ozyrx3l

meesgroep8

ozyrx3l

LMA magazine

maandelijks digitaal magazine


Uitgave van de Stichting Leven Met Autisme – Jaargang 2 juni 2015


Leven met autisme - Jaargang 2 - juni 2015

Inhoud

2 Van de voorzitter

3 Brainblocks

4 Bewindvoering

5 “Getver, schoolreisje” – Anton Horeweg

6 Column Kaya – De barmhartige Samaritaan

7 Boze buien - Madelon

8 Boekrecensie: Houvast

9 Leestips

10 Autisme en goed gevoel – Peter (B)

12 Uitnodiging LMA middag 28 juni

13 Voor mijn dochters - Mariska

14 In Kaatjes Keuken: Gado Gado

15 Lieve mooie kleine peuzelman – Ciska Horn

16 Een partner met autisme – Diede

17 Column Peter (NL) - Kanarie

17 Column Jasper - Dancing

18 Column Bea Driessen – Op reis

19 FB groep: Problemen met eten

Colofon

Hoofdredactie

Heidi Meijer

Redactie

Natasja Hoogerheide, Tineke Dijkstra,

Ciska Horn, Peter Vermeulen.

Lay-out

Heidi Meijer

Striptekeningen

Patricia Bouwhuis

Foto’s magazine

123rf.com

Kopij insturen

Kopij voor het volgende nummer moet uiterlijk op de

10 de van elke maand bij de redactie binnen zijn.

Email

Vragen: redactie@levenmetautisme.com

Artikelen: magazine@stichtinglma.nl

Abonnee worden

Aanmelden kan via de website

www.levenmetautisme.com

Stichting Leven Met Autisme heeft als doel het

verzamelen en delen van kennis en ervaring over het

leven met autisme. Meer over de stichting is te lezen op

www.stichtinglma.nl

De in het LMA-magazine gepubliceerde artikelen

weerspiegelen niet de mening van het bestuur van de

stichting of de redactie van het LMA-magazine. Zij

hebben een neutrale houding ten opzichte van deze

artikelen.

© Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen

zonder uitdrukkelijke toestemming van Stichting Leven

Met Autisme.

20 Column Heidi – Ze blijven maar bellen

20 Strip van Patricia Bouwhuis


Leven met autisme magazine - juni 2015 – Pagina 1


Van de voorzitter


“Als je één persoon met autisme kent, dan ken je één

persoon met autisme”.

Wat heb ik de afgelopen weken veel aan deze

uitspraak moeten denken. Het ene generaliserende

artikel na het andere kwam voorbij. Vol met

standaard uitspraken over autisme. Maar niet alleen

van de mensen zonder autisme. Ook de mensen met

autisme doen er aan mee. “Ik ben een echte

asperger” is een opmerking die ik regelmatig voorbij

zie komen op de sociale media.

Zelf heb ik drie kinderen met autisme en veel mensen

om mij heen met autisme of autisme kenmerken. Mijn

kinderen hebben ieder op hun eigen manier autisme.

Natuurlijk is er de rode draad van de problemen met

onder andere de informatieverwerking en de prikkelverwerking,

maar verder verschillen ze soms als dag

en nacht. Wat voor de één goed helpt, werkt voor de

ander absoluut niet. En omgekeerd.

Autisme is autisme. Maar hoe autisme zich uit is

afhankelijk van zo ontzettend veel factoren. De

genen, de omgeving, het cognitieve vermogen, de

fysieke conditie, de cultuur, de begeleiding, de

eventuele therapieën etc. En dat is naar mijn idee de

reden dat autisme voor iedereen anders is, maar wel

met dezelfde grondslag.

Omgaan met iemand met autisme is maatwerk. Het

betekent dat je los moet laten wat je denkt te weten.

Dat je kijkt en echt luistert naar die persoon met

autisme. Dat je ingaat op wat diegene nodig heeft.

Maatwerk!

“Als je één persoon met autisme kent, dan ken je één

persoon met autisme!” Misschien iets om wat vaker bij

stil te staan.

Hoe het is als er een probleem is met de informatieverwerking,

is iets wat ik op dit moment zelf mag

ervaren vanwege een burnout. Natuurlijk is het zwaar

maar toch zie ik ook dit weer als een manier om beter

te kunnen begrijpen wat er in mijn kinderen omgaat.

Het betekent wel dat ik het wat rustiger aan moet

doen. Maar we hebben een geweldig team van

vrijwilligers en een super bestuur dat er voor zorgt dat

alles blijft doordraaien.

Ik wens jullie weer veel leesplezier!

Heidi Meijer

Voorzitter stichting Leven Met Autisme

LMA magazine - juni 2015 – Pagina 2


Brainblocks

door Sabine van Nobelen

Hoe kan iemand met autisme op een snelle en makkelijke manier uitleggen hoe het in zijn hoofd werkt? Hoe kan jij

ervoor zorgen dat je begrijpt hoe iemand met autisme kijkt en denkt? Hoe kan je het voor iemand met autisme

makkelijker maken om over problemen te praten? Mijn ervaring is dat Brain Blocks hiervoor een mooie manier is.

Brain Blocks is ontwikkeld door Stephan van der Ven, een psychomotorisch therapeut uit Nijmegen. Het motto van

deze vorm van psycho-educatie is “Autisme: één beeld, één taal”. Met Brain Blocks kun je op een makkelijke

manier beeldend uitleggen hoe een brein met autisme werkt. Het wordt op deze manier in één oogopslag

duidelijk voor mensen mét en mensen zonder autisme. Het middel kan bij elke leeftijd gebruikt worden.

De toolbox bevat o.a. bolletjes, blokjes, magnetische staafjes en cilinders. De basis is uitleggen hoe het werkt in

een hoofd zonder autisme door middel van de bolletjes. Hierna volgt de uitleg hoe het werkt in een hoofd met

autisme door middel van rijen blokjes. Bijvoorbeeld hoe je een vol hoofd krijgt door een warboel van blokjes of hoe

een probleem kan zorgen dat er een blokje scheef komt te liggen. In totaal worden 20 onderwerpen besproken,

onder andere:

-­‐ Oog voor details

-­‐ Belangrijke en onbelangrijke informatie

-­‐ Volgorde van handelen

-­‐ Veranderingen

-­‐ Schakeltijd

-­‐ Emoties

-­‐ Een andere beleving

Mijn ervaring is dat het belangrijk is om kleine stukjes uit te leggen en goed op te letten of je niet teveel informatie

stapelt. De kunst is om op tijd te stoppen en de volgende keer weer verder te gaan, zodat informatie optimaal

opgeslagen wordt. Daarnaast is het belangrijk om in gesprek te gaan en na te gaan of de persoon herkent wat jij

vertelt. Mijn vraag aan het eind van de eerste sessie is altijd: “Kan jij laten zien hoe jouw hoofd eruit ziet als je je oké

voelt?” Omdat iedereen een eigen beeld hierbij heeft, hoeft het hoofd in rust er niet uit te zien zoals dat uitgelegd

wordt (nette rijtjes op kleur). Als je vraagt aan iemand hoe het er in zijn hoofd uit ziet als hij zich oké voelt en hij

mag neerleggen of bouwen wat hij wil, zal het gevoel van begrip voor hem groter worden. Iemand mag zijn wie

hij is, niemand is hetzelfde.

Het is bijzonder om te zien hoe snel uitleg wordt begrepen en opgepikt. Een jongen van 9 jaar die ik begeleidde

zei op een bepaald moment tegen zijn moeder: “Mam, ik denk dat je bolletjes zijn ingestort, ga maar even zitten

en neem een kopje thee. Dan kan je weer rustig worden.” De moeder gaf lachend toe dat hij gelijk had.

Als je eenmaal de uitleg hebt gevolgd bij een professional, kan je de miniversie aanschaffen voor gebruik thuis.

Deze bestaat uit een klein hoofd met blokjes en cilinders. Op deze manier kan iemand met autisme thuis uitleggen

hoe het er uit ziet in zijn hoofd op dat moment, waardoor de ander dit begrijpt en in kan schatten wat een

handige reactie of actie is.

Mijn naam is Sabine van Nobelen en ik werk inmiddels bijna 2 jaar met Brain Blocks binnen mijn autismepraktijk.

Wil je de toolbox in real life zien? Op 17 juni is er een interactieve workshop over autisme m.b.v. Brain Blocks,

filmpjes, foto’s en ervaringsoefeningen voor Mama Vita bij Centrum2Play in Alphen a/d Rijn. Meer informatie vindt

je hier: http://www.centrum2play.nl/news_report.php?task=report&id=134&group=2


LMA magazine – juni 2015 – Pagina 3


Bewindvoering

door Heidi Meijer

In augustus wordt mijn dochter 18 jaar. Een mooie leeftijd, een mijlpaal waar ze al jaren naar uitkijkt. Met 18 jaar

mag je het allemaal zelf doen. Zelf je geld beheren, zelf beslissen wat je er wanneer mee gaat doen.

Jongeren met autisme lopen vaak achter in hun sociale ontwikkeling. In hun bewustwording over hoe de wereld

werkt. In hun bewustwording van oorzaak en gevolg. Natuurlijk kijkt mijn dochter uit naar haar 18 de verjaardag,

maar is ze er ook klaar voor? Is zij in staat om beslissingen te nemen en de gevolgen te overzien? Is zij in staat om

te zorgen dat haar financiën op orde blijven? Wat als ze een slechte periode krijgt? Een periode waarbij haar

koopdwang om de hoek komt kijken? Is ze dan in staat om niet in te gaan op al die bedrijven die kopen op

krediet aanbevelen en stimuleren? Is ze dan in staat om te zorgen dat ze niet rood komt te staan op haar

bankrekening?

