28.03.2015 Views

Pedagogisch kader

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

Pedagogisch kader

1


Inhoudsopgave

1 INLEIDING 5

1.1 Wat is een pedagogisch kader? 6

1.2 Begripsdefiniëring 7

2 ACHTERGROND EN ONTWIKKELINGEN 8

3 WAT IS EEN PEDAGOGISCH KADER? 10

3.1 De relatie tussen opvoeden en behandelen 11

3.2 Waarom een pedagogisch kader? 12

4 THEORETISCHE INZICHTEN 15

4.1 Ontwikkeling 16

4.1.1 Ontwikkeling als interactie tussen kind en omgeving 16

4.1.2 Gehechtheidstheorie 16

4.1.3 Ontwikkelingstaken 18

4.2 Opvoeding 19

4.2.1 Opvoedstijlen 19

4.2.2 Ouderschap 21

4.3 Het ontstaan van problemen 21

4.3.1 Beschermende- en risicofactoren 21

4.3.2 Systeemgerichte theorieën 21

4.4 Behandelen en orthopedagogisch handelen 22

4.4.1 Algemeen en specifiek werkzame factoren 22

4.4.2 Orthopedagogisch handelen 22

4.4.3 Methodische benaderingen 24

5 PEDAGOGISCHE VISIE GASTENHOF 28

5.1 Basisattitude 30

5.2 Kernwaarden Pedagogische visie 32

5.3 Uitgangspunten 36

5.3.1 Emotionele steun 36

5.3.2 Autonomie en ruimte 36

5.3.3 Structuur en grenzen 37

5.3.4 Informatie en uitleg geven 38

5.3.5 Interacties met andere jeugdigen stimuleren 39

5.3.6 Relatie tussen jeugdige en ouders stimuleren 39

5.3.7 Gezonde levensstijl 40

LITERATUUR 41

2 3


Inleiding

In dit document wordt het pedagogisch kader van

Gastenhof omschreven. Aanleiding hiervoor is de door

de organisatie geschetste behoefte om een helder beeld

te creëren van wat er binnen Gastenhof wordt verstaan

onder de pedagogische taak die onlosmakelijk met de

behandeling verbonden is.


1.1 Wat is een pedagogisch kader?

De zorgvisie van de Koraalgroep en

dus ook Gastenhof luidt dat alle geboden

zorg professioneel, effectief en

efficiënt is. Tot nu toe zijn binnen Gastenhof

vooral de behandelaspecten

geëxpliciteerd. De zorg van Gastenhof

omvat hiernaast ook een substantiële

opvoedtaak. Gastenhof vindt

het van belang om haar pedagogische

taak te expliciteren en onderbouwen,

daarom is dit pedagogisch

kader ontwikkeld. Een pedagogisch

kader omschrijft de visie en uitgangspunten

die ten grondslag liggen aan

de opvoedtaak Gastenhof. Het doet

uitspraken over de pedagogische relatie,

het pedagogisch klimaat en het

pedagogisch handelen. Hiermee legt

Gastenhof een professionele basis

voor belangrijke algemeen werkzame

factoren van de behandeling: een

veilig en stabiel leefklimaat en een

goede relatie tussen medewerker/

behandelaar en jeugdige.

Alle geboden

zorg dient

professioneel,

effectief en

efficiënt zijn.

Het pedagogisch kader geeft de visie

en uitgangspunten van Gastenhof

weer, die binnen de organisatie en

teams een vertaalslag moeten krijgen

naar beleid en praktijk. Naar aanleiding

van dit pedagogisch kader,

zal een implementatietraject gestart

worden om de vertaalslag te maken.

Het is een document dat uiteindelijk

door alle medewerkers gedeeld en

omarmd wordt en uitdrukt: zo werken

wij binnen Gastenhof; hier staan wij

voor!

Het pedagogisch kader staat binnen

Gastenhof naast andere geldende

documenten, zoals het professioneel

statuut. Dit omschrijft de taken,

verantwoordelijkheden en bevoegdheden

van eenieder. Daarnaast zijn

er natuurlijk ook algemene wetten en

regels waar (medewerkers van) Gastenhof

zich aan dienen te houden.

Een belangrijke aanvulling op de

reeds bestaande is “de richtlijn wettelijk

kader OBC’s”. Al het behandelinhoudelijk

handelen binnen Gastenhof

dient hieraan getoetst te worden. Dat

betekent dat medewerkers van Gastenhof

goed op de hoogte dienen te

zijn van de inhoud van dit document.

1.2 Begripsdefiniëring

Alvorens inhoudelijk het pedagogisch

kader te gaan bespreken is het goed

om de gebruikte termen helder te

definiëren:

Jeugdigen:

Waar over jeugdigen wordt gesproken,

worden kinderen en jeugdigen

met een lichte verstandelijke beperking

bedoeld, die in behandeling zijn

bij Gastenhof.

Ouders:

Als er in het stuk over ouders gesproken

wordt, dan worden de ouders of

verzorgers/opvoeders in de thuissituatie

bedoeld. Wettelijk vertegenwoordigers

in de zin van voogden (BJZ) of

een gezinsvoogd worden daar niet

mee bedoeld, tenzij anders vermeld.

Medewerkers:

Met medewerkers worden alle medewerkers

van Gastenhof bedoeld. Voor

de taken, verantwoordelijkheden en

bevoegdheden wordt verwezen naar

het professioneel statuut.

Groepsleiding:

Waar over groepsleiding wordt gesproken

wordt groepsleiding bedoeld

van de residentiële groepen, de semiresidentiële

groepen en de gezinsbegeleiders.

Zo werken wij

binnen de

Gastenhof; hier

staan wij voor!

Behandeling:

Waar over behandeling gesproken

wordt, wordt zowel de residentiële,

de semiresidentiële, de ambulante

als de poliklinische behandeling van

Gastenhof bedoeld. Mocht het een

specifiek onderdeel betreffen dan

wordt dit apart benoemd.

Binnen Gastenhof wordt gewerkt met

verschillende behandellijnen, behandelmethodieken

en –interventies. Ook

deze worden apart genoemd als dat

zo bedoeld is. Anders zijn ook zij meegenomen

in de term behandeling.

6 7


2. Achtergrond en

ontwikkelingen

Gastenhof is een orthopedagogisch behandelinstituut voor

jeugdigen met een licht verstandelijke beperking met daarnaast

leer-, gedrags-, psychosociale- en/of psychiatrische

problematiek. De jeugdigen zijn tussen de 4 en 21 jaar oud.

Momenteel zijn belangrijke ontwikkelingen

gaande die grote invloed hebben

op de toekomst van de zorg van

onder andere Gastenhof:

De transitie jeugdzorg betekent dat

alle zorg voor jeugd gedecentraliseerd

wordt naar gemeenten. Daarnaast

wordt de transitie ingezet vanuit een

radicaal andere visie op jeugdzorg,

we kunnen spreken van een paradigmaverandering.

In plaats van accent

op diverse vormen van professionele

zorg komt meer nadruk te liggen op

hulp in eigen omgeving. Professionals

krijgen vooral de rol om (tijdelijk) hulp

te bieden rond de jeugdige en gezin,

in plaats van dat de jeugdige en/of

gezin letterlijk of figuurlijk ‘opgenomen’

wordt in het professionele systeem.

De trend in de maatschappij, ingegeven

door de regering, is dat hulp bij

voorkeur ambulant aangeboden moet

worden. Daarnaast zijn ‘participatie’

en ’volwaardig burgerschap’ belangrijke

thema’s in de zorg voor mensen

met een beperking of handicap. Hiermee

wordt bedoeld dat ieder mens

meedoet op alle levensgebieden

gericht op wonen, werk, buurt, school

en vrije tijd. Niet de beperking staat

centraal, maar de mens en zijn functioneren

in dagelijkse situaties. Daarvoor

is nodig dat zorg en ondersteuning zo

dicht mogelijk aansluiten bij de eigen

kracht van de jeugdige en het gezin

zelf en de oplossingen die hij of zij zelf

kan realiseren in het sociale en lokale

netwerk.

Deze ontwikkelingen onderstrepen

voor Gastenhof het belang van een

pedagogisch kader, dat gebaseerd

is op de principes van de gewone

opvoeding en de relatie en interactie

tussen de jeugdige/gezin en de professional

centraal stelt.

Niet de

beperking

staat centraal,

maar de mens

en zijn

functioneren

in dagelijkse

situaties.


3. Waarom een

pedagogisch kader?

Gastenhof is een orthopedagogisch behandelinstituut.

