JAPAN

stromenvankracht

In Japan, met zijn Shinto-religie, komen de mensen niet gemakkelijk tot overgave aan Jezus Christus. Alleen als zij voor hun ogen zieken zien genezen, wonderen, bovennatuurlijk ingrijpen Gods, zullen zij besluiten om Christus te zoeken. De Japanner is een realist, een ogen-mens, een aarde-mens, hij denkt rationeel, hij is een mathematicus, hij wil tastbare, zichtbare, duidelijke bewijzen, op meningen wil hij niet afgaan. Daarom is er in Japan slechts een mogelijkheid om succesvol te missioneren, dat is wanneer boodschappers Gods openlijk de kracht Gods tonen in duidelijke, controleerbare, spectaculaire wonderen.
Als de Japanner een prediking hoort, zal hij kritisch luisteren, hij is een uitstekende luisteraar. Hij zal elk woord intelligent proeven en analyseren, afwegen op zijn waarheid. Zijn twijfel zal alleen gebroken kunnen worden, als hij het woord bevestigd ziet door wonderen en tekenen.

KAREL HOEKENDIJK


Door

KAREL HOEKENDIJK

1


"En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven

alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan henen, maakt alle volken

tot Mijn discipelen en doopt hen in den naam des Vaders en des

Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u

bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding

der wereld" (Matth. 28 : 18-20).

De Kerk van Christus dient gemotiveerd te zijn in de opdracht van

Christus om uit te gaan en de volkeren het heil aan te zeggen in Hem.

Zij dient haar visie, methodes, voorkeuren te herzien en zich te

concentreren op haar oorspronkelijke en wezenlijke taak: in deze

generatie aan elk schepsel het Evangelie te verkondigen. Maar dan het

Evangelie in volle overwinningskracht, in heel het geweld van het

3


Koninkrijk. De Kerk zal groeien naarmate zij ernstig en toegewijd,

ook terdege toegerust, hiermee bezig is. Christus groeit in haar

naarmate zij Hem uitdraagt.

Het probleem is niet dat deuren zijn gesloten, dat gordijnen

blokkeren; het ijzeren gordijn, het bamboe gordijn, het zijden gordijn,

het koran gordijn. Zij beschikt in haar Heer over de wegen en de

mogelijkheden die te doorbreken, zich door niets en niemand te laten

ophouden, afhouden, tegenhouden van haar taak, in de kracht van

haar Heer, in Wien alle dingen mogelijk zijn. Zij heeft een nieuwe

visie nodig, een her-oriëntatie op haar ware identiteit, een nieuw

impuls van de Heilige Geest om zich dit weer nadrukkelijk bewust te

zijn. Want Evangelie is het beste nieuws dat ooit door mensenoren is

opgevangen!

Het gaat erom de ziel van een volk te redden voor Jezus; ziel en

lichaam, geest en stof. De ziel zal eerst de Waarheid gepredikt

worden, het Woord Gods; door de Geest der Waarheid zichzelf doen

ontdekken in haar verlorenheid. Het is de ziel die liegt, niet het

lichaam. Het lichaam is de brave hond die de blinde leidt. Het lichaam

van een volk, zijn fysiek bestaan, ook zijn economische nood, zal me

de genezen waar de ziel geneest en vrij wordt. De Waarheid maakt

vrij! Ik ga nooit naar een land om te missioneren als het mij niet

duidelijk door de Zender wordt gezegd. Paulus zegt: "Ik ging op

grond van een openbaring". Deze keer was het Japan waarheen Gods

aanwijzing wees. Hij herhaalde dit. Ik was het al langer van plan

geweest, reisde zelfs eens langs Japan heen. Maar dit was Gods wel

aangename tijd. Ik moest mij overgeven aan Zijn wil, luisteren naar

Zijn precieze instructies, profetieën volgen, dan zou Hij mij brengen

naar de juiste mens en, mijn voeten doen stilhouden voor de juiste

deur…

Het gaat erom het visioen gehoorzaam te zijn. Het gaat er niet om

geïnteresseerd te zijn alleen, bewogen, maar om waarlijk te gaan, om

veilige zekerheden te verlaten, zichzelf los te laten en met het Goede

Nieuws naar de naaste te gaan, hem dit bekend maken, hem er door te

laten meeslepen en hem er in te doen geloven. Daar is meer in

christendom dan onze eigen huid te redden.

Opstaan moeten wij en in beweging komen, meebewegen waar de

Geest beweegt, in actie komen waar de Geest in actie komt. Niet over

4


kansen discussiëren, niet te vluchten in verontschuldigingen, niet

mopperen over "harde bodem", niet anderen er mee op te schepen,

niet in "kosten berekenen" blijven steken, maar uittrekken voor Jezus,

in geloof. Het visioen gehoorzamen. Paulus zegt: "Daarom, koning

Agrippa, ben ik dat hemelse gezicht niet ongehoorzaam geweest ... "

(Hand. 26 : 19). Met Gods hulp, aan Zijn hand! Resoluut! Met

vreugde ook. Met een glimlach naar het land van de glimlach ...

Ter oriëntatie eerst enkele informaties over de geschiedenis van

Japan. De eerste Boeddhistische priester kwam naar Japan in het jaar

552 n.C. Hij bracht een geschreven taal, ook Chinese tekeningen en

kunstvoorwerpen mee. Prins Shotoku, regent van Japan (593-621)

moedigde de Japanners aan deze oude Chinese cultuur te aanvaarden,

daarom wordt hij de stichter van de Japanse cultuur genoemd.

Keizer Kammu bouwde in 794 de stad Kyoto, de "heilige stad", die

tot 1869 de officiële hoofdstad van Japan bleef. Verschillende

belangrijke families en feodale heren waren de werkelijke regeerders

van Japan. Soms regeerde slechts een machtige familie het gehele

land; de eerste familie die over Japan regeerde was de Fujiwara-clan.

In 1274 zond Kublai Khan, een Mongoolse heerser, een grote vloot

om Japan te veroveren. Een tyfoon vernielde deze vloot. De Japanners

noemden deze tyfoon "kamikaze" of goddelijke stormwind. Kublai

Khan rostte daarna een tweede vloot uit in 1281, ook nu faalde hij.

Europa hoorde voor het eerst over Japan door Marco Polo, de

legendarische Venetiaanse wereldreiziger, het was in 1200. Hij bracht

romantische verhalen mee van een land dat hij vanuit China bereisde.

Hij noemde het land Cipango (Japan is hiervan afgeleid), rijk aan

goud, zilver en zijde. Hij vertelde dat het keizerlijke paleis een dak

had van goud en zelfs de honden gouden halsbanden droegen. Er was

bovendien een overvloed van parels en edelstenen. Het was geen

wonder dat het nieuws over dit gouden eilandenrijk in het Oosten

Europese kooplieden intrigeerden, die schepen toerustten. De

verhalen waren sterk overdreven, dat bleek wel, maar toch vond men

een overvloed aan zilver en zijde. Columbus probeerde Japan te

bereiken en Oost-Indie, toen hij in 1492 van Europa uit Westwaarts

zeilde. In 1540 waren Portugese zeelieden echter de eerste

Europeanen die de eilanden bereikten. Een Spaanse Jezuïet, Francis

5


Xavier (Xaverius), landde in Kagoshima, in Zuid Kyushu, in 1549.

De Japanse edelen en officials bereidden hem een hartelijk welkom.

In het jaar 1600, op 19 april, landden de eerste Nederlanders met het

schip "De Liefde" in de haven van Bungo, in het Oosten van Kyushu.

Zij zeilden in zwaar weer via Vuurland in een flottille van vijf

schepen, waarvan alleen "De Liefde" in Japan aankwam. Van de 110

bemanningsleden van het schip overleefden slechts 24 deze barre reis

van twee jaar. De kapitein J. J. Quaeckernaeck kreeg het recht om een

handelspost te stichten voor de Nederlandse "Compagnie van Verre".

De eerste stuurman van "De Liefde", de Engelsman William Adams,

bracht het evenals zijn collega Jan Joosten van Lowensteyn, tot hoge

posities aan het Japanse hof, zij werden vertrouwelingen en

raadgevers van de Shohun, de machtigste man van Japan. Zij kregen

de volle vrijheid handel te drijven. Twee Nederlandse schepen liepen

in 1609 de haven van Hirado binnen in Noord-west Kyushu en

stichtten een handelspost op het schiereilandje Deshima in de baai van

Nagasaki. Zij deden goede zaken en vormde tegelijk de enige uitkijken

luisterpost van Japan op de wereld. Het contact met de

Nederlanders was de eerste aanraking van Japan geweest met de

Westerse cultuur en het boeide de Japanners dermate dat zij zich

daarin trachtten in te leven.

Zo bestudeerden zij met grote ijver aardrijkskunde, astronomie,

anatomie en schilderkunst. Een Nederlandse koopman Isaiic Titsingh

schonk een exemplaar van het Groot Schildersboek van Gerard de

Lairesse aan een beroemd Japans kunstenaar Shiba Kokan, die zich

naarstig begon te oefenen in de techniek van het schilderen in

olieverf; niet langer op zijde maar op doek, ook leerde hij het etsen in

koper. Hij zei: "Men kan de heilige berg Fuyiama alleen maar goed

schilderen op 6 Hollandse wijze". De contacten van Japan met de

buitenwereld werden uitsluitend via de Nederlandse factorij in

Nagasaki gelegd, de gemonopoliseerde handelspost der kooplieden.

Voor Japan was Nederlands de internationale taal. In 1788 verscheen

het tweedelige Nederlandse-Japanse Woordenboek van Otsugi

Gentaku. Aan het hof werd Nederlands gesproken als de taal der

beschaving. Ook kwam een kookboek uit met Nederlandse recepten,

het heette: "De volmaakte Hollandse keukenmeid".

6


Het stadswapen van Nagasaki, nog steeds, toont drie rood-witblauwe

tulpen. Men wijst u nog vandaag de Holland-club, Holland-straat

(Oranda Saka), Holland-restaurants, Hollandmuseum, veelal achter

typische Hollandse gevels. Nu nog bevat de Japanse taal vele

verbasterde maar van origine Nederlandse woorden; alleen al in de

Japanse medische taal meer dan vierhonderd.

Daar kwam echter een tijd dat de Japanners wantrouwig werden, zij

vreesden dat de missionarissen en kooplieden weldra gevolgd zouden

worden door Europese legers om deze eilanden te overmeesteren.

De argwaan groeide tot vrees die zo hoog opliep dat de Japanse

leiders besloten deze Christenen te vermoorden. In 1614 beval

Iyeysasu alle Christelijke priesters en missionarissen het land te

verlaten. Ook beval hij dat alle Japanners die door het Christendom

waren "aangestoken" deze godsdienst op te geven. De Christenen

vluchtten naar het eiland Amakusa, ten Westen van Kyushu. In een

museum aldaar vonden wij uit die tijd nog vele aanwijzingen van het

Christendom, in prenten, gebruiksvoorwerpen en aardewerk.

Tenslotte kwamen de legers naar Amakusa, onder aanvoering van

generaal Angakusa en woedde een wrede oorlog tegen de daar

verzamelde Christenen, waarvan 1 miljoen werden vermoord. In

Shimabara verdedigden de Christenen zich dapper en trokken velen

zich tenslotte terug in een versterkte burcht met enkele duizenden

mannen, vrouwen en kinderen, maar allen werden vernietigd. Deze

burcht bestaat nog, wij hebben die bezocht. Vanaf die dag van

overwinning van de Japanse legers, werd het land hermetisch

afgesloten voor alle buitenlandse invloed, geen vreemdeling mocht

het land meer binnenkomen. Het werd sterk Boeddhistisch, vooral de

afsplitsing daarvan, het Shintoïsme, begon te domineren.

Toen de Japanners alle buitenlandse kooplieden hadden bevolen het

land te verlaten, opdat Japan een gesloten land zou zijn, maakten zij

een uitzondering voor de Hollandse kooplieden, die blijven mochten.

Elk jaar was aan een koopvaardijschip toegestaan de haven van

Nagasaki binnen te lopen. Zij behielden hun vrijheid handel te drijven

en de "Compagnie van Verre" behield daar een handelspost. In het

museum van Shimabara zagen wij vele fraaie tekeningen van deze

zeilschepen, we herkenden de naam "De Liefde" met zijn boegbeeld

7


dat in goede staat was gebleven en vele zaken betreffende het contact

van de zeevaarders met de Japanners.

Nog altijd hebben Japanners een speciale belangstelling voor

Nederlanders, dat hebben wij meermalen gemerkt.

In 1853 werd Admiraal Matthew C. Perry naar Japan gezonden met 4

oorlogsschepen, hij kon daarmee niets uitrichten. In 1854 kwam hij

terug met meer oorlogsschepen en ging voor anker in de baai van

Edo, de oude naam van Tokio. Na 1857 sloten allerlei landen als

Rusland, Frankrijk, Engeland, Nederland ten overvloede diplomatieke

betrekkingen met Japan, de isolatie was doorbroken. Er kwam meer

interesse voor buitenlands verkeer. Maar de feodale families bleven

zich hooghartig isoleren. De keizer ging Edo of Yedo, later Tokio, als

hoofdstad van Japan aanwijzen. In 1890 begon het land een krachtige

wereldpolitiek te voeren. Bijna de hele economie van Japan wordt

gecontroleerd door 8 families. Deze familie-groepen, de z.g.

"Zaibatsu", hebben de fabrieken, mijnen, handelshuizen, werven,

banken, en bladen in handen. De bekendste families zijn de Misui

(banken), de Mitsubishi (industrieën) en Sumitono.

Japan heeft thans 120 miljoen inwoners en behoort tot de dichtst

bevolkte landen der wereld. De Zendings-coöperaties stellen vast dat

er in dat hele land ongeveer 500.000 Christenen zijn, in de ruimste zin

van het woord, verdeeld in velerlei denominaties.

Hoevelen weten zich bewust van een wedergeboren kind van God te

zijn? Vele steden in Japan, van 20.000 tot 50.000 inwoners, ook

enkele groteren, zijn zonder een enkele kerk van welke denominatie

ook, zonder predikant of priester, zendeling of Christelijke

onderwijzer, zonder een Mohammedaanse moskee of zelfs een Shinto

tempel, daar is totaal geen uiting van enig geloof. Wij hebben door

vele steden gereisd; moderne, levendige steden, met bloeiende

universiteiten, banken, supermarkten, flatgebouwen, maar zonder

enige vorm van religie. Nergens een kruis op een dak, een halve maan

of teken.

8


Bovenstaande Japanse lettertekens hebben een merkwaardige

betekenis. Het onderste teken beduidt RECHTVAARDIGHEID en is

samengesteld uit twee andere tekens, die u daarboven ziet afgebeeld,

het linkse betekent LAM en het rechtse betekent IK. Deze twee tekens

zijn onder elkaar geplaatst, tot een woord gevormd, dat

RECHTVAARDIGHEID betekent.

Om precies te zijn betekent rechtvaardigheid: IK onder het LAM. Wij

zien hierin het Evangelie van verlossing, de mens onder het Lam

Gods, dat zijn zonden wegdroeg. De IK, de mens, gedekt onder het

LAM GODS, voor de ogen van de rechtvaardige God.

Rechtvaardigheid verkregen doordat het Lam de zonden "toedekte",

wegnam voor de mens. Hallelujah!

In "Faith Digest" lazen wij dat het aantal zendelingen per miljoen in

Afrika 56 is en in Zuid-Amerika 30, in Korea 20, in Japan 14 en in

India. Terwijl in Amerika er 1900 predikanten zijn voor elke miljoen

inwoners. Deze lijsten zijn alweer enige jaren oud, deze cijfers zijn

geflatteerd, het is zeker dat ze heden lager liggen. In Japan zijn

9


vandaag zeker niet meer dan 500 zendelingen voor de 120 miljoen

inwoners. In het vroege voorjaar van 1969 kwamen Elisabeth en ik in

Japan aan. Vanuit het hete Ceylon en India in een bitter koude winter.

Wij waren er niet op voorbereid en niet bekend met het feit dat het in

het Verre Oosten zo koud kon zijn. Wij werden hartelijk verwelkomd

en liefderijk opgenomen in het gastvrije huis van zendeling

Molenkamp in Akshi en door hen voortgeholpen. De Heer zegene

hem en zijn vrouw daarvoor.

Direct al werd ik uitgenodigd om op een landelijke vergadering, die

ieder jaar gehouden wordt, van predikanten en evangelisten uit geheel

Japan, er waren daar vijfhonderd voorgangers, te spreken. Wij reisden

met de Tokaido, deze super trein, hij wordt de kogel-trein genoemd,

een luxe trein van zeer moderne conceptie, de snelste ter wereld, naar

Tokio. Deze trein die in 1964 ter gelegenheid van de Olympische

Spelen in Tokio in gebruik was genomen, reed met een snelheid van

250 KM per uur comfortabel van Osaka naar Tokio. De sensatie is dat

men niet voelt te rijden, maar te zweven, door de bijzondere vering.

Men heeft in de Tokaido 3 restaurants en kan vanuit deze trein

telefoneren in telefooncellen naar elke plaats van de wereld, zelfs

wanneer de trein in een lange tunnel, diep onder de grond rijdt, onder

de berg Fuyiama door. Toen ik dit hoorde, zei ik tegen br.

Molenkamp: Halleluja! Een mens kan zelfs vanuit de duisterste tunnel

van zijn leven nog het oor van de Vader bereiken!

In Tokio wachtten enkele Amerikaanse zendelingen ons op, die ons

met een snelle auto door een der grootste steden van de wereld, naar

de vergaderplaats reed. Niet Tokio maar Shanghai is de grootste stad

van de wereld, Tokio is de tweede in 10 grootte, met zijn 14 miljoen

inwoners.

Het was een onvergetelijke, zenuwslopende tocht als in een

sciencefiction film, over huizenblokken heen, op viaducten, daarna

weer duikend onder de grond, onder de rivier door, daarna weer

opduikend omhoog tussen steile wolkenkrabbers door, dan in de

zonneschijn, daarna weer in de duisternis van tunnels door, een

fantastische rit op deze super wegen over en onder en langs en door

deze stad, met een zendeling aan het stuur die vroeger

straaljagerpiloot was geweest ... Tenslotte belandden wij in het

gebouw waar deze conventie zou worden gehouden, het gebouw

10


ehoorde tot de restanten van het gebouwencomplex van de

Olympische Spelen. De zaal was vol voorgangers, ik zag ook

buitenlandse zendelingen tussen de Japanners. Ik nam de Bijbel ter

hand en sprak over de Gaven des Geestes die in de Eindtijd-kerk een

duidelijke en levende functie hebben en over de bedieningen van het

Woord. Mijn tekst was: "En Hij heeft zowel apostelen als profeten

gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe

te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus,

TOTDAT wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van

den Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van

den wasdom der volheid van Christus" (Ef. 4 : 11-13).

Ik had een tijdreden kunnen houden, wijzende op de geestelijke en

morele verschuivingen in de wereld, allerlei algemeenheden kunnen

ventileren waar deze officiële speeches meestal uit bestaan. Maar ik

prefereerde deze predikers die Gods volk moeten leiden te wijzen op

de absolute noodzaak deze veelal genegeerde Gaven weer te

praktiseren, tot opbouw van het Lichaam van Christus.

De boodschap van Pinksteren is een pro-memorie-post van de Kerk

geworden, de onbetaalde rekening. Waar de Heer der Kerk Zijn

instructies en voorzieningen geeft aan de Gemeente, zijn ze nimmer

zinloos of facultatief gesteld, vrijblijvend, al naar de smaak der

gelovigen. Waarom toch deze negatie door de officiële kerk, door de

theologen? Waarom deze aversie tegen Gods Gaven door de formele,

traditionele kerkinstituten die zich listig blijven manoeuvreren langs

deze gegevenheden Gods? Waarom wordt deze boodschap niet "au

serieux" genomen? Waarom "staat het niet" temidden van theologen

te getuigen van een persoonlijke Pinkster-ervaring?

Men behandelt u als een geestelijk onderontwikkeld persoon,

ongevormd, onvolwassen, als "niet vol". Waarvan dan "niet vol"? Van

hun vrijzinnige theologie? Van hun modernismen? Waarom deze

discriminatie? Men kan deze aanwijzingen voor Gods volk toch niet

uit de Bijbel scheuren? Het staat er toch? Men is er toch niet mee

klaar door deze geestelijke waarden weg te schuiven, van zich af te

schuiven naar de sekten toe, die zich daarin "specialiseren"?

Deze Gaven-bediening heeft de Kerk van Christus vandaag juist zo

nodig, ook de kerken van Japan, het is een kwestie van overleven

11


geworden, van zijn en niet-zijn, daarvoor zijn deze Gaven gegeven. Ik

sprak ernstig over deze dingen, een betere dienst kon ik deze

predikers niet bereiden. Wij hebben na afloop met verschillenden

onder hen gebeden voor deze Gaven, er werd ontvangen. Er werd de

Heer gevraagd en ook uit Hem genomen, in geloof. Niet een nodeloos

en passief wachten, met smeken en soebatten aan een schijnbaar

onwillige God, maar in geloof op Hem toegetreden en Hem ervoor

gedankt. In geloof in een antwoordende en aanwezige Heer het uit

Zijn handen aangenomen.

God komt in beweging als wij in beweging komen en waar wij onze

deur voor Hem openen, opent Hij Zijn deur, en laat ons binnen. Jezus

is de Doper met de Heilige Geest en gewillig het te geven ...

"HOEVEEL TE MEER zal uw Vader uit de hemel den Heiligen Geest

geven aan hen, die Hem daarom bidden" (Luk. 11 : 13). Hij geeft in

Jezus aan hen, die Hem daarom bidden!

Belangrijker dan het stichten van onszelf is het stichten van de

Gemeente. Wij kunnen nooit de Gemeente stichten als wij zelf niet

gesticht zijn. Het is de Geest die levend maakt (Joh. 3 : 63). De Geest

werkt niet door imposante gebouwen en machtige organisaties, maar

door mensen die hun hart hebben geopend om de gave Gods te

ontvangen. Jezus zegt niet: "Stromen van levend water zullen de

kerken binnenstromen", maar: "Wie in Mij GELOOFT, gelijk de

Schrift zegt (Schriftuurlijk geloof dus), stromen van levend water

zullen UIT ZIJN BINNENSTE vloeien" (Joh. 7 : 38). Middels de

Gaven des Geestes. Tot opbouw van de Gemeente volgens Zijn

instructies.

Verschillende predikers die ik op de conferentie in Tokio ontmoette,

nodigden ons uit om in hun kerken te komen prediken. De eerste stad

die wij bezochten was Tenryu (Ten = hemelse plaats en Ryu =

hemelse draak), wij waren de gast van een Amerikaanse zendeling.

Hij hield in zijn woonhuis zondags samenkomsten met enkelen.

In onze eerste samenkomst waren vier Japanners, zijn eigen gezin

telde meer leden, er waren meer natuurlijke dan geestelijke kinderen.

Toen ik hem vroeg waarom hij in al die jaren dat hij daar arbeidde zo

weinigen had geworven voor Jezus, klaagde hij over de moeilijke

toegankelijkheid van de Japanners en over de harde bodem vanwege

12


het Shintoïsme. Ik ben gewoon nooit in te gaan op verhalen van harde

bodem, enzovoort, ik geloof daar niet in. Mijn hart was zo bewogen

over deze zendingspost en dit geringe resultaat, dat ik speciaal voor

deze mens en ging bidden.

Op aanwijzing van de Heer vroeg ik de dag na de dienst aan de

zendeling of in zijn woonplaats ook een grote zaal of schouwburg

was, hij bevestigde dit. Ik verzocht hem die te huren voor vijf dagen,

ik zou alle kosten dragen. Op zijn vraag wat ik daar wilde doen, zei ik

hem dat wij daar een revivalcampagne gingen houden. Rij was

verbaasd en geprikkeld, achtte dit besluit typisch weer genomen door

een langs reizende bezoeker van overzee, die niet bekend was met de

plaatselijke toestanden "en het wel beter zou doen". Ik troostte hem en

wees op mijn apostolische bediening, ik ben grondlegger, ik leg

fundamenten voor een nieuw volk van de Heer en mijn benadering

met het evangelie is anders dan die van een evangelist. Wij spreken en

handelen anders, directer misschien, agressiever. Ik ben daartoe door

de Heer aangewezen. Hij moest zeker zijn dat ik dit deed alleen om

hem te helpen. Weldra was een prachtige schouwburg gehuurd,

spandoeken met Japanse karakters beschilderd, affiches gedrukt en

aangeplakt, strooibiljetten verspreid en een soundcar reed de plaats

geregeld rond en nodigde de mens en uit te komen. Het was

uitzonderlijk koud, er viel veel sneeuw, in Tokio viel in die dagen

meer sneeuw dan in 15 jaar het geval was geweest, daardoor konden 5

miljoen schoolkinderen, studenten en ambtenaren het centrum van de

stad niet bereiken, dit was voor Tokio een calamiteit. Wij

vertrouwden de Heer voor een goede opkomst naar de campagne,

ofschoon er vanwege de koude geen vervoer was en de straten

spiegelglad. De grote zaal was bovendien nauwelijks verwarmd. De

omstandigheden waren slecht en de moeilijkheden stapelden zich op,

maar wij vertrouwden de Heer. De plaatselijke zendeling schudde

voortdurend het hoofd, wat wilde ik beginnen? De eerste avond

kwamen ongeveer honderd mensen en wat belangrijker was, na de

prediking, bij de oproep tot bekering, kwamen twaalf zielen tot Jezus.

Elke volgende avond kwamen meer mensen en meerderen bekeerden

zich. Er werd elke avond met zieken gebeden en de Heer deed

heerlijke wonderen van genezing. Door een genezingswonder kwam

een hele Shintoïstische familie tot Jezus.

13


Overal in het rond werd over deze samenkomsten gesproken en steeds

meer mensen kwamen tot geloof. Op de sluitingsavond kwamen

veertig mens en tot Jezus en genazen vele zieken in de striemen van

Jezus. Dat kon iedereen zien, wij houden er van om in het front van

de zaal, tussen de mensen, met zieken en bezetenen te bidden. Voor

Japanse begrippen was deze campagne zeer goed bezocht, ondanks de

bittere koude en bijna iedereen liever thuis bleef. De zendeling zag

hoe wonderen en tekenen het Woord bevestigden, hoe zielen kozen

voor Jezus. Gedurende de campagne in de avonden hield ik overdag

een Bijbelcursus voor de plaatselijke zendelingen die ons hadden

uitgenodigd en anderen die uit de omgeving daarvoor overkwamen.

Er kwam zelfs uit Tokio een zendelinge deze dagen bij ons die het

onderricht over de Gaven des Geestes meemaakte.