Bij jongeren met autisme, met of zonder verstandelijke beperking, draait het er om in hoeverre ze de gevolgen

van hun acties kunnen overzien. Kunnen ze dat niet dan kan er in een hele korte tijd een flinke financiële schuld

ontstaan. Misschien wel zo groot dat ze er de rest van hun leven voor moeten afbetalen.

Is dit te voorkomen?

Bewindvoerder

Als iemand niet zelf voor zijn financiën en bezittingen kan zorgen is er de mogelijkheid om een bewindvoerder

aan te stellen. De bewindvoerder behartigt de belangen van diegene op het gebied van financiën en

bezittingen en houdt de boekhouding bij. Hieronder valt onder andere ook de belastingaangifte doen, het

aanvragen van huurtoeslag en zorgtoeslag, of het aanvragen van een persoonsgebonden budget.

Een bewindvoerder kan een familielid zijn, iemand nauw betrokken bij de persoon of een professionele

vertegenwoordiger. Een bewindvoerder moet ouder dan 18 zijn en in Nederland wonen. Hij mag geen strafblad

hebben of zelf in de schuldsanering zitten. De instelling of het personeel van de instelling waar de persoon

eventueel verblijft kan geen bewindvoerder worden.

Bewindvoerders worden altijd benoemd door de kantonrechter. Ze moeten ook jaarlijks verantwoording

afleggen aan de kantonrechter. De kantonrechter controleert het werk van de bewindvoerder. Bewind voering

vraag je aan bij de kantonrechter van de rechtbank in het rechtsgebied (arrondissement) waar de persoon

woont voor wie de maatregel wordt gevraagd.

Bij de aanvraag is het volgende nodig:

- aanvraagformulier

- akkoordverklaring ingevuld door ouders, broers en zussen

- bereidverklaring ingevuld door diegene die bewindvoerder wordt

- verklaring van een arts of behandelaar waaruit blijkt wat voor beperking de persoon heeft voor wie de

maatregel wordt aangevraagd

Bewindvoering eindigt door:

- tijdsverloop als het voor een bepaalde tijd was benoemd;

- door overlijden van de bewindvoerder of cliënt;

- wanneer de bewindvoerder onder curatele of bewindvoering wordt gesteld;

- door ontslag of beëindiging van de bewindvoering door de kantonrechter;

- als bewindvoering wordt vervangen door een andere maatregel;

- wanneer iemand zijn belangen na verloop van tijd weer zelf kan behartigen.

Beëindiging gaat altijd via de rechtbank.

Er komt behoorlijk wat kijken bij bewindvoering. Het is goed om je er van te voren in te verdiepen zodat je niet

voor verrassingen komt te staan. Op de website van Goedvertegenwoordigd.nl is nog veel meer aanvullende

informatie te vinden.

Bron: www.goedvertegenwoordigd.nl


LMA magazine – juni 2015 – Pagina 4


“Getver, schoolreisje”

door Anton Horeweg

Dennis zat aan zijn tafeltje. Hij kon zijn gedachten nauwelijks bij zijn werk houden. Hij probeerde het heus wel, maar

hij voelde zich ellendig. Zenuwachtig, opgewonden en bang. Schoolreis; nog maar één weekje en dan was het

zover. Inmiddels wist hij waar ze heen zouden gaan; de Efteling, maar hij vroeg zich nog zoveel dingen af dat hij

niet aan werken toe kwam. Hoe laat zouden ze erheen gaan? En hoe laat zouden ze er dan zijn? En zouden ze file

hebben onderweg? En als er file was kwamen ze dan te laat? En als ze te laat kwamen, bleven ze dan langer? En

moest hij eigenlijk op de fiets naar school die dag? Of zouden zijn ouders hem brengen? Er kwam geen eind aan

wat hij zich allemaal afvroeg. Hij hoorde de juf vaag iets zeggen, maar dat kwam nu even niet uit, want zouden ze

met een gewone of een dubbeldekker bus gaan? En moest je dan boven of onder zitten? Of mocht je dat zelf

w... ”Dennis!”, klonk het nu dringend. “Wat is er nou weer!”, zei Dennis geïrriteerd terug. “Pardon?”, klonk de

verbaasd boze stem van de juf. “Sorry juf, ik was aan het denken over de schoolreis.” “Doe maar liever mee.”,

bitste de juf. “Pff nog een week. Dat duurt nog lang… Was het maar vast ná de schoolreis.”, dacht Dennis.

Maar ook aan lange weken komt een eind. Na een doorwaakte nacht en een gezellige ruzie aan het ontbijt was

de dag daar. “Waar ga jij in?”, vroeg Adam, een van de weinige vrienden van Dennis. “In alles denk ik”, sprak

Dennis stoer. Maar zo stoer als in de bus was Dennis niet. De juf had bij de eerste drie attracties wel geprobeerd

om Dennis over te halen mee te gaan, maar ze zag wel dat Dennis echt niet durfde. Dus stond hij bij elke attractie

bij de tassen, terwijl de rest in de rij stond. De enige attractie waar hij wel mee naar binnen wilde was de

droomvlucht. Daar stond echter een heel lange rij en toen na drie kwartier wachten iemand probeerde voorbij

Dennis te komen, was de maat vol voor hem. Hij werd ontzettend boos en ging helemaal uit zijn dak tegen die

persoon. Dat het toevallig de meester van de andere klas was, maakte voor Dennis niets meer uit. Voor de

meester wel. Hij nam Dennis mee uit de rij en liet hem voor straf achter bij de tassen.

Na een niet zo geslaagde ochtend kwam de lunch. Helaas voor Dennis was dat een broodje kroket of frikandel.

En dat lustte hij echt niet. “Je krijgt niks anders hoor”, zei de juf tegen hem. “Alle kinderen lusten dit en wie dit niet

lust heeft pech.” En terwijl alle kinderen hun broodje aten, at Dennis de koek die gelukkig nog in zijn tas zat.

De rest van de dag verliep net zo, Dennis durfde nergens in, stond eenzaam bij de tassen en kreeg telkens ruzie

omdat hij moe en overprikkeld was van de geluiden, de hoeveelheid mensen en de stress. Na een lange terugreis

was hij zo blij weer thuis te zijn, dat hij meteen ruzie kreeg met zijn ouders. Wat hem betreft konden schoolreisjes

meteen worden afgeschaft.

Dennis zat aan zijn tafeltje. Hij kon zijn gedachten nauwelijks bij zijn werk houden. Hij probeerde het heus wel, maar

hij voelde zich ellendig. Zenuwachtig, opgewonden en bang. Schoolreis; nog maar één weekje en dan was het

zover. Inmiddels wist hij waar ze heen zouden gaan; de Efteling, maar hij vroeg zich nog zoveel dingen af dat hij

niet aan werken toe kwam. “Dennis, nog een week tot we op schoolreis gaan. Kom je even kletsen met mij

daarover? Ik kan me voorstellen dat je het spannend vindt en dat er heel veel vragen in je hoofd rondspoken.

Daarom heb ik een plan gemaakt.”, zei de juf. “Kijk; hier zie je elke dag tien minuten voor onze Efteling update. Jij

kunt dan al je vragen die je net weer bedacht hebt aan mij stellen. Dan blijft je hoofd wat leger. Omdat je nu

misschien nog geen vragen hebt, heb ik er zelf een paar bedacht. Mét antwoord trouwens.” Enthousiast begon

de juf te vertellen over hoe laat ze weg zouden gaan, hoe laat ze aan zouden komen, wat er gebeurde als ze in

de file stonden, enz. Onder het praten schreef ze de antwoorden bij haar verzonnen vragen. “Hier houd jij dit bij

je”, zei ze. “Als je dan een vraag te binnen schiet kun je hem opschrijven. Bovendien kun je deze nog eens terug

lezen. Pff een week duurt nog best lang he?”

Maar ook aan lange weken komt een eind. Na een doorwaakte nacht en een gezellige ruzie aan het ontbijt was

de dag daar. “Waar ga jij in?”, vroeg Adam, een van de weinige vrienden van Dennis. “ In alles denk ik.”, sprak

Dennis stoer. Maar zo stoer als in de bus was Dennis niet. Hij had met de juf afgesproken, dat ze eerst langs een

paar minder enge attracties zouden gaan, die Dennis zelf had uitgezocht. Dit had hij op school al gedaan. De juf

had hem een plattegrond van de Efteling en de links van wat youtube filmpjes gegeven, zodat Dennis zelf kon

uitzoeken waar hij in wilde. Die attracties zouden ze eerst afgaan. “En dan kijk je gewoon ter plekke of je er echt in

wilt", zei de juf. “Als je niet gaat, passen wij samen op de tassen.” Dennis had op de plattegrond een route

uitgestippeld, zodat dat in ieder geval geen verrassing was. “Dennis!”, hoorde hij ineens. “Wat?”, riep Dennis.

Lees verder op de volgende pagina…..


LMA magazine – juni 2015 - Pagina 5


Vervolg “Getver, schoolreisje”

“Wacht even, ik heb mijn oordopjes nog in.” Hij deed zijn oordopjes uit die hij op aanraden van de juf had

meegenomen. “Sorry hoor, maar die herrie hier...” Hij wees naar zijn oordopjes. “Geeft niet", zei de juf, "maar we

gaan eten. Wij eten broodjes frikandel of kroket, maar jij kunt gewoon eten wat je moeder heeft meegegeven

hoor.” “Gelukkig wel”, zei Dennis, “Ik lust alleen frikadellen die mijn moeder bakt.” “We gaan nu naar de

Droomvlucht Dennis, er staat een rij van hier tot Tokio, maar ik heb geregeld dat we via een speciale ingang

mogen. Jammer genoeg mag er maar één vriendje en een begeleider mee en daarna moet je nog lang op de

rest wachten. Als jullie uitgevlogen zijn, ga je lekker daar in het parkje op dat bankje wachten. Kun je meteen even

bijkomen van alle drukte.”

