VERPLEEG- EN VERZORGINGSHUISZORG ... - YoungWorks Blog

blog.youngworks.nl

VERPLEEG- EN VERZORGINGSHUISZORG ... - YoungWorks Blog

VERPLEEG- EN VERZORGINGSHUISZORG, THUISZORG EN KRAAMZORG


DIT IS EEN PUBLICATIE VAN

Inhoudsopgave

Voorwoord 4

1 Inleiding 5

2 Jongeren & de care 6

Hoe denken jongeren over de care? 6

3 Het Care Segmentatiemodel 8

De vijf typen jongeren uit het Care Segmentatiemodel 10

Twijfelaars 12

Mensenhelpers 15

Uitvoerders 18

Non-zorgers 21

Carrièreplanners 24

Nieuwe Nederlanders, Turkse en Marokkaanse jongeren 27

4 Het Care Segmentatiemodel - wat kun je ermee? 28

Stappenplan 29

In gesprek met jongeren 31

Onderzoeksverantwoording

Colofon


Voorwoord

1. Inleiding

In deze publicatie bedoelen we met de care de

zorg en ondersteuning die wordt geboden in de

gehandicaptenzorg, in verpleeg- en verzorgingshuizen,

de thuiszorg en kraamzorg. Andere

sectoren in Zorg & Welzijn zijn weggelaten. In de

communicatie naar jongeren werd niet gesproken

over ‘care’, maar deze term zal wel in deze publicatie

gebruikt worden ten gunste van de leesbaarheid.

De branche verpleeg- en verzorgingshuiszorg,

thuiszorg, kraamzorg en jeugdgezondheidszorg

kent als werkomgeving

vele uitdagingen. Een belangrijke is de

groeiende vraag naar personeel.

De komende jaren zal die vraag alleen

maar toenemen door de groeiende

zorgvraag, de krimpende beroepsbevolking,

het vertrek van personeel en door pensionering.

Daarnaast zal op de langere termijn

de complexere zorg toenemen. Meer

en hoger opgeleide professionals zijn

daardoor nodig. Het is voor onze branche

van groot belang om voldoende mensen te

enthousiasmeren voor

het mooie en belangrijke werk dat onze

branche te bieden heeft.

Jongeren, zowel schoolgaande jongeren,

maar ook jongeren die al voor de zorg

gekozen hebben, willen we nog beter

bekend maken met het werk in onze

branche. Velen hebben nog onvoldoende

kennis over werken in verpleeg- en

verzorgingshuiszorg, thuiszorg, kraamzorg

en jeugdgezondheidszorg. Dat het

mooi en belangrijk werk is, met goede

arbeidsvoorwaarden. Daarnaast zouden

ook specifieke groepen, zoals Nieuwe

Nederlanders, hun weg naar werken in de

zorg beter moeten gaan vinden.

Om te bereiken dat jongeren nu en in de

toekomst blijven kiezen voor de zorg,

moeten we aansluiten bij hun belevingswereld.

Dat vraagt om speciale aandacht.

Er kunnen nog veel meer jongeren aangesproken

worden die nu niet voor de zorg

kiezen maar wel heel goed passen. Als

P&O-adviseur of communicatieprofessional

vraag je je af wat hen aanspreekt.

Hoe kunnen we hen goed benaderen en

op een juiste toon aanspreken? Wat is de

beste inhoud van onze boodschap?

Het benaderen van jongeren vraagt om

een aanpak die op hen aansluit.

ActiZ is de brancheorganisatie van ondernemers

in de verpleeg- en verzorgingshuiszorg,

thuiszorg, jeugdgezondheids- en

kraamzorg. Samen met de Vereniging

Gehandicaptenzorg Nederland heeft ActiZ

aan Motivaction en YoungWorks gevraagd

om een model te ontwikkelen dat instellingen,

communicatiemedewerkers,

scholen en docenten beter in staat stelt de

belevingswereld van vijf groepen jongeren

ten aanzien van werken in de zorg te

onderscheiden. Het doel is aansluiting

te vinden bij de verschillende belevingswerelden

en hen gericht te benaderen.

