong>. 46<br />

4.3 Het “Post-Altmark” pakket van de Commissie<br />

Zoals in het vorige deel beschrev<strong>en</strong> bevatte het Altmark arrest uit 2003 e<strong>en</strong> aantal<br />

nieuwe elem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de bepaling of de subsidiëring van tak<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang als staatssteun moest<strong>en</strong> word<strong>en</strong> aangemerkt of niet. In het bijzonder<br />

de vierde <strong>voor</strong>waarde leek in de praktijk in weinig gevall<strong>en</strong> te zijn vervuld.<br />

47 In veel gevall<strong>en</strong> was de subsidiëring van tak<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch<br />

belang historisch gegroeid <strong>en</strong> werd gekek<strong>en</strong> naar historische kost<strong>en</strong>niveau’s om te<br />

bepal<strong>en</strong> wat e<strong>en</strong> redelijke vergoeding <strong>voor</strong> het bedrijf in kwestie was.<br />

Veel van de bestaande subsidiemaatregel<strong>en</strong> <strong>voor</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch<br />

belang hield<strong>en</strong> dus formeel staatssteun in, in de zin van Artikel 87 EG.<br />

Aangezi<strong>en</strong> de maatregel<strong>en</strong> in de praktijk veelal niet war<strong>en</strong> aangemeld bij de Commissie,<br />

war<strong>en</strong> zij daarom illegaal uit hoofde van Artikel 88 EG. Bij klacht<strong>en</strong> van<br />

concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong> zou de nationale rechter zich dus in principe g<strong>en</strong>oodzaakt zi<strong>en</strong> om de<br />

terugvordering te gelast<strong>en</strong> van de gegev<strong>en</strong> subsidies.<br />

Om de financiering van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang niet in het<br />

gedrang te br<strong>en</strong>g<strong>en</strong> <strong>en</strong> e<strong>en</strong> stortvloed aan aanmelding<strong>en</strong> te vermijd<strong>en</strong>, besloot de<br />

Commissie al vrij snel om met e<strong>en</strong> pakket beleidsdocum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> te kom<strong>en</strong> – het “Post<br />

Altmark” pakket – dat helderheid <strong>en</strong> juridische zekerheid zou bied<strong>en</strong> aan het gros<br />

van de bestaande subsidiemaatregel<strong>en</strong>. Het “Post Altmark” pakket, dat in de zomer<br />

van 2005 werd aang<strong>en</strong>om<strong>en</strong>, bestond uit e<strong>en</strong> Commissiebeschikking 48 (de “Beschikking”),<br />

e<strong>en</strong> Kaderregeling 49 <strong>en</strong> e<strong>en</strong> aanpassing van de Transparantierichtlijn. 50<br />

46 Beschikking van de Commissie van 15 oktober 2003 betreff<strong>en</strong>de de door Italië t<strong>en</strong> uitvoer gelegde<br />

maatregel<strong>en</strong> t<strong>en</strong> gunste van RAI SpA (K<strong>en</strong>nisgeving geschied onder nummer C(2003) 3528), 2004/340/<br />

EC L 119, 23 april 2004, p. 1, punt 6.4; Beschikking van de Commissie van 14 juni 2004, Staatssteun<br />

N 143/2004 – Ierland – Public Service Obligation/Electricity Supply Board (ESB). Beschikking van de<br />

Commissie van 20 april 2005, Staatssteun N 355/2004 – België – PPP Luchthav<strong>en</strong> van Antwerp<strong>en</strong>, ref.<br />

C(2005)1157 final.<br />

47 Zie L.P. Svane, Public service comp<strong>en</strong>sation in practice: Commission package on State aid for<br />

Services of G<strong>en</strong>eral Economic Interest, Competition Policy Newsletter, 2005-III, p.34. Bu<strong>en</strong>dia Sierra,<br />

supra noot 32, p. 202.<br />

48 2005/842/EG: Beschikking van de Commissie van 28 november 2005 betreff<strong>en</strong>de de toepassing van<br />

artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van comp<strong>en</strong>satie <strong>voor</strong> de op<strong>en</strong>bare<br />

di<strong>en</strong>st die aan bepaalde met het beheer van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang belaste onderneming<strong>en</strong><br />

wordt toegek<strong>en</strong>d, PB L 312 van 29.11.2005, blz. 67–73.<br />

49 Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van comp<strong>en</strong>satie <strong>voor</strong> de op<strong>en</strong>bare<br />

di<strong>en</strong>st, PB C 297 van 29.11.2005, blz. 4–7.<br />

50 Richtlijn 2005/81/EG van de Commissie van 28 november 2005 tot wijziging van Richtlijn 80/723/<br />

EEG betreff<strong>en</strong>de de doorzichtigheid in de financiële betrekking<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> lidstat<strong>en</strong> <strong>en</strong> op<strong>en</strong>bare bedrijv<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> de financiële doorzichtigheid binn<strong>en</strong> bepaalde onderneming<strong>en</strong>, PB L 312 van 29.11.2005, blz. 47-48.


Veroud<strong>en</strong> 105<br />

De Beschikking stelt dat onder e<strong>en</strong> aantal <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> – die b<strong>en</strong>ed<strong>en</strong> word<strong>en</strong><br />

besprok<strong>en</strong> – bepaalde categorieën staatssteun in de vorm van comp<strong>en</strong>satie <strong>voor</strong><br />

op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing op basis van Artikel 86(2) EG als ver<strong>en</strong>igbaar met de<br />

geme<strong>en</strong>schappelijke markt word<strong>en</strong> beschouwd <strong>en</strong> deze tev<strong>en</strong>s van de aanmeldingsverplichting<br />

van Artikel 88(3) EG word<strong>en</strong> vrijgesteld. De Beschikking is van toepassing<br />

op staatssteun die als comp<strong>en</strong>satie wordt toegek<strong>en</strong>d aan onderneming<strong>en</strong><br />

met e<strong>en</strong> gemiddelde jaaromzet (<strong>voor</strong> belasting) van minder dan EUR 100 miljo<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> die <strong>voor</strong> de betrokk<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st jaarlijks minder dan EUR 30 miljo<strong>en</strong> comp<strong>en</strong>satie<br />

ontvang<strong>en</strong>. Daarnaast valt ook staatssteun aan ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong> <strong>en</strong> woningcorporaties<br />

onder de beschikking, alsmede staatssteun aan kleinere luchthav<strong>en</strong>s <strong>en</strong> hav<strong>en</strong>s, <strong>en</strong><br />

aan bedrijv<strong>en</strong> die kleinere lucht- of zeeverbinding<strong>en</strong> in standhoud<strong>en</strong>.<br />

De Kaderregeling is relevant <strong>voor</strong> die subsidies <strong>voor</strong> op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing die<br />

niet aan de criteria van de Beschikking voldo<strong>en</strong>. Het gaat dus in beginsel om subsidies<br />

van grotere omvang alsook om subsidies die om andere red<strong>en</strong><strong>en</strong> niet aan de<br />

<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> van de Beschikking voldo<strong>en</strong>. Deze subsidiemaatregel<strong>en</strong> di<strong>en</strong><strong>en</strong> dus<br />

afzonderlijk te word<strong>en</strong> aangemeld <strong>en</strong> beoordeeld door de Commissie. De kaderregeling<br />

is e<strong>en</strong> “soft law” instrum<strong>en</strong>t: het docum<strong>en</strong>t beschrijft op basis van welke<br />

criteria de Commissie dergelijke subsidiemaatregel<strong>en</strong> zal beoordel<strong>en</strong> op hun ver<strong>en</strong>igbaarheid<br />

met het Verdrag.<br />

De kaderregeling is overig<strong>en</strong>s niet van toepassing op comp<strong>en</strong>satie <strong>voor</strong> op<strong>en</strong>bare<br />

di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing in de vervoersector <strong>en</strong> de op<strong>en</strong>bare omroep, waar<strong>voor</strong> specifieke<br />

regels geld<strong>en</strong>. 51 Daarnaast is de kaderregeling van toepassing onverminderd str<strong>en</strong>gere<br />

specifieke bepaling<strong>en</strong> in verband met op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong> die in sectorale<br />

communautaire wetgeving zijn opg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> (o.a. liberaliseringricht lijn<strong>en</strong> 52 ) <strong>en</strong> onverminderd<br />

de communautaire bepaling<strong>en</strong> op het gebied van overheidsopdracht<strong>en</strong>. 53<br />

51 Voor de vervoersector, zie Verord<strong>en</strong>ing (EEG) nr. 1191/69 van de Raad van 26 juni 1969 betreff<strong>en</strong>de<br />

het optred<strong>en</strong> van de Lid-Stat<strong>en</strong> t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van met het begrip op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>st verbond<strong>en</strong> verplichting<strong>en</strong><br />

op het gebied van het vervoer per spoor, over de weg <strong>en</strong> over de binn<strong>en</strong>water<strong>en</strong>, PB L 156 van<br />

28.6.1969, blz. 1–7, Verord<strong>en</strong>ing (EEG) nr. 1107/70 van de Raad van 4 juni 1970 betreff<strong>en</strong>de de steunmaatregel<strong>en</strong><br />

op het gebied van het vervoer per spoor, over de weg <strong>en</strong> over de binn<strong>en</strong>water<strong>en</strong> PB L 130<br />

van 15.6.1970, blz. 1–3; Mededeling C(2004) 43 van de Commissie — Communautaire richtsnoer<strong>en</strong><br />

betreff<strong>en</strong>de staatssteun <strong>voor</strong> het zeevervoer, PB C 13 van 17/01/2004 blz. 3 – 12. Voor de omroep<strong>en</strong>,<br />

zie de Mededeling van de Commissie betreff<strong>en</strong>de de toepassing van de regels inzake staatssteun op de<br />

publieke omroep, aang<strong>en</strong>om<strong>en</strong> door de Commissie op 2 juli 2009, PB C 257 van 27.10.2009, blz. 1.<br />

52 Bij<strong>voor</strong>beeld in de postsector: Richtlijn 2008/6/EG van het Europees Parlem<strong>en</strong>t <strong>en</strong> de Raad van 20<br />

februari 2008 tot wijziging van Richtlijn 97/67/EG wat betreft de volledige voltooiing van de interne<br />

markt <strong>voor</strong> postdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> in de Geme<strong>en</strong>schap, PB L 52 van 27.2.2008, blz. 3–20. In de telecomsector:<br />

Richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlem<strong>en</strong>t <strong>en</strong> de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele<br />

di<strong>en</strong>st <strong>en</strong> gebruikersrecht<strong>en</strong> met betrekking tot elektronische-communicati<strong>en</strong>etwerk<strong>en</strong> <strong>en</strong> -di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

(Universeledi<strong>en</strong>strichtlijn), PB L 108 van 24.4.2002, blz. 51-77.<br />

53 Zie de “aanbestedingsrichtlijn<strong>en</strong>”, o.a. Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlem<strong>en</strong>t <strong>en</strong> de Raad<br />

van 31 maart 2004 betreff<strong>en</strong>de de coördinatie van de procedures <strong>voor</strong> het plaats<strong>en</strong> van overheidsopdracht<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> werk<strong>en</strong>, levering<strong>en</strong> <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, PB L 134 van 30.4.2004, blz. 114–240; Richtlijn<br />

2004/17/EG van het Europees Parlem<strong>en</strong>t <strong>en</strong> de Raad van 31 maart 2004 houd<strong>en</strong>de coördinatie van de<br />

procedures <strong>voor</strong> het plaats<strong>en</strong> van opdracht<strong>en</strong> in de sector<strong>en</strong> water- <strong>en</strong> <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing, vervoer <strong>en</strong><br />

postdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1–113. Deze Richtlijn<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> echter niet betrekking op<br />

alle vorm<strong>en</strong> van overheidsaankop<strong>en</strong>; zo vorm<strong>en</strong> concessies <strong>voor</strong> op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing e<strong>en</strong> apart<br />

geval. Zie N. Tosics <strong>en</strong> N. Gaál, Public procurem<strong>en</strong>t and State aid control — the issue of economic<br />

advantage, Competition Policy Newsletter 2007-III, p. 15-18, <strong>voor</strong> nadere toelichting.


106 Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang: De rol van Artikel 86 EG<br />

Het derde elem<strong>en</strong>t van het “Post Altmark” pakket is e<strong>en</strong> technische herzi<strong>en</strong>ing van<br />

de Transparantierichtlijn, die erop is gericht om e<strong>en</strong> duidelijke scheiding in de<br />

boekhouding te verzeker<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> de kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing <strong>en</strong><br />

de kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> commerciële operaties.<br />

Zowel in de Beschikking als in de Kaderregeling geeft de Commissie aan dat uit<br />

de rechtspraak van het Hof van Justitie blijkt dat, behalve in de sector<strong>en</strong> waarin er<br />

communautaire regelgeving ter zake <strong>voor</strong>hand<strong>en</strong> is (zoals het geval is in sector<strong>en</strong><br />

waar expliciete regelgeving is aang<strong>en</strong>om<strong>en</strong> ter liberalisering van de sector), de<br />

lidstat<strong>en</strong> over e<strong>en</strong> ruime beoordelingsmarge beschikk<strong>en</strong> t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van de aard<br />

van de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> die als di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang in de zin van<br />

Artikel 86(2) EG kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> aangemerkt. De taak van de Commissie is <strong>en</strong>kel<br />

er<strong>voor</strong> te zorg<strong>en</strong> dat deze beoordelingsmarge zonder “k<strong>en</strong>nelijke fout” (manifest<br />

error) wordt toegepast <strong>voor</strong> wat betreft de definitie van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang.<br />

Daarnaast wijst de Commissie erop dat de betreff<strong>en</strong>de overheid (nationale, regionale,<br />

of lokale overheid) in e<strong>en</strong> officieel besluit de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> de berek<strong>en</strong>ingswijze van de comp<strong>en</strong>satie moet vastlegg<strong>en</strong>. In dit besluit moet in<br />

het bijzonder word<strong>en</strong> aangegev<strong>en</strong>:<br />

i) de precieze aard <strong>en</strong> de duur van de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong>;<br />

ii) de betrokk<strong>en</strong> onderneming<strong>en</strong> <strong>en</strong> het betrokk<strong>en</strong> grondgebied;<br />

iii) de aard van alle uitsluit<strong>en</strong>de of bijzondere recht<strong>en</strong> die aan de onderneming<br />

word<strong>en</strong> verle<strong>en</strong>d;<br />

iv) de parameters <strong>voor</strong> de berek<strong>en</strong>ing, de controle <strong>en</strong> de herzi<strong>en</strong>ing van de<br />

comp<strong>en</strong>satie;<br />

v) de regeling<strong>en</strong> om overcomp<strong>en</strong>satie te vermijd<strong>en</strong> <strong>en</strong> terug te betal<strong>en</strong>.<br />

Het comp<strong>en</strong>satiebedrag mag niet hoger zijn dan nodig is om de kost<strong>en</strong> van de<br />

uitvoering van de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong> geheel of gedeeltelijk te dekk<strong>en</strong>,<br />

rek<strong>en</strong>ing houd<strong>en</strong>d met de opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong> <strong>en</strong> met e<strong>en</strong> redelijke winst uit de uitvoering<br />

van die verplichting<strong>en</strong>. 54 Vrij vertaald komt het er op neer dat het comp<strong>en</strong>satiebedrag<br />

niet hoger mag zijn dan het verschil tuss<strong>en</strong> het financieel resultaat dat het<br />

bedrijf in kwestie weet te behal<strong>en</strong> wanneer het belast is met de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverplichting<br />

<strong>en</strong> het resultaat dat het weet te behal<strong>en</strong> zonder die op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverplichting.<br />

55<br />

54 Bepaalde jaarlijkse afwijking<strong>en</strong> zijn mogelijk. De kost<strong>en</strong> van de uitvoering, rek<strong>en</strong>ing houd<strong>en</strong>d met<br />

e<strong>en</strong> redelijke winst (vergoeding van de kost<strong>en</strong> van kapitaal) <strong>en</strong> na aftrek van de (directe <strong>en</strong> indirecte)<br />

opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong> word<strong>en</strong> ook wel aangeduid als de “netto kost<strong>en</strong>” van de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverplichting.<br />

55 Zie ook Commissiebeschikking N 531/05 van 21.12.2005, Maatregel<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de oprichting van<br />

Banque Postale, paragraaf 118 (http://ec.europa.eu/community_law/state_aids/comp-2005/n531-05.<br />

pdf, alsook PB C 21 (2006), p.2). In de beschikking wordt o.a. verwez<strong>en</strong> naar J.Panzar, Funding<br />

universal service obligations: the costs of liberalization, in: Future Directions in Postal Reform<br />

(M. Crew and P. R. Kleindorfer, eds.), Kluwer, 2001, p. 141-163.


Veroud<strong>en</strong> 107<br />

De aan de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang toegerek<strong>en</strong>de kost<strong>en</strong> mog<strong>en</strong><br />

alle variabele kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het verstrekk<strong>en</strong> van de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch<br />

belang omvatt<strong>en</strong>, e<strong>en</strong> pass<strong>en</strong>de bijdrage in de geme<strong>en</strong>schappelijke vaste kost<strong>en</strong><br />

van de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang <strong>en</strong> de andere activiteit<strong>en</strong>, <strong>en</strong> e<strong>en</strong><br />

pass<strong>en</strong>de vergoeding <strong>voor</strong> het <strong>voor</strong> de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang<br />

bestemde eig<strong>en</strong> kapitaal. 56 De kost<strong>en</strong> in verband met investering<strong>en</strong>, in het bijzonder<br />

<strong>voor</strong> infrastructuur, mog<strong>en</strong> in aanmerking word<strong>en</strong> g<strong>en</strong>om<strong>en</strong> wanneer deze<br />

<strong>voor</strong> het beheer van de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang noodzakelijk zijn.<br />

De berek<strong>en</strong>ing van de kost<strong>en</strong> moet geschied<strong>en</strong> volg<strong>en</strong>s criteria die <strong>voor</strong>af zijn<br />

bepaald, <strong>en</strong> op algeme<strong>en</strong> aanvaarde beginsel<strong>en</strong> van kostprijsadministratie zijn<br />

gebaseerd.<br />

In ieder geval moet de comp<strong>en</strong>satie daadwerkelijk <strong>voor</strong> het beheer van de betrokk<strong>en</strong><br />

di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang word<strong>en</strong> gebruikt. Comp<strong>en</strong>satie <strong>voor</strong><br />

de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>st die t<strong>en</strong> behoeve van het beheer van e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang wordt toegek<strong>en</strong>d, maar die in feite wordt gebruikt om op<br />

andere markt<strong>en</strong> werkzaam te zijn, zijn niet gerechtvaardigd <strong>en</strong> zijn bijgevolg aan<br />

te merk<strong>en</strong> als onver<strong>en</strong>igbare staatssteun.<br />

Voor de berek<strong>en</strong>ing van het comp<strong>en</strong>satiebedrag wordt niet alle<strong>en</strong> gekek<strong>en</strong> naar<br />

expliciete subsidiebedrag<strong>en</strong> die aan de onderneming word<strong>en</strong> toegek<strong>en</strong>d, maar naar<br />

alle <strong>voor</strong>del<strong>en</strong> die door de lidstaat word<strong>en</strong> toegek<strong>en</strong>d. De in aanmerking te nem<strong>en</strong><br />

inkomst<strong>en</strong> di<strong>en</strong><strong>en</strong> alle met de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang behaalde<br />

inkomst<strong>en</strong> te omvatt<strong>en</strong>. Beschikt de betrokk<strong>en</strong> onderneming over nog bestaande<br />

alle<strong>en</strong>recht<strong>en</strong> die verband houd<strong>en</strong> met e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang<br />

die e<strong>en</strong> hogere winst oplevert dan de redelijke winst, dan word<strong>en</strong> deze ook in aanmerking<br />

g<strong>en</strong>om<strong>en</strong>.<br />

Onder “redelijke winst” wordt verstaan e<strong>en</strong> vergoedingsperc<strong>en</strong>tage <strong>voor</strong> het eig<strong>en</strong><br />

kapitaal. In de regel mag dit perc<strong>en</strong>tage niet hoger ligg<strong>en</strong> dan het gemiddelde perc<strong>en</strong>tage<br />

in de betrokk<strong>en</strong> sector in de laatste jar<strong>en</strong>. In sector<strong>en</strong> waar er ge<strong>en</strong> onderneming<strong>en</strong><br />

zijn die kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> vergelek<strong>en</strong> met de onderneming die belast is<br />

met de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang, kan e<strong>en</strong> vergelijking word<strong>en</strong><br />

gemaakt met onderneming<strong>en</strong> uit andere lidstat<strong>en</strong> of zo nodig uit andere sector<strong>en</strong>,<br />

mits met de specifieke k<strong>en</strong>merk<strong>en</strong> van elke sector rek<strong>en</strong>ing wordt gehoud<strong>en</strong>. Ook<br />

moet rek<strong>en</strong>ing word<strong>en</strong> gehoud<strong>en</strong> met het risico <strong>voor</strong> de onderneming of het ontbrek<strong>en</strong><br />

daarvan, bij<strong>voor</strong>beeld door het optred<strong>en</strong> van de lidstaat wanneer deze<br />

alle<strong>en</strong>recht<strong>en</strong> heeft verle<strong>en</strong>d aan de betrokk<strong>en</strong> onderneming. De redelijke winst<br />

kan, geheel of gedeeltelijk, ook productiviteitswinst<strong>en</strong> omvatt<strong>en</strong> die de betrokk<strong>en</strong><br />

onderneming<strong>en</strong> tijd<strong>en</strong>s e<strong>en</strong> afgesprok<strong>en</strong> <strong>en</strong> beperkte periode behal<strong>en</strong>.<br />

Voor e<strong>en</strong> groot deel zijn de bov<strong>en</strong>staande <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> van de beschikking <strong>en</strong> de<br />

Kaderregeling in feite e<strong>en</strong> nadere uitwerking van de eerste drie Altmark <strong>voor</strong>waar-<br />

56 In de Kaderregeling wordt verwez<strong>en</strong> naar het arrest van het Hof van Justitie in gevoegde zak<strong>en</strong><br />

C-83/01 P, C-93/01 P <strong>en</strong> C-94/01 P, Chronopost SA, Jurispr. 2003, blz. I-6993.


108 Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang: De rol van Artikel 86 EG<br />

d<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de karakterisering of e<strong>en</strong> subsidiemaatregel staatssteun is of niet. Het<br />

wez<strong>en</strong>lijke verschil dat wordt gemaakt door de Beschikking <strong>en</strong> de Kaderregeling<br />

is dat ook wanneer staatssteun niet voldoet aan het vierde Altmark criterium (de<br />

vereiste dat de comp<strong>en</strong>satie “marktconform” is), de subsidiemaatregel is toegestaan,<br />

zolang de subsidie de kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing niet te bov<strong>en</strong><br />

gaat. Met andere woord<strong>en</strong>: de Commissie accepteert de staatssteun onder de<br />

g<strong>en</strong>oemde <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>, zonder na te gaan in hoeverre de onderneming die de<br />

di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang verzorgt efficiënt is; er wordt niet gekek<strong>en</strong><br />

in hoeverre de kost<strong>en</strong> van de onderneming overe<strong>en</strong>stemm<strong>en</strong> met de kost<strong>en</strong> die<br />

e<strong>en</strong> gemiddelde, “goed beheerde onderneming” zou hebb<strong>en</strong> gemaakt om deze verplichting<strong>en</strong><br />

uit te voer<strong>en</strong>.<br />

Deze keuze was in sterke mate e<strong>en</strong> pragmatische 57 , al lag zij ook wel in lijn met de<br />

door de Commissie gekoz<strong>en</strong> b<strong>en</strong>adering in eerdere zak<strong>en</strong> <strong>en</strong> bepaalde jurisprud<strong>en</strong>tie<br />

van het met name het Gerecht van Eerste Aanleg. 58 Zoals eerder aangegev<strong>en</strong><br />

vond de subsidiëring van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang vaak plaats<br />

op basis van historische kost<strong>en</strong>niveau’s, <strong>en</strong> war<strong>en</strong> de onderneming<strong>en</strong> met e<strong>en</strong> taak<br />

van op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing vaak de historische aanbieders in de sector (bij<strong>voor</strong>beeld<br />

de oude nutsbedrijv<strong>en</strong>). E<strong>en</strong> andere, meer strikte aanpak zou e<strong>en</strong> drastische<br />

verandering hebb<strong>en</strong> betek<strong>en</strong>d in de bestaande situatie, met mogelijk veel plotse<br />

aanpassingkost<strong>en</strong> <strong>en</strong> e<strong>en</strong> grote mate van juridische onzekerheid <strong>voor</strong> de bestaande<br />

subsidies. De focus op de bestaande situatie valt in zekere mate ook op te mak<strong>en</strong><br />

uit de verwijzing naar de “huidige stand van ontwikkeling van de geme<strong>en</strong>schappelijke<br />

markt” in de Kaderregeling. 59 Daarnaast was de Commissie van oordeel dat<br />

met de gestelde <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>, waaronder ook het beperk<strong>en</strong> van de subsidies tot de<br />

kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de onderneming in kwestie, al e<strong>en</strong> belangrijke stap zou word<strong>en</strong> gezet<br />

ter verbetering van de <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> waaronder di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch<br />

belang word<strong>en</strong> verzorgd in de lidstat<strong>en</strong>.<br />

4.4 Enige beleidsdilemma’s<br />

Er zijn e<strong>en</strong> aantal dilemma’s in de toepassing van de mededingingsregels <strong>en</strong> staatssteunregels<br />

op het gebied van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang. Tot de<br />

belangrijkste dilemma’s hor<strong>en</strong> naar mijn m<strong>en</strong>ing de zogehet<strong>en</strong> “effici<strong>en</strong>cy gap” op<br />

het gebied van staatssteun ter comp<strong>en</strong>satie van op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing, het<br />

vraagstuk van de kost<strong>en</strong>toewijzing bij de berek<strong>en</strong>ing van de kost<strong>en</strong> van op<strong>en</strong>bare<br />

di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing, <strong>en</strong> de mate waarin t<strong>en</strong>ders zoud<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> of behor<strong>en</strong> te word<strong>en</strong><br />

57 Zie L.P. Svane, supra noot 48, p. 35.<br />

58 Zie Grespan, supra noot 32, punt<strong>en</strong> 4.1199 – 4.1209 <strong>en</strong> 4.1215 – 4.1220.<br />

59 Kaderregeling, paragraaf 8 (“De Commissie is van oordeel, dat bij de huidige stand van ontwikkeling<br />

van de geme<strong>en</strong>schappelijke markt dergelijke staatssteun op grond van artikel 86, lid 2, van het<br />

EG-Verdrag met het Verdrag ver<strong>en</strong>igbaar kan word<strong>en</strong> verklaard indi<strong>en</strong> hij <strong>voor</strong> het beheer van de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

van algeme<strong>en</strong> economisch belang noodzakelijk is <strong>en</strong> de ontwikkeling van het handelsverkeer niet<br />

wordt beïnvloed in e<strong>en</strong> mate die strijdig is met het belang van de Geme<strong>en</strong>schap. Om tot e<strong>en</strong> dergelijk<br />

ev<strong>en</strong>wicht te kom<strong>en</strong>, di<strong>en</strong>t aan de [gestelde] <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> te zijn voldaan.”).


Veroud<strong>en</strong> 109<br />

toegepast <strong>voor</strong> de selectie van de bedrijv<strong>en</strong> die word<strong>en</strong> belast met de uitvoering<br />

van tak<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang.<br />

4.4.1 De “effici<strong>en</strong>cy gap”<br />

Zoals bov<strong>en</strong> beschrev<strong>en</strong> is het huidige beleid van de Commissie erop gericht om<br />

de lidstat<strong>en</strong> ertoe te beweg<strong>en</strong> de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang die zij<br />

w<strong>en</strong>s<strong>en</strong> te ondersteun<strong>en</strong> duidelijk te definiër<strong>en</strong> <strong>en</strong> op heldere wijze te financier<strong>en</strong>.<br />

Daarnaast is duidelijk bepaald dat het comp<strong>en</strong>satiebedrag niet hoger mag zijn dan<br />

nodig is om de daadwerkelijk gemaakte kost<strong>en</strong> van de uitvoering van de op<strong>en</strong>bare<br />

di<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong> te dekk<strong>en</strong>. 60<br />

Dit impliceert dat ook wanneer de onderneming in kwestie niet erg efficiënt opereert<br />

<strong>en</strong> de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>st daarom alle<strong>en</strong> kan lever<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> kost<strong>en</strong> die hoger ligg<strong>en</strong><br />

dan waarteg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> “goed beheerde” onderneming (in de zin van de vierde<br />

<strong>voor</strong>waarde uit het Altmark arrest) die zou kunn<strong>en</strong> lever<strong>en</strong>, de staatssteun toch<br />

ver<strong>en</strong>igbaar kan zijn met de geme<strong>en</strong>schappelijke markt.<br />

Op e<strong>en</strong> aantal grond<strong>en</strong> kan deze b<strong>en</strong>adering word<strong>en</strong> bekritiseerd. 61 E<strong>en</strong> vergoeding<br />

gebaseerd op daadwerkelijke kost<strong>en</strong> kan in het <strong>voor</strong>deel werk<strong>en</strong> van de gevestigde<br />

bedrijv<strong>en</strong>, zoals de historische aanbieders van de di<strong>en</strong>st, <strong>en</strong> daarmee de toetreding<br />

van efficiëntere nieuwkomers bemoeilijk<strong>en</strong> of onmogelijk mak<strong>en</strong>, ook op de del<strong>en</strong><br />

van de markt waar deze anders goed zoud<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> concurrer<strong>en</strong>. 62 Het kan overhed<strong>en</strong><br />

daarmee de geleg<strong>en</strong>heid bied<strong>en</strong> om de comp<strong>en</strong>satie <strong>voor</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang aan te w<strong>en</strong>d<strong>en</strong> om in feite de inkrimping van inefficiënte<br />

(staats-)bedrijv<strong>en</strong> te <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong>, of t<strong>en</strong>minste uit te stell<strong>en</strong>. Daarnaast kan de comp<strong>en</strong>satie,<br />

wanneer deze wordt bepaald op actuele kost<strong>en</strong>niveaus, de prikkel wegnem<strong>en</strong><br />

om efficiëntieverbetering<strong>en</strong> te bewerkstellig<strong>en</strong>.<br />

Zoals gesignaleerd door verschill<strong>en</strong>de comm<strong>en</strong>tator<strong>en</strong> kan in principe de vraag<br />

word<strong>en</strong> gesteld of de <strong>en</strong>ige comp<strong>en</strong>satie die werkelijk noodzakelijk is om de op<strong>en</strong>bare<br />

di<strong>en</strong>st te vervull<strong>en</strong> niet in feite de comp<strong>en</strong>satie is die overe<strong>en</strong>stemt met de<br />

kost<strong>en</strong> die kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> verkreg<strong>en</strong> in de markt, dat wil zegg<strong>en</strong> de kost<strong>en</strong> van e<strong>en</strong><br />

60 Rek<strong>en</strong>ing houd<strong>en</strong>d met de ev<strong>en</strong>tuele opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong> uit die activiteit <strong>en</strong> met e<strong>en</strong> redelijke winst. Daarnaast<br />

zijn bepaalde jaarlijkse afwijking<strong>en</strong> mogelijk <strong>en</strong> kan rek<strong>en</strong>ing word<strong>en</strong> gehoud<strong>en</strong> met productiviteitswinst<strong>en</strong>.<br />

Zie deel III, supra.<br />

61 Zie EAGCP (Economic Advisory Group on Competition Policy), Services of G<strong>en</strong>eral Economic<br />

Interest, Opinion prepared by the State aid Group of EAGCP (G. Clem<strong>en</strong>z, M. Dewatripont, M. Motta,<br />

D. Nev<strong>en</strong>, P. Seabright <strong>en</strong> A. Zemplinerova), 29 June 2006 (http://ec.europa.eu/dgs/competition/economist/eagcp.html).<br />

Zie ook U. Haegler <strong>en</strong> J. Padilla, Comp<strong>en</strong>sation for SGEI: An Economists’ Look at<br />

the Altmark Test and the Community Framework, in: J. Der<strong>en</strong>ne <strong>en</strong> M. Merola (eds.), Economic Analysis<br />

of State Aid Rules (Proceedings at the Third Annual Confer<strong>en</strong>ce of the GCLC/College of Europe),<br />

2006; P. Nicolaides, The Economics of Services of G<strong>en</strong>eral Economic Interest, in: M. S. Rydelski (ed.),<br />

The EC State Aid Regime. Distortive Effects of State Aid on Competition and Trade, 2006, p. 577. Zie<br />

tev<strong>en</strong>s D. Grespan, supra noot 32, punt<strong>en</strong> 4.1212 <strong>en</strong> 4.1312.<br />

62 Dergelijke toetreding wordt des te moeilijker naarmate de tariev<strong>en</strong> waarteg<strong>en</strong> de di<strong>en</strong>st volg<strong>en</strong>s de<br />

op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>st verplichting behoort te word<strong>en</strong> geleverd lager zijn, waardoor deze <strong>voor</strong> efficiënte toetreders<br />

niet langer commercieel haalbaar zijn, ook niet op anderszins “beconcurreerbare” markt<strong>en</strong>.


110 Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang: De rol van Artikel 86 EG<br />

efficiënte, “goed beheerde” onderneming. 63 Uiteindelijk bepaalt Artikel 86(2) EG<br />

dat de onderneming<strong>en</strong> belast met het beheer van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch<br />

belang onder de regels van het EG-verdrag vall<strong>en</strong>, <strong>voor</strong>zover de toepassing<br />

daarvan de vervulling van de hun toevertrouwde bijzondere taak niet verhindert.<br />

Hieruit zou kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> geconcludeerd dat ook staatssteun die niet leidt tot<br />

overcomp<strong>en</strong>satie van bestaande kost<strong>en</strong> maar die desalniettemin niet werkelijk<br />

nodig is om de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang te waarborg<strong>en</strong> als onver<strong>en</strong>igbaar<br />

met het Verdrag zou kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> gezi<strong>en</strong>. Spor<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> dergelijke<br />

b<strong>en</strong>adering van het noodzakelijkheidsbegrip in de context van comp<strong>en</strong>satie <strong>voor</strong><br />

op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing zijn terug te vind<strong>en</strong> in de jurisprud<strong>en</strong>tie. 64 Daar<strong>en</strong>bov<strong>en</strong><br />

preciseert de tweede zin van Artikel 86(2) EG dat, hoe dan ook, de ontwikkeling<br />

van het handelsverkeer niet mag word<strong>en</strong> beïnvloed in e<strong>en</strong> mate die strijdig is met<br />

het belang van de Geme<strong>en</strong>schap. Deze zin kan word<strong>en</strong> gezi<strong>en</strong> als e<strong>en</strong> bepaling op<br />

zichzelf, die het zou mogelijk mak<strong>en</strong> in bepaalde gevall<strong>en</strong> verder te gaan dan<br />

mom<strong>en</strong>teel gangbaar is. 65<br />

In deel III van dit Preadvies is de delicate juridische context aangehaald die was<br />

ontstaan na het Altmark arrest van het Hof van Justitie in 2003 met betrekking tot<br />

de vraag welke comp<strong>en</strong>saties als staatssteun moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong> aangemerkt <strong>en</strong> die<br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> belangrijk deel verklaart waarom de regels zijn zoals zij zijn. Toch moet<br />

echter ook word<strong>en</strong> vastgesteld dat de aanpak zoals die is gekoz<strong>en</strong> in het “Post<br />

Altmark” pakket over het algeme<strong>en</strong> waarschijnlijk adequaat is, <strong>en</strong> e<strong>en</strong> goede<br />

balans bewerkstelligt tuss<strong>en</strong> de gerechtvaardigde w<strong>en</strong>s van de lidstat<strong>en</strong> om e<strong>en</strong><br />

goed aanbod aan di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang te kunn<strong>en</strong> waarborg<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> de noodzaak het handelsverkeer niet te verstor<strong>en</strong> in e<strong>en</strong> mate die strijdig is<br />

met het belang van de Geme<strong>en</strong>schap.<br />

In og<strong>en</strong>schouw moet namelijk word<strong>en</strong> g<strong>en</strong>om<strong>en</strong> dat veel van de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang e<strong>en</strong> relatief kleinschalig of lokaal karakter hebb<strong>en</strong>,<br />

waardoor alle<strong>en</strong> al vanuit e<strong>en</strong> kost<strong>en</strong>-bat<strong>en</strong> perspectief de vraag moet word<strong>en</strong><br />

gesteld of het nuttig is dat de Commissie e<strong>en</strong> strak kader opstelt <strong>voor</strong> de handhaving<br />

van de staatssteunregels. 66 De positieve <strong>en</strong> negatieve effect<strong>en</strong> van de financiele<br />

ondersteuning van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang hebb<strong>en</strong> in veel<br />

gevall<strong>en</strong> in eerste instantie betrekking op de lidstaat in kwestie.<br />

E<strong>en</strong> strikte b<strong>en</strong>adering van de Commissie lijkt eerder aangewez<strong>en</strong> in die gevall<strong>en</strong><br />

waar de markt in kwestie e<strong>en</strong> duidelijk gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>d belang heeft (bij<strong>voor</strong>beeld<br />

<strong>voor</strong> het behal<strong>en</strong> van schaal<strong>voor</strong>del<strong>en</strong>) <strong>en</strong> concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong> uit andere lidstat<strong>en</strong><br />

daadwerkelijk word<strong>en</strong> b<strong>en</strong>adeeld. Deze opvatting is ook in lijn met de filosofie van<br />

63 Zie Bu<strong>en</strong>dia Sierra, supra noot 32, p. 215; Grespan, supra noot 32, punt 4.1311 – 4.1329.<br />

64 Zie Grespan, supra noot 32, punt 4.1213 – 4.1214, die verwijst naar het arrest van het Gerecht van<br />

Eerste Aanleg van 12 februari 2008 in zaak T-289/03, British United Provid<strong>en</strong>t Association Ltd (BUPA),<br />

BUPA Insurance Ltd <strong>en</strong> BUPA Ireland Ltd teg<strong>en</strong> Commissie van de Europese Geme<strong>en</strong>schapp<strong>en</strong>, Jurispr.<br />

2008 blz. II-81.<br />

65 Zie Grespan, supra noot 32, punt 4.1327.<br />

66 Zie ook EAGCP, supra noot 62.


Veroud<strong>en</strong> 111<br />

het State Aid Action Plan dat de Commissie in 2005 aannam <strong>en</strong> waarin betere<br />

afweging tuss<strong>en</strong> de <strong>voor</strong>del<strong>en</strong> van staatssteun <strong>voor</strong> de betrokk<strong>en</strong><strong>en</strong> <strong>en</strong> de nadel<strong>en</strong><br />

van staatssteun in de vorm van verstoring<strong>en</strong> van handel <strong>en</strong> concurr<strong>en</strong>tie werd <strong>voor</strong>opgesteld<br />

als beleidsprioriteit. 67<br />

Vanuit dit perspectief zou e<strong>en</strong> nader toezicht op comp<strong>en</strong>satie die weliswaar de<br />

kost<strong>en</strong> van het bedrijf in kwestie niet te bov<strong>en</strong> gaat, maar ev<strong>en</strong>min werkelijk nodig<br />

is om de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang te waarborg<strong>en</strong> - omdat goedkopere<br />

<strong>en</strong> minder concurr<strong>en</strong>tie verstor<strong>en</strong>de alternatiev<strong>en</strong> <strong>voor</strong>hand<strong>en</strong> zijn - zeker verdedigbaar<br />

zijn <strong>voor</strong> die gevall<strong>en</strong> waar de comp<strong>en</strong>satieregeling in kwestie kan leid<strong>en</strong><br />

tot ernstige <strong>en</strong> onnodige verstoring<strong>en</strong> van het handelsverkeer in de EU.<br />

4.4.2 Kost<strong>en</strong>toewijzing<br />

E<strong>en</strong> tweede beleidsdilemma betreft de bepaling van de kost<strong>en</strong> die gemoeid zijn<br />

met de verzorging van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang. 68 Doorgaans is<br />

het zo dat de aanbieder van e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang niet alle<strong>en</strong><br />

die bepaalde di<strong>en</strong>st aanbiedt, maar ook actief is op naastgeleg<strong>en</strong> commerciële<br />

markt<strong>en</strong> <strong>en</strong> daar in concurr<strong>en</strong>tie staat met andere aanbieders. Te d<strong>en</strong>k<strong>en</strong> valt aan de<br />

postbedrijv<strong>en</strong> die naast briev<strong>en</strong> <strong>en</strong> briefkaart<strong>en</strong> (in de meeste lidstat<strong>en</strong> aangemerkt<br />

als di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang) ook pakketpost verzorg<strong>en</strong>, normaal<br />

gesprok<strong>en</strong> e<strong>en</strong> puur commerciële activiteit.<br />

Wanneer er productiemiddel<strong>en</strong> zijn die <strong>voor</strong> beide activiteit<strong>en</strong> word<strong>en</strong> ingezet,<br />

bij<strong>voor</strong>beeld gezam<strong>en</strong>lijke infrastructuur <strong>en</strong> overhead, bestaat het risico dat de<br />

financiering van e<strong>en</strong> gedeelte van deze geme<strong>en</strong>schappelijke kost<strong>en</strong> onder de vlag<br />

van comp<strong>en</strong>satie <strong>voor</strong> de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang leidt tot kruissubsidiëring,<br />

waardoor het bedrijf in kwestie e<strong>en</strong> concurr<strong>en</strong>tie<strong>voor</strong>deel verkrijgt in<br />

de naastgeleg<strong>en</strong> commerciële markt<strong>en</strong>. Van groot belang is dus te bepal<strong>en</strong> of, <strong>en</strong> zo<br />

ja welk deel van de geme<strong>en</strong>schappelijke kost<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> toegerek<strong>en</strong>d aan<br />

de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang.<br />

E<strong>en</strong> drietal modell<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de toewijzing van geme<strong>en</strong>schappelijke kost<strong>en</strong> word<strong>en</strong><br />

doorgaans g<strong>en</strong>oemd. 69 Het eerste model gaat uit van de gedachte dat elke versto-<br />

67 State Aid Action Plan, Less and better targeted State aid: a roadmap for State aid reform 2005 to<br />

2009, (ec.europa.eu/comm/competition/State_aid/reform/saap_<strong>en</strong>.pdf). Voor e<strong>en</strong> beschrijving, zie T.<br />

Kleiner, The State Aid Action Plan (SAAP), in: EU Competition Law - Volume IV: State Aid (W. Mederer,<br />

N. Pesaresi and M. Van Hoof, eds.), Claeys & Casteels (2008). Zie ook L.H. Röller, H. Friederiszick<br />

<strong>en</strong> V. Veroud<strong>en</strong>, European State Aid Control: an Economic Framework, in: Handbook of Antitrust<br />

Economics (P. Buccirossi, ed.), MIT Press (2007) <strong>en</strong> D. Nev<strong>en</strong> <strong>en</strong> V. Veroud<strong>en</strong>, Towards a More Refined<br />

Economic Approach in State Aid Control¸ in: EU Competition Law - Volume IV: State Aid (W. Mederer,<br />

N. Pesaresi and M. Van Hoof, eds.), Claeys & Casteels (2008).<br />

68 Zie ook Bu<strong>en</strong>dia Sierra, supra noot 32, p 218; Grespan, supra noot 32, punt 4.1228 – 4.1247.<br />

69 Voor e<strong>en</strong> grondige verhandeling, zie G.R. Faulhaber, Cross­Subsidization: Pricing in Public Enterprises,<br />

65 American Economic Review (1975), p. 966-977., alsook G.R. Faulhaber, Cross­Subsidy<br />

Analysis With More Than Two Services, Journal of Competition Law and Economics 2005 1(3): 441-<br />

448.


112 Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang: De rol van Artikel 86 EG<br />

ring van de concurr<strong>en</strong>tie moet word<strong>en</strong> <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong>, <strong>en</strong> dat de prijs die de verzorger<br />

van de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>st berek<strong>en</strong>t <strong>voor</strong> haar commerciële di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> t<strong>en</strong>minste de<br />

alomvatt<strong>en</strong>de kost<strong>en</strong> van deze laatste moet<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> dekk<strong>en</strong>, dat wil zegg<strong>en</strong> de<br />

kost<strong>en</strong> die e<strong>en</strong> bedrijf zou hebb<strong>en</strong> als het alle<strong>en</strong> de commerciële di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> zou aanbied<strong>en</strong><br />

(Stand Alone Cost).<br />

E<strong>en</strong> tweede <strong>en</strong> teg<strong>en</strong>gestelde visie is dat prijs van de commerciële di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> slechts<br />

de meerkost<strong>en</strong> hoev<strong>en</strong> te dekk<strong>en</strong> die hiermee gemoeid zijn, dat wil zegg<strong>en</strong> de to<strong>en</strong>ame<br />

in kost<strong>en</strong> als gevolg van het feit dat de verzorger van op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> niet<br />

alle<strong>en</strong> op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> aanbiedt maar ook commerciële (Increm<strong>en</strong>tal Cost). Uitgangspunt<br />

hierbij is dat de geme<strong>en</strong>schappelijke kost<strong>en</strong> toch al gemaakt moet<strong>en</strong><br />

word<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>st <strong>en</strong> dat het efficiënt is om bijkom<strong>en</strong>de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> te<br />

beprijz<strong>en</strong> op e<strong>en</strong> niveau dat overe<strong>en</strong>stemt met de extra te mak<strong>en</strong> kost<strong>en</strong>.<br />

E<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong>weg vormt het systeem van integrale kostprijsberek<strong>en</strong>ing (Fully<br />

Distributed Cost) volg<strong>en</strong>s standaard boekhoudingpraktijk<strong>en</strong>, waarbij de geme<strong>en</strong>schappelijke<br />

kost<strong>en</strong> naar de verschill<strong>en</strong>de activiteit<strong>en</strong> word<strong>en</strong> toegerek<strong>en</strong>d op basis<br />

van bepaalde criteria, zoals het relatieve gebruik van de geme<strong>en</strong>schappelijke productiemiddel<strong>en</strong><br />

70 of de relatieve omzetcijfers die word<strong>en</strong> geboekt door de verschill<strong>en</strong>de<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>.<br />

De twee uiterste kostprijsmodell<strong>en</strong>, Stand Alone Cost <strong>en</strong> Increm<strong>en</strong>tal Cost hebb<strong>en</strong><br />

allebei e<strong>en</strong> vrij duidelijke logica. Tegelijkertijd is niet evid<strong>en</strong>t dat zij de meest<br />

geschikte zijn. Zo gaat de Stand Alone b<strong>en</strong>adering <strong>voor</strong>bij aan het feit dat het niet<br />

efficiënt is om alle geme<strong>en</strong>schappelijke kost<strong>en</strong> te lat<strong>en</strong> opbr<strong>en</strong>g<strong>en</strong> door één categorie<br />

van gebruikers, namelijk de gebruikers van de commerciële di<strong>en</strong>st. Vanuit de<br />

economische theorie is het bek<strong>en</strong>d dat het vanuit efficiëntieoogpunt 71 beter is het<br />

grootste deel van de gezam<strong>en</strong>lijke kost<strong>en</strong> te lat<strong>en</strong> drag<strong>en</strong> door die gebruikers die<br />

de minst elastische vraag naar het betreff<strong>en</strong>de product (hun uiteindelijke gebruik<br />

zal uiteindelijk het minst word<strong>en</strong> verstoord door de hogere prijz<strong>en</strong>), <strong>en</strong> het kleinere<br />

deel door andere gebruikers. 72 Voor de Increm<strong>en</strong>tal Cost b<strong>en</strong>adering gaat dit in<br />

feite ook op, met dit verschil dat de geme<strong>en</strong>schappelijke kost<strong>en</strong> dan volledig <strong>voor</strong><br />

rek<strong>en</strong>ing kom<strong>en</strong> van de gebruikers van de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang<br />

<strong>en</strong> de belastingbetaler die de subsidies betaalt. 73 Daarnaast is het duidelijk dat<br />

onder deze methode de verstoring<strong>en</strong> in de markt <strong>voor</strong> commerciële di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> waar<br />

ook andere operator<strong>en</strong> actief zijn het grootst zull<strong>en</strong> zijn. E<strong>en</strong> bepaalde midd<strong>en</strong>weg<br />

zal toch moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong> gevond<strong>en</strong>.<br />

In lijn met het Chronopost arrest heeft het Altmark pakket gekoz<strong>en</strong> <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> inte-<br />

70 Ook wel bek<strong>en</strong>d als Activity Based Costing.<br />

71 Zie noot 2.<br />

72 Deze prijsb<strong>en</strong>adering wordt ook wel de Ramsey-Boiteux b<strong>en</strong>adering g<strong>en</strong>oemd. Tegelijkertijd kan<br />

e<strong>en</strong> dergelijke oplossing wel ongew<strong>en</strong>ste implicaties hebb<strong>en</strong> vanuit het oogpunt van e<strong>en</strong> redelijke inkom<strong>en</strong>sverdeling.<br />

73 E<strong>en</strong> “lump sum” belasting zou weliswaar efficiënt kunn<strong>en</strong> zijn. In de realiteit br<strong>en</strong>g<strong>en</strong> de meeste<br />

belasting<strong>en</strong> echter inefficiënties te weeg.


Veroud<strong>en</strong> 113<br />

grale kostprijsberek<strong>en</strong>ing. 74 De aan de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang<br />

toegerek<strong>en</strong>de kost<strong>en</strong> mog<strong>en</strong> alle variabele kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het verstrekk<strong>en</strong> van de<br />

di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang omvatt<strong>en</strong>, alsook e<strong>en</strong> pass<strong>en</strong>de bijdrage<br />

in de geme<strong>en</strong>schappelijke vaste kost<strong>en</strong> van de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch<br />

belang <strong>en</strong> de andere activiteit<strong>en</strong>. De bepaling welke bijdrage als pass<strong>en</strong>d moet<br />

word<strong>en</strong> gezi<strong>en</strong> kan <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> belangrijk deel word<strong>en</strong> ingevuld door de lidstaat zelf,<br />

in lijn met het principe dat de lidstaat zelf veel beleidsruimte heeft om te bepal<strong>en</strong><br />

hoe het de <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang op haar<br />

eig<strong>en</strong> grondgebied wil inricht<strong>en</strong>.<br />

4.4.3 Op<strong>en</strong>bare aanbesteding<strong>en</strong><br />

E<strong>en</strong> derde dilemma betreft het al dan niet gebruik mak<strong>en</strong> van op<strong>en</strong>bare aanbesteding<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> de <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing van de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch<br />

belang.<br />

Uit de vierde <strong>voor</strong>waarde van het Altmark arrest volgt dat het <strong>voor</strong> de bepaling of<br />

e<strong>en</strong> bepaalde comp<strong>en</strong>satieregeling staatssteun inhoudt niet noodzakelijk is dat van<br />

e<strong>en</strong> op<strong>en</strong>bare aanbesteding wordt gebruikgemaakt, althans niet van e<strong>en</strong> op<strong>en</strong>bare<br />

aanbesteding, waarbij de kandidaat kan word<strong>en</strong> geselecteerd die deze di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />

teg<strong>en</strong> de laagste kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de geme<strong>en</strong>schap kan lever<strong>en</strong>. Zolang de comp<strong>en</strong>satie<br />

wordt vastgesteld op het niveau dat overe<strong>en</strong>stemt met de kost<strong>en</strong> die e<strong>en</strong> efficiënte,<br />

“goed beheerde” onderneming zou moet<strong>en</strong> mak<strong>en</strong> is er ge<strong>en</strong> sprake van staatssteun.<br />

E<strong>en</strong> vraag die geregeld opkomt, is of de verzorging van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang eig<strong>en</strong>lijk niet moet word<strong>en</strong> aanbesteed op grond van andere<br />

artikel<strong>en</strong> in het Verdrag <strong>en</strong> andere Europese regelgeving. Dit is niet noodzakelijk<br />

het geval. Als het contract dat de overheid heeft geslot<strong>en</strong> met de onderneming e<strong>en</strong><br />

“overheidsopdracht” is in de zin van de Aanbestedingsrichtlijn<strong>en</strong> 75 , dan wel. Deze<br />

richtlijn<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> echter niet betrekking op alle vorm<strong>en</strong> van overheidscontract<strong>en</strong>;<br />

zo vorm<strong>en</strong> concessies <strong>voor</strong> op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing e<strong>en</strong> geval apart. Het Hof van<br />

Justitie heeft bepaald dat <strong>voor</strong> concessieverl<strong>en</strong>ing<strong>en</strong> ge<strong>en</strong> volledige aanbestedingsprocedure<br />

is vereist, maar dat wel e<strong>en</strong> bepaalde oproep tot mededinging moet<br />

word<strong>en</strong> gedaan die voldo<strong>en</strong>de transparant is <strong>en</strong> waaraan voldo<strong>en</strong>de publiciteit<br />

moet word<strong>en</strong> gegev<strong>en</strong>. 76 E<strong>en</strong> afwijking hiervan geldt <strong>voor</strong> de situatie waarin de<br />

overheid besluit om de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang volledig in<br />

eig<strong>en</strong> beheer uit te voer<strong>en</strong>. Het staat de overheid vrij om dit te do<strong>en</strong>. Echter, het<br />

lat<strong>en</strong> uitvoer<strong>en</strong> van op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing door overheidsbedrijv<strong>en</strong> valt niet<br />

onder de notie van eig<strong>en</strong> beheer. 77<br />

74 Arrest van het Hof van Justitie in gevoegde zak<strong>en</strong> C-83/01 P, C-93/01 P <strong>en</strong> C-94/01 P, Chronopost<br />

SA, Jurispr. 2003, blz. I-6993.<br />

75 Supra noot 54.<br />

76 Zie Slot e.a., supra noot 5, p. 111.<br />

77 Zie Slot e.a., supra noot 5, p. 111. Grespan, supra noot 32, punt 4.1371 e.v.


114 Hoofdstuk 4 <strong>Marktwerking</strong>, staatssteun <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />

economisch belang: De rol van Artikel 86 EG<br />

Los van deze eerder procedurele aspect<strong>en</strong> valt er ook wel iets te zegg<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het<br />

op<strong>en</strong>houd<strong>en</strong> van de mogelijkheid om e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang<br />

niet door middel van e<strong>en</strong> t<strong>en</strong>der te organiser<strong>en</strong>. 78 De effectiviteit van op<strong>en</strong>bare<br />

aanbesteding<strong>en</strong> moet niet voetstoots word<strong>en</strong> aang<strong>en</strong>om<strong>en</strong>. Niet alle op<strong>en</strong>bare aanbesteding<strong>en</strong><br />

lever<strong>en</strong> noodzakelijkerwijs e<strong>en</strong> concurr<strong>en</strong>tieel resultaat. Zo kunn<strong>en</strong><br />

aanbesteding<strong>en</strong> gebukt gaan onder e<strong>en</strong> gebrek aan concurr<strong>en</strong>tie, bij<strong>voor</strong>beeld wanneer<br />

de onvoldo<strong>en</strong>de bedrijv<strong>en</strong> de facto in staat zijn om de gevraagde di<strong>en</strong>st te<br />

lever<strong>en</strong>. In sommige netwerksector<strong>en</strong> moet met het gevaar rek<strong>en</strong>ing word<strong>en</strong><br />

gehoud<strong>en</strong> dat slechts één bedrijf (de incumb<strong>en</strong>t) de best geplaatste is, of zelfs de<br />

<strong>en</strong>ige reële kanshebber is, om e<strong>en</strong> op<strong>en</strong>bare aanbesteding te winn<strong>en</strong>. In dat geval<br />

valt niet uit te sluit<strong>en</strong> dat e<strong>en</strong> aanbesteding helemaal ge<strong>en</strong> lage prijs oplevert, <strong>en</strong><br />

dat het dus beter is om via onderhandeling<strong>en</strong> te kom<strong>en</strong> tot e<strong>en</strong> adequate prijs.<br />

Daarnaast kunn<strong>en</strong> aanbesteding<strong>en</strong> ook problematisch zijn wanneer de kwaliteit<br />

van de di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing zeer moeilijk te omschrijv<strong>en</strong> is <strong>en</strong> het gevaar bestaat dat de<br />

aanbesteding wordt gewonn<strong>en</strong> door partij<strong>en</strong> die e<strong>en</strong> lage prijs kunn<strong>en</strong> bied<strong>en</strong> door<br />

fors op de aangebod<strong>en</strong> kwaliteit te beknibbel<strong>en</strong>. Ook in e<strong>en</strong> dergelijke situatie is<br />

het d<strong>en</strong>kbaar dat flexibele onderhandeling<strong>en</strong> die uiteindelijk leid<strong>en</strong> tot e<strong>en</strong> sluit<strong>en</strong>d<br />

contract betere resultat<strong>en</strong> oplevert.<br />

Over het algeme<strong>en</strong> kan echter word<strong>en</strong> gesteld dat op<strong>en</strong>bare aanbesteding<strong>en</strong> in situaties<br />

die voldo<strong>en</strong>de concurr<strong>en</strong>tieel zijn, <strong>en</strong> waarbij de di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing betrekkelijk<br />

goed valt te omschrijv<strong>en</strong>, het beste middel zijn om te kom<strong>en</strong> tot e<strong>en</strong> uitkomst waarbij<br />

de kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de overheid niet hoger zijn dan noodzakelijk <strong>en</strong> ev<strong>en</strong>min sprake<br />

is van verstoring<strong>en</strong> van de concurr<strong>en</strong>tie of het handelsverkeer tuss<strong>en</strong> de lidstat<strong>en</strong>.<br />

De vierde <strong>voor</strong>waarde van het Altmark arrest biedt juridische houvast in de zin dat<br />

wanneer de overheid de verzorger van de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang<br />

selecteert op basis van e<strong>en</strong> op<strong>en</strong>bare aanbesteding (<strong>en</strong> aan de overige Altmark<br />

<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> is voldaan) er ge<strong>en</strong> sprake is van staatssteun.<br />

4.5 Conclusie<br />

Er is belangrijke evolutie geweest in de afgelop<strong>en</strong> dec<strong>en</strong>nia in de manier waarop<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang zijn geleverd in de verschill<strong>en</strong>de lidstat<strong>en</strong>.<br />

Van oudsher werd<strong>en</strong> deze di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>voor</strong>al geleverd door overheidsmonopolies.<br />

Gaandeweg, <strong>en</strong> <strong>voor</strong>al sinds de jar<strong>en</strong> ’80 van de vorige eeuw, zijn veel nationale<br />

overhed<strong>en</strong> de levering van ess<strong>en</strong>tiële <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<strong>en</strong> anders gaan inricht<strong>en</strong> met<br />

e<strong>en</strong> grotere rol <strong>voor</strong> concurr<strong>en</strong>tie tuss<strong>en</strong> verschill<strong>en</strong>de aanbieders. Om de op<strong>en</strong>bare<br />

di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing te waarborg<strong>en</strong> werd<strong>en</strong> system<strong>en</strong> geïntroduceerd, waarbij sommige<br />

bedrijv<strong>en</strong> (vaak de <strong>voor</strong>malige nutsbedrijv<strong>en</strong>) de verplichting werd opgelegd om<br />

op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> te blijv<strong>en</strong> lever<strong>en</strong> in ruil <strong>voor</strong> expliciete financiële comp<strong>en</strong>saties.<br />

78 Zie EAGCP, supra noot 62, p. 6.


Veroud<strong>en</strong> 115<br />

De Europese mededingingsregels <strong>en</strong> staatssteunregels hebb<strong>en</strong> e<strong>en</strong> belangrijke rol<br />

gespeeld in dit proces, zowel in het liberaliser<strong>en</strong> van traditionele nutssector<strong>en</strong> als<br />

in het vormgev<strong>en</strong> van de manier waarop de overheid op<strong>en</strong>bare di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ingsverplichting<strong>en</strong><br />

kan oplegg<strong>en</strong> <strong>en</strong> subsidiër<strong>en</strong>. Artikel 86 EG, <strong>en</strong> met name het<br />

tweede lid ervan, heeft in dit opzicht e<strong>en</strong> sleutelrol gespeeld.<br />

De Europese Unie ontle<strong>en</strong>t haar bevoegdheid om in de nutssector<strong>en</strong> - traditioneel<br />

het domein van de landelijke of plaatselijke overheid - reguler<strong>en</strong>d op te tred<strong>en</strong> aan<br />

het feit dat de door deze sector<strong>en</strong> geleverde di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> veelal als “economische di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>”<br />

moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong> beschouwd, in de zin dat het gaat om di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> die in principe<br />

op e<strong>en</strong> markt aangebod<strong>en</strong> <strong>en</strong> verhandeld kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> <strong>en</strong> als zodanig ook het<br />

onderwerp kunn<strong>en</strong> zijn van het handelsverkeer tuss<strong>en</strong> de lidstat<strong>en</strong>.<br />

Toch staat onomstotelijk vast dat nationale, regionale <strong>en</strong> lokale overhed<strong>en</strong> e<strong>en</strong> zeer<br />

ruime marge hebb<strong>en</strong> om zelf te bepal<strong>en</strong> welke di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> zij will<strong>en</strong> aanmerk<strong>en</strong> als<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang, <strong>en</strong> de <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> te bepal<strong>en</strong> waarteg<strong>en</strong><br />

deze aan de bevolking word<strong>en</strong> aangebod<strong>en</strong>. De insteek van de Europese Unie<br />

is e<strong>en</strong> juiste balans te vind<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> de noodzakelijke beleidsvrijheid <strong>voor</strong> de lidstat<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> het geme<strong>en</strong>schapsbelang van de Unie. Het Altmark arrest, dat bepaalt<br />

wanneer subsidiëring van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang als staatssteun<br />

moet word<strong>en</strong> gezi<strong>en</strong>, <strong>en</strong> de kaders die de Commissie heeft geschept <strong>voor</strong> de<br />

vraag wanneer de staatssteun ver<strong>en</strong>igbaar is met de geme<strong>en</strong>schappelijke markt<br />

beantwoord<strong>en</strong> in hoge mate aan deze doelstelling. In grote lijn<strong>en</strong> is e<strong>en</strong> goede<br />

balans gevond<strong>en</strong> op dit delicate gebied, al blijv<strong>en</strong> er sommige verbetering<strong>en</strong> d<strong>en</strong>kbaar.


Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom:<br />

Missie geslaagd, operatie<br />

afgerond?<br />

Paul W.J. de Bijl *<br />

5.1 Inleiding<br />

Is de ingevoerde marktwerking in telecommunicatie e<strong>en</strong> succes? Het eerste beeld<br />

dat opkomt is positief, maar toch is dit e<strong>en</strong> moeilijke vraag. Telecommunicatie<br />

bestaat immers niet meer als losstaande sector. In juli 2009 publiceerde Morgan<br />

Stanley e<strong>en</strong> spraakmak<strong>en</strong>d rapport dat, op basis van e<strong>en</strong> gesprek met e<strong>en</strong> vijfti<strong>en</strong>jarige<br />

stagiaire Matthew Robson, verslag deed van het mediaconsumptiepatroon<br />

van ti<strong>en</strong>ers. Ze will<strong>en</strong> niet betal<strong>en</strong> op internet, will<strong>en</strong> niet lastig gevall<strong>en</strong> word<strong>en</strong><br />

met opdringerige reclame, <strong>en</strong> zoek<strong>en</strong> graag naar liedjes <strong>en</strong> andere cont<strong>en</strong>t met hun<br />

mobieltjes. Bij <strong>voor</strong>keur mobieltjes die Wifi-compatible zijn, want internett<strong>en</strong> via<br />

UMTS is duur. E-mail <strong>en</strong> gedrukte media vind<strong>en</strong> ze amper interessant, maar ze<br />

will<strong>en</strong> gerust betal<strong>en</strong> <strong>voor</strong> concert<strong>en</strong> <strong>en</strong> filmvertoning<strong>en</strong>.<br />

Telecommunicatie, of beter elektronische communicatie, is – door internet – sterk<br />

geëvolueerd <strong>en</strong> nauw verwev<strong>en</strong> geraakt met de mediasector (‘converg<strong>en</strong>tie’). Het<br />

verhaal van de stagiaire is e<strong>en</strong> wake­up call <strong>voor</strong> de gevestigde spelers in telecom-<br />

<strong>en</strong> mediasector<strong>en</strong>, zoals telecomoperators, kabelbedrijv<strong>en</strong>, beleidsmakers, artiest<strong>en</strong>,<br />

mediabedrijv<strong>en</strong>, <strong>en</strong> rechthebb<strong>en</strong>d<strong>en</strong> van auteursrecht<strong>en</strong>. De telefoons op de<br />

nachtkastjes rinkel<strong>en</strong>, maar de radicale innovaties kom<strong>en</strong> van outsiders. Start-ups<br />

die ding<strong>en</strong> bed<strong>en</strong>k<strong>en</strong> waar ze zelf wat aan hebb<strong>en</strong>, <strong>en</strong> waar de incumb<strong>en</strong>ts ge<strong>en</strong><br />

ant<strong>en</strong>ne <strong>voor</strong> hebb<strong>en</strong>. Deze nieuwkomers gebruik<strong>en</strong>, zonder grote investering<strong>en</strong> te<br />

do<strong>en</strong>, internet als platform <strong>voor</strong> nieuwe di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>en</strong> toepassing<strong>en</strong>.<br />

De vraag naar het welslag<strong>en</strong> van marktwerking in telecom wordt meestal bezi<strong>en</strong><br />

vanuit het (nauwere) perspectief van spraaktelefonie <strong>en</strong> internettoegang. 1 Terugkijk<strong>en</strong>d<br />

is op die manier vrij helder vast te stell<strong>en</strong> wat goed of minder goed ging.<br />

Echter, vanwege de revolutionaire ontwikkeling<strong>en</strong> rondom internet is het minst<strong>en</strong>s<br />

* Hoofd van de sector Marktord<strong>en</strong>ing, C<strong>en</strong>traal Planbureau (D<strong>en</strong> Haag); extramural fellow van TILEC,<br />

Universiteit van Tilburg; fellow van ENCORE. Dit paper komt <strong>voor</strong>t uit pres<strong>en</strong>taties gegev<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de<br />

Directie Telecommarkt<strong>en</strong> (Ministerie van Economische Zak<strong>en</strong>) op 22 jan. 2009 <strong>en</strong> het College van<br />

OPTA op 17 april 2009. Ik b<strong>en</strong> de deelnemers, waaronder Wolter Lemstra die discussiant was tijd<strong>en</strong>s<br />

de pres<strong>en</strong>tatie bij EZ, erk<strong>en</strong>telijk <strong>voor</strong> de gevoerde discussies. Daarnaast wil ik graag bedank<strong>en</strong>:<br />

Michiel Bijlsma, Eric van Damme, Casper van Ewijk, Maart<strong>en</strong> Pieter Schinkel <strong>en</strong> Robert Stil <strong>voor</strong> hun<br />

comm<strong>en</strong>taar, <strong>en</strong> Jeannette Verbrugg<strong>en</strong> <strong>voor</strong> redactionele ondersteuning.<br />

1 Zie bijv. de studie naar de effect<strong>en</strong> van marktwerkingsbeleid door het Ministerie van Economische<br />

Zak<strong>en</strong> (2008).


118 Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom: Missie geslaagd,<br />

operatie afgerond?<br />

zo belangrijk om ook <strong>voor</strong>uit te kijk<strong>en</strong>, <strong>en</strong> de telecommunicatiemarkt te bezi<strong>en</strong> in<br />

het licht van de jongere <strong>en</strong> toekomstige g<strong>en</strong>eraties van gebruikers. Deze paper<br />

blikt terug op het rec<strong>en</strong>te verled<strong>en</strong> waarin concurr<strong>en</strong>tie is geïntroduceerd, <strong>en</strong> kijkt,<br />

in het licht van de bredere ontwikkeling<strong>en</strong> in telecom, internet <strong>en</strong> media, <strong>voor</strong>uit<br />

op de nabije toekomst.<br />

De telecommunicatiemarkt heeft zich, sinds de liberalisering <strong>en</strong> privatisering,<br />

<strong>en</strong>orm ontwikkeld. We bell<strong>en</strong> <strong>en</strong> mail<strong>en</strong> vast <strong>en</strong> mobiel, zijn dagelijks online, waar<br />

we werk<strong>en</strong>, shopp<strong>en</strong>, ons vermak<strong>en</strong>, <strong>en</strong> in verbinding staan met vri<strong>en</strong>d<strong>en</strong>, familie<br />

<strong>en</strong> collega’s. De belangrijkste ontwikkeling<strong>en</strong> sinds de liberalisering <strong>en</strong> privatisering<br />

zijn: (i) de hoge p<strong>en</strong>etratiegraad van breedbandige infrastructuur; (ii) het<br />

groei<strong>en</strong>de gebruik van internet in alle lag<strong>en</strong> van de maatschappij; <strong>en</strong> (iii) de<br />

opkomst van het internet protocol (IP) bij de verschill<strong>en</strong>de vorm<strong>en</strong> van elektronische<br />

communicatie. Internet <strong>en</strong> IP – het opknipp<strong>en</strong> <strong>en</strong> in pakketjes verz<strong>en</strong>d<strong>en</strong> van<br />

gedigitaliseerde informatie – zijn sterk doorgedrong<strong>en</strong> in netwerk<strong>en</strong>, di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

cont<strong>en</strong>t. Deze ontwikkeling<strong>en</strong> spel<strong>en</strong> e<strong>en</strong> rol in uite<strong>en</strong>lop<strong>en</strong>de toepassing<strong>en</strong>, zoals<br />

telefoner<strong>en</strong> via internetapplicaties op pc’s, televisieprogramma’s bekijk<strong>en</strong> op<br />

internet, <strong>en</strong> het zelf ‘uitz<strong>en</strong>d<strong>en</strong>’ van radioprogramma’s, filmpjes <strong>en</strong> andere cont<strong>en</strong>t<br />

via internet. En of het nou bell<strong>en</strong>, tv- kijk<strong>en</strong> of online gam<strong>en</strong> betreft: de onderligg<strong>en</strong>de<br />

communicatie gaat meer <strong>en</strong> meer op basis van IP, waarbij het steeds lastiger<br />

– <strong>en</strong> ook kunstmatiger – wordt om nog e<strong>en</strong> onderscheid te mak<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> spraak,<br />

cont<strong>en</strong>t <strong>en</strong> andere communicatiedi<strong>en</strong>st<strong>en</strong>. De regulering van elektronische communicatie<br />

<strong>en</strong> netwerk<strong>en</strong>, zoals we die binn<strong>en</strong> de EU k<strong>en</strong>n<strong>en</strong>, probeert zich geleidelijk<br />

aan te pass<strong>en</strong> aan deze nieuwe realiteit. Bed<strong>en</strong>k daarbij dat zich de laatste<br />

jar<strong>en</strong> veel consolidatie heeft <strong>voor</strong>gedaan onder aanbieders van vaste, mobiele <strong>en</strong><br />

kabelnetwerk<strong>en</strong>. Het idee uit de jar<strong>en</strong> 90 dat infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie in telecommunicatie<br />

in overzi<strong>en</strong>bare tijd van de grond zou kom<strong>en</strong>, is aan debat onderhevig.<br />

Is het instititutionele ‘besturingssysteem’, dat de vrijgemaakte markt gedur<strong>en</strong>de<br />

de eerste ti<strong>en</strong> jaar in goede ban<strong>en</strong> heeft geleid, toegerust op de toekomst van<br />

converg<strong>en</strong>tie?<br />

Eli Noam (hoogleraar aan de Columbia Business School <strong>en</strong> directeur van het<br />

Columbia Institute for Tele-Information), e<strong>en</strong> gezaghebb<strong>en</strong>d econoom die vele<br />

artikel<strong>en</strong> <strong>en</strong> boek<strong>en</strong> over de telecomsector op zijn naam heeft staan, heeft in 2008<br />

e<strong>en</strong> pakk<strong>en</strong>d essay geschrev<strong>en</strong> over deze vraag. Het is geschrev<strong>en</strong> vanuit e<strong>en</strong> Amerikaans<br />

perspectief, maar we kunn<strong>en</strong> het ons niet permitter<strong>en</strong> om zijn visie niet<br />

serieus te bekijk<strong>en</strong> binn<strong>en</strong> onze context. Noam maakt e<strong>en</strong> onderscheid tuss<strong>en</strong> drie<br />

fas<strong>en</strong> in de telecommunicatiemarkt. Telecom 1.0 was het tijdperk van overheidsmonopolies<br />

met e<strong>en</strong> nutsfunctie in spraaktelefonie over analoge, vaste netwerk<strong>en</strong>. 2<br />

Vanwege de grote omvang van de kost<strong>en</strong> van het uitroll<strong>en</strong> <strong>en</strong> onderhoud<strong>en</strong> van<br />

netwerk<strong>en</strong>, werd telefonie als e<strong>en</strong> taak <strong>voor</strong> de overheid beschouwd. E<strong>en</strong> klassiek<br />

natuurlijk monopolie. In de EU eindigde dat tijdperk met de privatisering van de<br />

monopolist<strong>en</strong> <strong>en</strong> de liberalisering van de markt. In 1998 mondd<strong>en</strong> die operaties uit<br />

2 De <strong>voor</strong>fase, “Telecom 0.0”, k<strong>en</strong>de overig<strong>en</strong>s private aanbieders (Lemstra, 2009). Deze <strong>voor</strong>fase laat<br />

ik buit<strong>en</strong> beschouwing.


De Bijl 119<br />

in het van kracht word<strong>en</strong> van het Europees reguleringskader <strong>voor</strong> de liberalisering<br />

van de markt<strong>en</strong> <strong>voor</strong> netwerk<strong>en</strong> <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> in de telecommunicatiesector. Dat<br />

mom<strong>en</strong>t markeerde het begin van Telecom 2.0. Beleidsmakers <strong>en</strong> toezichthouders,<br />

waaronder de OPTA in Nederland, maakt<strong>en</strong> ontwerp<strong>en</strong> van de markt <strong>en</strong> de b<strong>en</strong>odigde<br />

transitie. Nieuwkomers, die niet vanaf dag één over eig<strong>en</strong> netwerk<strong>en</strong> kond<strong>en</strong><br />

beschikk<strong>en</strong>, zoud<strong>en</strong> in eerste instantie gebruik mak<strong>en</strong> van gereguleerde toegang<br />

tot bestaande infrastructuur. In deze opzet was ‘di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>concurr<strong>en</strong>tie’ e<strong>en</strong> opstap<br />

naar ‘infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie’. Voormalige monopolist<strong>en</strong> werd<strong>en</strong> blootgesteld<br />

aan concurr<strong>en</strong>tie <strong>en</strong> nieuwe regelgeving, <strong>en</strong> transformeerd<strong>en</strong> zich tot commerciële<br />

onderneming<strong>en</strong>. Telecom 3.0 begon omstreeks 2008 met de opkomst van e<strong>en</strong><br />

nieuwe g<strong>en</strong>eratie netwerk<strong>en</strong> (NGN’s), die zeer hoge snelhed<strong>en</strong> dataverkeer mogelijk<br />

mak<strong>en</strong>, bij<strong>voor</strong>beeld via fiber-optische verbinding<strong>en</strong> tot eindgebruikers<br />

(‘FttH’), of kabelaansluiting<strong>en</strong> opgewaardeerd op basis van de ‘DOCSIS 3.0’ standaard.<br />

De kom<strong>en</strong>de vijf tot ti<strong>en</strong> jaar zull<strong>en</strong> in het tek<strong>en</strong> staan van de vrag<strong>en</strong> (i) of,<br />

hoe <strong>en</strong> wanneer de massale verglazing gerealiseerd wordt, <strong>en</strong> (ii) wat er over die<br />

netwerk<strong>en</strong> geleverd wordt. De veronderstelling dat het natuurlijk monopoliekarakter<br />

van telecom t<strong>en</strong> einde was – destijds e<strong>en</strong> belangrijke grondslag van de overgang<br />

naar Telecom 2.0 – is in deze derde fase minder realistisch geword<strong>en</strong>. Immers, de<br />

nieuwe g<strong>en</strong>eratie van netwerk<strong>en</strong> markeert e<strong>en</strong> sterk toeg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> belang van investering<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> schaaleffect<strong>en</strong>.<br />

In deze paper stel ik, gebruikmak<strong>en</strong>d van de fas<strong>en</strong> die Noam (2008) onderscheidt,<br />

de vraag of het huidige reguleringskader, ontworp<strong>en</strong> <strong>voor</strong> Telecom 2.0, toegerust<br />

is <strong>voor</strong> Telecom 3.0. E<strong>en</strong> relevante vraag, te meer omdat t<strong>en</strong> tijde van de liberalisering<br />

er e<strong>en</strong> sterk gevoel van maak- <strong>en</strong> stuurbaarheid van de markt heerste. De<br />

b<strong>en</strong>odigde tijd <strong>voor</strong> de transitie van de telecommarkt leek te overzi<strong>en</strong> − zeg e<strong>en</strong><br />

jaar of vijf − <strong>en</strong> vervolg<strong>en</strong>s zou regulering uitgefaseerd kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong>. De markt<br />

heeft zich behoorlijk anders dan volg<strong>en</strong>s het <strong>voor</strong>spelde patroon ontwikkeld.<br />

Noam’s essay geeft het d<strong>en</strong>k<strong>en</strong> over beleid t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van de nieuwe g<strong>en</strong>eratie<br />

netwerk<strong>en</strong> – <strong>en</strong> daarmee de toekomst van telecom <strong>en</strong> media – e<strong>en</strong> verfriss<strong>en</strong>de<br />

impuls. In deze paper pak ik die uitdaging op vanuit e<strong>en</strong> Nederlands (<strong>en</strong> daarmee<br />

Europees) perspectief. Ik baseer me onder meer op <strong>en</strong>kele rec<strong>en</strong>te artikel<strong>en</strong> met<br />

beschouwing<strong>en</strong> over de toekomst van regulering in de telecommunicatiemarkt, te<br />

wet<strong>en</strong> De Bijl <strong>en</strong> Peitz (2008), Huig<strong>en</strong> <strong>en</strong> Cave (2008) <strong>en</strong> Janss<strong>en</strong> <strong>en</strong> M<strong>en</strong>dys-<br />

Kamphorst (2008). 3 4 De bevinding<strong>en</strong> t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van het toezicht op elektronische<br />

communicatie <strong>en</strong> mediamarkt<strong>en</strong> zijn gebaseerd op De Bijl (2007), Dommering<br />

(2007), <strong>en</strong> Van Damme e.a. (2007). E<strong>en</strong> aanvull<strong>en</strong>de paper is van Lemstra<br />

(2009), die ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s de marktontwikkeling<strong>en</strong> bespreekt vanuit Noam’s kader.<br />

Lemstra werkt de verschill<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> Nederland <strong>en</strong> de VS in detail uit <strong>en</strong> nuanceert<br />

Noam’s oproep. E<strong>en</strong> belangrijke observatie van Lemstra is dat lokale (zoals geo-<br />

3 Deze papers zijn <strong>voor</strong>tgekom<strong>en</strong> uit pres<strong>en</strong>taties op het ENCORE Symposium The Future of<br />

Telecommunications Regulation, Amsterdam, 2-3 nov. 2006. Zie http://www.<strong>en</strong>core.nl/futureof<br />

telecoms.htm.<br />

4 Zie ook P. Budde, “Global regulatory re-think required”, BuddeBlog, 27 juli 2009; http://www.buddeblog.com.au/global-regulatory-re-think-required/.


120 Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom: Missie geslaagd,<br />

operatie afgerond?<br />

grafische) factor<strong>en</strong> van grote betek<strong>en</strong>is blijv<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de kans<strong>en</strong> op e<strong>en</strong> brede FttHuitrol.<br />

Deze paper biedt ge<strong>en</strong> volledig overzicht van de ontwikkeling<strong>en</strong> in de telecommarkt<br />

sinds de liberalisering. Ik schets díe ontwikkeling<strong>en</strong> welke naar mijn inschatting<br />

het meest relevant zijn om e<strong>en</strong> gevoel te ontwikkel<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de mate waarin de<br />

liberalisering geslaagd is. Ofschoon de markt zich zeer snel heeft ontwikkeld,<br />

mede dankzij het grondige werk van toezichthouder OPTA, beargum<strong>en</strong>teer ik dat<br />

beleidsmakers de lev<strong>en</strong>svatbaarheid van infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie overschat hebb<strong>en</strong>.<br />

In het verl<strong>en</strong>gde daarvan is het verstandig om er rek<strong>en</strong>ing mee te houd<strong>en</strong> dat<br />

de schaaleffect<strong>en</strong> misschi<strong>en</strong> wel zo groot zijn, dat e<strong>en</strong> retour naar e<strong>en</strong> monopoliesituatie<br />

niet ond<strong>en</strong>kbeeldig is. In het geval dat dit werkelijkheid wordt, zijn we in<br />

zekere zin terug bij af, <strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> we ons berad<strong>en</strong> over de vraag of waar de maatschappij<br />

meer aan heeft: e<strong>en</strong> privaat of e<strong>en</strong> publiek monopolie (zie ook Janss<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

M<strong>en</strong>dys-Kamphorst, 2008). Natuurlijk is het niet zo zwart-wit als ik hier in <strong>en</strong>kele<br />

zinn<strong>en</strong> schets, maar de boodschap is er niet minder relevant om. Het is verstandig<br />

om onbevang<strong>en</strong> te blijv<strong>en</strong> nad<strong>en</strong>k<strong>en</strong> over de inrichting van de telecomsector <strong>en</strong> de<br />

aanpal<strong>en</strong>de mediasector, ook al wordt de liberalisering in de telecom door vel<strong>en</strong><br />

als succesvol <strong>en</strong> zo goed als afgerond gezi<strong>en</strong>.<br />

Ofschoon mobiele telefonie ook aan bod zal kom<strong>en</strong>, ligt het zwaartepunt in deze<br />

paper bij vaste telefonie <strong>en</strong> de opkomst van breedbandinternet. In deze marktsegm<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

is marktfal<strong>en</strong> nog steeds dermate promin<strong>en</strong>t aanwezig, dat overheidsinterv<strong>en</strong>tie<br />

nog lange tijd nodig zal blijv<strong>en</strong>, terwijl het nog steeds onzeker is hoe deze<br />

ontwikkeling<strong>en</strong> zull<strong>en</strong> uitpakk<strong>en</strong>. Verder is het onwaarschijnlijk dat mobiele telecom<br />

op korte termijn, als het al gaat gebeur<strong>en</strong>, e<strong>en</strong> volwaardig substituut wordt<br />

<strong>voor</strong> vaste netwerk<strong>en</strong> (Cave <strong>en</strong> Hatta 2009; meer hierover in sectie 3). Verder zou,<br />

in e<strong>en</strong> complete analyse van de markt <strong>voor</strong> elektronische communicatie <strong>en</strong> media,<br />

de markt <strong>voor</strong> omroepdistributie niet mog<strong>en</strong> ontbrek<strong>en</strong>. Ik bespreek deze markt<br />

heel beknopt vanuit het perspectief van toezicht op elektronische communicatie <strong>en</strong><br />

media.<br />

De opbouw van deze paper is als volgt. Sectie 2 legt e<strong>en</strong> basis met e<strong>en</strong> algeme<strong>en</strong><br />

overzicht van marktfal<strong>en</strong> in telecommunicatiemarkt<strong>en</strong> in relatie tot overheidsingrijp<strong>en</strong>.<br />

Sectie 3 geeft e<strong>en</strong> terugblik op Telecom 2.0. In sectie 4 komt Telecom<br />

3.0, met e<strong>en</strong> blik op de toekomst, aan bod. Deze sectie bespreekt ook, in het licht<br />

van de eerdere bevinding<strong>en</strong>, de toekomst van het toezicht op elektronische communicatie<br />

<strong>en</strong> media. Sectie 5 besluit dit hoofdstuk.<br />

5.2 Marktfal<strong>en</strong> in telecommunicatiemarkt<strong>en</strong><br />

De liberalisering <strong>en</strong> privatisering in de telecommunicatiemarkt, waarmee Telecom<br />

2.0 werd ingezet, had e<strong>en</strong> meervoudige achtergrond. T<strong>en</strong> eerste was er de w<strong>en</strong>s tot<br />

efficiëntieverbetering <strong>en</strong> investering<strong>en</strong>. De tijd van c<strong>en</strong>traal aangestuurde nutsbedrijv<strong>en</strong><br />

was t<strong>en</strong> einde gekom<strong>en</strong>, <strong>en</strong> overhed<strong>en</strong> kond<strong>en</strong> die investering<strong>en</strong> niet zelf


De Bijl 121<br />

opbr<strong>en</strong>g<strong>en</strong>. Het strev<strong>en</strong> naar kost<strong>en</strong>efficiëntie <strong>en</strong> vernieuwing<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> bij e<strong>en</strong><br />

overheidsorganisatie weinig aandacht <strong>en</strong> prioriteit. T<strong>en</strong> tweede had technologische<br />

<strong>voor</strong>uitgang de kost<strong>en</strong> van het uitroll<strong>en</strong> van netwerk<strong>en</strong> verlaagd. Dat uitte zich in<br />

lagere kost<strong>en</strong> van infrastructuur <strong>en</strong> de opkomst van mobiele telefonie. Met dit<br />

argum<strong>en</strong>t was het natuurlijk monopoliekarakter van de markt minder promin<strong>en</strong>t<br />

geword<strong>en</strong>, <strong>en</strong> zoud<strong>en</strong> meerdere aanbieders met vaste netwerk<strong>en</strong> lev<strong>en</strong>svatbaar<br />

kunn<strong>en</strong> zijn in de telecommunicatiemarkt. T<strong>en</strong> derde kond<strong>en</strong> overhed<strong>en</strong> d<strong>en</strong> dynamische<br />

innovaties die zich aandi<strong>en</strong>d<strong>en</strong> zelf niet zo goed bijhoud<strong>en</strong> als de markt dat<br />

zou kunn<strong>en</strong>. Tot slot stond<strong>en</strong> monopolies op gespann<strong>en</strong> voet met de principes van<br />

de interne markt in de EU.<br />

Het feit dat er concurr<strong>en</strong>tie is geïntroduceerd wil niet zegg<strong>en</strong> dat de marktfal<strong>en</strong>s uit<br />

het verled<strong>en</strong> ‘opgelost’ zijn, of dat er ge<strong>en</strong> marktfal<strong>en</strong>s meer zijn in de telecommarkt.<br />

De belangrijkste marktfal<strong>en</strong>s in telecommunicatiemarkt<strong>en</strong> zijn als volgt<br />

[<strong>voor</strong>beeld<strong>en</strong> van overheidsingrijp<strong>en</strong> staan tuss<strong>en</strong> vierkante hak<strong>en</strong>]:<br />

1. Monopoliemacht <strong>en</strong> concurr<strong>en</strong>tieverstoring<strong>en</strong>, met als onderligg<strong>en</strong>de oorzak<strong>en</strong>:<br />

a) schaal<strong>voor</strong>del<strong>en</strong> (natuurlijk monopolie) <strong>en</strong> bottl<strong>en</strong>ecks [toegangsregulering]<br />

b) overstapkost<strong>en</strong> [oplegg<strong>en</strong> van nummerportabiliteit]<br />

2. Externaliteit<strong>en</strong>, in het bijzonder:<br />

a) netwerkexternaliteit<strong>en</strong> [afdwing<strong>en</strong> van interconnectie <strong>en</strong> interoperabiliteit]<br />

b) belang van communicatie <strong>voor</strong> economie als geheel [ afdwing<strong>en</strong> van<br />

interconnectie <strong>en</strong> interoperabiliteit + oplegg<strong>en</strong> van plicht tot universele<br />

di<strong>en</strong>st]<br />

c) storing<strong>en</strong> door signaalinterfer<strong>en</strong>tie binn<strong>en</strong> het radiospectrum [c<strong>en</strong>trale<br />

regie bij spectrumallocatie]<br />

3. Coördinatieproblem<strong>en</strong> [afdwing<strong>en</strong> <strong>en</strong> coördiner<strong>en</strong> van technologische<br />

standaard<strong>en</strong> + radiospectrumbeleid]<br />

4. Consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>bescherming op het gebied van:<br />

a) asymmetrische informatie [teg<strong>en</strong>gaan van het ongewild overzett<strong>en</strong><br />

van e<strong>en</strong> consum<strong>en</strong>t naar e<strong>en</strong> andere telefonie­aanbieder, ofwel slamming]<br />

b) risico’s van kostbare vergissing<strong>en</strong> [regulering van tariev<strong>en</strong> <strong>voor</strong><br />

mobiel bell<strong>en</strong> in buit<strong>en</strong>land]<br />

c) overig [teg<strong>en</strong>gaan van spam]<br />

Naast bov<strong>en</strong>staande marktfal<strong>en</strong>s kunn<strong>en</strong> ook maatschappelijke of politieke <strong>voor</strong>keur<strong>en</strong><br />

e<strong>en</strong> argum<strong>en</strong>t vorm<strong>en</strong> <strong>voor</strong> overheidsingrijp<strong>en</strong>:<br />

5. Maatschappelijke/politieke <strong>voor</strong>keur<strong>en</strong> met betrekking tot:<br />

a) herverdeling [regulering van eindgebruikerstariev<strong>en</strong>; oplegg<strong>en</strong> van<br />

plicht tot universele di<strong>en</strong>st]<br />

b) sociale doel<strong>en</strong> [oplegg<strong>en</strong> van plicht tot universele di<strong>en</strong>st]


122 Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom: Missie geslaagd,<br />

operatie afgerond?<br />

De taak van de overheid kan, naast het corriger<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong>, dus ligg<strong>en</strong> in het<br />

implem<strong>en</strong>ter<strong>en</strong> van aanvull<strong>en</strong>de doel<strong>en</strong> die <strong>voor</strong>tkom<strong>en</strong> uit verdelingsaspect<strong>en</strong>.<br />

Dat laatste di<strong>en</strong>t via e<strong>en</strong> politiek proces geïmplem<strong>en</strong>teerd te word<strong>en</strong>.<br />

Bov<strong>en</strong>staand overzicht laat zi<strong>en</strong> dat elektronische communicatie e<strong>en</strong> sector is<br />

waarin zo goed als alle vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong>. De belangrijkste<br />

marktfal<strong>en</strong>s, in het licht van de rec<strong>en</strong>te <strong>en</strong> aankom<strong>en</strong>de ontwikkeling<strong>en</strong>, zijn<br />

monopoliemacht <strong>en</strong> externaliteit<strong>en</strong>. Monopoliemacht speelt vanwege het toeg<strong>en</strong>om<strong>en</strong><br />

(‘terug van weggeweest’) belang van schaal<strong>voor</strong>del<strong>en</strong>, <strong>en</strong> ook vanwege de<br />

verticale integratie tuss<strong>en</strong> netwerk<strong>en</strong> <strong>en</strong> cont<strong>en</strong>tdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, waardoor de concurr<strong>en</strong>tie-int<strong>en</strong>siteit<br />

kan afnem<strong>en</strong>. Daarnaast is, door het kleine aantal spelers met netwerk<strong>en</strong>,<br />

imperfecte concurr<strong>en</strong>tie e<strong>en</strong> terugker<strong>en</strong>d gegev<strong>en</strong> in telecom, <strong>en</strong> bestaat er<br />

e<strong>en</strong> risico op kartelvorming. Schaaleffect<strong>en</strong> bestaan nog steeds <strong>en</strong> zijn substantieel,<br />

vanwege de forse vaste kost<strong>en</strong> die gepaard gaan met het aanlegg<strong>en</strong> van vaste,<br />

fijnmazige netwerk<strong>en</strong>. In sommige onderdel<strong>en</strong> van netwerk<strong>en</strong> zijn bottl<strong>en</strong>ecks<br />

ofwel ess<strong>en</strong>tial facilities aanwezig, waardoor marktmacht ontstaat. E<strong>en</strong> bottl<strong>en</strong>eck<br />

is e<strong>en</strong> netwerkonderdeel van vaste proporties dat (i) e<strong>en</strong> noodzakelijke input vormt<br />

om eindgebruikers te kunn<strong>en</strong> bereik<strong>en</strong>, terwijl (ii) deze faciliteit niet op economisch<br />

efficiënte wijze gereproduceerd kan word<strong>en</strong> omdat er substantiële verzonk<strong>en</strong><br />

kost<strong>en</strong> zijn (Knieps, 2005). Vanwege deze laatste <strong>voor</strong>waarde vormt e<strong>en</strong> bottl<strong>en</strong>eck<br />

e<strong>en</strong> toetredingsbarrière. E<strong>en</strong> <strong>voor</strong>beeld is de verbinding met individuele<br />

eindgebruikers; zonder toegang daartoe kan e<strong>en</strong> concurr<strong>en</strong>t ge<strong>en</strong> gespreksaanvraag<br />

aflever<strong>en</strong> bij klant<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> andere operator. Dit probleem speelt promin<strong>en</strong>t bij<br />

gesprekk<strong>en</strong> van vaste naar mobiele netwerk<strong>en</strong>, waarbij toezichthouders overging<strong>en</strong><br />

tot regulering van het groothandelstarief van mobiele operators <strong>voor</strong> toegang<br />

tot hun abonnees (De Bijl e.a., 2005). E<strong>en</strong> ander marktfal<strong>en</strong> dat leidt tot marktmacht<br />

is de aanwezigheid van overstapkost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. Met het oplegg<strong>en</strong><br />

van nummerportabiliteit heeft de toezichthouder deze kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> deel<br />

teruggebracht.<br />

Externaliteit<strong>en</strong> gerelateerd aan interconnectie <strong>en</strong> interoperabiliteit, ook tuss<strong>en</strong> netwerk<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> applicaties, blijv<strong>en</strong> per definitie van belang in elektronische communicatie.<br />

De opkomst van concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>en</strong> concurrer<strong>en</strong>de netwerk<strong>en</strong> maakte e<strong>en</strong> specifieke<br />

vorm van externe effect<strong>en</strong> zichtbaar: hoe meer person<strong>en</strong> je kunt bereik<strong>en</strong><br />

via e<strong>en</strong> telefoni<strong>en</strong>etwerk, hoe meer nut dat oplevert. Wanneer er maar één netwerk<br />

is, zijn deze positieve netwerkexternaliteit<strong>en</strong> automatisch gemaximaliseerd. Met<br />

de komst van concurrer<strong>en</strong>de netwerk<strong>en</strong> was dat echter ge<strong>en</strong> vanzelfsprek<strong>en</strong>dheid<br />

meer. Deze externaliteit was dan ook aanleiding om netwerkinterconnectie – het<br />

aan elkaar koppel<strong>en</strong> van netwerk<strong>en</strong> zodat operators <strong>voor</strong> hun eig<strong>en</strong> abonnees<br />

gesprekk<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> afwikkel<strong>en</strong> met abonnees van concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong> – verplicht te stell<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> scherp te kijk<strong>en</strong> naar de tariev<strong>en</strong> die daar<strong>voor</strong> gerek<strong>en</strong>d word<strong>en</strong>. 5 E<strong>en</strong> algem<strong>en</strong>er<br />

argum<strong>en</strong>t, gebaseerd op externe effect<strong>en</strong>, is dat e<strong>en</strong> goede telecom-infrastructuur<br />

de transactiekost<strong>en</strong> in (zo goed als alle) markt<strong>en</strong> sterk reduceert. Omdat<br />

5 Netwerkaanbieders met aanmerkelijke marktmacht kunn<strong>en</strong> de verplichting opgelegd krijg<strong>en</strong> om<br />

teg<strong>en</strong> kost<strong>en</strong>georiënteerde tariev<strong>en</strong> binn<strong>en</strong>kom<strong>en</strong>de gesprekk<strong>en</strong> af te lever<strong>en</strong>.


De Bijl 123<br />

marktspelers ge<strong>en</strong> rek<strong>en</strong>ing houd<strong>en</strong> met deze externe effect<strong>en</strong>, bestaat de<br />

mogelijkheid dat er bij vrije marktprijz<strong>en</strong> te weinig van wordt afg<strong>en</strong>om<strong>en</strong>, vergelek<strong>en</strong><br />

met het maatschappelijk optimum. In dat geval kan het zinvol zijn om de<br />

toegankelijkheid van communicatiekanal<strong>en</strong> te waarborg<strong>en</strong>, bij<strong>voor</strong>beeld door verplichting<strong>en</strong><br />

tot e<strong>en</strong> universele di<strong>en</strong>st, met als doel telecommunicatie toegankelijk<br />

<strong>en</strong> betaalbaar te houd<strong>en</strong> <strong>voor</strong> iedere<strong>en</strong>, ongeacht inkom<strong>en</strong> of geografische locatie.<br />

Verder zijn externaliteit<strong>en</strong> in de vorm van interfer<strong>en</strong>tie, wanneer verschill<strong>en</strong>de<br />

spelers hetzelfde deel van het spectrum gebruik<strong>en</strong>, e<strong>en</strong> belangrijke red<strong>en</strong> <strong>voor</strong><br />

beleid met betrekking tot het schaarse radiospectrum. Overheidsinterv<strong>en</strong>tie, bij<strong>voor</strong>beeld<br />

door het allocer<strong>en</strong> van spectrum <strong>voor</strong> mobiele telefonie, kan zich dan<br />

richt<strong>en</strong> op het maximaliser<strong>en</strong> van allocatieve efficiëntie. 6 Radiocommunicatie t<strong>en</strong><br />

behoeve van def<strong>en</strong>sie- <strong>en</strong> maritieme doeleind<strong>en</strong> wordt overig<strong>en</strong>s traditioneel geassocieerd<br />

met publieke goeder<strong>en</strong>, <strong>en</strong> vanuit die achtergrond is het beheer van radiospectrum<br />

historisch gezi<strong>en</strong> bij de overheid terecht gekom<strong>en</strong> (Arnbak, 1997). 7<br />

De relevante wet- <strong>en</strong> regelgeving (bij<strong>voor</strong>beeld de Telecommunicatiewet van 1998<br />

<strong>en</strong> de Memorie van Toelichting) sprek<strong>en</strong> niet in dezelfde bewoording<strong>en</strong> als econom<strong>en</strong><br />

in het algeme<strong>en</strong> do<strong>en</strong>. Het is daardoor niet zo snel duidelijk hoe politici <strong>en</strong><br />

beleidsmakers destijds precies aankek<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> de tak<strong>en</strong> van de overheid. Om er<br />

iets over te kunn<strong>en</strong> zegg<strong>en</strong> zonder de officiële tekst<strong>en</strong> zelf te interpreter<strong>en</strong>, permitteer<br />

ik me e<strong>en</strong> shortcut op basis van e<strong>en</strong> interpretatie door juridische experts:<br />

OPTA formuleert – in algem<strong>en</strong>e zin – haar bevoegdhed<strong>en</strong> als volgt:<br />

“De Telecommunicatiewet is e<strong>en</strong> publiekrechtelijke wet die publieke<br />

belang<strong>en</strong> beoogt te behartig<strong>en</strong>, te wet<strong>en</strong> de bevordering van best<strong>en</strong>dige<br />

mededinging op de telecommunicatiemarkt <strong>en</strong> de bescherming van eindgebruikers.<br />

[...]”<br />

Dommering e.a. (2003, p. 38).<br />

De invulling die OPTA aan de Telecommunicatiewet geeft is dus gebaseerd op het<br />

terugdring<strong>en</strong> van concurr<strong>en</strong>tieverstor<strong>en</strong>de marktmacht (dit raakt aan punt 1 in het<br />

overzicht) <strong>en</strong> consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>bescherming (punt 4). Overig<strong>en</strong>s heeft de Telecommunicatiewet<br />

meer reikwijdte, <strong>en</strong> besteedt OPTA daar ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s aandacht aan, bij<strong>voor</strong>beeld<br />

met betrekking tot de verplichting<strong>en</strong> tot e<strong>en</strong> universele di<strong>en</strong>st <strong>voor</strong><br />

KPN.<br />

Overheidsinterv<strong>en</strong>tie is, naast het teg<strong>en</strong>gaan van marktfal<strong>en</strong>, vaak gebaseerd op<br />

herverdelingsargum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. In de telecommarkt uit zich dat bij<strong>voor</strong>beeld in regulering<br />

van eindgebruikerstariev<strong>en</strong>, het waarborg<strong>en</strong> van de toegankelijkheid van de<br />

6 Spectrumallocatie <strong>en</strong> de ervaring<strong>en</strong> met het veil<strong>en</strong> van lic<strong>en</strong>ties <strong>voor</strong> mobiele telefonie blijv<strong>en</strong> verder<br />

buit<strong>en</strong> beschouwing. Van Damme (2004) bespreekt de ervaring met de UMTS-veiling <strong>voor</strong> mobiele<br />

telefonie. Voor algem<strong>en</strong>e refer<strong>en</strong>ties over spectrumbeleid <strong>en</strong> allocatie van radiospectrum, zie Cave<br />

(2002) <strong>en</strong> Zwart (2007).<br />

7 Via het radiospectrum uitgezond<strong>en</strong> radio- <strong>en</strong> TV-programma’s vorm<strong>en</strong> e<strong>en</strong> publiek goed vanwege de<br />

mogelijkheid van free riding – e<strong>en</strong> probleem wat met het versleuteld verz<strong>en</strong>d<strong>en</strong> van cont<strong>en</strong>t teg<strong>en</strong>woordig<br />

goed oplosbaar is.


124 Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom: Missie geslaagd,<br />

operatie afgerond?<br />

di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing door het oplegg<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> universele di<strong>en</strong>st, <strong>en</strong> door het verbind<strong>en</strong><br />

van <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> van landelijke dekking aan lic<strong>en</strong>ties <strong>voor</strong> mobiele telefonie. Dergelijke<br />

interv<strong>en</strong>ties zijn echter ook te rechtvaardig<strong>en</strong> vanwege de aanwezigheid<br />

van externe effect<strong>en</strong> (punt 2b in het overzicht). Internationaal is er overig<strong>en</strong>s e<strong>en</strong><br />

brede <strong>en</strong> groei<strong>en</strong>de belangstelling <strong>voor</strong> het uitbreid<strong>en</strong> van de universele di<strong>en</strong>st met<br />

toegang tot breedbandinternet. Zeer rec<strong>en</strong>t nam de regering van Finland het besluit<br />

− als eerste land ter wereld − om breedbandinternettoegang (snelheid minimaal 1<br />

Mbit/s) tot e<strong>en</strong> universele di<strong>en</strong>st te verklar<strong>en</strong>, ingaande per juli 2010. 8 Dit gaat<br />

zonder twijfel navolging krijg<strong>en</strong> in andere land<strong>en</strong>.<br />

5.3 Telecom 2.0 (1998 - 2007)<br />

5.3.1 E<strong>en</strong> veelbelov<strong>en</strong>d begin<br />

In de markt <strong>voor</strong> vaste telefonie vraagt het uitroll<strong>en</strong> van nieuwe netwerk<strong>en</strong> substantiële<br />

investering<strong>en</strong> <strong>en</strong> tijd. Desalniettemin, to<strong>en</strong> de markt in 1998 werd vrijgegev<strong>en</strong><br />

was de verwachting dat het tot stand kom<strong>en</strong> van infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie<br />

(concurr<strong>en</strong>tie tuss<strong>en</strong> operators met eig<strong>en</strong> netwerk<strong>en</strong>) niet al te lang op zich zou<br />

lat<strong>en</strong> wacht<strong>en</strong>, zeg e<strong>en</strong> jaar of vijf. Dit gevoel van maakbaarheid van de markt in<br />

de eerste helft van Telecom 2.0 lag <strong>voor</strong> de hand. Er stond<strong>en</strong> maar liefst twee toetreders<br />

met het pot<strong>en</strong>tieel van landelijke netwerkdekking in de startblokk<strong>en</strong>. 9 Zo<br />

was er e<strong>en</strong> consortium van diverse <strong>en</strong>ergie- <strong>en</strong> kabelbedrijv<strong>en</strong> in Nederland onder<br />

de naam Enertel (later Energis) dat met het eig<strong>en</strong> communicati<strong>en</strong>etwerk van <strong>en</strong>ergiebedrijv<strong>en</strong><br />

al beschikte over e<strong>en</strong> landelijke backbone (netwerk bestaande uit<br />

lange afstandsverbinding<strong>en</strong>) <strong>en</strong> over fijnmazige netwerk<strong>en</strong> tot eindgebruikers<br />

bestaande uit de kabelnetwerk<strong>en</strong>. En er was Telfort, e<strong>en</strong> alliantie bestaande uit NS<br />

<strong>en</strong> British Telecom, dat het landelijke, eig<strong>en</strong> communicati<strong>en</strong>etwerk van de NS<br />

combineerde met telecom-expertise uit het buit<strong>en</strong>land. Naast deze twee spelers,<br />

die zich binn<strong>en</strong> overzi<strong>en</strong>bare tijd zoud<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> ontwikkel<strong>en</strong> tot concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong> van<br />

KPN met eig<strong>en</strong> netwerk<strong>en</strong> met landelijke dekking, war<strong>en</strong> er ook <strong>voor</strong>uitzicht<strong>en</strong> op<br />

lokale toetreding in deelmarkt<strong>en</strong>. Regionale kabelbedrijv<strong>en</strong> zoud<strong>en</strong>, na de nodige<br />

aanpassing<strong>en</strong> van hun netwerk<strong>en</strong>, telefonie aan hun aanbod kunn<strong>en</strong> toevoeg<strong>en</strong>.<br />

Het Amsterdamse kabelbedrijf A2000 (later Priority Telecom <strong>en</strong> UPC) had al<br />

vroeg serieuze aspiraties op dat vlak. 10<br />

E<strong>en</strong> jaar of vijf later was het beeld veranderd, vergelek<strong>en</strong> met de initiële verwachting<strong>en</strong>.<br />

De ontwikkeling van Enertel <strong>en</strong> Telfort tot landelijke concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>voor</strong><br />

KPN was niet van de grond gekom<strong>en</strong>. De kabelbedrijv<strong>en</strong> blek<strong>en</strong>, in de beginperiode,<br />

weinig belangstelling te hebb<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de markt <strong>voor</strong> spraaktelefonie. De markt<br />

8 Ministry of Transport and Communications, persbericht van 16 oktober 2009, “Access to a minimum<br />

of 1 Mbit Internet connection available to everyone in Finland by July 2010”; http://www.vn.fi/ajankohtaista/tiedotteet/tiedote/<strong>en</strong>.jsp?oid=273978.<br />

9 De beschrijving van de ontwikkeling<strong>en</strong> na de liberalisering in 1998 zijn deels ontle<strong>en</strong>d aan De Bijl<br />

<strong>en</strong> Peitz (2002).<br />

10 A2000 voerde in 1997 al de eerste experim<strong>en</strong>t<strong>en</strong> met telefonie uit (Computable, 16 jan. 1997).


De Bijl 125<br />

<strong>voor</strong> vaste telefonie, gek<strong>en</strong>merkt door e<strong>en</strong> reeks fusies <strong>en</strong> overnames die gepaard<br />

ging<strong>en</strong> met strategische koerswijziging<strong>en</strong>, ontwikkelde zich dus in e<strong>en</strong> andere<br />

richting dan in eerste instantie was <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>. Desalniettemin gav<strong>en</strong> de geobserveerde<br />

ontwikkeling<strong>en</strong> goede hoop op e<strong>en</strong> ontwikkeling naar e<strong>en</strong> volwass<strong>en</strong> markt.<br />

Diverse toetreders rold<strong>en</strong> heel gericht netwerk<strong>en</strong> uit <strong>voor</strong> de zakelijke markt op<br />

slim gekoz<strong>en</strong> locaties. Colt beschikte bij<strong>voor</strong>beeld over e<strong>en</strong> backbone in combinatie<br />

met vier fiber city rings, GTS over Europees backbone <strong>en</strong> e<strong>en</strong> ’interconnectiepunt’<br />

in Amsterdam (waar gesprekk<strong>en</strong> kond<strong>en</strong> word<strong>en</strong> doorgegev<strong>en</strong> aan KPN),<br />

MCI Worldcom over e<strong>en</strong> backbone <strong>en</strong> netwerk<strong>en</strong> Amsterdam <strong>en</strong> Rotterdam, <strong>en</strong><br />

Versatel had e<strong>en</strong> backbonde in de B<strong>en</strong>elux met e<strong>en</strong> ring tuss<strong>en</strong> de grote sted<strong>en</strong> in<br />

ons land. De stadsring<strong>en</strong> in de grote sted<strong>en</strong> hadd<strong>en</strong> directe aftakking<strong>en</strong> naar grote<br />

bedrijv<strong>en</strong>. Het aanlegg<strong>en</strong> van local loops (verbinding<strong>en</strong> tot eindgebruikers) bleef<br />

in de meeste del<strong>en</strong> van het land, <strong>en</strong> <strong>voor</strong>al <strong>voor</strong> particulier<strong>en</strong>, echter uit.<br />

Ondanks de afwezigheid van infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie <strong>voor</strong> resid<strong>en</strong>tiële eindgebruikers,<br />

profiteerd<strong>en</strong> consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> van prijsconcurr<strong>en</strong>tie. OPTA zag er immers op<br />

toe dat KPN haar netwerk op<strong>en</strong>stelde <strong>voor</strong> concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong> zonder eig<strong>en</strong> netwerk. Zo<br />

war<strong>en</strong> er bij<strong>voor</strong>beeld Carrier Select <strong>en</strong> Carrier Preselect di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>aanbieders als<br />

Scarlet Telecom <strong>en</strong> Tele2, die gebruik maakt<strong>en</strong> van de mogelijkheid om teg<strong>en</strong> e<strong>en</strong><br />

lage groothandelsprijs gesprekk<strong>en</strong> over KPN’s netwerk te kunn<strong>en</strong> afwikkel<strong>en</strong>.<br />

Diverse spelers veroverd<strong>en</strong> zo snel marktaandeel in spraaktelefonie. De <strong>voor</strong>malige<br />

monopolist werd ook verplicht om de local loop, ofwel de aansluitlijn tot de<br />

eindgebruiker, te ontbundel<strong>en</strong>, 11 maar daar werd in de eerste jar<strong>en</strong> weinig gebruik<br />

van gemaakt door concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. De oorzaak daarvan ligt vermoedelijk in de relatieve<br />

onaantrekkelijkheid van de business case die nieuwkomers kond<strong>en</strong> bouw<strong>en</strong><br />

op basis van het ontbundelde aanbod. Het aanbied<strong>en</strong> van telefonie op basis van<br />

Carrier (Pre)Select verloopt grot<strong>en</strong>deels via administratieve afwikkeling<strong>en</strong> in<br />

combinatie met marketing- <strong>en</strong> salesactiviteit<strong>en</strong>, met bescheid<strong>en</strong> investering<strong>en</strong><br />

gerelateerd aan infrastructuur. Ontbundelde toegang daar<strong>en</strong>teg<strong>en</strong> vraagt, tot op<br />

zekere hoogte, om investering<strong>en</strong> tot e<strong>en</strong> relatief laag niveau in de netwerkhiërarchie<br />

van KPN. 12 De verwachte omzet in spraaktelefonie was blijkbaar te laag, in<br />

verhouding tot de b<strong>en</strong>odigde investering<strong>en</strong>.<br />

Er tek<strong>en</strong>de zich dus in (grofweg) de eerste vijf jaar na de liberalisering e<strong>en</strong> segm<strong>en</strong>tatie<br />

af tuss<strong>en</strong>:<br />

1. de grootzakelijke markt op aantrekkelijke, geconc<strong>en</strong>treerde locaties in of<br />

nabij de grote sted<strong>en</strong>; <strong>en</strong><br />

2. de rest van de markt, bestaande uit consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>en</strong> het MKB in alle<br />

gebied<strong>en</strong>, <strong>en</strong> uit grootzakelijke afnemers in de gebied<strong>en</strong> buit<strong>en</strong> de grote<br />

sted<strong>en</strong> of geconc<strong>en</strong>treerde locaties.<br />

11 “Local loop unbundling”: hierbij huurt e<strong>en</strong> concurr<strong>en</strong>t aansluitlijn<strong>en</strong> van de incumb<strong>en</strong>t om daarover<br />

eig<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> aan te bied<strong>en</strong> aan eindgebruikers. Er wordt dus niet afgewikkeld per gespreksminuut,<br />

zoals het geval is bij Carrier (Pre)Select.<br />

12 Op basis van de omvang van de b<strong>en</strong>odigde investering<strong>en</strong> kan markttoegang via ontbundeling bestempeld<br />

word<strong>en</strong> als e<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong>vorm van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>- <strong>en</strong> infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie.


126 Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom: Missie geslaagd,<br />

operatie afgerond?<br />

De hoop <strong>en</strong> verwachting was dat, met wat meer tijd, toetreders ook netwerk<strong>en</strong><br />

zoud<strong>en</strong> gaan uitroll<strong>en</strong> in het tweede segm<strong>en</strong>t. Dankzij regulering van de toegangstariev<strong>en</strong><br />

die di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>aanbieders aan KPN betaald<strong>en</strong> blev<strong>en</strong> consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> in de tuss<strong>en</strong>tijd<br />

niet verstok<strong>en</strong> van concurr<strong>en</strong>tiedruk op de beltariev<strong>en</strong>. Econom<strong>en</strong> bestempeld<strong>en</strong><br />

deze aanpak als de ladder of investm<strong>en</strong>t: interv<strong>en</strong>tie door de toezichthouder<br />

is zodanig dat nieuwkomers aangemoedigd word<strong>en</strong> om geleidelijk investering<strong>en</strong><br />

te do<strong>en</strong> die h<strong>en</strong> minder afhankelijk mak<strong>en</strong> van gevestigde netwerk operators (Cave,<br />

2006). De volg<strong>en</strong>de subsectie illustreert hoe OPTA de investeringsladder probeerde<br />

te implem<strong>en</strong>ter<strong>en</strong>.<br />

5.3.2 De economische filosofie achter toegangsregulering<br />

Het Europese regelgevingskader <strong>voor</strong> telecommunicatie schreef <strong>voor</strong> aan welke<br />

<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> de toegangstariev<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de verschill<strong>en</strong>de vorm<strong>en</strong> van netwerktoegang<br />

moest<strong>en</strong> voldo<strong>en</strong> (zie Buigues <strong>en</strong> Rey (2004) <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> totaaloverzicht). Zo<br />

moest, <strong>voor</strong> netwerkaanbieders met ‘aanmerkelijke marktmacht’ (AMM), het toegangstarief<br />

<strong>voor</strong> ontbundelde aansluitlijn<strong>en</strong> kost<strong>en</strong>georiënteerd zijn, dat wil zegg<strong>en</strong>,<br />

gebaseerd op onderligg<strong>en</strong>de kost<strong>en</strong>. 13 Tegelijkertijd moest<strong>en</strong> toegangstariev<strong>en</strong><br />

kost<strong>en</strong>dekk<strong>en</strong>d zijn <strong>en</strong> e<strong>en</strong> redelijk r<strong>en</strong>dem<strong>en</strong>t <strong>voor</strong> de netwerkaanbieder mogelijk<br />

mak<strong>en</strong>.<br />

De gereguleerde toegangstariev<strong>en</strong> vorm<strong>en</strong> e<strong>en</strong> sleutelvariabele in de ontwikkeling<br />

van de telecommarkt. Econom<strong>en</strong> waarschuwd<strong>en</strong> al vroeg <strong>voor</strong> het risico dat toegangsregulering<br />

de uitrol van concurrer<strong>en</strong>de netwerk<strong>en</strong> kan verstor<strong>en</strong> (zie bijv.<br />

CPB (1997) <strong>en</strong> Van Damme (1999)). Lage toegangstariev<strong>en</strong> stimuler<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>concurr<strong>en</strong>tie,<br />

maar ontmoedig<strong>en</strong> het zelf invester<strong>en</strong> in e<strong>en</strong> netwerk <strong>voor</strong> toetreders,<br />

zodat toegangsregulering nodig zal blijv<strong>en</strong>. In aanvulling hierop gaf Van<br />

Damme aan dat de verwachting<strong>en</strong> die de toezichthouder (al dan niet bewust) zelf<br />

hanteert omtr<strong>en</strong>t de <strong>voor</strong>uitzicht<strong>en</strong> op uitrol van netwerk<strong>en</strong>, e<strong>en</strong> self­fulfilling prophecy<br />

kunn<strong>en</strong> vorm<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> meer pessimistische toezichthouder zal str<strong>en</strong>ger reguler<strong>en</strong>,<br />

<strong>en</strong> daarmee de investeringsprikkels van toetreders de kop indrukk<strong>en</strong> (<strong>en</strong> vice<br />

versa). E<strong>en</strong> empirische studie (LECG, 2007; weliswaar gesponsord door incumb<strong>en</strong>ts)<br />

suggereert dat e<strong>en</strong> lagere groothandelsprijs van ontbundelde toegangslijn<strong>en</strong><br />

toetreders aanmoedigt om van het ontbundelde aanbod gebruik te mak<strong>en</strong>, wat t<strong>en</strong><br />

koste gaat van netwerkuitrol. Grajek <strong>en</strong> Roller (2009) concluder<strong>en</strong>, op basis van<br />

e<strong>en</strong> grootschalig empirisch onderzoek met data uit de EU, dat str<strong>en</strong>gere toegangsregulering<br />

leidt tot e<strong>en</strong> afname van investering<strong>en</strong>, <strong>en</strong> dat het stimuler<strong>en</strong> van<br />

concurr<strong>en</strong>tie met toegangsregulering de prikkels verlaagt om eig<strong>en</strong> netwerk<strong>en</strong> uit<br />

te roll<strong>en</strong>. De realiteit is ongetwijfeld complexer, maar deze empirische aanwijzing<strong>en</strong><br />

sluit<strong>en</strong> aan bij de eerder geuitte intuïtie op basis van economische argum<strong>en</strong>tatie.<br />

Het Europese regelgevingskader onderk<strong>en</strong>de het risico van ondermijning van de<br />

13 Verord<strong>en</strong>ing (EG) nr. 2887/2000 van het Europees Parlem<strong>en</strong>t <strong>en</strong> de Raad van 18 december 2000<br />

inzake ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk.


De Bijl 127<br />

prikkels <strong>voor</strong> netwerkuitrol, <strong>en</strong> schreef, met betrekking tot ontbundeling van het<br />

aansluitnetwerk, het volg<strong>en</strong>de <strong>voor</strong>:<br />

“Regels <strong>voor</strong> de tarifering van aansluitnetwerk<strong>en</strong> moet<strong>en</strong> eerlijke <strong>en</strong> duurzame<br />

concurr<strong>en</strong>tie bevorder<strong>en</strong> (met inachtneming van de noodzaak om in<br />

alternatieve infrastructur<strong>en</strong> te invester<strong>en</strong>)”<br />

Verord<strong>en</strong>ing (EG) nr. 2887/2000 van het Europees Parlem<strong>en</strong>t <strong>en</strong> de Raad<br />

van 18 december 2000 inzake ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk<br />

(p. L 336/5; cursivering PdB). 14<br />

De rec<strong>en</strong>tere ‘Toegangsrichtlijn’ wees nog specifieker op het belang van netwerkuitrol:<br />

“Dat de nationale regelgev<strong>en</strong>de instanties het verl<strong>en</strong><strong>en</strong> van toegang verplicht<br />

stell<strong>en</strong> om op korte termijn de concurr<strong>en</strong>tie te bevorder<strong>en</strong>, mag er<br />

niet toe leid<strong>en</strong> dat concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong> minder gestimuleerd word<strong>en</strong> om te invester<strong>en</strong><br />

in alternatieve faciliteit<strong>en</strong> die op langere termijn <strong>voor</strong> meer concurr<strong>en</strong>tie<br />

zull<strong>en</strong> zorg<strong>en</strong>.”<br />

Richtlijn 2002/19/EG van het Europees Parlem<strong>en</strong>t <strong>en</strong> de Raad van 7 maart<br />

2002 inzake de toegang tot <strong>en</strong> interconnectie van elektronische communicati<strong>en</strong>etwerk<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> bijbehor<strong>en</strong>de faciliteit<strong>en</strong> (Toegangsrichtlijn) (p. L<br />

108/10). 15<br />

Het ontwerp<strong>en</strong> van toegangsregulering onder de waarborging van investeringsprikkels<br />

is niet e<strong>en</strong>voudig, <strong>en</strong> het is op <strong>voor</strong>hand niet evid<strong>en</strong>t dat het überhaupt<br />

mogelijk is. Stel a is het niveau van het toegangstarief waarbij e<strong>en</strong> toetreder indiffer<strong>en</strong>t<br />

is tuss<strong>en</strong> het inkop<strong>en</strong> van toegang <strong>en</strong> het zelf aanlegg<strong>en</strong> van infrastructuur.<br />

Bij e<strong>en</strong> toegangstarief t > a zal deze toetreder dus zelf e<strong>en</strong> netwerk will<strong>en</strong> aanlegg<strong>en</strong>.<br />

Stel de marginale kost<strong>en</strong> per aansluiting van de toetreder bedrag<strong>en</strong> c, <strong>en</strong> de<br />

maximale bereidheid om te betal<strong>en</strong> <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> aansluiting van e<strong>en</strong> consum<strong>en</strong>t is b.<br />

De gepercipieerde marginale kost<strong>en</strong> bedrag<strong>en</strong> daarom c + t. Als t + c > b dan<br />

bestaat er ge<strong>en</strong> lev<strong>en</strong>svatbaar business model <strong>voor</strong> toetreders die e<strong>en</strong> netwerk will<strong>en</strong><br />

uitroll<strong>en</strong>. Parameter a is lastig te bepal<strong>en</strong>, zodat het moeilijk in te schatt<strong>en</strong> is of<br />

t niet te laag wordt gekoz<strong>en</strong>. Verder is de Toegangsrichtlijn impliciet gebaseerd op<br />

de veronderstelling dat a < b – c, ofwel het interval [a, b – c] waarbinn<strong>en</strong> t gekoz<strong>en</strong><br />

di<strong>en</strong>t te word<strong>en</strong>, is niet leeg. Deze gestileerde <strong>voor</strong>stelling van zak<strong>en</strong> is uiteraard<br />

e<strong>en</strong> vere<strong>en</strong>voudiging, maar wijst desalniettemin op fundam<strong>en</strong>tele vrag<strong>en</strong>, waarop<br />

uiteindelijk alle<strong>en</strong> de praktijk e<strong>en</strong> antwoord kan gev<strong>en</strong>.<br />

Hoe ontwikkelde de markt zich na het <strong>voor</strong>tvar<strong>en</strong>de begin, dat goede hoop had<br />

gegev<strong>en</strong> op e<strong>en</strong> gezonde ontwikkeling naar infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie binn<strong>en</strong><br />

afzi<strong>en</strong>bare termijn? Lat<strong>en</strong> we eerst wat nauwkeuriger kijk<strong>en</strong> naar de ervaring<strong>en</strong><br />

met toegangsregulering.<br />

14 Publicatieblad van de Europese Geme<strong>en</strong>schapp<strong>en</strong>, 30 dec. 2000.<br />

15 Publicatieblad van de Europese Geme<strong>en</strong>schapp<strong>en</strong>, 24 april 2002.


128 Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom: Missie geslaagd,<br />

operatie afgerond?<br />

5.3.3 Het mom<strong>en</strong>tum verdampt<br />

Het Europese kader liet, binn<strong>en</strong> de gestelde kaders, de vormgeving van toegangsregulering<br />

over aan de nationale toezichthouders. In Nederland had OPTA e<strong>en</strong><br />

uitgeki<strong>en</strong>de oplossing bedacht <strong>voor</strong> het door econom<strong>en</strong> gesignaleerde dilemma<br />

omtr<strong>en</strong>t investeringsprikkels. Dat bestond eruit om het gereguleerde tarief <strong>voor</strong><br />

ontbundelde aansluitlijn<strong>en</strong> gedur<strong>en</strong>de vijf jaar geleidelijk te lat<strong>en</strong> stijg<strong>en</strong>. Dit in<br />

lijn met het idee van de investeringsladder – e<strong>en</strong> concept dat ook door de Europese<br />

Commissie omarmd werd. Het idee daarachter is om toetreders aan te moedig<strong>en</strong><br />

omhoog te klimm<strong>en</strong>, start<strong>en</strong>d vanuit e<strong>en</strong> positie als di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>aanbieder die gebruik<br />

maakt van het netwerk van de incumb<strong>en</strong>t, om via het opbouw<strong>en</strong> van ervaring <strong>en</strong><br />

marktaandeel te eindig<strong>en</strong> als operator met e<strong>en</strong> eig<strong>en</strong> netwerk (Cave, 2004). Dat<br />

omhoog klimm<strong>en</strong> gebeurt automatisch wanneer hogere tred<strong>en</strong> van de ladder winstgev<strong>en</strong>der<br />

zijn t<strong>en</strong> opzichte van de huidige trede. E<strong>en</strong> hogere trede wordt daarbij<br />

bereikt door e<strong>en</strong> investering te verricht<strong>en</strong> die minder e<strong>en</strong>voudig te duplicer<strong>en</strong> netwerkonderdel<strong>en</strong><br />

toevoegt aan de assets van de toetreder. 16 De prikkels daartoe word<strong>en</strong><br />

verder versterkt wanneer toetreders vrez<strong>en</strong> dat de trede waarop zij zich bevind<strong>en</strong><br />

onder hun voet<strong>en</strong> vandaan gehaald zal word<strong>en</strong>. Merk op dat het tot<br />

welvaartsverlies kan leid<strong>en</strong> wanneer de beoogde investering niet kost<strong>en</strong>efficiënt is<br />

in het licht van schaaleffect<strong>en</strong>.<br />

OPTA had de volg<strong>en</strong>de formule <strong>voor</strong>gesteld <strong>voor</strong> het bepal<strong>en</strong> van het toegangstarief<br />

van de ontbundelde toegangslijn gedur<strong>en</strong>de de tijd: 17<br />

H E H P = P + t ( Pt – Pt )/5, t = 0, 1,..., 5 (jar<strong>en</strong>).<br />

t t<br />

H Het startpunt was e<strong>en</strong> tarief P gebaseerd op historische kost<strong>en</strong>, <strong>en</strong> het eindpunt<br />

0<br />

H P op actuele kost<strong>en</strong>. Gedur<strong>en</strong>de de rit zou Pt geleidelijk het niveau van de actuele<br />

5<br />

kost<strong>en</strong> bereik<strong>en</strong>. Daarmee zou het hur<strong>en</strong> van aansluitlijn<strong>en</strong> relatief minder aantrekkelijk<br />

word<strong>en</strong> <strong>voor</strong> toetreders t<strong>en</strong> opzichte van het zelf aanlegg<strong>en</strong> van netwerk<strong>en</strong>.<br />

De tijdsspanne van vijf jaar werd blijkbaar repres<strong>en</strong>tatief geacht <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> minimale<br />

periode waarin de b<strong>en</strong>odigde substantiële investering<strong>en</strong> terugverdi<strong>en</strong>d kond<strong>en</strong><br />

word<strong>en</strong>. De implem<strong>en</strong>tatie van de investeringsladder door OPTA verliep echter<br />

niet volg<strong>en</strong>s plan (De Bijl <strong>en</strong> Peitz, 2005). M<strong>en</strong> had namelijk niet <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong> dat<br />

de actuele kost<strong>en</strong> zoud<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> dal<strong>en</strong>. Dat laatste gebeurde doordat de kost<strong>en</strong><br />

geleidelijk aan verdeeld kond<strong>en</strong> word<strong>en</strong> over e<strong>en</strong> toeg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> aantal aansluitlijn<strong>en</strong>.<br />

Vanwege de Europese verplichting van kost<strong>en</strong>oriëntatie daalde daarmee het<br />

gereguleerde tarief P t . Dit hield toegang laagdrempelig <strong>voor</strong> toetreders – precies<br />

wat niet beoogd was. Het Europese kader leek dus te knell<strong>en</strong>d te zijn <strong>voor</strong> de langetermijnstrategie<br />

van de Nederlandse toezichthouder. E<strong>en</strong> relevante vraag is ook<br />

of het oorspronkelijke idee van het stijg<strong>en</strong>de toegangstarief niet al vanaf het begin<br />

op gespann<strong>en</strong> voet stond met het Europese kader. E<strong>en</strong> andere interessante vraag is<br />

16 Gebaseerd op het concept van replicability van netwerkonderdel<strong>en</strong>.<br />

17 “Richtsnoer<strong>en</strong> met betrekking tot ontbundelde toegang tot de aansluitlijn (’MDF-access’)”, OPTA,<br />

16 maart 1999/OPTA/J/99/1443.