Samen met enkele Christenen uit andere plaatsen hadden wij een

gezegende Bijbelcursus en zij werden allen versterkt in het geloof. Op

hun verzoek legden wij hen de handen op en leidden hen in de

Gavenbediening. Wat wij 's morgens onderwezen, praktiseerden wij 's

avonds. Deze geestelijke werkers zeiden ons bijzonder verkwikt te

zijn door wat zij hoorden en zagen. De plaatselijke zendeling was zo

enthousiast dat hij de dag na de campagne een telegram naar zijn

thuiskerk in Amerika zond om toestemming een kerk te bouwen in

Tenryu, om deze nieuwe zielen te kunnen opvangen en verzorgen. Hij

wist een goed stuk grond dat hij kopen kon. Hij sprak niet meer over

harde bodem, maar kocht er een stuk van om er Gods kerk op te

bouwen. Halleluja! Wij dankten de Heer des oogstes voor Zijn zegen

en Zijn ingreep met de Heilige Geest.

14


I

n Japan, met zijn Shinto-religie, komen de mensen inderdaad niet

gemakkelijk tot overgave aan Jezus Christus. Alleen als zij voor

hun ogen zieken zien genezen, wonderen, bovennatuurlijk

ingrijpen Gods, zullen zij besluiten om Christus te zoeken. De

Japanner is een realist, een ogen-mens, een aarde-mens, hij denkt

rationeel, hij is een mathematicus, hij wil tastbare, zichtbare,

duidelijke bewijzen, op meningen wil hij niet afgaan. Daarom is er in

Japan slechts een mogelijkheid om succesvol te missioneren, dat is

wanneer boodschappers Gods openlijk de kracht Gods tonen in

duidelijke, controleerbare, spectaculaire wonderen.

Als de Japanner een prediking hoort, zal hij kritisch luisteren, hij is

een uitstekende luisteraar. Hij zal elk woord intelligent proeven en

analyseren, afwegen op zijn waarheid. Zijn twijfel zal alleen gebroken

kunnen worden, als hij het woord bevestigd ziet door wonderen en

tekenen. Hij wikt en weegt, overweegt, maar als daar het bewijs is van

de kracht van Koninkrijk, een manifestatie Gods, dat hij niet

weerleggen kan, dan breekt zijn weerstand, dan geeft hij zich

gewonnen, dan kan men hem bij de hand nemen en bij Jezus brengen.

Wij baden de Heer om wonderen, machtige tekenen van Zijn hand, in

alle samenkomsten, overtuigende vruchten van Zijn

opstandingskracht. En de Heer verhoorde. Voor de ogen van de

menigten, van doctoren en wetenschapsmensen. Zo hoort het ook. Het

evangelie van het Koninkrijk dient logisch vergezeld te gaan van

wonderen, van heerlijke genezingen en bevrijdingen, als een

15


onlosmakelijk deel ervan, als een manifestatie van het nabijgekomen

Koninkrijk. Niet exeptioneel, bij uitzondering, als een toegevallen

genade, maar er altijd logisch bij behorend. Wanneer een Japanner de

heerlijkheid Gods in deze wonderen ziet, ruilt hij zijn stoffige, dorre

religie in voor het leven met Christus, dan is daar reëel en concreet

geluk in de werkelijkheid van een volkomen heil voor alle domeinen

van zijn bestaan. De Meester zegt: "Gaat en predikt en zegt (met

gezag): Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Geneest (de)

zieken, wekt (de) doden op reinigt (de) melaatsen, drijft (de) boze

geesten uit" (Matth. 10:7-8). Het Woord dat gepredikt wordt, moet

vergezeld gaan, als in Jezus' eigen bediening en die der apostelen, met

kracht, begeleidende dynamiek. "Doch zij gingen heen en predikten

overal, terwijl de Heer medewerkte en het Woord bevestigde door

tekenen, die er op volgden"(Mark. 16:20). De tekenen dienen het

Woord te volgen.

In Japan hielden wij de prediking meestal na de dienst deer genezing,

want dan is er geloof gerezen. Dit deden wij in zovele landen in de

wereld. De eerste tekst in het boek de Handelingen, waar het verhaal

wordt beschreven van de vroegere kerk in actie, brengt verslag "over

al wat Jezus begonnen is te DOEN en te LEREN".

Eerst doen, daarna leren! Een grote hinderpaal voor de bekering van

de Japanner is dat hij beseft dat hij dan zal worden afgesneden van

familie- en gemeenschaps-verband. Wat zeer zwaar weegt is dat hij

het heilige, eeuwenoude verband met zijn illustere voorvaderen

verbreekt. De voorvaderen worden in Japan zeer vereerd en

voortdurend geraadpleegd, bij hun sacrale huis-altaren. Alle

familiezaken, alle grote en kleine zaken, het bepalen van de juiste data

voor huwelijk en oogst, visvangst, aan- en verkoop van goederen,

schoolkeuze voor de kinderen, alle problemen worden gebracht voor

het huisaltaar dat in alle huizen staat en de voorvaderen geraadpleegd.

het koele Shintoïstische denken is introvert, naar binnen gekeerd,

afgesloten voor elke andere invloed van buiten, het is een

eeuwenlange, onaantastbare, heilige cultus. De voorvaderen-cultus is

bijzonder sterk verweven met het denken van het volk, met de religie.

Tien en meer generaties van voorvaderen, wier namen zorgvuldig

gekalligrafeerd staan in de familie-register, in kokers in de huisaltaren

16


verborgen, hebben invloed gehad op generaties van families, al hun

wijsheid is daar opgeslagen, al hun ervaring, al hun magische invloed

opgetast in deze oude, vergulde schrijnen. Ze worden dan ook steeds

met verse bloemen opgesierd en er wolken voortdurend

wierookgeuren omheen. Vroeger hing boven het huisaltaar de

beeltenis van de keizer, de Mikado, hij is "De geopenbaarde

Godheid". De tegenwoordige keizer, de Tenno, heette "De stralenden

Zoon van de Zon". Japanners noemen zichzelf "Zonen van het

Hemelse Rijk", zij zeggen te stammen uit de hemel. De hedendaagse

jeugd staat nogal sceptisch tegenover deze sterk verouderde tradities

en zien de zaken in de ware proporties.

De dag na onze campagne in Tenryu kwam een man ons vragen met

hem mee te gaan naar zijn huis in de bergen, hij had een ziek kind.

Wij besloten te gaan. Na een urenlange tocht door de barre bergen

kwamen wij aan zijn huis, in een klein gehucht van enkele

boerenbedrijfjes. Hij vertelde dat hij gedurende de campagne had

besloten om Christus te volgen, toen hij de wonderen zag. Maar hij

had een blindgeboren baby van enkele maanden en vroeg of wij het

kind de handen wilden opleggen. Hij wilde zo graag dat zijn kind zou

genezen. Toen wij, misschien toch nog onvewacht, binnenkwamen,

zagen wij dat de vrouw haastig bezig was het huisaltaar met een grote

doek toe te dekken, opdat de voorvaderen niet zouden zien wat er in

haar kamer gebeurde, als er gebeden werd in de naam van Jezus, zij

zouden ontstemd zijn. Deze mensen, pas bekeerd, zij hadden nog geen

Bijbel in huis, waren innerlijk nog niet los van hun heilige en dierbaar

huisaltaar, de sterke binding met de voorvaderen. Dat is heet

allerzwaarste dat een Japanner kan opgeven, het is verraad van het

ergste en gevaarlijkste soort aan het verleden, hij snijdt alle wortels

van zijn bestaan door. Als Jezus hem niet vasthoudt vals hij in een

vacuum van duisternis. Wij wezen het echtpaar liefdevol en geduldig

op het andere leven dat in Christus begint en waar geen plaats

overblijft voor oude dingen, alle dingen nieuw! "Zo is dan wie in

Christus is een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, het

nieuwe is gekomen" ( 2 Kor. 5:17).

17


Zij moeten nu open staan voor de nieuwe dingen Gods, zoals de

genezing van hun kind behoort tot deze "nieuwe dingen Gods". De

vrouw bekende dat, luisterend naar de raad van haar moeder, zij

gedurende haar zwangerschap dagelijks uren en uren had zitten

mediteren voor het huisaltaar en onafgebroken had zitten staren naar

het beeld van Boeddha. Zij wilde dat haar kind een mooi kind zou

zijn, vol hoge, heilige deugden. Zij bad dat het op hem zou lijken.

Toen zij het kind baarde, bemerkte zij dat het een bijzonder mooi kind

was, maar met dode ogen, het was blind. Zij had te veel gekeken in de

dode ogen voor haar op het altaar, van Boeddha. Nu zij in haar nood

Christus tegenkwam en vastgreep, had zij het verlangen dat Hij haar

kind zou genezen. Christus blijkt groter dan Boeddha, zei ze, de

wonderen die zij gezien had in de campagne in Tenryu hadden haar

daarvan overtuigd.

Direct na de geboorte had zij Boeddha zovele offers gebracht en

zoveel van de schamele oogst beloofd, als hij het kind zou genezen,

maar hij antwoordde niet. Nu zij zelf de Heer had zien handelen in

Tenryu, nu vertrouwde zij Hem. Ik bad met deze twee mens en bracht

ze tot Jezus, zij kozen voor de Verlosser, de Koning van hemel en

aarde. Ik vroeg hen een zwaar besluit te nemen en hun huisaltaar op te

geven en in de Bijbel te lezen, in alles Jezus te vertrouwen.

De man nam een resoluut besluit en liep op het altaar toe dat hij

aftakelde en uit elkaar brak, hij wierp de stukken uit het raam. Hun

oude moeder kwam angstig toelopen, totaal verbijsterd om zoveel

heiligheidsschennis. Zij begon meteen wierookstaafjes aan te steken

om de toorn van de voorvaderen af te wenden. Maar zij werd

voorzichtig de kamer uitgeleid. Toen begon ik te bidden voor het

kleine kind. Ik riep de Heer aan een wonder te doen in dit eenvoudige

boerenhuis in de bergen, Hem dankende dat deze man en vrouw Jezus

wilden volgen, Hem vertrouwende dat Hij hun openbaren wilde als

hun Vader, inplaats van hun voorvaderen die zij verloren. Ik legde de

baby de handen op de ogen en bad ernstig voor genezing. In de

striemen van Jezus werd hij genezen. Dezelfde avond, vertelde de

moeder later, zag zij dat de ogen van het kind haar vinger volgden. De

Heer is goed. Halleluja!

18


D

oor de bediening van een Amerikaanse zendeling bekeerde

zich in Cambodja een jonge map, een Boeddhist, wiens leven

totaal veranderd werd. Zijn familie was geïnteresseerd in de

nieuwe godsdienst van hun zoon. Deze vooraanstaande familie was

vroeger rijk geweest, maar de communisten hadden al hun bezittingen

afgenomen, het weinige wat overbleef werd verkocht om in leven te

blijven. In het huis waren alle meubelen verdwenen en ledig, alleen

een kamer in de bovenverdieping was intact, daar was het huisaltaar

blijven staan, het geestenhuis der voorvaderen, het heilige

Boeddhabeeld en andere religieuze attributen. De zendeling werd

uitgenodigd om van die nieuwe vreemde godsdienst te komen spreken

en in het benedenhuis werd een samenkomst gehouden waarvoor vele

familieleden en buren waren uitgenodigd.

De zendeling bracht het Evangelie van Jezus Christus in volle kracht

van de Heilige Geest en daar was zoveel heerlijkheid Gods in die

ruimte dat alle aanwezigen besloten Jezus als hun Heer en God aan te

nemen. Alle aanwezigen knielden neer en het zondaarsgebed werd

gebeden op eenvoudige, begrijpelijke manier, het werd woord voor

woord nabesproken. Terwijl men aan het bidden was, kwam er een

sterke rookontwikkeling in de kamer, er werd een brandlucht

opgemerkt. Toen men ijlings in het huis ging zoeken, bemerkte men

dat in de geheime kamer in de bovenverdieping brand was

uitgebroken. Niets verder in het huis was door het vuur aangeraakt,

19


alleen die kamer. De mensen gingen daar binnen en wierpen de

brandende beelden, het huisaltaar dat in lichterlaaie stond en alle

religieuze voorwerpen snel naar buiten, de ramen en deuren uit. Het

was duidelijk dat God Zelf het vuur daar had ingeworpen. De hele

buurt kwam aanlopen om dit vreemde vuur te zien, men vertelde hen

dat dit alles spontaan door het heilige vuur van de levende God was

aangestoken. In de gebedskamer beneden ontwikkelde Gods reinigend

vuur zulk een kracht, dat de afgodsbeelden in brand raakten.

Men was zo gegrepen door dit getuigenis, dat men uit hun huizen

beelden en heilige voorwerpen kwam brengen die in het vuur werden

geworpen. Velen werden die dag bekeerd tot de levende God, die met

vuur antwoordt.

De inheemse vorm van aanbidding is Shinto, een combinatie van

natuur- en voorouderverering. Shinto is een pantheon van 8 miljoen

goden, van wie de zongodin "Amaterasu" de hoofdgodin is. Shinto is

zo oud als het land Japan zelf en ontwikkelde zich geleidelijk uit een

ongebreidelde natuuraanbidding en de geesten der gestorvenen. Er is

geen geloofsbelijdenis, geen dogma, het is "de weg der goden",

iedereen kan die weg naar zijn eigen smaak interpreteren. Er is geen

plaats voor een godheid, maar vele vormen daarvan. Het is een

afsplitsing van het Boeddhisme, de oudste vorm daarvan;

het Boeddhisme kent ook geen god, zoals wij die kennen. Een Shintotempel

heeft geen beeld dat vereerd wordt maar een Kami, een

geestelijk hoofdpersoon wordt door een symbool vertegenwoordigd:

een spiegel of een zwaard, een tablet, een juweel of een shima, een

gebonden en geknoopt dik touw, vooral dat laatste ziet men in alle

Shinto-schrijnen. Het Shintoïsme is een "koele" religie, zoals het

Christendom een "warme" godsdienst is, vol vuur, gloed, liefde en

blijdschap. Zo heeft de eeuwenoude Shinto-cultuur, in vereniging met

de koele, ondoorgrondelijke natuur van de oosterlingen, voor de ziel

van de mens een bevriezende invloed. Geen goddelijke oplossing,

geen genade, geen vergelding, geen eeuwig leven met God; alles is

stil, onbeweeglijk, koel, antwoord loos, als het graf. Vooral onder de

jeugd, de jonge intellectuelen, de studenten, heerst een groeiende

teleurstelling, een aversie hiertegen. Een ware zelfmoordgolf onder de

jonge mensen is daaruit te verklaren.

20


De autoriteiten zijn buitengewoon verontrust hierover en weten geen

oplossing. Nederlaag, mislukking, gemaakte fouten, tekortkomingen,

onvoldoende studieresultaten, drukken als een centenaarslast op de

zielen. Het kan slecht worden afgewenteld en genezen, het raakt altijd

de eer, de persoonlijke-, familie- of vaderlandse eer. Aan de eer wordt

zwaar getorst, het innerlijke verraad aan deze eer, zoals

tekortkomingen worden beoordeeld, drijft tot harakiri, meestal

tegenwoordig zelfmoord door ophanging.

Elk weekend plegen tientallen jongeren, jongens en meisjes,

zelfmoord, de kranten mogen daar niet over publiceren. Op het eiland

Yaku-Shima, ten zuiden van Kyushu, waar wij onze evangelisatie-tent

hadden opgezet, stond enkele honderden meters verder een kleine

Shinto-tempel. De wanhopige komen daar aan met de weekend-boot,

lopen langs de haven, zien de tempel en hangen zich daarin op, als

laatste plaats bij hun goden, hopend misschien op consideratie voor

deze wanhoopsdaad. Wat is het tragisch om de dood te zoeken in het

huis van de goden!

O, als deze mensen even waren doorgelopen, enkele honderden

meters verder slechts en de tent waren binnengegaan, dan zouden zij

gehoord hebben van Een Die Zich kruisigen liet om alle zorgen,

noden en zonden weg te nemen, over te nemen van het bewogen hart

der mensen. Hij neemt de zonden weg door ze te vergeven. Hij

vergeeft door ze weg te nemen!

Wij werden uitgenodigd om naar Hino te komen, een voorstad van

Tokio, waar de Amerikaanse zendeling K. woont, met zijn Japanse

vrouw Constance. Zij wilden zo graag dat wij ook in hun kerk spraken

en een Bijbelcursus hielden voor hen, zijn oudsten en enkele

studenten die hij opleidde. Tevens wilde hij dat wij een campagne

hielden in een grote zaal die hij zou huren voor dat doel. Wij reisden

er heen en Elisabeth en ik logeerden in het zendingshuis. Terwijl wij

overdag in zijn kerk Bijbelonderricht gaven, spraken wij 's avonds in

de zaal. Er was veel publiciteit aan gegeven en Hino was volgeplakt

met affiches. Elke avond kwamen massa's mens en naar deze

samenkomsten, waar de Heer machtig werkte met wonderen en

tekenen. Dr. Katsumi Yamaura, de hoofdchirurg van het grote

ziekenhuis van Tokio, een Christen, kwam elke avond met een bus

21


met patiënten, steeds anderen, om voor hen te laten bidden. Het was

een heel werk voor hem naast zijn operaties die hij had te doen, elke

middag de patiënten te verzamelen, vooral zij die medisch niet me er

zo goed konden worden geholpen. Hij bracht ze in geloof naar de

samenkomsten, biddende dat de Almachtige helpen zou. Tot zijn

blijdschap waren steeds patiënten die hij 's avonds terug reed, genezen

in de striemen van Jezus en dat moedigde hem aan voort te gaan, zo

lang deze campagne duurde. Toen de campagne van tien dagen

vorderde, kwamen twee andere artsen elk ook met een busje met

patiënten elke avond naar de samenkomsten, een van hen was een

Japanse arts en de andere zr. Myrtle B. uit Hoya, een zendeling-arts.

De meeste patiënten waren er ernstig aan toe. Daar was die dagen

geloof voor wonderen en tekenen, er werd overal veel gebeden voor

machtige manifestaties van de Heer. Dr. Yam aura zond een vliegtuig

naar het eiland Hokkaido, de hoofdstad Saphoro, om zijn

schoonmoeder, die al · zo lang ziek lag en waarvoor hij medisch niets

meer kon doen, te halen. Zij kwam naar de samenkomst en wij baden

met haar, zij genas instantelijk. Op 12 maart 1972 ontving ik een brief

van Dr. Yamaura waarin hij schreef: "Thank you that you remember

my wife's mother. She is completely healed by the Lord trough your

prayer. Since that time she dedicated herself to the Lord and her house

was all saved. Her husband was an enthusiastic Buddhist before that

time. And all members were baptised in the Holy Spirit. Prais the

Lord! Thank you again!" Was getekend: Katsumi Yamaura.

In Hino werden vele zieken genezen en gedemoniseerde bevrijd, in

Jezus' naam. In Japan zijn vele bezetenen. In Hino werden vooral veel

verlamden en doyen gene zen. Op een avond zag ik onder de

prediking een jonge man, een van de patiënten van Dr. Yamaura,

voortdurend onrustig draaien op zijn stoel, hij scheen niets te

begrijpen en verveelde zich. Ineens stond hij op en liep de zaal uit. De

Heilige Geest zei mij mijn prediking onmiddellijk te onderbreken en

achter hem aan te gaan. Ik verontschuldigde mij, liep haastig de zaal

uit en de trappen af naar de uitgang. Daar stond de jonge man. Ik

vroeg hem vriendelijk in het Engels of ik hem helpen kon, maar hij

beduidde mij met zijn handen dat hij doofstom was en mij niet

begreep. De Geest des Heren gebood mij hem daar ter plaatse de

vingers in de oren te steken en deze dove en stomme geest uit te

22


drijven, wat ik onmiddellijk deed. Ik zag toen dat hij zijn hoofd

verbaasd heen en weer gooide, rond keek om zich he en met grote

ogen, hij ving geluiden op, zijn oren stroomden vol geruchten, hij was

genezen. Hij was bijzonder aangegrepen door dit wonder en lachte en

danste in het rond in dat trapportaal, uitzinnig bijna van verbazing en

vreugde. Ik nam hem vriendelijk bij de arm en bracht hem we er naar

boven, naar de zaal, waar hij tussen de mensen in ging zitten en met

grote belangstelling alles opnam om zich heen. De dokter nam hem

later apart en fluisterde hem allerlei Japanse woorden in de oren, links

en rechts en de man reageerde duidelijk. Toen vertelde de arts aan de

menigte wat hier gebeurd was en wij prezen en roemden de Naam des

Heren!

Over de meeste wonderen hoorden wij op straat of in de taxi's die ons

naar huis reden, de Heer is goed. Wij hadden het geluk een perfecte

vertaalster te vinden in de persoon van zr. Constance, de Japanse

vrouw van de zendeling. Zij was zeer intelligent en een vrouw vol van

de Heilige Geest. Wij hebben later vele malen van haar diensten

gebruik gemaakt, zelfs in het verre Kyushu. Ik heb verschillende

tolken gehad, die mijn Engels vertaalden in het Japans, maar niemand

begreep ons beter en vertaalde ons perfecter dan Constance. Ik houd

ervan deze opwekkings- en genezingsdiensten tezamen met doctoren

te doen. Wij hebben dit meermalen gedaan, wij benaderen de zieken

en ziekten elk van een andere kant, maar komen samen uit bij de Heer

die Heelmeester is.

Het stemt mij zo dankbaar wanneer hopeloos zieken, waarvoor de arts

geen remedie heeft, naar de samenkomsten worden gebracht, waar zij

met olie worden gezalfd (Jac. 5 : 14) en de handen opgelegd in de

Naam van Jezus (Marc. 16 : 18). Ook de arts en leggen mede de

handen op, in die Naam. Zij kunnen de mensen begeleiden, hulp

bieden, op medisch gebied. Er zijn gelukkig verscheidene artsen in de

wereld, wij hebben hen ontmoet, die kinderen Gods zijn, vervuld met

de Heilige Geest en de Bijbelse methoden respecteren. Hun geloof en

hun kennis, hun ervaring is zeer waardevol in de dienst der genezing.

Onze vriend, chirurg Dr. Katsumi Yamaura M.D. uit Tokio, had mij

uitgenodigd als gastspreker op de vergadering van de F.G.B.M.F.I.

(De Volle Evangelie Zakenlieden) in Tokio, waarvan hij voorzitter

voor Japan is. Hij had deze samenkomst groot opgezet en

23


perfectionist als hij (uiteraard) is, huurde hij een beroepstolk die mijn

rede zou vertalen. Deze man werd altijd gearrangeerd als er

belangrijke politieke figuren en importante zakenmensen uit het

buitenland kwamen, een professionele tolk van groot aanzien. Hij was

echter geen Christen maar een Shintoïst en begreep niets van Bijbelse

citaten en uitspraken. Deze "taal" verstond hij niet, hoe zou de

natuurlijke mens het geestelijke verstaan? Hij moest bij elke zin om

nadere uitleg vragen. Dit was hinderlijk, hij vermoordde de

boodschap, doofde de Geest. Ik wist geen raad. Ik bad de Heer om

hulp. Gelukkig zag ik Constance K. in de zaal zitten, zij was

overgekomen om deze samenkomst te bezoeken. De Heer had

voorzien. Ik vroeg beleefd - in Japan is men zeer gevoelig voor goede

manieren, de vormen in acht te nemen - aan de voorzitter Dr.

Yamaura toestemming om van tolk te mogen verwisselen en zuster

Constance, waarmee ik eensgeestes ben, te laten optreden als mijn

vertaalster. Dit schiep een onaangenaam precedent en na uitvoerig

aanbieden van verontschuldigingen, toegestaan, de tolk liep woedend

weg. Intelligent en geestelijk stond Constance mij ter zijde, het werd

een grote zegen, die dienst werd gered. Zij begreep mijn taal, zij wist

er goede woorden voor te vinden. In Hino had zij mij ook vertaald,

overdag bij de Bijbe1curcus en 's avonds in de campagne, zij kende

mijn manier van spreken, ik kon de Heer hartelijk danken voor haar

hulp. Na de prediking werd weer een mogelijkheid geboden om met

zieken te bidden, waarvan ruim gebruik werd gemaakt, in de striemen

van Jezus vonden velen genezing.

In Hoya werd ik uitgenodigd door zr. M., een Canadese vrouwelijke

zendeling-arts, om deel te nemen aan een diner in haar huis, er waren

18 genodigden, allen buitenlandse zendelingen en geestelijke werkers.

Het was een vriendelijke invitatie, men was verlangend ons te

ontmoeten. Het diner was gereedgemaakt in haar eenvoudige woning,

evenals de Japanse huizen van hout en papier opgetrokken. Toen de

maaltijd begonnen was, zag ik in een andere kamer, in een soort

alkoof, iemand liggen. Op mijn vraag of er een zieke in dat huis was,

antwoordde M.: "Ja, het is mijn zuster R. die daar ligt, ze is al lang

ziek, veertien jaar."

24


Deze poster werd overal in Osaka aangeplakt om onze samenkomsten aan te

kondigen. Geheel bovenaan de poster staat boven de lijn: Jezus Christus

vergeeft uw zonden en geneest uw ziekten. Direct onder de lijn: God is liefde.

Op de volgende bladzijden ziet u de samenkomsten in Osaka. Op foto 1 en 2 op

pag. 28, de buitenkant van de zaal met aankondigingen en de uitnodigende

pastor bij de deur. U ziet op pag. 29 hoeveel zondaren voor bekering naar

voren komen en zieken die zich laten bedienen voor genezing. Er was grote

vreugde voor wat God deed in die stad. In deze samenkomst genas de Heer het

meisje dat in coma lag voor 18 maanden.

26


Hoe heerlijk reageert dit volk op het Volle Heil dat de Heer hen biedt.

In dit z.g. "moeilijke" land komen zielen zich bekeren. Op pag. 31 ziet

u hoeveel jongeren, scholieren en studenten, aan het eind van de

samenkomst naar voren komen om het Shintoïsme los te laten en

Jezus aannemen als hun Verlosser en Heer. Er is voor gezorgd dat zij

allen worden "opgevangen" en verder geleid in het Koninkrijk Gods.

30


Op deze pagina bemerkt u met wat een aandacht de aanstaande geestelijke

werkers, met in hun midden zendeling Leo Kaylor, de Bijbelcursus meemaken,

die wij in Omuta gaven. Deze jonge mannen en vrouwen zijn gezegende werkers

in Gods Koninkrijk geworden. Op pag. 35 bovenaan ziet u de familie Kaylor in

Omuta. Daaronder de afbeelding van zr. Elisabeth met onze vertaalster

Constance en pag. 35 sluit met de handoplegging van een studente voor het

ontvangen van de Heilige Geest, door zr. Elisabeth. 34 Pag. 36 toont een

groepsbeeld met linksachter zendeling Leo Kaylor, die ook op de volgende foto

staat voor een zendingsbusje, naast hem zijn vrouw Philis.

34


Men wist niet beter of die vrouw in dat bed behoorde daar gewoon,

iedereen wist dat en kwam om de beurt een poosje met deze zieke

praten. Ik vroeg verbaasd: "En aanvaardt u dit maar zo als

vanzelfsprekend, dat de Heer, die u naar dit land zond als Zijn

afgezanten van de Blijde Boodschap, Zijn vertegenwoordigers

jarenlang doet lijden en buiten de bediening houden, voor de ogen van

de niet begrijpende Japanners? Wat moeten zij wel zeggen van deze

Almachtige God, die u brengt?" "Och", antwoordde zij, "mijn zuster

is ziek, en dat is nu eenmaal zo en wij hebben dit aanvaard. Wij

hebben natuurlijk voor haar gebeden, maar ja, zij is nog steeds ziek,

wat kunnen wij er aan doen?