Wij hopen dat deze publicatie inspirerend

werkt voor communicatieprofessionals

en P&O-adviseurs in onze branche en ook

voor docenten van scholen. Zodat u inzicht

krijgt hoe u jongeren kunt interesseren voor

de zorg, waardoor zij ook in de toekomst

voor onze boeiende branche kiezen.

Aad Koster, directeur ActiZ

Op dit moment kent de arbeidsmarkt in

de care relatief weinig problemen. Deze

dreigen echter wel te ontstaan, door

bijvoorbeeld een dalend aantal leerlingen

in het vmbo. Ook weet de care relatief

weinig jongens en Turkse en Marokkaanse

jongeren aan zich te binden, onder andere

omdat zij vaak onbekend zijn met de care.

Daarom is het belangrijk om de komende

jaren te blijven investeren in het vinden van

nieuw, goed opgeleid talent.

De brancheverenigingen VGN en ActiZ

hebben behoefte aan meer inzicht in hoe

en op welke manier talent kan worden

geworven om te gaan werken in de care.

Beide partijen zijn geïnteresseerd in wat

de huidige generatie jongeren beweegt en

wat zij vragen op de arbeidsmarkt. Hoe

staan jongeren tegenover een toekomst

in de care? Weten zij wat hun mogelijkheden

zijn? Welke beelden hebben zij bij

het werk en de cliënten en zijn deze reëel?

En vooral ook, wat zijn de achterliggende

gedachten, waarden en motieven achter

die bestaande beelden?

Jongeren inspireren voor een carrière in

de care is een belangrijke doelstelling van

onderwijs- en zorginstellingen. Op welke

manier jongeren te inspireren zijn blijft

een prangende vraag. Daarom hebben

Vereniging Gehandicaptenzorg

Nederland (VGN) en ActiZ de opdracht

gegeven aan YoungWorks en Motivaction

een segmentatiemodel rondom jongeren

en de care te ontwikkelen. Het model is

gebaseerd op kwalitatief en kwantitatief

onderzoek onder jongeren van 12-25

jaar. De resultaten uit de gesprekken

dienden als input voor de kwantitatieve

onderzoeksfase. Het model geeft

organisaties die verbonden zijn met de

care meer inzicht in de belevings wereld

en motivaties van de jongerendoelgroep.

Daarnaast biedt het model concrete

aanknopingspunten om jongeren te

bewegen als het gaat om kiezen voor

relevante opleidingen en een toekomstige

baan in de care.

Voor wie?

Dit model is voor iedereen die

geïnteresseerd is in de vraag hoe je

jongeren kunt enthou siasmeren voor een

opleiding of baan in de care. Het biedt

praktische informatie en aanknopingspunten

voor professionals binnen het

onderwijs en medewerkers met uiteenlopende

functies binnen de care. Het geeft

zowel P&O-adviseurs, communicatiemedewerkers,

werk begeleiders, beleidsmedewerkers,

docenten en decanen in

het onderwijs meer inzicht in welke groep

jongeren potentieel geïnteresseerd is in

werken in de care en waar kansen liggen.

VOORWOORD

4

5

INLEIDING


2. Jongeren & de care

“Mensen die in de care werken zijn niet erg ambitieus.

Vrouwen in de care werken er niet voor hun carrière,

maar om mensen te helpen.” (Jongen, 17 jaar, havo)

Hoe denken jongeren over de care? Wat

vinden ze van een baan in de care? En hoe

kijken ze tegen werken in de gehandicaptenzorg,

een verpleeg- of verzorgingshuis, de

thuiszorg of de kraamzorg (VVT-sector)

aan? We belichten hier de algemene

uitkomsten uit het kwalitatieve onderzoekstraject

en bespreken het beeld dat

jongeren hebben van een baan in de care

en specifiek van de VVT-sector.

Het beeld dat jongeren hebben van

werken in de care wordt voor een groot

deel gevormd door eigen ervaringen.