De Bijl 129<br />

of e<strong>en</strong> langetermijnaanpak, dat vraagt om commitm<strong>en</strong>t over e<strong>en</strong> periode van meer<br />

dan <strong>en</strong>kele jar<strong>en</strong>, teveel gevraagd is van e<strong>en</strong> toezichthouder.<br />

Zoals al was opgemerkt vond<strong>en</strong> toetreders toegang tot het ontbundelde aansluitnetwerk<br />

blijkbaar niet aantrekkelijk g<strong>en</strong>oeg om alle<strong>en</strong> spraaktelefonie in de markt<br />

te zett<strong>en</strong>. Dat veranderde <strong>en</strong>kele jar<strong>en</strong> later met de opkomst van breedbandinternet<br />

over DSL, e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st waarmee e<strong>en</strong> aantrekkelijkere business case te bouw<strong>en</strong> was.<br />

Te meer vanwege het lage niveau van het huurtarief van de ontbundelde aansluitlijn,<br />

dat ook internationaal gezi<strong>en</strong> gunstig afstak. Gedur<strong>en</strong>de de periode van januari<br />

2003 tot december 2004 steeg het aantal door toetreders overg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> lijn<strong>en</strong><br />

raz<strong>en</strong>dsnel, van ongeveer 0 tot meer dan 400 000 (De Bijl <strong>en</strong> Peitz, 2005). Enkele<br />

internetproviders die breedbandinternet aanbod<strong>en</strong> via ontbundelde lijn<strong>en</strong> war<strong>en</strong><br />

bij<strong>voor</strong>beeld Tiscali <strong>en</strong> XS4ALL. Deze toetreding tot het nieuwe marktsegm<strong>en</strong>t<br />

leidde in eerste instantie tot veel concurr<strong>en</strong>tie in abonnem<strong>en</strong>tstariev<strong>en</strong> <strong>voor</strong> breedbandinternettoegang.<br />

In de jar<strong>en</strong> daarna nam KPN echter diverse concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

over die gebruik maakt<strong>en</strong> van ontbundelde toegang. De hoge breedbandp<strong>en</strong>etratie,<br />

die sterk gedrev<strong>en</strong> werd door ontbundelde toegang, leverde Nederland desalniettemin<br />

e<strong>en</strong> toppositie op in de internationale land<strong>en</strong>vergelijking<strong>en</strong>. Zo was, aan het<br />

begin van 2009, de gemiddelde p<strong>en</strong>etratiegraad van breedband in de EU 24%,<br />

terwijl Nederland (sam<strong>en</strong> met D<strong>en</strong>emark<strong>en</strong>) koploper was met bijna 37%. 18 Daarmee<br />

was Korea (32% in het vierde kwartaal van 2008), jar<strong>en</strong>lang de internationale<br />

aanvoerder, ruim ingehaald. 19<br />

Ondanks dat OPTA’s plan van e<strong>en</strong> stijg<strong>en</strong>d tarief <strong>voor</strong> de ontbundelde aansluitlijn<br />

in het water was gevall<strong>en</strong>, werd local loop unbundling (LLU) uiteindelijk e<strong>en</strong><br />

groot succes, zoals hierbov<strong>en</strong> geïllustreerd. Sterker, misschi<strong>en</strong> was dat succes wel<br />

juist te dank<strong>en</strong> aan het feit dat het toegangstarief laag bleef – daardoor kond<strong>en</strong><br />

toetreders e<strong>en</strong> aantrekkelijke business case opbouw<strong>en</strong> gebaseerd op het inhur<strong>en</strong><br />

van ontbundelde aansluitlijn<strong>en</strong> van KPN. De sterke groei in het aantal bedrijv<strong>en</strong><br />

die zodo<strong>en</strong>de e<strong>en</strong> aantrekkelijk aanbod <strong>voor</strong> breedbandinternet in de markt zette,<br />

verschafte Nederland e<strong>en</strong> internationale koploperspositie in het gebruik van breedbandinternet.<br />

Maar hoe ging het met de uitrol van concurrer<strong>en</strong>de netwerk<strong>en</strong>?<br />

Opvall<strong>en</strong>d was dat veel spelers die gebruik maakt<strong>en</strong> van toegang tot KPN’s aansluitnetwerk,<br />

niet de stap zett<strong>en</strong> naar het uitroll<strong>en</strong> van lijn<strong>en</strong> tot de huiz<strong>en</strong> van<br />

consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. Ze investeerd<strong>en</strong> overig<strong>en</strong>s wél in netwerkuitrol tot aan de lokale<br />

c<strong>en</strong>trales − dat gaf desalniettemin e<strong>en</strong> stevige impuls aan de markt. Daarnaast lijkt<br />

de dynamiek in het segm<strong>en</strong>t van de grootzakelijke markt, waarin de eerste vijf jaar<br />

e<strong>en</strong> sterke t<strong>en</strong>d<strong>en</strong>s naar infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie zichtbaar was, de laatste jar<strong>en</strong><br />

afg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> te zijn. Het is nog te vroeg om het precies te kunn<strong>en</strong> duid<strong>en</strong>, maar het<br />

(qua netwerkuitrol) gunstige beeld, zoals geschetst in sectie 3.1, lijkt vervaagd te<br />

18 14th Report on the Implem<strong>en</strong>tation of the Telecommunications Regulatory Package ­ 2008, gepubliceerd<br />

door de Europese Commissie, http://ec.europa.eu/information_society/policy/ecomm/library/<br />

communications_reports/annualreports/14th/index_<strong>en</strong>.htm.<br />

19 OECD Broadband Portal, http://www.oecd.org/sti/ict/ broadband.


130 Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom: Missie geslaagd,<br />

operatie afgerond?<br />

zijn. Sommige insiders sprek<strong>en</strong> zelfs van e<strong>en</strong> stilstand onder netwerkaanbieders,<br />

welke mogelijk te verklar<strong>en</strong> is door de w<strong>en</strong>s van grootzakelijke afnemers om e<strong>en</strong><br />

geïntegreerd pakket van communicatiedi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> (spraak <strong>en</strong> internet, <strong>en</strong> ev<strong>en</strong>tueel<br />

ook mobiel) af te nem<strong>en</strong> van één aanbieder. Dat zou de wind uit de zeil<strong>en</strong> nem<strong>en</strong><br />

van nieuwkomers, die niet direct e<strong>en</strong> totaalaanbod in de markt kunn<strong>en</strong> zett<strong>en</strong>. Huig<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> Cave (2008) zijn somber over de investering<strong>en</strong> in vaste aansluitnetwerk<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> wijz<strong>en</strong> erop dat de rec<strong>en</strong>te review van het EU reguleringskader hier niet adequaat<br />

op reageerde. Het Europese kader gaat immers nog steeds uit van de impliciete<br />

veronderstelling dat de b<strong>en</strong>odigde investering<strong>en</strong> er uiteindelijk zull<strong>en</strong><br />

kom<strong>en</strong>.<br />

De kabelbedrijv<strong>en</strong> hadd<strong>en</strong> zich inmiddels ook op het marktsegm<strong>en</strong>t van breedbandinternet<br />

begev<strong>en</strong>, als aanvulling op de doorgifte van tv-programma’s. Door<br />

toevoeging van spraaktelefonie (voice over broadband) aan de aangebod<strong>en</strong> bundel<br />

ontstond er concurr<strong>en</strong>tie in triple play bundels. In sommige geme<strong>en</strong>tes werd<strong>en</strong><br />

glasfibernetwerk<strong>en</strong> uitgerold tot eindgebruikers (FttH) door nieuwe partij<strong>en</strong>, zoals<br />

Reggefiber, of door de geme<strong>en</strong>tes zelf in sam<strong>en</strong>werking met private partij<strong>en</strong>. KPN<br />

werd actief op de markt <strong>voor</strong> televisieprogramma’s met digitale, draadloze technologie<br />

(onder de naam Digit<strong>en</strong>ne). Consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> kreg<strong>en</strong> daarmee meer te kiez<strong>en</strong> in<br />

e<strong>en</strong> markt waarin het niet meer alle<strong>en</strong> om telefonie ging, maar ook om internet <strong>en</strong><br />

media.<br />

Terugkijk<strong>en</strong>d di<strong>en</strong><strong>en</strong> zich diverse vrag<strong>en</strong> aan. E<strong>en</strong> belangrijke vraag is allereerst of<br />

toegangsregulering in Nederland misschi<strong>en</strong> te string<strong>en</strong>t geweest is (d.w.z. dat toegangstariev<strong>en</strong><br />

te laag zijn gezet) <strong>en</strong> daarmee de prikkels <strong>voor</strong> netwerkuitrol teveel<br />

heeft verzwakt. Die vraag is lastig te beantwoord<strong>en</strong>, maar desalniettemin is er<br />

empirisch materiaal dat e<strong>en</strong> dergelijk mechanisme bevestigt. Verder is het geleidelijk<br />

uitfaser<strong>en</strong> van toegangsregulering in de praktijk lastig geblek<strong>en</strong>. OPTA’s in het<br />

oog spring<strong>en</strong>de poging daartoe werd uiteindelijk onmogelijk gemaakt door de eis<br />

van kost<strong>en</strong>georiënteerdheid in het Europese regelgevingskader. De Bijl <strong>en</strong> Peitz<br />

(2008) bepleit<strong>en</strong> e<strong>en</strong> verruiming van de marktdefinities conform de bedrijfsstrategieën<br />

gericht op triple play bundels, gecombineerd met e<strong>en</strong> volledig symmetrische<br />

regulering van KPN <strong>en</strong> de kabelbedrijv<strong>en</strong>. Knieps (2005) bespreekt de toeg<strong>en</strong>om<strong>en</strong><br />

complexiteit, die gepaard gaat met interne inconsist<strong>en</strong>ties, van de Europese<br />

regelgeving, <strong>en</strong> bepleit e<strong>en</strong> beperking van regulering tot monopolistische bottl<strong>en</strong>ecks<br />

gericht op uitfasering van toegangsregulering. De overkoepel<strong>en</strong>de vraag is<br />

of het huidige Europese kader niet grondig op de schop g<strong>en</strong>om<strong>en</strong> moet word<strong>en</strong>.<br />

E<strong>en</strong> andere vraag, in het verl<strong>en</strong>gde hiervan, is of het ideaalbeeld van infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie<br />

eig<strong>en</strong>lijk wel haalbaar is. In sectie 4 kom ik terug op deze vraag.<br />

5.3.4 Concurr<strong>en</strong>tie-int<strong>en</strong>siteit <strong>en</strong> noodzaak tot<br />

toegangsregulering<br />

Wanneer we de balans opmak<strong>en</strong> na ti<strong>en</strong> jaar regulering, is het onduidelijk of we al<br />

zijn aangeland in e<strong>en</strong> situatie van effectieve infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie. OPTA<br />

(2006) boog zich over de vraag of twee netwerk<strong>en</strong> voldo<strong>en</strong>de zijn <strong>voor</strong> concur-


De Bijl 131<br />

r<strong>en</strong>tie, <strong>en</strong> kwam tot de conclusie dat dit niet het geval is. Desalniettemin zou, in<br />

theorie, e<strong>en</strong> duopolie tot voldo<strong>en</strong>de concurr<strong>en</strong>tie kunn<strong>en</strong> leid<strong>en</strong>. Immers, spraaktelefonie<br />

<strong>en</strong> breedbandinternet zijn in de basis commodities, met verticale kwaliteitsaspect<strong>en</strong>,<br />

zoals de snelheid van e<strong>en</strong> verbinding, als belangrijkste onderscheid<strong>en</strong>de<br />

k<strong>en</strong>merk<strong>en</strong>. Wanneer er op prijs wordt geconcurreerd <strong>en</strong> er ge<strong>en</strong> ‘oerwoud’<br />

van ingewikkelde abonnem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> ontstaat, zorgt concurr<strong>en</strong>tie <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> sterke neerwaartse<br />

druk op de tariev<strong>en</strong>, waarbij ev<strong>en</strong>tuele prijsverschill<strong>en</strong> te herleid<strong>en</strong> zijn tot<br />

kwaliteitsverschill<strong>en</strong>. Consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> profiter<strong>en</strong> dan van Bertrand-concurr<strong>en</strong>tie<br />

(concurr<strong>en</strong>tie op prijs) met verticale kwaliteitsdiffer<strong>en</strong>tiatie, wat aanbieders prikkelt<br />

om te blijv<strong>en</strong> invester<strong>en</strong> in het verhog<strong>en</strong> van de snelheid van de netwerk<strong>en</strong>.<br />

De mogelijkheid van het vrijwillig verl<strong>en</strong><strong>en</strong> van toegang aan di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>aanbieders<br />

versterkt het argum<strong>en</strong>t dat e<strong>en</strong> duopolie tot voldo<strong>en</strong>de concurr<strong>en</strong>tie kan leid<strong>en</strong>.<br />

Bijlsma <strong>en</strong> Van Dijk (2007) beargum<strong>en</strong>ter<strong>en</strong> dat de strijd om marktaandeel tuss<strong>en</strong><br />

verticaal geïntegreerde netwerk<strong>en</strong> prikkels creëert om (vrijwillig) toetreders toe te<br />

lat<strong>en</strong>. Het idee is dat wanneer het <strong>en</strong>e netwerk ge<strong>en</strong> toegang biedt, het andere netwerk,<br />

door wél toegang te verl<strong>en</strong><strong>en</strong>, abonnees van het eerste netwerk kan wegkap<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> op groothandelsniveau aan h<strong>en</strong> kan verdi<strong>en</strong><strong>en</strong>. De auteurs lat<strong>en</strong> zi<strong>en</strong> dat er,<br />

ongeacht de vorm van concurr<strong>en</strong>tie in de eindgebruikersmarkt, ge<strong>en</strong> uitsluiting<br />

van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>aanbieders zal plaatsvind<strong>en</strong>, t<strong>en</strong>zij er e<strong>en</strong> voldo<strong>en</strong>de hoge mate van<br />

horizontale differ<strong>en</strong>tiatie is tuss<strong>en</strong> de netwerk<strong>en</strong>. Met andere woord<strong>en</strong>, e<strong>en</strong> duopolie<br />

van netwerk<strong>en</strong> met daarbij di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>aanbieders die netwerktoegang nodig hebb<strong>en</strong>,<br />

kan, onder <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>, zelf zorg<strong>en</strong> <strong>voor</strong> voldo<strong>en</strong>de concurr<strong>en</strong>tie.<br />

E<strong>en</strong> belangrijke vraag is dus in welke mate netwerk<strong>en</strong> horizontaal gediffer<strong>en</strong>tieerd<br />

zijn. Netwerk operators, vast <strong>en</strong> mobiel, hebb<strong>en</strong> van nature e<strong>en</strong> sterke prikkel om<br />

zich te ontworstel<strong>en</strong> aan de commodity trap (Kocsis <strong>en</strong> De Bijl, 2007). Het middel<br />

daartoe is het aanbr<strong>en</strong>g<strong>en</strong> van horizontale differ<strong>en</strong>tiatie, bij<strong>voor</strong>beeld door met<br />

behulp van reclame <strong>en</strong> marketing op verschill<strong>en</strong>de doelgroep<strong>en</strong> te mikk<strong>en</strong>, of door<br />

onderscheid<strong>en</strong>de cont<strong>en</strong>t aan te bied<strong>en</strong>. Zo zou het <strong>en</strong>e netwerk zich bij<strong>voor</strong>beeld<br />

(relatief) meer kunn<strong>en</strong> richt<strong>en</strong> op sport <strong>en</strong> amusem<strong>en</strong>t, <strong>en</strong> het andere netwerk op<br />

cultuur <strong>en</strong> nieuws. Dergelijke differ<strong>en</strong>tiatiestrategieën kunn<strong>en</strong> versterkt word<strong>en</strong><br />

door exclusieve cont<strong>en</strong>t aan te bied<strong>en</strong>, zoals live uitz<strong>en</strong>ding<strong>en</strong> van sportwedstrijd<strong>en</strong>.<br />

Er is al <strong>en</strong>ige activiteit op dit vlak waar te nem<strong>en</strong>, d<strong>en</strong>k aan het aanbod van<br />

voetbalwedstrijd<strong>en</strong> door Tele2, maar <strong>voor</strong>alsnog merk<strong>en</strong> consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> nog niet<br />

veel van horizontale differ<strong>en</strong>tiatie door netwerk<strong>en</strong>. Gebaseerd op de analyse van<br />

Bijlsma <strong>en</strong> Van Dijk (2007), kan m<strong>en</strong> daarom de stelling onderbouw<strong>en</strong> dat de huidige<br />

situatie van twee netwerk<strong>en</strong> <strong>voor</strong> voldo<strong>en</strong>de concurr<strong>en</strong>tie kan zorg<strong>en</strong>. Op<br />

termijn, wanneer netwerk<strong>en</strong> manier<strong>en</strong> vind<strong>en</strong> <strong>en</strong> implem<strong>en</strong>ter<strong>en</strong> om zich van<br />

elkaar te onderscheid<strong>en</strong>, is dat mogelijk niet meer het geval. Dus, gereguleerde<br />

netwerktoegang is op dit mom<strong>en</strong>t misschi<strong>en</strong> niet nodig, maar di<strong>en</strong>t wel beschikbaar<br />

te blijv<strong>en</strong> als reguleringsinstrum<strong>en</strong>t om toe te pass<strong>en</strong> als de concurr<strong>en</strong>tieint<strong>en</strong>siteit<br />

inzakt (De Bijl <strong>en</strong> Peitz, 2008).<br />

In dit verband is de discussie over netwerkneutraliteit heel relevant. Kocsis <strong>en</strong> De<br />

Bijl (2007) besprek<strong>en</strong> de prikkels van netwerk<strong>en</strong> om zich horizontaal te differ<strong>en</strong>-


132 Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom: Missie geslaagd,<br />

operatie afgerond?<br />

tiër<strong>en</strong>, wat kan lop<strong>en</strong> via e<strong>en</strong> route die internet ‘minder neutraal’ maakt. Netwerkneutraliteit<br />

verwijst naar:<br />

“... the regime that does not distinguish in terms of price betwe<strong>en</strong> bits or<br />

information packets according to the services that they provide, and additionally<br />

fails to distinguish in price based on the id<strong>en</strong>tities of the uploader<br />

and downloader. This pricing regime has prevailed since the inception of<br />

the commercial Internet. Pres<strong>en</strong>tly, an information packet used for VOIPs,<br />

email, images, or video is priced equally as a part of the large number of<br />

packets that correspond to the subscription services of the originating and<br />

terminating ISPs.”<br />

Economides (2008, p. 212)<br />

Netwerkaanbieders zoud<strong>en</strong> graag afwill<strong>en</strong> van dit regime, om in plaats daarvan<br />

eindgebruikers <strong>en</strong> cont<strong>en</strong>taanbieders (zoals websites) e<strong>en</strong> gepreciseerde rek<strong>en</strong>ing<br />

te kunn<strong>en</strong> aanbied<strong>en</strong>, gebaseerd op de waarde van de cont<strong>en</strong>t <strong>voor</strong> de gebruiker.<br />

Daarmee zou internet meer gaan lijk<strong>en</strong> op het traditionele telecommodel van vóór<br />

het internet, waarbij per di<strong>en</strong>st afgerek<strong>en</strong>d wordt. Zoals beargum<strong>en</strong>teerd in Kocsis<br />

<strong>en</strong> De Bijl (2007) zou dat de op<strong>en</strong>heid van internet, <strong>en</strong> de daarmee gepaard gaande<br />

vloedgolf aan bottom­up innovaties, kunn<strong>en</strong> ondermijn<strong>en</strong>. Merk overig<strong>en</strong>s op dat<br />

investeringsprikkels <strong>voor</strong> netwerk<strong>en</strong> af zoud<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> nem<strong>en</strong> wanneer zij belemmerd<br />

word<strong>en</strong> in het toeëig<strong>en</strong><strong>en</strong> van surplus. Stel dat er vanwege dit argum<strong>en</strong>t<br />

inderdaad te weinig geïnvesteerd wordt onder e<strong>en</strong> regime van netwerkneutraliteit.<br />

Dan bestaat er e<strong>en</strong> tradeoff tuss<strong>en</strong> (i) netwerk<strong>en</strong> toestaan om differ<strong>en</strong>tiatie <strong>en</strong> discriminatie<br />

toe te pass<strong>en</strong> met het oog op hun investeringsprikkels, wat h<strong>en</strong> meer<br />

macht gev<strong>en</strong> als gatekeeper <strong>voor</strong> innovaties door derd<strong>en</strong>, <strong>en</strong> (ii) netwerkneutraliteit<br />

handhav<strong>en</strong> maar investering<strong>en</strong> stimuler<strong>en</strong> via e<strong>en</strong> sterkere publieke rol, om<br />

zodo<strong>en</strong>de de innovatie in applicaties <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> door derd<strong>en</strong> niet in de kiem te<br />

smor<strong>en</strong>.<br />

E<strong>en</strong> rec<strong>en</strong>te toespraak van FCC <strong>voor</strong>zitter Julius G<strong>en</strong>achowski geeft blijk van het<br />

feit dat de FCC onlangs zwaarder is gaan till<strong>en</strong> aan het belang van netwerkneutraliteit.<br />

20 21 G<strong>en</strong>achowski stelde regelgeving <strong>voor</strong> die operators verbiedt om de doorgifte<br />

van cont<strong>en</strong>t te blokker<strong>en</strong> of degrader<strong>en</strong>, <strong>en</strong> h<strong>en</strong> verplicht om op<strong>en</strong> te zijn over<br />

de wijze waarop zij dataverkeer beher<strong>en</strong>. In de EU is er, vanwege de meer geschakeerde<br />

concurr<strong>en</strong>tie <strong>en</strong> andere aangrijpingsmogelijkhed<strong>en</strong> om anticompetitief<br />

gedrag teg<strong>en</strong> te gaan, mogelijk minder red<strong>en</strong> tot zorg dan in de VS (Chirico e.a.,<br />

2007).<br />

Al met al k<strong>en</strong>t de vraag of twee netwerk<strong>en</strong> voldo<strong>en</strong>de zijn <strong>voor</strong> concurr<strong>en</strong>tie ge<strong>en</strong><br />

e<strong>en</strong>voudig, statisch antwoord. Mogelijk is gereguleerde netwerktoegang op dit<br />

mom<strong>en</strong>t niet meer nodig, maar dat heeft zich in de praktijk nog niet kunn<strong>en</strong> bewij-<br />

20 The Washington Post, “FCC Endorses Network Neutrality”, 22 sept. 2009.<br />

21 De speech van G<strong>en</strong>achowski werd als redelijk revolutionair ervar<strong>en</strong>, zo bleek uit reacties van deelnemers<br />

aan de TPRC 2009 confer<strong>en</strong>tie van Arlington, VA, in diezelfde week.


De Bijl 133<br />

z<strong>en</strong>. Daarnaast is de verwachting dat netwerk<strong>en</strong> nieuwe manier<strong>en</strong> zull<strong>en</strong> bed<strong>en</strong>k<strong>en</strong><br />

om de concurr<strong>en</strong>tie te verminder<strong>en</strong>. Twee netwerk<strong>en</strong> zijn op dit mom<strong>en</strong>t misschi<strong>en</strong><br />

voldo<strong>en</strong>de, maar in de toekomst kan dat heel anders zijn.<br />

Vorm<strong>en</strong> mobiele telefonie <strong>en</strong> mobiel internet e<strong>en</strong> serieus substituut dat concurr<strong>en</strong>tiedruk<br />

<strong>voor</strong> de vaste netwerk<strong>en</strong> oplevert? De markt <strong>voor</strong> mobiele telefonie kon<br />

zich in korte tijd ontwikkel<strong>en</strong> tot e<strong>en</strong> markt met concurrer<strong>en</strong>de netwerk<strong>en</strong>. De<br />

red<strong>en</strong> is het verschil in investeringskost<strong>en</strong>: bij mobiele telefonie hoeft niet gegrav<strong>en</strong><br />

te word<strong>en</strong> om fijnmazige verbinding<strong>en</strong> tot eindgebruikers uit te roll<strong>en</strong>. Met de<br />

tweede g<strong>en</strong>eratie mobiele telefonie, gebaseerd op de GSM-standaard, werd<strong>en</strong> er,<br />

door middel van e<strong>en</strong> veiling van lic<strong>en</strong>ties <strong>voor</strong> radiospectrum, in korte tijd vijf<br />

aanbieders actief. Dat is inclusief KPN <strong>en</strong> Libertel, de spelers die de eerste g<strong>en</strong>eratie<br />

in de markt hadd<strong>en</strong> gezet. Na GSM volgde de derde g<strong>en</strong>eratie, gebaseerd op<br />

de standaard UMTS. Het war<strong>en</strong> de houders van GSM-lic<strong>en</strong>ties die vergunning<strong>en</strong><br />

verkreg<strong>en</strong> op de UMTS-veiling in 2000: 22 KPN Mobile, Libertel (later Vodafone),<br />

Dutchtone (later Orange), B<strong>en</strong> (later T-Mobile) <strong>en</strong> Telfort. Naast deze operators is<br />

er e<strong>en</strong> behoorlijk aantal aanbieders zonder eig<strong>en</strong> netwerk actief in Nederland,<br />

zoals Debitel (gebruik mak<strong>en</strong>d van de netwerk<strong>en</strong> van KPN <strong>en</strong> Vodafone) <strong>en</strong> Tele2/<br />

Versatel (gebruik mak<strong>en</strong>d van KPN’s netwerk). Telfort werd uiteindelijk overg<strong>en</strong>om<strong>en</strong><br />

door KPN, <strong>en</strong> Orange door T-Mobile, zodat er drie aanbieders (KPN, Vodafone<br />

<strong>en</strong> T-Mobile) met e<strong>en</strong> eig<strong>en</strong> netwerk (inclusief UMTS) zijn overgeblev<strong>en</strong>.<br />

Terugkom<strong>en</strong>d op de vraag over substitutie tuss<strong>en</strong> vaste <strong>en</strong> mobiele telefonie: de<br />

mobiele telefoon is, <strong>voor</strong>al binn<strong>en</strong> marktsegm<strong>en</strong>t<strong>en</strong> bestaande uit jongere gebruikers,<br />

wel degelijk e<strong>en</strong> vervanger <strong>voor</strong> de vaste aansluiting <strong>voor</strong> spraaktelefonie.<br />

Dit speelt veel minder <strong>voor</strong> breedbandig internet, waar verschill<strong>en</strong> in snelheid <strong>en</strong><br />

gebruikersfunctionaliteit tuss<strong>en</strong> vaste <strong>en</strong> mobiele telefonie substantieel zijn.<br />

Ofschoon het te hop<strong>en</strong> is dat vast <strong>en</strong> mobiel qua snelheid naar elkaar toe beweg<strong>en</strong>,<br />

zodat zij meer uitwisselbaar word<strong>en</strong>, beschouwt het huidige kader deze terecht<br />

nog als aparte markt<strong>en</strong>.<br />

In beginsel zou dat in de toekomst kunn<strong>en</strong> verander<strong>en</strong>. Binn<strong>en</strong> de huidige UMTSstandaard<br />

wordt hard gewerkt aan het verhog<strong>en</strong> van de snelheid van mobiele verbinding<strong>en</strong>.<br />

Zo word<strong>en</strong> de netwerk<strong>en</strong> geschikt gemaakt <strong>voor</strong> HSDPA, e<strong>en</strong> techniek<br />

die hogere downloadsnelhed<strong>en</strong> mogelijk maakt. Met e<strong>en</strong> volg<strong>en</strong>de stap, HSUPA,<br />

word<strong>en</strong> de down- <strong>en</strong> uploadsnelhed<strong>en</strong> vergelijkbaar met die van vaste ADSL-verbinding<strong>en</strong>.<br />

Echter, teg<strong>en</strong> de tijd dat dit is gerealiseerd, hebb<strong>en</strong> vaste netwerk<strong>en</strong><br />

zich ook weer verder ontwikkeld. Het is daarom nog maar de vraag of de kloof<br />

tuss<strong>en</strong> vaste <strong>en</strong> mobiele infrastructuur ooit gedicht gaat word<strong>en</strong>. Cave <strong>en</strong> Hatta<br />

(2009) gaan ervan uit dat <strong>voor</strong>lopig e<strong>en</strong> persist<strong>en</strong>te kloof tuss<strong>en</strong> vast <strong>en</strong> mobiel<br />

blijft bestaan die overe<strong>en</strong>komt met e<strong>en</strong> achterstand van vier jaar <strong>voor</strong> mobiele<br />

telefonie. Vaste telefonie blijft onder deze aanname dus in orde van grootte sneller<br />

dan mobiel. Toch, wanneer cont<strong>en</strong>t <strong>en</strong> applicaties qua snelheidsbehoefte op e<strong>en</strong><br />

zeker mom<strong>en</strong>t ‘uitontwikkeld’ zoud<strong>en</strong> rak<strong>en</strong> − dat wil zegg<strong>en</strong> dat de vraag naar<br />

22 Op het ontwerp <strong>en</strong> verloop van de UMTS-veiling was veel aan te merk<strong>en</strong>. Zie Van Damme (2000).


134 Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom: Missie geslaagd,<br />

operatie afgerond?<br />

hogere bandbreedtes bij <strong>voor</strong>tschrijd<strong>en</strong>de innovatie in elektronische di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> uiteindelijk<br />

zou afvlakk<strong>en</strong> − dan is e<strong>en</strong> blijv<strong>en</strong>de kloof in snelhed<strong>en</strong> op termijn niet<br />

per definitie problematisch. Daar moet<strong>en</strong> we maar niet op rek<strong>en</strong><strong>en</strong>. De geschied<strong>en</strong>is<br />

laat e<strong>en</strong> continue groei zi<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> beroep do<strong>en</strong> op rek<strong>en</strong>- <strong>en</strong> transportsnelheid.<br />

M<strong>en</strong> kan zich e<strong>en</strong>voudig di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>voor</strong>stell<strong>en</strong>, bij<strong>voor</strong>beeld peer­to­peer high<br />

definition video, die de capaciteit van de nieuwe g<strong>en</strong>eratie netwerk<strong>en</strong> stevig gaan<br />

b<strong>en</strong>utt<strong>en</strong>. Het is daarom op zijn minst verstandig om de mogelijkheid serieus te<br />

nem<strong>en</strong> dat mobiele verbinding<strong>en</strong> gedur<strong>en</strong>de e<strong>en</strong> langere tijd ge<strong>en</strong> volwaardig substituut<br />

zull<strong>en</strong> gaan vorm<strong>en</strong> <strong>voor</strong> vaste netwerk<strong>en</strong>. Zie bij<strong>voor</strong>beeld Huig<strong>en</strong> <strong>en</strong> Cave<br />

(2008) <strong>en</strong> de verwijzing<strong>en</strong> daarin: zij gaan ervan uit dat draadloze verbinding<strong>en</strong><br />

niet geschikt zijn <strong>voor</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> als HDTV. Voor de kortere termijn, zeg de kom<strong>en</strong>de<br />

vijf jaar, zal dat sowieso niet het geval zijn. We zi<strong>en</strong> overig<strong>en</strong>s wel dat vaste <strong>en</strong><br />

mobiele netwerk<strong>en</strong> meer met elkaar vergroeid rak<strong>en</strong>, bij<strong>voor</strong>beeld door het gebruik<br />

van draadloze technologie (bij<strong>voor</strong>beeld WIMAX) om vaste draadloze verbinding<strong>en</strong><br />

aan te legg<strong>en</strong> als kost<strong>en</strong>efficiënt alternatief <strong>voor</strong> glasvezel.<br />

Nu is het wacht<strong>en</strong> op effectieve infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie, ook al duurt dat langer<br />

dan verwacht, op zichzelf ge<strong>en</strong> probleem. Misschi<strong>en</strong> is het simpelweg e<strong>en</strong> kwestie<br />

van meer geduld. Dat kan inderdaad het geval zijn als aan <strong>en</strong>kele <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> is<br />

voldaan. T<strong>en</strong> eerste, het stimuler<strong>en</strong> van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>concurr<strong>en</strong>tie mag de prikkels <strong>voor</strong><br />

netwerkuitrol niet ondermijn<strong>en</strong>. Dit punt is in sectie 3.2 besprok<strong>en</strong>: het is inher<strong>en</strong>t<br />

moeilijk om toegangsregulering op e<strong>en</strong> dynamisch efficiënte wijze in te zett<strong>en</strong>,<br />

zowel qua ontwerp (hoogte van toegangstariev<strong>en</strong> in relatie tot onderligg<strong>en</strong>de kost<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> bereidheid tot betal<strong>en</strong>) als qua inpassing binn<strong>en</strong> het complexe Europese kader.<br />

T<strong>en</strong> tweede, de veronderstelling van substantieel afg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> schaaleffect<strong>en</strong>, die<br />

mede t<strong>en</strong> grondslag lag aan de liberalisering, di<strong>en</strong>t geldig te blijv<strong>en</strong> (<strong>voor</strong>zover er al<br />

aan voldaan was). De vraag is dus: is duurzame infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie lev<strong>en</strong>svatbaar?<br />

Sectie 4 bespreekt deze vraag in het licht van de opkomst van NGN’s.<br />

5.4 Telecom 3.0 (2008 - ?)<br />

5.4.1 Terug naar af?<br />

Waar liberalisering <strong>en</strong> privatisering veel innovatie <strong>en</strong> concurr<strong>en</strong>tie hebb<strong>en</strong> aangewakkerd,<br />

zi<strong>en</strong> we nu de opkomst van breedbandnetwerk<strong>en</strong>, met in het kielzog e<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong>orme variëteit aan nieuwe di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> die over internet word<strong>en</strong> aangebod<strong>en</strong>. Sommige<br />

daarvan beïnvloed<strong>en</strong> maatschappelijke <strong>en</strong> sociale communicatiestructur<strong>en</strong><br />

(Google, Twitter, Facebook, etc.). Andere br<strong>en</strong>g<strong>en</strong> bestaande marktstructur<strong>en</strong> aan<br />

het wankel<strong>en</strong> (bijv. iTunes <strong>en</strong> YouTube). Het zijn <strong>voor</strong>namelijk nieuwkomers <strong>en</strong><br />

start-ups die met verrass<strong>en</strong>de, radicale vernieuwing<strong>en</strong> kom<strong>en</strong>. De traditionele spelers<br />

in de telecommunicatiemarkt zijn niet ingericht op dergelijke innovaties<br />

(Odlyzko, 2004). De verdere ontwikkeling van de markt <strong>voor</strong> elektronische communicatie<br />

is wel sterk van h<strong>en</strong> afhankelijk, want de hogere bandbreedte van NGN’s<br />

creëert continu nieuwe mogelijkhed<strong>en</strong> <strong>voor</strong> aanbieders van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>en</strong> applicaties<br />

die gebruik will<strong>en</strong> mak<strong>en</strong> van de nieuwe netwerk<strong>en</strong>.


De Bijl 135<br />

Huig<strong>en</strong> <strong>en</strong> Cave (2008) stell<strong>en</strong> dat het aannemelijk is dat grootschalige investering<strong>en</strong><br />

in vaste aansluitnetwerk<strong>en</strong> in de meeste lidstat<strong>en</strong> van de EU zull<strong>en</strong> uitblijv<strong>en</strong>.<br />

Sommige industry observers zijn ook pessimistisch over de business case van het<br />

opwaarder<strong>en</strong> van de bestaande koper- <strong>en</strong> coaxnetwerk<strong>en</strong>. 23 Nederland is mogelijk<br />

e<strong>en</strong> uitzondering, want ons land heeft e<strong>en</strong> uitstek<strong>en</strong>de uitgangspositie <strong>voor</strong> houdbare<br />

concurr<strong>en</strong>tie tuss<strong>en</strong> netwerk<strong>en</strong>. Als het erg<strong>en</strong>s van de grond kan kom<strong>en</strong>, dan<br />

zou het hier moet<strong>en</strong> gebeur<strong>en</strong>. Vrijwel elk huishoud<strong>en</strong> kan mom<strong>en</strong>teel al kiez<strong>en</strong> uit<br />

e<strong>en</strong> DSL- <strong>en</strong> e<strong>en</strong> kabelaansluiting <strong>voor</strong> breedbandinternet. Circa 6% van de breedbandaansluiting<strong>en</strong><br />

zijn glasfiberverbinding<strong>en</strong>(BuddeCom, 2009). Dit kan oplop<strong>en</strong><br />

tot 35 à 42% in 2013, <strong>en</strong> wanneer KPN haar plann<strong>en</strong> doorzet zou binn<strong>en</strong> twee<br />

dec<strong>en</strong>nia e<strong>en</strong> bijna volledige dekking van 95% gehaald kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong>.<br />

Nederland is e<strong>en</strong> koploper in breedbandp<strong>en</strong>etratie <strong>en</strong> heeft e<strong>en</strong> betere uitgangspositie<br />

dan de meeste andere land<strong>en</strong>, maar dat wil niet zegg<strong>en</strong> dat effectieve infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie<br />

haalbaar is in de toekomst. De business proposities van<br />

meerdere toetreders war<strong>en</strong> gebaseerd op administratieve arbitragemogelijkhed<strong>en</strong>,<br />

gecreëerd door toegangsregulering. Daar stond teg<strong>en</strong>over dat e<strong>en</strong> doorgroei naar<br />

e<strong>en</strong> eig<strong>en</strong> netwerk, op basis van eig<strong>en</strong> investering<strong>en</strong> <strong>en</strong> innovaties, onderdeel was<br />

van de <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>e marktontwikkeling binn<strong>en</strong> het Europese kader. Zoals besprok<strong>en</strong><br />

in sectie 3 heeft dat toekomstbeeld zich nog niet uitgekristalliseerd. In aanvulling<br />

daarop, consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> onderging<strong>en</strong> agressieve, <strong>en</strong> soms misleid<strong>en</strong>de, wervingsmethod<strong>en</strong><br />

(bijv. slamming). Dit is de klantgerichtheid in de markt niet t<strong>en</strong> goede<br />

gekom<strong>en</strong>, overig<strong>en</strong>s ook niet bij de gevestigde aanbieders. 24 Klant<strong>en</strong> kreg<strong>en</strong> te<br />

mak<strong>en</strong> met onjuiste factur<strong>en</strong> <strong>en</strong> aanmaning<strong>en</strong>, hadd<strong>en</strong> bij overstapp<strong>en</strong> soms vrij<br />

lang ge<strong>en</strong> werk<strong>en</strong>de verbinding, bracht<strong>en</strong> noodgedwong<strong>en</strong> lange tijd (teg<strong>en</strong> betaling)<br />

door in de wachtstand van de helpdesk, om uiteindelijk afgescheept te word<strong>en</strong><br />

met e<strong>en</strong> doorverwijzing naar de website. Elektronische kastjes <strong>en</strong> mur<strong>en</strong> dus.<br />

Het resultaat is dat de gepercipieerde overstapkost<strong>en</strong> om van telecomaanbieder of<br />

internetprovider te wissel<strong>en</strong>, nog steeds van behoorlijke omvang zijn. Het vertrouw<strong>en</strong><br />

van consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> in nieuwkomers <strong>en</strong> in het overstapproces heeft e<strong>en</strong> deuk<br />

opgelop<strong>en</strong>. Toegegev<strong>en</strong>, de omvang van deze problematiek is onduidelijk, maar<br />

het zijn ge<strong>en</strong> verwaarloosbare incid<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> herstel van vertrouw<strong>en</strong> zal vermoedelijk<br />

moet<strong>en</strong> kom<strong>en</strong> van ’houdbare’ concurr<strong>en</strong>tie, ofwel infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie<br />

die op eig<strong>en</strong> b<strong>en</strong><strong>en</strong> kan staan <strong>en</strong> de plaats in moet gaan nem<strong>en</strong> van door regulering<br />

mogelijk gemaakte di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>concurr<strong>en</strong>tie. Opmerkelijk is echter dat houdbare<br />

concurr<strong>en</strong>tie nog net zo ver weg lijkt te zijn als in 1998, het startpunt van liberalisering.<br />

Hier di<strong>en</strong>t wel e<strong>en</strong> pas op de plaats gemaakt te word<strong>en</strong>. Opmerkelijk is dat m<strong>en</strong> in<br />

de VS twee netwerk<strong>en</strong> (aangevuld met mobiele netwerk<strong>en</strong>) voldo<strong>en</strong>de vindt om<br />

van toegangsregulering af te zi<strong>en</strong> (Cave <strong>en</strong> Hatta, 2009). De empirische counter­<br />

23 P. Budde, “The FttH versus cable debate misses the point”, BuddeBlog, 21 juli 2009;<br />

http://www.buddeblog.com.au/the-ftth-versus-cable-debate-misses-the-point/.<br />

24 Zie bijv. H. Blankesteijn, “Wàt e<strong>en</strong> idee, de klant niet zi<strong>en</strong> als wandel<strong>en</strong>de pinpas”, nrc.next 14 april<br />

2009.


136 Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom: Missie geslaagd,<br />

operatie afgerond?<br />

factual <strong>voor</strong> de Nederlandse situatie ontbreekt echter, omdat toegangsregulering<br />

nog steeds e<strong>en</strong> promin<strong>en</strong>te plek heeft. Toegangsregulering is in de huidige situatie<br />

misschi<strong>en</strong> niet e<strong>en</strong>s meer nodig, zoals beargum<strong>en</strong>teerd in het eerder besprok<strong>en</strong><br />

rapport van Bijlsma <strong>en</strong> Van Dijk (2007). Effectieve infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie is<br />

mogelijk nu al e<strong>en</strong> reële optie, te meer wanneer m<strong>en</strong> de bestaande DSL- <strong>en</strong> kabelnetwerk<strong>en</strong><br />

op volledig gelijke voet zou behandel<strong>en</strong>, te wet<strong>en</strong> als aanbieders van<br />

triple play bundels (spraak, internet <strong>en</strong> tv). Historisch gegroeide verschill<strong>en</strong>, zoals<br />

de speciale positie van de kabelnetwerk<strong>en</strong> met betrekking tot doorgifte van radio-<br />

<strong>en</strong> televisieprogramma’s, di<strong>en</strong><strong>en</strong> daarbij rechtgetrokk<strong>en</strong> te word<strong>en</strong>, zodat er e<strong>en</strong><br />

symmetrische concurr<strong>en</strong>tiepositie ontstaat. De concurr<strong>en</strong>tie zou zich dan vermoedelijk<br />

sterker richt<strong>en</strong> op de toekomst, om op basis van het upgrad<strong>en</strong> van de netwerk<strong>en</strong><br />

e<strong>en</strong> <strong>voor</strong>sprong te winn<strong>en</strong> (De Bijl <strong>en</strong> Peitz, 2008).<br />

Tot zover deze zijstap over het terugtrekk<strong>en</strong> van toegangsregulering als sluitstuk<br />

van Telecom 2.0. Het Europese reguleringskader is al <strong>en</strong>kele ker<strong>en</strong>, door middel<br />

van reviews, gladgestrek<strong>en</strong> <strong>en</strong> verder verfijnd, maar de onderligg<strong>en</strong>de filosofie is<br />

ongewijzigd geblev<strong>en</strong>. Zo heeft OPTA rec<strong>en</strong>t de twee grootste kabelmaatschappij<strong>en</strong><br />

(UPC <strong>en</strong> Ziggo) verplicht om administratieve toegang te bied<strong>en</strong> tot hun (analoge)<br />

aansluiting<strong>en</strong> aan concurr<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. 25 Deze spelers kunn<strong>en</strong> dan de aansluiting,<br />

die ze administratief overnem<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> kabelbedrijf, inclusief programma’s<br />

doorverkop<strong>en</strong> aan consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. De besluit<strong>en</strong> hierover mak<strong>en</strong> duidelijk dat OPTA<br />

met deze maatregel op korte termijn di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>concurr<strong>en</strong>tie op de analoge kabelinfrastructuur<br />

wil stimuler<strong>en</strong>, <strong>en</strong> op langere termijn infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie waarbij<br />

alternatieve spelers doorgroei<strong>en</strong> naar aanbieders van eig<strong>en</strong> digitale pakkett<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> platform<strong>en</strong>. Toch zou de markt meer in beweging kom<strong>en</strong> wanneer de markt<br />

<strong>voor</strong> omroepdistributie niet meer als separate deelmarkt beschouwd zou word<strong>en</strong>,<br />

<strong>en</strong> alle netwerk<strong>en</strong> alle vorm<strong>en</strong> van elektronische cont<strong>en</strong>t (inclusief tv <strong>en</strong> radio)<br />

onder gelijke <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> zoud<strong>en</strong> mog<strong>en</strong> doorgev<strong>en</strong>.<br />

Ondanks het onduidelijke beeld t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van de richting waarin netwerkuitrol<br />

zich ontwikkelt, gebeurt er natuurlijk wel veel (Lemstra, 2009). De <strong>voor</strong>malige<br />

monopolist<strong>en</strong> in diverse land<strong>en</strong> invester<strong>en</strong> in het opwaarder<strong>en</strong> van hun backbones.<br />

Verder zi<strong>en</strong> we in diverse land<strong>en</strong>, waaronder Nederland, initiatiev<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de uitrol<br />

van FttH. In Nederland is Reggefiber nadrukkelijk aanwezig met de uitrol van<br />

netwerk<strong>en</strong> in diverse geme<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. Sinds 2007 participeert KPN, als onderdeel van<br />

haar ‘all-IP’ strategie, in Reggefiber via e<strong>en</strong> joint v<strong>en</strong>ture constructie. De ambitie<br />

is om in 2013 minimaal 2 miljo<strong>en</strong> huishoud<strong>en</strong>s van e<strong>en</strong> FttH-aansluiting te <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>.<br />

26 De vraag blijft of e<strong>en</strong> landelijke dekking in beeld komt, e<strong>en</strong> ontwikkeling<br />

waar vanuit het beleid wel op gehoopt wordt. Desalniettemin, waar de NMa aanvankelijk<br />

aarzelde bij het verl<strong>en</strong><strong>en</strong> van goedkeuring <strong>voor</strong> de joint v<strong>en</strong>ture, ging zij<br />

uiteindelijk akkoord met e<strong>en</strong> remedie die (onder meer) bestond uit het aanbr<strong>en</strong>g<strong>en</strong><br />

van e<strong>en</strong> functionele <strong>en</strong> operationele scheiding tuss<strong>en</strong> de joint v<strong>en</strong>ture <strong>en</strong> moederbedrijf<br />

KPN, in combinatie met e<strong>en</strong> toegangs- <strong>en</strong> non-discriminatieverplichting op<br />

25 “OPTA wil keuze op de kabel <strong>voor</strong> de consum<strong>en</strong>t”, persbericht OPTA, 5 aug. 2008.<br />

26 http://www.reggefiber.nl/missie-visie-<strong>en</strong>-strategie.html, geraadpleegd op 12 sept. 2009.


De Bijl 137<br />

basis van redelijke tariev<strong>en</strong>. 27 Deze remedie, gebaseerd op het ‘reparer<strong>en</strong>’ van<br />

marktconc<strong>en</strong>tratie met behulp van toegangsregulering, is compatibel met het toeg<strong>en</strong>om<strong>en</strong><br />

pessimisme over de lange-termijn haalbaarheid van infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie.<br />

E<strong>en</strong> interessante vraag is of de OPTA <strong>en</strong> de NMa e<strong>en</strong> andere kijk van<br />

zak<strong>en</strong> hadd<strong>en</strong> op de markt <strong>en</strong> b<strong>en</strong>odigde ingreep. Immers het is lastig om te duid<strong>en</strong><br />

waar het kan wring<strong>en</strong> wanneer e<strong>en</strong> mededingingsautoriteit e<strong>en</strong> beslissing neemt in<br />

e<strong>en</strong> sector waar e<strong>en</strong> aparte toezichthouder e<strong>en</strong> andere wet dan de mededingingswet<br />

di<strong>en</strong>t te handhav<strong>en</strong>.<br />

Is monopolievorming, vanwege het feit dat schaaleffect<strong>en</strong> feitelijk nooit zijn weggeweest,<br />

e<strong>en</strong> vast gegev<strong>en</strong> in de telecomsector? De komst van NGN’s wijst daar<br />

sterk op – ofschoon de kans bestaat dat Nederland e<strong>en</strong> uitzondering op de regel<br />

blijkt te gaan vorm<strong>en</strong>. Vooralsnog hebb<strong>en</strong> schaaleffect<strong>en</strong> e<strong>en</strong> grote invloed op de<br />

ontwikkeling van netwerkopwaardering <strong>en</strong> netwerkuitrol. Verglazing van netwerk<strong>en</strong><br />

vraagt immers om forse investering<strong>en</strong>. Daarnaast spaart ook de cyclische<br />

dynamiek van de economie de telecomsector niet (Noam, 2006). De combinatie<br />

van (i) hoge vaste kost<strong>en</strong> <strong>en</strong> zeer lage marginale kost<strong>en</strong>, <strong>en</strong> (ii) technologische<br />

onzekerheid, maakt dat aanpassing<strong>en</strong> van het aanbod (bij<strong>voor</strong>beeld netwerkcapaciteit)<br />

vertraagd <strong>en</strong> schoksgewijs plaatsvind<strong>en</strong>. Periodieke situaties van overcapaciteit,<br />

zoals we gezi<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> in de internetluchtbel, zijn het gevolg, wat tijdelijk<br />

leidt tot scherpe prijsconcurr<strong>en</strong>tie <strong>en</strong> lage marges. Ook hierdoor vormt infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie,<br />

op zijn best, e<strong>en</strong> wankel ev<strong>en</strong>wicht. Zijn we bijna terug bij af?<br />

Noam (2008) stelt de vraag heel scherp:<br />

“Wh<strong>en</strong> one looks at these elem<strong>en</strong>ts of the network <strong>en</strong>vironm<strong>en</strong>t above it<br />

is striking how many of them are those of the old system of Telecom 1.0<br />

where network platform competition has not emerged. Have we come full<br />

circle? Is Telecom 3.0 merely a high-speed version of the original system<br />

Telecom 1.0, ext<strong>en</strong>ded across the borders of countries and media, and<br />

supplem<strong>en</strong>ted by oligopoly, at best?”<br />

Noam (2008, p. 15)<br />

De vraag <strong>voor</strong> beleidsmakers is nu de volg<strong>en</strong>de:<br />

“Today, with some experi<strong>en</strong>ce gained, and with new technologies emerging,<br />

the question is, will the policy approach of Telecom 2.0 also work in<br />

Telecom 3.0?”<br />

Noam (2008, p. 6)<br />

Welke beleidsopties zijn er om expliciet rek<strong>en</strong>ing te houd<strong>en</strong> met de realiteit van<br />

Telecom 3.0? E<strong>en</strong> eerste mogelijkheid is om het huidige kader geleidelijk bij te<br />

stur<strong>en</strong> op het mom<strong>en</strong>t dat dit nodig blijkt te zijn. Stel dat grootschalige infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie<br />

op e<strong>en</strong> gegev<strong>en</strong> mom<strong>en</strong>t alsnog van de grond komt, dan heeft de<br />

transitie simpelweg langer geduurd dan verwacht. Het kan ook uitblijv<strong>en</strong>, waar-<br />

27 NMa Besluit “Betreft zaak: 6397/KPN - Reggefiber”.


138 Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom: Missie geslaagd,<br />

operatie afgerond?<br />

door we in e<strong>en</strong> situatie van perman<strong>en</strong>te di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>concurr<strong>en</strong>tie beland<strong>en</strong>. In dat<br />

geval di<strong>en</strong>t verticale splitsing tuss<strong>en</strong> netwerk <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> serieus overwog<strong>en</strong> te<br />

word<strong>en</strong> (zie De Bijl, 2005). E<strong>en</strong> heel andere mogelijkheid zou zijn om de filosofie<br />

van Telecom 2.0 los te lat<strong>en</strong>, dat wil zegg<strong>en</strong>, te accepter<strong>en</strong> dat infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie<br />

onwaarschijnlijk, dan wel op termijn onhoudbaar, is. E<strong>en</strong> grotere rol <strong>voor</strong><br />

de overheid, bij<strong>voor</strong>beeld door publieke regievoering, zou dan gericht kunn<strong>en</strong><br />

word<strong>en</strong> op het bij elkaar br<strong>en</strong>g<strong>en</strong> van de bestaande spelers, om h<strong>en</strong> als ‘team’ te<br />

beweg<strong>en</strong> tot e<strong>en</strong> versnelling van grootschalige investering<strong>en</strong> in glas (Noam, 2008).<br />

E<strong>en</strong> alternatief is om de uitrol zelf tot publieke taak te b<strong>en</strong>oem<strong>en</strong> (Janss<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

M<strong>en</strong>dys-Kamphorst, 2008). 28 Hieraan gerelateerd is het <strong>voor</strong>nem<strong>en</strong> van de regering<br />

om lokale overhed<strong>en</strong> ruimte te gev<strong>en</strong> <strong>voor</strong> investering<strong>en</strong> in glasvezelnett<strong>en</strong>. 29<br />

Waar het Europese kader nog gebaseerd is op de visie dat infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie<br />

het eindbeeld in e<strong>en</strong> volwass<strong>en</strong> markt vormt, lijkt het verstandig rek<strong>en</strong>ing te<br />

houd<strong>en</strong> met de mogelijkheid, ook al is de onderligg<strong>en</strong>de waarschijnlijkheid onbek<strong>en</strong>d,<br />

dat het er niet van gaat kom<strong>en</strong>. Dat maakt het mogelijk om e<strong>en</strong> breder scala<br />

van interv<strong>en</strong>ties, zoals publieke steun bij netwerkuitrol <strong>en</strong> verticale scheiding tuss<strong>en</strong><br />

netwerk <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, te betrekk<strong>en</strong> in het nad<strong>en</strong>k<strong>en</strong> over de toekomst van elektronische<br />

communicatie <strong>en</strong> media. De mix van (i) de moeizame totstandkoming<br />

van landelijke infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie, <strong>en</strong> (ii) converg<strong>en</strong>tie van telefonie, internet<br />

<strong>en</strong> media, roep<strong>en</strong> verder de vraag op of de verschill<strong>en</strong>de toezichthouders nog<br />

beschikk<strong>en</strong> over de juiste aangrijpingspunt<strong>en</strong>. De volg<strong>en</strong>de subsectie bespreekt<br />

dit.<br />

5.4.2 Vernieuwing van het toezicht op elektronische<br />

communicatie <strong>en</strong> media<br />

Sommige vorm<strong>en</strong> van sectorspecifiek toezicht, bij<strong>voor</strong>beeld met betrekking tot<br />

interconnectie tuss<strong>en</strong> netwerk<strong>en</strong> <strong>en</strong> gespreksafgifte op mobiele netwerk<strong>en</strong>, blijv<strong>en</strong><br />

ook in de toekomst noodzakelijk. E<strong>en</strong> veel gestelde vraag is nu of e<strong>en</strong> sectorspecifieke<br />

toezichthouder nodig zal blijv<strong>en</strong>, of dat de mededingingsautoriteit de laatste<br />

rester<strong>en</strong>de – <strong>en</strong> naar sommig<strong>en</strong> zegg<strong>en</strong>, bescheid<strong>en</strong> – tak<strong>en</strong> kan overnem<strong>en</strong>. Dit<br />

was gedur<strong>en</strong>de Telecom 2.0 e<strong>en</strong> relevante vraag. De aanhoud<strong>en</strong>de onzekerheid<br />

over netwerkinvestering<strong>en</strong> maakt echter duidelijk dat we nog lang niet klaar zijn.<br />

E<strong>en</strong> daaraan gerelateerde vraag is de volg<strong>en</strong>de. Di<strong>en</strong><strong>en</strong> de huidige vorm<strong>en</strong> van<br />

toezicht op telecommunicatie <strong>en</strong> media mee te converger<strong>en</strong> met het verdwijn<strong>en</strong><br />

van de scheidslijn<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> telefonie, internet <strong>en</strong> media?<br />

28 De regering van Australië heeft eerder dit jaar aangekondigd om e<strong>en</strong> bedrijf op te richt<strong>en</strong> dat, gedur<strong>en</strong>de<br />

acht jaar, 43 miljard dollar gaat invester<strong>en</strong> in e<strong>en</strong> National Broadband Network (http://www.<br />

dbcde.gov.au/broadband/national_broadband_network; geraadpleegd 16 okt. 2009) In diverse land<strong>en</strong>,<br />

ook in Nederland, lijk<strong>en</strong> de <strong>voor</strong>malige incumb<strong>en</strong>ts op<strong>en</strong> te staan <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> toekomst waarbij de overheid<br />

e<strong>en</strong> sterkere rol gaat spel<strong>en</strong> bij de uitrol van NGN’s, in combinatie met e<strong>en</strong> model van op<strong>en</strong> toegang<br />

(P. Budde, “National telcos can and will change their behaviour”, BuddeBlog, 17 aug. 2009;<br />

http://www.buddeblog.com.au/national-telcos-can-and-will-change-their-behaviour/).<br />

29 Het plan is om geme<strong>en</strong>t<strong>en</strong> toe te staan om onder marktconforme condities te participer<strong>en</strong> in de aanleg<br />

van netwerk<strong>en</strong>. Mom<strong>en</strong>teel is dat alle<strong>en</strong> toegestaan <strong>voor</strong> netwerk<strong>en</strong> die niet via de markt tot stand<br />

kom<strong>en</strong> (“Ruim baan snel internet geme<strong>en</strong>t<strong>en</strong>”, Het Financieele Dagblad, 9 sept. 2009).


De Bijl 139<br />

Internationaal zijn er belangrijke preced<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het bundel<strong>en</strong> van toezicht. In<br />

het VK zijn eind 2004 de Broadcasting Standards Commission, de Indep<strong>en</strong>d<strong>en</strong>t<br />

Television Commission, de Office of Telecommunications (Oftel), de Radio Authority<br />

<strong>en</strong> de Radiocommunications Ag<strong>en</strong>cy opgegaan in Ofcom (Office of Communications).<br />

De VS k<strong>en</strong>t al langer e<strong>en</strong> vergelijkbare vorm van toezicht. In 1934<br />

werd de Communications Act aang<strong>en</strong>om<strong>en</strong> met de afschaffing van de Federal<br />

Radio Commission, <strong>en</strong> ontstond de Federal Communications Commission (FCC).<br />

Deze toezichthouder is niet alle<strong>en</strong> verantwoordelijk <strong>voor</strong> beleid t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van<br />

(onder meer) media <strong>en</strong> spectrum, maar ook <strong>voor</strong> implem<strong>en</strong>tatie van de Telecommunications<br />

Act of 1996.<br />

Over de toekomstige inrichting van het toezicht op elektronische communicatie <strong>en</strong><br />

mediavrag<strong>en</strong> werd in 2007 e<strong>en</strong> debat georganiseerd door het Ministerie van Economische<br />

Zak<strong>en</strong>. De discussie vond plaats in reactie op drie essays op verzoek van<br />

EZ. Alle drie de essays (De Bijl (2007), Dommering (2007) <strong>en</strong> Van Damme e.a.<br />

(2007)) bepleitt<strong>en</strong> het sam<strong>en</strong>voeg<strong>en</strong> van de bestaande toezichthouders <strong>voor</strong> telecommunicatie<br />

<strong>en</strong> media (OPTA, Ag<strong>en</strong>tschap Telecom <strong>en</strong> Commissariaat <strong>voor</strong> de<br />

Media) in e<strong>en</strong> nieuwe toezichthouder, separaat van de mededingingsautoriteit (zie<br />

De Cock Buning (2006) <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> vergelijkbare visie). 30 E<strong>en</strong> belangrijke overweging<br />

is dat de risico’s op marktfal<strong>en</strong> in de communicatiesector substantieel zijn <strong>en</strong><br />

blijv<strong>en</strong>. Zij rak<strong>en</strong> de maatschappij in alle geleder<strong>en</strong>, <strong>en</strong> betreff<strong>en</strong> meer dan het<br />

risico op misbruik van marktmacht. E<strong>en</strong> andere red<strong>en</strong> is converg<strong>en</strong>tie. Tot <strong>voor</strong><br />

kort was de verwev<strong>en</strong>heid van elektronische communicatie <strong>en</strong> media redelijk overzichtelijk<br />

<strong>voor</strong> de verschill<strong>en</strong>de departem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> <strong>en</strong> toezichthouders, <strong>en</strong> kon volstaan<br />

word<strong>en</strong> met aparte traject<strong>en</strong> <strong>en</strong> e<strong>en</strong> beperkte mate van afstemming. Die tijd<br />

is <strong>voor</strong>bij. Sam<strong>en</strong>voeging langs de sectorale dim<strong>en</strong>sie maakt e<strong>en</strong> betere aansluiting,<br />

<strong>en</strong> ook consist<strong>en</strong>tie, mogelijk van regulering van elektronische communicatie<br />

<strong>en</strong> elektronische di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, waaronder omroepdistributie <strong>en</strong> inhoudelijke aspect<strong>en</strong><br />

van cont<strong>en</strong>t. Telefonie, SMS, muziek, films, games: door IP zijn deze allemaal in<br />

null<strong>en</strong> <strong>en</strong> <strong>en</strong><strong>en</strong> geword<strong>en</strong>, via e<strong>en</strong> veelheid aan soort<strong>en</strong> netwerk<strong>en</strong>, de hele wereld<br />

over te stur<strong>en</strong>. Het internet heeft de ‘verzuiling’ van verschill<strong>en</strong>de infrastructur<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> elektronische di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> onderuit gehaald.<br />

Naast het organisatorisch bundel<strong>en</strong> van het toezicht op telecom <strong>en</strong> media in e<strong>en</strong><br />

communicatie-autoriteit, pleitt<strong>en</strong> bov<strong>en</strong>g<strong>en</strong>oemde auteurs <strong>voor</strong> handhaving van de<br />

scheidslijn tuss<strong>en</strong> ex ante regulering <strong>en</strong> ex post mededingingstoezicht, bij<strong>voor</strong>beeld<br />

met de mogelijkheid van doorverwijzing naar de mededingingsautoriteit, 31<br />

<strong>en</strong> met e<strong>en</strong> ev<strong>en</strong>tuele inperking van sectorspecifieke regulering (in het bijzonder<br />

30 De Staatssecretaris van EZ <strong>en</strong> de Minister van OCW oordeeld<strong>en</strong> onlangs dat de huidige inrichting<br />

van het toezicht wél toekomstbest<strong>en</strong>dig is gegev<strong>en</strong> de converg<strong>en</strong>tie in de markt. Brief “Elektronische<br />

communicatie <strong>en</strong> media: omroepdisctributie <strong>en</strong> inrichting toezicht”, 10 maart 2009, k<strong>en</strong>merk ET/<br />

EM/9038511.<br />

31 Wanneer de communicatie-autoriteit te mak<strong>en</strong> krijgt met e<strong>en</strong> mededingingsprobleem waar de sectorspecifieke<br />

wet ge<strong>en</strong> grip op heeft, dan kan het probleem word<strong>en</strong> doorverwez<strong>en</strong> naar de mededingingsautoriteit.<br />

Dit is de wijze waarop het in het VK is geregeld: Ofcom kan e<strong>en</strong> referral mak<strong>en</strong> naar de<br />

Competition Commission.


