Views
3 years ago

De negen Gaven van de Geest

"Juist omdat Elisabeth Hoekendijk zelf vele jaren zocht naar de doop in de Heilige Geest, en daarbij fanatisme maar vooral een schrikbarende onkunde bij Gods kinderen tegen kwam, weet ze mensen te wijzen op de Bijbelse wijze van de werking van de Geestesgaven. Degenen die deze Bijbelstudie volgen, duizenden in de loop der jaren, verwonderen zich unaniem over de rijkdom en duidelijkheid van het Woord van God. Ze verwonderen zich ook over deze vrouw en de manier waarop God haar gebruikt, waarmee opnieuw bewezen wordt, dat Gods kracht in zwakheid wordt geopenbaard."

"Want

"Want de één wordt door den Geest gegeven met wijsheid te spreken, en de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest; de één geloof door dezelfde Geest en de ander gaven van genezingen door die ene Geest; de één werking van krachten, de ander profetie; de één het onderscheiden van geesten, en de ander allerlei tongen, en weer één ander vertolking van tongen. Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil." (1 Cor. 12 : 8 -11 ). Velen menen hier te lezen dat de een déze gave krijgt en de ander een àndere gave, zoals de soevereine Geest het wenst te schenken. Maar zo staat het er niet. De hoofdgedachte in dit Schriftgedeelte is de éénheid, de harmonie. In de verscheidenheid van bedieningen en werkingen (vers. 4-6) is het toch één Geest, dezelfde Heer, dezelfde God, die alles in allen werkt. De Geest is niet gedeeld, er kan nimmer een tegenstrijdigheid zijn in de uitingen. Als iemand een vervloeking over Jezus of over Zijn knechten uitspreekt, is dit nooit van de Heilige Geest. Daarentegen is alles wat de Heer verheerlijkt en eert alleen van de Geest. "Daarom maak ik u bekend, dat niemand, door de Geest Gods sprekende, zegt: Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door den Heiligen Geest." (1 Cor. 12: 3). Wat een verwarring moet er in de gemeente van Corinthe hebben geheerst, dat Paulus deze woorden moest schrijven. Het is niet de bedoeling van Paulus geweest te schrijven dat degene die een woord van wijsheid uitspreekt, alleen de gave van wijsheid zou hebben en degene die een woord van kennis uitspreekt alleen de gave van het woord van kennis heeft en geen andere. Dat degene die op een bepaalde samenkomst de zieken geneest onder handoplegging, alleen maar de gave van gezondmaking zou hebben en degene die de boze geesten uitdrijft, alleen maar de gave van het onderscheiden van geesten doet functioneren en geen andere gaven. Neen, zo is het niet. Als het zo de bedoeling was dan zou elke zendeling die uitgezonden werd naar een bepaald demonisch heidengebied eerst acht anderen bijeen moeten zoeken die de andere acht gaven hadden, om tezamen het werk van de Heer te kunnen doen. Waar zou hij die mannen vinden? Daarom, zo is het niet het plan Gods. God werkt alles in allen. Alleen wanneer wij allen met alle Geestesgaven zijn toegerust, kan de Heilige Geest in Zijn volle rijkdom en veelkleurigheid zich openbaren en de kracht en heerlijkheid Gods in de gemeente werken. De Heer 5

is de Brenger van leven en overvloed en deelt uit vanuit Zijn overvloed, daarom deelt Hij niet aan een ieder een enkele gave uit. Wie de Heilige Geest ontvangt, ontvangt de ganse volheid Gods. Zoals de ganse volheid Gods in Jezus was, evenzo is deze nu gegeven aan ons. "Want in Hem (Christus) woont al de volheid der godheid lichamelijk; en gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht." (Col. 2 : 9, 10). "Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?" (Rom. 8 : 32). De negen gaven van de Geest zijn maar een onderdeel van de grote volheid en rijkdom die ons in en door Christus geschonken is. De gaven van de Geest in het Oude Testament Ook in het Oude Verbond zien wij de gaven van de Heilige Geest werken. Uit de brief van Judas blijkt dat de gave van profetie al bij Henoch, de zevende generatie na Adam, aanwezig was. "Ook over hen heeft Henoch, de zevende van Adam af, geprofeteerd, zeggende: Zie, de Here is gekomen met zijn heilige tienduizenden, om over allen de vierschaar te spannen en alle goddelozen te straffen voor al hun goddeloze werken, die zij goddeloos bedreven hebben, en voor al de harde taal, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben." (Judas; 14, 15). Deze profetie, reeds 4000 jaar voor Christus uitgesproken, wordt hier door Judas herhaald en wij zien dat het een profetie is over de eindtijd, over de oordeelsdag. Zo wonderbaar is de werking van de gave van profetie, dat zij eeuwen omspant en spreekt over lang vervlogen en ook toekomstige tijden. De Bijbel staat vol van profetieën die in vervulling zijn gegaan, maar laten wij ook letten op alles wat nog vervuld moet worden. Wij zien de aartsvader Izaäk profeteren over zijn zonen, als hij hen zegent aan het einde van zijn leven (Gen. 27 : 27-29, 39, 40). Ook Jakob zegent eerst zijn kleinzoons, later zijn zoons (Gen. 48 en 49). Jozef profeteerde over de bevrijding van Israël uit Egypte en gaf bevel dat zijn gebeente meegevoerd zou worden bij hun uittocht (Gen. 50 : 24, 25). De Bijbel staat vol profetieën die werden uitgesproken om het volk van God te leiden, te bemoedigen en te 6