2011 - Stichting Het Groninger Landschap

groningerlandschap.nl

2011 - Stichting Het Groninger Landschap

WEIDEVOGELS IN HET REITDIEPGEBIED 2011


Weidevogels in het Reitdiep 2011

Colofon

Tekst en foto’s : H. Feenstra

Wijze van citeren: Feenstra H. Weidevogels in het Reitdiepgebied 2011. Bureau

Vogelinventarisatie “De Kraanvogel” 2011/11. Fochteloo.

Dit rapport is samengesteld in opdracht van:

Illustratie omslag: plassen Paddepoel, slobeendennest en jongen, grutto, knobbelzwaan en gruttopul.

1


Weidevogels in het Reitdiep 2011

Inhoud:

1. Inleiding 3

2. Methode 4

3. Het gebied 6

4. Het weer 8

5. Resultaten 9

5.1 Soortbespreking 10

5.2 Alarmtellingen 15

6. Vergelijking in de tijd 17

7. Conclusies 19

8. Literatuur 20

9. Stippenkaarten 21

2


Weidevogels in het Reitdiep 2011

1. Inleiding

In 2011 zijn de weidevogels in het Reitdiep geïnventariseerd in opdracht van Het Groninger

Landschap. Aanleiding van de inventarisatie is de inrichting van het zuidelijk Reitdiepgebied gericht

op optimalisering van de terreinomstandigheden voor weidevogels. In het deelgebied Paddepoel,

tussen de Wierumerschouwsterweg en het Van Starkenborghkanaal, is het grondwater in het najaar

van 2010 opgezet van -0.93m NAP naar +0.25 NAP. Ongeveer 16 ha kwam hierdoor plas-dras te staan

in het voorjaar en zomer ondanks de enorme droogte in 2011.

In de Medenertilsterpolder is het water in het najaar/winter van 2009/10 opgezet. Na klachten van

aanliggende eigenaren en overleg met waterschap Noorderzijlvest is hier het peil in het voorjaar

2011 teruggezet naar het oude peil.

Ondanks de droogte bleven er plassen staan in Paddepoel in het voorjaar 2011.

3


Weidevogels in het Reitdiep 2011

2. Methode

Welke soorten zijn geteld

Op de soortenlijst BMP Weide- en akkervogels SOVON staan:

bergeend, gele kwikstaart, graspieper, grutto, kemphaan, kievit, knobbelzwaan, krakeend, kuifeend,

kwartel, kwartelkoning, patrijs, scholekster, slobeend, tafeleend, tureluur, veldleeuwerik, watersnip,

wintertaling, wulp en zomertaling.

Veldwerk broedvogels

De broedvogels zijn geteld volgens de BMP-methode Weidevogels van SOVON. Er zijn vijf rondes

gelopen. De inventarisatieperiode liep van week 14 - 24. De meeste bezoeken zijn rond zonsopgang

gestart. Per ronde zijn drie veldbezoeken gepland om het maximale eruit te halen. Met 16,5 uur

veldwerk per ronde is gemiddeld 9,4 minuten per hectare geïnvesteerd.

1 . 7-apr 7,00 12,25 5,25

8-apr 7,00 11,00 4,00

11-apr 9,00 12,25 3,25

13-apr 9,25 12,75 3,50

2 . 19-apr 6,50 12,50 6,00

21-apr 6,50 10,50 4,00

25-apr 6,00 12,50 6,50

3 . 5-mei 6,00 12,00 6,00

9-mei 5,75 10,75 5,00

12-mei 7,00 12,50 5,50

4 . 19-mei 7,25 12,50 5,25

25-mei 5,50 10,50 5,00

30-mei 5,25 11,50 6,25

5 . 7-jun 5,00 12,00

6,50 7,00 regen 6,50

9-jun 5,00 10,00 5,00

14-jun 5,75 11,00 5,00

Tabel 1. Bezoekdata en tijden.

4


Weidevogels in het Reitdiep 2011

Uitwerken broedvogels

Tijdens het veldwerk zijn alle waarnemingen die op een territorium wijzen ingetekend op een

veldkaart (schaal 1:10.000). Er is sprake van een geldige waarneming wanneer deze, voor de

betreffende soort, gebruikt mag worden bij het bepalen van het aantal territoria.

De vijf categorieën van waarnemingen zijn de volgende:

1. Waarnemingen van volwassen individuen in broedbiotoop

2. Waarnemingen van paren in broedbiotoop

3. Territoriumindicerende waarnemingen in broedbiotoop *

4. Nestindicerende waarnemingen

5. Nestvondsten

* territoriumindicerende waarnemingen zijn waarnemingen van zang, balts, baltsvoedering,

paren, dreigen, vechten etc.

De waarnemingen van een soort zijn thuisgekomen op soortkaarten overgezet. Aan het eind van het

veldseizoen is het aantal territoria bepaald. Dit moet strikt volgens de interpretatiecriteria worden

uitgevoerd. Het aantal territoria kan gezien worden als een zo betrouwbaar mogelijke weergave van

het aantal aanwezige broedvogels (Van Dijk 2004).