De medicijnen die ik gaf hebben niet geholpen. Ze heeft grote, open

wonden aan haar benen, die wonden willen niet sluiten, het is een hele

verzorging. Zij kan niet lopen en heeft veel pijn!" Ik zei: "Accepteert

u deze toestand als normaal? Maakt u er dan geen eind aan in de

Naam van Jezus? Dit is toch geen getuigenis voor het overwinnend

Christendom, dat u predikt? Waaraan moeten de Japanners het zien

dat Jezus de Heer is, de Koning, aan Wien alle macht gegeven is in

hemel en op aarde, over de domeinen van het vlees en de geest?"

Toen ik de rij der aangezeten gasten rondvroeg of er nog meer zieken

waren, zeiden verschillende zendelingen dat zij het waren, zwak,

ziekelijk, aan kwalen lijdend, sommigen voor jaren, depressief waren,

onder doktersbehandeling. Enkelen getuigden ontmoedigd te zijn en

overwogen naar huis terug te gaan. Dit werd normaal gevonden, hier

leefde men mee. Dit beeld van ambassadeurs van een glorieus en

triomfantelijk Christendom werd algemeen aanvaard, men had daar

geen moeite mee. Dit is toch tekenend voor een hedendaags

Christendom, nota bene voor de zo realistische en kritische Japanners,

ogen-mensen die bewijzen willen zien. Is het Koninkrijk Gods slechts

een theorie, een andere filosofie, ethiek zonder meer, of is het

Koninkrijk Gods manifestatie van kracht? "Want het Koninkrijk Gods

bestaat niet in woorden, MAAR IN KRACHT" (I Cor.4 : 20). Paulus

zei: "Mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeslepende

woorden van wijsheid, maar met BETOON VAN GEEST EN

KRACHT, opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen,

maar op KRACHT VAN GOD" (I Cor. 2 : 5).

37


Is de openbaring van een zegevierende Kerk niet leven vanuit de

opstandingskracht van Christus? Zijn wij niet in Zijn striemen

gehee1d, fris, vitaa1, energiek, uitstra1end van heerlijkheid? Daar is

toch iets mis met de Kerk! Dit zijn nu zendelingen, die de besten

behoren te zijn uit de vaderlandse Kerk, de krachtigste getuigen, de

bloem van de thuisgemeente. In plaats daarvan deze zieke, zwakke

desperate ambassadeurs. Zij zijn het die geselecteerd werden om aan

de heidenen te tonen, ook lijfelijk te tonen, wat een leven met

Christus betekenen kan, zoveel triomfantelijker dan wat het

heidendom had te bieden. De eerste zendelingen van de eerste Kerk

werden aangedaan met kracht.

Wie zij waren, wat zij aan verworvenheden in zich hadden

opgeslagen, was niet toereikend; van buiten-af, van boven-af, vanuit

God, zou een nieuwe actuele capaciteit hun deel zijn, een legitimatie

van autoriteit tegenover de boze machten, een ridderslag Gods, de

vervulling van de Heilige Geest, Gods extra. Zij moesten daarop

wachten alvorens uit te gaan. Toen zij hun persoonlijke Pinksteren

hadden beleefd en aangedaan waren met de kracht van Boven, konden

zij gaan en zij waren onweerstaanbare getuigen geworden waar de

duivels voor sidderden.

Ik at niet verder, ging naar de kamer waar de zieke lag, sprak met

deze kleine vrouw over de striemen van Jezus, bouwde haar geloof

op, zalfde haar met olie, legde haar de handen op in Jezus' Naam en

gebood alle ziektemachten uit dit lichaam te gaan en deze vrouw los

te laten. Ik sprak luid, met gezag van geloof, dat deze ziekte niet

langer stand zou houden en dat de wonderbare opstandingskracht van

Christus haar zou herscheppen en vernieuwen. Ik gebood zr. R,

terwij1 ik de ziektemachten gebood uit te gaan, zelf ook deze

ziektemachten los te laten, af te stoten, bewust daarvan te distantiëren.

Vervolgens deelde ik haar de genezende kracht van Jezus mee, in

geloof. Toen verzocht ik zr. M. kleren voor haar zuster te zoeken en

een bord bij te schuiven aan tafel. Ik gebood R op te staan van haar

bed en in geloof weer te gaan lopen. Ik sloot de deur opdat deze

vrouw zich kon aankleden en legde vervolgens de tafel langs alle

anderen de handen op. Terwijl ik bezig was, kwam R binnen, zwak

nog en bleek, maar gelukkig. Zij prees de Heer met opgeheven

handen, de ziekte was verdwenen, de pijnen gedoofd, ze had gezien

38


zoeven dat de wonden gesloten waren toen zij haar kousen aandeed,

ze wist dat aan haar lijden een eind was gekomen. Zij liep naar een

stoel en zat bij ons aan, een en al glans was haar gezicht. Geprezen zij

de Heer! Hij raakte haar aan en zij werd gezond! Het diner kwam

helaas niet helemaal tot zijn recht, de kostelijke spijzen stonden koud

en onaangeroerd op tafel, wij hadden wat beters te genieten. Daarna

verzocht ik de tafel af te ruimen, wijn en brood te brengen en zo

vierden wij als gelukkige en dankbare kinderen van God het Heilig

Avondmaal met elkaar, om deze dienst der genezing extra kracht bij

te zetten en dankbaar het lijden en sterven van onze Heer te gedenken,

opdat wij leven en overvloed zouden hebben.

Wij lazen de tekst nog eens: "Nochtans onze ziekten heeft Hij op Zich

genomen (van ons ar op Zich genomen), en onze smarten gedragen ...

, om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze

ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons den vrede aanbrengt,

was op Hem, en door Zijn striemen IS ONS GENEZING

GEWORDEN" (Je. 53 : 4, 5). Wij lazen ook Psalm 103 : 3, 4:

"Vergeet niet een van Zijn weldaden ... , die al uw ongerechtigheid

vergeeft, die AL UW KRANKHEDEN GENEEST, die uw leven

verlost van de groeve ... " Halleluja!

Laat de Kerk van Christus eindelijk uittreden uit haar onduidelijkheid

en mistigheid en tot de aanval, het offensief overgaan. Vandaag

voelen velen zich in de defensie gedrongen. Veldmaarschalk Earl

Alexander (van Tunis), de Britse generaal in de tweede wereldoorlog,

riep: "Valt aan, valt aan, ook als u in de verdediging bent". Laat de

Kerk de banier des heils hoog opheffen! Laat zij zich reinigen van alle

ledige, formele theorieën, alle gratuïte kreten over zaken die zij niet

waar kan maken. Laat zij ontwaken en opstaan en zich pantseren, in

Jezus' Naam. Laat zij weer worden die zij rechtens haar opgestane

Heer mag zijn, een zegevierende Kerk, die verlossing en genezing en

bevrijding mag brengen aan een verzondigde en verziekte wereld.

Laat zij weer zoutend, bederfwerend zout zijn!

Vele zendelingen zijn zoals hun uitzendende kerken zijn, vol goede

bedoelingen, ook vol liefde voor God en de naaste, vol verlangen deze

Heer te dienen, beste Christenen, aardige mensen. Maar om succesvol

te missioneren in een door Satan geregeerde wereld, dienen zij toch

39


eter te worden toegerust. Daar is meer nodig dan goede bedoelingen,

daar is sprake van een hard gevecht daarbuiten, van man tegen

concentraties van demonen. Deze strijd moet worden gewonnen, moet

altijd worden gewonnen, omdat zij reeds gewonnen werd door Jezus

aan het kruis, de Slangenvertreder die de kop van de slang

verbrijzelde. Men dient gepantserd te zijn tegenover deze

openbaringen van de duisternis, met in het hart het geloof dat bergen

verzet, wetende wie men is in Christus, staande in Zijn overwinning.

Jezus volgen betekent ook Hem volgen in Zijn opdracht van de Vader

gegeven: "Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de

werken des duivels verbreken zou" (I Joh. 3 : 8). "Ik zeg u, wie in Mij

gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan

deze, want Ik ga tot de Vader; en wat gij ook vraagt in Mijn naam, Ik

zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde. Indien gij

Mij iets vraagt in Mijn naam, Ik zal het doen" (Joh. 14 : 12-14).

Daarom moet de zending terug naar het begin, zich spiegelend aan de

eerste Kerk van het eerste uur, zich opnieuw bezinnend aan de

oorspronkelijke opdracht. De zending dient af te rekenen met zoveel

lieve humaniteit. Als men Christus uit de zending weghaalt, blijft er

ontwikkelingshulp over. Laten wij ons inzetten om het Evangelie van

verlossing te prediken, de volken te bevrijden van hun gewetensnood

en laten wij alle horizontale hulp voor de natuurlijke mens aan

anderen over. De zending moet de duivel weer de handschoen

toewerpen, hem uitdagen tot een bikkelharde confrontatie, zoals Jezus

in de woestijn hem uitdaagde tot een gevecht "to be or not to be",

wetende dat de triomferende Heer aan onze zijde staat.

Waarom komt de zendeling overal achteraan en te laat, waar de Satan

ruïnes achterliet? Waarom niet agressief de eerste klap uitdelen? Dit

is het uur voor activiteit. Tot de aanval moet worden overgegaan. Wij

moeten uitgaan om nog te redden wat nog te redden valt in onze eigen

generatie, waarvoor wij verantwoordelijk zijn. Wij kunnen succesvol

opereren mits wij het strijdplan dat Christus ons gaf, nauwkeurig

uitvoeren. Dan zal de zending ook weer opwekkingen zien, niet bij

uitzondering, hier en daar, maar als regel, met het geweld van de

eerste Gemeente; "Dezen die de wereld in opschudding gebracht

hebben, zijn hier ook gekomen" (Hand. 17 : 6). Met niets minder

moeten wij tevreden zijn.

40


Eens vroeg ik aan enkele zendelingen mij de meest levende en

krachtige Volle Evangelie Kerk in Japan te wijzen, waar de meeste

manifestaties werden gezien van Gods kracht, men wees mij unaniem

naar de kerk van Ds. Yutaka Akichika in een van de voorsteden van

Tokio. In deze bloeiende gemeente werd eens de man bekeerd, de

piloot die als eerste een aanval ondernam op de Amerikaanse

vlootbasis Pearl Harbour. Deze man was gebroken door berouw om

het onheil dat hij stichtte, hij besloot harakiri te plegen. Iemand bracht

hem echter naar deze kerk en hij bekeerde zich tot Jezus. Op een dag

werd ik vriendelijk uitgenodigd in die kerk te prediken en ik was erg

benieuwd naar het klimaat van deze zo gunstig bekende gemeente.

Deze kerk begint zondagsmorgens om 7 uur, dan is deze geheel vol en

de dienst duurt tot 12 uur, vaak tot 1 uur in de middag. Het was

eigenlijk een serie aaneengesloten diensten, zangdienst met een

volledig orkest met groot koor, daarna de dienst der lofprijzing,

daarna bidstond, vervolgens Avondmaal, dienst der offerande, daarna

prediking, gevolgd door de dienst der genezing.

Soms was er ook een doopdienst gedurende de laatste dienst. Er werd

veel en blij gezongen, tamboerijnen rinkelden, allerlei trommels

werden geslagen, handen geklapt, armen ten hemel gestrekt. Ik houd

van deze samenkomsten met een ruime uitloop, er was voor alles tijd

genoeg, beter dan een uurdienst met het horloge in de hand. Het was

een heerlijke morgen. Grote aandacht.

Mijn prediking werd kundig vertaald door de plaatselijke prediker.

Tijdens de Woordverkondiging liet de Geest mij zien dat deze

gemeente vol ziektemachten was, ik werd gedwongen de prediking

enige malen te onderbreken om deze machten te bestraffen, omdat zij

mij hinderden. Er waren bezetenen in de zaal die om zich heen een

sfeer van duisternis hadden. Ik kreeg een pijn in mijn rechteroor en

begreep dat vlak bij mij iemand stond die daaraan leed. Ik vroeg dit

en de tolk die naast mij stond, de prediker zelf, bleek deze pijn in zijn

rechteroor te hebben. Ik legde hem de handen ogenblikkelijk op voor

genezing, de pijn verdween en ook mijn pijn, de man kon

onbelemmerd verder. Na de prediking nodigde ik alle zieken die

geloof hadden in Goddelijke genezing, naar voren te komen, naar de

kansel, opdat ik voor hen bidden zou. Tot mijn verbazing stond bijna

de hele gemeente op, de vrouw van de prediker voorop, ja de prediker

42


verliet zijn plaats aan mijn zijde en stond ook voor mij, als patiënt,

naast zijn vrouw. Dit zou de ideale gemeente zijn, deze met al die

zieken? Ik sprak over het volkomen offer van Jezus Christus, voor de

totale mens en mocht met elk van deze zieken bidden in Jezus' Naam.

Ik wenste dat ik meer heroïsme vinden kon in de zending, uitstralend

overwinningsleven. In vele gesprekken met zendelingen trof ik

ontmoediging aan, velen overwogen er maar mee op te houden. Velen

waren ziek, hadden problemen en handicaps, bleken niet opgewassen

tegen de strijd tegen de machten der duisternis. Hun woord sloeg niet

aan. Zij bleven vreemdelingen en vonden geen toenadering tot het

volk waarheen zij gezonden werden. Hoevele zendingsposten heb ik

in de wereld gezien die verlaten waren, gesloten, kerken die leeg

stonden, scholen die ontvolkt waren en in puin lagen. Een vierde van

alle zendelingen gaat naar huis terug binnen het jaar, dat vertelt de

statistiek. Maar het cijfer is geflatteerd en ligt hoger.

Mede door de grotere tegenstand in de volken, het sluiten van

grenzen, door groeiend nationaal identiteitsbesef, die invloeden van

buitenaf onaanvaardbaar achten. Maar ook door modemisme in de

opleiding, niet ingeleid zijn in agressief optreden tegen de machten

der duisternis, door kleingeloof, gemakzucht, gebrek aan totale inzet.

Wanneer wij tijd namen om deze mens en te begrijpen en uitvoerig

met hen spraken , hen lieten getuigen om welke reden zij waren

uitgegaan, wat zij geloofden en wie zij waren, stootten wij steeds

weer op hetzelfde, dat zij de Gaven des Geestes misten, er zelfs tegen

streden en zich tegen de Goddelijke genezing verzetten.

Er waren er die met deze Gaven begonnen waren, maar liepen vast

door gebrek aan kennis en door verkeerd gebruik, zodat zij er mee

ophielden. Zij arbeidden vanuit eigen kracht, eigen inzicht, met

natuurlijke middelen. Zij kregen dikwijls geen aanmoediging om de

Gaven te gebruiken, noch door collega's, noch door het thuisfront. Zij

moedigden elkaar als gezinsleden ook niet aan en lieten te weinig

ruimte aan Gods Geest. Zij werden een soort welzijnswerkers,

ontwikkelingshulp-mensen.

De duivel vreest geen predicaties, hij vreest ook geen bidstonden,

geen natuurlijke, organisatorische activiteiten, het uitsluitend druk

zijn met materiele en fysieke bijstand, hij vreest slechts een ding: het

43


frequente gebruik der Gaven; het bidden in de Geest, het spreken in

tongen, het profeteren in de Gemeente, het lofprijzen van de Naam

van Jezus, het in geloof opleggen der handen, het gebruik van de door

de Heer der Kerk gegeven bekwaamheden, het onderscheiden der

geesten, het woord van kennis en wijsheid, inzichten door God

geopenbaard in de onzichtbare wereld, in de strijd tegen de machten

in de hemelse gewesten .

Door gebrek aan kennis, vrees voor fanatisme, voor overmaat, door

klein geloof, wordt er weinig toegang gezocht naar de spirituele

mogelijkheden die God aan de Gemeente geeft. Dit zijn geen

menselijke bedenksels, het zijn ordonnanties Gods. "Zo dan, mijn

broeders, STREEFT er naar te profeteren, en belemmert het spreken

in tongen niet" (I Cor. 14 : 39). "Dooft den Geest niet uit, veracht de

profetieen niet" (I Thess. 5 : 19, 20). "Jaagt de liefde na en STREEFT

naar de Gaven des Geestes" (I Cor. 14: 1).

De laatste Gemeente voor dat Jezus wederkomt, is een profetische

Gemeente, evenals de eerste die was. De Heilige Geest kreeg de

voornaamste plaats, naar Hem werd gevraagd, naar Hem werd

geluisterd, met Hem werd gerekend, naar de aanwijzingen van de

Geest des Heren werd gehandeld. De raad der oudsten werd niet

samengesteld evenals de keuze der apostelen, naar persoonlijke

bekwaamheden, status of invloed, maar deze mannen werden door de

Heilige Geest aangewezen. "En terwijl zij vastten bij den dienst des

Heren, zeide de HEILIGE GEEST: Zondert Mij nu Bamabas en

Saulus af voor het werk waartoe Ik hen geroepen heb. Toen vastten en

baden zij, en legden hun de handen op en lieten hen gaan. Deze dan,

DOOR DE HEILIGE GEEST uitgezonden, trokken naar ... " (Hand.

13 : 2-4).

Waar wordt in de kerken op dezelfde wijze gehandeld? De Heilige

Geest wordt niet meer ingeschakeld om Zijn onmiskenbare

aanwijzingen te geven. Wanneer deze Geest Zijn richtlijnen en

bevelen geeft, behoeft men niet teleurstellingen te verwachten door

miskeuze of door voortdurende ziekte. Zo is ook het apostolaat, de

zending, slechts vruchtbaar en zinvol, als de Geest Zijn directieven

geeft, aanwijzingen, instructies, en wegen opent.

44


De Kerk van Christus is geen natuurlijke zaak maar een

bovennatuurlijke en dient ook niet te worden bestuurd door natuurlijk

verstand, of talent, maar door bovennatuurlijke aanwijzingen Gods.

De laatste Kerk, de supra-normale Kerk moet afzien van menselijke

inmengingen, menselijk bedachte richtlijnen, natuurlijk verstand,

maar zich door de Bruid werver, de Goddelijke Eliezer, de Heilige

Geest, als Bruid laten leiden, geschikt maken voor de ontmoeting met

de Goddelijke Izak, Jezus Christus. De Bruidsgemeente is een

bovennatuurlijke Gemeente en is niet gebonden aan namen en

systemen, richtingen en specialismen van mensen, maar de supreme

Bruidsgemeente van Jezus Christus, die uit alle denominaties is uit

gereinigd tot de laatste levende Kerk van Christus en gebonden aan

haar Heer alleen. Zij zal leven en bewegen door de inspiratie van de

Bruidwerver middels openbaringen en profetieën, de Bruid sieraden

voor de Bruiloft des Lams. Zij zal de gezindheid van de Bruidegom

dienen te hebben om Hem recht te kunnen volgen, zij moet innig en

vertrouwelijk met de Bruidegom communiceren door een verticale

communicatie. God wil haar leiding geven en Zijn wegen bekend

maken. "Voorzeker, de Here doet geen ding of Hij openbaart Zijn

raad aan Zijn knechten, de profeten. De Heer heeft gesproken, wie

zou niet profeteren?" (Am. 3 : 7, 8).

Zonder deze levende, zuivere communicatie met de Heer der

Gemeente, het Hoofd van Zijn Lichaam, wordt het zout smakeloos,

vloeit de kracht weg, devalueert zij tot een feilbare organisatie van

feilbare mensen, wordt het een horizontale zaak van ambtenaren. "De

Geest is het, die levend maakt, het vlees doet geen nut; de woorden

die Ik gesproken heb, zijn geest en leven" (Joh. 6 : 63).

Zending is de toegespitste actie van de levende Kerk, het gezicht van

die Kerk, naar buiten. De Blijde Boodschap, het Goede Nieuws dient

met kracht en glans uitgedragen te worden tot een verloren gaande

wereld, het helende, bevrijdende Woord Gods, tot aan het uiterste der

aarde. Dat laatste is niet alleen een geografisch begrip, maar ook een

spiritueel begrip: het uiterste van het heidense denken. De ziel der

volkeren moet worden gene zen, tot harmonie gebracht met God. Met

niets minder moeten wij tevreden zijn! Waar de elementaire

waarheden worden weg-getheoriseerd en weg-getheologiseerd,

45


ontstaat geestelijke malaise, verschraling, verval, men kan niet

eigenmachtig de leefregels van Gods Kerk denigreren.

De schuwe duif van de Heilige Geest wiekt dan geruisloos weg en er

blijft traditie over, routine. Ik zou willen dat de opleiding van

zendelingen meer nadruk legt op de machtige strijd in de hemelse

gewesten, die gaande is. Er wordt geleerd volkeren te zien, mensen

aan te spreken, de prediking als techniek, een natuurlijke benadering

van natuurlijke mensen, maar ik geloof dat er te weinig gewezen, te

zwak binnengeleid wordt in de strijd tegen de infiltraties van Satan in

allerlei vorm, in alle territoria van het menselijk bestaan en ook

daarbuiten. De praktijken van Satan, de afbraakpolitiek in het

Lichaam van Christus, al zijn listen en lagen, moeten worden

onderkend en de effectieve bestrijdingswijze aangeleerd. De heidense

ceremonieën waarin Satanische machten zo'n grote rol spelen, moeten

doorzien worden en de tegenactie van het Koninkrijk der hemelen

ingezet. Hoe zal men de geesten identificeren, hoe zal men de

supermachten dwingen hun namen bekend te maken om hen te

verlammen, om ze daarna uit te drijven? Hoe zal men de kracht van

het Bloed van Jezus en de autoriteit van Zijn Naam als absolute en

succesvolle wapenen aanwenden? Hoe zal men in een vreemd land,

temidden van geestelijke duisternis en demonie, in Jezus' Naam een

plaats inruimen voor Zijn Koninkrijk? Hoe zal men de regionale

machthebbers in de lucht overmeesteren en krachteloos maken over

een bepaald gebied, zodat Gods zegen ongehinderd van Zijn Troon

kan toestromen (zie Dan. 10 : 8-13), en een plaats voor nieuw

zendingswerk winnen voor Christus? Op welke wijze wordt een

gebied gezuiverd van machten der duisternis, operaties van die zijde

afgeslagen?

Hoe deze geestelijke "luchtvervuiling" gereinigd? Waarom wordt een

zendeling niet of nauwelijks gewezen op het feit dat hij zijn

toegewezen gebied eerst zuiveren moet van boze geesten en machten

der duisternis, voor dat hij tot mens en gaat spreken? Door de

machten uit te dagen en aan te spreken met autoriteit, als ambassadeur

van het Koninkrijk Gods, door hen zijn "geloofsbrieven", zijn

"volmachten" te tonen en als afgezant van Christus de

alleenheerschappij op te eisen over het gebied waar hij aansprakelijk

voor is gesteld. Hij moet leren duidelijk en ferme commando's des

46


geloofs te richten tot deze machten, zodat zij zich aangesproken en

doorzien weten, ontdekt aan hun eigen limieten en geen kansen

krijgen met hun afleidingstaktiek en afbraakpolitiek voort te gaan.

De zendeling zal in het begin van zijn arbeid zijn land duidelijk

"claimen" voor Christus, in de kracht van de Heilige Geest, in de

autoriteit die hij heeft gekregen van zijn Heer, in Zijn Naam. Na nog

in enkele andere steden te hebben gepredikt, gingen wij naar Osaka.

De Japanse prediker, pastor Sakae, die ons had uitgenodigd met ons

team, had moeite noch kosten gespaard om mensen aan te trekken

voor deze campagne in Nishinari Ken. Zijn kerk was gesitueerd in een

beruchte amusementswijk vol dranklokalen (de drank is hier sake, een

sterk alcoholische drank uit rijst), speelzalen, dobbelgelegenheden,

bordelen. Een "rosse", "ruige" buurt. Vechtjassen, messentrekkers,

dronkaards, prostituees, een gevaarlijke buurt, de prediker had ons

gewaarschuwd. Hij vroeg ons of wij bevreesd waren, wij zouden

risico's lopen. Maar ik nam de uitnodiging graag aan. Want ik heb een

wonderbare Boodschap juist voor déze mensen aan de zelfkant van

het leven, ik wist een oplossing voor hun zonden en nood. Eindelijk

kon ik de Boodschap des Heils brengen aan degenen voor wie het

bestemd was; zondaren en hoeren. Halleluja! Hoe vaak moeten wij

deze Heilsboodschap prediken aan Christenen die het al lang weten,

47


ik was zo blij dat ik het nu verkondigen kon aan waarlijk zondaren.

Het waren onvergetelijke samenkomsten. Zelden hadden wij in onze

wel rijk geschakeerde bediening zulke toestanden meegemaakt. De

grote ingangspoort was aan de buitenkant, aan de straatzijde,

volgeschilderd met leuzen en Bijbelteksten, spandoeken hingen aan

de hoge gevel, papieren borden waren volgetekend met Japanse

karakters, twee enorme rode neon kruizen stonden tegen de gevel, het

was een kakelbonte gevelversiering in allerlei kleuren, die bekend

maken moest aan de voorbijganger dat hier vanavond iets speciaals te

doen was. Wij lachten om deze overdreven, circusachtige uitstalling

van kitschige kleuren en versieringen. Maar dat was de Japanse

manier om op te vallen.

Op het trottoir voor de poort werd door een aantal medewerkers

iedere voorbijganger aangesproken en uitgenodigd binnen te komen.

Iemand stond in de deuropening op een turkse trom te beuken, een

tweede trom werd bijgezet en beiden veroorzaakten een oorverdovend

lawaai om aandacht te trekken. Er bovenuit schreeuwde de prediker

en nodigde iedereen uit binnen te komen en te luisteren en te zien

"wat zij nog nooit hadden gezien". Ik vond dit kermisgedoe

onaangenaam, maar men beduidde mij dat de Japanner hierdoor

geïmponeerd wordt, dit soort mens en met sterke emotionaliteit. Ik

moest denken aan de eerste dagen van het Leger des Heils in het

Westen van Londen, waar men ook niet dergelijke luide, indringende

methoden schuwde om het volk naar binnen te lokken om het

Evangelie te horen. Van de straat werden vele dronken kerels

binnengeloodst. Ik vermoedde soms dat zij de nuchtere lieten

doorlopen, maar aan elke kerel even "roken" en de beschonkenen

selecteerden en opbrachten naar binnen. Het was dan wel een heel

bijzonder publiek elke avond, de zaal was vol met mannen met petten

scheef op het hoofd, die zij niet afzetten, die dwars in de bank luid

met hun kornuiten zaten te praten, wachtende op de "voorstelling".

Wij hebben dikwijls gelachen toen wij de zaal binnenkwamen en de

methodes zagen toegepast, het letterlijke "dwingt hen om in te gaan".

Toen Elisabeth, als blanke buitenlandse vrouw, met haar Japanse

vrouwelijke tolk op het podium kwam, was er een hevig applaus,

sommige mannen klauterden over de banken naar het podium om

naast haar te staan, haar aan te raken en een hand te geven. Velen in

48


de zaal riepen opmerkingen die wij gelukkig niet verstonden. Iemand

wilde met haar dansen. Maar Elisabeth gaf lachend haar liederen uit

en nodigde de mens en vriendelijk uit om stil op hun plaats te zitten.

