Download deel 2 - Textualscholarship.nl
Download deel 2 - Textualscholarship.nl
Download deel 2 - Textualscholarship.nl
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
MONUMENTA LITERARIA NEERLANDICA VIII, 2<br />
Karel.; an de Woestijne<br />
•' iekslag om dek<br />
Deel 2 / Commentaar en apparaat
KAREL VAN DE WOESTIJNE WIEKSLAG OM DE KIM
MONUMENTA LITERARIA NEERLANDICA VIII, I<br />
Uitgegeven onder auspiciën P van de Afdeling g Neerlandica van het<br />
Constantijn Huygens Yg Instituut der Koninklijke Nederlandse<br />
van Wetenschappen<br />
Projectcommissie: W. Blok, Groningen; G. J . Dorleijn, Groningen;<br />
A.H.F. van Elslander, Gent; A.M. Musschoot, Gent;<br />
A.L. Sotemann Utrecht; H.T.M. van Vliet, Den Haag<br />
COPYRIGHT co Copyright van deze uitgave g ©r 99 6 Koninklijke Nederlandse<br />
van Wetenscha pPen
KONINKLIJKE NEDERLANDSE AKADEMIE VAN WETENSCHAPPEN<br />
Karel van de Woestijne<br />
Wiekslag om de kim<br />
Historisch-kritische uitgave,<br />
verzorgd door Leo Jansen<br />
Deel 2 / Commentaar en apparaat<br />
Van Gorcum, Assen, 1996
CIP-GEGEVENS KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK, DEN HAAG<br />
Woestine, j Karel van de<br />
Wiekslag g om de kim Karel van de Woestijne 1,<br />
historisch-kritische uit g.,verzorgd<br />
door Leo Jansen. –<br />
Assen: . Van Gorcum. – (Monumenta e a literia aneerlandica,<br />
ISSN 0167-5044;8 2)<br />
ISBNo-z 9 3 z- 3 SS o -8<br />
Dl. 2.: Commentaar en apparaat. p<br />
ISB9o-23z-3138-4eb.<br />
N<br />
g<br />
Trefw.: Van de Woestijne, 1^ Karel "Wiekslag g om de kim" /<br />
gedichten; oorspronkelijk.
Woord vooraf<br />
Het initiatief tot een historisch-kritische editie van Karel van de Woestijnes<br />
trilogie Wiekslag om de kim dateert uit 1983. Op r september van<br />
dat jaar vergaderden in het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven<br />
te Antwerpen A. van Elslander, mevrouw A.M. Musschoot,<br />
L. Simons, A.L. S6temann en H.T.M. van Vliet. Er werd bepaald dat<br />
mevrouw Musschoot naast haar onderwijstaak bij de Rijksuniversiteit te<br />
Gent de editie tot stand zou brengen, onder auspiciën van het Bureau<br />
Basisvoorziening Tekstedities van de Koninklijke Nederlandse Akademie<br />
van Wetenschappen (hierna genoemd het Constantijn Huygens<br />
Instituut, waarin het thans is opgegaan). Door de verzwaring van haar<br />
taak aan de universiteit moest mevrouw Musschoot na enkele jaren echter<br />
besluiten de opdracht terug te geven. Zij publiceerde in 1988 enkele<br />
resultaten van haar onderzoek in `Karel van de Woestijne : "Mijn God,<br />
gij ziet de zee". Een verkennende interpretatie van de varianten' (Studia<br />
Germanica Gandensia r6). In het artikel werd voor het eerst uitgebreid<br />
aandacht besteed aan de genese van Van de Woestijnes poëzie.<br />
De voorliggende editie is het resultaat van een nieuwe start van het<br />
onderzoek, dat duurde van r augustus 198 9 tot z november 1994. In die<br />
periode was ik als wetenschappelijk medewerker aangesteld bij het<br />
Constantijn Huygens Instituut. De projectcommissie die het onderzoek<br />
begeleidde, bestond uit W. Blok, G.J. Dorleijn, A.H.F. van Elslander,<br />
A.M. Musschoot, A.L. S6temann en H.T.M. van Vliet.<br />
De routine van het solitaire onderzoekswerk werd door de jaren aangenaam<br />
doorbroken door belangstelling en hulp van vele zijden. Ik hecht<br />
eraan allereerst mevrouw Musschoot te bedanken voor haar ondersteuning<br />
bij het onderzoek en het schrijven van dit boek. Zij behoort tot de<br />
zeer weinigen die vertrouwd zijn met het werk van Van de Woestijne<br />
en met de manuscripten die aan de editie ten grondslag liggen. Bijgevolg<br />
heeft zij mijn transcripties en beweringen over Van de Woestijnes<br />
werk en werkwijze beter dan wie ook kunnen corrigeren. Ik hoop dat<br />
de editie althans iets heeft opgeleverd van wat zijzelf zich ervan voorstelde.<br />
Het doet mij bovendien veel genoegen dat zij niet alleen door<br />
haar doelmatige begeleiding maar ook door haar optreden als referent<br />
aan deze editie verbonden is.<br />
Dick van Halsema heeft als kritische lezer en welluidend klankbord<br />
een beslissende invloed gehad op de editie, in het bijzonder tijdens het<br />
schrijven én herschrijven van de Ontstaansgeschiedenis. Zijn talrijke<br />
verbeteringen, ideeën en bedenkingen in de marges van de eerste en de<br />
I WOORD VOORAF
tweede versie hebben gezorgd dat ik uiteindelijk toch ben gaan begrijpen<br />
wat ik met mijn betoog wilde. Ik dank hem voor de genereuze en<br />
informele wijze waarop hij zijn rol als copromotor heeft vervuld.<br />
Ik ben Dick van Vliet in zijn functie van directeur van het Constantijn<br />
Huygens Instituut zeer erkentelijk voor de geboden mogelijkheid<br />
een prachtig en leerzaam onderzoek te kunnen uitvoeren. Ook stel ik<br />
het op prijs dat hij bereid was mijn aanstelling met drie maanden te verlengen,<br />
toen kort voor de beoogde einddatum van het project nog vele<br />
tientallen Wieks/ag-manuscripten aan het licht kwamen. Zonder de verlenging<br />
was de editie incompleet geweest.<br />
Daarnaast dank ik Dick van Vliet als mijn promotor. Wetenschappelijk<br />
onderzoek met een voorgeschreven eindresultaat binnen een van<br />
tevoren bepaalde termijn is een riskante onderneming. Het is dan ook<br />
mede aan zijn professionele `no nonsense'-begeleiding te danken dat dit<br />
boek er zonder onnodige vertraging gekomen is. Zijn kennis op het terrein<br />
van de editietechniek en zijn zakelijke raadgevingen hebben mij<br />
behoed voor dwaaltochten over al te veel interessante zijwegen. Tegelijkertijd<br />
wist hij mij voldoende ruimte te geven om het onderzoek naar<br />
mijn eigen aa<strong>nl</strong>eg en inzicht uit te voeren. Dat zijn betrokkenheid bij<br />
mijn werk hem na verloop van tijd enkele onvermoede kwaliteiten van<br />
Van de Woestijnes dichterschap heeft doen onderkennen, beschouw ik<br />
als een waardevolle bonus van onze samenwerking.<br />
De editie had letterlijk niet tot stand kunnen komen zonder de bereidwilligheid<br />
en hulpvaardigheid van het Archief en Museum voor het<br />
Vlaamse Cultuurleven te Antwerpen. Dank zij een bruikleen aan het Letterkundig<br />
Museum waren de Van de Woestijne-manuscripten voortdurend<br />
in Den Haag onder handbereik, zodat ik in de bevoorrechte positie<br />
was dagelijks met het kostbare materiaal te kunnen werken. Ik dank het<br />
AMVC en in het bijzonder de heer M. Somers voor de vele verleende<br />
diensten, ook tijdens mijn bezoeken te Antwerpen.<br />
W. Blok, A.H.F. van Elslander, G.J. Dorleijn en A.L. S6temann ben<br />
ik erkentelijk voor de bijdrage die zij als leden van de projectcommissie<br />
leverden aan het onderzoek, in de vorm van gedachtenwisselingen en<br />
kritische aanmerkingen.<br />
Ik dank verder de volgende personen en instanties die op enigerlei<br />
wijze hebben geholpen tijdens het onderzoek of de totstandkoming van<br />
het boek : W.J. van den Akker te Utrecht, als vertegenwoordiger van<br />
de Stichting J.B.W. Polak; de afdeling Edita van de Koninklijke<br />
Nederlandse Akademie van Wetenschappen, in de persoon van Frederik<br />
Bos; P. van Bouchaute te St. Niklaas; J. Carton te Rijmenam; P.L.J.<br />
Jansen-Pijpers te Boxtel; het Nederlands Letterkundig Museum en<br />
Documentatiecentrum te Den Haag, in de personen van S.A.J. van<br />
Faassen en Christie Hak; B. Plachta te Munster; wijlen J.B.W. Polak;<br />
W. Schuhmacher en M. Schuhmacher te Amsterdam; J. Soenen te<br />
Oudenaarde.<br />
De kopij voor deze uitgave werd afgesloten in het najaar van 1995.<br />
2 WOORD VOORAF
Verantwoording<br />
I INLEIDING<br />
Wiekslag om de kim is een dichterlijke trilogie van Karel van de<br />
Woestijne (1878-1929), bestaande uit de bundels De modderen man, God<br />
aan fee en Het berg-meer, en het gedicht `Het menschelijk brood' dat een<br />
i<strong>nl</strong>eiding tot de eerste bundel is. Er zijn drie beweegredenen om deze<br />
werken in een historisch-kritische editie uit te geven : het literairhistorisch<br />
belang van Karel van de Woestijne en de betekenis van het<br />
drieluik binnen zijn oeuvre; de omstandigheid dat er al geruime tijd<br />
geen betrouwbare tekst van het drieluik voorhanden is (dit geldt overigens<br />
voor vrijwel alle bundels van Van de Woestijne); en de beschikbaarheid<br />
van omvangrijk ontstaansmateriaal. Het Archief en Museum<br />
voor het Vlaamse Cultuurleven (AMVC) te Antwerpen heeft vanaf 1948<br />
gestaag een omvangrijke Van de Woestijne-collectie opgebouwd, die<br />
aan de basis ligt van deze editie. Nog in de zomer van 1 994 konden<br />
vele tientallen manuscripten worden aangekocht. í<br />
I .I Aard en doel van de editie<br />
Het ontstaansmateriaal van Wiekslag om de kim is tweeledig : er zijn<br />
bronnen die verband houden met de genese en de varianten van de<br />
afzonderlijke gedichten, en daarnaast kan uit manuscripten en tijdschriftpublikaties<br />
gereconstrueerd worden hoe Van de Woestijne de<br />
trilogie als compositie tot stand bracht. Beide onderdelen van de ontstaansgeschiedenis<br />
van Wiekslag om de kim worden in deze historischkritische<br />
editie zo volledig mogelijk gedocumenteerd : de totstandkoming<br />
van de gedichten in het variantenapparaat, het componeerproces<br />
in de vorm van een beschouwing die in de commentaar is ondergebracht.<br />
De elementaire eisen die aan een historisch-kritische editie worden<br />
gesteld, zijn in eerdere edities van de laatste vijftien jaar en in verscheidene<br />
publikaties uitvoerig behandeld, en mogen derhalve bekend worden<br />
verondersteld. Bovendien wordt aan dit type uitgave aandacht<br />
I De hoofdsignatuur g van de collectie is `w 803 . Zie voor de totstandkoming g van de<br />
Van de Woestijne-collectie in het AMVC : Van Bouchaute, ^ 'I<strong>nl</strong>eiding' g in De handschri -<br />
ten van Karel van de IVoesti ^ ne. De aanwinst uit i 994 is daarin niet verwerkt.<br />
3 VERANTWOORDING
esteed in het recente handboek voor editiewetenschap van Marita<br />
Mathijsen, Naar de letter.Z<br />
Aan ander werk dat Van de Woestijne schreef en publiceerde tijdens<br />
de zeventien jaar waarin hij aan de trilogie werkte, wordt alleen gerefereerd<br />
wanneer daaraan gegevens omtrent de Wiekslag ontleend kunnen<br />
worden. Deze editie is een <strong>deel</strong>editie, dus literair en journalistiek<br />
proza, epische poëzie en ook de dichtbundels Substrata 0924) en Het<br />
zatte hart (i926) blijven in principe buiten beschouwing.<br />
Het doel van deze editie van Wiekslag om de kim is materiaal beschikbaar<br />
te stellen op grond waarvan Van de Woestijnes poëzie en zijn<br />
werkwijze kunnen worden bestudeerd, zowel bij het ontstaans- en<br />
schrijfproces van de afzonderlijke gedichten als bij de ordening van die<br />
gedichten tot een betekenisdragende compositie.<br />
1.2 Indeling van de editie<br />
De editie bestaat uit twee delen. Deel z bevat de leestekst van Wiekslag<br />
om de kim, gevolgd door een Appendix met gedichten die niet in de<br />
definitieve versie van het drieluik zijn opgenomen, maar die wel op<br />
enig moment door Van de Woestijne als mogelijk onder<strong>deel</strong> van het<br />
drieluik werden gezien. Het tekst<strong>deel</strong> sluit af met een alfabetisch register<br />
van beginregels en titels, en een gedetailleerde inhoudsopgave die<br />
tevens bedoeld is als volledig overzicht van de bouw van de trilogie.<br />
Deel 2 bevat, na de Verantwoording, eerst de commentaar. Deze<br />
bestaat uit de Ontstaansgeschiedenis van Wiekslag om de kim als dichterlijke<br />
compositie, en de Drukgeschiedenis van de afzonderlijke bundels<br />
waaruit de trilogie bestaat.<br />
Dan volgt het Apparaat : de Bronne<strong>nl</strong>ijst, een Lijst van voorpublikaties<br />
en het Variantenapparaat van de afzonderlijke gedichten. Het<br />
tweede <strong>deel</strong> bevat verder een Bibliografie van primaire literatuur, van<br />
secundaire literatuur en van vertalingen; tot slot is in dit <strong>deel</strong> een<br />
register van gedichten opgenomen.<br />
1. 3 Eerdere uitgaven<br />
Tijdens het leven van Van de Woestijne verschenen de delen van het<br />
drieluik als zelfstandige dichtbundels : De modderen man in i92.0 bij<br />
Uitgeversmaatschappij Het Roode Zeil; God aan fee in 1926 bij A.A.M.<br />
Stols, en Het berg-meer in 1928 bij dezelfde uitgever. Stols liet in 1926<br />
in zijn particuliere reeks To the Happy Few bovendien Het menrchelijk<br />
2 Behalvehet ave e handboek van k Mathijsen va a<br />
l – dat een uitgebreide t g bibliografie b g van de<br />
belangrijkeN eerland d se en buite<strong>nl</strong>andse vakliteratuur bevat – zijn 1 met name de<br />
Leo P1 old-editie van G.J.Dorleijn en de Nijhoff-editie 1 van W.J. van den Akker en<br />
G.J. Dorleijn 1 nuttige g naslagwerken g geweest. g<br />
4 VERANTWOORDING
ood, de i<strong>nl</strong>eiding tot De modderen man, verschijnen.; Uit correspondentie<br />
van Van de Woestijne blijkt dat hij voornemens was het drieluik<br />
eens als éen boek te doen verschijnen. 4 Door zijn voortijdig overlijden<br />
minder dan een jaar na de verschijning van de slotbundel, heeft hij die<br />
volledige herdruk niet kunnen verweze<strong>nl</strong>ijken.<br />
Een jaar na Van de Woestijnes dood herdrukte Stols De modderen<br />
man, voorafgegaan door `Het menschelijk brood'. Het i<strong>nl</strong>eidende<br />
gedicht kreeg daarmee de plaats die Van de Woestijne ervoor bestemd<br />
had. Hoewel de dichter in een brief aan Stols al op een dergelijke herdruk<br />
had gezinspeeld, kan de uitgave niet als geautoriseerd worden<br />
beschouwd aangezien Van de Woestijne geen definitieve toezegging<br />
deed en niet betrokken was bij de totstandkoming ervan.<br />
In 1 942 besloot Uitgeversmaatschappij A. Manteau te Brussel tot een<br />
integrale uitgave van Wiekslag om de kim. Hiermee kwamen voor het<br />
eerst alle afzonderlijke delen in de door Van de Woestijne bedoelde<br />
samenhang beschikbaar. De uitgave beleefde in betrekkelijk korte tijd<br />
twee herdrukken. Stols bracht een jaar later eveneens de gehele trilogie<br />
in éen band op de markt. 5 Andere herdrukken van Wiekslag om de kim<br />
of afgeronde delen daaruit zijn daarna niet meer verschenen.<br />
r .4 De titel van het drieluik<br />
Toen in 1 942 de uitgave bij Manteau verscheen, werd de titel Wiekslag<br />
om de kim voor het eerst boven het drieluik geplaatst. Het gebruik van<br />
de titel, dertien jaar na de dood van de dichter, werd verantwoord<br />
door middel van een aantekening die Van de Woestijne maakte in een<br />
bewaard gebleven carnet : `Algemeene titel der trilogie : Wiekslag om<br />
de Kim'. Deze aantekening is in de uitgave bij wijze van verantwoording<br />
geciteerd. 6 Doordat de Manteau-uitgave een grote verspreiding<br />
vond en Stols daar korte tijd later een herdruk voor Nederland op liet<br />
volgen, vond de titel Wiekslag om de kim algemeen ingang, hoewel hij<br />
door Van de Woestijne zelf nimmer publiek is gemaakt.<br />
De titelkeuze voor de Manteau-uitgave in 1 942 werd gedaan door<br />
3 In de Drukgeschiedenis g wordt uitgebreid gop ingegaan o de totstandkoming g van de<br />
genoemde g uitgaven. g Volledige g titelbeschrijvingen } g vindt men in de Bibliografie g van<br />
primaire literatuur.<br />
4 Zie de brief van 4 september p i 926 aan a A.A.M. Stols, ^geciteerd g e in de Druk ge s chi e-<br />
deni s, 2. i .<br />
5 Zie ook voou r deze uitgaven t i eid g b r' r ed Drukgeschiedenis.<br />
e<br />
6 Wiekslag g m de kim i 942 ^ p. p [6]. Voor de bespreking p g van deproblematiek omtrent<br />
de titel doe ik noodzakelijkerwijs 1 l<br />
een beroep o p opgegevens die i verderopv deo in de editie i' e<br />
uitvoeri ger en in ruimer verband worden behandeld. b<br />
5 VERANTWOORDING
Maurice Roelants. 7 Hij was getrouwd met een zuster van Van de<br />
Woestijnes vrouw en bekommerde zich namens de nabestaanden destijds<br />
om de literaire nalatenschap van Van de Woestijne. Tijdens de<br />
lange ontstaansperiode van zijn drieluik overwoog de dichter verschillende<br />
titels voor de afzonderlijke bundels en voor de totale compositie.<br />
Gedurende vele jaren was Het licht der kimmen de hoofdtitel waaronder<br />
Van de Woestijne zijn bundels samengebracht wenste te zien. Hij heeft<br />
die titel openbaar gemaakt, bijvoorbeeld in 191 i in het voorwoord in<br />
Interludiën, waar hij Het licht der kimmen `een bundel in bewerking'<br />
noemt. Maar in de colofons van God aan fee en Het berg-meer, dus juist<br />
als de realisering van het drieluik een feit is, spreekt hij slechts van een<br />
`drie-luik' zonder een titel te noemen. Het laatste spoor van de titel<br />
Het licht der kimmen is een aantekening in januari 1926. Precies een jaar<br />
later schreef hij, als laatst overgeleverde voornemen : ` Algemeene titel<br />
der trilogie : Wiekslag om de kim '. Zonder te willen zeggen dat Van de<br />
Woestijne dus Het licht der kimmen als titel had verworpen – laat staan<br />
dat hij voor Wiekslag om de kim gekozen had : ook die titel noemde hij<br />
niet in de colofons – zou hieruit kunnen worden afgeleid dat Van de<br />
Woestijne twijfelde over Het licht der kimmen.<br />
Van de Woestijne heeft geen beslissing over de hoofdtitel genomen.<br />
Voor deze historisch-kritische editie volg ik Roelants in zijn titelkeuze<br />
omdat er, gezien het voorgaande, enkele aanwijzingen zijn die de positie<br />
van de titel Het licht der kimmen enigszins verzwakken ten opzichte<br />
van Wiekslag om de kim. Deze editie beoogt de trilogie te presenteren<br />
in de definitieve vorm; men kan verdedigen dat de laatste titel die Van<br />
de Woestijne in gedachten had daar het dichtst bij aansluit. Daarnaast<br />
heeft het drieluik onder die laatste titel inmiddels een vaste plaats in de<br />
literatuurgeschiedenis verworven.<br />
1.5 Het Verzameld werk van Karel van de Koert jne<br />
In de jaren 1 947 -1 9 5o verschenen de acht delen Verzameld werk van<br />
Karel van de Woestijne. 8 Deel r bevat de lyrische poëzie; achterin<br />
<strong>deel</strong> z zijn de bijbehorende aantekeningen opgenomen. P. Minderaa<br />
was verantwoordelijk voor de tekstbezorging. De uitgave is nog steeds<br />
de belangrijkste bron voor het werk van Van de Woestijne. Bovendien<br />
bevatten de aantekeningen in het tweede <strong>deel</strong> van het Verzameld werk<br />
gegevens over de vindplaatsen van de gedichten, bibliografische gegevens<br />
over de bundels, achtergronden van hun totstandkoming en<br />
woordverklaringen. Minderaa heeft inzage gehad in de manuscripten<br />
7 Mededelen Mededeling van baronesse Angèle ge e Manteau in een brief f aan mij, dd. i februari i1994.<br />
Ook B. Deco r te noemt o Maurice Roelants als verantwoordelijkev rdeli'ke l voor de tekstbezorging gg<br />
en dusd d titelkeuze<br />
eu `Karel van de Woestijne lp en de Franse literatuur', 4p. 6 .<br />
8 Zie voorr de volledige o e g e titelbeschrijving 1 v g de Bibliografie g van primaire p literatuur.<br />
6 VERANTWOORDING
en notitieboekjes die toen nog in bezit waren van de nabestaanden van<br />
Van de Woestijne. Bij wijze van verantwoording plaatste Minderaa aan<br />
het begin van de `Aantekeningen bij de lyrische poëzie' een `Algemene<br />
aantekening', die als volgt opent<br />
In de vo l gg<br />
nbladzijden e de ordt w van de verzen bu nd l e en s deafzonderlijke e e gedichten<br />
in de e eerste plaats p medege<strong>deel</strong>d, g ^ voorzover dit mogelijk g } is, s wanneer w ze zijn Jgeschre-<br />
v en en wanneer en waar ze werden gepubliceerd. gp Alle bekende handschriften i wordenr<br />
vermeld.ds Afwijkende lezingen g in handschrift of ti' 1 chrift ublica t ieworden ge g no-<br />
n-<br />
teerd voorzover ze tot het verstaan of alsoëtische p variant belangrijk g 1 zijni } n te achten;<br />
dat kan eengeheel g gewijzigde g } g versregel g betreffen, maar ook een enkel leesteken. Beste en. De<br />
keuze daarvan is uiteraard subiectief, maar conscientieus overwogen. g Een hilolo-<br />
g isch-volledige g vermelding g der varianten, die bijv. ook de verschillen ' in accent-<br />
streepjes, welke veelvoudig g wisselen, moest omvatten, zou de aantekeningen <strong>nl</strong>n voor<br />
hetovergrote ets <strong>deel</strong> der lezers en poëzie-minnaarsongenietbaar pve e e asmaken. Ze zou<br />
boven-dien<br />
onmatig ggrote plaatsruimte p vereisen. Wie zulk materiaal verlangt, vindt trou-<br />
wens alle nodige vindplaatsen p hier genoteerd. g<br />
Van verscheideneedichten gg is de ontstaansgeschiedenis te vol e n in een soms uitgebreide<br />
g reeks van staten, ^g gevonden in de zakboekjes van de dichter, ^ vanaf het jaar 1<br />
1 9 1z.In een aantal belangwekkende g gevallen g worden alle staten van een bepaald<br />
gedicht g bij 1 de aantekeningen g op p dat gedichtgepubliceerd; g<br />
in deadeegevallen n r g<br />
wordt hun bestaan vermeld. 9<br />
Het Verzameld werk was bedoeld als een uitgave voor een breed<br />
publiek, met als meerwaarde een aanzie<strong>nl</strong>ijke hoeveelheid belangwekkende<br />
bibliografische en tekstkritische gegevens. De status van de uitgave<br />
is nadrukkelijk niet wetenschappelijk. Wel moet geconstateerd<br />
worden dat de uitgave, ook met inachtneming van de door Minderaa<br />
geformuleerde voorbehouden, onzorgvuldigheden bevat. I° Het spreekt<br />
niettemin vanzelf dat bij het voorbereiden van de Wiekslag-editie Minderaas<br />
aantekeningen veelvuldig zijn geraadpleegd. Met name zijn<br />
opgave van voorpublikaties in tijdschriften is bijzonder dienstbaar<br />
geweest voor het onderzoek. Omdat de verschillen met Minderaas<br />
gegevens in deze editie van Wiekslag om de kim zeer talrijk zijn, is ervan<br />
afgezien de verschillen telkens te vermelden, tenzij daar een bijzondere<br />
aa<strong>nl</strong>eiding toe is.<br />
r.6 De documentaire bronnen<br />
Het AMVC bewaart honderden documenten van Van de Woestijne.<br />
Voor deze editie werd daaruit geselecteerd wat verband houdt met<br />
9 VW dl. z 2, D. 759<br />
.<br />
10 Op 0 onjuistheden 1 en omissies in het Verzameld ^ d werkw k werd r gewezen g door Van Elmbt<br />
in `Karel van de Woestijne. 1 e Bibliografische'<br />
verkenningen e g e o omtrent e t het h jeugdwerk.' lg<br />
7 VERANTWOORDING
Wiekslag om de kim. Uit de periode 191 1-1 929 zijn drie soorten documentaire<br />
bronnen overgeleverd : ' I<br />
I. notitieboekjes en agenda's;<br />
2. manuscripten;<br />
3. drukproeven.<br />
De notitieboekjes en agenda's worden algemeen `carnets' genoemd.<br />
Van de Woestijne was gewoon ze te allen tijde bij zich te dragen, en ze<br />
bevatten allerhande notifies. ii Naast huiselijke zaken (boodschappe<strong>nl</strong>ijstjes,<br />
verjaardagen) komen zakelijke gegevens als adressen, ontvangen<br />
honoraria en afspraken voor. Doordat Van de Woestijne Brussels correspondent<br />
was voor de N.A.C., gebruikte hij zijn carnet tevens voor<br />
uitee<strong>nl</strong>opende journalistieke observaties en notities. En ook zijn literaire<br />
activiteiten kregen in de carnets voor een <strong>deel</strong> hun beslag : voor zowel<br />
proza als poëzie schreef Van de Woestijne er plannen, invallen en aanzetten<br />
in. Ze bevatten van veel gedichten uit Wiekslag om de kim de<br />
ge<strong>deel</strong>telijke of volledige genese en zijn daarmee een belangrijke bron<br />
voor het tekstonderzoek voor deze editie geweest.' 3<br />
Van de meeste handschriften kan de functie achterhaald worden<br />
(kladversies, kopij), wat soms aanknopingspunten biedt voor de datering.<br />
Het aantal dat als kopij heeft gefunctioneerd is relatief groot.<br />
Losse manuscripten met kladversies komen minder voor; ze vormen<br />
veelal een aanvulling op de ontstaansgeschiedenis uit de carnets.<br />
Slechts een klein aantal manuscripten kon niet (of niet met zekerheid)<br />
als schakel in de tekstgeschiedenis geplaatst worden. De datering van<br />
dergelijke manuscripten is daardoor vaak onzeker en meestal gebaseerd<br />
op een vergelijking van de varianten ten opzichte van andere bronnen<br />
van het betreffende gedicht.<br />
De overgeleverde drukproeven van de bundels verschillen onderling<br />
in volledigheid en status. Sommige proeven zijn bijvoorbeeld incompleet,<br />
andere zijn niet of ge<strong>deel</strong>telijk gecorrigeerd of bestaan uit<br />
ge<strong>deel</strong>ten die niet hetzelfde proefstadium vertegenwoordigen. Van bij-<br />
" Zie voor het begrip gp 'documentaire e bron' : Mathijsen, J Naar de letter, > p 4 o- S2.<br />
I2<br />
Voor zover bekend k blevenb 23 3 carnets e s bewaard. Eén, ^ uit de periode p 1903-1905,was<br />
In bezit z' van a wijlen wl 1 Karel a Jonckheere en werd door hem uitgegeven als Dagboek ^ van<br />
Karel<br />
l van deWoestijne. d 22 carnets zijn 1 in bezit van het A AMVC ; 20 ervan v<br />
zijn gebruikt<br />
bij 1 hetWiekslag-onderzoek.<br />
t<br />
13 Van de carnetse en a agenda'sg<br />
n a werd wede een e uitgave g g gemaakt door F. van Elmbt : De a ^en-<br />
'Tekstuitgave en s carnets van v Karel van de Woestijne. Jen ritisch- kritisch-historische historische studie, die ech-<br />
te r ondanks see een bekroning gdo door e de Koninklijke 1 Vlaamseniet Academie nit wer gP e u-<br />
b he eerd Aard en opzet van de uitgave g verschillensterk van de historisch-kritische<br />
e dteva 1 1 van l^ Wiekslag k ^ om m de kkim. De Koninklijke 1 Vlaamse Academiewas zo vriendelijk 1<br />
een exemplaar p van het werk ter inzage g e te geven. g Het werd vooral gebruikt om lezin-<br />
g en opprobleemplaatsen pgg te toetsen. Waar andere gegevens aan Van Elmbts uitgave g<br />
werdenp<br />
ontleend is dat ter plaatse vermeld.<br />
S VERANTWOORDING
voorbeeld God aan fee daarentegen werden de complete drukproef en<br />
twee opeenvolgende revisies in een leren band ingebonden; ze bevatten<br />
correcties van de dichter en typografische aanwijzingen van<br />
A.A.M. Stols.<br />
Alle bij het onderzoek gebruikte documentaire bronnen – ook die<br />
uit particulier bezit – zijn opgenomen in de chronologisch geordende<br />
Bronne<strong>nl</strong>ijst, waar ze beschreven worden en waar eventueel de samenhang<br />
met andere manuscripten of publikaties wordt toegelicht.<br />
1. 7 Andere bronnen : voorpublikaties<br />
Van de Woestijne zat voortdurend krap bij kas, en vaak verzocht hij<br />
tijdschriftredacties het honorarium voor zijn bijdragen te mogen ontvangen<br />
bij het indienen van de kopij in plaats van bij verschijning van<br />
de betreffende aflevering van het tijdschrift. In de –overigens niet<br />
overvloedig bewaarde –correspondentie van Van de Woestijne zijn<br />
dergelijke verzoeken veelvuldig te lezen. Dat verreweg het meren<strong>deel</strong><br />
van de gedichten in Noord-Nederlandse periodieken verscheen, vond<br />
ongetwijfeld mede een oorzaak in de betere honorering, in het bijzonder<br />
van Elsevier's geillustreerd maandschrift en De gids, waar Van de<br />
Woestijne door zijn persoo<strong>nl</strong>ijk contact met respectievelijk Herman<br />
Robbers en Johan de Meester een goede ingang had. ' 4 In de jaren<br />
rond i910 was ook Groot Nederland een belangrijke afzetmogelijkheid<br />
voor zijn werk. Van de Vlaamse tijdschriften was Dietsche warande e.7<br />
Belfort het belangrijkste. Van de Woestijne had al sinds 1905 banden<br />
met het blad en vanaf 1908, na het opheffen van het tijdschrift Vlaanderen<br />
waarvan hij redacteur was geweest, werkte hij er met zekere<br />
regelmaat aan mee, hoewel hij bezwaren had tegen de katholieke signatuur<br />
ervan. Mej. M.E. Belpaire (door vrienden ook M.O. ofwel Moeder<br />
Overste genoemd) was er zijn belangrijkste contactpersoon. = 5<br />
Een tweede, inhoudelijk belangrijker reden om zijn verzen in tijdschriften<br />
te publiceren was dat Van de Woestijne op die manier kon<br />
experimenteren met de samenstelling van verschillende groepen van<br />
gedichten en met titels voor die groepen. De tijdschriftpublikaties zijn<br />
daarom niet alleen van belang voor varianten in de gedichten, maar<br />
geven ook een beeld van de wijze waarop Van de Woestijne geleidelijk<br />
zijn trilogie componeerde.<br />
Alle voorpublikaties van gedichten die tot de ontstaansgeschiedenis<br />
van Wiekslag om de kim behoren, zijn in chronologische volgorde opgenomen<br />
in de Lijst van voorpublikaties. Vaak zijn er duidelijke aanwij-<br />
'4 Zie voor het beleid ten aanzien e van ede honoreringn vaaa medewerkersn De gid ' s<br />
ezeeriode P : Van den Akk e r D o rl i^n 1 ^euit<br />
'Stemmen de redactie'.<br />
I S<br />
Zie voor Van dee Woestijnes<br />
1 contacten<br />
met Dietsche warande<br />
and & Belfort: Pers Y^ n De<br />
^ wording ^ van het tijdschrift ^ h ra t Dietsche<br />
e warande and e& Belfort,<br />
ot ^ i.h.b. . p p. 2 o 32-<br />
08 e. en 292 9 .<br />
9 VERANTWOORDING
zingen dat Van de Woestijne de voorpublikaties gewenst én de vorm<br />
ervan beïnvloed heeft. Die aanwijzingen bestaan hetzij uit bewaarde<br />
kopijhandschriften, hetzij uit aantekeningen betreffende de ontvangst<br />
van kopij door de redactie (met name in de i<strong>nl</strong>oopboeken van De gids),<br />
hetzij uit overgeleverde correspondentie met de redactie of redactieleden.<br />
In de Lijst van voorpublikaties zijn deze gegevens telkens in een<br />
toelichting bij de publikaties vermeld.<br />
Er zijn acht voorpublikaties waarover geen nadere gegevens bekend<br />
zijn:<br />
a. Europa van mei 1908;<br />
b. Dietsche warande & Belfort van oktober 1910;<br />
c. Dietsche warande & Belfort van maart z 9 r r ;<br />
d. Onze eeuw van januari r 9 1 2;<br />
e. Groot Nederland van oktober r 9 r 2 ;<br />
f. De lelie van juli 1913;<br />
g. Dietsche warande & Belfort van maart 1924;<br />
h. Dietsche warande & Belfort van januari 1926.<br />
De gedichten in deze tijdschriftafleveringen zijn wel als geautoriseerd<br />
beschouwd – en in elk geval als zodanig behandeld in deze editie, hoewel<br />
een onweerlegbaar bewijs voor die autorisatie ontbreekt. Er zijn<br />
echter geen redenen om aan te nemen dat de publikaties niet geautoriseerd<br />
zijn, terwijl er voldoende reden is om aan te nemen dat ze wel<br />
geautoriseerd zijn. De bijdragen verschenen alle onder de naam van<br />
Van de Woestijne, en er zijn geen gevallen bekend waarin hij bezwaar<br />
maakte tegen een publikatie, hetzij van tevoren, hetzij achteraf. Bovendien<br />
had hij met redacteurs van deze tijdschriften over het algemeen<br />
goede contacten, zodat het onwaarschij<strong>nl</strong>ijk is dat zij een publikatie<br />
zonder zijn toestemming zouden riskeren.<br />
Een bijzonder geval doet zich voor met de verzen die in maart en<br />
april 1 9 2o in het tijdschrift Het ronde zeil verschenen. Bij de pas opgerichte<br />
gelijknamige uitgeverij werd de uitgave van De modderen man<br />
voorbereid. Grove, direct in het oog springende fouten in de kopij voor<br />
de bundel komen letterlijk terug in de tijdschriftpublikatie, zodat het<br />
onwaarschij<strong>nl</strong>ijk is dat Van de Woestijne er proeven van heeft gezien.<br />
Het is echter niet aannemelijk dat de publikatie zonder zijn toestemming<br />
is geschied, ook al omdat de gedichten in twee opeenvolgende<br />
afleveringen verschenen. Hij moet als mede-oprichter van de uitgeverij<br />
nauw bij de gang van zaken betrokken zijn geweest. i6 Vermoedelijk<br />
heeft hij toestemming gegeven voor publikatie in het tijdschrift, op<br />
basis van de bundelkopij, zonder de correctie zelf uit te voeren.<br />
i6 Zie voor de oprichting van de uitgeverij de i<strong>nl</strong>eiding in Van Overbeek, Het Roode<br />
p g g 1 g<br />
Zeil.<br />
IO VERANTWOORDING
I . 8 Van de Woestijnes werkwijze<br />
Hoewel het ontstaansmateriaal dat voor deze editie onderzocht is zich<br />
tot Wiekslag om de kim beperkt, is Van de Woestijnes werkwijze aan de<br />
manuscripten goed af te lezen. ' 7 Hij noteerde in eerste instantie meestal<br />
een of twee versregels, gevolgd door een beperkte, schetsmatige voortzetting<br />
: het begin van een volgende regel, of enkele rijmwoorden voor<br />
een strofe, soms ook voor een volgende. In de meeste gevallen blijkt<br />
die eerste aanzet ook in de eindversie de aanhef van het gedicht te zijn<br />
gebleven. Het gedicht ontwikkelt zich `lineair', vanuit een beginpunt<br />
dat direct richting geeft aan wat nog komen moet; de beginregel dicteert<br />
het vervolg. Veruit het meren<strong>deel</strong> heeft datzelfde stramien: een<br />
duidelijk begin als afzetpunt, en enkele notities voor de voortzetting.<br />
Als zo een eerste begin zijn neerslag op papier gekregen had, stopte<br />
Van de Woestijne en ging hij terug, om open plaatsen nader in te vullen<br />
of wijzigingen aan te brengen; direct voegde hij ook weer nieuwe<br />
notities toe die de voortgang vormden: een nieuwe regel bijvoorbeeld,<br />
of enkele nieuwe rijmwoorden. Dan gebeurde weer hetzelfde: die<br />
nieuwe fragmenten kregen ook hun aanvullingen en wijzigingen, et<br />
cetera.<br />
Dat Van de Woestijne nauwelijks op het niveau van de klank, het<br />
woord of woord<strong>deel</strong> varianten uitprobeerde, hangt met het voorgaande<br />
samen. Kennelijk dacht hij in teksteenheden met een structuur:<br />
versregels, strofen of meerdere strofen. Zelden treft men bij hem een<br />
rijtje rijmklanken aan of een los woord dat louter om zijn klankwaarde<br />
of evocerende kracht `bewaard' wordt om later nog gebruikt te worden.<br />
Ingrijpende wijzigingen van de structuur van een vergevorderde<br />
strofe of gedicht zijn evenmin gebruikelijk. En voor zover zulke wijzigingen<br />
plaatsvonden, kregen ze hun beslag in een herschreven versie;<br />
Van de Woestijne zou bij voorkeur niet in een bestaand ge<strong>deel</strong>te met<br />
lijnen, haken en doorhalingen de veranderingen van zijn idee ten uitvoer<br />
brengen.<br />
Sommige gedichten werden in de carnets geheel voltooid, andere<br />
bleven steken in aanzetten, weer andere kregen een vervolg in losse<br />
manuscripten. Ook het omgekeerde komt voor : aantekeningen die op<br />
manuscripten worden aangetroffen werden later in een carnet verwerkt.<br />
I S<br />
Van de Woestijne gebruikte verschillende schrijfmaterialen: potlood,<br />
inkt en anilinepotlood. Omdat hij in de carnets vaak de datum boven<br />
een gedicht of fragment noteerde, is in veel gevallen het dateren van<br />
' 7 Zie e over Van a de Woestijnes 1 werkwijze: l Musschoot, ^ `Karel van de Woestijnes<br />
1<br />
"Mijn 1 God, ^ gij gl ziet de zee"' en Jansen , `Aan wi^zi l g in g en onderhevi g.'<br />
^ ^<br />
i8 Vergelijkr g e li' 1 k behalvehet et Va ri a n te n a ara a t ook de afdeling g Fra gm e nten in V IF<br />
dl. 2,<br />
^<br />
.411-496.<br />
II VERANTWOORDING
een gedicht mogelijk. Maar het kwam ook voor dat Van de Woestijne<br />
na een beschreven pagina een nieuw fragment vele pagina's verder<br />
noteerde en de tusse<strong>nl</strong>iggende blaadjes blanco liet. Later gebruikte hij<br />
dan alsnog de open gebleven ruimte. Als hij dan geen datum noteerde,<br />
worden dateringen onzeker. Bij langere gedichten beschreef hij meestal<br />
de opeenvolgende rechterbladzijden, tot hij stuitte op een rechterblad<br />
waar hij al eerder iets geschreven had; dan werkte hij op de leeggebleven<br />
linkerblaadjes terug. De totstandkoming van dergelijke gedichten is<br />
dan alleen nog (voor een <strong>deel</strong>) te reconstrueren als de schrijfstof regelmatig<br />
wisselt.<br />
1.9 Afkortingen en verwijzingen<br />
In de editie wordt kortheidshalve een aantal verwijzingen gebruikt.<br />
I. Naar gedichten in het tekst<strong>deel</strong> kan in <strong>deel</strong> z verwezen worden door<br />
het nummer dat de gedichten hebben gekregen; zie hiervoor verder de<br />
verantwoording van de leestekst, 5 2.3.<br />
2. Naar de Lijst van voorpublikaties, waar de chronologisch gerangschikte<br />
tijdschriftbijdragen een nummer hebben gekregen, wordt verwezen<br />
met het corresponderende cijfer tussen twee schuine streepjes<br />
(`slashes' of Duitse komma's). Bijvoorbeeld: /i 9/ verwijst naar de<br />
beschrijving van de voorpublikatie in Elsevier's geïllustreerd maandschrift<br />
van april 1921.<br />
3. Verwijzing naar de Bronne<strong>nl</strong>ijst geschiedt door vermelding van het<br />
H-nummer dat de documenten daar gekregen hebben. Bijvoorbeeld<br />
H-69 verwijst naar de beschrijving van het manuscript met een netversie<br />
van het gedicht `Een vrucht, die valt'.<br />
Wanneer naar een gedicht verwezen wordt door het citeren van de<br />
beginregel (slechts een klein aantal gedichten heeft een titel), worden<br />
enkele aanhalingstekens gebruikt. Eventuele leestekens aan begin of<br />
einde van de regel worden daarbij weggelaten, met uitzondering van<br />
een vraagteken of uitroepteken.<br />
In aangehaalde titels van zelfstandige werken worden kapitalen<br />
gebruikt zoals in de moderne titelbeschrijving gebruikelijk is. In manuscripten<br />
en publikaties wisselt het gebruik van kapitalen nogal eens (De<br />
Modderen Man, De modderen Man et cetera); alleen in bijvoorbeeld letterlijke<br />
briefcitaten wordt dergelijk hoofdlettergebruik overgenomen.<br />
Men zij erop bedacht dat naar het i<strong>nl</strong>eidende gedicht bij De modderen<br />
man op twee manieren verwezen kan worden : met Het menschelijk brood<br />
(dus cursief) wanneer het de zelfstandige uitgave van het gedicht<br />
betreft, en met `Het menschelijk brood' (tussen aanhalingstekens) wanneer<br />
het gaat om de tekst van het gedicht.<br />
Naar publikaties uit de Bibliografie van literatuur over Wiekslag om<br />
de kim en van secundaire literatuur wordt met een verkorte titel verwezen;<br />
de afkorting VIS verwijst naar het Verzameld werk (1947-<br />
1950).<br />
I2 VERANTWOORDING
z . r o Enkele gebruikte termen<br />
Een van de specifieke aspecten van Wiekslag om de kim is de geleding<br />
die Van de Woestijne eraan gaf. Om terminologische verwarring bij<br />
het benoemen van onderdelen te voorkomen, geef ik hier aan in welke<br />
betekenis enkele belangrijke termen gebruikt worden.<br />
– Het drieluik bestaat uit drie delen: De modderen man, God aan fee en<br />
Het berg-meer. Het zijn drie betrekkelijk zelfstandige, compositorische<br />
hoofdeenheden. Ook in de eerste opzet van Het licht der kimmen zijn<br />
delen te onderscheiden : Het leven van den dichter, Het boek Franciscus, De<br />
heilige mis, De acht zaligheden. `Het menschelijk brood' maakt onder<strong>deel</strong><br />
uit van het definitieve drieluik maar het is geen <strong>deel</strong> in de gegeven betekenis,<br />
geen `luik' : het is i<strong>nl</strong>eidend gedicht bij het eerste <strong>deel</strong>, De modderen<br />
man.<br />
– Alle delen van Wiekslag om de kim bestaan uit afdelingen: kleinere,<br />
door nummering en/of titels afgebakende clusters van gedichten. De<br />
modderen man bestaat uit drie afdelingen die romeins genummerd zijn;<br />
God aan fee bestaat uit vijf afdelingen die behalve een romeins nummer<br />
ook een titel hebben : `De heete asch', `De schurftige danser' et cetera.<br />
Ook niet-gerealiseerde delen kunnen uiteraard in afdelingen ver<strong>deel</strong>d<br />
zijn .<br />
– Sommige afdelingen hebben onderafdelingen : een verdeling van de<br />
afdeling in kleinere clusters van gedichten, telkens genummerd met<br />
arabische cijfers. Dit komt voor in afdeling II van God aan fee en in de<br />
afdelingen I en r II van Het berg-meer.<br />
De termen <strong>deel</strong>, afdeling en onderafdeling worden dus gehanteerd<br />
als benaming voor de door Van de Woestijne onderscheiden eenheden<br />
van de compositie. Enkele andere termen die regelmatig voorkomen,<br />
zijn:<br />
– Reeks. Een reeks bestaat uit een aantal gedichten die een onderlinge<br />
samenhang vertonen, of waarvan die samenhang duidelijk gesuggereerd<br />
wordt, bijvoorbeeld door een overkoepelende titel. Afdelingen<br />
bestaan dus uit reeksen van gedichten, en een tijdschriftbijdrage van<br />
vijf verzen onder de gezame<strong>nl</strong>ijke titel `Tenebrae' kan ook als reeks<br />
beschouwd worden. Wanneer de tijdschriftbijdrage echter de neutrale<br />
titel `Verzen' draagt, is de benaming `reeks' minder voor de hand<br />
liggend.<br />
– Groep is een betrekkelijk willekeurige verzameling gedichten. De<br />
samenbindende factor kan variëren: de gedichten kunnen gezame<strong>nl</strong>ijk<br />
in een tijdschrift zijn verschenen, in een lijstje zijn opgesomd, uit een<br />
groter geheel geselecteerd zijn, dezelfde overkoepelende titel dragen, et<br />
cetera.<br />
13 VERANTWOORDING
2 DEEL I : LEESTEKST<br />
Deel I van de editie bevat de leestekst van Wiekslag om de kim in de<br />
laatste door Van de Woestijne samengestelde versie. Na de tekst van<br />
het drieluik volgt een Appendix met de gedichten die niet in de bundels<br />
werden opgenomen maar die wel een rol hebben gespeeld in de<br />
ontstaansgeschiedenis. Ten aanzien van de keuze van de basistekst en<br />
de tekstconstitutie moesten voor het Appendix enkele afwijkende<br />
beslissingen worden genomen.<br />
2.I.I De basistekst van Wiekslag om de kim<br />
Tijdens het leven van Van de Woestijne verschenen De modderen man<br />
(i 9 2o), God aan fee (i 926) en Het berg-meer (i928) slechts eenmaal als<br />
afzonderlijke dichtbundels. Er zijn geen herdrukken en een integrale<br />
uitgave van de gehele trilogie heeft de dichter niet beleefd. De drie eerste<br />
drukken van de bundels vormen te zamen dus de meest `definitieve'<br />
versie van de trilogie, en zijn daarom gebruikt als basistekst.<br />
Als basistekst van `Het menschelijk brood', het i<strong>nl</strong>eidende gedicht<br />
bij De modderen man, is eveneens de enige zelfstandige uitgave tijdens<br />
het leven van Van de Woestijne genomen : de uitgave in de reeks To<br />
the Happy Few van A.A.M. Stols in i926. Het gedicht was eerder in<br />
zijn geheel verschenen in De gids van december 1925 /2 9/; de opzet van<br />
die tijdschriftbijdrage laat echter zien dat Van de Woestijne op dat<br />
moment nog niet de definitieve compositie van het drieluik had<br />
bereikt, en de titel van het gedicht ontbreekt. Daarentegen wordt de<br />
Happy Few-uitgave in de colofons van God aan fee en Het berg-meer uitdrukkelijk<br />
genoemd als behorend tot de trilogie.<br />
Ter gelegenheid van Van de Woestijnes vijftigste verjaardag op<br />
zo maart 1928, werd een bloemlezing uit zijn lyrische poëzie gemaakt,<br />
Gedichten van Karel van de Koest jne, samengesteld door Jan Greshoff,<br />
uitgegeven door Joh. Enschedé en Zn. en typografisch verzorgd door<br />
Jan van Krimpen. Hierin zijn onder meer gedichten opgenomen uit De<br />
modderen man en God aan zee. I 9 Omdat de Wiekslag-gedichten in de gelegenheidsbundel<br />
buiten hun compositorisch verband gepubliceerd werden,<br />
is voor de basistekst van de betreffende gedichten geen uitzondering<br />
gemaakt en is vastgehouden aan de versie van de oorspronkelijke<br />
bundels.<br />
'9 De bloemlezing g is bovendien van belang g omdat ze g gedichten bevat uit Het berg-g<br />
-<br />
meer, onder vernoeming g van die titel, ^ terwijl de bundel nog g niet verschenen was.<br />
I 4<br />
VERANTWOORDING
2. z . z Autorisatie van de basistekst van Wiekslag om de kim<br />
De bundels die als basistekst gebruikt zijn, kunnen zonder twijfel<br />
geautoriseerd worden genoemd. Z° Van de Woestijne was altijd buitengewoon<br />
gespitst op de verzorging van zijn bundels, zowel in typografisch<br />
als in tekstueel opzicht. Uit de correspondentie met uitgever<br />
C.A.J. van Dishoeck blijkt dat hij proeven én revisies zelf corrigeerde,<br />
en ook bij de Wiekslag-bundels is die betrokkenheid tot op grote<br />
hoogte aantoonbaar. (Dit wil niet zeggen dat Van de Woestijne altijd<br />
accuraat corrigeerde. Met name de drie opeenvolgende drukproeven<br />
van God aan fee (H-7 8) laten zien dat hij bij wijlen inconsequent en<br />
inconsistent was, wat voor de beoordeling van varianten en zetfouten<br />
problemen kan geven. Zie ook § 2_1.3.)<br />
Voor De modderen man leverde Van de Woestijne zelf de kopij, die<br />
bestond uit een typoscript dat hij vermoedelijk zelf vervaardigde en<br />
zeker corrigeerde (H-4o). Bovendien is een <strong>deel</strong> van een door hemzelf<br />
gecorrigeerde drukproef bewaard gebleven (H-5 5). Het ligt voor de<br />
hand dat hij ook het ontbrekende ge<strong>deel</strong>te heeft gecorrigeerd. 21 Autorisatie<br />
van de bundel blijkt verder uit het feit dat hij de gehele oplage<br />
signeerde.<br />
De beide andere delen en Het men.rchelijk brood verschenen bij A.A.M.<br />
Stols. De uitgever ontving daarvoor van de dichter steeds een nethandschrift<br />
op luxe papier ten geschenke, maar gezien de smetteloze<br />
staat van deze manuscripten (H-76, H-77 en H-1 o z) moeten andere als<br />
kopij hebben gediend, ondanks de status van de netmanuscripten : zij<br />
golden als de `definitieve' tekst en met hun toezending had Van de<br />
Woestijne contractueel aan zijn kopijverplichting jegens de uitgever<br />
voldaan. Van God aan fee en Het men.rchelijk brood zijn de manuscripten<br />
die de facto als kopij dienst hebben gedaan, niet overgeleverd. Het is<br />
mogelijk dat Stols een afschrift maakte dat naar de zetterij ging, maar<br />
op grond van de gang van zaken bij Het berg-meer lijkt het waarschijn-<br />
2° Ik sluit mij aan bij de opvatting p g van autorisatie die Mathijsen l ggeeft Naar de letter,<br />
p. p I a o . Zij beschouwt als geautoriseerd: g `alle manuscripten p entyposcripten en com-<br />
uteruitdraaien nvan een werk die de auteur zelf vervaardigd g heeft of die in zijn 1<br />
opdracht p gemaakt g werden'; ^ en `alle drukken waarvan de schrijver de vervaardiging gg<br />
g gewenst of toegestaan g heeft, ^ mits hij zelf de vorm beinvloed heeft door óf de leveringan<br />
g kopij, p l^ óf door een vroegere g tekstvorm te herzien (bijvoorbeeld 1 door een<br />
l-<br />
gecorrigeerdelegger er te leveren, drukproeven p te corrigeren g of het drukproces p voor<br />
perscorrecties te onderbreken) of te laten herzien in zijn 1 opdracht.' p<br />
21 Niet alleen Van de Woestijnes gewoo<strong>nl</strong>ijke g 1 betrokkenheid bij de produktie p van<br />
zijn werk pleit p hiervoor; in een brief aan André de Ridder, ^P participant P in uitgeverij g ?<br />
Het Roode Zeil waar De modderen man zou verschijnen, l ^ schreef Van de Woestijne op<br />
i 3 mei r zo 9 : 'En wanneer krijg lgik nu het tweede <strong>deel</strong> der drukproef? 't Wordt,<br />
dunkt me, tijd, daar een einde meê te maken. Vindti' g niet?'<br />
Ij<br />
VERANTWOORDING
lijker dat Van de Woestijne dat zelf heeft gedaan: van die bundel bleef<br />
namelijk behalve het genoemde netmanuscript ook een <strong>deel</strong> van de<br />
door Van de Woestijne zelf geschreven kopij bewaard: H-io2. In notities<br />
op drukproeven voor die bundel werd bovendien tot tweemaal<br />
over de `rest der copie' gesproken, wat bewijst dat het netmanuscript<br />
en het kopijmanuscript niet hetzelfde waren. Verder blijkt uit een<br />
datumstempel op een ge<strong>deel</strong>telijke drukproef (H-ioo) dat men al met<br />
het zetten van de bundel begonnen was (op 24 januari 1928) voordat<br />
het netmanuscript voltooid was (op 29 februari 1928).<br />
De enige uitgave bij Stols waarvan geen gecorrigeerde proeven zijn<br />
overgeleverd, is Het men.cchelijk brood: alleen een niet-gecorrigeerde<br />
proef bleef bewaard (H-8i). Door het netmanuscript staat de autorisatie<br />
echter vast. Daarnaast signeerde Van de Woestijne, net als bij De<br />
modderen man, de gehele oplage.<br />
Van God aan fee werden een proef en twee volgende revisies, alle<br />
door Van de Woestijne gecorrigeerd, bij elkaar in een halflederen band<br />
gebonden (1-1-78). Samen met de drukproef van de bundel die Stols<br />
gebruikte om Van de Woestijnes correcties over te nemen en de typografie<br />
bij te vijzelen (H-79), is de totstandkoming van God aan zee zeer<br />
goed gedocumenteerd. Ook van Het berg-meer zijn enkele, incomplete<br />
maar door Van de Woestijne gecorrigeerde proeven bewaard (H-99,<br />
H-1 o3 en H-io5), wat zijn betrokkenheid bij de totstandkoming van de<br />
bundel afdoende bewijst.<br />
2.z.3 Tekstingrepen in de basistekst van Wiekslag om de kim<br />
In de drie bundels komen – zoals in elk boek –zetfouten voor. Wat<br />
onder `zetfout' verstaan moet worden, is evenwel niet gemakkelijk te<br />
bepalen. Uiteraard geldt een lezing die op geen enkele manier een zinnige<br />
lezing oplevert, als zetfout. Verschillen tussen kopij en bundel, of<br />
zelfs tussen een laatste (overgeleverde) proef en de gepubliceerde tekst,<br />
worden als varianten beschouwd zolang sprake is van een zinnige<br />
lezing. Van de Woestijne was namelijk niet altijd even accuraat. Het<br />
kwam voor dat hij wijzigingen in een proef aanbracht die niet werden<br />
doorgevoerd door de zetter. Als de dichter dat in de revisie liet passeren,<br />
worden de wijziging én het vervolgens accepteren van de oude<br />
lezing als varianten beschouwd. Zulke inconsistenties, alsook inconsequenties<br />
in spelling en interpunctie, blijven in de leestekst gehandhaafd<br />
: ze behoren tot Van de Woestijnes eigen omgang met zijn werk.<br />
Er zijn enkele gevallen waarin Van de Woestijne onmiskenbare zetfouten<br />
meerdere malen over het hoofd zag, of wijzigingen aanbracht<br />
op de proef die moeilijk verklaarbaar zijn. Een voorbeeld van het laatste<br />
is een wijziging in `Er is geen tijd. Wat gistren was' [Gz37]. Deze<br />
juiste versie van de eerste versregel komt voor in de eerste drukproef<br />
en werd door Van de Woestijne begrijpelijkerwijze onveranderd gela-<br />
16 VERANTWOORDING
ten. In de revisie wijzigde hij echter eigenhandig en duidelijk leesbaar<br />
`was' in `las', waardoor een niet-zinnige lezing ontstond, die bovendien<br />
niet uit vroegere versies van het gedicht verklaarbaar is. In de<br />
laatste proef heeft hij deze lezing gehandhaafd, zodat die ook in de<br />
basistekst (de bundel God aan fee) bleef staan. Een ingreep leek hier<br />
noodzakelijk.<br />
Enkele algemene ingrepen zijn:<br />
– Het beletselteken is met drie puntjes weergegeven.<br />
– Aanhalingstekens die directe rede aangeven, zijn met enkele aanhalingstekens<br />
weergegeven.<br />
– De typografie is geuniformeerd; zie verder § 2.4.<br />
Bij het variantenapparaat van de gebundelde gedichten worden per<br />
gedicht de verbeterde zetfouten aan het slot verantwoord. Andere bijzonderheden<br />
in de basistekst die van belang waren voor de constitutie<br />
van de leestekst worden in een commentaarnoot verantwoord.<br />
2.2. r Appendix : welke gedichten?<br />
Tot de ontstaansgeschiedenis van Wiekslag om de kim behoren ook<br />
gedichten die buiten de definitieve samenstelling vielen. Zo bevat God<br />
aan fee een afdeling `Verzoeking van God'. Dezelfde titel plaatste Van<br />
de Woestijne boven een voorpublikatie in Elrevier'.r geillustreerd maandschrift<br />
van april r 92 z /19/. In de bundel werd het slotgedicht van de<br />
tijdschriftbijdrage, "k Zwelg in versterven, ik die van het heetst begeeren',<br />
niet opgenomen; omdat de groep `Verzoeking van God' in het<br />
tijdschrift een stadium in het wordingsproces van de trilogie vertegenwoordigt,<br />
is het gesupprimeerde gedicht in het Appendix van het<br />
tekst<strong>deel</strong> opgenomen. Het kwam ook voor dat Van de Woestijne een<br />
voorlopige inhoudsopgave maakte van een voorgenomen groep of<br />
bundel die verband hield met het drieluik. Gedichten die op dergelijke<br />
lijsten voorkomen en niet in de eindversie van Wiekslag om de kim<br />
gehandhaafd bleven, staan in het Appendix. 22 Verder zijn gedichten<br />
opgenomen die sterk afwijkende versies zijn van enkele gedichten die<br />
in het variantenapparaat van de bundels voorkomen. Die afwijkende<br />
versies behoren tot de tekstgeschiedenis van de gedichten.<br />
De meeste gedichten in het Appendix zijn ongebundeld gebleven.<br />
Alleen `Gij zijt altijd de Naakte en de Verzaakte' [Ai d] en `Zóó, als<br />
aan 't stellig stooten van 't getouw' [A2 3] werden in 1 9 26 in Het zatte<br />
hart opgenomen.<br />
22<br />
Dit is uiteraard r alleen a mogelijk o als l a de s gedichten e g e geschreven g én overgeleverd g zijn. 1<br />
Het komt<br />
voor v o dat Van de Woestijne W l gedichten g opsomt P die niet verweze<strong>nl</strong>ijkt were<br />
n of f wat –verloren ml minder e waa waarschij<strong>nl</strong>ijk<br />
1 nh in k is n. lgingen.P-<br />
Vergelijk ee d`inh u o os<br />
gave'v a vanee een a afdeling g 'Het Het berg-meer' e g in de gelijknamige g 1 g bundel (zie 7 .2 van de<br />
Ontstaansgeschiedenis): alleen het eerste van de drie gedichten werd voor zover<br />
bk eend eschreven. g<br />
17 VERANTWOORDING
2.2.2 De basistekst van het Appendix<br />
Als basistekst van de gedichten in het Appendix is gekozen voor de<br />
versie van de gedichten die een rol heeft gespeeld in de ontstaansgeschiedenis<br />
van Wiekslag om de kim. In de praktijk betekent dat meestal:<br />
de eerste tijdschriftpublikatie van het gedicht die met de trilogie in verband<br />
staat. Ook de volgorde van de gedichten in het Appendix is<br />
gebaseerd op het moment dat ze in de wordingsgeschiedenis van het<br />
drieluik voor het eerst voorkwamen.<br />
2.2.3 Ingrepen in de basistekst van het Appendix<br />
Zetfouten in de basistekst van het Appendix zijn volgens het hiervoor<br />
genoemde criterium in de leestekst verbeterd. Verder werden dezelfde<br />
categorische ingrepen toegepast : het beletselteken is drie puntjes, aanhalingstekens<br />
zijn steeds enkel, en de typografie is geuniformeerd.<br />
Omdat van de gedichten in het Appendix geen variantenapparaat is<br />
opgenomen, volgt hieronder een volledige lijst met ingrepen. Het<br />
teken < moet gelezen worden als : `was oorspronkelijk'. Vóor het<br />
teken staat de lezing in de leestekst, erachter de foutieve lezing in de<br />
basistekst.<br />
[AI] r. i o Gij l < 0 Gij1<br />
r. 1 7 vrouw < Vrouw<br />
r. 2 S — o vrouw < — o Vrouw<br />
A 4 r. 9 veredelende < veredele<br />
A 7 r. 3 o hij 1 < Hij1<br />
A8 r. io borst < bort<br />
A1 0 r,zon^ 3 < zon'<br />
AI 4 r. i 2 bittre < bittere<br />
[A19] 9 r. ^ S o Smadelijke < 0 smadelijke 1<br />
A20 r. 6 uw < Uw<br />
r. 1 9 is < Is<br />
A22 r. 1 3 U < u<br />
r. 2 3Heil' e< g Heilige g<br />
[A23]<br />
r. II zoo < Zoo<br />
r. 1 7lijden 7 1 < ^ lijden<br />
1<br />
r. 21 zelfs < Zelfs<br />
r. 25S<br />
de' < de de'<br />
r.2 3 gelijknis gJ < gelijkenis gJ<br />
r.1 4 liefde < liefd<br />
AZ S r. i o g gebeiteld < gebijteld g 1<br />
2.3 Nummering van de gedichten<br />
In <strong>deel</strong> I zijn de gedichten voorzien van een nummer, voorafgegaan<br />
door een sprekende sigle die aangeeft uit welke bundel het gedicht<br />
afkomstig is. Deze nummering is tussen teksthaken geplaatst. Het<br />
IS VERANTWOORDING
gedicht `Het menschelijk brood' is eenvoudigweg met [MB] aangeduid;<br />
De modderen man wordt afgekort tot MM, God aan fee tot GZ en Het bergmeer<br />
tot sm. In <strong>deel</strong> z van de editie worden deze nummers gebruikt om<br />
naar de leestekst te verwijzen. Zo verwijst [GzI] naar het eerste<br />
gedicht van God aan fee, `Doop van den bedelaar'.<br />
2.4 Typografie<br />
De oorspronkelijke bundels verschenen in weelderige, luxueuze uitgaven.<br />
In de leestekst is de typografie versoberd en geuniformeerd.<br />
– Voor titels en incipits die in de basistekst in (klein)kapitaal gezet zijn,<br />
wordt de normale tekstletter gebruikt, met kapitalen waar ze volgens<br />
de spelling verwacht mogen worden of blijkens de bronnen door Van<br />
de Woestijne bedoeld zijn.<br />
– De grote, gekleurde initialen waarmee de gedichten in de basistekst<br />
beginnen, zijn vervangen door gewone kapitalen.<br />
– Wanneer een nieuwe zin in het gedicht begon met de exclamatie `o'<br />
of met geapostrofeerde vormen als "t' of "k', gebruikte Van de<br />
Woestijne pas voor het daarop volgende woord een majuskel c.q. kapitaal.<br />
Dit is in de leestekst overgenomen. Dus : "k Ben hier geweest, 'k<br />
ben daar geweest' [Gz 23], `o Ziek, onzeker en onzuiver' [MM r 8] en<br />
zelfs `o 'k Weet dat ik, onttogen aan 't orkaan' [Gz r S].<br />
– Door middel van consequent gebruik van lettersoort en plaats van<br />
de nummering en de titels van (onder)afdelingen, is getracht de hiërarchie<br />
en geleding inzichtelijk te maken. Daarbij zijn, in navolging<br />
van de basisteksten van God aan fee en Het berg-meer, de grote i<strong>nl</strong>eidende<br />
en afsluitende gedichten cursief gezet : `Doop van den bedelaar',<br />
`Uitvaart van den bedelaar', `De blind-geborene' en `De blind-gewordene'.<br />
Dienovereenkomstig is `Het menschelijk brood' eveneens<br />
cursief gezet.<br />
– Titels van gedichten, in de Stols-uitgaven op afzonderlijke pagina's<br />
gedrukt, zijn in de leestekst in kleinkapitaal gezet boven de tekst van<br />
het gedicht.<br />
– Motto's en opdrachten bij gedichten zijn cursief gezet, tegen de<br />
rechtermarge boven het gedicht. Dezelfde oplossing is gekozen voor<br />
het opschrift van de cyclus `Op den dood van Jean Moréas'. Het<br />
motto dat voor de gehele bundel De modderen man geldt, is echter op<br />
een aparte pagina gedrukt.<br />
– Aan de leestekst is in verband met de verwijzingen in apparaat en<br />
commentaar een regelnummering toegevoegd.<br />
– Bij `Het menschelijk brood' is ervoor gekozen het tweede ge<strong>deel</strong>te<br />
van het gedicht (vanaf r. 8 9) op een nieuwe pagina te laten beginnen,<br />
zoals in de basistekst ook is gebeurd. De regelnummering loopt echter<br />
door.<br />
I 9<br />
VERANTWOORDING
3 DEEL 2: DE COMMENTAAR<br />
De commentaar bestaat uit twee beschouwingen : de Ontstaansgeschiedenis<br />
van het drieluik, de tweede is de Drukgeschiedenis van de bundels.<br />
3.1 Ontstaansgeschiedenis<br />
Voor zover is na te gaan, maakte Van de Woestijne in 1 9 11 de eerste<br />
plannen voor een breed opgezette dichterlijke compositie. De realisering<br />
ervan, met als resultaat Wiekslag om de kim, kostte zeventien jaar.<br />
Het overgeleverde ontstaansmateriaal bevat uitee<strong>nl</strong>opende soorten<br />
bronnen : schema's op papier, lijstjes van gedichten, voorpublikaties<br />
met uitee<strong>nl</strong>opende groepstitels, drukproeven, correspondentie, aankondigingen<br />
van uitgaven et cetera. Om de disparate gegevens samenhangend<br />
te presenteren, is een loutere opsomming van de bronnen en<br />
transcriptie van manuscripten niet voldoende. De relaties tussen de<br />
bronnen komen beter tot hun recht in een betoog, waarin alternatieve<br />
oplossingen van problemen en onzekerheden over de feitelijke reconstructie<br />
kunnen worden toegelicht.<br />
Een tweede oogmerk van dit ge<strong>deel</strong>te van de commentaar is het verkrijgen<br />
van inzicht in Van de Woestijnes werkwijze op macrostructureel<br />
niveau. De diversiteit en de omvang van het materiaal bieden<br />
gelegenheid het componeerproces tot in details te volgen. Van de<br />
Woestijne ontwierp, wijzigde ontwerpen, inventariseerde gedichten in<br />
portefeuille, ordende reeksen en bedacht titels voor voorpublikaties.<br />
Aan al deze beslissingen en verschuivingen liggen ordeningsprincipes<br />
van de dichter ten grondslag waarvan enkele hoofdlijnen zich uit het<br />
materiaal laten afleiden. Ook voor de verslaglegging van de bevindingen<br />
op dit terrein is een betoog de meest geschikte vorm.<br />
Bij de presentatie van en toelichting op de ontstaansgeschiedenis<br />
wordt enigszins afgeweken van de strikte zakelijkheid die in historischkritische<br />
edities gebruikelijk is. Maar terwijl het enerzijds minder<br />
inzichtgevend zou zijn te volstaan met een loutere opsomming van<br />
aangetroffen gegevens en het betoog achterwege te laten, is het anderzijds<br />
niet reëel te menen dat het leggen van verbanden tussen de gegevens<br />
even `objectief' kan zijn als die gegevens zelf. De inbreng van de<br />
onderzoeker is onvermijdelijk en onmiskenbaar. De specifieke problemen<br />
die daarmee samenhangen en de grenzen die binnen deze editie<br />
moeten worden gesteld, worden besproken in een aparte i<strong>nl</strong>eiding bij<br />
dit onder<strong>deel</strong> van de commentaar.<br />
3 .2 Drukgeschiedenis<br />
In de Drukgeschiedenis wordt de materiële totstandkoming van de<br />
zelfstandige uitgaven die te zamen Wiekslag om de kim vormen,<br />
beschreven.<br />
20 VERANTWOORDING
De volgorde waarin de uitgaven verschenen wijkt af van de volgorde<br />
die ze in de compositie innemen. Wiekslag om de kim opent met<br />
`Het menschelijk brood' maar de basistekst daarvan, de uitgave uit<br />
1926 door A.A.M. Stols, verscheen zes jaar na De modderen man, de<br />
bundel die in het drieluik op het gedicht volgt. Bovendien is de drukgeschiedenis<br />
van Het menschelijk brood voor een <strong>deel</strong> verweven met die<br />
van God aan fee: er werd tegelijk over onderhandeld met uitgever<br />
Stols. Deze discrepantie tussen de ordening van de compositie en de<br />
chronologie van verschijnen maakt het minder gewenst de drukgeschiedenis<br />
per bundel in het Variantenapparaat in te lassen op de plaatsen<br />
waar een nieuwe bundel begint, zoals in de historisch-kritische<br />
Bloem-editie is gebeurd. Een bijkomende moeilijkheid is de totstandkoming<br />
van de bloemlezing uit Van de Woestijnes lyriek die verscheen<br />
ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag op io maart 192.8. Hierin<br />
werden gedichten uit reeds verschenen bundels opgenomen, maar ook<br />
gedichten die pas later in dat jaar in Het berg-meer gebundeld zouden<br />
worden. De bloemlezing heeft voor die gedichten als voorpublikatie<br />
gediend, maar de gegevens over de totstandkoming van de uitgave<br />
passen beter in de Drukgeschiedenis dan bijvoorbeeld in een toelichting<br />
in de Lijst van voorpublikaties. De totstandkoming van de bloemlezing<br />
zou echter geen logische plaats kunnen krijgen als de drukgeschiedenissen<br />
telkens tussen de gedichten van het Variantenapparaat<br />
geplaatst worden. De drukgeschiedenissen van de verschillende uitgaven<br />
worden dus als apart, samenhangend onder<strong>deel</strong> van de editie aangeboden.<br />
23<br />
3.3<br />
Gebruikte secundaire bronnen<br />
De bronnen die zijn opgenomen in de Bronne<strong>nl</strong>ijst, de Lijst van voorpublikaties<br />
en de Bibliografie van primaire literatuur, <strong>deel</strong> A, vormen<br />
het primaire ontstaansmateriaal van Wiekslag om de kim. Daarnaast is<br />
uiteraard een beroep gedaan op secundaire bronnen.<br />
Citaten uit zelfstandig verschenen werken van Van de Woestijne zijn<br />
afkomstig uit de oorspronkelijke uitgaven; bij de verwijzingen is<br />
tevens vermeld waar de passage in het Verzameld werk te vinden is.<br />
Voor ongebundeld werk (bijvoorbeeld kritisch of journalistiek proza)<br />
is met het oog op de bereikbaarheid waar mogelijk het Verzameld werk<br />
gebruikt. Naar de nog lopende uitgave van het Verzameld journalistiek<br />
werk is alleen verwezen als de betreffende passage niet in het Verzameld<br />
werk voorkomt. ^4<br />
^ 3 In de historisch-kritische Nijhoff-editie werd een vergelijkbare g 1 oplossing p ggekozen,<br />
zij het dat daarin de voorpublikaties P en de drukgeschiedenis g van de bundels gecombi-<br />
neerd zijn, 1^ wat hier niet gebeurt. g<br />
^4 Een steekproef P heeft uitgewezen g dat het als 'diplomatische P editie' bedoelde Ve- r a<br />
meldjournalistiek J k werk ^<br />
talrijke afwijkingen 1 g van de oorspronkelijke p 1 teksten bevat.<br />
2I VERANTWOORDING
Verder werd gebruikgemaakt van correspondenties en documenten<br />
van Van de Woestijne zelf en van anderen. In principe wordt in de editie<br />
bij aangehaalde brieven en documenten in een noot vermeld waar<br />
ze berusten. Enkele correspondenties en archieven worden echter zo<br />
veelvuldig aangehaald dat de vindplaats niet telkens vermeld wordt.<br />
Het gaat om de volgende<br />
I. Brieven van Karel van de Woestijne aan zijn uitgever C.A.J. van<br />
Dishoeck. Vindplaats : Letterkundig Museum en Documentatiecentrum<br />
Den Haag (NLMD), sign. w 803/s.<br />
2. Brieven van Karel van de Woestijne aan Herman Robbers, redacteur<br />
van Elrevier'.r geillustreerd maandschrift. Vindplaats : Universiteitsbibliotheek<br />
Leiden, sign. LTK 1891.<br />
3. I<strong>nl</strong>oopboeken van De gids. Vindplaats : Universiteitsbibliotheek<br />
Leiden, sign. LTK I 888/c (periode januari 19oz tot 5 augustus 1917) en<br />
LTK 1888/D (periode 15 augustus 1917 tot 19 mei 193o).<br />
4. Brieven uit het Gids-archief. Vindplaats : Universiteitsbibliotheek<br />
Leiden, sign. LTK 1888, verder in jaaromslagen geordend, daarbinnen<br />
chronologisch.<br />
Van de overige bewaarde brieven van Karel van de Woestijne<br />
bevindt het meren<strong>deel</strong> zich in het AMVC; sign. w 80 3/B, alfabetisch op<br />
adreslaat in omslagen geordend, daarbinnen chronologisch. Alleen bij<br />
brieven die elders zijn ondergebracht (behoudens de zojuist onder 1-4<br />
genoemde), wordt de bewaarplaats verantwoord.<br />
De brieven van Van de Woestijne aan zijn vriend Firmin van Hecke<br />
konden niet geraadpleegd worden (afgezien van een copie van éen<br />
brief in het AMVC). De huidige verblijfplaats van de originelen is weliswaar<br />
bekend, maar de documenten waren bij het afsluiten van de kopij<br />
nog niet beschikbaar voor onderzoek.<br />
3.4.1 Transcriptie van primaire documenten<br />
In de commentaar – met name in de Ontstaansgeschiedenis –worden<br />
enkele manuscripten getranscribeerd : schema's voor de bouw van het<br />
drieluik of onderdelen ervan, lijstjes, aantekeningen op manuscripten<br />
en in carnets et cetera. Wanneer de wijzigingen die Van de Woestijne<br />
daarin aanbracht beperkt bleven tot lokale toevoegingen of correcties,<br />
is het document in éen transcriptie weergegeven. Bij complexe bronnen<br />
met meerdere schrijflagen, ingrijpende wijzigingen en onzekerheden<br />
over de toedracht, worden de documenten per schrijflaag<br />
getranscribeerd en becommentarieerd.<br />
In de transcripties wordt getracht de schikking van de tekst op het<br />
manuscript over te nemen : inspringing, regelverdeling, bijzondere<br />
notatie als bijvoorbeeld superscript (n°), accolades, reeksen puntjes en<br />
dergelijke. Onderstrepingen worden door cursief weergegeven, meerdere<br />
malen onderstreepte tekst in klein-kapitaal.<br />
De volgende diakritische tekens zijn gebruikt:<br />
22 VERANTWOORDING
Dezetekencombinatie e omsluit doorgehaalde g tekst.<br />
Voorbeeld. : < - 3. 3 De Kimmen > betekent dat Van de Woestijne de<br />
` 3. De Kimmen' doorhaalde.<br />
< > Deze e tekencombinatie e omsluit toegevoegde tekst.<br />
Voorbeeld: r : < gloeiende g e > betekent dat Van de Woes t i 1n e de teksts<br />
t<br />
'gloeiende' in een later stadium heeft toegevoeg. d<br />
< -+ > > Deze tekencombinatie omsluit tekst die door nieuwe tekst ss overschreven.<br />
Achter de pijl l staan s de letters die door de letterss voor de pijl 1<br />
is heeneschreven g werden. De tweede scherpe p haak naar rechts staat<br />
daar waar de ingreep g eindigt. g<br />
Voorbeeld : blind-ge g < boren -> word > ene > betekent dat Van de<br />
Woestijne 1 aanvankelijk ` blind- geboren' schreef, maar vanaf de letter<br />
`b' hernam om er 'blind-gewordene' g van te maken. De letters `word'<br />
. werden daarbij over `boren' heen geschreven. g<br />
< -3 » Hetrinci p e pvan deze tekencombinatie is hetzelfde als dat van de<br />
vorige. g Er is opnieuw p sprake P van een dooreenschrijving, 1 g ^ bij l de<br />
herneming g volgde g na de overschreven letters geen g tekst meer.<br />
Voorbeeld:e blind-ge< g r-^ bo ord» w ene e betekent dat Van a e de W oes<br />
-<br />
tine l eerst 'blind-geborene' g schreef (dus in tegenstelling g g tot het vorige g<br />
voorbeeld voluit),en later over de letters `bor' de letters `word'<br />
schreef. De drie slotletters blijven onaangeroerd. g<br />
3.4.2<br />
Tran.rcrijitie van brieven, contracten en dergelijke<br />
Documenten die niet tot het primaire ontstaansmateriaal van het drieluik<br />
behoren, zoals brieven en contracten – zowel van Van de Woestijne<br />
zelf als van anderen –worden geciteerd naar de definitieve lezing<br />
van de tekst; varianten zijn dus niet opgenomen. Vrijwel altijd gaat het<br />
om verschrijvingen of zogenaamde `Sofortkorrekturen'. Grammaticale<br />
of orthografische fouten van de schrijver worden overgenomen; wanneer<br />
ze tot misverstand kunnen leiden wordt in een noot de bedoelde<br />
lezing gegeven. Wanneer titels van zelfstandige werken in het manuscript<br />
niet werden gemarkeerd door onderstreping of aanhalingstekens,<br />
worden ze ook in de transcriptie romein gezet. Onderstreepte tekst is<br />
consequent cursief afgedrukt, meerdere malen onderstreepte tekst en in<br />
kapitalen getypte tekst is in klein-kapitaal gezet. Aanhalingstekens<br />
worden consequent met enkele aanhalingstekens weergegeven, tenzij<br />
binnen aanhalingstekens opnieuw aanhalingstekens gebruikt worden:<br />
dan worden dubbele aanhalingstekens gebruikt.<br />
Noodzakelijk geachte toevoegingen in de tekst staan altijd tussen<br />
teksthaken, herkenbaar als afkomstig van de editeur. Weggelaten passages<br />
worden naar gewoonte weergegeven met [...].<br />
Onzekere lezingen worden gevolgd door een vraagteken tussen<br />
teksthaken, geheel cursief: [?]. O<strong>nl</strong>eesbare ge<strong>deel</strong>ten worden weergegeven<br />
met [xxx], waarbij het aantal x-en het geschatte aantal o<strong>nl</strong>eesbare<br />
letters weergeeft.<br />
23 VERANTWOORDING
4 DEEL 2: APPARAAT<br />
Het apparaat bestaat uit drie onderdelen : de Bronne<strong>nl</strong>ijst, de Lijst van<br />
voorpublikaties en het Variantenapparaat van de gedichten. Ze worden<br />
in deze volgorde toegelicht.<br />
4 .1 De Bronne<strong>nl</strong>ijst<br />
Alle voor de editie gebruikte primaire documentaire bronnen van de<br />
hand van Van de Woestijne zijn in de Bronne<strong>nl</strong>ijst in chronologische<br />
volgorde beschreven. Zf Ook enkele drukproeven die in verband met<br />
de reconstructie van de bundelgeschiedenis of de totstandkoming van<br />
het drieluik van belang zijn geweest maar die geen sporen van Van de<br />
Woestijnes handschrift bevatten, zijn opgenomen. Ze zijn onder<strong>deel</strong><br />
van de tekstgeschiedenis en o<strong>nl</strong>osmakelijk verweven met de overige<br />
bronnen. Bij de beschrijving is telkens vermeld wat de status van dergelijke<br />
bronnen is. 26<br />
De bronbeschrijvingen zijn in éen lijst samengebracht om een vaste<br />
plaats te hebben waar alle materiële gegevens over de bronnen te vinden<br />
zijn, zowel voor de commentaar als voor het variantenapparaat.<br />
Bovendien kan zo inzichtelijk gemaakt worden hoe bronnen zich tot<br />
elkaar verhouden. Naar de lijst wordt verwezen met een H-nummer<br />
(zie de volgende paragraaf).<br />
De beschrijving is beperkt tot die gegevens die de lezer in staat stellen<br />
het werkelijke manuscript aan de hand van de beschrijving te herkennen,<br />
én om een indruk te geven van de aard en de status van het<br />
manuscript als schakel in de reeks bronnen die de totstandkoming van<br />
een gedicht of het drieluik documenteren. 27 Hieronder worden de verschillende<br />
onderdelen van de beschrijving besproken. De beschrijvingen<br />
zijn gemaakt aan de hand van de originelen, tenzij anders vermeld.<br />
Wellicht ten overvloede wijs ik erop dat bij de beschrijving alleen<br />
die aspecten van het manuscript worden vermeld die relevant zijn voor<br />
het Wiekslag-onderzoek. Veel manuscripten, en zeker de carnets, bevatten<br />
tevens teksten van of aantekeningen voor ander werk van Van de<br />
Woestijne. Deze zijn geheel buiten beschouwing gelaten.<br />
^ 5 Zie voor het begrip g p 'documentaire bron' Mathijsen, J Naar de letter, 4 o- 47.<br />
z6 In de lijst J komen dus niet voor de zelfstandig g verschenen werken en de voor pu<br />
blikati<br />
ese inperiodieken. e D z zijng<br />
beschrevenBibliografie<br />
n in respectievelijk de van ri-<br />
maire literatuur en de Lijstvan 1 voorpublikaties. Zie voor secundaire bronnen 3.3. 33<br />
27<br />
Het meren<strong>deel</strong> van de manuscripten komt uit de collectie van het AMVC, waar met<br />
ballpoint p het inventarisnummer op de achterzijde van elke drager g is genoteerd. g Deze<br />
signatuur g is opgenomen in de beschrijving 1 g en maakt identificatie van de manu-<br />
scri p ten mogelijk. gl<br />
24. VERANTWOORDING
4.1.1 Volgorde en nummering<br />
De documentaire bronnen zijn van de sigle H voorzien en opeenvolgend<br />
genummerd. De volgorde is chronologisch, met dien verstande<br />
dat de datering in een aantal gevallen globaal is. De datering wordt<br />
verantwoord. Wanneer de datering niet precies bepaald kon worden, is<br />
voor de plaatsing in de chronologie de vroegste datum aangehouden<br />
waarover wel zekerheid bestaat. Agenda's en carnets zijn vaak een jaar<br />
of langer gebruikt; dan is de vroegste datum als referentiepunt voor<br />
plaatsing in de lijst gebruikt.<br />
4. I .2. Materiële beschrijving<br />
4.i.3 Gedichten<br />
In principe worden vermeld<br />
– typering van de drager (bijvoorbeeld blad, notitieboekje, drukproef);<br />
– aantal bladen of katernen; wanneer losse bladen mechanisch aaneengehecht<br />
zijn, is dit vermeld;<br />
– nummering van het blad of de bladen als die door Van de Woestijne<br />
is aangebracht;<br />
– opdruk op het papier als het niet blanco is (bijvoorbeeld briefpapier,<br />
gelinieerd papier);<br />
– eventueel watermerk;<br />
– afmetingen in centimeters (breedte x lengte) ;<br />
– hoe de bron beschreven is (eenzijdig, tweezijdig);<br />
– gebruikte schrijfstof.<br />
Niet altijd is een bron met deze categorieën afdoende te beschrijven;<br />
men zie bijvoorbeeld H-z, een brochure waarin produkten van `Nederlandsch-Indische<br />
kunstnijverheid en huisvlijt' worden aangeprezen, en<br />
die Van de Woestijne gebruikte om op de blanco achterzijde verscheidene<br />
notities te maken. In dergelijke gevallen wijkt de materiële<br />
beschrijving af.<br />
Een groot aantal manuscripten is door de handen gegaan van vroegere<br />
onderzoekers (P. Minderaa, M. Rutten). Zij hebben soms aantekeningen<br />
of cijfers op de manuscripten genoteerd. Paul van de Woestijne<br />
en Maurice Roelants (respectievelijk zoon en zwager van de dichter)<br />
hebben lange tijd de papieren die in bezit waren van de familie,<br />
beheerd, en ze gebruikt bij de voorbereiding van enkele uitgaven. Hun<br />
aantekeningen, vaak moeilijk te duiden of met elkaar in verband te<br />
brengen, zijn niet steeds vermeld, tenzij daaraan bij het onderzoek<br />
voor deze editie informatie ontleend is.<br />
In deze rubriek worden de nummers gegeven van de gedichten waarvan<br />
het manuscript tekst bevat. Komt het manuscript niet voor in de<br />
tekstgeschiedenis van een of meer gedichten, maar was het bijvoor-<br />
25 VERANTWOORDING
4.1.4 Datering<br />
beeld een van de bronnen die verband houden met het ontwerpen van<br />
de compositie, dan staat in deze rubriek `n.v.t.' en volgt een nadere<br />
uitleg onder `bijzonderheden'; bijvoorbeeld H-2 5, een drukproef van<br />
het voorwerk van Het gelaat des dichters waarin geen verstekst voorkomt.<br />
Wanneer het manuscript uit meer dan éen blad bestaat, wordt tevens<br />
aangegeven welke gedichten op welk blad of pagina staan. Gedichten<br />
die in het tekst<strong>deel</strong> van de editie staan, worden aangeduid met hun<br />
nummer; van andere gedichten wordt tussen haakjes het paginanummer<br />
in <strong>deel</strong> r van het Verzameld werk opgegeven.<br />
Indien de bron een eigen paginering heeft (in de hand van Van de<br />
Woestijne zelf, of bij drukproeven de gedrukte paginering), is die aangehouden.<br />
Ontbreekt een dergelijke paginering of is die onvolledig,<br />
dan wordt tussen teksthaken tevens een eigen nummering gegeven.<br />
Wanneer bladen eenzijdig beschreven zijn of het manuscript slechts<br />
voor éen gedicht gebruikt is, is afgezien van een toevoeging recto/<br />
verso.<br />
Het komt ook voor dat slechts een <strong>deel</strong> van de pagina's wordt opgegeven<br />
en een meer volledige beschrijving onder `bijzonderheden' staat,<br />
of dat een grote groep gedichten samenvattend beschreven wordt. Een<br />
voorbeeld van het laatste is H-79, de volledige drukproef van God aan<br />
fee. Daar is volstaan met `[GZi] t/m [Gz45] ' omdat specificatie hier<br />
weinig zinvol is.<br />
Bij agenda's en notitieboekjes is de rubriek `gedichten' achterwege<br />
gelaten.<br />
In deze rubriek wordt de datering van het manuscript vermeld. Vaak<br />
is die globaal, of bestaat ze uit een terminus post quem en/of een terminus<br />
ante quem. Voor kopijhandschriften van voorpublikaties is de inzendingsdatum<br />
aangehouden als die bekend is. In die gevallen vindt men<br />
onder de `bijzonderheden' een verwijzing naar de Lijst van voorpublikaties,<br />
waar meer gegevens over de inzending te vinden zijn. Ook<br />
andere motiveringen van de datering zijn onder de `bijzonderheden'<br />
vermeld.<br />
Datering van agenda's blijkt uit het jaartal dat in de materiële<br />
beschrijving wordt opgenomen. Datering van de carnets is gebaseerd<br />
op data en jaartallen die Van de Woestijne eigenhandig noteerde.<br />
4.1.5 Verblijfplaats<br />
Van het kleine aantal bronnen dat in privébezit is, wordt in deze<br />
rubriek de naam van de eigenaar vermeld. Het meren<strong>deel</strong> van de bronnen<br />
is afkomstig uit de AMVC-collectie (signatuur w 80 3/x) en wordt<br />
daar bewaard in genummerde papieren omslagen, die weer in dossier-<br />
26 VERANTWOORDING
dozen of -mappen gestoken zijn. Voor de verblijfplaats van de AMVCmanuscripten<br />
is volstaan met de opgave van het doos- of mailnummer,<br />
het omslagnummer en, na een `Duitse komma', het inventarisnummer.<br />
P. van Bouchaute maakte in 1988 een inventaris van de handschriften<br />
van Karel van de Woestijne die toen in bezit waren van het AMVC<br />
(gepubliceerd in 1 99 1). 28 Met de afkorting Inv. wordt achter het inventarisnummer<br />
tussen haakjes verwezen naar het nummer waaronder het<br />
betreffende manuscript in de genoemde publikatie is beschreven. (Waar<br />
een manuscript per abuis niet in de handschrifteninventaris beschreven<br />
is, volgt na Inv. de vermelding `ontbreekt'.) De opgave van de verblijfplaats<br />
kan er als volgt uitzien:<br />
1-I5/I27442-a en -b (Inv. 194)<br />
Dit zijn de twee bladen die respectievelijk 127442-a en 12 7442-b als<br />
inventarisnummer hebben, en bewaard worden in doos r, omslag 15.<br />
In de handschrifteninventaris van Van Bouchaute worden ze onder<br />
nummer 194 beschreven.<br />
Deze verwijzing ontbreekt noodgedwongen bij de manuscripten die<br />
pas in de zomer van 1 994 door het AMVC verworven werden en op het<br />
allerlaatst alsnog in de editie moesten worden verwerkt. Bij afsluiting<br />
van de kopij waren ze nog niet van een inventarisnummer voorzien.<br />
Bij de verblijfplaats luidt dan de vermelding : `Inventarisnummer ontbreekt'.<br />
Het bronnenonderzoek leerde dat bijeenhorende bronnen in de<br />
AMVC-collectie niet altijd als een geheel zijn gearchiveerd. Dit is verklaarbaar<br />
uit het feit dat de delen niet ineens werden verworven, en<br />
men zich bij een nieuwe aanwinst niet altijd bewust was dat een bijbehorend<br />
<strong>deel</strong> al in de collectie was opgenomen. In de lijst zijn dergelijke<br />
bronnen wel als een geheel opgenomen. De opgave van de inventarisnummers<br />
is dan met opgave van de bladnummers uitgesplitst. Een<br />
voorbeeld is H-23, waarvan de zeven bladen die kopij waren voor het<br />
eerste vel van Het gelaat des dichters, over drie verschillende archiefplaatsen<br />
zijn ver<strong>deel</strong>d.<br />
4. I .6 B j^onderheden<br />
In deze rubriek wordt een motivering van de datering gegeven, of een<br />
verwijzing naar de plaats waar die motivering te vinden is. Verder<br />
worden hier gegevens ondergebracht betreffende de rol die het manuscript<br />
gespeeld heeft in het ontstaansproces van een gedicht of de cornpositie,<br />
of bij het produktieproces van een publikatie.<br />
z8<br />
Van Bouchaute, De handschriften van Karel van de Woestijne.<br />
27 VERANTWOORDING
4. 2 Lijst van voorpublikaties<br />
Om een goed overzicht te verkrijgen van de wijze waarop Van de<br />
Woestijne in voorpublikaties experimenteerde met reeksen gedichten<br />
en reekstitels, zijn in een lijst de voorpublikaties beschreven van de<br />
gedichten die Van de Woestijne te eniger tijd bestemde voor opneming<br />
in een van de Wiekslag-bundels.<br />
De voorpublikaties zijn genummerd. In de editie wordt naar deze<br />
nummers verwezen door ze tussen twee schuine streepjes te plaatsen<br />
(zie § 1.9). Op éen uitzondering na (het Derde winterboek van de Wereldbibliotheek<br />
/28/) geschiedde voorpublikatie in tijdschriften.<br />
Telkens is de samenstelling van de gehele groep gegeven, ook wanneer<br />
daarin gedichten voorkomen die niet in Wiekslag om de kim werden<br />
opgenomen. Alleen epische poëzie is buiten beschouwing gelaten.<br />
Achter de gedichten die een plaats kregen in de bundels uit de trilogie<br />
of in het Appendix van deze editie, is het corresponderende nummer<br />
van de leestekst gegeven; achter de overige gedichten volgt het nummer<br />
van de bladzijde waar het betreffende gedicht in <strong>deel</strong> z van het<br />
Verzameld werk te vinden is. De eerste regel van de gedichten is overgenomen<br />
naar de lezing van de voorpublikatie, ook als die afwijkt van<br />
de leestekst.<br />
De typografie is geuniformeerd. Neutrale titels die voor de gehele<br />
bijdrage gelden, zoals `Gedichten' of `Verzen', zijn in klein-kapitaal<br />
gezet. Sprekende titels zijn cursief gezet. De wijze waarop de gedichten<br />
in de periodiek zijn genummerd (romeins, arabisch, of door middel<br />
van a, b, c et cetera) is overgenomen.<br />
Titels van gedichten gaan tussen enkele aanhalingstekens aan de<br />
geciteerde eerste versregel vooraf. Ook opdrachten en motto's worden<br />
zo weergegeven, met tussen teksthaken de typering (dus : `[motto:]' et<br />
cetera).<br />
In een aantal gevallen zijn nadere gegevens bekend over de totstandkoming<br />
van de bijdrage: datum van ontvangst van kopij door de<br />
redactie of brieven van Van de Woestijne die een inzending begeleidden.<br />
Die gegevens zijn in een toelichting bij de betreffende voorpublikatie<br />
vermeld.<br />
4 . 3 Variantenapparaat<br />
In het Variantenapparaat zijn alle bekende gegevens met betrekking tot<br />
de totstandkoming van de afzonderlijke gedichten van Wiekslag om de<br />
kim gepresenteerd. De volgorde van de gedichten is dezelfde als die<br />
van de leestekst. Aan het begin van het apparaat van elk gedicht zijn<br />
het desbetreffende nummer en de eerste versregel of, in voorkomende<br />
gevallen, de titel vermeld. Vervolgens bestaat het variantenapparaat uit<br />
een aantal vaste onderdelen:<br />
2S VERANTWOORDING
– overlevering;<br />
– datering;<br />
– ontwikkelingsgang;<br />
– varianten en correcties;<br />
– zetfouten;<br />
– noten.<br />
De overlevering en de datering worden altijd beschreven. De andere<br />
rubrieken worden alleen gebruikt als dat nodig is : er zijn niet altijd<br />
zetfouten te verantwoorden, en noten kunnen soms achterwege blijven.<br />
De rubrieken worden hieronder toegelicht. In de `ontwikkelingsgang'<br />
en `varianten en correcties' worden kladstadia en varianten<br />
gepresenteerd met behulp van een (gecombineerde) synopsis. Dit presentatiesysteem<br />
wordt apart behandeld in § 4.4 en § 4.5.<br />
4.3.1 Overlevering<br />
4 . 3 .1.1 Siglen<br />
Alle primaire bronnen die tot de reconstructie van de ontstaansgeschiedenis<br />
van het gedicht behoren, worden bij de `overlevering' in chronologische<br />
volgorde opgesomd. De opgegeven bronnen bevatten dus alle<br />
opeenvolgende geautoriseerde versies van (delen van) het gedicht,<br />
zowel in primaire documentaire bronnen als in publikaties.<br />
Bij documentaire bronnen en voorpublikaties wordt naar de desbetreffende<br />
lijsten verwezen, waar meer gegevens zijn opgenomen en<br />
relaties met bronnen van andere gedichten beschreven zijn; zie voor<br />
het verwijzingssysteem § 1.9. Bij zelfstandige publikaties volgt een<br />
korte titelaanduiding; de volledige titelbeschrijving staat in de Bibliografie<br />
van primaire literatuur, <strong>deel</strong> A.<br />
De bronnen zijn voorzien van een sigle, waarmee ze in de commentaar<br />
en in het variantenapparaat worden aangeduid. Na elke sigle<br />
wordt een korte typering van de bron gegeven. De gebruikte siglen<br />
worden in de volgende paragraaf toegelicht.<br />
De siglen van de bronnen zijn gestandaardiseerd, het zijn zogenaamde<br />
`stomme' siglen die de aard van de bron aanduiden, in tegenstelling tot<br />
`sprekende' siglen, die afgeleid worden van de benaming van een bron.<br />
Er zijn vijf siglen: C, M, T, P en D.<br />
C<br />
Deze sigle wordt gebruikt voor de carnets. Onder die noemer vallen<br />
zowel notitieboekjes als agenda's. In de korte typering van de bron is<br />
`carnet' gebruikt voor de notitieboekjes, de agenda's worden met<br />
`agenda' aangeduid.<br />
29 VERANTWOORDING
Omdat Van de Woestijne soms aantekeningen of fragmenten schreef<br />
op de schutbladen voorin en achterin, begint de nummering van de<br />
blaadjes in de notitieboekjes bij het eerste blad na het omslag, ook als<br />
dit eerste blad een schutblad is. Voor- en achterzijde van een blad worden<br />
aangeduid met r of v (recto of verso) direct achter het bladnummer.<br />
Naar vindplaatsen in agenda's wordt verwezen door opgave van de<br />
datum waaronder het betreffende fragment geschreven werd. De bladen<br />
die voorkomen voor en na het eige<strong>nl</strong>ijke agenda-ge<strong>deel</strong>te (ruimte<br />
voor personalia, notities, lijstjes van feestdagen, adressen en dergelijke)<br />
worden van begin tot eind doorgenummerd, met weglating van de<br />
agendabladen (dus alsof de gedrukte agenda er niet in voorkomt). Zo<br />
is in de agenda van 1918 (H-5 2) p. iv de achterzijde van het voorschutblad<br />
en p. 8v de achterzijde van het achter-schutblad.<br />
Een bronopgave kan er als volgt uitzien<br />
C: Carnet H- S7, p. 27v, z8r.<br />
C. Agenda H-47, 24-25 maart en p. itv.<br />
In het eerste geval gaat het dus om een notitieboekje, beschreven<br />
onder H-S7 in de Bronne<strong>nl</strong>ijst; de fragmenten die in de tekstgeschiedenis<br />
een rol spelen, staan op de pagina's 27v en 28r.<br />
In het tweede geval staan de fragmenten in een agenda die als H-47<br />
in de lijst is beschreven, bij 24-25 maart en achterin in het `nawerk'<br />
van de agenda.<br />
M<br />
Deze sigle wordt gebruikt voor handgeschreven bronnen (manuscripten).<br />
Hieronder worden verstaan: bronnen die door Van de<br />
Woestijne eigenhandig werden vervaardigd (dus met pen of potlood<br />
geschreven en getypte teksten) en bronnen die door derden werden<br />
vervaardigd en door de dichter zelf werden gecontroleerd c.q. gecorrigeerd.<br />
Hieronder vallen niet drukproeven, die een aparte categorie<br />
vormen (zie hierna), maar wel door Van de Woestijne gecorrigeerde<br />
typoscripten en bijvoorbeeld uitgescheurde tijdschriftpublikaties<br />
waarin hij met de hand wijzigingen aanbracht.<br />
Na de sigle volgt een korte typering van de bron, gevolgd door een<br />
verwijzing naar de Bronne<strong>nl</strong>ijst waar de bron beschreven is. Bij meerbladige<br />
manuscripten wordt direct na het H-nummer, achter een<br />
komma, ook blad- of paginanummer vermeld, zonder de afkorting<br />
'p<br />
Een bronopgave kan er als volgt uitzien:<br />
M: Manuscript H-29,[io].<br />
M: Typoscript H-4o,[z9-3o].<br />
30 VERANTWOORDING
Het eerste manuscript is blad [io] van een meerbladig manuscript dat<br />
onder H-z9 in de lijst beschreven is; het tweede is een meerbladig<br />
typoscript, waarin de tekst van het gedicht op de bladen [zo] en [30]<br />
staat.<br />
T<br />
Deze sigle wordt gebruikt voor publikaties in periodieken. Na de sigle<br />
in de overlevering wordt een volledige beschrijving gegeven van de<br />
vindplaats van het gedicht. Gegevens over andere tegelijkertijd gepubliceerde<br />
gedichten vindt men aan de hand van de verwijzing naar de<br />
Lijst van voorpublikaties.<br />
Een bronopgave kan er als volgt uitzien:<br />
T: De gids 7 8.1 (januari i 9 i4), p. 187-188. /12/<br />
Het gedicht verscheen dus in 1914 in de januari-aflevering van De gids<br />
(eerste <strong>deel</strong> van de jaargang) op de pagina's 18 7 en 188. Of tegelijk<br />
met dit gedicht andere werden gepubliceerd, en zo ja : onder welke<br />
groepstitel en in welke volgorde, kan onder nummer 12 in de Lijst van<br />
voorpublikaties nagegaan worden.<br />
P<br />
Deze sigle wordt gebruikt voor drukproeven waarvan vaststaat dat<br />
Van de Woestijne ze gecorrigeerd heeft.<br />
Na de korte typering, die tevens vermeldt voor welke publikatie de<br />
proef diende, wordt het paginanummer in de proef opgegeven. Alleen<br />
wanneer de proef fragmentarisch is overgeleverd en niet meer de<br />
oorspronkelijke volgorde heeft (zoals H-io3), wordt de nummering<br />
tussen teksthaken uit de Bronne<strong>nl</strong>ijst gegeven.<br />
Een bronopgave kan er als volgt uitzien<br />
P: Drukproef T H-89,i-2.<br />
Het betreft hier dus een drukproef van een tijdschriftpublikatie (die<br />
verderop in de overlevering genoemd wordt) over twee pagina's (z en<br />
z); de proef wordt beschreven onder H-89 in de Bronne<strong>nl</strong>ijst.<br />
D<br />
Deze sigle wordt gebruikt voor zelfstandige publikaties van Van de<br />
Woestijne, dus de bundels waarin de gedichten zijn verschenen : Het<br />
men.rchelijk brood, De modderen man, God aan fee, Het berg-meer en de<br />
bloemlezing Gedichten. Na de sigle wordt de titel gegeven, gevolgd<br />
door het paginanummer (c.q. de paginanummers) waar het gedicht in<br />
de bundel is afgedrukt.<br />
Een bronopgave kan er als volgt uitzien<br />
D: De modderen man, p. ;;-35.<br />
Het gedicht staat op de pagina's 3 3-3 5 in de bundel De modderen man.<br />
I VERANTWOORDING<br />
3
4 . 3 • r . 2 Meerdere gelijksoortige bronnen : superieur cilfer<br />
De siglen zoals hiervoor beschreven zijn basissiglen. 29 Wanneer de<br />
teksteenheden in meerdere carnets, manuscripten et cetera voorkomen,<br />
worden de siglen per type bron voorzien van een superieur cijfer, dus<br />
C', C Z , M', M 2 et cetera. Zo ontstaat bijvoorbeeld bij een overlevering<br />
die bestaat uit respectievelijk een carnet, een manuscript, een tweede<br />
carnet, drie drukproeven, een tweede manuscript en een bundelpublikatie<br />
de opeenvolging : C I , M`, C 2, P` -3, M 2, D.<br />
4.3.2<br />
4.3.3<br />
Datering<br />
De belangrijkste achterhaalbare momenten uit de ontstaansgeschiedenis<br />
(datum van ontstaan, bewerking en voltooiing) worden onder het<br />
kopje `datering' vermeld. De aanduiding is onafhankelijk van eventuele<br />
dateringen van Van de Woestijne zelf. Als hij zelf bepaalde<br />
tekststadia dateerde, wordt die datering in de volgende rubriek, de<br />
`ontwikkelingsgang', letterlijk geciteerd. De informatie die onder<br />
`datering' gegeven wordt, kan dus beschouwd worden als een samenvatting<br />
van de desbetreffende gegevens in de `ontwikkelingsgang'.<br />
Ontbreekt elk aanknopingspunt in de manuscripten, dan wordt bij<br />
de datering de eerste verschijningsdatum (meestal van een tijdschrift)<br />
gegeven. Wanneer omtrent die publikatie meer gegevens (bijvoorbeeld<br />
correspondentie) bekend zijn, dan worden die onder `ontwikkelingsgang'<br />
vermeld.<br />
De datering is dikwijls <strong>deel</strong>s globaal. In carnets noteerde Van de<br />
Woestijne soms een datum boven een kladversie of boven een voltooide<br />
versie, maar dat zijn momenten uit de ontstaansgeschiedenis.<br />
Het is niet altijd mogelijk de datum van ontstaan én van voltooiing<br />
exact vast te stellen.<br />
Ontwikkelingsgang<br />
Enkele karakteristieke eigenschappen van Van de Woestijnes werkwijze<br />
zijn mede bepalend geweest voor de gekozen presentatiewijze<br />
van de tekstgeschiedenis. Er is een scheiding gemaakt tussen de tekstversies<br />
van het gedicht in wording en de voltooide, definitieve tekst.<br />
Wanneer een gedicht voltooid was, bracht Van de Woestijne er zelden<br />
nog ingrijpende veranderingen in aan. De overgang wordt in het algemeen<br />
gemarkeerd door een voor publikatie bestemde versie, dus een<br />
kopijhandschrift. Naar aa<strong>nl</strong>eiding van deze twee te onderscheiden episoden<br />
in de ontstaansgeschiedenis van het gedicht, is de presentatie<br />
van de totale tekstgeschiedenis in twee ge<strong>deel</strong>ten ver<strong>deel</strong>d : een `ont-<br />
29 Vgl. Mathijsen, Naar de letter,<br />
g l p. 28 -288.<br />
> p s<br />
3 2 VERANTWOORDING
wikkelingsgang' en `varianten en correcties'. In het laatste worden de<br />
voltooide of bijna voltooide versies opgenomen; zie hierna, § 4.3.4•<br />
Het eerste omvat de genese : de totstandkoming van het gedicht van<br />
de vroegste aantekening of aanzet tot en met de voltooiing, voor zover<br />
dat proces gedocumenteerd is.<br />
Er is ook een praktische reden voor deze tweedeling in de presentatie,<br />
samenhangend met de hoeveelheid en de complexiteit van het<br />
overgeleverde materiaal. Vaak zijn er vrij veel bronnen overgeleverd,<br />
waarvan sommige meerdere tekststadia van het gedicht bevatten. De<br />
voltooide versies kunnen gemakkelijker en overzichtelijker in een<br />
gecombineerde synopsis worden gepresenteerd. De kladstadia daarentegen<br />
zouden, wanneer ze in dezelfde gecombineerde synopsis verwerkt<br />
worden, de gecombineerde synopsis van éen regel soms tot<br />
onhanteerbare proporties doen uitgroeien, laat staan dat het overzicht<br />
over samenhangende varianten in meerdere regels van éen kladstadium<br />
bewaard kan blijven. Deze problemen worden ondervangen door de<br />
feitelijke genese afzonderlijk te behandelen.<br />
De tweedeling in de presentatie is niet absoluut. Bij een kort gedicht<br />
waarvan slechts éen kladstadium is overgeleverd, is het niet bezwaarlijk<br />
het klad in de gecombineerde synopsis met de overige bronnen op<br />
te nemen. Het kan ook gebeuren dat in een carnet drie kladversies van<br />
een gedicht voorkomen en dat de eerste twee zodanig bewerkt zijn dat<br />
ze afzonderlijke presentatie vergen, terwijl de laatste zo volledig en<br />
`schoon' is dat die bij de overige bronnen onder `varianten en correcties<br />
' ondergebracht kan worden.<br />
De vroege staten van het gedicht worden meestal in een enkelvoudige<br />
synopsis weergegeven. Alleen wanneer twee opeenvolgende versies<br />
van een fragment vrijwel dezelfde omvang hebben, worden ze in<br />
de `ontwikkelingsgang' in een gecombineerde synopsis samengebracht.<br />
De hernemingstechniek van Van de Woestijne resulteert in steeds verder<br />
voltooide versies van dezelfde tekst (of van delen daarvan). Om<br />
het resultaat van elke volgende stap goed te kunnen vergelijken met de<br />
voorgaande, bleek het inzichtelijker de afzonderlijke fragmenten parallel,<br />
na elkaar, te presenteren. 3 ° De gecombineerde synopsis biedt<br />
vooral voordelen voor het vergelijken van verschillende versies per<br />
regel, maar belemmert enigszins het zicht op het fragment (stadium,<br />
gedicht) als geheel.<br />
De synopses van de vroege staten van het gedicht worden niet zonder<br />
meer onder elkaar geplaatst. Van de Woestijnes werkwijze in de<br />
carnets en de relaties tussen kladfragmenten behoeven enige toelichting<br />
om de genese inzichtelijk te kunnen maken. De in de ontstaansgeschie-<br />
30<br />
Met 'parallel' is dus niet bedoeld dat de fragmenten g ook naast elkaar zijn afge-<br />
g<br />
drukt.<br />
33 VERANTWOORDING
denis van het gedicht gepresenteerde teksten worden daarom voorzien<br />
van een descriptieve commentaar, die de verbinding vormt tussen de<br />
overgeleverde brokstukken. Tevens kunnen in de commentaar editeursoverwegingen<br />
gegeven worden, beslissingen worden toegelicht,<br />
of verbanden worden gelegd met andere verzen of bronnen. Zeker bij<br />
de wat langere gedichten kan de samenhang van uitee<strong>nl</strong>iggende fragmenten<br />
zo beter inzichtelijk gemaakt worden.<br />
Bij de synopses wordt aangegeven waar het fragment elders in de<br />
tekstgeschiedenis nog voorkomt. De lezer kan op die manier nagaan<br />
waar en op welke wijze Van de Woestijne bepaalde ge<strong>deel</strong>ten eerder of<br />
opnieuw bewerkte. Er zijn daarnaast ook fragmenten in de manuscripten<br />
die in samenhang met de tekst van het gedicht geschreven<br />
zijn, maar waarvan onduidelijk is of ze werkelijk tot de genese behoorden.<br />
Tekstuele verwantschap kan soms uitkomst bieden, maar lang niet<br />
altijd. Zulke fragmenten zijn paralipomena genoemd. De commentaar<br />
verduidelijkt de wijze waarop ze bij de ontstaansgeschiedenis zijn<br />
betrokken. Meerdere paralipomena bij een gedicht worden opeenvolgend<br />
genummerd.<br />
Om uitee<strong>nl</strong>opende aspecten van de ontwikkelingsgang te onderscheiden<br />
is een verdeling in romeins genummerde paragrafen aangebracht.<br />
4.3.4 Varianten en correcties<br />
Zoals hiervoor al opgemerkt werd, was het niet Van de Woestijnes<br />
gewoonte in voltooide gedichten nog veel wijzigingen aan te brengen,<br />
en al helemaal niet nadat ze eenmaal gepubliceerd waren. Vergt de<br />
genese dus soms uitgebreide toelichting, de (goed<strong>deel</strong>s) voltooide versies<br />
kunnen in het algemeen zonder veel problemen in een gecombineerde<br />
synopsis worden samengebracht. Die staat onder `varianten en<br />
correcties'.<br />
Bovenaan de gecombineerde synopsis is vermeld welke bronnen er<br />
niet in zijn opgenomen, omdat ze in de `ontwikkelingsgang' aan bod<br />
zijn geweest. De synopsis bevat uitsluitend de regels waar zich in een<br />
of meer van de bronnen varianten voordoen. De nummering van de<br />
regels in de gecombineerde synopsis correspondeert met de regelnummering<br />
in de leestekst.<br />
Fouten of inconsequenties in Van de Woestijnes taalgebruik of spelling<br />
zijn onveranderd overgenomen. Alleen wanneer in de door Van<br />
de Woestijne eigenhandig vervaardigde bronnen niet-zinnige lezingen<br />
voorkomen, wordt in de marge een leessuggestie of correctie gegeven.<br />
Mechanische fouten in typoscripten die verbeterd werden, zijn niet<br />
in het variantenapparaat opgenomen; wanneer Van de Woestijne zulke<br />
fouten niet opmerkte, zijn ze als bijzonderheden van de manuscripten<br />
in een noot vermeld.<br />
34 VERANTWOORDING
4 . 3•5 Zetfouten<br />
4.3.6 Noten<br />
Zetfouten in gepubliceerde bronnen en niet opgemerkte zetfouten in<br />
drukproeven worden niet in het variantenapparaat vermeld, maar<br />
afzonderlijk in de volgende rubriek `zetfouten'. De talrijke zetfouten in<br />
drukproeven die door Van de Woestijne werden gecorrigeerd, zijn in<br />
het geheel niet opgenomen.<br />
Een aparte categorie zijn de zetfouten in drukproeven die een<br />
nieuwe, zinnige lezing opleverden. Het komt regelmatig voor dat de<br />
eerste proef afwijkt van de kopij zonder dat een onzinnige lezing ontstond.<br />
Op veel van dergelijke plaatsen greep Van de Woestijne niet in,<br />
of pas in een latere revisie. In die gevallen is de door Van de Woestijne<br />
al dan niet bewust aanvaarde lezing als variant opgenomen.<br />
In deze rubriek worden zetfouten in de gepubliceerde bronnen (tijdschriften<br />
en bundels) vermeld, en zetfouten die Van de Woestijne in<br />
alle overgeleverde proeven over het hoofd zag (deze fouten komen dan<br />
ook in de gepubliceerde bron voor).<br />
De zetfouten worden als volgt gepresenteerd : de lezing in de bron<br />
gaat vooraf aan de correcte lezing, met als scheiding het teken I. Dus<br />
D r. 92: onuit.rprekl jk-droef I onuit.rpreekl jk-droef<br />
betekent : in r. 92 van bron D staat de zetfout `onuitspreklijk-droef' in<br />
plaats van `onuitspreeklijk-droef.<br />
Soms wordt in deze rubriek descriptieve commentaar gegeven. Wanneer<br />
daarin een correctie in de drukproeven wordt geciteerd, is die als<br />
volgt weergegeven<br />
leifde —> liefde<br />
Dit betekent : Van de Woestijne corrigeerde in de proef leifde' tot<br />
`liefde'. De commentaar kan bijvoorbeeld luiden : `Van de Woestijne<br />
corrigeerde in P' leifde —> liefde maar deze correctie werd bij de revisie<br />
niet uitgevoerd.'<br />
In genummerde noten worden aan het slot van het variantenapparaat<br />
bijzondere kwesties besproken. Die zijn voor een <strong>deel</strong> divers van aard<br />
maar er zijn ook enkele regelmatig terugkerende categorieën. De volgorde<br />
van de noten is bepaald door de opbouw van het variantenapparaat<br />
: wat het eerst toelichting behoeft, zal in de eerste noot komen, bijvoorbeeld<br />
iets over de historische of biografische achtergrond bij de<br />
totstandkoming van een gedicht. Informatie die niet direkt door de<br />
tekstgeschiedenis wordt ingegeven (bijvoorbeeld secundaire literatuur<br />
en vertalingen) komt aan het slot van de noten.<br />
Een belangrijke categorie zijn bijzonderheden van de manuscripten<br />
die geen plaats krijgen in het variantenapparaat. Er kunnen zich in<br />
35 VERANTWOORDING
4.3.7 Accenten<br />
manuscripten kwesties voordoen die in het synoptisch systeem niet<br />
verantwoord kunnen worden, en die van invloed geweest zijn op de<br />
tekstgeschiedenis of de gepresenteerde lezing in het variantenapparaat<br />
beschadigingen van het papier, inktvlekken die lezingen onzeker<br />
maken, maar ook bijzondere tekens, lijnen en dergelijke die Van de<br />
Woestijne plaatste. Ze worden bij de noten vermeld. Dat geldt ook<br />
voor niet-gecorrigeerde fouten in typoscripten; de notatiewijze is<br />
dezelfde als die bij `zetfouten'.<br />
Bij enkele gedichten maakte Van de Woestijne gebruik van citaten,<br />
hetzij in een motto, hetzij in de verstekst. Ook losse zinnetjes die hij<br />
noteerde tijdens het schrijven van zijn gedichten laten zich soms als<br />
citaten herkennen. De herkomst van dergelijke citaten wordt zo mogelijk<br />
in een noot gegeven.<br />
Wanneer in de secundaire literatuur over het betreffende gedicht<br />
geschreven is, wordt die literatuur opgegeven. De literatuur over Van<br />
de Woestijne is omvangrijk, maar studie naar afzonderlijke gedichten<br />
is betrekkelijk weinig verricht. Alleen die literatuur is vernoemd<br />
waarin het gedicht nadrukkelijk onderwerp van bespreking is geweest.<br />
Uitgezonderd zijn de grote studies over leven en werk van Van de<br />
Woestijne. Het spreekt vanzelf dat in enkele (hierna te noemen)<br />
werken veelvuldig aan gedichten uit Wiekslag om de kim gerefereerd<br />
wordt en dat ze tijdens het onderzoek vaak zijn geraadpleegd. In de<br />
editie wordt niet steeds naar deze studies verwezen, tenzij daartoe een<br />
bijzondere aa<strong>nl</strong>eiding is. Het gaat om de volgende literatuur : 3'<br />
– F. van Elmbt, Godsbeeld en godservaring in de lyriek van Karel van de<br />
Woestijne.<br />
– P. Minderaa, Karel van de Woestijne. Leven en werken. Dl. 1.<br />
– P. Minderaa, Karel van de Woestijne. Leven en werken. Dl. 2 : De jaren<br />
1914-1919• Bezette stad en geestelijke vernieuwing.<br />
– M. Rutten, De lyriek van Karel van de Woestijne.<br />
– M. Rutten, Het proza van Karel van de Woestijne.<br />
– M. Rutten, De Interludiën van Karel van de Woestijne.<br />
In de noten wordt tot slot gewezen op achterhaalde vertalingen van<br />
het gedicht. De Bibliografie van vertalingen is alfabetisch geordend<br />
naar taal. In de noot wordt vermeld in welke taal en hoeveel maal het<br />
gedicht in vertaling is verschenen; via het nummer van het gedicht is<br />
de publikatie in de Bibiografie van vertalingen terug te vinden.<br />
Van de Woestijne maakte voor zijn versdynamiek veelvuldig gebruik<br />
van accenten. Zowel door zijn eigen willekeur als door uitee<strong>nl</strong>opende<br />
3' De titelbeschrijvingen l g zijn bekort; volledige g titelbeschrijvingen l g vindt men in de<br />
Bibliografie g van secundaire literatuur.<br />
36 VERANTWOORDING
gewoonten bij tijdschriftredacties en uitgevers, staan de accenten bijna<br />
letterlijk alle kanten op. Er is geen systematiek te ontdekken in de<br />
accentuering van lange of korte, dubbele of enkele klinkers. Daarom<br />
is ervan afgezien alle accenten in de editie te verantwoorden. Een volledige<br />
opgave is gedeponeerd bij het Constantijn Huygens Instituut te<br />
Den Haag en kan daar worden ingezien. In de synopses is –althans<br />
wanneer het om dynamische accenten gaat –consequent het accent<br />
aigu gebruikt.<br />
4 .4 Presentatie : synopsis<br />
4 .4.1 Stadia<br />
Voor de presentatie van versfragmenten die tot de ontstaansgeschiedenis<br />
van het gedicht gerekend worden, wordt een synoptisch systeem<br />
gebruikt. In de Nederlandse editiepraktijk en in het bijzonder in de<br />
edities die verschenen zijn in de reeks Monumenta Literaria Neerlandica,<br />
is het synopstisch systeem veruit favoriet voor het weergeven van<br />
varianten. De wijze waarop Van de Woestijne zijn gedichten schreef is<br />
zodanig dat met de synopsis, die de tekst en eventuele wijzigingen per<br />
regel aanbiedt, de tekstontwikkeling van gedichten inzichtelijk<br />
gemaakt kan worden.<br />
Hieronder worden de principes van het synoptisch systeem zoals dat<br />
in deze editie gebruikt is, uiteengezet. De wijze waarop teksten per<br />
regel worden weergegeven, is voor enkelvoudige en gecombineerde<br />
synopsis gelijk. Het gecombineerde systeem vergt echter enkele aanpassingen,<br />
die afzonderlijk besproken worden. 32<br />
Bij het ontwerpen en schrijven van gedichten had Van de Woestijne de<br />
gewoonte zijn tekst meerdere malen te hernemen en die daarbij telkens<br />
verder aan te vullen en uit te breiden. ;; Delen van het gedicht keren<br />
op papier dus meerdere malen terug. Om deze werkwijze in de presentatie<br />
tot uitdrukking te laten komen is de tekstgeschiedenis ver<strong>deel</strong>d in<br />
stadia, die worden aangeduid met een in romein gedrukte sigle : A, B,<br />
C et cetera. Onder `stadium' wordt verstaan : een <strong>deel</strong> van de<br />
ontstaansgeschiedenis waarvan de tekst op chronologische en/of inhoudelijke<br />
en/of grafische gronden afgebakend is ten opzichte van andere<br />
32 De synopsis isg} gebruikt in ei historisch-kritische-<br />
h ff N o i ed it e, vee 1 van wat<br />
hierna volgt over g de uitlegvan t a het g gebruikte<br />
systeem, Y ,e<br />
sis afgeleid va nwat daaroverr<br />
in die editie gezegd g g is in de 'Verantwoording', g in ^ het bijzonder<br />
} p . 39-66. . Voor<br />
Wiek-<br />
sla om zijn de kim } echter e enkele e e afwijkende<br />
oplossingen p s g gekozen. g e Ziee voor de s Y nop<br />
-<br />
tische weergave g e van varianten ook Mathijsen, a 1 , Naar d deletter, , .2 97 - 32 9 .<br />
33<br />
Zie e1. hiervoor 8n de e daar e genoemdee d literatuur. e ea t tuur .<br />
37 VERANTWOORDING
tekstdelen. Door middel van een descriptieve commentaar worden de<br />
relaties tussen stadia en de relaties tussen bronnen toegelicht.<br />
Hoewel het begrip `stadium' in de praktijk weinig verwarring oplevert,<br />
is het goed bij de implicaties van de gegeven omschrijving stil te<br />
staan. De term `stadium' heeft betrekking op een bepaalde hoeveelheid<br />
tekst en tegelijk op een tijdsspanne waarin die tekst tot stand kwam.<br />
Vandaar dat zowel over `het doorhalen van stadium A' gesproken kan<br />
worden als van `een wijziging tijdens stadium A'. Wat een stadium<br />
begrenst, is in de eerste plaats ingegeven door de overlevering. Wanneer<br />
Van de Woestijne tweemaal aan een gedicht gewerkt heeft en<br />
beide keren een (verschillende) datum boven de tekst schreef, onderken<br />
ik (ten minste) twee stadia. Vergelijkbaar is het voorkomen van<br />
fragmenten van éen gedicht in twee of meer carnets : er zijn dan vanzelf<br />
twee stadia te onderscheiden. Maar de gebruikte schrijfstof kan in<br />
het laatste voorbeeld aa<strong>nl</strong>eiding zijn om meer stadia te onderscheiden:<br />
als in een van beide carnets bijvoorbeeld een eerste aanzet in inkt is<br />
geschreven en een uitgewerkte herneming daarvan met anilinepotlood,<br />
dan is er al sprake van (in totaal) drie stadia. Maar het is ook mogelijk<br />
dat stadia onderscheiden kunnen worden die de dichter tijdens dezelfde<br />
sessie heeft vervaardigd : bijvoorbeeld een onvoltooide versie of een<br />
schets (stadium A) en daaronder in dezelfde inkt en met dezelfde ductus<br />
een meer uitgewerkte versie (stadium B). Het onderscheiden van de<br />
twee stadia wordt dan ingegeven door het verschil in status dat beide<br />
fragmenten binnen het schrijfproces hebben.<br />
Soms is het wenselijk binnen een stadium nog een verfijning aan te<br />
brengen, als bijvoorbeeld zeker is dat enkele strofen in directe samenhang<br />
met elkaar tot stand zijn gebracht, maar onduidelijk is in welke<br />
volgorde, of als ze verspreid over twee of misschien zelfs meer bladzijden<br />
in een carnet zijn geschreven. In die gevallen worden aan de stadiumsigle<br />
romeinse cijfers in superscript toegevoegd : A', A" et cetera.<br />
In de descriptieve commentaar die de tekst van de onderdelen van de<br />
tekstgeschiedenis begeleidt, is verantwoord op welke gronden de verdeling<br />
is aangebracht.<br />
Bij elk gepresenteerd <strong>deel</strong> van de tekstgeschiedenis wordt vermeld<br />
welk stadium het betreft en in welke bron (die genoemd is bij `overlevering')<br />
dat stadium voorkomt. Bijvoorbeeld: bij C 2 :D iv wordt stadium<br />
D`" gegeven, dat geschreven werd in bron C 2, een carnet. Wat<br />
de reden is om stadium D' van andere te onderscheiden en hoe stadium<br />
D'" zich tot andere stadia verhoudt, is daarvoor in de descriptieve<br />
commentaar toegelicht.<br />
4.4.2 Regelnummering<br />
De synopsis is gebaseerd op presentatie van tekst en varianten per<br />
versregel. In de synopsis worden de versregels genummerd. Deze<br />
nummering komt overeen – voor zover dat is vast te stellen – met de<br />
8 VERANTWOORDING<br />
3
volgorde van de tekst in het weergegeven stadium. Wanneer Van de<br />
Woestijne bijvoorbeeld in stadium A drie vierregelige strofen schreef,<br />
worden de versregels gewoon van r tot i2 genummerd. Hernam hij in<br />
stadium B het gedicht met tussenvoeging van een nieuwe derde strofe,<br />
dan worden de regels die aanvankelijk r. 9-12 waren, in stadium B<br />
r. 1 3 -16. (Wel wordt naar hun oorspronkelijke positie in het vorige stadium<br />
verwezen; zie § 4•4•I2.7•)<br />
Op het moment dat Van de Woestijne een passage schreef, is het<br />
niet altijd duidelijk op welke plaats hij die op dat moment in het<br />
gedicht wilde plaatsen – als hij dat zelf al besloten mocht hebben. Daar<br />
is de regelnummering van de synopsis tussen haakjes geplaatst. Deze<br />
regelnummering tussen haakjes begint steeds bij r : er kan immers niet<br />
bepaald worden waar de regels thuishoren. Ook hier geldt dat in de<br />
marge verwezen wordt naar andere plaatsen waar de betreffende regels<br />
voorkomen.<br />
De regelnummering in de synopses die in de `ontwikkelingsgang'<br />
voorkomen, staat in beginsel los van de regelnummering in de leestekst.<br />
Via verwijzingen in de marge is aangegeven waar een (uiteraard:<br />
gehandhaafde) passage die in de synopsis gegeven wordt, in de leestekst<br />
voorkomt.<br />
Titels en strofenummers in manuscripten krijgen geen regelnummer;<br />
in plaats van een nummering staat dan links in de marge `titel' of<br />
`strofenummer'.<br />
4.4.3•I<br />
Fasering in manuscripten<br />
Niet alle varianten, woorden of regels zijn direct op papier gekomen:<br />
in woorden werden naderhand veranderingen aangebracht, plaatsen die<br />
nog open gelaten waren, werden later ingevuld, regels kunnen zijn toegevoegd<br />
of geschrapt. Wanneer zulke fasen in het schrijfproces onderscheiden<br />
kunnen worden, is dat aangegeven met de letters a, b, c et<br />
cetera voor de tekstregel.<br />
Het is niet altijd duidelijk of Van de Woestijne een verandering<br />
direct of in een latere fase aanbracht, en in dat laatste geval: in wélke<br />
fase. Soms biedt een afwijkende schrijfstof afdoende zekerheid, maar<br />
vaak staan wijzigingen of toevoegingen in precies dezelfde schrijfstof<br />
en ductus bij de regel. Van de Woestijnes manuscripten laten niet altijd<br />
een eenduidige fasering toe, en het is van belang de betekenis van de<br />
fasering dus enigszins te relativeren. Als stelregel is aangehouden dat<br />
een variant die zeker is aangebracht voor Van de Woestijne naar de<br />
volgende versregel overging, dezelfde fase-aanduiding krijgt als de rest<br />
van de regel. Verder worden varianten waarvan het mogelijk is dat ze<br />
tijdens een latere werkgang werden genoteerd, als een latere fase<br />
beschouwd. Hier treedt onvermijdelijk een subjectief moment op.<br />
Wanneer een regel tijdens de eerste fase is geschreven en er in die<br />
39 VERANTWOORDING
egel geen varianten zijn, is de fasering (die in zo'n geval a zou moeten<br />
luiden) achterwege gebleven. Alleen als er varianten in de regel zijn of<br />
de regel pas in een volgende fase werd geschreven, is een fasering aangegeven.<br />
Anders geformuleerd : wanneer een regel geen faseaanduiding<br />
heeft, betreft het per definitie fase a. Bijvoorbeeld:<br />
1 9 Toen moest ik wel op tochten uit<br />
zo a op<br />
a naar overdrachtelijke buit,<br />
Regel 19 heeft geen wijzigingen ondergaan en krijgt, omdat die in fase<br />
a geschreven werd, geen fase-aanduiding. In regel zo begon Van de<br />
Woestijne met het woord `op' maar hij wijzigde dat direct in `naar' en<br />
vervolgde de regel.<br />
Uit het laatste blijkt dat directe verbeteringen of `verschrijvingen'<br />
niet in de doorlopende tekstregel aangegeven worden maar op een<br />
aparte regel in de synopsis.<br />
Waar varianten in verschillende regels tegelijkertijd in eenzelfde,<br />
latere fase zijn aangebracht, krijgen ze dezelfde fase-aanduiding. Deze<br />
samenhangende fasering `over de regel heen' gaat het bereik van de<br />
strofe niet te buiten. Met andere woorden, fase c in de eerste strofe kan<br />
zich in het werkelijke schrijfproces op een andere moment hebben voltrokken<br />
dan fase c in een volgende strofe. Wanneer varianten in verschillende<br />
strofen tot dezelfde latere werkgang behoren –bijvoorbeeld<br />
een aantal herzieningen in een andere schrijfstof – dan is dat in de<br />
descriptieve commentaar vermeld.<br />
4 .4. 3 .2 Onzekere fasering<br />
Doorgaans is in elk geval de volgorde van de varianten wel duidelijk.<br />
Maar waar Van de Woestijne veelvuldig wijzigde op éen plaats kan de<br />
volgorde van de ingrepen toch onzeker zijn. In die gevallen is in de<br />
rechtermarge met de vermelding [fasering?] deze onzekerheid verantwoord.<br />
4.4. 3.3 Fasering in mechanisch vervaardigde bronnen<br />
In drukproeven, typoscripten en bijvoorbeeld uitgescheurde tijdschriftpublikaties<br />
kunnen handgeschreven toevoegingen voorkomen. Wanneer<br />
het evident correcties betreft, worden ze niet als variant in de<br />
synopsis opgenomen. Maar het kan ook om een variant gaan: de oorspronkelijke<br />
lezing is zinnig maar Van de Woestijne achtte het nodig<br />
een verandering aan te brengen. In die gevallen is de eerste (gedrukte<br />
of getypte) tekstlaag met a gefaseerd, de tweede met b.<br />
Er zijn een paar plaatsen waar varianten op de schrijfmachine, dus<br />
direct tijdens het typen, totstandkwamen. De opeenvolgende lezingen<br />
zijn dan telkens met a gefaseerd.<br />
40 VERANTWOORDING
4.4.4 Meeleen<br />
Wanneer Van de Woestijne in de versregel een variant aanbracht,<br />
schreef hij meestal niet de gehele regel opnieuw, maar wijzigde hij<br />
slechts éen of meer woorden. In de synopsis wordt, zolang de<br />
duidelijkheid het toelaat, de gehandhaafde tekst die in een nieuwe<br />
lezing met de variant moet worden meegelezen, op de volgende regel<br />
niet opnieuw afgedrukt maar vervangen door twee teksthaken loodrecht<br />
onder het begin en einde van de mee te lezen tekst. Dit is mogelijk<br />
wanneer het gaat om varianten die de plaats van de gehandhaafde<br />
tekst ten opzichte van de voorgaande lezing niet beïnvloeden (interpunctie-<br />
en woordvarianten). Bij woorden van éen letter, zoals exclamaties,<br />
of leestekens, zijn de teksthaken tegen elkaar onder de mee te<br />
lezen letter c.q. het mee te lezen leesteken geplaatst.<br />
Soms verandert echter de plaats van woorden of zinsdelen, doordat<br />
Van de Woestijne ze verschoof of doordat de notatiewijze van het<br />
synoptisch systeem meer ruimte vergt. Het kan dan gebeuren dat de<br />
uit een eerdere lezing mee te lezen tekst niet meer recht boven de juiste<br />
plaats in de nieuwe lezing staat. In die gevallen is de gehandhaafde<br />
tekst (dus : de niet opnieuw geschreven tekst) herhaald. De tekst staat<br />
dan tussen teksthaken om aan te geven dat Van de Woestijne dat<br />
ge<strong>deel</strong>te niet opnieuw heeft geschreven. (Wanneer dezelfde tekst in een<br />
nieuwe lezing opnieuw is afgedrukt zonder de teksthaken, betekent dat<br />
dus dat de tekst wél opnieuw werd geschreven.) De varianten kunnen<br />
als volgt genoteerd zijn:<br />
5 a Nog sta 'k van trossen vol, van gele bloesem-trossen<br />
b [ ] bleek-geschelpte [trossen]<br />
c [ ] gele bloesem-trossen<br />
Eerst schreef Van de Woestijne : `Nog sta 'k van trossen vol, van gele<br />
bloesem-trossen'. In de volgende fase wijzigde hij het slot : `gele<br />
bloesem-trossen' werd `bleek-geschelpte trossen', maar `trossen'<br />
schreef hij niet opnieuw, hij gebruikte het woord dat hij al geschreven<br />
had. In de derde fase (c) herstelde hij de lezing uit fase a, `gele<br />
bloesem-trossen', door die woorden opnieuw te schrijven.<br />
Uit dit voorbeeld blijkt tevens dat bij de presentatie van varianten<br />
voor een belangrijk <strong>deel</strong> van de grafische toedracht is geabstraheerd.<br />
Er wordt weliswaar aangegeven welke lettertekens of woorden uit een<br />
eerdere lezing `hergebruikt' worden, maar of in het voorbeeld de<br />
lezing in fasecis ontstaan door haar over die van fase b heen te schrijven,<br />
danwel door de tekst uit fase b door te strepen en de nieuwe<br />
woorden erboven, eronder of erachter opnieuw te schrijven, is niet<br />
verantwoord. Meestal haalde van de Woestijne als hij in een latere fase<br />
wijzigde, de oude lezing door, maar een wet is dit niet.<br />
Ook een omzetting binnen dezelfde regel van al geschreven tekst<br />
4 I VERANTWOORDING
wordt niet als zodanig gemarkeerd. Uit het feit dat alle tekst in een<br />
nieuwe lezing tussen teksthaken staat, blijkt, als de volgorde veranderd<br />
is, dat het een omzetting betreft. Bijvoorbeeld:<br />
zo<br />
a alsof<br />
een e lent weêr e in de d zwarte te stammenrees.<br />
s a e<br />
b' o voor' voorjaa aar [weêr in]<br />
]<br />
[weêr][een voorjaar] 1 [in] de<br />
De lezing van fase a werd in fase b gewijzigd: van `alsof' maakte Van<br />
de Woestijne de voor hem kenmerkende geapostrofeerde vorm "of' en<br />
voor `lent' verkoos hij in fase b `voorjaar'; het lidwoord `de' (voor<br />
`zwarte') werd geschrapt. In fase c volgde een omzetting, gecombineerd<br />
met een toevoeging : 'weêr' werd naar voren geplaatst (na `of')<br />
en voor `zwarte' werd het lidwoord `de' weer in ere hersteld.<br />
Het verantwoorden van de grafische details van de totstandkoming<br />
van varianten zou het variantenapparaat beduidend ingewikkelder<br />
maken, maar Van de Woestijnes werkwijze zou met een dergelijke verfijning<br />
niet inzichtelijker worden.<br />
l<br />
4.4•S<br />
Typografische verdeling<br />
Het voorgaande voorbeeld laat een ander aspect van het synoptisch<br />
systeem zien : de spatiëring is onregelmatig en variabel. Dit is noodzakelijk<br />
om voor de wijzigingen en voor de daartoe door het systeem<br />
vereiste tekens ruimte te maken. Als stelregel is aangehouden dat daar<br />
waar in de bron een spatie staat, in de synopsis eveneens spatiëring<br />
voorkomt, maar het in de synopsis gebruikte wit kan variëren, naar<br />
gelang de duidelijkheid van de presentatie dat vereist. Er kan geen<br />
misverstand bestaan over door Van de Woestijne opzettelijk opengelaten<br />
plaatsen : zie hiervoor § 4.4.8, `Open plaats in de regel'.<br />
4.4.6 Deletieteken<br />
Hoewel groten<strong>deel</strong>s van de grafische toedracht is geabstraheerd, is wel<br />
een apart teken gebruikt voor het vervallen of schrappen van een interpunctieteken,<br />
omdat dit licht over het hoofd gezien kan worden. Het<br />
teken is a en wordt in een volgende fase onder het vervallen teken<br />
geplaatst. Bijvoorbeeld:<br />
4 2 a en geene liefde, zelfs de liefde van een traan;<br />
b om [ ] o ( ]<br />
Bij de nieuwe lezing die in de b-fase ontstaat, is de komma na `liefde'<br />
geschrapt.<br />
Het deletieteken dient ter verduidelijking. Dit betekent dat het niet<br />
gebruikt wordt waar leestekens voorkomen binnen langere zinsdelen<br />
die geschrapt of vervangen worden. Bovendien geldt altijd dat alleen<br />
wat in een vorige lezing binnen de meeleeshaken staat, gehandhaafd is.<br />
42 VERANTWOORDING
4.4.7 Open varianten<br />
Het komt bij Van de Woestijne enkele malen voor dat hij twee lezingen<br />
noteerde zonder aan te geven welke hij wilde handhaven – als hij<br />
dat al besloten zou hebben. Om deze `open varianten' weer te geven,<br />
wordt gebruik gemaakt van accolades. Onder de tekst uit een vorige<br />
lezing worden dan steeds teksthaken gezet, daaronder komt de alternatieve<br />
tekst. Het overige <strong>deel</strong> van de regel wordt niet herhaald. Bijvoorbeeld<br />
a de degen brak in uwen pallem;<br />
34 g<br />
p ^<br />
d<br />
{hetl lemmer l J ^<br />
Van de Woestijne schreef in fase a `de degen brak in uwen pallem;' en<br />
in fase d voegde hij `het lemmer' als alternatief voor `de degen' toe;<br />
het vervolg van de versregel bleef onveranderd.<br />
Wanneer na de fase waarin een open variant werd aangebracht nogmaals<br />
een wijziging werd aangebracht, worden de alternatieve lezingen<br />
beide tussen teksthaken herhaald<br />
I a het modder uit naar licht gehescht.<br />
3 g<br />
d {^<br />
th<br />
het modder uit naar licht gehescht.] g<br />
d .<br />
die 't hes<br />
d<br />
het modder uit naar lichtehescht. g<br />
[die't] t lucht uit moer en modder hescht f<br />
Hier begon Van de Woestijne zonder op enige wijze aan te geven dat<br />
de lezing uit fase a verviel, in fase d aan een alternatief voor de versregel.<br />
Eerst de letter `h', maar direct daarna hernam hij zich met `die 't<br />
hes'. Ook dat hernam hij meteen : `die 't' bleef staan (evenals, nog<br />
steeds, de lezing uit fase a) en hij maakte de regel verder af met `lucht<br />
uit moer en modder hescht'.<br />
4 .4• 8 Open plaats in de regel<br />
Wanneer Van de Woestijne in het manuscript in een regel plaats ope<strong>nl</strong>iet<br />
om daar later woorden in te vullen, is dit aangegeven met het<br />
teken 0 tussen teksthaken: [ 0 ]. De totale breedte van deze tekencombinatie<br />
is niet meer dan een globale indicatie van de opengelaten<br />
ruimte; er is ook rekening gehouden met het vervolg van de synopsis<br />
en de daarin benodigde tekstbreedte van de regel.<br />
Deze open plaats kan opgevat worden als tekst, zij het als `lege'<br />
tekst. Daarom is ook rekening gehouden met het meelezen van open<br />
plaatsen, of van een <strong>deel</strong> ervan als een ander ge<strong>deel</strong>te is ingevuld. Bijvoorbeeld<br />
]t<br />
1<br />
43 VERANTWOORDING
ir a Lijden dat [ a ] noopt<br />
22 a tot [ m ] dansen<br />
In fase a schreef Van de Woestijnes `Lijden dat [open plaats] noopt /<br />
tot [open plaats] dansen'. In fase c verving hij de eerste twee woorden<br />
door een nieuwe open plaats, oftewel hij schrapte `Lijden dat', en hield<br />
in die regel de open plaats en het rijmwoord `noopt' over; het woord<br />
`tot' in de volgende regel haalde hij eveneens weg : er komt een extra<br />
open plaats voor terug, en hij handhaafde `dansen'. De al bestaande<br />
open plaatsen in de a-fase van beide regels moet in de c-fase dus meegelezen<br />
worden.<br />
Hiervoor in § 4 .4. 3 .1 is vermeld dat verschrijvingen of directe<br />
wijzigingen (`Sofortkorrekturen') op een nieuwe regel in de synopsis<br />
worden weergegeven, met een zelfde fase-aanduiding. Bij zulke directe<br />
ingrepen, die uit de aard der zaak plaatshadden voor de tekst werd<br />
voortgezet, is geen open plaats in de synopsis opgenomen.<br />
4.4.9 Open plaats : strepen en puntjes<br />
Van de Woestijne liet in manuscripten `lege' tekst in de versregel<br />
meestal blanco, maar soms plaatste hij puntjes, een aantal kleine streepjes<br />
of een langere streep. Deze aanduidingen voor nog te vullen ruimte<br />
worden in de synopsis apart weergegeven, door middel van een zo<br />
kort mogelijke beschrijving. Alle editeurstoevoegingen in de verstekst<br />
van de synopsis zijn cursief gezet, tussen cursieve teksthaken (zie<br />
hierna). De strepen en puntjes die Van de Woestijne plaatste, zijn dan<br />
weergegeven met [streepjes] of [streep] of [puntjes]. Bijvoorbeeld:<br />
3 a [ 0 ] [streep] [ 0 ] glas<br />
b [ ] het onverbreekbaar [<br />
b Herdenken, [ ]<br />
De regel bestond in fase a dus uit een kleine open plaats, een streep,<br />
een tweede open plaats en het woord `glas'. In fase b vulde Van de<br />
Woestijne bij de streep en de tweede open plaats `het onverbreekbaar'<br />
in, om daarna meteen het nog opengebleven begin van de regel én het<br />
zojuist geschreven lidwoord `het' te vervangen door `Herdenken,'.<br />
Evenals bij de eerder besproken open plaats (dus [ .0 ]) het geval<br />
was, kunnen de hier bedoelde strepen en puntjes in een volgende regel<br />
van de synopsis worden meegelezen.<br />
4.4• í o<br />
Onzekere open plaats in de regel<br />
Het komt voor dat Van de Woestijne tekst schrapte zonder dat duidelijk<br />
is of daar later alsnog iets voor in de plaats moest komen. Met<br />
44 VERANTWOORDING
andere woorden : het is onzeker of de tekst geheel en ook definitief<br />
vervalt danwel of er sprake is van een open plaats als hierboven : lege'<br />
tekst. Zulke onzekere plaatsen zijn weergegeven met de tekencombinatie<br />
: < 0 >. Bijvoorbeeld<br />
81 a vloek over<br />
b < 0 ><br />
b en<br />
Deze passage werd in een manuscript van `Het menschelijk brood' na<br />
strofewit onder een kladstrofe geschreven. De woorden zijn mogelijk<br />
het begin van een nieuwe strofe geweest, maar dat is niet zeker; het<br />
woord `en' is geïsoleerd blijven staan, wat geen overtuigende aanwijzing<br />
is dat Van de Woestijne het gedicht op die plaats wilde voortzetten.<br />
De onzekerheid over Van de Woestijnes intentie komt dan tot uitdrukking<br />
in de synopsis.<br />
4.4.0r<br />
Exclusieve combinaties<br />
Wanneer zich in een versregel varianten voordoen, kunnen de verschillende<br />
lezingen van die regel in principe `samengelezen' worden met<br />
alle voorgaande en/of volgende versregel(s). Het komt echter ook voor<br />
dat door een variant de nieuwe lezing niet meer zinnig meegelezen kan<br />
worden met de voorgaande en/of volgende versregel(s), of dat het rijm<br />
de combinatie van twee regels uitsluit. Bijvoorbeeld<br />
29 a En waar , met witten blik en brallen kin bedreven<br />
3 o a de liefde in u gelijk een zieke vrucht versteent,<br />
b [ ]ons [<br />
3 I a verzoening !, voelt ge aan uwe taaie kleêren kleven<br />
b [ ] [voel]en we [ ] ons [<br />
3 2 a de stede , waar om u de Vrouwe heeft geweend.<br />
b [ ] ons [<br />
In de eerste versie (fase a) was de strofe gericht tot een persoon die<br />
met `u' of `ge' werd aangesproken. In tweede instantie (fase b) wijzigde<br />
Van de Woestijne die aanspreekvorm in de eerste persoon meervoud<br />
: `we' en `ons'. Daardoor kunnen niet meer alle lezingen van de<br />
verschillende versregels met elkaar gecombineerd worden. Door middel<br />
van toevoeging van de letters a, (3 (eventueel y, b et cetera) voor<br />
de fase-aanduiding wordt dan aangegeven welke lezingen met elkaar<br />
gecombineerd moeten worden. De bovenstaande strofe wordt derhalve<br />
als volgt weergegeven:<br />
45 VERANTWOORDING
29<br />
;o<br />
31<br />
3 2<br />
a En waar , met witten<br />
a<br />
a a<br />
R b<br />
bhk en b brallen e kink bedreven<br />
v<br />
de lede i f in u gelijk gi een zieke e vrucht versteent,<br />
[ ons<br />
a a verzoening !, voelt ge aan uwe taaie kleêren kleven<br />
fi b [ ] [voel]en we [ ] ons [<br />
a a de stede , waar om u de Vrouwe heeft geweend.<br />
R b [ ] ons [ ]<br />
De a-lezingen horen bij elkaar om een zinnig geheel te vormen; hetzelfde<br />
geldt voor de P-lezingen. De letters a, p et cetera worden voor<br />
elke lezing die <strong>deel</strong> uitmaakt van de exclusieve combinatie, herhaald.<br />
Het is mogelijk dat varianten met beide combinaties kunnen worden<br />
meegelezen; dan kunnen die varianten van meerdere combinatie-aanduidingen<br />
voorzien zijn, bijvoorbeeld 4.<br />
4.4.12<br />
4.4•I2•I<br />
Editeurrtekrt : cursief<br />
Sommige grafische bijzonderheden zijn niet door eenduidige tekens<br />
weer te geven. Er komen in de synopsis dan ook toevoeging van de<br />
editeur voor, die herkenbaar zijn doordat ze cursief gezet zijn tussen<br />
eveneens cursieve teksthaken. Een voorbeeld hiervan was al de weergave<br />
van [streep].<br />
In principe is de editeurstekst vrij, in de zin dat allerhande grafische<br />
bijzonderheden erin vermeld kunnen worden. In de praktijk komen<br />
echter hoofdzakelijk de volgende gevallen voor.<br />
O<strong>nl</strong>eesbare letters<br />
Van de Woestijnes handschrift is in het algemeen goed leesbaar, maar<br />
in snel geschreven kladnotities of bij doorhalingen en verschrijvingen<br />
zijn letters soms niet leesbaar. Dit wordt in de synopsis weergegeven<br />
met cursieve letters x tussen cursieve teksthaken; het aantal x-en benadert<br />
zo goed mogelijk het aantal o<strong>nl</strong>eesbare letters. Bijvoorbeeld:<br />
4 1 a Ik draag in mij de [xxJ<br />
a [ ] norsche wolk<br />
Hier is sprake van een directe herneming. Na `de' in de eerste lezing<br />
heeft Van de Woestijne twee letters van een volgend woord geschreven,<br />
maar direct besloten de voortzetting te wijzigen, met als resultaat<br />
`norsche wolk'. Wat er aanvankelijk stond, is door de herneming<br />
o<strong>nl</strong>eesbaar geworden.<br />
4.4.1 2.2 Onzekere leringen<br />
Wanneer onzeker is wat er in het manuscript staat, is de vermoedelijke<br />
lezing voorzien van een cursief gezet vraagteken tussen cursieve teksthaken<br />
: [?]. Bijvoorbeeld<br />
46 VERANTWOORDING
4 .4.12. 3 Strofeivit<br />
i6z a Maar mijn ge[xx]<br />
a het Leven zwaait zijn bar ?_/ gezag<br />
Van de Woestijne schreef eerst `Maar mijn' en een woord van vier letters<br />
waarvan alleen de eerste twee als `ge' leesbaar zijn. Direct hernam<br />
hij de regel, maar de lezing van het woord `bar' is onzeker.<br />
Bestaat onzekerheid over de lezing van meerdere woorden achter<br />
elkaar, dan krijgt elk van die woorden het vraagteken.<br />
Voor alternatieve lezingen wordt gebruik gemaakt van een editeurscommentaar<br />
in de rechtermarge; zie § 4.4.12.8, ` Correcties en leessuggesties'.<br />
Strofewit in de enkelvoudige synopsis wordt op een afzonderlijke, niet<br />
genummerde regel weergegeven met [strofewit]. Wanneer in de ontwikkelingsgang<br />
een gecombineerde synopsis wordt gegeven, is strofewit<br />
eveneens zo aangegeven, maar is de regel tevens genummerd met<br />
de twee regelnummers van de voorafgaande en de volgende versregel.<br />
Bijvoorbeeld<br />
IO/I I C 2 :C, C Z :D [strofewit]<br />
In de stadia C Z :C en C 2 :D komt strofewit voor tussen de versregels<br />
io en ii.<br />
4•4•I2.4<br />
4.4.12.5<br />
Grotere witruimte<br />
De synopsis is gebaseerd op de min of meer regelmatige regelindeling<br />
van een tekst. Op basis van het handschrift zijn strofewit of een of<br />
twee opengebleven regels in een strofe meestal gemakkelijk te onderkennen.<br />
Zolang redelijkerwijs kan worden bepaald hoe Van de Woestijne<br />
het wit bedoeld heeft, wordt dat met de inmiddels beschreven<br />
middelen aangegeven. Anders is het wanneer Van de Woestijne een<br />
grotere ruimte ope<strong>nl</strong>iet voor een onbepaald aantal regels. In die gevallen<br />
wordt met een korte aanduiding op een afzonderlijke, niet genummerde<br />
regel aangegeven hoe de grafische situatie is. Bijvoorbeeld door<br />
dopen ruimte] of door [kleine open ruimte].<br />
Doorhaling van tekstfragmenten<br />
Bij het hernemen van een passage haalde Van de Woestijne soms een<br />
of meer eerdere versies door. Bij die eerdere versie(s) is aan het slot<br />
van de synopsis vermeld dat de tekst is doorgehaald en in welk stadium<br />
dat gebeurde.<br />
Is het hele stadium dat in de synopsis weergegeven is, doorgehaald,<br />
dan is dat aangegeven met (bijvoorbeeld) : [Geheel doorgehaald in stadium<br />
FJ. Ook een <strong>deel</strong> van de tekst in de synopsis kan zijn doorgehaald<br />
47 VERANTWOORDING
fir. 9-12 doorgehaald, vermoedelijk in stadium B ILIJ. Veelal wordt in de descriptieve<br />
commentaar ook op dergelijke bijzonderheden gewezen.<br />
4.4.12.6<br />
4•4•I2.7<br />
Verband tussen fasen en stadia<br />
De tekst van een stadium heeft een eigen fasering (zie hierboven), maar<br />
soms kan vastgesteld worden dat een van de fasen samenvalt met een<br />
later stadium. De dichter heeft dan bijvoorbeeld in een bestaand fragment<br />
varianten aangebracht en vervolgens het gehele fragment<br />
opnieuw geschreven; of aan de schrijfstof is te zien dat varianten genoteerd<br />
moeten zijn toen hij aan een later stadium werkte. Zulke verbindingen<br />
tussen stadia en fasen worden aan het slot van de synopsis vermeld.<br />
Bijvoorbeeld :[Fase c in r. z8 valt samen met stadium FJ. Het komt<br />
ook voor dat niet te zeggen is met wélk later stadium een (duidelijk<br />
latere) schrijflaag samenvalt. De vermelding kan dan bijvoorbeeld luiden<br />
: [Fasen c en d in r. 7, 9, 19 en 31 vallen samen met een later, niet nader<br />
te bepalen stadium].<br />
Verwiking naar andere stadia<br />
De hernemingstechniek van Van de Woestijne vereist een systeem<br />
waarmee wordt aangegeven waar hernomen fragmenten elders (eerder<br />
of later) in de genese voorkomen. De `ontwikkelingsgang' is immers<br />
voor het grootste ge<strong>deel</strong>te opgebouwd uit enkelvoudige synopses; verschillende<br />
versies van dezelfde passages worden dus meestal parallel,<br />
niet tegelijk gepresenteerd. Om de lezer te wijzen op de andere plaatsen<br />
waar versregels, strofen of grotere gehelen eerder bewerkt werden<br />
of opnieuw bewerkt worden, is in de rechtermarge een verwijzingssysteem<br />
aangebracht. Het is niet zo dat regels die aldus met elkaar in verband<br />
worden gebracht altijd identiek zijn. Met de verwijzingen is<br />
genetische verwantschap aangeduid, wat impliceert dat er verschillen<br />
kunnen zijn.<br />
De verwijzingen zijn cursief gezet, tussen cursieve teksthaken, en<br />
zijn te verdelen in drie typen: verwijzingen die betrekking hebben op<br />
éen versregel, verwijzingen die betrekking hebben op meerdere versregels<br />
en verwijzingen die betrekking hebben op de gehele tekst van de<br />
synopsis.<br />
Verwijzingen die betrekking hebben op éen versregel staan rechts,<br />
ter hoogte van de eerste lezing van de regel in de synopsis (die door<br />
fasering immers meerdere regels per versregel kan beslaan). Met een<br />
pijltje naar rechts wordt verwezen naar een later stadium in de genese,<br />
met een pijltje naar links naar een eerder stadium in de genese. Stadiumsigle<br />
en synopsisregelnummer van de verwante regel in dat stadium<br />
worden dan genoemd. In de synopses van de `ontwikkelingsgang'<br />
wordt ook vooruitgewezen naar het corresponderende regelnummer<br />
in de gecombineerde synopsis van `varianten en correcties'.<br />
48 VERANTWOORDING
(Dat regelnummer is dus hetzelfde als dat van de leestekst) Bij die verwijzingen<br />
ontbreekt een stadiumaanduiding. Bijvoorbeeld<br />
De regel waarachter deze verwijzing in de synopsis is afgedrukt, is verwant<br />
met vier andere plaatsen in het variantenapparaat. Eerdere plaatsen<br />
waren regel 5 in stadium A, en r. 1 7 in stadium C' ; een latere<br />
plaats is r. 8 in stadium D. Bovendien nog r. 4o in de gecombineerde<br />
synopsis. Met de laatste verwijzing vindt men de regel dus tevens in<br />
de leestekst.<br />
In enkele gevallen worden twee versregels later samengevoegd tot<br />
éen. Dan wordt bij beide regels vooruitgewezen naar de regel waarin<br />
ze later zijn samengevoegd, en bij de latere regel wordt naar beide<br />
regels terugverwezen, met een Duitse komma tussen de regelnummers.<br />
De verwijzing [4--BI, 2/4] wil dus zeggen dat de regel verwant is met<br />
de regels 2 en 4 in het vroegere stadium BI.<br />
Verwijzingen die betrekking hebben op de gehele tekst van de<br />
synopsis staan bovenaan de synopsis. Met dezelfde pijltjes als hiervoor<br />
wordt dan aangegeven waar het betreffende ge<strong>deel</strong>te eerder of later in<br />
de genese voorkomt. Stel een vijfregelige passage, stadium B, is afzonderlijk<br />
bewerkt. Bovenaan kan dan staan:<br />
De passage blijkt verwant te zijn met r. 1-5 in het eerdere stadium A<br />
en met r. 16-20 in het latere stadium C II . Bij `varianten en correcties'<br />
en dus ook in de leestekst is het r. 41-45. Omdat de verwijzing voor<br />
het gehele stadium B geldt, zijn de regelnummers daarvan niet afzonderlijk<br />
vermeld.<br />
Verwijzingen die betrekking hebben op meerdere versregels die niet<br />
precies samenvallen met de volledige tekst van het stadium dat in de<br />
synopsis is weergegeven, staan ter hoogte van de eerste van de betreffende<br />
regels. Indien dat het begin van een strofe is, dan is de verwijzing<br />
op de regel van [strofewit] geplaatst. De omvang van het fragment<br />
wordt met de regelnummers aangeduid (in tegenstelling tot het<br />
vorige voorbeeld), en met pijltjes wordt naar een eerder of later stadium<br />
c.q. de gecombineerde synopsis van `varianten en correcties' verwezen.<br />
Bij regel -7 van een synopsis kan bijvoorbeeld staan:<br />
[7-8
In dezelfde verwijzing kunnen meerdere fragmenten aan de orde<br />
zijn. Stel dat Van de Woestijne in stadium A een vierregelige strofe<br />
ontwierp, die hij in stadium B hernam en uitbreidde met twee nieuwe<br />
strofen. In stadium C schreef hij het gehele gedicht over maar breidde<br />
hij het opnieuw uit, nu met een nieuwe beginstrofe. Deze laatste<br />
samenstelling komt overeen met de leestekst. De verwijzing bij stadium<br />
A luidt dan:<br />
In stadium B komt bij r. r de verwijzing<br />
Bovendien moet bij het begin van de tweede strofe in stadium B aangegeven<br />
worden dat de komende acht regels in volgende versies opschuiven<br />
[I-rz,C, 9-16; f-r2–>9-r6]<br />
In stadium C wordt aan het begin niet terugverwezen : de eerste strofe<br />
is immers nieuw. Wel moet daar vooruitgewezen worden naar `varianten<br />
en correcties', waar de regelnummering gelijk is<br />
[-^ r-r6]<br />
Bij r. 5 wordt in stadium C aangegeven dat de eerstvolgende vier<br />
regels (5-8) verwant zijn met stadium A én dat het gehele vervolg (Si<br />
6) voorheen stadium B vormde<br />
[J-BE-A; J-rG->BJ<br />
Een vooruitwijzing naar `varianten en correcties' is hier overbodig<br />
want die stond al aan het begin van de synopsis.<br />
In de gecombineerde synopsis van `varianten en correcties' wordt op<br />
vergelijkbare wijze steeds naar de stadia A, B en C terugverwezen. Wel<br />
zijn er enkele aanpassingen in de terugverwijzingen bij de gecombineerde<br />
synopsis, die besproken worden in § 4.5.7.<br />
4 . 4• z 2.8 Correcties en leessuggesties<br />
Onduidelijke of niet-zinnige lezingen in manuscripten worden in de<br />
rechtermarge voorzien van een correctie in de vorm van een leessuggestie.<br />
Dat betekent uiteraard niet dat elk onvoltooid woord of elke<br />
onvoltooide zin door de editeur wordt vervolledigd; het is immers<br />
inherent aan manuscripten, met name kladversies van gedichten of in<br />
haast genoteerde invallen, dat de schrijver zich verschrijft of wellicht<br />
bewust delen impliciet laat. De onvoltooidheid van de tekst wordt dan<br />
ook bij voorkeur gerespecteerd. Anderzijds zijn er plaatsen waar Van<br />
de Woestijne met een woord of zin een zichtbare bedoeling had, die<br />
5 0 VEKANTWOORDING
evenwel niet goed op papier is gekomen met als resultaat een niet-zinnige<br />
lezing. Zowel ter verduidelijking voor de lezer als om het misverstand<br />
te voorkomen dat er in de editie sprake zou zijn van een zetfout,<br />
leek een korte commentaar op sommige plaatsen gewenst.<br />
De becommentarieerde tekst (meestal: een woord) is in de synopsis<br />
voorzien van een asterisk. In de rechtermarge wordt tussen cursieve<br />
teksthaken de correctie gegeven. Daartussen is de `juiste' lezing zelf<br />
romein gezet, alle overige tekst is cursief gezet. Bij het woord `*dankren'<br />
in het manuscript kan bijvoorbeeld als correctie in de synopsis<br />
worden aangetroffen:<br />
*[lees : donkren of dankbrenJ<br />
Ook door Van de Woestijne abusievelijk achterwege gelaten schrappingen<br />
of dubbel geschreven woorden kunnen zo gecorrigeerd worden:<br />
*[ lees .eschra g t<br />
of<br />
*[lees : eenmaal door]<br />
Als meerdere correcties in een regel voorkomen, wordt voor elke volgende<br />
een asterisk toegevoegd; een tweede correctie heeft dus twee<br />
asterisken, een derde drie, et cetera.<br />
Met hetzelfde systeem worden ook alternatieve lezingen van het<br />
manuscript gegeven. Soms is niet zeker wat Van de Woestijne schreef,<br />
en is op grond van het zinsverband evenmin zekerheid te verkrijgen.<br />
Het woord `op' lijkt bijvoorbeeld soms op `of', `met' op `niet', en<br />
minuskels van a, o, u en j lijken soms op de majuskels. Met een asterisk-verwijzing<br />
wordt in de marge dan de alternatieve lezing vermeld.<br />
Bijvoorbeeld bij `*als'<br />
*dof: Als]<br />
4 . 5 Gecombineerde synopsis<br />
De gecombineerde synopsis wordt gebruikt om verschillende versies<br />
van een tekst in chronologische volgorde per regel met elkaar te vergelijken.<br />
De wijze waarop de verstekst per bron wordt weergegeven,<br />
verschilt niet van die in de enkelvoudige synopsis; de gecombineerde<br />
synopsis kan gezien worden als een samenvoeging van meerdere enkelvoudige<br />
synopses. Wel vergt het onder elkaar plaatsen van regels uit<br />
opeenvolgende bronnen aanpassingen van het systeem.<br />
Er zijn enkele kleine verschillen tussen de gecombineerde synopses<br />
van de `ontwikkelingsgang' en die van de `varianten en correcties'.<br />
– In de `ontwikkelingsgang' worden aan het begin van de gecombineerde<br />
synopsis alle opgenomen teksteenheden genoemd. Bij `varian-<br />
S I VERANTWOORDING
ten en correcties' worden in principe alle overgeleverde bronnen<br />
opgenomen tenzij ze expliciet worden uitgesloten omdat ze in de `ontwikkelingsgang'<br />
zijn verwerkt. Bij het kopje `varianten en correcties'<br />
staat dan bijvoorbeeld: `(C I, M en C Z niet opgenomen)'.<br />
– Paralipomena worden in de `ontwikkelingsgang' met een synopsis<br />
gepresenteerd, maar komen niet in `varianten en correcties' voor.<br />
– Bij de `ontwikkelingsgang' worden van de stadia in de gecombineerde<br />
synopsis alle versregels gegeven, dus ook die waarin geen<br />
varianten voorkomen. De gecombineerde synopsis bij `varianten en<br />
correcties' bevat alleen de regels die in een van de bronnen varianten<br />
ten opzichte van de leestekst bevatten. De consequenties voor afwijkende<br />
regelnummers worden besproken in § 4. 5 .4, `Afwijkende regelnummering'.<br />
4.S.i<br />
Opgave van bronnen : gecombineerde siglen<br />
Voor de regel wordt de bron vermeld waar de gegeven lezing van de<br />
versregel voorkomt. Is de tekst van de regel in twee opeenvolgende<br />
bronnen volstrekt gelijk, dan worden beide bronnen genoemd, gescheiden<br />
door een komma (zonder spatie). Wanneer de tekst in drie of<br />
meer opeenvolgende bronnen gelijk is, worden de eerste en de laatste<br />
bron genoemd, gescheiden door een koppelteken : C' :B-D. Dit betekent,<br />
dat de lezing voor alle in de gecombineerde synopsis opgenomen<br />
bronnen van stadium C' :B tot en met bron D dezelfde is. Bij de `overlevering'<br />
is te zien welke die bronnen zijn.<br />
4.5.2 Meeleen<br />
De tekst wordt per bron gepresenteerd. Bij de vroegste bron wordt de<br />
gehele versregel gegeven. Als in de volgende bron een afwijkende<br />
lezing staat, wordt die onder de vorige gezet. Daarbij wordt –zolang<br />
de overzichtelijkheid het toelaat –alleen het gewijzigde <strong>deel</strong> van de<br />
regel (de variant) voluit gedrukt, voor het gelijkgebleven ge<strong>deel</strong>te<br />
worden meeleestekens gebruikt, in de vorm van staande streepjes. Bijvoorbeeld<br />
22 T<br />
NP, D<br />
zelfs 't lafekreun dat om uw medelijden smeekt:<br />
g 1<br />
geen<br />
In de tijdschriftpublikatie T begint de regel met `zelfs 't laf gekreun',<br />
maar in de volgende twee bronnen, het manuscript M 3 en de bundel<br />
D, staat `zelfs geen gekreun'. Uit de notatie blijkt dat de tekst boven<br />
de rechte streepjes in de nieuwe bronnen moet worden meegelezen.<br />
Heeft Van de Woestijne in een bron varianten aangebracht, zodat<br />
een fasering is aangegeven, dan wordt dat genoteerd zoals eerder<br />
beschreven. Het meelezen van de tekst in dezelfde bron door middel<br />
5 2 VERANTWOORDING
van de teksthaken, en het meelezen van de tekst uit een vorige bron<br />
door middel van verticale streepjes, kan tegelijk voorkomen. Bijvoorbeeld<br />
7 C 2 :13' a Geen leven, dan de ronde wind die zwaait zijn zeis<br />
M Z I<br />
I zwiert I i<br />
M 3 a i I ri<br />
a [ ] wind die zwiert zijn zeis<br />
In C 2 :13' schreef Van de Woestijne de regel `Geen leven, dan de ronde<br />
wind die zwaait zijn zeis' en bracht daar in een volgende fase (b) een<br />
variant in aan. Die tweede lezing komt ook voor in manuscript M' en<br />
tijdschrift T. In manuscript M Z komt een variant voor : waar eerder<br />
`zwaait' stond, staat nu `zwiert'; de rest van de regel is gelijk gebleven.<br />
In M 3 heeft Van de Woestijne óf een schrijffout gemaakt en die<br />
direct hersteld, óf heel kort een variant overwogen. In elk geval is er<br />
geen volledige nieuwe lezing gerealiseerd (alleen de letters `ri' kwamen<br />
op papier) en hij heeft de regel afgemaakt zoals die in de voorgaande<br />
bron ook luidde. Naderhand – in alle bronnen van P' tot en met D –<br />
heeft hij de tekst onveranderd gelaten.<br />
Bij de hapering in M 3 is het noodzakelijk bij de herneming van de<br />
regel (de tweede a-fase) het vervolg `die zwiert zijn zeis' opnieuw over<br />
te nemen, want op de direct daarboven staande regel (in het verlengde<br />
van de eerste a-fase) staat geen tekst, zodat die ook niet kan worden<br />
meegelezen.<br />
Het kan voorkomen dat gelijkblijvende tekstge<strong>deel</strong>ten in een volgende<br />
bron toch opnieuw worden overgenomen. Als bijvoorbeeld<br />
door varianten in voorgaande bronnen de tekst verschoven is, kan het<br />
overzichtelijker zijn bij een volgende bron de nieuwe lezing of een <strong>deel</strong><br />
daarvan in haar geheel te herhalen. Ook wanneer de veranderingen in<br />
volgende bronnen slechts leestekens betreffen, of wanneer een woord<br />
direct voor of na een leesteken verandert, kan het overzichtelijker zijn<br />
woorden of leestekens opnieuw over te nemen.<br />
4•S•3<br />
Ontbrekende tekst<br />
Het gebeurt dat bepaalde tekstelementen niet voorkomen in alle bronnen<br />
die in de gecombineerde synopsis zijn opgenomen. Dit kan opzet<br />
geweest zijn (bijvoorbeeld : Van de Woestijne gaf het gedicht slechts in<br />
een van de bronnen een titel), maar het kan ook een vergissing zijn<br />
(het vergeten van een regel bij een herneming, foutieve proevencorrectie).<br />
In de synopsis wordt dat weergegeven met [ontbreekt]. Dit wordt<br />
zowel voor delen van een versregel gebruikt (soms in de verkorte<br />
vorm [ontbr.]) als voor geheel ontbrekende regels.<br />
53 VERANTWOORDING
4.5.4 Afwijkende regelnummering<br />
De regelnummers van de gecombineerde synopsis in `varianten en correcties'<br />
corresponderen met de regelnummering in de leestekst. Het<br />
komt echter voor dat in de gecombineerde synopsis bronnen zijn<br />
opgenomen die anders zijn samengesteld –bijvoorbeeld door het ontbreken<br />
van regels of strofen, of doordat die juist zijn toegevoegd –<br />
zodat de regels niet meer synchroon lopen. In die gevallen wordt bij<br />
de afwijkende bron het regelnummer tussen haakjes gezet.<br />
4•S•S<br />
Titels, motto's en opdrachten<br />
De typografie van titels, motto's en opdrachten is in het variantenapparaat<br />
niet overgenomen. De tekst is steeds romein gezet. Hoofdlettergebruik<br />
is overgenomen; wanneer het verschil tussen onderkast en<br />
kapitalen in de typografie van een publikatie is weggevallen (meestal<br />
bij titels), wordt van de kopijversie uitgegaan. Is die niet voorhanden,<br />
dan wordt het hoofdlettergebruik toegepast volgens huidige gewoonte,<br />
dat wil zeggen met alleen kapitalen aan het begin van de titel en in<br />
namen.<br />
Als een titel, motto of opdracht slechts éen regel beslaat, worden de<br />
bronnen in een synopsis gecombineerd. Maar wanneer meerdere regels<br />
nodig zijn (door de lengte of doordat er zowel een titel als een<br />
opdracht is) wordt per bron alle `kopwerk' in zijn geheel gegeven.<br />
Vergelijking van zulke teksten is door de geringe omvang geen probleem.<br />
4.5 .6 Ongelijke omvang van bronnen<br />
Wanneer een bron bij `varianten en correcties' passages die in de leestekst<br />
voorkomen niet bevat, wordt dat op een aparte regel cursief tussen<br />
cursieve teksthaken vermeld. Bijvoorbeeld<br />
[Hier eindigen M 4 en M I _1<br />
of<br />
[De regels ¢¢-¢8 ontbreken in M']<br />
Bij de voortzetting van de gecombineerde synopsis wordt dan opnieuw<br />
vermeld welke regels van welke bronnen het vervolg betreft.<br />
In de `ontwikkelingsgang' worden de meeste kladstadia gepresenteerd.<br />
Enkele stadia die tot de genese behoren kunnen ook bij `varianten<br />
en correcties' zijn opgenomen. Dat zijn dan meestal de relatief<br />
lange delen die zonder veel problemen met de overige bronnen kunnen<br />
worden gecombineerd. Het kan voorkomen dat er in die stadia toch<br />
delen zijn die het best in een afzonderlijke synopsis kunnen worden<br />
54 VERANTWOORDING
weergegeven. Dan wordt de gecombineerde synopsis onderbroken<br />
voor een afzonderlijke presentatie. Bij de voortzetting van de gecombineerde<br />
synopsis wordt ook dan opnieuw vermeld welke regels van<br />
welke bronnen het vervolg betreft.<br />
4•S•7<br />
Stadiaverwikingen<br />
Omdat in de gecombineerde synopsis niet alle regels van de leestekst<br />
voorkomen, moeten de stadiaverwijzingen in de marge zodanig worden<br />
aangepast dat toch duidelijk is waar verwante versies van regels uit<br />
de leestekst in eerdere stadia voorkomen. De oplossing is gezocht in<br />
het verzamelen van alle verwijzingen die bij de gecombineerde synopsis<br />
zouden hebben gestaan als die wel alle regels uit de leestekst bevatte.<br />
Stel dat in de synopsis na r. 4 de eerstvolgende variant pas in r. 7<br />
komt. Wanneer dan voor r. 5 een verwijzing naar stadium B II had<br />
moeten komen betreffende de volgende acht regels en is er ook een<br />
vroege versie van r. 6 in stadium A', r. 3, dan worden beide verwijzingen<br />
tussen r. 4 en r. 7 geplaatst<br />
77 ,<br />
J -I2F-B 6^-A<br />
> >j<br />
Voor het overige blijft het verwijzingssysteem hetzelfde.<br />
Het spreekt vanzelf dat vanuit de gecombineerde synopsis bij<br />
`varianten en correcties' alleen terugverwezen kan worden naar eerdere<br />
versies, aangezien de leestekst de ultimo manus-uitgave als basistekst<br />
heeft. 34<br />
5<br />
DEEL 2: BIBLIOGRAFIEËN EN REGISTER<br />
De verdeling van de bibliografieën waarmee de editie afsluit, is als<br />
volgt<br />
I. Bibliografie van primaire literatuur;<br />
2. Bibliografie van literatuur over Wiekslag om de kim;<br />
3. Bibliografie van secundaire literatuur;<br />
4. Bibliografie van vertalingen.<br />
5.1 Bibliografie van primaire literatuur<br />
De Bibliografie van primaire literatuur bevat alle werken van Karel<br />
van de Woestijne waaraan in de editie gerefereerd wordt. 35 Het betreft<br />
34 Uitzonderingen g zijn<br />
de g gedichten uit God aan ^ ee en Het berg-meer g die e in Gedichten<br />
werden opgenomen, g ^ maar de versies s van die gedichten g – die weinig gvarianten bevat-<br />
ten – zijn ook in de gecombineerde g<br />
synopsis verwerkt.<br />
35 Deze bibliografieg ie is dus geen g volledige<br />
primaire p bibliografie g van de zelfstandigg ver-<br />
schenen werken van Karel van de Woestijne. 1<br />
55 VERANTWOORDING
uitsluitend zelfstandige publikaties; voor Van de Woestijnes bijdragen<br />
aan periodieken wordt verwezen naar de Lijst van voorpublikaties.<br />
De bibliografie begint met uitgaven die tot de bronnen van Wiekslag<br />
om de kim gerekend kunnen worden (A). Daarna volgen de overige<br />
werken die tijdens zijn leven verschenen (B); tot slot volgen uitgaven<br />
die na zijn dood verschenen (C). Per onder<strong>deel</strong> zijn de werken chronologisch<br />
geordend.<br />
5.2 Bibliografie van literatuur over Wiekslag om de kim<br />
Deze bibliografie geeft alle achterhaalde recensies en beschouwende<br />
publikaties over Wiekslag om de kim of delen of gedichten daaruit. Het<br />
beschikbare bibliografisch apparaat is niet zo verfijnd dat met zekerheid<br />
beweerd kan worden dat alles is achterhaald. Alle wegen die het<br />
bibliografisch computerprogramma BIZON noemt, zijn systematisch<br />
gevolgd. 36 Bovendien werd geput uit de verzamelingen knipsels in het<br />
AMVC te Antwerpen en in het Letterkundig Museum te Den Haag.<br />
Verder werden uiteraard verwijzingen in andere literatuur nagetrokken.<br />
In de bibliografie zijn alleen die publikaties opgenomen die substantiële<br />
gegevens of opvattingen over (delen van) Wiekslag om de kim<br />
bevatten. Talrijke bijdragen en zelfstandige publikaties over Van de<br />
Woestijne blijven zeer algemeen, geven een impressionistische beschrijving<br />
of baseren zich op het werk van anderen. Dergelijke publikaties<br />
blijven in de bibliografie achterwege. Wanneer meer algemene artikelen<br />
wel van waarde zijn geweest voor het onderzoek, worden ze overigens<br />
in de volgende bibliografie vermeld.<br />
Van de grote studies over Van de Woestijne is in deze bibliografie<br />
alleen Ruttens boek De lyriek van Karel van de Woestijne genoemd, met<br />
verwijzing naar het ge<strong>deel</strong>te dat specifiek over de Wiekslag-poëzie gaat;<br />
de overige studies zijn bij de andere secundaire literatuur opgenomen.<br />
De bibliografie is als volgt onderver<strong>deel</strong>d : eerst de publikaties over<br />
de gehele trilogie, en vervolgens de publikaties die over afzonderlijke<br />
delen handelen, inclusief `Het menschelijk brood'. Binnen deze verdeling<br />
is de ordening alfabetisch op auteur en per auteur chronologisch.<br />
5 . 3 Bibliografie van overige secundaire literatuur<br />
In deze bibliografie zijn –ongeacht aard, onderwerp en kwaliteit – alle<br />
literaire werken, artikelen en studies opgenomen waarnaar in de editie<br />
verwezen wordt en/of die bij de voorbereiding van de editie geraad-<br />
36 c ^,<br />
BIZON staat voor Biblio rafisch zoekprogramma Nederlandse letterkunde';zie<br />
g<br />
hiervoor Mathijsen, Naar de letter, 99.<br />
1 ><br />
p. 99<br />
5 6 VERANTWOORDING
pleegd zijn, en die in de eerdere bibliografieën niet voorkomen. 37 De<br />
ordening is alfabetisch op auteur en per auteur chronologisch.<br />
5 .4 Bibliografie van vertalingen<br />
Het is een gewoonte geworden in een historisch-kritische editie een<br />
bibliografie aan te bieden van vertalingen van de in de editie uitgegeven<br />
gedichten. Ik heb gebruikgemaakt van dezelfde hulpmiddelen die<br />
beschreven zijn bij de Bibliografie van literatuur over Wiekslag om de<br />
kim. Een belangrijke steun was de publikatie van J. Soenen, V jfmaal<br />
Karel van de Woestijne in vertaling. De bibliografie die daarin op p. 89-119<br />
is afgedrukt, is de belangrijkste bron geweest. Zoveel als mogelijk was,<br />
heb ik, met hulp van de heer Soenen, geprobeerd de publikaties zelf<br />
onder ogen te krijgen. Dat is niet altijd gelukt. De aangeboden informatie<br />
over de niet-geraadpleegde vertalingen is afkomstig uit de bibliografie<br />
van Soenen, en gemerkt met het teken a voor de titel.<br />
De bibliografie is alfabetisch op taal geordend, en per taal alfabetisch<br />
op vertaler; heeft een vertaler meerdere vertalingen gepubliceerd, dan<br />
zijn die chronologisch gerangschikt. De vertaalde gedichten zijn opgesomd<br />
in ` Wiekslag-volgorde'.<br />
5.5 Register van gedichten<br />
Om te kunnen terugvinden waar een gedicht in de commentaar of in<br />
het apparaat genoemd wordt, is een register gemaakt van beginregels<br />
en titels van de gedichten. Het register beslaat de Ontstaansgeschiedenis,<br />
de Drukgeschiedenis en het Variantenapparaat, maar verwijst<br />
niet naar de Lijst van voorpublikaties en de Bronne<strong>nl</strong>ijst. Waar een<br />
gedicht in die lijsten voorkomt, is via de bijbehorende `overlevering'<br />
in het Variantenapparaat gemakkelijk terug te vinden.<br />
37 Uitzondering is (wederom) Ruttens De lyriek Karel<br />
g s D<br />
y<br />
l a k van van de I^oesti ne dat hier vol-<br />
^ ^<br />
l e di ^h e id s h lv a egenoemd opnieuw g n wordt.<br />
57 VERANTWOORDING
59<br />
Commentaar
Ontstaansgeschiedenis<br />
I INLEIDING<br />
1.1 Over het onderdoek<br />
Met het verschijnen van Het berg-meer in 1928 had Van de Woestijne<br />
het laatste <strong>deel</strong> volbracht van een drieluik dat hij zelf beschouwde als<br />
zijn magnum opus, en dat nu wordt aangeduid met de titel Wiekslag om<br />
de kim. 1 In i 9 2o was het eerste <strong>deel</strong> verschenen, De modderen man, in<br />
1926 het midden<strong>deel</strong>, God aan fee, en de i<strong>nl</strong>eiding tot De modderen man,<br />
Het mencchelijk brood. De vroegste plannen voor de grote compositie<br />
dateerden van november r 9 r r . Nadat Het berg-meer verschenen was,<br />
had de trilogie de facto de volgende samenstelling<br />
WIEKSLAG OM DE KIM<br />
'Het<br />
en m h l sc jk e I brood d'<br />
De modderen man [motto :] Omnis<br />
I<br />
II<br />
qui pp e caro corruperat p vlam suam<br />
III incl.1 cyc s u : Op den e dood van Jean Moréas<br />
God aan zee 'Doop van den bedelaar'<br />
I De heete asch<br />
II De schurfti ge danser I<br />
2<br />
3<br />
III Verzoeking g van god ^<br />
I V Geboorte van den honig<br />
v God aan zee<br />
`Uitvaart van den bedelaar'<br />
Het berg-meer `De blind-geborene'<br />
I De modder-haven I<br />
2<br />
II Het berg-meer g<br />
III De voedster<br />
`De<br />
blind- gewordene'<br />
3<br />
I<br />
2<br />
3<br />
I<br />
Zie voor de naamgeving g e g van het drieluik de e Verantwoording, g^ I. 4.<br />
GI ONTSTAANSGESCHIEDENIS
In dit overzicht is te zien dat de triptiek een verregaande structurering<br />
heeft gekregen. 2 Voorop gaat het lange gedicht `Het menschelijk<br />
brood', bedoeld als i<strong>nl</strong>eiding tot het eerste <strong>deel</strong>, De modderen man. Deze<br />
bundel is ver<strong>deel</strong>d in drie romeins genummerde afdelingen, waarvan<br />
de laatste begint met het gedicht `Gedachtenis aan eene jonge Dichteres'<br />
[MM23], gevolgd door de cyclus `Op den dood van Jean Moréas'<br />
die uit vijf gedichten bestaat, en twee afzonderlijke gedichten. Het<br />
midden<strong>deel</strong>, de bundel God aan fee, heeft een pre- en een postludium:<br />
respectievelijk `Doop van den bedelaar' en `Uitvaart van den bedelaar'.<br />
Ze omsluiten vijf romeins genummerde afdelingen die elk tevens<br />
een titel hebben. De tweede daarvan, `De schurftige danser', is nog<br />
eens ver<strong>deel</strong>d in arabisch genummerde onderafdelingen. Het slot<strong>deel</strong>,<br />
Het berg-meer, is in drie romeins genummerde en getitelde afdelingen<br />
opgebouwd, met een verdere onderverdeling van de eerste en de laatste<br />
afdeling. De afdelingen worden ook weer in- en uitgeleid door<br />
twee lange gedichten, `De blind-geborene' en `De blind-gewordene'.<br />
In de volgende hoofdstukken wordt de ontstaansgeschiedenis van<br />
Wiekslag om de kim voor zover mogelijk gereconstrueerd en gedocumenteerd.<br />
Aan de gevolgde werkwijze ligt hetzelfde principe ten<br />
grondslag als aan de presentatie van de ontstaansgeschiedenis per<br />
gedicht : alle achterhaalde geschreven en gedrukte bronnen die een rol<br />
gespeeld hebben bij de totstandkoming van de compositie, worden<br />
gepresenteerd en waar nodig toegelicht. Tekstuele gegevens (aantekeningen<br />
van Van de Woestijne voor de compositie, publikaties van<br />
Wiekslag-gedichten) vormen daarvoor de basis, maar waar mogelijk zal<br />
ik tevens een beroep doen op buiten-tekstuele gegevens : brieven, historische<br />
data, andere plaatsen in Van de Woestijnes proza en poëzie.<br />
Tekstgenetisch onderzoek is niet gericht op herhaling van de ontstaansgeschiedenis<br />
van een dichtwerk zonder meer. Het gaat niet alleen<br />
om de feiten maar ook om hun samenhang. Die samenhang kan op uitee<strong>nl</strong>opende<br />
gronden worden onderkend, zoals materiële (papier,<br />
schrijfstof), grafische (de wijze waarop de tekst op papier gerangschikt<br />
is) en chronologische (het moment waarop een of meer gedichten<br />
bewerkt zijn). Ook kunnen teksten van gedichten inhoudelijk verwantschap<br />
vertonen, en Van de Woestijne heeft bovendien in bepaalde<br />
gevallen reeksen gedichten in manuscripten of in publikaties genummerd<br />
of onder groepstitels samengebracht. Zulke omstandigheden –<br />
vaak in onderlinge combinatie – zijn aa<strong>nl</strong>eiding om de betreffende<br />
gedichten als een samenhangend cluster te beschouwen.<br />
Aan de hand van het overgeleverde ontstaansmateriaal van Wiekslag<br />
om de kim wil ik proberen inzicht te krijgen in Van de Woestijnes<br />
z Deedetailleerde pg inhoudsopgave van het tekst<strong>deel</strong> biedt eveneens een volledigg<br />
overzicht van de samenstelling g van Wiekslag g om de kim.<br />
62 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
werkwijze en aldus een aanzet geven tot wat zijn componeerpoetica<br />
genoemd zou kunnen worden. De plannen, varianten en koerswijzigingen<br />
tijdens het ordeningsproces zijn manifestaties van de ordeningsprincipes<br />
van de dichter, vingerwijzingen naar een poëtische grammatica.<br />
Welke esthetische criteria Van de Woestijne bij de selectie van<br />
gedichten aanhield, weet ik niet; daarover is niets bekend.<br />
Enkele voorbehouden zijn hier op hun plaats. Deze editie is een<br />
<strong>deel</strong>editie. Zij bevat dus niet alle poëzie en bijbehorende schema's,<br />
plannen et cetera die in de periode 1 9 1I-I 928 uit Van de Woestijnes<br />
pen vloeiden. Bijgevolg hebben conclusies over Van de Woestijnes<br />
werkwijze slechts een beperkte geldigheid. Verder zijn niet alle notities<br />
die het drieluik betroffen, overgeleverd, en Van de Woestijne zal in de<br />
zeventien jaren waarin het drieluik zijn beslag kreeg talrijke onachterhaalbare<br />
gedachten en plannen in het hoofd gehad hebben. Het is zelfbedrog<br />
aan de hand van overgeleverd materiaal een genese te reconstrueren<br />
en daarbij te menen dat het geheel van bronnen en de door de<br />
onderhoeker gelegde verbanden de `werkelijke' historische situatie volledig<br />
kan weergeven; het resultaat is daarvan veeleer een afspiegeling.<br />
Een <strong>deel</strong> van het schrijfproces is niet gedocumenteerd, en het onderzoek<br />
kent onvermijdelijk interpretatieve beslissingen op cruciale<br />
momenten.<br />
Wie uitspraken doet over verbindingen en verbindingsmogelijkheden<br />
tussen gedichten, kan de inhoudelijke kant van de gedichten niet<br />
buiten beschouwing laten. Ik moet me wat dat betreft binnen het<br />
bestek van deze i<strong>nl</strong>eidende beschouwing echter beperken tot die aspecten<br />
van de gedichten die relevant zijn voor het doel: licht werpen op<br />
de ordeningsprincipes van Van de Woestijne. De beknopte parafrasen<br />
van de gedichten die ik op verscheidene plaatsen geef, zijn niet meer<br />
dan een noodzakelijk hulpmiddel in mijn betoog. Een interpretatie die<br />
recht doet aan de gedichten blijft noodgedwongen achterwege.<br />
Daar komt bij dat het aantal clusters van gedichten dat Van de<br />
Woestijne maakte (in plannen, in voorpublikaties, door selectie, door<br />
definitieve opneming in bundels et cetera) te groot is om hier alle<br />
afzonderlijk bestudeerd te worden. Ik heb me gericht op gevallen die<br />
het inzicht in de compositietechniek van Van de Woestijne helpen vergroten.<br />
Het is overigens de vraag of het zinvol zou zijn alle door Van<br />
de Woestijne gevormde combinaties van gedichten te onderzoeken:<br />
een <strong>deel</strong> ervan zou tot weinig (nieuwe) gegevens leiden. Wie meer van<br />
de aangetroffen clusters wil bestuderen of de poëzie in Wiekslag om de<br />
kim vanuit een andere invalshoek wil benaderen, vindt in deze editie<br />
uiteraard wel de benodigde gegevens.<br />
De door mij toegepaste benadering van een corpus gedichten op<br />
macrostructureel niveau is onzekerder dan bestudering van de genese<br />
van het afzonderlijke gedicht. In het laatste geval biedt vooral grammaticale,<br />
en in iets mindere mate lexicologische kennis de onderzoe-<br />
63 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
ker veel houvast bij beslissingen die hij niet op louter grafische gronden<br />
neemt en waar dus een interpretatief moment optreedt. 3 Maar er<br />
is met betrekking tot de ordening van gedichten geen conventie of systeem<br />
van regels en normen op grond waarvan mogelijkheden en keuzen<br />
van de dichter beoor<strong>deel</strong>d kunnen worden, of een ander omlijnd<br />
houvast bij het zoeken naar onderliggende verbanden. Die `conventie'<br />
is het poeticaal systeem van de dichter zelf, en het verkrijgen van<br />
inzicht daarin is nu juist doel van het onderzoek.<br />
1.2 Presentatie<br />
Om de ontstaansgeschiedenis overzichtelijk te kunnen presenteren, heb<br />
ik een verdeling in episoden gemaakt. De verdeling van de volgende<br />
hoofdstukken is daarop gebaseerd. Na de vroegste plannen voor een<br />
grote compositie en de opgetekende wijzigingen (hoofdstuk 2) en de<br />
voorbereiding van de oorspronkelijk eerste – niet gerealiseerde – bundel<br />
(hoofdstuk 3), wordt de omvorming van dat materiaal tot De modderen<br />
man besproken (hoofdstuk 4). Na hoofdstuk S, een intermezzo<br />
over belangrijke veranderingen in Van de Woestijnes poëzie, bespreek<br />
ik de voorstadia van respectievelijk God aan fee en Het berg-meer in de<br />
hoofdstukken 6 en 7. In het laatste hoofdstuk worden Van de Woestijnes<br />
uitlatingen over de trilogie gegeven en tracht ik de bevindingen<br />
betreffende Van de Woestijnes compositiepoetica in een breder perspectief<br />
te plaatsen.<br />
De feitelijke documentatie van de ontstaansgeschiedenis is telkens<br />
zoveel mogelijk afzonderlijk, aan het begin van de desbetreffende<br />
hoofdstukken, gepresenteerd : welke aantekeningen er zijn, welke<br />
gedichten er in het geding zijn en hoe die gedichten in verschillende<br />
situaties (in ontwerpen, in tijdschriften en in de bundels) geordend<br />
zijn. Daarna wordt het ordeneningsproces bezien, en zal ik nagaan of er<br />
conclusies mogelijk zijn met betrekking tot Van de Woestijnes intenties<br />
op dat gebied.<br />
3Dtis i houvast 1 natuurlijk 1 afhankelijk 1 van de poetica i van a de e auteur in kwestie : mijn 1<br />
opmerking g geldt Van de Woestijne 1 i in hbijzonder,e het en biuitbreiding<br />
1<br />
dichters die<br />
zich<br />
bedienen e e van a een goed<strong>deel</strong>straditioneel, g<br />
ee<br />
b i l de hee r sende syntactische<br />
Y ti sc re gels aan-<br />
sute 1 1 nd taalgebruik; t g ,p<br />
ik spreek p dus niet van avantgardistische of modernistische oëzie<br />
waarin<br />
het bruskeren van taalregels g en typografische conve n t i esonder<strong>deel</strong><br />
vormt van depoetica.e Bide Bij get nice s h bestudering<br />
gvandergelijke poëzie oe is s de kloof<br />
tussen het algemeena g gangbareg b e taalsysteem s Y s en de poetica P<br />
onvermijdelijk g groter, ^ wat de<br />
interpretatie van het ontstaansmateriaal bemoeilijkt. )<br />
64 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
2<br />
2.I.I<br />
ONTWERPEN VOOR EEN MEERDELIGE COMPOSITIE TOT EIND 1913<br />
Eerste plan : een tetralogie, 9 juli igzr<br />
De aa<strong>nl</strong>oopperiode van Wiekslag om de kim werd bepaald door plannen<br />
en voornemens. Van de Woestijne maakte schema's voor een meerdelig<br />
dichtwerk, en er werd een begin gemaakt met de produktie van het<br />
eerste <strong>deel</strong>, dat echter niet gerealiseerd werd. Dit stadium waarin de<br />
plannen niet tot een eindresultaat leidden, onderscheidt zich van de stadia<br />
waarin plannen wel uitmondden in bundeling.<br />
De kiem van de Wiekslag is een klein velletje papier (H-ia, facsimile<br />
op p. 66), dat toont hoe Van de Woestijne zich op 9 juli 1 9 1i voornam<br />
onder de hoofdtitel Het licht der kimmen vier delen te rangschikken.<br />
De <strong>deel</strong>titels had hij bepaald en ook diverse afdelingen stonden<br />
hem reeds voor ogen. Het licht der kimmen zou er in eerste aa<strong>nl</strong>eg als<br />
volgt uitzien : 4<br />
Het Licht der Kimmen<br />
I<br />
Het Leven van den Dichter.<br />
I. `En droef, en fel'<br />
2. `Lentus in umbra'<br />
3. — `De Kimmen>.<br />
II<br />
Het Boek Franciscus<br />
I. Umbria<br />
2. Franciskaansche Zangen. g<br />
III<br />
De Heilige g Mis<br />
I.Krie Y<br />
2. Gloria<br />
3. Credo<br />
4. Sanctus<br />
.A nus Dei.<br />
5 gnu<br />
De acht Zaligheden<br />
4 Het manuscript p is grafisch g zeer complex: het is in verschillende stadia bewerkt met<br />
verschillende schrijfstoffen, 1 ^ met kleine en g grote doorhalingen, g^ en met toevoegingen<br />
die nieuwe lezingen g van het ontwerp p drastisch veranderden ten opzichte p van eerdere<br />
versies. Ik heb gekozen g voor een chronologische g reconstructie per p schrijflaag, ^ het<br />
manuscript wordt in ge<strong>deel</strong>tengetranscribeerd ee e e wordt en besproken. D geacht<br />
1 z r rd g<br />
bij l de rafische g beschrijvin l g en het facsimile op pp p. 66 te raadplegen,<br />
Zie voor een beknopte bespreking p van het manuscript en van latere plannen voorv<br />
h e t drieluik Jansen, "`Ik had een heerlijkplan."'<br />
p<br />
6f ONTSTAANSGESCHIEDENIS
1<br />
^<br />
4/7.....Z311.<br />
Vroegste<br />
g plan P voor een meerdelig g d dichtwerk, ^ Het Licht der Kimmen H i o.<br />
66 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Linksonder dit schema, dat geschreven werd met zwarte inkt, noteerde<br />
Van de Woestijne de datum : `9 Juli r 9 r i.'<br />
Het licht der kimmen zou in dit plan dus uit vier delen bestaan. Voor<br />
de eerste drie ontwierp Van de Woestijne een verdere indeling. Deel r,<br />
Het leven van den dichter, moest drie afdelingen bevatten, waarvan de eerste<br />
twee bij wijze van titel een motto hebben, wat blijkt uit de aanhalingstekens<br />
en de herkomst : `En droef, en fel' is een niet getraceerd<br />
citaat uit het werk van Vondel en `Lentus in umbra' is afkomstig uit<br />
de opening van de eerste Ecloga van Vergilius. s De derde afdelingstitel,<br />
`De Kimmen', werd al meteen geschrapt; dit is te zien aan de inkt en<br />
aan het ontbreken van het afhalingsteken. (Dat Van de Woestijne aanvankelijk<br />
nog een aanhalingsteken voor `De Kimmen' schreef, is vermoedelijk<br />
een vorm van `automatisme' geweest na de motto's van de<br />
eerste twee afdelingen.) Het afdelingsnummer 3 bleef echter gehandhaafd;<br />
dit kan een vergissing zijn, maar het kan er ook op wijzen dat<br />
de dichter de driedeling wenste te handhaven en een andere titel (of<br />
motto) zocht.<br />
In <strong>deel</strong> 2, Het boek Franciscus, onderscheidde Van de Woestijne twee<br />
afdelingen, `Umbria' – de streek in Italië waar Franciscus leefde – en<br />
`Franciskaansche zangen'. In het derde <strong>deel</strong>, De heilige mis, zijn de vijf<br />
afdelingen genoemd naar de ordinariumzangen van de rooms-katholieke<br />
Latijnse mis. Het zijn de vaste onderdelen van de mis in haar<br />
muzikale vorm.<br />
De titel van het niet verder uitgewerkte vierde <strong>deel</strong>, De acht aligheden,<br />
verwijst direct naar de acht zaligsprekingen uit de bergrede van<br />
Jezus. Of Van de Woestijne dit <strong>deel</strong> daadwerkelijk had willen verdelen<br />
in acht afdelingen met titels als `De armen (van geest)', `De treurenden',<br />
`De zachtmoedigen' et cetera, blijft uiteraard ongewis.<br />
2. I .2 Hernomen thema's<br />
In de <strong>deel</strong>- en afdelingstitels die Van de Woestijne in de eerste versie<br />
van Het licht der kimmen gebruikte, komen onderdelen terug die eerder<br />
in zijn werk voorkwamen. Met Het leven van den dichter lijkt hij de lijn<br />
voort te zetten die in De gulden schaduw (1 9 10) dominant was. Hoofdbestand<strong>deel</strong><br />
van die bundel was `Het huis van den dichter', een afdeling<br />
die als volgt was onderver<strong>deel</strong>d:<br />
5 D a t 'En droef, f ^ en fel' van Vondel a afkomstig g moet zijn, 1^ heeft Van de Woestijne W 1 zelf<br />
aangetekend: hij hi' plaatste het motto met vernoeming g van de auteur boven de<br />
tijdschriftpublikaties 1 P 7 en /9/.<br />
6 Mattheus 5 : I --I 1.<br />
67 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Het huis van den dichter<br />
rh huis op de vlakte,<br />
a aan de rivier<br />
I. De terug-keer g<br />
2. Einders<br />
3. Het afscheid<br />
II Het huis aan den vijver, bij het woud<br />
I. De delling<br />
2. Deloeiende g asch<br />
3 De wijsheidw II Het huis aan de zee. Zegen der zee<br />
IV Het huis in de stad. Stedelijke eenzaamheid<br />
De dichter, zijn leven en zijn omgeving zijn tot centraal motief<br />
gemaakt in deze structuur, en het eerste <strong>deel</strong> van Het licht der kimmen,<br />
`Het leven van den dichter', gaat daarmee voort. Verder valt op dat de<br />
titel van de tweede onderafdeling van `Het huis op de vlakte, aan de<br />
rivier', namelijk `Einders', verwant is met `kimmen' in het plan uit<br />
1911.<br />
Reminiscenties aan Franciscus van Assisi in het tweede <strong>deel</strong> van Het<br />
licht der kimmen behoren eveneens tot stof die Van de Woestijne al langer<br />
bezighield. Van de heilige was sprake in een brief aan zijn vriend<br />
L. Scharpé, slechts gedateerd met 'i i Januari', vermoedelijk 1909:<br />
Ik ben nogg<br />
steeds zonder s antwoord n r aangaande n dsubsidie-Italië.'t ... Z Zou nochtansn<br />
c zoo spijtigzij zijn, moest het ding<br />
niet slagen. Ik ben vol van het werk. Het zal in verzen<br />
zijn. Al wat ik erover gelezen g heb laat me onbevredigd. g Daar zal zéker e heel wat<br />
meer van te maken zijn, 1^ als 't God belieft. Ik zou zoo gelukkig g g zijn, l^ mocht c ik mij<br />
eraan meten ! 7<br />
Een zelfde hoge verwachting van in ta ie te schrijvengedichten<br />
spreekt uit een briefaan uitgever C.A.J. van is oec vermoedelijk<br />
uit 1 909maar zeker vroeger dan mei 191o:<br />
Men had me beloofd dat de regeering g g mij 1 een reisbeurs zou verleend hebben, een<br />
tweeduizend frank, om naar Italië teaan g voor een maand. Ik had een heerlijk plan:<br />
H. Franciskus, in verzen. Die zou ikaan g schrijvente Assisi, ^ waar hij geleefd<br />
Het ware zeker mijn ^ eerste echt g goed werk geworden. En dan zou ik er boven-<br />
dien nog wel met een ander boek, reisschetsen s b.v. van teruggekeerd zijn. Ik had a<br />
alleemak g voor die reis. e In Assi si s zou ik een maand lang gin 't klooster van Francis-<br />
cus-zelf hebben doorgebracht. g – En dan : 't ware g genezing, g^ ware frisch leven voor<br />
mij J g eweest... Maar nu hebben ze g geen g geld voor mij, 1^<br />
schijnt het. Voor een<br />
c h schrijver l hebben zij er nooit. Zodat o mijn 1 mooi plan p in duigen g valt, en e 't<br />
gedroomde1<br />
boek ook wel ongeschreven zal blijven.. Jammer !...8<br />
7 De reis was afhankelijk 1 van een reisbeurs van de overheid.<br />
8<br />
Hierover ook Minderaa, > Leven en werken r >p 343 46.<br />
68 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
In februari 1910verschenen in Groot Nederland twee gedichten onder<br />
de titel `Franciskaansche zangen'. 9 Ze werden korte tijd later in een<br />
andere context geplaatst bij bundeling in De gulden schaduw, namelijk in<br />
de onderafdeling `Einders' die valt onder `Het huis op de vlakte, aan<br />
de rivier', dat weer <strong>deel</strong> uitmaakt van de hoofdafdeling `Het huis van<br />
den dichter' (zie het overzicht hierboven). Iii De gulden schaduw zijn de<br />
gedichten van hun franciscaanse reminiscenties ontdaan, maar het landelijke<br />
aspect, oorspronkelijk gesuggereerd door de naam `Umbria', is<br />
gehandhaafd.<br />
Na de bundeling was de bewonderde heilige echter niet vergeten. In<br />
het schema voor Het licht der kimmen ruimde Van de Woestijne op<br />
9 juli 1 9 11 een belangrijke plaats voor hem in en een klein halfjaar<br />
daarna schreef hij aan zijn vriend Emmanuel de Bom (6 december<br />
1911):<br />
Voor wat het bezoek aangaat aan den Poverello [i.e. Franciscus] : ik ben zelf voor<br />
het oogenblik, en waarschij<strong>nl</strong>ijk ook in de naaste toekomst, een poverello, en ik ben<br />
het te zeer om te mogen denken in Assisi mij... neer te gaan zetten. Er zijn voor mij<br />
twee alternatieven: weêr in het Ministerie geraken, en niet naar Italié gaan;'° ofwel<br />
voor goed aan het ministerie verzaken, en mijn Franciscus te maken... Nu, Franciscus<br />
kan er wel tegen, dat ik hem niet verheerlijk...<br />
Intusschen vind ik, met al mijn productie van den laatsten tijd, het leven heerlijk.<br />
Er is nog alleen dat: gelooven (aan wat het ook weze) en werken.<br />
Met betrekking tot de liturgische titels van afdelingen in het derde <strong>deel</strong><br />
van Het licht der kimmen, De heilige mis, kan wegens een ontbrekende<br />
datering helaas weinig precieze betekenis gehecht worden aan de mededeling<br />
van A. van Cauwelaert, waaruit blijkt dat Van de Woestijne ooit<br />
– mogelijk rond i 909 – sprak over `een mis-gedicht dat als een Missa-<br />
Solemnis worden zou'. I ' Het is denkbaar dat dit verband hield met het<br />
plan voor de De heilige mis, maar dit blijft onzeker. Het werk van Van<br />
de Woestijne uit deze periode vertoont geen vergelijkbare liturgische<br />
sporen.<br />
Specifieke conclusies over de doorwerking van eerder voorkomende<br />
motieven bij Van de Woestijne lijken niet mogelijk, maar in het algemeen<br />
kan wel vastgesteld worden dat zijn werk omstreeks het jaar<br />
1 9 10 een complex van verwante noties bevatte die in de plannen voor<br />
de tetralogie voortleefden. De plannen betekenden in thematisch<br />
9<br />
Groot Nederland 8.1 (februari 9 i i o ^P p. i 65 -166 ;• de g edichten zijn 1 `Den duistren<br />
schacht van a e elkverlangen' en n ` 'Nu'k déze d z vrede ken, ^ heb ik mijn 1 dag gge<strong>deel</strong>d', Vlg<br />
dl. 1.239-240.<br />
'°n Va de Woestijne Wes 1 was w van s<br />
januari tot juni 1 1 119 aangesteld g bij 1het Ministerie van<br />
Wetenschappen<br />
en en Kunsten; in december volgde g een nieuwe aanstelling. g<br />
" Van Cauwelaert, `Karel van de Woestijne' 1 ,P p. 616.<br />
69 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
opzicht geen abrupte wending of breuk met de voorgaande periode.<br />
Daarentegen zijn expliciete nieuwtestamentische noties als de `acht<br />
zaligheden' in zijn poëzie niet eerder zo dominant geweest.I2<br />
2.i.3 Eerste tekenen van Het gelaat des dichters<br />
Op 2 5 augustus 191 I, dus kort na het ontwerp voor de tetralogie, ontving<br />
de redactie van De gids veertien gedichten onder de gezame<strong>nl</strong>ijke<br />
titel `Het gelaat des dichters'. 13 Ze werden ver<strong>deel</strong>d over de afleveringen<br />
van december 1 9 1 I en april 1 9 12 (/7/ en /9/). Als motto kregen ze<br />
`En droef en fel' mee, onder vermelding van de auteur : Vondel. Hetzelfde<br />
motto had Van de Woestijne in juli 1911 voor de eerste afdeling<br />
van het eerste <strong>deel</strong> van Het licht der kimmen genoteerd.<br />
Een tweede voorpublikatie die de titel vermeldde, was die in Groot<br />
Nederland van oktober 1 9 12, waar Van de Woestijne twee gedichten<br />
publiceerde onder de gezame<strong>nl</strong>ijke, neutrale titel `Verzen' /io/. Een<br />
voetnoot bij die publikatie meldde : 'Lift: Het Gelaat des Dichters, in<br />
bewerking.'<br />
In december van hetzelfde jaar vertelde Van de Woestijne tegen zijn<br />
uitgever Van Dishoeck dat hij een nieuwe bundel wilde publiceren; uit<br />
een brief van 24 februari 1913 blijkt dat het ging om Het gelaat des dichters.<br />
Vanaf dat moment trachtten dichter en uitgever –uiteindelijk<br />
tevergeefs – de bundel tot stand te brengen. 14 Dezelfde brief maakt<br />
ook duidelijk dat Van de Woestijne Het gelaat in Het licht der kimmen<br />
wilde opnemen, als eerste <strong>deel</strong>. Of hij de bundel al direct in augustus<br />
1 9 11 die plaats had willen toedichten, is niet zeker, maar het voorkomen<br />
van het motto `En droef, en fel' in de Gids-publikaties / 7/ en /9/<br />
wijst daar wel op.<br />
i. z .4 Wijzigingen in het ontwerp : 27 juni 191<br />
Op 2 7 juni 1 9 1 3 herzag Van de Woestijne het oorspronkelijke plan<br />
ingrijpend. De titel van het eerste <strong>deel</strong> werd in eerste instantie veranderd<br />
in Het wezen van den dichter, maar daarna ontwierp hij een geheel<br />
nieuwe opzet, rechts naast de oude. Zonder dat verder in de eerdere,<br />
met zwarte inkt geschreven ge<strong>deel</strong>ten van het schema geschrapt werd,<br />
zag het volledige alternatieve plan, onderaan gedateerd met `2 7 juni<br />
1 9 1 3 ', er als volgt uit (de romeinse I bovenaan stamt uit het eerste stadium;<br />
zie het facsimile op p. 66):<br />
I2 Dat betekent niet<br />
date ze geheel eI egS3<br />
ontbraken. Z' Ziehierover r der<br />
I3<br />
Er zijn ^ elders en ook al voor het schrijven 1 van het eerste plan verzen e verschenen<br />
die in Hetelaat g des dichters h zouden d w worden opgenomen, e ^ maar bij 1 hun eerstee s Pu b lik-<br />
a<br />
tie was daar nog gg geen aanwijzing 1 g voor.<br />
^ 4 De pg o in g en om de bundel uit te ggeven worden afzonderlijk behandeld in 3 .1.i.<br />
70 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
I<br />
Hetelaat ^ des ds Dichters h<br />
1 . `En droef en fel'<br />
z. `Lentus in umbra'<br />
II<br />
De kennis van God<br />
I. Armoede<br />
III<br />
De Acht blindheden h<br />
1 ° De e b blind-geboreneg ee n<br />
< —2.0> De blind-gewordene<br />
Dit is eerder een schets dan een schema, vooral waar het het tweede<br />
en derde <strong>deel</strong> betreft. Van <strong>deel</strong> r veranderde de titel in Het gelaat des<br />
dichters, de opzet bleef gelijk. Dit <strong>deel</strong> lijkt zich een redelijk vaste plaats<br />
te hebben verworven.<br />
Van de Woestijne ontwierp geen nieuw vierde <strong>deel</strong>. Weliswaar<br />
bestaat de mogelijkheid dat <strong>deel</strong> 4 uit de eerste versie, De acht zaligheden,<br />
in het nieuwe ontwerp zijn plaats behield, maar daarvoor is geen<br />
grafische aanwijzing; dat de titel niet werd doorgehaald lijkt mij geen<br />
sterk argument omdat ook de andere <strong>deel</strong>titels in dit stadium niet werden<br />
geschrapt. Bovendien acht ik de herhaling van het aantal acht bij<br />
blindheden en zaligheden binnen éen opzet minder voor de hand liggend.<br />
(In een latere opzet werden wel `zaligheden' –zonder aantal –<br />
binnen het <strong>deel</strong> `De Acht Verblindingen' opgenomen; zie § 2..i .6.) De<br />
tetralogie is dus – naar het vervolg leert : definitief – een trilogie<br />
geworden.<br />
De delen twee en drie behoefden nadere invulling. Of Van de Woestijne<br />
zich daarvan al een voorstelling had gevormd, is niet bekend. Het<br />
doorhalen van `2 °' voor de laatste afdelingstitel is waarschij<strong>nl</strong>ijk te verklaren<br />
uit een vergissing : na de openingsafdeling `De blind-geborene'<br />
is `De blind-gewordene' niet de tweede maar, gezien de titel De acht<br />
blindheden, de achtste.<br />
7 I ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Overigens zullen `De blind-geborene' en `De blind-gewordene' in<br />