Op deze manier kwam Dennis de schoolreis redelijk door. Eigenlijk vond hij het te druk en te lawaaiig, maar met

deze kleine aanpassingen lukte het net om de dag goed door te komen. Na een lange terugreis was hij zo blij

weer thuis te zijn, dat hij meteen ruzie kreeg met zijn ouders. Wat hem betreft konden schoolreisjes toch beter

worden afgeschaft.

Anton Horeweg is bijna 30 jaar leerkracht in het onderwijs en was jarenlang bestuurslid van de

landelijke beroepsgroep voor Gedrags-specialisten (LBGS) leerkracht. Daarnaast is hij Master SEN en

auteur van het boek “Gedragsproblemen in de klas”. Een praktisch handboek.

Website: gedragsproblemenindeklas.nl

Kaya loopt de marathon voor het autismefonds

De barmhartige Samaritaan

'Elke reis van duizend kilometer begint met een eerste

stap'. Zo klinkt een oud Chinees gezegde van de

filosoof Lao Tzu. Het is een opmerking die Johan Cruijff

ook had kunnen maken, geen speld tussen te krijgen.

Een jaar geleden maakte ik deze eerste stap. Ik trok

mijn sportschoenen aan die me al drie jaar lang lagen

aan te staren. Ik deed een poging mijn eerste rondjes

te rennen en ik vertelde iedereen van mijn

marathonplannen. Vele kilometers later was het dan

eindelijk zo ver; de reis naar China en de dag van de

marathon.

De deuren van de bus gingen open en we stapten de

ijzige kou in. Hier was niemand op gekleed aangezien

het later op de dag zo'n 26 graden zou worden. Het

wachten op het startschot duurde lang, maar was snel

vergeten toen we aan het rennen waren. Halverwege

de race was ik langs de kant gaan zitten op wat rotsen.

Ik had net drie uur lang gerend in de brandende zon

en ik kon niet meer, mijn benen konden niet meer. Ik

zou toch niet moeten uitstappen? Er stopte een man

voor me, die zonder wat te vragen zijn flesje water gaf.

Hij stak zijn hand uit, trok me overeind en wandelde,

zonder verder wat te zeggen, een stuk met me mee.

Rennen lukte niet meer, ik moest de overige kilometers

lopen. De man verdween uit zicht. Ik liep door. Na acht

lange uren kwam de finish in zicht. De afsluiting van

een jaar lang hard trainen. Van een week lang

optrekken met fantastische mensen uit allerlei landen.

Van een marathon die bekend staat als één van de

zwaarste in de wereld. In mijn hoofd hoorde ik Lee

Touwers stilletjes 'You'll never walk alone' zingen. Het

kippenvel stond op mijn armen en ik kreeg een

glimlach op mijn gezicht die er de rest van de week

niet meer vanaf is gegaan. Hier had ik alleen van

kunnen dromen.

Een dag later kwam ik de man tegen die me hielp op

mijn moeilijkste moment door "gewoon" met me mee te

lopen. Het bleek 'mr. Great Wall Marathon' te zijn, de

man die deze marathon alle keren (16) heeft

uitgelopen. We hebben het kort over onze ervaringen

gehad van de dag ervoor. Hij is geen zweverige

Chinese filosoof, maar een nuchtere Deen met beide

benen op de grond. Ik bedankte hem, we namen

afscheid. En lang nadat hij weg was galmde zijn laatste

woorden nog na in mijn hoofd: "If you can dream it,

you can do it!"

www.facebook.com/sportssponsoring


LMA magazine – juni 2015 – Pagina 6


Boze buien

door Madelon Wonink

In de Facebook groep lees ik wel vaker dat kinderen met autisme soms heel boos kunnen zijn en ook erg vaak. Dat

zette me aan het denken over mezelf, was ik zo'n boos kind? Nee, over het algemeen was ik meegaand en

vriendelijk. Ik moet toegeven dat ik ook wel eens volledig door het lint kon gaan, maar ik vraag me af of ik echt

boos was op die momenten.

Een paar weken geleden moest mijn kat voor castratie naar de dierenarts. Toen de assistente hem ging ophalen

zodat ik hem weer mee naar huis kon nemen kwam ze na een poos terug zonder kat maar met de vraag of ik

hem zelf even uit het hokje kon halen, want hij was nogal boos. Ik kon het me eigenlijk niet voorstellen want Knuff

was nooit boos, het is een hele lieve kat. Toen ik aankwam bij de ruimte hoorde ik een bijna demonisch geluid

komen van het beestje, slechts onderbroken door geblaas, zo kende ik mijn lieve kat niet. Het hokje werd

opengedaan en ik hurkte wat angstig voor de opening, ik keek naar mijn kat die nog steeds aan het blazen was.

Wat ik zag was dat hij in een hoekje van de ruime kooi zat en stond te trillen op zijn poten en toen kwam het besef,

dit beestje was niet boos, hij was bang en had geen idee wat er gebeurde en waarom hij daar was. Ik stak mijn

hand nog wat voorzichtig in het hok en liet hem eraan ruiken, plots veranderde hij weer in het lieve beestje dat ik

kende en ik kon hem zonder enig probleem uit het hokje halen.

De reden dat beesten zoals Knuff heel boos doen wanneer hij bang is, is dat hij het mogelijke gevaar wil

afschrikken en op een afstand houden. Dat gevoel ken ik wel, op de momenten dat ik door het lint ging (of ga)

was het niet echt woede wat ik voelde, het is een soort hulpeloze razernij die over me heen stroomt. Ik handel

puur op een soort instinct om alles en iedereen op een afstand te houden. Ik ben op zo'n moment volkomen

onredelijk (maar dat op dat moment zeggen is olie op het vuur gooien) en kan zo'n beetje alles zeggen en soms

ook doen zonder op het moment zelf een greintje schuldgevoel. De oorzaak van deze buien zijn meestal

overprikkeling en/of angst/paniek. Deze uitbarstingen duren bij mij niet erg lang, vooral als je me met rust laat en

dan komen het schuldgevoel, het verdriet en de uitputting.

Ik ben wel eens gewoon boos en ook al kan dat ook een begin zijn van een boze bui, gewoon boos voelt anders,

ik heb meer controle over wat ik doe en zeg en mijn boosheid is meer gericht.

Ik kan goed begrijpen dat het moeilijk kan zijn voor mijn omgeving om te zien of ik gewoon boos ben of niet, ik heb

er zelfs moeite mee dat verschil op dat moment te weten. Boos reageren wanneer ik in zo'n bui zit, zou ervoor

zorgen dat de bui heviger en langer duurt dan wanneer ik even een time-out krijg. Maar het is natuurlijk erg

moeilijk om dan niet te reageren op wat ik zeg en doe, maar op wat ik voel vooral als we al woorden hadden met

elkaar (conflict werkt namelijk erg overprikkelend). Dus ik begrijp wel dat het een lastig iets is, vooral als het vaak

gebeurt maar misschien helpt het je soms je af te vragen: is diegene echt boos of doet hij alleen maar zo?

Al eens een kijkje genomen op de facebookpagina van stichting LMA?


LMA magazine – juni 2015 - Pagina 7


Boekrecensie: Houvast

door Natasja Hoogerheide

autisme meer houvast kunt geven, waardoor hij of zij

meer open en leerbaar wordt. Niet door alleen maar

structuur aan te bieden, maar vooral door je houding

en je liefde in te zetten als gereedschap in het contact

met het kind. In dit boek beschrijft ze haar methodiek,

met veel prachtige voorbeelden.

Houvast

Contactgericht spelen en leren met kinderen in het

autistisch spectrum

Anneke Groot

Uitgeverij SWP

ISBN 9789088505973

Vol verwachting sloeg ik het boek open op een

willekeurige bladzijde. Dit is wat ik las: “Kinderen met

autisme zeggen vaak nee als je ze iets aanbiedt. Zeker

als je nieuwe dingen aanbiedt. Het is niet altijd omdat

ze niet datgene willen wat je aanbiedt, maar vaak

hebben ze meer tijd nodig om tot een ja te komen.

Wat je aanbiedt is nieuw en ze hebben meer tijd nodig

om er zich mee op hun gemak te voelen. Geef ze de

tijd. Dus als ze nee zeggen, denk dan niet dat ze het

niet willen, maar bedenk dat ze het nú nog niet willen.

Bied het later nog een keer aan. Dit maakt je

vasthoudend en tegelijkertijd blijf je flexibel. Als een kind

nee zegt, dan respecteer je dat. Maar je kunt later nog

weer terug komen met je vraag.”

Ik was aangenaam verrast. Dit was de meest liefdevolle

beschrijving die ik ooit gelezen had over hoe je met

een nee moet omgaan. Dit stukje tekst gaf meteen

aan waar het boek over gaat. Door liefdevol en

vasthoudend los te laten en het kind te respecteren,

kun je juist vasthouden en komt er groei en

ontwikkeling. Ik kon niet wachten om het boek

helemaal te lezen!

Anneke Groot is moeder van een zoon met autisme en

de grondlegger van Stichting Horison, een

kenniscentrum voor Contactgericht Spelen en Leren:

een methode waarbij je leert hoe je het kind met

Het boek beschrijft hoe je contact kunt maken met het

kind met autisme en hoe om te gaan met prikkelverwerking

en dyspraxie. Als je goed contact wil maken

met het kind, kun je je openstellen, door zonder oordeel

af te stemmen op het kind en het te volgen in wat het

doet. Daardoor zal het kind meer grip ervaren op jou,

de wereld om hem heen en op de situatie en zal het

zich meer openstellen voor jou. Door bepaald gedrag

van het kind te bekrachtigen, zal dat gedrag

toenemen. Grenzen zijn nodig om contact te blijven

maken met zichzelf en met anderen. Hoe kun je

grenzen stellen aan het kind met autisme zonder dat

het escaleert? Om op de juiste manier grenzen te

stellen aan het kind is je eigen lading erbij niet nodig.