Later ging zij ook zitten en een luguber uitziende man ging naast haar

zitten met een groot mes in zijn hand waarmee hij zijn nagels ging

schoonmaken, duidelijk om te intimideren. Een zendelinge die wij

hadden meegenomen, werd dit te erg en liep de zaal uit, ze vreesde

een gevecht. Toen ik begon te prediken liepen er mensen de zaal uit,

sommigen begonnen te roken en werden prompt de zaal uitgezet,

menigmaal maakten wij gevechten mee, ze gingen met elkaar op de

vuist midden in de dienst. Maar er waren een paar potige

medewerkers, deze pakten zonder pardon de vechtersbazen en rokers

beet en zetten ze op straat, dat ging daar niet zachtzinnig toe. Maar

een kwartier later wandelden dezelfden weer de zaal binnen. Het was

allemaal rauw werk, maar we waren vooruit gewaarschuwd. Maar ik

genoot van deze dienst, het was heerlijk om voor reële zondaars te

prediken, het Evangeliewoord van verlossing te brengen en te wijzen

op Jezus die schoon wast van zonde en schuld en nieuw leven geeft.

Ik zag deze dronken, vervuilde levens langzaam ontnuchteren, tot

kalmte komen onder de prediking en als ik uitnodigde wie van deze

mensen een ander, nieuw leven van Jezus wilde aanvaarden, kwamen

velen naar voren en gingen op de "zondaarsbank" zitten, ook hierin

leek deze dienst als een meeting van het Leger des Heils. Ze hadden

hun petten niet afgedaan gedurende de samenkomst, het waren wilde

kerels, verslonsde vrouwen, verzopen levens en verzondigde naturen,

maar ze waren stil nu en keken mij aan en als ik zei wat Jezus met hen

wilde doen, dan bogen deze koppen zich in gebed en baden wij samen

om vergeving van zonden, zij spraken mijn biddende woorden zacht

mee.

Ze begrepen heel goed waar het om ging en werden door Gods Geest

radicaal bekeerd, dezelfde avond. De volgende dag kwamen ze terug,

zonder drank in hun lichaam, kalm, vriendelijk, gewassen en met

schone kleren. Dit was zuiver reddingswerk, Grote-stad-evangelisatie.

Wat is dat heerlijk! Ik houd hier zo van, dit is ware en directe

zending. Er waren ook velen die werden genezen. Daar waren

schokkende gebeurtenissen. Op een avond kwam een groep van

ongeveer 10 doofstommen met hun leidster in de samenkomst, ze

49


werden bij elkaar gezet aan het eind van de zaal, terwijl de leidster

mijn prediking aan hen vertaalde in gebarentaal, zo communiceerden

zij. Toen ik aan het einde van de tweede avond dat zij er waren vroeg

wie van hen geloof had voor genezing, hieven twee hun handen op.

Wij baden met hen en de Heer genas beiden op dat ogenblik

instantelijk, het was een jonge vrouw en een man op rijpere leeftijd.

Hun gezichten straalden van dankbaarheid en ontroering. Ze vertelden

later dat zij beiden nu naar de universiteit gingen om te studeren, hun

handicap was opgeheven. Ik wil hier een brief publiceren die prediker

Sakae uit Nishinari, Osaka, mij enkele dagen na ons vertrek schreef:

"Geliefde broeder Hoekendijk. Ik gevoel behoefte u zeer bijzonder te

bedanken voor wat u voor ons gedaan hebt hier in Osaka. Ik bid de

Heer dat Hij al uw vermoeidheid zal wegnemen en nieuwe kracht

vanuit Zijn Heiligdom u zal doen toestromen. Prijst God voor Zijn

wonderwerken door uw bediening! Verleden week, de eerstvolgende

zondag na uw vertrek, hielden wij een getuigenisdienst waarin de

mens en die genezing ontvingen in uw campagne, hun ervaringen met

de Heer deden horen.

Wij zagen elke avond Gods hand werken en verbaasden ons over de

grote wonderen. Nu wij de mensen lieten vertellen bleken meer

wonderen te zijn gebeurd dan die wij registreerden. Een broeder werd

volkomen genezen van blindheid in zijn rechteroog, hij ziet nu alles

helder. Ook genas deze man van een langdurige hartziekte. Een van

zijn kinderen leed aan astma. Toen de vader een zakdoekje waarover

u gebeden had op haar hoofd legde terwijl zij sliep, genas zij

volkomen. Een van de ouderlingen getuigde van de volkomen

genezing van gedeeltelijke verlamming. Een zuster bracht haar zieke

kind van twaalf jaar, gedragen door haar man die niet kon geloven in

Goddelijke genezing, naar de samenkomst. U hebt met dit kind

gebeden. Zij was reeds anderhalf jaar bewusteloos, zij werd in een

hospitaal verpleegd en kunstmatig gevoed, ze had een aparte nurse die

voor haar zorgde in een eigen kamertje.

De dokters hadden alle hoop opgegeven dat zij weer tot ontwaking

zou komen, wat zij ook hadden geprobeerd. Toen de moeder hoorde

van deze opwekkings- en genezings-samenkomsten, is zij naar het

hospitaal gegaan en vroeg aan de doctoren haar kind terug te geven

om naar de campagne te brengen, om over haar te laten bidden.

50


De doctoren verboden haar het kind weg te halen. Zij bleef

aandringen en eiste tenslotte haar kind op. Zij moest een door de arts

en opgestelde verklaring tekenen waarin zij verklaarde dat zij dit voor

haar eigen verantwoordelijkheid deed. Zij tekende graag en liet haar

kind naar de samenkomst dragen. Het kind had een groot, opgezet

lichaam dat onnatuurlijk zwaar was, haar gezicht was ook

opgezwollen en papierwit, zij reageerde op geen enkel teken van

buiten, zij scheen in diepe slaap. Als haar hart niet klopte, was zij een

dode.

U bad met haar, gebood het leven terug te keren, haar bewustzijn te

ontwaken, in de Naam van Jezus. De moeder riep tegelijkertijd luid

tot de Heer, de vader hield geen ogenblik zijn ogen van het kind af. U

sprak tot de vader en vroeg hem of hij in Jezus wilde geloven en Hem

volgen, als het kind gezond werd, hij beloofde het. En de Heer

verhoorde uw gebed en dezelfde avond toen het kind thuis kwam,

ontwaakte het en was genezen, het deed de ogen open, begon zachtjes

te praten, vroeg iets te drinken en probeerde voorzichtig op te staan en

te lopen, het was heerlijk genezen. De vader zag dit wonder voor zijn

ogen en gaf de eerstvolgende samenkomst zijn leven aan Jezus, u

herinnert zich die man in zijn bruine kimono die als eerste naar voren

snelde op uw altarcall. Hij genas ook, op dezelfde avond als zijn

dochter, de Heer nam een langdurige en smartelijke maagziekte weg.

Het gehele gezin is nu vernieuwd. De moeder bracht haar dochter de

volgende dag naar de doctoren en liet hun haar zien en onderzoeken,

zij stonden voor een raadsel en feliciteerden haar, het kind mocht

voortaan thuis blijven.

De eerstvolgende zondag zijn zij drieën naar onze kerk gegaan om

God te danken, de juichende moeder, een vernieuwde vader, een gene

zen dochter, zij liepen vrolijk naar het Huis Gods om Hem te loven en

prijzen voor wat Hij aan dit gezin deed. Halleluja!

U herinnert zich de groep van doofstommen? De twee die waren

genezen kwamen in de kerk om temidden van Gods kinderen aan de

Heer dank te brengen. Zij beginnen nu snel te leren spreken. De tolk

was ook meegekomen en had later aan de anderen gevraagd waarom

ook zij niet voor genezing wilden komen, maar zij hadden het geloof

daarvoor niet, zeiden zij.

51


De tolk was erg onder de indruk en liet zich dopen met de Heilige

Geest, die zij erkende als de kracht die dit wonder had gewerkt.

Anderen genazen van hoge bloeddruk, velen van de speciale Japanse

ziekte: deformatie van het neusbeen, waardoor ademhaling en reuk

belemmerd worden. Een broeder getuigde van herstel van een

blessure aan zijn nek die jaren geleden ontstaan was door een auto

ongeluk.

Bronchitis genas, tuberculose en vele andere ziekten. Prijst God voor

zielen die gered werden in deze campagne, de vele alcoholisten die tot

Jezus kwamen en bevrijd werden. En voor de teruggevallenen die de

Heer weer aannamen. Wat heerlijk elke avond die vele zondaars te

zien die openlijk het zondaarsgebed baden. Wij kennen de meesten

van hen en gaan hen nu geregeld bezoeken en verder op de weg

helpen die zij nu achter Jezus zijn ingeslagen. Al onze broeders en

zusters zijn vernieuwd en hun geloof is gesterkt door deze campagne,

waarin zij Gods hand zagen, zij hebben hun leven opnieuw toegewijd

aan de Heer. Ik prijs Jezus, omdat Hij Dezelfde is gebleken, gisteren,

heden en tot in eeuwigheid. Ik bid Hem u verder tot zegen te stellen

voor andere volken. God zegene u!" Was getekend: Pastor Sakae,

Nishinari Ken.

Ik herinner mij dat wonder in Osaka nog goed, het was een van de

twee grote wonderen die de Heer deed gedurende onze crusades in

Japan, het meisje dat uit een coma van anderhalf jaar ontwaakte, en,

waarover wij later zullen schrijven, de man die zich vier jaar in een

donkere kast had opgesloten en genas, gedurende de campagne in

Omuta, op het eiland Kyushu. Toen ik in Osaka in die samenkomst

sprak, zag ik een man in een bruine kimono binnenkomen, hij draeg

in zijn armen een langwerpig, zwaar pak dat geheel in dekens was

gewikkeld. Gedurende de dienst hield hij het op zijn knieën en bleef

er als gebiologeerd op staren. Het viel mij op dat hij geen enkele keer

opkeek en luisterde naar de prediking. Voortdurend keek ik naar waar

die man zat en begon voor hem te bidden. Na de prediking liep ik wat

door de menigte en ging naar hem toe.

Met mijn tolk vraag ik hem of ik wat voor hem kon doen. Hij zei dat

hij zijn enig kind, een dochtertje van twaalf jaar, had meegenomen,

die ziek was. Dat grote pak op zijn schoot was een kind, hoe was het

52


mogelijk. Het was als een ding, onbeweeglijk, stijf, in dekens

ingepakt. Ik vroeg hem of ik haar gezicht mocht zien, hij sloeg een

deken open en ik zag een spierwit, opgezwollen gezicht, als een dode.

De ogen waren geheel weggedraaid. De man vertelde de tolk dat zij

sliep, al anderhalf jaar en niemand haar kon doen ontwaken. De

dokters hadden er alles aan gedaan, en alle methodes geprobeerd,

maar zij ontwaakte niet. Ik vroeg waarom hij het kind naar de

samenkomst had gebracht en waarvoor hij geloofde. De man,

duidelijk gebroken door verdriet, zei dat hij geen geloof had, helemaal

niet geloofde in "uw God", hij was een Shintoïst, maar hier zat omdat

zijn vrouw die Christin was, het wilde. Zij had er dringend om

gevraagd dat het kind uit het ziekenhuis zou worden gehaald om naar

deze samenkomst te worden gebracht. Het had ieders wrevel

opgewekt, van de doctoren die boos waren en haar tenslotte een stuk

lieten tekenen dat het kind voor haar verantwoording is voortaan en

van de vader die niet geloofde in de Christelijke God die zieken kon

genezen. Ik smeekte de Heer mij als Zijn instrument te gebruiken om

het kind te genezen, het zou onder deze zondige, gedegenereerde

mensen zo'n duidelijk teken zijn, waardoor zij tot geloof komen. Een

grote vrede kwam over mij, ik had zekerheid gekregen dat de Heer

iets heerlijks zou doen. Ik was zo zeker dat ik de vader vroeg of hij,

als Jezus Christus het kind genas en aan hem terug gaf, zijn leven

wilde geven aan deze Heer.

Als de Heer die wij prediken Zijn almacht bewees door zijn lieveling

gezond te maken, als het ware uit de dood zou doen herrijzen, wilde

hij dan in Hem zijn vertrouwen stellen en Hem volgen? Hij keek mij

aan en knikte bevestigend. Ik legde mijn hand op het koude gezicht,

het was alsof ik een dode aanraakte, en ik begon de machten der

duisternis en de ziektemachten te breken, te gelasten los te laten en

terug te geven, de schaduwen des doods werden geboden terug te

wijken, in de machtige N aam van de Schepper van alle leven, Jezus,

de Vorst des levens. Ik bad de Heer het kind door mijn handen aan te

raken, ik gaf het kind uit handen in de handen van Jezus. En ik deelde

de gezond makende kracht van Jezus mee, Zijn wonderbare

opstandingskracht. Toen sloeg ik de dekens weer toe en zei tot de

vader: "Ga heen, breng het naar huis, het zal ontwaken voor dat het

riddermacht is". De man sloop weg en riep buiten een taxi aan, die

53


hem naar huis terug reed. De moeder ging met hem mee, zij geloofde

in de wonderen Gods en prees de Heer voor Zijn aanraking, zij stond

bij mijn bediening zwijgend te kijken, maar met een glimlach op de

lippen. Zij wist! Zij geloofde! Thuisgekomen legde hij het kind op de

grond in een hoek van het huis, terwijl de man eten ging koken. Na

een tijd hoorde hij een gerucht achter zich en nog een, toen hij

omkeek van zijn fornuis zag het meisje hem aan, maar kon niet

bewegen omdat het zo was ingerold en gewikkeld in doeken. Hij

maakte haar los en zette haar voorzichtig op, het was wakker en vroeg

zacht om drinken. Hij kon het niet geloven, hij dacht dat hij droomde,

zijn oogappel glimlachte hem toe. Hij riep de moeder die de Heer

loofde en prees. Het meisje dat zeer zwak was, werd in hun armen

genomen en er werd zacht tegen gesproken, het antwoordde

intelligent, het was volkomen genezen. Die nacht, terwijl het gezond

sliep, volbracht de Heer het totale werk aan het kind, Hij gaf het snel

de krachten terug, zodat het kind zelf uit het bed stapte de volgende

morgen.

De moeder heeft het gewassen en gekleed en bracht het naar de

dokters in het hospitaal om het te laten zien. Het was zeer koud en het

kind was nog zwak, maar voor de eer van Jezus wilde ze het tonen

aan de behandelende medici. Zij waren zeer verbaasd en

telefoneerden elkaar als collega's op om te komen zien, de moeder

werd uitvoerig ondervraagd wat voor geneesmiddel zij gebruikt had,

zij lachte maar en wees met haar hand naar boven, onze God deed

dat! Het kind werd onderzocht, maar de heren moesten concluderen

dat het kind gezond was en niet meer naar het ziekenhuis behoefde

terug te komen. Diezelfde avond, na mijn prediking, toen ik

uitnodigde om naar voren te komen die zich aan Jezus Christus wilde

overgeven, rende als eerste een man met een bruine kimono naar

voren en boog zijn hoofd voor de kansel, wij baden met hem en hij

koos voor Jezus. Dat was vrijdag. Zondagmorgen kwam een klein

gelukkig gezin naar de kerk gewandeld, een gelukkige moeder, een

bekeerde vader en een vrolijk, jong meisje met kleurige kleren en een

grote strik in haar haar. Daar werd in de dienst door de vader en de

moeder het verhaal verteld van de genezing van het meisje en het kind

getoond. Men prees en roemde de Naam van Jezus en de Gemeente

stond op en met opgestoken handen werd de Heer der Heren gedankt.

54


Ik vroeg toen aan de pastor haar geschiedenis te willen neerschrijven

en mij toezenden, hierboven schreef ik zijn brief over. Toen wij in

Japan aankwamen, onderzochten wij, met de hulp van br.

Molenkamp, in welk gedeelte het minst werd geëvangeliseerd en waar

ik het vruchtbaarste de plaatselijke zendelingen kon helpen.

We zochten de leiding van de Heer en baden daarvoor. Wij werden

gedwongen naar het zuidelijkste eiland van Japan, Kyushu, te gaan.

Br. Molenkamp reisde naar Kyushu en onderzocht er de

mogelijkheden. Hij kwam in contact met zendeling Kaylor in Omuta,

die onze hulp bijzonder apprecieerde. Zo trokken wij er he en en

baden de Heer ons daar in te zetten, waar wij het meest nodig waren.

Kyushu is het zuidelijkste van de vier hoofdeilanden van Japan:

Hokkaido in het noorden, Honshu, Skikoko en Kyushu. Het woord

Kyushu bestaat uit twee woorden: Kyu en Shu. Kyu betekent 9 en Shu

betekent: districten, provincies; dus de naam zegt: 9 districten. Zo was

het vroeger, thans zijn er slechts 7 districten, prefecturen. Er zijn in

Kyushu 20 miljoen inwoners. Fukuoka is de grootste stad van het

eiland, de hoofdstad ook, er zijn daar 500.000 inwoners, een half

miljoen. Wij vonden er twee kerken, beide hadden geen voorganger.

In Nagasaki zijn 400.000 inwoners. In Saga (200.000 inwoners) was

geen enkele kerk, geen enkel Christelijk getuigenis. In Oita (250.000

inwoners) niemand die van Jezus getuigt. In Kagoshima (400.000

inwoners) werkt een oude zendelinge van 75 jaar. Nobeoka (150.000

inwoners), niemand die de Bijbel opent. In Miyazaki (300.000

inwoners) geen enkel getuigenis. Honderden kleinere steden en

dorpen die totaal verstoken waren van het Christendom. Het is

duidelijk dat hier een prachtig en groot arbeidsveld voor ons lag, met

eindeloze kansen.

Kyushu is een prachtig vulkanisch eiland met levendige steden langs

de kust. In het midden van het eiland domineert de vulkaan Aso, met

honderden geisers en heetwaterbronnen overal rondom, zelfs tot in de

stad Beppu aan de oostkust. Onlangs was er een plotselinge eruptie

van de vulkaan, zo onverwacht dat talloze bezoekers, ook enkele

scholen met kinderen, er door verrast werden en nauwelijks een goed

heenkomen konden vinden. Honderden van hen kwamen om of

55


werden bedekt met brandwonden door het vuur, de hitte, de

uitslingerende stenen en de verstikkende zwaveldampen die uit de

salvatoren en fumarolen wolkten. Daarna werden enkele zware,

betonnen bunkers rond de krater gebouwd, als schuilplaatsen bij

eventualiteiten. Het binnenland bestaat hoofdzakelijk uit uitgestrekte

lava velden waarop een prachtige vegetatie groeit.

Kyushu is niet alleen voor ons interessant vanwege de historische

factorijen van de Nederlandse kooplieden en hun invloed op de

handel en politiek in vroeger tijd, het heeft bovendien de tragische

reputatie dat de stad Nagasaki, aan de Westkust, door een atoombom

vrijwel geheel werd verwoest.

Op Nagasaki viel de tweede door de Amerikanen afgeworpen

atoombom op 9 augustus 1945, 3 dagen na de eerste atoombom op

Hiroshima. Vooral de eerste bom vervulde de wereld met afgrijzen,

dit nieuwe wapen met zijn onvoorstelbare, verschrikkelijke gevolgen,

deze eerste bom maakte een eind aan de tweede wereldoorlog.

Hiroshima ligt niet op Kyushu maar op het eiland Honshu, aan de

Japanse binnenzee tussen Honshu en Skikoko. Hiroshima heeft

540.000 inwoners en is gebouwd op een delta van 7 monden van de

rivier Ota, die de stad in 6 eilanden verdeelt, waarover 180 bruggen

zijn geslagen.

Nog liggen in verschillende hospitalen in Japan overlevenden van de

atoombom, ze noemen zich "hibakusja" (bomslachtoffers). Zij zoeken

genezing voor de gevolgen van de radio-actieve straling, die voortgaat

het lichaam te verteren.

Jaarlijks komen meer dan 200 nieuwe patienten naar deze hospitalen,

mensen die 35 jaar na de bom "normaal" hadden geleefd en van niets

wisten, totdat ook zij plotseling de vreselijke, uiterlijke kenmerken

ontdekten en zich lieten opnemen. Nog steeds gaat de atoombom

voort mensen te doden, levens te verminken en nog steeds is geen

afdoende remedie gevonden. Na de oorlog heeft de Amerikaanse

Commissie voor hulpverlening aan slachtoffers van de atoombom

344.000 slachtoffers in Japan behandeld. maar nog steeds liggen

honderden in de hospitalen. Buiten Japan leven ongeveer 700

patiënten in Zuid-Californië en Hawaï, de meesten zijn kenbaar aan

56


hun littekens en lichamelijke beschadigingen. Maar er zijn velen die

voortdurend in angst leven dat eens ook bij hen deze ziekte zich zal

openbaren en dat zij ten onder gaan aan leukemie, kanker, of dat zij

genetisch zo aangetast blijken te zijn dat hun nageslacht nog onder de

gevolgen zal lijden.

Vele ouders, geschrokken door de statistieken over schade aan

chromosomen bij ongeboren baby's ten tijde van de bomaanval,

willen hun kinderen niet in paniek brengen en deze kinderen zelf,

volwassen nu, die weten dat hun ouders "hibakusja" waren, zwijgen

liever uit angst dat hun kinderen nog steeds het genetische risico

dragen bij een eventueel huwelijk. Zo blijft de angst voortleven. De

machtige "Hiroshima Kenjinka" (Hiroshima gemeenschap) heeft de

"hibakusja" geadviseerd maar te zwijgen ... Intussen lijden heden nog

honderden slachtoffers van de stralings-vergiftiging en daar zijn geen

genezingskansen. Maar de Heer is machtig en ik geloof dat Hij deze

arme zieken zal kunnen en willen genezen. Ik zal dan ook niet

aarzelen, wanneer dat gevraagd wordt, hen de handen op te leggen in

de Naam van Jezus en daar zal genezing zijn in Zijn striemen. Ik bid

God deze kansen te scheppen, zodat wij het Bloed van Jezus zullen

kunnen aanbrengen op heel die beschadiging van het fysieke bestaan.

In Kyushu zijn ook de grote leprozerieën van Japan, er zijn

melaatsendorpen van meer dan 5000 patiënten. Zij hebben allen een

goede verzorging, won en in kleine huisjes aan keurig aangelegde

parken, maar hun lichamen teren weg, voor de meesten is er geen

genezing langs medische weg.

Wat willen wij ook graag naar deze kolonies gaan, in de machtige

Naam van Hem, die zei: "Ik, de Here, ben uw Heelmeester" (Ex. 15 :

26). In dat "uw" heeft Hij ook de leprozen en de hibakusja besloten,

ook aan hen is gedacht, ook zij zijn binnen de omcirkeling, de

invloedssfeer van de opstandingskracht van Christus, gesloten.

De atoombommen op Hiroshima en Nagasaki vervullen nog steeds

het denken van de Japanners, maar ook van de gehele Westerse

beschaving. In het midden van de geheel herbouwde stad Hiroshima

staat als een monument een zwartgeblakerd gebouw dat herinnert aan

de atoombom, zoals in het midden van Berlijn de ruïne staat van een

gebombardeerde kerk.

57


Begin september 1944 kreeg de Amerikaanse kolonel Paul Tibbets

van zijn superieuren te horen dat hij tot commandant was benoemd

van de bommenwerper die een atoombom (20.000 conventionele

springstof) zou doen vallen op een Japanse stad, men dacht nog aan

een stad. Men koos Kyoto, de fameuze tempelstad aanvankelijk uit,

maar later werden de steden Nagasaki en Hiroshima gekozen. Het was

een race met de tijd, want de Duitsers en Japanners waren energiek

aan het experimenteren met kernenergie en dodende stralen. Deze

atoomaanval zou een revanche zijn op de smadelijke attaque van de

Japanners op Pearl Harbour. Men zocht een middel dat met een

vreselijke schok de wereldoorlog zou doen beëindigen en Japan op de

knieën brengen.

Op 6 augustus 1945 werden de voorbereidingen getroffen voor de raid

naar Japan, vanaf het eiland Tinian in de Stille Oceaan. De atoombom

werd aan een speciale haak in het voorste bommenruim opgehangen

van een B-29 bommenwerper. De 5 meter lange deuren sloten zich

zorgvuldig, zo vertrok dit vliegtuig richting Japan. Tijdens de vlucht

naar Hiroshima droeg Paul Tibbets in de zak van zijn vlieger-overall

een kleine metalen doos. In die doos zaten 12 capsules, elk bevatte

een dodelijke dosis cyaankali. Wanneer er moeilijkheden zouden

voordoen op zee of boven Japan voordat zij hun doel hadden bereikt,

als ze werden neergeschoten, moest Tibbets de cyaankali-capsules

verdelen onder de bemanning van zijn toestel.

Het valluik werd op de juiste plaats geopend en de bemanning zag de

bom neervallen op de stad. Enkele seconden later woedde er in

Hiroshima een enorme brand. Uit een gebied van anderhalve

kilometer in het rond begon een reusachtige wolk van rood en purper

vuur op te stijgen, de kolom zoog bij de basis oververhitte lucht aan

die alles wat brandbaar was in vlammen zette. Op grote afstand van

het epicentrum werden de mannen de petten op de schedels geëtst, bij

vrouwen de patronen van hun kimono's op de lichamen afgedrukt en

bij de kinderen hun sokken ingebrand op hun benen. 140.000 mens en

werden op slag gedood, 62.000 gebouwen van in totaal 90.000

vernield, de waterleiding brak op meer dan 70.000 plaatsen, 180 van

de 200 artsen werden gedood en van de verpleegsters 1654 van de

58


1780. De bommenwerper die deze bom afwierp, de "Enola Gay"

(genoemd naar de voornamen van de moeder van Paul Tibbets), was

12 uur en dertig minuten in de lucht geweest, het had een afstand van

4760 kilometer afgelegd over zee. De reacties van de

bemanningsleden op de retourvlucht varieerden van: "Wat een

opluchting dat hij werkte", tot "Mijn God, wat hebben wij gedaan".

Onlangs werd Kolonel Tibbets bij de herdenking van het feit dat het

35 jaar geleden was dat de atoombom viel, door de Franse televisie

uitgenodigd, samen met Nawaka Nobuko, een Japanse Rooms-

Katholieke non, naar Parijs te komen. Zij kenden elkaar niet, maar

ontmoetten elkaar voor het eerst voor de camera's in de studio.

De non stemde toe Tibbets de hand te schudden. Toen haar gevraagd

werd of zij geschrokken was de piloot te ontmoeten, zei zuster

Nobuko: "Neen, de gehele wereld is verantwoordelijk voor wat

gebeurde in Hiroshima".

Als wij de vreselijke verwoestingen, ook de blijvende, zien, van een

atoombom op Hiroshima, zijn onze gedachten gericht op de toekomst

van de wereld; als al het nucleaire geweld losbreekt in een derde en

laatste oorlog. Heel de hedendaagse politiek wijst daarheen. De bijbel

zegt: "Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen

koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en

aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën ... Want er

zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het

begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal. En indien die

dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch

ter wille van de uitverkorenen, zullen die dagen worden ingekort"

(Matth. 24 : 7, 8 en 21, 22).