Bijvoorbeeld door een maatschappelijke

stage in een verzorgingshuis of een

bijbaantje in de thuiszorg. Maar ook door

persoonlijke verhalen uit de omgeving,

zoals een tante die mensen met een

beperking begeleidt of een broertje dat

verstandelijk gehandicapt is. Werknemers

in de care vervullen dus een belangrijke

ambassadeursfunctie en kunnen jongeren

een goed beeld geven van werken in de

care. Nieuwe Nederlanders (met name

Turkse en Marokkaanse jongeren) hebben

minder ervaring met de care en kennen

relatief weinig mensen die hier werkzaam

in zijn. Daardoor hebben zij vaak geen

goed beeld van deze sector. De uitdaging

is om dit negatieve beeld over de care te

doorbreken bij deze groep jongeren.

Dat kan bijvoorbeeld door werknemers

in de care positieve verhalen te laten

vertellen op middelbare scholen.

Naast persoonlijke ervaringen met de

care wordt het beeld ook bepaald door

de doelgroep en de werkzaamheden.

Jongeren denken bij de care vooral aan

het helpen van ouderen of gehandicapten.

Voor velen is dat een dankbaar beroep,

omdat je mensen vooruit helpt en iets

goeds doet voor de maatschappij.

Twee derde van de jongeren heeft respect

voor mensen die werkzaam zijn in de care.

Maar jongeren associëren een baan in de

care ook met (mentaal en fysiek) zwaar

en laagopgeleid werk. Met name hbo’ers

en Nieuwe Nederlanders zien weinig

carrièremogelijkheden in de caresector.

Voor sterk op carrière gerichte jongeren,

die later bijvoorbeeld een eigen

bedrijf willen starten, is de care geen

logische sectorkeuze.

Jongeren die al vroeg voor een opleiding

in de care hebben gekozen, zijn het meest

positief over werken in de care. Zij denken

bij een baan in de care vooral aan uitdaging,

afwisseling, doorgroei mogelijkheden en

waardering van anderen. Baanzekerheid is

voor veel jongeren, onder wie veel

Nieuwe Nederlanders, een belangrijke

factor om te kiezen voor een baan in de

care. Basisschool scholieren zijn ook

positief over werken in de care, omdat

ze het leuk vinden om mensen te helpen.

Hun beeld van een baan in de care is

nog relatief blanco, maar ze zijn al wel

nieuwsgierig. Daarom is het belangrijk

om deze groep jongeren al in een vroeg

stadium te enthousiasmeren. Middelbare

scholieren die (nog) niet hebben gekozen

voor een Zorg en Welzijn opleiding zijn wat

negatiever over de care. Zij denken hierbij

aan zwaar, vies en eentonig werk waarin

het moeilijk is om hogerop te komen. Ook

culturele factoren en geloofsovertuiging

kunnen met name voor Nieuwe Nederlanders

een rol spelen om wel of niet

te kiezen voor een opleiding in de care.

Ze zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor wat

de omgeving denkt over hun opleiding

of baan. 44 procent van de mannelijke

Nieuwe Nederlanders vindt een baan in

de care een typisch vrouwenberoep. Ook

leggen Turkse en Marokkaanse jongeren

meer de nadruk op het vieze en lage

statusaspect van een baan in de care dan

autochtone jongeren.

Werken in de VVT-sector

Jongeren vinden het best moeilijk om hun

houding ten opzichte van de VVT-sector

te beschrijven, omdat deze sector erg

divers is. Het imago van deze sector hangt

sterk af van de specifieke doelgroepen

waarmee je werkt en de context waarin

het werk plaatsvindt.

Thuiszorg en kraamzorg

De perceptie van jongeren over de thuiszorg

is vooral werken met ouderen, huishoudelijke

taken doen en mensen wassen. Over

het algemeen is de houding van jongeren

over de thuiszorg redelijk negatief, omdat

ze de werkzaamheden eentonig, saai en

(te) eenvoudig vinden. Sommige jongeren

denken wel positief over werken in de

thuiszorg, omdat ze het contact met ouderen

leuk vinden. Een op de zes jongeren lijkt het

leuk om in de thuiszorg te werken. Dit zijn

vooral meisjes van het vmbo en mbo die al

voor een zorg opleiding hebben gekozen.