een veel later stadium respectievelijk de lange i<strong>nl</strong>eidende en uitleidende<br />
gedichten van Het berg-meer worden. Dat Van de Woestijne in 1913 bij<br />
deze twee titels aan gedichten dacht in plaats van afdelingen, is niet uit<br />
te sluiten, maar op dit moment in de ontstaansgeschiedenis is daar nog<br />
geen aanwijzing voor.<br />
2.I.5<br />
Nieuwe w imgingen : 7 november 1913<br />
Ruim vier maanden na de ingrijpende herziening veranderde Van de<br />
Woestijne wederom zijn ideeën over de bouw van Het licht der kimmen.<br />
Op 7 november 1 9 1 3 heeft hij met zwarte inkt eerst enkele kleine<br />
varianten in de voorgaande versie aangebracht : het motto voor de<br />
tweede afdeling van Het gelaat des dichters, `Lentus in umbra', haalde hij<br />
door maar hij schreef het direct toch weer opnieuw neer. In de rechtermarge,<br />
onder de romeinse II die bij De kennis van God hoorde, noteerde<br />
hij als alternatief `Het geestelijke huis'. Toen besloot hij dat tweede <strong>deel</strong><br />
geheel anders in te richten. Hij haalde alles wat tot dan toe op dat<br />
<strong>deel</strong> betrekking had door en ontwierp in de linkermarge een geheel<br />
nieuwe indeling<br />
II<br />
Dee stelij e ke ^ woonst:<br />
I Het huis (den disch)<br />
II De Gasten (Armoede<br />
III Het Maal.<br />
Hiermee was Van de Woestijne echter niet tevreden. Hij haalde `Het<br />
huis' door en veranderde `den disch' in `de Disch', de nieuwe afdelingstitel;<br />
dit voldeed echter niet, en hij schreef opnieuw `Het Huis',<br />
met een accolade om aan te geven dat `de(n) Disch' geldig bleef als<br />
toevoeging. Maar ook dat stemde niet tot tevredenheid. Het geheel<br />
werd, met uitzondering van de titel `De geestelijke woonst', doorgehaald,<br />
en iets lager in de linkermarge schreef hij een reeks nieuwe afdelingen<br />
voor het midden<strong>deel</strong> van de trilogie:<br />
I. Het Huis<br />
2. De Disch<br />
Amor 0 Liefde<br />
Lijden Lijden<br />
3 Dood<br />
geloof<br />
Hoop<br />
Charitas<br />
4 De laatste gastg<br />
7 2 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Op het manuscript is te zien dat deze indeling in enkele fasen tot stand<br />
kwam; resten daarvan zijn het voorkomen van de woorden `Liefde' en<br />
`Lijden' naast `Amor' en `Lijden', en de verlenging van de accolade<br />
wegens de latere toevoeging van `Hoop' en `Charitas' in de derde<br />
afdeling. De afdelingen 3 en 4 zijn beide in een (iets) latere fase genoteerd<br />
dan de twee eerste. Omtrent de fasering is dus enige onzekerheid,<br />
maar het stramien is duidelijk. Van de Woestijne heeft zijn `Geestelijke<br />
woonst' in vergelijking met de vorige situatie verder ingericht en<br />
gefragmenteerd. De teneur van ascese en naaste<strong>nl</strong>iefde blijft gehandhaafd.<br />
Onder de (voorlopig) voltooide herziening noteerde Van de Woestijne<br />
tussen parenthesen als datum : `7 November 1 9 1 3 '. Alle ge<strong>deel</strong>ten<br />
die voor de herziening op het papier kwamen, met uitzondering van<br />
datgene wat betrekking had op het eerste <strong>deel</strong>, zijn doorgehaald, maar<br />
dat hoeft niet tijdens dezelfde sessie gebeurd te zijn.<br />
De indeling van Het gelaat des dichters onderging, na een aarzeling,<br />
geen wijzigingen. De bundel was bij Van Dishoeck in deze periode<br />
nog altijd in staat van bewerking. Dezelfde titel stond opnieuw boven<br />
een reeks gedichten die Van de Woestijne enkele weken voor de<br />
omwerking van het plan aan De gids zond : op 23 oktober 191 3 ontving<br />
de redactie acht verzen, die in januari 1 9 14 in het tijdschrift verschenen.<br />
z. I .6 Laatste wijzigingen<br />
Het lijkt wel zeker dat een nieuwe indeling van het derde <strong>deel</strong> nog na<br />
het vorige stadium, dus na 7 november 1 9 1 3 , werd toegevoegd. Het<br />
betreft een vernieuwde versie van de eerdere opzet van De acht blindbeden<br />
van 27 juni 1 9 13. Aanvankelijk wijzigde Van de Woestijne in dat<br />
oude ontwerp, en voegde boven `blindheden' met zwarte inkt toe:<br />
`verblindheden', direct gecorrigeerd tot `verblindingen'. Hij haalde<br />
echter het aldus gewijzigde ontwerp door, en in de linkermarge werd<br />
het:<br />
III<br />
De Acht Verblindingen.<br />
I. De blind-ge
welbewust werden omgewisseld, vergeleken met hun posities in de<br />
voorgaande versie waar ze voorkwamen. 15<br />
Volledigheidshalve volgt hier de bouw van het gehele drieluik op<br />
het manuscript in de laatste samenstelling. Het is een `schone' weergave,<br />
met weglating van varianten en andere grafische details<br />
I<br />
Het gelaat des dichters<br />
I. `En droef en fel'<br />
2. `Lentus in umbra'<br />
II<br />
Deeesteli g Jke woonst<br />
I. Het huis<br />
2. De i sch<br />
3. Amor<br />
Lijden<br />
1<br />
Armoede<br />
Dood<br />
Geloofe<br />
Hoop<br />
Charitas<br />
4. De laatste gast g<br />
III<br />
De acht verblindingen<br />
I. De eb blind-gewordene g<br />
z.De zaligheden<br />
3 . De eb blind-geborene g<br />
2. r .7 Publiekelijke veravikingen naar Het licht der kimmen<br />
Afgezien van de voorpublikaties waarin de titel Het gelaat des dichters<br />
voorkwam, heeft Van de Woestijne enkele malen in het openbaar gerefereerd<br />
aan zijn plannen voor Het licht der kimmen. Het eerst in de bundeling<br />
van epische poëzie die eind 1912 bij Van Dishoeck verscheen,<br />
Interludiën. Voor in het boek plaatste Van de Woestijne een korte tekst<br />
om toe te lichten hoe de epische poëzie zich verhield tot zijn overige<br />
werk, en hij betrok daarin ook zijn plannen voor de toekomst. De<br />
"Inverhaal Ina 1 9 12 schreef Van ede Woestijne 1g<br />
het a Adili a adatgebundeld<br />
in 1 9 18 werd<br />
In De bestendige b ^ aanwezigheid. Het beschrijfthet besc 1 leven ftee van een blindgeboren g meisje dat<br />
ziende edew wordt. Minderaame I r eaa merkt r zijnaantekeningen n1Verzameld<br />
in h e t werk<br />
bi' het<br />
verhaalo ^ . 'Het motief der b blindgeborenheidg b enheld is als een voorspel P e op de e "Blind gebo-<br />
re n ne" en " e de "Blindgewordene" g<br />
e Het bergmeer.' g V I^ dl. 3, p. 1o1 7 ) Ik zie te weinig<br />
ove r een kom t s tussen e hetverhaald `A ili a ', dat d een welbewuste navolging g was van een<br />
bestaande sage, g ^ en de symboliek Y van de Berg-meer-gedichten om Minderaas constate-<br />
ring g ten volle e te e kunnen onderschrijven.<br />
74
eslissing om in Interludiën van die geplande bundel te gewagen moet,<br />
gelet op de verschijningsdatum, omstreeks oktober 1912 door Van de<br />
Woestijne genomen zijn. De volledige tekst luidt:<br />
De hier-gebondelde Gedichten beschouwt de auteur, en hij wenscht dat men ze aldus<br />
beschouwe, als een spel –hetgeen den zin aangeeft van den titel waar dit boekje<br />
onder verschijnt –, een zich vermeien der verbeelding, overkomen tusschen de boeken:<br />
`Het Vaderhuis', `De Boomgaard der Vogelen en der Vruchten', (in `Verzen',<br />
1905,) `Het Huis van den Dichter', (in `Den Gulden Schaduw', 1 9 10) en de verzen,<br />
die het hoofd<strong>deel</strong> zullen uitmaken van `Het Licht der Kimmen', een bundel in<br />
bewerking, –reeksen die onderling verbonden zijn door éene leidende lijn van leven,<br />
gevoelen en denken, waar deze `Interludiën' geheel buiten staan.'<br />
In dit voorwoord in Interludiën doet Van de Woestijne enkele poeticale<br />
uitspraken. Zijn epiek, die hij karakteriseert als enigszins vrijblijvende<br />
fantasieën, onderscheidt hij met nadruk van zijn lyrische poëzie.<br />
Daarvan geeft hij twee belangrijke aspecten. Met de bewering dat de<br />
gedichten gevoed worden door het leven, gevoelen en denken' van<br />
de dichter formuleert hij de expressieve component in zijn lyrische<br />
poëzie. Tevens wijst hij op de continuiteit van die psychische inhoud<br />
van bundel op bundel. Dit betekent niet dat er geen ontwikkeling is,<br />
maar juist dat die ontwikkeling zich van bundel op bundel gestaag voltrekt<br />
en ze met elkaar verbindt. ' 7 Het licht der kimmen, de `bundel in<br />
bewerking', zou de volgende fase belichamen.<br />
In de zomer en het najaar van 1 9 1 3 had Van de Woestijne de<br />
compositie van Het licht der kimmen drastisch veranderd. De laatste versie<br />
daarvan maakte hij publiek toen E. d'Oliveira vroeg in 1 9 14 zijn<br />
interview met Van de Woestijne publiceerde in De jongere generatie. De<br />
dichter liet in de bibliografie toevoegen : 'Het licht der kimmen" (Het<br />
gelaat des dichters; De geestelijke woonst ; De acht verblindingen) (in voorbereiding)'.<br />
I g<br />
2.2.I<br />
Werkes jee : de ontwerpen<br />
De overgeleverde plannen, de wijzigingen daarin en de genoemde<br />
voorpublikaties reiken de eerste gegevens aan met betrekking tot Van<br />
de Woestijnes ordeningsprincipes, zijn componeerpoetica. Een cruciaal<br />
kenmerk is dat hij plannen maakt, schema's voor de ordening van poëzie<br />
die nog geschreven moet worden. Dat mag weinig bijzonder schijnen,<br />
maar niet zelden bepalen dichters de ordening van gedichten pas<br />
i6 1 nterludiën ,p. xi.<br />
.<br />
'' Hexpressieve et a aspect van Van de Woestijnes i'n 1 poetica p<br />
e en de verwoorde e continuï-<br />
te ^t ' kwamen n ot tot uitdrukkingin u^ t g in Van Wde Woestijnes 1zij<br />
n bekende uitspraak e en edatd zijn oëzie<br />
autob i o r gfie' a i D s Rid e er d `Bi' , Karel ) van de Woestijne', ) , p .I 3 3,<br />
I 34)<br />
18<br />
D<br />
)<br />
Oliveira De jongere<br />
^ generatie, p. 2.<br />
J g ^ ^ S<br />
75 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
als die (meren<strong>deel</strong>s) voltooid zijn, bijvoorbeeld als het moment van<br />
bundeling daar is. De ordening kan bepaald worden door min of meer<br />
objectieve criteria zoals vorm of genre van het gedicht, de plaats van<br />
ontstaan, of de chronologie. De dichter kan een thematische ordening<br />
nastreven, of die combineren met een of meer van de genoemde objectieve<br />
criteria. Van de Woestijne echter ontwerpt een constructie die in<br />
principe onafhankelijk van de gedichten tot stand komt : de gedichten<br />
worden achteraf in een van tevoren bedachte macrostructuur ondergebracht.<br />
In de schema's krijgen alle delen en afdelingen een titel. Er ligt duidelijk<br />
een symbolische betekenis ten grondslag aan de benamingen en<br />
hun hiërarchische rangschikking. Anders gezegd : het schema weerspiegelt<br />
een geestelijke inhoud, hoe duister die misschien ook is als gevolg<br />
van het door elkaar gebruiken van nieuwe beeldspraak en traditionele<br />
symboliek.<br />
Overigens is er uiteraard wel énig verband zichtbaar in de benamingen.<br />
Binnen Het gelaat des dichters zijn beide afdelingen met motto's<br />
aangeduid; de afdelingen `Umbria' en `Franciskaansche zangen' hebben<br />
Franciscus van Assisi als bindend element; De heilige mis bestaat uit<br />
afdelingen met titels naar begrippen die in de liturgie ook bijeenhoren.<br />
En in het <strong>deel</strong> van Het licht der kimmen dat in opeenvolgende ontwerpen<br />
blindheid of verblinding centraal stelt, zijn de afdelingen hoofdzakelijk<br />
met verwante termen aangeduid. Dit geldt alleen niet voor de<br />
middenafdeling `De zaligheden' in het <strong>deel</strong> De acht verblindingen in het<br />
laatste ontwerp. Daar is de nieuwtestamentische notie (acht zaligheden)<br />
met een wijzigiging in de titel ondergeschikt gemaakt aan het thematisch<br />
complex dat door blindheid bepaald is. De geestelijke woonst tot slot<br />
kent als afdelingstitels begrippen die verband houden met charitas en<br />
verzaking. Van de Woestijne bouwde met andere woorden de delen<br />
van Het licht der kimmen op met behulp van hetzij gelijksoortige afdelingstitels<br />
(de motto's), hetzij samenhangende termen.<br />
Klaarblijkelijk zag hij er geen bezwaar in de structuur te enten op<br />
een vormentaal die ontleend was aan cultuuruitingen die door tradities<br />
beladen waren, zoals de liturgie en het nieuwe testament. De driedeling<br />
van Het licht der kimmen kan als een traditioneel of klassiek structuurelement<br />
worden opgevat, dat bovendien zijn oorsprong vindt in de<br />
christelijke beeldende kunst van de vroege middeleeuwen en dus zo<br />
weer aansluit bij het liturgische en bijbelse element. In hoeverre die<br />
vormentaal (mede)bepalend had zullen zijn voor de gedichten is niet na<br />
te gaan. De motto's van de afdelingen in de openingsbundel zijn eveneens<br />
ontleningen, maar op zichzelf zijn ze niet bepalend geweest voor<br />
de structuur : ze verkrijgen hun structurerende functie door de wijze<br />
waarop Van de Woestijne ze aanwendde. Het terminologisch complex<br />
omtrent `blindheid', een regelmatig terugkerend motief in Van de<br />
Woestijnes proza en poëzie, wekt weer de indruk gebaseerd te zijn op<br />
76 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
een traditionele symboliek, mede door het enigszins dwingende getal<br />
acht dat enkele malen terugkeert. t9<br />
De ontwerpen van Het licht der kimmen geven niet prijs wat de geschatte<br />
omvang moest worden, maar de veelheid aan delen en afdelingen<br />
doet vermoeden dat Van de Woestijne een vrij lijvig werk voor<br />
ogen stond. Het ontwerp is de neerslag van de lijn die Van de Woestijne<br />
voorzag in de poëzie die hij ging schrijven. Maar daarmee wil niet<br />
gezegd zijn dat hij zijn eigen ontwikkeling voorspelde. Het ontwerp<br />
heeft de status van een actieplan. Dat blijkt ook uit het feit dat Van<br />
de Woestijne veranderingen aanbracht. Het plan was niet statisch, noch<br />
dwingend; het gaf richting voor zolang de dichter ermee uit de voeten<br />
kon, maar zodra hij zijn ideeën wijzigde, werd het actieplan aangepast.<br />
2.2.2 Werkwijke : de voorpublikaties<br />
In De gids van december z 9 r r en april 1912 verschenen verzen waar<br />
zonder verdere explicatie de titel `Het gelaat des dichters' in kapitalen<br />
boven stond (/7/ en /9/). Deze twee bijdragen vormden een geheel: de<br />
kopij ervoor werd ineens ingezonden en de nummering van de gedichten<br />
loopt over beide publikaties door. 2O Het betreft de volgende<br />
gedichten:<br />
HET GELAAT DES DICHTERS [motto:] `En droef en fel'. Vondel<br />
Beschouw dit grauwend aangezicht. Gij zult er vinden [A9]<br />
I. Gij die 'lijk een verwijt gaat wegen in mijn zwijgen [MM i2]<br />
II. Weêr gaat het veege licht der asters bloeien [MM I j]<br />
III. Gij spreekt geen woord, o vrouw, maar weent aan mijne zijde [mm to]<br />
iv. Gij hebt te zeer van blijde logen [MMS)<br />
v. Kind met het bleek gelaat, dat van uw wijde blikken [MmS]<br />
vr. Weêr staat mijn venster open op den nacht [mm t4]<br />
VII. Gij die mijn kommer-ziekte in deemoed tegen-lacht [NtNt7]<br />
VIII. De tuinen galmen in de walmen van den herfst [nit]<br />
ix. Vermits géen dag me ooit wekt en nog deze oogen open' [ni z]<br />
x. 'k Hadde u gewijd mijn meest-geliefde logen [A7]<br />
xi. De dag is moede en stil, en de uren gaan verbleeken [MMZ]<br />
'9 In de grote g symbolenwoordenboeken,<br />
^ ook op p het terrein van mystiek Y en liturgie,, g<br />
heb ik1 geenaanknopingspunten gevonden. Van Elmbt biedt die evenmin in zijn<br />
Godsbeeld enodservarin g . Hij l vat de blindgeborene g op p als de mens die geboren g is met<br />
de last a der erfzonde, en e de b lin d ewo g r de n eals 1gelouterdem mens n di die afziet van de<br />
stoffelijke 1 1<br />
wereld e ` l' bind wordt')<br />
dt en zich e c richtc<br />
op p God (p. 210-2I 210-217). 7 Naast dit ch-<br />
riste<br />
h 1 k - m Ystieke perspectief e s kan Van de Woestijnes W<br />
1 symboliek<br />
Ymolik verband houden o met de<br />
theo s94<br />
o sc hopvattingena<br />
e vanSteiner.<br />
Rudolph ner. In 1 o verscheen diens T heoso hie<br />
waag<br />
ren'blindheid' veelvuldig een vu di herhaalde metafoor is.<br />
Z°1 In De D gids is s niet vermeld wat de status van de titel Het gelaat g des dichters was; het<br />
kon voor de lezer e een r eekst i te 1afdelingstitel een of zelfs een gelegenheidstitel g g zijn.<br />
77
x r r . `In memoriam Renée Vivien.' Ik heb u nietekend dan in dees nieuwe vreezee<br />
MM2 3]<br />
x z r r . Gij zult mij allen, allen kennen [MM 2I ]<br />
Het met x genummerde gedicht had Van de Woestijne al eerder gepubliceerd,<br />
in Dietsche warande & Belfort van maart 1 9 1i /5/. Daar maakte<br />
het <strong>deel</strong> uit van een groep die geplaatst werd onder de neutrale noemer<br />
`Verzen'.<br />
Aan de samenstelling vallen twee uiterlijkheden op. De eerste is het<br />
motto van Vondel, dat bij wijze van titel ook de eerste afdeling van<br />
Het gelaat des dichters in de ontwerpen begeleidde en dat gezien zijn<br />
lapidaire karakter opgevat zal moeten worden als een indicatie van de<br />
gemoedsgesteldheid die de poëzie in de groep bepaalt. Het heeft als<br />
zodanig een ondersteunende, versterkende functie. Z ' Tegelijkertijd lijkt<br />
`En droef en fel' gezien te kunnen worden als aanwijzing voor de<br />
wijze waarop de gedichten gelezen dienen te worden, zoals aanwijzingen<br />
voor de uitvoering van muziekstukken. Vergelijkbaar is de reekstitel<br />
`In gedempten toon' van J.H. Leopold.<br />
De tweede uiterlijke bijzonderheid van de tijdschriftbijdrage is het<br />
feit dat het eerste gedicht als enige ongenummerd is. Het wordt<br />
geïsoleerd vooropgeplaatst en krijgt zo de status van i<strong>nl</strong>eiding of proloog.<br />
Die status krijgt het niet op grond van de tekst alleen; nergens<br />
zegt de dichter : `hier begint mijn verzenreeks.' De eerste versregel<br />
begint met `Beschouw dit grauwend aangezicht'. Door de directe verwijzing<br />
naar de titel van de groep in de eerste regel moet het gedicht<br />
betrokken worden op de titel van de reeks.<br />
In het openingsgedicht verzoekt de dichter zijn gelaat te aanschouwen<br />
om te zien hoe hij letterlijk en vooral figuurlijk door het leven is<br />
getekend. Hij vraagt om medelijden, omdat hij een uitverkorene is die<br />
desondanks van de genade verstoken blijft. Het sonnet is een hechte<br />
samenballing van opposities, die op de tragische verscheurdheid van<br />
het leven van de dichter wijzen. Hij wil zijn innerlijk in de groep `Het<br />
gelaat des dichters' dus volledig blootgeven. Deze poëzie moet gelezen<br />
worden als bekentenislyriek van iemand die `gekoren en gedoemd' is<br />
een poète maudit in de authentieke betekenis van dit woord. In de<br />
gedichten die op de introductie van `Beschouw dit grauwend aangezicht'<br />
volgen, cirkelen de dominerende motieven alle rond dat<br />
gedoemde dichterschap. Het prolooggedicht vervult zijn functie dus<br />
ook in die zin dat het een korte uiteenzetting is van de hoofdthema's<br />
van de reeks.<br />
Het openingsgedicht krijgt een parallel in het slotgedicht `Gij zult<br />
mij allen, allen kennen', dat een vergelijkbare inhoudelijke structuur<br />
heeft : eerst scherpt de dichter zijn verachting voor de wereld in harde<br />
2I Zie voor Van de Woestijnes g gebruik van motto's ook 6.3.3,noot 106.<br />
78 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
woorden aan, om in de slotstrofe aan te geven dat toenadering toch<br />
mogelijk is : hij zal zijn dankbaarheid tonen aan wie voor hem bidt.<br />
Een tweede, meer formele overeenkomst tussen beide gedichten is het<br />
direct aanspreken van de lezer, waardoor benadrukt wordt dat het de<br />
dichter is die aan het woord is en dat hij als dichter spreekt. Deze aanspreekvorm<br />
komt niet voor in de andere gedichten van de reeks. Een<br />
belangrijk verschil tussen openings- en slotgedicht is evenwel dat het<br />
laatste tot de genummerde gedichten behoort.<br />
Naast uiterlijke heeft Van de Woestijne dus inhoudelijke middelen<br />
gebruikt om structuur aan zijn reeks te geven. Het openingsgedicht<br />
licht de titel toe en introduceert de thematiek die de gedichten gemeen<br />
hebben; en het heeft formele en inhoudelijke kenmerken gemeen met<br />
het slotgedicht, waarmee begin en einde duidelijk gemarkeerd zijn. Het<br />
openings- en het slotgedicht ontlenen hun effect op die plaatsen aan<br />
een combinatie van hun inhoud en de context. De ordening activeert<br />
mogelijkheden van het gedicht die zich zonder die context niet manifesteren.<br />
De twee gedichten in Groot Nederland van oktober 1912 /io/ met de<br />
verwijzing naar Het gelaat des dichters in een voetnoot, hebben beide een<br />
opdracht. De eerste, boven `Ik wete dat ge ontwaken zult, dewijl ík<br />
wake' [MM4] , luidt : `Aan de eeuwige'; de tweede, boven Wanneer ik<br />
sterven zal (o glimlach om de vreeze' [MMZ9], luidt: `Aan de eeuwigeenige'.<br />
Door beide gedichten van een opdracht te voorzien en deze<br />
opdrachten een zekere gelijkvormigheid te geven, creëert Van de<br />
Woestijne een verband tussen de gedichten, gebaseerd op overeenkomst<br />
én verschil. Het is bovendien mogelijk dat hij zich hier van traditionele<br />
of aan andere voorbeelden ontleende terminologieën<br />
bediende, en dus opnieuw een vormentaal van elders voor eigen<br />
gebruik aanwendde. 22 In een later stadium zal blijken dat `Aan de eeuwige'<br />
en `Aan de eeuwig-eenige' in Het gelaat des dichters titels van<br />
onderafdelingen werden, maar er zijn geen aanwijzingen dat Van de<br />
Woestijne hier al besloten had de opdrachten die status te verlenen.<br />
3 HET GELAAT DES DICHTERS<br />
3.1.1 Zelfstandige uitgave van Het gelaat des dichters<br />
Op 7 november 1 9 12 moet Van de Woestijne aa<strong>nl</strong>eiding gezien hebben<br />
aan zijn vriend De Bom, die bibliothecaris in de Stadsbibliotheek te<br />
Antwerpen was, te schrijven:<br />
Niet alleen ontvangt ge volgende week van mij een-boek-om-te-stelen, heetende<br />
gg g mij<br />
`Interludiën' ofte Tusschenspelen, maar daar gaat ook van mij volgende week onder<br />
p ^ g mij g<br />
ZZ Wellicht betreft het hier een verwerking w g van Van de Woestijnes lectuur van m ys-<br />
tiekeeschriften g ^ zoals die van Hadewych. Y<br />
79 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
pers een bundel nieuwe verzen, `Het Gelaat des Dichters', eene prachtuitgave die ikzelf<br />
bekostig, buiten alle uitgeverij om, en die tegen kerstmis klaar komt. Gij krijgt<br />
daarvan éen exemplaar der honderd op geschept papier, voor Uw nieuwjaar, maar<br />
dan moet gij mij laten weten of de Stadsbibliotheek van Antwerpen niet inteekent<br />
voor éen der exemplaren op Japansch papier (acht daarvan komen in den handel, a<br />
3o fr.), en of gij in Antwerpen niet Benige bibliophielen zijt kennende, die op zoon<br />
ding inschrijven zouden. Ik zeg, in éen woord als in duizenden: het zal schoon zijn.<br />
Van de Woestijne was dus tot het besluit gekomen Het gelaat des dichters<br />
zelfstandig te laten verschijnen. Het is opmerkelijk dat de bundel<br />
volgens dit plan klaarblijkelijk niet zou worden uitgegeven door Van<br />
Dishoeck, terwijl Het licht der kimmen toch in een van diens uitgaven<br />
aangekondigd was. Hoewel de stelligheid waarmee Van de Woestijne<br />
zich hier uitdrukt en de termijnen die hij noemt de indruk wekken dat<br />
de uitvoering van het plan werkelijk in een gevorderd stadium was, is<br />
er verder niet het minste tastbare spoor van overgebleven, en zeker is<br />
dat de bundel in de aan De Bom voorgespiegelde vorm nooit werd<br />
gerealiseerd.<br />
Van de Woestijne wilde Het gelaat des dichters echter wel uitgegeven<br />
zien, en kaartte het plan vervolgens aan bij C.A.J. van Dishoeck toen<br />
deze hem kort daarna, in december z 9i 2, bezocht. Op 2 4 februari 1913<br />
bracht hij de nieuwe bundel in een brief opnieuw ter sprake, tevens<br />
refererend aan het plan van een luxe-uitgave. De brief is karakteristiek<br />
voor Van de Woestijne door diens onverbeterlijke plannenmakerij en<br />
de gevolgde tactiek : hij verplaatst zich begripvol in het standpunt van<br />
de uitgever om die zo tot de uitgave over te halen.<br />
Waarde Vriend,<br />
Ik heb U bij onze laatste ontmoeting gezeid, dat ik U binnenkort weêr zou lastig vallen<br />
met een nieuw boek. En daar ben ik al.<br />
Ziehier waar het om gaat. Ik zal over een paar maand (laat ons zeggen: aanvang-<br />
Mei) klaar zijn met een reeds^3 gedichten: `Het Gelaat des Dichters', dat, als `Het<br />
Vader-huis' en `Het Huis van den Dichter' (om die twee voorbeelden maar te noemen),<br />
éen geheel uitmaakt, –geheel dat echter afhangt van een grooten bundel gelijk<br />
`De Gulden Schaduw'), die heeten zal: `Het Licht der Kimmen'. Nu heb ik, om volgende<br />
reden, tot plicht, dat `Gelaat des Dichters' afzonderlijk uit te geven. Einde dit<br />
jaar valt de Prijs-Aug. Beernaert, i000 frank, uit te reiken door de Koninklijke<br />
Vlaamsche Academie. Nu wil ik voor dien prijs mededingen met minstens twee<br />
werken: bedoelde verzen en een bundel proza, waar ik U binnen enkele maanden<br />
over schrijf. Ik ding mede, omdat ik boo goed als zeker ben, den prils NIET te hebben: deze<br />
zal gaan naar een of ander, meer of minder beminnelijk tweederangswerk. Nu is het<br />
Gelaat des Dichters, naar oor<strong>deel</strong> van mijne vrienden, het allerbeste wat ik ooit<br />
geschreven heb en misschien ooit schrijven zal (fragmenten verschenen in `De Gids'<br />
en `Groot-Nederland'.) En 't proza dat nog komen moet (een boek als `Janus'),<br />
zal ook veel beter zijn dan wat ik tot hiertoe gaf. Nu begrijpt gij mijne bedoeling:<br />
^ 3 Lees : `reeks'.<br />
8o ONTSTAANSGESCHIEDENIS
dat werk stellen, dat niet zal bekroond worden, tegenover het wélbekroonde van<br />
tweeden rang...<br />
Ik had er aanvankelijk aan gedacht, dat `Gelaat' uit te geven in een luxeuitgavetje, op<br />
een zeer beperkt getal exemplaren, die zouden uitverkocht zijn tegen het verschijnen<br />
(einde i 9 14) van `Het Licht der Kimmen'. Ik ben toen echter gaan denken, ons beider<br />
leus indachtig: `altijd maar bijeenblijven', dat het beter was, U het boekje aan te bieden.<br />
Het zal + r So bdz. groot worden, gewone letter, gewoon papier, gewoon formaat. Men<br />
zou op een nogal groot getal exemplaren kunnen trekken, om volgende reden: `het<br />
Gelaat des dichters' is het eerste <strong>deel</strong> van `het Licht der Kimmen', komt dus in dezen<br />
grooten bundel vooraan. Al de exemplaren, die niet in de afzonderlijke uitgave zijn verkocht,<br />
kunnen dus onveranderd dienen als eerste vellen voor `het Licht der Kimmen'. Zelfs de pagineering<br />
blijft immers dezelfde. Alleen omslag en vóorwerk zouden veranderen, – en daar zijn<br />
de kosten niet zoo groot voor. Bij verschijnen van `Het Licht der Kimmen' zou die eerste<br />
oplage van `Het Gelaat des Dichters' dus feitelijk uitverkocht zijn, vermits de overblijvende<br />
exemplaren zouden verwerkt worden in den volgenden, grooten bundel.<br />
Over honorarium zouden wij wel te akkoord komen. En daar ik U van volgende<br />
week af kopij kan sturen van de twee eerste vellen druks, zoudt gij misschien het<br />
boek al kunnen meênemen op Uwe voorjaarsreis, en ermede verschijnen tegen de<br />
zomervacantie.<br />
Wat zegt gij over dit alles ? Het schoone portret dat mijn broer van mij heeft<br />
gemaakt zou hierbij misschien kunnen worden gereproduceerd, en dan wegblijven bij<br />
`het Licht der Kimmen', –hetgeen van `Het gelaat des dichters' wel degelijk eene<br />
aparte editie zou maken.<br />
En nogmaals vraag ik : Wat zegt gij ?<br />
Ik zie met goed betrouwen<br />
Uw antwoord te gemoet,<br />
En zeg, naast zoon en vrouwe:<br />
Van Dishoeck, wees gegroet!<br />
(En nu, nu zal ik houën<br />
Mijn snoet)<br />
Deze brief biedt voor het eerst zekerheid over de relatie van Het gelaat<br />
des dichters tot Het licht der kimmen : het moest het openings<strong>deel</strong> van de<br />
compositie worden. De status van Het gelaat des dichters wordt hier vergeleken<br />
met Het vader-huis, Van de Woestijnes eerste bundel (verschenen<br />
in 1903), en met `Het huis van den dichter', een van de afdelingen<br />
in De gulden schaduw (191o). Het vader-huis maakte geen <strong>deel</strong> uit van een<br />
groter geheel, maar was zelf wel in afdelingen ver<strong>deel</strong>d. Van de Woestijne<br />
gebruikte het woord `reeks' als hij doelde op een verzameling van<br />
gedichten met een eigen, poëtische architectuur, dus met (al dan niet<br />
getitelde) (onder)afdelingen. Een `reeks' kon zelfstandig verschijnen<br />
(zoals Het vader-huis) of <strong>deel</strong> uitmaken van een bundel (zoals `Het huis<br />
van den dichter'). In de i<strong>nl</strong>eidende tekst in Interludiën gebruikte hij de<br />
term in dezelfde betekenis.24<br />
^4 De tekst is geciteerd in 2.1.7.<br />
81 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Er is éen manuscript dat in verband met de uitgave van Het gelaat<br />
des dichters een onoplosbaar probleem oplevert. De redactie van De gids<br />
ontving op 2 9 juni 1 9 12 kopij voor een reeks gedichten `Het gelaat des<br />
dichters'. In het i<strong>nl</strong>oopboek staat echter dat de bijdrage werd teruggevraagd.<br />
Welke bladen precies tot de inzending hebben behoord, is niet<br />
duidelijk, maar het lijkt zeker dat H-i 9 het eerste blad was. Daarop<br />
staat in een noot bij de titel `Het gelaat des dichters' : `Ter perse bij<br />
C.A.J. van Dishoeck, te Bussum.' Het zou echter nog ruim een halfjaar<br />
duren voor Van de Woestijne zijn Gelaat-plan voor Van Dishoeck<br />
ontvouwde. Het is mij niet duidelijk welke gronden Van de Woestijne<br />
kon hebben voor zijn toevoeging bij de titel.<br />
Nadat Van de Woestijne aan Van Dishoeck geschreven had Het<br />
gelaat des dichters snel te willen uitgeven, is meteen een begin gemaakt<br />
met het drukken van enkele proefvellen. Een <strong>deel</strong> van de kopij was<br />
immers gereed; twee bewaard gebleven drukproeven dragen stempels<br />
van 8 en 1 3 maart (H-25 en H-26). Over het aantal vellen dat gezet<br />
werd zijn uitee<strong>nl</strong>opende uitspraken gedaan. Minderaa, die in zijn<br />
monografie een reconstructie van Het gelaat maakte, heeft een van de<br />
twee exemplaren in bezit gehad die Van Dishoeck liet maken voor zijn<br />
aanbiedingsreis; `het brengt na titelbladen en inhoudsopgave het eerste<br />
vel zes maal achtereen gedrukt.' ZS Op dezelfde plaats meldt Minderaa<br />
dat Van Dishoeck zich kort voor zijn dood (in 1 93 í) herinnerde dat in<br />
1 9 1 3 van Het gelaat des dichters 7 vel gezet werden, die in 1 9 17 weer<br />
werden gedistribueerd. De zoon van Van de Woestijne meent dat `in<br />
1 9 14 reeds, de eerste vellen van Het gelaat des dichters waren afgedrukt<br />
(proef). De oorlogsomstandigheden lieten niet toe daarmee voort te<br />
gaan.' 2.6 Het juiste aantal zal wel nimmer met zekerheid kunnen worden<br />
bepaald. Ik vermoed dat – in tegenstelling tot enkele van deze uitspraken<br />
– niet meer werd gedrukt dan wat het reisexemplaar bevatte,<br />
dus het voorwerk en éen vel. 27<br />
In de periode vanaf maart 1913 wilde Van de Woestijne de overige<br />
verzen schrijven die in de bundel moesten worden opgenomen, maar<br />
hij was met die toezegging wat lichtvaardig. Te oordelen naar de voor-<br />
25<br />
Minderaa, , Leven en werken I ,p43 . Minderaa heeft getracht g de samenstelling g van<br />
Het gelaat gp desd dichters s dacht 4 reconstrueren rs te(p. S 6 - 474 in zijn bio g raf ie . Hij 1 hield de indeligaan<br />
die in de inhoudsopgave van de druk P roef voorkwam en plaatste P de edich-<br />
g<br />
ten die naar zijn inzicht in aanmerking g kwamen in de afdelingen. g Hoewel hij zijn<br />
onzekerhedene nietverbloemde,w as zijn w werkwijze w 1 naar huidige g maatstaven al te<br />
v 0o r tva r n e Bovendien d. beschikte e n e hij destijdsniet 1 ds eover een aantal bronnen die nu<br />
wel beschikbaar s zijn en die zijn eindhypothese onhoudbaar maken. Daarom zie ik af<br />
van een uitgebreide g bespreking.<br />
26<br />
Ineen brief b e aan M.geciteer Rutten, g i r in d Rutten, , Lyriek, y k,p p. z S8n. Paul van de<br />
Woesti 1 ne dateerde dit voorstadium van Het gelaat g des dichters dus een jaar 1 te laat.<br />
27<br />
Het reisexemplaar<br />
p<br />
dat Minderaa bezat, heb ik niet kunnen achterhalen.<br />
S2 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
publikaties verliep het schrijven traag : de eerste nieuwe verzen die<br />
voor de bundel waren bestemd, werden bij de redactie van De gids ontvangen<br />
op 2 3 oktober. Ze werden onder de gezame<strong>nl</strong>ijke titel `Het<br />
gelaat des dichters' gepubliceerd in januari 1914 /r2/. In de tussentijd<br />
bleef het drieluik hem bezighouden. Het schema werd tweemaal herzien,<br />
op 2 7 juni en 7 november 1913.<br />
Pas op 14 maart 1914 refereerde Van de Woestijne in zijn correspondentie<br />
met Van Dishoeck weer aan de bundel, na er lang over gezwegen<br />
te hebben. 28 De brief handelt hoofdzakelijk over de recente uitgave<br />
De tweede bundel der Interludiën<br />
Ik heb als een voorgevoel g dat het boeke gp<br />
goedenaftrek e a z vinden.. l n k I hoop het<br />
voor ons beiden. Al stel ik-zelf mij heel watmeer v voor van er wat e op p<br />
volgen<br />
g moet,<br />
zooals `het Licht der Kimmen'. Daar werk ik ernstig g aan door. 't Zal a wel 't'<br />
beste<br />
zijn wat ik tot hiertoe heb gemaakt. g Dat vinden mijne ^ vrienden v e ook...<br />
De sluitingsdatum voor inzending voor de in de brief van 2 4 februari<br />
genoemde Beernaert-prijs, 4 februari 1 9 14, werd dus niet gehaald. Het<br />
gelaat des dichters werd een slepende zaak. Intussen brak de Eerste<br />
Wereldoorlog uit, die België diepgaand zou ontregelen en de communicatie<br />
tussen België en Nederland bemoeilijkte.<br />
Op 15 oktober 1 9 15schreef Van de Woestijne na een periode van<br />
zwijgen aan Van Dishoeck een brief met enkele proza-plannen, en<br />
voegde daaraan toe<br />
En dan is er ook, zooals gij zoo goed als ik weet, mijn derden grooten bundel verzen,<br />
waar `Het Gelaat des Dichters' het grootste <strong>deel</strong> van uitmaakt.<br />
Van de Woestijne geeft hier (en later opnieuw) welbewust aan dat althans<br />
de kwantitatieve verhouding tussen Het gelaat en een groter<br />
geheel (al dan niet met Het licht der kimmen als titel) veranderd was<br />
van de nu voorgenomen bundel beslaat Het gelaat des dichters het grootste<br />
<strong>deel</strong>, terwijl het aanvankelijk een evenredig aan<strong>deel</strong> leek te zullen<br />
hebben naast de andere delen. De monumentale opzet is dus voor dit<br />
moment van de baan. Na in dezelfde brief eerst opnieuw op het proza<br />
te zijn teruggekomen, ging Van de Woestijne nader in op zijn bedoelingen<br />
met Het gelaat:<br />
Wat den 3 e bundel Verzen betreft: hij is, gelijk ik zei, eveneens geheel gereed en<br />
in alle onder<strong>deel</strong>en persklaar. Maar ruim de helft ervan is nog niet in periodieken<br />
verschenen, en ik zou niet graag verliezen wat hij aldus opbrengen kan. Gij-zelf zult<br />
waarschij<strong>nl</strong>ijk liever met uitgeven wachten tot in het najaar-i9i6. Wel te verstaan<br />
kan de volledige tekst u tegen Aug. i9i6 bereiken: tegen dien tijd kan zoo goed als<br />
z8 De briefwisseling g tussen Van de Woestijne W 1p<br />
en Van Dishoeck uit i de periode r' maart<br />
r 93 r – maart z i 94 is onvolledig overgeleverd.<br />
g g<br />
8 ONTSTAANSGESCHIEDENIS<br />
3
alles in tijdschriften verschenen zijn. Hoe denkt gij ook hier over? Wilt gij het niet<br />
voor Sinterklaas van volgend jaar geven, dan in het voorjaar van 1917: zoon<br />
grooten haast heb ik niet...<br />
Het is voor het eerst dat Van de Woestijne beweerde een bundel daadwerkelijk<br />
gereed te hebben. Toch komt het mij onwaarschij<strong>nl</strong>ijk voor<br />
dat hij inderdaad zo ver was. Hij biedt Van Dishoeck al te gemakkelijk<br />
gelegenheid tot uitstel, en nooit eerder schoof hij uit vrije wil een uitgave<br />
waarvoor de kopij gereed was, anderhalf jaar vooruit. Z9 In die<br />
periode publiceerde hij overigens nog wel verzen die tot Het gelaat<br />
moesten behoren : Elcevier's geïllustreerd maandschrift plaatste in februari<br />
1 9 16 een aantal gedichten `Uit "Het gelaat des dichters"' /z 3/, door<br />
Van de Woestijne al ingezonden op z juli 1 9 1 5. Dit was de laatste<br />
publikatie waarbij Van de Woestijne de bundeltitel noemde of een<br />
andere titel die verwees naar de Gelaat-plannen.<br />
Maar tot bundeling leidde dit opnieuw niet. Het werd 17 december<br />
191 7 voor Van de Woestijne zich er tegenover Van Dishoeck weer<br />
over uitliet. Toen heette het:<br />
Wat de `Verzen' betreft (de bundel wordt langer dan vóór den oorlog beslist was:<br />
gij herinnert U dat misschien; ik zal het U al geschreven hebben), die komt te zelftier<br />
tijd klaar, of even later. In elk geval zal hij in 1 9 18 kunnen verschijnen. Ik dank U<br />
dat gij er papier voor overhouden wilt.3°<br />
De geleidelijke verschuiving van Van de Woestijnes bedoelingen met<br />
zijn volgende bundel gaf aa<strong>nl</strong>eiding tot verwarring bij Van Dishoeck,<br />
die in een financieel overzicht in een brief van 3 februari 1 9 18 aparte<br />
bedragen noemt die hij in de loop der tijd als voorschotten betaalde<br />
voor `den derden bundel verzen' en `Het Gelaat des dichters'. Toen<br />
Van de Woestijne in een brief van i5 maart de betalingen bevestigde,<br />
zei hij : `ik schreef u al een paar maal dat het `Gelaat' in dien 3' bundel<br />
opgenomen is ; zij worden dus één boek '. En iets verder, waar<br />
plannen voor nieuwe uitgaven aan de orde zijn:<br />
De 3' bundel verzen (mét `Het gelaat' dus) komt, zooals ik U reeds schreef, van<br />
zomer. Hij is klaar, maar ik hou hem nog graag wat onder mij. Dat wordt zéker mijn<br />
beste boek; daarom wil ik het zoo zorgvuldig mogelijk afmaken.<br />
29 Bi 1 de trage g totstandkomingvan pde prozabundel 1 Janus met m et h dubbele u voor-hoofd, v die<br />
Van Dishoeck a h k tot o t woede o e hadgedreven, ada had Van<br />
de Woestijne 1 e weliswaar ook de uit-<br />
g ave uitgesteld,^g maar zei toen hij `bezwaren ei iet en zijn ^ ei en g boek' te hebben. (Brief<br />
aa Van n Dishoeck van november 1906) 9<br />
3° Met 'te ze if der tijd' l t verwijst d ' e w i Van l<br />
de Woestijne W<br />
1 naar de e afronding o g van De bestendigeg<br />
aanwe ^g a head. Er bleef bee een klad bewaard van een brief f van Van Dishoeck aan Van de<br />
Woestijne 1 n (6 september p 91 7 ^ waarin de uitgever g r zegt gP e t papier p voor die prozabundel<br />
p<br />
^ gereserveerd r te hebben. In de brief bli blijkt niet duidelijk 1 dat hetzelfde ook voor Het<br />
Blaat des e dichters dash s gold, g 1 maar a Van de Woestijne 1 wenste het wel zo o P te vatten.<br />
84 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Het gelaat des dichters behoorde als zelfstandige bundel en als bundeltitel<br />
tot het verleden en Van de Woestijne wilde zijn volgende bundel in<br />
een gewijzigde vorm brengen. Dat betekent dat hij de opzet van Het<br />
licht der kimmen in gedachten eveneens gewijzigd moet hebben. Vooruitlopend<br />
op de volgende bundels kan hier vastgesteld worden dat van<br />
een drieluik of een andere veelomvattende poëtische compositie geen<br />
sprake meer is tot r 926.<br />
In dezelfde brief van z 5 maart 1 9 1 8 doet Van de Woestijne Van Dishoeck<br />
wegens financiële nood een verzoek om een voorschot, maar<br />
Van Dishoeck heeft niet gereageerd, ook niet op een herhaalde bede<br />
van enkele weken later. Toch wachtte Van de Woestijne nog bijna een<br />
half jaar voor hij op r 5 oktober 1 9 1 8 schreef:<br />
Ik heb U in Maart en in April jl. geschreven over voor mij pij<strong>nl</strong>ijke zaken. Ik heb<br />
op geen van beide brieven antwoord ontvangen, wat mij van uwentwege te meer<br />
bevreemdde dat3' gij bij zulk antwoord toch ook wel belang hadt. Nu vraag ik mij<br />
af of U die brieven hebben bereikt, of ze zelfs van hier uit verzonden zijn geworden.<br />
Sommige menschen hadden er belang bij, ons van elkander te scheiden: ik hoop binnenkort<br />
gelegenheid te hebben, daar met U over te spreken; schrijven gaat moeilijk.<br />
Mijn grooten `Verzen'-bundel, waar ik nu negen jaar aan vijl, is nu ook zoo goed<br />
als klaar. Zoodra ik kan bezorg ik U een eerste <strong>deel</strong> der copy. Laat ons hopen dat<br />
de twee boeken voorjaar-i 9 i 9 kunnen verschijnen.<br />
Hierna verdween Het gelaat des dichters of een bewerkte versie van die<br />
bundel uit de correspondentie tussen dichter en uitgever, en geen der<br />
beide boeken waarover Van de Woestijne hier spreekt, werd door Van<br />
Dishoeck uitgegeven. 32 In de volgende periode verflauwde het contact<br />
tussen beiden, dat pas weer intensiever werd toen in 1 927 plannen werden<br />
gemaakt voor een verzameld werk-uitgave van Van de Woestijne.<br />
33 Een belangrijk <strong>deel</strong> van de voor Het gelaat bestemde gedichten<br />
kreeg een plaats in De modderen man.<br />
3 . z .2 De bouw van Het gelaat des dichters<br />
Bij een poging tot reconstructie van Het gelaat is er niet een moment<br />
aan te wijzen waarop de bundel in zijn oorspronkelijke opzet afgerond<br />
was, laat staan dat een op enig moment bepaalde structuur met de bijbehorende<br />
verdeling van de gedichten achterhaalbaar is. Daarom<br />
3' Lees: `daar' of `omdat'.<br />
32 Het andere boek is het nimmer verschenen Omzettingen, dat Van n de d Woestijne i l n al<br />
in oktober 1 9S 15 ter sprake p bracht. In sterk stegewijzigde vorm verscheen r h een het in i 92 S<br />
als Beginselen g der chemie bij l Nijgh lg & Van Ditmar's a sUitgevers-Maatschappij.<br />
33 De meerdelige g uitgave van Werken 1^ nbac k brachthttid het tijdens l e s a Van de Woestijnes 1 leven<br />
slechts tot twee delen Y lyriek, ^ zonder de b bundels s u t uit Wiekslag ^ om de kim; ^ na zijn 1 dood<br />
vol g den nog gP<br />
drie delen kritisch proza..<br />
8 5<br />
ONTSTAANSGESCHIEDENIS
eperk ik me ertoe uit de beschikbare gegevens af te leiden welke<br />
macrostructuren Van de Woestijne heeft overwogen en (in de volgende<br />
paragraaf) van welke gedichten kan worden aangenomen dat<br />
Van de Woestijne ze op 15 maart 1 9 18 bestemd had voor Het gelaat des<br />
dichters of een bundel die daar een uitgebreide variant van was.34<br />
Uit de periode van de haastige voorbereidingen voor het reisexemplaar<br />
van de bundel zijn een <strong>deel</strong> van de kopij en enkele proeven overgeleverd.<br />
Van de Woestijne maakte zorgvuldig handgeschreven kopij<br />
voor het voorwerk, compleet met ruimte voor een opgave van eerder<br />
verschenen uitgaven, een geheel uitgewerkte titelpagina met als jaar<br />
van uitgave 1913, enkele blanco pagina's en een inhoudsopgave. Het<br />
heeft niet veel zin al die bladen en proeven hier in extenso te beschrijven.<br />
Manuscripten en drukproeven bevatten zetaanwijzingen en<br />
opmerkingen betreffende het voorlopige karakter, zoals Van de Woestijnes<br />
notitie op het eerste katern dat gedichten bevatte (H-26) : Wordt<br />
toch ook niet definitief afgedrukt? Alleen voor de reis ? Er komt wellicht<br />
verandering in de plaats der gedichten'. En bij de inhoudsopgave<br />
schreef hij : `natuurlijk voorloopig – loopt over minstens z bdz.' Van<br />
Dishoeck van zijn kant maakte op een proef (H-z 5) de geruststellende<br />
opmerking: `wordt natuurlijk nog niet afgedrukt. Is maar voor de<br />
reis'. Voor een uitgebreidere materiële beschrijving van alle preliminaria<br />
verwijs ik naar de Bronne<strong>nl</strong>ijst. Hieronder zal ik alleen bespreken<br />
wat inhoudelijk relevant is.<br />
De inhoudsopgave die Van de Woestijne voor de bundel maakte<br />
(H-22), geeft de indeling van de bundel zonder nadere invulling van<br />
gedichten maar al wel met paginanummers. De tekst op de proef die<br />
daarvan gezet werd (H-2 3), luidt:<br />
I<br />
`En droef en fel' bdz. 3<br />
`Beschouw ditrauwend g aangezicht' g S<br />
De Vergroot-spiegel 7<br />
Aan de Eeumi ge 26<br />
Aan de Eeuivi g -eeni g e S 6<br />
Sterven- ^g an en<br />
6z<br />
II<br />
`Lentus in Umbra'67<br />
`Treed in'87<br />
De Ver ^ root-s ie ^ el<br />
95<br />
Aan de Eeuwige 112<br />
Aan de Eeuwi ^ -eeni ^ e 13o<br />
Levens-zangen 145<br />
34 D e volgende g 'reconstructie' s ggaat dus n' niet zo ver v als die van Minderaa (zie noot<br />
2 S . Hij schuwde h des speculatie e niet en had, als gezegd, niet alle documenten tot p<br />
^ g g^ zijn<br />
beschikking g die nu voorhanden zijn.<br />
ONTSTAANSGESCHIEDENIS
♦<br />
'<br />
‘61/14c%.1,..4<br />
.^ . •.<br />
i ^<br />
w<br />
^• ^ ^" L<br />
,... w .++ •. ^......<br />
?.fi.4v<br />
27.0.1 • !:<br />
ír<br />
A. A<br />
‘..fr<br />
74-<br />
• w r W<br />
wea.. ,^.<br />
4 "'<br />
aIM<br />
asp<br />
, "fir<br />
6. ^<br />
Blad u uit de e kopij o p l van a het voorwerk van Het ^gelaat des dichters H-2 2 .<br />
87 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Deze tekst en de paginanummers op de proef stemmen volledig overeen<br />
met de kopij. Het is frappant hoe precies Van de Woestijne al<br />
dacht te weten wat de omvang van de afdelingen zou worden; kleine<br />
correcties van de paginanummers in het manuscript tonen dat des te<br />
sterker. 3 S Toch past hier een voorbehoud. Het is merkwaardig dat Van<br />
de Woestijne niet alle titels hetzij op een oneven, hetzij op een even<br />
pagina (dus links óf rechts) laat beginnen; zijn zin voor typografie was<br />
voldoende ontwikkeld om inconsequentie op dat punt te willen vermijden.<br />
Verder is `Treed in' in afdeling ii een gedicht van twintig versregels<br />
(`Treed in. Gij die mijn hoop en mijne deernis zijt' [A4]), dat in<br />
druk nooit de pagina's 78-95 kan beslaan, zelfs niet als de vijf vierregelige<br />
strofen op afzonderlijke bladzijden worden gedrukt. Dat `Treed<br />
in' als onderafdelingstitel bedoeld was, is onwaarschij<strong>nl</strong>ijk omdat het<br />
in de kopij tussen aanhalingstekens werd geschreven en onderafdelingstitels<br />
daar werden onderstreept; ook ligt op grond van de symmetrie<br />
van de indeling voor de hand dat het gedicht bedoeld is, als pendant<br />
van `Beschouw dit grauwend aangezicht'. Van de Woestijne mag<br />
dus enerzijds meticuleus schijnen bij het voorbereiden van de bundel,<br />
tegelijkertijd beging hij onverklaarbare slordigheden.<br />
De verdeling van de bundel, waarvan geen verdere varianten zijn<br />
overgeleverd, is aanmerkelijk verfijnder geworden in vergelijking met<br />
de laatste versie in het schema voor Het licht der kimmen. Er zijn echter<br />
constanten : de verdeling in twee afdelingen en de motto's die daarbij<br />
gaan. Op de motto's volgen voor beide afdelingen i<strong>nl</strong>eidende gedichten<br />
(`Beschouw dit grauwend aangezicht. Gij zult er vinden' [a9] en<br />
het al genoemde `Treed in'), waarna vier onderafdelingen komen die<br />
dezelfde titel dragen, behalve de laatste (respectievelijk `Stervenszangen'<br />
en `Levens-zangen').<br />
Er is nog een manuscript overgeleverd, bestaande uit enkele ineengevouwen<br />
blaadjes, een soort katerntje (H-2 7), waarin op de rechterbladzijden<br />
met de romeinse nummers II, r r t en iv de titels van de laatste<br />
drie onderafdelingen van het eerste <strong>deel</strong> zijn geschreven, dus `Aan<br />
de eeuwige', `Aan de eeuwig-Benige' en `Stervens-zangen'. Dit manuscript<br />
is vermoedelijk een probeersel geweest voor de samenstelling van<br />
(de eerste helft van?) de bundel.<br />
De titels `Aan de Eeuwige' en `Aan de Eeuwig-Benige' had Van de<br />
Woestijne al eerder gebruikt. De bijdrage aan Groot Nederland van<br />
oktober 1 9 1 2 /zo/, met in de voetnoot een verwijzing naar Het gelaat<br />
des dichters, bestond uit twee gedichten waar dezelfde opdrachten boven<br />
stonden. Een verschil is dat in het tijdschrift de `eeuwige' en de<br />
35 Zie het facsimile op p. 8 . p P 7<br />
8S ONTSTAANSGESCHIEDENIS
`eeuwig-Benige' niet met een beginkapitaal werden afgedrukt. Het is<br />
een vraag of aan het gebruik van de majuskels in de inhoudsopgave<br />
(die ook in `De Vergroot-spiegel' voorkomt) bijzondere betekenis<br />
moet worden gehecht. Van de Woestijne was gewoon in manuscripten<br />
substantiva met een majuskel te laten beginnen, maar in dit geval zou<br />
die een bijzondere waarde kunnen hebben, aangezien het om hogere<br />
instanties lijkt te gaan. In het zojuist genoemde proefkaterntje met de<br />
afdelingstitels zijn voor de bewuste substantiva géen majuskels<br />
gebruikt, dus onzekerheid blijft.<br />
Of `Aan de eeuwige' en `Aan de eeuwig-Benige' in het tijdschrift<br />
voor Van de Woestijne al de status van (onder)afdelingstitels hadden,<br />
is onzeker. Wel wordt duidelijk dat Van de Woestijne niet alleen aan<br />
de hand van ontwerpen op papier aan de ordening van zijn poëzie<br />
werkte.<br />
Overigens zal waar de macrostructuur van Het gelaat in het vervolg<br />
nog in het geding is, blijken dat Van de Woestijne nooit een andere<br />
indeling overwogen heeft dan die welke in de proef als inhoudsopgave<br />
voorkwam.<br />
3 . z . 3 De poëzie voor Het gelaat des dichters : inventarisatie<br />
Was de indeling van Het gelaat des dichters in kopij en drukproef een<br />
nadere invulling van Van de Woestijnes plannen voor de macrostructuur<br />
van de bundel, ook een <strong>deel</strong> van de gedichten die te eniger tijd<br />
in aanmerking kwamen om daarin een plaats te krijgen, is te achterhalen.<br />
Ze worden hierna toegelicht; om verwijzing te vergemakkelijken<br />
zijn genummerde clusters onderscheiden.<br />
Cluster z<br />
De tijdschriftpublikaties met de veertien gedichten die in twee afleveringen<br />
van De gids verschenen (december 1 9 1 I /7/ en april 1 9 12 /9/)<br />
werden al genoemd in § 2.2.2:<br />
HET GELAAT DES DICHTERS [motto:] `En droef en fel'. Vondel<br />
Beschouw dit grauwend aangezicht. Gij zult er vinden [n9]<br />
I. Gij die 'lijk een verwijt gaat wegen in mijn zwijgen [MM I 2]<br />
II. Weêr gaat het veege licht der asters bloeien [mm 13]<br />
III. Gij spreekt geen woord, o vrouw, maar weent aan mijne zijde [MMio]<br />
iv. Gij hebt te zeer van blijde logen [MM91<br />
v. Kind met het bleek gelaat, dat van uw wijde blikken [MMj]<br />
vr. Weêr staat mijn venster open op den nacht [MMIq.]<br />
VII. Gij die mijn kommer-ziekte in deemoed tegen-lacht [NtNt7]<br />
VIII. De tuinen galmen in de walmen van den herfst [Al I]<br />
ix. Vermits géen dag me ooit wekt en nog deze oogen open' [AI a]<br />
x. 'k Hadde u gewijd mijne meest -geliefde logen [A7]<br />
XI. De dag is moede en stil, en de uren gaan verbleeken [MM2]<br />
89 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
XII. `In memoriam Renée Vivien.' Ik heb u niet gekend dan in dees nieuwe vreeze<br />
[MM2j]<br />
mu. Gij zult mij allen, allen kennen [MMZi]<br />
Cluster 2<br />
Ook de twee `Verzen' die in oktober 1912 in Groot Nederland verschenen<br />
(`Aan de eeuwige' en `Aan de eeuwig-Benige', /ion met de voetnoot<br />
: 'Lift: Het Gelaat des Dichters, in bewerking', waren in §2.2.2 al<br />
aan de orde:<br />
VERZEN<br />
`Aan de eeuwige.' Ik wete dat ge ontwaken zult, dewijl ik wake [MM4]<br />
`Aan de eeuwig-Benige.' Wanneer ik sterven zal (o glimlach om de vreeze [MM29]<br />
Cluster 3<br />
Van de genoemde drukproeven voor het reisexemplaar van Het gelaat<br />
des dichters werd, afgezien van het voorwerk, zeker éen vel gedrukt, dat<br />
direct op het voorwerk moest volgen (ook de kopij bleef bewaard:<br />
H-23). De eerste pagina's ervan volgen precies de inhoudsopgave:<br />
eerst het afdelingsnummer (r), het motto van Vondel (`En droef en<br />
fel'), het i<strong>nl</strong>eidende gedicht (eerste in het lijstje hieronder) en de titel<br />
van de eerste afdeling (`De Vergroot-spiegel'); daarna vier gedichten,<br />
zodat in totaal de volgende vijf gedichten in de proef aangetroffen<br />
worden:<br />
Beschouw dit grauwend aangezicht. Gij zult er vinden [n9]<br />
De tuinen galmen in de walmen van den herfst [AI r]<br />
Weêr gaat het veege licht der asters bloeien [Mmi3]<br />
Gij die 'lijk een verwijt gaat wegen in mijn zwijgen [MMI2]<br />
Weêr staat mijn venster open op den nacht [mm t4]<br />
Al deze gedichten waren voorgepubliceerd, in De gids van december<br />
1 9 11 of april 1 9 12. In de ge<strong>deel</strong>telijk bewaarde gecorrigeerde proef<br />
heeft Van de Woestijne onder de tekst van `Gij die 'lijk een verwijt'<br />
aangegeven een gedicht te willen invoegen : `Oud hart, dat niet<br />
bemind en heeft' [A8], gepubliceerd in Dietsche warande e.7 Belfort van<br />
maart iii /5/. Aangezien Minderaa in zijn beschrijving van het reisexemplaar<br />
dit gedicht niet noemt, 36 moet worden aangenomen dat<br />
enige tijd na de vervaardiging van de proef aan de bundel is voortgewerkt<br />
en Van de Woestijne de proef als uitgangspunt heeft gebruikt.<br />
Cluster 4<br />
Een manuscript van het zojuist genoemde gedicht `Oud hart dat niet<br />
bemind en heeft' behoort met dertien andere tot een vroege herzieningsfase<br />
van de aanvankelijke kopij. De paginering van een aantal<br />
nieuwe blaadjes komt overeen met de beoogde nieuwe ordening die<br />
36<br />
Minderaa, Leven en werken 46 5 .<br />
> >p4S<br />
90 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
ontstond na de invoeging die in de proef was aangegeven en het papier<br />
is identiek aan het papier van de eerste kopij. Van de Woestijne heeft<br />
dus ten minste een begin gemaakt met het persklaarmaken van het vervolg<br />
voor Het gelaat, vermoedelijk in de periode direct nadat de proef<br />
voor het reisexemplaar gereed was, ruwweg eind maart of april 1913.<br />
Of hij al een vaste volgorde bepaald had, is niet bekend; de manuscripten<br />
zijn in de loop van de tijd in partjes uiteengehaald en worden in<br />
het AMVC nu in verschillende mapjes bewaard (H-z 9 ; zie ook de toelichting<br />
aldaar).<br />
'k Hadde u gewijd mijn meest-geliefde logen [A7]<br />
Oud hart, dat niet bemind en heeft [n8]<br />
Vermits géen dag me ooit wekte en nog deze oogen open' [AT z]<br />
Laat uw trage wake duren [A13]<br />
De dag is moede en stil, en de uren gaan verbleeken [MM2]<br />
Ik wete dat ge ontwaken zult, dewijl ík wake [MM4]<br />
Kind met het bleek gelaat, dat van uw wijde blikken [MMS]<br />
Gij die mijn kommer-ziekte in deemoed tegen-lacht [MM7]<br />
Gij hebt te zeer van blijde logen [MMS]<br />
Gij spreekt geen woord, o vrouw, maar weent aan mijne zijde [mm io]<br />
Gij zult mij allen, allen kennen [MMZi]<br />
`In Memoriam Renée Vivien.' Ik heb U niet gekend dan in dees nieuwe vreeze<br />
[MM23]<br />
In Memoriam Jean Moréas [groepstitel en cijfer I]<br />
Ik ben met U alleen, o Venus, ronde star [mm I6]<br />
Cluster f<br />
Uit het voorlaatste blad met de groepstitel `In Memoriam Jean<br />
Moréas' in cluster 4 kan worden afgeleid dat Van de Woestijne tevens<br />
een groep verzen wilde opnemen die tot dusver nog niet met Het gelaat<br />
in verband was gebracht. Het betreft de gedichten die verspreid en een<br />
enkele maal herhaald in tijdschriften verschenen als verzen `In Memoriam<br />
Jean Moréas' (Dietsche warande e7 Belfort van oktober 1 9 10 /3/,<br />
Groot Nederland van januari 1911 /4/ en Dietsche warande e7 Belfort van<br />
november iii z /6/) . Een twijfelgeval is een groep van drie `Stanzen'<br />
in Groot Nederland van juli I 9 IO /2/. Het derde gedicht daarvan, `Het<br />
nacht-uur waakt; en 'k waak. – Wat zijt ge diep en schoon' [MM26],<br />
is vermoedelijk in dezelfde periode en naar aa<strong>nl</strong>eiding van dezelfde<br />
gebeurtenis ontstaan als de Moréas-gedichten. (Later heeft Van de<br />
Woestijne het in De modderen man een plaats gegeven in de Moréascyclus.)<br />
37 De titel `Stamen' boven de groep in het tijdschrift is ongetwijfeld,<br />
gezien Van de Woestijnes verhoogde aandacht voor de Franse<br />
dichter in deze periode, een allusie op de poëziebundel Les stances van<br />
37 Zie hiervoor het variantenapparaat en de bespreking p g van de totstandkomingn va<br />
de Moréas-cyclus Y in 4.1.5.<br />
9 I ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Moréas, die tot diens bekendste werken behoorde. Dat Van de Woestijne<br />
`Het nacht-uur waakt; en 'k waak' bij de gedichten wilde voegen<br />
met de gezame<strong>nl</strong>ijke titel `In Memoriam Jean Moréas', is wel erg<br />
waarschij<strong>nl</strong>ijk. De groep `Stanzen' in Groot Nederland is als geheel<br />
inhoudelijk echter zo heterogeen van samenstelling, dat de overige<br />
twee gedichten niet voor opneming in een Moréas-reeks in aanmerking<br />
komen. Op andere gronden kunnen ze echter zonder meer tot de<br />
Gelaat-poëzie gerekend worden : "`Aan een vrouw. " Ik ben u moe. Gij<br />
hebt mijn traagste hoop vermoeid' [MM8] dankzij een latere voorpublikatie<br />
(/i 5/); en "`Aan een jong dichter." Treed in. Gij die mijn hoop<br />
en mijne deernis zijt' [A4] dankzij de eerder besproken drukvoorbereidingen<br />
van Het gelaat des dichters én door een latere tijdschriftpublikatie<br />
(/r Zn. (Bovendien werd het gedicht zonder verwijzing naar Het gelaat<br />
des dichters gepubliceerd, tegelijk met twee Moréas-verzen, in Dietsche<br />
warande e7 Belfort van oktober 1910 /3/.) Per saldo waren voor de<br />
groep `In Memoriam Jean Moréas' in Het gelaat des dichters dus beschikbaar<br />
Uw aangezicht is bleek 'lijk 't mijne wordt. –Terwijl [MM24]<br />
Het huis is vol van u. De stilte weegt, verzwaard [MMZS]<br />
Gij brandt mijne oogen toe, gij brandt mijne oogen open [MMZ7]<br />
o Trouwe vriend der oude dagen [A5]<br />
Zal ik rusten? [A6]<br />
o Gevangen geest, getogen [ivthtz8]<br />
Het nacht-uur waakt; en 'k waak. – Wat zijt ge diep en schoon [NtMZ6]<br />
Het is niet onwaarschij<strong>nl</strong>ijk dat deze gedichten (of enkele ervan) een<br />
plaats was toegedacht in een van de onderafdelingen `Ster yens-zangen'.<br />
Cluster G<br />
In De gids van januari 1 9 14 /12/ verscheen een nieuwe groep van acht<br />
gedichten met `Het gelaat des dichters' als gezame<strong>nl</strong>ijke titel. Een<br />
voetnoot bij de titel verwees naar de eerdere `Gelaat'-publikaties in<br />
De gids, in december I 9 I I en april 1912. Het i<strong>nl</strong>oopboek van het tijdschrift<br />
vermeldt de ontvangst van de kopij op 23 oktober 191 3 . De<br />
inzending was een soort reprise, want op 2 9 juni 1912 had Van de<br />
Woestijne de kopij voor een `Gelaat'-groep teruggevraagd. 38 De wel<br />
geplaatste groep werd ingezonden in een periode waarin de plannen<br />
voor Het licht der kimmen op het eerste manuscript opnieuw Van de<br />
Woestijnes aandacht kregen (27 juni 1913 en 7 november 1913). Het<br />
betreft:<br />
38 Zie.1.1. 3<br />
92 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
HET GELAAT DES DICHTERS<br />
I. Dit wordt geen lent'. Geen dag en zal de smoore' ontrijzen [MM I 5]<br />
II. Laat uw trage wake duren [ni 3]<br />
III. Ik ben met u alleen, o Venus, ronde star [MMi6]<br />
iv. o Ziek, onzeker en onzuiver [mm r&]<br />
v. Ik weet dat ik mijn dood bereid, wanneer ik wil [n14]<br />
vr. Trots, die mijn harte hardde, als ijzer {MM20]<br />
VII. Want neen: geen spijt'ge doem om wat het heiligst is [ni 5]<br />
VIII. Treed in. Gij die mijn hope en die mijn deernis zijt [A4]<br />
Voor het laatste gedicht verwijs ik naar cluster 5. Het zesde gedicht<br />
van de groep publiceerde Van de Woestijne ook al in De lelie van juli<br />
1913 /II/, toen nog als vijfde van de `Liederen van Helena', die over<br />
verscheidene afleveringen van het tijdschrift verspreid werden. Ze zouden<br />
<strong>deel</strong> moeten uitmaken van het epische dichtwerk `De Spartaansche<br />
Helena', dat Van de Woestijne lange tijd in bewerking heeft gehad<br />
voor het in 1924 in Zon in den rug gebundeld werd. Hier is sprake van<br />
een bijzondere interferentie van lyriek en epiek bij Van de Woestijne.<br />
Binnen de epiek van `De Spartaansche Helena' zijn de `Liederen van<br />
Helena' geïsoleerde lyrische uitingen, wat verklaart hoe `Trots, die<br />
mijn harte hardde' kon worden `overgeheveld' naar de lyrische context<br />
van Het gelaat, later De modderen man.<br />
Cluster 7<br />
De laatste maal dat Van de Woestijne de titel `Het gelaat des dichters'<br />
boven een groep in een tijdschrift plaatste, was in de februari-aflevering<br />
van Elrevier'.c geillustreerd maandschrift in 1916 /14/.<br />
UIT ` HET GELAAT DES DICHTERS'<br />
I. Van alle reis terug g nog g vóór de reis begonnen g [mm i 7<br />
]<br />
II. Uren van harde macht, waar 'k inde nachten 9<br />
III. Eenvoudige g arbeid, j als een brood dat geurt ^ en e b blankt a AI 7]<br />
Iv.i' W ^, de Armen die den Geest verzaakten akte a [AI 8<br />
g g ee s<br />
de S [mm i9]<br />
V. Ikr aa den vrede e e t niet: ik vraagrust<br />
alleen de u t MM 2 2<br />
Deze bijdrage was op Zr juli 1 9 1 5 ingezonden, bijna twee jaar na de<br />
vorige inzending. Van de Woestijnes lyrische produktie stokte enigszins<br />
in deze periode. Hierna zal blijken dat hij wel aan de samenstelling<br />
van Het gelaat bleef werken (zo schreef hij Van Dishoeck op 14 maart<br />
1 9 14 dat hij `ernstig' aan Het licht der kimmen bleef voortwerken), 39<br />
maar er komen betrekkelijk weinig nieuwe verzen bij. In de zomer van<br />
1914 raakte België bij de Eerste Wereldoorlog betrokken. Het is<br />
bekend hoezeer dat Van de Woestijne geestelijk ontredderde. Uit zijn<br />
journalistieke bijdragen voor de N.A.C. uit die periode blijkt dat hij<br />
door de materiële en morele consequenties van de oorlog in beslag<br />
39<br />
Zie het citaat in 3 .1.1<br />
93 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
enomen, Er 4° volgde een periode van verminderde literaireacti-<br />
viteit. Toen hij op i5 oktober 1917 Van Dishoeckweer eens schreef,<br />
opende hijzijn briefmet:<br />
Gij l hebt misschien al gedacht g t dat k ik dood was, a – literairt e ir a althans. a t ans. Dit zou nochtans<br />
eenerove g vergissing g g zijn ... .<br />
óv e r s is et hetdus s nog et g gekomen. niet g Al heeft het twaalf maa ndeduurd g voor ik<br />
weêr aan 'scheppend' p werk kono denken. e. En in de tweew e maand en half, die nu op dat<br />
eerste oorlogsjaar gl zijn g gevolgd, g ^ is het nog g tot niet veel meer gekomen, dan tot h e rl e-<br />
zen verbeteren en aanvullen van wat reeds v óór 't uitbreken<br />
van de crisis zoooed g<br />
als klaar lag, g ^ waar ik allang g met e U overgesproken ovead. Dat hechter is me evallen g .<br />
de omstandigheden hebben l mij gerijpt, al zeg ik het zelf, en gevolgg g is, geloof g ik,<br />
niets dan bate.41<br />
In de tussentijd verschenen nog twee tijdschriftbijdragen die het fonds<br />
voor Het gelaat des dichters verder aanvulden.<br />
Cluster 8<br />
Op het facsimile van het gedicht `Ik ben het eeuwig bed; het eeuwigleêge'<br />
[AI6] dat werd afgedrukt in De nieuwe Amsterdammer van z<br />
januari 1 9 16, blijkt nergens dat het gedicht iets met Het gelaat des dichters<br />
of Het licht der kimmen uitstaande heeft. De naam van de dichter en<br />
`Brussel, r o December 1 9 1 5 ' zijn de enige toevoegingen. Er is echter<br />
een ander manuscript (H-43) waar boven het gedicht geschreven is:<br />
`Uit: "De Vergroot-spiegel"'. Van de Woestijne heeft dus overwogen<br />
het in een van de twee onderafdelingen met die titel in Het gelaat des<br />
dichters te plaatsen.<br />
Cluster g<br />
De titel van de onderafdeling `Aan de Eeuwige' in de inhoudsopgave<br />
van de proef voor Het gelaat des dichters maakt het mogelijk nog vijf<br />
gedichten toe te voegen die in april 1 9 16 onder dit opschrift in De gids<br />
verschenen /r 5/. De totale tijdschriftbijdrage bestond uit drie parten:<br />
een `Opdrachtelij k sonnet', dat in 1 9 18 voorin de prozabundel De bestendige<br />
aanwezigheid werd opgenomen om het boek aan Herman Teir-<br />
40<br />
De artikelen die Van W deo est i'n ^ e voor v o de N.R.C. C schreef<br />
in de oorlogsperiode o0 o e ode<br />
en de eerste maanden van bev derij l d in g^ zijn zijn opgenomen in V er am ld e journalistiek u Jnalastaek<br />
werk dln. 7 ^<br />
8 en 9. 9 Een selectie e werd e in <strong>deel</strong> 8 van a e het V er ^ ameld werk bi 1 een g- e<br />
bracht als Dagboeken ^ en brieven over den oorlog ^ 1914-1918.<br />
41 Vergelijk ook g een passage in een brief van 3 o december e r 9 r 8 aan Firminn van<br />
Hecke : `Na de eerste oorlos-m g aa de n nwaaronder ^1mij<br />
de i' d lh eedva i van alle literatuur a emi<br />
zoo schreeuwend in de ooren klonk dathetmij hetverdoemelijkste<br />
e doemen ^ byzantinisme<br />
voorkwam nog g^van<br />
aan literatuur te denken, d is smet het de oorlog-zelf, i n na-sleep<br />
z"<br />
geestelijke 1 ^ ellende, die mij weêr naar de literatuur als naar een haven van reddingg<br />
gevoerd g heeft.' Een uitgebreider g<br />
citaat uit deze brief in 5 .1.<br />
94 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
linck op te dragen; een gedicht onder het opschrift 'Uit: "Het menschelijke<br />
brood"'; en enkele gedichten `Uit: "Aan de eeuwige"'.<br />
Alleen van de laatste is in deze fase aan te nemen dat ze <strong>deel</strong> uitmaakten<br />
van Van de Woestijnes plannen voor Het gelaat:<br />
Uit: `Aan de eeuwige'<br />
I. Vervarelijk festijn voor onverzaadlijk dorsten [NtNti]<br />
II. Zij ligt te bedde 'lijk ik lig te bedde [MM3]<br />
III. Gij die u, stérker liefde omgord [MM6]<br />
iv. Ik ben u moe. Gij hebt mijn traagste hoop vermoeid [MM8]<br />
`Epiloog.' Gij menschen, die misschien me in laetren tijd gedenkt [NtM3o]<br />
Eerder was al een gedicht `Aan de eeuwige' verschenen (zie cluster 2).<br />
Deze gedichten waren dus bedoeld voor een van de onderafdelingen<br />
met de titel `Aan de Eeuwige'. Dat het tweede pars van de Gids-bijdrage<br />
gezien de toevoeging `uit' een onder<strong>deel</strong> van `Het menschelijke<br />
brood' was, geeft aan dat Van de Woestijne inmiddels ook een afdeling<br />
met die titel wilde samenstellen. Het lijkt mij mogelijk dat `Het menschelijke<br />
brood' gerekend moet worden tot datgene wat Van de Woestijne<br />
in de voorgenomen bundel wilde toevoegen aan de oude opzet<br />
van Het gelaat des dichters; aan dit vermoeden ligt wel een teleologische<br />
redenering ten grondslag, gebaseerd op de wetenschap dat `Het menschelijk<br />
brood' later (véel later) de i<strong>nl</strong>eiding moest vormen tot De modderen<br />
man, die een afgeleide was van Het gelaat.42<br />
Cluster lo<br />
Van de Woestijne heeft op zeker moment een inventaris gemaakt van<br />
gedichten die in Het gelaat des dichters moesten worden opgenomen. Het<br />
manuscript is een klad, met wijzigingen en aanvullingen (H-28).<br />
Afgaande op de eerder besproken opzet van Het gelaat, moet het gaan<br />
om het begin van de bundel, aangezien het eerste gedicht op de lijst<br />
`Beschouw dit grauwend aangezicht' is, dat ter i<strong>nl</strong>eiding vooropging<br />
in de eerste afdeling. In het volgende afschrift geef ik alleen correcties<br />
die meer zijn dan verschrijvingen. 43 Van de Woestijne voegde in een<br />
later stadium enkele gedichten toe; van deze gedichten zijn de nummers,<br />
die door mij in de linkermarge werden aangebracht, cursief<br />
gezet. De liggende streepjes die Van de Woestijne plaatste, geven<br />
waarschij<strong>nl</strong>ijk aan dat daar in de gedrukte bundel een blanco pagina<br />
moest komen. Onder de lijst plaatste hij een streep.<br />
42 Zie verder voor `Het menschelijk J brood' 4.1.6. 4<br />
43<br />
Bij 1 hetmanuscript phoort een tweede, waarop p Van de Woestijne ^ een romeinse i en<br />
dedi titel te `De ver grootsp ieg el' schreef; hoe het zich tot het manuscript met de lijst 1<br />
verhoudt, is niet eg t duidelijk; i l1 mogelijk e w s was het een p proefversie tijdens tijdens pl ivoorere ko 'bi-<br />
dingen. g<br />
9S<br />
ONTSTAANSGESCHIEDENIS
I. Beschouw s dit grauwend g aangezicht. a De Vergroot-spiegel (titel)<br />
2. De tuinenalmen... g<br />
3^ Weêr gaat g het vee ge g licht...<br />
4 .Gij, Gi' die lijk 1 een verwijt... 1t<br />
S<br />
Oud hart dat niet bemind...<br />
6.<br />
7. Weêr staat mijn 1 venster open...<br />
8. Dit wordteen g lent'.<br />
9. < — ? > Wij, ), de Eedlen<br />
10. Laat uw trage g wake...<br />
II. < +?›<br />
I2. Ik ben met u alleen...<br />
13. Van alle reis terug<br />
14. o Ziek, onzeker en onzuiver...<br />
4<br />
I ?<br />
S^<br />
r 6. Eenzaam e en a arm, als God.<br />
17. 7 Ik weet dat ik mijn 1 dood bereid...<br />
it. Uren van harde macht<br />
19. 9 Trots, ^ die mijn harte hardde...<br />
Gij<br />
zult mijallen, allen kennen...<br />
21. < -Z> Zinen g<br />
22. Eenvoudige g arbeid<br />
23 . Want neen : ggeen s pl i't' ge doem...<br />
24 . Ik vraag g den vrede niet...<br />
Enkele opmerkingen ter verduidelijking : na het vijfde gedicht gaf Van<br />
de Woestijne met een haak aan iets te willen tussenvoegen, maar hij<br />
schreef er niet bij welk gedicht; dit is weergegeven met een lege plaats<br />
bij G. Bij y werd tijdens de eerste samenstelling van de lijst een vraagteken<br />
geplaatst, bij de herziening werd het vervangen door Wij, de<br />
Eedlen'. Van de Woestijne bedoelde vermoedelijk Wij, de Armen die<br />
den Geest verzaakten' [A][ 8]. Bij II werd het vraagteken in tweede<br />
instantie ingevoegd. Bij z 5 plaatste hij, al in het eerste stadium, alleen<br />
een vraagteken. Het is mogelijk dat `Eenzaam en arm, als God' (in de<br />
lijst zG genummerd) als vervanging van het vraagteken bedoeld was.<br />
Het is mij overigens niet duidelijk op welk gedicht hij hier doelde; een<br />
gedicht met die beginregel is mij niet bekend. `Zingen' (21) zal `Zingen,<br />
hoe de donkre wereld' [A 3] zijn, voorgepubliceerd in Groot Nederland<br />
van juli 1 910 /2/.44<br />
44 Vooris 'Zingen'' de letter 1 r Zdoorgehaald; d g vermoedelijk is dat een eerste aanzet<br />
voor hetzelfde woordeweest g zag , g Van de Woestijnevervolgens g af van de invoeging g g<br />
enin g hij g hij er uiteindelijk alsnog gtoe over.<br />
96 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
,.<br />
A=<br />
s<br />
^<br />
^<br />
Lijst l van gedichten g<br />
c die voor opneming p g in Het ^gelaat des dichters in aanmerking<br />
kwamen H z8) .<br />
97 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
`Oud hart dat niet bemind en heeft' werd direct in de lijst opgenomen<br />
(S), en aangezien ditzelfde gedicht op de boven besproken proef<br />
van begin maart 1913 láter en op dezelfde plaats werd toegevoegd<br />
(cluster 3), moet de eerste versie van de lijst ook van na die datum zijn.<br />
De gelijktijdige aanvulling met yr, 13, z8, 22 en 24 wijst erop dat de heriening<br />
van de lijst plaatshad na z juli 1915, toen Van de Woestijne<br />
deze gedichten voor Elsevier'r geillustreerd maandschrift inzond; de eerste<br />
versie van de lijst is dus waarschij<strong>nl</strong>ijk van voor die datum. Afgezien<br />
van het onbekende `Eenzaam en arm, als God', werden ook de overige<br />
verzen op de lijst voorgepubliceerd. En verreweg het meren<strong>deel</strong> daarvan<br />
(alleen niet `Oud hart, dat niet bemind en heeft' en `Zingen, hoe<br />
de donkre wereld') verscheen onder de vermelding `(Uit) Het gelaat<br />
des dichters'.<br />
Vergelijking met de eerdere gegevens over de indeling en de inhoud<br />
van Het gelaat des dichters levert nog twee bevindingen op die ik geef zonder<br />
er conclusies aan te kunnen verbinden. Zo is het motto `En droef,<br />
en fel' niet in de lijst opgenomen. Het kan in dit stadium vervallen zijn,<br />
maar het is ook mogelijk dat het buiten het `bereik' van de lijst viel<br />
omdat het volgens de eerdere plannen voor het eerste gedicht kwam.<br />
Als het juist is dat de kleine liggende streepjes indicaties zijn voor<br />
witpagina's (of andere typografische afbakeningen), dan is de onderafdeling<br />
`De Vergroot-spiegel' op haar beurt ook weer geleed : `De tuinen<br />
galmen' is gescheiden van het vervolg.<br />
Tot slot blijkt in de lijst geen van de Moréas-verzen te zijn opgenomen,<br />
wat het vermoeden voedt dat die (of enkele ervan) voor een van<br />
de onderafdelingen `Stervens-zangen' waren bestemd.<br />
Cluster II<br />
Van korte tijd later moet tot slot een manuscript zijn waarmee Het<br />
gelaat des dichters toch in zekere mate gestalte kreeg. Het bestaat uit<br />
doorslagen van hoogstwaarschij<strong>nl</strong>ijk door Van de Woestijne zelf vervaardigde<br />
typoscripten. Hun functie is niet zeker: ze kunnen als louter<br />
inventarisatie van beschikbare poëzie gediend hebben, maar daartegen<br />
pleiten de twee bijbehorende bladen met de afdelingstitels `De Vergroot-spiegel'<br />
en `Aan de Eeuwige'. Het bestaan van die bladen wijst<br />
er eerder op dat Van de Woestijne daadwerkelijk kopij heeft voorbereid.<br />
De gedichten die hij op 2 r juli 1915 aan Elrevier'.r geillustreerd<br />
maandschrift zond /r4/, komen in het manuscript voor; de gedichten die<br />
hij op I februari 1916 voor De gids instuurde /15/, komen er niet in<br />
voor. Ik leid hieruit af dat het manuscript tussen deze twee data vervaardigd<br />
moet zijn. Het is in twee ge<strong>deel</strong>ten overgeleverd : een <strong>deel</strong> dat<br />
samen met enkele toevoegingen tot kopij voor De modderen man omgevormd<br />
is (en in deze samenstelling wordt bewaard : H-4o), en een <strong>deel</strong><br />
dat daar buiten viel (H-4i). Door deze herschikking is een conclusie<br />
betreffende de oorspronkelijke volgorde niet mogelijk; de doorslagen<br />
geven alleen prijs wélke gedichten Van de Woestijne in het tweede<br />
98 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
halfjaar van 1 9 15 voor de bundel selecteerde. Ze worden hier gegeven<br />
in de volgorde waarin ze bewaard worden. De nummers laten zien<br />
welke gedichten wel, en welke niet in De modderen man werden opgenomen.<br />
Beschouw dit grauwend aangezicht. g Gij zult er vinden A 9<br />
Want neen, ^g geen s i't' J g e doem om wat het heiligst g is AI 5]<br />
Eenvoudiger ab eid ^ 1 als een bro o d dat geurt g e en blankt b AI [A17]<br />
Ikt wee dat ik mijn dood ^ bereid, wanneer ik wil AI [A14]<br />
Laat a uw trage g wake duren AI 3<br />
Wij 1^]<br />
Armen die den Geest verzaakten Al 8<br />
Arm hart, dat niet bemind en heeft [A8]<br />
De tuinenalmen g in de walmen van den herfst[Ali]<br />
'k Hadde uewi'd g l mijn 1 meest-geliefde g logen g A[A7]<br />
De dag is moede en stil, en de uren gaan verbleeken ee MM2<br />
Ik wete date ontwaken zult, ^ dewijl 1 ik wake [mm q.] 4<br />
Kind met het bleekgelaat, g ^ dat van uw wijde w1 blikken MM S<br />
Gij die mijn 1 kommer-ziekte in deemoedd tegen-lacht g MM 7<br />
Gij hebt te zeer van blijde logen g MM 9<br />
Gij 1 spreekt g geen woord, o vrouw, maar weent aan mijne 1 zijde<br />
MM I O<br />
is het al voorbij : de sluiers zijn gezonken MM I 1]<br />
Gij die 'lijk 1 een verwijt gaat g wegen ee g in mijn 1 zwijgen Je g MMI2<br />
Wee Weêr g gaat a hetvee g licht e der asters s b bloeien oele MMI 3]<br />
1 Weêr staat mijn venster open p op p den nacht M M I 4<br />
Dit wordteen g lent'. Geen dag g en zal de smoore' ontrijzen 1 MM i 5]<br />
Ik ben met u alleen, o Venus, roode star MM 6]<br />
Van alle reis terug g nog g voor de reis begonnen g [mm i7] 7<br />
o Ziek, onzeker en onzuiver MM I 8]<br />
Uren van harde macht, waar 'k in de zwartste nachten [mm I 9<br />
]<br />
1 Trots, die mijn harte harde als ijzer MM 20<br />
Gij zult mij allen, allen kennen MM2I<br />
Ik vraag g den vrede niet: ik vraag g alleen de rust MM22<br />
Ik heb u niet gekend g d dan d in dees nieuwe vreeze v e [mm M z3] 3<br />
Uw aangezicht g is bleek 'lijk 1 't mijne 1 wordt. – Terwijl MM24<br />
huis is vol van u. De stilte weegt, g ^ verzwaard MM2 S<br />
Het nacht-uur waakt; en 'k waak. – Wat zijt l ge g pdiep en schoon z6]<br />
Gij 1 brandt mijne l oogen g toe, vgl gij brandt mijne 1 oogen g open p MM2 7<br />
o Gevangen g geest, g ^g getogen g MM28<br />
Wanneer ik sterven zal olimlach g om de vreeze MM2 9<br />
Zes gedichten die eerder tot Het gelaat des dichters leken te zullen aan<br />
behoren(afgezien van de gedichten in De gids z en het niet overgeleverde<br />
'Eenzaam en arm, alsGod'),ontbreken in de lijst: 'Treed in.<br />
Gij, die min hoopen mijne deernis zijt' dat in de inhoudsopgave<br />
van de drukproefvoorkwam als openingsgedicht voor het tweede <strong>deel</strong><br />
van de bundel; 'Vermits geen dagme ooit wekt' AI2 dat in De gids<br />
van april 12 tot de Gelaat-verzen gerekendwerd; o Trouwe vriend<br />
der oude dagen' [A5]en 'Zal ik rusten?'[A6],beide behorendtot de<br />
99 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Moréas-verzen; `Zingen, hoe de donkre wereld' [n3] uit het lijstje van<br />
cluster io; en `Ik ben het eeuwig bed; het eeuwig-leêge' [A16].<br />
Verder is er in deze lijst slechts éen gedicht dat in de periode waarin<br />
de gedichten vermoedelijk werden samengebracht niet was voorgepubliceerd<br />
: `Thans is het al voorbij' [MM I I] werd voor zover bekend<br />
alleen in 192o, kort voor verschijning van De modderen man, in Het ronde<br />
feil opgenomen; het verscheen daar voor het eerst.<br />
De geschiedenis van Het gelaat des dichters eindigt hier. De bundel heeft<br />
in de door Van de Woestijne lange tijd beoogde gedaante nooit zijn<br />
beslag gekregen, noch in een zelfstandige uitgave, noch als <strong>deel</strong> binnen<br />
een groter werk. De volgende fase is de omvorming tot De modderen<br />
man.<br />
3.14 Overzicht van de gedichten voor Het gelaat des dichters<br />
Alle gedichten die in de clusters voor Het gelaat des dichters bijeengebracht<br />
werden, zijn in het schema op p. ioi in alfabetische volgorde<br />
van beginregel of titel in de linkerkolom geplaatst. Wegens plaatsgebrek<br />
is een aantal beginregels niet volledig geciteerd. De nummers van<br />
de clusters staan bovenin, met een korte typering van de aard van elk<br />
cluster. Als een gedicht in een cluster voorkomt, wordt in de matrix<br />
met een cijfer de positie binnen de groep aangeduid; is die plaats niet<br />
op een of andere wijze door Van de Woestijne bepaald, dan is een<br />
kruisje (x) geplaatst. Het gedicht `Beschouw dit grauwend aangezicht'<br />
[A9] heeft enkele malen geen nummer gekregen, maar was wel als prolooggedicht<br />
bedoeld; dat is aangegeven met een o in de matrix. Vergelijkbaar<br />
is de epiloogfunctie van het niet genummerde `Gij menschen,<br />
die misschien me in laetren tijd gedenkt' [MM30] in cluster 9; dat is in<br />
de matrix met oo aangegeven.<br />
In cluster 3, de proef van het reisexemplaar van Het gelaat des dichters,<br />
is de i<strong>nl</strong>eidende functie van [a9] zeker, maar de volgorde van de volgende<br />
vier verzen was willekeurig en zou naar Van de Woestijnes<br />
eigen zeggen veranderd worden. Daarom zijn die vier gedichten niet<br />
genummerd. De nummering van cluster io, het inventarislijstje dat<br />
Van de Woestijne opstelde, is eveneens onder voorbehoud omdat het<br />
manuscript duidelijk open plekken bevat waar de dichter overwoog<br />
gedichten in te voegen.<br />
3.2. I Werkwijze : de ontwerpen<br />
Bij het zoeken naar de juiste bouw van het eerste <strong>deel</strong> van Het licht der<br />
kimmen heeft Van de Woestijne, afgezien van de zeer kortstondige aanwezigheid<br />
van de afdeling `De kimmen', steeds aan hetzelfde principe<br />
vastgehouden : een verdeling in twee afdelingen met `En droef, en fel'<br />
I00 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
L.7<br />
IIc!/:Iv,<br />
^ at<br />
c^ ^ á ‘4 v<br />
-v ^ ó o ^ v o<br />
^<br />
(a.)^ ^<br />
,-; N I M i-<br />
4.)<br />
ca<br />
ó<br />
Beschouw ditrauwend aangezicht A<br />
g g 9<br />
De dag g is moede en stil MM2<br />
De tuinenalmen g in de walmen [A I I<br />
Dit wordteen g lent'. Geen dag g MMI S<br />
Eenvoudige g arbeid,<br />
^<br />
als een brood A I 7<br />
Eenzaam en arm, als God – I<br />
Gedachtenis aan eene jonge ) g Dichteres MM2 3<br />
Gij 1 brandt mine 1 oo en g toe MM 2 7<br />
Gij 1 die 'lijk een verwijt gaat wegen g MM i<br />
Gij 1 die mijn kommer-ziekte MM 7<br />
Gilie ) u, stérker liefde omgord g MM6<br />
Gij 1 hebt te zeer van blijde logen g MM 9<br />
Gij 1 menschen, ^ die misschien [mm 3o] 3<br />
Gij spreekt geen woord, o vrouw MM I O<br />
Gij l p g ^<br />
) zult mij 1 allen, ^ allen kennen MM2I<br />
Het huis is vol van uMM 2 S<br />
Het nacht-uur waakt; en 'k waak MM 26<br />
Ik ben het eeuwig g bed [A 16<br />
Ik ben met u alleen, o Venus MMI 6<br />
Ik ben u moe. Gij hebt [mm 81<br />
Ik vraag g den vrede niet MM22<br />
Ik weet dat ik mijn ) dood bereid A i<br />
4<br />
Ik wete date g ontwaken zult MM 4<br />
'k Hadde uewi •d A<br />
g 1 7<br />
Kind met het bleekgelaat g MM S<br />
Laat uw trage g wake duren [A I 3<br />
o Gevangen geest, getogen MM 28<br />
g g ,g g<br />
o Trouwe vriend der oude dagen g [A S<br />
Oud hart, t dat niet bemind en heeft A 8<br />
o Ziek, onzeker en onzuiver MMI 8<br />
Thans is het al voorbij ) MM I I<br />
Treed in. Gij die mijn hoop A<br />
l 1 p 4 8<br />
Trots, die mijn harte hardde [MM201 6 i S x<br />
Uren van harde machtMM i 9<br />
2 14 x<br />
Uw aangezicht g is bleek MM 2 4<br />
x<br />
x<br />
Van alle reis terug MMI<br />
g 7<br />
i i o x<br />
Vermitséen dag me ooit wekt [A 12<br />
g g 9 x<br />
Vervarelijk festijn 1 MMI<br />
I<br />
Wanneer ik sterven zal MM2 9<br />
2<br />
x<br />
Want neen g :een s pl<br />
i • t' g e doem A I 5]<br />
7<br />
19 x<br />
Weêraat g het veege g licht MMI 3<br />
Weêr staat mijn 1 venster open MMI 4<br />
2<br />
6<br />
X<br />
x<br />
2<br />
5<br />
x<br />
x<br />
Wi )> de Armen die den Geest A 18<br />
4<br />
7 x<br />
Zal ik rusten? A6<br />
x<br />
Zingen, g^ hoe de donkre wereld [A3] 3<br />
I17<br />
Zij lg ligt te bedde 'lijk ik ligg MM 3 2<br />
o<br />
i I<br />
8<br />
12<br />
i<br />
7<br />
4<br />
3<br />
i 3<br />
Io<br />
5<br />
i<br />
o<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
I<br />
3<br />
5<br />
2<br />
4<br />
3<br />
5<br />
x<br />
3<br />
oo<br />
4<br />
o<br />
I<br />
6<br />
18<br />
i 2<br />
3<br />
i6<br />
9<br />
20<br />
i 3<br />
8<br />
4<br />
I I<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
x<br />
IOI ONTSTAANSGESCHIEDENIS
en `Lentus in umbra' als motto's. De inhoudsopgave van Het gelaat des<br />
dichters geeft een nadere invulling die opvalt door de ver doorgevoerde,<br />
klassiek aandoende symmetrie en parallellie. De opeenvolging<br />
van een motto, een i<strong>nl</strong>eidend gedicht en de onderafdelingen `De Vergroot-spiegel',<br />
`Aan de Eeuwige' en `Aan de Eeuwig-Benige', is<br />
dezelfde voor beide helften. Alleen de laatste onderafdelingen zijn verschillend<br />
getiteld, met complementaire begrippen : de eerste helft eindigt<br />
met `Stervens-zangen', de tweede met `Levens-zangen'.<br />
Deze oppositie laat zich verbinden met die tussen de motto's. Het<br />
gekwelde en opstandige `En droef, en fel' en de `Steryens-zangen'<br />
hebben in deze combinatie negatieve connotaties, die een tegenwicht<br />
krijgen door de positieve connotaties van het Vergiliaanse, pastorale<br />
`Lentus in umbra' en de `Levens-zangen'. Van de Woestijne brengt<br />
elementaire hoofdlijnen van de bundel tot uitdrukking met behulp van<br />
de benamingen van macrostructurele eenheden. De lezer wordt hierdoor<br />
tegelijkertijd gesteund en gestuurd.<br />
Doordat dezelfde (symbolische) termen een functie vervullen in twee<br />
opponerende delen van de compositie wordt hun een hogere waarde<br />
toegekend, ze functioneren op een plan waar ze in strikte zin niet meer<br />
bepalend zijn voor de gedichten. Eerder bleek dat Van de Woestijne<br />
in Het licht der kimmen, met name in het tweede en derde <strong>deel</strong>, zich van<br />
een traditionele vormentaal bediende, ongetwijfeld overigens om die<br />
een persoo<strong>nl</strong>ijke invulling te geven. Met de benamingen `De Vergrootspiegel',<br />
`Aan de Eeuwige' en `Aan de Eeuwig-Benige' in Het gelaat des<br />
dichters kwam Van de Woestijne tot een eigen, particuliere vormentaal:<br />
een stramien dat verhoudingen tussen onderdelen weergeeft maar dat<br />
op uitee<strong>nl</strong>opende wijzen kan worden ingevuld.<br />
3.2.2 Werktvij^e: de clusters<br />
Een aantal van de aangetroffen clusters levert nieuwe gegevens op<br />
over de wijze waarop Van de Woestijne experimenteerde met gedichten<br />
en titels voor hij tot bundeling overging.<br />
De clusters 3 en 4 – de gedichten die in de drukproef voor Het gelaat<br />
des dichters voorkwamen en de kopijhandschriften van de voorgenomen<br />
aanvulling daarop –behandel ik te zamen omdat hun totaal het<br />
beoogde begin van de bundel was. Ze geven een eerste indruk van wat<br />
in de eerste onderafdeling `De Vergroot-spiegel' zou komen (met uitzondering<br />
van `Beschouw dit grauwend aangezicht' [a, 9], dat aan die<br />
onderafdeling zou voorafgaan). De gedichten zijn voor een belangrijk<br />
<strong>deel</strong> dezelfde als die van cluster z, de voorpublikatie in De gids; wat in<br />
§ 2.2.2 over hun samenhang gezegd is, geldt hier eveneens. Aan de<br />
volgorde wil ik echter geen conclusies verbinden : in de proef gaf Van<br />
de Woestijne aan dat die wat betreft de daar voorkomende verzen<br />
IO2 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
voorlopig was, en de volgorde van de aanvullende manuscripten is niet<br />
oorspronkelijk.45<br />
De groep is uitgebreid met `Oud hart, dat niet bemind en heeft'<br />
[A8], `Laat uw trage wake duren' [Ar 3] en `Ik wete dat ge ontwaken<br />
zult' {MM4J. Het tweede gedicht valt in deze groep sterk uit de toon,<br />
omdat er een positieve tendens in zit. Ook de Moréas-verzen passen<br />
hier niet, en hetzelfde geldt voor `In Memoriam Renée Vivien'<br />
[mm z3]. Vermoedelijk beschouwde Van de Woestijne de coherentie in<br />
dit stadium van uitbreiding van de Gelaat-kopij als van ondergeschikt<br />
belang.<br />
De verzen die tot de groep `In Memoriam Jean Moréas' behoren (cluster<br />
5) hebben hun aa<strong>nl</strong>eiding en decor – die in de gedichten genoemd<br />
worden: een nachtelijke wake bij een stervende man –gemeen. De<br />
groepstitel bepaalt zeer sterk hoe de gedichten samenhangen, zeker<br />
door het specifieke en referentiële karakter dat bij Van de Woestijne<br />
weinig voorkomt. 46 De Moréas-gedichten worden in § 4 . r . S uitgebreid<br />
besproken. Dan zal blijken dat Van de Woestijne door selectie en herschikking<br />
de structuur van de bij bundeling gehandhaafde groep zeer<br />
hecht heeft gemaakt.<br />
Een van de gedichten uit de groep, `Het nacht-uur waakt; en 'k<br />
waak' [MMZ6], was afkomstig uit de groep `Stanzen' die in Groot<br />
Nederland van juli 1910 /2/ werd gepubliceerd. Hoewel deze groep<br />
door mij niet beschouwd is als een afzonderlijk Gelaat-cluster, sta ik er<br />
kort bij stil omdat de bindende factor daarin een voor Van de Woestijne<br />
weinig gebruikelijke is. Als gezegd zijn de gedichten onderling<br />
nogal verschillend van inhoud, maar Van de Woestijne brengt ze<br />
samen onder een formele noemer. De stanza is traditioneel een strofe<br />
van acht regels van gewoo<strong>nl</strong>ijk vijf jamben; de eerste zes regels van de<br />
strofe rijmen alternerend, de twee slotregels hebben een eigen gepaard<br />
rijm; veelal is het eerste ge<strong>deel</strong>te episch van karakter en zijn de twee<br />
slotregels lyrisch. Deze strofevorm is in de loop der eeuwen in veel<br />
varianten aangewend. De meeste gedichten in Moréas' Les stances<br />
bestaan uit twee vierregelige strofe. Ook Van de Woestijnes `Stanzen'<br />
hebben vierregelige strofen; alleen de slotstrofe van `Ik ben u moe. Gij<br />
hebt mijn traagste hoop vermoeid' [MM8] heeft vijf regels. Van dit<br />
gedicht bestaan alle versregels uit zesvoetige jamben; in de beide<br />
andere gedichten geldt dit ook voor de eerste drie regels van elke<br />
strofe, maar is elke vierde regel uit vier jamben gemaakt. Een formele<br />
45<br />
De oorspronkelijke volgorde gt van n deze<br />
e manuscripten meer<br />
i s doo r archivering g niet<br />
achterhaalbaar.<br />
46 Uniek is het niet: vergelijk In M mor yam Renée enee Vivien' MMZ 3^al liet Van de<br />
Woestijne bij ) bundeling g de naam weg g en wijzigde lg hij 1 de titel in 'Gedachtenis aan<br />
eene j onge Dichteres'.<br />
IOj ONTSTAANSGESCHIEDENIS
of inhoudelijke overgang na de zesde versregel komt bij Moréas als<br />
regel niet voor, terwijl daarentegen het meren<strong>deel</strong> van Van de Woestijnes<br />
Moréas-verzen aan het slot wel een dergelijke overgang heeft.<br />
Ofschoon Van de Woestijne zijn stanza-vorm dus wisselde, kan die<br />
toch in zekere mate als gemeenschappelijk kenmerk gelden. Een<br />
tweede formeel aspect dat de samenhang verhoogt, zijn de opdrachten<br />
die boven de eerste twee gedichten geplaatst zijn : `Aan eene vrouw'<br />
bij `Ik ben u moe. Gij hebt mijn traagste hoop vermoeid' [MM8] en<br />
`Aan een jong dichter' boven `Treed in. Gij die mijn hoop en mijne<br />
deernis zijt' [n4]. Het derde gedicht mist deze vormovereenkomst;<br />
maar ik zou het wel willen beschouwen als (impliciet) opgedragen aan<br />
de nagedachtenis van Jean Moréas, die immers, om het paradoxaal uit<br />
te drukken, aan de wieg stond van deze verzen.<br />
Het zesde cluster, de reeks `Het gelaat des dichters' in De gids van<br />
januari 1914 /I2/, sluit uiterlijk geheel aan bij het eerste cluster : in hetzelfde<br />
tijdschrift verschenen eerder reeksen met dezelfde titel `Het<br />
gelaat des dichters' en ze werden eveneens met romeinse cijfers<br />
genummerd. Door middel van een noot bij de latere publikatie werd<br />
naar de eerdere verwezen. Inhoudelijk sluit het nieuwe cluster <strong>deel</strong>s bij<br />
het eerste aan. Het gekwelde leven van de dichter is nog steeds het<br />
onderwerp. De dichter neemt nu echter een meer beschouwende positie<br />
in. De reeks vormt een uitgebreide zelfreflectie. Aan het conflict<br />
met de geliefde wordt nog slechts indirect gerefereerd, het geteisterde<br />
leven komt ter sprake voor zover het tot inzicht leidt. Een volkomen<br />
rust heeft de dichter echter nog niet bereikt en de stemmingen wisselen<br />
elkaar af: angst voor verlokkingen, trots, bitterheid, de wens om<br />
geduldig te kunnen zijn, kilte in het hart. Toch spreekt er berusting en<br />
aanvaarding uit deze gedichten of anders het streven daarnaar, ook al<br />
is de dichter niet vergeten dat dat `uit leed geboren' is. Tegelijk met<br />
het zoeken naar een nieuw evenwicht in het leven, wordt in deze groep<br />
gedichten de plaats van het dichterschap in het geding gebracht. Het<br />
lijden is de voedingsbodem voor het dichterschap, het dichterschap de<br />
beloning voor het lijden. Leven en dichten zijn elkaars complement. 47<br />
De opneming in een cluster van gedichten die eerder in een andere<br />
context en onder een andere groepstitel verschenen, is een verschijnsel<br />
dat hierna meermalen zal terugkeren; het behoort tot de kern van Van<br />
de Woestijnes componeertechniek. `Trots, die mijn harte hardde, als<br />
ijzer' [MM20] was een lyrische ontboezeming van Helena binnen een<br />
47 Ingeeft deze e pg e periode e vo voor e de EersteWereldoorloge e t Van de Woestijne e 1 e z zich in zi zijn 1<br />
lyriek ye meer dan voorheen o<br />
rekenschap<br />
e van de va plaats e van a het dichterschapin s ver-<br />
e<br />
houdingtot zijn<br />
geestelijke l ontwikkeling, g^ P poeticale g gedichten blijven in de bun-<br />
dels na De modderen man terugkeren. g Ik vermoed dat een onderzoek naar de ontwik-<br />
kelin g van de (expliciete) p versinterne poetica p op P dit punt P heel vruchtbaar zou zijn.<br />
ONTSTAANSGESCHIEDENIS
epische context, maar in `Het gelaat des dichters' behoort het gedicht<br />
tot de zelfanalyse van de dichter die daar aan het woord is. In de<br />
nieuwe context heeft Van de Woestijne een schijnbaar kleine maar<br />
belangrijke variant aangebracht: het eerste woord, oorspronkelijk<br />
`Spot', is gewijzigd in `Trots'. Het hart van de dichter is gehard door<br />
zijn eigen trots, niet door de spot van anderen: dat laatste zou niet<br />
passen in het portret van de dichter dat de `Gelaat'-groep is.<br />
Het tweede gedicht dat eerder gepubliceerd was, is `Treed in. Gij die<br />
mijn hope en die mijn deernis zijt' [A4]. Het was in de eerste tijdschriftversie<br />
de middelste van drie `Stanzen' (/z/), in de tweede stond<br />
het op zichzelf (/3/) en nu besluit het een reeks van acht `Gelaat'-verzen.<br />
In de proef voor de bundel stond het gepland als i<strong>nl</strong>eiding tot de<br />
tweede afdeling. Het kent in de nieuwe versie vrij veel woordvarianten<br />
ten opzichte van de eerdere tijdschriftversies. Ze veranderen echter het<br />
gedicht als geheel niet weze<strong>nl</strong>ijk. Een veel ingrijpender wijziging is dat<br />
Van de Woestijne de opdracht `Aan een jong dichter' in de `Gelaat'-<br />
groep wegliet. De toegesprokene in het gedicht is daarmee niet meer<br />
een jonge dichter, maar een vriend, een verwante geest. Door het<br />
weglaten van de opdracht, die het gedicht een directer referentialiteit<br />
verleende, is de tekst in de `Gelaat'-groep meer betrokken op de dichter<br />
die daar het woord voert.<br />
Van de Woestijne heeft de gedichten met het oog op hun nieuwe<br />
plaatsing aan tekstuele ingrepen onderworpen, die op zichzelf niet<br />
zwaar wegen maar in compositorisch opzicht uiterst effectief zijn.<br />
Anders geformuleerd : de betekenis van deze varianten moet niet alleen<br />
beoor<strong>deel</strong>d worden binnen de grenzen van het gedicht maar ook gerelateerd<br />
worden aan de context.<br />
De motieven van de gedichten in het zevende cluster, de groep `Uit<br />
"Het gelaat des dichters"' in Elsevier's geïllustreerd maandschrift van<br />
februari 1916, sluiten goed<strong>deel</strong>s weer aan bij de voorgaande `Gelaat'-<br />
groep in De gids van januari 1914 (cluster 6) : besef van het heilloze van<br />
de aardse lusten, streven naar (nog niet het bereiken van) de verzaking<br />
die tot hoger leven leidt, de wens verlost te worden van het torment.<br />
Van de Woestijne heeft in de titel door de toevoeging van `Uit' aangegeven<br />
dat hier geen sprake is van een afgeronde reeks : de verzen<br />
moesten in Het gelaat des dichters komen; binnen welke (onder)afdelingen<br />
is hier nog niet aan de orde. Een eenheid is de groep dan ook niet.<br />
Het derde gedicht, `Eenvoudige arbeid' [A17] introduceert een aspect<br />
dat verder niet voorkomt : het onvermogen om met nederige arbeid<br />
genoegen te nemen. `Wij, de Armen die den Geest verzaakten' [.sr 8]<br />
wijkt af door een zekere cerebraliteit in de symbolische vormgeving;<br />
het is in verstechnisch opzicht afwijkend van de overige gedichten in<br />
de groep.<br />
IOS ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Wanneer Van de Woestijne aan groepstitels bij voorpublikatie `Uit'<br />
toevoegde, duidde dat op het onvolledige van de reeks en het voorlopige<br />
karakter van de samenstelling van de betreffende groep gedichten.<br />
Het is een –overigens niet uitzonderlijke –verwijzing naar de<br />
experimentele status van de voorpublikaties. Maar een vluchtige vergelijking<br />
van de Lijst van voorpublikaties met de afdelingstitels in de<br />
bundels leert dat het ontbreken van het voorzetsel niet impliceert dat<br />
Van de Woestijne voor wat betreft die voorpublikaties tot een definitieve<br />
keuze was gekomen, noch ten aanzien van de groepstitel, noch<br />
ten aanzien van de groepssamenstelling.<br />
Cluster 9 , de groep 'Uit: "Aan de eeuwige", bestaat uit vier genummerde<br />
gedichten en een `Epiloog' : `Gij menschen, die misschien me in<br />
laetren tijd gedenkt' [MM30]. Het laatste gedicht is dus, zoals `Beschouw<br />
dit grauwend aangezicht' [A9] in de eerste `Gelaat'-groep<br />
(cluster I), in een bijzondere positie geplaatst die door het opschrift<br />
`Epiloog' wordt verduidelijkt. In het gedicht wordt de lezer aangesproken,<br />
en geeft de dichter aan hoe hij na zijn dood bezien wenst te<br />
worden : als iemand die gegeseld is door het leven maar die geseling<br />
graag onderging. De vier genummerde verzen zijn hecht verbonden<br />
door een harde afwijzing en miskenning van de geliefde; het misogyne<br />
aspect in Van de Woestijnes poëzie is hier wel heel navrant. De `Epiloog'<br />
sluit hier alleen indirect bij aan : de problematische verhouding<br />
tot de vrouw komt er niet in ter sprake, maar moet gezien worden als<br />
een van de kwellingen van het leven van de dichter.<br />
De eerste twee gedichten in deze groep, `Vervarelijk festijn' [MM i]<br />
en `Zij ligt te bedde' [MM;] verschenen in De gids van april 1 9 16 voor<br />
het eerst, maar de laatste twee waren al eerder verschenen. `Gij die u,<br />
stérker liefde omgord' [MM6] is een ingrijpend gewijzigde versie van<br />
een gedicht dat al in mei i 908 in Europa /r/ verschenen was. Het<br />
dateerde uit de tijd waarin De gulden schaduw geschreven werd, en was<br />
in combinatie met het bijbehorende `Gij zijt de goede wakers die' [AZ]<br />
duidelijk in een gezinsdecor geplaatst; boven het eerste vers stond<br />
`Mijne vrouw en mijn kind'. De verhouding tot de geliefde of echtgenote<br />
komt in De gulden schaduw op verscheidene plaatsen aan de orde,<br />
maar het zijn vanuit het perspectief van de dichter voornamelijk angst<br />
voor het sexuele en vrees voor de , overgave die deze relatie beheersen;<br />
48 de smadelijke miskenning komt dan nog niet voor. De nieuwe<br />
48^<br />
i 1 ld voorbee in Ik 1 i 1 d.. . – Gijl die, gedwee, g ^ 1 n luimen e hebt ggeleden' VW dl. 1<br />
. z6z); in `o Gij, l^<br />
mijn vreeze en mijn l begeert' g VIS dl. ^ p. z 9^ ; in ^ `Wat zijn me<br />
tochten donker-schoon' (VW dl. r ^ p 304); 3 4^ en in `Ween aan mijn 1 borst den schat<br />
der tranen' VIS dl. z ^p 3<br />
o8).<br />
IOC ONTSTAANSGESCHIEDENIS
context van `Gij die u, stérker liefde omgord' [MM6] dicteerde enkele<br />
ingrijpende wijzigingen. 49 Zo zette de vrouw zich in de oudste versie<br />
`troostend' naast de dichter (r. 2), in de nieuwe versie werd dat `bangwakend'<br />
: de positieve connotaties van het eerste zijn vervangen door<br />
negatieve. De derde strofe van de oude versie werd bovendien<br />
geschrapt omdat ze niet paste binnen de eenzijdige thematiek van de<br />
nieuwe groep. En ook de zesde strofe in de oude versie verviel: de<br />
daarin tot uitdrukking komende tederheid en genegenheid tussen de<br />
dichter en de vrouw waren strijdig met wat in `Aan de eeuwige' aan<br />
de orde is.<br />
Het tweede eerder gepubliceerde gedicht is `Ik ben u moe. Gij hebt<br />
mijn traagste hoop vermoeid' [MM 8] . Het was in Groot Nederland van<br />
juli 1910 /2/ de eerste van drie `Stanzen', met als opdracht `Aan eene<br />
vrouw'. Dit gedicht onderging relatief kleine veranderingen, die de<br />
portée niet beïnvloedden. Van de Woestijne bracht dus gedichten<br />
samen die in uitee<strong>nl</strong>opende perioden tot stand gekomen en gepubliceerd<br />
waren maar niettemin in hun nieuwe schikking een sterke eenheid<br />
vormden.<br />
De toevoeging van het voorzetsel `Uit' bij de groepstitel, die ook bij<br />
cluster 7 voorkwam, wijst er opnieuw op dat de gedichten in dit stadium<br />
geen afgerond geheel vormen, en dat de onderafdeling `Aan de<br />
Eeuwige' in Het gelaat des dichters omvangrijker moest worden. Het<br />
eerder met de toevoeging `Aan de eeuwige' gepubliceerde gedicht `Ik<br />
wete dat ge ontwaken zult, dewijl ik wake' [MM4] uit cluster 2 zou<br />
daar ongetwijfeld aan zijn toegevoegd. De conclusie lijkt gewettigd dat<br />
ten tijde van de Gelaat-plannen met `de eeuwige' de geliefde bedoeld<br />
was, en dat de onderafdeling `Aan de Eeuwige' in de bundel aan de<br />
haar gewijd moest zijn, of beter: aan haar afwijzing door de dichter.<br />
Het bindende element is dus de toegespitste thematiek.<br />
Cluster r o, de inventaris voor het begin van Het gelaat des dichters, is<br />
zeer heterogeen van samenstelling; het is een uitgebreide lijst van een<br />
groot <strong>deel</strong> van de beschikbare verzen, waarvan de inhoudelijke ordening<br />
vermoedelijk niet bedoeld is als plan voor de compositie (uitgezonderd<br />
de eerste twee gedichten, die elk een onderscheiden onder<strong>deel</strong><br />
van de structuur dienden te zijn). Toch heeft Van de Woestijne niet<br />
willekeurig gedichten onder elkaar gezet. Dat blijkt uit het open laten<br />
van plaatsen en uit het later tussenvoegen van verzen in plaats van ze<br />
onderaan toe te voegen; dit laatste geldt zowel voor losse gedichten als<br />
voor de gedichten die gezame<strong>nl</strong>ijk in Elcevier'.r geillustreerd maandschrift<br />
/r4/ waren verschenen. De gedichten op de lijst verschenen voor een<br />
<strong>deel</strong> later in de middenafdeling van De modderen man. Door een zorg-<br />
49 Ik bespreek enkele varianten e die hier relevant zijn; 1^ voor het overige g<br />
verwijs ik<br />
naar het variantenapparaat p van het gedicht. g<br />
I07 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
vuldige selectie wist Van de Woestijne daar wel eenheid in te scheppen;<br />
dit komt aan de orde in § 4.1.3.<br />
4 DE VORMING VAN DE MODDEREN MAN<br />
4. z . r Vergelijking van de bouw van Het gelaat des dichters en De modderen<br />
man<br />
Van De modderen man zijn geen voorbereidende plannen overgeleverd;<br />
alleen het kopijhandschrift dat aanstonds ter sprake komt, biedt enkele<br />
nadere gegevens. In de volgende paragrafen beschrijf ik hoe Van de<br />
Woestijne uit het Gelaat-materiaal selecteerde om er de nieuwe bundel<br />
mee samen te stellen.<br />
Hoewel er nooit een `definitieve' samenstelling van Het gelaat des<br />
dichters is geweest, levert de vergelijking van de voorstadia van de bundel<br />
met De modderen man enkele bijzonderheden op. De eerste is slechts<br />
kwantitatief: tegenover de ongeveer 1 5 pagina's die Van de Woestijne<br />
voorzag voor Het gelaat des dichters stelt De modderen man een goede zestig<br />
bladzijden poëzie. De dertig gedichten die in i92o gebundeld werden,<br />
waren in 1916, toen er nog plannen voor de oorspronkelijke bundel<br />
bestonden, alle voltooid en met uitzondering van `Thans is het al<br />
voorbij' [MM I i] voorgepubliceerd. Dat betekent dat bij samenstelling<br />
van De modderen man uitsluitend poëzie is gebruikt die te eniger tijd<br />
voor Het gelaat bestemd was.<br />
Belangrijk is het verschil in bouw van de beide bundels : bestond<br />
Het gelaat des dichters uit twee afdelingen die parallel werden ver<strong>deel</strong>d<br />
in getitelde onderafdelingen, De modderen man kent eenvoudig drie<br />
romeins genummerde, niet getitelde afdelingen. Enige compositorische<br />
bijzonderheid is dat de cyclus `In memoriam Jean Moréas' geïntegreerd<br />
is in de derde afdeling, en niet een aparte plaats kreeg. Dit betekent<br />
dat de cyclus ondanks de nadrukkelijke samenhang van de vijf<br />
gedichten geen bijzondere plaats inneemt in de macrostructuur van de<br />
bundel als geheel. Er is ook geen sprake meer van herkenbare `i<strong>nl</strong>eidende'<br />
gedichten per afdeling (zoals in Het gelaat `Beschouw dit grauwend<br />
aangezicht' en `Treed in') of van motto's per afdeling (zoals `En<br />
droef en fel' en ` Lentus in umbra '). Wel is er éen motto : `Omnis<br />
quippe caro corruperat viam suam', dat door de plaatsing helemaal<br />
vooraan kennelijk voor de gehele bundel geldt. 5 ° De wijziging van de<br />
architectuur is te karakteriseren als een versobering.<br />
De overgeleverde kopij voor De modderen man (H-4o) vertoont<br />
enkele opmerkelijke afwijkingen ten opzichte van de bundel zoals die<br />
is verschenen. Na het openingsgedicht en voor de twee laatste gedichten<br />
is in de kopij een blanco vel ingevoegd, om deze gedichten – zij<br />
50 Het motto is uit Genesis 6:i z : `Want al het vlees had zijn weg verdorven'.<br />
1 g<br />
1Oó ONTSTAANSGESCHIEDENIS
het binnen hun respectieve afdelingen – af te scheiden. Dit wijst erop<br />
dat Van de Woestijne op deze manier in eerste instantie toch een<br />
zekere in- en uitleidende functie voor de apart geplaatste verzen<br />
bedacht had. `Vervarelijk festijn voor onverzaedlijk dorsten' [MMI],<br />
het eerste gedicht van De modderen man, was bij voorpublikatie in de<br />
reeks `Uit: Aan de eeuwige' /1 5 / ook het openingsgedicht, maar ik<br />
ben geneigd daar niet al te groot gewicht aan toe te kennen, omdat het<br />
feit dat het gaat om gedichten uit die reeks aangeeft dat de samenstelling<br />
niet definitief was. Een specifiek i<strong>nl</strong>eidend karakter heeft het<br />
gedicht niet.<br />
De beide gedichten die de bundel afsluiten, kunnen daarentegen wel<br />
als sluitstukken gelezen worden. In Wanneer ik sterven zal' [MMZ9]<br />
richt de dichter zich tot de geliefde op een wijze die verder in de bundel<br />
niet voorkomt, hoofdzakelijk door de referentiële situatie die de<br />
dichter suggereert : hij spreekt (of: wekt de indruk te spreken) over de<br />
bundel gedichten zoals de lezer die daadwerkelijk voor zich heeft. Het<br />
gedicht is echter niet een typisch epilooggedicht. Het zou mijns inziens<br />
bezwaarlijk op een willekeurige plaats tussen de andere gedichten in de<br />
bundel opgenomen kunnen zijn, maar had wel bijvoorbeeld als openingsgedicht<br />
geplaatst kunnen worden. Dat zou evenwel de schijn<br />
kunnen wekken dat middels het gedicht de bundel aan de geliefde<br />
werd opgedragen, iets wat Van de Woestijne kennelijk niet gewild<br />
heeft.<br />
Het laatste gedicht van De modderen man is `Gij menschen, die misschien<br />
me in laetren tijd gedenkt' [MM 3 o] . Het werd als laatste in<br />
dezelfde groep als het vorige gedicht voorgepubliceerd maar in tegenstelling<br />
tot de overige niet genummerd. In de voorpublikatie heeft het<br />
als `titel' : `Epiloog'. In De modderen man kreeg het ook die functie.<br />
`Gij menschen' onderscheidt zich van nagenoeg alle andere gedichten<br />
in De modderen man door een directe toespreking tot de lezer. 51 De<br />
voorpublikatie geeft de mogelijkheid in dat de afdeling `Aan de Eeuwige'<br />
met dit gedicht moest afsluiten, maar het is ook mogelijk dat<br />
Van de Woestijne het toen al als slotgedicht voor de hele bundel<br />
bedoelde. Het gelaat des dichters zou immers openen met `Beschouw dit<br />
grauwend aangezicht', dat het hoofdthema van de bundel introduceerde;<br />
aan het slot van `Gij menschen', bij de inzet van het laatste<br />
sextet van de bundel, toont de dichter nogmaals zijn gelaat aan de<br />
lezer, met een vergelijkbare imperatief: `Ziet: dit gelaat is lood'. In<br />
Het gelaat des dichters zouden het openingsgedicht en het slot aldus pendanten<br />
van elkaar geweest zijn.<br />
De modderen man bevat in de gedrukte vorm geen blanco pagina's na<br />
5 ' Het enige g andere gedicht g dat in dit opzicht p vergelijkbaar gl is, is s `Gij 1 zult mij1<br />
allen,<br />
allen kennen' MM 2 I voorlaatste gedicht g uit de tweede afdeling. g<br />
IOC ONTSTAANSGESCHIEDENIS
het openingsgedicht of voor het voorlaatste gedicht. Waarom Van de<br />
Woestijne deze belangrijke compositorische variant aanbracht, is niet te<br />
zeggen. Het kan gebeurd zijn om redenen van ruimtegebrek, maar ik<br />
geloof niet dat Van de Woestijne een dergelijke concessie gemakkelijk<br />
zou doen. 52 Een concreter argument tegen die mogelijkheid is dat de<br />
gedichten uit de cyclus `Op den dood van Jean Moréas' in de gepubliceerde<br />
bundel elktst, terwijl ze in de kopij gestapeld waren.<br />
4. r . z Afdeling 1 in De modderen man<br />
Welke verzenreservoirs benutte Van de Woestijne voor de samenstelling<br />
van afdeling r in De modderen man? De afdeling bestaat uit elf<br />
gedichten. De in totaal vijf gedichten die onder de noemer `Aan de<br />
eeuwige' verschenen (clusters 2 en 9), vonden alle een plaats in de eerste<br />
afdeling van De modderen man, en maken daarvan dus bijna de helft<br />
uit. Vijf andere zijn afkomstig uit het eerste cluster, de eerste grote<br />
groep `Gelaat'-gedichten. Dit tiental werd aangevuld met `Thans is het<br />
al voorbij : de sluiers zijn gezonken' [MMI i], dat pas in 1 9 2o in Het<br />
ronde feil /i 7/ werd voorgepubliceerd, toen de bundel al in produktie<br />
was. s 3<br />
Hierboven heb ik betoogd dat de gedichten `Aan de eeuwige' thematisch<br />
sterk verwant waren op grond van de miskenning van de<br />
geliefde. Ze zijn door die eenstemmigheid en hun getal bepalend<br />
geweest voor de openingsafdeling van De modderen man. Van de Woestijne<br />
heeft ze verspreid in de afdeling geplaatst. In de `Gelaat'-groep<br />
was de poète maudit aan het woord `die onder vloeken gaat'. Voor de<br />
openingsafdeling in De modderen man selecteerde Van de Woestijne<br />
daaruit die gedichten die als motief de onoverbrugbare kloof tussen de<br />
dichter en de geliefde hadden, en die dus pasten bij de verzen uit `Aan<br />
de eeuwige'. Een opvallende formele overeenkomst is bovendien dat<br />
in alle gedichten van de afdeling de geliefde wordt aangesproken.<br />
52<br />
Dat Van de Woestijne 1 een dergelijke g j concessie niet zou doen, kan ik niet aantonen.<br />
Toen God aanee ^ in i 926 in eerste instantie te omvangrijk gl was voor A.A.M. Stols,<br />
was Van de Woestijne direct bereid er een bloemlezing g uit te maken, maar dat<br />
g e be urde met de d bedoeling g later alsnog s g de volledige g bundel uit te ggeven. (Zie de<br />
Drukgeschiedenis, g<br />
2.i.)<br />
De wijt wijze l waarop p hij a altijd d 1 aan de e architectuur van zijn bundels sleutelde, ^ggeeft aan<br />
d a t die e voor hem een weze<strong>nl</strong>ijk aspect p van de poëzie vormde. Ik ben het daarom niet<br />
eens met Minderaa waar hij het gebruik g van b blanco a pagina's g (in D e gulden ^ schadum)<br />
diskwalificeert als as `de kwistige wee ld eder blanke bladen' (Leven en werken 1 ^ 468). 4<br />
S3 Aan a de beide e vo or p u b lik a ti es in Het roode eil besteed ik niet afzonderlijk aandacht,<br />
omdat ze samengesteld s g w waren e toen de e bundel al in produktie p was. Ze kunnen daarom<br />
nietelden g als compositorische p variant, ^ althans niet met het oogg op de ontstaans-<br />
geschiedenis van De modderen man.<br />
I 1 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
De ambivalente en soms wrede houding tegenover de geliefde in de<br />
gedichten uit de `Gelaat'-groep, vond binnen de oude context nog een<br />
tegenwicht in de gedichten die niet direkt tot de vrouw waren gericht.<br />
Nu ze daarvan zijn losgekomen en de problematiek meer eenzijdig<br />
geconcentreerd wordt op het conflict met de vrouw, komen de verscheidene<br />
momenten van zelfinzicht die de gedichten bevatten, sterker<br />
uit en zijn nuancen in de verhouding eerder zichtbaar : de dichter toont<br />
berouw om zijn wreedheid of erkent zijn onmacht zich te beteren. Hij<br />
realiseert zich zijn `vreemd zijn'. Het effect van de nieuwe inbedding<br />
van deze gedichten is, dat dergelijke momenten van inzicht meer<br />
gewicht krijgen. Dat de dichter in de slotstrofe van `Gij hebt te zeer<br />
van blijde logen' [MM 9] zelfs vergiffenis vraagt, is dan ook meer dan<br />
in de oude context een teken dat de dichter zich nog niet volkomen<br />
heeft afgesloten. Een bevestiging van deze interpretatie zie ik in het<br />
slotgedicht van de afdeling, `Thans is het al voorbij' [MM i r]. De dichter<br />
bekent dat hij zijn negatieve houding cultiveerde : `Toch heeft mijn weigren<br />
aan me-zelf te valsch geklonken / 'dat gij voortaan vergéefs me uw<br />
teederheid zoudt biên' (r. 3-4); aan het slot zegt hij : `Kom weêr dan aan<br />
mijn borst' en hij ademt weer `naar de maat uws harten'. Weliswaar<br />
smaalt hij daarbij om zichzelf en is dus de verzoening niet onvoorwaardelijk,<br />
maar de afdeling sluit wel met een perspectief op verzoening.<br />
4.i.3<br />
Afdeling II in De modderen man<br />
Na in de eerste afdeling van de bundel een beeld te hebben gegeven<br />
van het lijden dat hij ervaart, bepaalt de dichter in afdeling ii zijn<br />
levenshouding, vanuit een meer beschouwend standpunt zoals dat in<br />
cluster 6 naar voren kwam. Uit dat cluster selecteerde Van de Woestijne<br />
vier gedichten. Bij de vier afgevallen gedichten zijn er drie met<br />
expliciete poeticale passages : `Ik weet dat ik mijn dood bereid' [A14],<br />
`Want neen: geen spijt'ge doem' [Ar 5 ] en `Treed in' [a4]. De poeticale<br />
thematiek is in de tweede afdeling van de bundel dan ook niet meer<br />
prominent aanwezig; alleen enkele passages uit `Dit wordt geen lent"<br />
[mm15] blijven over als directe verwijzingen naar het dichterschap. sa<br />
Bij de geselecteerde verzen voegde Van de Woestijne er drie uit cluster<br />
rdie op vergelijkbare wijze het gekwelde bestaan van de dichter<br />
overzien: `Gij die 'lijk een verwijt' [MM i z] , `Weêr gaat het veege licht<br />
der asters bloeien' [MMI 3] en `Weêr staat mijn venster open op den<br />
nacht' [MMI4]. Alleen het vierde dat hij uit dezelfde voorraad<br />
opdiepte, is van een iets ander karakter : `Gij zult mij allen, allen kennen'<br />
[MMZI].<br />
S4 De tweede helft van hetedicht ^ 5^ vanaf r. 2 handelt over hetleven eve dat d de d dichter<br />
geeft: hij de verzen die schept. p Vergelijk g l r. 29-3o: `ik weet dat ik besta, ggedoemd<br />
d tot<br />
helle sprake, opdat geen scheut ontspruit' waar 'k geen geluid geef".<br />
p g p aa g g e u d aan gee<br />
III ONTSTAANSGESCHIEDENIS
De vijf gedichten uit cluster 7 bleken eerder al een vergelijkbare<br />
houding ten aanzien van dezelfde problematiek te vertolken, en drie<br />
ervan lieten zich gemakkelijk voegen tussen de overige geselecteerde<br />
verzen. De twee gedichten die binnen dat cluster enigszins afwijkend<br />
waren (`Eenvoudige arbeid' [nil] en Wij, de Armen die den Geest<br />
verzaakten' [AZ 8]) vervielen in de bundel.<br />
Er lijkt zich binnen dit midden<strong>deel</strong> van De modderen man geen ontwikkeling<br />
af te tekenen, maar toch is de ordening weer niet geheel willekeurig.<br />
Zo is er – als om de onzekerheid over het bereikte stadium<br />
van inzicht aan te geven – een duidelijke afwisseling tussen gedichten<br />
waarin de oude, afwerende houding nog de kop opsteekt en gedichten<br />
die blijk geven van lijdzaamheid. En de twee slotgedichten laten, parallel<br />
aan de bouw van de eerste afdeling, een opening voor de toekomst<br />
zien. De dichter beseft dat hij een wending moet zien te bereiken. In<br />
het voorlaatste gedicht, `Gij zult mij allen, allen kennen', bekent hij te<br />
zullen schreien aan de voeten van degene die voor hem bidden wil.<br />
Het slotgedicht is `Ik vraag den vrede niet' [MM2Z], waarin hij zijn<br />
opstandigheid laat varen, wetend weliswaar dat het aardse bestaan<br />
nooit zonder strijd zal zijn, maar hopend, biddend dat hij dat af en toe<br />
althans even mag vergeten.<br />
Afgezien van het prolooggedicht `Beschouw dit grauwend aangezicht'<br />
[a9] nam Van de Woestijne in De modderen man dus alle verzen<br />
over die hij in de eerste Gids-groep voor Het gelaat des dichters bestemd<br />
had /7/. Van de twee volgende groepen in het tijdschrift (/9/ en /iz/)<br />
viel juist een betrekkelijk groot <strong>deel</strong> (de helft) af. De wél in afdeling<br />
II opgenomen verzen werden alle voorgepubliceerd in de groepen<br />
'(Uit :) Het gelaat des dichters'. En er is in de voorgeschiedenis van De<br />
modderen man nog een ander bindend element tussen de gedichten die<br />
in het middenge<strong>deel</strong>te een plaats kregen. Vergelijking met de handgeschreven<br />
inhoudsopgave die cluster r o vormde, laat zien dat al deze elf<br />
gedichten voor `De vergroot-spiegel' in Het gelaat des dichters bestemd<br />
waren, en daarin bijna in dezelfde volgorde staan. Bovendien zijn buiten<br />
deze gedichten geen andere op het manuscript genoemde gedichten<br />
in De modderen man geplaatst. Daaruit kan de conclusie getrokken worden<br />
dat het midden<strong>deel</strong> van De modderen man een afgeslankte versie is<br />
van wat `De vergroot-spiegel' had moeten worden. En als dit juist is,<br />
blijkt hier dat Van de Woestijne de oorspronkelijke macrostructuur<br />
van Het gelaat des dichters aanzie<strong>nl</strong>ijk wijzigde voor De modderen man,<br />
aangezien `De vergroot-spiegel' in de eerste bundel de openingsafdeling<br />
had zullen zijn.<br />
4.1.4 Afdeling 111 in De modderen man<br />
De slotafdeling van De modderen man bestaat uit drie ge<strong>deel</strong>ten : het eerste,<br />
lange gedicht `Gedachtenis aan eene jonge Dichteres' [MM2 3] –<br />
II2 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
hiervoor nog `In Memoriam Renée Vivien' –, de cyclus `Op den dood<br />
van Jean Moréas', en twee gedichten die de afdeling en daarmee de<br />
bundel afsluiten: `Wanneer ik sterven zal' [MMZ9] en `Gij menschen,<br />
die misschien me in laetren tijd gedenkt' [MM 30]. Als bindend motief<br />
tussen deze acht gedichten komt uit deze opsomming onvermijdelijk<br />
de dood naar voren.<br />
`Gedachtenis aan eene jonge Dichteres' maakte <strong>deel</strong> uit van het eerste<br />
`Gelaat'-cluster. ss De dichter benijdt de jonggestorvene, omdat ze<br />
`nooit het wrange van de zatheid [heeft] gekend' (r. 61). De twee laatste<br />
gedichten kwamen al in § 4. r . z ter sprake, waar bleek dat ze op<br />
zeker moment typografisch, namelijk door een blanco pagina, van de<br />
rest van de afdeling gescheiden werden, waardoor ze een epiloog-functie<br />
kregen. Het slotgedicht `Gij menschen, die misschien me in laetren<br />
tijd gedenkt' is dan ook voorgepubliceerd als `Epiloog'. Beide gedichten<br />
vormen door hun overeenkomstige uitgangspunt, ondanks het<br />
weglaten van de blanco pagina in De modderen man, een solide sluitstuk.<br />
De dichter stelt zich voor dat men na zijn dood zijn verzen leest en<br />
rechtvaardigt zich eerst tegenover zijn geliefde (in Wanneer ik sterven<br />
zal'), dan meer algemeen tegenover de lezer.<br />
Het ligt voor de hand deze afdeling te zien als een uitvloeisel van<br />
wat in Het gelaat de `Stervens-zangen' zouden zijn, maar het doodsmotief,<br />
dat van verschillende kanten belicht wordt, gaat hand in hand met<br />
het motief van het dichterschap. Door de `Gedachtenis aan eene jonge<br />
Dichteres' en de twee laatste gedichten kan zelfs de indruk ontstaan<br />
dat (de rechtvaardiging van) het dichterschap grondthema is, maar de<br />
cyclus `Op den dood van Jean Moréas', die de kern van de afdeling<br />
uitmaakt, brengt dood en dichterschap met elkaar in evenwicht. Misschien<br />
is het die balans geweest die Van de Woestijne ertoe heeft doen<br />
besluiten de drie gedichten die om hun poeticale inhoud niet in afdeling<br />
II thuishoorden (`Ik weet dat ik mi}n dood bereid' [A14], `Want neen:<br />
geen spijt'ge doem' [Ar 5] en `Treed in' [n4]) ook buiten de slotafdeling<br />
te houden; zeker de twee eerste van deze gedichten lijken echter door<br />
de verbinding tussen dichterschap en dood juist goed inpasbaar. s6<br />
De Moréas-cyclus bespreek ik afzonderlijk, en uitvoeriger dan het<br />
overige <strong>deel</strong> van de slotafdeling. De totstandkoming ervan laat toe<br />
Van de Woestijne nauwgezet te volgen bij het zoeken naar een hechte<br />
structuur.<br />
S<br />
5 De jonge dichteres s was de e Franse a Renée Vivien, geboren in 18 en in 1<br />
g 7^ 99 o na een<br />
weinig gelukkig leven overleden. Zie verder noot 1<br />
li g lg<br />
bij het variantenapparaat van het<br />
gedicht.<br />
S6 Zowel hier als elders moet voor Van de Woestijne 1 een esthetisch oor<strong>deel</strong> over de<br />
beschikbare verzen hebben meegespeeld. Daarover zijn echter geengegevens g gg e bekend.<br />
I I 3 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
4 .1. 5 De cyclus `Op den dood van Jean Moréas'<br />
In De modderen man plaatste Van de Woestijne de gedichten in de afdelingen<br />
na elkaar, zonder nummers. De vijf gedichten die in hun definitieve<br />
selectie en ordening de cyclus `Op den dood van Jean Moréas'<br />
vormen, zijn daarop een uitzondering. Door de nummers en de groepstitel<br />
zijn ze in compositorisch opzicht gedetermineerd en vormen ze<br />
een bijzondere groep in de bundel, waar iets dergelijks verder niet<br />
voorkomt. 57 Typografisch wordt de structuur ondersteund doordat<br />
alleen het eerste gedicht van de cyclus begint met de blauwe initiaal die<br />
de gedichten elders in de bundel ook hebben; de overige vier gedichten<br />
beginnen met een gewone kapitaal uit de tekstletter.<br />
De Franse dichter (van Griekse origine) Jean Moréas stierf op<br />
3 o maart 191o, bijna S4 jaar oud. Hij muntte de term `symboliste'; Van<br />
de Woestijne bewonderde van hem vooral Les stances (1905), een uit<br />
zes `boeken' bestaande bundel korte gedichten, hoofdzakelijk elegische,<br />
symbolistische stemmingslyriek. s 8<br />
In De modderen man is aan de groepstitel `Op den dood van Jean<br />
Moréas' een noot toegevoegd : `onder het waken bij een stervend<br />
man'. (Op een manuscript dat dateert uit de Gelaat-fase (H-z9,[i z])<br />
luidde de toevoeging : `gedicht terwijl ik, bij nachte, een stervend man<br />
waakte'.) Van de Woestijne heeft inderdaad een wake gehouden waarnaar<br />
hij hier verwijst. De stervende was zijn schoonvader, Franciscus<br />
Polydorus van Hende. S9 Over het verband tussen de wake en de dood<br />
van de Franse dichter heeft Van de Woestijne in een herdenkingsartikel<br />
in 1926 geschreven:<br />
Ik-zelf bracht in die tijd [eind maart i9io] wakende nachten door aan de sponde van<br />
een man, die eveneens stervende was. In de wake van 2 9 op 3 o Maart had ik de Stances<br />
van Moréas herlezen en gemediteerd. Aldus zag ik den ochtend met de rillendrozige<br />
zon rijzen over een jonge boomgaard vol bloeiende fruitbomen. Na de nachtelijke<br />
wijsheid, dit mirakuleus-nieuwe leven. Hebben de brekende blikken van den<br />
Dichter het nog gezien? Het is dien dag, dat hij, zooals ik 's anderendaags vernam,<br />
gestorven is.6°<br />
Met de groepstitel en de toegevoegde notitie krijgen de gedichten een<br />
anekdotische inkleding : ze moeten gelezen worden als uitspraken van<br />
S' In De ^g<br />
gulden schaduw h kwamen e wel e vergelijkbare reeksen voor: `Het gedicht' en<br />
` 'Rei e der m maanden', a ande elk e s strak a e eed geleed door middel van nummers en/of titels van de<br />
gedichten.<br />
S g<br />
^ ^<br />
A a n de zes 1 iv r es in Les stances<br />
s werd bbij ^ een herdruk in t 920 een zevende toege-<br />
e<br />
voe d. g Voor g gegevens Y, betreffende Jean Moréas baseer ik me op Jouanny, ean<br />
Moréas, écrivain ran ^ ais. Zie verder noot i bij 1 het variantenapparaat PP van MM 42 .<br />
S9 F.P. van Hende stierf op 8 april z 10<br />
P p 9 ^ 5 8 oud (Rutten, Interludiën p. 678).<br />
o<br />
jaar > p<br />
6 VW dl.. 868.<br />
S^ p<br />
I14 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
de dichter terwijl deze een nachtwake houdt aan het bed van een stervende,<br />
en als reflecties op of naar aa<strong>nl</strong>eiding van die situatie. In de eerste<br />
twee gedichten richt hij het woord tot iemand die op weg is naar<br />
de Elysische velden. Hij wordt aangesproken met `u', en is niet de<br />
stervende bij wie gewaakt wordt; de titel van de cyclus laat geen<br />
andere mogelijkheid toe dan Moréas als de denkbeeldig toegesprokene<br />
te beschouwen. In het eerste, introducerende gedicht, `Uw aangezicht<br />
is bleek 'lijk 't mijne wordt', stelt de dichter zich voor hoe Moréas de<br />
onderwereld betreedt : een schamel en vermoeid mens. Maar er gaat<br />
een `eeuwige luister' van hem uit, namelijk de roem die voortleeft<br />
door zijn gedichten. Uit de beginregel, die in r. 7-8 herhaald wordt,<br />
blijkt bovendien dat sprake is van identificatie met de grote dichter.<br />
Die komt ook tot uitdrukking in het tweede gedicht, `Het huis is vol<br />
van u.' De dichter voelt zich verwant met Moréas en neemt hem als<br />
voorbeeld : van Moréas' dood leert de dichter `naar eeuwigheden hijgen.<br />
// 't Is of me uw sterven sterkt.' (r. 4-5). De nachtelijke atmosfeer<br />
is er een van wijding en contemplatie. De dichter staat open voor een<br />
metafysische ervaring : hij vermoedt de aanwezigheid van het Absolute<br />
(`o Nooit-gefnuikt Getal', r. io).<br />
In het derde en centrale gedicht, `Het nacht-uur waakt; en 'k waak',<br />
is de `reële' situatie geheel losgelaten en geeft de dichter zich over aan<br />
de nachtervaring : `Ik drijf, het voor-hoofd wijd en ijl, ter sferen meê<br />
/ van onbegrepen weelde en peilloos-klaar vermoeden.' (r. 5-6) Hij<br />
wenst op te gaan in de alles vereffenende oneindige nacht om `noch<br />
heil, noch leed te voelen bloeden !...' (r. 8) De gevoelde aanwezigheid<br />
van Moréas vermengt zich met de `metafysische vertigo'. 6 ' Maar verder<br />
dan de hoop op contact met het Absolute komt het niet. Het vierde<br />
gedicht is weer een reflectie op de situatie waarin de dichter zich<br />
bevindt. Hij ziet de stervende en identificeert zich nu met hém : hij<br />
hoopt op `even-schonnen slaap' en het vooruitzicht van zijn eigen sterven<br />
maakt hem sterker en verblijdt hem. Hij wenst ook een uitverkozene<br />
('gekoorne') te zijn: `Er sterft een man naast mij, dien 'k minne.<br />
En mijn verblijden / gaat steevnen naast zijn dood.' (r. ir-r2)<br />
Als besluit van de cyclus vraagt de dichter zich vertwijfeld af, of hij<br />
`de vrucht, die àl te hoog in hare luister hangt te prijken' – het Absolute<br />
– zal aanraken, maar de slotstrofe brengt hem terug naar de ontnuchterende<br />
realiteit : `morgen kent opnieuw de keetnen van de dagelijksche<br />
vracht' (r. r z). Dit gedicht geeft het eindstadium van de meditatie<br />
weer, maar als slotgedicht biedt het ook, in de twee eerste strofen,<br />
een resumé van de centrale problematiek.<br />
61 De term ontleen ik aan Van Elmbt, Godsbeeld engodservaring, .168.<br />
I I 5 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
De cyclus vertoont dus een duidelijke innerlijke ontwikkeling. 62 Hij<br />
symboliseert in vijf stadia de cyclus van een meditatief proces, van het<br />
initiërend moment, via een geestelijke verruiming en ontvankelijkheid<br />
voor een metafysisch contact, naar de ontnuchtering die het einde is.<br />
De onderlinge ordening en samenhang van de gedichten wordt versterkt<br />
en gesteund door formele kenmerken. Alle vijf gedichten zijn<br />
betrekkelijk kort en bestaan uit twee of drie vierregelige strofen met<br />
gekruist rijm. Deze beperkte omvang en de formele regelmaat dragen<br />
bij tot de ingehouden sfeer en de intimiteit die bij de wake passen.63<br />
Er zijn ook woordvelden die de eenheid vergroten en met betrekking<br />
tot de thematiek symbolisch zijn, meestal in opponerende paren. Ik<br />
noem slechts het huis (beperking, gebondenheid) tegenover de oneindige<br />
nacht (verruiming, vrijheid); leven tegenover dood; licht, schemer<br />
en donker. Woorden als glanzen, adem, licht en luister verwijzen<br />
steeds naar het ijle medium waardoor de dichter het contact met het<br />
hogere ervaart.<br />
Een vaker voorkomend structuurelement in Van de Woestijnes<br />
lyriek is een vorm van monologue intérieur, soms ook dialogue intérieur.<br />
Telkens is daarbij de tegenstelling tussen de omringende wereld<br />
en de innerlijke beleving in het spel. Deze techniek wordt toegepast in<br />
alle Moréas-gedichten in De modderen man en draagt daar bij tot verscherping<br />
van de thematiek door te wijzen op de gespletenheid waarvan<br />
de dichter zich juist in de dood hoopt te bevrijden. Het kan zijn<br />
dat de dichter eerst Moréas `toespreekt' en vervolgens de situatie<br />
beschrijft waarin hij zich zelf bevindt, of dat hij eerst zijn gedachten<br />
beschrijft en vervolgens het woord tot de nacht richt of een zelfinzicht<br />
verwoordt. In elk geval eindigt elk van de gedichten met een verschuiving<br />
in de optiek van de dichter, gemarkeerd door een gedachtenstreep.<br />
64 Overigens sluit deze overgang aan het slot van het gedicht<br />
6' stelt in Lyriek, y p. p I79 8o :Deze 'Deze gedichten<br />
gelden<br />
inderdaad om de atmos-<br />
feer, de betooverende kracht, het communicatieve dat er van uitgaat. g Den inhoud<br />
van deze verzen nauwkeurig g nagaan g ware een ijdel l werk. Zooals bij Karel van de<br />
Woestijne l vaak het geval g is, ^ is niet alleen de verstandelijke inhoud, ^ doch het complexp<br />
van hetedicht g in zijn geheel van overwegend g belang g en in deze Moréas-gedichten g<br />
heeft het zuiver poëtische element bepaald P de bovenhand.' Met het `oëtische' p element<br />
bedoelt Rutten d klaarblijkelijk<br />
1 het direct saansprekende, emotieve effect van poëzie, > en<br />
niemand zal ontkennen dat dit ook o in de e Moréas-cyclus aanwezig g is ; ik hoop p echter<br />
dat hierna e a blijkt dat daarmee dia e niet e a alles gezegd g e eg<br />
is.<br />
63 Dezelfde conciese vormebruikte g Moréas overwegend g in Les stances, waarin<br />
bovendien een n vergelijkbare<br />
i l ingetogen i g g e sfeer s eer heerst. Een inhoudelijke o l e confrontatie<br />
tussen sen deze e bundel en Van a de Woestijnes W 1 cyclus Y is hier helaas niet mogelijk. g l<br />
64<br />
Het g gebruik r van gedachtenstreepjesg ee s 1 e s iseen veelv<br />
e voo voorkomend d structuurmiddel in de<br />
poëzie p van Van de Woestijne. 1g<br />
Ze markeren allerhande overgangen in de gedichten.<br />
In de Moréas-verzen is die overgang g g steeds dezelfde.<br />
I16 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
aan bij de oorspronkelijke bouw van de stanza, waarin de twee slotregels<br />
inhoudelijk en formeel afwijken van het voorgaande.<br />
`Op den dood van Jean Moréas' is als cyclus dus een hecht geconstrueerde<br />
compositie. Hoe is die tot stand gekomen? De eerste maal<br />
dat de groepstitel, in de vorm `In Memoriam Jean Moréas', verscheen,<br />
was bij de voorpublikatie van twee gedichten in Dietsche warande & Belfort<br />
van oktober 1910 /3/. Daar werden achtereenvolgens `Uw aangezicht<br />
is bleek 'lijk 't mijne wordt' [MMZ4] en `Het huis is vol van u'<br />
[mm25] opgenomen, respectievelijk genummerd i en 2. Ze bevatten in<br />
hun openingszinnen de directe toesprekingen tot de herdachte Franse<br />
dichter. Over het geheel spreekt uit de beide gedichten grote waardering<br />
voor Moréas en een sterke behoefte tot identificatie met hem. In<br />
Groot Nederland van januari iii /4/ publiceerde Van de Woestijne een<br />
nieuwe, uitgebreide groep gedichten onder dezelfde titel. Daar werden<br />
aan de twee opnieuw geplaatste gedichten vier nieuwe toegevoegd.<br />
Op de twee bekende volgde allereerst `Gij brandt mijne oogen toe'<br />
[mm2 7]. Hier wordt niet meer expliciet aan Jean Moréas gerefereerd,<br />
en verdiept de dichter zich in zijn eigen gemoedstoestand : hij weet<br />
zich verlokt door de `zoet-gestemde Dood' en spreekt zijn doodsverlangen<br />
uit. Het meditatieve karakter van de cyclus werd daarmee aanmerkelijk<br />
versterkt, en door de introductie van het doodsverlangen<br />
ontstaat het betekenisvolle patroon : de eerste twee gedichten gaan nu<br />
als fasen in het meditatieve proces functioneren, leidend tot een voorlopig<br />
hoogtepunt in de bezinning op de dood.<br />
Er is een manuscript overgeleverd waar de eerste drie gedichten<br />
waarmee de Groot Nederland-publikatie opent, gezame<strong>nl</strong>ijk op voorkomen<br />
(H- 3). Het is een blad briefpapier van glas- en spiegelhandel Paul<br />
van Hende, het bedrijf van degene bij wie Van de Woestijne zijn wake<br />
hield. De gedichten werden waarschij<strong>nl</strong>ijk toen daadwerkelijk geschreven,<br />
ten tijde van het sterfbed. De gedichten zijn zo op eind maartbegin<br />
april 1910 te dateren. Natuurlijk hoeft Van de Woestijne ze niet<br />
letterlijk aan de bedrand geschreven te hebben, maar wel zullen ze in<br />
deze dagen geconcipieerd zijn. De eerste twee gedichten werden op het<br />
manuscript voltooid. Van het derde is alleen een fragmentarische<br />
beginstrofe genoteerd, maar het is dus in zeer nauwe samenhang met<br />
het eerste paar ontstaan.<br />
Na `Gij brandt mijne oogen toe' is `o Trouwe vriend der oude<br />
dagen' [A5] het vierde gedicht in de Groot Nederland-bijdrage. Hier<br />
wordt de verlangde dood centraal gesteld en aangesproken met<br />
`trouwe vriend' en `broeder'. De dichter kent hem nog uit vroegere<br />
tijden van kommernis, toen hij hem een troostende vooruitblik bood.<br />
De verlokking van de dood is dus al oud. Voor de cyclus betekent het<br />
gedicht in zoverre een nieuw stadium, dat het de directe oriëntering op<br />
de dood i<strong>nl</strong>uidt. Die wordt gecontinueerd in het gedicht dat hierop<br />
aansluit, `Zal ik rusten?' [A6]. De dichter is daarin geheel geoccupeerd<br />
I17 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
met de vraag of hij, die `noode en smartlijk leefde' (r. 14-1 5), sterven<br />
mag. Daarbij daagt hem het visioen van `de Dichter' (i.e. Jean Moréas)<br />
die de Styx oversteekt om er de vreugdevolle harmonie der Elysische<br />
velden te betreden. Maar het draait uit op een ontgoocheling : het was<br />
een droom die voor de dichter zelf geen werkelijkheid wordt.<br />
In formeel opzicht valt `Zal ik rusten?' tussen deze gedichten volkomen<br />
uit de toon, met veertien strofen van elk vijf versregels waarvan<br />
de eerste twee elk de helft van de gebruikelijke regellengte in het<br />
gedicht hebben en typografisch opvallend zijn gerangschikt. 65 Ook de<br />
uitgewerkte visioenen kwamen niet eerder in de Moréas-gedichten<br />
voor. Het sluit echter aan bij de cyclus door de mythologische voorstelling,<br />
die immers ook in het openingsgedicht gebruikt werd : daar<br />
werd de scène aan de ingang van de onderwereld gesitueerd door het<br />
optreden van Persephona en de Hond (Cerberus). En er wordt<br />
opnieuw verwezen naar de dichter aan wiens nagedachtenis de cyclus<br />
is opgedragen, terwijl ook een element van jaloezie motief geworden<br />
is : de dichter ben0t Moréas diens dood.<br />
De tijdschriftpublikatie sloot af met `o Gevangen geest', waarin de<br />
dichter zich nog eenmaal afvraagt of zijn stervensdroom verweze<strong>nl</strong>ijkt<br />
zal worden en hij concludeert bondig dat hem dat niet gegeven is. De<br />
slotstrofe wijst nog eens krachtig op het droomaspect van het beleefde,<br />
een ander bindend element in de cyclus. Tijdens de wake zijn droom<br />
en werkelijkheid voor de dichter kennelijk dooreen gaan lopen.<br />
In november r 9 r z werden in Dietsche warande & Belfort drie van de<br />
zojuist besproken gedichten opnieuw gepubliceerd, onder het opschrift<br />
`Uit In memoriam Jean Moréas' /6/. Het waren `Gij brandt mijne oogen<br />
toe', `Zal ik rusten?' en `o Gevangen geest'. Het is niet meer dan een<br />
selectie uit de grotere groep, zonder als zodanig een compositionele<br />
variant te willen zijn. (Dit blijkt ook uit de toevoeging van `Uit' in de<br />
groepstitel.) Voor zover Van de Woestijne er de belangrijkste motieven<br />
van de cyclus mee heeft willen presenteren, wijst de selectie erop<br />
dat het doodsverlangen en de ontzegde i<strong>nl</strong>ossing daarvan de kern uitmaken.<br />
Toen Van de Woestijne de gedichten voor De modderen man vergaarde<br />
en selecteerde en de cyclus `Op den dood van Jean Moréas'<br />
definitief samenstelde, nam hij de uitgebreide tijdschriftpublikatie, dus<br />
die in Groot Nederland van januari iii z, als uitgangspunt. Zijn ingreep<br />
bestond in feite maar uit twee dingen : hij coupeerde het vierde en het<br />
vijfde gedicht (dus `o Trouwe vriend der oude dagen' en `Zal ik rusten<br />
?') en voegde in het midden van de vier overgebleven gedichten<br />
`Het nacht-uur waakt' in. Dit was het vroegst voorgepubliceerde<br />
GS Zie [A6] in het tekst<strong>deel</strong>. De bedoelde opvallende p plaatsing p g van verkorte versregels g<br />
bij bi' de inzet van strofen komt ook voor in `Een vrucht, die valt' [Gz61.<br />
I18 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
gedicht : al in juli 1 9 10 verscheen het in Groot Nederland, als laatste van<br />
drie `Stanzen'. Deze groepstitel is te danken aan Van de Woestijnes<br />
versterkte aandacht voor Moréas' Les stances in de voorafgaande<br />
periode, maar de drie gedichten vertonen naar mijn mening niet de<br />
inhoudelijke samenhang die rechtvaardigt ze als coherente groep te<br />
bespreken. 66<br />
De gebundelde versie van de cyclus `Op den dood van Jean Moréas'<br />
is een weze<strong>nl</strong>ijk nieuwe in vergelijking met `In Memoriam Jean<br />
Moréas' in het tijdschrift. In De modderen man is Van de Woestijne bondiger<br />
geweest, door de cyclus tot vijf gedichten te beperken en ook het<br />
lange, formeel uit de toon vallende `Zal ik rusten?' is weggelaten.67<br />
Dit heeft mede bijgedragen tot het ingetogen karakter. Belangrijker is<br />
dat er een thematische verschuiving heeft plaatsgevonden. Oorspronkelijk<br />
concentreerde de cyclus zich rond het doodsverlangen van de<br />
dichter. Het vierde en vijfde gedicht, dus het later weggelaten `o<br />
Trouwe vriend der oude dagen' en `Zal ik rusten?', bevatten daarvan<br />
de meest volledige uitspraak. Deze kern is verwijderd. Daarvoor in de<br />
plaats kwam een gedicht dat de metafysische ervaring van de nachtelijke<br />
oneindigheid beschrijft. De overige gedichten bezaten in thematisch<br />
opzicht voldoende flexibiliteit om rond dit gedicht en in elkaars<br />
omgeving gegroepeerd te worden. Voor de ontwikkeling binnen de<br />
cyclus was een cruciale ingreep de verplaatsing van `Gij brandt mijne<br />
oogen toe' : dat was aanvankelijk nog de laatste stap voor de beide<br />
gedichten van het doodsverlangen, en werd bij bundeling het eerste<br />
dat de terugkeer tot de realiteit i<strong>nl</strong>eidde, en daarmee tot de ontnuchtering.<br />
Een `voelbaar' verschil tussen de vroege versie en de eindversie<br />
is daardoor dat de laatste zich geleidelijker ontwikkelt – of: afwikkelt<br />
– en de ontnuchtering zich een slag trager voltrekt.<br />
Het laatste gedicht van de cyclus kent als enige een variant die zijn<br />
aa<strong>nl</strong>eiding zou kunnen vinden in het componeerproces. Van de Woestijne<br />
wijzigde voor de gebundelde versie de voorlaatste regel: de<br />
lezing `iedre morgen kent de keetnen / van de dagelijksche vracht' die<br />
in de vroege versies voorkomt, is in De modderen man gewijzigd in:<br />
`morgen kent opnieuw de keetnen / van de dagelijksche vracht'. De<br />
66<br />
Zie 3 3.2.2.<br />
67 P. Minderaa heeft zich verbaasd over de door Van de Woestijne 1 g gemaakte selectie<br />
vo or de De modderen man. Hij werpt het probleem p op p in de aantekeningen g die hij als<br />
bezorger van het V er ^ameld werk kW opnam: ` at den dichter bewoog g met name het<br />
oorspronkelijke p 1 vijfde, 1^ zeer schone gedicht g weg g te laten, ^ is moeilijk te gissen.' VW<br />
dl. 2, ^ p .80 5 . Verderop p uit hij nogmaals g zijn verbazing g : `Waarom de dichter het bij<br />
uitstek i s schone c ge gedicht h t 'Zal a ik rusten...' u s<br />
niet in een bundel opnam, p , was mij<br />
steeds<br />
onbegrijpelijk.' Vil dl. ^ z p. 84 6 Ik geloof g dat Van de Woestijne, l^ wat ook zijn<br />
oor<strong>deel</strong> over hetedicht g was, er binnen de nieuwe, hechte structuur van<br />
de cyclus Y g geen p plaats voor zag. g<br />
I19 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
egels zijn toegespitst op het meditatieve proces, op déze nacht waarin<br />
dat zich afspeelt. De `dagelijkse vracht' weegt dus morgen, wat de ontnuchtering<br />
actueler maakt.<br />
Voor het overige liet Van de Woestijne de tekst van de gedichten –<br />
ondergeschikte varianten daargelaten –ongemoeid. Hij heeft bij het<br />
componeerproces dus heel subtiel gebruik gemaakt van de verbindingsmogelijkheden<br />
van de afzonderlijke gedichten. Het gedicht is<br />
`polyvalent' en in verschillende contexten worden verschillende `valenties'<br />
aangesproken. Dat verklaart waarom bijvoorbeeld de suggestie<br />
van een naderend nieuw stadium in `Gij brandt mijne oogen toe '<br />
[mm27] (de vraag in r. 9-1o) zowel effectief is in de vroegere omgeving<br />
waar het doodsverlangen centraal stond, als in de gewijzigde context<br />
van de bundel.<br />
4. I .6 De i<strong>nl</strong>eiding tot De modderen man : `Het menschelijk brood'<br />
In de schema's voor Het licht der kimmen was door Van de Woestijne<br />
niet voorzien in een i<strong>nl</strong>eidend gedicht bij de trilogie of bij de openingsbundel,<br />
noch als onder<strong>deel</strong> van die eerste bundel, noch afzonderlijk<br />
daaraan voorafgaand. Er zijn evenmin aanwijzingen dat bij verschijning<br />
van De modderen man in i920 al plannen bestonden om alsnog<br />
een preludium toe te voegen. Met het oog op het componeerproces<br />
van de Wiekslag dient zich de vraag aan wanneer Van de Woestijne<br />
besloot een i<strong>nl</strong>eidend gedicht op te nemen en hoe het zich verhoudt tot<br />
de trilogie : is het een i<strong>nl</strong>eiding tot De modderen man of tot de gehele<br />
Wiekslag om de kim?<br />
In 1914, toen Het gelaat des dichters volop in bewerking was, ontstonden<br />
de eerste schetsen van strofen die later <strong>deel</strong> zouden uitmaken van<br />
`Het menschelijk brood'. Het eerste ge<strong>deel</strong>te van het gedicht zal<br />
hoofdzakelijk geschreven zijn in 1915; het werd in april 1916 in De gids<br />
/r4/ voorgepubliceerd met verwijzing naar wat de definitieve titel zou<br />
worden. Van de Woestijne was toen nog in de ban van Het gelaat des<br />
dichters en Het licht der kimmen. De titel `Het menschelijk brood' sluit<br />
dan ook aan bij de metaforen die hij gebruikte in het schema voor Het<br />
licht der kimmen, waar `Het maal' en `De disch' voorkwamen. 68<br />
De voorpublikatie suggereert dat Van de Woestijne in een nieuwe<br />
bundel een afdeling `Het menschelijke brood' wilde opnemen. Gelet<br />
op het moment, kan dit voornemen <strong>deel</strong> hebben uitgemaakt van Van<br />
de Woestijnes nieuwe ideeën betreffende de opzet van Het licht der kimmen<br />
en Het gelaat des dichters. In 1914 had hij immers besloten om dat<br />
wat eens Het gelaat moest worden, aan te vullen; 69 `Het menschelijk<br />
68 Zie 2.1.5.<br />
69 Zle.I.I. 3<br />
I20 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
ood' komt als de bedoelde aanvulling zeker in aanmerking. Als deze<br />
veronderstelling juist is, bestaat de mogelijkheid dat Van de Woestijne<br />
`Het menschelijk brood' in 1915-1916 heeft willen toevoegen aan de<br />
poëzie die later <strong>deel</strong>s in De modderen man geplaatst werd. Of het gedicht<br />
toen al een i<strong>nl</strong>eidende functie was toebe<strong>deel</strong>d, is niet te zeggen; dat het<br />
in De gids van april 1 9 16 voorafging aan de gedichten 'Uit: "Aan de<br />
eeuwige"' lijkt me geen voldoende argument.<br />
Van het tweede ge<strong>deel</strong>te zijn losse kladfragmenten uit 1 9 16 en 1918<br />
aangetroffen maar het kwam vermoedelijk veel later tot stand, en verscheen<br />
in december 1 925, voorafgegaan door het eerste ge<strong>deel</strong>te, in De<br />
gids /z8/. Van de Woestijne gebruikte bij deze voorpublikatie van de<br />
volledige tekst de titel `Het menschelijk brood' niet. De twee delen,<br />
genummerd z en ii, verschenen onder de noemer `Tot i<strong>nl</strong>eiding van<br />
het Gedicht', voorafgaand aan vier gedichten `Uit het Gedicht'. Die<br />
vier gedichten vonden een plaats in God aan fee, zodat het er nu op kan<br />
lijken dat `Het menschelijk brood', eventueel met een andere titel, <strong>deel</strong><br />
heeft uitgemaakt van de plannen voor het midden<strong>deel</strong> van de trilogie.<br />
Niettemin geloof ik eerder dat Van de Woestijne bedoelde dat de<br />
`I<strong>nl</strong>eiding' en de daarop volgende gedichten <strong>deel</strong> uitmaakten van een<br />
groter geheel dat hij het `Gedicht' noemt en dat een aanduiding is van<br />
de compositie waaraan hij al jaren – en in de bewuste periode met toenemende<br />
intensiteit –werkte.° Zeker is dit echter niet; het bewijst<br />
eens te meer dat voorpublikaties gezien moeten worden als compositorische<br />
experimenten.<br />
Intussen bestaat nog de mogelijkheid dat `Het menschelijk brood'<br />
bedoeld was als algemene i<strong>nl</strong>eiding tot de latere trilogie. Een zinsnede<br />
met die strekking werd ook opgenomen in een aantekening in de postume<br />
integrale herdruk van Wiekslag om de kim. 7I In hoeverre Van de<br />
Woestijne dat ooit als voornemen gekoesterd heeft, is niet meer na te<br />
gaan, maar in de correspondentie tussen Van de Woestijne en A.A.M.<br />
Stols over de uitgave van God aan fee en Het menschelijk brood – in september<br />
1926 –blijkt beslist te zijn dat het lange gedicht als i<strong>nl</strong>eiding<br />
tot De modderen man bedoeld was. Van de Woestijne schreef aan Stols<br />
op 4 september 1926:<br />
Wat eindelijk uw verzoek aangaat betreffende uwe Serie voor de Happy few – ik ben<br />
blij daartoe te behooren –, gaarne willig ik het in: gij krijgt daarvoor een gedicht<br />
in twee <strong>deel</strong>en, Het menrchel jke brood, dat een tien a twaalf bdz. inneemt (vier vierregelige<br />
strofen), en dat eige<strong>nl</strong>ijk bedoeld is als eene i<strong>nl</strong>eiding voor eene nieuwe uit-<br />
70 Het begrip g 'gedicht' g was voor Van dee<br />
Woestijne homoniem, zoals in het Frans<br />
` p oème' dat éen, op zichzelf staand g gedicht kan zijn 1 maar ook een verzameling<br />
bijeenhorende 1 gedichten: g een `dichtwerk'.<br />
7' Zie voor de letterlijke 1S<br />
tekst de e Drukgeschiedenis,<br />
I2I ONTSTAANSGESCHIEDENIS
gave van De(n) Modderen Man, in den herdruk dien ik U hierboven, te gelijker tijd<br />
met God aan fee en Het Bergmeer, voorstel. 72<br />
Deze status van i<strong>nl</strong>eiding bij De modderen man werd vervolgens bevestigd<br />
in de colofons van zowel God aan zee als Het berg-meer.73<br />
In God aan fee zijn ter i<strong>nl</strong>eiding en ter afsluiting `Doop van den<br />
bedelaar' en `Uitvaart van den bedelaar' opgenomen, die in eenzelfde<br />
verhouding tot de bundel staan als Het men.cchelijk brood tot de persoo<strong>nl</strong>ijke<br />
lyriek in De modderen man: bedoeld om in een geobjectiveerde<br />
vorm de ontwikkeling in de lyrische compositie te verbeelden. In Het<br />
berg-meer gebruikte Van de Woestijne dezelfde techniek. Dat Het men-<br />
.rchelijk brood i<strong>nl</strong>eiding werd bij De modderen man lijkt gevolg te zijn van<br />
een same<strong>nl</strong>oop van omstandigheden: in eerste instantie wijzigden zich<br />
de Gelaat-plannen, toen ontstond het idee voor het gedicht, dat onvoltooid<br />
bleef; langs enkele tussenstadia zag Van de Woestijne in 1926<br />
een goede gelegenheid het voltooide gedicht een effectieve plaats in<br />
zijn poëzie te geven.<br />
4.2 Werk ^vg jee : samenvattin<br />
De beschrijving hierboven van het bewerkingsproces van de poëzie die<br />
oorspronkelijk voor Het gelaat des dichters bedoeld was, bracht met zich<br />
mee dat een aantal ordeningsprincipes al aan het licht kwam. Ik vat de<br />
bevindingen samen.<br />
Het voorpubliceren van groepen gedichten in tijdschriften is een<br />
belangrijk onder<strong>deel</strong> in Van de Woestijnes componeertechniek. De<br />
titels van de voorpublikaties zijn in dit stadium niet zeer veelzeggend<br />
de vlag `Het gelaat des dichters' wordt zonder veel nader onderscheid<br />
gevoerd. Veel van de gedichten moeten bestemd geweest zijn voor de<br />
onderafdeling `De Vergroot-spiegel', maar die titel heeft Van de Woestijne<br />
in tijdschriften niet gebruikt. Dat ligt anders voor `Aan de<br />
eeuwige', van stonde af aan een titel die voor gedichten met een zeer<br />
specifieke thematiek gebruikt werd. Een verklaring kan zijn dat de<br />
dichter zijn ideeën omtrent die laatste onderafdeling al veel beter had<br />
gearticuleerd dan voor `De Vergroot-spiegel', waarvan de bijeengebrachte<br />
poëzie en de overgeleverde ontwerpen nog weinig lijn vertonen.<br />
Sommige `Gelaat'-groepen in de tijdschriften vertonen kenmerken<br />
van opzettelijke, betekenisvolle rangschikking, hoewel ze meestal relatief<br />
los zijn geconstrueerd. Van de Woestijne legde voor zichzelf in de<br />
72 De volledige tekst s van a deze brief is geciteerd g in 2. i van de Drukgeschiedenis.<br />
g<br />
73 De datering g 'Brussel,e I 9I 5, die in de zelfstandige g uitgave g in i 926 bij 1 het ggedicht<br />
werdgenoemd, wej<br />
1 s no g a l bezijdenwaarheid.<br />
i 1<br />
Mogelijk gl heeft Van de Woestijne zich<br />
dit toegestaan g n om de e plaatsing P s g voor in het drieluik aannemelijk te maken. Zie verder<br />
commentaar bi' bij het gedicht g in het variantenapparaat.<br />
I22 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
tijdschriften voorlopige reservoirs aan, die enerzijds de gelegenheid<br />
gaven het voorhanden materiaal te verzamelen en anderzijds het overzicht<br />
boden om er nieuwe mogelijkheden en beperkingen in te ontdekken.<br />
Tegelijkertijd kon hij uitproberen op welke plaats bepaalde<br />
gedichten al dan niet tot hun recht kwamen of wellicht onverwachte<br />
mogelijkheden bleken te bezitten. De groepen in de tijdschriften vertonen<br />
weinig interne ontwikkeling, maar vooral met openings- en slotverzen<br />
was Van de Woestijne al aan het experimenteren. Het waren<br />
geen specifieke eigenschappen op grond waarvan dergelijke gedichten<br />
hun i<strong>nl</strong>eidende of afsluitende rol vervulden : het was de plaatsing in de<br />
context waardoor bepaalde mogelijkheden die in het gedicht besloten<br />
lagen, geactiveerd werden. Deze `polyvalentie' van gedichten is weze<strong>nl</strong>ijk<br />
voor Van de Woestijnes techniek, en werd bij het samenstellen van<br />
de Moréas-cyclus intensief benut. Hoewel hij soms verzen wijzigde<br />
wanneer ze in een nieuwe context geplaatst werden, liet hij ze in het<br />
algemeen onveranderd. Hij verleende de gedichten geen nieuwe mogelijkheden,<br />
maar activeerde in de nieuwe situatie andere mogelijkheden.<br />
Dit vermogen van zijn gedichten zal Van de Woestijne met name bij<br />
de totstandkoming van God aan fee regelmatig aanwenden.<br />
De afdelingen in De modderen man zijn hechter geconstrueerd dan de<br />
voorpublikaties. Het is te zien hoe de dooree<strong>nl</strong>opende motieven uit de<br />
voorpublikaties van de beginperiode uiteindelijk geschift en verzameld<br />
werden. Voor de eerste afdeling van de bundel had Van de Woestijne duidelijk<br />
een kern gereedliggen, die hij aanvulde met bijpassende gedichten<br />
die van uitee<strong>nl</strong>opende voorpublikaties afkomstig waren. De beide andere<br />
afdelingen kwamen meer eclectisch tot stand; de kern lag niet gereed maar<br />
bestond uit een idee, dat door selectie en schikking gestalte kreeg.<br />
Een eigenschap die in de ontwerpen voor Het gelaat des dichters<br />
opviel, was de symmetrie van de macrostructuur. In De modderen man<br />
is die symmetrie niet in de macrostructuur geëxpliciteerd (door afdelingstitels,<br />
verdere verdeling in onderafdelingen en dergelijke), maar de<br />
drie afdelingen vertonen wel een onderliggende parallellie. Hun<br />
omvang is ongeveer gelijk, en terwijl ze geen van drie i<strong>nl</strong>eidende<br />
gedichten hebben – dus ook geen gedichten die door hun vooropplaatsing<br />
die functie krijgen –hebben ze wel alledrie een of twee gedichten<br />
die als afsluiting fungeren.<br />
S<br />
INTERMEZZO: VERANDERINGEN IN VAN DE WOESTIJNES POËZIE<br />
De gedichten die in 1 92o in De modderen man gebundeld werden, waren<br />
voor het grootste <strong>deel</strong> vijf tot acht jaar eerder geschreven. Van de<br />
Woestijnes poëzie na i92o is duidelijk anders van toon en inhoud, en<br />
ook de stijlmiddelen (vooral beeldspraak) zijn anders. Maar er heeft<br />
zich in de periode waarin Wiekslag om de kim tot stand kwam, voor<br />
Van de Woestijne aan de verzen voor God aan fee begon, een dieper-<br />
I23 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
gaande verandering in zijn poëzie voltrokken, die tevens in het proza<br />
merkbaar is. Over die wending bestaan uitee<strong>nl</strong>opende opvattingen,<br />
reden om hier in te gaan op gegevens in het Wiekslag-materiaal die<br />
daarmee verband houden. Ik geef een kort overzicht van de aanwijzingen<br />
die Van de Woestijne in dat verband zelf gegeven heeft en van de<br />
daarmee samenhangende problematiek van de periodisering van Van<br />
de Woestijnes dichterschap. Daarna tracht ik conclusies te verbinden<br />
aan de wijzigingen die Van de Woestijne in de periode 1 9 11-1 9 1 3 in de<br />
eerste plannen voor Het licht der kimmen aanbracht, om die te relateren<br />
aan de wijze waarop veranderingen in het vervolg – dus bij samenstelling<br />
van De modderen man en in God aan fee en Het berg-meer – hun<br />
beslag kregen. Door hier op die ontwikkeling vooruit te lopen zal het<br />
in de volgende hoofdstukken bovendien mogelijk zijn aan de nieuwe<br />
tendensen in zijn poëzie te refereren.<br />
5 . z Verminderde literaire produktie<br />
Te oordelen naar de voorpublikaties en de carnets, heeft Van de Woestijne<br />
in de periode r 9 z 6-z 9 zo relatief weinig lyriek geschreven. 74 Wel<br />
schreef hij aanzie<strong>nl</strong>ijke hoeveelheden proza, zowel scheppend als journalistiek.<br />
In de eerste jaren na de oorlog was bovendien zijn betrekking<br />
bij het departement van Schone Kunsten een zware belasting.<br />
Van april 1 9 1 7 tot oktober 1 9 1 8 verbleef Van de Woestijne met zijn<br />
gezin te Pamel. Deze periode van afzondering is belangrijk geweest<br />
voor de ontwikkeling waarin hij toegroeide naar een welbewuste geestelijke<br />
resignatie. 75 In een journalistieke bijdrage voor de N.A.C. van<br />
Zo augustus 19zo heeft hij over die periode met betrekking tot zijn<br />
dichterlijke activiteit geschreven:<br />
Vermoeid van de toestanden waarin wij hier zoo goed als allen leefden [i.e. de oorlog],<br />
begreep ik er, ook voor de toekomst, dat wellicht niets mij zou onthouden worden.<br />
Het voerde mij op tot een soort dankbaarheid, waar voor mij vaststond dat ik<br />
aldus misschien werd opgevoed tot een begrijpen, waar alle andere genot bij vervallen<br />
moest. [...] Ik zat daar, met mijne oogen over de wereld, die de Etappe was : het<br />
gebied waar de werkelijke oorlog begon tot ver over den Yzer, en daar zijn in mij<br />
verzen gerezen gelijk er, naar het seizoen, een lichte leeuwerik of een log patrijsken<br />
rees; maar ik schreef ze niet op, want door de lucht, de hooge en lage lucht, hoorde<br />
ik er aanhoudend bonzen, als een nieuwe maat van een nieuwen tijd, het kanon... 76<br />
74 D it is niet zonder meer uit de Lijst 1 van voorpublikaties p af te leiden : daarin zijn<br />
alleen de bijdragen vermeld dle va n d ir ect be I a n gwaren voor de o n tstaa ns-<br />
g geschiedenis van IVieksla ^ om de kim.<br />
75 Zie Minderaa, Leven en werken II, passim; Rutten, `Karel van de Woestijne te<br />
Pamel'; en Van den Bossche, Het Pa otte<strong>nl</strong>and door schri vers heen, p. 2 -<br />
J J ^ p 9 44.<br />
76 'De aanbidding van het Lam Gods.' VIS dl. 6, o- 1.<br />
g ^ p. 49 49<br />
I24 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Toen na de oorlog de contacten met vrienden langzaam weer werden<br />
hersteld, schreef hij echter op 3o december 1918 aan Firmin van<br />
Hecke, op dat moment nog te Engeland, een brief met de volgende<br />
belangrijke passage:<br />
Ik verheug er mij in, dat gij onder den oorlog hebt doorgewerkt. Ik heb hetzelfde<br />
gedaan. Na de eerste oorlogs-maanden, waaronder de ijdelheid van alle literatuur mij<br />
zoo schreeuwend in de noren klonk dat het mij het verdoemelijkste byzantinisme<br />
voorkwam nog aan literatuur te denken, is het de oorlog-zelf, met zijn nasleep van<br />
geestelijke ellende, die mij weér naar de literatuur als naar eene haven van redding<br />
gevoerd heeft. Ik moet zeggen dat gedwongen journalisme mij heug tegen meug van<br />
groote hulp is geweest. Met Herman Teirlinck – een pracht van een vriend – heb ik<br />
een roman geschreven die verschenen is in den "Gids";7 7 ik heb een roman klaar die<br />
iets anders dan een 1o11eken is; ik heb twee bundels proza uitgegeven dat men dichterlijk<br />
noemt; ik heb vele gedichten gereed, die ik voorloopig voor mij en mijne<br />
beste vrienden hou. Die verzen vooral bewijzen, geloof ik, dat ik meer in diepte dan<br />
in uiterlijke schittering gewonnen heb. 't Is in den grond dat men de diamanten<br />
vindt; tant pis voor wie ons onder den grond niet volgen kan. Ik ben heel duidelijk<br />
geworden; zóó duidelijk dat men mij misschien wat minder nog begrijpen zal. Om<br />
het even, trouwens...<br />
Wat Van de Woestijne hier beweert over het schrijven van gedichten<br />
in de oorlogsperiode staat haaks op het vorige citaat. Het komt mij<br />
voor dat Van de Woestijnes verzekering dat hij `vele gedichten gereed'<br />
had, niet vrij is van overdrijving, althans als ik afga op wat is overgeleverd<br />
in handschrift en in tijdschriften. De verzen voor De modderen man<br />
waren alle voltooid en op [MM r r] na voorgepubliceerd, en de poëzie<br />
die in God aan fee gebundeld zou worden, dateert met slechts enkele<br />
sporadische uitzonderingen van na 1 92o. De gedichten die in 1917 in<br />
Elseváer'.r geillustreerd maandschrift /r6/ verschenen, waren inmiddels<br />
publiek. Alleen enkele verzen die in Het zatte hart werden opgenomen,<br />
waren mogelijk in december 19i8 gereed. Natuurlijk kan de in de brief<br />
bedoelde poëzie verloren zijn gegaan, maar gezien Van de Woestijnes<br />
bijzondere ingenomenheid met dit werk ligt het meer voor de hand dat<br />
hij het later alsnog gepubliceerd zou hebben.78<br />
De laatste geciteerde zinnen uit de brief aan Firmin van Hecke wijzen<br />
op een wending in Van de Woestijnes poëzie waarvan hij zichzelf<br />
bewust was, en die ook direct in het oog springt bij een vergelijking<br />
van de poëzie in De modderen man met die in God aan fee. Van de Woestijne<br />
streefde naar meer inhoudelijke diepte, wilde zich dus directer uitspreken<br />
over de aard en het wezen van zijn geestelijke zoektocht naar<br />
het Absolute. De verdieping in zichzelf strookt met de nieuwe<br />
77<br />
In 1 917en 118 ^ verscheen De leemen torens in De gids. g De roman verscheen l als zelf-<br />
standi g e uitgave g eerst in 1928.<br />
78 Zie over de contradictie tussen Van deoesti W nes 1 bewering e gen e deachterhaalbare<br />
poëzie e o ook Minder aa > Leven en werken k I I >p 114-116.<br />
I25 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
geesteshouding na de Pamelse periode. Hij realiseerde zich dat de `duidelijkheid'<br />
voor anderen duisterheid kon schijnen, maar nam dat op de<br />
koop toe.<br />
5.2 Meningen over het moment van verandering<br />
Over de fasen die Van de Woestijne in zijn literaire loopbaan heeft<br />
doorgemaakt, is met name door M. Rutten en P. Minderaa geschreven.<br />
Ze hebben elkaar op dit punt hartstochtelijk bestreden. 79 Rutten ver<strong>deel</strong>t<br />
het poëtisch continuum in eerste instantie in twee perioden : de<br />
sensualistische, waarin de poëzie tot en met De modderen man geschreven<br />
werd, en de spiritualistische die God aan fee en Het berg-meer voortbracht.<br />
Deze indeling laat zich volgens Rutten verenigen met die van<br />
Van de Woestijnes proza. Daarnaast stelt hij echter ook een iets verfijndere<br />
verdeling in drieën voor : de Gentse periode (Het vader-huis<br />
(1903) en De boom gaard der vogelen en der vruchten (1905)); een Brusselse<br />
en Pamelse periode (De gulden schaduw (i9i o) en De modderen man); en<br />
een Oostendse en Zwijnaardse periode (God aan fee en Het berg-meer).8o<br />
Minderaa ziet twee belangrijke keerpunten: de omslag in de versexterne<br />
poetica zoals die in Van de Woestijnes kritieken vanaf z 9 z z te<br />
zien is, en al enige tijd daarvoor een evolutie `van het aesthetische<br />
leven naar het mystisch-religieuse'. SI Daar komt bij dat met de oorlogsperiode<br />
in Minderaas opvatting een tijd aanving `die den mensch<br />
van de Woestijne geheel zou omwoelen en daarmee van grooten<br />
invloed zou worden ook op zijn werk als kunstenaar.' $z<br />
Zet men alle door Rutten en Minderaa genoemde keerpunten in Van<br />
de Woestijnes leven en werk uit op een denkbeeldige tijdlijn, dan kan<br />
het wel niet anders of alle redelijkerwijs in aanmerking komende<br />
momenten waarop een verandering zich voorgedaan kan hebben,<br />
komen er op voor. Wat opvalt, is dat –daargelaten de periodisering<br />
op basis van biografische omstandigheden – vier zaken in Van de<br />
Woestijnes werk in de overwegingen worden betrokken : de drie genres<br />
poëzie, proza, en kritieken, en daarbij nog zijn persoo<strong>nl</strong>ijke geestelijke<br />
ontwikkeling. Voor zover het mogelijk is om tot een enigszins<br />
sluitende periodisering van het schrijverschap van Van de Woestijne te<br />
komen, dient eerst een grondige studie te worden gemaakt van<br />
79 De belangrijkstees desbetreffende passages: p gRutten<br />
Lyriek, y ,p p. 27 z en Pro ^ a, ^ p p. 66 7 -<br />
66 9 > ; Minderaa a Leven en werken k i >pS p. o6 en VW dl. 6, ^p7S 6.<br />
so Rutten aa laatkleinere1 bundels ui buiten nbeschouwing,ma geef a r eeft toe dat dat 'de voor-<br />
g gesteldeongetwijfeld<br />
z .periodiseringn g etwijfeld 1 opnieuw<br />
o losse schroeven kan zetten.'<br />
(Pro a, ^ p. 669)<br />
81<br />
Minderaa, > Leven en werken I, >p 34 346.<br />
82 Minderaa > Leven en werken k r >p 4S33. Ook in het tweede <strong>deel</strong> van dit werk wordt<br />
dezelfde opvatting p g vele malen verwoord.<br />
126 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
de samenhang tussen de drie genres onderling én tussen de genres<br />
enerzijds en de geestelijke ontwikkeling anderzijds. In de beschouwingen<br />
van genoemde en andere onderzoekers en ook in de voorgaande<br />
en volgende hoofdstukken wordt steeds gewezen op de bestaande verbanden<br />
tussen proza en poëzie, tussen passages in kritieken en versinterne<br />
poetica et cetera. Maar het precieze verloop en de aard van al die<br />
interferenties zijn nog niet beschreven. Een van de oorzaken waarom<br />
dat nog niet gebeurde, schuilt waarschij<strong>nl</strong>ijk in de ongelijktijdigheid<br />
van de ontwikkelingen op die verschillende terreinen.<br />
De ontstaansgeschiedenis van Wiekslag om de kim, en in het bijzonder<br />
die van Het gelaat des dichters / De modderen man, biedt enkele gegevens<br />
die inzicht kunnen geven in de ontwikkeling van de inhoudelijke vernieuwing<br />
in de poëzie en die van de verstechniek.<br />
5.3 Aanwijzingen voor een wending in de periode r91I-19r3<br />
Toen Van de Woestijne de eerste versie van de bouw van Het licht der<br />
kimmen op papier zette, koos hij voor het eerste <strong>deel</strong> de titel Het leven<br />
van de dichter, later veranderd in Het wqen van den dichter, en uiteindelijk<br />
in Het gelaat des dichters. Deze titels geven aan dat het in dit <strong>deel</strong> zou<br />
gaan om een lyrische weergave van de levenservaringen van de dichter,<br />
zoals ook wordt bevestigd in de gedichten die uit die periode zijn<br />
overgeleverd. De structuur van het <strong>deel</strong> lag al vroeg vrijwel vast : er<br />
is direct sprake van een tweedeling, waarin de motto's `En droef, en<br />
fel' en het Vergiliaanse `Lentus in umbra' aan het hoofd staan van de<br />
afdelingen. De tweedeling is gebaseerd op de oppositie van respectievelijk<br />
strijd en resignatie, wat door de Vergilius-verwijzing wordt<br />
ondersteund. g3 De aanvankelijk geplande slotafdeling `De kimmen'<br />
zou de lijn van het zich terugtrekken van het dagelijks bedrijf kunnen<br />
voortzetten, maar dat is een gissing. Bij een waarschij<strong>nl</strong>ijk direct uitgevoerde<br />
correctie van het schema verviel de titel van deze derde afdeling<br />
(niet het afdelingsnummer).<br />
`De kimmen' verwijst uiteraard direct naar de hoofdtitel van de<br />
compositie, Het licht der kimmen. Ook die suggereert dat er een<br />
opgaande lijn, een gerichtheid op een hoger doel in de compositie<br />
werd beoogd. Het lijkt mij gerechtvaardigd die titel te laten becommentariëren<br />
door Van de Woestijne zelf. In een opstel over de schilder<br />
Albert Baertsoen, geschreven omtrent het midden van 1 9 12, ver<strong>deel</strong>t<br />
Van de Woestijne de Vlaamse volksaard, `de nationale gezondheid', in<br />
drie typen. Zonder die hier alle te behandelen, citeer ik wat hij schrijft<br />
over het derde type, waarmee hij zich duidelijk identificeert:<br />
^<br />
83 Centraal motief in het gesprek gp tussen de herders Meliboeus en Tit Y rus in Vergilius' g<br />
eer s te Ecloga g is de tegenstelling g g tussen de woelige gppolitiek in Rome en de rust van<br />
het1 patteland.<br />
I27 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
En dan heb ik nog andere vrienden. o, Dezen hebben misschien het licht der kimmen<br />
gezien. Zij hebben alles verlaten, hunne ouders en hunne vrienden, de gemakkelijkheden<br />
des levens en de wellusten der tijdelijkheid om, langs soms wel eens keiige<br />
paden, den weg te zoeken die hun naar het absolute leiden moest [...] bezeten, onuitwortelbaar<br />
bezeten van den drang der omschepping, der noodzakelijke waardeomzetting,<br />
der sublimiserende gedaante-wisseling, die is de eerste wet van xsthetische<br />
voortbrengst wijl hare eerste voorwaarde; gedragen op het geloof, het vaste geloof<br />
dat, bij alle relativiteit, bij de onvermijdbaarheid van het betrekkelijke, een graad van<br />
zuiverheid moet kunnen worden bereikt, die haast-mathematisch kan vast-gesteld, en<br />
dus, om die reden reeds alleen, met alle krachten dient bestreefd – en ik gebruik hier<br />
het woord zuiverheid als een synoniem van onafhankelijkheid, in toepassing op<br />
schoonheid, kunst en gedachte –; en nu zeker wel overtuigd, dat zij het nooit zoover<br />
brengen, al vreezen zij zelfs niet de blindheid waar al te scherpe klaarte meê straft,<br />
maar met in zich het gebod, tot op het einde toe te streven, al kwamen zij te staan<br />
aan den uitersten rand des afgronds met de gewéten mogelijkheid van den terugtocht<br />
: zoo zijn ze gegaan, over de bergen heen; en waren deze te steil om te beklimmen,<br />
dan hebben zij hunne wanden doorboord tot zij gekomen waren aan het licht<br />
der andere zijde. En dezen, die natuurlijk niet zoo heel talrijk zijn, waren de Sterken,<br />
die de nationale gezondheid konden ontberen, wijl haar te boven gekomen. 84<br />
Deze passage laat zien dat `het licht der kimmen' uitdrukking geeft aan<br />
het streven naar het bereiken van het goddelijke, het Absolute, en<br />
heeft in die zin dus mystieke connotaties. Verweze<strong>nl</strong>ijking van het streven<br />
vereist een hoge persoo<strong>nl</strong>ijke inzet, zonder compromis.<br />
Het bedenken van de opzet van Het licht der kimmen viel in de tijd<br />
samen met het schrijven van de Gelaat-poëzie. Het eerste <strong>deel</strong> was op<br />
dat moment dus het enige waaraan Van de Woestijne ook daadwerkelijk<br />
gestalte trachtte te geven. De voornemens voor alle volgende delen<br />
van Het licht der kimmen waren in die tijd steeds vrijblijvend, in die zin<br />
dat ze nog niet in de praktijk werden getoetst op hun bruikbaarheid<br />
of op de mate waarin ze geschikt waren om het door Van de Woestijne<br />
beoogde geestelijke ontwikkelingsproces weer te geven. De gekozen<br />
titels voor de vervolgdelen worden gedomineerd door begrippen die<br />
ontleend zijn aan de liturgie of verwijzen naar evangelische ideeën als<br />
de caritas-gedachte en ascese. Belijdenis, nederigheid, ascese en naaste<strong>nl</strong>iefde<br />
hielden Van de Woestijne rond 191 I sterk bezig, getuige ook<br />
de thema's van de heilige<strong>nl</strong>evens en -legenden in zijn proza. Ook in<br />
zijn kunstkritiek heeft altijd een bijzondere waardering doorgeklonken<br />
voor kunstenaars die een teruggetrokken, bescheiden en devoot bestaan<br />
leidden, zoals George Minne en Constantin Meunier. gs<br />
In De gulden schaduw (1910), de laatste poëziebundel voordat het plan<br />
voor Het licht der kimmen opgezet werd, waren religieuze motieven en<br />
84 Vil dl. 4, p 942-943.<br />
gs Opstellen o v er deze kunstenaars werden opgenomen in K unst en geest in Vlaanderen<br />
I ^, I I over Minne schreef Van de Woestijne al in 18 97 en nog g in 1 9 2 7 .<br />
12ó ONTSTAANSGESCHIEDENIS
een vorm van in de natuur geprojecteerde mystiek al in zekere mate<br />
aanwezig, maar zeker niet zo opvallend expliciet en dominerend in de<br />
macrostructuur. 86 De poëzie die Van de Woestijne in de jaren 191I-<br />
I 91 5 schreef – en die in Het gelaat des dichters zou komen – wordt evenmin<br />
gekenmerkt door een dergelijke teneur. De dominantie van de<br />
religieuze preoccupatie betekent een verschuiving. Wanneer in 191 3 in<br />
het plan termen als `Kennis van God' en `De geestelijke woonst' worden<br />
ingevoerd, worden mystieke connotaties geactiveerd. Hoewel het<br />
hachelijk blijft al te dwingende conclusies te verbinden aan een zo<br />
schematische opzet als die van Het licht der kinsmen, lijkt Van de Woestijne<br />
na de gerichtheid op het hier-en-nu van het dichterleven in Het<br />
gelaat des dichters in het vervolg zijn perspectief te willen verleggen in een<br />
spirituele, metafysische richting.<br />
De wending in het dichterschap van Van de Woestijne die in de jaren<br />
1911-1 9 r 3 bezig is zich te voltrekken, is zo ingrijpend geweest dat zij een<br />
van de hoofdverklaringen is voor het niet-verschijnen van Het gelaat des<br />
dichters in de oorspronkelijke vorm. Terwijl hij successievelijk gedichten<br />
aan het voorpubliceren was, voltrok zich de innerlijke omwenteling:<br />
Van de Woestijne keerde zich af van de wereld en natuur om zich heen,<br />
om in zichzelf zijn religieus-existentieel zoeken voort te zetten en te<br />
trachten door te dringen tot het mysterie van God. Dit had onvermijdelijk<br />
consequenties voor zijn poëzie en dus ook voor de geldigheid van<br />
het gemaakte plan, dat daarom gewijzigd werd in overeenstemming met<br />
de nieuwe denkbeelden. De inmiddels voorgenomen publikatie van het<br />
eerste <strong>deel</strong> van Het licht der kimmen werd doorkruist door geestelijke vernieuwingen<br />
die daarmee niet meer te verenigen waren ; dit wordt bevestigd<br />
door de vergelijking van de teneur van het eerste plan en de vroege<br />
voorpublikaties met de uitvoering van De modderen man, waar bleek dat<br />
Van de Woestijne het poëtisch materiaal door zorgvuldige herschikking<br />
een nieuw aanzien gaf. 87 In de oorlogsjaren liet hij in brieven aan Van<br />
Dishoeck blijken dat hij nog geruime tijd met een afgeleide van Het gelaat<br />
des dichters bezig was; de bezinning en daaruit voortvloeiende opeenvolgende<br />
herzieningen van het werk hebben dus enkele jaren geduurd. Veel<br />
wijst erop dat het uitblijven van Het gelaat des dichters minder door het uitbreken<br />
van de Eerste Wereldoorlog werd veroorzaakt – zoals algemeen<br />
wordt aangenomen – dan door Van de Woestijnes zeer fundamentele<br />
heroriëntering op zijn existentiële en metafysische doelen en daarmee op<br />
de inhoud van zijn poëzie. De oorlog is hooguit in tweede instantie verantwoordelijk<br />
te houden.<br />
86 De afdeling `Zeven gebeden' in Het vader-huis bewijst overigens dat dergelijke termen<br />
aan Van de Woestijnes poëzie – ook in de macrostructuur – niet geheel vreemd waren.<br />
87 Zie § 4.i.z-4.i.5.<br />
I29 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
De bundels God aan fee en Het berg-meer bevestigen de spirituele tendens,<br />
ook al komt er weinig van de oude afdelingstitels terug in de definitieve<br />
uitvoering; de vormentaal die sterk op ontleningen gebaseerd<br />
was, werd vervangen door een nieuwe symboliek. Van de Woestijne<br />
zette een mystieke opgang in, waarbij –schematisch voorgesteld – God<br />
aan fee de bundel werd waarin de dichter tracht zijn twijfel aan Gods aanwezigheid<br />
te overwinnen en zich voor te bereiden op het mystieke proces<br />
; in Het berg-meer weet de dichter zich in Gods nabijheid en voelt hij<br />
diens aanwezigheid sterker dan ooit.<br />
Versvorm en symboliek in Het gelaat des dichters respectievelijk De modderen<br />
man zijn ten opzichte van de poëzie tot circa 1910 niet ingrijpend<br />
vernieuwd. Als De modderen man in i92o verschijnt, heeft Van de<br />
Woestijne al lange tijd betrekkelijk weinig poëzie geschreven. De poëzie<br />
die vervolgens in Substrata, God aan fee en Het berg-meer volgt, is met een<br />
geheel nieuwe verstechniek geschreven, terwijl ook de inhoudelijke verschuiving<br />
ten opzichte van De modderen man opvallend is. Hieruit is af te<br />
leiden dat Van de Woestijne van circa 1916 tot 1921 op zoek is geweest<br />
naar een techniek die strookte met zijn innerlijke vernieuwing. De oude<br />
motieven die het geteisterde dichterleven bepaalden, de atmosfeer van<br />
vermoeidheid en weerzin, waren niet meer toereikend, gegroeid en ontwikkeld<br />
als ze waren uit een andere, inmiddels verlaten voedingsbodem<br />
van de poëzie. Om de nieuwe poëtische inzet adequaat te kunnen verwoorden,<br />
ontwikkelde Van de Woestijne een nieuwe taal en techniek. De<br />
beeldspraak werd persoo<strong>nl</strong>ijker en cryptischer, de vers- en strofevorm<br />
minder regelmatig. Analoog aan het zeer eigen, persoo<strong>nl</strong>ijke karakter<br />
van de metafysische zoektocht ontwikkelde Van de Woestijne een erg<br />
persoo<strong>nl</strong>ijk idioom, waardoor zijn gedichten een hermetischer karakter<br />
kregen.<br />
Het aanwijzen van `periodegrenzen' in Van de Woestijnes dichterschap<br />
wordt bemoeilijkt doordat vernieuwingen in nauw samenhangende<br />
onderdelen van zijn werk zich niet gelijktijdig voordeden. g$ De<br />
opeenvolging van gepubliceerde werken vergroot de problemen. In het<br />
proza kreeg de nieuwe richting vrij snel haar beslag, namelijk in de verhalen<br />
die in 1 9 18 in De bestendige aanavqigheid werden gebundeld maar die<br />
<strong>deel</strong>s al in 1 9 12 geschreven waren, terwijl De modderen man, die bovendien<br />
voor een <strong>deel</strong> wortelde in een vorige fase, pas in 192o verscheen; de<br />
as<br />
De e door Minderaae aa zo o sterk s e benadrukte a e geestelijke ees 1 vernieuwing e eo die do r d de E Eerste<br />
Wereldoorloge r e 1 rl o werdveroorzaakt, d raakt r a daarentegen wee r min e r aa n d e oe p "zi e d a m men m<br />
wellicht zou verwachten. Van de Woestijnes ontreddering g heeft bij l hem een morele<br />
schok veroorzaakt die in zijn p praktisch, v dagelijks g l leven een g gewijzigde l g houding g tot<br />
g gevolg g had. In zijn kunstenaarschap p werd Van de Woestijne er niet merkbaar door<br />
Dit verklaart waarom Rutten ,p sprekend over het werk Minderaa niet wenst<br />
te volgen g in diens omwentelingsopvatting.<br />
Ij0 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
verschillende genres houden dus evenmin gelijke tred. 89 Het zatte hart,<br />
dat ik beschouw als bundeling van de weinige overgangspoëzie en dat in<br />
opzet niet goed te vergelijken is met de Wiekslag-bundels, verscheen kort<br />
voor God aan fee, toen de veranderingen zich al voor het grootste <strong>deel</strong><br />
voltrokken hadden.<br />
6 DE TOTSTANDKOMING VAN GOD AAN ZEE<br />
De grootste complicaties bij het onderzoek naar de totstandkoming van<br />
De modderen man werden veroorzaakt door de ingewikkelde voorgeschiedenis<br />
van de nimmer gerealiseerde voorganger Het gelaat des dichters,<br />
en uit het feit dat de documenten maar ge<strong>deel</strong>telijk zijn overgeleverd.<br />
De voorgeschiedenis van God aan fee, het midden<strong>deel</strong> van Wiekslag<br />
om de kim, kent dergelijke problemen niet en Het berg-meer kwam via nog<br />
minder omwegen tot stand. Van de Woestijne ging in de experimentele<br />
fase die voorafging aan de definitieve bundeling steeds doelgerichter,<br />
misschien zelfs trefzekerder te werk. Het vervolg van de ontstaansgeschiedenis<br />
van het drieluik vergt dan ook aanmerkelijk minder ruimte<br />
dan het ge<strong>deel</strong>te dat eindigde bij De modderen man.<br />
Heeft de voorbereiding van God aan fee dus minder voeten in aarde<br />
gehad, er komen wel nieuwe aspecten van Van de Woestijnes compositietechniek<br />
in naar voren. Bij het overzien van de hoofdmomenten in<br />
de zes jaren die lagen tussen de publikatie van De modderen man en God<br />
aan zee, is vooral zijn onzekerheid over de macrostructuur en over<br />
de naamgeving van de afdelingen opvallend. In carnets noteerde Van de<br />
Woestijne verscheidene schema's voor de bundelindeling, en de voorpublikaties<br />
tonen eveneens zijn twijfel over de te kiezen opzet.<br />
Tussen de publikatie van De modderen man en God aan fee verschenen,<br />
afgezien van de epische poëzie in Zon in den rug (i924), nog twee andere<br />
bundels : Substrata in 1924 en Het zatte hart in 1926. De selectie van<br />
de gedichten voor de laatste interfereert een enkele maal met de totstandkoming<br />
van God aan fee. De poëzie in Substrata daarentegen heeft<br />
een geheel eigen karakter, en is onafhankelijk van de poëzie die in God<br />
aan fee gebundeld werd, tot stand gekomen.<br />
6.1 Het gedicht ` God aan zee'<br />
De titel `God aan zee' komt al op z r april 1 9 21 in een carnet voor<br />
(H-5 8, p. 19r). Onder de titel en de datum noteerde Van de Woestijne een<br />
onvoltooid gebleven gedicht, waarvan hier een synoptische weergave<br />
volgt<br />
89 Vergelijk g eli l k Rutten.het 'hetis merkwaardig, g ^ bij 1 onze schrijver l sommige g geestelijke g 1<br />
spanningeng zijn 1 poëzie<br />
eige<strong>nl</strong>ijk ^ laat op P die van zijn proza ppn^<br />
volgen, dit dus op zijn<br />
vooruit is' Pro a p. P 299). z<br />
^<br />
131 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
titel God aan fee<br />
I a Zooals gij drijft op 't heimelijke stroomen<br />
b [ ] streeft [ ]<br />
z van mijne ziele door mijn gistend bloed<br />
1 lg<br />
3 a Zooals g) gij ketst in gensters g door de droomen<br />
benst ren g [ ]<br />
e G i' l<br />
4 a waarin de drift uw flitsend oog gontmoet<br />
b mijn 1 vlees<br />
b<br />
drift<br />
c vleesch<br />
e<br />
Uw<br />
gl Zooals gijj zengt g de lippen P mijner 1 schandee<br />
e G i' J<br />
6 a zooalsji g komt<br />
a mijn ^ verdooving vg komt doorbrandena<br />
e G i' 1<br />
7 a met tinteling te g door o0 oogen g n en e door o handena dn<br />
b aan ingewand g en [ ]<br />
8 a zoo zite op zee, op deinen en op branden<br />
g p ^ p P<br />
b dein zen<br />
e<br />
Ge<br />
9 a zoo lacht in gelucht en de oude zon doorgloeit g<br />
bdoor loe dt g<br />
• en o licht door lucht die van U lachen moet<br />
d luidi'gichlen g l g doet<br />
e<br />
G i' j<br />
[regel wit]<br />
10 Zooals 'k U aan mijn wanhoop heb gemeten,<br />
l p g<br />
I I a zooalsij vadem mijns verlangens zijt :<br />
g l l s g 1<br />
b G[ij]<br />
12 o God, zoo zie 'k U op de zee gezeten<br />
P g<br />
1 3 a en [puntjes]uw klaart door de adem van den tijd<br />
brandt aêm<br />
I haren 0 uiteengereten<br />
4 g<br />
I S<br />
reel wit g]<br />
0 als wervlen van cometen<br />
16 Zij ligge tafel g glad vol zijden schijnen<br />
ONTSTAANSGESCHIEDENIS
17<br />
a en ri'<br />
1ze<br />
a ze o n t ri' z e hoog e<strong>nl</strong>o, hol, en e rlenmoere ^,<br />
g<br />
b [ I<br />
eerlenmoer t ^<br />
p ^<br />
I 8 De e hemel streep] een gordijneg<br />
die van uw stemure [ m<br />
] roert<br />
Rechtsonder op dezelfde pagina staan nog vijf rijmwoorden onder<br />
elkaar : vangst, angst, bangst, wrangst en langst. Op de linkerpagina<br />
(r 8v) een regel die wellicht tijdens het schrijven van de schets is genoteerd<br />
: `Gij wenkt. Uit uwen blik ontwaken mijne blikken'. De datum `zi<br />
April' werd iets lager dan de titel in de rechtermarge geschreven.<br />
In de periode die op het gedicht volgde, groeide de uitdrukking 'God<br />
aan zee' uit tot een betekeniscomplex dat de grondslag vormde voor het<br />
midden<strong>deel</strong> van de trilogie; de bundeltitel en een afdelingstitel werden<br />
erdoor bepaald. Het is niet te zeggen of die status in april 1 921 al door<br />
Van de Woestijne was bedoeld. Het meest waarschij<strong>nl</strong>ijk lijkt mij dat in<br />
het gedicht een motief aan de orde is waarvan Van de Woestijne zich<br />
allengs de draagwijdte en de dieperliggende implicaties ging realiseren.<br />
Om die reden is het riskant in het gedicht 'God aan zee' de kernidee<br />
van de latere bundel te willen lezen, nog daargelaten dat het gedicht niet<br />
eens voltooid is. Dat laat onverlet dat het zoeken naar contact met God<br />
en de kosmische ervaring van Gods aanwezigheid aan zee, zoals uitgedrukt<br />
in het gedicht, onmiskenbaar voorlopers zijn van hoofdmotieven<br />
in de bundel.<br />
6.i Groepstitels voor God aan zee in schema's en voorpublikatie.r<br />
Van de Woestijne was een nieuwe fase in zijn dichterschap ingegaan. In<br />
formeel opzicht ging hij zich meer vrijheden veroorloven : de strofevorm<br />
en regellengte werden onregelmatiger. 9° Zijn taal- en beeldgebruik werd<br />
symbolischer en daardoor abstracter; en de kernthematiek heeft zich verplaatst<br />
: in God aan fee verstaat de dichter zich met de (nog onbereikbare)<br />
goddelijke instantie. De voorstellingswereld in Het gelaat des dichters / De<br />
modderen man werd bepaald door het menselijke en psychische conflict in<br />
het leven van de dichter. De Moréas-cyclus bevatte echter al noties die<br />
in een spirituele richting wezen. In God aan fee wordt definitief de weg<br />
ingeslagen van verinnerlijking en het streven naar het kennen van God,<br />
zelfs naar het achterhalen van een mathematische `wetmatigheid' van het<br />
90 Dat Van de Woestijnes opvattingen en gebruik van vers- en strofevorm drastisch aan<br />
het veranderen waren, blijkt<br />
ook uit de bundel Substrata Senkele<br />
uit 1924,die 1 reeksen van<br />
korte ` P oëziekernen ' bevat; ti^1<br />
ze ontstonden al in 1 9 2.1.Van de Woestijne schreef boven-<br />
dien in 1 9 27een kort opstel P ter ere van Paul Valéry,'Approximations', y^ pP dat ^ inzicht geeft g<br />
in zijn eigen g toenadering g tot de ` p oésie p pure'. Zie hierover Musschoot, ^ `Poésie P ure:<br />
een confrontatie Karel ae van a de Woestijne ^e Paulva –Pul van Ostaijen.'<br />
^<br />
133 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
04441‘Sot 7,91.<br />
fle1444wAse1044.45.4.0%..Aelitie4<br />
its ei ekdo<br />
W.A., 1444,, es-<br />
Oudste overgeleverde plan voor de opzet van God aan ee<br />
g p<br />
p<br />
^ in het carnet van 1922-1926 H 60<br />
p. 77r)<br />
1 34 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
goddelijke. (`Het Getal van God' zoals Van de Woestijne het noemde in<br />
zijn carnet van 192 3 .) 91<br />
Van alle vroege voornemens omtrent de uiterlijke structuur van de<br />
tweede bundel in Het licht der kimmen (in r 9 r r - r 9 z 3 ) 9 Z is in God aan fee<br />
niets gerealiseerd. Aan de groepstitels bij voorpublikaties en aan enkele<br />
schema's in de carnets is te zien hoe Van de Woestijne zocht naar de<br />
geschikte bouw. Eind 1922 noteerde hij (H-6o, p. 77r):<br />
God aan fee<br />
I De onrustige veiligheid<br />
II Verzoeking van God<br />
III God aan zee.<br />
Later –hoeveel is niet duidelijk –voegde hij tussenren II een nieuwe<br />
afdeling in, `De schurftige danser', en tussen II en iii `Geheim van den<br />
Honig', zodat de nieuwe indeling werd<br />
God aan zee<br />
I De onrustige veiligheid<br />
II De schurftige danser<br />
III Verzoeking van God<br />
Iv Geheim van den Honig<br />
v God aan zee.<br />
In januari i92 3 werden afzonderlijk als r en ii `De Schurftige Danser' en<br />
`Geboorte van den Honig' in een nieuw carnet genoteerd (H-6 3 , p. 6r).<br />
Van de Woestijne heeft dus een herschikking overwogen maar niet volledig<br />
uitgevoerd. Anderzijds is het merkwaardig dat deze twee afdelingstitels<br />
juist overeenstemmen met die welke hij invoegde in het plan voor de<br />
bundel. Dit kan erop wijzen dat het plan is aangevuld nadat de twee titels<br />
afzonderlijk waren genoteerd.93<br />
Een laatste schema, vermoedelijk laat in 1923 tot stand gekomen<br />
(H-6 3 , p. 68r), bevat nog enkele varianten. De eerste versie was als volgt<br />
(de parenthesen zijn van Van de Woestijne)<br />
God aan Zee.<br />
I. De angstige veiligheid. g<br />
2. De mo gelikheden j (?)<br />
3• Verzoeking g van God.<br />
4• Geheim van den Honig g (honig g te zuigen g uit de giftigste g g bloemen)<br />
S• God aan zee<br />
9' H-63, p. 6 v.<br />
3^ p 7<br />
92 Zie hoofdstuk 2.<br />
93 Hoewel Van eoestijne We 1zijnzij<br />
regelmatigzijnpoëzieschetsen otit es in i n n carnets<br />
n i z"<br />
a k voor n een r n groot gg r aantal n andere de ontstaansdatum sec 1 h ts geschat h wordenr<br />
op grond van gedateerde g fragmenten g in hun omgeving. aa M het r h kwam k m ook<br />
voor dat<br />
Van de Woestijne g geruime tijd later nog gggebruik maakte van eerder opengelaten ruimte.<br />
.<br />
maakt een aantal dateringen g onzeker.<br />
Ijf ONTSTAANSGESCHIEDENIS
136 ONTSTAANSGESCHIEDENIS<br />
Plan voor de opzet van God aan %ee in het carnet van 1923 (H-63, p. 68r).