Dan worden je grenzen een aanval die alleen maar

energie kost. Dit boek gaat dus ook over jezelf als

ouder of verzorger. Hoe kun je zorgen dat je kracht en

vertrouwen uitstraalt naar het kind, in plaats van stress

en machteloosheid?

Hier komen we bij een ander heel sterk deel van het

boek. Autisme gaat ook over jezelf als ouder en

opvoeder. Je kunt er haast niet omheen om ook aan

de slag te gaan met je eigen gevoelens en emoties. Als

je zelf vol met emoties zit of je eigen emoties niet kunt

accepteren, dan kan dat je in de weg staan. Je

emoties mag je toelaten en voelen, maar ze mogen

niet je handelen bepalen. Hoe kun je je eigen

overtuigingen loslaten en een ander gevoel krijgen

over de situatie? Mooi is het hoe Anneke beschrijft dat

je natuurlijk ook gewoon een slechte dag mag

hebben. Dat hoort bij het leven. De weg is zwaar en

het is onmogelijk om alles precies helemaal goed te

doen. Als je de lat te hoog legt voor jezelf, raak je op

den duur opgebrand. Door steeds te reflecteren op je

eigen houding en handelen, en liefdevol te zijn naar

jezelf, ga je steeds minder oordelen en zal je houding

steeds meer ontspannen en open zijn.

Ik heb het boek met plezier gelezen en kreeg er een

heel warm gevoel van. De liefde spat van het boek af.

Ik hoop dat veel ouders, verzorgers en hulpverleners het

boek zullen lezen, zodat liefde en begrip voor het kind

met autisme zich als een olievlek verspreidt. Dank je

Anneke Groot, dat je dit met ons wil delen!


LMA magazine – juni 2015 - Pagina 8


Leestips


Om in onze sociale wereld te kunnen (over)leven, heb

je sociale vaardigheden nodig. De meeste kinderen en

volwassenen hebben daar geen problemen mee en

nemen ongeschreven regels vaak moeiteloos in acht.

Maar personen met een autisme spectrumstoornis of

bijvoorbeeld ADHD kunnen sociaal-cognitieve

problemen hebben, waardoor de regels voor hen vaak

verborgen blijven.

Speciaal voor hen zijn in deze dagkalender 366 van

‘Je hebt ADHD en autisme.’ Het halfjaar nadat Trenke

Riksten-Unsworth dit te horen krijgt, bekijkt zij zichzelf van

een afstandje. Welke gedragingen, gevoelens en

gedachten maken dat zij aan de criteria voor deze

diagnoses voldoet? Ook neemt zij diepte-interviews af

bij mannen en vrouwen die dezelfde diagnoses

hebben. Puttend uit eigen ervaring en uit die van de

geïnterviewden maakt ze duidelijk hoe autisme en

AD(H)D zich uiten en hoe men functioneert in de

omgeving.

zulke regels, tips, eyeopeners en energizers

opgenomen. In de praktijk blijkt namelijk dat het

behandelen van één regel of tip per dag al kan helpen

succesvoller en gelukkiger te worden in sociale

interacties.

Deze editie van de Verborgen regels dagkalender

wordt gemaakt in samenwerking met de stichting

Leven Met Autisme. Reserveer nu alvast je exemplaar

op www.uitgeverijpica.nl

Nieuwe facebookpagina met leuke tips en humor om het leven wat makkelijker te maken.

LMA magazine – juni 2015 - Pagina 9


Autisme en goed gevoel

door Peter Vermeulen (Autisme Centraal België)

Het leven kan soms best lastig zijn als je autisme hebt.

Als we de verhalen van mensen met autisme mogen

geloven, dan gaan autisme en stress hand in hand. En

die verhalen krijgen volop bevestiging vanuit de

wetenschap. Blijkens onderzoek is er geen doelgroep

die meer last heeft van stress en angsten dan mensen

met autisme. En die stress lijkt dan nog eens erg

besmettelijk ook, want bij uitbreiding lijken ook ouders

en hulpverleners van mensen met autisme bijzonder

vatbaar voor stress.

Geen wonder dus dat er veel aandacht gaat naar

stress en angsten en hoe deze te voorkomen of aan te

pakken. De workshop ‘stressmanagement en autisme’

binnen Autisme Centraal loopt elke keer aardig vol.

Ondanks de grote interesse en de positieve reacties,

bleef ik na elke workshop toch met een beetje een

wrang gevoel zitten. Door uitgebreid in kaart te

brengen wat mensen met autisme allemaal stress

bezorgt, creëerde ik alleen maar stress bij de ouders en

hulpverleners. Bij elk vakje dat aangekruist werd op de

intussen populaire Autisme Stress Vragenlijst, nam het

ongemak bij hen toe: “Jeetje, zo veel stress!”

Geplaagd door dat wrang gevoel, vroeg ik me af of

het misschien niet tijd werd om de kijk 180° te draaien.

Wat als we nu eens niet zouden kijken naar wat

mensen met autisme een slecht gevoel bezorgt, maar

integendeel verkennen wat hen een goed gevoel

geeft? Als we beter weten waar ze van genieten, wat

hen rust geeft of wat hen plezier bezorgt, dan kunnen

we daar mee aan de slag om de levenskwaliteit van

mensen met autisme te verhogen. En zo bereiken we

evenveel, zoniet meer, dan wanneer we ons hoofd

breken over hoe we hun stress, angsten en kopzorgen

kunnen verminderen. Weg van de klassieke

probleemgerichte insteek dus, waarbij we vooral gaan

bevragen en analyseren wat stress geeft.

En daar zijn redenen genoeg voor. De eerste is dat we

sinds de ‘ontdekking’ van autisme door de heren

Kanner en Asperger vooral gekeken hebben naar alles

wat niet goed gaat bij autisme: de tekorten van

mensen met autisme, hun beperkingen, de last die ze

hebben en de last die ze hun omgeving bezorgen. En

dat was allemaal best nodig (en dat is het nog steeds)

om de nood aan zorg en ondersteuning te kunnen

aantonen. Maar de zogenaamde kommer en kwel

vormen slechts de helft van het verhaal (en soms zelfs

niet eens de helft). Mensen met autisme zijn meer dan

hun beperkingen en hun moeilijkheden. Elke persoon

met autisme heeft ook mogelijkheden en niet elke

situatie is moeilijk. Kortom: autisme is niet altijd en overal

een handicap. En dus heeft het ook zin om te zoeken

naar waar en wanneer autisme geen handicap is en

wat we kunnen leren uit die situaties om het leven van

mensen met autisme en de mensen uit hun omgeving

aangenamer te maken.

Een andere, veel sterkere reden om vanaf nu meer

aandacht te besteden aan ‘goed gevoel’ in autisme, is

dat positieve gevoelens de neiging hebben om

besmettelijk te zijn. Zo pas nog circuleerde op Internet

een filmpje van hoe besmettelijk goed gevoel wel kan

zijn. Een vrouw krijgt in de metro een SMS die haar doet

lachen en binnen een paar minuten tijd is het hele

treinstel aan het lachen.

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat als we

teveel en te lang aandacht besteden aan problemen

en al wat niet goed gaat, we meer kans hebben op

een depressie of op het verergeren van een depressie

als die er al is. En dat is een beetje wat ik meemaakte

tijdens de workshop ‘stressmanagement en autisme’.

Zo iets heet een vicieuze cirkel: het gaat van kwaad

naar erger (hulpverleners die veel stress hebben door

het invullen van een Autisme Stress Vragenlijst zijn

wellicht niet het best geplaatst om iemand met

autisme uit de stress te helpen en dus wordt het alleen

maar erger…). Het omgekeerde van een vicieuze

cirkel bestaat ook. Dat heet dan een virtueuze cirkel.

En uit onderzoek (van Barbara Fredrickson en Thomas

Joiner) blijkt dat het uitlokken van positieve gevoelens

een opwaartse spiraal activeert van nog meer goed

gevoel. De reden is dat wie zich goed voelt ook

cognitief beter functioneert: het brein gaat soepeler

denken, is creatiever en heeft een meer open mind.

Allemaal cognitieve functies die je net nodig hebt om

vlot en efficiënt om te gaan met de uitdagingen die

het leven ons voorschotelt. Anders uitgedrukt: wie zich

goed voelt kan beter en soepeler oplossingen

bedenken voor de problemen die zich stellen. In dat

opzicht moeten we misschien de klassieke redenering

omtrent goed gevoel in autisme omkeren. Het is

bekend (en zelfs een diagnostisch criterium) dat het

autistisch brein moeite heeft met soepel denken.

Volgens sommigen is dit het gevolg van

contextblindheid, volgens anderen heeft het te maken

met een tekort aan verbeelding of een tekort aan

samenhangdenken. Maakt niet zo veel uit, de

gevolgen, met name rigiditeit, vasthouden aan

routines en rituelen, weerstand tegen veranderingen

en moeite met uitzonderingen, zijn gekend. De

standaard redenering is dat mensen met autisme zich

beter gaan voelen en minder stress gaan hebben,

wanneer we hen leren om wat soepeler te zijn, meer

oog te hebben voor context en leren omgaan met

veranderingen en uitzonderingen. Kortom, de klassieke

redenering is: behandel het autisme en de kans op een

goed gevoel neemt toe.

Maar wat als het nu eens omgekeerd is? Als goed

gevoel leidt tot meer cognitieve soepelheid en

creativiteit, dan moeten we misschien niet eens dat

autisme aanpakken maar mensen met autisme

gewoon meer een goed gevoel geven.

Lees verder op de volgende pagina….


