Views
3 years ago

De negen Gaven van de Geest

"Juist omdat Elisabeth Hoekendijk zelf vele jaren zocht naar de doop in de Heilige Geest, en daarbij fanatisme maar vooral een schrikbarende onkunde bij Gods kinderen tegen kwam, weet ze mensen te wijzen op de Bijbelse wijze van de werking van de Geestesgaven. Degenen die deze Bijbelstudie volgen, duizenden in de loop der jaren, verwonderen zich unaniem over de rijkdom en duidelijkheid van het Woord van God. Ze verwonderen zich ook over deze vrouw en de manier waarop God haar gebruikt, waarmee opnieuw bewezen wordt, dat Gods kracht in zwakheid wordt geopenbaard."

sprong op en stond en

sprong op en stond en liep heen en weer en hij ging met hen den tempel binnen, lopende en springende en God lovende." (Hand. 3 : 6b-8). Petrus zegt dat hij iets mededeelt wat hij zelf bezit. Hij deelt de opstandingskracht van Jezus mede, in geloof, door het uitspreken van een woord. Hij geloofde dat wat hij uitsprak zou gebeuren, en het gebeurde. Jozua Op dezelfde wijze deed Jozua één van de grootste wonderen die ooit gebeurd zijn. Hij sprak: "Zon, sta stil te Gibeon en gij, maan, in het dal van Ajalon! En de zon stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich op zijn vijanden gewroken had. - De zon nu bleef staan midden aan den hemel en haastte zich niet onder te gaan omstreeks een vollen dag. Een dag als deze is er noch vroeger, noch later ooit geweest, waarop de Here zo iemands stem verhoorde, want de Here streed voor Israël." (Joz. 10 : 12 -14). Elia De gave van geloof geeft ook moed om iedereen uit te dagen, om het wonder dat God gaat doen, te komen zien. Dit zien wij bij Elia, als hij Achab, geheel Israël en de profeten van Baäl uitdaagt, wanneer hij het vuur van de hemel gaat bidden, om het volk tot God terug te voeren (1 Kon. 18 : 18- 24). Hetzelfde doen wij ook, wanneer wij de zieken in de samenkomst uitnodigen naar voren te komen voor genezing. Wij nodigen iedereen uit om toe te zien naar de wonderen die God gaat doen. Wij geloven dat de zieken zullen genezen. Wij brengen ze soms vlak bij de microfoon, zodat iedereen zal kunnen horen, als zij het wonder van hun genezing gaan vertellen. Nog sterker is dit als de zieken worden bediend voor radio of televisie. Dit is geloofsuitdaging, de gave van geloof in werking. Elisa Door zijn knecht laat Elisa zeggen tot Naäman, de melaatse: "Ga heen en baad u zeven maal in de Jordaan, dan zal uw lichaam weer gezond worden en gij zult rein zijn." (2 Kon. 5 : 10). Zoals de profeet het gesproken had, zo gebeurde het ook. De bloedvloeiende vrouw Een vrouw, die twaalf jaar aan bloedvloeiingen geleden had, geloofde voor genezing. "Want zij zeide: Indien ik slechts zijn klederen kan aanraken, zal ik behouden zijn. En terstond 63

droogde de bron van haar bloed op en zij bemerkte aan haar lichaam, dat zij van haar kwaal genezen was." (Marc. 5 : 28). De Romeinse hoofdman De Heer zegt van de Romeinse hoofdman dat hij een groter geloof heeft dan iemand in Israël. Hij zei tot Jezus: "Spreek slechts een woord en mijn knecht zal herstellen." (Matth. 8: 8b). Dan antwoordt Jezus: "Ga heen, u geschiede naar uw geloof. En de knecht genas, juist op dat uur." (vers. 13). Jairus Toen het dochtertje van Jairus gestorven was, had Jairus geloof en hij vraagt aan Jezus: "Mijn dochter is zo juist gestorven, maar kom en leg uw hand op haar en zij zal leven." (Matth. 9 : 18b). Het is de moeite waard om te lezen in Hebr. 11 wat de geloofshelden door hun geloof hebben gedaan. Toch verwacht de Heer van ons nog grotere werken. "Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voorhad." (Hebr. 11 : 39). Wij hebben wel het beloofde verkregen nl. de belofte des Vaders, de vervulling met de Heilige Geest. Dit is het betere, het meerdere, wat ons geschonken is, waardoor wij "tot de volmaaktheid" worden geleid (vers. 40). Het plan van God met ons is veel groter dan wij ooit hebben geweten, maar het is alles door geloof. Het is ons geloof dat de wereld overwint (1 Joh. 5: 4). De andere zijde van de gave van geloof is het mededelen van geloof aan anderen. Bij alles wat wij doen en spreken, is het noodzakelijk, steeds deze werking van de gave van geloof uit te oefenen. Bij ons prediken, getuigen en zingen, moet alles gericht zijn op de opbouw van het geloof in anderen. Velen menen dat de Here Jezus zijn wonderen en tekenen deed, ongeacht of ter plaatse geloof was of niet. Maar dit is niet zo; waar ongeloof was daar kon zelfs de Heer niet veel doen. "En Hij deed daar niet vele krachten wegens hun ongeloof." (Matth. 13: 58). "En Hij kon daar geen enkele kracht doen ... En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof." (Marc. 6: 5, 6). Wanneer er een 64