Van de Woestijne bracht hierin direct enkele wijzigingen aan. Boven<br />
`angstige' in de eerste afdeling schreef hij als alternatief `gloeiende', en<br />
de tweede, getuige het vraagteken al direct onzekere titel `De mogelijkheden'<br />
werd vervangen door `De schurftige danser'.<br />
Via slechts enkele tussenstappen wist Van de Woestijne de eindversie<br />
van zijn bundelcompositie te bereiken. Die luidt immers<br />
God aan fee<br />
`Doop van den bedelaar'<br />
I De heete asch<br />
II De schurftige danser r<br />
3<br />
III Verzoeking van God<br />
Iv Geboorte van den honig<br />
v God aan zee<br />
`Uitvaart van den bedelaar'<br />
2<br />
Van de Woestijne heeft in deze ontwerpen over de titel van de bundel<br />
niet getwijfeld. (Zo schreef hij op 5 april 1924 aan Firmin van Hecke zelfs<br />
met zijn bekende voortvarendheid : `Ik heb [...] een boek verzen bijeen,<br />
een broer van den "Modderen Man", die "God aan zee" heet.' 94) Twee<br />
andere constanten zijn de overal voorkomende slotafdeling `God aan<br />
zee' en de steeds in het midden geplaatste afdeling `Verzoeking van<br />
God'. Hieruit kan echter niet besloten worden dat Van de Woestijne<br />
vanaf eind 1 923 de macrostructuur voor zijn nieuwe bundel had vastgelegd.<br />
In de voorpublikaties van God aan fee gebruikte Van de Woestijne<br />
al enkele titels die overeenstemmen met de schema's of daar lichte varianten<br />
van zijn: `Verzoeking van God', `Geheim van den honig' en `De<br />
zieke danser' (respectievelijk /i 9/, /z6/ en /2 7/). Maar hoe doelgericht hij<br />
ook te werk lijkt te zijn gegaan, er is een tweede stramien dat hij lange<br />
tijd als alternatief heeft gekoesterd. Een blik op de voorpublikaties leert<br />
dat een aanzie<strong>nl</strong>ijk <strong>deel</strong> der gedichten verscheen onder de groepstitels<br />
`Tenebrae', `In voto', `Ultima', `Optima' en `Supplementa' (respectievelijk<br />
/ZO/, /zi/, /2 3/ en /26/, /2 5/ en /26/). In de carnets is van plannen<br />
voor een op zulke titels gebaseerde bouw van de bundel – die wellicht<br />
ook een andere titel gehad zou hebben – niets terug te vinden, althans<br />
niet in de vorm van schema's die vergelijkbaar zijn met die voor God aan<br />
fee. De enige sporen in de carnets zijn vermeldingen van dergelijke titels<br />
boven voltooide versies van de gedichten, om aan te geven bij welke<br />
94 nMVC : w 803/s (fotokopie).<br />
137 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
groep het betreffende gedicht moest worden voorgepubliceerd.9 5 De<br />
chronologie biedt hier evenmin steun : er is niet een moment waarop Van<br />
de Woestijne het ene stramien verliet voor het andere. Ze zijn afwisselend<br />
in de voorpublikaties gebruikt, eenmaal zelfs naast elkaar : in het<br />
tijdschrift Orpheus van februari r 924 /26/ wordt een reeks `Uit : "Supplementa"'<br />
direct gevolgd door twee gedichten 'LEI: "Geheim van den<br />
honig"'. 9 6 Na deze publikatie komen de Latijnse titels weliswaar niet<br />
meer voor, maar dan is ook het grootste ge<strong>deel</strong>te van de gedichten die<br />
in God aan fee werden opgenomen al gepubliceerd, en komt van de<br />
andere opzet alleen `De zieke danser' nog in de tijdschriften (/z8/); verzen<br />
die op dat moment nog niet zijn verschenen, volgen later onder titels<br />
die `incidenteel' zijn en los staan van de titels waar het nu om gaat. En<br />
tot slot, de Latijnse titels overheersen in de voorpublikaties van mei 192<br />
tot augustus i92 3, maar het is midden in die periode dat de meeste van<br />
de hierboven weergegeven schema's in de carnets werden genoteerd.<br />
Bij ontstentenis van een overgeleverd plan is geen zinnig woord te<br />
zeggen over een eventueel beoogde ordening van de Latijnse afdelingen.<br />
Strikt genomen is het zelfs voorbarig van ordening en afdelingen te<br />
spreken waar een bindend element (bijvoorbeeld een overkoepelende<br />
titel) onbekend is. 9 7 De abstracte begrippen en het door de keuze van<br />
het Latijn versterkte sacrale karakter wijzen op een mystieke tocht naar<br />
hogere regionen van de geest. 98 Het is verleidelijk `In vota', dat ik ver-<br />
95 In het Variantenapparaat Pp zijn notities die betrekking hebben op de plaatsing p g van<br />
a afzonderlijke } g gedichten e in een g groep uiteraard vermeld. Ook bij } een gedicht g uit het<br />
Appendixo komt een dergelijke gl e toevoegingv n de or. e Boven evoor.'Gij<br />
een versie van `Gij die ik<br />
ee lz aa m in mijneeeuwigheid' A26 in h e t carnet t van 1 ZI-1 ^ 22(H-6o, ^ . 37r),<br />
g gedateerd `i6 Juli' 0 9 22), schreef Van de Woestijne: 1 `Eerste ggedicht voor de<br />
Optima'. Bij publikatie in Elsevier's geillustreerd ^ maandschrift in au g ustus 93 1 2 Sgg 2 ging<br />
hetedicht g inderdaad voorop. P<br />
9 6 c Su lementa > in Orpheus is de enige Latijnse titel die buiten Elsevier ><br />
pp g 1 's geillustreerd ^<br />
maandschri t gepubliceerde werd.<br />
97 De Latijnse titels kunnen e o ontleend e zijn aan a e een bestaande vormentaal, zoals dat het<br />
g geval was bij } de afdelingen g van De heilige ^ mis en De acht zaligheden, ^ ^ ^ maar ik heb een<br />
dergelijkvoorbeeld niet gevonden. g<br />
9g<br />
Mystieke Y e be e begrippen i g n p p zijn e 1 vaak, > uit de aard d der zaak, > meer s suggestief e en intuïtief dan<br />
helder en n concreet. Bij i 1 Van de Woestijne W 1 e valt t die eigenschap g van de mystieke Y ter-<br />
m i no l i o samen g e e met et een aspect van de s symbolistische Y ppoetica, , op grond waarvan het<br />
`'' 'object'<br />
1 inpgenoemd<br />
poëzie<br />
e hier (dat bovendien e bove vanmetafysische e ans aard i niet wordt<br />
aa rgesuggereerd.r (Naar h e t bekendek e woord r vann Sté hane M allarmé : `Nommer un<br />
objet,ests ' supprimer qe r les estos trois quarts a de la a } ouis sa n ce du poëme eui qui est faite de deviner<br />
eua ' e u. • le suggérer, ^g erer , voila o a ' le reve. ^ ' ^uvres complètes, lete , p. 86 ^. Beide e eversluierende<br />
eigenschappen van Van de Woestijnes 1 es P poëzie oe e kunnende toegankelijkheid g e l voor de lezere<br />
verminderen, > maar daar wilde de dichter zich, > in de beste symbolistische Y traditie, ^niet<br />
om bekommeren : zie het slot van de eerdereciteerde g brief aan Van Hecke in . 5i .<br />
Ijó ONTSTAANSGESCHIEDENIS
taal als `bede' of `opdracht' voorop te plaatsen, gevolgd door de afdeling<br />
`Tenebrae' (duisternis, verborgenheid), en van daaruit de hogere<br />
regionen van de geest te zoeken in `Optima' (voortreffelijkheden, het<br />
beste) en `Ultima' (uitersten). Maar aangezien in de mystiek de uitersten<br />
niet zelden met elkaar samenvallen (duisternis en licht, leeg-zijn en<br />
vol-zijn), zijn – zeker bij Van de Woestijne –evengoed andere oplossingen<br />
denkbaar. 99 De plaatsing van de `Supplementa' in deze reeks<br />
lijkt in elk geval onzeker. Daarnaast kan Van de Woestijne met verschillende<br />
bundels bezig zijn geweest, en zelfs is niet uit te sluiten<br />
dat hij de Latijnse titels met de andere wilde combineren, al acht<br />
ik die kans gering. Gezien Van de Woestijnes werkwijze – het gebruiken<br />
van voorpublikaties als proefnemingen – moet er rekening mee<br />
gehouden worden dat ook hijzelf nog niet verder gekomen was dan<br />
een onvoldragen voornemen.<br />
6.3 De poëtische ordening in de voorstadia van God aan zee<br />
Behalve de al genoemde groepstitels zijn er slechts weinig andere<br />
geweest waaronder poëzie verscheen die in God aan fee werd opgenomen.<br />
In De Vlaamsche gids van april i923 verschenen twee `Liederen<br />
der bestendiging' /22/; een groep van zes gedichten met het neutrale<br />
opschrift `Verzen' werd een jaar later geplaatst in de maartaflevering<br />
van Dietsche warande e7 Belfort /271; verder bevatte De gids van december<br />
1925 /z9/ vier verzen `Uit het Gedicht', voorafgegaan door twee<br />
delen `Tot i<strong>nl</strong>eiding van het Gedicht', die later te zamen `Het menschelijk<br />
brood' werden; en twee `Gedichten' verschenen nog in Dietsche<br />
warande &' Belfort van januari i 9 26 /30/.<br />
In grote lijnen heeft Van de Woestijne zich dus laten leiden door<br />
twee titelreeksen. Dat geeft blijk van aarzeling, maar een nog grotere<br />
onzekerheid is af te lezen aan de verdeling van de gedichten over de<br />
afdelingen in God aan fee wanneer die vergeleken wordt met hun eerdere<br />
samenvoeging in voorpublikaties. Met andere woorden : van de<br />
ordening van de gedichten in de tijdschriften is betrekkelijk weinig<br />
bewaard gebleven bij bundeling, nog geheel afgezien van de titels.<br />
Slechts enkele malen werden uit de afdelingen in God aan fee meer dan<br />
twee gedichten in éen groep voorgepubliceerd. Het schema in § 6.4<br />
biedt een overzicht van de verspreiding van de gedichten in God aan<br />
zee over de voorpublikaties. Alle clusters en verschuivingen hier bespreken<br />
is niet mogelijk. Ik beperk me tot enkele momenten uit de<br />
ontstaansgeschiedenis van de bundel die ik als exemplarisch voor de<br />
werkwijze van Van de Woestijne in deze periode beschouw. In een<br />
99<br />
Vergelijk g l de indeling e g van Hett gelaat ^ des dichters in 3 . i.2 ^ waar a de eve ` L n- s zan gen<br />
'<br />
na a de `St e r v en s -z an engeplaatst g ' wae. r n<br />
I 39 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
afzonderlijke paragraaf (§ 6.5) zal ik die werkwijze resumeren en afzetten<br />
tegen de bevindingen uit het vorige hoofdstuk; er worden nieuwe<br />
tendenties zichtbaar maar daarnaast blijven enkele oude, die tijdens de<br />
voorgeschiedenis van Het gelaat des dichters / De modderen man aan het<br />
licht kwamen, van kracht. Hieronder komen aan de orde:<br />
I. De wijze waarop de openingsafdeling van God aan fee , `De heete<br />
asch', uit zes verschillende voorpublikaties werd samengesteld.<br />
2. De verhouding tussen de afdeling `De schurftige danser' en de<br />
groep `De zieke danser' die in het najaar van 1924 verscheen in het<br />
Derde winterboek van de Wereldbibliotheek /28/.<br />
3. De totstandkoming van de afdeling `Verzoeking van God'.<br />
4. Het gedicht `Gij zijt een bloem, – en 'k ben alléen met u' {Gz38]<br />
dat werd voorgepubliceerd in een context die sterk afweek van de slotafdeling<br />
van God aan fee waarin het werd gebundeld.<br />
5. De relatie tussen het preludium respectievelijk het postludium en de<br />
overige lyriek in God aan fee.<br />
6. De plannen voor een bloemlezing uit de gedichten voor God aan zee<br />
met als titel Blikken.<br />
6.3.1 De afdeling ` De heete asch'<br />
De gedichten die Van de Woestijne bijeenvoegde in de openingsafdeling<br />
van God aan zee werden op zeer uitee<strong>nl</strong>opende data geschreven:<br />
van 1917 tot december 1925. Het aantal voorpublikaties waaruit geput<br />
werd, was dientengevolge betrekkelijk groot: de tien gedichten werden<br />
uit zes groepen samengelezen. Er is geen sprake van een kern die<br />
in een later stadium werd aangevuld en eventueel gewijzigd : `De heete<br />
asch' is een afdeling die gestalte kreeg door de bestanddelen aan een<br />
heterogene voorraad te onttrekken.<br />
Drie gedichten zijn afkomstig uit de vijfdelige groep "I'enebrae' die<br />
verscheen in Elcevier's geillustreerd maandschrift van mei 1 922 /20/. Alle<br />
vijf gedichten werden op 4 februari 1 922 voltooid, hoewel enkele al<br />
eerder bewerkt waren. Boven de gedichten schreef Van de Woestijne<br />
al in het carnet `Tenebrae', dus hij had al voor het schrijven c.q. voltooien<br />
zijn gedachten over de groep bepaald. De duisternis waar de<br />
titel op doelt, moet overdrachtelijk worden opgevat: de dichter<br />
bevindt zich geestelijk, zoekend naar God, in een onzekere fase, ver<br />
verwijderd van het goddelijke licht. De groepstitel is niet zozeer<br />
bedoeld als verwijzing naar een centraal thema, maar als typering<br />
van de geestesgesteldheid waarmee de gedichten geschreven werden.<br />
Ze delen dan ook het besef van de dichter dat hij in een negatieve<br />
fase is.<br />
De volgorde van de gedichten is in het carnet en in het tijdschrift<br />
140 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
gelijk. I°° Toch zijn alle bindende factoren niet genoeg geweest om een<br />
ge<strong>deel</strong>telijke ontmanteling van `Tenebrae' tegen te houden. Het laatste<br />
gedicht, `Gij die geen Vader wezen zult' [Az21, verviel definitief; het<br />
middenstuk, `Eens groeit een boom uit mij' [Gz24] werd in de afdeling<br />
`Verzoeking van God' ingelijfd. De overblijvende gedichten zijn<br />
"k Heb mijne nachten meer doorbeden dan doorweend' [GZZ], `Gelijk<br />
een hond die drentlend draalt en druilt' [Gz4] en `Ik heb mijn zuiver<br />
huis gevuld' [Gz7]. Ze verschillen van vorm en karakter maar worden<br />
gelijkelijk gedragen door het besef van de morele leemte bij de dichter.<br />
Het besef van een metafysische aanwezigheid is verwoord in een van<br />
de gedichten die Van de Woestijne voor `De heete asch' ontleende aan<br />
de groep `Uit het Gedicht', verschenen in De gids van december 1925<br />
/29/. Het is `o Blik vol dood en sterren' [Gz I i], dat slotgedicht van de<br />
afdeling werd. Het bevat de bede dat de verlorenheid en eenzaamheid<br />
die de dichter ervaart in elk geval onder Gods hoede vallen : `Laat ons,<br />
mijn God, den schijn / dat we uwe wezen zijn' (r. z z-z 2). Het eerste<br />
gedicht van de Gids-publikatie verraadt eenzelfde metafysische zekerheid,<br />
maar het werd in God aan fee in de slotafdeling geplaatst. De<br />
andere twee gedichten daarentegen kwamen weer wel in `De heete<br />
asch' terecht. `Diep aan uw hart, diep in uw haar te zullen slapen'<br />
[Gz9] en `Ik droom uw droom; gij droomt mijn droom' [Gz8] zijn<br />
duidelijk verwante verzen, waarin de dichter zich afwendt van zijn<br />
geliefde omdat hij slechts zoekt naar het Absolute.<br />
Het blijkt dat Van de Woestijne in `De heete asch' gedichten samenbracht<br />
die uiting geven aan de bezinning op het psychische en religieuze<br />
moment waar de dichter in zijn ontwikkeling was aanbeland.<br />
Hij laat na alle lijden en ontnuchtering het leven achter zich en is in<br />
de beginfase van de oriëntering op een metafysische werkelijheid. De<br />
genoemde gedichten werden aangevuld met andere die uit verspreide<br />
voorpublikaties waren genomen. I ° I In `De heete asch' bevinden zich<br />
de resten van het vuur van zijn leven, <strong>deel</strong>s bestaande uit gedichten<br />
waarin de dichter zijn onmacht bekent om tussen zijn naasten te leven<br />
(de gedichten [Gz7] tot en met [GzIo]), en <strong>deel</strong>s uit gedichten die verwoorden<br />
dat hij gereed is om `leeg' te worden opdat hij de mystieke<br />
reis kan aanvaarden ([Gz 3 ] tot en met [GZ6]).<br />
In het openingsgedicht van `De heete asch' wordt dit al verwoord.<br />
De dichter zegt dat het leven hem heeft teleurgesteld (`de bitterheid<br />
ligt om mijn mond versteend', r. 4) en dat hij, met angst en beven, op<br />
zoek gaat naar God : "k vrees mijn tand waar hij de Lippe Gods zal bij-<br />
l<br />
10°D De versie van `Gij, geen g Vader V r zen wezen zult' A22 waarboven Van de Woestine<br />
tijne `Tenebrae' schreef, staat in het carnet H-6o op p. i zr; ^ zie voor de vindplaatsen P<br />
van de overige o Tenebrae-gedichten<br />
g e T netirae- edichten g in het carnet het Variantenapparaat.<br />
I°i Zie e hiervoor het schema in 6. 4.<br />
141 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
ten' (r. r r). Een opvallende toespreking in r. 4-5 : `o Gij, die morgen<br />
om mijn laatste bed gebogen, / u voor het raadsel van dees ziele hebt<br />
vereênd', mag beschouwd worden als (mede) tot de lezer gericht. Van<br />
de Woestijne schreef het vermoedelijk dan ook met opzet als openingsgedicht,<br />
in eerste instantie voor `Tenebrae' waar het al als ontwerp<br />
in het carnet vooraan stond. In het slotgedicht, `o Blik vol dood<br />
en sterren' [GzI i] stelt de dichter zich geheel open voor God, waarmee<br />
ook hier (evenals bij `Schaduw in den schaduw zijn', slotgedicht<br />
van de tweede afdeling) de brug naar de volgende afdeling geslagen is,<br />
ook al is `o Blik vol dood en sterren', genomen uit `Uit het Gedicht'<br />
/2 9/, op zichzelf niet een typisch slotgedicht. Van de Woestijne heeft<br />
dus uit de verspreide verzenreservoirs die over een lange tijd waren<br />
gevormd, een aantal gedichten gekozen die de mogelijkheid boden binnen<br />
de betekenisdragende structuur van God aan fee een samenhangende<br />
afdeling te vormen.<br />
6.3.2 `De zieke danser ' – `De schurftige danser'<br />
In het najaar van 1924 verscheen het Derde winterboek van de Wereldbibliotheek.<br />
Het bevatte van Van de Woestijne een reeks van negen<br />
gedichten met de titel `De zieke danser' /z8/. '° In de correspondentie<br />
met N. van Suchtelen over deze publikatie, duidde Van de Woestijne<br />
de reeks aan met `het gedicht'. I ° 3 Hij gebruikte die term wel vaker<br />
wanneer hij op meerdere gedichten doelde, onder meer – en toen<br />
publiekelijk – toen hij in december 1925 de verzen `Tot i<strong>nl</strong>eiding van<br />
het Gedicht' en `Uit het Gedicht' in De gids publiceerde. Ofschoon<br />
deze noemers weinig specifiek zijn, geven ze aan dat Van de Woestijne<br />
op dat moment een eerste geleding al had bepaald.'°4<br />
De titel van de groep verscheen voor het eerst bij de herziening van<br />
de bundelindeling die Van de Woestijne eind 1 922 maakte, maar toen<br />
als `De schurftige danser'. In de latere opzet van eind 1923 werd<br />
dezelfde titel in tweede instantie als tweede afdeling ingevoegd ter vervanging<br />
van `De mogelijkheden'.<br />
Van de Woestijne overwoog dus reeds in een vroeg stadium een<br />
afdeling met een dergelijke titel op te nemen. In de serie voorpublikaties<br />
die aan de definitieve samenstelling van God aan fee voorafging,<br />
was `De zieke danser' evenwel een der laatste. En er was tot dat<br />
moment geen groep geweest die, in vergelijking met de samenstelling<br />
van de gelijkgenaamde afdeling in de bundel, zo direct tot stand<br />
IO2<br />
De z e voo r P u b lik at i e wo r dt doo r M'n i de r aa in de aa n tekenin g en in het Ver ^ameld<br />
werk niet genoemd.<br />
iO3<br />
Zie de toelichtingb bij l deze groepin g e p de Lijst l van voorpublikaties.<br />
P<br />
'°4<br />
Zie hiervoor en voor de status van `Tot i<strong>nl</strong>eiding g van het Gedicht' later `Het<br />
^<br />
menschelijk 1 brood', ^ 4.1.6.<br />
I42 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
kwam. De conclusie dat Van de Woestijne eind 1 9 24 definitief zijn weg<br />
had uitgestippeld, lijkt dan ook aantrekkelijk; maar blijkens de opzet<br />
van de zojuist genoemde Gids-publikatie van een jaar later moet bij die<br />
gevolgtrekking op zijn minst een voorbehoud gemaakt worden.<br />
`De zieke danser' is in het Derde winterboek van de Wereldbibliotheek<br />
ver<strong>deel</strong>d in twee reeksen van respectievelijk vijf en vier gedichten.<br />
Voor zover de gedichten bij bundeling in `De schurftige danser'<br />
gehandhaafd bleven, behielden ze dezelfde volgorde; de twee reeksen<br />
waarin de tijdschriftpublikatie was ver<strong>deel</strong>d, werden onderafdelingen<br />
in God aan fee; ze werden bovendien aangevuld met een derde onderafdeling,<br />
bestaande uit éen gedicht, `Schaduw in den schaduw zijn'<br />
[Gz 2 I], dat eerder verschenen was in de groep `Supplementa' in Orpheus<br />
van februari 1924 /26/.<br />
De eerste onderafdeling van `De schurftige danser' wijkt in twee<br />
opzichten af van de eerste reeks in het tijdschrift. Het laatste gedicht<br />
van die reeks, `Harde modder, guur krystal' [Gz 5 ], liet Van de Woestijne<br />
bij bundeling niet in `De schurftige danser' staan; hij verplaatste<br />
het naar de eerste afdeling in God aan fee. Tussen de resterende vier<br />
gedichten voegde hij na het eerste gedicht `Over de zee hangt matelijk<br />
te tampen' [Gz I 3 ] in, een van de `Verzen' uit Dietsche warande e7 Belfort<br />
van maart 1 9 24 /27/.<br />
Zo bestond het eerste <strong>deel</strong> van de afdeling in God aan fee opnieuw<br />
uit vijf gedichten. De eerste drie gedichten zijn expliciet aan zee<br />
gesitueerd. Het tweede, tussengevoegde vers is een zacht stemmingsgedicht,<br />
het eerste en derde zijn meer beschouwelijk over eigen leven. Er<br />
is een thematisch verband tussen de drie verzen : de dichter is naar zee<br />
gekomen voor een nieuwe plaatsbepaling in zijn leven. In de twee<br />
gedichten die deze onderafdeling afsluiten blijkt de dichter echter sceptisch<br />
over het bereiken van het gewenste inzicht en hij toont zelfs<br />
enige moedeloosheid in de slotregels van "k Heb noodbos door den<br />
boóm geboord' [GzI6]. Van de zee verwacht hij enig heil, maar in de<br />
slotstrofe van het openingsgedicht `Ik kom alleen, bij nacht, in deze<br />
zee-stad aan' [Gz I 2] is de scepsis al voorbereid : `ik ken alreê mijn eenzaamheid'<br />
(r. r7).<br />
De tweede reeks bestaat uit vier gedichten waarin iemand wordt toegesproken.<br />
De gedichten zijn in God aan fee alle voorzien van aanhalingstekens<br />
: de dichter wordt daar toegesproken door een niet nader<br />
geïdentificeerde persoon of instantie die hem als vermaning wijst op<br />
enkele levenswetten. De toespreking is de stem van een soort kosmisch<br />
al-geweten. De tendens is : pas als men het lijden in zijn leven aanvaardt<br />
– en het is een illusie te menen dat het nut zou hebben zich te<br />
verzetten – zal het leven een hogere zin kunnen krijgen. Gezien het<br />
aan de bundel ten grondslag liggende streven om in contact te komen<br />
met God, betekent de vermaning dat de dichter eerst diepe ellende<br />
nederig moet aanvaarden voor hij God kan vinden. Hieraan ligt Van<br />
143 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
de Woestijnes opvatting van het lijden als een genade ten grondslag.<br />
Ter illustratie : op 1 7 maart 1924, in de periode waarin hij de gedichten<br />
voor de groep in zijn carnet bewerkte, noteerde hij de volgende persoo<strong>nl</strong>ijke<br />
overweging (carnet H-67, p. z 3r)<br />
Het aanhoudende lichamelijke lijden zonder verwijl bewijst voor mij, aan mij, dat ik<br />
het vagevuur kan loochenen. Dat lijden kan alleen beteekenen de verdoemenis van<br />
God, of de genade van God, bij voorbaat uitgedrukt. Intusschen ben ik zeer gerust:<br />
ik ben immers vol liefde.<br />
In het Derde winterboek van de Wereldbibliotheek zijn alleen de eerste twee<br />
van de gedichten in de tweede <strong>deel</strong>groep tussen aanhalingstekens<br />
geplaatst. Er is geen kopij van deze gedichten overgeleverd, zodat<br />
onzeker is of het ontbreken van de aanhalingstekens bij de andere twee<br />
gedichten door Van de Woestijne bedoeld was, dan wel of het een zetfout<br />
was. In de carnets, waar de gedichten ongeveer te zelfder tijd<br />
bewerkt werden, komen de aanhalingstekens in het geheel niet voor-<br />
,dus ook niet bij de gedichten die in de voorpublikaties wel als aanhalingen<br />
gelezen konden worden. Hoe dit zij, de niet in directe rede<br />
geplaatste gedichten kennen hetzelfde perspectief als de andere : de<br />
dichter wordt toegesproken.<br />
In God aan fee vormt `Schaduw in den schaduw zijn' [GZ2i] een<br />
afzonderlijke onderafdeling, die een resumé in zich sluit van de kernproblematiek<br />
tot dan toe. De dichter wil nietig en onzichtbaar worden,<br />
oplossen en verstillen. Maar hij wordt nog altijd geteisterd door oude<br />
kwellingen en verlangens die dat verhinderen. De slotregels zijn : `Gij,<br />
mijn God, klets uit de rots / vonken.' I ° 5 Deze bede is een opmaat voor<br />
de in de volgende afdeling, `Verzoeking van God', dwingender verwoorde<br />
wens om een teken van God te krijgen.<br />
De titel van de groep `De zieke danser' is op het eerste gezicht niet<br />
duidelijk. Hij roept vrij concreet de voorstelling op van een dansende<br />
figuur, die in de gedichten op enkele plaatsen te vinden is. In het<br />
vierde gedicht, `o 'k Weet dat ik, onttogen aan 't orkaan' [GzI S], danst<br />
de dichter `zonder reden, dan omdat ik was' (r. i2) en weet hij dat hij<br />
schoonheid schept. De danser kan opgevat worden als metafoor voor<br />
de kunstenaar, de dichter. Zijn (huid)ziekte krijgt reliëf in `Gij zijt de<br />
hond niet aan de deur van uw geluk' [Gz 1 7]. In de slotstrofe wordt de<br />
dichter gezegd dat zijn dans goddelijk zal zijn als God zelf hem daartoe<br />
heeft aangezet. Deze volmaakte, goddelijke dans contrasteert met de<br />
onzuivere bewegingen van de danser zolang hij God nog niet heeft<br />
aanvaard. Dit laatste is namelijk nog niet gebeurd: `Gij weigert, daar<br />
gij vraagt' (r. 9).<br />
105 De regels g zijn bij bundeling g g gewijzigd l g in het wat dramatischer: 'Gij, `Gij o God > klets<br />
uit de rots eindli' 1 k vonken.'<br />
1 4 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Tussen de kladfragmenten van de gepubliceerde gedichten in het<br />
carnet van 1924 (H-67, p. z 3 r) komen nog onvoltooide en verworpen<br />
regels voor, die iets letterlijker over de danser gaan. Op 1 7 maart<br />
schreef Van de Woestijne de later doorgehaalde regels : `Danser die<br />
van volle kuiten / zilvren schurftigheden draait'. Lager op de pagina<br />
`Neen, gij staat in 't zilvren kolder / [open ruimte] van uw schurft.'<br />
Zoals hij dat met de bundel of de afdeling `God aan zee' ook van<br />
plan lijkt te zijn geweest, heeft Van de Woestijne op zeker moment de<br />
titel van de groep door een of meer gedichten nader willen `becommentariëren',<br />
maar dit bleef achterwege doordat de gedichten niet<br />
afgerond werden. Met de titel van de afdeling bedoelt Van de Woestijne<br />
dus de kunstenaar zelf, wiens bewegingen (lees : gedichten) nog<br />
onvolmaakt en gebrekkig zijn, omdat hij God nog altijd niet heeft<br />
gevonden.<br />
6.3.3 `Verdoeking van God'<br />
De gedichten die onder deze noemer werden voorgepubliceerd waren<br />
de eerste na het verschijnen van De modderen man. Ze dateren alle uit<br />
de periode direct voorafgaand aan inzending voor Elcevier's geillustreerd<br />
maandschrift op 16 februari 1 9 2.1. Boven de gedichten is telkens een<br />
motto geplaatst, wat bij Van de Woestijne betrekkelijk weinig voorkomt.<br />
Bij bundeling heeft hij de motto's echter laten vervallen.'°6<br />
Van de Woestijne moet de titel `Verzoeking van God' hebben<br />
bedacht ruim een half jaar tot een jaar voor die in het eerste schema<br />
opgenomen werd (eind 1922), en de titel behoort dus tot de vroegste<br />
ioó<br />
Zie voor de motto's<br />
,<br />
de Lijst 1<br />
van voorpublikaties of het variantenapparaat van<br />
GZ2 3 GZ2 5 , G z 2 g en Gzz 9en , de leestekst van AzI in i het Appendix. Zonder<br />
die er op Van de Woestijnes l n motto g eb rik u kunnen te eingaan, g wijs ^ ik hier op enkele<br />
In debu bundels hebben 1 zijn zelden verzenmotto's, m m r voordat maarg ze ge bun-<br />
deld werden soms wel. Bij 1 het schrijven van een aantal g gedichten uit Weeksla g om de<br />
motto's overwogen maar niet geplaatst (bijvoorbeeld<br />
kim heeft Van de Woestijne g gp 1<br />
z z zie het Variantena araat boven andere plaatste hij ze wel in<br />
cz^ en G 3, e pp p hij<br />
tijdschriften 11<br />
maar vervielene ze bijbundeling. b De motto's ondersteunen steeds het<br />
gedicht, 1ze vormen n bijvoorbeeld niet een afzetpunt. p Kennelijk wenste hij uiteindelijk<br />
echter een direct tekst op devang het gedicht geconcentreerde g<br />
aandacht, en oor<strong>deel</strong>de<br />
hij 1 dat voldoende effectief.e (Een uitzondering g vormen de klassieke motto's bij 1 een<br />
aantal g gedichten h uit t de onderafdeling r g 'Het lied led van Phaoon' in de `Poemata' die in<br />
De uld en schaduw d w werden opgenomen.) g mm^ o e. Voor de d beidehoofdafdelingen van Het gelaat<br />
des dichters waren motto's voorzien en De modderen mmman ^ kreeg<br />
er g een dat voor de<br />
gehele bundel 1 gold. g 1 . In dit `constructieve' gebruik g van motto's, die meestal citaten uit<br />
de bijbel, 1 > andere r geestelijke 1 teksten s of klassieken zijn, 1 sluit Van de Woestijne aan bij1<br />
een r ^e eeuwse traditie,z oas 1 ook Guido Gezelle dat deed (zie De Vos, ,<br />
` 'De motto'sm in Tijdkrans: een analyse', daar ook literatuur).<br />
145 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
fase van voorbereidingen van God aan zee. I °7 In de ontwerpen is `Verzoeking<br />
van God' onveranderd de middenafdeling geweest. In het hart<br />
van de bundel wordt God dus door een sterveling op de proef gesteld,<br />
uitgedaagd, of zelfs getart. Hoe Van de Woestijne zich deze gewaagde<br />
onderneming voorstelde, blijkt uit de gedichten in Elrevier'.c. In het<br />
openingsvers [Gz2 3] zegt de dichter in zijn leven alles te hebben gezien<br />
en gedaan. Niet alleen heeft hij de aardse genietingen en kwellingen<br />
beleefd (`Het zout der zee gedronken, / het zout der aard doorbeten',<br />
r. 9-1o) en de dood uitgenodigd zich over hem te ontfermen (strofe 3),<br />
ook de jacht op `overdrachtelijke buit' (het zoeken naar een geestelijk<br />
doel nadat de bittere genietingen van de aardse zoektocht hem niet<br />
nader brachten tot het hogere) heeft niets opgeleverd : hij ziet zichzelf<br />
nog altijd, en tot zijn eigen spijt, als `de schóonste tonne' (r. 3 0). Het<br />
is deze hoogmoed die hij God in `De verzoeking van God' voor de<br />
voeten werpt. In het tweede gedicht, `Wat weet gij van kwetsuren'<br />
[Gz 25], komt tot uiting dat hij God desnoods wil loochenen om te<br />
bereiken dat hij hem ziet, zich iets van hem aantrekt. Het contact met<br />
God wordt niet alleen met deze uitdagingstactiek gezocht: in `Gelijk<br />
het gonzend bliksmen van motoren' [Gz 29] zoekt de dichter naar een<br />
metafoor voor de opneming van zijn nietigheid in de goddelijke oneindigheid,<br />
eindigend in een stameling; tevens is de dichter bereid tot<br />
boetedoening en ascese, `versterven', in "k Zwelg in versterven' [A21],<br />
het vijfde en laatste gedicht. (Een losse regel in het carnet van 1 9 2Ii<br />
9 22 (H-6o, p. ZZr), vermoedelijk aanzet tot een niet verder uitgewerkt<br />
gedicht, luidt :"k Zal u verzoeken door te veel te lijden'.) In "k Zwelg<br />
in versterven' wordt tevens de ultieme inzet onomwonden verwoord:<br />
`Mijn Heer en zwarte God, het gaat tusschen ons beiden' (r. 9).<br />
Als ik het goed zie vertoont de groep een zekere interne ontwikkeling,<br />
al is die weinig gearticuleerd. Er een tweedeling, die de twee<br />
gedichten waarin de dichter zijn hoogmoed toont die hij in het gelaat<br />
van God slingert, vooropplaatst. In de drie volgende verzen betoont<br />
de dichter zich nederiger, om het slotgedicht zelfs met een, weliswaar<br />
uitdagende, bede te eindigen: `Gedoog mijn diensten, God, of vrees<br />
mijn medelijden / dat met zijn pijlen uit de hemelen U stort.'<br />
Om de oorspronkelijke tijdschriftgroep `Verzoeking van God' om<br />
te werken tot de middenafdeling in God aan fee nam Van de Woestijne<br />
drie gedichten uit drie verschillende, later gepubliceerde groepen. (Eén<br />
van de gedichten in de afdeling, "k Zit met mijn lamme beenen'<br />
107 Boven kladversie van "k Ben hier le geweest, g e s 'kk ben daar g geweest' Gzz 3 , dat<br />
vanaf het begin g tot de groep 'Verzoekingn g<br />
van God'behoorde, Goschreef<br />
Van de Woes-<br />
ti 1ne 'Gebruik ` van God' 'zie het Variantena araat . Dit is vermoedelijk 1 een variant<br />
van deroe g stitel. p<br />
146 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
[Gz26], werd voor zover bekend niet voorgepubliceerd. I ° $) In mei<br />
1 922 verscheen de groep `Tenebrae', die hiervoor al aan de orde<br />
kwam. Voor `Verzoeking van God' nam Van de Woestijne er het<br />
derde gedicht uit, `Eens groeit een boom uit mij' [Gz24] waarin de<br />
dichter de bittere triomf beschrijft die hij na zijn dood zal vieren: wie<br />
de schoonheid proeft die hij nalaat – en waarin `Gods ooge gloeit' –<br />
smaakt `de rotheid van mijn vleesch in zijnen mond'. Het gedicht is<br />
een goed voorbeeld van de polyvalentie van gedichten die Van de<br />
Woestijne benutte. Wegens de uitdagende toon past het in deze groep,<br />
maar tegelijkertijd heeft het gedicht een poeticale lading die binnen de<br />
context van God aan fee niet direct wordt geactiveerd.I09<br />
In juni 1 9dus 22, een maand na `Tenebrae', verscheen de kleine<br />
groep `In voto' in hetzelfde tijdschrift /zi/. Zoals de titel al doet vermoeden,<br />
spreekt uit de drie gedichten onderwerping en aanvaarding.<br />
Niettemin hebben ze een zeer verschillend karakter; ze zijn later dan<br />
ook verspreid in het oeuvre van Van de Woestijne terechtgekomen.<br />
Het lange en breedvoerige slotgedicht, 'Zoo, als aan 't stellig stooten<br />
van 't getouw' [a2 3] werd als `Ode' de afsluiting van de bundel Het<br />
batte hart (i 9 26). De dichter draagt er zijn hele leven op aan God, en<br />
dankt alles en allen voor de wijze waarop ze hem gedrongen hebben<br />
ontvankelijk te worden voor God. In het hieraan voorafgaande gedicht<br />
in `In voto', Wielovaal, die van rijpe kersen' [Gz42], is het verlangen<br />
naar de goddelijke aanraking tot volstrekte overgave geworden: de<br />
dichter ziet zich als een kers die verlangt naar de mond van God, al<br />
weet hij dat God `geen kerse zuigt' (r. io). Het gedicht werd geplaatst<br />
in de afdeling `God aan zee'.<br />
Het openingsvers van `In voto' was `Handen die van goeden wil'<br />
[Gz z 7] en kwam voor Van de Woestijne in aanmerking om in `Verzoeking<br />
van God' geplaatst te worden. Het kent dezelfde ontvankelijkheid<br />
als de zojuist besproken verzen, maar het is een nacht-gedicht waarin<br />
de dichter op zijn eigen eenzaamheid wordt teruggeworpen : de dag<br />
heeft hem kennelijk teleurgesteld. Een directe aanspreking van of zelfs<br />
toespeling op God bevat het gedicht niet. De interpretatie dat de<br />
teleurstelling bestaat uit het opnieuw niet ontmoet hebben van God,<br />
wordt mij dan ook ingegeven door het verband waarbinnen het<br />
gedicht later geplaatst is : de context stuurt de lezing van het gedicht.<br />
Van de Woestijne laat gedichten bij herordening meestal onveranderd,<br />
"kZt Zit metmijn lamme a ebe enen was aop maart p z 2I 9 gereed. g Het is niet duidelijk<br />
waarom aro Van de e Woestijne<br />
het niet ggepubliceerd p zou hebben' het p persoo<strong>nl</strong>ijke ^ ara kk -<br />
te r le kt 17 mij, gezien e andere a e e welgepubliceerde wbekentenissen,<br />
sen ^ ggeen<br />
afdde afdoendeverkla-<br />
ring. Er moet oetgehoudenwo rekeningh worden met e een tijd l s chrift p ublika tie die nog g niet<br />
is achterhaald.<br />
109 `Eensroeit een boom uit mi'' G z 2 kent overigens enkele belangrijkevariang<br />
1 4 g<br />
ten waarvoor ik naar het Variantenapparaat verwijs.<br />
pp verwijs<br />
147
het zijn andere aspecten van het gedicht die op de voorgrond treden. Er<br />
wordt een betekenis van het gedicht geactiveerd die buiten die context<br />
minder zichtbaar is.<br />
Van de Woestijne nam in De beginselen der chemie (i925) een prozafragment<br />
op dat eveneens de titel `In Voto' draagt en dat in verband<br />
met de titel van de tijdschriftpublikatie en het karakter van de daarin<br />
opgenomen gedichten van belang is. Een klad komt voor in het carnet<br />
van 1923 (H-63, p. i3v en 14r) en werd geschreven omstreeks februari<br />
1923. De volledige tekst in Beginselen der chemie luidt:<br />
Gij die geen woorden zegt al zijt Gij het Woord;<br />
Gij die geen angelen uitwerpt, doch waar ik mijn bek aan haperen wil, opdat Gij mij<br />
uit de oorspronkelijke wateren heffen zoudt in de stikkende lucht;<br />
Slechte visscher die Ge zijt;<br />
ik, overmoedige visch;<br />
Gij de eter zonder honger en ik het vleesch dat geen doel heeft dan Gij;<br />
Gij, Ster, en ik, ster, en wij wentelen om elkander, en wij blijven op een zelfden afstand;<br />
Maar ik wentel om U met nadering-willende dringendheid, en misschien laat het U<br />
onverschillig;<br />
God die zijt zonder mij;<br />
En ik die niet ben zonder U;<br />
De wereld loopt vol volk; maar ik ben eenzaam.<br />
Maar Gij zijt toch ook nogal eenzaam.' i°<br />
Ook hier gaat de onmiskenbare aanwezigheid van God samen met de<br />
onmogelijkheid hem te bereiken, waarin een sterke verwantschap<br />
schuilt met de `In voto'-gedichten.<br />
Het laatste gedicht dat Van de Woestijne uit voorpublikaties bij<br />
`Verzoeking van God' voegde, kwam uit de betrekkelijk losse verzameling<br />
`Verzen' die in maart 1 9 24 in Dietsche warande d, Belfort verscheen<br />
/z 7/. Wij zijn nog niet genezen van onze oogen' [Gz22] bevat<br />
de wens verlost te worden van de wanen van het zintuiglijk genieten,<br />
en gezuiverd te worden door de dood (die een `goddelijke wrake' is<br />
(r. 22)) om de `opgeloste zuiverheid van 't Licht' (r. 4) te naderen.<br />
Tezamen hebben de acht gedichten die in God aan fee `Verzoeking<br />
van God' vormen het karakter van de oorspronkelijke tijdschriftpublikatie<br />
licht veranderd door in hun nieuwe samenhang de accenten te<br />
10 Beginselen der chemie, e ,p I I . In de kladversie e in het carnet c komen enkele varianten<br />
voor. De belangrijkste<br />
zijn:'overmoedige's`slechte'; gl<br />
waet `h vlees c h' was eerst`de eet<br />
korst ' vervolgens g `h 'het kreng'; g^dringendheid<br />
'met<br />
nadering-willendedrin endheid' ontbrak.<br />
het Verzameld ever werk dl 3^ 599,<br />
h eet f Minderaa a aan a ` In voto ' een passage P g toe-<br />
gevoegd95 diein de eerste druk van r 2 op zichzelf staat, althans , op een nieuwe<br />
paginap (p. r 2 begint. g Hoewel het tweede stuk geen g eigen g titel kreeg, g^ kan hetbe-<br />
zwaarlijk 1 aan `In voto' worden toegevoegd, zoals ook Rutten meent P ro 505).<br />
14 8 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
verleggen. Waar de uitdagende hoogmoed van de dichter aanvankelijk<br />
nog mede tot de kern behoorde – en in het toegevoegde `Eens groeit<br />
een boom uit mij' nog werd bevestigd –zorgde later een zekere mate<br />
van ootmoed voor een sterker tegenwicht : nederigheid en vervloeking<br />
gaan samen. Dat neemt niet weg dat Van de Woestijne van den<br />
beginne af `Verzoeking van God' bedoeld heeft als een uitroep van<br />
zijn verlangen om God te mogen ontmoeten en door hem toegelaten<br />
en aanvaard te worden.<br />
6.3.4 De context van Gij zijt een bloem –, en 'k ben alléen met u'<br />
In Elrevier's geillustreerd maandschrift van oktober 191 7 /16/ plaatste Van<br />
de Woestijne een groep `Anterotische liederen', waarvan hij later een<br />
gedicht in God aan .zee zou opnemen, `Gij zijt dees roos, – en 'k ben<br />
alleen met u' [Gz38j. Het karakter van de gedichten in het tijdschrift<br />
loopt uiteen. De onderlinge samenhang is los en hoofdzakelijk door de<br />
titel bepaald : de liefde is hoofdthema. " I In het openingsgedicht, `Gij<br />
zijt altijd de Naakte en de Verzaakte' [Ai d] roept de liefde negatieve<br />
gevoelens bij de dichter op. In het derde en laatste gedicht, `Gij draagt<br />
het gladde mom der dood' [Azo], blijkt daarentegen aan het slot dat de<br />
dichter zijn liefdegevoelens toelaat. `Gij zijt een bloem' [Gz38], middengedicht<br />
in het tijdschrift, kan alleen met de groepstitel in verband<br />
gebracht worden wanneer de in het gedicht toegesproken roos wordt<br />
gezien als symbool voor Anteros. Van de Woestijne heeft gepoogd<br />
tussen de drie nogal verschillende gedichten verbindingen tot stand te<br />
brengen en men mag aannemen dat hij vond of vermoedde dat de titel<br />
`Anterotische liederen' daaraan bijdroeg. Het experiment slaagde echter<br />
niet. `Gij zijt een bloem' [Gz 3 8] werd ten tweeden male voorgepubliceerd,<br />
nu als eerste van de twee gedichten die in i 9 24 in de februariaflevering<br />
van Orpheus /26/ het groepje `Uit: "Het geheim van den<br />
honig"' vormden. I i Z Beide gedichten delen de ingetogenheid, het<br />
motief van de veelbetekenende stilte en het motief van de roos. De<br />
groepstitel in het tijdschrift was een voorloper van `Geboorte van den<br />
honig', de voorlaatste afdeling in God aan fee. I ' 3 Het tweede gedicht<br />
III De eg groepstitel p in Elsevier's geillustreerd g maandschriftt is afgeleid g van Anteros, de ver-<br />
p er s oo<strong>nl</strong>ijkin l g van de wederliefde (tegenover g Eros, ^ van wie de liefde uitgaat). g<br />
II2'<br />
Gi 1 zijt<br />
een e b bloem' e ' Gz 38 werd bij die 1 gelegenheid ^ g op p meerdere plaatsen p g ewi l•<br />
-<br />
zi g^ d • zie hiervoor het Variantenapparaat.<br />
113 De duistere betekenis e van de titel e `Geboorte e van den honig' g wordt verhelderd e<br />
door de paranthese bij g de titel in het schema voor de bundelindeling in 6. z : 'honigg<br />
te zuigenutde uitgiftigste bloemen'. In deze afdeling g is de toon voor het eerst overwe-<br />
g en dpositief: p de strijdmet het Absolute is bezig g een gunstige g g wending g te nemen<br />
voor de Overi gens dichter.g<br />
doet de verklarende toevoeging g in het schema onwille-<br />
keurigenken g aan de titel Les fleurs du mal van Charles Baudelaire.)<br />
149 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
uit het tijdschrift, `Stilte is de stelligheid die nooit begeeft' [Gz3o],<br />
werd in die afdeling geplaatst. `Gij zijt een bloem' werd echter in de<br />
slotafdeling `God aan zee' ondergebracht. Na aanvankelijk, tentatief, te<br />
zijn opgenomen in een context waarin de liefde het dominerende<br />
thema moest vormen, is het na een tussenstap onder<strong>deel</strong> geworden van<br />
de nadering tot God in de slotafdeling van de bundel.<br />
6.3.5 Preludium en postludinm<br />
God aan fee begint en sluit met twee betrekkelijk lange gedichten, respectievelijk<br />
`Doop van den bedelaar' en `Uitvaart van den bedelaar'.<br />
In het eerste dragen de ouders het leven van hun pasgeboren kind op<br />
aan God, in het laatste vragen ze God zich te willen ontfermen over<br />
hun gestorven kind, dat een leven vol bitterheden kende. Ik geloof<br />
niet dat de inhoud van deze gedichten direct (anekdotisch) in verband<br />
gebracht moet worden met de ontwikkeling die zich in de vijf tusse<strong>nl</strong>iggende<br />
afdelingen voltrekt. De eerste aanwijzing daarvoor is dat de<br />
ouders in de overige gedichten niet voorkomen, en in het eerste<br />
gedicht na `Doop van den bedelaar' is meteen de volgroeide dichter<br />
zelf aan het woord. De gedichten zijn anderzijds wel belangrijke structuuraanwijzingen<br />
in de bundel: ze ondersteunen het patroon dat eraan<br />
ten grondslag ligt, namelijk dat van een ontwikkeling met een beginen<br />
eindstadium. De onzekerheid van de ouders over het lot van hun<br />
kind na zijn dood, heeft een parallel in de vertwijfeling van de dichter<br />
die God in de afdeling `God aan zee' weliswaar tracht te naderen maar<br />
die de verhoopte unio mystica niet heeft bereikt.<br />
Een bedelaar is een berooide die afhankelijk is van de genade van<br />
anderen. In het idioom van Van de Woestijne en binnen het verband<br />
van God aan fee – ook hier worden betekenissen door de context geactiveerd<br />
– wordt die genade vooral van God gevraagd. De dichter die<br />
elders in de bundel zijn subjectieve beleving verwoordt, wordt in het<br />
in- en uitleidende gedicht geobjectiveerd en voorgesteld als een bedelaar.<br />
Een vergelijkbare verhouding is er tussen `Het menschelijk<br />
brood' en De modderen man; door die macrostructurele parallel wordt<br />
op het niveau van de trilogie de samenhang versterkt.<br />
6.3.6 De bloemlezing Blikken<br />
De voorgeschiedenis van God aan fee bevat nog een belangrijke episode<br />
die illustratief is voor Van de Woestijnes werkwijze. Toen Van de<br />
Woestijne zijn plannen voor God aan fee had gemaakt, bood hij de bundel<br />
aan A.A.M. Stols aan. Nadat deze te kennen had gegeven liever<br />
een bundel van beperkte omvang te willen uitgeven, maakte Van de<br />
Woestijne begin september 1 9 26 een selectie die hij Blikken noemde, en<br />
waarvan het handschrift bewaard is gebleven (H- 74). Het was zijn<br />
bedoeling later in een integrale uitgave van de trilogie God aan zee op<br />
ISO ONTSTAANSGESCHIEDENIS
te nemen volgens de oorspronkelijke opzet.' ^ 4 Het handschrift Blikken<br />
is als volgt samengesteld<br />
I 'k Heb mijne nachten meer doorbeden dan doorweend [Gzz]<br />
Ik zet mij naast mijn naakte zuster [czio]<br />
Ik droom uw droom; gij droomt mijn droom. Wij beiden [cz8]<br />
Gelijk een hond die drentlend draalt en druilt [Gz4]<br />
Harde modder, guur krystal [cz5]<br />
Ik heb mijn zuiver huis gevuld [Gz7]<br />
o Blik vol dood en sterren [G Z II]<br />
II 'k Ben hier geweest, 'k ben daar geweest [cz23]<br />
Wat weet gij van kwetsuren [cz2 5]<br />
Gelijk het gonzend bliksmen van motoren [Gz29]<br />
Het huis is rondom mij vol sletten en soldaten [cz28]<br />
Handen die van goeden wil [cz2.7]<br />
III Ik kom, alleen, bij nacht, in deze zee-stad aan [cz r z]<br />
Over de zee hangt matelijk te tampen [czi3]<br />
De zee wacht. Maar ik doe mijn deure dicht [czi4]<br />
Gij zijt de hond niet aan de deur van uw geluk [GZi7]<br />
Nimmer zult ge 't licht beletten [cz r 9]<br />
En hoor uw hart: hoort gij uw hart niet slaan [cz2o]<br />
Schaduw in den schaduw zijn [GZ2I]<br />
Iv De dag schuift voor den Dag gelijk een lucht vol rozen [cz44]<br />
Gij rijst aan mij gelijk een vlindering van bloemen [cz;i]<br />
Gij zijt een bloem, – en 'k ben alleen met u [Gz38]<br />
Zie, ik ben niet, dan uit uw hand geboren [Gz4o]<br />
Stilte is de stelligheid die nooit begeeft [cz3o]<br />
Waar me uw hulp genaakte, en lachte [cz34]<br />
Sluit uwe oogen op het licht [c z33]<br />
Wie mij wat bloemen biedt, en 't zoete weren [cz4i]<br />
Er is geen tijd. Wat gistren was [cz37]<br />
De toegevoegde gedichtnummers laten zien dat Van de Woestijne God<br />
aan fee niet van voor naar achter heeft gebloemleesd, maar ingrijpende<br />
verschuivingen heeft aangebracht. Het is zelfs waarschij<strong>nl</strong>ijk dat Blikken<br />
in strikte zin niet een bloemlezing was uit God aan fee omdat de<br />
bundel in zijn latere vorm nog niet bestond. Het manuscript Blikken<br />
werd vervaardigd voor Van de Woestijne eind september 1926 het netmanuscript<br />
van God aan fee (1-1-76) aan Stols zond. Wel had Van de<br />
Woestijne de gedichten gereed, maar het was pas met het afronden van<br />
de kopij voor God aan fee dat de samenstelling vastlag. Blikken is dus<br />
eerder een bloemlezing uit het reservoir dat voor God aan fee beschikbaar<br />
was, en behoort zo tot de experimentele fase in het compositieproces.<br />
Dat het preludium en postludium achterwege bleven, is wegens hun<br />
"4 Ziev o r de e toedracht e. va 2 i n de Drukgeschiedenis.<br />
15 I ONTSTAANSGESCHIEDENIS
omvang begrijpelijk. Het aantal afdelingen is niet vijf, zoals in de bundel,<br />
maar vier; de vierde afdeling laat zien hoe Van de Woestijne de<br />
gedichten uit de twee slotafdelingen in God aan fee in dit stadium nog<br />
met elkaar kon verweven. Tegelijkertijd is het markant dat verscheidene<br />
gedichten die bij bundeling begin- of slotgedicht van een<br />
afdeling werden, dat ook in Blikken waren : dit geldt voor [Gz z] en<br />
[Gz I I], voor [Gz Iij en [Gz 2. il, en voor [cz 37]. Daar staat tegenover<br />
dat `De dag schuift voor den Dag' [Gz44] hierboven als eerste gedicht<br />
voorkomt terwijl het in God aan fee het laatste `gewone' gedicht was,<br />
voor het postludium. Tot slot kwamen de afdelingen II en r r r in Blikken<br />
in de bundel in omgekeerde volgorde ten opzichte van elkaar te<br />
staan, uiteraard met aanvullingen.<br />
Uit een vroeg stadium van het experiment met de samenstelling van<br />
Blikken zijn enkele documenten bewaard gebleven die aantonen dat het<br />
maken van een bloemlezing voor Van de Woestijne niet alleen betekende<br />
het selecteren van een beperkt aantal van de betere of meest<br />
karakteristieke gedichten : de bloemlezing moest op zichzelf een poëtische<br />
compositie zijn. De vier afdelingen van Blikken werden ontworpen<br />
op vier blaadjes geruit blocnotepapier (H-73 ), waarbij ook de<br />
omvang in pagina's genoteerd werd. Hoewel die manuscripten op zichzelf<br />
weinig problematisch lijken, is de toedracht niet steeds te reconstrueren.<br />
Wanneer en in welke volgorde bepaalde onderdelen doorgehaald<br />
werden of cijfers werden toegevoegd, kan soms globaal afgeleid<br />
worden, maar het meeste blijft in onzekerheid besloten. "5<br />
Van de Woestijne ging aanvankelijk uit van drie afdelingen: drie<br />
blaadjes kregen de romeinse cijfers I-III. Bovenaan het eerste blad<br />
schreef hij de openingsregel van het preludium, Wij heffen in dees<br />
heil'ge vonte', maar dit werd doorgehaald. Een kort moment heeft<br />
Van de Woestijne dus toch overwogen in de bloemlezing plaats in te<br />
ruimen voor een zo omvangrijk gedicht, al kan hij ook een gecoupeerde<br />
versie in de zin gehad hebben. Onder de doorgehaalde regel<br />
schreef hij het volgende:<br />
I<br />
l<br />
'k Heb mijne nachten<br />
Geli j k een hond<br />
Ik heb mijn zuiver huis gevuld g<br />
Harde modder, uur g krystal Y<br />
o Blik vol dood enterren s<br />
Ik droom uw droom<br />
Hier blijkt al direct dat de manuscripten niet de eindschikking van<br />
I 15<br />
0 de d blaadjeskomenschattingen des ig<br />
enberekeningen van de omvang voor; ik neem<br />
die hierna niet over. Ze zijn in dit verband niet van betekenis aangezien g de gedichten g<br />
die Van de Woestijne noemt, ^ bekend zijn. l<br />
Ijl ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Blikken weergeven: in de bloemlezing wijken zowel aantal als volgorde<br />
af. De gedichten werden wel alle in de bloemlezing geplaatst.<br />
Het manuscript met de inventarisatie van de tweede afdeling geeft<br />
de volgende gedichten:<br />
8<br />
S<br />
9<br />
7<br />
I<br />
i<br />
6<br />
ik ben niet, dan uit uw hand geboren<br />
e<br />
Waar me uw hulp genaakte g<br />
De dag schuift voor den Dag<br />
Gij rijst aan mijgelijk ig 1 een vlindering g van bloemen<br />
Stilt is de stelligheid g<br />
Het Glas><br />
Eerst noteerde Van de Woestijne de gedichten, later wijdde hij zich<br />
aan hun onderlinge volgorde door middel van de nummering. De<br />
nummers voor `Gij zijt een bloem' en `Zie, ik ben niet' zijn waarschij<strong>nl</strong>ijk<br />
gewijzigd toen Van de Woestijne aan `De dag schuift voor<br />
den Dag' en/of `Gij rijst aan mij ' toe was. `Het Glas' is `Heb ik<br />
genoeg u lief-gehad, doorschijnend glas?' [GZ 39], dat in januari 1926<br />
in Dietsche warande & Belfort / 30/ onder de titel `Glas' was gepubliceerd.<br />
De groep is, met enkele verschillen, een voorafspiegeling van de<br />
latere vierde afdeling in Blikken; Van de Woestijne wijzigde dan ook<br />
de romeinse ii in iv; hij moet hiertoe vrijwel direct besloten hebben,<br />
want het blad waar hij al r r r op geschreven had, keerde hij om en hij<br />
ontwierp daar een nieuwe tweede afdeling:<br />
II<br />
Handen die vanoede wil g<br />
'k Ben hiereweest g<br />
Wat weetji van kwetsuren<br />
g<br />
Gelijk het gonzend bliksmen van motoren<br />
1 g<br />
Het huis is rondom mij 1<br />
Ik zet mij mijn naakte zuster<br />
l l<br />
Ook hier kwam het vaststellen van de volgorde na de selectie, maar<br />
Van de Woestijne heeft daarbij klaarblijkelijk niet getwijfeld. Het<br />
resultaat is opnieuw niet definitief gebleken : in Blikken kreeg 'Ik zet<br />
mij naast mijn naakte zuster', hier nog als vijfde, een plaats in de eerste<br />
afdeling.<br />
Bij het samenstellen van de derde afdeling heeft Van de Woestijne<br />
zichtbaar getwijfeld. Er komen enkele doorhalingen voor, en de schikking<br />
op het blad is niet zo regelmatig als op de voorgaande bladen.<br />
If 3 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
III<br />
I Ik kom alleen, bij nacht<br />
2 <br />
3 De zee wacht<br />
4 Harde modder> <br />
<br />
Bovenaan staan naast elkaar eerst de voorpublikaties. Na het nummer<br />
in de Lijst van voorpublikaties volgt de groepstitel in het tijdschrift.<br />
De laatste vier kolommen geven de samenstelling van de vier<br />
afdelingen in Blikken. Achter elke tijdschriftgroep is aangegeven hoe<br />
de verhouding is tussen het totale aantal gedichten in de groep en de<br />
gedichten die in God aan fee geplaatst werden. Zo betekent `4/5' dat<br />
vier van de vijf gedichten in de betreffende groep gebundeld werden.<br />
Van de gedichten die bij bundeling afvielen, is op de rij geheel onderaan<br />
het nummer gegeven, voorafgegaan door de plaats van het gedicht<br />
binnen de voorpublikatie. Zo betekent `3 : [A2 3]' dat het derde gedicht<br />
van de groep het niet in God aan fee gebundelde `Zóó, als aan 't stellig<br />
stooten van 't getouw' [n23] was.<br />
De groep `Ultima' werd in Elsevier 's geillustreerd maandschrift over twee<br />
afleveringen ver<strong>deel</strong>d (/z3/ en /241) en is in het schema als éen geheel<br />
beschouwd. Omgekeerd zijn de groepen `Uit Supplementa' en `Uit<br />
Geheim van den honig', die te zamen werden gepubliceerd, in het<br />
schema als twee afzonderlijke groepen beschouwd; hetzelfde geldt<br />
voor `Tot i<strong>nl</strong>eiding van het Gedicht' en `Uit het Gedicht'. De gedichten<br />
in Blikken zijn per afdeling in een kolom geplaatst.<br />
In de matrix zelf wordt met een nummer de plaats van het gedicht<br />
in de groep aangegeven. De voorpublikatie van `De zieke danser'<br />
bestond uit twee reeksen; in die kolom is eerst de reeks gegeven (r of<br />
2) en na de punt de plaats binnen de reeks. Uitgebreidere gegevens zijn<br />
in de Lijst van voorpublikaties te vinden.<br />
6.5 Werkwijze : samenvatting<br />
Een aantal aspecten van de totstandkoming van God aan fee is niet aan<br />
de orde geweest. Ze diepgaand bespreken zou met het oog op het<br />
compositieproces geen nieuwe gezichtspunten bieden. Als voorbeeld<br />
kan de samenstelling van de afdeling `Geboorte van den honig' dienen.<br />
Het relaas daarvan zou vrijwel identiek zijn aan dat van `De heete<br />
asch' : Van de Woestijne putte de acht gedichten uit maar liefst vijf<br />
tijdschriftpublikaties, en kwam niettemin tot een afdeling die eensterke<br />
thematische samenhang vertoont. Ook is de titel `Liederen der bestendiging',<br />
die Van de Woestijne gebruikte in De Vlaamsche gids van<br />
april 1 924 /22/ en waaruit hij een gedicht in `Geboorte van den honig'<br />
plaatste, bij nadere beschouwing op dezelfde wijze een vingerwijzing<br />
voor de teneur van de latere afdeling als 'Tenebrae' dat was bij `De<br />
heete asch'.<br />
De gegevens omtrent de compositie van God aan fee bieden de gelegenheid<br />
een vergelijking te maken met de bevindingen uit de voorgaande<br />
hoofdstukken. Het belangrijkste verschil tussen Van de Woestijnes<br />
aanpak in de Gelaat-fase en in de aa<strong>nl</strong>oop tot God aan fee is de<br />
doelgerichtheid waarmee hij na i92o op macrostructureel niveau te<br />
werk ging. Opnieuw werkte Van de Woestijne met vooropgezette<br />
If 5 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
WW / t / / f $<br />
/<br />
/ H / *3? / / i & / / / ^ a / / v / / / / / / / /<br />
/ /<br />
/<br />
/ w / / / -Q / \^ / G > -G / / / /<br />
/•g/ê 0 / WW'*/ 8 £ hzh* he $ «/ / / /<br />
/<br />
/ / / / . / ^" / / / / / / / / . r* r* r*<br />
ƒ »-«<br />
/ »-< ƒ N ^ ƒ "N ^ ƒ «M ƒ N ƒ «V / ^ ƒ N ƒ N ƒ *>l ƒ ^ / ^ / ^ / GQ / tt}<br />
[GZI]<br />
Doop van den bedelaar 4<br />
5<br />
<<br />
w [ GZ 7]<br />
gj<br />
£ [ GZ 9]<br />
[GZ2] 'k Heb mijne nachten meer doorbeden i i<br />
[GZ 3] De nacht, de zwoele nacht 1<br />
[GZ4] Gelijk een hond die drentlend 2 4<br />
[GZ5] Harde modder, guur krystal 1.5 5<br />
[GZ6] Een vrucht, die valt 2<br />
Ik heb mijn zuiver huis gevuld 4 6<br />
[GZ8] Ik droom uw droom 4 3<br />
Diep aan uw hart 2<br />
Q<br />
[GZIO] Ik zet mij naast mijn naaste zuster 3 2<br />
M<br />
[GZII] o Blik vol dood en sterren 3 7<br />
p$<br />
/ [GZ12] Ik kom alleen, bij nacht 1.1 1<br />
S [GZ13] Over de zee hangt matelijk te tampen 1 2<br />
1 / [GZ14] De zee wacht. Maar ik doe 1.2 3<br />
^ I [GZ15] o 'k Weet dat ik, onttogen 1.3<br />
ü V [GZI6] 'k Heb noodloos door den boom 1.4<br />
<<br />
H •<br />
/ [GZ17] Gij zijt de hond niet aan de deur 2.1 4<br />
J [GZI8] UW eenzaamheid? Gij zijt 2.2<br />
£ J 2 [GZ19] Nimmer zult ge 't licht beletten 2.3 5<br />
w \ [GZ20] En hoor uw hart: hoort gij 2.4 6<br />
£<br />
J*<br />
«<br />
3 { [GZ21] Schaduw in den schaduw zijn 4 7<br />
156 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
[GZ2 2] Wij zijn nog niet genezen 5<br />
'k Ben hier geweest, 'k ben daar i i<br />
S 4] Eens groeit een boom uit mij 3<br />
[GZ2<br />
w 5] Wat weet gij van kwetsuren 2 2<br />
[GZ2<br />
0 [GZ2 3]<br />
N ö<br />
><br />
[GZ26] 'k Zit met mijn lamme beenen<br />
w o [GZ27] Handen, die van goeden wil 1 5<br />
Z [GZ28] Het huis is rondom mij 4 4<br />
Z > 9] Gelijk het gonzend bliksmen 3 3<br />
[GZ2<br />
[GZ30]<br />
Stilte is de stelligheid die nooit begeeft 2 5<br />
< 3 I ] Gij rijst aan mij gelijk een vlindering 1 [GZ<br />
£ Q 37] Er is geen tijd. Wat gistren was 1 4 9<br />
[GZ<br />
w [GZ 38] Gij zijt een bloem, — en 'k ben alléén<br />
2 1 3<br />
N [GZ39] Heb ik genoeg u lief-gehad 2<br />
z. [GZ40] Zie, ik ben niet, dan uit Uw hand 5 4<br />
< [GZ41] Wie mij wat bloemen biedt 2 2 8<br />
Q 4 2 ] Wielwaal, die van rijpe kersen 2<br />
[GZ<br />
o [GZ43] Er is geen smart te groot voor ons 6<br />
> [GZ 44] De dag schuift vóór den Dag 1 1<br />
[GZ45] Uitvaart van den bedelaar 'CN"O' "TT1 TT R^«-N ' Tf" V-N' VO-1 r c\ o<br />
I 57<br />
ONTSTAANSGESCHIEDENIS
schema's voor de macrostructuur en gebruikte hij de voorpublikaties<br />
om de clustering van gedichten uit te proberen. Maar het overgeleverde<br />
materiaal laat zien dat die proefnemingen voor God aan fee al<br />
meteen een duidelijker richting, een herkenbaarder differentiatie hadden<br />
dan bij Het gelaat des dichters / De modderen man. Daar kwamen de<br />
meeste gedichten onder een klein aantal, herhaald terugkerende groepstitels<br />
(`Het gelaat des dichters', `Aan de eeuwige', `De vergrootspiegel').<br />
Die verdeling is bij de totstandkoming van God aan fee vanaf<br />
het begin verfijnder, en de aangetroffen groeps- en afdelingstitels zijn<br />
geprononceerder.<br />
Uit de carnets uit de jaren i 9 2o-1 926 bleek dat Van de Woestijne<br />
soms tijdens het schrijven van de afzonderlijke gedichten al dacht aan<br />
de groep waarin ze moesten komen. Dat betrof meestal de tijdschriftpublikatie.<br />
Van de Woestijne heeft in deze periode over het algemeen<br />
steeds het raamwerk van de nieuwe bundel voor ogen gehad : hij<br />
besliste al vroeg welke gedichten er in principe voor in aanmerking<br />
kwamen, en soms ook welke in een ander verband pasten, zoals de<br />
gedichten voor de bundel Substrata. In dit verband is bijvoorbeeld<br />
tekenend dat het gedicht "k Heb mijne nachten meer doorbeden dan<br />
doorweend' [Gzz] vanaf het begin openingsgedicht van `Tenebrae',<br />
later `De heete asch' is geweest.<br />
Ten opzichte van de voorpublikaties zijn de gedichten bij bundeling<br />
drastisch herschikt. Van de Woestijne heeft de verbindingsmogelijkheden<br />
van de gedichten intensief benut, zoals uit het voorbeeld van `Gij<br />
zijt een bloem, – en 'k ben alléen met u' [Gz 3 8] bleek en waarvan het<br />
overzicht in § 6.4 veel andere voorbeelden bevat. Wel heb ik de indruk<br />
dat in God aan zee de interne ontwikkeling binnen de afdelingen minder<br />
sterk is dan Van de Woestijne die met name beoogde in de Gelaat-fase,<br />
toen de groepen soms een anekdotische ontwikkeling vertoonden.<br />
Daar staat tegenover dat de groeps- en afdelingstitels zeer bepalend<br />
zijn voor de in het gedicht geactiveerde betekenismogelijkheden. Mede<br />
door de veranderingen in de aard van de metaforen en de verstechniek<br />
die Van de Woestijne hanteert, geven de gedichten soms niet directprijs<br />
hoe ze zich verhouden tot de context; de groeps- en afdelingstitels<br />
sturen daarbij, al zijn ze ook vaak niet direct duidelijk.<br />
7 VOORSTADIA VAN HET BERG-MEER<br />
^ .i De titel<br />
Al eerder kwam aan de orde dat geen bundel van Wiekslag om de kim<br />
zo doelgericht tot stand is gebracht als Het berg-meer. Bijna alle gedichten<br />
werden geschreven in de periode van april 192 7 tot januari i928.<br />
Compositorische varianten zijn er weinig. In Nu van oktober 1927<br />
verscheen de reeks `De modder-haven' / 3 21; bij bundeling zou de<br />
identiek genaamde openingsafdeling dezelfde gedichten bevatten in<br />
I 5 8 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
dezelfde volgorde, slechts aan het slot aangevuld met `De treinen blazen<br />
de aard het zuigen toe der zeeën' [BMI0]. Hetzelfde geldt voor de<br />
`Onuitgegeven gedichten' die in februari 1928 in Dietsche warande e9.<br />
Belfort /34/ verschenen met de toevoeging `Uit "De Voedster"' : na<br />
invoeging van twee gedichten (`Ik ben geen wakkre lente of een<br />
gezwollen zomer' [BMZ3] en `De keuken is geboend nog voor ik binnen-treed'<br />
[BMZ8I, werden alle gedichten in de afdeling `De voedster'<br />
in Het berg-meer opgenomen, in dezelfde volgorde. En de `Gedichten'<br />
die in november 1927 in De gids / 33/ werden gepubliceerd verschillen<br />
zoals gemakkelijk te zien is in de Lijst van voorpublikaties weinig van<br />
de middenafdeling in de bundel; hetzelfde geldt voor de groep<br />
`Gedichten' in De gids van september i928 /36/, die sterk lijkt op de<br />
vorige.' I6 In compositorisch opzicht is over de voorpublikaties van<br />
`De blind-geborene' en `De blind-gewordene' nog minder op te merken,<br />
behalve dat deze titels al voorkwamen in de gewijzigde versie van<br />
het plan van 2 7 juni r 9 z 3 . ' I,<br />
De voorgeschiedenis van Het berg-meer beperkt zich in dit verband<br />
dan ook tot enkele schema's en notities in Van de Woestijnes carnets.<br />
I ' 8 De bundeltitel noteerde hij voor het eerst in het carnet van<br />
1921 (H-5 8, p. z 5 v), met de toevoeging : `me-zelf in mijn werk overschouwen'.<br />
De bundel moest op dat moment dus een soort poeticaal<br />
en religieus-existentieel retrospectief zijn. Wel moet bedacht worden<br />
dat niet zeker is of Van de Woestijne de titel wel voor een <strong>deel</strong> van<br />
het drieluik bestemde; dat is een veronderstelling die gebaseerd is op<br />
kennis van het vervolg. Dat geldt ook voor de aanname dat Van de<br />
Woestijne toen poëzie in gedachten had en geen proza.<br />
De in 1928 verschenen versie moet gelezen worden als een nieuw<br />
stadium in de zoektocht naar het Absolute, de mystieke queeste; in<br />
overeenstemming dus met de betekenis waarin `het bergmeer' al in<br />
1 9 12 voorkwam in `De heilige van het getal'. De nog jonge, naamloze<br />
heilige in dat verhaal was dichter geworden omdat hij alleen in het<br />
gedicht zijn leven kon herkennen en bekennen. In zijn zangen vond de<br />
drang van zijn Getal, een soort kosmisch aanvoelen van een levensritme',<br />
een uitweg. De gedichten die hij schreef werden vreemd gevonden.<br />
Een geliefde die hem verliet raadde hem aan meer begrijpelijk te<br />
schrijven, en hij kwam korte tijd in de verleiding daaraan gehoor te<br />
geven:<br />
I16 Hoe de Gids-redactierto e e kon besluiten e b binnen e ee een jaar 1 tweee goed<strong>deel</strong>s g s gelijke gl<br />
g roe en gedichten g te plaatsen, a ^ is s nietduidelijk.<br />
"7 Zie 2..1.4. 4<br />
IIó Eerder werd beknopt aandacht aa n e nk e 1 e compositorische voorstadia<br />
van Het ber ^ -meer in Minderaa, ^ `Karel van de Woestijne's "Me-zelf voorbij; 1^ me-<br />
zelven teen".' g<br />
I 59 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Waar echter e ... zijn 1 drift t was gekoeld g e e e en hij<br />
daardoor den nood van een<br />
e tucht to h<br />
e erkennen e gg^ ging; waar aldus e het gging geestelijke eeischen<br />
Getal in i van zijn 1 bloed boe eene<br />
grootere gehoorzaamheid; g waar dat bloed echter, waar het Getal echter van zijne 1 zint,<br />
uien g stelden den eisch van hun opper-gezagen dat hij daarente g en zingen g zou zing<br />
en gelijk g l hij kon, ^ zingen g gelijk g l hij moest, ^ onontkomelijk : daar werd hij van liever-<br />
lede de dichter eenereestelijke g 1 ellende, ^ eener armzalige g ontreddering; g^ de dichter van<br />
den onuitsprekelijken 1 en o<strong>nl</strong>eschbaren a dorst der vollédige g uitdrukking; g^ de dichter<br />
die, gedoemd tot absolute oprechtheid, weet nimmer te zullen bereiken het berg-<br />
^g ^ meer tusschen de ijs-klippen, 1 waarvan het water a zoo klaar is en zoo di e dat hij bijb<br />
l<br />
z ij ne absolute doorschijnendheid, den droesemigen bodem zou zien van zijn eigen<br />
l l ^ g l g<br />
wezen. 119<br />
Het bergmeer is dus een metafoor voor de grote hoogte die de dichter<br />
wil bereiken om diep in zichzelf God te kunnen vinden. Dezelfde<br />
gedachte is uitgedrukt in de regels 35-36 van `Ik heb dit honger oord<br />
gekozen tot mijn woon' [BM I2] : `waar ik, 't oog op 't berg-meer koel<br />
gedragen, / zie hoe 'k als eêlste beeld al dieper de ijlte in daal'.<br />
Op 3 januari 1926, toen God aan fee en dus ook het drieluik hem<br />
volop moeten hebben beziggehouden, schreef Van de Woestijne in zijn<br />
carnet (H- 7 z, p. 3r) : `Titel van den derden bundel van "Licht der<br />
Kimmen" : De klaarte binnen de Vuist'. Het is dus zeker niet zo dat Het<br />
berg-meer als titel van het slot<strong>deel</strong> al zo'n zeven jaar eerder was vastgelegd.<br />
Wel moet Van de Woestijne al geruime tijd voordat de voltooiing<br />
van het slot<strong>deel</strong> in zicht was, een vrij duidelijk idee gehad hebben<br />
van de kern van de beeldspraak die hij in de titel wilde gebruikten<br />
: hij zocht naar een ruimtelijk beeld waarin het goddelijke diep<br />
verscholen lag. In dit opzicht kunnen `Het licht der kimmen', `Het<br />
berg-meer' en `De klaarte binnen de vuist' opgevat worden als verwante<br />
symbolen voor het schouwen van God.<br />
Toen Van de Woestijne in september 1926 met A.A.M. Stols onderhandelde<br />
over de uitgave van God aan fee en daarbij tevens de trilogie<br />
ter sprake bracht, stond de titel Het berg-meer voor het slot<strong>deel</strong> kennelijk<br />
vast. 12O Kort daarna werd hij publiek gemaakt in het prospectus<br />
dat Stols voor God aan fee liet verspreiden.<br />
7.2 Schema's voor de indeling van Het berg-meer<br />
In september 1 9 26, toen Van de Woestijne zich zette aan de samenstelling<br />
van de kopij van God aan fee, begon hij zich tevens te bezinnen<br />
op de volgende bundel. In aansluiting op de zojuist besproken keuze<br />
van de titel Het berg-meer maakte hij op de inmiddels vertrouwde wijze<br />
verscheidene schetsen, al zijn het er minder dan voorheen. Kort na<br />
g<br />
p 94-95.<br />
"9 De bestendige aanwezigheid, .-<br />
'Zo<br />
Brief van 4 september 1 26 geciteerd in de Drukgeschiedenis, 2. i.<br />
P 9 ^ g g ^<br />
16O ONTSTAANSGESCHIEDENIS
-7 a-6<br />
#1,,A,<br />
4 It:<br />
Oudste overgeleverde g p plan voor Het berg-meer g in heth carnet van<br />
r 926 H- 7^p 2 43 43r)<br />
161 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
elkaar komen in het carnet van 1926 –hetzelfde waarin hij op 3 januari<br />
nog `De klaarte binnen de Vuist' had genoteerd – drie plannen voor.<br />
Het eerste betreft éen afdeling. Onder de datum `i October' schreef hij<br />
met potlood (H-72, p. 43r):<br />
Het Berg-meer<br />
De Voedster<br />
(zij die de kinderen voedt en bemint die ze niet heeft gedragen)<br />
Dit is een aantekening voor de laatste afdeling in de bundel, die hieronder<br />
nog aan de orde komt.<br />
Op de volgende rectopagina maakte Van de Woestijne op 25 oktober<br />
1926 voor het eerst een volledige indeling van de bundel, nu met<br />
blauwe inkt (H-72 p. 44r)<br />
Het Berg-meer<br />
De Blind geborene (praeludium)<br />
I. Requiem<br />
2. Het Berg-meer<br />
3. De Voedser'Zt<br />
4. ?<br />
De Blind gewordene (postludium)<br />
Direct daarna bracht Van de Woestijne wijzigingen aan in de eerste en<br />
in de laatste afdelingstitel. `Requiem' verving hij door `Mis der Levenden<br />
(smeekmis)' en het vraagteken bij 4 verving hij door `Mis der<br />
Dooden (Verlossingsmis)'. Hij bracht dus nog meer symmetrie in de<br />
opzet, die bovendien nadrukkelijk cyclisch is – een patroon dat in God<br />
aan fee door `Doop van den bedelaar' en `Uitvaart van den bedelaar'<br />
ook bestond. Met `De blind-geborene' en `De blind-gewordene' herhaalde<br />
Van de Woestijne het voornemen dat hij al in 191 3 bleek te<br />
hebben bij herziening van de opzet van de trilogie, op het manuscript<br />
voor Het licht der kinsmen.<br />
Het (uiterlijke) evenwicht in de schets werd onbepaalde tijd later<br />
enigszins verstoord, toen Van de Woestijne met paars potlood de<br />
gewijzigde eerste afdelingstitel doorhaalde en er `De doode Haven'<br />
voor in de plaats bracht. Het is een vroege vorm van de latere titel `De<br />
modder-haven', die Van de Woestijne voor het eerst gebruikte toen hij<br />
de gedichten in de zomer van 1 9 27 inzond voor het tijdschrift Nu /32/.<br />
Een vierde afdeling werd in de bundel niet gerealiseerd.<br />
Na opnieuw het blad van het carnet te hebben omgeslagen, bepaalde<br />
Van de Woestijne een eerste indeling van de tweede afdeling. Dit moet<br />
gebeurd zijn op dezelfde dag waarop hij de bundelindeling maakte, dus<br />
25 oktober 1 926, of hooguit enkele dagen daarna maar voor 31 oktober<br />
(H-72, p. 45 r; blauwe inkt)<br />
I21 Lees : `Voedster',<br />
162 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Plan voor de opzet van Het berg-meer in het carnet van r 26<br />
p ^ 9<br />
H(-72, r . p. 44<br />
163 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
2. Het Berg-meer.<br />
a) `Ik heb dit hooger oord gekoren tot mijn woon'<br />
b) `De zee beneden ons, in den nacht'.<br />
c) `Berg, bemiddeling tot den Hemel.<br />
d) `Neen, ik ben mensch : zoel en zuiver water van het meer'<br />
De aanhalingen zijn klaarblijkelijk beginregels van gedichten. Alleen<br />
de eerste is in Het berg-meer terug te vinden [BM I 2], volgens plan in de<br />
afdeling `Het berg-meer'. De drie andere gedichten zijn voor zover<br />
bekend ongeschreven gebleven. `Ik heb dit hooger oord gekoren tot<br />
mijn woon' werd overigens eerst in 1927 geschreven; voornemen en<br />
uitvoering lagen dus geruime tijd uit elkaar. I22<br />
Andere compositorische varianten komen in de nagelaten documenten<br />
of in (voor-)publikaties niet voor. De definitieve indeling van Het<br />
berg-meer bij verschijnen in i928 was<br />
Het berg-meer<br />
`De i1 23<br />
I De modder-haven r<br />
II Het berg-meer g<br />
III De voedster<br />
`De blind-gewordene'<br />
2<br />
3<br />
I<br />
2<br />
3<br />
In de voorstadia had Van de Woestijne nog aansluiting gezocht bij de<br />
liturgische, katholiserende vormentaal die hij ook in de jaren na 1911<br />
in Het licht der kimmen bezigde. Maar evenals dat gebeurde in de<br />
beoogde opzet van Het gelaat des dichters en in God aan fee, vond Van<br />
de Woestijne nieuwe, eigen metaforen die de geestelijke inhoud van<br />
zijn poëzie moesten uitdrukken. Het lijkt erop dat hij aanvankelijk<br />
houvast vond in traditionele en vertrouwde schema's, en dat hij die na<br />
verloop van tijd wist te vervangen door meer oorspronkelijke. Het is<br />
daarbij niet zonder meer zo dat die oorspronkelijkheid het enige verschil<br />
is en de schema's in feite inwisselbaar zijn. Zou dat wel zo zijn,<br />
I22 Van Elmbtmeent in de regels g s b, ^ c en d de gedichten g 'Nog g voor de g glans van een<br />
da gg en'[BA/118], `Aarde over-oude, ik ben van u gescheiden' BM i 7 en 'Me-zelfe<br />
voorbij, me-zely e n tegen' g e BM2o te e herkennen. (De agenda's 8 en carnets van Karel van<br />
de i"oestz J ne dl.z, ^ p. p I 93 .<br />
"'Inde d bundel e staat s door o een verkeerde ee correctie die A.A.M. Stol saanbracht in de<br />
proeven n H-Io6^ , als a titel s te van v het etpreludium p<br />
`De blind-gewordene'. Deze ver gr-<br />
rende zetfout werd hersteld door in de bundel een los vel te voe gen, met op p de voor-<br />
zijde 1p<br />
de titelpagina van de bundel en op het rechterbinnenblad de correcte titel van<br />
het openingsgedicht, `De blind-geborene'. g Zie ook de Drukgeschiedenis, g ^ 4.2. 4<br />
164 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
dan was bijvoorbeeld de afdeling `De modder-haven' op te vatten als<br />
het `Requiem' 6f als de `Mis der Levenden' in een vroeger plan, terwijl<br />
die laatste twee bepaald niet dezelfde strekking hebben. En het<br />
ontbreken van een vierde afdeling in de bundel terwijl in hetzelfde<br />
plan op die plaats een `Mis der dooden' voorkwam, geeft eveneens aan<br />
dat met het wijzigen van de titels in de macrostructuur ook de poëtische<br />
inhoud verschuivingen ondergaat : een nieuwe indeling is geen<br />
`vertaling' van de voorgaande.<br />
7.3 Onderverdeling van `De modder-haven' en `De voedster'<br />
Met de uitgave van Het berg-meer werden ten opzichte van de bijbehorende<br />
voorstadia twee verfijningen in de compositie aangebracht: de<br />
verdere verdeling van de afdelingen `De modder-haven' en `De voedster'<br />
in drie onderafdelingen, een segmentering die in de bijbehorende<br />
voorpublikaties (/ 3 2/ en / 341) niet voorkwam. Van de Woestijne heeft<br />
dus willen aangeven dat de betreffende afdelingen een zekere geleding<br />
hadden. ' 24 De ratio daarachter is bij `De modder-haven' vrij eenvoudig<br />
te herkennen. In de eerste onderafdeling zijn de atmosfeer en het<br />
decor van de gedichten, alsmede het weerkerende gebruik van gelijksoortige<br />
ontleningen aan bekende liedjes, sterke bindende factoren. De<br />
vier gedichten zijn gesitueerd in de directe nabijheid van een haven,<br />
waar de schepen in de drooggevallen baai liggen (`De koffen aangebleekt<br />
van ongebluschte lucht' [BMZ]) en waar de zeelieden zingen of<br />
over hun reizen verhalen ('Zou'n wij geen glaasken mogen drinken?'<br />
[Bm 3], `De meiskens uit de taveernen' [BM4] en `Naar Oost-land willen<br />
wij varen' [BM 5]). 125 De gedichten werden in dezelfde periode<br />
geschreven, en ze worden beheerst door de tegenstelling tussen enerzijds<br />
dood en bederf (ook moreel) van de haven, en anderzijds de verlokking<br />
van de vrijheid van de oneindige zee.<br />
Hierna volgen vier verzen waar de dichter de zee (en de nacht) als een<br />
kosmische en metafysische oneindigheid ervaart. Hij stelt zich volledig<br />
open om door het goddelijke te worden aangeraakt: "k begrijp een<br />
I24 In de<br />
eerste s en enige g druk van Het berg-meer g werden de titels van de afdelingen gtel-<br />
en<br />
ken s op p een nieuwe blanco pagina pg gedrukt, g ^ de cijfers 1 die de onderafdelingen g onder-<br />
scheidden, werden boven het eerste gedicht g van de betreffende onderafdelingg<br />
geplaatst.g In de integrale herdrukken van Wiekslag ^ om de kim bij 1 Manteau r 942 en<br />
i en 1 n bij<br />
A.A.M. Stols z 943 ^ alsmede in het Ver ^ ameld werk, ^ bleven de cijfers van<br />
de eg onderafdelingena geheel achterwege, ee g^ de lezer een door de dichter aan ge-e<br />
brachte structuuraanduiding mist. Dezelfde aomissie doet zich in de genoemde g uitga-<br />
g<br />
ven voor r in d de tweedee d a fafdeling g van God aan ^ ee , `De schurftige danser'.<br />
I25 B. D eco r e heeft t geopperd g dat Van de Woestijne W<br />
1 voor het gebruik g<br />
van oude vo lks-<br />
wijsjes M aet erlin c k' s Dot ^ e chansons als voorbeeld genomen g kan hebben. e Zie Decorte,<br />
` Kare 1 van de Woestijne lP e e en de Franse a 59<br />
literatuur, ' .<br />
165 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
licht, en 'k open me als een oog' ([BMA], r. 2). In deze onderafdeling is<br />
de bindende factor dus thematisch bepaald; de formele overeenkomst<br />
van de gedichten is hier niet zo sterk als in de eerste onderafdeling.<br />
Het gedicht dat als enige de derde onderafdeling van `De modderhaven'<br />
vormt, `De treinen blazen de aard het zuigen toe der zeeën'<br />
[BM I O], behoort tot de meer duistere van Van de Woestijne. Voor<br />
zover ik zien kan, wordt daarin de menselijke neiging zich af te sluiten<br />
voor de onrust en onzekerheid van de goddelijke openbaring, als ijdel<br />
afgeschilderd : de slotstrofe begint met de regels : 'weet: éens toch<br />
scheurt uw rust de karteling der vlammen / die Kennen openbaart en<br />
die Bezitten bant'. Het gedicht zou wegens de afwijkende inhoud en<br />
vorm in de beide voorgaande onderafdelingen niet gepast hebben, en<br />
is vermoedelijk juist om die reden apart geplaatst.<br />
Van de Woestijne ver<strong>deel</strong>de de negen gedichten in de slotafdeling<br />
`De voedster' bij bundeling in drie gelijke parten. Het onderscheid tussen<br />
de onderafdelingen komt in de gedichten zelf minder scherp tot<br />
uiting dan in `De modder-haven'. In zijn carnet noteerde Van de<br />
Woestijne dat de voedster is : `zij die de kinderen voedt en bemint die<br />
ze niet heeft gedragen'. ' 26 Deze voedster-symboliek is in alle gedichten<br />
van de afdeling verwerkt, en schept een hechte band. Binnen die eenheid<br />
onderscheiden de eerste drie gedichten zich door een negatieve<br />
teneur : telkens is er sprake van de wens tot geven, tot overgave, maar<br />
daaraan wordt geen gehoor gegeven: `ik ben de zwaarste en rijpste en<br />
zal geen kele laven' is de slotregel van het eerste gedicht `Geur van het<br />
reeuwsche beest; geur van de beursche vrucht' {BM2I].<br />
In onderafdeling 2 is daarentegen sprake van hoop. De gedichten<br />
zijn op gelijke wijze gestructureerd. Ze beginnen met een typering van<br />
de toestand van de dichter, of het nu is dat hij leeg en hol is en niet<br />
meer dan voedsel voor een made (`Ik ben de hazel-noot' [BMZ 4]), of<br />
dat hij alles heeft gegeven wat hij vermocht ("k Heb mij verlaten aan<br />
de druif en aan de roos' [BM25]). Het slot is steeds een positieve wending.<br />
Door het leeg-worden brengt de dichter telkens toch iets tot<br />
stand: `ik luid; ik zing', `mijn naaktheid wordt de klaart der nachten',<br />
`ik draag den droom van allen op 't gelaat' (de slotregels van de drie<br />
gedichten in het tweede ge<strong>deel</strong>te).<br />
De drie laatste gedichten delen met nadruk een motief dat ook op<br />
enkele andere plaatsen in de bundel voorkomt : de dichter stelt zichzelf<br />
voor als een woning, een huis, het want van een schip : een ruimte die<br />
bezocht wordt door kinderen, gevuld kan worden met licht en gasten,<br />
of die ontdaan kan worden van goederen. `Neen: 'k ben (waar 't rijpend<br />
ijs de waetren heeft gezogen)' [BMZ7] heeft een ontnuchterend<br />
einde : de kinderen die zich om het huis van de dichter verzamelen,<br />
r26<br />
Zie 7 .2,<br />
166 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
zijn verdwenen als hij eindelijk beslist ze toe te laten. In het tweede<br />
vers, `De keuken is geboend nog voor ik binnen-treed' [BMZ8], stelt de<br />
dichter zich daarentegen weer onvoorwaardelijk bereid om door God<br />
bezocht te worden. `Geven, geven! Alle vrachten' [BM29] is tot slot<br />
een oproep (aan zichzelf) om met achterlating van het stoffelijke (`Laat<br />
de huizen, / sluit de ramen, dek den haard', r. 5-6) alles wat in hem<br />
is op te heffen `in het hoogste want' (r. z), met andere woorden zich<br />
te ledigen voor God.<br />
Twee thematische complexen domineren dus in `De voedster' : dat<br />
van een ruimte (de dichter) die wacht op een onbepaalde aanwezigheid<br />
(God), en dat van de drang tot geven en zich ontledigen, en daarbij<br />
ook als gever aanvaard willen worden. De permanente onvervuldheid<br />
waar al deze gedichten uit voortkomen, geeft aan dat de dichter – hoe<br />
zeker hij ook is van het bestaan, ergens, van God – de mystieke eenwording<br />
niet beleefd heeft.<br />
S BESLUIT<br />
In de voorgaande hoofdstukken is de ontstaansgeschiedenis van Wiekslag<br />
om de kim beschreven en zijn tendenties in Van de Woestijnes<br />
werkwijze geëxpliciteerd. In dit afsluitende hoofdstuk volgt nog een<br />
inventarisatie van Van de Woestijnes uitlatingen over het drieluik<br />
(§ 8.r); daarna zet ik een stap buiten het ontstaansmateriaal om te verkennen<br />
hoe Van de Woestijnes compositiepoetica zich verhoudt tot de<br />
traditie (§ 8.z) en tot tijdgenoten (§ 8.3); ik hoop daarmee tevens aan<br />
te geven in welke richting verder onderzoek op het gebied van de ontstaanspoetica<br />
van Van de Woestijne mogelijk (en wenselijk) is.<br />
8.i Uitspraken van Van de Woestijne over de trilogie<br />
Toen Van de Woestijne niet lang na de voltooiing van Het berg-meer<br />
ernstig ziek werd, moet hij gezegd hebben dat hij, als hij nog zou<br />
genezen, niet meer zou schrijven : hij had zich volledig uitgesproken<br />
en voelde er niet voor zichzelf te herhalen. t27<br />
Van de Woestijne heeft zich slechts enkele malen uitgesproken over<br />
de betekenis van de Wiekslag-poëzie en zijn gedachten achter de compositie.<br />
In het gesprek met E. d'Oliveira in 1 9 1 3 liet hij zich niet uit<br />
over het drieluik. 1.8 Wel werd daar aan het slot Het licht der kimmen,<br />
127 Hierover Eeckhout, Herinneringen ^ aan Karel van de moefti ^, ne p4^ en Ro eas, 1 nt `D 'De<br />
dood van Karel a van a e de Woestijne', 1 e ^ 456. A. .van Cauwelaert citeert in 'Karel ` van<br />
de Woestijne'I 94 I p. 618 een uitspraak s van Van a de Woestijne<br />
t eteeove ) tegenover g zijn z 1<br />
vriend Lode Ontrop : `Mijn 1s werk a alsdichter v ' is voltrokken, r n e, ik zal a misschienie nog gver-<br />
zen schrijven, l maar ik heb aan mijn 1 werk niets s essentieelsm meer r toe te voegen.' g '<br />
t28 ^<br />
D Oliveira De jongere generatie.<br />
167 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
een omvangrijke, meerdelige dichtbundel, opgegeven als `in voorbereiding'.<br />
Er zijn drie verslagen bekend van gesprekken waarin Van de Woestijne<br />
zijn intenties toelichtte. Op r juli 1926 verscheen in De Maasbode<br />
van de hand van `onzen bijzonderen correspondent' het artikel `Bij<br />
Karel van de Woestijne. Het huis te lande.' I29 In erlebte Rede wordt<br />
daar opgetekend<br />
Maar wat heeft een dichter te vertellen over zijn werk, dat dit werk zelf niet zeggen<br />
kan? Het is maar best ook, dat een schrijver zoo weinig mogelijk over zijn eigen<br />
werk philosofeere, zeker in het publiek. Het wordt wel eens zelf- en soms boerenbedrog.<br />
En hoe zou Van de Woestijne kunnen spreken over den opzet van zijn werk?<br />
Als de interviewer dan toch vraagt naar `de grondgedachte, de lijn van<br />
zijn bundel God aan Zee, die eerlang in druk zal gaan', antwoordt Van<br />
de Woestijne:<br />
De Modderen Man [...] is de eerste bundel van een trilogie, waarvan God aan fee de<br />
tweede zijn zal, en de derde die nog geen definitieven vorm heeft, mogelijk nog zal<br />
worden gesplitst. De modderen man, zooals ik trouwens heb aangegeven, bestaat uit<br />
gedichten geschreven tusschen i 909 en t h is. Het is om het brutaal te zeggen: het<br />
zinnelijk <strong>deel</strong>. Het is een einde en een afrekening. Daarna was de weg open naar het<br />
tweede <strong>deel</strong>, waarin een mystischer karakter zich uitspreekt. Wij waren intusschen<br />
aan zee gaan wonen, waar de ziel God vond, althans terugvond. Zoo werd dit <strong>deel</strong><br />
God aan fee. Zooals De modderen man had moeten voorafgaan door een samenvattend<br />
gedicht: `Het dagelijksch brood', zoo zal God aan zee worden vooraf gegaan door een<br />
gedicht dat heet: `Doop van den bedelaar.' [...] Het nog onvoltooide slotgedicht van<br />
den bundel is : `De begrafenis van den bedelaar.'<br />
En het derde <strong>deel</strong> der trilogie?<br />
Er liggen een stapel verzen, geheel, ten halven of ten <strong>deel</strong>e afgewrocht. Maar een<br />
vasten vorm heeft dat nog niet.<br />
Terwijl dus het slot<strong>deel</strong> van de trilogie nog in een pril stadium verkeerde<br />
en zelfs het midden<strong>deel</strong> nog niet geheel was afgerond, deed Van<br />
de Woestijne uitspraken over de verbanden tussen enkele onderdelen.<br />
Hetzelfde gebeurde later in dezelfde zomer. Joris Eeckhout – literator<br />
en pastoor, bewonderaar en huisvriend van Van de Woestijne –<br />
tekende een gesprek op waarin de dichter nader op het drieluik inging.<br />
Het gesprek had plaats in augustus 1926.<br />
Deze trilogie, <strong>deel</strong>de hij me mede, wijst allerduidelijkst op een stijging.<br />
Het uitgangspunt is : het louter-menschelijke, de liefde tot de vrouw; hoe verlokkend<br />
ook, de dichter kan er niet in berusten; het is geen uitkomst, alleen maar een<br />
overgang.<br />
129<br />
[Anoniem],Bi Tij ` Karel van va de Woestijne. l e Hethuis te lande.' Het artikel kreeg geen<br />
dag g later 2 juli r 926 een vervolg: g `Bij Karel 1 van de Woestijne. De dichter en de<br />
on eren.'<br />
168 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
De gang g ag tot de bevrijding van zichzelf wordt uitgebeeld g in God aan Zee.<br />
Die ebevrijding 1 gl wordta natuurlijk niet zonder strijd voltrokken; ^ van die worstelingg<br />
i s de zeehtsymbool.<br />
e In 't hart vana den dichter wentelt e het wisselziekee spel e der<br />
baren. ae Dit t hart echter vertu verzucht naar v vrede, e haakt a naar rust; , en altijd t 1 voort o t klotst de<br />
zee in rusto n tw ende woeling. w g<br />
De zeekent e teigeno onrust niet; den dichter d is, s elk e van haar a steedswisselendes s<br />
gedaanten, n ee n beeld an v ei en g verscheurd leven. el W bracht ze hem bevri' bevrijding, en<br />
voerde r hem e opp<br />
tot God; maar wil die bevrijding 1 g bestendig g zijn, ls hij<br />
moet de zee ont<br />
vice.De lu ht n hoogte<br />
in g dus; d s daar woeit, langs g den e^ stijgenden lg kronkelweg, o e sterkend<br />
g^s e<br />
epp en zuiverend, de wind, die niet meer voert, dan even snipperig g maar, het verre<br />
geklaag van a de e zee; daar rust, ter verhevenste kruin, in algeheele g windstilte, , en alleen<br />
door Gods s adem bevaren : het bergmeer. g<br />
Waar de d dichter c zich buigt g over zijn spiegel, ontwaart hij niet langer, g droef, zijn 1<br />
eigen moegelaat, maar, verrukt, het Aanschijn van God...<br />
Bleek e hij weleer de blindgeborene g te zijn, l^ wijl hijalleen zichzelf aanschouwde,<br />
thans is hij de blind g gewordene voor alles wat niet heet : de hoogste g geestelijke g 1 be-<br />
schouwing3° g^<br />
Een andere informant is Johan de Maegt, die verslag deed van een gesprek<br />
dat hijmet Van de Woestijne voerde op i mei 1928. Over Wiekslag<br />
ome kim komt daar de volgende passage voor:<br />
Mijn 1 Modderen Man is reeds vóór den oorlog g begonnen. g Met God aan Zee en Berg-meer ^<br />
vormt het een trilogie, g^ een symfonie Y eige<strong>nl</strong>ijk. g l Elk boek zet met de zinnelijkheid l in;<br />
maar in het eerste is een begin g van ontworsteling; gs in het tweede een begin g van over-<br />
winning; g in het derde is het de loutering,als g,g<br />
een apotheose, naar het allerhoogste ,<br />
waar er berusting g^ is, in het e goddelijke. g 1 '3'<br />
Andere uitspraken van Van de Woestijne over zijn bedoelingen met<br />
het drieluikzijn niet een ook in zijn correspondentie zoekt men<br />
vergeefs. Het heeft echter a in zijn dichterlijke werkzaamheden een<br />
belangrijke plaatsgehad,getuige alleen al de toewijding die hij het<br />
gedurende ruim vijftien jaar geschonken heeft.<br />
' 3° Eeckhout, Een i<strong>nl</strong>eiding ^ tot Karel van de Woeste J, ne p. S<br />
2- S 3<br />
. In Herinneringen ^ aan Karel<br />
van de Woeste J ne (p. 4 46) vatte Eeckhout hetzelfde gesprek g p samen : `Het ging g g over zijn 1<br />
trilogie, g ^ die duidelijk l wijzen l zou, ^ verzekerde hij me, i op p een stijging lg g uit het louter-<br />
menschelijk l e g naar het zuiver-geestelijke. l Uitbeelden moest ze : de bevrijding 1 g uit de<br />
be t oove rin g der d zinnen, e ^ en e den opgang g g tot de mystieke Y regionen, waar de ziel zich-<br />
zelf in God terugvindt.'<br />
131 De Maegt, g Ontmoetingen, . Uitspraken in interviews moeten voorzichtig<br />
^ ^ p. 73 p<br />
g<br />
gebruikt worden. n In hetzelfde e g gesprek p e met De e Maegt g zou Van de e Woestijne l gezegd g gd<br />
hebben n hijzijn niet datwenst aansprakelijk w n te `oor 'voor wat over mij mij werd geschreven g s<br />
d0o doorinterviewer, menigggg iediepzinnigheden diei n zoeken ve r aa er e geen g e waren. e Dat<br />
va n d 'Oli ve ir a, b ij voorbeeld, bij(p. zou ik niet kunnen verantwoorden' 7 o<br />
169 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
8. z De driedeling als vorm<br />
Van de Woestijnes componeertechniek vertoont enkele tendenties die<br />
iets prijsgeven van wat zijn onderliggende `compositiepoetica'<br />
genoemd kan worden. Een <strong>deel</strong> ervan is kenmerkend voor Van de<br />
Woestijne, maar tevens is die poetica onvermijdelijk verbonden met de<br />
literair-historische context en de literaire traditie. Zoals het binnen deze<br />
editie bij het bespreken van de gedichten noodzakelijk was de interpretatie<br />
tot een volstrekt minimum te beperken, zal deze poetica niet de<br />
aandacht kunnen krijgen die nodig is om recht te doen aan zelfs maar<br />
de belangrijkste aspecten. Een dergelijk poeticaonderzoek behoort<br />
principieel in een ander en breder verband plaats te vinden; voor wat<br />
de Wiekslag betreft zijn hier dan de benodigde gegevens samengebracht.<br />
Wanneer een dichter door een expliciete geleding zijn bundel structureert,<br />
voegt dat iets toe aan de gedichten : hij stuurt de lezing van de<br />
gedichten, hij draagt bij aan de `fore-grounding' van de verhouding<br />
tussen de gedichten. T32 Niet elke dichter heeft daar behoefte aan. Ver<strong>deel</strong>t<br />
de dichter zijn boek wel in afdelingen, dan wil dat nog niet zeggen<br />
dat die bouw een eigen betekenis draagt. Natuurlijk zal een dichter<br />
die dat doet, zich zorgvuldig beraden op de titels van de afdelingen en<br />
de schikking van de verzen, maar in veel gevallen is dan het belangrijkste<br />
oogmerk de gedichten die een gemeenschappelijk element hebben<br />
(formeel, thematisch, chronologisch), bijeen te plaatsen, of zelfs<br />
alleen maar de gedichten die geen gemeenschappelijk element hebben,<br />
te scheiden. Van de Woestijne streefde naar een verdergaande symbolische<br />
architectuur en bereikte die door drie niveaus van de vormgeving<br />
zorgvuldig op elkaar af te stemmen : de keuze van de hoofdtitel en van<br />
de (onder)afdelingstitels; expliciete of impliciete semantische relaties<br />
tussen de titels; en de structuuraanduidingen bij bepaalde onderdelen.'<br />
33 Al in Het vader-huis paste Van de Woestijne deze techniek toe:<br />
op de titel volgt als eerste gedicht Wijding aan mijn vader', en er is<br />
een `Voor-zang', een `Tusschen-zang' en een `Eind-zang'. De reeks<br />
`Het gedicht' in De gulden schaduw dient nadrukkelijk `Bij wijze van<br />
i<strong>nl</strong>eiding', wat een relatie met het navolgende aangeeft. In dezelfde<br />
bundel is de afdeling `Het huis van den dichter' opvallend ver<strong>deel</strong>d in<br />
`Het huis op de vlakte aan de rivier', `Het huis aan den vijver bij het<br />
woud', `Het huis aan de zee' en `Het huis in den stad'. (Verdere<br />
132 Ik spreek hierna uitsluitend over de expliciet aangegeven bouw vanpoëziebundels<br />
dus niet over een inhoudelijke ontwikkeling g die zich ingroepen, reeksen of<br />
cycli Y kan aftekenen.<br />
133 Naas t deze e d driestrategieën e kunn e n uiteraar andere voorkomen. Ik beperk e me e tott<br />
de belangrijkste, g l ^ en dan nog g voor zover ze uit de Wiekslag-geschiedenis gg -<br />
voort geko-<br />
men zijn. 1<br />
170 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
onderverdelingen van de eerste twee van deze afdelingen laat ik buiten<br />
beschouwing.) Het procédé wordt in de trilogie aanmerkelijk verder<br />
op de spits gedreven door de keuze van titels die in hun letterlijke<br />
betekenis op het eerste gezicht moeilijk met elkaar te rijmen zijn en<br />
waarvan de diepere betekenis zich niet direct prijsgeeft; hierdoor<br />
wordt het suggestieve effect verhoogd. Van de Woestijne streefde<br />
daarbij nadrukkelijk harmonie en evenwicht na, althans in de Wiekslagbundels.<br />
In de vroege bundels tot en met De gulden schaduw is dat nog<br />
niet zo sterk zichtbaar, maar de plannen voor Het gelaat des dichters<br />
toonden een in hoge mate symmetrische bouw, die Van de Woestijne<br />
sinds die periode handhaafde. Zelfs in Het batte hart, een bundel die<br />
niet op een bijzonder symbolisch patroon is gebaseerd, zijn de gedichten<br />
symmetrisch gerangschikt. In het verlengde hiervan lijkt het mij<br />
mogelijk dat de plaatsing van `Het menschelijk brood' als i<strong>nl</strong>eiding bij<br />
De modderen man mede is ingegeven door het feit dat God aan zee en Het<br />
berg-meer ook omsloten werden door grote gedichten; met `Het menschelijk<br />
brood' aan het begin van De modderen man was de symmetrie<br />
bijna volmaakt.<br />
Als architect/componist toont Van de Woestijne een zekere voorkeur<br />
voor de driedeling. In het proza wijs ik op `Drie gevoelerige<br />
parabelen' (Janus met het dubbele voor-hoofd, i 908), de `Drie heiligen' in<br />
De bestendige aanwezigheid (1918), en de drie Goddelijke verbeeldingen<br />
('9' 8). De epische poëzie laat driedelingen zien in `De vliegende man'<br />
(Interludiën, 1912) en `De Spartaansche Helena' (Zon in den rug, i924).<br />
Dat in Wiekslag om de kim de driedeling op verschillende niveaus in de<br />
geleding overheerst, is gebleken. X 34 Het leidt tot de vraag naar de betekenis<br />
die hieraan kan worden gehecht. Voor de Wiekslag is die vraag<br />
des te belangrijker : heeft Van de Woestijne iets willen zeggen met de<br />
keuze voor een drieluik?<br />
Het drieluik als uitdrukkingsvorm is ontstaan in de christelijke beeldende<br />
kunst van de vroege middeleeuwen. Het werd de standaardvorm<br />
van altaarstukken, waarin het middenpaneel het hoofdonder<strong>deel</strong> van de<br />
voorstelling was : `Die strenge Symmetrie des primitiven Kultbildes<br />
entsprach der naturlichen Neigung, den Hauptakzent in das Zentrum<br />
zu legen and die Mittelachse zu festigen durch das Gleichgewicht der<br />
Seitlichen Teile.' 13 S Het accent op het midden<strong>deel</strong> blijkt niet alleen uit<br />
de onderlinge verhouding van de drie voorstellingen maar komt veelal<br />
tevens tot uitdrukking in de afmetingen (de `subordinierende symme-<br />
I 34 God o aan zee bestaat 1 at u uit t v vijfafdelingen, maarar in een vroege er stadium heeft Van de<br />
Woestijne l a n een driedeling e ggedacht.<br />
" 5 M.J. F ri ed ldn a de r geciteerd g in Lankheit, a `Das ^ Tryptichon Yp als Pathosformel'<br />
(p. z . Aan dit artikel ontleen ik de volgende g kunsthistorische gegevens gg over het<br />
drieluik.<br />
171 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
trische Komposition der Dreiteilung '). In de ongelijkwaardigheid van<br />
de delen onderscheidt het triptiek zich van de `drieklank' (`dessen<br />
Wesen gerade auf der Gleichwertigkeit der Teile beruht') of van de<br />
cyclus en de fries.' 36 Bij deze formele kenmerken komt dat het altaar<br />
waar het drieluik oorspronkelijk zijn plaats had, in de liturgie de tafel<br />
is waar de symbolische maaltijd werd bereid, `Grundsymbolik der<br />
Eucharistie'. I 37<br />
De liturgie was in de vroegste opzet van Het licht der kimmen een van<br />
de hoofdmotieven van de macrostructuur. Van de Woestijne was voldoende<br />
op de hoogte van de christelijke religieuze symboliek om die<br />
in zijn poëzie te verwerken. En in de schilderkunst was hij voldoende<br />
ingevoerd om het drieluik als uitdrukkingsvorm niet argeloos aan te<br />
wenden, al was het maar door de tentoonstelling van de Vlaamse primitieven<br />
die van z 5 juni tot 15 september z 9oz in Brugge werd gehouden<br />
en die onderwerp was van Van de Woestijnes eerste zelfstandige<br />
werk, De Vlaamsche Primitieven. Hoe ze waren te Brugge (1 903). 138 De tentoonstelling<br />
gaf tientallen triptieken te zien en uit Van de Woestijnes<br />
boek blijkt dat hij ze aandachtig bekeken heeft. In zijn eigen tijd<br />
maakte de symbolistische schilderkunst bovendien graag gebruik van<br />
dezelfde vorm: Jan Toorop, Antoon Derkinderen, Willem van Konijnenburg,<br />
ook Constant Meunier voor wie Van de Woestijne zijn waardering<br />
heeft uitgesproken, hebben de triptiekvorm in hun werk<br />
gebruikt. ' 39<br />
Ondanks de schijn van het tegen<strong>deel</strong> geloof ik toch niet dat Van de<br />
Woestijne het drieluik aanwendde om daarmee het sacrale aspect van<br />
de oorspronkelijke vorm in zijn poëzie in te brengen. De religieuze<br />
symboliek is weliswaar een belangrijk element in zijn werk, en ook is<br />
God aan fee als midden<strong>deel</strong> het omvangrijkst, maar het zijn uiterlijke<br />
overeenkomsten die niet stroken met Van de Woestijnes intenties. De<br />
innerlijke ontwikkeling van Wliek.clag om de kim is lineair : de mystieke<br />
opgang komt telkens in een verder stadium, al gaat dat zeer geleidelijk<br />
en wordt het verhoopte eindstadium, de unio mystica, niet bereikt.<br />
Aangezien de perceptie van een literair werk lineair (in de tijd) tot<br />
i36 'Als s Grundtypen steken g<br />
eenander hier die endlose Reihung shun and die betonte Mitte<br />
geg e nub er. Die er ste r e beruht auf dem Prinzip der Wiederkehr des Gleichen, des<br />
monotonen Rhythmus, Y ^ see fuhrt zur z Y k 1' isc h en Gestat 1 un gsw eise oder zum bandarti-<br />
genn Fries. Der durch h H o he and BreiteB e te aus g e z e i hn c e t eo Mitte entspricht da gg e en die<br />
symmetrische Komposition; in ihr aul3ert sick em Hoc h st m ah von Wurde, aber auch<br />
vonSubordination.'Lankh Lankheit, Pathosformel', 1 Da s Triptychon als sp. i , 2.<br />
"7 Idem, .. S<br />
i38 Opgenomen g in V W dl. 3 .<br />
X39 Voor voorbeelden zie Blotkamp P e.a., ^ Kunstenaren der idee en Blotkamp, p^ Triptieken<br />
in Stijl. J<br />
172 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
stand komt, is het ook niet logisch dat het midden<strong>deel</strong> van een literaire<br />
triptiek de climax vormt; in die zin verschilt het lezen van een dichtwerk<br />
van de perceptie van een geschilderde triptiek.^ 4° Kortom, ik zie<br />
geen dieperliggende overeenkomsten tussen het traditionele drieluik en<br />
Wiekslag om de kim. Wel is een mogelijkheid dat de driedeling in een<br />
vroeg stadium, toen hij in 1 9 1 3 als tweede <strong>deel</strong> voor het drieluik De<br />
kennis van God noteerde, gebaseerd was op de drie trappen van de mystiek<br />
: werken, bidden en aanschouwen. Daar staat tegenover dat het<br />
`schouwen' in de eindversie van de Wiekslag niet plaatsheeft, althans<br />
niet overtuigend : Het berg-meer is niet de bundel waarin de extatische<br />
vereniging met God plaatsheeft, er is hooguit een aantal malen sprake<br />
van een zeer dichte nabijheid van God. Alleen verdere studie kan meer<br />
inzicht verschaffen in de vraag in hoeverre Wiekslag om de kim desondanks<br />
de poëtische symbolisering is van een mystiek proces.^ 4' De<br />
lineaire ontwikkeling strookt eerder met bijvoorbeeld Dante's Divina<br />
commedia, een werk dat Van de Woestijne goed kende. Hij overwoog<br />
er motto's bij zijn gedichten aan te ontlenen, schreef een reeks `De<br />
ontmoeting' (met Dante) in het herdenkingsjaar i 9 21, 142 en is ongetwijfeld<br />
vatbaar geweest voor de ver doorgevoerde symboliek in de<br />
driedelige Divina commedia.<br />
8.3 Mogelijke voorbeelden, verwante opvattingen<br />
Dat Van de Woestijne zelf over zijn `trilogie' sprak, is gebaseerd op<br />
de uiterlijke vorm. Een belangrijke aanwijzing is nog dat Het licht der<br />
kimmen aanvankelijk uit vier delen zou moeten bestaan, wat de intenties<br />
die hij in eerste instantie in deze richting gehad heeft, relativeert.<br />
Hetzelfde geldt voor zijn opmerking in het interview in De maasbode<br />
van I juli 1926, waar hij zegt dat het derde <strong>deel</strong> van de trilogie<br />
nog geen definitieve vorm heeft en `mogelijk nog zal worden<br />
gesplitst.' '43<br />
Daarmee is niet gezegd dat Van de Woestijnes compositiepoetica als<br />
een unicum in de literatuurgeschiedenis zweeft en geen verband houdt<br />
met enige traditie of voorganger. Integen<strong>deel</strong>: Van de Woestijne vertoont<br />
in zijn architecturale aspiraties verwantschap met enkele tijdgenoten<br />
en directe voorgangers. De monumentale opzet van kunstwer-<br />
140 Vergelijk g l de volgorde g links-rechts-midden van bijvoorbeeld 1 be de triptiek Evolutie<br />
van P. Mondriaan, waarmeem oo ookee een o opgaande P ge i naar lijn 1 ho e hoger aanschouwen g is verbeeld.<br />
Zie Blotkam Triptiekenn Stijl, S a ^^ l S7 ,<br />
'4' Belangrijkegegevensaar g 1<br />
daarvoor in R Rutten, n Pro^ a. p.327-341 3 734 i en e 6 977 - 0 i•<br />
142 Gepubliceerd in Deids ^ van september P 9 21 • zie Vi^ dl. p 747 -754 ,<br />
X43 Zie 8.I.<br />
173 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
ken was een verschijnsel dat in het symbolisme wijd verbreid was. i44<br />
Zo bestaat Wagners operacyclus Der Ring des Nibelungen uit vier grote<br />
delen waarvan de premières over een lange periode (r 8 54-1 8 74) plaatsvonden.<br />
Naar aa<strong>nl</strong>eiding van een integrale vertolking van de cyclus in<br />
de Muntschouwburg te Brussel schreef Van de Woestijne in zijn<br />
bewonderende bespreking in de N.R.C. : `Weer hebben zich de vier<br />
<strong>deel</strong>en van het grootsch gebouw blok aan blok voor ons oog opgebouwd,<br />
gerezen uit eene verbluffende macht en eene weergaloze zekerheid.'<br />
=45 Deze woorden zijn van 3o april 1911 (verschenen in de N.A.C.<br />
van 2 mei 191 1). De oudste versie van Het licht der kimmen, toen nog<br />
tetralogie, dateert van 9 juli r 9 r r, twee maanden later. Op 14 mei 1912<br />
verscheen in hetzelfde dagblad een bespreking van uitvoeringen van<br />
Beethovens Missa solemnis en de mis in H-moll van Bach. ' 46 Daaruit<br />
spreekt, geheel los van de waardering voor de muzikale indruk die hij<br />
onderging, opnieuw Van de Woestijnes bewondering voor de breed<br />
opgezette compositie. En toen hij kort daarvoor in de N.A.C. van<br />
12 mei 1 9 12 zijn bewondering voor Wagner aanmerkelijk temperde<br />
omdat hij de fabel van de Ring `pueriel' vond en bezwaar maakte tegen<br />
het `systematische' en `gewilde' waardoor het genieten `van lieverlede<br />
cerebraal' wordt, gaf hij tevens toe : `Ik zal zeer zeker de laatste zijn<br />
om de imponeerende waarde van die kolossale tetralogie te loochenen'.'47<br />
Een literaire voorganger en geestverwant van Van de Woestijne<br />
is uiteraard Baudelaire; aan zijn Les fleurs du mal ligt volgens diens<br />
eigen herhaalde bewering een weloverwogen opzet ten grond-<br />
'44 Hans H. Hofstdtter wijst op P de voorkeur voor sequenties q en cycli Y bij l s Ymbolis-<br />
tische schilders, ^ waardoor regelmatig g g werd aangeknoopt bi' bij traditionele vormen als<br />
diptiek p en triptiek. p `Man ... muB die gleichen g Motive voraussetzen wie bei der<br />
z ys kli chen Folge g oder schlieBlich auch der bildhaften Gestaltung gdes Bildrahmens :<br />
Ve r deut li c hun g der Ideedurch Aufschliisselun g eines Vor an g s gin zeitlich aufeinane<br />
rfol gende Phasen, ^ Variationen der gleichen g Aussage g oder metaphorische p Er gdn-<br />
z u n g ^ ,s schon darin zeigt g sich ein grundlegender g g Unterschied etwa zu dem Tri py t chon<br />
christlicher Altare. "' S ymb ol a 'smus und die Kunst der Jahrhundertwende, ,p p. I Z- 3 I 24)Iets4<br />
verders stelt e t Ho f statte r dat het drieluik niet alleenaa m r opgevat g kan worden als een<br />
geseculariseerde<br />
variant a van a hetmiddeleeuwse altaarstuk : `Man m^chte eher umge-g<br />
e<br />
keh r t sagen, ndhucdasSa ^ a auch<br />
tmitt ea1 lter den ri T PY t c h o n a lt ar w^hlte ^weil seine<br />
Form zur s Y mbo li sc h en Aufgabe g stimmte und ... i die Dr it e eilun dem g musikalischen<br />
Empfinden p der de Symbolisten Y S ents p rac h ^ die d Fl"che e a geometrisch g und rhythmisch Y zu<br />
o rdn e n und n zu einem e Dreiklang g z u verbinden.' e<br />
14S Ve raed ml journalistiek ^ ou<strong>nl</strong>aak r werk dl. 4, D. 338.<br />
3<br />
146<br />
VI^ dl. 6, ^ p. 3 8 8 - 3 9Z. Over het artikel1 a t e ook o Minderaa, > Leven en werken i. > o- 37 37 2 .<br />
147'<br />
V er ameld journalistiek J e werk w k dl. S, p. p 284 . Van de Woestijneswisselende Wagner-g<br />
waarderen g wordt besproken p inW Wauters, a ^ Wagner g en Vlaanderen ^ p p. 4S4 - 4S9 9 .<br />
I 7<br />
ONTSTAANSGESCHIEDENIS
slag. 148 In de derde druk van de bundel, verschenen in 1868, werd in<br />
het appendix een artikel van J. Barbey d'Aurevilly opgenomen. Hij<br />
schreef het in juli i8 5 7, een maand na het verschijnen van de eerste uitgave<br />
van de geruchtmakende bundel. Het bevat een passage die, of<br />
Van de Woestijne haar nu kende of niet (al ligt dat wel voor de hand),<br />
mutatis mutandis ook voor Wiekslag om de kim kan gelden. Barbey<br />
d'Aurevilly betoogt dat citeren van afzonderlijke gedichten uit Les<br />
fleurs du mal onjuist is:<br />
une pièce citée n'aurait que sa valeur individuelle, et it ne faut pas s'y méprendre,<br />
dans le livre de M. Baudelaire, chaque poésie a, de plus que la réussite des détails ou<br />
la fortune de la pensée, une valeur très-importante d' ensemble et de situation qu'il ne faut<br />
pas lui faire perdre, en la détachant. Les artistes qui voient les lignes sous le luxe et<br />
l'efflorescence de la couleur, percevront très-bien qu'il y a ici une architecture secrète,<br />
un plan calculé par le poëte, méditatif et volontaire. Les Fleurs du mal ne sont pas à<br />
la suite les unes des autres comme tant de morceaux lyriques, dispersés par 1'inspiration,<br />
et ramassés dans un receuil sans d'autre raison que de les réunir. Elles sont<br />
moins des poésies qu'une oeuvre poétique de la plus forte unité. Au point de vue de<br />
l'Art et de la sensation esthétique, elles perdraient donc beaucoup a n'être pas lues<br />
dans l'ordre ou le poëte, qui soit bien ce qu'il fait, les a rangées. Mais elles perdraient<br />
bien davantage au point de vue de l'effet moral [...1'49<br />
Van de Woestijne kende niet dezelfde weerstand tegen het losmaken<br />
van gedichten uit hun verband : hij gaf toestemming voor opneming<br />
van zijn verzen in bloemlezingen en stelde immers zelf Blikken samen,<br />
de afgeslankte versie van God aan fee, al gaf hij die ook weer een zorgvuldig<br />
voorbewerkte structuur. Maar de meerwaarde van een `geheime<br />
architectuur' was voor Van de Woestijne een even belangrijk aspect als<br />
voor Barbey d'Aurevilly. Zoals in Wiekslag om de kim maakt de spanning<br />
tussen het gedicht en de macrostructuur in Les fleurs du mal een<br />
weze<strong>nl</strong>ijk <strong>deel</strong> uit van de poëzie. Op grond van dezelfde opvatting<br />
oor<strong>deel</strong>t Hugo Friedrich zelfs : `Neben Petrarcas CaRoniere, Goethes<br />
re.rastlichem Divan and Guilléns Cántico rind die Fleurs du mal das<br />
i48 De structuur van Les fleurs du mal is uitvoerig g onderzocht door Mossop p in Baude-<br />
laire's tra ^ ic hero. Zijn benadering g zou voor Wiekslag ^ om de kim eveneens vruchtbaar<br />
kunnen zijn. 1<br />
149 Geciteerd naar Baudelaire, , Les fleurs du mal, ,p 418-4 1 9. De opvatting p g die spreektp<br />
uit de slotzin van heteciteerde g doet denken aan Van de Woestijnesbelangrijke<br />
gl<br />
opmerking in een e brief aan zijn vriend Lode Ontrop p : `ik hecht eraan dat mijn werk<br />
l beoor<strong>deel</strong>d or<strong>deel</strong> worde,<br />
omdat het hoofdzakelik hoofdzakelijk o aut biografisch is...' (Brieven aan<br />
Lode Ontro p. I De brief f is s van najaar 1aamaar<br />
903,m r deze opvatting gvan Van de<br />
Woestijne 1 n is s in wezen wee nooit gewijzigd. g i gd<br />
Terzijde zij opgemerkt g dat ook Albert Vervee<br />
Y vanafd 1910` e samenhang s g g [...] van minstens zo groot belang g alsenkel-<br />
het gedicht' beschouwde; zie Van Halsema, T e ^ zoeken in deze ^ angstige eeuw eeuw . 1o.<br />
ONTSTAANSGESCHIEDENIS
architektonisch strengste Buch der Europáischen Lyrik.' I S° Een vergelijkbaar<br />
contemporain voorbeeld zou nog kunnen zijn Rilkes Stundenbuch,<br />
dat uit drie afzonderlijk verschenen delen bestaat met een christelijke<br />
symboliek die dicht bij Van de Woestijnes werk ligt: Das Buch<br />
vom mënchi.rchen Leben (i 899), Das Buch von der Pilgerschaft (i90i) en Das<br />
Buch von der Armut and vom Tode (1903). Van de Woestijne heeft zich<br />
echter nimmer uitvoerig over diens werk itgesproken. I S I<br />
Dat ligt anders voor Emile Verhaeren. In 1906 schreef Van de<br />
Woestijne een uitvoerig essay over Verhaeren. í sZ Hij uitte zijn bewondering<br />
voor de grote trilogieën, de eerste bestaande uit Les .coin (1887),<br />
Les débácle.r (i 8 8 8) en Les flambeaux noirs (1890). Van de Woestijne<br />
schreef daarover : `Onder de boeken nu die uit den baaiërd zullen zijn<br />
gered, acht ik Verhaeren's Trilogie te zijn.' I S 3 Verhaerens persoo<strong>nl</strong>ijkheid<br />
zou zich `naar eigen wezen ontbolsteren' in een tweede drietal dat<br />
gevormd wordt door Les campagnes hallucinées (1893), Les ville.r tentaculaires<br />
(i 895) en Les aubes (drama, i898). Nog grotere lof viel een derde<br />
trits ten <strong>deel</strong>, opnieuw een verruiming van het dichterschap, hier uitvoerig<br />
geciteerd omdat de passage tegelijk veel duidelijk maakt over<br />
Van de Woestijnes denken in de periode die voorafging aan de eerste<br />
aanzetten tot de Wiekslag:<br />
Geen ploeteren meer in de drabben van ikheid of rotte maatschappij : een aanvaarden<br />
van alle goedheid, een bewonderen van alle schoonheid, hoe fragmentarisch ook; en,<br />
door een rijp karakter gesterkt, een doorzien van alle passie, van alle menschelijkheid,<br />
en, weldra, van alle wereld-orde. Met zijn breedere ziele-ontvankelijkheid gaat<br />
gepaard het zwellen van zijn werk, de klare grootschheid waarmede het verruimt tot,<br />
haast, een cosmische beteekenis. Geen schrik meer en geen aarzelen: het aanvaarden<br />
der groote wetten, het beminnen van al 't onafwendbaar-eeuwige.<br />
En aldus staan we weer voor drie werken die, in hun vaste eenheid, boven den tijd<br />
verheven, zingen als 't nieuwe Credo van dit menschdom. Het zijn Les Visages de la<br />
Vie [i8 99], verheerlijkende verklaring van de menschelijke passies, Les Forces Tumultueuses<br />
[1 902], verbeelding der wereld-dynamiek in hare hoogste verschijnselen, en die<br />
dionysische en toch mate-houdende Multiple Splendeur [1 906], met hare uitleggende<br />
epigraaf: Admirez-vous les uns les autres. * 54<br />
Aan het slot van zijn essay bekende Van de Woestijne nog, uiteindelijk<br />
Les heures claire.r (i8 96) en Les heures d'après-midi (1905) te beschouwen<br />
' 5 ° Friedrich, Die Struktur S der modernen L rik<br />
y k p. 39. Hierover ook Musschoot, o 'Karel<br />
^ ^<br />
van deoesti'ne W 1> een e baudelairiaans aa s dichter', . 121- I 2 2.<br />
151 Daarentegen g is meerdere ep<br />
malen opgemerkt dat beide dichters verwantschap verto-<br />
nen , maar een uitvoerige gs studie werd niet e verricht.<br />
152 Gepubliceerd p in Europa 1907,opgenomen in Kunst en ^ geest ^,<br />
in Vlaanderen I I I^ zie<br />
VW dl.. 157-193.<br />
4 ^<br />
IS3 VW dl.. 180. 4> p<br />
" 4 Idem, p. 1 o. ^P 9<br />
176 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
als "t allerschoonste wat Verhaeren ooit zong'. 15 s In z 9 z r zouden deze<br />
twee voorkeurbundels, alsof het zo moest zijn, met Les heures du soir<br />
eveneens een drieluik vormen. Het is de gevoelde verwantschap die<br />
hier hoofdbestand<strong>deel</strong> is van Van de Woestijnes – bij latere gelegenheden<br />
herhaalde –bewondering, méer dan een bijzondere waardering<br />
voor de trilogie als architectonische vorm. Dat neemt niet weg dat de<br />
vertrouwdheid met de poëzie van Verhaeren en het ondergane effect<br />
van de reeks van monumentale drieslagen mede aan Van de Woestijnes<br />
belangstelling of gevoeligheid voor een dergelijke opzet kunnen hebben<br />
bijgedragen. En zowel hier als in de eerdere voorbeelden geldt<br />
buitendien dat het er niet zozeer om gaat een ondubbelzinnig voorbeeld<br />
aan te wijzen dat Van de Woestijne tot het drieluik heeft<br />
gebracht, maar aan te geven dat een brede uitwerking van meerdere<br />
samenhangende werken paste in het symbolistische klimaat waar Van<br />
de Woestijne zich thuisvoelde.'s6<br />
De betekenis van de vorm of structuur voor het kunstwerk is meer<br />
dan een oppervlakkige esthetiek of een voorkeur voor classicistische<br />
harmonie. Het streven is een innerlijke dynamiek te wekken die Stéphane<br />
Mallarmé op het oog heeft waar hij zegt : `Le livre, expansion<br />
totale de la lettre, doit d'elle tirer, directement, une mobilité et spacieux,<br />
par correspondances, instituer un jeu, on ne sait, qui confirme<br />
la fiction.'' S7 Bij deze en dergelijke denkbeelden van Mallarmé sluit<br />
Van de Woestijnes compositiepoetica aan. Uit een herdenkingsopstel<br />
over Mallarmé uit 1 9 23 blijkt dat Van de Woestijne zich juist voor de<br />
formele, constructieve kant van diens werk interesseerde.' 5 8 Hij vindt<br />
in Mallarmé's werk geen `absoluut-eigen inhoud' of `volstrekt-alleenstaande<br />
gevoeligheid' – hier komt weer tot uitdrukking dat de expressieve<br />
component voor Van de Woestijne een vereiste was en bleef –<br />
maar hij waardeert des te sterker de formele vernieuwing die de Franse<br />
dichter teweegbracht. Mallarmé trachtte niet het persoo<strong>nl</strong>ijke maar het<br />
algemene door middel van het symbool tot eeuwigheid te verheffen.<br />
Slechts de muziek kan van dat algemeene eene weêrgave zijn : zij alleen vermag van<br />
complexiteit een polyphonische eenheid te maken. Het verklaart waarom de muzikaal-geworden<br />
Mallarmé zelfs de meios uitsluit, de zanglijn, waarin de rhythmus<br />
beweegt. Zijn vers, neen: zijn gedicht, dat op zichzelf eenheid moet zijn, waar de<br />
verseenheid in opgaat, zal dan ook worden contrapunctisch. De opbouw van het<br />
sonnet – de vorm, dien hij kiest om zijne gesloten gebondenheid –brengt hem tot<br />
I " 5 Idem p. 192. 9<br />
i56 Dat Van deoesti W ne 1 aansloot bij het 1 Franse symbolisme Y komt uiteraard in zo<br />
oe d alsallebeschouwingen asaee t ru g^ bondige g hi rover Musschoot, schoot ^ Karel van de Woestijne<br />
en het symbolisme.<br />
I57 ‘ Quant au livre.' In: Mallarmé, CEuvres complètes, 80.<br />
> > p 3<br />
158 ^ ^ ,<br />
`Stéphane Mallarmé. In : VW dl. S ^ p p. 84S -8 S<br />
I.<br />
177 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
een symphonischen arbeid, waarbij de woorden geen waarde meer hebben op zichzelf,<br />
maar veel meer een plaatsingswaarde en vooral een samenklinkende waarde.I59<br />
In deze passage is sprake van het gedicht, niet van bundelcompositie.<br />
Maar het is duidelijk dat Van de Woestijne veel affiniteit heeft met het<br />
principe. Bovendien liggen Mallarmé's ideeën over bundeling van poëzie<br />
in het verlengde hiervan, en komen ze sterk overeen met Van de<br />
Woestijnes aspiraties in Wiekslag om de kim, die eveneens een `polyphonische<br />
eenheid' genoemd kan worden. ' 6° Het houvast van het vooraf<br />
gemaakte plan is, omdat de dichter zich zo een stramien oplegt, vergelijkbaar<br />
met de vaste vorm van het sonnet. Mallarmé spreekt van `un<br />
livre, tout bonnement, en maints tomes, un livre qui soit un livre,<br />
architectural et prémédité, et non un receuil des inspirations de hasard<br />
fussent-elles merveilleuses'. 16' (Door deze eigenschappen onderscheidt<br />
het boek zich van het album, `ce mot condemnatoire'. 162) In de tot het<br />
uiterste doordachte architectuur is niets aan het toeval overgelaten,<br />
ook niet de blanco bladen die ge<strong>deel</strong>ten scheiden. Op dit punt heeft<br />
Van de Woestijne in Wiekslag om de kim de poeticale droom van Mallarmé<br />
verregaand gerealiseerd, al geloof ik niet dat Van de Woestijne<br />
op dezelfde wijze als Mallarmé droomde van het ultieme boek : `je<br />
dirai : le Livre, persuadé qu'au fond it n'y en a qu'un, tenté à son insu<br />
par quiconque a écrit, même les Génies.' I63 Dat allesomvattende boek<br />
is dus onpersoo<strong>nl</strong>ijk en sluit in zijn uiterste consequentie het gehele bestaan<br />
in zich. 164 Hier is een metafysica in het geding die beduidend<br />
verder gaat dan de symbolische uitdrukking van Van de Woestijnes<br />
spirituele ontwikkeling in Wiekslag om de kim.<br />
"9 Idem,<br />
^<br />
p. 849-85o.<br />
160<br />
Vergelijkoo ook 4 . I . 6 ^ waar ter s sprake a e kwam dat Van de e Woestijne W 1 de term<br />
` edc i ht' gebruikte e voor grotereclustersn teeva edichten.<br />
g g g gedichten .<br />
^ G<br />
f ^ ^<br />
Mallarmé, arm Autobio ra hie. In . CEuvres complètes,<br />
Ma<br />
> g P<br />
p. 66 3<br />
> . 3<br />
Ibidem. Voor de ideeën van a Mallarmé heb ik gebruik gemaakt van Dresden, S m-<br />
g g ^ y<br />
162<br />
bolisme.<br />
IG3 , •<br />
Mallarmé, ^uvres com letes<br />
p. 66 .<br />
> > p 3<br />
164 Zie ook Dresden, Symbolisme, y ,p p. 126-I2 ^ .<br />
178 ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Drukgeschiedenis<br />
I DE MODDEREN MAN<br />
1.1 Drukgeschiedenis van De modderen man<br />
Het eerste <strong>deel</strong> van Wiekslag om de kim verscheen bij Uitgeversmaatschappij<br />
Het Roode Zeil. Hoewel C.A.J. van Dishoeck Van de Woestijne<br />
van 1905 tot 1918 tot zijn vaste auteurs had mogen rekenen en<br />
het drieluik Het licht der kimmen in 1 9 12 aangekondigd was als Van<br />
Dishoeck-uitgave, verkoos de dichter in 192.0 de toen nog zeer jonge<br />
en onbekende uitgeverij.<br />
De uitgeverij was opgericht uit literair-politieke overwegingen : na<br />
de Eerste Wereldoorlog werd onder sommige Vlaamse kunstenaars<br />
opnieuw de behoefte gevoeld de ontstane afstand tot de Van nu en<br />
straks-traditie te overbruggen en de ideeën die dat tijdschrift in het<br />
vaandel voerde, in ere te houden of te herstellen. De naamloze vennootschap<br />
hield in 1921 op te bestaan en gaf van maart tot oktober<br />
1 92o ook het maandelijkse tijdschrift Het ronde feil uit. Het werd<br />
gekenmerkt door een hoge mate van estheticisme, zowel inhoudelijk<br />
als in de uitvoering en typografie. Het kosmopolitische, `Europese'<br />
karakter was nadrukkelijk op Van nu en straks geïnspireerd.<br />
Aflevering r opende met verzen van Van de Woestijne uit De modderen<br />
man. Dit was een programmatische keuze aangezien Van de Woestijne<br />
in die jaren gezien én bestreden werd als de belichaming van het<br />
oude Van nu en straks-ideaal. Ook in de dubbelaflevering 2- 3 werden<br />
verzen van hem opgenomen. Bovendien stond Van de Woestijnes<br />
naam bij de redactieleden.I<br />
Een archief van Het Roode Zeil is niet bewaard gebleven, maar er<br />
zijn toch enkele gegevens omtrent de totstandkoming van De modderen<br />
man overgeleverd. Zo bleef het contract bewaard dat gesloten werd<br />
tussen Van de Woestijne en de uitgeverij. Z Het werd door Firmin van<br />
Hecke, een van de initiatiefnemers voor de oprichting, met de hand<br />
geschreven op een los blad papier en zowel door hem als door Van de<br />
Woestijne ondertekend. De volledige tekst luidt<br />
Tusschen den heer Karel van de Woestijne letterkundige te Brussel en den heer Firmin<br />
van Hecke, en consoorten, handelend voor de Uitgeversmaatschappij `De<br />
I Zie over de opvattingen van Het Roode Zeil : Weisgerber, g De VlaamseV literatuur op<br />
onbegane g g ween ^ p. p 117-124.<br />
2 AMVC : W 803/B4.<br />
179 DRUKGESCHIEDENIS
Zwarte Ruiter' is overeengekomen, dat eer[s]tgenoemde tegen den prijs van vijfhonderd<br />
frank (500 fr) afstaat voor publicatie door de zorgen van laatstgenoemde een<br />
bundel verzen nog onuitgegeven in boekvorm en bevattend gedichten.<br />
Het recht van deze uitgave blijft gedurende twee jaren het eigendom van voornoemde<br />
firma voor een enkele oplaag van maximum drie honderd genummerde en<br />
geteekende exemplaren.<br />
De heer Karel van de Woestijne verklaart hierbij de som van vijfhonderd franken<br />
ontvangen te hebben.<br />
Een datum ontbreekt op het contract, maar aangezien als naam van de<br />
uitgeverij nog De Zwarte Ruiter genoemd wordt, moet het dateren<br />
van voor 3 maart 192o, toen uitgeverij Het Roode Zeil officieel werd<br />
opgericht. 3 Waarschij<strong>nl</strong>ijk werd het contract al in 1919 opgesteld, want<br />
op 28 januari i9zo schreef Van de Woestijne aan André de Ridder, op<br />
briefpapier van het kabinet van de Minister van Wetenschappen en<br />
Kunsten waar de dichter op dat moment secretaris was<br />
Ik heb hier toevallig den directeur ontmoet van het uitgevershuis Berger-Levrault, te<br />
Parijs, wien ik i<strong>nl</strong>ichtingen heb gevraagd over de gelegenheid, papier te doen komen.<br />
Die gelegenheid bestaat: er is thans weêr in den handel heel goeden Arches te krijgen<br />
in evengoede voorwaarden als de Engelsche papieren (Polderman heeft er mij<br />
getoond, die ver beneden Arches staan).4<br />
Er is nu ook weêr Japansch te krijgen, en wel te Brussel, bij Verleysen, Koninklijke<br />
straat.<br />
Dit alles bij wijze van i<strong>nl</strong>ichting, en met het oog op het drukken van mijn boekje.<br />
Is nu reeds een lettertype ontdekt? Gaarne hoor ik iets desaangaande.<br />
Er werd begin i920 dus al werk gemaakt van de vormgeving van De<br />
modderen man; dit blijkt ook uit het voorkomen van de oude uitgeversnaam<br />
De Zwarte Ruiter op de ge<strong>deel</strong>telijk bewaarde drukproef van de<br />
bundel (H-5 5). De problemen met de levering van geschikt papier<br />
waarover Van de Woestijne in zijn brief aan De Ridder spreekt, houden<br />
verband met de nawerking van de oorlog. Voor De modderen man<br />
werd inderdaad papier van Arches gebruikt voor de gewone exemplaren,<br />
en Japans papier voor de luxe-exemplaren.<br />
Als kopij diende het gewijzigde typoscript dat oorspronkelijk was<br />
samengesteld voor Het gelaat des dichters (H-4o; zie ook de Ontstaansgeschiedenis,<br />
§ 3.1.3). De bundelkopij werd tevens gebruikt voor Van de<br />
Woestijnes bijdragen aan de eerste afleveringen van Het roode zeil.<br />
Enkele aperte fouten in het typoscript zijn in het tijdschrift overgenomen.<br />
De bijdrage is onzorgvuldig geredigeerd, en het is onwaarschij<strong>nl</strong>ijk<br />
dat Van de Woestijne zelf de proeven heeft gecorrigeerd.<br />
3i Ze. Van Overbeek, Het Roode Zeil, p. 11.<br />
4 Fabrice Polderman was mede-oprichter P van de nieuwe uitgeverij g 1 en redactiesecreta-esecreta<br />
ris van Het roode vil.<br />
ISO DRUKGESCHIEDENIS
In het eerste nummer van Het ronde feil, dat verscheen op 15 maart,<br />
werd bij de verzen van Van de Woestijne in een noot gemeld : `Uit de<br />
"Modderen Man", een in het voorjaar bij de uitgeversmaatschappij<br />
"Het Roode Zeil" te verschijnen bundel nieuwe verzen.' Het<br />
genoemde tijdstip, hoe vaag ook aangeduid, werd niet gehaald. Op<br />
I3 mei 192o schreef Van de Woestijne opnieuw aan De Ridder over de<br />
bundel. Men was toen vermoedelijk midden in het produktieproces.<br />
Gust van Hecke schrijft mij over een goud-geel omslag voor mijn `Modderen Man',<br />
dat Buschmann met een Cordovaansch leder-motief zou bedrukken. Dat kan inderdaad<br />
heel mooi worden, maar... goud-en-zwart: dáár ben ik bang voor. Het mag<br />
toch geen Vlaamschen-leeuw-uitzicht krijgen ! – Laat de drukker het dan eens proberen<br />
met eene andere kleur, bistre b.v.: Dat zou tevens zachter en voornamer staan...<br />
En wanneer krijg ik nu het tweede <strong>deel</strong> der drukproef? 't Wordt, dunkt me, tijd,<br />
daar een einde meê te maken. Vindt gij niet?<br />
Meer is over de drukgeschiedenis van de bundel niet bekend. Wel<br />
meldde Van de Woestijne in een brief van 16 september 1 9 2o aan Dirk<br />
Coster dat `nog deze week een bundeltje verzen [verschijnt] : "De<br />
Modderen Man" : ik laat het u geworden.' S Als verschijningsdatum<br />
kan dus eind september i920 worden aangehouden.<br />
I .2 De modderen man : uitvoering<br />
De modderen man is uitgevoerd in het opvallende formaat van<br />
28,2 x 2 3 cm, met een lichtgrijs verlucht omslag waarop de titel in donkerblauwe<br />
cursieve kapitalen is gedrukt. De bedenkingen die Van de<br />
Woestijne uitsprak in de tweede brief aan De Ridder hebben dus effect<br />
gehad. De colofon voorin de uitgave luidt (p. 7)<br />
Van dit boek, tusschen 1 909 en 1 9 1 5 gedicht, en voor de uitgeversmaatschappij `Het<br />
Roode Zeil' in Juli 192.0 gedrukt op de persen van J.-E. Buschmann te Antwerpen,<br />
met de Old Face Caslon Type, werden getrokken en door den schrijver onderteekend:<br />
zo ex. op papier der Keizerlijke Papierfabrieken Insetsu-Kioko van Tokio, Japan,<br />
genummerd r tot x,<br />
en 25o ex. op geschept papier der Papierfabrieken van Arches (Vosges), genummerd<br />
rtot zfo.<br />
De nummering geschiedde met de hand; Van de Woestijne signeerde<br />
onder de colofon. Op het titelblad, onder de auteursnaam `Karel van<br />
de Woestijne', de titel De modderen man en het door Gustaaf de Smet<br />
getekende vignet van de uitgeverij, staat als imprint:<br />
5 NLMD ; CB, 37S<br />
IóI DRUKGESCHIEDENIS
^ Van at^ t<br />
^^ ^<br />
los"mose. da<br />
^<br />
? B.__ 2r^.A!..e^ a.._.^i....<br />
e t*r<br />
twin.<br />
dir`<br />
^ N r e .<br />
en ago ex. op geschept papier der Papisa6<br />
(stricken van Arches (Vosges), geomanneed<br />
r tot asco.<br />
Ny _<br />
t<br />
k.w‘&<br />
}<br />
Colofon van De modderen man met handtekening g van Karel van de Wo est i'n 1 e.<br />
I 82 DRUKGESCHIEDENIS
uitgaven van<br />
Het Roode Zeil, Brussel.<br />
Voor Holland: Valkhoff & C°, Amersfoort.<br />
1920.<br />
De uitgeverij staakte in 192I haar activiteiten. Lode Opdebeek, die<br />
ook in Het Roode Zeil participeerde, nam de op dat moment resterende<br />
voorraad van De modderen man over. Toen A.A.M. Stols in 1926<br />
het tweede <strong>deel</strong> van Wiekslag om de kim uitbracht, nam hij de laatste<br />
restanten over om geïnteresseerden in de gelegenheid te stellen alsnog<br />
het eerste <strong>deel</strong> van het drieluik aan te schaffen. Over de verkoopprijs<br />
van de bundel bij verschijning zijn geen gegevens achterhaald; toen<br />
Stols het restant te koop aanbood, kostte De modderen man fl. 5,25 (zie<br />
hierna, § 2.1).<br />
2 HET MENSCHELIJK BROOD EN GOD AAN ZEE<br />
In 1924 was bij Boosten & Stols in Maastricht Van de Woestijnes epische<br />
bundel Zon in den rug uitgekomen in de reeks De Schatkamer die<br />
onder redactie stond van Jan Greshoff. Enkele jaren later was A.A.M.<br />
Stols verantwoordelijk voor drie van de vier uitgaven die Wiekslag om<br />
de kim vormen : Het men.rchelijk brood en God aan fee in 1926, en Het<br />
berg-meer in 1 9 28. Bovendien bracht Stols in 193o in éen bundel Het<br />
menschelijk brood en De modderen man opnieuw uit, en samen met Joh.<br />
Enschedé en Zonen in 1931 de eerste druk van Nagelaten gedichten; vervolgens<br />
zorgde hij in 1943 voor de integrale Noordnederlandse heruitgave<br />
van de trilogie, evenknie van de Belgische Wiekslag-uitgave door<br />
Manteau, een jaar eerder.<br />
2.1 Drukgeschiedenis van God aan zee<br />
Stols moet eind augustus 1926 schriftelijk aan Van de Woestijne voorgesteld<br />
hebben de bundel God aan fee uit te geven. Op 4 september<br />
1926 schreef Van de Woestijne de volgende brief aan Stols.6<br />
Hooggeachte Heer Stols,<br />
Neem mij niet kwalijk zoo ik Uw brief enkele dagen onbeantwoord liet : hij bracht<br />
overwegingen en nazoekingen mede, die ik U wensch mede te <strong>deel</strong>en om, naar ik<br />
wensch, eene overeenkomst te treffen.<br />
God aan Zee is niet eene verzameling van losse gedichten, maar een goed-aaneengesloten<br />
geheel, waar geen enkel <strong>deel</strong> uit gelicht kan worden. De bundel maakt het<br />
tweede luik uit van een triptiek, waarvan het eerste De Modderen Man is, (in 191 9 uitgegeven<br />
en mijn eigendom)7 en het derde het Bergmeer zal heeten.<br />
6 Alleen het klad van de brief is bewaard; het is dus mogelijk dat de verzonden versie<br />
van de brief heeft afgeweken. g<br />
7 Dit moet zijn 9 2o.<br />
Iój DRUKGESCHIEDENIS
Ik zou met de uitgave van God aan Zee geen haast hebben, indien einde dit jaar niet<br />
een tijdperk werd afgesloten, waarvoor een grooten staatsprijs moet worden uitgereikt,<br />
dien ik kans heb te winnen (dit als vertrouwelijke mede<strong>deel</strong>ing).<br />
Daar U eenerzijds geen bundel wenscht uit te geven van meer dan plus-minus<br />
veertig bdz. en ik het voor eene eer houd opgenomen te worden in uwe reeks `Trajectum<br />
ad Mosam'; daar het ander<strong>deel</strong>s in mijne bedoeling ligt, over twee jaar, naar<br />
aa<strong>nl</strong>eiding van mijn vijftigste verjaring, voormelde trilogie in haar geheel en onder<br />
meer-populairen vorm zooals mijne groote bundels bij C.A.J. van Dishoeck in het<br />
licht te zenden, ben ik tot het volgende voorstel gekomen, dat ik U onderwerp<br />
Uit God aan Zee maak ik eene bloemlezing (de keus is reeds gedaan), die 44 bdz.<br />
tekst, met het voorwerk dus 48 bdz. zou beslaan (bladspiegel: vijf vierregelige strofen),<br />
[en] uitgegeven zou worden naar uwe inzichten, wat papier en getal exemplaren<br />
betreft. Deze bundel zou ik noemen : Blikken<br />
Daar over twee jaar deze oplage hoogst-waarschij<strong>nl</strong>ijk zal uitverkocht zijn, zou ik<br />
U van nu af aan mijn grooten bundel (+ 275 bdz.) tegen i928 ter uitgave aanbieden:<br />
U zoudt hem dan, mits enkele prachtexemplaren, uitgeven naar uw believen.<br />
Wat het honorarium betreft: U zoudt het mij uitbetalen b j i<strong>nl</strong>evering der copy (in den<br />
loop van deze maand September); dat honorarium zou gebracht worden op i5o gulden,<br />
maar dan zou het manuscript, eigenhandig-geschreven op groot papier, met<br />
eene wettigende opdracht Uw eigendom blijven. Ik wil U niet verzwijgen dat ik vóór<br />
het einde dezer maand een goed gebruik heb van zulke som.<br />
Wat eindelijk uw verzoek aangaat betreffende uwe Serie voor de Happy few – ik<br />
ben blij daartoe te behooren –, gaarne willig ik het in: gij krijgt daarvoor een<br />
gedicht in twee <strong>deel</strong>en, Het menrchel jke brood, dat tien a twaalf bdz. inneemt (vier<br />
vierregelige strofen), en dat eige<strong>nl</strong>ijk bedoeld is als eene i<strong>nl</strong>eiding voor eene nieuwe<br />
uitgave van De(n) Modderen Man, in den herdruk dien ik U hierboven, te gelijker tijd<br />
met God aan Zee en Het Bergmeer, voorstel.<br />
Donderdag e.k. vertrek ik voor enkele weken naar zee. Het zou mij genoegen<br />
doen, vóór dien tijd te vernemen hoe U over dit alles denkt. Intusschen moge ik verblijven<br />
[...]<br />
De onderhandelingen betroffen dus in eerste instantie God aan fee, en<br />
Stols maakte van die gelegenheid gebruik ook om een bijdrage voor<br />
zijn bibliofiele reeks To the Happy Few te vragen.<br />
In het verzoek had Stols blijkbaar de omvang van God aan fee gesteld<br />
op ongeveer veertig pagina's. Van de Woestijne heeft daarop<br />
zonder dralen een selectie gemaakt uit de gedichten die voor de oorspronkelijke<br />
bundel bestemd waren: `de keus is reeds gedaan'. Deze<br />
selectie is vastgelegd in het verzamelhandschrift met de titel Blikken<br />
(H-74), dat de door Van de Woestijne opgegeven omvang heeft. Voor<br />
de inhoud en het selectieproces verwijs ik naar de bespreking van het<br />
handschrift in § 6.3.6 van de Ontstaansgeschiedenis.<br />
De selectie van de gedichten en de vervaardiging van het manuscript<br />
zijn hoogst waarschij<strong>nl</strong>ijk <strong>deel</strong> van de `overwegingen en nazoekingen'<br />
die Van de Woestijnes antwoord vertraagden. Als reactie op Stols'<br />
schrijven moet hij Blikken in de eerste dagen van september geschreven<br />
hebben.<br />
I84. DRUKGESCHIEDENIS
Van de Woestijne had vermoedelijk nog andere overwegingen te<br />
maken. In 1924 had uitgeverij De Sikkel zijn Substrata in een bibliofiele<br />
editie uitgegeven, en Van de Woestijne had zich in een brief aan<br />
Eugène de Bock, directeur van de uitgeverij, zeer lovend uitgelaten<br />
over het resultaat.' In een postscriptum bij een brief van 27 mei 1926<br />
aan De Bock wierp hij op<br />
Ik herkouw het ontwerp van een bundel verzen, die ik op eigen risico zou uitgeven.<br />
Zoudt gij geneigd zijn, een <strong>deel</strong> der exemplaren over te nemen? Het zou gedrukt<br />
worden op niet meer dan honderd exemplaren. Ik zou er U den helft van voorbehouden.<br />
De mogelijkheid bestaat dat Van de Woestijne zijn volgende bundel<br />
uit het drieluik hier aan De Bock aanbood. In de marge schreef De<br />
Bock bij deze passage: `te zijner tijd gaarne meer over horen'; hij zal<br />
Van de Woestijne in deze zin geantwoord hebben in een (niet<br />
bewaarde) brief. In de voorgestelde opzet kwam de bundel er niet.<br />
Van de Woestijne ging in zijn schrijven aan Stols tevens accoord<br />
met opneming van Het menschelijk brood in de reeks To the Happy Few.<br />
Maar zijn voorstel aan Stols reikte verder. Hij gaf te kennen in 1928<br />
ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag het complete drieluik in<br />
éen band te willen uitgeven. Daarin zou `Het menschelijk brood' zijn<br />
beoogde plaats voor de eveneens te herdrukken De modderen man krijgen,<br />
God aan fee zou er integraal <strong>deel</strong> van uitmaken, en Het berg-meer<br />
zou er als sluitstuk voor het eerst in verschijnen.<br />
Van de Woestijne had zich met betrekking tot de omvang van God<br />
aan fee snel aan de wensen van de uitgever aangepast en Blikken ontworpen.<br />
Stols reageerde echter al op 7 september op Van de Woestijnes<br />
brief met een nieuw voorstel : 9<br />
Hooggeachte heer Van de Woestijne, W 1 e<br />
In het bezit van Uweeëerde g letteren van 4 dezer, ^ heb ik eer de U et het vol volgende e g<br />
mede te <strong>deel</strong>en.<br />
Zeer gaarne e aa aanvaardi r ik Uw voorstel r om eeuit mbloemlezing<br />
'°<br />
GOD o ZEE uit<br />
te geven.<br />
Maar, waar zooals Gij zelf zegt, g^geen eige<strong>nl</strong>ijk gedicht g uit dien bundel kan gemist g<br />
worden, stel ik U voor, den g geheelen bundel toch uit te geven g in luxe-editie. e<br />
Mijn 1 voorwaarden zouden dan blijven To% van het netto-bedrag gper verkocht<br />
exemplaar, maar op o welk g bedrag ik U bij l ontvangst g der p persklare copy een bedragg<br />
van een honderd en vijftig 1 gg gulden zal doen toekomen als vooruitbetaling. g<br />
8 c<br />
Brief van 25gg 5mei 1924: Ik kan U niet e zeggen hoe e a dankbaar ik U ben voor o0 de zorgo<br />
g<br />
dieij g^ aan mijn ^ werk w hebt besteed, s en e die bekroond o is s met zulken e uitnemenden e ende nuit-<br />
slag. g Niet e alleen s is de p productie verrassend-nieuw,m aa zij r zij overtreftnh in schon schoonheid<br />
al wat ik had durven hoen.'<br />
p<br />
9 AMVC : W 803/84.<br />
'° Lees : `een'.<br />
Ióf DRUKGESCHIEDENIS
Het manuscript wordt dan mijn J eigendom; g ^ het zal geschreven g zijn op groot g papier, ,<br />
en eded g i cac ee r d worden. w o e. n<br />
Eind 9 28 herkri' herkrijgt t U dan weer het auteursrecht om GOD AAN ZEE o p te nemen<br />
in de tri ptiek uitgave. g<br />
Ik hoopspoedighetmanuscripte dus o 1 ss ett e, ontvangen<br />
1 als Gi' Gij met mijnecondities<br />
g<br />
Het l 1 kt 1 mij 1 trouwens t bij s l nader b ade inzien i e veel e 1 beter toe om U Uwen bundel onverkortv<br />
uit te e g geven; even , ommers es o m bij 1 een b eeoe luxe-editiem ook t ok de d t xt evan volledige g waarde zijn. ^n<br />
En mij 1 dunkt dat a hetU meer zal a aantrekken e als eene bloemlezinggelijk gg 1 BLIKKEN,<br />
h oe wel het voor o mij ^<br />
natuurlijk een veel groote rooter risico zal eischen.<br />
ZON IN N DEN N RUG UG 1S zeer r e slecht s t gegaan, gg e , ene ik ben dus huiverig. Maar gelukkig g<br />
heeft e f Uw werk den e tijd, ^, d en ik zal a het voor en na wel kwijt ^ raken.<br />
Metrooten g dank aanvaard ik Uw aanbod van HET MENSCHELIJK 1 BROOD voor<br />
mijne ^ particuliere e collectie o To The Happy Few. y Dat gij g^ mij daarvan ^ tevens het<br />
manuscript p schenkt, ^ is mij 1 als bibliophiel p een dubbele verheugenis. g<br />
Wat de d ult uitgave g van HET BERGM EER betreft, b >gij<br />
ik appr[e]cieere h te ttendat i'<br />
mij 1 die i nu u reeds s aanbiedt. n b I k hoop<br />
p eerlang a g ook o0 totde e uitgave u t g a daarvan over te gaan.<br />
Gaarne zie ik nuwe U definitieve toezegging g van den geheelen g text van GOD AAN<br />
z E E tegemoet, g ^mij<br />
waarna a ik Uhet contract ter rtoezenden. teekening gzal<br />
G lieve Gelieve mi' ook<br />
van U Uw nieuw adres op de hoogte g te e houden.<br />
n v mijn iend 1 vriend Vr Vriamont a vernam k i ^ dat Gij 1 accoord<br />
gaat g met de vertalingen<br />
voor Commerce, e, e en zelfs dat glgij ze zelf r ter hand wilt w t nemen. e Mij ^ is niets liever dan<br />
dat. Ik stel er eene eer in U als eerste Ne d r e lnd a sc h e n I I dichter c in Frankrijk 1 te kunnen<br />
in t o r ucee d r e, n waar gij 1 dan a in het goede g gezelschap g van Valéry, Y,<br />
Fargue<br />
en Lar-<br />
baud verkeert<br />
wilde dus alsnog God aan fee volledig uitgeven en wachtte Het<br />
berg-meer met belangstelling af, maar verplichtte zich niet tot een uitgave<br />
van de gehele trilogie in i92.8.<br />
Van de Woestijne is met het voorstel voor God aan fee accoord<br />
gegaan. Het handschrift van Blikken is verder ongebruikt gebleven.<br />
Hoe de afspraken betreffende de `gededicaceerde' nethandschriften van<br />
God aan fee en Het menschelijk brood tot stand gekomen zijn, is niet<br />
zeker. Het lijkt erop dat Stols daarover in zijn eerste brief al gesproken<br />
heeft. Dat hij evenwel blij verrast was met het manuscript van Het men-<br />
.rchelijk brood wijst erop dat Van de Woestijne dit had aangeboden in de<br />
uiteindelijk verzonden versie van de brief van 4 september. De beide<br />
nethandschriften bleven bewaard (H-76 en H-77). Ze bevatten een<br />
handgeschreven opdracht aan Stols, maar alleen God aan fee werd gedateerd,<br />
op 23 september 1926. Gezien de smetteloze staat waarin de<br />
manuscripten ook nu nog verkeren, en Stols' bibliofilie in aanmerking<br />
genomen, is het uitgesloten dat de nethandschriften in de zetterij zijn<br />
I I Lees : `Nederlandschen'.<br />
S<br />
I2<br />
In het modernistische tijdschrift Commerce<br />
1 zijn lg n geenvertalingen van Van de Woestine<br />
verschenen. (Vergelijk de indices van het h tijdschrift in Levie, Commerce,<br />
l gl 1 p. 2oí-<br />
> p<br />
9.)<br />
Ióá DRUKGESCHIEDENIS
gebruikt. De eerste drukproef van God aan fee en het manuscript voor<br />
Stols hebben echter op enkele plaatsen overeenkomstige fouten, die<br />
erop wijzen dat naar het manuscript een zeer getrouwe kopie is<br />
gemaakt. Als die hypothese juist is, ligt het voor de hand dat voor Het<br />
menrchelijk brood dezelfde werkwijze is gevolgd. Wie dergelijke afschriften<br />
gemaakt heeft – Stols, Van de Woestijne of een derde – is niet<br />
bekend.<br />
Toen het drukproces ver gevorderd was, heeft Stols een prospectus<br />
verspreid om God aan fee aan te kondigen en intekenaren te werven. Er<br />
waren van het prospectus zowel exemplaren op Japans papier als op<br />
papier van Pannekoek. Het bestond uit een gevouwen blad met op de<br />
voorzijde de titelpagina van de bundel, binnenin respectievelijk de<br />
gedichten "k Heb mijne nachten meer doorbeden dan doorweend'<br />
[G. z 2] en `Ik kom alleen, bij nacht, in deze zee-stad aan' [Gz 1 2]. De<br />
tekst op de achterzijde luidde:<br />
Tot ons groot genoegen kunnen wij thans een zeer belangrijk werk aankondigen,<br />
hetwelk, naar wij verwachten, zeker de aandacht van de vrienden der Nederlandsche<br />
letterkunde zal trekken.<br />
In 1 9zo liet Karel van de Woestijne een bundel gedichten verschijnen getiteld `De<br />
Modderen Man'. Deze bundel is door de kritiek zeer gunstig ontvangen. Het eerste<br />
<strong>deel</strong> van een drieluik was daarmee voltooid. Met belangstelling werd toen om de volgende<br />
<strong>deel</strong>en gevraagd. Thans is door den dichter het tweede voltooid. De titel daarvan<br />
is : `God aan Zee'. Het geheele werk zal voltooid zijn met den het volgende jaar<br />
te verschijnen bundel `Het Berg-Meer'.<br />
Aan `De Modderen Man' zal worden toegevoegd een i<strong>nl</strong>eidend gedicht getiteld `Het<br />
Men.rchel jk Brood', hetwelk zal gedrukt worden in r i 5 exemplaren welke evenwel niet in<br />
den handel komen.<br />
Om het tweede luik zoo aantrekkelijk mogelijk te maken hebben wij gemeend aan<br />
het boek een pasenden, vorm te moeten geven. Wij kozen als formaat r 5 x i;; als<br />
letter de Garamond. Titel en initialen werden geteekend door Alphonse Stols.<br />
Het werk bestaat uit een prae-ludium De geboorte van den Bedelaar, vijf <strong>deel</strong>en: t De<br />
Heete Asch. II De Schurftige Danser. r i r Verdoeking van God. iv Geboorte van den Honig.<br />
v God aan Zee, en een post-ludium De uitvaart van den Bedelaar. Elk <strong>deel</strong> daarvan<br />
begint met een groote initiaal; elk gedicht met een kleine. zoo exemplaren zijn<br />
gedrukt op geschept Hollandsch papier van Pannekoek. Bovendien werden tien<br />
exemplaren op keizerlijk Japansch papier gedrukt.<br />
De prijs der gewone exemplaren is io gulden, die van de exemplaren op Japansch<br />
papier is 25 gulden.<br />
God aan Zee vormt het xvie <strong>deel</strong> van de serie Trajectum ad Mosam.<br />
Om onze inteekenaren te gerieven hebben wij met den uitgever van `De Modderen<br />
Man' een overeenkomst getroffen om de resteerende exemplaren beschikbaar te stellen<br />
tegen den prijs van fl. 5.25.<br />
Het prospectus besluit daaronder met een wervende tekst voor Zon in<br />
den rug, de bundel die volgens Stols `zeer slecht gegaan' was.<br />
187 DRUKGESCHIEDENIS
Het door Stols op 16 november 1926 getekende contract voor God<br />
aan fee biedt verdere bijzonderheden over de uitgave. ^ 3 Van de Woestijne<br />
stond de rechten af voor éen druk en was pas gerechtigd tot een<br />
nieuwe druk over te gaan (afzonderlijk of te zamen met ander werk)<br />
als de gehele oplage bij Stols was uitverkocht. De typografische uitvoering<br />
was geheel in handen van de uitgever, die daarvoor `naar zijn<br />
beste weten' zou zorgdragen. De genoemde oplagecijfers wijken af van<br />
die in het prospectus. In artikel z o van het contract werd bepaald:<br />
De geheele oplage van dezen druk bestaat uit 30o ex. aldus ver<strong>deel</strong>d:<br />
io ex. op Japansch papier, in den handel, a fl.25.- verkoopsprijs,<br />
5 ex. , niet in den handel,<br />
Z S o ex. Hollandsch papier, in den handel, a fl. to.- verkoopsprijs,<br />
3S e ex. " " " , nietin den handel, > waaronder e<br />
zijn begrepen de exem-<br />
laren voor den auteur,benevensdi die v voor or de pers.<br />
Hier lg<br />
i iovereengekomen,dat s uitgever de eg e a e s der uitgave ea zal dragen g en<br />
den auteur r a als s honorariumui t keeren ° 10 / o van den netto - i' 1 r s r e v erkocht ex. ^ dus<br />
o v er het e totaal 1 bedrag a g ad 10 x 2 S + Zo S x 1 oude g gulden 2 o 7S gulden g verminderd v met<br />
33 130 ° /be o boekhandelaarskorting a eaaso l r k tln g9Sg 1 gulden) blijft 1 183Sg gulden, ^zoodat het totaal<br />
bedrag gvan a hethonorarium<br />
kana wo worden Fl. 183,5o, 3^S ^ waarvan de auteur bij 1 het teekenen<br />
van het contract een voorschot van 1 S o g gulden e ontvangt te en behoorlijke<br />
g q ui-<br />
tantie.<br />
Als auteursexemplaren zou Van de Woestijne ontvangen : `tien niet in<br />
den handel zijnde gratis exemplaren, ingenaaid, benevens twee exemplaren<br />
op Japansch papier, eveneens niet in den handel en ingenaaid'.<br />
Het produktieproces van de bundel heeft zich in betrekkelijk korte<br />
tijd voltrokken. Het aan Stols opgedragen nethandschrift is gedateerd<br />
2 3 september 1 926. De bundel verscheen nog in november. In de tusse<strong>nl</strong>iggende<br />
periode is de bundel gezet, heeft Van de Woestijne driemaal<br />
de proeven gecorrigeerd en zijn de initialen getekend. In zijn<br />
agenda van 1 926 noteerde Van de Woestijne op 2 9 september: `Ontv.<br />
Stols Zzo S F'. Dit is tegen de toenmalige wisselkoers het equivalent<br />
van fl. r So.-.<br />
2.2 God aan zee : uitvoering<br />
God aan fee werd ingenaaid in een lichtgroen omslag met de afmetingen<br />
van circa 2 3 ,2 x 1 5 ,4 cm. Titel, auteur en imprint werden daarop zwart<br />
gedrukt, Stols' vignet voor de serie werd in rood gedrukt. Bij wijze<br />
van colofon is achterin de bundel een `Verantwoording der oplage'<br />
opgenomen, geheel in kapitalen gezet :14<br />
^ 3 AMVC : W 803/B4.<br />
14 In de g geciteerdetekst ee e s<br />
1 n hoofdletters oode f l esen cursieven sleven door mij 1 toegevoegd.<br />
Ióó DRUKGESCHIEDENIS
189 DRUKGESCHIEDENIS<br />
Colofon van God aan %ee. In de 'Bibliographische aanteekening' is vermeld dat de bundel <strong>deel</strong> uitmaakt van een trilogie.
God aan ee door ovan Karel de nWoestijne,vormt t hetzestiende<br />
e tle s <strong>deel</strong> e der serie Tra ec- 1<br />
tumd a Mosam. Hete boek s is eet gezetmet g et de letter va van G Garamond. a e el De en titel de initi-a<br />
len werdeneteekend g door Alphonse p Stols. Gedrukt te Maastricht in November<br />
1 9269 onder leiding g van A.A.M. Stols in de drukkerij der firma Boosten s n & Stols in<br />
een oplage van 3 oo exemplaren, ^ n.l.: 51 op Japansch ppapier i-i S en 22858 op Pgsche<br />
ta PP ier van Pannekoek & Co.(16-300). Vijftig lg exemplaren(genummerd<br />
g mmed111 S<br />
e<br />
en 256-300)blijven uitsluitend ter beschikking g van den schrijver, 1^ van den uitgeverg<br />
en van hunne vrienden.<br />
Iets lager volgde het rode drukkersvignet dat Jan van Krimpen voor<br />
Stols ontwierp, daaronder het gestempelde nummer. Ten minste een<br />
ge<strong>deel</strong>te van de exemplaren die niet in de handel kwamen, werd op<br />
naam gedrukt. In het Nieuwsblad voor den boekhandel werd God aan fee<br />
eerst op 3 mei 1 9 2 7 als nieuwe uitgave gemeld, tegelijk met andere uitgaven<br />
van Stols. De opgegeven prijs stemde overeen met de desbetreffende<br />
bepaling in het contract : vijfentwintig gulden voor de exemplaren<br />
op Japans papier, tien gulden voor de exemplaren op Pannekoek.<br />
2.3 Drukgeschiedenis van Het menschelijk brood<br />
De onderhandelingen voor Het menschelijk brood en God aan fee hebben<br />
zich gelijktijdig voltrokken. Van de Woestijne heeft voor Het menschelijk<br />
brood waarschij<strong>nl</strong>ijk geen honorarium ontvangen. To the Happy<br />
Few was geen commerciële uitgave. Stols verkocht Van de Woestijne<br />
om de bijdrage en toonde zich zeer dankbaar na Van de Woestijnes<br />
toestemming. Een notitie betreffende ontvangen geld van Stols is in<br />
Van de Woestijnes carnet niet aangetroffen.<br />
De colofon in Het menschelijk brood, onder het hoofd ` TO THE HAPPY<br />
FEW ', luidt (p. [Ió]):<br />
`Het Menschelijk Brood' door Karel van de Woestijne werd door A.A.M. Stols als<br />
twaalfde boek voor zijn vrienden gedrukt in November 1 9 26. De oplage bedraagt<br />
I 15 exemplaren, n.l. r 5 op Japansch papier (i-xv) en ioo op Hollandsch papier (iioo),<br />
welke alle door den dichter en door den drukker van hunne handteekening<br />
werden voorzien<br />
Het exemplaar werd onder het ronde drukkersmerk na het voorgedrukte<br />
`No.' met de hand genummerd. In een bewaard gebleven drukproef<br />
waarop Stols enkele typografische aanwijzingen noteerde (H-8 i),<br />
wordt in de colofon december als datum genoemd. Juist de verandering<br />
daarvan in `november' wijst erop dat het drukken daadwerkelijk<br />
in november heeft plaatsgehad. Is De verschijning is, waarschij<strong>nl</strong>ijk<br />
omdat To the Happy Few een particuliere reeks van Stols was, niet in<br />
het Nieuwsblad voor den boekhandel aangekondigd.<br />
'5r Ve elijk gl ook de `Biblio g ra p hische aanteekening' g in Het berg-meer, g ^ geciteerd in<br />
4^ .1 waar november als maand van verschijnen van Het menscheli J k brood wordt<br />
genoemd.<br />
190 DRUKGESCHIEDENIS
191 DRUKGESCHIEDENIS<br />
Colofon van Het menschehjk brood met handtekeningen van Karei van de Woestijne en A.A.M. Stols.
Het manuscript van Het menschelijk brood dat Van de Woestijne aan<br />
Stols schonk, is evenals dat van God aan fee smetteloos; er moet dus<br />
een ander kopijhandschrift vervaardigd zijn, maar dat is niet bewaard<br />
gebleven.<br />
2.4 Het menschelijk brood : uitvoering<br />
Het menschelijk brood werd ingenaaid en had de afmetingen 17,5 X<br />
14,6 cm, in overeenstemming met het ontwerp van de reeks. Het omslag<br />
was blauwgrijs.<br />
De door Van de Woestijne voorgestelde gecombineerde herdruk van<br />
De modderen man en Het menschelijk brood bij Stols verscheen in 19 3 o, een<br />
jaar na het overlijden van de dichter. Er zijn geen aanwijzingen dat hij<br />
aan de totstandkoming van de herdruk nog heeft bijgedragen, zodat de<br />
uitgave niet als geautoriseerd kan worden beschouwd : ook bij herdrukken<br />
van zijn werk hechtte Van de Woestijne eraan zelf de proeven<br />
te corrigeren.16<br />
3 DE BLOEMLEZING GEDICHTEN<br />
3.I Drukgeschiedenis van Gedichten<br />
Op io maart 1928 werd Karel van de Woestijne vijftig jaar. Bij die<br />
gelegenheid verscheen een bloemlezing uit zijn poëzie<br />
Gedichten van Karel van de Woestijne. Gekozen uit zijn bundels Veren, De gulden schaduw[,]<br />
De modderen man[,] Het zatte hart, God aan fee[,] Het berg-meer en uitgegeven ter<br />
gelegenheid van zijn Vijftigsten Verjaardag op io Maart 1928<br />
Haarlem, Joh. Enschedé en Zonen, 1928<br />
Hoewel voor de drukgeschiedenis van Wiekslag om de kim in eerste<br />
instantie de uitgaven van de drie bundels en het i<strong>nl</strong>eidend gedicht relevant<br />
zijn, is een aparte beschouwing over deze gelegenheidsbundel op<br />
zijn plaats, omdat al uit Het berg-meer werd gebloemleesd voor de bundel<br />
zelfstandig verschenen was. De Berg-meer-gedichten die in de<br />
bloemlezing werden opgenomen, waren in tijdschriften voorgepubliceerd,<br />
enkele nog in de maand voorafgaand aan de verschijning van de<br />
bloemlezing (in Dietsche warande & Belfort van februari 1928 /34/). Jan<br />
Greshoff was verantwoordelijk voor de keuze van de gedichten.<br />
Wie het idee voor een luxe-uitgave ter gelegenheid van Van de<br />
Woestijnes kroonjaar heeft geopperd, is niet precies bekend. Het kan<br />
Jan Greshoff geweest zijn; hij werd in de colofon als samensteller<br />
genoemd. Wellicht ook was het Jan van Krimpen, als typograaf in<br />
dienst van drukkerij/uitgeverij Joh. Enschedé en Zonen in Haarlem. In<br />
elk geval was hij het die Maurice Roelants als intermediair inriep om<br />
6 Dit blijkt uit de correspondentie p met C.A.J. van Dishoeck.<br />
192 DRUKGESCHIEDENIS
Van de Woestijne voor het plan te winnen. Op 24 april 1927 schreef<br />
I^<br />
Van Krimpen .<br />
Onderst rik egeheimhouding.e t<br />
De firma a En schele wil voor Van de Woestijne's W s 1 vijf l<br />
ti g ste n verjaardag r r a g een bundel van hem uitgeven. g Vier r tot vijf<br />
vel. Ee nbloemlezing?<br />
Nieuw w werk? Het moet in elk g geval Y lyrische poëzie oe e zijn. 1 Geen Zon in den rug g& c.<br />
Kunt gij g 1 de zaakaa eens ee bij lg<br />
hemi<strong>nl</strong>eiden?r mMaarde s b eaa nk nu niet : de tijd tijdis no noglang &<br />
de dag a g verre. e Want zij zijn dat eige<strong>nl</strong>ijk g l niet. Ik zal hier met betrouwbare menschen<br />
s r e k e n over een comité o dat hetdubbele enut zal moeten hebben van den verkoopp te<br />
bevorderen & uwen zwager een zeker bedra boven zijn normaal honorarium, in<br />
g g^ 1<br />
den zak te spelen. Gord u aan & laat mij spoedig iets hooren!<br />
p lp g<br />
Roelants, die getrouwdwas met een zuster van Van de Woestijnes<br />
vrouw, heeft aan het verzoek tot bemiddelinggehoor gegeven, zoals<br />
blijkt uit een brief van Van Krimpen aan Roelants van mei 1927 : • Ió<br />
Maar dan Uw zwager. g<br />
Datportret lijkt 1 t mij 1uitvoering eenvoortreffelijk1 plan. Ook k omdatm t de niet gewel-<br />
di g duur zal zijn. 1<br />
Bankettendergelijkez & e ^ n van later l t r z og r. De feestbondel s<br />
echter niet. Daar dient<br />
aan gewerkt g t te worden e van u nu a afaaan.<br />
ikr s k a e er voorlopig 0 g over metm jn i 1 e n zwager g en met Bunin g. 20 Beiden – het<br />
wasvoordatv ik uw brief ontving g – zijn van v oor<strong>deel</strong> dat de uitgaaf g van een bloemleverkieslijk<br />
^ is boven nieuw werk : ten e ee eerste s e o omdat het voor een bloemlezing g<br />
blle-<br />
g (die<br />
trouwens geopend g e en gesloten ggedicht)<br />
zou kunnen worden met een ongepubliceerd<br />
bij i' 1 ui tee n m ndheid de gelegenheid enheid i is n t weede omdat zij lg emakkelijker 1 aan den<br />
man gebracht g<br />
zal a kunnen e worden w e – o ook daar Van de Woestijne W l den laatsten tijd l meer<br />
dan gemiddeld g d eenmaal per p e 1 jaar ee een eeuw nieuw boek uitgeeft g – & den dichter dus meer<br />
op p zou kunnen brengen. g<br />
Wilti' gu l nog eens g in dezen zin met Van de Woestijne 1 verstaan? De omvang gwas<br />
bedoeld als vier tot vijf vel in octavo. Maar beter vier dan vijf. En zeg g ongeveer g 25 regelsg<br />
g maximum per p pg pagina. En zeg g ook : voor de ppoëzie zelve ongeveer 5 pagina's. pg<br />
In de hierna volgende maanden werd een begin gemaakt met de voorbereidingen.<br />
Ookde rechten werden geregeldmet onder meer Van<br />
Dishoeck. Joh. nsc e e schreef hem op 1 9oktober 1927<br />
:2I<br />
Zeer Geachte Heer van Dishoeck,<br />
De heer Karel van de Woestijne gaf ons toestemming om, tegen zijn vijftigsten verl<br />
g g i g zijn J g<br />
jaardag in Maart aanstaande, een kleine bloemlezing uit zijn gedichten, in een<br />
1 g ^ g zijn<br />
17 AMVC : K9015/B.<br />
Ió AMVC : K9015/B.<br />
'9 Bedoeld is Jan Greshoff.<br />
20 De dichter.F W Weremeus W sBuning, g <strong>deel</strong> uitmaakte van het 3 2-koppige<br />
Nederlands-Vlaamse `eerecommité' dat wasevormd g `ter aanbeveling gvan deze<br />
hulde-uitgave g en met het doel op io Maart 128 9 feestelijkheden 1 te or ganiseeren'<br />
aldus het prospectus dat voor de bundel werd verspreid.<br />
21 AMVC : W 803/133 33<br />
193 DRUKGESCHIEDENIS
eperkte oplage, uit te geven. Hierin zouden negentien korte gedichten uit zijn bij<br />
U verschenen bundels `Verzen' en `De Gulden Schaduw' voorkomen. 22 Wij zijn<br />
overtuigd dat hiertegen bij U geen bezwaar bestaat; evenmin als dit het geval is bij<br />
de andere uitgevers van zijn werk, voor zoover het gedichten betreft uit bundels die<br />
tot hun fonds behooren.<br />
U zoudt ons nochtans zeer verplichten door ons dit te bevestigen daar het de<br />
wensch van den heer van de Woestijne is dat ook zijn verschillende uitgevers hun<br />
toestemming verleenen.<br />
Onder de brief schreef Van Dishoeck : `Gevraagd hoeveel Ex en prijs<br />
z z/i o.<br />
Van opneming van een portret van Van de Woestijne, door Roelants<br />
voorgesteld, werd verder niet meer gerept. Het komt in de bundel niet<br />
voor. Op 2 z oktober schreef Van Krimpen vervolgens aan Van de<br />
Woestijnes ^3<br />
Zeer Geachte Heer Van de Woestijne,<br />
Als drukwerk zend ik U enkele pagina's die ik heb laten zetten om U een denkbeeld<br />
te geven van de wijze waarop ik uw bundel wilde doen drukken. Wanneer U ze<br />
goedkeurt kan ik voortgaan noodra ik het door U aan Greshoff toegezegde i<strong>nl</strong>eidende<br />
gedicht heb. Indien ik dit spoedig, & de gedichten uit Het Bergmeer over niet<br />
te langen tijd, krijg, zal het mij niet moeilijk vallen om den eersten Februari geheel<br />
gereed te zijn.<br />
Het lijkt erop dat Van de Woestijne niet direct, maar via Greshoff contact<br />
had met Van Krimpen. Ook is Jan van Nijlen bij de uitgave<br />
betrokken geraakt. Van Krimpen schreef aan Van de Woestijne op<br />
3 november 1 9 27 : ^4<br />
Zeer Geachte Heer Van de Woestijne,<br />
Greshoff vroeg mij U een opgaaf van den door hem & Van Nijlen samengestelden<br />
inhoud te zenden. Zij volgt hier:<br />
VERZEN<br />
'k Ben eenzaam droef...<br />
– Ziekte, oude Troosteres...<br />
Gezichten mijner l dood...<br />
Ik hoor de nacht die nader-zijgt lg<br />
De oudeetouwen... g<br />
Zeen g deze' avond God...<br />
Wat is hetoed g aan 't hart...<br />
Hoewordt mijn ^ lippe weeke<br />
Wanneer ik sterven zal...<br />
22<br />
In de bloemlezingwerden uiteindelijk niet negentien maar zeventien gedichten g uit<br />
de bi' l Van Dishoeck verschenen bundels opgenomen.<br />
23 AMVC : K9015/B.<br />
24 ANVC : K9015/B.<br />
194 DRUKGESCHIEDENIS
DE GULDEN SCHADUW<br />
In 't bosch een late bijle<br />
Laat me, vijver, waar ge ontwaakt<br />
Toen zei ze: `Meester'; en vergleed<br />
De rozen droomen en dauwen<br />
Ik heb een vrouw; ik heb een kind<br />
Gij draagt een schoone vlechte haar<br />
Over alle daken<br />
Gelijk een arme, blinde hond<br />
DE MODDEREN MAN<br />
Ik ben u moe...<br />
Gij hebt te zeer van blijde logen<br />
Weêr gaat het veege licht...<br />
Weêr staat mijn venster open...<br />
Ik ben met u alleen...<br />
Gij zult mij allen, allen kennen<br />
Ik vraag den vrede niet...<br />
HET ZATTE HART<br />
Aan u die 'k heb bemind<br />
0 late dag<br />
GOD AAN ZEE<br />
Ik heb mijn zuiver huis gevuld<br />
'Nimmer zult ge 't licht beletten<br />
'k Ben hier geweest, 'k ben daar geweest<br />
'k Zit met mijn lamme beenen<br />
Sluit uwe oogen op het licht<br />
De dag schuift voor den Dag.<br />
Het Bergmeer ontbreekt natuurlijk nog. En het i<strong>nl</strong>eidende gedicht. Juist dit laatste<br />
zou ik buitengewoon graag spoedig hebben daar het ontbreken hiervan verderen<br />
voortgang onmogelijk maakt.<br />
Wat Van Krimpen hier `het i<strong>nl</strong>eidende gedicht' noemt, zou uiteindelijk<br />
het afsluitende gedicht "t Gewicht van vijftig jaar, o God, in uwen<br />
schoot' worden. Op dit vers doelde Van de Woestijne toen hij op<br />
I januari 1928 in zijn agenda noteerde: `Eindsonnet van bloemlezing<br />
gezonden aan Van Krimpen'. Onder een brief aan Greshoff van de dag<br />
daarna schreef hij bovendien: `Van Krimpen heeft het sonnet.'ZS<br />
Het door Van Krimpen opgegeven ge<strong>deel</strong>te van de inhoud stemt<br />
overeen met de uitvoering. Uit Het berg-meer werden toegevoegd:<br />
`Zou'n wij geen glaasken mogen drinken?' [BM 3], `Naar Oost-land<br />
willen wij varen' [BM 5] , `Een zeil, een zeil!' [BM 8] , `o Vruchten-leêge<br />
schaal' [BMI 3], `Geur van het reeuwsche beest' [BMZI] en `Ik ben de<br />
hazel-noot ' [BM 24].<br />
Voor het werven van kopers werd een prospectus verspreid, met een<br />
bestelbiljet. Daarop is vermeld : `De prijs van een exemplaar op Hol-<br />
25 NLMD : W 803/B. Zie voor het sonnet V W dl. .<br />
3 ^ p. 7S9<br />
195 DRUKGESCHIEDENIS
landsch bedraagt fl. i2.-, van een op Japansch fl. Zo,-. Voor België<br />
wordt de gulden tegen tien franken berekend.'<br />
De colofon van de uitgave luidt<br />
Dit boek is samengesteld door J. Greshoff.<br />
Het is gedrukt in een oplage van z 5 o exemplaren, waarvan z f op Japansch & 1 3 f<br />
op Hollandsch papier, door Joh. Enschedé en Zonen te Haarlem in Januari 1928.<br />
De typographische verzorging is van J. van Krimpen.<br />
Eind 1 9 27 moet Van de Woestijne een indruk hebben gehad van het<br />
resultaat. Zijn vriend F.V. Toussaint van Boelaere had hem, eveneens<br />
ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag, benaderd met het voorstel<br />
een bloemlezing uit te geven bij L.J. Krijn. Van de Woestijnes<br />
reactie, op 3 december 1927<br />
Wat de bloemlezing-Krijn aangaat: het initiatief vind ik voortreffelijk, in het algemeen<br />
gesproken. Wat echter mij persoo<strong>nl</strong>ijk betreft: er is in druk bij Enschedé een<br />
eerste bloemlezing uit mijn lyriek, samengebracht door Greshoff (zestig bz., Hollandsche<br />
smaak extra dry, bestemd voor bibliophielen: het wordt prachtig); een tweede<br />
bloemlezing, eveneens lyrisch, door Aug. van Cauwelaert, (ióo bz., Vlaamsche<br />
smaak, populair (1 5 frs), bij den `Standaard')<br />
Het is duidelijk dat de dichter erg was ingenomen met Van Krimpens<br />
boekverzorging. Van de voorgenomen bloemlezing door Van Cauwelaert<br />
verwachtte hij in dat opzicht minder, maar die werd niet gerealiseerd.<br />
3.2 Gedichten : uitvoering<br />
De bloemlezing, die gezet is uit de Lutetia-cursief, werd gebonden in<br />
turkoois-groen linnen met formaat 22,7 x i6,6 cm (`Frans Colombier').<br />
Met gouden kapitalen is alleen op de rug de naam Karel van de Woestijne<br />
gedrukt.<br />
In een advertentie van Joh. Enschedé en Zonen in het Nieuwsblad<br />
voor den boekhandel van 2 maart i 9 28 wordt van de exemplaren op<br />
Japans papier vermeld dat ze zijn uitverkocht. Toen Van de Woestijne<br />
in een brief van 18 april 1 928 Jan Greshoff vroeg te bemiddelen<br />
omtrent het honorarium, merkte hij op : `Aangezien de verkoop van<br />
de bloemlezing goed gaat, is de firma Enschedé mij een zekere som<br />
aan honorarium schuldig, die ze mij misschien wel uitbetalen wil.' Z6<br />
De bloemlezing vond dus voldoende debiet.<br />
z6 NLMD: W 803/B. 3<br />
196 DRUKGESCHIEDENIS
4 HET BERG-MEER<br />
4. I Drukgeschiedenis van Het berg-meer<br />
Zoals hierboven bleek, deed Van de Woestijne Stols al bij de onderhandelingen<br />
voor God aan fee en Het men.cchelijk brood in september 1926<br />
het aanbod ook Het berg-meer uit te geven, in een boek dat de gehele<br />
trilogie zou bevatten. Stols heeft toen de slotbundel in principe geaccepteerd.<br />
Van verdere onderhandelingen en afspraken zijn geen gegevens<br />
bekend; een contract is evenmin overgeleverd. Voor de bundel<br />
werd wel opnieuw een aan Stols opgedragen nethandschrift vervaardigd<br />
(H-ioi), gedateerd op 29 februari 1928. De eerste drukproeven<br />
voor de bundel dateren van januari 1928. Er is dus een afzonderlijk<br />
kopijhandschrift geweest. Dit is in ge<strong>deel</strong>ten vervaardigd en verzonden,<br />
want uit aantekeningen aan het slot van de proeven H- 99 en<br />
H-ioo blijkt dat de zetter de `rest der copy' nog niet ontvangen had.<br />
Die `rest' is het manuscript H-1 02; de kopij van het voorafgaande<br />
ge<strong>deel</strong>te bleef niet bewaard.<br />
Na het vervaardigen van het netafschrift voor Stols schreef Van de<br />
Woestijne op dezelfde dag in zijn agenda : `Naar Stols : handschrift<br />
Bergmeer'. Al op 3 maart daaropvolgend blijkt hij het honorarium<br />
ontvangen te hebben, te oordelen naar de aantekening `Stolr (Bergmeer)<br />
F ZrGf '. Rekening houdend met wisselende koersen zal dat<br />
opnieuw fl. r S o,- geweest zijn. Terzijde zij opgemerkt dat Stols dus pas<br />
tot uitkering van het honorarium overging toen hij beschikte over de<br />
gehele tekst van de bundel.<br />
Op p. 8o is in Het berg-meer onder de inhoudsopgave de volgende,<br />
cursief gedrukte, `Bibliographische aanteekening' opgenomen:<br />
Karel van de Woestijne's ` DRIE-LUIK ' is door het verschijnen van dezen bundel voltooid.<br />
Het omvat ze. `De Modderen Man', (Brussel, i9zo; thans uitgave A.A.M.<br />
Stols); ze. `God aan zee' (A.A.M. Stols, 1926); 3e. `Het Bergmeer', gedicht te<br />
Zwijnaarde en in de Panne tusschen 1926-1928. Als i<strong>nl</strong>eiding tot `De Modderen<br />
Man' werd geschreven een gedicht `Het Menschelijk Brood' hetwelk in November<br />
1 926 in een oplage van z i f exemplaren, uitsluitend voor de vrienden van A.A.M.<br />
Stols, in zijn serie `To The Happy Few' gedrukt werd.<br />
Op de pagina daarnaast is bij wijze van colofon een `Verantwoording<br />
der oplage' gedrukt in kleinkapitalen : 27<br />
Het berg-meer, door Karel van de Woestijne, vormt het 28e <strong>deel</strong> der serie Trajectum<br />
ad Mosam. Het boek is gezet met de letter van Garamond. De initialen werden<br />
geteekend door Alphonse Stols. Gedrukt te Maastricht in 1 928 onder leiding van<br />
A.A.M. Stols in de drukkerij van Boosten & Stols, in een oplage van 3 0o exemplaren,<br />
n.l.: i5 op Japansch papier (r-r 5 ) en 285 op geschept papier van Pannekoek &<br />
27 In deeciteerde g tekst zijnmij<br />
hoofdlettersncursieven en doo r m i' toegevoegd.<br />
197 DRUKGESCHIEDENIS
1<br />
A. A. M. STOLS, Uitgever, MAASTRICHT & BRUSSEL<br />
NIEUWE UITGAVEN<br />
I<br />
Een boek voor drukkers, uitgevers,<br />
onmisbaar voor boekverkoopers en biblioplaielen<br />
:<br />
L'ART TYPOGRAPHIQUE<br />
DANS LES PAYS-BAS, DEPUIS<br />
1892<br />
Par<br />
CHARLES LEON VAN HALSBEKE<br />
Met 3o repro3ucties. Prijs fl. 6.—<br />
De exx. op Holl. papier zijn uitverkocht.<br />
II<br />
Een boek voor liefhebbers on.>er z7de<br />
ceuwsche schilderkunst, museum directeuren,<br />
onmisbaar voor alle kunsthandelaren:<br />
LA NATURE MORTE HOLLAN-<br />
DAISE AU XVIIe SIÈCLE<br />
par E. ZARNOWSKA<br />
Met 6o reproducties. Prijs fl. 6.—<br />
op Holl. papier fl. io.-<br />
III<br />
Een boek voor alle minnaars van<br />
Vlaamsche tit Nederlandsche poëzie<br />
HET BERGMEER<br />
door KAREL VAN DE WOESTIJNE<br />
Vervolg op De Modderen Man en<br />
God aan Zee.<br />
io ex. op Japansch papier fl. 25.—<br />
25o ex. op Holl. papier fl. io.-<br />
Deze editie verschijnt in de 3e week<br />
van April. De bij aanbieding gekochte<br />
ex. zullen alsdan in het bezit van<br />
den boekhandel zijn.<br />
IV<br />
Dc tweede Nederlandsche uitgave onzer<br />
Halcyon-Press<br />
A. ROLAND HOLST<br />
HET ELYSISCH VERLANGEN.<br />
Gezet uit de letter ` Lutetia ' van<br />
J. van Krimpen, versierd met titels<br />
en initialen van denzelfde.<br />
Gedrukt in zwart, rood en blauw.<br />
Oplage in den handel 200 exemplaren.<br />
Ingenaaid . fl. zo.—<br />
In geheel perkament fl. i8.<br />
In geheel ieder . fl. 30.—<br />
KAREL VAN DE<br />
WOESTIJNE'S<br />
Is thans voltooid.<br />
De Modderen Man 5 -,2- J<br />
II<br />
God aan Zec ro.--)<br />
Het Bergmeer (f T o -)<br />
de beide eerste <strong>deel</strong>en<br />
plaatste, verzulme niet het<br />
derde bij te bestellen<br />
J<br />
A. A. M. STOLS, Uitgever<br />
M AASTRICIHT en BRUSSEL<br />
INNEMENNIMINI<br />
AdvertentiesA.A.M. van Stols in het h Nieuwsblad voor den boekhandel van S april p r 99 2.<br />
I98<br />
DRUKGESCHIEDENIS
Co. (16-30o). Vijftig exemplaren blijven uitsluitend ter beschikking van den schrijver,<br />
van den uitgever en van hunne vrienden.<br />
Daaronder is het ronde uitgeversvignet gedrukt. De exemplaren werden<br />
iets lager achter `No.' met een stempel genummerd.<br />
Het berg-meer werd volgens de `Verantwoording der oplage' gedrukt<br />
`in 1928'. Een drukproef heeft op die plaats nog `in maart 1928', maar<br />
Stols schrapte de maand. Een aanzie<strong>nl</strong>ijk ge<strong>deel</strong>te van het drukproces<br />
heeft zich dus in het eerste kwartaal van dat jaar voltrokken, maar pas<br />
in het najaar was de bundel gereed. Bij inzending van een bijdrage<br />
aan De gids op 2 juli 1928 verzocht Van de Woestijne om plaatsing in<br />
de september-aflevering `daar zij [ = de bijdrage] in den loop dier<br />
maand in een nieuwen bundel verschijnen moet.' 28 Het imprint op het<br />
titelblad geeft 1928 als jaar van uitgave op. Desondanks meldde Stols<br />
de uitgave pas op 5 april 1929 aan in het Nieuwsblad voor den boekhandel.<br />
Hij deed dat in een advertentie waarin `Nieuwe uitgaven' werden<br />
gemeld; bij Het berg-meer is toegevoegd : `Deze editie verschijnt in de<br />
3 e week van April. De bij aanbieding gekochte ex. zullen alsdan in het<br />
bezit van den boekhandel zijn.' Aangezien Stols er redelijkerwijze geen<br />
belang bij gehad kan hebben een gereedgekomen uitgave vast te houden,<br />
moet worden aangenomen dat de daadwerkelijke verschijning van<br />
de bundel eind april 1 9 29 plaatshad. Z9 Overigens wordt in de advertentie<br />
gesproken van een oplage van pc) exemplaren op Japans en 25o op<br />
Hollands papier, waarmee het totaal aantal verkrijgbare bundels tien<br />
hoger is dan in de `Verantwoording der oplage' in de bundel is vermeld.<br />
In dezelfde aflevering van het Nieuwsblad voor den boekhandel liet Stols<br />
een advertentie opnemen die speciaal Van de Woestijnes triptiek onder<br />
de aandacht bracht. Hij stelde de van L. Opdebeek overgenomen<br />
exemplaren van De modderen man verkrijgbaar voor fl. S,zs. God aan fee<br />
en Het berg-meer waren nog verkrijgbaar op papier van Pannekoek<br />
tegen de prijs van tien gulden. Het men.cchel jk brood werd niet genoemd.<br />
4.2<br />
Het berg-meer : uitvoering<br />
De bundel werd ingenaaid in een crêmekleurig omslag; formaat en<br />
opdruk volgden de opzet die ook voor God aan fee gebruikt werd : de<br />
afmetingen zijn circa 23,2 X 15,4 cm en op het omslag zijn titel, auteur<br />
en imprint zwart gedrukt, het vignet van de serie is rood.<br />
28<br />
De (korte) r brief b e wordt<br />
iets uitgebreider g aangehaald g in de toelichting g bij 1 de betref<br />
f ede nbijdrage 6 /36/ in de Lijst van l voor publikaties.<br />
29 Dit verklaart waarom in de literatuur zowel 1928 9 als 1929 99 als 1jaar van uitgaveg<br />
voorkomt. Brinkmans catalogus ^ geeft g 1929.<br />
199 DRUKGESCHIEDENIS
200 DRUKGESCHIEDENIS<br />
Colofon van Het berg-meer. Bij de inhoudsopgave linksboven staat de zetfout 'De blind-gewordene' in plaats van 'De<br />
blind-geborene'.
Het i<strong>nl</strong>eidende gedicht van Het berg-meer, `De blind-geborene', heeft<br />
door een zetfout dezelfde titel gekregen als het postludium : `De blindgewordene'.<br />
Dit, zoals Minderaa opmerkt, tot `grote ontsteltenis van<br />
de dichter'.;° Wanneer de fout ontdekt werd, is niet bekend. Om aan<br />
de hinderlijke smet op de uitgave iets te verhelpen, werd een correctieblad<br />
gedrukt. Het is een gevouwen i<strong>nl</strong>egvel van hetzelfde papier (dus<br />
Japans of Pannekoek) dat het formaat van de bundel heeft. Het heeft<br />
op de voorzijde de titelpagina van Het berg-meer, zij het in een zetsel<br />
dat afwijkt van dat van de bundel. De volgende pagina is blanco, de<br />
derde bevat in rode kapitalen de juiste titel van het i<strong>nl</strong>eidende gedicht,<br />
`De blind-geborene'. De vierde pagina van het vouwblad is opnieuw<br />
blanco. Hoe het blad de bezitters van de bundel bereikte, is niet zeker.<br />
Het meest waarschij<strong>nl</strong>ijk is dat Stols ze aan de intekenaren van de<br />
reeks Trajectum ad Mosam zond, en invoegde in de bundels die nog<br />
voorradig waren toen de fout werd ontdekt. 3'<br />
LATERE UITGAVEN<br />
Hoewel in deze editie Wiekslag om de kim wordt uitgegeven naar de<br />
geautoriseerde, eerste en enige druk van de afzonderlijke bundels, kan<br />
in de drukgeschiedenis niet geheel worden voorbijgegaan aan enkele<br />
postume uitgaven. 32 De eerste was een gezame<strong>nl</strong>ijke herdruk van Het<br />
men.rchelijk brood en De modderen man, door A.A.M. Stols in 1930 uitgegeven.<br />
De titel luidde voluit : De modderen man voorafgegaan door Het<br />
men.rchelijk brood. Maastricht etc., 193o. Ook dit was een bibliofiele<br />
druk, zij het met een grotere oplage van 1 5 romeins genummerde<br />
exemplaren op Hollands papier en 5 00 exemplaren op `Antique de<br />
luxe', benevens `enkele ongenummerde exemplaren op beide papiersoorten<br />
[...], bestemd voor den uitgever en de kritiek, gemerkt P.E.'<br />
(p. [72]) De bundel werd ingenaaid, formaat 22, 3 x 1 4, 5 cm.<br />
In juni 1 942. gaf Uitgeversmaatschappij A. Manteau te Brussel een<br />
integrale herdruk van Wiekslag om de kim uit. Het formaat is<br />
Zr x I 5 , 5 cm. Over de grootte van de oplage wordt slechts vermeld:<br />
`Buiten de gewone uitgave op featherweight-papier, werden er z io<br />
exemplaren op vergé special gedrukt. Deze luxe-exemplaren werden<br />
genummerd van r tot x en van r tot zoo. De nummers I tot x zijn<br />
niet in den handel.' (p. [zoi]) Een ge<strong>deel</strong>te van de oplage werd gebonden<br />
en voorzien van een stofomslag. In hetzelfde jaar volgde een herdruk,<br />
in het daaropvolgende jaar opnieuw. De eerste druk van deze<br />
3° VW dl. z, p. 8z 3 .<br />
3I Hoewel w een betrekkelijk g groot aantal exemplaren van Het berg-meer 8 nog g circuleert,<br />
heb ik slechts in enkele van de exemplaren p die ik onder ogen kreeg g een i<strong>nl</strong>egvel g aan-<br />
ge troff en.<br />
32 De postume uit gaven zijn n bij niet het variantenonderzoek betrokken.<br />
20I DRUKGESCHIEDENIS
uitgave gaf voor het eerst publiekelijk de titel Wiekslag om de kim aan<br />
Van de Woestijnes drieluik. Dit werd verantwoord met een korte tekst<br />
op de keerzijde van het titelblad<br />
Karel van de Woestijne had steeds een `carnet' op zak, waarin hij aanteekeningen<br />
schreef en bij alle gelegenheden verzen noteerde. In een van zijn `carnets' van 1927<br />
staat te lezen: `Voor dit jaar: Het Bergmeer. Algemeene titel der trilogie: Wiekslag<br />
om de kim.' Onder dezen titel worden voor de eerste maal bijeengebracht : De Modderen<br />
Man, God aan Zee, Het Bergmeer.<br />
Het Menschelijk Brood, dat de dichter als i<strong>nl</strong>eidend gedicht voor de trilogie beschouwde,<br />
gaat voorop.<br />
Waar kennelijk drukfouten in de vorige bundels van het drieluik voorkwamen,<br />
werden de beschikbare handschriften van den dichter geraadpleegd.<br />
A.A.M. Stols bracht in 1943, gevestigd in 's-Gravenhage, eveneens een<br />
integrale Wiekslag om de kim, in een andere uitvoering : gebonden in<br />
halflinnen, formaat 24,6 x 16 cm. In de uitgave worden geen oplagecijfers<br />
genoemd. Ook hierin is de verantwoording van de titel opgenomen<br />
(p. [15 91) ; de laatste regel is iets anders geformuleerd, en na `voor<br />
de eerste maal' is toegevoegd `in Nederland'. 33<br />
Zoals vanzelf spreekt, is de volledige tekst van Wiekslag om de kim<br />
opgenomen in <strong>deel</strong> r van het door Minderaa verzorgde Verzameld<br />
werk, uitgegeven door C.A.J. van Dishoeck en A. Manteau. 34 Daar zijn<br />
Van de Woestijnes dichtbundels in principe chronologisch geplaatst,<br />
maar de Wiekslag-bundels staan in de door Van de Woestijne bedoelde<br />
`poëtische' volgorde. Dit eerste <strong>deel</strong> van het Verzameld werk werd<br />
onder de titel Verzamelde gedichten fotografisch herdrukt in 1978.<br />
33<br />
De uitgave g is onder nummer 954 opgenomen p g in De Jong, g ^ vri J e boek in onvri J e<br />
t'%d. a J d Alsaantekening 1 swg<br />
wordt ` De u it ave i s niclandestien, et èl w echter de<br />
ongeveer^ Sop luxe exemplaren die o Hollands papier p werden gedrukt en in erkament<br />
werdenebonden.' g<br />
34<br />
VW dl. i ,p p. 461-660. 4 i 202 DRUKGESCHIEDENIS
203<br />
Apparaat
Bronne<strong>nl</strong>ijst<br />
H- r<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Brochure c'Oost Boeatan van de en vereniging`0 West', ^ n ' n Haag,<br />
18 ^ S x 2 23^ cm. Op de achterzijdebeschreven eve mete o potlood 0o e en zwarte inkt.<br />
MMI j<br />
Tussen augustus I o en augustus I o.<br />
g 93 g 94<br />
1-6/127434<br />
Inv. 6)<br />
De brochure, , l ^pagina's metomslag,b evat informatier`B over oeatan ',<br />
een<br />
`Permanente tentoonstelling metgelegenheidk tot koop n nabestelling envan<br />
Ne d eendIe rl a sc h-Indi sc h kunstnijverheid<br />
e n huisvlijt' in augustusg u I 9o 3<br />
werd ingericht gg door de `Vereeni in Oost e en West', ^ Plaats<br />
9 te Den Haag. g .<br />
Wanneer de brochure precies verscheen, is s niet bekend, e d maar zeker voor<br />
> ><br />
augustus g I 94 o: tussen de invallen en praktische a e notities die d e Van de Woes-<br />
ti'n 1 op de e achterzijde e 1 noteerde, d ko , komt<br />
t onder meer een v vroege ge aanzet<br />
n e tvoor<br />
van de versie s van a e `Vla e o ^ we nd huis g r n waa weligwaargenoden'<br />
wij zijn 11 als enoden g die<br />
in augustus g 94 I o in Vlaanderen verscheen.<br />
Een andere regel die op de achterzijde<br />
1 geschreven g werd is s verwerkt in<br />
`Gij 'Gij spreekt geen g woord, > o vrouw, > maara weent t aa aan mn i 1 e zi zijde'<br />
1 MM I S ,<br />
dat op 2 S augustus g 191i door de redactie a e van De ^ gids d ontvangen g werd 7.<br />
Een nadere datering g van de e regel g e uit t M [mm is] S niet mogelijk, g l^ ^vermoedelijk<br />
1<br />
schreef Van de Woestijne 1 de regel g al vOor o0 I 910.<br />
H-i<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
I blad, 14,I X 2I, 9 cm. Eenzijdig beschreven met zwartbruine inkt.<br />
I]<br />
2]<br />
[mm6]<br />
Voor mei 108. 9<br />
z-85/1z7473<br />
S 7473 Inv. II S<br />
Het manuscri pt bevat enkele voorstadia voor A I (later aten omgewerkt g tot<br />
MM6 en vermoedelijk 1 voor [AZ]. De datering is pbepaald doorub publikatie P<br />
van [AI] en [AZ] in Europa van mei 10 9 8 I.<br />
205 BRONNENLIJST
H-3<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
I blad, > I o x 72 ^^Y<br />
cm. Briefpapier: firma `Minoir s de tous Genres e es & Style<br />
Paul Van Hende, Gand'. a Eenzijdig 1 g beschreven (achterzijde) 1 met zwarte<br />
inkt.<br />
[MM 24]<br />
[MM 2S]<br />
[MM271<br />
Eind maart – april 191o.<br />
BEWAARPLAATS<br />
3-124/127488<br />
z8)<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Dgedichteno manuscriptontstonden h het<br />
n aa r aa<strong>nl</strong>eiding<br />
van g Van n de<br />
W oe sti 1 •n es wake k• bij zijn 11^<br />
stervende<br />
nschoonvader F.P. van Hende, e einde<br />
maart-begin a ril 1910 zie het v variantenapparaat van MM 4 , 2 noot I. In<br />
die da g en of kort daarna moet het manuscript p zijnvervaardigd.<br />
g<br />
H-4<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATER ING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
I1 ba gelinieerd g e papier, a ^ 3> 18 x 16 8 cm. Eenzij 1 gi beschreven met otlood<br />
en zwarte inkt.<br />
MM 27<br />
Eind maart – april p 191o.<br />
I0- I I 0^ -I (./nv. I<br />
3 7 3S 7 3 S<br />
Het blad bevat kladfragmenten g van 'Gij `Gij brandt mijne 1 oogen g toe; vgl gij<br />
brandt mijne l oogen g open' p MM2 7 . Het gedicht g ontstond naar aa<strong>nl</strong>eiding<br />
van Van<br />
de oe Woestijnes<br />
1 wake bij bi zijn stervende schoonvader F.P. van<br />
Hende, e,9 maart-begina april i 1 1 (zie o eet het va ri a n te n a a aat r van MM24<br />
noot I). In die dagen g of kort daarna moeten de fragmenten g geschreven g<br />
zijn. l Op phet blad staan tevens notities voor het verhaal `De arme Hend<br />
rek ' dat d niet gepubliceerd gp werd. De chronologische g volgorde g ten<br />
opzichte p van H-3 3 is niet zeker.<br />
H-5<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATER ING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
I genummerd u bladeenzijdiga gelinieerdpapier, I2 ,5 x 20 , 2 cm. Op 0 de on ge-<br />
linieerde • zijde beschreven<br />
met grijszwarte gl inkt.<br />
[I]<br />
Ió [MM26]<br />
Vermoedelijk na eind maart r – begin g april I 9 IO , voor 1 uli I 910.<br />
3-126/131510 (./nv. I2 9<br />
Kopijhandschrift voor publikatie<br />
e in Groot o N edel r an dvan ' uli ) I 910 2 . Het<br />
g gedicht isgenummerd m e t ov 3^ reenkomsti e de g tijdschrift l ublikatie P : daar<br />
was het de derde van drie `Stanzen'. Dit verwijst 1 naar Jean Moréas aan<br />
wie Van de Woeste 1ne de cyclus `0 p den dood van Jean Moréas' wijdde<br />
1<br />
zo6<br />
BRONNENLIJST
(zie het e variantenapparaat p van MM2 4, noot i . Het is mogelijk g ^ dat het<br />
g gedichtndeedee p z lf periodegeschreven ee<br />
werd als andere gedichten g in die<br />
cyclus, eind maart a p ril i ^1o.<br />
11-6<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
21 bad en 16 > 1 x 2 8 cm. 4^ Uitgesneden g tijdschrift 1 publikatie p met varianten in<br />
zwarte inkt.<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
[I] 53 (682)<br />
[2] 54 [MMó]<br />
[3) 55 [A4]<br />
[4] 56 [MM261<br />
Tussen ^ juli 11 ^ 0 en I februari 1 ^16.<br />
1-15/127442-a en -b Inv. i194)<br />
Deel van de publikatie in Groot Nederland van juli 1910 /21. Alleen bij de<br />
tekstvan e `Ik ben u moe. Gij hebt 1 mijn l traagste g hoop p vermoeid' MM8 zijn 1<br />
varianten g geschreven. Op p g grond van de varianten lijkt ^ het zeker dat ze<br />
voorafgaan^ aan de versie die Van de Woestijne op p 1 februari 1916 ^ aan<br />
Johann de Meester zond voor publikatie in D e gids van april p 91 16 i 5 .<br />
H-7<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATER ING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
21 ba den geruit g papier, watermerk g globe en naam 'Elite', `Elite' 318 > x 21,4cm. >4<br />
Eenzijdig lg beschreven met zwarte inkt.<br />
[I]<br />
[MM27]<br />
[2] [MM2ó]<br />
Na eind n maart a – bbegin g p april 9 I IO ^ voor l januari 9<br />
Ii.<br />
en -4 Inv. 12<br />
3 -123/131509-3 4 7<br />
De manuscri p ten zijn vermoedelijk vervaardigd g bij de voorbereiding g van<br />
H-8, dat kopij p l was voor de publikatie p in Groot Nederland van januari 1911.<br />
Hete papier p is identiek aan enkele van die kopijhandschriften p ^ en de gedich<br />
-<br />
ten bevatten enkele varianten die aan de versie van H-8 voorafgaan. g<br />
H-8<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
9 genummerde bladen g geruit pp papier, ^ i- 3 en 9 3> I 8 x 2 I >4 cm, watermerk<br />
g 1 obe en naam 'Elite'; e ^ [4-8] 4 10,3x ^3 16,7cm. ^7 Eenzijdig 1 gbeschreven met<br />
zwarte inkt.<br />
[I] 6<br />
[MM 2q.]<br />
[2] 7 [MM25]<br />
[3] 8 [MM 27]<br />
207 BRONNENLIJST
[4] 6 [MM271<br />
[5] 7 SAS]<br />
[6-8] 8-io [A6]<br />
[9] 9 [NtNtzB]<br />
DATERING Voorjanuari I II.<br />
l 9<br />
BEWAARPLAATS I-23-123/131509-1 en -2 Inv. I2 7<br />
39 geen inventarisnummer.<br />
BIJZONDERHEDEN Kopij 0 1 voor V 0 de publikatie e in GGroot Nederland van januari4 1911 . De totsta<br />
n dkom in van hetmanuscriptis etg7roblematisch. MM2 komt tweemaal<br />
voor, en er e 1 zijn n 1pp twee a ierformaten. Bovendien is de num -<br />
m rin g merkwaardig:<br />
g er i r doublures, z jn 1 en ^ n een n begin g met i ontbreekt. Dat<br />
dee manuscriptenverband em elkaar t houden, is niettemin zeker : met<br />
potlood P zijn z 1 tweemaal 1 nieuwenu e nummeringen<br />
gaangebracht en<br />
door de redactie<br />
van Groot Nederland.<br />
De bladen n zijn 1 op p basis van s het e papier te verdelen in twee groepen. g en De<br />
g roe t ba bladen I 3 - en 9 bevatten de gedichten g MM 2 4^ MM 2 S^ MM 27 en<br />
MM28 Deze . e gedichten gedlchte (dus nietde Ie<br />
bladen) werden door Van de Woes -<br />
ti ^ n eva n I tot 4 genummerd. e d De bladnummeringwas 6- 9. Bovenaan het<br />
eersteW hiervan schreef Van de Woestijne 1 de groepstitel g `In Memoriam Jean<br />
Moréas' ' en n de toevoeging gg `terwijl w l ik waakte e bij 1 een stervend man.' Deze<br />
tekst verviel bij l de tijdschriftpublikatie. 1 P Boven de groepstitel g staat een<br />
romeinse II wat erop p duidt dat aan de bijdrageinb ^ e eerste<br />
instantie ander<br />
werkvoorafging.V Van de West o i 1 ngebruikte e voor de ko pl i' van de Groot<br />
Nederland-bijdrage dus manuscripten die hij<br />
eerder met een ander doel, of<br />
rn een ande rvervaardigde. e volgorde g Het r resterende <strong>deel</strong> van de manu-<br />
sc r'vergelijkbarekenmerken. aten p heeft<br />
De b laden -8 4 zijn van niets kleine<br />
r formaat; o ze bevatten degedichtenM M 27^ A S en A 6 waarvan de<br />
volgordebe bepaal we aald werd met behulp<br />
uvan 1 p de letesa letters ben c boven de<br />
g e a cte h n. Van Woestijne eW<br />
1 nummerde e bladen van 6 tot I o en oven-<br />
aan het eerste schreef hij<br />
`In Memoriam Jean Moréas.' Deze drie bladen zijn<br />
vroeger g datum dan de eerder beschrevene I 3 - en 9 .<br />
Het ineenschuiven h' van beide de groepen g<br />
manuscripten resulteerde in de<br />
gherhaling<br />
en oe m e donduidelijkheden:<br />
de van MM 2 bleef 7 onopgemerkt,<br />
maar de n incoherente nummering g In werd met potloodoo vereter verbeterd, vermoede-<br />
lijk 1 nietdoor Van a de e Woestijne W l zelf maar later ter redactie van Groot<br />
Nederland. Eerst werden ren alle bladen djuist l genummerd g (met uitzonderingg<br />
van het eerste, omdat het de bijdrage 1 g opende); P n ^ en het cijfer 9 stond toeval-<br />
11 g al a opo het ebaOpg<br />
laatste1 d. 0 I werd r het romeinse I I doorgehaald doro en oppp 4 gebeurde g<br />
e hetzelfde<br />
met de groepstitel g Ps van a het e andere stel. Ook<br />
de g gedichten n zelf e kregen e g e een jeu nieuw nummer; n de a, b, > en c boven de<br />
g gedichten op de bladenn - 4 werden S wee e geschrapt, a P^ evenals e s het cijfer 1 4 boven<br />
het slotgedicht.De cijfers 1 c e s I tot3<br />
boven n deeese rgedichten t drie rikonden k g eada h n h afd blijven, l^ volgende g kregen g nieuwe nummers van 4 tot 7. 7<br />
(Op I s isnog g geschreven: even . 'Proef a G u c h eeetstraat i6o .)<br />
Het t was vervolgens wae de zett r die op hetzelfde blad 4 opmerkte:<br />
`Noot van d[e] g Z[etter] 1 aan pag. pg . 3 .' Deze – opmerkzaam-<br />
Dit p<br />
is-m<br />
2O8 BRONNENLIJST
hei d leidde tot het laten vervallen van de tweede versie van [MM27] 7 (de<br />
uversie,di dste m die t a e was aangeduid) g en tot een nieuwe, , nu correcte<br />
umm e r'bladen g van in n dna n 3^• in de nummering van ngedichten dewerd w echter niet opnieuw ingegrepen.<br />
H-9<br />
MATERIËLE M 2 bladen , fotokopie van brief aan Firmin van Hecke.<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN[MM 13<br />
DATERING Voor 25 augustus I 11.<br />
5 g 9<br />
BEWAARPLAATS E<br />
De fotokopie 99 werd in i o door J.B.W. Wgesteld.<br />
Polak beschikbaar g eld. Het<br />
origineel g is in bezit van de Stichting g JohanPolak en momenteel niet raad-<br />
-<br />
pleegbaar.P Een andere fotokopie is in het e AMVC, ^ inv.nr i 375 86.<br />
BIJ Van de Woestijne J schreef aan het slot van een brief van zijn v vrouw en<br />
hemzelf aan Firminn va Hecke e ` Wee ^r gaat g het v veege g licht<br />
t der asters<br />
bloeien'MM I 3 af. De brief is niet gedateerd, g maar is svermoedelijk uit<br />
1 9 11.Ko ij P1 voor de publikatie van het gedicht g in De ^gids van december<br />
I 9 II 7 werd door de redactie ontvangen g op p Sz augustus g van dat jaar. l<br />
H- I O<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
I blad, > I I >3 x I 67^ cm. Eenzijdig l g beschreven met zwarte inkt en e potlood. p<br />
GEDICHTEN n.v.t.<br />
DATERINGuli 1 9 11' varianten 27 uni 1 9 1 3 ,november I I en kort daarna.<br />
9l; 7l7 93<br />
BEWAARPLAATS- 6 I2 8 Inv. I 6<br />
3 9 747 4<br />
B I ZONDERHEDEN J, Schema S e voor o meerdeligdicht weromen rk Het Licht der Kimmen, enkele malen<br />
gewijzigd.<br />
De drie dateringen noteerde Van de Woestijne zelf onder de drie stadia<br />
g 1<br />
van bewerking. g<br />
H- I I<br />
MATERIËLE I blad blocnotepapier, I z >9 x i 87, cm. Eenzijdig l g beschreven met potlood P<br />
BESCHRIJVING J<br />
en zwarte inkt.<br />
GEDICHTEN n.v.t.<br />
DATERING Omstreeksuli 1911?<br />
1<br />
BEWAARPLAATS Geen inventarisnummer.<br />
209 BRONNENLIJST
BIJZONDERHEDEN Het blad bevat benevens enkele poëziefragmenten g een notitie voor een<br />
Kyrie Y van een Heilige g Mis; ^ zie hiervoor de Ontstaansgeschiedenis,<br />
Het schema voor Het licht der kimmen, waarin een dergelijk gei plan voorkomto<br />
H I 0),dateert vanuli 191i. Niettemin is de datering onzeker; vergelijk<br />
91 g ^ g l<br />
H- I 3.<br />
H- I2<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
Ibad bladblocnotepapier, I Z >9 x i 87^ cm. Tweezijdig l gbeschreven met potlood<br />
en zwarte inkt.<br />
GEDICHTEN GZ2 9<br />
DATERING Omstreeksuli 1911?<br />
1<br />
BEWAARPLAATS Geen inventarisnummer.<br />
BI J ZONDERHE N Het bladbevat bad talrijke a 1 notities en invallen van uitee<strong>nl</strong>opende P aard. Een<br />
ervan is in 121 9 verwerkt in `Gelijk 'Gelijkhet gonzend g bliksmen van motoren'<br />
G Z 29. De onzekere datering<br />
g<br />
is<br />
g<br />
gebaseerd op p het papier, pP dat identiek is<br />
aan het vore ge manuscri p^ t H- I I .<br />
H-z3<br />
MATERIËLE I l bad I I >4 x I 67^ cm. Tweezijdig l gbeschreven met zwarte inkt.<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN[MM 18<br />
DATERING Omstreeksuli I I I ?<br />
1 9<br />
BEWAARPLAATS 3 -I20I 3 I S 06 Inv.I2 5<br />
BIJZONDERHEDEN J Het manuscript p bevat een klad van een vroege, g^ uitgebreide g versie van `o<br />
Ziek, onzeker en onzuiver' MM I 8 . Een verloreng ge ane netversie die aansluit<br />
bij het klad is in bezit geweest g van Maurice Roelants (zie noot I bij<br />
het variantenapparaat pil van het gedicht) g en ging g g vergezeld<br />
g<br />
van het bij 1 -<br />
schrift: ` Uit den "Kyrie" Y eener "Heilige g Mis" ^ in bewerking.' g . Die toevoe-<br />
ging laat de mogelijkheid gl open p dat het gedicht g is ontstaan in de tijd l van<br />
het eerste ep plan voor Het licht der kimmen dat gedateerd was op uli 1 9 11;<br />
^ g p9l<br />
zeker is dit echter niet.<br />
H-14<br />
MATERIËLE I blad, 1 I2 ,4 x 6 I 2 cm. C Eenzijdig e j gbeschreven S met zwarte inkt.<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN MM28<br />
DATERING Voor november I 9 II.<br />
2I0 BRONNENLIJST
BEWAARPLAATS-I2 I I II Inv. I 0<br />
3 7 3 5 3<br />
J zKopijhandschriftrpublikatiein o D<br />
voor<br />
Dietsche warande & Belfort van novem-<br />
BI N ERHEDEN<br />
be r I 91I /6/. In een andere a e hand a werd het blad met potlood gnummer e d<br />
met 5, enonderschreven m e t de n aa m`Karel v a n de W oe s ti'n 1e. ' V rmoe e -<br />
li 1 s k is d dit t gedaan g door JulesP r e n sY^it<br />
redacteur eu van het tijdschrift, uit<br />
wiens nalatenschap p het manuscript p afkomstig g is.<br />
H-i5<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
Agenda g Souvenir Journalier r 9r2. Gebonden in bordeauxrood leder, snede<br />
verguld, g ^ 7> 7,8 x i 2 8 cm. Goudopdruk P linkerbovenhoek : Agenda. ^<br />
DATERING 112.<br />
BEWAARPLAATS 23/135170 en -a Inv. 460) 4<br />
H-r6<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
Ienummerd g blad geruit g papier, p p 1 o ,3 x 16,7cm. Eenzijdig l gbeschreven met<br />
zwarte inkt en Ppotlood.<br />
GEDICHTEN I I2 MM18<br />
DATERING Na januari9<br />
i 12 ?<br />
BEWAARPLAATS-1I 3 9 3 I S I S 0 Inv. I124)<br />
BIJ J Het manuscript p werd met dezelfde inkt als de tekst s genummerd g e d met 12<br />
(later met potlood oo g gewijzigd l g in 3). Hetheeft e dus dee s <strong>deel</strong> uitgemaakt g<br />