LMA magazine – juni 2015 - Pagina 10


Vervolg Autisme en goed gevoel

Dus in plaats van ‘minder autistisch à minder stress en meer goed gevoel’ het omgekeerde: ‘meer goed gevoel

à minder autistisch’. Iedereen die wat ervaring heeft met autisme, weet dit eigenlijk. Op dagen dat iemand met

autisme zich kiplekker voelt, ga je veel minder autistisch gedrag en veel minder autismesymptomen zien. Logisch,

want ook bij mensen zonder autisme werkt dat zo: een mens functioneert nu eenmaal beter wanneer ie zich goed

voelt.

En dus moeten we misschien onze focus verleggen van het autisme naar goed gevoel, van wat stress geeft naar

wat gelukkig maakt, van problemen naar oplossingen, van wat fout of moeilijk gaat naar wat goed en makkelijk

loopt. En dus werd het tijd om de populaire Autisme Stress Vragenlijst te herwerken tot een meer positieve

vragenlijst: de Auti-Goed-Gevoel vragenlijst. En die kan je gratis downloaden op de website van Autisme Centraal:

www.autismecentraal.com. Nu nog mensen overtuigen om de workshops stressmanagement in te wisselen voor

een workshop Goed-gevoel-management…

Peter Vermeulen

Educatief medewerker van Autisme Centraal in binnen- en buitenland (theoretische en praktische cursussen

omtrent autisme). Hoofdredacteur van het tijdschrift "Autisme Centraal". Auteur van heel wat publicaties omtrent

autisme ("Dit is de titel", "Brein bedriegt",...). Opleiding: pedagoog; doctoraat omtrent de diagnostiek bij normaal

begaafde personen met autisme (Universiteit Leiden).


LMA magazine – juni 2015 - Pagina 11


Uitnodiging LMA middag 28 juni

Wat:

Lezing van Anneke Groot over prikkelverwerking

Anneke vertelt over prikkelverwerking en leest voor uit haar boek 'Houvast.

De moeilijkheden die kinderen met autisme met prikkelverwerking hebben,

heeft veel invloed op de manier waarop ze de wereld om zich heen ervaren

en hoe ze zich gedragen. Als je moeite hebt om het gedrag van jouw kind te

begrijpen is het belangrijk om te ontdekken wat die invloed is. Anneke

vertelt daar vol inspiratie over. Wist je bijvoorbeeld dat we meer dan vijf

zintuigen hebben? Hoe ziet het eruit als je kind onderprikkeld is? Wanneer je

kind het meest open is om te leren? Wat zijn de onhandige gevolgen als je

kind zijn eigen lichaam niet ervaart? En VOORAL wat kun je er aan of mee

doen? Op deze en nog veel meer vragen geeft Anneke antwoorden die

inspireren en proeven naar meer!

Wanneer:

Tijd:

Waar:

Voor wie:

Kosten:

zaterdagmiddag 28 juni 2015

van 13:30 uur tot 17:00 uur

Opleidingscentrum Amice, Nijverheidsweg 21, 3771 ME Barneveld

Iedereen

Donateurs gratis

Niet donateurs € 5,-­‐ per persoon

Programma: 13:30 uur inloop met een kopje koffie/thee en wat lekkers

14:00 uur welkomstwoord van het bestuur

14:15 uur lezing Anneke Groot

15:45 uur napraten

17:00 uur afronden en naar huis

Aanmelden:

bij Natasja Hoogerheide via info@stichtinglma.nl

er is ruimte voor 30 personen in volgorde van aanmelding.

Aanmelden kan tot en met woensdag 24 juni 2015.


LMA magazine – juni 2015 - Pagina 12


Voor mijn dochters

Door Mariska Boer

Ik ben Mariska (nog net)39 jaar, getrouwd en moeder van drie meisjes. Twee met ASS en een met SI.

Voor mijn oudste dochter, jij bent zo bijzonder voor mij

Omdat jij zorgt voor geklets, omdat jij met je been over je dekbed slaapt, omdat jij mij leert om anders naar de

wereld te kijken, omdat jij met je woorden heel sterk bent, omdat jij je vaak laat afremmen door anderen, omdat

jouw lichaam vanzelf gaat bewegen als je muziek hoort, omdat jij nog herinneringen heb van toen je twee jaar

was, omdat je elke kleine verandering ziet en dat ook zegt, omdat jij zo hard je best doet om sociaal

geaccepteerd te worden(wat jou soms veel moeite kost), omdat het je ook nog lukt! Omdat jij graag bepaalt,

omdat jij in iedereen wat goeds ziet, omdat jij graag onder de mensen bent, omdat jij zo ontzettend grappig bent,

omdat jij al pubergedrag krijgt, omdat ik voor jou opkom als jij het even niet redt, omdat je met je hoofdtelefoon

op zo lekker meezingt, omdat je zo intens kan genieten van ijs, omdat jij mij leert dat het ook anders kan, omdat jij

soms gênante opmerkingen plaatst, omdat jij ervoor zorgt dat ik meer mijn geduld kan bewaren, omdat jij mij

eraan herinnert dat ik niet ineens onverwachtse plannen kan uitvoeren, omdat jij rust en regelmaat nodig hebt,

omdat jij het voorbeeld bent voor je tweelingzusjes, omdat ik jou accepteer zoals jij bent.

Voor mijn tweede dochter, jij bent zo bijzonder voor mij

Omdat jij mij leerde dat een bevalling ook mooi kan zijn, omdat jij mij leerde om consequent te zijn, omdat jij mij

leert om jouw(en mijn) grenzen in de gaten te houden, omdat jij bang bent dat je iets verkeerds zou doen, omdat

jij je grote zus helpt met spullen zoeken, omdat jij zo graag knutselt, omdat jij mij stevig vasthoudt en zegt ‘Jij bent

de liefste’, omdat ik dat dan ook voel in mijn hart, omdat jij mij in mijn armen vliegt als je uit school komt, omdat jij

zorgzaam bent, omdat jij duidelijkheid boven alles wilt, omdat jij graag alles bepaalt, omdat jij zo lekker met je

kontje schudt als je danst, omdat jij zoveel hebt geleerd op de dagbehandeling, omdat jij 's morgens bij mij in bed

komt liggen en mij knuffelt, omdat jij met je tweelingzus mee naar boven gaat omdat zij niet alleen durft, omdat jij

iemand zo vol vertrouwen kan aankijken, omdat jij alles zo netjes op een rij zet, omdat jij zo gekwetst kan zijn als

iemand jou negeert, omdat jij naar je planbord kijkt, omdat jij zo boos kan zijn dat je gaat stampvoeten, omdat jij

na een meltdown even komt kroelen, omdat jij liever in een afgesloten tuin speelt, omdat jij hele wijze dingen kan

zeggen, omdat het mij ook niet meer uitmaakt wat andere mensen zeggen, omdat ik jou accepteer zoals jij bent.

Voor mijn derde dochter, jij bent zo bijzonder voor mij

Omdat jij mij leert om heel duidelijk te zijn, omdat jij zo intens leuk kan lachen, omdat jij mij hoopvol kan aankijken,

omdat jij zo lief mama kan zeggen en mij laat voelen dat ik alles voor je ben, omdat jij niet warm kan eten, omdat

jij geen harde geluiden kan hebben, omdat jij fel zonlicht haat, omdat jij niet teveel mensen om je heen kan

hebben, omdat je zo lief voor de poes bent en deze onder je arm overal mee naar toe neemt, omdat jij weet wat

je wilt, omdat jij mij leert hier beter mee om te gaan, omdat jij mij af laat vragen wat nu eigenlijk normaal is(tja, wat

is normaal?), omdat jij zo stil bent in de klas dat jij het "vergeten" kind dreigt te worden, omdat jij de leerkracht leert

wat SI problematiek is, omdat jij mij raakt, omdat jij zo hard kan gillen en stampen, omdat dit een ontlading is van

alle prikkels en jij het nog niet goed kan reguleren, omdat jij zo ontzettend goed je best doet bij de SI therapeut,

omdat jij ook één op één momenten met mama mag hebben, omdat jij mij prikkelt om weer te gaan leren,

omdat jij mij leert dat we blikken van andere mensen moeten negeren, omdat jij mij een kusje geeft en ik jouw

geen kus mag geven, omdat jij met je hoofdtelefoon op lang naar youtube kan kijken hoe iemand

verrassingseieren uitpakt, omdat jij uren met je pop kan spelen, omdat ik jou accepteer zoals je bent.


LMA magazine – juni 2015 - Pagina 13


In Kaatjes Keuken: Gado gado ( 4-6 personen)

Toen ik nog thuis woonde, was één van mijn zusjes al vegetariër.

Wanneer we iets feestelijks wilden klaarmaken, dan werd het gado

gado. Dat is een rijstgerecht met koude en warme groenten en satésaus.

De kroepoek is onmisbaar. Mijn eigen kinderen krijgen pas kroepoek na

het eten van een portie groenten. Ze mogen zelf kiezen welke ze het

liefst eten. Let bij het kopen van taugé er op dat de groente er vers

uitziet. Er mogen geen bruine plekjes op zitten. Kun je geen mooie taugé

vinden, laat de taugé dan weg.

Ingrediënten

300 gram rijst

4 eieren

250 gram sperziebonen

een kwart spitskool

1 winterwortel

200 gram taugé

1 komkommer

ingrediënten gado gado

Ingrediënten satésaus

100 milliliter kokosmelk

10 eetlepels pindakaas

1 eetlepel stroop

2 eetlepels ketjap

1 eetlepel sambal

Voorbereiding:

1. Schil de wortel en de komkommer.

2. Snijd de wortel in plakken.

3. Snijd de komkommer in halve schijfjes.

4. Snijd de spitskool in stukjes.

5. Kook 1 deciliter water. Doe de taugé in de zeef. Giet hierover

het kokende water. Zo verwijder je eventuele bacteriën.