Er wordt behandeling geboden aan kinderen en jeugdigen

met een lichte verstandelijke beperking waarbij sprake

is van een verstoorde ontwikkeling en/of opvoeding.

Binnen de behandeling wordt samen

met ouders een deel van de pedagogische

taken vorm gegeven. De opvoeding

en de pedagogische opdracht

van Gastenhof vormen belangrijke

uitgangspunten voor de behandeling.

De behandeling en begeleiding worden

grotendeels geboden vanuit pedagogisch

perspectief en berusten voor een

aanzienlijk deel op (ortho)pedagogisch

handelen. Zo wordt gewerkt aan empowerment

van de jeugdigen vanuit de

visie van een least-to-most treatment.

Uitgangspunt daarvoor is de visie op

ontwikkeling en opvoeding.

Met het pedagogisch kader geeft de

organisatie invulling aan deze opdracht.

Het pedagogisch kader expliciteert deze

visie en geeft van daaruit richting aan de

pedagogische relatie, het pedagogisch

klimaat en het pedagogisch handelen.

3.1 De relatie tussen opvoeden en

behandelen

Binnen Gastenhof ligt het accent op het

behandelen van de ‘problemen’ van de

jeugdigen en hun systeem. Met behandelen

bedoelen we het geheel van de

begeleiding, interventies en therapieën

met als doel het verbeteren van de door

jeugdige en systeem ervaren problemen

zoals vastgelegd in het behandelplan.

Een belangrijk deel van de behandeling,

met name in de (semi-)residentiële zorg,

betreft de dagelijkse omgang met de

jeugdige. Dit wordt door Kok (1999) de

eerste graadsstrategie genoemd. Hierbij

is het bewust vorm en inhoud geven

aan de relatie tussen groepsleider en

jeugdige en het pedagogisch klimaat

een belangrijk onderdeel (Douma, 2011).

Hieraan liggen basale opvoedingsprincipes

ten grondslag, die erop gericht zijn

het kind optimaal tot een zo gezond mo-

10 11


gelijke ontwikkeling te laten komen.

Een goed pedagogisch klimaat is bij

kinderen en jeugdigen een voorwaarde

voor ontwikkeling en schept

mogelijkheden voor leermomenten.

Dit maakt dat de behandeling een

grotere kans van slagen heeft.

Naast pedagogisch handelen is

er sprake van orthopedagogisch

handelen. Dit is gericht op herstel of

verbetering van het opvoeden, de

opvoedingsrelatie en het interactieproces

tussen opvoeder en kind.

Orthopedagogisch handelen is niet

fundamenteel anders dan algemeen

pedagogisch handelen, maar onderscheidt

zich daarvan doordat de problematiek

extra of bijzondere vragen

aan de opvoeder stelt (Jongepier,

Persoon & Taekema, 2011).

3.2 Pedagogische visie

Opvoeden is mensenwerk, iedere

medewerker heeft een visie op opvoeden

en een eigen pedagogische

stijl (Boendermaker, L., Rooijen, K.

van, & Berg, T., 2010). Dit onderstreept

het belang van een gezamenlijke

visie op opvoeden en een vertaling

daarvan naar uitgangspunten.

Op zich hoeven kleine verschillen in

opvoedstijl niet erg te zijn, maar een

gezamenlijke visie is van belang voor

eenduidigheid.

Een pedagogische visie vormt de basis

voor het pedagogisch klimaat en

het pedagogisch handelen en leidt

tot meer eenheid in werken voor de

medewerkers. Een visie op opvoeden

biedt daarnaast aanknopingspunten

om met het systeem van de jeugdigen

in overleg te gaan over opvoeding

en specifieke opvoeding en aan

te sluiten bij de individuele behoeften

van het kind. De pedagogische visie

vormt het fundament voor de behandeling

binnen Gastenhof. Het vormt

de basis van waaruit het behandelklimaat

en, indien van toepassing,

de individuele behandeling worden

vormgegeven. De behandellijnen, interventies

en methodes worden vanuit

dit fundament gekozen en zijn een

vertaling van de pedagogische visie

richting de cliënt toegespitst op de

individuele situatie van de jeugdige.

Uitgangspunt daarbij is: “Het gewone

is voorwaarde voor het bijzondere”

(citaat van een medewerker). Dat

betekent dat opvoedingsprincipes

die uitgaan van het stimuleren van

een gezonde ontwikkeling leidend

zijn.

Door het pedagogisch klimaat en

het pedagogisch handelen tot een

essentieel deel van de behandeling

te benoemen, wordt een signaal

afgegeven naar groepsleiding

over hoe belangrijk hun taak is in de

behandeling en ontwikkeling van de

jeugdigen (Jongepier, Struik & van

der Helm, 2010).

Een goed pedagogisch klimaat is in

de eerste plaats belangrijk vanuit het

streven naar een goede omgang

met de jeugdigen en hart voor de

jeugdigen.

Daarnaast is uit de ontwikkelingspsychologie

bekend dat een vruchtbare

voedingsbodem voor leren en ontwikkelen

pas ontstaat als een kind zich

in de relatie met zijn opvoeders en

verzorgers veilig voelt en gezien weet,

en ruimte krijgt in combinatie met de

juiste mate van begrenzing (Harder,

2011).

Opvoeden is mensenwerk,

iedere medewerker heeft een

visie op opvoeden en een

eigen pedagogische stijl.

12

13


4. Theoretische

inzichten

Kinderen willen, door hun omgeving te verkennen en door

te communiceren met anderen, tot verdere ontwikkeling

komen. Dit kunnen we ‘intrinsieke motivatie’ noemen.


4.1 Ontwikkeling

4.1.1 Ontwikkeling als interactie

tussen kind en omgeving

In de meest recente ontwikkelingstheorieën

komt de visie naar voren van

ontwikkeling als een interactieproces

tussen kind en omgeving. Het kind is

te zien als een van nature competent

wezen met de aangeboren gedrevenheid

om die competentie verder

te ontwikkelen. Hierbij spelen twee

aangeboren programma’s een rol:

exploratie en communicatie (Riksen-

Walraven, 2000). Kinderen willen,

door hun omgeving te verkennen en

door te communiceren met anderen,

tot verdere ontwikkeling komen.

Dit kunnen we ‘intrinsieke motivatie’

noemen.

Essentieel om die drang tot ontwikkeling

tot uiting te laten komen, is

een omgeving die het kind enerzijds

veiligheid en ondersteuning biedt, anderzijds

stimulans en uitdaging.

Deze visie op ontwikkeling geldt ook

voor kinderen met een stoornis of

beperking. Wel kan het zijn dat de

interactie tussen kind en omgeving bij

deze kinderen minder goed verloopt.

Het kind geeft bijvoorbeeld minder

duidelijke signalen, het reageert

trager of het duurt langer voor het

iets begrijpt. Voor ouders en andere

verzorgers is het dan veel moeilijker

om het kind te begrijpen, op een

goede manier in te spelen op het

kind en het kind de juiste stimulans te

geven. Als dat onvoldoende gebeurt,

kan de ontwikkeling van het kind

stagneren. Maar we kunnen ervan

uitgaan dat ook in deze situaties het

kind een aangeboren ontwikkelingspotentieel

heeft. Alleen stelt het extra

hoge eisen aan de kwaliteit van de

opvoedingsomgeving om het kind

daadwerkelijk tot ontwikkeling te

laten komen.

4.1.2 Gehechtheidstheorie

Gehechtheid is een belangrijk thema

in de ontwikkelingspsychologie. Een

veilige gehechtheidsrelatie ontstaat

als de ouders of verzorgers adequaat

reageren op de signalen van het

kind. Het gaat om sensitiviteit en responsiviteit.

Sensitief betekent gevoelig

zijn voor de signalen die een kind

afgeeft, ofwel signalen opmerken en

op de juiste manier interpreteren. Responsief

wil zeggen een reactie geven

die aansluit bij de vraag van het kind.

Door sensitief en responsief te reageren,

krijgt het kind drie essentiële

boodschappen van de opvoeder

(Zaal e.a., 2009):

• jij bestaat voor mij (bestaansrecht)

• jij bestaat op jouw manier voor mij

(persoonsrecht)

• ik zal er voor je zijn als je me nodig

hebt (onvoorwaardelijke acceptatie)

Door deze boodschappen ontwikkelt

het kind basisvertrouwen: vertrouwen

in zichzelf en vertrouwen in de

ander. Een veilige gehechtheid heeft

in brede zin belangrijke positieve

effecten op de sociaal-emotionele

ontwikkeling van kinderen, zoals bij:

de ontwikkeling van een positief

zelfbeeld, op passende wijze uiting

geven aan impulsen, omgaan met

stressvolle situaties, zicht krijgen op

eigen en andermans gevoelens, de

ontwikkeling van geweten en relaties

opbouwen met zichzelf en anderen

(Zaal e.a., 2009).