k t<br />
vaneeen<br />
verzamelhandschrift maar het is niet bekend met welk doel dat gemaakt<br />
kan zijn. Boven het g gedicht, dat met i genummerd g is, staat `Liederen.' > • dit<br />
wijst op p een beoogde g tijdschriftpublikatie. l Aan het gedicht g ging gg een afwi' 1 -<br />
kende uitgebreidere g versie vooraf, ^ die in Onze ^ eeuw van januari<br />
9 gp I 12 e u-<br />
b li cee rd werd 8 hetmanuscript<br />
a t i isa dus vermoedelijke ub na die publikati P<br />
e<br />
vervaardigd.<br />
H-r7<br />
MATERIËLE 2enummerde g bladen, ^ ca. i 3^S x 23^ 8 cm. Uitgesneden g tijdschrift 1 publi-<br />
BESCHRIJVING J<br />
katie.<br />
GEDICHTEN I I13[MM 2<br />
DATERING Na april I I2. P 9<br />
2- 4 398- 40I [MM231<br />
BEWAARPLAATS 22-481/135940-a en -b Inv. 1)<br />
211 BRONNENLIJST
BIJZONDERHEDEN De uitgesneden bla en bevatten e de gedichteng x I en e x I I D ` e dag g is s moede<br />
en stil, en gde uren gaan ver 1 k n' en e `In memoriam emrimR Renée o enee Vivien') V v '' uit<br />
de tweedelige g reeks `Uit Het gelaat g des d dichters' d inn De gids ^ van april a p<br />
I 9 I2 9 .<br />
In de teksten zijng z geen correcties<br />
of varianten a aangebracht. g<br />
De bladen moeten op p enig e g moment<br />
gefungeerd g e geerd hebben in de voorb erei-<br />
din fa s e van g H Het aat gelaat des dichters. d s, Dewerden gedichten<br />
met b blauw<br />
potlood P respectievelijk p 1 II en ivgenummerd,n'n e i h et ln lang<br />
e wt eede<br />
g c ht zijn ^ve<br />
n tevens s markeringen aangebracht n g<br />
o om de tekst<br />
over meerdere<br />
pagina's e teverdelen, zoals z i in H - 2, 3 Met rood potlood o werddiagonaal edeen<br />
streep getrokken over de hele tekst van e het ee eerste gedicht. g V Vergelijk r e gl i k H-zo 20<br />
en H- 32.<br />
H-18<br />
MATERIELE I blad, i1, ,3x 1 7^ 7,6 cm. Tweezijdig i 1 g beschreven eve met potlood p d en e zwarte inkt.<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN MM4<br />
[MM20]<br />
MM29<br />
DATERING Vermoedelijk 1 voor 29 91uni 1912,zeker voor oktober<br />
1912. 9<br />
BEWAARPLAATS-IO 3 9 I 3 I 339 (Inc. 113) II<br />
BIJZONDERHEDEN J<br />
De datering g is s gebaseerd g d op p de e voltooiing 1 i van g MM 20 (zie e H - I 9 en op de<br />
voorpublikatie p van MM 4 en MM2 9 in Groot Nederland van o oktober I 9I2<br />
I0,<br />
H-i9<br />
MATERIËLE I blad, 1 2 x 16,7cm. Eenzi jdig beschreven met zwarte inkt. > >4 ^7 1 g<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN MM20<br />
DATERING 29 uni I I2. 91 9<br />
BEWAARPLAATS-I2I I I 0 Inv. I26)<br />
3 3S7<br />
BIJZONDERHEDEN J Boven de tekst van het gedicht g staat `Het Gelaat des Dichters.' h met een noot o0<br />
onderaan et b e perse het bij ^ blad: C.A. C,A, . va Dishoeck, 'Tervan– te Bussum. s Zie<br />
De Gids, December 1 9 11 en April p I 9 i2.' Het manuscript P behoorde o tot<br />
ko P1 i' voor De g gids die op P 29' 1 ni u I 1 9 I 12 bij 1 de redactie ontvangen g e werd,<br />
maar vervolgens g werd teruggevraagd; zie ook de toelichting g bij 1 12 . Later<br />
zond Van deoesti'ne W ^ alsnogin,gebruikmakend ovan g<br />
hetzelfdem aar iets<br />
kleineresneden g papier (zie e H- 3 I . Het is mogelijk gl e dat b bladen d die <strong>deel</strong> uit-<br />
maakten van de eerste kopij P1 in H 3 I opnieuw P gebruikt werden.<br />
2I2 BRONNENLIJST
H 20<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
3 genummerde^ bladen, 5^ ca. x 2 3^1<br />
,0Uitgesneden I cm.sc 6<br />
ti' hrift ublikatie,gecorrigeerde<br />
m t z warte inkt.<br />
GEDICHTEN [I] [3971 [MM41<br />
[2-S] 398-ooi [MM29]<br />
DATER ING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Na oktober I912.. 9<br />
22 - 4 $ o I 35939 -a t m-c Inv. II 114)<br />
Dee uitgesnedenb bladen b<br />
n bevatten e de twee e 'Verzen' e `Aan de eeuwige' g en<br />
` Aa n de ee uw i g ee<strong>nl</strong> - ' g ' e die gepubliceerd ee werden in Groot Nederland van<br />
oktober<br />
r I ^I2 I o . De e correctiesk c es komeno<br />
e voor in l de tekstvan het t tweede<br />
gedicht.<br />
De1 b ade n moeten o enig g moment gefungeerd g g hebben in de voorberei-<br />
din ' g f s van ase Het ^ gelaat des dichters. h De gedichten werden met blauw<br />
potloodrespectievelijkII enn III genummerd, en in het lan e g tweede<br />
gehct dI zijn 1 tevens t markeringen aangebracht o m e tek t s over meer ere<br />
te verdelen.<br />
e e. Met e rood potlood werd d diagonaal g een streep e pgetrok-<br />
g<br />
ken e over de hele 1 tekst van v het eerste e s gedicht. g Vergelijk gl H-I 7 en H- 32.<br />
H-21<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATER ING<br />
BEWAARPLAATS<br />
21 bladen, watermerk eo 'Original Ovateo<br />
Vi let Mill' 1 ^9 x 1 7^4 cm. Eenzijdig<br />
1<br />
beschreven met zwarte inkt.<br />
I A14<br />
2[mmzo]<br />
1913?<br />
3 -12.2/131 S 137)<br />
08-I en -2 (1-nv. I<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Ut Uit hetosc opschrift op het tee e eerste e blad: V ` eren ^ door Karel van de 1"oestine' J<br />
en de romeinse nummering eg ade vangedichtenm met t I e en II (allesdoor a o Van<br />
de Woestijne l zelf) is af te leiden dat de manuscripten P als kopij pl hadden<br />
moeten dienen. Een voorpublikatie p in deze vorm is echter niet bekend.<br />
Een n grote gp<br />
oe romeinse I in blauw potlood op p beide bladen kan er op p wijzen 1<br />
dat de gedichten g in de voorbereidingen van a Het gelaat des dichters een rol<br />
hebben g gespeeld, p I ^ maar zeker r i is dat ni t e : vermoedelijk 1 zijn de cijfers 1 door<br />
een andereschreven. g<br />
Dateren t rn van het manuscript vais i niet mogelijk, g ^, aangezien herhaalde voorpublikatie<br />
vangedichten voor Van de Woestijne l geen g uitzondering g was en<br />
de vroegste rpublikatievan s egg<br />
een v der dbeide gedichten MM2o in De lelie van<br />
1 ull I 93 I I I dus geen g zekere z terminus ante quem u biedt. e. Omdat het andere<br />
h z gedicht op p 23 oktober van hetzelfde jaar 1 verzonden o werd naar De gids ^ 12<br />
w wordt onder voorbehoud als g globale datering g 93 I 1 aangehouden. g Het<br />
papier i is3 identiek aden e aan dat tvan H-27, dato maart/april I 1913 9 g edateerdis.<br />
21 3 BRONNENLIJST
H-22<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
genummerde bladen, 17,2 x 2I 6 cm. Eenzijdig beschreven met zwarte<br />
7 g ^7> lg<br />
Inkt.<br />
n.v.t.<br />
Eind februari 1913.<br />
3 9712 748o-a t m -g g Inv. i147)<br />
Deladen bvoor waren kopijhandschrift oor voorwerkvan het rk an Het e gelaat ^ e a des<br />
dichters enaan g direct vooraf aan de kopij pl voor het eerste vel (zie H-2 3 .<br />
Met uitzondering g van het eerste blad werden ze door Van de Woestijne 1<br />
gepagineerd, waarbij 1 het vijfde l blad, ava ^ dat de inhoudsopgaven de bubundeln<br />
bevat m et 5 e n 6 genummerd e d we werd. r Op et eersteat hetblad, e dat de t titel tene<br />
de aanwijzing ^ g^ `Voor wbevat,s erk' schreef hij : 'Spoedig proef, ,sv..l.' Blad<br />
2 was bedoeld voor een lijst van eerdere publikaties p van Van de WoestijnW 1 e<br />
bij Van Dishoeck; blad 3 is het titelblad waarop p onder de titel e is s toe ge-<br />
vo eg d 'portret door Gustave van de Woestijne'; 1 als jaara van uitgave is s(in<br />
romeinse cijfers) c 1 e s I 93 I<br />
opgegeven. e gg eve . D De b bladen a e met de t nummers n es 4,<br />
en 8<br />
bleven blanco.<br />
Het eerste blad werd met blauwpotlood p genummerd g met het cijfer 1 I,<br />
vermoedelijk door Van gDishoeck in een latere fase van de voorbereiding<br />
van de bundel. Voor de drukker noteerde hij daar a ook, metpotlood:<br />
'Geheel gelijk g J aan vorige vowe g bundels voor reis-Ex. & spoed: voor ve rk I vel'.<br />
H-23<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
l d en I 2 X 21,66 cm. Eenzijdig beschreven b metzwarte te inkt. .<br />
bladen,^7> > Jg<br />
motto : `En droef en fel' Vondel.<br />
AA<br />
onderafdelin gstitel: `De Vergroot-spiegel'<br />
[All]<br />
[mm13]<br />
MMI2<br />
MM14<br />
Eind februari 1 9 1 3 93<br />
I en 3 S 3-112/131501-a34<br />
t m -d Inv. I<br />
2Inv. 5-164/135004 I131) 3<br />
6- 7 3 -III I 3 I S00-I en -2 Inv. ' 16)<br />
Kopijo p<br />
1 voor e het ee eerste<br />
vel van v de e proef van Het ^gelaat des dichters. Hetpapier<br />
is identiek aan dat van H-22, de ko pi jvoor het voorwerk. Met blauw<br />
p ot 1 oo d is s aangegeven g eve g hoe de tekst s in druk over de pagina's p g ver<strong>deel</strong>d e<br />
moestworden,maa maar o op et hetlaatste<br />
blad b is a de verdeling gdoor Van a e Woes-<br />
de o<br />
tine ) zelf direct met zwarte inkt gemarkeerd, g ^ aansluitend op P het voor-<br />
214 BRONNENLIJST
gaande; g<br />
^ dit wijst 1 erop dat p ddeze kopij p in l ten minste twee etappes pP tot stand<br />
kwam.<br />
Na blad 5 werdeneee in een volgende b ew rkin g sfase 1van de kopij de bladen<br />
I en 2 van H - 2 9 tussengevoegd. g g I (Inde deze e nieuwe volgorde worden<br />
ne<br />
ze thans bewaard.)<br />
H-24<br />
MATERIËLE i lad watermerk 'Original g Violet Mill', ^7> i 7,2 x 2i >4 cm. Eenzijdig lg<br />
BESCHRIJVING J<br />
beschreven met potlood en zwarte inkt.<br />
GEDICHTEN [mmi5]<br />
[mmi6]<br />
DATERING Omstreeks 26 februari 1913(?)' voor 2 oktober 191 3 .<br />
^ 3<br />
BEWAARPLAATS-2 7 37 39 I I 74 Inv. 294)<br />
BIJZONDERHEDEN Blad awatermerke<br />
met diverse kladfragmenten. Het t 'Original Violet Mill'<br />
komt in deze eriode ook elders voor.anneer W `Ik ben met u alleen, o<br />
Venus, felle star' MM i 6 omstreeks 26 februari 1913 93 geconcipieerd g p zou<br />
zijn (zie de ontwikkelingsgang gg s g van het gedicht), g ,geldt die datum als termi-<br />
nus post quem van het manuscript; p ^ p op<br />
32 oktober I<br />
93<br />
I werd de voltooide<br />
versie eva van het ggedicht aals kopij 1g<br />
ingezonden voorpublikatiein De gids van<br />
1 anuari I 94 I .<br />
H-25<br />
MATERIËLE 2evouwen g bladen, ^ 5^ i 8 x 2 cm. Drukproef p van Het gelaat g des dichters,<br />
BESCHRIJVING gecorrigeerd g g met zwarte inkt.<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
n.v.t.<br />
8 maart 1913.<br />
BEWAARPLAATS<br />
[r-41<br />
3<br />
-Io2 I2<br />
74<br />
81-e Inv . I S I<br />
S -8 3 -10I I2 7481-b i nv. I 5 0<br />
BIJZONDERHEDEN J Drukproef p van het voorwerk van Het gelaat ^ des dichters, , bestaande uit twee<br />
bladen dieevouwen g 8 pagina's p g vormen. Ze waren voorlopig, p g^ en ind-<br />
er<br />
haast vervaardigd g met het oogg op Van Dishoecks ophanden zijnde aanbie-<br />
g sreis voor het voorjaar van 1 9 1 3 ; zie de Ontstaansgeschiedenis, g ^ 3 .I.i.<br />
Op p het tweede dubbelblad staan datumstempels p van drukkerijG. J.<br />
Thieme waaruit blijkt dat de proeven aan Van de Woestijne l verzonden<br />
werden op p 8 maart I 9 I 3 en gecorrigeerd g g ontvangen g op p I 3 maart. Devolle-<br />
die g samenstelling gis :<br />
[I] titelblad<br />
2 drukkersnaam<br />
[3] Franse titel<br />
Pg opgave andere uitgaven g van Van de Woestijne 1<br />
215 BRONNENLIJST
[5-6] blanco<br />
[71 inhoudsopgave og e<br />
[8] blanco<br />
Op de proef o komenverscheidenerr correcties ' enn<br />
aanwijzingen<br />
voor. Van de<br />
Woestijne noteerde 1 bij de (gecorrigeerde) g e e 'Tabel des inhouds': '^`W 'Wordt<br />
natuurlijk aangevuld'. g Van Dishoeck schreef op pp p. S : Wordt d<br />
natuurlijk<br />
nog niet afgedrukt. g Is maar voor de reis', ^en met andere inkt : `voor reis-<br />
Ex. 6 voorwerk 2 S vel I'.<br />
Vaneidproefbladen b es tevens een i ongecorrigeerd<br />
n e n g rr' 1 g ee rexemplaar d bewaard<br />
gebleven, respectievelij 1 3 k-10 2 I 74 2 81-d (Inv. nc I 5 I en - 3 I o 1 I 27481- Inv.<br />
I SO .<br />
H-26 sluit direct op deze drukproef aan.<br />
P<br />
H-z6<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
4g gevouwen bladen, ^ S^ 1 8 x z1 cm. Drukproef p van Het Bgelaat des dichters,<br />
gecorrigeerd g g met zwarte inkt.<br />
5 [A9]<br />
9 [AI I<br />
I2-13 [MM 13<br />
14 MMI2<br />
I-16 S MMI 4<br />
DATERING 8 maart 1913.<br />
BEWAARPLAATS 1-2 en 15-16: S 3 -100 12 7481- g Inv. I S 2<br />
34 en I 3 -I3-100/127481-a 4 Inv. I S 2<br />
S - 6 en I I -12:5-165/135005Inv. i153)<br />
7 -10 : 3 -IO0I2748 1-f Inv. I S 2<br />
BIJZONDERHEDEN De proef p wordt in twee ge<strong>deel</strong>ten g bewaard. De vier gevouwen g bladen<br />
vormden het eerste tekstvel, dat in Hetelaat g des dichters direct na het voor-<br />
werkroef P : H-25) moest komen. De volledige g gsamenstelling is:<br />
1 afdelingsnummer: I<br />
[2] blanco<br />
[31 motto : `En droef en fel Vondel.'<br />
[41 blanco<br />
5 [A9]<br />
[6] blanco<br />
7 onderafdelin gstitel: `De vergroot-spiegel.'<br />
8 blanco<br />
9 [All]<br />
1 o blanco<br />
a<br />
I I blanco<br />
12-13 [mm 13<br />
14 [mm12]<br />
I-16 [MM<br />
S 4<br />
216 BRONNENLIJST
.<br />
0 de eerste pagina Van stI ne .'Wordt<br />
toch ook niet e<br />
^-<br />
g schreefVa e Woe 1<br />
o0 I<br />
eg<br />
fafgedrukt? Alleen ee nv voor oo d r'^ I.Eveverandering<br />
Er e komt e wellichtr sa erin in de<br />
plaats dergedichten'. Van Dishoeck s beantwoorddedit n e t met e 'Neen' ene<br />
het<br />
verzoe .• `M aak nu sv in orde?'<br />
Degecorrigeerdee proef is ook oo later ate nog o gg gebruikt e bij b 1verdere v oo r e r bi e-<br />
dingen voo r e ^Woestijn<br />
gelaat H desdichters. tVan n e 'ne wilde de teksten op<br />
P 12-14 éen bladzijde naar voren schuiven en op pp p. 144 `Oud hart, ^dat niet<br />
be m nd en eheeft' ee opnemen. Hi' 1g veranderde tde dienovereenkomstigin a e -<br />
ri n. g La t e r ee h f t Van Dish oec k di die m t e blauw potlood <strong>deel</strong>sbevestigd,<br />
s<br />
dee 1 s om o onbekende redenen veranderd.<br />
Van ape hetzelfde roefvel is een ongecorrigeerd es en niet opengesneden g<br />
exemplaar bewaard gebleven: e4 b ev n. 2.2. 831 35942 (h tv. 1 5 4.<br />
H-z7<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
2evouwen g stroken en 1 blad, ^ watermerk 'Original g Violet Mill',<br />
10 ,^ X 13, 0 cm. De twee stroken zijn in elkaar gelegd g g a als ee een soort katern,<br />
het blad a ligt g bovenop. p Alleen de e bovenzijden zijn beschreven, even met zwarte<br />
inkt.<br />
GEDICHTEN n.v.t.<br />
DATERING<br />
Vermoedelijk omstreeks3.<br />
maart-april I 9I<br />
BEWAARPLAATS EWAARPLAAT3-99/I27480-ii,- 1 en -k Inv. 1 49<br />
BIJZONDERHEDENJ<br />
EN H Het losliggendeblad en d de twee ineengeschoven gevouwen stroken vormen<br />
oI pagina's. a g a. Alleen '<br />
de zo o ontstaneo pagina's a g a s 1 ^ 3 en<br />
S zijn 1 b es chr-<br />
e<br />
ven met respectievelijkde romeinse se cijfers 1 I I ^ III de en i v enbijbehorende<br />
onderafdelingstitels g `Aan de eeuwige', g^ e `Aan de eeuwi g een - gi e ' en 'Ster-<br />
g, vens-zangen', en' die behoorden tot de evoo oorspronkelijkeplannen r H et<br />
g gelaat des dichters. Het manuscript moet een e probeerselp g geweeste eest zijn I 1<br />
voor d e<br />
samenstellings van d de eerstehelft g-<br />
e t van a e bundel; e zI , ziee ook<br />
de d nts 0 t aa ns e<br />
s chi ee d ni s, 3<br />
.1.2.<br />
De beschreven s zijdenvolgorde zijn in deweergegeven eodeln r na anderen<br />
hand metotlood genummerd 1- .<br />
p g 3<br />
H-z8<br />
MATERIËLE 2 bladen, 1 7,1 X 2.1,5cm. Helften van een blad briefpapier : `Ministère de<br />
BESCHRIJVING J<br />
l'Intérieur et de l'Instruction Publique, q Administration des e Sciences et des<br />
Lettres'. Eenzijdig l g 1beschreven (achterzijde) met zwartbruine inkt.<br />
GEDICHTEN n.v.t.<br />
DATERING Tussen eind maart 1 9 13 en 21 uli 1 9 1 5 .<br />
93 1<br />
BEWAARPLAATS- 8 12 8o-h en -i Inv. i 8<br />
3 9 74 4<br />
e Op ee het s eerste e a blad noteerde Van V de Woestijne s 1 eee een lijst 1Stmt e g gedichten Ic die<br />
voor opneming g in Het ^ gelaat des dichters in aanmerking g kwamen;li' de lijst<br />
BRONNENLIJST
wordtrok es n in e de Ontstaansgeschiedenis, 3 . I. 3. 0 het tweede blad 1a<br />
schreefa V n de d Woestijne 1 e ee een romeinseI en n de onderafdelingstitel o ea r e s g<br />
e lD`<br />
e<br />
Ver g roots ie ^el'.<br />
H-29<br />
MATERIËLE I 4 bladen, b ^ I adeet 72 > x 2I 6 cm. Eenzijdig m z zwarte inkt. 3 is I<br />
BESCHRI JVING fotokopie.<br />
GEDICHTEN I [A7}<br />
[2] [A8]<br />
[31 [A.12]<br />
4 [A13]<br />
[51 MM2<br />
[6] M M 4<br />
[71 [MM 5]<br />
8 [MM 71<br />
[91 [MM9]<br />
[I 01 [MM IO<br />
[II]<br />
[mmzi]<br />
I2 MM23<br />
[131MM24<br />
[141MM16<br />
DATERING<br />
Eind maart – begin g april p 9I i 3of kort daarna.<br />
BEWAARPLAATS I5-167/135007Inv. I 4 i<br />
[21:- 3 I 1 Z 3 I S I oI-e Inv. I134)<br />
3 5-1 71/1350084 Inv. i 2 Fotokopie, ^ met tekst op achterzijde: 1 'Orig. g bijJ<br />
Fam. V.d. Woestijne,gge<br />
Brussel'. Het origineel is niet teruggevonden.<br />
4 3 -II2 I 3 I 5 OI-f Inv. I134)<br />
[7/131337-a1 S - I2 3 -IO en -z t m -8 Inv. I io<br />
[13]: 3 -II 3 I 3 I 5 o1- Inv. g I144)<br />
I3-118/131504 4<br />
Inv. I2I)<br />
BIJZONDERHEDEN ) Het papier Pp van deze bladen is identiek aan dat van de kopij pl van het voor-<br />
werk en het eerste vel van Hetelaat g des dichters (resp. p H zz en H 23<br />
. De<br />
manuscripten p zijn vervaardigd g in het stadium waarin Van de Woestijne,<br />
ná<br />
de drukproef p van 8 maart 93 I I H-26 ^voortin voortging met het samenstellen van<br />
de bundel. Op p blad 12 is slechts geschreven: g `In Memoriam Jean Moréas<br />
(gedicht terwijl ik, ^ bij l nachte, ^ een stervend man waakte)' en het cijfer I.<br />
1 voegde g Van de Woestijne onderaan in potlood p toe (de cijfers in<br />
superscriptti horen bij ij h e t c it aat : 'Groot-Nederland o ^ januari 9 I II 186 4 1<br />
Juni i 91 o i 486 1 ' In ^a juli i 9 10 tijdschrift verschenen in d t van Van de<br />
Woestijne i'n 1 onder e meer driee St anten' 2 ^ in jjanuari9<br />
111 zess verzen `In<br />
memoriam Jean Moréas' o 4 . Het is niet duidelijk welke betekenis de<br />
getalleng tus tussen parenthesen P<br />
hebben. Het is mogelijk g l dat de verwijzing l g naar<br />
heti' t hrift 1 dsc bedoeld was voor s v Van Dishoeck, s om ^ aan te geven g waar deze<br />
de te zetten tekst kon vinden. In de correspondentie p met Van Dishoeck<br />
2I8 BRONNENLIJST
verwees Van a de Woestijne 1 hem voor kopij p ^ wel vaker naar voorpublikaties<br />
in ti' dschriften.<br />
l<br />
0 de eerste drie bladen is met nummering r' g in blauw a potlood o o aan ge ge-<br />
n hoede e tekst in druk u over de pagina's g<br />
as ' ver<strong>deel</strong>dmoest worden. (Op de<br />
zwartwit-fotokopie 3g<br />
is s,<br />
dit uiteraardniet te zien maar er is geen twijfel fl<br />
over<br />
de plaats van noriginelenu het manuscript<br />
of over epaginering.)Deze<br />
bladen diendente de n worden ingevoegdg ed g de in oo oorspronkelijke 1 kopij 1 voor het<br />
eerste vel ve dat a voorreisexemplaargebruikt. hetri e e xm e 1 was g eb Voor oo het overig e ge<br />
kunnen aan de volgorde 1manuscripten g van de een conclusies g verbonden e w ode rbetrekkingt nmto e tgeïntendeerde indelin g van Het ^gelaat des<br />
dach ters . de es volgorde is bij 1 archiveringbe bepaald 1 d door d e bundeling e g in De<br />
modderen man.<br />
H-3o<br />
MATERIËLE I blad,e 1 > i 2 >7l x 21,6cm. Tweezijdig g beschreven met zwarte inkt.<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN MMI j<br />
DATERING Voor 23 oktober 191 3 .<br />
3<br />
BEWAARPLAATS-1I 3 4 I 3 I 502 Inv. II 117)<br />
B I J Z o NDERHEDEN De datering gg<br />
isgebaseerdo p inzendingvan d ko i' pl voor de bijdrage l a in<br />
de Deids ^ van januari<br />
91 14 /i z/; ^ zie H- 3 i. De papiersoort<br />
(niet het for-<br />
maat en de inkt zijndaarmee identiek; het manuscript p werd zeer kort<br />
voor die kopij l vervaardigd. g<br />
H-3 r<br />
MATERIËLE 6 bladen, i 2 i x 161 cm. Eenzijdig beschreven met zwarte inkt.<br />
> 1 g<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN I-2 [1]-2 [mmi5]<br />
[31 3[A13]<br />
[4] 4 [mmi6]<br />
[5] 5 [mmi8]<br />
[6] 7<br />
MM20<br />
DATERING 2 oktober 1913.<br />
3<br />
BEWAARPLAATS 1- 3 en -6 5 3 -11 5 /1 3 1 5 0 3 -a t/m -e Inv. 1 1 8)<br />
-I 16 1 Z 8 Inv. 120)<br />
4^3 74S<br />
BIJZONDERHEDEN J Kopij 1 voor de publikatie in D e g gids van januari<br />
94 i I 12 . Bovenaan B het als<br />
eg enige niet genummerde g eerste blad schreef Van de Woestijne 1 `Het gelaat ^ des<br />
Dichters' met een noot onderaan het blad : ` Zie De Gids, December i 9i i en<br />
April P 1912.' Het oorspronkelijke P 1 zesde blad, ^ dat de tekstvan A 14<br />
bevat b<br />
moet hebben, ontbreekt. Een eerdere bijdrage 1 g aan hetzelfde tijdschrift werd<br />
zie de toelichting g bij lg<br />
12 . Het is mogelijk dat ge<strong>deel</strong>ten van<br />
219 BRONNENLIJST
die inzendinge hier g e opnieuw als kopij I n ingevoegd,aan 1 zijn 1 aangezie ezlen Van e<br />
Woes ^e epapier identiek en dezelfde i r zwarte a inkt e nkt gebruikte. g<br />
u t. e De enumm-<br />
rin biedt eee in dit houvast. opzicht geen In n hde linkermarge werd in<br />
andere hand geschreven: g e. oe f aan K.v.d.W. W 424 S tAnn a dr ee f Laeken<br />
e<br />
(Brussel)'. Degedichten zijn i 1 omeens romeins<br />
genummerd,<br />
g<br />
overeenstemmingg<br />
met de publikatie in Degids; ads • om onbekender redenen e w werd d d de boven<br />
het<br />
tweedeicht g ed `L 'Laat uw trage g wake<br />
e duren'<br />
A 3 I doorgehaald. g<br />
H-3 i<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
2numm g e e rd e bladen, > II >5 x 17^ 6 cm. Eenzijdig 1 g beschrevenmet<br />
e v e e t zwarte<br />
inkt.<br />
GEDICHTEN<br />
3<br />
[A I 5]<br />
[MM II]<br />
DATER ING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Eind 1 913 begin I I?<br />
93 g 94<br />
en -2 Inv. I<br />
3-110/131340-I 39<br />
De oorspronkelijke 1 bestemming gl<br />
a van eis de manuscripten nieti ni duidelijk.<br />
Z e<br />
kunnen <strong>deel</strong> hebben uitgemaakt g van v de opP 29 2' ni u 121 9 aan De g gids al eg<br />
-<br />
zonden maar a teruggevraagde<br />
g kopij, o P 1^ al a wi 1 t het et papier a i a af van andera d<br />
e<br />
manuscripten die daar r z eke r wel toe behoorden (zie zi bij<br />
I2 . Het eis verder<br />
mogelijkd t a ze (tevens) e een o roles gespeeld e e d e hebbenvoorbereidendee n en eenen<br />
fase s van Het gelaat g des dichters, h ^ a l li 1ke n ze nergens g en inpasbaar<br />
tussen andere<br />
overgeleverde documenten va nde voorbereidingn va die ^ bundel, e o grondg<br />
van depositie die de manuscripten kennelijk' ten o zIC h te van elkaar 1 dien-<br />
dnt e te hebben: blad a [I] is door Van de Woestijne tI 1 m metgenummerd,<br />
3<br />
het<br />
di c ht zelf ; met xv1 • b blad 2 werdw e d met e 6ge genummerd, e, e het ge t gedicht dl c t kreeg<br />
nummer )(Ix.Onder het eerste s e gedicht c t schreef<br />
Van a de Woestijne,<br />
^ vermoedelijklater dan de ea tekst e v gedichttwerd:<br />
n h t g i hgeschreven r • 'Achter:<br />
Gi' Gij zult mij 1 allen, ^ allen kennen'. Op P de voorzijde van 1 is met blauw<br />
P een I geschreven, g ^p op de achterzijde van [2] een I I• ^ wellicht houdt<br />
dit verband met een der voorstadia van Hetelaat g des dichters: vergelijkbare gl<br />
nummers komen op p andere manuscripten p voor; ^ vergelijk g l H-I 7 en H-zo.<br />
`Want neen g :een s p i't' l g e doem' A 5] I werd op P 23 3oktober 193<br />
1 als<br />
kopij p l voor De ^ gids aan Johan de Meester gezonden. g Het papier pp waarop<br />
beideedichten g geschreven g zijn, 1^g gebruikte Van de Woestijne W l nog genkele<br />
malen in 1 939 1 3 . De datering g eind 93 1 1– begin g 194<br />
1 i onder s voorbehoud. b<br />
H-33<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
DATER ING<br />
BEWAARPLAATS<br />
Calendrieremainier S 94 I I. Gebonden in zw art leder, 6 > 8 x I 3^ 2 cm. Goudo -<br />
druk linkerbovenhoek : 1914 94 .<br />
1914.<br />
z 3/1 35 1 71lnv. 6i 4<br />
220 BRONNENLIJST
H-34<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
2 bladen, ^ I 7^3 x 2I ^7 cm. Briefpapier: ` M ini s terie vanWetenschappen en<br />
Kunsten, ^ Beheer van n het h Hooger H g rOnderwijs,dWetenschappenndLt-<br />
e e e e<br />
teren'. r ' Eenzijdig n l g beschreven eve (achterzijde) e 1 met zwarte inkt. De bladen zijn<br />
beplakt met beschreven strookjes a ier.<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Tussen s 251 januari I 94 I en i februari 1 16. 9<br />
3-93/131333-a5<br />
en -b Inv. 10<br />
De eblade<strong>nl</strong> n zijn zijnintensief bewerkte e kladhandschriften van hete eerste e ge<strong>deel</strong>teg<br />
van`Het menschelijk l brood'. Een uitgebreide g beschrijving l g is s gegeven gg bijb<br />
1<br />
de ontwikkelingsgange van `Het l menschelijk brood'. De datering g i s geb-a<br />
r d o p de vroegste g achterhaalde notitie voor het gedicht g en de inzending g<br />
voor 0o publikatie a e in De g gids d vanv a april I 9 16 I 5 op i februari a I 96 I .<br />
P. Minderaa nummerde de bladen op de voorzijde ^e<br />
met i en 2. Papier n<br />
inkt komen overeen met H-44waarvan de gedichten g in dezelfde aflevering v g<br />
van Deids g werden gepubliceerd. gp<br />
H-3 5<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
I blad, I 7> 2 x 21,6 cm. Briefpapier: `Ministerie van Wetenschappen p en<br />
Kunsten Beheer van het ger Onderwijs, de Wetenschappen en de Letteren'.<br />
Tweezijdig lg beschreven met potlood en zwarte inkt.<br />
MB<br />
September p 94 I I– februari I 16 9 ?<br />
Geen inventarisnummer.<br />
Met uitzondering g van een notitie op p de briefhoofdzijde, 1^ is het blad alleen<br />
aan de blancozijde beschreven. Het bevat invallen en fragmenten g van uit-<br />
ee<strong>nl</strong>opendee aard. Een ervan is verwant aan r. 120 van `Het sc m n h e lij ^ k<br />
brood' en aan eenpassage in een journalistieke 1 bijdrage<br />
l gvan Van de Woestine<br />
1 in de N.K.C. van i 3 en 1 september 5 p 1 i 9 (zie 4 het variantenapparaat<br />
van g edicht . Het manuscript heten<br />
p bevat echter ook aantekeningen gdie letterli'k<br />
1 in de agenda g van 19 16 voorkomen bij 14en 10 februari. Een zekere<br />
datering g is dus niet mogelijk. gl<br />
H-36<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
Agenda g Select 9 r r 1 . Gebonden in zwart leder, snede verguld, g d > 9,3 x 8,7c ^7 cm.<br />
Goudo druk rechterbovenhoek : 1911.<br />
1915.<br />
23/135172 (Inv. 462)<br />
22I BRONNENLIJST
H-37<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Il a , watermerk 'Original g VioletMill', 117, x 21,4<br />
cm. Eenzijdig<br />
lig<br />
beschreven metrijs grijspotlood, rose anilinepotlood en zwarte inkt.<br />
[mB]<br />
MMI]<br />
MM19<br />
Vermoedelijk april/mei I I . 195<br />
7-268/13512.2.3 inv. I2<br />
Op het h t blad komen journalistieke aantekeningen, g^ poëziefragmenten g en<br />
v oor. Het blad si g ev o uwe n g geweest, ^ d'binnenzijde'f debleef<br />
blanco. Het is s waarschij<strong>nl</strong>ijk w 11 in eerste s instantie g gebruikt voor 1ourna<br />
de jlis-<br />
tIe kaantekeningen e<br />
overg e oorlo ssituatie. Ze zijnmet potlood geno-<br />
t ee r d. De eerste daarvan v luidt: d `tor p edeeren van Katwijk, 1 , dat tusscen h-<br />
m st van Holland kan a m eeb<br />
"renen'. g Het Nederlandse stoomschip<br />
Katwi 1 k werd r door de Duitsersgetorpedeerd D s<br />
o 4 I a ril I 9S I<br />
H-38<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
I gevouwen n blad, 10,5 x I<br />
g b a<br />
> >S<br />
o cm. Beschreven met grijs en rood d potlood. od<br />
7^ g 1<br />
[MMI7]<br />
Tussen e a ril mei I 9 i 5 en 21 uli ) 1 9 15.<br />
3-117/127486 inv. 22)<br />
Het manuscript is een gevouwen g blad dat alleen aan de buitenzijden<br />
beschreven is. i De dateringw a I g wordt o dt enerzijdsbegrensdr eo 1dsdoor een oudere n u r evr e -<br />
sie vanMM ?9 I die van april/mei S I i moet dateren (op pH-37),en anderz1<br />
1 ds door inzending g van kopij pl voor publikatie p van het gedicht g in Elsevier's<br />
geillustreerd maandschrift van februari 1 9169 i 4.<br />
H-39<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
5 bladen. I I S > o x 21 6 cm • [2] I 3 ^7 x 21 ^4 cm • ^ 3 i 7> 2 x 21 >7 cm briefpa-<br />
•: 'Ministerie<br />
van Wetenschappen a p e en Kunsten, ^ Beheer van het Hooger g<br />
Onderwijs, ^>4 de Wetenschappene en Letteren'; 1 3^5 x 21,4cm ^4 ;[5]<br />
watermerk^ 'Bruxelles', ` 3^S X 2I I cm. Eenzijdig 1 g beschreven(briefpapier:<br />
a chterzide j met zwarte inkt.<br />
[I] [MM I 7]<br />
[z]<br />
[MM I A<br />
[31 [A I 71<br />
[4] [AI 81<br />
[S]<br />
[MM22]<br />
222. BRONNENLIJST
DATERING 2I u 1915.<br />
BEWAARPLAATS 1-Z 3-108/131338-2 en - Inv. 112)<br />
3<br />
3 5-169/54654-28 Inv. I 3 8<br />
4 :5-168/54654-27Inv. I 3 6<br />
[51: 3-108/131338-4 2)<br />
BIz J ONDERHE N Z Zeerr waarschij<strong>nl</strong>ijk kopij p 1 voor Elsevier's geillustreerd g maandschra t van<br />
februari 1116 9 16 I 4^ door Van de Woestijne 1 ingezonden g op 21 juli 1 1 9 15. De<br />
papiersoortenebij,<br />
zijn verschillend : is een blad briefpapier bi' en hoewel de<br />
anderee<br />
manuscripten van gelijkend • dun papier p zijn, i^ zijn de afmetingen g<br />
afwijkende bevat b blad S een (<strong>deel</strong> van een) watermerk dat bij b 1de<br />
andere<br />
ontbreekt.a De voornaamste argumenten om de manuscripten p desondanks<br />
kopijstatus 0 i' 1s te v verlenen e zijn overeenkomsten tussen de tekst van de gedich-<br />
ten ee en de publikatie in Elsevier's én de initiaal `R.' die met rood potloodp<br />
op g alle eschreven is. Dat is naar bladen-<br />
alle waarschij<strong>nl</strong>ijkheid 11 een verwi• 1<br />
zin g naar Herman Robbers, ^ redacteur van Elsevier's geillustreerd g maand-<br />
schrift. Wie de initiaal geplaatst heeft, ^ is niet duidelijk. Dat het op pde zette-<br />
riji l<br />
gebeurd g ^ i s lijktaannemelijker t 1g dan n dat de vroe ere ei eigenaa enaar Paul van de<br />
Woestijne 1<br />
of anders des Maurice e R oe 1 a nts of een van de eerdere onderzoekers<br />
er verantwoordelijk voor is • dezen maakten in regel ^ slechts g notities opo<br />
e versozijde 1 van e manuscripten. va<br />
H-4o<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
37 genummerde bladen : 27 7op,<br />
typoscripten doorslagpapier 216 x 28 o cm •<br />
5p typoscripten o gewoon a ier 2I o x 26,9cm ^9 • ^4 bladen brief pp a ier :<br />
`Mini s tère des Sciences et des Arts, Administration de l'Enseignement g<br />
Su p érieur des Sciences et des Lettres' 20 6 x 3^3 I cm, eenzijdig ^ l gbeschreven<br />
(achterzijde)met 1 e e zwarte a inkt; i bladvan bad identiek maar a niet bedrukt papier, ,<br />
eenzijdig e 1 g beschreven met zwarte inkt. Correcties en varianten met zwarte<br />
inkt en potlood. Zie verder onder bijzonderheden.<br />
[I]<br />
2<br />
[Z]<br />
3<br />
[3] 4<br />
[4]<br />
s<br />
[5] 6<br />
[6]<br />
7<br />
[7]<br />
8<br />
[8]<br />
9<br />
[9]<br />
[10]<br />
[I I]<br />
I 2]<br />
[ 14]<br />
[151<br />
I0<br />
II<br />
I2<br />
13<br />
14<br />
If<br />
16<br />
afdelingsnummer: I<br />
[mm i]<br />
blanco<br />
2]<br />
[MM 3]<br />
[MM 4<br />
[MM S]<br />
MM 6<br />
MM]<br />
[iviivi8]<br />
MM9<br />
[vim I O<br />
MM I i]<br />
afdelingsnummer: II<br />
MM I 2<br />
l<br />
223 BRONNENLIJST
16 I 7 MMI 3<br />
I 7 i8 MMI 4<br />
[18-19] 18-I I 9 -ZO MMI S<br />
20 2I [mmi6]<br />
21 22 MM 17]<br />
[22] 233<br />
MM18<br />
[23-241 24-25[mm 19<br />
2 S<br />
26 MM20<br />
26 277<br />
MMZI<br />
[27] 7<br />
28 MM22<br />
2 8 299<br />
afdelingsnummer: II I<br />
[29-3o]30-31 MMZ3<br />
3 I 323 MM2 4 t/m MM26<br />
[32] 3 33 MM2 7 en MM28<br />
[331 34 blanco<br />
[34-36] 35-37 MM2 9<br />
[37] 38 MM 3 0<br />
DATERING Tussen SSe 21 ) juli I ^ I S en 1 februari 1916. i<br />
BEWAARPLAATS<br />
3-104/127483-a t m z en e7 -aa t m -kk Inv. 10<br />
BIJZONDERHEDEN H eg t ma n usc rt t is in s deovergeleverde d<br />
samenstelling kopij ) geweest voor<br />
De modderen deren man, maar werdgroten<strong>deel</strong>sveva weda vervaardigdvoor g d Het gelaat des<br />
dichters. Dit is af a te lel leiden e uit een ent tweedeset ede van gelijksoortigeg l ge tY oscrip-<br />
t e n waarin zich bladen met onderafdelingstitels onderafdelt g sttte s voor o0 die bundel bevinden;<br />
zie H- 41.<br />
Er zintwee 1 soorten typoscripten. Het meren<strong>deel</strong> (272 bladen , paarse<br />
inkt) k ts)<br />
is wat gg<br />
groter vandan formaat n de overi e • ze zijn als eerste vervaar-<br />
di g gd. l Vijf bladen n zijn 1 iets n kleiner te sen n hebben blauwe inkt : 2 8 10<br />
en 37 . De datering g is gebaseerd g<br />
op de omstandigheid<br />
datde gedichten e die<br />
Van de Woestijne 1<br />
o 2I ult 19159 S inzond voor Elsevier's ^geillustreerd maan -<br />
schri t van februari 1 9 16 /14/ook 4 op p de vroegst g vervaardigde g typoscripten<br />
voorkomen, terwijl 1 degedichtende opp vijf 1 afwijkende ) bladen samenvallen<br />
met de gedichten g die opp9<br />
1 februari 116 voor De gids ^ van april p I 916 /i 5/<br />
werden ingezonden.fwijkde De afwijkende 1<br />
bladen moeten dus d l later zijn Inge-<br />
g e<br />
voed. g Zie ook de Ontstaansgeschiedenis, g ^ 3 .I. 3.<br />
Om de kopij plg<br />
te vervolledigeneb gebruikte u Van de Woestijne 1 vellen brief<br />
pp a ter van n het h ministerie waar hij<br />
werkzaam was. Het eerste vel met het<br />
afdelingsnummerts I van hetzelfde p papier, P maar blanco; voor 3 , 14<br />
,<br />
2 8 n we rversozijden 33g<br />
van voo r druktbriefpapier be ebruikt.<br />
In afwijking ap<br />
l g van de bundel De modderen man heeft het manuscript een<br />
blanco pg pagina na [mm 1] en na MM 28 hetslotgedichtvan de c Yclus 'Op `0<br />
den dood van Jean Mo tea s .Teven Tevenswerden de vt vijfgedichten J uit die<br />
cyclus, dte tn de bundelo afzonderlijkepagina's p a lge drukt werden, in het<br />
manuscripto op 3 1 en e 23 direct d onder elkaar getypt. g De e)p<br />
nummeringva van de b I a n ed is s problematisch. Ze i' zijn alle a met e e de e hand<br />
rechtsboven doorlopend orlo p ndgenummerd, vermoedelijk ) door Van de Woestijne 1<br />
224 BRONNENLIJST
zelf, te beginnen g met 2 : blad I ontbreekt. De nummering g is geschreven g in<br />
r 00 dpotlood, met uitzonderingn eva d e bladen 3 2 e n 4 3, w aa r blauwl<br />
potloodgebruikt g<br />
werd. e De e afwijking a w ^ g correspondeert c dus d s nietmet e de e vijf<br />
^<br />
later tussengevoegde bladen.<br />
0 de bladene Io tot met I is 3 linksonder s met potlood<br />
ood `Z.'<br />
gesc hr n. Dit houdt evev ongetwijfeld er an met de u publikatie van de<br />
gedichten g MM 8 tot en met MM I I in Het roode ^ eil van maart t I 920 /17/, I<br />
waarvoore het typoscript eveneens als kopij i' diende : De modderen man ver-<br />
sc h ee n bij b l dezelfde e uitgeverij, g 1^ Het e oo Roode Zeil. e Eenvergelijkbaren aa te ke-<br />
nin g ontbreekt echter op de bladen 4 tot en met 7 met de gedichten g<br />
voor de tweede voor publikatie in de volgende g aflevering gvan hetzelfde<br />
tijdschrift, l 18.<br />
De matige g verzorging g g van het typewerk Yp en een enkele direct aange-g<br />
e<br />
brachte variant wijzen t erop p dat Van de Woestijne lvervaar<br />
de typoscripten -<br />
di g de. Bovendien heeft hij in de tekst met zwarte inkt zowel ecorrecties als<br />
varianten<br />
aangebracht. g Er komene ook correcties mete o potlood ood voor. . Hetis<br />
mogelijk ^ dat die door een ander a zijn aangebracht. a H-41<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
12 bladen, zi,6 >op<br />
x 28 o cm. Typoscripten o doorslagpapier,<br />
bundeltitel: `Hetelaat g des dichters.'<br />
onderafdelin gs titel: `D evergroot-spiegel'<br />
[A9]<br />
5]<br />
A I 7<br />
A I 4<br />
[AI3]<br />
[A18]<br />
[A8]<br />
II]<br />
onderafdelin stitel: `Aan de eeuwige.<br />
g g<br />
[A7]<br />
DATERING Tussen 21 juli I 1 en i februari 1916.<br />
l 9S 9<br />
BEWAARPLAATS<br />
-IO I2 82-a t m -1 Inv. I z<br />
3 3 74 3<br />
BIJZONDERHEDEN t Het manuscript P behoorde tot de voorbereidingsfase g van Het gelaat g des dich-<br />
ters en is in samenhang g met het vorige g manuscript p H- 4 o vervaardigd. g De<br />
gedichten<br />
zijn zijn bij samenstelling g van D e modderen man afgevallen. g Aan de<br />
huidi e volgorde g kan waarschij<strong>nl</strong>ijk weinig ggnd<br />
betekenis worden toegekend;<br />
k<br />
zie ook de Ontstaansgeschiedenis,I. 3. 3.<br />
De tekst is nietecorri g eerd g in tegenstelling g g tot die van v a de e gedichteng<br />
die wel in De modderen man werden opgenomen. g<br />
225 BRONNENLIJST
H-42<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Agenda g nda Commercial C<strong>deel</strong>tjes,<br />
.191-6. Twee eelt'es 1 ^ ingenaaid g in zwart w karton, ^ snedes<br />
verguld, g > 8 > 1 x 1 3 ^9 cm.<br />
Januari 1916 – juni 1 16.<br />
9 1 9<br />
23/135173-1 en -2 Inv. 6 4 3<br />
Vanoorspronkelijke de<br />
ier vier de <strong>deel</strong>tjes<br />
1 van de agenda g zijn slechts die van de<br />
eerste twee trimesters bewaard s gebleven. g Vermoedelijkis er een los omslagg<br />
geweest g e waar de vier <strong>deel</strong>tjes successievelijk in meegedragen werden.<br />
1-1-43<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
1X blad i 3^3 21 cm. Eenzijdig e 1 g beschreven met blauwe inkt.<br />
[A16]<br />
Omstreeks 1 januari 1 1916?<br />
5 -174/135010 Inv. 206)<br />
Het manuscriptwe wekt de indruk eals 1 ko i' P1 bedoeld e te zijn 1 geweest g door het<br />
opschrift:. P UIt ""De V er g root- s a e gel".' Er i is echter alleen een voor ublikatie<br />
bekend in de vorm van<br />
een facsimile in De nieuwe Amsterdammer van<br />
1 1 januari r 19<br />
16 1. 3 Voor die d e publikatie a e werd ew een d ee ander a de niet bewaard<br />
manuscript gebruikt; e rulkt een opschriftontbreekt o Pbij I bi' de tijd 1 schrift ublikatie en<br />
n d eo ondertekening g r werd datumgeschreven:`Bru als dat'Brussel,<br />
1 , o December<br />
I 9 I. 5 De '<br />
datering g vvan het onderhavige g manuscript P t is daarop o gebaseerd. g<br />
H-44<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
2 ba 1 d en 1 7^37 ,3 21,7cm. ^7PP<br />
Briefpapier: `Ministerie van Wetenschappen en<br />
Kunsten,van >PPen Beheer n het Hooger<br />
r g Onderwijs, l de Wetenschappen en de L- et<br />
teren'. Eenzijdig l g 1beschreven (achterzijde) met zwarte inkt.<br />
[I]<br />
[MMIl<br />
[2] [MM61<br />
Voor I februari 1916. 9<br />
-10 I 1 -1 en -2 Inv. 108<br />
3 S 3 33S<br />
De tekstene li k n 'semi-definitieve'<br />
ml versies van ve s es respectievelijk va<br />
`Vervarelij 1k<br />
festl 1 n voo r n o ve rz ae dlI k l dor s ten ' n e ` GI 1 die u ^ sterker liefde omgord'. g<br />
Mogelijkze maakten z <strong>deel</strong> uit van de voorbereidingen voor de publikatie<br />
In De g gids van april p 91916 I S . De datering g is s gebaseerd g r op Pde d inzending<br />
voor die de publikatie op P I februari 1 916.<br />
P. Minderaa nummerde r deb bladen a met potlood P aan beide zijden door,<br />
dus van I tot 4. Papier p en inkt koe n overeen met H- 34^ waarvan de tekst<br />
in dezelfde d aflevering a g van De gids g werd gepubliceerd. gp<br />
226 BRONNENLIJST
H-45<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
I blad 1,0 x 2I cm. Eenzijdig beschreven met zwarte inkt.<br />
,4> >4 jg<br />
[Iv11\43]<br />
Vermoedelijk voor 1 februari 1 9 16.<br />
-I08 I I 8-I mnv. 112<br />
3 3 33<br />
manuscripts is, ^ waarschij<strong>nl</strong>ijk w s 1 1 door het dunne papier en de afmetingen,<br />
bewaard in een m map met P enkele e e e e (vermoedelijke) e<br />
1 kopijhandschriften P1<br />
voor<br />
Elsevier 's ' geillustreerd u^9<br />
maandschrift van februari 116 (zie H-39),maar het<br />
gedicht g maakte van die voorpublikatie geen <strong>deel</strong> uit. Ook mist het blad de<br />
rode Iinitiaal<br />
' l `R.' die op de p genoemde g manuscripten voorkomt.<br />
Variantenw wijzen 1 e erop dat het manuscript p de oudste overgeleverde g bron<br />
van hetgedichts 1 . Daarom is de datering g gebaseerd g op de eerstvolgendeg<br />
bo bron voor het gedicht, g c ^ de kopij 1 voor de tijdschriftbijdrage 1 l g in De ^gids van<br />
aprilp i 916 die op p 1 februari 1916 ^ werd verzonden.<br />
H-46<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
<strong>deel</strong>s genummerde bladen, 1 x 20,9cm. Beschreven met zwartblauwe<br />
7 g ^ 3^3 ^9<br />
inkt.<br />
I februari 116. 9<br />
[MB]<br />
[MMI]<br />
[MM j]<br />
[MM6]<br />
[MM j O]<br />
1- 3 geen inventarisnummer<br />
[4-7] 3-106/131336-14 t m -4 Inv. I09<br />
Ko P1 i' voor publikatie P in De g gids 80.11 (april P 9 i 16 i . 5 Boven het gedicht g<br />
o P blad I : `Veren.' ^ en daaronder `Uit: "Het menscheli J ke Brood".' Boven<br />
hetedicht g op P blad 4 : `Uit "Aan de Eeuwige g '. Van de Woestijne num-<br />
alleen de bladen die tot `Het menschelik j brood' behoren. P. Minderaa<br />
nummerde de bladen- met potlood 1- .<br />
4 7 P 4<br />
H-47<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
Agenda Semainier S 91 1 r. Gebonden in g groen linnen, ^ snede s v verguld, g d ,<br />
6 , 2 x I 3 ^4 cm. Goudopdruk p linkerbovenhoek : Memo.<br />
191.<br />
2. 3/135174 (Inv. 464)<br />
227 BRONNENLIJST
H-48<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
I blad eenzijdig l g g gelinieerd e p p papier, e >S I I x S I<br />
^ pI c cm. Opongelinieerde<br />
zijdeppaarse<br />
beschreven met zwartbruinen e r inkt.<br />
GZ 8 3<br />
Voor 28 juli 1917.<br />
l<br />
4-136/1274924 Inv. 16<br />
Dit manuscri p t en het volgende g (H-49)<br />
zijn in 1 dezelfde periode vervaar-<br />
digd. gv de s versie eva van hett g gedicht t G ij l<br />
zijt dees roos, en e 'k ' ben<br />
alleen met u'Gz 83 ouder moet zijn zijndan de tijdschriftversie e ^ e van a dat a<br />
H-49<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
I blad ee nzi' d i gelinieerd e Iee papier, e I I x I I cm. Op dee<br />
ongelinieerde<br />
1 g g p p, ^S S^ P<br />
zijde beschreven met zwartbruine w inkt.<br />
[GZ6]<br />
Omstreeks juli 1917.<br />
1<br />
4-129/131526 Inv I158) S<br />
Pa ier en inkt zijn identiek t aan H-48. De manuscripten moeten in dezelfde<br />
periode vervaardigd g zijn.<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
5 g genummerde bladen ggrijs 1 p papier, P ^ 3> I 2 X 20,7cm. >7 Eenzijdig l g beschreven<br />
met zwarte inkt; blad S verso tevens potlood. p<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
S<br />
28 juli 1917.<br />
1<br />
(427)<br />
(420)<br />
[A19]<br />
[GZ3g]<br />
[nzo]<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
2-91/131525-a t m -e Inv. IOI)<br />
gedicht,<br />
waarvan de e kopij ^ op p z 8 juli ^u I ^7aa I aan Herman Robbers<br />
werd is die datum de terminus anteuem. q<br />
Boven de tekst schreef Van de Woesti'ne f met paarse P inkt : `Er een verkondi<br />
g in gva van maken'.<br />
Ko i jvoor publikatie in Elsevier's geillustreerd maandschrift van oktober<br />
1I 9 1I<br />
7 ^I 16 aanRobbers Herman R gezonden r g<br />
n o 28 juli l 1 97. 1 7 . Op deachter-<br />
zijde van het laatste blad ba schreef Van de Woestijne 1 later met potlood p<br />
enkeleoëziefra p g menten die geen g verband houden met Wiekslag g om de kim.<br />
Onder het slotgedicht g dateerde Van de Woestijne 1 de bijdrage l g met `Pamel<br />
228 BRONNENLIJST
Juli 1917.' (Dee gedichten g<br />
op de bladen I en 2 zijn 1 niet in het tekst<strong>deel</strong><br />
opgenomen.)<br />
De kopij 1 w i 1 kt a f v an de p ub kat li i e in h t eti dschrif 1 t . Bovenaano ophet<br />
eerste r blad:<br />
^ ` VerendoorKa ^ Karel van lvn de ^ o est aJ n ' e en daaronder d o de groe ps-<br />
` Anterotasche liederen', lae eren waarna n de gedichten e<br />
genummerd zijnvann I tot<br />
^<br />
g<br />
l<br />
v . Van de Woestijne moet n in de proeven de opzet p g gewijzigdhebben:<br />
1 g<br />
onder de oorspronkelijke titel kwamen alleen a de laatste drie g gedichten s de<br />
eerste t twee etijdschrift<br />
werdende groep oe p h ` rit C a n. eDe ' datering r' gbleef<br />
1 f in het achterwege. g<br />
H- 5i<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
I bladgrijs ier, I 3 ,2 x 20,7cm. Eenzijdig beschreven met grijszwarte<br />
g l s pp 3> >7 l g g 1<br />
inkt.<br />
[Gz6]<br />
Omstreeks juli 1917?<br />
1<br />
(1-nv. i<br />
3 -125/12 748 7 S7<br />
Het manuscript p bevat een n netversie r i van `Een vrucht die valt'. Hoewel van<br />
overgeleverde manuscripten vanditan gedichtg<br />
it deze echt versie die het meest aan-<br />
sluit bij 1 de t i' dsc 1 hrif t u p b lik a ti ein Dietsche warande ey Belfort van maart<br />
14 92 2 is het 7, vermoedelijk s een kopijhandschrift eggeweest: e noch het<br />
bad l noch hetgedicht z lf e is s genummerd, g<br />
en onder de tekst staat een<br />
streep P over de hele e tekstbreedte, wat er eerder op p wijst dat het manuscriptp<br />
hetzij l geheel op p zichzelf stond, ^ hetzij 1 laatste<br />
was van een reeks. Omdat<br />
pp a i r r watermerk esoot,g<br />
(een decoratief f motief e zonder tekst en afmetingen<br />
gelijk1n zi aa n die van 5 , H o wordt h manuscript hetonder<br />
rvoorbehoud in<br />
dezelfdez periode p gedateerd. g<br />
H- 5 z<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Agenda ^ Ma Mémoire 19<br />
r8. Gebondenin en bordeauxrood linnen, snede verg<br />
uld ^ 7,9 x I 1 ^ 8 cm. Goudopdruk p rechterbovenhoek : Agenda. g<br />
I 18. 9<br />
23/1 35 1 75 Inv. 6 4S<br />
In de agenda g zijn i n 1 papieren P p ge gestokene va van uitee<strong>nl</strong>opende aard onder meer<br />
bidprentjes, visitekaartjes en manuscripten. Ze s p eelden bij l het Wiekslag-<br />
g<br />
onderzoek geen rol.<br />
H-S3<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
, .<br />
Agenda Ma m em o ire r 99 r . Vier Ve deetes <strong>deel</strong>tjes, 1^g in blauw emarmer kar-<br />
ton , snede s e verguld, 7 ,9 x I 2 ^4 cm. Omslag: 1: g groen g e linnen. Goudopdruk<br />
rechterbovenhoek : A genda.<br />
2.29 BRONNENLIJST
DATERING I I . 99<br />
BEWAARPLAATS 23/I35176-I t/m 4 (Inv. 466)<br />
H-54<br />
MATERIËLE i blad, a I I 3> X 20,7 >7 cm. C Eenzijdig eW l g beschreven b met Weinkt.<br />
zwartblauwe z BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN [GZ291<br />
DATERING Omstreeks maart 1919.<br />
BEWAARPLAATS -220 8-IOa Inv. 260) 7 9799<br />
BI ZONDERHEDEN Op pgedich<br />
het e blad b staan staa twee kladfragmenten twvan<br />
een edicht `Doode karpers'<br />
d niet voltooid v d werd, ^fragmente<br />
maar waarvan w overeenkomstige menten in de<br />
ab<br />
g van 99bij5^ Ivoorkomen i' I 2 februari e n I m rt aa ^ d fragmenten<br />
e g<br />
zijn 1 verwant met de derde strofe uit `Gelijk 1 het gonzend g bliksmen van<br />
motoren' G Z 291. 9<br />
H-55<br />
MATERIËLE>7 b 2 a8 bladen, 18 x 2 cm. Drukproef van De modderen man,<br />
7^9 p ^ gecorrigeerdg g<br />
BESCHRIJVING met blauwe inkt.<br />
GEDICHTEN [I] Franse titel<br />
[z] 3 titelblad<br />
[3] 4 motto<br />
[4] 5 afdelingsnummer: I.<br />
[51 7 [MMI]<br />
[6] 8 [MM2]<br />
[7] 9 [MM3]<br />
[8] IO [MM¢]<br />
[9] II [MM51<br />
[IO-II] I2-13 [MM6]<br />
[12-13] 14-15 LMM71<br />
[14] 16 [MMó]<br />
[15] 17 [MM9]<br />
[16] Ió [MMIOl<br />
[171 19 [MMII]<br />
[I8] 21 afdelingsnummer : II .<br />
[19] 23 [MM t2]<br />
[20] 24 [MM 131<br />
[2I-22] 25-26 [mm I¢]<br />
[23-2 5 ] 27-29 [MM in<br />
[26] 30 [MM161<br />
[27] jI [MM17]<br />
{28] 32 [MMIó]<br />
DATERING Voormaart i 20.<br />
3 9<br />
230 BRONNENLIJST
BEWAARPLAATS<br />
3-95/131334-a t m-z<br />
^ S -a en - SInv. I<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Door Van deoe W s ti'ne 1 gecorrigeerde g e d drukproefr van een <strong>deel</strong> van De mod-deren<br />
man. De e bladen b ebewaard worden rin eengevouwen, g , niet ingevuld g cer-<br />
ificaat toe voor toelating ge tot de e kandidaatsexamens aatse amens in sclencesphysiques<br />
'sciences<br />
n<br />
mathématiqueset de candidati' i at n nie g u r a afgegeven e ' , even gg door het Ministerie<br />
e<br />
van Wetenscha ppen en Kunsten. Op de v voorzijdei van dit omslaga gschreef<br />
e ae de taal- en letterkundige e g C. B r:`'Drukproef ruk e van Karela v.d. Woestyne. W Y e<br />
Werd me op P Donderdag, e a g ^7 April P I I 1927 9 7<br />
ter handgesteld g door<br />
collega g M r<br />
Huydts. e t. C. De Baere'. B' Mogelijk had VanV de Woestijne l de proevenn<br />
na beëindiging e g g van zijn<br />
^ betrekking g bij b ^ hetministerie<br />
I<strong>nl</strong> s te I e in I 1920 I 9 achtergelaten.<br />
De uitgeversnaam g pZwarte op de titelpagina Ruiter, nogis no De Z r oors R' ron p -<br />
keli'k 1 de beoogde g naam voor de e nieuweuitgeverij. e De oprichtingsdatum<br />
van de uit g everi' 1 onder de de definitiev nitleve e naam Het Roode Zeil vond plaats<br />
p<br />
op maart 3 I 20 9^zodat de proef voor d die e datum vervaardigdvaa r d Ig d moet e zijn. 1 . De<br />
naam werdd o de proef<br />
p verbeterd in een onbekendehand.<br />
a d.<br />
Van de Woestijne l schreef op p het eerste b blad:<br />
. 'Een laatste proefp<br />
a.u.bl.<br />
aan den schrijver: Kabinetssecretaris<br />
tari s van a den Minister 1 ister van Wetenschappen P<br />
en Kunsten, , Wetstraat, ,proef 1 o Brussel'. Depagineringini de rofw t a 1 k f van<br />
de definitieve druk.<br />
H-56<br />
I blad, MATERIELE I 8 x 2I ^ 3^ 3<br />
Beschrevenmet potlood(achterzijde).<br />
o<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATER ING<br />
I]<br />
Voor november I 20.<br />
7 9<br />
BE WAARPLAATS<br />
7-269/135123<br />
266)<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Het blad is het afgescheurde van een brief van Herman T ei-<br />
r<br />
linck. Van de Woestijne l gebruikte<br />
e de achterzijde i om met potlood ood verschef-<br />
dene notities te maken. Door et het o ontbreken<br />
van de e aanhef<br />
eis een precieze<br />
datering niet mogelijk. g e Aangezien )p e r In e br le fsprake is s van<br />
een bezoek<br />
aan Pros per van Langendonck g moet de brief voor diens overlijden<br />
1 op<br />
7 november 1920 geschreven g zijn. Onder de ondertekening voegde Telrinrote<br />
g dubbel onderstreepte1 letters r toe. : ` ' KLIMMEN DE TORENS ?' ,<br />
een toespeling p g pop de door hem en Van de Woestijne s 1 e e gezame<strong>nl</strong>ijk g ame<strong>nl</strong>l k 1 eschre g -<br />
ven roman De leemen torens. Het is echter nietduidelijkt<br />
of Teirlinck infor-<br />
rafr-<br />
naar de voortgang g van het schrijven (in dat geval g zoude brief ouder<br />
zijn: 1 de roman werd al in 97 I I en 118 9 in De gids g voorgepubliceerd),n- da<br />
wel naar eventuele resultaten van Van de Woestijnesherhaalde<br />
1 espogingen<br />
om het werkbij b 1 een uitgever ut g onder ebe brengen n e g n(waterstml2<br />
1928 9 tot een<br />
uitgave leidde). e<br />
231 BRONNENLIJST
H-57<br />
MATERIËLE Notitieboekje,ingenaaidin ' zwart w a karton, ts verguld, ne de 7,3 x 1 3, 2 cm.<br />
BESCHRIJVING 0 druk linkerbovenhoek: N ot es. G elinieerd a p ier ^ 33 bl.<br />
DATERING Decembere er I 9 2o – april(?) I 9 22.<br />
BEWAARPLAATS 23/135177Inv. 6 4 7<br />
BIJZONDERHEDEN 0 Op . r 3 schreef Van de Woestijne: l '1920-192; I' 0 op . 8 r: '1921-192'. 2<br />
H- 58<br />
MATERIËLE Notitieboekje, g eb on d> en in bo r deau xr ood l e d e r 8 >5 x I 3,3 cm. Gelinieerd<br />
BESCHRIJVING J Ppapier, p ^48 bl.<br />
DATERING 1921.<br />
BEWAARPLAATS 23/135178 Inv. G$ 4<br />
BIJZONDERHEDEN O p D. I r schreef e Van de Woes ti'n l e : `I 921'. 0 p . p. p 48r, 4 na omkering g van<br />
p<br />
r hetcanetdeeese r eerstepagina,^ pg<br />
schreef Van de Woestijne 1 hetzelfde jaartal l<br />
opnieuw.<br />
H- 59<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
5 bladen l n gelinieerd e papier, , I2 ,S x o zo,i cm. , c Eenzijdig E l g beschreven ([1-3]o 3<br />
de ongelinieerde zijde) met zwartblauwe inkt.<br />
[I]<br />
[GZZ3]<br />
[Z] [czz5]<br />
[3] [c z 29]<br />
[4] [GZ281<br />
[S] [A2I]<br />
l<br />
DATERING Voor april I 2I. p 9<br />
BEWAARPLAATS 1- :-I 2 6 8-a t/m -c Inv. 161<br />
3 4 3 S44<br />
- : geen inventarisnummer<br />
45 g<br />
BIJZONDERHEDEN J Kopij p l voor V00 Ppublikatie<br />
ikatie in E lse vier's geillustreerd maandschrift van a p ril 1 921<br />
1 9 . Bovenaan v op p het eerste blad b d sschreef Van de Woestijne ) `Ver oekin ^van<br />
God door o Karel van de I^oesta J ne ' . De b bladen a zijn 1 in niet e genummerd, g e<br />
^ de<br />
g edi ce ht n zijn l overeenkomstig e i g d de i t 1 sc d hrift pg<br />
lik ub i romeins at eenummerd<br />
van I tot V. Op de versozijde van [I] noteerde er Van de Woestijne 1 onder<br />
p<br />
el k aa r enkele e e e namen: [Herman] RobbersVan , Lo hum g Slaterus & Visser<br />
Arnhem 0. Dambre, Maurice R oe 1 a n ts en Gustave [van de Woes-<br />
tijne].<br />
1<br />
> ><br />
232 BRONNENLIJST
H-6o<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
gebonden in bordeauxrood linnen, 7,2 x 12 cm. Opdruk<br />
Notitieboekje, g ^7> >3<br />
mi n oven : Notes. Geruit papier, bl.<br />
dde b 79<br />
November 1921 – december i 22.<br />
9 9<br />
23/135179Inv. 6 49<br />
Op p. I v schreef Van de Woestijne in paars aniline : `1921-1 922';0 . 2r<br />
p 1 p pp<br />
ernaast, met zwarte inkt : '1922'.<br />
Twee blaadjes l in het carnet zijn 1 losgeraakt; g ze hebben hetzelfde inventarisnummer<br />
als het carnet.<br />
H-6z<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
8 g enummerde bladen eenzijdig 1 gggelinieerd blauw pp papier met linnenopdruk,<br />
14,7 4^7 24^ 2 cm. Op p de ongelinieerde g zijde 1 beschreven met blauwe inkt.<br />
Genummerd [1]-8.<br />
[I] LGZ2^<br />
2 [GZ4]<br />
3 [czz4]<br />
4 [GZ7]<br />
5 [A22]<br />
6 [GZZ7]<br />
7 [GZ4z]<br />
8 [A23]<br />
Eind 1921 – begin I 22.<br />
9 g 9<br />
geen inventarisnummer<br />
Kopij p l voor Elsevier's geillustreerd g maandschrift van mei en juni 1 19229<br />
(/zo/ en<br />
/21/) die als éen doorgenummerde g bijdrage ^ g aan Herman Robbers werde<br />
gezonden.<br />
Robbers ver<strong>deel</strong>de de gedichten g per P groep g p over e twee a fl eve r' in-<br />
g gen; e zie ook et toelichting e c tl g in 1 eLLijstnv 1s van o or u lIk atle s.Bovenaan<br />
het<br />
eerste blad, boven de tekst van het gedicht, schreef Van de Woestijne:<br />
`Veren door Karel van de lVoesti J ne' en iets lager g de groepstitel g p `Tenebrae'.<br />
Boven de tekst van hetedicht g op p blad 6 schreef Van de Woestijne de<br />
groepstitel gedichten<br />
`In voto.' De in de beide groepen g p werden romeins<br />
genummerd g I- v respectievelijk I -III ^ z zoals 1 in het e tijdschriftṫ<br />
1<br />
.<br />
0 Opde voorzijde van het eerste blad schreef Robbers s een instructie voor<br />
de zetter : 'Egg/ g = Elsevier's ^geillustreerd maandschrift]r p oe f nschrijver aa 6<br />
Wellingtonstr Oostende ^ Bel ie'. Op p de achterzijde van hetzelfde bladis b met s potlood de naam van M. Roelantse gschreven.<br />
H-62<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
Notitieboekje, ^ , glinnen, gebonden elakt gelak<br />
llnnen donkergroen-<br />
snede op de e hoe<br />
en bij de rug verguld, e 6,9 xI I<br />
1 6 cm. Geruit papier, 8 bl.<br />
g g , ^9 > P > S<br />
233 BRONNENLIJST
DATERING N November 19229 -- januari(?) 1 1926. 9<br />
BEWAARPLAATS 24/13518o Inv. o 47<br />
BIJZONDERHEDEN J Op pp p. zr schreef Van de Woestijne: 1 `1922-23'; op . I 7 r: '1 923-24'; op<br />
p. P 24 r: '1924-25'; 0 pp. 2 8 r: '1925-26'.<br />
H-63<br />
MATERIËLEE Notitieboekje, b0 lig gebonden in donkerpaars leder, ^ snede verguld, g<br />
BESCHRIJVING, Io 0 x 13,5cm. Blanco papier, , 6 ^9bl.<br />
DATERING Januari 1 93 23 – december 1923.<br />
BEWAARPLAATS 241135181 Inv. i 47<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Op<br />
3r schreef Van de Woestijne: ^ '1923'.<br />
H-64<br />
MATERIËLE 3 bladen 1 g geruitblocnotepapier, e t<br />
103, x 18 o , cm. Eenzijde Eenzijdigbeschreven e met<br />
BESCHRIJVING paarse inkt.<br />
GEDICHTEN<br />
[I] [GZ311<br />
[2] [GZ3°]<br />
[31 [GZ31]<br />
G Kort voor december 12<br />
DATERING 7 ^.3<br />
BEW A ARP LAATS I 4-131/127490 Inv. 163)<br />
2-4-133/131527-a en -b Inv. 162)<br />
3<br />
BIJZONDERHEDEN Dev<br />
manuscripten zijn vervaardig<br />
d tijdens de voorbereiding g van de u blika-<br />
in Orpheus van februari 1 924. 94 26 ^ waarvoor Van de Woestijne 1 op<br />
79 december3 I 2 de ko ij pl inzond. Voor die kopij pl werd hetzelfde papier p p en<br />
dezelfde inktebruikt g • zie H-6 5 . De hier gegeven gg volgorde g is bepaald p<br />
door de archivering g in het AMVC.<br />
De tweevolledige versies3 van [GZ i^ `Gij 1 rijst aan mijgelijk lg l een vlinderen<br />
g1<br />
van bloemen',zijn voor zover aan de varianten is af te lezen in de<br />
aangegeveno volgord rde vervaardigd. g Onder de tekst op pblad [2] maakte Van<br />
Woestijne een berekening.<br />
1 g<br />
H-65<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
3g e n u m erde bladengeruit blocnotepapier, I 3, O X I 7,9 cm. Eenzijdig l<br />
beschreven met paarseinkt.<br />
GEDICHTEN [I]-3 [MB]<br />
DATERING 7 december i ^ 23<br />
.<br />
BEWAARPLAATS E geen inventarisnummer<br />
234 BRONNENLIJST
BIJZONDERHEDEN J<br />
Bovenaan h het eerste r blad 1 schreef r f Van dee Woest 1 n e. •`'Gedichten door Karel<br />
van de I^ oesti ^^ ne' en iets e. daaronder • Uit ` 'Het M enschela k eBrood'. ' Onder<br />
de<br />
tekst schreef Van a de Woestijne W 1 als datering g van het gedicht g t I 9I. S ' De<br />
k st beslaathet t twee tweede e e ge<strong>deel</strong>te ee t van g dat e c gedicht.<br />
Het is vrijwel 1 zeker dat<br />
de bladen 1 noorspronkelijk hoor e en t o t de k o die i' 1 Van de oe W tl s ne 1<br />
leverde^ e r voor Orpheus h us van vaH I 66 4 Z . Het - ` m menschelijk n h e lI brood'is ''<br />
daarin echter niet verschenen. Er is eenerin g g e afwijking l g in papierformaat p<br />
de lengte g verschilt 2 mm) maar overigens gde<br />
is inkt identiek n sluit l' d<br />
nummering van 1 de kopij van het wel gepubliceerde gP <strong>deel</strong> e aan op dt dit<br />
g e d e elte. Bovendien is de opzet van beide delen gelijk gl vergelijk<br />
gl e de date-<br />
rin g aan het slot van `Het menschelijke 1 brood' respectievelijk p 1 aan het slot s<br />
van de beideroe g en `Uit: "Su lementa"' en `Uit : "Geheim vnden a<br />
Honig".' Doordat op het eerste blad al `Gedichten' en de naam<br />
van de<br />
dichtereschreven is, ontbreekt een dergelijke aanduiding op de kopij van<br />
g ^ g l g P 1 va<br />
hete ubliceerde ge<strong>deel</strong>te.<br />
gp g<br />
H-66<br />
MATERIËLE eu n mm e rdebladen geruit e ruiblocnotepapier, t8 m. I 3> o x 1 > I cm. Eenzijdig enzt 1g<br />
BESCHRIJVING J<br />
beschreven met paarse inkt.<br />
GEDICHTEN I 4[Gz3i]<br />
[z] 5 19]<br />
[31 6 Gz 34<br />
[4] 7[Gzzi]<br />
[51 8 G z4o<br />
[6] 9 Gz 38<br />
[71 10 [Gz3o]<br />
DATERING december 1 9 23.<br />
7<br />
BEWAARPLAATS<br />
een inventarisnummer<br />
g<br />
BIJZONDERHEDEN J Kopij p1 voor publikatie in Orpheus van februari 1 9^4 26 24 . De oor s pr nk o e-<br />
lij l k e nummering g sluit aan op die van H-6 5= dat er zeer<br />
waarschij<strong>nl</strong>ijk <strong>deel</strong>1<br />
van uitmaakte maar niet in het tijdschrift werd geplaatst. gP<br />
Boven gedicht schreef het Van de Woestijne eerste'<br />
1 'Uit: "Supplementa"<br />
en de vijf gedichten in die afdeling g G 3 z I t m G z 4 o nummerde hij van<br />
I tot 5^ • boven het eerstvolgende g gedicht g schreef hij `Uit : "Geboorte van den<br />
Honig": De g twee gedichten in die afdeling g G 3 z 8 en G z 3 o nummerdee<br />
hij 1 I en 2. De eerste reeks werd afgesloten g met de datering g'0917-1923)%<br />
de tweede met ` I 93 2 '. Al deze toevoegingen bi' bij de gedichten g werden in<br />
het tijdschrift overgenomen, g^ zij zij het dat redacteur C.S. Adama van Schel-<br />
zoals op p de kopij plte zien is, de arabische b nummering g van adeedc g i h-<br />
tenijzi de g in ede een romeinse. Ook nummerdehij de bladen b opnieuw o P<br />
w vana<br />
i tot V I I en noteerde hij als instructie voor de zetter `Pref o aan aav.d. Karel<br />
Woestijne 1 Hofstraat 25 S Oostende'. Met potlood p werd de corresponderende<br />
pagineringvan 1 het tijdschrift op pde bladen genoteerd,vermoedelijk<br />
g eed<br />
door<br />
de zetter. Van de Woestijn 1 zelf schreef later met blauwe inkt e het ad adres<br />
235 BRONNENLIJST
voor het retourneren van de drukproeven op het eerste blad: Nijgh Sic van<br />
Ditmar's Drukkerij, Wijnhaven 113, Rotterdam.<br />
H-67<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
DATER ING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Notitieboekje, gebonden g^ e indonkergroen e e l d snede r e n e verguld g 1 ,<br />
12, ^ 5x S I 9^ o cm. Blanco papier, p ^ 727<br />
bl.<br />
Januari a 94 I 2 – december 9S I 2.<br />
24/135182 Inv. 47 2<br />
0 p. zr schreef Van de Woesti' 1 ne : '1924';p o . 41r: '1925'.<br />
H-68<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATER ING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
I blad eenzijdig gelinieerd blauw papier, I2 x i cm. Op de on elia<br />
g g ^ 3 4^7 g<br />
nieerde zijde beschreven met blauwe inkt.<br />
[Gzi2]<br />
22 maart 124. 9<br />
Geen inventarisnummer.<br />
Eerste blad van de kopij l voor publikatie p in Derde winterboek van de Wereldbi-<br />
b liot heekdie /28/,i Van a de d Woestijne i' 1 e op 2 2 maart t 19<br />
24<br />
aan N. van Suchtelen<br />
zond; zie de Lijst ^ van a voor ublik aties.<br />
Boven hetedich g schreef t Van de Woestijne 1 `De zieke ^ Danser door Karel<br />
v a n de d Woesti ^ ne' daaronder ^gedicht eHet<br />
afdelingsnummer I. H nummerde hij<br />
met I; deze opzet p werd in het Winterboek overgenomen. g Op de achterzijde<br />
met potlood de naam van M. Roelants.<br />
H-69<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATER ING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
I blad, I 2 x zo 8 cm. Eenzijdi beschreven met blauwzwarte inkt.<br />
3, l g<br />
GZ6<br />
Na maart 1924?<br />
4-141/16413 (hip. I S9<br />
Het manuscript bevat ee n netversiean van `Een vrucht,die valt' met e de titel<br />
`Nac Wacht.' Van e deovergeleverdemanuscripten van dit gedicht sluit dit het<br />
meet s aan bij de versie<br />
in Dietsche warande & Belfort van maart 1 924; op<br />
grond g van vergelijking van varianten lijkt 1het echter van later datum te<br />
zijn. Het p^ manuscript, dat werd ondertekend e met `Karel van de Woestijne', 1 ,<br />
wekt de indruk een ` g ele g enheidsmanuscri p t te zijn,<br />
l^ wat zou kunnen<br />
ver<br />
klaren dat Van de Woestijne 1 er na de eerste publikatie p nog g een titel aan<br />
toevoegde. g<br />
236 BRONNENLIJST
H-7o<br />
MATERIËLE I o bladen, , 13,7 x zo,6 z o 6 cm. c Eenzijdigeschreve n met e zwartblauwe<br />
auwe inkt.<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN [I-6] [MB]<br />
[7] [GZ44]<br />
[8] {GZ9]<br />
[91 [czii]<br />
[IO] [Gz8]<br />
DATERING oktober 9 . i 29 5<br />
BEWAARPLAATS I-23-94/54647-a en -b Inv. IO109)<br />
3 geen inventarisnummer<br />
[4-6] 4 : 3945 3-94/54647-c 447 6 t m e Inv. 109)<br />
7 geen inventarisnummer<br />
S :4-130/127489Inv. 160)<br />
- I o : een inventarisnummer<br />
9 g<br />
BIJZONDERHEDEN Kopij ^ voor publikatie p in De á gids van december 915 z 9, z op oktober 9 van<br />
dat a^ jaar door de redactie ontvangen. g Boven het eerstegedicht: g `Gedichten<br />
door Karel van de Woesti ne'. D e laatste twee regels van dit opschrift werden<br />
^ g p<br />
geschrapt en daarnaast werd geschreven g `Proef aan Karel van de Woes-<br />
t i' 1ne Marterstraat,t Z y 1 naerde bij i' Gent.' Dit geschiedde g door H.T.<br />
Colenbrander, redactiesecretaris van De g ads. Hij ^ nummerde tevens de bla-<br />
den van 1 tot 1 o en noteerde een instructie opp<br />
p. [3], waar het eerste<br />
ge<strong>deel</strong>te g 1 van `H 'Het m n e ch s li'ke e 1 brood' eindigt, g^ om de aansluiting gvan het<br />
tweege<strong>deel</strong>tet erzekeren. te v Een onbekende hand schreef met rood<br />
potlood 1 linksboven shove o het eerste blad `De Gids Dec'. Achterop p het laatste<br />
blad staat met potlood p de naam van M. Roelants.<br />
the Het eerste ge<strong>deel</strong>te g<br />
ee e van a de tijdschriftpublikatie 1 P is het latere e `H 'Het men-<br />
sc heli'k ^ brood'. o In het kopijhandschrift p ^ is het genummerd g met `I' en geti-<br />
teld `Tot i<strong>nl</strong>eiding ^ van het Gedicht'. Bovenaan p. [7] staat het cijfer 1 II en de<br />
kop p `Uit het Gedicht'. De onder die titel samengebrachte s g gedichten g werden<br />
genummerd I t m 4, zoals s in het tijdschrift. ^ s<br />
H-71<br />
MATERIËLE Agenda g Semainier r 926. Gebonden in donkergroen g leder, ^ snede verguld,<br />
BESCHRIJVING J 6,4x ^4 Io 8 ^ cm. Opdruk p linkerbovenhoek: t 926.<br />
DATERING 1926. 9<br />
BEWAARPLAATS 24/135183Inv. 473)<br />
H-72<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
Notitieboekje, gebonden in helrood gelakt linnen, x 12 cm. Gelinieerdpa<br />
ier, 6o bl.<br />
P<br />
2 37 BRONNENLIJST
DATER ING Januari —december 1926.<br />
BEWAARPLAATS 24/135184 (Inv. 474)<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Op p. ir schreef Van de Woestijnes `i926'.<br />
H-73<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATER ING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
4 bladen g>S geruit blocnotepapier, 127^ x i 6 cm. i en 3 -eenzijdig, 42<br />
tweezijdigw<br />
i beschreven de blauw m t l e inkt.<br />
n.v.t.<br />
Beginseptember 126. ^<br />
geen inventarisnummer<br />
De manuscripten bevatten indelingsschema's g voor de niet verschenen<br />
b 1 oe ml e zin uit God aan zee, Blikken.<br />
g G ^ akk Van e deWoest i'vervaardigde<br />
ne<br />
de<br />
^ 1<br />
bloemlezing in de eerste dagen van september 126 toen God Gdan<br />
g g 9^ aanzee in<br />
^<br />
eerste s instantie te omvangrijk 1 w werd naar het oor<strong>deel</strong> van a uitgever g<br />
A.A.M.<br />
St ol s . Zie de Ontstaansgeschiedenis,6..6. 3<br />
De bladen zelf zijn niet genummerd. g Op de achterzijde van blad<br />
4<br />
maakte Van de Woestijne 1 een berekening g die geen g verband lijk 1 t te houden<br />
met het overige. g<br />
H-74<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
3gpg e a ineerde katernen van respectievelijk 1 8, 8 en 4 eenmaalgevouwen<br />
a<br />
be bladen (8opagina's),daaromheen eu een blanco omslag g van hetzelfde aluxepa-<br />
p-<br />
i r I x 20 I cm. Titel: Blikken. Alleen<br />
P1<br />
e 4^S ^ kkbes de rechterpagina's zijn chre-<br />
ven n engepagineerd , met blauwe inkt.<br />
GEDICHTEN<br />
I2<br />
3<br />
4-5<br />
6<br />
7<br />
8<br />
9-10<br />
II I2<br />
13/14<br />
1 5 -16 S<br />
1 7-18 7<br />
19-20<br />
21<br />
22<br />
23/24<br />
25<br />
26<br />
afdelingsnummer: I<br />
GZ2<br />
10]<br />
8]<br />
[GZ4]<br />
Gz5<br />
[Gz7]<br />
GZ II]<br />
afdelingsnummer: II<br />
[Gz23]<br />
5]<br />
Gz29<br />
[GZ28]<br />
27]<br />
afdelingsnummer: III<br />
GZI2<br />
GZ I 3<br />
238 BRONNENLIJST
27-z8<br />
29<br />
30<br />
;r<br />
32<br />
33/34<br />
35<br />
36<br />
37<br />
38<br />
39<br />
40<br />
41<br />
42<br />
43<br />
[44]<br />
14]<br />
[Gzi7]<br />
[Gzi9]<br />
Gzzo]<br />
cz2l<br />
afdelingsnummer: IV<br />
c z44<br />
Gz31<br />
GZ8 3<br />
[Gz4o]<br />
[Gz3o]<br />
cz34<br />
33]<br />
[Gz4i]<br />
[Gz37]<br />
datering g van de g gedichten:<br />
(Brussel, ^9 1 9 18 – Oostende, ^95 i925)'<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Begin september 1926. 9<br />
3-128/54649-aS6<br />
t m -u Inv. 1<br />
Op 0 e het titelblad:. b 'Blikken ` doorr Karel van de Noeste ne', Dit nethandschrift<br />
is de ea 'afgeslankte' f versie g<br />
ve van s e God aan zee ^ die Van de Woestijne J samenstelde<br />
nadat A.A.M. Stols o s tekennen had gegeven gg een bundel van beperkte P<br />
omvang g te wile 1 n uitgeven. g e Zie de Ontstaansgeschiedenis, g ^ 6, 3 6..<br />
Pagina's waarvan<br />
v a n in druk de versozijde 1 blanco moest blijven (de bladena<br />
met de afdelingsnummers),kre g en in het manuscript p een dubbel pagina-<br />
pg<br />
nummer.<br />
H-75<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
3>S bladen n geruit u blocnotepapier, 12 x i 7^7 cm. Eenzijdig 1 g beschreven met<br />
blauwe inkt.<br />
[Gz45]<br />
23 september i 26. 3 P 9<br />
4-134/131607-a5<br />
t m -c Inv. 16<br />
Het netafschrifta v n het slotgedicht g van God aan zee ^ werd gemaakt g op<br />
dezelfde dag g als het nethandschrift van de bundel voor A.A.M. Stols H-<br />
76 . Op p het eerste blad dateerde Van de Woestijne: j '23 `2 Sept. 26'. In eerste<br />
instantie i schreef e hij l als a jaartal7 `2 ' maar hijverbeterde direct. Het is door<br />
deze datering g op hetmanuscript nit niet waarschij<strong>nl</strong>ijk dat het gediend g heeft<br />
als kopijhandschrift voor o het edb desbetreffende -<strong>deel</strong> van God aan ^^ ee ; boven<br />
dien zijn 1 er geen g n sporen p n uit d de<br />
zetterij en zijnde bladen niet genummerd.<br />
g<br />
239 BRONNENLIJST
H-76<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
Gepagineerd manuscript, p ^ I 56 pagina's, pg ,, zo ,i x 29^5<br />
cm. Gebonden in<br />
blauwe halflederen band, ^ karton blauw gemarmerd, g ^ kop p verguld. g Titel:<br />
God aanee. ^ Alleen de rechterpagina's zijn l beschreven engepagineerd, met<br />
blauwe e inkt. De ezijn katernen telkens e s linksonder op de eerste sepa pagina g met<br />
rode inktenummerd (I -9).<br />
g<br />
3-8[Gzi]<br />
I o afdelingstitel : `I De heete Asch'<br />
9 g<br />
II Gz2<br />
I2 [GZ3]<br />
13 Gz4<br />
14 5]<br />
I S<br />
Gz6<br />
16-I 16-17 Gz 7<br />
i8 [Gz8]<br />
19 [Gz9]<br />
20-21 GzIo<br />
22 GZII<br />
2 2 afdelingstitel: `II De Schur ti e Danser'<br />
3 4 g g<br />
2 onderafdelin snummer : I<br />
S g<br />
GZ12<br />
26 [GZI31<br />
27-28 GzI<br />
7 4<br />
29 Gz1S<br />
30 Gz16<br />
1 onderafdelin snummer : II<br />
3 g<br />
[GZI71<br />
32 8]<br />
33<br />
[Gzi9]<br />
3 4 Gz2o<br />
6 onderafdelin snummer : III<br />
3S 3<br />
g<br />
[Gz2i]<br />
8 afdelingstitel: `III Ver oekin van God'<br />
37 3 g ^ g<br />
39[GZ22]<br />
40-4 1 [Gz23]<br />
42-43 [Gz25]<br />
44 Gz24<br />
45 [GZ26]<br />
46 Gz2 7<br />
47<br />
Gz28<br />
4 8 - S o [Gz29]<br />
S I S 2 afdelingstitel: `IV Geboorte o van den Honig'<br />
S3 Gz3o<br />
54 [Gz32]<br />
55 Gz31<br />
S 56 GZ 33<br />
57[Gz34.]<br />
S 58 [Gz35]<br />
240 BRONNENLIJST
59 cz 3 6<br />
6o [Gz37]<br />
61 62 afdelingstitel: `v God aan Zee'<br />
633 Gz 38<br />
644 [Gz391<br />
65S Gz 4o<br />
66G z I4<br />
677 Gz 42<br />
68 [Gz43]<br />
69/7o Gz<br />
9 7 44<br />
71-76 Gz 4S<br />
DATERING 23 september 1926. 3 p 9<br />
BEWAARPLAATS Bezit Stichting Johan Polak.<br />
g<br />
BIJZONDERHEDEN 1 Op p het titelblad: `God aan ^ zee door Karel van de Woeste ^ ne' Opp de laatste<br />
1<br />
pg a ina (p. [7 7 8]) in paarse p inkt:: `Dit afschrift van "God aan Zee" bedoeld<br />
als eenig g manuscript, P^ werd door den dichter eigenhandigk gemaakt voorr A ,<br />
Stols jr., ', r wien het in vriendelijke v e o J d opdracht p t wo wordt aa aangeboden<br />
g – Oostende,<br />
op p 233 September p 1926'. 9 De tekst eindigt g oppp 76; ^ o pp 77<br />
schreef Van<br />
de Woestijne J als datering g va vangedichten: deOostende ` I I 99 I - 26 9 ' ,<br />
Het begin van elk gedicht g is aangegeven met eenparagraafteken in<br />
paarse<br />
inkt. Ten opzichte p van de eerste druk van God<br />
d aan zee ^ zijn 1 de<br />
g gedichten G z 42 en G z 2 S3 respectievelijk zG I en Gz 23<br />
verwisseld.<br />
Van de Woestijne 1 bracht de wijziging w l g g in de eerste drukproef d p roe aan H - 78<br />
.<br />
Pagina's g waarvan in druk de versozijde blanco moest blijven bi' 1voor-<br />
beeld de bladen met de afdelingstitels),kr ge en in het h manuscriptn ee dub<br />
bela pg inanummer.<br />
Van de Woestijn 1 e schonk het eaan manuscript A.A.M. Stols. Het is uit ge- g-<br />
sloten dat het manuscript p zelf in de e zetterij is 1 geweest. i g Vermoedelijk 1 heeft<br />
Van de Woestijne JJ of Stols s eenafzonderlijk kopijhandschrift pe vervaardigd of<br />
laten vervaardigen: er komen in de eerste drukproefd roef p meerdere varianten v en<br />
fouten voor die terug g tee voeren e e zijn op 1 het p nethandschrift. Er moet dus<br />
een minutieuze co Pie bestaan hebben die als kopijhandschrifti dde. n Zie<br />
ook de Drukgeschiedenis, g<br />
2.I.<br />
H-77<br />
MATERIËLE Gepagineerd manuscri p ^ t 23 pagina's, p g ^ I 4^4 x 20,4cm. ^4 Gebonden in bruine<br />
BESCHRIJVING 1 halflederen band, karton g gemarmerd, , kopverguld. p^<br />
Titel. HtMnschlzk e e e ' e<br />
Brood. Alleen de<br />
rechterpagina's<br />
inas zijn '<br />
beschreven, met blauwe ba e inkt >n e gp ea -<br />
g ineerd met paarse p inkt.<br />
GEDICHTEN 3-14 [MB]<br />
DATERING Omstreeks 23 september i 26. 3 p 9<br />
BEWAARPLAATS Bezit Stichting Johan Polak.<br />
g<br />
24.I BRONNENLIJST
BIJZONDERHEDEN J Op p het titelblad: `Het Menscheli J k e Brood door Karel van de I/oesti ^ ne'. Op de<br />
laatstea g ina 16 : `Dit afschrift, ^ als eenig gmanuscript te beschouwen,<br />
werd door den dichteremaakt g voor den heer Alexander Stols jr., l^wien<br />
het in o drachtordt w aangeboden.–' g<br />
Het gedicht g<br />
bestaat uit delen. tweeaangegeven<br />
e Dit is gg door een arag<br />
r aa f eken t in p paarse aas inkt d direct t voor het eerste woord der beide ge<strong>deel</strong>-<br />
te n (p. 3 en p. 9). 9 De tekst eindigtd gt o p p. 14^ • o pp p. 1 schreef 5 scree Vande Woes -<br />
ti'n Jea als datering g van a het gedicht: g ` (Brussel, ^ 9I I S5)'.<br />
A.A.M. M Stols hadVan s d a de Woestijne J e verzocht om een bijdrage J voor<br />
Sts Stols'particulierer o s To the ee k Happye T h F w. V a n de d Woestijne J bood hem<br />
daarop dit gedicht g aan (brief van 4g<br />
september 1 926). Het werd hoogst-<br />
waarschij<strong>nl</strong>ijkect direct voor of na het a t manuscript p van God aan ee vervaar-<br />
di gd ^ dat gedateerd g is op p 23 september p 1 926 H- 76<br />
.<br />
V an de Woestijne ln schonk s o hetmanuscriptA.A.M.Stols. anuscrt p aan A Vermoedeli<br />
1 k h e ft Van n de Woestijne tin 1 voor de z ette rij 1<br />
een apart a kopijhandschrift<br />
gemaakt; 1 k• hetl kt uitgeslotenote g l het ezelf<br />
manuscript datis<br />
z in de zetterij<br />
g geweest. Zie ook de Drukgeschiedenis, g ^ 2. 3 .<br />
H-78<br />
MATERIELE<br />
D r'drukproeven Ie van n God aan x ^ee 2I I8 3^9 cm. ^ Gebonden op vijf P vijfrib-<br />
BES c HRI JVI NG ben in donkerrodeh a lfl e d e r e n band en lederen hoeken, karton rood<br />
g gemarmerd, r > kop p verguld; g u d goudopdruk horizontaal op P de rug: g ` KAREL<br />
VAN DE WO E S TI JNE ' (kleinkapitalen); ` GOD AAN ZEE ' (kapitalen); p<br />
onderaan '1 926'. Gecorrigeerd g met blauwe inkt.<br />
GEDICHTEN GZI t/m G z (alle driemaal)<br />
4S<br />
DATERING Najaar i 26.<br />
1 9<br />
BEWAARPLAATS 17B/61674 Inv. 166)<br />
BIJZONDERHEDEN J<br />
Driegepagineerde, opeenvolgende druk p roeven van God aan ^ee door Van<br />
de1 Woesti'ne gecorrigeerd eerd met donkerblauwe inkt. A.A.M. Stols plaatste P<br />
diverse typografischeinstructies en correcties met zowel potlood P als zwarte<br />
inkt. t In de eerste proef P zijn alle teksten op P de rectozijden J gedrukt, g in de<br />
beide revisiesr werd tweezijdig l gedrukt. De initialen ontbreken nog. g In de<br />
eerste t proef p werden e preludium p en postludium p romein gezet. g Vande Woes-<br />
t i'n 1 ec corrigeerde g e deze ee tekst, , die daarna echter geheel g moest woren wordenover<br />
g Daardoor ontstondeno opnieuwp<br />
eeuw fouten, waarvan w Van de Woestijne J<br />
enkele corrigeerde tot nieuwe varianten.e<br />
a<br />
Devolgorde van de gedichte edichten in<br />
de eerste oe f komt overeen e met e die d van het nethandschrift H- 7 6; Van de<br />
Woest i 1 n e gaf g a in die e p r oe f de ate 1 r definitieve e ^ schikking gaan.<br />
Als kopij P 1 voor deze proeven p r moet gediend e e hebben een kopie p van het<br />
nethandschrift a d Van t V n de Woeste vo ne r Stols o t s maakte.<br />
242 BRONNENLIJST
H-79<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
Drie katernen van 16 p pagina's a g ' s en zo 2 losse bladen, ^ I 3 ^7 x 2I ^7cm. Druk-<br />
roef van n God aan ee<br />
> beschreven met e grijs, I s<br />
><br />
blauw u en e rood o0 potlood.<br />
^ gl<br />
p<br />
GEDICHTEN GZI 011 GZ45<br />
DATERING Najaar I 26.<br />
l 9<br />
BEWAARPLAATS Bezit J. Carton , Rijmenam.<br />
^<br />
BIJZOND ERHEDEN Complete drukproef van God d aan ^ ee (88pagina's),het eerste en de twee<br />
p<br />
laatste vellen e in katernen,de overi ge b 1 aden los. De proef e bevat dezelfde<br />
p<br />
tekstversie als de derde door doo Van Woestijne de 1 e gecorrigeerde g e g proef H- 7 8 .<br />
A. A .. M Sto l s verbeterde e b e talrijke 1pgaf<br />
drukfouten,aatste plaatste zetinstructies en t Yo grafi s che aanwijzingen,voo vooral a met betrekking b g tot de inhoudsopgave, g<br />
de ` bib l' r hi io gp h a anteekenin sc e a ' en g de `Verantwoording gder oplage'<br />
a c h te rin. In de d tekst swerden tevens de correcties en varianten over geno-<br />
men de die Van de Woestijne 1 in de laatster P f oe h had d aangebracht. g Op de<br />
p<br />
voorzijde l schreef Stols l als a s aanwijzing w 1 g voor o0 de oplage van de bundel:<br />
`IO28 + Pannekoek' S en `I Japansche'.<br />
S p<br />
De proef bevat gg<br />
n handgeschreven geenaantekeningen<br />
antekenin en van Van de Woestine<br />
tijn zelf.<br />
MATERIËLE I blad, 1 7>pP<br />
,2 x 21,6cm. Briefpapier : `Ministerie van Wetenschappen en<br />
BESCHRI J VING Kunstenvan ^ Beheer het h Hooger g r Onderwijs,dWetenschappende e<br />
en Let-<br />
tee r n'. Tweezijdig w lg beschreven met potlood p oo en zwarte inkt.<br />
GEDICHTEN BMI2<br />
DATERING Voor oktober i 9 26.<br />
BEWAARPLAATS Geen inventarisnummer.<br />
Z 0NDERH EDEuitzonderingn N Met<br />
van en een noot e i o op e de b ie r ' fh oo fdzi' ^ de , is s het blad alleen<br />
op p de blanco zijde beschreven. Er komt een vroege g versie van het begin g<br />
van `Ik heb dit hooger g oord g gekozen tot mijn l woon' BM i2 op p voor, die<br />
gezien gzijn<br />
de v1 varianten in de beginregel ouder moet zij d an de eerste vermel-<br />
dingan g de latere versie, eind oktober 1 9 26. Weliswaar werd het papier pP<br />
door Van de Woestijne 1 in de p periode rond 1 9 16 meer g gebruikt, maar o p<br />
grond van de thematiek van het gedicht en het feit dat Van de Woestijne 1<br />
het in oktober b 1 979 2 7intensief bewerkte, ^ moet het later gedateerd g worden.<br />
H-8z<br />
MATERIELE<br />
BESCHRI JVING brood.<br />
3van katernen pagina's, n 8 'S 4> I I X 16,7cm. >7 Drukproef ^ P van Het menscheli Jk<br />
243 BRONNENLIJST
GEDICHTEN<br />
-16 MB<br />
5<br />
DATERING November 1926. 9<br />
BEWAARPLAATS- 2 2 -a t m -c Inv. IO<br />
3 9 37479 4<br />
BIJZONDERHEDEN J Complete p drukproef p van Het menscheli ^ k brood. De proef p is niet door Van<br />
de Woestijne l g gecorrigeerd. g De tekst van het gedicht g bevat zetfouten. Er<br />
komen enkele correcties en zetaanwijzingen l g in p potlood op p voor, ^ aange-g<br />
bracht door A.A.M. Stols eneen g van alle betrekking g hebbend op pde tekst<br />
van hetedicht. g In de colofon van de proef P wordt december 1926 9 oe gge<br />
-<br />
ven als drukdatum, dee gpu lice b rde egeeft versie echter ecDeze<br />
november. D verandering g maakt het waarschij<strong>nl</strong>ijk dat november de juiste 1 maand is.<br />
H-82<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
Agenda g 1927. Gebonden in gemêleerd g lichtbruin leder met decoratief<br />
o druk snede verguld, 61 x i o i cm.<br />
DATERING 1927.<br />
BEWAARPLAATS 24/135185Inv. 475)<br />
H-83<br />
MATERIËLE Notitieboekje, 1^ gebonden g ^ e in zwart w e leder, snede s verguld, v g ^7, 7,6 X i I ,7 cm. Geli-<br />
BESCHRIJVING J nieerd papier, p p , 54 bl.<br />
DATERING Januari 1927 – augustus 192 7 .<br />
97 g<br />
BEWAARPLAATS 24/135186 Inv. 6 47<br />
BIJZONDERHEDEN Op p. 2r schreef Van de Woestijne: '1927'.<br />
J pp l<br />
H-84<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
genummerde bladen, I 6 x zI I cm. Eenzijdig beschreven met blauwe<br />
4 g , 3> 1 g<br />
inkt.<br />
GEDICHTEN [I]-4. [BMI]<br />
DATERING Omstreeks 26 april p 1927?<br />
BEWAARPLAATS Geen inventarisnummer.<br />
BIJZONDERHEDEN Netafschrift van `De blind-geborene'. Het papier is enigszins g vergaan. g Het<br />
manuscri p t kan ten grondslag g g hebben g gelegen aan gS,<br />
typoscript H 8 en kan<br />
dus sd de oorspronkelijke s P 1 kopij l<br />
zijn geweest g voor Van de Woestijnes bijdrage l aan Elsevier'seillustreerd ^ maandschrift van au g ustus 12 9 7 3 i . Deze kopij pl<br />
werd ingezonden g op p 26 april p 1927.<br />
244 BRONNENLIJST
H-85<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
6 aaneengehechte g g genummerde bladen, , ,421 x 7,4 2 cm. Typoscript, g ec orri-<br />
gee rd met zwarte en blauwe inkt.<br />
[BMI]<br />
Kort na 26 april 12 ? P 97<br />
4 -I 4 OI2 7496-2 Inv. 167)<br />
Origineel gg typoscript van de doorslag die kopij 1 was voor Else v ier's geill-<br />
u<br />
streerd maandschrift van augustus g I 97 z 3 1 (zie H-86 . Het papier pp is in<br />
matige conditie.<br />
Van de Woestijne 1waarschij<strong>nl</strong>ijk<br />
heeft het typoscript niet zelf gemaakt, g<br />
g gelet p op d de g goede e verzorging o g<br />
g van het typewerk. Y p Mogelijko gJ<br />
werd het<br />
gemaakt naar het handschrift H-8 4, door of in opdracht van Herman e Ro-<br />
b<br />
bers. Wel heeft Van de Woestijne 1 het typoscriptgecorrigeerd, g g evenals de<br />
doorslag g die als kopij pl is gebruikt.<br />
H-86<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
6aneen adoorg<br />
genummerde g bladen, , 21,4x 2 cm. 7,4 Typoscript<br />
ehechte<br />
sla g i g gecorrigeerd g met zwarte en blauwe inkt.<br />
[BNII]<br />
Kort na 26 april p 1927.<br />
4 -I 4012 7496-I Inv. 1167)<br />
6<br />
Doorslag od gvervaardig<br />
van het typoscript H-8 S dat mogelijk<br />
vervaarde d werd op pbasis<br />
manuscript p H-8 4 . De doorslag g werd gebruikt g als kopij pl voor publikatie p a<br />
in Elsevier'seïllustreerd ^ maandschrift van au g ustus 197 2 3 i . Het papier pP is<br />
in matige g conditie.<br />
De `D Blind-geborene' titelee is direct boven het gedicht g g getypt, Yp metde<br />
hand schreef de dichter daar met zwarte inkt zelf onder : `door Karel van<br />
de Woeste ^ ne'. Op p de voorkant schreef Herman Robbers met P potlood: `Egmg<br />
= Elsevier'seillustreerd 8 maandschrift] proef aan schrijver "La Frondaie"<br />
1 – Gent, ^ België'. g<br />
H-87<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATERING<br />
2 bladeneruit blocnotepapier, 12 8 x i 8 z cm. Eenzijdig beschreven met<br />
g , , 1 g<br />
blauwe inkt.<br />
[I]<br />
[BMs]<br />
[2] (aM6]<br />
Omstreeks juli 1927?<br />
1<br />
245 BRONNENLIJST
BEWAARPLAAT s I 4-135/127491 Inv. I 7I<br />
[2]: 4-i 44 2 86 49 -a Inv. 170<br />
BIJZONDERHEDEN Waarvoor beide nethandschriften zijn<br />
vervaardigd, g^ is niet bekend. De<br />
onzekere datering g Is gebaseerd g op P het feit dat t Van de W oe ti' s ne 1 in juni 1<br />
I 97 z de beide b e gedichten g c voltooide en kort daarna moet hebben ingezonden g<br />
voo r Ppublikatie in hettijdschrift Nu van oktober daaropvolgend; ko P1 i'<br />
was sg H-88.Mogelijk waren de manuscripten p bedoeld als eerste neerslag van<br />
l<br />
degedichtena afronding g van de kladstadia. Dat ze behoord hebben tot<br />
de kopijvoor Pl i' r Het H berg-meer is i niet waarschij<strong>nl</strong>ijk. Ze werden weliswaar met<br />
potlood p op P1 de achterzijde es r ectieve 1 ljk2 3 n2 e Sg genummerd,<br />
mrdine e , een<br />
onbekende hand, , en deze e nummers komen overeen met het paginanummer<br />
g<br />
van<br />
de gedichten g in Het berg-meer. g<br />
Waren de bladen echter bedoeld geweestg<br />
als kopij P1 voor de bundel, ^ dan zou Van de Woestijne l ze zelf genummerd<br />
g<br />
hebben, aan a d de voorzijde. 1 Ook als hij de enummering gaan een ander (Stols)<br />
zouhebbenovergelaten, w was het waar waarschij<strong>nl</strong>ijker hij<strong>nl</strong>i'ker 1 geweest g dat die op P de<br />
voorzijde o l e zou zijn aangebracht. g Het papier p wijkt ^ bovendien af van het<br />
bewaarde kopijge<strong>deel</strong>te H I o2.<br />
H-88<br />
MATERIËLE 8enummerde P bladen met linnenopdruk, 12 , 6 x 2 i o ^ cm. Eenzijdig l g<br />
BESCHRIJVING J<br />
beschreven v met e blauwe a inkt.<br />
GEDICHTEN I [BMZ]<br />
2 BM3<br />
3 BM4<br />
4 BMS<br />
5 BM6<br />
6 [BM 71<br />
7 8]<br />
8 [BM 91<br />
DATERING Voor 2 uli 1 9 27 . Sl<br />
BEWAARPLAATS I-: S 4-146/21564-1 t m- S<br />
6-8:4-146/131609-a t m-c tezamen Inv. i68)<br />
BIJZONDERHEDEN Ko P1 i' voor publikatie p in Nu van oktober I 9Z 7 /32/. 3 Wanneer de inzending<br />
preciesi niet s Ie > be bekend, e maar u uit de e agenda g van I 97 Z is af te lei-<br />
de n dat Van de Woestijne 1 opP 2 Sl ' li u van v dat jaar l zijn honorarium voor de<br />
bijdrage ontving. tvI g UitU een datumstempel p op p de proef p van de ti'dschriftbi'-<br />
1 1<br />
dr ablijkt gg<br />
e(H-89)<br />
l dat de gedichten e op 28 1 juli 197<br />
2 ter drukkerij waren.<br />
Bovenaann an het eerste blad c schreef van dee Woestijne: ^ e Modder-haven<br />
door Karel van de l^ oes t. i J ne' Dewerden<br />
gedichten w doorlopend romeins<br />
e num me rd. Opachterzijde Pg<br />
v n van het laatste blad is geschreven `Proef<br />
naar den Heer K. van de Woestijne, l > "La Fr o nd a ei" > Zwi J naarde – Gent.'<br />
Van de W oe tI s ne 1 zelf maakte daar tevens een berekening b e g die geen g verbandv<br />
lijkt l te houden met (publikatie P van) de gedichten. g<br />
z46<br />
BRONNENLIJST
H-89<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
genummerde e bladen, ^ i 7^5 x 2 5^7 cm. Drukproef p van tijdschriftbijdrage<br />
1 l `modder-haven',gecorrigeerd D e g eco geed met epaars anilinepotlood.<br />
GEDICHTEN<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
[BM21, [BM31<br />
[BM 31> {BM41, [BM5]<br />
[BM51, [BM61, [BM71<br />
[sM8], [BM9)<br />
DATERING 28 uli I 2 augustus 1927.<br />
1 973 g<br />
BEWAARPLAATS 22-475/135934-a t m -d Inv. 1169)<br />
BIJZONDERHEDEN Druk p roef van de gedichten g `De modder-haven' in Nu van oktober 1 9 2 7<br />
3 2 . De bladen zijn eenzijdigbedrukt,de lgedichten<br />
g<br />
zijn zijngestapeld. g p e De<br />
datumstempel p op p het eerste blad d geeft g 28 juli 1 1 9 2 7 ; dezelfde hand die, > ver-<br />
moedeli'k 1 na Van de Woestijnes correctie bovenaan de instructie `revisie'<br />
schreef, plaatste ook de datum 3 ` 8 27 '. De proef p<br />
bevat verder verer enkele aan-<br />
wijzingen<br />
voor de opmaak, p ^ zoals het verplaatsen p van de auteursnaam van<br />
het begin g (vergelijk g l de kopij, plo H-88) naar het slot. Van de Woestijne schreef<br />
op P blad 1: `na correctie, ^ afdrukken [get.] g Karel van de Woes-<br />
ti'ne'.<br />
1<br />
H-90<br />
MATERIËLE Notitieboekje, 1 ^ g geniet met zwart kartonnen omslag, g^ 9 ,3 x 14,9 4^9 cm. cmGeli-<br />
BESCHRIJVING 1 nieerd papier, p p ^ 3S bl.<br />
DATER ING September i 2 – december 1927.<br />
p 97<br />
BEWAARPLAATS 24/137187Inv. 477)<br />
BIJZONDERHEDEN Op p. 1r schreef Van de Woestijne: `i 2 Bis'. Het omslag is losgeraakt.<br />
1 pp l 97 g g<br />
H-91<br />
MATERIËLE I blad eenzijdig l g g gelinieerd p papier, p ^ 5^ i o x 22, ,9cm. Op p de ongelinieerde g<br />
BESCHRI 1 VING zijde beschreven met zwarte inkt.<br />
BMI2<br />
DATERING Voor 2 september p 1927.<br />
BEWAARPLAATS-I48/97998-9a 4 Inv. 174)<br />
BIZONDERHEDEN BIJZONDERHEDEN Kladhandschrift tva vanee een ge<strong>deel</strong>te g van Ik ` heb<br />
dit hooger g r oord<br />
gekozen geo<br />
tot<br />
mijn ^ woon' BMI 2 behorend bij 1 H-92 en H-93,met welke w manuscripten<br />
heta p ier overeenstemt. pe Bovenaan h t blad is s een eegeschreven,<br />
romeinse I g<br />
en ,<br />
vermoedelijk niete door Van dee Woestijne 1H-93,<br />
zelf. f(Vergelijk e e.dat H 9 sa samenm<br />
met dit manuscript bewaard r wordt.) o<br />
De voltooide versie e van hett g gedicht edlc t werd in inhet carnet<br />
van 97g 1 2 ed-a<br />
op 2 september. p<br />
247 BRONNENLIJST
H-9z<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATER ING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
I blad eenzijdig gelinieerd papier, I o X I I cm. Op de ongelinieerde<br />
l g g ^ 5> >5 p g<br />
zijde beschreven met zwarte inkt.<br />
[Bmi2]<br />
Voor 2 september 12 .<br />
p 97<br />
geen inventarisnummer<br />
Kladhandschrift van eenge<strong>deel</strong>te g van `Ik heb dit hooger g oord gekozen g tot<br />
mijn 1 woon' BM 12 ^ behorend bij93^<br />
H-91 en H- met welke manuscripten<br />
heta Pier p ^ overeenstemt, het blad heeft de halve grootte g van de beide<br />
andere manuscripten. p<br />
De voltooide t versie van het gedicht g werd in het carnet van 19279 7geda-<br />
teerdo op 2se<br />
september.<br />
H-93<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
DATER ING<br />
BEWAARPLAATS<br />
I b blad eenzijdig n d gelinieerde eed papier, ae I o x 22,9 cm. c. Op de ongelinieerde<br />
l gg ^ 5> >9<br />
zijde ^d b beschreven met zwarte inkt.<br />
BMI 2<br />
Voor 2 september 12 .<br />
p 97<br />
4-148/97998-174 oa Inv. I<br />
BIJZONDERHEDEN Uitgeschreven er v ie s va n e en ge<strong>deel</strong>te g e v van `Ik heb b dit hooger g oord geko-<br />
zen tot mijn 1 woon' BM I Z behorend bij l H- 91 en H- 92 , met welke manu-<br />
s cri p ten het papier p p overeenstemt. Bovenaan het blad is een romeinse II<br />
esc reve g h nvermoedelijkniet door Van de Woestijne W<br />
1 zelf.(Vergelijk H-<br />
9I, dat samen met dit t manuscript bewaard wordt.<br />
De v voltooide o versie van het gedicht g werd in het carnet van 1 97g9 eda-<br />
27<br />
teerdo op 2 september. p<br />
H 94<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
14 I genummerde g bladen blocnotepapier, I -2 I 3^ 6 x I 9> 2 cm, > 3<br />
-14<br />
1 3 ^7 x i 8 ^ 6 cm. Eenzijdig 1 d gb beschreven s met zwarte inkt.<br />
[i]-2 BMI O<br />
3 BMII<br />
4-5 2]<br />
6-7 BMI en BM I<br />
7 4 S<br />
8 BMI 3<br />
9-10 BMI6<br />
I I-I2 17]<br />
I 3 -I 4 BM18<br />
24g<br />
BRONNENLIJST
DATERING I 5 oktober 0 I ^ 2]<br />
.<br />
BEWAARPLAATS 4-143/4864.9-b t m-o I nv. I 7 Z<br />
r publikatie BIJZONDERHEDEN J in Kopij 1 voorDe gids g van november I 9 Z 7 33 ^ op 5oktober<br />
0 t0 van dat jaar ^ door de redactie ontvangen. g<br />
Bovenaan nh het eerste ste blad b schreefWoestijne<br />
Van de W e d ic ht e n de<br />
l ^<br />
gedichten g werden romeins g genummerd. Onder het laatste gedicht g tekende<br />
de dichter met cschreef `Karel van de Woestijne'. 1 H.T Colenbrander ohr f het<br />
eerstee r t b blad: . e f aan aa"La dichter"L onda Fr i" Z w i' 1 n aa d r e bij b 1 Gent n (B.)'. .<br />
Later aop schreef een onbekende hand met blauw potlood p rechtsboven e p h t<br />
eerste blad `De Gids Nov.'<br />
H-9S<br />
MATERIËLE Agenda g<br />
de oche t 928. Gebonden in bruin reptiele<strong>nl</strong>eder, p snede s verguld,<br />
g<br />
d ><br />
BESCHRIJVING J 7,4 x 12 ^ 2 cm. Goudopdruk p linkerbovenhoek : Agenda. g<br />
DATERING 1928. 9<br />
BEWAARPLAATS 24/135188 Inv. 478<br />
H-96<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
Notitieboekje, li gebonden g gin groen linnen met e zwart a nerfmotief, e snede ver-<br />
g uld 9,5 x I 4^4 cm. Goudopdruk p midel e boe n v n: Notes. Geruit papier, pp<br />
64bl.<br />
DATERING 1928. 9<br />
BEWAARPLAATS 2,4/135189Inv. 479)<br />
BIJZONDERHEDEN J Op pp p. zr schreef Van de Woesti'ne: 1 `i 928'. Het e laatst-gedateerdefr fragmentg<br />
m in het carnet is vanmei 7 1 928, ^ maar daarna komen vrijwel tot het einde e e<br />
nog g notities en versfragmenten g voor. Hun datering<br />
g is onzeker.<br />
H-97<br />
MATERIËLE 6 bladen blocnotepapier , 3 I , 98 x I 2 , cm. Eenzij lg d i besc hr eve n met don k er-<br />
BESCHRIJVING J blauwe i- 4 en helderblauwe S -6 inkt.<br />
GEDICHTEN I BM2I<br />
[2][Bm22.]<br />
[3] m2.4]<br />
4 BM25<br />
[51 [BM261<br />
[6] BM2<br />
DATERING januari 128.<br />
249 BRONNENLIJST
BEWAARPLAAT s 4-149/54654-1 t m 6 mnv. i 7 8)<br />
BIJZONDERHEDEN K 0 1 V 00 r publikatie u k a e 1in Daetsc e warande an Belfort van februari 1928 9 34<br />
Deedichten g op de eerste vier bladen werden met donkerblauwe e inkt<br />
geschreven; voor de overige gg<br />
gedichten alsmede voor o degroepstitel eUa` t<br />
"Deoedster' V " boven het e eerstegedicht steen de ondertekening<br />
n r e <strong>nl</strong> n`<br />
'Karel e van<br />
Woestijne' 1 na het slotgedicht, g ^g gebruikte Van de Woestijne W<br />
1 lichtere inkt.<br />
AanBM2 7 werkte Van de Woestijne l nog g begin g januari 1928, 9 zodat het<br />
drukken en corrigeren g van de bijdrage l g in korte tijd moet e zijn gebeurd.<br />
ee d .<br />
Au g ust van Cauwelaert, redactiesecretaris e van het tijdschrift, l voegde ede g<br />
b oven a an op blad I met potlood toe: ee 'Onuitgegeven e van V K. rz n aVan<br />
n K<br />
deoesti'ne' W 1 • tevens ^ instrueerde hij hij de zetter e met : 'Deze ee gedichten g c mo e-<br />
ten elk op eene afzonderlijke 1 blz. komen in mooie g grooten letter. [get.] g<br />
AvC.'<br />
In de kopij 1 ontbreekt 'Geven, `Geven even! Alle vrachten' BM2 9^ dat bij1<br />
publikatied de tijds 1 c hriftbi' 1 ra e g afsloot. De beslissing g om het toete voegen<br />
g<br />
moetgenomen<br />
naderhand zijn,g n zgetuigede g e ondertekening e g onder e `Ik ben<br />
't e rijpend lp 1 ijs de waetren heeft gezogen' g e BM2 7 op pblad b [6]. Een<br />
kopijhandschrift 1 van `Geven ^geven!' is echter niet overgeleverd.<br />
H-98<br />
MATERIËLE<br />
E 3 katernen, , 16,3x 22,7cm. ,] Drukproef van Gedichten, , g gecorrigeerd g met<br />
BESCHRIJVING zwarte inkt. e<br />
G EDICHTEN I -2 7 gedichten g uit andere bundels<br />
28-29 MM8<br />
3 0 MM9<br />
31-32 [mmi3]<br />
33-34[ mm 14<br />
3S - 3 MM16<br />
37[mmzi]<br />
3 8 [mm22]<br />
44-45 Gz7<br />
9 [GZI9]<br />
Gz2<br />
47-48 3<br />
DATERING Omstreeks januari9<br />
I 28.<br />
BEWAARPLAATS K ^<br />
9015<br />
S<br />
B 3 S I 4S i -2 b t m -2d I. nv. ontbreekt)<br />
BIJZONDERHEDEN p Eerste drie katernen van een drukproef voor de bloemlezing Gedichten die<br />
verscheenr hen ter gelegenheid g g van Van de Woestijnes vijftigste ^ g verjaardag ^ g op<br />
10 maart 19<br />
28. In de p proef e komen voor p. z8 het voorwerk en de g edi ch-<br />
te n die uit andere a e eb bundels es van Van a de eW Woestijne l werden geselecteerd; g deze e<br />
blijven hier buiten beschouwing. g<br />
Dep<br />
proef wordt in het AMVC bewaard bij bi' een brief van Jan van Krimpen<br />
aan Van de Woestijne. 1 Van Krimpen p zond met die brief `enkele pagina's' g<br />
om de dichter een idee teeven g van de wijzewaarop P hijde bundel wilde<br />
uitvoerenec (geciteerd g eed in de e Drukgeschiedenis,3.1)Ḍie g ^gmeegestuurde<br />
250 BRONNENLIJST
proef moet een anderea e geweestzijn zijndan de onderhavige: g gezien g de verre-<br />
gaande taat vtekstverzorgingi van n d de<br />
is dit vermoedelijkgweest<br />
laatste. geweest.<br />
H-99<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
4 katernen van 16 p pagina's, g s 4> i 8 x 22,9cm. >9 Drukproef p van Het berg-meer,<br />
gecorrigeerdeerd met paarsanilinepotlood.<br />
GEDICHTEN<br />
[I'4]<br />
[5]<br />
[6-8]<br />
[9-53]] 5-49<br />
blanco<br />
titel pa gina<br />
blanco<br />
BMI t/m 8]<br />
DATERING Voor 24 januari I 28.<br />
4) 9<br />
BEWAARPLAATS -I 12 -a t/m -d tnv. 8o)<br />
4 37 7493<br />
BIJZONDERHEDEN Door Van de Woestijne 1 met p paars anilinepotlood p gecorrigeerde g g proef<br />
van<br />
het begin g van Het berg-meer. g Het is mogelijk g ^ dat A.A.M. Stolss eveneensee correcties etot aanbracht. De proef bevat het titelblad en<br />
degedichten<br />
metde p 49, resterende pagina's g zijn zijn blanco, met de definitieve e e Pg a ine-<br />
ring. g De initialen ontbreken nog, g in rood gedrukte g titels s zijn zwart.<br />
pg ina S7 49^ waar 'Nog N g voor de glans g sv van een dagen' g<br />
i8]<br />
afbreekt,to1s werd door A.A.M. Stols geschreven g : 'rest copie i volgt'. o v g t 0 de<br />
eerste katern werdeschreven g : 3 ' revisies s.v. l.'. Vermoedelijk is dit d o0 ook<br />
door Stols en niet door Van de Woestine j gedaan. g<br />
De datering g is g gebaseerd op p de volgende g drukproef p H-Ioo die een<br />
latere tekstversie bevat enedateerd g is op p 244l januari 1928. 9<br />
H Ioo<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
katernen van 16 pagina's, I x 22,3cm en 8 bladen, i o x 2i 6 cm.<br />
3 pg ^ 4^S ^3 ^ 4> ><br />
Drukproef van Het berg-meer.<br />
p ^<br />
GEDICHTEN<br />
[I-4]<br />
[5]<br />
[6-8]<br />
[9-4 8 ] 5-44<br />
[49/5 I /53] 45-47<br />
[55/57] 48-49<br />
[5 8 -64] [5°-56]<br />
blanco<br />
titelpagina<br />
blanco<br />
BMI t/m BM16<br />
[Bmi7]<br />
8]<br />
blanco<br />
DATERING 24 januari I 28.<br />
4 1 9<br />
BEWAARPLAATS1- 4 8 (drie katernen) ntm<br />
: 22-477/135935-a -c<br />
49t/mm<br />
-60 : 22-477/135935-d -k Inv. 182)<br />
BIJZONDERHEDEN J Niet gecorrigeerde g g proef van een <strong>deel</strong> van Het berg-meer, ^ revisie van de<br />
proef H- 99zijn . De e losse osseeenzijdig bladen l g bedruktl (c.q.blancoq n o c gebleven). g be l .<br />
Op de voorzijde van de p eerste katern schreef A.A.M. Stols : `Sv terugg<br />
251 BRONNENLIJST
aan' en plaatste daaronder eenstempel<br />
e met zijn naam en adres (8o, Avenue<br />
des Cerisiers, Bruxelles-Woluw bet -St-Lam . r Tevens een<br />
datumst em el<br />
van 241januari 1 9 28.<br />
De tekst van deroef p eindigt g opp p. S7 4 9 ^ het vijfdevan<br />
1<br />
a de lossebl-a se<br />
den • de resterende s drie e b bleven blanco. b Dee mltia initialen e ontbreken. Onder het<br />
einde van de tekst,a w r a BMI 8 afbreekt, rek t schreef Stols . : ve ` zoeke r omgaande<br />
g toezending rest d der co p e i' . Eendergelijken<br />
notitie stond op dezelfde<br />
plaats al in de<br />
voorgaande<br />
proef H-99. De notitie en d de datumstempel<br />
e van<br />
28 januari 1 928 bewijzeneaeerd dat het nethandschrift H-1oI (gedateerd g op<br />
2 9 februari) o ^ niet ge als kopij gee gefungeerd heeft.<br />
.<br />
MATERIËLE Gepagineerd manuscri t ^ zo ,I x 2 cm. ,5 Gebonden in zwarte halflederen eren<br />
BESCHRIJVING J band, ^ karton blauw gemarmerd, g ^ kop P verguld. Titel: Het Berg-meer ^ m .<br />
16 3 pagina's. g Alleen de ebes rechterpagina's zijn l chrev e n en n gepagineerd, gpg i ee<br />
met blauwe inkt.<br />
GEDICHTEN [2]-ii I]<br />
I2fdelin a i gstte<br />
l: `I DeModder-haven'<br />
Ionderafdelin 3 snumm g r: e I<br />
[Bmz]<br />
14[Bm3]<br />
I S BM4<br />
i6 BM S<br />
1onderafdelin snummer : I I<br />
7 onderafdelingsnumme<br />
18[Bm7]<br />
I BM8<br />
9<br />
20 [Bm9]<br />
21-2 onderafdelingsnummer : I I I<br />
3 g<br />
[Bmio]<br />
24afdelingstitel: `II Het Berg-meer'<br />
4 g ^<br />
2S BM II]<br />
26-2 g BM I2<br />
29 [Bmi3]<br />
3o-32 '4]<br />
[BM I S zie bijzonderheden)<br />
^<br />
33 - 35 1 6]<br />
36-38 BM I 7<br />
39 4 I BM 18<br />
42-43 19]<br />
44-47[Bmzo]<br />
4<br />
8 afdelingstitel: `De Voedster' (zie z'bijzonderheden)<br />
49 onderafd e I l'n gs n u m mer . ^ 1<br />
BM2I<br />
j0 BM22<br />
5 1 BM23<br />
252 BRONNENLIJST
52<br />
53<br />
54<br />
55<br />
56<br />
57<br />
58-66<br />
onderafdelin snummer : 2<br />
g<br />
[BM 24<br />
[BM25]<br />
BM26<br />
onderafdelin snummer : g 3<br />
[Bm27]<br />
[Bmz8]<br />
[Bm29]<br />
BM3O<br />
DATERING 29 ^ februari 1928.<br />
BEWAARPLAATS Bezit Stichting g Johan Polak.<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Op p het titelblad: 'Het Berg-meer Het g Ber door meer Karel van dooW de Woestijne'. J Op p de<br />
laatste pagina P g (p. 68) in paarse pg<br />
r inkt: `Dit is het eenig-bestaande manuscript p<br />
van vag "Het "Berg-meer" n en w e rd doorr den dichter eigenhandig g geschreven g<br />
voor o zijn l uitgever g A.A.M. Stols Z w i' 1 n a and e29 9Februari '28'Ḍe tekst<br />
ei nd i gt op 66 , op 677 schreef e Van de Woestijne i'n 1 als a datering s d e g van de<br />
gedichten: ` Zwi'naarde 1 – de Panne, ^ 9126-I 928 '.<br />
Het begin g van elk gedicht is aangegeven met een paragraafteken p g<br />
in<br />
paarse inkt. OpPp3 32 eindigt g t BMI 4 en volgt g daaronder BM S, I voorafge-g gaOp gaan door hetzelfde teken. . 0 48ontbreekt 4g<br />
voor de a fdelin stit el<br />
`De<br />
Voedster' het nummer III.<br />
Pagina's s w waarvan in druk de versozijde blanco moest blijven blijven ^voor<br />
bijbeeld<br />
de bladen n met<br />
de afdelingstitels),kre kregeng<br />
in het manuscript p een dub-<br />
bela pg inanummer.<br />
Vane d Woestijne W 1 zond het manuscript op p9 29 februari 1928 9 aan A.A.M.<br />
Stols. t Het is niet als kopijhandschrift gebruikt. Van de Woestijne moet<br />
1 g Woestijn<br />
een afzonderlijk manuscript gemaakt hebben, wat blijkt uit Stols'<br />
daarvooree d 1 pg ^ 1<br />
verzoeko om de rest s van de kopij p ^ op drukproef p H-Ioo. Om die reden kan<br />
hete manuscript ni t zonder meer e als uitgangspunt aeoor<br />
dienen bij bi' de bde-<br />
lin gvan zetfouten.<br />
Stols s heeft eet de tekst s ten minste ge<strong>deel</strong>telijk g 1pg<br />
overgetypt. Van depagina's<br />
41 tot en e met 54 is een typoscript overgeleverd g dat in het AMVC bewaard<br />
wordt.22- 474 I 3 -a t m -n, ^ Inv. I 77^ p. 43 heeft Stols met de hand<br />
geschreven. g Er is ook een bijbehorend typoscript van het nawerk van de<br />
bundel, -I I2 -a t m -d, Inv. I . De paginering en de verdeling<br />
, 4 39 7495 , 79 p g g g<br />
van de tekst lopen in nethandschrift entyposcript llel. Het is niet duigara<br />
p<br />
delijk lgeweest; wat de functie van het typoscript is • een mogelijkheid g l is dat<br />
Stols het door het<br />
uitblijven van de rest van de kopij i de bundel ver-<br />
Pl van<br />
vaardi g de op p1<br />
basis van het netafschrift. Het typoscript is vermoedelijk niet<br />
in de zetterij geweest. De tekst beslaat weliswaar precies p het ontbrekende<br />
ge<strong>deel</strong>te g van Het berg-meer ^ dat aan het s slot van e de oef p proef H-99middels -<br />
een<br />
notitie door Stols werd toegezegd, maar dat geldt g evenzeer e voor hhet<br />
manuscript p dat Van de Woestijne zelf van dat ge<strong>deel</strong>te maakte (H-1 o2)en<br />
dat wé e s l sporen o e uit dedraagt.De zetterij r kans dat s Van de e Woestijne<br />
} het<br />
typoscript onder r ogen g h eet f gehad, g h s isgering. g g ook de Druk geschiede-<br />
g -<br />
nis , 4.I.<br />
25 3 BRONNENLIJST
H-102.<br />
MATERIELE<br />
BESCHRIJVING<br />
14 4 g genummerde bladen g geruit blocnotepapier, i 3^ 2 X 18 ,4 cm. Eenzijdig i'di<br />
beschreven met blauwe inkt.<br />
GEDICHTEN<br />
49<br />
50-51<br />
S2-SS/S6<br />
5 7/5 8<br />
59<br />
6o<br />
61<br />
62<br />
63<br />
64<br />
[BMI8]<br />
[BmI9]<br />
[BMW]<br />
afdelingstitel: `De Voedster'<br />
g<br />
[BM 2I<br />
[BM 22<br />
[BM2.3]<br />
[BM 24<br />
[BM 2j<br />
BM 26<br />
DATER ING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJ ZONDER H EDEN<br />
Omstreeks februari/maart 1928.<br />
4- 1 44/4 8649-p t/m -z en -a t/m -g (Inv. 176)<br />
Ge<strong>deel</strong>telijke ko i' 1 n van Het ber -meer. g Het vormt t een <strong>deel</strong> van de kopij l dI diee<br />
aan e de zetter werdd toegezegdeeni' o e g e gmiddels e s ee notitie van a A.A.M. Stols 1 aan a het<br />
slot van de onvolledige g p proef H^ 99^ de tekst begint g bij l r. 414<br />
van BM18 .<br />
Deg Pa inerin g van de bladen wijkt 1 af van de bundel en het nethandschrift<br />
H-1o1.<br />
H-io3<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
I21 ba d n ^ 14> o X 22 > 2 cm. Drukproef eee<br />
van Het berg-meer, gecorrigeerd<br />
g g<br />
zwarte inkt en paars anilinepotlood.<br />
met<br />
GEDICHTEN<br />
[IV]<br />
[3v]<br />
[4]<br />
[ S v] 61<br />
[6v] 62<br />
[7v-8v] 71-72<br />
[9]<br />
[I ay] 6/70<br />
I I] 79/91<br />
[izr] 57/58<br />
[13r] 6o<br />
[14r]<br />
`Biblio ra hische aanteekenin '<br />
g g<br />
afdelingstitel: `De voedster'<br />
g<br />
BM29<br />
andersoortiglad g<br />
[Bm23]<br />
[Bm24.]<br />
30]<br />
systeemkaartje<br />
Y l<br />
titel: `De blind-geborene' g<br />
datering : g Zwi'na . 1 rde-de a Panne, ^ I 26-I 9 9 28 '<br />
afdelingstitel: `De voedster'<br />
BM22<br />
'Verantwoordingder oplage'<br />
DATERING<br />
BEWAARPLAATS<br />
BIJZONDERHEDEN<br />
Os m treeks maart/april 1928.<br />
4/17431; -r t/m 14 (Inv. ontbreekt)<br />
Ge<strong>deel</strong>telijkeee<br />
l drukproef P van Het berg-meer. Op wat oorspronkelijk p 1kde<br />
achterzijde 1 van de bladen was, ^ schreef Paul van de Woestijne 1 een <strong>deel</strong> van<br />
254 BRONNENLIJST
zijn 1 Franse vertaling g van K. Strecker, ^ Ein iihrun ^ in das atan Mittellatein (Berlijn, e 1,<br />
. ^ ' , .,<br />
1 9 28), die verscheen vals Introduction a l Etude du Latin Medi eval. Paul vana de<br />
es ti'n 1 e gebruikte debladen ee gg<br />
in will ede k uri e volgorde; hlhierbovene opgegeveng e even volgorde is i e base erd opo d de archivering a g in 1 het AMVC. Mv c. Er r<br />
den bladen van meerdere drukproeven g gebruikt: het blad b met eade afdelings-voedster' komto t t tweemaal voor (p. [iv] 2 ene [II v, en lIn<br />
titels 'De correcties<br />
l<br />
zijn zowel met paars P<br />
anilinepotlood p als met zwarte inkt uitgevoerd.<br />
A.A.M. Stols noteerde met eIn potlood zetaanwijzingen de BI h ` r bo g hl a p -<br />
sche aanteekenin g ' en de 'Verantwoording g der oplage', en bij i' l de pg pagina-<br />
a a<br />
nummers), ^ de teksten van de gedichten g liet hij l ongemoeid.<br />
H-1o4<br />
MATERIËLE 20 g enummerde bladen, I 3, 2 x 2I 2 cm. Eenzijdig )gbeschreven<br />
even met zwarte<br />
BESCHRIJVING J<br />
inkt.<br />
GEDICHTEN [i]-.2 BMIO<br />
3 BMI I<br />
4-5 BMI2<br />
6-7 BMI<br />
7 4<br />
8 BMI S<br />
9-To BM16<br />
II-I2 7]<br />
13-14 BM18 34<br />
15-16 BMI<br />
S 9<br />
17-19 BM20<br />
20 [BM29]<br />
DATERING 2 uli 1928.<br />
1 9<br />
BEWAARPLAATSI - 3 4 -I 47 9799 8-Ia t m - 3^ a• 4-6:4-147/97998-7a, 4 - 4 a en -8a Inv. i173)<br />
7 -I4-150/546 9 5 4-7 t m -I 9 Inv. I175)<br />
20 :een g inventarisnummer<br />
BI J z oN DERH DEN E Kopij KO 1 voor V 0 publikatie Ub in De gids ^ van september<br />
i 92<br />
8 63^op 2 ul1 1 van dat<br />
jaar aan de redactie gezonden. g<br />
Bovenaan het eerste blad schreef Van de Woestijne l `Gedichten' de<br />
g edichten werden romeins genummerd. g Onder het laatste gedicht g tekende<br />
de dichter met `Karel van de Woestijne'. l H.T. Colenbrander schreef op p het<br />
eerste blad : `Proef aan Karel vd. Woestijne 1 "La Frondaie" Zwijnaarde Zwin 1 rel bijb<br />
1<br />
Gent.' Later schreef een onbekende hand met roodpotlood p linksboven shove op<br />
het eerste blad `De Gids Sept'.<br />
H-io5<br />
MATERIËLE<br />
BESCHRIJVING<br />
GEDICHTEN<br />
I katern, avan I 4 ^7 x 23 ^0 cm. Drukproef Het berg-meer, ^ -<br />
^ g gecorrigeerd<br />
I geerd met<br />
paars anilinepotlood. I blad a o ontbreekt eet (pagina'sa g a s . S7 - S 8<br />
[I-21 49-50 [BM I ó]<br />
[3-4] 51-52 [BM I 91<br />
2 55 BRONNENLIJST
DATERING Najaar 1928?<br />
1<br />
[5-8] S S3 - S6 BM20<br />
[9] 59[Bmzi]<br />
IO 6o [Bmzz]<br />
[''1 61 [Bm23]<br />
I2 6z [BM241<br />
1 3 633 BM2 S<br />
i 4 644<br />
BM26<br />
BEWAARPLAATS 22-476/135937<br />
Inv. 181)<br />
BIJZONDERHEDEN Ge<strong>deel</strong>telijke ^ drukproef p van Het berg-meer. g Uit de tekstversiesen de<br />
o p1<br />
maak is af te leiden dat het een betrekkelijk late proef p betreft. b t Het tberg-g<br />
meer verscheen eind 1928.<br />
H-io6<br />
MATERIËLE 6 samengebonden g katernen, ^ I 4, 6 x 22, ,7cm. Drukproef p van Het berg-meer, b g ,<br />
BESCHRIJVING J<br />
beschreven met potlood. p<br />
GEDICHTEN BMI 011 [BM30]<br />
DATERING Najaar<br />
l 1928?<br />
BEWAARPLAATS Bezit J. Carton, Rijmenam.<br />
BIJZONDERHEDEN J<br />
Complete drukproef van Het berg-meer g<br />
waarin A.A.M. Stols tos laatste Yt o -<br />
grafische) g correcties aanbracht en zetaanwijzingen l g toevoegde. g Hij veran-<br />
derde ook de titel `De blind-geborene', g die zowel boven het preludium p als<br />
boven het postludium stond, ten onrechte in beideevallen g in `De blind-d<br />
gewordene' g 'g<br />
(ook in de inhoudsopgave). In de `Biblio ra hische aanteek e-<br />
nin g en ' de colofon bracht Stols nog g veranderingen g aan. Op de e voorzijdeo 1<br />
schreef Stols als aanwijzing l g voor de oplage van de bundel : `28 5 g+ io goede<br />
Pannekoek`I S^ 5 I goede g Japansch p o' en `ca. 31 5 omslagen g (goed g<br />
ex)'.<br />
Handgeschreven g aantekeningen g van Van de Woestijne zelf bevat de<br />
proef niet.<br />
Van dezelfderoeftekst bewaart het AMVC het slotge<strong>deel</strong>te vanaf p.<br />
p g p 49<br />
(22-47 8/1 3 6-a en -b, Inv. 18 . Het is echter niet gecorrigeerd en mist<br />
593 ^ 3 g g<br />
enkelega ina's van het laatste vel.<br />
p<br />
2 5 G BRONNENLIJST
Lijst van voorpublikaties<br />
I Europa 71 (mei 1 908), p. 97-99.<br />
Veren van den aanvang der lente<br />
I. `Mijne 1 vrouw en mijn 1 kind.' o Gij die, ^ sterkrer liefde omgord g I1<br />
II. Gij<br />
zijt J de goede g wakers die A2<br />
Toelichting: : `Mijne 'Mijne vrouw en mijn l kind' zou als opdracht bedoeld kunnen<br />
zijn voor beide gedichten, g ^ maar omdat het gedichtnummer g<br />
I aan de<br />
o p dracht voorafgaat, g is die beschouwd als alleen behorend tot het eerste<br />
gedicht. edicht, (In VW dl. z, ^ p. 7799-801, ^ laat Minderaa de opdracht p voor beide<br />
g edichten g gelden: hij verwisselt de opdracht p en het eerste gedichtnummer.)<br />
g<br />
z Groot Nederland 8, I I' uli I 10 p. i 6.<br />
J 9 ^p 5 S<br />
GEDICHTEN<br />
II Liederen<br />
I. Toen ik de reize heb aanvaard (68i)<br />
2. Zingen, g^ hoe de donkre wereld A[A3]<br />
3. o Van 't ongerept ontroeren (68z)<br />
III Stan en<br />
I.o dracht p ; `Aan eene vrouw'. Ik ben u moe. Gij 1 hebt mijn 1 traagste g<br />
hoopvermoeid [mm 8]<br />
2, [opdracht:]`Aan een jong J g dichter'. Treed in. Gij l die mijn l hoopen<br />
mijne J deernis zijt [A4]<br />
3. Het nacht-uur waakt;<br />
^ en 'k waak. – Wat zijt ge diep pen schoon MM 26<br />
Toelichting: g De eerste afdeling g van de publikatie p bevatte epische p poëzie p<br />
p. 39-50).<br />
Kopij: H- p J •<br />
S .<br />
3<br />
Dietsche warande & Belfort i i.II (oktober i<br />
9<br />
io ^ p. 22.5-22.6.<br />
VERZEN<br />
I<br />
[opdracht:]`Aan een jong l g dichter.' Treed in. Gij die mijn hoop pen mijne 1<br />
deernis zijt A4<br />
II In memoriam Jean Moréas.<br />
1. Uw aangezicht is bleek 'lik 't mine wordt. – Terwi 1 MM 2<br />
g 1 J 1 4<br />
z. Het huis is vol van u. De stilte weegt, verzwaard MMZ<br />
g ^ S<br />
257<br />
LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
4 Groot Nederland. I (januari 191i),<br />
9 )<br />
In memoriam Jean Moréas<br />
I. Uw aangezicht g is bleek 'lijk 1 't mijne 1 wordt. – TerwijlMM2<br />
4<br />
2. Het huis is vol van u. De stilte weegt, g, verzwaard MM2 S<br />
3 Gij brandt mijne 1 oogen g e toe, vgij gl brandt ba mijne 1 oogen g open p e MM 2 7<br />
4. o Trouwe vriend der oude dagen g A S<br />
S<br />
Zal ik rusten? A6<br />
6. o Gevangen eest eto en MM 28 g geest g<br />
Toelichting: g Kopij: H 8. Als toevoeging g g bij de groepstitel g p heeft het kopij-<br />
pl -<br />
handschrift : 'terwijl `terwijl ik waakte bij 1 een stervend man'. Deze toevoeging gg<br />
bleef in Groot Nederland achterwee. g<br />
S<br />
Dietsche warande & Belfort I2.I (maart 191i),. 2- p. 3 9 333•<br />
VERZEN<br />
I. Ik adem bij 1 de goden g (683)<br />
2. 'k Hadde uwijd ge j mijne ^ e allerschoonste logen g A[A7]<br />
3. Oud hart, dat niet bemind en heeft [A8]<br />
4. Ik dorst uw roerloosheid te naêdren (684)<br />
S Ach neen, ^ ''t en is de troost nog g niet (677) 6<br />
6. Anijs, l > anijs, 1 o plots p gerezen g (685)<br />
7. Ik heb de heemlen vol g gezien (676) 6 7<br />
8. o Schaêmle li efde-vlam, die brandt (686)<br />
6 Dietsc he warande & Bel ort 1 z.I I november I 9 I I ^ 3335 6- 6.<br />
VERZEN<br />
Uit In memoriam Jean Moréas<br />
a. Gij brandt mijne 1 oogen g toe, vgl gij brandt mijne 1 oogen g open p MM27<br />
b. Zal ik rusten? [A6]<br />
c. o Gevangen eest eto en MM 28 g geest g<br />
Toelichting: De publikatie bevatte tevens epische poëzie 362).<br />
^ p p p p3<br />
Kopij: H- i p l ^ 4•<br />
7 De gids 75.1 1,7 (december 1 9 1 I), p. 373-382.<br />
Het gelaat des dichters<br />
[motto:] 00 `En dr droef<br />
en fel'. Vondel.<br />
Beschouwgrauwend dit Gij 1 zult er vinden A 9<br />
I. Gij die 'lijk 1 een verwijt gaat wegen g in mijn 1 zwijgen lg MM I 2<br />
I I . We êr gaat g het v veege g licht der asters s bloeien MM I 3<br />
III. I Gij spreekt p s eet geeng<br />
wood woord, vrouw, v maar weent aan mijne zijde MM I O<br />
IV. Gij hebt te zeer van blijde logen g MM 9<br />
258 LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
v. Kind met het bleekgelaat, g ^ dat van uw wijde 1 blikken MM 5<br />
V I. Weêr staat mijn 1 venster open op den nacht MM I 4<br />
VII. Gij l die d mijn l7<br />
kommer-ziekte o in deemoed tegen-lachtM M<br />
Toelichting: ^ In het i<strong>nl</strong>oopboek van De gids ^ is op 2 augustus g III 9 de ont-<br />
vangst genoteerdg van `K. v.d. Woestijne. 1 e Het gelaat g at v el dichter e (Verzen)'.,<br />
en<br />
Daar wordt niet vermeld om hoeveeledichten g het ging, g g^ het is waar-a<br />
r<br />
schij<strong>nl</strong>ijk 1 dat ook de gedichten g va van de v volgendeg Gids-publikatie<br />
Gas d ika 9<br />
ertoe<br />
behoorden : het opschrift p en het motto boven de groepen g ee zij zijn dezelfde n<br />
nummering g loopt p over de beide groepen g e p e door. Bovendienis ovenel en in s nhet<br />
i<strong>nl</strong>oopboek p voor ^ g geen aparte e ontvangst g genoteerd. g e<br />
8 Onze ^ eeuw I 2. I 1 (januari 9 I I ^p 2 p. 150-151.<br />
VER ZEN<br />
I. Ter loonre zee met slappe zeilen [Aio<br />
II. Regen, regen in den tuin (688)<br />
9<br />
Degids g 76.117 (april 9 I I2 ^p p. IO 8-II<br />
7.<br />
Hetelaat des dichters<br />
g<br />
[motto :1 `En droef en fel'. Vondel.<br />
VIII. De tuinenalmen g in de walmen van den herfst s All<br />
x I . Vermitséen g dag g me ooit wekt en nog g deze oogen n open'<br />
[A 12<br />
x. 'k Hadde uewijd g ^ mijn ^ meest-geliefdelo ge n[A7]<br />
xi.<br />
De dag is moede en stil, s en de uren u e g gaan ve rbl ee ek n 2]<br />
xii. `In memoriam Renée Vivien.' Ik heb u nietekend g dan in dees<br />
nieuwe vreeze[mmz3]<br />
X I I I . Gijzult mij 1allen, allen kennen MM 2 I<br />
Toelichting: ^ Door de redactie van De ^ gids els ontvangen o g op p 2 S augustus a g 9I II<br />
zie de toelichting bij 1 7 . 'Vermits géen g ee dag g e me ooit wekt' AI2 verscheen een<br />
in afwijkende vorm in Vlaanderen 4 .I (januari 1 a I 9 o 6, ^ 2 p 2 2 - met 3^ a als s titel<br />
`Kleine Ode aan Constant Eeckels'. (Zie VW dl. ^P I . 671.) 7<br />
Bij 1 de p publikatie werd een voetnoot geplaatst: gp<br />
`Zie: De Gids, Decemberaflevering1911.'<br />
g9<br />
I0<br />
Groot Nederland i o. i I (oktober ii 2397-40i.<br />
9 ^p<br />
VER ZEN<br />
`Aan eeuw dei g .' e Ik wete dat ge g ontwaken zult, ^ dewijl 1 ik ' wake MM 4<br />
`Aan de eeuwi g -eeni ge.' Wanneer ik sterven zal (o glimlach g om de vreeze<br />
MM29<br />
Toelichting: Bij de publikatie werd een voetnootgeplaatst: `Uit : Het Gelaat<br />
1 p Gaat<br />
des Dichters, in bewerking.' g<br />
259 LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
II De lelie 4 (juli 1913), p. 349.<br />
Uit Liederen van Helena'<br />
v. Spot, die mijn 1 harte hardde, ^a als ijzer MM20<br />
12 Degids 78.1 (januari I I p. 187-195.<br />
^ 7 1 9 4^p<br />
g des dichters<br />
I. Dit wordteen g lent'. Geen dagen zal de smoore' ontrijzen ) e MM i 5<br />
II. Laat uw trage g wake duren AI 3<br />
I I I . Ik ben met u alleen, o Venus, roode star MM 16]<br />
iv.<br />
o Ziek, onzeker en onzuiver[NimI8]<br />
v. Ik weet dat ik mijn ) dood bereid, b<br />
a wanneer ik wil Al [A14}<br />
VI. Trots, die mijn harte hardde, als ijzer[mmzo]<br />
V I I . Want neen :een s i't' e doem om wat het heiligst is A I<br />
g pl g g 5<br />
VIII. Treed in. Gij die mijn hope en die mijn deernis zijt A<br />
1 1 p mijn zijt [A4]<br />
Toelichting: In het i<strong>nl</strong>oopboek p van De gids ^ is op p 23 oktober I 93 1 dent o -<br />
vangst g g genoteerd van `K. van de Woestijne l Uit `Het gelaat g des dichters",<br />
in g ekomen bij lp poëzieredacteur ohan de Meester ^ tegelijk g 1 met een fra g-<br />
men t uit `De ontgoochelde g gast'. Betreffende dit laatste werd besloten dat<br />
de redactie zou Wachten op p den geheelen g roman'.<br />
91 0 p29 uni 1129 had Van de Woestijne W<br />
1 blijkenshet i<strong>nl</strong>oopboek p al verzen<br />
gezonden:gelaat `Het elaat des dichters (vervolg)', g^ deze werden volens g<br />
eenaantekening teruggevraagd. Het is niet bekend waaruit deze zending<br />
bestaane heeft; H-1 9 behoorde er vrijwel 1 zeker toe.<br />
Bij 1 de publikatie p werd een voetnoot geplaatst: gp `Zie De Gids, December<br />
1 9 11 en April P 112.' 9<br />
Kopij : H-31.<br />
I 3<br />
De nieuwe Amsterdammer nr.I januari i 16<br />
S3 januari 9 , p. S.<br />
Ik ben het eeuwig bed; het eeuwi -leê e [A16]<br />
g bed; g g<br />
Toelichting: Het gedicht is afgedrukt in facsimile, inclusief de ondertekeg<br />
g g<br />
nin van `Karel van de Woestijne' en de datering `Brussel io December<br />
g l g<br />
1 9 15: Het gebruikte manuscript bleef voor zover bekend niet bewaard; zie<br />
g p<br />
ook H-43.<br />
43<br />
' D e `Liederen van Helena' zijnoorspronkelijk lgedacht als onderdelen in<br />
het episch p e sc werk we `D 'De rt n S h Helena', a aa sc dat ea V n de Woestijne 1 e uitvoerig<br />
g<br />
bewerkt e enomgewerktheeft. In 1924 12 verscheen s het in Zon in den rug. g In<br />
de lijst 1 zijn de overige g `Liederen van Helena', waarvan er vier eerder in De<br />
lelie v erschenen niet opgenomen omdat ze van stonde af aan tot het<br />
epische g p plan behoorden. Desgewenst g raadpleg<br />
e men Minderaas<br />
aantekin en -<br />
g VIS dl. z, in het bijzonderpS<br />
p. 841-842 en 88 e.vv.<br />
260 LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
Van de Woestijne 1 verzorgde g in deze zeen pperiode eepoëziekroniekvvoor De<br />
naeuw e Amsterdammer. A Uit i h e t contact c met H.P.L. L i W in esshoofdredacteur<br />
g^<br />
ne het l d , zal ook het e idee voor de publikatie u e van het e gedicht c zijn<br />
voortgekomen, g n ^ daarvan zijn 1 n geen g<br />
gegevens gg bekend. De enige g referentie<br />
aan de publikatie komt voor n brief b van a Van de Woestijne W s je aan Wies-W<br />
sing, g met de zinsnede n •2 . Ik ` zagindeN. a N.R.Ct. . t dat a e het U U-gestuurde g e gedicht g<br />
in fac-simile -verschenen i . Dat s zal ook wel het geval g zijn zijnmet nog gandere<br />
dingen van mijne e inzending g van November. Van het honorarium ontvingg<br />
ik echtero nogslechts g o 3 gulden.' g<br />
I 4<br />
El se v aer ' s ^geillustreerd eallu maandschrift 26.I (februari 19 16 ^ p. I 2 S -13<br />
0 .<br />
Uit t Het gelaat g des dichters<br />
I. Van alle reis r i terug nog g vóór de reis begonnen g MM I 7<br />
I I Uren vann h harde<br />
macht, waar 'k in de zwartste nachten [mm i9] 9<br />
III. Eenvoudige arbeid, a als s een b brood dat geurt g en blankt A I 7<br />
Iv. Wij]<br />
de Armen die den Geest verzaakten [A18<br />
v V. Ik vraag g den v vrede e e niet : ik vraag galleen de rust MM z z<br />
Toelichting: Va Van de Woestine l zond de kopij pl aan Herman Robbers op<br />
2l 1ulil 9 I S^ ernaar verwijzend 1 met `Uit "Het Gelaat des Dichters" (Eene<br />
kleine e bijdrage in verzen: 6 bdz.)'.<br />
Kopij: H-39.<br />
I 5<br />
De gids g d 80.II (april I 9 16 ^p. I-Io.<br />
VERZEN<br />
` 0 pdrachteli 1 k sonnet.' Wij W l zijn gezaam g dezelfde haven uitgevaren g (746)<br />
Uit Het menscheli Jke brood<br />
Wnn Wannee r geteekend ^g met o<strong>nl</strong>oochenbare merken [MB]<br />
Uit Aan de eeuwige<br />
I. • Vervarelijk 1 festijn voor onverzaadlijk 1 dorsten [mm i]<br />
II • Zij l ligt g te bedde 'lijkik lig g te bedde MM 3<br />
III. Gij l de dieu, ^ Sstérker liefde omgord g MM6<br />
Iv. I k ben u moe. Gij hebt l mijn 1 traagste g hoop pvermoeid MM8<br />
'Epiloog.' Gij menschen , die misschien me in laetren tijd l g edenkt MM 3o<br />
Toelichting: g • In het i<strong>nl</strong>oopboek p oe van De g gids is op p 21 februari 116 9 de ont-<br />
vangst genoteerd e van `Karel vd. Woestijne. Verzen'. Ze werden al op<br />
g g 1<br />
I februari aan De Meester gezonden g met een begeleidende g (getypte) g Yp brief:<br />
2 NLMD : W 803/B. 3<br />
3 Bedoeld zijn enkele poëziekronieken.<br />
1 p<br />
261 LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
Heb Hierbij i r i' een e vrachtje v c ev 1 verzen van mij, 1^ voor den `Gids'. Ik durf op u rekenen<br />
om ze spoedig g geplaatst e aatst krijgen; te lg • I s nietdat en a ik er e zoo o vurig v g naar aa verlangen v a gn e<br />
zou, o zee gedrukt g t zien; te e maar 1 a omdat men een betrekkelijk-lang 1 gverhaal van<br />
tui 1^ dat iki e> eveneens s den e `Gids' s toedenk, aan en het overtikken is, dat ver-<br />
haal nog g voor Augustus g zou moeten verschijnen, 1 ^ daar het rond dien tijd 1<br />
ook in een boek van mij, 1^ reeds ter perse, p ^ verschijnen moet. – Mag g ik op<br />
uwvoorspraak rekenen? Hartelijk 1 dank.<br />
De Meester r z on d ze enkele<br />
le weken k e later a r e ndoor mederedacteur aano C eln-<br />
brander. r Deze moet e oe op p de e g gedichten hebben gereageerd, g g ^g getuige g een brief<br />
van De Meester van zo februari:<br />
Eenige g Gids-zaken. ...<br />
e Wo e sti'ne. 1 a ! dat is geen g kindereten ! Voor de huiskamer is[?]'t ?<br />
a1 l eree r st! Regelsg zijn e r verder, in, die eer verwonderen dan slaan met<br />
bewondering. Doch a alsgeheel!..Ẉie s deed het hem voor hier; > wie doet<br />
hem het n ! a . Dit belijden g^ van het lage, het weten[?] van het onvermi' -<br />
l<br />
delke 4 dit o ontleden van al a hetoverige(?)– dit smachten naar bevrijding,<br />
1 g,<br />
naar hoogers. r, De wilde ` en vrome v geest' ome g e uit st I t II pag. g 7 ? •,<br />
de 'bronst van<br />
Beenv z zang? – Dit is van de levens-doorlijdende, 1 levens-doorschouwende<br />
ppoëzie-die-meetelt.<br />
Er is isongedateerde nogvan een De rief bMeester e aan Colenbd-<br />
Colenbrander, waar<br />
sc h Ink 11 lI korte ote tijd dae<br />
1 latert geschreven. g<br />
eve Colenbrander .als e zorgt ac ls es r d ti e cre-<br />
t ag<br />
ris voor rdefinitieve rd ordening<br />
van de afleverin en. g De Meester vraagtg<br />
hem:<br />
Zet t je 1 v van Woestijne 1 zoo in April? p<br />
Ik heb<br />
ggeen e x xx de proef f zal a wel meekunnen met den courier der<br />
couranten 0 naar Brussel.<br />
Kopij : H-46.<br />
I 6 Elsevier'seïllustreerd geillustreerdmaandschrift 2. 7 I I (oktober i 9i 7^pp. z 8 i -z 86.<br />
VERZEN<br />
Chariten<br />
I. Gij zijt gedrieën die mij eert 47 z<br />
II. Marthai' g l^ en Magdalene g (420) 4<br />
Anterotische liederen<br />
I. Gij 1 zijt altijd de Naakte en de Verzaakte AI 9<br />
II. I Gij 11 zijt I d dees s roos, ^ – en 'k ben alleen met u Gz 38<br />
III . G Gij 1 1 draagt<br />
het g t gladde et g<br />
mom e der dood Azo<br />
Toelichting:.Van •<br />
g de Woestijne Wos 1 e zond de kopij pl aan Herman Robbers op<br />
28 1 juli z 97 I :<br />
4 Lees : 'onvermijdelijke,'.<br />
l 1<br />
262 LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
Ikbnzoo e vrij, 1, je 1 hierbij l voor E ` 1 sev i e r' s enkele verzen te sturen, s die ik<br />
In e u ntaanbeveel.W s Wil 1ze e ehebben, dan zou o ik je 1 e dankbaar aa zijn vooro<br />
spoedige plaatsing<br />
n. Kan a het<br />
in September, p ^, of, op z'n laatst, , in October? Ik<br />
zou er je zéer le dankbaar voor zijn.<br />
Kopij 1 : H-5o.BijH S 1 correctie<br />
e van de proeven moet Van de Woestijne 1 besloten<br />
hebb ewijzigen:<br />
n de indelingva vanbijdrage de te i'zi w en: in het kopijhandschrift<br />
vielen vijfgedichten, de vigenummerdg van 1 tot y v, alle onder de groepstitel g<br />
` Ant el rotisc h liederen'.Bovendien liet hi' de datering g `Pamel ^ Juli 9l, I I'<br />
geschreven onder e het slotgedicht, , in het tijdschrift vervallen.<br />
I 7<br />
roode zeil i (maart 1 920), .1- .<br />
9 ,p 3<br />
VERZEN<br />
Ikn be moe. u Gij hebt Gij mijn traagste 1 g hoop vermoeid MM8<br />
Gij hebt te zeer van blijde logen g MM 9<br />
Gij 1 spreekt geen g woord, o vrouw, maar weent aan mijne 1 zijdeMM I o]<br />
Thans ss is het al voorbij : de sluiers g<br />
zijngezonken MM II]<br />
Toelichting: De kopij p l voor e bundel De modderen man was uiterlijk 1 januari<br />
1<br />
I 9 Z o gereedH g e eed .Dee - o Dezelfdekopij o werd 1 ed gebruikt g voor de v or ublikatie<br />
In het tijdschrift, dat bij dezelfdeuitgeverij verscheen. 1 Omdat in het tijd 1 -<br />
schrift opvallendefouten o e debleven 1 nstaan s adie ook in de kopij voorkomen, 1 is<br />
het n nietwaarschij<strong>nl</strong>ijkda dat V an de W Woestijne 1 de tekst in Het roodezeil ^ zelf<br />
corrigeerde. g<br />
Aan<br />
het slot s ot van va de bijdrage 1 b a werd een e noot geplaatst: gP<br />
aatstUit 'Uit de "odde-<br />
M<br />
ren Man", een in het voorjaar 1 bij 1de Uitgeversmaatschappij "Het Roode<br />
Zeil" te verschijnen 1 bundel nieuwe verzen.'<br />
r 8 Het roode feil i (april i 9 20), p. 63-65.<br />
VERZEN<br />
Uit De modderen man<br />
De dag g is moede en stil, ^ en de uren gaan g verbleeken MMZ<br />
Zij lijkt te bedde 'lijk 1 ik lig g te bedde MM 3]<br />
Ik wete date ontwaken zult, dewijl ik wake MM<br />
g ^ dewijl 4<br />
Toelichting: Zie voor de kopij de toelichting bij I.<br />
g P1 g 1 7<br />
I 9<br />
Elsevier'seillustreerd maandschrift i .1 (april I 2 I p. 2 I -2 .<br />
^ 3 p 9,p 4 4 S<br />
V erzoeking van God<br />
I.m to ot :] "k Ben e hiergeweest, 'k ben daar geweest, g , 'k ben al de kapel-<br />
1 ekens naar geweest. Vlaamsch g 1 vo lk sleed. ' 'k Ben e hier'k geweest, s ben<br />
daareweest g G z 2 3]<br />
263 LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
IL [motto :] `Et statuit super etramedel P meos. xxxixe Psalm.' Wat<br />
weetij g van l kwetsuren G z 2 S<br />
III. [motto goed instrument. :] Marnix `Als van Sint een' Alde gonde.'<br />
Gelijk ^ het gonzend g blik s men van motoren G z 2 9<br />
iv.<br />
[motto . `E xu 1 tat i o eo r um, sicut ejus 1 u ui q devoret pauperemp<br />
in abs-<br />
cond i ta. H a bac u' c. Hethuis u s is s rondom d mij vol 1 sletten s en soldaten<br />
Gz28<br />
V.m tto oa :] 'Carpe diem. Hor tius.' 'k Zwelg g in versterven, , ik die van<br />
het heetst begeeren Az I]<br />
g<br />
T oelichtin : Kopij: H- . ^S9<br />
20<br />
Elsevier 'seïllustreerd maandschrift 2. I (mei I 2 2 p. 319-32.3.<br />
g 3 9 ^ P3933<br />
T enebrae<br />
I. . 'k Heb mi' 1 n emeer<br />
nachten m r doorbeden dan doorweend G z z<br />
II .G Gelijk e I ^ een hond od die e r et n len d draalt en druilt [Gz4]<br />
III.Eens<br />
groeit g t een boom uit mij, 1^ en e 'k weet denwelke G z z 4<br />
iv. . Ik heb bm i'n 1 zuiver v huis sgevuld g [Gz7]<br />
v. Gij 1, een g<br />
Vader wezen zult A22<br />
T oe l hta ac n g . Bij : l de inzending Inzen d 1 g van dezee gedichten g<br />
e voor Elsevier 's ging gg waar-<br />
c k ^<br />
schij<strong>nl</strong>ijke de brief waar Robbers r Ve r moed 1 ^zzboven b ovVan<br />
nde<br />
Woestijne 1 schreef:<br />
Vergeef mij mi dat u rwee ^ verzen e zend, e<br />
^ in plaats<br />
van v het sedert langg<br />
beloofde f opstel. o P<br />
. 5 Intusschen de verzenen die e ik U met d enzelfden P post aan ge-<br />
teekend stuur. r Zoo ggij l ze e wl wilt,<br />
^<br />
zoudt gij gl mij 1 ten t zeerste verplichten door<br />
p<br />
ze te plaatsen p in de April-aflevering. Redenen van pecuniairen P aard (ik ben<br />
oprecht)dw dwingenmij, g 1^ U dezen e d dienst te vragen. g Wilt gij gl mij 1 daar een<br />
woordje over schrijven?<br />
Hierop P sluit, ^l^ bij ontbrekenva van Robbers' reactie, e de volgende g ongedateerde g<br />
brief van Van de Woestijne 1 waarschij<strong>nl</strong>ijk aan:<br />
d Uv van harte voor de regeling g g met de verzen. Het eenvoudigste g<br />
ware, meen ik, , ze te laten ee zetten e en er mij ^ in Maart proef p van te laten zen-<br />
d e n. Dat is s voor mij l een e gelegenheid g eg<br />
om aan de administratie het honora-<br />
rium te vragen g tegen g ^ April. P<br />
5 Va n de Woestijne 1n had ala geruime g ' l tijd ggeleden ede toegezegd voor Elsevier 's<br />
een opstel p te zullen schrijven s l over George g Minne. Het zou gepubliceerd g p<br />
worden in het najaar 1 van 1 9 24 .<br />
264 LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
Onder r voorbehoud van de onzekeredateringva van deze e brieven,<br />
<strong>nl</strong>i'k ^1 t het<br />
erop r d t Van de d Woestijne<br />
1 n hiergedichten e ag<br />
inzond die geplaatst werden<br />
in de mei- e en n'<br />
Kopij : H-6r.<br />
2 i Els e vier's geillustreerd g maandschrift 3 2. I' 1 uni 9 22), .389-392.<br />
In voto<br />
I. Handen die vanoeden g wil G z 2 7<br />
II. Wielwaal, die van rijpe 1p kersen G z 42<br />
III. Zóó als aan 't stellig g stooten van 't getouw g A2 3<br />
Toelichting: De tegelijk kopij o i is 1 ve vermoedelijk met 1 te die g e l 1 voor et d e o 20 aann Rob-<br />
beszie<br />
rgezonden; toelichtingaldaar.<br />
22 De Vlaamscheids II (april i 2 3 2 5 -326.<br />
g 93^<br />
Liederen der bestendiging ^g<br />
I. Er is s geen g tijd. 1 Wat g st i r e n was [Gz37] G I I . Wie mij wat bloemen biedt, ^ en 't zoete weren G z 4i<br />
2 3<br />
Elsevier'seillustreerd maandschrift .I mei i 2 . 3 14- 3 16.<br />
^ 33 93^ 343<br />
Ultima<br />
I. Ik doe mijn 1 maal van zuivel, ^ brood en noten AZ [A24]<br />
I I. Gij moot g niet enog heen: n' b n e 'k geheel g van u bevaên A2 S<br />
III. Ik zet mij mi' naast mijn 1 naaste zuster io]<br />
Toelichting: g Opnieuw zond Van de Woestijne W<br />
1 de kopij pl voor meer dan een<br />
bijdrage. l g Op p nieuwjaarsdag 1 g93gg 1 9 2 3ging een kennelijkmeer dan gemiddelde g<br />
hoeveelheidedichten g naar Robbers:<br />
Met denzelfdenost p gaat, g aangeteekend, ^ g ^ eene bijdrage l g aan verzen voor<br />
6 Tussen de brieven van Van de Woestijne W<br />
aan Robbers die in de Universi-<br />
teitsbibliotheek Leiden bewaard worden, zijn er enkele die hetzij niet, het-<br />
zij l g ge<strong>deel</strong>telijk 1 (dag g en maand ^ hetzij achteraf door Robbers (jaar) 1 geda-<br />
t e erd zijn. Dat a de e hier geciteerde e brieven tot de voorbereidingen g van de<br />
publikaties p<br />
Zo en /21/behoren,i is z rwaarschij<strong>nl</strong>ijk n e wordt niet door<br />
(bekende)e gegevenson<br />
geven tegengesproken. Er zijn 1 in de correspondentie echter<br />
ook twee brievenenummerd g 488 en 49, die handelen over opneming p g van<br />
verzen in het najaar 1 van 12 9 i . Maar in die periode p verscheen in Elsevier's<br />
g geen p poëzie van Van de Woe sl ti ne. Feitelijke gegevens gg in deze brieven<br />
sluitenda ook dat ze tot de voorbereiding g van i 9behoren. Wellicht<br />
betreft het hier dus een e herroepen inzending. g<br />
265 LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
` Elsevlers '. k I zou ze o opsturen, ^t toen e ik je v ri e n eli'ke 1 k aart ontvin g. Ont<br />
van g voor Mevrouw en n' o1 u ook onze hartelijkste 1 wensen. ...<br />
Ik hoop h o dat t bijgaande i' lg verzen je 1 bevallen. Kunnen ze niet in eenmaal<br />
geplaatst worden, e , dan in tweema al. Ik hoop<br />
dat a hetvoor den zomer<br />
gebeurt, a dan o komen 1ze waarschij<strong>nl</strong>ijk a<br />
1 in een bundel. ...<br />
Nog g een n verzoek,<br />
k ^ met een n b eroe o op e gewone g n dienstvaardigheid. Zou<br />
de administratie van `Elseviers' ertoe te bewegen g zijn 1^ mij 1 het honorarium<br />
over deze e verzen (elf l bladz.) bbij ^ ontvangst te sturen? Ik zou dat geld g juist l<br />
gg goedgebruiken,^ kunnen n en zou lje ^ eer dankbaar zijn voor je 1 tusschen-<br />
komst. Li e f s t te sturen s e in Hollandsch a bankpapier).<br />
De ingezonden gedichten we rd u it ein d e l i 1k ver<strong>deel</strong>d d over drie e afleverin-<br />
en ^ zIe /24/ 2 e n /25/. S Het t is s onwaarschij<strong>nl</strong>ijk dat de door Van de Woesti' Woestijne<br />
bedoelde,nog<br />
bundel n 1 G God aan an zee ^e was;de s' dezeverkeerde e o dit moment in<br />
statu nascendii en verscheen een in november 1926. 9<br />
24<br />
Elsevier'seïllustreerd maandschrift .I uni I 2 p. 8 6- 88.<br />
^ 33 1 93^p3 3<br />
Ultima<br />
Iv. WI Wij 1 heffen in dee sheil' ge g vonte G z 1]<br />
Toelichting: Zie de toelichting bij /23/.<br />
25<br />
Els e'er's va geillustreerd ^ l maandschrift. 33 I I (augustus g I 92 3 ^ 9p. 8- I o i.<br />
Optima<br />
I. Gij 1 die ik d eel z m aa in mijne 1 eeuwigheid e g A26<br />
II. .We Wie m 1 mij bloemenbiedt, en 't zoete weren G z 4i<br />
III Sluit uwe oogen g op het licht Gz 33<br />
Iv. Er iseen g tijd. 1 Wat gistren g wás G [Gz371<br />
Toelichting: Zie de toelichting bij 2 .<br />
^ g 1 3<br />
26<br />
Orpheus I. (februari 12 p. 1 7-24.<br />
4 9 4^p<br />
GEDICHTEN<br />
Uit Supplementa<br />
I I. Gij G 1 rijst r 1 aan mij lg gelijk 1 een e vlinderen g van bloemen G z 3I]<br />
II.<br />
Gij zijtaltijd<br />
a 1 de Naakte e en de Verzaakte AI [A19]<br />
I I I Waar me e uw hulp p genaakte, g ^ en lachte G z 34<br />
iv. Schaduw in den schaduw zijn[Gz2i]<br />
1<br />
V. Zie, iki ben niet d n a uit uw hand geboren g [Gz4o] 4<br />
gedateerd :(1917-1923)<br />
Uit Geheim van den honig<br />
v. Gij zijt een bloem, ^ – en 'k ben alleen met u Gz 38<br />
II. Stilte is de stelligheid g die nooit begeeft g Gz 3o<br />
[gedateerd:] g I 93 2<br />
266 LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
T oelac ta n . Het initiatief f tot t an Vde Woestijnes<br />
1 medewerkingaan r heus<br />
redacteur is uitgegaan1<br />
van C, C.S. S Adama a a van Scheltema, van n heth tijdschrift.<br />
0 deI ns desbetreffende e verzoek antwoordde Van a de Woestijne l e op 7de-<br />
cember I z : 93<br />
U was zoo vriendelijk, uit mij 1 te noodigeng ntot medewerking e g aan het tijd-t<br />
i 1<br />
schrift 'Orpheus'.. ` p Toen o n U mijdienaangaande 1 schreef was ik op o reis zoo-<br />
dat ik I Uniet onmldde onmiddellijk 1 antwoorden kon. En bij 1 mijn 1 thuiskomst had<br />
Ik het zoo d ruk ^ dat van sc schrijven 1 niets kwam. Wil mij verontschuldigen.<br />
Hierbij<br />
rizendikUeeneb 1 bijdrage.<br />
1 ae, Ik g hoop dat p U ze ter opname p geschikt g<br />
acht, In welk g eva 1 ik Uer zeerdkbjn an aar zil ? voor plaatsing p g in de Febiaflevering,<br />
dit om redenen van n r ac ti h sc n eaard.<br />
ruar<br />
Aan a de laatste<br />
wens s is gevolgg gegg gegeven, } maar het honorariumliet onorarum na ver-<br />
scha 1 ni n g van het t 1 s ttijdschriftW<br />
kennelijk o zich wachten. Als Van de oes-<br />
t l 1g<br />
n e,<br />
op I 31 februari nog o <strong>nl</strong>e nietsontvangen heeft schrijft hij 1aan Adama van<br />
Scheltema :<br />
Mag g ik U vertrouwelijkv vragen, ga e ^ o om welken e tijd 1 – bij het verschijnen J of na<br />
een zeker r termijn, 1^ e de teve g uitgevers r van 'Orpheus' vade e vert n ehonoreeren, die<br />
In Uw tijdschrift (dat ik prachtig p g vind) verschenen zijn? 1<br />
Ik vraag r g U dit, omdat o ik volgende g<br />
week op reis g^ a en niet gaarne<br />
heb-<br />
ben zou dat die i kleine e e som hier e zou toekomen in mijne 1 afwezigheid. g<br />
Wordt het elk honorariumna nummer uitgekeerd, g ^ dan eU wilt mij 1zeker<br />
e<br />
wel de vriendelijkheideweJ<br />
bewijzen, 1 Uwe uitgevers g te verzoeken mij het<br />
bed r aervan g onmiddellijkate<br />
1 ngeworden, liefst in Hollandsch s bankpa-<br />
pier.<br />
Kopij 1 . Het e is s mogelijk g e J dat Van de Woestijne l tegelijk g 1 met de<br />
g e laatstegedichtene het tweede g ge<strong>deel</strong>te van `Het menschelijk 1 brood'<br />
inzond o H 6 S : het et papier is s op p een gering g g verschil van lengte g na identiek,<br />
e en Van de Woestijne W 1 gebruikte dezelfde inkt. Bovendien sluit de oorsp ron -<br />
kelt l ke nummering m g aan en dateerde Van de Woestijne 1 het niet geplaatste gp<br />
gedicht o d dezelfdewijze l als de opgenomen g g gedichten. (Zie ook k de ron B-<br />
1 st.)<br />
z27<br />
Dietsche warande & Belfort z 4 . I (maart I 9 z 4^ p. 1 93 -1 9 8.<br />
VERZEN<br />
I. Over de zee hangt g matelijk J te tampen p G Z i 3]<br />
II. Een vrucht, die valt[Gz6]<br />
III.<br />
Gij draagt g het gladde g mom der dood Azo<br />
iv. Die mi' 1 n linkerhand omvingert g [G z 3z]<br />
v. Wij 1<br />
zijn nog g niet genezen g van onze oogen g G z zz]<br />
V I. Er iseen g smart te groot g voor ons G z 43<br />
7 Lees : `zou zijn'. J<br />
267 LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
288 Derde winterboek wn van Wereldbibliotheek. 1924-192f. Amsterdam, , 1924.<br />
p. I16-12o.<br />
De ijeke danser<br />
I Ik kom, alleen, bij nacht, in deze zee-stad aan G z z]<br />
2. De zee wacht. Maar ik doemijn J deure e dicht t Gz1 4<br />
3. 3 o 'k Weet, , dat ik, onttogen g aan 't'<br />
orkaan G z i S<br />
4. 'k Heb noodloos door den boom ggeboord Gzió<br />
Smodder, Harde guur krystal Y Gz S<br />
II<br />
I. . Gij 11 zijt z de dhond niet aan de deur van uw geluk g G z 7<br />
2. Uw eenzaamheid?s – Gij 11 zijt als die wolvin G z 18<br />
3. Nimmer zult ge g 't'<br />
licht beletten Gz I 9<br />
4. 4 En o0 hoor uw hart : hoort gij gl uw hart niet slaan? G z 20<br />
Toelichting: ^ Het initiatief tot Van de Woestijnes medewerking g aan het Derde<br />
winterboek bk<br />
van de Wereldbibliotheek kN. is uitgegaan van van Suchtelen, e die<br />
aan het hoofd s stond van uitgeverij g 1 De Wereldbibliotheek. W Van de Woes-<br />
tl 1n e toegezegd hada a1924<br />
toen hij hij 0 22 maart 12 9 a n Van Suchtelen e<br />
schreef: 8<br />
Hiermede gaat, g i aangeteekend, g ^ het gedicht, g ^ dat gij gil zoo vriendelijk 1 waart mij 1<br />
te e vragen v voor Uwe `Winterboeken'. Het omvat, zoo als a U ziet, negen ^ bad<br />
1<br />
zijden.<br />
1<br />
Toen ik U, kort o t geleden, g e e ^ mijne 1 medewerking g toezegde, e g^ was s ik zoo vrijv l 1<br />
U te verzoeken, mij 1 het honorarium over deze bijdrage 1 g – in casu S4 guldeng<br />
– te sturen bij ontvangst g der copy. Y Ik ontving gg geen antwoord, waaruit ik<br />
instemmingg afleidde. Wilt U zoo vriendelijk 1 zijn, 1 mij mi' deze som te laten<br />
3 geworden, liefst in Hollandsch bankpapier? 0 o dezer ga ik e-e voor z ke<br />
ren tijd 1 van huis u s weg. Ik durfvertrouwen dat bedoeld t bedrag intusschenen<br />
g<br />
in mijne handen is.<br />
l<br />
Met `hetedicht' g bedoelde Van de Woestijne gehele 1 de g groep g p`De zieke<br />
danser'. Het honorarium werd bepaald P aan de hand van het aantal pagina's pg<br />
van o de kopij p 1 (of van het aantal g gedichten). De p publikatie zelf besloeg g ec h-<br />
ter S pagina's pg a omdat de gedichten g werden gestapeld. g P De kopij pl is onvolle-<br />
di g overgeleverd. g<br />
De verschijningvan het Winterboek werd aangekondigd in Nieuwsblad<br />
voor<br />
den boe handel van z 1 oktober 12 94.<br />
Kopij : H-68.<br />
8 NLMD :. W 803/B. 3<br />
268 LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
29 De gids 89.1v (december 1925), p. 304-313.<br />
GEDICHTEN<br />
Tot i<strong>nl</strong>eiding van het Gedicht<br />
I. . Wanneer, g e t ee kend met de o<strong>nl</strong>oochenbaarste merken [MB]<br />
II. Doch waar, zijne 1 e o oen g groot g o maar de aedren aan het paars een MB<br />
Ua t het h Gedicht<br />
I. Dea d schuift g s voor den Dag g gelijk g 1 een lucht vol rozen Gz44<br />
2. Diep aan uw hart, diep p in uw haar te zullen slapen p G z 9<br />
3. o Blik vol dood en sterren[Gzii]<br />
Ik droom uw droom; gij droomt mijn droom. Wij beiden G z 8]<br />
4. vgl 1 1<br />
Toelichting: ^ In het i<strong>nl</strong>oopboek p van De gids ^ staat bij l9 oktober 1925 95 de 2 ontva<br />
n st genoteerd g e van a 'Karel a van de Woestijne, Wbij l1<br />
Gedichten', ingekomen<br />
Johan de Meester.<br />
Kopij : H-7o.<br />
o Dietsche warande & Belfort 26.i (januari I 26 2-<br />
3 1 9 ^ p S S. 3<br />
GEDICHTEN<br />
`Nacht.' De nacht, de zwoele nacht heeft me als een wijn 1 bevangen Gz 3]<br />
`Glas.' Heb ikenoe g gu lief-gehad, doorschijnend g las? Gz 39]<br />
3 I Elsevier's geillustreerd g maandschrift 37 . I I (augustus g I 92 7 ^ p. p 109-114.<br />
De blind-geborene<br />
Weêr nadert de avond, want ik bad [BM I]<br />
Toelichting: g De inzending g van het gedicht g aan Herman a Robbers<br />
s geschiedde g<br />
na een verzoek van de laatste. Uit een aantal brievenvan va Van de Woeste 1ne<br />
aan Robbers, naar alle waarschij<strong>nl</strong>ijkheid s 1 1 daterend dut uit I 92<br />
6 ^ blijkt 1 dat t E lsvier'seïllustreerd<br />
maandschrift gedurende ene g e tijd geen plaats<br />
had<br />
e<br />
voor<br />
Van de Woestijnes 1 verzen. Eenmaal zond Robbers zelfs verzen retour,<br />
maar hij bood niettemin het door Van de Woestijne ^ gevraagde g g voorschot s ot<br />
aan. Voorproza p was wel p plaats. Op p 18 maart 97 1 z schreef Van de W oe s-<br />
tine 1 nog: g<br />
Het doet mij l genoegen g g dat ik U wat belletrie mag g zenden. De verzen houd<br />
ik dan maar voor me-zelf. Maar met d e nz ede lf post n p stuur ik U, aan ge tee-<br />
kend het eerste hoofdstuk vaneen roman.<br />
0 Ops<br />
26 maart daaropvolgendrr'<br />
corrigeerde i hij enigszin g s .<br />
Toen ik schreef: `Ik ho de verzen dan maar voor mi 1^ vergat<br />
g ik er voorlooi<br />
' aan toe te voegen.<br />
g e .Maar na plaatsing p g van al min l proza stuur ik u<br />
wel een kortgedicht g(geen reeks).<br />
269 LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
Er is door e Robbers s e en Van de Woestijne<br />
t e in deze e periodebetrekkelijk e drukr<br />
gecorrespondeerd, want a een maand a later 26 a april) laat a Van a de Woestijne<br />
1<br />
weten :<br />
In één van uw vore g e n brievene schreeft e gl gij dat een gedicht e c t va van mij 1Uwe<br />
l-<br />
kom zou zij 1^ nmits s het niet al a te lang a g was. (Gij 1 hebt mijzelfs e te dier gele- g- 1<br />
g enheid overladen va met lof: v van le vrienden als a gij gl ben ik daar zéér ee gevoeligg ig<br />
aan, al vrees ik dat juist onze oude vriendschap u al te welwillend w d maakt).<br />
Hierbij 1 nu gaat g zoo'n gedicht: g zes esba bladzijden 1 in uw tijdschrift. Dat a zal toch<br />
niet te veel wezen?<br />
Dat dit `De blind-geborene' g moet betreffen wordt bevestigd g in Van de<br />
Woestijnes } schrijven van io mei:<br />
Ingoede g orde de overdruk van mijn i 1 kroniekje ont v an g^ en 9 en met etenoe g -<br />
g en het nieuws dat a gl gij mijn 1 'Blinde' onder dak brengt. ...<br />
Zou ik U mogen g verzoeken, v e, mij } het honorarium over het Mei-kroniekje<br />
tevens over hetdicht ge te laten sturen? s Dat wordt dan samen fl. 55,<br />
nietwaar? (zo (6x6) SS =. Neem mij dit nieuw beroepp op Uw bidwil- ere<br />
li g heid niet kwalijk; w 1^ maar ik heb eb goed g o gebruik g voor deze som.<br />
Blijkens een notitie in de agenda g van i 97 2 H-8 2 ontving gan Vande W- oes<br />
tine 1 het honorarium van 7 z S frank al op p z 3 mei, dus ^ geruime g tijdvoor de<br />
publikatie in het tijdschrift. Daarover was niets beslist, want Van de Woestine<br />
schrijft op zz mei aan Robbers:<br />
1 schrijft P<br />
Een e a andere e e bede: : Mijn 11gedicht 'Blind-geborene' is het i<strong>nl</strong>uidend van mijn 1<br />
bundeletdie `H Berg-meer', tegen di g één n 'én anuari 1 928 verschijnen moet. Ik<br />
neem dusvrijheid,bi' d s de bij U aan n te dringen o Pplaatsing p g in den loop P van<br />
de zjaargang-1927.Di enDie zes paginaatjes z g<br />
} vindt i' gij wel voor mij! !<br />
Heter b -meer ^ was gereed g e in november i 928.<br />
Kopij: H-86.<br />
l<br />
32 Nu r (oktober 1 927), p. 43-46.<br />
De modder-haven<br />
I. . De koffen a an eb 1 eekt van ongebluschte lucht 2]<br />
g<br />
g<br />
II. Zou'n o wij w} geen g glaasken mogen g drinken? BM 3<br />
III.<br />
De meiskens uit de taveernen[Bm4]<br />
Iv. . Naar Oostland willen wij 1 varen BM S<br />
v V. Ik ben b t 'tgeduld g<br />
der b brooze e en lustelooze menschen BM6<br />
vI .MinGod 1 God, gl gij ziet e de zee d die e wemelt in mijne 1 oogen g BM7<br />
VII. Een zeil, eI een zeil! e ^ Zie e kdaa 'k daar geen zeil, gespannen BM 8<br />
> g > g p<br />
VIII.IkO en me eas als eenoo den ^ nacht verloren BM 9<br />
9 Van de Woest I l n e publiceerde p in d e mei-aflevering g van Elsevier's geïllu-<br />
streerd maandschrift een artikel over de schilderkunst van zijn broer<br />
270 LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
Toelichting: De opneming g van deze gedichten g in de eerste aflevering g van<br />
Nu, , dat a onder redactie stond van I. Querido en A.M. de Jong, waar-<br />
sc} schij<strong>nl</strong>ijk l het eg gevolg g van een eele<br />
uitnodiging. Tijd ns de voorbereidingen<br />
voor hun u nieuwe<br />
tijdschrift 1 s hebben t e e de redacteurs getracht s g ook o Vlaamsea<br />
auteurs tot medewerking g te bewegen. g Bij 1 de in dat verband veran in de corres -<br />
on de n i genoemde g1^<br />
t e namen eis i niet ie van Van V de Woestijne; W e wel echter e<br />
die van zijn vriend Emmanuel de Bom, ^ die mogelijk g l het contact gelegd g g<br />
heeft. Van de Woestine j stuurde zijn verzen aan Querido. Deze zond ze<br />
aan A.M. deon die g> niet onver<strong>deel</strong>d lovend was, zoals blijkt op p de<br />
enige g p plaats in de correspondentie waar Van de Woestijnes inzending g ter<br />
sprake p komt. Op p z8 augustus g I 9 27<br />
schreef De Jong g aan Querido:'' `De<br />
tweegedichten g van Keuls uso ontving g ik van morgen. g Ik vind zeprachtig.<br />
e<br />
Zuiverder enaver, g ^ mooier dan die van V.d. Woestijne.'<br />
: H-88.<br />
33<br />
De ^ gids 91.1v (november I 92 7^Pp. 182-192.<br />
GEDICHTEN<br />
I. De treinen blazen de aard het zuigen g aan der zeeën BM I o]<br />
I I. De zon ligt g in mijn 1 linker-hand II] I<br />
I I I. Ik heb dit hooger g oord gekoren g tot mijn 1 woon [BM 12<br />
IV. Ik weet : ik berg g iemand in mijne 1 woon o BMI 4 + BM I S<br />
v. o Vruchten-leê g e schaal, ^ o flanken rijkaan reuken BM I 31<br />
V I. Het is of alles nog ggebeuren i6] 6<br />
VI I . Aarde, > over-oude, ik ben van u gescheiden g BM I 7<br />
VIII. Nog g vóór de glans g van een dagen g 18]<br />
Toelichtin ^ : In het i<strong>nl</strong>oopboek P van De gids ^ staat bij 1S oktober I 97 2 de ontvangst<br />
g g genoteerd van `Karel van de Woestijne, 1 Gedichten'. Ze verschenen<br />
o p nieuw in hetzelfde tijdschrift, 1 ^ met uitzondering g van `o Vruchten-leê ge<br />
schaal'; zie6 3 .<br />
Kopij : H-94.<br />
34<br />
Dietsche warande & Belfort 28.1 (februari 1 9 28), .16 p 9-1 75 .<br />
ONUITGEGEVEN GEDICHTEN<br />
Uit De voedster<br />
Geur van het reeuwsche beest; ^geur van de beursche vrucht 1]<br />
Gebogen, en ach,gelijk g l den nacht gebogen g g BM 2 2<br />
Ik ben de hazel-noot. – Een bleeke, weeke made[BA424]<br />
'k Heb mij verlaten aan de druif en aan de roos BM 2 S<br />
'k Verzoek de zee s 'k verzoek geen g]<br />
aarde en hare vruchten BM26<br />
Ik ben (waar 't rijpend lp ijsde waetren heeft gezogen,) g g ^ BM2 7<br />
Geven, ^g geven! Alle vrachten B M 2 9<br />
10 NLMD :20I B 14<br />
271 LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
Toelichting: De aflevering g van het tijdschrift 1 t was geheel g e aan Van de Woes-<br />
tine l gewijd g l wegens g diens vijftigste J g verjaardag 1 g op io maart 1928. 9<br />
Uit de overgeleverde g kopij p l voor deze publikatie (H- 97)<br />
is 7 af te leiden dat<br />
`G e v e n , eve g n! Alle e vrachten' BM2 9 in eerste s instantie niet tot de bi-<br />
l<br />
dra gge behoorde.<br />
3S<br />
Elsevier'seïllustreerd g maandschrift 3 8. I I (augustus g 1 9 28),. p 9 8-103.<br />
De blind-gewordene<br />
In naam van Vader en van Zoon BM 3o<br />
Toelichting: Op 027 I unI 2 schreef 9 8 Van de e Woestijne W s 1 e aan Herman e Rob-<br />
bers:<br />
Ik stuur 1 je hierbij e 1 een gedicht; g c t, w wil je 1t 't voo voor E sev i i r? e Maar s aa dan moet ik<br />
je l vragen, g^P het te plaatsen in Augustus: in September verschijnt 1 het in een<br />
nieuwen b und l. e Dat azal wel kunnen, hoop pik : het is slechts zes bdz.<br />
lang... g<br />
Dit moet o betrekking e kk' g hebben op 'De `D blind-gewordene'.<br />
b g<br />
e<br />
3 6 De ^ gids 9 2.111 (september p 19^p<br />
9p.303-317.<br />
Z8 28),<br />
GEDICHTEN<br />
I,r Dete in nblazen e de a rd het e zuigen aan der e zeeën BMIo<br />
I I. De e zon ligt g in mijn ^ linker-hand BM I I]<br />
I I I . Ik heb dit hooger g oord gekoren g tot mijn l woon BM 12<br />
I v. Ik weet : ik berg g iemand in mijne 1 woon BM I 4 BM I 5]<br />
v. Het is of alles nog gg gebeuren BM 16<br />
V I Aarde, .Arde over-oude, ik ben van v u gescheiden BM I 7<br />
VII. Nog g voor de glans g van een dagen ^ BMI8<br />
V I I I . Thansaan g de wateren den hemel kleeden BM I 9<br />
ix. Me-zelf voorbij; 1^ me-zelven tegen g BMZo<br />
x. Geven, ,g even! Alle vrachten BMZ 9<br />
Toelichting: ^ De kopij pl werd door Van de Woestijne l op P 21 juli I 928 aan de<br />
redactie van Deids g gezonden; g ^ op p Sjuli l is de bijdrage J g in het i<strong>nl</strong>oopboek P<br />
g enoteerd. Van de W o estijne l schreef in een kort be eleidend g brief e 1 :<br />
Ik neem de ev vrijheid 1 Ue hierbij ene b bijdrage e te esturen voor `den Gids'.<br />
Wordtzij zij ter te plaatsing p atsida<br />
gaangenomen, n zoudt U mij door o pname in de<br />
September-afleveringte ten zeerste verplichten, daar 1zij in den loopdier<br />
maand in een nieuwen bundel verschijnen 1 moet.<br />
Zeven n van de hier hI e e g gepubliceerdegedichtenverschenentinmanden b I e eer-<br />
der in hetzelfde tijdschrift; 1 ^ zie 33 .<br />
Kopij : H-104.<br />
272 LIJST VAN VOORPUBLIKATIES
Variantenapparaat<br />
[MB] HET MENSCHELIJK BROOD<br />
0 OVERLEVERING CI: Agenda g H 33^ p , 1v en `memorandum' 9 ^-2 S januari 19 1. 4<br />
M I : Manuscript p H- 37,<br />
M2: Manuscript p H- 34.<br />
M3: Manuscript p H-35.<br />
C': Agenda g H- 4^91 2 januari en 277 april p 1916.<br />
M4: Manuscript p H-46,[1]-3.<br />
T' : De gids g 80.I I (april p 9,p 1 16 p. 2- S , 1 S<br />
C': Agenda g H- S 2 ^p. Iv.<br />
M5: Manuscript p H-65.<br />
6,<br />
M. Manuscript p H-7041-6].<br />
T 2 : De g gids 8.I 9 v (december 19S^p3439 2 p. 3 04- 3 09. /29/ 2<br />
M7 : Manuscript p H-77.<br />
D: Het menscheli ^ k brood, ^ p. p -16,<br />
S<br />
DATERING<br />
Eerstee<strong>deel</strong>te: g januari 1914; april/mei 1 9 15; vóor 1 februari 1916. Tweede<br />
ge<strong>deel</strong>te g : september 941 1 ?; 9 januari 1 1916 • omstreeks februari 1916; 27ril<br />
7april p<br />
116; 9 ^1 januari(?) 1918; ^ voor december 7 1923.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG `Het menschelijk t brood' bestaat uit twee ge<strong>deel</strong>ten g waarvan ontstaan en vol-<br />
tooiin g geruime g tijduit elkaar liggen. De eerste voorpublikatie p T I betrof<br />
slechts het eerste <strong>deel</strong>. In de overige g bronnen met de volledige g tekst is telkens<br />
een scheiding g tussen de delen g gemaakt: in M6door drie asteriskjes boven het<br />
g ^ in T 2 werden de delen romeins g genummerd. In M7 gebruikte g<br />
Van n de Woestijne 1 tweemaal een paragraafteken p g ete om de delen t onder-<br />
scheiden in D begint g <strong>deel</strong> twee opnieuw p met een initiaal, ^ op een nieuwe blad-<br />
zijde. 1<br />
Van de Woestijne 1 beschouwde beide delen als behorend tot éen gedicht, g<br />
zoals blijkt<br />
uit de `biblio gp ra hische aanteekening' g achterin God aanzee ^ waar<br />
sprake p is van `een gedicht g Het menscheli J k brood, ^ i<strong>nl</strong>eiding g tot De modderen man'.<br />
De vergelijkbare g l aantekening g in Het berg-meer ^ noemt `Het menschelijk brood'<br />
p nieuw `een g gedicht' , bedoeld als `i<strong>nl</strong>eidin g tot De modderen man'. In de corres-<br />
ondentie met A.A.M. Stols die aan deublikatie ppY<br />
in de reeks To the Happy<br />
Few (D) voorafging,s rak Van 1 de Woestijne van `een gedicht g in twee <strong>deel</strong>en,<br />
Het menscheli J ke brood, ^ ... da t eige<strong>nl</strong>ijk g l bedoeld is als eene i<strong>nl</strong>eiding g voor eene<br />
nieuwe uitgave van De(n) modderen man, ^ in den herdruk dien ik U hierboven, ,<br />
tegelijker teelijker tijd<br />
met God aan zee ^ en Het Bergmeer, ^ voorstel.' Tot slot was `Het<br />
273 VARIANTENAPPARAAT
menschelijk s ^ brood' onderwerp p van discussie toen André de Ridder zocht naar<br />
gedichten g voor vertaling g in een bloemlezing. g In een brief aan hem van 3I maart<br />
1 9 2 7noemde l Van de Woestijne 1 `Het menschelijk 1 brood' ongeschikt g voor opne-<br />
g in een dergelijke g l bundel `daar het slechts één lang gg gedicht uitmaakt'. 0Op<br />
g r on d van e dezeuitlatingen e van n de dichter wordt `Het menschelijk e 1 brood' als<br />
éen, zij het dan ook tweeledig, g^ gedicht g behandeld.<br />
II<br />
Handgeschreven materiaalgenese<br />
material van de enese van het gedicht g is fragmentarisch g<br />
overgeleverd.n In e carnets nes zijn ^ a alleen kleine e schetsene genoteerd ee die e de lengte<br />
van e een strofe niet of nauwelijks a 1 overstijgen, Jg<br />
of die bestaan uit enkele notities.<br />
Op p. Iv van het carnet van I 94 i werkte Van de Woestijne l aan een strofe die<br />
<strong>deel</strong>s een voorstadium v is van de latere regels gg<br />
13-16C I :A). Het fragment is<br />
waarschij<strong>nl</strong>ijk vroeg g in januari geschreven. g<br />
C I:A-+I -16 3<br />
i Wanneer 't voldongen kind gespeend van alle wanen<br />
g ,g p<br />
2 a zijn onschuld als verwerptp<br />
b kroppende pe o onschuld s d uit zijn schraa pg ' e keel verwerpt,<br />
3 a<br />
't levensbrood, dat bijt van 't zout der eigen tranen<br />
c op tpbijt g<br />
4 op En p<br />
het levensbrood zijnharde tanden scherptp<br />
c de gave g schittring g van zijn harde a tanden scherpt p<br />
C` :B<br />
c werd lager op het blad geschreven en met een li n tussengevoegd]<br />
g g J<br />
Op de plaats p die in de agenda g bij de week van 1 9tot en met 2 51 5januari 114<br />
voor aantekeningenbest bestemd w was `memorandum' noteerde Van de Woestijne W stne<br />
twee reels : g<br />
^<br />
l<br />
(I) a<br />
(z)<br />
b<br />
0 ] niets, dan in mij te voelen<br />
mi j1 n verbijstering 1 g [te voelen]<br />
de schater van een schitterenden sterrenacht [ -334]<br />
Op een bladpapier dv M I met verscheidene poëzieschetsen (onder meer voor<br />
[mm I7 ] en e MM I 9 en aantekeningen, g^ schreef Van de Woestijne 1 twee regels g die<br />
in Het men s cheli J ^b brood verwerkt werden M I :C . Een globale g datering gl lijkt<br />
mogelijkdo glikl door e enkele 1urnalistieke o notities die op phet blad voorkomen boven<br />
MI .0 (hett teken e gebruikte e Van de Woestijne W<br />
1 als scheidingg tussen de notitres<br />
: ` to r e d ee r en van Kat w i 1k dat tu ssc h nk e m o s t van Holland kan me e b er n-<br />
gen + voorste 1 van ontruiming, i mits mts neutraliteit + vermoedelijke tusscen h-<br />
sv van Italië'. Deze kwesties s speelden p in april-mei p 95 I I (het stoomschip<br />
K atw ijk 1 werd op p 414 a april p I 9 igetorpedeerd). 5gegevens De e evens laten de globale g<br />
datering g95 april/mei I I toe.<br />
274 VARIANTENAPPARAAT
^ :<br />
III<br />
M .0 ^E 6 J -66 • –^61-66]<br />
(I)<br />
Hij l bijt. – Vaarwel ! gl gij bleeke schuchterheid der maagd<br />
de<br />
die vreetgelijk een heete wonde aan elke vreugd<br />
g l g<br />
De nagenoeg volledige kladversie van het eerste ge<strong>deel</strong>te van Het menscheli k<br />
g g g g ^<br />
brood M Z bestaat uit twee bladen, beide briefpapier van het Ministerie van<br />
Wetenschappen en Kunsten. Van de Woestijne 1 gebruikte g de blanco b o achterzijde. e 1<br />
Het eerste blad is beplakt met vier stroken opapier, beschreven p p i r op phet h tweede<br />
is bovenaan éen strookpe g lakt. De stroken, van een anderepapiersoortn da<br />
het brief p a p ier waren beschreven voordat ze werden opgeplakt zodat de twee<br />
kladbladenezame<strong>nl</strong>ijk g 1 beschouwd moeten worden als een bewerking w gen<br />
uitwerking g van een eerdere kladversie, die dan bestond uit het totaal van de<br />
stroken. Het is natuurlijk niet uit te sluiten dat de eerdere kladversie v nog<br />
andere niet overgeleverde g ge<strong>deel</strong>ten g bevatte.<br />
M 2 kan slechtslobaal g gedateerd g worden. De stadia A en B zijn erin ver-<br />
werkt zodat de bladen vervaardigd g zullen zijn na 251<br />
januari 1 9 14. Van de<br />
Woestijne 1 kan er echter na I februari 116 9 niet meer aan gewerkt g hebben : op<br />
die dag g verzond hij de kopij pl voor De gids ^ aan Johan de Meester.<br />
Het blad briefpapier was onbeschreven toen de stroken werden aangebracht.<br />
Alle tekst is in donkerblauwe inkt, ,) zij het dat er verschillen in tint voorkomen.<br />
Het eerste blad is als volt samen esteld (zie ook het facsimile):<br />
g g<br />
I<br />
strofe<br />
strofe<br />
strofe<br />
strofe<br />
strofe<br />
2 strofe<br />
strofe<br />
strofe<br />
st ro fe<br />
3 strofe<br />
4 strofe<br />
strofe<br />
De kaders > I >3 2 en 4 staan voor de stroken papier pp die op p het eerste blad brief<br />
papier et buitenste kader) geplakt g p zijn; 1 ze zijn 1<br />
beschreven eve met respectieve-<br />
ectieve<br />
lijk vier, vier, een en twee strofen. Na het aanbrengen g van strook I schreef<br />
Van de Woestijne l een nieuwe strofe voordat hij de volgende g stroken aanbracht.<br />
Verder e werd op p het e b blad niete geschreven.<br />
275 VARIANTENAPPARAAT
4,4 r". Altee%<br />
1.4 ;k1,". .10<br />
;bet<br />
ite<br />
440. 1friafj d 0#,A<br />
t<br />
Av.-41;e<br />
t a 44144,4<br />
4 .<br />
I<br />
/<br />
' otIO, '' 44.Ae 16 1401.4..Z olfL" '1,..6 . .<br />
et iftir,.,/4 4( 4.ilec!'d fOr" - "frOt'.4.)<br />
£, '110:4 e, ./Wf - 0/ LIZ t b 1b176'141,1"<br />
-.. -- .....t...e., é #<br />
-4Le ,ec. 6e 44Z ,v4 ‘e-3/#90.4€4..1 '1".m4;:#1<br />
,rni.a.- °***u..4:e<br />
ei...4<br />
‘C - 44., 6.-4(26 -4.t1,0(<br />
0.4 e<br />
#<br />
444t..4 0..e#4‘<br />
""w4.0,<br />
e<br />
41;r1;?- 4, „44, #424'"":7 i, r.14<br />
4<br />
-<br />
444--<br />
4,41,<br />
"res:/ .14t4 44A,,.N1:61.:4,.. ..:41444.44<br />
, 0<br />
Manuscript met kladstadia van Wanneer, geteekend met o<strong>nl</strong>oochenbare merken' [MB], voorzijde.<br />
Het blad is met beschreven stroken beplakt (H-34).<br />
276 VARIANTENAPPARAAT
De v1-4 volgorde gg vanstroken de I- z 1 zoals ze aan<br />
zijn zijn opgeplakt is analoog volg<br />
o r de waarin a sin z ze r nwerden beschreven, besc de volgende even aantekeningen meten D . De aan -<br />
s gvan strook z op strook ook I is zeker; e de lijn 1 van de snede s e e komto ove overeen een<br />
esg enenkele lussen u se vanstaartlettersin de s lotre el van I zijn o 2 zichtbaar. b Dat<br />
rook 4 oors onkel l jk 1 o st strook 3volgde ge iswaarschij<strong>nl</strong>ijk, s<br />
h hoewel l aan n de<br />
bovenrand van s strook 3 nognet o g te zien e is dat Van de Woestijne W s e l d daar varianten v<br />
hadenoteerd g en doorgehaald, g die ^ hij hij bij het 1 knippen p klaarblijkelijkwenste te<br />
laten verdwijnen.4<br />
Daardoor is de rand onregelmatig. Strook is in de eerste<br />
kladversie duidelijk<br />
als laatste geschreven, misschien zelfs vlak voordat Van de<br />
bloes ti'ne 1 aan de collage g begon, g ^ omdat de zwarte inkt op strook 4en die van<br />
de tussen de stroken I en 2eschreven g strofe dezelfde licht afwijkende tint<br />
Hoewel op p de stroken I - 4 verscheidene doorhalingen<br />
en varianten voorko-<br />
men maakt het blad een betrekkelijk `schone' indruk. Dat geldt g niet voor het<br />
volgende,g tweede blad. Er werd tegen de bovenrand éen strook oogea geplakt 5 .<br />
De stroken 1-5 behoren te zamen tot een stadium dat ouder is dan de totale<br />
S<br />
tekst van M Z en vormen aldus stadium D in de ontstaansgeschiedenis.<br />
g<br />
M 2 :D<br />
i-16-4i-i6<br />
I<br />
2<br />
3<br />
Wanneer geteekend met o<strong>nl</strong>oochenbare merken<br />
,g<br />
a zijn leên nog g lastigg van den lijdelijken 1 1 groei, g<br />
b lasti g<br />
a 't argwanig g g kind in zich den eersten s drift voelt werken<br />
b [den eersten drift [in zich<br />
en schaad'wen, scherp, p^ zijn l plots-beschaamd p gestoei;<br />
e<br />
fstrofewit]<br />
S<br />
6<br />
7<br />
8<br />
9<br />
– wanneer zijn woel' ge nacht bezocht van de eerste wake<br />
,1 g<br />
'tewassen g kind zijn eerste vrees voor 't leven kent,<br />
kwell'ge g koestering, g^ koortse van zijn kake<br />
de eêlefijne Pl van zijnduistre naeglen g schendt;<br />
[strofewit]<br />
a – wanneer, doordeesemd van het eindelijk bevroeden,<br />
1<br />
I o doorkeend van 't wekkendif g der wildewetens-pijn,<br />
I I 't volvoerde kind zich woedend aan zich-zelf wil 1 voeden<br />
I2 a en, bleek en norch<br />
a nor sch het beeld van de' eigen g e geest g gaat g zI zijn; 1<br />
[strofewit]<br />
277 VARIANTENAPPARAAT
Ia-- 3 wanneer 't voldongen wa e tvo g kind, d ,gs gespeend e eed van a aewae alle wanen,<br />
14 zijn ^e schampere onschuld als een schande s van zich werpt;<br />
Ia p en op het levens-brood, tdat d t bijt bijtvan zijne tranen,<br />
wanneer ' ti<br />
d op p 't [levens-brood, ^ dat bijt van zijne tranen<br />
a voor 't eerst de schittring van z g gave zijng tanden scherpt. p<br />
b<br />
[strofewit]<br />
[r7-g8-÷2r-f2]<br />
1 7 a verzoeningg zijner zonde en vrijheid voor zijn vreeze:<br />
en dra [zoen] –<br />
b maar<br />
b en<br />
Ió<br />
daar staat, waart hij 1 ter twéede w beet zijn tanden wet,<br />
I 9 inéens, n onontkoomlijk-reede, e o t<br />
1 en uitgelezen,, g<br />
Zo een overvloedigmaal hem eindloos klaar-gezet. g<br />
–<br />
strofewit<br />
21 Hij eet. Zijn honger ziet geen vlijtig voor-jaar vieren<br />
2 g lg l<br />
1 Zijn g<br />
2 2 de l on vreugde edie ghij<br />
haat en die hem beurt.<br />
23 a De felpen e a anjer l e vunst van diepe en donkre vieren; ,<br />
b violier[die [diep] van fel en<br />
c f epes 1 n[violier vun t diepvan [donkre vieren ,<br />
24 de sleutel-bloeme t g geurt g gelijk l de perzik geurt; g ,<br />
strofewit]<br />
25 er is sg geen vliege, g^ er is g geen rietjen, rieten of zij galmen;<br />
26 a de zon klept, als een klok beklemmend; waar het licht<br />
b<br />
hem [beklemmend][,] n [als a s eeen klok • maar '[t] licht<br />
c die[hem] beklemt [klept] p<br />
1 277 a gaat gl glijden als een zijde al-over zijden halmen<br />
alijden gl d<br />
z8 a n veegtg<br />
de voe r n vet,<br />
uit het e meest-doorploegd gezicht;<br />
[strofewit]<br />
00^ kuit zijn[doorploegd]<br />
• 299 a hij weet: l door heel den dag g blijft b 1 t klateren en klaren<br />
b zijn 1<br />
3 o de schaterva van den schetterenden [4–B, sterre-nacht;, z<br />
2.7$ VARIANTENAPPARAAT
3 I a hij 1 weet den e nacht, , e die blankt van loe smen e appelarenp<br />
b ként<br />
3 2 w waaravond-schemer de w Jdie ijlt de' di ochtend-schemer<br />
d' r wacht;<br />
[strofewit]<br />
33 a Weldra zal aan den geur g der geluwende g grassen<br />
b weldra<br />
waar ruim het luimi hooi een liefde-bedde uit breidt<br />
34 g<br />
3 de e e der linden op de luwe winden wassen<br />
363 a die 't norsche min-gelaat g een nooblen avond wij. 1dt<br />
b [ I moede d[en]<br />
[strofewit]<br />
37 Hij weet het. Maar hij éet. – Zijn lijf 1 is vol van schokken.<br />
38 Er wringt een wrang genot in hem. Maar hij geniet<br />
3 g gg lg<br />
vooral de nieuwe pijn van een halsstarrig wrokken<br />
39 p l s g<br />
40 en 't vratig hongren dat g een g nieuwe vreugd hem g biedt.<br />
[strofewit]<br />
4 z a Hij Hij bijt. – o Nooit-bevroede geur g der nieuwe spijzen!<br />
b<br />
smaak<br />
4 2 a o Kalme en koene koorts, o kenen-kloovend vuur :<br />
a kloek e<br />
b<br />
kenen-klievend<br />
43 zijn tand-vleesch van het eerst besluit te voelen<br />
ijzen;<br />
44 a zijn zijnkeel te schra pen met uw'<br />
a<br />
[u]w échtheid, o Natuur;<br />
[strofewit]<br />
45 Uw echtheid, ^ die voorgoed g de arme ingewanden g ledigtg<br />
t<br />
46 a van al het zoet gezeur dat g kind van mensch nog scheidt; g<br />
b<br />
uit ver scheidt•<br />
Uw echtheid, als een vlam die zuivert en volledi t :<br />
47 ^ g<br />
4 8 a de kus, ^ mijn J vriend, ^ dien uwe ko pp ' e g weigring g gbeidt.<br />
a [de]n<br />
bstarre [<br />
[r.17-48 14 worden r. 2r- 2 J na tussenvoeging gg van E r<br />
De strofe die Van de Woestijne 1 tussen de eerste en tweede strook invoegde g<br />
rZ. I<br />
.was 17-zo), de eerste stap van p het bewerkingsstadium: g : M : E . De e r este-<br />
rende ruimte op het tweede blad werd e ggebruikt om met t veel doorhalingen ven<br />
hernemingen g het gedicht g te voltooien. In eerste instantie s schreef Van eW de oe s -<br />
279 VARIANTENAPPARAAT
tine 1 de regels g e s S3 3-64 - 4 (de laatste<br />
twee<br />
strofen<br />
daarvan worden omgewisseld) g<br />
s se en<br />
het tweeregelige begin<br />
van een volgende o 1 gp e e s strofe o M . Op deze plaats p werde<br />
het laatste hernomen, ^ waarbij de regels e g e s uit t s stadium<br />
C worden overgenomen; g ;<br />
ook in de linkermarge<br />
z,<br />
gnog werden e overdwars<br />
III<br />
twee strofen bewerkt M . E<br />
M 2.EI<br />
-- /7-20]<br />
1 7 a Dan in , de onzaligheid g der d ouderlijke zalen<br />
d[án][<br />
I<br />
I8 waar zijne zuster weent om zijneeenzelvigheid,<br />
1 9 dan staat — verzoeking g as van 1zijn angst-bekropen alem n<br />
20 verzet der ko pglg> ' e jeugd, zijn onwil voorbereid, ><br />
II<br />
M .E<br />
[I316-4J3-J6]<br />
S 3oe Hij 11 bijt. gekropen<br />
Zie hoe hijp bijt ! Ten laatsten h k g k en<br />
S4 waar, ^ heilig g als een s straf, de blinde b e kilte e mart, t ><br />
J^ éet hij, en laat den drank door zijne kele loopen, p<br />
S 6 a en la<br />
a voelt de sterkte rijze' in zijn al-wijzer hart.<br />
1 zijn al-wijzer a<br />
ftro ewit I7 -6o --> 6r-64<br />
S 7<br />
a Hij 11 bijt. Gebondeld staat zijn nek van s stijve staven;<br />
b [Gebondeld staat aldra in<br />
5 8 zijn aangezicht g wordt hard en klaar gelijk gl een schild;<br />
S9 a zijn zijnhoofd groeit, g ^ wijd 1 en diep, p^ eene veil' gge haven<br />
b [ I rein breed<br />
c r L wijd 1<br />
6o a waar eisch van bloed eneest engees tot weelde of wil verstilt.<br />
stroom<br />
[strofewit][6.1-64—>f7-6o]<br />
61 a Hij Hij bijt. bijt. Nog woelt g en werkt zijn l ingewand g van duister d duchten.<br />
aNó woelt g en werkt zijn zijn ingewand g van duister duchten.<br />
b en wrokt<br />
6z Maar, waar het voedsel vindt de wegen g naar zijn vleesch,<br />
,<br />
6a 3<br />
o verzuchten<br />
b hij<br />
b kent hij als een zijn verzuim veel te langg<br />
28o VARIANTENAPPARAAT
4.644,<br />
4.4,W<br />
, dr„<br />
f "/# ditOF<br />
EÇ,<br />
Axle (4 -74.44<br />
.41..ir ).41404w<br />
4, 44-1 es„ „vat?<br />
iod dik.t Jed" ,,,-A4o<br />
*itt,melo‘ yevzi7•001.<br />
ohileze evem.elle.;<br />
o4 4.m, 14 P1 49114:0944<br />
-ve r e.,1;<br />
64; iet/<br />
Agt4401 4IN 014044Aeo /re-*<br />
/74f<br />
4ey'4,,kifel.414,744/04,-<br />
tlerZe 444, iemt ivvei..741<br />
el;t.<br />
44(.4<br />
hea-, 2:24,4,4<br />
Manuscript met kladstadia van Wanneer, geteekend met o<strong>nl</strong>oochenbare merken' [MB], achterzijde<br />
[H-34].<br />
28i VARIANTENAPPARAAT
644<br />
a o pees<br />
b naar a iedre edese spiere sa spant e en davert e e iedree<br />
[strofewit; de strofe 61-64 werd later met een liin J voor strofe T7 -6o geplaatst]<br />
6a S Hij l bijt. b l<br />
En naar een zatheid zinkt in zijne l leden<br />
b N Nog g b [bijt l H i . 1 – [En] w[aar] w bij b l trage g [zatheid] zi 1 ne r [leden] *[lees : hij] hl<br />
66 a voor 't eerst<br />
b de spieren<br />
b<br />
b<br />
bete roeren voelt in zijne ko<br />
l<br />
wang<br />
z, II<br />
M .E I [61-664–C; 65-68–>61-68]<br />
65 S Hij i' 1 bijt. 1 . – Vaarwel, ar 1 gij ^gl bleeke b e schuchterheid s der maagden g<br />
66 die i vreet v gelijkg e l een h eet e wondeaan o a elke e vreugd: g<br />
67 hij 1 z let de e z le l '' g e listen sn door,die hem e belaagden<br />
g<br />
68 a tot tozoete z veiligheid i g d van o deugdg<br />
d<br />
a een gezalfde<br />
,<br />
[strofewit][ 69-72 -473-76]<br />
9 69 a en let z' . : hij h 1lacht. En waar hem o op p de lippen p<br />
b hi' 1<br />
b Maar hij h 1 Want nog g bibbert zij 1 n<br />
7o a een<br />
7 1 a daar h<br />
a de vloek dien hij 1 nietspreken e d ort *[lees : dorst]<br />
a<br />
d urft maar dien hij<br />
spreekt<br />
b<br />
weerhield<br />
c het woord [d]at dat<br />
en die zijn i ^ blik<br />
en hem verbleekt<br />
c nogg aserin g?<br />
a voelt hij 1 der tanden wal o ontglippen<br />
a<br />
doorbreken en door[glippen]<br />
b > thans, as [der tanden e wal doorbreken en doorglippen] doorli<br />
b t han s [voelt hij l> onweêrstaanbaar der tanden wal][doorglippen]<br />
b onweêrstaan der tanden wal doorlippen g ]<br />
72 a o en e lacht en verbleekt<br />
a<br />
a<br />
hij [verbleekt] e<br />
spreektp<br />
a zijn i 1 haaten e vloek, lok,waa waarvan hij lacht en dien hij [spreekt] s<br />
b [waar] r [hij] i 1<br />
van[lacht],de den v vloek die d eindlijk 1 [spreekt] p :<br />
[strofewit]<br />
2$2 VARIANTENAPPARAAT
73<br />
74<br />
75<br />
a vloek over wie hen<br />
a [ ]hem dorst 1<br />
a [ ] zoude in needrigheid ontvangen<br />
a [ ] [ ] schamelheid [ ]<br />
en hem in bange steryens-pijnen baren dorst<br />
a maar h<br />
a aan haar *boezen als s aan t leven-zelvenhangen g<br />
lees : boezem]<br />
b[ I 1 even -1ze f zouran gen<br />
7 6 en voeden met het gif g vana een te gulle u g le borst<br />
[strofewit]<br />
77 vloek over wie hem 't ' leven gaven g maar o onthielden; thlelden<br />
[77-80-47-80]<br />
78 a die, na het onachtzaam 0] plen en g v<br />
't' rood e scheppings-bloed<br />
p<br />
s- g b 1 onachtzaam-mild oa c taa z m mil<br />
geplengd gP e eg<br />
b [ I [onachtzaam-}gul g<br />
79 a zijn 1<br />
tot zuinigheid bezielden;<br />
bon verlangen 1 g k u i sc h met<br />
8o a<br />
b wier smalle teederheid zijn 1 liefde-kreitsrl ver<br />
[ I g t<br />
c en hebben van hun teederheid zijn •n hart g; verengd;<br />
f [ ] )<br />
d<br />
zijn liefde met hun u o teederheid verengd' e g d<br />
d<br />
[en hebben van hun teederheid<br />
eid zijn hart verengd<br />
l<br />
zijn liefde v a n [hun] smalle<br />
e [teederheide v een r g d'<br />
[en hebben van hun u teederheid'n zijn hart verengd<br />
l<br />
^,<br />
[zijn liefde]tot e o [hunu smalle teederheid e verengd] e g' d<br />
[strofewit]<br />
8i a vloek over<br />
b < o ><br />
82 b en<br />
óI<br />
82<br />
2,<br />
1V1 . E Iv<br />
[NI-84--8)--8674 I-88<br />
a Aldus het asering . 2<br />
a ter oudrer zaal, en naast de zieke wake<br />
a<br />
norsche<br />
a b [ ] en [norsch] al naastde<br />
c en waarde *ziek [wake]<br />
a b zijn zijn zieke zuster om zijn 1 barsche e weeldew e schreit<br />
c van zijne 1<br />
warsche schreit<br />
[wake]<br />
lees : zieke]<br />
283 VARIANTENAPPARAAT
8 3<br />
aldus o dat kind, md dat in zijn l n koene e kakea<br />
b [ ] 't tvo voldongeno g 844 b o hij vloekt; hij lacht; hij bijt. 1t<br />
c d espiere roeren voll<br />
c voelt en en en<br />
d voor tee 't eerst de svoelt,<br />
Tere roeren volt en vloekt; en lacht; en bijt.] t<br />
e de e sire e roeren voelt, en vloekt; en lacht; en bijt.] ^t<br />
[strofewit]<br />
[Ni-88-8.1-84]<br />
1 81-^4<br />
8 S<br />
a vloek op<br />
o geslachten<br />
a om den talm'gen tocht t der<br />
C2:F<br />
b<br />
fleemende[geslachten]<br />
86 a waar elk o doodt;<br />
a zijn ^nese e ê l t weelde eee in de eeg eigen kindren<br />
b [<br />
] telen g<br />
877<br />
a die<br />
o slachten<br />
a tot een vroomenot g zich zelf het keur-vee<br />
88 a [ o het Menschelijke 1 Brood<br />
a m aa r hém verboden 't heul van '[t<br />
D e b beidestrofen werden naast elkaar geschreven g in de linkermarge; het stro ewit is als<br />
gn ei tendeer beschouwd]<br />
IV<br />
Van n de W o est i'n 1 e werkte t de laatste<br />
twee<br />
strofen E dwars s in de linkermarg<br />
uit. Voor hij 1 de tweededaarvan v schreef, s trok ^ hij hij twee lijnen. 1 Ze lijken 1 aan te<br />
geven g n dat hij de eerste sstrofe uit Ely E (r. 81-84)voor 4 de laatste volledige g strofe<br />
III<br />
uit E (r. -8o 77 wilde w plaatsen, de en ^ e dat ze a in die volgorde e goaa<br />
moesten aansluiten<br />
bij l r. 72, ^<br />
waarmeedetusse<strong>nl</strong>iggende strofe althans o die 1 plaats at zou komen te<br />
vervallen. Ze is ook in de eindversie nietehandhaafd.<br />
g<br />
Omstreeks de tijd<br />
waarin het eerste ge<strong>deel</strong>te g van `Het menschelijk brood' vol-<br />
moet zijn l en de publikatie p in De gids werd voorbereid (dus de weken,<br />
eventueel maanden voor1 31 januari 1 16 9 ontwierp p Van de Woestijne een<br />
strofe, die verwantschap p vertoont met de opening p g van het tweede<br />
ge<strong>deel</strong>te. Op p zondag g9 januari 1 schreef hij in zijn agenda g (C 2) een onvoltooid<br />
g gebleven en later niet gehandhaafde g<br />
strofe (C 2 : F). Op p 27 7april p daaropvolgend<br />
noteerdehij als<br />
nog 1 typering Y van g het tweede ge<strong>deel</strong>te: g<br />
`Einde van "het Men-<br />
schelijke 1 brood" : Zang g der eenzaamheids-vervoering.' g<br />
Wanneer<br />
hij l aan a<br />
zijn slaap p de slagen g trager g voelt<br />
a maar harder naar m spannen;<br />
p<br />
b<br />
zou de aêren<br />
wanneer hij in ijs 0 zijn polsen koelt<br />
a die [ 0 der mannen<br />
b waar 't kind voor 't eerst w]<br />
de heete moeheid van [de] mannen<br />
2$4 VARIANTENAPPARAAT
Een kleine schets h die wel een g ge<strong>deel</strong>telijk t l vervolg g zou krijgen lg in het gedicht, g<br />
komt voor tussen e diversenotities op p een manuscript dat vermoedelijk omtrent<br />
februari6 191 gedateerd g ee moet worden, dus eveneens in de periode van of kort<br />
na hetao afronden n van heteert eerste ge<strong>deel</strong>teM3 eelte . Op het manuscrt manuscriptkomenp<br />
aan -<br />
tekeningen g n voor die e vrijwel 1w<br />
letterlijk zijn overgenomen g in de agenda g van 1 916<br />
op p 4 e en 1 o februari.(Respectievelijk`Wij e1 vinden onze gedachten g niet uit, , het<br />
zil onzegedachtend e die ons o s uitvinden' en `De kunst is niet nabootsingg van<br />
de natuur: het e is de natuur die e van a de kunst hare beteekenis krijgt'.) lg Met<br />
P schreef Van de Woestine Woestijne:<br />
M3:G<br />
[I-2-4.119-1'20]<br />
0 klaren<br />
hetolfer s en het vuur der volle dahlia's<br />
[<br />
0 kastanjelaren<br />
1<br />
Er bestaat e enige g overeenkomst tussen s deze passage p g en twee bijdragen 1 g van Van<br />
de Woestijne i'n 1 aan de e N.R.C., iV op p I 3 en 1 september S p 1 9 1 4. Hij spreekt p daar<br />
over respectievelijkr p evelijk 'bolle 1 `b dahlia's' ' en het schetteren van `het rood der dahlia's'<br />
(zie VIS d 1 . 8, 688 en 72). 7 Wellicht is dit beeld 94<br />
medio sseptember 1 1 voor<br />
Van de Woestijne 1 zo p pregnant g geweest g dat het zijn weg g vond naar `Het<br />
menschelijk brood'. g Als dat zo geweest is, ^ wordt de datering g van M3 nogg<br />
o nzek erder.<br />
Het laatste<br />
overgeleverde kladfra ment g dat tot de ontstaansgeschiedenis g van<br />
het tweede w <strong>deel</strong> van `Het menschelijk 1 brood' gerekend g kan worden, ^ is geschre-<br />
v en op p p. i v van de agenda g van 19 18 C 3 : H . Het zijnenkele regels g die de con-<br />
touren van waarschij<strong>nl</strong>ijk twee strofen verraden, ^ maar zeer schetsmatig. g<br />
C 3: H<br />
i Doch, waar de trane brandt ten krater zijner oogen g<br />
(2) [ 0 1<br />
(3) 0 mededoogen<br />
e oen ruimte]<br />
(4) 0 grijns[--->II2]<br />
(5) 0 [streep]<br />
(6) 0 1 vlakken wi'ns wijn<br />
-*IIO<br />
0 sinopel 0 de lucht van operment --* I16<br />
(7) p p<br />
b [ ] [[ 0 ] de lucht van] [sinopel] [<br />
III<br />
i<br />
M4is kopijhandschrift voor T geweest, g ^ M M6is kopijhandschrift P1i voor T2<br />
geweest.<br />
285 VARIANTENAPPARAAT
IV<br />
M 5 is een netafschrift van het tweedee<strong>deel</strong>te ge<strong>deel</strong>te van het gedicht. g Het heeft<br />
vermoedelijk <strong>deel</strong> uitgemaakt g van de kopij Pl voor Van de Woestijnes bijdrage 1 g<br />
aan Orpheus in februari 1 924,door hem ingezonden g op p 7december 1 9 2 3 . `Het<br />
menschelijk J brood' werd echter niet geplaatst. g<br />
Onder r het slot s van v het gedicht g in M 5 schreef Van de Woestijne s 1 '0 9S',<br />
r15)%<br />
maar deze datering g kan, ,g gezien de aangetroffen g fragmenten g in bronnen vanv<br />
latere datum, , niet naar de letter genomen g worden.<br />
VARIANTEN EN CI M', M 2, M 3 , C 2 en C 3 niet opgenomen)<br />
, , , , g<br />
CORRECTIES<br />
titel M4 T' Uit : `Het menschelijke Brood'<br />
M 5 I I Menschelijke I<br />
1<br />
I<br />
m6, 2<br />
, Tot i<strong>nl</strong>eiding g van het Gedicht<br />
M7 Het Menschelike j Brood<br />
D I I Menschelijk l I I<br />
De regels I-88 komen niet voor in Mf]<br />
4 I Wanneer, geteekend met o<strong>nl</strong>oochenbare merken<br />
I M T Wa ee e<br />
m-6a I I de o<strong>nl</strong>oochenbaarste h<br />
I-I64--D ,] I-16<br />
T 2-D<br />
,<br />
merken,<br />
2 m4, T' zijn leên nog g lastig g van den lijdelijken l l groei, g<br />
M6 hoe lastig nog g zijn g zij leen leên van I I<br />
I<br />
4 M , T en sc h' aad we nscherp,over ^ zijn zijn plots-beschaamd p gestoei; g<br />
M 6 -D schaduw werpen op<br />
0<br />
T. 5 M4, wanneer zijn , woel'ge nacht bezocht van de eerste wake,<br />
6<br />
M – wanneer<br />
T 2-D i I woel' gen<br />
6 M<br />
A44-7-2 T 't gewassen g kind zijn eerste vrees voor 't leven kent<br />
,D<br />
4 7 M ^ T I en – wk<br />
ell' e g koestering g – de koortse van zijn kake<br />
M -D en ,<br />
I I , I I<br />
8 M<br />
4 T I metde eêle ^ pJ pijne van va zijn 1 i d duistre s naegleng<br />
schendt; scen -<br />
6 ^ a<br />
M me<br />
* lees : met<br />
T 2-D met<br />
4<br />
9 M T I wanneer, e doordeesemd van het et eindelijk e e bevroeden,<br />
6<br />
M a —<br />
^<br />
do or ee semend<br />
*[lees : doordeesemd]<br />
b<br />
T 2-D – I I doordeesemd<br />
286 VARIANTENAPPARAAT
12 M4, T I nen, bleek en norsch, het beeld van de' eigen g g geest gaat g zijn; 1•<br />
6<br />
M -D I<br />
1 o<br />
[1-3-1-64–A]<br />
I<br />
3 M4, ^ T I wanneer e 't voldongen g kind, ^ gespeend van alle wanen,<br />
M6,T P – wanneer<br />
voldongen M7 I g<br />
I<br />
D i I voldongen g I I<br />
4 I<br />
144 M ^p^a<br />
T zijnschampere onschuld als l een n schande h van zich werpt; t –<br />
M -D I<br />
I 0<br />
1M4 5 M4, T I wanneer 't op p 't levens-brood, ^ dat bijtvan zijnetranen,<br />
2<br />
M T – wanneerI<br />
M7<br />
D I I<br />
16 M4-T 2 voor 't eerst de schittring van g zijn gave zijn gtanden scherpt p:<br />
M7 a I I;<br />
a<br />
D I I<br />
[17-2 0
23 M4,<br />
3 , T I inéens , en on o n koomli t l• k-r eede , en uitgelezen ul e ,<br />
M6,T 2<br />
0<br />
ineens<br />
M' D , ,<br />
244 M4, , T' een overvloedig e g maal a hem eindloose klaar-gezet.<br />
6<br />
M a I I overvloeg<br />
T2--D<br />
a[ ] [overvloe di maal g hem eindloos klaar-gezet.<br />
s<br />
z 5 M4 – Hij • eet. Zijn honger g ziet geen g vli Jg •ti voor-jaar vieren<br />
6<br />
M a °<br />
b<br />
T 2-D I<br />
I I voorjaar<br />
1<br />
I I<br />
voor-jaar I I<br />
1<br />
I voorjaar I I<br />
2 6 M4,1' de 1 jonge g vreugde e g die hij hij haat, aa en e die d e hem e beurt.<br />
6<br />
M -D I I nieuwe I<br />
I<br />
2 7M4-M' De fel en violier vunst diep van donkre vieren;<br />
7 P p<br />
D I I felle I<br />
I<br />
2.8 M4, T' de sleutel-bloeme geurt gelijk de perzik geurt;<br />
^<br />
g g 1 g ^<br />
6<br />
M a I I sleutel-bloemen<br />
a [sleutel-bloeme] smaakteli g 1 •k de perzik geurt; g ^<br />
T 2 I<br />
I<br />
M7 I I zooals I I<br />
D<br />
I I zóo als<br />
2M4<br />
9 T I er is geen vliege er is geen rietjen of zij galmen;<br />
^ g g^ g 1 , lg ^<br />
6<br />
M a I I vliegg rietje l I I<br />
arietje n 1<br />
T 2-D I<br />
I<br />
3 z M4, ^ T I gaat g glijdend g l als een zijde al-over zijden 1 halmen<br />
6<br />
M -D I I over de<br />
3<br />
^2 M4,<br />
^<br />
T' en veegt g de voren ook uit zijn 1gezicht;<br />
doorploegd<br />
6 2<br />
M , T<br />
uit ook<br />
M' D<br />
ook uit<br />
33 M 2, ^ T' hij weet : door heel zijn dag g blijft 1 klateren en klaren<br />
6<br />
M -D<br />
I I voelt<br />
34 M4 T' de schater van den schetterenden sterre-nacht; f–B , 2]<br />
6<br />
M -D I<br />
I sterren-nacht,,<br />
4 ^<br />
3 M -M hij 1 kent den nacht, , die blankt van bloesmende appelaren<br />
112-D I i kent<br />
3 G M4-T 2 waar de avond-schemer s wijlt 1 died e ' ochtend-schemer e wacht;<br />
M'<br />
,<br />
D<br />
de I I<br />
z88 VARIANTENAPPARAAT
I<br />
37 M4, T' weldra zal een den geur g der ge 1 uwenderassen g<br />
M<br />
6<br />
-D<br />
I I Pluimend-gele<br />
3 8 M4, T ` waar ruim het pluimig hooi een liefde-bedde uit breidt,<br />
MG<br />
I<br />
T Z I<br />
I wuivend I I breidt,<br />
I uit breidt,<br />
M7, D I 1 breidt,<br />
40 M4-TM 2 die e 't t moede e min-gelaat g 1 e den nooblen e avond d w i ldt.<br />
^<br />
M7 a ,<br />
D<br />
a<br />
4 i M4 hij wéet het. ^ Maar hij éet.– l eet. Zijn 1 lijf 1 is s vol v van schokken.<br />
o T I 1 I weet<br />
G ^<br />
M -D weet<br />
4 2 M4, , T I Er wringt g een wrang<br />
gg genot in hem. Maar hij lg geniet e<br />
6<br />
M -D i I door<br />
43 M4, T I<br />
^<br />
vooral de nieuwe pijn 1 van<br />
een halsstarrig g wrokken<br />
6<br />
M -D de nieuwei'n pl vooral I I<br />
44 M4-T 2 en 't vratig g hon gr e n a dat een n nieuwe vreugd d hem biedt.<br />
M7 a<br />
py<br />
a<br />
vreugd g hem biedt. be D I<br />
4 6 .<br />
45 M -M Hij 1 bijt. j – o Nooit-bevroede des smaak der nieuwe spijzen pl . !<br />
T 2-D I I Nooit bevroede<br />
49 M4 a uw echtheid, e diee voor<br />
goede g<br />
at [goed] de arme ingewanden g leg gt<br />
T' -D I<br />
I<br />
S o M4-T 2 van al het zoet gezeur g dat kind uit m e n sc hverscheidt;<br />
M7 aI<br />
I aanan<br />
verbindt;<br />
a<br />
D i<br />
aan[verischeidtki<br />
*[lees: uit of van]<br />
I van<br />
e 5 I M4 Uw echtheid, als een vlam die zuivertn en volledigt:<br />
g t. •<br />
T'-D uw<br />
5 2 M4 a den kus, ^ mi'n 1 vriend, ^ dien uwe kopp'ge<br />
w g e i e rin g g beidt. –<br />
b<br />
T' -D I<br />
I<br />
[I3-I64- E'I, 1316]<br />
S 3 M4, T'<br />
– Hij bijt. Zie hoe hij bijt ! Ten laatsten hoek gekropen<br />
M6, T z i<br />
M', D<br />
289 VARIANTENAPPARAAT
SS<br />
M4<br />
T'-T<br />
M', D<br />
eet hij ^ en laat den drank dak door<br />
zin 1 kele e e e loopen,<br />
I I dronk I I<br />
5 6 M4 en voelt e t de sterkte t e rijze'<br />
i 1 in zijn 1 al wijzer 1 hart.<br />
T I I<br />
I al-wijzer l I I<br />
6<br />
M a I I sterkte I I steeds vroeder hart.<br />
b de<br />
T 2-D I<br />
I<br />
[I7-6o+-ETI, 6r-64]<br />
57 M4, T'<br />
M6<br />
T2-D<br />
Nog g woelt en wrokt zijn 1 ingewand g d van duister duchten. h<br />
a Noch<br />
aNó woelt g en wrokt zijn zijn ingewand g van donker n duchten.<br />
5 8 M4-T2<br />
M', D<br />
S9<br />
Tt<br />
M6-D<br />
6o M4, T'<br />
0<br />
a [<br />
P-D I<br />
Maar, waar het voedsel vindt de wegen naar ) i zijn n vleesch, ,<br />
1 van I I<br />
kent hij als een verzuim zijn e<br />
vee l te lang g verzuchten,<br />
naar iedre spiere p spant e en davert t edeees. i r p<br />
a en<br />
sp<br />
] [p]ees.<br />
633 M4, T' zijn brein groeit, g ^ diep p tot eene veil'geg<br />
e havenh<br />
6<br />
M -DI I diepp and rond I I<br />
66 M4 , T<br />
M6<br />
P-D<br />
die vreetgelijk een heete wonde aan elke vreugd:<br />
gl<br />
a I I vreed<br />
a[vree]tj geli k een heete wonde aan elke vreugd .<br />
67M4-T2 hij ziet de ziel'ge listen door die hem belaagden<br />
7 hij g , g<br />
M' D<br />
I I door<br />
68 M4, T' tot zoete veiligheid<br />
i g eid van een gezalfde g deugd;, g<br />
,<br />
M6 -D<br />
eene zaal'geg I I<br />
6 9M4 T. hij voelt e e den zwoelen z drang der zwachtlen gdie le hun zorge<br />
m6,<br />
T2 I I druk<br />
M7 a<br />
[GI-G¢E-E", I7-6o]<br />
III<br />
[6f-664--C; 6 J -68^E ^ 6J68<br />
D I<br />
a r L,<br />
I<br />
7 o M4<br />
a vol zalve om zijn vermoede'<br />
en zijn 1 w<br />
a verweezen wond :<br />
T' -D<br />
290 VARIANTENAPPARAAT
I<br />
7 2 M4-M'<br />
D<br />
onthoudt te heet e en drank<br />
a k aan deze' z e onschuld'gen s u e g<br />
n mond! .<br />
I dronk 1<br />
I<br />
X73-764___Eirr 69.72I<br />
M4 - Maar 1 hij hij lacht. j Want waar nogg bibbert t op pzijn l lippen i<br />
T'<br />
nog<br />
6<br />
M a I lacht .,,<br />
a thans. s Waar nog b bibbert bbe ^ t op zijn lippen<br />
T 2<br />
M7 I lacht<br />
t I<br />
D<br />
I lacht<br />
nog<br />
I lacht<br />
74 M4 T' het woord d dat i hij weerhield<br />
1 led 1 en e n nog<br />
gl zijn ^ blo blikverbleekt:<br />
6<br />
M a ver[x]<br />
7S<br />
a {<br />
T 2-D I<br />
] [ver]bleekt:<br />
M4<br />
M thans voelt hij, l onweerstaan '<br />
der tanden wal w doorglippen gpen<br />
T'-<br />
I I onweerstaan<br />
p<br />
767 M 4 ^ T' zijn haat t waar w a 1 hij van l lacht, den ^ vloek die eln d hk 1 spreekt; p t ;<br />
m6<br />
I I *spreekt, lees : s pnekt<br />
T 2 I I;<br />
M' D I<br />
I *spreekt,<br />
I<br />
X77804-E1-1r 77-80J<br />
77 M4<br />
a vloek over wij 1<br />
a [w]ie hem 't levena g en v maaronthielden;<br />
T'-D I<br />
I<br />
7<br />
8 M 4 > T' die, > 't r scheppings-bloed ppg s b 1<br />
onachtzaam-gul<br />
m e g en gp geplengd,<br />
g<br />
6 2<br />
M ^T lo I<br />
M' > D<br />
I, I I<br />
I<br />
8o M4<br />
n hebben vanh nu teederheid zijn atveen<br />
1 hart verengd;<br />
T'" zijn I I<br />
6<br />
M -D I I hun I I zijn I l<br />
I<br />
[NI-84 4— Ely 81-88]<br />
82 M4, T' waar elk zijne e^ ste weelde in de el eigen en telgen en doodt; d<br />
6<br />
M a<br />
T 2-D I<br />
b woede<br />
833 die een vroom genot g<br />
zich-zelfzelf het keur-vee veeslachten,<br />
T' I I zich-zelven 't'<br />
I I<br />
6<br />
M I 1°<br />
T 2-D I<br />
I slachtten<br />
I<br />
291 VAR IANTENAPPARAAT
84 M4 a maar hém e verboden 't heul van 't M e n ch s e li' k e brood... o<br />
a B r o od.. .<br />
T'<br />
6<br />
M a I I brood...<br />
T 2-D I<br />
b B r o od.. .<br />
l<br />
I<br />
[8J-884- Ely, 8r-8¢]<br />
S 5 M4<br />
a – – Aldus ter ,e oudren zaal, en waar de zieke e wake<br />
a o<br />
T' I<br />
6<br />
M a i I ouden<br />
T2-D<br />
a oud ren zaal, en waar de zieke wake<br />
I<br />
86 M4<br />
T'<br />
M6<br />
T 2--D<br />
a van zijne l zul<br />
a[ I [zu ter s om zijnwarsche weelde schreit,<br />
I I norsche I I<br />
warsche I I<br />
norsche I I<br />
87 M4<br />
T'<br />
MG<br />
i<br />
a – I<br />
b [<br />
T 2 I<br />
--ldus a^<br />
't voldongen kind dat in zijn koene kake<br />
I voldongeng<br />
I voldongeng<br />
verloste [<br />
M' I 1° I I<br />
D I I verlóste I I kaken<br />
4 ^<br />
88 MM -spieren r deroeren r n o l en vloekt, vet ><br />
en velacht, > en , bijt. ) t<br />
T 2<br />
I...<br />
M'D ^ I I.<br />
S M 6, T2, 7 M M T M D r. 8 9-1 2<br />
[Hier eindigen M 4 en 11'; hier begint MI]<br />
g g<br />
8 9M 9 5 Waar 't kind, ^1 zijne oogen g ggroot, ^ maar de aderen aan 't paarsen p<br />
6<br />
M -D Doch waar, I I aedren I I het<br />
]<br />
I<br />
9 1 M5<br />
M6<br />
T2<br />
M7<br />
D<br />
a<br />
a<br />
a<br />
a<br />
de mond van 't malen lam der ossen en der vaarzen,<br />
I moe I I,<br />
] lam [<br />
i<br />
I [xxx]<br />
I lam der ossen s en e der vaarzen<br />
292 VARIANTENAPPARAAT
IM<br />
9 2 M 5<br />
en beu heth hart t a dat om<br />
zijn 1 beu begeeren geren boet; -<br />
G<br />
M a<br />
2-D<br />
a<br />
beu rh<br />
a eur sc h het e a hart t dat om z zijn ^ beu begeeren boet; ,<br />
5<br />
9 3 M waar 'tt kind, > waar hetotman a geworden g kind, zijn ijlen 1<br />
A46,T2<br />
- waar I I man<br />
M' D<br />
M 94 M 5 en broozen a e kop aan zijn l vr<br />
t verbreede vuisten legt; g,<br />
6 2<br />
T<br />
in I I<br />
M' D<br />
969 M 5 maar van geen g koele besluit zijn 1 droom<br />
tot daad beslecht; -<br />
0-Ḏ DI I koen I 1 0<br />
97 M 5 waar t gretig 't g gkind de heete moeheid kent t der mannen; F>4<br />
6<br />
M -D - waar<br />
98 M<br />
5<br />
T g<br />
2 waar 't oudekind vergéefs v ee ter beê zijn vingren<br />
vouwt,<br />
M7 I I vergeefs g<br />
I I<br />
D<br />
óude<br />
99 M 5 vergeefs ter offer-daad o a zijn stugge spieren spannen, P<br />
G<br />
MD<br />
I Iofferand<br />
IOI M5<br />
G<br />
M -D<br />
onrustig-moedeloos;do door 't t woelen eg der gedachte<br />
5 hij, bittre, voor de strakheid zijner nachten<br />
103 M M 6 wanneerb e voo e e<br />
3 ^1> 1<br />
T 2 -<br />
M7,D a I I door I I<br />
e erinnringin 104g M 5 -7" 2 d rinnr' aan zijn<br />
waan door 't felst ontkennen mengt: g<br />
M7,D I<br />
I felste<br />
5-<br />
107 7 M T 2 ten disch daar ieder maal zijnwalgen g zag gvermeêren<br />
M' D I I, I<br />
I<br />
18 0 M 5- M ' en elk geleêgde g g dronk door zijneslaap p rammeit,<br />
D<br />
I I g eleê gden<br />
I 10<br />
M 5 en 't zure kleed, gedrenkt ^g met droesem woel' en g wijns; 1<br />
6<br />
M-DI<br />
I schalen I I<br />
I 16 M 5 zijn a hallen zbouwt, 1^ u waar t aan r an de koele e domen slingl<br />
a[ ] [slin gren<br />
6<br />
M -D I<br />
I om I I keelen<br />
293 VARIANTENAPPARAAT
I I 8 M'<br />
M6-D<br />
a in 't zeven-tonen ?]<br />
a z eve ntn o g i goud g odvan 't ulvren stralen-waas,<br />
ul vrend<br />
I 21I<br />
M 5- M o Kalme weelde, d o teederheid der fulpen p tuinen<br />
D<br />
[ H 9- /-204--G, ^ 1-2]<br />
M' I 22 5 a o vijvers 1ves<br />
waar een zilvren rust haar<br />
a<br />
h eur reven viert:<br />
6 z<br />
M T<br />
haar<br />
M' D I I, I<br />
I<br />
I 233 M<br />
5 ; hij 1 ziet U niet ^ hij 1 1 ziet geen e lieve schauwe schuinen<br />
G z<br />
^<br />
M T u<br />
schaawe u<br />
M' D I I; I<br />
I<br />
I2 4><br />
M 5<br />
die trede aan trede, de e uren rond, heur sluiër sliert<br />
.A4<br />
6M- 7 I Ihaar I I<br />
D<br />
sluier<br />
I2 5 M5 - T2<br />
terwijl 1 de g groote zon heur tra g e- groeiënde orbe,<br />
M7,D haar trage-groeiende gg I I<br />
I26 M 5 - den w I 1 d ve rz a den wereldeld ' m o naar , aa 't Westen schrijft, l<br />
6<br />
M a wered<br />
a<br />
[were]ld d ' o m naar a 't Westen W schrijft, ^<br />
T Z I<br />
M' D I<br />
I om<br />
I<br />
I 27 7 M 5 en ook zijn 1 lippen maalt in 'tt ppeerlend e rood der sorben<br />
M<br />
6<br />
-D I Idruipend I I<br />
I28 M 5e n ná haar dood in zijneharen marren blijft...<br />
1<br />
G 7<br />
M -M nog g in zijn 1<br />
D i i na 1 1 nóg<br />
I 29 M $- M Hij l ziet het niet. Hl Hij l zu cht . Verguurd g in winter-kaemren,<br />
I zucht<br />
D i<br />
I 303 M 5 T 2 zijn wil alleen gestut g aan zijne 1 ontstentenis,<br />
M D i<br />
I zijn 1<br />
I2 3 M5 - T Z schrikt t hij 1 in 't schuwe b brein voor 't schaetren van 't gemis. g<br />
M D I<br />
I naedren<br />
133 M5 M6<br />
T2-D<br />
Ach niet om t 'tziek verlies es van cierlijk-lieve l waantjes 1<br />
Och<br />
5 c<br />
I M A4-6 <strong>nl</strong>et wl<br />
371 > niet, 'wijl zijn 1 bleeke lief e hem deerlijk 1 heeft bedrogen gen<br />
T 2 I I Wijl l<br />
I<br />
M', D I I `wijl I<br />
294<br />