6. Snijd de punten van de sperziebonen.

Bereiding groenten en rijst:

1. Kook de spitskool gaar in 5 minuten.

2. Kook de wortels gaar in 10 minuten.

3. Kook de sperziebonen gaar in 15 minuten.

4. Kook de eieren gaar in 10 minuten.

5. Kook de rijst gaar volgens de gebruiksaanwijzing op het pak.

ingrediënten satésaus

satésaus

Bereiding satésaus:

1. Vul een steelpan met 100 milliliter water en 100 milliliter

kokosmelk.

2. Breng het vocht aan de kook.

3. Voeg toe: pindakaas, ketjap, stroop en sambal.

4. Roeren tot een dikke saus. Extra water maakt de saus dunner,

extra pindakaas maakt de saus dikker.

Neem een schaal en bedek die met de rijst en groenten. Serveren met

kroepoek en satésaus.

gado gado met satésaus

Karen den Dekker is kookpedagoog en is gespecialiseerd in autisme. Haar zoon van 11 heeft klassiek

autisme. Ze heeft kookgroepjes voor kinderen en jongeren in haar praktijk in Geldrop. En ze geeft

kookbegeleiding bij volwassenen aan huis. Ze geeft individuele begeleiding aan (extreem) kieskeurige

eters. Ze maakte een visueel kookboek | Autisme & koken. Stap voor stap kookboek voor kinderen en

jongeren| en won daarmee een Nederlandse kookboekenprijs.

Website: www.inkaatjeskeuken.nl


LMA magazine – juni 2015 - Pagina 14


Lieve mooie kleine peuzelman

door Ciska Horn

“Wat heb je toch makkelijke eters,” zeggen ze. Ik knik

tevreden. Klopt, heb ik, ze eten ongeveer alles en met

smaak, ze zijn ook altijd bereid iets nieuws te proberen.

“Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?” vragen ze

dan. En ik jokte. Niet eens bewust, ik zei dat het eigenlijk

vanzelf was gegaan en dat ik er echt niet veel aan heb

hoeven doen, en op het moment dat ik dat zei dacht ik

ook echt dat dat zo was. De grote man was een

miemelmuis met eten maar niet extreem moeilijk,

aanvankelijk moest alles gepureerd worden met

banaan, maar vanaf vier jaar at hij zoals ieder ander

kind. De kleine man was echt een drama. Het is heel

vaak zo geweest dat een verandering bij onze kleine

man eigenlijk van de ene op de andere dag gewoon

“gebeurde”. Het wonder voltrok zich. We waren zelf

verbaasder dan hij toen hij bijvoorbeeld ineens zindelijk

was. Maar bij het eten ging het bepaald niet vanzelf.

Hij is eigenlijk ongeveer tot zijn dertiende lastig geweest

met eten. De eerste paar jaar heeft hij geleefd op

sperziebonen. Later kwamen daar boterhammen bij.

Omdat hij tot zijn twaalfde jaar niet zindelijk was,

hebben we hem veel wit brood gegeven en bananen.

Dat stopt en dat was nodig. Meer details hoeven hier

toch niet? Langzaam maar zeker wilde hij nog wel wat

proberen: Danoontje, wit brood met chocopasta,

pannenkoeken met poedersuiker, schnitzels en

andersoortig vlees met een korstje. Patatjes natuurlijk

maar absoluut zonder saus. Chips en kipnuggets. We

hebben jaren vitaminen bijgevoerd, stiekem

fijngestampt in een vijzeltje en over de chocopasta

gestrooid, maar hij merkte het toch. Ik ging me zorgen

maken toen hij echt last kreeg van overgewicht en ik al

voor me zag hoe we insuline zouden moeten gaan

spuiten. Ik ben altijd heel goed geweest in het

verzinnen van doemscenario’s.

We hebben de krachten gebundeld: het

kinderdagcentrum, het logeerhuis, en wij samen. Dat is

een voorwaarde: je moet dit gezamenlijk aanpakken.

Zonder dwang zijn we hem alternatieven gaan

aanbieden. Steeds één hapje proberen, pas daarna

mocht hij terugvallen. We konden dat toen al wel

benoemen en hij begreep het ook: eerst dit, dan dat.

We zijn begonnen met een mandarijn in plaats van de

eeuwige banaan. Ik schreef thuis al de naam van de

begeleidster op de mandarijn en de naam van kleine

man op de banaan, want hij stak één stukje in zijn

mond, trok een vreselijk zuur gezicht en stortte zich

daarna op zijn banaan. De rest van de mandarijn was

voor de begeleidster. Dit heeft echt maanden

geduurd, misschien wel drie maanden voordat hij aan

een tweede partje mandarijn begon (die banaan

mocht hij evengoed daarna wel) en pas na een

maand of vijf schreef ik zijn eigen naam op de

mandarijn. De begeleidster moest voortaan zelf haar

fruit meenemen. Het werd toch al voorjaar en dan

worden mandarijnen minder smakelijk.

Bij de lunch net zo: hij moest eerst een boterham met

onbekend beleg kiezen (keuze uit twee soorten),

daarvan moest hij minstens één stukje proeven en

daarna mocht hij terugvallen op de chocoladepasta.

En ’s avonds zijn we voorzichtig ander eten gaan

invoeren, een gehaktbal in plaats van de eeuwige

cordon bleu, een varkenslapje in plaats van de

kipnuggets. De gemakkelijkste resultaten werden

behaald toen bleek dat hij graag bami eet (daar kun

je een hoop groente in kwijt!) en ook best van rijst

houdt. Ik kookte niet dubbel. Hij moest één hapje

proeven, en als hij niet wilde mocht hij door naar zijn

toetje. Hij heeft sommige avonden echt weinig

gegeten, dan gaf ik hem nog boterhammen na het

eten.

Het ging heel langzaam. We hebben er een maand of

zeven over gedaan. Zonder dwang, hij mocht het

tempo bepalen. Bij iedere maaltijd moest hij eerst iets

raars eten voordat hij zijn gewone eten mocht pakken.

Maar het ging ook heel zeker. Nu eet hij echt alles,

behalve rauwkost en soep. Hij mag in de winkel vaak

zelf kiezen welke groente of welke pasta of welk vlees.

We eten nasi en bami, en soms een Indonesisch

rijsttafeltje, en we eten pasta’s met vlees en met vis, hij

is dol op lasagne. We eten wraps en taco’s en hij

peuzelt heerlijk mee. Het is fijn en gezellig. Als het

project niet was gelukt, dan had ik dat ook goed

gevonden, maar dit is gewoon leuker.

Donderdag eten we Marokkaanse kip tajine.

Ciska Horn is docent, vriendin, student, collega, vrijwilliger, echtgenote van "de lange", dochter,

buurvrouw, maar vooral vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, moeder van "de grote man"

(1996), student en afwasser met PDD-NOS, en "de kleine man" (1997), zonnestraal met klassiek autisme

en een verstandelijke beperking.


LMA magazine – juni 2015 - Pagina 15


Een partner met autisme – Middenweg

door Diede van Velthoven - van Beek

Een vraag die ik ergens tegenkwam was; vergt een

relatie met iemand met ass meer aanpassing van een

van beide partners of is er een middenweg? De

antwoorden op die vraag waren globaal genomen

dezelfde; ja, die middenweg is er, als beide partners

zich inzetten voor de relatie. Theoretisch gezien is dat

logisch, een vereiste voor iedere relatie en bijna een

open deur. Praktisch gezien zit het volgens mij anders in

elkaar en zijn de verhoudingen alleen relatief

meetbaar en niet absoluut.

Het begint natuurlijk al bij het feit dat iedereen en

iedere relatie anders is. Daarnaast is ook niemand met

een vorm van autisme gelijk. Wat voor de een werkt

kan voor een ander wel eens helemaal geen optie zijn.

Er is één overeenkomst in de relaties en dat is dat een

van de partners een vorm van autisme heeft en de

ander niet. Daarmee zijn de verhoudingen bij voorbaat

al scheef. Dat is noch een oordeel noch een

klaagzang maar een feit. Een feit dat voor beide

partners belastend kan zijn en meer van ze kan vragen

dan een “normale” relatie zou doen.

Vanzelfsprekend kan ik alleen in enige mate over onze

eigen relatie oordelen, ook al heb ik de relatie van mijn

ouders van dichtbij meegemaakt en begeleid ik een

aantal mensen met autisme in mijn praktijk.

Op verzoek van de psychiater heeft John op internet

het een en ander opgezocht over autisme. Hij stuitte

op een site van een psychologenpraktijk waar ook een

aantal uitspraken van partners van mensen met ass

aangehaald werden. Uitspraken als: “hij is altijd alleen

maar met zichzelf bezig en ervaart het gezin als een

last” of “ik moet alles alleen doen, of het nu de

administratie, de ouderavonden, de sociale contacten

of belangrijke beslissingen betreft”, “hij neemt geen

enkele verantwoordelijkheid en doet niets met de

kinderen” en “de steeds terugkerende verslavingen

maken me soms wanhopig”. John schrok daar van. “Dit

probeer jij me eigenlijk al jaren duidelijk te maken” zei

hij. Op zich was het bijzonder en fijn dat hij zich dat

realiseerde.


interpreteren en vertalen voor hem. Net als bij de

jongste zal ik er altijd rekening mee moeten houden

dat ik hem niet overvraag. Letterlijk. Niet meer dan één

ding tegelijk vragen of zeggen. Er niet van uit kunnen

gaan dat als ik iets niet expliciet vermeld dat het dan

toch gewoon gebeurt.