Broedsucces

Welke soorten broeden succesvol in het Reitdiep? Om hier inzicht in te krijgen is aandacht uitgegaan

naar nesten en ouders met jongen. Er zijn alarmtelling uitgevoerd van de derde tot vijfde ronde om

een beeld van de reproductie te krijgen van de steltlopers. Voor grutto, tureluur en wulp zegt het

bruto territoriaal succes (BTS) iets over de reproductie. Ook nestindicerende waarnemingen van

zangvogels en eenden zijn genoteerd.

Bruto territoriaal Succes

Bij de alarmtellingen voor het bruto territoriaal succes (BTS) wordt het aantal paren geteld dat

specifiek alarmgedrag vertoont, als indicatie voor de aanwezigheid van kuikens, in de fladderweek.

Dit is de week waarin de eerste kuikens vliegvlug worden. Op dat moment in het broedseizoen zijn er

ook nog kuikens die nog niet zo ver zijn, en veelal zelfs ook nog niet uitgekomen legsels; gemiddeld

over alle broedparen valt de fladderdag daarom ruwweg halverwege de kuikenfase. BTS meet dus

niet het aantal uitgevlogen jongen, maar het aandeel van de paren dat ongeveer halverwege de

kuikenfase nog minimaal één kuiken in leven heeft. Bruto territoriaal succes is bruikbaar, maar dan

vooral om vergelijkingen tussen jaren of regio’s te maken. Hieraan zijn echter wel een aantal

voorwaarden verbonden. De gebieden waarvoor het BTS wordt berekend moeten minimaal 250 ha

groot zijn. De gezinstellingen moeten worden gebaseerd op broedvogelkarteringen en niet op

nestvondsten (Nijland et al. 2010). Paddepoel is het enige gebied dat aan de norm voldoet

BTS < 50%: onvoldoende voor instandhouding van de populatie

BTS tussen de 50 en 65%: mogelijk voldoende voor instandhouding van de populatie

BTS > 65%: voldoende voor instandhouding van de populatie.

5


Weidevogels in het Reitdiep 2011

3. Het Gebied

Het Reitdiepgebied tussen Groningen en Winsum is een oud cultuurland met wierden, oude akkers

en kronkelende sloten. De Hunzeis de grootste vormgever van het gebied geweest. De oude

getijdenrivier was eeuwenlang een open verbinding tussen Groningen en de zee. Vanaf de 17e eeuw

is het Reitdiep gegraven voor de scheepvaart. Het Groninger landschap beheert vijf deelgebieden in

het Reitdiepgebied met een totale oppervlakte van 523 hectare.

A . Schilligeham

B . Garnwerd

C . Medenertilsterpolder

D . Paddepoel

E . Koninglaagte

50 ha

139 ha

30 ha

233 ha

71 ha

Tabel 2. De eigendommen van Het Groninger Landschap in het Reitdiepgebied.

6


Weidevogels in het Reitdiep 2011

Vernatting:

De oude meanders van de Hunze liggen nog in het landschap maar zijn drooggevallen. Het

Reitdiepgebied is een belangrijk gebied voor weidevogels en een kerngebied binnen de Ecologische

Hoofdstructuur. Met het project ‘Laat het Reitdiep weer kronkelen' van Het Groninger Landschap

blijft de verwevenheid van eeuwenoude cultuurhistorie, landschap en natuur behouden.

Hoofddoelstelling van het project is een aangepast waterbeheer afgestemd op de weidevogels. Dit

betekent een meer natuurlijk waterpeil met verschil in zomer- en winterpeil, plaatselijk plas-dras en

gemiddeld hoog grondwaterpeil in de zomer.

Vroege ochtend in Paddepoel.

7


Weidevogels in het Reitdiep 2011

4. Het Weer

De weersomstandigheden waren vrijwel elk bezoek goed om te inventariseren. Alleen de eerste

ronde stond er een krachtige wind. Voor de weidevogels was het minder fraai weer aangezien er

nauwelijks neerslag viel in het voorjaar en op veel plaatsen voedsel onbereikbaar werd door de

droogte. Bron KNMI

Maart 2011: uitzonderlijk droog, zeer zonnig en normale temperatuur

De gemiddelde temperatuur week in De Bilt met 6,0 graden C maar weinig af van het langjarig

gemiddelde van 6,2 graden C. In het noorden van het land was maart aan de koude kant. Zo kwam in

Eelde de gemiddelde maandtemperatuur uit op 4,8 graden C tegen 5,2 graden C normaal. In het

zuiden van het land was maart juist zacht. Het was vaak rustig weer, met weinig neerslag en veel zon.

Tijdens de heldere nachten kwam het regelmatig tot vorst. In De Bilt werden 14 vorstdagen

geregistreerd, tegen acht normaal. Gemiddeld over het land was maart een uitzonderlijk droge

maand, met 13 mm neerslag, tegen een langjarig gemiddelde van 60 mm. De meeste neerslag viel in

het zuiden en midden van het land. Maart was een zeer zonnige maand, met gemiddeld over het

land ruim 185 zonuren, tegen 125 normaal.