140 Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom: Missie geslaagd,<br />

operatie afgerond?<br />

toegangsregulering) wanneer infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie zich gunstig blijkt te ontwikkel<strong>en</strong>.<br />

Onderbr<strong>en</strong>g<strong>en</strong> van de communicatietoezichthouder bij de mededingingsautoriteit<br />

zou kunn<strong>en</strong> leid<strong>en</strong> tot teveel gewicht <strong>voor</strong> het mededingingsperspectief,<br />

dat minder oog heeft <strong>voor</strong> andere marktfal<strong>en</strong>s dan marktmacht. Ondanks<br />

dat er argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> bestaan <strong>voor</strong> het terugschal<strong>en</strong> van sectorspecifieke regulering<br />

(De Bijl <strong>en</strong> Peitz, 2008), is het cruciaal om actief na te blijv<strong>en</strong> d<strong>en</strong>k<strong>en</strong> over slimme<br />

vorm<strong>en</strong> van ex ante regulering: e<strong>en</strong>voudige, light­handed regels, die lichte eis<strong>en</strong><br />

stell<strong>en</strong> aan de beschikbaarheid van informatie over kost<strong>en</strong>structuur of vraagparameters.<br />

E<strong>en</strong> toezichthouder di<strong>en</strong>t echter wel de ruimte te hebb<strong>en</strong> om dergelijke<br />

instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> uit te werk<strong>en</strong> <strong>en</strong> in te kunn<strong>en</strong> zett<strong>en</strong>, ongeacht of deze haaks staan op<br />

de gedachte van ex post toezicht, of om gedetailleerde k<strong>en</strong>nis van de sector <strong>en</strong><br />

onderligg<strong>en</strong>de technologie vrag<strong>en</strong>. 32<br />

E<strong>en</strong> communicatietoezichthouder zou ook e<strong>en</strong> deel van het mediabeleid kunn<strong>en</strong><br />

moderniser<strong>en</strong> <strong>en</strong> integrer<strong>en</strong> met het communicatiebeleid (zie De Cock Buning<br />

(2006), Dommering (2005) <strong>en</strong> Van der Ploeg (2005) <strong>voor</strong> uitgebreide onderbouwing<strong>en</strong>).<br />

Dit met als doel om beleid <strong>en</strong> regelgeving nauwer te koppel<strong>en</strong> aan de<br />

aard van de marktfal<strong>en</strong>s die optred<strong>en</strong> in de communicatie- <strong>en</strong> mediasector<strong>en</strong>. Het<br />

herontwerp<strong>en</strong> van het omroepbeleid ligt echter politiek gevoelig, onder meer vanwege<br />

de historische oorsprong van de omroep<strong>en</strong> <strong>en</strong> de daaraan gekoppelde achterban.<br />

Echter, de huidige ontwikkeling<strong>en</strong> mak<strong>en</strong> het onontkoombaar om het omroepbeleid<br />

<strong>en</strong> de positie van de omroepver<strong>en</strong>iging<strong>en</strong> kritisch teg<strong>en</strong> het licht te houd<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> te hervorm<strong>en</strong>. Zo leunt de publieke omroep sterk op reclamegeld<strong>en</strong> <strong>en</strong> maakt zij<br />

programma’s die soms niet van commerciële cont<strong>en</strong>t te onderscheid<strong>en</strong> zijn. Het<br />

gebrek aan focus op e<strong>en</strong> zuivere <strong>en</strong> afgebak<strong>en</strong>de publieke taak, <strong>en</strong> de vertroebeling<br />

die optreedt door verm<strong>en</strong>ging met commerciële middel<strong>en</strong> <strong>en</strong> activiteit<strong>en</strong>, kan<br />

gepaard gaan met verspilling van publieke middel<strong>en</strong> <strong>en</strong> leidt tot verstoring van<br />

commerciële mediasector<strong>en</strong>. Dat wil helemaal niet zegg<strong>en</strong> dat de overheid niet<br />

meer paternalistisch zou kunn<strong>en</strong> optred<strong>en</strong>, integ<strong>en</strong>deel. Met gerichte stimulering<br />

van bepaalde vorm<strong>en</strong> van cont<strong>en</strong>t (bij<strong>voor</strong>beeld culturele programmering), ev<strong>en</strong>tueel<br />

ook financieel, kan de overheid veel slagvaardiger haar doel<strong>en</strong> bereik<strong>en</strong> dan<br />

mogelijk is binn<strong>en</strong> het huidige bestel. En daarmee dus effectiever de publieke <strong>en</strong><br />

maatschappelijke belang<strong>en</strong> waarborg<strong>en</strong>.<br />

5.5 Conclusie<br />

Innovatie in elektronische communicatie heeft, sinds de aanvang van de liberalisering,<br />

<strong>en</strong>orm veel gebracht. We moet<strong>en</strong> er niet aan d<strong>en</strong>k<strong>en</strong> dat we e<strong>en</strong> aantal ur<strong>en</strong><br />

ge<strong>en</strong> gebruik zoud<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> mak<strong>en</strong> van telefoon of internet. Net als bij e<strong>en</strong> uitval<br />

van het elektriciteitsnetwerk, zou het land al snel tot stilstand kom<strong>en</strong>. Het is daarom<br />

opvall<strong>en</strong>d dat er <strong>voor</strong> dit aspect veel minder aandacht is dan in het geval van elek-<br />

32 Zie bijv. St<strong>en</strong>nek <strong>en</strong> Tangerås (2008) <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> concrete analyse van e<strong>en</strong>voudige structuurregels,<br />

gericht op het verhelp<strong>en</strong> van monopolisering, als alternatief <strong>voor</strong> gedetailleerde, foutgevoelige<br />

regulering.


De Bijl 141<br />

triciteitsnetwerk<strong>en</strong> − ondanks het feit dat het nog steeds onduidelijk is of <strong>en</strong> wanneer<br />

de markt op eig<strong>en</strong> b<strong>en</strong><strong>en</strong> kan staan. Hoe veilig zijn onze netwerk<strong>en</strong> eig<strong>en</strong>lijk?<br />

Wat zou er met de infrastructuur gebeurd zijn wanneer KPN failliet zou zijn gegaan<br />

in 2000? Het is opmerkelijk, <strong>en</strong> ook zorgelijk, in het licht van de grote externe<br />

effect<strong>en</strong> van elektronische communicatie, dat we dat niet wet<strong>en</strong>.<br />

De telecommunicatiesector heeft zich niet zonder verrassing<strong>en</strong> ontwikkeld. Zonder<br />

somber te will<strong>en</strong> zijn kan m<strong>en</strong> stell<strong>en</strong> dat de markt weerbarstig is geblek<strong>en</strong>.<br />

Beleidsmakers <strong>en</strong> toezichthouders kwam<strong>en</strong> weliswaar beslag<strong>en</strong> t<strong>en</strong> ijs <strong>en</strong> hebb<strong>en</strong><br />

gedeg<strong>en</strong> werk verricht waar consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> fors baat bij hebb<strong>en</strong> gehad, maar marktontwikkeling<strong>en</strong><br />

zijn in e<strong>en</strong> dergelijke markt met snelle technologische ontwikkeling<strong>en</strong><br />

moeilijk stuur- of <strong>voor</strong>spelbaar. Dit cruciale aspect hebb<strong>en</strong> we onderschat.<br />

Converg<strong>en</strong>tie van telefonie, spraak <strong>en</strong> tv doet hier nog e<strong>en</strong> schep bov<strong>en</strong>op. E<strong>en</strong><br />

geïntegreerde, sectorspecifieke toezichthouder <strong>voor</strong> concurr<strong>en</strong>tie-aspect<strong>en</strong>,<br />

spectrumallocatie, omroepdistributie <strong>en</strong> cont<strong>en</strong>tregulering in communicatie- <strong>en</strong><br />

media markt<strong>en</strong>, zou effectiever kunn<strong>en</strong> manoeuvrer<strong>en</strong> in dit complexe speelveld.<br />

Dit in navolging van de VS <strong>en</strong> het VK − het zijn verrass<strong>en</strong>derwijs de Angelsaksische<br />

land<strong>en</strong> die <strong>voor</strong>op lop<strong>en</strong> met e<strong>en</strong> geïntegreerde aanpak van de borging<br />

van publieke belang<strong>en</strong> in telecom <strong>en</strong> media.<br />

Wat gaat de toekomst br<strong>en</strong>g<strong>en</strong>? Natuurlijk bestaat er ge<strong>en</strong> e<strong>en</strong>voudig antwoord op<br />

deze vraag. Zijn we eig<strong>en</strong>lijk in staat e<strong>en</strong> antwoord te gev<strong>en</strong> op deze vraag op basis<br />

waarvan we effectief beleid kunn<strong>en</strong> voer<strong>en</strong>? Terugkijk<strong>en</strong>d naar het einde van de<br />

jar<strong>en</strong> 90 kunn<strong>en</strong> we, e<strong>en</strong> dec<strong>en</strong>nium verder, belangrijke less<strong>en</strong> trekk<strong>en</strong>. Bij<strong>voor</strong>beeld<br />

dat, ondanks de zorgvuldig opgezette <strong>en</strong> op gedeg<strong>en</strong> wijze uitgewerkte ex<br />

ante regulering, e<strong>en</strong> dynamische markt zich weinig geleg<strong>en</strong> laat ligg<strong>en</strong> aan gedetailleerde<br />

transitiepad<strong>en</strong> naar e<strong>en</strong> eindbeeld. Ook verdampte, to<strong>en</strong> het erop aankwam,<br />

de <strong>voor</strong>tvar<strong>en</strong>dheid in de uitfasering van toegangsregulering. Daardoor<br />

wet<strong>en</strong> we nog niet of de uitrol van concurrer<strong>en</strong>de netwerk<strong>en</strong> in de praktijk lev<strong>en</strong>svatbaar<br />

is. Mogelijk zijn we te optimistisch geweest met het idee dat schaaleffect<strong>en</strong><br />

in telecom niet meer relevant war<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> andere les betreft het loslat<strong>en</strong> van de<br />

logica die spelers met gevestigde belang<strong>en</strong> naar vor<strong>en</strong> schuiv<strong>en</strong>. De nieuwe g<strong>en</strong>eratie<br />

van gebruikers, wanneer ze hun mobieltjes gebruik<strong>en</strong>, internet opgaan,<br />

muziek download<strong>en</strong> <strong>en</strong> verspreid<strong>en</strong>, neger<strong>en</strong> de institutionele omgeving simpelweg.<br />

Het download<strong>en</strong> <strong>en</strong> verspreid<strong>en</strong> van liedjes vindt op veel grotere schaal plaats<br />

dan de wettelijke beperking<strong>en</strong> toelat<strong>en</strong>. Wat niet mag, mag natuurlijk niet, maar<br />

wie weet wat <strong>voor</strong> innovaties, nieuwe businessmodell<strong>en</strong> <strong>en</strong> welvaartswinst er tot<br />

stand zoud<strong>en</strong> kom<strong>en</strong> wanneer we de nieuwe realiteit zoud<strong>en</strong> accepter<strong>en</strong> in plaats<br />

van teg<strong>en</strong>houd<strong>en</strong>. 33<br />

In het marktwerkingsdebat dat de afgelop<strong>en</strong> jar<strong>en</strong> sterk is opgeleefd, wordt telecom<br />

in brede kring geroemd als sector waar e<strong>en</strong> marktwerkingsoperatie wél goed<br />

is gegaan. Het Ministerie van Economische Zak<strong>en</strong> (2008) oordeelde, in e<strong>en</strong> uitge-<br />

33 Zie ook De Bijl (2008). Volg<strong>en</strong>s Huyg<strong>en</strong> et al. (2009) zijn de welvaartseffect<strong>en</strong> van file sharing op<br />

de korte <strong>en</strong> de lange termijn per saldo positief.


142 Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom: Missie geslaagd,<br />

operatie afgerond?<br />

breide evaluatie op verzoek van het Parlem<strong>en</strong>t, het volg<strong>en</strong>de. De liberalisering van<br />

de telecomsector heeft geleid tot e<strong>en</strong> hogere kwaliteit, toegankelijkheid <strong>en</strong><br />

doelmatigheid; veel marktdynamiek zonder dat er majeure knelpunt<strong>en</strong> in de markt<br />

zijn ontstaan; <strong>en</strong> meer werkgeleg<strong>en</strong>heid in combinatie met lagere reële lon<strong>en</strong>.<br />

Terechte bevinding<strong>en</strong>, maar desalniettemin is er nog steeds gereguleerde netwerktoegang.<br />

Daarmee is de liberalisering, kan m<strong>en</strong> stell<strong>en</strong>, niet volg<strong>en</strong>s het<br />

onderligg<strong>en</strong>de plan verlop<strong>en</strong>: we wet<strong>en</strong> immers niet of e<strong>en</strong> belangrijk deel van de<br />

huidige concurr<strong>en</strong>tie al niet op eig<strong>en</strong> b<strong>en</strong><strong>en</strong> kan (of had kunn<strong>en</strong>) staan. Business<br />

proposities in de markt zijn immers in sterke mate gebaseerd op gereguleerde<br />

monopoliemacht (bij KPN <strong>en</strong> de kabelbedrijv<strong>en</strong>), of van gereguleerde arbitragemogelijkhed<strong>en</strong><br />

(bij aanbieders zonder aansluitlijn<strong>en</strong> tot eindgebruikers). E<strong>en</strong><br />

substantieel deel van de concurr<strong>en</strong>tie biedt weinig onderscheid<strong>en</strong>de of innovatieve<br />

di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>en</strong> bestaat bij de gratie van toegangsregulering. Wanneer de tijd rijp<br />

zal zijn <strong>voor</strong> houdbare <strong>en</strong> grootschalige infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie, die bov<strong>en</strong><br />

water blijft ook zonder stimulering door regulering, is nog steeds e<strong>en</strong> op<strong>en</strong><br />

vraag.<br />

De vraag die zich geleidelijk aan aftek<strong>en</strong>t is of de aanpak van het Europese regelgevingskader,<br />

gebaseerd op het tot groei lat<strong>en</strong> kom<strong>en</strong> van infrastructuurconcurr<strong>en</strong>tie<br />

onder e<strong>en</strong> uitgebreide verzameling rand<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>, effectief is. De uitrol<br />

van netwerk<strong>en</strong> tot eindgebruikers heeft immers minder gunstig uitgepakt dan verwacht<br />

<strong>en</strong> gehoopt. De nieuwe g<strong>en</strong>eratie van glasvezelnetwerk<strong>en</strong> vraagt om hoge<br />

investering<strong>en</strong>, misschi<strong>en</strong> te hoog <strong>voor</strong> lev<strong>en</strong>svatbare concurr<strong>en</strong>tie tuss<strong>en</strong> meerdere<br />

netwerk<strong>en</strong> die hun investering<strong>en</strong> niet mog<strong>en</strong> del<strong>en</strong>. Zelfs in mobiele telecom heeft<br />

consolidatie plaatsgevond<strong>en</strong> – <strong>en</strong> ook daar blijkt het hebb<strong>en</strong> van meer dan één<br />

netwerk niet onverdeeld gunstig te zijn. 34 Het valt niet uit te sluit<strong>en</strong> dat we er in<br />

moet<strong>en</strong> berust<strong>en</strong> dat de t<strong>en</strong>d<strong>en</strong>s tot monopolievorming niet de kop in valt te drukk<strong>en</strong>.<br />

Het beste antwoord daarop is niet per definitie nóg meer, of nóg langer, ontbundeling<br />

<strong>en</strong> toegangsregulering. E<strong>en</strong> grotere rol <strong>voor</strong> de overheid zorgt op lange<br />

termijn misschi<strong>en</strong> wel <strong>voor</strong> meer efficiëntie, innovatie (aan de rand<strong>en</strong> van het netwerk)<br />

<strong>en</strong> keuzemogelijkhed<strong>en</strong> <strong>voor</strong> afnemers. Uiteindelijk, wanneer het fijnmazige<br />

deel van het netwerk t<strong>en</strong>deert naar e<strong>en</strong> monopolie, staan we <strong>voor</strong> de vraag of<br />

dat het beste in publieke of private hand<strong>en</strong> kan zijn. het antwoord op die vraag<br />

hangt sam<strong>en</strong> met de mate waarin e<strong>en</strong> toezichthouder grip kan krijg<strong>en</strong> op de monopolist,<br />

ofwel met de mate waarin het gew<strong>en</strong>ste gedrag van de monopolist ‘contracteerbaar’<br />

is.<br />

Hét succesverhaal van marktwerking − in de perceptie van het publieke debat −<br />

heeft e<strong>en</strong> verrass<strong>en</strong>de w<strong>en</strong>ding gekreg<strong>en</strong>. Beleidsmakers <strong>en</strong> toezichthouders<br />

mog<strong>en</strong> de optie van e<strong>en</strong> terugkeer naar e<strong>en</strong> natuurlijk monopolie niet uitsluit<strong>en</strong>.<br />

Vanuit dat perspectief bezi<strong>en</strong>: de complexe interactie tuss<strong>en</strong> regulering <strong>en</strong> investeringsprikkels<br />

vraagt misschi<strong>en</strong> wel om andere oplossing<strong>en</strong> dan de aanpak van het<br />

34 Mobiele operators zull<strong>en</strong> in de toekomst ook moet<strong>en</strong> invester<strong>en</strong> in glasfiber <strong>voor</strong> hun backbones (P.<br />

Budde, “Mobile’s need for fibre”, BuddeBlog, 29 juni 2009; http://www.buddeblog.com.au/mobilesneed-for-fibre/).


De Bijl 143<br />

afgelop<strong>en</strong> dec<strong>en</strong>nium. 35 Regulering kan zich bescheid<strong>en</strong>er opstell<strong>en</strong> t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong><br />

van het afdwing<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> marktontwerp. In plaats daarvan kunn<strong>en</strong> beleidsmakers<br />

<strong>en</strong> toezichthouders zich meer richt<strong>en</strong> op het faciliter<strong>en</strong> van innovaties <strong>en</strong> investering<strong>en</strong>.<br />

Waar die uiteindelijk niet tot stand kom<strong>en</strong>, maar vanuit e<strong>en</strong> welvaartsperspectief<br />

wél w<strong>en</strong>selijk word<strong>en</strong> geacht, kan de overheid e<strong>en</strong> actievere rol spel<strong>en</strong>.<br />

Dat kan gegev<strong>en</strong> spill-over effect<strong>en</strong> van elektronische communicatie naar andere<br />

sector<strong>en</strong> van de economie gerechtvaardigd zijn, met andere woord<strong>en</strong>, dat kan e<strong>en</strong><br />

publiek belang vorm<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> andere optie, die gerechtvaardigd kan zijn vanwege<br />

andere markfal<strong>en</strong>s, is om minder krampachtig vast te houd<strong>en</strong> aan het bevorder<strong>en</strong><br />

van concurr<strong>en</strong>tie als doel op zich. D<strong>en</strong>k bij<strong>voor</strong>beeld aan het gebruik van regulatory<br />

holidays, e<strong>en</strong> sterkere overheidsregie in geval van verticale afsplitsing van e<strong>en</strong><br />

netwerk, <strong>en</strong> het coördiner<strong>en</strong> (of toestaan van onderlinge afstemming) van investering<strong>en</strong>.<br />

Bij het laatste kan m<strong>en</strong> bij<strong>voor</strong>beeld d<strong>en</strong>k<strong>en</strong> aan het éénmalig <strong>en</strong> gecoördineerd<br />

grav<strong>en</strong> van lege leiding<strong>en</strong>, om vervolg<strong>en</strong>s e<strong>en</strong> klein aantal lic<strong>en</strong>ties <strong>voor</strong><br />

toegang tot die leiding<strong>en</strong> (<strong>en</strong> daarmee <strong>voor</strong> glasvezelverbinding<strong>en</strong> door die leiding<strong>en</strong>)<br />

te veil<strong>en</strong>. 36 Nieuwe <strong>en</strong> uitdag<strong>en</strong>de vraagstukk<strong>en</strong> blijv<strong>en</strong> zich aandi<strong>en</strong><strong>en</strong>. Liberalisering<br />

in telecom: we profiter<strong>en</strong> er volop van, maar de missie is nog niet<br />

geslaagd <strong>en</strong> de operaties zijn <strong>voor</strong>lopig nog niet afgerond.<br />

35 Ingo Vogelsand <strong>en</strong> Steph<strong>en</strong> Littlechild, econom<strong>en</strong> met e<strong>en</strong> grote staat van di<strong>en</strong>st op het gebied van<br />

regulatory economics op het gebied van telecom <strong>en</strong> <strong>en</strong>ergie, reikt<strong>en</strong> hierover interessante ideeën aan op<br />

de 4th Energy Economics Policy Seminar, 9 oktober 2009, D<strong>en</strong> Haag.<br />

36 Ik b<strong>en</strong> Michiel Bijlsma erk<strong>en</strong>telijk <strong>voor</strong> het aanreik<strong>en</strong> van deze suggestie.


144 Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom: Missie geslaagd,<br />

operatie afgerond?<br />

Refer<strong>en</strong>ties<br />

Arnbak, J. (1997), “Managing the radio spectrum in the <strong>en</strong>vironm<strong>en</strong>t (reprinted)”,<br />

in: Melody, W. (Ed.), Telecom Reform Principles, Policies and Regulatory<br />

Practices, Private Ing<strong>en</strong>iørfond, D<strong>en</strong>mark Technical University, Lyngby,<br />

p. 131-139.<br />

Bijlsma, M. <strong>en</strong> M. van Dijk (2007), “Nieuwe g<strong>en</strong>eratie netwerk<strong>en</strong>, nieuwe g<strong>en</strong>eratie<br />

regulering?”, CPB Docum<strong>en</strong>t No 145, CPB.<br />

BuddeCom (2009), “Netherlands - Telecoms, IP Networks and Digital Media”,<br />

country report (8th edition).<br />

Buigues, P.A. <strong>en</strong> P. Rey (2004), The Economics of Antitrust and Regulation in<br />

Telecommunications: Perspectives for the New Regulatory Framework,<br />

Chelt<strong>en</strong>ham/Northampton MA: Edward Elger.<br />

Cave, M. (2002), Review of Radio Spectrum Managem<strong>en</strong>t: An indep<strong>en</strong>d<strong>en</strong>t review<br />

for Departm<strong>en</strong>t of Trade and Industry and HM Treasury.<br />

http://www.ofcom.org.uk/static/archive/ra/spectrum-review/<br />

Cave, M. (2004), “Making the ladder of investm<strong>en</strong>t operational”, mimeo, Warwick<br />

Business School, University of Warwick.<br />

Cave, M. (2006), “Encouraging infrastructure competition via the ladder of investm<strong>en</strong>t”,<br />

Telecommunications Policy 30(3-4), p. 223-237.<br />

Cave, M. <strong>en</strong> K. Hatta (2009), “Transforming telecommunications technologies<br />

policy and regulation”, Oxford Review of Economic Policy 25(3),<br />

p. 1-18.<br />

Chirico, F., I. van der Haar <strong>en</strong> P. Larouche (2007), “Network Neutrality in the EU”,<br />

Discussion Paper 2007-030, TILEC, Tilburg University.<br />

CPB (1997), “Competition in Communication and Information Services:<br />

opportunities and obstacles”, Bijzondere Publicatie 12.<br />

De Bijl, P.W.J. (2005), “Structural separation and access in telecommunications<br />

markets”, Journal of Network Industries 6(2), p. 95-114.<br />

De Bijl, P.W.J. (2007), “Vernieuwing van het toezicht op communicatie”, position<br />

paper op verzoek van DGET, Ministerie van Economische Zak<strong>en</strong>, 7<br />

december 2007.<br />

De Bijl, P.W.J. (2008), “Converg<strong>en</strong>tie, innovatie <strong>en</strong> verander<strong>en</strong>d consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>gedrag”,<br />

position paper op verzoek van DGET, Ministerie van Economische<br />

Zak<strong>en</strong>, 26 februari 2008.<br />

De Bijl, P.W.J., G. Brunekreeft, E.E.C. van Damme, P. Larouche, N. Shelkoplyas<br />

<strong>en</strong> V. Sorana (2005), “Interconnected Networks”, TILEC Discussion<br />

Paper 2005-007, TILEC, Tilburg University. http://ssrn.com/<br />

abstract=871391.<br />

De Bijl, P.W.J. <strong>en</strong> M. Peitz (2002), Regulation and Entry into Telecommunications<br />

Markets, Cambridge, UK: Cambridge University Press.<br />

De Bijl, P.W.J. <strong>en</strong> M. Peitz (2005), “Local loop unbundling in Europe: experi<strong>en</strong>ce,<br />

prospects and policy chall<strong>en</strong>ges”, Communications & Strategies 1/57, p.<br />

33-57.


De Bijl 145<br />

De Bijl, P.W.J. <strong>en</strong> M. Peitz (2008), “Innovation, converg<strong>en</strong>ce and the role of regulation<br />

in the Netherlands and beyond”, Telecommunications Policy 32(11),<br />

speciale uitgave Future Telecommunications Regulation, p. 744-754.<br />

De Cock Buning, M. (2006), De mediamachine als zev<strong>en</strong>koppig monster, Otto<br />

Cramwinckel Uitgever.<br />

Dommering, E.J., N.A.N.M. van Eijk, A.T. Ottow <strong>en</strong> O.L. van Daal<strong>en</strong> (2003), Zes<br />

jaar bestuur <strong>en</strong> rechtspraak in de telecommunicatiemarkt, Instituut <strong>voor</strong><br />

Informatierecht (IViR), Otto Cramwinckel Uitgever.<br />

Dommering, E. (2005), “Bestaan er in de toekomst nog gereguleerde publieke<br />

elektronische media?”, in: W.A. Dolfsma <strong>en</strong> R. Nahuis (red.), Media &<br />

Economie: Markt<strong>en</strong> in beweging <strong>en</strong> e<strong>en</strong> overheid die stuurt zonder<br />

kompas, Preadviez<strong>en</strong> van de <strong>Koninklijke</strong> Ver<strong>en</strong>iging <strong>voor</strong> de Staathuishoudkunde<br />

2005, p. 67-87.<br />

Dommering, E. (2007), “Naar e<strong>en</strong> vernieuwd toezicht op de elektronische<br />

communicatie- <strong>en</strong> mediamarkt”, position paper op verzoek van DGET,<br />

Ministerie van Economische Zak<strong>en</strong>.<br />

Economides, N. (2008), “ “Net Neutrality,” Non-Discrimination and Digital<br />

Distribution of Cont<strong>en</strong>t Through the Internet”, i/s: A Journal of Law and<br />

Policy for the Information Society 4(2), p. 210-233.<br />

Grajek, M. <strong>en</strong> L.-H. Röller (2009), “Regulation and Investm<strong>en</strong>t in Network<br />

Industries: Evid<strong>en</strong>ce from European Telecoms”, Working Paper No.<br />

09-004, European School of Managem<strong>en</strong>t and Technology (ESMT),<br />

Berlijn.<br />

Huig<strong>en</strong>, J. <strong>en</strong> M. Cave (2008), “Regulation and the promotion of investm<strong>en</strong>t in<br />

next g<strong>en</strong>eration networks—A European dilemma”, Telecommunications<br />

Policy 32(11), speciale uitgave Future Telecommunications Regulation, p.<br />

713-721.<br />

Huyg<strong>en</strong>, A., P. Rutt<strong>en</strong>, S. Huv<strong>en</strong>eers, S. Limonard, J. Poort, J. Le<strong>en</strong>heer,<br />

K. S. Janss<strong>en</strong>, N. van Eijk <strong>en</strong> N. Helberger (2009), “Ups and downs.<br />

Economische <strong>en</strong> culturele gevolg<strong>en</strong> van file sharing <strong>voor</strong> muziek, film <strong>en</strong><br />

games”, rapport door TNO, SEO <strong>en</strong> IViR.<br />

Janss<strong>en</strong>, M.C.W. <strong>en</strong> E. M<strong>en</strong>dys-Kamphorst (2008), “Triple play: How do we<br />

secure the b<strong>en</strong>efits?”, Telecommunications Policy 32(11), speciale uitgave<br />

Future Telecommunications Regulation, p. 735-743.<br />

Knieps, G. (2005), “Telecommunications markets in the stranglehold of EU<br />

regulation: On the need for a disaggregated regulatory contract”, Journal<br />

of Network Industries 6(2), p. 75-93.<br />

Kocsis, V. <strong>en</strong> P.W.J. de Bijl (2007), “Network neutrality and the nature of<br />

competition betwe<strong>en</strong> network operators”, International Economics and<br />

Economic Policy 4, speciale uitgave The Digital Economy and Regulatory<br />

Issues, p. 159-184.<br />

LECG (2007), “Access regulation and infrastructure investm<strong>en</strong>t in the telecommunications<br />

sector: An empirical investigation”, Lond<strong>en</strong>.<br />

Lemstra, W. (2009), “Do we need Policy 3.0 for Telecom 3.0? The case of The<br />

Netherlands”, mimeo, Technical University Delft, Dept. of Technology,<br />

Policy & Managem<strong>en</strong>t.


146 Hoofdstuk 5 Liberalisering in telecom: Missie geslaagd,<br />

operatie afgerond?<br />

Ministerie van Economische Zak<strong>en</strong> (2008), rapport Effect<strong>en</strong> <strong>Marktwerking</strong>sbeleid,<br />

D<strong>en</strong> Haag.<br />

Morgan Stanley (2009), “Media & Internet: How Te<strong>en</strong>agers Consume Media”,<br />

Morgan Stanley Research Europe, 10 juli.<br />

Noam, E. (2006), “Fundam<strong>en</strong>tal instability: Why telecom is becoming a cyclical<br />

and oligopolistic industry”, Information Economics and Policy 18(3), p.<br />

272-284.<br />

Noam, E. (2007), “Public Telecoms 2.0: The Return of the State”, FT.com, 25<br />

april.<br />

Noam, E. (2008), “Policy 3.0 for Telecom 3.0”, Discussion Paper, Columbia<br />

University Business School.<br />

Odlyzko, A. (2004), “Telecom dogmas and spectrum allocations”, mimeo, Digital<br />

Technology C<strong>en</strong>ter, University of Minnesota.<br />

OPTA (2006), “Is Two Enough?”, Economic Policy Note, no. 6.<br />

St<strong>en</strong>nek, J. <strong>en</strong> T.P. Tangerås (2008), “Competition vs. Regulation in Mobile<br />

Telecommunications”, Working Paper #08-09, NET Institute.<br />

Van Damme, E.E.C. (1999), “Competition in the local loop”, Visions, study for<br />

VECAI, D<strong>en</strong> Haag.<br />

Van Damme, E.E.C. (2000), “Afsprak<strong>en</strong> <strong>en</strong> <strong>voor</strong>k<strong>en</strong>nis in UMTS-veiling”, ESB<br />

85, nr. 4270, p. 680-683.<br />

Van Damme, E.E.C. (2004), “The Dutch UMTS-auction”, in G. Illing <strong>en</strong> U. Klüh<br />

(eds.), Spectrum Auctions and Competition in Telecommunications,<br />

Cambridge MA: MIT Press, p. 263-294.<br />

Van Damme, E.E.C., P. Eijlander, P. Larouche <strong>en</strong> B. Willems (2007), “De toekomst<br />

van het toezicht op communicatiemarkt<strong>en</strong> in Nederland”, mimeo,<br />

TILEC, Universiteit van Tilburg.<br />

Van der Ploeg, R. (2005), “Kerntak<strong>en</strong> publieke omroep in de knel”, in: W.A.<br />

Dolfsma <strong>en</strong> R. Nahuis (red.), Media & Economie: Markt<strong>en</strong> in beweging<br />

<strong>en</strong> e<strong>en</strong> overheid die stuurt zonder kompas, Preadviez<strong>en</strong> van de<br />

<strong>Koninklijke</strong> Ver<strong>en</strong>iging <strong>voor</strong> de Staathuishoudkunde 2005, p. 89-101.<br />

Zwart, G. (2007), “Allocatie van radiospectrum: vergunning<strong>en</strong> versus vergunningvrij”,<br />

CPB Memorandum 175.


Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong><br />

in de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

Machiel Mulder *<br />

Bert Willems **<br />

6.1 Inleiding<br />

6.1.1 Achtergrond<br />

E<strong>en</strong> goede <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing wordt in brede kring gezi<strong>en</strong> als e<strong>en</strong> groot maatschappelijk<br />

goed waarbij de overheid e<strong>en</strong> belangrijke rol te vervull<strong>en</strong> heeft. E<strong>en</strong> kernpunt<br />

van discussie is echter hoe die rol eruit moet zi<strong>en</strong>. Sommige partij<strong>en</strong> zi<strong>en</strong> e<strong>en</strong> sterke<br />

<strong>en</strong> actieve betrokk<strong>en</strong>heid van de overheid bij de feitelijke productie- <strong>en</strong> investeringsbeslissing<strong>en</strong><br />

als noodzakelijk (zie bijv. AER, 2009), terwijl andere pleit<strong>en</strong> <strong>voor</strong> meer<br />

ruimte <strong>voor</strong> marktwerking waarbij de overheid <strong>voor</strong>al moet zorg<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de rand<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong><br />

waarbinn<strong>en</strong> private partij<strong>en</strong> hun beslissing<strong>en</strong> zo efficiënt mogelijk kunn<strong>en</strong><br />

nem<strong>en</strong> (zie bijv. CPB, 2006). Tot ruim e<strong>en</strong> dec<strong>en</strong>nium geled<strong>en</strong> was de elektriciteits-<br />

<strong>en</strong> gas<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing in Nederland e<strong>en</strong> zaak van de overheid: de <strong>en</strong>ergiesector<br />

bestond uit verticaal geïntegreerde bedrijv<strong>en</strong> die geheel in hand<strong>en</strong> van (lokale <strong>en</strong><br />

provinciale) overhed<strong>en</strong> war<strong>en</strong>. De inzet van elektriciteitsc<strong>en</strong>trales gebeurde door e<strong>en</strong><br />

c<strong>en</strong>traal besturingsorgaan (de Sep 1 ). Dit orgaan coördineerde ook het onderhoud aan<br />

c<strong>en</strong>trales <strong>en</strong> van het transportnet om zo de inzet van productie- <strong>en</strong> transportcapaciteit<br />

te optimaliser<strong>en</strong> (Zijl et al., 2008). Ook bij de winning van olie <strong>en</strong> kol<strong>en</strong> is de overheid<br />

altijd op <strong>en</strong>igerlei wijze nauw betrokk<strong>en</strong> geweest (onder meer via de Staatsmijn<strong>en</strong>),<br />

al is de distributie <strong>en</strong> handel bij deze <strong>en</strong>ergiedragers van oudsher meer in<br />

hand<strong>en</strong> van private partij<strong>en</strong>.<br />

Sinds de introductie van marktwerking in de elektriciteits- <strong>en</strong> gassector is het beeld<br />

van de <strong>en</strong>ergiesector drastisch veranderd: c<strong>en</strong>trale aansturing van productie <strong>en</strong><br />

prijz<strong>en</strong> heeft plaatsgemaakt <strong>voor</strong> marktwerking waarbij afzonderlijke bedrijv<strong>en</strong><br />

over hun producti<strong>en</strong>iveaus besliss<strong>en</strong> <strong>en</strong> de <strong>en</strong>ergieprijz<strong>en</strong> de resultante zijn geword<strong>en</strong><br />

van het spel van vraag <strong>en</strong> aanbod. Verder zijn grote del<strong>en</strong> van de sector gesplitst<br />

<strong>en</strong> verkocht (aan overig<strong>en</strong>s deels buit<strong>en</strong>landse overhed<strong>en</strong>). Ondanks deze grote<br />

structurele verandering<strong>en</strong>, spel<strong>en</strong> overhed<strong>en</strong> onverminderd e<strong>en</strong> invloedrijke rol.<br />

De transport- <strong>en</strong> distributi<strong>en</strong>etwerk<strong>en</strong> <strong>voor</strong> gas <strong>en</strong> elektriciteit staan onder sectorspecifiek<br />

toezicht van de NMa. Deze netwerk<strong>en</strong> blev<strong>en</strong> eig<strong>en</strong>dom van overhed<strong>en</strong>.<br />

Daarnaast is de overheid actief bij de exploitatie van gasveld<strong>en</strong> (door EBN) <strong>en</strong> de<br />

* Hoofdeconoom van de Directie Regulering Energie <strong>en</strong> Vervoer van de Nederlandse Mededingingsautoriteit<br />

(NMa) <strong>en</strong> Extramural Fellow van TILEC (Universiteit van Tilburg).<br />

** Assistant Professor bij TILEC & C<strong>en</strong>tER, (Universiteit van Tilburg). De auteurs bedank<strong>en</strong> Eric van<br />

Damme, H<strong>en</strong>k Don, Jarig van Sinder<strong>en</strong> <strong>en</strong> Gijsbert Zwart <strong>voor</strong> hun opmerking<strong>en</strong> bij e<strong>en</strong> eerdere versie.<br />

De auteurs zijn uiteraard verantwoordelijk <strong>voor</strong> de uiteindelijke inhoud van dit preadvies.<br />

1 De Sep (Sam<strong>en</strong>werk<strong>en</strong>de Elektriciteitsproductiebedrijv<strong>en</strong> N.V.) was het sam<strong>en</strong>werkingsorgaan van<br />

de to<strong>en</strong>malige vier elektriciteitsproductiebedrijv<strong>en</strong> in Nederland.


148 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

handel in gas (door GasTerra). De overheid (NMa, SodM 2 , maar ook lagere overhed<strong>en</strong>)<br />

voert verder beleid (via sectorspecifieke rand<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>, heffing<strong>en</strong> of<br />

subsidies) om invloed uit te oef<strong>en</strong><strong>en</strong> op de betrouwbaarheid van de netwerk<strong>en</strong>, de<br />

veiligheidsgevolg<strong>en</strong> <strong>voor</strong> burgers <strong>en</strong> de effect<strong>en</strong> op het milieu. Deze rand<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong><br />

geld<strong>en</strong> uiteraard niet alle<strong>en</strong> <strong>voor</strong> elektriciteit <strong>en</strong> gas, maar ook <strong>voor</strong> andere<br />

<strong>en</strong>ergiedragers als olie <strong>en</strong> kol<strong>en</strong>. De overheid is dus op diverse front<strong>en</strong> nauw<br />

betrokk<strong>en</strong> bij de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing: als regelgever, toezichthouder, produc<strong>en</strong>t <strong>en</strong><br />

als aandeelhouder. In dit preadvies onderzoek<strong>en</strong> we hoe de overheid als regelgever<br />

<strong>en</strong> toezichthouder de publieke belang<strong>en</strong> in de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing kan borg<strong>en</strong>.<br />

6.1.2 Overheidsdoelstelling<strong>en</strong> <strong>en</strong> publieke belang<strong>en</strong><br />

De doelstelling<strong>en</strong> van het Nederlandse <strong>en</strong>ergiebeleid (EZ, 2008) steun<strong>en</strong> op drie<br />

pijlers: de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing moet betaalbaar, milieuvri<strong>en</strong>delijk <strong>en</strong> betrouwbaar<br />

zijn. Dezelfde drie doelstelling<strong>en</strong> word<strong>en</strong> nagestreefd door de Europese Commissie.<br />

Andris Piebalgs, de EU-commissaris <strong>voor</strong> Energie, ziet het als zijn kerntaak<br />

“securing a stable <strong>en</strong>ergy supply for Europe, meeting our curr<strong>en</strong>t <strong>en</strong>vironm<strong>en</strong>tal<br />

chall<strong>en</strong>ges and at the same time giving consumers a chance to buy electricity and<br />

gas at affordable prices”. 3 Hoewel de Nederlandse overheid dezelfde drie hoofddoel<strong>en</strong><br />

nastreeft als de Europese Commissie is er tot op zekere hoogte vrijheid<br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> eig<strong>en</strong> invulling, al vormt het Europese beleid uiteraard het kader <strong>voor</strong> de<br />

beleidsruimte van lidstat<strong>en</strong>.<br />

De verschill<strong>en</strong>de doel<strong>en</strong> zijn echter moeilijk tegelijk te realiser<strong>en</strong> vanwege het<br />

bestaan van diverse afruilrelaties. Om e<strong>en</strong> betrouwbare <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing te<br />

realiser<strong>en</strong> moet er tijdig <strong>en</strong> voldo<strong>en</strong>de word<strong>en</strong> geïnvesteerd in de vervanging <strong>en</strong><br />

uitbreiding van productie- <strong>en</strong> transportcapaciteit. Deze kost<strong>en</strong> moet<strong>en</strong> uiteraard<br />

word<strong>en</strong> vergoed door <strong>en</strong>ergieverbruikers. Schone <strong>en</strong>ergiebronn<strong>en</strong> zijn bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong><br />

vaak duurder dan bestaande fossiele brandstoff<strong>en</strong>, wat ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s de betaalbaarheid<br />

van <strong>en</strong>ergie onder druk zet. Om de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing efficiënt te lat<strong>en</strong> verlop<strong>en</strong>,<br />

moet de <strong>en</strong>ergieprijs de schaarste van <strong>en</strong>ergie weerspiegel<strong>en</strong>, wat tot sterk schommel<strong>en</strong>de<br />

<strong>en</strong>ergieprijz<strong>en</strong> kan leid<strong>en</strong>, <strong>en</strong> onrust bij consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> andere afruilrelatie<br />

bestaat er tuss<strong>en</strong> e<strong>en</strong> betrouwbare <strong>en</strong> e<strong>en</strong> schone <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing:<br />

vergroting van de diversiteit aan <strong>en</strong>ergiebronn<strong>en</strong> kan betek<strong>en</strong><strong>en</strong> dat ook minder<br />

schone <strong>en</strong>ergiebronn<strong>en</strong> gebruikt moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong>, terwijl het inschakel<strong>en</strong> van<br />

schone bronn<strong>en</strong>, zoals wind<strong>en</strong>ergie, de leveringszekerheid vermindert, al vergroot<br />

het wel de <strong>en</strong>ergieonafhankelijkheid.<br />

Het bestaan van afruilrelaties tuss<strong>en</strong> deze drie doelstelling<strong>en</strong> betek<strong>en</strong>t dat de overheid<br />

moeilijk tot e<strong>en</strong> optimale afweging kan kom<strong>en</strong> zonder daarbij markt<strong>en</strong> direct<br />

te betrekk<strong>en</strong>. Om de publieke belang<strong>en</strong> te borg<strong>en</strong> moet het overheidsbeleid erop<br />

gericht zijn op e<strong>en</strong> adequate <strong>en</strong> efficiënte manier het marktfal<strong>en</strong> te corriger<strong>en</strong>.<br />

2 Staatstoezicht op de Mijn<strong>en</strong>.<br />

3 Zie website van Eurocommissaris Piebalgs: www.ec.europa.eu/commission_barroso/piebalgs/<br />

index_<strong>en</strong>.htm.


Mulder & Willems 149<br />

Marktfal<strong>en</strong> doet zich <strong>voor</strong> als competitie in de <strong>en</strong>ergiemarkt<strong>en</strong> bij afwezigheid van<br />

overheidsingrijp<strong>en</strong> zou leid<strong>en</strong> tot e<strong>en</strong> inefficiënte marktuitkomst. Dit kan bij<strong>voor</strong>beeld<br />

het gevolg zijn van externaliteit<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> andere red<strong>en</strong> <strong>voor</strong> overheids ingrijp<strong>en</strong><br />

bestaat als de werking van markt<strong>en</strong> tot maatschappelijk ongew<strong>en</strong>ste verdelingseffect<strong>en</strong><br />

leidt. Overheidsingrijp<strong>en</strong> kan in deze gevall<strong>en</strong> tot verhoging van de welvaart<br />

leid<strong>en</strong>, mits de kost<strong>en</strong> van het overheidsingrijp<strong>en</strong> uiteraard kleiner zijn dan<br />

de bat<strong>en</strong> in de vorm van verminderd marktfal<strong>en</strong>.<br />

In dit preadvies onderzoek<strong>en</strong> we of de bestaande institutionele organisatie van de<br />

<strong>en</strong>ergiesector <strong>en</strong> de invulling van het <strong>en</strong>ergiebeleid de publieke belang<strong>en</strong> op adequate<br />

wijze borg<strong>en</strong>. In paragraaf 6.2 besprek<strong>en</strong> we wat onder die publieke belang<strong>en</strong><br />

in de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing moet word<strong>en</strong> verstaan. Vervolg<strong>en</strong>s gaan we in paragraf<strong>en</strong><br />

6.3 tot 6.5 in op de borging van de publieke belang<strong>en</strong> binn<strong>en</strong> de drie<br />

hierbov<strong>en</strong> g<strong>en</strong>oemde beleidsveld<strong>en</strong>: milieu, betrouwbaarheid <strong>en</strong> betaalbaarheid.<br />

Steeds behandel<strong>en</strong> we de volg<strong>en</strong>de vrag<strong>en</strong>: wat zijn hier de publieke belang<strong>en</strong>, wat<br />

is vanuit welvaartseconomisch oogpunt de beste manier om deze te borg<strong>en</strong>, hoe<br />

zijn de belang<strong>en</strong> op dit mom<strong>en</strong>t geborgd <strong>en</strong> welke verbetering<strong>en</strong> zijn er nog mogelijk?<br />

We sluit<strong>en</strong> af met conclusies over de rol van de overheid bij de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing.<br />

6.2 Marktfal<strong>en</strong> <strong>en</strong> overheidsfal<strong>en</strong> bij de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

6.2.1 Bronn<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong><br />

In e<strong>en</strong> (d<strong>en</strong>kbeeldige) situatie zonder overheidsingrijp<strong>en</strong> kom<strong>en</strong> <strong>en</strong>ergiemarkt<strong>en</strong><br />

niet tot maatschappelijk optimale resultat<strong>en</strong>. Deze gebrek<strong>en</strong> bij de marktwerking<br />

kom<strong>en</strong> in de gehele <strong>en</strong>ergieket<strong>en</strong> <strong>voor</strong>: bij de winning <strong>en</strong> het gebruik van fossiele<br />

brandstoff<strong>en</strong>, bij de productie <strong>en</strong> het transport van elektriciteit, warmte <strong>en</strong> aardgas<br />

<strong>en</strong> de levering van <strong>en</strong>ergie aan afnemers (zie Helm, 2007).<br />

Bij de winning van aardgas <strong>en</strong> aardolie leidt competitie op e<strong>en</strong> specifiek veld tot<br />

e<strong>en</strong> te hoog producti<strong>en</strong>iveau in e<strong>en</strong> te korte periode. We hebb<strong>en</strong> hier e<strong>en</strong> klassiek<br />

<strong>voor</strong>beeld van de tragedy of the commons, waarbij e<strong>en</strong> olie- of gasveld de commons<br />

is die het efficiëntst wordt b<strong>en</strong>ut bij gecoördineerde afstemming, vergelijkbaar<br />

met het begraz<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> weiland door vee van meerdere eig<strong>en</strong>ar<strong>en</strong> (Mankiw,<br />

1998). 4 Bij onvoldo<strong>en</strong>de coördinatie houd<strong>en</strong> individuele bedrijv<strong>en</strong> onvoldo<strong>en</strong>de<br />

rek<strong>en</strong>ing met de effect<strong>en</strong> van hun winningstempo op de in totaliteit winbare hoeveelhed<strong>en</strong>.<br />

Dit probleem is op te loss<strong>en</strong> door de toegang tot de veld<strong>en</strong> te reguler<strong>en</strong>,<br />

4 De tragedy heeft hier niet betrekking op concurr<strong>en</strong>tie tuss<strong>en</strong> bedrijv<strong>en</strong> om de vraag te bedi<strong>en</strong><strong>en</strong> (met<br />

prijseffect<strong>en</strong>) of op de uitputting van gas- of olieveld<strong>en</strong> (met effect<strong>en</strong> op toekomstige g<strong>en</strong>eraties), maar<br />

op inefficiënties in de gas- <strong>en</strong> oliewinning door onvoldo<strong>en</strong>de coördinatie bij e<strong>en</strong> specifiek veld. In de<br />

begintijd van de oliewinning (bijvoobeeld in Texas in de Ver<strong>en</strong>igde Stat<strong>en</strong>) war<strong>en</strong> meerdere bedrijv<strong>en</strong><br />

actief op e<strong>en</strong> zelfde olieveld, waardoor de veld<strong>en</strong> te snel uitputt<strong>en</strong> waardoor e<strong>en</strong> relatief groot deel van<br />

de reserves onwinbaar werd.


150 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

bij<strong>voor</strong>beeld via het toedel<strong>en</strong> van vergunning<strong>en</strong>, waardoor afzonderlijke winbedrijv<strong>en</strong><br />

tot e<strong>en</strong> maatschappelijk optimaal depletietempo kunn<strong>en</strong> kom<strong>en</strong>, dat wil<br />

zegg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> winningstempo waarmee de totale (fysieke) opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong> over de<br />

gehele lev<strong>en</strong>sduur van de winning <strong>voor</strong> de maatschappij word<strong>en</strong> gemaximaliseerd.<br />

Verder doet zich de vraag <strong>voor</strong> hoe de belasting op de winst<strong>en</strong> van gas- <strong>en</strong> oliewinning<br />

moet word<strong>en</strong> vormgegev<strong>en</strong>, zodat <strong>en</strong>erzijds de maatschappij zo veel mogelijk<br />

meeprofiteert van die winst<strong>en</strong> <strong>en</strong> anderzijds de <strong>en</strong>ergiebedrijv<strong>en</strong> geprikkeld blijv<strong>en</strong><br />

om <strong>en</strong>ergiereserves te vind<strong>en</strong> <strong>en</strong> te exploiter<strong>en</strong> (Neher, 1999).<br />

E<strong>en</strong> gerelateerde vorm van marktfal<strong>en</strong> bij de winning van <strong>en</strong>ergie is marktmacht<br />

van olie- <strong>en</strong> gasexporter<strong>en</strong>de land<strong>en</strong> als gevolg van de scheve geografische verdeling<br />

van de mondiale reserves. Hierdoor zijn de <strong>en</strong>ergieprijz<strong>en</strong> hoger dan de som<br />

van marginale winningskost<strong>en</strong> <strong>en</strong> resource r<strong>en</strong>ts. Om de marktmacht van exporteurs<br />

te brek<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> olie- <strong>en</strong> gasimporter<strong>en</strong>de land<strong>en</strong> of regio’s (zoals de EU) in<br />

theorie verschill<strong>en</strong>de opties: e<strong>en</strong> <strong>en</strong>ergie-importbelasting oplegg<strong>en</strong> zodat de monopoliewinst<strong>en</strong><br />

deels word<strong>en</strong> afgeroomd, infrastructur<strong>en</strong> <strong>voor</strong> alternatieve <strong>en</strong>ergiebronn<strong>en</strong><br />

aan legg<strong>en</strong>, dominante importeurs creër<strong>en</strong> als e<strong>en</strong> countervailing power<br />

of uiteraard politieke druk uitoef<strong>en</strong><strong>en</strong> op de exporter<strong>en</strong>de land<strong>en</strong> (zie bijv. Hubert,<br />

2007; Van der Linde, 2007).<br />

De onmogelijkheid om elektriciteit op te slaan <strong>en</strong> de inelastische vraag ernaar,<br />

leid<strong>en</strong> vaak tot marktmacht bij de elektriciteitsproduc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> (EC, 2007a). Dit is<br />

<strong>voor</strong>al het geval tijd<strong>en</strong>s mom<strong>en</strong>t<strong>en</strong> van uitzonderlijk hoge vraag. Verschill<strong>en</strong>de<br />

maatregel<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> g<strong>en</strong>om<strong>en</strong> om dit marktfal<strong>en</strong> te verminder<strong>en</strong>, zowel op<br />

het gebied van regulering als mededingingsbeleid. Voorbeeld<strong>en</strong> van reguleringsmaatregel<strong>en</strong><br />

zijn het vergrot<strong>en</strong> van de relevante geografische markt via het verminder<strong>en</strong><br />

van belemmering<strong>en</strong> <strong>voor</strong> gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de handel, structuurmaatregel<strong>en</strong><br />

als het splits<strong>en</strong> van verticaal geïntegreerde <strong>en</strong>ergiebedrijv<strong>en</strong> <strong>en</strong> het plafonner<strong>en</strong><br />

van groothandelsprijz<strong>en</strong>. Bij mededingingsbeleid gaat het om fusietoezicht <strong>en</strong> toezicht<br />

op anticompetitief gedrag (op grond van artikel<strong>en</strong> 81 <strong>en</strong> 82 van het EG-verdrag<br />

<strong>en</strong> artikel<strong>en</strong> 6 <strong>en</strong> 24 van de Nederlandse Mededingingswet).<br />

Bij het transport van <strong>en</strong>ergie (zoals gas, elektriciteit <strong>en</strong> warmte) moet<strong>en</strong> zulke<br />

hoge opstartkost<strong>en</strong> word<strong>en</strong> gemaakt <strong>voor</strong> het aanlegg<strong>en</strong> van de infrastructuur, dat<br />

in veel gevall<strong>en</strong> natuurlijke monopolies ontstaan. 5 Alle<strong>en</strong> in <strong>en</strong>kele gevall<strong>en</strong>, wanneer<br />

het volume van de vraag voldo<strong>en</strong>de groot is, is hier <strong>en</strong>ige vorm van concurr<strong>en</strong>tie<br />

tuss<strong>en</strong> netwerk<strong>en</strong> mogelijk. Dit laatste doet zich <strong>voor</strong> in bij<strong>voor</strong>beeld de VS.<br />

waar concurrer<strong>en</strong>de transportnetwerk<strong>en</strong> <strong>voor</strong> gas bestaan. In de meeste andere<br />

gevall<strong>en</strong> is er sprake van natuurlijke monopolies, waar dus sectorspecifieke regulering<br />

nodig is om te <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> dat de eig<strong>en</strong>ar<strong>en</strong> van deze monopolistische netwerk<strong>en</strong><br />

hun machtspositie kunn<strong>en</strong> gebruik<strong>en</strong> om toetreding tot de upstream- of<br />

downstream onmogelijk te mak<strong>en</strong> <strong>en</strong> monopolieprijz<strong>en</strong> te vrag<strong>en</strong> aan de gebruikers.<br />

5 Dit is <strong>voor</strong>al het geval <strong>voor</strong> elektriciteitsnetwerk<strong>en</strong>, in mindere mat<strong>en</strong> <strong>voor</strong> gasnetwerk<strong>en</strong>.


Mulder & Willems 151<br />

Eindverbruikers van <strong>en</strong>ergiedi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> vorm<strong>en</strong> de laatste stap in de <strong>en</strong>ergiewaardeket<strong>en</strong>.<br />

Ook hier kan marktfal<strong>en</strong> optred<strong>en</strong>. Huurders, bij<strong>voor</strong>beeld, hebb<strong>en</strong> tijd<strong>en</strong>s<br />

de keuze van e<strong>en</strong> huurwoning onvoldo<strong>en</strong>de informatie over de kwaliteit van de<br />

isolatie van e<strong>en</strong> huis <strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> dit aspect daarom niet me<strong>en</strong>em<strong>en</strong> in hun keuze.<br />

Verhuurders hebb<strong>en</strong> daarom vaak niet de prikkel om huiz<strong>en</strong> te isoler<strong>en</strong>. Overheidsingrijp<strong>en</strong><br />

kan hier gew<strong>en</strong>st zijn, bij<strong>voor</strong>beeld door minimumnorm<strong>en</strong> op te<br />

legg<strong>en</strong> of verhuurders te verplicht<strong>en</strong> om e<strong>en</strong> audit van het <strong>en</strong>ergieverbruik van hun<br />

huurwoning te lat<strong>en</strong> uitvoer<strong>en</strong>. Huishoud<strong>en</strong>s zijn verder vaak slecht geïnformeerd<br />

over de <strong>en</strong>ergiekost<strong>en</strong> die ze mak<strong>en</strong> <strong>en</strong> de impact die e<strong>en</strong> gedragsverandering of de<br />

aanschaf van nieuwe apparat<strong>en</strong> (zoals computer, spaarlamp<strong>en</strong>) hierop kan hebb<strong>en</strong>.<br />

E<strong>en</strong> vorm van paternalisme kan hier welvaartsverhog<strong>en</strong>d werk<strong>en</strong>. Huishoud<strong>en</strong>s<br />

zijn bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> vaak beducht <strong>voor</strong> plotse <strong>en</strong> grote wijziging<strong>en</strong> in hun totale <strong>en</strong>ergierek<strong>en</strong>ing.<br />

Zij zijn echter terughoud<strong>en</strong>d om lange termijn contract<strong>en</strong> te onderschrijv<strong>en</strong><br />

met hun leveranciers, deels omdat ze zich niet will<strong>en</strong> koppel<strong>en</strong> aan e<strong>en</strong><br />

leverancier <strong>en</strong> deels omdat ze hoge <strong>en</strong>ergieprijz<strong>en</strong> als e<strong>en</strong> probleem zi<strong>en</strong> dat door<br />

de politiek moet word<strong>en</strong> opgelost. Indi<strong>en</strong> huishoud<strong>en</strong>s zich onvoldo<strong>en</strong>de indekk<strong>en</strong><br />

teg<strong>en</strong> prijsrisico’s, dan moet de overheid dit misschi<strong>en</strong> in hun plaats do<strong>en</strong>.<br />

Het gebruik van fossiele <strong>en</strong>ergie tot slot leidt tot de uitstoot van onder meer CO 2 ,<br />

NO x <strong>en</strong> fijn stof die het leefklimaat <strong>voor</strong> m<strong>en</strong>s <strong>en</strong> dier belast<strong>en</strong>. Deze uitstoot is in<br />

e<strong>en</strong> situatie zonder overheidsmaatregel<strong>en</strong> niet geprijsd <strong>en</strong> wordt dus niet meeg<strong>en</strong>om<strong>en</strong><br />

bij productie- <strong>en</strong> consumptiebeslissing<strong>en</strong>. Door beprijzing, maar ook door tal<br />

van andere maatregel<strong>en</strong>, zoals subsidies <strong>en</strong> normstelling, bestrijd<strong>en</strong> overhed<strong>en</strong><br />

deze negatieve externaliteit. E<strong>en</strong> andere vorm van marktfal<strong>en</strong> bij het gebruik van<br />

fossiele <strong>en</strong>ergie is dat consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> ge<strong>en</strong> rek<strong>en</strong>ing houd<strong>en</strong> met de gevolg<strong>en</strong> van<br />

hun <strong>en</strong>ergiegebruik op de (politieke) afhankelijkheid t<strong>en</strong> opzichte van e<strong>en</strong> beperkt<br />

aantal land<strong>en</strong> die beschikk<strong>en</strong> over <strong>en</strong>ergiereserves. Indi<strong>en</strong> overig<strong>en</strong>s het <strong>en</strong>ige<br />

effect van de “politieke afhankelijkheid” de hogere prijz<strong>en</strong> zijn, dan is er uiteraard<br />

ge<strong>en</strong> sprake van externaliteit. Het meest gebruikte instrum<strong>en</strong>t om deze externaliteit<br />

te neutraliser<strong>en</strong> is het aanlegg<strong>en</strong> van strategische olie<strong>voor</strong>rad<strong>en</strong>, om zo de<br />

macht te verklein<strong>en</strong> van olie-exporter<strong>en</strong>de land<strong>en</strong> om op korte termijn de olieprijs<br />

te beïnvloed<strong>en</strong>.<br />

Ook bij het gebruik van hernieuwbare <strong>en</strong>ergie kunn<strong>en</strong> er externe effect<strong>en</strong> optred<strong>en</strong>.<br />

Windmol<strong>en</strong>s hebb<strong>en</strong> e<strong>en</strong> effect op het landschap wat door sommig<strong>en</strong> als e<strong>en</strong><br />

last <strong>en</strong> door ander<strong>en</strong> als e<strong>en</strong> baat wordt gezi<strong>en</strong>. Hoewel de inher<strong>en</strong>te volatiliteit van<br />

wind<strong>en</strong>ergieproductie zorgt <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> grotere behoefte aan reservevermog<strong>en</strong> in het<br />

elektriciteitssysteem is dat niet perse e<strong>en</strong> extern effect, omdat dit effect via de<br />

elektriciteitsprijz<strong>en</strong> kan word<strong>en</strong> geïnternaliseerd.<br />

6.2.2 Overheidsfal<strong>en</strong><br />

Marktfal<strong>en</strong>s bij de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing zijn dus redelijk goed aanwijsbaar, maar<br />

minder duidelijk is het of al deze tekortkoming<strong>en</strong> in het functioner<strong>en</strong> van markt<strong>en</strong><br />

voldo<strong>en</strong>de groot zijn om overheidsingrijp<strong>en</strong> te verantwoord<strong>en</strong>, <strong>en</strong>, indi<strong>en</strong> tot overheidsingrijp<strong>en</strong><br />

wordt beslot<strong>en</strong>, welke beleidsinstrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> het beste het fal<strong>en</strong> van


152 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

de markt corriger<strong>en</strong>. Overheidsingrijp<strong>en</strong> leidt immers ook tot kost<strong>en</strong>, die soms<br />

zelfs groter kunn<strong>en</strong> zijn dan de kost<strong>en</strong> van de marktfal<strong>en</strong>s. Zo kan vergunningverl<strong>en</strong>ing<br />

bij de winning van olie <strong>en</strong> gas leid<strong>en</strong> tot e<strong>en</strong> gebrek aan dynamiek bij de<br />

winning, waardoor de totale winningsopbr<strong>en</strong>gst alsnog suboptimaal wordt (Kemp<br />

et al., 1992). Bij de regulering van <strong>en</strong>ergi<strong>en</strong>etwerk<strong>en</strong> bestaat het risico dat de<br />

nadruk te sterk ligt op het verlag<strong>en</strong> van de tariev<strong>en</strong>, waardoor prikkels <strong>voor</strong> innovatie<br />

<strong>en</strong> investering<strong>en</strong> in het gedrang kom<strong>en</strong> (Evans et al., 2005). Op milieuterrein<br />

loopt de overheid het gevaar dat de stapeling van diverse instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>types averechts<br />

werkt, waardoor het totale milieueffect beperkt kan zijn (CPB, 2002). Bij de<br />

aanleg van strategische <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>rad<strong>en</strong> bestaat tot slot het risico dat de kost<strong>en</strong><br />

van deze vrij dure maatregel niet opweg<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> de bat<strong>en</strong> van (af <strong>en</strong> toe) e<strong>en</strong> tekort<br />

aan <strong>en</strong>ergie (Mulder et al., 2007a).<br />

Omdat <strong>en</strong>ergie e<strong>en</strong> basis<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing is, volgt de ‘politiek’ de <strong>en</strong>ergiesector nauwgezet,<br />

met het risico dat de overheid gaat stur<strong>en</strong> op “resultat<strong>en</strong>” (zoals het gev<strong>en</strong><br />

van subsidies <strong>voor</strong> bepaalde investering<strong>en</strong> of het beperk<strong>en</strong> van prijsstijging<strong>en</strong>) in<br />

plaats van op “het herstell<strong>en</strong> van marktwerking” (i.e. rek<strong>en</strong>ing houd<strong>en</strong> met de economische<br />

prikkels). Gebrek<strong>en</strong> in de marktwerking die in andere sector<strong>en</strong> ge<strong>en</strong><br />

red<strong>en</strong> <strong>voor</strong> overheidsbeleid zijn, zijn dit soms wel in de <strong>en</strong>ergiesector, zoals de<br />

relatieve inactiviteit van huishoud<strong>en</strong>s op de <strong>en</strong>ergiemarkt waardoor de overheid<br />

<strong>en</strong>ergiegebruikers beschermt teg<strong>en</strong> (te) hoge <strong>en</strong>ergieprijz<strong>en</strong>.<br />

In de volg<strong>en</strong>de paragraf<strong>en</strong> gaan we dieper in op deze thema’s, daarbij steeds zoek<strong>en</strong>d<br />

naar de optimale vormgeving van het overheidsbeleid om de verschill<strong>en</strong>de<br />

vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> aan te pakk<strong>en</strong>. In elk paragraaf analyser<strong>en</strong> we eerst het<br />

karakter van het marktfal<strong>en</strong>. Daarna bezi<strong>en</strong> we eerst welke oplossing daarvan economisch<br />

gezi<strong>en</strong> optimaal zou zijn om vervolg<strong>en</strong>s die oplossing te vergelijk<strong>en</strong> met<br />

de huidige invulling van het (Nederlandse) beleid. Tot slot kom<strong>en</strong> we met aanbeveling<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> verbetering van het beleidsinstrum<strong>en</strong>tarium<br />

6.3 Milieukwaliteit<br />

6.3.1 Marktfal<strong>en</strong><br />

Effect<strong>en</strong> op het milieu vorm<strong>en</strong> e<strong>en</strong> evid<strong>en</strong>t marktfal<strong>en</strong> bij de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing.<br />

Het gebruik van fossiele <strong>en</strong>ergie (kol<strong>en</strong>, olie <strong>en</strong> gas) leidt tot emissies van onder<br />

meer CO 2 , NO x <strong>en</strong> fijn stof. Deze emissies veroorzak<strong>en</strong> verhoogde ozon conc<strong>en</strong>traties<br />

(het gevolg van e<strong>en</strong> complexe chemische interactie tuss<strong>en</strong> NO x , koolwaterstoff<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> zonlicht), e<strong>en</strong> versterking van het broeikaseffect <strong>en</strong> e<strong>en</strong> klimaatswijziging<br />

(CO 2 ), <strong>en</strong> directe ademhalingsproblem<strong>en</strong> (fijn stof). Deze tekst conc<strong>en</strong>treert<br />

zich op de CO 2 uitstoot, aangezi<strong>en</strong> dit het omvangrijkste milieuprobleem is. De<br />

negatieve externe effect<strong>en</strong> van CO 2 emissies zijn zeer groot, (al is de omvang<br />

moeilijk in te schatt<strong>en</strong>) terwijl structurele ingrijp<strong>en</strong>de wijziging<strong>en</strong> in de economie<br />

nodig zijn om e<strong>en</strong> substantiële reductie van de uitstoot te bereik<strong>en</strong>. In e<strong>en</strong> situatie<br />

zonder overheidsingrijp<strong>en</strong> zijn marktpartij<strong>en</strong> niet in staat om deze externe effect<strong>en</strong>


Mulder & Willems 153<br />

te internaliser<strong>en</strong>: het aantal spelers is daar<strong>voor</strong> te groot (vrijwel iedere<strong>en</strong>), terwijl<br />

sommige spelers nog niet bestaan (toekomstige g<strong>en</strong>eraties). Zonder overheidsbeleid<br />

leidt deze externaliteit tot e<strong>en</strong> – vanuit welvaartseconomisch oogpunt – overmatig<br />

gebruik van fossiele <strong>en</strong>ergie.<br />

Het aanpakk<strong>en</strong> van deze externaliteit is e<strong>en</strong> zeer lastig beleidsdossier omdat het<br />

nauwelijks mogelijk is om CO 2 -emissies aan de bron met simpele technische<br />

maatregel<strong>en</strong> terug te dring<strong>en</strong>, in teg<strong>en</strong>stelling tot bij<strong>voor</strong>beeld emissies van NO x<br />

<strong>en</strong> fijn stof (zie CPB, 2000). Fijn stof kan word<strong>en</strong> verminderd door het plaats<strong>en</strong><br />

van filters op uitlat<strong>en</strong> <strong>en</strong> het beter afregel<strong>en</strong> van het verbrandingsproces waardoor<br />

de NO x uitstoot vermindert. Bij CO 2 is e<strong>en</strong> dergelijke technische bronmaatregel<br />

echter beduid<strong>en</strong>d moeilijker toe te pass<strong>en</strong>, omdat CO 2 niet kan word<strong>en</strong> weggefilterd<br />

zoals fijn stof. CO 2 -afvang <strong>en</strong> -opslag is e<strong>en</strong> techniek die nog in de kinderscho<strong>en</strong><strong>en</strong><br />

staat <strong>en</strong> alle<strong>en</strong> in beperkte omvang toegepast kan word<strong>en</strong>. De economische<br />

mogelijkhed<strong>en</strong> van deze techniek hang<strong>en</strong> namelijk in grote mate af van de<br />

afstand tuss<strong>en</strong> de locatie van de emitt<strong>en</strong>t <strong>en</strong> de opslaglocatie, zoals e<strong>en</strong> leeg gasveld.<br />

Bij e<strong>en</strong> te grote afstand zijn de kost<strong>en</strong> van het aanlegg<strong>en</strong> van transportinfrastructuur<br />

prohibitief, terwijl bij mobiel gebruik van fossiele <strong>en</strong>ergie (i.e. wegtransport)<br />

deze techniek helemaal onmogelijk is.<br />

Het vrijwel onmogelijk zijn van bronmaatregel<strong>en</strong> betek<strong>en</strong>t dat CO 2 -emissies alle<strong>en</strong><br />

kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> gereduceerd door het gebruik van fossiele <strong>en</strong>ergie omlaag te br<strong>en</strong>g<strong>en</strong>.<br />

Echter, tot dusverre is van absolute ontkoppeling tuss<strong>en</strong> CO 2 -emissies <strong>en</strong> economische<br />

groei ge<strong>en</strong> sprake (zie figuur 6.1). Economische groei leidt tot meer<br />

gebruik van fossiele <strong>en</strong>ergie wat weer leidt tot meer emissies van CO 2 . Om het<br />

absolute niveau van deze emissies te reducer<strong>en</strong>, moet dus minimaal het effect van<br />

de economische groei word<strong>en</strong> gecomp<strong>en</strong>seerd. Bij e<strong>en</strong> jaarlijkse economische<br />

groei van bij<strong>voor</strong>beeld 2%, moet de <strong>en</strong>ergie-efficiënte dus ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s jaarlijks met<br />

dat perc<strong>en</strong>tage to<strong>en</strong>em<strong>en</strong> om het <strong>en</strong>ergiegebruik in volumeterm<strong>en</strong> constant te houd<strong>en</strong>.<br />

Dat dit e<strong>en</strong> lastige opgave is blijkt uit het gegev<strong>en</strong> dat tot dusverre de <strong>en</strong>ergiebesparing<br />

in Nederland rond 1% per jaar ligt, ondanks dat er al e<strong>en</strong> groot aantal<br />

beleidsmaatregel<strong>en</strong> zijn g<strong>en</strong>om<strong>en</strong> (ECN, 2009).<br />

6.3.2 Optimaal beleid<br />

In theorie is de correctie van dit marktfal<strong>en</strong> vrij e<strong>en</strong>voudig. Deze bestaat namelijk<br />

uit het introducer<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> mondiaal uniforme prijs <strong>voor</strong> CO 2 -emissies (via bij<strong>voor</strong>beeld<br />

e<strong>en</strong> heffing of handelssysteem). E<strong>en</strong> dergelijke prijs zorgt er<strong>voor</strong> dat<br />

bedrijv<strong>en</strong> <strong>en</strong> consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> de externe kost<strong>en</strong> internaliser<strong>en</strong> <strong>en</strong> hun emissies verminder<strong>en</strong>,<br />

bij<strong>voor</strong>beeld door efficiënter met <strong>en</strong>ergie om te gaan. De hoogte van de<br />

optimale CO 2 -prijs is afhankelijk van <strong>en</strong>erzijds de marginale kost<strong>en</strong> van klimaatschade<br />

<strong>en</strong> anderzijds de marginale kost<strong>en</strong> van het reducer<strong>en</strong> van emissies. Bij e<strong>en</strong><br />

mondiaal gelijke prijs wordt bereikt dat de emissies op de meest efficiënte manier<br />

word<strong>en</strong> gereduceerd.