En natuurlijk heeft hij daar last van. Natuurlijk merkt hij

dat hij vastloopt in dingen en vindt hij het vervelend om

hulp te moeten vragen. Met de bedrijfsarts had John

afgesproken dat deze bij een eerste gesprek met zijn

werkgever aanwezig zou zijn, net als ik trouwens. Het

zou het eerste gesprek zijn na de diagnose en er zou

besproken worden hoe en wanneer John zijn

werkzaamheden weer langzaam op kon nemen na zijn

burnout.

Een week voor het gesprek kreeg John een mail van

zijn werkgever met de tijd en datum voor het gesprek.

Dat bleek alleen tussen hem en zijn werkgever die

bovendien niet bereikbaar was tot de datum van het

gesprek. Ook de bedrijfsarts was niet bereikbaar. Op de

aangegeven dag was het zo’n chaos in John’s hoofd

dat ik uiteindelijk zijn werkgever gebeld heb en

uitgelegd dat dit nu juist de zaken zijn die de burnout

veroorzaakt hebben. Dit begreep hij en het gesprek is

verzet.

Voor John is dit op alle fronten frustrerend. Het

onbegrip, de chaos en het feit dat hij op dat moment

niet in staat is orde in de chaos te krijgen en mij om

hulp moet vragen. Dat weet ik want ik begrijp hem. Ik

voel wat hij voelt en wat hij niet kan doe ik, met liefde.

Hij doet wat hij kan om mij te begrijpen en kan zelden

voelen wat ik voel.

De intentie om zich in te zetten voor de relatie? Die is

heel groot bij ons allebei. Is er sprake van een

middenweg in de zin dat we allebei evenveel

bijdragen aan de relatie? Nee. We dragen allebei bij

naar eigen kunnen en soms is dat frustrerend en soms

heel bijzonder.

Het vervolg was een mooi voorbeeld van wat ik

probeer duidelijk te maken. Hij zei: ik wil er zo graag zijn

voor jullie en ik wil heel graag de verantwoordelijkheid

met je delen, je moet me gewoon zeggen wat ik moet

doen. En daar ligt het punt van de scheve

verhoudingen. De kans dat hij me ooit uit eigen initiatief

iets uit handen zal nemen is niet zo groot. De kans dat

hij überhaupt iets uit eigen initiatief zal doen wat niet

direct zichzelf betreft is niet groot. Zoals ik altijd gedaan

heb zal ik waarschijnlijk altijd blijven doen; denken,

Diede van Velthoven – van Beek is 44

docent/trainer toegepaste metafysica.

Daarnaast is ze moeder van Demi, 18(studeert

rechten in navolging van haar moeder), Tijn 16

(Havo) en Floris 13 (mcdd en Asperger cluster 4

onderwijs) en vrouw van John 43 (Asperger)

werkzaam bij de gemeente en brandweer

Zaltbommel.

LMA magazine – juni 2015 - Pagina 16


Kanarie

Door Peter Vermeulen (NL)


Ik schreef er eerder over, de trip met mijn zoon naar

Londen. Goed voorbereid met een rustig-aan-schema,

zodat hij niet overprikkeld zou raken. Een leuke,

overzichtelijke vakantie, dat was het idee. Het werd

een heerlijke week. Hij hield het prima vol en ik kan me

niet herinneren dat ik ooit zelf zo uitgerust van een

stedentrip ben teruggekomen. We hebben iedere dag

wat bekeken, bijzondere dingen gedaan, maar ook

rust ingebouwd en tijd voor onszelf genomen. Het

aanpassen aan het tempo van mijn zoon bleek voor

mij ook een weldadig effect te hebben.

Ik moet denken aan de mijnwerkers van vroeger die

kanaries meenamen bij hun gevaarlijke werk. Als er

giftig gas vrijkwam in de mijn, was die kanarie de eerste

die van zijn stokje viel. Dat was dan voor de mijnwerkers

het teken om zo snel mogelijk de mijn te verlaten. Die

kanaries hebben destijds veel levens gered.

Onze tijd kent zo zijn eigen gevaren. Iedereen is druk, je

bent overal bereikbaar, informatie komt de hele dag

door binnen via verschillende kanalen. We blijven met

elkaar maar doorlopen, doorhollen, totdat we soms

letterlijk door onze hoeven zakken. Kinderen en

volwassenen zoals mijn zoon zijn misschien wel de

kanaries van deze tijd. Met alle drukte en alle prikkels

zijn zij de eersten die van hun stokje vallen. Als we net

zo verstandig zijn als die mijnwerkers, trekken we daar

ook onze conclusies uit. Misschien bedenken we wel

dat de klassen nu écht wel vol genoeg zijn, dat je na

ziekte of tegenslag niet gelijk de volgende dag weer

op volle kracht door hoeft.

Met die kanaries in de kolenmijn liep het niet altijd

goed af. De mijnwerkers waren gered, de vogels

overleefden het niet.

Ik droom van een wereld vol met bonte kanaries,

waarin we er met elkaar voor zorgen dat er geen een

van z’n stokje valt. Daar worden we allemaal beter

van.

Peter Vermeulen is getrouwd met Bertine en trotse

vader van 4 zoons (4, 12, 15 & 16). Twee van de

kinderen hebben een vorm van autisme. Naast zijn

werk (ICT in het UMC Utrecht) is hij actief in een

ouderplatform, familieadviesgroep psychiatrie en

ondersteuningsplanraad passend onderwijs.

Dancing (with tears in my eyes)

door Jasper Wagteveld

Dancing (with tears in my eyes) is een van mijn

favoriete nummers van alle tijden. Voor de niet

muzikaal ingewijden, het is een nummer uit 1984 van de

toen razend populaire band Ultravox. Hoewel het geen

nummer is dat gaat over autisme is het toch een

nummer dat mij elke keer raakt omdat het zo goed

overeenkomt met mijn leven. Ik dans vaak, figuurlijk J

maar dat doe ik vaak met tranen in mijn ogen. Tranen

in mijn ogen omdat het zo geweldig lastig is om uit te

leggen wat autisme nu daadwerkelijk met me doet.

Hoe het me kansen geeft maar ook kansen weer

wegneemt, hoe het me kracht geeft maar ook echt

krachten afneemt en hoe het elke dag weer uitmondt

in een stevige rugzak die je maar met je meetorst.

Terwijl ik dit tik is het lente, het zonnetje schijnt, maar

niet bepaald in mijn hoofd. Van de week was ik samen

met mijn partner bij mijn behandelend psycholoog

waar ik al jaren kom en waar ik in mijn optiek ook nog

immer goede stappen meemaak. Hier kreeg ik echter

het verwijt dat ik niet genoeg doe, dat ik meer moet

doen en meer kan.

Langzaam komt bij mij het beeld naar boven dat veel

problematiek waarmee ik kamp niet zozeer veel met

autisme te maken heeft maar vooral veel met mijn

biologische Jasper, mijn karakter en mijn

persoonlijkheid.

Dit is een lastig gegeven, want ik heb net als zovelen de

verschillende stadia van Autisme meegemaakt:

• Jong gediagnostiseerd

• Jonge leeftijd therapie gehad

• Vervolgens ASS ontkennen (het ligt aan de

hele wereld maar niet aan mij)

• Als jonge volwassene weer tegen problemen

aanlopen

• Het hulpverlenerscircuit weer in

• Opnieuw gediagnostiseerd

• Alle handelingen en falen toeschrijven naar

Autisme

Wanneer je dit traject doorlopen hebt, voor jezelf het

allemaal kunt verklaren/plaatsen en het vervolgens

dan nog weer lastiger blijkt te zijn is wel een enorme

uitdaging.

Een andere uitdaging waar ik op dit moment middenin

zit, is mijn WAJONG status eindelijk eens een keer

omzetten naar een “werkende” status. Ik ben 33 en

inmiddels wel weer toe aan een leuke uitdaging op de

arbeidsmarkt. Mijn voorkeur heeft het om mijn eigen

ervaringen in te zetten in de Autisme hulpverlening. Het

lijkt me geweldig om andere mensen te helpen op het

weerbarstige pad genaamd, leven met autisme.

Jasper is 32 jaar en reeds 20 jaar in het bezit van een

ASS diagnose.

LMA magazine – juni 2015 - Pagina 17


Op reis

Door Bea Driessen

Ik sta met mijn ticket in de hand klaar. Ik heb er lang

over gedaan om deze reis te boeken en nu is het

eindelijk zover. Het is een enkele reis, als het goed is

kom ik voorlopig niet meer terug. Ik ga weg zonder

afscheid te nemen, want anders besluit ik misschien op

het laatste moment om toch niet te gaan. Ik laat

zoveel achter wat me lief is, maar deze reis moet ik nu

gaan maken. Als ik het niet doe krijg ik later spijt. Ik ben

zo blij dat ik op deze plek geweest ben. Ik heb hier

zoveel moois meegemaakt, dat zal ik nooit vergeten. Ik

neem heel veel mee naar mijn nieuwe bestemming en

ik heb alles in mijn grote rugzak met heel veel bagage

gestopt. Veel ervan zal ik uitdelen en weggeven op de

plek van bestemming. De mensen daar mogen alles

houden en zelf beslissen wat ze er mee doen. Ik hoef

het in elk geval niet terug te hebben.

Nu het zover is ben ik best nerveus. Ik ga alleen, dat

vinden de meeste mensen heel erg stoer, maar ik moet

dit doen. Ik wil nieuwe werelden zien en heb nog

zoveel te ontdekken. Hoewel ik me goed heb

ingelezen, zal het op de plek van bestemming vast

anders zijn dan dat ze in de boekjes beloven. Gelukkig

zullen er reisgidsen zijn om me de weg te wijzen en ik

zal reizigers ontmoeten die er eerder zijn geweest. Maar

er zijn ook stukken die ik helemaal alleen zal moeten

doen. Dat stond bij de reisbeschrijving. Voor wie dit niet

ziet zitten is deze reis niet geschikt.