VAR IANTENAPPARAAT
I<br />
i 39 M 5 noch zelfs s dat zijne 1 e groote moeder vol meêdoogen g<br />
M<br />
6<br />
-D<br />
I I groote<br />
I 41 o M 5 -M7 spijt'ge hem laffe zatheid e hart eeen s i t ge goot: zat e g<br />
D I I<br />
I 4 I M S - T 2 hij 1 , d die e<br />
den kop p der d roodste s rossen s wist te beuren,<br />
M7 I;<br />
D<br />
Hi' J<br />
142 4 M 5 wesve wiens vreugd g de rimplenrechttein Pnek,<br />
hun vernorschten 6 ^<br />
M I Ivreugd' g<br />
uit<br />
T 2-DD<br />
vreugdg<br />
143 3 M 5 al teugel g e de' k o sl e n van zijn vingers g scheuren<br />
^<br />
M a I teugleng<br />
a t e u g e 1 de o s k e l nva<br />
van zijn ) vingers g scheuren<br />
T2<br />
M7 I *teugleng I I<br />
D I teugel g I I<br />
I 44 M 5 die descheurden de van<br />
't geweld g d hun b bloed-bekwijlden o<br />
1 bek; ^<br />
M<br />
6D - bloed-omkwi1 lden<br />
lees : teugel] g<br />
145 4S M 5 hij J die de puurste v vrouw<br />
z l een ooa s paard ee p zou temmen<br />
M6 , T 2<br />
gelijk<br />
g l<br />
M' D<br />
1484 M en haren g<br />
s<br />
6<br />
M<br />
T 2 I I;<br />
M7 I I:<br />
M 5 zoen ontving op 't masker van den haat;<br />
D I I;<br />
r<br />
149 M5 a hij J meester e van de min, de machten en de wetten;<br />
b<br />
M<br />
6<br />
T<br />
z<br />
_hij:<br />
M' D<br />
I S o M 5 a hij 1 meester s der ggedachte, ^ in 't bad des spotsgehard; p<br />
b<br />
z<br />
M6,T 2slooper P<br />
M' D<br />
1S 2 M 5- T 2 op p 't marmer van den zélf tot trots verdichten smart;<br />
M D i 1 zelf<br />
I MS3<br />
M5-T2 – o bastionnen vangenot, wier leemen veste<br />
M' D I I° I I<br />
1 54<br />
M5 a den z<br />
S4<br />
a g ulz' g en afgrond g van het leven over-spant: :<br />
M 3 T Z I<br />
M' D I I wezen<br />
o<br />
295 VARIANTENAPPARAAT
I S<br />
S 6 M , M6 – tot zijne in 1 zole schuiven<br />
ging ggaan zompe en zand.<br />
T 2-D o<br />
1M 5 7 S Hi'z Hij zonk; n , hij 1 zonk...–<br />
. . Verzuipend<br />
u end p roeien doors sargassen; a gassen,<br />
6 2<br />
M , T a<br />
Z<br />
a Verzuipend roeiën doorr sa g assen,<br />
M7<br />
D<br />
I I zonk ... a<br />
roeien<br />
15 8 M<br />
S<br />
, M M6 strikkende ke d omarming e o a rn van de e wieren; e , ee d<br />
,<br />
z ve. r<br />
^ .<br />
g<br />
112-D stikkendee e<br />
I<br />
16o M S edeen n 'i g machtlooze<br />
t e effenheid, e , en e zelfs s geenwe.<br />
wée.<br />
G 7<br />
M -M I Ieigen g<br />
wee.<br />
D<br />
I i ei '' g en<br />
161 M 5 a Dan, zoet >><strong>deel</strong> verworden<br />
tot een ede scheidend 1 rrdrabben;<br />
b :<br />
M<br />
G<br />
I<br />
T 2--D I I.<br />
162 M s o schalkschheid: schhei . liefde e is heet et gl gelijk een etter buil; -<br />
6<br />
M<br />
eene<br />
T 2 h lk Sc a schhe id I<br />
I<br />
M' , D<br />
een I I<br />
164 M S alle en a he schaamte ggaat in woest negeeren g schuil...<br />
G<br />
M a<br />
ne [x]<br />
T 2--D I<br />
a[ ] [ne g eeren schuil... s<br />
16 5 S Hij ) zucht : alleen a zijn 1 walg gd die e tee ^ r aan ''t e e rl e m oeren,<br />
6<br />
M I I. Alleen I,<br />
T 2 I;<br />
M' ^ D<br />
I,<br />
167M 7moeren,<br />
S-T 2 over het laf-gelatenz' aan e icht g der –<br />
M7 a I I laf-geladen I I<br />
a{ ] i[laf- gela t en<br />
D I I<br />
I<br />
I<br />
169M59 zijn wálg g . En n te ^ weten dat eem géeng m es ^ ch e n- hu1 Pe<br />
6<br />
M *Zijn inwal 1 walg<br />
:.<br />
T2 , M' zijn ^<br />
I<br />
I<br />
D I I w' ag 1<br />
G<br />
17o A455M ^<br />
7ehem 't voedsel<br />
van<br />
zijn 1g eindlijk w r o e e n ooooit beneemt;,<br />
T 2 I I.<br />
M7 a I<br />
D<br />
I wrf xx<br />
a[ ] [wr oe en ooit beneemt;<br />
g ^<br />
leef : zijn] 1<br />
296 VARIANTENAPPARAAT
I S de wereld r r stortee ineen: h m r es t de duistre s e stulpe<br />
M M^<br />
7 ^<br />
T z De<br />
M'D ^<br />
de<br />
5-<br />
1727 M T 2 waar zelfs s geen g hulpe Gods s hem n nog g in de ooren o fleemt.<br />
M7 M a<br />
b<br />
a<br />
D I<br />
M<br />
6<br />
T<br />
z<br />
r. I -I<br />
^ 7 7<br />
63<br />
[Hier eindigen M 1 en M7]<br />
g<br />
G ^<br />
I 7 3 M a – Aldus s 't festijn; aldu s d e laatste na-gerechten...<br />
b --<br />
TZ<br />
6 2 –<br />
I M T Zijt gij voldaan, o zoon der eigen-liefde?Hi zint<br />
74 ^ l g l ^Hij<br />
fleemt...<br />
^<br />
I 7S A46,1-,hl zucht hi j • hij ^ gaat lgzijn voor 't laatst zin 1 leêge g schale h l rechten:<br />
6 i<br />
1 767 M ^ T een schóone dronk den dooden Gasten. Hij begint g :<br />
I<br />
MG, T 2, D r. 173(177)<br />
1 73 MG M T Z ( I 77) ...<br />
D<br />
•<br />
ZETFOUTEN<br />
T' r.o 3 : beklemd beklemt<br />
r.52: S de den<br />
r. 81: op om<br />
r. 86: schreidt I schreit<br />
T. r.: 7S wel wal<br />
r. 1 3 1 ^J i ^Jin<br />
r. i35: 35 regen-boog ^ ^ een regen-boog g g<br />
r. 172-173: 7 73 geen g strofewit, mogelijk ^ g l wegens g ruimtegebrek g op p de pagina Pg<br />
D r.6 7 : spreekt, ^ spreekt (door fout in M7 ;• zie noot 3)<br />
NOTEN<br />
zz, III<br />
M : E r.: 74 bij veranderen 1 van niet spreken durft, en hem tot weerhield en<br />
die ^J i n blik (fase b) haalde Van de Woestijne 1 alleen hem door; doorhaling g van<br />
het overige g is alsgeintendeerd g beschouwd.<br />
2 In de basistekst (D) is een accenttekenebruikt g dat nog g het meest lijkt 1 op o<br />
een accent circonflexe waarvan de linkerhelft iets korter is. Dit accent is als a<br />
accent aigu g opgevat g en ook zo weergegeven in de leestekt.<br />
3 In de manuscripten eindi g t r. 76 met een komma o a maar a a in T' en T. eindigt<br />
d g<br />
de regel g met puntkomma. p Het e laatste<br />
is op p deze plaats p s de meest voor de hand-a liggende lezing gg (vergelijk 1 ook r. 80 ; ^ daarom is in de leestekst s ingegrepen.<br />
297 VARIANTENAPPARAAT
4 In de afzonderlijke uitgave g voor The e HappyFew Y (D) l' ie t Van de e Woestijne<br />
1<br />
onder het gedicht g 'Brussel,<br />
e l ^ I 9 I plaatsen. S ' p<br />
Zoals s vaker het geval g is bi' 1 dergJ<br />
e h ke dateringen,is Van de Woestijne J<br />
h' ie r nietprecies: n alleen het eerste<br />
ge<strong>deel</strong>te el is sin dle e r i ode g schreven e<br />
^het tweede beduidend later. (Zie ook<br />
Minderaa, 1 ^ Leven en werken I I ^p . I I I- I 3I en p. 1 7 9-1 8 .)<br />
s B ^ Decorte hee f t de mogelijkheid g geopperd dat dit gedichtb g<br />
beïnvloed is door<br />
'Les L soeurs de cha r ite van '' Arthur Rimbaud; b<br />
, zie z e Decorte, , `Karel van de Woes-<br />
t 1 1ne e en de Franse a literatuur', ' p. 5 9 . F. van Elmbt suggereert t invloed van<br />
Aubanel, Lo pan ^ dou pica ' zie z Vann Elmbt, > ` E rik M(onk) lezen', > P . 243- 244 .<br />
6 ,<br />
Literatuur .<br />
Rutten, Lyriek, p. 160-163.<br />
^ y ^<br />
Minderaa, ^ 'Karel K a r 1 van de Woestijnes 1 "Het me n sc h eli' 1k brood".'<br />
29 g VARIANTENAPPARAAT
De modderen man<br />
[MMI] VERVARELIJK FESTIJN VOOR ONVERZAEDLIJK DORSTEN<br />
OVERLEVERING M' : Manuscript H .<br />
a<br />
44^I<br />
M 2 : Manuscript<br />
p<br />
H- 4^46.<br />
T: De gids<br />
g 80.ii (april 9 I 16 ^ p. 6. I S<br />
M 3 : Typoscripty 4o^2<br />
P: Drukproef D H- .<br />
p S S ^7<br />
D: De modderen man, p. 1 .<br />
^ ^ 3<br />
DATERING Voor I februari 1916. 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Hetedicht g is uiterlijkvoltooid op p 1 februari i 16 9^toen Van de Woestijne W<br />
1 het<br />
aan J. de Meester zond voor De gids.<br />
II<br />
M' is als oudste<br />
manuscri pt beschouwd op pgrond van de varianten. M2 is<br />
kopijhandschrift voor T geweest, M 3 is kopij voor proef P van) D<br />
1 g ^ s p l p<br />
geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
I M' -M3 Vervarelijk 1 festijn voor onverzaadlijk l dorsten:<br />
P a<br />
b [ I onverza e li' } k<br />
D I<br />
2 M'-T zoo hebben ze uekend bij smaad- of smeek-gebaar,<br />
g ^ bij g<br />
M 3 a zoo<br />
b [z]ó[o]<br />
P,D zoo<br />
7<br />
M' a uitdagend g dreigement g der hooggedragen g borsten<br />
b<br />
driest<br />
M 2-D I I driest-gedragen<br />
8 M' a o buik dielooit g en glanst g gelijkk gl een beukelaar ...<br />
b .<br />
M 2-P I<br />
I<br />
D<br />
I<br />
299 VAR IANTENAPPARAAT
9 M' a – – En ik, ^ die d e woorden weet e w waarmeê a ee 'k uw wsco h schoonheid o schenne; ds e e ,<br />
b Zoo kenden ze u. En ik, , a waar 'k uweschoonheid escene, h n^<br />
M 2 , T –<br />
M 3 a –Z Zoo hebben<br />
a kenden e ze u. n En ik ik, waare,<br />
uwe schoonheid schenne;<br />
b – Z'00<br />
P a I I Zoo I I<br />
b Z'00 ,<br />
D I I zoo I I<br />
10 M'-M 3 ik, die me-zelven miek de' in vrees begeerden Man<br />
g<br />
P a i I de<br />
[die'<br />
D<br />
I I' M a diee U bevrijden ld o kon e s en slaat in slaven-ban;<br />
b maar1s oeg<br />
M2-D HUI<br />
c en<br />
12' M – zelfs ik, Uw graauwe g Heer, ^ wiep géen g vrouw ooft zal kennen:<br />
M 2 0 l i uw<br />
T-D I<br />
i ooit<br />
I 3 M' a hoe bibbert op mijn lip de bede, in wrang bekennen<br />
MZ a I<br />
I–,<br />
T-D I<br />
I<br />
14 M' a dat ik Uw toover vlíede , en die 'k niet bidden kan...<br />
b de bede, uw doem *'t ontvliên [<br />
M 2 I<br />
I kan...<br />
T, M 3 I I te I I kin...<br />
P a I ^ kan.. .<br />
b [<br />
] [k]á[n][...J<br />
D I I<br />
[lees : t'<br />
NOTEN I Van hetedicht verscheen een vertaling in het Duits.<br />
g g<br />
[MM2I DE DAG IS MOEDE EN STIL, EN DE UREN GAAN VERBLEEKEN<br />
OVERLEVERING T' : Degids 8 776.11 (april 9^p I I2 p. I I. 3/9/<br />
M' : Manuscript H-29,[5].<br />
p<br />
M2 : Typoscript H-40,[4].<br />
T 2 : Het roodeeil ^ 1 (april 9 I 20 p. 6. 18<br />
^ 3<br />
P : Drukproef D H-55,8.<br />
D: De modderen man, ,P p. 41 .<br />
joo VARIANTENAPPARAAT
DATERING Voor 2 aU ustus I II.<br />
5 g 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Hetedich g is t s uiterlijk e k l voltooid op p z S,9 augustusI I toen I het door de redactie<br />
van g gids werd o ontvangen.<br />
g<br />
II<br />
M I is kopijhandschrift p l voor Het gelaat des d gs dichters geweest. M2' is eerst kopij pl i<br />
e oe voor T 2 , later voor (de proefp P van) D geweest. g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
T I ^ M' Ik zal t niet ee meer tot u de ' wan wankle woorden e spreken p<br />
M 2 , T 2<br />
u<br />
P<br />
a<br />
b'u<br />
D I I<br />
4 TI dan 'k tot de hope van uw zustren heb gedaan... g<br />
M' a I 1 hoope<br />
a[ ] [h]o p e<br />
M 2-D I<br />
9 TI ^ ' Ga voor min l g gesmeek geek gaat schroeien aan uw smeeken<br />
M 2 T 2 voor I I<br />
P<br />
D<br />
a<br />
b[ ] voor<br />
I TI' voo r mi '' 1n ervaren vaalt ten schroom c van uwelaat...<br />
'<br />
g<br />
tV1 1<br />
I I mijn i'<br />
M 2 , T 2 voor I I uw I I<br />
P<br />
D<br />
a<br />
b[v]ó[or] voo<br />
I<br />
I z T I en mijng<br />
gezicht<br />
t verbleekt wijl l gij<br />
i l niet heen<br />
en gaat. g<br />
M I I I gelaat<br />
M 2, T Z I I 'wijl gij *noei I I<br />
P, D I I niet I I<br />
lees . niet<br />
ZETFOUTEN<br />
T 2 r. I 2. noei I niet<br />
NOTEN I Van hetedicht g verschenen<br />
vertalingen in het Duit h e t Frans,<br />
> het Hongaars g<br />
en het Roemeens.<br />
joI VARIANTENAPPARAAT
[MM 3]<br />
ZIJ LIGT TE BEDDE ' LIJK IK LIG TE BEDDE<br />
OVERLEVERING o M1: i Manuscript p H-45.<br />
H<br />
M2: Manuscript H-46,[5].<br />
T 1 : De gids 8o,I I (april 1 16 p. I<br />
^ 9 ^ p 7. S<br />
M3: Typoscript H-40,[5].<br />
T 2 : Het roodeeil I (april I 20 p. 64. 1 8<br />
^ ap<br />
9 ^ 4<br />
P: Drukproef D H-<br />
SS^9<br />
.<br />
D: Deo m deren man, ^ p. I.<br />
S<br />
DATERING D<br />
Voor I februari I ^16.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Het et gedicht is uiterlijkvo e voltooid o op p C,<br />
1 februari 1916, 9 toen Van de Woestijne<br />
stine het<br />
J. de Meester zond voor De gids.<br />
II<br />
M' is saso als oudste manuscript beschouwd op grond van de varianten; M2 is<br />
kopijhandschrift voor T' geweest; M 3 is eerst kopij voor T 2,<br />
g s ^ 1 later voorde<br />
proef P van) D geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
3 M' a – o beider wake va[?]<br />
a aan ongenaakb're<br />
wedden!–<br />
en<br />
b naakte<br />
M 2-D I<br />
I<br />
Swijd<br />
1141-P Tusschen ons s bei misschien, de wijdste zeeën<br />
II<br />
I I bei<br />
9 MI Misschien 't verbod van God tusschen ons beiden<br />
2- 't Verbod van God, misschien<br />
M D t<br />
10 M' a morgen, misschien in , beider harte rouw .<br />
b ofmorgen reeds spijtp it [.]<br />
c<br />
rouw[.]<br />
M 2 I I moren g<br />
T' I I moren g<br />
M 3 a<br />
bmóreng]<br />
T 2 i I moren g<br />
P,D I I moren g<br />
M '-T 2 - Maar weten zat van liefde e of o zieke van beiden,<br />
P,D i I weten<br />
3 0 2 VARIANTENAPPARAAT
iz M` *de ík de Man ben, vrouwe, en gij de Vrouw. *[lees: dat]<br />
M 2,T 1 dat I 1<br />
.A4 3 a I I ik I I gij I i<br />
b [ ] í[k] [ ] [g]íj [<br />
T 2-D I I ik I I gij<br />
ZETFOUTEN<br />
D<br />
r.: bei bei 4<br />
NOT E N, I Van het gedicht g verschenenvertalingen in het Duits het Frans en het Friulaans.<br />
[MM41<br />
IK WETE DAT GE ONTWAKEN ZULT, DEWIJL IK WAKE<br />
OVERLEVERING M' : Manuscript H-i8.<br />
T. I ^ Groot Nederland 1 o.I I (oktober I 9 , ^p 397<br />
M2: Manuscript H-2 9 , 6].<br />
M3: Typoscript Ho 4^ 6.<br />
T 2 : Het roodeeil ^ I (april p 9 I 20 ^P p. S6. 18<br />
P: Drukproef D H- 551o. SS,<br />
D. . De modderen man, , p. 16.<br />
I z) p. 3 97 . /To/<br />
DATERING) Mogelijk omstreeks un i 1 ^ Z 1voor zeker' r oktober ,^1 12.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG<br />
M' M Sis<br />
een baad blaadje ) papier dat aan aa twee zijden )<br />
beschreven is met zowel pen p als<br />
potlood. 0 de voorzijde rzI 1 is metzwarte r inkt I een schets s van de eerste strofe<br />
van het t gedicht g dct geschreven M. I A. Op het e blaadje )g<br />
komen e verder fra menten<br />
voor van MM20 en MM2 9 ,ene enkele e e OS losse fragmenten. g MM20 was uiterlijk ) k<br />
gereed Breed op 2 9uni 9 ) i 912 ^ mogelijk 0g werd `Ik wete dat ge ontwaken zult' te zelf<br />
de r tijd t1 1 a al bewerkt. w Terminus ante quem 9 is oktober I 9^ I z toen het gedicht g in<br />
Groot Nederland verscheen.<br />
Enkele losse fragmenten g op p M' zijn l bij ) MMZ 9 als paralipomena P P opgenomen.<br />
Daarnaast is er e eens strofe e die in geen g van de genoemde g gedichten g een plaats p<br />
kreeg,maar g waarvann het e denkbaar<br />
is dat ze g genoteerd werd tijdens ) de werk-<br />
naam h e d e n aan `Ik wete dat ge g ontwaken zult' (paralipomenon).<br />
p p<br />
AI' :A<br />
[–*/-4i<br />
I Ik wete dat ge g ontwaken zult, ^ dewijl ik wake;<br />
2 ik wete [ o zult<br />
3 { 0 1<br />
4 a [ 0 schuld<br />
b<br />
o<br />
3 p 3 VARIANTENAPPARAAT
M' :arali omenon p<br />
Dan zult gij g l opstaan, , e en gij gl zult zeer stille s zeggen:<br />
Ika met u . Maar ik zal zeggen: k a met u'. gg<br />
*c,<br />
lees : k<br />
Eneen g van beiden zal zijnhanden durven leggen<br />
a waar<br />
b<br />
0 luw'<br />
schuw<br />
VARIANTEN EN M' niet opgenomen) g<br />
CORRECTIES<br />
titeli l T' Aan de eeuwige. g<br />
M 2-D ontbreekt]<br />
II<br />
M 2 is kopij 1 geweest voor Het gelaat g des dichters; ^ M 3 is eerst kopij 1 voor T2 later<br />
voorr (de proef p e P van) D geweest. g<br />
'<br />
I T M 2 Ik wete datontwaken a ge zult d dewijl 1 ík wake; ,<br />
M 3 I I ik<br />
[r-g4—A]<br />
2 T' M 2 ik weet dat van mí'n kommeren gij vreezen zult,<br />
1 gl<br />
M 3-D I I mijn gij<br />
1 gl<br />
5 T' Ik weet dat, ^ waar mijn l v vreugde g 'et eischte, vgl gij zoudt lijden,<br />
1<br />
M 2 ai' gij<br />
a<br />
[g]ij<br />
M 3-D I<br />
I 'tI I i' gij<br />
6 T' e n 1 g l zult t buigen, g e ^ wen ik niet uw w meester ben; ,<br />
All a<br />
M 3 , T2<br />
P<br />
D<br />
a zelfs waar 'k niet uw meester ben<br />
a<br />
b[<strong>nl</strong>i[et] [<br />
I<br />
JO T' M 2 dat ik alleen van d mijn g innigst zijn ontvang,<br />
M 3 T 2 van u alleen I I<br />
P<br />
a<br />
b u<br />
D I I<br />
I I T', en 'k u mijns wezens vollen bloei zal vragen moeten,<br />
, 1 g<br />
M 3-D i lu<br />
304 VARIANTENAPPARAAT
I 2 ^' ^<br />
I2 T M min 1 trots uw smaad ten dan<br />
M 3 T z mijn 1 uw<br />
P a<br />
b uw<br />
D I I<br />
I z<br />
14 4 T , M mijn 1 nobel dijèment 1 alleen aan u mag g zien:<br />
M 3-D<br />
I<br />
l u<br />
5 I dia daar zult ge g in sae m rt n sec 1 hts me uw maa den-schoonheid g<br />
biên,<br />
M 2 maagdenschoonheid<br />
g<br />
M 3 -D I I smarten<br />
I T<br />
i6 T`,Mz<br />
M3-D<br />
en, ^ slechts vernietigd g , vreugde g geven... g<br />
I I vernietigd g<br />
.<br />
ZETFOUTEN<br />
T 2 r. 14: d ëment di ëment<br />
4 y ^<br />
NOTEN<br />
' In T', , r. I S 'maagden-schoonheid': ,pp het ko elteken is niet zeker. Het laatste<br />
woord<strong>deel</strong>w werd d wegens w s de te kleine zetbreedte op P de volgende g regel g tegen g<br />
degezet. rechtermarge z Het t. H t kan hier dus een afbreking gbetreffen.<br />
[MM 5]<br />
KIND MET HET BLEEK GELAAT, DAT VAN UW WIJDE BLIKKEN<br />
OVERLEVERING T : De g ids 75.1v(december 1910, . p. 378. S. 7<br />
M' : Manuscript H-29,[7].<br />
M Z : Typoscript H-40,[7].<br />
P: Drukproef p D H-55,11.<br />
D: De modderen man, , p. I 7.<br />
DATERING Voor 2 5 aU augustus g I 9II.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Hetedicht g is uiterlijkvoltooid op p 2S 5augustus g 1 9 11,toen het door de redactie<br />
van Deids ^ ontvangen g werd.<br />
II<br />
M' is kopijhandschrift p l voor Het g gelaat des dichters geweest, g Mz is kopij pl voorde<br />
p proef P van) D geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
T M' zoo dat me te eiken male een laaie drift doorschiet :<br />
4 , ,<br />
M Z P zoo<br />
D zoo<br />
305 VARIANTENAPPARAAT
7 T, M' maar ík draag in me-zelf de wonde, zélf-gereten,<br />
M 2 i I ik I I zelf-gereten,<br />
P a l I<br />
D I I<br />
9<br />
T-M 2 Want ''k heb de straffe zelf in 't lillend ' vleeschgeslagen;<br />
P a I I<br />
b zél<br />
D I I<br />
I I<br />
T ^ M I – Gij 1 echter, ^ ga g voorbij, 1> a arm kind, > en zonder vragen:<br />
2<br />
M<br />
zonder I I<br />
P<br />
a<br />
b<br />
z ó nder<br />
D<br />
NOTEN<br />
I F. van Elmbt heeft bij bij dit gedicht t g gewezen g op Pinvloed van F. Aubanel. Zie<br />
Van Elmbt,<br />
><br />
`Erik Monk lezen',<br />
><br />
p.<br />
p<br />
247-250.<br />
2 Van hetedicht verscheen een vertaling in het Duits.<br />
g g<br />
[mm6] GIJ DIE U, STÉRKER LIEFDE OMGORD<br />
OVERLEVERING MI: Manuscript p H-2.<br />
T I : Euro a 7 1 (mei I 9 o8 ^p .- 9798. I<br />
M 2 : Manuscript p H-44,[2].<br />
M 3 : Manuscript H-4, 6 6.<br />
T 2 : De gids 80.I I (april I 16 p. 8. /15/<br />
^ p 9 ^p<br />
M4 : Typoscript H-40,[8].<br />
P: Druk roef D H- 1 z- I.<br />
Drukproef SS^ 3<br />
D: De modderen man, p. 18-I .<br />
^ p 9<br />
DATERING Eerste versie: voor mei 108 , tweede versie: voor 1 februari 1 16.<br />
9 ^ 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
g GANG Van hete gedicht c t zijn twee versies overgeleverd. g ever De ouste oudste werd in i 19089 gp eu-<br />
b li cee r d in Europa T I en etelde negen g vierregelige strofen drie strofen meer<br />
dan de versie die in i de latere e b bronnen s is overgeleverd. g De strofen die in de<br />
nieuwe versies gehandhaafd g<br />
bleven, n , werden de pP<br />
verscheidene ops laat engewijzigd<br />
hebben ten o opzichte p c van elkaar bovendien een andere volgorde g gekregen; g gen<br />
verder heeft het gedicht g in T'<br />
een titel, tlte , al a heeft h t die het karakter a van een<br />
opdracht: Ma ^ ne v vrouw u1v en mi/n J kind. and. Onderdeze opdracht o p lijkt 1<br />
ook een aanslui-<br />
te nd gedicht g c te e vallen vstrofen,<br />
dat bestaat uit i drievierregeligestrofen d e<br />
`Gij 1 zijt de goed oede<br />
die A 2 . De D verzameltitel van de beide gedichten g in Europa is `Verzen<br />
van n den aa aanvang g der lente'.<br />
korte versie opgenomen, die ook in De modderen<br />
In de leestekst is de latere, o te ve s e opg<br />
man voorkomt. De oude versie volgt g hieronder maar is ook in het Appendix<br />
joh VARIANTENAPPARAAT
opgenomen: A I . De strofen o u uit t I die e in de latere versiegehandhaafd bleven,<br />
zijn in egecombineerde s Y no sis opgenomen g met een verwijzing 1 g naar de<br />
regelnummersin n T I I e d e hi rna volgende 1 g tekst s is in r. i het eoorspronkelijke<br />
`0egewijzigdin Gt g l g ` o G ij' )^ volgens g e s Van de kiloes Woestijnes<br />
1<br />
gewoonte. g<br />
i J ne vrouw en min J in<br />
o Gij die, ^ sterkrer liefde omgord,<br />
u troostend naast me zet,<br />
nu 't da g eliksch j gedicht g me wordt<br />
weêr dagelijksch g 1 gebed; g b<br />
5 nu dat tee een eet heetree krachtme h<br />
brandt, ba<br />
en dat mijn J vroomre v e geest, g ,<br />
van schelle beelden overmand,<br />
voor eigen g weelde vreest;<br />
waar 'k voor een zelf-geschapen God<br />
ro beducht mijn 1 oogen g sluit,<br />
en wring g te bersten in mijn 1 strot<br />
een al te volgeluid; g<br />
–i' –gij, die mi' n ) vreugde g en e mi' 1n evrees<br />
om deze lente weet, e,<br />
r S o mijne ) vrouw, o schoone wees<br />
van al mi' n liefde ed,<br />
en e leed; 1<br />
o vrouw, die naast t mij ) neêre eeeu zet,,<br />
voor dezen harts-tocht t bang,<br />
waar ik bedwinge g toto gebed g<br />
zo de bronst van dezen zang,<br />
gij g l die me van uw w b blikken e troost r<br />
waar mijne 1 lippe pP lacht,<br />
en uit uw keel de zuchten loost,<br />
die 'k in mijn kele smacht;<br />
z S – o vrouw, o vrouw, o goede g evrouw<br />
die weet hoezeer ik lijd,<br />
en dat ik in mijn 1 ziele rouw<br />
om wat mijn J lijf verblijdt; J<br />
gij, i' die, van sterkre liefde omgord,<br />
3o u troostend naast me zet,<br />
nu 't dagelijksch g gedicht<br />
me wordt<br />
weêr dagelijksch g l gebed: g<br />
ontvang,an wie niet vloeken mag,<br />
g,<br />
en onder vloeken gaat,<br />
3 5 – ontvang,van g^ wie u lijden ) zag,<br />
den dank, vrouw, en den e smaad.<br />
307 VARIANTENAPPARAAT
II<br />
M I isnonvolledigkl<br />
ee a v van de vroege gversie van het gedicht. g Het bevat drie<br />
ge<strong>deel</strong>ten: g het eerste s e M I .• A s iseen volledige g strofe, ^ hetbegin g van het gedicht:<br />
.<br />
M' :A<br />
I<br />
z<br />
3<br />
4<br />
S<br />
oij g<br />
die, l sterker liefde omgord, g d ><br />
u troostend naast me zet,<br />
a nu 't g<br />
a dagelijksch g l gedichtg t me wordtr<br />
l<br />
weêr da g eli •k s ch gebed g<br />
,<br />
[strofewit]<br />
nu[?] [streep]<br />
Het tweede fragment g<br />
op M I' is een korte notitie voor het vervolg: vo g ^`'met de<br />
lente is het zooveel telechter s ,ee • paroxisme'.r Daa onder volgtg een fr a gmentarI-<br />
sche schetsarali p pomenon . Het is mogelijk gl dat a die bedoeld<br />
e d was voor het<br />
g gedicht dat in Europa op p dit d gedicht g c t volgde, v g<br />
A ^ z .Vermoedelijk kwame nde<br />
driege<strong>deel</strong>ten g e tijdens ^ s dezelfde<br />
e sessie e op papier. r<br />
M I ;arali omenon<br />
P<br />
0 zorgt g<br />
0<br />
0 1 worgt g<br />
de kinderen 0<br />
III<br />
De eerste versie van hetedicht g is uiterlijk in mei I 9o8 voltooid, toen het<br />
g gedicht in Europa verscheen; ^ de tweede ve versie sle werd<br />
op p februari i f 1 9 16 aan<br />
J. de Meesterezonden g voor publikatie p a in De gids. ^<br />
IV<br />
M 3 is kopijhandschrift Pl voor T 2 geweest; g ^ M4 is kopij pl voor (de proefp<br />
P van) D<br />
geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
titel T'<br />
M2--D<br />
I TI (i)<br />
M 2 a<br />
M I niet opgenomen)<br />
pg<br />
Mine l vrouw en mijn l kind.<br />
[ontbreekt]<br />
o Gij 1 die, ^ sterkrer liefde omgord, o g d ,<br />
a Gij die ^ van , sterker e liefde e de omgord, o g o d ,<br />
[r-4—A]<br />
M3-D<br />
1 I stérker I<br />
308 VARIANTENAPPARAAT
2 T i u troostend naast me zet,<br />
M 2 bang-wakend,<br />
M3-D i 10<br />
5l<br />
11'05)o mi ne vrouw o schoone wees<br />
M 2a gl^ gij, vrouwe<br />
b <br />
M 3- D – gij, l^<br />
schoone wees<br />
6 T i 16 van 1 liefde een leed;<br />
M2-D<br />
7 TI I 3 – gl gij,mijne<br />
vreugde en mne vrees<br />
M 2-D die mijne 1<br />
8 T I I 4 om deze lente weet,<br />
M 2 ,<br />
M 3 -D I,<br />
9 T I S nu dat een heetre e kracht me brandt,<br />
114 2-D e en dat, , waar felree e ontbrandt,<br />
I o r(6) 6 en dat mi' 1n vroomre geest, g<br />
M<br />
2<br />
a mijn 1 milde en vroome<br />
a wilde vrome<br />
M 3 -D I<br />
I<br />
I I T I 7 van schelle e e beelden e overmand,<br />
MD 2- helle<br />
I I<br />
2 I T 8 voor<br />
eigen g weelde vreest;<br />
2<br />
M a de<br />
b weêr<br />
M3<br />
T 2 vréest;<br />
M4 a vreest;<br />
P<br />
D<br />
b vr é est d,<br />
a vreest;<br />
b vr é est•<br />
vreest;<br />
I 3 T I I 7 o Vrouw, ^ die naast mij 1 neêre u zet,<br />
/14 2 –i' die u –gij naast mij neêre-zet<br />
1<br />
M 3 --<br />
T2<br />
M4<br />
D –<br />
4 T 18 I V0o voor dee dezen harts-tocht bang,<br />
2<br />
bang,<br />
M 3 - D deze woede<br />
I I<br />
309 VARIANTENAPPARAAT
IT ` (r ^) waar ik bedwinge tot gebed<br />
M 2 a l<br />
I<br />
b [ ] '[k] zelf [ ]<br />
M 3-D I I<br />
i6 T I Zo der b n o st van<br />
dezen zang,<br />
M Z I I :<br />
M 3 a<br />
b•^<br />
T ^ M4 den<br />
I<br />
P<br />
a<br />
D<br />
b :<br />
I I<br />
1 7TI 2 S – o Vrouw , o vrouw,<br />
> o goede g vrouww<br />
M Z<br />
o vrouw góede oede<br />
M3 ^<br />
T 2<br />
M4 a I I goede<br />
^<br />
D<br />
b' [gMede]<br />
I 8 P(26) die weet hoezeer z r ee ik k 1i d 1,<br />
ee M Z e I I hoe 'k w ^ r ,•<br />
M 3 a I I hoezéer ik I I<br />
b hoe 'k weêre<br />
T Z I I<br />
4 ^ ^<br />
M P<br />
*lijdt .<br />
^<br />
D I I li'd 1;<br />
^<br />
*(lees : lijd]<br />
1 ^ TI Z 7 en dat ik in mi ^ n ziele e e rouw<br />
M2-D die weet hoe 'k<br />
Zo T'(z8) om wat mijn lijf verblijdt;<br />
M 2 -M4 I I<br />
P a I I;<br />
b [ ],<br />
D I I:<br />
2.I T"(33) 3 3 ontvang,van , wie nietvloeken mag, g ,<br />
M 2-D I 1a<br />
22<br />
T' (34) ondervloeken gaat, g<br />
M2 maar I I<br />
M 3-D I I–<br />
2 3 TI 3 5 – ontvang,<br />
van wie u li den l zag,<br />
g<br />
M2<br />
Hi u I I<br />
M3-M4<br />
a I 1<br />
Uw<br />
, D<br />
uw<br />
310 VARIANTENAPPARAAT
I<br />
24> T(36)-M3e den dank, a vrouw, > en den smaad. .<br />
2-<br />
TD<br />
^ en de' armen ...<br />
ZETFOUTEN<br />
NOTEN<br />
T'<br />
r.1: O Gil IoGil<br />
I<br />
Van het gedicht ' hverschenen vertalingen en g in het En els g en het Tsjechisch.<br />
1<br />
[MM71<br />
GIJ DIE MIJN KOMMER-ZIEKTE IN DEEMOED TEGEN-LACHT<br />
OVERLEVERING T : De gids 75.1v december 1 9 11), p ,381-382. /7/<br />
M I : Manuscript H-29,[8]. 9^<br />
M 2 : Typoscript H- 4^9o.<br />
P: Drukproef D H-55,14-15.<br />
D: De modderen man , p. 20-2 iI.<br />
DATERING Voor 2 augustus I 11.<br />
S g 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Het g gedicht is ls uiterlijk 1 voltooid op p 25 S augustus g 1911țoen het door de redactie<br />
van De gidsg werd ontvangen. g<br />
II<br />
M I' is kopijhandschriftr voor Het gelaatdes dic b ters geweest; t^ M 2 i is kopij o 1 voor (de<br />
p proef P van) D geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
4 T<br />
M'-P<br />
D<br />
uitl a de roerslen, e, h e imli' k-die ^ p, van uw geslacht; g ,<br />
I heimlijk diep I<br />
I heimlijk-diep I<br />
i<br />
I<br />
10 T, AI' oave maatloos-mild ! maar wie de koortsen branden<br />
g<br />
MI<br />
P<br />
D<br />
a<br />
b<br />
12 T > M I ten monkel, droo gg-ezucht van uwen rooden mond: :<br />
M 2 a I I rood-ezucht g<br />
a droog[gezucht] gg<br />
P<br />
I I droog ggezucht<br />
D<br />
I I droo gg -ezucht<br />
311 VARIANTENAPPARAAT
1<br />
4 T, ^<br />
' gelijk gl een rijpe 1 vrucht die 't naedrend onweêr beidt;<br />
^<br />
114 2, P n ae ^dre<br />
n<br />
D<br />
I I naedrend I I<br />
1' 8 de nacht ziet mijne zorge om uwe zorg verbleeken;<br />
TM^ 1 g g ^<br />
M 2-D i I uwe zorge g bleeken; ^<br />
1 9 T -P – al b blijf l u dwingen, kind > uw daa gl li' ksch brood te weeken<br />
D I I daeglijksch<br />
2 3- T M ' weet dat ook gij gl uw tranen smoort, ^– maar ziet uw borst<br />
M 2<br />
P<br />
a<br />
I I i' gij<br />
bí'[g]ij<br />
I i i' gij<br />
2 S<br />
– En n toch: . mocht c t g ge éens e s dit oog g tot 0 op de ziel doorspiên ,<br />
M' a i I éenst<br />
M2-D<br />
a<br />
éen s dit oog g tot op pde ziel doorspiên p ,<br />
z6 T M' ^<br />
M tot op de e gronden g van zijn weten en zijn wanen,<br />
M2-D<br />
z88 T 't vergoddelijkteeld b van uw genader zien • ^<br />
M' a I I ver ggd<br />
a v er g dd o lijk e 1 te beeld e van a u w genade g er zien; ,<br />
M 2<br />
uw<br />
P a I :<br />
D<br />
b<br />
i uw<br />
31^ 1 T – – Maar aal neen: lan gi is ' tijd, 't deze e oogen o g toeed te oen•<br />
M'<br />
o<br />
M 2 a<br />
I dees<br />
a<br />
D –<br />
deze<br />
33 T, ^ M' Want hoe ik lengen g moge, moe en í' gij mij wacht 1 : wij 1staan<br />
M 2-D<br />
gij i'<br />
3S T, T M' en hoe 'k u minne als gij í • me mint, ^ géen g van ons beiden<br />
M 2-D I I 'alsij g l mijl I I<br />
3 6 T de heele hel liefde e van a den and're kan verstaan...<br />
114'-D I I andre I I •<br />
ZETFOUTEN<br />
P, D r.: naar maar<br />
3<br />
T r.1: neen neen :<br />
3<br />
312 VARIANTENAPPARAAT
NOTEN I In t Y osc hrif t M 2 niet gecorrigeerde g g fouten:<br />
r. 8: bli J ve'n bli Jven<br />
r. I2: roden I rooden<br />
r. 1 ó.la • 'liefde-woord; werd met potlood 1 aangevuld, n g mogelijk<br />
^ m niet<br />
g 1<br />
door Van de Woestijne 1<br />
r.6: lea de liefde<br />
3<br />
[mm 8] IK BEN U MOE. GIJ HEBT MIJN TRAAGSTE HOOP VERMOEID<br />
OVERLEVERING 0 T'<br />
: Groot GrO Nederland t d 8.11 1 uli 1 9 1o),. p. S4 54. /z/<br />
M' : T' met varianten H-6 , z .<br />
T 2 : Degids g 80.11 (april 91 16 ^ p. 9. 1 S<br />
M 2 : Typoscript H- 4,10 0<br />
.<br />
T 3 : Het roodeeil ^ 1 (maart 19 20 ^ p. 1-2. /17/ 1<br />
P I : Drukproef p D I H-55,16.<br />
D' : De modderen man ,p. z z.<br />
P 2 : Drukproef D 2 H-98,28-29.<br />
D': Gedichten, , p. 28-2 9 .<br />
DATERING Voorjuli I 10.<br />
l 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
1 GANG N M' is s een uitgescheurd blad van de tijdschrift P ublik at ei in Groot Nederland<br />
waarop p door Van de Woestijne ^ met inkt varianten zijnaangebracht. g<br />
De varian-<br />
te n wijzen w 1 eo eropdat M' voor P e gp geplaatst moet worden.<br />
II<br />
M 2 is eerst kopij voor T 3, later voor proef P' van) D' geweest.<br />
1 ^ p g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
opdracht<br />
T I M' Aan eene vrouw.<br />
T 2-D 2 [ontbreekt]<br />
z T' Waarom in donkren mond het bitter woord verhelen?<br />
M' a<br />
T2-D2<br />
b ] mijden [<br />
I bittre woord I I<br />
3<br />
T 1 M' ,<br />
T2-D2<br />
Te laat is me uwe liefde, en te aarzelend ontbloeid, ,<br />
I o I<br />
I<br />
313 VARIANTENAPPARAAT
4 T' 'dat nog begeerte ontblake en schrave door mijn kele.<br />
M' a l<br />
P I<br />
M 2 a dat I<br />
T 3 dat I<br />
P'-D 2 'dat I<br />
b [ ] in [mijn]e [<br />
I door mijn I<br />
b '[dat] [ ]<br />
5 T`, M` Thans is het uwe lip die, open, trilt en smeekt;<br />
T 2 I I beeft I I<br />
Ilf a I I uwe I<br />
T 3-D 2 I<br />
b J u[Wei [<br />
G T' ' t ontberen e en van u w b blik gekeerd ee naar a werend treuren;<br />
g ^<br />
M I a<br />
die wendt weiger<br />
b w<br />
g<br />
T 2 I uw<br />
M 2 a<br />
T3-D2<br />
b<br />
i uw<br />
'<br />
7 11',M achh gij, 1^ die e bevend b dees verzegelde g urne breekt<br />
TD<br />
2. 2<br />
smeekend I I<br />
I I ij wier schroom het biedend woord weêrhoudt<br />
9 T M Gij zijt, die staat, wle sc oo e<br />
T 2-D 2 Gij 1<br />
I o T'<br />
maar huivrend e van uw lenden eden slaakt s de sluike ebanden.<br />
M I a<br />
T2-D2<br />
l e nd e ' al<br />
I T I Helaas<br />
! ik zie, in 't licht dat lenkend is en oud<br />
M I a a I<br />
T2-D2<br />
E3 b 'k wil [in] he [t]<br />
b zal<br />
I I, I I, I I<br />
I<br />
I<br />
I2 T'<br />
alleen de matte bleekheid nog van uwe handen.<br />
g<br />
b<br />
T 2-D 2<br />
M I a a I<br />
weeke<br />
zien<br />
I<br />
314<br />
VAR IANTENAPPARAAT
I 3 T' Want weet: ik kon op andre borst, die niet verstiet,<br />
M' a i<br />
I<br />
b [ ]mocht [ ]<br />
b [ ]kon [<br />
T 2 want I ándre^ weêrstiet,<br />
1142 a I ^ andre ^ niet ^I<br />
b [ ] á[ndre] ] [n]í[et] [<br />
T 3 I ^ andre I niet<br />
P' a i Andre<br />
b [<br />
] [n]í[etl<br />
D' I<br />
I niet I<br />
P Z a I<br />
b [ ] [n]í[et] [<br />
DZ<br />
144 I<br />
T ee nz e lf de n sluimer en , e dezelfde e emoeheid vinden.<br />
M' a<br />
b leugeng<br />
2<br />
T eenzelfde w wanen a w weeheid ...<br />
M 2<br />
T3-D2<br />
moeheid I I<br />
I<br />
I 5 T',M' Waaromr m uww oog g nog, 0n dat me e een late liefde biedt?<br />
T 2-D 2 – Waarom<br />
'<br />
16 T',M' Ik laat<br />
den e tragen g draad avan mijne 1 dage' g ontwinden;<br />
T2--D2<br />
I<br />
177 T want ik ben moe: gij gl hebt mijn 1 treurend-traagste g waan<br />
M I a<br />
T2-D2<br />
b[ ] [treur i g -traa gste n waan<br />
I<br />
18 T'<br />
ter verstehoop,ten ^<br />
diepsten d ootmoed leeren deinzen.<br />
p<br />
M' a<br />
laatste1 lag<br />
b [ I [la]agsten [<br />
T 2 I<br />
I •••<br />
M 2 a I diepstenp<br />
a 1 a gsten ootmoed leeren deinzen...<br />
T3-D2<br />
I<br />
9 T I M I – Wie zijt g ge vrouw, die draak en niet voorbij wilt gaan? g<br />
i.<br />
T2-DZ<br />
I gij I<br />
I<br />
Zo T I Ik leef, d die e 't duister beeld der eigen g min zie staan<br />
M I a<br />
b rouwend<br />
b vréemde<br />
T 2-D 2 I<br />
I<br />
315 VARIANTENAPPARAAT
21 T I nklrn klaren<br />
einder<br />
van herdenkendeIn gepeinzen... g e M' a<br />
b [k]almen [<br />
P kálmenr de<br />
a 1 1 kalmen<br />
b k á lmen<br />
T 3 I I kalmen<br />
P'--D 2<br />
kálmen<br />
ZETFOUTEN<br />
T3 r. 2: mijnen mi ^n de<br />
r. I o : lende'-al I lende' al<br />
r. zo : vréemde-beeldI réem d e beeld<br />
NOTEN<br />
I In het typoscript M 2 is in de regels g e 9 e en I 3het<br />
accent circonflex bij 1 de<br />
correctie door d e Woestijne Vann W s 11 e pentoegevoegd.<br />
Omdat hij in dergelijke gl g evallen gewoon g wee ` ^ r' met (mét circonflex) te s spellen, e e , zijn 1 deze<br />
e aanvullingen<br />
niet als varianten opgevat g maar als s correcties.<br />
[MM9]<br />
GIJ HEBT TE ZEER VAN BLIJDE LOGEN<br />
OVERLEVERING TI: Degids ^ 75 .I V (december 9^ I I I p p. 377. 7<br />
M I : Manuscript H-29,[9].<br />
M 2 : Typoscript H- 4^ o I .<br />
T 2 : Het roodeeil I (maart I 20 p. 2 I<br />
^ 9 I • 7<br />
P' : Drukproef D I H- S5^ I7•<br />
D' : De modderen man, a, p. 23. 3<br />
P 2 : Drukproef D 2 H 98 ^3 0•<br />
D': Gedichten,<br />
^ p p. 3 0.<br />
DATERING Voor z augustus I II.<br />
5 g 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Hetedicht g is uiterlijk 1 voltooid op P 25 5augustus g s I 9' i toen het door de redactie<br />
van Deids g werd ontvangen.<br />
II<br />
M' is kopijhandschrift<br />
voor Het gelaat l des dichters da h geweest; M 2<br />
voor T 2, later voorde proef P I n D I geweest.<br />
is eerst kopij P1I<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
3<br />
T I-D I dat ik k u niet,<br />
mededoogen, g, en<br />
P 2 a<br />
b 'dat<br />
D2<br />
316 VARIANTENAPPARAAT
l l<br />
6 T I -M 2 – cieraad ea<br />
ter pije van mij n rouw, –<br />
T<br />
2 –sieraad<br />
P I -D 2<br />
–<br />
c i e r aad<br />
der<br />
7 TD I -D I dat ik u niet i t in mijn lgebeden,<br />
P l a<br />
I I<br />
b 'dat<br />
D Z I I<br />
T<br />
I M I<br />
vergeef: : 't is dat het zélf verdoemen<br />
MD<br />
2_ z zelf verdoemen<br />
NOTEN<br />
I<br />
De correctie met anilinepotlood in i M Z ^ r. , z li de- h o n g re n d^ e h de- h o n gre nd<br />
we r d mogelijk g<br />
1 niet door Van d de Woestijne 1 uitgevoerd; hetzelfde geldt g voor<br />
r,: 3 medediogen g --^ mededoogen. g<br />
'Van het gedicht g verschenen vertalingen g in het Duits en het Frans,<br />
[MM 101 GIJ SPREEKT GEEN WOORD, 0 VROUW, MAAR WEENT AAN MIJNE<br />
ZIJDE<br />
OVERLEVERING T I : De gids g 7 S .IV (december I 9^p 11 p. 373 7 6. 7<br />
M': Manuscript H-2 9414 9^ ,<br />
M 2 : Typoscript H-40,[12].<br />
T 2 : Het roodeeil ^ 1 (maart 1920), 9 ^p p. 2- 3 , I 7<br />
P: Drukproef D H-5518. SS^<br />
D: De modderen man, ^ p. 24,<br />
DATERING Voor 25 augustus I II.<br />
S g 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Het gedicht g is uiterlijk<br />
voltooid op p 25 S augustus g 11I 9 , toen het door de redactie<br />
van Deids g werd ontvangen. g<br />
II<br />
M' is kopijhandschrift voor Het gelaat des dichters geweest; M2 is eerst kopij<br />
Pl ^ g ^ pl<br />
voor T 2, later voorderoef P van) D eweest,<br />
p g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
3 T I -T 2 En 'k weet uw leed; ik woog de keten van uw lijden<br />
P a<br />
b wéet<br />
D I I<br />
6 TI-T2 in hardelooien p van ^ een spot-lach p om mijn 1 mond;<br />
P<br />
a<br />
b<br />
D I I<br />
317 VARIANTENAPPARAAT
7 T ' ik, die me eens voelde een-zelfde neêr-laag e r-1 g tee tegen-sarreng<br />
en<br />
M I 0<br />
MI T I I I een zelfde neêrlaag<br />
P a l<br />
D<br />
b — [ik] [<br />
9 T' Waarom ?... o Wreed g gemoed, ^ dat zocht om 't eigen g li' 1 dne<br />
114'-D I<br />
I eigeng<br />
I o T I M' het trage sussen van héur h e renel-vroom beklag...<br />
g aP g<br />
M2-D I I haar I I<br />
12 T' Ik sluit mijn oog. Helaas : ik lach.<br />
1 g<br />
M'-D<br />
I...<br />
ZETFOUTEN<br />
NOTEN<br />
T 2<br />
r.: leed : leed;<br />
3<br />
r. 5 : oog, evalli oog. Gevallig<br />
r.: Wreed o Wreed<br />
9<br />
'In t oscri t M 2 niet gecorrigeerde fout:<br />
Y g g<br />
r. 5 : oog, I oog.<br />
2 Van hete g icht verschenen vertalingen g in het Frans 2x en het Italiaans.<br />
[MMII] THANS IS HET AL VOORBIJ : DE SLUIERS ZIJN GEZONKEN<br />
OVERLEVERING MI: Manuscript p H-32,[2].<br />
M 2 : Typoscript H 4 ^ o 3I .<br />
T : Het roodeeil<br />
^<br />
I (maart I 9 20 ^p p. 3 I 7<br />
P: Drukproef p D H-55,19.<br />
D: De modderen man,<br />
^ p. p 2 S.<br />
DATERING Eind 1913 - begin 1 9 1 4 ?<br />
9 3 g<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG De datering van M'<br />
g is problematisch. p Het manuscript p wordt bewaard met een<br />
k blaadje Identle b 1<br />
e waarop r` p 'Want n neen: e g geen s spijt' pl g ge doem' e AI 4 isgeschreven.<br />
Beide ee manuscripten kunn n <strong>deel</strong> hebben uitgemaakt g van de op p 29 9 ^ I 9I2 aan<br />
Deids g ingezonden maar teruggevraagde kopij, 1^ en vervolgens g een functie<br />
e h adhebben in ee n voorbereidende fase van Het gelaat des dichters,<br />
g<br />
v s g hoewel ze<br />
^<br />
In deze z combinatie comb niet voorkomen nat e ese tus n andere overgeleverde documenten<br />
van de voorbereidingvan d die 1 e b bundel (zie e de e Bronne<strong>nl</strong>ijst, ^ H 32. De dateringg<br />
g gebaseerd r P deze overwegingen op de eo en op het feit dat Van de Woestijne 1<br />
hetzelfde papier p a pIe in I 9 I 3meer gebruikte. g<br />
II<br />
M 2 is eerst o kopij P1 voor T, ^ later a voor p proef P van) D geweest.<br />
318 VARIANTENAPPARAAT
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
I M'<br />
MZ-D<br />
, •<br />
Thans as is het al voorbij: r 1' 1 de sluiers e zijn 1 gezonken g<br />
,<br />
i 1 ai<br />
2 M 1 en 'k heb uw naaktheid grauw als mijne e<br />
g 1 vrees g<br />
M 2 ^ T graauwg<br />
P a<br />
b<br />
g ráauw<br />
zien.<br />
D I I<br />
M I - T dat gij voortaan n vergeefs ee s me e uw teederheid r ed zoudt be biên.<br />
4 g 1 g<br />
P<br />
a<br />
D<br />
b<br />
'[dat]<br />
I I vergéefs I I<br />
5 M' Ook gij voelt in u-zelf het licht der hope duistren;<br />
M2, T I I gij I<br />
P a l I<br />
b [ ] [dij [<br />
I 1 i' gij I<br />
6 M' M maar 'kk zie z te zeer de e onpeilbre nebe diepte van uw spijt,<br />
1,<br />
2-<br />
M D<br />
onpeilb're I I<br />
9 M M' Kom weêr wee r dan aan dees borst .: gij gl zult u t er e ademhalen<br />
114 2 , T 1 mijn I I<br />
P<br />
D<br />
a<br />
b<br />
] [adem]-[halen]<br />
Io M I Ptot gij moogt gJ slapen, g in uw naaktheid, loom en vaal, ,<br />
D<br />
II MI –- –terwijl l ik zelve wake e en om me-zelven smale<br />
M2-D<br />
I waak I I<br />
I2 M I wen 'k weder naar de maat uws harten ademhaal.<br />
114 2, T I I uws<br />
P<br />
a<br />
b<br />
[adem]-[haal.]<br />
D I I<br />
J<br />
I<br />
ZETFOUTEN<br />
T<br />
r. 2: :geien, e geien.<br />
^ ^ ^ ^ ^<br />
r.: luist-ren luistren<br />
7<br />
^<br />
r. 9: weer we'e'r<br />
NOTEN<br />
I 2<br />
De correctie e in M r. . 5 : voeltban voelt in (de e letter e b is met potlood door ge-<br />
Naald werd wed mogelijk niet door Van de Woestijne 1 uitgevoerd. g<br />
2 Van hetgedicht verscheen een vertalin g in het Duits.<br />
319 VARIANTENAPPARAAT
[MMI21 GIJ DIE ' LIJK EEN VERWIJT GAAT WEGEN IN MIJN ZWIJGEN<br />
OVERLEVERING T: Degids g 7S 75.1V (december 1911), 374./7/<br />
M' : Manuscript H-23,[6].<br />
P I : Drukproef Hetelaat g des dichters H- 26 , 1 4 .<br />
114 2 : Typoscript H-40,[15].<br />
P 2 : Druk roef D H-55,23.<br />
D: De modderen man, p. 29. 9<br />
DATERING Voor 25 augustus I II.<br />
S g 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Hetedicht g is uiterlijk op p 25 S augustus ge<br />
1911 voltooid, toen het door de redactie<br />
van Deids g werd ontvangen. g<br />
II<br />
M' is kopijhandschrift l voor (de proef P' van) Het gelaat ^ des dichters geweest;<br />
,<br />
l M 2 is kopij p voor (de proef p e P 2 van) D geweest.<br />
eest<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
6 T- P' mijn 1 hoe P wekken en mijn weiflen heulen woudt;<br />
I 1 hoen<br />
p<br />
P',D<br />
I I T En is mijn l arrem hart geen g urne, en al te dichte<br />
M I P I<br />
geene<br />
I I<br />
I<br />
I I gee I I<br />
T dat men ereure' g in giet?... g<br />
M I -D<br />
I iet'?... giet'?..<br />
3 T-P I – ik ga g uw duister voor ; ik keer het duister tegen g<br />
M 2 I voor<br />
P 2 a<br />
D<br />
b ] [v]ó[or] [<br />
T En, waar deze ijlte zwijgt smaak ik den bitt'ren zegen<br />
S ^ 1 lg , g<br />
M I M 2 zwijgt bittren I I<br />
lg<br />
P 2 a<br />
b[ ] zwí' t Jg<br />
D I 1 zwijgt lg<br />
I6 T-M 2 van 't lijdzaam ^ vond-maal...<br />
a<br />
P 2<br />
I I avondmaal.. vondmaal...<br />
I I avond-maal...<br />
I<br />
320 VARIANTENAPPARAAT
[MM I 3] WEÊR GAAT HET VEEGE LICHT DER ASTERS BLOEIEN<br />
OVERLEVERING 0 N M' I Brief fotoko ie H- ^.<br />
T: De gidsg 75.1v(december 1911),, 375. . 7<br />
M2: Manuscript H-23,[5].<br />
I<br />
P. • Drukproef Het e l aat des dichters h H- z6 Iz-I 3.<br />
g ^ 3<br />
M3: Typoscript H- 40 ^ 16 ,<br />
P 2 : Drukproef D I H- z .<br />
P SS^ 4<br />
D': De modderen man, ^ p. p 3o.<br />
P Z : Drukproef D 2 H-98,31-32.<br />
D': Gedichten, p. 1- z.<br />
^ p 3 3<br />
DATERING Voor 25 augustus I II.<br />
S g 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
gang M I is s een ongedateerde g brief aan Firmin van Hecke, ^ waarin Van de WoestijneW stne 1<br />
hetdicht afschreef. g Deze brief moet als de oudste bron gezien worden; ,<br />
P. Minderaa dateerde hemlobaal g met: 'waarschij<strong>nl</strong>ijk<br />
`waarschij<strong>nl</strong>ijk van 9 i i1' (Verzameld ^<br />
werk dl. z > D. 8oz en Leven en werken I >p S S o . Het gedicht werd door<br />
de red-<br />
ac<br />
tie van Deids g ontvangen g op p 25 S augustus g I 9II. Vermoedelijk had Van de<br />
Woestijne het gedicht kort daarvoor voltooid, zie ook noot 1<br />
II<br />
M 2 is kopijhandschrift p l eest<br />
voor proef p P' van) Het g gelaat des dichters geweest;<br />
M 3 is kopij p l voor proef p P Z van) D' geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
5 M' – Ik , in wiens hand de zware vruchten wo gen<br />
T-D 2<br />
zoele<br />
6 M' a a ?<br />
a maar wren de zoen ontzegd g werd van de beet;<br />
T-P I<br />
bleef I I den I I<br />
3 P 2 *den werd<br />
d I I<br />
D I -D 2 I I de I<br />
I<br />
lees : de<br />
8 MI me des te alleener weet;^<br />
T-P I alléener<br />
M 3 I alleener<br />
P Z a<br />
D I D Z ,<br />
b[allMener] [<br />
114 1-P' eeuwige maaier, ik, die sneed het koren,<br />
g ><br />
M3-D2<br />
I I MI eindlooze vaarder in zijn vochte voren,<br />
T-D 2 i 1°<br />
321 VARIANTENAPPARAAT
I 3<br />
M I a weêr naart<br />
a n^r a e t een herfst; st, en wee^r d[?]<br />
a<br />
T-P I me<br />
M 3-D 2 naêrt<br />
naêrt wrang het derven<br />
g<br />
16 M I na 't wíntren weet de lént...<br />
T-P I wíntrenI len... t'<br />
M 3-D 2 een<br />
I<br />
177 M weêr weent het e hart, waar de oude wonde schroeit...<br />
T-D 2 I 10 I I<br />
I 9 M I a Hoe bronst het goud, g ^ in de kastanjelaren!<br />
1<br />
a<br />
T-M 3 -- Hoe I<br />
I<br />
P 2-D 2 – I<br />
I<br />
NOTEN<br />
I Van M' werd door wijlen 1 J.B.W. W Polak een fotokopie p beschikbaar gesteld g<br />
van de pagina a v van de brief waarophet o gedicht g is geschreven; g het origineel kon<br />
niet et wordengeraadpleegd. w e(Het H AM VC beziteen fotoko ie P van de volledige g<br />
brief inv.nr. 138765.)<br />
De brief e is afwisselend door Van de Woestijne en zijn vrouw geschreven. g<br />
Van deti Woes n neemt 1 e ee aan het slot e van de brief aldus opnieuw het woord:<br />
Waarbij ik I stuur'; igelegenheidsgedichttuur'; udts dan volt volg de tekst van h et<br />
gedicht. Direct daaronder schreef hij als afsluiting, aan een passagep ge<br />
in de briefaarin w schertsend over vliegen g en vliegmachines g gesproken gp wordt:<br />
`Geloof mij, ^, verzen maken is nog het beste middel om te leeren vliegen...' g<br />
2 In typoscript M 3 niet gecorrigeerde fout:<br />
g g<br />
r. 20: bleoit I bloeit<br />
3 Van het etect g gedicht verschenen s vertalingen g in het Duits 4^ x het Engels g (4x), 4^<br />
Fransx 4 het ^ Hongaars, g het Roemeens, het Russisch en het Tsjechisch.<br />
[MM I q.1<br />
STAAT MIJN VENSTER OPEN OP DEN NACHT<br />
OVERLEVERING T: Degids ^ 7S .IV (december 1911), p. 379 - 380.<br />
7<br />
M I : Manuscript p H-23,[7].<br />
P T : Drukproef p Het gelaat ^ des dichters H-26,15-16.<br />
M2 : Typoscript<br />
YP 4^ 7<br />
P2: Drukproef D I p H- SST z -z6. S<br />
D I : De modderen man, ^ p 3 1- 3 2.<br />
P3: Drukproef p D 2 H- 98<br />
X33- 34•<br />
D': Gedicbten, p. 33 . 34<br />
DATERING Voor 25 augustus I 11.<br />
5 g 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Hete g gedicht t is s uiterlijk e 1 voltooidv odoop z S augustus g 1 9 11,toen het door de redactie<br />
van Deids ^ werd ontvangen. g<br />
322 VARIANTENAPPARAAT
I<br />
II<br />
M I is ' kopijhandschrift 1<br />
lft voor (de proef P' van) Het gelaat ^ des dichters geweest; g ^<br />
2'<br />
M ls ko 1I voo r d eroef P 2 van D I geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
T-P I Er zweltdeint<br />
wet e en zwijmt, eint aan en deinst Verlangen, g,<br />
M Z I I aan I I<br />
P 2 a<br />
b<br />
D'-D 2 I<br />
8 T een ongeziene rei...<br />
g<br />
M I P I eene<br />
M 2-D 2 een I I<br />
á an<br />
9 T-P3<br />
D'<br />
–' o 'k Weet: ^ ' i k heb a alleen in 't leed gebloeid g<br />
I I , I<br />
I0 T<br />
dat ik in 't eigen g brein met zorge g kweekte:<br />
M I a[x]<br />
a<br />
kweekte:<br />
PI-D2<br />
144 T te té maklijk 1 leve' e en lieve', ^ vreez'ge ' g hoede; ^<br />
, I I<br />
M P<br />
vrees' ge<br />
MZ , P 2 te I I<br />
D'--D2 2<br />
I I<br />
vreez'ge<br />
g<br />
I 5 TD - I va n de' eigenroede,<br />
en tuchtweldadig-strenge t<br />
P 3 a d<br />
b de e n<br />
D Z I I de I<br />
^ 1 7 T-P' TP I Maar deze nacht e s is schoon, ^ en goed g misschien.<br />
M 2-D'<br />
goe<br />
DZ<br />
a I<br />
b<br />
g ó ed<br />
z T en hoopt een andre blik eenzelfde hopen ,<br />
M I a<br />
b [ hetzelfde] [<br />
I<br />
I<br />
323<br />
VARIANTENAPPARAAT
20 T en tracht als ik te zien;<br />
M I<br />
ik *zien.<br />
P I I zien<br />
M Z I zien;<br />
P 2 a<br />
b ziend<br />
D' I zien;<br />
P 3 a<br />
D2<br />
b ziend<br />
lees : zeen<br />
T P - Ipeilt n als ei ee ik, a s en<br />
><br />
meteenz e lfden e schroom, s<br />
><br />
M Z I I een I<br />
I<br />
P z a l<br />
I<br />
b [ ] é[en] [<br />
i<br />
D'-D 2 I<br />
22z T - P I de ba k e 1 oo ze banen e door der nachten,<br />
M 2 -D Z door I I<br />
233 TP T-P I of hij lhem e vinde die hem staat te wachten:<br />
M 2 'of<br />
P 2-D 2 of I<br />
I<br />
244 T-D ' de broeder van zijn droom;<br />
a<br />
b [de]n<br />
D Z I<br />
I<br />
z25<br />
T-P ' éen die het kommer-bed ontrees als ik<br />
Af een<br />
P 2 a<br />
D '-D2<br />
b éen<br />
27 T-P I en ziet daar-boven al de sterren hangen<br />
7 g<br />
M2-D 2 daarboven I I<br />
29T-P 9<br />
I éen die mi' mijwachte...– En 'k wacht. En 'k voel de vaalt'<br />
M 2_DZ<br />
z T-P ' En hooploos-zoet zie 'k 't blauwe licht verbleeken<br />
3 p<br />
M Z I I blaauwe I I<br />
P 2 a I I blauwe<br />
b<br />
D'-D 2 I<br />
blaauwe<br />
ZETFOUTEN<br />
T r. zo ;ién. ijén;<br />
^ ^ ^<br />
324 VARIANTENAPPARAAT
NOTEN<br />
I Intyposcript M 2 niet gecorrigeerde g g fouten:<br />
r,: 9 weet Weet<br />
r. 14: 4 vrees'-ge ^ vrees'ge ^<br />
De ec correctier t Ie der –* de in r. 22 (de letter r is met potlood oo doorgehaald) gea<br />
a werd<br />
mogelijk moe k niet door Van de Woestijne W 1 uitgevoerd.<br />
g<br />
2 In r. I staat S in vrijwelalle bronnen `van de' eigen g tucht'. Het woord `tucht'<br />
is echter vrouwelijk, zodat alleen de lezing in P 3 en D 2 1^ g grammaticaal g juist 1 is.<br />
3 Bij Bij de variant in r. 24 van P 3 is in de linkermarge g met potlood een vraagteken g<br />
ep 1 aa tstvermoedelijk , door t typograaf o g an van Krim en die zo zijn twijfel<br />
der g mm a ti a le ca juistheid 1 van de ingreep g p kenbaar maakte. .<br />
4 Van hetedicht g verschenen vertalingen g in het Duits 2x en het Frans.<br />
[MMIf] DIT WORDT GEEN LENT ' . GEEN DAG EN ZAL DE SMOORE'<br />
ONTRIJZEN<br />
OVERLEVERING MI : Manuscript H-I.<br />
M 2 : Manuscript H-24. 4<br />
M 3 : Manuscript H- 3o.<br />
M4: Manuscript H- I -2 .<br />
p 3^I<br />
T: De ^ ids 7 8. I (januari 1 I 9 I 4^p p. 187<br />
- 18 8. 12<br />
M5: Typoscript H-40418-19].<br />
P: Druk roef D H-55,2.7-i9.<br />
D : De modderen man, p. -<br />
^ p 33 3S.<br />
DATERING Na 1904; voor 2 3oktober 1 1.<br />
9 4^ 3 9 3<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG MI en M2 zijn<br />
manuscripten uit een vroeg stadium van de genese. ese M' is een<br />
brochure van de vereniging g g Boeatan in Den Haag, g^ produkten p van<br />
`Nederlandsch-Indische kunstnijverheid en huisvlijt' werden ggetoond en ter<br />
verkoop aangeboden. gzij<br />
De brochure dateert uit 1904. Het is s niet bekend hoe ezij<br />
in het bezitan v Van V de Woestijne W s 1 is s geraakt. g e Op de achterzijde 1 maaktehij ver-<br />
scheidene aantekeningen g en berekeningen. g Hij lg gebruikte zowel potlood P als<br />
inkt en moet het manuscript P verscheidene keren opnieuw p ter hand hebben<br />
genomen.<br />
Een van de fragmenten g is de regel g `Vlaanderen ^ o welig g huis waar wij zijn<br />
g ^ aangevuld g met enkele rijmwoorden. Dit gedicht g is opgenomen in<br />
De boom-gaard ^ der vogelen g en der vruchten (1 90 5 ). Het werd eerst in 18 99 en vervolg<br />
ens in g gewijzigde i g vorm in augustus g 94nog<br />
I o voorgepubliceerd. Dit wil niet<br />
zeggen dat de notitie die verband houdt met `Dit wordt geen g lent" zo oud is<br />
Van de Woestijne 1 kan het manuscript na lange g tijd opnieuw gebruikt g hebben),<br />
maar het lijkt 1 redelijk ea 1g te veronderstellen d volgende t nd g r l in 95 1 o of f inde<br />
jaren direct daarna geschreven g moet zijn:<br />
AI' :A<br />
Ik voel dat elke lent van zal blijven l eischen<br />
325 VARIANTENAPPARAAT
Deze on v 1 o le g I e regel, g ^ e eenvoorafspiegelingva van r. . 2 S in het gedicht, g > s i ><br />
min<br />
meer geisoleerd, , in z zwarte r inktnk geschreven ev en vertoont geen g samenhangg met<br />
andere<br />
rfragmenten op h e t blad.<br />
0 M 2 komt m de regel e g in gewijzigde ewI l g g<br />
vorm voor. Dwars in de marge van een<br />
blaadje 1 waar meerdere invallen en n aanzetten op voorkomen (onder meer van<br />
` Ik ben met e u alleen, > o Venus, > star' MM I ^ schreef Van de Woestijne 1 met<br />
potlood:<br />
M Z :B<br />
[F-A; -42f]<br />
I Ik voel old date lk e 1 e n tevan mij mij nieuwe scheuten eischt<br />
Nadere r datering ei van g v<br />
dit manuscript is niet mogelijk. gl<br />
II<br />
M 3 I is een aan twee zijden 1 beschreven manuscript, ^ met in n zwarte e inkt o de<br />
voorzijdedeeese, eerste negen g strofen n van het g gedicht, i h op de eace achterzijde ) de drie<br />
laatste. Het is een volledigeversie, e e maar met enkele relatief grote<br />
veranderin-<br />
gen; > de tekst lI kt op een n eerstete r definitieve ^ ve versie, sIe >1 bij het vervaardigen waarvan<br />
Van de Woest i n zich e gc<br />
nog enkele 1 malen e bedacht. Onbepaalde tijd l later zijn in<br />
de regels g 6, ^ o I en I 3 nog g<br />
varianten a met potlood p 1 aangebracht g (fase b . Het<br />
papier a Ier is gelije i 1 k aan dat t van M4, ^<br />
wat doet vermoeden dat M 3 vervaardigd werd<br />
1 toen Van de Woesti ne de kopij pa voor publikatie in n De gids voorbereidde.<br />
p ^<br />
De redactieontvin ontving het 3gedicht<br />
g ' h op p 2 oktober I 9I 3 .<br />
III<br />
M4 is ^ kopijhandschrifto t l hrlft voor Tgeweest; g<br />
s M 5 is s kopij pl voor (de proef p P van) D<br />
geweest.<br />
VARIANTEN EN (M' en M 2 niet opgenomen) g<br />
CORRECTIES<br />
I M3 Dit wordteen lent. Geen dag en zal de smoore' ontrijzen<br />
g g l<br />
M4-D I I lent'.<br />
M 3 a en zijn dees zi<br />
3<br />
zij<br />
g<br />
a[ ] [g]u[l]den uldenne<br />
zenzij schoon, zij wijzenj<br />
M4 T I<br />
MS<br />
P<br />
D<br />
schoon,<br />
I<br />
32 6 VARIANTENAPPARAAT
4 M3 a een d<br />
M4 T<br />
a naedre da g die naar de náakte landen ruikt.<br />
b<br />
M 5 I<br />
P a<br />
D<br />
b<br />
[naedre]n moren náakte<br />
g<br />
I naakte<br />
náakte<br />
5 M 3 a Dit wordt het uur niet, dat het onverwachte e leven<br />
b<br />
Leven<br />
M4 , T<br />
I,<br />
M 5 -D I I onverwachte I 10<br />
6 M3 a U met éen blik den blik opdein e loosh i e ontsluit. d s t.<br />
M4<br />
T-D u<br />
b [den b blik] [U met e éen ' blik]<br />
b [U met éen blik] [den blik]<br />
7<br />
M 3 Elke appel pp isgeplukt; elke aalmoes s isgegeven;<br />
M<br />
4 ^'<br />
in<br />
T-D I<br />
I is<br />
* lees : is<br />
8 M3-T en in uw hand alleen de e e rínnrin gaan den buit.<br />
114 5 -D I I erinnring I I<br />
M 3 a Dit is de hérfst. – En toch, o trage wemel-neevlen,<br />
9 ^ g e,<br />
b ...<br />
M4<br />
T I I Hérfst... I<br />
I •,<br />
M 5 -D I I hérfst... ,<br />
I o M 3 a o drali -waas' e dageraad, o schoone schijn, g g ^ l,<br />
b[] [drali -waa z ' e g g<br />
M4<br />
I<br />
T I I drali -waas' e • •<br />
g g ;<br />
M' a I I drali -waaz' e g g ,<br />
a[] [drali -waa s ' e g g<br />
P<br />
D<br />
I I drali -waaz' e g g<br />
i2 M 3-T 't bezoek van de' Engel g of een dróef bezoek wil zijn; 1^<br />
M 5 I<br />
I droef<br />
P<br />
a<br />
b[ 1 [dr 0' e<br />
D I I<br />
1 M 3 a wijde oogen die niet weet • ooren die niet vergeten;<br />
3 l g ,<br />
b kent<br />
M4-D<br />
327<br />
VARIANTENAPPARAAT
3 4<br />
15 M M o vreugde<br />
r e van mi'n waan o vreeze van mijn weten,<br />
^ g<br />
) ^ )<br />
T<br />
M 5 -D > 1 i ><br />
z6 M 3 en gl gij natuur, die teeder r lokkend o zijt, en blind:<br />
MP 4- teeder-lokkend<br />
D I i Natuur,<br />
z 7 M 3 ra<br />
toch voel 'k, ^ o bleeke toover van bedrieglijk herfstera<br />
b ik<br />
M4 ,<br />
bedrieglijk g )<br />
I I<br />
MD ^- toch I<br />
I<br />
voel z 8 M 3 –'k, a weer voe > o schoone schijn, 1 o schroom'ge g vreugde g en vrees,<br />
b [ I i k sch o one<br />
M4-Di<br />
weêr<br />
r 9 M3 a van uit m<br />
ageeren<br />
de die t ml ) ns huiver-wezens't bersten<br />
b kil dieten vanmijn wezen<br />
M4<br />
T<br />
g éeren<br />
M 5 -D I geere<br />
M 3 a alsof een lent weêr e in de zwarte stammen rees<br />
M4<br />
T<br />
M 5 -D<br />
b ' o voorjaar[weêr in<br />
c weer [een voorjaar] ) in de<br />
l<br />
strakke<br />
I zwarte<br />
22 M 3 a het 1 looden oden stempel sloeg ten veil' en g deksel-steen,<br />
M4-D<br />
M 24 4 M 3 lange a allem deeween<br />
van g verlangens g gluid geween.<br />
b<br />
I...<br />
M4-P I<br />
I<br />
D I I Verlangens g<br />
I I<br />
b<br />
den<br />
25 S M 3 – Ik weet dat elke lent van mij l zal a blijven 1 eischep 4– A ; –B<br />
M 4 T<br />
lent'<br />
M 5 -D blijven<br />
1<br />
z6 M 3 een a schellen hetmartlend a baren levens-loot<br />
van e<br />
M4-D<br />
b<br />
fellen<br />
27 7 M 3 ika weet ete zijn 1^om naar he<br />
a de hemelen te hijschen<br />
)<br />
M4 T<br />
M 5 -D I I zijn 1<br />
32 8 VARIANTENAPPARAAT
I<br />
z8<br />
M 3 a elk teek tee en, telkens, evan een nieuw-ontwaakten dood •<br />
b [<br />
onieuw-ontwaakten<br />
p<br />
M4<br />
T I I opnieuw-ontwekten<br />
MD 5 - onieuw-ontwaakten<br />
p<br />
2 9 M 3 a Ik weet dat d ik besta, , gedoemd g tot helle sprake,, p<br />
a i[k]<br />
M4<br />
^<br />
, T Ik<br />
* lees :. ik]<br />
M 5 -D ik I<br />
I<br />
3 o M 3a opdat g geen scheut ons r uit wen 'k geen g g geluid engeef,<br />
b<br />
M 4 -P I I ontspruit<br />
D<br />
waar aan<br />
geef',<br />
lees : onts ruit p<br />
3 4<br />
3 M ^ M en 'k eeuwi g -smartli 1 k ben opdat p elk lente-ontwaken<br />
T<br />
eeuwig g smartlijk 1<br />
M 5 -D I I eeuwig-smartlijkg 1<br />
3 2 M3-T<br />
M5<br />
P, D<br />
33 M3<br />
M'<br />
van st r aa l' g en dauw in mijne 1 dankbre tranen leef'<br />
daauw I dankb're I<br />
I dankbre I<br />
a maar... dit en wordt geen g lent . Geen 1<br />
a<br />
T I dit I<br />
M 5 , P I dit I I wordt I<br />
D I wórdt 1<br />
I lent' I<br />
gulle g dag g zal rijzen<br />
^<br />
34 M3<br />
-D<br />
a g eli l • k een vooraars-wijde voorjaars-wijde in duizend bloeme' ontluikt;<br />
a[ ] vooraars-weide<br />
[voorjaars-w]ei[de]<br />
3S M3<br />
a en zijn dees g gulden oc ht n e -nee len v schoon, zij wijzen<br />
^<br />
a u chtend-neevlen<br />
M4<br />
T I<br />
I schoon,<br />
M 5 , > P uchtend-neevlen schoon, zij wijzen<br />
1<br />
D<br />
I I gulden uchtend-neevlen schoon, ^ zij wijzen<br />
1<br />
3 6 M3-T een naedren moren g die naar náakte landen ruikt.<br />
M 5 -D i I naakte<br />
M 3 En h–Waan, wezen de verkoorne<br />
37 M a n toch... o te<br />
a [ I *starre Waan, te wezen de verkoorne lees : Starre waan]<br />
M4-D<br />
I I Starre waan, I I<br />
3 4<br />
38 M M ^ die zelfs bi lui-ontluikende 1 oogen g van den dood,<br />
T-D I<br />
I Dood<br />
329<br />
VARIANTENAPPARAAT
39 M3 a mag worde' als de<br />
a bblinde 1 atuu reeuwig-barendeen N ^-geboorne,<br />
o - e<br />
ai'gij<br />
M4-P<br />
i I natuur,<br />
D I I Natuur, I<br />
I<br />
3- 40 M T magg wo r de ' a als s uw ' steeds zwarte' w en scheppens-reeden schoot, ^<br />
M 5 -D<br />
uw<br />
i M 1^ 3 a mag m g zijn, n die e zelfs e s bij b 1 schijn 1 van leven b brandt van a leven ,<br />
a i ° > > ;<br />
M4<br />
T<br />
I brandt I I<br />
M 5 I schijn I I brandt I I<br />
P a I<br />
b ] [schlíl[n] [ ]<br />
D<br />
I brándt I I<br />
4 2 M M3^ a die, van zijn onverbidlijk-werkzaam 1 o gi ? xx<br />
a<br />
hart en brein<br />
M4-M5<br />
P<br />
D<br />
a<br />
b<br />
onverbidli j k-waakzaam<br />
43 M 3 a zal aangezicht g aan 't ón g eschaa ne geven g<br />
b 't heerlijkst l st [aangezicht g e t aan 't ón g eschaa ne geven] g<br />
M4<br />
T I I héerli' 1 kst<br />
M 5<br />
heerlijkst 1 on gesch aa ne<br />
P<br />
a<br />
ó n gs e chaa ne<br />
D I I ón eschae ne g p<br />
M 3 a en schenke' uit de ongewassen druif den rijksten wijn...<br />
44 g rijksten 1<br />
a [de]'<br />
M 4 Ide<br />
T I I ón ewassen rijksten I I<br />
g l<br />
M 5 I I ongewassen rijksten I I<br />
g rijkste<br />
45 T o Starre waan, Sa te schoone ^ waan... – De neevlen hangen g<br />
M<br />
5-<br />
D<br />
milde<br />
I I<br />
46 M M3 a doorweven, > ee t d r e > vana een bloode October-zon.<br />
b d oor bleven ? teeder , van een bloode October-zon.<br />
bdoor blonken<br />
^<br />
blankend<br />
M4-D I<br />
><br />
47 M 3 a En 'k sta, ^ en staa<br />
a[st]are,e en prange onderr mijn ^ hand 't verlangeng<br />
M4 ^ T<br />
M 5 -D I I 'k<br />
I<br />
33 p VARIANTENAPPARAAT
ZETFOUTEN<br />
NOTEN<br />
T<br />
r. 2 9 : Ik ik<br />
r.: 34 o<strong>nl</strong>ui k t ontluikt<br />
r,o 4 : schoot schoot<br />
I Jno t Y cri s t M S niet gecorrigeerde g g fout:<br />
r. 22: stempel stempel I stempel<br />
2 In M4 begon g Van de Woestijne 1 direct na r, 44 met de volgende g strofe, zonder<br />
s tr o f ew i ; t hij<br />
schreef o 'o S Starrea e waan' maar a haalde dat door toen e hij i de l vergis-<br />
sin g bemerkte; ^ iets lager g maakte hij een nieuw begin g met de regel. g<br />
3 Van hetedicht g verschenen vertalingen g in het Duits (3x). 3<br />
[mm 16] IK BEN MET U ALLEEN, 0 VENUS, FELLE STAR<br />
OVERLEVERING M' : Manuscript hI 2. p 4<br />
M 2 : Manuscript H-29414<br />
p<br />
M 3 : Manuscript H- 1 . 3 ^4<br />
T: De gids g 7 8. I (januari 1 194^ 1 p . 9 1 0. / 12/<br />
M4 : Typoscript H- 4 o ^Zo ,<br />
P l : Drukproef p D I H 55^3 o,<br />
D' : De modderen man, ^ p p. 36. 3<br />
P 2 : Drukproef p D 2 H-98,35-36.<br />
D 2 : Gedichten, p.35-36.<br />
^ p<br />
DATERING Omstreeks 26 februari 1913(? ; voor 2 oktober 1 9 1 3 .<br />
93 ^ 3<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Op p 26 februari 193 i schreef Van de Woestijne 1 een bijdrage 1 ge voor de N.R.C.<br />
(gepubliceerd op p 28 februari). Passages g daarin zijn verwant aan a passages g in `Ik<br />
ben met u alleen, > o Venus, felle star', zodat het mogelijk gl is dat het gedicht g<br />
rond die datumeconci g ieerd i s. Zie verder noot i.<br />
II<br />
M' is een blad met enkele invallen en fragmenten, onder meer van MM 1 , Er<br />
g ^ 5<br />
komen tweepassages uit `Ik ben met u alleen, o Venus, felle star' op voor. p<br />
Bovenaan het blad schreef Van de Woestijne met potlood twee reels: M' :A.<br />
1 p g<br />
Na enkele andere notities volgde een losse reel: M' :B, eveneens met potlood<br />
g g ^ s p<br />
geschreven.<br />
M I :A [---)--6]<br />
(I)<br />
Zelfs wat het eerste komt en wat het laatste scheidt<br />
2 a Zelfs e s 't t leed e enkomt mij niet 1 et bezoeken<br />
e<br />
b komteen g [leed] min 1 ijlt<br />
VARIANTENAPPARAAT
M i :B [-418]<br />
I deve r u g en de 't leed van a't eeuwig gbranden<br />
VARIANTEN EN (M' niet o p enomen g<br />
CORRECTIES<br />
III<br />
Het gedicht c is uiterlijk 1 voltooid 1 op 233<br />
oktober obe 1913,toen het door de redactie<br />
van<br />
De gids werd ontvangen. g<br />
IV<br />
M 2 is s kopijhandschrift voor Het gelaat<br />
des dichters geweest; M 3 is kopijhand- pl<br />
schrift<br />
vo voor T geweest; M4 is kopij voor (de proef I g<br />
, pl p P van) D ^ geweest. g<br />
i A/12 Ik ben met U alleen, o Venus, roode star.<br />
M3-M4<br />
iu<br />
P I a<br />
b<br />
D'--D 2 I<br />
fell[e]<br />
2 M 2 -T En waar 'k vergeefs g s in mij uw stralend gloeien g zoeke,<br />
M4-D2<br />
I<br />
[ f-64—A]<br />
S<br />
M2<br />
Geen vraag. g En zelfs wat 't tee eerst me m naêrt nart en 't laatste scheidt, ,<br />
b Z el f shij hijdie 't eerste komt<br />
c En Zelfs t eerste me naêrt<br />
M 3 , T zelfs wat tee eerst me naêrt ae en 't laatste scheidt,<br />
M4-D2<br />
lees : zelfs wat]<br />
lees : eerst]<br />
6 M2 a zelfs angst g en komt mijn ijlt ijlbezoeken.<br />
l e [<br />
M3<br />
T i 1 án st<br />
g<br />
M4 , P I angstg mijn 1ijlt'<br />
D I-D 2<br />
angst<br />
g<br />
M Z Ik ben met u alleen, mijne oogen droog en wijd;<br />
7 ^ 1 g g 1 ^<br />
M 3 ><br />
T<br />
><br />
M4<br />
I;^<br />
P I I I mijn 1 I I<br />
D I-D 2 I i •,<br />
332<br />
VARIANTENAPPARAAT
7,<br />
$ /)<br />
--vezr<br />
'<br />
'3<br />
"<br />
AAA: t;t1`t :414). • 4,<br />
AA> 1"ettopa,<br />
-44g 77441--..'"4421". 4*$07,k4,. ‘4 i2. iri744'<br />
. '14' eZ:164644'44<br />
elis<br />
c"/ 4 ;4.<br />
de,:‘<br />
44 ,701444<br />
'7 aI inAeo$04,e, .V1041„.<br />
`Ik ben met U alleen, o Venus, roode star' [mm 16]. Blad uit de kopij voor Het gelaat des dichters<br />
(H-29).<br />
333 VARIANTENAPPARAAT
8 M2 a a end <strong>deel</strong> 1 de w i' 1 d e nacht van<br />
minverlaten 1 kilte<br />
b terwijl 1 welfte<br />
c wijl lijdelijk 1 1 de<br />
d wen<br />
nacht welft]l [<br />
o e dee polen va van den nacht zi 1n<br />
f3 f terwijl de wijde 1 [nacht welft<br />
M 3, T en <strong>deel</strong> e de ac wijde l t van nacht ml n ve l<br />
verlaten kilte<br />
M4-D 2 terwijl 1 I I welft I I<br />
lees : geschrapt]<br />
^<br />
M 2 a a met uwe loeiënde g eenzaamheid.<br />
f3 b naar[ ] [gl oe i nd e e<br />
7 c naar<br />
d [naar]<br />
M 3 , T met<br />
m4-D2<br />
naar I I<br />
lees : en<br />
10 M 2 a – De wanden blind, de , kaemren naakt en ijl de dilte,<br />
,<br />
b venstren<br />
M 3 a I 1 wanden<br />
12<br />
T-P'<br />
D'-D Z<br />
b venstren<br />
2<br />
Min 3 aldus mijn t ziel a in 't land der Stilte;<br />
te<br />
T aldusI I stilte; 1<br />
m4_1)2<br />
aldus St ilte ,<br />
I terwijl M 2 a ge, g > alleen ten hemel-tuine een helle roos, ><br />
M 3<br />
b [ ,<br />
e , alleen ten hemel-tuine een helle roos,<br />
i 't in lander e s stilte,<br />
te,<br />
M4-D 2 alwaar I I ten hemel-tuine een helle roos,<br />
1 4M2 g a een vurig-roode roos in stilte's donkren lande, ,<br />
a<br />
S tilte's<br />
M3<br />
T I i stilte's<br />
M4 I I Stilte's<br />
P' a<br />
D'-D Z<br />
b[ ] [vuri - gfell e<br />
1M 2 g a ge noodend waakt a en blaakt, , altoos, a o ,<br />
bi' gl<br />
M3<br />
g e<br />
I<br />
I<br />
T I altoos,<br />
M4-D 2 staê g-noodend<br />
16 M2-P' en ik, met de armoe van mijn hoofd en van mijn handen,<br />
D'--D 2 armoê I I<br />
,<br />
334 VARIANTENAPPARAAT
I 171 M3-PT in de armoe van mijn hart ontbere, ^ leêg g en bar,<br />
D'--D 2 I I armoê I<br />
I<br />
I 8 M 2 a zes zelfs de a arme e vreugdvan e g<br />
eenzaam branden... e<br />
E–B<br />
schaemle<br />
c arme<br />
M3<br />
T I I éenzaam I I<br />
A44-D 2<br />
eenzaam branden...<br />
ZETFOUTEN<br />
T r. 6: Zelfs Ielfr<br />
NOTEN<br />
I P. Minderaaheeft eropgewezen e odat t een journ 1 listiek a opstel p t e vanVan ad de<br />
Woestijne 1 in de N.K.C. van z8 februari b I 93 I in enkele details `merkwaardig<br />
verwant' is met `Ik ben met u alleen, o Venus, felle star'. Minderaait c eert uit<br />
de krantebijdrage, 1 g, die geschreven werd op z6 februari en het e zesde e is s van een<br />
serie `Over de militaire hervorming'. Hij wijst op p de variant roode/felle ein<br />
r. I van hetedicht g (Leven en werken k r ^p 44S 445). In het bedoelde artikel verhaalt<br />
Van de Woestijne W s 1 hoe hij in de ochtend `de stad langs g de Noorderpoorten<br />
order ont-<br />
[was],en een licht, een lucht- en licht-, een echt-en-onvervalscht voor-<br />
1 'aarsbad [was] g gaan nemen in het park van Laeken'. Het vervolg g luidt: `Gisterenavond<br />
al hadden om mij, 1, voorboden van het schoone seizoen, de geurigeg g<br />
luwten n gezwoeld, g e w ^ de e r rijpe 1 z oe i nte gedeinde e vande den Zuiderwind. Z En ik had het<br />
in stad niet uitgehouden; g ^ ik was naar het woud geloopen, g p naar Boschvoorde<br />
o P^ en had er den geur g opgesnoven der opene p aarde, die blauwde in deduister- d<br />
nis onder den fellen maar kalmen schijn l van Venus, de roode o e ster. Ik ben thuis<br />
gekomen, dronken van voorjaarslucht, 1 ^ de beenen vol zalige g warmte; ^e en heel<br />
den nacht heb ikedroomd g dat mijne l oude tante, waar ik moet van erven, zoo-<br />
waarestorven g was : zoo had ik van dien eersten lenteavond genoten!' g Geci-<br />
teerd naar de N.R.C. ; ook in <strong>deel</strong> 6 van het Verameldjournalistiek werk,<br />
p. 109-1 10.)<br />
2 In de vijfde 1 e strofe (r. 3S I- i in M Z t M 3 en T komt hetzinsonderwerp' eteg<br />
tweemaal voor. In M 2 merkte Van de Woestijne 1 dit op en schrapte hij<br />
het<br />
woord in r. 13. 3 In M 3 en T handhaafde hij het echter; daarom is deze onjuist-<br />
1<br />
heid daar onveranderdelaten. g<br />
3 T heeft in r. 12, I 3 en 144 `stilte' zonder hoofdletter, terwijl 1 de kopij pl (M 3) in<br />
r. i z en I 4 `Stilte' heeft. In r. I bracht 3 Van de Woestijne l tijdens de proef<br />
correctie voor het tijdschrift een variant aan, ^ waardoor `stilte' op p die plaats p<br />
alleen in T voorkomt. Deze lezing g is in het variantenapparaat opgenomen<br />
omdat het juist 1 vanwege g het invoegen g van de variant waarschij<strong>nl</strong>ijk 11 is dat Van<br />
de Woestijne 1 bewust van de kapitaal p afzag. g<br />
4 Literatuur: De Schutter, `Ik ben met U alleen, o Venus.'<br />
5 Van hetdicht g^<br />
e verschenenvertalingen s het Duits, in het Engels, h Dui het hr Frans<br />
s<br />
ax het Spaans p en het Tsjechisch.<br />
1<br />
335 VARIANTENAPPARAAT
[MM I 71 VAN ALLE REIS TERUG NOG VÓOR DE REIS BEGONNEN<br />
OVERLEVERING MI: Manuscript H-37.<br />
M2: Manuscript p H-38.<br />
M3: Manuscript p H- 39^ 1 .<br />
T: Elsevier'seïl ^ streerd lu maandschrift 26.I (februari 9 i 16 ^ p. 125 ./14/<br />
1<br />
M4: Typoscript H-40424<br />
P : Drukproefroef D H- SS^3 1.<br />
D: De modderen man, ^ p. 37.<br />
DATER I N G Vermoedelijk j omstreeks april 191 5, zi ^ juli 9 i Si.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG<br />
M' M is een handschrift t metkladfragmenten uit verscheidene gedichten,<br />
en<br />
enkele 19<br />
ourn a h i k eaantekeningen steS die i uit<br />
a ril 1 1 dateren zie H-37 H in de<br />
Bronne<strong>nl</strong>ijst;zI e voor o de dateringontwikkelingsgangvan g de<br />
Ms . De fra g-<br />
m enten die i bij b 1 'Van<br />
alle a reis e e terug s e g nogvoor de reis begonnen' g horen, ^staan<br />
dicht h 1 bij elkaar. e Het kaa eerst . He schreef eea V n de d Woestijne l met rood potlood p een vier-<br />
r eeleaaed<br />
g l' g passage die de openingsstrofe werd :<br />
M' :A[---+1-4]<br />
I Van a alle reis terug g nog voor de reis begonnen. g<br />
2 Wat, dat gij g l niet en wist, ^ heeft de onrust u geleerd? g<br />
zijn Alle einders ontgonneng<br />
onnen<br />
en elke tocht gemeerd.<br />
4 g<br />
Geheel doorgehaald, mogelijk in stadium E<br />
Dwars naast deze regels, reels aan de linkerzijde, 1 ^ volgden g eveneens in rood potlood p<br />
twee regels g die verderop p in het gedicht g een plaats p zouden krijgen:<br />
M I :B<br />
[-->11-12]<br />
1 gijg i moet u niet meer laven:<br />
(2)gij zijt aan gl walg zijt gelescht gg<br />
Ge eel doorgehaald, mo eli k in stadium E<br />
Opnieuwin de linkermarge g schreef Van de Woestijne 1 nog g een strofe in<br />
potlood :<br />
M' :C<br />
(I)<br />
(2)<br />
(3)<br />
Welke e begeerte te die, > niet heeft bedrogeng<br />
en<br />
a en welke o liefde zonder angst g beleên ?<br />
b[ ] gelogen[?]g ooit angste<strong>nl</strong>oos<br />
– o dorre brand der oogen g<br />
336 VARIANTENAPPARAAT
(4)<br />
a na véel te lang gggeween<br />
b nodeloos<br />
[Geheel doorgehaald, mo ^Jeli kin stadium E<br />
Rechts is naast ass stadium i m A kwam k m opnieuw o met potlood p nog o een g losse<br />
regel e g e op o<br />
papier, later het begin g van de derde strofe :<br />
M` :D [--91<br />
(I)<br />
a Geen Gen bronnen bo gelden g nog[?] g in de eindelijkehaven<br />
meer, eneene stroomen, g waar de [haven]<br />
[Geheel door ehaald mo eli k in stadium E<br />
g , gJ<br />
De bovenstaande fragmenten g werden doorgehaald g met potlood. p Het is moge-<br />
lijk ^ dat dit gebeurde g toen Van de Woestijneeen meer voltooide versie e smeedde<br />
op p M 2 die e geheel g ehet met ppotloodgeschreven handschrift<br />
werd M 2 : E Op 0 t n hrift<br />
komt tevens een aantekening g voor die weliswaar verband houdt t met Van de<br />
Woestijnes prozaplannen maar die geschreven g werd met hetzelfde rode potlood p<br />
als op M' gebruikt g werd, hetgeen ^ g het vermoeden van de chronologische g nabijl<br />
-<br />
heid van beide bronnen versterkt. 111 2 :E is in deecombineerd g e synopsis s Y p o peg -<br />
nomen. De tekst van ad het g gedicht is met een P paar l lijnengeschrapt;it gebeurde e e<br />
waarschij<strong>nl</strong>ijkece.<br />
direct na de voltooiing,di uiterlijk i o p 21 jl uli 19<br />
1plaatsvond<br />
S<br />
op die i d at um z nd o Van de o West i n het gedicht e etRobber aan Herman R b r s voor<br />
publikatie p in Elsevier's geillustreerd g maandschrz t.<br />
0 Ophetzelfde manuscript p maakte Van de Woestijne j onder de tekst van het<br />
gedicht enkele g^ losse aantekeningen; sommige g daarvan hebben betrekking gP op<br />
plannen g voor proza-verhalen P en blijven hier buiten beschouwing. Er staan ver-<br />
nog g twee losse regels g genoteerd. g De eerste is een aantekening g in het Frans,<br />
misschien een citaat maar het kan evengoed g een inval van Van de Woestijne<br />
zijn 1 : `La désillusion des mains p leines.' Na een kleine witruimte w t volgtdang<br />
t a<br />
nog een mogelijke gl versreel: g<br />
M 2 : paralipomenon<br />
1 a Wij<br />
bouwen een galerij[?] g 1 voor haar die nimmer komt<br />
aaleis P<br />
II<br />
M 3 is kopijhandschrift p l voor T geweest; g ^ M 4 is kopij pl voor (de proef p P van) D<br />
ggeweest.<br />
337<br />
VARIANTENAPPARAAT
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
(M' niet opgenomen) g<br />
1/14 2 :EVan V alle reis terug es nog g g voor v de reis begonnen. g<br />
M 3 , T<br />
I...<br />
M4<br />
I voor I I<br />
P a<br />
D<br />
b vóor<br />
[1-44— A<br />
2 M.<br />
2. E a W at ^ dat ^ *gij en niet en wist, heeft de onrust u geleerd?<br />
^ ^<br />
^ a g l ^ g lees : gij gl niet en]<br />
M 3 T g) gij niet en wist, ,<br />
M4-D Wat I<br />
I<br />
6 /1/12:E a a en welke gelogen liefde ooit angste<strong>nl</strong>oos beleên?<br />
a b<br />
[] {[ge[ ]deg[elni} [<br />
a b [ ] oprechtste [<br />
a ^<br />
]zonder angst [ ]<br />
(3<br />
{[<br />
[ 0 ] avontuur J<br />
a d [en welke oprechtste p liefde ooit zonder angst g beleên ?<br />
M 3 T I I oprechte p I I<br />
M4-DI<br />
I waan I I<br />
8 M. 2 :E a a na nodeloos geween s g !...<br />
ce tuur g!...]<br />
a de ween g !,,,<br />
M 3-D I I<br />
]l<br />
[J-BE–C]<br />
9 M 2 Geen :E a bronnen meer, ^ en geene g stroomen, waar de haven 4–D<br />
a<br />
een<br />
M3-D<br />
To M 2 :E a ze in de<br />
eindeli jke zee<br />
aiestilde gestilde maat der strenge g zee bevest.<br />
M 3-D I<br />
I<br />
III-12+-B]<br />
I I M 2 :E a Gij moet u niet meer laven:<br />
M3-D<br />
b –[Gij]<br />
ZETFOUTEN<br />
T r. 4: elk toch I elke tocht<br />
NOTEN I Van het ggedicht h verschenenvertalingen e in het Duits en het Frans.<br />
33g VARIANTENAPPARAAT
[MMI81 0 ZIEK, ONZEKER EN ONZUIVER<br />
OVERLEVERING M I : Manuscript H-I . 3<br />
T' : Onze ^ eeuw i z. I' (januari 1 1 9 12), . 1 0. S /8/<br />
M2: Manuscript P H-16.<br />
M3: Manuscript P H- 3 I T 2 : De gids<br />
g 78.17 (januari 1 I 94^P I p. I 91. /12/<br />
M4: Typoscript H- 4^zz o<br />
.<br />
P. Drukproef D H- z.<br />
S S^3<br />
D: De modderen man, p. 38.<br />
^ p 3<br />
DATERING Omstreeksuli I II ' voor 2 3oktober 1913.<br />
1 9 ^ 3<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
'o GANG Voordat r Ziek, k onzeker e en e onzuiver' e i o r indefinitieverm u ves vormverscheen, h een had het<br />
M' :A<br />
d z<br />
d<br />
andere,<br />
sterk s afwijkendeversies v esgekend, g of beter: maakte het <strong>deel</strong> uit van<br />
eerdere versies.<br />
Dea<br />
oudste is M I eenkl voltooid dhandschrift in zwarte inkt, waarin slechts<br />
weinig verbeteringenvoo voorkomen. gg ome Het . e gedicht heeft drie strofen en een sterk<br />
afwijkende 1 tekst. s Van a de Woestijne West l schreef de drie strofen niet in de aan ge-g<br />
teerstehij toffen volgorde: tussen de en derde liet een relatief grote g ruimte<br />
oen die hij hij kort daarop P vulde met nog geen vierregelige strofe. Bovendien<br />
hij<br />
a daarna door middel van nummering g de volgorde g der strofen nogg<br />
eensgeheelo m . de eerste s e nummerdehij ededirect<br />
hij aanvankelijk z dire veranderd in<br />
^ 3;<br />
de middelste werdenummerd g z de laatste I. Omdat de ductus erop P wijst dat<br />
het gedicht g toch in éen sessie s g geschreven is, , loopt p de fasering g in de volgende g<br />
synoptische weergav<br />
ave over de strofen door.<br />
3<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
o Ziek, onzuiver en onzeker<br />
te leven van dees stae gen dood...<br />
– en eeuwig dorste', o verre Beker, ><br />
en altijd hongren, g ^ hooploos p Brood.<br />
strofenummer d 2<br />
5 b hoe lange zal aan loom<br />
c [looide zole<br />
c [loode]n<br />
b de bane zijn die, duister wijkt<br />
1 ^ 1;<br />
b<br />
7 b a I licht verholen<br />
c hoelan ge 't nieuwe<br />
339 VARIANTENAPPARAAT
8 b dat [ o ]kijkt<br />
strofenummer 0 d i<br />
b [ ] in het oog me [ ]<br />
c [ ] 't ontwakend [oog me kijkt] ?<br />
9<br />
I0<br />
II<br />
IZ<br />
o Ziek, onzeker en onzuiver<br />
en hunkrendteed s s, en altijd moe; ,<br />
o om elk v verlange' g een vrees' g en huiver, ,<br />
a[ ] [vree z ' en g<br />
a en op elk'<br />
a [elk] e hopen o de oogen toe:<br />
II<br />
Bi l de voorbereiding vanVVerzameldw e ^am werk k van Van de Woestijne l had<br />
P. Minderaa i de beschikking over renman een manuscripta t d t in bezit b was van Maurice<br />
R oe 1 nt a De s. e huidige g verblijfplaatsr ^<br />
1 ervan e is s echter t o onbekend. e De tekst sluit aan<br />
bij M I dat dus als een klad voor hetverloren gegane gg e manuscript pbeschouwd<br />
kan worden. Zie voor voo de tekst s noot o i. De vermelding g van het "`K Yrie" eenex<br />
"Heilige g eMis "' op p het manuscript p maakt t het t mogelijk g l k het ontbrekende manu -<br />
scri t in verband te brengen g metdeschema's died Van de Woestijne 1 voor de<br />
compositie vann Het gelaa Blaat des dichters maakte. 0p91 uli I g II noteerde hij als<br />
derde en voorlaatste <strong>deel</strong> van lichtder Het kimmen: k De Heilige g Mis. Eerste afde-<br />
lin g d aal r n z o u zi ^ n K 'Kyrie'Ontstaansgeschiedenis,z.I.I y<br />
zie . Het is dus<br />
denkbaar dat ook het 1 klad I M omtrent o e diezelfde datum ontstaan is.<br />
III<br />
In het tijdschrift Onze ^ eeuw u^v van januari 1 9 1z T I publiceerde p Van de Woestijne 1<br />
pp het ggedicht 'Ter zee loome ee met slappe s zeilen'. a e e De eerste strofe is groten<strong>deel</strong>s g<br />
gelijk glonzuiver';<br />
aan de tweede e strofe van ` o Ziek,onzeker n ook voor het<br />
overige g is verwantschap aanwijsbaar. 1 Deze versie is tevens s in het Appendix<br />
opgenomen ([A I o .<br />
Ter loome zee met slappe e zeilen<br />
onder eenzelfde lamme zon'<br />
en steeds het onveranderd-ijle 1<br />
aan elken nieuwen horizon;<br />
aldóor de da gen Aldoor varen<br />
een onverschill'gen g avond toe,<br />
en eindeloos het loom verzwaren<br />
der lamme leden, hoo ploos-moe<br />
en nimmer, nimmer slapen p mogen, g,<br />
maar steeds naar horizonnen spiên P<br />
metstarre etsa een pij<strong>nl</strong>ijk-sperrende p l 1 oogen g<br />
die zelfs den zwarten nacht niet zien...<br />
Iv<br />
Boven de tekst van het gedicht g op p M 2 is g geschreven `Liederen.' met toevoeging gg<br />
van het cijfer 1 I. Het manuscript r' P is genummerd g met het cijfer i z in dezelfde<br />
340
inkt als de tekst. Dit kan erop duiden dat Vane Woestijne 1 e het etachita afschrift s alss<br />
kopij P1 heeft bedoeld. Het is niet bekend of hij 1 het daadwerkelijk h heeft ver-<br />
stuurd noch of het elders dan in Deids g (T 2) verschenen is.<br />
Het is verder niet uitgesloten g dat Van de Woestijne 1 het gedichtg t op pzeker<br />
moment wildegebruiken g als s een van de `Li e d r nva van Helena', waarvan enkele<br />
onder meer het tegelijk met `Ter loonre zee met slappe zeilen' in Onze eeuwv<br />
verschenen `Reen g ^ regen g in den tuin') in 1 9 12-1 9 1 3 in De llae e gP e ubliceerd<br />
werden. Voor een <strong>deel</strong> werden ze verwerkt in `D S Spartaanschep<br />
a Helena',o pgnomen<br />
in Zon in den rug g I 94 z en daar globaal g gedateerd<br />
d 'Brussel 99 I o - 9I II '<br />
e<br />
Dergelijke g J dateringen g zijn bij Van de Woestijne e 1 e – zoals<br />
s in andere gevallen g<br />
bleek – niet zonder meer betrouwbaar. Zeker s is at dat de definitieve versie s e van<br />
hetedicht g voltooid was op p 23 3oktober I 9 I 3^toen<br />
het door de redactie van De<br />
gids g ontvangen g werd.<br />
De nummering g van M 2 in inkt is later met potlood ood vervangen van door hetcijfer<br />
Of Van 1de Woestijne dit zelf e deed, is s nietn bekend.<br />
v<br />
M 3 is kopijhandschrift p voor T. geweest; M4 is kopij<br />
l g M s o i voor (de proef P van) D<br />
^ pl p<br />
geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
MI en T I niet opgenomen) g<br />
2 M2, M 3 in 't i'vren de eigen doem gewijd;<br />
^<br />
l g g 1^<br />
T Z éi gen<br />
M4-D I I de' eigen g<br />
M Z M 3 dan om de' onmo eli' ken strijd;<br />
4 ^ g 1 1 ^<br />
T Z I I onmó eli'ken I I gJ<br />
M4-D i I onmogelijken I I gl<br />
5 M2 a – ter loome zee z<br />
aezonken zeilen,<br />
M 3 I<br />
T1 0<br />
M4 I I,<br />
PD ,<br />
1°<br />
7 M 2-P en altijd 't onveranderd ijle<br />
I I onveranderd-ijle 1<br />
I<br />
NOTEN<br />
' P. Minderaa heeft een niet achterhaald manuscript p van het gedicht g onder ogen<br />
gehad. Hij 1 schrijft Vlg dl. 2, ^p p. 80 3 -804:<br />
`In het h. andschrift Roel. ant et draagt gedicht g het g als titel De Stem; in een<br />
voetnoot leest men : Uit den `K yrie' eener 'Heilige M is'bewerking.<br />
^<br />
in Dit is nau-<br />
welijks 1 een variant, ^ eer een nieuw gedicht. g Hetzijn de e deze d ie drie stro hen .<br />
o Ziek, onzeker en onzuiver,<br />
en hunkrend steeds, en altijd 1 moe;<br />
om elk verlange' g een vreez'ge vreet' en huiver,<br />
op elk hopen de oogen g toe:<br />
341 VARIANTENAPPARAAT
hoe oea lange z l aan wonde zole<br />
dene ba zijn, 1> die, duister, wijkt?<br />
1<br />
hoelang g 't erkennend licht verholen<br />
dat in 'tenezen g oog g me kijkt?...<br />
1<br />
o Ziek, onzuiver en onzeker<br />
te leven van dees staegen g dood.<br />
Enuwi ee dorste', g o verre Beker;<br />
en altijd i' l h on gr en h o0 00 l s Brood...' 00d<br />
2<br />
Va n het t d gg gedichtverschenen e c t<br />
vertalingen<br />
en in het En g els 2x en het Frans.<br />
[MM I 91 UREN VAN HARDE MACHT, WAAR ' K IN DE ZWARTSTE NACHTEN<br />
OVERLEVERING MI: Manuscript H 37.<br />
M2: Manuscript H- 39^ 2 .<br />
T. ^ El se v i' er s ^eïll us t eerd r maandschri t 26.I februari 19 16 ,p p. 126-I 7z. I 4<br />
M3: Typoscript H-40,[23-24].<br />
D : De modderen man, ^ p. 39 - 1. 4<br />
DATERING Vermoedelijk omstreeks april p 1915; voor 21 juli j 1915.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG 0 Ophet manuscript p t M ' komen o behalve van `Uren van harde macht' fra gmenten<br />
voor van a MB en MMI 7 Bij ^ de datering 1 g<br />
zijn de journalistieke ^ s aantekeningeng<br />
en<br />
op p het blad als uitgangspunt genomen; ze betreffen gebeurtenissen g uit april p<br />
I 9 I 5 (ziede<br />
Bronne<strong>nl</strong>ijst en de ontwikkelingsgangvan [MEd). Van `Uren van<br />
harde<br />
macht' t bevat ' het manuscript p de eerste r strofe in volto o ide staat,s taai ^ g e hre c-<br />
venn met rood o0 potlood.<br />
M' :A<br />
I a u r n van h a rde ma c ht , die in de zwartste nachten<br />
b waar 'k<br />
2 a o ]<br />
b die heller zijn dan git,<br />
3 a 0 gedachteng<br />
b tels ter 1 te hoogten, g ^ en de stilste stijlste der<br />
onzichtbaar-tronend zit<br />
Het e ggedicht c^ is uiterlijk voltoold op o i 21 1915,t uloen Van de Woestijne ^ het aan<br />
Herman Robbers zond voor publikatie p b in Elseva'er's geillustreerd g maandschrift.<br />
II<br />
M 2 i<br />
kopijhandschriftr voor^ T eweest g • M 3 is ko pl i' voor D geweest.<br />
342 VARIANTENAPPARAAT
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
MI niet opgenomen) Pg<br />
3 M 2 , T ter ijlste 1 1 hoogten,<br />
g<br />
> en de steilste, s > der gedachte g<br />
3<br />
M Gedachte,<br />
,<br />
D 1 1°<br />
[r-¢4–A)<br />
6 M2,T hoe e heb ik u bemind, ,<br />
M 3 , D<br />
hebbe<br />
9 M2, , T waar k heel 1 weze' als plots os g enade - wel' e g borsten<br />
M 3 , D<br />
,<br />
I o M M 3 mocht<br />
de' Onverzaadb're biên ,<br />
D I 1°<br />
I2 M Z , T geheel e tot ijlt<br />
te vliên.<br />
M3, , D ijlt' 1<br />
I 3 M 2 a Geene begeerte g meer e ;• o vrijheid, 1 ^ e en geen g bede;<br />
^<br />
b •<br />
T I I •,<br />
M 3 D : I<br />
,<br />
I<br />
z<br />
I 5 M uit diep-gerooiden<br />
erooiden -diep-ontgonnen drift den vrede<br />
diep ontgonnen T<br />
g I I<br />
3<br />
M , D<br />
diep-ontgonneng onnen I I<br />
16 M 2 van 't eindlijk l eind-gevecht. g<br />
T I I éindlijk 1 I I<br />
M 3<br />
^<br />
, D eindlijk I I<br />
I M , T gzich Arm, , als a s geen enkle, e , e maar voelen, en , koel, , den rijke<br />
M3 D o<br />
,<br />
1 8 M 2 , T die, ,geluk 't t zwoelst door-leên ,<br />
3<br />
D, doorleên, ,<br />
9 M 2 a het Wezen,de euwl g e heen ^ ontwassend, d , kann doen k<br />
a C<br />
I wijken l<br />
T-D<br />
2 3 M 2 a wat heb ik u bel[?]<br />
a be mind , ik die u mocht regeeren, g ,<br />
T-D<br />
244 M2, M , T – en treurig g ben, ^ en lijd...<br />
1<br />
M 3 , D en –<br />
255<br />
M 2 a -- Wa n t zl zie, e deaadeisde r den tijd 1 nabij, 1^ tijënd l streven<br />
b<br />
tiend<br />
1<br />
T<br />
tilg<br />
' end<br />
M 3<br />
^ ti 1' end<br />
D –<br />
343<br />
VAR IANTENAPPARAAT
27 M2 aeêr W word w di ik als s e een<br />
st<br />
a [<br />
T I<br />
M 3, D<br />
z8 M 2, T<br />
114 3 , D<br />
en, bevend, , réchte ec staat;<br />
I i rechte I I<br />
3 o M 2 a voor 't bloem-bekroonde kruid, ,<br />
b licht be - kr oo nde<br />
T-D I I<br />
I M Z T gelijk de bronnen zijn,<br />
tonne-straal die staat te beven<br />
3 ^ g 1 o en z 1^ die onbedaarlijk weenen<br />
M 3 ^<br />
D<br />
1° I I<br />
M Z T van al het bloed, b dat zoekt bloeme'<br />
M 3<br />
^<br />
D o<br />
> > d oe t of blinkt in bloeme en boomen, ,<br />
3 9 M Z ,verloomen,<br />
T 'k ben duister<br />
als het woud in avondlijk M 3 D<br />
^<br />
424 M 2 ,<br />
^<br />
T 'k ben gloeiend-zwart, g ei<br />
^ gelijk glk<br />
M 3 ^ D 1° I I<br />
4S M 2 a Maar 'k heb te zeer geheerscht, g<br />
^dan dat k ikniet lij l" i de<br />
o<br />
T-D<br />
Ien I I<br />
48 M2 a nu 'k treurig ben, en lijd?...<br />
b [ ], [treur]end, [lijd?...]<br />
T-D I I<br />
ZETFOUTEN<br />
T<br />
r.: Uren uren<br />
S<br />
r. 1 o : bién I biên<br />
[MM201 TROTS, DIE MIJN HARTE HARDDE, ALS IJZER<br />
OVERLEVERING MI: Manuscript H-18.<br />
p<br />
M2 : Manuscript H-19.<br />
T I : De lelie 4^ uli I I p. 9 I/<br />
M3: Manuscript H-21[2]. ,<br />
M4: Manuscript p H- 3^I 6.<br />
T 2 : De gids g 78.1 (januari ^an a 1914), I p. 193./12/<br />
M 5 : Typoscript H 4 ^ o S2.<br />
D : De modderen man,<br />
^ p. 4 2 .<br />
DATERING Voor 29 uni I 12.<br />
91 9<br />
344 VARIANTENAPPARAAT
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG' M is aan twee zijden beschreven e en bevat twee kladstadia van MM2o . Er<br />
l<br />
komen ook kladfragmenten g van MM2 9 en MM 4 op pvoor. Op de rectozijde<br />
het manuscript noteerde Van deoesti'ne W 1 twee regels g s in potlood oo M. ' : A<br />
1 atmet er doorgehaald eedinkt m d z lf waarmee e<br />
hij o deversozijdene<br />
ee schets-<br />
matige versie van het gedicht schreef<br />
(M' :B);•<br />
de eerste strofe ervan is dan<br />
g g<br />
reeds voltooid.<br />
da<br />
M I :A<br />
I Spot die mijn l harte hardde a e als ijzer<br />
1 -^ B >> I ^ --11<br />
2 gi' l hebt te brozer het gemaakt g -> B^ 3-4; 34^ ^ 34 -<br />
[Geheel doorgehaald, ^ ^ vermoedelijk Jk in stadium B<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
5<br />
6<br />
M` :B<br />
a St<br />
a [S]pot, die mijn harte hardde, als ijzer<br />
ter kille kuip tot staalehar g d:<br />
gij hebt het sterk gemaakt, enwijzer,<br />
g l g ^<br />
a - maar 'k wete dat het brozer werd,<br />
a<br />
[strofeivit]<br />
a Gij miekt het als de drill' geg sperene<br />
a<br />
die 0 1 te vaster steekt<br />
[spere]<br />
(-41-12]<br />
F-A ,] I<br />
7 0 I were<br />
8 a o I maar niet buit g^of breekt<br />
[buig]en kan of o breekt] b [strofewit]<br />
9 Zoo sta 'k o<br />
I o 0Iunt [puntjes] van 1 mi' n dag,<br />
I I a en [puntjes]een hart [puntjes]<br />
I2 [<br />
b [] draag [<br />
II<br />
0 I maar dat niet buigen mag. g g<br />
Hetedicht g is op M 2 g genummerd met het romeinse cijfer I; bovenaan het blad<br />
Van de Woestijne 1 `Het Gelaat G des Dichters.' Hijplaatsten l een noot n o ondere-<br />
p aan : `Tererse bij C.A. van Dishoeck, te Bussum. - Zie e De Gids, > December<br />
n<br />
1911 en April p I I2.' 9 Dit manuscript p moet behoord hebben b tot de op p 2 9uni9<br />
l<br />
l<br />
345 VARIANTENAPPARAAT
1912 9 ao aan D e g1 gids I aangeboden e door k d i Van de Woestijne I 1<br />
om o onbekende<br />
redenen werd teruggevraagd<br />
e a (zie g d ook de Lijst s 1 va van voo r pu b lik ati e. s<br />
III<br />
De oorspronkelijke p 1 lezing g in M 3 in de regels g I ^S en 9(fase s a) sluit aan bij b 1 de<br />
kladversie en de eerste tijdschriftpublikatie 1 p in De lelie. Het zou daarvoor als<br />
kopijhandschrift g edi e nd kunnen he b ben maar ^ a waarschij<strong>nl</strong>ijk a 11 iss dat niet: de<br />
varianten die erin voorkomen zijnaangebracht g met dezelfde inkt, ^ waarschij<strong>nl</strong>ijk<br />
tijdens dezelfde sessie. Om die reden is M3 na T I geplaatst. g p<br />
Boven de tekst van M 3 is het nummer `II'e gp laatst. Het volgt g p opeen even-<br />
eens bewaardebleven g manuscript p van `Ik weet dat ik mijn reid,<br />
1 dood be<br />
wanneerw ik wil' AI<br />
4 waarboven isV igeschreven ` eren I'. Dit gedicht t e t werd<br />
^ ^ g<br />
door Van de Woestijne 1 niet g gebundeld. Het verscheen tegelijk teelijk met 'Trots,<br />
mijn 1 harte hardde' in De ^ gids, ^ maar het kopijhandschrift pl ervan is niet bewaard<br />
gebleven, in tegenstellingtot dat van 'Trots, `Trots die mijn 1 harte hardde' (M4).<br />
M 3 e n het handschrift van `Ik weet dat ik mijn 1 dood bereid' kunnen bedoeld<br />
zijn 1 als as kopij l voor een publikatie, 1<br />
^ maar een publikatie waarin beide gedichten g<br />
met deze nummering g en in deze volgorde g voorkomen, eseTevens<br />
is niet bekend. T bestaat de mogelijkheid dat de nummering verband g an houdt met de voorere bi-<br />
dingen g voor Het g gelaat des dichters. Beide gedichten komen in elkaars directe<br />
nabijheid leea<br />
voor op het manuscript m t een voorlopige inhoudsopgave van de<br />
onderafdelinge `Dvergroot-spiegel', maar niet a alss de eerste eg gedichten<br />
c daarvan<br />
na<br />
zie de Ontstaansgeschiedenis, .I. . 3 3<br />
IV<br />
M4 is ko pi'handschrift l voor T 2 g geweest; ^ M 5 is kopij p 1 voor D geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
M I niet o p enomen g<br />
I M2 Trots die mijne 1 harte hardde, ^ als ijzer<br />
Spot p mijn<br />
a<br />
M4 T2<br />
MS<br />
D<br />
b Trots<br />
4 T'-M4 – maar 'k wete dat het *broozer werd.<br />
T 2 I I,<br />
M',D I Ic'<br />
[1-1,24---B]<br />
6 M2 a Als<br />
eenspies, die vaster steekt<br />
als<br />
T' 0<br />
M3-D<br />
9 M Zoo sta 'k, mijn trots 1 een scher scherpee schanse<br />
T' I spot p gelijk g 1 een I I<br />
M 3 a<br />
b<br />
M<br />
4 ^^k<br />
T 2-D I 'k<br />
trots een scherpe p schanse<br />
lees : 'k,]<br />
ZETFOUTEN<br />
NOTEN<br />
T'<br />
r.: hebt, hebt<br />
3<br />
r.: schande schanse<br />
9<br />
I Intyposcript M 5 niet gecorrigeerde g g fout:<br />
r. 1: harde I hardde<br />
2 De spelfout P 'broozer' (in p plaats van `brozer' in r. 4is opgenomen in het<br />
variantena p araat omdat Van de Woestijnedeze spelling g zowel hier als s op<br />
enkele andere a eep<br />
plaatsen handhaafde.<br />
[MM2I] GIJ ZULT MIJ ALLEN, ALLEN KENNEN<br />
OVERLEVERING T: Degids 76.11 (april I I p. I I. /9/<br />
g 7 2<br />
p 9 ^ 7p<br />
M' : Manuscript H-2 I I.<br />
p 9^<br />
M 2 : Typoscript H 4 o ^z6 .<br />
D i : De modderen man,<br />
^ p. p 43.<br />
P: Drukproef D 2 H-98,37.<br />
p<br />
D 2 : Gedichten, p. 37.<br />
^ p 37<br />
DATERING Voor 25 augustus I II.<br />
S g 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Hetedicht g is uiterlijkvoltooid op p 255 augustus g 1 9 11,toen het door de redactie<br />
van Deids g werd ontvangen. g<br />
II<br />
MI is kopijhandschrift voor Het gelaat des dichters geweest; M 2 is kopij voor D'<br />
p 1 g g ^ pl<br />
geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
T zal lichtend van min luister zijn.<br />
4 1 1n<br />
M' a I I d<br />
M2-D2<br />
a luister zijn. 1<br />
I I<br />
347 VARIANTENAPPARAAT
S T, , Slechts s wie, , na de eêlste weelde-spijzen,<br />
weelde-sijzen<br />
M 2--D 2 0<br />
7 TM ^ ' draagt g eens voor 't aangezicht g der wijzen<br />
1<br />
M Z I 1 voor<br />
D'--D 2 I I voor<br />
8 T M I den plooio de der wijsheid l in 't gelaat. g<br />
M 2 de<br />
D' den<br />
P , D 2 de<br />
I I<br />
9 TM I Mar a hem, die mij niet heeft bekeken,<br />
A/1 2-D' niet I I<br />
I o TM T-M 2 doch voor mijn 1 hoogmoed g heeft gebéên: g<br />
D '-D 2<br />
11 T , M M' hem zullen e eens s de voeten leken<br />
M 2 -D 2 dien I I<br />
ebeên g<br />
ZETFOUTEN<br />
T r. 1 o:<br />
ebe'ên ebéên<br />
g g<br />
NOTEN<br />
I A.M. M Musschoot heeft bij dit gedicht g gewezen g op pnv invloed van Charles Bde- au<br />
lalres ggedicht 'Sonnetd'au mn to '. e Zie Musschoot, `Karel van de Woestijne,<br />
een baudelairiaans dichter', ,p p. I2 7.<br />
2 Van hetedicht g verschenen vertalingen g in het Duits 3^ x het Frans (2x) en<br />
het Hongaars. g<br />
3 Literatuur: e Binnendijk, 1^ `Bij 'Bij een gedicht g van'.<br />
[MM221 IK VRAAG DEN VREDE NIET: IK VRAAG ALLEEN DE RUST<br />
OVERLEVERING C: Agenda gp H- 36,. 5 r en 5v. S<br />
M I : Manuscript p H39,f•<br />
T : Elsevier'seïllustreerd g maandschrift 26.I (februari 19 16 ,P p. 13 o. 1 4<br />
M 2 : Typoscript H-40,[27].<br />
D I : De modderen man, , p. p 44.<br />
P : Drukproef p D 2 H-98,38.<br />
D' : Gedichten, ^ p p. 38. 3<br />
DATERING Voor zI uli 1915.<br />
1<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Van a de W oe stI 1 ne heeft achterin zijn 1 I agenda a g e a van 1 95 1 enkele fragmenten g<br />
van het sonnet I in klad genoteerd. Ze komen n voor 0op de beide zijden 1 van het<br />
laatste blad voor hetachterplat (p. 5 r en v S, dus buiten de eige<strong>nl</strong>ijke g l agenda. g<br />
Hierdoor is een nadere datering g binnen het jaar 195 1 niet mogelijk. g 1 Wel is<br />
348 VARIANTENAPPARAAT
zeker dat het g gedicht opp<br />
Z i 1 u li van a dat t' r aa 1 voltooid v was d w : op p die d dag gzond<br />
Van de Woest l 1 n e hete aan HermanRobbers s voor publikatie b in E lse vier's ^eillu-<br />
streerd maandschrift.<br />
0 v S sc hr ee f Van de e Woestijne W 1 e overdwars,na s ^ enkele aantekeningen, een<br />
re gel die de openingsregela van het gedicht g wee werd C: A ^• daaronder enk 1e<br />
andere notities sterWeera<br />
en onderaan een voorafspiegelingvan 9r. C: B. eer 1<br />
noteerdehij e op l de p 1 rectozijde van het blaadje 1 een schets voor het sextet C:C .<br />
Alles e werd met potlood p geschreven.<br />
g<br />
C:A<br />
[-'11<br />
Ik vraag den vrede niet : ik vraag alleen de rust<br />
I g g<br />
C:B<br />
r De zoete schijn der lampen p en der lippen -*C ^ I ; --^9<br />
C:C [- 9 -14]<br />
(z) o teedere avond-glans der lampen en der lippen [FB]<br />
(z) Maar gij, o geest, die stoot [streep] op de klippen<br />
(3) [ 0 ] [streep] schampt<br />
(4) [ 0 ] [streep]<br />
(5) [ 0 ] [streep]<br />
(6) a gelijk de maan [ o ] de lage dag, die dampt<br />
b [ ] boven [de]n [lage]n [dag, die dampt]<br />
[Stadium C werd onbepaalde %d later doorgehaald]<br />
VARIANTEN EN (C niet opgenomen)<br />
CORRECTIES<br />
II<br />
M' is kopijhandschrift voor T geweest; M 2 is kopij voor D I geweest.<br />
p l g ^ pl g<br />
2 MI T - o Teedere avond-glans der lippen en der lampen,<br />
^ g pp p ,<br />
M 2 a - o Teedre<br />
D I , D Z<br />
a Teed ere avond-glans der lippen en der lampen,<br />
g pp p ?<br />
3 M I als s de eêle eele nacht ontrijst 1 de lage g ^ da g e -d a m pen<br />
T , M Z :<br />
D I_ D Z<br />
aan<br />
*[lees : dage-dampen:<br />
5 M' De schroeiï g e oogen gg koel tdroom ten kalmen r gekust; k• ^<br />
T, , M Z schroeiige<br />
D I-D Z<br />
tot I I<br />
7 M I-M2 en, , waar ter slaap<br />
de P laatste e zorgenr'<br />
g t a er g tampen, p<br />
D i , P<br />
trager I I<br />
D 2 ten<br />
[9E-B; 9-1-44-C]<br />
349 VARIANTENAPPARAAT
10 M' a -- Maari' gmijn l? J harde geest,<br />
die stoot t aan alle ae klikk<br />
a[ I [kli en<br />
a o–<br />
T<br />
M2<br />
D'--D 2 –<br />
I I M' vergeefs g een onwil waar geeng genster<br />
aan ontschampt... p<br />
T 2-D 2 vergéefs I<br />
g<br />
I<br />
I 2 M' – Ik vraag g den vrede niet : ik vraag<br />
alleen g a een poozen, te p<br />
T I<br />
I p'oozen,<br />
M2-D 2<br />
I<br />
I poozen;<br />
I 3 M' a ik vraag g alleen de rust, > die e , maagdelijkeroze<br />
g d J o e ,<br />
a – –<br />
T I<br />
M 2-D 2 I 10 ,<br />
I<br />
I 4 M' a gelijk g l de maan den e lagen g e dag g ontrijst, r" 1^ die dampt... p<br />
b moedene<br />
T-D2<br />
NOTEN I In M' is achter r. 3 na het laatste woord 'dage-dampen'1 een inkty ekgemaakt,<br />
waardoor het interpunctieteken o<strong>nl</strong>eesbaar is Is geworden.<br />
en. E Er is geen g aa<strong>nl</strong>eidingg<br />
om een ander teken te veronderstellen dan a e een dubbele e punt, u t a als s de in overige<br />
bronnen.<br />
2 Van hetedicht g verschenen vertalingen g in het Engels(2x),h g shet Frans Zx , heth<br />
Roemeens, het Spaans p en het Tsjechisch.<br />
1<br />
[MM231 GEDACHTENIS AAN EENE JONGE DICHTERES<br />
OVERLEVERING T: De gids<br />
g 776.11 (april p I 9^p I2 p. 114-116. 9<br />
M' : Manuscript H 2 I 2.<br />
p 9^<br />
M 2 : Typoscript H-40429-30].<br />
D : De modderen man, ^ p. 47-49 4749 .<br />
DATERING Tussen 18 november 1909 en 2 5augustus I 11.<br />
9 9 5 g 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG<br />
Aa<strong>nl</strong>eiding g tot het gedicht g<br />
was de dood van de dichteres Renée Vivien, die op<br />
18zie november I 99 o verdernoot overleed; zi n t 1. Het gedicht g d is uiterlijk l voltooid v<br />
0 52 augustusI I g I toen het e door de redactie van De g gids ontvangen werd.<br />
II<br />
Het nethandschrift' M' ionvolledigov is gr e 1 e verd e : het bevat slechts s zesvan de<br />
z es tien strofen. e Het behoorde tot het kopijhandschrift p J van Het gelaat ^ des dichters;<br />
M2 is kopij Pl voor D geweest.<br />
350 VARIANTENAPPARAAT
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
titel T, M' In memoriam Renée Vivien.<br />
M 2, D Gedachtenis aan eene jon e Dichteres. 1 g<br />
I T Ik heb u nietekend dan in dees nieuwe vreeze;<br />
g<br />
M' I I U<br />
M Z D I I u<br />
2 T ik heb u niet dan aan mijn bleek gelaat gekend;<br />
l g g e ,<br />
M' I I U<br />
M Z D I I u<br />
T, M' ^ waar huivert in mijn hoofd, waar wentelt door mijn u wezenw e<br />
M Z D I I wemelt<br />
T, M' deze on ewacht- ekomen lent'.<br />
4 ^ g g<br />
M 2, D i I onverwacht-gerezen I I<br />
g<br />
5 T, M' 'k En hadde u niet verwacht ten drempel p e mijner 1 drnomen,<br />
M 2 Ik I I ter<br />
Ienood genood ten<br />
T-M2 mijn blik en hadde in de eigen wijdte uw blik gezien,<br />
1 g 1 g<br />
D I I uw<br />
T en waar' w a deze onverlangde gg<br />
e enwrange lent n gekomen<br />
M'-D I I lent'<br />
T g – Ik lag. De koorts ontvonkte een vuur in mij 1nevuisten;<br />
sten,<br />
M' o<br />
M Z D –<br />
IT 3 T, M' En 'k heb aan u gedacht g dees heelen dag, g^ gesleten g<br />
gedach<br />
M Z D I edacht aan u I I<br />
14 T, ^ M' in de aangedeinde g laai die om ons leden zengtg<br />
M2 D I I mi' l n I I<br />
IT M' en niets ter schaal van ons verlangen laat, dan 't weten<br />
5 T, g<br />
M Z D I I het<br />
i 6 T, M' dat ze ons alleen wat assche brengt. g<br />
114 2,D I I zij<br />
T-M 2<br />
T , M'<br />
M Z , D<br />
g gesmookt, *geflakkert<br />
g uwentwaart<br />
i I geflakkerd uwentwaart,<br />
o kleine, o verre ^ doode, 0o en die e m i'n<br />
1 a angst<br />
g komt doopen<br />
p<br />
vérre<br />
*[lees: geflakkerd]<br />
22 T, > M' in droeve zekerheid dat gij niet lijden l zult;<br />
M 2 I I gij I I<br />
D<br />
I I gij I I<br />
3j I<br />
VARIANTENAPPARAAT
2T 3 die, helend binnen e d de oen oogen-schaal g hetlicht t der hope, p ><br />
M I a I I bl<br />
a [<br />
M 2, D I<br />
T M Z D r. 2 -6<br />
> > S 4<br />
[1\4' eindigt na r. 24]<br />
g<br />
[b]innen de oo e-sch aa p,<br />
l hetli<br />
licht der hope, e<br />
oogen-schaalg<br />
2 S T – Want gl gij zijt 1 heen-gegaan' voor r ge g aan verdorden r monde<br />
M Z<br />
voor<br />
D<br />
I I vóor<br />
26 T den zengend-zwoelenzen zoen der zatheid e d hebt gesmaakt; g t,<br />
M Z ^<br />
D zengend-zoelen g<br />
I I<br />
27 T voor de' eeuw' g en kreet, ^ waarin de insmart-volvoerden<br />
zondez<br />
M 2 voor<br />
,<br />
D<br />
voorI<br />
I i'n-volvoerde<br />
pijn-<br />
9 T Gij 1 zijt 1 gestorven g in desluiers van het wanen<br />
M 2 a<br />
a waden<br />
D I I<br />
3 I T dat alle bangen g e wordt gesust in vreugde-traneng<br />
M Z , D liefde-tranen<br />
etae<br />
336 T naar een oud leed, ^ dat wacht en zwijgt. lgt<br />
M Z , D talmt<br />
I I<br />
37 T En stierft g gij, ^,vrees'ge met in 'tsmeekendr'<br />
oog de v g wake,<br />
e<br />
M Z , D<br />
v r ee z' ge<br />
440 T en spijt ^ dewí'1 ^ g gij ^ hadta g gevraagd...<br />
aad g<br />
M Z I I dewi^l l<br />
I I g evráa gd...<br />
4' T Zoo<br />
g in g t gij gil heen, > o zalige e g a arme. En wij, 1 die bleven bléven, ><br />
M 2 – Zoo<br />
D – Zóo<br />
49 DT T , M2 Wij, ^, arm en naakt in onze zatheid, e, en e die weten<br />
g<br />
S I T, , M 2 dat geene vreugde g e waakt a t d die, e , smartlijk m ^ te' eind gesleten,<br />
e en ,<br />
D Ite<br />
SS<br />
T,<br />
^<br />
M 2 die dragen g e in ons o s i lijf den ) vloek van a steeds s verscheurde,<br />
D I I gescheurde,<br />
S 8 T spijtig p) g om de' eêlen schroom 0o die i noodloos heeftehi g lgd .<br />
M Z , D eedlen<br />
62 T die nooit het wrange g van de zatheid hebtgekend,–<br />
M Z , D<br />
a<br />
352 VARIANTENAPPARAAT
6 3 T<br />
114 2, D<br />
wa ar huivert r door d ons hoofd f dees bralle en ongenoodeg<br />
- I I<br />
ZETFOUTEN<br />
T<br />
r. Zo. • geflakkert ^ ertgeflakkerd<br />
r. S4 . onve r ^ aa d'bre onver ^aadb're<br />
D r. . S4 •. onve r ^ aad 'bre o ver n ^aadb're<br />
NOTEN<br />
I Van de Woest I 1 n e schreef het gedicht g naar r aa<strong>nl</strong>eiding g van a de dood van de<br />
dichteres Renée Vivien, in 77 18 te Londen o als Pauline Mary Y Tarn geboren g uit<br />
Engels-Amerikaanse ouders. Ze e woonden het grootste g <strong>deel</strong> van haar leven in<br />
Frankrijk 1 en publiceerde p in het Frans. n Ze e stierf<br />
o op 18 november I o9. 9 Haar<br />
poëzie is sterk geïnspireerd g p<br />
door de klassieke i k cultuur, in het bijzonder door<br />
Sappho. ho.(Vergelijk Rutten, > I nterl uiliën >pg<br />
p. 685-690.)Andere uitlatingen van Van<br />
de Woests Woestijnne over Renée Vivien ofo over haar werk zijn 1 niet bekend.<br />
Intyposcript Y p p 2 nietgecorrigeerde e fouten :<br />
r. 6: ge ^ ie ggezien<br />
^<br />
r 20:<br />
g e la kkert e ^lakkerd<br />
r. 21 : kmot I komt<br />
r. 52 : ggene I geene<br />
3 In r. . 20 handhaafde f Van a de d Woestijne l in e enkele e b bronnen ` geflakkert' waar<br />
grammaticaal 'geflakkerd' g juist 1 is.<br />
4 Van het gedicht g verschenen vertalingen g n in h e t Frans<br />
n (3x) 3 en het Grieks.<br />
[MM 24]<br />
UW AANGEZICHT IS BLEEK ' LIJK 'T MIJNE WORDT. -TERWIJL<br />
M : Manuscript H-3.<br />
T. I• Dietsche warande^ Belfort I LIT (oktober 1 9 10), ^p p. z z6. 3<br />
M2: Manuscript p H-8 I.<br />
^<br />
T2 : Groot Nederland. 9 i (januari 1 1 9 11),. p o. 4 4<br />
M3: Manuscript H-29413].<br />
OVERLEVERING p<br />
3<br />
P<br />
M. 4• TTyposcript oyp<br />
D : De modderen man,<br />
^<br />
p. p S 1.<br />
DATERING Eind maart – april p ^i 10.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG M ' is S een e vel briefpapier Ppser van glasbedrijf g 1 en lij 1 stenmakerij 1 Paul van Hende,<br />
sc hoonvade r van Van n de e Woestijne.<br />
1 Het vers werd direct voltooid: het is een<br />
schoneep tekst, geschreven g met zwarte r inkt. Opp<br />
hetzelfde p a ier komen fra g-<br />
menten van) MMZ S e en MM 27gedichtenzij<br />
voor voo (ziealdaar). Deze zijn ontstaan<br />
en waarschij<strong>nl</strong>ijko ook geschreven s periode p o waarin Van de Woestijne 1 een<br />
aantala nachten waakte bij 1 het sterfbed vann zijnschoonvader. 1<br />
Zie<br />
verder noot 1.<br />
II<br />
2'<br />
M 2 I s kopijhandschrift oI p l voor T2T g geweest. Op p<br />
het<br />
manuscript had<br />
Van de Woes-<br />
353<br />
VAR IANTENAPPARAAT
ti ne onder g de groepstitel 1 g geschreven:waakte<br />
: 'terwijl ik bij 1 een stervend man.'<br />
Deze toevoeging gg bleef b in het tijdschriftachterwege.<br />
M4 is kopij l voor D geweest.<br />
III<br />
M 3 is see een bad bladat at behoort b tot de voorbereidingen van Het gelaat g des dichters.<br />
Het bevat v alleen de titel van de g groepgedichten p die aan Moréas is g gewijd: 1 `In<br />
Memoriam Jean Moréas' ores ' ' daaronder r o de a als s een verklarende toevoeging: ` gedicht<br />
terwijl<br />
r 111 ik, bij 1 n ac h een te stervend man waakte)'.ets k Iets lager g volgt het romeinse<br />
nummer I.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
3 MI Tl<br />
M2-D<br />
4 M`-M4<br />
D<br />
6 M`-M4<br />
D<br />
(M 3 niet opgenomen)<br />
pg<br />
zie Ie 'kschamper-lui Perse p bona ten starren stijl<br />
l<br />
rijst I<br />
en<br />
schraaft de aandac h ' g Hond, t e o schuin-oogend, ^ g uwe schene.<br />
; n schemer-vaal schaemle leden in den duister<br />
I<br />
het I I<br />
M<br />
I<br />
T<br />
I<br />
want gij zijt I<br />
7 ^ t klein en moe; maar in uw aangezicht, ,<br />
gl l ^ g<br />
l o<br />
M 2-M4 I<br />
D I<br />
I<br />
8 M'<br />
T'<br />
M2<br />
7-<br />
M4,D ^<br />
dat bleeks is 'lijk 1 l hetmijne 1 wordt, ^ blinkt eeuw'ge en luister.<br />
I eeuw' ge<br />
I eeuw' gen I I<br />
I eeuw'geg I I<br />
glanst I I<br />
ZETFOUTEN<br />
NOTEN<br />
T'<br />
D<br />
S<br />
god g God<br />
p<br />
Groepstitel: Moreas Moréas<br />
I Hetgedicht is samen met de twee andere rgedichten waarvan o P M I ge<strong>deel</strong>teng<br />
voorkorreneschreven g ten tijde 1 van het sterfbed van Van de Woestijnes<br />
schoonvaderv F.P. van Hende, die overleed op p 8 april p 1 910 (Rutten, In terludiën ><br />
p. 76 8. Van de Woest I lne waakte t verscheidene nachten hen bij 1 hem en las tijdens<br />
een van deze nachten Les stances van Jean Moréas(1856-191o),<br />
eas van wie hij later<br />
hoorde 00 dat deze tijdens l dezelfde nacht (van 29op p o 3 maart) gestorven g was.<br />
Van Vn de W o ti ne eslbeschreef dit in een aan Moréas gewijd g l herdenkingsartikel, g<br />
ge b u lI cee rd in de eN.A.C. van 271<br />
maart 19<br />
2'Ik-zelfb 6. bracht t in die e ttijd d [einde<br />
maat r 19<br />
owakende 1 nachten door don aan de sponde P van een man, die eveneens<br />
stervende was. In de wake van z 9 op3<br />
o Maart had ik de Stances van Moréas<br />
herle z e n engemediteerd. AldusA zagik a g den ochtend met de rillend-rozige g zon<br />
rijzen 1 over een l on g e boomgaard g vol bloeiende fruitbomen. Na de nachtelijke l<br />
wijsheid, dit mlraku 1 u e ni s uw e eleven. Hebben n de brekende blikken van den<br />
354<br />
VARIANTENAPPARAAT
Dichter het nog gezien? g Het is dien dag, g^ hij, l^ zooals ik 's anderendaags ver -<br />
nam, gestorvens i .' Vlg dl. S, p. 868.)<br />
De roem m van Jeann Moréas, die in Grieke<strong>nl</strong>and geboren g werd als Ioannis<br />
P a adlama p nd o ou os l s is be behalve a opP Les stances gebaseerd g op zijn I 1 orol in de sym-<br />
bos hticebee s h beweging ggin Frankrijk in het laatste kwart van denegentiende eg<br />
eeuw.<br />
Zie ook de Ontstaansgeschiedenis, g ^ 4 .I. S.<br />
'In t Y os cri p t M M4 niet gecorrigeerde g gee<br />
fouten:<br />
Groepstitel:<br />
Moreas Moréas<br />
r.: 4 schuin-oogend ^ schuin-oogend, g<br />
3 Vazx<br />
n het gedicht g verschenen e vertalingen in het Duits .<br />
[MIn4251 HET HUIS IS VOL VAN U. DE STILTE WEEGT, VERZWAARD<br />
OVERLEVERING MI : Manuscript p H- 3.<br />
T' : Dietsche warande e7 Belfort I I.II (oktober 9 I Io ^p p. 226. 3<br />
M2: Manuscript p H-8 z.<br />
^<br />
T 2 : Groot Nederland. 9 I (januari 1p 1911),. 4 I. 4<br />
M3: Typoscript H- 4 ^ o 3 I.<br />
D: De modderen man, ^ p. p 52. S<br />
DATERING Eind maart – april I I0. p 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Zie de ontwikkelingsgangvan 4 MM2 voor de aa<strong>nl</strong>eiding g van a het gedicht g en<br />
de datering g van M I . M' bevat te een voltooide versie s van het gedicht.<br />
II<br />
M 2 is kopijhandschrift voor T 2 geweest; M ; is kopij voor D geweest.<br />
p l g ^ l p g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
2 M`<br />
T 1 -D<br />
3 M',T1<br />
M2-D<br />
van 't wachten op p uw' aêm en 't luistren naar uw zwijgen. lg<br />
I I uw<br />
En in mijn ruimre g geest, die vroom uw beeld bewaart, ><br />
I ruimren I<br />
I<br />
5 M' 't Is of me uw sterfte sterkt. Mijn hoofd is rijp en zoel.<br />
1 1P<br />
T' I a i I sterven<br />
M 2 a I me<br />
a of me uw sterven sterkt. Mijn hoofd is rijp lpen zoel.<br />
M 3 a I me<br />
D<br />
a of me uw sterven sterkt. Mijn hoofd is rijp en zoel.<br />
1 lp<br />
355 VARIANTENAPPARAAT
6 M I a Min j koortse en uwe kalmt voel 'k door<br />
J mijne lip door-bijten J<br />
a door- kerven ,<br />
a[M]ij[n]<br />
T' Mijn<br />
M 2 T 2 Mijn )<br />
M 3<br />
Mi )n<br />
uwekalmt' doorkerven;<br />
D<br />
Mijn 1 uwe<br />
8<br />
I 2<br />
M -T zwelt g gulzig-sterkend g g om mijn leven en uw sterven...<br />
3 D<br />
I I mi' n uw<br />
l<br />
– _ Nooit-gefnuikt G tal dat wrijft aan 't gapend raam,<br />
I I NI'-T 2 o Getal, gp<br />
1V13<br />
D –<br />
I z M' van uwe ' ruste en uit zijn aêm, en mijn verlangen!...<br />
l )<br />
T' I<br />
I mijn )<br />
M 2 a i I zijn )<br />
a[z]ij[n] [<br />
T2<br />
M 3<br />
D<br />
I I uwe rust zijn mijn )<br />
I I uwe I I zin mi n<br />
1 1<br />
ZETFOUTEN<br />
2<br />
T r. i2 : verlangen? verlangen !<br />
^<br />
NOTEN<br />
I In t typoscript Y p M3 niet gecorrigeerde g g fout:<br />
r. 2: 'twachten I 't wachten<br />
2 Van hetedicht verscheen een vertaling in het Duits.<br />
g g<br />
[MM261 HET NACHT-UUR WAAKT; EN ' K WAAK. – WAT ZIJT GE DIEP EN<br />
SCHOON<br />
OVERLEVERING o<br />
M' : Manuscript p H. S<br />
T: Groot Nederland 8.1 Iuli )p 1 9 1o), . S6. 2<br />
M 2 : Typoscript H-<br />
4 ^<br />
o<br />
3<br />
I.<br />
D: De modderen man,<br />
^<br />
p. 53.<br />
DATERING Vermoedelijk ermoedelik eind maart – april 191o.<br />
p<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GAN G Zeer waarschij<strong>nl</strong>ijk schreef e Van a de Woeste 1 ne hetgedicht in dezelfde e periodep<br />
als de andere verzen 'In ` memoriam r' Jeann Moréas' (zie de ontwikkelingsgang<br />
van MM 4 Z . de groepstitel P l ` Sta nz n' ein Groot Nederland verwijst naar Les<br />
stances van Moréas.<br />
II<br />
M I is ' kopijhandschrift Pl i c t v voor T geweest; g<br />
^ M 2 is kopij pl voor D geweest.<br />
3S 6 VARIANTENAPPARAAT
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
3 M' Geen licht,d dan n uit mí'n oog g ontwaakt. En aan mijn koon<br />
-D Iml' n 1<br />
7 M ' a – o Nacht, ^ in blinde en duizel-blijde vreê<br />
a<br />
[blinde en duizel-blijde vreél<br />
8 M' a noch hijl 1<br />
a hei 1 noch , leed te voelen bloeden !...<br />
T-D<br />
NOTEN<br />
T Van het gedicht g verscheen een vertaling g in het Duits.<br />
[MM271 GIJ BRANDT MIJNE OOG EN TOE, GIJ BRANDT MIJNE GOGEN OPEN<br />
OVERLEVERING M' : Manuscript p H- 3.<br />
M2: Manuscript p H- 4.<br />
M3: Manuscript p H- 7^ I .<br />
M4: Manuscript p<br />
H-8,[4].<br />
M 5 : Manuscript p H-8 ^3 .<br />
T' : Groot Nederland. 9 I (januari 1p 1911), 42 . 4<br />
P. Dietsche warande & Belfort i z.I I (november 1 9 11),. p 36. 3 /6/<br />
6,<br />
M. Typoscript H-40,[3z.<br />
D : De modderen man,<br />
^ p p. S4 54 .<br />
DATERING Eind maart – april I Io. p 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG<br />
Zie de ontwikkelingsgang van MM2 4 voor de aa<strong>nl</strong>eiding g van het gedicht g en<br />
dd e ate rin gvan M'. Het manuscript, p waarop p tevens voltooide versies van<br />
MM24 en MM z S g geschreven eve i zijn, , 1 bevat v van `Gij 1 brandtt mijne l e oogen g n toe' een<br />
kladstadium van de eerste strofe. Dit klad is in dezelfde inkt geschreven en<br />
genummerd met `III'.<br />
M' :A [–*1-4]<br />
I<br />
Gij brandt mijn l oogen g toe; vgl gij brandt mijn 1 oogen g open, p<br />
2<br />
o Wake, en...<br />
0 en hamert aan mi' n slaap p<br />
3<br />
[<br />
o<br />
gaat mijn hope p<br />
4<br />
naar even-schoonen slaap<br />
M 2 is een kladhandschrift met diverse aantekenin g^ en onder meer voor het<br />
nooite gp ubliceerde verhaal v `De arme Hendrik', ^ dat in 9I I 4 in D e bestendigeg<br />
3S7<br />
VARIANTENAPPARAAT
aanwezigheid hadmoeten worden w opgenomen. (Deze prozabundel p verscheen<br />
i uiteindelijk eerst n 9 i I 8. Voor r ` G i' 1 brandt r mijne 1 oogen e g e toe' eheeft Van de<br />
Woest i' 1 ne een grove g ove versie van s va de e tweede en derde e strofe genoteerd, g maar het<br />
is duidelijkat d hij h 1 nog g zoekende ozee eis naar de ' 1 i uses t structuur. t Of hij hij deze e regels<br />
op dat moment alonder<strong>deel</strong> als v vangedicht<br />
n dit g^ za is onduidelijk. Zou M2 de<br />
voortzetting of g van o aanvulling g op het klad van de eerste strofe zijn M' :A),<br />
dan hadhet voor de hand d gelegen g g dat Van de Woestijne 1 deze strofe opnieuw p<br />
had genoteerd ralvorens aan n h e t vervol y g te beginnen. g Door deze onzekerheden<br />
is ook omanuscripten<br />
de hier aangehoudenvolgorde e van n d de beide<br />
onzeker,<br />
M` :B<br />
Van de Woestijne i'n schreef e eerst met potlood p enkele regels g en rijmwoorden<br />
van een strofe e (M 2 :B), 1 atergewijzigd<br />
en aan aangevuld g met zwarte inkt tijdens 1 het<br />
volgende g stadium, waarin r' een nieuwe strofe s werd w geschreven g (M 2<br />
. C). Door de<br />
veranderingen is de st r o f es tr uctuur in het eerste ge<strong>deel</strong>te g<br />
onduidelijk ewor-<br />
den.<br />
b ml 1n e nek v er b r eden voel van st r ek k n e - d choone s vreugde g<br />
c voell ik m i n 1 nek v erbr e e ^ n [van st r ek k n- e d h sc on o vreugde] e g<br />
b 0<br />
a De zoetestemde g dood zint g in mijn l oor. Ik luister<br />
c<br />
Als heugdeg<br />
c 0<br />
c en mijn 1<br />
c v voel 'k mijn 1 blik verbreên<br />
verleên<br />
[Fase c valt samen met stadium C<br />
M 2 :C<br />
Zal a ik min 1 [streep] door de tijden<br />
1 e<br />
stree<br />
a er sterft r een man naast mij, 1> die e 'k min, en e al mijn 1 lijden<br />
1<br />
b<br />
min E[n] min 1 verblijden 1 lees : min.<br />
streeftr blijde b j naar den dood.<br />
baat g steeven<br />
b [steev]nend naast zijn dood.<br />
c wbeider dood.<br />
II<br />
Het van M3 en M 5 n i k 3<br />
ppapier a<br />
is identiek; e ^ M werd waarschij<strong>nl</strong>ijk s 11 vervaardigd g kort<br />
5<br />
voor M dat ko i a h n sd hrlf c tvoor T I geweest is. s. Ook o M4 is oorspronkelijk<br />
^ p l g<br />
beste md geweest g als kopijhandschrift, maar verviel v door een doublure. Zie ver-<br />
de r over M e en M' M de toelichtingbij 1 H-8 in de bronne<strong>nl</strong>ijst. 1<br />
M 6is kopij 1 voor D geweest. g<br />
358 VARIANTENAPPARAAT
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
M' en M 2 niet opgenomen)<br />
pg<br />
[z-q4–A]<br />
2 M3 a o Wake; waar een<br />
T 2<br />
6<br />
M D<br />
a de koorts blij hamert aan mijn ) slaap, p^<br />
I<br />
I<br />
3<br />
3 M ^ 4 zie 'k in de diepte P van me-zelf, en gaat<br />
mijn 1 hope p<br />
M 5 T' I I mij-zelf,<br />
T 2 I I me-zelf,<br />
6<br />
M D I I hopen<br />
5 M 3 De zoet-gestemde g dood zingt g in mijn 1 oor... Als heugde g B 3]<br />
M4-D I I Dood<br />
[64--B, 4]<br />
7 M 3 a Voel ik mijn ) nek verbreên van strekkend-schoond ^B r<br />
a<br />
[strekkend-schoon]e vreugde, g,<br />
M4 I<br />
l a<br />
M 5 -D I I,<br />
9 M 3 e a oo Zal 'k de gekoorne g e zijn, 1> die, e > bereide tot o a alle e de li ) n ,<br />
a [ ] meel ij [,] [<br />
a [ ] die[,] r[e]ê [<br />
M4-71'<br />
T = I<br />
M6,D<br />
I voor<br />
I tot<br />
[8.–B, J; 9-z24-C]<br />
IO M 3 de wondre zoetheid kent van de eindlijk-eeuw'gen<br />
1 eeuw schoot?...<br />
M4 a I I de' ei<strong>nl</strong><br />
a[ ] [ein dlijk-éeuw' ) gen schoot?...<br />
M 5 -T 2<br />
eindlijk-eeuw'gen eeuw I I<br />
6 ^<br />
M<br />
eindlij ) k-e e uw ge<br />
D I I d' eindlij l k-eeuw' g en I I<br />
12 M 3 agaat steevnend naar<br />
a naast zijn ) dood.<br />
a steevnen<br />
M4-T<br />
I<br />
I<br />
T 2 I I steevnend I I •..<br />
6<br />
M DI I steevnen<br />
ZETFOUTEN<br />
T' r. 6: erinneren I erinnren<br />
T 2 r. i I: ver- I verbl2 ^ den v er bli ^den of ver-<br />
blijden be 1 hetafbreken i is een combina-<br />
tie van oplossingen gemaakt) g at k<br />
D r. z: mi ne ^n mijn<br />
NOTEN I Van hetedicht verscheen<br />
een een vertaling g in het Duits. .<br />
3S9<br />
VARIANTENAPPARAAT
[mm281 0 GEVANGEN GEEST, GETOGEN<br />
OVERLEVERING MI: Manuscript p H- 7^ 2.<br />
M Z : Manuscript p H-8 .<br />
^ 9<br />
T: .G Groot Nederland d 9.1 (januari 1 a I 9 I ^I p. p 48. /4/<br />
M3: Manuscript p H-I 4.<br />
T 2:<br />
Z • Dietsche a warande & Belfort I 2.I I (november 1911), . p 63. 3 S<br />
M4: Typoscript H- 4 ^3 0 2.<br />
D: De modderen man, ^ p. 54.<br />
DATERINGp Vermoedelijkeind maart – april I ^ I o ,• voor januari ^ 1 9 11.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Hoewel het gedicht g t <strong>deel</strong> uitmaakt van de cyclus Y `In memoriam Jean Moréas'<br />
bevat het, integenstellingtot de overige edichten g een ^g directe verwijzingen l g<br />
naar de nachtwake of naar Jean Moréas. Om die reden is de datering g niet<br />
geheel zeker.<br />
II<br />
I Z•<br />
Het I<br />
pp papier e van a M en M is identiek; , M werd waarschij<strong>nl</strong>ijk w J) vervaardigd g kort<br />
voor M 2,dat a kopijhandschrift voor TI geweest<br />
is.<br />
M 3 is kopijhandschriftoor voor TZ geweest; eweest^ M4 is ko i' 1 voor D geweest. g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
I M I a a o Gevangen , g geest, g beslopen<br />
^ P<br />
aeto en g g<br />
M 2--D o °<br />
2 M I a a vana bvri bevrijdende 1 eeuwigheid; g ^<br />
f3 a naar<br />
M2-D<br />
3 M I a a o Gedachten , zat- g ezo pen<br />
a[ ] [zat- g ezo gen<br />
1142-T Z zatezo g gen<br />
M4 D zat-gezogen<br />
^<br />
4 M I a aan de borsten o van den tijd; 1^<br />
a<br />
T i' d^, ^<br />
M Z-D I I :<br />
5 M' a zal ik ml *mijne<br />
handen rijken<br />
1<br />
a [ I r ei ken<br />
M Z -D I I mi' lne<br />
6 M' a naar de vrucht [streep]<br />
gdie ál te hoog<br />
M Z-D I,<br />
l<br />
o , mime<br />
36o VARIANTENAPPARAAT
7 M'-T I in haar luister hangt g te prijken, p l<br />
M 3 aI I prijzen, n<br />
T 2-D<br />
a [ [prij]k[en,]<br />
8 M<br />
I M M2 'd at mijn 1 dorst ze smaken e moog'?...<br />
g<br />
T' dat I I moog'? g<br />
M3 ^ 'dat ^k *borst I I<br />
T 2 dat<br />
M4 D 'dat I I dorst•..<br />
M' droom uw droomen, o vermeetne, ><br />
M2 T' – Droom I I<br />
M 3 T 2 a droom I I<br />
M4 D – Droom I I<br />
I I M'-T 2 iedre moren kent de keetnen<br />
g<br />
M4 D morgen kent opnieuw I I<br />
g p<br />
I2 M'-T 2 van de dagelijksche g l e vracht. t<br />
M4 D I...<br />
* lees :<br />
dorst]<br />
ZETFOUTEN<br />
P r. 3gedachten Gedachten<br />
r. 8: borst I dorst<br />
NOTEN<br />
I Van de Woestijnes handschrift is in M I ^ r, onregelmatig, 5 het is mogelijk gl dat<br />
op p de letter i ^ in `mijne' 1 twee accenten staan.<br />
2 Van hetedicht g verscheen een vertaling in het Duits.<br />
[MM291 WANNEER IK STERVEN ZAL (O GLIMLACH OM DE VREEZE<br />
OVERLEVERING MI: Manuscript p H-18.<br />
T : Groot Nederland i o. i i (oktober 1912), .398-401. o/<br />
M 2 : T met correctie H-20,[2-5}.<br />
M 3 : Typoscript H-40,[34-36].<br />
D : De modderen man,<br />
^<br />
p. p S6-6o.<br />
DATERING Mogelijk omstreeks juni I 12 zeker voor oktober I I2.<br />
g l 1 9^ 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Op M I waarop tevens fragmenten g voorkomen van MM 4 e en MM20 heeft<br />
Van de Woestijneafwisselend Woestijneaa met potlood p 1 n inkt eve aan zevena<br />
de<br />
vierentwintig g strofen van `Wanneer ik sterven zal' g gewerkt. Omdat MM 20 op<br />
2 9uni 9 ^ I I2 ^ voltooid was, kunnen ook de kladstadia van `Wanneer ik sterven<br />
e<br />
zal' op p het manuscript p omstreeks l uni I 9 I Z ggeschreven zijn. De twee begin-<br />
g -<br />
reels g werden het vroegst g s genoteerd g d (M' M : A ^ metzwarte<br />
inkt. Latervulde e Van<br />
361 VARIANTENAPPARAAT
de Woestijne 1 ze met potlood aan tot t een volledige strofe o e ensces h t te hij 1 delen<br />
van wat respectievelijke5, de tweede strofe r. -8 de twintigste g strofe (r. 77-80<br />
en de negentiende strofe o (r. 73-76) 3 - 7 zu zouden o eworden (11/1' :B).<br />
Een gge<strong>deel</strong>te van de e schets vulde hij 1 vervolgens in me t zwarte w e inkt en hij1<br />
schreef een nieuwe strofe (later r. 81-84)ove - 4 over hetslotge<strong>deel</strong>te van B heen<br />
M' :C).<br />
AV :A<br />
[–+I-2]<br />
I<br />
Wanneer ik sterven zal (o glimlach g<br />
om de vreeze<br />
2 a en om t 't begeer en e dat<br />
ik eindlijk ^ sterven zal !)<br />
a [ 1 [z]ou [!)]<br />
M` :B [3-8-43-8]<br />
3<br />
4<br />
S<br />
6<br />
7<br />
8<br />
9<br />
I0<br />
II<br />
n eeboek,<br />
m dan ditpij<strong>nl</strong>ijk k w^ wil dan d dees verzen lezen<br />
waarin ik u miskenne, , o vrouw<br />
[strofelvit]<br />
o k 'kWeet : gl gij zult u er niets dan bitters ondervinden<br />
[ 0 1<br />
minh<br />
^<br />
j un ke r n naardea<br />
r dul z envou dt gbeminde e e<br />
*[lees : duizendvoudige]<br />
[puntjes]<br />
stro ewat[9-12-47-8o]<br />
a omdat ik slechts aan u mi 1 n drifteno z u verzak[?]<br />
a<br />
verz a den<br />
a 0 moe<br />
b was de onverzaadbre r zatte uw w duld' ge schoonheid<br />
c 'k, ,<br />
a 0<br />
U smaden<br />
b en, , w^ wijl 1 'k in dorren mond uw 'on 1 g<br />
^ ^ ^^<br />
b<br />
l onst g e pp li e U smad de<br />
*[lees : geschrapt] ^^<br />
^. schrat lees :. smaadde]<br />
c mijn 1<br />
I2<br />
13<br />
14<br />
a en<br />
a g ging g m i' 1 ^ begeer een andren toe<br />
[strofewit]<br />
maar gij g 1 [puntjes]mi 1 n hart a hebt hooren kloppen<br />
0<br />
I aan uw hart<br />
á13-16-473-76J<br />
IS<br />
[<br />
0<br />
I droppen Pp<br />
16<br />
0 1 smart<br />
Fasen b en can r.I011vallns e samen met stadium C]<br />
3 6 2 VARIANTENAPPARAAT
^<br />
In elk e geval g 1 vo or Va Van de Woestijne W tine 1 aan stadium s C begon, g , noteerde hij)<br />
met<br />
zwarte^<br />
inkt no nog een Franse r aantekening nknn e i g de indo rechtermargerzi' devoo de,<br />
mogelijk een citaat: ^`' Deses r oi l'homme de séparé omme se de a e e sa propre o e féminité e<br />
devinée ' en e n une femme'.<br />
e<br />
M' :C<br />
f-,8-1.-84]<br />
r3 a maar aagt gij alleen toch kent de kreten van mijnvreugde<br />
g<br />
b weet<br />
z 4 a h<br />
a al hoopte p ik in<br />
a hadde ik ze e mijn ^ waan w a ook anderen gewijd.<br />
ewd ^<br />
I S<br />
z6<br />
a maar niemand heeft g gekend wat U het diepst p verheugde:<br />
a en [<br />
I<br />
uwi'<strong>nl</strong>i'k-schoone p l l zékerheid<br />
De e regels werden over de strofeschets r. r -16 in B heengeschreven]<br />
^ g 3<br />
Waarschij<strong>nl</strong>ijk aansluitend kwamen op P de versozijde van het papier, pP onder een<br />
onvolledige g versie van MMZO , no gtwee strofen tot stand eveneens met<br />
zwarte e inkt M' :D . Inhoudelijk zijn ^ n ze zozeer met de eerere eerdere strofen veron b-<br />
den dat het wel zeker is dat Van de Woestijne ^ ze voor hetzelfde gedicht g<br />
bedoelde. Welkelaats p hijze ten opzichte van elkaar toedacht, is onzeker.<br />
M' :D<br />
[--89-96]<br />
gij, z a want g 1 ge zoudt o mi' 1n vrouw, , de ee<br />
a<br />
alleenige g eene wezen<br />
b zult<br />
2 a liefdeaf... g<br />
b aan wie 'k de m<br />
b volle maat van mijn 1<br />
b[ I mijn e l [ I<br />
a Daarom, wen *stelven zal, wil deze verzen lezen<br />
3 ><br />
*[lees : sterven]<br />
a zoo onuitspreeklijk droef en laf,<br />
(4) p 1<br />
[strofewit]<br />
S a Want i' gl alleen i mijn ^ lieve vrouw in zult kunnen voelen<br />
waar lieve kunt voelen<br />
(6) hoeheel het boek dan toch van onze liefdegloeit,<br />
e<br />
7 a a en gl i' alleen misschien de tranen zullen zoelen<br />
b in uw oogg misschien 't ggeween zal<br />
(8) a a die wijl 'k dit schrijf, sch<br />
a a mijn schalen schroeit.<br />
f3 b dat<br />
363 VARIANTENAPPARAAT
Manuscript met kladstadia van `Ik wete dat ge ontwaken zult, dewijl ik wake'<br />
[mm 4], 'Wanneer ik sterven zal (o glimlach om de vreeze' [mmz 9] en 'Trots, die<br />
mijn harte hardde, als ijzer' [mmzo] (H-18, r en v) .<br />
364 VARIANTENAPPARAAT
*. Lit In4ixa<br />
01- 4.404i4-;: 404;:t* .siar<br />
1.40.sof,«<br />
A<br />
01:000tAl s.atiolf<br />
:rtiEF EN MUSEUM<br />
,mor het<br />
CUtWtMtfVN<br />
434,3 Jci<br />
365 VARIANTENAPPARAAT
Aan de randen van de rectozijde 1 van M' noteerde Van de Woestijne 1n<br />
enkele<br />
losse aantekeningen g of invallen. Weliswaar is hun verband bad et met (de genese g van)<br />
Wanneer ik sterven zal' niet duidelijk, ^ , maar ze wordenvolledigheidshalve a1s<br />
paralipomena hiere gg even (en niet bij 1 MM 4 of MMZO omdatz o ze tijdenshet<br />
werken aan ditedicht g genoteerd g werden. Parali P om e n o n i wedeschreven<br />
r g<br />
met zwarte inkt, paralipomenon 2 metotloo d.<br />
M' :arali omenon I P P<br />
(I)<br />
a o Gij<br />
die bangtg<br />
a[ ] ban g zijt zijt U in mij te 1 zullen herkennen<br />
M' :arali omenon 2<br />
P<br />
(I)<br />
a Ik aan wiee uw schoonheid dankt<br />
g<br />
a [wie]n<br />
II<br />
M2 is de uitgescheurde g tekst s van de tijd ^ s chrif t b u lik atie i in G Groot Nederland<br />
(T),<br />
met correctie van de zetfout in 4r.o uw^u . Tevens s werd de titel 'Aana de<br />
eeuwi g -eeni g e' doorgehaald. g Waarschij<strong>nl</strong>ijk bracht Van de Woestijne 1 zelf de d<br />
wijzigingen aan, en is het blad gebruikt g bij 1 de voorbereiding g van Het gelaat des<br />
dichters. Met blauw potlood werd naast de eerste e strofe oe het romeinseijf ecjer III<br />
geschreven, ^ en werden telkens na vier strofen markeringen g aangebracht g diee<br />
duiden op een (beoogde) g verdeling g van de tekst over meerderepagina's. M 2 is<br />
niet in de synopsis opgenomen.<br />
pg<br />
III<br />
M 3 is kopij voor D geweest.<br />
p l g<br />
VARIANTEN EN (M' en M 2 niet opgenomen) g<br />
CORRECTIES<br />
titel T<br />
M', D<br />
Aan de eeuwi -eeni e. g g<br />
ontbreekt]<br />
[r-z
g<br />
zz T zelfs s 'tt laf gekreun g dat om uw w medelijden 1 smeekt:<br />
M 3 D I I geen I I<br />
24 T een maatlijk i' 1 dropje 1 bloed, bo dat leekt;<br />
1143,D<br />
dropken I I<br />
z8 T der laatste koorts van voor zijn 1 dood; ,<br />
M 3 I 1 voor den<br />
D<br />
I I vóor<br />
3 o T<br />
wat gl í' dan d a ooit,voor > wie dit dichtte, zijtgeweest,<br />
M 3 D I I i'<br />
I<br />
gij I<br />
33 T<br />
En toch... – Wanneer ik sterven zal (o geerte g en vreeze!),<br />
M 3 D I I o<br />
34 T, M3M en om o uw ' kommrend hoofd o de doode-wake e<br />
fleemt,<br />
D<br />
I I uw<br />
39 T en gij gl zult voelen, gij gl die mij 1 niet kunt misprijzen, p 1<br />
M 3 I<br />
Ikunt<br />
D<br />
kunt<br />
404 T<br />
het smaden dat u tegen-slaat; g<br />
M 3 D I I tegenslaat; g<br />
4 2 T ter e f lr e kone en in het traa<strong>nl</strong>oos oo gg - eschri' 1^ n;<br />
M 3 D I I fellre I I<br />
43 T e en 't boek be zal worden gelijk g 1 lood in uwe handen<br />
M 3 D<br />
45 T, ^ M 3 dan zult da ge – armzaliger g dan g wie het ergste gled<br />
leden, –<br />
D<br />
dán<br />
46 T dan zult gl gij nog g ^ o mijne 1 vrouw me , wezen goed. g<br />
M 3 no g<br />
goed.<br />
D<br />
I I nó g vróuw góed.<br />
49 T g gij l zult de g grauwe lok van vóor mijne oo gn e keeren<br />
M 3 D I I graauwe voor<br />
S en zien hoe nó de drift zwart g om mijn schalen 1 kringt; g^ t•<br />
M 3 I I nog<br />
D<br />
I i nó g<br />
5 2 T, ^ M 3 de laatste kreet mijn 1 lip p verwringt; g;<br />
D<br />
I I<br />
S3 T, ^ M 3 maar g gij l en e zult u geen t g e w woorden e zoeken, e ^ die vergeven; g<br />
D<br />
Maar<br />
S4 T g geen zoenens-tranen zelfs zijn zoete tuigenis g<br />
M 3 D I I ter I I<br />
S 8 T gij g 1 weet hoe't aan uw schrik s zijn laatste s bonzen e sloeg, ,<br />
M 3 D<br />
367 VARIANTENAPPARAAT
S9 T – want reeds, s > o vrouwe, r > hoort ge g uw ' hart de woorden zeggen<br />
M3 0<br />
D 1 I uw<br />
6o T die u de diepste p zorge<br />
o e g vroeg. g<br />
M 3 , D laatste se<br />
61 T Onaangeroerd g zult gij gl het t boek b ter zijde 1 laten;<br />
M 3 a Gij 1 zult, ^ ontroeren ontroeringloos<br />
in nieuw ontroere'<br />
b [ ] [nie]t [ ]<br />
b [ ] nieuw [ ]<br />
D I I<br />
633 T en gij gl zult voelen hoe e mijn 1 doem tot t nietsz lets zou baten,<br />
M 3 D on kon<br />
69^<br />
T Want hoe ge, g, toen ge g laast, s e ter borst t moest o e voelen 1e nijpen ) e<br />
M 3 D gij<br />
^ gl I I X73-76E–B, 13-16]<br />
74 T gelijk l een zoeten last aan 't eigen g vragend g hart:<br />
M 3 D I I zoete I I<br />
7 S T gij i' weet hoe 'k machtloos weende, .. . en e hoe de doop de p der droppen<br />
M 3 D I I en –<br />
7 6 T U heilig g miek van mí'nen 1 smart.<br />
M 3 D I I mijnen I I<br />
77 T Omdatik slechts s aan u mi ) n driften f zou verzaden,<br />
M 3 D I I u<br />
79 T en wijl mijn ) dorre mond uw jonst' 1 e g lippe smaadde,<br />
M 3 D I I 'wijl<br />
lip p versmaadde,<br />
81 T, M 3 maar gij alleen toch weet de kreten van mijn vreugde<br />
^ gl 1 g<br />
D<br />
I I alléen<br />
82 T, M 3 al hadde ik ze in mijn waan ook andere e gewijd;<br />
d<br />
^ ) g )^<br />
D I I Andere<br />
e I I<br />
8 3 T maar niemand had, , wat van mijn ^ toornen e 't meest u heugde:<br />
M 3 , D<br />
toom o u meeste<br />
8 T de vlammen- sc h oo n zekerheid ewaar de rGetuigen<br />
M 3 an va<br />
a<br />
waar<br />
D I I<br />
77 -8o4–B ^ -9<br />
12<br />
[81-844–C] 4<br />
368 VARIANTENAPPARAAT
86 T hoe fel de geesel g 1 st strieme en 't ónbe g ri' lp en spott' -,-<br />
3 onbegrijpen ri' en I I<br />
M ^<br />
D<br />
88 T ter hoogt g mee ^ rijzen 1 e van hun God.<br />
M 3 ,<br />
^<br />
hoogt' g I I<br />
[89-964--D]<br />
Want gij, ge weet, mijn vrouw, de alléenige te wezen<br />
89 T Wa t g l^ g ^ 1 ^ g<br />
9<br />
3 alleenige<br />
M D<br />
g<br />
9 2 T zoo z o nuits p re eklik 1 droef en laf,<br />
M 3 D ous n it reeklijk-droef p 1<br />
-laf,<br />
9 3 T<br />
daar gij gl alleen, a e ^ mijn 1 lieve v lieve, in u kunt voelen<br />
M 3 Ilieve<br />
D - daar<br />
94 T hoeheel e het boek van mí'n 1 e en e o0 ook uw liefdegloeit,<br />
M 3 a I I mijne 1 I I uwe<br />
a<br />
ook uw liefde gloeit,<br />
D<br />
T en in uw oog alleen misschien 't geween zal zoelen<br />
9 5 g g<br />
M 3 I 1 uw<br />
D<br />
I i uw<br />
969 T dat, wijl 1 'k dit schrijf, 1 mijn schalen schroeit...<br />
M 3 D wen schale<br />
I I<br />
ZETFOUTEN<br />
T r.o: 4 uw u<br />
D<br />
r. 2 ^<br />
9 . o nu its re k li J k-droe onuits reek% Jk-droe<br />
NOTEN<br />
I Ino t Y cri s t p M 3 niet gecorrigeerde g g fouten:<br />
r. 1 o: schoonheid I schoonheid<br />
r. 46: vrou w vrouw<br />
0 Op drie plaatsen p komen bovendien correcties c. q. varianten voor die met<br />
zwarte inkt zijn aangebracht, g ^ waarschij<strong>nl</strong>ijk door Van de Woestijne 1 zelf. Het<br />
betreft de correctie J i -^ gJ i in r. S7^ 57; de correctie respectievelijk p 1 variant<br />
nieu-niet-nieuw in r. 61; en de correctie J onst' ^ e--j J onst' g e in r. 79.<br />
'A.M. Musschoot heeft bij 1 dit gedicht g gewezen g op Pnv invloed van Charles Bde- au<br />
lairesedicht g ` e te donne ces vers afin que q si mon nom'. Zie Musschoot,<br />
`Karel van de Woestijne, 1 een baudelairiaans dichter', >p p. 128.<br />
3<br />
Van het gedicht g verschenen vertalingen g in het Engels g (éen strofe),het Frans<br />
en het Grieks.<br />
369 VARIANTENAPPARAAT
[MM 301 GIJ MENSCHEN, DIE MISSCHIEN ME IN LAETREN TIJD GEDENKT<br />
OVERLEVERING C: Agenda g H-I S^p p. 2v.<br />
M' : Manuscript H-46 4^7 ,[7] .<br />
T: Degids g 80.II (april 9 I 16 ^p p. Io. I 5<br />
M 2 : Typoscript H- 4 o ,37.<br />
D : De modderen man , p. 61.<br />
DATERING 1912; voor I februari I 16.<br />
9^ 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG NGagenda Achterin zijn g n van I I z 9 C:A noteerde e Van de Woestijne 1 tussen aantek<br />
e<strong>nl</strong>n g n e van a uitee<strong>nl</strong>opende u o e de aard een d ee kort o zinnetje t I 1 e dat nagenoeg a g g letterlijk 1 in<br />
h et gedichtterugkomt:<br />
t<br />
C: A -- r 3<br />
(I)<br />
Ik lijd te zeer wanneer ik lijd<br />
1 1<br />
Andere kladstadiazijn niet g overgeleverd. el e Het gedicht g is uiterlijk voltooid op<br />
I februari bu r I 116 9^ 16, toen Van a de W Woestijne 1 het aan de Meester s zond voor ubli-<br />
katie in Deids. g<br />
II<br />
M' iskopijhandschrift I<br />
voor r T g geweest ^ m aa r heeft niet de titel ` E iloo g'<br />
b oe v n het gedicht; ge, die moet bijb 1l<br />
correctie e in deproeven zijn toegevoegd.<br />
M2 is kopij 1 voor D geweest. g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C niet opgenomen)<br />
pg<br />
titel M' [ontbreekt]<br />
T Epiloog<br />
M 2, D [ontbreekt]<br />
2 M', als deze mond, en zonder morren, heeft gezwegen,<br />
> g g<br />
M 2 I I zonder I I<br />
D I I zonder I I<br />
M' de i'lte beteekent die uw vragende ijlte wenkt,<br />
4 1 g 1<br />
T-D I 1 uw<br />
5 M M' , T weet: als straf sta heb 'k st stroeve waarheid meê- g ekregen •<br />
2<br />
M D I<br />
I mee-gekregen; g g<br />
9 M I – Ziet: dit g gelaat is lood, ^ en zorge o gis e 't s zuur, dat vreet<br />
T-D a<br />
I I M I<br />
om God, o mI n 1 begeert die borgde<br />
g 't pij<strong>nl</strong>ijkst 11 beiden.<br />
TM 2<br />
> pl Pij<strong>nl</strong>ijkst 1 I I<br />
D<br />
pí' l <strong>nl</strong>i' 1 kst I I<br />
370 VARIANTENAPPARAAT
Uitee<strong>nl</strong>opende<br />
ende notitiesin de agenda<br />
van i 9 i z. In het midden op Pde linkerpagina een notitie die<br />
verwerkt tw werd in `Gij menschen, die misschien me in laetren tijd gedenkt' M M o<br />
3 (H-i S ^<br />
zv p. p<br />
en 3r).<br />
l g<br />
371 VARIANTENAPPARAAT
zM I T en, leed hij waarlijk al te zeer wanneer hij leed, +–A<br />
3 hij waarlijk hij<br />
M 2 0<br />
D 11,1<br />
ZETFOUTEN<br />
r. i i D: p j4k.rt I pOl jk.rt<br />
NOTEN I Van hetedicht verscheen een vertaling in het Duits.<br />
g g<br />
2 Literatuur :<br />
Dieltjens, 1 ^ 'Interpretatie p van het slotgedicht g in De modderen man.'<br />
Musschoot, `Karel van deoestijne W : "Gij menschen, die misschien me in lae-<br />
tren tijd gedenkt."' Jg<br />
372 VARIANTENAPPARAAT
God aan zee<br />
[GZI1 DOOP VAN DEN BEDELAAR<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-6o, ^p p. S4^SS^SS 54v, r v ^S 56r, ^ 67^ r 67^<br />
v 68r.<br />
T : Elsevier'seïllustreerd ^ maandschrift. 33 I 1 uni I 92 3), p. . 386-338 8 24<br />
M: Manuscript p H-76,3-8.<br />
P' 3 : Drukproeven D H-78,5-1o.<br />
p<br />
D: God aan ee .5-1o.<br />
^ ^ p<br />
DATERING oktober z 22; 6 december i 2z; kort na december i 22.<br />
7 9^ 9^ 7 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG In het carnet van 1922 ^ (C), p. S454v, schreef Van de Woestijne 1 de dateringg<br />
'7October :' en daaronder:<br />
I De doop p van den bedelaar<br />
II Dee begrafenis g van denbedelaar<br />
Toen hij hi' het eerste gedicht g op p 6 december hernam, voegde g hij<br />
eraan toe : `naar<br />
aa<strong>nl</strong>eiding g van den dood van 1 mijn bedelaar, die di dagelijks ik g d l s lijk zag z g in I de kerk)'.<br />
Nadat hij op p7 oktober 12 92 de twee titels had genoteerd g (de tweede is van<br />
Gz<br />
4S > g sluitstuk van de bundel), on hij 1 op de naastliggenderechterpagina<br />
I<br />
SS r aan de reels g i- o 3 van het eerste gedicht g A . Op de linkerpagina<br />
noteerde hij enkele varianten; tevens hernam hij tweemaal ge<strong>deel</strong>ten g e van het<br />
II III<br />
slot A en A .<br />
0 pp S 56r werden diverse regels g en aanzetten e voor osto volgender e esc f n g hr e-<br />
ven (B).<br />
C:AI<br />
I Wij<br />
heffen in dees vochte vonte<br />
2 naar uwen schuinen blik, o God,<br />
dit kind dat, blank en ongeschonden,<br />
3 ^ g<br />
4 van onze liefde en onze zonde,<br />
ten zoen U weze en ten gebod.<br />
5 g<br />
fstrofewit]<br />
6 a Zijn doo<br />
a moeder zou 't mij sterv<br />
a [<br />
l<br />
smoorlijk schenken<br />
373 VARIANTENAPPARAAT
met teistrend in 't gelaat gegrift<br />
7 e g gg<br />
8 a de trekken van mijn 1 norschen drift,<br />
b<br />
dubblen<br />
9<br />
a a zooals s 'k haar a moest<br />
met leugen drenken<br />
a b zou<br />
zooal s 'k haar moest s met leugen g drenken]<br />
ac ,<br />
met e donkre e leugen zou k haar drenken<br />
zoals o 'k haar moest e met leugen g drenken]<br />
ac ,<br />
van [donkre leugen g zou k haar drenken<br />
a [zooals 1' haar 'k moest metleugen drenken]<br />
c ,<br />
want lichaams s [leugen g zou] [haar drenken]<br />
I o a a en met de d schittring g van 't geschrift g<br />
a c ,<br />
en met de d schittring g van 't geschrift. g<br />
[en e metde schittring g van 'tgeschrift]<br />
a c<br />
[en e met de sc hi tt rin g van] a he[t] [geschrift] g s<br />
a [en e met dec s hit t r i n g van 'tgeschrift]<br />
i3 c ,<br />
[en] schut r' g in van] 't g geheim e [geschrift.] g<br />
[strofewit]<br />
I Zij<br />
droeg g het in haar dankb're flanken<br />
zooals heelal de heren draagt<br />
12 a ooas 'tspheren g<br />
b zijn bollen [ I<br />
1<br />
1 3 a zijn 1 kloppen was w s als hun wanken,<br />
b[ ] klo [was] [puntjes]<br />
c<br />
[ il<br />
zijn l klop P was dreunend als hun wanken i<br />
1 4en van ons bei, was ik de kranke<br />
4<br />
1 a die beeft en om verlossing vraagt<br />
5 g g<br />
c<br />
die bevend om verlossing g vraagtg<br />
c [die beeft en om verlossing g vraagt]<br />
[strofewit]<br />
16<br />
17<br />
18 a<br />
c<br />
c<br />
Enoen t ' uit t, haren smart geboren g<br />
en met haar straal'gedankbaarheid,<br />
g<br />
stond so t ik gelijk g ^ een wees w verloren<br />
[<br />
stond als een weesken ik verloren<br />
stond ikj geli k een wees verloren]<br />
s t nd als as]<br />
een] [weesk]ind [ik verloren<br />
374 VAR IANTENAPPARAAT
I 9 a waar niemand<br />
0 I zou hooren<br />
{waarzlf zelfs zijn vader e niet zou hooren<br />
waa r niemand o zou hooren]<br />
c ,<br />
daaraar w [zijn 1vader nietzou hooren<br />
20 a hoe ze om haar doode moeder schreit.<br />
b 't zijn 1<br />
ftro ewit<br />
21 a En 't lag in zijne bleeke<br />
g 1<br />
a wolk' ge kribbe, g<br />
22 a rood<br />
2 3 a ge) gelijk een dr<br />
a wonder-verlaten, rood en schraal<br />
a late draal' g ge s sch[?] ,<br />
a straal,<br />
24 of, ^ aan een moede levens-lippe<br />
2 5 een avond-malven adem-haalaa<br />
strofewit]<br />
[zG-jo-->A'IJ<br />
z6 Maar neen, o God : het lag te blinken<br />
g<br />
277<br />
a van alle o vreè[?]<br />
a<br />
bevrijd )<br />
z8 Zoo ziet men, bij het zonne-zinken<br />
28- 3o _ .+ A III ]<br />
29^ Uw lippe die de zoom der zee<br />
o bijt als een schaal ten rand der reê<br />
3 1<br />
II<br />
C:A<br />
I<br />
F-A 26-30 j, ; -->26- 3o<br />
26 Maar neen, o God : het lag te blinken<br />
g<br />
27 gelijk bevrijde oneindigheid :<br />
7 g) bevrijde g<br />
z8 zoo ziet men hoe, bij zonne-zinken,<br />
29 a o God, den zoom der zee, bij 't drinken,<br />
b ten<br />
;o U-zelf de lip ten bloede bijt<br />
III<br />
C:A<br />
I II<br />
f—A ^ 2ó- 3> o^ E—A > 28- 3^ o^ -- >2^-3o<br />
z8<br />
a zoo ziet men u het leven drinken<br />
a [<br />
den avond<br />
375 VAR IANTENAPPARAAT
29<br />
3 0<br />
a ten<br />
a a o God, ten zoom 0o d der zee, en , e 't ' zinken<br />
atenzozoomo der e zee, en e 't] zonne-[zinken] zinken<br />
a a der zon als aaneen ee schaal s -uzelfewi g 1d<br />
a [als aan een] scha le diee g bijt 1<br />
a<br />
roode g bijt]<br />
{ i<br />
0 b<br />
een schaal waar a ge g u ten e bloede 1 aan bijt 1<br />
b [als aan een c s a h e l die d e rood<br />
ge g bijt]<br />
l<br />
C:B<br />
(I)<br />
a zoo laghet oGod<br />
b<br />
(2) a ø unt J es zooals alle<br />
aa ndr kindren e zijn^<br />
b<br />
(3) 0 ]<br />
4 a 0 wijj<br />
n<br />
b<br />
[witreel? g]<br />
S Zoo zagen a g we u uit t o ons s reeuwsche r geuren g -^ C I<br />
^ 3^ 1 3t<br />
(6) 0 1<br />
zich 0 beuren: -*<br />
I<br />
(7)^ C 33; • --> 33<br />
I<br />
8 Thans staan we, God, aan uwe deuren -^ ,<br />
> C > 34 ^ -> 34<br />
[witregel]<br />
I<br />
(9) Zult gij het van de 0 wasschen -^ C ^ 3^ 36; 6 -^3G<br />
(1 o) 0 i?<br />
I I<br />
fwitregel]<br />
0 tasschen<br />
(I i Zult gij<br />
I<br />
het van 0 verlossen -^ C ^4^ r• -^ 4t<br />
03) [ 0 1 ?<br />
(r¢) [ 0 ] rossen<br />
I<br />
I<br />
S 0 drossen -pC ^ 43; ^ -> 43<br />
[witregel]<br />
16 a Armen ! Armen!<br />
a Ach [Armen! Armen !]<br />
I<br />
I En het verschil dat doodt -*C • -^<br />
7 ^ 47 ^ -*47]<br />
376 VARIANTENAPPARAAT
I, 17 ,<br />
[IN-I9–E I18-2o– E 66-68; 18-2o–X66-68<br />
[open ruimte] 9 ,<br />
o dat wij nuchter<br />
zouden worden<br />
naa al den drift, , na a zelfs s het leed<br />
0 ]beet<br />
0 Op 6 december I 1922, 9 ^ twee maanden na a het begin, g^ werkte Van de WoestijneW<br />
l<br />
onewaa p i u aan het gedicht. g Hij 1 hernam r eersts wat hij ) op p7oktober al had, en<br />
I<br />
be r idde dat CC p. ^p 67r en 68r).<br />
C. C I<br />
[I-30+—AI; I- I O-3I- I 0<br />
heffen in dees moer' ge vonte<br />
I Wij 1g<br />
2 naar uwen schuinen blik, o God,<br />
3 dit kind da t ^blank b en ongeschonden,<br />
4 van onze o e liefde en onze zonde<br />
5 ten zoen e Uweze, ^ en ten gebod. g<br />
[strofewit]<br />
6 Zijn 1 moeder zou 't mijsmoorlijkschenken<br />
o 1<br />
7 a met, te i s trend , in 't gelaat g gesch g<br />
a<br />
[ge]grift<br />
8 a de teeknen van mijn 1 dubblen d drift,<br />
b loenschen [ ]<br />
9 zooals 1 'k haar zou met leugen g drenken<br />
Io<br />
vanpij<strong>nl</strong>ijk v 1 eesc h en e schittrend schrift.<br />
[strofewit]<br />
I I a Zij ^ droeg g het<br />
in haar a dankb're flanken<br />
b ronde<br />
I2 a zooals 't heelal zijn bollen drag<br />
a[ ] [dra a g; t<br />
zijn klop in haar was als hun wanken<br />
1 3 1 P<br />
14 en van ons bei was ik de kranke<br />
I S<br />
die beeft en om verlossing g vraa. gt<br />
[strofewit]<br />
't, uit haren mart geboren<br />
16 En toen t us g<br />
177 methare aes tr al' a e gdankbaarheid,<br />
I 8<br />
stond ik gelijk gl<br />
een wees verloren<br />
I waarvan geen menschenhart kenhart zou hooren<br />
377 VARIANTENAPPARAAT
20 a hoe 't<br />
a ze om haar a dood e moedere schreit.<br />
e.<br />
[strofewit]<br />
2I En 't lag in zijne wolk' ge kribbe<br />
g 1 g<br />
22 wonder-verlaten, rood en schraal<br />
2 3gelijk een late, g ^draal'ge<br />
straal,<br />
24 of, aan een moede e eve 1 n -li s p e,<br />
2 5 a een avond-kleur' ge g adem-haal. a<br />
b scheur e r -kleur i ge<br />
[strofewit]<br />
[26-304–AH]<br />
26 Maar neen, o God : het e lag gte eb blinkene<br />
277 gelijk g 1 bevrijde l oneindigheid g :<br />
28 zoo ziet men e U dene avond drinkene<br />
28- 3oE-- AI17<br />
2 9ten zoom der zee en 't zonne-zinken<br />
9<br />
3 o als aan een schale, ^ diege bijt. 1 t<br />
[strofewit]<br />
I a Zoo zagen we uit ons reeuwsche<br />
3 g<br />
a Dus<br />
geuren,<br />
3 2 uit woeste liefde, ^ uit derven geest, g s, t<br />
33 zich dit onnoozel 0 0 kindje ^e beuren.<br />
Thans staan we, o God, aan uwe deuren<br />
34 ><br />
Blijk de hond die slagen vreest<br />
35 gelijk g<br />
[strofewit]<br />
3 6 a Zult i gj het van de o verlossen<br />
a h?<br />
a matheid wasschen<br />
C 4–B , 9]<br />
37 a en 't hunkren o wee?<br />
a om 't beminde<br />
3aodev 8 – Het do water n de sassen<br />
39 a dat blinkt1 b t alleen a van g gist ls en gasseng<br />
b<br />
dat blikkert dik van gls gist e en gassen<br />
40 a bereidt d<br />
a ter zuivering g der zee.<br />
[strofewit]<br />
378 VARIANTENAPPARAAT
4 I 1g a Zult ut gij het van den doem verlossenv<br />
^–B , 12<br />
b uit<br />
4 2 van ruimte en dorst, r van va walg g e en tijd? 1 .<br />
43 a – o Kreetvan a wie de ebae baren drossen ^B , 1<br />
b [wiein<br />
44 a en wasschen de steeds nieuwe blossen<br />
b kleuren met<br />
4S a om steeds herhaalde e oneindigheid !<br />
a o nr ei ' k baarheid<br />
[strofewit]<br />
46i a Zult gij g l 't uit wij1<br />
a w eifelen en wikken<br />
o udat uit verschil doodt dt F-B 17] 1<br />
^<br />
48<br />
a voor<br />
a tot uw gevalligheid<br />
beschikken,<br />
o Schutterdie,^ dl nat ooll oolijk k *wikken *[lees : mikken]<br />
o in 't eigen oog de wereld schoot?<br />
S g g<br />
[strofewit]<br />
• I77<br />
I Maar neen – Ons, armen, zult 1 teistren –^D 1 ' --6i<br />
S gij<br />
^ 1<br />
0 nek gedrukt<br />
52 g<br />
S4<br />
S3<br />
b<br />
0 ][streep e<br />
bukt<br />
0 peistren - D<br />
j3;<br />
^ Jj^<br />
___*63]<br />
S S [ 0 1 gelukt<br />
Tijdens ld e l s het e sc schrijfproces<br />
maakte Van e de Woestijne W 17<br />
op de linkerpagina. 6 v<br />
II<br />
notities die hij 1 later verspreid p verwerkte C : C . In hetzelfde stadium noteerde<br />
hij daarnaast een opmerking p g die een g geheugensteun g lijkt 1 voor iets wat hij nog<br />
in hetedicht g wilde verwoorden: `Ons kind zal telkens verschijnenals zijne 1<br />
plaats in den hemel van onze oogen aangewezen is (curve der planeten)'. p<br />
,<br />
C.0 II wij 1 zijn 1 het gebogen g g vee<br />
maar wij zin het graan in den wan<br />
11 g<br />
II<br />
werd geschreven %dens<br />
CI]<br />
[--'D"' í3-J4; –> 63-64J<br />
^___<br />
,EIIr 74-7I; –'79-80]<br />
Van e de Woestijne l g ging g7^<br />
hierna e a voort op de linkerpagina 6 v met de latere<br />
I<br />
regels ees g 5 I- 6o C: D. Het e is so onzeker e of hij 1 ze op p dat moment al bestemde voor<br />
hun<br />
definitieve plaatsḌe s. e eerste<br />
strofe ervan e a voltooide o hij direct, 1 c ^de tweede<br />
379 VAR IANTENAPPARAAT
leef o^<br />
n vo l le i en g ewerd hernomen m C :Di'. Ook voltooide hij op de reste-<br />
rende ruimte rechterpagina onderaan e regels eS, 61 - 6 een s strofe e die in C'<br />
III<br />
s schetsmatig g w was opgezetg t: C:D .<br />
I<br />
C:D f r 6 0<br />
S 6 a Bewuste veeger g r derwoestijnen, e<br />
a veger<br />
S7<br />
vroed r z ae ml a ar van a het vol gevecht: g<br />
58 a zal 't aan<br />
a meen grijze l z leêgheid ee g *kwijne 1<br />
*[lees : kwijnen]<br />
^<br />
S 9 a oJ<br />
f zal zijn 1 aanzicht lichtend zij n<br />
nen^ schijnen<br />
6o a aan een verove r en en plecht?<br />
b[veroverende]<br />
[strofewit]<br />
6r-6 T -4<br />
DII]<br />
6I<br />
6z<br />
Wiji zijn l de vader en de moeder;<br />
wij 1 hebben uwen wil gedaang<br />
G63 a b bij 1 wzweet<br />
huilend e bij b<br />
.0 ] traan<br />
b h uilend zweet<br />
64 a Zij<br />
a Zulti glons<br />
o moeder<br />
65 a maken aan een waan<br />
b gaan g m a k e' om waan gerechten g<br />
b on[gerechten]<br />
g [waan]<br />
ii<br />
E–D<br />
1<br />
C.D 6r-61 ,• –; II60 -<br />
61 Wij zijn de vader en de moeder;<br />
wij hebben uwen wil gedaan<br />
G 2 w lg<br />
63 bij 1 schreeuwen e zweet, bij ^ bij wrok en traan :<br />
644 a zult gijg<br />
i ons moeder en verwoeder<br />
b wilder [ ]<br />
6 S<br />
gaan g make' om ongerechten g waan?<br />
III<br />
C:D<br />
[-->Gr-6J]<br />
fI<br />
Maar a neen : ons, armen zult gij g^ teistren<br />
52<br />
met<br />
deemoed ,<br />
dankbaarheid en rouw.<br />
53 a Gij<br />
wordt de vreê van 't vee<br />
b Ons blijft bij maatlijk jpeistren<br />
áf3-14 E--cI1, -1J<br />
3 $p VARIANTENAPPARAAT
54<br />
55<br />
a 0 bij 1 traag agg gekauw<br />
a<br />
b van 't vee e dat, > maetlijk > van<br />
^<br />
gekouw<br />
a Geen e w wolk kent, k dan aan haar schaauw<br />
b [ I<br />
b wolk e<br />
zelfs es [kent, e , a danaaan haar sc huw aa<br />
lees .ekauw g<br />
Hetlaatste Hp<br />
ge<strong>deel</strong>te g e van de kladfase schreef Van de Woestijne 1 niet op een<br />
volgende, s schone nbladzijde:' aar schreefa f hi' hij o 7 december, dus een d g later, ><br />
een aanzet tot ee geheel n g e ander l n r gedicht. g<br />
i h Hij werkte 1 achteruit,gebruikmakend<br />
a t ,<br />
van n de r ui mte die hij l i in de directe e<br />
omgeving g evI gg<br />
van e de reeds s voltooi<strong>deel</strong>ten ge<strong>deel</strong>ten<br />
van het gedicht g vond. d Hieruit kan worden afgeleid g dat stadium E enige g 1tijd<br />
(maar nieterg g lang)na a g 7 december zijn beslag g kreeg. g .<br />
0 een klein e blanco g gebleven e eve stukje<br />
onderaan p. 67^v dus onder de tekst e van<br />
II<br />
D schreef<br />
^ Va f Van de Woestijne e W i' l eerstnog e ogeen eaa tweeregelige nz e t voor h e t y er-<br />
vol g;<br />
C.E I E-B IN-I9; --+E-11, 66-67; 7^ -* 66-67<br />
6 6 o Dat wij w 1 nuchter zouden wordend<br />
67 na al den drift, na zelfs het léed.<br />
Daarna a g ging g hij 1 terug g in het carnet. Op bladzijde SS v ^<br />
de bladzijde 1 naast<br />
die<br />
met de e tekst van stadium B, staan drie d le s strofen. e De bovenste,<br />
met de e regels 66-<br />
70,<br />
II •<br />
in regelmatig schrift ineens genoteerd : E. Metminder beslistheid z"<br />
is e g e g s l s g d et e bes e d zijn 1 de<br />
twee strofen daaronder, ^ r. 76-8o en 7 I-<br />
7S^<br />
geschreven; g ^ zij hebben b ook k diverse e e<br />
, III II III •<br />
va ri anten . E. Hoewel e scheidinge g tussen Egerechtvaardigd<br />
en E is, is<br />
de onderlinge chronologische volgorde niet zeker. Dit geldt 00<br />
g g g g ook voor o de twee t<br />
strofen in En'.<br />
C:E II [– ► 66-70]<br />
66 Wij zullen rustig-nuchter worden<br />
l g<br />
I-G6-67
73<br />
74<br />
S<br />
waarin we ons kind aanschouwen zouden<br />
a a gelijk [ m ] kaf Po] gouden,<br />
13 b zooals het ijle [ ] dat, [<br />
a a interzonne<br />
wan o n e danst ast<br />
a a dat [in den wa wan te zonne ter danst]<br />
b van uit<br />
[strofewit]<br />
[74'7I4—C", 2]<br />
[76-80->77-7I ]<br />
767 Dit kind, geheven gh in uw vonte,<br />
tt e a ten[?] bi r zoen,<br />
a [t]ot tot wranggebod<br />
b<br />
78 a het o[?]<br />
dit c wichtje, 1^ bleek va van onze e zonde<br />
79 a ge g hebt het aan lot gebonden g<br />
b en[g]ij g [hebt l het aan lot gebonden] g<br />
8o a als eene nutt'ge straffe, e o God<br />
been profijt'ge o^ge<br />
[Chronologie van de totstandkoming v b g van de beide s en strofen onderling d ^is onzeker]<br />
II<br />
In La Flandre littéraire 3 februari-m a ar t I 92 S ^ p. 84 -8 S^liet Van ded Woestijne<br />
tine l<br />
eenrozavertalin gvan 'Doop van den bedelaar' a in het Frans s verschijnen.<br />
schl l<br />
De<br />
titel luidde `Ba têm e e '. Hij had a devet dievertaling a in zelf e g gemaakt: niet alleen e s staat<br />
onder deu p likati b `Tr e duit a du Flamand a and par l'auteur', l ur maar tevens zijn 1 delen<br />
van de ein vertalingh het carnet 9 van 3 iZ H 6 3^ 3zr 3 engenoteerd. 3r3 Dit<br />
moet omstreeks midden april p van dat jaar l g gebeurd zijn. Zie voor de volledige g<br />
tekst in La Flandre littéraire noot. S<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
(C niet opgenomen)<br />
pg<br />
titel T (ontbreekt)<br />
M a Doop van den Bee<br />
a [ ] [Be]delaar<br />
P' -D I<br />
I<br />
[I-3o
S T T, M ten zoen u weze, w > e en ten gebod.<br />
g<br />
P' -D lul<br />
T zooals<br />
ooa<br />
9 s 'k haar zou met e leugendrenken e en g<br />
M-D I I moest I I<br />
144 T en van ons bei was ik de kranke a M-D I i ík<br />
I 8 T-P' s t o n ík gelijk ) een wees e verloren<br />
g<br />
132-D 1 1 ik<br />
I<br />
z 7 T zooals bevrijde ^ e oneindigheid:<br />
M-D ,<br />
II<br />
26- 0 ^-A 3<br />
28- 30 *- A III<br />
z8 T zoo ziet mene u denvond drinken<br />
M-D I I U<br />
3 0 T als s aan een schaal -rand dien g ebt.. bijt... 1<br />
M-D I I beker dien1 gl bijt... 1t<br />
34 T, M Thans staan we, o God, aan uwe deuren<br />
P` a i<br />
I<br />
b –[ IU[We] [ ]<br />
PZ a ^<br />
I<br />
b [ ] [God,] [ ] [deure]<br />
P 3 , D I<br />
;6 T, M Zult ge er de loonre rust van wasschen<br />
' a l<br />
I<br />
b [ l G[e] [ I<br />
Z-D I<br />
I<br />
[31, 33 4–B , I, 7]<br />
[ 4–B, 8J<br />
[ 4 - B , 9]<br />
i7 T, M en 't hunkren om 't beminde wee?<br />
P` a ^<br />
I<br />
b [ ]<br />
Z-D I<br />
I<br />
41 T, M Zult gij het uit den doem verlossen<br />
P` a l<br />
I<br />
E–B ,] 12<br />
P =-D I<br />
4 2 , T<br />
M van ruimte en dorst, van walg en tijd?<br />
P T a ^<br />
I<br />
b [ ]<br />
P =-D I<br />
I<br />
[43 4 -8 , if]<br />
383 VARIANTENAPPARAAT
44 T en kleuren met steeds nieuwe blossen<br />
M I I *om I I *[lees : met]<br />
P'-D I I met I i<br />
46 T Zult gij 't uit weifelen en wikken<br />
M I I,<br />
P l a ^<br />
I<br />
b [ ] G[ij] [<br />
P Z-D I I<br />
48 T, M tot uw gevalligheid beschikken,<br />
P l a l<br />
I<br />
b [ ] U[w] [ i<br />
P 2-D I I<br />
[47E-8, 17]<br />
[)-1-Go
66 T-P 2 W i' zullen, moede, nuchter worden<br />
1 wo de<br />
> ><br />
P 3<br />
a<br />
D<br />
b ,<br />
68 T dat a als een wroeging 'tbrein<br />
b ons beet .<br />
M-D<br />
69 T er is geen zegen dan in i<br />
g de orde, ,<br />
g<br />
M-D Er<br />
7 o T loon gaat aan<br />
wie te zwijgen weet.<br />
g<br />
lg<br />
M , P I naar I I<br />
P 2 a<br />
b<br />
wle n<br />
P 3 , D<br />
I I<br />
[71-7I
ZETFOUTEN<br />
T r.: S ive ^ en weze ^<br />
r.: 37 hunkeren hunkren<br />
P'-D r.2I: ^J in ^J zijne<br />
P 2-D r.: S9 ^^ i Gi^<br />
r. 61 : ons I ons,<br />
r. 62 : danbaarkheid k dankbaarheid<br />
NOTEN<br />
i<br />
In C.A C: A Iis met anilinepotlood een sstreep t gezet e g e van malven in r. 25 S naar rood<br />
, II c<br />
in r. 2 2. Wat hlerm ee be doe 1 d is, 1 i sniet dul d e h 1 k . In C. A ^ r. 299<br />
: o God' d<br />
doorgehaald zo n der de daarop o volgende g e komma; doorhaling g is als geïnten-<br />
deerd beschouwd.<br />
2<br />
De tekst in D is cursief f g gezet. et. DeD ee eerste pproef van de bundel (P') werd<br />
romein gezet, g e et, terwij1 Van a de Woest i'cursief 1Hij<br />
ne een ild wilde. . Hi' heeft dat o P'<br />
aangegeven, maar de daarvan tekst van wel eerst s geheel g ee gecorrigeerd.<br />
g g<br />
3 In P ' > r. 6o oovereenkomstigde was, > lezing in M M, on ^ erechten gezet<br />
maar in P 2<br />
stond foutlef gerechten. g Van e de Woestijne s 1 corrigeerde g tot een gerechten; ^ ^ dit is als<br />
3<br />
, I<br />
variantpg opgenomen omdat t deze e lezingin P gehandhaafd aa werd en ook in C: D 1<br />
voorkomt.<br />
4 In r. 4^ o is depersoonsvormbe 'bereidt', die Van de Woestijne 1 in alle bronnen<br />
handhaafde, vermoedelijk ee n ve r g issin g• ^ juister 1 lij 1kt<br />
`bereid'.<br />
s Van de Woesti 1 nepubliceerde prozavertalingn devan de `Doo van den ede-<br />
b<br />
p<br />
laar' in La Flandre littéraire 3 (februari-maart 192 S^ p. 84 -8 S:<br />
Ba tême<br />
Nous levons en cette co n q ue lustrale, ^ sous Ton regard g oblique, q> ó Dieu, > cet<br />
enfant q u i sera, a ^ de par notre amour a o et pour P notre péché, p ^ le médiateur ou celui<br />
qui intime ses ordres.<br />
Sameeme mère r 1 '' ae p e rd u ^ m en t donné, e > avec >g gravés ves dans s ssa face e e terrifiée, ^ les s signes<br />
g s<br />
de ma loucheassion p > telle qque, > saturée du double mensonge g de ma chair pan-<br />
telante et de mes étincelants écrits.<br />
Elle 11 le porta r dans le dome de ses flancs comme l'univers porte ses s hères^ ses<br />
p<br />
p p ^<br />
heurts en elle ' eta i ent comme e leur e e' cli p ti que et de nous deux c'était moi le<br />
^<br />
malade ,qui tremble et demande délivrance.<br />
EtY<br />
quand il fut né dans sa douleur et dans sa ra onnante reconnaissance, j'étais<br />
la là, > tel un orphelinp<br />
perdu, e dont > d aucun cceur humain m'entendrait jamais 1 comme<br />
p<br />
illeure sa mère morte.<br />
p<br />
Lui, ^ Il était etait couché h' dans sa crêche c ec e nuageuse, g ^ rouge g et frêle comme un rayon Y qui<br />
s attarde hé site, et hesite , ou comme, a ' ne u lèvre ev e f ati uée g de vivre, , une haleine qui<br />
prend<br />
la couleur du crépuscule. p<br />
Mas Mais non, mon Dieu, it était ' la là brillant<br />
comme un infini délivré v tel on Te T voit<br />
> ><br />
boire 1 le so ir au bord de la mer et du souleil couchant ^ comme à une coupe pque<br />
tu mords.<br />
386 VARIANTENAPPARAAT
Ainsi vimes-nous se dresser cet enfant hors de nos senteurs cadavéreuses, hors<br />
de notre e a amour farouche et de notre esprit p vidé. — Et nous voici, c , Dieu, o ,<br />
devant t Tes portes, p , comme e un chien q ui appréhende p les coups. P .<br />
L 1 ave r -Tu as de la lassitude<br />
et du désir s e de a la o d e ul a ur ee im' . ^—' L'eau morte<br />
d'entre lesvannes, oil , reluisent s les ferments s et le gpp gaz,ré are- t - ee 11 la purgep e g de<br />
la mer.<br />
Le dirigeras-Tu g du doute et de la réflexion et de la différence qui tue, vers S Ton 0<br />
bo<strong>nl</strong>aisir p Toi, , l'archer , ui qui, visant de Ton cell amusé, , tire le e mondea o aToi?<br />
Le délivreras-Tu de la damnation de l'espace P et de la soif, ^ du de g' out ^ et du<br />
temps? — Clameur de ceux e q que les flots emportent et colorento t de pudeurs p r tou-<br />
^ 0 urs n o u ve ll es devant a l'' in a ccess i l b t e u' o ^ u r snouveau!<br />
Balayeur Y conscient s dese ' r^ ts , sage g a em ss b 1 e ur des combats<br />
s complets; 1 ve ''- ge<br />
tera-t-il dans la vacuitérise g ^ ou son visage g s'éclairera-t-il aubord e Pproue<br />
con quérante ?<br />
— Nous sommes leère et la mère; , nous avont fait Ta volonté, te, au milieudes<br />
es<br />
cris et de la sueur, , pleins p s de d ressentiment et t de d larmes: veux-Tu u- T u nous<br />
re rendre<br />
plus<br />
sauvages g et plus furieux pour une illusion s illic ite^.<br />
Mais non: nous, , les pauvres, p , Tu nous hallucineras a d'humilité, e , de econnais r -<br />
sance et de deuil. La paix nous restera duétail a qui, au pré, p e ^ mastiquant q en<br />
mesure, ne connait le nuage gqu'à son ombre.<br />
A p rès la passion, p , après p même la P peine qui nous s mord a i e nt au cerveau comme<br />
remords, ^ nous serons tranquilles q et P pondérés. Il Y n' a de be 'n' ed i ction queq<br />
dans l'ordre, ^ ni de récompense p q que ppour qui salt se taire.<br />
Cet enfant, ,p porté vers Tes fonts Ppour la réconciliation amère,en eea P ^ e r in' oc l n -<br />
tion ,• ce tout p petit, , pale<br />
de notre éché : tu l'as s lié a notre t e sort s t comme une puni<br />
-<br />
tionrofitable p , ó Dieu; ,<br />
mais rien n'empêchera P le rêve q ui éclairera la plus p Ppauvre et la a plus p<br />
v vide<br />
de nos<br />
nuits, oil nous contemplerons p notre enfant comme la légère g balle d'avoine qui, q<br />
r' ee, danse<br />
horso du van vers s le e soleil. soil e.<br />
(Ingrepen: e 3strofe e `dans sa crèche' was in het tijdschrift`sans sa crèche'; ^<br />
slotstrofe `mais rien' was `Mais rien'.) In het tijdschrift g volgde hierna nogg<br />
`Prière' ^ een prozavertaling p g van `Keer niet Uw oog g van wie Ge ein vrede leven<br />
liet' uit Het vader-huis (zie VW dl. 1 ,p p. 66-67<br />
.<br />
[GZ2.1 'K HEB MIJNE NACHTEN MEER DOORBEDEN DAN DOORWEEND<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-6o, p. 3r, 4r, 5r.<br />
o ,p 3^4,5<br />
M' : Manuscript H-61 i.<br />
P ^<br />
T: Elsevaer'seallustreerd maandschra t 2.I (mei 1 22 . 1, zo<br />
^ 3 9 ,p39<br />
M2: Manuscript H-74,3. P<br />
M3: Manuscript H-76,11. p<br />
387 VARIANTENAPPARAAT
PI-3: Drukproeven P D H-78,13.<br />
D :od G aan ^ zee, ^ p. p i 3.<br />
DATERING z6 december 1921; februari i 22.<br />
9 ^4 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Van a de W oe tine s 1 schreef e met zwarte inkt, na ^g<br />
het carnet egedraaid<br />
een kwartslag<br />
te hebben, op p twee pagina's pg enkele kladstadia van hetgedicht: es de eer to ep-<br />
I<br />
nin g sstrofe C : A en een nieuwe versie daarvan die met een tweede w e s strofeo e<br />
II<br />
werd aangevuld g C : A op 3^ 3r; boven de kladfragmenten g<br />
staat de e datum<br />
`z6 Dec. 21'.<br />
I<br />
C:AI<br />
a 'k Heb in mijn ^ leven meer e geleden g dan gl<br />
a[ I g elo gen<br />
a<br />
ge be den<br />
beloochend geloochen<br />
]b[?]<br />
cebederi g<br />
II<br />
-A 3; ^ ^ j^ 3<br />
2<br />
'k hebin mijn 1 nachten e meer geleden g eed dan geweend<br />
77 ,<br />
--^ A >><br />
I;<br />
I<br />
3<br />
4<br />
a al zaagt gg ge weiflen in den drift van ml ne 1 oogen g<br />
b d' opalen p [ I<br />
en stond de e bitterheid b om ml ln e n mond versteend e<br />
I ,<br />
[..*AI,^<br />
2 __+2]<br />
II ,<br />
-^A –^<br />
^ 4^ 4<br />
[Geheel doorgehaald in stadium AH]<br />
,<br />
C.A II<br />
I<br />
'keb H in mijn 1 nachten e meer gebeden g dan geweend g<br />
2<br />
al zaagt ge twijfel in de opalen van mijne oogen;<br />
g g l P 1 g<br />
3<br />
'k heb in mij<strong>nl</strong>even meer geloochend g dan gelogen g g<br />
4<br />
al staat de zekerheid om mi nen mond versteend;<br />
[strofewit]<br />
S<br />
oij gl die om mijnbed, mijn ^ l laatste bed, ^ gebogen g g<br />
6<br />
a u om het raadsel van een ziele hebt vereend<br />
b dees<br />
7<br />
en met een zucht c de e galm der ijlt te vullen meent<br />
8<br />
c<br />
en mijn lg gebrek aan leed vervult met mededon mededooge en<br />
wilt vullen met meê don en g<br />
stoppen<br />
D e stadia A<br />
1 III<br />
All en A werden te amen ^ doorgehaald g in stadium A<br />
3$$ VARIANTENAPPARAAT
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
Vervolgens maakte V Van dW de Woestijne 1 een opnieuw uitgebreide g versie waarvan<br />
III<br />
alleen 11 heto slotterzeto g o onvolledigbee v d^ gbleef C: A 4r).Onderaan . schreef hij<br />
dezelfde datum : `z6 December 12I'. 9<br />
III<br />
A werddoorgehaaldn toen Van de oestijne Woestijn de laatste s versie e voltooide, die<br />
I is gedateerd g e 4 februari • aC: I zz 9 : B (blauweb inkt). Boven het e et gedicht e g c t schreef e hij1<br />
`Tenebrae later g dewaaroner roe Pstitel waaronderhet sonnet met vier andered in Else-<br />
^<br />
III<br />
vgg ier s geillustreerd maandschrift zo zou worden opgenomen. A en B zijn in de<br />
gopgenomen.<br />
synopsis o .<br />
II<br />
M I is kopijhandschrift ^ voor T geweest.<br />
, I II<br />
(C: A I en A niet opgenomen)<br />
pg<br />
I II ^<br />
I C.A C. B 'k Heb mine 1 nachten meer doorbeden dan doorweend,<br />
MI-D<br />
z C :Ain al zaagt g g ge twijfel 1 in de opalen van mine 1 oogen; g<br />
C:B I I wemelt I<br />
I<br />
M I a l I me<br />
a wemelt twijfel in de opalen P van mijne 1 oogen; g;<br />
T-D<br />
1-^ ,A II<br />
I<br />
^A 2] 1<br />
[F-A', 3]<br />
I<br />
[3
III<br />
7 C : A a Uw zucht galmt g door een ijlt 1 die gij gl temeetut raden[?] *meemt lees meent]<br />
b<br />
vol a<br />
C :B-T I I triltI I wisheid meent<br />
M Z-D uw<br />
III<br />
^<br />
8 C:A en mijn l gebrek g e aan smarts vervult ge g metmeêdoogen<br />
C : B-D<br />
gij i'<br />
9 C:A'I'<br />
C:B-D<br />
10<br />
Of ikenieten g kan, ^ dan of ik lijden mag: g<br />
c : Am<br />
ik wacht op tranen in de dorheid o van een e lach<br />
C:B-M 1 I,<br />
M3-D I<br />
Io<br />
I I C : A III a en 'k vrees min 1 tand, waar ^ hij 1de lip van God zult<br />
a<br />
zal bijten.<br />
1<br />
C : B-M Z I<br />
I lippe Gods I I<br />
M3-D I 10 I<br />
I<br />
III<br />
12 C : A Ik ben de lafaard o<br />
C : B a die voor eigeng<br />
b [<br />
M'-D<br />
I die<br />
0 1 bedeesd,<br />
vreugd g<br />
III<br />
I 3 C.A 0 1<br />
C:B zich-zelf van pallej<br />
aradizen heeft verweesd<br />
MI-D<br />
III > ><br />
144 C:A en voel me blijde alleen waar 'k beef voor Gods verwijten 1<br />
C :B a I<br />
I zelf-verwijten<br />
1<br />
b schoon<br />
MI-D<br />
I<br />
NOTEN<br />
I g edicht Hetat<br />
werd afgedrukt g in het prospectus p p datA.A.M. Stols voor God aan<br />
zee drukte; zie hiervoor de Drukgeschiedenis, 2.I. De tekst is identiek aan de<br />
gebundelde g versie; ^ waarschij<strong>nl</strong>ijk 11 is hetzelfde zetsel gebruikt. g<br />
2 Van hetedicht g verscheen een vertaling g in het Duits.<br />
[GZ31 DE NACHT, DE ZWOELE NACHT HEEFT ME ALS EEN WIJN BEVANGEN<br />
OVERLEVERING CI : Carnet H-6 3, . 62r.<br />
C 2 : Carnet H-67, p. 34 r , 6 Sr 66r.<br />
T: Dietsche warande & Belfort 26.1anuari 1 I 926 ^p S 2. 3o<br />
M: Manuscript p H-76,12.<br />
P I-3 : Drukproeven P D H-78,14.<br />
D: God aanee ^ p. p I 4.<br />
DATERING Tussen i september en io oktober 1 9 2 3 ; tussen zi oktober en io november<br />
5 p<br />
12; eind december en i december i 2.<br />
9 4^ 3 9 S<br />
390 VARIANTENAPPARAAT
ONTWIKKELINGS- Het eerste r spoor s r van `D e nacht,<br />
, de zwoele w nacht', , op p. 62 in C', , is seen aanzet<br />
GANG van twee regels s d die e Van dee Woestijne e met zwarte inkt noteerde e tussen i 5 se -<br />
tembe r e en I o o oktober e 93 I 2: .<br />
C' :A<br />
I<br />
2<br />
a Ta<br />
De wijn, de wijn heeft me in de stilt bevangen; —>B r • -+1<br />
1^ 1 g ><br />
a [T]hans ben ik in de wild-omgilde guurt<br />
b [ ] [wi]n[d-omgilde] [ ]<br />
Ruim eenaar 1 later, , tussen 2 I oktober en 1 o november 1 9 24,nam de dichter<br />
deze regels g weer o p . In een nieuw carnet, opp p. 43 r in C 2 , ontwierp hij een<br />
strofe (blauwe inkt):<br />
C2:B<br />
I De nacht actsas is als ew de i' 1 n diemei in den nacht a b bevangt; g, 1]<br />
2 na 't woelen in de zwoelt hetstralend-klaar et, be g ri' lp en •<br />
3 de 0 g gaan o de harde bekers slijpen lp<br />
4 ik ben 0 die a over de diept p der glazen g hang<br />
Meer a dan een jaar 1 later, ^ eind december 1 925,noteerde oest Van dee Woestijne<br />
op<br />
1<br />
twee achtereenvolgende g bladen van hetzelfde carnet C' twee voltooide versies<br />
van hetedicht. g De eerste is stweede een kladversie (C : C ,p. 65r),de ee t n op<br />
'313 Dec.' gedateerd netafschrift c C 2 :D p. 66r . Dit afschrift vertoontnk enkele 1e<br />
afwij kingena<br />
ten opzichte van stadium C, dat er vermoedelijk ^ zeer o kort aan<br />
voorafging. De stadia C en D zijn in de ggecombineerde synopsiso opgenomen.<br />
VARIANTEN EN CI:A en C 2 :B niet opgenomen)<br />
pg<br />
CORRECTIES<br />
2 • 2•<br />
titel i 1 .0 .D ontbreekt<br />
T Nacht<br />
M-D ontbreekt]<br />
I C2 :C De nacht, de zwoele nacht heeft me als een wijn bevangen +—A i • E—B I]<br />
C 2 :D a i I w[xxx]<br />
a zwoele nacht heeft me als een wijn 1 bevangen. g<br />
T-D I<br />
I<br />
2 C : C Terwijl een schijnen-rijke wl l min brein *onwindt, lees : omwind t 11 1 ><br />
C 2 :D, T i I wá I I omwindt,<br />
M-D<br />
391 VARIANTENAPPARAAT
3 C2 :C voel ik de diepe dageraad mij tegen-langen<br />
C Z :D-M komt uit de diepte een i i,<br />
P ' I I I tege<strong>nl</strong>angen,<br />
P 2 a l<br />
I<br />
b [ ] [diept] g[een] [ ]<br />
P 3 , D I<br />
I<br />
4 C Z : C a voel ik de dichte d c duisternis die me bindt<br />
b[ ] woel'ge g [duisternis]see<br />
C 2 :D omvangtg t me een woel'ge e gduisternisse, , die me b bindt.<br />
.<br />
T-D I 10 mil I I<br />
5 C 2 :C a En 'k k ben<br />
geen g bake, , geen g verbeiden d e enee geen<br />
beiden<br />
b<br />
verwijzen<br />
C 2 :D I > ><br />
T 'k k En ben eenbake;<br />
^g geen verwijle' wl J le ' enee geeng<br />
ve verbeiden;<br />
e,<br />
M-D Ik beneen g verwijlen,<br />
1 ,<br />
6 CZ:C ee n duizelingg<br />
e In van 1 leve'<br />
o of duizeling gvan dood<br />
C Z :D, T<br />
hoop, geeng •.<br />
M-D<br />
7 C Z : C ik ben a alleen,<br />
bij ^j zwarteontstentenis a e van lI 1den<br />
C Z :D a ,<br />
b [ ]holle [ I<br />
T I<br />
I<br />
M-D Ik I<br />
8 C2 :C a Ik ben , mijn God, ik ben een scheut'ge moeder-schoot<br />
b [ ] niet meer dan lijdelijk een [ ]<br />
C':D-D ik I I.<br />
ZETFOUTEN<br />
T De regels g van eerste strofee beginnen g met een kapitaal, a p terwijl 1 die in de<br />
tweede strofe alleen in regel n ("k E ' gebruikt<br />
g S inkt is.<br />
g<br />
P'-D r. heb<br />
ben<br />
S<br />
[GZ41 GELIJK EEN HOND DIE DRENTLEND DRAALT EN DRUILT<br />
OVERLEVERING C: Carnet H- 6 op. , 8r, ^9, 9r, Ion<br />
M I : Manuscript p t H -61 ^2.<br />
T: Else ier's v geillustreerd ^ maandschrift 3 Z.I mei I 9,. 22 3 Zo. 20<br />
M2: Manuscript p H-74,7. H<br />
M3: Manuscript H- 76,1 7,3• 6 3 .<br />
P' -3 : DrukproevenH- D 7 8,15.<br />
p<br />
D: God aanee ^^ p. p IS•<br />
DATERING 19 91 januari –<br />
4<br />
februari i 22.<br />
9<br />
392 VARIANTENAPPARAAT
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Van de e o W stl e n 1 eheeft dit edicht g ln dri e t stadia, s a a a ll e in zw a rt einkt geheel >g<br />
bewerkt in het carnet van 1921-1 92.2.H Hijl noteerde e dedeeeste eerste, ^ reeds e sv volledige<br />
e g<br />
vers Ie C. A op 8r;<br />
,) daarbovenschreefa hij alss datum ^ a nuari'Dezelfde .<br />
da of f kort k g daarna r d volgde rn 1 o de volgende o g9<br />
rechterpagina. vol eeen r tw n tweede<br />
kladversie: C : B. Na A en B te hebben doorgehaald schreef hi' o . i or een<br />
g ^ 1 pP<br />
netversie C : C met daaronder de datum '4 Februari '22' en bovenaan 'Ileneet<br />
, 4<br />
dee groepstitel g waarond het r h t edicht in Elsevier's geillustreerd ^ maandschrift<br />
gepubliceerd werd.<br />
II<br />
De st a dia A A, B en e C zijnin de egecombineerde gopgenomen.<br />
synopsis o M I sis kopijhandschrift voor T geweest<br />
.<br />
CORRECTIES<br />
EN<br />
r<br />
C. • A a Gelij 1 k een hond die ho[?]<br />
a<br />
drentlend dretst<br />
b drentelt [ ]<br />
b 's avonds [drentelt dretst]<br />
c<br />
draaiend<br />
C.B a dralend e draalt en druilt<br />
b<br />
drentlend<br />
C:C-D<br />
I<br />
I<br />
2 C. • A a en eigen g vuil beruikt met lange g teugen... g<br />
b om dat hij [beruikt met] kenners [teugen...] g<br />
C • B a beruikt met kenners-fxx]<br />
agkenners- teu en...<br />
b orond schroom' g ge [teugen...] g<br />
C:C-D om<br />
3 C. •A a Waarom o ggekwetst<br />
b uw avondlijke n 11 rust<br />
C:B•<br />
I I bevuild<br />
C : C-M 2 – Waarom I I<br />
M 3-D I I avondlijken 1 vreé I I<br />
C : A , a<br />
o geheugen g gen<br />
b het slijk van uw verderven o G[eheugen]?<br />
l<br />
^<br />
C : B a met<br />
b dood verleden<br />
C. C:C-D •<br />
derf<br />
5<br />
C • a Gelijk een vogel diee<br />
a<br />
1 g<br />
b een woonste bouwt<br />
c zij zin ndierste [woonste bouwt]<br />
C.• B a de woonste bouwt<br />
b<br />
C:C-D I<br />
[woonst] bevest<br />
I beslecht<br />
393<br />
VARIANTENAPPARAAT
6 C:A a [ a ] door eigen pluim te plukken<br />
b uit bloedend lijf en [<br />
c [ ] door [ ]<br />
C:B a uit peerlend bloed , I i.<br />
b [ ] de [eigen pluim te plukken...]<br />
C:C-M 2 met I 1<br />
M'-D I I peerlen bloeds I<br />
i<br />
7 C :A a –Waarom [ a ]<br />
b [ ] uit heimlijk [ ] houwt<br />
b [ ] met [ ] leed uw beeld [ J<br />
c [ ] , waarom gij die uw beeltnis [<br />
C:B a Waarom , waarom uw beelte[x]<br />
a [ ] [beelte]nis gehouwd<br />
b [<br />
] gemetst<br />
C :C – waarom I I gerecht<br />
M'--D – Waarom I<br />
I<br />
[fasering? ^<br />
8 C:A a [ so ] o Verrukken?<br />
b uit leem van leed, vereeuwigend [ ]<br />
C:B-D I<br />
I<br />
9<br />
C:A De diepte huilt, en ijlte is hoogste kim<br />
C:B-M' Ach , I I ;<br />
T Och I<br />
M 2 Ach I I ° I I<br />
M 3 a I<br />
I ken[?]<br />
a [<br />
] [k]im;<br />
P `-D I<br />
I<br />
I o C:A a onmacht [ a ] te vergewissen<br />
b begeert gaat zich aan onmacht [ ]<br />
C:B a I i zal I i •<br />
b [ ]moet [ ]<br />
C:C I<br />
M'-D I I ;<br />
I I C : A-C : C En alle liefde is lammer dan de vim<br />
M 1 -M 3 en I<br />
I<br />
P l a<br />
b<br />
vi n<br />
P 2-D I I<br />
'2:A C<br />
van doode visschen<br />
C:B<br />
. C *visschen<br />
NI' I I visschen.<br />
lees : visschen.<br />
394<br />
VARIANTENAPPARAAT
[GZ 51 HARDE MODDER, GUUR KRYSTAL<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-6 7, 7 ^ p. I 3 V ^ I 4r.<br />
T : Derde winterboek k v van de Wereldbibliotheek,I . I 8. 2 8<br />
M I : Manuscript H-74,8. 74^<br />
M2 : Manuscript H-7, 6 I. 4<br />
P I-3 : Drukproeven D H-7 7^,<br />
D: God aan ^ee ^ . p 16.<br />
DATERING Tussen 17 1 en 20 maart t 91 2^ 4, 20 maart I 924<br />
.<br />
ONT W I K K E L I N G S- Op twee tegenover g elkaar liggende pagina's p g in het carnet van 1 9 24-1 9zi'n<br />
25 zijn<br />
kladfragmenten g en een voltooide versieV a nde oe W tl s ne 1 begon b g<br />
o het rechterblad (p. 14r),n na 17 maart maar nietlater let dan 2o maart,m e teen<br />
C:A<br />
schetsmatige opzet A. g p<br />
(r) In deze [ 0 ]<br />
(2) van modder en krystal<br />
I<br />
^B ^ I^ ^ ^I<br />
(4) van niets [ 0 ] van 't al<br />
[.rtrofewitJ<br />
(5) In deze [ 0 ]<br />
(6) die afsluit en die kijkt<br />
(8) [ 0 ] en die wijkt<br />
Res ectieveli j k rechts naast en onder deze<br />
e schets s ontwierpo w e rVan de Woestijne W 1<br />
I<br />
twee strofen.<br />
De eerste is s een uitwerking g van de regels e 1-4uit de<br />
tweede is een voorstadium van de uiteindelijke derde st strofe o e " B 1<br />
,I<br />
C: B [—*/-4] 14<br />
I a steen' g ge modder, ^ klaar krystal: Y<br />
b<br />
[4—A,<br />
2 a o mijn veil' ge woonste;<br />
1 g<br />
b van naakte [ ]<br />
bi' gl<br />
c van<br />
(3)<br />
(4)<br />
rijk en arm aan niets en al<br />
0ebor gen schoonste.<br />
395 VARIANTENAPPARAAT
, II<br />
C.B<br />
a Geene s ie len g zijn te veel<br />
beenmen [ ]<br />
om denrond te keeren.<br />
g<br />
Ineen spiegel, ruwvol-eêl gg<br />
't beeld van uw begeeren g<br />
De linkerpagina naast deze kladfragmenten g werdgedateerd `2o Maart' i 924<br />
en bevat een voltooide versie. Van deoestijne W 1 schreef in eerste s instantie na<br />
I<br />
de derde strofe drie regels g voor een volgende g strofe, maar die verwierphij C .<br />
II I<br />
Daarna hernam hij<br />
de strofe C . Stadium C is in de gecombineerde g synopsis sY p<br />
II<br />
opgenomen, ^ die voor een afzonderlijke synopsis van C wordt onderbroken.<br />
I II<br />
VARIANTEN EN C:A B en B niet opgenomen) g<br />
CORRECTIES 1<br />
I^A 2' I- F-B<br />
> > 4<br />
,I<br />
3 C: C a rijk l en arm en<br />
a aan niets en al<br />
T-D I I,<br />
I<br />
C : > C zijn de ziekste en schoonste; ><br />
T-D ben 'k de eziekste en schoonste.<br />
I<br />
.0 5 C a huis dat s at afsluit a en e dat kijkt ;<br />
[4–A, 6]<br />
b [ ]<br />
T-D Huis I I<br />
8 C :C', T aan verzadigde g oogen. g<br />
I<br />
voor *oogen *Rees : oogen.<br />
M 2 ^<br />
P'<br />
oogen. g<br />
Z a<br />
b[ ] [verz á di gde<br />
, I I<br />
133 D<br />
, I ^ II<br />
9 C. C T In geen spiegel, ruwvol-eel F- B<br />
^ gg<br />
M I I,<br />
^ ^<br />
^ ^<br />
M2<br />
g ruwvol-eel ^<br />
lees : ruwvol-eel<br />
g<br />
P I -D<br />
I<br />
10 C ,.0<br />
T-D<br />
, I<br />
C: C r. I 3- I S<br />
beeld van a een *begeeren,<br />
g eeren ,<br />
begeeren. g<br />
I 3 Wees de t tijd 1 u zoet t of wreed,<br />
I geene liefde, zelfs om leed; g ><br />
*[ [,_BH<br />
o f . be g4 eeren,<br />
,<br />
II-I24-B 11 I-2 ^<br />
3]<br />
,<br />
396 VARIANTENAPPARAAT
I 5<br />
roereloosezeten g<br />
Haer eanda t C<br />
I<br />
C<br />
,<br />
werd<br />
I<br />
voorafgaand aan n C<br />
II<br />
g ^g<br />
d<br />
doorgehaald]<br />
CC<br />
II I<br />
M 2,P<br />
I-3<br />
D 2<br />
II<br />
I C.0 T Ziekste en schoonste; • – neen zelfs niet<br />
M I -D I I :<br />
II<br />
I 4 C : C de armoe van te weten<br />
TD<br />
armoê<br />
I<br />
II<br />
I 7 C: C a a in uw ijlt lgezeten<br />
fis<br />
a waarji roerloos in uw Niet<br />
g<br />
T I I<br />
M' a[x]<br />
a Niet<br />
M 2-D I I<br />
II<br />
i 8 C : C a waart gezeten. g<br />
13 b zijt 1<br />
c waart<br />
T-D I I<br />
ZETFOUTEN<br />
P 1-3 , ^ r. : 9ruwvol-êel g ^ruwvol-e8<br />
[GZ61 EEN VRUCHT, DIE VALT...<br />
OVERLEVERING. C • Agenda H-47,p. 2v.<br />
M I : Manuscript p H- 49.<br />
M2: Manuscript p H- 5I.<br />
T : Dietsche warande e7 Belfort 24.14<br />
(maart<br />
M3: Manuscript H-69. 9<br />
M4 : Manuscript p H-76,1.<br />
S<br />
P I - 3 : Drukproeven p D H-78,1 7.<br />
D: God aanee ^ ^ p. p I 7.<br />
DATERING Omstreeksuli 1917?<br />
1<br />
1924), P . 1 94 . /27/<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Er is van `Een vrucht, die valt' een nietedateerd g kladfragment, g in het carnet<br />
uit 1917. 97 Het is een voorstadium van e de ee eerste s strofe,m met meerdere hiaten h' en<br />
onduidelijkheden in d e tekst. t. UitU t d ede datering tin g v van n M' M is i af 1leidendat<br />
eden a het<br />
fragment g uiterlijk in ^ juli 9 I I 7 moet zijn geschreven e (zie e ii.<br />
397 VARIANTENAPPARAAT
KladstadiumvanE 'Een n vrucht, die valt' [Gz6] in de agenda g van i 97 i<br />
H- . 2v). 47,<br />
398 VARIANTENAPPARAAT
C:A<br />
een vrucht, I die b ee v valt.<br />
,<br />
--^ I<br />
2 a de Nacht [streep] s verbijden )<br />
[—>2]<br />
b<br />
c in 't ónontwi^de )<br />
zwijgen<br />
3 a buigt g wi'dsch ) zijn boog g [streep] mi ) j n gestalt g<br />
--3 ><br />
b *zijn •• *boog ^^ •<br />
g om **miin 1n<br />
*[lees<br />
: eenmaal zijn ) boog] g "[lees<br />
: eenmaal mi 1<br />
. w) i'dsch zijn boog bu^<br />
^<br />
g t<br />
zl n *boog om **mijn<br />
n mi ngestalt]<br />
{w ijde en stati h k 1 g ) 1 ggl<br />
^ de tijden -^<br />
4 a tijden ¢<br />
b de tijde is dood [streepje] 0<br />
) J<br />
a 0 een sterren 9)<br />
5 g<br />
b<br />
rijgen Jg<br />
6 hun<br />
p peerlen om ^ de twijgen lg —^ J<br />
—'¢<br />
7<br />
a [ 0 I valt -^ b<br />
b e en e g geen g gerucht, > dan deze vrucht, > die<br />
II<br />
0 basis van va het et papier a e kan vastgesteld g worden dat M' uit I 97 I kan a dateren:<br />
een ee3 manuscript van G z 8 op identiek papier p moet voor z 8 • ) uli van dat jaar 1<br />
vervaardigd) zijn, ee , omdat een jongere ) g versie van dat gedicht op die datum d ter<br />
publikatie werd ingestuurd g (zie bij ) G 3 z 8 en de Bronne<strong>nl</strong>ijst, ) ^ H- 49. Het is<br />
redelijk 1gedichtop e teveronderstellen dat e h t o M' in dezelfde periode p e voltooid<br />
was.<br />
M 3 is s de ee enige g versie waar het gedicht g een titel heeft; ^ vermoedelijk is het een<br />
gelegenheidshandschrift; de datering dateren na maart 9 I 4 i is hypothetisch, Yp en d- aar<br />
door ooke dvolgorde g van de bronnen van M I tot M4 .<br />
VARIANTEN EN (C niet opgenomen)<br />
CORRECTIES<br />
titel M'-T [ontbreekt]<br />
M 3 Nacht.<br />
M4-D [ontbreekt]<br />
[r-G^A]<br />
I M I M Z Een vrucht, die valt.<br />
T-D I...<br />
M<br />
I<br />
M 2 — Waar 'k w wijl 1 in 't t ónon tw i'de ) zwijgen, )g<br />
T M 3 I Iwijle 1 I I<br />
M4- D onontwijde )<br />
399 VARIANTENAPPARAAT
' 2<br />
31g<br />
M M buigtstatelijkde nacht a zijn boog g om mijn Jg gestalt.<br />
T sI gl lijk<br />
M 3 welft b<br />
M4-D ui gt<br />
4<br />
2<br />
MI , M2 De tijd 1 is<br />
dood , omhoog,omlaag. 0 g g Geen starren rijgen<br />
T I<br />
i sterren<br />
M 3 I I heen<br />
MD 4- dood<br />
6 M I - M<br />
4 En g geen g gerucht, e c dan a deze vrucht, die valt.<br />
P l 1°<br />
P 2 a<br />
b<br />
P 3 D I<br />
I<br />
7 M I T- Een vrucht.<br />
M 3 I I...<br />
M4-D I I.<br />
8 114'-T – EnE waar ik sta ten zatten levens-zoome<br />
M 3 Ite mijnen 1<br />
M4-D i<br />
I ten zatten<br />
9 M I - T vol als de nacht maar even sstil; blind als de lucht<br />
M 3 a en<br />
nacht<br />
a<br />
lucht<br />
M4-D I 1. maar I<br />
I<br />
I o MM I - 3 maar rijker l aan 't verholen o licht van mijne 1 droomen,<br />
M4 hoe rijk ook aan *het ^<br />
l<br />
I I<br />
P'-D I I 't<br />
lees : t<br />
2 voel 'k – loom er dan, in 't loof der luidelooze boomen<br />
II A4 1 , M voe e<br />
T I<br />
o<br />
I°<br />
M3<br />
M4-D<br />
I<br />
o l°<br />
I - een vrucht die valt, – mijn hart, gelijk die vrucht.<br />
I2 M T ee v c e mijn ,g 1<br />
3 - een vrucht<br />
1143--D<br />
[M1, M 2 en T eindigen na r. 12] ^<br />
NOTEN I V a nhet gedicht g><br />
verschenen vertalingenn het e Duits s 6x het e Frans, het ha-<br />
Haans 3^ x het Roemeens m en h e t Russischs ix .<br />
2 Literatuur :<br />
Mind e r aa, `P oe "zi ein den herfst.'<br />
Van Dr oo g e n b r oec k `Een vrucht, die > valt...'<br />
400 VARIANTENAPPARAAT
[GZ71 IK HEB MIJN ZUIVER HUIS GEVULD<br />
OVERLEVERING 0 CI: Carnet H-57, S p. ], 2 V ] , 28r.<br />
C: Carnet H-6o, , p. iiv, Ier.<br />
M':: Manuscript H- 61 ,4 ^4 .<br />
T. E l se vier's geillustreerd g maandschrift 3 2.I mei I 9 22 ^ p. 22. 3 20<br />
M2: Manuscript H-74,9-io.<br />
p 74^9<br />
M3: Manuscript H-76,16-17.<br />
F -3 : Drukproeven D' H-78,18-19.<br />
D I :.God aan ^^ee . 18-19.<br />
P4 : Drukproef p D 2 H-9 8 ,44-45 .<br />
D': Gedichten, ^ p. p 4445 44-45 .<br />
DATERINGG Tussen 22 en 25 S december I 9 2o • augustus I 2I – februari I 22.<br />
^ g 9 4 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Het oudste overgeleverde g klad van het gedicht g in C' (p. p 27v),dat Van de<br />
Woestijne tin 1 tussen e 22 en 25 S9 december i 20 geschreven g moet hebben, bevat de<br />
drie r' eerste strofen. De e eerste<br />
is ste geheel s g e voltooid, de ^ tweede w groten<strong>deel</strong>s. g<br />
s De<br />
derde strofe kreegslechts s voor ongeveer g de helft gestalte. g In deze kladversie<br />
zijn twee inktkleuren gebruikt, g ^ die erop p wijzen dat Van de Woestijne in twee<br />
sessies aan het gedicht g werkte. Tijdens de eerste kwamen de regels g ii-io voor-<br />
l o i tot g stand o a (C:A) in de laatstedrie e regels g daarvan a werden e tijdens d e stadium<br />
B veranderingen g aangebracht g en het fragment g werd tot drie strofen uitgebreid, g<br />
zij l het dat er open p plaatsen p bleven.<br />
C` :A<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
S<br />
6<br />
7<br />
8<br />
Ik heb mijn zuiver huis gevuld<br />
l g<br />
met al de teeknen van mijn schuld;<br />
1<br />
mijn vrouwe zou verdonkren<br />
1<br />
a in 't schroeien van mijn [puntjes] licht<br />
1<br />
b [ ] helsche [ ]<br />
a Z<br />
en mijner kindren aangezicht<br />
1 g<br />
zou van mijn zonde flonkren<br />
1<br />
[strofewit]<br />
a Gij l mij hoe het linnen blinkt<br />
a a en<br />
a a Vrouw, en hoe een mussche hinkepinkt p<br />
E3 c 0 aan 't venster<br />
401 VARIANTENAPPARAAT
2121447‘,4,<br />
'70ers,<br />
/ ttry<br />
Klad van `Ik heb mijn zuiver huis gevuld' [Gz7] in het carnet van i9zo-I 9zz (H-57,<br />
p. z7v en z8r).<br />
402 VARIANTENAPPARAAT
9 a a voor 't winter [streep] venster<br />
13 c < 0 > [streep] een meeze<br />
I0 a Want :i' zijtbangg<br />
C 0<br />
Fase c in r. 8-10 valt samen met stadium u B<br />
In hetzelfde stadium maakte Van de e Woestijne 1 op p de tegenoverliggende1 b ad<br />
-<br />
zijde 1 (28r) enkele notities. Eerst: `iii Plant uwen mei daarbuiten'. In h het t<br />
aa stadium s e Va B p l de t t W Van est Woestijne e de ^ e eedoor deze regelg<br />
middel evan<br />
eenijl p^ boven het begin g van het gedicht g A ogenschij<strong>nl</strong>ijk g i l bij l wijze w l van<br />
motto.at W de betekenis s van het ec romeinse i' 1 fer i s is ^ s onduidelijk. o 1 Vlak onder<br />
deze regel g schreef Van de Woesti'ne 1 : `0 eeuwi < g –^ ch» licht wiens huys Ysi<br />
self het licht' en de naam `Carel van Mander' ; zie voor beide citaten a noot o 1.<br />
C' :B —+ l0- 18<br />
TO o Huislijkheên – want in haar bijt<br />
1 l<br />
I I a om mi' ne o heimlijkheid<br />
1 1<br />
b norsche<br />
12 aelijk g haar 1 kloppend pP hol de vreeze v<br />
b eenklo end pp hol de vreeze<br />
[strofewit]<br />
En mijne 1 kinderen – ze zijn<br />
gelijk een vat te vol van wijn: l<br />
zeiten • en hun schouders<br />
g<br />
[<br />
0 ]<br />
0 ]<br />
0 hunne ouder<br />
Opnieuw Woestijne maakte Van de Woestijne tijdens dit kladstadium enkele e e notities. Opp<br />
de naastliggende p pagina g schreef hij bovenaan : `Et statuits t superp et petram P pedes p<br />
meos' en '39 e psalm'. Lager, onder de beide notities die in stadium A geschre-<br />
ven werden : `Et ego g ridebo'. Bovendien schreef hij rechtsboven het gedicht: g<br />
`Vae Nutrientibus !' en de herkomst van het citaat: 'Evangelie'. g Zie ook voor<br />
deze citaten noot I.<br />
i<br />
De tweede versie van het gedicht g is een afschrift in C C' C ^p I I ven i2r);<br />
in de vierde strofe,di die in C' ' nog g nietbestond, ^ heeft Van de Woe ti slne varian-<br />
ten aangebracht. g Bovendien sdrie schreef hij hij de laatste ri g r 1 r .22-z4<br />
o Pde<br />
tegenoverliggende pagina<br />
opnieuw,zonder de oude versie r i ervan e door te halena Cz, II I II<br />
. C . De stadia C en C ^ zijn in g de gecombineerde synopsisn opgenomen.<br />
Van de Woestijne 1 dateerde het gedicht g in C 2 `Au g . ZI – 4 Februari z2' . Het<br />
is waarschij<strong>nl</strong>ijk dat hij de bijgaande lg versie eva van het gedicht g op p feb 4 februari u ri I92.2 9<br />
schreef, en er alsbijzonderheidn<br />
s<br />
aa toevoegde g wanneer r hij l aan het gedicht g<br />
begonnen g was. w s a Aangezien<br />
g stadium A tussen 22 en e 25 S december<br />
I 9Zo viel, ^ moet<br />
403 VARIANTENAPPARAAT
Van de Woestijne zich hier vergissen. Boven het gedicht schreef hij `Tenebrae',<br />
de groep waarin het gedicht later in Elrevier'rgeïllustreerd maandschrift een plaats<br />
kreeg.<br />
II<br />
M' is seweest<br />
kopijhandschrift voor T g<br />
.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C I niet opgenomen)<br />
pg<br />
6 C2:0 a zou van ml 1n zonden flonken.<br />
b [ I Honkren.<br />
M I a<br />
T-D2<br />
a<br />
flonklen.<br />
[flonk]ren[.]<br />
tr-yFA, r-9]<br />
7 C 2 :0 Gij 1 toont mij lhoe h h het linnen e blinkt<br />
M' -13 2 – Gij l<br />
en hoe aan venster hinkepinkt<br />
kt<br />
^<br />
8 C2:0 a e a P<br />
b vóor<br />
M'<br />
T I I voor<br />
M2<br />
I 1 vóor<br />
M3-D2<br />
voor<br />
2, I – ^ ^ –<br />
C . C o hli uis kheên . een meeze,<br />
l<br />
}<br />
M I-M 3 o huisli'kheên<br />
1 I<br />
P'-D 2 i i a<br />
, I ^<br />
Io C 2 .0 gij,<br />
l ^ mi 1 n e vrouw Waar in U *u u bl bijt 1<br />
'•...<br />
><br />
waar > u bijt 1<br />
M 21 I . I I maar<br />
M 3 a i 1 vrouw ...<br />
a];{...I<br />
P'--D 2 I<br />
I<br />
[io-I84–B]<br />
lees: u<br />
I 3 C. : C I a En mi ne 1 kindren, > – zie, > ze zijn l<br />
b onze<br />
MI-D'<br />
, I 2<br />
5 C2.0 M - zegisten; een hun schouders, ><br />
M 3 P I zij<br />
^ 1 I I<br />
P 2 a<br />
P3 _D2<br />
bí sten g • ^<br />
C' I<br />
18 C .0 van hun verduldige ouders. g<br />
T-D 2 I I...<br />
2, I<br />
1 9 C. C a o Wee die voeden; [x]<br />
9 ^<br />
a<br />
. en wier hart<br />
M I -D 2 ,<br />
404 VAR IANTENAPPARAAT
20 C<br />
2 2<br />
2 3<br />
i, I<br />
.0 a in slechtende<br />
neenzaamheden mart'<br />
b sloopendel [ ]<br />
MI-M2<br />
I<br />
I<br />
M 3 a sle<br />
P'-D2<br />
Cz<br />
,<br />
. a<br />
C<br />
I<br />
a sloopi<br />
a [slooplende eenzaamheden mart;<br />
in vees r van vrouw, in bronst van zoon<br />
b<br />
des [zoon]s<br />
Ci,CII<br />
. a om vrees s der vrouwe, om bronst buns zoons,<br />
b in in<br />
M I om I I om<br />
T<br />
M2-D<br />
Ci, I .0 a en in hun zelven van hun hoon<br />
b [ I zel met mes van[hoon]<br />
c van 't t [mes] des [hoon]s,,<br />
i, II<br />
h n-zelf, van 't<br />
^<br />
C .0 T u<br />
mes des hoons,<br />
2<br />
M a e en a<br />
h<br />
Mj<br />
a des hoons, o ,<br />
P' a I<br />
b [ ] [h]e[n-zelf] [<br />
l<br />
P2-D 2 I<br />
ZETFOUTEN<br />
NOTEN<br />
T<br />
P' -D<br />
r. ii: o I om<br />
r. 12: des I der<br />
r. 1 9 : 0 wee I o Wee<br />
I<br />
Van de W oe s ti 1 ne noteerde d bij b 1 et h werken aan dit ggedicht d enkele e ooza hfdke-<br />
1<br />
christelijk k c li' of o1g bijbelsteksten. e sgeïnspireerdee Der l van e C r l van a e Mander,<br />
`0 eeuwigh g licht wiens hu Y<br />
s is self het licht',<br />
^<br />
is een citaat uit diens Oli J -ber gh<br />
ofte Poëma van den laetsten dagh g (Haarlem, ^ 160 9), 9^P p. 8. De regel g is het begin g van<br />
een P passage g waar in a margine ga is gedrukt: `H 'Hy roept p de grootheyt g y Gods aen om<br />
hul pe' :<br />
O eeuwich licht wiens hu Ys is self het licht /<br />
O licht des lichts daer t' licht door isesticht g<br />
En swerelts al van niet is uyt Ygheresen /<br />
O die alleen zijt<br />
he Y lick rey ren int wesen /<br />
We n doncker nacht is als den middach claer /<br />
Diet al doorsiet en self zijt onsichtbaer.<br />
1<br />
'Planta t uwen mei daarbuiten' is een regel uit het volksliedje 1 `Schoon lief hoe<br />
lit g gY hier en slaat' waarvan de tweede strofe luidt: :<br />
40S<br />
VAR IANTENAPPARAAT
– 'k En zou vooreenen g mei opstaen,<br />
mijn 1 vensterken niet ontsluiten:<br />
plant P uwen mei waer 't ugerei,<br />
plantn uwen mei daer buiten!<br />
(Tekst naar Van Duyse, se Het H oude Nederlandsche lied dl. I, >p 3S3 . Er bestaan<br />
meerdere versies van het<br />
lied, alle > in hetzelfde werk, >p 348-<br />
3SS.<br />
'Et st a tu I tsuper petram ppedes meos' ' is Is afkomstig a omsta g uit psalm s 39 3 van de Vul-<br />
gata.I n de d mode rn e StatenvertalingIs Ps 4 o : 3 dit : ` en [Hij] l heeft mijn l voeten<br />
op p een rotssteen e gesteld'. g<br />
V a e nutrle n tlbus ' komt o t In deze e vorm in de Vulgata g niet voor. Van de Woes-<br />
ti 1 n e zinspeelt s de regel g Vae ` auteur praegnatibus g et n ut r' Ie ntibu in s illis die-<br />
bus ' in de moderne Statenvertaling:.Maa v g • 'Maar wee d de bevruchte en de zogende g<br />
vouw r e<strong>nl</strong>ndieda g en..De ^' regel e g e is s op p drie plaatsen p in de evangeliën g te vin-<br />
den: Mattheus 24:19,Ma Markus 3 s 7 I :I en Lukas 2I :2 3.<br />
Geziended bron van deze z latijnse citaten,<br />
iss de Vulgata ook de meest in aan-<br />
me rk i n gkomende o bron voor 'Et t egoridebo', g<br />
deze e e woorden niet re-<br />
c I eszo terug gte vinden zijn. Indien de woorden ldeda n rad als as`citaat' uit de<br />
Vulgata ^ bedoeld zijn, 1 ontkendeVan de Woeste 1 ne mogelijk l<br />
aan Spreuken i :26:<br />
'ego quoque u in interitu vestro r rI debo vertaald ' , a als s `Zo zal Ik ook in ulieder<br />
verderf<br />
lachen'.<br />
[GZ81 IK DROOM UW DROOM; GIJ DROOMT MIJN DROOM. WIJ BEIDEN<br />
OVERLEVERING<br />
C I : Carnet H-63, p. p 2v.<br />
C 2 : Carnet H-67, . 56r. p S<br />
M' : Manuscript H-7, 7^ Io<br />
T: ,De gids<br />
89.1v(december 9S^p33 1925), p. I. /29/<br />
M2: Manuscript H-74,6. 74^<br />
M3: Manuscript p H 7^8 6 1.<br />
P I - 3 : Drukproeven p D H- 7^ 8 20.<br />
D: God aanee ^ ^ p. p 20.<br />
DATERING 1923;kort na augustus 192.5.<br />
9 3^ 4 g<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Het oudsteo Ste fragment, in C ' werd dwars s de versozijde van het t eerste e blad<br />
na a het esc schutbladgeschreven<br />
e en het bevat a de latere r regels5-10 C I : A. Pas op<br />
de volgende g paginan alas schreef e Van de Woestijne 1 het jaartal1 9 2 3 ,waarvoor het<br />
carnet bedoeld was.Een nadere datering van ghet fragment binnen dat jaar 1 is<br />
niet mogelijk. Het is overigens gg<br />
zo regelmatig geschreven dat het lijkt l of Van<br />
de Woestijne er niet voor het h eerst aan werkte.<br />
l<br />
C':A<br />
–-lo )-]<br />
I dubblevaart van uwe hooge g beenen,<br />
2 a d ed dubble zon van uwe b<br />
a gescheiden borst:<br />
406 VAR IANTENAPPARAAT
(3) gij gl zijt 1 niethenen e want ik ben niet henen, ,<br />
(4) a e<br />