Rusland en zijn bondgenoten verwerpen God, zij zijn atheïsten. Zij

onderwijzen dat er geen God bestaat. God heeft niet de mensen

geschapen, maar de mens en hebben God geschapen, een product van

hun fantasie, als een ontsnapping voor hun vrees. God zal dat niet

ongestraft laten. God zegt duidelijk in Zijn Woord dat Hij vertoornd is

tegen Rusland en zijn satellietstaten, "Dan zult gij komen uit uw

woonplaats uit het verre Noorden, gij en vele volken met u, allen

ruiters, een grote schare en een talrijk leger, en gij zult optrekken

59


tegen Mijn volk Israël als een wolk die het land bedekt" (Ez. 38 : 15,

16).

De Bijbel spreekt over de koningen van het Noorden, onder

aanvoering van Rusland. "Gog in het land Magog, den grootvorst van

Mesech (Moskou) en Tubal" (Tobolsk, de hoofdstad van Aziatisch

Rusland) (Ez. 38 : 2).

Men verwacht de eind-oorlog in het Midden-Oosten. Er zal geen

sprake meer zijn van het gebruik van conventionele wapens, maar een

uitroeiings-proces met nucleair geweld. Rusland zal niet rusten voor

hij het gehele Westen, maar ook het Midden-Oosten heeft ingepalmd:

Oost-Duitsland, Polen, Hongarije, Tsjechoslowakije, Bulgarije,

Roemenie, Afghanistan en men vreest ook Joegoslavie, Iran en

Pakistan. De onverzadigbare beer zal niet rusten tot hij ook de oliestaten

en landen in Afrika en Azie heeft opgeslokt. Hij heeft Libie,

Ethiopie en Iran in zijn greep (Iran en Afghanistan - Ez. 38 : 5), met

eilanden in de Indische Oceaan zoals Mauritius en Madagaskar. Dit

alles is duidelijk voorzegd in de Bijbel: de oude profeten zijn actueler

en accurater dan de politieke journalisten die de frontpagina's

schrijven in de nieuwsbladen volgend jaar.

In de derde wereldoorlog zal elke natie worden betrokken en het

gezicht van de gehele aarde zal worden veranderd. Jezus zegt in

Mattheus 24 dat er een grote verdrukking zal komen voor de gehele

wereld, ieder mens zal het ervaren. Twee derde van de

wereldbevolking zal door een gigantische, allesvernietigende

atoomoorlog en bacteriologische oorlog en laser-oorlog worden

gedood.

Rusland, China en alle communistische staten zullen ten strijde

trekken tegen de Verenigde Staten en alle andere democratische

staten, want daar wordt op de een of andere wijze aan God geloofd,

zij heten Christelijke naties. De naar God geblindeerde breinen zullen

het Lichaam van Christus zoeken om te vernietigen, dat is eigenlijk

hun belangrijkste, onderstroomse bedoeling. Maar God zal ze

tegenkomen, "Zie, de Here ontledigt en verwoest de aarde, keert haar

ondersteboven en verstrooit haar inwoners ... Daarom verslindt een

vloek de aarde en moeten haar bewoners boeten: daarom worden de

60


ewoners der aarde DOOR EEN GLOED VERTEERT en blijven

weinig stervelingen over" (Jes. 24 : 1 en 6).

De oordelen die de van God vervreemde mens en over de wereld

brengen, zullen Gods oordelen ontmoeten. Al het nuc1eaire geweld

van de mens zal al het nuleaire geweld van Gods heiligheid en 60

onaantastbaarheid tegenkomen, en die is groter. Wanneer Rusland,

China en hun bondgenoten een atomische-, bacteriologische- en laseroorlog

voeren, vooral tegen Israel ("Mijn sieraad", noemt God dit

land), dat door de Verenigde Staten wordt beschermd, dan zal God

Zelf de oorlog voeren tegen Gog en Magog en tegen de vorst van

Mesech, Rusland en zijn bondgenoten; dan zegt Hij: "Ik zal met hem

in het gericht treden door pest en door bloed, stromenden regen en

hagelstenen, vuur en zwavel zal Ik doen neerregenen op hem, op zijn

krijgsbenden en op vele volken die met hem zijn. Ik zal mij groot en

heilig betonen en Mij doen kennen ten aanschouwen van vele volken;

en zij zullen weten dat Ik de Here ben" (Ez. 38 : 22, 23).

God zal de grote Winnaar zijn van de laatste oorlog. Het zal zeven

maanden duren om alle doden te begraven, "Het huis Israël zal hen

begraven om het land te reinigen, zeven maanden lang; ja, het gehele

volk des lands zal begraven, en dat zal hun tot roem strekken op den

dag dat Ik Mij verheerlijk ... " (Ez. 39 : 12, 13). De verschrikkingen

die de mensen elkander aandoen, worden beeindigd wanneer God er

Zich mee bemoeit en de eindoplossing brengt. Allen die in Hem

geloven, uit Hem leven ontvingen, zal Hij veilig stellen. Hij zal een

schuilplaats zijn: "Al vallen er duizend aan uw zijde, en tienduizend

aan uw rechterhand, tot u zal het niet genaken. Slechts zult gij het met

eigen ogen aanschouwen en de vergelding van de goddelozen zien"

(Ps. 91 : 7, 8).

In Lukas 15 wordt in de parabel van de verloren zoon gesproken over

"iemand had twee zonen", niet "een vader had twee zonen", maar

"iemand", dat is iedereen .. Het leven van iemand, van iedereen, wordt

in twee zonen uitgesplitst, zijn vlees kiest twee tegenovergestelde

wegen, twee openbaringen die tegenstrijdig zijn. Twee zonen: Kaïn en

Abel, Izak en Ismaël, Ezau en Jakob. Paulus zegt in Romeinen 7: twee

geesten wonen in mij, er woedt in mijn binnenste een botsing van

deze geesten, er is een spanningsveld van twee uitersten. "Want niet

61


wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dat

doe ik". Ik heb twee zonen, mijn vlees, dus ikzelf, zoekt twee uiterste

openbaringen. Ik ben dualist. Zo zal ook bij Jezus' wederkomst de

wereld in tweeën uiteengevallen. Er is geen middenweg, het een of

het ander. Te laat voor discussie, voor openstaan voor elkanders

mening, voor dialoog, van bruggen bouwen van begrip, voor coexistentie.

Voor alles te laat. De wereld valt uiteen in twee helften,

pro-Christus en anti-Christus. "Wanneer dan de Zoon des mens en

komt in Zijn heerlijkheid en al de engelen met Hem, dan zal Hij plaats

nemen op den troon Zijner Heerlijkheid. En al de volken zullen v66r

Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de

herder de schapen scheidt van de bokken, en Hij zal de schapen zetten

aan Zijn rechterhand en de bokken aan Zijn linkerhand. Dan zal de

Koning tot hen, die aan Zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij

gezegenden Mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van

de grondlegging der wereld ... , dan zal Hij ook tot hen, die aan Zijn

linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg, gij vervloekten naar het eeuwige

vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is"(Matth. 25 : 31-34

en 41).

Worden wij gemanipuleerd, gekozen, of zijn wij de kiezende mensen?

Worden van ons initiatieven verwacht of is het God die initiatieven

neemt? Is geloof het initiatief van de mens die ingaat op Gods

initiatief? Is de keuzemogelijkheid van de mens de enorme

verantwoordelijkheid die op zijn te smalle schouders is gelegd, het

bewijs dat hij naar Gods beeld geschapen is? Is het de vrucht van het

werk van de Heilige Geest, die beweegt en in beweging zet naar God

toe? God verwacht dat wij ,ja" zeggen, “ja" worden op Zijn “ja". Als

God op het laatste uur selecteert, hebben wij daar de hand in? Is het

electie, voorbestemming, of selectie, keuze? Welke kant gaan wij uit?

Welke van onze zonen buigt zijn knieën onder het kruis van Christus?

En welke niet?

De parabel van de verloren zoon, is de parabel van de verloren zonen.

Alles verloren, allen verloren, onze openbaring loopt op niets uit.

Maar een van de zonen is op zoek gegaan naar het huis van zijn vader,

hij is teruggegaan naar de bron waaruit hij is ontstaan, hij zoekt de

liefde terug van God. Hij is behouden! Jezus zegt niet onze ogen te

62


sluiten voor de verschrikkingen van de eindontknoping, maar te letten

op de "tekenen der tijden". "En er zullen tekenen zijn aan zon en

maan en sterren, en op de aarde, radeloze angst onder de volken

vanwege het bulderen van zee en branding, terwijl de mensen

bezwijmen van vrees en angst voor de dingen die over de wereld

komen. Want de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zullen

zij den Zoon des mensen zien komen op een wolk, met grote macht en

heerlijkheid. Wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt u op

en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt" (Luk. 21 :

25-28). Halleluja!

Lezende de Bijbel en overpeinzende de toekomst der mensen, blijft er

voor een Christen slechts een ding te doen: zending te bedrijven.

Iedere gelovige zal zich dienen te realiseren, dat wat zijn beroep ook

is, hij in de eerste plaats een ambassadeur van Jezus Christus is. De

Heer redde hem om anderen te redden, om namens Hem op te treden

tegen de boze machten der duisternis.

Kyushu telt 20 miljoen inwoners, maar slechts 3 Volle Evangelie

zendelingen. Na de wereldoorlog deed de overwinnaar generaal Mac

Arthur in Amerika een oproep voor zendelingen naar Japan en velen

vestigden zich hier. In Kyushu waren op een gegeven ogenblik 103

zendelingen, uitgezonden door "Soulclinic" uit Amerika. Maar nadat

de leider van hen scheidde en hertrouwde, viel het gehele werk uiteen.

De zendelingen gingen naar Amerika terug door allerlei oorzaken. Zij

spraken de taal niet en konden die niet leren. De meesten waren niet

vervuld met de Heilige Geest en konden geen weerstand bieden tegen

de demonische machten, ze misten kracht. Hun opleiding was niet

gericht op het overwinnen van zonde, ziekte en machten der

duisternis, niet praktisch gericht maar te theoretisch, zij hadden de

juiste mentaliteit niet, betrokkenheid, ze misten visie.

Er waren geen zielen gered, men had geen contacten kunnen leggen

met de bevolking. De meesten waren lichamelijk gebroken en

geestelijk gedesillusioneerd. Velen waren voor hun verdere leven ziek

geworden. Slechts enkelen bleven over. Een van hen was Philis Poe,

een jonge zendelinge die met zendeling Leo J. Kaylor trouwde. Een

andere zendeling was George Frazier in Kurumi Shi en de derde was

de 75-jarige zendelinge Feme Borgman die in Kagoshima woont, in

63


het zuiden. Dat was alles. Zij waren verantwoordelijk voor een eiland

van 20 miljoen inwoners!

Miss Feme Borgman reist met een koffer buitenlandse

bezienswaardigheden, een klein draagbaar museum; maskers uit

Afrika, afgodsbeelden uit de Pacific, weefsels, interessante dingen uit

allerlei landen, langs de scholen, zij toont ze aan de kinderen en

vertelt er de betekenis van. Ze kreeg daarvoor toe stemming van de

regering als een vorm van cultuuroverdracht aan de jeugd. Maar ze

eindigt haar "expositie" altijd met een eenvoudige, directe

Evangelieverkondiging, een oproep tot bekering tot Jezus Christus.

Ook deelt zij traktaten uit op de scholen. De regering van Japan

moedigt de Westerse zending niet aan, maar laat deze oude,

eigenzinnige dame maar gaan. Zij kan niet zoveel "kwaad stichten".

Maar deze regering vergist zich, de zaden van het Evangelie die

werden uitgestrooid onder jonge mensen zullen eens oogst

voortbrengen, volgens een wet in Gods Koninkrijk. Feme Borgman is

een bewonderenswaardige dame. Zij was ernstig ziek zodat zij naar

Amerika terug moest gaan, waar zij zware operaties moest ondergaan.

Toen zij weer wat hersteld was, adviseerden de arts en haar rustig te

leven in het zonnige Californië, met slechts een deel van haar

werkzame organen, ze was te zwak en te oud geworden voor haar

werk in den vreemde. Maar ze nam de eerste de beste boot naar Japan

om met haar wrakke lichaam, maar met een koppig geloof: verder te

evangeliseren onder haar zo geliefde jeugd van Japan. Ze zei mij dit te

doen zolang zij “overeind bleef”. Ik heb diepe bewondering voor deze

dappere, kleine vrouw, die ik enkele mal en ontmoette. Ze was zeer

zwak naar lichaam en de artsen gaven haar niet veel kans te leven,

maar haar geloof brak daar door heen en zij ging terug om haar

laatste krachten te besteden aan de roeping die de Meester haar gaf.

Dit is het ware hout waaruit goede zendelingen gesneden zijn, deze

onverzettelijkheid die ziekte en zwakte tart, deze grote bewogenheid

voor zielen die haar uittilt boven fysieke mogelijkheden, een

heldhaftige doorzetster. Dit is de ware kampioensmentaliteit om te

winnen, niet om te verliezen. Men ziet deze bijzondere

karakteristieken ook in een vrouw als Corrie ten Boom;

persoonlijkheden die boven hun omgeving uittorenen in

onverzettelijkheid en geloofsmoed. God zegent geloofsmoed. Zij zijn

64


sterke karakters die vruchtdragen op hun oude dag, waarvoor ziekte,

zwakte en ouderdomsverschijnselen vluchten. Zij hunkeren niet naar

hun pensioen, verlangen niet op hun 65ste naar een gemakkelijke

stoel waar ze hun ziekten en zwakheden koesteren, maar ze arbeiden

"zolang het dag is", zolang er nog enige kracht in hun lichaam is. Zij

verslijten liever dan verroesten, in's Meesters dienst. Wij brengen een

eresaluut aan die zendelingen die niet vragen naar comfort en gemak,

maar gekozen hebben voor een hard, gevaarlijk, eenzaam leven in

grote, onbuigzame trouw aan de opdracht van hun Heer, zich

voortdurend offers getroostende, zichzelf totaal vergetende, in strijd

tegen de oprukkende machten der duisternis, in tropenhitte en

ongemak, met hun laatste krachten. God zegene deze helden en

heldinnen!

Wij hebben op onze vele reizen over de wereld wel andere

zendelingen ontmoet, vele jongeren ook, die deze juiste instelling

misten, die meer aan ontwikkelingshulp deden dan aan

Evangelieverkondiging, die een schrale, steriele bediening toonden,

die faalden. Op deze mensen wacht een verloren gaande wereld niet.

Wat jammer van al de energie en het geld van het thuisfront dat in

deze mensen is gestoken, hoe had dat beter besteed kunnen worden.

De zendeling die de Heer ons wees te moeten bijstaan was br. Leo J.

Kaylor, die in Omuta, de hoofdstad van de provincie Fukuoka Ken,

zijn hoofdkwartier had. Dit was het contact dat de Heer wees. Wij

vlogen vanuit Osaka naar Fukuoka om hem te ontmoeten. Een rijzige

figuur wachtte ons op op het vliegveld, hij begroette ons vriendelijk

en reed ons naar zijn woonplaats Omuta. Br. Leo Kaylor was reeds 18

jaar in Japan, toen wij hem ontmoetten. Hij bleef zijn roe ping trouw

ofschoon zijn leven en bediening door hoge zeeen was gegaan, hij

bleef op het eiland voortarbeiden, ofschoon bijna alle collega's het

opgaven en naar Amerika teruggingen. Hij leerde met eindeloos

geduld de Japanse taal die hij na 18 jaar studie nu beheerste. Hij had

er alles voor over gehad en zat enkele jaren met zijn twee meter lange

gestalte tussen kleine kindertjes in de eerste klassen van de

kleuterschool om Japans te leren van onderen af.

De kranten hebben uitvoerige en herhaalde aandacht geschonken aan

de instelling van deze zonderlinge Amerikaan die het niet bene den

65


zijn waardigheid vond temidden van kleine kindertjes de woorden te

leren spreken en de taal te leren om die te kunnen gebruiken voor het

Evangelie. De Japanse taal is gecompliceerd, er bestaan verschillende

woorden voor hetzelfde begrip, maar met subtiele differenties in

benadering, emotie, omstandigheid, sfeer en door wie gehanteerd tot

wie. In de gevoelswereld van de Japanner zijn vele, gevoelige details,

veel meer dan in onze harde, rationele, Westerse talen, daar zijn fijne

verschillen die duidelijker de ware bedoelingen vertolken. Ook in het

handschrift is dit terug te vinden. Na 18 jaar kon br. Kaylor zich

uiteindelijk vanuit het Japanse denken in de Japanse taal uitdrukken.

Hij predikte in deze taal in zijn kleine zendingskerk in Omuta. De

Japanners waardeerden het zeer in hem dat hij zich zoveel moeite

getroostte om hun taal deelachtig te worden.

Waar honderd zendelingen het binnen een jaar opgaven in hetzelfde

land, omdat de taal "zo moeilijk was", ging hij voort en rustte niet

totdat hij deze taal sprak, hij deed daar 18 jaar over. De Kaylor's

zorgden voor een klein, authentiek Japans hotel voor ons om te wonen

en wij gingen beter met hen kennis maken. Naast onze voornaamste,

apostolische taak onder de volken, het fundamenten leggen voor

nieuwe geloofsgemeenschappen, hebben wij nog een andere taak, het

onderwijzen van de gelovigen, hen verder te brengen in de volheid

van het Evangelie, het binnenleiden in het discipelschap, het in

vrijheid brengen uit verstarringen en formalismen. Maar de Zender

schijnt ons ook tot taak te geven, als oudere zendelingen met grotere

ervaring, om ontmoedigde zendelingen op te bouwen in geloof en hen

op het overwinningsleven in Christus te wijzen. Dikwijls zendt de

Heer ons naar werkers in Gods Koninkrijk, die de moed hebben

verloren, die niet meer verder kunnen, die verzwakt zijn in geloof, die

het allemaal niet meer zien, die overwegen er maar mee op te houden,

naar huis en vaderland terug te keren. Dit is een verschrikkelijke slag

die de duivel kan toebrengen, door ontmoediging zendelingen te

bewegen het op te geven; 25% van alle uitgezonden zendelingen in de

wereld gaven om allerlei redenen het binnen het eerste jaar op en

repatrieerden. Ook de Kaylor's waren besprongen door deze duivelse

macht en in de mist geraakt, zij waren moe geworden, moedeloos

vooral. Ook zij overwogen weer naar Amerika terug te gaan

voorgoed, zogenaamd voor het onderwijs van hun groter wordende

66


kinderen, een argument die de boze vele malen met succes heeft

gebruikt om zendelingen uit hun werk te halen, dan is er een

Evangelieverkondiger minder in de heidense wereld.

Wat wegen privé-zaken, familie-redenen, toch altijd zwaar bij de

geroepenen des Heren, wat winnen ze het vaker dan de heiligheid van

Gods verkiezing, helaas. Wij hebben dagen en ook nachten met de

Kaylor's gesproken, voortdurend met hen de Bijbel geopend, op de

Gaven van de Geest gewezen, die in hun leven en in hun gemeente

niet functioneerden. Er werden geen bekeringen meer gerapporteerd,

geen wonderen van genezing, niet meer in tongen gesproken of

geprofeteerd, het typische beeld van een achteruitrakende gemeente,

er werd niet meer gedoopt. Daar is niets zo tragisch dan jonge, vurige,

gemotiveerde zendelingen te zien die achterop zijn geraakt, die

ontmoedigd zijn en naar huis wensen terug te keren, dan kerken te

zien waar het vuur is gedoofd en men nog wat naargeestig

voortsukkelt met oude, verschoten Pinkster-sjibbolets.

Het wil dan wel gebeuren dat de Gaven-bediening wordt vervangen

door lawaai. Wij hebben niets tegen het luide loven en prijzen van de

Heer der Kerk, Hem te verheerlijken in Zijn Gemeente, dat is

gezegend, maar wij geloven meer in het geluid van de kracht dan in

de kracht van het geluid.

De Kaylor's zijn fijne, aimabele mensen die de Heer hartelijk

liefhebben en hulp nodig hadden om hun geestelijke malaise te

overwinnen, de impasse in hun geloof te boven te komen. De vrouw,

moeder van vier kinderen, was voor haar huwelijk een van de 103

zendelingen die de "Soulclinic" naar Japan had gezonden. Maar zij

had nimmer de Gaven des Geestes ontvangen, willen ontvangen,

geschrokken in haar studietijd in Amerika van zoveel verkeerd,

fanatiek gebruik van die Gaven, die zij zag in een Pinksterkerk. Ook

was zij veel ziek, kon weinig uitrichten en dat ontmoedigde haar de

laatste jaren. Wij besteedden veel zorg, zielzorg, aan dit gezin, lazen

veel met hun uit de Bijbel, ontnamen hen de ongemotiveerde vrees

voor Gods Gaven en legden hen op hun verzoek de handen op voor

een hernieuwde doorbraak en uitgieting van de Heilige Geest.

Broeder en zuster K. kwamen heerlijk boven hun geestelijke stilstand

uit en spraken bevrijd in nieuwe tongen en zij begonnen te profeteren,

67


ook genazen zij door handoplegging, in de Naam van Jezus. Zij waren

weer binnengeleid in het krachtenveld van de Heilige Geest.

Br. Kaylor verzocht mij een Bijbelcursus te willen houden in zijn

kerk, voor hem, zijn vrouw, zijn oudsten, enkele studenten en

voornaamste gelovigen. Wij stemden toe en drie weken lang gaven

wij 's morgens en 's middags Bijbelonderwijs in zijn kerk. De

moeilijkheid in Japan is vooral om een goede tolk te vinden, daar

waren slechts enkelen die geschikt waren voor ons doel, die vervuld

waren met de Heilige Geest. Die ook fysiek deze zeer zware taak

konden volbrengen. Daar was pastor Akihiro Mizuno uit Nagoya, die

mij vertaalde in de campagne in Tenryu, maar die bleek niet

beschikbaar. Daar was pastor Tsuneo Mandai uit Matsuyama op het

eiland Skikoku, dezelfde die evangelist T. L. Osborn had vertaald, een

eerste klas vertaler, maar niet beschikbaar. Er was pastor Hirashi

Nishihara, de Pinkstervoorganger uit Kitakawachi, in wiens kerk ik

predikte en die mij uitstekend vertaalde, maar ook hij kon niet weg uit

zijn gemeente. Daar was het meisje Sachiko Nishimura en daar was

de jonge man John Fukuda, maar die vertrouwde ik deze zware taak

eigenlijk niet toe.

Er bleef over de jonge voorganger Akira Yoneda uit Kashihara te

vragen over te vliegen naar het eiland Kyushu en mij te helpen, hij

had mij redelijk vertaald in de campagne in Osaka. Deze aanvaardde

mijn verzoek en vloog over, hij hielp mij enkele dagen maar bleek

toch niet opgewassen voor zijn taak, hij kon zich als tolk niet objectief

opstellen, "luisterde te veel mee", geboeid door de stof. Ik moest hem

helaas terugzenden. Zendeling Kaylor was natuurlijk de aangewezen

man, maar hij prefereerde als leerling zich op te stellen, hij wilde

rustig en ongestoord de stof verwerken, onbevangen de cursus

meemaken, alles overdenken en Gods Geest de losse teugels laten om

hem te leiden en verder te brengen. Dat kon hij niet als hij

geconcentreerd moest zijn om de juiste vertaling in deze moeilijke en

gecompliceerde taal. Wij gaven hem groot gelijk. Er was in Japan,

voor zover wij wisten, slechts een vertaler die boven allen uitstak, een

vrouw, Constance, de Japanse echtgedote van zendeling K. uit Hino.

Ik zou gelukkig zijn indien zij mij bij deze belangrijke Bijbelcursus

zou willen vertolken. Maar ze was moeder van een gezin en woont in

het noorden van het eilandenrijk en wij helemaal in het zuiden. Zij

68


was zeer belangrijk en eigenlijk onmisbaar in haar gemeente. Ik zond

haar een telegram. Zij bad de Heer wat zij moest doen en kreeg

hemelse toestemming.

Zij sloot haar huis en vloog met haar gezin naar Kyushu, landde op

het vliegveld Fukuoka, waar zij werd afgehaald, haar man en kinderen

logeerden in de buurt, terwijl de moeder onze tolk in Omuta was. Zij

deed dit grandioos, altijd blij glimlachend, zoals Japanners doen en

wist van geen vermoeidheid. Zij vertolkte mij 's morgens en 's

middags, 7 uur per dag, 21 dagen lang. Daarbij moest zij, evenals ik,

voortdurend staan, kleine figuur naast mij op het podium. Toen de

Christenen aan het eind van deze lange cursus duidelijke tekenen van

vermoeidheid toonden, bleef zij fris, stralend, geïnteresseerd, feilloos

in de vertolking en intelligent reagerend op mijn in het Engels

gesproken woord. Zij was een geschenk uit de hemel.

De Bijbelcursus in Omuta was heerlijk gezegend, ongeveer 20

personen namen er aan deel. Br. en zr. Kaylor maakten zich helemaal

vrij daarvoor. Op veler verzoek sprak ik nog een week over demonen

en hoe ze te overwinnen. Aan de hand van Gods Woord en uit mijn

ervaring. Zo duidelijk mogelijk leidde ik de cursisten binnen in het

overwinningsleven door de Heilige Geest. Alle cursisten strekten zich

uit naar de doop met de Heilige Geest en ontvingen heerlijk waarvoor

zij geloofden. Wij stelden een aanbiddingsdienst in en elke avond

werden de Charismatische gaven gebruikt. Een groep jongeren, in

opleiding bij de zendeling, zoals overal rondom Westerse zendelingen

zich jongeren opstellen, waren enthousiast. Na de Bijbelcursus

werden allen ingezegend onder handoplegging en ontvingen een

persoonlijke profetie gedurende een Avondmaal. Br. en zr. Kaylor

waren tot tranen toe bewogen.

Leo begon zijn Gaven die hij jarenlang verwaarloosd had, weer te

gebruiken en zijn vrouw Philis, die nooit vervuld is geweest omdat zij

er zo kritisch tegenover stond, beleefde een krachtige aanraking van

de Heer toen Elisabeth met haar bad en profeteerde nu ook, zij begon

dit onbevreesd en geïnspireerd te doen, met grote vrijheid en vreugde.

De Kaylor's waren zo dankbaar dat God in Zijn oneindige goedheid

ons naar hen toegestuurd had in een donker uur van ontmoediging; zij

waren er nu doorgebroken en stonden weer in vuur en vlam voor de

Heer.

69


Uit deze samenkomsten, deze Bijbelcursus, kwam het verlangen naar

voren om een campagne te houden in deze stad Omuto, om zielen te

redden voor Jezus en om te bidden met zieken. Het plan werd vooral

door de studenten met enthousiasme ontvangen. Wat zij hadden

geleerd konden zij 69 's avonds zien gepraktiseerd. Een grote

schouwburg werd gehuurd, en de samenkomsten bekend gemaakt.