April 2010: zeer zonnig, droog en zacht

Met in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 9,8 graden C tegen 8,3 graden C normaal, was april

zacht. In totaal werden in De Bilt drie vorstdagen geregistreerd, tegen vier normaal. In het oosten

van het land vroor het lokaal op negen dagen. De landelijk laagste temperatuur, -4,5 graden C, werd

gemeten op 23 april in Eelde. Slechts twee dagen later, op 25 april, bereikte de temperatuur in de

oostelijke helft van het land voor het eerst de zomerse waarde van 25,0 graden C. Met gemiddeld

over het land 246 zonuren tegen een langjarig gemiddelde van 162 was april een zeer zonnige

maand. April was een droge maand. Gemiddeld over het land viel 27mmtegen 42mmnormaal.

Mei 2011: Vrij warm, gemiddeld over het land droog en zonnig

Mei was een vrij warme lentemaand met in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 14,0 graden C

tegen normaal 13,1 graden C. In totaal werden in De Bilt twaalf warme dagen genoteerd, tegen 10

normaal. Aan het begin van de maand koelde het tijdens de nachten fors af. In het noordoosten van

het land kwam het op uitgebreide schaal nog op drie dagen tot lichte vorst. De landelijk laagste

temperatuur, -3,2 graden C, werd gemeten op 5 mei in Eelde. Mei was een zonnige maand met

gemiddeld over het land 266 zonuren tegen 213 uren normaal. Gemiddeld over het land is in mei 25

mm gevallen, tegen een langjarig gemiddelde van 61 mm. Het natst was mei in het noordoosten van

het land met 40 tot ruim 60mmregen. De geringe hoeveelheid neerslag in combinatie met de grote

verdamping, veroorzaakt door het veelal zonnige weer, heeft geleid tot een record hoog

neerslagtekort.

Juni 2011: Aan de warme kant, gemiddeld nat en normale hoeveelheid zon

Juni was aan de warme kant met in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 16,1 °C, tegen een

langjarig gemiddelde van 15,6 °C. In totaal werden in De Bilt twaalf warme dagen en vier zomerse

gemeten. Het normale aantal bedraagt veertien. In de nacht van 27 op 28 juni daalde de

temperatuur op een aantal plaatsen niet verder dan ongeveer 20 graden. Juni was een natte maand

met gemiddeld over het land 96 mm, neerslag tegen 68 mm normaal. In de droogste gebieden werd

50 tot 80 mm regen afgetapt. De natste plaatsen registreerden 120 tot 130 mm neerslag. Landelijk

gemiddeld scheen de zon 219 uren tegen 201 uren normaal. In het oosten en zuidoosten van het

land scheen de zon het minst, Maastricht kwam niet verder dan 188 zonuren.

8


Medenertilsterpolder

Schilligeham

Garnwerd

Paddepoel

Koningslaagte

Weidevogels in het Reitdiep 2011

5. Resultaten

Vogels in het Reitdiep

De hoge grondwaterstand in Paddepoel met plaatselijk plas-dras had een sterke toename aan vogels

tot gevolg. Veel doortrekkers wisten de ontstane plas-dras stukken in Paddepoel te waarderen.

Bokje, bosruiter, groenpootruiter, kemphaan, oeverloper, regenwulp, watersnip, witgat en zwarte

ruiter zijn er waargenomen. Een solitaire kemphen tot 19 mei. Bosruiters zongen op twee plaatsen.

Halverwege mei zaten er paren en in juni solitaire bosruiters. Boomvalk, buizerd, bruine kiekendief,

smelleken, sperwer, torenvalk en zwarte wouw zijn de waargenomen roofvogels in het totale gebied.

Enkele schaarse zangers waren: beflijster, paapje en tapuit.

Broedvogels

Er zijn 14 soorten vastgesteld van de lijst BMP weide- en akkervogels van SOVON met in totaal 518

territoria. Zeven soorten staan op de Rode Lijst. Naast “verplicht” te tellen soorten komen er

algemene soorten voor als meerkoet en wilde eend. In de sloten met riet en ruigte broeden

blauwborst, bosrietzanger, kleine karekiet, rietzanger en rietgors. Kleine plevier (4), kluut (3) en

kokmeeuw (11) kwamen tot broeden in Paddepoel. Ook in de Koningslaagte zat een kleine plevier.

Een man smient zat op 19 mei in Paddepoel en op 7 juni in de Koningslaagte (deze kon niet vliegen).

De Nijlgans broedde net buiten Schilligeham in een torenvalkkast. Eenmalig zijn paren grauwe- en

kolgans gezien. Ook zaten er Canadese ganzen waarvan één met een groene halsband NUA.