a uw holle e mond o droogt van mijn 1 hollen o dorst<br />
[strofewit]<br />
(5) a En ik, sluit<br />
P druk ik mijn 1 handen op mijn 1 oogen, g<br />
(6) zij zullen schroeien als van uwen zoen<br />
2<br />
De volgende g versie, > in C > is voor een groot g<br />
<strong>deel</strong> eaa voltooid wm r erd niet<br />
ineens geschreven: g • waarschij<strong>nl</strong>ijk 11 ontwierp p Van de Woestijne W 1e eerstde eerste<br />
2<br />
strofe C.B :B), om d dievervolgensn e aan te ullen v met een verder uitgewerkte ver-<br />
^<br />
g<br />
sie van va deuit tekst i stadium A C 2 :C . De blauwe inkt van de stadia B en C<br />
is nietgeheele gl gelijk. Beide e s stadia a a zijn<br />
in de egg<br />
gecombineerde synopsis o eno-<br />
men.<br />
II<br />
M I sis kopijhandschrift voor T geweest<br />
.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C I niet opgenomen) Pg<br />
z C .B • - T wij 11 zijn a alleen door ruimte, ^ alleen e door tijd,<br />
M 2-D we I<br />
I<br />
2<br />
3 C .B :B wij 11 zijn alleen door gescheiden.<br />
M I a<br />
wrok of w<br />
a<br />
T<br />
M 2-D we<br />
vrees gescheiden. g<br />
4 C 2 :B . B Maar 'k weet dat gij gl moet lijden, 1 ^ wat ik lijd. 1<br />
API - daar<br />
[J-ro
I o<br />
2 •<br />
C .0 a zij zullen e branden n als onder uw zoen<br />
b min oo wanneer lees : zal branden<br />
1 g<br />
b elk<br />
M I i I zal branden als wanneer uw zoen<br />
I I C Z :C tot eigen klaart hun klaart had aangezogen<br />
M'-P' I I haar I I ,<br />
P' a I<br />
I<br />
P 3 , D I<br />
I<br />
2<br />
12 C .0 • hoe 'kk ze ook a alleen opplijlt zala open-doen.<br />
M' aI zoo<br />
a ze oo k alleen op ijlt ^ zal open-doen... oen<br />
T-M 3 I<br />
I<br />
P<br />
I<br />
-D I<br />
I opendoen...<br />
2•<br />
I 3<br />
C. C 0gescheiden<br />
I<br />
M T Gesc h eIde ''' in 't uur, gescheiden e in de wi' dte ,<br />
> > g<br />
)<br />
M2-D<br />
I 10<br />
4 C .0 2• 0 ligtg<br />
I -<br />
M D gelijk g li' l de zeevan a't zwerk gescheiden g ligt. g<br />
I S C 2 •:C a maar steeds s e b blijft l 't zout v van 0 doorrijden;<br />
1 ^<br />
b me va n uw w drift do orril 'den •<br />
^<br />
I<br />
M , T Maar<br />
doorbijten; l 2<br />
M<br />
zal mi' l ,<br />
M 3 a I<br />
1 h<br />
) drift doorbijten, ,<br />
P l a<br />
b<br />
11[ .wi<br />
i6 C.0 2 :C steeds s bblijft 1 gl gij huivren van mijn heerschers-licht<br />
^<br />
M 2<br />
M 3<br />
P l a<br />
P2-D<br />
bm í' n 1<br />
heerschers-zoen.<br />
I heerschers-licht.<br />
ZETFOUTEN<br />
D r. 11: hun I hun<br />
[GZ91 DIEP AAN UW HART, DIEP IN UW HAAR TE ZULLEN SLAPEN<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-67, 7^ p p. 47v, ^4 48r, ,551r, ^S 2r.<br />
M I : Manuscript p Ho<br />
7^<br />
8.<br />
408 VARIANTENAPPARAAT
,e5WA, iv, i''S; r:44/<br />
•<br />
erht<br />
Kladstadiavan `Die aan uw ca hart, diep p in uw haar et te zullen slapen' Pvan G z 9 in het carnet r 9z<br />
4-<br />
1 92.5 5 H-6 7^ 47 ven 48r).<br />
409<br />
VAR IANTENAPPARAAT
T: Degids g 89 .I v (december 1925), 9S^ 3 I I. /29/ 2<br />
A4 2 : ManuscriptH-76,19.<br />
P' -3 : Drukproeven D H-78,21.<br />
P<br />
D: God aan ee p. 2I.<br />
DATERING Kort vooraUaugustus 1925. 3 g<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Van de Woestijne 1 heeft in meerdere zittingen g aan dit gedicht g t gewerkt,<br />
en het<br />
enkele malene<strong>deel</strong>teli'k g 1 of geheel g hernomen. In het carnet voor o0 1924-1925, o<br />
een niet nader e te e bepalen datum kort voor augustus g 1925 9S 48r), 8 ^ sch schreef<br />
hijJ<br />
een aanzet van twee reels g in blauwe inkt.<br />
C:A<br />
II ,<br />
–>B f I-2 f '-->C) I-2 )' .-DD 1 1-2 f ; ^^I 1 I-2 f] -^I -2<br />
I<br />
2<br />
a I<br />
a Aan uwen schouder, aan uw hart te zullen slapen P<br />
a *als in een zoele vacht<br />
[Stadium A werd doorgehaald in stadium B<br />
g<br />
o . Als]<br />
La er op p dezelfde pagina pg noteerde hij 1 een andere aanzet, waarvan h hetve verband<br />
d<br />
met 'Diep aan uw hart' onzeker is:<br />
C: paralipomenon<br />
(I)<br />
a De zee in<br />
a [ijs blind aan U die blikkert in mijn blikken<br />
1<br />
[Geheel doorgehaald in stadium B<br />
g<br />
Beide korte fragmenten g werden doorgehaald g toen Van de Woestijne met<br />
inkt een meer uitgewerkte g staat vervaardigde, g^ met een ge<strong>deel</strong>te g<br />
boven en eenge<strong>deel</strong>te g onder het doorgehaalde g paralipomenon. p p<br />
C:B<br />
. 77 ,<br />
I-2^A ^ ' I-<br />
f<br />
-^D > I-G^C ><br />
I<br />
I-8-^E > I-8' > I-ó^I-ó<br />
I Diep in uw haar, in uwen nek te mogen slapen,<br />
p ^ g p,<br />
2 o duister-zoele vacht<br />
3 a Uw klaarte een meni vuld g e g warmte om mijne 1 slapen<br />
b<br />
vlamme<br />
^ a ik, eindelijk, J> nacht; ><br />
b zéekre nacht<br />
[strofewit]<br />
a Uw adem die uw rug beweegt en [streep]<br />
5 g g<br />
b<br />
6 mijn mond doorschroeit<br />
1 p<br />
die mijn blooten,<br />
1<br />
41p VARIANTENAPPARAAT
7<br />
8<br />
9<br />
a en e) mijn g gesloten oog g dato uw licht gesloten, g ,<br />
b beweend g<br />
als een bewogen bloeme bloeit<br />
g<br />
oen ruimte]<br />
Maar ik 0 1<br />
1 o a die wak<br />
alanzend waakt en lacht...<br />
g<br />
II a Ik ben die o in o hoede<br />
b in uwe o [hoede]<br />
12 a de onnoozel-diepe nacht<br />
b en -rijpe l [nacht]<br />
I<br />
Direct hieronder voegde g Van de Woests ) ne een nieuwe strofe e toe C. C ,<br />
II<br />
bovendien herschreef hij 1 de eerste zes regels g op p de linkerpagina C . C ^ p 47v .<br />
De beidee<strong>deel</strong>ten ggl<br />
kunnen ook in omgekeerde vol ordevervaardigd zijn<br />
C.0I<br />
I ,<br />
^E 9-12; -I -16<br />
^9 ^ 3<br />
IHet uur renne over 't uur in eeuwige geboorte<br />
3 gg<br />
I a de zee weve haar net<br />
4<br />
b aan [haar net]<br />
Iik duik in 't duister van Uw klaarte<br />
S<br />
16 a als in een bed<br />
bjelik een beedlaar in een bed<br />
g<br />
II<br />
C.0 I-2+-A' +--B I-6' I- - D' -FE I I-6; -*I-6<br />
I<br />
a Diep in uw<br />
a het haar van Uwen nek te mogen g sla[x]<br />
a<br />
sa 1 en,<br />
2 o duizel-zwarte vacht;<br />
3<br />
4<br />
5<br />
6<br />
Uw kin een kegge klaart op mijn doorpriemde slape<br />
gg p 1 P p<br />
maar eindlijk, ik, de nacht<br />
[strofewit]<br />
Uw adem die Uw rug beweegt en die mijn blooten,<br />
g g 1<br />
mijn l p mond doorschroeit<br />
[Stadium C<br />
II<br />
werd doorgehaald in stadium D<br />
Enige tijd later werkte Van de Woestijne voort aan het gedicht, g<br />
^ daarbij de<br />
blauwe inkt verruilend voor potlood. Allereerst benutte hij )e de linkerpagina<br />
II<br />
waar alleen de zes s regels g s uit C stonden. e Hij haalde e deze e regels e els g<br />
door en zette<br />
de eerstetrofe s en twee woorden van eo volgende gp papier<br />
versregel i r C .D .<br />
411 VARIANTENAPPARAAT
C:D II-24-A; 4–B I- 4_ C 17<br />
J,<br />
.<br />
I- --.EI,I- ' --^I-<br />
J> J^ J<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
Diep p in het haar van uwen nek te mogen g slapen, p }<br />
o duizel-zwarte vacht'<br />
Uw kin gg een kegge klaart in mijne 1 rechter-slape; e•<br />
ik, eindlijk, in mijn nacht;<br />
[strofewit]<br />
5<br />
Uw adem 0<br />
[Stadium D dwerd doorgehaald ini stadium E<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
C: C.E<br />
I<br />
Nde Na laatste reel regelsg wederom geschrapt g pte hebben, maakte de dichter voor het<br />
eerste een meer volledige versie. Hij schreef de drie strofen die al een of meer-<br />
I<br />
d e re kerengekomen een aan bodwaren r (de d regels r g l I- 8 en de d strofe uit u stadium C<br />
I<br />
onder r elkaar e E en e voegde g met e et een lijn 1 na de tweede strofe een e nieuwe in<br />
II<br />
E die hij bovenaan de rechterpagina schreef. Onderaan ontwierp hij daarnaa<br />
III<br />
nogde slotstrofe E . De laatste regels g daarvan werden afzonderlijk ^ herno-<br />
(Ely).<br />
. II ,<br />
I-2F^i' ^ I- J ^-D ^ I-6F-C , I-84-B,-ó' 1 ) I-á-+I-B<br />
a Diep aan p uw hart, diep P in uw haar te mogen g slapen,<br />
b<br />
zullen<br />
o duizel-zwarte vacht;<br />
Uw kin een kegge klaart op mijn doorpriemde slapen,<br />
gg P 1<br />
a ik, eindlijk, in mijn ^ nacht' nacht;<br />
b<br />
[strofewit]<br />
zéekren nacht'<br />
Uw adem die Uw rug beweegt en die mijn blooten,<br />
5 g g l<br />
6 mijn mond doorschroeit<br />
1 p<br />
maar mijn bewegend oog dat, uw lichtgesloten,<br />
7 l g g a op<br />
8 als een bewogen roze bloeit...<br />
g<br />
[strofewit]<br />
,<br />
[9-.124--CI^9-I2- ^I 3-I6<br />
9 a - Het uur lope<br />
a[ I [lo o e over 't uur in eeuwige geboorte;<br />
p gg<br />
I omaas' de stae zee g haar net:<br />
I I ik ,e eindlijk, 1^ duik in 't eindloos duister van uw klaarte<br />
12 ge li' ^ k een b ee dl aar in een bed<br />
II<br />
r. -r2 worden r. r -16 na invoeging van E<br />
9 3 g^<br />
412 VARIANTENAPPARAAT
II<br />
C:E<br />
9 a mi l n oog g dat<br />
o ggaat sluiten<br />
trager r wordt o g<br />
mijn oog dat dra a zal a [sluiten]<br />
e<br />
IO gelijk J een roze sluit<br />
I I a de dag is<br />
12 a aan de ruit)<br />
I<br />
C.EII<br />
b<br />
b<br />
o buiten<br />
zonne-dag - g is s vol v a aldra d en loomt daar-u] iten<br />
maar davert t a aan de e e v n ster- ruit<br />
I<br />
[Met een %n is de e strofe na r. ^ van E geplaatst]<br />
M <strong>nl</strong>n J ^<br />
I 7 En E zoeke o adan uw blik in o begeerteg<br />
18 de [streep] dieji nimmer vondt<br />
g<br />
1 9 a [ a<br />
van min mond<br />
20 a de stempelva 1<br />
b [ slapers[mond]<br />
IV ,<br />
--^E 2I ^20 -<br />
^ ,<br />
C: C.E<br />
N<br />
I 9<br />
a than<br />
a nua ik slapen<br />
g p<br />
b ik slaap bijna; 1^<br />
zogij 20ij voelt aan 't hart de e schroeigeklaarte<br />
2I<br />
de stempel van ml n slapers-mond<br />
1<br />
III<br />
F-E 20; -* 20<br />
Het zal meteen na het beëindigen g van a deze delenzijn een geweest dat Van ded<br />
Woestijne 1 ertoe overging gg enkele pagina's g verderop p in het et carnet<br />
5 I r met<br />
hetzelfde potlood het bereikte resultaat uit te schrijven, J ewas deslotstrofen nog<br />
altijd 1 niet voltooid (C:F).<br />
0 Op de volgende g blanco pagina pg (p. p S 2r schreef hij<br />
met inkt de eerste vol-<br />
tooide versie (G). Deze laatste stadia zijn in de gecombineerde g ee e synopsiso<br />
opsls pge<br />
nomen.<br />
II<br />
M' is kopijhandschrift p l voor T geweest. g e<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
3 C:F<br />
C:G<br />
M'-D<br />
4 C:F<br />
C:G-D<br />
C : A-E niet opgenomen)<br />
pg<br />
. . II . .<br />
I-2E--f^ , I- I F-^ , I-64-C H; , I-84-B,I-ó ,<br />
uw kin een kegge klaart op mijn 1 door raamde sla e .<br />
I<br />
klaarte<br />
ik, eindlijk, 1^ in mijn J z' ee kr e nnacht;<br />
naar<br />
E ^<br />
413 VARIANTENAPPARAAT
S C : F Uw adem diee uw rug r g beweegt g en die mi 1n blooten,<br />
,<br />
C:G a I I bloote ,<br />
a uw<br />
M' -<br />
6 C : F mijn 1 open mond 0 doorschroeit, o ,<br />
C :G-D i voorhoofd schroeit;, hr<br />
[9_124_Ellii<br />
9<br />
C:F mijn oog dat, trager, dra zijn eigen klaart zal sluiten<br />
C:G a I<br />
I<br />
b [ ] licht [ ]<br />
M l -M 2 I<br />
I<br />
P' I I , I I [ontbreekt] I I<br />
P a l I<br />
b [ ] open [ ]<br />
P 3 , D I<br />
I<br />
I() C : Feli' k gelijk de roze sluit<br />
C : G , M I een roos zich I I<br />
T I;<br />
M2 ,<br />
P l a<br />
P2-D<br />
b ,<br />
I I C : F a (de zonne-[x]<br />
aI zonne- da is vol aldra en loomt daar-buiten,<br />
g<br />
C : G a I I zoh<br />
M<br />
I -M<br />
2<br />
I<br />
--D I<br />
a] [zo nne-da is vol g aldra en loomt daar-buiten,<br />
I<br />
I<br />
I dar a ui te, n<br />
I, I<br />
r -r6F-C 1 -r6F-E /3-1-6]<br />
3 ,j ,j<br />
I 5 C. ^ F ik , eindlijk, i k 1^duik in t *ei<strong>nl</strong>oos 't duister van uw k klaarte e * lees : eindloos]<br />
C : G I I a I I ° I I eindloos I I<br />
M I , I I ,<br />
T ik<br />
M 2-D ik a i l o<br />
I 6 C. • F gelijk gl<br />
een beedlaar e in een bed.<br />
C:G-T I I<br />
M 2-D I I .<br />
.<br />
7 En C *wez<br />
uw oogg ^ verstarrend in begeeren g *,<br />
lees : weze][ 4--E/H, r 1<br />
C. ^ G a wake uw s stralend d oog g verstard in bang g begeeren g<br />
b<br />
blanke blik<br />
M I en > i I ><br />
T doch<br />
M 2-D En<br />
41 4 VAR I ANTENAPPARAAT
18 C: F gelijk een [ 0 ]brand<br />
C : G-D i I dubble I I<br />
I9 C:F a ik slape ín uw haar; 'k ligge aan uw hart; gij zult niet weren<br />
b [] ligge [ ] brande [<br />
C : G a 'k zinke in I I brand I<br />
I<br />
a [] [zink] [<br />
M = , T I I, I<br />
I<br />
A/1 2-D I I ; I I<br />
zo C:F den stempel van mijn slapers-mond (^E^I', 20; IV 21 ,...7<br />
F- H<br />
C:G-P'<br />
P' a l<br />
i<br />
b [ ] [sl]á[pers-mond.]<br />
P 3 , D I<br />
ZETFOUTEN<br />
P' -D<br />
P'-'<br />
r.: 3 slapen slape (zie noot 1)<br />
r. . 9^ . een versvoet ontbreektr waar in eerdere erdere bronnen eigen stond; d ^ in P 2 voegdeg<br />
Van de Woestine j open in.<br />
NOTEN<br />
' In deroeven p voor God aan zee ^ en in de bundel staat in 3 r. `mij l n oor d-<br />
praamde slapen' p terwijl 1 alle eerdere bronnen het laatste woord in enkelvoud<br />
hebben. Gezien .de d in de regel e g e g getekende e e situatie lijkt l het meervoud<br />
hier e een<br />
vergissing;s in de leestekst i daarom het enkelvoud `slape' p opgenomen.<br />
2 In het carnet van 126 g komt een aanzet van een gedicht g voor, die nauw ver-<br />
want is aan `Die p aan uw hart, ^ diep p in uw haar te zullen slapen' P (carnet H-72,<br />
. Zstrofe zor).Des kan o e a echter te niet le als a voorstadium sgelden,omdat m 'Diepaan i<br />
uw<br />
hart' t a al in de eva zomer n 12 1925 voltooid o was engepubliceerd in Dei gids g van<br />
decembe r daaropvolgend. volt g hi e r hetfragmentin<br />
een<br />
synopsis; fase a is geschreven g met blauwe inkt, ^ fase b met potlood. p<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
a Leg g naast mijn 1 hoofd uw hoofd; leg g aan mijn 1 koelen schouder<br />
b<br />
warmen<br />
a alover mijnen rug g de heete kegge van uw kin<br />
a<br />
o<br />
b[over] m[mijn 1] kille<br />
b Uw blik is zwart en heet, de mijne bleek en kouder<br />
b Wij<br />
meten kim aan kim<br />
3 Literatuur : Jansen, `Echo's uit de onderwereld.'<br />
[GZIO1 IK ZET MIJ NAAST MIJN NAAKTE ZUSTER<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-6o, ^p p. 2 S> r 26r > 2 7 r en losgeraakt g blad.<br />
T : Elsevier'seillustreerd ^ maandschri t 33 .I(mei I 92 3), p. 3 1 6. 2 3/<br />
M I : Manuscript H-74,4-5.<br />
415 VARIANTENAPPARAAT
M 2 : Manuscript H-76,20-21.<br />
P I "3• . D Drukproeven rkr u H-78,zz-z3.<br />
D : God aanee ^^ . 22-z 3.<br />
Tussen i april en 3 1 mei 1922; 1 mei I zz' i 'uni 122.<br />
DATERING 3 3 1 ^,<br />
ONTWIKKELINGS- ING Het oudste<br />
fragment, dat niet<br />
nader d te dateren e is is dan april p of mei 122 ^ , is te<br />
GANG vindeno nb losgeraakt eeblaadje 1 e in n het carnet van a 1 9 21-1 9 22. Met inkt schreef<br />
Van de Woeste ne twee<br />
1<br />
regels,later in de vierde strofe verwerkt:<br />
C:A<br />
[—+ 13-14]<br />
Gijhangt g aan mij 1als zware trossen<br />
beladen van den warmsten wi' n 1<br />
0 3 I meie daaropvolgenda<br />
r g kwam in i' ee n sessie e een verregaand g<br />
voltooideversiee<br />
van het gedicht tot stand (B,<br />
g<br />
p. 26r en 27r). Hierin zijn de vijfde ) en zesde strofe<br />
te n o pz i ch van de definitieve te^<br />
versie s e omgekeerd. Wel W zette<br />
Van de Woestijne W<br />
links k van de zesde strofe een ee accolade, ^ wellicht<br />
c t om aan n geven te g ev dat d hij deze<br />
1<br />
regels wilde verplaatsen. Onder de te k schreef st hij, 1^met t hetzelfde potlood als<br />
de tekst ^ de datum ` 3 I Mei z I ^1<br />
m maar instadium B veranderde hi' het laatstea<br />
ci' cijfer in z.<br />
l<br />
Een dag g later r hernam e Van de Woestijne 1 het e g gedicht, ^ nu met inkt. Eerst<br />
bracht hij 1 een kleine variant aan in de tekst van B (fase<br />
c in r. 3o en e onder o ^<br />
de datering regels voor r. 2- C:C .<br />
g kwamen twee alternatieve g e s 3 33 Op een<br />
nieuwe bladzijde (p. 28<br />
rschreefhi het gedicht c t in netschrift C: D.<br />
1 g<br />
Onderaan<br />
de datum: • ` 1 Juni I z 2.<br />
9 ' In deze e tekst werden e alater met afwijkende 1 inkt nog<br />
enkeleg varianten aangebracht (fase b in r. I , 144<br />
en 16).<br />
Met anilinepotlood staat staa boven e hetgedicht ` U ltim a ' geschreven. Dit is de<br />
groepstitel waaronder n `Ik zet mij l naast mijn 1 naakte zuster' met twee andere<br />
gedichten<br />
g in Elsevier's geillustreerd ^ maandschrift werd voorgepubliceerd.<br />
gp<br />
De stadia B, C en D zijnin de gecombineerde synopsis opgenomen.<br />
^ gPg<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C : A niet opgenomen)<br />
pg<br />
I C : B Ik zet mij<br />
naast mijne arme zuster:<br />
C:D a<br />
b<br />
l<br />
naakte<br />
T-D I 1 mijn I i<br />
2. C:B zij draagt de teeknen , smartlijk fel<br />
C:D a I i lam en I I,<br />
T-D I<br />
a [ ] merken [ ]<br />
4 C : B a moet maken van haar [ m ] hel<br />
b [ ] norsche [ ]<br />
C:D-D I I.<br />
I<br />
416 VARIANTENAPPARAAT
6 C. • B in haar van dood doorreepten<br />
buik<br />
• haren h r n vee g-doorree ten I I<br />
T-D I I leek- oorree ten<br />
n n kne<br />
7 C.BT en easa als v o ee laen ^<br />
I<br />
M -D<br />
ongekende I I<br />
8 C B is s harh r borst verneêrd en sluik<br />
C:D-D I<br />
I<br />
9 . B Haree oogen g<br />
waren e vochte *spheeren lees : spheren]<br />
C:D-D • spheren<br />
Io C.B :B zoo de aarde glanst g van zonn'ge g zee<br />
C:D-P2 'lijk 1 blinkt :<br />
P 3 a<br />
b [ 1;<br />
D I I<br />
I I C. :BB thansh zijn ze weenend n van ^<br />
o n tbee r en ^<br />
leef :. ontberen]<br />
^<br />
C:D • a<br />
ontbee<br />
a [ I ontbe ren<br />
^<br />
T,<br />
*ontbeeren<br />
Z<br />
M -D ontberen<br />
Iz C.B • englanzend eslechts<br />
van koortsig gwee<br />
C:D-D<br />
[13-rgE-A]<br />
IC. 3 B<br />
Toch hangt g ze aan mij als zware trossen<br />
C:D-D i I zij me aan<br />
144 C. • B a beladen met de warmsten wij1,<br />
n<br />
b [de]n<br />
C:D a I<br />
I<br />
b<br />
drank[,]<br />
T MI<br />
M 2 aI wijn 1<br />
a<br />
drank •,<br />
P I -D I<br />
I<br />
16 C.B van liefde en trots en medeli'n j<br />
C:D a I<br />
I<br />
b<br />
, van leed en dank[.]<br />
T-D<br />
l<br />
C:B r. zI-z • C:D, T, M I M 2, P I-3 D r. I -zo<br />
4, , , , , , 7<br />
I 7 C. • B 2I wij 1 zijn allang,allang g^ g gescheiden g<br />
C : D-D Wij 1 ^•<br />
18 C.B • zz haar lijf 1geen doordanst enklen droom,<br />
C:D-D • nooit ooaa danst h r lichaam door mijn I I<br />
l<br />
417 VARIANTENAPPARAAT
199 C:B 2 3 hoe zij 1 moog' m' ghunkeren k en beiden<br />
C:D-D<br />
20 C:B(24) en hoe zij bidrie bidde, en hoe zij schroom'<br />
C:D,T I I.<br />
M<br />
*schroom.<br />
M2-D<br />
Ichro s om '.<br />
lees : schroom .<br />
C:B r. 17-zo; C:D, T, M I M 2 P I-3 D r. 21-2<br />
7 > > > > > > 4<br />
21 C:B1 a a Ze heeft t van de a e allerwreedste<br />
mannen<br />
bn Wa zie: t e<br />
C : D-D Maar I<br />
22 C:B(i8) a a den allerwuftsten lust gevoed<br />
(3 b heeft zij [wuftsten] [lust gevoed],<br />
C:D-D I I den wuftsten I I<br />
z; C:B0 9) a en op [ m ]blijft gespannen<br />
C:D-D I<br />
b [ ]hun nukken [ ]<br />
24 C:B(zo) het kloppen van haar pij<strong>nl</strong>ijk bloed<br />
C:D-D I<br />
I<br />
I<br />
I<br />
2<br />
C:Br.2-2 • T, P<br />
S3 ^ C:D, > > M ? I-3<br />
}<br />
Dr. 2- 25-33<br />
2 S C: B zijdraagt 1 in h aatee r het zekerst ken k C:D a Zi' Zij zich zeekerst I I<br />
a z e kerst<br />
T-D I<br />
I<br />
26 C : B a datik mij 1 aldoor a in 1jeugd g herbaar<br />
b [ ] [m]e [<br />
C:D-M Z I<br />
I tot<br />
P z a I<br />
b [ J [mie [<br />
P 3 , D 1<br />
2 7C :B En hare lippen zijn de kreken<br />
7 pp l<br />
C:D a h<br />
a en hare li P en zijn 1 de kreken<br />
T-D I<br />
I<br />
28 C:B a waar 'k moer van a mijne ^ 1<br />
a<br />
bn eens mi^n moer'ge<br />
moeheid^ gaer<br />
C:D-D I I.<br />
2 9 C:B En 'k weet dat ik ten laatste dage,<br />
C:D I I laatsten I I<br />
T, M = I I, I I<br />
M2-D I I hoop I I<br />
418<br />
VARIANTENAPPARAAT
30 C ,: B a va van wreeden w<br />
Goden rijksten ebuiten,<br />
b eens<br />
Gods [de] [rijkste] rijkt 1 buit<br />
cier' g en g [ ]<br />
D a een I I Godbui[x],<br />
a [bui]t [,]<br />
T M I I I dierste<br />
M 2-132 g ier' ge I I<br />
P 3 a<br />
beier' g g n<br />
D I<br />
I<br />
Fase c in stadium B valt samen met stadium C<br />
32 C : B [ontbreekt]<br />
C : C die zonder wrok en zonder kla gen<br />
C:D I I, I<br />
T-D<br />
I<br />
331 C:B(32.) a die me o mijn armoede oogen o g e sluit su t<br />
[ Il<br />
b<br />
{mijne oogen g op min l armoe sluit<br />
C:C a op mijn 1 berooidheid de d oogen sluit<br />
b memijn o berooidheid jde oogensluit] d g<br />
C:D-D I I.<br />
ZETFOUTEN<br />
P' s 3 , D r. z: 9 laatste laatsten<br />
NOTEN<br />
I In de proeven voor de bundel was r. I o aanvankelijk 1 geheel g correct gezet, g ,<br />
maar a in P 3 kwam a de d dubbele ppunt evoor foutief e v' r h t laatste woord terecht. d ec Van a<br />
deoesti'ne W 1 voerde als correctie s e toen puntkomma p o in aan het slot van de regel. g<br />
2 In r. i I in T is ontbeeren niet als zetfout aangemerkt g omdat Van de Woestijne 1<br />
zelf in manuscripten deze spelling p g op deze plaats P enkele keren gebruikt g heeft,<br />
mogelijk gl1<br />
dus s ook in d de (nietovergeleverde)k t o i' voo r. T<br />
[GZ I Il O BLIK VOL DOOD EN STERREN<br />
OVERLEVERING CI : Carnet H-58 S ,p. 16r.<br />
C2: Carnet H 60 ^P p. 4zr.<br />
C3: Carnet H-6 7, p . I 9^ r p. p 4zr.<br />
M I : Manuscript P H- 7^9o .<br />
T: De gids ^ 8 9 .1v(december I 9S^ z p. 3 12 , 2 9<br />
M2: Manuscript P H-74,102 is éenpagina).<br />
M3: Manuscript p H-76,22.<br />
13' 3 : Drukproeven p D H-78,24.<br />
D: God aanee ^ ^ p. P z 4.<br />
419<br />
VARIANTENAPPARAAT
DATERING 16 maart 1921 of kort daarna; begin augustus i922(?); io mei 1924; begin<br />
1925.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Het eerste e fragment uit t de ontstaansgeschiedenistamt s ul t een c a rnet van9v n i 2i<br />
C I daarin noteerde o Van de Woestijne met inkt direct onder de datum<br />
` 16 Maart' eerstwee regels g s die d nooit een vervolg g kregen en niet tot de ont-<br />
staans ge schiedenis van `o Blik vol dood en sterren' gerekend g moeten e worden.<br />
Midden op dea ina schreef hij weer twee regels C I :A), later verwerkt in<br />
Pg hij g<br />
r. I I-I2.<br />
CI:A<br />
—+B 7-8; -->II-I2<br />
^7 ^<br />
(I) a Laat mij de spijt'ge weelde [puntjes]<br />
a [ ] te [puntjes]<br />
b [ ] me, o God, [de spijt'ge weelde te [puntjes]]<br />
2 avan uwe wees te mogen zij n g 1<br />
C2:B<br />
Het is s mogelijk g 1 dat deze e e twee<br />
regels g e niet s et preciesop es dezelfdegeschreven<br />
e dagg<br />
werden als het andere fragment g op die bladzijde, 1^ maar in dat geval g heeft er niet<br />
veel tijd tussen gelegen. g g<br />
Een tweede, niet precies te dateren fragment g komt voor in het carnet van<br />
1 9 21-1 9a 22,<br />
waarin V n l de i' ne a op d 4e r Woestsc<br />
in donkerblauwe inkt een schets<br />
voor een g gedicht c mak a te (C 2 :B . Het slot<br />
isgroten<strong>deel</strong>selijk gelij m met stadium A;<br />
het overi ge is er al thematische verwantschap p zichtbaar met het latere<br />
gedicht :<br />
I Heet-verlangend aan de tafel<br />
2 waareen brood gebroken wordt<br />
g g<br />
3 Alle liefde [streep] rafel<br />
en met bitterheid omgord<br />
4 g<br />
oen ruimte met streepjes; ca. een strofe]<br />
(5) a [ontbreekt]<br />
b niets meer heelde<br />
(6) a Alsen een buidel, e leêg , aan wijn<br />
ruige g<br />
(7) Laat me, God, de spijt'ge weelde 7-4—A<br />
8 van uw wees te mogen g zijn<br />
Onder r deze schets e e is s met e anilinepotlood een notitie geschreven g die gedateerd g<br />
is met ` 5 Aug. g 22' en die met blauwe inkt is doorgehaald, g ^vermoedelijk toen<br />
de e Woestijne l het gedicht g erboven ontwierp. p Stadium B is dus van niet al<br />
te lane g tijd l daarna.<br />
420 VARIANTENAPPARAAT
In het carnet va van 1924-1925C. 3<br />
^ I 9 r h heeft t a Van de Woestijne e het gedichtg<br />
c<br />
stadia twee s a voltooid,waarbi a<br />
e tekst ten opzichtea van B sterk g gewijzigd<br />
g<br />
we r Aanvankelijk k nd .e h t slechts twee strofen e, C 3 ; C later respectievelijk<br />
de eerste e en de e derde e e st strofe. o Op ` I o Mei' ' I 19249<br />
2 schrijft ri'f 1 Van n de Woestijne 1n ze<br />
o n e r deze datum vrijwel<br />
ineens. s<br />
In hetzelfde r ^ carnet, in helft de van eerste 1 925,noteerde he t hij vat 1 tot s slot, ^ ook vrij-v<br />
1-<br />
w ev<br />
l zonder haperingen, het voltooide driestrofige gggedicht C 3 : D. De stadia C<br />
epenomen<br />
n D zijn in de gecombineerde gopgenomen<br />
synopsis o .<br />
M' s is kopijhandschrift voor Tgeweest. De variant in r. i (fase b) is later, ,<br />
waarschij<strong>nl</strong>ijk^ n' na de ti d s ch r'f i p^ t 1'k ub i ingevoegd. 1 at De es tek t in De idf sluit s bijb<br />
^<br />
de eerste lezing aan, de tweede lezing is gelijk aan de latere versies.<br />
g ^ g g 1<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C'n e C 2 niet opgenomen) g<br />
3 ' 3 '<br />
3 C.CC.D ^ De dag g is s spijtig-verre;<br />
M'-D I I s pl<br />
i'ti gverre;<br />
3 '<br />
4 C .0 de nacht is ijl en wreed<br />
C3:Dhel<br />
M' a I 1 s<br />
P1i'<br />
a hel en wreed.<br />
T-D<br />
C 3 :D M' T M 2 M3 P"3 D r. 5-8<br />
5 C 3 .D :D a Mijn l mond vol wondre xx<br />
a smaken<br />
M'-D<br />
C .D3. a die geene g vrucht *verzaad<br />
.<br />
b van [verzaad.]<br />
M'-M 3 dien I I verzaadt.<br />
I<br />
P<br />
2<br />
die<br />
I I<br />
*[lees : verzaadt<br />
P 3 a I<br />
D I<br />
b diené ene g<br />
I<br />
I<br />
C 3 :D Niemand, o woedend waken,><br />
M'-D I I hunkrend I I<br />
8 C3:D a die langs g mijn 1 vester gaat. g<br />
a venster<br />
M'-D<br />
I I gaat.. aat...<br />
VARIANTENAPPARAAT
C 3 :C r.-' 8 C 3 :D, ' T, M 2 M 3, P' 3<br />
S , > > > > > > D r. 9-I2<br />
10 C 3 : C 6 a dan de angst g van de o weezen<br />
b eigeng<br />
3: D st a dan de dangst<br />
g<br />
a van de eigen g weezen.<br />
M'-D I I Godes an g st' ge<br />
[I1-12+-A; II-I2F-B 7-8]<br />
^ r%<br />
I IC': C C(7) 7 Geef e ons, o God, den schijn l<br />
C 3 :D Mijn God, laat ons<br />
M ' a – Laat ons, mijn Go den schijn<br />
b God, laat ons waan en schijn<br />
T – Laat ons, mijn God, den schijn<br />
M 2-D – God, laat ons waan en I I<br />
I2<br />
C 3 :C 8 dat we Uwe weezen zijn 1<br />
C 3 :D I uwe<br />
M'-P 2<br />
P 3 a<br />
I uwe<br />
b [ Uwe<br />
D I<br />
I<br />
NOTEN<br />
' In r. I van C' : A werd van `mi'' 1 werd alleen de eerste letter doorgehaald, van<br />
de tweede e s isaangenomen dat doorhaling i isgeïntendeerd.<br />
g<br />
2 Van het gedicht g^ ve verschenenvertalingen in het Duit s het Frans 4 x en het<br />
Friulaans.<br />
[GZI21 IK KOM ALLEEN, BIJ NACHT, IN DEZE ZEE-STAD AAN<br />
OVERLEVERING CI : Carnet H 60 ^ p p. 7Or.<br />
C 2 : Carnet H-67^ 7, p p. 9v, ^ Ior.<br />
M' : Manuscript p H-68.<br />
T: Derde winterboek van de Wereldbibliotheek ap/ p. 116. /28<br />
M2: Manuscript p H-74,2 5 .<br />
M3: Manuscript p H-76,2 5 .<br />
13 ' - 3 : Drukproeven p D H-78,27.<br />
D: God aan ^ee . P 2.7.<br />
DATERING 18 december 1 9 22; Io maart 1924.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG De eerste strofe is in nog gg onvoltooide vorm geschreven in het carnet van 92I 1 -<br />
12 9 z C '.Van de Woestijne W s 1 schreef f er r d dedatum `18 Dec' I 22 9 boven.<br />
422 VARIANTENAPPARAAT
I<br />
2<br />
C' :A<br />
a Ik k om vannacht in deze zeestad aan<br />
b [ ] bij [nacht] [<br />
Van uuit den zwoelen trein en 't zachte vluchten<br />
l<br />
3<br />
Ineens<br />
0 de luchten<br />
4<br />
waardoor winden w nde me ein 't gezichte g slaan<br />
Vijftien maanden 1 ate r schreef hij 1 hete gehele e g gedicht met betrekkelijk 1 weinig<br />
haperingen in het carnet van 1 9 24-1 9 2 5 ^ C . 9v<br />
en I or . Hij dateerde e het in<br />
I 9Z 4op ` I o Maart. ' Nadat vierstrofen v e o de rechterpagina geschreven g waren<br />
•<br />
(C 2 :13), hernam hij de r- laatste o de linkerpagina, (r. I I 60m daar vervol-<br />
3^<br />
z, II I<br />
g en s ook de laatste e strofe e. (r. 7I -20 onder te noteren C.B . De stadia B en<br />
II<br />
B zijnin de gecombineerde g synopsis opgenomen.<br />
II<br />
M I is s kopijhandschrift ^ voor T geweest.<br />
VARIANTEN EN CI niet opgenomen)<br />
pg<br />
CORRECTIES<br />
, I z<br />
I C s .B - M Ik kom, > a alleen, >1 bij nacht, ^ in deze zee-stad aan.<br />
M3_D I l a<br />
, I ^<br />
2 Cz. Van a uit de den zoele n t trein en e z 't ch a -do t ordeinde vluchten, ,<br />
3<br />
M I ^ T<br />
b<br />
11/1 2 a I i we[?]<br />
zacht doordeinde I I<br />
a tr e in en 't zacht-doordeinde vluchten<br />
P'-D I<br />
I<br />
, I<br />
C 2 . B a ineens, s^p pal, ^ in de wel<br />
a [<br />
wervel-hoos der kille luchten<br />
M'-D<br />
2 , I<br />
4 C . B a waarvan de winden twee p end me 't gezichte slaan.<br />
b *geeslend g [<br />
I<br />
b tweeen p ierend g<br />
M I<br />
T I grievend I I<br />
M 2-D I gierend I I<br />
o<br />
lees : eesI en g<br />
5 CZ:BI-M2<br />
M3<br />
Pl<br />
Pl<br />
a<br />
De zwerken leêg g aan licht, waar masten, > ra's en touwen<br />
I veeg van<br />
leê g<br />
I<br />
I<br />
P 3 , D<br />
b ] v[eeg] [<br />
423 VARIANTENAPPARAAT
7 C:131C . B I a G Geen leven,<br />
dan ^ de ronde wind die zwaait zijn 1 zeis<br />
b<br />
z'n<br />
M', T<br />
M 2<br />
zwiert<br />
M 3 a I I ri<br />
z3<br />
P'-D<br />
C C:131 .B I<br />
, II<br />
C x .B -D<br />
a<br />
, I<br />
8 Cx. B a en, verre, de e aêm aem der zee b[x]e/1]<br />
MI -D<br />
a<br />
, ^<br />
w wind die zwiert zijn ^ zeis<br />
b i' l zuigen g en bij^<br />
stouwen.<br />
, I<br />
^<br />
9 C' :B Ie Ben ik de eban<strong>nl</strong>ing a g ?. Ben e ik die het Leven zocht?<br />
M I -M2<br />
bann'ling I I<br />
M 3 Iban<strong>nl</strong>ing I I<br />
P' I I balling I I<br />
, I ^<br />
van nimmer vinden?<br />
^<br />
I o C x . B Ben kzich-zelf wie ontvlucht, ^<br />
bewust e v<br />
MI -D<br />
s<br />
I I C 2 :13' Was 't de onmacht tem mij i dreef r f der al te zeer e beminden, e ,<br />
M' a [ontbr.]<br />
b de<br />
T , M x<br />
me<br />
M3, ^ I ontbr. mij 1<br />
°<br />
P x a<br />
P 3<br />
^<br />
D<br />
b de<br />
^<br />
I 2 C. 2 : B BI a o of heet de dorst van v a wie edie nooit beminnen mocht?<br />
b<br />
M-D<br />
I<br />
I I droog I<br />
hem<br />
Ik heb de kamerenesloten g op p haar geuren g<br />
,<br />
, I<br />
I C x . 4 B a<br />
^ lang ggedicht<br />
b Ik sloot de ei<br />
be rinn'rin gop P 't te [lang]bemind g [gedicht] g<br />
, II ^<br />
C x . B erinnrin g de leugen g van 't I I.<br />
M I , T ik<br />
M x I I erinn'ring I<br />
I<br />
M 3-D I I erinnring I I<br />
I C': B S<br />
I<br />
x, II<br />
C .B<br />
MI -D<br />
a [ 0 licht<br />
b Tas Thans: h. z wzwarter dan de d nacht t in 't nachtelijk lgezicht<br />
aan*aan<br />
aan I I<br />
I<br />
o. van<br />
424 VARIANTENAPPARAAT
16 C2:131 [ a<br />
a ] scheuren<br />
b waarvan geen g maan het guurg geheim e e komt<br />
2, II<br />
C. B scherpe maan het e guur g geheim g komt scheuren<br />
MI-D<br />
2, II ^<br />
1 7 .B – Ik kwam; , ik kom; k , ik ken n alreê<br />
mI Jneenzaamheid;<br />
e<br />
'-M3<br />
PD I -<br />
mijn 1 I I<br />
2, II<br />
18 C.B a [xx]<br />
a verzoeking g van de e zee, z reeds voel 'k u van me wi' Jken<br />
M I -D Verzoeking g<br />
•<br />
2, II ^<br />
1 9 C . B a En k sluit<br />
a 1 ui k mleooe, i'n oogenn moe e van v in deze ijltte kijken, J<br />
MI-PI<br />
I<br />
I<br />
a<br />
b<br />
mo e<br />
P 3 , D<br />
I I<br />
^<br />
l<br />
ZETFOUTEN<br />
NOTEN<br />
T<br />
P'-D<br />
r. 14: 4 erinnering ^ erinnring g (zie noot I)<br />
r. 14: 4 erinnering g erinnring ^ (zie noot I)<br />
I<br />
Allebronnenegeven<br />
handgeschreven in r. I 14 in het woord `erinnerin g' elisie<br />
aan, aa, hetzij J door de verkorte o woordvorm d `erinnrin g, ' hetzij door het gebruik g<br />
van e een e apostrof. a Aangezien Van de Woestijne J gewoon was elisie hoe dan ook<br />
aan te geven g en hij tevens in het algemeen g hechtte aan een vaste regellengte,<br />
is ` e rinn e rin g ' in T en in P I -D als<br />
zetfout aangemerkt. g De lezing g in het v arian-<br />
tena a aat r e en in de eis leestekst gebaseerd i g op P de direct e voorafgaande bronnen,<br />
dus M I voor T en M 3 voor P I -D.<br />
2<br />
Het gedicht t werd afgedrukt in hetprospectus P p dat A.A.M. Stols voor God aan<br />
zee drukte; zie hiervoor v de Drukgeschiedenis, s 2.I. De tekst is identiek aan de<br />
gebundelde g e versie; waarschij<strong>nl</strong>ijk is hetzelfde zetsel gebruikt. g<br />
[GZI31 OVER DE ZEE HANGT MATELIJK TE TAMPEN<br />
OVERLEVERING CI : Carnet H-63, p 4r. 4<br />
C 2 : Carnet H-67 , p 3r. 3<br />
T: Dietsche warande & Belfort 24.1 (maart<br />
M' : Manuscript P H- 74^26.<br />
M 2 : Manuscript H-7, 7^26.<br />
P I-3 : Drukproeven D H-7, 7^28.<br />
D: God aanzee, . 28.<br />
1 9 24), P . 1 93 . /27/<br />
DATERING I januari 1924.<br />
1<br />
425 VARIANTENAPPARAAT
ONT W I K K E L I N G S- In zijn 1 carnet van I 92 4schreef Van de Woestijne 1 na de datum `i Januari' het<br />
GANG ghij<br />
edicht direkt in netschrift, ,schreef met blauwe inkt. Bovenaan f hi' een n m motto: ^<br />
`hominem fa it Martialis '. Later, e m o t potlood, 00 , voegde g hij 1 een titel te toe en<br />
bracht hij in 4 r. en Sa wijzigingen an fa s e b. e G en zi de e overeenkomstn tussen<br />
dei' g ew zi ^ d e tekst e e en M M' s is et het de ge<br />
denkbaarvarianten dat n' a het verschijnen<br />
van T zijn 1 aangebracht.<br />
Het(beknopte)itaat p dat Van de Woestijne 1 als motto voor het gedicht g d nam, a ,<br />
had hij ^ een jaar ^ eerder in volledige vorm ook al genoteerd, g , in het carnet a van a<br />
I 93 2 C I . Onder de datum `6 Januari' schreef hij 1 eerst: God een enkele<br />
maal heeft vervuld, , laat Hij ^ 't gevoel der ijlte ^ om < z--> Z» i'n ^ afwezigheid. ea g<br />
Nachtelijke 1 illuminatie. t.Ietso De Driekoningen-ster)'. I daaronder: `h min em<br />
paginaa nostra sa p it' en de naam van de auteur, ^ `Martialis'. Hij l voegde g er de<br />
Franse vertaling g aan toe : ` notre page g sent l'homme '. Zie voor de herkomst<br />
van het citaat noot I.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
(C' niet opgenomen) g<br />
titel C 2 b Mist aan Zee<br />
b over de [Zee]<br />
T-D [ontbreekt]<br />
motto C 2 hominem sapit (Martialis)<br />
T-D [ontbreekt]<br />
4 C 2 a En wie zijn hart bezit, ^ weet wat hij mist.<br />
b Hij 1^<br />
T En wie<br />
M I -D Hij 1^ I I<br />
2<br />
5 C a Een s stemme e roept et en ieder loopt verloren.<br />
galmt<br />
T I I roept P<br />
M' -D I galmt<br />
C 2 Gisteren, moren g en eenzelfde klacht.<br />
T<br />
I...<br />
M I -D I I.<br />
I I C 2 De mist-klok zint onzichtbaar-manend in den<br />
g<br />
T – De<br />
M I -D o<br />
NOTEN<br />
I Het e motto oo uit M aas rti li in C 2 is afkomstig o g uit de E i g rammata , liber x,<br />
e p i gr. 4, r. I o. Het volledige g citaat luidt: P a g ina nostra sa p, it' i.e.<br />
deze z paginag a a g gaat over ove mens. dee B(Bedoeld i s : en niet over andere wezens of<br />
zaken.)<br />
2 Tijdens de voorbereidingen g^ n van hetmanuscript etBlikken,<br />
en be g in seseptember I 9 26<br />
I<br />
M ^1 refereerdeWoestijne Van i' e aan het gedicht edc met e IJanuari-vers' zie de<br />
Ontstaansgeschiedenis, g ^Klaarblijkelijk<br />
6. 3 .6). vertegenwoordigde die datum in<br />
verband met het gedicht g een bijzondere waarde.<br />
426
3<br />
Van het gedicht g verschenen vertalingen In het Engels, het Frans en het<br />
Tsjechisch.<br />
' ^<br />
[GZIL11<br />
DE ZEE WACHT. EN IK DOE MIJN DEURE DICHT<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-67, ^, p. 6v, ,r 7 .<br />
T.D • Derde winterboek v an de i^ereldbibliotheek ^ p<br />
. I I 6- I 7I . /28/<br />
M' : Manuscript H-74,27-28.<br />
p<br />
M 2 : Manuscript H-7, 627-28.<br />
P'- 3 : Drukproeven D H-7, 829-3o.<br />
D: God aanee<br />
^ ^<br />
p. p 93 2- I.<br />
DATERING en maart I 24.<br />
3 7 9<br />
oN TWIKKELINGS In het carnet van I 9 24 I 9 2 S komen e twee versies i vanva het gedichtg<br />
edlc voor, op de<br />
GANG tegenover e g elkaar e7 liggendepagina's 6v en r . 0 3 Maart' Mat ^ 4 begon g Van a de<br />
Woestijne<br />
naar n r ewoonte opo de rechterpagina, met eenge<strong>deel</strong>telijk et eevoltooide<br />
versie)g<br />
C. A I . De eerste drie strofen zijn s voltooid, n de vierde nog niet. Van de<br />
Woestijne 1 begon g nok ookaan een vijfde strofe, maar stopte p na twee schetsmatige g<br />
regels. ee g Op p die plaats hernam a hij hij de vijfde d vijfde strofe, om , te komen tot een nieuwe<br />
II<br />
schets C : A .<br />
C:A'<br />
I-20--÷ I-20<br />
I<br />
z<br />
3<br />
wacht. En ik sluit mijn deure dicht.<br />
De zee wa s 1<br />
a Het grollend g e n tij 1 dat stuwend<br />
barst in s vlokken<br />
a<br />
stuift<br />
a<br />
of de<br />
a e enschuivende ebbebe<br />
in 't schilferende licht<br />
ontvangt mij luim op mokken en op hokken<br />
4 g 1<br />
endeeffen wrok van mijn gezicht. 5lg<br />
stro ewit<br />
Dag, 6 a g • g geschuif der heemlen; zee die praamt; p<br />
7 a barstend s gelaat der aard dat<br />
a[gelaate der aard dat] [barst] van innig g branden:<br />
8 ik heb uw koorts in de ijltvan mijne handen;<br />
het is in u dat mi' angen 1 n verl gaêmt,<br />
Io<br />
maar 'k loochen o U tusschen mijn J tanden.<br />
[strofewit]<br />
I I<br />
'k Heb u genoten, g o , en 'k heb bu gedorscht g<br />
427 VARIANTENAPPARAAT
I2 opdat na dag en nacht, na graan en zemel<br />
g ^ g<br />
Ia 3 ik<br />
i'1 lgewemel<br />
b 't baatlooslanzen g kenn' van<br />
I 4 a thans leef in de van mijn 1 dorst<br />
b 'k [in ontstentenis [van] [dorst]<br />
Ia de leêgt van zee en hemel.<br />
5 g<br />
[strofewit]<br />
I 6 a Want t ik ben naakt van klaarte en van het git g<br />
b<br />
naakt van 'tit g<br />
I7 dat glanzend [ zit<br />
Ió<br />
I 9 [ 0 ]bezit<br />
20 a het [ 0 ] van het lijden.<br />
b [ ] walglijk teeken [ ] de ziekte<br />
[strofewit]<br />
21 a Lijden dat [ m ] noopt<br />
22 a tot [ o ] dansen<br />
17,<br />
De doorhaling in fase c in r. 21-22 valt samen met stadium Agelijktijdige doorhaling<br />
van dera J mwoorden n nooptt en dansen a moet wellicht alsgeintendeerd ^ worden beschouwd]<br />
C: C.A<br />
n<br />
2I<br />
22<br />
23<br />
Bedwelming van het leed<br />
g<br />
Want 'k weet: ik ga g me-zelf betreden<br />
[ 0 ]<br />
24<br />
25<br />
en buiten mij 1<br />
dezen die leden<br />
[-+2r1<br />
1 Bovenaan de b bladzijde a 1 hadVan a de Woestijne W 1 egeschreven: g Schur ti ^e Danser.<br />
' Het is s niet nit waarschij<strong>nl</strong>ijk 11 nh datt hij 1 dit als titel tit e voor het e gedichtbedoelde.<br />
c<br />
Later zou hetdette i 1 worden n van e degroep g waar `De zee wacht' <strong>deel</strong> van u- it<br />
maa kbovendien te ^1g<br />
nummerde hij de volgendever s van le va het et gedicht e t C: B<br />
met ` I. ' het etde drie pagina's a g s verderop geschreven g ev g gedicht `o 'k Weet dat ik,<br />
o n tto g e n aan 't t orkaan ' c z I 5<br />
werde d genummerd e d met et `2 . ' In de definitieve<br />
c 0 m os itl e i zijn n 1 beide gedichteng e ihnin e dezelfde e z l volgordeg<br />
o odeo opgenomen, g eo<br />
zij het dat ze<br />
daar binnen b e de e groep g p niet als eerste geplaatst gP werden.<br />
42 $ VARIANTENAPPARAAT
De volgende, volledige 1 g versie C : B werd door Vana de e W o est l op<br />
'77 Maart' r t I1924 94geschreven e e linkerbladzijden op destadium aast lum A. 6v . Sta-<br />
dium B is s ingecombineerde dey s no sis opgenomen. g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C : A niet opgenomen) g<br />
I C :B a De zee wacht. En ik sluit mijn deure dicht.<br />
b [ ]doe [ ]<br />
T-D I i Maar I 1<br />
I-20 4--A 11-20 ,]<br />
2 C:B a Het grollend tij dat stuwend stuift in vlokken,<br />
T I lo<br />
M T I I,<br />
M 2 I I *tijd,<br />
P'-D I I tij,<br />
[lees : tij,]<br />
5 C :B en de effen wrok van mijn gezicht.<br />
T-D I I de'<br />
6 C : B , T Dag, g^ ,• g gewoel der heemlen; , zee die praamt; p ^<br />
Ill' .<br />
-D I ^<br />
8^B C. ik voel uw koorts o s in de ijlt 1 e mijner 1 e handen;<br />
T I<br />
I leêgte g<br />
M I -D I I ter<br />
10 C :B maar 'k loochen U tusschen mijn tanden.<br />
T-D I 1 u<br />
I I C .•B 'k Heb u g genoten, , en 'k heb u gedorscht g<br />
T-P I . ,<br />
P 2 a<br />
133 , D<br />
b .En<br />
l<br />
12 C: B opdat na licht ^ en schaauw, na graan g en zemel, ,<br />
T-D 1 I schaauw ,<br />
*[lees : schaauw<br />
IC 3 :B a ik 't baatloos g glanzen ken van ijl lg gewemel; ^<br />
a [ ] kenn' [ ]<br />
T I<br />
I<br />
M` I I ken I I.<br />
MZ-D I I kenn' I I<br />
14 C: B , T thans leef ik, , in de ontstentenis e s van dorsto M I Thans<br />
M 2-D I 1 ben<br />
IC 5 : B a de leêgt eg t van zee<br />
en hemel.<br />
b en honger, g, [leêgt eg van zee ee en hemel.]<br />
T I<br />
I<br />
M I -D I geeu eeuw I I<br />
VARIANTENAPPARAAT
I 6 C: B , T Want ik ben naakt t van klaarte en naakt t van<br />
' tit g<br />
M' a<br />
git<br />
M2-D<br />
a<br />
I 8 C :B a een matig g ruiter, als ^ a de maat der e tijden. t l •<br />
b rusti g<br />
T-D 0<br />
'tit g<br />
1 C :B a Thans a woel k ik in i' t steeds m ee rbeperkt<br />
ebezit tbe T I<br />
b zwelg eg<br />
M I -D , I I<br />
2.I C: B a Bedwelming g van het tee ^ r-ekoe g t r leed;<br />
;<br />
^ ^<br />
c wee ;<br />
T-D I I wee: •<br />
22 C :B ik weet: 'k h eb e in de li'k m e -z e lf betreden. tee.<br />
T ,<br />
MI .<br />
M2_PZ<br />
,<br />
P 3 a<br />
D<br />
b-'mez el<br />
I<br />
*<br />
4 –A<br />
11 ,] 21<br />
lees . wee]<br />
I All , 22]<br />
^<br />
2 3 C: B a 't Verleên ommuurd, ^ van drabbe omwald et hetheden; eden<br />
bm g e uu rd<br />
,<br />
T<br />
M I I ommuurd; drab<br />
M 2 ad 0<br />
a<br />
P T<br />
P 2 a<br />
P 3 , D<br />
b<br />
?<br />
d ra<br />
b omwald et hetheden; eden ,<br />
omwoeld<br />
omwald<br />
2 C::B-M g2 geen wegel; en ter deure alleen aee de ebee bede<br />
P T a<br />
P2-D<br />
b<br />
doove [bede]<br />
2 S C: B a dan van wie e leed nogméer g ee dan 'k leed.<br />
c [van wie] daar leê[.] ee M I a I I m ee ^r I I<br />
a me e r<br />
^ A<br />
li<br />
^ 2I<br />
M2-D I<br />
I<br />
NOTEN I Van hetedicht g verschenen e vertalingen g in hetFrans<br />
as (2x).<br />
430 VARIANTENAPPARAAT
[GZI51 O ' K WEET DAT IK, ONTTOGEN AAN ' T ORKAAN<br />
OVERLEVERING C: Carnet a H-67,. ^.<br />
r<br />
T .: Derde in w terb oe van k va deWereldbibliotheek,. 117. 2 8<br />
M ; Manuscript H-7, 6 2. 9<br />
P T-3 Drukproeven D H- 8 I. 7 ^3<br />
D : God aanee p. I.<br />
^ ^ p 3<br />
DATERING maart I 24.<br />
7 9<br />
l<br />
ONTWIKKELINGS- In zij n carnet c v van 1 9 24-1 9 2 5 C schreef 1 Van de Woestijne het gedicht g met<br />
GANneer, slet h is enkelevarianten e e in ' n ke e met de datum ` ^HijJ<br />
Maart'(1924).<br />
a<br />
heeft f het e genummerd g met `2.' omdat ^ het na `De zee wacht. Maar ik doe mijn 1<br />
deure r dicht' dl t Gz I het 4 tweede gedicht g zou zijnvan de groep g p `De schurftigeg<br />
danser.' Zie eve verder de ontwikkelingsgangbi' bij Gz 4I .<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
I C a Ik weet > ik die, ontto gen aan 't orkaan<br />
b o 'k We et > dat ik [onttogen g aan 't orkaan]<br />
T<br />
M a<br />
xx<br />
a<br />
P T -D I 1 o I<br />
2 C a van donkereaard-spelonken, kwak am te staan<br />
T-D<br />
orkaan<br />
aard-s pelonk eens [kwam te staan]<br />
I<br />
S<br />
C a den nacht onttogen g die te lichten stond.<br />
b<br />
onttoge' g en [die te lichten stond.]<br />
T M<br />
I<br />
I a<br />
P T a<br />
b<br />
P 2-D I<br />
1 í chten<br />
I<br />
7 C a ik ben van weelde een vuur<br />
a zuil van vuureweest g<br />
T-D I<br />
I vuur-kolom<br />
9 C aldaar ze 't ál vermocht te maken licht<br />
T-D I I al<br />
I2 C<br />
T<br />
M<br />
P T a<br />
b<br />
P2-D<br />
'k heb zonder reden, dan omdat ik was,<br />
1 wás<br />
I was,<br />
wás<br />
431<br />
VAR IANTENAPPARAAT
I M<br />
3 gedanst, g n gelijk ,g e 1 de volle v zomer-zon<br />
P' -D I Io<br />
144<br />
C a door ooa<br />
't zuil-gewemel v n het sparre-bosch; sarre-<br />
b<br />
lorke[-bosch;]<br />
T I<br />
I<br />
M-D I I .<br />
1v C van<br />
n elken den zoo heb 'k een toortsgemaakt,<br />
T I i boom<br />
M-D Van<br />
I 8 C-P' als ik niet zijn en wilde 'lijk de zon<br />
P Z a l<br />
I<br />
b [ ] [<strong>nl</strong> í [et ] [ ]<br />
P 3 , D<br />
Zo CM - – Ik weet m i' 1ik,<br />
eigenschoonheid: n e t a<br />
bron<br />
P I -D a<br />
21 C , T van mi ^ neschoonheid, schoonheid o0 wekken kon; ,<br />
M-D alle<br />
2 3/24 C T een stro ewit<br />
3 4 , g<br />
M-D stro ewit<br />
244 C<br />
, T Maar...<br />
M-D Maar neen...<br />
NOTEN<br />
I Van het gedicht g verscheen v een vertaling in het Frans.<br />
[GZ 161 'K HEB NOODLOOS DOOR DEN BOÓM GEBOORD<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-67, p. IzV I r.<br />
7, p ^ 3<br />
T: Derde winterboek van de Wereldbibliotheek p. 118.z 8 ,p/<br />
M: Manuscript H 6 o.<br />
p 7 ^3<br />
P i-3 : Drukproeven p D H-78,32.<br />
D: God aanee ^^ p 3 2.<br />
DATERING 1^ 7maart ^ 1 24 en/of kort daarna.<br />
ONT W I K K E L I NG S - In het carnet van 1 924-1925komen g o twee tegenover elkaar liggende bladzij- 1<br />
GANG A den kladversies<br />
s es van het g gedicht edc tv voor. De oudste, ^ C:A op I 3^ r is onvoltooid<br />
en n bevat t vier I r r regels. g Bovenaan de pagina g 1 is s de datum a ` 17<br />
Maart'geschreven,<br />
maar er staan nog enkele nkeandee<br />
1 andere tekstfragmenten o die met dezelfde blauwe<br />
inktgeschreven1 zijn, 1^ zodatniet o zeker is of de datum voor het onderhavige ge<br />
gedicht g ook geldt. g<br />
432 VARIANTENAPPARAAT
I 'kHevc<br />
vruchtloosu t door den boo ^m g geboord, ,<br />
--I<br />
2 een wortel, , ter geheimste g waetren; ,<br />
[-*2]<br />
3 nooit oot- hangt als in een boom mijn 1 woord –^34<br />
0 te schaetren -^<br />
4 o I<br />
0 de linkerpagina werd de vo 1l edi g e versiegeschreven s e<br />
C: B. Op 0 welke<br />
datum is niet te zeggen, ^ maar maa het is et kort s o na het fragment g van A geweest, g ^ mis -<br />
schie n zelfs s in aansluiting s g daarop. Deze D tekst k is sin de gecombineerde g<br />
synopsis<br />
opgenomen.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C : A niet opgenomen) g<br />
:B, B ^ 'k Heb nood 1 loos s door den boo ^ m g geboord, > F-A> i]<br />
M-D I<br />
I o<br />
[Z+-A, z; 3-4*-A, 3]<br />
I C. T<br />
3 C:B, T<br />
M-D<br />
nooit 0o t bloeit l de tak van mij, 1 , noch hoort<br />
I een I i uit I I<br />
• 7 C . B g gevangen g in haar vruchtbre celle;<br />
T-D I<br />
I vruchtb're<br />
8 C.B :B want t nimmer zwaait mijn l vreugde g uit mij<br />
T-D I I een I I<br />
9 C :B a de dronken zwermen die te Mei,<br />
a waar<br />
a<br />
die<br />
T-D I I nivre j<br />
I I<br />
i o C. • B a de rechte raten<br />
a raat doen zwellen.<br />
b ruit' ge g<br />
T-D I I<br />
ii C:B a Ik<br />
a En 'k heb den rechten weg gegaan,<br />
T, M I I<br />
P l a I<br />
I<br />
b [ ]ben [ ]<br />
P 2-D I I<br />
I C.:B<br />
3 Er is geen g afgrond. g En mijn 1 waan<br />
T I i is<br />
M-D I l is<br />
I<br />
.<br />
4 C. B *Wou u nu u maar e liefst wa wat s slapen a e gaan g a<br />
*[lees: lee.c . wou]<br />
T-D wou<br />
I<br />
433<br />
VARIANTENAPPARAAT
IC: 5 B a en lama te ter ruste<br />
leggen. e e<br />
b [rust] zich [leggen.] e ggn e<br />
T-D<br />
I<br />
I<br />
ZETFOUTEN<br />
P' -D r,: no noch<br />
3 g<br />
[GZ171 GIJ ZIJT DE HOND NIET AAN DE DEUR VAN UW GELUK<br />
OVERLEVERING. C '' Carnet H-63, 6 3^ , 8r.<br />
C': Carnet H-67. , I2r.<br />
T: Derde winterboek van de Wereldbibliotheek ,p. 119./28/<br />
M' : Manuscript p H-74,29.<br />
M 2 : Manuscript H-76,31.<br />
P' -3 : Drukproeven D H-78,. 7 ^33<br />
D: God aan ee p. 33.<br />
^ ^ 33<br />
DATERING 17 januari 12 ' II maart 12 ,<br />
7l 93^ 94<br />
ONTW I K KE L I N G S - De vroegsteSC schriftelijke 1 eva neerslagn het e gedich icht i een is ruwe opzet, gedateerd , g<br />
GANG A o p ` i 7 Januari', a a in het carnet van 93 i 2 (C' :A). De eerste twee strofen bestaan<br />
uitvier<br />
regels,a maar of voor Van de e Woestijne ^ in dit stadium de sonnetvorm<br />
al vaststond, is door de witruimte niet zeker.<br />
C' :A<br />
TI-lo--*I-Io]<br />
I Gij zijt de hond niet aan de deur van uw geluk. g<br />
z Gij kent etdan<br />
geen g honger d naar nieuwe zorgen<br />
bij En het weiflen van een ongeboren g morgen<br />
Schiet I de luchters van *van schoonste lichten stuk *[lees : eenmaal van<br />
4 gl<br />
[strofewit]<br />
Hoe de armoe van een weeuw uw s borge e<br />
g<br />
6 hoe de eêlstelimlach van een kind uw smukk'<br />
g<br />
7 gij g l blijft 1 t<br />
tuk<br />
8 worgen g<br />
oen ruimte]<br />
9 [ et gij l kent e g geen g rooter vreugd<br />
I0<br />
II<br />
Dan n voor de e e felste wonde and opp<br />
Godes s rots te knielen<br />
reel wit g]<br />
[ 0 ] God is de lanse<br />
II-72-+1j-14<br />
434 VARIANTENAPPARAAT
i die u zal prikken tot gij goddelijk zult dansen<br />
Ruim een jaar later schreef Van de Woestijne een netversie in het carnet van<br />
1 9 24-1 9 25C ^g94 2 gedateerdMaart'<br />
d r'II M r' I 2. Deze e s iso opgenomen e g ome in de g ecom-<br />
in ee rd e synopsis.<br />
s<br />
VARIANTEN EN (C niet opgenomen) g<br />
CORRECTIES<br />
I CZ<br />
Gij zijt de hond niet aan de deur van uw geluk.<br />
T-D `Gij I I<br />
I-IOE--A ,] I- 10<br />
S<br />
C 2 Hoe de armoê vaneen wee^ uw medelijden wge, bor ^<br />
T-D `Hoe I<br />
I<br />
6 C2 hoe de e eêle glim-lach g van een kind uwv vreezesmukk': es .<br />
T, glimlachI<br />
M 2 a i<br />
a<br />
P I -D I<br />
I borg<br />
smukk':<br />
I<br />
9 C 2 Gij weigert, g^ daar gij gl vraagt. g Gij 1 kent geen g grooter g vreugdv<br />
g<br />
T-D `Gij 1 I<br />
I<br />
I2 C 2 dronkene aan leêgte die geen zatheid kennen e meugtg<br />
T `dronkene I<br />
I<br />
M'-D<br />
I<br />
I 3 -I ^ E--A J 11 - 12]<br />
IC 3 2 dan tot den dag der straf dat God u van zijn lanse<br />
T-D tot aan I<br />
I<br />
14 C Z zal prikken tot ge oneindig-goddelijk zult dansen.<br />
T I I gij weêr en goddelijk I I'<br />
M`, M Z I I porren I ^<br />
P l a l<br />
I<br />
b C l> C<br />
P Z-D I<br />
l<br />
I<br />
ZETFOUTEN<br />
P 1 - 3 D r. : uw uwe<br />
^ 7<br />
[GZI81 UW EENZAAMHEID? GIJ ZIJT ALS DIE WOLVIN<br />
OVERLEVERING C': Carnet H-6 3^ , p. I Sr.<br />
C 2 : Carnet H-67, . I Sr.<br />
T: Derde winterboek kvvan de Wereldbibliotheek,. P 119.2 8<br />
M: Manuscript p H-76,32.<br />
P I - 3 : Drukproeven P D H-7 8 ,34.<br />
D: God aanee ^ ^ 34.<br />
435 VARIANTENAPPARAAT
DATERING 23 februari2' l 9 3^ 2I maart2 of 9 4 ko kort<br />
daarna.<br />
a.<br />
ONTWIKKELINGS-Onder O e de datering g `2 Februari'<br />
u de a rl schreef Van Woestijne 1 in n zijn i 1<br />
carnet<br />
van<br />
GANG 1[923CI ^ p. I S r een fragment g van 9 regels s g (A).. Het iss een beknopteo versie s van<br />
`Uw eenzaamheid?', ,s die le eropkanwijzeno adat V n a de Woestijne 1n indatt stadium<br />
een minder lang e gggedicht c t v vooro o ogen e g ad had dan het etwerd.<br />
uiteindelijk C' :A<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
Dronken van honger, g en van moederschap<br />
b lik sem - v e r li 'n heeft t in de late guurtg<br />
a deze wor<br />
a wolvin in een doorweekte<strong>nl</strong>oot s<br />
ewor en zeven jon en schicht aan schicht<br />
g 1 g<br />
[witregel]<br />
[J'7—› II-14]<br />
S<br />
6<br />
7<br />
8<br />
Maar in een kring g van a w ijd l e verte etesnuift<br />
op elke hoeve, aan de eigen g keten, > teef<br />
aan teef<br />
en huilt de nacht in<br />
[witregel]<br />
9<br />
Ik werp in ijle^<br />
dronkenschapmijn kinderen<br />
In het carnet e van 12 94 C 2 ^ p. I 5 r verschijnt v 1 onder o de datering g `2I M ' ofwel<br />
2.1 maart een voltooide eve versie a van e het g<br />
gedicht in d de vorm debee<br />
diegehandhaafdl f<br />
B). Eerst had Van de e Woestijne W 1s e daar aa eenvierregeliger strofe geschreven<br />
die<br />
g een verband houdt met het gedicht maar die doet vermoeden dat `Uw<br />
eenzaamheid ?' niet op p dezelfde dag g is geschreven g maar iets later. C ' : B is o pge-<br />
nomen in deecombineerde g<br />
synopsis.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
(C' niet o p enomen g<br />
I C 2 :B `Uw eenzaamheid ? Ge zijt als die wolvin.<br />
1<br />
T I I — Gij<br />
M-D I 1 Gij 1 I I<br />
[2-74-A, r-4]<br />
2 CZ :B a `Dronken van honer, en van moederscha p<br />
g<br />
b [`]Zwijmlend [<br />
T-D<br />
436 VARIANTENAPPARAAT
3 C :B a bliksmen-verbleef[ij<br />
T I<br />
a [bliksmen-verblind en 't ingewand doorscheurd<br />
M bliksmen verblind I<br />
P T a bliksem I<br />
P 2 a<br />
P 3, D<br />
b [bliksem]-[verblind] [<br />
b [bliks]men[-verblind] [<br />
I doorflitst,<br />
4 C:B a heeft, bij de late Buurt van winter-nacht<br />
b [ ] felle [ ]<br />
c [ ] trill'ge [<br />
T-D I I,<br />
5,<br />
C, 2 ^B a en het e drab van a eendoorweekten sloot, 1 b en i[n]<br />
T in 't gladde leem I I<br />
M a I I doorweekte n<br />
P T -D<br />
a<br />
[doorweekte]n sloot,<br />
doorweekte<br />
6 C :B a deze wolvin, al hare tanden bloot,<br />
T-D I<br />
b [ ] naakt[,]<br />
c [ ]bloot[,]<br />
io C :B, T Ze ligt; ze beeft; traag likt ze heure wond.<br />
M, P' Zij I I . Zij I I . Traag I I<br />
P 2 a l<br />
I<br />
b [ ] [h]a[re] [ ]<br />
I<br />
[77-I¢4–A, J-7]<br />
I2 C 2 :B a op elke hoeve heeft aan 't eigen hok<br />
P , g<br />
snul t<br />
T-D<br />
iC 2 :B geketend, – en ze snokt haar kele toe, g ><br />
T heur I I –<br />
M I I snikt haar I I<br />
P'-D I I snokt I I<br />
144 C 2 : B snuift elke teef de geur g dier moeder o p.<br />
T I I teef na teef den I I<br />
M-D I I aan<br />
rC S 2 : B T Heur kranke weelde schiet de flankene door; ><br />
M-D Haar I<br />
I<br />
i6 C 2 : B a begeerte g dooradert de oo en g • dof gemor<br />
o<br />
b[begeert]<br />
T-D I<br />
I<br />
437 VAR IANTENAPPARAAT
17 C Z :B-M wordt huilen, hoeve aan hoeve, verte aan vert. [E-A, 8]<br />
P'-D i<br />
I vert I I<br />
18 C Z :B a Zij liggen aan den band. Hun lijf is hol.<br />
b [ ] [H]aar [<br />
T I I Heur I i•••<br />
M i I Haar I I<br />
P T a l<br />
I<br />
b [ ] [H]á[arj [ )[h]ó[1...]<br />
P Z-D I<br />
I<br />
IC 2^ B ` Uw eenzaamheid ? Werp uwe kindren, gij .' F-<br />
9 • ><br />
A 9]<br />
gl<br />
T `–<br />
M-D I<br />
I !'<br />
NOTEN<br />
Iruk D r oe f P I hadoorspronkelijkin r. I ` 3 nuift' s in plaats as van `nikt'. 'snikt'. Omdata<br />
Van de Woestine j direct tot `snokt' corrigeerde, g is `snuift' niet als variant<br />
opgenomen.<br />
[GZ191 NIMMER ZULT GE 'T LICHT BELETTEN<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-6 7, . 16r.<br />
T: Derde winterboek van de Wereldbibliotheek ,p/ p. I zo, /28<br />
M I : Manuscript H 743 o.<br />
M 2 : Manuscript H-76,33.<br />
P I-3 : Drukproeven p D ' H-78,35.<br />
D I : God aan ee,p 35.<br />
P4 : Drukproef p D 2 H-98,46.<br />
D': Gedichten, ^ p 46.<br />
DATERING 21 maart 1 924 of kort daarna.<br />
94<br />
ONT W I K K E L I NG S - Onder de datering g `21 Maart' schreef Van de Woestijne l in het carnet van I 94 2<br />
GANG een schets van een strofe diegeen g vervolg g kreeg. g Daaronder schreef hij `Nim -<br />
mer zulte g 't licht beletten' (C). Dat kan o op dezelfde dag gg gebeurd zijn 1 maar<br />
ook kort daarna. De tekst is in deecombineerde g<br />
synopsis opgenomen.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
I CT Nimmer zulte g 't licht beletten,<br />
M'-D 2 `Nimmer<br />
C p tot een eindloos peerlen-ragg<br />
T M I I I<br />
M 2-D"<br />
sterren-rag. g<br />
438<br />
VAR IANTENAPPARAAT
S<br />
C a Nimmer r u zult t ge g uw liefde loochnen<br />
a Nimmerlt zult ge g 't leven weren ,<br />
T I<br />
M'-D 2 `Nimmer I I<br />
I<br />
6 C a of een vogel n[ ZJ<br />
a [ J raakt uw ruit<br />
T, M Z I I,<br />
P T a l I<br />
b [ ]0<br />
P Z a l I<br />
P3_D2<br />
I I<br />
7<br />
CM I die van hongerend onteren<br />
2<br />
M a dien I I<br />
P'-D2<br />
a die<br />
8 C maakt<br />
een e zoet en schoon gefluit g<br />
T I I schoon en zoet I I.<br />
11V-D 2 i I zoet en schoon<br />
9g<br />
C Nimmer zult e liefde ontkennen<br />
T<br />
AP-D 2 `Nimmer<br />
1 C a waare gu-zelf te zeer bemint<br />
a of uit de oo gen van een kind<br />
T-D2<br />
I I C, T zult ut ge g in angst en armoe kennen<br />
M t I I armoê<br />
M 2 P' I armoe I I<br />
P 2 a<br />
I<br />
P3_DZ<br />
b armo e<br />
I<br />
I<br />
I2 C date g u-zelf te zeer bemint<br />
T-M 2 I I.<br />
P l a<br />
P2_D2<br />
b u-z é l<br />
C a a En gij zult uw lijden leeren<br />
1 3 gl 1<br />
a moeten<br />
T I I<br />
M'-D 2 `En I I<br />
I 4 C a a smaken als een [xx]<br />
T-D2<br />
a a<br />
a a<br />
dankb're [xx]<br />
vrucht<br />
a[sma leeren mak ken n als een [vrucht]<br />
439 VARIANTENAPPARAAT
Iwaar 5 gerijpt, waar, elkaar gl , ontmoeten, o t oeten ,<br />
T i I elk ae ^r a<br />
NI' -D 2 I,<br />
I6 C zwaarn e louteraarde en lucht ct<br />
T I I.<br />
MI<br />
zuiver<br />
I'<br />
M 2-D 2 louter I I<br />
ZETFOUTEN<br />
D' r.: de liefde lae liefde; ^ Vana de Woestijne<br />
1 e n corrigeerde<br />
I grd e ou fout in t de proeven e P 2<br />
en P' maar de correctie e werd<br />
d bij 1 revisie niet uitgevoerd. te g<br />
[GZ20] EN HOOR UW HART: HOORT GIJ UW HART NIET SLAAN<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-6 7, 7^ p p. I 7r.<br />
T: Derde winterboek van de Wereldbibliotheek,2 p. I2o . 8<br />
AV: Manuscript p H-74,31.<br />
M 2 : ManuscriptH-<br />
76,34.<br />
P' -3 : Drukproeven D H -78' 3 6.<br />
D: God aanee ^' p. p36.<br />
DATERING Tussen 2.1 maart enmei 1924.<br />
4<br />
ONTWIKKELINGS- Dea pg ina in het carnet van 1924-1 925r waao en ad et kl van ed het n gedicht g<br />
i is<br />
GANG<br />
eschreven 7 ^ (p. I r begint g met et een vierregelige g g<br />
schets<br />
voor een strofe: C:A.<br />
Dit fragmentg<br />
vertoont t ve verband<br />
met de lateree tweede strofe s o e van hetedlcht.<br />
g<br />
C:A<br />
En weet : er is de dag die nimmer werd geboren<br />
g g<br />
omdat hij [<br />
waarvan uw lijden is de ploeg p g<br />
0<br />
0<br />
voren<br />
[—'67<br />
x—'91<br />
Direct hieronder vervaardigde<br />
1 g de Van de Woestijne 1 ee eene volledige geveIse versie . De<br />
tekst daarvan is sI opgenomen'n de gecombineerde g<br />
synopsis. n Psis<br />
De bladzijde waarop beide<br />
de stadia voorkomen,<br />
o bevindtzich ^ v ic tussen<br />
twee pagi-<br />
I<br />
dieedateerd g zijn9<br />
op 21 maart respectievelijk t4 e m i I 24 .<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C: A niet opgenomen)<br />
I C: B En hoorh Uw hart:. r hoort gij gl uw hart niet slaan? .<br />
T I I uw<br />
M'-D `En<br />
440 VARIANTENAPPARAAT
2 C .B :B a Daar s isde<br />
maat waarop uw dagen g dan[x]<br />
a<br />
dan sten<br />
T-D<br />
3 :B .B a Ne Niet dat gij g 1<br />
waartt met weelden e overlaên<br />
wen<br />
T-D<br />
4 C .• B a of dronken van uw waan<br />
b van een overmo e d' gen<br />
T<br />
M' -D<br />
5 C :B stondt n geg in de rei die blij den tijd l omkranste<br />
T-M2<br />
P'-D stond<br />
6 C. :B,<br />
^ T Brandde<br />
in uw brein al 't lijd 1 n edat het droeg g :<br />
M I -D `Brandde I<br />
I<br />
7 C :B a leg gp op uw hand<br />
a h a rt uw hand, , en gij g^zult hooren<br />
T-D<br />
9 C :B a zich voeden aan uw pijne pl de<br />
a vo ede ' als [aan] een aren-zware voren<br />
T-D I<br />
I<br />
z ogesneden C :B door uw i'ne o pijne, klare ploeg p<br />
T-D I<br />
I<br />
I I C :B<br />
T I<br />
AV M 2 `Niet I<br />
P' a<br />
a Nietji g beschikt de zwaart der o<br />
b<br />
zwaarte van de schoven<br />
bí' [g]ij<br />
I<br />
I<br />
P 2-D I<br />
I<br />
12 C :B a o en alle zaden zijn gekeurd<br />
b en buiten u wordt [alle] zaadekeurd g<br />
T M' I I.<br />
M 2 a<br />
P'-D a I<br />
a bu í ten<br />
r; C :B tracht, in u-zelf berustend te gelooven<br />
T Tracht I I ,<br />
M' a Th<br />
AV.-D I<br />
a [T]racht I<br />
I<br />
I<br />
I<br />
441 VARIANTENAPPARAAT
14 .:B a dat <strong>nl</strong>mme nimmer een ne bloem o<br />
T-D I<br />
roze<br />
a aldaarge e uw hart, a Idaa , aldaar ge g uw bloeme b beurt,<br />
5 :B indachtig g dat g geen roze in e i de e ijlte 1 geurtg<br />
T I<br />
I<br />
M '-D<br />
roos I.'<br />
I C<br />
I<br />
NOTEN<br />
'' Het woord in 'roze' in C . B r. S I Is niet opnieuw o e geschreven; g het werd in<br />
r. 144 zodanig I g onder e de regel g 1geschreven dat het in r. I Sg opnieuw ebruikt kon<br />
worden.<br />
[GZ2I1 SCHADUW IN DEN SCHADUW ZIJN<br />
OVERLEVERING<br />
C : Carnet a H-63, p. 66r.<br />
M I : Manuscript H-66 ,[4] ^4 .<br />
T. ^ Orpheus h 1.4 4 (februari I 94^ 2 p. 21. /26/<br />
M 2 : Manuscript p H- 74^3 2.<br />
M 3 . Manuscript p H- 76,35/36 is éenpagina).<br />
PI-3: Drukproeven p D H-78,37.<br />
D :God aan zee, p. 37.<br />
^ ^ 37<br />
DATERING<br />
I o oktober 1 9 23.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Onderde datering n g ` I o Oct. ' werd d het gedicht g in het carnet van I 923 geschre-<br />
ven n (C,,<br />
p. 66r).<br />
II<br />
M' is kopijhandschrift voor T geweest.<br />
p l g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
I<br />
C<br />
Schaduw in den schaduw zijn,<br />
MI-D I I °<br />
niet van de oude pijn<br />
3 C was daar iet va pl<br />
M I-D – was<br />
4 C nieuwe bete<br />
MI-D<br />
5 C Zwijgen, lijk de zonne zwijgt<br />
M'-D I I 'lijk I<br />
6 C in de rechte halmen<br />
MI-D<br />
442<br />
VARIANTENAPPARAAT
4<br />
H<br />
in de<br />
Gij, o God, klets uit de rots<br />
eindlijk v<br />
re<br />
3T<br />
^^3<br />
Gecorrigeerde eerste erste druk p roef van `Schaduw in den schaduw zijn' ^ G z z r<br />
(H-79).<br />
443 VAR IANTENAPPARAAT
7 C hijgde niet, lijk storrem hijgt<br />
M` –hijgde I I 'lijk I I<br />
T I I><br />
M 2-D I 1.1 I.<br />
8 C lijdens galmen<br />
M' -D I I<br />
9<br />
C a Heel mijn lijf is droef en fier<br />
b [ ]trots<br />
M' -M 2 I I trotsch<br />
M 3 a I I lijk<br />
a [ ] [lij]f is droef en trotsch<br />
P I -D I<br />
I<br />
I<br />
C<br />
M'-D<br />
e de s smartm geklonken g<br />
I C a [ es ]<br />
b Gij, mijn God, bergt in de rots<br />
c [ ]zweep uit [ ]<br />
M' , T – Gij, I I klets I I<br />
NI' I I o i I,<br />
M 3-D i 1°<br />
I 2 C a eeêle vonken<br />
b de ee^l ste [vonken]<br />
c < 0 ><br />
M I , T vonken.<br />
M Z , M 3<br />
eindlijk, >> vonken.<br />
P l a I lo<br />
b<br />
v ó nken.<br />
P2-D<br />
NOTEN<br />
I In T beginnenversregels en de met een kapitaal.<br />
2 V a3<br />
n hetgedicht verschenen e vertalingen in het Duits (3x) en het Frans.<br />
[GZ221 WIJ ZIJN NOG NIET GENEZEN VAN ONZE OOG EN<br />
OVERLEVERING C I : Carnet a H-63,. p. v S , 6r. .<br />
2 : Carnet a H-67,. v 4,S r.<br />
T. •' Daetsch e warande ^ Belfort 2.I 4 (maart<br />
M: Manuscript H-76,. 7 ^39<br />
P I " 3 •.Drukproeven D H-7 8,41.<br />
D : God aan zee, ^ ^ p. 4I.<br />
1924), P . 1 97 . /27/<br />
DATERING I2 januari l 1923; februari I S e 192.4.<br />
444<br />
VARIANTENAPPARAAT
ONTWIKKELINGS - Iri I 9z 3 notee r d e Va n de Woest i•n 1 e in zijn l carnet onder de tum a `I2 Januari'<br />
GANG een ruwe, vierregelige opzetvo o vooro een strofe, die ,o ofe laterz et uuim uitmonden o e eere<br />
-<br />
ste van ht het gdc e i ' h t C I• . A Op . dezelfde d e e e hoogte g e staat o detegenoverliggende<br />
paginanog g een ,g<br />
r g regel,als kennelijkl enalternatieve een aanhef van a het et gedicht of<br />
van ni u strofe; een e, de regel gg<br />
zal nieuwee<br />
in aangepaste vorm r. I2 van het di<br />
worden (C T :B).<br />
CI:A<br />
(I)<br />
a Wij Wij zijn nog van<br />
a nietenezen van onze oogen,<br />
g g,<br />
(2.) 0 Schoonheid, ligtg<br />
(3) [ 0 ] overtogen<br />
(4) [ 0 ] Licht<br />
C T :B<br />
I<br />
En waar wij l zullen van het woord genezen g<br />
Een aa r 1 later e kwam Van de Woestijne e<br />
l op deze aanzetten terug. g In het carnet<br />
van 1 9 24-1 925. r not 5 noteerde hij een ^ verregaand g voltooide e versie v e C Z :C ,<br />
g e d a t ee rd `I 5 F Feb r' r.' I 2 9 .direct Vermoedelijk 4hij dir hiernae t schreef een volle-<br />
o di e versie o de naastliggendelinker a ina C Z :D ^ , v. 4 De beide i e laatste<br />
stadia<br />
zijn zl 1 i in d degecombineerdeno synopsis<br />
Y i o penomen g<br />
.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
(C' niet opgenomen) g<br />
I C2 : C C 2 : D Wij 1 zijn nog g niet genezen g van onze ooge<br />
en<br />
2 C2 .• C a o ve vele e Schoonheid die verscheiden ligtg<br />
a s[choonheid]<br />
C 2 .D- D ver<strong>deel</strong>de ee gescheiden ce I I<br />
3<br />
2 •<br />
C .0 a in klaarte of duisternis, en, klaar of licht,<br />
b<br />
I zwaar<br />
C 2 :D T<br />
M a i ligtg<br />
a<br />
licht<br />
PI-D<br />
2 •<br />
4 C .0 uw eigen g rijk, 1^ door niets en zijt getogen<br />
2 •<br />
C .D a weelden sl<br />
a niets zijt 1 opgetogen<br />
T<br />
M-D aan<br />
[E–A, 3]<br />
445 VARIANTENAPPARAAT
S<br />
C' :C a in 't<br />
a naar de o opgeloste<br />
e ost zuiverheid e van a 't Licht<br />
C 2 :D,<br />
T I.<br />
M a i<br />
1 licht.<br />
b<br />
L[icht.]<br />
P'-D<br />
6 C.0 2 :C Wij 11 zijn van onze handen nietgenezen g<br />
C 2 :D ,<br />
T-D I 1°<br />
7<br />
2 •<br />
C .0 a die haar koelte gretig g g warmen gaang<br />
b ha re<br />
C 2 :D-D I<br />
I<br />
2 :C a vergeefsche hoop dat o<br />
C .0<br />
9 g<br />
b<br />
C 2 :D-D I I aan<br />
eens vol van ijlt te wezen<br />
1<br />
i 0 C 2 .0 :C a en onbeweeglijk in o te staan<br />
C 2 .D• - D<br />
't ontberen I.<br />
I I<br />
2 •<br />
C .0 a Wij i' zijn n og<br />
niet van reuk, wij zijn van ooren,<br />
b<br />
noch<br />
C 2 :D-D I<br />
I<br />
I 3 C 2 .0 :C a wij ruiken gode<br />
s adem uit de voren<br />
G[odes]<br />
C.DT<br />
2 •<br />
snuiven de' aêm uit de om gedolven g voren;<br />
M a I I snuive'<br />
a s n u i ve n de' aêm uit de omgedolven g voren;<br />
P'-D<br />
14 C 2<br />
4 :C een vrouwen-stemme komt ons hart bekoren<br />
C 2 :D-D I I vrouwe-stemure ,<br />
I S C : C a waar de eigen g klank ons<br />
a als wijsheid 1 ons bekoort<br />
C 2 :D-D I I.<br />
17 C2 C<br />
7 wij zijn nog g niet genezen g van de slaap. p<br />
2<br />
• den slaag[?]<br />
a<br />
[slaalp.<br />
T-D I;<br />
18 C 2 •.0 a Geneugte g ! : een doornen-rijke roze om onze slaap.<br />
doornen- [roze]<br />
C 2 :D a<br />
b [<br />
T geneugte!: I<br />
I<br />
M a I<br />
slaap...<br />
a [<br />
P-D<br />
446 VAR IANTENAPPARAAT
9 C : C Gebonden, tot de dood [ m ] slake<br />
C Z :D a – gebondnen, I I genieten I i<br />
b [ ] wij, [tot] Dood] [genieten slake]<br />
T I I tot de dood I i<br />
M I I *den I i<br />
P `-D I I de<br />
*.* [ lees l. d e<br />
2 : C 2 . C a tot a onze zonde raap<br />
b<br />
C 2 :D a en<br />
TD<br />
b<br />
overtuigend ons de rake<br />
g<br />
genade<br />
de zonde<br />
2 I C 2 :.<br />
C a die o zuiver make<br />
b<br />
onze lip van haar vuur<br />
b [van haar vuur on sli e p[zuiver make<br />
C 2 :D-D I I :<br />
2^ Goddelijke wrake!<br />
22 C :C a o e 1<br />
C:D I I Goddelijke I I<br />
M-D<br />
ZETFOUTEN<br />
P'-D r. 22: 0 Goddelijke I o Goddelijke<br />
No NOTEN I Van het gedicht g verscheen een vertaling g in het Frans.<br />
[GZ2.3] 'K BEN HIER GEWEEST, ' K BEN DAAR GEWEEST<br />
o OVERLEVERING C: Carnet H-57, S7^ p p. 29 V Or.<br />
^ 3<br />
M I : Manuscript H-59,[1].<br />
T: Elsevier'seïllustreerd ^ maandschrift, 3 1.1 a p ril 19 21 ^p p. 241.<br />
M 2 : Manuscript p H-74,15-16.<br />
M 3 : Manuscript p H- 7^4 6 0- 41.<br />
P i-3 : Drukproeven p D I H-7 8 ,4 2-43 .<br />
D' : God aanee ^^ p. p443 42-43 .<br />
P 4 : Drukproef p D 2 H-98,47-48.<br />
D 2 : Gedichten, ^ p. p 47-48.<br />
/19/<br />
DATERING 22 december 1 ^ 20 en daarna, , voor 16 februari i ^21.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
G GANG Achterin c het carnet dat hij in de jarengebruikte, 192o-1 922 ebruikte ontwierp p Van de<br />
Woestijne l het gedicht g in meerdere sessies. In eerste instantie werkte hij met<br />
grijze inkt (p. 29v). Bovenaan schreef `Gebruik van<br />
g 1hij God', waarschij<strong>nl</strong>ijk als<br />
^ 11<br />
447 VARIANTENAPPARAAT
titel van een groepg gedichten;daaronderte ^ tegen e e rechtermargè22 ge Dec.' . en het<br />
g<br />
g<br />
vo 1 gende motto :<br />
'k Ben e hier g geweest, ^ 'k ben daar geweest gweest<br />
'k Ben al de kapellekens naareweest. g<br />
<br />
Van a de d W oe sti ^ ne kon k d daarna a a d direct twee strofen geheel g uitwerken en van een<br />
I<br />
nep<br />
i uwe (uiteindelijk 1 de vierde)ee een schets ontwerpen p A. Op de linkerblad-<br />
zijde 1 (p. 3 or werden<br />
den tweeregels e g e geschreven, s g e c bedoeld ^ als begin g van een nieuwe<br />
II<br />
I<br />
strofe A die , met eeen li n 1 na de tweede strofe s o e uit A werden geplaatst. p<br />
In<br />
sg<br />
stadium A werden lateraanvullingen en correctiesin blauwe inkt aangebracht<br />
faeb. s<br />
CA. •<br />
I<br />
I<br />
' Ben e hier i e geweest, e g ee ^ 'k ben daar geweest, gweest<br />
2 benal de heemlen naar geweest, g<br />
3 en wat heb e ik gevonden?<br />
41<br />
a Geenbranden feller dan mijn licht;<br />
a fakkel<br />
S geen eeaangezicht;<br />
spiegel voor mijn<br />
g<br />
6 g geen zalve ave voor mi 1n zonde.<br />
[strofewit]<br />
7 a Ik bood me-zelf eens 't laf genot<br />
a Eens boodd 'k m e -z el ven<br />
a<br />
8 van een tafel zonder God.<br />
9 a D<br />
Het g zout der zee gedronken, ,<br />
Io het zout der aard genoten, g , was<br />
l ie<br />
I I 'k, die bij het maal der eigen g asch<br />
I2 heb 't eigen g bloed geschonken g<br />
[strofewit] Etre<br />
[13-1N-419-24] ry-z4]<br />
1 3 oeT n moest ik wel op tochten uit<br />
14 a naar een o buit<br />
b<br />
de<br />
overdrachteli jke<br />
er a 0 jager l g<br />
b o hongerige jager!<br />
448<br />
VARIANTENAPPARAAT
^..^..^^.<br />
Kladstadia van "k Ben hier g eweest ^ 'k ben daar geweest' g áz2 3in het carnet van 19 Zo - i 9 22<br />
H- S7^ p. 29 v en 3or). 3<br />
449 VARIANTENAPPARAAT
a [ 0 ]<br />
b En mi1ne huid, van vorst doorkeen d<br />
a [ 0 ]<br />
b tot op de kilte van 't gebeent<br />
III<br />
I^A I^9<br />
a [ 0 ]mager<br />
b glansde geraamt<br />
b [ I kubiek en<br />
b [ ] [geraamt]lijk mager<br />
Fase b in r. 14-18 valt samen met stadium B ; r. I -18 worden r. I -2 na invoeging<br />
^ ^ 3 9 ^ ^g<br />
van AII<br />
C:A IỊ<br />
-4I -Ió3<br />
I 3 Hoe lange heeft het feest geduurd? g<br />
14 De deesemen te zeer verzuurd<br />
4<br />
ib – Dood, uw verwonderde oogen,<br />
S ^ g<br />
16 b Dood, uw volstrekt-genaaiden mond<br />
g<br />
1 b Waren mij [puntjes]te zeer gezond<br />
7 lg<br />
b o<br />
I8 b voor mijne beteuterde logen<br />
l e g<br />
b 0<br />
b beteuterde<br />
C.A III<br />
D e^ e strofe werd met een %n la n na r. 12 in A Ie g laatst fase b valt samen met stadium<br />
B ' toen de toevoegingenvan ase b waren aangebracht, g ^ werd de strofe geheel g doorgehaald]<br />
Een volgend g ge<strong>deel</strong>te g dat vroeg g op p de linkerbladzijde werdgeschreven, is een<br />
onvolledig gg gebleven strofe die een alternatief was voor de regels g 13<br />
-18<br />
uit A'<br />
( III I<br />
c :A . In fase b van A die > samenviel met stadium B, nam Van de Woeste Woestijne<br />
III<br />
de eerste twee regels ges van A (r. I ^ -20 over, en hij ^ haalde ze in A dan ook<br />
door.<br />
I<br />
199 a Gelijk 1 een huid, van ^ vorst gekeend g
sta-<br />
z4 [<br />
0 gezworven<br />
De doo r h alin van de<br />
1<br />
g v eerste twee regels ^ (fase b) valt samen met fase b in A i.e.<br />
dium 13]<br />
Resumerend: het gehele g stadium A is geschreven g met grijze gl inkt en bestaat uit<br />
over tweepagina's liggende g fragmenten. Ze zijnmet blauwe inkt aangevuld g en<br />
gewijzigd; deze correctielagen g vallen samen met stadium B. Hoeveel tijd 1 ver-<br />
streekggen<br />
tussen de stadia A en B is niet te zeggen.<br />
Vroeg g in stadium B noteerde Van de Woestijne j bovenaan de linkerpagina<br />
II<br />
een n regel: gg B 1. Deze regel werd g gebruikt in de aanvulling g op A (r. 1 S fase b).<br />
C: C.B BI<br />
II II<br />
^A I ^ –^B I ^ –^I<br />
^ I> > I^ I<br />
1 o Dood met steeds verwonderde oogen<br />
g<br />
In datzelfde stadium schreef Van de<br />
Woestine j een nieuwe versie van de strofe<br />
die hij in A nhad aangezet. g De eerste twee regels g werden iets later geschreven g<br />
dan de daarop p volgende g (fase b . Mogelijk g l wilde Van de Woestijne 1<br />
aanvan<br />
lijk l de strofe laten beginnen g bij l wat r. i S werd.<br />
C:BII<br />
II,<br />
F-A -^I -Iá<br />
, 3<br />
i 3 b Hoe langeduurde a g<br />
wel het e feest?<br />
1 b Gij zijt de laatste gastgeweest,<br />
4 Gij zijt g<br />
IDood : uw verwonderde oogen,<br />
S g,<br />
1-4–Bill<br />
I6 Dood, uw volstrekt-genaaiden mond<br />
g<br />
1 verwezen 't hoofsch- eboón verbond<br />
7 g<br />
18 met mijne zatte logen<br />
1 g<br />
C:C<br />
In weer een later stadium werd onderaan op de rechterpaginan nog g eenv en ijfde l<br />
strofe o e toegevoegd:<br />
–* 2 J- jo<br />
2 S<br />
'k Ben hier geweest, g ^ 'k ben daar *gewest, g ^ *[lees : geweest,] g<br />
26 a 'k ben al h<br />
a de hellen dooreweest g<br />
b naar<br />
b<br />
1 f [<br />
hemel en helle<br />
2 7En wat heb ik gewonnen –?<br />
7 g<br />
28 Geen duister schooner dan mijn licht<br />
1<br />
29 en mijn gezicht, mijn aangezicht<br />
9 mijn g ^ l g<br />
451 VARIANTENAPPARAAT
30 a de schoonste schoonste zonne<br />
b wellicht<br />
c 'laas ! nog g de<br />
II<br />
M I lseweest<br />
' kopijhandschrift voor T g<br />
.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
motto , T<br />
1142-D2<br />
(C niet opgenomen) g<br />
'k k Ben hier hle geweest, g<br />
^ 'k ben daar a geweest, g<br />
'k k ben al a de kapellekens naar geweest. g<br />
Vlaamsch volkslied<br />
ontbreekt<br />
I<br />
I-I24—A ^1-12]<br />
2<br />
I M I - M 'k k Ben hier geweest, g e ees ^ 'k ben daar a geweest, g ,<br />
M 3 a I I he<br />
, a h iereweest g 'k ben daar geweest, g s<br />
P '-D2<br />
I<br />
2 M , T 'k ben al de heemlen naar geweest, g ,<br />
2_ 2<br />
aarde en<br />
MD<br />
3 M M' en — wat heb ik gevonden? g<br />
T-M 3 I I wat I I<br />
P I -D I wat I I<br />
P4 a<br />
b wát<br />
D' I I<br />
7 M'-M; Eens bood 'k me-zelven 't lief genot<br />
P l I I me-zelve I I<br />
P Z a I<br />
I<br />
b [ ] [me-zelven [<br />
P 3-D 2 I<br />
I<br />
I I M 'k die bij b l het maal der eigen g asch<br />
T MZ<br />
M3-D2<br />
I<br />
I MSg<br />
Dood. : uwverwonderdeenw<br />
oogen<br />
T — Dood: I I<br />
M 2 0<br />
M3-DZ<br />
,<br />
[13-184—A<br />
11<br />
; I -Ió4—B 3<br />
77<br />
I<br />
16 M I - M 2 en uw vo volstrekt-genaaide<br />
1 r mond<br />
I<br />
^<br />
^<br />
D M 3 _ D<br />
ood .:<br />
vo 1 st r ekt -volstrekt-genaaide]<br />
enaaiden g<br />
lees :.<br />
4 D . volstrekt-genaaide I I<br />
P ^D<br />
45z<br />
VARIANTENAPPARAAT
177 M', M ^ T verwezen w 't hoofsch s geboón verbond<br />
M 2 -D 2 hoofsch- geboón I I<br />
I -2<br />
II<br />
9 é–A I Iá<br />
4 ^ 3-<br />
z 9<br />
M' Toen moest ik wel op tochten uit<br />
T2 M moest<br />
M 3 P'<br />
I moest<br />
P 2 a<br />
b móest<br />
P3-D2<br />
20 M', , T naar overdrachtelijke buit,<br />
M 2 a op<br />
a naar overdrachtelijke buit,<br />
M 3 *overdrachtelijk<br />
overdrachteli k 1<br />
Pl, 2 overdrachtelijke<br />
, )<br />
P 3 a<br />
D I D 2 ,<br />
21 M' a o ff<br />
b[ ] overdrachteli' ke n<br />
1<br />
a [] hongerige jager!<br />
T ► I Jager!<br />
M Z a I 1 Jagen<br />
a [ ] [Jage]r!<br />
M 3-D 2 I I<br />
22 M-M 3 En mijne ^ huid, van vorst doorkeende<br />
P' a ,<br />
P2-D2<br />
b<br />
I<br />
I<br />
lees : overdrachtelijke]<br />
1<br />
117<br />
I22-234- 3 A<br />
^<br />
.9-20<br />
2 - o^ -C J 3-<br />
2 5 En – 'k ben hier e geweest, g , e en 'k ben daar geweest; g ,<br />
P'-D 2 ,<br />
26 M'-M 2 'k ben hemel en helle naareweest. g<br />
M 3 e e I I hemelI helle I *geweest<br />
P'-D 2 I eweest. I<br />
g<br />
27M'-M37 En wat heb ik gewonnen?<br />
g<br />
P'-D' I I wat<br />
I<br />
I<br />
P 4 a<br />
b wát<br />
D 2 I I<br />
* lees :geweest.]<br />
28 M' a Een<br />
T-D2<br />
a Geen duister schooner dan mijn 1 licht, c 4S3<br />
VAR IANTENAPPARAAT
I<br />
299 M' mijn 1 aangezicht, a g e ^grauw aangezicht,<br />
T en mijn l g gezicht, v mijn l grauwgezicht, g<br />
M 2-D 2<br />
raauw g<br />
3 o M' M '1 'laas! ^ nog g de schoonste zonne...<br />
T-M 3 I schóonste I I<br />
PD<br />
I _ I<br />
schoonste I I<br />
D'<br />
schóonste I I<br />
ZETFOUTEN<br />
NOTEN<br />
P I -D 1<br />
r. 8: een I eene<br />
r. • olstre t- enaaiden volstrekt-genaaide<br />
.16. v k g ^<br />
I<br />
Het Vlaamsevo volkslied lI waar w<br />
h et g edic ht o t ru e aat gg is ^niet achterhaald.<br />
2 Van het et gedicht g e c verschenen<br />
vertalingen in het e Duits 3^ x het Frans 4^ x het<br />
Fr' lu 1 aa n het s, e Ro meens e en het Spaans 2x .<br />
[GZ241 EENS GROEIT EEN BOOM UIT MIJ, EN ' K WEET DENWELKE<br />
OVER CI: Carnet H-58, p . j, I v 4I r.<br />
C 2 : Carnet H-6o, p. IIr.<br />
M I : Manuscript H-61,3.<br />
T. • Elsevier 's 'geillustreerd maandschri t 3 z. I mei I 9 z 2 ^ p. 3 21.<br />
M 2 : Manuscript H-76,44.<br />
P I-3 : Drukproeven D H-78,46 P I • H-78,44 P 2 3.<br />
^<br />
D: God aan ^ ee ^ p. 44<br />
.<br />
DATERING I I maart i 9 z i , • februari 4 1922.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG<br />
Nadat Van de Woeste J<br />
ne in het carnet n van 1^2 I C I de datum 'IIMaart' had<br />
genoteerd, schreef hijh l eersteen e opmerking p gdie verband houdt met het moment<br />
waaropP hij 1 de onderstaande tekst schreef, o of methet moment dat aa<strong>nl</strong>eiding g gafg<br />
tot het g gedicht: • ` Z i c h t op P<br />
een magnolia)'. Daaronder schreef hij de eerste<br />
strofe:<br />
C`:AI<br />
[-ter-¢]<br />
I Eens sg groeit uit mij ^ een boom:: ik weet denwelke.<br />
2<br />
3<br />
a Terwijl 1 ik<br />
a ml^n v 1 eesch o vervloeit<br />
b<br />
b<br />
in limr j ?<br />
lijm i vocht [vervloeit]<br />
1 g<br />
a Draagt g hij,<br />
[ o kelken<br />
b als<br />
ulden kandelaren,<br />
g<br />
454 VAR IANTENAPPARAAT
4<br />
a waarin, , in 0 Gods ooge g gloeit<br />
5<br />
i, II i, II<br />
C .A C ,A I<br />
^<br />
^, I<br />
C .AI<br />
i, III<br />
C :A<br />
b[waar], in den killen dauw,<br />
Direct<br />
hierna a l liet t a Van de Woestijne 1g<br />
dewoordenvol e n:` m aar wie er<br />
uit<br />
zala weten van wete mijn ll bitterheid' en daar vlak rechtsond vae<br />
e r het woordje w<br />
'zoo'. Dit lij ^ kt minder de voortzetting g van het gedicht g zelf dan een notitie van<br />
dee kerngedachte voor h t ver v ol g . De voortzetting gg geschiedde d daarna, in de<br />
II<br />
vorm<br />
van de tweede t strofe o A e Die werd e e op denaastliggendea ppagina g<br />
a h rno e -<br />
men A .<br />
a maar, zoo daar vooglen g zul<br />
az i n (en steeds 1 zal wreken<br />
b englen g<br />
waken<br />
I<br />
I houdt wake<br />
:AH<br />
6 C' a een n v vlucht van en g l e n om o mi n l zwarten w tronk)<br />
b<br />
den<br />
i, III<br />
C . A Idonkren tronk,)<br />
7<br />
Ci :A li ^<br />
a die zich ter kelken la[xx]<br />
z, III<br />
C :A<br />
a [<br />
b [<br />
laven zie:<br />
zij smaken<br />
1<br />
^, II<br />
8 C : A a dronk<br />
^, II<br />
C .AI<br />
b de rotheid van mijn vleesch in hunnen<br />
1<br />
I<br />
Bij n e1 en jaar later komt dit gedicht g met varianten in een ander carnet terugg<br />
met het opschrift p `Tenebrae' C 2 :B . Onder die groepstitel g p verscheen het gedicht g<br />
korte tijd 1 later in Elsevier's geillustreerd ^ maandschri t. Bij deze versie schreef Van<br />
deoesti'ne W 1 als datering: g `Maart z – 4 Februari 9 i 22 .'dium StadiumB is in de<br />
gecombineerde gopgenomen<br />
synopsis o penomen .<br />
II<br />
is kopijhandschrift voor T geweest.<br />
p l g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
(C' niet opgenomen)<br />
pg<br />
2 C2:B-T Terwijl mijn doode vleesch in vocht vervloeit,<br />
l 1<br />
M 2-D i I vleesch in vocht vervloeit<br />
[z-4.-AI_1<br />
3 C2:B a draagt hij, '1[?J<br />
a [ ] gelijk eiboren, gulden kelken<br />
M', T I<br />
I<br />
M 2-D I I als gulden kandelaren, I i<br />
45S<br />
VARIANTENAPPARAAT
4 C 2 : B-T waar, ^ in den killen dauw Gods ooge gg gloeit.<br />
2<br />
auw<br />
kille daauw<br />
a kille n<br />
P'-D I<br />
5 C 2 :B-T Doch, waar de Geest waakt (en steeds s zal omwaken<br />
M 2 *maar,<br />
zoo daar englen zijn g (en 1steeds houdt wake<br />
P' -D Maar,<br />
6 C 2 :B een vluchtv va van zui v r e n Geest den donkren tronk)<br />
MI T I<br />
I<br />
2 7^C<br />
M en krans englen g om tronk<br />
P I -D een<br />
I<br />
[S-BF-An, I.84_-A111]<br />
lees : Maar,]<br />
lees : een<br />
C 2 : B-T die zich ter kelken lave : hij zal smaken<br />
7 1<br />
M 2-D I I laven, zie : zij I I<br />
8 C2: B a de rotheid van mi' n ges<br />
a vleesch in zijnen mond.<br />
MI T I<br />
I<br />
M 2 I I hunnen dronk.<br />
l<br />
NOTEN<br />
I<br />
Ditgedicht en het volgende g e e hebben in het netafschrift voor o A.A.M.Stols 0<br />
M Z ene d de eerste proef e een e omgekeerdevolgorde. gg<br />
e e V a n de d Woestijne ti'n 1 af de<br />
d e finitieve s chikkin a a n i' correctie ) van P I .<br />
g<br />
2 F. . van v Elmbt heeft bij b dit 1 gedicht g d gewezen g op invloed van het eerste visioen<br />
van Hadewijch. 1 Zie Van Elmbt , `Karel van de Woesti'ne l en Hadewi'ch' ) ,<br />
p. 242-244.<br />
3n V a het e g^ gedichtverschenenvertalingen c<br />
in het Duits het Frans (3x) 3 en het<br />
Tsjechisch.<br />
1<br />
[GZ25] WAT WEET GIJ VAN KWETSUREN<br />
OVERLEVERING CI: Carnet H- 5S7^ p. 7, p 27<br />
r.<br />
C 2 : Carnet H-58, S^p4 p. 4r.<br />
M I : Manuscript p H-59,[2].<br />
T : Elseuier'seïllustreerd<br />
g<br />
maandschrift<br />
3 1. I (april p 9^p 1 21 p. 42 2,^ 9<br />
M 2 : Manuscript p H-74,17-18.<br />
M 3 : Manuscript H-76,42-43.<br />
P I-3 : Drukproeven D H-7 8 ,44-45 P I ' H-78,45-46 P2 3 .<br />
p ^<br />
D : God aan ee p. 45-46.<br />
^ ^ p 4S4<br />
DATERING Eind december 192o; februari 1 21.<br />
9 ^7 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Laat in I december 1 20 9 noteerde Van de Woestijne W<br />
1 in zijn 1 carnet enkele citaten,<br />
opP de bladzijdeb de 1 links van s een kladversie van `Ik heb mijn l zuiver huis gevuld' g<br />
456 VARIANTENAPPARAAT
c z. 7 Een van a de c citaten is: statuit super petram pedes meos'; ^<br />
Van de<br />
e<br />
Woestijne l noteerde e zelf e de bron: 39 s a lm'. Bij 1 de publikatie e in Elsevier's<br />
geïllustreerd maandschrift gaat dit als motto bij l het gedicht. g Zie evede verder noot o0 3.<br />
Van hetdicht e zelf is si een voltooide kladversie heovergeleverdn tca carnet hn t<br />
van I ^, 2I g gedateerd a ee r '7 7 Februari' i (C 2). . De e eerste s vijf ^ vi s strofent o e werden onder o e<br />
elkaareschreven g de , zesde en laatste dwars in de rechtermar ge. C 2 is in de<br />
gecombineerde synopsis opgenomen. g<br />
II<br />
M I is kopijhandschrift voor T geweest.<br />
1 g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C I niet opgenomen) g<br />
motto C Z [ontbreekt]<br />
M' Et statuit super p p petram pedes P meos. xxxlx e psalm p<br />
T i<br />
I Psalm<br />
M 2-D [ontbreekt]<br />
2 C2 die niets en moet verduren<br />
M I -D I I moest I I<br />
3 CZ a dan, tijdlijk, slag of stoot?<br />
b [ ]stamp [<br />
M'-M" I I lollend, I I<br />
M 3 a [ ] stot<br />
a [ ] [sto]ot?<br />
P'-D I I<br />
4 C 2 a Ik brande b van a dev vurene<br />
b kwispel kuren<br />
M I -D – Ik ,<br />
C 2 a – mijn leven lang – der dood<br />
5 1 g<br />
b door<br />
M'-D ° I I, der Dood.<br />
8 C' a die 't eeuwig g lot mij speelt<br />
[ ] listig [ ]<br />
T-D I I,<br />
Io C 2 niet huilen zal, maar kweelt<br />
M ILD I I.<br />
II C 2 a Ik deebenedi'de<br />
g l<br />
b ben<br />
M I -D o<br />
I z C 2 a ie koestert 'tt o li' 1 en<br />
b1bloedig<br />
M I -D I I<br />
457 VARIANTENAPPARAAT
I 3 C a die zijn vleesch door-rot<br />
a dat [<br />
b [ ] al [zijn vleesch door-rot]<br />
M' I I al I I doorrot,<br />
T H I al I I<br />
M Z-D I i heel I I<br />
z C 2 a om 't hinnikend te wijden<br />
4<br />
b<br />
grinnikendg<br />
M'-M 2<br />
I I grnnikend I I<br />
M 3-D hooploos schier, te wijden<br />
In C 2 een streep onder de open variant hinnikend/grinnikend]<br />
r 5 C 2 aan 't loochenen van God<br />
M', T I<br />
I<br />
M 2-D i I weigeren I I<br />
r6 C 2 a Want heeft hij mij verwezen<br />
b I H[11] ]<br />
M` a i hij I<br />
b ] H[ij]<br />
T<br />
MZ I hij<br />
M ;-D I Hij<br />
1 7 C Z a met pijne in hiel en peezen<br />
b ] poot [ ] [peeze]<br />
M,T I,<br />
M 2 a I peze,<br />
M 3-D<br />
b ] [pe]e[ze,]<br />
18 C 2 met kilte in lende' en leen<br />
M' -D I leên<br />
z C2 a als g<br />
9<br />
a als een<br />
I<br />
a bi' lgeboorte een weeze<br />
M'-D I<br />
I<br />
20 C2 a verlaten op peen<br />
ao een] p verlaten steen<br />
M'-D<br />
21 C Z Want zou zijn hoop mij plaatsen<br />
114' -M 2 want I I Zijn I I<br />
M 3-D I I wil I I<br />
22 C 2 a als laatste van de laatsten<br />
M'-D<br />
b der melaatschen<br />
45g<br />
VARIANTENAPPARAAT
2<br />
2 3 C a<br />
-M2<br />
M I<br />
M 3 , P I<br />
P2<br />
P<br />
c<br />
b Waar 'k immers, [rotte pure]<br />
a<br />
b<br />
op den verlaatsten steen<br />
[de] e [verlaatste] kei<br />
e n verlaatste n<br />
M I -M 3 1 1 verlaat'sten<br />
P' -D I I verlaatsten<br />
2<br />
244 C a Ik zal mij toch haasten<br />
b Nog g zal ik [mij] 1 niet [haasten]<br />
M'-D nó gzou<br />
2 5 te weiflen, tot ik schrei<br />
S<br />
M' a I I fe<br />
a weiflen , tot ik schrei.<br />
T<br />
M 2 a I I ween.<br />
b [ ] schrei[.]<br />
M3<br />
P'-D I l o<br />
z6 C' a a Want ik, de rotte put<br />
P', D<br />
a a [ ] [pu]re<br />
27 C z (Wat weet gij van kwetsuren?)<br />
M' a I I kwetsuren)<br />
a [ ] [kwetsuren] ? [)]<br />
b L(l W[atl [ ]<br />
T-D I<br />
I<br />
z8 C z a a 'k trotseer de felste proef<br />
E3 b [0] [ i<br />
M = -D I [ I,<br />
I°<br />
29 C'<br />
M`-D<br />
3 o Cz<br />
M'-M2<br />
M3-D<br />
;z C'<br />
M`-M2<br />
M3-D<br />
totdat ik van verduren<br />
tot dat I I<br />
dien harden God bedroef<br />
I<br />
I I guren<br />
dien harden God bedroef<br />
i<br />
I I guren<br />
In C 2 achter r.o- r een accolade] 33<br />
459 VARIANTENAPPARAAT
ZETFOUTEN<br />
T<br />
r. zo: o I op<br />
r. 2 : Wat wat<br />
7<br />
NOTEN I Ditedicht en e het e vorige hebben in het e netafschrift voor A.A.M.tol .. s (MM<br />
2)<br />
g g<br />
en de eersteroef p een omgekeerde g volgorde. g Van de Woestijne l gaf de defini-<br />
tievechikkin schikking aan bij ^correctie van P I .<br />
2 De spelling g ` ee ze' die in r. 177 in enkele e e bronnen voorkomt, , is s niet correct,,<br />
maar aomdat opgenomen Van de Woestijne o sti'ne l die klaarblijkelijk<br />
bewust s gebruikte. g<br />
.<br />
3 Het motto `ettatuit s super petram ede s meos' is ontleend aan a p psalm 39 : 3<br />
van de Vulgata. ^ In de moderne Statenvertaling ^ is dit (ps.4o:3): `en Hi' heeft<br />
l<br />
mijn voeten op een rotssteen gesteld'. g<br />
4 In C 2, ^ r. 5 zijn gang' ag ' en `door' door elkaar geschreven. g Het is s moeilijk vasts<br />
tenwwelkev tstellen ivolgorde e gzijn. zegenoteerdzijn. o e De oplossingin ehe tv hi a nt enap-<br />
paraat a r aa s gekozen o e t het oog op devolgendeo In C Z ^ r. . 144 schreef Van a de Woestijne W 1 es de variant e eboven 'grinnikend' en het or-<br />
s ronk e^ like `hinnikend'. Onder `hinnikend' staat echter een streep, , erop<br />
kan w wijzen 1 e dat hij 1 uiteindelijk 'hinnikend' e d verkoos.<br />
'K ZIT MET MIJN LAMME BEENEN<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-58, 5 p. I2V 13r.<br />
M: Manuscript H-76,45.<br />
P I-3 : Drukproeven p D I H- 7 X47 8.<br />
D' : God aanee ^^ p47<br />
.<br />
D z : Gedichten, 49.<br />
DATERING I maart 1921. 9<br />
ONT W I K K E L I NG S - Op g twee naast elkaar liggende p pagina's g komen in het carnet van i 92 i twee vol-<br />
GANG tooide versies voor: op p(p. de rechterpagina 3. i r staat een kladversie in zwarte<br />
inkt (A) die Van de Woestijne al ^snel, waarschij<strong>nl</strong>ijk tijdens dezelfde zitting,<br />
doorhaalde. Hij verving g haar op P de linkerpagina pg a (p. p izv door een nieuwe versie<br />
met diverse varianten (B). Boven B schreef Van de Woestijne de datum<br />
`r Maart'. Er komt in r. 144<br />
een variant voor in een andere (blauwe) inktsoort<br />
fase c). De stadia A en B zijnin de gecombineerde gpg<br />
synopsis opgenomen.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
2 C :A in de assche vana een stervend vuur.<br />
C:B In<br />
M-D 2 in<br />
3 C : A C:B Ik bid; mijn vrienden weenen,<br />
M-D2<br />
460 VARIANTENAPPARAAT
4 C:A a en 't wordt vervelend op den duur<br />
b [ ] hangt mijn keel uit [op den duur]<br />
C:B I<br />
i•<br />
M I I *hangst 1<br />
P I -D 2 I I hangt I 1<br />
I<br />
*(lees : hangt]<br />
5 C:A Moet ik mij dan vervelen<br />
C:B-D Z Zal I I<br />
6 C :A Met langer Job te spelen?<br />
C:B-D 2 met I I<br />
7 C^ ., AB<br />
De liefste s lol, de , schoonstel eol<br />
M-D 2<br />
schoonste s liefste<br />
8 C :A maakt t u op t 't el einde<br />
dol<br />
C:B . op het I I.<br />
M-D 2<br />
den<br />
pc) C:A<br />
C:B<br />
zes *zelfs<br />
P'-D 2 I I ees z 1<br />
n de e ezels els moet men s slaan,<br />
,^ ja slaan<br />
lees : ezels]<br />
I I C :A a zoo 0 m moo ge ikzonder zere<br />
b wille ik, alle 1 e [zere]<br />
c [wil] '[k] , in<br />
C:B Zoo wil w k in , i alle zere,<br />
e,<br />
M aI I ale lzeere,<br />
a al 1 e[zeere]<br />
P I -D 2 I I<br />
12 C:Aa mi n lamme logge en e been en e braên ae<br />
C:B<br />
M-D 2<br />
b[ ] [logge beenen]gaarne<br />
lamme<br />
r<br />
3 C: A , B Mits ik dan maar en geve<br />
M I i ' kU<br />
* een<br />
P I -D 2<br />
en I I<br />
lees : en<br />
I C: A het nut<br />
4 t van dit mi n leven<br />
1<br />
C:B a I I<br />
b 't extract<br />
c het zout<br />
M-13 2 I I<br />
15 f A<br />
envan mi n 1 offer God<br />
C:B<br />
, wrokkig g offer, ^ GodG<br />
M-D 2 ,<br />
461 VARIANTENAPPARAAT
16 C:A niet worde de' eigen spot<br />
C:B I I de I I<br />
M-D 2 I I Ye I I<br />
[Stadium A werdeheel doorgehaald ti dens stadium B<br />
^ ^ J<br />
NOTEN<br />
I U. van de Voorde d heeft e er in zijn zijnbesprekingan van^ God o aan een en later 1 r In in zijn 1<br />
Essay y 48-49)<br />
49 o gewezen p g dat de regels g -Ia 9 een reminiscentie e bevatten e aan<br />
het volksliedje s 1 e 'Des winters e s als het regent' g e (ook o aangeduid g<br />
met'Van a 't tloose<br />
visschertje'). } De overeenkomst schuilt uitsluitend in de vorm : de e tweede regelg<br />
van elke der vier strofen van het liedjeverloopt p telkens s op dezelfde wijze }eals<br />
r,in 9 het e gedicht: g t `De 'Des winters w als sas het regent, g e t, dan a zijndiee paedtjes 1 diep, } jae<br />
diep'; `Dat loose moolenarinnetje 1 gingh g g in haer deurtjestaen, ^1 jae staen'; `Wat<br />
heb ick jou bedreven, wat heb ick jou misdaen, jae daen?'; `Ghy hebt my niet<br />
misdreven, ^ gh hebt Y m niet Y misdaen, jae ^1 daen'. (Tekst naar Van Du Y^ se Het<br />
oude Nederlandsche lied dl. I ^p p. 8 38.<br />
'Van hetedicht g verschenen vertalingen g in het Duits, het Frans en het<br />
Tsjechisch.<br />
l<br />
[GZ271 HANDEN, DIE VAN GOEDE WIL<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-6o, ^p p. I 3 V ^ I 4r.<br />
M I : Manuscript p H-61,6.<br />
T: Elsevier'seïllustreerd ^ maandschrift 3 2. I uni 1p39 1 9 22),p. 8. 21<br />
M Z : Manuscript p H-74,zz. 74^<br />
M 3 : Manuscript p H-76,46.<br />
P I-3 : Drukproeven p D H-78,48.<br />
D: God aanee ^^ p4 p. 48.<br />
DATERING februari i zz • I I februari i 22.<br />
4 9 ^ 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG 0 Op twee naast elkaar liggende pagina's p (p. p 3 i v en I r 4 komen in het carnet van<br />
1 9 21-1 9 22 twee vo l tooide versies s es voor, ^geschreven met dezelfde blauwe inkt.<br />
Op 0 de rechterpagina staat een kladversie, door Van de Woestijne 1 gedateerd g<br />
'4 •<br />
4g<br />
Februari Z'Z. C. week later A. werd deze Een versie doorgehaald weeen<br />
vervan<br />
gen door een nieuwe, met diverse varianten:o C :B. Boven B schreef Van de<br />
Woests Woestijnne de datum `1 I Feb r r.' ' De stadia A en B zijn in de gecombineerde<br />
g<br />
opgenomen.<br />
II<br />
M I is kopijhandschrift voor T geweest.<br />
p l g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
I<br />
C:A-M<br />
.•MA- 3 Handen die van goeden g wil,<br />
PI-D<br />
462 VARIANTENAPPARAAT
2 C :A-M' n ee dri -moede g , zijt getuigen, g g e<br />
T-D I I –<br />
3 C :A a waar ze<br />
C : B-D<br />
a dezeavond, e oodntl en stil,<br />
5 C : A-M2 Armen die van goeden<br />
moed<br />
M 3-D armen I I<br />
6 C: A trillent door wa warme spieren<br />
C:B MI<br />
T-D I I –<br />
7zijn<br />
C:A a waar het licht laatsten gloed<br />
a van<br />
C :B-D I I de laatste dages-gloed<br />
g gtoed<br />
8 C:A a deze e ruiten<br />
komt vercieren;<br />
b rood de<br />
C:B-D mijne ruite e uite I I<br />
C :A st keer ik naar het duister toe<br />
^<br />
C:B-M 2 – weere keer 'k<br />
M 3 a I I '<br />
a keer 'k het duister toe<br />
P' – weêr I I ik<br />
P 2-D I<br />
I<br />
1 C:A a van 1 kamer en mi 1n harte<br />
a huis en[ ] ged ace, ht n<br />
C:B,M'<br />
T-D<br />
I I C: A a sluit ik op p mijn luister toe,<br />
b uw<br />
• B a I I<br />
bo sterren- p luist er<br />
M', , ik op uw luister I I<br />
M 2 a I I luiter I I<br />
a luister<br />
M 3-D<br />
I<br />
I<br />
I2 C:A a nacht,armoe-nachten.<br />
min 1 eigen g armoe nachten,<br />
bmijn e [eigen]e<br />
^ e ,<br />
C:B-T I I min 1 ei en g armoe nachten<br />
M 2 I I mime<br />
I<br />
M 3 Nacht a rmoe ^-nachten<br />
P I -D<br />
mijn I<br />
46 3 VARIANTENAPPARAAT
I 3<br />
C :A eenzaamheid die 'k weêre-vind<br />
C: B a en waar ik U weêre vind,<br />
M I -D<br />
b doch<br />
en, u weêre-vind<br />
> ><br />
1 4 C ^ . A a eenzaamheid e e met keerende e oogen...<br />
b w ï' k e nde<br />
C :B a Eenzaamheid I I<br />
bw í' kende<br />
1<br />
M I -D I I wi' kende I I<br />
1<br />
IC S : A o , Te schreien als een kind<br />
C:B a – o te schrij 1<br />
a schr eien als een kind,<br />
M I -D– o ,<br />
16 C. ^ A ^ C: B in zijn 1 waan a bedrogen g<br />
MI_M2<br />
M 3 -D I I hoop<br />
l<br />
[Stadium A werdeheel doorgehaald in stadium B<br />
^ ^<br />
N NOTEN I De variant die in P I in r, werd 9 aangebracht, g , ontstond door het ontbreken<br />
van vp een syllabe in Woestijne<br />
de proef `weêr' in plaats van 'weêre'); Van de verbeterde niet naar de voorgaande bron maar koos een nieuwe oplossing.<br />
g<br />
[GZZ81 HET HUIS IS RONDOM MIJ VOL SLETTEN EN SOLDATEN<br />
OVERLEVERING C I : A g enda H-53,16 maart.<br />
C 2 : Carnet H S 7? . z8r.<br />
C': Carnet H-58 ,p. 11 r.<br />
M' : Manuscript p H-59,[4] .<br />
T : Elsev a 'er's ^geillustreerd maandschrift 3 1. I a p ril 19^ 2 1 p p. 44 2 ./19/<br />
1<br />
M 2 : Manuscript p H- 74^21.<br />
M 3 : Manuscript p H-76,47.<br />
P I-3 : Drukproeven D<br />
p H-7 8 ,49 .<br />
D: God aan ^^p49. ee p.<br />
1 zo • zo februari 1 z 1.<br />
DATERING<br />
i6 maart I ^ 1 december ^,^ , ^<br />
I<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG<br />
In de vierdelige g a enda van 99 1 1 C schreef Van de Woestijne ^ op 16 maart<br />
, I I<br />
dec ir t na aea elkaar drie r aanzetten<br />
e n o t t het<br />
egedicht: g,<br />
eerste deopeningsregel C:A<br />
I, II<br />
daaronder r een grove g<br />
schets van de eerste r strofe o e C, A en ^daarvan e vervol-<br />
I:Ain.;<br />
g ens nogg een nieuwe<br />
versie C alles met potlood,<br />
n nahet carnet een<br />
kwartslagedraaid gd<br />
i te hebben.<br />
464<br />
VARIANTENAPPARAAT
t,<br />
C .AI<br />
II III<br />
–^A I • -+A I; -41<br />
I<br />
Het huis is vol om mij hoeren en soldaten<br />
1<br />
^,<br />
C :All<br />
III ,<br />
I -*A -- I-4]<br />
I Het huis is rondom mi' mijvol sletten en soldaten. [4–AI<br />
z<br />
Terwijl ik sta gelijk g j een bedelaar in 't licht<br />
staat hun 0 in mijn gezicht<br />
3 lg<br />
4 [ 0 1 blaten<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
r, III<br />
C .A<br />
a Het is<br />
a huis s is s rondom mijl<br />
vol sletten en e soldaten, s dn; a terwijl 'k gelijk een blinde in 't volle zonne-licht<br />
l g l<br />
a verlaten sta streep] slaat<br />
a slaan me in 'tezicht g<br />
hun driften diej gelik een kudde rammen blaten<br />
F-<br />
II,<br />
^ –^ I -<br />
4<br />
i<br />
4–AI]<br />
Ruim anderhalf 1 jaar later, ^ in december I 9^ zo schreef Van a e deWoest i' ne 1 in zijn 1<br />
aantekenboekje (C 2 , p. 5 v op peen afzonderlijke pg pagina, een citaat: t . `Exultatio<br />
eorum sicut e'us 1 qu ui devoret pauperem p<br />
p in abscondito' en de auteur `H abac u c'.<br />
Van de Woesti'ne l het op p dat moment in gedachten g reeds voor het gedicht g<br />
bestemde, is niet te zeggen. Het zou later in de Elsevier' geillustreerdmaand-g schrift als motto boven hetedicht g komen. Zie verder noot z.<br />
Hetedicht g zelf nam hij kort daarna weer onder handen. Onder date dateringg<br />
`zo Febr.' zette hij in het aantekenboekje van I 9 zI (C 3 , p IIr het gedicht g<br />
opnieuw op C 3. . B I<br />
p p • het sextet werd daaronder afzon de rli 1k h e rn omen e n ver-<br />
I II<br />
volledi g^ d(C 3 :13De 11). stadia B en B zijn in de gecombineerde g synopsis<br />
s opge<br />
nomen.<br />
II<br />
M I is kopijhandschrift voor T geweest.<br />
p l g<br />
VARIANTEN EN C' en C 2 niet opgenomen)<br />
pg<br />
CORRECTIES<br />
3 . motto C .BI<br />
M I T ,<br />
MZ-D<br />
[ontbreekt]<br />
Exultatio eorum, sicut 1 ejus g ui devoret pauperem p p in abscondita. Habacuc<br />
c<br />
[ontbreekt]<br />
7, III<br />
I- E–f^ 7 i- E--A<br />
4 ^ ¢<br />
. I<br />
I C3, B Het huis is rondom mij vol hoeren n of<br />
1 ven soldaten.<br />
AV -D i I sletten<br />
2 C 3. . B I Terwijl 1 ik sta,gelijk g l een blinde in 't volle licht,<br />
M I-D<br />
I 10 I<br />
I<br />
[ A<br />
465 VARIANTENAPPARAAT
3^ C 3 :13 slaat ' met de hitte van een haat in ml n gezicht<br />
acht<br />
MI-D<br />
^<br />
4g C 3 :13 het ' kreunen van hun vreugd en van hun li lijden 't blaten 1<br />
MI-M2<br />
M 3 -13z I I vreugdeg<br />
P ; a<br />
D<br />
b<br />
^<br />
5 C 3 :13 'a Zij vollen 't huis; zij drommen o alle ae gapendicht, gpae<br />
b<br />
[ga]t[en]<br />
MI<br />
T<br />
1142<br />
M3-D<br />
I<br />
6 C 3 : B a o g edein o plein P en straten<br />
b tot hun[aat stromen g over<br />
M I T<br />
I •<br />
M 2 a<br />
a J ,<br />
M3-D<br />
3 , I<br />
7 C: B a o blaakt o gelateng<br />
b en de' avond van hunne laaiende<br />
b de<br />
MI-D<br />
8 C3:13' a en de aarde dreunt o I vergezichtg<br />
baard gaat dreun g en van hun draaiende gewicht g<br />
T-D<br />
I<br />
9 C :B Ze ontroeren, ^ tusschen dij l en di l> o God, uw kiemen,<br />
°<br />
C 3 :13 11 a do<br />
a in hun lijk 1 Uw onbevroede I I<br />
ali' f 1 g genegeerdeg<br />
M I -M 2 i 1 uw<br />
M 3-D I 1 Uw<br />
I<br />
1 o C 3 :13 'a terwijl 1 ik, van een meen<br />
ai I me ni g vuld' gen dood verzaad,<br />
. 11<br />
C 3 : B a o God, – terwijl ^ 'k, ^<br />
, van<br />
b *versmaade [God, – terwijl 1 'k, ^ van me en g en [dood 0o ve rzaad<br />
lees : versmade]<br />
T, M 2 versmade God;<br />
M3<br />
P I a I<br />
I meen'ge<br />
en dood verzaad,<br />
ik<br />
P2-D<br />
466 VARIANTENAPPARAAT
I I C 3<br />
: B Iin mij de glanzen 1 g poets pvan een verdorrend aadI<br />
C3:1311 ^<br />
t eigen g dorre<br />
M I 1°<br />
T-P2<br />
P 3 a<br />
D<br />
b<br />
12 C3 :13'a I en Gi min J, God, J o met duizend vliemene<br />
b mijn J aanzicht kerft<br />
b dit<br />
3 , II<br />
C . B -D I I al de<br />
3 , I<br />
I 3 C :B a o slaat<br />
b<br />
o<br />
3 , II<br />
C . B a van hun ontkennend schaetren in mij slaat<br />
1<br />
b dat[ ] *[scha t etren [mij] tegen[slaat]<br />
1<br />
M I -D die I I schateren mi' mij tegenslaat,<br />
I C 3. : B I<br />
4<br />
de o Daad<br />
3, II<br />
C :B en mij l den troost onthoudt van uw besmeurd gelaat g<br />
1'<br />
lees : schateren<br />
M I uw I I.<br />
T en... I I Uw<br />
M 2 a en – mij J<br />
uw<br />
a<br />
Uw<br />
114 3 I 1 mi' l<br />
aan I<br />
P I a<br />
P2-D<br />
b m í' 1<br />
NOTEN<br />
I De variant die in P I in r. I o werd aangebracht, ontstondd door het ontbreken r<br />
van het woord `van' in dero p f e ; ^ Van a de Woestijne West e 1 verbeterde v niet naar de<br />
voorgaande g bron maar koos een nieuwe oplossing.<br />
2 Het motto dat Van de Woestijne J bij l de tijdschrift J versie v eva van het hgedicht<br />
g<br />
plaatste M I en is afkomstig van pde profeet Habakuk. . Van dee Woestijne<br />
J<br />
maakte enkele vergissingen bij bi' het citeren; de tekst volgens<br />
^ g de Vul g ata Hab.<br />
3 4^ I luidt : 'exultatio eorum sicut eius ui q devorat pauperem p p in abscondito'.<br />
.<br />
In de moderne Statenvertaling g is dit : `die zich verheugden, g 1 alsof s zij i J de e llend-e<br />
g en in het verborgen g zouden opeten'. p<br />
3 P. Minderaa legt g in de 'Aantekeningen' g in VW dl. 2 ^ p. p 817^ een verband to s-<br />
sen hetedicht g en een passage p g in een brief van Van de Woestijne J a aan zijn J broer<br />
Gustave. Minderaa : `Voor de inhoud van hetedicht g is verhelderend, dat [Van<br />
de Woestijne] 1 in een brief a van 5 25 Jan. 99 I I aan a zijn J broer r Gustaaf schrijft J te<br />
wonen in een slecht huis, in dubbele zin : de dames, die een <strong>deel</strong> bewonen w ene<br />
die tommies en poilus ontvangen, houden hem soms heel de nachtwakker.' t<br />
4 Van hetedicht g verscheen een vertaling gin het Italiaans.<br />
467 VARIANTENAPPARAAT
[G2291 GELIJK HET GONZEND BLIKSMEN VAN MOTOREN<br />
OVERLEVERING Mt: Manuscript p H-IZ.<br />
C' : Agenda g H- 5 3,12 februari e e en 15 S maart 9 I 9I.<br />
M 2 : Manuscript p H- S 4.<br />
C 2 : Carnet H-58, p . 2V,<br />
^ 3> r 8r, >9, v 'or.<br />
M3: Manuscript H-59,[3].<br />
T : Elsevier v geillustreerd maandschrift<br />
^3 d<br />
i. I a ril I 921 ^ . 243 . 1 9<br />
M4: Manuscript H-74,19-2o.<br />
M 5 : Manuscript p(p. H-76,48-5o. 49 o is S éenpagina).<br />
P I-3 : Drukproeven D H-78<br />
p<br />
o- 1.<br />
^ S S<br />
D : God aan ee<br />
^ ^<br />
p.50-5I. p<br />
DATERING 1911(?)' ^ I S maart I 99 I en ekort daarna;<br />
,^<br />
2 15 S9<br />
en 18 februari I 21 .<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG In zijn ^ g agenda van i ^ i ^ schreef Van de Woestijne enkele e evoor fragmenten een v r e C' :A<br />
g `Doode karpers'. p Het bleef e onvoltooid, ^ en e Van de Woestijne l e gafg<br />
a een<br />
g ge<strong>deel</strong>te ervan een p plaats s in de derde strofe van 'Gelijk `Gelijk het ggonzend e blik s m en' ,<br />
zodat `Doode karpers' met de genese verband houdt. o<br />
De fragmenten g in de agenda g zijn geschreven op de pagina's g van 12 februari<br />
19 16 en 1 S maart a 19^ 16 maar hetis vrijwel lg wdat uitgesloten ze ook in die di v ol -<br />
ordenoteerd gbij eo werden : de volledige str fe die 12 februari b tweemaal<br />
bewerkt werd,<br />
duidelijk een later stadium dan de rudimentairechets<br />
s die bij b 1S I maart a als st titel `Doo de karpers' meekreeg: g<br />
Doode karpers<br />
„B1, i- ; II, ^CI , II,<br />
^B ^B —^C<br />
Bezie ze, o mijne ziel; van uit de diepste drabben<br />
;^ ,<br />
—>F1<br />
^F -I2 • ^ -I2<br />
^9 ^ 9<br />
[<br />
[<br />
[<br />
0<br />
0<br />
0 1<br />
peerlemoeren schabben<br />
I hun<br />
peerlemoeren buik<br />
Deze schets werd met zwarte inkt over de lengterichting g g van het blad geschre-<br />
ven. Op pgp dezelfde pagina tond l een a notitie (die hier verder niet van belang<br />
is) sedeai entegenoverliggendena p pagin is 1 nco ; to h ^ heeft c Van de Woestijne W<br />
1 het<br />
g ment op p de bewuste s pagina pg willen schrijven. Ṡ 1 maart 116 9 is daarmee de<br />
voor de hand li gg ende ontstaansdatum.<br />
Deschets werd uitgewerkt t g<br />
tot een volledige e g e s strofe bij ^ I2 februari a in dezelfdee<br />
agenda, g a, m aa r dit iss dus niet n e de e reële e datum. a Omdat de agenda g in <strong>deel</strong>tjes per<br />
kwartaal is ver<strong>deel</strong>d, het vond uitvee uitwerken e vermoedelijk 1 wel voor eind e maarta<br />
1 aats. pOpnieuw 0 eeuw zwarte met inkt zwa en over te de 1 lengterichtingvan t e ove ehet h blad schreef<br />
r, I<br />
Van de Woestijne 1 de strofe<br />
e uit (C' :B om ^ o dievervolgens e door te halen en<br />
II<br />
met enkele varianten opnieuw P te noteren C ,: B .<br />
46$ VARIANTENAPPARAAT
(I)<br />
C:131,<br />
i,<br />
C .BII<br />
^, I ^,<br />
C' .B C' .B II<br />
^<br />
^, I<br />
(2) C .B a<br />
II<br />
C' C .B<br />
b<br />
(3) C':B I a<br />
C' :BII<br />
b<br />
Gerezen uit den pp pap der de slappe s en a e sloome e s drabben,<br />
pP<br />
glanst g als opalen , aan het vijver-vlaks dat sluik<br />
o het vlak der vI luren - sluik<br />
I, II, I ,<br />
; ; ;<br />
Kladstadia van `Gelijk het gonzend bliksmen van motoren' [Gz29] in het carnet van 1921<br />
(H-58, p. 2v en 3r).<br />
470 VAR IANTENAPPARAAT
C':D<br />
(I)<br />
(2)<br />
(3)<br />
(4)<br />
a Gelijk een peil<br />
b [ i [AY Vi<br />
(in de ondoorgrondlijke ijlte van het licht)<br />
Gelijk een [puntjes] (overgang)<br />
[witregel]<br />
a Gij<br />
a Gelijk de visschep [puntjes]<br />
[witregel]<br />
(5)<br />
(6)<br />
(7)<br />
(8)<br />
(9)<br />
a Gij<br />
a Gelijk<br />
b < m><br />
b Maar neen, maar neen, gelijk g l aarde en metalen<br />
1 II 3 III<br />
-+F 1•-+F 1•-+F<br />
(diep in de aarde krystal)<br />
p Y<br />
witreel g]<br />
Neen:: gelijk een dood stuk vleesch<br />
gl<br />
kleine witruimte]<br />
God, God,gelijk dit alles, g > ><br />
I II II I<br />
-*F 16 • -*F 16 -+F<br />
13; --13]<br />
16 • -316]<br />
1<br />
^F 1 • -+I<br />
^ 7^ 7<br />
och God, ik weet niet meer<br />
21-22]<br />
Iets verder in het carnet (p. p 8r) begon g Van de Woestijne 1 aan wat later de<br />
tweede strofe werd. De varianten doen vermoeden dat dit, na de schets hierboven,<br />
het volgende tekstfragment is in de ontstaansgeschiedenis, het werd<br />
g g<br />
e chreven tussen en I februari. Van de Woestijne schreef in eerste instantie<br />
gs 7 S Woestijn<br />
reel: g<br />
C.:EI<br />
[-*E", I • -^ , I<br />
I Neen :gelijk g l klein licht in groot g licht, een kaarse<br />
2, II<br />
Hij l schrapte p dat en schreef erboven een onvolledige g strofe C : E . Het geheel g<br />
werd later door g ehaald , vermoedelijk 1 toen de strofe verwerkt werd in stadium<br />
F.<br />
C 2 .EII : E ll<br />
[--4F', I-8; —*1-47<br />
neen, , gelijk l klein licht in groot g licht: c t een kaarse<br />
zoo karig,d a t de a z zonne haar doorvreetv 0<br />
471 VARIANTENAPPARAAT
(4)<br />
maar a die haar a eigen g on v er oofbaar weete<br />
[Stadium St'um E werd w geheel ^ hk doorgehaald, stadium vermoe Jeli in ftadiF]<br />
NI' :arali omenon p<br />
De strofe bevat reminiscensies aan een losse notitie op p een manuscript p waarvan<br />
de datering g onzeker is maar dat mogelijk g l al van juli 9I II is. Het is niet uit te<br />
maken of deze notitie Van de Woestijne 1 voor de geest g heeft gestaan g bij l het ontwerpep<br />
e van `Gelijk 'Gelijk het gonzend g bliksmen van motoren'. Temiddenen van aante-<br />
kenin en van uitee<strong>nl</strong>opende aard schreef hij :<br />
g p 1<br />
I God. • een licht t zoo s sterk e dat hetalles seromheen onzichtbaar maakt<br />
Bijnatwee ^ a weken w na stadium s E keerde Van de Woestijne ^ terug gnaar het eerste<br />
plan, dus s naar D. Op p de e nog g lege g pagina p g ernaast (zv) schreef hij ) `rfebruari' f<br />
en kwam toen o tot e een nogonvolledige g g uitwerking g van het gedicht. g<br />
, I<br />
Cz .F<br />
I a Gelijk l het gonzend g schitt<br />
a<br />
bliksmen der motoren<br />
z a waaraanee een m e ^ sc hen-wil zich-zelf<br />
,<br />
zich-zelven riemt,<br />
en 0 uw ondoorgrondlijk gloren<br />
3 e g lg<br />
0 doorpriemt<br />
4 p<br />
[strofewit] .stro<br />
iJ-84--EIIJ<br />
5 a Neen : g gelijk l in licht;gelijk ,g 1 een kaarsl<br />
a<br />
[kaars]e<br />
b licht [in licht ;<br />
• g gelijk l een kaarse<br />
6 a zoo karigat g, de zonne haar doorwreet<br />
a<br />
[door]v[reet]<br />
7 van 't ochtend-groenen g tot het avond-paarsen, p<br />
8 a maar die o klein en 0 I weet<br />
b haar<br />
r eigen doch onverdoofbaar<br />
[strofewit]<br />
9 Neen: • gl gelijk karpers e die, e diepste p drabben<br />
Io leven doorgapen,to tot de dood ze treft<br />
I, II, I, II<br />
[9-124-A;9-r2^B ^9 -I2^-B-r2^C ^9 ^9-^C<br />
r2<br />
I I<br />
a die da n eerstdoor de peerlemoeren p<br />
schappena<br />
b[schaibb[en]<br />
Iz a hun w witte buit but naar 'tt dagg<br />
o heft<br />
b blinden witten buik [naar 't] plechtend p {dag]e<br />
en [heft]<br />
[strofewit]<br />
II , III<br />
I -I6^F I -16--F<br />
472
I a Maar ee a<br />
3 ^ gl<br />
b 0 [neen, maar neen : o<br />
I 3 C2 C II ,F b Neen, ^g l ongenaakt, g ^ aard en metalen,<br />
[4–D, 6]<br />
neen, maar neen : gelijk aarde en metalen 4- D 6]<br />
b<br />
[<br />
]}<br />
Neen gelijk gl e diep<br />
Ç[[ ø I neen, maar neen: o ]])<br />
b<br />
[Neen:e gelijk] g l on g enaakbaar<br />
{[[0]neen, maar neen : o<br />
c<br />
Neen g eli :j k on genaak t<br />
14 a gedrukt door o van 't heelal<br />
b z en gend verdicht in 't drukken<br />
I S<br />
nooit de o I vertalen<br />
16 de on o krystal Y<br />
4--D 7]<br />
s t7<br />
r0 ewit<br />
r -20 :fasering?]<br />
177 a Neen: als een dood stuk vleesch 4–D ^ N ; –*I71<br />
a 'lijk 1 [ I<br />
b [dood stuk vleesch met sous begoten g<br />
b<br />
dunne [sous begoten] g<br />
I 8 a o deugdlijkheidg 1<br />
b noch eigen g smaak noch bekent;<br />
b<br />
beken d<br />
19 a 0<br />
b dood zonder leven, zonder weten, zonder klooten,<br />
c doodse[?] gevoels g dood<br />
Zo a o u-zelf en 't eindloos o gewend: g<br />
b doodaan de eindloos beid<br />
c als eengoedinstrumentg<br />
Onder het plan P op pWoestijn<br />
de d rechterpagina hernam Van de Woestijne toen de vierde<br />
strofe. Hij lgaf g l a met een lijn o over de pagina's g aan dat die strofe e op de plaats 1<br />
moest komen van de vierde strofe in E, zonder dat die werd doorgehaald g<br />
z, II<br />
C . F , Onder hetedicht g op de phij<br />
linkerpagina hernam hl toen dezelfde strofe<br />
z , III<br />
nogmaals g C : F<br />
z, II z, III<br />
C ,F ^ C .F<br />
1-4–F1, 13-16; –>r3-16J<br />
b bronst van van metalen<br />
z, II<br />
C :Fin<br />
z, II<br />
14 C:F 4<br />
s, III<br />
.F<br />
I I : I<br />
i aarde I I<br />
aw zengend verdicht in duwe' en zuigen g van 't Heelal<br />
a[verdicht]^ bij drip [en ge e zuigen g va van 't Heelal<br />
a we<br />
a duwe' en zuigen van 't heelal,<br />
g<br />
473 VAR IANTENAPPARAAT
i, II<br />
I 5 C : F a de ooge g van God g en ge p eli l k vertalen<br />
i:Fin<br />
C<br />
b<br />
onnaakbaar-die p het oog g van ggod j L<br />
de ooge g van God g enie ell k 1 vertalen<br />
16 C a in harde en blindelinstrin g van g krystal Y<br />
b [] doode [<br />
z, III<br />
C .F<br />
b [] schrille [ ] doode [<br />
a i I dood I I blinde I<br />
b [] [dood]e [<br />
0 `I^ Fe b. r' gg ging Van de Woestijne W l op 1 or over tot een voorlopige netvers<br />
ie. Bij ^ regel 16 gekomen, g e, haalde hij ^ de vierde strofe door, , schreef haar<br />
opnieuw p we en v voltooide d het g gedicht tot het einde van dat moment, ? r. 3 2 res pec-<br />
2, I II<br />
t iev e li 1 k C .G en G. Hij schrapte 1 p toen echter de laatste drie regels g (r. 21-2 3,<br />
een rijmloze ^ o e drieregeligestrof strofe) n en schreef een tweeregelige variant van die<br />
z, III z, I II<br />
re e 1 s o degg<br />
linkerpaginaC. G . C . G e en G worden w e in de gecombineerde b<br />
synopsis Y n o p opgenomen; ome , eafzonderlijkep<br />
wordtonderbroken deze w v or een dtresenta<br />
afzonderli'ke -<br />
z, III<br />
tie van C . G .<br />
III<br />
M 3 is kopijhandschrift y oor T geweest<br />
.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C I M2 en C 2 :D E en F niet opgenomen)<br />
> pg<br />
motto C':G I [ontbreekt]<br />
M 3 Als een goedt instrument Marnix van St. Aldegonde<br />
T I I goed I I. I I Sint I I.<br />
M°-D [ontbreekt]<br />
I<br />
I<br />
Cz : G a Gelik 1 hetgonzendliksmen g<br />
van<br />
a [<br />
der motoren<br />
I-IG^F<br />
I<br />
,] I-I6<br />
A/13-D I I van i I><br />
3 Cz:GI<br />
M3-D<br />
z, I<br />
4 C : G a tot het<br />
S<br />
M 3-D I<br />
C:GI<br />
M3-D<br />
het ondoor rondbaar-i le wil doorboren<br />
g 1<br />
I I ondoorgrondlijk-ijle I I<br />
g 11<br />
a waar het<br />
a 't den e lonk van a Godes oog g door-priemtp<br />
b blik<br />
I doorpriemt;<br />
Neen, licht in licht : gelijk een kaarse<br />
^g 1 g 1<br />
neen<br />
[I-84–En -]]<br />
[4--E'1<br />
474 VARIANTENAPPARAAT
I<br />
z, I 6 C G M 3 zoo karig, g^ d dat de zonne haar doorvreetd<br />
v<br />
T M4 zoo 1<br />
I<br />
M 5 -D zoo I<br />
I<br />
2, I<br />
8 C. G a d<br />
I 5<br />
M 3-D<br />
I<br />
a maar die haar kleinheidnv o erdoo fb aar weet;<br />
1, II, I, II<br />
9 -I2
7<br />
, I<br />
16 C z .G a vergd g<br />
^D<br />
^<br />
I 9<br />
z, II<br />
C .G a - neen, slechts e dat vleesch, v dat vleesch, dat arrem leken,<br />
a v e g r ade r t in een e trane a van krystal y<br />
bver ga er d de 't [ ]<br />
C<br />
z,<br />
. G<br />
II<br />
-M 5 c een [krystal] y<br />
I;<br />
P I a<br />
b é[en]<br />
P2-D<br />
De laatste stro e van<br />
, I 1-1 erd door ehaa 2n stadium G<br />
li<br />
C. G r. 3 6 w ^ ld<br />
z, ^ vervloeid in logge beken ^-D 8 • F-F 1<br />
vleesch, 1 7C .Gverv II 7 a Neen: dood oeid stuk ees , i „ , 17]<br />
b<br />
loe? g<br />
M 3-P' -vervloeidin neen, e n > dood stuk vleesch,<br />
>logge e beken<br />
P 2-D I 1 o I<br />
I<br />
b [ ] en [<br />
M ;-D a I I a I I<br />
z, II ^ ^ ^<br />
Zo C . G a da dat a lage e g beest b es<br />
dat danst s op t hooge g *best lees :, beest]<br />
b o 't<br />
p<br />
M 3 da en ^<br />
ast<br />
a da n st op p 't hooge g beest; ,<br />
TM4 ,<br />
M5 0 ^ lees *[lees : beest;]<br />
P I -D ,<br />
z , II i-3<br />
C .G M 5,P D r.2I-2<br />
> > 3<br />
D e regels ^ 21-23 3 ontbreken k in M j >> T, en M 4]<br />
z, II<br />
2 I C : GNeen, neen : o God, ik weet niet hoe te zeggen<br />
M 5 -D neen a (ik<br />
z, II<br />
2 3 C : G God,<br />
M 5 -D God);<br />
De regels els 21-23 2 in G<br />
II<br />
werden doorgehaald in stadium G<br />
III<br />
I 21-224-D 1 0 ^<br />
z, III<br />
C :G<br />
2I a Neen, neen, ik<br />
a oG God, vgl gij die e mijn hoop en smeeken<br />
22 a bij 1<br />
a b uitenj gelikenis verweest<br />
[Hier eindigt C2]<br />
476<br />
VARIANTENAPPARAAT
M', T, M4, M', P^ -3, D r. 24(21)-26(23)<br />
24 M 3(2i), T(Zi) gelijk...<br />
24/25<br />
M<br />
4 (Zi) *Ge eli lijkjk, gl elijk de...<br />
M5<br />
g<br />
^<br />
P-D gelijk de...<br />
M 3(zi-ii) [geen strofewit]<br />
T(2i-22)-D [strofewit]<br />
* [lees : gelijk,]<br />
25 M 3 (22) gelijk...<br />
T(zz), M4(zz) Gelijk...<br />
M'-D gelijk...<br />
z6 M 3 , T<br />
M4 (23)-D<br />
[ontbreekt]<br />
•<br />
ZETFOUTEN<br />
T r. 24(20:: Gelijk I gelijk<br />
NOTEN<br />
I De correctie van het interpunctieteken na r. 20 in M 5 is aangebracht g op grondg<br />
van de puntkomma p die in alle overige g voltooide bronnen op p die plaats p voor-<br />
komt.<br />
'Het motto o boven het gedicht g in de tijdschrift ^ ublhkatie (M 3 en `als een<br />
g instrument',toe toegeschreven g esc aan Marnix van Sint Aldegonde, g ^ is s afkomstigg<br />
uit i dee tweede strofe van het Wilhelmus': `Maer God sal my Y regeren g als een<br />
ge o t instrument' sY^<br />
(r. 1 3 -14).Tekst naar Van Du se Het oude Nederlandsche lied<br />
dl. II ,p)<br />
p. 162o-1622,<br />
[G2301 STILTE IS DE STELLIGHEID DIE NOOIT BEGEEFT<br />
OVERLEVERING MI: Manuscript p H-64,[2].<br />
M 2 : Manuscript H-66 .<br />
p ^7<br />
T •. Orpheus e s 1. (februari 1924), 2 .24<br />
. 26<br />
M3: Manuscript p H-74,39.<br />
M4: Manuscript p H-76,53.<br />
P I - 3 : Drukproeven D H- 8.<br />
p 7 ^SS<br />
D: God aan ee p.<br />
^ ^ p S5•<br />
DATERING Voordecember 192 3 .<br />
7<br />
ONTWIKKELINGS- ^ M2 is kopijhandschrift pl voor T geweest g en werd P7 op december I 92 3aan C.S.<br />
GANG Adama van Scheltemaezonden g voor publikatie P in Orpheus. Voor M I gebruikte g<br />
Van Woestijne 1 dea<br />
hetzelfde pp ier en dezelfde inkt; ^ het manuscript p is vervaardi<br />
g d bij de voorbereiding g van de kopij. pl<br />
477 VARIANTENAPPARAAT
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
I M' a Stilte is de zekerheid die nooit begeeft.<br />
b [ J stelligheid [ ]<br />
M 2-D I<br />
I<br />
2 MI , M 2 – Ik streel uw haar, , mijn broeder: onze zuster<br />
T i<br />
I zie , ons zuster<br />
M 3-D I<br />
I onze zuster<br />
3 M ' aêmt aemt in de e stilt s i t waar , aa ze e in de stilte t leeft<br />
M 2--M 3 dooraêmt I I<br />
M4-D<br />
I I stilt'<br />
M' 1 a Bij scheemren s stikt ze een groote roze, die<br />
b<br />
zijden<br />
1<br />
M', T I<br />
I<br />
M 3 I 10<br />
M4-D I<br />
I, I I<br />
6 MI a die nimmer in een vruchtbre zon zal leven.<br />
b mijn l broer die nooit [in een vruchtbre zon zal leven.]<br />
M' T I I nooit in een vruchtb're<br />
M 3 a broêr oe<br />
vruchtbre I I<br />
a<br />
vruchtb ' re<br />
M4-D<br />
7 M' a Zij heeft een hart: daar g[?]<br />
a [ I komt een donkre bie<br />
M 2 Ze I<br />
T Maar z' I<br />
M 3 Ze I<br />
M4 Zij I<br />
P-D I<br />
8 M' a te leven.<br />
b [] b[even.]<br />
M 2-M 3 I I<br />
M°, P ' I I leven.<br />
P Z a I I<br />
b [] b[even.]<br />
P 3 , D I I<br />
I donk're I<br />
I<br />
I<br />
ZETFOUTEN<br />
T<br />
P'-D<br />
r. 6 : vrucht'bre I vruchtb're<br />
r. 6 : vrucht'bre I vruchtb're<br />
NOTEN<br />
I In T beginnen de d versregel els met een kapitaal. p<br />
478
[GZ3I1 GIJ RIJST AAN MIJ GELIJK EEN VLINDERING VAN BLOEMEN<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-63, 3^ p. 55v. SS<br />
M I : Manuscript H-641]. ,<br />
M 2 : Manuscript H-64,[3].<br />
M 3 : Manuscript p H-66,[1].<br />
T: Orpheus 1.4 4 (februari 192 4^p. 18. 26<br />
M4 : Manuscript p H-74,36.<br />
M 5 : Manuscript H-76,55. 7 ,SS<br />
P I-3 : Drukproeven D H-78,57P I •<br />
7 ^ H-78,56 (P2-3).<br />
S7 ^<br />
D: God aan ee<br />
^ ^<br />
p. p S6.<br />
DATERING Tussen 2 8 oktober SS en 8 november 1 ^ 23.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG In het carnet van 19239 3 C :A ^p p. i S r is alleen de eerste strofe overgeleverd, g die<br />
geschreven werd tussen 28 oktober en 8 november. Het gedicht g was uiterlijk<br />
7 op december 1923,toen Van de Woestijne 1 de kopij P1 voor Orpheus<br />
inzond. opg<br />
De tekst van C:Ais in de gecombineerde g<br />
synopsis opgenomen.<br />
II<br />
M 3 is kopijhandschrift P1 voor T geweest. g Papier p en inkt komen overeen met M'<br />
en M2, die in de voorbereidingsfase g van de kopij p digd l vervaar moeten g zijn. De<br />
onderlinge g e volgorde g o e a van MM' en M 2 is gebaseerd op p de varianten.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
I C.A Gij 1 rijst 1 van mijgelijk lg 1 een vlinderen gvan bloemen<br />
M'<br />
M 2-D I I aan I<br />
I<br />
2 C . A Reeds s sis de wind g geen g geur en bloed geen g zoelte meer lees : meer]<br />
M I -D I I zoelt I<br />
I meer.<br />
3 C:A<br />
a Mijn oor vergeet g de stie<br />
a [<br />
stilt om s 1 't bevoe[?] zoemen<br />
b<br />
*om maar het snoerend<br />
M ILD I I stilte om naar 't omkransend zoemen<br />
lees : eenmaal om]<br />
C : A te luistren van een bijen-heir.<br />
4 J<br />
M' a I I schaarser zinend bijen-heer.<br />
g l<br />
b aldoor [schaarser]<br />
M 2 *naar<br />
I<br />
M3-D Ivan<br />
I<br />
lees : van<br />
[Hier eindigt CJ<br />
479 VARIANTENAPPARAAT
M' M Z M 3 T, 1144 Ms P' -3 D r. -I2<br />
5 M' a Nog sta g 'k van trossen vol, van ^ gele g bloesem-trossen<br />
b<br />
bleek-geschelpte trossen<br />
P'-D<br />
cele bloesem-trossen<br />
gel<br />
i I aan I I rijk, aan bleek-geschelpte trossen<br />
1^<br />
7 ' ra<br />
doch zal aan mijnen l voet het vochte gras g aldraa<br />
M 2 a drassig[x]<br />
gg<br />
aaldra,a ,<br />
M3-D<br />
b rondommijn<br />
8 M' van felle bloemengeel, aan vale bloemen rossen.<br />
M 2 a I i felle<br />
b<br />
M 3-D I<br />
' Eerst naar de wind ze drijft komt cirkelend de spreeuw<br />
9 M s 1 p<br />
M 2 – Eerst I I, I I<br />
M 3 M4 i I waar I<br />
M 5 -D i<br />
l<br />
vale<br />
l o I I<br />
10 M' a die van haar schreeuw en menigvoud g mijn 1 stam omvademt.<br />
b<br />
boom<br />
2<br />
M<br />
^<br />
onvademt.<br />
M 3 -D I<br />
I<br />
I omvademt.<br />
I I M' a Toch voel ik de einders naakt en open p op den geeuw g<br />
b 'k reedss<br />
van<br />
c 'k reeds<br />
op<br />
M 2 a I I ik de<br />
a 'k reeds de einders naakt en open p op P den geeuw g<br />
M 3 a I 1 der<br />
T-D I<br />
a [de] einders naakt en p open P op de geeuw g<br />
a<br />
[de]n<br />
12 M' a die winter ademt.<br />
M 2-P 2 I<br />
P 3 a<br />
D<br />
b waarin de [winter ademt.]<br />
b een zaal' ge [winter ademt.]<br />
g<br />
I<br />
I<br />
lees : omvademt.<br />
I<br />
ZETFOUTEN<br />
P' -D r.: luisteren luistren<br />
4<br />
480 VARIANTENAPPARAAT
NOTEN I In M 5 'acacia' r. 6 is acacia zeeronregelmatig ^<br />
door herhaald herstel van<br />
spelfouten; ^na meerdere ondu i lijkverbeteringen de 1ne<br />
e<br />
schreef f Van de Woesti'<br />
het woord opnieuw.<br />
Ditgedicht het volgende et hebben vo ge e in ebb het netafschrift s voor A.A.M. Stols<br />
M<br />
5 en de eerste proefeen n omgekeerde g k ee rvolgorde. V a n de d Woestijne<br />
ti'ne 1 gaf g de<br />
definitieve schikking aan bij correctie van P'.<br />
g 1<br />
3 Inbe T innen g de versregels g met een kapitaal. p<br />
[GZ321 DIE MIJN LINKER-HAND OMVINGERT<br />
OVERLEVERING 0 C: Carnet H-63, 3^ p. 41v, 4 ^ 42r. 4<br />
• D 'etsc e warande e7 Belfort 2. I (maart I 2 P. I 6. 2<br />
T. a h 4 94^ 9 /27/<br />
M: Manuscript p H- 76<br />
,54•<br />
P I-3 : Drukproeven D H-78,56 P I• H-78,57 (P<br />
p<br />
2-3).<br />
^<br />
D : God aan ^ ee ^ p.<br />
57.<br />
DATERING 27 Uni 12 . 71 93<br />
o NT w IKKELINGS De drie stadia waarin Van a e de W Woestijne l het gedicht g tot stand s bracht, zijn waar-<br />
GANG schij<strong>nl</strong>ijkee in éen sessie g geschreven V op p `2 7 Juni', ^ de datum die hij 1in het carnet<br />
van I 92 boven 3 het eerste stadium schreef op p p. P 42r<br />
.<br />
r eerste t instantie e schreef Van de Woestijne 1 twee strofen C:A . Ze vertonen<br />
groteuiteindelijke rovereenkomst , met beginstrofen, g maar hun onderlinge<br />
volgorde 1<br />
is s omgekeerd. g<br />
C:A<br />
[1-4-4j-8]<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
S<br />
6<br />
7<br />
8<br />
H eg il' e oneindigheid g van 't lijden<br />
1<br />
a aldoor hongrend g naar u-zelf, ,<br />
b slechts nog o g h 0n rend g naar u-zelf<br />
a naar ee<br />
a wat zonne bij verscheiden,<br />
naar wat maan in 't laatstewelf g<br />
[strofewit]<br />
a [x]<br />
a Die mijn 1 linkerhand doorvingdg<br />
a{ ] [doorvin ger t<br />
laat mijn 1 rechtre vlak en leêg<br />
a Heel den herfst is in den wingerd g<br />
bde gloeit g<br />
a en mijn hart ik<br />
1<br />
a [i]s heet en veeg<br />
b heel<br />
l<br />
481 VARIANTENAPPARAAT
Hieronder hernam Vanoesti'n de Woestijne l deze e strofen, o waarbij<br />
te 1 ze ten o opzichte<br />
van<br />
elkaare verwisseld werden. Ook zette e e hij ^ een derde d strofe<br />
e aan C. B. Op p de<br />
naastliggende linkerpagina a g a (p. 4hij vopnieuw, I hernam hi' om ni te ^ komen tot een<br />
voltooide versie C: C. De beide laatste s s stadia a a zijn in dee gecombineerdeg bee sno<br />
Y -<br />
sis opgenomen.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C : A niet opgenomen)<br />
pg<br />
1 C:B Die mijn linker-hand omvingert g<br />
C:C 1 I linkerhand doorvingert g<br />
T I I omvingert g<br />
M-P 2<br />
linker-hand I I<br />
[r-q", j-8]<br />
P' Wie I<br />
I<br />
D Die I I<br />
3 C:B Heel de herfst stolt in den wingerd;<br />
C:C i I gloeit I I<br />
T-D I I stolt I I<br />
[y-b--A, 1-4]<br />
C: 5<br />
B Heil' gge koppigheid van t 't li' den 1 • ^<br />
C: C a I I oneindigheid g<br />
.•<br />
b Laatste aan o<br />
c 0<br />
T-D Heil' gge koppigheid<br />
6: C B geene g hoop pdan om o me-zelf:<br />
C: C a Nog wat g hongren g naar u-zelf,<br />
b hopen p van me -zel d<br />
T-D<br />
geene hoop P meer om<br />
;<br />
7 C : B zonne, zonne bij 't verscheiden,<br />
^ 1<br />
C:C naar wat zonne bij<br />
't verscheiden,<br />
T-D slechts<br />
8 C:B en wat mane in 't laatst gewelf.<br />
T II ° I I<br />
M-D I I maan I I<br />
C gl :B Neen:<br />
gij zult o drageng<br />
C:C a 'k Zal mijn l eindlijk stoelken zetten<br />
Dan:<br />
T-D Neen:<br />
I o C:B die u o bergtg<br />
C:C aan den rand waar de afgrondg gaapt. g<br />
T-D<br />
I...<br />
482 VAR IANTENAPPARAAT
I i C:B [ 0 ] vragen<br />
C :C a En gij zult mijn oogen betten<br />
b [ ] blikken [<br />
T – En Gij I i<br />
M a –Maar gij I I<br />
P l Maar gij I I<br />
P Z a I<br />
i<br />
b – [Maar] [ ]<br />
P ; a l<br />
I<br />
b [ ]Gij [ ]<br />
D [<br />
I<br />
I2 C:B [ SD ]<br />
C :C met uw duister, en beletten,<br />
T, M I I Uw I I<br />
P i -D<br />
I I<br />
13 C:B [ 0 ]<br />
C:C a God, dat de ooge schreit of slaapt.<br />
b []weent [ ]<br />
T-D I I<br />
[Hoeveel versregels g Van de Woesti ^ ne in stadium B voor de slotstrofe voorzag,is onze-<br />
-<br />
ker,<br />
NOTEN<br />
I De variant in P 3 r. I `Wie' voor `Die' ontstond doordat Van de<br />
Woestine j<br />
de in deproeven 1 dnog n ontbrekenderote ggroteini iaal t zelf – a afwijkend<br />
1 – invulde. De<br />
variant in P i r. i i ontstond doordat Van de Woestijne 1 bij 1 het corrigeren g van<br />
de zetfout `En' inplaats p van `– Maar' het kastlijntje kasthjntjewegliet.<br />
2 Ditedicht en g het vorige hebben in het netafschrift voor A.A.M.Stols<br />
en de eersteroef p een omgekeerde volgorde. g<br />
Van de Woestijnegaf de defini-<br />
tieve schikking g aan bij<br />
correctie van PI.<br />
3 Van hetedicht g verscheen een vertaling gin het Frans.<br />
[GZ331 SLUIT UWE OOGEN OP HET LICHT<br />
OVERLEVERING CI: Agenda g H- 53 ^ 921 februari 9I I.<br />
C : Carnet H ^p 6037^39^5<br />
p. r 39r, 5 6r.<br />
T : Elsevier'seïllustreerd ^ maandschrift. 33 I I au g ustus i 92 3^ p. p i oo. 2 S<br />
M I : Manuscript P H-74,41.<br />
M 2 : Manuscript P H-76,56.<br />
P i-3 : Drukproeven D i H-78,58.<br />
D i : God aan ^ ee ^ p. p 58.<br />
D 2 : Gedichten, ^ p. p So.<br />
DATERING^ Z I februari I ^, I • tweede helft 'uli 1 I ^ 22^ , 21 oktober 1 ^22.<br />
483 VARIANTENAPPARAAT
OVERLEVERING De fragmentarische klad sv tadia van hetgedicht g e en ve o r h et uiteindelijke<br />
gedichto nogweinig g e g prijs; p ^, wellicht e stond Van a de Woestijne e ^ aanvankelijk a ^ eene<br />
anderedicht g voor ogen, maar de woordelijke overeenkomsten in de volgende g<br />
fragmenten g zijn<br />
te treffend om ze als voorstadia van `Sluit uwe oogen g op het<br />
licht' terzijde 1 te laten. In de agenda g van z 99 I (C') komen twee e regels ges voor o die<br />
verwant zijn met de latere opening p g van het gedicht. g Op p2i februari schreef Van<br />
de Woestijne:<br />
1<br />
C' :A<br />
Sluit op de eenig-waarde wake,<br />
p g<br />
oogen, uwe glanzen g toe<br />
In de tweede helft van juli 1 1 9229 noteerde Van de Woestijne 1 in zijn carnet met<br />
op p de verder leeg eg gebleven bladzijde 37 r een losse regel: g<br />
C 2 :B --*C I^ -+I --If-I6 -i6<br />
Uw haar iseel en groen gelijk de maan ten nachte<br />
g g g 1<br />
Deze regel g vertoont overeenkomst met de twee slotregels g van het gedicht. g<br />
Twee bladzijden verder en korte tijd erna begon g Van de Woestijne met het<br />
ontwerpene van een gedicht g c waarin deze ee regel g werd ee<br />
hernomen.Hoewel h t<br />
karakter van a hetontwerp twe panders e s is s dan dat van 'Sluit t uweoogen o g op hetlicht' c t ,<br />
is er thematisch enige g verwantschap. P<br />
C' :C<br />
l<br />
Gij j zijt l in mijne diepte als in het hart der aarde<br />
het vuur<br />
hardt<br />
En niemand ziet klaart<br />
en ieder 0 bleek en zwart<br />
fstrofewit]<br />
Uw haar g eel en groen g isj gelijk g de maan ten nachte<br />
[
8 C.D 2 ^ – Rijker l e langendwordt me uw lach<br />
T-D 2 ° 1 I uw lach<br />
I o C 2 : D a dereloken uren<br />
g<br />
b [ ]beloken] [<br />
T-D Z I I verleden i l.<br />
I I C 2 :D aeuren N als een voorjaar wind<br />
a vooraarswind<br />
^j<br />
T I vooraars-wind<br />
1<br />
M I a I voor [x]<br />
M2_DZ<br />
a] [voor 'aars-wind<br />
1<br />
I.2. C Z : D a enebor en wachten...<br />
g g<br />
b bi' 1<br />
T I I<br />
M I -D Z<br />
I I eloken I I<br />
g<br />
IC 2 : D – Mondje, dat geen vrage ontbindt •<br />
3 l, g g ^<br />
T ,<br />
M I<br />
I i vraag<br />
M 2, P' ^, Mondjen,<br />
P 2 a<br />
P3-D2<br />
bMon ' el^<br />
14 C2:D T oogen zonder vreeze o kind;<br />
4 , g , ,<br />
M I -D 2 I I vrees I I<br />
l<br />
I S<br />
C' :D a en uwe haren bleek en blind<br />
,<br />
T-Dz<br />
16 C 2 : D a 1 s de maan ten nachte<br />
11,114'<br />
A/1 2-D' bij 1<br />
ZETFOUTEN<br />
T r.: Waar waar<br />
9<br />
NOTEN I Van hetedicht verschenen vertalingen in het Duits 2x het Frans, het Friug<br />
g , ,<br />
laans en het Spaans. P<br />
[G2 34] WAAR ME UW HULP GENAAKTE, EN LACHTE<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-63, p. 58v, Sir.<br />
M' : Manuscript H-66,[3].<br />
485 VARIANTENAPPARAAT
T: Orpheus I. (februari I 2 p. 2o, z6<br />
1.4 94^<br />
M Z : Manuscript H- o.<br />
p 74^4<br />
M 3 : Manuscript H-76,57.<br />
P I-3 : Drukproeven p D H-78,59.<br />
D: God aan ee p. .<br />
^ ^ p S9<br />
DATERING I september p 1923.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG In het carnet van 1923 93 is een <strong>deel</strong> van het gedicht g overgeleverd, g door Van<br />
c ^ I<br />
de W oe tl s ne 1 gedateerd g I Set. p Na drie strofen C:A haalde hij de 1 derde e<br />
II<br />
door en hernam die C : A . Deze strofe zou later de vierde worden. Op de linkerbladzijde<br />
1 werden, ^ met een tusse<strong>nl</strong>iggende witregel, witreel twee regels g geschreven g<br />
III<br />
die I een aanzet vormen tot t de latere e derde strofe C , A<br />
,I<br />
C:A<br />
I-8-41-8<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
Waar me uw hulp bereikte, en lachte,<br />
lachte<br />
God in uwe hulp.<br />
a In de schaadwen van mijn stulp P<br />
b aan<br />
c<br />
In het nachtelijk l fulp<br />
ain geluk ontwake', en wachtte.<br />
g g g<br />
b de liefde<br />
[strofewit]<br />
5<br />
6<br />
7<br />
8<br />
a Waar mijn vrees uw zou verzorgen<br />
1 g<br />
a u<br />
in den nacht der smarten : toen<br />
streek eenoddelij ke zoen<br />
g 1<br />
a om de rozen van den moren, g<br />
b heldre roos van [ I<br />
[strofewit][9-12-413-16]<br />
9<br />
I0<br />
a Sluit uw oogen, g ^ sluit uw oogen g<br />
a U bereiken, mij bereiken<br />
b bekennen mi' bekennen<br />
l<br />
in het lijden dat ons bindt...<br />
r I - Oogen, eindlijk [ o I blind<br />
486 VARIANTENAPPARAAT
I2 a kunnenGodes<br />
beeld o<br />
b<br />
1 ee r e n aan Gods oogen g wennen<br />
b [ I<br />
[Godies Gd [ I<br />
Fasecm r. valteA samen met II,<br />
de rel regels 8-r2 werden doorgehaald<br />
bij aanvang van<br />
stadium AH]<br />
II<br />
C:A<br />
[--4/3-i6]<br />
a Oog in oo elkaêr te kennen<br />
9 g g<br />
b blik blik<br />
Io a en verliezen, tot men vindt;<br />
a wint<br />
,<br />
vindt k]<br />
I Ien heel der OOg wereld , blind<br />
I 2 a om Gods s beeld d te leren e e wennen<br />
III<br />
C:A<br />
a le e ren [wennen]<br />
b om aan Godes oog te wennen<br />
g<br />
Ik e n gij, g l^ – e en tu ssc h n e beiden b<br />
–> 9<br />
[ 0 ]<br />
a aan ons be –+ 12<br />
a [<br />
a [<br />
zelven onverscheiden<br />
te[verscheiden]<br />
IV<br />
Onder AmA werden w nog g twee regels g geschreven g C . A . Ze zijn 1 niet in het<br />
gedichtopgenomen,<br />
maar maakten er in dit stadium wel <strong>deel</strong> v vann uit. Waarar<br />
Van de Woestijne l ze in het gedicht g had willen plaatsen, P is niet na te gaan. g Ze<br />
kunnen <strong>deel</strong> hebben uitgemaakt g van een nog g te voltooien strofe, maar ook<br />
bedoeld zijn als alternatief voor enig g ge<strong>deel</strong>te g op p de naastliggende pagina, P g dus<br />
van A'.<br />
C:AIv<br />
Al deoddelijke hallen<br />
g 1<br />
zwijgen, tot wij wakker zijn<br />
lg ^ l 1<br />
II<br />
M I is kopijhandschrift voor T geweest.<br />
p l ^<br />
4g7<br />
VARIANTENAPPARAAT
VARIANTEN EN (C niet opgenomen)<br />
CORRECTIES<br />
I<br />
M'_MZ<br />
M3<br />
P I -D<br />
Waar me uw hulp genaakte, en lachte,<br />
lach<br />
lachtet 5e<br />
4 M',T ging gg een licht ontwakend wachten.<br />
M<br />
2<br />
*geen I I<br />
M 3-D g 1 ng I I<br />
5 M I<br />
Waar ml l n angst g U zou verzorgeno<br />
gen<br />
T-D<br />
u<br />
[I-84—A, r-8]<br />
*flees: lachte<br />
lees ;in gg<br />
7 M I T streek van God een<br />
bleeke<br />
e zoen<br />
M 2 a een<br />
M3-D<br />
a van God een1beek zoen<br />
12 M'-M 3 aa n ons zelven ter ve scheiden.<br />
ons zelven P'-D I I<br />
I 3 M' Blik in blik elkaêr te kennen<br />
T I I><br />
M Z-D I l<br />
IM 5 I ^ T Oogen, heel g^ der wereld w e blind<br />
M Z I I,<br />
M3-D i1°<br />
NOTEN<br />
I In T beginnen g de versregels met een kapitaal.<br />
[Gz 351<br />
GROEIEN UIT HET BRASSEND WEVEN<br />
OVERLEVERING C: Carnet H 72 ^ p. p 7vá 2 28r.<br />
M: Manuscript p H-76,58.<br />
P I-3 : Drukproeven D H -7^<br />
8 60.<br />
D: God aan ^ ee ^ p . 6o.<br />
DATERING Tussen iz mei en 23september i2ó.<br />
3 9<br />
ONTWIKKELINGS- In hetrn ca et van 1926 schreef 1Van<br />
de W o ti es n e het g gedicht met potlood P0 ood op<br />
GANG twee tegenover g elkaar liggende e bladzijden b den 1 (p. p 2v 7 en eRechts 28r).R maakte<br />
hij<br />
eerst een schets:<br />
C:A<br />
(I)<br />
Rijpen<br />
in 't luidruchtig gweven<br />
488 VARIANTENAPPARAAT
va n de zee die stree<br />
witruimte<br />
l<br />
Laat<br />
mij sterven s op de vaalte<br />
die 0<br />
Gij<br />
mijn 1 ziele [streep] haal de<br />
wachter die mij teen-lach<br />
l g *[lees: tegen-lacht of tegen-lach'J [—>8]<br />
Op de e linkerpagina pg a as schreef Van a eW de Woestijne 1 een voltooide versie s van beide<br />
I<br />
II<br />
strofen • detweeestoewe tweede strofe werd hernomen e B. Deze stadia saa zijn 1 in de<br />
gopgenomen.<br />
ecombineerde synopsis o .<br />
Het schrijven van het gedicht g moet, ^ uitgaande g van de plaats in het carnet<br />
tussen andere, wel gedateerde g aantekeningen, g^ en I2 mei i 926 hebben plaatsge-<br />
P vonden; o Z september 3 daaropvolgend vervaardigde g 1Van de e Woestijne e het<br />
nethandschrift voor A.A.M. Stols (M).<br />
VARIANTEN EN C:A niet opgenomen) g<br />
CORRECTIES<br />
I<br />
I C: B Ia Groeien uit [
I<br />
7 C: B – o , min 1 rijpe lp zie ziele, haal de<br />
C.B<br />
II<br />
-D _ o o I<br />
I<br />
I<br />
8 C : B a tuim<br />
a [tui]n-man die mij<br />
tegen-lacht<br />
C:B<br />
II<br />
a hovenier lacht<br />
blukkend p [ ]<br />
c<br />
d<br />
plukt en lacht<br />
lukkend lacht]<br />
snoeit en lacht]f<br />
M-D Hovenier die snoeit en lacht.<br />
NOTEN<br />
I Van hetedicht g verschenen s vertalingen g in het Duits 2x en het Frans.<br />
[GZ361<br />
WAAROM VERWIJT GE MIJ DE PADEN TE VERLATEN<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-72, . 18V I r. p ^ 9<br />
M: Manuscript H-76,59.<br />
P I-3 : Drukproeven p D H-78,61.<br />
D: God aan ee p. 61.<br />
DATERING 21 april 1 26 kort daarvoor en kort daarna.<br />
p 9<br />
o NT W I K K E L I NG S - De eees eerste, meteen volledige versie van het gedicht g schreef Van de Woestijne ^<br />
GANG<br />
met Ppotlood Ot 00 in zijn Ca carnetvan a i 26 9 0 p. p i r 9 C:A . Op de p naastliggende<br />
paginaschreef hijbij eenalternatief bi' r. 6 fa s e d . Korte tijd<br />
daarna volgde g aar d-<br />
boven, , met de datum `2I April' p in inkt een tweede volledi ge versie C:B .<br />
Van a de Woestijne 1 e b bracht daarin later met potlood varianten aan (fase c in de<br />
reels 2 6 en 8 . De stadia A en B in de gecombineerde synopsis<br />
g ^S ^<br />
zijn<br />
gPgeo -<br />
nomen.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
I C :A Waarom verwijt g gij l mij 1 de wegen g te verlaten<br />
C:B<br />
ge<br />
M-D<br />
paden<br />
2 C :A a die de menschenaan ? g<br />
b van het eigen oog verlicht,<br />
g g<br />
C:B a<br />
c den blik<br />
M-D I I hun<br />
3 C.A a De e zeeklotst s heen en e weer w en, zonder bak<br />
a [ ] [ba]akk of bate<br />
C : B-D I I om haar-zelf I I,<br />
490<br />
VARIANTENAPPARAAT
4 C : A weet in haar kom haar maat te slaan<br />
C: B-D I I slappen kom haareindloosheid<br />
aa<br />
5 C : A a Ik wil geen g doel<br />
dan a vanuw w w wil geboden. g<br />
b mijn 1 Gode<br />
[God],<br />
C:B a<br />
g<br />
a doel, mijn 1 God, d dan vanuw wil geboden. g ebde,<br />
b heb<br />
M-P 2 I<br />
P 3 a l<br />
b [<br />
D<br />
c [ ] gril [<br />
1 wil I I<br />
l U[w] C l<br />
6 C :A De zee slaat s om de maan de maatvn van allen a e tijd l<br />
C:B a<br />
c naar<br />
d<br />
Zee, ^ slinger g uit de maan<br />
de maan<br />
van allen tijd l<br />
M-D De zee slaats aan de maan de maat van11 ae tijd. n 1,<br />
8 C : A Het is de weg g der eeuwigheid<br />
gheld<br />
C:B a<br />
M-D<br />
c En 't<br />
I<br />
NOTEN I Van hetedicht g verscheen eenve vertaling<br />
gin het Duits.<br />
[GZ37] ER IS GEEN TIJD. WAT GISTREN WAS<br />
OVERLEVERING C: Carnet a H-6o, > p. 62v > 63r, 3^ 6v 3 ^ 64r. 4<br />
T' : De Vlaamschegids g I I a rIl I 93^ 2 p. 325. 3S /2z/<br />
T 2 : Elsevier'seïll u streer d maandschrift .II u u 2<br />
M' : Manuscript H- p 7443•<br />
M 2 : Manuscript H- 6 6o, p 7^<br />
g 3 3 (augustus g I 93 ,. p. I OI . 2 S<br />
P I - 3 : Drukproeven D H- 8 62.<br />
p 7^<br />
D: God aan ee p. 62. ^ ^ p<br />
DATERING Tussen io november en 6 december 1922. 9•<br />
ONTWIKKELINGS- Op p p. 63r van het carnet van 1921-1922 schreef f Van de Woeste Woestijne<br />
eerst in<br />
blauwe inkt eenr ove schets<br />
g van het gedicht C • A , Daarboven<br />
staat: : `Aan<br />
Boutens'. Dit werd mo gj elik geschreven nadat een begin ln was gemaaktmet het<br />
klad van a etedicht h maar g nog o wel tijdens ^ dezelfde sessie. ss De opdracht is s niet<br />
gehandhaafd.<br />
49 1 VARIANTENAPPARAAT
C:A<br />
I Er is geen g tijd 1 0 [–>13-1, I' –>i]<br />
><br />
witruimte[2-9–>10-17]<br />
z<br />
a wi' zijn<br />
(3) 11<br />
b<br />
van komen en vergaan g<br />
daar ze onbeweeglijk schijnt<br />
g l 1<br />
(4) een sterre aan hare baan<br />
[strofewit]<br />
Wijreizen, en ieder punt<br />
(5) 1<br />
(6) is seinde en is begin g<br />
(7) a<br />
b en 't een<br />
b alles wat het levenunt g<br />
8 a verlies –gewin<br />
b is, en[gewin]<br />
[strofewit]<br />
9 a En als wij 1]<br />
een *dankren dood stree *[lees : donkren of dankbren<br />
b we<br />
IO 0<br />
I I 0<br />
I z a dan d --*20<br />
I<br />
C:B r. 1-4<br />
a is s hetdageraad.<br />
g<br />
0 Pl<br />
de linkerpagina werkte Van de Woestijne de eerste strofe uit en maakte hij<br />
een ruw ontwerp p voor een nieuwe strofe, ^die uiteindelijk de tweede zou<br />
II<br />
worden C : B . Het ontwerp P voor die strofe hernam hij l direct eronder C : B .<br />
I<br />
z<br />
3<br />
4<br />
a Er iseen tijd. Wat heden was<br />
g 1<br />
bistren [ I g<br />
a is wat morgen g rijst 1<br />
b vandaag g me e aan liefdee<br />
b een wijst. 1<br />
a[ 0 J stree glasg<br />
b het onverbreekbaar<br />
b Herdenken,<br />
a dat eeuwig laaft en spijst!<br />
g<br />
b moren g<br />
492 VAR IANTENAPPARAAT
[strofewit]<br />
, I , II -<br />
^ _ó<br />
C.B C.B r. 8<br />
^ S 1<br />
5 C: B I a Wat is mij l de oude droefenis<br />
a de k o orts ge<br />
,<br />
C.B II I I droeve scheppingsdaad<br />
, I<br />
6 C.B<br />
[ 0 bood<br />
, II ^ • ^<br />
C. B en t baren in tgelaat derdood.. dood?:<br />
I<br />
7 C:B 0<br />
II<br />
C , . B een kindje 1 dat aaan schaetren slaat<br />
^<br />
8 C.BI dan 't kind in mi nen schoot<br />
1<br />
, ^<br />
C.B II daar t wemelt e in min 1 I I<br />
Nahe hetomslaan van het<br />
blad schreef Van de Woestijne W<br />
1 vervolgens g het gehele g<br />
gedicht uit (p. p 64r; 4^ enkele varianten in de slotstrofe op p p. p 6 3v): in eerste<br />
,I<br />
i n ntie de twee sta, beginstrofene die in stadium B ver<br />
waren bewerkt C : C -<br />
volgens g de overige g strofen, die slechts h en tendele el in de schets s van stadium A<br />
II<br />
gestalte g hadden n gekregen g e C : C . Het is sonzeker of de volledige g tekst tijdens l<br />
dezelfde sessie i tot ot stand s a kwam. Van de Woestijne 1 schreef enkele varianten oop<br />
de linkerbladzijde fase c in r. 1 7en 7 e r. I . 9De tekst is opgenomen in de g ecom -<br />
b in ee rde synopsis.<br />
Y p<br />
Boven detekst noteerde Van de Woestijn tine ` Vlaam sthe Gids)', de naam van<br />
het waarin tijdschriftg<br />
n het gedicht g c t voor het eerst verscheen. Het werd moge-<br />
II<br />
li 1 k nog g tijdens l stadium Cgeschreven. Het voornemen van de publikatie p lijkt 1<br />
de aa<strong>nl</strong>eidinge zijn te geweest e voor het vervaardigen g van de volledige g tekst.<br />
Desa t di azijn 1 in betrekkelijk li' 1 korte e tijd t 1 op elkaar e a g gevolgd, e g^ in de periode tus -<br />
se n I o november e en 6 december I ^22.<br />
VARIAN TE NEN C :A en C:B niet opgenomen)<br />
CORRECTIES<br />
, ^<br />
Wat I itrnw<br />
.0 I Er is geen g tijd. l Wa gistren g was<br />
T' I I was<br />
T 2-M 2 i I was<br />
P l a I I was<br />
P3-D I<br />
b [ ,<br />
Io<br />
I<br />
I-áE–B<br />
I<br />
3 C.0 a Herdenken : o onverbreekbaar a glas g<br />
il<br />
b [<br />
1 it a n gedronken f [ ]<br />
T I I I afgewezeng<br />
T 2,114'<br />
aan g edronken I I<br />
M 2- D I I ongedronken g I I<br />
1 II<br />
[Fase b inn stadium C valt samen met C<br />
4 C.0 I dat morgen g laaft en spijst. pl<br />
I ee s maar steeds<br />
I I<br />
T 2-D I I morgen g<br />
I I<br />
, I I<br />
5 C.0 ^ T Wat s 1 me d oe r v escheppingsdaad<br />
2-<br />
T D sch e in gs-daad<br />
I ^<br />
6 C.0 enbae r n in t gelaat g der dood?: ..<br />
TI I l a<br />
T 2-D I I :<br />
I<br />
^ 7 C.0 a eeen kindje 1 dat te schaetren slaat<br />
b aan 't<br />
T I Een schaatren I I<br />
2-<br />
TD schaetren I I<br />
I ^<br />
8 C: C Ia daar 't [xx]<br />
a wemelt in mijn ^ schoot.<br />
T I -D I I<br />
II<br />
^<br />
9 C.0 a Wat is – dat .<br />
a de krankheid a die me pijnt pl<br />
T'<br />
T 2-D Welke I I<br />
II<br />
I o C ,. C a om komen en vergaan?<br />
b dreigeng<br />
T I om o driftig g dreige' g en droef vergaan?<br />
T 2-D bij l dreigend g komen en vergaan? g<br />
II<br />
I I C.0 We zijn, 1^schijnt,<br />
daar ze onbeweeglijk schl T I Wij<br />
T 2 We<br />
M I -D Wij1 I<br />
I<br />
II ^<br />
I 3 C: C a Wij 1 reizen en va .<br />
a uit ieder punt<br />
T I -D I I<br />
I<br />
, II<br />
4 C.0 rijst l t einde e en rijst 1 begin; g ^<br />
T I verrijst een einde, ^ ontrijst 1 begin, g ,<br />
T 2 -D i<br />
i ',<br />
[I-BF–B', j-8; j-8+—BH]<br />
lo-r ^A 2-<br />
7 ^ 9<br />
494 VARIANTENAPPARAAT
I 5<br />
C.C<br />
II<br />
waar alles wat het leven guntg<br />
T' I I dat I I<br />
T 2-D I I wat<br />
, II ^<br />
C. C ^<br />
T verlies is en gewin. .<br />
g<br />
T 2-D I,<br />
II<br />
I 7 C.0 a a En als een ongenooden g dood<br />
c komt eens de gast<br />
f [<br />
D c<br />
En komt, met 0<br />
T' En komt eens de ongenoode g gast, g<br />
TT"--DGast<br />
II<br />
I 8 C. C a a ons schemert in i 't elaat g<br />
P. b scheemren<br />
T' met alleaven g rijk belast,<br />
ons n scheemren in 't vervaald gelaat, g<br />
II<br />
I C: C a o rijk-bevrachte reis-genoot:<br />
9 l<br />
c met alleaven rijk belast<br />
g rij<br />
T' ons scheemren in het laatstelaat g<br />
T 2 M' o Dood, metaven g rijk belast:<br />
2 -D I I avond<br />
]l<br />
II<br />
20 C. C dan is s het dageraad<br />
T' dan<br />
T 2-D I I wordt I I<br />
4--A ,] 12<br />
ZETFOUTEN<br />
P 3 , D r. I: las I was (zie noot 2)<br />
NOTEN<br />
' Op 16 oktober schreef Van de Woestijne 1 in het carnet van 193p4<br />
2 (p. 64v) een<br />
notitie die thematisch nauw verwant is aan hetedicht g dat toen al was vol-<br />
t 00 id :<br />
Er iseen g<br />
tijd,<br />
l^ er is geen gzijn ruimte. Het verleden, het veraf-staande, ze in mi 1<br />
de symbolen Y geworden g van het Wezen, ^ die bepalen p wat ik in de toekomst zien<br />
zal wat ik aan de toekomst hebben zal. Al het vergane g klaart aan mij op in<br />
definitieveedaante. g Er zal niets meer zijndan in functie van die gedaante, g die<br />
het beeld is van mijn 1 bevatting g van het Absolute.<br />
2 Van de Woestine j gaf g op pproef P 2 in r. 1 de correctie was–glas aan en in P;<br />
handhaafde hij l de nieuwe lezing g, die zo ook in D voorkwam. `las' kan echter<br />
nauwelijks als zinnige g lezing g beschouwd worden, ^ en is daarom in de leesteksts<br />
gecorrigeerd1 tot 'was'. Na `1 as plaatste Van dee Woestijne e in dezelfde proef P<br />
P 2<br />
bovendien no een komma,lezing<br />
die P 3 echter niet werd toegevoegd. D Deze<br />
is als variant opgenomen. g<br />
3 Van hetedicht g verschenen vertalingen g in het Duits en het Tsjechisch.<br />
495 VARIANTENAPPARAAT
[GZ381 GIJ ZIJT EEN BLOEM, - EN ' K BEN ALLÉEN MET U<br />
OVERLEVERING MI: Manuscript H-48. 4<br />
M2 : Manuscript H-50,4.<br />
T I : Elsevier'seïllustreerd g maandschrift z.II 7 (oktober<br />
r I 9 I 7^ p. p S2<br />
8. /i6/<br />
M 3 : Manuscript H-66[6]. ,<br />
T 2 : Orpheus I. 1.4 (februari I 92 4^p p. 2. 3 z6<br />
M4 : Manuscript H-74,37.<br />
M S : Manuscript H-7 ,6 36.<br />
13I " 3 : Drukproeven D H-7,8 6. S<br />
D: God aanee ^^ p. 6 S.<br />
DATERING Voor 28 uli 1917.<br />
1<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Hetedicht g is uiterlijkvoltooid op P 28 juli 1 1917,toen Van de Woestijne W 1 eet het aan<br />
Hermans Robbers zond voorublikatie p in Elsevier's geillustreerd g maandschrift.<br />
De datering g van M' is problematisch. Het is als oudste manuscriptp<br />
beschouwd omdat Van deoestijne W<br />
1 zelden netafschriften maakte nadatverzenat<br />
eenmaalue<br />
gepubliceerd 1waren (tenzij ze opnieuw<br />
werden g lic ee rd; het<br />
manuscript komt echter niet in aanmerking g als kopijhandschrift pj voor T2).<br />
Bovendien sluit de laatste lezing g in r. I I aan bij de eerste lezing g van die regel g<br />
in M2.<br />
Boven de tekst van hetedicht g in M I schreef Van de Woestijne later, met<br />
inkt : `Er een verkondiging gg van maken'. Dit wijst erop dat hij 1 het heeft<br />
t<br />
willen omvormen.<br />
II<br />
M 2 is kopijhandschrift p 1 voor T I g geweest; ^ M3 is kopijhandschrift pl<br />
voor T2<br />
geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
I MI-TI Gij zijt dees roos – en 'k ben alleen met u,<br />
M 3-M4 I een bloem I I<br />
M s a<br />
I met u alleen<br />
P I P2<br />
a<br />
P 3 a<br />
D<br />
b<br />
[alleen] [met u],<br />
[all Men]<br />
2 MI a ter uchtend-nock o nuchterode-teeken.<br />
g<br />
a uchtend-no k<br />
M 2 T'<br />
M3-D ten vroegsten g uchtend , gij, gl een nuchter teeken.<br />
496 VARIANTENAPPARAAT
I<br />
3 M I -T I Nauw gaat g de nacht op p bloode waak w verbleeken; v ,<br />
M 3 ,,bleeken;<br />
kuischontwaken b l<br />
M4 ,<br />
M f Naauw<br />
P l Nauw<br />
P 2 a<br />
P 3 , D<br />
b [Na]a[uw]<br />
I<br />
M geen aem die warend 1<br />
4 gee aêm nd *luw.<br />
M 2 , T I luw'. w.<br />
M 3-D I I adem no g, die<br />
lees : luw'.]<br />
5 M I -T I Nog ongeraakt 't krystal y der horizonnen; o e, n^<br />
M 3 , T 2 ongenaakt g de stol<br />
M4-D I I ongeraaktg<br />
6 M' a alle<br />
a slechts , in het tre<br />
a [trlilloos treuzelen dat wacht<br />
M 2 , T I<br />
M 3 , T 2<br />
M4-D Slechts I I , I I<br />
7 M' op P blank verwelken van den tragen r g nacht,<br />
T I -D Ilanker blankerw welken<br />
8 MI-TI roerloos,<br />
, o roos ^uw zonne.<br />
M 3 -D uw roerelooze zonne. e<br />
9 M I-T I Gij l staat en wazemt straalloos s , o pateen;<br />
M 3 , T 2 , straalloos-w ae zm end<br />
M4-D i I straalloos waezmend I I<br />
1 M' a en – waari' donkert met ^g den dag,<br />
a[ ] [da g, e roze, , –<br />
b zoo<br />
I<br />
M 2 a waar I<br />
b zoo<br />
T I I<br />
I<br />
M 3 a en, laat de , dag u donkeren, g o , rozee<br />
a<br />
T 2 I<br />
M4-D I 1 doet<br />
mijn [roze],<br />
I<br />
I I M' a nog g laat de dageraad g u lichtend blozen, b ,<br />
b1 o[nog]<br />
g<br />
M 2 a I<br />
1 o<br />
b[nog]aatg<br />
T I I<br />
M 3 a I I staat in 't dage' g aan eigen lichtblozen tte<br />
ae [in 't dage' g aan eigen g licht g teblozen]<br />
c e<br />
T 2-D I<br />
I<br />
497 VAR I ANTENAPPARAAT
I2 MI<br />
M3-D<br />
waar sta, 'k met u a alléen. een.<br />
alleen;<br />
I 3 MI – met u alleen, > die, >e,<br />
van uwblonden lui st r<br />
M 2<br />
a<br />
T' I,<br />
M 3 , T 2 o<br />
lo<br />
M4-D I I o<br />
144 M I -T I gij l blinde e , een ongeweten g zonne e n o zijt; 1<br />
M 3 -D I I blinde I I<br />
1 S M I a gij, g1> roos; >g>> gij 'lijkdees roos. s En ik, ^ die e l" Ild<br />
b –<br />
M 2<br />
gij í' I I...<br />
T' I I lijk 1<br />
M 3-D waar 'kn vad me-zelven li' 1,<br />
16 M I in 't veilig g duister. s<br />
M2TI<br />
^<br />
M 3-D ik , in het<br />
I...<br />
ZETFOUTEN<br />
T'<br />
Tz<br />
r. 6: Slechts I slechts<br />
r. 16: In I in<br />
r. 2: uchtend : I uchtend,<br />
NOTEN<br />
'In T' is de slotregel g van elke strofe gecentreerd; g ^ deze e t typografische<br />
Yp g e bijzon-<br />
1 -<br />
derheid is in het e vari a nt e a n a pp aat r niet verder verantwoord. o<br />
2 In T 2 beginnen g de versregels g met een kapitaal.<br />
[GZ391 HEB IK GENOEG U LIEF-GEHAD, DOORSCHIJNEND GLAS?<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-6 7, p. 61r 6 r.<br />
7? p ^ 4<br />
T: Dietsche warande & Belfort 26.Ijanuari 1 26 /30/<br />
1 9 ^ p. S3 3<br />
M: Manuscript H-76,64.<br />
p<br />
13' 3 : Drukproeven p D H-78,66.<br />
D: God aanee ^ ^ p. p 66.<br />
DATERING Najaar 1925; 26 december 1925.<br />
1<br />
ONTWIKKELINGS- Op p. 61r van het carnet van 1924-1925noteerde Van V n de d Woestijne ^1 1 e twee<br />
regels e GANG met tussen beide eengrote gp witruimte. Ze ede markeren opening<br />
ghet n h slot 1 van<br />
eengedicht: g<br />
CA<br />
(I)<br />
Heb ikenoe g U g liefgehad, g^ doorschijnend glas? g<br />
[–'/_i<br />
498 VARIANTENAPPARAAT
I<br />
oen ruimte]<br />
(Z)<br />
b<br />
b<br />
0 o laatste scherve<br />
sc e<br />
r ve l^ . God. o.<br />
–^ I9-2o<br />
[Fase valt b mogelijk sam e n met m stadium B<br />
De eerste regel 1 werd d e ergens in het (late?) najaar van 1 925 9S geschreven. D e<br />
g g<br />
tweedeaeo regel, e ^ lagerr het bladtegendeb<br />
e e rechterzijkant, 1 s werd er lateraan toe ge-e<br />
g g gn voe d Mogelijk lik1 gebeurde r dit toen Van de W oesti'ne 1 definiti e f een begin<br />
g g g<br />
g<br />
maakte te met e het ggedicht, t, op `2 ' 26 Dec' van dat jaar : de blauwe inkt van de laatste<br />
regele in gel A i en die e van stadium B komen overeen.<br />
Van de Woest i 1 ne werkte het gedicht g<br />
opp 26 december uit tot een volledigeg<br />
I<br />
versie C.B >1<br />
maar in eerste<br />
instantie ontbrak o b de latere vierde strofe, die hij<br />
II<br />
ode n r de tekst t s toevoegde C. v B .Dat die strofeo moest worden tussengevoegd,<br />
g g ,<br />
gaf hij niet aan. n Het e li kt o inhoudelijkee gronden chter niet waarschij<strong>nl</strong>ijk 11 dat<br />
g 1 1<br />
hij 1 de ega grafische volgorde a alss de definitieve e bedoelde. Bovendien heeft de strofe<br />
I<br />
die in B nog g de laatste is, een extra versregel, g^ iets wat bij 1 Van de Woestijne 1<br />
aee 11 n enkele e e malen bij 1 slotstrofen voorkomt.<br />
I<br />
C :B 1en B Bil zijn l in de gecombineerde g synopsis opgenomen.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
titel C : B I [ontbreekt]<br />
T Glas<br />
M-D [ontbreekt]<br />
. I<br />
2 C. B Nog g, dunnera dan de e daauw nog gheller dan het water<br />
T –Nogo g<br />
dauw<br />
M-D daauw<br />
3 C:13'<br />
I<br />
a dat de uchtend in uw<br />
a en mijn dj hand in uwen harden krater, ,<br />
T-D u c ht ends mijne 1 I<br />
4 C :<br />
,I<br />
B o kelk, te zamen las .<br />
T I I<br />
M a<br />
P'-D I<br />
a<br />
ver aêrend<br />
g I I<br />
I<br />
C : B a Uw klaarte draagt haar vracht als een [xx]<br />
5 g<br />
lteonzichtbare ijlte 1<br />
T-D zoo draagt uw klaart<br />
g<br />
I<br />
6 C.B a Maar heft e t mijn 1 hand uw w koelt ten zoom van aard en licht,<br />
b [<br />
I [aard]e<br />
T-D<br />
499 VARIANTENAPPARAAT
I<br />
7 C .B a nhhaalt gl iduizendvoud de zonne uit hare r steilte s<br />
-D i I zon<br />
I<br />
B 8 C.<br />
en welft naar U 1 als naar een kim elk vergezicht g<br />
T-D I i u<br />
I<br />
^<br />
9 C . B a Gij vult 1 met vinn'ge g sterrenubij vollen 1 dagen, g^n.<br />
b [<br />
I da e •<br />
g ^<br />
T-D<br />
pc) C: B I a beeft f mi1 ne hang<br />
a hadee n , een aland vol<br />
a wee van vee en bloemen wankt<br />
T-D<br />
wankt :. wei w diere'<br />
I<br />
I I C .B in Uwen wand waar zelfs e s de zeeën wie g ewa gen.<br />
T-D uwenI<br />
I<br />
B I2 C. Heb ik i u liefe g gehad e ? Ik heb u niet bedankte<br />
T-D D<br />
lief-gehad I I.<br />
, II 2<br />
13 C.B P Bedankt, , 'datdat ik aan uwe w k klare<br />
en eharde koelte<br />
P 3 a<br />
D<br />
b<br />
simple<br />
I I<br />
I 5 C .B a bedanktț dat deze dorre o mond aan uwe zu<br />
a<br />
a<br />
*zerp p zoelte<br />
zuivre<br />
b [ I dezen dorre n [mond] uwe [zuivre zoeltel<br />
T-D I I 'dat I I dooven I I uw I I<br />
[fasering? ^<br />
* [lee lees s : zerpe]<br />
II<br />
16 C: B H den dronk o van vele en onbegrepen g p n liefde e bood<br />
TM drank<br />
P ' -D I I dronk I<br />
I<br />
,I<br />
En moest aan u dees vreugde een nieuwen waan ervaren<br />
I 7 C.B a<br />
g<br />
b Want<br />
T I I ,<br />
M-D I I ;<br />
18 C .B I smeet u te gruizel g 't norsch negeeren g n van den trots<br />
T-D Glas, , smeet gte r 'zel ui u 't mijn l<br />
:<br />
r-2oF-A 2]<br />
9 ^<br />
I<br />
l C. B a nog zagmin a si iniede r n schervel<br />
klaren<br />
9 g spijt<br />
g<br />
b late[spijt i n iedren schervel s klaren<br />
T<br />
elken<br />
M-D nog I 1,<br />
20 C.B I lang starend, ooge de Gods<br />
T-D I I.<br />
[Hier eindigen T, M, 13'3 en D<br />
^ > ><br />
5oo<br />
VARIANTENAPPARAAT
C: C.B B I r. 21<br />
I<br />
21 I C. •B in u, o kelk.<br />
ZETFOUTEN<br />
NOTEN<br />
T<br />
P'-D<br />
r.: 4 vergaërend g ver gaêrend<br />
r.: S Zoo ^oo<br />
r. 15: S ^ uiver ^uivee<br />
r. 20: langstarend g lang g starend<br />
r. 14: 4 mijn ^ mijne ^<br />
I I<br />
In C: B Iplaatste Van deo i ne achter r. i later een tweede vraagteken. De<br />
West 1<br />
bedoeling is niet duidelijk.<br />
g 1<br />
'Van hetedicht verscheen een vertaling in het Duits.<br />
g g<br />
3 Literatuur : Wa e `Het oo Gods.'<br />
g, g<br />
[GZ401 ZIE, IK BEN NIET, DAN UIT UW HAND GEBOREN<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-63, 3^ p. p 44v, ^ 4S 45r.<br />
M' : Manuscript H-66,[5]. ^S<br />
1.4 T : Orpheus I. (februari I 94^ 2 p. 22. z6<br />
M Z : Manuscript p H- 74^3 8.<br />
M 3 : Manuscript H-76,65.<br />
p<br />
P I-3 : Drukproeven P D H-78,67.<br />
D: God aan ee<br />
^ ^<br />
p. p 67<br />
.<br />
DATERING 20uli 1923.<br />
1<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANGn de Woestijne Va W heeft 1 het gedicht t g e c was waarschij<strong>nl</strong>ijk 11 in éen sessie s ss e geschreven.<br />
eve<br />
Onder de datum `20Juli'I 293 schreef s hij hij de eerste versie s van a de eerste strof e<br />
en van eenroot groot<strong>deel</strong> van de tweede strofe op p. 4Sr van zijn 1 carnet e C:A .<br />
C:A<br />
I-1o]<br />
I Zie, ik ben niets dan, uit uw handeboren g<br />
2 a een appel dien ^g gerijpt lp ^ge<br />
ai' vallen gij laat.<br />
3 a Mijn 1 bloeme vulde een duistre honig-raat g<br />
b [bloem] eens [een duistre honig-raat] g<br />
4 en g ga 'k den greetgen en menschen-mond verloren<br />
5<br />
a<br />
a '[k]<br />
ik weet dat de<br />
[strofeivit]<br />
aan de aarde niets verloren e gaat g<br />
joI VARIANTENAPPARAAT
6<br />
7<br />
8<br />
a Ik ken hetnut van<br />
bloeien e en va van vallen.<br />
b [ sterven .<br />
Ik hebur gg mnGo ^ l God, enk'k<br />
heb gevoed. g o<br />
Thans ben ik die, , verdorven, e, s sterven e moet.<br />
9<br />
IO<br />
[<br />
[ 0<br />
0 1<br />
] die gij herleven doet<br />
Op de linkerpagina hernam hijge<strong>deel</strong>ten ^ va n A^ . de twee slotregels van e de eer<br />
-<br />
, I<br />
ste strofe C. B en daaronder a drieslotregels e van de tweede strofe(C:13 11).<br />
C: C.B<br />
I<br />
4<br />
S<br />
Thansa g 'k me-zelf de in eigen vrucht vu c t ve verloren,<br />
oen,<br />
maar 'k weet dat God nietsverlorennaat. g<br />
II<br />
C:B -4 - ^ I O<br />
8 a Thans ben 'k die, e beursch,me-zelven<br />
sderven c moet. r n<br />
b[ ] [beur s ch ve - rdor ve n,<br />
9<br />
Doch Gij voorziet mijn 1 eeu w i g-d auw e g<br />
verwe<br />
I o a ten boom-gaard g waar ge g e me ei ei<strong>nl</strong>ijk i k 1beuren[?] doet<br />
aein d li' k eu 1 ren g<br />
bn1ei doos<br />
II<br />
M I is kopijhandschrift voor T<br />
l geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
(C niet opgenomen)<br />
pg<br />
I M' -13 Zie, ik ben niet, dan uit uw hand e bo r en<br />
P 3 a<br />
b Uw<br />
I-IDE--A<br />
D I<br />
I<br />
2 M' a een appel dien gerijpt gij vallen laat.<br />
T I<br />
M 2 i I die I I<br />
11/1 3-D I I Gij I I<br />
I<br />
l4-f4-B'1<br />
4 ^<br />
M ' T Thans ga 'k'<br />
g me-zelf e in de d eigen v vrucht t verloren;<br />
e ^<br />
M Z ,<br />
M 3-D .<br />
,<br />
502 VARIANTENAPPARAAT
S MI-M2 maar 'k weet dat Gode o niets lets verloren<br />
e gaat. g<br />
M 3 *Maar<br />
13 ' -D maar<br />
lees : maar]<br />
6 M'-M2 Ik ken het nut van bloeienn e van sterven; r<br />
M3-D<br />
7 M' -M 2 ik heb bedwellemd, God, > en 'k hebevoed. g<br />
M 3 a l 1 b<br />
P i -D<br />
a heb bedwellemd, God'k en hebevoed, g<br />
Ik<br />
8-roE–B rl<br />
8 M', , Thans ben , die, , beursch-verdorven,<br />
r v e nderven<br />
,moet.<br />
M2-D I 1 o I<br />
I<br />
9 M I Doch g gij l voorziet<br />
mi n l eeuwig-dauw'geg ge verwe<br />
T''1 g l I<br />
I<br />
M 2 Gij I I<br />
M 3 a<br />
eeuw<br />
a<br />
P l a<br />
b<br />
P 2<br />
P 3 a<br />
D<br />
b [Gi ii1<br />
eeuw i g -daauw' ge verwe<br />
verve<br />
[ver]w[e]<br />
verve<br />
lo M', ^ ten boom-gaard, waar e gme eindloos d geuren g doet. d<br />
M 2-D<br />
Ge<br />
ZETFOUTEN<br />
P I -D r,: S Maar maar<br />
r.: 7 ik Ik<br />
NOTEN I In T beginnen g de versregels g met een kapitaal. P<br />
2 Van g edicht verschenen hetet<br />
vertalingen g in hetFrans a zx en het Friulaans.<br />
[GZ4I1 WIE MIJ WAT BLOEMEN BIEDT, EN 'T ZOETE WEREN<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-60 ^ p p. 32v, 3v^33^34,34v,3Sr,44r,<br />
33r, r<br />
T 1 : De Vlaamschegids g i 1 (april a p i 93^P3 z p. z6, /22/<br />
T. : Elsevier'seillustreer g d maandschrift 3 3. II (augustus g 9 3 I p z,„ 99 z /25/<br />
M I : Manuscript p H- 74^4 z,<br />
M 2 : Mansucri pt H-76,66.<br />
P I-3 : Drukproeven P D H- 7^ 868,<br />
D : God aanee ^ ^ p. P 68.<br />
5 oj VARIANTENAPPARAAT
DATERING Na 2 Uni I 22' 8 uli I 22' 1 2 augustus I 22.<br />
1 9 ^ 1 9 ^ 9<br />
o NT W I K K E L I NG S - De genese van `Wie mij ^ wat bloemen biedt' heeftplaatsgehad in de zomer vana<br />
GANG 122. tijd Hoeveel er gelegen g g heeft tussen de diverse stadia (met uitzonderingg<br />
van deedateerde g is s onduidelijk; wel werd telkens dezelfde inkt gebruikt. g<br />
In eerste instantie kwam in de loop p van juni 1 i 22 9 het gehele g gedicht g direct<br />
op papier p (p. 33r), 3^ het bestaat dan nog g uit drie strofen en de slotstrofe s<br />
isnvoltooid.<br />
0<br />
C..A C: Al<br />
,<br />
-+.B I-IO-I-lo]<br />
^<br />
W a Wie mij 1^ watbiedt,en bloemen i n' 't zoete keerene<br />
eren<br />
b<br />
weren<br />
2 a van droe<br />
a weemoed n a ar een liefderijk gebod:<br />
l a Is hij s mij 1 minder e dan het t daagel<br />
g<br />
a[ ] daa gl li'ksch keeren<br />
4 der hemelspheren<br />
a b[?] ?<br />
oog va van God<br />
[strofewit]<br />
6 a Zij mij dez<br />
l 1<br />
a de es nieuwe en vromeBuren g<br />
aZi' n l<br />
wel meer, dan aan mijn ochtend-zicht<br />
7 ^ l<br />
8 het kallem-koninklijke beuren<br />
1<br />
9 uit vochte veuren<br />
?<br />
I o het nieuwe licht?<br />
stro ewit<br />
I I Ik ben in Godes warme korven<br />
II , III ,<br />
II-I -+A II-I -3 A<br />
J ^ J<br />
II-If -j76-20 J<br />
12 a 't framboosken, oe let g<br />
b zwaar van<br />
IV<br />
I 3 die<br />
0 gekorven g<br />
I 3J -I -+A<br />
14 a aan zon en[estorven gestorve<br />
b eizoen s<br />
lees . aan<br />
IS<br />
a a tred<br />
b de zon<br />
cods adem g<br />
r. II-I werden doorgehaald in stadium AII<br />
J g<br />
SO4<br />
VARIANTENAPPARAAT
De laatste<br />
strofe t ewede<br />
werddoorgehaaldn hernomen C: A II . Het resultaat werd<br />
III<br />
opnieuwene doorgehaald n hernomen C: A, Toen kwamen de linkerpagina<br />
Iv<br />
de laatstedrie regels g nog g e eens afzonderlijk 1 aan bod C : A e . slotstrofe De slfe<br />
kostte van de Woestijne W 1 duidelijk 1 hoofdbrekens.<br />
II III<br />
CA C:A C:AIV<br />
II ^<br />
I I C: A 11 a Ben 'k niet in Godes warme korven<br />
12 I<br />
b Ik ben [in Godes zware en [warme korven<br />
III<br />
C. A a Eens esword ik, in de rijkste 1 korven,<br />
b [<br />
en warmste ,<br />
II ^<br />
. A 't framboosken,<br />
onder alle vrachtgeplet,<br />
III<br />
C: A a I I allen last<br />
b<br />
vracht<br />
II<br />
I 3 C : A maar dat, ^ van en zon gekorveng<br />
III<br />
C: A dat keenend en<br />
IV<br />
C:A a tot<br />
a kenen-vol ver-[<br />
en verdorven<br />
II<br />
14 C: A a uit s bloeden ben gestorven<br />
4 gs<br />
b van al mijn 1 [bloed] [gestorven] g<br />
c aan mijn 1<br />
III<br />
C:A zijn l I I<br />
IV ^<br />
C: A t laatsteI<br />
II<br />
I C : A a maar God en zon met geuren heb omzet<br />
5 g<br />
b De lucht ineuren heb gezet<br />
g g<br />
c [*heb] [zet]<br />
III<br />
C:A de I I reuken zet<br />
Iv<br />
C:A a I I fx e<br />
a zet<br />
I<br />
E-- A II-I ' -^IG-20<br />
^ T^<br />
*[lees: heb<br />
eschra t g<br />
De hele pagina 33r van het carnet is met anilinepotlood doorgehaald. Op de<br />
volgende rectobladzijde (p. 34r) schreef Van de Woestijne in inkt een eerste<br />
voltooide versie af, die dus bestond uit de latere strofen r, z en 4 (C:B).<br />
C:B<br />
F-A<br />
I,<br />
i-io-41-Io]<br />
I Wie mij<br />
• wat nelken biedt, en 't zoete weren<br />
2 a van weemoed volgens g liefelijk lgebod:<br />
b [<br />
] [lief]der[ijk] [gebod:]<br />
3<br />
4<br />
S<br />
is zij me minder dan het daa gis li' k ch keeren<br />
der helle hemels-spherenp<br />
a in 't wakend t oog gvan<br />
God?<br />
a beidend<br />
[strofewit]<br />
505 VARIANTENAPPARAAT
6<br />
7<br />
8<br />
9<br />
I0<br />
a Zijn mij 1 de steeds-herhaalde en -nieuwe geuren g<br />
b die<br />
wel e minder dan aan mijn ^ vertrouwd gezicht g<br />
a het kallem- en het<br />
a koninklijke ^ keeren<br />
a beu[ren]<br />
uit vochte en veer' ge veuren g<br />
a van 't t nieuwe, neersch<br />
rsche licht?...<br />
zonne-licht ?...<br />
II ,<br />
I<br />
strofewit] III ,<br />
f E- A ^ II-I 1 A ^ II-II--4I6-20] I<br />
I I<br />
— Eens es word d ik, in de rijkste en warmste korven<br />
i 2 k fra m boos k n e onder o alle a vracht geplet, g ,<br />
*[lees :'t]<br />
13 dat<br />
gekneusd e s en dood-verdorven, I 3 -I fA F- IV<br />
g aan 't laatste bloed gestorven, ,<br />
ISg<br />
de lucht, o God, de lucht in uwe geuren zet<br />
[Stadium tam werd B doorgehaald w d in stadium C]<br />
z Van de Woest i 1 n e haalde edeze tekst door en hername opnieuw e w het gedicht g<br />
I<br />
35 C.0 p r Aan e het so slot gekomen, g ^ besloot hij 1 voor de laatste strofe een<br />
nieuwe<br />
strofe o in e lassen; • hij 1 schreef die p o de linker pg a ina en gaf met een<br />
II<br />
accolade de beoogde g plaats 1 in het gedicht g ernaast aan C : C . Onder de tekst<br />
van C staat e datum<br />
`S Juli 22'.<br />
MetwaarmeeA hetzelfde anilinepotlood ee werd e doorgehaald, g schreef Van de<br />
W oe s ti 1 ne later r boventekst:<br />
de 'Optima', degroepstitel waaronder het gedicht g<br />
in Elsevier'seillustreerd g maandschrift verscheen.<br />
Ook stadium C werd rdoorgehaald, vermoedelijk o op I2 augustus, g ^ toen hijiets<br />
verder in hetcarnet p 44 r nog ^ g steeds varianten proberend, proeren in inkt de vol-<br />
tooide versie onder o de hete opschrift 'Optima' noteerde: C : D. Onder deze versie<br />
schreef h r f Van a de Woestijne meteen de datum `I2 Aug. g 22' ; later nog g`Vlaam-<br />
sche Gids', tijdschrift l waarin waai het t gedicht voor het eerst werd gepubliceerd. gp<br />
Mogelijk g 111 k g gebeurde dit toen hij het gedicht g dat tegelijkertijd g l 1 zou worden gp e u-<br />
bliceerd ` r E iss g geen tijd. Wat g gistren was' Gz 37 bewerkte (zie het varianten -<br />
apparaat rat van v dat gedicht). g<br />
I II C.0 C.0 e en C: D zijn in de gecombineerde g<br />
synopsis opgenomen. o VARIANTEN EN C:A en B niet opgenomen) g<br />
CORRECTIES<br />
I C:C , I a Wie mij een[?] .<br />
C:D-D<br />
a {<br />
w at nelken biedt en , 't zoete weren<br />
I bloemen I I<br />
I<br />
I-IO^A I-I0 ' I -10 > ><br />
S pd VARIANTENAPPARAAT
I<br />
I ^<br />
2 C.0 T van n we emoed volgens liefderijk gebod :<br />
T 2 -D I I liefde-rijk 1<br />
I 2<br />
3 C.0 T is s zij 1 mij t minder dan het daa 11 glksch keeren<br />
11/1'-D<br />
daeglijksch<br />
liksch<br />
I<br />
4 C:C a in<br />
a der helle hemels-spe<br />
a [ ] [hemels-sp]heren<br />
C :•^ D T' hemelspheren<br />
T 2, AI' I I hemel-spheren<br />
p<br />
M a<br />
hemels<br />
ahemel -s heren<br />
p<br />
P'-D I I<br />
5g<br />
C :C 1--T'<br />
T 2-M 2 I I zeker I I<br />
P l a<br />
P2-D<br />
^<br />
int zeker oog van God?<br />
b z é ker<br />
6 C :C C' Zijn 1 mij 1 die steeds-herhaalde s en -nieuwe geuren g<br />
C : D I<br />
I nieuwe<br />
T' I<br />
I -nieuwe<br />
T 2<br />
nieuwe<br />
M-D I<br />
i -nieuwe<br />
C<br />
I<br />
7 wel minder dan aan min 1 vertrouwd gezicht g<br />
C:D<br />
T' veel minder dan,<br />
T 2-D wel minder, dan<br />
I<br />
8 C :C' het kallem en en<br />
a a<br />
a het<br />
b<br />
C:D T' I<br />
T2-D<br />
koninkli jke keuren<br />
beuren<br />
,<br />
C : C a uit vochte en veere veuren<br />
9 veer'ge<br />
ter zee, uit<br />
C :D a uit veer' ge zee en hare gelijke veuren<br />
g gl<br />
a haar<br />
b [zee en] hare vee[o [veuren]<br />
b veergeg<br />
T' uit zee en veer' gge veuren<br />
T 2-D i I vochte<br />
o C:C-T'<br />
T 2-D<br />
't van rijzend zonne-licht?...<br />
ht....<br />
e r z zee, het h I I<br />
507 VARIANTENAPPARAAT
, II<br />
ik matelijke<br />
^<br />
I I C. C Neen, nimmerword^<br />
i t e wikken w C :D a – Neen, I<br />
I<br />
b – Maar neen ^ nooit [word wod ik 't m ae t li' ke 1 wikken]<br />
c – [nooit word ik] i he [t] [matelijke 1 wikken]<br />
d – wel word ik nooit<br />
^<br />
nooit [het matelijke l wikken] *[lees:<br />
. eenmaal nooit]<br />
T I – Wel word d ik nooit o t het matelijke l wikken<br />
T 2 0<br />
M I -D –<br />
II<br />
I2 C.0 a<br />
[ o kloptp<br />
b gelijk ei de tijd die d door mijn oore<br />
g 1 1 1<br />
c o bl guldeno]<br />
ed dat [ ] [ ^ [oore]n [klopt<br />
c<br />
mi' 1 n<br />
d rijkepols p [d]ie<br />
C .D ^- M 2 o guldeng<br />
de pols o die d door mijne 1 ooren klopt)<br />
P I -D I I mijn l I I<br />
13 C.0 C: C H a 0 beschikken<br />
b tot wijs bestieren en tot rijk 1<br />
C: D dat I I zal en I I<br />
T' die I I zelf-beschikken:<br />
T z-D dat I I rijk beschikken:<br />
Iel C:CII<br />
C:D-D<br />
gelijk g e^ de e vlinder die, bij ^ tikken<br />
een vlinder die, bij tikken,<br />
I 5 C: C.0 C H zich wemelend ontpoptp<br />
pt<br />
C:D-D ,<br />
I1, I77 ,<br />
[16-204-A I^ II-II ; I,, 16-20^A 16-20 , 16-20E-B , II-I1<br />
I<br />
16 C.0 – Eens e s w word ik, > in de diepste e s e en warmste korven,<br />
C :D a maar<br />
[XX]<br />
a<br />
warmste korven,<br />
T' I worde<br />
T 2 0<br />
AP-P' I ik dan , ter I I<br />
P 2 a<br />
b ,<br />
P 3 D<br />
^<br />
V<br />
[ Ió-204-AI<br />
18 C:CI<br />
C:D-T2<br />
M'<br />
Mz-D<br />
dat kenen-rijke - rik lg gekneusd kesd en dood-verdorven,<br />
508 VAR I ANTENAPPARAAT
I<br />
20 C .0 a Uw U dag, o God, in geuren g zet.<br />
b dn e [in] reuken zet.<br />
C:D<br />
ineuren g zet<br />
T t -D I I.<br />
De stadiaC<br />
1 enC<br />
C ' werden<br />
doorgehaald in stadium D<br />
NOTEN<br />
I<br />
c ^<br />
I In C.0 r. zo werden bij het doorhalen de komma's voor en na o God verz<br />
komma's a is als geïntendeerd g g eten ^ doorhaling g van deze beschouwd.<br />
[Gz42]<br />
WIELWAAL, DIE VAN RIJPE KERSEN<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-6o, , p. 5 I , r 16r , I ^r.<br />
Mt : Manuscript p H-61 ^7.<br />
T :. Elsevier geillustreerd g u maandschrift 3 2.I 1 uni I 9^ 22 p. p 39o. 2I<br />
M 2 : Manuscript p H-76,67.<br />
P t-3 : Drukproeven p D H-78,69.<br />
D: God aan ee<br />
^ p. 6 .<br />
^ p 9<br />
DATERING 4 februari 12 ^ 2 ,. 1 i februari 1 2 2.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Drie versies i van Wielwaal, die van rij lp e kersen' werden geschreven g op even-<br />
zoveel 1achtereenvolgende rectobladzi' )(p. den in het carnet van 1 9 21-1 95. 22 i r,<br />
16r en I 7 r . De eerste twee dateerde Van de Woestijne 1 elk '44<br />
Febr. 22' (C:A<br />
en C ^ . B de derde ` I I Febr.'<br />
C : C . Als hij l een nieuwe versie begon, haalde<br />
hijde d voorgaande door; ^ de laatste<br />
versie is sniet doorgehaald. g Van de Woestijne l<br />
gebruikte<br />
telkens dezelfde b blauwe<br />
inkt. De drie versies zijnin de ecombi-<br />
g<br />
neerde synopsis opgenomen. g<br />
II<br />
M t is kopijhandschrift voor T geweest.<br />
l g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
I C : A Vogel die van rijpe kersen<br />
g 1P<br />
C : B Wielwaal I I<br />
C : C-D ,<br />
2 C: A uwen rooden gorgel g g spoelt;<br />
C:B , C:C<br />
0<br />
M t -D I,<br />
509 VARIANTENAPPARAAT
3 C :A, C :B – ziele die u zelf te persen<br />
C:C I I, I I u-zelf I<br />
M' I I U-zelf I<br />
T .I<br />
M 2-P 2 I I u zelf I<br />
P 3 a I<br />
b [ ] [u]-[zelf] [<br />
D I<br />
4 C : A-C :C in den mond van God bedoelt<br />
AP-D I i;<br />
5 C : A a Riet geworden aan de tanden<br />
b [ ] te [worden] [ ] [de]n [tande]<br />
c Want te worden riet ten [ ]<br />
C:B (Want I I<br />
C : C-D (want I i<br />
6 C:A a die het zacht tot su[xxx]<br />
a [ ] [su]iker bijt<br />
C:B a a I I<br />
(3 b [ ] plukt[:]<br />
C:C-D I I bijt:<br />
7 C:A a sl<br />
a [s]peelsche en wijze vrucht ten hand<br />
a [<br />
] [hand]e<br />
C:B a I 1<br />
b [ ] [te ] r C 1<br />
C:C a I I, 1 I hand<br />
a [<br />
M'-D I<br />
8 C:A die de buit tot fluite wijdt...<br />
C:B a de<br />
a a [d]ie de buit tot fluite wijdt)<br />
(3 b [ ] [fluit] versukt[)]<br />
C : C a I I fluite wijdt .<br />
M"-D I I;<br />
] [hand]e<br />
I<br />
C : A – 'k Sta in mijnen hoek geborgen,<br />
9 1 g g<br />
C:B<br />
C:C a ... 'k S[x]<br />
a Sta in mijnen l hoek geborgen g g<br />
f ^C<br />
M'<br />
a k Sta<br />
a ...[1]<br />
T I<br />
M 2 a 'k I *Sta I mijne diept I<br />
lees : sta]<br />
leef : sta<br />
P'-D I 1 sta I<br />
5i p VARIANTENAPPARAAT
To C:A a (Vogel die de[?] kerse bijt;<br />
b (God [ ] geene [ ])<br />
C:B – God, gij, die geen kerse bijt –<br />
C:C a I l° l 1 m<br />
M' a l<br />
a [ ] zuigt,<br />
a [ i G [11i [<br />
T I<br />
P-D I I kersen 1<br />
I<br />
C . A a kerse die van een zorge<br />
b als een' g ge [zorge<br />
e<br />
:B a kerse, , ik , g<br />
die als een' ge g zorgeg<br />
C : C a – kerse ,<br />
eene<br />
a[ ] [een ' g e zorge g<br />
M I ,<br />
T<br />
ík<br />
M 2 ik I 1°<br />
P I I I eene<br />
P 2 a<br />
b[ ] [een ' e g<br />
P 3 a<br />
D<br />
b é[ene]<br />
I 2 C:A a Mond van God, uw bete bij<br />
a [ ] [b]eidt<br />
C:B a I I beidt,<br />
a [ ] [*beid][,]<br />
C:C-P 2 mond, naar uwe bete buigt,<br />
P 3 a 1 I<br />
*[lees : beidt]<br />
I 3<br />
D I I<br />
C :A a [ontbreekt]<br />
c Mond van God...<br />
C :B Mond – van – God...<br />
C:C I 1 o<br />
M'-D mond van God...<br />
Stadium A werd doorgehaald in stadium B ; stadium B werd doorgehaald in stadium C<br />
^ ^ g<br />
ZETFOUTEN<br />
T<br />
D<br />
r.: 3 Ziele ziele ^<br />
r.: 9 Sta sta<br />
r. I 3: God..., God....<br />
5 1 I VARIANTENAPPARAAT
NOTEN<br />
I In P i, r. I Irri co eerde g Van de W o e s ti eet l n hetfoutieve outs 'een' tot eene ' (in<br />
plaats van het oorspronkelijke p 1 `een' g e' . De in de volgende g proef p door Van de<br />
Woestijne l gewijzigde g l g lezing g eeneereen' g e werd door de zetter niet uitgevoerd.<br />
Daarop wijzigde 1 g de dichter in P 3 `eene' in `éene'.<br />
[GZ431<br />
ER IS GEEN SMART TE GROOT VOOR ONS<br />
OVERLEVERING C' : Carnet H-63,. r p S<br />
C Z : Carnet H-67, V r. p 3 ^4<br />
T: Dietsche warande & Belfort 24.1 4 (maart 12 9 4^p . 1 98. /27/<br />
M: Manuscript H-76,68. p<br />
P I-3 : Drukproeven D H 8 o.<br />
p 7 ^7<br />
D: God aanee o, ^ ^ 7<br />
DATERING II januari I ^ 2' 3, IO februari I ^ 24,<br />
T W I K K E L I NG S- In het carnet van 9 I 32(CI,<br />
5r) schreef Van de Woestijne 1 met zwarte inkt, ,<br />
GANG na a de datum `IIjanuari', de aa<strong>nl</strong>eiding g voor het gedicht: g `Dood van Thijsje<br />
Perme e .' Zieverder noot I. Daaronder dew volt g een ruwe versie van het e gedicht g<br />
II<br />
Cs<br />
i.A.').<br />
De ductus van het t ve vervolg vo g l wikt af A X r. 9 -I 4 . Dit ge<strong>deel</strong>te, t in<br />
de zelfde inkt, werd iets later toegevoegd.<br />
I I,<br />
C :A<br />
I Er iseen smart te groot voor ons:<br />
g g<br />
zij zijn te glanzend wl zijn g van geluk g<br />
3 dan dat de die pste en felste wond'<br />
4 ons os niet als eene e roze smukk'<br />
[strofewit]<br />
5<br />
Geen spijt o kon<br />
6 a o ree : g p<br />
a .<br />
7<br />
Wij<br />
keeren 't aanzicht naar de zon :<br />
8 ons schaduw wordt een rijke sleep. p<br />
I, II<br />
C .A<br />
9<br />
I0<br />
II<br />
Wi' Wij zijn te gretig g g naar Uw brood<br />
dat ons nog éen'ge honger kwell'<br />
g g g<br />
kleine witruimte]<br />
Er iseen nacht die wakend wacht<br />
g<br />
II-I -*I -16 4 3<br />
5 12 VARIANTENAPPARAAT
i Er is geen dag die opengaat<br />
[ ] [open]slaa[t]<br />
z; dan[x]<br />
[dan] ons [ 0 ] dat [ so ] lacht<br />
[ ] gelaat [ ] hunkrend [<br />
I 4<br />
de teistring toe van Uw gelaat<br />
g g<br />
Ruim een jaar j later nam Van de Woestijne W<br />
^ in het carnet van 1924 94 (C 2, ^ 4r) 4<br />
hetedicht g opnieuw P ter hand. Onder de datum, `i o Februari', schreef hijeen<br />
vrijwel l voltooide versie(C 2 :13De 1). slotstrofe werd direct onder de laatste<br />
2 J311).<br />
reel hernomen (C<br />
g<br />
Vermoedelijk direct daarna schreef Van de Woestijne l het gedicht g in netschrift<br />
over op p1<br />
de linkerpagina ernaast C 2 :C . De stadia B en C zijn in de<br />
gopgenomen.<br />
gecombineerde synopsis o .<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
(C I niet opgenomen) g<br />
2 CZ:BI wij zijn te glanzend van geluk<br />
[z-¢AAI, 1-4]<br />
T-D I l<br />
3 C2:BI,C2:C dan dat de diepste en felste wond'<br />
T, M I I roodste I I<br />
P` a l<br />
I<br />
b [ ] [wond]<br />
P Z a I 1<br />
b [ ] [wond]'<br />
133 , D I I<br />
5 C:BI a De grilge draad die stond aan stond<br />
b [ ] tra[ge] [<br />
c Het traag geweef [d]at [ ]<br />
C : C a Het effen leven, 't blank geweef<br />
T-D I I<br />
2, I<br />
6 C :B tot een stramien ons leven bond,<br />
C 2 : C-D waarop ons vreugde of ons verdriet,<br />
p g<br />
2, I<br />
C :B waarop ons vreugde of ons verdriet<br />
7 p g<br />
C 2 : C T al naar ze een trage zore dreef<br />
g g<br />
M-D I I een trage zorg ze I I<br />
g g<br />
8 C2:BI<br />
CZ:C-M<br />
P `-D<br />
de teeknen<br />
I I teek'nen<br />
s tikten vana een lied, e,<br />
513 VARIANTENAPPARAAT
9<br />
Cl:B' a is thans bij beurte schacht en schicht<br />
b gewerd [ ] of [<br />
C:C,T I<br />
M, P' I I beurt ons I<br />
P' a I<br />
b [ge]leek [<br />
P 3 , D I<br />
Jo C 2 :B I a dat duister braste of blindend klaart;<br />
b [ ] [brast] [<br />
C' :C a i<br />
I<br />
b [d]ie [ ]<br />
T-D I I blinkend I I.<br />
ii C 2 :B I a maar wij z<br />
a [ ] staan lichtend in het licht<br />
a [ ]Licht]<br />
T Maar I I<br />
M a I thans in 't licht<br />
a<br />
]Licht]<br />
P l<br />
I licht<br />
P' a 1<br />
b<br />
]Licht]<br />
133 , D<br />
1<br />
[.13-1-64-All, II-I4<br />
z3 C 2 :B I Er is geen nacht die wakend wacht;<br />
C 2 :C a I<br />
I<br />
b [ ]macht] [ ],<br />
T I<br />
M a i<br />
P`-D I<br />
I<br />
^ lacht,<br />
a [ ]nacht] [ ]<br />
i s C 2 :B I a dan ons gelaat dat hunkrend lacht<br />
b ] [h]oopvol [ ]<br />
C 2 :C a I hoop-vol lacht<br />
b<br />
] w[acht]<br />
T<br />
I<br />
M-D I,<br />
16 C Z :B I de teistring toe van uw gelaat<br />
C' :C, T<br />
1 Uw I I.<br />
M I uw<br />
P l a<br />
i<br />
PZ-D<br />
I<br />
514 VARIANTENAPPARAAT
17 C Z :B I En waar de Stilt ons hart door-bonst<br />
C 2 :B 'I a I 1 Stilte in 't harte bonst:<br />
CZ:C-D<br />
b [hart] ons [ ].<br />
I stilte I<br />
2, I<br />
I 8 B a als steeken n van den laatsten nood<br />
b een<br />
2, II<br />
C . B a het I I ,<br />
b als :<br />
C 2 : C-D<br />
19g<br />
C2:131de e r ddin -trommel s van den dood<br />
C. ,2,<br />
. II ^<br />
B t is •<br />
s of de trommel I I ,<br />
C' :C a<br />
TM ,<br />
'of<br />
P T I of<br />
P 2 a<br />
P 3<br />
^<br />
D<br />
b .<br />
b<br />
D[ood]<br />
2, I<br />
20 C . B o I noodt<br />
II<br />
C , .<br />
2, . B o horzel die de zon door-gonst, g ,<br />
C 2 :C,<br />
T –o –<br />
M- D<br />
door g on st — ^<br />
2,<br />
21 C .B I o hommels in de zonneonst. g<br />
2, II<br />
C .B a ten t . 2<br />
a r edd in gs -t oc ht ons noodt<br />
C 2 :C, T<br />
I I.<br />
M-D I I vrijheids-tocht l I I<br />
ZETFOUTEN<br />
T r. 19: is' o is 'of<br />
9<br />
NOTEN<br />
I Thijsje 11 M. Permeke, ^g geboren op p z i juni 1 i i20 9 z als zoon van de schilder<br />
Permeke met wie Van de Woestijne 1 bevriend was, ^ stierf op P i i januari<br />
1<br />
1 9 2 3 . V g 1. Van Elmbt, ^ De agenda ^ en carnets dl. I BPS 80.<br />
2 Van hetedicht g verscheen een vertaling gin het Frans.<br />
[GZ44]<br />
DE DAG SCHUIFT VÓOR DEN DAG GELIJK EEN LUCHT VOL ROZEN<br />
OVERLEVERING CI : Carnet H-63, . 6 p. 9r.<br />
C 2 : Carnet H-67, 7^ p. 54r. S4<br />
M': Manuscript H o<br />
7 ,7•<br />
T : De g gids d 8 9 .I v (december I 9S^ 2 p. 3 i o. 2 9<br />
M 2 : Manuscript P H-7435•<br />
M 3 Manuscript H-76,69/7o is éenpagina).<br />
515 VARIANTENAPPARAAT
13' 3 : Drukproeven D' H-78 7 ^7I.<br />
D I : God aanee ^ ^ 71. 7<br />
D 2 : Gedichten, ^ p 5 1.<br />
DATERING Omstreeks oktober(?) 1923; augustus 1925; 11 september 1925.<br />
9 33 g p<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Het oudste fragment g van `De dag g schuift voor den Dag, g^een klad van twee<br />
strofen, komtoor ve<br />
op p het achterschutblad . 6 9 r van het carn t van 1 9 2 3,<br />
waar het dwars genoteerd ee is C ' :A . Van a de Woestijne ^ was aan het einde van<br />
het carnetekomen g en > keerde het daarna om, om op p de leeg g gebleven g bladzij1<br />
-<br />
den 'normaal' verder r te g gaan. De omkering e g had plaats s in oktober 12 9 3^ • het e is<br />
dus mogelijk dat t stadium d A, op phet achterschutblad, in die periode p viel, maar<br />
zeker is dat niet.<br />
In het e volgende g e stadium s bestond o het gedicht g opnieuw p uit tweevierregelige<br />
strofen (C 2 :B). Onder de datum `Au 3 ^ .'(1925)<br />
9Sin het carnet van 1924-1925<br />
hernam Van de eW Woestijne s l de tekst uit stadium A.<br />
C I :A C 2 :B<br />
I-N]<br />
I C' :A De dag schuift aan den dag gelijk een lucht vol rozen<br />
g gg l<br />
C2:B<br />
2 C' :A Nee<strong>nl</strong>uit s uwe<br />
oogen niet, want gij g ^ zoudt blijven ^ zien<br />
C 2 :B i<br />
I blijven<br />
C' :A a door 't ijl gordijn van 't uur dat wijkt de prille en brooze<br />
3 lg 1 1 p<br />
bglijdt l<br />
C2:B<br />
4 C' : A a vereeuwiging g g van wat gij gl nimmer hebt gezien g<br />
b<br />
kent, misschien<br />
C2:B<br />
4/5 C' :A, C 2 :B [strofewit]<br />
C ' : A De zee verschuift de zee : haar diepte zal niet roeren<br />
5 p<br />
C 2 :B *zeer: lees : zee :J<br />
6 C I : A a alleen<br />
b Uw blik is blikken-vol maar luikt op pzich<br />
C 2 :B I I, I I<br />
7 C 1 : A opp<br />
uw ontroeren<br />
C 2 • B dee ontgoochelend ontroeren<br />
8 C :A enaat niet open *dat op rasmen van geween lees : dan<br />
g p p p g<br />
C 2 :B i I dan<br />
Ruimn ee maandna a stadium B noteerdeVan de Woe e ti' s ne vlak daaronder de<br />
datum `II Set.' en een driestrofige versie van het gedicht C 2 : C . Het slot<br />
ervan was in eerste instantie onvolledig g en vulde hij later aan (fasen b en c).<br />
Stadium C is in deecombineerde gpg<br />
synopsis opgenomen.<br />
f 1 6 VARIANTENAPPARAAT
II<br />
M'<br />
is kopijhandschrift kol pla voor T geweest. g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C I en C Z :B o opgenomen)<br />
g<br />
[r-BSA; I-84--B]<br />
2 C2 2 :C a N Neen, e > blind uw blikken e niet, want gij gl zoudt blijven zien<br />
[ ]zult] [bl]íj[ven] [<br />
M'-D 2 – Neen, I<br />
3 C<br />
2<br />
.0 door 't ijl Jg gordijn 1n van a 'tt uur dat glijdt, de prille en brooze<br />
M I<br />
a<br />
T<br />
M114 2-D 2 , de prille, p brooze<br />
2<br />
6 C2 :C-T .CT Uw blik is blekken blikken-vol, maar luikt o P zich alleen<br />
MD<br />
z_ Z<br />
alléen<br />
7 C Z :C a de brooze schoonheid s d van ontgoochelend ontroeren<br />
b vlucht'ge'<br />
g<br />
be[roeren]<br />
b<br />
ont[roeren]<br />
M i ,T<br />
M 2-D Z<br />
Z . _ z<br />
9 C .0 M Verstar uwpij<strong>nl</strong>ijk oog o0 op beelden die niet rijzen:<br />
1<br />
M 3 a l i .<br />
a<br />
P I -D Z I I<br />
TO C Z :C a o<br />
M I-DZ<br />
b hun<br />
diamanten dIa ante gruis g dat door den<br />
b<br />
in den nacht verbrandt<br />
c een<br />
II C Z :C a o<br />
heel den<br />
b<br />
kan met den bewizen bewijzen<br />
b in de roering g van uw duister<br />
c woeling<br />
M'-D 2 I<br />
I<br />
I2 C2:C a<br />
b dan<br />
b<br />
in u-zelf een onbevroed<br />
diepin u ongehouwen [diamant]<br />
c de p g<br />
M' I I.<br />
T-D Z I I> I I , I i onbehouwen I I<br />
den diamant<br />
NOTEN I Van het gedicht g verschenen vertalingen in het Duits x 3 en het Russisch.<br />
5 17 VARIANTENAPPARAAT
[ GZ45] UITVAART VAN DEN BEDELAAR<br />
OVERLEVERING CI: Carnet H-67, p. 55r. 7^p SS<br />
C 2 : Carnet H-72, p. 4V, r I r 22V, 2 r 38r, 3 9r, 0r 1r.<br />
7^ p 4^ 5^ S> > 3^3 ^39^4 ^4<br />
M I : Manuscript H-75. p<br />
M2 : Manuscript H-76,71-76.<br />
P I-3 : Drukproeven D H-78,73-78.<br />
D: God aan ee , 73-78.<br />
^ ^ p 737<br />
DATERING<br />
4 augustus g 1925; 6 maart tot uiterlijk 23 september p 9 26.<br />
oN ONTWIKKELINGS-- De reconstructie van de ggenese n e v a n dit lange g gedichtg wordt bemoeilijkt ^<br />
door 0<br />
GANG de omstandigheid dat de onderdelen verspreid p in de carnets voorkomen, en<br />
door 0o de <strong>deel</strong>s e s e erg gg globale o e datering; g , het is lastig g te bepalen in welke chronolo gi-<br />
sche volgorde g die onderdelen geschreven g zijn. l<br />
Twee momenten n uit u t de genese g e ese echter zijn precies gedateerd. d In het carnet<br />
van i 9495 2-^ 2 (CI, C I p. 55r) schreef Van de WWoestijne 1 in 9S I 2 onder de datum<br />
'44 Aug.' u. g een e titel t die d dan a nog g afwijkt l van a de eindversie: 'Begrafenis g<br />
van den<br />
blinde'. Na enig g wit volgtg<br />
een voorloper van de eerste versregel: g<br />
C T :A<br />
j-4C, I; -->H 1; --+I]<br />
z De stiltealmt den toren over.<br />
g<br />
In de witruimte e tussen de titel en deze regel g schreef Van de Woestijne 1 tegen g<br />
derechtermargen e een m motto: o : `et fortium dividet spolia, p , et cum sceleratis re uta-<br />
tses u t. I sas. ïa ' Een tweede motto schreef hij hijp^<br />
iets lager: `In Te projectus sum<br />
exPsalm utero toPxxI'. Met een lijn gaf 1 g hij aan h dat het onder het eerste motto<br />
hoorde. Klaarblijkelijk bedoelde Van de Woestijne 1 dit fragment g als aanzet tot<br />
hetgedicht,m eaa maar e het t blad b bleef b ee verder d leeg. g Zie voor de herkomst van de cita-<br />
ten noot 1.<br />
In het carnet r van 1926 z 9 6 (C 2) zijn lg de overige kladfragmenten opgetekend. Het<br />
is van belang a gop P te merken dat de beoogde g opeenvolgingvan de(voorlopig)<br />
afgeronde g g ge<strong>deel</strong>ten door Van de Woestijne 1g<br />
niet is aangegeven. Het vroegste<br />
dat tot od de genese g<br />
van `Uitvaart van den bedelaar' behoort, ^ is daarvan als enige g<br />
g edat e e rd: . f ` Jan' B . Het werd geschreven g met blauwe inkt en heeft het<br />
karakter van een schets.<br />
C2:B<br />
, ,<br />
I a Het tb brood,de > dood, het > bloed 1 en t bloote water -^in",G–^ 6/7; G1 I1<br />
b wassend s [brood, , de dood, , het et bloed<br />
en bloote 't 1 wa water]<br />
(z)<br />
Arme oo g n e ^ op bezoek oe bij b l deze oneindigheid g<br />
17<br />
h 3 Ik ben gewicht g e warmte t van het lood –;I > io ^ > –+Go<br />
[witregel] g<br />
Wat kan me nog 0 beroeren?<br />
4 g<br />
5 I 8 VARIANTENAPPARAAT
(5)<br />
[witregel] g<br />
I<br />
Hoeveel 1 heb ik gezien g aan havens s en gelaten g<br />
–^I I • –*46]<br />
De overige fragmenten g van ` Uitvaa r t van den bedelaar' in het e carnet zijn niet<br />
gedateerd. Er ozijn } grond n van andere a r<br />
dateringen g in het carnet slechts s is globale g a<br />
markeringen mo gl ell k. Als terminus ante e que em u kan gelden g 2339<br />
september i 26 de<br />
datum die zowel op p het handschrift M' also op het manuscript p voor A.A.M.<br />
Sto t s M Z voorkomt. De latere ge<strong>deel</strong>ten g e (stadium H en daarna)zijn a<br />
zeer waar-<br />
sc h i }^ <strong>nl</strong>i k niet e lang o g<br />
voor d die dadatumgeschreven: a}<br />
Van Va de e Woestijne W voltooide 0o het<br />
ge dl ct h as nadat met Stols de afspraken voor uitgave g van de bundel gemaakt g<br />
waren (zie de Drukgeschiedenis, g<br />
2.1).<br />
Het volgendekladfragmenti gduidelij<br />
een is duidelijk herkenbare onvoltooide versie<br />
van de eerste strofe, ^g geschreven eve met potlood op p. i 5r tussen 6 maart en<br />
21 april. p<br />
CZ :C<br />
I<br />
Geen klokke e omkranst den dooven toren<br />
2<br />
met<br />
klank<br />
3<br />
4<br />
S<br />
in ontberen[eboren gebore<br />
hij thans de armoe-zelf verloren<br />
1<br />
a en zonder dank<br />
b is verscheiden<br />
Overwitruimt de witruimte die onder deze regels gop de p bladzijde } overbleef, schreef Van<br />
de Woestijne 1 e na a hete carnete eeen kwartslag gggedraaid te hebben een notitie: ` e<br />
t ' a i dit que q je 1 suis n' e plusieurs a q que u je suis mort ete un seul (het eenzaam worden...<br />
in God)'. .Dit werdgeschreven na de eerste strofe (stadium C waar het ook<br />
uiteindelijkmi min of o meeraansloot: bij<br />
de woorden vertonen overeenkomst met<br />
r. 6-7. 7 Het is niet bekend of het hier een citaat betreft.<br />
Op p de pagina's g 22V en 23r komen opnieuw herkenbare flarden tekst voor,<br />
geschreven g met P potlood en omgeven g door regels g die niet in `Uitvaart van den<br />
bedelaar' voorkomen. Telkens is er een duidelijke scheiding g door witruimte,<br />
zodat niet alle tekst op p deze pagina's pg door Van de Woestijne 1 als (mogelijke) g l<br />
onderdelen van hetedicht g bedoeld zal zijn geweest. g De niet teruggekeerde<br />
fragmenten g worden beschouwd als paralipomena. p p De vroegste g fragmenten g oop<br />
p. 23 r (stadium D) vallen tussen 21 april P en I2 mei' ^g<br />
de overige ge<strong>deel</strong>ten zullen<br />
kort na Deschreven g zijn.<br />
eerst schreef Van de Woestijne P bovenaan 3 p. z r een versregel g (C2:D)..<br />
Daaronder een n zeer z r grove g<br />
schetsh (paralipomenon p i die weinig g meer is dan een<br />
rrijmklanken, reeksl en ^ een zeer incomplete strofe-aanzet die geen g duidelijke aan-<br />
p in gp s unten bij het gedicht g toont (paralipomenon p p 2 . Tussen deze paralipo-<br />
mena kwam de latere vijfde } strofe C 2 : E . Op pde linkerpagina noteerde Van de<br />
Woestijne 1 nog g een eerste pg poging g voor de zesde strofe C 2 : F .<br />
51 9 VARIANTENAPPARAAT
C 2 :D • – ^H N ^^ ,^<br />
1 a Ik ben de zieke e aan<br />
oordr g grootebo oe t n<br />
b Hij was [ ] [ 0<br />
C 2 :arali p omenon p 1<br />
o frisschen e kalme, rijke en zachte<br />
nacht<br />
die van 0 alle wachten<br />
[ 0 ] verwachten<br />
a 0 I sameb<br />
a<br />
[witregel?]<br />
[sameinbracht<br />
delven<br />
zelven<br />
[ 0 1 schelven<br />
C' :E<br />
–>H 2I-2 ' –>2I-2<br />
, 1', I<br />
a<br />
Alleeheu g en g zou hem falen a<br />
en 't zitten aan een langen disch d<br />
b waarbij de tanden<br />
voedzaam<br />
malen<br />
a en duizend visschen boven-halen<br />
b wel<br />
en 't nutten vaneen enklen visch<br />
g<br />
C 2 :arali p omenon p z<br />
o God ![streepjes]<br />
[streepjes] es<br />
[streepjes] J<br />
Gij zijt een zoete geur g van hout<br />
C':F<br />
Hij Hi' was de honger en de dorst d vanvele, v<br />
hij was de zatheid van a begeer<br />
I-2---+H 26-2 ' –>26-2<br />
^ 7^ 7<br />
[<br />
met borsten te streelen<br />
5 2o VARIANTENAPPARAAT
Aanzie<strong>nl</strong>ijk n1 1 ve verder in het carnet (p. 3 8 r schreef Van Woestijne de s 1 met blauwe<br />
inkt een fragmentr ga e<br />
dat later e de negende g r f verwerkt strofewerd :<br />
Cz:G<br />
[ --'43-4J_1<br />
Hij 1 had a ggeen mond om veel o e te e loven<br />
a hij 1 die g<br />
a den geur sec slechts van den *over<br />
lees : oven]<br />
mocht kennena als s zijn l daa gl lijk sch brood<br />
0 p de volgende g recto g a ina ' s. 3 9r en or 4 maakte Van de Woestijne, l nu<br />
weer met potlood, een , definitief begin, g , alsgezegdwaarschij<strong>nl</strong>ijk s geedw g s ) ) begin g se tem-<br />
ber. De eerste r strofe(stadiumC<br />
s o e werd r hernomen e en aangevuld met ruim vijf 1<br />
strofenen de aanzet z toteen zesded C 2 :H.<br />
C' :H<br />
I a Geenn klok om galtut den ndooven toren.<br />
b [ I [omg]olft g<br />
I- T 4-C' I-30--41-30]<br />
^<br />
*-A<br />
Wat galmende g aa n aardeals een' ge g klankk<br />
3 In ' holst o ontberen naakt geboren, g<br />
4 f thij 1 thans h n armoê zelf verloren<br />
5 en is gestorven<br />
toren zonder d dankk<br />
strofewit]<br />
6 Hij, "' 'tk kind d vanduizend d wilde schooten,<br />
7 werd lam<br />
ten laatsten schoot gebracht, g<br />
s a 13 a eenzame zieke k aan boord der booten, ,<br />
F-D<br />
[zieke aan boord a zoo der wordt *de booten,] e e<br />
,<br />
o . een]<br />
9 a a wordt , higevree<br />
1 g<br />
p a besmette en lijdelijke vracht<br />
10 der zeee eve' een zoeten nacht<br />
gg<br />
II<br />
stro ewit<br />
a Geen liefde om ouders zonder<br />
a Hij was allang, verscheiden<br />
l g^ allang<br />
I i Geen lle liefde om ouders e zonder brood<br />
I 3<br />
k a n duurzaam 'tt kinderhartverblijden<br />
kende a t<br />