154 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

Figuur 6.1 Economische groei <strong>en</strong> CO 2 -emissies in Europa <strong>en</strong> Azië,<br />

1990-2005<br />

Index (1990 = 100)<br />

200.0<br />

180.0<br />

160.0<br />

140.0<br />

120.0<br />

100.0<br />

80.0<br />

60.0<br />

40.0<br />

20.0<br />

0.0<br />

1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005<br />

Azie (excl. Midd<strong>en</strong>-Oost<strong>en</strong>) BBP Azie (excl. Midd<strong>en</strong>-Oost<strong>en</strong>) CO2 Europa BBP Europa CO2<br />

Bron: World Resource Institute<br />

Zowel de marginale klimaatschade als de marginale reductiekost<strong>en</strong> zijn hoogst<br />

onzeker, waardoor het problematisch is het niveau van de optimale CO 2 -prijs te<br />

bepal<strong>en</strong>. Het is niet bek<strong>en</strong>d hoe groot het (marginale) effect van CO 2 -emissies op<br />

het toekomstige klimaat is, laat staan hoe groot het indirecte effect is op het leefklimaat<br />

<strong>voor</strong> de m<strong>en</strong>s. Schatting<strong>en</strong> over de toekomstige stijging van de zeespiegel<br />

de toekomstige temperatuur <strong>en</strong> droogteperiodes in de verschill<strong>en</strong>de gebied<strong>en</strong><br />

variër<strong>en</strong> sterk, al neemt deze onzekerheid hierover wel af door het <strong>voor</strong>tschrijd<strong>en</strong>de<br />

inzicht van klimaatonderzoekers 6 . De meeste studies verwacht<strong>en</strong> echter<br />

drastische verandering<strong>en</strong> in deze groothed<strong>en</strong>.<br />

De toekomstige (marginale) reductiekost<strong>en</strong> zijn bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> onzeker. Voor zowel de<br />

toekomstige kost<strong>en</strong> als de toekomstige bat<strong>en</strong> geldt dat deze afhang<strong>en</strong> van technische<br />

ontwikkeling<strong>en</strong> bij adaptatie aan klimaatverandering (zoals het beheers<strong>en</strong><br />

van waterstrom<strong>en</strong>) <strong>en</strong> toekomstige economische groei. Daarbov<strong>en</strong>op komt de pro-<br />

6 Het vierde “assessm<strong>en</strong>t report” van IPCC (2007) gebruikt verschill<strong>en</strong>de Business-as-usual sc<strong>en</strong>ario’s.<br />

Ze <strong>voor</strong>spell<strong>en</strong> e<strong>en</strong> globale temperatuurstijging<strong>en</strong> van 1,1 tot 2,9 grad<strong>en</strong> in het beste sc<strong>en</strong>ario (lage<br />

economische groei), tot 2,4 tot 6,4 grad<strong>en</strong> in het slechtste sc<strong>en</strong>ario (hoge economische groei).


Mulder & Willems 155<br />

blematiek van het waarder<strong>en</strong> van de toekomstige prefer<strong>en</strong>ties door de huidige<br />

g<strong>en</strong>eratie, dat wil zegg<strong>en</strong> de bepaling van de disconteringsvoet (zie Stern, 2006;<br />

Eyckmans et al., 2005). Gezi<strong>en</strong> al deze onzekerhed<strong>en</strong> over toekomstige kost<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

bat<strong>en</strong>, is er e<strong>en</strong> reële optiewaarde om te wacht<strong>en</strong> op meer informatie (Kolstad,<br />

1996). Vele investering<strong>en</strong> <strong>voor</strong> emissiereductie zijn immers onomkeerbaar, de<br />

gemaakte kost<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> niet word<strong>en</strong> terugverdi<strong>en</strong>d wanneer de klimaatverandering<br />

minder groot is dan verwacht. Deze optiewaarde weegt echter niet op teg<strong>en</strong><br />

het risico dat klimaatverandering zich wel <strong>voor</strong> zal do<strong>en</strong> in de mate zoals nu verwacht<br />

wordt (<strong>voor</strong>zichtigheidsbeginsel).<br />

Gezi<strong>en</strong> de onbek<strong>en</strong>dheid van de optimale CO 2 -prijs, is het de vraag hoe de beprijzing<br />

van de emissies vorm moet krijg<strong>en</strong>. De keuze gaat hier tuss<strong>en</strong> twee instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>:<br />

e<strong>en</strong> gereguleerde CO 2 prijs onder de vorm van e<strong>en</strong> uniforme CO 2 belasting,<br />

of e<strong>en</strong> handelssysteem van emissierecht<strong>en</strong> waarbij bedrijv<strong>en</strong> verplicht word<strong>en</strong><br />

om emissierecht<strong>en</strong> aan te kop<strong>en</strong> op e<strong>en</strong> markt. De CO 2 prijs die het bedrijf dan<br />

betaalt, wordt in dat geval gevormd door de prijs van emissierecht<strong>en</strong>, die op haar<br />

beurt bepaald wordt door <strong>en</strong>erzijds het (mondiale) plafond aan emissierecht<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

anderzijds de marginale reductiekost<strong>en</strong>.<br />

Neuhoff (2008) stelt dat het optimale beprijzingsbeleid bestaat uit e<strong>en</strong> lange-termijn<br />

plafond op emissies (e<strong>en</strong> hoeveelheidsinstrum<strong>en</strong>t, met fluctuer<strong>en</strong>de prijz<strong>en</strong>)<br />

<strong>en</strong> e<strong>en</strong> vaste prijs <strong>voor</strong> CO 2 op de korte termijn (e<strong>en</strong> prijsinstrum<strong>en</strong>t). De argum<strong>en</strong>tatie<br />

hier<strong>voor</strong> is dat het risico van e<strong>en</strong> te hoge uitstoot aan CO 2 dusdanig groot is,<br />

dat deze uitstoot door de overheid expliciet moet word<strong>en</strong> beperkt. Het plafond<br />

<strong>voor</strong> de lange-termijn uitstoot kan word<strong>en</strong> afgeleid van de maximaal toegestane<br />

temperatuurstijging. Om te <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> dat fluctuer<strong>en</strong>de emissieprijz<strong>en</strong> investering<strong>en</strong><br />

in CO 2 -reductie belemmer<strong>en</strong>, is e<strong>en</strong> vaste prijs (heffing) nodig <strong>voor</strong> de<br />

kom<strong>en</strong>de dec<strong>en</strong>nia. E<strong>en</strong> andere red<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het oplegg<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> vaste prijs op<br />

deze termijn is dat er dan minder onzekerheid bestaat over de kost<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> emissiereductie<br />

(bij<strong>voor</strong>beeld het gebruik<strong>en</strong> van gas in plaats van ste<strong>en</strong>kool <strong>voor</strong> de<br />

opwekking van elektriciteit) dan over de omvang van de pot<strong>en</strong>tiële reductie die<br />

met e<strong>en</strong> dergelijke prijs te behal<strong>en</strong> is.<br />

6.3.3 Huidig beleid<br />

De Europese Unie streeft naar e<strong>en</strong> maximale temperatuurstijging van 2 grad<strong>en</strong><br />

Celsius. Bij deze temperatuurstijging wordt verwacht dat er ge<strong>en</strong> onomkeerbare<br />

klimaateffect<strong>en</strong> zull<strong>en</strong> optred<strong>en</strong>. Deze doelstelling kan <strong>en</strong>kel word<strong>en</strong> bereikt met<br />

e<strong>en</strong> reductie van ti<strong>en</strong>tall<strong>en</strong> proc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> in wereldwijde CO 2 -emissies. Om deze mondiaal<br />

b<strong>en</strong>odigde emissiereductie te realiser<strong>en</strong> heeft de Europese Unie (EC, 2008)<br />

haar 20-20-20 beleid geformuleerd: in 2020 moet<strong>en</strong> (in vergelijking met 1990) de<br />

CO 2 -emissies met 20% zijn gereduceerd, moet het <strong>en</strong>ergiegebruik per e<strong>en</strong>heid product<br />

met 20% zijn gedaald <strong>en</strong> moet<strong>en</strong> duurzame bronn<strong>en</strong> e<strong>en</strong> aandeel hebb<strong>en</strong> van<br />

20% in het totale <strong>en</strong>ergieverbruik. De Europese Unie zal haar beoogde emissiereductie<br />

echter naar 30% verhog<strong>en</strong> als andere regio’s in de wereld ook e<strong>en</strong> ambitieus<br />

klimaatbeleid formuler<strong>en</strong>. De Nederlandse rijksoverheid gaat in haar milieudoel<strong>en</strong>


156 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

nog wat verder: de emissies van CO 2 moet<strong>en</strong> in 2020, ongeacht het beleid dat elders<br />

in de wereld wordt gevoerd, met 30% omlaag zijn gebracht (VROM, 2008).<br />

Om deze ambitieuze doelstelling<strong>en</strong> te realiser<strong>en</strong> wordt e<strong>en</strong> keur aan instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

ingezet. De instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> variër<strong>en</strong> van subsidies <strong>voor</strong> de verschill<strong>en</strong>de types hernieuwbare<br />

<strong>en</strong>ergie, subsidies <strong>voor</strong> <strong>en</strong>ergiebesparing, gediffer<strong>en</strong>tieerde belasting<strong>en</strong><br />

op <strong>en</strong>ergieverbruik, “grand­fathered” emissierecht<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de industrie, <strong>en</strong> <strong>en</strong>ergieefficiëntie-standaard<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> bepaalde product<strong>en</strong>. Binn<strong>en</strong> de Europese Unie bestaat<br />

sinds 2005 e<strong>en</strong> systeem <strong>voor</strong> emissiehandel (ETS) dat de totale hoeveelheid emissies<br />

<strong>voor</strong> de deelnem<strong>en</strong>de partij<strong>en</strong> begr<strong>en</strong>st (het zog<strong>en</strong>aamde emissieplafond) <strong>en</strong><br />

deze partij<strong>en</strong> in staat stelt om emissierecht<strong>en</strong> onderling te verhandel<strong>en</strong>. Aanvankelijk<br />

gold het systeem alle<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de grote <strong>en</strong>ergiegebruikers, zoals elektriciteitsc<strong>en</strong>trales<br />

<strong>en</strong> <strong>en</strong>ergie-int<strong>en</strong>sieve industrie, maar langzamerhand wordt het systeem<br />

uitgebreid naar kleinere <strong>en</strong>ergiegebruikers. In diverse land<strong>en</strong> bestaat hiernaast e<strong>en</strong><br />

heffing op het gebruik van elektriciteit <strong>en</strong> gas, aanvankelijk alle<strong>en</strong> <strong>voor</strong> kleingebruikers,<br />

maar nu ook <strong>voor</strong> grootgebruikers, zij het teg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> lager (marginaal)<br />

tarief. Om hernieuwbare <strong>en</strong>ergiebronn<strong>en</strong> concurrer<strong>en</strong>d te mak<strong>en</strong> teg<strong>en</strong>over fossiele<br />

<strong>en</strong>ergie ontvang<strong>en</strong> de produc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> van hernieuwbare bronn<strong>en</strong> ook vaak subsidies<br />

in de vorm van investeringsvergoeding<strong>en</strong> of e<strong>en</strong> hogere <strong>en</strong>ergieprijs.<br />

Naast deze prijsinstrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> zett<strong>en</strong> overhed<strong>en</strong> nog andere type maatregel<strong>en</strong> in,<br />

zoals het verbod op gloeilamp<strong>en</strong>, <strong>voor</strong>lichtingscampagnes <strong>en</strong> conv<strong>en</strong>ant<strong>en</strong> met de<br />

industrie, of het gev<strong>en</strong> van <strong>voor</strong>rang bij de allocatie van schaarse netwerkcapaciteit<br />

aan duurzame-<strong>en</strong>ergieproduc<strong>en</strong>t<strong>en</strong>.<br />

6.3.4 Overheidsfal<strong>en</strong><br />

In het huidige klimaatbeleid bestaan diverse inefficiënties (zie ook PBL, 2009).<br />

We behandel<strong>en</strong> hier de inefficiënties die ontstaan door de inzet van subsidies, de<br />

vormgeving van het beprijzingsinstrum<strong>en</strong>t <strong>en</strong> de stapeling van verschill<strong>en</strong>de<br />

instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>.<br />

Subsidies<br />

Bij het gev<strong>en</strong> van subsidies <strong>voor</strong> bepaalde techniek<strong>en</strong> (windmol<strong>en</strong>s of fotovoltaïsche<br />

zonnepanel<strong>en</strong>) duwt de overheid de <strong>en</strong>ergiesector in e<strong>en</strong> bepaalde richting<br />

die niet per se de meest kost<strong>en</strong>effectieve is. Subsidies <strong>voor</strong> de <strong>en</strong>e techniek<br />

verdring<strong>en</strong> immers opties die ge<strong>en</strong> subsidie krijg<strong>en</strong>. Bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> k<strong>en</strong>n<strong>en</strong> subsidieregeling<strong>en</strong><br />

vaak ‘free riders’, dat wil zegg<strong>en</strong> project<strong>en</strong> die ook zonder subsidie<br />

zoud<strong>en</strong> word<strong>en</strong> uitgevoerd (Vollebergh, 2007). Free riders verlag<strong>en</strong> de kost<strong>en</strong>effectiviteit<br />

7 van subsidies. Daarnaast bestaat het risico van windfall profits, zoals<br />

gebeurd is bij de verstrekking van subsidies <strong>voor</strong> windmol<strong>en</strong>s in Nederland via de<br />

zog<strong>en</strong>aamde MEP 8 -subsidies (Mulder et al., 2007b). Verder leid<strong>en</strong> subsidies tot<br />

7 Met kost<strong>en</strong>effectiviteit wordt gedoeld op alle (maatschappelijke) kost<strong>en</strong> die nodig zijn om e<strong>en</strong> e<strong>en</strong>-<br />

Met kost<strong>en</strong>effectiviteit wordt gedoeld op alle (maatschappelijke) kost<strong>en</strong> die nodig zijn om e<strong>en</strong> e<strong>en</strong>heid<br />

reductie te bereik<strong>en</strong>.<br />

8 Subsidieregeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP).


Mulder & Willems 157<br />

gedragsreacties die het beoogde deels weer neutraliser<strong>en</strong>: vanwege lagere kost<strong>en</strong><br />

gaan consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> er meer van gebruik<strong>en</strong> (UK ERC, 2007). Deze gedragsreactie<br />

is in beginsel welvaartsverhog<strong>en</strong>d, maar verlaagt uiteraard wel de kost<strong>en</strong>effectiviteit<br />

van dit beleidsinstrum<strong>en</strong>t. Subsidies kunn<strong>en</strong> efficiënter word<strong>en</strong> ingezet in het<br />

geval van positieve externaliteit<strong>en</strong>. In het klimaatbeleid do<strong>en</strong> deze zich <strong>voor</strong> bij<br />

R&D op het gebied van <strong>en</strong>ergiebesparing <strong>en</strong> duurzame <strong>en</strong>ergie. Door het bestaan<br />

van leereffect<strong>en</strong> op sectorniveau do<strong>en</strong> afzonderlijke bedrijv<strong>en</strong> te weinig aan onderzoek<br />

als zij de bat<strong>en</strong> van die leereffect<strong>en</strong> niet kunn<strong>en</strong> internaliser<strong>en</strong>. Door middel<br />

van subsidies kan dit marktfal<strong>en</strong> word<strong>en</strong> geadresseerd. (Gerlach et al. 2008).<br />

Beprijzing van <strong>en</strong>ergie <strong>en</strong> emissies<br />

Het beprijz<strong>en</strong> van <strong>en</strong>ergie <strong>en</strong> emissies k<strong>en</strong>t de perverse effect<strong>en</strong> van subsidies niet,<br />

maar kan weer andere nadel<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong>. Doordat beprijzing de kost<strong>en</strong> van <strong>en</strong>ergiegebruikers<br />

verhoogt, kan het negatieve gevolg<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de concurr<strong>en</strong>tiepositie<br />

van <strong>en</strong>ergie-int<strong>en</strong>sieve bedrijv<strong>en</strong>. Als het gaat om de concurr<strong>en</strong>tiepositie t<strong>en</strong><br />

opzichte van minder <strong>en</strong>ergie-int<strong>en</strong>sieve bedrijvigheid, kan dit leid<strong>en</strong> tot e<strong>en</strong> efficiënte<br />

herstructurering van de economie, hoewel er op de korte termijn aanpassingskost<strong>en</strong><br />

zijn. Als het echter gaat om de concurr<strong>en</strong>tiepositie t<strong>en</strong> opzichte van<br />

hetzelfde type bedrijvigheid in andere land<strong>en</strong> of werelddel<strong>en</strong>, dan is niet alle<strong>en</strong><br />

sprake van herstructureringskost<strong>en</strong>, maar ook van e<strong>en</strong> twijfelachtig milieueffect.<br />

Bij het ontbrek<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> internationaal gelijk speelveld in milieubeleid kan er<br />

carbon leakage optred<strong>en</strong> via verplaatsing van productie naar die regio’s waar de<br />

milieuregulering minder strikt is. Dit effect hoeft echter niet groot te zijn, omdat er<br />

nog tal van andere factor<strong>en</strong> zijn die locatiebeslissing<strong>en</strong> van bedrijv<strong>en</strong> bepal<strong>en</strong><br />

(CPB, 2002; Grubb et al. (2009).<br />

De verplaatsingseffect<strong>en</strong> zijn beperkter als bedrijv<strong>en</strong> wel aan de marge word<strong>en</strong><br />

geprikkeld zonder dat ze over hun integrale <strong>en</strong>ergieverbruik (netto) belast word<strong>en</strong>.<br />

Bij de start van het ETS was daarom gekoz<strong>en</strong> <strong>voor</strong> ‘grandfathering’ van de<br />

emissierecht<strong>en</strong>, zodat de deelnem<strong>en</strong>de bedrijv<strong>en</strong> de prikkel ondervond<strong>en</strong> via de<br />

‘opportunity’ kost<strong>en</strong> van het gebruik van emissierecht<strong>en</strong>. Dit systeem heeft echter<br />

diverse onvolkom<strong>en</strong>hed<strong>en</strong>. Het gratis uitdel<strong>en</strong> van recht<strong>en</strong> heeft alle<strong>en</strong> e<strong>en</strong> neutraliser<strong>en</strong>d<br />

effect op ‘carbon leakage’ als de bedrijv<strong>en</strong> de recht<strong>en</strong> verliez<strong>en</strong> bij<br />

verplaatsing van hun productie, maar in dat geval zal de prikkel aan de marge ook<br />

verdwijn<strong>en</strong> omdat bedrijv<strong>en</strong> die groei<strong>en</strong> dan ook word<strong>en</strong> gecomp<strong>en</strong>seerd met<br />

meer emissierecht<strong>en</strong>. Daarnaast zijn hoge transactiekost<strong>en</strong> verbond<strong>en</strong> aan de<br />

allocatie van de recht<strong>en</strong>. Verder ontstaan er ‘windfall profits’ bij Europees operer<strong>en</strong>de<br />

partij<strong>en</strong> (zoals elektriciteitsproduc<strong>en</strong>t<strong>en</strong>). Door het herhaald grandfather<strong>en</strong><br />

van ETS vermindert bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> de effectiviteit van het systeem. Om in aanmerking<br />

te kom<strong>en</strong> <strong>voor</strong> nieuwe recht<strong>en</strong> zull<strong>en</strong> bedrijv<strong>en</strong> immers het sluit<strong>en</strong> van<br />

inefficiënte c<strong>en</strong>trales uitstell<strong>en</strong> <strong>en</strong> minder in nieuwe efficiënte c<strong>en</strong>trales invester<strong>en</strong><br />

(Neuhoff et al. 2006). De economisch gezi<strong>en</strong> beste maatregel om internationale<br />

concurr<strong>en</strong>tie-effect<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> nationaal (of Europees) systeem van emissiehandel<br />

of <strong>en</strong>ergieheffing<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> te gaan is het invoer<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> CO 2 -belasting op<br />

import <strong>en</strong> het teruggev<strong>en</strong> van betaalde CO 2 -belasting<strong>en</strong> bij export (Grubb <strong>en</strong><br />

Neuhoff, 2006).


158 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

Stapeling van instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

Door de stapeling van verschill<strong>en</strong>de instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>types is de effectiviteit kleiner<br />

dan de som van de afzonderlijke effect<strong>en</strong>. Dit doet zich onder andere <strong>voor</strong> bij de<br />

combinatie van emissiehandel met e<strong>en</strong> heffing op <strong>en</strong>ergie. De heffing op <strong>en</strong>ergie<br />

leidt immers tot e<strong>en</strong> lagere prijs van de emissierecht<strong>en</strong>, waarbij de totale emissiereductie<br />

gelijk blijft. Door het ETS te combiner<strong>en</strong> met nationale heffing<strong>en</strong> op het<br />

<strong>en</strong>ergiegebruik wordt bereikt dat de reducties meer in Nederland plaats vind<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

minder in andere land<strong>en</strong> met e<strong>en</strong> lagere of ge<strong>en</strong> <strong>en</strong>ergieheffing<strong>en</strong>. Omdat de Nederlandse<br />

<strong>en</strong>ergieheffing gediffer<strong>en</strong>tieerd is naar type <strong>en</strong>ergiegebruikers, do<strong>en</strong> deze<br />

inefficiënties zich ook binn<strong>en</strong> de nationale economie <strong>voor</strong>. Kleinverbruikers betal<strong>en</strong><br />

namelijk e<strong>en</strong> hogere heffing (aan de marge) dan grootgebruikers, zodat de reductiekost<strong>en</strong><br />

hoger zijn dan bij gelijke <strong>en</strong>ergieheffing<strong>en</strong> <strong>voor</strong> alle type gebruikers.<br />

E<strong>en</strong> vergelijkbare inefficiëntie geldt <strong>voor</strong> de combinatie van het systeem van emissiehandel<br />

met e<strong>en</strong> verbod op bij<strong>voor</strong>beeld gloeilamp<strong>en</strong>. Het milieueffect van deze<br />

maatregel is nihil, omdat het verbod van gloeilamp<strong>en</strong> in eerste instantie zal leid<strong>en</strong><br />

tot e<strong>en</strong> lager gebruik van elektriciteit wat via het effect op de prijs van emissierecht<strong>en</strong><br />

weer wordt g<strong>en</strong>eutraliseerd door e<strong>en</strong> stijging van het elektriciteitsgebruik<br />

elders. E<strong>en</strong> gloeilamp<strong>en</strong>verbod kan, economisch gezi<strong>en</strong>, alle<strong>en</strong> word<strong>en</strong> begrep<strong>en</strong><br />

als de overheid vermoedt dat <strong>en</strong>ergiegebruikers op de verkeerde (duurdere) manier<br />

het elektriciteitsverbruik aanpass<strong>en</strong> aan verander<strong>en</strong>de prijz<strong>en</strong> van emissie-<br />

recht<strong>en</strong>. 9 Door middel van het verbod zou de overheid dan zorg<strong>en</strong> dat de reductiekost<strong>en</strong><br />

lager zijn dan ze anders zoud<strong>en</strong> zijn, uiteraard met behoud van het zelfde<br />

effect op emissies. Het is echter aannemelijker om het gloeilamp<strong>en</strong>verbod als e<strong>en</strong><br />

symboolmaatregel te zi<strong>en</strong>, met grote maatschappelijke kost<strong>en</strong> indi<strong>en</strong> consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

(het licht van) gloeilamp<strong>en</strong> hoger waarder<strong>en</strong> dan spaarlamp<strong>en</strong>.<br />

6.4 Voorzi<strong>en</strong>ingszekerheid<br />

Hoewel het zekerstell<strong>en</strong> van de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing e<strong>en</strong> belangrijk onderdeel van<br />

het overheidsbeleid in veel land<strong>en</strong> is, is het marktfal<strong>en</strong> hier minder duidelijk aanwijsbaar<br />

dan bij milieu. Voordat we het mogelijke marktfal<strong>en</strong> analyser<strong>en</strong>, definiër<strong>en</strong><br />

we eerst het begrip ‘<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ingszekerheid’. Voorzi<strong>en</strong>ingszekerheid (security<br />

of supply) in de <strong>en</strong>ergiesector wordt meestal gezi<strong>en</strong> als de combinatie van twee<br />

elem<strong>en</strong>t<strong>en</strong>: leveringszekerheid (reliability) <strong>en</strong> <strong>en</strong>ergiezekerheid (<strong>en</strong>ergy security)<br />

(EZ, 2008).<br />

• Bij leveringszekerheid gaat het erom of de <strong>en</strong>ergi<strong>en</strong>etwerk<strong>en</strong> voldo<strong>en</strong>de<br />

robuust zijn om de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing op korte termijn (ur<strong>en</strong>, dag<strong>en</strong>,<br />

wek<strong>en</strong>) in stand te houd<strong>en</strong>. De leveringszekerheid komt in gedrang, wanneer<br />

bij<strong>voor</strong>beeld door het (technisch) fal<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> transmissielijn de<br />

9 De Europese Commissie spreekt over “e<strong>en</strong> psychologische barrière” die consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> bij het<br />

kop<strong>en</strong> van meer efficiënte lamp<strong>en</strong>. (See E.U. Commission, MEMO/09/368, FAQ: phasing out conv<strong>en</strong>- conv<strong>en</strong>tional<br />

incandesc<strong>en</strong>t bulbs).


Mulder & Willems 159<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing stopt, of indi<strong>en</strong> plots Rusland beslist om ge<strong>en</strong> gas<br />

meer te lever<strong>en</strong>. Het gevolg van e<strong>en</strong> fal<strong>en</strong> van het systeem kan e<strong>en</strong> system<br />

collapse zijn, dat wil zegg<strong>en</strong> het volledig instort<strong>en</strong> van de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing,<br />

of e<strong>en</strong> ongeplande rantso<strong>en</strong>ering van e<strong>en</strong> gedeelte van het <strong>en</strong>ergiegebruik<br />

waarbij e<strong>en</strong> aantal groep<strong>en</strong> van gebruikers tijdelijk van de <strong>en</strong>ergietoevoer<br />

word<strong>en</strong> afgesned<strong>en</strong>.<br />

• Bij <strong>en</strong>ergiezekerheid gaat het om de <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ingszekerheid op lange termijn<br />

(<strong>en</strong>kele dec<strong>en</strong>nia). Is er voldo<strong>en</strong>de netwerkcapaciteit beschikbaar<br />

om gas <strong>en</strong> elektriciteit te vervoer<strong>en</strong>? Wordt er voldo<strong>en</strong>de geïnvesteerd in<br />

exploratie <strong>en</strong> ontwikkeling van nieuwe olie- <strong>en</strong> gasveld<strong>en</strong>? Gebruik<strong>en</strong> we<br />

e<strong>en</strong> ev<strong>en</strong>wichtig portfolio van primaire <strong>en</strong>ergiebronn<strong>en</strong> zodat onze <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

robuust is <strong>voor</strong> relatieve prijswijziging<strong>en</strong> van primaire<br />

<strong>en</strong>ergieproduct<strong>en</strong>? E<strong>en</strong> fal<strong>en</strong> van de <strong>en</strong>ergiezekerheid zal niet alle<strong>en</strong> leid<strong>en</strong><br />

tot hogere toekomstige <strong>en</strong>ergieprijz<strong>en</strong>, maar ook tot e<strong>en</strong> grotere onzekerheid<br />

over de toekomstige prijs van <strong>en</strong>ergie.<br />

De kernvraag is nu of marktwerking het sociaal optimale niveau van leveringszekerheid<br />

<strong>en</strong> <strong>en</strong>ergiezekerheid kan oplever<strong>en</strong>, of dat er sprake is van externa liteit<strong>en</strong>.<br />

Omdat deze twee aspect<strong>en</strong> verschill<strong>en</strong>d zijn, behandel<strong>en</strong> we ze afzonderlijk.<br />

6.4.1 Leveringszekerheid<br />

Marktfal<strong>en</strong><br />

Voor de netwerksector<strong>en</strong> gas <strong>en</strong> elektriciteit zi<strong>en</strong> we twee oorzak<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong>.<br />

(1) Er zijn grote schaal<strong>voor</strong>del<strong>en</strong> in de <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing van leveringszekerheid,<br />

<strong>en</strong> (2) consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> maar in beperkte mate word<strong>en</strong> uitgeslot<strong>en</strong> van het<br />

algeme<strong>en</strong> leveringszekerheidsniveau, met andere woord<strong>en</strong> leveringszekerheid is<br />

e<strong>en</strong> quasi-publiek goed (Helm, 2007).<br />

Leveringszekerheid in de elektriciteitssector kan word<strong>en</strong> bereikt door op het niveau<br />

van individuele gebruikers noodaggregat<strong>en</strong> te installer<strong>en</strong>, maar het is efficiënter<br />

dat op c<strong>en</strong>traal niveau te do<strong>en</strong> door productiec<strong>en</strong>trales in reserve te houd<strong>en</strong>. Ook<br />

in de gassector bestaan schaal<strong>voor</strong>del<strong>en</strong> in de <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing van leveringszekerheid,<br />

omdat het moeilijk is gasopslag op huishoudniveau te organiser<strong>en</strong>. In de oliesector<br />

zijn schaal<strong>voor</strong>del<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing van leveringszekerheid kleiner omdat<br />

hier dec<strong>en</strong>trale opslag relatief goedkoop is.<br />

Om optimaal van deze schaal<strong>voor</strong>del<strong>en</strong> gebruik te kunn<strong>en</strong> mak<strong>en</strong>, moet<strong>en</strong> de netwerk<strong>en</strong><br />

c<strong>en</strong>traal word<strong>en</strong> uitgebaat <strong>en</strong> beheerd. Coördinatie is nodig in verband met<br />

de handhaving van <strong>en</strong>ergiestrom<strong>en</strong> over het netwerk, het afroep<strong>en</strong> van reservevermog<strong>en</strong>,<br />

het herschakel<strong>en</strong> van de netwerktopologie 10 <strong>en</strong> het plann<strong>en</strong> van onderhoud<br />

10 Netwerktopologie is de wijze waarop e<strong>en</strong> netwerk is opgebouwd, dat wil zegg<strong>en</strong> hoe de knooppun-<br />

Netwerktopologie is de wijze waarop e<strong>en</strong> netwerk is opgebouwd, dat wil zegg<strong>en</strong> hoe de knooppunt<strong>en</strong><br />

met elkaar zijn verbond<strong>en</strong>. In Nederland is het elektriciteitsnetwerk bij<strong>voor</strong>beeld vermaasd, wat<br />

betek<strong>en</strong>t dat de knooppunt<strong>en</strong> op meerdere manier<strong>en</strong> met elkaar zijn verbond<strong>en</strong>.


160 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

aan lijn<strong>en</strong>. Het netwerkbeheer is daarom e<strong>en</strong> natuurlijk monopolie. De schaal<strong>voor</strong>del<strong>en</strong><br />

zijn groter <strong>voor</strong> het elektriciteitsnetwerk dan <strong>voor</strong> het gasnetwerk<strong>en</strong>, waar<br />

(op beperkte schaal) competitie mogelijk kan zijn. 11<br />

Vanwege de c<strong>en</strong>trale organisatie van de leveringszekerheid is er sprake van e<strong>en</strong><br />

publiek goed. Het is namelijk onmogelijk om afzonderlijke consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> uit te<br />

sluit<strong>en</strong>, terwijl er bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> nauwelijks sprake is van rivaliteit. Technisch is het<br />

(nu nog) onmogelijk om consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> individueel te rantso<strong>en</strong>er<strong>en</strong> indi<strong>en</strong> er e<strong>en</strong><br />

aanbodstekort is. Met andere woord<strong>en</strong>, alle huishoud<strong>en</strong>s in e<strong>en</strong> straat ontvang<strong>en</strong><br />

hetzelfde niveau van leveringszekerheid. Voor grotere industriële gebruikers kan<br />

de leveringszekerheid wel word<strong>en</strong> gediffer<strong>en</strong>tieerd, door bij<strong>voor</strong>beeld het gericht<br />

afsluit<strong>en</strong> van de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing, maar ook hier is het niveau van de leveringszekerheid<br />

grot<strong>en</strong>deels bepaald door het algem<strong>en</strong>e leveringszekerheidniveau:<br />

Indi<strong>en</strong> e<strong>en</strong> totale black­out optreedt, bij<strong>voor</strong>beeld doordat het reservevermog<strong>en</strong><br />

onvoldo<strong>en</strong>de is om aan de verhoogde vraag te voldo<strong>en</strong>, word<strong>en</strong> alle gebruikers in<br />

de zelfde mate getroff<strong>en</strong>.<br />

Omdat leveringszekerheid elem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> publiek goed heeft, zull<strong>en</strong> consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

te weinig reservevermog<strong>en</strong> aankop<strong>en</strong> op het netwerk <strong>en</strong> will<strong>en</strong> “free-rid<strong>en</strong>”<br />

op inspanning<strong>en</strong> van ander<strong>en</strong>. Zonder overheidsingrijp<strong>en</strong> zal er daarom in te weinig<br />

reservevermog<strong>en</strong> word<strong>en</strong> <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>, <strong>en</strong> zou het leveringszekerheidniveau te laag<br />

zijn. Kortom, overheidsbeleid is nodig om de leveringszekerheid te garander<strong>en</strong> in<br />

de netwerksector<strong>en</strong> gas <strong>en</strong> elektriciteit, <strong>en</strong> in veel mindere mate in de oliesector.<br />

Optimaal Beleid<br />

Bij het invoer<strong>en</strong> van competitie in de elektriciteitsmarkt bestond er aanvankelijk<br />

discussie over de mate waarin de elektriciteitsmarkt c<strong>en</strong>traal moest word<strong>en</strong> georganiseerd<br />

door e<strong>en</strong> netwerkbeheerder. Engeland <strong>en</strong> Wales koz<strong>en</strong> bij<strong>voor</strong>beeld <strong>voor</strong><br />

e<strong>en</strong> c<strong>en</strong>trale organisatie, terwijl Californië e<strong>en</strong> dec<strong>en</strong>traal systeem koos. Er is<br />

ondertuss<strong>en</strong> e<strong>en</strong> cons<strong>en</strong>sus ontstaan dat e<strong>en</strong> volledig dec<strong>en</strong>traal systeem niet w<strong>en</strong>selijk<br />

is <strong>en</strong> dat e<strong>en</strong> minimale vorm van c<strong>en</strong>trale coördinatie door e<strong>en</strong> netwerkbeheerder<br />

noodzakelijk is (Wilson, 2002; Joskow <strong>en</strong> Tirole, 2007).<br />

De optimale <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing van leveringszekerheid is uiteraard niet e<strong>en</strong> systeem<br />

waar e<strong>en</strong> onderbreking van de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing te all<strong>en</strong> tijde wordt vermed<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

waarin de <strong>en</strong>ergie-infrastructuur zoveel buffers heeft dat elke storing altijd kan<br />

word<strong>en</strong> opgevang<strong>en</strong>. Bij de vormgeving van de optimale <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing zijn de<br />

prijselasticiteit van <strong>en</strong>ergiegebruikers <strong>en</strong> de mate waarin capaciteitsverandering<strong>en</strong><br />

effect hebb<strong>en</strong> op de prijs, cruciaal. Indi<strong>en</strong> de vraag stijgt <strong>en</strong> er onvoldo<strong>en</strong>de reservevermog<strong>en</strong><br />

kan word<strong>en</strong> aangekocht door de netwerkbeheerder, (onvoldo<strong>en</strong>de<br />

c<strong>en</strong>trales beschikbaar zijn), dan daalt de reservemarge <strong>en</strong> stijgt de kans op e<strong>en</strong><br />

black­out. Dit moet in de elektriciteitsprijs word<strong>en</strong> weerspiegeld als e<strong>en</strong> prijsstij-<br />

11 Omdat het beheer van het netwerk e<strong>en</strong> natuurlijk monopolie is, bestaat het risico van machtsmisbruik,<br />

<strong>en</strong> wordt de netwerkbeheerder gereguleerd. In paragraaf 6.5 in dit hoofdstuk gaan we hier verder<br />

op in.


Mulder & Willems 161<br />

ging. De prijs moet namelijk op elk mom<strong>en</strong>t gelijk zijn aan de marginale kost<strong>en</strong><br />

van de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing. Bij de berek<strong>en</strong>ing van die marginale kost<strong>en</strong> moet er<br />

rek<strong>en</strong>ing mee word<strong>en</strong> gehoud<strong>en</strong> dat het verbruik e<strong>en</strong> negatieve invloed heeft op de<br />

leveringszekerheid van het netwerk. Prijsgevoelige industriële klant<strong>en</strong> zull<strong>en</strong> in<br />

reactie op de prijsstijging hun consumptie verminder<strong>en</strong>. Wanneer de reservemarge<br />

nog verder daalt, dan moet de netwerkbeheerder e<strong>en</strong> beperkt aantal prijsongevoelige<br />

bedrijv<strong>en</strong> afschakel<strong>en</strong> om het risico op e<strong>en</strong> volledige black­out in de<br />

perk<strong>en</strong> te houd<strong>en</strong>. Het willekeurig afschak<strong>en</strong> van gebruikers is inefficiënt, maar<br />

e<strong>en</strong> direct gevolg van het feit dat kleine consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> niet kunn<strong>en</strong> reager<strong>en</strong> op<br />

prijssignal<strong>en</strong> <strong>en</strong> bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> niet apart kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> afgeschakeld. Het is wel<br />

zaak dat de netbeheerder de financiële schade van het afschakel<strong>en</strong> van consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

voelt, bij<strong>voor</strong>beeld via e<strong>en</strong> verplichting om vergoeding<strong>en</strong> daar<strong>voor</strong> te<br />

betal<strong>en</strong>.<br />

Huidig beleid<br />

Bij het bewak<strong>en</strong> van de leveringszekerheid in de Nederlandse gas- <strong>en</strong> elektriciteits<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

spel<strong>en</strong> de netbeheerders, respectievelijk GTS <strong>en</strong> T<strong>en</strong>neT, e<strong>en</strong> c<strong>en</strong>trale<br />

rol. Zij hebb<strong>en</strong> als wettelijke taak de balans van de netwerk<strong>en</strong> in stand te<br />

houd<strong>en</strong>. Bij het elektriciteitsnetwerk bestaat e<strong>en</strong> onbalansmarkt waarop partij<strong>en</strong><br />

capaciteit kunn<strong>en</strong> aanbied<strong>en</strong> die door de netbeheerder kan word<strong>en</strong> aangeroep<strong>en</strong><br />

om onbalanssituaties te herstell<strong>en</strong>. De prijs die daarbij tot stand komt reflecteert de<br />

marginale kost<strong>en</strong> van het verhelp<strong>en</strong> van de onbalans, waardoor dit e<strong>en</strong> efficiënt<br />

systeem is. Bij het gasnetwerk bestaat e<strong>en</strong> dergelijk marktconform systeem nog<br />

niet. Op dit mom<strong>en</strong>t betal<strong>en</strong> gebruikers van het gasnetwerk onbalansheffing<strong>en</strong> aan<br />

de netbeheerder als zij zelf in onbalans zijn. Deze heffing<strong>en</strong> zijn niet gerelateerd<br />

aan de onbalanssituatie van het gehele netwerk <strong>en</strong> zijn daardoor inefficiënt. In dit<br />

systeem is het immers bij<strong>voor</strong>beeld mogelijk dat afzonderlijke marktpartij<strong>en</strong> e<strong>en</strong><br />

heffing moet<strong>en</strong> betal<strong>en</strong> omdat ze teveel gas aan het systeem onttrekk<strong>en</strong>, terwijl er<br />

op systeemniveau e<strong>en</strong> overschot is. De introductie van e<strong>en</strong> marktconform balanceringssysteem,<br />

die <strong>voor</strong> 2010 gepland staat, zal (in economische zin) e<strong>en</strong> verbetering<br />

betek<strong>en</strong><strong>en</strong> <strong>voor</strong> de wijze waarop het gasnetwerk wordt beheerd, omdat de<br />

tariev<strong>en</strong> <strong>voor</strong> onbalans dan marktconform zull<strong>en</strong> zijn.<br />

Overheidsfal<strong>en</strong><br />

Het economische risico bij de vormgeving van het beleid <strong>voor</strong> de leveringszekerheid<br />

is dat er teveel op technische maatregel<strong>en</strong> wordt vertrouwd <strong>en</strong> dat te<br />

weinig gebruik gemaakt wordt van gedragsreacties door marktpartij<strong>en</strong>. Om marktpartij<strong>en</strong><br />

te betrekk<strong>en</strong> bij het garander<strong>en</strong> van de leveringszekerheid is het uiteraard<br />

zaak dat de prijz<strong>en</strong> voldo<strong>en</strong>de stijg<strong>en</strong> op de elektriciteits- <strong>en</strong> gasmarkt tijd<strong>en</strong>s<br />

periodes van grote schaarste. Om dat te bereik<strong>en</strong> moet zoveel mogelijk <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong><br />

word<strong>en</strong> dat netbeheerders of overhed<strong>en</strong> zelf direct ingrijp<strong>en</strong> om onbalans<strong>en</strong> te<br />

herstell<strong>en</strong>. Netwerkbeheerders kunn<strong>en</strong> direct technisch (op e<strong>en</strong> niet-marktconforme<br />

manier) ingrijp<strong>en</strong> in het <strong>en</strong>ergiesysteem om de leveringszekerheid te<br />

verhog<strong>en</strong> tijd<strong>en</strong>s ur<strong>en</strong> met schaarste, bij<strong>voor</strong>beeld door de druk in de gaspijplijn<strong>en</strong><br />

te verminder<strong>en</strong> of de spanning op het netwerk te verlag<strong>en</strong>. Vaak verlag<strong>en</strong> zulke<br />

acties het prijsniveau in de markt, maar zij br<strong>en</strong>g<strong>en</strong> kost<strong>en</strong> met zich mee die deels


162 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

word<strong>en</strong> gesocialiseerd. Om de marktprikkels te behoud<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de marktpartij<strong>en</strong>,<br />

zou niet-marktconform ingrijp<strong>en</strong> <strong>en</strong>kel mog<strong>en</strong> plaatsvind<strong>en</strong> indi<strong>en</strong> m<strong>en</strong> er tegelijk<br />

<strong>voor</strong> zorgt dat de <strong>en</strong>ergieprijs voldo<strong>en</strong>de hoog blijft tijd<strong>en</strong>s noodsituaties (<strong>en</strong> zeker<br />

niet daalt).<br />

Verder wordt de efficiëntie van overheidsingrijp<strong>en</strong> bij leveringszekerheid vergroot<br />

door betere coördinatie met buurland<strong>en</strong>. Op deze manier kunn<strong>en</strong> schaal<strong>voor</strong>del<strong>en</strong><br />

word<strong>en</strong> bereikt door reservevermog<strong>en</strong> uit te wissel<strong>en</strong>. Bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> door<br />

betere informatie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing problem<strong>en</strong> in het netwerk sneller word<strong>en</strong> <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong><br />

of zelfs word<strong>en</strong> <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong>.<br />

6.4.2 Energiezekerheid<br />

Marktfal<strong>en</strong><br />

Bij <strong>en</strong>ergiezekerheid is het minder duidelijk of overheidsingrijp<strong>en</strong> nodig is om de<br />

marktwerking te verbeter<strong>en</strong>. Wordt er voldo<strong>en</strong>de geïnvesteerd in nieuwe productiecapaciteit?<br />

Er bestaan hier twee stroming<strong>en</strong> in de economische literatuur. Bill<br />

Hogan (2005) is ervan overtuigd dat e<strong>en</strong> goed werk<strong>en</strong>de spotmarkt (waar ook de<br />

vraag naar leveringszekerheid adequaat wordt geprijsd), de juiste signal<strong>en</strong> geeft<br />

aan marktpartij<strong>en</strong> <strong>voor</strong> optimale investering<strong>en</strong>. Aangezi<strong>en</strong> er dus ge<strong>en</strong> marktfal<strong>en</strong><br />

bestaat, is e<strong>en</strong> zog<strong>en</strong>aamde <strong>en</strong>ergy only markt voldo<strong>en</strong>de om het juiste investeringsniveau<br />

te bereik<strong>en</strong>. Andere auteurs, bij<strong>voor</strong>beeld Peter Cramton <strong>en</strong> Stev<strong>en</strong><br />

Stoft (2006), d<strong>en</strong>k<strong>en</strong> dat dit niet het geval is, <strong>en</strong> stell<strong>en</strong> dat de overheid actief moet<br />

ingrijp<strong>en</strong> om de juiste investeringssignal<strong>en</strong> vast te legg<strong>en</strong>. Zij stell<strong>en</strong> e<strong>en</strong> systeem<br />

<strong>voor</strong> waarbij bedrijv<strong>en</strong> subsidies ontvang<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het bouw<strong>en</strong> van nieuwe productie<br />

infrastructuur (capacity paym<strong>en</strong>ts). Joskow (2007) toont aan dat het “missing<br />

money” probleem bestaat in verschill<strong>en</strong>de groothandelsmarkt<strong>en</strong> in de V.S., door de<br />

inkomst<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> hypothetische nieuwe <strong>en</strong> efficiënte produc<strong>en</strong>t te vergelijk<strong>en</strong><br />

met de kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> nieuwe infrastructuur: investering<strong>en</strong> in nieuwe installaties<br />

word<strong>en</strong> niet volledig terugverdi<strong>en</strong>d. Paul Joskow (2007, 2008) ziet het fal<strong>en</strong> van<br />

de regulering als e<strong>en</strong> van de hoofdoorzak<strong>en</strong> hiervan, <strong>en</strong> stelt e<strong>en</strong> systeem van capaciteitsbetaling<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> als e<strong>en</strong> overgangsmaatregel. London Economics (2007)<br />

toont aan dat het missing money probleem in Europa in elk geval niet geldt <strong>voor</strong><br />

produc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> die in basislast (volcontinu) producer<strong>en</strong>.<br />

Het debat rond <strong>en</strong>ergiezekerheid heeft zich tot nu toe niet geconc<strong>en</strong>treerd op het<br />

bepal<strong>en</strong> van de mogelijke bronn<strong>en</strong> van het marktfal<strong>en</strong>. We zi<strong>en</strong> twee mogelijke<br />

bronn<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> die efficiënte investering<strong>en</strong> in de weg staan.<br />

1. Onvoldo<strong>en</strong>de verdeling van risico in de sector. Omdat spotprijz<strong>en</strong> van<br />

elektriciteit <strong>en</strong> gas zeer volatiel zijn, hangt de verwachte r<strong>en</strong>tabiliteit van<br />

e<strong>en</strong> investering af van de precieze distributie van de “staart” van de prijsverdeling.<br />

Bedrijv<strong>en</strong> zull<strong>en</strong> slechts invester<strong>en</strong> wanneer zij het prijsrisico<br />

kunn<strong>en</strong> afdekk<strong>en</strong> met behulp van contract<strong>en</strong>, zoals lange-termijn contract<strong>en</strong><br />

met eindgebruikers of leveranciers, of door financiële product<strong>en</strong> aan<br />

te kop<strong>en</strong>. Indi<strong>en</strong> bedrijv<strong>en</strong> onvoldo<strong>en</strong>de mogelijkhed<strong>en</strong> zi<strong>en</strong> om dit risico


Mulder & Willems 163<br />

af te dekk<strong>en</strong>, dan zull<strong>en</strong> de investering<strong>en</strong> niet optimaal zijn. (Willems et<br />

al., 2009). Het gevolg hiervan is e<strong>en</strong> te hoog collectief risico in de sector,<br />

of e<strong>en</strong> verkeerde technologische mix.<br />

2. Niet nakom<strong>en</strong> van contractuele verplichting<strong>en</strong>. Wanneer <strong>en</strong>ergiebedrijv<strong>en</strong><br />

failliet gaan, dan kunn<strong>en</strong> ze hun contractuele verplichting<strong>en</strong> niet meer<br />

nakom<strong>en</strong>. Dit creëert teg<strong>en</strong>partijrisico <strong>voor</strong> andere marktpartij<strong>en</strong>. Het feit<br />

dat e<strong>en</strong> produc<strong>en</strong>t failliet gaat, hoeft niet altijd e<strong>en</strong> negatief effect te hebb<strong>en</strong><br />

op <strong>en</strong>ergiezekerheid, aangezi<strong>en</strong> de bestaande infrastructuur beschikbaar<br />

komt <strong>voor</strong> nieuwe bedrijv<strong>en</strong>. Er zijn wel economische gevolg<strong>en</strong><br />

indi<strong>en</strong> het niet nakom<strong>en</strong> leidt tot e<strong>en</strong> verhoging van het risico van andere<br />

partij<strong>en</strong>, <strong>en</strong> wanneer bedrijv<strong>en</strong> met opzet extra risico nem<strong>en</strong> (speculer<strong>en</strong>)<br />

omdat ze bij e<strong>en</strong> faillissem<strong>en</strong>t nooit meer kunn<strong>en</strong> verliez<strong>en</strong> dan het ingelegde<br />

kapitaal. E<strong>en</strong> gerelateerd probleem is het monitor<strong>en</strong> van <strong>en</strong>ergiebedrijv<strong>en</strong>.<br />

Voor afzonderlijke partij<strong>en</strong> (consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>) is het goed monitor<strong>en</strong><br />

van het risicoprofiel van leveranciers <strong>en</strong> produc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> te duur <strong>en</strong> te complex.<br />

Omdat er schaal<strong>voor</strong>del<strong>en</strong> te behal<strong>en</strong> zijn met monitor<strong>en</strong>, is collectieve<br />

monitoring efficiënter.<br />

Deze twee vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> zijn niet specifiek <strong>voor</strong> de <strong>en</strong>ergiesector, <strong>en</strong> het<br />

is onduidelijk of de <strong>en</strong>ergiesector zo uniek is dat overheidsingrijp<strong>en</strong> noodzakelijk<br />

is. Wat de <strong>en</strong>ergiesector specifiek maakt is de interactie tuss<strong>en</strong> leveringszekerheid<br />

<strong>en</strong> <strong>en</strong>ergiezekerheid. Hierbij is het eerste elem<strong>en</strong>t e<strong>en</strong> publiek goed, maar het<br />

tweede e<strong>en</strong> privaat goed (omdat alle effect<strong>en</strong> geprijsd zijn). In dit opzicht zijn er<br />

parallell<strong>en</strong> te trekk<strong>en</strong> met bij<strong>voor</strong>beeld de bancaire sector, waarin het <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong><br />

van e<strong>en</strong> bankrun (liquiditeit) e<strong>en</strong> publiek goed is, <strong>en</strong> de mogelijkheid van de bank<br />

om aan zijn lange termijn verplichting<strong>en</strong> te voldo<strong>en</strong> (solvabiliteit), e<strong>en</strong> privaat<br />

goed is. Beide word<strong>en</strong> gereguleerd, respectievelijk door de <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing van<br />

kortlop<strong>en</strong>de krediet<strong>en</strong> van de c<strong>en</strong>trale bank, <strong>en</strong> minimale kapitaals<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>.<br />

In hoeverre we less<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> trekk<strong>en</strong> uit de bancaire sector blijft e<strong>en</strong> op<strong>en</strong><br />

vraag.<br />

Optimaal beleid<br />

Het optimale beleid realiseert e<strong>en</strong> zodanig investeringsniveau dat de marginale<br />

kost<strong>en</strong> van extra infrastructuur gelijk zijn aan de marginale bat<strong>en</strong>. De marginale<br />

bat<strong>en</strong> van nieuwe infrastructuur zijn gelijk aan productiebat<strong>en</strong> plus de verwachte<br />

bijdrage aan het <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> van storing<strong>en</strong> in de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing. Wanneer<br />

leveringszekerheid goed is geprijsd, i.e. de produc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> ontvang<strong>en</strong> e<strong>en</strong> voldo<strong>en</strong>de<br />

hoge prijs <strong>voor</strong> hun bijdrage aan reservevermog<strong>en</strong>, dan zal marktwerking het optimale<br />

niveau van investering<strong>en</strong> bereik<strong>en</strong> (Hogan 2005). Indi<strong>en</strong> leveringszekerheid<br />

niet goed geprijsd wordt, dan kunn<strong>en</strong> er wel negatieve spillovers zijn bij de investeringsbeslissing<strong>en</strong>.<br />

Omdat op het gebied van <strong>en</strong>ergiezekerheid het marktfal<strong>en</strong> niet evid<strong>en</strong>t is, ligt<br />

direct overheidsingrijp<strong>en</strong> niet mete<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de hand. Wanneer de overheid wel<br />

direct ingrijpt, bestaat het risico van crowding out van investering<strong>en</strong> door markt-


164 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

partij<strong>en</strong>. De overheid kan dit <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> door zich ertoe te verbind<strong>en</strong> de gesubsidieerde<br />

infrastructuur alle<strong>en</strong> te gebruik<strong>en</strong> wanneer de prijz<strong>en</strong> zeer hoog zijn. In<br />

theorie kan de overheid de kost<strong>en</strong> van direct ingrijp<strong>en</strong> beperk<strong>en</strong> door bij subsidieverl<strong>en</strong>ing<br />

alle<strong>en</strong> subsidie te gev<strong>en</strong> aan marginale project<strong>en</strong>, (de project<strong>en</strong> die net<br />

niet word<strong>en</strong> gebouwd door privé-investeerders). In de praktijk is e<strong>en</strong> dergelijke<br />

b<strong>en</strong>adering echter lastig uitvoerbaar omdat moeilijk te bepal<strong>en</strong> is welke project<strong>en</strong><br />

de marginale zijn <strong>en</strong> de overheid verder de plicht heeft alle partij<strong>en</strong> op dezelfde<br />

wijze te behandel<strong>en</strong>.<br />

De overheid kan via indirecte maatregel<strong>en</strong> op efficiëntere wijze de <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ingszekerheid<br />

vergrot<strong>en</strong>. Deze maatregel<strong>en</strong> zijn er op gericht dat marktpartij<strong>en</strong> optimale<br />

beslissing<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> nem<strong>en</strong>. Deze maatregel<strong>en</strong> bestaan onder andere uit het bevorder<strong>en</strong><br />

van de transparantie van markt<strong>en</strong> (waarbij de informatie over de toekomst<br />

uiteraard altijd onzeker <strong>en</strong> onvolledig is), <strong>en</strong> het mogelijk mak<strong>en</strong> dat partij<strong>en</strong> langetermijn<br />

(financiële) contract<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> afsluit<strong>en</strong>. De overheid kan bij<strong>voor</strong>beeld de<br />

transparantie in de markt vergrot<strong>en</strong> door informatie te publicer<strong>en</strong> over de (verwachte)<br />

productiecapaciteit <strong>en</strong> door bedrijv<strong>en</strong> te verplicht<strong>en</strong> informatie ter beschikking<br />

te stell<strong>en</strong> over beschikbare productiecapaciteit, de lange termijncontract<strong>en</strong> die<br />

werd<strong>en</strong> aangegaan, of de prijs die werd betaald <strong>voor</strong> gastransportcontract<strong>en</strong>.<br />

Daarnaast is het belangrijk dat bedrijv<strong>en</strong> zich teg<strong>en</strong> risico’s kunn<strong>en</strong> indekk<strong>en</strong> via<br />

financiële instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>, bilaterale lange termijn contract<strong>en</strong> of verticale integratie<br />

binn<strong>en</strong> de <strong>en</strong>ergieket<strong>en</strong>. Zulke lange termijn contract<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> hun rol <strong>en</strong> moet<strong>en</strong><br />

in het mededingingsbeleid niet alle<strong>en</strong> vanuit korte-termijn-efficiëntieoverweging<strong>en</strong><br />

word<strong>en</strong> bekek<strong>en</strong>. Het teg<strong>en</strong>partijrisico kan word<strong>en</strong> verminderd door c<strong>en</strong>trale<br />

clearing van contract<strong>en</strong> mogelijk te mak<strong>en</strong>. Zulke c<strong>en</strong>trale clearing zou ook de<br />

transparantie vergrot<strong>en</strong>. Dit is <strong>voor</strong>al e<strong>en</strong> probleem in de gasmarkt. Daarnaast is<br />

het van belang dat eindgebruikers niet alle<strong>en</strong> lange-termijn contract<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong><br />

afsluit<strong>en</strong>, maar daar ook teg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> redelijke vergoeding weer van af kunn<strong>en</strong>. Om<br />

investering<strong>en</strong> in c<strong>en</strong>trales te bevorder<strong>en</strong>, is lange-termijn zekerheid over toegangs<strong>voor</strong>waard<strong>en</strong><br />

tot het netwerk ess<strong>en</strong>tieel, net als meer zekerheid over het toekomstige<br />

klimaatbeleid <strong>en</strong> de hoogte van CO 2 -prijs.<br />

Huidig beleid<br />

Het huidige beleid dat gericht is op <strong>en</strong>ergiezekerheid bestaat <strong>voor</strong>al uit vorm<strong>en</strong> van<br />

direct overheidsingrijp<strong>en</strong>, zoals het aanhoud<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> buffer<strong>voor</strong>raad om daarmee<br />

de gevolg<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> kortstondig <strong>en</strong>ergietekort op te kunn<strong>en</strong> vang<strong>en</strong>, het bouw<strong>en</strong><br />

van additionele productiecapaciteit om vraagschokk<strong>en</strong> op te vang<strong>en</strong>, <strong>en</strong> e<strong>en</strong><br />

vermindering van de totale vraag naar (fossiele) <strong>en</strong>ergie, waardoor het effect van<br />

e<strong>en</strong> tekort geringer wordt. E<strong>en</strong> <strong>voor</strong>beeld van het eerste, is het aanlegg<strong>en</strong> van e<strong>en</strong><br />

strategische olie<strong>voor</strong>raad om de gevolg<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> oliecrisis verminder<strong>en</strong>. Zulke<br />

strategische <strong>voor</strong>rad<strong>en</strong> word<strong>en</strong> internationaal gecoördineerd door het internationaal<br />

<strong>en</strong>ergie ag<strong>en</strong>tschap IEA. In Nederland is de Stichting C<strong>en</strong>traal Orgaan Voorraadvorming<br />

Aardolieproduct<strong>en</strong> (COVA) hier<strong>voor</strong> verantwoordelijk. E<strong>en</strong> <strong>voor</strong>beeld<br />

van het tweede is het subsidiër<strong>en</strong> van nieuwe productiecapaciteit in de elektriciteitssector<br />

met behulp van capaciteitsbetaling<strong>en</strong>. Zulke subsidies word<strong>en</strong> gebruikt


Mulder & Willems 165<br />

in verschill<strong>en</strong>de Amerikaanse elektriciteitsmarkt<strong>en</strong>, maar word<strong>en</strong> ook gebruikt in<br />

Italië <strong>en</strong> Spanje. Ze word<strong>en</strong> ook <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong> in de Europese regelgeving (zie<br />

Europese Security of supply regulering). E<strong>en</strong> <strong>voor</strong>beeld van de derde optie is het<br />

promot<strong>en</strong> van biomassa als e<strong>en</strong> substituut <strong>voor</strong> olieproduct<strong>en</strong> in de transportsector.<br />

Door het verhog<strong>en</strong> van het aandeel biomassa in de primaire <strong>en</strong>ergie mix, kan de<br />

afhankelijkheid van buit<strong>en</strong>landse olie-invoer verminder<strong>en</strong>.<br />

Overheidsfal<strong>en</strong><br />

E<strong>en</strong> evid<strong>en</strong>t risico bij het direct interv<strong>en</strong>iër<strong>en</strong> in <strong>voor</strong>rad<strong>en</strong>, productie of vraag, is<br />

dat die ingrep<strong>en</strong> niet op e<strong>en</strong> efficiënte wijze plaatsvind<strong>en</strong>. De Joode et al. (2004)<br />

concluder<strong>en</strong> dat zulke maatregel<strong>en</strong> meestal meer kost<strong>en</strong> dan de bat<strong>en</strong> die ze op het<br />

gebied van <strong>en</strong>ergiezekerheid br<strong>en</strong>g<strong>en</strong>. In deze analyse is echter niet gekek<strong>en</strong> naar<br />

de mogelijke effect<strong>en</strong> van direct overheidsingrijp<strong>en</strong> op de onderhandelingspositie<br />

van Europa t<strong>en</strong> opzichte van buit<strong>en</strong>landse <strong>en</strong>ergie-exporteurs die in bepaalde mate<br />

marktmacht hebb<strong>en</strong>. Het meer gebruik<strong>en</strong> van biomassa of wind<strong>en</strong>ergie zou niet<br />

alle<strong>en</strong> de gevolg<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> kortstondige <strong>en</strong>ergieschok kunn<strong>en</strong> verminder<strong>en</strong>, maar<br />

zou ook tot e<strong>en</strong> lager algeheel prijsniveau kunn<strong>en</strong> leid<strong>en</strong>, aangezi<strong>en</strong> Europa zich in<br />

e<strong>en</strong> beter onderhandelingspositie bevindt. E<strong>en</strong> kost<strong>en</strong>-bat<strong>en</strong>analyse hiervan is nog<br />

niet gemaakt. Liski <strong>en</strong> Tahvon<strong>en</strong> (2004) berek<strong>en</strong><strong>en</strong> hoe e<strong>en</strong> belasting op CO 2 kan<br />

word<strong>en</strong> aangepast wanneer olie-exporteurs marktmacht hebb<strong>en</strong>. In rec<strong>en</strong>t werk<br />

toont Küpper (2009) aan dat de onderhandelingspositie teg<strong>en</strong>over <strong>en</strong>ergie-exporter<strong>en</strong>de<br />

land<strong>en</strong> afhangt van de mix van productietechnologieën die e<strong>en</strong> land<br />

gebruikt. Ook het niveau van concurr<strong>en</strong>tie in de interne Europese markt zou e<strong>en</strong><br />

effect kunn<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> op de onderhandelingspositie met <strong>en</strong>ergie-exporter<strong>en</strong>de land<strong>en</strong>.<br />

Enerzijds kan het bestaan van grote Europese <strong>en</strong>ergiebedrijv<strong>en</strong> leid<strong>en</strong> tot<br />

counter vailing power t<strong>en</strong> opzichte van de exporteurs 12 . Anderzijds kan marktmacht<br />

van de <strong>en</strong>ergiebedrijv<strong>en</strong> ook leid<strong>en</strong> tot dubbele marginalisaties, die de<br />

efficiëntie van de markt verminder<strong>en</strong> (Golombeck, 1995). 13 Smeers (2005) argum<strong>en</strong>teert<br />

aan de hand van e<strong>en</strong> vergelijking van numerieke gas modell<strong>en</strong>, dat de<br />

relatie tuss<strong>en</strong> competitiviteit <strong>en</strong> <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ingszekerheid complex is, <strong>en</strong> dat we<br />

daarom niet a priori moet<strong>en</strong> strev<strong>en</strong> naar e<strong>en</strong> meer competitieve gasmarkt.<br />

Wat betreft indirecte maatregel<strong>en</strong> zijn er nog diverse verbetering<strong>en</strong> mogelijk, met<br />

name op het terrein van de transparantie over de beschikbare (toekomstige) capaciteit<strong>en</strong><br />

van de infrastructuur (productie, transport <strong>en</strong> opslag) <strong>en</strong> de mogelijkhed<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> marktpartij<strong>en</strong> om lange-termijn financiële contract<strong>en</strong> af te sluit<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> andere<br />

ef ficiënt middel om de <strong>en</strong>ergiezekerheid te bevorder<strong>en</strong> is het vergrot<strong>en</strong> van de prijselasticiteit<br />

van <strong>en</strong>ergiegebruikers. De prijselasticiteit bij kleinverbruikers wordt<br />

groter bij de introductie van zog<strong>en</strong>aamde slimme meters. Zulke meters mak<strong>en</strong> het<br />

12 M<strong>en</strong> kan zich ook de vraag stell<strong>en</strong> of deze marktmacht niet beter op e<strong>en</strong> Europees niveau kan word<strong>en</strong><br />

uitgeoef<strong>en</strong>d, in politieke onderhandeling<strong>en</strong> met de <strong>en</strong>ergie-exporter<strong>en</strong>de land<strong>en</strong>.<br />

13 De relatie tuss<strong>en</strong> het niveau van de dubbele marginalisatie <strong>en</strong> competitiviteit van Europese <strong>en</strong>ergie- <strong>en</strong>ergiebedrijv<strong>en</strong><br />

is waarschijnlijk niet monotoon. Bij e<strong>en</strong> zeer hoge conc<strong>en</strong>tratie kunn<strong>en</strong> de partij<strong>en</strong> e<strong>en</strong><br />

voldo<strong>en</strong>de complex contract sluit<strong>en</strong> waarbij dubbele marginalisatie vermed<strong>en</strong> wordt (met behulp van<br />

niet-lineaire prijz<strong>en</strong>). Bij e<strong>en</strong> zeer competitieve markt, kunn<strong>en</strong> de Europese <strong>en</strong>ergiebedrijv<strong>en</strong> ge<strong>en</strong><br />

marge meer nem<strong>en</strong>, <strong>en</strong> verdwijnt de dubbele marginalisatie.