Totaal paren:

1 . knobbelzwaan 12 4 5 2 1

2 . bergeend 16 1 9 1 3 2

3 . krakeend 30 6 13 5 2 4

4 . wintertaling 3 3

5 . zomertaling 6 1 5

6 . slobeend 26 6 17 1 2

7 . kuifeend 42 6 25 4 5 2

8 . kwartel 13 11 2

9 . scholekster 66 6 25 15 11 9

10 . kievit 99 28 43 7 10 11

11 . grutto 82 10 35 7 8 22

12 . tureluur 84 18 33 9 9 15

13 . graspieper 27 2 15 5 5

14 . gele kwikstaart 12 2 3 1 1 5

Tabel 3. Soorten en aantallen.

9


Weidevogels in het Reitdiep 2011

5.1 Soortbespreking

De broedvogels worden besproken met aandacht voor nestplaatsen, reproductie en andere

bijzonderheden.

Bergeend

De eerste rondes zijn in alle deelgebieden bergeenden gezien. In het zuidelijk deel van Garnwerd

lagen rotte boomstammen met holtes die geschikt zijn als broedplaats. Pas de laatste ronde zaten er

drie paren bij het hout. Ook Schilligeham was de laatste ronde goed voor twee paren die

belangstelling toonden voor een bult afvalhout. Paddepoel kwam er het best uit met negen paren.

Langs de Paddepoelsterweg zaten de 4 de en 5 de ronde paren op het dak van een boerderij.

Waarschijnlijk hadden ze interesse voor de grote schuur als broedplaats. In het zuidelijk deel van

Paddepoel zwommen op 7 juni twee paren met 10 en 3 kleine jongen. Deze kleintjes zijn

ongetwijfeld in de buurt uit het ei gekropen.

Bergeenden op het dak aan de Paddestoelsterweg.

Gele kwikstaart

De gele kwikstaart neemt toe in het gebied. Territoria zaten in Garnwerd (1), Koningslaagte (2),

Paddepoel (3), Schilligeham (1) en de Medenertilsterpolder (5). In de Medenertilsterpolder wordt de

hoogste dichtheid gehaald met 16,7 paren per 100 hectare. Ook buiten de polder zaten paren gele

kwikstaart. Alarmerende ouders zijn gezien in Paddepoel en de Medenertilsterpolder.

10


Weidevogels in het Reitdiep 2011

Graspieper

Graspiepers zijn goed vertegenwoordigd in Paddepoel met 6,4 paren maar de dichtheid in de

Medenertilsterpolder is het hoogst met 16,7 paren per 100 hectare. De eerste rondes vallen

graspiepers nauwelijks op en wordt het beeld vertroebeld door doortrekkers. De laatste rondes nam

het aantal toe door vroeg maaien buiten de telgebieden. In de Koningslaagte liep ik bij toeval op een

nest met 5 eieren op 7 juni. Dit nest lag midden in een perceel grasland.

Grutto

In de loop van het broedseizoen verdwenen grutto’s uit Garnwerd, Schilligeham en de Koninglaagte.

Van de tien territoria in De Koningslaagte alarmeerde maar één paar. In Paddepoel zag het er beter

uit, maar de meeste ouders met jongen zaten in de Medenertilsterpolder. Op het vierde bezoek in

mei hingen er tot meer dan tien grutto’s boven mijn hoofd en was het nog lastig tellen. Op 12 mei

liepen er 3 vrij kleine pullen. Op 30 mei fladderde de eerste pullen en net buiten het reservaat liepen

families met pullen. Ouders met pullen foerageerden op de natte lage delen. Het broedsucces was

hier goed getuige de alarmtellingen maar daarover later meer. Een opgegeten vliegvlugge pul is

gevonden in Paddepoel op 9 juni.

Een gruttopul in de Medenertilsterpolder.

11


Weidevogels in het Reitdiep 2011

Kievit

Kieviten begonnen goed in de Koningslaagte. Overal zaten broedende kieviten op het nest in het

vroege voorjaar. De eerste ronde 7 nesten, de tweede ronde al snel 12 nesten op zicht gevonden.

Tijdens de vijfde ronde op 7 juni stuitte ik op een nest met 4 eieren. Op 5 mei liepen in de

Koninglaagte 3 kleine pullen en op 19 mei, 4 pullen op een drassig perceel. Uiteindelijk kwam er van

al deze nesten maar weinig terecht en was het aandeel alarmerende vogels minimaal. In de

Paddepoel een vrij kleine pul op 19 mei tussen de schapen gezien. De laatste bezoekdag op 14 juni

liepen tussen de koeien in de Medenertilsterpolder twee families kievit. Eén had minimaal 1 klein pul

(de rest zat onder moeders veren) en het andere paar 4 kleine pullen.

Knobbelzwaan

Veel knobbelzwanen droegen een aluminium ring om de poten. In vijf nesten lagen 3 - 8 en

gemiddeld 4,75 eieren. De laatste week van mei kwamen de eieren uit. Eén nest verdween in de

eifase in het westelijk deel van de Paddepoel en een tweede daar was zeer angstig. Vaak een

aanwijzing van verstoring door mensen. In de Koningslaagte zwom op 7 juni een knobbelzwaan met

gele halsband 21CP.

Krakeend

De vernatting in Paddepoel had een positief effect op krakeenden. In april en juni zaten er tientallen.