14 die de eerste les in 't onderscheiden<br />
g de vrage van den honger g r *boodt,<br />
lees : bood ><br />
stro ewit<br />
521 VARIANTENAPPARAAT
16<br />
17<br />
En wij, dee Vader ><br />
e ende Moeder,<br />
wij zagen gj hem als wandlaar gaan g<br />
I8 de leêgeg wegen van i) zijnwaan,<br />
z 9 a met geene g hoop data<br />
a d' ho e hl l^moeden<br />
e moeder<br />
zo dra weêr ee voor onze stulpou p staana<br />
stro ewit<br />
2I-2 4--E J<br />
2 I maar neen : 'teheu g en g zou hem falen<br />
2.2. a als 't zitten al<br />
a aan een lanen disch g<br />
z 3 waarbij 1 de e *tandelangzaama e malen:<br />
leef : tanden]<br />
24 a wel<br />
4<br />
a ontal'ge visschen boven-halen<br />
g<br />
z 5 en 't nutten van geen g enklen visch..<br />
ftro ewit<br />
[26-274—F I1-2]<br />
26 a En honger g hij, ), en dorst van a velen, 1<br />
b vraatzucht ct<br />
27hij<br />
a werd zatheid dra van<br />
bez<br />
a[ ] [be ge 'er.<br />
z8 Wie nimmer ate en dronk mag g d eee, 1 n<br />
2 9a 9 vergeet de dorheid g van zijn zijn kele, e e,<br />
b [ 10<br />
o a en kent zijn hardste n<br />
3 J<br />
a den nood zijns monds niet meer.<br />
)<br />
stro ewit<br />
z Hij was de bedelaar geworden<br />
3 Hij g<br />
[31-3J—'36-40]<br />
3z<br />
33<br />
34<br />
wien niemandeeft g en nooit meer vraagtg<br />
[<br />
0<br />
0<br />
] morde<br />
dorde<br />
35<br />
[<br />
0<br />
leeft<br />
In het carnet resteren o twee nu nogg<br />
stadia (I en die tot de e voorbereidingen<br />
van `Uitvaart van den bedelaar' behoren. Ze bevatten e respectievelijk ectieveh p 1 vier en<br />
driestrofen, samen e de laatste<br />
1 atste zeven<br />
van de eindversie. Beide ede stadia da zijn 1 )<br />
geschreven met dezelfde blauwea einkt, maar in het carnet r liggen ze betrekkelijk 1<br />
ver uiteen. Of ze in aansluiting g op P elkaar danwel met een tusse<strong>nl</strong>iggende<br />
periode p geschreven g zijn, 1^ blijft 1 onzeker.<br />
522 VARIANTENAPPARAAT
Van de Wo est i 1 ne voegde, g ^ zeker bij 1g de langereedicht gedichten, n ^<br />
somslater st strofeno e<br />
ss n maar e,g<br />
omdat hetlangerees passages betreft g en de chronologische volgorde<br />
in g rote li 1 nen m eesta 1 ove r ee nk o tm met uiteindelijkeis de<br />
verdelingg ove stadia I n en onder n r voorbehoud als vol t bepaald. Op paginag<br />
I<br />
S v ,o onder r sa stadium t B, schreef r e Van de e W o est i n ^ e een e nieuwe e s strofe e I^,<br />
ernaast<br />
II<br />
drie strofen (III).<br />
C: C.I<br />
I<br />
1-- > ¢G-JoJ<br />
xxx die in havens enelaten g<br />
alleen[?] g afwezigheid mocht zien; ,<br />
a nen e : ? hij hijdie buiten allen baa[?]<br />
a<br />
van[ ? liefde los en allen hate,<br />
[ba]te,<br />
zich-zelve niet meer zag, g^ misschien;<br />
De eerste woorden van de reels i n slecht leesbaar door een inktvlek<br />
g ^J<br />
C: III<br />
a Gij, die tot beedlaar jons laat worden,<br />
b<br />
groeien[,]<br />
God, 0, als s deze bedelaar, ,<br />
'dat we in ontstentenisse bloeien<br />
en 'dat we alleen nog zullen gloeien<br />
g g<br />
a als in Uw zon het<br />
[strofewit]<br />
s 't onschuldig aar; ,<br />
Gij<br />
die van 't bloed en 't bloote water<br />
van 't wassend *tijd 1 en 't wassend e broodb<br />
*[lees: tij]<br />
a onthoudt, ons will'gen, 't hoog gekla g ^ gg<br />
ae [g e]schater, g<br />
b<br />
a voor hen[?]<br />
a tot vreugd van 't onbekende later,<br />
g<br />
en laat ons zwaar en warm als lood:<br />
[ 4—B, 3]<br />
stro ewit<br />
a Geheimei' gl^ o<br />
a G i 1, en zéekre n<br />
a<br />
zaaier<br />
die kiemen laat uit duisternis<br />
523 VARIANTENAPPARAAT
alleen, en uit to ons rijk lgemis:<br />
a maakt Ge mi n 1 *beeldlaar dan[?] den waaier lees : beedlaar]<br />
b<br />
tot 0<br />
a de<br />
an ee zeegning g g o over onzen o e disch?<br />
.<br />
De drie slotstrofen staan direct achter stadium H41r):eerst éen een strofe ,<br />
daaronder, mogelijk na a enige e g tussentijd, e ^, de e herneming g daarvan a en de aanvul-<br />
a<br />
II<br />
lin g met nog gtwee strofen .<br />
i, I , II<br />
C. C z . r. i- S<br />
L, I<br />
I C . a o Klare veger g der woeste woestijne<br />
woestijnen,<br />
1<br />
b Blijde 1<br />
z, II<br />
C a I<br />
l o<br />
b Veer g<br />
2 C: . I maar zaemlaar van den versten straal:<br />
2, II<br />
C<br />
I I Zaemlaar<br />
4<br />
2, I<br />
1^ C . a laat 1 hij zijn vader, ^ mij l verschijnen<br />
1<br />
b mij l<br />
2, II<br />
C . zal ik, ^1 zijn Vader, ^ weer verschijnen<br />
1<br />
2, I<br />
C agezuiverd van va dewetens-pijnen?<br />
b [<br />
i, II<br />
C. a I I<br />
bi'n der pijnschijnenk]<br />
2, I<br />
(5) C. omlans? g<br />
z, II<br />
C : a zijn l moeder blank van moeder-pra ral<br />
pra al ?<br />
b M[oeder]<br />
I 77<br />
werd doorgehaald bi begin van<br />
[—> 66-70]<br />
z, II<br />
C . r. 6-I S<br />
(6) — Wij hebben hem vandaag begraven,<br />
1 g g<br />
7 gebaard uit onze onwetendheid;<br />
(8) a doch, wij die hem zijn armoê gaven,<br />
1 zijn g<br />
b<br />
(9) a wij w weten 1 w dat wie van ons lij1<br />
dt<br />
b bevroedenw [x] [dat wie van ons lijdt 1<br />
b dat wie van ons lijdt] 1<br />
(1o)a misschien ons dankbaar loon bereidt.<br />
b ons thans een<br />
5z4<br />
VARIANTENAPPARAAT
[strofewit]<br />
Ons werk is krank nogg voor ons handen<br />
a het t moe beginnen e en 't eigen leed; ,<br />
b [ I te [ l<br />
maar wien t 't gebed g ed der offerande<br />
e a schroeiend op de li e *brand b *[lees : branden<br />
o Vinn'ge en zachte God : hij wéet.<br />
g 1<br />
Resumerend kan nog gg geconstateerd d wordendat van de zevende<br />
strofe e (r. 3- i<br />
5 een geen voorstadium in de carnets ss isopgetekend.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C I en C 2 niet opgenomen) o titel M' [ontbreekt]<br />
M Z a Uitvaart van den Beed<br />
a [ ] [Be]delaar<br />
P i -D I<br />
I-
14 M' a dien de eerste les in 't onderscheid<br />
a [ ] [onderscheid]en<br />
a w[ien] [ ]<br />
M2-D<br />
1 S M' a de x<br />
a vrage van den honger<br />
^<br />
g g boodt.<br />
a<br />
[bood][.]<br />
*[lees: bood.<br />
M 2-D I<br />
I<br />
I8 M' a de leêge g wegen g van zijn waan w<br />
b<br />
M2-D<br />
19 M' a o hope, dat hij, moede<br />
en moeder,<br />
H[ope][,]<br />
M 2-D i 1 o<br />
zo M' a weldra weêr voor ons [x]<br />
a deur zou staan.<br />
MZPI<br />
P 2-D I I voor<br />
[2I-2)-4--E]<br />
21 M' Maar neen 'teheu en zou hem falen<br />
g g<br />
M2-D<br />
24 MI a ontal'ge g visschen boven-halen<br />
bontall' g e<br />
M 2-D I<br />
I<br />
[26-274–F, 1-2]<br />
7 ^<br />
277 M' a werd dra hij hij zatheid van be g ée x .<br />
a[ I [be gée r .<br />
M 2-D I I begeer. g<br />
z8 M' Wie nimmer ate en dronk mag g <strong>deel</strong>en<br />
M2-D<br />
3 o M' a en kent den nood Tx]<br />
a zijns l mond niet meer.<br />
2<br />
*meer<br />
P' -D I<br />
I meer.<br />
lees : meer.<br />
3 2 M' a De mensch is zwaar; de God is licht.<br />
a maar<br />
a de<br />
M 2-D I<br />
I<br />
526 VARIANTENAPPARAAT
M' 't bezoek gekregen van Uw licht?<br />
3 5<br />
NI'<br />
I Licht?<br />
P', P Z<br />
I licht?<br />
P 3 a<br />
I<br />
b<br />
] Licht?]<br />
D 1<br />
á36-0+-H, 31-31J<br />
M I M 2 die niet verlangde en niet e en e morde.<br />
3 8 P' a<br />
b -<br />
2 die niet<br />
P -D<br />
39 M I<br />
1<br />
a<br />
a Kent hiji thans 'tliefde-woord t<br />
der orde<br />
O[rde]<br />
M 2 a - Kent<br />
orde<br />
a [<br />
I O[rde]<br />
P I -D<br />
a orde<br />
4 1 M M ' 2 De zoon der dood, die van zijne oo gen<br />
P I -D<br />
zijn I I<br />
[43-4y--G]<br />
M' a hij hag<br />
a [ ] [ha]d geen mond om veel te loven,<br />
M 2-D I<br />
I<br />
44<br />
M' hij die den géur slechts van den oven<br />
M 2-P 2 I I geur I I<br />
P 3 a ^<br />
I<br />
b [ ] [g]é[ur] [ ]<br />
D<br />
I<br />
4S<br />
M' a genieten mocht als daaglijsch brood;<br />
a [ ] [daaglij]k[sch] [brood;]<br />
M 2 I<br />
I<br />
P l a I<br />
I<br />
b [ ] [da]e[glijksch] [ ]<br />
P 2-D I<br />
46 M' M 2 hij, die in havens en gelaten<br />
4 ^ 1^ g<br />
P' -D I Io I I<br />
[46-I0 4-- II]<br />
[E-B, JI<br />
48 M ' ^ M 2 neen : hij, )> die buiten allen bate, ><br />
P' -D I Io I I<br />
5o M' a zil<br />
M2-D<br />
a zi ch-zelven niet meer zag,misschien<br />
[11-6JE-Ill]<br />
527 VARIANTENAPPARAAT
–<br />
S I M',M 2 Gij, 1, diee tot be e 1 aar ons laat groeien,<br />
P I a<br />
b [beedlaar]s [ ]<br />
P 2-D I<br />
I<br />
I<br />
56 S M G i' 1, die van 't bloeden e 't bloote ' water, ,<br />
M 2 a<br />
bo<br />
P I -D I<br />
,<br />
b loote water,<br />
I<br />
[161)7
Z<br />
73 M', M Doch wij, 1^ die hem zijne 1 armoê gaven, g ,<br />
P I -D I I zijn I I<br />
76 M M' a – Ons s werk is s k krank, ^ nog g voor 0ons handen<br />
b<br />
voor<br />
M Z o<br />
P T a<br />
132-D<br />
b<br />
l<br />
vóor<br />
All-PI<br />
77 M het moe beginnen g te eigen g leed.<br />
P 2 a<br />
P 3 D ,<br />
b mo ê<br />
8o M T<br />
o Vinn'ge g en Zachte God : hij 1 wéet.<br />
M 2-D I I vinn'ge g zachte<br />
ZETFOUTEN<br />
D r. i : toren I toren.<br />
P Z-3 > D r. zo: v voor voor voor; in P' stond op p deze plaats `vóór' maar bij het opnieuw p<br />
zetten van de ee tekst noot zi n t i werd e foutief `voor voor' gezet; g het , werd door<br />
Van e de W Woestijne l niet opgemerkt.<br />
P 2-3 , D r.8: offerende offerande<br />
7<br />
NOTEN<br />
"In Te proiectus sum ex utero' is afkomstig g uit p psalm z 1: I 1 van de V ul ^ata.<br />
Inde moderne Statenvertaling v gp (psalm s zz : i z is dit 'Op : `0 U ben ik geworpen g<br />
van de baarmoeder af'.<br />
Uit derofeet P Jesaja 1 citeert Van de Woestijne 1 niet volledig; g^ het betref<br />
f e nd e g ge<strong>deel</strong>te 1 S3p • i z luidt: 'et ` f r o ium t dividet folia pro eo quod q tradidit in<br />
morte animam suam et cum sceleratis reputatis p est'. In de moderne<br />
d- Statenverta<br />
lin gis s dit : `en Hij zal de machtigen g als een roof delen, ^ omdat Hij Zijn 1 ziel uit-<br />
gestort g heeft in de dood, ^ en met de overtreders is geteld g geweest'. g<br />
'De tekst in D is cursiefezet. g De eerste proef van de bundel(P') werd<br />
romeinezet g^ terwijl Van de Woestijne 1 een cursief wilde. Hij heeft dat op P'<br />
aangegeven, maar de tekst daarvan wel eerst geheel g gecorrigeerd.<br />
g g<br />
3 In P 2, r.8 3 ontstond de variant doordat Van de Woestijne 1 de zetfout `en niet<br />
morde' verbeterde in `en die niet morde' inplaats p van het oorspronkelijke p 1 `<br />
niet en morde'; in r. 61 ontstond de variant `de' in P' doordat Van de Woestine<br />
tijne de zetfout `die zéekre' verbeterde in `de zéekre' in plaats van het oor-<br />
s ronkeli'ke `en zéekre'.<br />
p 1<br />
4 F. van Elmbt suggereert bij dit gedicht invloed van F. Aubanel, `La messo<br />
gg l g<br />
de mort'. Zie Van Elmbt, `Erik M(onk) lezen'. z . p 43<br />
529<br />
VARIANTENAPPARAAT
Het berg-meer<br />
[BMI] DE BLIND-GEBORENE<br />
OVERLEVERING MI: Manuscript H-IO.<br />
p<br />
C I : Agenda g H- 7^ I i o februari.<br />
C': Carnet H-72, 7 > I i r >44^45 44r, v ^4 46r, ^4 6v ^47 47r, ^4 48r, ^ S or ^ S i r ^ S 52r, ^ 53r, S3 ^ S7 r,<br />
S7^S^S9 v 8r 59r.<br />
C 3 : Carnet H-83,. p I S> r 16v >7> 17r, 18r > 1 8v >9^ 19r, 19v, 9 > zor, > zov, > zir.<br />
M 2 : Manuscript p H-8 4.<br />
M3: Typoscript H-8 S .<br />
M4: Typoscript , door s la g van M 3 H-86.<br />
T:se El va<br />
'er's geillustreerdmaandschrift g 37 .I I au g ustus I 9z 7^p . I o- 9 I I 4 . 3 I<br />
P: Drukproef D H-99,5-15.<br />
M s : Manuscript p H-IOI z-1 I.<br />
^<br />
D : Het berg-meer, g ^ p. p 5-15.<br />
DATERING 27) uni 19 I^ 3^79 november 1 I^ 3^ Io februari 1926; februari 1 9 26; 25<br />
oktober<br />
1926; e eindoktober 1926; 33<br />
1 oktober 1926; eind december 1 9 2.6; 1 maart–<br />
zz a pril 1927 9 7 en kort daarna.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG N De titel van het gedicht g komt, ^ samen met die van het slotgedicht g van Het berg-g<br />
-<br />
meer, al voor in de eerste herziene versie van het schema dat Van de Woestijne<br />
ontwierpvoo voor de e trilogie; t o g e, deze e herziening g dateerde hij hij P71 op 27 'uni 93 1 1 M I .<br />
Daarordt w als derde en laatste bundel De Acht blindheden genoemd, met als<br />
be gg in en einde respectievelijk `De blind-eborene' en `De blind-gewordene'.<br />
g<br />
Of Van de Woestijne 1 hierbij aan gedichten g danwel aan afdelingen g dacht, is<br />
onduid elijk: l bij 1 een volgende g herziening g van het p plan, ^ pop 7 n ovember 193,<br />
1<br />
zijn 1 `De blind-gewordene' g en `De blind-geborene' g (in deze, ^ veranderde vol g-<br />
orde duidelijk afdelingstitels g van de De Acht Verblindingen, g^ met daartussen nogg<br />
éen andere afdeling g4 `De zaligheden'). Zie ook z.1. van de Ontstaans geschie-<br />
denis.<br />
In het carnet van 1 9 26 C Z komt op p p p. 44 r een schema voor van Het berg-g<br />
-<br />
meer, ^ g gedateerd z S oktober, ^ waarin `De Blind-geborene' g als praeludium p is<br />
opgenomen; ^ zie 7 . z van de Ontstaansgeschiedenis.<br />
g<br />
II<br />
Van de tekst is de eerste kiem te vinden in twee korte notities, beideeschreg<br />
ven in februari 19269 maar in verschillende boekjes. Op p Io februari staat in Van<br />
deoestijne's W l agenda g C I :<br />
5 31 VARIANTENAPPARAAT
I•.<br />
C . A[->B; --^<br />
I .<br />
• --^ --><br />
, C IO > D > IO > H > I<br />
0^ -^ I 0<br />
(I)<br />
Want ik ben blind1 as melk<br />
Dit zinnetje is iets beknopter p en daarom waarschij<strong>nl</strong>ijk s ouder 1 dan wat inhij<br />
dezelfde dagen g in zijn 1 carnet schreef C 2 .<br />
C<br />
2.<br />
. B E- ^<br />
. ^ . I<br />
> C •<br />
> 10 > -^ D > lo; > -^ H IO •<br />
> > -^ I0<br />
(I)<br />
En ik ben blank en blindls a melke<br />
Deze notitie werd1 sec h ts met`<br />
Februari gedateerd, g e ^ niet langg<br />
voorde ZZe van<br />
die maand.<br />
De overige g kladfragmenten g van het gedicht g t zijn 1 ver<strong>deel</strong>d<br />
d over<br />
vele veebad bladzij-<br />
1- l<br />
den in C 2 en C 3 h et carnet van1927),mee tal s gzodanig dat telkens enkele<br />
opeenvolgende pagina's pe<br />
a g beschreven zijn. 1 Behoudens e nk e e l uitzonderingen<br />
z g n is<br />
de chronologische g e volgorde voo ge eva van de te onderscheiden stadia ain h t algemeen g<br />
waarschij<strong>nl</strong>ijk dezelfde als de grafische g a hvolgorde, e met dien verstandes e dat Van<br />
de e Woestijne W 1e naar n gewoonte g eerst se de rechterpaginan as da a a eventueel rn de<br />
linker p a g ina ernaastgebruikte.<br />
Eind oktober 1926 g maakte hij een<br />
begin g met het gedicht. g In blauwe<br />
inkt<br />
schreef hij op p 46r 4 de titel en de eerste s e twee<br />
strofen, alsmede a s een groot g o <strong>deel</strong><br />
van de derde strofe(C eEnkele 2 :C). Enk va 1 anten variantenz zijn op 1 de p linkerpagina<br />
1' a g a eschre-<br />
g<br />
ven.<br />
Op 0 de volgende g e rectopagina p g a a (p. 47 r ^ na de datum 13<br />
October' genoteerd<br />
te hebben, hernama Vandeoe W s tin edeeestetwestoen 1 eerste twee strofen, , eveneens met<br />
blauwe inkt D. Opnieuw werd links s een variant lat e genoteerd. g<br />
Met potlood<br />
voegde g hij onbepaalde p ti' 1d later, n nadat hij eerst<br />
in de derde r strofe eva van C enkele 1<br />
open plaatsen invulde, een nieuwe versie van ede derde strofe s o e toe (C2 C. :E). E.<br />
Tevens bracht hij in r. 16 van D een variant aan. a<br />
C 2 :C,<br />
C 2 :D r. 1-20<br />
titel C2:C<br />
De Blind-geborene g<br />
C':D<br />
[ontbreekt]<br />
I<br />
I-20^H<br />
><br />
1-20' 1-20; I -20 -^I-20<br />
1 C2:C a a Deze avond is misschien mij dag: g<br />
a ami' n 1<br />
a a de<br />
c 't Is avond nu, dewijl ik bad<br />
1<br />
C 2 : D a moeder, want I I<br />
b<br />
Weêr nadert den avo d want t ' i kbad f<br />
532 VARIANTENAPPARAAT
2 C2 : CAf a ron g i licht, g c nz' t, o h'r ac t kimmen,<br />
e ,<br />
b ,<br />
o ver-ver glanzend licht der kimmen.<br />
C 2 :D o vér-ver g lanz e n d licht c t der kimmen.. me ^ .<br />
De tekst in stadium C,fase ,a, a is gebrekkig kka o n m derstree ; t^ mogelijk o e' la k een onzorgvuldige<br />
doorhaling]<br />
3 C Z :C a a Maar neen: ik lig gelijk de plag<br />
a b [ ]een [ ]<br />
C2:D<br />
(3 c [ ]wad<br />
C 2 :D — Maar I<br />
C 2. 2^<br />
4 .0 ^ C.D van't ea eigeng e zout te glimmen. g<br />
5 C 2 : C a a Een plagge p , van de zee bepletst, et s t<br />
c w adde<br />
C 2 :D I<br />
6 C2:C a van bijtende' over-gletst:<br />
g<br />
.<br />
b aedmen<br />
C 2:DI I i^tende bijtende<br />
1 overgletst: etst. g<br />
•<br />
C:C 2 a mijnaangezicht 1,<br />
as kual en hille,<br />
b[ ] [aan zi ht c<br />
C 2 :D I<br />
8 C2: C, C 2 : D voor wind en water<br />
kruine en kelk.<br />
C a 2 : C Maar a ik blijv ^v<br />
a[ I bli' 1 f onberoerd en stille,<br />
,<br />
c ,<br />
maar 'k blijve ^stille<br />
onaangeroerd en C2:D Maar b l" a 1 ve onaangedaan en n stille alle<br />
Io C 2:Cant ik w ben b blank e en b blind d a alss melk<br />
16 C 2 . C die1 duurt, t uur aan uur verkoelt.<br />
C 2 :D a I<br />
I<br />
c maar<br />
2,<br />
Er 1<br />
^<br />
geen slaap,<br />
^<br />
t is het *waren[?]<br />
^<br />
1 7C.07 a s g<br />
s p^<br />
o: roeren [?]]<br />
a<br />
huizen<br />
C2:D<br />
vele vragen g in éen droom; ^<br />
C 2 :D I I<br />
2 ^<br />
I 8 C. C van ve e a e e<br />
I<br />
9<br />
C.<br />
2• C a de droom ontwaakt op [x]<br />
p<br />
a open sluizen,<br />
C 2 :D De I 10<br />
20 C 2 :C a de vragen op een p nieuwen stroom<br />
b eno een p nieuwen] vra en g stroom<br />
C 2 :D I I vragen-stroom.<br />
g<br />
Fase c in stadium D valtsamen me met stadium E<br />
C 2 :C C 2 :E r. 2l- o<br />
^ 3<br />
21 C 2^ C a 'k Ben e b blank en e blind: ik ben de wolke<br />
a<br />
toren<br />
2 • E Ze zeggen: blind; , en 'k ben de toren, ,<br />
22 C<br />
2<br />
. • C a die<br />
a 'k ben aard maar die een o schraagtg<br />
b<br />
hemel<br />
C 2 :E a I I<br />
a leem, maar die een hemel schraagt, g ,<br />
2.<br />
2 C C ^<br />
3 en diep pof strak aan rib en voren<br />
C 2 :E en,<br />
24 C2 : C a het teeken van den vree<br />
4<br />
a vrede draagt g<br />
b een<br />
cjelike g vrede vrede<br />
[ ]}<br />
c<br />
g} gelijken vrede draagtg<br />
C 2 :Eelijken gvrede l draagt. g<br />
25 C2 : C a 'k Ben bleek als een verrijzenis<br />
rijzeni<br />
[ I<br />
1 sen<br />
C' 2 : E a Blind-bleeke als een verre 1zenisse<br />
b<br />
V errizenisse<br />
j<br />
I<br />
-->H 21-3o; --^2I- 0<br />
^ 3<br />
*[lees : en<br />
*[lees : eenmaal vrede]<br />
*[lees : verrizenisse<br />
j<br />
z6 CZ:C<br />
CZ:E<br />
binnen 't hoog welven eener nisse<br />
g<br />
van een<br />
534<br />
VAR IANTENAPPARAAT
27 C ^ .0 gebonden, maar beteekenis<br />
7 g ^<br />
C 2 :E a I I '^<br />
b<br />
doch<br />
2 8 C 2 : C a van wie o<br />
d wie de vleuglen g nimmer wegeng<br />
C 2 :E I I wien<br />
2 9C2:C a o<br />
9<br />
d wie<br />
[ Il<br />
d<br />
maar strak [streep] van verzwegeng<br />
wie<br />
e<br />
maar zich betoomt en [van verzwegen] g<br />
C 2 .E maar zich betoomt, en van verzwegen g<br />
2<br />
o C :C ga ontgoochelen<br />
oochelen niet bleek en is<br />
d<br />
ontgoochelen<br />
oochelen niet bleek en is<br />
C 2 : E a begoocheling g gg geen<br />
a [ I niet bleek en is.<br />
[Fasen en d e in stadium a C vallen samen met stadium E<br />
l<br />
Voor Van de Woestijne eind december bovenstaand resultaat hernam en uitbeidde<br />
r ' (stadia H en I kwamen enkele schetsmatige schetsmate e fragmenten g op P pP papier. Op 0<br />
p 48r 4 is in p potlood een ee reeks e s notities s g geschreven voor het vervolg g van het<br />
gedicht :<br />
C' :F<br />
'k Ben e blind o gelijk g de zee<br />
I<br />
^H 2^->2<br />
^3^ 3<br />
[ 0 1<br />
o gelijk een vrouw<br />
oen ruimte]<br />
Hoog g als een wolk. Binnen min 1 kleeren<br />
ben ik een hoo e zwarte wolk<br />
g^<br />
[kleine open ruimte]<br />
Ik eet, maar ik ruik niet : het is asch<br />
[kleine open ruimte]<br />
Ik hoor, maar ik zie niet, en de klok is minhart<br />
> J<br />
[I-GBHI , 41-44; I-6—*41-44]<br />
a De t[?]<br />
a Het hui ds gevoe l . vrouw v met de voc hte ? lippenpp<br />
a vochte g ?<br />
[—'HI, 38]<br />
535<br />
VAR IANTENAPPARAAT
[kleine open ruimte]<br />
( I o En 't t leven dat ik u ontstal<br />
mijn moed [puntjes]<br />
1<br />
71 ,<br />
IO-II-÷ , fI-f2; Io-II-- fi-p]<br />
Op 0 de volgende g recto a p ina g staat weer een aantal notities. Bovenaan 8 regelss e g<br />
in oltoo onderaan z regels g in potlood<br />
a li omen o n I . Daartussenin kwam<br />
later een fragment ggeg-e<br />
in inkt. Depotloodaantekeningen wordengezame<strong>nl</strong>ijk<br />
venarak P omenon I maar ^ het is mogelijk gldat het laatste regelpaar van een<br />
later tijdstip ^ p is. Ook van de regels g I-8 is niet uit te sluiten dat de grafische g<br />
volgorde niet overeenkomt met de e chronologische. g<br />
C 2 :arak omenon I<br />
p P<br />
(I)<br />
o Poging,zich terug te vinden g<br />
(2) Ik hebe gp oo d g mij-zelf ^ e terug gte e vindene<br />
(3) Want ik ben God geweest, g en ik ben mensch s<br />
(4) Maar aan wat mij te binden?<br />
0 [streepje] 0<br />
(5) ^<br />
(6) Beperking [puntjes]<br />
p g<br />
o maat van mijn oneindigheid<br />
(7) mijn g<br />
(8) a en zelfs in God niet mijn beperking vind<br />
1 g<br />
b maar<br />
C' :G<br />
[open ruimte]<br />
Het everzwijn ontsnapt zijn 1 nest<br />
Ik hou het teen omdat ik het niet zie<br />
g<br />
r.-IO wellicht later toegevoegd]<br />
9<br />
In de open ruimte boven regel van het paralipomenon schreef Van de Woes-<br />
P g 9 P p<br />
tine later met grijze inkt twee notities :<br />
1 gl<br />
Werelden schervelen : ik zie niet eens de nevelvlek die ze worden<br />
Ik werp p mijn l kinderen in de wereld : zij doen mijniet eens leed<br />
Met dezelfde inkt kwamen iets lager g nog g twee regels g opPap<br />
papier die als versre-<br />
g els ti bedoeld kunnen zijn 1 (C 2 : G Thematischis er veran verband met `Deblind-<br />
geborene' :<br />
Ik draag g in mij 1 al dee beelden<br />
En 'k hebeen g enkel beeld gezien g<br />
536 VARIANTENAPPARAAT
Aan het einde van het jaar, l ar ^ in elk g9<br />
e v al n ae<br />
' 28december 1 26 hernam r m Van de<br />
Woestijne<br />
1 de drie e strofen die hij 1 in de stadia a C, D en E voltooide,<br />
en voegde e g<br />
i, I<br />
er nog g dried i e aan toe C :H ^ 57r S 7 e en S 8r . Na r, o S ontstond odee n een strofe waar-<br />
va n metname a e de e eerste e helft sterk afwijkt ) van de latere versie van de zesde<br />
strofe. f Toen Van de d W Woestijne ) in het volgende g 1 jaar opnieuw p w het t ggedicht h- er<br />
n 3. I<br />
a m C . ^ zou hij 1 aanvankelijk 1 nog g aansluiten bij ) deze, ^ uiteindelijk ) k verwor -<br />
p^ en versie.<br />
Op de epagina tegenoverliggende (p. in S 7 v schreef hij een eerste e e aanzet voor<br />
i, II<br />
een vervolg e g C . H met een pijl p)g<br />
naar de rechterpagina, onder H I e aatst l.<br />
Vermoedelijk in aansluiting g hierop p noteerde Van de Woestijne l op p de volgende g<br />
recto a g ina S9 r nog g twee versregels g die later het begin g zouden vormen van<br />
2, III<br />
d e dertiendetrofe strofe C . H . In stadium H gebruikte g Van de WoestijneW esne ) uitslui-<br />
tend anilinepotlood.<br />
2, I<br />
C:H<br />
[ I-20 4- D' I-304---C' I- O-^I- 0 ,^ I I<br />
I We/6r ^rnadert de avond, want wat ba bad,<br />
2 – o ver-ver glanzend licht der kimmen...<br />
g<br />
Maar neen: 'k lig strak gelijk een wad<br />
3 g gl<br />
van 't eigen zout te glimmen.<br />
4 g g<br />
Een wadde, van de zee bepletst,<br />
5 ^ e p<br />
6 van bijtende aedmen over gletst :<br />
mijn aanzicht kuil en hille<br />
7 l<br />
8 a voor wind en water e kuile en kelk.<br />
b<br />
[<br />
]kruin] [ ]<br />
Maar 'k schijn onaangedaan en stille,<br />
9 schijn g<br />
I o want ik ben blank en blind als melk<br />
[strofewit]<br />
I I Zij Zi' zeggen: melk. En 'k weet ze niet<br />
12 dan binnen harde en ronde wanden,<br />
1daar ze in mijn holle lippen vliet<br />
3 ) pp<br />
14 kil naar mijn ingewanden.<br />
4 ) g<br />
IZi' zeggen: blank. Er is de zoelt<br />
S Zij<br />
I6 die duurt, maar uur aan uur verkoelt.<br />
I Er is geen slaap,of 't is het huizen<br />
7 g p^<br />
18 van vele vragen in éen droom.<br />
g<br />
I ^<br />
De droom o ontwaakt op open o e s sluizen<br />
20 en op een nieuwen vragen-stroom.<br />
g<br />
[strofewit]<br />
[21-304-E]<br />
537 VARIANTENAPPARAAT
a Zij zeggen: blind; en 'k ben gelijk<br />
Z z 1^ g 1<br />
de toren; ,<br />
22 be<strong>nl</strong>eem,<br />
maar die een hemel schraagtg<br />
en diep of strak aan rib en voren<br />
23 ^ p<br />
a gelijken vrede<br />
24 g 1 g<br />
a draagt. g<br />
Blind-bleeke als een Verrijzenisse<br />
25 1<br />
2 6 binnen 't hoog gwelven van een nisse<br />
27<br />
28<br />
ae onden^<br />
g b [x]<br />
^<br />
a [ ] doch beteekenis<br />
van Wien de vleuglen nimmer wegen, g,<br />
2 9maar zich betoomt, en van verzwegen<br />
9 g<br />
3 o begoocheling g g niet bleek en is.<br />
stro ewit<br />
Zoo lig ik onder hemel-golven<br />
3 I g g<br />
3 2 gelijk een hemel-gladde zee<br />
[4–F, 1]<br />
33 in ' te eigen g e woelig g wee bedolven<br />
34 a 0 bee<br />
a met r ?<br />
a hetelaat g der vree<br />
b<br />
beê<br />
lees : bee<br />
*[lees : beê]<br />
eschra t g<br />
3S<br />
36<br />
Mi 1n nacht<br />
is brak s b a eli'k ,g 1de brakken<br />
die woest de breede nekken knakken<br />
37 a D r beesten e van het felste woud.<br />
b der<br />
3 8 a Maar a mijne l lippen pP wellust ! blaken<br />
a[ ] [wellust ! [mijne 1 lippen]<br />
1 weeke en rijpe perzik-kaken,<br />
39 als lp p<br />
9<br />
40o want zij ^ zijn bloot van bloed en zout.<br />
[strofewit]<br />
[¢I-444–F, 1-6]<br />
4 1 a Ik draag g in mij<br />
de [xx]<br />
a<br />
norsche wolk<br />
42g a dreigend gespannen p van onweêren.<br />
b[gespannen] [dreigend]<br />
cezwollen g<br />
S38<br />
VAR IANTENAPPARAAT
43 a Maar 'k zit gezwolgen g g in den kie<br />
a<br />
kolk<br />
van mijne veil' ge kleêren.<br />
44 ) g<br />
45 E e) n meisje vindt wa mijn wangen e g koel .<br />
46 Mi'n oogen zijn l gelijk g zijn een g l poel<br />
47 a voor eeuwig-kalme g visschen<br />
b [ bronzeneeuwi -kalme g visschen]<br />
C<br />
{1[T001r} v [<br />
, j[ ] 1<br />
-kalme en eeuwgee vi ssc h en<br />
4 8 En 'k heb alleen mijn bitterheid<br />
)<br />
om met de pluime van den nijd<br />
49 p 1<br />
S0<br />
a mijn 1tanden te verfrisschen<br />
broote g [tanden te ve rfri ssc h en<br />
[strofewit]<br />
[fr-J2->J', jr12]<br />
51 o Mine moeder, en, o gij,<br />
5 2 mijn 1 Vader, ^ die mij 1 hebt verloren<br />
oen<br />
S3 a a gl gij weet e t!– –;• doch gij<br />
*keurdert<br />
b die[i' mij<br />
0<br />
* lees : . keurdet] et<br />
S4<br />
a a mij j vol wijsheid sve als verkoren. oe r .<br />
bol wijsheid v )s alsverkoren.]<br />
S S 1 Gij weet het niet; vgl gij weet het nauw<br />
[11-6o->J II , 61-70; JJ-do- 6J-70]<br />
5 6 maar 'k draag g het teeken van een vrouw<br />
S7<br />
tweevoudig g in mijn 1 borst gedreven g<br />
S 8 en 'k' heb het teekene van mijn 1<br />
drift<br />
S 9 a met hooger g hitte nogg gegrift<br />
b hoo<br />
g<br />
re in haar [gegrift] gg<br />
6o<br />
tot blinkend blijken van mijn 1 leven<br />
stro ewit<br />
6 i a Ik heb een kind, oi' mijn g l^ 1<br />
a die weendet<br />
62 uit vrees dat ik u niet en zag<br />
z,<br />
C .HII<br />
(I)<br />
Slaat naar mijn onbeholpenheid<br />
1<br />
2 De kreten van zijn nood 0<br />
[kleine open ruimte]<br />
539 VARIANTENAPPARAAT
(3)<br />
(4)<br />
En die ik1 s aan weeke peezen<br />
en<br />
van hare beide dijen[?] 1 klem<br />
[Stadium H<br />
li<br />
werd met m eenn pill J onder<br />
HIe<br />
geplaatst] g<br />
2, II<br />
C :HI<br />
o vilten voeten van den dag<br />
die mij } ombindt met doove d treden<br />
[ IV I2 -I2 3 4<br />
17<br />
—>N 1, I2I > '--^ N > I2I ,'^ I2I<br />
Hieronder volgen g enkele notities van e onbepaalde p e t tijd 1 later,<br />
met zwarte inkt<br />
begonnen g maar wegens wees gspen e de haperenden e met anilinepotlood e pt loo d voltooid zelf<br />
in de derden de `Of' v in e de vierderegel e e we g n werden dubbel d onderstreept).<br />
bbe o stee. r<br />
'<br />
Alles is veel te dramatischa voor mij}<br />
de zoetheidi niet van de ev vrucht r mi 1 n hand h d<br />
De blindheid beneemt mij } smaak sge ZELFS o0 gehoor.<br />
OF ik heb alleenehoor, en geen beeld<br />
g ^ g<br />
Hierna liet Van de Woestijne } het gedicht g bijna 1 drie maanden rusten.<br />
. Op een<br />
niet nader te edag bepalen maart in m 1 z schreef hij i 1 n het volgende<br />
3<br />
g 97 hij carnet C<br />
p. 1 5 r met anilinepotlood twee regels e g e die eenvoorafspiegeling<br />
zinvan zijn de uiteindelijke<br />
1 regels i39-14o.<br />
C3:I<br />
II<br />
--^ N I- 140' --> I -I<br />
^ j9 ^ 3904<br />
I Ik kan de lucht niet verroeren,<br />
2 a of uwur ge vero e o<br />
a ver roert in mij 1<br />
Na iets verder in hetzelfde carnet ' 3 1 Maart' genoteerd g te hebben, ^hij hernam met e blauwe inkt het begin g van de laatste voltooide strofe uit H I die in deze<br />
vorm niet zou worden gehandhaafd 3. C I<br />
^pHij . p. 1 7r). Hl brak echter in de d derde<br />
regel g af ^ haalde het korte fragment g door en begon g p opnieuw, ^ om tot e de vol-<br />
;, II<br />
tooien g van drie strofen te komen C . . Van de derde strofe werden wegens g<br />
ruimtegebrek g de laatste vier regels g op pgeschreven.<br />
de linkerpagina In aansluiting g opp schreef Van de Woestijne 1 op p de volgende g recto pg a ina<br />
III<br />
18r met blauwe inkt twee p versies van r. 81 C ; , . .<br />
[Ir-J2
C3: , II I- 2
73<br />
a als aan een man die mag gbeminnen<br />
e<br />
b[verplaatst,2 wor t r. 72<br />
b s aan een man die mageminnen .<br />
74 om mij het Licht te winnen<br />
l Hij ziet. En 'k ben in hem verblijd 1<br />
76 Doch, waar zijn 1 nood o mij tegenkrijtt g e<br />
1<br />
g heb ik geen handen e die hem e s sussen ssen<br />
78 a En 'k weet niet of mijn 1 vrouw w heme<br />
mint<br />
c zie [ ]<br />
a maar ik ben wrokkend w waar ze et kind nid<br />
cefolt gxx<br />
cefolt gerd<br />
omaaid met hare e ziende kussene<br />
*[lees : omaait]<br />
3, III<br />
C.<br />
—>K 81^—^81<br />
, ^<br />
óI<br />
a Asch van wie nimmer de' eigen brand g<br />
b<br />
c<br />
Ach, armoede, asch der brandene<br />
Ash c van wen wie nimmer e e e eigenbrand] en g<br />
Ach armoede,]armoede, e a e [asch derbranden]<br />
C 3 :arali omenon 2 P p<br />
Onder deze laatste twee regels is g een ge<strong>deel</strong>te ee open gebleven,<br />
e en, waar losse<br />
regel in aniline staat (paralipomenon 2). Daaronder volgen in inkt t twee strofen<br />
3 III<br />
C : ,K ; de aanzet ervan is een herneming van J. Enkele g e doorhalingen<br />
n n mete<br />
t<br />
anilinepotlood p zijng z gemaakt in een van de latere stadia, waarin Van a de Woes -<br />
tine 1 aan dit gedicht g alleen nog g met anilinepotlood P werkte. e<br />
i<br />
(I)<br />
o God, dien 'k zelfs niet vreezen kan<br />
C3:K<br />
81 Ach, armoede, armoede, asch der branden<br />
--ti-zoo<br />
III<br />
8z waarvooreen menschen-koude wijkt !...<br />
g 1<br />
8 Heb ik een kind ? Ik heb geen handen<br />
3 g<br />
84 a dien het zijn handjes tegen-reikt. g<br />
d reikt.<br />
8<br />
Heb ik een vrouw? Eens volde een adem<br />
86 mijn koetse, en die van golv'gen vadem<br />
1 ^ g g<br />
87 haar borst verhief en dalen deed.<br />
7<br />
88 Thans wacht een ijlte tusschen beiden<br />
)<br />
542 VARIANTENAPPARAAT
' aan de zijde<br />
8 9 en 'k raad een adem aa 1<br />
9 o waar ik een kreun' ge wiege weet.<br />
[strofeivit]<br />
9 r En zij, die mij het levenschonken<br />
1^ 1<br />
9 2 ik weet ze e<br />
zijn al lange g dood.<br />
9 3 Maar – heb eb ik k ooit o haar melk gedronken, g ,<br />
94 a gezonken in haar ronden schoot ?<br />
d [schoot?]<br />
95 a r 0<br />
b Heb ooit ik aan zijn harde knieën<br />
1<br />
9 6 a r o<br />
n waar woorden gelijk bieën<br />
b gestaan,waa w 1<br />
g g<br />
97 a r 0 ]<br />
b verhaalde'<br />
in zijn<br />
e b wogen g baard?<br />
8 ach, harmoede, armoede asch der vuren<br />
99 die de eigen g t r oost l oos h id e v r e uren g<br />
zoo a naar<br />
ze e met e de e eigen driften en voedt<br />
b men [drift] ze baart<br />
c wie n zelf des r o kl e n heeft gg e ae^rd<br />
c [ ] s roklen<br />
Fase d valt samen met een later, aten niet net nader te bepalen stadium]<br />
De overige vers<br />
g kladstadia a van het gedicht g zijn 1 met paars p anilinepotlood p geschreven g<br />
op volgende 1 pagina's<br />
i 8v-z1 r. Het oudst<br />
p de hierna ede a a s<br />
is een korte aanzet in<br />
blauwe inkt pp o. I r 9wellicht aansluitend bij 1 stadium K ^ ; Van de Woestijne 1<br />
haalde die door ene schreef e er een versregel g onder :<br />
C 3. , L<br />
^ I ' ^<br />
> ><br />
M IOI IOI<br />
(I)<br />
a Want neen:<br />
b Zoo leer 'k de leute van 't ontkennen<br />
Fase b valt samen met stadium NI]<br />
Direct daaronder schreef Van de Woestijne ti'n 1 een losse aantekening: g `Licht leert<br />
een blind-geborene g dat hij 1 alles ziet e en in de e beste voorwaarden'. Onder deze<br />
gedachte zette e de dichter een streep<br />
en p begon g hij hij aan de verdere voltooiingg van<br />
'De blind-geborene' g<br />
die waa r sc h ^ j 11 li' n k in korte ti' 1 d haar besla g kree g.<br />
Na een n strofe en n een e ge<strong>deel</strong>te g 1 van n ee ni tgehandhaafde e<br />
strofe(C o<br />
3 :1\4'),<br />
haalde Van de Woests 1 ne z deze regels e door s en e maakte hijeen schets voor een<br />
3, II<br />
nieuwe e strofe, ^ de twaalfde C . M Hij l was a toen onderaan de pg pagina geko-<br />
men,e<br />
n schreef een alternatief g ge<strong>deel</strong>te 1 voor voo de twaalfde e strofe e onderaan op p de<br />
543 VARIANTENAPPARAAT
linkerpagina (C3 ,<br />
III<br />
C. M Het . e resterende r wit op dezelfde e pagina a gebruikte hij<br />
g g<br />
;, IV<br />
^ 3^<br />
voor een schets s van de volgendestrofe e e e o C.M strofe r I aansluitend bij<br />
g<br />
3. I C ,M<br />
ioi-IIO—IOI-IIO<br />
leer I o I a Zoo eer 'k de lol van 't wijd[?] 1<br />
[4-14<br />
a [wij ^s ]s ontkennen<br />
Io2 a wat<br />
niet in mijne ^ handen woog<br />
a nimmerop mijn [hand] ^ en [woog]<br />
a schouder<br />
1033 en 't t deugdelijk J profijt, j , te wennen<br />
104 aa aan wat den nek me boog<br />
I o S a Welk lichtc verklaart wrokken?<br />
b begeerendg [wrokken?]<br />
Io6<br />
Ik weet ded hoogte niet der nokken<br />
i o7 a waaraan^ 'k mijn kruin te pletter p stoot<br />
b [ ] mij<br />
licht<br />
I o8 a En nimmer r werd wed het e gezicht g c van 't leven<br />
b 't<br />
Iog 109<br />
verwringend 't i t gelaat e gedreveng<br />
IIO waar duldend klaart t het e mom der dood<br />
stro ewat<br />
[111-114 III-II -->M --*Mi<br />
11<br />
111-114]<br />
III Hoe zoude u een<br />
dure waan me raken<br />
II2 die lekt en knaagt gelijk een worm g g 1<br />
113 maar zel<br />
3<br />
a nimmer zal me rijker maken<br />
1<br />
I I 14<br />
a zelfs niet aan nieuw<br />
a [aan] ontgoocheling?<br />
r 111-114 ¢ werden doorgehaald ^ in stadium M<br />
II<br />
3,<br />
C .MII<br />
I<br />
III-II —M III-II ' III-II V III-II<br />
4 ^ ¢^ 4 4<br />
III Hoe zou'k een koene braau<br />
uw vernorschen,<br />
a bij stil o van een waan?<br />
b verweenen<br />
IIa 1a<br />
Het klaarst bewijs<br />
a Geen hoogmoed k an als teeken torschen<br />
I14<br />
a a is 't schittren van een traan<br />
a he[t]<br />
S44<br />
VARIANTENAPPARAAT
I I 5 Ik zamel [ 0 ] werklijkheden<br />
I16 0<br />
1<br />
7 I 17 het milde 1 brood, o0<br />
de rijpewijn<br />
1<br />
^<br />
C3.MI , II<br />
IIS Ik draag da g onwill'ge g werklijkheden<br />
1<br />
I16<br />
I17<br />
a hoe door mijn hunkren gesneden g<br />
b<br />
heeft[gesneden]<br />
a<br />
de dorre pot[?]<br />
a scherve van de pijn p^<br />
3,<br />
C .MIV<br />
I I<br />
I2I ik 0 zoet gezag<br />
–> N<br />
g g , 123, ' ^ , 1G2<br />
I22 van 0 veiligheden<br />
12 3 a 0<br />
b mij die<br />
I24 omwindt<br />
I II III<br />
^N 12I' –>N 121' ->12I' 123-1244-H<br />
1 > > > > ><br />
b de viltenvoeten t n van den dag<br />
met doove treden<br />
II<br />
I 25 Een v0 1 nt in zijne muite 12 -I 0->N<br />
ge W00<br />
^ I 3 12 -I 0' 121-130-+12)--130]<br />
^ f j^<br />
126 opdat hij [<br />
0 fluit'<br />
[--> 126]<br />
I 27 voor mijn [<br />
0<br />
behagen g<br />
I28<br />
I29<br />
0<br />
0<br />
130<br />
0<br />
vragen<br />
Van de Woestijne in 1 hernam e nmo a op de dvoe volgende g e rechterpagina p g p 2or dedertiendee<br />
III<br />
IV<br />
strofe. Na een eerste notitie H en een wat langere g aanzet (in M staakte<br />
3.<br />
hij ook deze nieuwe poging C : N I<br />
1 pg o g die tegelijkertijd preludeert<br />
op o de o Pe-<br />
nin g van de e dertiende en op p die van de veertiende strofe. Pas de volgende g<br />
ver-<br />
3 , II<br />
sie C N werd afgerond g en bovendien met een nieuwe strofe aangevuld; g een<br />
variant bij 1 r. 127 werd op Pg<br />
de linkerpagina eschreven.<br />
C3:NI<br />
I2I de vilte n voete nvndnda'<br />
a e g,<br />
II<br />
I2I-I22-^N 72I-I22 > 4_ 122H > ' H112, I2I 11- -->I2I-I22<br />
I22<br />
II IV<br />
-H ^ 1 ,'<br />
F-M ^ 123<br />
I 2 2<br />
een lac h d die e beeft en niet zal falen.<br />
12 a En oogen, oo en !: o 3 g ^ g<br />
b streng geza g<br />
1v II<br />
I ><br />
E--M ^ I2I , ' ^N 131_132; ^ ^ 162 ^ ' ->I jI 162<br />
545 VAR IANTENAPPARAAT
I2<br />
4<br />
a maar liefde-palen.<br />
a wi' ^ d[liefde-palen.]<br />
e<br />
I21<br />
I22<br />
123<br />
I24<br />
I25<br />
12.6<br />
127<br />
C 3 .: N il<br />
II<br />
a de<br />
de dag op zin vilten<br />
g zijne v ten voeten;<br />
a een lachi d e beeft en niet e en e faalt;<br />
b maar<br />
elke aarzeling: g een nieuwn<br />
ontmoeten<br />
dat blijde -z lf<br />
1 e u e bepaalt .<br />
— er woont een vogel in zijn muite<br />
g l<br />
a opdat hij 1 o fluite<br />
c keel na kele<br />
a naar 't mij behaagt<br />
l g<br />
b<br />
I<br />
I2I-I22^N I2I-722 ^ ' ^ --^I2I-I¢D<br />
, IV<br />
[4_11 1H, > 123]<br />
> I ^^ IZ<br />
IV<br />
I2 -I O^M I2 -I O I 3 ^ J j<br />
I z8<br />
I29<br />
130<br />
131<br />
132<br />
'33<br />
'34<br />
135<br />
c<br />
{[{o daa g<br />
c en deemst<br />
c schemering g me aan scheemringe g daagg<br />
a 0<br />
c eenraauwe een blind-gebrande vink<br />
a o<br />
c waarin de wereld klinke<br />
c het e hart de r<br />
c de kern<br />
a die naareen oogen vraagt<br />
g g g<br />
c o zon, [die] vraag<br />
c en die<br />
[strofewit]<br />
En oogen, rijker dan alle oogen<br />
g ^ l g<br />
a die nimmer o zoetgeza g<br />
b ziene toteigen g baat<br />
a en van regeeren o<br />
b hun duldig-zoet g e v vermogeng<br />
a de vilten voeten vann de dag<br />
b beglanzen g mijn lgelaat<br />
cbe 1 goren<br />
a 0<br />
b En handen, die mij<br />
nimmer raken<br />
[1-3.r-1324—N1, I2 3<br />
546 VARIANTENAPPARAAT
136 a 0 ]<br />
b maar vlam[?]<br />
1 aan mijn 1 kake<br />
c warrem breiden<br />
1 37 a r 0<br />
de schaduw van haar zorggevlei<br />
b es a gg<br />
18 3 a zij donkren ^ die mijn 1 donker voeren<br />
c<br />
[mij] donk re<br />
139 a maar die o de lucht verroeren<br />
c ons duister niet be[roeren]<br />
[I39-7404---IJ<br />
1 40 of heel hun geur g verroert in mij1<br />
r. I 3 I-I 4worden owdov<br />
141-1)-o na er laatsing van<br />
I<br />
Dwars overr de g oeddee 1 s leeg ggebleven<br />
even linkerpaginanoteerdede Vn a Woes-<br />
t1 1 ne een aantekening. g werd zeker tijdens<br />
1 het werken aan `De blind- gebo-<br />
re ngeschreven, ne' 'maar het tekstuele maa et stue verband e is onduidelijk:<br />
En 't t feilloos swerktuig g dat, waar 't raast en lacht, >g gewete<strong>nl</strong>oos is<br />
En mijn l arm geweten g slaakt<br />
Om deze e aantekening g en om de ook op pdeze pagina pg geschreven g variant bij<br />
II<br />
r, I2 7 uit N heen, ^ beo begong Va Van de Woestijne l nu aan een strofe die in de defini-<br />
tieve ve r s i e van het etgedicht g zou aansluiten s bij 1de veertiende strofe (r. 1 3 1-140).<br />
Ook tijdens l n hetscheppingsprocesluit s de nieuwe strofe daar chronologisch g op<br />
aa n maar , na voltooiing v gne^<br />
van de eerste versie(C 3 :0')zette Van de Woests<br />
een li l n van het beging<br />
van d de nieuwe strofe s naar de strofescheiding g in NII J- aar<br />
mee aangevend dat a hij hij de latere vijftiende ^ strofe toen als veertiende bedoelde.<br />
De drie hetsmate schetsmatigeg e slotregels g van 00'<br />
hernam Van de Woestijne toen<br />
II<br />
bovenaan n debladzijde e C :0 . Vervol ns g e hernam hij dwars 1 sin de linker-<br />
marge r nog og eens de s e zesde tot en met de negende g regel g van dezelfde strofe<br />
/C; ; O III\<br />
C3:OI<br />
141-147—'I¢I'IQ7J<br />
141 zij zeggen hoor de lamren grazen<br />
4 zij gg g<br />
12 4zeggen a en voel de zwaluwvlerk<br />
b er zwaait<br />
c en merk [ I<br />
143 a een perzikk<br />
43 p<br />
aerzi k is voor uw verbazen<br />
p<br />
1 44 a een s steedse s begonnen g e Godewerk<br />
b [steeds] wordend<br />
145 Ik weet : geen erve wordt mi have.<br />
4S g 1<br />
146 Geen dronk die mijne kele lave<br />
4 1<br />
[1¢6-1¢7_>Qirr I¢6-147]<br />
547 VARIANTENAPPARAAT
I 147 a waarvan ik eerst de glanzen g zie<br />
b i den luister wist<br />
18 48 maar die o mag g voelen<br />
I 49<br />
o koelen<br />
I<br />
S o wat 0 hem o vlie<br />
Stadium 0<br />
I<br />
werd met een lijntussen r. I o en I I in N"geplaatst]<br />
II<br />
^ 3<br />
, II<br />
C; .O<br />
—> r¢8-rJo]<br />
148 a o wonn'gehardheid die e bestreeldes<br />
b ribb'ge wonne g<br />
I mijn vingeren vergeefs; maar weelde[ij<br />
49 1 g g<br />
1 S 5 o a dat hunne[?] e<br />
a hare koek mijn keel bevliet ?<br />
1<br />
b verfrischt<br />
[Na verplaatsing van stadium<br />
I<br />
0 is 0<br />
II<br />
^ bedoeld als r. 1 38-14o]<br />
, III<br />
C3 :O<br />
—>r¢6-r49]<br />
1464 a geen g dronke die blinke voor hijlave<br />
a dronk<br />
147 en van zijn luister vergewist,<br />
18-1494_011<br />
4 148 o ribbe ribb'ge<br />
wonne, die bestreelden<br />
18-r<br />
g ^ 4 ^ ^ 49<br />
1 49 mijn 1 vingeren g vergeefs ! maar weelde<br />
Na verplaatsing van stadium 0I<br />
g<br />
is 0<br />
III bedoeld l als r. 3 I G-I<br />
j9<br />
Na het omslaan van dea e ina g ging g g Van de Woestijnevoort 1 met wat de voor-<br />
laatste strofe zou worden (C 3 :P,p. z I r . Onder deze strofe werd tweemaal<br />
onderstreept, p ^ de datum g geschreven: `zz April' p I 97 z . Dat doet vermoeden dat<br />
Van de Woestijne 1 op p dat moment deze strofe als laatste van het gedicht g zag,<br />
en de datum noteerde om de voltooiing g ervan te markeren, ^ zoals hij vaker<br />
deed. Omdat de resterende kladfragmenten g op p1g<br />
de linkerpagina eschreven zijn<br />
terwijl de ruimte onder de datum relatief groot g is, ^ moet worden aangenomen g<br />
dat de twee daarenoteerde g regels (paralipomenon<br />
3het voortwerken aan het<br />
gedicht op p die e p plaats verhinderden. Het is niet g geheel zeker of dezer egels tot<br />
den g ee se van a `De blind-geborene' b g gerekend ' g moeten worden; er lijkt 1 enigg ver-<br />
band metde e voorlaatste<br />
strofe s te zijn, en 1 de eerste rijmklank 1 is s dezelfde1 als in<br />
r. I S 6-I S7 .<br />
C 3 :P<br />
[rJr-rJ4-4rI7-IT4]<br />
S<br />
Zoo word ik rijkaan elk beginnen g<br />
II<br />
548<br />
VARIANTENAPPARAAT
IS2 a<br />
ik die i nooit o t leed van v einden ken<br />
b [die nooit] het e [leed van einden e ken]<br />
c desi't pl<br />
I S3 a<br />
zoo[?] 'k ? mag gbeminnen<br />
en n *waaar<br />
ik veilig<br />
lees : waar]<br />
a aan geene liefde wen<br />
I S4 g<br />
b mem [aan geene liefde wen]<br />
g<br />
I SS a gedrenkt g<br />
b met de wens<br />
c<br />
16 S<br />
a vermoeden<br />
b e en v vroom bij 1 mangelg van v<br />
[rJd-rJB–*r f8-rdo]<br />
I S7<br />
a zal bevroeden<br />
b 'k zelfs uw<br />
oo g-wenk niet[?] bevroeden<br />
158 a vreeze<br />
S<br />
b o God die ik niet kan vreeze<br />
b [die]n<br />
c o God die ik niet danken moet<br />
c [die]n<br />
lees : vreezen<br />
C 3 :arali omenon<br />
P P 3<br />
(I)<br />
Wij zullen God zoolang g bebroeden<br />
2 tot hij binnen ons warmte woelt<br />
J<br />
0 Oppagina<br />
de tegenoverliggende a werkte Van de Woestijne eerst aan de latere<br />
slotstrofe, waarvan hij 1 de laatste reels g hernam C 3. . en C 3 : II dit zal kort<br />
na 22 april 19279 7 g geweest zijn, 1^ maar niet later dan z6 april: P toen werd de kopij pl<br />
voor deublikatie P in Elsevier's geillustreerd g maandschrift verzonden.<br />
;, I<br />
C<br />
161-I6 -+I6I-16<br />
7 7<br />
I61 De middag kraait de hanen wakker<br />
g<br />
IV I<br />
162 a Maar min ge[xx] E--M I2I ' f-N I2<br />
1 g ^ ^ 3<br />
a het Leven zwaait zijnbar[?] gezag g g<br />
163 a Maar mijn gelaat wordt strak en strakker<br />
3 lg<br />
b en xx<br />
c[mijn] aangezicht<br />
1 g<br />
I6 a als[ ? van een regen-dag g g<br />
b als waar 't<br />
I6 misschien zal de avond teeder wezen,<br />
S<br />
166 en 'k hebeen vragen, en 'k heb geen vreeze<br />
g g^ g<br />
549 VARIANTENAPPARAAT
167 17 a wat want nimmer e weet e ik of ik lijd 1<br />
b waar 'k immer twijfel l<br />
168 a [ o bate<br />
16 a o o cantate<br />
9<br />
b zeurend-zoeten<br />
o a Armzaligheid, armzaligheid<br />
1 7 g ^ g<br />
II<br />
—> 16 • ^168<br />
^ 9^<br />
II<br />
--^ , 170; --+I7o]<br />
b[ o lustloos-rijke<br />
1<br />
1<br />
{[Armzaligheid,]}<br />
c<br />
benepen-zoetee<br />
c<br />
{[Armzaligheid,]}<br />
benepen-zoele<br />
c benepen-zoele armzaligheid<br />
P g<br />
C3 II<br />
zalige i68 a a g o der mate,<br />
b on wetendheid<br />
c onweetbaarheid [ ]<br />
169 a o caritate ,<br />
b o zeurend-zoetee oete<br />
o benepen-zoele armzaligheid<br />
1 7 p g<br />
I ,<br />
F- 16 --^ 168<br />
^ 9^<br />
I ,<br />
^- , 1 7 0, -4 170<br />
Tot slot bewerkte Van de Woestijne "n ^^<br />
onderaandezelfde e linkerbladzijde drie<br />
regels 3.<br />
g esp apart C. R , uit de definitievekst tekst is af i f te l iden e datdit het midden-<br />
stuk betreft rvoorlaatste van de strofe, die in P niet geheel g afgerond g werd.<br />
Tevens is er enig n' ginhoudelijk 1 verband b tussen r. 5 I in P en de eerste regel g in<br />
R. Van de Woestijne 1 heeft echter niet n aa gg e ev en waa r hi' 1 deze reels g wilde<br />
plaatsen.<br />
C' : R<br />
[–^ III-rt7]<br />
b verweerd aan o van 't begeeren g<br />
c [verweerd]e [aan] kwellend-bralbe eeren g<br />
a Ik kan mijn o generen<br />
l g<br />
b [kan] 'k[mijn] nieuwsgierigheid eneren lg<br />
c verlangen braaf g<br />
a met<br />
0 kloppen van mijn l bloed<br />
b kruipendp<br />
c bloode het<br />
III<br />
M 4 een ^ gecorrigeerde g g rd doorslagvan<br />
1 g an t Y oscri t M3, M ^ s iskopijhandschrift vo or T<br />
g t hetis mogelijk og gl dat het typoscript vervaardi d werd op pbasis van 114 2 .ewees , et<br />
5 So<br />
V ARIANTENAPPARAAT
VARIANTEN EN (M', C', C 2 en C 3 niet opgenomen)<br />
CORRECTIES<br />
r M2-T<br />
P<br />
M'<br />
D<br />
Weêr nadert de avond, want ik bad,<br />
I a I 1<br />
I I 1<br />
I a I 1<br />
I<br />
-20+-D; r- oF-C • 1- o^H<br />
^ 3 , f<br />
2 M2-T – o vér-ver lanzend licht derd kimmen...<br />
P<br />
a<br />
M S –<br />
D °<br />
3 M 2<br />
Maar – neen: 'k lig g strak<br />
a gelijk g 1keen wad<br />
M 3-D I I o<br />
5 M 2<br />
Een wadde, ^ van de zee bepletst, t es, t<br />
M 3 ,<br />
M4 a<br />
T<br />
P-D<br />
b<br />
^<br />
^<br />
6 M2-P van e bijtende 1 aedmen m o overgletst;<br />
1etst ,<br />
M 5 *aêdmen aedmen I I<br />
D<br />
I I admn e e<br />
I I<br />
*flees: aedmen]<br />
IoE-A , io4–B]<br />
zM 3 2 a daar ze in mijn holle<br />
1 o e11 en vliet<br />
a zoele<br />
b holle<br />
M 3-D I<br />
I<br />
14 4 M2-T kil naar mijn ingewanden.<br />
P<br />
a<br />
bmi' n 1 e<br />
M 5 I i mijn 1<br />
D<br />
I I mijne<br />
177 M2-P Er is een slaap, p^ 't is het huizene<br />
M 5 I I hui zen<br />
D<br />
I I huizen<br />
l<br />
*[lees: huizen<br />
I 8 M 2-T van vele vragen g in een droom.<br />
P-D I I é en<br />
20 M 2-T en op p een nieuwen vragen-stroom.<br />
g<br />
P<br />
a I I vragenstroom.<br />
M s D<br />
b[ ] [vra en - stroom.<br />
g<br />
[21-30 +-E]<br />
5 5 I VAR IANTENAPPARAAT
22 M 2-P P 'k ben 1 leem, ^ maar a die een hemel schraagtg<br />
M 5 a<br />
schraagdg<br />
a<br />
schraagt<br />
D I I<br />
2-<br />
233 M T en, diepoof hard,aan rib r en voren<br />
of<br />
P<br />
M 5 a I 1 en<br />
D<br />
a of hard , aan rib en voren<br />
of<br />
2-<br />
31 M T Zoo lig g ik onder hemel-golven g<br />
P<br />
a I I hemelgolveng<br />
b<br />
[hemel]-[golven]<br />
M S D I I<br />
2-<br />
323 M T gl gelijk een hemel-gladde g zee,<br />
P<br />
a h ee m 1 g ladde I I<br />
b [ ] [hemel]-[gladde] [ ]<br />
M', D I I<br />
[4--F, I]<br />
[384—F, 9]<br />
2<br />
39<br />
M2 a bij dagen<br />
a [ ] [dage], als rijpe perzik-kaken<br />
M3-D<br />
40 M P - want zij l ll zijn b bloot o van bloed en zout.<br />
M 5 a I i zijn 1<br />
a [zij] ^ zijn ^ bo bloot tvan bloed en zout.<br />
D I I<br />
[41-44 +-F, j-6]<br />
42 M 2-gezwollen-dreigend T<br />
van onweêren' ^<br />
P aezwollen g dreigend g<br />
I I<br />
bezwollen g - drei gend<br />
M 5 I<br />
I<br />
D<br />
gezwollen g dreigend g<br />
I I<br />
47 M 2 a voor kl<br />
M3-D<br />
a<br />
kalme bronzen-eeuw' ge g visschen.<br />
M 2 499<br />
om met de p pluime van den nijd 1<br />
m3, M4<br />
I pluimen<br />
T<br />
pluime<br />
P<br />
pluimen<br />
M 5 pluime<br />
D<br />
pluimen<br />
I<br />
I- 1
I A4-2-A4-4o<br />
S1, Gij, wie 'k dit webestaan ontstal ,<br />
T –o<br />
P a °<br />
b –<br />
M 5 o<br />
D –<br />
-<br />
S 2 M 2 T Moede r ^ die d e nooit tmijn 1 lippen zochten; ^<br />
P ,<br />
M 5 I I .,<br />
D ,<br />
2-<br />
SS M T gi' 1 die mi'n 1 onwil teêr om geeft<br />
P-D Gij 1 I I<br />
S7<br />
M 2 a de<br />
a [d]ie mijne ''n 1 liefde e hebte verloren<br />
M 3-T I mijne l<br />
P<br />
a<br />
M5<br />
D<br />
bmí' ne 1<br />
1 mijne 1<br />
5 8 M2-T op p de ure dat mijn 1 aangezicht g<br />
P<br />
a<br />
b ,<br />
M 5 I l °<br />
D ,<br />
2-<br />
6i M T verplegers<br />
der ontstentenis;<br />
P a Verplegers g<br />
b v er le gers<br />
M 5 Verplegers I I<br />
D<br />
verplegers I I<br />
62 M 2-T o gij die voedt g l e uw lange gvreeze<br />
P<br />
a<br />
b ,<br />
M 5 I I<br />
D ,<br />
633 M2-P met de armen troost dat mijngemis<br />
114 5 I,<br />
^<br />
D I l°<br />
[6f-7o4—Hl, IJ-60]<br />
66 M 2-T maar 'k draag g het teeken van een vrouw<br />
P<br />
I I Vrouw<br />
M 5 a I<br />
I vrouw<br />
a<br />
V[rouw]<br />
D<br />
I I<br />
5S3<br />
VARIANTENAPPARAAT
67 M Z-T tweevoudig in mijn borst gedreven,<br />
P I I<br />
M 5 I I ><br />
D<br />
I I<br />
717 M 2 a En 't Leven schonk me mild zijn loon.<br />
I,<br />
M3-T<br />
P a I I leven mij1<br />
b Leven<br />
M 5 I I me<br />
D<br />
72 M 2 a o Moed<br />
I I mij1<br />
a als aan een man die mag beminnen:<br />
g<br />
M 3 M4 a I I mag<br />
T<br />
P<br />
M5D<br />
b má g<br />
a I i mag<br />
b[mp[g] [<br />
2-<br />
73 M T o moeder, vader, > 'k heb een zoon<br />
P-D IZoon<br />
74 M 2-T om mij het Licht te winnen.<br />
P-D I l licht I I<br />
75<br />
M Z-M4 Hij ziet. En 'k ben in hem verblijd.<br />
T i 1 ziet. I<br />
P a 1 I ziet. 1<br />
b [ ] [z]í[et.] [<br />
M 5 I<br />
D<br />
I I ziet. I<br />
76 M z-T Doch, waar zijn nood mij tegen-krijt,<br />
P I I°<br />
M ' I I ,<br />
D I I°<br />
79 M 2 a maar ik ben wrokkend , waar ze 't kind<br />
b [ ]woedend [ ]<br />
M3-T<br />
P I I °I<br />
111 E I I , I I<br />
D<br />
8 0 M 2 a oma it amet hare ziende z<br />
M3-D<br />
a kussen.<br />
8r-rooi—K<br />
SS4<br />
VARIANTENAPPARAAT
8i /14 2-T<br />
P<br />
M5,<br />
Ach armoede, a armoede, e asch der branden ba e<br />
a Och<br />
b A[ch][<br />
> > ><br />
III<br />
8 2 2- waarvoor geen m e n sche n-k ou e wijkt!...<br />
1<br />
P<br />
a I I menschenkoude<br />
M 5 D<br />
b men schen -koude<br />
8 3 M Z- P Heb 1 ikeeen kind? d Ik heb b geen handen<br />
M 4 Héb<br />
D<br />
Heb<br />
84 4 M 2 a dien het zijn handjes tegen-reikt.<br />
b [ I [reikt.]<br />
M 3-D I I<br />
8 M2<br />
ik<br />
^<br />
5 Heb i *en e vrouw? Eens volde een adem<br />
M 3 -P I I een<br />
M 5 Héb<br />
D<br />
Heb<br />
lees : een<br />
87 7 M 2 haar borst st verhief e en dalen e deed;<br />
M 3-D I<br />
I<br />
h een jl 1 tu h n beiden,<br />
Z<br />
88 M thans wacht ee i te ssc e<br />
114 3-D Thans<br />
91 M Z-T En zij, die mij het leven schonken,<br />
P I I° I I<br />
M ' I I> I<br />
I<br />
D I I° I I<br />
9 2 M 2- T ik 1 weet : ze zijn al lange g dood.<br />
P<br />
i I zij l<br />
M 5 I 1 ze<br />
D I 1 zij 1<br />
M2 a gezonken in haar ronden schoot ?<br />
94 g<br />
b schoot?<br />
M 3-D I I<br />
969 M 2- T gestaan, g ^ waar woord-gegons als bieën<br />
P<br />
a I I woordgegons I I<br />
b[ ] [woord - gg e ons<br />
M 5 D I<br />
I<br />
98 M 2- T Ach armoede armoede asch der vuren<br />
P-D<br />
SSS<br />
VARIANTENAPPARAAT
oo M Z-T wien zélf de sprokklen heeft gegaêrd !...<br />
P<br />
a I I zelf I<br />
b [ l [z ] é [lf ] [ l<br />
M 5 a I I wei-1J<br />
a [ ] zélf de sprokklen heeft gegaêrd !...<br />
D I I<br />
I<br />
IOI-IIOF—M loi-lio]<br />
I o I M2 Zóo ? leer 'k de[?] lol van wijs t ontkennen [4--L]<br />
M 3-D – Zoo I I de<br />
II III<br />
[ 111- 114
141 4 M 2-T Zij 1g zeggen:`Hoor de lammren razen ^<br />
P<br />
M 5 I<br />
I<br />
D I I<br />
144 M Z-T steeds wordend Goden-werk.'<br />
P-D I I Gode-werk.'<br />
[146-1494_ 0/H]<br />
146 M 2-P g geen dronk die blinke voor hij lave<br />
D<br />
I 1 voor<br />
147 M 2-P en van zijn J luister vergewist:<br />
M 5 a I 1 ver g ewi sd<br />
D<br />
149 Mz<br />
Ms Ma<br />
T<br />
a[ ] [ver ewis t : g<br />
a<br />
b<br />
mijn J vingeren g vergéefs g ! - doch weelde<br />
i<br />
P I vergeefs !<br />
M 5 I ver géefs !<br />
P D I vergeefsg<br />
1,<br />
i<br />
[148-IJ0
S7 Mz-T<br />
P-D<br />
161 M2-T<br />
P<br />
1145,D<br />
met bioode het kloppen van mijn bloed,<br />
I I ' t I I<br />
— De middag kraait de hanen wakker;<br />
g<br />
a De I<br />
b — [De] [<br />
I<br />
[rJ8-16o4—P, .0-6-.0-8; 1-61--r674—Q r, r6r-r67]<br />
IV I<br />
162 E-M 121 • 1624-N 1, > 12 123]<br />
> ><br />
164 Mz-T<br />
P-D<br />
als waar 't een regen-dag.<br />
waar'<br />
I II II<br />
16^ F-- 16 • 16^^- 16 • 16<br />
^ 9> > 9^<br />
^--<br />
9 ^<br />
168]<br />
170 M2-T<br />
P<br />
M5<br />
D<br />
benepen-zoele p armzieligheid... g<br />
benepen-zoetep<br />
benepen-zoele P<br />
benepen-zoete P<br />
II<br />
[4-g, 170 ; ^ , 170<br />
ZETFOUTEN<br />
T<br />
D<br />
r.: vind vindt<br />
4S<br />
r.: wrochten wrochtten<br />
S4<br />
r. 138: voeren voeren,<br />
3<br />
r. 164: 4 waart 't waar' 't<br />
r. 168: 0 I o<br />
r. 169 : Zalige g ^ zaligeg<br />
titel: e De Blind-gewordene De blind-geborene g<br />
r.: S4 wrochten wrochtten (ook P)<br />
r. 61: ontstentenis I ontstentenis •<br />
r. 677 : gedreven ^ gedreven; ^ ^<br />
r. I oo : s rokkle I s rokkien<br />
r. 107<br />
:, ik I 'k(ook P)<br />
r. i o8 : li J den 't %den J (ook P)<br />
r. 141: lammre lammren<br />
r. 146: 4 heve lave<br />
r. 1 64<br />
: waar 't waar' 't<br />
NOTEN<br />
I Bij r. 1 o I in M 2 is het papier enigszins vergaan. Hoewel daardoor de tekst<br />
^<br />
Pp g g<br />
beschadigd werd, ^ is Van de Woestijnes 1 bedoeling g herkenbaar.<br />
2f T y e u o n te ene correctiesin es M 3 e en M M4 d die e niet a als s varianten zijn ^ beschouwd:<br />
r. 1 ó. • dw u t-^ duurt<br />
r.: S4 wrochten—^wrochtten<br />
r.6: 7 te ^ en-kri J t—^te g en-kri J, t<br />
r. 8z: menschen-konde I menschen-koude<br />
r. 86: vaden I vadem<br />
r. 116: kroon I koon<br />
r. 11 9 : daê ^J li ksch dae 8J li ksch<br />
558 V ARIANTENAPPARAAT
. I4 0 : verroest—*verroert<br />
r. 164<br />
: waart waar of waar'<br />
r. 168: cavitate I caritate (in M4 g ecorri geerel<br />
3 De tekst s in D is cursief gezet. g<br />
[BM21 DE KOFFEN AANGEBLEEKT VAN ONGEBLUSCHTE LUCHT<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-83, 3> p. 2IV > 22r , 24<br />
r.<br />
M' : Manuscript p H-88 I.<br />
^<br />
P': Drukproef T H-89,1.<br />
p<br />
9 7^ T :I Nu (oktober 1927), p. 43 3 . /32/ 3<br />
P': Drukproef D H-99,19.<br />
p<br />
Mz : Manuscript p H- I o ^3 I I.<br />
D: Het berg-meer,<br />
^ ^ p p. 9I .<br />
DATERING 22 of 2 april i 2 mei I 2.<br />
3 p 974 97<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Aansluitend op p de afronding g van het preludium p van Het berg-meer g op p of vlak va<br />
na 22 april p 1927,noteerde Van de Woestijne 1 in zijn carnet met anilinepotlood<br />
een aantal fragmenten g die klaarblijkelijk<br />
een opzet vormden voor een groep g<br />
edichten met `g als gezame<strong>nl</strong>ijke 1 titel 'De Modder-haven'. Na die benamingg<br />
bovenaan. p 22r geschreven g en onderstreept pregels te hebben, volgden r en e sum-<br />
miere schetsen van `De koffen aangebleekt' g (A) en daarna, ^ uitgebreider, van<br />
wij l geen g g glaasken mogen g drinken?' BM 3 (zie de ontwikkelingsgangbij<br />
datedicht g .<br />
C:A<br />
—+ B > 1/2; -► I2<br />
I De koffen aan gebleekt van zee-lucht, en gescheurd<br />
g ^ g<br />
0 Op(p. de linkerpagina . 21 v schreef Van de Woestijne bovenaan eerst een<br />
4 De v aa ri nt in D, r. 677<br />
ontstond door correctie van een zetfout: out. dde notbre<br />
kende komma werd aangevuld g als puntkomma.<br />
p<br />
zin die verband houdt met r. 14. 4 `Le soir européen p est vide, , vide<br />
comme une áme de vainqueur'. q Deze regel g kan een citaat zijn, 1^ maar ook van<br />
Van de Woestijne 1 zelf afkomstig g zijn. Het carnet werd vervolgens<br />
een kwart-<br />
slag gekeerd, ^ en Van de Woestijne l schreef een eerste aanzet van vijf regelsg<br />
C : B . Dea Pgtijden<br />
ina's zzr 21 v werden naar alle waarschij<strong>nl</strong>ijkheid ti' dens<br />
sessie beschreven.<br />
C:B<br />
[//24—A; I- ->I- I f<br />
I De koffen aangebleekt van ongebluschte lucht;<br />
g g<br />
2<br />
a het wandescheurd g van zonne-brand<br />
a want[ ] [zont-geduld, dat aan zijn reten<br />
559
3<br />
4<br />
S<br />
6<br />
a1 aageeuwend kucht<br />
kraakt en<br />
a de kiel tot aan den boegg aan g ewreten lees : aangevreten] g<br />
b<br />
door schalena<br />
a de mast van[?]<br />
a waaraan de wimpel zakt, die zingt noch zucht<br />
p ^ g<br />
[strofewit]<br />
a De koffen in t<br />
a<br />
het strak gespan g<br />
der koffen<br />
Heteerst s nam Vande Woestijne 1 vervolgens g na een nieuwe bladzijde o pgesla-<br />
gen n hebben te met eanilinepotlood p `Zou'n wij geen lg glaasken g mogen g drinken?'<br />
BM 3 ter r hand, a, op 32 april. a p Op een ekwama<br />
volgende, g nieuwe bladzijde (p. 2.4r)kw<br />
hij l pg op 'De koffen Deaangebleekt'e n terug, g^ nu met blauwe<br />
inkt. Twee strofenwer-<br />
den voltooid,a van een e derde kwam een g ge<strong>deel</strong>te op pppg<br />
papier(C:0). Het grafische<br />
eee van die derde strofe laat zien dat Van de Woestine Woestijne op p dat moment aan<br />
een zesre g eli ge strofe dacht. Aan het slot daarvan, in het woord `glanzig',<br />
haperde de pen en maakte Van ded Woestijne 1 de regel g met anilinepotlood af. Hij 1<br />
I<br />
haalde ep<br />
toen toe laatste,onvolledigestrofe de<br />
van C door en schreef f die opnieu w<br />
II I<br />
uit C tevensr bracht<br />
hij in C enkele varianten aan (fase d . De datum<br />
'44 Mei' werd nogmet g aniline e boven dit voltooide klad geschreven. g Aan gezien<br />
Van de W oe ti s 1 n ehet potlood p nam nadat de p pen weigerde, g ^ zal het g gehele sta-<br />
dium C op p die datum tot stand zijn gekomen.<br />
Stadium C is opgenomen in de gecombineerde g<br />
e synopsis, die onderbroken<br />
I<br />
wordt r voorafzonderlijke een r presentatie<br />
van de derde strofe in C .<br />
II<br />
I<br />
M s<br />
is kopijhandschrift voor T geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C: A en B niet opgenomen)<br />
pg<br />
I<br />
2 a hun want gescheurd van zon-geduld, dat alle zijne reten<br />
C.0 g g ^ 1<br />
b flank [d]ie aan hare<br />
d {van zon-geduld] g [h]aar wand gescheurd [die aan hare reten<br />
M I -D I<br />
I zijn 1<br />
I<br />
4 C.0 a de kiel tot aan boeg b g door wier en schaal bevreten;<br />
a den [boeg g door wier en schaal bevreten ,<br />
M I -D I 1<br />
I<br />
5 C. C a de mast w waaraan a ede wimpel p zinkt , die zingt g noch zucht<br />
d<br />
zakt<br />
M I -D I I;<br />
1124—A; i- *—B i-y]<br />
56o VARIANTENAPPARAAT
6 C:CI a De kom waar holte aan holt de kom<br />
a [<br />
] [ko]ffen zakken<br />
b [ ] loonre [kom waar holte aan holt de] bonten [zakken]<br />
M'-T — de l<br />
I<br />
P-D . I I holt<br />
7 C :C' a in 't doove modder-bed dat aan haar flanken droogt,<br />
b ] [h]un [ ]<br />
M'-T<br />
P Z a I modderbed I<br />
I<br />
M", D<br />
b ] [modder] -[bed] [ ]<br />
8 C .<br />
I a het t starre graf g der smaken...<br />
a [ I [sma]k{ken...]<br />
b ver[star]de<br />
d 't<br />
M I a verstarrend graf g der snakken...<br />
a [s]m[akken...]<br />
P I -D<br />
I<br />
9 C: C a o g c h l-z e eede *dit<br />
zwelgt hoop d h o der ziekste wrakken,<br />
b [— o] G[ichel-zee] viert<br />
M I -T -- I I die I 1 4<br />
P Z-D — I<br />
I<br />
*[lees : die]<br />
^ I o C. C I Ia Wreede r o die o gedoogtg g<br />
b hemel het e lied edd derdrenkelingen don gt<br />
c o Hemel '[t]<br />
M I -D I I het<br />
I<br />
C:C r. II-16<br />
I<br />
Fasedan stadium C valt samen met stadium CH]<br />
II [ 0 1<br />
I2 a en de ijlte l van het harte der veroveraars<br />
a in 't zatte [hart] van den veroveraar<br />
[--14]<br />
13 0<br />
14 a uw<br />
a Ons blikken luiken op pden schaduw van de steilte<br />
I S a der veil' ge g kaaien die o gevaarg<br />
aenezen van geneze 't<br />
derlanzi g -lokkende g i'lte 1<br />
I-<br />
r. II-i6 overden doorgehaald<br />
in stadium C H]<br />
561 VARIANTENAPPARAAT
II<br />
II I I 2 2<br />
> > > M D II<br />
> > > S<br />
II > > I<br />
e v e b op p schaad'wen<br />
w e n van de e s tei te C , 14]<br />
b Neen: luik uw<br />
C:C M P T P r. I-<br />
I I C: C a Luik uwen zil r n blik t h steilte F-<br />
AF-P2<br />
M 2 ah d' sc n ae we<br />
I I<br />
a<br />
scha a d'wen<br />
D I<br />
, II •> > I<br />
12 C. C der veil g e kaaien die genezen g van t gevaar g<br />
F– C , if]<br />
M I -T I,<br />
P 2 a I °<br />
b] [kaai " ne<br />
M Z I kaaien,<br />
D I kaaiën<br />
, II ,<br />
I<br />
1<br />
3 C. C der gretig-lokkende g g i 1 lte . E- C ^ 16<br />
MI-D<br />
I<br />
14 C : C de ijlte in het zatte hart van den veroveraar ^–C 12]<br />
4 1 ^<br />
M I -D De<br />
, II<br />
I *den<br />
^<br />
5 C . C is dieper de zee en als de hemel k laar lees :. dan<br />
M I -D i I dan I I.<br />
I<br />
ZETFOUTEN<br />
P I<br />
T r. Io: 0 I o<br />
NOTEN I Van hetedicht g verscheen een vertaling a g in het Frans.<br />
I BM3] ZOU'N WIJ GEEN GLAASKEN MOGEN DRINKEN?<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-8 3 , p. 22r 22V Z r.<br />
3^ p > > 3<br />
M I : Manuscript H-88 2. p ^<br />
P l : Drukproef T H 8 I-2.<br />
p 9^<br />
T: Nu I (oktober 1 9 27), p . 2<br />
9 7^P 43-44 . 3<br />
D i : Gedichten, ^ p. p 54.<br />
P 2 : Drukproef p D 2 H- 99^ 20.<br />
M 2 : Manuscript<br />
p<br />
H I o I ^4I.<br />
D 2 : Het berg-meer, g ^ p. 20.<br />
DATERING 22 Of 2 3april I 2' 23 april I 2.<br />
3 p 97^3 p 97<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Bij 1groep het eerste e ontwerp van eensamenhangenderoe gedichten on er ded titel<br />
`De modder-haven' in het carnet van 12 97(zie de ontwikkelingsgangbi' bijBM2<br />
kwam Van deoe W tine s 1 al direct tot een vrij vrij complete p opzet p voor `Zou'n wij1<br />
g een g glaasken mo g en drinken?' C:A p. ^p22r . De twee eerste strofen komen<br />
daarin in omgekeerde g volgorde g voor.<br />
562 VARIANTENAPPARAAT
C:A<br />
I `Zou'n wij geen meisken mogen kussen?<br />
l g g<br />
2 Zou'n wij daarom een e smeerlapzijna<br />
zijn? ^.<br />
3 0 sussen<br />
4 0 1<br />
strofewit]<br />
[I-B--► r-4]<br />
`Zou'n wij geen glaasken mogen drinken?<br />
5 lg g g<br />
6 Zou'n wij daarom een e zatlap zijn? 1<br />
7 0 stinken<br />
8 0 wijn 1<br />
strofewit]<br />
[9-16-49-16]<br />
9 Als koningen g kwamen we uit den Oosten<br />
1 o En hadden de zilvren matten aan boord<br />
I I Wij<br />
hebben o I om ons te troosten<br />
I2 a en a eene koord<br />
b aan eiken mast<br />
c van [elke] ra daar han gt [eene koord]<br />
strofewit]<br />
13 0 bewusten<br />
3<br />
14 en onze daden bennen e grootg<br />
1 en als men moede is kan men rusten<br />
S<br />
16 het veiligst in den o dood<br />
g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
Op de v volgende g e ec r t o ,g a a in gedateerd e a e `2 '23April',l<br />
voltooiden Van de Woestijne tI een tweede kladversie (B; een variant in r. 3 schreef hij l op P de linkerpagina,<br />
22v). Eronder maakte hij<br />
nog g een begin g met `De meiskens uit de taveernen'<br />
BM 4 . Stadium B is in de gecombineerde g<br />
synopsis opgenomen.<br />
II<br />
M r is kopijhandschrift p l voor T ggeweest.<br />
C : A niet opgenomen)<br />
pg<br />
[I-44—A, 4 ^81 -<br />
2 C :B a Zou'n wij daarom 1 een dronkaard*zijn? lee s. zI ^ n .<br />
b zatlap<br />
M'-D 2 I I zat-la p zijn?' l<br />
56 3 VARIANTENAPPARAAT
3 C: B a — De e dromen es van het leven stinken<br />
b de driften<br />
M'-D2<br />
[I-64--A, 1-2]<br />
6 C:B a Zou'n wij wij daarom een smeerlap zijn?' 1<br />
b vuilbaard<br />
AP-D 2<br />
vuil-baard I I<br />
7 C :B a o sussen<br />
c Maar welken *boezen wordt het kussen<br />
delkw<br />
M I -T — Maar welke boezem I I<br />
D' I I wélke I I<br />
P 2 a I I welke I I<br />
b [w]é[lke]<br />
M 2 I I welke I I<br />
D2<br />
wélke I I<br />
8 C:B a o Pijn.<br />
1<br />
c voor deze lang-verzopen g p ?<br />
M'-D2<br />
* lees :. boezem, 2<br />
[9-164—A, 9-16]<br />
C : B a Als koningen kwamen uit den Oosten<br />
9 g<br />
b we eens [uit den Oostend<br />
M' a I i uit h<br />
a<br />
P'--D 2 I<br />
den Oosten<br />
I<br />
Io<br />
C :B en hadden a de zilveren e matten aan boord<br />
AP-D 2 I<br />
I<br />
I I C: B a Wij hebben ^ om ons te troosten;<br />
^<br />
^<br />
b walg<br />
M I -T — Wi' 1 I<br />
I<br />
D I I I wál g<br />
I.<br />
P' a I I walg I I<br />
b wál g<br />
M 2 I I wal g ^<br />
D' I I wál g<br />
I.<br />
I 2<br />
C. ^B- T a an e ik e ra a daar hangt een koord.<br />
D I , P 2 Aan<br />
I<br />
M 2 aan<br />
D 2 Aan<br />
I<br />
I C : B<br />
3 a Wij 1 werden wakker tot bewusten<br />
b nuchter<br />
M'_D 2 I I<br />
564 VAR IANTENAPPARAAT
I 5 C :B Maar als s men moede is kan men rusten<br />
M'-D 2 En<br />
16 C •. B a in uwe veili<br />
a veil g e haven, , D o0d.<br />
M'-D 2 warme I I<br />
ZETFOUTEN<br />
D' r. I: Zou'n I `Zou'n<br />
r. 2:ou'n Zou'n<br />
^<br />
NOTEN<br />
'r De regels g 1 I-2 en -6 5 zijnontleend aan het volksliedje`Wij 1 zijn 1 al bij een', ook<br />
g geheten n `D 'De k ull ad e t' es ' > • zie e Van Duyse, y> Het oude Nederlandsche lied dl. I I ><br />
p .I 3 I 6-I 37 I . Van het lied d bestaan S<br />
verschillende versies; de door Van de Woest<br />
i'n l e tussen e aanhalingstekens g geplaatste gp regels g komen het meest overeen met de<br />
versie r die in het genoemde g werk met C is aangeduid g (p. p 1317). De door Van<br />
de Woestijne i'n 1 verwerkte w ge<strong>deel</strong>ten g e luiden : `Zouden wij niet mogen g een kuske<br />
geven, n zouden wij wij daarom 'nen g deugeniet zijn' en `Zouden wij niet mogen<br />
eenintje p l drinken, ^ zouden wij daarom 'nen zatterik zijn?'<br />
hetedicht gedichtkomen nog gop andere toespelingen o liedjes voor. r. 9: `Als<br />
koningen kwamen we uit den Oosten', is genomen g uit een driekoningslied, g al<br />
is s niet e precies s te zeggen e uit welk; vermoedelijk heeft Van de Woestijne niet éen<br />
lied e in het b bijzonder 1 e op het oog gg gehad. In Het oude Nederlandsche lied zijn<br />
tien<br />
drie o nin liederen gs opgenomen, e met ^ elk verscheidene afwijkende versies<br />
i i i ,pp<br />
p. 2023-2088).Slechts in enkele daarvan is de eerste persoon meervoud<br />
gebruiktg rikt zoals s Van de Woestijne W<br />
1 in zijn gedicht doet. Mogelijk gl heeft hij<br />
gebruik g ggemaakt van `Wij 1 komen van Oost, 't Oost wij 1 komen van ver' p . 20 SS .<br />
Ook lijkt 1 ` WY zyn Y drie koningen, g^ wy zoeken g geen kind' (p. 2074)<br />
in aanmerkin<br />
g te komen. De drie koningen g zoeken daarin niet naar Jezus maar naar bier.<br />
Het driekoningslied g is dus evenzeer een drinklied, ^ wat aansluit bij het karakter<br />
van `Zou'n wij lg geen glaasken g mogen g drinken?' Bovendien is het begin g van de<br />
derde r en laatste estrofev vergelijkbaar g l met de al genoemde g ontleningen g in de<br />
regels I-2 en -6. 5 De strofe luidt:<br />
Zou'n wy niet wenschen drie koningen te zyn,<br />
Y g Y,<br />
daer we altyd hebben tabak en brandew n •<br />
Y Y^<br />
wy waeyen en wy zwaeyen<br />
en wy zwaeyen altyd rond;<br />
Y Y Y<br />
daer kwam ons onderwegen g<br />
nog een mooi meisken tegen; g•<br />
wy gaven ze eenen mond.<br />
Yg<br />
Met ` we hadden de zilveren matten aan boord' (r. 6) en `al bennen onze<br />
Jade n groot' g (r. I verwijstVan 3 w 1 a de e Woestijne W l naar a het e bekende b e elied `Heb je 1<br />
van de zilveren vloot welehoord' g (ook `De Zilvervloot'); zie hiervoor laat<br />
Nederlandint ^ ga p. p 67-69.<br />
2 In het INT of Vlaamse woordenboeken werd `boezen' r,in 7 de door Van<br />
deoestijne W l bedoelde betekenis `boezem' niet aangetroffen. g<br />
565 VARIANTENAPPARAAT
[BM41<br />
DE MEISKENS UIT DE TAVEERNEN<br />
^ OVERLEVERING C: Carnet H-8 3^p 3 , p. 23 r ^ 2 S V ^26r.<br />
M' : Manuscript H-88,3. ^3<br />
P l : Drukproef T H-8 ^, 2.<br />
T: Nu I (oktober 1 97^ 27), p. p 44. /32/ 3<br />
P 2 : Druk p roef D H 99, 21.<br />
M 2 : Manuscript H-ioi ,5 ^ .<br />
D: Het berg-meer, p. 2I.<br />
^ ^ p<br />
DATERING T 233 april i X 27 of 0 kort daarna; , 16 mei 1 927; eind mei-begin g ljuni 1 9 27 .<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Onder de voltooide<br />
kladversiev n `Zou'n vanwij wi' geen glaasken g mogen g drinken?'<br />
B M 3^ deo die 233 april i 97g 2 gedateerd was, ^ vond Van de Woestijne 1 nog gruimte<br />
om metanilinepotlood) de eer rte nz aa t etot `De meiskens uit de taveernen' te<br />
noteren(C:A). Eerst schreef hij i' echter 1<br />
r een n notitie,niet e direct<br />
tekstueel in ver-<br />
band te brengen g met e het et gedicht g e c maar er e mogelijk g 1 toch mee samenhangend, g<br />
e z ien r. . 4 van g<br />
de schets h is die erop leen volgde v P a rali p m o enon . Van de Woestijne<br />
haaldeet hetdoor ovoor hij aan 1 de schets begon. g<br />
C :arali omenon<br />
P<br />
(I)<br />
ende is rond, en wij j zijn moe<br />
[Doorgehaald in stadium B<br />
In de schets is onzekerde hoe door wit gescheiden g ge<strong>deel</strong>ten g zich tot elkaar<br />
verhouden; de onderstrepingva p n van de ee eerste s e regel e g kan a er bovendien op duiden<br />
dat die i aanvankelijk k 1 als s titel bedoeld was.<br />
C:A<br />
De meiskens uit de taveernen<br />
reel wit g]<br />
en dragen g 0 van vuur' ge zij<br />
er slaapt p een zoon in onze zij<br />
reel wit g]<br />
enaar de e d is rond s van bij 't begin g<br />
en wij zijn 't eind van alle tochten<br />
Statu svan v de witregels onzeker<br />
weken later, op ` 16 Mei', M' e Van de Woestijne<br />
><br />
1 een meer vastom<br />
h nd gbegin voor het gedicht g (p. p 26r . Hij i schreef<br />
1 met zwarte inkt tien reels g<br />
C:B<br />
-<br />
566 VARIANTENAPPARAAT
Weer iets later kregen g de beide slotstrofen gestalte g op pde naastliggende<br />
pagin<br />
a C : C en bracht Van de Woestijne ^ een variant aan in r. 3van B. Wan-<br />
neer gebeurde, dit d t precies e g ebe niet de te ^ zeggen. is e e e De gg reeks gedichten g en waar 'De meis-<br />
e k e n uit su t de e taveernen' e e e <strong>deel</strong> van uitmaakt BM2 , BM 3, BM 4 en e BM S is sdui-<br />
d e li' 1 k in i onderlinge o g e samenhang gg swillen<br />
geschreven. Het laatste, ^ `Naar Oost-land wij 1 varen', e, werd verderop in hetzelfde carnet voltooid op 18 'uni ^, evenals s C<br />
met anilinepotlood. i e Vermoedelijk<br />
heeft Van de Woestijne l ad stadium van C n'De<br />
m e isk es n uit de taveernen' direct voorafgaand g aan of in aansluiting s g op<br />
g eo n m e d klad a van a [BM 5] voltooid, , maar een exacte datering g is s niet e mogelijk.. oeg l<br />
De eopgenomen.<br />
stadia B en C zijn in de gecombineerde ggsynopsis o enomen.<br />
II<br />
M' is sproef<br />
kopijhandschrift voor de P I van) T geweest. g<br />
VARIANTEN EN (C:A niet opgenomen) Pg<br />
CORRECTIES<br />
C : B a Zij zien de ' on ens geerne;<br />
3 Zij l g g<br />
b er<br />
M-D I I .<br />
[Fase b in stadium B valt samen met stadium C]<br />
[14–A<br />
1 I<br />
4 C zij<br />
baren haar kindren dood.<br />
M -T Zij l<br />
I I<br />
P 2-D I I kindren I I<br />
5 C a Zij l dragen g van vuur' g ge zijde E—A ^ 2]<br />
a[ I [vu ri g e<br />
MI -D<br />
7 C:B a Wen<br />
M -D<br />
a We ontwaken aan hare zijde 1<br />
8 C :B met de houten mond van de s pit.<br />
j<br />
M-D I I den<br />
C : B Want de aarde waarop wij zwalken<br />
9 p wij<br />
C:C a z ?<br />
a De zee waarover wij 1<br />
b ronde [zee] waar<br />
M-D ,<br />
10 C:B is o<br />
C:C a [xx]<br />
a Die eindeloos wenkt eneeuwt g<br />
M'-D die I I<br />
567 VARIANTENAPPARAAT
I I C:C a waar[?]<br />
a en ons doet van begeeren g balken<br />
MI-T<br />
P 2 a 1<br />
l a<br />
b [ )<br />
M 2 a<br />
I<br />
I<br />
D )<br />
I 2 C : C a of ons verre vrouwe verweeuwt<br />
MI-D<br />
b en<br />
I 3<br />
C : C a En ankren we in de taveernen<br />
a Wij 1 e ren<br />
M I -T wij 1 I I<br />
P 2 I I ankren I I<br />
M 2 I I ankeren I I<br />
D<br />
I I ankren<br />
14 C : C waar geniepig de rust ons smijt,<br />
4 g pg l)<br />
M I-T I een I I.<br />
P2<br />
M 2 a I fxx<br />
D<br />
a een rust ons smijt.<br />
15 C :C a daar waa<br />
5<br />
a wachten ons rood de deeren<br />
M I -D Daar<br />
a<br />
16 C :C daar raken wij 't Leven kwijt<br />
M I-T Daar<br />
P 2-D I I leven<br />
l<br />
[deer]nen,<br />
ZETFOUTEN<br />
P 2<br />
^<br />
D r.z:Zi i<br />
J ^J<br />
r. i2: verweêwt I verweeuwt<br />
I NOTEN Ng Van het gedicht g verschenenve vertalingen in het Engels g 3 x ) het Frans 2x ) het<br />
aashet r(2x),he Italiaans,het Roemeens,he het Spaans<br />
zx en het Tsjechisch.<br />
[BM5] NAAR OOST -LAND WILLEN WIJ VAREN<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-83, p. z9v, 3or.<br />
Al': Manuscript H-88,4.<br />
P`: Drukproef T H-89,2-3.<br />
T: Nu I (oktober 1 927), p. 44-45 . /32/<br />
568 VARIANTENAPPARAAT
DI : Gedichten,<br />
^<br />
p. SS.<br />
P 2 : Drukproef D 2 H-9922.<br />
^<br />
M2 : Manuscript H- I o I , I 6.<br />
D': Het berg-meer, p. 22.<br />
^ ^<br />
DATERING 18 juni 19279<br />
7 en kort daarvoor.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Onder enkele kladfragmenten g van : `Ik weet : ik berg iemand in mijne ^ e woon'<br />
BMI 4 op p p. p or 3 van Van de Woestijnes carnet uit 1927,is met anilinepotlood e 00<br />
een eerste notitie voor de tekst van `Naar Oost-land willen wij ^gesc varen' hre-<br />
ven (C:A). Het is éen reel regel, die de vierde van het gedicht g zou worden. w C:A<br />
I--^41<br />
I Malheuren slapen p niet<br />
0 Op de pagina pg links hiervan (p. 29v) 9 stond een regel g e g geschreven eve die mogelijk g l<br />
verband houdt met BM6 . Daaronder voltooide Van W deoe s e tijn 1 ee een ad kl van<br />
`Naar Oost-land willen wijg<br />
varen' C : B . Deslotstrofeh' bestaat ie rnog uit vier<br />
regels. g Boven deze versie is de datum `i8 Juni' ^ 1 2geplaatst; 7 A z 1a van<br />
korte tijd daarvoor stammen. Stadium B is in de gecombineerde g e synopsis<br />
s o pgnomen.<br />
e<br />
II<br />
M I is kopijhandschrift p^ voor T geweest.<br />
VARIANTEN EN (C:A niet opgenomen)<br />
pg<br />
CORRECTIES<br />
r C :B Naar Oostland wilden wij varen<br />
M'-T `Naar I I willen I I ':<br />
D' I I Oost-land I I<br />
P' a I I Oostland I I<br />
b [ ] [Oost]-[land] [<br />
114 2, D 2 I I<br />
[RA]<br />
2 C :B a het is het oudste lied.<br />
MI-DI<br />
b er<br />
P' a I I het<br />
M2 D2<br />
b er het<br />
3 C: B Maar een mond o is volgevaren.<br />
M I -D I I I de monden zijn 1<br />
P'<br />
monden<br />
M2 I i de monden<br />
D'<br />
monden<br />
569 VARIANTENAPPARAAT
4 C :B Malheuren slapen niet.<br />
N1'43 2 malheuren<br />
C : B Al hebben kambuizen geen lichten, g ,<br />
M-D 2 I I kombuizen I I<br />
6 C :B kambuizen hebben een bed.<br />
M'-D 2 kombuizen I I<br />
C: B En de reizen zijn maar gedichten<br />
7 g<br />
M'-T I I .,<br />
D' I I .<br />
P 2-D 2 I I ^,<br />
8 C. ^ B a En de rustu is t schoonstes 't s gebed<br />
g<br />
b rijkste<br />
1<br />
M'-T en I I slaapP<br />
I.<br />
D' En<br />
P 2-D 2 en I<br />
I<br />
9 C a Slechts Verlangen g kan nog ggloeien<br />
a<br />
doorrijzen<br />
1<br />
M' I I<br />
P -D 2<br />
verlangen g I I<br />
I 0 C :B Wie daar ooit uit Oostland kwam<br />
M-T wie<br />
D'--D 2<br />
Oost-land<br />
I I C: B a Een bokking is zékere z[x]<br />
g<br />
a<br />
s pize<br />
j<br />
M-T I I<br />
D' I zéekre<br />
P 2 a I zeek're I I<br />
b z é ek're<br />
M 2 I zékere I I<br />
D'<br />
zeek're I I<br />
12 C :B a Met den vraat' en g geur g van den zwam<br />
b bij<br />
den tragen g boterham<br />
M-T I I talmendenI<br />
D' I I de talmende<br />
P 2 a I I den talmenden<br />
b [del talmende<br />
M 2 I I den talmendena<br />
D'<br />
de talmende<br />
IC:B 13 a En van<br />
NP-D2 2<br />
a al[?] maakt de geur g der zwam<br />
b<br />
[maakt] m er e [de geur] van [*der zwam<br />
der zwam<br />
lees : de<br />
570 VARIANTENAPPARAAT
I4 4<br />
• B hier binnen U zwaar en lam<br />
11/1' -D 2 hier-binnen u langzaam g<br />
:<br />
16 C:B jontbreekt]<br />
A/1 1-D' bij 11 rijzenden uchtend de vlam<br />
1 C : B 16 de geur der vluchtigste rozen<br />
7 g g<br />
M'-D 2 dieeurt der vluchtige<br />
g g<br />
ZETFOUTEN<br />
D Z<br />
r. 1: Naar I `Naar<br />
r.: 7^ gedichten. gedichten; g ^) (ook in P 2<br />
r. I I:ee'kre ^ ^ eek're ^ • in P 2 werd op p deze plaats P e'kre ^ —^ ^ ée'kre gecorrigeerd,,<br />
g g<br />
waarmee Van de Woestijne 1 tevens een variant wildeinvoeren; dedee z ew<br />
rd<br />
niet ee<br />
overgenomen g in degepubliceerde t kst.<br />
NOTEN<br />
I Van de Woestijne 1 maakte, ^ als s b bij 1 [BM3], 3 ^ gebruikg<br />
van ee eenoud volksliedje.<br />
In Van Duyses Y Het oude Nederlandsche h lied zijn 1 meerderer versie van 'Naar Oostland<br />
willen<br />
wij rijden' 1 ' opgenomen g (<strong>deel</strong> I ^p7377<br />
p. 2 9o-2 9 1 en p 1 - 2 . Van de<br />
Woestijne 1 heeft vermoedelijk niet éen ee versie in het t bijzonder b 1 op het h ooggehad; g<br />
de beginregels van zijn 1 ggedicht komen het meest overeen met Na `Oosterland<br />
wil ick varen daer woont er mijn 1 zoete lief' p7720).<br />
2 Van hetedicht g verschenen vertalingen g in het Spaans 2x .<br />
[BM61 IK BEN ' T GEDULD DER BROOZE EN LUSTELOOZE MENSCHEN<br />
OVERLEVERING C. Carnet H-83, p. 2 V 3<br />
3^P 9^ 3^3 6r, 38r.<br />
M I : Manuscript p H-8 7^ 2.<br />
M 2 : Manuscript p H-88,5.<br />
P l : Drukproef T H-89,3.<br />
p<br />
T : Nu I (oktober 1 9 27), 7^ p . 45 . /32/ 3<br />
P 2 : Drukproef D H- z .<br />
p 99^ 3<br />
M 3 : Manuscript H-101 , 16.<br />
D: Het berg-meer, p. z .<br />
g ^ p 3<br />
DATERING Omstreeks 18 juni 1927; tussen zo en o juni i 2 o 'uni 1 9 2 7 .<br />
1 31 9731<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Boven het voltooide klad van `Naar Oost-land willen wij 1 varen' BM S in het<br />
carnet van 1927,dat gedateerd g was `I S uni' schreef Van de Woestijne<br />
tine om-<br />
^ 1<br />
streeks die datum een regel g die verwant is met (de ede<br />
thematiek in r<br />
strofe:<br />
C :arali p pomenon I<br />
(I)<br />
En afwezig te zijn als God<br />
g la<br />
571 VARIANTENAPPARAAT
Tussen s 20 en 31 o juni maakte Van<br />
de Woeste Woestijne vervolgens een zeer ruwe w kla-d<br />
versie (C:A) waarvan de d structuur<br />
tuur sterkafwijktvan de eindversie.<br />
C:A<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
a Mijn stem bewoont het want waar groote vooglen waken<br />
g g<br />
bbewoont [Mijn stem]<br />
1 ste<br />
a met flapperende vlerk die beeftj gelik een beê<br />
a sidderende<br />
er is geen g wind diewaate waakt en hapert aet [xxx]<br />
a ik ben in 't oor des sdooven<br />
a [<br />
van doo f een weeuw de zucht der zee<br />
[kleine witruimte]<br />
Waardoor een donkreij b ^ haar a zware a o zorgen<br />
g zoemt<br />
kleine witruimte]<br />
Ik ben de vreê waar alle e rozen e in verslensen v e<br />
De regels 1-4 en 6 werden doorgehaald, vermoedelijk r kan in stadium dau CI]<br />
C :arali omenon 2 p P<br />
Onder deze schets staat een fragment waarvan ais onzeker of et i ve f het verband houdt<br />
met hetedicht. g Het werd, in ^ tegenstelling g g tot de tekst s uit stadium s A, die de in<br />
stadium C hernomen werd , niet geschra t.<br />
Open uw vlerk, o boom waar duizend vlerken wonen<br />
p ,<br />
a 0 nu de nacht<br />
b oen pde waaier uwer klaarte<br />
a 0 als een moeder teen-lacht g<br />
b een nieuwen ochtend<br />
a 0 die aan haar versleten konen<br />
b een moede moeder<br />
a het aaien van 0 wacht<br />
b uwe waarende aaien wacht g<br />
Twee bladzijden verder in h e t carnet c 3 8r begon g Va Van de Woestijne ti' je met e een<br />
kladversie van de eerste e e strofe e C: B.<br />
C:B [-÷1-4]<br />
, ^ ^ ,<br />
I Ik ben t geduld der 1 oze en lustelooze menschen; o. broze]<br />
g u e o e s , oe<br />
2<br />
a Ik ben e deafwezigheidn van God in i o hart<br />
b<br />
's menschen [ I<br />
572 VARIANTENAPPARAAT
3 a Ik ben in de ure 't uur dat o op o mart<br />
b<br />
zijn 1 staken<br />
Ik ben de vreê r waar alle rozen in verslensen<br />
[Stadium<br />
B werd geheeldoorgehaald h l<br />
an<br />
stadium C<br />
Van de Woestijne i'n l haalde deze eest strofe door, ^en waarschij<strong>nl</strong>ijk deed hij op dat<br />
momenthetzelfde e e met e de regels g 1-44<br />
en 6 uit A. Op p dezelfde pagina g nam a<br />
hij<br />
toen e de in A en e B afzonderlijka 1 bewerkte strofen in netschrift over C ;,<br />
eronder<br />
schreef1 hij de datum 3 ` o Juni' 12 ^ 7.<br />
Alles lies werd geschreven g e met anilinepotlood. P Stadium C is in de gecombineerde<br />
g<br />
synopsis opgenomen.<br />
II<br />
De plaats 1 van a M I ten e opzichtev van n de andere bronnen is n iet geheel g zeker. Het<br />
manusc rI p t kana een bepaald,praktischdoe<br />
P ^ aae<br />
doel hebben gediend,<br />
ibijvoorbeeld een<br />
volledige neerslag<br />
a in g netschrift. Mede e omdat M2 , PI en T in de ed tijd 1<br />
betrekkelijk snel na elkaar ontstaan zullen zijn en hetzelfde geldt voor M 3, P<br />
1 g 2<br />
^<br />
en D,<br />
^ is M' direct na C geplaatst. g<br />
III<br />
M 2 is kopijhandschrift voor T geweest.<br />
p l g<br />
VARIANTEN EN C:A en C:B niet opgenomen)<br />
pg<br />
CORRECTIES<br />
C:C-P' Ik ben 't geduld g der brooze en lustelooze menschen; ,<br />
M 3 a I I 1<br />
D<br />
a<br />
en lustelooze menschen;<br />
C:C a Ik ben in de ure 't uur dat zijn einde mart. 3pl<br />
b i[k] [ ] [ [ure]n<br />
M'-D I<br />
I<br />
[I-4•–B]<br />
[4*–A, 6; I-84–A, I-4]<br />
6 C:C<br />
M`-D<br />
8 C:C<br />
M'-P2<br />
M3<br />
D<br />
a met rustelooze vlerk die f<br />
a [<br />
beeftj gelik een beê:<br />
ik ben in 't oor van doof een weeuw de zucht der zee<br />
*weêuw<br />
weeuw<br />
*[lees : weeuw<br />
ZETFOUTEN<br />
D r.: 3 smart mart<br />
P 2 , D r. 4: vrêe vreê<br />
P', D r. 8: weêuw wee ^<br />
573 VARIANTENAPPARAAT
[BM71 MIJN GOD, GIJ ZIET DE ZEE DIE WEMELT IN MIJNE OOGEN<br />
OVERLEVERING CI : Carnet H 60 ^ p. 48r. 4<br />
C: Carnet H-67, . 6 p. 3r.<br />
C3: Carnet H 7^p 2 p. 12r.<br />
C4: Carnet H-83,. 3S35r.<br />
M I : Manuscript p H-88 6.<br />
^<br />
P l : Drukproef T H-89,3.<br />
T: Nu I (oktober 1927), 97^p4S^3 p. / 3 2/<br />
P 2 : Drukproef P D H-99, 24 .<br />
M 2 : Manuscript P H-1o1 ^18.<br />
D: Het berg-meer, ^ ^ p. p 24.<br />
DATERING Tussen Iaugustusen 4 i z seseptember p 1922; tussen 6 en z6 december i ^ 2 S, •<br />
22 februari 1926; 20 'uni I 2 en kort daarvoor. 1 97<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG<br />
In de zomer e van I 922 , tussen 144 augustus g en I2 september, p , noteerde Van de<br />
Woesti'ne 1 enkele reels g als g rove aanzet o pP 48r van zijn 1 carnet C' :A .<br />
C` :A<br />
(I)<br />
Gij ziet de zee, ^ mijn 1 God, ^ die wiegelt g in mijne l oogen g I<br />
-^B I • -) 77<br />
B I; –*C I;_*I<br />
[witruimte]<br />
a De<br />
--^B<br />
I 77<br />
„ 2; -^B , 2<br />
a H[e]t o n^ wee r is s geluwd e g tot deze t regen-bogen g omhoog, g^ omlaag I 11<br />
-^B ^ ¢> 4; --^B ><br />
2<br />
In december 1 9S 9 2 5kwam Van de Woestijne 1 op P de aanzet terug. g Toen werd een<br />
2, I<br />
eerste r poging pg o 1 g voor de beginstrofe g op pp p. 3 6 r C :B direct doorgehaald g en<br />
gevolgd 1 g door een tweede, resulteerde in een nieuwe, zevenre g eli g e begin-<br />
g<br />
2, II,<br />
strofe en de eerste van regel g<br />
een tweede C :B alles blauwe inkt).<br />
.<br />
2, I<br />
C .B<br />
I Gij 1 ziet let de zee, e e mijn ^ mijnGod, die ^ wemelt in mijne l oogen. g<br />
,<br />
^A - I -03 11,1; -^C I • ^I<br />
> > > ><br />
II<br />
2 a De ^-A2- ^ 2-3; • -^B ><br />
214]<br />
^.<br />
1 a H[e]t onweêr is geluwd s g dat o omlaag, g^ omhoog,<br />
a traag g een regenboog[,] g g,<br />
[_+B 11 II,<br />
3 a ter h hooge g lucht, , ter laetre waetren heeft f gezogen, g e o , , 3]<br />
a . uit<br />
3; _or, 2]<br />
4 omlaa g , omhoog. g<br />
^A ^ j,<br />
[Stadium B<br />
I<br />
e geheel doorgehaald in stadium B<br />
17<br />
werd g d ^<br />
574<br />
VARIANTENAPPARAAT
c : Bil<br />
.BII<br />
I Gij ziet de zee, ^ mijn 1 God, ^ die wemelt in mijne 1 oogen. g<br />
^-A 1; –B<br />
I i ; –* C -->i]<br />
I<br />
2 a Het onweêr o wee is s geluwd g dat traag g een regen-b e g e b ^- A ^ 2-3; 3> f--B 2 4<br />
a<br />
omlaag,omhoog,<br />
ter hooge lucht uit laetre waeteren heeft gezogen +– B<br />
I<br />
3 g g g 3]<br />
een regen-boog. F- I 2<br />
4 A 2 ' — B<br />
Gij ziet de zee, mijn 1 God, die el wemelt e in ooge mijne oogen: .<br />
6 a nog staat hun glanzen niet gebogen<br />
g g g g<br />
b cirkel [ ]<br />
7 a in 't zeven-kleurig '<br />
g licht van Uw U d o orst a r e ndo0oog<br />
b zeven- klarend<br />
[strofewit]<br />
8 Gij zijt<br />
in mij; 1^ maar 'k heb u 0 gegeveng g<br />
De volgende g versie, ^ in het carnet van i 926 C 3 ,p p. i 2r) en e gedateerd g 2 z Febr.', F had in aa<strong>nl</strong>eg gp opnieuw een openingsstrofe die lan g e r was<br />
dan ze z uiteindelijk 1<br />
geworden is.<br />
C 3: C<br />
I Gij ziet de zee, ^ mijn 1 God, ^ die wemelt in mijne 1 oogen, g<br />
1<br />
E–A I; ,B i; 4-BII<br />
2 en 'k zie U, daarji zijt die wemelt door de zee.<br />
g 1<br />
3 Nog g voor de dag g die uit 0 getogen,<br />
a tot de ure dat 't opaal der zanden heeft gezogen<br />
4 p g gne<br />
b avond [d]ie [<br />
5<br />
6<br />
0<br />
0<br />
wimprend wee P<br />
bedro en g<br />
Pas in het laatste kladstadium kwam Van de<br />
Woestine j tot de definitieve strofestructuur<br />
van hetedicht. g In weer een nieuw carnet 12 ^ 7 schreef hij op<br />
p3Se r met blauwe inkt een vierregelige openingsstrofe Ca 4 :D . Met anilinepot-p lood is die bewerkt fase b en aangevuld g met een – dan nog g onvolledige<br />
, I<br />
tweede strofe C4 : E . De laatste werd doorgehaald g en hernomen(C:E e II).<br />
Bovenaan de bladzijde schreef Van de W Woestijne 1 met aniline e `2o 1u NI (dubbel '<br />
onderstree pt ; het is dus waarschij<strong>nl</strong>ijk 1 dat de inktfase s vanvoo voor die datum is.<br />
De stadia D en E zijnin de gecombineerde g synopsiss s opgenomen o e .<br />
II<br />
M' is ko pl i'handschrift voor T geweest. g<br />
sis<br />
VAR IANTENAPPARAAT
III<br />
Van de Woestijne 1 schreef de eerste strofe o e van het gedicht e c in een o pd r ac h te xem-<br />
p laar van God aan ^ee voor F.V. Toussaint; zie noot I<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
(C T , C 2 en C 3 niet opgenomen)<br />
I C4<br />
4. :D Ml n God, gij ziet de zee die wemelt in mine oogen f—A r ' ^B<br />
I<br />
r<br />
^<br />
II<br />
M -D 4—B H , E--C 1<br />
l v gl 1 g ><br />
2 C4 :Di' ziet g^ mijn ^ open mond waaraan de hemel wacht<br />
MI-T<br />
P 2 Gij<br />
M 2 aij gl<br />
a G i' ziet 1 mijn 1 p mond waaraan de hemel wacht<br />
D<br />
C 4 :D a gij ziet mijn vin ren tokkelend bewogen<br />
3 gl 1 g g<br />
b tokkelend evin eren g<br />
MI-T<br />
P 2-D Gij l I<br />
I<br />
4 C4 : D a van si' sijeienden pelenden sterrennacht<br />
[sijp 1P elend]een<br />
M I-D I I si' lp eienden sterren-nacht.<br />
Fase b in stadium D valt samen met E-<br />
C 4: 4. E I<br />
5 De dagen g zijn 1 vergaan, g^ verlangen g is gebleveng<br />
4:En<br />
C a ml 1n voldaan:<br />
a M i'n l<br />
V[erlangen]<br />
MI<br />
P I T verlangene a P l a<br />
bverl á n en g<br />
M 2<br />
verlangeng<br />
D<br />
verlangeng<br />
6 C4: . E I a Gij ziet mijne ijlt<br />
l l l<br />
amine heele [*mijne] lijf geschokt lg van<br />
b<br />
hopende p ijlt 1<br />
4 , II<br />
C : E a I I mine<br />
1<br />
doorschokt<br />
a[ ] mijn 1 ge[schokt] van hopende P ijlt 1<br />
M I-D I<br />
I<br />
4. I<br />
7 C4 : E alleen de droomen leven<br />
4 , II<br />
C : E -D Een roef bewaart min l slag pr • maar oude<br />
*[lees : mi n 1<br />
S76 VARIANTENAPPARAAT
8 C. 4 : E I 2a a verwijlt[?]<br />
1<br />
b waarin mijn 1 veil'ge g koorts veri'lt 1<br />
C 4 . : En II veiligheid '<br />
g<br />
M'-D<br />
[Stadium S E<br />
1<br />
werd doorgehaald g in stadium E II<br />
NOTEN<br />
I Van de Woestijne 1 schonk een presentexemplaar p van God aan zee aan zijn 1<br />
vriend Fernand Toussaint, waarin hij bij de opdracht p een strofe van `Mijn l<br />
God, o , gij g 1 ziet de zee' schreef. De transcriptie p door Toussaint in Marginalia g<br />
P S1 2 luidt :<br />
Mijn 1 God, vgl gij ziet de zee die wemelt in mijne 1 oogen; g<br />
Gij ziet mijnopen 1 mond waaraan de hemel wacht;<br />
Gij ziet mijn 1 tokkelende vingeren, g ^ bewogen g<br />
van sijpelenden lp sterren-nacht.<br />
Aangezien g God aan ^ zee in november 1926 verscheen en Van de Woestijne<br />
hoogstwaarschij<strong>nl</strong>ijk g 11 kort daarna zijn 1P presentexemplaren p aan enkele vrienden<br />
weggaf, ^ moet deze strofe omstreeks november december 1926 voltooid zijn 1<br />
geweest.<br />
Z Literatuur: Musschoot, `Karel van de Woestijne: "Mijn God, gij ziet de<br />
1 1 ^ gl<br />
zee".'<br />
[BM8] EEN ZEIL, EEN ZEIL I ZIE ' K DAAR GEEN ZEIL, GESPANNEN<br />
OVERLEVERING C. Carnet H-83, 3^ p ^3 p. 26r ^39<br />
32r, 39r.<br />
M' : Manuscript p H-87,[1].<br />
M Z : Manuscript p H-88 ^7.<br />
P' : Drukproef p T H-8 9^4.<br />
T: Nu I (oktober 97^ 1927), p 4S4 ,- 6. /32/ 3<br />
D I : Gedichten,<br />
^<br />
p. p s6.<br />
P Z : Drukproef p D Z H-99,25.<br />
M 3 : Manuscript p H-IO1 ^9 1 .<br />
D Z : Het berg-meer, p. p 2 S.<br />
g ^<br />
DATERING 16 mei 1927; tussen 18 en 20 'uni 1 9 27; I juli 1927. 1 1<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Van de Woestijne 1 deed de eerste aanzet tot `Een zeil, ^ een zeil' terwijl hij aan<br />
`De meiskens uit de taveernen'BM 4 werkte, ^ op 16 mei phij<br />
1 9 2 7 . Waar voor<br />
dat laatsteedicht gp met blauwe inkt ruim twee strofen schreef f 26 r maakt e<br />
hij onderaan de bladzijde een schets voor wat de slotstrofe o van 'Een e zeil, , een<br />
zeil' zou worden C : A . Later, mogelijk g 1 tijdens<br />
stadium B, vulde hij met anili-<br />
^<br />
nepotlood detr soes f chet s A met twee t e rijmwoorden 1 aan a e enschreef s hij l op<br />
dezelfde linkerpagina een nieuwe regel g (fasen b en c). Stadium A werd meta n 1-<br />
line potlood doorgehaald, g waarschij<strong>nl</strong>ijk toen Van de Woestijne s ede 1 volledigeg<br />
kladversie C schreef en hij de voorstadia die hij daarin verwerkte, ^ schrapte.<br />
pa .<br />
577 VARIANTENAPPARAAT
Twee regels die apart werden geschreven C:B 2r in de dagen 18-zo juni,<br />
g P g ^ p 3 g 1<br />
werden namelijk eveneens met aniline doorgehaald. g<br />
C:A<br />
I De huive van den nachtgespannen als de zeilen -^<br />
gp 9<br />
2 a waarin de wind o<br />
b<br />
de winden o nog vlugger dan de mijlen –+rr<br />
3 g gg l<br />
4 a die e deooe g n o *kijlen ^<br />
*[lees : keilen] I2<br />
b<br />
duldt<br />
vult<br />
c<br />
en hunne ontdane moeite boren in uw rug<br />
Geheel doorgehaald, vermoedelijk in stadium C • de fasen b en c vallen mogelijk samen<br />
^ ^;<br />
met stadium B.<br />
C:B<br />
(I)<br />
Gedompeld in de zeeën<br />
P<br />
2 We r d ik met e licht bedekt<br />
[Geheel Gh e l doorgehaald, vermoedelij<br />
k in stadium C]<br />
Het voltooideklad dat Van de Woestijne W 1 vervolgens g met anilinepotlood p<br />
maakte<br />
teo pp p. 3 9 r C: C dateerde hij hij met ` I U 1L I' (dubbel onderstreept). P Deze<br />
versie is in de gecombineerde sopgenomen.<br />
synopsis o II<br />
De plaats van M 'anderebronnen ten opzichte vandea a i ereis onzeker, als M I bij<br />
BM6 • zie aldaar.<br />
III<br />
M2 is kopijhandschrift voor T geweest.<br />
p l g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C: A en B niet opgenomen)<br />
pg<br />
1 C : C-T Een zeil, een zeil ! Zie 'k daareen g zeil,gespannen g P<br />
D I<br />
a<br />
P 2 a<br />
b<br />
1143,D'<br />
578 VARIANTENAPPARAAT
C : C<br />
3 a De vrouw is de eeuw' g ge maagd g in 't hart der mannen<br />
a<br />
ma e gd<br />
M I<br />
I maagd g<br />
^•<br />
DI<br />
M 2-<br />
P Z I ,^<br />
,<br />
M 3 3<br />
D Z<br />
I '^<br />
C:C De zoute zee hun eeuw' ge dorst<br />
4 g<br />
M-T de zouten I I.<br />
D' I I zoute I I<br />
132-D 2 zouten I I<br />
[j-6E–B]<br />
5 C : C Ach éens , gedompeld g P in hetzilt der zeeën<br />
MIMZ<br />
P'-D 2 Och<br />
6 C:C a staat o krystal Y be glanst<br />
b heel mijn 1 lijf 1 x<br />
bll van [lijf] hard be g lanst lees : beglansd] g<br />
M'-D I I I krystallen-rijk Y 1 beglansd, g<br />
P 2 a I I kristallen-rijk 1 I I<br />
b[ ] [kr Y stallen-rijk l<br />
M 3 D 2 I<br />
I<br />
7 C:C a a en hoe verduisterd ook in o oude ween *[lees : weeën]<br />
M' -D 2<br />
f3 b waar van ko ' e PP g<br />
8 C:C a a o dag g die daalta<br />
b de duizendvoud' ge g in da nst<br />
,<br />
weeen,<br />
M' -D 2 I<br />
I<br />
8/9^<br />
C:C [geen strofewit]<br />
114' -D 2 [strofewit]<br />
9 C:C a De huif der nacht o als zeilen 4–A r<br />
b [huilve van den[gespannen<br />
^ p<br />
c[ ] [ges anne ' P<br />
M'-D 2 – De<br />
I o C : C a is zoel o maar o vervuld<br />
b maar strak alsof eengod ze bond<br />
M'-T<br />
D' P Z I en I I<br />
M 3 I maar<br />
D' I en I I<br />
a<br />
579 VARIANTENAPPARAAT
II C:C a [ 0 nog vlugger dan de mijlen<br />
g gg l [F-A, 3]<br />
b en mijn begeert is [<br />
c [ ] begeerte [ ]<br />
M'-D` En I<br />
I<br />
P Z a I ] begeert I I<br />
b [ ] [begeert]e [ ]<br />
M 3 , D Z I<br />
I<br />
I 2 C :C a die mijn gedachten kl<br />
a [ ] [k]eilen<br />
M`-D = I<br />
[BM91 IK OPEN ME ALS EEN OOG, DEN NACHT VERLOREN<br />
OVERLEVERING o C' : Carnet H-58, p. . 7I r.<br />
C 2 : Carnet H-83, . or, P 441v.<br />
^4<br />
M' : Manuscript H-888. ,<br />
P' : Drukproef p<br />
TH- 8 9,4 .<br />
T: Nu I (oktober 1927), 9 7^ p p. 446. 32<br />
P 2 : Drukproef p D H- 99^ 26.<br />
M 2 : Manuscript H- I o I , 20.<br />
D: Het berg-meer, p. 26.<br />
8 ^ p<br />
27 maart 1921; uli 12 (en kort daarvoor?).<br />
DATERING] 4^ 9 7<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG<br />
Van de Woestijnes ^g<br />
eerste aantekeningen die verband houden met het gedicht<br />
dateren r al van 12I. 9 Op P ` 72 Maart Mat a asc h d a ^ schreef hij<br />
met zwarte inkt<br />
eerstee een plan voor een e g gedicht (p. I 7 r:<br />
Gedicht der Eenheid vierroote g strophen<br />
in zich<br />
een met de natuur<br />
een met de zon<br />
een in God<br />
Deze e opzetkan o p ten egrondslag g gg gelegen g hebben aan `Ik open P me als een oog'. g<br />
Eronder n werden e met dezelfde inkt twee regels g geschreven g die later in de regels g<br />
I 3Sg<br />
-I verwerkt t werden (C' :A . De aanhalingstekens aan be in en slot kunnen<br />
wijzen op p een citaat, maar a het sis niet bekend e uit welke bron Van de Woestijne<br />
in dateval g geciteerd g heeft.<br />
C':A<br />
I ,<br />
--^C I II-I2 -^I -I<br />
, , 3I<br />
`allesor doorgestaard g<br />
bevonden dat gij gl mijn 1 ooge g waart'<br />
S 8o VARIANTENAPPARAAT
Pas in i 97 z maakte Van de Woestijne W 1 een definitief begin<br />
g met<br />
het gedicht. Met<br />
anilinepotlood hij noteerde bovenaan 4 I r in zijn carnet<br />
een regel g die in een<br />
latert dium a als tiende regel e g e een plaats aas kreeg<br />
in g het etgedicht g<br />
C 2 :B<br />
[—>lo]<br />
(I)<br />
Ik ben de spiegel die het beeld vergeet vg<br />
Daaronder werd een kladversieeschreven g waarvan alleen de d slotstrofe nog er g<br />
onvolledig g bleef C 2 : C .<br />
0 de linkerbladzijde werkteVan a e Woest de Woestijnee daarna 1 een nieuwe Ieuwe versie uit<br />
C 2 :D . Tussen e ee de eerste<br />
twee regels g is een g grote witruimte, ^ en e een 11 lg ngeeft<br />
aan dat de twee op P elkaar aansluiten. Van de Woestijne 1 heeft e t vermoedelijk 1 de<br />
eerste regel g het vroegst g g geschreven. Bovenaan is als datum 4 1JULI' '4 dub be l onderstreept).z Deze geldt g 1mogelijk ook voord e stadia t B en C; zo niet,<br />
dan zijnd 1 deze z stadia s a van korte<br />
tijd 1<br />
daarvoor.<br />
De stadia C en D zijn opgenomen in desynopsis, dgecombineerde die voor<br />
de schetsmatige s lot s trof eva n C wordtonderbroken. t<br />
II<br />
M' is kopijhandschrifto P1i'handhr voor<br />
T geweest. g<br />
VARIANTEN EN (C' en C 2 :B niet opgenomen) g<br />
CORRECTIES<br />
I C2:C Ikoenmealen open een oog, g droom verloren, —<br />
C 2 :D a<br />
f<br />
b nacht [ ]<br />
M'-D<br />
I<br />
I<br />
2 C2 : C a den nacht acals verloren een oog<br />
boen m,p e<br />
c en 'koen me als geen oog]<br />
C 2 :D-D 'k begrijp g 1P een licht,<br />
3 C 2, . C a aan ^ lm e r wo n wordt<br />
^ geboren geo e<br />
b mijne een dag<br />
C 2 : D-D Aan I<br />
I<br />
4 C 2 :C a ^ regenboogg g<br />
a die wemelt van zijnzeven-kleurig ggloren<br />
C 2 :D-D ,<br />
5 C 2 :C a 'k bezit stil-aan den e e regenboog e g g<br />
b zui r e n [regenboog] e g enboog<br />
C 2 : D aI I re g en - boog<br />
.<br />
b een<br />
M I-D I<br />
I<br />
5$I VARIANTENAPPARAAT
6 C2:C a Nog lig ik als een lamme, loom gebonden<br />
b [ ]zwaar [ ]<br />
C Z :D a I , een verlamde, I I<br />
b [ ] lam en lijdelijk [,] [ ]<br />
M'-T Nog<br />
P' I I I I<br />
Ma I I I I<br />
D<br />
I ° I I<br />
7 C' : C a binnen [ sz) J van wetend leed<br />
b [ ] de zwachtels [ ] mijn [wetend leed]<br />
C': D a I I zwachtlen I I wétend I I<br />
b [ ] liefde [<br />
M'-T I<br />
P' a I I wetend I<br />
M2, D<br />
b [ ] [w]é[tend] [<br />
8 C2 : C a omwonden<br />
czuchten de der herinnering e g<br />
c van 't [ ]<br />
C 2 :D a en I<br />
MI-D<br />
b zwachtlen van<br />
I<br />
9<br />
C' :C a [ ra ] gevonden<br />
b doch zie: de dag heeft mij [ ]<br />
C' :D a Doch I I [ 0 ] mij gevonden,<br />
a [ ] ze in mijn waan [ ]<br />
M`-D I I me 1 1<br />
ro C' :C a doch 'k word de spiegel *de het leed vergeet<br />
b en [ ]<br />
C' :D a I I die I I licht[?] I I<br />
b [ ]beeld [<br />
M I -D I I.<br />
*[ lees : die] ^A<br />
C 2 :C r. II-16<br />
p-/-/-2+-A]<br />
I I 0 door gestaard [ –>1.3]<br />
g<br />
12 a dat Gij, 1^ mi' n l God, d ^ l n ooge g waart ^^f<br />
b bevondenGod ^ dat gij gl<br />
13 1 (o 1<br />
14 0<br />
I 5 gevangen g g in de veiligheid g der haven<br />
[–>I1] –<br />
I 6 (2) klaart –> 12<br />
582 VARIANTENAPPARAAT
2 C :D > M'<br />
> P', > T T, P 2, > M Z > D r. 1I-I 11-15<br />
I I C.D C 2 a Gea Gevangen v g e in de veiligheid der haven...<br />
b<br />
laagteg ,<br />
M'-D<br />
I...<br />
I 2 C 2 : D a - ga g'k de onrust dulden van een nieuwe klaart.<br />
a ?<br />
M'-T<br />
P 2 a<br />
b ó nrust<br />
M 2 I I onrust<br />
D i I onrust<br />
IC 3 2 :D a Neen: waar 'k me laat van 't onbekende laven<br />
b ik ^ de eeigen g duisternis doorstaard<br />
c [de eigen][duisternis]se ggdoor e staard<br />
M'-D I I duisternissen door g estaard ,<br />
I 4 C2:D a heb ik , [xxx] o die[?) oogen g zonder graagte, g g ,<br />
b ' k] , baatlooze<br />
b baatloo s open oo e p g<br />
M' I I baatloos-open oogen<br />
P g<br />
P' a<br />
b[ ] [oo e g<br />
[I j-I J r--4/<br />
`t-C, II]<br />
[fasering?) g<br />
T-D I<br />
I<br />
I<br />
S<br />
C 2 :D bevonden, > God, > dat ggij l deze ooge g waart<br />
M'<br />
í'<br />
gij I I.<br />
P'T ^<br />
gl gij<br />
I I<br />
P 2-D I I Gij oogen I I<br />
1 g<br />
F-C 12 1<br />
NOTEN<br />
I In fase c in r. I 3 van C 2 :D is de komma na `ik' abusievelijk niet doorgehaald; g<br />
de doorhaling g is alsgeïntendeerd g beschouwd.<br />
2 Vaa Van hetgedicht verscheen een vertaling g in het Frans.<br />
[BMIO1 DE TREINEN BLAZEN DE AARD HET ZUIGEN TOE DER ZEEËN<br />
OVERLEVERING CI: Carnet H-7 ,2 p. 16r.<br />
C 2 : Carnet H-8 3 , P . or, 4 ^4 42v, ^43 4 3^4S r, 4 5^4S r, 45v, ^46r.<br />
M' : Manuscript P H- 94,I -2,<br />
T' : De g gids 9 I.I v (november I 92 7^p33<br />
p. 182-183.<br />
P: Drukproef P D H-99,27-29.<br />
M2: Manuscript p H I oI ^ 21 -23.<br />
M3: Manuscript p H-IO 4^I2-.<br />
T 2 : De g gids 92.111 (september P 9^p I 283 p. 334 o- o, 3/36/<br />
D: Het berg-meer, ^ ^ p. P 27-29.<br />
583 VARIANTENAPPARAAT
DATERING Maart of april 1926; tus t 4 en 10SS<br />
en juli 1927; i S augustus g u 197<br />
2 en kort daarna<br />
voor zo augustus).<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Op 0 p p. 16r van het e carnet van i 9 26 noteerde Van de Woestijne ) met potlood p een<br />
regel g die, ^g gewijzigd, lg^ als vijfde regel g in het g gedicht zou terugkomen g C':A .<br />
Erboven komt een tweere g eli ge aanzet voor arali omenon waarvan het verband<br />
a met de d genese g van n het egedicht g onzeker is.<br />
C I: A -->B I • -+C I;<br />
1 De haven, , daard aan 't t eind der menschen-straten<br />
Chen-straten<br />
C' ;arali omenon p p<br />
1 Ik zwem. Dees zoele waetren zijn de zee<br />
1<br />
2 die es streelend e mijne ) haren overschuiven<br />
Deze fragmenten g moeten in maart of april p 1 926 geschreven g zijn. Ruim een jaar )<br />
later, tussen s 1 en 4juli 1) 1927,nam Van de Woestijne de regel g uit A weer o p ,<br />
als) begin g van eenonvolledigetrofe. zag s Kenneli hij • k za die op p dat moment nog<br />
als aso opening eng van a het egec gedicht C 2 : B 4or).<br />
C2:B<br />
I De haven aan het eind der menschelijke straten [4-A; -*C, 1; -*<br />
2 a sluit<br />
a besluit het leven niet<br />
3<br />
4<br />
en wie de zee verlaten<br />
oo Pnen een nieuw verschiet<br />
Iets verder in het carnet, na de kladstadia van `Ik open p me als een oo g^ den<br />
nacht v verloren' e BM ^, maakte Van de Woestijne ) op ptwee tegenoverliggende<br />
pagina'sa een ruwe opzet p voor het gehele g gedicht g (p. 42v, 4 ^ 43 r . Een precieze p<br />
reconstructievan genese de e is niet mogelijk. gl Van de Woestijne 1 begon g naar<br />
ghij e wo o.<br />
nte rechtsboven. Daar noteerde twee strofen en een regel g C 2 :C De<br />
datum `If Au ^ .' is er later boven geschreven. g De aanhef is hier een nieuwe versle<br />
van B • dit thet versterkt vermoeden t dat de latere tweede strofe aanvankelijk<br />
als 1 opening g werd gedacht. g<br />
C 2:CI- --> -8^ 1<br />
I De haven aan het eind e d der e men s cheli •) ke straten :[4-A; E-- +-B, B I]<br />
z<br />
3<br />
a mijn l rug gis zwaar en moe [x]<br />
a [moe] van t 't ademen a e der rd o0d<br />
,<br />
b<br />
gordijnen eindloosheid bevalen mijngelaat, en<br />
g ) )<br />
de<br />
584<br />
VARIANTENAPPARAAT
4<br />
5<br />
6<br />
de koortse van mi 1 n ingewand g is droef en rood<br />
[strofewit]<br />
a Heb 'k ooitewoond g waar nooit een woon haar veste<br />
b<br />
zéekre [veste]<br />
o zee, onbe van onbewogen o ankren a heeft e beklemd? e ?d<br />
Elk onweêr uitgespaard, bevoeren wij, de Besten, )> ><br />
[1-8-4 /3-/-6]<br />
8 a bestemd<br />
b de wijze l z voren, e ^ ons svoorzichtigheid<br />
g e<br />
witreel g]<br />
g a een vol van gestadigg zout<br />
b onbestendigheidg<br />
[-->i >>] 2;<br />
Van a de W Woestijne 1 e g gebruikte e anilinepotlood, p maar met twee uitzonderingen. Op<br />
deiets(later<br />
linkerpagina, t onder het midden schreef hij3 een regelpaar r r. 42 -i<br />
met ba blauwe inkt; later bracht hij 1 daarin d met anilinepotlood nog g een variant aan.<br />
En rechtsonder begon g hij het woord ` geruisch' met zwarte of donkerblauwe<br />
inkt, maar na de eees eerste drie e lettersmaakte hij 1 het met aniline af omdat de pen<br />
e haperde. p Dit betekent dat alleen al op p basis van het schrijfmateriaal op deze<br />
twee pagina's ten minste vier stadia te onderscheiden zouden zijn, ) , zonder dat<br />
kan a worden wp<br />
vastgesteld wat ze precies behelzen en hoe hun onderlinge g e v ou rh-<br />
dip geg<br />
en chronologische vol orde van ontstaan is. De verdere verdeling gin sta-<br />
diaeschiedt g dus met enig gvoorbehoud.<br />
De onder C vrijgebleven lg ruimte werd waarschij<strong>nl</strong>ijk later p pasopgevuld pg met<br />
een n klad van de derde strofe C 2 : E nadat eronder ag<br />
een regelpaar was gekomen<br />
dat tot de zevende strofe zouaan behoren C 2 :D .<br />
g<br />
C' :D<br />
[ - 27-28]<br />
a De honden van [streep] waarnaar de schapen p blaten<br />
b o va n zonder doel waar geen lees : geschrapt] g<br />
b<br />
waar naareen g schapen p blaten]<br />
a o Boenders eener zaal waar[?]<br />
betreed<br />
b dieeene zool [betreed]t<br />
g<br />
C' :E<br />
[-► y-r2J<br />
a Geboren in het oord dat alle waetren scheiden<br />
b een<br />
a van dezen stenen steun aan dit i strand<br />
b<br />
verstoven<br />
a en 't zoet verbazen, deze lieve rust te li den<br />
58S<br />
VARIANTENAPPARAAT
(4) an e dit dtverwondren om [<br />
0 ] brand<br />
b verwonderen om van a een bescheiden leef : geschrapt]<br />
[<br />
wondren angst in ons om<br />
g<br />
11<br />
Tot slot op p deze pagina g het fragment g dat met inkt werd begonnen g maar met<br />
anilinepotlood e afgemaakt g (C' :F).<br />
CZ:F<br />
01 eruisch geruisc<br />
uit hoogte en laagte, breedte en diept van *Godesc huis<br />
g g^ p<br />
Godes]<br />
0 de linkerpagina P a g a a is als ee eerste s e waarschij<strong>nl</strong>ijk 11 de regelgekomen e g e die bovenaan<br />
staato gelijke g l hoogte g met het begin g van C) en die de vroegste g versie van de<br />
definitieve opening van g het gedicht behelst C2:G . Eveneens s van een vroegg<br />
stadium a zal een regel g zijn die lager g e staat en slotregel g e zou worden w (C 2 :H). Het<br />
lijkt t dus alsof Van de Woestijne 1 hier begonnen g is met definitief<br />
begin- g en eind-<br />
p unt van het gedicht g vast te leggen. Daartussenin schreef hijeen kladversie van<br />
de vijfde<br />
strofe C 2 :I beginnend ^ g ter hoogte g van regel g 8 uit C. Twee regels g in<br />
blauwe inkt C 2 : uit de zesde e strofe, kwamen ter hoogte g van a E. Er werd<br />
later mogelijk g 1 in stadium K, ^ met aniline een variant in aangebracht. g Tot slot<br />
is onder H nog g een klad van de latere achtste strofe geschreven g C 2 :K ^ begin-g<br />
nend ter hoogte g van het op pg<br />
de rechterpagina voorkomende fragment D, dat<br />
eenoor v s tadium van de zevende strofe toe was. s<br />
Tegenover genkele PWoestijne<br />
passages op de rechterpagina laatste Van de dus enkele fragmenten g links zodanig g dat ze aansloten zoals ze in de eindversie<br />
ook zouden aansluiten. Het is daarom denkbaar dat hij zich, ^ zeker gezien g het<br />
f eit at e begin- e g en slotregel(respectievelijk steewaren o gg r lG en vastgelegd, g H r bij n v tee 1 i<br />
zijn werkzaamheden op p de beide pagina's pg al een betrekkelijk duidelijk beeld<br />
g van het beoogde g gedicht.<br />
C' :G<br />
De treinen blazen de aard naar 't zuigen van de zee<br />
g<br />
C' :H<br />
Het blind-gevreten oog dat alle licht doorbrandt<br />
C2:I<br />
a zieke onbekende, zwart van van blikken<br />
b<br />
dorst, dieilt g<br />
vol onbestendigheid en onverzaadlijk zout. +–C p]<br />
aji zelve zoudt ons tot[ ? beschikken<br />
g<br />
b lammen deemoed wijs 1<br />
586 VARIANTENAPPARAAT
(4) a naar 't t starre<br />
0 houdt<br />
b o n aa nr oe r ar bahuis dat star ons binnen-<br />
cz:J<br />
--► z3-24.l<br />
(r) Nooit heeft mijn dorre mond van vonken dauw geblonken<br />
(z) a gelijk ge [ o ] een kindermond<br />
b de roze van een ' on en 1 g<br />
c open<br />
[Fase valt c va samen s met een ev later stadium, vermoedelijk k stadium K]<br />
1<br />
C2:K<br />
-,2y-jzJ<br />
En waar – met witten blik en brallen kin bedreven –<br />
a [ 0 zieke leke vrucht v versteend<br />
b de liefde in gUl<br />
eli'k een [versteenit<br />
a 0<br />
b verzoening<br />
b ve rzo e n e n devoelt<br />
eenheid! e om uwe leden kleven<br />
de stede waar om u de vrouwe heefteweend g<br />
0 Opde rechterbladzijdeschreef Van de Woestijne 1 naast de laatste regel g van sta-<br />
dium K : 'Les `Le larmes d'Eve', een notitie die met die regel g verband houdt maar<br />
waarvana r an de bedoeling g niet duidelijkis. Mogelijk g ^ is het een citaat.<br />
Tot nu toe kwamen tien van de twaalf strofen in eerste aa<strong>nl</strong>egge<strong>deel</strong>telijk<br />
1<br />
ofeheel g op ppp papier. Korte tijdlater – voor zo augustus g 1 97 27– schreef c Van de<br />
Woesti'ne Woestijne met anilinepotlood p een volledige g versie, twee bladzijden l e verder in<br />
hetzelfde carnet C 2 : L .r 45 en 46r; 4 een ^ variant bij r. 44 o 45v 5 v). Later<br />
bracht Van deoesti'ne W<br />
1 in de regels g I ^4 en 464<br />
varianten aan met zwarte inkt.<br />
Stadium L is opgenomen in de gecombineerde g<br />
synopsis.<br />
Onder de volledige g tekst schreef Van de Woestijne 1<br />
een <strong>deel</strong> van de voor-<br />
laatste re gel CM Het is mogelijk dat de dichter een herneming gvan (een<br />
<strong>deel</strong> van) de laatste strofe overwon g, maar het is niet uit te sluiten dat deze<br />
halve versregel g als notitie tijdens l stadium L werd vastgelegd.<br />
Cz:M<br />
(I)<br />
[<br />
0 van vochte en vuur' ge kammen g<br />
II<br />
M I is kopijhandschrift voor T' geweest; M 3 is kopijhandschrift voor P<br />
p l g ^ pl<br />
geweest.<br />
587 VARIANTENAPPARAAT
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C I en C 2 : B-K niet opgenomen) g<br />
I C2 :L a De treinen blazen de aard naar 't zuigen g van de zeeën 4–G]<br />
b<br />
naar aan der lees :geschrapt<br />
c het t leer : geschrapt<br />
M' T' I I zuigen g aan der zeeën.<br />
P<br />
a<br />
b<br />
toe<br />
M 2-T Z I<br />
I aan I I<br />
D I i toe<br />
2 C2 :L Een laatste stad die zwoel en zwart den drift bedriegtg<br />
M ' -D<br />
3 C : L a Een loome lucht vol o slaap p en dood voor de*gedweeen; lees gedweeën]<br />
. e eee<br />
b vromen [slaap voor] U,<br />
Al' -D een I<br />
I u, gedweeën; g<br />
4 C 2 : L a dan: gij gl vrage, g ^ gl^ gij,<br />
b onbegrepen<br />
die wekt en wiekt<br />
c[ ] [vra a [gij] zee<br />
g^ gl<br />
M'-M 3 I.<br />
T Z I I Zee<br />
D I I zee I I<br />
/ `^A )• / `^–B J 1 1 • / `^–C -< 1 1 -¢<br />
6 C2 :L-T' mijn 1 rug g is zwaar en moe van de ademen der dood•<br />
P<br />
a<br />
b mo ê<br />
M Z M 3 I<br />
I moe<br />
T D I 1 moe<br />
9 -12
I 5<br />
C 2 :L – Elk onweêr uitgespaard, bevoeren )> wij, w d de Besten,<br />
><br />
M I a I 1 uits p<br />
T I I<br />
P<br />
a[ ] [uit gp es aard bevoeren , e wij, 1 , de besten ,<br />
a<br />
bb' ne ste ,<br />
M2-T2<br />
I<br />
I besten,<br />
D I I bésten, este ,<br />
I<br />
[17-204–I]<br />
I8 C 2 :L vol onbestendigheid en onverzaadlijk 1 zout .<br />
M' anob<br />
a on verzaadli' 1 k zout:<br />
T I -D I<br />
I<br />
199 C. :L i-zelve gij-zelveg zoudt 0 ons lammen deemoed voorbeschikken<br />
en<br />
M`, T` zee, zelve zoudt ge I<br />
I<br />
P a I I gij I I<br />
M z-D I<br />
20 C 2 :L het onaanr r ar sdt huis dat t star ons s a o b binnen-houdti h<br />
NI' -D I binnen houdt. h<br />
2i C 2 :L-M 2 Uit allenind w geweerd, g d in alle et zo 1 e gezonken, g en,<br />
M 3 , ,<br />
verzonken,<br />
D I I gezonken,<br />
22 C2:L a heeft nooit een hoopp gegeeuwd, gg die g geene spijs 1 en vo vond;<br />
><br />
vraag<br />
M'-D<br />
b hoop<br />
I ° I I spijze vond; p l ^<br />
[23-244—f]<br />
2 3 :L a nooit heeft een dorre d mond van vonken dauweblonken g<br />
b ons<br />
M'-D I<br />
I daauw I I<br />
24 Cgl 2 :L-T I gelijk de roze o e van een ope kinder-mond.<br />
a I I kindermond.<br />
M2-D I<br />
bk' lnder -mond.<br />
I<br />
2 5 C 2 : L Van eigeng dorst<br />
de dronk, van eigen honger ate<br />
M' -D I I,<br />
[z7-z8
z8<br />
C2 :L a o boeders van de zaal die nooit een zool betreedt<br />
M-M2<br />
a boenders<br />
M 3 a I I d<br />
a van de zaal die nooit een zool betreedt;<br />
T 2 , D<br />
I I<br />
29 C2L . a En waar met witten blik en brallen kin bedreven<br />
a<br />
M'-M 2 en<br />
M 3 T<br />
2 wil I I<br />
D<br />
kin<br />
2<br />
3 o C. : L a a de liefde in u gelijk gl een zieke vrucht versteent,<br />
b ons<br />
M'-D<br />
Peer I I<br />
3 I C 2 :L a a verzoening!,t voelt ge gaan uwe taaie kleêren kleven<br />
R b [<br />
[voel]en we [ ]ons [<br />
M'-M3<br />
I !o<br />
T 2 I<br />
D i<br />
I taaië I i<br />
I taaie I I<br />
3g za C 2 :L a u de stede s waar , om de Vrouwee heeft geweend.<br />
b ons<br />
M'-D I I Stede<br />
I...<br />
33 C 2 –.L Maar neen, ^ maar neen : ons doove wand is vol geruchten g<br />
M'-M 3 I 1 muur ,<br />
T 2 I I ons'<br />
D I<br />
I ons<br />
34 C 2 :L a de venstren huivren van een lucht die buiten hoost<br />
b dagg<br />
bloost<br />
M'-D I I vensters I I.<br />
35 C 2 :L a Hoe ae<br />
a ademt onze borst die, vol benepen zuchten<br />
M' T' I, I I ,<br />
P-D<br />
36 C 2 :L a [x]<br />
M' -M2<br />
a nooit dan a de zwoelte drinkt die de eigen g zwaarte loost?<br />
I<br />
I<br />
3<br />
2<br />
^<br />
M , T<br />
^<br />
D ?<br />
37 C 2 :L a Verbiedt het gierig kind den mompelenden horen<br />
b [Verbied] [ ]<br />
M'-D I<br />
Si p VARIANTENAPPARAAT
38 C 2 :L waar donker zwijmt het luisterlooze zee- eruisch: €-F 1<br />
3 1 g<br />
M I -D I I zwijmt I I<br />
1<br />
39 C 2 :L a u<br />
MI-D<br />
niets dat a uw wrokkig oor g den zang gbelet b e te hooren, e<br />
40 C2 : L uit hoogte g en laagte, g^ breedt en diept p van Godes huis, F> 2]<br />
M I-M 3 breedte<br />
T2<br />
D<br />
4 1 C 2 : L a Godes<br />
a o Zee !... En sluit op 't dure duister s der geheimen g<br />
M I T I I I —<br />
P a<br />
M2-T2<br />
D<br />
b<br />
42 C 2 :L a 't fluweel der blikken, voor o beducht<br />
c<br />
MI-M2<br />
M 3 i<br />
T2 D I<br />
b en op p 't duchten van zijn vr eê<br />
uw<br />
I Uw<br />
i uw<br />
43 C 2 : L a (De dag g is vol gerucht[?] g o vlijmen<br />
1<br />
b schichten-rijk 1 die flikkeren van<br />
c<br />
flikk ren devlijmen<br />
1<br />
M I T I (de I I flitsen-rijk l<br />
P I I flitsen<br />
M 2 I I flikkren<br />
M 3-D I I flitsen<br />
44 C :L a der scherpe zeilen, zeis-gewijs g<br />
^ door zee e en lucht<br />
b de j I als de zeisen van de zee)<br />
c<br />
de scherpe P zeilen als de zeisen van de zee<br />
de scherpe p zeilen, als de zeisen van de zee<br />
d<br />
{[zeisen]}<br />
de scher pe zeilen als de [van de zee<br />
vlijmen<br />
1<br />
M I a der scherpen zeilen, als de ><br />
zeisen van de zee),<br />
a[ ] [scher p e<br />
TI-D<br />
I<br />
45 C 2 : L a r o brandt<br />
b Weet : éens toch scheurt uw rust de karteling g der vlammen v<br />
b<br />
o<br />
M I -D wéet I<br />
I der I<br />
591 VARIANTENAPPARAAT
46 C 2 :L a<br />
b<br />
c<br />
M' a<br />
b<br />
T'<br />
P<br />
M 2 a<br />
M3-D<br />
47 C Z :L a<br />
M.' -D<br />
b<br />
b<br />
c<br />
[ 0 1<br />
die alle kenneneeft g en alle weten bant<br />
baart elk bezitten<br />
die kennen openbaart p en die<br />
K[ennen]<br />
Bezitten<br />
I I kennen I bezitten<br />
I I Kennen I Bezitten<br />
I I kennen I bezitten I<br />
K[ennen]<br />
] B[ezitten] [<br />
enj?]<br />
o zeen-rijke zegen-rijke zee<br />
van<br />
0 1 kammen<br />
een vuur'ge kammen<br />
g<br />
vochte en kammen<br />
I;<br />
I<br />
I<br />
I<br />
I<br />
[—'114]<br />
lees : kamme]<br />
48 C Z :L a<br />
b<br />
M` T'<br />
P a<br />
b<br />
M 2 a<br />
a<br />
M 3 a<br />
T2<br />
D<br />
a<br />
het blind-evreten g<br />
Fl<br />
B lind- evreten g<br />
blind-gevreten Eee<br />
oog dat Eeuwig licht door-brandt<br />
]Licht] [<br />
I doorbrandt!<br />
] [Ee]uwig Licht doorbrandt!<br />
Fl blind-gewreten I<br />
[] [blind-ge]v[reten]<br />
I<br />
I I Blind-gevreten<br />
I<br />
I!<br />
[Fase c in de regels ^ r ^4 en 64 in stadium L is onbepaalde tijd J later met zwarte ^ inkt<br />
uitgevoerd]<br />
ZETFOUTEN<br />
T'<br />
T2<br />
P, D<br />
r. 41: of I op<br />
r.: 44 scherpen scherpe<br />
r. I S : onweer onweêr<br />
r. z 9p parenthesen ontbreken<br />
r.8 4 : blind-gereten blind-gevreten ^<br />
r.1 3 ^ zekere ^eekre<br />
[BM I Il<br />
DE ZON LIGT IN MIJN LINKER-HAND<br />
OVERLEVERING C' : Agenda H-47,2-2 maart en p. II v.<br />
g 4 S P<br />
M' : Manuscript H- 6. p S<br />
C 2 : Carnet H-83, p. 48v, 49r. 3^P 4 ^49<br />
M 2 : Manuscript P H-94,3 .<br />
T' : De gids 1.I v (november 1 2 p. 18 .<br />
^ 9 9 7^ p 4 33<br />
P: Drukproef D H- .<br />
p 99^3 3<br />
592 VARIANTENAPPARAAT
M3: Manuscript H-I OI ^S 2 .<br />
M4: Manuscript H- I o 4^3.<br />
T. 2 ' De ids 92.111 (september I 2 8 p. 305.<br />
g p 9 ^ 3 S /36/ 3<br />
D: Het berg-meer, g p.<br />
^ p 33.<br />
DATERING 24 maart 1917; 20 augustus 1927.<br />
g<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG In zijn 1 agenda g e a van I 9I schreef 7 Van de Woestijnemet potlood p een ruwe versie<br />
van het t dIC gedichtg<br />
e t onder e de datum 24 maart C ' :A); de tekst loopt pdoor over<br />
de dagaanduiding van S 2 maart maar is ineens geschreven. g<br />
C' :A<br />
[ I - - ->B, 4 ^<br />
I- 4^ ' I-4->1-4] 4 4<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
S<br />
6<br />
7<br />
(8)<br />
a De<br />
a Ik draag r g de zon o ter e rechter hand<br />
b<br />
a aldaar ze stree brand<br />
in mijne [rechter hand]<br />
1<br />
c ik sta, ten hoo ge, [brand]<br />
0 in 't Westen<br />
a op pdak 0 voute en veste.<br />
b en doom, alover [voute en veste.]<br />
[strofewit]<br />
Mijn 1 linker [streep]<br />
[<br />
0 I in sluiers aan eto en g g<br />
0 1 mij teen hier ten hooge<br />
mij tegen, g<br />
oen ruimte]<br />
weldra zijn aan de kam der horizonnen<br />
1<br />
[ 8- - -+B, II- I2 ' ó- -÷ II-I2<br />
9 > > 9<br />
(9)<br />
mijn blikken de een' ge zonnen<br />
l g<br />
Fase c in r. 2 is een latere aanvulling metzwarte inkt<br />
g ^]<br />
Het is mogelijk g l dat de aanvulling g in r. 2 geschiedde g toen de dichter later<br />
achterin de agenda g (p. p I Iv een plan p voor een groepje g p l van drie gedichten g geti-<br />
teld `He sp ero s ' (avondster) optekende. p Vermoedelijk ^ deed hij<br />
dit in de eerste<br />
helft van hetzelfde jaar, 1917:<br />
1 ^<br />
Hes eros<br />
I De e zon ligtg in t mijn 1 rechterhand.<br />
2. Ik heb deoden g uitgeschakeld. g<br />
3. `L'as ect des merveilles... il désirait plus que q jamais 1 de mourir'<br />
Iets eWoestijne daaronder schreef Van de opnieuw `Hes eros' , met citaten in res-<br />
ect i eve lij 1 k het e G Grieks, Italiaans en Frans. s Zie voor de citaten noot 1.<br />
593<br />
VARIANTENAPPARAAT
M' :arali omenon P P<br />
0 idakUYEO ÉV oU aVU) i6tiatiat á6i ' Ilias.xxii. 8)<br />
S S P ^ ^iP 3<br />
innanzi sera (Dante)<br />
La vie devait y être tranquille, q spontanée, P frugiforme g comme celle d'une plante. p<br />
Er is verder eenge<strong>deel</strong>te g bewaard gebleven g van een brief van Herman Teir-<br />
linck aan Van deoesti'ne W 1 M I ' op Pde achterzijdevan dit afgescheurde g papier pP<br />
maakte Van de Woestijne W tine 1 met o potlood P 0o enkele aantekeningen g die verband v zou-<br />
den kunnen houden met `De zon lit g in mij 1 <strong>nl</strong>inker-hand'. Een eventuele date-<br />
ringan g de brief eb heeft e op het verloren gegane gg ge<strong>deel</strong>te g gestaan. g Zeker is dat<br />
hi' hij geschreven eve s is voor de dood 0o van Prosper van L a n gendonck op p 7november<br />
192o, 9 ^ aangezien g er sprake is van een bezoek aan hem. Het is echter niet uit ge-g<br />
sot 1 e n dat de e brief b e enaantekeningen de d teren a ui uit d periode waarin w de frag-<br />
m e nten in de agendavan g 1 197g<br />
geschreven s werden.<br />
De eerste se aantekeningkwam gook in de agenda voor:<br />
Innanzi sera<br />
avant le soir (Dante)<br />
Daarondereen n h schets s voor een strofe s arali P omenon P ' of ^ Van de Woestijne 1<br />
die voor' het g gedicht bedoelde , of mo gl eli'k voor een ander gedicht uit de `Hes-<br />
p eros'- g roe p^is onzeker.<br />
De sc hl a e vol te schenken e tot den dnrnde... rande..<br />
Mine lieve 0 mengt<br />
1 g<br />
a [<br />
a [<br />
[<br />
0 handen<br />
het leven uwer<br />
olen t P g<br />
Eengroep Eenroe gedichten met `H es P eros' als titel heeft Van de Woestijneniet l<br />
vol-<br />
tooid.<br />
Tien 1 jaar later o P `2o Au g.' kwam Van de Woestijne 1 P o het g edicht teru g.<br />
In zijn aantekenboekje 1 van 1 9<br />
(C 27 7 2) voltooide hij met anilinepotlood P oo een klad-<br />
versie C 2 :B die een directe voortzetting g is van de eerste.<br />
C Z :B<br />
II -4 4—A, I- ' –>I-I2]<br />
^ 4^<br />
I De zon lit in mijn linkerhand<br />
g 1<br />
2 en zijpelt door mijn vinger-brand<br />
1P 1 g<br />
594 VARIANTENAPPARAAT
3 a haar 0 int verwelkend *weste<br />
b laatgewemel<br />
c<br />
[ I}<br />
haar g gloeiend bloeden in [streep] ^<br />
Ç[haaraatwe<br />
laatgewemel int verwelkend weste<br />
d<br />
va<strong>nl</strong>oeiend g bloeden in [streep]]<br />
haar laatgewemel int verwelkend *weste]<br />
e {[gloeiend bloeden in [streep]]<br />
[van],<br />
laag<br />
en g logger o gge bloed b int welkend westen<br />
*[lees : westen]<br />
4 a o 0 veste<br />
b dak en doom, alover vout en<br />
[strofewit]<br />
a De maan rijst uit mijn 1<br />
5 rijst }<br />
a rechterhand<br />
6 a o zilver o<br />
b en weeft heur weemlend zilver-zand<br />
7 a en weent[?] o heur schemer-weven<br />
b weekt<br />
c ,<br />
alover wuiv'ge wake en schemer-weven<br />
g<br />
8 a waar r blauwend b de ademen van de aard in beven<br />
c<br />
de<br />
waa r blauwend d eademen van de aard in beven<br />
c ,<br />
van 't graan g waar de aedmen, blaauw, b<br />
> van de aard in beven<br />
[strofewit]<br />
a Ik ben erezen uit het dal<br />
9 g<br />
b rees al hooger g<br />
c steeg<br />
d<br />
Ik stijg )g<br />
0 i ]}<br />
e Ik steeg g al hooger g uit het dal }<br />
1 o Ik weet niet of ik keeren zal<br />
I I a En over alle horizonnen<br />
a Weldra zijn [over alle horizonnen]<br />
12 a mijn oogen de eenige<br />
} g g<br />
a[ ] eense [oogen] *de ongeziene zonnen<br />
g g g<br />
bmijne ongeziene blikken de een' ge<br />
1 g g<br />
*[of : der]<br />
II<br />
M Z i s kopijhandschrift voor r' T' geweest; g t , ^ M4 isi kopijhandschrift i'handschrift voor T Z<br />
g geweest.<br />
S9S<br />
VARIANTENAPPARAAT
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C j en C' niet opgenomen)<br />
g<br />
2 '<br />
I M T De zon ligt g in mijn 1 linker-hand<br />
P<br />
a<br />
b<br />
M 3 I<br />
I<br />
M4 a I I aan I I<br />
b [ ] in [<br />
T Z<br />
I I<br />
D ,<br />
8 M T va aa n waar de aedmen, blaauw, van de aarde in beven.<br />
P- D<br />
'tgraan I I<br />
2 I<br />
^ van t 'tgraan,a g > d^ e > ><br />
g<br />
I- ^A I- ' I-I2é–B<br />
4 ^ ^^<br />
[II-I2
Een v vrijere 1 vertaling van het volledige sonnet vindt men in : P et r a r ca Sonnetten<br />
g g ^<br />
en andere<br />
^<br />
edichten<br />
^ p p. i I S.<br />
Een bronvan n Franse zin dee werd a niet achterhaald; ,is de mogelijkr regel i leen<br />
notitie e v van Van a de Woestijne<br />
tine zelf.<br />
l<br />
'Van het gedicht g verschenen s vertalingen g e in het Duits, het Frans s Zx en e het<br />
Friulaans.<br />
[BM I 2] IK HEB DIT HOOGER OORD GEKOZEN TOT MIJN WOON<br />
OVERLEVERING M' : Manuscript H 80.<br />
p<br />
M 2 : Manuscript H I.<br />
p 9<br />
M 3 : Manuscript H-92. 9<br />
M4 : Manuscript H-93.<br />
C: Carnet H- 9o, p. 3v, r. 9^p3^4<br />
M 5 : Manuscript<br />
p<br />
H-94,4-5 .<br />
T' : Deg gids<br />
9 1.1 v (november I 9 z 7^p p. 184 -186, 33<br />
P: Drukproef D<br />
p H-99,34-36.<br />
6,<br />
M . Manuscript H-IOI z6-28.<br />
p ^<br />
M7 : Manuscript p<br />
H-10<br />
4^4<br />
-<br />
S •<br />
T 2 : De gids 92.111 (september 1 28 p. o- 06. /36/<br />
^ 9 p 9^ p 3 53 3<br />
D: Het berg-meer, g p. 3 4- 3 6.<br />
^ p 343<br />
DATERING Voor eind oktober e 19^ 26 mogelijk g l reeds i 9^ 16' omstreeks eind d o oktober obe i 92 6 (?)<br />
tot z september p 1927.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG De aanhef van hetedicht g komt als eerste voor in een schema av van de voorge-<br />
g<br />
nomen inhoud van een afdeling g `Het berg-meer', g ^ omtrent eind oktober 0 obe 1926 9<br />
genoteerd g in het carnet van 1926 9 (zie 7.27 van de Ontstaansgeschiedenis):<br />
g is: `Ik<br />
heb dit hooger g oord gekoren g tot mijn l woon'. De beginregel van het oudste<br />
kladfragment g (M' : A wi' 1 kt daar van af, ^ en het manuscript p werd vervaardigd g<br />
op briefpapier van het Ministerie van Wetenschappen en Kunsten, dat Van de<br />
Woestijne l regelmatig g g g gebruikte rond 1916. Stadium m A kandus<br />
van aanmer<br />
lijk 1 vroeger g datum zijn dan de volgende g kladstadia B tot D, ^ die vermoedelijk1<br />
geschreven g werden omstreeks de datum waarop p het schema werd gemaakt. g<br />
M':A<br />
I<br />
I - --^8 I- ' I- —^I-<br />
4 ^ 4^ 4 4<br />
I Ik heb dees hooge gp plaats gekozen g tot mijn 1 woon.<br />
2 De liefde is moede [streep] het lijden menig<br />
3 Maar dit is 't oord, 00 waar o 'k vereenig ee g<br />
4 [ 0 tot éen schoon<br />
[strofewit]<br />
597 VAR IANTENAPPARAAT
1<br />
cdr<br />
m u,<br />
Plan voor indeling g van de afdeling g `Hetberg-meer' met beginregels vangedichten;<br />
de eerste is vanBM I2 (H-7 z, ^ p. 4S 4 5 r).<br />
598 VARIANTENAPPARAAT
5 a 0<br />
I<br />
b<br />
II<br />
recht ect 6 -^ 7 B ^I - 6 ^ G 7 ---^ B ^f - GḠ ^ 7 -^- I G<br />
6tu s h n de s schuine e e schelp e e der dein'ge<br />
dalen<br />
{[der dein' ge] g<br />
a s c huin - ee ind al esce [schelp]<br />
[dalen]<br />
tot verre boven<br />
a<br />
der<br />
[dein' g ge] [dalen]<br />
a de zeevan louter o licht, , een zoen van u zuiver zang<br />
b [ ] [z]uil[ ] [zui ver n [ ]<br />
8 a 0 ]<br />
b een[?] zeil d<br />
b in 't van zinder-zon<br />
De volgende drie kladstadia, , a waarin de regels g ot I -28 stand tot kwamen, werden<br />
, en<br />
geschreven g op drie stroken vana e gelijke g<br />
1 a papiersoort<br />
en met dezelfde e e e zwarteinkt<br />
M 2 : B ,p 114 3 :C en M4 : D. Ze zullen e dus in dezelfde<br />
e periode<br />
vervaardigd vaa g d zijn. 1<br />
Het meest voor de hand liggend is dat dit gebeurde g d kort voor zseptember<br />
1927,toen Van ^ de Woestijne e e het v vervolg vo g in het carnet<br />
schreef. Er kana echter<br />
ook langere g tijd tussen hebbene e gezeten, g ete aa ^ aangezien e en g de nieuwe e e versie<br />
s e van de<br />
beginregel van het g gedicht c a e al eind oktober 1I<br />
9269<br />
voorkwam<br />
in het schema van<br />
de afdeling g `Het berg-meer'.<br />
In M 2 begon g Van de WoestijneW 1 e met r. I- 4 volledig g en r. 5 -8 g ge<strong>deel</strong>telijk l te<br />
noteren(M 2 :13 1). De tweedetrofe s werd e vervolgens doorgehaald e n<br />
hernomen,<br />
direct gevolgd door een derde strofe M 2, . BII.<br />
g g<br />
A4 M:B 2 : I<br />
[- r
8 a a de ontvangen e h m e l- v ree ^<br />
o wijkt 1<br />
a a<br />
ter a sc e vrede<br />
b[ ] [hem e l-vr e de aan aa de aardeft gee<br />
P [ ]<br />
c<br />
der<br />
a<br />
te g en-strijkt 1<br />
[fasering?]<br />
r.-8 ^ werden doorgehaald ^ in stadium B7I<br />
z, II<br />
M .B<br />
I<br />
1 -6F--A ^ 6-7; 7^ I -8^B ^I j-8; ^ I-r2<br />
5<br />
6<br />
Hier, waar de schuine schelp der<br />
deinend-tra ge dalen<br />
ten wijden 1 einder van e de emescee<br />
h l- h 1 rijkt;<br />
1 waar uit den mond des Tijds, l ^ 1 maatlijkadem-halen,<br />
8 a de ontvangen g hem ev l- e<br />
a hemel-v reê der aardetegen-strijkt;<br />
[strofewit]<br />
9 a 0 waar van [a I horizonnen<br />
b ruste der Ruimte,<br />
s u e alle<br />
1 a 0 de w oeg l' e lijnen 1 e over-ziet: e e<br />
b de ziele in stillen peis<br />
c[ ] [peis de woel' ge g lijnen 1 over-ziet:<br />
I I a dit is het oord dat roert o bonnen bronnen<br />
b<br />
van rustelooze<br />
12 a 0 vliet<br />
a maar in de staatsie van den stroomneden be [ I<br />
bn een<br />
naar onder<br />
c<br />
c<br />
[ ]}<br />
maar, als een str<br />
[maar in de staatsie van een stroom naar onder vliet<br />
[maard effen als een stroom, kalm naar beneden vliet.<br />
Hierna ontwierp p Van de Woestijne 1 op p M 3 enkele strofen die hij hij d direct liet aan-<br />
II,<br />
sluiten bij B :<br />
l<br />
M3:C<br />
(--> r j-z8J<br />
IEn 'k heb dit hooger oord tot mijne woon gekoren<br />
3 1<br />
g g<br />
14<br />
a verruimd a I verrijkt van de eigen g dwang... g<br />
b [ I van eenzaamheid,<br />
l<br />
boo VARIANTENAPPARAAT
I 5 S<br />
– Hier recht, aan ^ klepperendevreee<br />
a<br />
vlek int uchtend-gloren les e : vlerk]<br />
Ç[uchtend-]<br />
b[ ] [kle p er -vlek][,in 't]<br />
weemlend<br />
[gloren] g<br />
b<br />
uchtendb<br />
16 a de leeuwerik ter zonne e een zui<br />
a<br />
zuile zuivren zang;<br />
[uchtend-gloren]<br />
l*weemlen<br />
br [zonne eerste o een] [zuil] van [zang;]<br />
b [<br />
[strofewit]<br />
] [zuil]e<br />
1 a Hier, waar in 't zinder-zeil der lucht debolle<br />
7 c e bo winden<br />
b 'tebol der [ ]<br />
g<br />
18 a o 1 'oelend jaagt lg<br />
b de macht tdes morgensz dui el-hollend<br />
c[ ] l oelend door mijn 1 leden<br />
a] 1<br />
d [<br />
] {[ door ] zinn en<br />
1a 9 tot waar ze in 't wagend g wicht t o vraagtg<br />
b even- w i c ht der middag-stede - vinde<br />
2o a [x]<br />
a 0 dat kallem wi ewaa t; eg g<br />
bede g en g wegen, , ene<br />
[strofewit<br />
21 a hier rijst 1 me ,1 rijker dan het<br />
b[ ] de liedren van n ontwaken<br />
't o a 22 a waarin de l ee u we r harenri e n dank verkondt<br />
b haarewiekten g<br />
2 3 0 blaken<br />
3<br />
24een vrome zekerheid uit o menschen-mond<br />
4<br />
[strofewit]<br />
[gloren]<br />
2 S Maar niet in de ijlt der vreugd of 't streng g geluk g van 't zwoegen<br />
g e<br />
a 26 a herkent mijn ziel haar a<br />
klank<br />
a de diepte mijner ziele -<br />
1 e e haar weder klank.<br />
a [ziel]<br />
27Mi'n 7 armen zijn 1 verlamd, zijn ^ die i mdroegen;<br />
lne dagen g<br />
28 mijn kele e is luideloos e van<br />
een te<br />
vroe gen danka<br />
lees : weemlend] e<br />
6oI VARIANTENAPPARAAT
Stadium D op M4 is s een a afschrift<br />
i t van het resultaat tot nu toe. Inde regels g 1 2<br />
en 8 zijn<br />
later met andere inkt twee varianten<br />
a aangebracht; g<br />
^ in r. i i en 1 4<br />
gebeurde hetzelfde met p potlood. Het vervolg g van het ed gedicht g c t kreeg in g aniline-<br />
e<br />
potlood P zijn beslag g in het tweede carnetvan a z 927<br />
en werd gedateerd g 2 Sept.'<br />
C: E. Detadia s D en e E zijn in de gecombineerde g e synopsis<br />
s s o enomen. g<br />
II<br />
2<br />
M 5 is kopijhandschrift 1 voor T I g geweest; ^ M7 is kopijhandschrift voor T<br />
geweest.<br />
VARIANTEN EN MI M2 en M 3 niet opgenomen) g<br />
CORRECTIES<br />
I M4:D-T2 Ik heb dit hooger oord g gekoren tot mijn ^ woon. .<br />
D<br />
Iekozen g<br />
2 M4 '. D a De e liefde e e s is mij 1 e de e en aat laat , hetli' t d e > n moede<br />
en menig;<br />
g ^<br />
b mat<br />
M5-D<br />
I- E--A I- ' I- 84<br />
4 ^ 4^<br />
I<br />
4 M4 : D het vuur van liefde en leed gelouterd g tot t éen scoo schoon .<br />
114 5 -D In een loon.<br />
I- j-64—A, 6-7; f-r24—BI']<br />
5 M4 : D Hier, ^ waar de schuine schel P der deinend-trage e a ge dalen<br />
e<br />
M 5 a I schaalI<br />
dale<br />
a<br />
T I P<br />
6<br />
M a<br />
dale n<br />
a<br />
deinend-trage g dalen<br />
M *schuin I I *[lees : schuine]<br />
T 2 scuie h 'n I<br />
D<br />
6 M4 : D ten wi' l den einder van de hemel-schelp hemel-schele reikt;<br />
a wei<br />
a w i' 1 den einder van de hemel-schale reikt;<br />
T' -D I<br />
I<br />
7 M4 :D a waar uit den mond des tijds , bijmaatrijk adem-halen,<br />
T[ijds] 1 maat 1 ijk l<br />
M S-P I I tijds maetlijk<br />
1<br />
m-6a l 1 d<br />
M7-D<br />
a uit den mond es destijds, ^ bij s b maetlijk ^ k ^ adem-halen,<br />
ae,<br />
8 M4 : D a de ontvangen h e m e l- v re e der aarde arde tegen-strijkt;<br />
g e 1kt,<br />
b hemel-vre de de<br />
M 5 -D<br />
I l ee ne<br />
9 M4 : D ruste der Ruimte waar van alle horizonnen<br />
M 5-D I I ruimte I I<br />
602 VARIANTENAPPARAAT
I<br />
4 :D<br />
To M . D de ziele zee in peis P esde woel' g ge lijnen 1 over-ziet:<br />
Mj-D H ziel<br />
4<br />
I I M . • D a dit is het<br />
oorddt a oet roert van rustelooze bronnen<br />
b<br />
ruischt<br />
M S , T I ie<br />
PD - dit I I<br />
I 3 M4 .D • - P En 'k hebdit ho hooger goord tot mijne woon gekoren, g<br />
M 6 a I I hoogeng<br />
a hoo g e r oord tot mijne 1 woon gekoren, g<br />
M7-D I<br />
I<br />
14<br />
4 •<br />
4 M .D a verruimd dvan eenzaamheid, eid ^ verrijkt 1 van de eigen g dwang... g<br />
b zelf dwan g...<br />
M T v e rruindI de' eigen dwang... g g lees : verruimd]<br />
P-D<br />
verruimd<br />
I<br />
4 •<br />
5 M . D – Hier recht, ^, aanklepper-vlerk in 't weemlend uchtend-glore Loren<br />
M 5 klepper-wiek<br />
T' 0<br />
P a – I<br />
I uchtend gloren<br />
b<br />
uchtend - gloren<br />
m-6,M 7<br />
T 2 0<br />
D –<br />
18 M M4 .D M ^ de macht des morgens g 1 oelend door min 1 zinnen jaagt, 1 g,<br />
M7 a I I<br />
ljou<br />
t 1o eiend door mijn 1 zinnen jaagt, 1 g,<br />
T 2 I<br />
I<br />
D I I 0<br />
20 M 4• . D a gedegeng g e wegen, g ^ en dat kallem wie ge-wa g g<br />
a[ I [wie g e-wa a gt:<br />
M S-M 6 I I<br />
M7 a I I en<br />
a dat kallem wiege-wag g g<br />
a[ ] [wie g e-wa a gt :<br />
T 2-D I<br />
I<br />
2 M4 • - P hier e rijst rijst me^ rijker dan de liedren van 't ontwaken<br />
6 ^<br />
M Hier<br />
M7-D hier<br />
* lees : hier<br />
z2 M<br />
4• :D waarin e de leeuwerk g i haar k n dank ew verkondt, e te aI<br />
M 5 -P I<br />
M G a]<br />
dank xx<br />
,<br />
[dank] verkondt;<br />
M7-D<br />
6p 3 VARIANTENAPPARAAT
2 3 M. 4^ D – hier rijst 1 s e m ^t uit e a arrebeid in 't blinkend e dmiddag-blaken,<br />
M 5 , T I a<br />
P-D i I de'<br />
24 M4 : D a de weelde tegen van éen vromen menschen-mond.<br />
4 g<br />
b dne<br />
M 5 -D I<br />
2 M4 : D 1 a Maar niet in de ijlt der vreugde g of 't streng gg geluk van 't zwe[x]<br />
a<br />
[zw]oegen<br />
M5-D<br />
277 M4 .:D Mijne 1 armen zijn verlamd, a ^ die mijne J dagen g droegen;<br />
M5 -D I 10 I I<br />
I<br />
28 M4 :D-T' mi'n ^ kele is luideloos sv van een e te vroegen g dank.<br />
P-D<br />
Ikeel<br />
[Hier eindigt M4] g<br />
, t 2<br />
C.E M 5 , T P, M6,M7 , T D r. 2- 8<br />
> > > > 94<br />
299 C: E a Hier waar 'k, , al-eenigg , op den hemel sta geschreven,<br />
g<br />
b hoog[-eenig] g g<br />
c al -eeni g<br />
M 5 -D I<br />
I<br />
o C: E<br />
3 doch waar geen g menschen-oog g mijn 1 heldre beeltnis zoekt,<br />
M<br />
S<br />
-M 6 ,<br />
M7 aI<br />
T 2 ^<br />
D<br />
a<br />
ziet ^^<br />
z oek t'r<br />
3 i ^E . waar 'k, zuiver als a s eene god, o, me e galmena e voe voel va van leven l<br />
M 5 aI<br />
I gal xx<br />
aal men voel van leven, ,<br />
T I -D I<br />
I<br />
3 2 C : E a en waar geen g echo 't woord van dezen mond verzoekt ,•<br />
b lied<br />
M 5 T I I<br />
I deze lip<br />
P a<br />
b maar<br />
6<br />
M<br />
I<br />
M'T 2 en<br />
D maar<br />
C : E-T Hier waar ik, als een lens van elke zon beslagen, *[lees : hier]<br />
33 ^<br />
P-D hier<br />
604 VARIANTENAPPARAAT
34 C:E a { straal,<br />
b vereenigdeeni g d tot het vuur van alle zonnen<br />
M 5 , T I<br />
I I<br />
P , I I,<br />
m6_2 T I,<br />
D I;<br />
35 C :E a doch waar 'k, 'k<br />
a op 't strakke vlak van 't berg-meer koel gedragen<br />
P g g g<br />
b<br />
doch waar, min l oog g op p 't vlak van 't berg-meer g koel geslagen g g<br />
[doch waar 'k, op P 't strakke vlak van 't berg-meer g koel gedragen] g g<br />
c<br />
[doch waar ik, to0 op g 't p vlak van 't berg-meer g koel geslagen] g g<br />
M 5 a docht<br />
T'-D<br />
a [doch] waar ik, 't oog op 't vlak van 't berg-meer koel gedragen,<br />
g g ge g<br />
36 C : E a met heel mijn l edel beeld al dieper P de ijlt in daal:<br />
]}<br />
al dieper P<br />
0 ]<br />
met heel mijn 1 edel beeld al dieper p de ijlt in daal:<br />
b<br />
hoe 'k als eêlste beeld al dieper p de ijlte in daal f<br />
a zie hoe 'k als eêlste beeld al dieper p de ijlte j in daal;<br />
b<br />
í'<br />
1<br />
lte<br />
T I i<br />
I ilte j<br />
P<br />
a<br />
bdíeer P<br />
6<br />
M<br />
dieperp<br />
M7 a I I 'k<br />
a hoe 'k als eêlste beeld al dieper p de ijlte in daal:<br />
D I<br />
I<br />
C g Wat ik hier heb gezocht, ^ wat ik hier heb gevonden, g ,<br />
M S -M<br />
^ wat I<br />
I<br />
M7 a wach<br />
TZ D ,<br />
a wat ik hier hebezocht wat ik hier heb gevonden,<br />
g ^ g<br />
391 C:E a die van mi' n dure en warme weigeren g<br />
awei er in gebonden<br />
g g g<br />
M 5 T I I, I I<br />
P<br />
a<br />
6 i<br />
M -T<br />
D<br />
b[ ] [wei ger heid<br />
weigeringg g<br />
I I w e i ge rheid<br />
605 VARIANTENAPPARAAT
4 o C : E a het zaad dat bateloos het dragend g aar verlaat<br />
b de dorrendee e<br />
c heur zaad, en bateloos, aan de aar verlaat<br />
d harde [zaad, en bateloos, aan de aar verlaat]<br />
M 5 -P haar I I ...<br />
6<br />
M a I<br />
a<br />
I to<br />
verlaat...<br />
M7-D I<br />
I<br />
i C :E<br />
Zin j schoonste en derfste vrucht een dorren boom verlaten<br />
M5-D – Zijn 1<br />
4<br />
4 2 C : E a en geene g liefde, zelfs de liefde van een traan;<br />
b om<br />
M 5 -D I<br />
I<br />
43 C : E den mond geen g mond ^ en geen g verlangen g andre bate<br />
M5-D<br />
44 C : E a dat geene g wegels g hooger g sterven tegen-gaan teenb<br />
dan dat[geen]<br />
M 5 -D I I .<br />
C : E<br />
g En – vrage van de vrouw die vreest om eigen g wroegen,<br />
M 5 -D I<br />
6 C:E ach, aarzlend aaien van mijn kind dat niet begrijpt,<br />
4 ^-1<br />
M 5 a acht<br />
T'-M'<br />
I<br />
a[ach],aarzlend aaien van mijn kind dat niet begrijpt, -<br />
P I I aaiën<br />
D i I aaien<br />
47 C a mijn 1 lippen voor uw lippen, [x]<br />
a r L<br />
Licht, die niets en vroegen, g<br />
M 5 -D I l aan<br />
i<br />
4 8 C: E a mijn 1 hart dat voor b<br />
a ri het bloed uws harten 't lemmer slijpt lp<br />
M S T I i<br />
I<br />
P a I<br />
b<br />
U[ws]<br />
G<br />
M<br />
I uws I I<br />
M7 a<br />
I wet<br />
a<br />
slijpt. 1P<br />
T 2<br />
I<br />
D I Uws I I<br />
l<br />
I<br />
I<br />
6o6<br />
VARIANTENAPPARAAT
ZETFOUTEN<br />
T'<br />
TZ<br />
r. I 4 . v e rr wind verruimd, , de de'<br />
r 18: der I des<br />
r. 26: weder-klank I weder-klank.<br />
r.: 33 Hier hier<br />
r.: 3S gedragen g g gedragen, ^ g<br />
r.: 3S gedragen g g gedragen, g g<br />
r. ^41: verlaten verlaten;<br />
NOTEN o I De variant t in i P, ^ r. 34 ontstond doordat 0 Van de Woestijne 1 de zetfout `straal.'<br />
ni eg t herstelde tot de eerdere lezing (met komma) maar tot `straal;'. ,<br />
[BM I 31 O VRUCHTEN-LEÊGE SCHAAL, 0 FLANKEN RIJK AAN REUKEN<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-83. I , pzr.<br />
C 2 : Carnet H 9 o ^p. 6r.<br />
M I : Manuscript p H-94,8.<br />
T ^ . De gidsi ^ 1.1 v (november 192 7^ p. p 33 18 8.<br />
D' : Gedichten,<br />
^<br />
p. 57.<br />
P: Drukproef p D 2 H-99,37.<br />
M 2 : Manuscript P H-101,29.<br />
D 2 : Het berg-meer, g p.<br />
^ 37.<br />
DATERINGG<br />
Februari 1927; tweede helft augustus g 1927; 5 seseptember p 1 9 27.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Kort voor 1 maart 1 2 schreef s Van 1 de d<br />
Woestijne tine in zijn carnet een onvolled<br />
gstrofe es o vo ^ rlo o er p van d o e enin p sstrofe g van het gedicht C I :A<br />
C' :A<br />
I-2-4I -2<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
a De<br />
o Geur ' e mand, en e lvruchten-ijle ee o fl flanken<br />
heel den zomer draagt en geen verzaden biedt<br />
g g<br />
[ 0<br />
1<br />
a H[e]t lid e ver w ekt de ilt st de , stilte wekt het lied<br />
In de d tweede helft v van augustus g maakte Van de Woestijne in hetzelfde carnet<br />
een losse notitie (p. 44 r ^ die wellicht in verband te brengen gis met de twee slot-<br />
reels g : `Want al het aardsche verlangen g is in hemelsche hoop P vergaan'. g<br />
In hetweede<br />
carnetvan a 1927 97 (C 2, ^p p. 6r) werkte Van de Woestijne het<br />
gedicht met anilinepotlood p in klad uit en dateerde het 'y f Sept.' Na acht reels g<br />
I<br />
voltooid te hebben C 2, : B hernam hij 1 direct daaronder de regels g 5 en 6<br />
2, II I<br />
C .B die in B werden doorgehaald. g Stadium B is in de gecombineerde<br />
g<br />
synopsis opgenomen.<br />
6p7 VARIANTENAPPARAAT
II<br />
114' is kopijhandschrift voor T geweest.<br />
p l g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C I niet opgenomen)<br />
pg<br />
, I<br />
z C2. B a o V uc r h n-lee te e g schaal, o ^ flanken rijk 1 aan geuren g<br />
a<br />
reuken,<br />
I-24--A ,] I-2<br />
11/1' -D2<br />
, I ^<br />
3 C 2 . B a nog g komt een kopp'ge g bij 1b het e hoornen voorhoofd beuken<br />
a<br />
uw ijlte ^ [beuken]<br />
a<br />
g eur g e rite ^ beuken]<br />
a<br />
noodende<br />
M I T<br />
D'-D 2 nog<br />
5^ C 2 :13 1 a o Leven zonder waan, n d dagen n zonder g zangen g<br />
c < 0 ><br />
C 2 :BH a Ik ben 'tesnoeide g hout waaraan geen g vruchten hangen; g<br />
b [ge]korveng<br />
koren druiven<br />
M' a<br />
T-D2<br />
b<br />
trossen<br />
6 C2.131a eni gmi l^ n1<br />
a verdriet,<br />
ri et die de 'k als asij mn liefde h<br />
a<br />
sloop:<br />
b<br />
hoede[:]<br />
c < 0 ><br />
C2 ,:Bil<br />
.B a<br />
van o droop<br />
b tot geur g verijlde ril 1het hars dat uit van de wonde [droop]<br />
M' a I I lucht verl<br />
.[ver]ijl<br />
i'ld het hars dat uit de wonden droop. p<br />
*[lees<br />
Z<br />
I<br />
Fase c in r. -6 van stadium B valt samen met stadium BII<br />
I<br />
7<br />
2,<br />
C .BI<br />
M I-D2<br />
b<br />
o vruchte<strong>nl</strong>ooze geur, g wordt o verlangeng<br />
en<br />
Vruchte<strong>nl</strong>ooze<br />
menschelijk 1<br />
ZETFOUTEN<br />
D 2 r.: S trossenhangen ^ trossen hangen ^<br />
[BM I 4]<br />
IK WEET: IK BERG IEMAND IN MIJNE WOON<br />
OVERLEVERING CI : Carnet H-63, p. 47 47v.<br />
C 2 : Carnet H-83, p 3 or.<br />
608 VARIANTENAPPARAAT
C': Carnet H- 9 ^p o. 4^ r 5r. S<br />
M': Manuscript p H-94,6-7.<br />
T I : Degids 1.1v (november I 2 p. 186-188.<br />
g 9 9 7^ 33<br />
P: Drukproef D H-99,38-4o.<br />
P<br />
M 2 : Manuscript H Io1 ^3 0- 32.<br />
M 3 : Manuscript p H-104,6-7.<br />
T 2 : Degids 92.111 (september I 28 p. 307-308. /36/<br />
g 9 9^ 373 3<br />
D: Het berg-meer, p. 8- 0.<br />
g ^ p 3 4<br />
DATER ING December(?) 1923; tussen 1 18 en 20 'uni i 973 2 september p i 9z 7 .<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG De wording g en uiteindelijke vorm van dit gedicht g hangen g ten nauwste<br />
samen<br />
e<br />
met het volgende g gedicht g in Het berg-meer, g ^ `Er komt iemand bij mij, l^ dien 'k<br />
nimmer zag' g S^ en met het korte prozastuk p `Het geheim', g onder<strong>deel</strong> van<br />
de afdeling g 'I<strong>nl</strong>ichtingen g van persoo<strong>nl</strong>ijken p 1 aard' in Beginselen ^ der d chemie I 92 S .<br />
`Heteheim' g is een nagenoeg g g<br />
letterlijke prozaversie p van BM 4 I en BM 1 S .<br />
De kiem van deze samenhangende g teksten g ligt in een aantekeningn die Va de<br />
Woestijne 1 laat in 1923,vermoedelijk in december, ^ in zijn carnet (C') maakte:<br />
Zich inbeelden dat men Iemand verbergt g in zijn huis; het zicht van a diene<br />
Iemand aan ieder verbergen; g ^ zich zelf koesteren aan het bezit e en li' 1de n aande<br />
onbekendheid ervan;
3 [ 0 en hij de 0 schoonste<br />
1<br />
[Geheel doorgehaald in stadium AH]<br />
2, II<br />
C .A<br />
r ,<br />
I-2E—A I-2 I-2^I-2<br />
> 1-2;<br />
I Ik huis iemand in mijn gekeerde woon; lg<br />
2 a ik<br />
a er bergt zich iemand in mijn zuivre woonste<br />
g l<br />
3 en van ons beide' is hij de schoonste<br />
4 al werd ik schoon<br />
oen ruimte]<br />
(5) a Ik heb vee<br />
a verkoren dat ik zwijge lg<br />
Onder de datum '33 Set.' kwam in het tweede carnetuit I 29<br />
7 een e voltooide<br />
versie tot stand, ^g geschreven over twee pg pagina's C 3 : B ^p 4r en S r . De latere<br />
regels ^ 11 ^ i z en i 6 komen in deze versie echter niet voor. Stadium B is o pge-<br />
nomen in deecombineerde g<br />
synopsis.<br />
III<br />
Ingepubliceerde g p vorm is het gedicht g in twee verschillende gedaanten g overgele-g<br />
verd. De in Het berg-meer ^ g gebundelde versie is tien regels g korter danalle ove-<br />
ri g e versies, ^ met uitzondering g van die in het manuscript p voor A.A.M. Stols<br />
MZ (zie hierna). Deze tien regels (het g slot van het gedicht) zijn bij 1 bundelingg<br />
het zelfstandige g g gedicht `Er komt iemand bij mij, 1^ dien 'k nimmer zag' g BM z S<br />
geworden.<br />
Van de Woestijnes intentie in het Stols-manuscript p MZ is niet geheel g duidelk<br />
1 l De D bewuste strofe onder regel g S3 geschreven, g ^ maar na een opvallend p<br />
grote g witruimte; ^ bovendien wordt de eerste regel g voorafgegaan gg e door het paragraafteken<br />
g waarmee Van de Woestijne l alle gedichten g in het manuscript p laat<br />
be g innen. Hoewel het in het manuscript P ongebruikelijk g 1 is dat een nieuw<br />
gedicht g begint g op p de pagina pg waar een vorig gg gedicht eindigt, g^ zijn de witruimte<br />
hetara p raafteken g opgevat als aanduidingen g voor het begin g van een nieuw<br />
gedicht.<br />
In M 3 kopij p l voor T 2 en chronologisch g volgend g op p het manuscript-Stols p<br />
M Z begon g Van de Woestijne l de bewuste strofe op een nieuw blaadje zonder<br />
vorige g te hebben afgesloten g met een liggend streepje P1 ten teken dat daar een<br />
g edicht eindigde. g Weliswaar W was a e er opp hetzelfde blaadje a 1 nog g ruimte om de<br />
strofe toe e voegen, maar ook a anderegedichten in hetzelfdekopijhandschrift<br />
zijn 1 op p deze wijze 1 over meerdere ebaa blaadjes l ver<strong>deel</strong>d zodat niet zonder meer kan<br />
worden aangenomen g dat in M 3 van twee gedichten g sprake P is. In de tijdschrift-<br />
l<br />
p publikatie sluiten de delen op p elkaar aan. Na dus het gedicht g in M 2 in tweeën<br />
te hebbene<strong>deel</strong> g d voegde ^ e g Van de Woestijne 1 ded delen e na M 3 ^1 tijdens d s ded<br />
voor-<br />
bereidinga van 1 de t i' ds chrift p u b lik at e i T 2, ^ weer samen. e. Bij bundeling g zouden ze<br />
opnieuw P gescheiden g worden.<br />
610 VARIANTENAPPARAAT
De varianten van de tot zelfstandig gg gedicht g gemaaktestrofealle aaest einaeb bronnene<br />
wordene g even g in het variantena PPa raat van BM I 5].<br />
IV<br />
M' is kopijhandschrift voor T' geweest;<br />
2<br />
M 3 s is kopijhandschrift voor T<br />
geweest.<br />
p l<br />
g ^<br />
VARIANTEN EN (C' en C 2 niet opgenomen)<br />
pg<br />
CORRECTIES<br />
I-2 é—AI I-2 ' I-2<br />
II<br />
J 1 E—A 7 I-2<br />
2 C3 :B Neen: er verbergt zich iemand ) in mijn woon,<br />
)<br />
AP -D I<br />
I<br />
3 C 3 : B a Waar hoe? Er schuilt iemand t d in mi ne woon.<br />
a<br />
AP -D I I Hoe?<br />
4 C3 :B a [x]<br />
a Mijn huis –ij g^ kent het – is een glas, g<br />
staat sa<br />
bnva<br />
AP<br />
T' 0<br />
P-D )<br />
5 C 3 :B a open Pe in i volle zon, voor allen wind.<br />
AP -D I<br />
b voor alle in<br />
c altijd 1 voor<br />
6 C3:B Z k o n i hij b binnen<br />
^ komen. Doch, wanneer, , M' a Zoo dringen. g e W<br />
a<br />
Doch : wanneer?<br />
T' -D<br />
^ C 3 :B e waarom? woon.<br />
Daar is iemand in mijne<br />
M'T' ) Waarom? is<br />
I I<br />
P a I I is<br />
b I I i[s] I I<br />
M 3-D i I is I I<br />
9 C 3 : B Mi' lg n glazen huis is rond, ) e en e kent t geen g hoek,<br />
M'-D I 1a I I zonder I I<br />
TO C 3 : B doorschijnend als een n spheer s P is van krystal. Y<br />
M' a I I sc<br />
a{ ] s pheer is van krystal,<br />
T'-M Z Y<br />
I I<br />
M 3 I I 'als I I<br />
T Z D I I als I I<br />
I I C3 : B [ontbreekt]<br />
M'-M 2 e<strong>nl</strong>ansloo als ) seen zeep-bel<br />
die vervloog, g<br />
M 3 I I 'als I I<br />
T Z ) D I I als<br />
l<br />
I<br />
GI I VARIANTENAPPARAAT
12 C 3 :B L[ontbreekt<br />
M'-M 2 en als een mugge die ee verdween ge geluidloos.<br />
M 3 T H 'als I I<br />
D<br />
I I als<br />
I 3 C 3 : B I I) I k zie hem niet. Maar a weet: : hij i 1 is iop o een<br />
M I -D En 'k<br />
144 C 3 : B I 2 a der punten p van de spheer, p ,a<br />
misschien opo l<br />
a stippen<br />
M I<br />
><br />
T I<br />
I; I I<br />
P<br />
M 2 -T 2<br />
a<br />
b<br />
D I I ál<br />
I C 3 : B I de stippen van de spheer, en te gelijk<br />
S 3 pP p ^ g l<br />
M l -<br />
16 C 3 : B [ontbreekt)<br />
M 1 -D De spheer is ijlt. Hij is 't besef der ijlt.<br />
18 C 3 :B(i 5 ) met niemand. Het is duidelijk dat hij<br />
M'-D I I duidlijk mij, I I<br />
zo C 3 : B I 7 voor mij, 1^ bij 1 wien hij 1 inwoont, ^ maar nog g meer<br />
M'-D i Io I<br />
I<br />
2i/22 C 3 : B 1 8 I -T I 9 geen stro ewit<br />
P<br />
stro ewit<br />
M Z<br />
paginascheiding; strofewit onzeker<br />
M 3 -D stro ewit<br />
22 C 3 : B I 9 Voor mij spreekt het van-zelf, al weet ik niet<br />
M' T'<br />
van zelf,<br />
P-D I i van-zelf,<br />
2C 23 3 :B zo waarom, ^ dat hij 1 zich goed g verstoppen wil.<br />
M'-D I I verduiken I I<br />
244 C 3 : B 2 I Het laat mij toe dat ik mijkoestren zal<br />
M' aI I unt gun de wat<br />
a [ warmte waar 'k mij 1 zal<br />
T'-D<br />
5C3:B S 22 in zijn bezit, ^ in zijn mij dier bezit,<br />
M I -D I I zijn 1 i'veri<br />
1 g I I<br />
26 C 3 :B 2 3 in angstig g g zijn bezit, ^ in zijn klaarblijkelijk<br />
M I -D I I zijn duidelijk<br />
ál<br />
al<br />
27C 3:B(24)<br />
M l -D<br />
en duister-vol bezit.<br />
donker-diep I I<br />
VAR IANTENAPPARAAT
z8 C 3 : B z Want zie : hij is geworden mi' ne vreugd<br />
S l g 1 g<br />
M I -D,<br />
299 C3:B z 6 maar ook mijn 1 v ees r: ik vraag v g aa zijnonbekendheid.<br />
1<br />
M'<br />
I zijne 1<br />
T I<br />
vraag<br />
P<br />
a vraag<br />
b<br />
vr á a g<br />
M 2-T 2 vraag<br />
D<br />
vraag<br />
3 o C 3 : B 27 o Hui mi' s, n l hui s, ik voel e in 'tt weeldrigst uur<br />
u<br />
M I -D– o<br />
3, I C 3 :B(28) a u vol van g hem, gemeten aae aan zijn aêm<br />
b<br />
mond<br />
M I -M<br />
M 3 a I i mijn 1 I I<br />
b<br />
z i'n 1<br />
T Z ^ D<br />
I I<br />
32 9 C 3 : B 2 Waarom dan voel ik u bij 1 wijle<strong>nl</strong>eêg,<br />
NP -D<br />
zijt gij g l mij 1 I I<br />
341<br />
C 3 :B(31)<br />
die o onbekend moet blijven? b M I -D<br />
I I<br />
3435 C 3 : B 3 i 32 strofewit]<br />
M I<br />
paginascheiding; stro ewit onzeker<br />
^<br />
T I<br />
L^stro ewit<br />
P-Deen stro g ewit<br />
3 S C 3 :B 32 a Ik weet datontmoetenz<br />
nimmer hem zal<br />
b [ I nooit ik<br />
M'-D<br />
I.<br />
37 C s :B(34) a van zijn groot , klaar, ontzaglijk aangezicht<br />
b [ ]breed [ ]<br />
M` a I I ontzaglijke I I;<br />
b [ ] [ontzagl]ijk [<br />
T I -D I<br />
3 8 C 3 : B 3S al pleegt p g hij l het te persen p in zijn 1 mom<br />
a en I M I -DI een g I I<br />
39g C 3 :B(36) van onverschilligheid, ^ onaangedaan, g ,<br />
M I , T I onverschill'ge g luiheid, e, glad g a e en stom,<br />
P<br />
a I I onverschil'ge g<br />
b[ I [onverschil l ' g e<br />
M2<br />
M 3 , ^ onverschil' ge<br />
D I I onverschill'ge g<br />
613 VARIANTENAPPARAAT
41 C 3 :B(38) a Ik weet (en 't is vertrouwd en goed als Gode<br />
b [ ] me [ ] [God]<br />
M' T' I<br />
I<br />
P a l I<br />
b –[Ik] [ ]<br />
M 2 Ik I<br />
I<br />
M 3 a I I 'k<br />
a [ ] [']t is vertrouwd en goed als God<br />
T- I I<br />
D<br />
I Imes I<br />
42 C 3 :B(39) a te denken ) dat ik spoedig zal sterven<br />
b [ ] [sterven] [zal]<br />
M ' a I i ,)<br />
b om [<br />
T' I 1.)<br />
P-M 3 I lo<br />
T 2 I 0,<br />
D<br />
I I,)<br />
: B 43 o C. 4 en dan zal durven sterven. Doch, ^ ik vraag: g<br />
M '-M 2<br />
durven I I<br />
M 3 T 2 I<br />
ia<br />
D<br />
44<br />
C 3 :B (4i) 4 zal hij alleen hier blijven in mijn huis,<br />
I I alléen dan I I dit I I<br />
45<br />
C 3 :B(4z)<br />
M'-D<br />
mijn huis alleen met hem?<br />
l<br />
hém ?<br />
47<br />
C. 3^ B hij niet ^<br />
44 dat i<br />
1 mee gaat, en e met m even-diepbesef.<br />
g ^<br />
e s<br />
11/1' -D<br />
begrip.<br />
S o<br />
C 3 :B(47)<br />
M'<br />
TI<br />
P, M2<br />
M 3 , T2<br />
D<br />
hem altijd bij me hebben zal, ^ en – hoop! P –<br />
altijd<br />
altijd<br />
altijd<br />
altijd<br />
altijd<br />
SI<br />
C 3 :B(48)<br />
M`-D<br />
dat hij l zich mijner 1 openbaren zal<br />
I I geheel zich mijner 1 openbaartp<br />
S 3 C. 3 • B S o) a hem nimmerr e meer en zullen kunnen zien?<br />
b<br />
zien en mo gen?<br />
M I - D hem nooit meer zien en mogen?... g<br />
H ierna an ' C3C :B, M I T I M 3 en T2 nog tien reels na strofewit; zie hiervoor<br />
BMI S .<br />
614 VARIANTENAPPARAAT
ZETFOUTEN<br />
T<br />
' r. . 6: kan kon<br />
r,6: 4 mi mi •<br />
J^ J ^<br />
T 2 r .6.• binnendringen b g binnen dringen g<br />
r.6: 4 mle meê<br />
NOTEN I De tekst s vvan de proza-uitwerkingp z a van rkin g de passage g in C I luidt d in de d eerste druk<br />
van n Beginselen g der chemie, , p. I o6- I O7 :<br />
Heteheim g<br />
Ik kan a e er nietaan twijfelen: ik verberg g iemand<br />
in mijn l huis. Of beter: er heeft<br />
z' ich iemandin mijn 1 huis verborgen. g<br />
Gij weet: 1 huis, mijn altijd lglazen huis, staat in de volle zon, ^ en open p<br />
voor o alle ehij<br />
winden. Aldus is s binnen b kunnen komen. Wanneer ? Waarom? W Ik<br />
wéet dat er iemand is in mijn l huis.<br />
Hoe komt het dat ik hem nietzi zie? Mijn Mi1 huis is van glas g en kent geene h- oe<br />
k n Mi o n rond huis s is gkrystallen<br />
glad als eene is spheer, doorschijnend sals 1 eene<br />
spheer. p Ik zie hemniet. e Maar aa hij hij is op s éen P der stippen van deze spheer, P<br />
en mis-<br />
pp schien op p al de stippen te gelijk. g 1<br />
Omdat ik hem niet n e zie, i e spreek > s aan niemand e van hem. e Het e is sduidelijk 1 dat<br />
hij 1j zichverbergen wil en niet alleen voor mij bij l wien hij inwoont, maar meer<br />
nog g voor de andere n voor mij is s hetzelfs,al weet ik niet waarom, a van-zelf<br />
1mij sprekend p dat hij zich c verstopt: het laat mij toe mij 1 te koesteren in zijn bezit,<br />
in zijn 1 bezit, in ^ i zijn zijnangstig g s g bezit, b in ^ zijn klaarblijkelijken duister bezit.<br />
Want Wat hij l isgewordenmi s maar ne 1 vreugde ook g mijne maa vrees. 1 vees Ik lijd onder<br />
1<br />
zijne 1 onbekendheid.s o, Ml n huis, ik voel het in mijnweelderigsteuren is vol<br />
van hem. e . Waarom r voel ik hete dan b bij l wijlen l ledig, g^ van zijne aanwezig-g<br />
-<br />
held die on bekend moet blijven?<br />
1<br />
Ik zal hem nimmer ontmoeten. Toch heb ik de illuminatie van zijn lgroot en<br />
klaar aangezicht, g a al pleegthij p e g<br />
hij het het persen te p e s in zijn zijn masker van onverschillig-<br />
ed i vanonaandoe<strong>nl</strong>ijkheid,de dagen g . dat het nacht is voor mij. l<br />
Ik weet, en het is mij 1 eene n vertrouwde r enn goede g gedachte g geworden, g<br />
dat ik<br />
bennen kort rsterven z a. 1 Maar ik vraag vaa mij g af: 1 zal hij hij dan allen e blijven, b 1 hier<br />
in mijn 1 huis , en mijn 1 huis alleen met hém?<br />
Want hij l zal niet meê g aan met mij 1: dat weet ik met even veel beslistheid.<br />
Waarom dan heb ik hetevoel g , eengevoel g van doorwaakten nacht dat ik hem<br />
altijd bij mij 1 zal hebben en, ^ o hoop, p^ hij zich aan mij 1 zal openbaren p in de<br />
ure dat mijne 1 gesloten g oogen g hem niet meer zullen kunnen zien?....<br />
– Er komt iemand bij 1 mij, 1^ dien ik nimmer heb gezien. g Hij is vriendelijk uit der<br />
Hij zegt g mij 1 :<br />
`Er woont iemand bij 1 mij; 1^1 er verbergtzich ew<br />
iemand in mijne woning. g<br />
`Ik zie hem niet; maar ik ken hem ,l hij is mijn l liefste bezit'...<br />
Ik durf niet zeggen dat deze vriendelijke vreemdeling g liegt. g Ik durf niet ze g-<br />
g en dat zijn bewoner de mijne ^ is.<br />
Ik durf niet zeggen, helaas, dat deze e bewoner misschien niet eens bestaat.<br />
Want hij bestaat in mij. 1<br />
(Ook in VW dl. 3, p. 694-695.)<br />
GIS VARIANTENAPPARAAT
2 F. van Elmbt b heeft etb bij 1 dit d gedicht g gewezen g op invloed van het 3Se lied van v<br />
Hadewijch<br />
i' h. Zie Van a Elmbt,<br />
`Kl are van de Woestijne 'ne en Hadewijch', 1' ^p p. 326-<br />
3<br />
'Van het gedicht verschenen vertalin en in het Duits en het Frans.<br />
Va e gg<br />
[BMI51 ER KOMT IEMAND BIJ MIJ, DIEN ' K NIMMER ZAG<br />
OVERLEVERING CI: Carnet H-63, 3 ^ p. 47v.<br />
C: Carnet H- 9^pS 9o, p. 5r.<br />
M': Manuscript H-94,7 94^7 .<br />
I^<br />
T. De ^ ids 9 I.I v (november I 92 7 p. ^/33/ 188.<br />
P: Drukproef D H-99,41.<br />
M2: Manuscript H- I o I ,32.<br />
M3: Manuscript p H-1o4,8. 4^<br />
T 2 : De gids g 92.1119 (september p 9^ I 28 p. 308. /36/ 3<br />
D: Het berg-meer, g ^ p. 41. 4<br />
DATERING<br />
3 september p 1927.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG<br />
Hetgedicht w was s oorspronkelijkde<br />
slotstrofe van de eerste volledige g versie van<br />
hetvoorafgaande ` e4 Ik berg1 w r iemand et . Ik in mijne bee woon' , BMI • zie hier-<br />
voor de ontwikkelingsgangvan g dat gedicht.<br />
I<br />
C' is I als bron vermeld omdat het h gedicht g<br />
beschouwd moet worden als een<br />
resultaat 1 van het daar genoteerde g idee; , zie voor de tekst in C' de ontwikkelin<br />
gg s an g bij 1 BM I 4.<br />
Hieronderpp<br />
zijn 1 in het varia n n tea a r aa t alle versies s s van `Er komt iemand bij^<br />
mi 1^ dien k 'knimmer zag'o g opgenomen, e ^ dus s ook voor o0 zover het gedicht g <strong>deel</strong> uit-<br />
maakt van de totale 1 tekst met BMI zoals het geval is in C Z M I T'<br />
4^ e g > M3 en<br />
T 2 ; alleen in P, M2 en D is sprake P van een afzonderlijk gedicht.<br />
II<br />
M ' Is iskopijhandschrift<br />
voor p l T' gewe e st' M 3 is ko pl ijhandschrift voor T Z<br />
geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
(C I niet opgenomen)<br />
pg<br />
I C2-T' _ Er komt iemand e bij 1 mij l dien 'k nimmer zag,<br />
P ,<br />
M 2 , M 3 –<br />
T2<br />
D .<br />
GIG VARIANTENAPPARAAT
2 C Z en uit der matevriendlijk, 1^ en die zegt: g<br />
MI T<br />
I<br />
'<br />
ie mi' 1<br />
P<br />
a<br />
b [uit]-[der]-[mate]<br />
Z-<br />
M T<br />
Z<br />
uit der mate<br />
D<br />
I i uit-der-mate<br />
3 C 2 `Ik berg g iemand in mijne 1 woon.<br />
114'-1142 `Gij weet ik 1 wberg , iemand g in mijne 1 woon.<br />
M 3,712 I I: I<br />
I<br />
D<br />
5 C Z a Ik zie hem niet , maar ik ben in hem be gaan<br />
b<br />
[ben in hem begaan,]<br />
M I -D I<br />
I<br />
6 CZ-T' Ik ken hem, en hij is mijn liefst bezit.'<br />
P a l I<br />
M Z I<br />
M 3 a I I niet<br />
a [ ] , en hij is mijn liefst bezit.'<br />
T 2 I I°I I<br />
D<br />
I I > I I...'<br />
7 C^-T ` Ik durf niet zeggen dat die vreemdling liegt.<br />
P a l I<br />
b –[Ik] [ ]<br />
M 2-T 2 0 Ik I<br />
D –I I<br />
8 C' Ik durf niet zeggen dat zijn gast de mijne is. Ach,<br />
M' I I !<br />
T' I<br />
I Och!<br />
M 2.-D I<br />
9110 C 2 stro ewit<br />
M I T I geen strofewit]<br />
P a [geen strofewit]<br />
b [strofewit]<br />
M 2 [geen strofewit]<br />
M 3-D stro ewit<br />
I.'<br />
I<br />
I Ach!<br />
r. r-so is r. r-6o in C 1 ^ r. I-lo is r. -6 in M' T', M 3 en 112]<br />
I ^ I4 j , ,<br />
ZETFOUTEN<br />
T'<br />
T2<br />
r.: 7 vreemdeling g vreemdlingg<br />
r.: 3 min J mijne J<br />
NOTEN I Van het<br />
g<br />
edicht verschenenvertalingen in et h Duit s e n hetFrans.<br />
a<br />
617 VARIANTENAPPARAAT
[BM 161 HET IS OF ALLES NOG GEBEUREN<br />
OVERLEVERING CI: Garnet H-83, 3^p49^S p. V Or.<br />
C 2 : Carnet H- 9^p o. 7r, 7^ 8 r .<br />
M I : Manuscript p H- 99 4^ -IO.<br />
T': De ^ gids 9 I.IV (november I 92 7^ p. p 339 I- 8818 .<br />
P: Drukproef D H- 99^42- 44.<br />
M2: Manuscript p H I o ^33 I 3S - .<br />
M3: Manuscript H-104,9-1o.<br />
T 2 : De gids 92.111(september I 2 8 . o - I o. /36/<br />
^ 9 p.<br />
^ 3 9 3 3<br />
D: Het berg-meer, g ^ p. 42- 44.<br />
DATERING Tussen 20 augustus g en I september I 92 7, • 6 sete september p r I 92 7 .<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Tussen 20 augustus g1927<br />
en iseptember I Z schre f V Van de Woestijne Woeste 1 e oppp<br />
S or<br />
enkele aanzetten diegerekendk<br />
e kunnen worden o tot d e deese genese van 'Het ` is of alles a nog gge gebeuren'. Tussen de fragmenten s i telkens 1 een ea kl kleine ' witruimte p o g n l-<br />
ten maar het is niet waarschij<strong>nl</strong>ijk datze p e i in hun opeenvolging gg een éengeheel<br />
g e<br />
' ,<br />
vormden. De eerste zijnpogingene twee zijnafzonderlijkeI o In n C. A . en C. B de derde<br />
is een herneming van de eerste C' : C .<br />
g<br />
CI:A<br />
I Het is of alles moetebeuren g —^C ^, I; I<br />
(2) en toch o<br />
C I :B<br />
I De witte wadedie e e gespannen 'k g<br />
2 van mijn o 1 over de aard<br />
1<br />
C' :C<br />
I<br />
2<br />
3<br />
Het is of alles nog gebeuren gg<br />
of alles nog beginnen moet g g<br />
mijn oogen *den hemel beuren<br />
1 g<br />
*dof: der]<br />
4<br />
de nacht verjongtmijn 1 g b bloed<br />
Iets lager g staat pnog op de naastliggende ggregel linkerpagina no een reel die w a sc r h 1nj-<br />
lijk 1 in samenhang g met dit fragment g geschreven g is en thematisch verwant i s:<br />
i<br />
C' :arali omenon P p<br />
I Ik kom hier durven sterven<br />
618 VARIANTENAPPARAAT
Kort daarna a schreef Van V de Woestijne l een volledige g kladversie in het volgende g<br />
carnet, C 2 :D p p. 7 r en 8r ^ door hemzelf gedateerd g `G Sept.' I 927<br />
. Stadium D<br />
is spg<br />
in de gecombineerde g<br />
synopsis opgenomen.<br />
II<br />
M' is kopijhandschrift voor T' geweest; M 3 is kopijhandschrift voor T2<br />
p l g ^ P1<br />
geweest.<br />
VARIANTEN EN (C1 niet opgenomen)<br />
CORRECTIES<br />
I C2:D Het is of alles nog ggebeuren<br />
M I<br />
I 'of<br />
T',<br />
^<br />
of<br />
M 2 a<br />
a '[ofl<br />
M 3-D 1 of<br />
2 C2:D of alles nog g beginnen g moet.<br />
M' 'of<br />
T I P of<br />
M 2 'of<br />
M 3-D of<br />
3 C 2 :D-T' Ik zie mijne ) oogen g sterren beuren.<br />
P<br />
I 1 mi' n<br />
l<br />
114 2 M 3 I I mijne I I<br />
T Z D I I mijn ) I I<br />
9 C 2: D a v eg er gaande straal<br />
bver a nen g de avond-[straal]<br />
MI-D<br />
I I C 2 :D a ter koetse van de ontwonden kilt.<br />
b ontw oelde<br />
Al',T' T *koetste<br />
P M2 der<br />
M 3 a I koelte<br />
T Z D<br />
a [ ] koetse [<br />
leeg koetse]<br />
14 4 C2 :D a – Ik had mijn laatste waan geschoten g<br />
b<br />
door[schoten]<br />
M I T' I I laatsten<br />
P<br />
I I laatste<br />
M 2 a I I heb[?]<br />
a had mijn 1 laatsten waan doorschoten:<br />
M 3-D laatste I<br />
I<br />
IC S<br />
2 : D a in 't hart : een vo eiken g van goud g<br />
b [een vo eiken g van] glazen g [goud] g<br />
M'-D I I<br />
619 VARIANTENAPPARAAT
i 6 C :D a het is tot niets uiteen-gespoten,<br />
b tot schervlen is 't<br />
M' a aan schervelen uiteen-eschoten g<br />
a[ ] [uiteen- g es oten<br />
T I I I uiteen-eschoten g<br />
P, , M 2 uiteen-gespoten;<br />
M 3 a uiteen- ges p a<br />
T 2 D ,<br />
a[ I [uiteen- es oten g<br />
177 C2:D a en 't heeft me nauwelijks gespoten, g P<br />
b verdroten ,<br />
M I I i mi' 1<br />
T I I naauweliks j<br />
P a nauwelijks 1<br />
bjna a uweliks<br />
M 2 nauwelijks 1<br />
M 3 , D naauwelijks<br />
199 C2:D Doch toen de nacht mijzou vermanen<br />
M I -D ,<br />
zo C 2 :D a en de eisch o bed<br />
MI-M2<br />
b van 't harde en strakke<br />
M 3 I<br />
I 't<br />
T 2 I I :<br />
D I I strakke ,<br />
24 C2 :D en scheute der doorrilde kuit;<br />
4<br />
M I -D<br />
I I<br />
z6 C 2:D a a van wie o mij<br />
maten<br />
f3 b van bot<br />
b bod en zoen, van zucht en bate,<br />
M I -D I<br />
I<br />
27C2:D a a bij schepels als een buit<br />
7 1 p<br />
b [x]<br />
b scheel pvan den nieuwen buit<br />
b [nieuwen buit]<br />
M I -D I I.<br />
z8 C 2 :D Het is of alles is vervallen<br />
M I a I 1 verlo<br />
a ver vallen,<br />
T I -D I<br />
I<br />
29 C 2: D aan geur en klank , – ver an enis<br />
9 g<br />
M I -D<br />
g g<br />
ver an enis ^<br />
g g ^<br />
620 VARIANTENAPPARAAT
3 o C 2 :D a [ 0 schallen<br />
M'-D<br />
b maar 'k voel door mijne slapen [schallen]<br />
1<br />
3 I C Z ^ , D uw w scheur s , ontvan genis<br />
M' a Uw I I v<br />
a ontvangenis. g<br />
T I I I !<br />
P a<br />
b uw<br />
M 2-T 2 Uw I<br />
D uw<br />
I<br />
2 C 2 :D Ik voel de pijn mijn lijfverstrammen<br />
3 1 1 1<br />
M'-D I I een<br />
C Z : D a maar o klompen klaart<br />
33 p<br />
b totewicht van<br />
g<br />
114'--D<br />
34 C 2 :D a maar o kaken zijn de kammen<br />
en mine j<br />
M' -D<br />
3S<br />
C 2 : D a die damm en<br />
a mijne hemelsche oogen g<br />
b ver hemelste<br />
114' -M 2 I I mijn verhemelschte I I<br />
M 3 a I I verr<br />
T Z D<br />
a verhemelschte oogen dammen<br />
g<br />
36 3g<br />
C 2 :D a tegen den vl<br />
a vloed der aard<br />
M'-D I<br />
I .<br />
37 CZ:D Het is of alles gaat beginnen<br />
NI' -D I (zal I I<br />
3 8 C 2 :D a nu 'k o in duur en ruimt vervliet<br />
b blijde [ruimt] [en] [duur]<br />
1<br />
M' -D I I ruimte<br />
40 C2:D ontstentenis van 't lied<br />
M'-D<br />
41 C Z : D brede e overvloed e oed vanwijze w e waetren e ,<br />
M'-D Breede I<br />
I<br />
2 C 2 : D o mate van den wildsten w windd<br />
M'-D<br />
l<br />
62I VARIANTENAPPARAAT
C 2 : D o vuur dat ronkt o om niet te e schaetren s en<br />
M' ,<br />
T I ,<br />
P-D I I°<br />
C 2 :D in mijne stilt<br />
44 1<br />
M'-D<br />
ZETFOUTEN<br />
T' r. 1 : koetste I koetse<br />
T 2 r. I I : koelte I koetse<br />
r. 29: 9 vergankenis ^ ver g an ^enis<br />
r.: 43 vonkt ronkt<br />
P, D r. 1 : koetste I koetse<br />
NOTEN<br />
' Het is onduidelijk waarom a Van de W Woestijne 1 e in verscheidener bronnen<br />
n. i r II<br />
volhardde in hetebruik g van het foutieve `koetste' in plaats p s van `k oetse '.<br />
2 F. van Elmbt heeft bij l dit gedicht g gewezen g op p mogelijke g l invloed van het<br />
zevende visioen van Hadewijch. 1 Zie Van Elmbt, ^ `Karel van de Woestijne Wes 1 en<br />
Hadewijch' 1 ^ .244- p 245 .<br />
[BM17] AARDE, OVER-OUDE, IK BEN VAN U GESCHEIDEN<br />
OVERLEVERING o C: Carnet a H- 9 o ,p p. Ior, , iov, , IIr , I2r.<br />
M I : Manuscript p H-94,1I-I2.<br />
T': De ids I.I v (november I 2 p. 189-1 9 1.<br />
^ 9 9 7^p33<br />
P: Drukproef D H-99,45-47 99^45 47. .<br />
M2: Manuscript p H- ,36-38. I o I<br />
M3: Manuscript p H-IO 4^II-I2.<br />
T 2 : De gids ^ 9 2.111 (september p 9,p I 28 p. 3 10- 3 1i. 3 6<br />
D: Het berg-meer, g ^ p. p 4547. -<br />
DATERING 6 of september en 8<br />
7 p september p 97 I 2.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG De stadia die tot deenese g van het gedicht g gerekend g kunnen worden, ^ volgden g<br />
elkaar meterin g g e tusse<strong>nl</strong>iggende tijd o p . Op of na 6 september p 1927,maar<br />
u iterli'k 1 o 8 september, p<br />
er schreef Van de Woe s tine 1 een reeks notities PP o . Ior<br />
van zijn 1 carnet C:A . Tijdensde stadia A-D gebruikte g hij anilinepotlood. p<br />
C:A<br />
I-24--C`I-2 1-2-41-2]<br />
, ^'<br />
r I a Aarde, aarde, e het van u gescheiden<br />
e en<br />
b over-oude,ben ik en v n augescheiden]<br />
2 de e oogappelo g va<br />
n den nacht draait door mijn 1 oog o0<br />
[kleine witruimte]<br />
622 VARIANTENAPPARAAT
[ 0 ] gallem Gods -^B -p28<br />
g<br />
^ 4^<br />
[kleine witruimte]<br />
II ,<br />
de seizoenen -+C 6 ; -^<br />
es o D J ^ 37]<br />
[kleine witruimte]<br />
I II ,<br />
gij waart het Paradijs -* C I ; -^C _,D,<br />
1 ^ 7^ ^ 7^ -► ¢o<br />
[kleine witruimte]<br />
II ,<br />
Maar als de zee van u gescheiden C r -+D I ; ,<br />
g ^ 33<br />
die dor is maar de keest van 't leven is<br />
Direct hieronder ontwierp Van de Woestine j een strofe, en ietss daaronderr on de<br />
noteerde hij nog g een losse regel el. a In stadium E werd met e zwarte inktde vierde<br />
aan evuld (fase c .<br />
g g<br />
C:B<br />
[r-4-4 27-28]<br />
zieke herder ik mocht verzaken<br />
a der liefde en o vl<br />
a<br />
trots<br />
b schapen p<br />
honden van den [trots]<br />
o wake<br />
a[ 0 ] g allem godsg<br />
a<br />
[ods]<br />
c en talmend wake<br />
c wachten op den P<br />
oen ruimte]<br />
(5)<br />
Hoe heb ik u bemind met zweetende oogen g<br />
Fase c in r.valt ¢ samen met stadium E<br />
Na het omslaan van de bladzijde 1 begon g Van de Woestijne 1 op pde rechterpagina<br />
I<br />
I I r aan een eerste uitwerking g van de voorgaande g aanzet (C : C . Onderaan<br />
I<br />
gekomen g g ging g hij laag g op p de linkerbladzijde verder, ^ daarbij deslotregel van C<br />
II<br />
hernemend C : C .<br />
C:CI<br />
I-2F--A > I-2 >' I-ó>I-ó -<br />
I<br />
2<br />
3<br />
Aarde, overoude, ik ben van u gescheiden.<br />
> g<br />
a de oo -a Pelvndnn van den nacht draait d aart door minhoofd<br />
1<br />
b[ I r d [draait]<br />
a deeur g verwaait der overkauwde a heide, e e,<br />
b<br />
w[eide]n[,]<br />
623 VARIANTENAPPARAAT
4<br />
5<br />
6<br />
7<br />
8<br />
9<br />
a de tandr ve lee rt de raspe<br />
van het ooft<br />
b[ ] [verl ee r de 't'<br />
[raspe]n e n [van het ooft]<br />
[strofewit]<br />
a Mi'n ^ oogen g zijngeteisterd s vana de vaalte<br />
b [ a ] de reep p der wegeng<br />
b diep Ponder mij 1 verveegtg<br />
aeen g fluiste<br />
a[ ] [fluist r n hasplen sin a e van bewogen graan gaan<br />
b hete ha s e 1 e n huivrend<br />
a en welt[?] denm s aa k van ''t brood milippen p tegeng<br />
b wuift<br />
de ebk blik derd dieren<br />
e n is ^ mi n 1 blik vergaan e g stro ewit - 9 II 17 19<br />
Toch, waar 'k1 be a ndde in strekene zonderad p en<br />
I0<br />
waar 'k wade [ 0 ] in zeeën zonder strand<br />
II<br />
is het [ 0 waden<br />
I2<br />
is het in u [ 0 beland<br />
[strofewit]<br />
[13-16-49-12]<br />
13<br />
14<br />
If<br />
z6<br />
De nacht zal mijn 1 [ 0 bekijken<br />
1<br />
maar uit den spiegel van zijnn oog<br />
kuntli' g 0 niet wi 1ken<br />
oen ruimte]<br />
curve boog<br />
Gij waart het Paradijs, die wordt het graf ^ • --* II<br />
• --,<br />
1, d g a A >1> C >7^ D ^8; , -> 4o<br />
C;CII<br />
Van Uelij g k 1 de zee van U gescheiden, g eden ^ ^- A G • -- D ^ 1 ,• -^<br />
33<br />
onvruchtbaar als de zee, maar die de maat[?]<br />
streep<br />
slaat<br />
streep verzoenen [-* 1) , 7; -^ ^ 7^ 39]<br />
[strofewit]<br />
(5)<br />
(6)<br />
(7)<br />
a ijzige zwaart der e peer a s als zonne-dans van 'tt kaf a -^DG„ ^38<br />
b i • s- zwaart<br />
1<br />
gij de wentling n derselzoen seizoenene n F- A -^ D • -^<br />
g l blijft g ,4, ^ I^ 37<br />
gij waart het dat wordt het graf ^ • E-<br />
1<br />
• -^ •<br />
gi1 Paradijs a A C r<br />
g<br />
^ f> > 7> D> ^><br />
-^ 4 o<br />
624 VARIANTENAPPARAAT
A–<br />
Hierna a gebruikte g Van de Woestijne 1 links de bovenste n bladhelft b om t drie d strofen<br />
klad ap verdert uit tewerken(C:D);<br />
dit was opnieuw <strong>deel</strong>s een hernemingg van<br />
het voorgaande g stadium.<br />
C:D<br />
[–'33-44]<br />
a)<br />
(2)<br />
(3)<br />
(4)<br />
Van n Ugelijk g l de zee van U gescheiden, g<br />
a ben 'k l<br />
a,oo die door uw adem streeft,<br />
a maar 'k ' wete hoe geuren<br />
o van uw getijden gJ<br />
b 't[geuren]d g e d glanzen g der [getijden] gJ<br />
over ''t gelaat g e van v tij en wijke w l leeft.<br />
(5)<br />
(6)<br />
(7)<br />
[strofewit]<br />
a o felle en donkre wentling der seizoenen,<br />
g<br />
b schelle<br />
cewielde en will'ge<br />
g g<br />
i -zwaart der peer als zonne-dans van 't kaf<br />
l s P<br />
a owsse i 1 nd teeken, aarde, van 't verzoenen; ,<br />
b [aarde,] [wisslend teeken] [van] [verzoenen •<br />
II<br />
^A – l 41 4; ^C – 16]<br />
[4--C . 11 , 4]<br />
(8)<br />
diee waart het Paradijs J en wordt het graf: g<br />
I 11<br />
^<br />
^1> • f–C I • 7><br />
7]<br />
[strofewit]<br />
(9)<br />
a gJ gij w wordt het graf g den dankbren derver, , die men<br />
bi' gl<br />
I o)<br />
a zal beren o in uw schoot<br />
g<br />
b onbewogen, g,<br />
(I I)<br />
om daar voor aarde en hemel weêr te ontkiemen<br />
I 2)<br />
a tot o du bbel leven o en schoone dood<br />
' o brooze o vruchtb're<br />
, ,<br />
C : paralipomenon<br />
Van de Woestijne l g ging g voort met zwarte inkt. Hij bracht eerst een variant aan<br />
in r. i I van A. p ' or), schreef daaronder in de witruimte een losse regel (para-<br />
li poe m non en maakte onderaan de bladzijdeen schets voor de achtste strofe.<br />
De regel g die hij 1 in eerste instantie noteerde C : E ^ schrapte p hij 1 om de strofe<br />
II<br />
opnieuw p op p te zetten C : E . Het arak p omenon p en C : E zijn l vermoedelijk l op o<br />
dezelfde dag ggeschreven.<br />
(I)<br />
Hij 1 heeft mijn J hart gevat g binnen zijn riem<br />
C:E'<br />
Gij l waart w g geboort van a o en 't gebaar g<br />
II<br />
, ,<br />
->E I•_,30]<br />
6 ZS VARIANTENAPPARAAT
[ 0 ] beurend baar<br />
[Geheel door gehaald in stadium E H]<br />
17 ,<br />
^E ^ j^ —*32 —^ 2<br />
(I)<br />
II<br />
C:E - 30 32<br />
a Gij l waart gebaar g [4—E/, i]<br />
aeb oort waar [geb]oortbaar<br />
ik me-zelf uit r<br />
a [ontbreekt]<br />
bi' waart g de wie gge vanhet<br />
weten<br />
c<br />
rijzend [weten]<br />
gij waart het beuren van mijn hoofdgebaar 4— E r<br />
(3) gil 1 g 3]<br />
Ir. 2 werd met een lijn ingevoegd] J<br />
l<br />
Op de recto pg a ina die e volgdeg e op<br />
de beide e pagina's p g n' a s waar B- D werden ge s chre<br />
-<br />
ven , schreef Van de Woestijne W ) e tot t s slotmet zwarte te inkt een<br />
netversie van de<br />
re g els I- 3 Z C: F > p. I 2r > gedateerd g '8 ^ S Sept.' De regelse gel 3 3 - 44<br />
waren e kennelijk<br />
in D voldoende afgerond. g C: s F de is ingecombineerden synopsis<br />
lopgenomen.<br />
II<br />
M I is kopijhandschrift p voor T I geweest; M 3 is kopijhandschrift voor T 2<br />
l g ^<br />
1<br />
geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C : A-E niet opgenomen)<br />
pg<br />
I<br />
I-24-A > I-2 > ' I-ó4--C > I-ó<br />
2 C:F a de- 0o g a pe P va l van den ac nacht t doo doordraait draait m" 1 n 1 hoofd;<br />
a De<br />
MI -D<br />
3 C:F-T`<br />
P a<br />
deeur verwaait der overkauwde weiden;<br />
g<br />
b] [ov e rk a a uwde<br />
M Z<br />
M 3<br />
I overkauwde<br />
I van de<br />
T 2<br />
I overkaauwde<br />
D I der<br />
8 C : F M I de blik der dieren is mijn ^ blik vergaan.<br />
T I I I mijn' 1 I I<br />
P-D I I mijn 1 I I<br />
[9-I24-e, I3-I6<br />
pc. C: F a den hollen spiegen<br />
a [ ] [spiege]l van zijn glanzend oog<br />
b [de] [holle] [<br />
M'-D I<br />
I<br />
626 VARIANTENAPPARAAT
I I C :F a en kan *een<br />
^k<br />
wide 1 beeltenis ontwijken<br />
1<br />
b [ ] uw [<br />
M'-D i<br />
*dof: den]<br />
I 2 C : F-P le de eindere in loo s naar zijn ^ n curve boog.<br />
M 2 a die ei<br />
M3-D<br />
a de einder e eindloos s naar zijn curveboog.<br />
og<br />
I 3<br />
C : F-M 2 Ik kan niet openen, ik kan niet luiken<br />
M 3 T 2 I I sluiten<br />
D<br />
I I luiken<br />
I 4 C : F a het wezend zien van mijn gekeerd eed gelaatg<br />
a<br />
a [ ] [we]t[end] [<br />
] [ge]zicht:<br />
M ` T`<br />
P<br />
a l<br />
b [ ] [w]é[tend] [<br />
.A4 2-T 2 i I wetend I<br />
D I I wétend i<br />
[U-I9 naakt,<br />
>><br />
in zeeën eestran zonder nd<br />
b mrn ee<br />
M I , T'<br />
I I<br />
P<br />
a<br />
b :<br />
M 2 ,<br />
M 3 --D I i :<br />
20 C :F a mijn ziele in blijde of droef van uw verstand,<br />
NI' -<br />
b ziel [ijs<br />
2 I C: F Beperkte p ! En toch, , en mocht ik niet verlaten v<br />
M I a beperkte ! –<br />
p<br />
I I<br />
aen mocht ik , niet verlaten<br />
T'<br />
P<br />
a<br />
bbe é rkte ! –<br />
p<br />
M 2-T 2 beperkte! –<br />
D be érkte! –<br />
p<br />
^^<br />
627 VARIANTENAPPARAAT
22 C:F a es ]<br />
b een warr'ge wil die weigert nverlangt?<br />
MI A<br />
I<br />
I<br />
M 3 , ^ war'ge g I I<br />
D<br />
I i ware ge g<br />
2<br />
3 C: F a de honig g bloedt vergeefs g aan alle a raten; ^<br />
a De<br />
NI' -D I<br />
I<br />
244 C: F-T de vrucht is beursch d die e naar mi' 1 n lippen Ppe<br />
langt.<br />
P-D i<br />
I lippe<br />
[zf-zB4-B]<br />
2<br />
S<br />
C:F-M2 o Zieke herder, zoude dei ik niet verzaken<br />
e<br />
M 3 airl tenve a<br />
T Z D<br />
brz k ve na e<br />
27C 7 : F-T' Ik ben de zatte, en mijne j wilde wakew<br />
M2-D I I mijn lgewilde I I<br />
28 C : F-P is talmend wachten P g op den gallem Gods[4-A, 3<br />
M 2 a<br />
g<br />
a<br />
Gods;<br />
M 3 a I<br />
a<br />
T Z D I<br />
I Go [x]<br />
[Go]ds;<br />
I<br />
29 C:F maar, oude moeder 'k zoude u niet vergeten. 9g<br />
M'-D I I Moeder<br />
3g<br />
o C:F-M;<br />
2 jGi waart geboort waar ik mezelf uit baar<br />
M 3 a<br />
a ;<br />
T Z , D<br />
I I<br />
[3 o- 2+-E H]<br />
333 E-E<br />
1<br />
^ 1<br />
I C : F-M 3 gij waart de diepe schoot van 't rijzend weten;<br />
3 gl p<br />
rijzend<br />
^<br />
T 2 Gij<br />
i' gl<br />
3 2 C : F gij gl waart w het et beuren b e van mi 1n hoofd-gebaar<br />
MI-M3<br />
I I.<br />
T 2 Gi' l<br />
gl i'<br />
[Hier eindigt C]<br />
628 VARIANTENAPPARAAT
34<br />
M', > T', M 2, M 3I T D r. 33-443 3 33 4–A<br />
M<br />
I_<br />
M<br />
2<br />
b e 'k ebbe-en-vloed die door uw adem streeft,<br />
M 3 a[x]<br />
a ebben<br />
T2<br />
a ebbe -en-vlo e d die door Uw adem streeft, ,<br />
D I 1 uw<br />
II<br />
6; E–C I i; - 4-D<br />
> > > 33 44-<br />
I<br />
35 M -T I maar a 'k weet hoe 't geurend g glanzen g der getijden g l<br />
M 2<br />
I I geurend-glanzen<br />
eurend-lanzen<br />
M 3-D<br />
I I geurendg eurend glanzen I I<br />
36 M I T' over 't gelaat van tij en wi'ke leeft.<br />
^ g l wijk<br />
a<br />
M 2-T 2 I<br />
D<br />
b van<br />
k en I I<br />
van<br />
M<br />
I<br />
-M<br />
2 )<br />
II<br />
37 Gewielde en wille g wentling w g der seizoenen, A > 4; C > 6]<br />
M 3 , T 2 i I wil' g<br />
e<br />
I I<br />
D<br />
I I will' g e<br />
I<br />
T'<br />
f<br />
38 M II<br />
T<br />
3 ijs-zwaart l der P peer als zonne-dans van t kaf: C f]<br />
P I I •<br />
M2<br />
M 3-D .<br />
II<br />
39) M',"1-"mijn aarde, wisslend teeken van verzoenen<br />
C > 4]<br />
P M 2 mijne I<br />
I<br />
M 3 T 2 mijn I<br />
I<br />
D<br />
mijne 1<br />
I<br />
4 ^fj4 o4--CC, ^ 7^4 17; 4o4–C-I, o^C 7]<br />
4 1 M ^ T' ggij l wordt het graf g den d *dankren e derver,d die' men [lees l s : dankbren]<br />
oren<br />
P<br />
I i dankb'ren I I die<br />
M 2 I<br />
M 3 I I ° die<br />
P. Gij<br />
i' gl<br />
I die' I I<br />
43 M'-M 3 om daar voor aarde en hemel weêr te ontkiemen<br />
T 2 1 I daar<br />
D<br />
1 I daar<br />
44 M I T ' tot dubbel leve ' o brooze booe o , v uc r h tb 'r e dood.<br />
P<br />
a<br />
b<br />
D[ood.]<br />
M2 M 3<br />
I dood.<br />
T 2 I broze I I Dood. d<br />
I br ooe z<br />
62 9 VARIANTENAPPARAAT
ZETFOUTEN<br />
T'<br />
r.: 3 overkouwde overkauwde<br />
r.o 3 : baar : baar;<br />
r.41: 4 dankren dankbren<br />
NOTEN ' In T 2 staat in de regels g 3^ I 23 en 41 4 `Gij' 1 waar de kopij 1 (M 3) ` gl i'' heeft.<br />
Omdat Van de Woestijne 1 de proeven corrigeerde g en bovendien in de regels g 34<br />
en 44 kapitalen zijn ingevoegd, is `Gij' 1 in r. 3^ i z 3 en 414 als a s variant<br />
an<br />
beschouwd.<br />
2 De variant in P, r.6 3 ontstond door een foutieve correctie van Van a e de Woes-<br />
tine: l hij corrigeerde `van tij-en wijke' 1 tot `van tij, 1^ van wijk w1 e'.<br />
3 De juiste 1 spelling g in r. 44 i s `broze' (als in T 2) maar `bro oe z ' is sawa als varianta<br />
opgenomeng omdat Van de Woestijnehier 1<br />
in meerdere bronnen aan deze spel-<br />
lin g vasthield en haar ook elders gebruikte. g<br />
4 F. van Elmbt heeft bij 1 dit g gedicht g gewezen op p invloed van het 3 9e lied van<br />
Hadewijch. 1 Zie Van Elmbt, ^ `Karel van de Woestijne 1 en Hadewijch', 1 ^ p p. 24<br />
o-<br />
241.<br />
I BMI8] NOG VÓOR DE GLANS VAN EEN DAGEN<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-9o, 9 ^ p p. ^ Iv, 2r , 12v, ^ I 3, r I 3 V , I 4r.<br />
M' : Manuscript H-94,13-14.<br />
T l : Degids ^ 9 1. I V (november I 92 7^ p. 1 9 2-19z. 33<br />
p. : Drukproef p D H-99,48-49.<br />
M 2 : Manuscript P H-101,39-41.<br />
M: Manuscript P H-Io2 ^ 1.<br />
M4 : Manuscript H-104,13-14.<br />
T 2 : Degids ^ 92.111(september I 9^ 28 . 312- 33 I. 3/36/<br />
P': Drukproef p D H-10 5 ^49 -<br />
So.<br />
D: Het berg-meer, ^ ,p p. 48- So.<br />
DATERING I september 1 2 • tussen 8 en 26 september 1 2.<br />
P 97^ P 97<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG N Bij 1 het in gebruik b nemen van zijn 1 tweede carnet voor 1927,0 p 1 september P van<br />
dat jaar, 1 heeft Van de Woestijne 1 op p P p. zr en iv enkele korte notities gemaakt. g<br />
De eerste C .• A li 1kt<br />
een versfragment, de derde opo de linkerpagina C : B<br />
eveneens.de Onder A schreef Van de Woestijne 1 nog g als thematische aanwijzing:<br />
1 g<br />
` Ged i h c van t den deemoed'.<br />
C:A<br />
o wateren die de wellen<br />
gaat k ee r n' e n i wielenden w e wind<br />
6 3 0 VARIANTENAPPARAAT
C:B<br />
De waetren n e beginnen<br />
te klaren<br />
nog voor de dag begint<br />
g g g<br />
0Op een niet nader te bepalen p moment tussen 8 en 26 september ontwierp Van<br />
de Woests l ne op p. 3 I r een g grove schetsmet eanilinepotlood C:C na I), ene enig wit<br />
II<br />
gevolgd g g door een herneming r g van twee regels e g daarvan C: C<br />
, I<br />
C.0<br />
[ I - _ ÷D, III 1_4' i_4_.>I-<br />
4<br />
I- 4^ ' I- 4 ^E ^ ^ 4<br />
I<br />
Nog voorr den blo s van een dagen g<br />
2<br />
3<br />
[<br />
a ] gezicht<br />
uw eng waetren gedrageng<br />
-,D(5)<br />
4<br />
(6)<br />
(7)<br />
(8)<br />
(7)<br />
(8)<br />
C: C.0C H<br />
bel ofte van licht<br />
[kleine open ruimte]<br />
van den bibber-mond der kreken<br />
tot o het wringend gelaat van de zee<br />
kleine open ruimte]<br />
want in u is het lichte leven<br />
en in alle zwaarte is de dood<br />
het vloeiende is lichtende leven<br />
en in alle zwaarte is de dood<br />
rlI<br />
> II ' > --> E ' > 9^ -+ II<br />
II , III ,<br />
-ó-->C -ó<br />
7<br />
--^ I -20 - ó-^ 1 -20<br />
^7 ^ 9 ^7 9<br />
III ,<br />
F- C I 17_8;<br />
-^E 19-20 9 -39<br />
-20]<br />
0 de linker a ina I 2 v kr e n e r ve l n vo de e ee s ste r twee st o r f en wederom<br />
pg g g ^<br />
m e t anilinepotlood, meer uitgewerkt kt gestalte, e , gevolgd 1 dooronvolledige<br />
0o eenn o e g<br />
g g g g<br />
derde strofe:<br />
C:D<br />
1 III<br />
I - F--C I- ' I-á-^E I-á' I- 4 - I-<br />
4 ^ 4> > > 9 9<br />
I Nog voor de glans van een dagen<br />
g g g<br />
2 belijdt beglijdten wascht mijn l gezicht<br />
g voel 'k over de waetren gedragen gen<br />
de glijdende glimpen van licht<br />
4 gl g p<br />
[strofewit]<br />
5 a a van de gladde g<br />
der bronnen<br />
13 b in neiging gg<br />
c aan de brooze boog<br />
[fasering?]<br />
g<br />
631 VARIANTENAPPARAAT
6 a a tot de kale koelte van 't meer(?) [fasering?]<br />
b aan [<br />
c *ope wat<br />
c<br />
wa d<br />
a wi' kt een klaart o<br />
7 l<br />
c schiet uit die teneronnen g<br />
8 c en in duizend d s ce h rvl e nesa<br />
gp gespat<br />
lees : op]<br />
[strofewit]<br />
9 a geen o [xxx]<br />
a verbleeken<br />
b 0<br />
[ 0 l<br />
reeds blanken deibbr b e nde krekene<br />
en het e logge o ontwaken der zee<br />
[_,Em,II]<br />
I<br />
F—C<br />
III<br />
I ><br />
'--^ E '-III<br />
> 9 ^<br />
III<br />
-^E Io io; ->I2<br />
Inn Ineen volgend g e d stadium (een datum is s niet bekend), e ,gebruikte Van de Woesti'n<br />
1 e zwarte inkt. Opp de bladzijde 1 e waar de eerste e e schets e was geschreven g (p. I 3r<br />
I II I<br />
schreef e hij ^ in het wit tussen C en C een losse regel g C : E en , onderaan een<br />
II<br />
p onvolledige g strofe e C: E. Op de volgende g recto a p ina g schreef Van de Woes-<br />
, I<br />
t i ne 1 acht vierregelige g g strofen<br />
C. E later ^ late de e regels e g 1-288<br />
en 3l - o. 4 De onder-<br />
linontstaansvolgordevan e<br />
d deze z ed g ge<strong>deel</strong>ten elten is onzeker' onzeker; het is bijvoorbeeld<br />
denkbaardat Van de W Woestijne 1 de kortere passages p g noteerde terwijl hij 1 aan de<br />
acht strofen werkte.<br />
C:EI<br />
III ,<br />
-^E IG SIG<br />
De navel<br />
van e denacht<br />
C:EI'<br />
Gelaten, gelaten, gelaten<br />
g ^g<br />
[ –► G, J; -433]<br />
[streepje]<br />
J<br />
Gij o uit alle gaten<br />
l g<br />
C:E III<br />
I<br />
I- E-C I- ' I-áE-D I-8<br />
4 ^ ¢, ^<br />
I Nog voor de glans van een dagen<br />
g g g<br />
2 b e lijdt en 1 wacht waschtmijn gezicht,<br />
a voel vol 'k over o de waetren gedragen g gen<br />
cesla en g g<br />
4 a de<br />
schichtige g glimpen g p van 't licht.<br />
b scham p - schichti ge [licht.]<br />
c scheuten [<br />
632 VARIANTENAPPARAAT
[strofewit]<br />
5 Aan a den e broozen e boog van de bronnen,<br />
6 a op de e kale koelte van 't wad<br />
b<br />
koele kaalte<br />
7 a schiet een klaart' , uit dieptenp ge[x]onnen, gx<br />
ae r onnen, g<br />
b [klaart]e<br />
8 a en<br />
a i[n] schel<br />
a sche rvelen o en es at. g<br />
[strofewit] 11-12]<br />
9<br />
1<br />
9 a Reeds blanklen de bibbrende kreken e [4-C ^ ) I f 4-D 1 II]<br />
b blanken beken<br />
b<br />
c<br />
[wordt r.II<br />
kreken<br />
I0 a en het logge ontwaken der zee : 4-D 12]<br />
gg<br />
c [wordt r. 12]<br />
II a nog komt geen morgen verbleeken E-D 11-12-^ -ro<br />
g g g ^9^ 9<br />
c [verplaatst, wordt r. 9]<br />
12 a de wake van -*Io<br />
a der ochtend-beê.<br />
c ver laatst , wordt r. so]<br />
[strofewit]<br />
I 3 Nó Nog kroest geen g kreevlen de zwaarte<br />
der woelige hemel-vacht :<br />
1 4 g<br />
[13-2N-413-2N]<br />
I S<br />
reeds welft het water een klaarte<br />
I6 den navel uit van den nacht<br />
[strofewit]<br />
[
[strofewit]<br />
2I oWtrnzonder Waterengedenken, e enken<br />
22 o wateren zonder waan,<br />
2 3a die de hardste korsten s drenken<br />
c steê ste zult drenken<br />
g<br />
24 a tot ze in water zelf vergaan;<br />
b [zelf] [in water<br />
[strofewit]<br />
25<br />
o waetren waar alle verstarren<br />
26 in eigen vernietigen zakt<br />
g g<br />
27 a o<br />
b tot de ziekte van willen en marren<br />
28 a tot effen lichten vervlakt<br />
b in<br />
[strofewit] [29-32—> - o j74<br />
29^<br />
a o zeeën die zuigt aan 't *verzaemblen lees : verzaemlen]<br />
a Maar [zee]<br />
uw w [z]an[g]<br />
uit het zaemblen *[lees : zaemlen]<br />
c Want<br />
3o a van duizende bee<br />
a [be]ken won;<br />
a [duizende}n<br />
b huivrende [ I<br />
3 I<br />
3 2<br />
a o meren die blankt uit den schaemlen<br />
a [ ]van [ ]<br />
b [ ]uit [ ]<br />
c [ ] blinkt [0] [ ]<br />
a en duisteren blik eener bron.<br />
b duist r en<br />
Fase c in 4 r.r 7> r^ 20 en 23 3 valt samen met stadium G]<br />
Vanan af nu werkte de dichter h r nieuw o met anilinepotlood. Op Pp. 2r van het car-<br />
net, onder r de kortefragmentenk r<br />
die hierboven als eerste zijn 1 weergegeven, is<br />
zonder haperinga p e g een strofegeschreven C: F ; ^ wanneer dit geschiedde g is niet uit<br />
te e maken, maar hetligtvoor de hand dat het was voor Van de Woestijne j op o<br />
III ,<br />
de pg pagina naast E (i 3v) 3g met anilinepotlood nog vijf 1 strofen ontwierp C . G<br />
omdat de eerste r 1 zin vann de onderste strofe daar aansluit bij F.<br />
De bovenste strofe o e van G werd met een lijn } tussen de laatste twee strofen<br />
III<br />
v a En<br />
H' ingevoegd. EeT vens werden elders in E enkele varianten aangebracht. g<br />
Het is niet zeker dat de onderlinge g ontstaansvolgorde g van de strofen in G over-<br />
eenstemt met derafische g opeenvolging.<br />
634 VARIANTENAPPARAAT
C:F [—+G,17-20 • -^ -2<br />
^<br />
^ 49 f<br />
a Want waetren<br />
b<br />
g<br />
i j zult niet sterven<br />
dan in 't barsten, bral van een bot<br />
en ik zal het leven niet derven<br />
dan als roze o e in dee oogee van God<br />
C:G<br />
[I-8--+ 29- 36J<br />
(5)<br />
(6)<br />
(7)<br />
(8)<br />
(9)<br />
I o)<br />
(I I)<br />
I 2)<br />
(I 3)<br />
(I 4)<br />
a laat tranig[?] 0 de schorre<br />
b [tran]en verzi' l en [ ]<br />
c o waetrenverzi' 1 e<br />
cverzi' e lp[o waetren<br />
zij bevestigt het teeken der baar,<br />
1 g<br />
en n gij g l laat geen g gelaat g verdorren<br />
a of het blijft van uw weeme<br />
a [weemllen klaar<br />
De ^ e strofe werd met een li Jn ingevoegd tuffen r. 28 en 29 9 van E<br />
[kleine open ruimte]<br />
gelaten, g ^ duizend gelaten g<br />
a<br />
b die 't eeuwig-eendere g e zijt 1<br />
c tot het eeuwig-zelfde g gewijd, 1,<br />
a omdatij gl , woest of gelaten, g<br />
be g<br />
het teeken van 't Eene zijt 1<br />
oen ruimte]<br />
a o water der heemlen<br />
b heele [water der] nachten<br />
c moerassen die *licht te wachten<br />
a aan[?]<br />
grasg<br />
c op zijgen p l g Pnaar dieper licht<br />
c o heele water der nachten<br />
c aan dit neigend grasje verdicht<br />
g g 1<br />
oen ruimte]<br />
vermoeide e waetren e der poelen<br />
a gezogene ten diepsten boom<br />
a dieezo en ten diepsten boom g g<br />
III<br />
I ^- Ell, ^<br />
19-r2---,¢I-¢41<br />
*[lees : ligt]<br />
[1 3-20—>47 -72]<br />
635 VARIANTENAPPARAAT
u rijzendg gaat rijpen spe voelenv<br />
b in de aderen van den e boom<br />
fstrofewit]<br />
[r7-ZO 4—F]<br />
a Want, waetreni gl• zult niet sterven<br />
been wa geen ter n zullen e<br />
a *dant<br />
a [dan] in base 'trtn bral b a a van een bot;<br />
*[lees : dan 't]<br />
a en ik zal a ht het leven<br />
v e niet derven<br />
b zoo 'k<br />
a dan in<br />
a als roze in de ooge van God<br />
g<br />
II<br />
M' is kopijhandschrift P1 voor 0o T' geweest; g 1 M M4 is kopijhandschrift<br />
voor T2T<br />
geweest.<br />
III<br />
P' beslaat d de regels g s ^ - 4o ^ g P 2 beslaat<br />
t de regels- e l s z i. 25<br />
0Onder P' P schreef<br />
A.A.M.<br />
Stols :`rest co ie volgt'; die `copie'<br />
1i' is het setje e handschriften<br />
t e a waar e n aa w M oo 3 <strong>deel</strong> ook<br />
van uitmaakt; ^ M 3 begint g bij 1 r. 41. De dubbele be e proef van p. 49 (r.. 21-40) 4o ishet<br />
g gevolg g van deze e e g gesplitste kopij. I 1 Zie e ook<br />
de Lijst 1 s van manuscripten,H<br />
H-99, -<br />
H ioo en H-ioz.<br />
VARIANTEN EN (C niet opgenomen)<br />
pg<br />
CORRECTIES<br />
z M' a beglijdt en wan[x]<br />
a [ ] [wa]scht mijn gezicht,<br />
T =-M = I<br />
I<br />
M4 a beglijg<br />
a [beglij]dt en wascht mijn gezicht,<br />
712,D I I<br />
1 , III<br />
I- ^C I- I-óE—E I-ó' I- ^^ I-<br />
4 ^ 4> > > 9 ^ 9<br />
6 M' a op de koele klaart van het wad,<br />
b [ ]kaalt [<br />
T' P ' I<br />
M 2 a I I klaart I<br />
M4-D<br />
a [ ] [k]aalt [<br />
III<br />
[9-10 4---= ^<br />
11-12]<br />
9 M'-M2 Nog komt m g geen morgen g verbleekenb ee k e n<br />
^ D p]<br />