Een misverstand dat vaak voorkomt,

is de veronderstelling dat een kind

zich alleen kan hechten in de eerste

levensjaren. Als een kind zich door

Het is een misverstand

dat een kind zich

alleen kan hechten in

de eerste levensjaren.

16 17


omstandigheden niet veilig heeft

kunnen hechten, zou dat op latere

leeftijd niet hersteld kunnen worden.

In onderzoek is dit nooit aangetoond.

De gehechtheidstheorie gaat er juist

van uit dat kinderen die hechtingsproblemen

hebben, kunnen herstellen

in een sensitieve en veilige omgeving

(Juffer, 2010). Het is nooit te laat

om kinderen correctieve ervaringen,

dat wil zeggen positieve gehechtheidservaringen

te laten opdoen die

kunnen leiden tot herstel. Wel kan het

een lange weg zijn voor een kind dat

weinig vertrouwen in anderen heeft

ontwikkeld, om het vertrouwen te

herstellen.

Gehechtheid gaat een leven lang

door en is dus ook van belang voor

jeugdigen. Juist ook voor het volwassen

worden is van groot belang dat

een jongere ondersteuning krijgt van

en terug kan vallen op gehechtheidsfiguren.

Ook voor groepsleiding en overige

behandelaren van Gastenhof, is

gehechtheid een thema om bij stil

te staan. Bij een jeugdige waarbij de

ontwikkeling stagneert is het opbouwen

van een goede relatie tussen

een (liefst vaste) begeleider en jeugdige

van groot belang. Pas als de

jeugdige zich veilig voelt, dat wil zeggen

ervaart dat er een betrouwbare

verzorger beschikbaar is, ontstaat er

ruimte om te leren en ontwikkelen.

Belangrijk is volgens Schuengel e.a.

(2006) dat een kind ervaart dat het te

rade kan gaan bij de groepsleiding

en dat het contact helpt om moeilijke

uitdagingen beter aan te kunnen. Essentieel

is het bieden van een veilige

basis, in combinatie met het bieden

van de gelegenheid tot zelfstandig

worden/autonomie.

Bij de doelgroep van Gastenhof is

vaak sprake van hechtingsproblematiek.

Belangrijk is dit niet te verwarren

met een reactieve hechtingsstoornis,

die slechts bij een klein aantal

jeugdigen voorkomt. Hier is het juist

van belang om de omgeving aan

te passen aan het kind in plaats van

vice versa.

4.1.3 Ontwikkelingstaken

In elke leeftijdsfase doorloopt de

jeugdige ontwikkelingstaken. Dat zijn

taken die op een bepaalde leeftijd

aan de orde zijn. Denk dan aan

huilen bij honger of kirren bij plezier

tijdens de baby- en kleutertijd, leren

lezen en schrijven tijdens de basisschooltijd,

meer toenadering zoeken

tot leeftijdsgenoten en meer afstand

nemen van de ouders tijdens de adolescentie,

et cetera. In ieder stadium

is een bepaalde thematiek aan de

orde die vertaald kan worden in concrete

taken. Voor het vervullen van

deze taken moet iemand vaardigheden

leren. Dit is voorwaarde voor

een goed verloop van de ontwikkeling

en kan daarom het beste tijdens

de daartoe geëigende levensfasen

gebeuren. Is dat niet het geval,

dan hoeft dat nog niet te leiden tot

een onomkeerbare problematische

ontwikkeling. De mens is flexibel, hij

kan gemiste ontwikkelingen later

compenseren. Binnen elke ontwikkelingstaak

zijn verschillende subtaken

en vaardigheden te onderscheiden.

Hoe concreter de taak inzichtelijk

wordt gemaakt, des te gemakkelijker

is het voor een persoon om te zien

welke vaardigheden hij/zij beheerst

en welke hij nog moet leren.

4.2 Opvoeding

Opvoeden betekent het onderhouden,

verzorgen en grootbrengen

van kinderen, met name in sociale,

emotionele, intellectuele en morele

zin (Thesaurus Zorg en Welzijn).

Opvoeders, zowel ouders/ verzorgers,

als hulpverleners in een orthopedagogische

setting, hebben uiteindelijk

hetzelfde doel voor ogen: zij willen

dat een jeugdige zichzelf kan zijn,

een positief zelfbeeld ontwikkelt en

ze willen de jeugdige de kans geven

zich te ontwikkelen tot een persoon

die goed kan functioneren in de samenleving.

Daarbij is ook het ‘ingroeien’

in de samenleving: overdragen

van cultuur, waarden en normen van

belang. Voor een optimale ontwikkeling

van jeugdigen is een goede

opvoeding van belang.

4.2.1 Opvoedstijlen

Uit onderzoek blijkt dat opvoeding

een belangrijke factor is die bijdraagt

aan de ontwikkeling van jeugdigen,

maar tevens een rol kan spelen in de

ontwikkeling van probleemgedrag als

de opvoeding niet optimaal is. Van

belang is de opvoedstijl. Daarbij gaat

het met name om twee dimensies.

De eerste is responsiviteit: oog hebben

voor de behoeften van het kind

en daar op een adequate manier op

inspelen. De tweede is autoriteit: gezag

en leiding geven, eisen stellen. In

de verschillende opvoedingsstijlen zijn

deze twee dimensies in verschillende

verhoudingen aanwezig. Onderstaand

schema brengt dit in beeld:

De autoritatieve opvoedstijl in de linker bovenhoek biedt

de meeste kansen voor een positieve ontwikkeling van de

jeugdige. De autoritatieve opvoedstijl kent veel controle

én veel genegenheid.

18 19


Ouderschap is de zijnsverantwoordelijkheid

tegenover het kind.

4.2.2 Ouderschap

Bij een opname of start behandeling

is in feite sprake van het samen uitvoeren

van de opvoedingstaken van

de (professionele) opvoeders met de

ouders. Als jeugdigen een behandeling

starten betekent dat niet dat er

iets in het ouderschap verandert. Het

is belangrijk een verschil te maken

tussen de begrippen opvoeding en

ouderschap. Opvoeden is een onderdeel

van het ouderschap.

Ouderschap is de zijnsverantwoordelijkheid

tegenover het kind. Alice van

der Pas (2002) benoemt het besef

van verantwoordelijk-zijn als centraal

kenmerk van ouderschap. Dat betekent

een tijdloos en onvoorwaardelijk

willen behartigen van de lichamelijke

en geestelijke belangen van het kind.

Deze vloeit voort uit het feit dat het

kind uit zijn of haar ouders is geboren.

De band van kind en ouders bestaat

onvoorwaardelijk, ongeacht hoeveel

problemen er ook binnen de ouderkind

relatie zijn en ongeacht hoeveel

andere opvoeders een kind ook

heeft. Van der Pas wijst op het belang

om als hulpverlener altijd aandacht

te hebben voor de kwetsbaarheid

van ouders in hun ouderschap. Het

ouderschap is in hoge mate verbonden

met de ouder als persoon en

raakt aan fundamentele waarden.

Opvoedingsproblematiek is volgens

van der Pas per definitie ouderschapsproblematiek.

Juist vanuit

het gevoel van verantwoordelijk zijn

voor hun kinderen, is het erg pijnlijk

voor ouders te ervaren dat ze tekort

schieten.

Voor medewerkers van Gastenhof

betekent dit, dat zij altijd de rol van

de ouders in het leven van de jeugdige

erkennen en respecteren en uitgaan

van de zorg en betrokkenheid

die ouders voor hun kind hebben. Dit

dient een centrale rol te spelen in de

behandeling.

4.3 Het ontstaan van problemen

4.3.1 Beschermende- en

risicofactoren

Bij de ontwikkeling van probleemgedrag

is er doorgaans niet een oorzaak

aan te wijzen. Er is sprake van

een aantal risicofactoren die er allen

tezamen voor zorgen dat het probleemgedrag

heeft kunnen ontstaan.