166 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

niet alle<strong>en</strong> mogelijk om het verbruik te lez<strong>en</strong>, maar ook om huishoud<strong>en</strong>s te waarschuw<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> problem<strong>en</strong> met leveringzekerheid, <strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> zelfs word<strong>en</strong> gebruikt<br />

om op afstand de vraag uit te schakel<strong>en</strong>, wat bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> het publieke karakter van<br />

leveringszekerheid zou verminder<strong>en</strong>. De prijselasticiteit wordt ook vergroot door<br />

de introductie van handelsplaats<strong>en</strong>, zoals intraday, waar marktpartij<strong>en</strong> op korte<br />

termijn <strong>voor</strong> hun overschott<strong>en</strong> of tekort<strong>en</strong> aan <strong>en</strong>ergie terecht kunn<strong>en</strong>.<br />

E<strong>en</strong> marktmechanisme zal <strong>en</strong>kel leid<strong>en</strong> tot het juiste investeringsniveau indi<strong>en</strong> de<br />

overheid zich ertoe kan verbind<strong>en</strong> om ook tijd<strong>en</strong>s periodes van crisiss<strong>en</strong> niet in te<br />

grijp<strong>en</strong> in de markt. Dat dit niet altijd mogelijk is, is aangetoond in de rec<strong>en</strong>te<br />

bankcrisis. Ook in de <strong>en</strong>ergiemarkt is het onwaarschijnlijk dat de overheid tijd<strong>en</strong>s<br />

periodes van crisis aan de zijlijn blijft staan. Om zich er geloofwaardig toe te verbind<strong>en</strong><br />

niet op te tred<strong>en</strong> tijd<strong>en</strong>s e<strong>en</strong> crisis, kan de overheid <strong>voor</strong>af maatregel<strong>en</strong><br />

nem<strong>en</strong>, zoals het garander<strong>en</strong> van minimale di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing tijd<strong>en</strong>s crisissituaties<br />

<strong>voor</strong> eindgebruikers (zie ook Lijes<strong>en</strong> <strong>en</strong> Zwart, 2005).<br />

6.5 Betaalbaarheid<br />

De betaalbaarheid van <strong>en</strong>ergie wordt beïnvloed door de prijs van de <strong>en</strong>ergie zelf, <strong>en</strong><br />

de prijs die betaald wordt <strong>voor</strong> de transportdi<strong>en</strong>st. Om de <strong>en</strong>ergie betaalbaar 14 te<br />

mak<strong>en</strong>, moet de productie <strong>en</strong> transport van <strong>en</strong> handel in <strong>en</strong>ergie efficiënt zijn <strong>en</strong> mag<br />

er ge<strong>en</strong> misbruik word<strong>en</strong> gemaakt van marktmacht waardoor prijz<strong>en</strong> hoger zijn dan<br />

de economische kost<strong>en</strong>. Het toezicht op de <strong>en</strong>ergiemarkt<strong>en</strong> heeft daarom in hoofdzaak<br />

op twee aspect<strong>en</strong> betrekking: het realiser<strong>en</strong> van toegang <strong>voor</strong> alle partij<strong>en</strong> tot<br />

e<strong>en</strong> goed-functioner<strong>en</strong>de infrastructuur <strong>en</strong> het bevorder<strong>en</strong> van concurr<strong>en</strong>tie op de<br />

groothandels- <strong>en</strong> eindverbruikersmarkt<strong>en</strong>. In het vervolg van deze paragraaf richt<strong>en</strong><br />

we ons op de vraag hoe dit toezicht economisch gezi<strong>en</strong> het beste vorm kan krijg<strong>en</strong>,<br />

waarbij we afzonderlijk ingaan op de regulering van netwerk<strong>en</strong> <strong>en</strong> de regulering van<br />

de groothandelsmarkt<strong>en</strong>. Hoewel ook op de consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>markt<strong>en</strong> <strong>en</strong>kele specifieke<br />

toezichtsvrag<strong>en</strong> ligg<strong>en</strong>, zoals de bescherming van niet-actieve consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

(Waddams, 2005), is de werking van deze markt<strong>en</strong> <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> belangrijk deel afhankelijk<br />

van de werking van de groothandelsmarkt<strong>en</strong> <strong>en</strong> de toegang tot de netwerk<strong>en</strong>.<br />

6.5.1 Regulering van netwerk<strong>en</strong><br />

Marktfal<strong>en</strong> 15<br />

Vanwege de cruciale rol van de transportinfrastructuur bij de elektriciteits- <strong>en</strong> gas<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

is marktmacht e<strong>en</strong> inher<strong>en</strong>t verschijnsel in de <strong>en</strong>ergiesector met<br />

14 Met ‘betaalbaarheid’ doel<strong>en</strong> we niet op de politieke vraag of <strong>en</strong>ergieprijz<strong>en</strong> <strong>voor</strong> consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

acceptabel zijn, maar of de prijz<strong>en</strong> in economische zin efficiënt zijn. Het publieke belang betreft hier<br />

dus de efficiëntie van de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing die door de markt zelf mogelijk niet optimaal wordt<br />

gerealiseerd.<br />

15 De schaaleffect<strong>en</strong> do<strong>en</strong> zich overig<strong>en</strong>s niet alle<strong>en</strong> <strong>voor</strong> bij de investering<strong>en</strong> in de infrastructuur, maar<br />

ook bij de coördinatie van het netwerkgebruik <strong>en</strong> het <strong>voor</strong>zi<strong>en</strong> in de leveringszekerheid (zie paragraaf<br />

4.1.1.).


Mulder & Willems 167<br />

directe gevolg<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de betaalbaarheid van <strong>en</strong>ergie. Deze infrastructuur k<strong>en</strong>merkt<br />

zich door dusdanige schaaleffect<strong>en</strong> dat duplicering in veel gevall<strong>en</strong> in economische<br />

zin niet mogelijk is. Toegang tot deze infrastructuur is ess<strong>en</strong>tieel om actief<br />

te kunn<strong>en</strong> zijn op de <strong>en</strong>ergiemarkt, waardoor de infrastructuureig<strong>en</strong>aar in geval<br />

van afwezigheid van overheidstoezicht over de mogelijkheid beschikt om monopolieprijz<strong>en</strong><br />

te vrag<strong>en</strong>. Wanneer deze speler bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> upstream actief is (in bij<strong>voor</strong>beeld<br />

productie <strong>en</strong> handel in elektriciteit) of downstream (in bij<strong>voor</strong>beeld de<br />

consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>markt), dan heeft hij ook nog de prikkel om toegang tot de infrastructuur<br />

te belemmer<strong>en</strong> om zo dominante posities te verwerv<strong>en</strong> in de andere schakels<br />

van de <strong>en</strong>ergiekolom.<br />

Optimale regulering<br />

Bij de regulering van (<strong>en</strong>ergie)netwerk<strong>en</strong> gaat het om het bereik<strong>en</strong> van zowel<br />

maximale (statische <strong>en</strong> dynamische) efficiëntie als politieke gew<strong>en</strong>ste verdelingsresultat<strong>en</strong>.<br />

De doel<strong>en</strong> van regulering hebb<strong>en</strong>, kortom, niet alle<strong>en</strong> betrekking op de<br />

huidige <strong>en</strong> toekomstige productieve efficiëntie van het netwerkbeheer, <strong>en</strong> huidige<br />

<strong>en</strong> toekomst<strong>en</strong> allocatieve efficiëntie van het gebruik van het net, maar ook op de<br />

verdeling van het surplus over de eig<strong>en</strong>ar<strong>en</strong> van de netwerk<strong>en</strong> <strong>en</strong> de gebruikers<br />

daarvan. Doorgaans wordt bij regulering <strong>en</strong> mededingingstoezicht alle<strong>en</strong> het consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>surplus<br />

meegeteld (Sinder<strong>en</strong> et al., 2008), zodat de optimale regulering<br />

kan word<strong>en</strong> gedefinieerd als die verzameling van maatregel<strong>en</strong> die de contante<br />

waarde van het toekomstige surplus bij de gebruikers van de <strong>en</strong>ergie-infrastructuur<br />

maximeert.<br />

Bij de bepaling van deze optimale set aan maatregel<strong>en</strong> doet zich e<strong>en</strong> dilemma <strong>voor</strong><br />

dat de kern van veel discussie over regulering vormt. Dit dilemma is dat de regulering<br />

<strong>en</strong>erzijds de netbeheerders moet prikkel<strong>en</strong> om zo efficiënt mogelijk te werk<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> anderzijds de resultat<strong>en</strong> van die efficiëntieverbetering t<strong>en</strong> goede moet lat<strong>en</strong><br />

kom<strong>en</strong> aan de gebruikers van de nett<strong>en</strong> (Laffont et al., 1993). Vanwege informatieasymmetrie<br />

tuss<strong>en</strong> toezichthouder <strong>en</strong> netbeheerders is het niet e<strong>en</strong>voudig om de<br />

optimale vergoeding <strong>voor</strong> netbeheerders te bepal<strong>en</strong> omdat er altijd het risico<br />

bestaat dat de vergoeding te laag wordt <strong>en</strong> de netbeheerder onvoldo<strong>en</strong>de vergoed<br />

wordt <strong>voor</strong> zijn tak<strong>en</strong> (met kans op financiële problem<strong>en</strong>), of juist te hoog waardoor<br />

de <strong>en</strong>ergiegebruiker te weinig profiteert. Anders verwoord gaat het hier om<br />

de problematiek van hidd<strong>en</strong> information (of adverse selection) <strong>en</strong> hidd<strong>en</strong> action<br />

(of moral hazard).<br />

De tariefregulering is daarom idealiter e<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong>vorm van price­cap regulering <strong>en</strong><br />

cost­plus regulering. In het eerste geval is er e<strong>en</strong> sterke efficiëntieprikkel om kost<strong>en</strong><br />

te verminder<strong>en</strong>, maar is er e<strong>en</strong> groot risico dat de vergoeding te hoog of te laag<br />

is. In het tweede geval is de vergoeding <strong>voor</strong> de netbeheerder gelijk aan de werkelijk<br />

gemaakte kost<strong>en</strong>, maar is er ge<strong>en</strong> prikkel tot efficiëntieverbetering. Bij e<strong>en</strong><br />

tuss<strong>en</strong>vorm van price­cap regulering <strong>en</strong> cost­plus regulering wordt de vergoeding<br />

in meer of mindere mate gebaseerd op de werkelijke kost<strong>en</strong> <strong>en</strong> heeft de netbeheerder<br />

bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> e<strong>en</strong> prikkel om efficiënter te werk<strong>en</strong>.


168 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

E<strong>en</strong> concrete tuss<strong>en</strong>vorm van deze beide reguleringstypes is m<strong>en</strong>uregulering,<br />

waarbij de uiteindelijke vergoeding <strong>voor</strong> de netbeheerder afhangt van zowel e<strong>en</strong><br />

inschatting van de netbeheerder over zijn toekomstige kost<strong>en</strong> (informatieprikkel)<br />

als van de realisatie van de kost<strong>en</strong> (efficiëntieprikkel) (Joskow, 2006). Het m<strong>en</strong>ukarakter<br />

bestaat er uit dat de netbeheerder kan kiez<strong>en</strong> om relatief hoge dan wel<br />

lage kost<strong>en</strong>schatting<strong>en</strong> te rapporter<strong>en</strong> met directe gevolg<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het uiteindelijk te<br />

behal<strong>en</strong> r<strong>en</strong>dem<strong>en</strong>t. E<strong>en</strong> netbeheerder die de kost<strong>en</strong> hoog inschat, zal ook hoge<br />

kost<strong>en</strong>schatting<strong>en</strong> rapporter<strong>en</strong>, <strong>en</strong> andersom, omdat die strategie het hoogste verwachte<br />

r<strong>en</strong>dem<strong>en</strong>t oplevert. E<strong>en</strong> andere, minder geavanceerde tuss<strong>en</strong>vorm tuss<strong>en</strong><br />

price­cap regulering <strong>en</strong> cost­plus regulering is maatstafregulering waarbij de<br />

price-cap gebaseerd wordt op de door alle netbeheerders in het verled<strong>en</strong> gemiddeld<br />

gerealiseerde kost<strong>en</strong>.<br />

Het toepass<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> reguleringsvorm met sterke prikkels tot efficiëntie wil overig<strong>en</strong>s<br />

niets zegg<strong>en</strong> over de verwachte winst van de netbeheerder. Die hangt uiteraard<br />

af van de hoogte van de price­cap. Als dit plafond relatief hoog ligt t<strong>en</strong><br />

opzichte van de verwachte kost<strong>en</strong>, dan is de verwachte winst hoog, <strong>en</strong> vice versa.<br />

Vogelsang (2009) noemt dit aspect de tightness van de regulering.<br />

E<strong>en</strong> ander dilemma bij de regulering van de netwerk<strong>en</strong> betreft de mogelijke afruil<br />

tuss<strong>en</strong> statische <strong>en</strong> dynamische efficiëntie, dat wil zegg<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> betaalbaarheid<br />

van <strong>en</strong>ergie op korte termijn versus de betrouwbaarheid <strong>en</strong> kwaliteit van de <strong>en</strong>ergi<strong>en</strong>etwerk<strong>en</strong><br />

op de langere termijn. Deze afruil zal zich <strong>voor</strong>do<strong>en</strong> als de kwaliteit<br />

niet direct waarneembaar is door gebruikers of toezichthouder. Om perverse effect<strong>en</strong><br />

van tariefregulering te <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> di<strong>en</strong>t er daarom in aanvulling daarop de<br />

kwaliteit van de nett<strong>en</strong> te word<strong>en</strong> geborgd, bij<strong>voor</strong>beeld via financiële kwaliteitsprikkels<br />

of technische standaard<strong>en</strong> (zie Laffont et al., 1993; Burger et al., 2008).<br />

Uit empirische literatuur blijkt overig<strong>en</strong>s ook dat de introductie van doelmatigheidsregulering<br />

daadwerkelijk tot efficiëntieverbetering<strong>en</strong> heeft geleid (zie bijv.<br />

Domah et al., 2001; Joskow, 2006; Jamasb, et al., 2008).<br />

Huidige regulering<br />

De huidige regulering van de <strong>en</strong>ergi<strong>en</strong>etwerk<strong>en</strong> bestaat uit toegangs- <strong>en</strong> tariefregulering<br />

<strong>en</strong> toezicht op de kwaliteit. 16<br />

De huidige tariefsregulering van de <strong>en</strong>ergi<strong>en</strong>etwerk<strong>en</strong> in Nederland vormt e<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong>vorm<br />

van pure price­cap regulering <strong>en</strong> pure cost­plus regulering, waarbij efficiënt<br />

verklaarde kost<strong>en</strong> word<strong>en</strong> vergoed, maar netbeheerders tev<strong>en</strong>s e<strong>en</strong> prikkel<br />

hebb<strong>en</strong> om zo efficiënt mogelijk te operer<strong>en</strong>. Dit laatste wordt gerealiseerd doordat<br />

de gereguleerde inkomst<strong>en</strong> van de netbeheerders gedur<strong>en</strong>de de regulerings-<br />

16 Om de effectiviteit van deze regulering te vergrot<strong>en</strong> zijn in veel land<strong>en</strong> de netwerkbedrijv<strong>en</strong> op meer<br />

of minder vergaande wijze gesplitst van de commerciële activiteit<strong>en</strong>. De minst vergaande vorm is<br />

administratieve splitsing, e<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong>vorm is juridische splitsing <strong>en</strong> de meest vergaande economische<br />

splitsing. In Nederland k<strong>en</strong>n<strong>en</strong> alle netwerk<strong>en</strong> of zijn onderweg naar volledige, economische splitsing.<br />

In dit preadvies gaan we verder niet in op de economische effect<strong>en</strong> van splitsing van <strong>voor</strong>he<strong>en</strong> verticaal<br />

geïntegreerde bedrijv<strong>en</strong>. Voor e<strong>en</strong> overzicht van deze effect<strong>en</strong> zie Pollit (2008).


Mulder & Willems 169<br />

periode vaststaan zodat ze alle efficiëntiewinst<strong>en</strong> (gedur<strong>en</strong>de die periode) mog<strong>en</strong><br />

behoud<strong>en</strong>. De regulering van de tariev<strong>en</strong> van de <strong>en</strong>ergiedistributi<strong>en</strong>etwerk<strong>en</strong> in<br />

Nederland heeft de vorm van maatstafregulering waarbij de toegestane inkomst<strong>en</strong><br />

van de netbeheerders ex ante word<strong>en</strong> vastgezet op het niveau van de efficiënte<br />

kost<strong>en</strong>. Dit efficiënte kost<strong>en</strong>niveau wordt bepaald op basis van het gemiddelde van<br />

de door alle netbeheerders in het verled<strong>en</strong> gerealiseerde kost<strong>en</strong>, plus e<strong>en</strong> verwachting<br />

over de toekomstige productiviteitsontwikkeling. De regulering van het hoogspanningsnet<br />

heeft de vorm van omzetregulering met efficiëntieprikkels die<br />

word<strong>en</strong> bepaald via e<strong>en</strong> internationale vergelijking van de efficiëntie van transportnetbeheerders.<br />

17<br />

Het kwaliteitstoezicht bestaat uit <strong>en</strong>kele financiële prikkels, technische norm<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

procesmatige eis<strong>en</strong>, waaronder de verplichting <strong>voor</strong> netbeheerders om elke twee<br />

jaar e<strong>en</strong> docum<strong>en</strong>t over de kwaliteit van hun netwerk op te stell<strong>en</strong>.<br />

Deze regulering heeft de <strong>en</strong>ergiegebruikers directe <strong>voor</strong>del<strong>en</strong> opgeleverd. Het<br />

<strong>voor</strong>deel van de regulering <strong>voor</strong> de afnemers valt te berek<strong>en</strong><strong>en</strong> door e<strong>en</strong> veronderstelling<br />

te mak<strong>en</strong> over counter factual, te wet<strong>en</strong> de tariefsontwikkeling in e<strong>en</strong> situatie<br />

zonder regulering (zie Haffner et al., 2005). E<strong>en</strong> conservatieve veronderstelling<br />

is dat de inkomst<strong>en</strong> van de netbeheerders in die situatie jaarlijks (minimaal)<br />

met de inflatie zoud<strong>en</strong> stijg<strong>en</strong>. Bij afwezigheid van doelmatigheidsregulering hebb<strong>en</strong><br />

netbeheerders immers ge<strong>en</strong> prikkel de kost<strong>en</strong> te verminder<strong>en</strong> omdat ze alle<br />

kost<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> doorberek<strong>en</strong><strong>en</strong> aan afnemers. Uit vergelijking van de gereguleerde<br />

inkomst<strong>en</strong> <strong>en</strong> de inkomst<strong>en</strong> die de inflatie zoud<strong>en</strong> volg<strong>en</strong>, blijkt dat de regulering<br />

van elektriciteits- <strong>en</strong> gasnetwerk<strong>en</strong> sinds de start van de regulering in 2000 de<br />

afnemers in 2009 ruim e<strong>en</strong> miljard euro oplevert (Plug et al., 2009). Overig<strong>en</strong>s<br />

word<strong>en</strong> deze besparing<strong>en</strong> niet altijd door de <strong>en</strong>ergiegebruikers als zodanig herk<strong>en</strong>d,<br />

omdat de commodity <strong>en</strong>ergie de laatste jar<strong>en</strong> flink in prijs gesteg<strong>en</strong> onder<br />

invloed van de hogere mondiale <strong>en</strong>ergieprijz<strong>en</strong> <strong>en</strong> de hogere kost<strong>en</strong> van milieubeleid.<br />

Overheidsfal<strong>en</strong><br />

Overheidsfal<strong>en</strong> bij de vormgeving van de regulering doet zich <strong>voor</strong> als bij de hierbov<strong>en</strong><br />

g<strong>en</strong>oemde dilemma’s niet de maatschappelijke optimale uitkomst<strong>en</strong> word<strong>en</strong><br />

gerealiseerd. E<strong>en</strong> van de vrag<strong>en</strong> hier is of de gerealiseerde doelmatigheidswinst<strong>en</strong><br />

t<strong>en</strong> koste zijn gegaan van de kwaliteit van de <strong>en</strong>ergi<strong>en</strong>etwerk<strong>en</strong>. Door sommig<strong>en</strong><br />

wordt gesteld dat deze afruil zich daadwerkelijk <strong>voor</strong>doet in Nederland (bijv. Arts et<br />

al., 2008; AER, 2009). Tot dusverre zijn er echter ge<strong>en</strong> aanwijzing<strong>en</strong> dat de kwaliteit<br />

van deze netwerk<strong>en</strong> daadwerkelijk is verslechterd. Het aantal storingsminut<strong>en</strong> in<br />

Nederland ligt al jar<strong>en</strong>lang op e<strong>en</strong> internationaal laag niveau van gemiddeld ca. 25<br />

minut<strong>en</strong> per klant per jaar. Er zijn ev<strong>en</strong>min aanwijzing<strong>en</strong> dat de technische kwaliteit<br />

van de fysieke infrastructuur is verslechterd. Echter, de informatie over de technische<br />

kwaliteit van de infrastructuur is slechts fragm<strong>en</strong>tarisch beschikbaar, zodat er<br />

17 Met omzetregulering wordt hier bedoeld dat de beheerder ge<strong>en</strong> winst of verlies kan mak<strong>en</strong> door e<strong>en</strong><br />

grotere <strong>en</strong> geringe b<strong>en</strong>utting van het net, in teg<strong>en</strong>stelling tot de beheerders van de distributi<strong>en</strong>ett<strong>en</strong> die<br />

wel e<strong>en</strong> volumerisico lop<strong>en</strong>.


170 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

ev<strong>en</strong>min duidelijke aanwijzing<strong>en</strong> zijn dat de huidige technische kwaliteit in orde is.<br />

Hoewel de huidige regulering ook toezicht op de kwaliteit van de <strong>en</strong>ergi<strong>en</strong>ett<strong>en</strong><br />

omvat, lijkt dit toezicht onvoldo<strong>en</strong>de in staat om e<strong>en</strong> goede kwaliteit te garander<strong>en</strong>.<br />

E<strong>en</strong> andere vraag over de huidige regulering van de <strong>en</strong>ergi<strong>en</strong>etwerk<strong>en</strong> is of het<br />

adequate prikkels biedt <strong>voor</strong> het do<strong>en</strong> van investering<strong>en</strong> in innovatieve verbetering<strong>en</strong><br />

van de infrastructuur. E<strong>en</strong> k<strong>en</strong>merk van zulke verbetering<strong>en</strong> is uiteraard de<br />

grote onzekerheid over het uiteindelijke r<strong>en</strong>dem<strong>en</strong>t. Wanneer het risico van zulke<br />

investering<strong>en</strong> sterk bij netbeheerders ligt, zal dat e<strong>en</strong> negatief effect kunn<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong><br />

op do<strong>en</strong> van die investering<strong>en</strong>, terwijl het maatschappelijk wel efficiënt kan<br />

zijn dat deze investering<strong>en</strong> verricht word<strong>en</strong>. Toepassing van minder str<strong>en</strong>ge vorm<strong>en</strong><br />

van regulering kan hier mogelijk verbetering br<strong>en</strong>g<strong>en</strong> (Vogelsang, 2009).<br />

6.5.2 Regulering van groothandelsmarkt<strong>en</strong><br />

Marktfal<strong>en</strong><br />

Naast het marktfal<strong>en</strong> dat <strong>voor</strong>tkomt uit de aanwezigheid van ess<strong>en</strong>tiële faciliteit<strong>en</strong>,<br />

zoals de transportinfrastructuur, k<strong>en</strong>t de <strong>en</strong>ergiesector nog andere bronn<strong>en</strong> van<br />

marktmacht (EC, 2007). In de gasmarkt is dat de ongelijke verdeling van <strong>en</strong> toegang<br />

tot gasveld<strong>en</strong>. In Nederland heeft één speler (GasTerra) als <strong>en</strong>ige toegang tot<br />

het zog<strong>en</strong>aamde Groning<strong>en</strong>veld dat bijzondere k<strong>en</strong>merk<strong>en</strong> heeft (grote omvang,<br />

grote druk) waardoor deze speler e<strong>en</strong> sterke positie op de gasmarkt inneemt. In de<br />

elektriciteitsmarkt zijn de activa weliswaar minder ongelijk verdeeld over de spelers,<br />

maar ook hier is sprake van e<strong>en</strong> geconc<strong>en</strong>treerde markt. Bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> is de<br />

vraag naar elektriciteit tamelijk inelastisch, terwijl het product ‘elektriciteit’ (vrijwel)<br />

niet kan word<strong>en</strong> opgeslag<strong>en</strong>. Hierdoor is de elektriciteitsmarkt vatbaar <strong>voor</strong><br />

het gebruik van marktmacht door de zitt<strong>en</strong>de produc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> (Newbery, 2004).<br />

Optimale regulering<br />

Het bevorder<strong>en</strong> van de concurr<strong>en</strong>tie in de groothandelsmarkt<strong>en</strong> zal de allocatieve<br />

inefficiënties verminder<strong>en</strong> die het gevolg zijn van huidige imperfectie concurr<strong>en</strong>tie<br />

(London Economics, 2007). Evans <strong>en</strong> Gre<strong>en</strong> (2005) ton<strong>en</strong> aan dat de daling van<br />

de Britse <strong>en</strong>ergieprijz<strong>en</strong> na 1998 e<strong>en</strong> gevolg is van de verminderde conc<strong>en</strong>tratie in<br />

de <strong>en</strong>ergiemarkt. Newbery (2004) vindt overe<strong>en</strong>komstige resultat<strong>en</strong>: de prijs-kost<strong>en</strong>marge<br />

werd pas kleiner in de Britse markt to<strong>en</strong> de HHI index 18 van de prijszett<strong>en</strong>de<br />

kol<strong>en</strong>produc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> terugviel tot onder de 2000, wat betek<strong>en</strong>t dat er meer dan<br />

vijf spelers actief war<strong>en</strong> in de markt. London Economics (2007) vindt <strong>voor</strong> verschill<strong>en</strong>de<br />

Europese markt<strong>en</strong> e<strong>en</strong> statistisch significant verband tuss<strong>en</strong> <strong>en</strong>erzijds<br />

de marktstructuur <strong>en</strong> anderzijds de prijz<strong>en</strong>. Voor de Nederlandse markt vind<strong>en</strong><br />

Mulder et al. (2008) vergelijkbare uitkomst<strong>en</strong>.<br />

Naast deze allocatieve effect<strong>en</strong> zal versterking van de concurr<strong>en</strong>tie e<strong>en</strong> positief<br />

effect hebb<strong>en</strong> op de productieve efficiëntie van onder meer de opwekking van<br />

18 De HHI (Herfindahl-Hirschman Index) is de som van de gekwadrateerde marktaandel<strong>en</strong> van de<br />

afzonderlijke spelers in e<strong>en</strong> markt.


Mulder & Willems 171<br />

elektriciteit. Bij<strong>voor</strong>beeld in het Ver<strong>en</strong>igd Koninkrijk heeft de herstructurering van<br />

de elektriciteitssector de opwekkingskost<strong>en</strong> structureel met 5% verlaagd (Newbery<br />

et al., 1997). Bushnell et al. (2005) vind<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de Ver<strong>en</strong>igde Stat<strong>en</strong> dat de<br />

liberalisering van de <strong>en</strong>ergiesector tot e<strong>en</strong> structurele verhoging van de brandstofefficiëntie<br />

van 2% heeft geleid. Steiner (2001) vindt <strong>voor</strong> de OECD dat de herstructurering<br />

heeft geleid tot e<strong>en</strong> int<strong>en</strong>sievere b<strong>en</strong>utting van de elektriciteitsc<strong>en</strong>trales.<br />

Verschill<strong>en</strong>de maatregel<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> g<strong>en</strong>om<strong>en</strong> om de werking van de groothandelsmarkt<strong>en</strong><br />

te bevorder<strong>en</strong>, zowel op het gebied van regulering als mededingingsbeleid.<br />

Voorbeeld<strong>en</strong> van reguleringsmaatregel<strong>en</strong> zijn het vergrot<strong>en</strong> van de<br />

relevante geografische markt via het verminder<strong>en</strong> van belemmering<strong>en</strong> <strong>voor</strong> gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de<br />

handel, structuurmaatregel<strong>en</strong> als het splits<strong>en</strong> van verticaal geïntegreerde<br />

<strong>en</strong>ergiebedrijv<strong>en</strong> <strong>en</strong> het plafonner<strong>en</strong> van groothandelsprijz<strong>en</strong>. Bij mededingingsbeleid<br />

gaat het om fusietoezicht <strong>en</strong> toezicht op anticompetitief gedrag (op<br />

grond van artikel<strong>en</strong> 81 <strong>en</strong> 82 van het EG-verdrag <strong>en</strong> artikel<strong>en</strong> 6 <strong>en</strong> 24 van de<br />

Nederlandse Mededingingswet).<br />

E<strong>en</strong> effectieve maatregel om de concurr<strong>en</strong>tie in de groothandelsmarkt<strong>en</strong> <strong>voor</strong> elektriciteit<br />

<strong>en</strong> gas te vergrot<strong>en</strong> is het vergrot<strong>en</strong> van de relevante geografische markt via<br />

het wegnem<strong>en</strong> van belemmering<strong>en</strong> <strong>voor</strong> gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de handel (CPB,<br />

2006). Nationale markt<strong>en</strong> blijk<strong>en</strong> in veel gevall<strong>en</strong> te klein te zijn om voldo<strong>en</strong>de<br />

concurrer<strong>en</strong>de aanbieders te hebb<strong>en</strong> wat deels komt door de erf<strong>en</strong>is van nationaal<br />

operer<strong>en</strong>de ‘incumb<strong>en</strong>ts’. Door de vergroting van de relevante geografische markt<br />

vermindert de marktmacht van nationaal sterke spelers <strong>en</strong> neemt de concurr<strong>en</strong>tie<br />

toe.<br />

Huidige regulering<br />

E<strong>en</strong> van de succesvolle maatregel<strong>en</strong> om de geografische markt <strong>voor</strong> elektriciteit te<br />

vergrot<strong>en</strong> is de totstandkoming van marktintegratie met België, Luxemburg <strong>en</strong><br />

Frankrijk via marktkoppeling oftewel impliciete veiling van de gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de<br />

transportcapaciteit. Deze maatregel behelst dat (e<strong>en</strong> deel van) deze capaciteit<br />

wordt gealloceerd in directe relatie met de handel in elektriciteit op beurz<strong>en</strong> (zie<br />

ook Gilbert et al., 2004). De b<strong>en</strong>utting van deze capaciteit is hierdoor verbeterd,<br />

waardoor er minder prijsverschill<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> deze land<strong>en</strong> bestaan (Mulder et al.,<br />

2008). Binn<strong>en</strong>kort wordt de marktkoppeling met Duitsland gerealiseerd, waardoor<br />

ook hier de gr<strong>en</strong>scapaciteit efficiënter zal word<strong>en</strong> b<strong>en</strong>ut. Tot dusver werd de<br />

gr<strong>en</strong>scapaciteit hier expliciet geveild, wat leidde tot situaties waarin ongebruikte<br />

capaciteit sam<strong>en</strong>ging met behoorlijke prijsverschill<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> de elektriciteitsbeurz<strong>en</strong><br />

in Nederland (APX) <strong>en</strong> Duitsland (EEX). E<strong>en</strong> succes <strong>voor</strong> de groothandelsmarkt<br />

<strong>voor</strong> elektriciteit is ook de totstandkoming van NorNed, de elektriciteitskabel<br />

tuss<strong>en</strong> Noorweg<strong>en</strong> <strong>en</strong> Nederland. Vanaf de start is deze kabel int<strong>en</strong>sief b<strong>en</strong>ut doordat<br />

er vaak sprake was van behoorlijke prijsverschill<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> deze beide land<strong>en</strong>.<br />

In de groothandelsmarkt <strong>voor</strong> gas blijkt het moeilijker te zijn om winst <strong>voor</strong> de<br />

marktwerking te boek<strong>en</strong>. In deze markt do<strong>en</strong> zich nog diverse problem<strong>en</strong> <strong>voor</strong>,


172 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

zoals de inefficiënte b<strong>en</strong>utting van de transportinfrastructuur. De transportcapaciteit<br />

<strong>voor</strong> de import van gas is gealloceerd op basis van (historische) First come –<br />

First serve method<strong>en</strong>, waardoor nieuwkomers problem<strong>en</strong> ervar<strong>en</strong> bij het verkrijg<strong>en</strong><br />

van transportcapaciteit (Mulder et al., 2008). De primaire allocatie van<br />

capaciteit zal efficiënter word<strong>en</strong> wanneer daar<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> veilingmechanisme wordt<br />

gebruikt. Daarnaast zal e<strong>en</strong> secundaire markt de efficiënte b<strong>en</strong>utting van de capaciteit<br />

verder t<strong>en</strong> goede kom<strong>en</strong>, <strong>en</strong> daarmee de integratie met de buurland<strong>en</strong> omdat<br />

de gr<strong>en</strong>scapaciteit minder e<strong>en</strong> bottl<strong>en</strong>eck <strong>voor</strong> de internationale handel zal vorm<strong>en</strong>.<br />

Overheidsfal<strong>en</strong><br />

Overheidsfal<strong>en</strong> bij de vergroting van de geografische markt<strong>en</strong> do<strong>en</strong> zich <strong>voor</strong> als<br />

inefficiënte of minder effectieve maatregel<strong>en</strong> word<strong>en</strong> ingezet. De meest efficiënte<br />

instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> zijn die waarbij via aanpassing van <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> <strong>voor</strong> bij<strong>voor</strong>beeld<br />

het gebruik van transportinfrastructuur belemmering<strong>en</strong> <strong>voor</strong> gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de<br />

handel word<strong>en</strong> verminderd. Relatief dure maatregel<strong>en</strong> zijn die waarbij investering<strong>en</strong><br />

in infrastructuur plaatsvind<strong>en</strong> om hetzelfde effect te bereik<strong>en</strong>. Hoewel in het<br />

huidige beleid van de nationale toezichthouders de aandacht <strong>voor</strong>al gericht is op<br />

het efficiënter b<strong>en</strong>utt<strong>en</strong> van de bestaande capaciteit, will<strong>en</strong> nationale overhed<strong>en</strong><br />

sam<strong>en</strong> met de Europese Commissie de fysieke gr<strong>en</strong>scapaciteit<strong>en</strong> sterk uitbreid<strong>en</strong>.<br />

Hier bestaat het risico dat de kost<strong>en</strong> van deze uitbreiding<strong>en</strong> niet zull<strong>en</strong> opweg<strong>en</strong><br />

teg<strong>en</strong> de bat<strong>en</strong> in de vorm van e<strong>en</strong> verbeterde marktwerking of verbeterde <strong>en</strong>ergiezekerheid.<br />

E<strong>en</strong> efficiëntere maatregel is om de beheerders van de nationale infrastructur<strong>en</strong> te<br />

verplicht<strong>en</strong> hun investeringsplann<strong>en</strong> beter in internationaal verband op elkaar af te<br />

stemm<strong>en</strong> <strong>en</strong> meer met elkaar sam<strong>en</strong> te werk<strong>en</strong>. De netbeheerders vervull<strong>en</strong> immers<br />

e<strong>en</strong> cruciale positie bij de realisatie van e<strong>en</strong> geïntegreerde markt. Internationale<br />

sam<strong>en</strong>werking tuss<strong>en</strong> de netbeheerders is onder meer nodig om de beschikbaarheid<br />

van de huidige infrastructuur <strong>voor</strong> marktpartij<strong>en</strong> te vergrot<strong>en</strong>, bij<strong>voor</strong>beeld<br />

via het verbeter<strong>en</strong> van (de toepassing van) allocatie- <strong>en</strong> congestiemechanismes.<br />

Daarnaast is sam<strong>en</strong>werking uiteraard noodzakelijk bij het realiser<strong>en</strong> van efficiënte<br />

investering<strong>en</strong> in uitbreiding van de (nationale <strong>en</strong> gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de) infrastructuur.<br />

E<strong>en</strong> grotere internationale sam<strong>en</strong>werking tuss<strong>en</strong> de beheerders van de infrastructur<strong>en</strong><br />

vraagt uiteraard ook om e<strong>en</strong> sterkere internationale coördinatie van het<br />

werk van de nationale toezichthouders.<br />

6.6 Conclusies<br />

De overheid heeft e<strong>en</strong> belangrijke rol te spel<strong>en</strong> in de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing. Zonder<br />

overheidsingrijp<strong>en</strong> is er sprake van marktfal<strong>en</strong> in diverse onderdel<strong>en</strong> van de <strong>en</strong>ergieket<strong>en</strong>.<br />

Bij de winning speelt de tragedy of the commons <strong>en</strong> het vraagstuk hoe de<br />

resource r<strong>en</strong>ts <strong>voor</strong> de maatschappij beschikbaar te mak<strong>en</strong> zonder de prikkels <strong>voor</strong><br />

winbedrijv<strong>en</strong> te verminder<strong>en</strong>. Bij de productie <strong>en</strong> transport van gas <strong>en</strong> elektriciteit<br />

is er sprake van marktmacht vanwege natuurlijke monopolies <strong>en</strong> historische erfe-


Mulder & Willems 173<br />

niss<strong>en</strong> van nationale incumb<strong>en</strong>ts. Het gebruik van <strong>en</strong>ergie t<strong>en</strong> slotte k<strong>en</strong>merkt zich<br />

door omvangrijke negatieve milieuexternaliteit<strong>en</strong>.<br />

De Nederlandse <strong>en</strong> Europese overhed<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> deze marktfal<strong>en</strong>s vertaald naar het<br />

politieke doel van e<strong>en</strong> schone, betrouwbare <strong>en</strong> betaalbare <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing. Tuss<strong>en</strong><br />

de verschill<strong>en</strong>de onderdel<strong>en</strong> van deze doelstelling bestaan diverse afruilrelaties<br />

waardoor de overheid moeilijk tot e<strong>en</strong> optimale invulling kan kom<strong>en</strong> zonder<br />

marktpartij<strong>en</strong> daarbij direct in te schakel<strong>en</strong>. Markt<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> dus ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s e<strong>en</strong><br />

cruciale rol te vervull<strong>en</strong> bij de realisatie van de politieke doel<strong>en</strong> <strong>en</strong> het borg<strong>en</strong> van<br />

de publieke belang<strong>en</strong>.<br />

Bij het realiser<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> schone <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing vorm<strong>en</strong> de CO 2 -emissies het<br />

grootste vraagstuk. Het optimale beleid om dit vraagstuk aan te pakk<strong>en</strong> is het mondiaal<br />

beprijz<strong>en</strong> van de emissies. Hoewel in het huidige klimaatbeleid het prijsinstrum<strong>en</strong>t<br />

e<strong>en</strong> <strong>voor</strong>name rol speelt, zijn er ook grote verschill<strong>en</strong> met de optimale<br />

vormgeving. Zo wordt ook veelvuldig gebruik gemaakt van het subsidie-instrum<strong>en</strong>t,<br />

maar dat instrum<strong>en</strong>t werkt alle<strong>en</strong> goed als er sprake is van positieve externaliteit<strong>en</strong><br />

(R&D). Ook bij de vormgeving van heffing<strong>en</strong> <strong>en</strong> emissiehandel zijn er<br />

inefficiënties, zoals door de grandfathering van emissierecht<strong>en</strong>. De stapeling van<br />

instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>, zoals heffing<strong>en</strong>, emissiehandel <strong>en</strong> subsidies, komt de effectiviteit<br />

van het klimaatbeleid ev<strong>en</strong>min t<strong>en</strong> goede. In plaats van verdere implem<strong>en</strong>tatie van<br />

allerlei nationale instrum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> is het beter om te werk<strong>en</strong> aan verdere uitbreiding<br />

van het Europese stelsel van emissiehandel (meer sector<strong>en</strong> <strong>en</strong> meer broeikasgass<strong>en</strong>)<br />

<strong>en</strong> koppeling van dit stelstel met (opkom<strong>en</strong>de) handelssystem<strong>en</strong> elders in de<br />

wereld. Daarnaast moet er gewerkt word<strong>en</strong> aan het verminder<strong>en</strong> van de <strong>en</strong>try<br />

barriers <strong>voor</strong> gro<strong>en</strong>e-<strong>en</strong>ergieproduc<strong>en</strong>t<strong>en</strong> (zoals de timing van het balanceringssysteem)<br />

<strong>en</strong> het bied<strong>en</strong> van voldo<strong>en</strong>de zekerheid over toekomstige CO 2 -prijz<strong>en</strong>.<br />

Bij de betrouwbaarheid van de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing is e<strong>en</strong> rol van de overheid minder<br />

evid<strong>en</strong>t. Dit geldt in het bijzonder <strong>voor</strong> de zog<strong>en</strong>aamde <strong>en</strong>ergiezekerheid, dat<br />

wil zegg<strong>en</strong> de zekerheid dat er voldo<strong>en</strong>de geïnvesteerd wordt in <strong>en</strong>ergie-infrastructuur.<br />

Mogelijk bestaat hier <strong>en</strong>ige vorm van marktfal<strong>en</strong> doordat de markt onvoldo<strong>en</strong>de<br />

transparant is (<strong>voor</strong>al in de gasmarkt) <strong>en</strong> lange-termijn contract<strong>en</strong> niet<br />

voldo<strong>en</strong>de mogelijk zijn (<strong>voor</strong>al de elektriciteitsector). Door deze imperfecties in<br />

de huidige markt<strong>en</strong> aan te pakk<strong>en</strong>, zull<strong>en</strong> marktpartij<strong>en</strong> adequater kunn<strong>en</strong> reager<strong>en</strong><br />

op verandering<strong>en</strong> in de <strong>en</strong>ergiezekerheid. Wel heeft de overheid e<strong>en</strong> rol bij het<br />

verminder<strong>en</strong> van de geopolitieke risico’s.<br />

Op het gebied van leveringszekerheid (kwaliteit van infrastructuur) is er wel e<strong>en</strong><br />

duidelijke vorm van marktfal<strong>en</strong>, namelijk het publiek-goed karakter hiervan. C<strong>en</strong>trale<br />

coördinatie van het netwerkbeheer is nodig om tot e<strong>en</strong> optimale leveringszekerheid<br />

te kom<strong>en</strong>. In de elektriciteitsmarkt is dit nu beter geregeld dan in de gasmarkt,<br />

waar bij<strong>voor</strong>beeld nog ge<strong>en</strong> marktconform balanceringsmechanisme<br />

bestaat. E<strong>en</strong> van de problem<strong>en</strong> met leveringszekerheid is het ontbrek<strong>en</strong> van Europese<br />

coördinatie, zowel in de elektriciteitssector als in de gassector. Balanceringsmarkt<strong>en</strong><br />

zijn nog steeds nationaal, problem<strong>en</strong> word<strong>en</strong> nog graag doorgeschov<strong>en</strong>


174 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

naar de buurland<strong>en</strong>. Spotprijz<strong>en</strong> <strong>voor</strong> elektriciteit <strong>en</strong> gas zijn gemiddeld g<strong>en</strong>om<strong>en</strong><br />

hoog g<strong>en</strong>oeg om investering<strong>en</strong> te vergoed<strong>en</strong>, maar zijn tijd<strong>en</strong>s superpiekur<strong>en</strong> wellicht<br />

nog te laag om de effectieve schaarste te weerspiegel<strong>en</strong>.<br />

Om de betaalbaarheid (of de allocatieve <strong>en</strong> productieve efficiëntie) van de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

te borg<strong>en</strong>, is ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s gericht overheidsingrijp<strong>en</strong> nodig. Vanwege de<br />

cruciale rol van de transportinfrastructuur bij de elektriciteits- <strong>en</strong> gas<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

is marktmacht e<strong>en</strong> inher<strong>en</strong>t verschijnsel in de <strong>en</strong>ergiesector met directe gevolg<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> de betaalbaarheid van <strong>en</strong>ergie. Regulering is cruciaal om alle (pot<strong>en</strong>tiële)<br />

gebruikers onder dezelfde <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> toegang tot deze netwerk<strong>en</strong> te verl<strong>en</strong><strong>en</strong>.<br />

Om de netwerkbeheerders te prikkel<strong>en</strong> doelmatig te werk<strong>en</strong> <strong>en</strong> de gebruikers van<br />

de netwerk<strong>en</strong> daarvan mede te lat<strong>en</strong> profiter<strong>en</strong>, is e<strong>en</strong> vorm van price­cap regulering<br />

nodig. Mogelijke verbeterpunt<strong>en</strong> bij de huidige regulering zijn het toezicht op<br />

de kwaliteit van de netwerk<strong>en</strong> <strong>en</strong> het zorg<strong>en</strong> <strong>voor</strong> adequate prikkels in innovatieve<br />

investering<strong>en</strong>. Het probleem van marktmacht doet zich bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> <strong>voor</strong>al <strong>voor</strong> in<br />

de groothandelsmarkt<strong>en</strong> waar de conc<strong>en</strong>tratie in het aanbod nog steeds groot is.<br />

E<strong>en</strong> effectieve maatregel om de concurr<strong>en</strong>tie in de groothandelsmarkt te bevorder<strong>en</strong><br />

is het vergrot<strong>en</strong> van de geografische markt<strong>en</strong> via het beter b<strong>en</strong>utt<strong>en</strong> van gr<strong>en</strong>soverschrijd<strong>en</strong>de<br />

verbinding<strong>en</strong>. Dit laatste kan gebeur<strong>en</strong> via de introductie van<br />

impliciete veiling<strong>en</strong> (bij elektriciteit) of expliciete veiling<strong>en</strong> (bij gas) <strong>en</strong> het bevorder<strong>en</strong><br />

van secundaire handel in transportcapaciteit. Dit vereist betere internationale<br />

sam<strong>en</strong>werking tuss<strong>en</strong> de netwerkbeheerders <strong>en</strong> de toezichthouders, <strong>en</strong> ev<strong>en</strong>tueel<br />

ingrijp<strong>en</strong> op Europees niveau.<br />

Om de publieke belang<strong>en</strong> bij de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing te borg<strong>en</strong> zijn overheid <strong>en</strong><br />

markt dus beide nodig. De overheid kan niet zonder goed werk<strong>en</strong>de markt<strong>en</strong> om<br />

e<strong>en</strong> schone, betrouwbare <strong>en</strong> betaalbare <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing te realiser<strong>en</strong>. Om goed<br />

werk<strong>en</strong>de <strong>en</strong>ergiemarkt<strong>en</strong> te verkrijg<strong>en</strong> moet de overheid zorg<strong>en</strong> <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> efficiënte<br />

beprijzing van externe effect<strong>en</strong>, transparante marktplaats<strong>en</strong> <strong>en</strong> de juiste<br />

prikkels <strong>voor</strong> de beheerders van de ess<strong>en</strong>tiële infrastructur<strong>en</strong>.


Mulder & Willems 175<br />

Refer<strong>en</strong>ties<br />

Algem<strong>en</strong>e Energieraad (AER), (2009), De rugg<strong>en</strong>graat van de <strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing,<br />

D<strong>en</strong> Haag.<br />

Arts, G., W. Dicke <strong>en</strong> L. Hancher (ed.), (2008), New perspectives on investm<strong>en</strong>t in<br />

infrastructures, WRR.<br />

Burger, A. <strong>en</strong> P. von Geymueller, (2008), Can we measure welfare? Dynamic comparisons<br />

of allocative effici<strong>en</strong>cy before and after the introduction of quality<br />

regulation for Norwegian electricity distributors, Vi<strong>en</strong>na.<br />

Bushnell, J. <strong>en</strong> C. Wolfram, (2005), Ownership Change, Inc<strong>en</strong>tives and Plant Effici<strong>en</strong>cy:<br />

The Divestiture of U.S. Electric G<strong>en</strong>eration Plants, SCEM WP<br />

140, US.<br />

CPB, (2000), Naar e<strong>en</strong> efficiënter milieubeleid; E<strong>en</strong> maatschappelijk-economische<br />

analyse van vier hardnekkige milieuproblem<strong>en</strong>, D<strong>en</strong> Haag.<br />

CPB, (2002), Klimaatbeleid <strong>en</strong> Europese concurr<strong>en</strong>tiepositie, CPB-docum<strong>en</strong>t 24,<br />

D<strong>en</strong> Haag.<br />

CPB, (2006), Liberalisation of European <strong>en</strong>ergy markets: chall<strong>en</strong>ges and policy<br />

options, CPB-docum<strong>en</strong>t 138, D<strong>en</strong> Haag.<br />

Cramton, P. <strong>en</strong> S. Stoft, (2006), The Converg<strong>en</strong>ce of Market Designs for Adequate<br />

G<strong>en</strong>erating Capacity with Special Att<strong>en</strong>tion to the CAISO’s Resource<br />

Adequacy Problem, Working Paper, Retrieved at http://stoft.com/<br />

metaPage/lib/Cramton-Stoft-EOB-2006-04-ICAP-<strong>en</strong>ergy-converg<strong>en</strong>ce.<br />

pdf”.<br />

Domah P. <strong>en</strong> M. Pollitt, (2001), The Restructuring and Privatisation of Electricity<br />

Distribution and Supply Businesses in England and Wales: A Social Cost-<br />

B<strong>en</strong>efit Analysis, Fiscal Studies, vol. 22, no. 1, p. 107-146.<br />

ECN/Planbureau <strong>voor</strong> de Leefomgeving (2009), Verk<strong>en</strong>ning Schoon <strong>en</strong> Zuinig;<br />

Effect<strong>en</strong> op <strong>en</strong>ergiebesparing, hernieuwbare <strong>en</strong>ergie <strong>en</strong> uitstoot van broeikasgass<strong>en</strong>.<br />

Eyckmans J., B. Willems, <strong>en</strong> J-P. van Ypersele, (2005), Climate Change: Chall<strong>en</strong>ges<br />

for the World, in Willems, B., Eyckmans, S, Proost, S. (2005) Economic<br />

aspects of climate change policy: a European and Belgian Perspective,<br />

Acco. Leuv<strong>en</strong>.<br />

Europese Commissie (EC), (2007), DG Competition Report on Energy Sector<br />

Inquiry. Brussels.<br />

Europese Commissie (EC), (2008), Proposal for a Decision of the European<br />

Parliam<strong>en</strong>t and of the Council on the effort of Member States to reduce<br />

their gre<strong>en</strong>house gas emissions to meet the Community’s gre<strong>en</strong>house gas<br />

emission reduction commitm<strong>en</strong>ts up to 2020 {COM(2008) 30 final}<br />

{SEC(2008) 85}.<br />

Evans, J. <strong>en</strong> R. Gre<strong>en</strong>, (2005), Why Did British Electricity Prices Fall after 1998?<br />

University of Birmingham, Discussion Paper 05-13.<br />

Evans, L.T. <strong>en</strong> G.A. Guthrie, (2005), Risk, price regulation, and irreversible investm<strong>en</strong>t,<br />

International Journal of Industrial Organisation, 23(1-2), p. 109-<br />

128.


176 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

Gerlagh, R, S. Kverndokk, <strong>en</strong> K. E. Ros<strong>en</strong>dahl, (2008), Linking Environm<strong>en</strong>tal<br />

and Innovation Policy. FEEM Working Paper No. 53.2008. Available at<br />

SSRN: http://ssrn.com/abstract=1158443.<br />

Gilbert, R., K. Neuhoff <strong>en</strong> D. M. Newbery, (2004), Allocating transmission to<br />

mitigate market power in electricity networks, RAND Journal of Economics,<br />

vol. 34.<br />

Golombeck, R., Gjelsvik, E. <strong>en</strong> K.E. Ros<strong>en</strong>dahl, (1995). Effects of liberalizing the<br />

natural gas market in Western Europe. The Energy Journal, 16(1), pp85-<br />

111.<br />

Grubb, M. <strong>en</strong> K. Neuhoff, (2006), Allocation and Competitiv<strong>en</strong>ess in the EU<br />

Emissions Trading Scheme: Policy Overview, WP Electricity Policy<br />

Group 0622.<br />

Grubb, M., T.L. Brewer, M. Sato, R. Heilmayr, <strong>en</strong> D. Fazekas, (2009), Climate<br />

policy and industrial competitiv<strong>en</strong>ess: T<strong>en</strong> insights from Europe on the<br />

EU Emissions Trading System, Climate Strategies Report.<br />

Haffner, R.C.G. <strong>en</strong> P. Meulmeester, (2005), Evaluatie van de regulering van het<br />

elektriciteitsnetwerk, Economisch Statistische Bericht<strong>en</strong>, 7 oktober, nr.<br />

4472.<br />

Helm, D., (2007), European <strong>en</strong>ergy policy: meeting the security of supply and<br />

climate change chall<strong>en</strong>ges, EIB papers, 12(2), p. 30-48.<br />

Hubert, F., (2007), Strategic investm<strong>en</strong>ts in international gas transport systems,<br />

EIB papers, 12(2), p. 62-81.<br />

Hogan, W.W., (2005), On an “Energy Only” electricity market design for resource<br />

adequacy, Harvard Electricity Policy Group, Working Paper.<br />

IPCC, (2007), Climate Change 2007: Synthesis Report. Fourth Assessm<strong>en</strong>t Report<br />

of the Intergovernm<strong>en</strong>tal Panel on Climate Change, G<strong>en</strong>eva, Switzerland,<br />

104 p.<br />

Jamasb, T., M. Pollitt, <strong>en</strong> T. Triebs, (2008). Productivity and effici<strong>en</strong>cy of US gas<br />

transmission companies: A European regulatory perspective. Energy<br />

Policy 36(9): 3398-3412.<br />

Joode, J. de, D. Kingma, M. Lijes<strong>en</strong>, M. Mulder <strong>en</strong> V. Shestalova (2004), Energy<br />

risks and <strong>en</strong>ergy policies; a cost-b<strong>en</strong>efit analysis, CPB, D<strong>en</strong> Haag,<br />

Bijzondere Publikatie 51.<br />

Joskow, P., (2006) Inc<strong>en</strong>tive regulation in theory and practice: electricity distribution<br />

and transmission networks. MIT, January.<br />

Joskow, P., (2007), Competitive electricity markets and investm<strong>en</strong>t in new g<strong>en</strong>eration<br />

capacity. Pres<strong>en</strong>tation, Toulouse Energy Confer<strong>en</strong>ce.<br />

Joskow, P., (2008), Capacity Paym<strong>en</strong>ts in imperfect electricity markets: need and<br />

design. Utilities Policy, 16(3) pp 159-170.<br />

Joskow, P. <strong>en</strong> J. Tirole, (2007), Reliability and Competitive Electricity Markets,<br />

Rand Journal of Economics, 38(1), 60-84.<br />

Kolstad, C. D., (1996), Learning and Stock Effects in Environm<strong>en</strong>tal Regulations:<br />

The Case of Gre<strong>en</strong>house Gas Emissions, Journal of Environm<strong>en</strong>tal<br />

Economics and Managem<strong>en</strong>t, 31, pp1–18.