Ook de natte delen in de Koningslaagte waren in trek totdat ze droogvielen. Op 12 mei vloog een

krakeend van het nest in Garnwerd. Het nest met 4 eieren lag in een slootwal. In de brede sloot naar

Noorderhoogebrug zwom een vrouwtje met 10 kleintjes op 7 juni. In Garnwerd een vrouwtje met 8

kleintjes op 14 juni.

Kuifeend

Kuifeenden zijn algemeen met de hoogste dichtheid in Paddepoel. Eind mei gedroegen meerdere

paren zich stiekem. Het eerste nest met 5 eieren werd op 25 mei gevonden. Ook het tweede nest

met 7 eieren werd in Paddepoel gevonden op 7 juni. Beide nesten lagen in een slootwal en beide

vrouwtje besmeurde de eieren met stront toen ze opvlogen. In de Koningslaagte zwom een vrouwtje

met 6 kleintjes op 7 juni.

Kwartel

De kwartel is een invasiegast die massaal kan opduiken in Nederland, zo ook in 2011. Vrijwel alle

kwartels riepen in het westelijk deel van Paddepoel. In de Koningslaagte riep een kwartel op 19 mei

net buiten het telgebied. De volgende ronde was het perceel gras gemaaid. In Garnwerd riepen twee

kwartels op 14 juni in lang gras.

12


Weidevogels in het Reitdiep 2011

Scholekster

Er is niet naar nesten gezocht maar wanneer vogels op korte afstand opvlogen en zich nestindicerend

gedroegen is wel even gekeken. Viermaal is zo een nest van de scholekster gevonden. In Paddepoel

een nest met 4 eieren op 9 mei. Op 9 juni een scholeksternest met 3 eieren in Garnswerd. Op 14 juni

twee nesten met 2 en 3 eieren in Schilligeham. In het zuidelijk deel van de Paddepoel liep een vrij

grote pul op 7 juni tussen de koeien. In de Medenertilsterpolder liepen tussen de koeien twee

families met 3 vrij grote pullen en een derde paar alarmeerde.

Scholeksterpul in Paddepoel.

Slobeend

In de Koningslaagte is op 5 mei een nest met 7 eieren gevonden midden in een perceel grasland.

Vooral Paddepoel was rijk bedeeld met slobeenden door het hoge waterpeil. Daar zaten 17 territoria

en meerdere nesten. Op 9 mei vloog een vrouwtje van het nest uit hoog gras midden in een perceel

grasland. De eerste negen kleine jongen zijn gezien op 19 mei in het zuidelijk deel. Op 7 juni

zwommen er vijf vrouwtjes met tientallen jongen. Drie vrouwtjes met jongen zwommen samen weg.

Op 9 juni zwommen twee vrouwtjes in het noordelijk deel van de Paddepoel met 17 jongen. Dezelfde

dag ook nog twee nestindicerende vrouwtjes daar. In de Medenertilsterpolder een vrouwtje met

afleidingsgedrag op 14 juni.

13


Weidevogels in het Reitdiep 2011

Tureluur

Nesten van tureluur zijn lastig te vinden. Wanneer je goed op opvliegende vogels let, stuit je soms op

nesten. Van de tureluur lag een nest in de Medenertilsterpolder op 27 april en Garnwerd op 12 mei,

beide met 4 eieren. In de Koningslaagte een klein pul op 19 mei. In de Medenertilsterpolder op 30

mei, 3 hele kleintjes en 2 vrij kleine pullen. Vrijwel op dezelfde plek liepen tussen de koeien twee

families met 3 en 2 vrij grote pullen op 14 juni.

Wintertaling

Begin april zaten er 140 talingen in de Koningslaagte. Ook de Paddepoel was goed voor enkele

tientallen wintertalingen. Door de droogte weken de paren uit naar het zuidelijk deel van de

Paddepoel. Alle drie de territoria zijn hier gevonden. Er zijn geen nesten gevonden of ouders met

jongen gezien. In juni zaten er zeven mannetjes op de plassen.

Zomertaling

Ook de zomertaling maakte dankbaar gebruik van de vernatting. Van in totaal zes paren zaten er vijf

in Paddepoel. Op 7 juni gedroeg een vrouwtje zich nestindicerend in het noordelijk deel. Ook de

mannetjes van de zomertaling verzamelde zich in het natte deel aan de zuidkant van de Paddepoel.

14


Weidevogels in het Reitdiep 2011

5.2 Alarmtellingen

Vijf rondes zijn alle territoriale waarnemingen ingetekend en van de derde tot vijfde ronde de

alarmerende ouders geteld. In tabel 4 wordt het percentage alarmerende ouders vermeld op het

totaal aantal territoria. Het geeft inzicht in de broedresultaten maar ook het verloop in het

broedseizoen.