Naast deze zogenaamde risicofactoren,

de factoren die een bedreiging

vormen voor een positieve ontwikkeling,

bestaan er ook factoren die

kinderen beschermen tegen een

problematische ontwikkeling. Dit zijn

beschermende factoren. Of probleemgedrag

ontstaat, hangt af van

de balans tussen risico- en beschermende

factoren. Sommige risicofactoren

hebben een groter aandeel in

het ontstaan van probleemgedrag

dan andere, en dat geldt ook voor

beschermende factoren. Ook kunnen

combinaties van risico- en beschermende

factoren ervoor zorgen dat

probleemgedrag zich ontwikkelt of

juist niet. Ook als het aantal risicofactoren

groot is, kunnen beschermende

factoren er toch voor zorgen dat

er geen problemen ontstaan in de

ontwikkeling. Maar andersom; weinig

risicofactoren, en geen beschermende

factoren, kunnen toch leiden tot

problemen.

20 21


4.3.2 Systeemgerichte theorieën

Probleemgedrag hangt sterk samen

met diverse omgevingsfactoren, zoals

de gang van zaken in het gezin, de

schoolontwikkeling, de omgang met

vrienden en de invulling van de vrije

tijd. Vanuit de sociaal-ecologische

benadering is dit goed te begrijpen.

Centraal uitgangspunt in de sociaalecologische

benadering (Bronfenbrenner,

1979, 1994) is dat de omgeving

invloed heeft op de ontwikkeling

van het individu. Uiteenlopende etiologische

benaderingen (psychoanalytisch

/ psychodynamisch, leertheoretisch,

biologisch), die gericht zijn op

het begrijpen en beïnvloeden van de

ontwikkeling van (meervoudig probleem-)gedrag

worden geïntegreerd.

Dit heeft er aan bijgedragen dat men

de ontwikkeling en socialisatie van

het kind als een proces ziet waarbij

de erfelijke aanleg, de omgeving en

de interactie tussen aanleg en omgeving

van invloed zijn op de ontwikkelingsuitkomst.

In deze lijn kan gedrag

alleen worden begrepen als niet

alleen naar de individuele, maar ook

naar de inter-persoonlijke en sociaalculturele

factoren wordt gekeken. Bij

het ontstaan van gedragsproblemen

zal de sociale omgeving van het kind

dan ook een belangrijke rol spelen.

Bij de doelgroep van Gastenhof is in

het algemeen sprake van een combinatie

van individuele kwetsbaarheid

van de jeugdige en ongunstige

omgevingsfactoren. Vaak leidt dat

tot ernstige en hardnekkige gedragsproblemen,

door een voortdurende

wisselwerking tussen (problematisch

gedrag van) individu en (reactie op

gedrag) van omgeving.

4.4 Behandelen en

orthopedagogisch handelen

4.4.1 Algemeen en specifiek

werkzame factoren

In de wereld van de hulpverlening zijn

diverse ontwikkelingen aan de gang.

Er is veel aandacht voor de effectiviteit

van behandeling, daarbij lag het

accent in de afgelopen jaren met

name op interventies en benaderingen

met een gedragsmatige insteek:

gericht op beheersing en verandering

van het probleemgedrag. Hier

gaat het om specifiek werkzame factoren

van interventies. Bij specifieke

ingrediënten gaat het om werkzame

elementen die alleen gelden voor

bepaalde typen behandeling, in de

context van bepaalde doelen en

voor bepaalde doelgroepen. Daarnaast

zijn er algemeen werkzame

factoren, waarvan de belangrijkste

zijn: de relatie van hulpverlener en

cliënt en de aansluiting van de hulp

op de motivatie van de cliënt. Hierbij

is het bieden van perspectief een

hele belangrijke factor. De algemeen

werkzame factoren verklaren een

behoorlijk groot deel van de effectiviteit

van de hulpverlening. Recent is in

de zorg een toenemende aandacht

voor de algemeen werkzame factoren

waar te nemen. Uit recent onderzoek

in de residentiële jeugdzorg blijkt

dat de relatie groepsleiding-jeugdigen

en het groepsklimaat belangrijke

factoren zijn die invloed hebben op

de resultaten van de hulp.

4.4.2 Orthopedagogisch handelen

De behandeling die door Gastenhof

geboden wordt, is voor een aanzienlijk

deel gebaseerd op orthopedago-

Bij het ontstaan van

gedragsproblemen speelt de

sociale omgeving van het

kind een belangrijke rol.

22 23


gisch handelen. De orthopedagogiek

onderscheidt zich van behandelingsdisciplines

als psychologie en psychiatrie

doordat zij de jeugdige plaatst in

een pedagogische context. Het gaat

niet alleen om gerichte interventies,

maar ook om het scheppen van pedagogische

voorwaarden waaronder

de jeugdige zich verder kan ontwikkelen

(Van der Ploeg, 2005).

Orthopedagogisch handelen is in

feite te zien als uitdrukking van de essentie

van het (algemeen) pedagogische.

Orthopedagogiek begint en

eindigt in de dagelijkse opvoedingspraktijk

(Van der Doef, 2012).

Hieruit kunnen we concluderen dat

het handelen van medewerkers

in Gastenhof gebaseerd is op de

(hiervoor geschetste) inzichten op het

gebied van ontwikkeling en opvoeding.

Uitgangspunt is dat er voor

de doelgroep van Gastenhof in de

eerste plaats extra aandacht nodig

is voor de pedagogische relatie en

het pedagogisch klimaat om zo de

voorwaarden te scheppen voor een

gunstige perspectief biedende ontwikkeling

van de jeugdige. Dit is de

voorwaarde voor de verdere behandeling.

4.4.3 Methodische benaderingen

Binnen het pedagogisch klimaat en

de relatie medewerker-jeugdige zijn

verschillende methodische benaderingen

bruikbaar om het (orthopedagogisch)

handelen en behandelen

inhoud te geven. We beschrijven

hieronder de benaderingen die

aansluiten bij de visie van Gastenhof

op ontwikkeling, opvoeding en

behandeling. Binnen de behandelgroep

of het behandelproduct, dient

de visie verdere verdieping van het

pedagogisch kader vorm gegeven

te worden, van waaruit de werkwijze

voor de groep of het product gedestilleerd

kan worden. Binnen Gastenhof

gebeurt dat middels een van de

onderstaande benaderingen:

Orthopedagogisch model van Kok

Kok was een van de eersten die

vanuit een orthopedagogisch perspectief

uiteenzette hoe residentiële

behandeling voor kinderen gestalte

zou kunnen krijgen. Hij ontwikkelde

een orthopedagogisch model voor

jeugdigen die vastlopen, waarbij hij

aan de ene kant het ontwikkelingsproces

van de jeugdigen plaatste

Opvoeding moet

zijn afgestemd op

de ontwikkeling

van het kind,

zodat het tot

optimale

ontwikkeling

kan komen.

en aan de andere kant het proces

van het opvoeden. Daarbij was zijn

theorie gebaseerd op het idee dat

de opvoeding moet zijn afgestemd

op de ontwikkeling van het kind, zodat

het tot optimale ontwikkeling kan

komen. Wanneer er ontwikkelingsproblemen

ontstaan, is het van belang

dat er naar een goede verhouding

wordt gezocht tussen de opvoeding

en de ontwikkeling van het kind.

Kok introduceert daarbij het begrip

‘orthopedagogische vraagstelling’.

Hij bedoelt daarmee de bijzondere

vraag die de opvoeding van een

kind met bijzondere kenmerken stelt

aan de opvoeder. Het gaat om het

aanbrengen van extra accenten in

het opvoedingsproces, zodat het kind

zich optimaal kan ontwikkelen.

Kok onderscheidt drie hoofdaspecten

van ontwikkeling: het affectieve

aspect (de emotionele ontwikkeling

van het kind), het cognitieve aspect

(kennis verwerven en verwerken) en

het conatieve aspect (ontplooiing

van de eigenheid).

In de opvoeding introduceert Kok

drie dimensies:

1. relatie aangaan en onderhouden

2. klimaat scheppen en aanpassen

3. situatie hanteren

Daarmee biedt Kok een bruikbaar

ordeningsmodel voor de specifieke

opvoeding van kinderen die vastgelopen

zijn in hun ontwikkeling.

In de behandeling onderscheidt Kok

3 strategieën waarop de behandeling

gebaseerd moet zijn. Deze zijn

van invloed op bovenstaande. Deze

worden binnen Gastenhof gehanteerd

en vormen de basis van het

24 25


orthopedagogisch handelen:

1. de eerste graadsstrategie omvat

het klimaat binnen de behandelsetting

(bijv. behandelgroep).

Hier wordt de visie vorm gegeven

die past bij het specifieke (onderdeel

van het) product/dienst.

2. de tweede graadsstrategie omvat

alle specifieke therapieën, interventies

die er buiten de eerste graadsstrategie

worden ingezet om de

behandeling vorm te geven.