Spandoeken met Japanse karakters hingen overal in de stad,

beschilderd met de bekende tekst: "Jezus Christus is gisteren en

heden Dezelfde en tot in alle eeuwigheid" (Hebr. 13 : 8), op

strategische plaatsen waren borden neergezet met een uitnodiging om

naar deze samenkomsten te komen, straatbanieren stonden vrolijk en

kleurig langs de straten met korte teksten beschilderd, overal hingen

affiches, strooibiljetten werden bij duizenden aan de voorbijgangers

gegeven, een soundcar reed 'smiddags door alle straten van de stad, de

mensen uitnodigend te komen.

Men zei dat nog nimmer zo'n publiciteit was gegeven aan een

Christelijke campagne. Er werd door de kerk gebeden en gevast dat

de Heer velen zou aanraken in deze stad, naar ziel en lichaam. De

mensen kwamen toestromen elke avond. Nieuwsgierig kwamen ze om

de hoek kijken wat dit allemaal voorstelde. Maar er werd zeer

levendig gezongen en met muziekinstrumenten en trommels een

vrolijke sfeer geschapen, zodat ze bleven staan, gingen zitten en de

hele samenkomst meemaakten. Zoals wij gewoon zijn, begonnen wij

na een korte uitleg van de Schrift eerst met de zieken te bidden en de

aanwezigen op geloofsgrond te zetten.

Daarna predikten wij de opgestane en levende Christus. Aan het eind

van de samenkomst namen wij veel tijd voor de dienst der genezing.

Een vitale en enthousiaste br. Kaylor was mijn tolk, hij zag uit de

eerste hand wat de Heer om het podium deed en dat zegende hem

enorm. De studenten stonden om ons heen en hielpen ons met de

zieken die zij ondersteunden en toespraken. In elke samenkomst deed

de Heer wonderen van genezing en bevrijding. De verhalen hierover

gingen de stad rond en deden meer mensen toestromen, in de

plaatselijke bladen werden zij uitvoerig gecommentarieerd, foto's

waren opgenomen. Ik werd wel als een internationale "magician"

geclassificeerd, maar dat hinderde niet, de aandacht van deze

campagne was getrokken en deed de mensen toestromen. Wij

70


moedigden de genezenden en bevrijdden aan openlijk op het podium

getuigenis te geven van wat de Heer aan hen gedaan had, het was

goed dat de Japanner zelf deze ervaringen aan zijn plaatsgenoten

vertelde. Verschillende van deze korte getuigenissen hebben wij laten

opschrijven door de mensen, wij lieten ze vertalen, achter in dit boek

treft u er een aantal aan. Zo is daar het boeiende verhaal van de

genezing en bevrijding van Satsu.

Zijn moeder stelde het op schrift. Het verhaal begon met een

"gezegende doek". Wij hadden daarover gesproken op de

Bijbelcursus, waarna de moeder dit was gaan toepassen. Ter

verduidelijking een kleine inleiding. "En God deed buitengewone

krachten door de handen van Paulus, zodat ook ZWEETDOEKEN OF

GORDELDOEKEN van zijn lichaam aan de zieken gebracht werden

en HUN KWALEN VAN HEN WEKEN en de BOZE GEESTEN

UITVOEREN" (Hand. 19 : 11, 12).

Er is een middel om genezing en bevrijding te krijgen door aanraking

van het kleed van een Godsman. De bloedvloeiende vrouw stak haar

hand uit naar Jezus en zei: "Indien ik slechts Zijn klederen kan

aanraken, zal ik behouden zijn" (Mark. 5 : 28). Zij wilde in geloof

Jezus aanraken en als het haar niet lukt Hem persoonlijk aan te raken,

dan zal de aanraking van Zijn klederen genoeg zijn. Als Hij het niet

is, is iets vim Hem genoeg, want het is toch Jezus. Iets waarmee Hij in

contact is geweest, Zijn kleed, heeft dezelfde genezende kracht.

Iedereen weet dat textiel niet genezen kan, maar het was geen textiel

voor haar, maar een punt van contact met de Heer "En des te meer

werden er toegevoegd, die den Here geloofden, tal van mannen zowel

als vrouwen, zo zelfs, dat men de zieken op straat droeg en op bedden

en matrassen legde, opdat, wanneer Petrus voorbij kwam, ook maar

zijn SCHADUW op iemand van hen zou vallen. En ook de menigte

uit de steden rondom Jeruzalem stroomde toe en bracht zieken en

DOOR ONREINE GEESTEN GEKWELDEN mede. EN ZIJ

WERDEN ALLEN GENEZEN" (Hand. 5 : 14, 15).

De genade van de Meester komt op de dienaar. Daar is de aanraking

met het naadloze kleed van Jezus, met de zweet- en gordeldoeken van

Paulus, met de schaduw van Petrus. De genade van het Koninkrijk

vindt eigen wegen om het heil bekend te maken. De bloedvloeiende

vrouw voelde dat er kracht uitging van het kleed van Jezus, ze genas.

71


Buitengewone kracht ging er uit, zegt de Bijbel, van zweet- en

gordeldoeken van Paulus, zieken genazen en BOZE GEESTEN

VOEREN UIT. Bevrijdende kracht ging er uit van de schaduw van

Petrus, zodat ZIEKEN en DOOR ONREINE GEESTEN

GEKWELDEN WERDEN GENEZEN.

Ik herhaal dat deze manifestaties niet alleen gebeurden in een ver

verleden, maar ook thans voorkomen. "JEZUS CHRISTUS IS

GISTEREN EN HEDEN DEZELFDE EN TOT IN EEUWIGHEID"

(Hebr. 13 : 8).

Mevrouw Sakio Ogawa schreef: "Veertien jaar geleden begon mij

zoon Satsu aan een minderwaardigheidscomplex te lijden. Toen hij

zeventien jaar was begon hij te werken in een visfabriek en bleef daar

5 jaar. Zijn minderwaardigheidsgevoel werd in die tijd intensiever

door de kleinerende spot van zijn baas en de plagerijen van zijn

maats. Vier jaar geleden werd hij dermate gestoord dat hij zich van de

mensen afkeerde en zich opsloot in een donkere kast in ons huis, waar

hij niet meer uitkwam. Niemand wilde hij meer zien. Alleen ik zag

hem eens per dag als ik hem eten bracht en zijn broer soms ook. Hij

leefde in deze vier jaar in een donkere kast zonder enig licht of frisse

lucht. Elke dag schoof ik zijn pan met rijst en vis binnen de op een

kier geopende deur en een emmer en een paar flessen water. Wat wij

ook probeerden en wie wij er ook bij haalden, hoe vaak door allerlei

personen tot hem gesproken werd, hij kwam de kast niet uit. Tijdens

de campagne van de Hollandse evangelist Hoekendijk in onze stad, op

de 16e april, de tweede dag, sprak deze broeder over de mogelijkheid

om voor afwezige zieken en gestoorden iets te doen, de mensen die

thuis zieken hadden moesten een doek meenemen, waar hij over zou

bidden. Deze doeken moesten thuis op de zieken worden gelegd. De

evangelist vertelde dat God dit punt van contact wonderbaar zegenen

kon, hij had er vele wonderen door gezien. Ik dacht er over om ook

een doek mee te brengen, het soort doek dat ik met de pan met eten

elke dag naar de kast bracht. De prediker bad ernstig over deze doek

en gaf deze mij toen mee. De volgende morgen gaf ik de doek af met

de andere zaken in de kast. 's Middags werd er op de deur van de kast

geklopt door mijn zoon. Dat had hij nog nooit eerder gedaan.

72


Ik snelde er heen en vroeg wat er was. Hij zei: Ik wil uit de kast! Wie

is er in huis, ik wil niemand ontmoeten, alleen jou!

De moeder was alleen thuis en opende de deur en de man kwam uit de

kast kruipen, hij had geen enkele kracht om te staan. Hij zag er

vreselijk uit, hij was spierwit van gelaatskleur en had een lange 72

baard en lange haren, zijn ogen knipperden in het licht. Het leek meer

een verwaarloosd dier dan een mens, wat schrok ik van hem. Ik hees

hem op een stoel en sprak met hem. Hij zei dat hij niet meer in de kast

wilde zitten. Ik vertelde hem dat ik 's avonds naar samenkomsten ging

waar een buitenlandse prediker sprak en met zieken bad en nodigde

hem uit met mij mee te gaan. Hij wilde eerst niet, maar toen mijn

andere zoon thuis kwam, besloot hij tussen ons in, half gedragen, mee

te gaan. Wij hebben hem zo goed en zo kwaad als het ging wat

gekleed en zijn haren gekamd. Wij bestelden een taxi die ons naar de

zaal bracht, wij zaten geheel achterin. Toen er gezongen werd, vrolijk,

met trommels en tamboerijns, werd het Satsu te veel, hij kon al dat

geluid niet verdragen, maar we hielden hem vast. Na de samenkomst

liep u de zaal binnen en naderde mijn zoon. U kende hem niet en

stond voor hem. Toen legde u hem de handen op en gebood dat de

machten van Satan hem onmiddellijk zouden verlaten. Dat gebeurde

die avond ook, Satsu werd kalm en handelbaar. De volgende dag liet

hij zich rustig naar het hospitaal brengen, waar hij werd gereinigd en

zijn lichaam weer op sterkte gebracht. De dokters van het Shiranuihospitaal

hadden nog nooit zoiets gezien en verwonderden er zich

over dat dit mogelijk was, deze dodelijk schuwe en getourmenteerde

geest was geheel normaal en niemand was vriendelijker en

meegaander dan Satsu. Niets was meer te bespeuren van zijn

afwijkingen." Ik bezocht hem en wist niet wat ik zag, Satsu is vrolijk,

lacht en is gezellig, een ander mens. Hij is nu thuis, hij vroeg om te

worden gedoopt en gaat naar de kerk. Hij gaat weer werken en wil

trouwen, als alle anderen. Dat heeft Jezus gedaan. Halleluja. Deze

onbenaderbaarheid werd doorbroken door de doek waarover gebeden

was, zoals in het boek der Handelingen zieken en geestelijk

gekwelden genazen.

Pogingen door een verstandelijke theologie om een wetenschappelijke

verklaring te zoeken van het bovennatuurlijke handelen Gods, zullen

steeds falen, daarmee wordt Gods Woord uitgehold, God gebruikt

73


vele wonderbare wegen die voor velen dwaas lijken, maar effectvol

zijn in de praktijk. Zo kunnen doeken tot boodschappers worden van

Gods genade, van Zijn opzoekende liefde, tot eer van Zijn Naam.

Nooit kan het geloof te veel verwachten! "Shu o sanbi shi mas(u)" -

de laatste letter wordt geschreven maar niet uitgesproken, het

betekent: "Prijs de Heer!"

Gedurende onze campagne in Omuta werden er in een stadion judowedstrijden

gehouden, die veel publiek trokken. De Japanner geeft

opvallend veel aandacht aan sport, vooral vechtsport,

verdedigingssport in allerlei varieteiten. Geen tak van sport is

Japanser dan judo, die daar de "symfonie der sporten" wordt

genoemd, de "heilige sport" en door de Buddhistische wijsgeren de

"zachte weg van de waarheid". Deze sport wordt bijna als een

religieuze aangelegenheid beleefd, grote matches worden ook door

Shinto-priesters gewijd en gezegend.

De kolossale Anton Geesink van puur Nederlandse origine, is in de

ogen van Japanse sportlui als een soort wereldwonder aanbeden, toen

hij tijdens de Olympische Spelen in Tokio in 1964 het goud in de

afdeling "alle categorieen" van de mat haalde. Een sensatie, die alle

judowijsgeren van de Kodokan ( 's werelds grootste judo-centrum in

het hart van de Japanse hoofstad) de hoofden bezorgd bij elkaar deed

steken. Men ziet liever niet dat deze zo eigene sport een mondiale

spreiding krijgt en nog minder dat buitenlandse atleten met de

kampioensprijzen gaan strijken.

Op alle onderwijsinstellingen, van kleuterschool tot universiteit,

wordt 10% van de lesuren besteed aan gymnastiek, sport, training,

verzorging en versterking van de fysieke mens. Aan het begin van de

arbeid, vroeg in de morgen, komen op alle fabrieken, kantoren,

universiteiten, de mens en op het sportveld bijeen, om onder leiding

van speciaal aangetrokken sportleiders eerst intensief te trainen, de

directeur naast de arbeider, de professor naast de student, nemen er

deel aan, het is verplicht, op het sportveld bestaat geen rang of stand.

Deze oefeningen worden enkele malen per dag herhaald. Men wil een

fit en krachtig volk, een gehard volk, dat gewend is aan discipline, aan

nauwkeurigheid ook ten opzichte van lichamelijke gezondheid. Alle

74


gebieden van de maatschappij profiteren daarvan. In onze dagen

wordt de kracht van naties getest. Naties, koninkrijken, volkeren

zonder kracht worden onder de voet gelopen, koninkrijken op papier

verdwijnen, koninkrijken in theorie vergaan, koninkrijken in

woorden zijn niets waard. De waarde van koninkrijken ligt in hun

kracht, gezag, macht, autoriteit. Het Koninkrijk van Jezus is is niet

statisch, theoretisch, van papier, van wetten en inzettingen, maar het

manifesteert zich in kracht, dynamiek, "Want het Koninkrijk Gods

bestaat niet in woorden, maar in kracht" (I Cor. 4 : 20).

Het is te groot om in onze kleine, gedevalueerde mensenwoordjes te

worden gevangen, het bevestigt zichzelf in kracht. Satan, "der

Verneiner", heeft er in 2000 jaar Christendom een zaak van woordjes

van gemaakt, stichtelijke, moraliserende, maar vooral kleine,

ongevaarlijke woordjes, zwakke uitingen van een zwakke kerk. Maar

het heeft allerminst met de triomfantelijke opmars van het Koninkrijk

Gods te maken, het is gedevalueerd, gedegradeerd tot een religieuze

ethiek. Religie is synthetisch, maar Evangelie is dynamisch realisme

Gods. Dit wordt ook van de Kerk van Christus verwacht. De belofte

die in het boek Daniel wordt gegeven is ... "Het volk dat zijn God

kent, zal sterk zijn en daden doen" (Daniel 11 : 32).

Een levende Kerk is een handelende Kerk, de Handelingen der

apostelen is het realistische begin van de Kerk, vol van daadkracht,

scheppende, constructieve, helende kracht. Als in geen ander land

werkt Japan aan zijn nationale kracht. Het heeft daarmee al grote

resultaten bereikt. Het is niet mogelijk, volgens een naoorlogs verdrag

met Amerika, een eigen leger op te bouwen, maar het

verdedigingsleger is zo krachtig geworden dat het eventueel ook als

aanvalskracht kan worden ingezet. Daarvoor wordt de gehele natie

getraind en fit gemaakt, zodat iedereen onmiddellijk inzetbaar is.

Zoals de uiterlijke mens moet ook de innerlijke mens zich oefenen,

want de oefening van ons lichaam helpt ook onze geest ontspannen,

bevrijdt de ziel van spanningen en verjongt het vlees, verfrist het

moreel. Atleten zijn succesvol als zij zich tot het uiterste inspannen en

de grenzen van hun mogelijkheden steeds verder verzetten. Zij

werken consciëntie aan hun conditie, zij bouwen voortdurend aan hun

snelheid en kracht.

75


Zij grijpen niet meteen naar de hoogste lauweren, maar oefenen

dagelijks zorgvuldig en systematisch naar een vastgesteld plan om het

kampioenschap te bereiken. Dag en nacht denken zij aan de

overwinning, de gouden medaille, de beker, de wereldtitel, dat is hun

alles waard, letterlijk. Hij is fanatiek, zijn ego reikt naar de hoogste

toppen, hij is een slaaf gemaakt van zijn eerzucht.

Bob Birdsong had de ambitie om als bodybuilder de kampioenstitel te

behalen. Toen de dag van zijn test voor de titel van Mr. Amerika

naderbij kwam, trainde hij intensiever. Hij at 6 maaltijden per dag en

gebruikte een zorgvuldig samengesteld menu van vitaminen en

proteïnen, alles wat zijn spierkracht vergroten kon. Toen hij eens met

zijn coach in een restaurant in Hollywood zat, kwamen twee dames

naar zijn tafel en spraken de mannen aan. Zij zagen de pillen op zijn

bord en de ene dame zei: "Bob, je moet alle pillen in een hebben!"

Bob die goed wist welke voedzame zaken hij nodig had en die ook

gebruikte, vroeg haar welke pil dat was, kreeg ten antwoord: "de gospil"

(een Engelse woordspeling voor "gospel", evangelie). Zij spraken

met hem over Jezus, maar hij was niet geïnteresseerd, zei hij. De dag

van de titel-test brak aan en hij won. Hij was nu de sterkste man van

Amerika, Mr. Amerika. Zijn ambitie ging verder, hij wilde ook Mr.

Univers worden. Hij zette weer een ambitieus trainingsschema op om

dat te bereiken. maar in zijn hart was door de Heilige Geest een

vreemde onrust geboren. Hij begreep dat hij uitzag naar de gos-pil,

naar vrede met God. Hij zag ineens de betrekkelijkheid van al zijn

ambities. Hij bemerkte dat dit soort leven toch niet dat was wat hij

verlangde.

Op een dag kwamen de beide dames weer op zijn pad, zij spraken met

hem over Jezus, het Antwoord op elks leven. Zij vroegen hem met

hen mee te gaan naar een samenkomst in de Angelus Temple, hij deed

het. Bij de uitnodiging voor bekering naar voren te komen, stond hij

op en liep naar het podium. De prediker Brant Baker bad het

zondaarsgebed en Bob bad met zijn hele hart mee. De 18e mei 1975

werd hij in water gedoopt. Toen hij uit het water kwam was het of er

een zware last van hem afviel, op die dag veranderde zijn hele leven.

Hij getuigde in zijn familie van Jezus Christus en zijn vriendin, haar

ouders en haar broer werden wedergeboren, haar andere broer werd

76


wonderbaar genezen. De le juni 1975 werd hij vervuld met de Heilige

Geest. Hij die zijn hele leven zocht naar kracht en grotere kracht,

ontving uit Gods handen de grootste kracht. Hij trainde door om Mr.

Univers te worden. Nu niet meer om eigen eerzucht te bevredigen,

maar om langs die weg toegang te krijgen tot de wereld der atleten,

waar weinigen God kennen.

In die wereld werd alle aandacht geconcentreerd op het vlees, niet op

de geest, noch minder de Geest Gods. Bob won de laatste test en werd

uitgeroepen tot Mr. Univers. Hij had nu in de wereld van fysieke

kracht het allerhoogste bereikt. Na zijn wereldtitel leerde hij dat

overgave aan de Heer belangrijker was dan iets anders. Evenals Jezus

na Zijn doop in de Jordaan naar de woestijn werd geleid, leidde God

hem ook in een woestijn, daar leerde hij wie hij was, wie Jezus was en

wie hij in Jezus was. Twee jaren leefde hij in Banning, Californië en

bestudeerde Gods Woord. In die tijd gaf de Heer hem een goede

vrouw, Laura.

Samen dienen zij de Heer nu in Albuquerque, Nieuw Mexico en daar

richtte Bob een bond van atleten op, de "Athletes for Christ". Hij

predikt nu overal en werkt vooral in deze vergeten groep van de

atleten. Zielen werden gered, gelovigen werden gedoopt en vervuld

met de Heilige Geest. Ofschoon Bob Birdsong professioneel

bodybuilder is en officieel Mr. Univers, is zijn instelling een geheel

andere dan Mr. Univers 1976, die alleen gericht was op fysieke

kracht, zonder geestelijke interesse. Paulus schrijft: "Want de oefening

van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot

alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst" (I

Tim. 4 : 8).

De Bijbel spreekt over spirituele fitness voor de innerlijke mens, maar

ook de uiterlijke mens moet dat zijn. Het is de wens van apostel

Paulus dat de totale mens gezond en energiek is; "Geliefden, ik bid,

dat het u in alles wel ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wel gaat"

(3 Joh. 1 : 2). De geestelijke en morele fitness van de innerlijke mens

is niet automatisch, er is streven naar volmaaktheid, er is groei, een

rijpingsproces, er is actie voor nodig, gedreven door de wil. "Maar gij,

geliefden, bewaart uzelf in de liefde Gods, DOOR UZELF OP TE

BOUWEN in uw allerheiligst geloof en door te bidden in den

Heiligen Geest" (Judas 20).

77


Het bidden in den Heiligen Geest, het bidden in nieuwe tongen, is

voor de geestelijke mens wat een heel voedselpakket plus alle pillen

en stamina is voor de vleselijke mens. Christus in ons is het geheim.

"Hun heeft God bekend willen maken, hoe rijk de heerlijkheid van dit

geheimenis is onder de heidenen: Christus onder u (de Engelse

vertaling zegt: Christ IN you!) de hoop der heerlijkheid" (Col. 1 : 27).

Mede door de bedieningen van het Woord (in Ef. 4 : 11-13), "om de

heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het Lichaam

van Christus, TOTDAT wij allen de eenheid des geloofs en der volle

kennis van den Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de

maat van den wasdom der volheid van Christus". De geopenbaarde

zoon, waar de schepping reikhalzend op wacht (Rom. 8 : 19), is een

zoon die schoonheid uitstraalt van fysieke en spirituele frisheid,

vitaliteit en kracht, de harmonieuze mens, in Christus.

Ziekte, vrees en zonde brengen disharmonie in het leven, maar de

mens in Christus, de "mens Gods" is geheel in harmonie met de

Eeuwige. Er is een lichaamscultuur en een geestes-cultuur, maar

geestes-cultuur kan aards-gericht zijn, horizontalisme, gerelateerd aan

wereld-geesten. Er is ook een cultuur des Geestes, wanneer de Geest

Gods een volledige controle is verleend over een leven. Japan bezit

officieel geen leger of strijdmacht op operationele sterkte, alleen is

toegestaan om een zelfverdedigingsmacht op te bouwen. Met zijn

bijna 120 miljoen inwoners behoort het tot de dichtst bevolkte landen

ter wereld. De vele eilanden bieden grote mogelijkheden voor elke

aanvaller.

De Sovjet Unie wordt door de Japanners steeds meer gezien als een

potentiele bedreiging en men vindt dat het tijd wordt zich daartegen te

wapenen, het handvest met Amerika over de verdediging, gesloten na

de tweede wereldoorlog, wat soepeler te interpreteren en een

massieve offensieve macht, vooral zeemacht, op te bouwen. Vooral

nu de Sovjets het oog laten vallen op de rijke oliegebieden in de

nabijheid, waarvan Japan met zijn geweldige industrie economisch

afhankelijk is, en ook nu de Sovjets hun enorme zeemacht in de Stille

Oceaan blijven uitbreiden. Waarbij nog komt dat zij weigeren om de

vier Koerillen eilanden die Japan toebehoren, te ontruimen, die zij na

de tweede wereldoorlog stilzwijgend hebben geannexeerd en

omgetoverd tot enorme militaire bases. Wij geloven dat de Heer ons

78


naar Kyushu gezonden heeft, er ligt een gebedslast op ons hart voor

dit eiland. Wij willen ons inzetten om velen aan te spreken met het

Evangelie van Jezus Christus, met betoon van kracht.

Wij zoeken voortdurend openingen om revival-campagnes te houden,

in vele plaatsen. Het gaat nu gelukkig langzaam lente worden, dan

zuHen de prachtige kersenbloesems overal bloeien en heel Japan tot

een bruidsboeket maken. Moge dit het Bruidsboeket zijn van de Bruid

van Christus, die uit de schaduwen van eeuwenlang heidendom in het

licht treedt. Welk een grote liefde leeft hier voor bloemen, planten,

bomen, voor tuinen en karpervijvers met de fraaiste variëteiten, voor

stenen, rotsen, voor bergen, enfin, voor de gehele natuur. Tussen al

deze kleuren wandelen bevallige Japanse vrouwen in hun kimono's

met onnavolgbare elegantie, als vlinders, bloemen. Als bloemen

konden lopen zouden zij dat stellig net zo doen als Japanse vrouwen

in hun kleurige kledij, die de indruk wekken alsof zij van een stengel

zijn geplukt en nog steeds een beetje onzeker zijn hoe ze zich moeten

voortbewegen.

Japan is het land van de Ikebana, de bloemschikkunst die tot grote

artisticiteit verheven is. Over de gehele wereld wordt tegenwoordig de

Ikebana toegepast tot vreugde van duizenden. Natuurlijk is Japan ook

het land van de Bonzai, de prachtige, decoratieve dwergboompjes in

ceramische potten. Deze boompjes die zorgvuldig gekweekt worden

zijn wonderen van tuinmanskunst.

Wij hebben kwekerijen bezocht en waren verbaasd over zoveel

geraffineerd meesterschap in het telen van deze Bonzai-boompjes.

Wij vroegen de kwekers wat voor planten dit waren en wat hun

teeltmethoden zijn. Zij vertelden ons dat deze dwergboompjes geen

speciale soorten waren, maar door intensieve en zorgvuldige

methoden uiteindelijke kweekproducten uit doodgewone

boomsoorten, maar systematisch belemmerd in hun groei.

De hoofdwortel werd bij de kleine plant niet toegelaten zich recht in

de diepte van de aarde te boren op zoek naar belangrijk voedsel en

water, maar al in het begin naar boven omgebogen, zodat de plant

slechts de magere oppervlakte-aarde tot voedsel kreeg waar geen

groeikracht in zit. Dus moedwillig gestremd in de groei door

ondervoeding. De fijne takjes werden listig gebogen en geleid tot

79


fraaie figuren en in potten geplant, zo ontstaat Bonzai, geschikt

gemaakt voor de enge huiskamer, de vensterbank. Zij zouden in

vrijheid tot woudreuzen hebben kunnen uitgroeien waar de vogels in

nestelen en de winden door waaien, grote schaduwrijke bomen. Maar

deze boompjes werden expres belemmerd in hun vrijheid tot groei en

degenereerden.

Bonzai is eigenlijk gedegenereerde groei. De mensen die geen grote

bomen in hun huis kunnen hebben, zijn nu gelukkig met deze

miniatuurboompjes, deze degeneree's. Het behoort tot de opvoeding

van vooral de jongedames van goeden huize, dat zij bekend zijn met

het elegante ritueel van de Chanoya, het stijlvol serveren en drinken

van thee, pardon, het "nippen" aan de thee, maar ook om bedreven te

zijn in Ikebana, de bloemsierkunst, evenals in Bonzai. Natuurlijk is dit

werk van specialisten, meesterkwekers, doch iedereen dient een

cursus in deze kunsten te hebben gevolgd, op school wordt er mee

begonnen. Niettegenstaande ik gefascineerd ben door deze kunstige

kweekprodukten, dacht ik, wat Bonzai betreft, aan dezelfde

methodiek van de duivel, die systematisch het geestelijke groeiproces

van de kinderen Gods tracht te belemmeren. Hij is het die de

samoerai's, de helden, de reuzen, zoals het Koninkrijk Gods dat wil en

bedoelt, systematisch klein houden wil. Misschien nog wel decoratief

maar niettemin tot tragische dwergen maakt.