Mulder & Willems 177<br />

Kemp, A.G., <strong>en</strong> B. MacDonald, (1992), The UK and Norwegian fiscal systems: a<br />

comparative study of their impacts on new field investm<strong>en</strong>ts, University<br />

of Aberde<strong>en</strong>, Departm<strong>en</strong>t of Economics, North Sea Study Occasional<br />

Paper no. 38.<br />

Küpper, G., (2009), Bargaining in Energy Markets and the Importance of Outside<br />

Options, K.U.Leuv<strong>en</strong>, mimeo.<br />

Laffont, J.J., <strong>en</strong> J. Tirole (1993), A theory of inc<strong>en</strong>tives in procurem<strong>en</strong>t and regulation.<br />

MIT Press.<br />

Lijes<strong>en</strong>, M. <strong>en</strong> G. Zwart, (2005), Op zoek naar e<strong>en</strong> onzichtbaar vangnet: Hoe<br />

gev<strong>en</strong> we de publieke rol in leveringszekerheid vorm zonder de markt te<br />

verstor<strong>en</strong>?, CPB docum<strong>en</strong>t 89.<br />

Linde, C. van der, (2007), The art of managing <strong>en</strong>ergy security risks, EIB papers,<br />

12(2), p. 50-78.<br />

Liski, M. <strong>en</strong> O. Tahvon<strong>en</strong>, (2004), Can carbon tax eat OPEC’s r<strong>en</strong>ts?, Journal of<br />

Environm<strong>en</strong>tal Economics and Managem<strong>en</strong>t. (47), 1-12.<br />

London Economics, (2007), Structure and performance of Six European Wholesale<br />

Electricity Markets in 2003, 2004 and 2005, London.<br />

Mankiw, N.G., (1998), Principles of microeconomics, Elsevier.<br />

Ministerie van Economische Zak<strong>en</strong> (EZ), (2008), Energierapport 2008, D<strong>en</strong><br />

Haag.<br />

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ord<strong>en</strong>ing <strong>en</strong> Milieu (VROM),<br />

(2008), Nieuwe <strong>en</strong>ergie <strong>voor</strong> het klimaat; werkprogramma Schoon <strong>en</strong><br />

Zuinig, D<strong>en</strong> Haag.<br />

Mulder, M., A. t<strong>en</strong> Cate <strong>en</strong> G.T.J. Zwart (2007a), The economics of promoting<br />

security of <strong>en</strong>ergy supply, EIB Papers, 12(2)., p.38-61.<br />

Mulder, M., M.H. Korteland <strong>en</strong> M.J. Blom (2007b), Overwinst<strong>en</strong> bij de subsidieregeling<br />

Milieukwaliteit ElektriciteitsProductie (MEP), CE, Delft.<br />

Mulder, M., M. Vermeul<strong>en</strong> <strong>en</strong> M. Heh<strong>en</strong>kamp, (2008), Monitor <strong>en</strong>ergiemarkt<strong>en</strong><br />

2007; analyse van ontwikkeling<strong>en</strong> in de Nederlandse groothandelsmarkt<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> gas <strong>en</strong> elektriciteit, NMa.<br />

Neher, P.A., (1999), Economics of mining taxation, in: J.C.J.M. van d<strong>en</strong> Bergh,<br />

Handbook of Environm<strong>en</strong>tal and Resource Economics, Edward Elgar,<br />

UK/USA.<br />

Neuhoff, K., K. Keats <strong>en</strong> M. Sato, (2006), Allocation, inc<strong>en</strong>tives and distortion:<br />

the impact of EU ETS emission allowance allocations to the electricity<br />

sector. Climate Policy 6, 73–91.<br />

Neuhoff, K., (2008), Tackling Carbon, How to price Carbon for Climate Policy,<br />

report, version 1.1.<br />

Newbery, D. <strong>en</strong> M. Pollitt, (1997), The Restructuring and Privatisation of the<br />

CEGB – Was It Worth It?, Journal of Industrial Economics, vol. 45, no.3,<br />

p. 269-303.<br />

Newbery, D., (2004), Electricity Liberalisation in Britain: the quest for a satisfactory<br />

wholesale market design. Cambridge Working Papers in Economics<br />

CWPE 0469.<br />

Planbureau <strong>voor</strong> de Leefomgeving (PBL), (2009), Milieubalans.


178 Hoofdstuk 6 Borging van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

<strong>en</strong>ergie<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<br />

Plug, P. <strong>en</strong> M. Mulder, (2009), ‘Reguler<strong>en</strong> van <strong>en</strong>ergiemarkt<strong>en</strong>: stur<strong>en</strong> in e<strong>en</strong><br />

dynamische omgeving’, De Blijv<strong>en</strong>de Uitdaging, NMa, D<strong>en</strong> Haag.<br />

Pollit, M. (ed.) (2008), Vertical Unbundling in the EU Electricity Sector, Intereconomics,<br />

Springer Berlin/Heidelberg.<br />

Sinder<strong>en</strong>, J. van <strong>en</strong> R. Kemp, (2008), De welvaartseffect<strong>en</strong> van mededinging: wie<br />

profiteert?, NMa, Trust <strong>en</strong> antitrust; beschouwing<strong>en</strong> voer 10 jaar Mededingingswet<br />

<strong>en</strong> 10 jaar NMa, D<strong>en</strong> Haag.<br />

Smeers, Y., (2008), Gas models and Three Difficult Objectives, ECORE discus- discus-<br />

sion paper 2008/13.<br />

Steiner, F., (2001), Regulation, Industry Structure and Performance in the Electricity<br />

Supply Industry, OECD Economics Departm<strong>en</strong>t Working Papers, nr.<br />

238, OECD Publishing.<br />

Stern, J., (2006), Stern review of the economics of climate change.<br />

UK Energy Research C<strong>en</strong>tre (UK ERC), (2007), The Rebound Effect: an assessm<strong>en</strong>t<br />

of the evid<strong>en</strong>ce for economy-wide <strong>en</strong>ergy savings from improved<br />

<strong>en</strong>ergy effici<strong>en</strong>cy.<br />

Vogelsang, I., (2009), Regulation inc<strong>en</strong>tives for investm<strong>en</strong>t and technological<br />

change, pres<strong>en</strong>tatie op 4 th Energy Economics Policy Seminar, CPB/EZ/<br />

NMA/TILEC, D<strong>en</strong> Haag, 9 oktober 2009.<br />

Vollebergh, H.R.J., (2007), Differ<strong>en</strong>tial Impact of Environm<strong>en</strong>tal Policy Instrum<strong>en</strong>ts<br />

on Technological Change: A Review of the Empirical Literature,<br />

Tinberg<strong>en</strong> Institute Discussion Paper, TI 2007-042/3.<br />

Waddam, C. (2005), The Effect of Liberalizing UK Retail Energy Markets on<br />

Consumers, Oxford University Press.<br />

Willems, B. <strong>en</strong> M. Morbée, (2008), Risk managem<strong>en</strong>t in electricity markets: hedging<br />

and market incomplet<strong>en</strong>ess, K.U.Leuv<strong>en</strong> Discussion Paper 0823.<br />

Wilson, R., (2002), Architecture of Energy Markets, Econometrica, 70(4), 1299-<br />

1340.<br />

Zijl, G., R. Haffner <strong>en</strong> M. Mulder, (2008), Energiemarkt<strong>en</strong> lat<strong>en</strong> werk<strong>en</strong>: e<strong>en</strong><br />

onvoltooide missie, in: NMa, Trust <strong>en</strong> antitrust; beschouwing<strong>en</strong> voer 10<br />

jaar Mededingingswet <strong>en</strong> 10 jaar NMa, D<strong>en</strong> Haag.


Hoofdstuk 7 Over het borg<strong>en</strong> van publieke<br />

belang<strong>en</strong> in de zorg:<br />

De rol van markt<strong>en</strong> <strong>en</strong> toezicht<br />

Maart<strong>en</strong> Janss<strong>en</strong> *<br />

Krijn Schep **<br />

Jarig van Sinder<strong>en</strong> ***<br />

7.1 Inleiding<br />

De ingeslag<strong>en</strong> weg naar meer marktwerking in de zorg komt onder steeds grotere<br />

druk te staan. Er gaat haast ge<strong>en</strong> week <strong>voor</strong>bij of op de opiniepagina’s van de<br />

<strong>voor</strong>aanstaande krant<strong>en</strong> <strong>en</strong> weekblad<strong>en</strong> wordt geschrev<strong>en</strong> over problem<strong>en</strong> in de<br />

gezondheidszorg als verme<strong>en</strong>d gevolg van de invoering van marktwerking. E<strong>en</strong><br />

belangrijk vraagstuk is of de publieke belang<strong>en</strong> die onlosmakelijk met de zorgsector<br />

verwev<strong>en</strong> zijn in e<strong>en</strong> systeem waar marktwerking <strong>voor</strong>op staat goed<br />

geborgd kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong>. Veel politici zijn vandaag de dag g<strong>en</strong>eigd om deze vraag<br />

niet volmondig met ja te beantwoord<strong>en</strong>. Sommig<strong>en</strong> zijn van m<strong>en</strong>ing dat de<br />

ingezette marktwerkingslijn juist de problem<strong>en</strong> veroorzaakt <strong>en</strong> dat de overheid<br />

veel meer reguler<strong>en</strong>d moet (blijv<strong>en</strong>) optred<strong>en</strong> <strong>en</strong> de marktwerking moet inperk<strong>en</strong>. 1<br />

De bedoeling van de ingevoerde stelselwijziging is om van e<strong>en</strong> aanbodgestuurd<br />

verzekeringstelsel naar e<strong>en</strong> meer vraaggestuurd model te kom<strong>en</strong>, om door de<br />

introductie van marktwerking <strong>en</strong> concurr<strong>en</strong>tie tuss<strong>en</strong> verzekeraars “de positie van<br />

de zorgvrager t.o.v. de positie van de aanbieder <strong>en</strong> de verzekeraar (te versterk<strong>en</strong>),<br />

(<strong>en</strong> om) e<strong>en</strong> versterking van de positie van de verzekeraar t.o.v. de zorg aanbieders,<br />

<strong>en</strong> e<strong>en</strong> vergroting van de speelruimte <strong>voor</strong> de zorgaanbieders”, te bewerkstellig<strong>en</strong>.<br />

2 Voor sommige mogelijke negatieve bijwerking<strong>en</strong> van meer markt <strong>en</strong> minder<br />

overheid in de zorg, waaronder mogelijk kwaliteitsverlies <strong>en</strong> maatschappelijk<br />

ongew<strong>en</strong>ste kost<strong>en</strong>stijging<strong>en</strong> door informatieproblem<strong>en</strong> bij de zorgvragers, werd<br />

bij de introductie al gewaarschuwd. 3 Dit artikel gaat over het borg<strong>en</strong> van publieke<br />

belang<strong>en</strong> in de gezondheidszorg <strong>en</strong> hoe dit zich verhoudt tot mark werking. De<br />

bijdrage aan deze discussie lever<strong>en</strong> we op verschill<strong>en</strong>de niveaus.<br />

* Raadsadviseur van de NMa t<strong>en</strong> behoeve van de zorgsector, Competition Economists Group (CEG-<br />

Europe) <strong>en</strong> hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam.<br />

** S<strong>en</strong>ior medewerker bij de NMa, cluster Zorg.<br />

*** Chief Economist, NMa <strong>en</strong> hoogleraar Economische Politiek, Erasmus Universiteit Rotterdam. De<br />

auteurs zijn veel dank verschuldigd aan Lilian Petit <strong>en</strong> Kevin Wood <strong>voor</strong> hun bekwame onderzoeksassist<strong>en</strong>tie<br />

<strong>en</strong> aan Eric van Damme, H<strong>en</strong>k Don, Aad Kleijweg <strong>en</strong> Maart<strong>en</strong> Pieter Schinkel <strong>voor</strong> uitvoerig<br />

comm<strong>en</strong>taar op e<strong>en</strong> eerdere versie.<br />

1 Zie <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> overzicht: Wolf Sauter, <strong>Marktwerking</strong> in de zorg- Toezicht met oog op de consum<strong>en</strong>t,<br />

inaugurele rede, TILEC, Tilburg, 6 februari, 2009, blz. 8/9.<br />

2 Vraag aan bod: hoofdlijn<strong>en</strong> van vernieuwing van het zorgstelsel, Tweede Kamer, vergaderjaar 2000-<br />

2001, 27855, nr. 2, blz. 22.<br />

3 Zie CPB (2003), Werkdocum<strong>en</strong>t 28, blz 46/47.


180 Hoofdstuk 7 Over het borg<strong>en</strong> van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

zorg: De rol van markt<strong>en</strong> <strong>en</strong> toezicht<br />

In de eerste plaats gaan we nader in op hoe publieke belang<strong>en</strong> in de zorg word<strong>en</strong><br />

gedefinieerd. De NZa kiest er<strong>voor</strong> om het publieke belang te specificer<strong>en</strong> in term<strong>en</strong><br />

van (i) betaalbaarheid (ii) bereikbaarheid <strong>en</strong> (iii) kwaliteit. 4 Dat suggereert<br />

e<strong>en</strong> min of meer objectiveerbare situatie. Eerder zijn de kernwaard<strong>en</strong> van de zorg<br />

gedefinieerd in term<strong>en</strong> van solidariteit, verantwoordelijkheid, gelijkwaardigheid<br />

<strong>en</strong> beschermwaardigheid. 5 Ander<strong>en</strong> sprek<strong>en</strong> over publieke belang<strong>en</strong> in term<strong>en</strong> als<br />

noodzakelijkheid, werkzaamheid, doelmatigheid <strong>en</strong> eig<strong>en</strong> verantwoordelijkheid. 6<br />

De vraag die we om te beginn<strong>en</strong> in onze bijdrage will<strong>en</strong> beantwoord<strong>en</strong> is hoe het<br />

publiek belang te definiër<strong>en</strong>, <strong>en</strong> of economische inzicht<strong>en</strong> gebruikt kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> het verduidelijk<strong>en</strong> van deze belang<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> van de vrag<strong>en</strong> die daarbij e<strong>en</strong><br />

rol speelt is of deze begripp<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de sam<strong>en</strong>leving als geheel of <strong>voor</strong> elk individu<br />

afzonderlijk geld<strong>en</strong>.<br />

In de tweede plaats prober<strong>en</strong> we te id<strong>en</strong>tificer<strong>en</strong> waar de gesignaleerde problem<strong>en</strong><br />

met marktwerking in de gezondheidszorg nu precies in schuil<strong>en</strong>. Zijn deze problem<strong>en</strong><br />

zo fundam<strong>en</strong>teel dat ze niet te ver<strong>en</strong>ig<strong>en</strong> zijn met welke vorm van marktwerking<br />

dan ook? Het is duidelijk dat er bij marktwerking in de zorg altijd sprake is<br />

van gereguleerde marktwerking. De wetgever heeft niet <strong>voor</strong> niets de NZa opgericht<br />

om toezicht te houd<strong>en</strong> <strong>en</strong> om het proces te borg<strong>en</strong>. De vraagstukk<strong>en</strong> zoals:<br />

waar kan de markt zich wel <strong>en</strong> waar niet lat<strong>en</strong> geld<strong>en</strong>?; <strong>en</strong> hoe kan het zorgstelsel<br />

dusdanig word<strong>en</strong> ingericht dat de publieke belang<strong>en</strong> zo goed mogelijk word<strong>en</strong><br />

geborgd?, moet<strong>en</strong> deels daar word<strong>en</strong> geadresseerd. 7 In andere gevall<strong>en</strong> heeft de<br />

wetgever paal <strong>en</strong> perk gesteld aan de tucht van de markt. Zo mog<strong>en</strong> ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong><br />

wel l<strong>en</strong><strong>en</strong> van e<strong>en</strong> bank <strong>en</strong> r<strong>en</strong>te betal<strong>en</strong>, maar mog<strong>en</strong> ze niet naar winst strev<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> hun mogelijke aandeelhouders. Zijn het dergelijke politieke restricties die<br />

e<strong>en</strong> optimaal functioner<strong>en</strong>de markt <strong>voor</strong> de gezondheidszorg moeilijk mak<strong>en</strong>? Of<br />

ligg<strong>en</strong> de g<strong>en</strong>oemde problem<strong>en</strong> <strong>voor</strong>al aan het niet goed inricht<strong>en</strong> van de toezichtsbevoegdhed<strong>en</strong><br />

van IGZ, NZa <strong>en</strong> NMa? Of gaat het ook om e<strong>en</strong> gebrek aan<br />

controle vanuit de rad<strong>en</strong> van toezicht binn<strong>en</strong> de zorginstelling<strong>en</strong> <strong>en</strong> de verzekeraars?<br />

In de derde plaats, gaan we in op de vraag of de problem<strong>en</strong> deels e<strong>en</strong> gevolg kunn<strong>en</strong><br />

zijn van de marktwerking zelf, of dat er in het huidige zorgstelsel e<strong>en</strong> aantal<br />

weeffout<strong>en</strong> zitt<strong>en</strong> die vrag<strong>en</strong> om nadere bijsturing. Dit do<strong>en</strong> we door e<strong>en</strong> drietal<br />

onderwerp<strong>en</strong> die telk<strong>en</strong>s weer in de discussie terugkom<strong>en</strong> onder de loep te nem<strong>en</strong>:<br />

faillissem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> van zorginstelling<strong>en</strong>, differ<strong>en</strong>tiatie van zorg (o.a. door het stimuler<strong>en</strong><br />

van ZBC’s) <strong>en</strong> het solidariteitsbeginsel, <strong>en</strong> t<strong>en</strong>slotte verticale fusies.<br />

4 Deze drie publieke belang<strong>en</strong> word<strong>en</strong> ontle<strong>en</strong>d aan de inleiding van Memorie van toelichting van de<br />

WMG, Tweede Kamer vergaderjaar 2004-2005 (2004), 30 186, nr. 3, blz 2. Zie ook de oratie van Wolf<br />

Sauter; blz. 26, voetnoot 41.<br />

5 Zie : Marian Verkerk: Zorg moet niet nuttig zijn, zorg moet ethisch zijn, NRC, 8-7-2006. Dit stuk is<br />

e<strong>en</strong> reactie op het advies van De Raad <strong>voor</strong> Volksgezondheid getiteld : “Zinnige <strong>en</strong> duurzame zorg”. In<br />

dat advies wordt gekoz<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het utiliteitsmodel: zorg moet nuttig zijn.<br />

6 Zie: Commissie-Dunning (1991), Kiez<strong>en</strong> <strong>en</strong> del<strong>en</strong>.<br />

7 Antoinette Reerink, ’’Economisering` zorg drijft wig tuss<strong>en</strong> fracties`, NRC, 10-7-2009.


Janss<strong>en</strong>, Schep & Van Sinder<strong>en</strong> 181<br />

De rest van het artikel is als volgt opgebouwd. Sectie 2 geeft e<strong>en</strong> overzicht van<br />

<strong>en</strong>kele van de meer spraakmak<strong>en</strong>de bijdrag<strong>en</strong> aan het publieke debat die<br />

marktwerking in de zorg ter discussie stell<strong>en</strong>. De daaropvolg<strong>en</strong>de sectie behandelt<br />

de discussie over publieke belang<strong>en</strong> <strong>en</strong> de borging daarvan op e<strong>en</strong> meer fundam<strong>en</strong>teel<br />

niveau <strong>en</strong> bespreekt hoe de publieke belang<strong>en</strong> adequaat gedefinieerd kunn<strong>en</strong><br />

word<strong>en</strong>. In paragraaf 4 gaan we in op de vraag in hoeverre marktwerking in de<br />

zorg de publieke belang<strong>en</strong> kan borg<strong>en</strong> <strong>en</strong> wat de aanvull<strong>en</strong>de <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> zijn om<br />

deze belang<strong>en</strong> ook daadwerkelijk zeker te stell<strong>en</strong>. De spraakmak<strong>en</strong>de <strong>voor</strong>beeld<strong>en</strong><br />

plaats<strong>en</strong> we teg<strong>en</strong> deze achtergrond in paragraaf 5 waar we de drie g<strong>en</strong>oemde<br />

onderwerp<strong>en</strong> in <strong>en</strong>ig detail bestuder<strong>en</strong>. Paragraaf 6 sluit af met conclusies.<br />

7.2 Het publieke debat<br />

De rec<strong>en</strong>te comm<strong>en</strong>tar<strong>en</strong> op problem<strong>en</strong> in de zorg blijk<strong>en</strong> goed in e<strong>en</strong> aantal thema’s<br />

(soms in combinatie met elkaar) onder te verdel<strong>en</strong>. Het gaat in grote lijn<strong>en</strong><br />

om zorg<strong>en</strong> over: (i) financieel wanbeheer, soms gecombineerd met e<strong>en</strong> overambitieuze<br />

fusiedrang <strong>en</strong> hoge beloning<strong>en</strong> van bestuurders, in e<strong>en</strong> <strong>en</strong>kel geval leid<strong>en</strong>d<br />

tot e<strong>en</strong> (dreig<strong>en</strong>d) faillissem<strong>en</strong>t, (ii) gebrek aan kwaliteit van de zorg, (iii) cherry<br />

picking in de vorm van het aanbied<strong>en</strong> van onnodige, luxueuze zorg<strong>voor</strong>zi<strong>en</strong>ing<strong>en</strong><br />

met als risico dat winstbejag t<strong>en</strong> koste gaat van kwaliteit <strong>en</strong> dat er e<strong>en</strong> tweedeling<br />

in het zorgaanbod dreigt, <strong>en</strong> (iv) e<strong>en</strong> vermoede korte termijn horizon van de markt,<br />

waardoor prev<strong>en</strong>tie onvoldo<strong>en</strong>de aandacht zou krijg<strong>en</strong>. In deze sectie gaan we op<br />

e<strong>en</strong> systematische wijze op de argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> in die in het publieke debat g<strong>en</strong>oemd<br />

zijn onder deze vier noemers. De argum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> in het publieke debat word<strong>en</strong> in deze<br />

sectie <strong>voor</strong>al aangekaart. Later zull<strong>en</strong> ze op e<strong>en</strong> meer fundam<strong>en</strong>tele manier bediscussieerd<br />

word<strong>en</strong>.<br />

7.2.1 Financieel wanbeheer<br />

E<strong>en</strong> rec<strong>en</strong>t <strong>voor</strong>beeld van financieel wanbeheer is de aandacht <strong>voor</strong> de gehandicapt<strong>en</strong>instelling<br />

Philadelphia, die op de rand van faillissem<strong>en</strong>t verkeert. E<strong>en</strong> aantal<br />

artikel<strong>en</strong> stelt dat fal<strong>en</strong>d toezicht <strong>en</strong> fal<strong>en</strong>d bestuur ertoe geleid hebb<strong>en</strong> dat bestuurders<br />

zich bezig kond<strong>en</strong> houd<strong>en</strong> met het aanschaff<strong>en</strong> van onroer<strong>en</strong>d goed, in plaats<br />

van zich bezig te houd<strong>en</strong> met de kerntaak van de onderneming. 8 E<strong>en</strong> zelfde oorzaak<br />

wordt aangedrag<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de financiële problem<strong>en</strong> van de thuiszorgorganisatie<br />

Meavita: wanbeleid <strong>en</strong> hebzucht van zijn bestuurders zou <strong>voor</strong> faillissem<strong>en</strong>t hebb<strong>en</strong><br />

gezorgd. 9 Overambitie <strong>en</strong> het verkeerd inschatt<strong>en</strong> van de markt in relatie tot de<br />

8 Zie, bij<strong>voor</strong>beeld,http://www.medicalfacts.nl/2009/06/12/rapport-philadelphia-door-vws-op<strong>en</strong>baargemaakt-reactie-van-college-sanering-zorginstelling<strong>en</strong>-op-kanttek<strong>en</strong>ing<strong>en</strong>-kralt-ontbreekt/<br />

<strong>en</strong> http://<br />

www.medicalfacts.nl/2009/05/30/theo-kral-<strong>en</strong>-frist-brink-hebb<strong>en</strong>-toch-goud<strong>en</strong>-handdruk-gekreg<strong>en</strong>bij-philadelphia/.<br />

9 Zie, onder andere, CSZ (2009), Rapportage over de Financiele problem<strong>en</strong> bij Meavita, <strong>en</strong> ook http://<br />

www.medicalfacts.nl/2009/08/27/meavita-t<strong>en</strong>-onder-door-wanbeleid/.


182 Hoofdstuk 7 Over het borg<strong>en</strong> van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

zorg: De rol van markt<strong>en</strong> <strong>en</strong> toezicht<br />

financiële armslag komt ook <strong>voor</strong>. E<strong>en</strong> typisch <strong>voor</strong>beeld van het laatste is het<br />

financiële debacle rond Orbis. Het “revolutionaire ziek<strong>en</strong>huis van de eeuw” bleek<br />

e<strong>en</strong> half jaar na op<strong>en</strong>ing al in de financiële problem<strong>en</strong>.<br />

Problem<strong>en</strong> met betrekking tot financieel beheer kunn<strong>en</strong> meer tijdelijk van aard<br />

blijk<strong>en</strong>. Deels kan het e<strong>en</strong> gevolg zijn van het feit dat de pioniers in vernieuwing<br />

de prijs betal<strong>en</strong> <strong>voor</strong> ‘de eerste’ zijn. Andere problem<strong>en</strong> hang<strong>en</strong> deels ook sam<strong>en</strong><br />

met de financiële crisis (de waardevermindering van vastgoed die problematisch<br />

werd bij Philadelphia) of zijn het gevolg van de transitie van e<strong>en</strong> budgetsysteem<br />

naar e<strong>en</strong> meer marktgeoriënteerd systeem. Ernst & Young stelde vorig jaar vast<br />

dat, onder andere door de introductie van marktwerking, het aantal verlieslijd<strong>en</strong>de<br />

zorginstelling<strong>en</strong> is toeg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> van 15% in 2006 tot 27% in 2007 <strong>en</strong> dat verwacht<br />

wordt dat dit perc<strong>en</strong>tage nog verder stijgt. 10 Dat kan ook betek<strong>en</strong><strong>en</strong> dat in de sector<br />

e<strong>en</strong> sanering di<strong>en</strong>t plaats te vind<strong>en</strong> <strong>en</strong> dat introductie van marktwerking aanpassingskost<strong>en</strong><br />

met zich meebr<strong>en</strong>gt. 11 De hogere salariss<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het topmanagem<strong>en</strong>t<br />

zoud<strong>en</strong> wel e<strong>en</strong>s van langere duur kunn<strong>en</strong> zijn, omdat we zi<strong>en</strong> dat ook in andere<br />

sector<strong>en</strong> waar marktwerking geïntroduceerd is de salariss<strong>en</strong> van het topmanagem<strong>en</strong>t<br />

structureel hoger kom<strong>en</strong> te ligg<strong>en</strong>. Vanwege principaal ag<strong>en</strong>t-achtige problem<strong>en</strong><br />

als gevolg van de onmogelijkheid van perfect intern toezicht doet zich dit<br />

beloningsprobleem in alle sector<strong>en</strong> <strong>voor</strong> <strong>en</strong> er is ge<strong>en</strong> red<strong>en</strong> om aan te nem<strong>en</strong> dat<br />

de zorgsector daar e<strong>en</strong> uitzondering op is.<br />

7.2.2 Kwaliteit<br />

Ook t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van de verme<strong>en</strong>de teloorgang van kwaliteit is veel geschrev<strong>en</strong>.<br />

Toch blijkt uit internationaal vergelijk<strong>en</strong>d onderzoek niet dat de kwaliteit van de<br />

gezondheidszorg in ons land beduid<strong>en</strong>d slechter scoort dan die in andere land<strong>en</strong>.<br />

Zo concludeerde het CPB al in 2003 dat de kwaliteit op ongeveer het niveau van<br />

het gemiddelde van de OESO ligt. 12 Volg<strong>en</strong>s de European Health Consumer Index<br />

staat Nederland <strong>voor</strong> de tweede maal op rij op de hoogste plaats (2008 <strong>en</strong> 2009) <strong>en</strong><br />

staat het sinds 2005 al in de top 3 (2 e in 2006 <strong>en</strong> 2007). Toch wordt er in de pers<br />

veel aandacht besteed aan de door de scrib<strong>en</strong>t<strong>en</strong> geconstateerde teloorgang van de<br />

kwaliteit van ons zorgstelsel. Het gaat er dan bij<strong>voor</strong>beeld om dat operatiekamers<br />

tijdelijk geslot<strong>en</strong> word<strong>en</strong>, onder andere in verband met infectiegevaar. Dit was o.a<br />

het geval in Emmeloord 13 , de Silhouet kliniek, ZBC Medisch C<strong>en</strong>trum Breda 14 , <strong>en</strong><br />

het Maaslandziek<strong>en</strong>huis in Sittard 15 .<br />

E<strong>en</strong> tweede aspect van teruglop<strong>en</strong>de kwaliteit, wordt gerelateerd aan de toeg<strong>en</strong>o-<br />

10 NRC, Als dit zo doorgaat zull<strong>en</strong> er zorginstelling<strong>en</strong> failliet gaan, 19-12-2008.<br />

11 Zo lat<strong>en</strong> Van Sinder<strong>en</strong> <strong>en</strong> Kemp (2008) zi<strong>en</strong> dat het vrij lang geduurd heeft <strong>voor</strong>dat de economische<br />

ag<strong>en</strong>t<strong>en</strong> zich aangepast hadd<strong>en</strong> aan de invoering van de mededingingswet in 1998. Ook Creuz<strong>en</strong>,<br />

Minne <strong>en</strong> Van der Wiel (2006) vind<strong>en</strong> e<strong>en</strong> vrij lange aanpassingsperiode.<br />

12 CPB (2003), Zorg <strong>voor</strong> concurr<strong>en</strong>tie: e<strong>en</strong> analyse van het nieuwe zorgstelsel, CPB docum<strong>en</strong>t 28,<br />

D<strong>en</strong> Haag, blz 35.<br />

13 NRC, Slag om patiënt<strong>en</strong> Emmeloord, 28-9-2008.<br />

14 SP.nl, 29-7-2009.<br />

15 De Volkskrant, Ziek<strong>en</strong>huis Sittard sluit operatiekamers, december 2008.


Janss<strong>en</strong>, Schep & Van Sinder<strong>en</strong> 183<br />

m<strong>en</strong> werkdruk <strong>voor</strong> verplegers <strong>en</strong> andere zorgverl<strong>en</strong>ers met alle gevolg<strong>en</strong> van di<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> de patiënt<strong>en</strong>. 16 Dit zou er zelfs toe leid<strong>en</strong> dat kinder<strong>en</strong> soms in e<strong>en</strong> isoleercel<br />

word<strong>en</strong> gezet totdat er tijd <strong>voor</strong> ze is. 17 Iets soortgelijks doet zich volg<strong>en</strong>s de Volkskrant<br />

<strong>voor</strong> in de AWBZ, nu in de richtlijn<strong>en</strong> <strong>voor</strong> 2009 staat dat e<strong>en</strong> zorgverl<strong>en</strong>er<br />

in plaats van 15 minut<strong>en</strong> nog maar 7 minut<strong>en</strong> mag declarer<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het uittrekk<strong>en</strong><br />

van e<strong>en</strong> steunkous. 18<br />

E<strong>en</strong> derde aspect van geringe kwaliteit van geleverde zorg, heeft te mak<strong>en</strong> met de<br />

vrees dat het particuliere instelling<strong>en</strong> meer gaat om het snel verdi<strong>en</strong><strong>en</strong> van veel<br />

geld, dan om het lever<strong>en</strong> van acceptabele kwaliteit. Dit speelt onder andere t<strong>en</strong><br />

aanzi<strong>en</strong> van de plastische chirurgie 19 , bij sommige laserbehandeling<strong>en</strong> (in het buit<strong>en</strong>land,<br />

maar ook in bijv. D<strong>en</strong> Haag), <strong>en</strong> ev<strong>en</strong>zeer in de thuiszorg, waar de Volkskrant<br />

bij<strong>voor</strong>beeld stelt dat volg<strong>en</strong>s de IGZ marktwerking het mogelijk maakt dat<br />

bemiddelingsbureaus ongecontroleerd, ongeregistreerd, zonder bewijs van goed<br />

gedrag <strong>en</strong> zonder voldo<strong>en</strong>de deskundigheid de thuiszorgmarkt betred<strong>en</strong>. 20<br />

E<strong>en</strong> laatste kwaliteitsaspect dat regelmatig wordt g<strong>en</strong>oemd betreft de vraag wie de<br />

macht heeft bepaalde medicijn<strong>en</strong> <strong>voor</strong> te schrijv<strong>en</strong>, de arts, de apotheker of de<br />

(minder deskundige) verzekeringsmaatschappij. Zo zijn apothekers <strong>en</strong> produc<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

boos over beperking<strong>en</strong> die verzekeraars oplegg<strong>en</strong> bij de keuze van e<strong>en</strong> g<strong>en</strong>eesmiddel.<br />

21<br />

7.2.3 Cherry picking<br />

E<strong>en</strong> derde problematisch gevond<strong>en</strong> aspect van de invoering van marktwerking <strong>en</strong><br />

de mogelijkheid dat (private) kliniek<strong>en</strong> e<strong>en</strong> winstoogmerk hebb<strong>en</strong> is dat deze zorginstelling<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong>al aandacht zoud<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> <strong>voor</strong> die deelgebied<strong>en</strong> van de zorg<br />

waar relatief e<strong>en</strong>voudig geld te verdi<strong>en</strong><strong>en</strong> valt, t<strong>en</strong> koste van zorg waarbij dat niet<br />

zo is, zoals bij<strong>voor</strong>beeld de zorg aan de minder bedeeld<strong>en</strong>. Dit wordt in de literatuur<br />

ook wel cherry picking g<strong>en</strong>oemd. Zo zou de thuiszorgorganisatie Meavita<br />

ondermeer gepoogd hebb<strong>en</strong> project<strong>en</strong> zoals de TV-phone te ontwikkel<strong>en</strong> <strong>en</strong> zorgdorp<strong>en</strong><br />

aan de Costa del Sol op te richt<strong>en</strong>. 22 Gelet op de financiële problem<strong>en</strong> waar<br />

m<strong>en</strong> in geraakte, was dit toch minder e<strong>en</strong>voudig dan het leek. E<strong>en</strong> <strong>voor</strong>beeld dat<br />

hier op lijkt betreft het Gro<strong>en</strong>e Hart Ziek<strong>en</strong>huis in Gouda dat volg<strong>en</strong>s SP.nl e<strong>en</strong><br />

16 E<strong>en</strong> ander aspect dat in relatie tot arbeid gerelateerde zak<strong>en</strong> g<strong>en</strong>oemd wordt is dat afdeling<strong>en</strong> van<br />

ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong> moet<strong>en</strong> sluit<strong>en</strong> in verband met gebrek aan personeel. Zo heeft het Antonius Ziek<strong>en</strong>huis<br />

Sneek de GGZ afdeling geslot<strong>en</strong> bij gebrek aan psychiaters <strong>en</strong> heeft het Ommelander Ziek<strong>en</strong>huis in<br />

Delfzijl de afdeling<strong>en</strong> Gynaecologie/Verloskunde <strong>en</strong> Kinderg<strong>en</strong>eeskunde geslot<strong>en</strong>. Omdat het hier eerder<br />

om e<strong>en</strong> gebrek aan marktwerking gaat, dan om e<strong>en</strong> te veel aan marktwerking, gaan we op dit aspect<br />

niet verder in.<br />

17 SP.nl, thuiszorg, 14-2-2009.<br />

18 Volkskrant, Beperkt budget <strong>voor</strong> steunkous vermindert, 14-2-2009.<br />

19 Volkskrant, E<strong>en</strong> cosmetische kliniek hoeft zelfs ge<strong>en</strong> vergunning te hebb<strong>en</strong>, 16-2-2009.<br />

20 Volkskrant, Zwakke organisaties thuiszorg op net, 12-6-2009.<br />

21 NRC, Verstoorde markt of de beste medicijn<strong>en</strong>prijs, 21-12-2007.<br />

22 Zie bij<strong>voor</strong>beeld Het Financieele Dagblad, ‘Zorgconcern Meavita beleeft weinig plezier aan de grote<br />

fusie’, 27 december 2008 <strong>en</strong> NRC Handelsblad, ‘Jong, groot, <strong>en</strong> goed <strong>voor</strong> miljo<strong>en</strong><strong>en</strong>verliez<strong>en</strong>’, 17<br />

januari 2009.


184 Hoofdstuk 7 Over het borg<strong>en</strong> van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

zorg: De rol van markt<strong>en</strong> <strong>en</strong> toezicht<br />

businessclub wilde opricht<strong>en</strong> om zodo<strong>en</strong>de extra geld binn<strong>en</strong> te hal<strong>en</strong> <strong>voor</strong> het<br />

ziek<strong>en</strong>huis. In ruil <strong>voor</strong> de donaties kond<strong>en</strong> m<strong>en</strong>s<strong>en</strong> (waarschijnlijk de meer welgesteld<strong>en</strong>)<br />

<strong>voor</strong>rang krijg<strong>en</strong> op ingrep<strong>en</strong>. Het probleem met deze <strong>voor</strong>rangsbehandeling<br />

is dat m<strong>en</strong> de gelijke behandeling van iedere<strong>en</strong> aantast, hetge<strong>en</strong> gezi<strong>en</strong><br />

wordt als aantasting van het beginsel van toegankelijkheid. E<strong>en</strong> gerelateerde zorg<br />

is dat marktwerking tot overconsumptie leidt, omdat welgesteld<strong>en</strong> onnodige ingrep<strong>en</strong><br />

kunn<strong>en</strong> betal<strong>en</strong> <strong>en</strong> private kliniek<strong>en</strong> bijna elke vraag naar zorg honorer<strong>en</strong>,<br />

onder het motto ‘U vraagt, wij draai<strong>en</strong>.’ 23<br />

7.2.4 Korte termijn d<strong>en</strong>k<strong>en</strong><br />

E<strong>en</strong> laatste aspect dat in de rec<strong>en</strong>te comm<strong>en</strong>tar<strong>en</strong> aan de orde komt is e<strong>en</strong> verme<strong>en</strong>d<br />

gebrek aan borging van het langetermijnbelang in e<strong>en</strong> concurrer<strong>en</strong>de markt,<br />

terwijl lange termijn d<strong>en</strong>k<strong>en</strong> in de zorg juist zeer belangrijk is. Comm<strong>en</strong>tator<strong>en</strong><br />

vrez<strong>en</strong> dan dat e<strong>en</strong> gebrek aan prev<strong>en</strong>tieve zorg nu, later veel problem<strong>en</strong> kan veroorzak<strong>en</strong>.<br />

De nadruk op marktwerking zou t<strong>en</strong> koste gaan van prev<strong>en</strong>tieve zorg.<br />

Gerelateerd hieraan is de vrees dat zorginstelling<strong>en</strong> zull<strong>en</strong> beknibbel<strong>en</strong> op investering<strong>en</strong><br />

in de kwaliteit, scholing <strong>en</strong> arbeidsomstandighed<strong>en</strong> van het personeel.<br />

Wij zi<strong>en</strong> niet direct in waarom lange termijn d<strong>en</strong>k<strong>en</strong> haaks zou moet<strong>en</strong> staan op<br />

marktwerking. Ziektekost<strong>en</strong>verzekeraars hebb<strong>en</strong> er juist belang bij om korte <strong>en</strong><br />

lange termijn kost<strong>en</strong> te beperk<strong>en</strong> <strong>en</strong> als het zo is dat door het mak<strong>en</strong> van relatief<br />

lage kost<strong>en</strong> bepaalde ziektes te <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> zijn waardoor op lange termijn kost<strong>en</strong><br />

uitgespaard kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong>, dan lijkt het er op dat zij er belang bij hebb<strong>en</strong> om geld<br />

aan prev<strong>en</strong>tie uit te gev<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> zelfde argum<strong>en</strong>t gaat <strong>voor</strong> zorginstelling<strong>en</strong> zelf op:<br />

als zij nu kunn<strong>en</strong> invester<strong>en</strong> in kwaliteit, dan kunn<strong>en</strong> ze daar op termijn e<strong>en</strong> concurr<strong>en</strong>tie<strong>voor</strong>deel<br />

mee behal<strong>en</strong>. Natuurlijk moet het dan wel zo zijn dat de bat<strong>en</strong> van<br />

de prev<strong>en</strong>tie aan de verzekeraar die prev<strong>en</strong>tief te werk gaat toe moet<strong>en</strong> vloei<strong>en</strong>. Dit<br />

is alle<strong>en</strong> zo als prev<strong>en</strong>tieve handeling<strong>en</strong> periodiek gedaan word<strong>en</strong> zodat verzekerd<strong>en</strong><br />

niet overstapp<strong>en</strong> naar e<strong>en</strong> andere verzekeraar als de prev<strong>en</strong>tieve zorg e<strong>en</strong>maal<br />

verricht is <strong>en</strong> die laatste kan free rid<strong>en</strong> op het prev<strong>en</strong>tiebeleid van de concurr<strong>en</strong>t.<br />

7.3 <strong>Publieke</strong> belang<strong>en</strong> <strong>en</strong> de markt<br />

De WRR (2000) stelt in haar rapport “Borg<strong>en</strong> van het publiek belang” dat wanneer<br />

de overheid het maatschappelijk belang tot haar eig<strong>en</strong> belang maakt het e<strong>en</strong> publiek<br />

belang geword<strong>en</strong> is. Dit kan gebeur<strong>en</strong> in geval van marktfal<strong>en</strong> maar ook wanneer<br />

de overheid (deels vanuit e<strong>en</strong> paternalistische houding) d<strong>en</strong>kt dat de burger niet<br />

goed in kan schatt<strong>en</strong> wat het (maatschappelijk) belang van de consumptie van het<br />

goed precies is <strong>en</strong> dat deze burger daarom het risico loopt om te weinig of te veel<br />

van e<strong>en</strong> bepaald goed te consumer<strong>en</strong> of om de beschikbaarheid alle<strong>en</strong> te waarder<strong>en</strong><br />

op het mom<strong>en</strong>t van e<strong>en</strong> acute hulpvraag.<br />

23 Agnes Kant <strong>en</strong> Ineke Palm (2005), De zorg is ge<strong>en</strong> markt, Health Managem<strong>en</strong>t Forum nr 2 2005<br />

(april).


Janss<strong>en</strong>, Schep & Van Sinder<strong>en</strong> 185<br />

Daarnaast wijst de WRR (2000, blz. 140) erop dat het van belang is om e<strong>en</strong> helder<br />

onderscheid te mak<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> de wat-vraag <strong>en</strong> de hoe-vraag. Eerst moet de overheid<br />

het publieke belang helder formuler<strong>en</strong> alvor<strong>en</strong>s er gekek<strong>en</strong> gaat word<strong>en</strong> op<br />

welke wijze de borging het best kan word<strong>en</strong> gerealiseerd.<br />

7.3.1 <strong>Publieke</strong> belang<strong>en</strong><br />

De publieke belang<strong>en</strong> in de gezondheidszorg word<strong>en</strong> in de WMG sam<strong>en</strong>gevat met<br />

de term<strong>en</strong> betaalbaarheid, bereikbaarheid <strong>en</strong> kwaliteit. 24 Dit klinkt mooi <strong>en</strong> goed.<br />

Deze uitgangspunt<strong>en</strong> word<strong>en</strong> dan ook gezi<strong>en</strong> als de algeme<strong>en</strong> aanvaarde publieke<br />

belang<strong>en</strong> van de gezondheidszorg. Maar wat betek<strong>en</strong><strong>en</strong> die term<strong>en</strong> in hun<br />

sam<strong>en</strong>hang eig<strong>en</strong>lijk? 25 Lat<strong>en</strong> we beginn<strong>en</strong> met betaalbaarheid. Wat is betaalbaar?<br />

Is het niet veeleer de vraag hoeveel we als patiënt/consum<strong>en</strong>t of als sam<strong>en</strong>leving<br />

erg<strong>en</strong>s <strong>voor</strong> over hebb<strong>en</strong>? Met andere woord<strong>en</strong>: wat zijn we zowel individueel <strong>en</strong><br />

als sam<strong>en</strong>leving bereid op te gev<strong>en</strong> van andere zak<strong>en</strong> in ruil <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> goede zorg?<br />

De tweede term “bereikbaarheid” lijkt op het eerste gezicht duidelijker gedefinieerd.<br />

Zorg moet <strong>voor</strong> iedere<strong>en</strong> binn<strong>en</strong> redelijke afstand <strong>en</strong> tijd beschikbaar zijn.<br />

Maar wat is hier redelijk? Hoe dichter de zorg bij de patiënt/consum<strong>en</strong>t verle<strong>en</strong>d<br />

kan word<strong>en</strong> <strong>en</strong> hoe minder lang zij daarop hoeft te wacht<strong>en</strong>, hoe beter het is <strong>voor</strong><br />

het individu. Maar ook hier moet<strong>en</strong> we weer de vraag stell<strong>en</strong>: teg<strong>en</strong> welke prijs?<br />

Als arts<strong>en</strong> in kleine dorp<strong>en</strong> hele stukk<strong>en</strong> van de dag niks do<strong>en</strong>, is de zorg wel<br />

bereikbaar, maar ook erg duur geword<strong>en</strong>. Dan komt de betaalbaarheidsdoelstelling<br />

al snel in het gedrang. E<strong>en</strong> zelfde soort argum<strong>en</strong>t gaat op <strong>voor</strong> de aanschaf van<br />

dure apparatuur door iedere zorgaanbieder, zoals e<strong>en</strong> MRI-scan.<br />

En met de derde term “kwaliteit” is het al niet beter gesteld: hoe hoger de kwaliteit<br />

die aan alle patiënt<strong>en</strong>/consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> geleverd kan word<strong>en</strong>, hoe liever we dat hebb<strong>en</strong>.<br />

Probleem is ev<strong>en</strong>wel dat kwaliteit niet objectief beoordeelbaar is. 26 Verder<br />

speelt ook hier natuurlijk de vraag wie de prijs <strong>voor</strong> betere kwaliteit gaat betal<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> of we als sam<strong>en</strong>leving niet e<strong>en</strong> keuze moet<strong>en</strong> mak<strong>en</strong> wat de optimale uitruil is<br />

tuss<strong>en</strong> geleverde kwaliteit <strong>en</strong> de kost<strong>en</strong> van de zorg.<br />

Het lijkt er dus op dat met de drie term<strong>en</strong> betaalbaarheid, toegankelijkheid <strong>en</strong> kwaliteit<br />

de publieke belang<strong>en</strong> in de zorg helemaal niet goed gedefinieerd zijn, <strong>voor</strong>al<br />

ook omdat de onderlinge verhouding van het gewicht van deze publieke belang<strong>en</strong><br />

bij e<strong>en</strong> afweging niet zijn vastgelegd. Sterker nog, als we betaalbaarheid vertal<strong>en</strong><br />

24 In de inleiding gev<strong>en</strong> we aan dat er vaak meer publieke belang<strong>en</strong> expliciet of impliciet gedefinieerd<br />

word<strong>en</strong>. In deze pargraaf conc<strong>en</strong>trer<strong>en</strong> wij ons ev<strong>en</strong>wel op de expliciet in de WMG gedefinieerde<br />

publieke belang<strong>en</strong>.<br />

25 Ook Sauter wijst er in zijn oratie al op dat deze drie dim<strong>en</strong>sies niet altijd in elkaars verl<strong>en</strong>gde ligg<strong>en</strong><br />

(zie Sauter (2009), p. 21). Maasdam <strong>en</strong> Sluis (2009) wijz<strong>en</strong> er ook op dat e<strong>en</strong> norm<strong>en</strong>kader om de<br />

diverse publieke belang<strong>en</strong> te weg<strong>en</strong> ontbreekt.<br />

26 Al in 2003 pleitte het CPB daarom <strong>voor</strong> het ontwikkel<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> kwaliteitsindex. Er is in het kader<br />

van project<strong>en</strong> als Zichtbare Zorg op dit terrein in bepaalde deelsector<strong>en</strong> al redelijk wat gedaan. Dit zou<br />

echter naar andere deelsector<strong>en</strong> uitgebreid moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong>.


186 Hoofdstuk 7 Over het borg<strong>en</strong> van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

zorg: De rol van markt<strong>en</strong> <strong>en</strong> toezicht<br />

met “zo goedkoop mogelijk”, dan lijkt het publieke belang dat door deze drie term<strong>en</strong><br />

gedefinieerd had moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong> e<strong>en</strong> inconsist<strong>en</strong>t begrip. Wat nodig is om het<br />

publieke belang goed te definiër<strong>en</strong> is e<strong>en</strong> maatstaf die de onderlinge uitruil, die tuss<strong>en</strong><br />

de drie g<strong>en</strong>oemde term<strong>en</strong> bestaat, articuleert. Zonder e<strong>en</strong> dergelijke maatstaf<br />

blijft het publieke belang in het luchtledige hang<strong>en</strong> <strong>en</strong> blijft e<strong>en</strong> discussie over het<br />

publieke belang in de zorg onnodig vaag. Het feit dat de begripp<strong>en</strong> zelf niet e<strong>en</strong>duidig<br />

zijn vast te stell<strong>en</strong> leidt tot e<strong>en</strong> <strong>voor</strong>tdur<strong>en</strong>de discussie die gevoed wordt door<br />

incid<strong>en</strong>t<strong>en</strong>. Op het mom<strong>en</strong>t dat er bij<strong>voor</strong>beeld problem<strong>en</strong> zijn met operatiekamers,<br />

speelt de kwaliteit e<strong>en</strong> belangrijke rol <strong>en</strong> wordt de efficiëntie ter discussie gesteld.<br />

Bij budgetoverschrijding<strong>en</strong> komt echter de betaalbaarheid weer promin<strong>en</strong>t aan bod.<br />

Bij discussies over budgetoverschrijding<strong>en</strong> speelt ook de spanning tuss<strong>en</strong> individu<br />

<strong>en</strong> sam<strong>en</strong>leving e<strong>en</strong> rol. Het is goed mogelijk dat e<strong>en</strong> bepaalde ingreep e<strong>en</strong> individueel<br />

belang di<strong>en</strong>t, maar zo kostbaar is dat het <strong>voor</strong> de betreff<strong>en</strong>de patiënt alle<strong>en</strong><br />

maar kan word<strong>en</strong> gefinancierd omdat het collectief verzekerd is. Maar juist omdat<br />

in het huidige zorgstelsel de band tuss<strong>en</strong> gebruik van de zorg <strong>en</strong> de financiering<br />

niet meer zichtbaar is, bestaat het gevaar van overvrag<strong>en</strong> <strong>en</strong> afw<strong>en</strong>tel<strong>en</strong> van kost<strong>en</strong><br />

op ander<strong>en</strong>. Vandaar dat de Raad <strong>voor</strong> de Volksgezondheid in 2006 met e<strong>en</strong> advies<br />

kwam om <strong>voor</strong>al te lett<strong>en</strong> op nuttigheid <strong>en</strong> meetbaarheid van r<strong>en</strong>dem<strong>en</strong>t van zorg<br />

<strong>en</strong> de effect<strong>en</strong> daarvan op de zorgverzekering<strong>en</strong>. Sommige vorm<strong>en</strong> van zorg zijn<br />

dermate duur <strong>en</strong> de lev<strong>en</strong>sverl<strong>en</strong>ging is dermate beperkt dat je de vraag moet stell<strong>en</strong><br />

of je dergelijke ingrep<strong>en</strong> vanuit maatschappelijke middel<strong>en</strong> moet vergoed<strong>en</strong><br />

wanneer er ge<strong>en</strong> uitzicht op g<strong>en</strong>ezing is of wanneer de aando<strong>en</strong>ing e<strong>en</strong> gevolg is<br />

van e<strong>en</strong> ongezonde lev<strong>en</strong>sstijl. 27 Dit geeft aan dat het begrip betaalbaar e<strong>en</strong> extra<br />

dim<strong>en</strong>sie behoeft die aangeeft hoe de verhouding individuele <strong>en</strong> maatschappelijke<br />

betaalbaarheid zich tot elkaar moet<strong>en</strong> verhoud<strong>en</strong>.<br />

7.3.2 De markt<br />

E<strong>en</strong> van de red<strong>en</strong><strong>en</strong> om meer marktwerking in het zorgstelsel te br<strong>en</strong>g<strong>en</strong> heeft<br />

alles te mak<strong>en</strong> met het meer inzichtelijk mak<strong>en</strong> van de afweging<strong>en</strong> van kost<strong>en</strong> (die<br />

e<strong>en</strong> consum<strong>en</strong>t deels <strong>voor</strong> zijn eig<strong>en</strong> rek<strong>en</strong>ing moet nem<strong>en</strong>) <strong>en</strong> opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong>. Het<br />

economische begrip “markt” levert de b<strong>en</strong>odigde maatstaf waarmee de uitruil tuss<strong>en</strong><br />

betaalbaarheid, toegankelijkheid <strong>en</strong> kwaliteit inzichtelijk wordt gemaakt. Het<br />

fundam<strong>en</strong>t van de markt is dat de prijz<strong>en</strong> die tot stand kom<strong>en</strong> e<strong>en</strong> weerspiegeling<br />

zijn van de bereidheid van consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> om <strong>voor</strong> verschill<strong>en</strong>de goeder<strong>en</strong>, in hun<br />

onderlinge sam<strong>en</strong>hang, te betal<strong>en</strong> <strong>en</strong> de kost<strong>en</strong> die de productie van die goeder<strong>en</strong><br />

met zich meebr<strong>en</strong>gt. Iets wordt dan betaalbaar als consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> bereid zijn e<strong>en</strong><br />

bepaalde prijs <strong>voor</strong> dat goed te betal<strong>en</strong> <strong>en</strong> daarmee uitdrukk<strong>en</strong> dat zij daar<strong>voor</strong><br />

afzi<strong>en</strong> van de consumptie van andere goeder<strong>en</strong>. De optimale bereikbaarheid <strong>en</strong><br />

27 Het blijft e<strong>en</strong> heikele zaak om e<strong>en</strong> dergelijke afweging kwantitatief te onderbouw<strong>en</strong>. Toch zijn daartoe<br />

poging<strong>en</strong> gedaan. Zo wordt als ruwe indicator de QALY (Quality Adjusted Life Years) gebruikt.<br />

De Raad <strong>voor</strong> de Volksgezondheid <strong>en</strong> Zorg stelt in het advies “Zinnig <strong>en</strong> duurzame zorg” <strong>voor</strong> om het<br />

collectief gefinancierde bedrag dat per individu uitgegev<strong>en</strong> mag word<strong>en</strong> <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> behandeling om 1 jaar<br />

extra volledig gezond te lev<strong>en</strong> (de QALY is dan 1) te maximer<strong>en</strong> op €80.000. In het VK ligt dat bedrag<br />

tuss<strong>en</strong> de €18.000 <strong>en</strong> €40.000. Bij vaccinatie ligt het maximum op €18.000 (Zie RVZ (2006)).


Janss<strong>en</strong>, Schep & Van Sinder<strong>en</strong> 187<br />

kwaliteit volg<strong>en</strong> op e<strong>en</strong> soortgelijke manier. Zo is de optimale kwaliteit gegev<strong>en</strong><br />

daar waar de kost<strong>en</strong> die het lever<strong>en</strong> van extra kwaliteit met zich meebr<strong>en</strong>gt gelijk<br />

zijn aan de bereidheid van consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> om <strong>voor</strong> die extra kwaliteit te betal<strong>en</strong>.<br />

Niet alle<strong>en</strong> is het zo dat het marktbegrip de drie basisbegripp<strong>en</strong> die het publieke<br />

belang volg<strong>en</strong>s de definitie van de NZa in de zorg zoud<strong>en</strong> moet<strong>en</strong> definiër<strong>en</strong> in e<strong>en</strong><br />

duidelijke onderlinge sam<strong>en</strong>hang br<strong>en</strong>gt <strong>en</strong> daarmee het publieke belang formuleert,<br />

eig<strong>en</strong>lijk k<strong>en</strong>n<strong>en</strong> we ook ge<strong>en</strong> goede andere organisatievorm die die onderlinge<br />

sam<strong>en</strong>hang van de drie kernbegripp<strong>en</strong> wel levert, of het zou de publieke<br />

productie <strong>en</strong> allocatie van zorg moet<strong>en</strong> zijn, ev<strong>en</strong>tueel gecontroleerd <strong>en</strong> gerationaliseerd<br />

door democratische besluitvorming in het parlem<strong>en</strong>t. 28<br />

Hoofdprobleem van productie <strong>en</strong> allocatiebeslissing<strong>en</strong> door e<strong>en</strong> overheid is dat er<br />

ge<strong>en</strong> automatisch mechanisme bestaat dat het aanbod op de vraag afstemt. De<br />

patiënt<strong>en</strong>/consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> hun ong<strong>en</strong>oeg<strong>en</strong> over bepaalde vorm<strong>en</strong> van zorg<br />

wel aan de zorgverl<strong>en</strong>er k<strong>en</strong>baar mak<strong>en</strong>, maar omdat de vergoeding<strong>en</strong> van deze<br />

zorgverl<strong>en</strong>ers door de overheid zijn vastgesteld hebb<strong>en</strong> zij ge<strong>en</strong> economische prikkel<br />

om het ong<strong>en</strong>oeg<strong>en</strong> weg te nem<strong>en</strong>. Het systeem is te rigide <strong>en</strong> verbiedt vaak dat<br />

vragers <strong>en</strong> aanbieders vrijwillig onderling e<strong>en</strong> transactie aangaan zelfs als er ge<strong>en</strong><br />

externe effect<strong>en</strong> te verwacht<strong>en</strong> zijn. 29 Dit is inefficiënt. 30 Bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> heeft de politieke<br />

economie aangetoond dat het politieke systeem waarin overheidsbeslissing<strong>en</strong><br />

gemaakt word<strong>en</strong> erg inefficiënt werkt.<br />

We begrijp<strong>en</strong> dat dit <strong>voor</strong> de meeste critici van de markt e<strong>en</strong> moeilijk te verter<strong>en</strong><br />

conclusie is. Immers, de markt lijkt niet altijd goed te functioner<strong>en</strong> <strong>en</strong> lijkt soms,<br />

zeker <strong>voor</strong> de criticasters, haaks op het publieke belang (wat dat dan ook moge<br />

zijn) te staan. De volg<strong>en</strong>de paragraaf gaat daarom dieper in op mogelijke vorm<strong>en</strong><br />

van marktfal<strong>en</strong> in de zorg <strong>en</strong> de manier waarop, met toezicht, de publieke belang<strong>en</strong><br />

toch via de markt te borg<strong>en</strong> zijn.<br />

7.4 Marktfal<strong>en</strong> <strong>en</strong> toezicht<br />

Wij bewer<strong>en</strong> zeker niet dat de markt altijd goed functioneert, <strong>en</strong> zeker niet in de<br />

zorg. Het is bek<strong>en</strong>d dat in de economische literatuur e<strong>en</strong> aantal standaard oorzak<strong>en</strong><br />

28 Cru gezegd: de afweging van de publieke belang<strong>en</strong> betaalbaarheid, toegankelijkheid <strong>en</strong> kwaliteit is<br />

eig<strong>en</strong>lijk niet goed te mak<strong>en</strong> zonder e<strong>en</strong> marktbegrip !<br />

29 E<strong>en</strong> vorm van extern effect kan zich over de tijd he<strong>en</strong> <strong>voor</strong>do<strong>en</strong> indi<strong>en</strong> de norm wat in de basisverzekering<br />

moet word<strong>en</strong> opg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> over de tijd verschuift in de richting van zorg die eerst door de rijker<strong>en</strong><br />

zelf gefinancierd werd, maar waarvan m<strong>en</strong> later vindt dat die zorg <strong>voor</strong> iedere<strong>en</strong> toegankelijk<br />

moet zijn. Zoals met elke verschuiving van prefer<strong>en</strong>ties is het moeilijk e<strong>en</strong> uitspraak te do<strong>en</strong> of dit e<strong>en</strong><br />

w<strong>en</strong>selijk effect is of niet.<br />

30 Indi<strong>en</strong> e<strong>en</strong> puber (of zijn ouders) zelf <strong>voor</strong> de kost<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> facelift opdraait, zi<strong>en</strong> wij ge<strong>en</strong> red<strong>en</strong><br />

om de uitgav<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> dergelijke ingreep als sociaal onw<strong>en</strong>selijk te bestempel<strong>en</strong>. Ook t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van<br />

huisvesting is het zo dat sommige m<strong>en</strong>s<strong>en</strong> zich meer kunn<strong>en</strong> veroorlov<strong>en</strong> dan ander<strong>en</strong>, <strong>en</strong> dat dat niet<br />

slecht hoeft te zijn zolang er voldo<strong>en</strong>de sociale woningbouw is die er <strong>voor</strong> zorgt dat iedere<strong>en</strong> in acceptabele<br />

omstandighed<strong>en</strong> kan won<strong>en</strong>.


188 Hoofdstuk 7 Over het borg<strong>en</strong> van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

zorg: De rol van markt<strong>en</strong> <strong>en</strong> toezicht<br />

g<strong>en</strong>oemd wordt waardoor de markt in e<strong>en</strong> aantal gevall<strong>en</strong> niet goed functioneert.<br />

Het gaat dan om (i) het niet bestaan van sommige markt<strong>en</strong>, (ii) marktmacht van<br />

aanbieders (<strong>en</strong> soms van vragers), (iii) informatieasymmetrie <strong>en</strong> (iv) publieke goeder<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> externe effect<strong>en</strong>.<br />

7.4.1 Marktfal<strong>en</strong><br />

Niet al deze elem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> zijn in de gezondheidszorg van belang, zeker niet gezi<strong>en</strong> de<br />

keuzes die gemaakt zijn t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van de gereguleerde, <strong>en</strong> daarmee niet ongebreidelde<br />

vorm van marktwerking die in Nederland is ingevoerd. In principe zoud<strong>en</strong><br />

in e<strong>en</strong> ongereguleerde markt <strong>voor</strong> gezondheidszorg allerlei belangrijke submarkt<strong>en</strong><br />

waarschijnlijk niet bestaan: e<strong>en</strong> HIV-pati<strong>en</strong>t kan zich dan waarschijnlijk<br />

niet verzeker<strong>en</strong>, of e<strong>en</strong> l<strong>en</strong>ing krijg<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> bank om bepaalde behandeling<strong>en</strong> te<br />

financier<strong>en</strong> <strong>en</strong> e<strong>en</strong> patiënt die er <strong>voor</strong> gekoz<strong>en</strong> heeft zich niet te verzeker<strong>en</strong> kan<br />

dan, op het mom<strong>en</strong>t dat hij ziek is ge<strong>en</strong> aanspraak mak<strong>en</strong> op bepaalde vorm<strong>en</strong> van<br />

niet-acute zorg, als hij die zorg niet zelf kan betal<strong>en</strong>. Dit is e<strong>en</strong> belangrijke red<strong>en</strong><br />

waarom in de zorg in Nederland er <strong>voor</strong> gekoz<strong>en</strong> is dat iedere<strong>en</strong> zich verplicht<br />

moet verzeker<strong>en</strong> <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> basispakket aan zorg <strong>en</strong> teg<strong>en</strong> dezelfde <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong>.<br />

De basisverzekering legt de verzekeringsmaatschappij<strong>en</strong> de plicht op om de in het<br />

basispakket opg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> zorg <strong>voor</strong> de patiënt mogelijk te mak<strong>en</strong>. De basisverzekering<br />

is daarmee e<strong>en</strong> vangnet <strong>voor</strong> het anders niet bestaan van bepaalde submarkt<strong>en</strong>.<br />

In term<strong>en</strong> van de WRR kan gesteld word<strong>en</strong> dat er in het nieuwe stelsel gekoz<strong>en</strong><br />

is om de hoe-vraag met betrekking tot het borg<strong>en</strong> van publieke belang<strong>en</strong> te<br />

beantwoord<strong>en</strong> met: deels via de markt gecombineerd met toezicht omdat de overheid<br />

wil dat de uitkomst<strong>en</strong> van marktwerking er niet toe leid<strong>en</strong> dat sommig<strong>en</strong> van<br />

kwalitatief goede zorg uitgeslot<strong>en</strong> word<strong>en</strong>. 31<br />

De basisverzekering is ook e<strong>en</strong> oplossing <strong>voor</strong> één van de manier<strong>en</strong> waarop problem<strong>en</strong><br />

met betrekking tot asymmetrische informatie zich in de zorg <strong>voor</strong>do<strong>en</strong>.<br />

Als patiënt<strong>en</strong>/consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> individueel kunn<strong>en</strong> kiez<strong>en</strong> <strong>voor</strong> welke vorm<strong>en</strong> van<br />

zorg ze zich will<strong>en</strong> lat<strong>en</strong> verzeker<strong>en</strong>, dan zull<strong>en</strong> patiënt<strong>en</strong>/consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> met e<strong>en</strong><br />

lage kans op gebruik van bepaalde vorm<strong>en</strong> van zorg, er <strong>voor</strong> kiez<strong>en</strong> die zorg niet<br />

te verzeker<strong>en</strong>. Met andere woord<strong>en</strong>, zonder e<strong>en</strong> verplichte basisverzekering met<br />

e<strong>en</strong> gelijke premie <strong>voor</strong> iedere<strong>en</strong> gaat de solidariteit tuss<strong>en</strong> patiënt<strong>en</strong>/consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

onderling verlor<strong>en</strong>. De basisverzekering zorgt er <strong>voor</strong> dat <strong>voor</strong> cruciaal geachte<br />

zorg iedere<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> dezelfde <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong> verzekerd is <strong>en</strong> dat daardoor deze verzekering<br />

relatief goedkoop aangebod<strong>en</strong> kan word<strong>en</strong>. 32<br />

Naast dit informatieprobleem is er e<strong>en</strong> tweede probleem rond asymmetrische<br />

informatie in de zorg, namelijk dat zorgaanbieders in de meeste gevall<strong>en</strong> e<strong>en</strong> infor-<br />

31 Data van de OESO gev<strong>en</strong> aan dat in ons land <strong>voor</strong> de stelselherzi<strong>en</strong>ing van 2006 gemiddeld bijna<br />

68% van de zorg via de collectieve verzekering liep <strong>en</strong> de rest via private verzekering<strong>en</strong>. Voor de VS is<br />

die verhouding 55% collectief <strong>en</strong> 45% privaat. Voor de Scandinavische land<strong>en</strong> wordt gemiddeld bijna<br />

85% collectief gefinancierd. Het gemiddelde ligt in de OESO op zo’n 73%. Er is dus alle red<strong>en</strong> om aan<br />

te nem<strong>en</strong> dat ons land ongeveer op dat gemiddelde ligt. Zie OESO (2009).<br />

32 Aan de andere kant leidt dit er ook weer toe dat er ge<strong>en</strong> relatie tuss<strong>en</strong> gebruik <strong>en</strong> betal<strong>en</strong> bestaat.