3. de derde graadsstrategie omvat

het op de situatie van de jeugdige

toegespitste plan, het behandelplan.

De werkwijze van Kok is momenteel

nog steeds de meest gebruikte binnen

de orthopedagogische behandelcentra.

Ook binnen Gastenhof

wordt het orthopedagogisch klimaat

binnen de behandeling vorm gegeven

volgens de methodiek van Kok.

Oplossingsgerichte benadering

De oplossingsgerichte benadering

gaat er van uit dat mensen vooral te

motiveren zijn voor de oplossing van

hun problemen wanneer zij baas blijven

over hun eigen situatie en wanneer

hun eigen sterke kanten worden

ontdekt en gemobiliseerd.

De focus van cliënt en professional is

niet langer gericht op het probleem,

maar op de door de cliënt gewenste

situatie in de toekomst. Oplossingsgericht

werken gaat ervan uit dat de

cliënt zelf in staat is om zijn problemen

op te lossen. Oplossingsgericht werken

voegt niets nieuws toe: eerdere

successen en ideeën van de cliënt

worden opnieuw gebruikt om de

gewenste situatie in de toekomst te

bereiken. (Roeden en Bannink; 2007).

Dit kunnen we zien als een paradigmaverschuiving

in de hulpverlening

(Bolt, 2006). In het medisch model

dat aanvankelijk het denken in de

hulpverlening domineerde, is de visie

van de hulpverlener en zijn diagnose

van het probleem bepalend. Het

oplossingsgerichte model benadrukt

dat de hulpverlener de waarheid

niet in pacht heeft en erkent dat

cliënten experts zijn van hun eigen

leven en zelf weten wat het beste bij

hun behoeften past. Het gaat uit van

respect voor en acceptatie van de

overtuigingen en waarden van de cliënt.

Deze houding van ‘niet - weten’

maakt het mogelijk dat de hulpverlener

vragen stelt, in plaats van de

cliënt te vertellen wat hij moet doen.

In de oplossingsgerichte benadering

helpt de hulpverlener zijn cliënt om

zijn eigen oplossingen te construeren

(Eijgenraam e.a., 2007).

Sociaal competentiemodel

Het sociaal-competentiemodel (Slot

& Spanjaard, 2006) is gebaseerd op

de sociale leertheorie en op ontwikkelingspsychologische

principes. De

sociale leertheorie heeft als uitgangspunt

dat mensen vaardigheden leren

door te kijken naar hoe een ander

iets doet én te zien welke gevolgen

die andere persoon daarvan ondervindt.

De ontwikkelingspsychologie is

gericht op de ontwikkeling van jeugdigen

en de daarbij behorende ontwikkelingstaken.

In het sociaal competentiemodel

staat het in balans

brengen van ontwikkelingstaken en

vaardigheden centraal. Een jeugdige

wordt als competent beschouwd als

er een evenwicht bestaat tussen de

taken/eisen waaraan de jeugdige

moet voldoen en de vaardigheden

die het heeft om deze te volbrengen.

Er zijn factoren die de competentie in

positieve zin beïnvloeden: veerkracht

en beschermende factoren. Anderzijds

zijn er factoren die de competentie

in negatieve zin beïnvloeden:

pathologie en stressvolle gebeurtenissen.

Het model biedt de mogelijkheid

om een analyse te maken van de

taken waarvoor de jeugdige zich

gesteld ziet en van de vaardigheden

waarover het beschikt of zou moeten

beschikken om deze taken te kunnen

uitvoeren. Gedragsproblemen worden

gezien als een verstoorde balans.

In de behandeling vragen beide

kanten van de balans aandacht: het

aanleren van (sociale) vaardigheden

aan de jeugdige en daarnaast het

verlichten van taken waarvoor de

jeugdige zich gesteld ziet. Dit kan

door bijvoorbeeld het geven van

psycho-educatie aan ouders over

de betekenis van de ontwikkelingsachterstand

of lichte verstandelijke

beperking van de jeugdige, zodat

ze verwachtingen en eisen kunnen

aanpassen aan de mogelijkheden

van de jeugdige, door de jeugdige

tijdelijk in een veilige situatie op te

vangen, enz.

Het model stelt de mogelijkheden

van de jeugdigen als uitgangspunt

en biedt derhalve in het werken met

jeugdigen met een LVB houvast aan

de jeugdige én diens omgeving. Er is

sprake van een positieve en concrete

benadering, in een binnen de mogelijkheden

van het individu stapsgewijs

toewerken naar steeds meer zelfstandigheid

en autonomie. Interventies

worden afgestemd op het reeds

aanwezige competente gedrag, het

aanleren van nieuw gedrag, op het

versterken van de beschermende

factoren en het verminderen van de

risicofactoren.

26 27


5. Pedagogische visie

Gastenhof

Gastenhof is zoals omschreven een orthopedagogisch

behandel-instituut voor jeugdigen met een lichte

verstandelijke beperking met daarnaast leer-, gedrags-,

psychosociale- en/of psychiatrische problematiek.

De jeugdigen zijn tussen de 4 en 21 jaar oud.


5.1 Basisattitude

Gastenhof is net zo goed als de

mensen die er werken. De kracht van

Gastenhof zit in iedere medewerker

als individu, maar ook als lid van het

gehele team. In de behandeling van

de jeugdigen komen medewerkers

regelmatig in situaties terecht die er

voor zorgen dat er een spanningsveld

ontstaat met betrekking tot onderwerpen

als, wanneer is het handelen

goed genoeg, hoe kan de veiligheid

voor een ieder gewaarborgd blijven

en hoe kunnen we ontwikkeling

stimuleren. Daarnaast speelt wet- en

regelgeving een bepalende rol in het

handelen van medewerkers.

Naast bovengenoemde zaken is een

positieve basisattitude van medewerkers

een vereiste om te komen tot gedragsbeïnvloeding

en relatievorming.

De klant (jeugdige/systeem) is

koning(in)

Het is van belang dat medewerkers

van Gastenhof de jeugdigen en het

systeem behandelen zoals zij zelf ook

behandeld willen worden. Hier dienen

medewerkers zich voortdurend

bewust van te zijn.

Afspraak is afspraak

Afspraken zijn heilig, dus hier houden

wij ons aan. Lukt dat niet dan leggen

we dat uit. Dat lijkt een dooddoener,

maar het is een prachtige manier om

respect te tonen.

Luister goed

Alles begint met luisteren; oprecht,

geïnteresseerd en betrokken luisteren.

Ga zoveel mogelijk een dialoog aan,

niet een discussie. Beter een keer te

vaak geluisterd/verteld, dan een keer

te weinig.

Denk in oplossingen

En niet in problemen. Werk constant

aan vergroting van (vak)kennis en

inzicht in de jeugdige en zijn/haar

systeem. Een wijs mens is niet diegene

die veel weet, maar diegene die beseft

dat hij nog veel moet leren.

Leer van elkaar

We zijn allemaal afhankelijk van

elkaar en werken aan hetzelfde doel.

Organiseer, orden en plan het werk

zodanig dat niet alleen jij, maar ook

de klanten er optimaal plezier van

hebben.

Wees flexibel

Er is maar een ding zeker en dat is dat

de hele wereld constant wijzigt. Ben

creatief in oplossingen. Durf buiten

de kaders te denken in het zoeken

naar een voor de situatie passende

oplossing.

Denk en doe respectvol

Iedereen verdient respect. Jij, maar

ook een ander. Altijd, in alle omstandigheden.

Je zou zelf niet anders

willen.

De kracht van een team

Eén en één is drie, tien en tien is

dertig. Wat een hecht team voor

elkaar krijgt, lukt een individu zelden.

Bouwen aan een team is welbestede

energie. Dit geldt ook in de relatie

met de jeugdige en zijn/haar systeem.

Werk ook hier als een team.

Geef het goede voorbeeld

Opvoeders zijn de rolmodellen voor

de jeugdigen. Dat geldt ook voor medewerkers

van Gastenhof. Gedurende

het werk dient men zich hier dan

ook voortdurend van bewust te zijn.

Basisattitude

30 31


5.2 Kernwaarden Pedagogische visie

Na het bestuderen van literatuur en na het uitvoeren van interviews met diverse

medewerkers van Gastenhof heeft het beeld van de pedagogische visie van

Gastenhof vorm gekregen. Hieronder wordt dit beeld samengevat. Dit is onze

gezamenlijke pedagogische visie, dit vinden wij belangrijk. Zo gaan we om met

onze jeugdigen en hun systeem. De hierboven genoemde aspecten van de

basisattitude die betrekking hebben op de bejegening van de jeugdige en

systeem vormen een basis voor onderstaande kernwaarden:

Gastenhof ziet elke jeugdige als

een uniek individu met eigen

mogelijkheden en krachten

Elke jeugdige wordt geaccepteerd

en gerespecteerd, ongeacht

zijn gedrag. Gastenhof sluit

aan bij de mogelijkheden, krachten

en talenten van de jeugdige.