Alle stellopers scoorden het hoogst in de Medenertilsterpolder. Tijdens de vierde ronde alarmeerde

73,3% van de tureluur en 77,3% grutto. Van de scholekster alarmeerde 66,7% en van de kievit 63,6%

op de vijfde ronde. De omgeving van de polder wordt gekenmerkt door openheid met weinig

bebouwing en opgaande begroeiing.

scholekster

alarmtelling

3de ronde 4de ronde 5de ronde

Paddepoel 16,0 24,0 36,0 %

Garnwerd 20,0 60,0 6,7 %

Koningslaagte 0,0 50,0 50,0 %

Schilligeham 18,2 63,6 36,4 %

Medenertilsterpolder 33,3 55,6 66,7 %

kievit

alarmtelling

3de ronde 4de ronde 5de ronde

Paddepoel 30,2 32,6 32,6 %

Garnwerd 14,3 0,0 28,6 %

Koningslaagte 14,3 25,0 28,6 %

Schilligeham 20,0 30,0 20,0 %

Medenertilsterpolder 18,2 18,2 63,6 %

grutto

alarmtelling

3de ronde 4de ronde 5de ronde

Paddepoel 17,0 54,3 37,1 %

Garnwerd 28,6 57,1 28,6 %

Koningslaagte 10,0 10,0 10,0 %

Schilligeham 25,0 50,0 37,5 %

Medenertilsterpolder 59,1 77,3 36,4 %

tureluur

alarmtelling

3de ronde 4de ronde 5de ronde

Paddepoel 3,0 57,6 54,6 %

Garnwerd 22,2 55,6 44,4 %

Koningslaagte 0,0 38,9 44,4 %

Schilligeham 0,0 66,7 33,3 %

Medenertilsterpolder 20,0 73,3 46,7 %

Tabel 4. Alarmerende ouders met jongen in het Reitdiepgebied.

15


Weidevogels in het Reitdiep 2011

Bruto territoriaal succes

Voor grutto, tureluur en wulp wordt gewerkt met het bruto territoriaal succes. Voor de

Medenertilsterpolder was het BTS goed maar het gaat om een klein gebied waardoor het BTS niet

voldoet aan de voorwaarden (zie methode voor uitleg). Hetzelfde geldt voor Schilligeham en

Garnwerd. Alleen de BTS van Paddepoel is betrouwbaar volgens de methodiek. Voor Paddepoel was

het BTS van grutto 54% en tureluur 58%. Een BTS tussen de 50 en 65% is mogelijk voldoende voor

instandhouding van de populatie.

grutto BTS tureluur BTS

Paddepoel 35 territoria 54,29% 33 territoria 57,58%

Garnwerd 7 territoria 57,14% 9 territoria 55,56%

Koningslaagte 10 territoria 10,00% 18 territoria 38,89%

Schilligeham 8 territoria 50,00% 9 territoria 66,67%

Medenertilsterpolder 22 territoria 77,27% 15 territoria 73,33%

Tabel 5. Alarmerende ouders en het BTS in het Reitdiep.

Grutto alarmerend in Paddepoel.

16


Weidevogels in het Reitdiep 2011

6. Vergelijking in de tijd

Een vergelijking met de inventarisaties uit 2008 en 2010 geeft een goed beeld van de soorten en

aantallen door de jaren heen. De intensiteit van het onderzoek en de tijden van waarnemen zijn van

invloed op de resultaten zo ook de waarnemingomstandigheden. In 2011 is het onderzoek verdeeld

over drie ochtenden en in 2008 en 2010 over twee ochtenden per ronde. In 2008 is gemiddeld 10

minuten per hectare geïnvesteerd inclusief nachtbezoeken. In 2010 is 7,8 minuten per hectare

geïnvesteerd en in 2011, 9,4 minuten (+17%).

De trend in 2008-2011

Krakeend, wintertaling, zomertaling, slobeend, kuifeend, scholekster, grutto zijn toegenomen maar

t.o.v. 2010 is de grutto iets afgenomen. De vernatting in Paddepoel, versterkt met de droogte elders,

heeft geleid tot een sterke toename van soorten in dit deelgebied. De toename van de grutto in

Paddepoel duurt voort. De grutto heeft meer verspreid over Paddepoel gebroed. In 2008 en 2010

waren de broedgevallen van grutto geconcentreerd tussen Harssenbosch en de Paddepoelsterweg.

In 2011 zijn ook broedgevallen in het zuidelijk deel en meer noordelijke deel van Paddepoel

waargenomen.

Het aantal knobbelzwaan, kievit, tureluur is stabiel. Na een toename van 1988 tot 2008 lijkt er

sprake van afname bij de graspieper. Tafeleend en veldleeuwerik zijn vastgesteld in 2010 maar zijn

waarschijnlijk toevaltreffers. Veldleeuweriken zijn in de ruime omgeving van het gebied niet zingend

gehoord zo ook niet in 2008. Zuidelijk van Groningen is in de polders Lappenvoort en Oosterland is in

2010 een dichtheid van 6,9 paren veldleeuwerik per 100 hectare vastgesteld (Feenstra 2010).

Fluctuerende aantallen kenmerken het aantalverloop van bergeend, gele kwikstaart en kwartel.