Ik heb er lang over gedaan om deze reis te boeken en

nu het eenmaal zover is slaat de twijfel zo nu en dan

toe. Ik laat mijn ticket zien, ik mag er door. Zachtjes sluit

de deur van het lesgeven op het ZML zich achter mij.

De deur met bestemming Ambulante Begeleiding

opent zich voor me. Ik haal diep adem en stap blij en

vol vertrouwen deze nieuwe wereld binnen. Ik heb er

zin in!

Bea Driessen

Groepsleerkracht VSO-ZMLK

Autismevriendelijke coach

www.beadriessen.nl

info@beadriessen.nl

Na vele jaren lesgeven ga ik met ingang van het

nieuwe schooljaar aan de slag als ambulant

begeleider bij het Expertise & Dienstenteam van het

SMV (Samenwerkings Verband) Twente Noord. Een

nieuwe uitdaging en een nieuwe kans om mijn ervaring

en expertise op een andere manier te delen.


LMA magazine – juni 2015 - Pagina 18


Uit onze Facebookgroep ………

Hebben jullie kinderen problemen

met eten?

Britt

Ik heb heel veel moeite met eten. Ik heb naast mijn

Autisme ook een eetstoornis NAO.. Als ik mij slecht voel

uit zich dat in niks eten en veel bewegen.. Ik heb best

veel problemen met eten... Haal de juiste

hoeveelheden niet en krijg te weinig binnen.. Ook wil ik

op vaste tijden eten als ik daar van afwijk krijg ik

paniek.. Ook ben ik kieskeurig in eten en wil ik alleen

dingen eten die ik ken en vertrouw. Onbekende dingen

durf ik niet te eten.. Ik wil elke week een duidelijk eet

schema met wat er elke avond op het menu staat..

Hier mag niet van afgeweken worden.. Het ochtend

eten en middag eten kies ik zelf maar is ook al jaren

hetzelfde afwisseling is moeilijk voor mij.. Dat durf ik niet

goed en levert paniek en angsten op. Dit komt deels

door mijn eetstoornis maar ook een groot deel door

mijn Autisme.

José

Mijn kind met autisme kan vooral 's morgens heel

moeilijk eten. Het gaat dan heeeeeeeel erg langzaam

met zelfs af en toe spuugneigingen. Hij eet nu eerst een

halve boterham met daarna zijn medicijnen dan nog

half uurtje naar bed en dan andere halve boterham.

Verder is het erg wisselend, maar vooral als zijn hoofd

aangeeft dat hij het niet wil dan is het precies zoals in

de morgen. Blijft dus lastig.

José

Warm eten is echt een ramp! Het is voor zoonlief zo eng

om het in zijn mond te stoppen. Hij moet zoveel hapjes

als zijn leeftijd. Zeuren over het eten is hapje extra.

Daarna mag er een boterham gegeten worden. Sinds

kort lust hij patat en gepaneerd vlees. Ideaal, want nu

kunnen we eindelijk ook ergens "uit" eten.

Caitlin

Ik heb een eetstoornis (gehad?). Zonder een ritme op

mijn dag betekende dat voor mij ook niet eten op die

dag. Als het niet volgens de planning kan, dan maar

niet. Ook heb ik moeite met soorten eten. Zo lust ik

geen stroop omdat die textuur me niet aan staat.

Nieuwe dingen proeven is lastig, vooral als het er

anders uitziet of anders ruikt dan ik van eten dat ik lust

gewend ben. Heb bij mijn deeltijd behandeling

daarvoor een eetschema gehad waarop stond wat ik

moest eten en tussen welke tijden dat moest gebeuren

en dat gaf mij een houvast. Dan nog was het lastig,

maar het gaat nu al een stuk beter.

Astrid

Mijn jongste heeft tot zijn 6e nooit warm willen eten.

Bleek een tactiele afweer te hebben waardoor warm

heftige prikkels gaf ... heel langzaam aan ging hij meer

eten maar koud altijd zijn voorkeur ... de oudste eet

heel eenzijdig maar krijgt voldoende binnen omdat fruit

en rode groenten makkelijk naar binnen gaan. Vlees is

gehakt of kipfilet ... nu hij ouder wordt probeert hij wel

steeds meer ...

Wendy

Twee totaal verschillende kinderen met ass. De ene eet

echt alleen wat hij kent. Echt een groente aardappel

vlees kind, alles wat anders is of lijkt wil hij niet, net als

rode producten. Ook drinkt hij alleen groene limonade

van alleen één merk, net als melk en appelsap. Binnen

deze producten kunnen we meestal een goede

maaltijd op tafel zetten. Mijn andere zoon probeert

eigenlijk altijd alles en lust ook best veel dingen, echt

een paar producten weigert hij in alle toonaarden.

Maar niet anders als een gemiddeld kind vermoed ik.

Ida

Zowel partner als zoon (beide klassieke autisme) zijn erg

kieskeurig met eten. Tip 1: wees ontspannen. Tip 2: Laat

proeven echt proeven zijn, dat is dus iets anders dan

doorslikken. Tip 3: als kind weinig eet met warme

maaltijd dan gewoon lekker brood geven.

Magreet

Ik heb zelf autisme en er zijn weinig dingen die ik niet

eet....ben 3 jaar geleden veel afgevallen en sinds die

tijd ben ik wel heel angstig om aan te komen. Eet veel

gezond en als ik wat ongezonds eet voel ik me daarna

schuldig hoe lekker het ook was. Qua bepaalde

producten eet ik bepaalde dingen echt niet vanwege

de sterke vieze smaak, de geur en de textuur in mijn

mond. Sla is er een van, het gevoel van dat ''blad''

bezorgt mij spuugneigingen. Even als olijven, rijstwafels,

popcorn, advocaat, buitenlandse kaas, doperwten en

alles waar ''verbrand'' aan zit..

Anne

Mijn dochter (9 jaar, ass) heeft geen hongergevoel lijkt

het.... Ze lust bijna niets, al sinds de overgang van

borstvoeding naar vaste voeding is dit een probleem....

Tot aan ernstig ondergewicht toe... Van alles

geprobeerd... Tot aan Diëtist, bijvoeding.....

Carin

Onze zoon (diagnose ass pas toen hij elf was) wilde niet

over van fles naar tuitbeker. Kreeg lekkers in tuitbeker

en water in fles aangeboden maar weigerde beide.

Dronk 2 dagen niet (gelukkig wel vocht binnen d.m.v.

fruithap een toetje). Toen maar weer terug op fles. Een

paar maanden later lukte het zonder problemen.

Warm eten vanaf 1,5 jaar, 2 jaar lang geweigerd.

Daarna met hele kleine beetjes, dwang en

aanmoediging heel langzaam opgebouwd. Eet nog

steeds (13 jaar) weinig gevarieerd en groente moeten

geprakt door de aardappelen.

Marion

Mijn zoon met PDD NOS heeft als klein kind altijd heel

slecht (weinig) willen eten. Op een gegeven moment

was er ook sprake van dat hij aan de sondevoeding

zou moeten omdat hij ook niet meer groeide. Nu eet hij

op school nog niets maar zodra hij thuis komt gaat hij

eten als een bootwerker. Dus mensen houd moed.

Facebookgroep Leven Met Autisme (magazine)


LMA magazine – juni 2015 - Pagina 19


Column: Ze blijven maar bellen

door Heidi Meijer

Het is maandag en ik ben even heerlijk aan het werk

voor de stichting als de telefoon gaat. Het is de

secretaresse van de autismekliniek van mijn dochter. Ze

geeft aan dat ze een nieuwe afspraak wilt maken voor

de afspraak die ik heb afgezegd.

Ik moet even denken. Wat heb ik ook alweer

afgezegd? Oja, het gesprek donderdag met de

zorgcoördinator en de maatschappelijk werker. Ik had

ze voor het weekend een mailtje gestuurd dat ik zonder

auto zit omdat mijn man mijn dochter naar het examen

moet brengen omdat zij dat niet konden regelen.

Ik geef de secretaresse aan dat we in juni ook nog een

afspraak hebben staan en dat deze afspraak wat mij

betreft niet vervangen hoeft te worden. De

secretaresse gaat even met de zorgcoördinator

overleggen.

Vijf minuten later belt ze weer terug met de

mededeling dat de zorgcoördinator toch een gesprek

wilt en een voorstel heeft voor een datum. Jammer

genoeg kan ik niet en ik vraag ook maar wat er zo

dringend is dat er wel al een gesprek moet komen. De

secretaresse gaat het vragen.

Vijf minuten later belt ze weer terug. Ik raak lichtelijk

geïrriteerd, want ik kom natuurlijk compleet niet verder

met mijn werk. Ze geeft aan dat de zorgcoördinator

vindt dat er anders teveel tijd tussen komt en dat ze

toch dat gesprek wilt. Er wordt weer een nieuwe datum

aangegeven. En weer kan ik niet. Ik raak er een beetje

moedeloos van. En dat geef ik dan ook maar aan.

Vijf minuten later belt ze weer. Ik word het een beetje

zat. Wat is er aan de hand dat het gesprek niet een

maand kan wachten? Wat is er zo belangrijk? De

secretaresse geeft aan dat ze weer gaat overleggen.

En daarna blijft het stil……..

Was het nu niet voor iedereen fijner en efficiënter

geweest als de zorgcoördinator mij even zelf had

gebeld of gemaild?

Heidi is moeder van 3 kinderen ( 19, 17 en 12) met ieder

hun eigen bagage. Daarnaast is ze voorzitter van

stichting LMA. Ze deelt met ons hoe ze zoekt naar de

balans tussen zorgen, werken en leven. Op dit moment

staat de wijzer op een burnout.

Getekend door Patricia Bouwhuis

Rond 1 juli 2015 komt de volgende editie van het LMA magazine uit!


LMA magazine – juni 2015 – Pagina 20

More magazines by this user
Similar magazines