Zij doet dit vanuit de overtuiging

dat de jeugdige expert is in zijn

eigen leven. Elke jeugdige heeft

van nature een eigen motivatie

om te groeien en ontwikkelen.

Gastenhof wil een omgeving

creëren die optimale voorwaarden

biedt voor groei en ontwikkeling

van de jeugdige, vanuit

de overtuiging dat er sprake

is van een verstoorde balans

tussen taken en vaardigheden.

Gastenhof ziet het als zijn taak

om deze balans waar mogelijk te

herstellen.

Gastenhof werkt vanuit het besef

dat de jeugdige onlosmakelijk

is verbonden met zijn ouders en

familie, systeem

Niet alleen de jeugdigen zijn de

cliënten van Gastenhof. Ook

het systeem speelt hierin een

belangrijke rol. De behandeling

richt zich immers op de gehele

opvoedcontext van de jeugdige.

Dat maakt ook dat de hele

context onderdeel is van het cliëntsysteem,

te weten het gezin,

familie, dagbesteding, BJZ, etc.

Gastenhof werkt samen met

de ouders in de opvoeding

van de jeugdige

De ouders of wettelijk vertegenwoordigers

blijven de verantwoordelijke

voor de opvoeding

van de jeugdige. Gastenhof

deelt een stukje van die opvoeding

tijdelijk met ouders. In het

stuk betreffende ouderschap

werd al omschreven dat ouderschap

de zijnsverantwoordelijkheid

van het kind/de jeugdige

is. Dit maakt dat ouders ten alle

tijden bij de behandeling moeten

worden betrokken, er een

behandelmandaat moet zijn of

dat er minimaal gestreefd moet

worden naar een grote betrokkenheid

van ouders. De positie

die de medewerker aanneemt

ten aanzien van ouders en de relatie

die met ouders aangegaan

wordt, is van doorslaggevend

belang bij het al dan niet slagen

van de behandeling. Gezamenlijk

zal de opvoeding vorm

worden gegeven, waarbij door

de medewerkers altijd rekening

gehouden wordt met de behoeften

en grenzen van ouders

en jeugdige, ook als het gaat

over de gewenste resultaten van

de behandeling. Hier kan een

conflict ontstaan met de professionele

verantwoordelijkheid van

de medewerker. Het criterium

van de ontwikkeling en veiligheid

van de jeugdige is hierbij doorslaggevend.

Gastenhof werkt vanuit de

pedagogische relatie met de

jeugdige

Vanuit de pedagogische relatie

die de medewerkers van Gastenhof

hebben met de jeugdigen

en het systeem wordt de

behandeling vorm gegeven.

Zoals in de gehechtheidstheorie

wordt aangegeven is het ook

voor medewerkers van belang

een basis te bieden voor het

aangaan van een relatie die

betrouwbaarheid en veiligheid

biedt. Je kan pas iets aan het

gedrag van de jeugdige veranderen

als er een relatie is. Bovendien

komen veel problemen

in het gedrag voort uit ervaren

onveiligheid en onduidelijkheid.

Medewerkers dienen hier bewust

mee bezig te zijn. En zowel bij

start van de behandeling, als ook

bij interne verhuizing of beëindiging

van de behandeling wordt

hier rekening mee gehouden.

Door medewerkers wordt ruimte

geboden voor het bestaansrecht

van de jeugdige, het persoonsrecht

en voor onvoorwaardelijke

acceptatie van de jeugdige.

32

33


5.2 Kernwaarden Pedagogische visie (vervolg)

Gastenhof zorgt voor een

omgeving waar jeugdigen en

medewerkers zich veilig voelen

Met een veilige omgeving

wordt hier niet alleen een goed

ontwikkeling stimulerend klimaat

voor de jeugdige bedoeld,

maar ook om een omgeving

waarin ieder zich beschermd

weet tegen agressie en geweld.

Medewerkers zorgen voor een

positief klimaat waarin zo min

mogelijk aanleiding is voor agressie,

zij zijn alert op signalen van

onveiligheid binnen en buiten

de instelling en handelen hierin

adequaat . Zij werken met name

preventief.

Veiligheid behelst niet alleen de

situatie binnen Gastenhof, maar

ook de situatie bij de jeugdige

thuis. Een goede relatie met

ouders waarin sprake is van aansluiten

bij, maar ook aanspreken

op, is een voorwaarde voor de

behandeling. Bij signalen van onveiligheid

voor de jeugdige is het

de verantwoordelijkheid van de

medewerkers van Gastenhof om

hierover in gesprek te gaan en te

werken aan maximale veiligheid.

Gastenhof helpt de jeugdige

en zijn systeem om eigen

oplossingen te vinden.

De jeugdige en zijn ouders

houden de regie over hun

eigen leven

Gastenhof kijkt naar en werkt

aan problemen vanuit de oplossingsgerichte

benadering. De

medewerker is niet de deskundige

die de oplossing weet en

aanreikt, maar iemand die de

jeugdige en zijn ouders intensief

begeleidt in het ontdekken wat

voor hen goede oplossingen zijn.

Die jeugdige en zijn ouders zijn

experts over hun eigen leven.

Er wordt in Gastenhof dan ook

gewerkt vanuit respect voor en

acceptatie van de overtuigingen

en waarden van de jeugdigen

aan zijn ouders. Waarbij de

algemeen geldende normen en

waarden eveneens als uitgangspunt

worden meegenomen.

Dit betekent voor medewerkers

een houding waarin ze vragen

stellen in plaats van oplossingen

aanbieden. Hierbij wordt actief

gebruik gemaakt van de resources

van de jeugdige en zijn

ouders om de problemen aan te

pakken en op te lossen.

Gastenhof werkt toe naar

participatie van de jeugdige

aan de samenleving

Van groot belang in de behandeling

die Gastenhof biedt is het

doel waar aan gewerkt wordt.

De jeugdige en ouders stellen

samen met de behandelaars

het perspectief en einddoel van

de behandeling vast, waarbij

de hulp van Gastenhof er op

gericht is de jeugdige een reële

kans te bieden op ontwikkeling

naar zelfstandigheid, volwassenheid

en een realistisch toekomstperspectief

Participatie aan de

samenleving is voor Gastenhof

een belangrijk onderdeel in de

inhoud van de opvoeding. Hierbij

wordt veel aandacht geschonken

aan dagbesteding, vrije tijd,

sociaal netwerk en wonen. Het

stimuleren van sociale contacten

zowel binnen als buiten

Gastenhof wordt gezien als een

belangrijke parameter in het

behouden van de behandelresultaten

na beëindiging van het

traject in Gastenhof. Gedurende

de behandeling wordt hier veel

aandacht aan besteed, zowel in

de groep als buiten de instelling.

Het vergroten van het netwerk

van de jeugdige vraagt een

samenwerking met het gehele

systeem van de jeugdige en niet

alleen met de ouders. In overleg

met jeugdige en ouders dient

hier naar gekeken te worden.

34

35


5.3 Uitgangspunten voor het

pedagogische klimaat

De pedagogische visie wordt vertaald

naar de door Jongepier en collega’s

(2010) opgestelde zes principes

voor een goed pedagogisch klimaat.

Deze geven richting aan de relatie

tussen medewerkers en jeugdige

en aan het pedagogisch handelen

volgens de kernwaarden. De afgelopen

periode zijn diverse medewerkers

geïnterviewd over hun visie op de rol

en taak van Gastenhof in de omgang

met jeugdigen en hun ouders

om te komen tot een ontwikkeling

stimulerend klimaat. De antwoorden

op deze vragen zijn verwerkt in de 6

principes. Deze kunnen niet los van

elkaar worden gezien, maar zijn complementair

aan elkaar.