Janss<strong>en</strong>, Schep & Van Sinder<strong>en</strong> 189<br />

matie<strong>voor</strong>sprong hebb<strong>en</strong> op zorgvragers, omdat de eerst<strong>en</strong> veel beter kunn<strong>en</strong> inzi<strong>en</strong><br />

wat <strong>voor</strong> vorm van zorg <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> bepaalde patiënt/consum<strong>en</strong>t het beste is. Deze<br />

informatie<strong>voor</strong>sprong geeft aanbieders e<strong>en</strong> bepaalde vorm van marktmacht die in<br />

veel andere markt<strong>en</strong> niet bestaat. 33 Het is uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever<br />

geweest deze vorm van marktmacht in te perk<strong>en</strong> door teg<strong>en</strong>over de aanbieder<br />

e<strong>en</strong> machtige inkoper van zorg te zett<strong>en</strong>, in de vorm van de zorgverzekeraar, die de<br />

belang<strong>en</strong> van de patiënt/consum<strong>en</strong>t moet behartig<strong>en</strong> door e<strong>en</strong> optimale prijs/kwaliteitscombinatie<br />

van zorg te kiez<strong>en</strong>.<br />

Marktmacht kan er al zijn of kan ontstaan doordat zorgaanbieders of zorgverzekeraars<br />

fuser<strong>en</strong>. Indi<strong>en</strong> er sprake is van marktmacht kunn<strong>en</strong> marktspelers daar ev<strong>en</strong>tueel<br />

misbruik van mak<strong>en</strong>. De NZa kan bij bestaande aanmerkelijke marktmacht in de<br />

zorgsector prev<strong>en</strong>tief optred<strong>en</strong> door zorgaanbieders te verplicht<strong>en</strong> zich op e<strong>en</strong><br />

bepaalde manier te gedrag<strong>en</strong>. Wordt de machtspositie desondanks misbruikt, dan kan<br />

de NMa repressief optred<strong>en</strong>. Dit geldt zowel <strong>voor</strong> marktmacht aan de kant van zorgaanbieders<br />

op de zorginkoopmarkt als <strong>voor</strong> marktmacht van zorgverzekeraars op de<br />

zorginkoopmarkt of de zorgverzekeringsmarkt. De NMa heeft de afgelop<strong>en</strong> jar<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong>kele conc<strong>en</strong>traties van zorgverzekeraars getoetst <strong>en</strong> geconstateerd dat die niet tot<br />

mededingingsproblem<strong>en</strong> zoud<strong>en</strong> leid<strong>en</strong> (<strong>en</strong> dus dat die fusies goedgekeurd kond<strong>en</strong><br />

word<strong>en</strong> omdat er ge<strong>en</strong> machtsposities ontstond<strong>en</strong>). Naast de w<strong>en</strong>s om te fuser<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong><br />

marktspelers sam<strong>en</strong>spann<strong>en</strong> <strong>en</strong> zich gezam<strong>en</strong>lijk als sterke speler opstell<strong>en</strong>. T<strong>en</strong><br />

aanzi<strong>en</strong> van marktmacht <strong>en</strong> de gevolg<strong>en</strong> daarvan onderscheidt de zorg zich niet we-<br />

z<strong>en</strong>lijk van andere sector<strong>en</strong>. E<strong>en</strong> aantal aspect<strong>en</strong> zijn wellicht moeilijker vast te stell<strong>en</strong>,<br />

zoals de afbak<strong>en</strong>ing van de relevante markt <strong>en</strong> de kwaliteitsdim<strong>en</strong>sie van zorg.<br />

Wanneer we toezicht in de zorgsector besprek<strong>en</strong>, kom<strong>en</strong> we hier nader op terug.<br />

T<strong>en</strong>slotte kunn<strong>en</strong> er zich vorm<strong>en</strong> van marktfal<strong>en</strong> <strong>voor</strong>do<strong>en</strong> indi<strong>en</strong> er sprake is van e<strong>en</strong><br />

goed dat niet-uitsluitbaar <strong>en</strong> niet-rivaliser<strong>en</strong>d is (zog<strong>en</strong>aamde publieke goeder<strong>en</strong>) <strong>en</strong><br />

van positieve of negatieve externaliteit<strong>en</strong>. Gegev<strong>en</strong> de definitie van e<strong>en</strong> publiek goed,<br />

gaat het bij de gezondheidszorg in principe niet om e<strong>en</strong> publiek goed. Gezondheidszorg<br />

is (anders dan de verdediging van e<strong>en</strong> land) juist zeer individueel gericht: het<br />

gaat om de behandeling van e<strong>en</strong> individuele patiënt <strong>en</strong> als e<strong>en</strong> operatiekamer <strong>voor</strong><br />

e<strong>en</strong> individu gebruikt wordt, kan diezelfde kamer niet door e<strong>en</strong> andere patiënt gebruikt<br />

word<strong>en</strong>. Aan de andere kant, bestaan er wel (positieve) externaliteit<strong>en</strong> met betrekking<br />

tot de gezondheidszorg. In geval van besmettelijke ziektes is het duidelijk dat e<strong>en</strong><br />

goede gezondheidszorg in het belang is van e<strong>en</strong> ieder om e<strong>en</strong> verdere verspreiding<br />

van de ziekte te verhinder<strong>en</strong>. Indi<strong>en</strong> positieve externaliteit<strong>en</strong> belangrijk zijn, is de<br />

marktallocatie in principe inefficiënt omdat er te weinig geproduceerd wordt. Vanwege<br />

het feit dat de consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> niet <strong>voor</strong> hun eig<strong>en</strong> zorg hoev<strong>en</strong> te betal<strong>en</strong> omdat<br />

zij verzekerd zijn, is de externaliteit daarmee al gecomp<strong>en</strong>seerd in de zorg. 34<br />

33 Marktmacht kan ook ontstaan doordat zorgaanbieders fuser<strong>en</strong> <strong>en</strong> grote e<strong>en</strong>hed<strong>en</strong> vorm<strong>en</strong> met marktmacht.<br />

De NMa moet er op toe zi<strong>en</strong> dat fusies niet leid<strong>en</strong> tot te veel conc<strong>en</strong>tratie van marktmacht. Wij<br />

gaan daar in dit artikel niet verder op in, maar verwijz<strong>en</strong> naar e<strong>en</strong> rec<strong>en</strong>te, andere bijdrage van onze hand<br />

(Janss<strong>en</strong>, Schep <strong>en</strong> Van Sinder<strong>en</strong> (2009)).<br />

34 Daarnaast speelt nog de mogelijkheid van van supply inducem<strong>en</strong>t, arts<strong>en</strong> die er belang bij hebb<strong>en</strong><br />

meer zorg te lever<strong>en</strong> dan strict noodzakelijk is. Ook dit kan er <strong>voor</strong> zorg<strong>en</strong> dat het probleem van positieve<br />

externaliteit<strong>en</strong> <strong>en</strong> e<strong>en</strong> te gering niveau van productie mogelijkerwijs van ondergeschikt belang is.


190 Hoofdstuk 7 Over het borg<strong>en</strong> van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

zorg: De rol van markt<strong>en</strong> <strong>en</strong> toezicht<br />

Er is in Nederland dus ge<strong>en</strong> sprake van ongebreidelde vorm<strong>en</strong> van marktwerking<br />

in de zorg. Daar waar de markt tot publiek ongew<strong>en</strong>ste effect<strong>en</strong> zou leid<strong>en</strong>, vanwege<br />

marktfal<strong>en</strong>, <strong>en</strong> vanwege de solidariteitsgedachte is er door de overheid <strong>voor</strong><br />

gekoz<strong>en</strong> om te interv<strong>en</strong>iër<strong>en</strong>. Toezicht op het functioner<strong>en</strong> van markt<strong>en</strong> speelt<br />

hierbij e<strong>en</strong> belangrijke rol.<br />

7.4.2 Toezicht<br />

Uiteindelijk bepaalt de politiek, mede op basis van de dynamiek van opinies in de<br />

sam<strong>en</strong>leving tot op welke hoogte marktwerking in de zorg gebruikt wordt om de<br />

publieke belang<strong>en</strong> te di<strong>en</strong><strong>en</strong>. Gegev<strong>en</strong> de vorm van gereguleerde marktwerking<br />

waar in de stelselwijziging <strong>voor</strong> gekoz<strong>en</strong> is, is het ess<strong>en</strong>tieel toezicht goed vorm te<br />

gev<strong>en</strong>. Op dit punt is er echter onvoldo<strong>en</strong>de duidelijkheid. De NZa is in het lev<strong>en</strong><br />

geroep<strong>en</strong> om specifiek toezicht te houd<strong>en</strong> op de invoering van marktwerking in de<br />

zorg <strong>en</strong> “is er op gericht om de publieke belang<strong>en</strong> te borg<strong>en</strong>. Zij richt zich daarbij<br />

op het algem<strong>en</strong>e consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>belang” (NZa, 2008, blz. 9). 35 Echter, de NMa heeft<br />

als taak de mededingingswet te handhav<strong>en</strong>, ook in de zorg <strong>en</strong> richt zich ook op het<br />

consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong>belang. De tak<strong>en</strong> van de NMa <strong>en</strong> de NZa lijk<strong>en</strong> daarmee gedeeltelijk<br />

te overlapp<strong>en</strong>. De rol van de IGZ is duidelijker: zij houdt prev<strong>en</strong>tief toezicht op de<br />

(minimum) kwaliteit van de zorg.<br />

Omdat de zorg zich niet wez<strong>en</strong>lijk onderscheidt van andere sector<strong>en</strong>, pleit<strong>en</strong> wij er<br />

<strong>voor</strong> dat de NMa toe blijft zi<strong>en</strong> op de naleving van de mededingingswet <strong>en</strong> de NZa<br />

vanuit haar bevoegdheid maatregel<strong>en</strong> neemt wanneer er zak<strong>en</strong> aan de orde zijn die<br />

met aanmerkelijke marktmacht in de zorg te mak<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong>. De NZa moet er in die<br />

gevall<strong>en</strong> dat er sprake is van mededingingsproblem<strong>en</strong> met betrekking tot aanmerkelijke<br />

marktmacht <strong>voor</strong> zorg<strong>en</strong> dat de concurr<strong>en</strong>tie niet ernstig verstoord wordt.<br />

Zij moet <strong>voor</strong>al gebied<strong>en</strong> in de zorg id<strong>en</strong>tificer<strong>en</strong> waar marktwerking w<strong>en</strong>selijk is,<br />

maar nog in de kinderscho<strong>en</strong><strong>en</strong> staat <strong>en</strong> maatregel<strong>en</strong> bevorder<strong>en</strong> <strong>en</strong> nem<strong>en</strong> die de<br />

marktwerking e<strong>en</strong> extra impuls kunn<strong>en</strong> gev<strong>en</strong>. Marcel Canoy noemt in zijn oratie<br />

e<strong>en</strong> aantal belangrijke gebied<strong>en</strong> waar e<strong>en</strong> rol <strong>voor</strong> de NZa is weggelegd. 36 Zo<br />

vraagt hij aandacht <strong>voor</strong> de macht van de specialist<strong>en</strong> in de maatschapstructuur <strong>en</strong><br />

het stimuler<strong>en</strong> van ZBC’s. Daarnaast is er veel <strong>voor</strong> te zegg<strong>en</strong> om in de zorgsector<br />

het profijtbeginsel meer e<strong>en</strong> rol te lat<strong>en</strong> spel<strong>en</strong>.<br />

Het comparatieve <strong>voor</strong>deel van de NMa ligt in het handhav<strong>en</strong> van de mededingingswet.<br />

Toepassing van die wet in de zorgsector vraagt om e<strong>en</strong> gedeg<strong>en</strong> k<strong>en</strong>nis<br />

van die sector, maar dat geldt ook <strong>voor</strong> andere sector<strong>en</strong>. Het lijkt voldo<strong>en</strong>de om<br />

e<strong>en</strong> cluster Zorg bij de NMa daar verantwoordelijk <strong>voor</strong> te lat<strong>en</strong> zijn <strong>en</strong> niet e<strong>en</strong><br />

andere toezichthouder.<br />

Bij de beoordeling van fusies betek<strong>en</strong>t dit dat de IGZ let op de kwaliteit van de<br />

35 Consultatiedocum<strong>en</strong>t NZA, Ag<strong>en</strong>da 2008, blz. 9.<br />

36 Zie Canoy (2009).


Janss<strong>en</strong>, Schep & Van Sinder<strong>en</strong> 191<br />

zorg <strong>en</strong> e<strong>en</strong> advies geeft di<strong>en</strong>aangaande <strong>en</strong> dat de NZa e<strong>en</strong> zi<strong>en</strong>swijze geeft op de<br />

effect<strong>en</strong> van de fusie die de NMa me<strong>en</strong>eemt bij haar besluit. De NMa toetst daarna<br />

integraal de mededingingsaspect<strong>en</strong>, waarbij gelet wordt op de gevolg<strong>en</strong> <strong>voor</strong> kwaliteit<br />

<strong>en</strong> korte <strong>en</strong> lange termijn ontwikkeling<strong>en</strong> in de zorgmarkt bij het uiteindelijke<br />

besluit betrokk<strong>en</strong> word<strong>en</strong>.<br />

7.5 Enkele kernonderwerp<strong>en</strong> in het publieke debat<br />

In deze sectie zull<strong>en</strong> we onze algem<strong>en</strong>e discussie over publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

zorgsector toepass<strong>en</strong> op e<strong>en</strong> drietal kernonderwerp<strong>en</strong> die telk<strong>en</strong>s weer in de<br />

publieke discussie terugkom<strong>en</strong>: faillissem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> van zorginstelling<strong>en</strong>, differ<strong>en</strong>tiatie<br />

van zorg <strong>en</strong> het solidariteitsbeginsel <strong>en</strong>, t<strong>en</strong>slotte, (verticale) fusies.<br />

7.5.1 Faillissem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> van zorginstelling<strong>en</strong><br />

Zoals we in paragraaf 2 reeds gezi<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> zijn <strong>en</strong>kele grote zorginstelling<strong>en</strong><br />

rec<strong>en</strong>telijk failliet gegaan, of staan op de rand van het faillissem<strong>en</strong>t. Zij hebb<strong>en</strong><br />

minister Klink om financiële steun gevraagd. In het publieke debat word<strong>en</strong> faillissem<strong>en</strong>t<strong>en</strong><br />

over het algeme<strong>en</strong> als onw<strong>en</strong>selijk afgeschilderd, omdat de continuïteit<br />

van de zorg in het geding zou zijn <strong>en</strong> daardoor de zorg minder toegankelijk.<br />

De vraag is natuurlijk in hoeverre faillissem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> het publieke belang echt schad<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> of (<strong>en</strong> zo ja hoe) de faillissem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> gerelateerd zijn aan marktwerking. Om<br />

met dat laatste te beginn<strong>en</strong>: het is waarschijnlijk zo dat marktwerking zorginstelling<strong>en</strong><br />

inderdaad aanzett<strong>en</strong> tot het nem<strong>en</strong> van meer initiatiev<strong>en</strong> om de zorg te vernieuw<strong>en</strong>.<br />

Dit is ook precies e<strong>en</strong> van de red<strong>en</strong><strong>en</strong> om aan marktwerking te beginn<strong>en</strong>:<br />

het gev<strong>en</strong> van prikkels om te innover<strong>en</strong>. Bij elke innovatie is het de vraag in hoeverre<br />

consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> de innovatie appreciër<strong>en</strong>. In de meeste marktsector<strong>en</strong> zijn er<br />

checks and balances aanwezig die er <strong>voor</strong> zorg<strong>en</strong> dat de kans<strong>en</strong> op e<strong>en</strong> mislukking<br />

relatief klein zijn. Dit kunn<strong>en</strong> mechanism<strong>en</strong> in e<strong>en</strong> bedrijf zijn waar de <strong>voor</strong>gestelde<br />

innovatieve ideeën bediscussieerd word<strong>en</strong> of externe mechanism<strong>en</strong>, zoals<br />

project<strong>voor</strong>stell<strong>en</strong> die door e<strong>en</strong> bank geverifieerd <strong>en</strong> onafhankelijk beoordeeld<br />

word<strong>en</strong> <strong>voor</strong>dat externe financiering vrijkomt. Ook daar kom<strong>en</strong> regelmatig mislukking<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong>. Het kan zijn dat die checks and balances in de gezondheidszorg<br />

nog onvoldo<strong>en</strong>de aanwezig zijn, mede vanwege de transitiefase waarin deze sector<br />

zich bevindt. Er is echter ge<strong>en</strong> red<strong>en</strong> aan te nem<strong>en</strong> waarom die checks and<br />

balances in de gezondheidszorg t<strong>en</strong> principale niet aanwezig zoud<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> zijn.<br />

Daarnaast is het natuurlijk zo dat zelfs als die checks and balances aanwezig zijn,<br />

er zo af <strong>en</strong> toe nog steeds innovatieve ideeën in productie gebracht word<strong>en</strong> die<br />

uiteindelijk niet succesvol blijk<strong>en</strong>.<br />

E<strong>en</strong> van de mechanism<strong>en</strong> die <strong>voor</strong> checks and balances zorgt, speelt zich niet op<br />

individueel niveau af, maar op marktniveau. Het marktmechanisme, waarvan faillissem<strong>en</strong>t<br />

e<strong>en</strong> integraal onderdeel is, zorgt er <strong>voor</strong> dat bedrijv<strong>en</strong> die het niet goed do<strong>en</strong><br />

verdwijn<strong>en</strong> <strong>en</strong> dat de bedrijv<strong>en</strong> die het wel goed do<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> groei<strong>en</strong>. “Niet goed


192 Hoofdstuk 7 Over het borg<strong>en</strong> van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

zorg: De rol van markt<strong>en</strong> <strong>en</strong> toezicht<br />

do<strong>en</strong>” betek<strong>en</strong>t hier: niet de door de consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> gew<strong>en</strong>ste prijs/kwaliteitverhouding<br />

lever<strong>en</strong>. Op marktniveau is er, zeker op de meer lange termijn, daarmee e<strong>en</strong><br />

publiek belang dat slecht functioner<strong>en</strong>de bedrijv<strong>en</strong> failliet gaan. Dit geldt ook in de<br />

zorgsector. Betaalbaarheid <strong>en</strong> kwaliteit van de zorg, twee van de drie publieke belang<strong>en</strong>,<br />

zijn er bij gebaat dat slecht functioner<strong>en</strong>de bedrijv<strong>en</strong> van het toneel verdwijn<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> niet kunstmatig met belastinggeld in het lev<strong>en</strong> word<strong>en</strong> gehoud<strong>en</strong>.<br />

Geldt dit ook <strong>voor</strong> toegankelijkheid, het derde publieke belang? Als e<strong>en</strong> zorginstelling<br />

failliet gaat lijkt het er op dat patiënt<strong>en</strong>/consum<strong>en</strong>t<strong>en</strong> zeker op korte termijn<br />

ge<strong>en</strong>, of verminderde toegang hebb<strong>en</strong> tot zorg. Dit kan op de zeer korte termijn<br />

in e<strong>en</strong> aantal gevall<strong>en</strong> inderdaad zo zijn. Echter, zoals bij<strong>voor</strong>beeld in het<br />

geval van Meavita bleek, zull<strong>en</strong> er situaties zijn dat andere zorginstelling<strong>en</strong> klaar<br />

staan om de <strong>voor</strong> h<strong>en</strong> nieuwe patiënt<strong>en</strong> snel op te vang<strong>en</strong> of om (del<strong>en</strong> van) de<br />

organisatie over te nem<strong>en</strong>.<br />

De overheid, die de publieke belang<strong>en</strong> juist zou moet<strong>en</strong> behartig<strong>en</strong>, speelt bij<br />

rec<strong>en</strong>te faillissem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> e<strong>en</strong> dubieuze rol. Zo merkt Wim Groot (2009) op:<br />

“Bij e<strong>en</strong> dreig<strong>en</strong>d faillissem<strong>en</strong>t is versterking van het eig<strong>en</strong> vermog<strong>en</strong> e<strong>en</strong><br />

eerste vereiste. Zorginstelling<strong>en</strong> mog<strong>en</strong> echter ge<strong>en</strong> winst uitker<strong>en</strong>, waardoor<br />

het vrijwel onmogelijk is om risicodrag<strong>en</strong>d kapitaal aan te trekk<strong>en</strong>.<br />

Meestal will<strong>en</strong> bank<strong>en</strong> ge<strong>en</strong> extra l<strong>en</strong>ing<strong>en</strong> meer verstrekk<strong>en</strong>, zodat overheidssteun<br />

de <strong>en</strong>ige uitweg is. Politici klag<strong>en</strong> dat zorginstelling<strong>en</strong> om<br />

steun bij de overheid aanklopp<strong>en</strong>, maar als diezelfde overheid de gang<br />

naar de kapitaalmarkt blokkeert, hebb<strong>en</strong> zorginstelling<strong>en</strong> weinig andere<br />

keus. Als e<strong>en</strong> zorginstelling zelf e<strong>en</strong> oplossing vindt om uit de problem<strong>en</strong><br />

te kom<strong>en</strong>, prober<strong>en</strong> politici daar vaak alsnog e<strong>en</strong> stokje <strong>voor</strong> te stek<strong>en</strong>.<br />

Zorgverzekeraar DSW wilde het noodlijd<strong>en</strong>de Vlietland ziek<strong>en</strong>huis in<br />

Schiedam de help<strong>en</strong>de hand reik<strong>en</strong>. De Tweede Kamer aanvaardde echter<br />

e<strong>en</strong> motie van Schippers (VVD) die elke fusie tuss<strong>en</strong> zorgverzekeraar <strong>en</strong><br />

zorginstelling verbiedt.” 37<br />

Differ<strong>en</strong>tiatie van zorg, cherry picking <strong>en</strong> solidariteit<br />

Zoals in hoofdstuk 2 reeds kort aangestipt komt ook het solidariteitsbeginsel regelmatig<br />

terug in de discussies over marktwerking in de zorg. Eind vorig jaar werd<br />

bij<strong>voor</strong>beeld bek<strong>en</strong>d dat het K<strong>en</strong>nemer Gasthuis in Haarlem e<strong>en</strong> afspraak had<br />

gemaakt met e<strong>en</strong> bemiddelingsbureau dat zieke werknemers aanlevert. Deze werknemers<br />

zoud<strong>en</strong> buit<strong>en</strong> de normale op<strong>en</strong>ingsur<strong>en</strong> versneld behandeld word<strong>en</strong>, zodat<br />

ze snel weer aan de slag kunn<strong>en</strong>. Het ziek<strong>en</strong>huis zou 900 euro krijg<strong>en</strong> <strong>voor</strong> elke<br />

patiënt die op deze manier werd aangeleverd.<br />

E<strong>en</strong> meerderheid in de Tweede Kamer was hier fel op teg<strong>en</strong> omdat de solidariteit<br />

in het geding zou zijn. Gesprok<strong>en</strong> werd over ‘<strong>voor</strong>rangszorg’ <strong>en</strong> ‘<strong>voor</strong>kruipzorg’.<br />

37 NRC, Overheid mede schuldig aan financiële problem<strong>en</strong> zorg, 26-03-2009.


Janss<strong>en</strong>, Schep & Van Sinder<strong>en</strong> 193<br />

De snelheid van de behandeling zou niet mog<strong>en</strong> afhang<strong>en</strong> van de portemonnee van<br />

de patiënt. Harry Luik, bestuurs<strong>voor</strong>zitter van het K<strong>en</strong>nemer Gasthuis, b<strong>en</strong>adrukte<br />

echter dat de proef niet t<strong>en</strong> koste zou gaan van de reguliere zorg aan patiënt<strong>en</strong>:<br />

“Het komt er bov<strong>en</strong>op.’’ 38 De NZa constateerde begin dit jaar dat e<strong>en</strong> zorgaanbieder<br />

patiënt<strong>en</strong> niet teg<strong>en</strong> betaling sneller mag behandel<strong>en</strong>, omdat dit strijdig zou<br />

zijn met de Wet marktord<strong>en</strong>ing gezondheidszorg. Of betaalde zorgbemiddeling in<br />

de toekomst wel w<strong>en</strong>selijk is, is volg<strong>en</strong>s de NZa aan de minister van VWS om te<br />

bepal<strong>en</strong>. 39<br />

Net als bij faillissem<strong>en</strong>t<strong>en</strong>, is wat ons betreft ook hier de vraag in hoeverre e<strong>en</strong><br />

dergelijke differ<strong>en</strong>tiatie tuss<strong>en</strong> patiënt<strong>en</strong> één of meer van de publieke belang<strong>en</strong> kan<br />

schad<strong>en</strong>. Alle<strong>en</strong> als dat het geval is, is dit e<strong>en</strong> onw<strong>en</strong>selijke ontwikkeling. En net<br />

als bij faillissem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> is onze conclusie dat daar ge<strong>en</strong> sprake van is, mits de behandeling<strong>en</strong><br />

die plaats vind<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> extra betaling niet t<strong>en</strong> koste gaan van de reguliere<br />

zorg. Integ<strong>en</strong>deel zelfs! Hoewel dit op het eerste gezicht wellicht anders lijkt, kan<br />

e<strong>en</strong> dergelijke differ<strong>en</strong>tiatie heel goed leid<strong>en</strong> tot beter toegankelijke zorg, terwijl<br />

de overige publieke belang<strong>en</strong> betaalbaarheid <strong>en</strong> kwaliteit hier wellicht ook bij<br />

gebaat zijn <strong>en</strong> er in ieder geval niet onder hoev<strong>en</strong> te lijd<strong>en</strong>. Natuurlijk betreft het<br />

hier e<strong>en</strong> second­best oplossing. Beter zou het zijn om de bedrijfstijd<strong>en</strong> van ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong><br />

te verruim<strong>en</strong> om zodo<strong>en</strong>de de bedrijfstijd van dure apparatuur te verl<strong>en</strong>g<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> daarmee de kost<strong>en</strong> van deze apparatuur per behandelde patiënt te verlag<strong>en</strong>. Dit<br />

is praktisch waarschijnlijk moeilijk uitvoerbaar, omdat de extra arbeidskost<strong>en</strong><br />

gemoeid met het werk<strong>en</strong> tijd<strong>en</strong>s incourante ur<strong>en</strong> moeilijk te dekk<strong>en</strong> zull<strong>en</strong> zijn via<br />

de reguliere verzekering<strong>en</strong>.<br />

Cruciaal is dus dat de hier beschrev<strong>en</strong> handelswijze zal moet<strong>en</strong> leid<strong>en</strong> tot meer<br />

capaciteit <strong>en</strong> daarmee tot meer behandeling<strong>en</strong> dan <strong>voor</strong>he<strong>en</strong>. Dat kan door bij<strong>voor</strong>beeld<br />

’s avonds of in het week<strong>en</strong>d meer behandeling<strong>en</strong> uit te voer<strong>en</strong> dan op dit<br />

mom<strong>en</strong>t het geval is <strong>en</strong> door extra personeel aan te nem<strong>en</strong>. Dat leidt tot e<strong>en</strong> efficiëntere<br />

b<strong>en</strong>utting van operatiekamers <strong>en</strong> apparatuur. Op dit mom<strong>en</strong>t is e<strong>en</strong> dergelijke<br />

b<strong>en</strong>utting niet mogelijk vanwege e<strong>en</strong> gebrek aan m<strong>en</strong>s<strong>en</strong> <strong>en</strong> middel<strong>en</strong>. Door extra<br />

betaling<strong>en</strong> te verbind<strong>en</strong> aan de extra behandeling<strong>en</strong> kan dit echter verander<strong>en</strong>.<br />

Omdat op deze wijze meer m<strong>en</strong>s<strong>en</strong> in e<strong>en</strong> bepaalde tijdsspanne kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong><br />

geholp<strong>en</strong>, leidt dit tot kortere wachtlijst<strong>en</strong>. Uiteraard geldt dit met name <strong>voor</strong> de<br />

patiënt<strong>en</strong> die versneld geholp<strong>en</strong> word<strong>en</strong>, maar ook de overige patiënt<strong>en</strong> profiter<strong>en</strong><br />

hiervan omdat er in totaliteit minder m<strong>en</strong>s<strong>en</strong> op de wachtlijst kom<strong>en</strong>. Het niet<br />

toestaan van deze differ<strong>en</strong>tiatie leidt derhalve tot het in stand houd<strong>en</strong> van langere<br />

wachtlijst<strong>en</strong> <strong>en</strong> wachttijd<strong>en</strong> <strong>voor</strong> iedere<strong>en</strong>. Dat zijn de kost<strong>en</strong> van het vasthoud<strong>en</strong><br />

aan deze vorm van solidariteit.<br />

De red<strong>en</strong> dat er zoveel aversie is teg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> dergelijke handelswijze is geleg<strong>en</strong> in<br />

het solidariteitsbeginsel: met betrekking tot gezondheidszorg zou ge<strong>en</strong> onder-<br />

38 Zie bij<strong>voor</strong>beeld De Pers, Voorrang <strong>voor</strong> betal<strong>en</strong>de patiënt, 13-11-2008.<br />

39 NZa (2009), Zorgbemiddeling teg<strong>en</strong> betaling mag niet, 30-09-2009.


194 Hoofdstuk 7 Over het borg<strong>en</strong> van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

zorg: De rol van markt<strong>en</strong> <strong>en</strong> toezicht<br />

scheid gemaakt mog<strong>en</strong> word<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> ‘arme’ <strong>en</strong> ‘rijke’ m<strong>en</strong>s<strong>en</strong>. Daarbij komt dat<br />

de prefer<strong>en</strong>ties van individu<strong>en</strong> wellicht relatief zijn in plaats van absoluut; wanneer<br />

e<strong>en</strong> ‘rijke’ er meer op <strong>voor</strong>uit gaat dan e<strong>en</strong> ‘arme’, zou dit <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> ‘arme’ als<br />

e<strong>en</strong> verslechtering aan kunn<strong>en</strong> voel<strong>en</strong>, hoewel ook deze persoon erop <strong>voor</strong>uit gaat.<br />

Wanneer relatieve prefer<strong>en</strong>ties als uitgangspunt gehanteerd word<strong>en</strong>, zull<strong>en</strong> diverse<br />

mogelijkhed<strong>en</strong> die kunn<strong>en</strong> leid<strong>en</strong> tot beter toegankelijke zorg <strong>voor</strong> iedere<strong>en</strong> echter<br />

niet b<strong>en</strong>ut word<strong>en</strong>. Groot <strong>voor</strong>deel van deze differ<strong>en</strong>tiatie is dat het hierdoor mogelijk<br />

is om extra geldstrom<strong>en</strong> binn<strong>en</strong> te hal<strong>en</strong>, waarmee de zorg verbeterd kan word<strong>en</strong>,<br />

zonder dat daar<strong>voor</strong> de kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de belastingbetaler of de zorgverzekering<br />

hoev<strong>en</strong> te stijg<strong>en</strong>. Het zijn immers nu de ‘rijk<strong>en</strong>’ die extra invester<strong>en</strong> in de zorg<br />

(waar<strong>voor</strong> zij e<strong>en</strong> snellere behandeling krijg<strong>en</strong>), waardoor in ieder geval de wachtlijst<strong>en</strong><br />

kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> verkort. Ook werkgevers kunn<strong>en</strong> hier fors <strong>voor</strong>deel uit<br />

hal<strong>en</strong>. Omdat hun werknemer eerder aan het werk kan, word<strong>en</strong> hiermee de verzuimkost<strong>en</strong><br />

verminderd. Het loslat<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> bepaalde mate van solidariteit in de<br />

zorg leidt daarmee tot e<strong>en</strong> verbetering <strong>voor</strong> iedere<strong>en</strong>. Het is hierbij van groot<br />

belang om deze <strong>voor</strong>del<strong>en</strong> <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> ieder duidelijk uit te drag<strong>en</strong> om zodo<strong>en</strong>de het<br />

draagvlak te vergrot<strong>en</strong>.<br />

Uiteraard le<strong>en</strong>t niet elk type behandeling zich <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> dergelijke <strong>voor</strong>keursmaatregel.<br />

Voor bij<strong>voor</strong>beeld spoedeis<strong>en</strong>de hulp mag alle<strong>en</strong> de ernst van de aando<strong>en</strong>ing<br />

bepal<strong>en</strong>d zijn <strong>voor</strong> de volgorde van behandeling. Wij zi<strong>en</strong> dan ook met name<br />

mogelijkhed<strong>en</strong> <strong>voor</strong> vele vorm<strong>en</strong> van planbare zorg, waar bij<strong>voor</strong>beeld werkgevers<br />

de kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> hun rek<strong>en</strong>ing kunn<strong>en</strong> nem<strong>en</strong>.<br />

7.5.2 Verticale fusies<br />

De NMa moet toestemming verl<strong>en</strong><strong>en</strong> <strong>voor</strong> het doorgaan van horizontale <strong>en</strong> verticale<br />

fusies tuss<strong>en</strong> grotere onderneming<strong>en</strong>. In principe zijn verticale fusies vaak<br />

minder problematisch vanuit mededingingsperspectief dan horizontale fusies. Dat<br />

heeft deels te mak<strong>en</strong> met het feit dat dit soort fusies de transactiekost<strong>en</strong> verminder<strong>en</strong>,<br />

het dubbele marginalisatie-probleem <strong>voor</strong>kom<strong>en</strong> <strong>en</strong> vaak e<strong>en</strong> extra bestuurslaag<br />

overbodig mak<strong>en</strong>, hetge<strong>en</strong> ook <strong>voor</strong> de consum<strong>en</strong>t kost<strong>en</strong>bespar<strong>en</strong>d werkt. Ook<br />

geldt <strong>voor</strong> verticale integratie van zorgverzekeraars <strong>en</strong> zorgaanbieders dat e<strong>en</strong><br />

betere zorgverl<strong>en</strong>ing tot stand kan kom<strong>en</strong>. 40 Kortom, de publieke belang<strong>en</strong> betaalbaarheid<br />

<strong>en</strong> kwaliteit kunn<strong>en</strong> duidelijke positieve gevolg<strong>en</strong> ondergaan.<br />

In de gezondheidszorg moet<strong>en</strong> echter wel waarborg<strong>en</strong> word<strong>en</strong> ingebouwd dat de<br />

toegankelijkheid van de zorg door dit soort fusies niet in gevaar komt. Het kan<br />

bij<strong>voor</strong>beeld niet zo zijn dat e<strong>en</strong> fusie tuss<strong>en</strong> e<strong>en</strong> verzekeringsmaatschappij <strong>en</strong> e<strong>en</strong><br />

ziek<strong>en</strong>huis ertoe zou leid<strong>en</strong> dat het ziek<strong>en</strong>huis alle<strong>en</strong> nog maar patiënt<strong>en</strong> op kan<br />

nem<strong>en</strong> die bij de betrokk<strong>en</strong> maatschappij zijn verzekerd <strong>en</strong> dat andere patiënt<strong>en</strong> in<br />

die regio daardoor niet meer naar e<strong>en</strong> ziek<strong>en</strong>huis in de buurt zoud<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong>. Het<br />

is de taak van de NMa deze mogelijk negatieve effect<strong>en</strong> te herk<strong>en</strong>n<strong>en</strong> <strong>en</strong> te <strong>voor</strong>-<br />

40 Zie bij<strong>voor</strong>beeld VWS (2009): Eindrapport commissie verticale integratie tuss<strong>en</strong> zorgverzekeraars<br />

<strong>en</strong> zorgaanbieders, 29 mei 2009.


Janss<strong>en</strong>, Schep & Van Sinder<strong>en</strong> 195<br />

kom<strong>en</strong>. De NMa zal bij e<strong>en</strong> melding van e<strong>en</strong> dergelijke fusie onderzoek<strong>en</strong> in hoeverre<br />

het mogelijk is om e<strong>en</strong> ev<strong>en</strong>tuele sterke positie op de <strong>en</strong>e markt te gebruik<strong>en</strong><br />

op de andere markt (foreclosure). 41<br />

Voorts is er niets teg<strong>en</strong> dat bij de betrokk<strong>en</strong> maatschappij verzekerde patiënt<strong>en</strong><br />

bij<strong>voor</strong>beeld korting krijg<strong>en</strong> op hun premie bij gebruik van e<strong>en</strong> specifiek ziek<strong>en</strong>huis.<br />

Sommig<strong>en</strong> will<strong>en</strong> e<strong>en</strong> algeheel verbod op dit soort fusies, met als belangrijkste<br />

argum<strong>en</strong>t dat de verzekeraar het teg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> goede prijs inkop<strong>en</strong> van goede zorg<br />

als belangrijkste taak in het nieuwe zorgstelsel heeft gekreg<strong>en</strong> <strong>en</strong> dat deze taak<br />

alle<strong>en</strong> goed uitgevoerd kan word<strong>en</strong> als de verzekeraar e<strong>en</strong> onafhankelijke positie<br />

t<strong>en</strong> opzichte van de zorgaanbieders inneemt (Schippers <strong>en</strong> Van Wijnberg<strong>en</strong> (2009)).<br />

Ander<strong>en</strong> zi<strong>en</strong> daar<strong>en</strong>teg<strong>en</strong> <strong>voor</strong>del<strong>en</strong> in de mogelijkheid dat de financiële armslag<br />

van het ziek<strong>en</strong>huis zal versterk<strong>en</strong> door de fusie.<br />

De Raad van State (2009) adviseert dat er ge<strong>en</strong> aparte of str<strong>en</strong>gere fusietoets hoeft<br />

te kom<strong>en</strong> <strong>voor</strong> fusies in de zorg. Daarmee wordt impliciet meeg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> dat ook<br />

verticale fusies niet op e<strong>en</strong> bijzondere manier beoordeeld hoev<strong>en</strong> te word<strong>en</strong>. Tot<br />

e<strong>en</strong>zelfde conclusie komt de Commissie Verticale Integratie, die constateert dat er<br />

ge<strong>en</strong> aanwijzing<strong>en</strong> zijn dat het huidige instrum<strong>en</strong>tarium van de toezichthouders<br />

tekort zou schiet<strong>en</strong>. 42<br />

Wij onderschrijv<strong>en</strong> deze conclusie <strong>en</strong> zi<strong>en</strong> dan ook ge<strong>en</strong> red<strong>en</strong> om de staande<br />

praktijk t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van het beoordel<strong>en</strong> van (verticale) fusies drastisch te verander<strong>en</strong><br />

vanwege zorgspecifieke facett<strong>en</strong>.<br />

7.6 Conclusies, aandachtspunt<strong>en</strong> <strong>en</strong> aanbeveling<strong>en</strong><br />

Hoewel de besprok<strong>en</strong> problem<strong>en</strong> in de zorgsector serieus g<strong>en</strong>om<strong>en</strong> moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong>,<br />

zi<strong>en</strong> wij ge<strong>en</strong> aanleiding om de ingeslag<strong>en</strong> weg naar meer marktwerking in de<br />

zorg te verlat<strong>en</strong>. De zorgsector scoort bij internationale vergelijking<strong>en</strong> onverminderd<br />

hoog. E<strong>en</strong> aantal g<strong>en</strong>oemde punt<strong>en</strong> van zorg zijn duidelijk transitieproblem<strong>en</strong><br />

(zoals de verander<strong>en</strong>de rol van de rad<strong>en</strong> van toezicht bij zorginstelling<strong>en</strong> <strong>en</strong> verzekeraars<br />

door de introductie van marktwerking), <strong>en</strong> andere problem<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong><br />

verholp<strong>en</strong> door betrekkelijk kleine aanpassing<strong>en</strong> van het systeem (e<strong>en</strong> verheldering<br />

van de rolverdeling tuss<strong>en</strong> de NMa, NZa <strong>en</strong> IGZ bij<strong>voor</strong>beeld). Soms blijkt<br />

zelfs meer marktwerking nodig te zijn dan nu het geval is om problem<strong>en</strong> te lijf te<br />

gaan. In dit laatste geval d<strong>en</strong>k<strong>en</strong> we bij<strong>voor</strong>beeld aan meer vrijheid <strong>voor</strong> ziek<strong>en</strong>-<br />

41 De NMa maakt daarbij gebruik van het beoordelingskader dat beschrev<strong>en</strong> is in de “Richtsnoer<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> de beoordeling van niet-horizontale fusies op grond van de Verord<strong>en</strong>ing van de Raad inzake de<br />

controle op conc<strong>en</strong>traties van onderneming<strong>en</strong>” van de Europese Commissie. Geanalyseerd wordt in<br />

hoeverre de meld<strong>en</strong>de onderneming<strong>en</strong> na de conc<strong>en</strong>tratie de mogelijkheid <strong>en</strong> de prikkel hebb<strong>en</strong> om<br />

markt<strong>en</strong> af te sluit<strong>en</strong>. Vervolg<strong>en</strong>s di<strong>en</strong>t te word<strong>en</strong> beoordeeld welk effect de marktafsluiting naar verwachting<br />

kan hebb<strong>en</strong> op de mededinging.<br />

42 Zie VWS (2009): Eindrapport commissie verticale integratie tuss<strong>en</strong> zorgverzekeraars <strong>en</strong> zorgaanbieders,<br />

29 mei 2009.


196 Hoofdstuk 7 Over het borg<strong>en</strong> van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

zorg: De rol van markt<strong>en</strong> <strong>en</strong> toezicht<br />

huiz<strong>en</strong> om winst te mak<strong>en</strong> <strong>en</strong> om de concurr<strong>en</strong>tiepositie van ZBC’s te versterk<strong>en</strong>.<br />

E<strong>en</strong> belangrijke, onderbelichte rol van de markt is dat het e<strong>en</strong> heldere, goed onderbouwde<br />

methode aanlevert om de optimale uitruil tuss<strong>en</strong> verschill<strong>en</strong>de publieke<br />

belang<strong>en</strong> (betaalbaarheid, bereikbaarheid <strong>en</strong> kwaliteit) in kaart te br<strong>en</strong>g<strong>en</strong>. Die<br />

methode is deels gebaseerd op de keuzes die patiënt<strong>en</strong> mak<strong>en</strong>. Tegelijkertijd speelt<br />

in de gezondheidszorg de problematiek van de informatieasymmetrie: de zorgaanbieder<br />

heeft vaak meer inzicht dan de patiënt <strong>en</strong> heeft daardoor relatief meer<br />

marktmacht. Om deze marktmacht te neutraliser<strong>en</strong> is er in het nieuwe stelsel gekoz<strong>en</strong><br />

<strong>voor</strong> e<strong>en</strong> model waarbij de verzekeraars met de zorgaanbieders onderhandel<strong>en</strong>,<br />

terwijl de patiënt<strong>en</strong> vrije keuze van verzekeraar hebb<strong>en</strong>. Het nadeel daarvan is<br />

dat kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> patiënt<strong>en</strong> ontransparant zijn geword<strong>en</strong>. Daarom is er veel <strong>voor</strong> te<br />

zegg<strong>en</strong> om de transparantie van de kost<strong>en</strong> <strong>voor</strong> de patiënt te verduidelijk<strong>en</strong> bij<strong>voor</strong>beeld<br />

door in sommige gevall<strong>en</strong> meer gebruik te mak<strong>en</strong> van het profijtbeginsel.<br />

Tegelijkertijd zijn er veel elem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> van solidariteit in het systeem gebouwd<br />

die e<strong>en</strong> kwalitatief goed zorgaanbod <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> ieder garander<strong>en</strong>.<br />

Net als in veel andere sector<strong>en</strong>, is in de zorg e<strong>en</strong> ongebreidelde vorm van marktwerking<br />

onw<strong>en</strong>selijk <strong>en</strong> onmogelijk. Het beleid is er op gericht geweest te definier<strong>en</strong><br />

wat e<strong>en</strong> minimale vorm van zorg is die <strong>voor</strong> iedere<strong>en</strong>, onder dezelfde <strong>voor</strong>waard<strong>en</strong><br />

toegankelijk moet zijn. Dit is institutioneel vorm gegev<strong>en</strong> in e<strong>en</strong><br />

basisverzekering die <strong>voor</strong> iedere<strong>en</strong> verplicht is <strong>en</strong> waaraan iedere<strong>en</strong> meebetaalt.<br />

Wat bov<strong>en</strong> dit basispakket uitkomt moet leverbaar zijn teg<strong>en</strong> marktconforme prijz<strong>en</strong><br />

<strong>en</strong> hoeft niet <strong>voor</strong> iedere<strong>en</strong> toegankelijk te zijn onder de <strong>voor</strong>waarde dat dit<br />

niet t<strong>en</strong> koste gaat van de in de basisverzekering vastgelegde vorm<strong>en</strong> van zorg. Wat<br />

precies wel <strong>en</strong> niet in de basisverzekering opg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> moet zijn, hangt af van de<br />

publieke opinie daar over <strong>en</strong> zal in de loop der tijd verander<strong>en</strong> onder invloed van<br />

w<strong>en</strong>s<strong>en</strong>, specifieke omstandighed<strong>en</strong> (d<strong>en</strong>k aan de Mexicaanse griep), kost<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

technologische ontwikkeling<strong>en</strong>. Er is wat <strong>voor</strong> te zegg<strong>en</strong> om hierbij wel e<strong>en</strong><br />

bepaalde maximale norm te definiër<strong>en</strong> waarbov<strong>en</strong> e<strong>en</strong> behandeling niet meer collectief<br />

gefinancierd wordt.<br />

Zorginstelling<strong>en</strong> spel<strong>en</strong> in op de marktwerking. Daarbij moet <strong>en</strong>erzijds goed opgelet<br />

word<strong>en</strong> dat er ge<strong>en</strong> def<strong>en</strong>sief gedrag plaatsvindt (illegale afsprak<strong>en</strong>; fusies die<br />

ongew<strong>en</strong>ste marktmacht creër<strong>en</strong>) maar anderzijds moet<strong>en</strong> de instelling<strong>en</strong> de ruimte<br />

krijg<strong>en</strong> om creatief in te spel<strong>en</strong> op de verander<strong>en</strong>de omstandighed<strong>en</strong>. Daarbij moet<strong>en</strong><br />

experim<strong>en</strong>t<strong>en</strong> met “<strong>voor</strong>rangszorg” niet bij <strong>voor</strong>baat negatief word<strong>en</strong> b<strong>en</strong>aderd,<br />

omdat e<strong>en</strong> dergelijke aanpak perspectiev<strong>en</strong> kan bied<strong>en</strong> die e<strong>en</strong> efficiënter<br />

gebruik van apparatuur <strong>en</strong> k<strong>en</strong>nis kan stimuler<strong>en</strong>. Tegelijkertijd moet m<strong>en</strong> ook<br />

accepter<strong>en</strong> dat marktwerking faillissem<strong>en</strong>t<strong>en</strong> kan g<strong>en</strong>erer<strong>en</strong> die in veel gevall<strong>en</strong><br />

niet desastreus zijn <strong>voor</strong> het zorgaanbod. Natuurlijk nem<strong>en</strong> zorginstelling<strong>en</strong>, nu ze<br />

meer marktgericht operer<strong>en</strong> <strong>en</strong> ook meer vernieuwing<strong>en</strong> doorvoer<strong>en</strong>, ook beslissing<strong>en</strong><br />

die achteraf niet goed blijk<strong>en</strong> te zijn. Dat gebeurt in elke sector met marktwerking.<br />

Zonder die marktwerking zoud<strong>en</strong> (ook de goede) initiatiev<strong>en</strong> vaak helemaal<br />

niet van de grond kom<strong>en</strong>. In de zorg kan het zijn dat er op dit mom<strong>en</strong>t sprake<br />

is van e<strong>en</strong> disproportioneel aantal mislukte innovaties. Gedeeltelijk komt dit <strong>voor</strong>t<br />

uit het feit dat de besluitvorming in de zorginstelling<strong>en</strong> nog niet goed op de markt-


Janss<strong>en</strong>, Schep & Van Sinder<strong>en</strong> 197<br />

werking zijn toegesned<strong>en</strong>. Het interne toezicht is nog niet altijd goed geregeld.<br />

Voor e<strong>en</strong> deel komt dit weer <strong>voor</strong>t uit het feit dat zorginstelling<strong>en</strong> slechts beperkt<br />

toegang hebb<strong>en</strong> tot extern kapitaal. De externe tucht van de markt is daardoor ook<br />

nog grot<strong>en</strong>deels afwezig. Meer, <strong>en</strong> niet minder, marktwerking lijkt dan eerder het<br />

antwoord op dit type transitieproblem<strong>en</strong>.<br />

In de zucht om extern kapitaal te verwerv<strong>en</strong> neemt ook de discussie over horizontale<br />

<strong>en</strong> verticale fusies toe. In dit kader, <strong>en</strong> breder bij het toezi<strong>en</strong> op de naleving van<br />

de mededingingswet, is het van belang dat het institutionele kader waarbinn<strong>en</strong> de<br />

marktwerking wordt vormgegev<strong>en</strong> helderder wordt gedefinieerd. Binn<strong>en</strong> het huidige<br />

kader ontstaat te gemakkelijk het beeld dat bij fusies de kwaliteitsaspect<strong>en</strong><br />

van de zorg ondergeschikt zijn aan de belang<strong>en</strong> van de fuser<strong>en</strong>de partij<strong>en</strong>. Wij<br />

pleit<strong>en</strong> <strong>voor</strong> e<strong>en</strong> heldere verankering van het fusietoezicht, waarin de IGZ de kwaliteitsaspect<strong>en</strong><br />

moet beoordel<strong>en</strong>, <strong>en</strong> de NMa de economische merites van de fusie<br />

moet beoordel<strong>en</strong> waarbij de kwaliteitsaspect<strong>en</strong> integraal word<strong>en</strong> meegewog<strong>en</strong>. De<br />

NZa kan bij bestaande aanmerkelijke marktmacht ingrijp<strong>en</strong> <strong>en</strong> zal bij e<strong>en</strong> fusie<br />

haar zi<strong>en</strong>swijze gev<strong>en</strong> die de NMa me<strong>en</strong>eemt bij het besluit om e<strong>en</strong> fusie wel of<br />

niet goed te keur<strong>en</strong>. Bij de fusie-controle zelf is ge<strong>en</strong> directe rol <strong>voor</strong> de NZa. Voor<br />

het overige is het belangrijk dat de NZa <strong>voor</strong>al gebied<strong>en</strong> in de zorg id<strong>en</strong>tificeert<br />

waar marktwerking w<strong>en</strong>selijk is, maar nog in de kinderscho<strong>en</strong><strong>en</strong> staat <strong>en</strong> maatregel<strong>en</strong><br />

bevorder<strong>en</strong> die de marktwerking e<strong>en</strong> extra impuls gev<strong>en</strong>. Wij d<strong>en</strong>k<strong>en</strong> hier<br />

bij<strong>voor</strong>beeld aan vraagstukk<strong>en</strong> rond de invoering van het profijtbeginsel in meer<br />

deelsector<strong>en</strong>, meer ruimte <strong>voor</strong> ZBC’s, de rol van specialist<strong>en</strong> in ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />

e<strong>en</strong> betere b<strong>en</strong>utting van de zorgcapaciteit.


198 Hoofdstuk 7 Over het borg<strong>en</strong> van publieke belang<strong>en</strong> in de<br />

zorg: De rol van markt<strong>en</strong> <strong>en</strong> toezicht<br />

Refer<strong>en</strong>ties<br />

Bruinsma, J. (2009), ‘Zwakke organisaties thuiszorg op net’, Volkskrant 11 juni<br />

2009.<br />

Budding, J. (2009), ‘Rapport Philadelphia door VWS op<strong>en</strong>baar gemaakt, reactie<br />

van College Sanering Zorginstelling<strong>en</strong> op kanttek<strong>en</strong>ing<strong>en</strong> Kralt ontbreekt’,<br />

Medicalfacts.nl 12 juni 2009.<br />

Budding, J. (2009), ‘Theo Kralt <strong>en</strong> Frits Brink hebb<strong>en</strong> toch Goud<strong>en</strong> handdruk<br />

gekreg<strong>en</strong> bij Philadelphia’, Medicalfacts.nl 30 mei 2009.<br />

Budding, J. (2009), ‘Meavita t<strong>en</strong> onder door wanbeleid’, Medicalfacts.nl<br />

27 augustus 2009.<br />

Canoy, M. (2009), ‘Zorg<strong>en</strong>de ondernemers of ondernem<strong>en</strong>de zorg?’, Inaugurele<br />

rede, TILEC, Tilburg, 6 februari 2009.<br />

Commissie-Dunning (1991), ‘Kiez<strong>en</strong> <strong>en</strong> del<strong>en</strong>’, Rapport van de commissie keuz<strong>en</strong><br />

in de zorg, Commissie-Dunning 1991.<br />

CPB (2003), ‘Zorg <strong>voor</strong> concurr<strong>en</strong>tie: e<strong>en</strong> analyse van het nieuwe zorgstelsel’,<br />

CPB docum<strong>en</strong>t 28, C<strong>en</strong>traal Planbureau, D<strong>en</strong> Haag 2003.<br />

Creuz<strong>en</strong>, H., B. Minne <strong>en</strong> H. van der Wiel, (2006), Competition in the Netherlands,<br />

CPB Docum<strong>en</strong>t No 136, C<strong>en</strong>traal Planbureau, D<strong>en</strong> Haag, december<br />

2006.<br />

CSZ (2009) , ‘Rapportage oorzak<strong>en</strong> financiële problem<strong>en</strong> bij Meavita’, CSZ 12<br />

mei 2009.<br />

De Pers ‘Voorrang <strong>voor</strong> betal<strong>en</strong>de patiënt’, Dagblad De Pers 13 november 2008.<br />

Effting, M. (2009), ‘E<strong>en</strong> cosmetische kliniek hoeft zelfs ge<strong>en</strong> vergunning te hebb<strong>en</strong>’,<br />

Volkskrant 16 februari 2009.<br />

Ell<strong>en</strong>broek, T. (2009), ‘Beperkt budget <strong>voor</strong> steunkous vermindert’, Volkskrant 14<br />

februari 2009.<br />

Het Financieele Dagblad, ‘Zorgconcern Meavita beleeft weinig plezier aan de<br />

grote fusie’, Het Financieele Dagblad 27 december 2008.<br />

Groot, W. (2009), ‘Overheid mede schuldig aan financiële problem<strong>en</strong> zorg’, NRC<br />

Handelsblad 26 maart 2009.<br />

Janss<strong>en</strong>, M.C.W., K. Schep <strong>en</strong> J. van Sinder<strong>en</strong> (2009), ‘Fusies van ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong>’,<br />

Markt & Mededinging 2(2):44-53.<br />

Kant, A. <strong>en</strong> I. Palm (2005) ‘De zorg is ge<strong>en</strong> markt’, Health Managem<strong>en</strong>t Forum 2<br />

april 2005.<br />

Maasdam, Y. A. <strong>en</strong> J.J.M. Sluijs (2009), ‘Wie van de drie is de echte marktmeester<br />

in de zorg; de IGZ, de NMa of toch de NZa’, Actualiteit<strong>en</strong> Mededingingsrecht<br />

5:103-105.<br />

Ministerie van VWS (2009), ‘Eindrapport commissie verticale integratie tuss<strong>en</strong><br />

zorgverzekeraars <strong>en</strong> zorgaanbieders’, 29 mei 2009.<br />

NRC Handelsblad, ‘Slag om patiënt<strong>en</strong> Emmeloord’, NRC Handelsblad 28 september<br />

2008.<br />

NRC Handelsblad, ‘Jong, groot, <strong>en</strong> goed <strong>voor</strong> miljo<strong>en</strong><strong>en</strong>verliez<strong>en</strong>’, NRC Handelsblad,<br />

17 januari 2009.<br />

NRC Handelsblad, ‘Specialist<strong>en</strong> dag<strong>en</strong> Klink om geld’, NRC Handelsblad 16 juli<br />

2009.


Janss<strong>en</strong>, Schep & Van Sinder<strong>en</strong> 199<br />

NZa (2008), Ag<strong>en</strong>da 2008, Consultatiedocum<strong>en</strong>t, Nederlandse Zorgautoriteit<br />

2008.<br />

NZa (2009), ‘Zorgbemiddeling teg<strong>en</strong> betaling mag niet’, Nederlandse Zorgautoriteit<br />

30 maart 2009.<br />

Reerink, A. (2009), ‘‘Economisering’ zorg drijft wig tuss<strong>en</strong> fracties’, NRC Handelsblad<br />

10 juli 2009.<br />

RVZ (2006), ‘Zinnige <strong>en</strong> duurzame zorg’, Persbericht Raad <strong>voor</strong> Volks Volksgezondheid<br />

& Zorg 27 juni 2006.<br />

Raad van State (2009), Voorlichting omtr<strong>en</strong>t het fusietoezicht in de zorg, bijlage bij<br />

Kamerstukk<strong>en</strong>, Tweede Kamer vergaderjaar 2008-2009, 29247, nummer<br />

90.<br />

Sauter, W. (2009), ‘<strong>Marktwerking</strong> in de zorg ­ Toezicht met oog op de consum<strong>en</strong>t’,<br />

inaugurele rede, TILEC, Tilburg, 6 februari, 2009.<br />

Schippers, E. <strong>en</strong> Wijnberg<strong>en</strong>, S. van (2009), ‘Verzekeraars hor<strong>en</strong> niet in ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong>’,<br />

NRC Handelsblad 2 februari 2009.<br />

Sinder<strong>en</strong> van, J. <strong>en</strong> R. Kemp (2008), ‘Strategic Interactions in Competition Policy:<br />

Dutch Experi<strong>en</strong>ce’, European Competition Law Review, 2008, 5:<br />

298-309.<br />

SP.nl, ‘Onnodig opsluit<strong>en</strong> van kinder<strong>en</strong> in isoleercel moet stopp<strong>en</strong>’, SP.nl 14<br />

februari 2009.<br />

SP.nl, ‘Acura Medisch C<strong>en</strong>trum uit <strong>voor</strong>zorg sluit<strong>en</strong>’, SP.nl 28 juli 2009.<br />

Tweede Kamer der Stat<strong>en</strong>-G<strong>en</strong>eraal (2000), ‘Vraag aan bod: hoofdlijn<strong>en</strong> van vernieuwing<br />

van het zorgstelsel’, Tweede Kamer vergaderjaar 2000-2001, 27<br />

855, nummer 2.<br />

Tweede Kamer der Stat<strong>en</strong>-G<strong>en</strong>eraal (2004), ‘Memorie van toelichting van de<br />

WMG’, Tweede Kamer vergaderjaar 2004-2005, 30 186, nummer 3.<br />

Verkerk, M. (2009), ‘Zorg moet niet nuttig zijn, zorg moet ethisch zijn’, NRC<br />

Handelsblad 29 september 2009.<br />

Volkskrant, ‘Ziek<strong>en</strong>huis Sittard sluit operatiekamers’, Volkskrant 3 december<br />

2008.<br />

VWS (2009), Eindrapport commissie verticale integratie tuss<strong>en</strong> zorgverzekeraars<br />

<strong>en</strong> zorgaanbieders, VWS, D<strong>en</strong> Haag, 2009.<br />

Wammes, H. (2007), ‘Verstoorde markt, of beste medicijn<strong>en</strong>prijs’, NRC Handelsblad<br />

21 december 2007.<br />

WRR (2000), ‘Borg<strong>en</strong> van het publiek belang’, WRR rapport 56.


De auteurs<br />

Barbara Baarsma is algeme<strong>en</strong> directeur van SEO Economisch Onderzoek <strong>en</strong><br />

bijzonder hoogleraar <strong>Marktwerking</strong> <strong>en</strong> mededingingseconomie aan de<br />

Universiteit van Amsterdam; www.seo.nl/nl/organisatie/medewerkers/<br />

directie/99.html.<br />

Paul de Bijl is hoofd van de sector Marktord<strong>en</strong>ing, C<strong>en</strong>traal Planbureau (D<strong>en</strong><br />

Haag); extramural fellow van TILEC, Universiteit van Tilburg; <strong>en</strong> fellow<br />

van ENCORE. www.cpb.nl/nl/org/homepages/pwjdb/.<br />

Eric van Damme is hoogleraar economie bij C<strong>en</strong>tER, <strong>en</strong> co­directeur van TILEC,<br />

het Tilburg Law and Economics C<strong>en</strong>ter, Universiteit van Tilburg; c<strong>en</strong>ter.<br />

uvt.nl/staff/vandamme/.<br />

Maart<strong>en</strong> Janss<strong>en</strong> is hoogleraar aan de Universiteit van W<strong>en</strong><strong>en</strong> <strong>en</strong> Erasmus<br />

Universiteit Rotterdam <strong>en</strong> raadsadviseur <strong>voor</strong> de zorgsector bij de Nederlandse<br />

Mededingingsautoriteit.<br />

Machiel Mulder is hoofdeconoom van de directie Regulering Energie <strong>en</strong> Vervoer<br />

(Energiekamer <strong>en</strong> Vervoerkamer) van de Nederlandse Mededingingsautoriteit<br />

(NMa) <strong>en</strong> extramural fellow bij TILEC, Universiteit van<br />

Tilburg”.<br />

Jacques Pelkmans bekleedt de Jan Tinberg<strong>en</strong> leerstoel op het Europa College te<br />

Brugge <strong>en</strong> is S<strong>en</strong>ior Research Fellow bij CEPS (C<strong>en</strong>tre for European<br />

Policy Studies) te Brussel.<br />

Krijn Schep is s<strong>en</strong>ior medewerker bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit<br />

(Directie Mededinging, Cluster Zorg).<br />

Maart<strong>en</strong> Pieter Schinkel is hoogleraar economie aan de Universiteit van<br />

Amsterdam, <strong>en</strong> co­directeur van het Amsterdam C<strong>en</strong>ter for Law and<br />

Economics (ACLE) aan diezelfde universiteit: www.mpschinkel.nl.<br />

Jarig van Sinder<strong>en</strong> is Chief Economist bij de Nederlandse Mededingings­<br />

autoriteit <strong>en</strong> hoogleraar Economische Politiek aan de Erasmus School of<br />

Economics, Erasmus Universiteit Rotterdam.<br />

Jules Theeuwes is wet<strong>en</strong>schappelijk directeur van SEO Economisch Onderzoek <strong>en</strong><br />

hoogleraar Toegepast economisch onderzoek aan de Universiteit van<br />

Amsterdam; www.seo.nl/nl/organisatie/medewerkers/directie/999.html.


202 Auteurs<br />

Vinc<strong>en</strong>t Veroud<strong>en</strong> is s<strong>en</strong>ior econoom bij het Chief Economist Team van de<br />

Europese Commissie, DG Concurr<strong>en</strong>tie; binn<strong>en</strong> deze afdeling coördineert<br />

hij de werkzaamhed<strong>en</strong> op het gebied van staatssteuncontrole.<br />

Bert Willems is universitair doc<strong>en</strong>t bij TILEC & C<strong>en</strong>tER, Universiteit van Tilburg;<br />

binn<strong>en</strong> TILEC coördineert hij het onderzoek naar marktwerking <strong>en</strong><br />

regulering in de <strong>en</strong>ergiesector. www.bertwillems.com/.

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!