M4 a I I verbleke<br />
T 2 , D<br />
a [verble]eken<br />
I , 171 , 177<br />
II 4--C ' II-124--D, 11-12; II-124-E -IO I -2ó#--E I -2á<br />
,J, > > ,9 ^ 3 ^ 3<br />
636 VARIANTENAPPARAAT
iM'-M 3 Nog 2 kroest g geen kreevlen g de zwaarte a<br />
M4 T 2 g Nog I<br />
I<br />
D Mg<br />
1, I<br />
17<br />
[144-- B1 ^9 19-204---C 1^7^<br />
7-8 ; 19-20+-C<br />
1 9M T Is vloeien dan 't eenige leven?<br />
9 ' ^<br />
'<br />
g<br />
P' a<br />
b vloei ë n<br />
M Z ^M4 vloeienI<br />
T Z I I vloeien I I éenigeg I I<br />
D I I eeni g e<br />
Zo M' a Is al 't gedeeg'ne de dood?...<br />
a [ ] [gedeegilne] [ ]<br />
T' I I<br />
P`-D I I dood?<br />
34 M` a tot een<br />
a [ ] hetzelfde gelaat gewijd<br />
T ' I<br />
P T a<br />
I<br />
b ]Gelaat] [ ]<br />
M 2 I gelaat I I<br />
M4-D i Gelaat I I<br />
[29-364-G, 1-8; 334—E 11, i]<br />
[37-404__ E/ H, 29-32]<br />
[P' eindigt 40]<br />
g 4<br />
M' > T' > M 2 > M 3<br />
><br />
M4,<br />
><br />
T Z<br />
><br />
P Z<br />
><br />
D r. 4 I- Sz<br />
42 M' a aan een e neigend g grasje g s l e verdicht; e ;<br />
b dit<br />
T' -D I I neigende I I<br />
44 M'-M 2 op p zijgen naar e licht,<br />
3dieper<br />
M4 I I in dieper<br />
p<br />
T Z I I dieperp ;<br />
P Z ^ D dieper<br />
p ,<br />
[41-444-G, 9-12]<br />
[4I-I24-G, 13-20]<br />
45 M'-M 3 o zwijgende lg waetren der poelen p<br />
M4 5 T 2 water<br />
I I<br />
P Z , D waetren I I<br />
[4912 4—F]<br />
49 M' ^ T' — want geen g wateren z zullen 1 sterven<br />
M 2 a<br />
waeteren I I<br />
a wa teren<br />
M3 I<br />
I<br />
M4-D - - I I<br />
637 VARIANTENAPPARAAT
fo M'-M3<br />
M4<br />
P-D<br />
a I<br />
a<br />
dan in 'tbarsten, bral vaneen<br />
bot.<br />
I b[xx]<br />
bot.<br />
5 2 M I ^ T I dan srozeindeoo als ooge van<br />
God.<br />
M 2 a de<br />
M3-D<br />
a [<br />
roze in de ooge g van v God.<br />
ZETFOUTEN<br />
T'<br />
r. 24: wateren waetren<br />
NOTEN<br />
I III<br />
In C:E r. 18 bereikte Van de Woeste Woestijne e met het laatste woord de rand<br />
van<br />
het blad, waardoor het<br />
woord lood ' onvolledig o ede g op p papier p pe kwam. .<br />
2 Van hetedicht g verschenen vertalingen g in het Duits (2x).<br />
[BM191 THANS GAAN DE WATEREN DEN HEMEL KLEEDEN<br />
OVERLEVERING C: Carnet H- 9o, p. I r I V 16r 16V<br />
9^ p 3^ S> > ><br />
I 7r.<br />
M I : Manuscript H- I o I ^4 2 -43 .<br />
M2: Manuscript H I o2 ^ 2-3.<br />
M3: Manuscript p H-104,15-16.<br />
T: De ^ gids 92.111 (september p I 9 28 ^ p.314-315.<br />
P /36/<br />
P: Drukproef p D H-105,51-52.<br />
D : Het berg-meer, g }p p.51-52.<br />
DATERING 26 september p 9I 27 en kortt daarna.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG<br />
Bij de totstandkoming omi g van et het gedicht g heeft Vana de Woeste ne 1 afwisselend se end anilinepotlood<br />
p en zwarte inktgebruikt; h' hierdoor is niet steeds met zekerheid te<br />
zeggen hoe de verschillende stadia en fasen zich z chronologisch .sch g tot elkaar aver-<br />
houden.<br />
Boven een eerste schets voor o pdei en n g sstrofe C. ' A op pP p. 16r van het<br />
tweede carnet van 12 9 7p plaatste Van de Woestijne 1 e de datum ' 226 Sept.'.<br />
C :A' --B I —+E I -->i-j]<br />
I Thansaan dewateren<br />
g<br />
den hemel kleeden<br />
2 a 0 wazem van haar k klaart<br />
b met e peerlen weem<br />
3<br />
ik lig: g<br />
0 mijn leden<br />
1<br />
4<br />
0<br />
doorreden<br />
6 3 8 VARIANTENAPPARAAT
S<br />
a met<br />
b <br />
de eerste vuren aard<br />
on e l g<br />
c<br />
E<strong>nl</strong>l ae s wat vermoordt en alles wat vergaertg<br />
Fsecanr. a 1 valt e met een <strong>nl</strong>ater, , niet nader te bepalen stadium]<br />
Onder deze schetsro t trok Va Van de Woestijne 1 een lijn 1 en hernam hij 1 de regels, g ^ ze<br />
aanvullend tot drie d e strofen e C:B . Daar verwerkte hij 1 in r, 7 mogelijk g 1 een losse<br />
notitie die i iets e s eerder in hete carnet e g geschreven werd. pp O. I 3^ r onder enkele<br />
fragmenten g n die behoren tot t t de genese g e van 'Nog `No voor de g glans van een dag' g<br />
BM 18 ^ werd metzwarte w inktgenoteerd :<br />
C :arali omenon I<br />
p<br />
(I)<br />
a Vlakke e effenheid die baart den werl<br />
a [<br />
a [<br />
[wer]eld<br />
C:B<br />
[114-A; I-I -^<br />
I<br />
J ^ I-I J^ I-I J -* I-IJ<br />
I Thans sg gaan de e wateren e den hemel kleeden<br />
i bij 1 't p peerlen-vonkig g waezmen van haar klaart<br />
a Ik lig; de dag vervaalt me ; mijne leden<br />
3 g^ g ; l<br />
b[<br />
1 i [<br />
..<br />
en ik zijn 1 vaali 1-<br />
4 zijn 1 log g enstrak,maar e aae<br />
wriemelend doorr den<br />
5 van d ong de vuren e der ontwakende aard.<br />
[strofewit]<br />
6 a Nog N komt g geen g zucht door pijpen p lp<br />
b rilt[<br />
[ ] rille p hemel[pijpen]<br />
7 Vlakke effenheid bereikt vlakke effenheid<br />
8 in de onbewogen leêgte van den tijd<br />
g g 1<br />
9<br />
I0<br />
I I<br />
a Maar 'k voel op[?] [streep] rijpen<br />
p 1P<br />
b roerend<br />
c roerend voel 'k<br />
a 'tns gego der aard dat door mijn ^ leden rijdt ^<br />
beronk g<br />
[strofewit]<br />
a Mijn 1 ( wangen g gaan verkoelen:<br />
b nachtelike j<br />
bekoelen<br />
639 VARIANTENAPPARAAT
2 a mijn ^<br />
de holte van zijn spond'<br />
rug g verrijkt 1 warmte een<br />
c holte<br />
a en 'k ligge als zonk ik te voelen<br />
I 3 gg<br />
b zompig(?)om [ ]<br />
14 a zoelen<br />
b een o holle e warmte a om mijn lgestalte<br />
c nauwe<br />
eli'k het zuig en van een liefde-mond<br />
1 5 g 1 g<br />
[strofewit]<br />
I 6 Zoo voel 'k me zompig Pg zinken e in de dalen<br />
Op 0 de linkerpagina i S v schreef Van de Woestijne 1 verscheidene tekstfra gmen-<br />
ten, p met daartussen. open Ze kunnen ruimtenJ<br />
<strong>deel</strong>s of alle zowel tijdens als na<br />
n; voltooiingvan g stadium B geschreven g e s c e zijn, 1^ dit blijfto 1 nz e ker. De betreffende e<br />
regels g worden in éen n synopsis Y s o p s s gg gegeven(C:C).<br />
e es De eerste aanzet werd aanvanke-<br />
li 1 k met zwartei inktt gedaan maar m de pen e haperde: pede boven het eerste woord<br />
` Mi ^n ' is s ternauwernood<br />
t r e n d de moet in de vorm van de hoofdletter M zichtbaar, ,<br />
met wat zwarte inkt.<br />
C:C<br />
(I)<br />
a M i n voeten 't lichaam van den dood[_*E " , 2 2<br />
1<br />
b kneuzen<br />
oen ruimte]<br />
[ 0<br />
[<br />
0<br />
0<br />
verwarmt<br />
omarmt[?]<br />
verarmt<br />
oen ruimte]<br />
Ik weet : ik zaleen menschen meer ontmoeten<br />
g<br />
a in(?]<br />
a aan 't zieke zoeken<br />
a [<br />
o f zacht getuur van blik in blik<br />
[ II<br />
--> E 2I ' -* 2I<br />
, ^<br />
[-*Ell , 22;<br />
> ->22]<br />
oen ruimte]<br />
(7)<br />
(8)<br />
(9)<br />
meermine die b blinkt van zout<br />
-- D 3; X28<br />
a w[- >D, 2 • -+27<br />
a ga g 'kk worden od zwaar beeld eed van a goudg<br />
[kleine open ruimte]<br />
. II<br />
opteren D<br />
P -^ E 29 ; -*29]<br />
^ 4j ^ 9^ 9<br />
640 VAR IANTENAPPARAAT
I o)<br />
Neen : o aan g in het licht<br />
r 2-44 met een «in onder r. IG in B geplaatst]<br />
Hierna schreef Van de Woestijne 1 een strofe en enkele schetsmatige g regels g over<br />
een ge<strong>deel</strong>te g van e C heen(C:D), eet r. 8 werd onbepaalde wa p tijd 1 later met zwarteinkt<br />
aangevuld. g<br />
C:D<br />
[z-J—>26-3o]<br />
(I)<br />
(z)<br />
(3)<br />
(4)<br />
(5)<br />
(6)<br />
Geen beelden meer die vanen en verteêren<br />
g<br />
a zwarte aarde, o zwaar w van goud<br />
b worstelaren<br />
meerminnen, wateren, die blinkt van zout<br />
a Uwloed o om te verteren<br />
g<br />
b om de assche-zelve<br />
Vuur, machtig vuur dat me in uw armen houdt<br />
g<br />
[strofewit]<br />
Want ik voel o<br />
(7)<br />
(8)<br />
(9)<br />
a [<br />
d [<br />
.... waarin ikeur g<br />
a [<br />
0 om te vergaan g<br />
b [ ] om te vergaan, g<br />
C<br />
o vuur [om te vergaan] g<br />
Fase d in r. N valt samen met een later, niet nader te bepalen stadium]<br />
l<br />
Laag op de rechterpagina, onder B is met zwarte inkt een notitie gemaakt<br />
g pg<br />
waarvan de relatie met hetedicht niet duidelijk is. Opnieuw is ook het<br />
g 1<br />
moment waarop dit arak omenon geschreven werd, onzeker.<br />
p p p g<br />
C :arak omenon z p P<br />
(I)<br />
Het allerhoogste is buiten alle zinnen<br />
g<br />
Na het omslaan van het blad nam Van de Woestijne 1 het resultaat met zwarte<br />
inkt in netschrift over en breidde hij het uit in een samenhangende g vorm<br />
I<br />
pHij 17r). Hl schreef eerst met p pen vier strofen C : E later nog gtwee strofen<br />
II<br />
C:E .<br />
C:E<br />
I<br />
[I-74—A; I-I F-B I-I ' -^ I-20<br />
f , f^<br />
I Thansaan de wateren den hemel kleeden<br />
g<br />
z in 'teerlen-vonki waezmen van haar klaart.<br />
p<br />
g<br />
641 VARIANTENAPPARAAT
3 Ik lig. g De dag g en ik zijnvaal. Mijn 1 leden<br />
4 zijn log g en strak, maarwriemelenda<br />
doorredende<br />
5 van ' 1 on gde vuren der ontwakende aard.<br />
d<br />
[strofewit]<br />
6 Nog g rilt geen g zucht door d ijle 1 ehemel-pijpen.<br />
7 Vlakke effenheid bereikt e vlakkeeffenheida<br />
8 in de onbewogen g leêgte e g van den tijd.<br />
1.<br />
9 Maar roerend voel ik rommelen en rijpen Je<br />
10 'teronk der aard dat door mijn schonken rijdt.<br />
g 1 1<br />
[strofewit]<br />
I I Mi'n 1 nachtelijke 1 wangeng<br />
e gaan bekoelen:<br />
I 2 mijn' rug verrijkt de holte van een spond'<br />
1 g 1<br />
I3te<br />
a en 'k ligge als zonk ik, zompig,omvoelen<br />
b [lig]<br />
144 een naauwe warmte om mijn<br />
gedaante e oe z 1 en<br />
I S a gelijk gJ het zuigen g vanen e liefde-mond.<br />
b als aangezogen<br />
stro ewit<br />
16 a Gezonken in uw weeke en woelige armen, g<br />
bGez e en g<br />
I 7 Vuur, , voel 'k in mij 1 de ziekte e van a uw w zoen<br />
18 a 0<br />
b Min aangezicht g gaat<br />
zich aan 't Licht verarmen<br />
1 9 a 0<br />
a maar uwe wandenaan mijn wanden warmen<br />
g 1<br />
zo a 0 die mijne oogen lachen doen<br />
1 g a<br />
b die mijne wakende<br />
1<br />
II<br />
C: E [-+21-3o]<br />
2 I Ik weet : ik zaleen menschen meer ontmoeten +- C<br />
g ,f<br />
22 a aan 't zilt of zachtetuur g van blik aan[?] blik; r<br />
244 en 'k zal het lokkend leven niet meer groeten g 642 VAR IANTENAPPARAAT
2S<br />
26<br />
27<br />
28<br />
29<br />
a bij greetge l g g vraag r g of danken van een snik<br />
a<br />
't [danken van een snik]<br />
[strofewit] ivat<br />
26- 3o^D I- I-I]<br />
Geen Gnbeelden meer die vanen g of verteêren:<br />
a zware wareaa aarde, worstelaren ,w n zwaar van goud; 4–C, 8]<br />
b<br />
b o schonkige g<br />
aard die worstelt zwaar vanoud g<br />
a meerminnen, wateren die blinkt van zout...<br />
^–C, 7<br />
b vrouwlijke vouw 1 wateren<br />
die blinkt van zout,<br />
c meerminnen [ ]<br />
a – uw gloed om de assc he -zelve e te verteren, en<br />
g<br />
><br />
E—C 9]<br />
b<br />
{k–[0<br />
30<br />
a Vuur, r ^ machtig g<br />
vuur datme in uwe armen a houdt<br />
b [ ;<br />
Fase b in r. 273 - o valt samen met stadium F ; fase c in r. 28 valt samen met stadium<br />
G]<br />
Direct De daaronder ontwierpVan r p Woestijne de lWoest later, nu weer ee met anilinepotlood, p<br />
een nieuwe shij strofe(C:F); tevens bracht veranderingen g aan in de laatste<br />
strofe van E'.<br />
Vervolgens g nam hij lpopnieuw de p1 pen met zwarte inkt ter hand; hij haalde de<br />
II<br />
s trofe van F door herzag g in de laatste strofe van E een variant (r. 28 en<br />
I<br />
schreef een nieuwe versie r van des strofe o e va van F C: G. Onderaan op p de link-<br />
er<br />
paginaa werd r bovendien een ggrove st r o f esc h t genoteerd e s g die onbepaalde p tij tijd l<br />
II<br />
later werd aangevuld met anilinepotlood p C : G ; ook wijzigde Van V de Woes -<br />
tine 1 de regelvolgorde.<br />
CF , C.G C: I<br />
[--.31-3f1<br />
3 I C:F<br />
C:G'<br />
a zelf vuur, 'als vuur zich naar de lucht te welven<br />
b voor[?] 't heelal<br />
c naar Heelal<br />
I I als I I heelal<br />
3 2 C:F a<br />
b tot [xxx]<br />
b daadeboren g uit de blijde pl pijn<br />
I<br />
C:G a t<br />
a tot daadeboren uit de laatste pijn,<br />
g pl<br />
33 C:F a s<br />
b zwellen in tongen g die mijn 1 woorden zijn 1<br />
C:GI<br />
34<br />
I<br />
C : F G neen : als het vuur verzaken aan zich-zelven<br />
C.<br />
643 VAR IANTENAPPARAAT
3 5 C : Fjontbreekt]<br />
I ^,<br />
C : G om zich in louter klaarte tee bevrij'n; 1;<br />
Stadium F werdreaal doorgehaald in a du<br />
G<br />
I<br />
C:GII<br />
36 a 0 ] [–'367<br />
c En te verliezen wat men wint<br />
c [verplaatst, wordt r,8 3<br />
d [En te verliezen wat men vurig v g[wint]<br />
37 a neen : om de klaarte-zelve te ve rz a k en<br />
-^j6<br />
b en ,<br />
c [wordt r.6] 3J<br />
3 8 a 0 –^37]<br />
c niet als wie klaart a o totduisternisint ontgint<br />
g<br />
c [wordt r. 37]<br />
39 0 te ontwaken [39-40–* j9-^o<br />
40 a van Wat niet eindigt daar gHet niet begint g<br />
b in<br />
[De fasen c en d<br />
J ijn onbepaalde %d t J d later met anilinepotlood toegevoegd] ^ gd<br />
II<br />
s M 2 is kopijhandschrift v oor (de Pr oe f P van) D geweest; g M 3 is ' kopijhand-h ^ pl ad<br />
schrift voor T geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
I2<br />
(C niet opgenomen)<br />
M', M 2 mijn' rug g verrijkt de holte van een spond', p<br />
M 3-D m1 n<br />
. . 1<br />
[I-j I +.-A; , I-I I ^ .B ^ I-I I, I-204<br />
1 3<br />
I 9<br />
M I en 'k lig als zonk g ik, zompig,om ^ te voelene<br />
M 2 a i I zonke<br />
M 3-D I<br />
a zonk<br />
M' maar uwe wandenaan g mijn 1 wanden warmen,<br />
M 2 I<br />
l a<br />
M 3-D I I uwe<br />
I<br />
[2/-30E- EII<br />
21 M'-M3<br />
T<br />
P, D<br />
– Ik weet : ik zaleen g men sc hen meer ontmoeten o t<br />
f– C,J<br />
o<br />
644 VARIANTENAPPARAAT
22 M`, M 2 aan 't zilt of zacht getuur van blik in blik; [4-C, 6]<br />
M 3 a I I en I I<br />
T-D I<br />
z S M' , M 2 bij et'ge lg gre vraag g of g 't danken van een snik.<br />
M 3, TI I g eer' g e I I<br />
P, D I I reet' e<br />
g g<br />
I<br />
24-Cr 3]<br />
[274--C,N ; 26- 04-D r- 3 ^ T<br />
z8 M' Sireen'ge g wateren die blinkt van zout... +--C 7]<br />
M 2 a<br />
g<br />
a<br />
zout;...<br />
M 3-D I<br />
I<br />
29<br />
I<br />
M M 2 - uw gloed om e de as sch e -z e 1 ve te verteren, e en ,<br />
9 ^ g<br />
114 3-D<br />
3 ^<br />
verteeren<br />
^<br />
^ lees : . v erter e, n ^ C 9]<br />
3 o M I Vuur, machtig Vuur dat me e in uw armen e houdt;<br />
^ g<br />
M 2 a<br />
1 Uwe<br />
b naarstig<br />
M 3 a I machtig<br />
T<br />
P , D<br />
a<br />
g<br />
uw are<br />
Uwe<br />
ar men houdt;^<br />
1<br />
r- F-F ; r- F-G<br />
334 ^331<br />
I M I M 2 zélf vuur, als vuur zich naar 't heelal te welven; ><br />
M 3 T I I 'als<br />
P D I I als I<br />
I<br />
34 M I M Z neen: als het vuur verzaken aan zich-zelven<br />
M ; T I I 'als I<br />
I<br />
P D i I als I<br />
I<br />
36 M',M 2 en om de klaarte-zelve te verzaken, II<br />
E- G<br />
M 3-D I I klaarte-zélve I I<br />
II<br />
37 ^- G t 3^<br />
I<br />
II<br />
38 M en te verliezen wat hij vurig wint; E-<br />
3 1 g ><br />
G G<br />
> 3<br />
M 2 a m ?<br />
3 > 37]<br />
M3-D<br />
a r L<br />
wint;^<br />
40 M' a in Wat niet eindigt daar het<br />
a [ ] H[et] niet begint.<br />
M2 a I I het<br />
a [ ] H[et] niet begint.<br />
[39-40'- Gn, 39-40]<br />
M 3-D I<br />
645 VARIANTENAPPARAAT
ZETFOUTEN<br />
T r. 4: Zip/ I ijin<br />
NOTEN<br />
I Met uitzondering van M' en M 2 gebruikte Van de Woestijne in r. 29 in alle<br />
g g Woestijne 9<br />
bronnen `verteeren' inplaats van de juiste spelling `verteren'. Daarom is deze<br />
p juistep g<br />
lezing in het variantenapparaat opgenomen en in de leestekst gehandhaafd.<br />
g Pp pg g<br />
2 F. van Elmbt heeft bij dit gedicht gewezen op mogelijke invloed van het<br />
l g g p g l<br />
zevende visioen van Hadewijch. Zie Van Elmbt, `Karel van de Woestijne en<br />
Hadewijch', J ^ . 244- p 245 .<br />
[BM2.01 ME -ZELF VOORBIJ; ME- ZELVEN TEGEN<br />
OVERLEVERING CI: Carnet H 9^P o p. I 7> V 18r > 18V > I 9^ r I 9^ V 20r,<br />
C: Agenda g H-95,16 januari.<br />
: Manuscript p H- 101 ,44-47 .<br />
M1 : Manuscript p H-1 o2,[2-3].<br />
M 3 : Manuscript p H-10 4^ 17 -19<br />
.<br />
T: De g ids 92.111 (september p 9^p 1 2 8 p. 31- S37 1 . 36<br />
P: Drukproef p D H- I o S^S3 - S6.<br />
D: Het berg-meer, ^ ^ p. S3S 53-56.<br />
DATERING Tussen se 266 september s embe en 3 o december I ^ 27, • 16 beaa<br />
januari 1 2 ^ 8 ;• d rna ?<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG 0pagina'si de v en 7 18r in het tweede carnet van 97 1 2 C I noteerde Van<br />
de Woestijne 1 met anilinepotlood p enkele korte en schetsmatige g fragmenten. g Die<br />
werden erld en aangevuld, g zowel met aniline als met zwarte inkt. Over het chlo rono -<br />
g gisch verband r tussen tusse fragmenten deonderling n is w ini e m g t e zekerheid e te e ze<br />
g-<br />
g en. Bij de presentatie p wordt de volgorde g aangehouden g waarin de betreffende<br />
ge<strong>deel</strong>ten<br />
mo ^ eli ^ k op ppP papier zijn gekomen. g<br />
Hetrootste g ge<strong>deel</strong>te g van het gedicht g moet tot stand gekomen g zijn tussen<br />
september p en o 3blijken december 192 7 . Hieronder zal dat Van de Woestijne 1<br />
het in begin g 12 g 8 nog g niet volledig g voltooid kan hebben; een ^ precieze P af bake-<br />
nin g van de ontstaansperiode P is echter niet mogelijk. gl<br />
De eerste te aanzet e is een schets voor het begin g van het gedicht: g<br />
I , I<br />
C' A<br />
[I-1--+E, I - ' I- --^I-<br />
I ^ I^ I 1<br />
I Me-zelf voorbij; me-zelven tegen...<br />
1^ g<br />
2 Hoe zijn me wonderbaar de wegen g<br />
3 a 0<br />
b die 'k nimmer en betrad, en bén[?]<br />
b<br />
k én<br />
II<br />
-+A 2^<br />
4 a 0<br />
b Wie richt den teen die treedt? Wieaat er g<br />
646 VARIANTENAPPARAAT
S<br />
a 0<br />
, ^ [_,A 11 II,<br />
b e t pad p a dat k van geen g teen en e schen? e<br />
s j<br />
><br />
6 en e[-4E,<br />
k weet niett of ik ben, ^ en 'k k ben.<br />
7; • --> 7<br />
IV<br />
[strofewit] 7 -^^A ^ 1 -2 ,• 7-^-^E ^ 8-9; ^- 9 ^ 7 -8-^^- 9<br />
7 a Wie heeft den d room ^ wie w heeft de sponde p<br />
c < 0 ><br />
8 a [ ^ ontbonden<br />
c < 0 ><br />
Fase c in r. 7-8 valt samen s n met stadium A<br />
0P<br />
de linkerbladzijdee<br />
hiernaast note rde Van de Woestijne een alternatieve<br />
schets hts voor een <strong>deel</strong> van de strofe :<br />
IV<br />
l<br />
i,<br />
C .AII<br />
En al mijn l bloed is dun als water<br />
0<br />
0<br />
ken<br />
I schen<br />
->E G' -^6<br />
> ><br />
I<br />
^A ^j, 3; -+E, '-^3<br />
I<br />
^-A ,J> j ; > J^ '^ J<br />
III<br />
C:A C'<br />
I<br />
Eveneens opp de link e r ama g^ naast de doo r g e h aa lde r e l g e en s 78 uit A werd ,<br />
^, III ^<br />
eene ge<strong>deel</strong>te van de tweede strofegeschreven C. A , dat vervol gens onder<br />
1<br />
A tot een volledige 11 gstrofe s werd wdsa samengevoegd n g g met de herneming g van die<br />
doorgehaalde g regels g (C' C. A IV .<br />
-^ A- IV ^ 4-7; 47> ^E > II-I 4^ ' -^II-I4<br />
I En deezondheid van onze oogen<br />
g g<br />
2 a<br />
b<br />
ziet weêr de wereld blank en bloot<br />
(3) Wij 11 zijn in aan Godnogniet o g bedrogen oe gn<br />
Wij zijn der liefde nog niet dood<br />
(4) 11 g<br />
^,<br />
C:AIV<br />
,<br />
[I -2f-A I, -ó' -^E 8-14;^ó-I<br />
7> > 4^ 4<br />
i Wie heeft den droom van de oude sponde P<br />
2 aeslaakt g en aan hem-zelf ontb[xx]<br />
a<br />
onto onden?<br />
Een blik i die mijn blik ontsloot,<br />
(3) s, 1<br />
en de gezondheid van mijne oogen en g 1 g<br />
III<br />
-E-A 47<br />
(5) ziet weêr de wereld blank en bloot.<br />
(6) Wij zijn *van God nog niet bedrogen<br />
11 g g<br />
o . aan<br />
647 VAR IANTENAPPARAAT
(7)<br />
Wij zijn der liefde nog niet dood<br />
}} g<br />
Hieronder opnieuw p een schetsmatig gge<strong>deel</strong>te e inanilinepotlood, vermoedelijk e} in<br />
stadium D aangevuld g met een reel g in zwarte inkt: :<br />
C' :B<br />
[I- 3 — >E, If-17; I-3—>17-17]<br />
3 ^<br />
z c o reiken, reiken !een N bezwijken<br />
}<br />
z a de vlerkeaat haar vlucht bereiken<br />
g<br />
b tochaat de [vlerk] verrijken<br />
g 1<br />
a met zaal' e loomheid tot haar loon<br />
3 g<br />
b loomheid van<br />
[kleine open ruimte]<br />
(4) a thans deze paden Ze scheiden<br />
a En thans<br />
nog nauwlijks liefde van verblijden<br />
(5) g 1 1<br />
6 en li' } den nauwelijks }s van zon<br />
IF c in r. I valt vermoedelijksamen met stadium D<br />
Ter r hoogte<br />
van g<br />
e de laatste e regels e g s van B op de linkerpagina een schets in aniline<br />
(C' :C), in1 stadium D met twee ter 1 regels in g zwarte inkt aangevuld:<br />
C' :C<br />
[--'E, 29-3I; ->29-3I]<br />
gi' 1 waart verzoen p en verheven;<br />
ai' waart de waterblink' ge teeven<br />
g l g<br />
a[te]v[en]<br />
a met modder uit o<br />
b h[et][?] [modder uit] naar 't lichtehescht g<br />
a 0<br />
c om aarde en hemelgloed en gallem<br />
g g<br />
a<br />
c hebte u te zeer aan waan gelescht<br />
g g<br />
a maari' gl<br />
a de degen g brak in uwe vuiste<br />
c [uwe]n pallem<br />
gee omsluit nog g altijd het gevestg<br />
Fase c in r.-6 valt samen met stadium D<br />
4<br />
Boven deze e s strofe werd met zwarte inkt een volledige g strofe geschreven g<br />
g C I: . D ' inn de eerste regel e e ervan bracht Van de Woestijnelater } met anilinepot-p<br />
lood een variant aan.<br />
648 VARIANTENAPPARAAT
C I :D [->E 22-2á ' -^ 22-2ó<br />
) 1]<br />
I a Gij ^ zoudt uw vriend een dank betalen<br />
Toen zoudt g gij ^ vriendschap v a<br />
2 a met wrok vgl gij zoudt<br />
t uw woning g halena n<br />
een<br />
3 a waar nooit een huis van liefde gonst: g<br />
a<br />
handel<br />
(4)<br />
(5)<br />
maar te t uwen rugge zouden branden<br />
te dieper p teeken van uw bronst<br />
*[of : 't?]<br />
(6) deze aard, dit vuur, en uwe handen<br />
(7)<br />
zijn l aller wateren verslonsd<br />
Fase c in r. I valt samen met een later, niet nader te bepalen stadium]<br />
Hiernain g Van g de Woe tine sl op de p volgende g recto pg a ina over tot een<br />
afschrift van het resultaat tot dat moment (C' :E). Bij f de regels g I 6 en 1 7wer-<br />
denrianten vaop<br />
de linkerpagina eschreven g • o enkele plaatsen werden<br />
bovendiene metanilinepotlood later v ern a de rin gen aangebrachtf ase d. Toen<br />
Van de Woestijne l later met het slot van het gedicht g bezig gwas en met blauwe<br />
inkt werkte, heeft hij 1 de regels g 24 4 en 25 nog g gewijzigd g l g (fase e).<br />
, ,<br />
CI :E<br />
[I-14-A I, I I- ^ I- 31 -I-31<br />
I Me-zelf voorbij; me-zelven tegen...<br />
1^ g<br />
2 Hoe zijn me wonderbaar de wegen g<br />
• ^<br />
3 die k nimmer en betrad, en ken. kén.<br />
E-A > 2]<br />
4 Wie e richt t de teen e die gaat; g ^ • wie gaat er<br />
•^ Ir<br />
5 de baan die k van geen g teen enschen?...<br />
A , 3]<br />
6 - Mijn bloed is dunner dan het water, [4-AH,r<br />
7<br />
> ><br />
en weet niet of ik ben, en ben. *-A16 ><br />
stro ewit<br />
[8-94-A I, -8<br />
IV<br />
7 ^ ' 8- 14- 4 A<br />
8 a Wie heeft den droom van de oude sponde p<br />
d der kranke<br />
9 geslaakt en aan hem-zelf ontbonden?<br />
I<br />
Een blik is, die mijn 1 blik ontsloot,<br />
III<br />
I I en de gezondheid g van mijne l oogen g II-I 4E-A<br />
I2 ziet weêr de wereld blank en bloot:<br />
Iwij zijn aan God nog niet bedrogen;<br />
3 l zijn g<br />
649 VARIANTENAPPARAAT
4 a wij J) zijn der liefde nog g niete dood.<br />
a ..<br />
strofewit]<br />
[IJ-IJ
{d<br />
30<br />
a gij waart den waterbuik der teven<br />
b [ ] dooden [buik] [ ]<br />
c [ ] [de] [doode] [buik] [<br />
d<br />
[<br />
teven<br />
] honden}<br />
([teven] l<br />
d [gij waart de] [buik] [der] [doode] ^[honden] j<br />
I 3<br />
a het modder uit naar licht gehescht.<br />
32<br />
33<br />
d 01 ]}<br />
Ç [het d modder uit naar licht gehescht.]<br />
die 't hes[?]<br />
[het modder uit naar licht gehescht.]<br />
[die 't] lucht uit moer en modder hescht}<br />
Van aarde aag en hemel gloed en gallem, g ,<br />
hebte u te zeer aan waan gelescht:<br />
g g<br />
a de degen brak in uwen pallem;<br />
34 g p<br />
d<br />
{iet lemmer<br />
3S ge omsluit nog g altijd a 1 het gevest.<br />
Fase d valt vermoedelijk samen met stadium F of G; fase e valt samen met stadium<br />
of N<br />
Op de e linkerpaginana a st E (p. . i 8v werkte Van de Woestijne e d e hierna e a met e anili-<br />
nepotlood in hoofdzaak twee strofen uit : bovenaan de latere aansluiting g bij 1 E<br />
I, I<br />
C I :F)eae en lager, g met een ge<strong>deel</strong>telijke g 1 herneming, g^ regels g s 43-49 49<br />
C : G ene<br />
I, II<br />
C : G . Tevens werden varianten in de tekst op paangebracht.<br />
de rechterpagina Of Van de Woestijne al besloten had waar deze passages in het gedicht moesten<br />
1 p g g<br />
komen is niet te beoordelen.<br />
C' :F-1 6-2 • –> 6-2 ^34^ 34<br />
En 't wijze meer en zou u loonen<br />
1<br />
waar zelfseen wuiv'ge wieren wonen<br />
g g<br />
of 't ruischen van een luistrend lisch<br />
i' zoudt uw eigen beeld ontbeeren<br />
g l g<br />
a in de beeltenis<br />
b ijl- l gekeerde<br />
a en moest u leeren<br />
b date alleen waart<br />
g<br />
a dat eenzaamheideen weelde en is<br />
g<br />
b hoe de<br />
65 I VARIANTENAPPARAAT
I • I<br />
C G<br />
[–I, 43-49; –343-49]<br />
a Wanteen g zal *wat en<br />
b ontstentenis<br />
*[lees : baten]<br />
a de eigen liefde latena<br />
b die e de eigeng<br />
e liefdeniet<br />
l<br />
in al de vuren van 't t bezit<br />
i<br />
a Wat dat ge in [ 0 ]<br />
b [ ] element?<br />
b [ J [element]en?<br />
a dat ge [ 0 ] God [ 0 ] zit<br />
c < m ><br />
a 0<br />
b in zijne 1 e dichte d c tenten<br />
c < 0 ><br />
a die niet e dan omzich-zelven o<br />
bidt<br />
c < 0 ><br />
11<br />
Fase c in r. 4-7 valt samen met stadium G<br />
41<br />
,<br />
C.G<br />
II ^<br />
I<br />
-<br />
,<br />
G ^ I G - • –^ G-<br />
^ 4 7> > 4 49 ^ 4 49<br />
a watb<br />
aatat bloei , der elementen<br />
b bloe m<br />
ai' gl> ver ^ , aan<br />
a als 't bloed Godes lippen zit<br />
alse in uw dicht-gesloten tente<br />
g g<br />
niet dan om u-zelven bidt<br />
Laag g op p de linkerbladzijde komt nog g een losse, , slordig gg geschreven e c even regel e voor,<br />
waarvan de samenhang g met de genese g e van a dit gedichtonzeker c i: s<br />
C I :arali omenon p p<br />
(I)<br />
Nog g altijd zijt ge... Neen<br />
Deze regel g staat ter hoogte van de laatste regel van E ge omsluit nog o ga altijd ^<br />
hetevest' g en hoewel E als een semi-definitieve versie e e gezien g kan worden,<br />
is<br />
het mogelijk g ^ dat het paralipomenon p p als variant bij ^ die regel g begrepen e g p moete<br />
worden.<br />
Verticaal in de linkermarge g werd, ^ waarschij<strong>nl</strong>ijk als laatste op deze pagina, pg<br />
een regelpaar gde<br />
eschr ven ee C ' :1-1)Ḣ o t V evan rm en voorloper hett n h slot van d<br />
uiteindelijke voorlaatste strofe, ^ die verder een herhaling g van de eerste strofe<br />
werd en in het carnet verder niet werd bewerkt.<br />
652 VARIANTENAPPARAAT
C' :H [--462-63]<br />
a Ik ben de [ 0 ] man[?], die[?J, later<br />
b [ ] in de ijlte de ijlt [ ]<br />
en later, , niet en ben, en ben<br />
Na ten tweeden n male l n aa r een schone bladz i lde<br />
te hebben om g esla g en ^schreef<br />
V a n de Woestijne ^ rechts<br />
(p. zor) met blauwe inkt de hierboven ontworpen<br />
strofen a f . ^ dit fragment g n t vormde e de directe e voortzetting e g van a de tekst in E.<br />
C' :I<br />
[jd-¢zes F; –jG-fo]<br />
36<br />
37<br />
38<br />
39<br />
40<br />
41<br />
En t 'twijze 1 meer zou u niet loonen ,<br />
waar zelfs g geen wuiv'ge g wieren wonen<br />
of ''t ruischen van a een luistrend lisch.<br />
Gij zoudt t uw e eige<br />
en beeld b ontberen<br />
1 ijl-gekeerde beeltenis, ,<br />
a en dat gel<br />
a [ge] alleenaa w rt moest e u leeren<br />
4 2 a dat d<br />
a hoe og de eenzaamheide geen e weelden is.<br />
[strofewit]<br />
X 43-49 4-- G7_J<br />
43 Want geen ontstentenis zal baten<br />
die de ei en liefde niet kan laten<br />
44 e g<br />
45 in de ee e "1 ste vuren v e van 't bezit.<br />
46 > Wat baat dat, bloem der elementen,<br />
X 46-49*–GrI _i<br />
47<br />
a als 't tb bloed aan Godes lippe zit,<br />
b ge [als as 't t bloed aan Go es li pp e zit ,<br />
4 8 a al<br />
aaar ge in uw dicht-gesloten tente<br />
w g g<br />
49 ni e t dan om de eigen g liefde bidt<br />
[strofewit]<br />
5 o a 0 Licht o licht<br />
b Maar<br />
[—q,r,• -^ M,oj<br />
In zijn i agenda van i 28 C 2<br />
1 n a g e va 9 noteerde van de Woeste 1 ne op ib januari 1 a een korte<br />
as sae g die hierop aansluit :<br />
653 VARIANTENAPPARAAT
c z : J<br />
[-*M, Jo-Jr; -÷ fo-JrJ<br />
Maar Licht, o Licht ! Ik beneheven g<br />
( 4--I , JO]<br />
waar zelfseen beelden mogen leven<br />
g g<br />
Uit t de datering g vana deze e regels g s moet w worden afgeleid g dat Van de Woestijne<br />
i 1<br />
geruime i tijd 1 d er at aan a het e g gedicht c g gewerkt e t e heeft, ^ zelfs s o nog g t toen het' jaar<br />
r waar-<br />
r carnet C I bedoeld was s 97 I z voorbijwas.<br />
Op de linkerbladzijde in het carnet (p. p 19 v schreef Van de Woestijne 1 eerst<br />
met anilinepotlood de losse regel:<br />
p g<br />
> C' :K<br />
->L • ^N i; >i ---^64<br />
(I) Ik zeg adieu : ik ben geboren<br />
g g<br />
Vlakk eronder varieerde hij daarop met blauwe inkt:<br />
C' :L<br />
4–K • -->N i; ^G<br />
> >> 4<br />
I Zoo oe zeg'k gg<br />
adieu: ik ben geboren<br />
Dan ae volgt w er met anilinepotlood p een nieuwe strofe, die de voortzetting gvan<br />
s tadium I is C ' : M tot slot gevolgd g g door een strofe in blauwe inkt (C'' : N .<br />
Het is onduidelijk l in welke volgorde g deze ge<strong>deel</strong>ten g op p de linkerpagina<br />
geschreven werden. Wel W lijkt 1 Van de Woestijne 1 in deze fase de strofen uit de<br />
stadia en M e N als s slotstrofente hebben beschouwd.<br />
w. d<br />
C ' :M<br />
o- 6 – o- 6-^ f0-16] JJ ^J J JJ<br />
So Maar Licht, ^ o Licht ! Ik ben geheven g f–I,oJ<br />
waarnimmermeer n nog g beelden<br />
leven<br />
S 2 Ik ben het eigen g lijf ontgaang<br />
S3<br />
S4<br />
a maar alle winst is blij verliezen<br />
b daar<br />
en elk verlies verzaêmd ontvaên<br />
't verhit krystal is vloedend vriezen<br />
5 Y<br />
S 6 a en n e elke e dwaalspoor p is de baan<br />
b [] [elk] [<br />
C' :N<br />
l<br />
S7<br />
S8<br />
S9<br />
60<br />
Zoo zeg g 'k adieu : ik ben geboren g<br />
in 't t onver<strong>deel</strong>baar niet van 't gloren. g<br />
E n b blik i sdie mijnoog g verwijdt, l,<br />
en deezondheid van mijn ooren<br />
g 1<br />
[F--x; 4–L4<br />
6 S 4 VARIANTENAPPARAAT
61 a [ 0 ]<br />
b is dervolmaaktste gewijd. g l<br />
c ver xx<br />
c [ ] ver vol dstetilt<br />
s<br />
62 Wij 1 hebben n God nogniet verloren;<br />
633 wI 1 zijn alleen ons eigen g kwijt. 1 t<br />
II<br />
2<br />
M is 'kopijhandschrift voor or (de d proef P van D geweest; ^ M 3 is kopijhand-<br />
1<br />
schrift voor T geweest.<br />
VARIANTEN EN CI en C 2 niet o pgenomen<br />
CORRECTIES<br />
4 Al', M 2 Wie i richt de teen die gaat; g ^ wie gaat g er<br />
M 3 wiet<br />
a<br />
T-D<br />
a<br />
[wie] gaat g er<br />
77<br />
II-f+—Al, I- ^ I-114—E; ^--A 2]<br />
1' ^ j ,<br />
II<br />
^-A I 3]<br />
2 11<br />
)– i n bloed is dunner dan het water E– A ,I<br />
6 MI,M M b<br />
M 3 a I i bo<br />
a b 1 oed is s dunner u dan het water, ,<br />
T-D I<br />
I<br />
2 > > I<br />
M I , M 2 en k weet niet of ik ben, en k ben.<br />
^-A<br />
MD 3- bén.<br />
7 > > 6]<br />
IV , III]<br />
8[-94--A /,7-8;' 8-I F-A II-I E–A<br />
7 ^ 4 ^ ^<br />
14<br />
M' wij zijn der Liefde nog niet dood...<br />
M 2 a I liefde I I i<br />
a [ ]Liefde] [ ]<br />
M 3-D I<br />
I<br />
[If-174--B, 1-3]<br />
17 7 M I -T en de een' gge loomheid was haar loon.<br />
P D I I éen'ge g I I<br />
i8 M' Gij zoudt U-zelven 't leven leeren,<br />
M 2-D I I u-zelven I I<br />
2<br />
5 , En te uwen rugge<br />
gg zouden branden,<br />
M ^T t<br />
P , D te<br />
[22-28+--D]<br />
I<br />
2 M M<br />
3 ^^ ^ ^ leef . t'<br />
6 5 5 VARIANTENAPPARAAT
277 M' deze aar , dit t vuur, , en uwe handen<br />
M 2 a 1 1 h<br />
a [<br />
uwe handen<br />
M'-D<br />
33<br />
M'<br />
M2-D<br />
hebte U te zeer aan waan elescht :<br />
g g<br />
u<br />
[2v-3fE--c]<br />
[36-q2.—F; j6-joy--I)<br />
3 6 M' En 't wijze l meer zou U niet bonen<br />
M 2 I<br />
l u<br />
M3-D<br />
o M`-M 3 in de ijl-gekeerde beeltenis<br />
4 g<br />
T<br />
D<br />
r M' en dat ge alléen waart zoude U leeren<br />
4 g<br />
M 2 a dat I i u<br />
a en dat<br />
M 3 T I<br />
D i iU<br />
44 M'<br />
die de eigen-liefde niet kan laten<br />
M2<br />
M3-D<br />
I I eigen liefde I I<br />
I I eigen-liefde i I<br />
46 M', M 2 Wat winst, dat, a b bloem der e<br />
elementen,<br />
M 3 Wat I<br />
I<br />
T Wat<br />
P D Wat I<br />
I<br />
47 M' ge g als 't bloed aan Godes lippe Pp zit,<br />
M Z al g<br />
ae als g 't bloed aan Godes lippe zit,<br />
M 3-D I<br />
I<br />
I<br />
[43-49 4-- GI]<br />
[ 46-49 4-- G"]<br />
49 M' a niet dan om ei<br />
^<br />
a de eigenste g armoe ... bidt?<br />
M 2 a Ii<br />
bie<br />
a<br />
[bi]dt?...<br />
M3-D<br />
[ JO- JrF-J; JO- f6.—M]<br />
5 I M', ^ M 2 waar nimmermeer nog gbeelden leven.<br />
M 3 T I I nimmer-meer I I<br />
P a I I nimmermeer I I<br />
b nimmer -meer<br />
P I I<br />
656 VARIANTENAPPARAAT
n h *zeekerst zi n ontgaan,<br />
S<br />
2 M'<br />
Ik ben het<br />
l g,^<br />
^ . llees, zekerst]<br />
M 2-D I I zekerst<br />
SS<br />
I ^<br />
M 2 'tt Ve r g l oe i krystal Y is vloeiënd vriezen,<br />
M 3 vloeiend I I<br />
TD - vloeiënd<br />
S 6 M'<br />
en elke dwaal-spoor p is de baan<br />
M 2 a a I<br />
I<br />
13 b °<br />
M 3-D I<br />
I<br />
S7<br />
M' M<br />
me-zelf voorbij l, me-zelven te gen...<br />
M 2 a a Me-zelf e I I<br />
M3-D<br />
b m e-zel<br />
59 NV M<br />
die 'k nimmer en betrad en kén.<br />
T I I !<br />
D<br />
I ^<br />
62 M M, M2 Ik ben in de 1<br />
^<br />
lte de ijlt<br />
)<br />
*die,<br />
later<br />
M 3-D I I 'k<br />
^later<br />
[dz-6j4—H]<br />
*[lees : die 'kJ<br />
(64 E--K; 6q4—L; 6q-7o4—NJ<br />
6 f M' a in 't ont<br />
a onver<strong>deel</strong>baar niet van 'tloren. g<br />
M 2 I<br />
M 3-D I Niet I<br />
66 M I > M 2 Een blik is, die mijn 1 blik verwijdt,<br />
M 3 T I I Blik I I<br />
P D i I blik<br />
I<br />
677 M -T en de gezondheid g van mijne 1 ooren<br />
P D I I mijn l I I<br />
6 8 M` a is der verb<br />
M 2-T I<br />
a [ ] [ver]voldste stilt gewijd.<br />
P a ^ I<br />
b [ ] [stilt]' [ ]<br />
D I I<br />
I<br />
ZETFOUTEN<br />
NOTEN o N<br />
T<br />
P, D<br />
r. 2 S :'t t'<br />
r.o: 3 Gil J gJi<br />
r. 62: i J lte die i jlt die<br />
I Literatuur Minderaa, , `Me-zelf voorbij; ^, me-zelven tegen...'<br />
6S7 VARIANTENAPPARAAT
[BM2I] GEUR VAN HET REEUWSCHE BEEST; GEUR VAN DE BEURSCHE<br />
VRUCHT<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-72, p . 2Ir ^33 V ^343 4r.<br />
D': Gedichten, p. 8.<br />
^ p S<br />
M': Manuscript p H- 97^ I<br />
T: Dietsche warande & Belfort 28.1 (februari 1928), . I 9/34/ 6.<br />
M2 : Manuscript H-101,49.<br />
M 3 : Manuscript H-IO2 ^9 .<br />
P: Drukproef p D 2 H I o S^S9 .<br />
D 2 : Het berg-meer, p.<br />
59.<br />
^ ^<br />
DATERING Tussen maart/april(? 126 en i oktober i 26.<br />
9 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG In het e carnet tv van 1926 9 (p. p 2Ir vermoedelijk ,ve e 1 in maart ofa,<br />
april, noteerde Van<br />
de Woestijne 1 met p potlood een losse regel die een eerste versie is van de ope-<br />
o -<br />
nin g sre gel:<br />
C:A [--q3, r; - .r<br />
I De reeuwscheeur van 't zweet der vrouwen en der dieren<br />
g<br />
is het gg<br />
gedicht c t in meerderet stadia i geschrevenop en d tegenover deaar elkaar<br />
liggende e e p pagina'sa g s 33 ve en 34r. Van de Woestijne We 1 gebruikte g achtereenvolgensg<br />
potlood,<br />
anilinepotlood, p ^ blauwgrijze g 1 inkt, ^ rode inkt en zwarte inkt. Hij<br />
noteerde in eerste instantie op p de rechterpagina twee regels g met potlood p (B).<br />
Een variant in r. I werd met anilinepotlood p aangebracht g in stadium C.<br />
C:B<br />
i a Geur van een<br />
a het wilde beest, geur g van een beursche vrucht,<br />
b<br />
de<br />
2 geur g van de zee ,geur van een aarde zonder lucht<br />
Fase b in r. i valt samen met stadium C]<br />
Na Nee een kleine e open e ruimte werd hieronderet metanilinepotlood p een onvolledige g<br />
regelgeschreven e C. C. Onbepaalde O b tijd aaide later t ^ vulde at Van de Woestijne W<br />
^ die aan<br />
met blauw grize j inkt (fase b).<br />
C:C<br />
a Ik ben de late, ben de slechte, ik ben de o<br />
b [<br />
I dwaze<br />
[—'3-41<br />
b Ik ben [ 0<br />
bazen<br />
[Fase b is van onbepaalde ti d later] J<br />
658 VARIANTENAPPARAAT
Met rode inkt i tntwier ontwierp Van de Woestijne l n lets s lager een nieuwe strofe:<br />
C:DI<br />
a Ik ben de late vrucht in de te i'1 ijltvan den boom<br />
laatste<br />
Ik ben alleen ten killen e herfst, en ik ben loom<br />
a Ik ben o<br />
b<br />
en de vergeten have g<br />
a<br />
b Ik ben de duistre maar<br />
ik zal een kele laven<br />
Direct hierna kwam Van de Woestijne, i'n 1 opnieuw oP met rode inkt, op pde linkerpa- p<br />
II<br />
gina tot een voltooide to versie s e C : ee3 D . In de regels g en bracht 4 hij hij met zwarte<br />
II<br />
inkt veranderingenaa aan (fase c c). Stadium a D is in de gecombineerde g<br />
synopsis<br />
opgenomen. g<br />
Metbetrekking g tot de datering g van de stadia B-E is slechts met genige e zeer k-<br />
h ed e te zeggen n dat ze eva van later a<br />
datum zijn dan d de eerste regel in ppotlood A<br />
die in maart of aprilp geschreven g werd, en van voor i oktober.<br />
II<br />
Mis I kopijhandschrift<br />
e lft voor T geweest; M3 M is s kopijhandschrift voor de druk-<br />
p l<br />
g<br />
^<br />
proef P van) D' geweest.<br />
I<br />
VARIANTEN EN C:A-D niet opgenomen)<br />
CORRECTIES<br />
[I-2
II<br />
S C: D a I k ben<br />
de laatste s vrucht c t in de i 1 lte van den boom. o<br />
berpeer<br />
D' `Ik<br />
M' -D 2 Ik<br />
, II<br />
6 C .D Ikn be alleen a ten e killen herfst,<br />
, en ik ben loom. o0<br />
D'M' , alléen loom.<br />
T' I<br />
I loom.<br />
MI , M 3 1' oom.<br />
P , D I ter e I I<br />
, II<br />
7 C.D Ik ben geboden g nood; , ik ben vergetenr<br />
g<br />
n have. .<br />
D'-D I ,<br />
II<br />
8 C: D a Ik ben de zwaarste enchoon s s<br />
a rijpste, ^ , en zal geen g kele e laven. e<br />
D' ik I<br />
I'<br />
114' -D2 . I io<br />
NOTEN<br />
'an V het et gedichtverscheen gg<br />
e c t een vertaling r' in het Tsjechisch.<br />
[BM22]<br />
GEBOGEN, ACH, GELIJK DE NACHT GEBOGEN<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-9,o 9^ p. z8r.<br />
M' : Manuscript H-97,[2].<br />
p<br />
T : Dietsche warande e.," Belfort z 8. If eb r u ar' i I 9 z 8 ^ p. I 7 o ./34/<br />
M2 : Manuscript p H I o ^S I o.<br />
M 3 : Manuscript p H i oz I 0].<br />
^<br />
P' : Drukproef P D H Io 3^ I 3r.<br />
P 2.<br />
.DH Drukproef -I o6 S^ o .<br />
D: Het berg-meer,<br />
g p. 6o.<br />
^ P<br />
DATERINGo december 1 9 2 7 .<br />
3<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Van hetedicht g is éen kladversie overgeleverd, voltooid en door o Van de<br />
Woestijne 1 bovenaan de Pg pagina . 28r) met ` 330-I 2-2. 7 ' gedateerd. g Deze versie<br />
is in deecombineerde gPg synopsis opgenomen (C).<br />
II<br />
M' is kopijhandschrift v oor T geweest;<br />
es t • M 3 i svoo kopijhandschrift e r oe d r-<br />
ven P' en P 2 van) D geweest.<br />
66o VARIANTENAPPARAAT
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
I Cn ach,gelijk g eboe g g l de nachta ct g gebogen eoe g<br />
M I Gebogen g<br />
een<br />
T<br />
do e<br />
M 2-D<br />
de<br />
2 C a d ee s rijpen 1 e boezeme<br />
a[ ] ri' [rijpe e borst die o<br />
klopto p<br />
van a h teb r 1oed<br />
M I -D I<br />
I harte-bloed.<br />
C g a stil s gaat een blanken in m^ l ne oogen gne<br />
b traagg<br />
wereld ed<br />
NI' -D Traag<br />
4 C a<br />
0<br />
M I T<br />
b<br />
die 'k nimmer evoed<br />
M 2dien *nimmer<br />
M 3 a die 'k niet env oed .<br />
a [die]n<br />
P'-D I I<br />
leer : 'k nimmer]<br />
5 C een ee zee van endren kindrenblankt ba ti in m i n 1eb blikken e<br />
M'-M 2 Een<br />
M 3 a i 1 kinde<br />
P'-D<br />
a[ ] [kind r e n b blankt a t i in mi e 1nblek<br />
blikken<br />
6 C die e 'k, vol vanmelk der zorge, nimmer zoog<br />
M I T<br />
M2 a<br />
a<br />
M 3 a I I der<br />
PI-D<br />
name<br />
nimmer zoog. g<br />
a I I van melk der zorge, zore nimmer zoog. g<br />
7 C 'k ' Ben liefde e a alleen<br />
aan min lg gesmoorde snikken<br />
M'-D<br />
I I d i e pg - es m oo rde<br />
8 C en hanker-oog<br />
M I -D I I hunker-oog. g<br />
ZETFOUTEN<br />
D r. 6: van vol I vol van<br />
661 VARIANTENAPPARAAT
[BM231 IK BEN GEEN WAKKRE LENTE OF EEN GEZWOLLEN ZOMER<br />
OVERLEVERING C: Carnet H- 9^ o. 2 r S^S^ 25v, 26r.<br />
M I : Manuscript H I o I ,S1.<br />
114 2 : Manuscript p H-IO2 I 1].<br />
^<br />
P': Drukproef p D H i 3^ o Sv.<br />
P 2 : Drukproef P D H-IO S^61.<br />
D: Het berg-meer, p. 61.<br />
g ^<br />
DATERING Eind 1927.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Deenese g van het gedicht gtij<br />
t heeft t zichvermoedelijk korte in kor ti' voltrokken,<br />
,<br />
hetzich laat aat aanzien<br />
laat in i 1927. Van de Woe ti s^ ne gebruikte g uitsluitend s<br />
anilinepotlood. P De eerste aanzet, a t ^ P p. 2 S r in het tweede carnet van 12 9 7^is<br />
zeer fragmentarisch:<br />
C:A<br />
I Ik beneen g rinsche s e lent, ^ ik bengeenb geedo donkre e zomer,<br />
2 'k ben later dan den herfst<br />
oen ruimte]<br />
3 a Maar ik ben warrem als de elucht<br />
b hetzwerk<br />
4 0<br />
(5) 0<br />
b [ ] dat danst<br />
b [ I dondert en dat danst<br />
Voor een nieuweo P in g sloeg g Van g de Woestijne 1 de bladzijdeom en hijkwam<br />
I<br />
in eerste instantie tot een voltooide strofe en een klad voor het vervolg g C . :B .<br />
II<br />
0 Opg de linkerpagina werden daarna nog enkele regels genoteerd g C : B .<br />
C:B'<br />
I-24-A<br />
><br />
I-2<br />
><br />
' I-1-+I-LI<br />
I I<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
Ik beneen wakkre lente of een gezwollen zomer,<br />
g g<br />
k ben later *den de herfst die huiverend verzit. lp<br />
ik ben 'tewrocht niet van den buik die, loom en loomer,<br />
g<br />
a bij harde stampen rijpt<br />
1 p lp<br />
a voor een kind-gewemel<br />
0o g<br />
a [voor een kind-gewemel] rij lpt<br />
b<br />
helder baren<br />
[kleine open ruimte]<br />
*[lees : dan<br />
662 VARIANTENAPPARAAT
S<br />
6<br />
b<br />
b<br />
e Geen kinder-mondje<br />
lacht om 't wimpren van mijn ^ oogen g<br />
wemel -mondje<br />
l<br />
om<br />
c bi' 1<br />
a Maar 'k ben die van min zore een kuilge wiege *dauw *[lees : douw?]<br />
1 g g g<br />
b<br />
b<br />
b<br />
Maar 'k ben die 't werig<br />
Maar 'k ben die van mijn l zore g een kuil ge g wie gge dauw<br />
Maar 'k ben die] heteloken g kind, dat<br />
Maar 'k ben die van min 1 zore g een kuilge g wie gge dauw<br />
Maar 'k ben die heteloken g kind,] en 't werend-ziek e, douwt<br />
Maar 'k ben die van ml n 1 zore g een kuil ge g wie ge g *dauw]<br />
c Maar 'k ben die het geloken g kind, en 't werend-zieke, , douwt]<br />
Maar 'k ben die 't ziek-geloken g kindjewie ge-[douwt] g<br />
, I<br />
C.BI<br />
b<br />
Maar *warren en 0 ben 'k als een zwerkebo g g en A 3]<br />
*[lees : warrem]<br />
a die alle vraag g ontvangt, g> die o en die danst E–A > 6]<br />
[ i<br />
{welke eiken aêm ontvangt, die dondert *en *[lees : eenmaal en]<br />
g, e a e<br />
II<br />
M 2 is kopijhandschrift voor proeven P' en P 1 van) D geweest.<br />
1 g<br />
III<br />
De bronnen na C bevatteneen varianten ten opzichte van de leestekst.<br />
g p<br />
ZETFOUTEN<br />
P I P 2 D r. : loomer en loomer loom en loomer<br />
> > 3<br />
[BM 24]<br />
IK BEN DE HAZEL -NOOT. - EEN BLEEKE, WEEKE MADE<br />
OVERLEVERING C': Carnet H-72, p . I 7r.<br />
C 2 : Carnet H 9^ 0 p p. 2Ir, ^ 22v.<br />
D' : Gedichten, ,p p. 59.<br />
M': Manuscript H-97,[3].<br />
p<br />
T: Dietsche warande & Belfort 28.1 (februari 1 9 28), . p. I 7 I. 34<br />
M 2 : Manuscript p H- I o I ^S2.<br />
M 3 : Manuscript p H-I o2 I Z.<br />
^<br />
P l : Drukproef p D 2 H- I o 3^ 6v .<br />
P 2 : Drukproef p D 2 H-IO S^62.<br />
D': Het berg-meer, g ^ p. 62.<br />
663 VARIANTENAPPARAAT
DATERING Maart of april p i 926' eind 1 9 27,uiterlijk e ^ omstreeks s november.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG In maart of april p z 926 schreef Van de Woestijne 1 in zij zijn carnet (C', p. I 7 r :<br />
C2:A<br />
(Satan)<br />
Gelik j de worrem in de hazelnoot.<br />
Gij hoort hem niet, maar a de noot wordt o lichter en lichterc<br />
En God o glimlachte: g1 e. met den e hoogmoed eaoe h d hij de onontbeerlijke te behoefte aan<br />
de r tiegeschapen<br />
Evalukt een appel die de vorm heeft der aarde<br />
p pp<br />
Adam beladen met de opperste straf: : dat hij niet wist van de opperste verlossing.<br />
p<br />
g<br />
Ongeveer gee anderhalf ^ jaar later, na I september s p 192 7,nam de dichter het beging<br />
hiervan e op P in het tweede carnet van dat jaar. l Op p. 2 I r werd met anilinepot-<br />
p<br />
lood een onvoltooide kladversieeschreven g :<br />
I Ik ben de hazel-noot. o Een e bleeke weeke e made<br />
a bewoont mijn l kamer, ^ die knaagtg<br />
b<br />
blind is en die<br />
b en<br />
3<br />
a ikn be die evan verzaden<br />
b mijn ^ zaat a een duisternis [verzade]<br />
b zaa d<br />
a<br />
b ik word een ijlt, die klaagt noch<br />
l^ g<br />
kleine oen ruimte]<br />
vraagt<br />
(S) ik *wordt de holt die luide zingtg<br />
*flees: word] 9<br />
Op p de volgende g rechterbladzijde c 1 kwam later in inkt een volledige g versie C2:B<br />
tot stand; deze is, ondanks enkele varianten, zo regelmatig g gg geschreven dat ze<br />
eenafschrift lijkt ^ t van een e elders s b bewerkte versie. Er kan tussen A en B dus<br />
l^ enige g tijd, wellicht hverstreken een vrij l lange, g^1g<br />
zijn. Aangezien het edicht echter<br />
voorkomt inbloemlezingD de I waarvan n het drukken in januari9 z 28 was<br />
voltooid, moet het gedicht gg uiterlijkongeveer in november I 97 2 afgerond g zijn. 1<br />
C 2 .: B is i in de gecombineerde g<br />
b synopsis opgenomen.<br />
II<br />
M' is kopijhandschrift<br />
p l voor<br />
T geweest; g<br />
^ M3 is kopijhandschrift pl voor (de Proe-<br />
ven P I en P' van) D 2 geweest.<br />
664 VARIANTENAPPARAAT
VARIANTENpg<br />
C I en C 2 : A niet opgenomen)<br />
CORRECTIES<br />
I C. 2 :B Ikbeben de hazel-noot.<br />
z e Een – bleeke, b weeke ,<br />
made<br />
D' `Ik<br />
IV' Ik I I<br />
[r-¢4–A, 1-4]<br />
2<br />
4 •- .B T Enk 'k word een ijlt 1 , die e klaagt g noch vraagt. g<br />
2<br />
3<br />
M^<br />
leêgtg t<br />
I I<br />
P I a<br />
b<br />
leê t ' g<br />
P I , D I<br />
I I<br />
S<br />
C 2 .B:B 'kk Verlaat V<br />
me-zelf; ^ 'k li 1 d aan me-zelven leêge g schade.<br />
DI "k<br />
I<br />
M , T 'k<br />
M 2 a ,<br />
a , ^ 'k l idaa 1 aan me-zelven ijlej<br />
schade.<br />
M3-DI<br />
2 • 2<br />
G C. B - M Ik ben t 'taanhoudend maal, ^ in een gesloten g kring,<br />
M 3 a g eholden ^? r<br />
b<br />
g e sloten<br />
P '-D2<br />
2 •<br />
7 C .B a va van eene domme en duldelooze en<br />
, ondankbre made.<br />
D' I<br />
ondankb're I I<br />
M I I<br />
ondankbre I I<br />
TM , 2<br />
ondankb're I I<br />
M 3 a<br />
ondank'<br />
P I -DI<br />
a {<br />
ondank b're made.<br />
2<br />
8 C.:B • a Maar raak' k de d vinger g e me aan eens s kinds , en die me rade:<br />
b<br />
van [een] [kind] me<br />
D'<br />
I dat<br />
I 2<br />
M -M<br />
dat me rade :<br />
M 3 a ,<br />
PI -DI<br />
a<br />
C 2 B<br />
9 • a ik hoor<br />
a hij 1 h r oo mijn t 1g<br />
holte; ' k word luid; , ik zing.<br />
b<br />
ikluid ^ ik zing.] g<br />
D<br />
I<br />
1'<br />
MI -DI 0<br />
NOTEN<br />
'h Van gedichtverschenenvertalingen het g c t in h e t Bulgaars,h e t Dui is 8x , het<br />
Engels g 1 ix het ^ e Frans 4 x het Friulaans, a het Roemeens > ix het ervoroa Sktisch<br />
en het Tsjechisch.<br />
1<br />
66 5 VARIANTENAPPARAAT
[BM2.51 'K HEB MIJ VERLATEN AAN DE DRUIF EN AAN DE ROOS<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-9o, 9^ p. 23r.<br />
M' : Manuscript H-97<br />
T: Dietsche warande & Belfort 28.Ifebru a ri I 928 ^p p. 7 i 2. /34/<br />
M 2 : Manuscript P H-1 o ^S3 I .<br />
M 3 : Manuscript p H-io2 ^3I .<br />
P : Drukproef P D H- I S^ o 6. 3<br />
D : Het berg-meer, ^ ^ p. 63.<br />
DATERING Eind 1927.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG In heteede tw carnet c van a i 29is 7 in de maandenseptember-december 'en e versie<br />
van hetedicht g geschreven. g In eerste instantie werd een losse regel g genoteerd ^ t<br />
C A die d bij aanvang 1 g van stadium s B werd doorgehaald. g<br />
C:A —>1<br />
I 'k Heb mij<br />
verlaten aan de roos en aan de druif<br />
[Doorgehaald in stadium 13]<br />
Voordaaronder de geschreven g<br />
n volledigeversie C: B werd opnieuw p zwarte<br />
inkte g ruikt; b het ^ is niet te zeggen e<br />
hoeveel tijd tussen beide stadia verstreek.<br />
is in deecombineerde gopgenomen<br />
synopsis o penomen.<br />
M' M is kopijhandschrift voor T geweest; • M 3 is kopijhandschrift 1 voor (de proef<br />
P van) D geweest.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C : A niet opgenomen) Pg<br />
3<br />
C :B en — ben 'k de wepele? Alle gave g is bate<br />
M'-D i<br />
I eigen g bate<br />
4 C:B a waar alle ze<br />
M' -D<br />
a liefde is bateloos<br />
S<br />
C :B Ben 'k de vergeten g leêge g en die geen g loon zal wachten?<br />
M' a<br />
b ] [die]n [ l<br />
T-D<br />
6 C:B a Ik vol het uur met geur; ik vol het hart met wijn,<br />
b —[Ik] [ ]<br />
M'-M 3 I I ;<br />
P,D I I,<br />
666 VARIANTENAPPARAAT
C. ^ B l, en zal 'k voortaan alleen de náakte zijn,<br />
M I - D ^1laatstenaakte zijn :<br />
mI n naaktheid n d wordt het<br />
8 C ^ . B a ^ aa e<br />
a<br />
de klaart der nachten<br />
M I -D I I.<br />
[BM261 'K VERZOEK DE ZEE, ' K VERZOEK GEEN AARDE EN HARE<br />
VRUCHTEN<br />
OVERLEVERING CI: Carnet H 2 p. Iv.<br />
7^<br />
C 2 : Carnet H-96, p4. r.<br />
M I : Manuscript p H-97,[5].<br />
T: Dietsche warande e7 Belfort 28.1 (februari 1928), 9 ^ p p. 73 I . 34<br />
MZ : Manuscript p H I o ^S4 I .<br />
M 3 : Manuscript H I o2 ^4I.<br />
P: Drukproef p D H- I o S^ 6. 4<br />
D: Het berg-meer, ^ ^<br />
p. p 64.<br />
DATERING 1926; begin januari i 28.<br />
9 ^ g januari 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Voor in het carnet<br />
van a9l I 26 C i noteerdeVan de Woesti'ne op p een niet nader<br />
te bepalenda in dag dat d jaar 1 een aantal a e regels g e C I : A. De slotregel g van het klad<br />
is vrijwelletterlijk 1 rlk 1 dezelfde e als a s die van a het e gedicht. g Het rijmschema, l<br />
voor zover<br />
herkenbaar, sluit s u daarbijoo ook aan. . 1<br />
Door een inktvl e k zijn de eerster woorden<br />
van de regels g 3 en niet 4 leesbaar.<br />
C' :A<br />
Ik zal u niet beminnen, Zee, dan om degenen g<br />
die mij<br />
verlosten van o<br />
I- kleine open ruimte]<br />
a xxx van ieder, droom van allen, die den mijnen<br />
> l<br />
aj mi ne<br />
xxx uiven als o van o avond-pleinen:<br />
hij deinst hij deinst o verlaat<br />
1 ,1<br />
maar zie : ik draag den droom van allen op 't gelaat<br />
g p g<br />
O<strong>nl</strong>eesbaree<strong>deel</strong>ten in r. en door inktvlek]<br />
g 3 4<br />
I<br />
Kort ot naingebruiknemingv adea het eeuw n 1928<br />
h n' e carnet voor 1 CZ dus waar-<br />
schij<strong>nl</strong>ijk in januari, 1 ^ werkte Van de Woestijne 1 met anilinepotlood aan een klad<br />
van de eerste strofe:<br />
667 VARIANTENAPPARAAT
Cz:B<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
a 'k verzoek de zee,<br />
verzoek deze<br />
e aarde en ee harevruchten ae<br />
geen<br />
b[ I gee n e<br />
a als 't<br />
a niet dan als 't donker e zwerk vo vol donderenderuchten g<br />
b o het<br />
a 0 'k verzoek de e tijd<br />
'k verzoekeen ongeziene [streepje]<br />
g g<br />
ni t a dan s als, e r e en , vroom,<br />
e een vraag v ag a in dee eeuwigheid eeuw^gId e<br />
II<br />
M' is kopijhandschrift p^e<br />
voor T geweest; M 3 is kopijhandschrift voor d roef<br />
P van) D g ewe est.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
(C' en C' niet opgenomen) g<br />
2 M'-T dan als het donker e zwerke vo voldo donderend e end geruchten. e g<br />
M 2<br />
*donderen<br />
^<br />
g e ru c ht e n. d<br />
M 3-D i I donderend geruchten. r<br />
4 M' a dan, , verre en vroom,gelijk g e 1 een vragen in ee u w gi e h di.<br />
a<br />
vrage<br />
T-D<br />
7 M' a 'k b<br />
a Ben naauwelijks a s de b g blik le die we wemelt elt en die n' ; gaat;<br />
T-D I<br />
I<br />
[r-¢4—B]<br />
* lees :. donderenderu g chten.<br />
8 MI a maar ziet : ik draag de droom van allen op 't gelaat. 4—A 6]<br />
g p g<br />
a [de]n<br />
T-D I<br />
I<br />
NOTEN<br />
I Van hetedicht verschenen vertalingen in het Frans en het Italiaans.<br />
g g<br />
[BMZ7]<br />
NEEN: ' K BEN (WAAR ' T RIJPEND IJS DE WAETREN HEEFT<br />
GEZOGEN)<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-96, 9> p. 2v, >3r.<br />
M' : Manuscript H-97 97^,[6].<br />
T: Dietsche warande e.,' Belfort 28.1 (februari 1 9 28),. p. I 74 . 34<br />
NI': Manuscript H I o ^SS I .<br />
D: Het berg-meer, ^ ^ p. p 65<br />
.<br />
668 VARIANTENAPPARAAT
DATERING<br />
Begin januari g 1<br />
^ 28.<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Direct vooraan in het ca carnet van 1928,du duse waarschij<strong>nl</strong>ijk vroeg<br />
in 1 januari ,<br />
schreef f Van e de W o est l e 1 n met anI anilinepotlood l oo in eerste<br />
instantie i e vijf vI l o openingsre-<br />
enI e-<br />
g els (p. 3r :<br />
C:A<br />
I- —^B I- ^ --^I-<br />
4 ^ 4r 4<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
5<br />
Die Dewaar het rijpend 1 ijs 1 de waetren heeft gezogen g g<br />
En n teeken ek n aan de ruit een rijken 1 winter-tuil.<br />
Die 's s avonds, waar het huis van maan-licht is bewogeng<br />
in de ongeziensten hoek en 't veiligst duister schuil<br />
g g<br />
[strofewit]<br />
En zij zijn<br />
ban g^ en 'k zal ze in mijnen 1 schoot vergaedren g<br />
Daaronder wordt de strofe hernomen en volgen g twee nieuwe strofen, die niet<br />
v ol id zijn(C:B);<br />
l enkele tooa<br />
varianten (r. 7ar<br />
en I o op de linkerbladzijde d -<br />
naast.<br />
C:B<br />
[I-44—A, I- ' I-I2-->I-I2<br />
4 ^ 4^<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
Ik ben, waar 't rijpend 1 ijs 1 de waetren e heeft t gezogen, g gen<br />
die teekent aan de ruit een rijken winter-tuil<br />
1<br />
en 's avonds, als het huis van maa<strong>nl</strong>icht is bewogen g<br />
in de e ongeziensten hoek en 't veiligst duister schuil.<br />
[strofewit]<br />
S<br />
6<br />
7<br />
het koolken van mijn haard gaat rooden aan de ramen<br />
1 g<br />
a een vuur'ge ge roze e ontwaakt w ten ruiker van het raam<br />
a a<br />
de maan<br />
b roze ontwaakt ten mane-ruiker ruit<br />
a Wellicht zijn k[?]<br />
1<br />
a doolaards, die zich om dees hoop verzaêmen<br />
p<br />
c<br />
lEn kindren doolden, die zich om<br />
8<br />
a a i 0 I verdergaan<br />
b<br />
ontsluit<br />
[strofewit]<br />
9<br />
a De<br />
a Zal ik ze nooden ? 't Brood is zuur, de melkeronnen g<br />
669 VARIANTENAPPARAAT
I0 a { 0 en alle liefde is onbegonnen<br />
b<br />
[<br />
o God,<br />
^<br />
mijn 1 God,<br />
^is alle ae liefdenooit ede o beone begonnen?<br />
n.<br />
g<br />
II<br />
I2<br />
0 staan<br />
Ik *hopen mijne deur, en zij zijn heengegaan *<br />
P l ^ zij 1<br />
lees .oen p]<br />
II<br />
M' is ko pj ihandschrift voor T geweest. g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
(C niet opgenomen) g<br />
[ 1 - 4<br />
4—A, r- •<br />
4<br />
r-r2^-B<br />
^ 4^<br />
I M' a Ik ben waar 't rijpend lp ijs de waetren heeft gezogen, g g<br />
a<br />
T<br />
114 2,D Neen: 'k ben<br />
2 M' a die teekent aan de ruit een rijkenw wint el<br />
a<br />
T-D I<br />
winter-tuil<br />
10'- M M 2 — o G God, mijn God, is sae alle minnen ne onbegonnen? o b e nn o en.<br />
D ..<br />
I<br />
ZETFOUTEN<br />
T r. I: ben I ben,<br />
D r. I: ri endi s ri end i s<br />
J ^ J J<br />
r. io: 0 God I o God<br />
NOTEN I Van hetedicht verschenen vertalingen in het Duits ( 3x).<br />
g g 3<br />
[BM281 DE KEUKEN IS GEBOEND NOG VÓOR IK BINNEN-TREED<br />
OVERLEVERING C: Carnet H-9<br />
9^p5^<br />
,6 p. v 6r.<br />
M: Manuscript H i o I<br />
p ^5<br />
6.<br />
D: Het berg-meer, p. 66.<br />
^ ^ p<br />
DATERING Januari of februari 1928.<br />
ONTWIKKELINGS- Irianuari l wellicht ^ in februari i 28 9 schreef e Van de Woe stijve 1 met e anilinepot-a ne p<br />
GANG lood inerste e instantie e éen strofe eeen C : A p. 6r),met variant van a de tweede<br />
regel g op P de linkerbladzijde. Voor het vervolg g werd de strofe doorgehaald, met<br />
uitzondering g van de variant op p de linkerpagina.<br />
67o VARIANTENAPPARAAT
C.A<br />
-+B 1-4; -3I- 4^ 4<br />
Igeschuurdg<br />
a De keukenis i nog voor ik binnen e treed<br />
b [ ] geboend<br />
z<br />
a Water ! o tranen<br />
b de v vloer is nat als ware 't van mijn 1<br />
[ ]<br />
c<br />
De vloer r is nat als van de blijheidmijner l tranen<br />
3 a o<br />
b Maar neen:<br />
: een engel g heeft het huis van mijne l wanen<br />
4 a 0 en ik ben die o waar hij<br />
wéet !<br />
bewasschen g<br />
I-Stadium i A w werd doorgehaald g in stadium B, , met uit onderin gvan de open vvariant in fase<br />
c van r. 2]<br />
Na de doorhalinge van A hernam gVan de Woestijne W 1 het geschreveneeronder,<br />
evene<br />
om het direct uit te breiden met een klad van een zevenre g eli g e st rof e, :<br />
C:B<br />
[z-¢r-8]<br />
I De keuken n iss g geboend nog g voor ik binnen-treed.<br />
Hethuis is nat als van de blijheid mijner tranen<br />
2 et s s blijheid l<br />
De ramen vloeien in de zon; van mijne wanen<br />
3 ^ 1<br />
4 a gewasschen ben ik als wie o wéet<br />
b [ sta 'k o in de klaare<br />
b [<br />
klaar ten *klaarten van wie[wéet] e<br />
lees : eenmaal klaarten]<br />
[strofewit]<br />
5 Ik weet : mijn 1 glanzend g huis, vgl gij zijt uit mij lgeboren<br />
6 a Ontvan gen wat ik ben, o wat o ontdek<br />
b vreugd g [ I<br />
7 en waar ik 0 de taeflen dek<br />
8 met druiven van den wijn en koeken van het koren<br />
9 ik weet niet of o wek<br />
1 o a wanti' g zult l<br />
o maar niets en gaat g verloren<br />
b komen waar 'k me-zelven heb<br />
II<br />
a o blinden m<br />
a<br />
kin er-mond ondankb're vogel-bek g<br />
b o nijd' ge lg<br />
671 VARIANTENAPPARAAT
Een n volledige 11 e gversie Ie werd e ate later met b blauwe<br />
inkt I t op de linkerpaginahr geschreveng<br />
e E nvaa variant r'anilinepotloodaangebracht, is met ean^ne p ood w t du a dus eni e g tijd laterr<br />
moet zijn gebeurd.Heteg<br />
ud.Htvoor<br />
netafschrift y or A.A.M. Stols werd gedateerd op<br />
2 9 februari, welke d datum m dus a s t terminus man u f ante n ^ quem m geldt.C g . C • is sin de gecombi-g<br />
n eg<br />
erde synopsis opgenomen.<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C. •A e en B niet opgenomen)<br />
g<br />
z C. C Het huis u s is s nat na van a al a de eblijheid J mijner J tranen.<br />
M,D 1 I als van<br />
3 •. C ^ M De ramen vloeien in de zon. Van mijne 1 wanen<br />
D<br />
vloeiën<br />
5 C .0 a Ik weet. • m i' Jhuis, n glanzend ' zi 1 j tgeboren;<br />
a uit mij[geboren;] Jg ,<br />
M a<br />
a<br />
D I<br />
mijn l geboren; g ^e<br />
mi' J<br />
6 C.0 a 'k nt o van e g wat ik ben' ^ 'k ontwake en b<br />
a i n wat ik wek; ,<br />
MD ^<br />
'<br />
9 C a zij 1 z ule l n komen, >verloren, waarme-zelven 'k<br />
heb<br />
F-B> io]<br />
b<br />
geef<br />
M a zijn 1<br />
a [zij] 1 zullen komen,<br />
waar , waa 'k me-zelf aan geef g verloren,<br />
D<br />
I I C.0 a o blinden kinder-mond,o^J nd' en g vogel-bek. g E–B, II]<br />
b[blinde]<br />
nijd' lge<br />
c<br />
wilde<br />
MD M,D wijde 1<br />
I<br />
NOTEN<br />
I Van het gedicht g verscheen een vertaling g in het Frans.<br />
[BM2.91 GEVEN, GEVEN I ALLE VRACHTEN<br />
OVERLEVERING ov<br />
CI: Carnet H 9 ^ 0 p. 24<br />
r.<br />
C 2 : Carnet H-96, . r 6v, r 7v, 8r.<br />
S> > 7^7 ^<br />
T.Daschw I • Dietsche warande & Belfort z 28.1 8 (februari I 92 8 ^ p. I 7S . 34<br />
M I : Manuscript p H I o I ,57.<br />
P: Drukproef D H-IO 3^ 3v .<br />
M 2 : Manuscript H I o 4, zo.<br />
T.D 2 : gids e f 9 2.111 (september I 28 p. I. /36/<br />
^ 9<br />
3<br />
D: Het berg-meer, ^ ,p p. 67<br />
.<br />
DATERING A November of december I 9 z 7^ • januari-februari 'anuari-februari I 9 28.<br />
672 VARIANTENAPPARAAT
ONTWIKKELT ONTWIKKELINGS-of c- In november december f r I 972<br />
schreef Van de Woestijne 1 met anilinepotlooda n i<br />
ood<br />
GANG een schets e voor het gedicht g<br />
in het<br />
tweede carnet van dat ^aa jaar: .<br />
C' :A<br />
I<br />
2<br />
3<br />
4<br />
Geven, geven! Mine handen<br />
^g 1<br />
steedsevuld met nieuwe gift<br />
g g<br />
[ 0 ] niet branden<br />
sa ] drift<br />
oen ruimte]<br />
b--B-->C; f-BAD; f-8--.E, r-g, f-8--41-8]<br />
5 Geven huizen<br />
6 a vaart<br />
b<br />
haard<br />
1^ b En de heemlen zijn de e sluizen s uiten<br />
8 b voor mijnr v ac h teloo zen vaart<br />
[strofewit]<br />
[9-rr-+E, J-7; 9-11—>9-111<br />
a Ik ben verledene<br />
beleê d ik ben<br />
g g^<br />
I o a 0 maar ik voed<br />
b ikr wo d de blijde 1 dood want<br />
II a en t verleden<br />
b al wat komt is mijn<br />
I2 a en van mijn vergeten bloed<br />
1 g<br />
b lacht uit<br />
l<br />
[-.4E, 9; —> 13]<br />
In het aansluitende carnet van 129 8 S r werkte Van V de Woeste Woestijn ne verder aan<br />
g c ht. In eerste<br />
instantie<br />
zette hij 1 een nieuwe strofe oeo die el niet negehand-<br />
g<br />
haafd zou blijven:<br />
l<br />
C' :B<br />
I Geven, geven, dralig geven<br />
g ^ gg<br />
2 a van wieeene g gave g [x]<br />
a{ ] [geen] gebaar g en waagt g<br />
(3) naar wie 0<br />
(4) geene liefde vraagt g<br />
Iets verder in het t carnet<br />
ct 7r) r hernama Van de Woeste ne 1 daarna het midden ge- g-<br />
<strong>deel</strong>te van het eerste stadium (C. C .Als onoteerde losse aantekeningh l hij op<br />
gelijke g l hoogte g o de linkerpagina: d `bev r ac ht een n notie<br />
e die e in des strofe oeteug<br />
r<br />
komt.<br />
673 VARIANTENAPPARAAT
C 2 :C<br />
> > ¢^ J<br />
(I) o Geven wij de huizen 11<br />
2 vol-beladen 0 1 haard<br />
3gmaardaarbuiten ichl e n a v n de sluizen<br />
luit e<br />
(4) voor den ónbevrachten vaart<br />
0 ev de volgende 1 e g rectopagina g n a (p. 8r) 8 werd de strofe o e uit stadium C opnieuw her-<br />
nomen :<br />
C' :D<br />
4—A -^ ^ ^--C • —^E 1- ^ —^ -8<br />
^ J > > > ¢^ J<br />
1 a o Geven v even ,g ! Laat de huizen !<br />
b .<br />
2n weesgerust e om eesg elk s o en haard, e<br />
3 want de he e tulen zijn de sluizen<br />
van uw onbevrachten *haard<br />
*[lees : vaart]<br />
Daarna schreef Van de Woestijne i 1 e linksde d drie e volledige g e s strofen o van v het<br />
gedicht, maar in een volgorde voodedeaw g die afwijkt ^ v van n ede latere aee (C 2 :E).Van es-<br />
Wo<br />
ti 1 n e heeft f niet aangegeven<br />
gg e dat de volgorde g<br />
van de strofen zoals die hieronder<br />
is s we egg r e eve n , ve r n a rd de moe worde st n. D e middel ste s trofe , die later de<br />
slotstrofe0 zou worden, 0 r , bestond d aanvankelijk a l als de overige g uit vier regels; de<br />
vijfde f werd later we ingevoegd. d atMetM t uitzondering van een toevoeging g gmet zwarte<br />
inkt<br />
in r. i 3 (fase d) in stadium E, ^ werd d in alle a e s stadia a uitsluitend anilinepotlood P<br />
gebruikt.<br />
CZ:E<br />
[I-¢t—fig 1-8; I-¢FC; I-¢J-ó]<br />
I Geven, geven! Laat de huizen, ,<br />
2 sluit de ramen, dek den haard:<br />
3 de open p heemlen zijn de sluizen<br />
a voor uw onbevrachten vaart<br />
b [ ] {<br />
b<br />
g<br />
onbevrachten<br />
og n eduld' gen<br />
[strofewit]<br />
[I-7+-A, 9-II; J-9--9-13]<br />
g 'k geleêgd, Ben g^ ik ben verleden; ,<br />
6 a 'k word w d de eb blijdedood 1 : ik voed;<br />
b w od r e [dood:: ik heb voe;]<br />
d<br />
*[lees :.evoed ^ g ^<br />
674 VARIANTENAPPARAAT
7<br />
8<br />
a en al wat komt is mijn vel<br />
a verleden ,<br />
b < o><br />
a [ontbreekt]<br />
c waar het werd uit mijne bede, en<br />
1<br />
l<br />
9 a lacht uit mijn lg<br />
E—A 12 • -^ I<br />
> ><br />
a vergeten g bloed<br />
[strofewit]<br />
I o Geven even ! Alle vrachten<br />
,g<br />
I zijn a zijn g geborgen gen<br />
ae wonnen [ge]wonne in het want<br />
3]<br />
I0 -1 j- I]<br />
verworven<br />
12 a en de leêgte let een zachten g g<br />
a zachte<br />
1a weemoed in uw moede hand<br />
3<br />
c de<br />
[Regel 8 fase c, werd met een %n li n ingevoegd; ase d in r. I 3 werd later met inkt toege-g<br />
e<br />
voe gd<br />
II<br />
M 2 is kopijhandschrift voor T 2 geweest.<br />
p l g<br />
VARIANTEN EN<br />
CORRECTIES<br />
C I en C 2 niet opgenomen) g<br />
[I-44--E, 10-1 • -8^A -8 • -8^-C • -8^D • -8^E I-<br />
4 ^ 3^J ^J ^J ^J ^J ^ 4<br />
S<br />
T I M I Geven, geven! Laat de huizen,<br />
P a I I Laat<br />
bé ven g<br />
M 2-D I<br />
I<br />
[9-rr4--A, 9-II; y-rj+—E, t-9]<br />
Jo T I 'k worde dood : ik hebevoed. g<br />
M I -D I I wórde I I<br />
I2 T' waar het werd uit mijne bede en<br />
1<br />
M I -D I I 'tewerd I I<br />
g<br />
I -A^ 12]<br />
^<br />
ZETFOUTEN<br />
T I r. 8: ongeduldigen on eduld' en g g<br />
NOTEN I T I heeft in r. 8 door 'ongeduldigen' in P laats van `on g eduld' gen' een syllabe Y<br />
te veel. Omdat van de Woestijne 1 gewoon g was elisie in de woordvorm aan te<br />
X75 VARIANTENAPPARAAT
g^1 geven, n i`ongeduldigen' isondanks e h tontbreken a v n d e ko I voor v e ti 1- d<br />
schriftpublikatie als zetfout beschouwd.<br />
2 Van hetedicht verschenen vertalingen in het Hongaars en het Spaans.<br />
g g p<br />
g<br />
[BM301 DE BLIND-GEWORDENE<br />
OVERLEVERING<br />
M' : Manuscript H-1 0.<br />
C' : Carnet H 7 z ^ p. . 44r.<br />
C2: Carnet H-83,. p. z 7r.<br />
C3: Carnet H-96, 9^ p. 9v, 9> I 0r > I I r > I I V > I zr, > I 2V > I 3^ r I 3^ V I 4^ r I 4^ V I S^ r I S, V<br />
I 6r.<br />
M 2 : Manuscript p H-101, 5 8-66.<br />
P: Drukproef D H-103,[7-8v1.<br />
p<br />
T ^ .E lse v ier' s geillustreerd g d maandschrift 3 8.I I au g ustus I 92 8 ^ 9 . 8-IO 3 . 35<br />
D: Het berg-meer, p. 6 9-7 8.<br />
^ ^<br />
DATERING Omstreeks 2 9april ^ p I 2; 9 begin ^, g I 28 ^ – 1 maart I 28. 9<br />
ONTWIKKELINGS- I<br />
GANG Samen met titel van het openingsgedicht de t te van de va bundel komt evan de titel 1 v<br />
dit slotgedicht g al voor in de eerste herziene versie van het eerste schema voor<br />
de trilogie M I •<br />
g zie de genese van BMI . Ook in het carnet van I 26 CI<br />
^ g 9<br />
waar Van de Woestijnepagina's<br />
op enkele opeenvolgende a ina's plannen noteerde<br />
voor 0o de opbouw van de bundel Het berg-meer, g wordt `De Blind-gewordene' g als<br />
(postludium)genoemd; zi z v n d slotgedichtsp t ume 7 a e Ontstaansgeschiedenis.<br />
II<br />
Wanneer n r Van de a d Woestijne W l een begin g<br />
maakte met de tekst van hetgedicht, is<br />
niet precies i aan te geven. Op zeker e e r moment e schreef s hij mete blauwe awe inkt i in t 1 zijnn<br />
carnet van 1 9 2 7(C 2, p. 2 7r): `Be in van: de Blind-gewordene :' en daaronder<br />
97 ,pg g<br />
na een witregel de eerste twee regels:<br />
g g<br />
C 2 :A<br />
^B ><br />
1<br />
1-2 ;<br />
><br />
^C 1-2 ;<br />
><br />
-^H I-2 ' ---)I-2<br />
, > ><br />
I In naam des Vaders en des Zoons,<br />
z In naam des Heil' engeestes, Amen. g<br />
pg ^ Op p de voorafgaande rectopagina, a a w waar hij<br />
aan `De meiskens uit de taveernen'<br />
BM4 werkte, komt de datering g ` i 6 Mei' voor, v maar toen Van a de Woestijne W s 1<br />
onder A met a aniline i de eerste s strofe van `De blind-gewordene' g in haar geheel g<br />
uitschreef C 2 :B dateerdehij de hij die d emet `z '29 April'. p Hoewel het dus voor de<br />
hand<br />
ligt g datA na 16 a mei e1 z 97g geschreven werd, is ^ het volgende g stadium van<br />
de e genese g daarvoor r gedateerd. Een verklaring a g zou kunnen zijn ^ dat Van de<br />
bloesti 1 ne 2 9mei 9 bedoelde waar hij 299 april p schreef; s ^ hij vergiste g zich vaker in<br />
data, zelfs e s int 1gg<br />
jaartallen. 11 Met zekerheidis echter nietste zeggen, behalve dat<br />
deze eeees eerste a aanzetten tot het gedicht g omstreeks april-mei p ontstonden.<br />
Onder A hernam de dichter de twee reels g en voltooide meteen de eerste<br />
strofeeheel: g<br />
676 VARIANTENAPPARAAT
C' :B<br />
I,<br />
[1-2
^,^ ^ . r rr x.<br />
,. ^. ta; a<br />
j. ' g.<br />
/^ ^ .6 ^. a . ^ J^ 4F, Y^^.rw@€a<br />
^^^ ^ F à^ tt 4 r " ^ ^7dr<br />
e ^^^^ ^^"^ +.rg ,yg ° ^$• p,.x<br />
i ir^y ,^r Kr ^ t"^.> ^<br />
^ ^ ^+j'<br />
A :A^'. "g n Y^< ^ ^ i"' , Y<br />
„^B ,^ 3a ^ + a<br />
^<br />
x<<br />
M Y ^<br />
"^ Y<br />
y vx<br />
Xr^i Y<br />
v i r<br />
4<br />
£,£<br />
;<br />
,{<br />
k^d é ,vJ a ^ < `",t ^ r,wár^E +^<br />
a<br />
.i 4‘.<br />
S r<br />
^ ^^ r 3 rry ° r /<br />
4 ^<br />
. ^<br />
^ f<br />
,^^^ ^ , I'^ "£x4^ Í ^<br />
^ ^ ° ^ ^^^ `r<br />
^^€ ^ é^E^^ wF3> r<br />
' ^"> • °'KR:t,„ i'`"<br />
x^,<br />
Kladstadia van 'Del' b ind - ewo rde 3n<br />
e BM o in het etc carnet<br />
van z 1928 2 8 H 9 ,<br />
678 VARIANTENAPPARAAT
C3:0<br />
II-24--A; > ' -+H, ><br />
I-I0 > ' ^i-IO<br />
I In naam van Vader en van Zoon,<br />
2 i in naam des s Heilen g Geestes, Amen.<br />
3 Ik ben b de moeder van een woon<br />
die aemt van open ramen.<br />
4 p<br />
Ik lig als zwanger in een kraam<br />
5 g g<br />
6 dat vaneen avond of een morgen, g,<br />
7 dat klaar van hoop p of zwart van zorgen, g,<br />
8 niet is te noemen met een naam,<br />
9 of 't zou bezet en e onbezeten<br />
I o licht-zelven moeten heeten.<br />
, II<br />
C3 :C<br />
I In naam van 't zijndat is geweest g<br />
z in naam van steeds herworden Geest<br />
C ; :Cm<br />
(I) a Ik ben van [ 0 ] beslag<br />
b [ ] nacht en dag [ ]<br />
c [ ] [dag] [en] [nacht] [ ]<br />
(z) a [ 0 ] die davert [ 0 ] ruiten<br />
b die kleurt en davert van[?] de [ ]<br />
[fasering?]<br />
^<br />
g O dag<br />
(4) a 0<br />
b[ ] besluiten<br />
(5) a • en die geen g licht zal o<br />
b<br />
stuiten<br />
(6) ik ben de rib van eiken muur<br />
[-* G , ^ -^ H i ^ --^ i<br />
^J> > J^ J<br />
(7) ik ben de vlakte die het uur<br />
8 in zeven verwen o 1 zal dra gen<br />
C 3 :I)<br />
Metotlood p volgde g hieronder de aanzet van een strofe, uiteindelijk ode derde:<br />
j<br />
I Ik ben de aanhoudende geboort -+E I; -J-I, 2I -+21-<br />
1 ,<br />
s en klaart van duidend kindrend E -^ I-i 2 -* 2<br />
679 VARIANTENAPPARAAT
(3)<br />
en niemand<br />
o heeft gehoord g<br />
(4)<br />
[<br />
o vermindren<br />
[Stadium S1m D werd geheel g doorgehaald g in stadium E<br />
Van de Woeste 1 ne g ging g hierna weer r metanilinepotlood e p verder, ^1 hij haalde D<br />
door hernam deze aanzet, die hij uitwerkte tot een volledige strofe (C 3: 3. E I<br />
1 u g<br />
.<br />
0 de d linkerpaginak kwam m bovendien<br />
een groot<br />
<strong>deel</strong> vanee een nieuwe strofe, de<br />
; , II<br />
laterevierde, , tot stand C . E.<br />
C3:EI<br />
--^ H 21- O' -+21-3o]<br />
^ 3^<br />
En 'ken 'kben de aanhoudende geboort<br />
- o tuimel- s neeuw van duizend vlindren -<br />
'ken 'kben, aller dage' en nachten voort,<br />
de e nieuwe e klaart van kindren<br />
[4-D, 2]<br />
Hun weemling is mijn duur bestaan ?<br />
g l<br />
a<br />
b<br />
De glanzen van mijn a ontsloten<br />
(7)<br />
(8)<br />
(9)<br />
a<br />
b<br />
c<br />
a<br />
b<br />
zijn klachteloos en onverdroten<br />
1^<br />
herhaalde vorm van mijn bestaan,<br />
1<br />
[vorm]en [van] vergaan k]<br />
[vorm] mijn[vergaan,]<br />
1<br />
en zonder dat ik mijnen lijve<br />
1 1<br />
maar<br />
Io oesce n i h nd zoude blijven<br />
C 3 :.EIIE ll<br />
(I)<br />
in veelvuldigheid geboren<br />
g g<br />
-->G, 12 ; H, 2•^2 j<br />
(z)<br />
a<br />
a<br />
ik ben 't besluit van 't een<br />
beluik eindlik j Nul<br />
->G II; 1'--> I<br />
^ ^ ,j, 3<br />
a<br />
b<br />
c<br />
Het zaad waar 'k al het koren<br />
eenig<br />
[zaad waar 'k al het koren]<br />
't Abstracte<br />
[-4G, 13; -H, 33; ->33]<br />
a<br />
b<br />
c<br />
tot 0<br />
0 hul<br />
met zijn 1 beteekenis ver[hul]<br />
[ ] beteek nis [hul]<br />
[-÷G, 14; -'H, 34; -÷34]<br />
Maar neen: ik ben de volle schuren<br />
deb i binnen e hare donkre muren<br />
het goud [<br />
68o<br />
VAR IANTENAPPARAAT
Vlak hieronder begon g Van de Woestijne, 1 in inkt, weer een reel g met `Maar<br />
neen: ik'. Toen haperde p zijn pen p en ging g g hij met anilinepotlood p voort:<br />
C' :F<br />
Maar neen : ik ben de korf<br />
a [streep]<br />
b [ ]borg<br />
[streep]<br />
Maar neen : ik ben de leêgt g<br />
1<br />
->1 I^^ I^^L I • ->N I^-^ I<br />
, ^ ^ ^ ^ , ^4^ 4<br />
->L ^ 31 3^ ; ->MI, II > ' -^N ;<br />
> 71 7, --> 7I<br />
der schuur[ 0 ] evee d g g<br />
I ,<br />
maar die draagt de geuren -> 3; -><br />
g g ^3, L -+N -><br />
^ 3j ,43^ 43<br />
Op 0 dit moment e in de e genese gg e s is et hetonzeker welke 1 bedoeling 1 Van de Woestijne We 1<br />
had met dezeassa p ge. Ze kan een alternatievevoortzettingi eve z 1•n va nde oṉ<br />
II<br />
voltooide strofe uit E (vanaf r.aldaar f . In de marge g van de pagina a schreef<br />
Van de Woestijne 1 echter `Want !' en plaatste p de e deze c exclamatie met een li n 1 o onder<br />
de laatste regel g `maar die draagt g de g geuren'); dit kan duiden e p op een ge ïnten-<br />
deerde voortzetting, g ^ welk g geval r. 6 van F geen g st strofe-einde<br />
einde zou vormen.<br />
Delen van F zijn later in de vijfde l<br />
strofeverwerkt.<br />
e<br />
De eerste regel g van het volgende g ge<strong>deel</strong>te g C 3 : G is mete potlood o geschreven, g e<br />
het overige g met blauwe inkt. Waarschij<strong>nl</strong>ijk s 11 is s de e potloodfase p ood (a) de vroegste.<br />
g<br />
De regel g staat op p dezelfde hoogte g als de vier regels g in potlood p op p de pg pagina<br />
ernaast(D), maar het is niet uit te maken of dezee<strong>deel</strong>t g e n tijdensdezelfde l<br />
e e zit-<br />
tin gg geschreven zijn; 1 , de ductus is verschillend.<br />
De twee strofen waaruit G bestaat, aanet ^1bijeen<br />
zijn uiteindelijk gebleven; i Van<br />
de Woestijne 1 plaatste p ze respectievelijk als tweede e en n vierde strofe. r<br />
C3:G<br />
[I-10--H > II-20 11-20; ' I-IO--II-20<br />
a 'k Ben blind, en 'k heb den dag beschaamd<br />
g<br />
b Ontkenning ben 'k van alle duister,<br />
g<br />
b *i[k]<br />
*[lees : ik,]<br />
b heb 'k alle vraag gen vrees omraemdd<br />
b[ I {omr aa md<br />
b met lachte<br />
b lachen van mijn luister.<br />
1<br />
b Ik ben de rib va<strong>nl</strong>k e e n muur<br />
III<br />
4-C 6<br />
b die, waar d dag bift g blijft onbegonnen,<br />
1 o g onne,<br />
b die, waare g e nsc schemeringen<br />
tonnen<br />
b ter trage waak van a 't avond-uur,<br />
d c talm ge g<br />
681 VARIANTENAPPARAAT
(9) b bestendig,van mijn ^ blanke a e wakenk<br />
e<br />
c<br />
[wake]<br />
(1 o) b een steeds-gelijke bake b e<br />
[strofewit]<br />
I I b Zoo wordt'k beluik u^ van<br />
I z)<br />
eindlijk nul;<br />
d[ ] Nu1•<br />
b *k word, in veelvuldigheid herboren,<br />
g<br />
I 3 b 't Abstracte zaad a w waar 'k al a hetkoren<br />
I b in zijn beteeknis hul. 4<br />
II-20 —>H31-40; 11-20-31-40]<br />
^<br />
II<br />
1<br />
^ E— 2<br />
*Rees: lees. ^ k ^E 11 , I<br />
[4— E H , 3]<br />
[4— Ell, 4]<br />
I S<br />
b Maar neen o afgewezeng<br />
d 'k ben, buiten duur<br />
e alle ruimten<br />
16 b 'k ben, buiten kleur en duur van tijd,<br />
c klem<br />
i b in 't o wezen<br />
7<br />
c eigen batelooze<br />
g<br />
d enge eenig<br />
e eigen weze<strong>nl</strong>ooze<br />
g<br />
18 b en o menigvuldigheid<br />
c teeken der<br />
I 9 b Zoo ben 'k, zal ^ zijngeweest, en<br />
c blinde [ben 'k, zal zijn 1g geweest, , en]<br />
Zo b zal 'k worden eeuw' ge g feeste<br />
c eu' ee w g e feeste]<br />
d word r luister de [eeuw'ge]rg<br />
[feeste]<br />
*[lees :eschra t g<br />
Als definitief resultaat heeft Van de Woestijne 1 de eerste veertig g reels g van `De<br />
blind-gewordene' g na het omslaan van de bladzijde met inkt afgeschreven g<br />
C 3 :H, ^ p p. I 1 r . Pas hier blijkt de door Van de Woestijne 1 bedoelde o opeenvol-<br />
ging van strofen. In enkele regels g komen varianten in aniline voor (fasen c en<br />
d). Deze vallen samen met een niet nader te bepalen p later stadium.<br />
C3: H<br />
2<br />
. I,<br />
I---fi E<br />
^ ' I-10E-B , I-IOE--C , ^I- ¢ 0<br />
I In n aa m van Vader e en v van n Zoon,<br />
2 in naam des heil' gen Geestes, amen.<br />
3 a Ik ben de moeder van een woon,<br />
a<br />
4 die blinkt aan duizend ramen.<br />
'k Li eeuwig-zwanger, in een kraam<br />
5 g^<br />
68z<br />
VAR IANTENAPPARAAT
6 dat vaneen avond of geen morgen, g g,<br />
a dat, klaar van hoop of zwart van zorgen,<br />
7 a, g<br />
b hel als als<br />
c van noch van<br />
8 niet is te noemen met een naam<br />
><br />
a of 't'<br />
zou, bezet of onbezeten,<br />
c en<br />
I o Licht-zelven moeten ee h t en.<br />
stro ewit<br />
[II-204--G I-ID ,]<br />
I I 'k Ben blind, en 'k heb den dag beschaamd.<br />
g<br />
I z Ontkenning,ik, van alle duister,<br />
Iheb 'k alle vraag en vrees omraamd<br />
3 g<br />
I a met lacht<br />
4<br />
a lachen van mijn luister.<br />
^ s<br />
b 1 aaie<br />
Ia 5 Ik ben de rib van elkenmuur a e en<br />
b het vlak<br />
III<br />
4-C 6]<br />
16 die, waar de dag blijft onbegonnen,<br />
g 1<br />
7 17 a die, waar ^ geen g schemeringen g [xx]<br />
a<br />
ronnen<br />
18 ter talm' ge waak van 't avond-uur,<br />
g<br />
I g a bestendig van mijn 1 blanke ba wake s<br />
c m ion<br />
zo een steeds-gelijke g ^ b ae k .<br />
[strofewit]<br />
2 I En 'k ben de aanhoudendeeboort g<br />
2I- 3oF- EI<br />
E—D ,] I<br />
22 a – o tuimel-sneeuw van vlucht' ge vlindren –;<br />
b tuimel- vlucht [van][sneeuw]envlindr e n – ,<br />
z a 'k ben, aller dage' en nachten voort,<br />
3 ^ g<br />
b alle<br />
24 de nieuwe klaart van kindren.<br />
4<br />
[4—D, 2]<br />
z S<br />
Hun weemling g is mijn l rijk<br />
bestaan.<br />
z6 Delanzen van mijn buik, ontsloten, 1 ><br />
z 7 zijn, 1> klachteloos e enonverdroten,<br />
2ó<br />
a herhaalde ve<br />
a vorm van mijn vergaan,<br />
1 g<br />
68j VARIANTENAPPARAAT
299 maar a zonder dat ik mijnen 1 e lijve 1<br />
3 0 on esc i h e n zoudeblijven. e<br />
[strofewit]<br />
3 1 Zoo word 'k beluik van, eindlijk, Nul;<br />
3 2 'k word, in aanhoudendheid herboren,<br />
3 3 't abstracte e zaad waar 'k al het koren<br />
in zin beteeknis hul.<br />
34 1<br />
I- 0E-Ci II-20<br />
34 ^]<br />
17<br />
f-E ^ 2<br />
17,]<br />
4-E I<br />
4-E H 3]<br />
4-E<br />
II 4]<br />
3S<br />
a 'k Ben, ^ alle ruimten afgewezen, g<br />
c elke ruimten<br />
d alle<br />
* lees :. ruimte]<br />
3 6 'k ben, ^ b buiten klem e e en kleur van a tij1,<br />
d<br />
in 't een' ge en weze<strong>nl</strong>ooze wezen<br />
37 g<br />
3 8 te ee k n der menigvuldigheid.<br />
39 Zoo blinde ben 'k zal zijngeweest, en<br />
40 word luister eeuw' er eeuw'ge feeste.<br />
dium]<br />
c end r. 7, 9^ I 9 en 3j vallen samen met een later, niet nader te bepalen sta-<br />
C ; : I<br />
Van a twee volgende weaa bl nco bladzijden die V n de Woestijne<br />
1 hierna opsloegg<br />
p . I I v en i 2r uitsluitend ^ s dmet anilinepotlood P beschreven), ^ gebruikte hij<br />
eerst<br />
de linker. Mogelijk g l heeft hij 1 op P dat moment besloten telkens de rechterpagina<br />
voor de meer voltooide versies te reserveren.<br />
De op de linkerpaginahr gg geschrevene n fragmenten kunnen op grafische a e grond<br />
en<br />
in zekere mate van elkaarescheiden g worden, ^ maar hoe de chronologische g<br />
samenhang g^is, blijft<br />
onzeker; ^ de weergave g van dit ge<strong>deel</strong>te g van de genese g is<br />
zeer hypothetisch. YP Mogelijk g 1 heeft Van de Woestijne 1 eerst twee grove g aanzetten<br />
voor nieuwe strofeneschreven g met ^ een relatief grote g tussenruimte:<br />
. 1 .<br />
Maar neen o Ik ben de korf [4-F, I -^ I; I; I-^ I ^ , ^ , -*L, , ^¢, ^<br />
I<br />
die van 0 zijn 1 ijlte 1 -^ , 3, 3; -^ L , 3; • ^ N , 4j, 43; ^ 43<br />
0<br />
een zekerheid verworf --+ I , 3; j, -^L, j, • -^N, 4j, 43; --^ 43<br />
[open ruimte] -6-^K I-2 • -6-^L II-I2 • -6-^N I- 2 • -6^ I- 2<br />
T ^ ,J ^ ,T ,J T ,T T J<br />
Iken b de 0 zale niet<br />
waar 'k elke rib tot kaars zou rechten<br />
684 VARIANTENAPPARAAT
Inde Inetusse<strong>nl</strong>iggende o en ruimte hernam Van e Woestijne W ) de strofe e waarmee<br />
3. I3, II<br />
I inzette .witruimte<br />
^ zonder i te gevolgd g v l g d dooro een e regelpaar<br />
datter y<br />
I<br />
m oe d lijk e) een alternatief a was voor het slot van Y. Lager gehij ontwierphi' een<br />
strofe die e een herneming e gregels<br />
van de ts twee laatste a el v n I bevatte C 3 :K) .<br />
3 , I<br />
C , I- -* L. I- ' I- —>N I- ' 1-7-4 41-47]<br />
7 ^ 7^ 7 ^ 4 47^<br />
I Maar neen : ik ben de leêge g korf<br />
F- F 1; N I— ' I-7-41I—f7]<br />
^T ^ 7 t 7^ 7 ^T T7s<br />
I a 'k En ben de klaarte van de zaal<br />
blanzen glanze<br />
a waar 'k elke rib tot klaart zou rechten<br />
b kaars<br />
(3) a en, zelve 0 en vaal<br />
b afzijdig, vaal<br />
l g^<br />
4 de klaarten zou u beslechten<br />
685 VARIANTENAPPARAAT
Maar 'k k benontvangst e<br />
van<br />
elke ? straal,<br />
b [el]ken blik k]<br />
die, de a l mijn 1 blik b hem niet verrijken<br />
l<br />
'dat<br />
ik mijn k nieuwe e klaart beschik<br />
naar de orde die s<br />
duisternissen wijken<br />
waarin a 'k de wereld maal<br />
9 -lo--^L 1 IN-19; 9^9 -io--4N,<br />
^JJ9^9 ó- -IO-- JJ9 8-<br />
0 Pde rechterpaginachree s f Van d de WWoestijne i'n l nu u de d twee laatste strofen geheel g<br />
uit,<br />
aangevuld<br />
met twee ruwe e aanzetten voor nieuwe strofen C 3 :L).<br />
(I)<br />
C 3 :L<br />
a Maar neen: e 'k eindlijk-1 ben de' e ^ ê e gkorf<br />
a<br />
de<br />
I-7; I-33-÷N, 41-73; I-33-441-73]<br />
F-F I ^ ^-I I]<br />
^ , ,<br />
2 die, ae 11 r vruchtendoor-gedragen,<br />
3 voor de eigen g en ijlt den geur verworf,<br />
[4–F, 6; 4–I, 2/4]<br />
4 ge h' ee l van a boome' en hagen. g<br />
(5) 'k Ben de eg gekeerde korf die, , zwoel<br />
6 van t 't wandlen der gezwollen g bijen<br />
aan rijke raten broed gedijen g ^en<br />
8 a en leven rij 1<br />
voedend rijpen voel.<br />
a ^<br />
a [voedend] [leven]<br />
b<br />
{rijp lpend leven voeden<br />
(9) Zoo zal ik in mijn 1 schoot niet gaêren<br />
o) dan wat daar andren baren<br />
[strofewit]<br />
1<br />
9-IO
(I 7)<br />
(I 9)<br />
(zo)<br />
(2I)<br />
(22)<br />
(23)<br />
(24)<br />
(25)<br />
(i6)<br />
(27)<br />
(28)<br />
(29)<br />
(3o)<br />
(3 I)<br />
uit mij l de duisternis doet wijken, l<br />
'dat dt ik mijn nieuwe ^ e licht beschik e<br />
naar de e o orde d die, van mijne ^ e bed e<br />
verzekert aller vrede<br />
[strofewit]<br />
En –aller vred e ? Ik weet het niet, e,<br />
a maar 'k voel me, 'of, 'k, oeb g<br />
a<br />
ge zonken<br />
b<br />
a 0 en de mijne ^ ontblonken<br />
b wa<br />
b ben<br />
a i 0<br />
b der maan van mijn 1 gezichtg<br />
n : ben de vijver<br />
a Nee e v 1<br />
'k [ben de vijver]<br />
e<br />
[<br />
0 1 zijn 1 leven<br />
haar spoelen o p<br />
[ 0 i<br />
[ 0 J<br />
[ 0 i<br />
fstrofewit] s<br />
Zoo ben ik elker borg<br />
weven<br />
door mijn nacht [gezonken]<br />
1 g<br />
[r8-194–K, y-zo]<br />
[21-33-041,- -^M ^ I-I 1-13]<br />
[2 2-2<br />
4 : fasering?] g<br />
[ 4 -F, 2]<br />
(33)<br />
(33)<br />
en [ 0<br />
we de r-b o r g e<br />
0 zorg<br />
(34)<br />
(3S)<br />
oen ruimte]<br />
0 1 verborgen g<br />
blijde onverstoorbaarheid<br />
1<br />
Na weer een blad te hebben omgeslagen bewerkte Van de Woestijnemet 1<br />
aniline<br />
pp otlood op p(p. de linkerpagina i zv met herneming van eerdere passages g drie<br />
strofen, die uiteindelijk respectievelijk s<br />
1 de zevende, achtste en tiende te strofe s<br />
zouden worden C 3 :M I).<br />
. Onderaan de bladzijde 1 noteerde hij 1 twee w regels gsdie<br />
II<br />
aan het slot zouden terechtkomen C3 , : M . Daarin bracht hij 1later met inkt<br />
varianten aan, waarschij<strong>nl</strong>ijk 1 1 toen hij in stadium N op p de rechterpagina het<br />
netafschrift van de reels g 41-8o maakte C 3 : N .<br />
687 VARIANTENAPPARAAT
.MI I - I E-- L 21-33; I-20-^N ^I á0 - I-20 -^ 6I-á0<br />
(I)<br />
a Mi 1 n vree min 1 vee... r - Maar is mijn licht,<br />
b vrede uw<br />
2 de wolken van min ^ nacht act doorzonken, o0<br />
,<br />
(3) is s ooit de maan a van mijn lgezicht<br />
4 een a andre maan ontblonken ,<br />
(5)<br />
o Vijver?en Benik eerder niet<br />
6 de vijverv 1 r die zijn schielijk 1 leven<br />
(7) a der spoel 0 voelt doorweven<br />
b s oele g<br />
b s chicht' ge<br />
b sccte hi h ' g s o ele<br />
(8) a die de andre mane door hem schiet<br />
b me<br />
(9) a M<br />
a Ben e ik een vr ee, • ben e ik uw vrede?<br />
I 0 a Ge <strong>deel</strong>t 1 me uw vrede e mede<br />
b mane<br />
[strofewit]<br />
IIg<br />
a Zoo ben ik morgen<br />
b 'k aanhoudenda<br />
eiker borg 4-F 2<br />
I2<br />
a en ben heden e weder-borge<br />
w<br />
b waar 'kbe<br />
ben aanhoudend<br />
I En is uw zore mijne zorg<br />
3 g mijne g<br />
1 4 saêm zijn wij 1 vreugd g van morgen<br />
I 5 Omdat ik blind ben, ^ mag g uw zoen<br />
16 me binden met het onbekende<br />
i 7 en kanminh mijn P p e waar > ar 'k'<br />
me wende,<br />
8) a de<br />
a o om aaarde en hemel e e e<br />
a [vlo]é<br />
ên<br />
9<br />
1 kan mijn oo g^ mijn 1 arreme ooge,<br />
Zo zijn 1 a algemeenheid genre togen<br />
I-I0o ' 21-3o-491-zoo]<br />
ftro ewat[21-3o--0T, 9 ^<br />
2 I a Want: • zuur z de r r o ozoon der daad,<br />
b [zuur der gedachte g<br />
688 VARIANTENAPPARAAT
(22) gij g l hebt gebrand g in mijne 1 wonden;<br />
(22)ik heb gestaan e ges als awie daar staat<br />
2 aan zijnen paal gebonden.<br />
4 zijnen g<br />
2 S a Ik ben, ^ die zijne 1 leden rek<br />
b mine j<br />
26 a ik was, maar o<br />
b - [ik was maar] ben, want ik wil blijven -<br />
1<br />
z7 a o<br />
b waar pikt o mijnen lijk<br />
1 1<br />
c ten lever<br />
(28)a hemelschen voel-bek g<br />
b een blijde 1<br />
c hemelsch-[blijde] 1 [vogel-bek]<br />
i9 a o<br />
b en te zijnen liesen<br />
1<br />
c aan mijn hart en aan mijn [liesen]<br />
1 1<br />
( 3 o) a 0<br />
b de menschelijke ^ spiesen<br />
c meer- menscheli'ke 1<br />
Fase c in r. 27-30 valt vermoedelijkamen met stadium N<br />
J<br />
3. II<br />
.M[I-2--+U,41;I-2-4V ><br />
z a o mijn 1 schoon gedicht g zonder einde,<br />
c dat[zonder ateinde]<br />
2 a dicht zonder einde<br />
cedicht dat zonder einde]...<br />
g<br />
a o mijn1<br />
b o<br />
Fase c in r. 1-2 valt vermoedelijk samen met stadium N<br />
J<br />
19-20 ; I-2^I -160<br />
9 ^ J9<br />
Een tweede definitief voltooide<strong>deel</strong>te g kon nu, ^ in aansluiting g op p H, in net-<br />
schrift worden hernomen (C 3 :N). Daarin zijn<br />
1 later twee varianten met anilinep<br />
potlood aangebracht g (r. 48 en 6o, fase c ; de variant in r. 6o werd later opnieuw p<br />
gewijzigd fase d .<br />
41<br />
4z<br />
43<br />
C3:N<br />
Maar neen: 'k ben de eindlijk-leêge korf<br />
1 g<br />
die, aller vruchten door-gedragen,<br />
voor de eigen g ijlt den geur g verworf<br />
[4r-47E-,l', I-7; 41-73 4--I-, I-33; --34i-No]<br />
^ ^ , I]<br />
689 VARIANTENAPPARAAT
44 gehéel van boome' en hagen. g<br />
45<br />
'k Ben de gekeerde g e korf o d die, e zwoel ,<br />
46 van 't wanellen dergezwollen i' bijen, 1n ,<br />
rijke aan raten 't broed gedijen g Jen<br />
4<br />
8 a en rijp 1p leven voeden voel.<br />
b [<br />
zoenen<br />
c zoenen [<br />
49 Zoo zal ik in mijn schoot niet gaêren<br />
1 g X49-1o4–Jl, y-rod<br />
S o<br />
dan wat daar andren baren. b<br />
stro ewit<br />
J-6; J7174–K, 1-7]<br />
I 5 Ik ben de glans g niet van de zaal<br />
S<br />
2 waar 'k elke rib tot kaars zou rechten<br />
en, zelve afzijdig, vaal, , 1 g, ,<br />
S4<br />
SS<br />
de klaarten zou beslechten.<br />
Maar 'k ben ontvangst g van elken blik<br />
6 die, zal mijn blik hem niet verrijken,<br />
S ^ J 1<br />
S7 uit mij de duisternis s doet d wijken, w 1<br />
n<br />
5 8 'dat ik mijn J nieuwe licht beschikk'<br />
áf8-J9F--K, 9-1oJ<br />
S g naar de orde die, van mijne J e bede, e ,<br />
6orz ker aller verzekere vrede. a e vee. d<br />
c ieders [<br />
d ieder [<br />
stro ewit<br />
I<br />
GI-No^M 1-20]<br />
^<br />
61 Mi'n vrede; uw vreê... – Maar is mijn licht,<br />
1 1<br />
6z de wolke van mijn nacht doorzonken,<br />
1<br />
6 3– is ooit der maan van mijn gezicht<br />
3 lg<br />
64<br />
een andre maan ontblonken,<br />
65S o Vijver? Ben ik eerder niet<br />
de vijver die zijn vijverschielijk zijn leven<br />
67 a der schicht' g ge spoele p voel<br />
a voelt door weven<br />
68 a die de Andre s p oele<br />
a mane door me schiet?<br />
690 VARIANTENAPPARAAT
69<br />
70<br />
71<br />
72<br />
73<br />
74<br />
75<br />
76<br />
77<br />
78<br />
79<br />
8o<br />
Ben e ik een v reê; e, ben ik uw vrede?:<br />
gl gij <strong>deel</strong>t 1 me e u wmane mede.<br />
fstrofewit]<br />
Zoo ben 'k aanhoudend a elker borgg<br />
waar 'k ben, b > aanhoudend, weder-borge. g<br />
En is uw zore mijne zorg,<br />
1 g,<br />
saêm zijn wij vreugd g van morgen. g<br />
Omdat ik blind b ben, mag guw wzoen<br />
mij met het onbekende;<br />
1<br />
kan mijne lippe, waar 'k me wende,<br />
pP > ><br />
om aarde en hemel rij klif k vloên 11<br />
en kan mijn oog, arreme ooge,<br />
1 g ^ 1 g<br />
zijn algemeenheid g togen. g<br />
0 nieuwin g Van g de Woestijne J op de p volgende g blanco linker a gina voort<br />
i. Ook zijn hier de verschillende e ge<strong>deel</strong>ten g ee grafisch g c onderscheidbaar, ,<br />
maar is hun ontstaansvol gorde zeer onzeker.<br />
Van W oestijne 1 kan begonnen g zijn met de.<br />
een korte schets C 3 :0 Eronder<br />
be g on hij 1 een nieuwe strofe (C 3 :In. Dit leidde d sc<br />
tot eendrieregelige hets die<br />
3 , II<br />
w erdoorgehaald d en ver v an gv<br />
en door<br />
een en uitgebreiderersie versie C : P . Van de<br />
laatste regel g daarvan is echter door de eraan voorafgaande g witregel g onzekerofer<br />
Van de Woestijne j die als onder<strong>deel</strong> van de betreffende strofe danwel als o pe-<br />
nin gvan een nieuwe bedoelde. Het is bovendien niet uit te sluiten dat deze<br />
regels g na stadium geschreven werden.<br />
Lager op p dezelfde bladzijde heeft hij nog g een andere d es strofe bewerkt, de latere<br />
ne g ende C 3 : . Hier nam hij hij waarschij<strong>nl</strong>ijk<br />
1 de tekst uit stadium 0 weer op,<br />
p<br />
echteraa zonder aanwijzing 1 g dat het e inderdaad<br />
de negende eed g st e strofe o e moest worden.<br />
Evenals de voorgaande g tekst op p deze bladzijde werd in aniline geschreven,<br />
g<br />
maar onbepaalde p tijd<br />
later vulde Van de Woestijne aan met inkt<br />
(fasen c end .<br />
C3:0<br />
'k hebestaan in het gedicht<br />
g g<br />
a dat me van zijne vuisten<br />
1<br />
b men beslist<br />
van knotsen en van knuisten<br />
691 VARIANTENAPPARAAT
C3:P'<br />
(I)<br />
(2)<br />
(3)<br />
II I .<br />
a Maar neen:: mijn hart een glas -^ P I -^ A I;• --+T IoI -+IoI]<br />
btrs o0<br />
btr s o g i [ ]<br />
[ 0 ] feeste<br />
{ 0 ] beesten<br />
[Stadiumwerd P<br />
I geheel in stadium<br />
II<br />
doorgehaald an s P<br />
^ ^<br />
(I)<br />
(Z)<br />
(3)<br />
(4)<br />
(5)<br />
(6)<br />
(7)<br />
3, II<br />
C .P<br />
a het hart volstroop<br />
b Min j hart: het is een vat<br />
a zonden zittene<br />
b waar vliegen vast als<br />
g<br />
en in een hitte<br />
1,<br />
I--4R 4<br />
de broeiing van kroop<br />
b Insekten ach, wat hebt gij me aangevreten!<br />
> gl<br />
b Ik was van u bezeten.<br />
[kleine open ruimte]<br />
b Maar 'k was de s p ere<br />
1-4; I- -^T I0I-I0 ' I- -^IOI-IO<br />
4^ 4 ^ 4^ 4 4<br />
I<br />
4-P , I<br />
0:Q<br />
(I)<br />
(2)<br />
(3)<br />
(4)<br />
(5)<br />
(6)<br />
(7)<br />
(8)<br />
aaar M weet : ik heb het duur gekocht. g<br />
c o [weet] w • h het: k<br />
a Van elke lijden smartlijk jonger<br />
1 1 1 g<br />
b[ ] elk genieten g<br />
c heerlijk 1<br />
a heb 't onherstelbare[?] gewrocht g<br />
b[ ] [on eneeslij ke g 1<br />
c onherstelbare<br />
d onbereikbare<br />
tot dorst en hon ger.<br />
a In eeuwigheid, e g , voor de eeuwigheidg<br />
craa te of g gruwel g uwe van den tijd, ^ metheel den glans g a s van v Al mijne 1 oogen g<br />
c 0<br />
c 0<br />
*[lees : geschrapt]<br />
69z VARIANTENAPPARAAT
g [<br />
c Toen za g ik. En ik zag me teeken<br />
d<br />
I '[k] k blank ba [me teeken<br />
c dat niets e s een kan breken<br />
d<br />
mijn wil kon<br />
1<br />
[Defasenc ennd ^J an onbepaalde %dlat J later toegevoegd] g ^d<br />
gg De ernaast bleef 1 voorlopig weer leeg; daaro zou geruime tijdd<br />
p l<br />
r e m tanilinepotloodd e o de netversie va nslotstrofen de<br />
geschreven g<br />
n worden<br />
(stadium V . Na omgeslagente hebben, ging g g Van a de eWoestijne 1 voort op<br />
p<br />
de<br />
linkerpagina (p. . I 4v en werkte er aan d elfde e e tot en e met de veertiende strofe<br />
die in enkele e e kleinere etan ge<strong>deel</strong>ten wamen tot stand kwamen hoewel niet alle strofen wer-<br />
den voltooid. Van Va de Woestijne d W s 1 e begon g met de eerste vier regels g van strofe elf,<br />
^<br />
later r aangevuld g d met e zes regels gg^ (C 3:R'). Die aanvulling, b en volgende, g<br />
II<br />
geschiedde nadat het volgende g fragment g g geschreven werd R , maar het is niet<br />
uit te maken eoevee hoeveel tijdt 1 d daarna:. r: hetkan a direct c zijn geweest ee maar o0 ook nadat<br />
Van dee Woestijne e een of o meer van d de volgende g e e g ge<strong>deel</strong>ten geschreven eve had.<br />
Hij liet dus in eerste instantie een witruimte open p en schreef toen een<br />
3 , II<br />
begin gg<br />
vastrofe<br />
van de twaalfde C : R . Dit werd doorgehaald en<br />
3 , III<br />
eronder hernomen, e , waarbij de strofe verder werd uitgewerkt g (C 3: R • tevens<br />
,<br />
volgden eg twee regels s die uiteindelijk in de veertiende strofe hun bestemmingg<br />
zoudenv vinden e (C3 C : R IV later r. i<br />
3<br />
- I<br />
34 ><br />
maar die in dit stadium, gelet g op p de<br />
rijmklankene hun ups positie in het e klad, a, evengoed g als onder<strong>deel</strong> van de betref-<br />
f en de strofe s bedoeld konden zijn. (Het is zelfs denkbaar dat de regels g bij ^ het<br />
v of g e n ge<strong>deel</strong>te g hoorden, gezien ^ g de d<br />
rijmwoorden pg'opgerecht' - `knecht'.<br />
De e bladzijde l werd verder gevuld g v met een vrij 1 volledige versie van de d- er<br />
3 , V III<br />
tiende strofe (C 3:R en de uitwerking g van de latere regels g i , die in R<br />
nog g onvoltooid gebleven g waren (C3 C . : R<br />
VI<br />
C3:R'<br />
Mijn hart, het werd een vat vol stroop,<br />
1<br />
waar vliege' g als zonden kwamen zitten; ,<br />
gesloten vaas, waar door de hitte<br />
insekten-wriemling kroop. g p<br />
b Mijn l hoofd, ^ het een geheim g<br />
b '[t] werd festijn l<br />
c he[t] [geheim g festijn] 1<br />
b voor eneer' e gasten g g g<br />
c ongekende g<br />
b die, zwoel van ate of zat van vasten,<br />
c ziek<br />
b die ziek van derve' s<br />
c zwoel of zuur van wijn<br />
I -4<br />
E--P II ,<br />
1-4 ; ^T I0I-IIO ' ^IOI-110<br />
4> > ><br />
693 VARIANTENAPPARAAT
, ^ r<br />
r<br />
^<br />
+ ` °<br />
r<br />
j„<br />
^<br />
y^<br />
^ e ^ . F ^' ^^à xifY ^^1'^•• w^^<br />
^ , ^<br />
^, _-<br />
^ ° x'r° ^' s , g ° e . ^ s<br />
sr k ^,.<br />
r^Sd d g,<br />
R444R ^,....:.3,,,,4--v..<br />
/,wa<br />
R<br />
^tl..: s' ^ 1^<br />
/ * ' ,<br />
4-7.,,,,,,„^ ^ e!' ^a ^<br />
5^^^ >lM^drVb^.., ' d ' r_..w<br />
Kladstadia van `De blind-gewordene' g BM 3 o in het carnet<br />
van i z 98(1-1-96).<br />
694 VAR IANTENAPPARAAT
[ 0 1 bewezen<br />
b de onwaardigheid van 't wezen<br />
g ,<br />
c te<br />
De<br />
II<br />
fasen b en c i n onbepaalde ti na Kgeschreven]<br />
JJ<br />
3, II<br />
C .R<br />
I-2-+ III 1-2; I-2->T 111-112; 1-2->I11-112]<br />
'k heb mij in me-zelf<br />
1<br />
ik heb me in me-zelfe g va ge n n<br />
ik vond voor 'talmen g mijner m ^ e zangen<br />
een steeds herhaaldewelf g<br />
Stadium R<br />
II III<br />
werd geheel doorgebaald d dan stadium du R<br />
I<br />
–>R II<br />
III<br />
^R<br />
–>T II -+ II<br />
4> 4^ 4<br />
_±T, Hi; –>II<br />
;,<br />
C .RIII<br />
II I-2E–A I-2' I-4–>T III-II ' I- ->III-II<br />
> > 4 ^ 4^ 4 4<br />
Toen zou 'k me zoeken in me-zelf.<br />
Ik heb mij ^ in me-zelf gevangen.<br />
g e<br />
a Ik vond een steeds-herhaald d gewelf<br />
g<br />
b Eenzamer steeds-stiller] ,<br />
c[ ] [steedsdeend e r , 2<br />
a voor 't luistren naar mijn ^ zangen<br />
b dalenan v mijn ^ gage n n<br />
Geen <strong>deel</strong>en meer 0<br />
l<br />
[kleine open ruimte]<br />
v7<br />
6- ->R - 6 0 - T II 120<br />
7 ^I -<br />
^ 7 ^ 9<br />
6-7->119-120]<br />
^<br />
a ter oorbore<br />
b z e lf oo r b ore<br />
a verloren<br />
b zelfs efs U, mijn God,<br />
c Godein ggverloren ve rlor e n<br />
lees • eenmaal verloren]<br />
3,<br />
C .RIV<br />
Mijn hert, het heeft zich opgerecht<br />
l ^ Pg<br />
om nieuwigheid te hooren<br />
g<br />
C 3 :R`'<br />
[--+ T, 121-130; ->121-130]<br />
^<br />
Maar neen : God is een koene knecht;<br />
Ik zou me-zelven et niet beheeren<br />
hij zou me e keeren en uit u t ' tevecht g<br />
a zou hij mijne J ^ oogen g terene<br />
b hij 1 [zou]<br />
X 95<br />
VARIANTENAPPARAAT
2> I<br />
(5) a Hij Hi' zou mij 1 geven g de eêlen nacht<br />
b e e n en [nacht] lee f .een en<br />
6 a 'dat ikeen g o meer zou verzoeken<br />
b d<br />
b nacht<br />
7 a en 0 geen dag g zou zoekene<br />
a 'dat ikn g ee<br />
b slechte [dag g zou o zoeken]<br />
leef : eenmaal geen]<br />
(8) waar slechtsenie ' e dood nog wacht<br />
g p g g<br />
nHij zou me halen uit de holene<br />
I o aaar w zelfs sde klaarte ateisdoen 1<br />
b het licht<br />
3 ,<br />
C. R<br />
vI<br />
T I I- T 12 0-- ^ I I- T I10<br />
(I)<br />
Ik daalde. Aan elke e ezong kelder z n<br />
(2) a [x]<br />
a het ti' tij me toe van wachtend water<br />
(3) a En 'k heb geen g dood o begeerd g ,ggeen schaterh<br />
been g be g e r t ^ en zelfs sg[geen sc schater] a<br />
b[ ] [bee geert e '<br />
(4) die rillend reed door mijne ^ tong<br />
III<br />
Me-zelf te niet, ten zelf oorbore: -6—A 6-<br />
(5) ^ T<br />
(6) zelfs Godein 'k verloren gg<br />
^ 6-7]<br />
Hiermee was de onderrand van de linkerbladzijde bereikt. De pagina pg ernaast<br />
bleef nog g even blanco, ^ en na het omslaan heeft Van de Woestijne } op pp p. I Sv de<br />
laatste kladstadiaeschreven g met ^ dezelfde onzekere chronologie g als reeds<br />
enkele malen hiervoor. Het oudst is vermoedelijk de onvolledige g versie van de<br />
I<br />
veertiende strofe (C 3: S geschreven ,g met aniline potlood maar later met inkt<br />
aangevuld. g Daaronder volgen g acht regels g die in dit stadium bijeen lijken } te<br />
horen maar later in twee verschillende strofen werden verwerkt (C 3 :S 11). Ook<br />
hierin werd met inkt aangevuld. g<br />
3 I.<br />
C .S<br />
Hij heeft ter tafel mij gezet<br />
_. I ; II 2 ;<br />
>I^<br />
,<br />
2-^ , I^ ^ , j<br />
[<br />
0 ]<br />
0 recht en net<br />
I , 11<br />
-^ I^V ^, I ^ IY^ „' I---> I 3I<br />
I 77 ,<br />
En met den o honger gvan een wees, —+ W' >T> ; -^ IV >T^ --'-13/] jT<br />
I II<br />
heb k ^ weer weêrde zuiverheid gegeten gg —+1V ^ 6 ' –4 W7 6 ^ ' –* r 36<br />
[<br />
696 VARIANTENAPPARAAT
Heb ik geleden?:<br />
g 'k ben verlost;<br />
^<br />
a ik ben a<br />
b in eeuwigheid<br />
g<br />
gedost.<br />
1 II<br />
-^ ^% ; -1 ^% ; ---1 I<br />
^ 9><br />
I<br />
> 9^ 39]<br />
II ,<br />
--> l^ , I 0 , --^ I ¢ 0<br />
0<br />
aeen N 'k ^<br />
werd in a verzaemen<br />
a<br />
[verzailmen]<br />
Fase b in r. N valt vermoedelijk Jk samen met stadium T]<br />
3, II<br />
C .S<br />
a<br />
Ik ben die <strong>deel</strong>, en niet en <strong>deel</strong><br />
dan uit ontvangen g<br />
En ik der dieven van 't verlangen g<br />
b de rijkste en ruimste buiten<br />
1<br />
heel<br />
a In naam van Van<br />
-8-*V 11-14;->I I-I<br />
a [Va]der en vanZo o m *[lees les : Zoon Z uwen name, Vader<br />
*[lees : Vader,]<br />
,<br />
o Heil' ge Geest, in uwe hoede:<br />
g<br />
a<br />
b onder hetoud van mijn<br />
g 1<br />
kroon<br />
druip 'k van den rijksten bloede<br />
^ 1<br />
Fase c in r.valt vermoedelijk samen met stadium T<br />
I ^<br />
0 P dit moment besloot Van de Woestijne weer met inkt een afschrift te maken<br />
vijf strofen, ^ waarvan nu kan worden aangenomen g dat ze aansloten bij N<br />
(C' :T). Hij begon g met vier strofen op P de vorige g recto pg a ina die blanco was<br />
gebleven, een vijfde l kwam a op e de o volgende<br />
g r ec t o a g i na I G. r Tevens s b bracht<br />
hij in S enkele varianten aan. ^ Later, in stadium , V oes<br />
of W, noteerde Van de W-<br />
tine met anilinepotlood een alternatieve regel voor r. I28.<br />
1 P g<br />
C 3 :T 8I- o^ ' ól-I O^óI-1 0<br />
9 ^ 3 3<br />
8i o Weet het : 'k heb het duurekocht. g<br />
8z Van elkenieten g heerlijk j on 1 ger<br />
8 had ik 't onreikbare verzocht<br />
3<br />
844 tot dorst en honger.<br />
8 5 In graagte g g of gruwel g van den tijd,<br />
86 met heel de<strong>nl</strong>ans van al mijne oogen,<br />
g 1 g,<br />
87 zoude ik den felsten stamp gedoogen,<br />
7 g g<br />
697 VARIANTENAPPARAAT
88 waar hij tot trots me had'gewijd.<br />
l<br />
899 a Toen z' a g ik. En 'k zag a gba blank m e: teeken<br />
b Toen ikza g<br />
*[lees : Ik za goe t n.<br />
9 o datnietsmijn i 1wil w konbreken. n<br />
[strofewit]<br />
I<br />
I-Ioo --M 2I- 0<br />
9 ^ 3<br />
91 ^ Maar, , zuur van a 't denke', e , ozoon der daad,<br />
92 dra zoudt gij gl branden in mijn 1 wonden.<br />
93 Ik heb gestaan g als wie e daar staat<br />
aan zijnen paal gebonden.<br />
94 zijnen p g<br />
9 S zij<br />
a Ik ben die a mijne e leden e n re,<br />
k<br />
96 (ik was; maar ben want ik wil blijven)<br />
9<br />
a waar ikt te zijnen lieven lij ve<br />
97 zijnen 1<br />
a r L m i' nen<br />
1<br />
98 ^ een e hemelsch-blijde vogel-bek,<br />
,<br />
en ook, aan lever en aan lieven<br />
99 ><br />
I 00 meer-menschelijke 1 spiesen. p<br />
II<br />
I- strofewit] I0I-IO 4 ^P I- 4^' IOI-IIOF-^<br />
lol Mijn hart, het werd een vat vol stroop[4—P I , I]<br />
1 = p<br />
1o2 a waar vliege' g als zonden z<br />
a [<br />
kwamen zitten:<br />
3 10 3gesloten gvaas, waar door de hitte<br />
1044 insekten-wriemel kroop. p<br />
Io Mijn hoofd, het werd geheim festijn<br />
S 1 = g l<br />
106 voor ongekende g en geer' g ge g gasten g<br />
107die, ziek > van ate of zat van vasten,<br />
1 o die, zwoel van derve' of zuur van wijn,<br />
109^ a lang a g moe e maar maatloos-[x]<br />
a maatloos- mild bewezen<br />
I I o de onwaardigheid, g te wezen.<br />
II III<br />
stro<br />
ewit [III-I124--R H, 1-2; III-II
I I 3 Min ^ voet v and vondsteeds s herhaald gewelf g<br />
I 14 i voor 't luistren naar min 1 gangen. g g<br />
I IIk daalde. Aan elken kelder zong g<br />
I 16 het tij 1 me toe van wachtend water, w<br />
I I en – geen begeerte, en zelfs geen schater<br />
7 g g ^ g<br />
I I8 die rillend reed door mijne tong.<br />
1 g<br />
I I Me-zelf ter zij ten zelf oorbore :<br />
9 1<br />
III<br />
II 9 -I20^A ^ 6-7<br />
1 z a zelfs Godein 'k verloren. gg<br />
b te lore...<br />
fstrofewit]<br />
[121-130+-R v] 3<br />
12I - Maar neen : God is een koene knecht.<br />
I 22 Ik zou me <strong>deel</strong>en nochh be ee r en<br />
12 hij zou mij keeren uit 't gevecht:<br />
3 hij 1 g<br />
I2 hij zou mijne oogen teren.<br />
24 hij ^ g<br />
I2S<br />
I26<br />
I27<br />
I28<br />
Hij mij geven de éenen nacht,<br />
l lg<br />
blind ! datgeen g nacht ik zouverzoeken;<br />
dat ikeen g slechten s dagnogzoeke<br />
oe e<br />
a waar 't loeren van den dood slechts lacht.<br />
b<br />
w acht<br />
c<br />
waar slechts de dood nog loerend wacht<br />
g<br />
129<br />
I 3o<br />
Hij<br />
zou mij halen uit de holen<br />
waar zelfs het vinde' is s dolen. doe<br />
Fase c in r. 128 valt samen met stadiumo U V]<br />
II<br />
Na een relatief grote witruimte g volgde onder S onderaan ^ de bladzijde, 1 ^ nogg<br />
een fragment g van zes regels g C 3 :U . Het zijn de slotregels g 1 S6-161 waarin de<br />
II<br />
twee reels g van M werden hernomen.<br />
C3:U<br />
[I.-1–^ V, I^-20 ' ^I 6-I6I<br />
> > !<br />
(I)<br />
mijn voet op de ijdelheid der schriften<br />
l p 1<br />
2 a en 0 driften<br />
bewasschen g van v<br />
cansch gansc [ ]<br />
(3) de 0 mi 1 jns gelaats; g<br />
,<br />
bladde gladdeg glanzen<br />
(4) en min j gedicht g dat, ^ zonder e einde,<br />
,<br />
77<br />
- ^M 1-2]<br />
4 f ^<br />
699 VARIANTENAPPARAAT
(5)<br />
(6)<br />
gedicht g ct dat, , zonder einde... e<br />
• • • •<br />
zijnToen dat zijn beslaghad a g g gekregen, e e gen ^ Van de Woestijne<br />
tine 1 op p de vier a gi-<br />
n' na 's eerder leeggeblevenbladzijdee egg ebl I r dstrofen e41<br />
de uit di hij e in stadium s S<br />
bewerkte, rkgecombineerdm ^g<br />
e t C 3: V. Anders r dan v voor or de overige afschriften<br />
eb r u ik te hij nuanilinepotlood. 1schikking<br />
u<br />
In de definitieve<br />
werden dit de twee<br />
slotstrofen;et in ca het carnet t heeftdichter eetded e dat niet e explicietaangegeven, pe<br />
al is het<br />
onwaarschij<strong>nl</strong>ijkat dathij i' op 1 dat a moment<br />
t nog g een a andere e plaats voor beide e stro-<br />
fen overwoo g.<br />
C 3 :V<br />
-+I I-160<br />
4<br />
(I) Uit liefde-gons, uit gg zor - eruisch<br />
2 a uit zielen die om mij verzaêmen,<br />
1 ,<br />
b al de zielen [om mij] 1<br />
(3) werd ik de moeder van een huis<br />
(4) a dat blinkt uit<br />
a van duizend ramen.<br />
S Ik b en die <strong>deel</strong> en niet en <strong>deel</strong><br />
[j-8+–S", 1-4]<br />
6 dan a wat 'k van allen e heb ontvangen,<br />
en ik die der dieven van 't verlangen g<br />
(8) de duurste en ruimste buiten heel.<br />
9 *komtallen a naêr, r die hebt gg gegeven:<br />
e<br />
lees : Komt]<br />
(io)<br />
ik borg o uw diepste d' e leven... e<br />
[strofewit]<br />
II<br />
[II-I4-s -8]<br />
4 ,I<br />
I I a – Uit uwen wille, Vader, Zoon,<br />
b Uwen<br />
(I i a en heil' ge Geest; g<br />
a in uwe hoede:<br />
b Uwe<br />
I 3 onder het goud g van mijne 1 kroon<br />
I 4 druip<br />
p 'k van a den rijksten bloede. e<br />
5 Gij hebt gebeurd g mijn 1 zéekre plaats: p<br />
i 6 mijn 1 voet op p de e ijdelheid 1 e der schriften;<br />
s<br />
76-20+- U ^ I-I<br />
1 7 geheelgew gewasschen c van a de driften<br />
I^<br />
de gladde g glanzen g mijns l gelaats;<br />
app VARIANTENAPPARAAT
en mi ^ n gedicht dat, zonder einde, ,<br />
II<br />
I -20
;4`.<br />
^^a[f) E ' W, ^<br />
• y^», ^ .^-^, w^<br />
^ ^<br />
;?-<br />
1, OA, 0<br />
4e ^ ^^: ^` ^^.,^á . ^ ^ >^ • ^<br />
^ +"(tt^^,,^<br />
M x: ., .,.. f ^ k<br />
f . ^.,, ^^ «<br />
9 ¢ pg„ N ^y` ^<br />
) ^ ^ ^ P d ó<br />
Kladstadia va n`blind-gewordene' De B M 3 o in het e carnet van 1928 í 2 8 H - 9 6 .<br />
X02 VARIANTENAPPARAAT
I<br />
III<br />
De<br />
ro e f P bevat slechts s de regels s i- 4. o<br />
VARIANTEN EN<br />
M' C, C 2 en C 3 niet opgenomen)<br />
> pg<br />
CORRECTIES I,<br />
[I-2+—A; I-1o+-B ' I-I E- I- ^<br />
o C o H<br />
> > > ^<br />
M 2 , dat, hel van hoop noch zwart<br />
t van zorgen gne<br />
P<br />
T, D<br />
a<br />
b [ ,<br />
[II-204— G,-70<br />
^<br />
14 Ar met laaie van mijn luister.<br />
P<br />
a<br />
b [ ] [laai]é [<br />
T I I laaie<br />
D<br />
I laaië<br />
III I , 2; II<br />
1 > > , 3 E ^ ^3 i E— E 2 ^3 I - 4 o E— G,<br />
11-20] II2 o<br />
I ^C G' 21+—D, i' 2I - E--- 2 E— D<br />
32 M2M a ik ^<br />
3 E ,<br />
P-D I<br />
>><br />
a' k word, in aanhoudendheidh eboen r<br />
> > [33,EII, II, 3]<br />
M2M a t abstracte zaad waar k al a het koren<br />
^<br />
3 3j<br />
a A bstracte<br />
P-D i I abstractes acte I I<br />
39 MZ a Zoo, blinde, ben 'k, zal a zijn gee<br />
a<br />
[ge]weest, en<br />
P-D<br />
[P eindigt na r. o<br />
^ 4<br />
II<br />
i]<br />
II<br />
34 ^- E , 4]<br />
M 2,<br />
><br />
T,<br />
><br />
D r. 41-161<br />
-<br />
4 i41-47^J'^ I-7; 47-73 +-I-, I-33; 41-8oE-N1<br />
z M 2 - Maar neen: 'k ben de eindlijk-lee e korf<br />
4 ^ g<br />
T<br />
D -<br />
4 S<br />
M 2, ^ T 'k Ben de gekéerde g korf die, zwoel<br />
D<br />
5 o M 2 dan wat daar a a andren d baren.<br />
T I I ' a ndren I I<br />
D<br />
I I an d ren<br />
[
S<br />
6 M Z > T di e > zal mijn '' 1 blik hem niet verrijken,<br />
l<br />
D<br />
I I mijn<br />
7 3 M 2 a En is uw s zorge w o mime zorgg<br />
,.<br />
a m i<br />
1 ne<br />
T<br />
D<br />
I I mijne I I<br />
76 M 2 a mijn 1<br />
a[mij] binden ^ met het onbekende;<br />
t<br />
TD ^<br />
81 M2<br />
T, D<br />
I oo M 2 a meer-mes<br />
Maar weet het : 'k heb t het duurekocht. g<br />
– Maar I I<br />
ameer-me nscheli'ke spiesen.<br />
l p<br />
T meer-mén ch li' k^e<br />
D<br />
meer-mensch ee lijk d<br />
IO 105 M 2 a Mijn hoop<br />
T, D<br />
a [ ] [hoo]fd, het werd geheim festijn<br />
[)-8-594-K, -I<br />
. I .<br />
Iá J9 ^9 0 , ^ I- ó0 ^ M 1-20; , ^7 I^F, 2]<br />
[81-9o4–Q; 81-13o4–T]<br />
Ir<br />
9 I-I00
Z 1<br />
140 I ik ben in eeuwigheid gedost.<br />
^s Ó<br />
M4g ,<br />
T ^<br />
D<br />
nieuwigheid I I<br />
[/4/-/604---V;<br />
II<br />
I -I á^s I- 4J 4 ^ 4<br />
14 6 M Z dan a wat 'k van allen heb ontvangen, g,<br />
T I I állen<br />
D<br />
I I allen<br />
I 2 M 2 T en heil'geGeest, e e ee in Uwe hoede:<br />
5 ^ g ^<br />
D<br />
I M 2<br />
II, I I<br />
S7 g e h ee l- g ewass ch en van de driften,<br />
T g geheel gewasschen g<br />
°<br />
g eheel- gewasschen I I<br />
16o .A/1 2<br />
gedichtdat zonder einde...<br />
T I I zonder<br />
D<br />
I I zonder<br />
I 6o M 2 [geen strofeivit]<br />
I 6 T[strofeivit]<br />
D<br />
[geen strofewit]<br />
II<br />
II-I F-S -ó J I4 ^J<br />
[ 116- 1.61.4—LIJ<br />
II<br />
I -1^o^M 1-2]<br />
J9 ^<br />
ZETFOUTEN<br />
T<br />
D<br />
r. 69-7o: vrede ^J ? i : vrede? : ^J i<br />
r. I o6 : Voor I voor<br />
r. 127<br />
: dat I 'dat<br />
NOTEN<br />
I De tekst in D is cursiefezet. g<br />
'Het is mogelijk g l dat Van de Woestijne l overwogen g heeft het gedicht g afzonder-<br />
lijk 1 te tdevs doen verschijnen. 1 Op p io mei 1 928 schreef hij l aan C.A.J.van v Dishoeck,<br />
tijdensd ek<br />
onderhandelingenove over nieuwe e d delen voor e Werken: en. ` I ntu ssc hne<br />
zal ik over zéér kort een nogal g uitvoerig ggedicht klaar hebben, dat zou kunnen<br />
uitgegeven worden in beperkt P getal g exemplaren, P ^ als luxeuitgave. g Wilt gij gl dat<br />
hebben?'och N `De blind-gewordene', g noch ^ enig g ander `uitvoerig gg gedicht'<br />
werd echter door Van Dishoeck uitgegeven.<br />
3 Van de slotstrofe van hetedicht verschenen vertalingen in het Duits (3x).<br />
g g 3<br />
705 VARIANTENAPPARAAT
Bibliografieën<br />
BIBLIOGRAFIE VAN PRIMAIRE LITERATUUR<br />
A.bbronnen roe vanni^ikl esa gom de kim k<br />
Karel van de Woestijne<br />
Karel van de Woestijne 1<br />
Karel van de Woestijne 1<br />
Karel van de Woeste ne 1<br />
Karel van de Woestijne 1<br />
Karel van Woestine dej<br />
Karel van de Woestijne 1<br />
Karel van de Woestijne 1<br />
Karel van de Woestijne 1<br />
Karel van de Woestijne<br />
Karel van de Woestijne 1<br />
Karel van de Woestijne 1<br />
[Karel ae van ewes Woestijne, 1, e<br />
vert.]<br />
Karel van de Woestijne<br />
Karel van de Woestijne 1<br />
Karel van de Woestijne 1<br />
Karel van de Woestine j<br />
Karel van Woestine dej<br />
Karel van de Woestijne 1<br />
Karel van deoesti'ne W 1<br />
l<br />
l<br />
De modderen man. Brussel (Het Roode Zeil ,912o.<br />
Het menscheli J k brood. Bussum A.A.M. Stols), ^ 9 To the Happy pPY Few<br />
I 2.<br />
God d aan zee. ^ Bussum AAM. St is o 1926. ^9 Trajectum 1 ad Mosam 16.<br />
Gedichten. Gekozen uit zijn bundels ^ 1 Verzen, ^ en De gulden g schaduw, De modderen<br />
man Het atteart h God Gaanzee, Het berg-meer. Haarlem oh. Enschedé en<br />
Zonen 128. ,9<br />
Het berg-meer. Maastricht A.A.M. Stols), Trajectum ad Mosam 28.<br />
^ s ^9 1<br />
B : overige g primaire werken, k ^ verschenen ti ^dens het leven<br />
DehPrimitieven.<br />
Vlaamsc e Hoe e waren te Brugge. Gent etc. (De Nederlandsche<br />
Boekhandel),1903.<br />
Eerste veren ^ ^J inde : Het vader-huis. Amsterdam etc. L, J. Veen),[1903].<br />
^<br />
Parabel en Laethemsche brieven over de lente. GentVennootscha Plantijn), l,<br />
1 904. Flandria's Novellen-bibliotheek 41. 4<br />
Veren. Het vader-huis ; De boom-gaard der vogelen en der vruchten; Vroegere<br />
g gedichten. Bussum (C.A.J. van Dishoeck), ^ 9S 0 .<br />
2e druk van Het vader-huis.<br />
Janus met het dubbele voor-hoofd. Bussum C.A.. van Dishoeck), 1908.<br />
Afwijkingen. Bussum C.A.. van Dishoeck), 191o.<br />
Deulden g schaduw. De rei der maanden; Het huis van den dichter ; > Poëmata. Bus-<br />
sum C.A.J. van Dishoeck ,9110.<br />
Homeros, r o Ilias, Proza-bewerking<br />
door rkin g Karel v. , Woestijne. W 1n e. Amsterdam<br />
(Maatschappijvoor g goede en goedkope lectuur),<br />
g P ^<br />
Kunst en geest in Vlaanderen. Eerste bundel opstellen. Bussum C.A. J. van Dishoeck),<br />
1911.<br />
Interludièn. Bussum C.A.. van Dishoeck ,9I 12.<br />
De tweede bundel der Interludiën. Bussum C.A.. van Dishoeck),1 949 14.<br />
Veren. Het vader-huis ; De boom-gaard der vogelen en der vruchten ; Vroegere<br />
gedichten. g 2e druk. Bussum C.A.. van Dishoeck), ^ 94 I<br />
ze druk van De boom-gaard der vogelen en der vruchten; e<br />
g g druk k van Het<br />
de 'Vroegere g gedichten' g zijn vermeerderd.<br />
met het dubbele voor-hoofd. 2e druk. Bussum C.A.. van Dishoeck),<br />
I 9 I 7<br />
Goddelijke J verbeeldingen. ^ 's-Gravenha gge etc. W.P. van Stockum & Zoon /<br />
De Nederlandsche boekhandel), ^9 18. Fonteine-uitgaven. g<br />
De bestendige g aanwezigheid. Bussum C.A.. van Dishoeck), ^ 9 18.<br />
707 BIBLIOGRAFIEEN
Karel van de Woestijne<br />
Karel van de eWoeste Woestijne<br />
van de<br />
Woestine j<br />
Karel van de Woestijne 1<br />
Karel van de Woestijne l<br />
Karel van de Woeste ne 1<br />
Herman Teirlinck /<br />
Karel van de<br />
Woestine j<br />
Karel van de Woestijne 1<br />
Karel van de Woestijne ^<br />
Laethemsche<br />
e c brieven e b vover a env de d lente aan Adolf o Her c e r nat . ze e druk. Arnhem<br />
H i' l man Stenfert e t Kroese r & Vana der Zande), 2I. 9 Palladium-reeks.<br />
Zon in den rug. g Maastricht en Stols),12 oosten 9 . De ea Schatkamer 4.<br />
Substrata. Antwerpen etc. (De Sikkel C.A. Mees),124. 94<br />
Beginselen d der chemie.Ro tterdam i' lg h g& Van Ditmar's Uitgevers-maat- eversmaat<br />
scha i' 195 1925.<br />
Het zatte hart. Arnhem Hi m n a Ste of e r t roe K e s Van & der Zande<br />
1 9 26. (Palladium 25)<br />
` 'Approximations'. pP<br />
In •.Homma^ Hommage des écrivains étrangers ^ a Paul Valéry. y Bussum<br />
A.A.M. Stols),1927. p9S9 - 8.<br />
De leemen torens.2 dln. Rotterdam tteram (Nijgh lg & Van Ditmar's Uitgevers- g<br />
maatschappij),1 928.<br />
De schroeflijn. Dl. I. • 0Opstellen over plastische lastasc h kunst. Dl. 2: Opstellen over literaa<br />
r e kunst. Brussel etc.(Standaard Boekhandel C.A. J . van Dishoeck),<br />
I 928.<br />
Werken.<br />
Deel I. • Lyriek y I. Vroegere er gedichten;Het e n v a er- d huis • e De boomgaard der vogelen<br />
en der vruchten. 3^9<br />
e druk.Buss Bussum C.A.. van Dishoeck),<br />
* 4edu druk van Het vader-huis; 3 e druk van<br />
DDe boom-gaard ^ der vogelen g en der<br />
vruchten.<br />
Deel 2. • Lyriek 11. HetH t edach gedicht De guldel en schaduw d • De D rei der maanden • Het<br />
hua huis van v d den dichter. e d druk.<br />
Bussum C.A.. van Dishoeck), ,9<br />
Na V a n de Woestijneslg<br />
tin dood verschenen nog drie delen Werken.<br />
Karel van de Woestijne 1<br />
Karel van de Woestijne ^<br />
Karel van de Woestijne 1<br />
C . postume uitgaven g<br />
Demdd o ere man.Voorafgegaan n<br />
d door `Het menscheli Jk<br />
brood'. 2e druk. Maas-<br />
tricht etc. A.A.M. Stols),193o.<br />
Werken.<br />
Deel 3 . Kritiek 1. Kunst en ggeest in Vlaanderen. ze e druk. u Bussum<br />
C.A um van<br />
.J.<br />
Dishoeck),193o.<br />
Deel . Overschrijvers r en boeken. en. Antwerpen<br />
en etc. (Standaard-Boekhandel),<br />
1933.<br />
• Dit <strong>deel</strong> en <strong>deel</strong> 5 volgen 1 g op p de delen I en 2 uit 129<br />
8 (zie hierboven),<br />
en werden samen met C.A. J . van Dishoeck te Bussum uit g e g even. Ze<br />
wer endg<br />
uitgegeven<br />
t even door het Karel van de Woesti'ne- 1 enootscha<br />
p te Brussel.<br />
Deel 5 •.Over schrijvers en boeken. Tweede T w bundel. Antwerpen p en etc. (Standaard-aar<br />
Boekhandel 1936.<br />
• Zie bij J <strong>deel</strong> 4. 4<br />
Nagelaten a gedichten. Haarlem etc. (Joh. h Ensched bede en Zonen A.A.M.<br />
1931.<br />
Karel van de Woestijne l Wiekslag ae s a g om m de kim. k H et me nsc h ela Jk<br />
brood' ' De modderen e man; God aan ee<br />
I Het bergmeer. Brussel A. Manteau 942.<br />
Karel van de Woestijne ^ Nagelaten gedichten. Brussel A. Manteau 1942.<br />
Vermeerderde e ee<br />
r r herdruk e van de uitgave g uit I 9I. 3 In I 943 opnieuw P uitge-g<br />
g even door A.A.M. Stols te 's-Gravenha ge. g<br />
pos<br />
BIBLIOGRAFIEEN
Karelan v de W oe sti ne l<br />
Karel v a n eWe de o sti ne 1<br />
Karel ae van eW Woestijnes 1<br />
Karel van de Woestijne l<br />
Karela e vande Woestijne 1<br />
Karel ae van W Woestijnes 1<br />
Wiekslag omo dk de kim. 'Het e m ela nsch brood k ' D • De m modderen derd<br />
man; God aan zee;<br />
Het bergmeer. g ' s - G r ave nh a g e (A.A.M. Stols), ^ 1943.<br />
Ver amel werk.<br />
Deel I : Lyrischey ranch e poëzie. e ^a . Brussel A. Manteau 1948.<br />
Dee,<br />
1z.Eah sc e poëzie ea Fragmenten; Ilias-vertaling. Brussel A. Manteau<br />
1949.<br />
Deel 3 VVerhalen en parabelen. Brussel A. Manteau), ^ 947•<br />
Dee1: 4 Beschouwingen ^ over literatuur en kunst. Brussel A. Manteau), ^ 949<br />
Deel S . Beschouwingen ^ over literatuur. Brussel A. Manteau), ^ 1949.<br />
Deel D. 6 Beschouwingen g over literatuur. lateratuu Het da gJ eli sch k brood b i • Keur uit de brieven<br />
in dagbladen ^ 106-1929. Brussel A. Manteau), ^ 9S o.<br />
Deel 7, samen met Herman Teirlinck: De leemen torens. Brussel A. Man-<br />
teau 1948.<br />
Deel 8 Het e da J' kgg la brood sch ii. Dagboeken b dover<br />
en brievenoer den oorlog 949 I r -r 18.<br />
Brussel A. Manteau 1950. 9S<br />
Een <strong>deel</strong> van de oplage o P a van het<br />
V Verzameld ^ d w werk k werd in Nederlande<br />
onder r li licentie<br />
uitgegeven door C.A. J . van Dishoeck te Bussum.<br />
Dagboek. g Ed. K. n o kh c ee r . Antwerpen<br />
e w(Pink en Editions & Productions),<br />
1974.<br />
Verzamelde ^ gedichten. g Brussel etc. (Elsevier Manteau), 97 8.<br />
Fotografische og herdruk van Verzameld ^ werk, , <strong>deel</strong> i.<br />
Brieven Bi r en aan Lode Ontrop. Ed. A.M. Musschoot. Gent, 1985.<br />
Verzameld<br />
^ a eldjournalistiek J werk. Ed. A. De rez.... dln. Gent (Cultureel<br />
Documentatiecentrum ,9 1 86-....<br />
709 BIBLIOGRAFIEEN
BIBLIOGRAFIE VAN LITERATUUR OVER WIEKSLAG OM DE KIM<br />
Algemeen<br />
Boekuil De<br />
= R. Herreman]<br />
Campert, J.R.Th.<br />
Jansen, L.<br />
Jansen , L.<br />
Rutten, M.<br />
Reeks artikelen over Wiekslagm g de kim in dagblad g Vooruit:<br />
`De modderen man', ^4 mei I 1938; •<br />
`Het drieluik' S mei I 938<br />
`Het menschelijk 1 brood', ^ 6 mei I 938<br />
`De zelfkweller', ^7 mei I 938<br />
`De blijde logen', g ^ 8 mei i 938<br />
`God aan zee', 19 9 mei 93 I 8<br />
`De heete asch', zo mei 1 9338;<br />
`In de zee-stad', 2I mei 1938;<br />
`Dehurfti sc g danser', e d s 22 ^ mei I 938<br />
'Verzoeking g va van God', 424 mei 93 i 8,<br />
`Afscheid van God aan zee' S 2 mei 93 I 8<br />
`Het berg-meer', g ^ i 8 1 juni i 938<br />
`De blind-geborene', g ^ 9 I 1 juni I 938<br />
Nog in de modder-haven', ^ 21 juni l i 938<br />
`De rust der ruimte' 22 J uni i 938<br />
`Altijd 'Altijd van va deze ee aarde', a 31 2 uni ^3 18,<br />
`De voedster', 25 SJ uni 93 i 8.<br />
`Kroniek der dichtkunst.' In: Nederland 8o 128 9 ^ 7 3 - 77.<br />
Over Het menschela J k brood, ^ De modderen man en God aanzee. ^<br />
"`Ik had een heerlijk J plan". Enkele compositorische varianten van Karel<br />
van d de W Woestijnes t J Wiekslag k ^ om de k kim.' In : Jaarboek k Letterkundig k ^Museum<br />
I. Den Haag, g^ 992. p. SS -67<br />
.<br />
`Aan wijzigingen onderhevig. g De totstandkoming g van Wiekslag g om de<br />
kim.' In : Drie edities, drie verhalen. Den Haag, g^ 995 p. 7-33.<br />
De lyriek van Karel van de Woesti ^ ne. Brussel, ^ I 93S p. i56-251.<br />
`Het menscheli k brood' J<br />
Minderaa , P.<br />
`Karel van de Woestijnes "Het menschelijk 1 brood".' In: Spiegel der lettep<br />
ren i(1 95 6),o. 59-70. Ook in : dez., ^ Opstellen en voordrachten uit min J hoogle-<br />
^d 5948-1964). Zwolle, i 94 6. p. p 24 1-2 54 .<br />
De modderen man<br />
Binnendijk J^ D.A.M. 'Bij 1 een e gedicht van.' In : Nieuwe Rotterdamsche courant 2 8 J 'uni 94 I I ,<br />
avondblad.<br />
I I Gijsen, 1 M. 2I 'Uitvaart der 9o e r s.' In : Vlaamschen arbeid I 9 , p. . 5-ii. S Over De<br />
modderen man :p. p9-I I.<br />
Bloem,J.C.<br />
[Recensie R van De m modderen n man.] In: De gids g i 8 S .iv I 92I^ p.522-524. p Ook<br />
in . dez., ^ Het e onzegbare ^ g ^<br />
geheim. h Verzameldeessa essay en s k kritieken k 1911-1963. Ed.<br />
H.T.M.van v Vliet. V Amsterdam, s ^ 199S• 995 . p. 34 6- 349•<br />
Dieltjens, l L.<br />
'Interpretatie<br />
van hetslotgedicht e in De modderen man op p basis van een stilistisch:<br />
platform.' In Spiegelg el der letteren 1 4I 4 297 p. ^p 132-154.<br />
71O BIBLIOGRAFIEËN
Houwink, R.<br />
Kijzer, M.<br />
1 ^<br />
Musschoot, A.M.<br />
Querido , I.<br />
Scholte , H.<br />
Schutter, F. de<br />
Verhoeven, B.<br />
Cauwelaert, A. van<br />
Droogenbroeck, R. van<br />
g ^<br />
Jansen L. ,<br />
Mind er aa, P.<br />
Musschoot , A.M.<br />
Nijhoff, M.<br />
Voorde, U. van de<br />
Wage, a H.A.<br />
Minderaa , P.<br />
Mommens , M.<br />
'Bij 1 den devan herdruk n K a rel van v de Woestijne's 1 "Modderen man".' In:<br />
De stem 10 1 93 o ^ p. 1282-12ó 7.<br />
'De modderen man van Karel K r 1 van de W Woestijne 1 e en e het et begripschoonheid.'<br />
e g i<br />
In: De nieuwegids g 54 I 938 ^ 398- 412.<br />
'Karel van n dde Woestijne: 1 e "Gij menschen, ^ die misschien me in laetren tijd 1<br />
gedenkt". g Een i<strong>nl</strong>eiding.' g In : Yang ^ nr. 8 2 i 978 ^ p. 4 o- 49.<br />
'Letterkundige g kroniek.' In : Algemeen g handelsblad 255 februari 1922, avondblad.<br />
`Kroniek deroëzie.' p In : De gulden g winckel 25126 9^ p. P159-162.<br />
Over De modderen man, Het zatte hart, Zon in den rug, Substrata, J. Eeckhout,<br />
Karel van de Woeste J ne en M. Gijsen, 1 ^ Karel van de l'oesti Jne.<br />
`Ik ben met U alleen, o Venus.' In : Nova et vetera 3 6 i 95 8-1 959 ^ 483<br />
-<br />
496.<br />
`Een tragische gdez., voorganger.' In : De zilveren ^ spiegel. Utrecht, 1931.<br />
Prisma Reeks. 3 p I 33 -I 39.<br />
God aan zee<br />
l<br />
`Karel van de Woestijne's "God aan zee".' In : Dietsche warande & Belfort<br />
z8 (1 928),. p. I 33 -I 37•<br />
`Een vrucht, die valt...' In: Yang g nr. 8 2 i 978 ^ p. 56- 58.<br />
`Echo's uit e deonderwereld.D De Lethe L th als l r bron n voor r VanVa de Woestijne e en<br />
Marsman.' In: De nieuwe taalgids ^ 8 S I 299 p. ^ 2I -226<br />
S •<br />
`Poëzie in den herfst.' In: Het kouter 2 I 937 ^ p. 343 - 346.<br />
`Karel van de Woesti'ne: 1 "Mijn 1 God, gij gjziet de zee". Een verkennende<br />
interpretatie P van de varianten.' In : Studia Germanica Gandensia 16(1988),<br />
P 133-156.<br />
Recensie van God aanzee.] In : Nieuwe Rotterdamsche courant 12 februari<br />
1927,avondblad. Ook in: dez. Verzameld ^ werk. Ed. G. Borgers g G.<br />
Kamphuis.<br />
2e druk. 3 dln. Amsterdam ^9 1 82. Dl. 2: Kritisch en verhalend<br />
proza, p. 514-517.<br />
`Karel van de Woestijne's God aan ^ zee.' In : De stem 7 91 27^ p 488- 496.<br />
`Het oog g Gods.' In: 0 grond ^ d van de k tekst. Opstellenaangebodenro<br />
n<br />
dr.<br />
K. Meeuwesse .... Utrecht, 1 9 8 3 . p. 7 5-79.<br />
Het berg-meer g<br />
`Karel van de Woestijne's "Me-zelf voorbij; l^<br />
Vlaamsegids ^ 39 (maart 1 95 p. 55), S ^ 15 p 7-167 .<br />
Eerder (verkort) als lezing g in : Handelingeng<br />
gres, Antwerpen, p X 7-9 april p 1 953, , p. 2II-2I 211-214. 4<br />
Het wi Js g eeri ^ inzicht ^ bi J Karel van de Woeste Woestjne.<br />
pen, I 936 .<br />
me-zelven teen... ".' In: De<br />
g<br />
van het Vlaamse Philolo gencon-<br />
` De blind- gewordene'. Antwer-<br />
l<br />
711 BIBLIOGRAFIEEN
BIBLIOGRAFIE VAN SECUNDAIRE LITERATUUR<br />
[Anoniem] `Bi' 'Bij Karel van de Woestijne. 1 Het huis te lande.' In: De Maasbode 1 juli 1<br />
126; 9^ `Bij 'Bij Karel van de Woestijne.<br />
tine. 1 De dichter en de e on l eren.' g De Maas--<br />
bode z 1 juli 1926. 9<br />
Aerts, J. Stijlgeheimen van Karel van de roestij ne. Een sti lkundi onderzoek. Leuven,<br />
1956. 9S<br />
• Zie ook A. Westerlinck.<br />
Akker, W<br />
van den 'Stemmen uit deee<br />
redactie. E n documentaire over h t redactiebeleidvan<br />
G.J. Dorleijn 1 De g gids tussen i 916 en 1926.<br />
' In: Traditie en vernieuwing. g Opstellen p aange-g<br />
bode n a aan A.L. .Sot emann. Red.W.J.van We den Akker ee.a. Utrecht,18 95.<br />
P I 46-I<br />
77.<br />
Bae Y e n s ^R. Selectieve v bibliografie van & over Karel van de Woeste J ne. ^ Z. 99 1. I 2.<br />
Band ea 1 e, ir Ch. C. Lesflenrs sdu mal. Ed. . Cr' eet G. Bln refondu e parr G. Bln C1.<br />
Pichois]. Parijs, l^ 1968.<br />
Berg, g C.C. Bibliografie van prof. dr. P. Minderaa (Amsterdam 3 december r8 93- Leiden 27<br />
B. va<strong>nl</strong>m Se mei I968). Leiden, ^ i 973 .<br />
• Reader egde van de d V Vakgroep a Nederlandse Ngl-<br />
a taal- se en letterkunde taaa a de n Riks<br />
universiteit Leiden.<br />
Beste n A. den e Wilhelmus van Nassouw e. Het t gedicht ^ da en ^J zip/ dichter. d Leiden, e , 1983.<br />
'Beste Sander, Do o it now . ^' `Beste Sander, Do it now !' Briefwisseling J. Greshoff - A.A.M. Stols. Deel I<br />
1922-1 941. Ed. S. Chen S.A. van Faassen. 's-Gravenhage, g ^ 1990.<br />
Achter het Boek 24. 4<br />
Biblia sacra Biblia sacra r iuxta vulgatam g m versionem. v saon em. Ed. B.Fischer . e .. a ze druk. Stuttgart,<br />
tar g<br />
1975.<br />
Bloem,.C.<br />
Gedichten. Ed. A.L. Sotemann H.T.M. van Vliet. 2 dln. Amsterdam etc.,<br />
1979.<br />
Monument Literaria a Neerlandica i i en I z. ><br />
Bota Blotkamp, 1km C. e.a. ea K us n te na ren der idee. d Symbolistische y tenden ^ en in Nederland, ^ ca. 1880-1 930. Den<br />
Haag, g^ 97 8.<br />
Blotkamp,<br />
Triptieken in Stijl.<br />
J1. Amsterdam,ure 1984. (Inaugurel<br />
le rerede) Ook in: dez., Monin<br />
detail. Utrecht etc. ,97p i 8 p. IO2-I22.<br />
Bossche,<br />
e S. van den Het Pa Jotte<strong>nl</strong>and door schrijvers heen. Antwerpen P etc., ^ 99 1 2.<br />
Bouchaute, e,J van D handschriften van Karel van de roestij ne. Antwerpen, P ^ i 988.<br />
Verscheen in 1 99 1. Inventaris AMVC v Antwerpen.<br />
Br, o nz was r W. Lessen in lyriek. Nieuwe Nederlandse poetica. Nijmegen, 1 g I1993.<br />
Buuren, > M. van C.A.J.van Dishoeck, k en mecenas. De geschiedenis ^ van de uitgeverij g JVan<br />
M. deon g Dishoeck 180-1931. Amsterdam, i 98 S .<br />
* Doctoraalscriptie Universiteitvan Amsterda m.<br />
BablBijbel^ e Bijbel. Dat as de ganse e Heilige ^ Schrift bevattende al de kanonieke boeken van het<br />
oude en nieuwe testament. Haarlem, 187. 97<br />
• Statenvertalingvan het Nederlands Bijbelgenootschap.<br />
Campert, P J.R.Th. 'Een tome r sc h wandeling e e g en e middagWes<br />
g met Karel van de Woestijne.'<br />
1<br />
In: Het vaderland z6 juli 1 1925.<br />
Cauwelaert A. . van 'Karel<br />
van de Woeste 1 ne. In . Verslagen ^ en mede<strong>deel</strong>ingen g der Koninklijke J<br />
Vlaamschevoor e Academie Taal- en Letterkunde 1941, ^ p. p 607-645.<br />
Deco r teB. 'Karel<br />
van de Woestijne 1 e en e de Franse literatuur.' In : Mededelingen g der<br />
Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, afdeling letterkunde 4341. 3<br />
(nieuwe reeks, 1 978), ^ p. 49 49-68.<br />
712 BIBLIOGRAFIEËN
Dresden, S.<br />
Duyse, F. van, a, ed.<br />
Dijk, ^, va<br />
Friedrich, H.<br />
Galle , L.<br />
Gilliams , M.<br />
Gijsen, l M.<br />
^<br />
HalsemaJ.D.F. , van<br />
Herreman , R.<br />
Hofstatter , H.H.<br />
Homerus<br />
Jonckheere K. ,<br />
Jong, de<br />
Symbolisme. y Amsterdam, ^9 1980.<br />
Het oude Nederlandsche lied. Wereldlijke en ^ eesteli J ke liederen uit vroegeren ^ ti ^.<br />
3 I en n. register. es ' -Gr ave nh age etc., 1903-1908.<br />
Alexandre A.M. Stols Iwo-1973. Uit ^ ever typograaf. Een documentatie.<br />
Zutphen, hn 199<br />
2.<br />
Karel van de l/oesti J ne. Brugge etc.,[1925]. ^s Mannen van 2.<br />
beteekenis 2<br />
Herinneringen aan Karel van de lVoesti ne. Kortrijk,[1930].<br />
Een i<strong>nl</strong>eiding g tot Karel van nd de i^ oesti J ne. Gent, e ^ 93 1 2<br />
Godsbeeld enodservarin g in de lyriek van Karel van de JVoesti ^ ne. Brugge<br />
etc., e aJ.<br />
^ Eeckhout, , J.<br />
J 1 ^<br />
Eeckhout,<br />
^<br />
J.<br />
Elmbt , F. van<br />
Elmbt , F. van<br />
Elmbt , F. van<br />
Elmbt , F. van<br />
Elmbt, F. van<br />
Elmbt , F. van<br />
Engelman, J. g ^<br />
Fessard , L.<br />
Fokkema , R.L.K.<br />
1973<br />
`Karel van de Woestijne. 1 Bibliografische g verkenningen g omtrent het<br />
19 jeugdwerk. gp In: 977 Spiegel der letteren 19 I p p. 167 -18 4 • 919977<br />
1 p. 29<br />
I-<br />
3 o6.<br />
De agenda's ^ en carnets van Karel van de JVoesti Jne. Tekstuitgave en ritis k ch - basto ' -<br />
rische studie. 2 dln. Luik, 1979(ongepubliceerde dissertatie).<br />
`Erik Monk lezen.' In : Spiegel der letteren 24(1982), 4 p. 239-25i.<br />
`Krlvnd 'Karel van de Woestijne W in 1 en e Hadew i'h.'In: c l De nieuwe u taalgids l ^ a 77 (1984),<br />
p. 235-246.<br />
Van de Woesti J ne ^ lecteur de Pascal. Liège, g^ z.'. 1<br />
`Korte aanteekeningen g over literatuur. Karel van de Woestijne.' 1 I n: De<br />
g gemeenschap 4 0928), . 157-163. p.<br />
Besprekingvan Gedichten.<br />
`La mer dans l'aeuvreoéti p q ue de Karel van dee Woestijne.' 1 e In : Etudes ger-<br />
mansti ues 12 i. 957 I25-140.<br />
^ p.<br />
`Het o Pp ortunisme van de editie-techniek of het wenkend perspectief p der<br />
varianten. ' In : Ti J dschri t voor Nederlandse taal- en letterkunde I o9 993 i<br />
p. 267-283.<br />
Die Struktur der k modernen y L ri . Von der MitteM e des neun ^ ehnten bis ^ur Matte<br />
deswan ^ ^ i ^ sten Jahrhunderts. I oe druk. Hamburg,I 9 8 I .<br />
'Essay y over Karel van de Woesti Jne door Urbain Van a de Voorde.' In: De<br />
tijdstroom 4 934 1 ^ 47^ - 84^ 8; 4 934 I ^ p. 529-538.<br />
`Karel van de Woestijnes Nagelatengedichten.' In de :z. Vita brevis.V Verza-<br />
meld werk. k 394pS e1<br />
druk. Amsterdam, 18 8 - 52 9<br />
Karel van de Woestjne. J Antwerpen p etc. ^9 1920. Mannen van beteekenis 4. 4<br />
Ook in: dez. Verzameld ^ werk. Amsterdam etc., ^ I 977 . Dl. S^ p. p 677-707.<br />
Te zoeken in deze angstige eeuw. Sporen van décadence-voorstellingen in de Nederlandse<br />
letterkunde aan het einde van de negentiende ^ eeuw. Groningen, g ^ 994. I<br />
`Kroniek deroëzie. p Karel van de Woesti'ne.' 1 In : Den gulden g winckel k<br />
27<br />
(1928),2- P S S3.<br />
S y mbolismus and die Kunst der Jahrhundertwende. Vorausset ^g^ un en Ersc hu ein n gs-<br />
ormen Bedeutungen. g Schauberg, g^ 1<br />
Homer, The Iliad. Vert. A.T. Murray. Y Londen e etc. 1967-1971. 2 dln. The<br />
Loeb Classical Library. Y<br />
`Karel van de Woestijne 1 voor de zee.' In M ; e d e de elan gen van het Karel van<br />
deoesti i^ J e- n e g n oot scha 6 1 937 ^ p. .III . S Ook o in . Groot Nederlandd 35<br />
(augustus 1937), 937^p p. 216-220.<br />
Het vrije JJ boek k%d. in onvrije Bibliografie ti . g van ie illegale ^<br />
en clandestiene belletrie. et 2e druk. Schiedam, 1978.<br />
713 BIBLIOGRAFIEEN
Jouann Y^R.A.<br />
Lankheit , K.<br />
Levie , S.A.<br />
Maegt, , J. de<br />
Mallarmé , S.<br />
Mander, Karel van<br />
Mathi j sen M.<br />
Minderaa, P.<br />
Moréas, J.<br />
Musschoot , A.M.<br />
Jean Moréas, écrivainran ^ ais. Parijs, 1^ 1969.<br />
'Das<br />
Triptychon T Y c on als P a hosform at 1 e. ' In : A handlun b gen der Heidelberge<br />
er Akad<br />
IVissenscha ten 1 afl. .<br />
959, 4<br />
* Het artikel verscheen als zelfstandigd a s<strong>deel</strong>. .<br />
Leopold, J.H.<br />
Gedichten h I. De ta dens het leven v n h<br />
Leopold, J.H.<br />
Leopold, J.H.<br />
Mosso D.J. p,<br />
Musschoot, A.M.<br />
Musschoot , A.M.<br />
Musschoot , A.M.<br />
J lee van de dichter gepubliceerde ^ pazie. ^ Ed. A.L.<br />
Sotema nn H.T.M. van Vliet. z dln. Amsterdam, 193<br />
8 . Monumenta Literaria<br />
Neerlandica i,i en 1 2.<br />
Gedichten uat de nalatenschap. . Ed.Dorleijn. G.J.<br />
ez 1 dln. Amsterdam etc.,<br />
1984. Monumenta t Literariarl Neerlandica 11 ^ en 3 1 i , 4.<br />
Gedachten H. Nagelaten n poëzie. oe Ed. H.T.M. van Vliet A.L. Sotemann.<br />
2 dln. Amsterdam etc., 1985. Monumenta o Literaria Neerlandica 111,5 en<br />
i i 6a-b.<br />
Commercer 1924-1932. Een internationaal tijdschrift. Ni'me Nijmegen,^9 en 188.<br />
Ontmoetingen. ^ Gent, ^ 1943<br />
.<br />
^uvres com e l es. t Ed. H. Mo n dor G. can -Au brY . Parijs,1 1^ 94 8 . Bibli othè-<br />
que q de la Pléiade 6 ^ .<br />
Ole J ber g b ofte PoëmaP van den laetsten da ^ h. Haarlem, ^ 160 9 .<br />
Naar de letter. Handboek k editiewetenschap. . Assen, X995 1995.<br />
Karel l va van de I^oest i ^ n. e Z' Zijn leven J en werken. k Dl. i : Arnhem, ^ 94 i 2. Dl. 2: De<br />
jaren J^<br />
an 1914-1919. be ette stad engeestelijkevernieuwing. n<br />
Red. A. De p rez C.A.<br />
Zaalberg. g Gent, ^ 1984.<br />
Euvres. Genève, 1977.<br />
* Fotografische f herdruk van de uitgave g Parijs, 93 12 -I 926.24 In .1 in een<br />
e<br />
band.<br />
Ba ud elaare ' s tragic ^ hero. A stud y of the architecturec b cture<br />
of Lesfleursdu eurs mal. Lon-<br />
den ^9 1 961.<br />
K arel va n de I^ oesta J ne en h e t s y mbola sme. G e nt ^ 1975<br />
. Ook in : dez., 0 voet<br />
gelijkheid.0 Opstellen. Red. Y T'Sjoen TSon 'Vandevoorde. 1^ H. 994. Gent i<br />
p. I01-124.<br />
'Poésie Poesie r een pure:. confrontatie ee o Karel van de Woestijne j— Paul van<br />
Ostaijen.' In : De nieuwe taalgids ^ 6 919 97 6 ^ p. p1 9 1-204. Ook in : dez., Op<br />
voet vangelijkheid. Opstellen. Red. Y. T'Sjoen 1 H. Vandevoorde. Gent,<br />
1 994. p. i37-1S3.<br />
'Karel<br />
van de W o tijn es 1 e: Het vader-huis.' In : Lexicon van literaire werken.<br />
Red.A.G.H. A Anbeek van der Meiden 1 e.a. Groningen, g ^ 1 9 8 9-...<br />
'Karel van de Woestijne, 1 e baudelairiaans dichter. In : jullie gaven g mi^<br />
modder ik heb er goud<br />
van gemaakt. k Over Charles Baudelaire. Red. M. van<br />
995^p Buuren.Gronin g en i p. I i i 3o.<br />
Nijhoff, M.<br />
Gedichten. Ed. W.J.van den Akker G.J. Dorleijn. 1 dln. 3 Assen etc.,<br />
1993> . Monumenta Literaria Neerlandica > v i i I v i 1 2 en v i l > 3.<br />
Oliveira, E. d'<br />
` 'Karel van de Woeste ne. ^ In . De J on ^ere generatie. Z.pl., 1. 1914. Ook in:<br />
dez., '8o ^o en '90 9 a aan n bhet woord. ze druk. d u . Amsterdam, s ^ 1977. p. 95-108.<br />
Overbeek, A. van Het Roode Zeal. Kunst, letteren, leven. Keerberen Keerbergen, 1 93 8 .<br />
• Bibliografie bo g met i<strong>nl</strong>eiding. g<br />
Persyn, Y^ J.<br />
De or ang<br />
van het tijdschrift Dietsche h warande a & Belfort enzijn ontwikkelin<br />
g onder de redactie vvan<br />
Em. Vlieber g b en Jul. Pers y n(190o-1924). Gent<br />
16. 93<br />
714<br />
BIBLIOGRAFIEEN
Petrarca, F.<br />
Petrarca , F.<br />
Rens , L.<br />
Ridder , A. de<br />
Roelants, M.<br />
Rutten, M.<br />
Rutten, M.<br />
Rutten, M.<br />
Rutten, M.<br />
Rutten, M.<br />
Rutten, M.<br />
Rutten, M.<br />
Rutten, M.<br />
Severen, G. van<br />
Simons, L.<br />
Soenen, J.<br />
Soenen, J.<br />
Sotemann A.L.<br />
Sotemann A.L.<br />
Toussaint van Boelaere,<br />
F.V.<br />
T'Sjoen, Y.<br />
1 ^<br />
Vergilius g<br />
Ve rm1n. e Y e ^ A.<br />
Vivien , R.<br />
Aime.Tni r o e poesie latine. Ed. F. Neri e.a. Milaan etc. z.'. La letteratura<br />
Italiana 6.<br />
Sonnetten en andere Jere gedichten. Vert.<br />
F. van a Dooren. 3e 3 druk. rAmsterdam,<br />
1993.<br />
'De van Karel van de Woestijne.' In : Kultuurleven (1978),<br />
De betekenis va a 1 45<br />
p. 330-339.<br />
'Bij Karel van de Woest i'n e. Een E reportage-studie.' In : Den ulden winkel<br />
l 1 g<br />
7 190 8 p 12.9-139. Ook in . de • z . ^ 0Onze ^ schrijvers. Geschetst in hun leven en<br />
werken. Dl. z: Vlaamsche schrijvers.<br />
Baarn, 1 909. p. . 68- 94.<br />
'De<br />
d dood van Karel van de Woestine.' j In : Dietsche warande & Belfort<br />
1 9495 D. 45 3-457.<br />
De lyriek y e van Karel van vnde Woeste J ne. Brussel, X5• i 93<br />
De esthetische opvattingen vatten g vvan Karel vane Woeste ^ ne. Luik etc.<br />
^<br />
I 943 •<br />
` 'Is Karel van de Woeste 1ne een mystiek dichter?' In: Miscellanea J. Gessler.<br />
2 bdn. Antwerpen, p ^ i 94 8. p. p1086-1088.<br />
R and destudie e van Gezelleen Van de Woe sti'n 1 e. ' I In: Album Prof dr.<br />
Frank Bar Baur. z dln. Antwerpen etc., 1948. Dl. 2 ^p p. 2I0-2I 9.<br />
Het proza van Karel van de Woeste J ne. Parijs, 1 ^ i959•<br />
'Karel van de Woest13<br />
Woestijne te Pamel.' In: Spiegel der letteren I(1970-197i),<br />
p. I12-131.<br />
'CharlesB Baudelaire en e Karel van de Woestijne.' 1 In : Brabant 3 196<br />
7,<br />
P . 35-39.<br />
De I n terludiën van Karel van de Woeste J ne. Parijs, l , 97 I 2.<br />
Karel van de Woeste ^ ne. Brussel, ^ i944•<br />
Geschiedenis van de d uitgeverij g v J in Vlaanderen. Dl. i : De negentiende g eeuw. Tielt<br />
etc., 18 4 . Dl. g 2: De twintigste eeuw. Tielt, 1987. 18 9.<br />
Gewinn and Verlust bei G e dichtu ' " berset un ^ en. g Untersuchungen U g ^ur deutsche Ubertra<br />
g un g der L rik y Karel van de Woestijnes. Bonn, I977•<br />
Vijfmaal Karel van de 1-Y^ oest' i J ne in vertaling. g Oudenaarde, i 979 .<br />
Op het voetspoor van de dichter. De ontstaansgeschiedenis vanJ.H. Leopolds<br />
`Naast ons, naast ons, achter het riet'. Amsterdam, 1980.<br />
` Twe e meesters Beste s en hun métier. Boutens en Van de Woesti'ne.' In : Ver-<br />
l<br />
slagen g en mededelingen<br />
elin van en g de Koninklijke JkAcademie voor Nederlandse Taal- en<br />
Letterkunde 1 9 8 3 ,afl. i p. 12 9-144. Ook in: dez. Over poetica en of ie.<br />
> p^ ^<br />
Red. W. J . van den Akker G.J. Dorleijn. 1 Groningen, g^p 1 9 8 5 . . 105-117.<br />
Mai r 'nalia J bij het leven en het werk van Karel van de i Jne. boek Een waarin<br />
benevens een i<strong>nl</strong>eiding g met afwijkingen ^J i n bijeengebracht etteli ke vroe J ere vroegere schri tu-<br />
n met me eenn aantal a n ie uw eli k^ s geschreven g voor 't eerst openbaar gemaakteg<br />
hoo d-<br />
stukke n d dendichter n dick g wi^ d mitsgaders g twee bi Jg la en uit diens jeugdwerk. Jg Brussel<br />
etc., 1944. Documenten S.<br />
` 1 aa nd e r e n eert zijn schrijvers niet. Over de lamentabele toestand van de<br />
l l<br />
ede t e i weten sc37 ha in Vlaanderen.' In: O ns erf<strong>deel</strong> 1 994^ 493 - S o6.<br />
Virgil, g ^ Eclogues. Georgics. g Aeneid I-VI. Vert. H. Rushton Fairclou gh. Lon-<br />
dentc. e ^ 1697 . The Loeb Classical Library. Y<br />
` In memoriamKarel iaen van de Woestijne.' 1 In: Groot Nederland 28(1 93 0),<br />
p.^ 293-300.k Ook i n . dez., V Verzameld ^ d werk. 6 din. Brussel, ^ 95 I 1-i 95 5 .<br />
Dl. 2 p 563-573.<br />
Poésies complètes. Ed. J.-P. Goujon. 1 Z. p^ 1. 19<br />
86.<br />
715 BIBLIOGRAFIEEN
Vos A. de<br />
Vriesland, V.E. van<br />
Wat Nederland zingt.<br />
`De motto's in Ti J d k rans: een analyse.' Y In: G e ^ e llaana 5 I 993 ^ 3 IS7<br />
-<br />
`Van de Woestijne 1 en zijn tijd.' 1 In : Mede<strong>deel</strong>ingen g van het Karel van de Woesti<br />
J^ ne- enootscha 6 I 937 ^ p. p 17-23. Ook in : Groot Nederland 3 S I 937),<br />
p. 22I-228.<br />
laat Nederlandin ^gt. Een keur kv van Nederlandsche o lkslieder e n. Ed. J. Oost- s-<br />
veen. Haarlem ,9I 80.<br />
Fotografische g herdruk van de uitgave g Amsterdam, ^ 12 93.<br />
Wauters , K.<br />
Wagner ^ en Vlaanderen 1844-1914. Cultuurhistorische studie. Gent, 1 9 83.<br />
^<br />
Weisgerber, g 1<br />
De Vlaamse literatuur u op onbegane ^ wegen. ^ Het experiment van De boomgaard<br />
g<br />
1909-1920. Antwer en ^ 9S i 6.<br />
Westerlinck , A.<br />
`Karel van deo ti'n sh 14<br />
als lyricus.' In : Dietsc e nara n de & Belfort l i 2<br />
I 979 ^ p. 196-203.<br />
Zie ook: J. Aerts.<br />
Wils, J.<br />
`De taaltechniek in de Y lyriek van Karel van de Woesti'ne.' 1 In : Miscellanea<br />
J. Gessler. 2 bdn. Antwerpen, 1948. . 1333-1341.<br />
p<br />
716 BIBLIOGRAFIEÉN
BIBLIOGRAFIE VAN VERTALINGEN<br />
Bulgaars<br />
Muratov, A.<br />
• Savremenna bel a ska o e i a . Frenska i la m ands k a. Vert. t A. M u r atov. Sofia,<br />
16. 99<br />
BM 42 `Ik ben de hazel-noot. – Een bleeke, ^ weeke made' p. 145 I<br />
Duits<br />
Cordan , W.<br />
Decroos, ^ J.<br />
Graef , H.<br />
Graef , H.<br />
Graef , H.<br />
Graef , H.<br />
Graef , H.<br />
Graef, H.<br />
Graef , H.<br />
Der vlamische Spiegel. Die vldmische Dichtup von Guido Gezelle bis ur Ge eng<br />
^ ^ g<br />
wart. Vert. W. Cordan. Amsterdam etc., 1943.<br />
MM2 `De dag g is moede en stil, en de uren gaan g verbleeken' en p. p 63 6<br />
[mm i3] 3 Weêr gaat g het veege g licht der asters bloeien' p. p 69<br />
MM2I `Gij 'Gij zult mij ) allen, ^ allen kennen' p. 79<br />
B M 42 `Ik ben de hazel-noot. e – Een bleeke, weeke made' p. 676<br />
Niederlmndische Gedichte aus neun Jahrhunderten. Vert. J. Decroos. Freiburg<br />
etc. ,9160.<br />
G z 6 `Een vrucht, die valt'. p 2 S8<br />
Gz2I `Schaduw in den schaduw zijn' p. 257<br />
BM2 4 `Ik ben de hazel-noot. – Een bleeke, ^ weeke made' p. p 2 S6<br />
Hochland 37 i 939 - I 94. o<br />
G z 6 `Een vrucht, die valt' p. 73<br />
o Die neue Saat 1(1940).<br />
BM2 7 `Neen: ik ben (waar 't rijpend lp ijs<br />
de waetren heeftgezogen)'<br />
[BM 3 01 `De blind-gewordene' g (slotstrofe)<br />
Das innere Reich oktober 1940.<br />
[mm i5] S `Dit wordt geen g lent'. Geen dag g en zal de smoore' ontrijzen'<br />
O innere Reich J juli I 94I.<br />
BM2 4 `Ik ben de hazel-noot. – Een bleeke, ^ weeke made' p. p 209<br />
K. van de Woestijne, Tódlicher Herbst. Gedichte. Vert. H. Graef. Munchen<br />
I 94 I.<br />
[mm i3] 3 `Weêr gaat g het veege g licht der asters bloeien' p331<br />
[mm i 4]<br />
`Weêr staat a mijn 1 venster open op den nacht' p. 332<br />
[mm i 5 ] `Dit wordt geen g lent'. Geen dag g en zal de smoore' ontrijzen'<br />
1<br />
p . 34<br />
MM2I `Gij 'Gij zult mij allen, ^ allen kennen' p33 6<br />
MM2 4 `Uw aangezicht g is bleek 'lijk 1 't mijne J wordt. – Terwijl' 37<br />
c z 6 `Een vrucht, die valt' p. 44<br />
c z 2 I `Schaduw in den schaduw zijn' J p. 45<br />
Gz 3S `Groeien uit het brassend weven' p. 48<br />
BM18 `No 'Nog voor de glans g van een dagen' g p 47<br />
BM2 4 `Ik ben de hazel-noot. – Een bleeke, ^ wee ke made' 4 2<br />
BM 72 'Neen: 'k ben (waar 't rijpend 1 ijs 1 de waetren heeftgezogen)' ee64<br />
BM 3s o `De blind-gewordene' o 1 tst rofe p. 49<br />
• Die F^hre 2.8(1947).<br />
G z 33 `Sluit uwe oogen g op p het licht' p 469<br />
• Erdkreis september 9S I 2<br />
c z 6 `Een vrucht, die valt' p. 3 00<br />
717 BIBLIOGRAFIEËN
Graef, H.<br />
Graef, H.<br />
Graef, H.<br />
Graef , H.<br />
Graef H. ,<br />
K. van de Woestijne, 1 Einsame Brinde. Vert. H. Graef. Dusseldorf, 9S I 2.<br />
MMI `Vervareli'k 1 festijn voor onverzaedlijk 1 dorsten' p. p 81<br />
MM 3 `Zij 'Zij ligt g te bedde 'lijk 1 ik lig g te bedde' p. p 82<br />
MM S `Kind met het bleek gelaat, dat a van ww^ uw ijde blikken' e p. 83 8<br />
MM 9 `Gij l hebt te zeer van blijde logen' p. 884<br />
MM I I `Thans is het al voorbij l : de sluiers zijn g gezonken' p. p 85 8<br />
MMI 3 `Weêr gaat g het veege g licht der asters bloeien' p. p 86<br />
MMI 4 `Weêr staat mijn 1 venster open p op p den nacht' p. p 87<br />
-88<br />
MMI`Dit S wordt geen g lent'. Geen e dagen zal a de e mor s o ' e ontrijzen' ^ e<br />
p p. 899<br />
- I<br />
MMI 6 `Ik ben met u alleen, > o Venus, felle star' P992<br />
MM2I `Gij 'Gij zult mij allen ^ allen kennen' p. 93<br />
MM2 4 `Uw aangezicht g is bleek 'lijk 't mijne wordt. – Terwijl' l p 94<br />
MM2 S `Het huis is vol van u. De stilte weegt, weet verzwaard' p. 95<br />
MM26 `Het nacht-uur waakt; en 'k waak. – Wat zijt l ge g pdiep en schoon'<br />
.6 p9<br />
MM2 `Gij brandt mijne oogen toe, gij brandt mijne oogen open'<br />
7 l 1 g v g l 1 g p p 97<br />
M M 2 8 `o Gevangen geest, getogen' 98 g g ^g g p 9<br />
[mm 3 o] `Gij menschen, die misschien me in laetren tijd gedenkt' p.<br />
3 'Gij ^ tijd g p 99<br />
Gz2 "k Heb mijne nachten meer doorbeden dan doorweend' p. Ioo<br />
1 p<br />
Gz6 `Een vrucht, die valt'. IOI<br />
p<br />
GZII `o Blik vol dood en sterren'. 102<br />
p<br />
Gz21 `Schaduw in den schaduw zijn' p. 103<br />
Gz2 3 "k Ben hier geweest, g ^ 'k ben daar geweest' g p. p 1O 4 -IOS<br />
Gz2 4 `Eens groeit g een boom uit mij, 1^ en 'k weet denwelke' p. p I2 3<br />
GZ26 "k Zit met mijn 1 lamme beenen' p. p 106<br />
G z 33 `Sluit uwe oogen g op p het licht' p. p 107<br />
Gz 3S `Groeien uit het brassend weven' p. p I1 3<br />
G z 3 6 `Waarom verwijt ge g<br />
mij de paden p te verlaten' p. p I14 4<br />
Gz 37 `Er is geen g tijd. Wat gistren g was' p. p I16<br />
Gz 39 `Heb ik g genoeg g u lief- g gehad , doorschijnend l g las?' p . II 7-II8<br />
G z`De 44 dag schuift g voor den Dag g gelijk g l een lucht vol rozen' p. P I I I<br />
[BM 1 I] `De zon ligt g in mijn l linker-hand' p. p I I 9<br />
BMI 4 `Ik weet : ik berg g iemand in mijne 1 woon' p. p120-122<br />
BMI 8 'Nog `No voor de glans g van een dagen' g p. I I2<br />
BM 42 `Ik ben de hazel-noot. – Een bleeke, ^ weeke made' p. p 1 o9<br />
BM 72 ` 'Neen: N 'k ben (waar 't rijpend lp ijs 1 de waetren heeftgezogen)'<br />
p. I1O<br />
BM 3p<br />
o 'Deblind-gewordene'slotstrofe . 12 S<br />
Ly rkd i der Welt. Red. R. Jaspert. Berlin, ^ I9S.<br />
3<br />
Gz 44 'De dag g schuift voor den Dag gg gelijk e l een lucht vol rozen' ' p. p 503 S<br />
Flamasche yL rak. Red. L. de Belder J. Vercammen. Munchen ,9 196o.<br />
G z6 'Een `E n vrucht, r die valt' p. 18-19<br />
0 Panorama moderner L y ri k. Giitersloh ^9 160.<br />
Gz 44 ` 'De e dag d g schuift voor d den Daggelijk a<br />
1 een lucht vol rozen' p. p16 8<br />
Erdkreis oktober 1965.<br />
MMI 3 `Weêr gaat g het veege g licht der asters bloeien'<br />
718 BIBLIOGRAFIEËN
Hermanowski G. Der Abend and die Rose. Flamische Gedichte. Vert. G. Hermanowski. Starnberg,<br />
g^ 9<br />
BM 42 `Ik ben de hazel-noot. – Een bleeke, ^ weeke made' p. p i o<br />
Hermanowski, wsSta G. Gedichte aus Flandern 1920-1970. V ert. G. Hermanowski. bern r g ^ 1 9 0 7<br />
BM2 4 `Ik ben de hazel-noot. – Een bleeke, ^w weeke made' ep77 2<br />
Hermanowski G. ... u Gottes stiller Flut. Fldmische Gedichte unseres Jahrhunderts. Vert. G.<br />
Hermanowski. Berlijn 1^ 97 i 2.<br />
BM2 4 `Ik ben de hazel-noot. – Een bleeke, ^ weeke made' p338<br />
Schwarz-Vanwakeren Bloten aus Flandern. Flàmasche Poesie vom drei ^ ehnten Jahrhundert bis dur<br />
K.H Gegenwart. ^ Vert. K.H. Schwarz-Vanwakeren. Wenen, ^9 1961.<br />
MMI 7 `Van alle reis terug g nog g vóor de reis begonnen' g p. p 107<br />
Wimmer, P. Fldmische L y rik. Vert. P. Wimmer. Wenen, ^ 97 I o.<br />
cz2 3 "k Ben hier geweest, g ^ 'k ben daar geweest' g p. p 20-21<br />
BMI 5 `Er komt iemand bij mij, 1^ dien 'k nimmer zag' g p p. 23 2<br />
Wimmer, P. Literatur and Kritik i oo 0975).<br />
Gz2 "k Ben hier geweest, 'k ben daar geweest' p. 81<br />
3 g ^ g P5<br />
Engels g<br />
Barnouw , A. .<br />
Barnouw , A. .<br />
Mallinson , V.<br />
Riel, L. van<br />
Stilmann C ,• /<br />
F. Stilmann<br />
Stilmann , C. /<br />
F. Stilmann<br />
Stilmann , C. /<br />
F. Stilmann<br />
Stilmann, C. /<br />
F. Stilmann<br />
Coming g after. An anthology ^ o poetry y from the Low Countries. Vert. A.J. Bar-<br />
nouw. New Brunswick, 1 948.<br />
BM 4 `De meiskens uit de taveernen' p. p 228<br />
Delta 4 0961).<br />
BM 4 `De meiskens uit de taveernen' p. p 65<br />
Modern Belgian g literature 1830-1960. Londen, 166. 9<br />
MM22 `Ik vraag g den vrede niet: ik vraag g alleen de rust' (strofen i en 4)<br />
p . 49<br />
BM2 4 `Ik ben de hazel-noot. – Een bleeke, ^ weeke made' p. 48-49<br />
Het boek is een beknopte p literatuurgeschiedenis, g waarin de vertalingen<br />
verwerkt zijn. 1<br />
o The London Mercury september 1922. y P<br />
MM2 `Wanneer ik sterven zal (o glimlach om de vreeze' (strofe i)<br />
9 g<br />
p . 539<br />
Thee poet lore nr. 3 (herfst<br />
1941).<br />
MMI 3 `Weêr gaat g het veege g licht der asters bloeien'<br />
De vertaling g is opgenomen in een essay, Y^ 'The Flemish poet p Karel van<br />
de Woestijne.' l<br />
• Heart of Europe. An anthology ^Y of creative writing gin Europe 1920-19 40. Ed. K.<br />
Mann en H. Kesten. New York, 1943.<br />
MMI `Weêr gaat het vee ge licht der asters bloeien' 7 86<br />
3 g g p7<br />
MMI 8 `o Ziek, onzeker en onzuiver'8 p75<br />
Heruitgegeven als The best of modern European literature, Philadelphia,<br />
^ p a,<br />
1945.<br />
• Belgian g letters. Red.J.A.Gods. sNw New York, ^ 1945<br />
.<br />
MMI 3 `Weêr gaat g het vee ge g licht der asters bloeien' p33 6<br />
Lyra belgica. Dl. i : Two Flemish poets, Guido Ge elle – Karel van de Woeste ne.<br />
Vert. C. Stilmann F. Stilmann. New York, 1 959 50.<br />
MM6 'Gij `Gij die u, ^ stérker liefde omgord' g p5 p. 1<br />
MMI 3 `Weêr gaat g het vee ge g licht der asters s bloeien' b p. p 35<br />
719 BIBLIOGRAFIEEN
Baert, R. M. Eemans<br />
Carême , M.<br />
Carême , M.<br />
Fagne,<br />
H.<br />
MM 16 `Ik ben met u alleen, o Venus, felle star' p. 49<br />
MM 18 `o Ziek, onzeker en onzuiver'o p4<br />
MM 22 `Ik vraag g den vrede niet : ik vraag g alleen de rust' p. SS<br />
G z 3 i`Over de zee hangt g matelijk 1 te tampen' p p 54<br />
BM 4 `De meiskens uit de taveernen' p41<br />
BM2 4 `Ik ben de hazel-noot. – Een bleeke, ^ weeke made' p. 53<br />
Frans<br />
Hermes nr.I 3 934<br />
GZ22 `Wi' 1<br />
zijn nog g niet genezen g van onze oogen' g p.<br />
66<br />
Anthologie ^ de la poésie néerlandaise. Bel ^qi ue 1830-1966. Vert. M. Carême.<br />
Parijs etc., ^ 16 97.<br />
Gz2 3 "k Ben hier geweest, g ^ 'k ben daar geweest' g p41<br />
BM 42 `Ik ben de hazel-noot. – Een bleeke, ^ weeke made' p. 47<br />
Les étoiles de la poésie de Flandre. Guido Gezelle, Karel van de Woeste ne Jan<br />
van Ni J len ^ Paul van Osta y en. Vert. M. Carême. Brussel, ^ I973<br />
MM 3 `Zij 'Zij ligt g te bedde 'lijk 1 ik lig g te bedde' p. p 1144<br />
MM 9 `Gij 'Gij hebt te zeer van blijde logen' g p. p 1 i 5<br />
MM2I `Gij 1 zult mij 1 allen ^ allen kennen' p. p 116<br />
GZ I I `o Blik vol dood en sterren'. p 118<br />
Gz2I `Schaduw in den schaduw zijn' p. II 7<br />
Gz2 3 "k Ben hier geweest, g<br />
^ 'k ben daar geweest' g p. p II -120 9<br />
GZ26 "k Zit met mijn l lamme beenen' p. p 121<br />
Gz 3 2 `Die mijn 1 linker-hand omvin g ert' p. 122<br />
Gz 33 `Sluit uwe oogen g op p het licht' p. p 12 3<br />
c zo 4 ` Zie ik ben niet, dan uit Uw hand geboren' g p. p 124<br />
1 [BMI I `De zon ligt g in mijn linker-hand' p. p 125<br />
BMI S `Er komt iemand bij 1 mi' 1, dien 'k nimmer za g ' p. 126<br />
BM2 4 `Ik ben de h ae z l-not. o – Een bleeke, weeke made' p. i 2 7<br />
BM 2 8 `De keuken iseboend g nog g voor ik binnen-treed' p. P 128<br />
Anthologie g de la poésie néerlandaise de 18 J o à .190. Vert. H. Fa g ne. Parijs, 1<br />
I 975<br />
MM I o `Gij l p spreekt g geen woord, o vrouw maar weent aan mijne 1 zijde' 1<br />
p. 147<br />
[mm i3] 3 `Weêr gaat g het veege g licht der asters bloeien' p. p 147-148<br />
MM2I `Gij 1 zult mij allen ^ allen kennen' P p. 4i 8<br />
GZ S i`o 'k Weet dat ik, ^ onttogen g aan 't orkaan' p p. 149 i<br />
Gz 3S 'Groeien o uit het brassend b weven' ' p. 149 I<br />
B M 2 'De Deaa koffen n eb l kt g ee van ongebluschte g lucht' p. 1 S o<br />
BM 9 `Ik open me als een oog, g^ nacht verloren' p. 1 5 0-15i<br />
BM 26 "k Verzoek de zee, } verzoek geen g aarde en hare vruchten'<br />
p I S I<br />
Lecomte , M.<br />
K. van de Woestijne, > n P Poèmes m s chchoisis. Vert. M. Lecomte. Brussel, 1 964 .<br />
MMI 3 Wee ` r gaat g het h veegeg<br />
licht der asters bloeien' p. 61<br />
MM I 6 ` Ik ben met u alleen, a > o Venus, felle star' ' p. p 63<br />
MM22 `Ik vraag g den vrede niet: ik vraag g alleen de rust' p. p 65 6<br />
[mm 2 9] `Wanneer ik sterven zal (o g glimlach om de vreeze' p p. 76 73 -<br />
720 BIBLIOGRAFIEEN
Lecomte, M. /<br />
G. Thinès<br />
Poplemont, L.<br />
p ^<br />
Poplemont, L.<br />
P ^<br />
Ridder , A. de /<br />
W. Timmermans<br />
Vermeylen, A.<br />
Y ^<br />
Willems W. ,<br />
G z 4 I 'De zee wacht. h Maar ik d doe mijn deure dicht'<br />
p. 75<br />
z 23 "k Ben hier e e geweest, g ees ^ ''k ben daar geweest' g ' p. 77-79<br />
BM4 `D 'Demeiskens uit de taveernen' p. 81<br />
BMZ 4 ` Ik ben b de h aze l- noot, – Een e b bleeke, ^ weeke made' p. 883<br />
K. .a van de Woestijne, L 'Ombre dorée. Vert. M. Lecomte<br />
G G. Thinès. es Z. Z<br />
1. 1993.<br />
MM I o Gi 1 spreekt p geen g woord, , o vrouw, maar w weent e t aan mijne zijde'<br />
P .89<br />
MM I 3 ` Wee ^r g gaat aa het e veege eg<br />
licht der asters bloeien' p. 93<br />
MM 16 Ik `b ben met e u alleen, > oVenus, felle star' p. 95<br />
MM 18 `o Ziek, onzeker en onzuiver' P 99<br />
MM 22 I ` vraag k v aa gg den vrede e eniet: ik vraag alleen de rust' 97<br />
MM 23l 'Gedachtenisan aan e g eenen on e Dichteres' r. I -20 p. 9 1<br />
GZI I `o Blik vol dood en sterren'. p 109<br />
Gz I 4 'De zee wacht. t, Maar ik doe mijn 1 deure dicht' ' p. p 103<br />
Gz 23 "k Ben hier geweest, g<br />
^ 'k ben daar geweest' g p. p105-107<br />
G z 42 'Eens e s groeit g e t een boom uit mi' 1 , en 'k weet denwelke' . I I I<br />
BM 4 `De meiskens uit de taveernen' p p. II 9<br />
BM I I `De zon ligt g in mijn 1 linker-hand' p. p I i S<br />
B MI 4 `Ik weet: w ik berg iemand g in mi' ne 1 woon' (r. i -z i p. P 1 I7<br />
BM 42 `Ik ben de hazel-noot. – Een bleeke ^ weeke made' P. I z i<br />
Lauin q aine ^ littéraire 6 7 oktober I 949<br />
[MM 21 `De dag g is moede e en s stil, en de uren gaan verbleeken'<br />
Gz z 4 `E 'Eens groeitg een boom uit mij, 1^ en 'k weet e denwelke'<br />
Het antenneke i (1955).<br />
[mm i 7] 7 `Van alle reis terug g nog g voor de reis begonnen g p. pI I 1<br />
GZI I `o Blik vol dood en sterren'. I I o<br />
p<br />
Antholo gae des écr avains lamands contemporains. orains Vert. A. de Ridder W. Tim-<br />
mermans. Antwerpen etc. ,9126.<br />
[mm 23 `Gedachtenis aan eene )' on g e Dichteres' p. p 14 3 -145<br />
Verzameld ^ werk. Brussel,<br />
^<br />
1 95 i-1955. Dl. 1.<br />
[mm 2 3] 3 `Gedachtenis aan eene 1 ' on g e Dichteres'564-566 p<br />
Hulde u e aan a Karel n a v van nde lVoesti J ne J bij de vi ^^ ti ste verjaardag van i ^Jan sterven.<br />
33 g gedichten van Karel van de Woestijne. 1<br />
Vert. W. Willems. even Zkerken<br />
etc. 1 978-1 979<br />
.<br />
[mm i3] 3 `Weêr gaat g het vee ge g licht der asters bloeien' p. 47<br />
MM 4 I ` Weêr staat mijn 1 venster open p op p den nacht' p. 49<br />
[Gz6] `Een vrucht, die valt'. pS1<br />
GZI I `o Blik vol dood en sterren' p. 53<br />
GzI 3 `Over de zee hangt gmatelijk 1 te tampen p p. SS<br />
G z 42 `Een 'Eens groeit g een boom uit mij, 1^ en 'k weet denwelke' p. 59<br />
Gz 4 o `Zie ik ben niet, dan uit Uw hand geboren' g p. p 61<br />
Gz 43 `Er is geen g smart te g groot voor ons' p. p 63 6<br />
Friulaans<br />
Faggin, G. Gnovis a ^ inis furlanis I o I 992.<br />
MM 3 `Zij 'Zij ligt tee bedde 'lijk 1 ik lig g te bedde' p. p z 4 -2S<br />
721 BIBLIOGRAFIEEN
G Z I I `o Blik vol dood enterr s e n' p. 252<br />
Gz 32 "k Ben hier g^ geweest, 'k ben daar g geweest' p. p 25 2<br />
Gz 33 `Sluit uwe oogen g opp het licht' p. p 2-2 S 6<br />
G Z401 4 'Zie, ik ben niet, , dan uit t Uw handa geboren' g e p. p 26<br />
[BMI I `De zon ligt g in mijn l linker-hand' p. p 26<br />
BM2 4, `Ik ben de hazel-noot. – Ee n bleeke, 1 k weeke made' ' p. p 26<br />
Grieks<br />
Diktaios, , A. Anthologia g Bel ^ on poieton. Vert. A. Diktaios. a Dl. II :. Hoi la mandoa. Athene,<br />
197o.<br />
[mm z3] 3 'Gedachtenis c s aan ee n e 1 o nDichteres' e gp. 66-68<br />
[mm 9 z9] `Wanneer ik s sterven zal (o glimlach g om o de v vreeze' p. p 69-72<br />
97<br />
Kócsvay, /<br />
Y^<br />
I. Tótfalusi<br />
Kócsva M. Y^<br />
Hongaars g<br />
Németalfildi koltbk antoiá l6 gJ a : hollandok, k ^ flamandokéfrkek.R s e d. I.Br<br />
e<br />
náth. Budapest, p ^ 16 95.<br />
BM 4 `De meiskens uit de taveernen' p p. II 7<br />
BM 92 `Geven ,g geven! Alle vrachten' p. p 116<br />
Vertalers zijn 1Y respectievelijk M. sv Koc ena n I. T ot fal usi.<br />
Flamand lírai antólo 8 ia. Red. M. Kócsvay. Y Budapest,<br />
p ^ i99<br />
6.<br />
[MM 2] `De g dag ism oe den stil, ^ en e e de e uren gaan g ve b r eeke 1 n' p. 27<br />
I<br />
[mm i 3] 3 `Weêr gaat g het vee ge g licht der asters bloeien' e p.<br />
262<br />
MM 2 I `Gij 1 zult mij 1 allen ^ allen kennen' p. p 266<br />
BM 4 `De meiskens uit de taveernen' p p. 269<br />
Italiaans<br />
Donini, F. ° P.E.N.-ti J dschri t 3.3 1 97 6 .<br />
Gz6 `Een vrucht , die valt' p. I I<br />
Mor, A. 0 Le pih belle<br />
a ine delle letterature del Belgio. Vert. A. Mor J. Weisgerber.<br />
g ^ g<br />
J. Weisgerber Milaan, 16 .<br />
g ^ 95<br />
MM I o `Gij spreekt geen woord, o vrouw maar weent aan mijne zijde'<br />
l p g 1 1<br />
p. 175<br />
G z 6 `Een vrucht, die valt'. I p 175<br />
G z 2 8 `Het huis is rondom mij vol sletten en soldaten' p. i 6<br />
mij p 7<br />
BM26 "k Verzoek de zee 'k verzoek geen aarde en hare vruchten'<br />
, g<br />
p. 177<br />
Mor, A. Antologia delle letterar u re del Belgio e d dell'Olanda. d Vert. J. Meter e.a. Milaan,<br />
J. Weisgerber g I 970.<br />
G z 6 `Een vrucht, die valt'. p145-146<br />
De vertaling g is van A. Mor en/of J. Weisgerber. g<br />
Pram p olini ^Milaan, G. Poetifiammingbi. Vert. G. Prampolini<br />
olini. I 957<br />
4 `De meiskens uit de taveernen' p. 8<br />
Roemeens<br />
Boureanu, R. PoetiTaman ^ i. Red. I. Petrescu. Boekarest, , 16 9S.<br />
MM2 `De dag g is moede en stil, ^ en de uren gaan g verbleeken' p p. 223<br />
722 BIBLIOGRAFIEEN
Covaci, A.<br />
[mm i3] 3 ` eêr W gaat g het veege g licht der asters bloeien' p. 235-236<br />
MM22 `Ik vraag g den vrede niet : ik vraag g alleen de rust' p. 2 32<br />
G z 6 'Een e vrucht, ^ die valt' p. 2233<br />
B M 24 Ik ` ben de a hazel-noot. e –En Een b bleeke, e weeke ^ made' e 2 3 0<br />
0 Antologie lt de poezie ^ neerlan e ^^ olan e ^asi lamanda. Vert. A. Covaci. Boeka-<br />
rest, 1 93 73 .<br />
Gz2 3 "k Ben hier geweest, g ^ 'k ben daar geweest' g p. p 16-1 3 37<br />
BM 4 `De meiskens uit de taveernen' p. p 37 I<br />
BM2 4 `Ik ben de hazel-noot. – Een bleeke, b ^ weeke e made' p. 135-136<br />
Russisch<br />
Dolmatovskov , E.<br />
Maljtseva, N.<br />
1 ^<br />
I ^ sovremmenoi Be g iiskoi oe ^ ii. Red. B. Tsjekovov M. Vaksmacher. s Mo s-<br />
0 l<br />
kou 165. 9S<br />
Gz6 `Een vrucht, die valt' p. 201<br />
0 Za adnoevro J e ska J a Poe ^^ i a XX Veka. Vert. N. Maljtseva. 1 Moskou, ^ 1977<br />
.<br />
[mm i 3] 3 `Weêr gaat g het veege licht der asters bloeien'<br />
Gz6 `Een vrucht, die valt'<br />
[Gz44]<br />
`De dag schuift g voor den Daggelijk ^ een lucht c vol rozen' o<br />
Servokroatisch<br />
Andric, ^ D. Flamanska oe ^J i a. Vert. D. Andric. Belgrado,16 9 S.<br />
BM2 4^ `Ikbendehazel-noot.–En e bleeke, b e weeke made'<br />
. I14<br />
Spaans<br />
Carrasquer, F. q ^<br />
Carrasquer, F. q ^<br />
Carrasquer,<br />
q F.<br />
^<br />
Poesía moderna flamenca. Vert. F. Carrasquer. q Brussel etc., 1964.<br />
G z 32 "k Ben hier geweest, g 'k ben daar geweest' g es 30- 3I<br />
BM 4 `De meiskens uit de taveernen' 33 -34<br />
BM S `Naar Oost-land willen wij varen' P3 o<br />
Poesia belga g contem oránea francesca yneerlandesa. Red. K. Jonckheere /<br />
E. Vandercammen. Madrid ,9166.<br />
MM16 `Ik ben met u alleen, o Venus,f felle star'p ' 208<br />
MM22 `Ik vraagden a g e vrede veden e t. ik vraag g a alleen de rust' p. 209<br />
2Io -<br />
Antologia de la poesia neerlandesa moderna. Vert. F. Carrasquer. Barcelona,<br />
I971.<br />
Gz2 "k Ben hier geweest, 'k ben daar geweest' 06- o<br />
3 g ^ g p 3 37<br />
[Gz 33] `Sluit uwe oogen op het licht' 08<br />
33 g p p. 3<br />
BM `De meiskens uit de taveernen' 08<br />
4 p3<br />
BM `Naar Oost-land willen wij varen' o<br />
S wij p. 3 7<br />
BM2 `Geven geven! Alle vrachten' 306<br />
9 ^g p. 3<br />
Tsjechisch<br />
Duckerts , C. /<br />
Y. Duckerts<br />
0 Vlamska y l rika. Vert. C. Duckerts Y. Duckerts. s Praag, g^<br />
MM6 `Gij 1 die u, ^ stérker liefde omgord' g p. 102-103<br />
MMI 3 `Weêr gaat g het vee gp. ge licht der astersbloeien' 104. [mmi6] `Ik ben met u alleen, o Venus,f felle star' ' p. I o6<br />
^ p<br />
MM 2 2 `Ik vraag g den vrede e niet: ik vraagv g alleen de rust'<br />
p. I o S<br />
723 BIBLIOGRAFIEÉN
cZI 3 `Over de zee hangt g matelijk l7<br />
te tampen' . Io<br />
c z 24 `Eens groet g een boom uit mi' 1, en 'k weet denwelke' . pi o 8<br />
cz26 "k Zit met mijn 1 lamme beenen' p. Io 109<br />
G z 37 `Er is geen g tijd. Wat gistren g was' p. I I o<br />
BM 4 `De meiskens uit de taveernen' p. I II<br />
B M 2 I 'Geur `Ger van hetr e e uwsc h e beest; ^geur v van de beu beursche e v vrucht'<br />
p. II2<br />
BM2 4 `Ik ben b de hazel-noot. – Een bleeke, ^ weeke made' p. p I i 3<br />
724 BIBLIOGRAFIEEN
Register van gedichten<br />
register rwi'st naar de H tve laatsen verwijst waar de gedichten e cgenoemd<br />
uit het tekst<strong>deel</strong> g<br />
wa<br />
orde n in de Ontstaansgeschiedenis,d Drukgeschiedenisen het V a ri a te n n araat.<br />
Ee n ur fpaginacijfer iee t c g et f h be gg<br />
in va n set<br />
hetbetreffended' gedicht<br />
h' in het Varianten-<br />
a p araat aan. Titels van gedichten zijn cursief gezet; g , van gedichten g met een titel te is<br />
de be g inre el niet opgenomen.<br />
e, o A Aarde, e over-oude, ik ben van ugescheiden BM I 7 164,<br />
622<br />
B Beschouw s dit grauwend g aangezicht. g Gij zult er vinden [A9] 9 77, 7> 78, 8 6 8 7> 88, 889,<br />
90 ^95^9 96, ^ 97 ^ 99 > 9,<br />
I00 101, 102 106, 108 IO 112<br />
D De blind-geborene g [BMI] 61, 62 >7 71, ^7 2 ^73^74^ S9> I 162, 16 3^ 164 > 200 > 20 I Ij^ I 676<br />
Deblind-gewordene D BM 3 0 61 62 > 7 I ^772, 2 I S9 > 3162 i 6 ^ 164 > zoo, 0 201, SI 3<br />
6767<br />
De dagis a g moede o en stil, ^ en de uren e gaan g ve r l b k ee n e MM2 77, 89, 9^ 9 i^ 99 , > I o 1 3 00<br />
De dag g schuift voor den Dag g gelijk g 1 een lucht vol rozen [Gz44] S^ I I I S 2^ I S 3 ^ i195,<br />
9 S<br />
JIJ<br />
De keuken iseboend g nog g voor ik binnen-treed B M 2 8 I S 9^ 167^ 6670<br />
De koffen aan g gebleekt van ongebluschte g lucht BM2 16 S^ JJ9^S 562, ^S5676<br />
De meiskens uit de taveernen BM 4 16 SAS 63^J 66 ^574^ 67<br />
6<br />
ac De nacht, de e zwoele nacht heeft me als een wijn 1 bevangen g e Gz 3 1 S 6, 390<br />
De treinen blazen de aard het zuigen g toe der e zeeën e BM Io I S9> 166 > J 8j<br />
De tuinenalmen g77, in de walmen van den herfst [All]8 89, 0 96, 8 IOI<br />
De zee wacht. Maar ik doe mijn 1 deure dicht c G z i 4 I S I ^ I S4^ i S ^ 641, 427, 431<br />
De zon ligt g in mijn 1 linker-hand [BMI I] J92<br />
Die e mijn l linker-hand omvingert g Gz 32 i S7^ 4814<br />
Diep aan uw hart, diep in uw haar te zullen slapenG z 9 I 4 I ^ 16 S ^ 408<br />
Dit wordteen lent'. Geen dag g en zal de smoore' ontrijzen 1 MM i S 93^9,97,99, 96,<br />
1o1, III, 32J, 331<br />
Doop van den bedelaar GzI 61, 62, I 3 7 ^ I S 0 ^ I S 2 ^ I S 6 > 162, 168 187, 373<br />
E<br />
G<br />
Eensroeit g een boom uit mij, J ^ en 'k weet denwelke G z 24 I 4 I ^ I 47 ^ I 49 i57, ^ 4J4<br />
Eenvoudige g arbeid, ^ als een brood dat g geurt en blankt A i 7 93, 96, ^ 97, 99 , 101 105,<br />
II2<br />
Een vrucht, die valt [Gz61 118 16 S , 397<br />
Een zeil, een zeil! Zie 'k daareen g zeil, ^ gespannen g P BM8 i195, J77<br />
En hoor uw hart: hoorti' g 1 uw hart niet slaan? Gz2o I S^ I I S4^ i 5 6<br />
440<br />
Er iSeen g smart te groot g voor ons [Gz431 I S7^ J12<br />
Er iseen tijd. Wat gistren g was [Gz371 S^ I I S^ I 2 S3^ I 57^ 157, 49^ 491, 5o6<br />
Er komt iemand bij mi 1 ^ dien 'k nimmer zag g BMI S 609> 610 611 > 616<br />
Gebogen, g > ach,gelijk g 1 de nacht g gebogen g BM22 66o<br />
Gedachtenis aan eene^ on ^ e Dichteres h M M 2 3 6 2 ^7 8 ^9 o ^ 9 I ^99 > > I o 1 1 0 3> II2 > II 3, 3J 0<br />
725 REGISTER
Gelijk 1 een hond die drentlende e n draalt e en druilt ullt G z 4 I 4^S^S^5^39<br />
I 1 I I 2 I56, 392<br />
Gelijk 1 het gonzend g9 bliksmen e van a motoren G z 2 145, 14 6 ^ 1 5^ I 53^ I I 57, 46ó<br />
Geur van het r eeu w sc he beest; ^ g geur ^ van de beursche 95, vrucht c BM2I I 66 1 G)-8<br />
Geven, , g geven! Alle vrachten BM2 9 167,<br />
G6727<br />
Groeien e uit het brassend b weven e G z 3 5 1 57^ 4^S<br />
Gij 1 brandt mijne l oogen toe, g^ gij brandt mijne ^ e oogen og openM<br />
M27 992, 99 99, Io, 1 1 I 5,<br />
11 7, > 119, II 353,317<br />
Gij,die geen Vader wezen zult A 2 2 I I I<br />
1^ g 4 ^ 5 7<br />
Gij 1 die ik <strong>deel</strong>zaam in mijne 1 eeuwigheid g A26 3I 8 ^ 1 57<br />
Gij ^ die e 'lijk ^ een verwijt gaat g a wegen in mijn ^ zwijgenMM lg<br />
2I<br />
10I, III, 320<br />
Gij 1 die mijn 17 kommer-ziekte in deemoed tegen-lacht MM 77, 8 89, 91, I 99, I o 1,II<br />
3<br />
Gij 1 die u, ^ stérker liefde omgord g MM 6 95, 1 o I , 106 ^ 107, 306<br />
Gij 1 draagthet a g e gladde g d mom der e dood od [A2o] 1149, 157 I<br />
Gij l e hebt t te ee zeer van l blijdelogen e l o en g M M 9 77, 89, 9 ^ 91, 9 I o 1<br />
^ 99, > I I I , 195, 9 3/6<br />
Gij 1 e sc hn e die ^ e misschien e me in n laetren<br />
t e n tijd 1 gedenkt g e [mm 33o]<br />
95, I o o > Io I > Io6 ><br />
109, I13, 370<br />
Gij 1 moogt g niet heen : nog g ben 'k geheel g van u bevaên A 2 S 1 5 7<br />
Gij 1 rijst l s aan mijgelijk lg l een vlindering g van a bloemen G z 3 1 I I ^ I53,157, 479<br />
Gij l spreekt p g geen woord, > o vrouw, > maar weent aan mijne l zijde 1 M I o 77, 89, 99 > 91,<br />
99, I O I , 317<br />
Gij ^ zult mij ^ allen, , allen kennen M M 2 I 78, ^ 9 o ^9,9 91, 96, ^97,999, 9 I o I > 1 o 9,III,I112,<br />
I 2<br />
1 95, 347<br />
Gij 1 zijt 1 t altijd 19 de NaakteN a en de e VerzaakteA I I149, 9 I 57<br />
Gij 1<br />
zijt de goede g wakers die A 2 1 o6 ,3306, ,308<br />
Gij l zijt de hond niet aan de d deur e van uw W geluk g 7 e G z I I<br />
44 ^ I 5^ I 1 54^ I 5, 6 434<br />
Gij i zijt een e bloem, , - en 'k ben a llé e n met u G z 38 14 0 ^ I<br />
49 ^ I S I ^<br />
T 5 3, I S7, I S, 8<br />
399, 496<br />
77, 89, 90, 9 6, 97, 99,<br />
H<br />
I<br />
Handen, die van goeden g e wil w G z z 7 1 47^ T 5 I ^ I 53 ^ S7 157, ^ 4462<br />
G<br />
Harde modder, ^ g guur krystal G z I I I I 2 I<br />
Y 5 43, 5^ 5, 54, I 5, 6 39f<br />
Heb ikenoe g u g lief-gehad, doorschijnend g glas? Gz 39 I S 3, I 57, 498<br />
Het huis is rondom mij 1 vol sletten en soldaten G z 28 I 45^ I S I ^ I 53, 1 57, 4 G4<br />
Het huis is vol van u. De stilte weegt, g verzwaard , MM 2 5 92, 9 ^ 99, I O T > I I S, I I 7, 353,<br />
3ff, 357<br />
Het is of alles nog gggebeuren BM I 6 GI N<br />
Het men.rcheli k brood MB 6 1 1 20 I 2I 122,<br />
J , 95, > > > I 4, 2 I 5^ 0 I S7, 168 , 7, I I 183, 184,<br />
185, , 18 18 I O I I I 2 I I 20 I 202,<br />
7, 2 336, 3 42<br />
9, 9, 9, 9, 97, 99, , , 13,33, 34<br />
Het nacht-uur waakt; en zijt 'k waak. - Wat zijt g ge diep en schoon MM26 9,9,99,<br />
91, 9 2,<br />
101, 10I IO 3, II 5^ 118 ,3f6<br />
Ikn be de e hazel-noot. - Een ebee le k weeke ^ eeea made BM2 4 166 , 1 9S, 663 GG<br />
Ik beneen g wakkre lente of een gezwollen g zomer BM2 3 T S 9, 662<br />
Ik ben het eeuwig g bed; , het e e uwi g -leê g e A 16 94, T o0 ^ 101<br />
Ik ben met u alleen, > o Venus, > felle star MM16 91, 96, I o 1 195, 326,<br />
9 ,93,9 ^ 97^99, ^ 95^ 3 ,<br />
331<br />
Ik ben 'teduld g der brooze en lustelooze menschen BM6 569, 5 f71<br />
726 REGISTER
IkGij ben u hebt moe. mijn Gij traagste 1 hoop g vermoeid p MM 89 2, ^ 95, I o I 10 3 , 1 o4,<br />
107, 1 9 5, 313<br />
Ik doe minmaa 1 maal van zuivel, ^ brood en noten A 2 4 I S7<br />
Ik 0o droom wgJ uw gij droomt droom;W<br />
mi' J n droom. Wij 1 beiden G z 8 I 4^ I I S^ I I S^ 2 I S6<br />
4o6<br />
Ik heb dit hooger g oord gekozen g tot mijn J woon BM 12 16o ^ 164, 597<br />
Ik heb mijn J zuiver huls gevuld g GZ 7 I 4^ I I 4S^ I I S^ I 2 S^ 1 S^ 6 195, 9S^ 401, 4^ 456 4S<br />
Ik kom alleen, bij J nacht, ^ in deze zee-stad aan G z i 2 1 43^ I S I ^ I S 2 ^ I S 4 ^ I S 6 ^ 187,<br />
422<br />
Ikn ope me als een oog, nacht verloren B M 9 166 ^ 180 ^ S 84<br />
Ik vraag g den vrede niet: ik vraag g alleen de rust MM22 93^ 96, 9 ^ 97, 99 , I0I ii2 ,<br />
I 9534 348<br />
Ik weet dat ik mijn 1 dood bereid, ^ wanneer ik wil A i 4 93, 96, I0I I I I i I 3,<br />
346<br />
Ik weet : ik berg g iemand in mijne 1 woon BM I 4 S 69 > 6o8, > 616<br />
Ik wete e e dat ge g ontwaken zult, dewijl ik wake MM 4 79^ 9^ o 19^ 9 9 ^ 101,103^ 107,<br />
303, 361, 364, 366<br />
33^345^3 ^3 4^3<br />
Ik zet mij naast mijn naakte zuster Gzio I I I I 6 415<br />
1 S ^ S 3^ S ^ 4I<br />
K<br />
L<br />
'k Ben hiereweest g ^ 'k ben daar geweest g G z 2 3 I 4 S ^ 146 ^ 1 S I ^ I S 3^ I S 7^ I 95 , 447<br />
'k Hadde uewijd g J mijne l allerschoonste logen g [A7] 7 77, 89, 9^ 91, 9^ 99, IOI<br />
'k Hebmijne 1 nachten e e meer doorbeden dan doorweend G z 2 14 1 ^ 151, S ^ 152, S ^ 1 5S,<br />
6,<br />
158, S ^ 18737<br />
8<br />
'k Hebmij verlaten J<br />
aan de druif en aan de roos s BM 2 S 166 666<br />
'k Hebnoodloos o sdoor den boom g geboord Gz16 I 43^ i 5 ^ 6<br />
432<br />
Kind met het bleekgelaat, g ^ dat van uw wijde 1 blikken MM S 77, 89, 9^ 9 I ^ 99, 1 o1, 301<br />
'k Verzoek de zee, 'k verzoekeen g aarde en hare vruchten BM 26 667<br />
'k Zit met mijn 1 lamme beenen Gz26 14 6 ^ 1 47^ I S7^ 19S^ 9 5, 4604<br />
'k Zwelg in versterven, ik ^ die van het heetst begeeren g A 2 I I 4S^ 14 6 ^ I57<br />
Laat uw trage g wake duren A I 3 9^93^9^97^99> 91, 96, I o I 103<br />
M Me-zelf voorbij; 1^ me-zelven tegen g BM2o I S9^ 164^ 64<br />
6<br />
M iJ jne vrouw en kmi<br />
J n kind A I 106 306, ^3 X37 30 7<br />
Mijn 1 God,1 gij ziet<br />
de zee die ene wemelt in oogen mi'<br />
BM7 I74<br />
N Naar Oost-land willen wij varen BM 16 i 6 j68, 1 ij S S ^ 9S^ S 7^ 1 ^ S7<br />
Neen: 'k ben (waar 't rijpend ijs de waetren heeft gezogen) B M2 166 668 p ijs g g 7<br />
Nimmer zulte 't licht beletten G z I I I I I 16 I 438<br />
g 9 S ^ S3^ S4^ S ^ 9S^ 43<br />
Nog voor de glans van een dagen BM 18 16 6 0 6<br />
g g g 4^ 3 ^ 639<br />
O 0 Blik vol dood en sterren G z I I 141, 4^4^S^S^S, I 2 1 5 1, 1 5 2, 1 5 6, 419<br />
o Gevangen g g^ geest, g getogen g MM28 92, 9^ 99 , IOI II S> I18 119, 9^ 360<br />
o 'k Weet dat ik, onttogen g aan 't orkaan G z 1 S I 44^ 16 S ^4 X8<br />
2<br />
431<br />
o Trouwe vriend e der oude dagen g [A5] S 92 ^ I o I 99,9<br />
11 7 , 118, I I<br />
Oud hart, dat niet bemind en heeft[A8] 90 ^9 91, ^9 96, ^97^9 98, ^99> 101 103<br />
Over de zee hangt g matelijk 1 te tampen p Gz I 3 I 43^ I 4S^ I S^ I I S 4^ I S^ 642T<br />
o Vruchten-leêge g schaal, ^ o flanken rijk aan reuken BMI 3 I 9S ^ 607<br />
o Ziek, onzeker en onzuiver MM 186 93^ 9 ^ 97, 99 , I O I > 339<br />
727 REGISTER
s Schaduwh in n den schaduw zijn 1 Gz2I I 43 ^ I 44, I 5, I I 5, 2 5 I 4, I 5, 6442<br />
Sluit i oogen oe g op p het licht G z 33 I 5, I I 53^ I 57^ I 9S, 4844<br />
Stilte lstelligheid is de die nooit begeeft g Gz 3 o I 5, o I 5 I I 53^ I57, 477<br />
T Ter e l o ome zee met slappe p zeilen [A i o 340<br />
Thans s9 ggaan de waterene den hemel e kleeden BM I 638<br />
Thansh n is het al voorbij l .: de s sluiers s zijn l gezonken g MM I I 99, 100 , I0I , I08 , i I O , I I I ,<br />
318<br />
ij die mijn hoop en Treed mijne in. G 1 d deernis 1 p<br />
1 zijt zijt A 4 86, , 7, 8 88 , 9 2, 93, 99, IOI ,<br />
104, IO 5, I08 , III , II 113<br />
Trots, die mi 1 n hartehardde, a , als 1 ijzer i 1 e<br />
93, 9 96, ^ 997, 99, IOI > 104, 30 3^ 344, 361, 3<br />
363^364, 36<br />
5, 3 66<br />
u Uitvaartv<br />
van den bedelaar z G 4 5 61 ,, 62 I 37^ I 5, O I 57, 162 > 168 > 187, 7^ J18<br />
Uren van va hardemacht, a a , waar 'k in l de zwartste w nachten [mm i 9] 93, 96, 9 , 97, 99, I OI ,<br />
274, 342<br />
Uw aaangezicht g is bleek ' h 1 ' k 'tt mi 1 ne wordt. - Terwijl 1 MM2 24]<br />
92, 99, IOI, 115,<br />
II 7^ 3J3^ 355, 3 56<br />
,357<br />
Uw eenzaamheid?? Gi' 11 zijt t als die wolvin G z I 8 154, 1 5 6 , 43I<br />
,<br />
v Van alle reis terug r nog g go voor de reis begonnen g [mm i7] 7 93, 996, 97, 99, 1 o > I 274,<br />
336,<br />
342<br />
Vermits s géen g dag g me ooit o t wekt en e nog g deze oogen g open' [A I 2 77, 89^ 9^ I 99, I o I<br />
Ve r va r li e k festijn voor onverzaedlijk dorsten MMI Io 1 106, 10 299<br />
1<br />
1 9 5, , ^ 9 ^<br />
w Waar me uw w hulp genaakte, g , en lachte G z 34 I 5, I I 5 3^ I 57^ 481<br />
Waarom verwi l t ge g mij mi' de paden te verlaten G z 3 6 I 57^ 490<br />
Wanneer ik sterven zal (o glimlach g om de vreeze M M 2 9 79, o I o 1 , 109, I I 3,<br />
30 3^345,3 361, , 34, 6 3656<br />
Want neen: geen g ps l i ' t gdoem e om o wat het heiligst g is A I 5] 9 3, 96, 9^ 97, 99, I O I , I I I ,<br />
II 3^ 3 18<br />
W Wat wweet g gij l van kwetsuren G z 2 5 I 45, I 4, 6 1 5, I I 53^ I 57^ 4J 6<br />
Weer Weêr gaat g hetvee ge g licht der asters bloeien [mm i3] 3 777, 7 989, , 9 09 , 96, 9 , 7979 , 99, 9 I OI , III,<br />
195, 321<br />
Weer Weêr staat mi 1 n venster open o pe op p den nacht [mm i41 4 77,9^ 89, 9^9^97,99^ 096, I O , I III,<br />
1 95, 322<br />
W i e l waa1 , die van rijpe lp kersen G z 42 I 47^ 157^ fop J<br />
Wie mij 1 wat bloemen biedt, , en 't zoete weren 4 G z I 5, I I I 5 3^ I 57^ J 03<br />
W Wij, 1 , de e Armen die den Geest verzaakten A 18 93, 96, 9 , 97, 99, I O , I 105, I I I<br />
Wij 1 zijn nog g niet genezen g van onze oogen g G z 2 2 148, 4, 157,<br />
444<br />
z Zal ik rusten? A62 9 ^ 99, IOI , 1I 7, I18 , II 119<br />
Zie, ik ben niet, , dan uit u Uw hand ggeboren G 4 z o I 5 I, , I S 3 ^ I 57, J 01<br />
Zingen, g hoe de donkre o wereld [A3] 3 96, 9,97,9, 98, ioo, , I o I<br />
, a s Zóó, als aan 't stellig g stooten van 't getouw g A 2 3 I 47^ I 55, i57<br />
Zou ''n wij geen glaasken e mogen drinken? B M 3 165, I 5,559,5 6o ,J 762, ,5 66 ,567<br />
l g g g 9<br />
Zij l ligt g te bedde ' lijk 1 1 ik lig g te bedde MM 3 9<br />
95, IOI , 106,02<br />
3<br />
72$ REGISTER
Zusammenfassung<br />
Der fldmische Autor Karel van de Woestijne 0878-1929) schrieb 1911<br />
die ersten Entwurfe fur ein mehrteiliges lyrischer Werk nieder, das er<br />
1928 vollendete. Das Ergebnis war die Trilogie Wiekslag om de kim<br />
(Flugelschlag fiber dem Horizont), die hier in einer historisch-kritischer<br />
Edition vorgelegt wird.<br />
Der erste Band enthdlt den Edierten Text. Der Trilogie vorangestellt<br />
ist das Prologgedicht `Het menschelijk brood' (`Das menschliche<br />
Brot'), das 1926 separat erschienen ist. Van de Woestijne wollte die<br />
einzelnen Teile der Trilogie – De modderen man (Der Mann aus Lehm,<br />
i 9 20), God aan zee (Gott am Meer, 1926) and Het berg-meer (Der Gebirgssee,<br />
1928) – noch geschlossen in eirem Band ver6ffentlichen. Sein Tod<br />
0929), ein Jahr nach der Einzelver6ffentlichung des letzten Trilogieteils,<br />
vereitelte dieses Vorhaben. Die vom Autor geplante Ausgabe<br />
erschien etst posturn 1942. Die damaligen Herausgeber stutzten sich<br />
bei der Wahl des Titels Wiekslag om de kim statt Het licht der kimmen<br />
(Das Licht der Horizonte), wie Van de Woestijne selbst uber langere<br />
Zeit erwogen hatte, auf ein Notizbuch, in das der Autor 1927 notiert<br />
hatte : `Allgemeiner Titel der Trilogie : Wiekslag om de kim.' Seit der<br />
posturnen Ausgabe von i 942 hat sich der Titel Wiekslag om de kim allgemein<br />
durchgesetzt.<br />
Als Textgrundlage fur die Edition wird die Fassung der zu Lebzeiten<br />
des Autors ver6ffentlichten einzelnen Teile der Trilogie gewdhlt.<br />
Anordnung and Titel der einzelnen Gedichtabteilungen vuurden dem<br />
jeweiligen Erstdruck entsprechend ubernommen. Das Inhaltsverzeichnis<br />
am Ende des ersten Bandes gibt eire vollstándige Ubersicht der<br />
ganzen Komposition.<br />
Der erste Band enthdlt neben dem Edierten Text von Wiekslag om de<br />
kim einen Anhang, der diejenigen Texte prdsentiert, die ursprunglich<br />
zum Gesamtkomplex aller Gedichte fur die Trilogie geh6rten, die Van<br />
de Woestijne allerdings bei der endgultigen Komposition nicht berucksichtigte.<br />
Der zweite Band enthdlt einen Herausgeberbericht, der die Editionsprinzipien<br />
darlegt and das Verfahren der Transkription sowie die<br />
A<strong>nl</strong>age des Variantenverzeichnisses erliutert.<br />
Diesem Teil folgt der Kommentar, in dem zundchst die Entstehungsgeschichte<br />
von Wiekslag om de kim beschrieben wird. Dabei<br />
bieten die Informationen in uberlieferten Handschriften, Notizbuchern,<br />
729 ZUSAMMENFASSUNG
Korrekturfahnen and Briefen ein prdzises Bild der Textentstehung<br />
uber einen Zeitraum von 17 Jahren hinweg, in denen Van de Woestijne<br />
an seinem opus magnum arbeitete. Bereits 1911 entwarf er ein<br />
Schema fur ein Textcorpus aus vier Teilen mit dem Haupttitel Het licht<br />
der kimmen Bowie verschiedene Titel fur einzelne Gruppen and Untergruppen<br />
des Gesamtwerks. 1913 dnderte er dieses Schema zweimal. Zu<br />
dieser Zeit begann er auch, einzelne Gedichte in Zeitschriften zu ver-<br />
6ffentlichen. Diese Einzelver6ffentlichungen stellen eine wichtige Stufe<br />
im gesamten Kompositionsprozel3 dar : Van de Woestijne experimentierte<br />
dabei mit der Anordnung einzelner Gedichte, um herauszufinden,<br />
ob sie seinen Vorstellungen entsprachen and ob sich durch<br />
Umstellungen Gemeinsamkeiten oder Kontraste zwischen den Gedichten<br />
ergaben. Durch unterschiedliche Kontexte vuurden manchmal<br />
andere Bedeutungen der Texte aktiviert. Van de Woestijne betrachtete<br />
daher die Publikation einzelner Gedichte als eine Werkstatt, in der er<br />
die Beziehungen der Texte zu eipander ausprobierte. Er war der<br />
Ansicht, daB er durch die Makrostruktur der Anordnung den Gedichten<br />
eine neue, haere Dimension hinzufugen vuurde. So entwarf er mit<br />
der Gedichtanordnung von Wiekslag om de kim eine grundlegende and<br />
bedeutungstragende Architektur, die er durch die Titelgebung and<br />
durch die Numerierung von Abteilungen and Unterabteilungen noch<br />
zu unterstutzen suchte.<br />
Die Entstehungsgeschichte von Wiekslag om de kim zeigt, daB es Van<br />
de Woestijne zwischen 191I and 1916 nicht gelang, den ersten Band<br />
der Trilogie, an dem er lange intensiv gearbeitet hatte, abzuschliel3en.<br />
In dieser Zeit erlebte er als Autor eine wichtige Entwicklung, die allerdings<br />
den endgiiltigen Abschluf3 seiner Plane and Absichten untergrub.<br />
Der Aufbau des ersten Bandes, der 192o mit dem Titel De modderen<br />
man erschien, wich betrdchtlich von fruheren Entwurfen ab. Van de<br />
Woestijne hatte aus den vorhandenen Gedichten so konsequent ausgewdhlt<br />
and die Texte derart angeordnet, daB man darin eine neue Phase<br />
seiner dichterischen Arbeit erkennen kann. Einmal in diese Richtung<br />
aufgebrochen, z6gerte der Autor nun bei der Vorbereitung der beiden<br />
anderen Bande weniger, obwohl auch die Arbeit an Gedichtauswahl<br />
und -anordnung fur God aan fee Alternativen mit sich bringt, wie die<br />
unterschiedlichen Listen von Gruppeniiberschriften and die Veróffentlichungen<br />
in Zeitschriften zeigen.<br />
Die Darstellung der Entstehung folgt der Chronologie, wobei jedes<br />
Kapitel mit einer Beschreibung der jeweiligen Arbeitsmethode Van de<br />
Woestijnes schlieSt. Im letzten Kapitel werden die Ergebnisse zum<br />
Arbeitsverfahren Van de Woestijnes zusammengefaBt and zu Auf3erungen<br />
von Zeitgenossen and seinen literarischen Vorgángern in Beziehung<br />
gesetzt. Dadurch wird deutlich, daB Van de Woestijnes Vorliebe<br />
fur grol3zugige and strukturierte Komposition in seiner Zeit nicht<br />
ungewa<strong>nl</strong>ich war. Auch 1dI3t sich zeigen, daB das Gewicht, das Van<br />
730 ZUSAMMENFASSUNG
de Woestijne auf die architektonische Gestaltung seiner Gedichtkompositionen<br />
legt, in gewisser Weise mit den poetischen Vorstellungen<br />
Stéphane Mallarmés korrespondiert.<br />
Der Kommentar enthdlt auBerdem eine Druckgeschichte, in der<br />
erldutert wird, wie der ProzeB der Veróffentlichung aller Brei Bande<br />
von Wiekslag om de kim verlaufen ist. Dabei findet die Einzelpublikation<br />
von `Het menschelijk brood' ebenso Berucksichtigung wie die im<br />
Mdrz 1928 erschienene Sammlung Gedichten, in die, ein haloes Jahr<br />
bevor Het berg-meer erschienen war, bereits Texte aus diesem Band aufgenommen<br />
worden waren.<br />
Dem Kommentar folgt der kritische Apparat mit einer ausfuhrlichen<br />
Beschreibung der Handschriften and einer Liste, in der die Ver6ffentlichungen<br />
in den Zeitschriften beschrieben werden, Bowie das Variantenverzeichnis.<br />
Zu den Gedichten von De modderen man ist genetisches<br />
Material nur spdrlich iiberliefert. Die Genese der iibrigen Gedichte<br />
kann mit Hilfe der zwanzig erhaltenen `carnets' Van de Woestijnes<br />
weitgehend rekonstruiert werden. Das dichterische Verfahren, das in<br />
einem eigenen Abschnitt erldutert wird, ist gekennzeichnet von einer<br />
mehrfachen Llberarbeitung einzelner Gedichtteile, die hdufig mit einer<br />
Umfangserweiterung einhergeht. Der erste Ansatz zu einem Gedicht<br />
bestand meist nur aus wenigen Versen, Benen eine kurze Fortsetzungsskizze<br />
folgt. Nachdem der Autor einige dieser Stellen ausgefuhrt<br />
hatte, schrieb er diese Passagen erneut ab, urn dann wieder eine<br />
Skizze fur die Fortsetzung anzufugen. Dieser Ablauf konnte Bich mehrfach<br />
wiederholen. War ein Gedicht einmal vollendet, dnderte Van de<br />
Woestijne im Allgemeinen kaum noch etwas an seiner Textgestalt.<br />
Beim Wiederabdruck eines bereits ver6ffentlichten Gedichts nahm Van<br />
de Woestijne meistens keine weitgehenden Textdnderungen mehr vor,<br />
auch dann nicht, wenn das Gedicht nun in einem anderen Kontext<br />
stand. Gibt es aber Varianten nach der Ver6ffentlichung eines<br />
Gedichts, werden sie in einer Synopsis verzeichnet. Probleme der Textkonstitution,<br />
Hinweise auf Quellen and Llbersetzungen werden in<br />
Ful3noten mitgeteilt.<br />
Der zweite Band enthdlt vier Literaturverzeichnisse : r. Primdrliteratur,<br />
2. literaturkritische and wissenschaftliche Literatur uber Wiekslag<br />
om de kim, 3. allgemeine wissenschaftliche Literatur, 4. ilbersetzungen<br />
einzelner Gedichte von Wiekslag om de kim.<br />
73I ZUSAMMENFASSUNG
Inhoud<br />
WOORD VOORAF I<br />
VERANTWOORDING 3<br />
I I<strong>nl</strong>eiding 3<br />
I.I Aard en doel van de editie 3<br />
I.2 Indeling van de editie 4<br />
1. 3 Eerdere uitgaveng 4<br />
1. 4 De titel te van a hetdrieluik<br />
5<br />
1. S Het Verzameld ^ werk van Karel van de e W Woestijne ) 6<br />
I.6 De documentaire bronnen 7<br />
I . 7 Andere bronnen : voorpublikaties 9<br />
I.8 Van de Woestijnes werkwijze II<br />
^Afkortingen en verwijzingen 12<br />
I . I o Enkeleebruikte termen I<br />
g 3<br />
2 Deel 1: Leestekst 14<br />
2,1.1 De basistekst van Wiekslagm g de kimk i14<br />
2.1.2 Autorisatie s v van d debasistekstn va Wiekslag ^ om de kkim 1 S<br />
2. I , 3 Tekstingrepen in de basistekst van Wiekslag lesla g om de kim 16<br />
2.2.1 Appendix: welke gedichten? g 17<br />
2.2.2 De basistekst van het Appendix 18<br />
2.2, 3p Ingrepenindebasistekstvnh a et Appendix<br />
18<br />
2. 3 Nummering g van de ggedichten 18<br />
2, 419<br />
Typografie i<br />
3 Deel 2: Commentaar zo<br />
3 .1 Ontstaansgeschiedeniszo<br />
.2 Druk geschiedenis zo<br />
3 g<br />
3 . 3 Gebruikte secundaire bronnen 21<br />
. .1 Transcriptie van primaire documenten zz<br />
34 p p<br />
.2 Transcriptie van brieven, contracten en dergelijke2 3<br />
3 . 4 p<br />
4 Deel 2: Apparaat 24<br />
4 .I De Bronne<strong>nl</strong>ijst 242<br />
4 I.1 Volgorde g en nummering g 2 S<br />
4 .I.2 Materiële beschrijving ) g 2 S<br />
4 .I. 3 Gedichten a S<br />
4 . 14 , Datering g 26<br />
4 .1, S Verblijfplaats 1p 26<br />
4 .I.6 Bijzonderheden 272<br />
4 .2 Lijst 1 van voorpublikaties p 28<br />
4^ 3 Variantena pparaat 2 8<br />
733 INHOUD
4.3.1<br />
4.3.1.1<br />
4.3.1.2<br />
4.3.2<br />
4.3.3<br />
4.3.4<br />
4.3•5<br />
4.3.6<br />
4.3.7<br />
4.4<br />
4.4.1<br />
4•4•2<br />
4.4.3.1<br />
4.4.3.2<br />
4.4.3.3<br />
4.4.4<br />
4.4.5<br />
4.4.6<br />
4.4.7<br />
4.4.8<br />
4.4.9<br />
4.4.10<br />
4.4.11<br />
4.4.12<br />
4.4.12.1<br />
4.4.12.2<br />
4.4.12.3<br />
4.4•I2•4<br />
4•4•I2•5<br />
4.4.12.6<br />
44• 12.7<br />
4.4.12.8<br />
4.5<br />
4.5.1<br />
4.5.2<br />
4.5.3<br />
4.5.4<br />
4.5.5<br />
4.5.6<br />
4.5.7<br />
S<br />
f.I<br />
5.2<br />
5.3<br />
5.4<br />
5.5<br />
Overlevering g 29 z<br />
Siglen g z29<br />
Meerdereelijksoorti g l g e bronnen: superieur cijfer<br />
Datering 32 3<br />
Ontwikkelingsgang 2 3<br />
Varianten en correcties 34<br />
Zetfouten 35<br />
Noten 35<br />
Accenten6 3<br />
Presentatie : synopsis 37<br />
Stadia 37<br />
Regelnummering g g 38<br />
Fasering g in manuscripten P 39<br />
Onzekere fasering g 4o<br />
Fasering g in mechanisch c4<br />
vervaardigde bronnen o<br />
Meelezen 4 1<br />
Typografische verdeling 4 z<br />
Deletietekenz 4<br />
Open p varianten 43<br />
Open p plaats in de regel g 43<br />
Open plaats : strepen enuntjes 1 44<br />
Onzekere open p p plaats in de regel g 44<br />
Exclusieve combinaties 45<br />
Editeurstekst : cursief 6 4<br />
O<strong>nl</strong>eesbare letters6 4<br />
Onzekere lezingen 46 g 4<br />
Strofewit 47<br />
Grotere witruimte 47<br />
Doorhaling van tekstfragmenten<br />
g g 47<br />
Verband tussen fasen en stadia8 4<br />
Verwijzing naar andere stadia 48<br />
g 4<br />
Correcties en leessuggesties o<br />
gg S<br />
Gecombineerde synopsis I 5<br />
Opgave van bronnen : gecombineerde siglen 2<br />
pg g g S<br />
Meelezen 2 5<br />
Ontbrekende tekst 53<br />
Afwijkende 1 regelnummeringg g 54<br />
Titels, motto's en opdrachten p 54<br />
Ongelijke g 1 omvang g van bronnen 54<br />
Stadiaverwijzingen<br />
1 g 55<br />
Deel z : Bibliografieën g en Register g 55<br />
Bibliografie g van primaire p literatuur 55<br />
Bili b o r g fi aev an liter tuur a over pieksla g om de kim<br />
Bibliografie van secundaire literatuur S6<br />
Bibliografie g van vertalingeng 57<br />
Register g van gedichten g 57<br />
734 INHOUD
COMMENTAAR 59<br />
ONTSTAANSGESCHIEDENIS 61<br />
I I<strong>nl</strong>eiding g 6<br />
I.I Over het onderzoek 61<br />
1.2 Presentatie 64<br />
2 Ontwerpen 0 P voor een meerdeligecom p ositie tot eind I 93 I 65 6<br />
2. i . I Eerste plan : een tetralogie, 91 juli 9 I II 65<br />
2.1.2 .. Hernomen thema's 67<br />
2.I. 3 Eerste tekenen van Het g gelaat des dichters 7<br />
2.1. 4P Wijzigingen in het ontwer 27 : 2 uni I 9 I 3 7o<br />
2.i. S7 Nieuwei e wijzigingen: november I 937 I 72<br />
2.1.6 Laatste wijzigingen 73<br />
2.1. 71 Publiekelijkeverwijzingen g naar Het licht der kimmen 74<br />
2.2.1 Werkwijze: 1 de ontwerpen P 75<br />
2.2.2 Werkwijze: 1 de voorpublikaties P 77<br />
3 Het ^ gelaat des dichters 79<br />
3.I. I Zelfstandige g uitgave van Het ^ gelaat 79<br />
des dichters<br />
3 ,I. 2 De e bbouw van Het gelaat g des dichters 85<br />
3,1.3 De poëzie p voor Het gelaat g des dichters: inventarisatie 89<br />
3 .I. 4 Overzicht van degedichten voor Het ^gelaat l des dichters I oo<br />
3 .2.I Werkwijze: de ontwerpen Ioo<br />
.2. 21Werkwijze:<br />
: de clusters 102<br />
4 De vormin g van De modderen man 108<br />
4.1.1 .I.<br />
1 Vergelijkingvan de bo u w van Het gelaat des d dichters en De modderen man 108<br />
g<br />
4 .I,2 Afdeling Ade f g I in De modderen man I I o<br />
4^ i . 3 AfdelingI 1'n g I in De modderen man i i I<br />
4 .1, 4 Afdeling III in De modderen man 112<br />
De cyclus 0 den dood van Jean Moréas' I I<br />
4-• I •5<br />
`<br />
Y P 4<br />
4^ 1^<br />
6 De i<strong>nl</strong>eiding g tot D De modderen n man : `Het menschelijk l brood' 120<br />
4.2 Werkwijze: 1 samenvatting g I 22<br />
Intermezzo: veranderingen in Van de poëzie I2<br />
5 g Woestijnes p 3<br />
S .1 Verminderde literaire p produktie 12 4<br />
2 Meningen over het moment van verandering 126<br />
5 g g<br />
S3 Aanwijzingen l g voor een wending g in de P periode 1911-1913I2 7<br />
6 De totstandkoming g van God aan zee ^ I 3I<br />
6.1 Hetedicht g `God aan zee' I 3I<br />
6.2 Groepstitels voor God aan zee ^ in schema's en voorpublikaties P I 33<br />
6.33 De poëtische P o"tis h ordening g in de voorstadia van God aan ^ zee I 39<br />
6. 3.1I 3 De afdeling g `De heete asch' 140<br />
6, 6.3.2.2 `De zieke danser' - `De schurftige g danser' i 42<br />
6.3.3 ^3 3 'Verzoeking g van God' I145<br />
6. 3.44 De context van `Gij 1 zijt een bloem – ^ en 'k ben alléen met u' i149<br />
6, 35 Preludium en p postludium I S o<br />
735 INHOUD
6..6 3 De bloemlezing e g Blikken I S o<br />
6.44 Overzicht van de gedichten g in God aan ^ zee I S4<br />
6. S Werkwijze 1 samenvatting g I SS<br />
7 Voorstadia van Het berg-meer g I 58<br />
7 .1 De titel i S 8<br />
7.27 Schema's as voor de indeling g van Het t berg-meer g 16o<br />
7.3 Onderverdeling van `De modder-haven' en `De voedster' 165<br />
8 Besluit 167<br />
8.i Uitspraken p van Van de Woestijne 1 over het drieluik 167<br />
8.2 De e driedeling lede g a als s vorm o I 7o<br />
8. 3 Mogelijke g l voorbeelden, ^73<br />
verwante opvattingen I<br />
DRUKGESCHIEDENIS 179<br />
I De modderen man 179<br />
es 1.1 Drukgeschiedenis van De modderen man i 79<br />
1.2 De modderen man : uitvoering 181 g<br />
2 Het me nh sc eli J k brood d en God aan ^ zee 18 3<br />
2.1 Drukgeschiedenis van God aan ^ zee i 8 3<br />
2.288<br />
God aan n ^ ee : uitvoering g 1<br />
2. 3 Drukgeschiedenis g van Het menscbeli J k brood i 90<br />
2.44 Het menscheli ^ k brood: uitvoering g 19<br />
2<br />
De bloemlezing Gedichten 1<br />
3 g 92<br />
.I Drukgeschiedenis van Gedichten 12 39<br />
. 2 Gedichten : uitvoering 1<br />
3 g 96<br />
4 Het berg-meer g I197<br />
4.I Drukgeschiedenis van Het ber ^ -meer i 97<br />
4.2 Het berg-meer: ^ uitvoering g 199 I<br />
5<br />
Latere uitgaven 201 g<br />
APPARAAT 203<br />
BRONNENLIJST 205<br />
LIJST VAN VOORPUBLIKATIES 2S7<br />
VARIANTENAPPARAAT 273<br />
`Het menschelijk e 1 brood' 273<br />
De modderen man 299<br />
God aanee ^ 373<br />
Het berg-meer g S3 1<br />
BIBLIOGRAFIEËN0 77<br />
Bibliografie van p primaire literatuur 70 777<br />
Bibliografie g van literatuur over Wiekslag g om de kim 7107<br />
736 INHOUD
Bibliografien vansecundaire literatuur 7 I2<br />
Bibliografie van vertalingen z<br />
g g 77<br />
REGISTER VAN GEDICHTEN 725<br />
ZUSAMMENFASSUNG 729<br />
INHOUD 733<br />
737 INHOUD