5.3.1 Emotionele steun

Emotionele steun voor de jeugdige

wordt als een belangrijk uitgangspunt

gezien voor een pedagogisch

klimaat. Het heeft te maken met sensitieve

responsiviteit, ook wel warmte

en ondersteunende aanwezigheid

genoemd. Dit vraagt van medewerkers

dat zij in staat zijn om signalen,

die aangeven dat een kind zich niet

Ben er voor mij!

goed voelt of behoefte heeft aan

ondersteuning, op te merken, goed

te interpreteren en er passend op te

reageren. Daardoor zal het kind zich

begrepen, geaccepteerd en veilig

voelen (NCKO-Kwaliteitsmonitor,

2009). Emotionele steun betekent:

een veilige basis bieden, de mogelijkheid

bieden tot hechting. Een veilige

basis is een essentiële voorwaarde

om te kunnen ontwikkelen en beschermt

tegen overmatige stress.

In de interviews komt naar voren dat

medewerkers dit uitgangspunt erg

belangrijk vinden. Zij geven aan dat

dit tot uiting dient te komen in de

huiselijkheid en de gezelligheid in de

groepen. Hiermee wordt niet alleen

op de sfeer gedoeld, maar ook op

het aanzicht en de inrichting van de

groep. Het werken vanuit een relatie

met de jeugdigen en zijn systeem

wordt door medewerkers als een

voorwaarde gezien voor het kunnen

bieden van emotionele steun. Dit betekent

ook dat het belangrijk is dat er

individuele aandacht en nabijheid is

voor de jeugdige en dat er tijd moet

zijn om elkaar te leren kennen.

In het aangaan van een relatie

spelen veiligheid en vertrouwen een

belangrijke rol. Om als medewerker

het vertrouwen van de jeugdigen te

winnen is het belangrijk dat afspraken

worden nagekomen, dat er “echt”

geluisterd wordt, dat er samengewerkt

wordt en dat er ingespeeld

wordt op de wensen en behoeften

van de jeugdigen. Hierbij is elkaar

serieus nemen ook van groot belang.

5.3.2 Autonomie en ruimte

In een veilige omgeving is de jeugdige

in staat dingen te ondernemen en

uit te proberen. Dit zijn voorwaarden

voor leren en ontwikkelen. De doelstelling

hierbij is dat de jeugdige de

kans krijgt zich te ontwikkelen tot een

goed functionerend persoon, gestimuleerd

tot volwaardig burgerschap

binnen de mogelijkheden en beperkingen

van de jeugdige, binnen de

samenleving.

Om dat te kunnen doen moet de

jeugdige de mogelijkheid en kans krijgen

om initiatieven te nemen, zaken

uit te proberen, succeservaringen op

te doen, maar ook om fouten te maken.

Belangrijk is dan ook om respect

te hebben voor de autonomie van

de jeugdige. Het is van belang jeugdigen

te stimuleren om zoveel mogelijk

zelf te doen, zelf problemen op te

lossen en om hun eigen oplossingen

en ideeën te respecteren. Daardoor

wordt hun zelfvertrouwen groter.

Regels op allerlei gebieden kunnen

hun ruimte voor eigen initiatieven

sterk indammen en moeten daarom

kritisch bekeken worden en waar mogelijk

tot een minimum beperkt. Dit zal

jeugdigen uitdagen en prikkelen zich

te ontwikkelen.

In de interviews erkennen medewerkers

het belang om de regie zo

veel mogelijk bij de jeugdige en het

systeem te laten liggen. Medewerkers

van Gastenhof zouden zo min mogelijk

over moeten nemen en zoveel

mogelijk verantwoordelijkheid bij de

jeugdige en het systeem moeten

laten. Dit vraagt een gelijkwaardige

en respectvolle bejegening. Er dient

een voortdurend bewustzijn te zijn bij

alle medewerkers over wat zij wel/niet

‘overnemen’ en wat de vraag van

jeugdige en systeem aan Gastenhof

is. De jeugdige wordt gestimuleerd

om zelf keuzes te maken, succeservaringen

op te doen en krijgt ook de

mogelijkheid

om

fouten te

maken en

daarvan

te leren.

Hier

dienen zij

de ruimte

en het

vertrouwen

voor

te krijgen, zodat de

jeugdige de zelfredzaamheid kan

vergroten. Bij opvoeden hoort zoals

omschreven in de ontwikkelingspsychologie

ook het nemen van risico’s.

Ondersteun en

stimuleer mij!

5.3.3 Structuur en grenzen

In de interviews noemen medewerkers

het aanleren van waarden en

normen door jeugdigen als aspect

van hun werk, zodat zij als volwaardig

burger kunnen participeren in de

maatschappij. Structuur biedt jeugdigen

houvast bij hun ontdekkingstocht

in het leven. Structuur bieden en

grenzen stellen draagt bij aan een

gevoel van veiligheid en competentie

van jeugdigen. Een duidelijk en

gestructureerd leerklimaat biedt voorspelbaarheid.

Dit creëert veiligheid

en daarmee een vruchtbare bodem

voor ontwikkeling.

Door structuur aan te brengen in situaties,

taken en activiteiten wordt voor

jeugdigen duidelijk wat er van hen

verwacht wordt. Dit komt tot uiting in

dagroutine en in regels. Er dient uitgegaan

te worden van regie op basis

van samenwerking en overleg en dat

de structuur niet leidt tot beheersing

en controle. Het is beter om grenzen

aan te geven en uit te leggen waar-

36 37


Bied mij houvast!

om iets wel/niet kan i.p.v. te werken

met regels en verboden. Uitleg creëert

ontwikkelingsmogelijkheden voor

de jeugdige en stimuleert de jeugdige

in het maken van eigen keuzes,

zoals omschreven bij ‘autonomie en

ruimte’. Het is dan ook belangrijk de

jeugdige als individu te behandelen

en niet de hele groep over één kam

te scheren.

Er zijn situaties waarin jeugdigen

over grenzen heen gaan. Het is heel

belangrijk dat er preventief gewerkt

wordt met de jeugdigen om herkenning

van emoties en frustraties en

de hantering hiervan te stimuleren.

Alleen in noodgevallen, dus waar

de veiligheid van de jeugdige of de

omgeving ernstig gevaar loopt, kunnen

en mogen vrijheidsbeperkende

maatregelen worden ingezet. Medewerkers

dienen zich ten alle tijden

bewust te zijn van hun voorbeeldrol

naar de jeugdigen toe. Dat betekent

dat zij gedurende hun hele diensttijd

alert dienen te zijn op de signalen

die zij uitzenden, bijv. op het gebied

van een gezonde levensstijl, wijze van

communiceren met en over jeugdigen,

etc.

5.3.4 Informatie en uitleg geven

Bij informatie geven en uitleggen

gaat het om de bijdrage die volwassenen

leveren aan de groei en

ontwikkeling van de jeugdige. Een

jeugdige heeft volwassenen nodig

die uitleg geven over hoe de wereld

in elkaar zit.

Medewerkers moeten zich voortdurend

bewust zijn van het feit dat

jeugdigen in ontwikkeling zijn en dat

interacties en situaties benut dienen

te worden om de jeugdige iets te

leren. Voor de jeugdige is van belang

dat hij ervaart dat het zinvol is wat hij/

zij doet en meemaakt in de groep,

dat hij/zij er wat aan heeft.

In de interviews komt naar voren dat

het belangrijk is om jeugdigen te

laten leren door ervaren. Op het juiste

moment en op de juiste manier informatie

geven of iets uitleggen is hierbij

de rol van de medewerker. Het gaat

dan zowel om gewone alledaagse

verschijnselen en gebeurtenissen als

om de persoonlijke situatie van de

jeugdige. Dit door de jeugdige middels

vragen te stimuleren over zijn eigen

situatie na te denken. Dat vraagt

van medewerkers meer dan alleen

belonen en bestraffen van gedrag.

Laat mij ervaren!

Dit vraagt het creëren van oefensituaties

en de kans om fouten te mogen

maken.

5.3.5 Interacties met andere

jeugdigen stimuleren

Ervaringen die jeugdigen opdoen

in het contact met anderen, zowel

binnen als buiten de behandelsetting,

zijn van grote invloed op hun

welbevinden en ontwikkeling. Het is

belangrijk om binnen de behandeling

aandacht te schenken aan

Laat mij vrienden

maken!

de contacten tussen jeugdigen onderling

en groepsprocessen. Binnen

de behandeling kunnen jeugdigen

op een veilige manier oefenen met

relaties en sociale interacties. Omdat

voor de jeugdigen de ontwikkeling

op dit punt vaak problematisch is

verlopen, is het belangrijk dat hier

veel aandacht aan wordt besteed.

De taak van de medewerkers is hierin

met name het bevorderen van positieve

interacties (succeservaringen),

het activeren van de jeugdigen om

mee te participeren en het creëren

van een veilig leefklimaat. Jeugdigen

met een lichte verstandelijke beperking

zijn geneigd te kiezen voor passieve

of agressieve oplossingen. Hier

dient actief in gestuurd te worden.