Hij houdt niet van de manifestatie van de "geopenbaarde zonen Gods

waar de Schepping reikhalzend op wacht", maar is gebaat met in groei

belemmerde pygmeeën, in onvolgroeide, onvolkomenen, zwakken,

zieken, onwetenden, verminkten, geamputeerde. Hij buigt de

hoofdwortels die in God als de Bron des Levens geslagen behoorden

te zijn, om, en vertraagt de groei door minderwaardig voedsel aan te

bieden. Vele kinderen Gods blijven bij het begin staan en groeien niet

verder. Zij zijn jaren bekeerd, maar zij spreken nog de wankele,

onzekere, twijfel zware woorden uit hun baby-tijdperk. Zij behoorden

naar leeftijd al lang ceders van Libanon, eikenbomen der

gerechtigheid te heten, zonen, jongelingen, erfgenamen, vaders,

leidslieden, maar de duivel heeft kans gezien hun groei te stuiten, het

ware voedsel te onthouden en surrogaten aan te bieden. Onder de

suggestie van deze vijand der mensen wordt het ware voedsel niet

80


genoten, "Waarom weegt gij geld af, voor wat geen brood is en uw

vermogen voor wat niet verzadigen kan?" (Jes. 55 : 2).

Maar Efeze 4 : 13-15 spreekt over " . . . de mannelijke rijpheid, de

maat van de wasdom der volheid van Christus. Dan zijn wij niet meer

onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van

allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun

sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de

waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het

Hoofd is, Christus". Dat is het doel van de Christen, een

rijpingsproces tot volkomenheid, de "volkomen man", aan de Heer

gelijk. "Wij allen ... die de heerlijkheid des Heren weerspiegelen,

veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, door

de Here, die Geest is" (II Cor. 3 : 18).

Wij begonnen op het eiland Kyushu een gezegende serie campagnes,

in theaters, danszalen, worstelarena's, in een stadion, kerken en tenten.

Elke campagne duurde ongeveer een week; in Minamata, Yanagawa,

Okawa, Setaka, Kurumi en andere plaatsen, ook op de kleine

eilanden, zuidelijk van Japan. Wij bleven voortdurend 's morgens de

studenten van br. Leo Kaylor onderwijzen, opleiden, om ze straks in

diezelfde plaatsen achter te laten, om een nieuwe gemeente te

stichten. Deze enthousiaste jonge mannen en vrouwen (een van de

mannen was vroeger de karate-kampioen van Noord-Japan) reisden

overal met ons mee en hielpen bij de samenkomsten, zij hoorden elke

avond de Woordverkondiging, zagen hoe wij de zieken bedienden en

de boze geesten bestreden, dit was voor hun een ideale leerschool. In

deze reeks campagnes begeleidde en vertolkte mij br. Kaylor, die het

uitstekend deed. Hij werd door al deze zegen bijzonder gesterkt en

bemoedigd.

Overal waar wij enkele Christenen vonden, onderwezen wij hen het

"meerdere van de Heer", Gods extra, de vervulling met de Heilige

Geest en het gebruik der Gaven. Waar kleine gemeenschappen

ontstonden, leidden wij de mens en in het luisteren naar de Heer die

ons informeren en instrueren wil, onderwijzen, opbouwen en troosten,

middels de Gave van profetie. De aanbiddingsdiensten werden

ingevoerd en die hielpen de Christenen geestelijk groeien, het werden

krachtige, feestelijke samenkomsten. De wonderen die de Heer

81


werkte, werden overal rond verteld tot eer en glorie van Zijn N aam.

Er is vreugde en ijver voor de Heer, elke dag gingen de mensen nu uit

om te evangeliseren, overal was ritseling des Geestes, overal kwam

warmte en glans in deze kleine gemeenschappen.

Er was grote verwachting voor onze komst in Minamata. Het is een

dorp van vissers en boeren aan de Westkust van Kyushu. Minamata is

berucht om de Minamata-ziekte, een mode me ziekte voortgekomen

uit milieu-vervuiling. Een van de inwoonsters zei: "Tijdens mijn

zwangerschappen at ik altijd veel vis en mosselen. Ik had geen flauw

idee dat zich in het fabrieksafval dat in de Minamata-baai werd

geloosd door de dichtbij gelegen fabriek van Chisso, die

monochloretheen maakt, een enorme hoeveelheid schadelijke kwikverbindingen

bevonden, waardoor de vis en schaaldieren die wij allen

langs deze kust veel eten, werden vergiftigd. Vooral tijdens

zwangerschap, heet het in Manimata, moeten wij enorme

hoeveelheden verorberen, omdat het ons kracht en gezondheid geeft.

Als gevolg van de kwik-vergiftiging die ik opliep, kreeg ik een kind

dat geestelijk en lichamelijk abnormaal was, op haar 7e jaar kon het

slechts hulpeloos strompelen, zij was nauwelijks verstaanbaar en

geestelijk achterlijk. Omdat wij viseters zijn en die vis uit de baai

halen, lijden velen aan deze vreselijke ziekte. De verantwoordelijke

directie van de beruchte boosdoener, de fabriek van Chisso, werd

meermalen door de bevolking voor de rechter gebracht, maar op de

een of andere manier bleef de fabriek zijn afval lozen in de zee voor

het dorp. Zolang de regering elke verantwoordelijkheid afwijst omdat

zij de industriële vooruitgang boven het welzijn van enkelen stelt, zal

deze ziekte slachtoffers blijven maken. Er worden weinig middelen

gezocht om deze vervuiling tegen te gaan, die toch een product is van

de industrie. Op het ogenblik zijn er 226 lijders aan Minamata-Byo,

van wie er 22 al voor de geboorte werden besmet. Minamata-Byo

heeft al vele mensenlevens geëist en velen van de huidige zieken

strompelen, ondersteund door verwanten, worden gereden in

ziekenwagens of liggen permanent in bed en vegeteren. De meeste

patiënten zijn verlamd, velen zijn geestelijk onvolgroeid of volslagen

achterlijk, velen zijn blind. In het begin noemden de mensen uit deze

streek MinamataByo de "kattenziekte". Tussen 1953 en 1955, voordat

Minamata-Byo mensenlevens begon te eisen, stierven er honderden

82


katten in deze vissersdorpen. De bewoners vertelden dat hun katten

die natuurlijk werden gevoed met vis uit de baai, begonnen te kwijlen,

daarna te waggelen en neer te vallen, ze werden blind. Maar

plotseling, als gedreven door een geheimzinnige wet, stortten zij zich

in zee en verdronken, er waren tijden dat het strand bezaaid was met

een tapijt van dode vissen en katten.

Daarna begon een oude vrouw uit het dorp dezelfde fysieke

symptomen als de katten te krijgen. Toen er meerdere mens en

volgden, raakten de bewoners in paniek. De prefectuur Kumamoto,

waaronder Minamata behoort, heeft in totaal 411 inwoners

ingeschreven lijdende aan MinamataByo. Gelukkig zijn onder

internationaal toezicht enkele permanente revalidatiecentra ingericht

voor een volledige verzorging van de patiënten.

In het huis dat wij tijdelijk bewoonden in Minamata, gedurende onze

campagne, bevond zich ook een patiënt met MinamataByo en ons

werden hartverscheurende verhalen verteld wat deze ziekte uitrichtte

in deze streek. Wij bezochten ook de grote boosdoener, de Chissofabriek

en verwonderden ons over zoveel afstoting van vuil in de zee

en in de lucht, de schoorstenen braakten een vuile, donkergele rook

uit, die giftige stoffen bevatte.

Dit zijn de drie vreselijke ziekten in Japan; de gevolgen van de

radioactiviteit door de atoombom, die vele slachtoffers maakte; de

vele, vele duizenden leprozen en de Minamata-Byo. Het is

merkwaardig dat van deze drie ziekten de meeste slachtoffers op het

eiland Kyushu waren te vinden. Misschien was dat een der redenen

dat God ons naar dit eiland zond, omdat hier de nood het hoogst is.

Mijn gebed was voortdurend dit: O almachtige God, als wij het Blijde

Nieuws prediken van Jezus Christus, Uw offerte aan deze wereld, Uw

Goddelijk Antwoord van genade en erbarmen voor een verzondigde

en verziekte maatschappij, geef ons dan de mogelijkheid voor de

getroffenen van deze drie vreselijke ziekten tot zegen te mogen zijn

en er te genezen.

In het midden van het dorp werd een zaal in gereedheid gebracht voor

onze opwekkings- en genezingsdiensten, er werd door enkele

broeders en zusters veel zorg aan besteed. Wij waren voortdurend in

83


gebed voor deze campagne en vroegen de Heer hier Zijn almacht te

willen openbaren opdat dit volk Hem zal kennen in Zijn volle

heerlijkheid. De eerste samenkomst leek wel een klein soort Lourdes,

met 83 zoveel stretchers, veldbedden waar patiënten op lagen en

zoveel rolstoelen waar zij in zaten, ik zag velen met krukken, ze

waren allemaal neergezet rondom het podium.

Wat een nood! Ik vind het heerlijk zo te kunnen prediken, op dezelfde

wijze als in Jezus' dagen. Want ik heb een wonderbare boodschap

voor deze mensen, voor vervuilde zondaars in Osaka en voor arme

zieken in Minamata. Niet langer behoefde ik te prediken tot

Christenen die het allemaal al lang weten, in Europa en Amerika,

maar nu eens voor de verwondde stakkers aan de zelfkant van de

maatschappij, de zozeer beschadigden, de hopeloze, de

aangeschrevenen. Als de prediker zijn gehoor rondom zijn platform

overziet, denkt hij voortdurend hoe zijn Meester het deed en hier weer

zou doen, met bewogenheid; "Toen Hij de schare zag, werd Hij met

ontferming bewogen en genas hun zieken" (Matth. 14 : 14). "Jezus

werd met ontferming bewogen en raakte hun ogen aan en terstond

werden zij ziende en volgden Hem" (Matth. 20 : 34). "En toen de Here

haar zag, werd Hij met ontferming bewogen ... en zeide: Jongeling, Ik

zeg u, sta op" (Luk. 7 : 13-15).

Waarom zouden wij niet op dezelfde wijze handelen, "want gelijk Hij

is, zijn wij ook in de wereld" (I Joh. 4 : 17). Gelijk Hij is .. ! Ik bad dat

de Heer mij eenvoud en directheid geeft in mijn prediking. Dat de

Heer "oneindig meer wil doen dan ik bidden of beseffen kan, naar de

kracht die in mij werkt". Ik bad dat de Heer Zijn heerlijkheid in mij

laat zien, terwijl ik predik. Dat Hij mij vullen zal met Zijn medelijden

voor deze mensen. Dat "Hij in mij werken wil, het goede en

welgevallige, tot Zijn vreugde". Dat Hij mijn stem tot Zijn stem zal

maken, Zijn tussenpersoon voor deze mensen. Dat Hij mij meer dan

overwinnaar maakt in alle dingen, terwijl ik sta te prediken. Dat Hij

mij sterk maakt in de genade van Christus, terwijl ik predik. Dat Hij

mij "macht over alle macht van de vijand" wil geven, in elke dienst.

Dat Hij in mij zalleggen de stroom van Hem, die ons uit de duisternis

getrokken heeft tot Zijn wonderbaar licht. Dat mijn prediking zal

mogen zijn "in betoon van geest en van kracht". Dat Hij mij wil

vullen met liefde die "alle dingen gelooft". Dat Hij Zijn Woord op

84


mijn lippen, Zijn levende en levensreddende, geloof voortbrengende,

inspirerende stem zal zijn. Dat Zijn Woord op mijn lippen de zieken

genezen en de macht der demonen breken zal. Dat Zijn Woord niet

ledig tot Hem wederkeren zal.

Dat uit mijn binnenste "stromen van levend water" zullen vloeien.

Dat Hij mij zoveel mogelijk als Jezus maken wil. Dat Hij mij de

vreugde van nederdalende gedachten schenkt. Dat Zijn hemellicht op

mijn lippen zal zijn. Dat de Heer vanavond en alle avonden die komen

Zijn goedheid niet alleen, maar ook Zijn grootheid ten toon wil

stellen!

Waarom zullen wij niet doen wat de Meester deed? In steden en

dorpen en op het platteland? Op straat, omringd door de desperado's,

de allerarmsten, de geteisterden, verminkten, de mensen die de weg

naar huis zijn kwijtgeraakt? De Heer zei toch dezelfde werken te doen

die Hij deed? Het vervult mij met grote vreugde dat te doen wat de

Meester deed, dat is geen hoogmoed, geen "naast mijn schoenen

staan", maar simpele gehoorzaamheid. Dat geeft mij geloofsmoed om

hier in te grijpen en hier in te springen, hier de duivel zijn gezag te

ontzeggen, hier het leven in de mensen te helen in Zijn N aam, hier de

handen op te leggen, hier te tonen dat "het Koninkrijk Gods niet is in

woorden, maar in kracht" (I Cor. 4 : 20).

De samenkomsten waren heerlijk. De Heer werkte. De critici kregen

weer ongelijk zoals altijd. De theoretici dropen beschaamd af. Wij

zagen zieken genezen in de striemen van Jezus. God is een goede

God. Er waren zoveel zieken dat wij bijna niet predikten, alleen

woorden gebruikten om het geloof op te bouwen en besteedden alle

tijd aan de dienst der genezing. Overdag werden wij vele malen

afgehaald om elders, in Minamata en ook in andere dorpen in de

omgeving, zieken te bezoeken, die van onze diensten gehoord hadden,

het waren bijna allen Minamata-Byo patiënten. Wat een rijk en

gezegend werk is hier voor de Heer te doen, wat een ruimte voor het

Evangelie, maar ook, waar zijn de werkers van het Koninkrijk?

Wanneer de Heer der heerscharen, de Alwijze, ons naar Japan zendt,

dan wil Hij ook dat wij Zijn grootheid en heerlijkheid zullen tonen

aan de mensen. Dat betekent dan ook dat Hij wil dat wij oplossingen

85


engen voor de speciale nood van Japan. Hij vergist Zich niet. Hij

wil dat wij zullen herstellen en helen, niets minder dan dat. Hij wil

niet dat wij gratuïte woordjes ventileren, maar Zijn wonderbaar

Evangelie van vernieuwing voor de gehele mens openbaren, met

betoon van kracht. Ik wil graag bidden voor de slachtoffers van de

atoombom, want in de striemen van Jezus is daar een oplossing voor.

Buiten dit Bloed zijn geen oplossingen voor deze mens en. Voor de

ontelbare leprozen is het Bloed van Jezus krachtig genoeg om te

genezen. En voor de Minamata zieken zijn er eveneens "geen grenzen

aan Jezus' macht!" In deze eindtijd met de bedreiging van oprukkende

machten der duisternis, met zoveel fel offensief van de boze, met ook

de haast die hij toont, "Want de duivel is tot u nedergedaald in grote

grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft" (Openb. 12 : 12),

dienen wij maximaal actief te zijn.

Waarom nemen wij zoveel tijd overal voor, wanneer de duivel weet

zo weinig tijd te hebben en daarom levensgevaarlijk te keer gaat? Wat

een tijd verspild in de Kerk en in de zending? De Heer wil niet dat wij

dralen nu, aarzelen, overwegen, uitstellen, op de lange baan schuiven,

er over blijven redeneren, naar elkaars meningen blijven luisteren, het

dialoog blijven zoeken, problemen blijven bekijken, omdraaien en

bespreken, eindeloos met psychologische benaderingen bezig zijn, al

maar door in verledens blijven rondgraaien; Hij wil dat wij

onmiddellijk, moedig, vreesloos, militant, agressief er op af gaan en

de machten aanzeggen dat het nu afgelopen is, dat Jezus is gekomen

om deze beschadigde mens en nieuw te maken, NU is het: de tijd van

bevrijding, niet morgen, niet misschien, want NU is het de tijd van

Jezus!

Laten wij de duivel geen minuut meer geven, alle tijd zal NU voor de

grote zaak van Jezus zijn! De Heer wil niet dat wij moeilijkheden

bespreken maar oplossen op korte termijn, niet langs natuurlijke,

vleselijke, psychologische wijze benaderen, maar wegnemen! Niet

eindeloos met dezelfde zieken bidden, maar hen gene zen! In de

machtige Naam van Jezus! De duivel is zo brutaal, waarom zullen wij

het ook niet zijn? Waarom maken wij het hem niet onmogelijk?

Waarom deze huivering voor een bediening van kracht, de duivel

uitdagend? Waartoe dan deze terughouding, deze vrees, deze

aarzeling, deze twijfel zware benadering? Waarvoor gevreesd

86


eigenlijk, de Heer is toch met ons? Hij beloofde toch met ons te zijn?

Als de zendeling vanuit zijn opdracht in Markus 16 opereert, dan mag

hij toch vertrouwen dat de Heer in en met en door hem handelt?

"Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl de HERE

MEDEWERKTE EN HET WOORD BEVESTIGDE DOOR DE

TEKENEN, DIE ER OP VOLGDEN" (vers 20).

Als wij op de Bijbelse beloften vertrouwen, kunnen wij ook op

Bijbelse resultaten rekenen. Wij zalven de zieken met olie naar

Jacobus 5 en leggen hen een voor een de handen op. Wij spreken het

lichaam aan, in de Naam van Jezus, de ziektemachten af te stoten.

Met de autoriteit die wij in Christus hebben, bevelen wij deze

ziektemachten de mensen te verlaten. Wij stellen geen vragen, wij

verzoeken niet, wij kermen niet tot God of Hij alstublieft iets wil

doen, dat Hij actief wil zijn waar wij slechts passief kunnen zijn,

neen, niets van dat alles, wij commanderen en sommeren met gezag

deze mensen te verlaten. Zij hebben al genoeg beschadigingen

aangebracht.

Wij brengen het Bloed van Jezus aan op alle verwondingen van ziel,

geest en lichaam. Wij mogen ons met volmacht bekleed weten, als de

zieken en bezetenen de handen worden opgelegd in Jezus Naam,

namens Jezus. De Heer verleent kracht aan onze bevelen, want wij

opereren in Zijn Naam en voor Zijn eer. En daarvoor wijkt de ziekte,

moet de ziekte wijken, kan de ziekte niet anders dan wijken.

In Kagoshima waren overal officiële proc1amaties aangebracht op de

aanplakzuilen. Er werd aan de bevolking geboden alle dodelijke

wapenen die de mensen in hun bezit hadden, te laten registreren bij de

politie. Er waren talrijke studentendemonstraties en politieke rellen op

straat in die dagen, vele straatgevechten, botsingen met de politie.

Deze politie wilde geen risico's nemen en gebood dat elk geweer, elke

revolver of elk pistool, elk samoerai-zwaard, dolkmes of ander

steekwapen zou worden geregistreerd. Er stond ook bij dat elke

karateka, karate-beoefenaar, zijn rechterhand en rechtervoet moest

laten registreren, omdat deze ook dodelijke wapenen zijn.

Karatevechters slaan met een klap van de naakte hand door een stapel

dikke planken heen, verbrijzelen een stapel dakpannen en slaan

87


ouwstenen doormidden, ja, de kampioenen doden met een slag van

hun rechterhand een volwassen stier. Het is niet moeilijk voor een

karateka met zijn rechter- of linkerhand, of met een hoge schop van

zijn voeten, een mens te doden. Zo heeft de gelovige Christen, die

vervuld is met de Heilige Geest, ook zulke "dodelijke handen" voor

de boze machten, die onmiddellijk wijken voor die handen en het

gebied dat zij bezetten, verlaten. De "dodende" werking zit niet in die

handen, maar in geloof en in de Naam van Jezus, Die alle macht heeft

in hemel en op aarde, over de domeinen van de geest en de stof. Hij

zei: "Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in Mijn

Naam ... zullen zij op zieken de handen leggen en zij zullen genezen"

(Mark. 16 : 17, 18). Daar wordt niet aangehaakt aan mysterieuze

krachtbronnen in deze handen der mensen, maar aangehaakt aan de

machtige bron van Jezus! (Zie ook het boek "India", no. 2 pag. 9).

Wij waren in Owaka, waar velen werden bekeerd en genezen. In de

lijst van getuigenissen vermelden wij de genezing van een leider van

de fanatieke organisatie de Sokagakkai die in Japan miljoenen in zijn

greep heeft en de politiek met zijn Komeito beïnvloed, met vele zetels

in het parlement. Deze man was ernstig ziek, verlamd en doof.

De Heer raakte hem krachtig aan, hij genas, bekeerde zich tot Christus

en getuigde van zijn Heer. Het bestuur van de Sokagakkai hoorde

hiervan, nodigde hem uit van zijn nieuwe ervaringen te getuigen en

stuurde hem met hoon overladen weg, er was geen plaats voor een

Christen in deze functie van voorzitter. De man ging overal getuigen

en een groot gedeelte van zijn familie bekeerde zich tot het

Christendom. In het zuiden van het eiland Kyushu werden wij

uitgenodigd om de oude zendelinge Feme Borgman te bezoeken, die

in Kagoshima woont. Zij vroeg gebed en handoplegging. Zij bereidde

ons een heerlijke Japanse maaltijd en wij bleven op verzoek een dag

bij haar, wij baden met haar, zalfden haar met olie en zegenden haar.

Zij was zo gelukkig met dit bezoek van andere zendelingen en

nodigde ons uit ook in haar stad Kagoshima een serie samenkomsten

te houden.

Wij konden dit op dat ogenblik niet inpassen in onze agenda, maar

hielden een enkele samenkomst met hoofdzakelijk vrienden en

kennissen van haar, wij vierden ook het Avondmaal. Zij besloot ons te

88


zullen bezoeken als wij op het eiland Yakushima arbeiden. Wij

bezochten dit kleine zuidelijke eiland Yakushima na de campagnes op

Kyushu, met br. Leo Kaylor en een team jonge Japanse medewerkers.

Een evangelisatietent werd opgezet in Miyanaouna, aan de oostkust

en daar predikten wij dagelijks het Evangelie aan een groeiend

publiek. De Heer redde vele zielen en genas zieken, verschillende

gelovigen werden vervuld met de Heilige Geest. Ook weer gaven wij

aan de medewerkers en enkele gelovigen van het eiland Bijbelstudie

en 's avonds hielden wij onze tent-samenkomsten. Na een week zetten

wij de tent zuidelijker aan de kust op, in Onoaida, waar vooral veel

scholieren tot Christus kwamen. Na een week verhuisden wij naar het

plaatsje Ambo, dat was de derde campagne en daar brak Gods Geest

machtig door en werden dagelijks honderden zielen gered, meest

jonge mens en die met grote aandacht toeluisterden en Koning Jezus

in hun hart sloten. Wat een glorie vulde de tent! Elke middag hielden

de jonge medewerkers van ons team kinder- en jeugdsamenkomsten

en 's avonds spraken wij en ook hier bevestigde de Heer met

wonderen en tekenen. Halleluja!

Deze drie campagnes deden de bevolking van dit vergeten, slaperige

eiland opwaken, zij hoorden de getuigenissen van genezingen, zij

kenden deze mensen en zagen de veranderingen in de pasbekeerden

en nieuwsgierigheid deed deze Japanners meer en meer hun huizen

uitlopen om dit te zien en te horen. Zendeling Kaylor verhuisde zelfs

met zijn gezin van Omuta waar hij woonde naar Ambo op het eiland

Yakushima om dichter bij deze opwekking te zijn en beter er te

kunnen arbeiden, de jongeren verder te leiden en een grote Gemeente

te vormen, er waren zovelen die Jezus beter wilden kennen. Een

heerlijke bijzonderheid van al deze campagnes was op te merken hoe

de jonge medewerkers, onze teamleden, groeiden, in vuur kwamen te

staan. Hoor hen zangdiensten houden, hoor hen getuigen en prediken,

deze Mikio Yamata, Yoshiro Oota, Nabatake Shimoda, deze Kunido

Matsuo en Mineko Kitahara en anderen, hoor ze ijverig de dorpen

langs de zee doorgaan, al predikende.

Zij hadden door de reeks campagnes die wij met elkander hielden vele

nieuwe dingen geleerd, ook de zendeling en zijn vrouw getuigden

daarvan: een nieuwe aanpak, een persoonlijker getuigenis, een

89


directer doorstoten tot de kern van het Evangelie, een beter gebruik

van de Gaven des Geestes, een nauwgezetter luisteren naar

aanwijzingen van de Heer, een vreeslozer aanvallen en uitdrijven van

boze geesten, afstoten ook van sleurgewoonten en versteende

gebruiken in de kerkdiensten, een opgewekter presentatie.

Onmiddellijk gingen zij zelf deze methoden toepassen en zagen het

effect en ervoeren de zegen. Wij zijn erg blij met deze groep fijne,

krachtige broeders en zusters in Japan. Wij mochten op deze reis drie

dingen doen voor de Heer, ten eerste: zielen redden en zieken

genezen. ten tweede: jonge, aankomende predikers inleiden in een

krachtiger bediening, en ten derde: sommige moedeloze zendelingen

opbeuren en aangorden tot nieuw geloof in hun bediening.

Van onze gehele Japanse tournee van vier maanden, waren de

campagnes op het eiland Yakushima de meest gezegende, de

vruchtbaarste voor het Koninkrijk Gods. De zendeling en zijn vurig

team zijn nu in Yakushima aan het voortwerken, zij willen het gehele

eiland innemen voor Jezus en de andere eilanden infiltreren met de

Boodschap. Vlakbij Yakushima ligt het kleine eiland waar Japan zijn

raketten afschiet en atoomproeven houdt, aan het parlement zal

worden gevraagd om toestemming het te bezoeken, zodat de

geleerden en ingenieurs kennis kunnen maken met de atoomkracht

Gods.

"Want met reikhalzend verlangen (intens, smachtend, tot het uiterste

opgescherpt) wacht (ziet uit) de Schepping (de gevallen,

onvruchtbare, verscheurde, verziekte, verzondigde), op het openbaar

worden van de zonen Gods" (Rom. 8 : 19).

De Schepping is passief, het geschapene wacht met ingehouden adem,

op de eindelijke openbaarwording van de zonen Gods. De zonen Gods

zijn geroepen om actief te zijn en acht te slaan, antwoord te worden

op dit wachten. Alles en iedereen wacht op deze openbaarwording,

het in het licht treden uit de anonimiteit, de bewustwording, het

triomfale optreden van de zonen Gods. Het mondiale politieke leven,

heel de economie, het moreel der volkeren, het monetaire handelen,

alle sociale bestanden, wachten op het opmarcheren van de nieuwe

mens met zijn nieuwe natuur, uit God geboren, de mondigen die het

90


mond-recht, het recht van spreken hebben gekregen, die het hoogste

woord hebben omdat zij spreken het Woord dat Christus spreekt.

De zonen Gods zijn onweerstaanbare, unieke mensen die

gemagnetiseerd zijn met Goddelijk magnetisme, die het geloof een

nieuwe dimensie gaven en wonderen, tekenen doen voor hun Heer.

Zij hebben woordrechten, erfrechten, troonrechten, zoonschaps

rechten gekregen, het recht met de Vader en de Zoon mee te werken

aan de herovering van de 90 gevallen mensheid, uit de handen van de

vorst der duisternis. De Kerk is in de eerste plaats apostolisch. Als het

Woord Gods werkelijk in wereld-dimensie functioneert, zullen de

problemen van wereld-dimensie ook worden opgelost. Daarvan ben ik

zeker.