2008 2010 2011

1 . knobbelzwaan 13 9 12

2 . bergeend 11 22 16

3 . krakeend 17 21 30

4 . wintertaling 0 1 3

5 . zomertaling 0 5 6

6 . slobeend 11 19 26

7 . tafeleend 0 1 0

8 . kuifeend 28 18 42

9 . kwartel 3 0 13

10 . scholekster 48 58 66

11 . kievit 97 94 99

12 . grutto 49 97 82

13 . tureluur 79 83 84

14 veldleeuwerik 0 3 0

15 . graspieper 46 43 27

16 . gele kwikstaart 4 17 12

Tabel 6. Weide- en akkervogels in het Reitdiep in 2008-2011 (A&W 2008, De Boer 2010 en dit rapport).

17


Weidevogels in het Reitdiep 2011

Afname en toename

Schilligeham, Garnwerd en de Koningslaagte scoorden minder dan in 2010 ongetwijfeld veroorzaakt

door de droogte. De Koningslaagte en veel sloten in Garnwerd en Schilligeham vielen bijna droog in

2011. Op de overgebleven lage natte delen zaten succesvolle paren met hun jongen. Het verlagen

van de grondwaterstand in de Medenertilsterpolder in het voorjaar van 2011 is mogelijk de

veroorzaker van de afname daar. Ondanks de afname ten opzichte van 2010, worden er nog steeds

de hoogste dichtheden gehaald met: 73 paar grutto, 50 paar tureluur, 30 paar scholekster en 17 paar

graspieper en gele kwikstaart per 100 hectare.

Toename was er in Paddepoel, dat in het najaar van 2010 is vernat. De dichtheid van scholekster,

grutto nam toe met een kwart en in vergelijking met 2008 verdubbelde de kievitstand. Grutto en

tureluur bereikten een dichtheid van respectievelijk 15 en 14 paar per 100 ha. De grutto spreidt zich

als een olievlek uit over Paddepoel en dat is een positieve ontwikkeling.

Paddepoel 1988 1997 2008 2010 2011 Garnwerd 1988 1997 2008 2010 2011

scholekster 35,4 14,7 7,6 8,2 10,7 scholekster 37,5 18,8 6,5 7,2 10,8

kievit 32,2 13,4 9,0 10,3 18,5 kievit 51,6 34,4 12,2 12,2 5,0

grutto 37,5 15,8 3,3 12,0 15,0 grutto 48,4 31,3 9,3 7,2 5,0

tureluur 15,0 7,5 8,5 10,7 14,2 tureluur 21,9 25,0 12,2 2,9 6,5

veldleeuwerik 7,5 0,3 0,9 0,0 veldleeuwerik 0,0

graspieper 2,9 2,1 12,3 8,6 6,4 graspieper 4,7 4,7 7,9 5,0 3,6

gele kwikstaart 0,3 3,4 1,3 gele kwikstaart 3,1 1,4 2,2 0,7

slobeend 3,5 1,6 0,9 2,6 7,3 slobeend 3,1 1,4 1,4 0,7

zomertaling 0,3 0,9 2,2 zomertaling 1,6 0,0

kuifeend 2,9 1,9 2,4 2,6 10,7 kuifeend 7,2 7,2 2,9

Koningslaagte 1988 1997 2008 2010 2011 Medenertilster 1999 2008 2010 2011

polder

scholekster 46,4 14,1 11,3 15,5 8,5 scholekster 23,3 23,3 30,0 30,0

kievit 33,3 23,2 47,8 39,4 39,4 kievit 13,3 50,0 50,0 36,7

grutto 34,3 13,1 11,3 23,9 14,1 grutto 16,6 50,0 116,6 73,3

tureluur 18,2 10,1 32,3 29,6 25,3 tureluur 16,6 46,7 63,3 50,0

veldleeuwerik 4,0 0,0 graspieper 33,3 13,3 23,3 16,7

graspieper 3,0 1,0 4,2 8,5 2,8 gele kwikstaart 3,3 6,7 23,3 16,7

gele kwikstaart 1,4 2,8 slobeend 10,0 13,3 6,7

slobeend 1,0 1,0 5,6 8,5 8,5 zomertaling 3,3 0,0

zomertaling 2,8 1,4 kuifeend 6,6 6,6 6,7

kuifeend 2,0 3,0 11,3 4,2 8,5

Tabel 7. Dichtheid per 100 ha in de deelgebieden.

