Views
3 years ago

De negen Gaven van de Geest

"Juist omdat Elisabeth Hoekendijk zelf vele jaren zocht naar de doop in de Heilige Geest, en daarbij fanatisme maar vooral een schrikbarende onkunde bij Gods kinderen tegen kwam, weet ze mensen te wijzen op de Bijbelse wijze van de werking van de Geestesgaven. Degenen die deze Bijbelstudie volgen, duizenden in de loop der jaren, verwonderen zich unaniem over de rijkdom en duidelijkheid van het Woord van God. Ze verwonderen zich ook over deze vrouw en de manier waarop God haar gebruikt, waarmee opnieuw bewezen wordt, dat Gods kracht in zwakheid wordt geopenbaard."

voeren, en

voeren, en de anderen moeten het beoordelen. Maar indien aan een ander die daar gezeten is, een openbaring ten deel valt, moet de eerste zwijgen." (1 Cor. 14: 29,30). Hieraan kunt u zien dat de Heer Zijn woorden en openbaringen in de samenkomst van de gemeente wil geven. Wat men in de gemeente aan openbaringen, die men thuis ontvangen heeft, meent te moeten brengen, dient te worden beoordeeld of dit uit God is. Wat de gave van profetie echter betreft: niet alleen de profeten, maar allen kunnen profeteren. Niet door elkaar maar één voor één, de een nà de ander. Niemand behoeft te zeggen: Ik kon niet wachten met het uitspreken van een profetie, ik moest op dat moment het uitspreken, de Heilige Geest dwong mij daartoe. Ik zeg u: God is een God van orde en wil niet dat wij dóór het profeteren of prediken van een ander heen, met onze boodschap komen. Wij moeten wachten tot de ander uitgesproken is. "Want gij kunt allen één voor één profeteren, opdat allen lering en allen opwekking er door ontvangen. En de geesten der profeten zijn aan de profeten onderworpen, want God is geen God van wanorde, maar van vrede." (1 Cor. 14: 31-33). In de gemeente van Corinthe waren mensen, die zichzelf tot profeet of profetes uitriepen en alleen verwarring brachten, maar geen opbouw. Daarom schrijft Paulus: "Indien iemand meent een profeet of geestelijk mens te zijn, laat hij dan wèl weten, dat hetgeen ik u schrijf, een gebod des Heren is." (1 Cor. 14: 37). De vrouw in de gemeente Als wij uit dit alles zien in welk een verwarring Paulus weer de goede orde tracht terug te brengen, dan verstaan wij ook beter waarom Paulus de vrouwen het spreken in de gemeente verbiedt. Het was vanwege de grote wanorde die daar heerste en het elkander willen overheersen, dat vooral de vrouwen tot de orde moesten worden geroepen en zelfs verwezen naar de wet (1 Cor. 14: 34). Paulus schrijft op vele plaatsen in zijn brieven, dat kinderen Gods vrij zijn van de wet. "Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade." (Rom. 6: 14b). " ... Dat de wet niet gesteld is voor den rechtvaardige, maar voor de wettelozen en tuchtelozen, voor goddelozen en zondaars." (1 Tim. 1 : 9). 31

Doordat zij niet geestelijk waren, maar vleselijk (1 Cor. 3 : 2b), moest Paulus door allerlei voorschriften de orde en de harmonie in de gemeente herstellen. Wanneer wij geestelijk zijn en ons volkomen door de Heilige Geest laten leiden, dan is er geen andere wet meer dan de leiding van de Heilige Geest. "Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus vrij gemaakt van de wet der zonde en des doods." (Rom. 8 : 2). Voor de geestelijke mens is er geen verschil tussen man en vrouw, maar zal geen van beiden de ander overheersen. Als de Geest de leiding heeft, zal ieder op de plaats waar God hem of haar gesteld heeft, er naar streven om zo goed mogelijk de gemeente te dienen. "Want gij zijt allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus. Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus." (Gal. 3: 26). Voor de geestelijke mens is er geen verschil in man of vrouw en valt dus ook het verbod om te spreken weg. In de tijd van Handelingen waren er ook profetessen die hun plaats in de gemeente innamen (Hand. 21 : 9). In geloof Veelal wordt gemeend dat men moet wachten op een drang van de Heilige Geest, voordat men kan profeteren. Maar Gods Woord zegt: Gij kunt allen één voor één profeteren. Wij behoeven nergens meer op te wachten, maar mogen in geloof handelen op het Woord van God. "Hoe staat het dan, broeders? Telkens als gij samenkomt, heeft ieder iets: een psalm of een lering of een openbaring of een tong of een uitlegging; dat alles moet tot stichting geschieden." (1 Cor. 14: 26). De Heilige Geest geeft aan ieder iets, alles tot stichting van de gemeente. Nu gaat het er om of wij de Heer vertrouwen op Zijn woord en in geloof datgene wat wij ontvangen hebben, uitspreken in de gemeente. Het gebruiken van alle gaven van de Geest, maar vooral het profeteren, is handelen in geloof In Romeinen 12 wordt het één en ander gezegd over de bedieningen en de gaven, maar speciaal van het profeteren staat er dat het is 32