Niets is zo belangrijk, zo noodzakelijk, als de prediking van het

Evangelie, de uitzaai van Gods Woord. De Kerk van Christus is niet

naar binnen gekeerd, introvert, maar naar buiten uitstromend met

geweld. Uitstromen doet toestromen, uitdelen doet ontvangen. Menszijn

betekent onder het oordeel zijn, verloren schepsel,

onaanvaardbaar voor God, afgewezen, afgeschreven, ten dode

gedoemd. De primaire taak van de Kerk van Christus, van de zending,

is te zorgen dat de heiden, de van God vervreemde mens, niet zonder

Christus leeft en sterft. Al het andere komt daarna! Waarom wordt

overal aan de verkeerde kant begonnen?

Christendom is Christus, Christocentrisch. Redding van de ziel.

Verlossing van gewetensnood. Heling van de gehele mens; van ziel,

geest en lichaam. Christus neutraliseert het communisme. Christus

lost het op. Hij geeft iets beters dan communisme en atheïsme. De

wereld moet geoogst worden. Als Gods knechten het niet doen, zullen

andere machten dat doen! De Schepping wacht op de Kerk van

Christus, de levend-gemaakte Kerk van Christus, op Christus Zelf in

Zijn volle heerlijkheid, de ontmantelde Christus, ontdaan en los

gewikkeld uit alle mythevorming, alle verpakking, alle organisatie,

formalisme, traditionalisme, alle systemen en instituten, alle kerkisme

en sektarisme, labels en etiketten, zij ziet met reikhalzend verlangen

uit naar de levende, opgestane en verheerlijkte Christus.

Wanneer men Jezus zoekt en iets anders naast Hem, vindt men Hem

niet, als men Jezus alleen zoekt, vindt men alle dingen in Hem! Het

91


visioen van Paulus (Hand. 16 : 4-10) staat nog altijd op het netvlies

van onze geestelijke ogen geschilderd. De Macedonier, wenkend aan

de horizon. "Kom over en help ons". Met alles wat wij hebben aan

cultuur en macht en verworvenheden, roepen wij om hulp voor onze

ziel, voor ons geweten, voor onze zonden, voor onze angst voor de

dood! Help! Geen ontwikkelingshulp in de eerste plaats, maar kom in

91 de eerste plaats met de Persoon van Jezus! De Macedonier, de

heiden, roept. "Ik kan niet alleen, in mijn heidendom vind ik geen

afdoende antwoorden die ik smartelijk zoek, wezenlijke hulp moet

van u komen, Kerk van Christus, van u zendeling! Omdat u meer hebt

dan ik ooit bijeen kan schrapen, omdat u meer waarachtige waarden te

geven weet, omdat u rijk zijt in uw Heer, terwijl ik arm, ledig en naakt

aan de markt sta. U hebt meer, u bent meer, u weet meer, in u woont

Christus, in u woont Gods Geest, u weet de weg tot levensbehoud, u

hebt de sleutel tot de kennis om te overleven!

Ik roep vanuit mijn heidendom tot u, Christen!

Ik roep vanuit mijn onvrede om vrede!

Ik roep vanuit mijn onrust naar rust!

Ik roep vanuit mijn onverzadigd-zijn naar verzadiging!

Ik roep vanuit mijn bezit loosheid naar eeuwig bezit!

Ik roep vanuit mijn verworpenheid om Jezus! Help mij!

Kom en help mij! Kom over om te helpen! Ik kom niet tot u, maar ik

wacht dat u komt en Jezus brengt! Houdt uw mooie woorden maar

thuis, ik weet misschien mooiere woorden in mijn filosofieën. Houdt

geen preken, breng geen stichtelijkheid, moraal, uw ceremonieën,

liturgieën, ik heb Jezus nodig en Dien gekruisigd, Hem alleen!

Waarom keert de Macedonier zich tot ons, wat bezielt hem om zich af

te wenden van zijn achtergronden en keert hij zich met zijn

levensvraag tot ons? Omdat hij iemand nodig heeft die hem bij de

hand neemt en tot Christus leidt, omdat hij iemand zoekt die hem de

Naam van Jezus op de lippen legt.

De Bijbel zegt: "Zoek EERST het Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en

dit alles (alle andere dingen, ontwikkelingshulp, sociale bewogenheid)

zal u BOVENDIEN geschonken worden" zegt Jezus (Matth. 6 : 33).

Er zijn dingen die in Gods ogen voorgaan, die EERST moeten worden

gedaan. EERST het Evangelie. EERST Gods Koninkrijk. EERST de

92


zaken van het hart, van de eeuwigheid in orde maken. EERST de

zonden aangesproken en gereinigd. EERST het oordeel zoeken te

ontlopen. EERST het Woord Gods gebracht. EERST gewezen op de

belofte van de Heer der Kerk, die zegt: " ZIE, IK MAAK ALLE

DINGEN NIEUW!" EERST gehoorzaamd aan Zijn opdracht: "In

Mijn Naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen

zullen zij spreken ... , zieken zullen zij in Mijn Naam de handen

opleggen en zij zullen genezen worden" (Mark. 16 : 17, 18).

Wij dienen ernst te maken met onze door de Heer gegeven

opdrachten. Wij zullen niet door ongeloof of gemakzucht ons daarvan

afmaken. Wij moeten eens verantwoording afleggen van onze daden,

de dingen die wij deden en de dingen die wij nalieten te doen.

Daarom roepen wij op om ernst te maken met de woorden van de

Heer des oogstes, om uit te gaan in de wereld en de volle raad Gods te

brengen aan de volkeren. Niemand kan zich hier buitensluiten,

niemand kan dit afwijzen, niemand kan er zich van afmaken. Werp u

met geloof en vreugde in het laatste grote werk van de Gemeente van

Christus: het Evangelie te prediken aan alle volkeren, alle naties, alle

talen, alle rassen, tot het uiterste der aarde.

Zending heeft prioriteit boven al het andere. De Heer zegene u!

93


E N K E L E G E T U I G E N I S S E N

MRS. RIME FUJIWARA te TENRYU: "De zendelingen br. en zr.

Hoekendijk mocht ik in mijn huis opnemen en verzorgen gedurende

hun campagne in Tenryu. de Heer zegende mijn huis. Mijn man

Tsunetaka Fujiwara kwam tot bekering uit het Shintoïsme en God

genas hem, hij is een totaal veranderde man. Ik had een maagziekte al

28 jaar, ook een zwak hart, niets baatte, maar de Heer genas mij

volkomen, na handoplegging van mijn gasten. Ik werd vervuld met de

Heilige Geest en mag nu in nieuwe tongen mijn Heer prijzen, ook

profeteer ik en bid met zieken. Mijn dochter die ons bezocht werd ook

vervuld met de Heilige Geest, haar beide zieke kinderen genazen.

Ook onze zaken namen een goede keer. Wij zijn allen vernieuwd en

gelukkig. Prijs de Naam van Jezus!"

MRS. WAKANAMI te TOKIO: "Ik leed aan vier ziektes waaronder

een hartvergroting en diabetes. De enige keren dat ik uit bed kwam,

was wanneer ik naar de dokter ging. Ik hoorde van de samenkomsten

en besloot er heen te gaan, in de stad Hino. Ik hoopte dat de Heer mij

daar genezen zou. De derde avond kwam ik naar voren voor gebed.

Br. Hoekendijk legde mij de handen op voor genezing. De volgende

94


morgen stond ik op uit bed om mijn normale werk in huis te doen,

want ik was geheel genezen van mijn kwalen. Ik heb van die dag af

geen enkele klacht meer. Het spreekt vanzelf dat ik alle verdere

samenkomsten in Hino ben blijven bezoeken, de heerlijkheid Gods

was daar".

MISS GLADYS SHAW te TOKIO: "Ik had reeds 30 jaar een zweer

aan mijn enkel, die altijd etterde en bloedde. Onzegbaar pijn heb ik

geleden. In januari bezocht ik de dokter die mijn Het opnemen in het

hospitaal en een operatie adviseerde. De 28e februari ontmoette ik br.

Hoekendijk, hij bad voor mij en sinds die dag is mijn voet totaal gene

zen, de pijnen zijn weg, de wonden zijn gesloten, alles is normaal.

God alle eer! Ik ben zo dankbaar voor deze bediening die mij zoveel

zegen bracht".

REV. KEIKO TANABE te

HAKONEGASAKI: "Ik ben

de pastor van de

Pinkstergemeente in

Hakonegasaki. Ik had een

gebroken neus, die scheef

groeide en veel pijn deed,

ook bloedde de neus

dikwijls. Ik ging daarmee

naar de dokter en het

onderzoeken, een operatie

was noodzakelijk. Ik ging met een autobus vol gemeenteleden naar de

samenkomsten in Hino waar de Hoekendijks predikten. Ik Het met

mij bidden en toen de broeder mijn neus aanraakte, voelde ik het

neusbeen met een krak op zijn plaats schieten. Ik heb nooit begrepen

wat daar gebeurde, maar ik hoorde een lichte krak en dankte de Heer.

De toe stand is nu hersteld, de pijnen verdwenen, het bloeden hield

op, ook die lelijke dikte aan mijn neuswortel is weg. Prijs de Heer!"

MRS. FUKI FURUYA te HINO: "Vijftienjaar geleden werd ik een

Christin uit het Shintoïsme. Maar ik verloor mijn geloof, omdat ik

alleen stond in een vijandige omgeving. Ik raakte in de duisternis. Ik

95


kreeg een ziekte aan mijn rechteroog, ik kon er bijna niet meer door

zien. Ik kwam de tweede avond naar de campagne in Hino en kwam

naar voren om voor dat oog te laten bidden. Ik was direct totaal gene

zen en kan alles weer helder zien. Het was alles zo ontroerend wat ik

meemaakte. Onmiddellijk gaf ik mijn hart aan Jezus, die ik niet meer

zal verlaten. Hij toonde mij Zijn liefde weer zo duidelijk. Dank U,

Heer!

DR. YAMAURA uit TOKIO zond een speciaal vliegtuig naar

Saphoro op het eiland Hokkaido, om zijn schoonmoeder, die al zo

lang ziek lag en waarvoor hij medisch niets meer kon doen, te halen.

Zij kwam naar de samenkomst en daar genas zij instantelijk. Op 12

maart 1972 ontving ik een brief van Dr. Yamaura waarin hij schreef:

"Thank you that you remember my wife's mother. She is completely

healed by the Lord trough your prayer. Since that time she dedicated

herself to the Lord and her house was all saved. Her husband was an

enthusiastic Buddhist before that time. And all members were

baptised in the Holy Spirit. Prais the Lord! Thank you again!" (Was

getekend) Katsumi Yamaura.

Deze blinde vrouw kwam in de samenkomst van Hino en na gebed kon zij weer

perfect zien. Zij straalt van vreugde!

96


MR. TOSHIHIKO SHINA WAGA te HINO: "Ik ben doofstom

geboren en wilde niets van het Evangelie weten. Hoe kon ik geloven

in een God van liefde? Mijn ouders zeiden mij altijd dat wanneer ik

mijn hart aan Jezus zou geven, Hij mij ook genezen zou. De derde

avond van de campagne in Hino zeurden mijn ouders maar om met

hen mee te gaan naar de samenkomst. Mijn ouders wisten dat ik niets

kon horen, maar beduidden mij rustig op mijn stoel te blijven zitten.

Maar het duurde allemaal zo lang en het was zo warm, ik hield het

niet meer uit en liep de zaal uit, de trappen af naar buiten. Maar de

prediker liep mij achterna en bad met mij, beneden in het portaal.

Onmiddellijk waren mijn oren open en stroomde als rivieren vol

bruisend water het geluid naar binnen, ik schrok ervan. Ik was ook in

staat het geluid van zijn mond te horen en begon met mijn mond de

klanken na te spreken. Ik ga nu spraakles nemen. Ik ben vreselijk

gelukkig dat God mij genezen heeft en ik als andere jongens zal

kunnen studeren".

MRS. TOSHIE HIRATA te HINO:

"Ik ben een huismoeder van 45 jaar.

Er was iets fout aan mijn arm, ik was

niet in staat die op te heffen zonder

vreselijke pijn. Het was ondragelijk

de pijn om mijn arm achter mijn rug

te brengen. Ik leed hieraan ruim drie

maanden. Toen er de eerste avond

van de campagne in Hino voor mij

gebeden werd, herkreeg ik

onmiddellijk het volle gebruik van

mijn arm en kon ik hem achter mijn

rug ombuigen zonder pijn. Ik was zo

blij dat ik de evangelisten na de samenkomst in mijn auto naar huis

heb gereden om te tonen dat mijn arm genezen was".

MR. TETSUO IWASAKI te HINO: "Ik ben een jonge man en

scholier van de middelbare school. Ik had de laatste 6 maanden

moeilijkheden met mijn rechterarm en was niet in staat om deze arm

om mijn hoofd te buigen zonder pijn. Op de eerste avond van de

97


campagne in Hino werd ik genezen en was in staat om mijn arm

normaal te bewegen.

De volgende dag getuigde ik hiervan op

het podium van de evangelisten en

zwaaide met een stok in het rond om het

te bewijzen. Dank U, Jezus!"

MRS. MIYOSHI TAKEMITSU te MINAMATA: "Reeds meer dan

tien jaar leed ik aan een maagziekte en had heel veel pijn. Nu ben ik

genezen. In de campagne in Minamata, die voor mij onvergetelijk is,

genas ik in de striemen van Jezus. Ik heb geen pijnen me er en kan

alles weer eten. Halleluja!"

Deze vrouw was blind en niet in

staat iets te zien. Na ons gebed

kwam er licht in haar ogen en op

mijn vraag mijn neus aan te raken,

deed zij dat feilloos. De Heer is de

Heelmeester!

MRS. SAKIO OGAWA te OMUTA: "AI tien

jaar had ik pijnen in mijn benen als ik ze

bewoog, het lopen was een pijniging. Ook had

ik in mijn onderbuik een hard gezwel zo groot

als de vuist van een man. Ik was angstig voor

een operatie. Toen ik hoorde van de crusade in

het theater in Omuta, ben ik er heen gegaan. Ik

98


geloofde voor mijn eigen genezing toen ik anderen zag genezen en

kwam toen naar voren. Br. H. bad voor mij en onmiddellijk verdween

dat harde gezwel in mijn buik en mijn benen kan ik gemakkelijk

buigen en gebruiken zonder pijn. Ik ben zo dankbaar aan de Heer

Jezus!"

MRS. TAEKO FUKUYAMA te MINAMATA: "Mijn rechteroor was

zo goed als doof, daarom gebruikte ik een gehoorapparaat, het laatste

jaar ging dat ook niet

me er. Maar nadat

Evangelist Hoekendijk

voor mij had gebeden

in Jezus Naam,

herkreeg ik plotseling

mijn gehoor en kan

alles weer normaal en

scherp horen. O, wat

ben ik God dankbaar,

geprezen zij Zijn

Naam!"

MR. MASAYOSHI NAKAMURA te MINAMATA: "Sedert 6

maanden was ik bijna geheel verlamd door hoge bloeddruk, ik lag

veel in bed en kon mijn werk niet me er doen. Toen ik van de crusade

hoorde, liet ik mij door een taxi daarheen brengen. Nadat er voor mij

gebeden werd genas ik onmiddellijk van hoge bloeddruk, dat werd

normaal. Dezelfde avond ben ik naar huis gelopen, 10 km de bergen

in, zonder enige last van verlammingsverschijnselen. Ik heb onderweg

lopen zingen. ik heb dat niet kunnen doen daarvoor. Mijn vrouw was

erg verbaasd mij zo te zien en besloot ook naar de crusade te gaan".

MRS. MIO NAKAMURA te MINAMATA: "Ik ben de vrouw van

Masayoshi. Mijn man kwam van de samenkomst thuis, geheel gene

zen van verlamming en hoge bloeddruk. Hij was erg blij en vroeg mij

de volgende dag met hem terug te gaan naar de crusade. Ik lijd al

jaren aan astma. Juist in die dagen was mijn ziekte hevig en maakte

99


het mij onmogelijk te ademen. Met grote moeite ging ik naar de

samenkomst en kon niet op een stoel zitten, zat tussen de stoelen in

gebogen op de grand met mijn hoofd tussen de knieën, de enige

houding om nog iets lucht binnen te krijgen. De hele zaal kon het

piepen en schuren van mijn borst horen, het hinderde erg. Ik kon niets

van de prediking horen door mijn toestand. De prediker onderbrak

;zijn prediking en trad op mij toe en legde mij de handen op voor

genezing, in Jezus Naam. Ik stond de volgende morgen op, geheel

genezen, ik was als vernieuwd, alles was zo heerlijk, ik adem normaal

en heb geen benauwdheid me er. Wij gingen die avond weer terug

naar de samenkomst en mijn man en ik gaven ons leven aan Jezus, wij

willen Hem nu geheel dienen, die aan mijn man en mij zulk een

wonder heeft gedaan. Ik getuig aan iedereen dat Jezus leeft".

In de campagnes werden vele doyen genezen.

Wij staken biddend de vingers in de oren,

zoals de Meester deed, "En Hij stak Zijn vingers in de oren ... en

zeide: Wordt geopend! En zijn oren werden geopend ... " (Mark. 7 :

33, 34).

MRS. EIKO YAMAMOTO te OMUTA: "Mijn ogen zijn zeer slecht,

ik zie alles bewolkt, mistig, onduidelijk, dat is nu al ruim 10 jaar. De

dokter zegt dat ik geheel blind zal worden en ik heb mijn leven er op

ingesteld dat ik eens blind zal zijn. Ik hoorde van de campagne van

broeder Hoekendijk en ging er heen, met een gelovig gebed in mijn

hart dat de Heer mij genezen zal. Hij bad met mij, legde mij de

handen op en onmiddellijk trad er een groot verschil in, mijn blik

werd weer wijd en ik zie de dingen ver, scherp en duidelijk, het is

wonderlijk. De volgende dag waren mijn ogen geheel genezen,

normaal. Geprezen zij de Naam van Jezus Christus!"

100


MISS SATOMI KOBA (11 jaar) te

OMUTA: "Ik ben van kindsbeen

linkshandig. Ik eet en schrijf

linkshandig. Maar ik wil zo graag

rechtshandig zijn, want ik word er

op school mee geplaagd, ik ben de

enigste van de klas die zo is.

Evangelist Hoekendijk zei: Je mag

alles vragen aan God, hoor! De

mensen in de zaal begonnen

allemaal te lachen toen ik het hem

vroeg, maar hij wilde voor mij

bidden als ik er geloof voor had. Ik

probeerde daarna met mijn

rechterhand te schrijven en bemerkte dat ik gemakkelijk mijn

rechterhand kon gebruiken. Van die dag af gebruik ik alleen mijn

rechterhand en op school lachen zij mij niet meer uit".

MRS. SHIZOU

HIDAKA te

ONOAIDA: "Ik was al

enkele jaren een kind

van God, ik was echter

ziek, had vele klachten.

Allereerst was ik

diabetespatiënt,

bovendien had ik artritis

en leed daardoor pijnen

in mijn rug en zijde. Ik

was krom gegroeid en liep met een stok. Telkens bevingen mij

duizelingen, zodat ik nooit ver van huis kon, er kon mij van alles

overkomen, langs de rivieren en ravijnen hier. Toen de campagne hier

kwam, ging ik er heen en de eerste avond liet ik voor mij bidden. De

pijnen verdwenen direct, ik kon mijn geheel verkromde rug al direct

veel beter recht houden, ik nam mijn stok op mijn rug en kon

normaallopen. Prijs de Heer! Ook voelde ik dat de suikerziekte weg

101


was, maar wilde dit door de dokter vastgesteld zien. Hij ondervroeg

en onderzocht mij en zei dat ik geen medicijnen meer behoefde te

gebruiken, hij kon niets meer vinden dat duidde op diabetes. De Heer

is zo goed voor mij. De laatste dag van de campagne werd ik vervuld

met de Heilige Geest.

MISS HIROKO

YAMAUCHI te

MIYANAOURA: "Ik

bezocht de crusade van de

Hollandse evangelisten en

toen er gesproken werd

over de wonderen die God

nog deed, lachte ik, ik

geloofde het niet. Toen

evangelist Hoekendijk met

een ernstige zieke zou

gaan bidden, vroeg hij eerst of er mens en waren die niet geloofden in

wonderen, zij moesten naar voren komen en naast hem gaan staan om

te zien wat Jezus zou doen. Ik spotte en ging demonstratief daar op

het podium staan. Ik zag voor mijn ogen een wonder gebeuren, ik kon

niets meer zeggen. De volgende zieke was mijn eigen zuster, ik wist

hoe ziek zij was en ook haar zag ik door Jezus genezen. Toen was ik

overtuigd, ik gaf mijn leven aan Jezus, nu ik gezien had dat Hij leeft.

Ik ontving twee dagen later de vervulling met de Heilige Geest en sta

nu in vuur en vlam voor de Heer. Ik verwondde mijn handen, maar

genas onmiddellijk en eenvoudig toen er met mij gebeden werd.

Halleluja!"

MISS IJUIN te OSAKA: "Ik ben onderwijzeres en was al de eerste

avond in uw samenkomst. Ik had een moeilijke kwaal voor een

onderwijzeres, namelijk ziekte in mijn keel, ik kon bijna niet praten

en mijn stem was te zwak. Ook mijn ogen waren zwak. Ik vreesde te

worden ontslagen, omdat ik niet goed functioneerde. Ik geloofde de

Heer voor genezing en de eerste avond reeds raakte de Reer mij aan

en genas ik. De volgende dag gaf ik les op school en's avonds een

102


getuigenis in de samenkomst met heldere, klare stem, die iedereen die

mij kende verbaasde. Prijs de Naam van Jezus!"

MR. TETSUO KURIHARA te OMUTA: "Al langen tijd tobde ik met

mij oor, het deed pijn en ik kon niet goed meer horen. Ook had ik

maagpijnen. Ik kwam in de samenkomst naar voren en stond in de

healing-line. Nadat er voor mij was gebeden opende zich mijn oor en

de pijn verdween, ik was volkomen gene zen, ook mijn maagpijnen

waren verdwenen, het gebeurde direct. Ik beleed een andere

godsdienst, het Shintoïsme, maar nu zie ik verschil en volg ik Jezus,

wat een wonderbare Heer is Hij!"

MR. MIKO MATSUMOTO te MINAMATA: "Vijf jaar geleden

verlamde ik helemaal door een beroerte en werd ik bedlegerig. Ik kon

mijn handen en benen niet meer bewegen, ook mijn mond niet. Later

bekeerde ik mij tot Jezus Christus, op het getuigenis van mijn dochter.

Toen br. Hoekendijk naar Minamata kwam, nodigde ik hem uit mij te

bezoeken omdat ik niet in staat was zijn campagne te bezoeken. Na

zijn gebed kon ik onmiddellijk weer mijn handen en benen bewegen,

niemand kan begrijpen hoe gelukkig ik was. Ik wilde zo graag de

laatste dag van de campagne bezoeken, ik werd er in een kleine auto

heengebracht. Dit was de eerste keer in vijf jaar dat ik mijn huis

verliet en de prachtige blauwe lucht kon zien. Die avond heb ik

ademloos geluisterd naar de prediking, ik was niet eerder in staat

geweest een prediking te horen. Ik voel mij steeds sterker worden, kan

103


al vele gebaren maken, ik loop door mijn huis en kom tot volledige

gezondheid. Halleluja!"

Deze oude man, behorend

bij de Sokagakkai, waarvan

hij een leider was, werd

door een paar vrienden naar

de samenkomst in Okawa

gebracht. Hij was do of en

helemaal verlamd, in korten

tijd. Hij werd op een paar

tafels gelegd in de zaal waar

wij predikten. Wij brachten

het Evangelie van

verlossing, maar hij hoorde

het niet. Wij legden hem

eerst de handen op voor

genezing van zijn doofheid en de goedheid van de Heer opende

onmiddellijk de oren. Zeer geïnteresseerd volgde hij de verdere

boodschap. Daarna legden wij hem de handen op voor een totale

genezing en de man genas voor aller ogen, hij stond op en begon in de

zaal rond te lopen, terwijl de menigte de Heer loofde en prees, hij

ging zelfs meedansen met het ritme van het klappen der handen.

Thuisgekomen heeft hij zijn afgoden, huisgoden en alle ordetekenen

verbrand, omdat hij voortaan Jezus volgen wilde. Halleluja!"

REV. LEO KAYLOR te YAKUSHIMA: "De boeken die u zond,

hebben ons bereikt op het kleine eiland Yakushima en wij zijn direct

begonnen onze studenten hierin te onderwijzen. Wij hadden van u in

Omuta een uitvoerige Bijbelcursus gehad, maar nu wij al deze teksten

e en uitleggingen voor ons zien, is het een grote hulp in onze

bediening. Wij mogen vaststellen dat de jonge mens en de Gaven van

de Geest gebruiken en wij moedigen hen daarin aan. Zij staan nog

steeds in vuur en vlam en gaan het hele eiland door, overal

getuigende, traktaten uitdelend, zij leggen onbevreesd zieken de

handen op en zijn zeer vrijmoedig om demonen uit te drijven ... "

104


DR. KATSUMI YAMAURA te TOKIO: "The nine gifts of the

Spirit", dat zr. Hoekendijk schreef, hebben wij ontvangen, wij danken

er u voor. Ik heb het mijn vrouw uitgelegd. Ze wilde het boek echter

met alle teksten terdege bestuderen. Ze kent geen Engels en ik heb

toen woord voor woord in het Japans vertaald, met de Japanse Bijbel

er naast. Wij hebben daar vele, vele avonden aan besteed en ik moet u

zeggen dat voor mij en ook voor haar zovele dingen duidelijk zijn

geworden die wij eerst niet begrepen. Wij spreken de waardering uit

voor dit werk van de schrijfster en danken God voor deze levende,

duidelijke visie, die wij nu beiden gaan toepassen, tot eer van de Heer.

Wij danken u voor uw zending en hopen dat u over niet al te lange tijd

weer bij ons in Tokio terugkomt om samenkomsten te houden. Moge

God u rijkelijk zegenen!"

MISS FERNE BORGMAN uit KAGOSHIMA: "Al enige tijd wilde

ik u schrijven om u hartelijk te danken voor de boeken "The nine gifts

of the Spirit" en "The armour of God", waar ik veel zegen uit heb

geput en meerdere kennis over de Gaven. Ook wil ik u schrijven dat

ik genezen ben van mijn ziekte. Direct nadat u mijn huis verliet na uw

gebed voor mijn ziekte was ik gezond en ben niet meer ziek geweest.

Halleluja! Ik heb nu een groot huis van de Heer gekregen dat ik in

Zijn dienst wil stellen en ik zou het heerlijk vinden om dit huis in te

richten voor training van jonge Japanse predikers voor de dienst des

Heren, zoals u dat daar gedaan hebt in Omuta. Mag ik dit gebouw u

ter beschikking stellen, u kunt ten allen tijde daarvan gebruik maken,

want ik bid dagelijks dat u terug komt, wij hebben u hier nodig in

Japan. Vanuit deze plaats kunt u deze grote stad Kagoshima heerlijk

bewerken met het Evangelie."

105

More magazines by this user
Similar magazines