18


Weidevogels in het Reitdiep 2011

7. Conclusies

Soorten en aantallen

In het Reitdiep zijn 14 soorten van de lijst weide- en akkervogels van SOVON vastgesteld waarvan 7

op de Rode Lijst staan. Van 12 soorten zijn nesten gevonden, nestindicatief gedrag waargenomen of

jongen gezien. Alleen van kwartel en wintertaling is dat niet bevestigd. In vergelijking met 2008 en

2010 kunnen voorzichtige conclusies worden getrokken. Scholekster en grutto zijn t.o.v. 2008

toegenomen en kievit en tureluur op hetzelfde niveau gebleven. De graspieper lijkt na een toename

vanaf 1988 weer af te nemen (zie tabel 7). De graspieper en gele kwikstaart scoren goed in de

Medenertilsterpolder met 17 paar per 100 hectare. Ook scholekster, grutto, tureluur halen hier de

hoogste dichtheden. De natte delen hadden waarschijnlijk een aanzuigende werking op weidevogels

vanwege de droogte in 2011. Uiteindelijk viel zelfs de Koningslaagte gedeeltelijk droog. Paddepoel

hield vrij goed water met plassen in het zuidelijk deel omdat de waterstand in 2010 is verhoogd. In

de Koninglaagte, Garnwerd, Schilligeham en de Medenertilsterpolder namen de meeste soorten af in

vergelijking met 2010 . Paddepoel laat een overwegend positieve trend zien. Steltlopers namen er

met een kwart toe en de kievit verdubbelde zelfs in vergelijking met 2008. De grutto broedde in 2008

in het zuidwesten van Paddepoel. In 2010 was de verspreiding al ruimer en in 2011 breidde de grutto

zich verder uit. Een mooie ontwikkeling die waarschijnlijk is versterkt door de droogte. De dichtheid

aan eenden is verdubbeld (zomertaling) tot verviervoudigd (kuifeend). De verklaring ligt hier

waarschijnlijk in het vrijwel droogvallen van veel sloten in de ruime omgeving maar in Paddepoel

niet. De trend van de zangers lijkt na toename weer afname.

Broedsucces

Het broedsucces is gevolgd door alarmtellingen uit te voeren. Vooral de Medenertilsterpolder komt

goed uit de bus met 77% grutto en 73% tureluur met jongen. De kans bestaat dat in het extreem

droge jaar steltlopers uit de buurt de natte delen in de polder opzochten en het beeld iets

vertroebelen. Het bruto territoriaal succes is een maat om broedsucces te bepalen voor grutto,

tureluur en wulp in gebieden groter dan 250 hectare. Paddepoel komt er met 233 hectare in de

buurt. Het BTS van de grutto was er 54% en van de tureluur 58%. Volgens Nijland et al. 2010 is een

BTS van 50-65% mogelijk voldoende om de populatie in stand te houden. Verder vernatten in de

gebieden lijkt het recept. Ook het verwijderen van opgaande begroeiing in open gebied is belangrijk.

Maaien

De vijfde ronde was al een aantal percelen gemaaid en vroegen boeren of ze mochten maaien omdat

het bijna 15 juni was. Na overleg met Het Groninger Landschap wordt bepaald of er gemaaid kan

worden. Indien nodig wordt een laatste check uitgevoerd. Het blijft risicovol omdat op meerdere

plekken in juni weidevogels op eieren zaten (in 2011 o.a. graspieper, kievit, kuifeend en scholekster).

Verspreidt in het gebied concentreerden zich op de natte delen ouders met pullen. Maaien kan dus

een negatief effect sorteren. Van acht gevonden eendenlegsels lag 62,5% midden in grasland:

slobeend (2), wilde eend (1), onbekend (2). Nesten van krakeend (1) en kuifeend (2) lagen langs de

slootwal. Ook een nest van de graspieper werd 7 juni gevonden mogelijk omdat een eerder nest

buiten het gebied is uitgemaaid. Half juni maaien is voor veel soorten te vroeg.

19


Weidevogels in het Reitdiep 2011

8. Literatuur

De Boer P. 2011. Weidevogels in het Reitdiepgebied in 2010. SOVON-inventarisatierapport 2011/14.

SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.

Dijk, A.J. van 2004. Broedvogels inventariseren in proefvlakken. Handleiding Broedvogel Monitoring

Project (BMP). SOVON, Beek-Ubbergen.

Feenstra H. 2010. Broedvogels in de polders Lappenvoort en Oosterland 2010. Bureau

Vogelinventarisatie De Kraanvogel 2010/12 Fochteloo.

Nijland W.A. et al. 2010. Methodes monitoring weidevogels. SOVON – onderzoeksrapport 2010/09.

SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.

Krakeend met jongen in Schilligeham.

20


Weidevogels in het Reitdiep 2011

9. Stippenkaarten

21


Weidevogels in het Reitdiep 2011

22


Weidevogels in het Reitdiep 2011

23


Weidevogels in het Reitdiep 2011

24


Weidevogels in het Reitdiep 2011

25


Weidevogels in het Reitdiep 2011

26


Weidevogels in het Reitdiep 2011

27


Weidevogels in het Reitdiep 2011

28


Weidevogels in het Reitdiep 2011

29


Weidevogels in het Reitdiep 2011

30


Weidevogels in het Reitdiep 2011

31


Weidevogels in het Reitdiep 2011

32


Weidevogels in het Reitdiep 2011

33


Weidevogels in het Reitdiep 2011

34


Weidevogels in het Reitdiep 2011

H. Feenstra

Bureau Vogelinventarisatie De Kraanvogel

Fochteloërveen 10, 8428 RR FOCHTELOO

hermanfeenstra@hetnet.nl

35

More magazines by this user
Similar magazines