Om zich te kunnen ontwikkelen, ook

op sociaal gebied, is het belangrijk

dat de jeugdige zich veilig voelt.

Generalisatie van het geleerde zal bij

jeugdigen met een lichte verstandelijke

beperking niet vanzelfsprekend

zijn. Dit vraagt van medewerkers

geduld en herhaling. In de interviews

komen medewerkers hier ook op

terug. Zij beschrijven de samenstelling

van bijvoorbeeld de groep

als stimulerende maar tevens ook

complicerende factor binnen de

behandeling. Aangegeven wordt dat

dit een actieve rol vraagt van groepsleiding

en vooral deelname aan het

groepsproces. Het begeleiden van

interacties kan alleen als groepsleiding

aanwezig is om te sturen. Ook

het netwerk buiten de behandeling

wordt door de geïnterviewden als belangrijk

omschreven en hier dient dan

ook veel aandacht aan besteed te

worden. Hierbij is het van belang dat

Gastenhof de buitenwereld binnenlaat

en met de binnenwereld naar

buiten treedt.

5.3.6 Relatie tussen jeugdige en

ouders stimuleren

Ouders blijven altijd de ouders van

hun kind, ook als zij niet meer de

(volledige) opvoedingsverantwoordelijkheid

hebben. Zoals al eerder

beschreven is er een tijdsloze en

onvoorwaardelijke relatie tussen de

ouders en hun kind. Van belang is

dat de medewerkers het belang

van de ouders in het leven van de

jeugdige erkennen, respecteren en

een optimale betrokkenheid tussen

38 39


Respecteer mijn

thuis!

de jeugdige en het gezin van herkomst

stimuleren. Daarvoor is nodig

dat medewerkers de loyaliteit van

de jeugdige naar zijn ouders erkennen,

ouders positief bejegenen en

ruimte bieden voor contacten tussen

ouders en jeugdige. Ook hier geldt

het belang ouders zoveel mogelijk

zelf verantwoordelijk te laten voor de

opvoeding van hun kind en alleen

voor die taken opvoedingsmandaat

te vragen die strikt noodzakelijk zijn.

Er dient aandacht en respect te zijn

voor (de positie van) ouders. Zij zijn

uiteindelijk degene die de verantwoordelijkheid

voor hun kind dragen

en dienen dan ook een regie rol te

vervullen in de behandeling van het

kind. In de interviews komt ook het

belang van goede samenwerking

met de ouders naar voren. Zoals

een medewerker zegt: “het is zijn/

haar kind waar wij even voor mogen

zorgen”. Het blijft hun kind. Als pedagogisch

medewerker probeer je zo

goed mogelijk met ouders af te stemmen

over de opvoeding. Samen met

ouders en, afhankelijk van de leeftijd,

de jeugdige zelf worden beslissingen

over de jeugdige genomen.

5.3.7 Gezonde levensstijl

Gezondheid is een belangrijk goed.

Dat betekent dat er in de opvoeding

van de jeugdigen van Gastenhof

veel aandacht geschonken wordt

aan een gezonde levensstijl. Dit

gebeurt op een aantal vlakken. Te

beginnen met een gezonde voeding.

Jeugdigen worden gestimuleerd

gezond te eten en geleerd hoe omgegaan

moet worden met uitzonderingssituaties.

Hierin speelt voorlichting

en voorbeeldgedrag een belangrijke

rol.

Een ander thema waar met betrekking

tot een gezonde levensstijl

aandacht aan besteed wordt is

bewegen. Jeugdigen worden gestimuleerd

om actief te zijn. Er worden

sportactiviteiten aangeboden en ook

hier speelt voorlichting en voorbeeldgedrag

een belangrijke rol.

Tot slot wordt er aandacht besteed

aan andere vormen van ongezonde

levensstijlen, waarbij gedacht kan

worden aan roken, drugs, alcohol,

etc. Er zijn binnen Gastenhof duidelijke

regels en afspraken over het

gebruik van deze middelen.

Er wordt voorlichting gegeven en

ook hier speelt voorbeeldgedrag een

belangrijke rol.

Respecteer mijn

gezondheid!

Literatuur

• Boendermaker, L., Rooijen, K. van, &

Berg, T. (2010)

Residentiële jeugdzorg: wat werkt?

Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.

• Bolt, A. (2006)

Het gezin centraal. Amsterdam:

SWP uitgeverij.

• Bronfenbrenner, U. (1979)

The ecology of human development.

Cambridge, MA: Harvard

University Press.

• Bronfenbrenner, U. (1994)

Ecological models of human

development. In: T. Husten & T. N.

Postlethwaite (Eds), International

encyclopedia of education (2nd

ed., Vol. 3, pp.1643-1647). New York:

Elsevier Science.

• Doef, P. van der (2012)

De orthopedagogische ervaring.

Theorie en praktijk van innerlijke

relaties in de opvoeding.

Amsterdam: SWP.

• Douma, J. (2011)

Handreiking Pedagogisch Klimaat:

een prakijk-theorethische beschrijving

van een goed pedagogische

klimaat in de residentiële zorg voor

jeugdigen met een licht verstandelijke

beperking. Utrecht: VOBC-LVG.

• Eijgenraam, K., Vugt, M. van, en

Berger, M. (2007)

Ambulante Spoedhulp Jeugdzorg.

Utrecht/Woerden: Nederlands

Jeugdinstituut / Adviesbureau Van

Montfoort.

40 41

• Harder, A. T. (2011)

The downside up? A study of factors

associated with a successful course

of treatment for adolescents in

secure residential care. Groningen:

RUG.

• Helm, P. van der (2011)

First do not Harm. Living Group climate

in secure juvenile correctional

institutions. Amsterdam SWP.

• Jongepier, N.; Struijk, M.; Van der

Helm, P. (2010)

Zes uitgangspunten voor een goed

pedagogische klimaat. Jeugd en

Co Kennis, 01/2010.

• Jongepier, N., Persoon, A.,

Taekema, A. (2011)

Concept pedagogische kader

De La Salle.

• Juffer, F. ( 2010)

Beslissingen over kinderen in problematische

opvoedingssituaties:

inzichten uit gehechtheidsonderzoek.

Den Haag: Raad voor de

Rechtspraak, 2010.

• Kok, J.F.W. (1999)

Specifiek opvoeden. Maarssen:

Elsevier/De Tijdstroom.

• Moonen, X. Held, J., Leeman, M.

(red.) (2011)

Voorlopige richtlijn wettelijk kader

Orthopedagogische behandelcentra:

Pedagogische-juridische

overwegingen voor het uitvoeren

van de behandeling binnen een

orthopedagogisch behandelcen-


trum voor jeugdigen met een licht

verstandelijke beperking. Utrecht:

VOBC-LVG.

• Pas, A. van der (2005)

‘Eert uw vaders en uw moeders.

Opvoedproblemen nader verklaard’,

Handboek Methodische

Ouderbegeleiding 3. Amsterdam:

Uitgeverij SWP.

• Zaal, E., M. Boerhaave en M. Koster

(2009)

Hechting, basisveiligheid, basisvertrouwen,

begeleiding en behandeling.

Een handreiking voor begeleiders

en behandelaars. Cordaan en

Amsta.

• Ploeg, J. van der (2005)

Behandeling van gedragsproblemen.

Rotterdam: Lemniscaat.

• Riksen-Walraven, M. (2000)

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang.

Vossiuspers AUP.

• Riksen-Walraven, M. (2002)

Wie het kleine niet eert…Over de

grote invloed van vroege sociale

ervaringen. Nijmegen: Katholieke

Universiteit.

Meer informatie? www.gastenhof.nl

• Roeden, J. en F. Bannink (2007)

Handboek oplossingsgericht werken

met licht verstandelijk beperkte

cliënten. Amsterdam: Pearson.

• Schuengel, C., Venmans, J., IJzendoorn

R. van & Zegers, M. (2006)

Gehechtheidsstrategieën van zeer

problematische jongeren. Onderzoek,

diagnostiek en methodiek.

Amsterdam, SWP.

• Slot, N.W. en Spanjaard, H.J.M.

(2006)

Competentievergroting in de residentiële

jeugdzorg. Hulpverlening

voor kinderen en jongeren in tehuizen.

Baarn: ThiemeMeulenhoff.

42


Wilhelminalaan 6

6051 BJ Maasbracht

T 046-4775293

F 0475-430657

E clientenbureaugastenhof@koraalgroep.nl

I www.gastenhof.nl

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!