Mannelijke Nieuwe Nederlanders zijn het

minst enthousiast over werken in de thuiszorg

vanwege de werkzaamheden en het

fysieke contact met cliënten. Nadelen bij de

thuiszorg zijn volgens jongeren dat het werk

fysiek zwaar is en dat je een grote verantwoordelijkheid

draagt. Over de kraamzorg

zijn meisjes het meest positief, omdat ze

graag met baby’s en kinderen werken.

Omdat ze veel nieuwe mensen ontmoeten

is het werk afwisselend. Een op de vier

jongeren zou graag later in de kraamzorg

aan de slag gaan.

Verpleeg- en verzorgingshuizen

Het overgrote deel van de jongeren heeft een

negatief beeld van een baan in verzorgings-

en verpleeghuizen. Ze denken aan kwalitatief

slechte ouderenzorg, bezuinigingen en

een personeelstekort. Dit beeld wordt voor

een groot deel gevormd door de negatieve

berichtgeving in de media, maar ook door

persoonlijke ervaringen van familie leden

(zoals opa’s en oma’s) die minder goede

ervaringen hebben in een verzorgingshuis.

Vooral over het werken met ouderen zijn

veel jongeren kritisch. In het werk krijg je te

maken met zwaardere thema’s, zoals:

overlijden, ziektes en dementie.

Hiervoor moet je empathisch zijn en sterk in

je schoenen staan. Een op de zes jongeren

lijkt het leuk om in een verpleeg- of verzorgingshuis

te werken.

“Mensen hebben vaak het idee dat werken in de care

vies is, maar dat valt reuze mee.” (Tamara, 14 jaar,

vmbo verzorging)

6

2. JONGEREN & DE CARE 2. JONGEREN & DE CARE

7


3. Het Care

Segmentatiemodel

In dit hoofdstuk bespreken we hoe het

Care Segmentatiemodel in elkaar zit

en introduceren we kort de vijf types.

Om erachter te komen hoe jongeren

denken over werken in de care, spraken

we met meer dan 110 jongeren. Nog

eens ruim 1700 jongeren (waaronder

een aanvullend kwalitatief onderzoek

onder vijfhonderd Nieuwe Nederlanders)

vulden een online vragenlijst in met 85

verschillende stellingen over werken in

de VVT-sector en de gehandicaptenzorg.

Deze stellingen zijn verdeeld over vijftien

verschillende dimensies. Elk type in het

model heeft een unieke combinatie van

scores op deze dimensies. Op basis van

hun scores op de dimensies zijn jongeren

onderverdeeld in vijf segmenten. Van

de vijftien dimensies hebben we de tien

belangrijkste dimensies gekozen die het

meest onderscheidend zijn tussen de

vijf groepen. Achter elke dimensie staan

één of twee voorbeeldstellingen uit de

vragen lijst. De gekozen dimensies op de

assen van het Care Segmentatiemodel,

interesse in de care, extrinsieke en intrinsieke

motivatie, laten de belangrijkste

verschillen tussen de vijf typen zien.

Op bladzijde 10 en 11 vind je een korte

beschrijving van de vijf typen jongeren

en de onderscheidende dimensies.

Vervolgens worden vanaf bladzijde 12

de kenmerken en bijzonderheden van

elke groep uitgebreid beschreven, de

verschillende type jongeren komen

zelf aan het woord in interviews en per

type worden een aantal do’s en dont’s

beschreven. Op de uitklap van de omslag

staat het model.

10 dimensies

1. Extrinsieke motivatie. gericht op

status en salaris is belangrijk. ‘Ik wil dat

mijn vrienden opkijken tegen het beroep

dat ik heb’.

2. Intrinsieke motivatie. uit zichzelf

geïnteresseerd in het helpen van andere

mensen. ‘Ik wil met mijn beroep mensen

helpen’ en ‘Ik wil een beroep waarbij

mensen dankbaar zijn voor wat ik doe’.

3. Interesse in de care. ‘Het lijkt me een

uitdaging om mensen te helpen om beter

te worden’.

4. Prestatiemotivatie en maatschappelijke

betrokkenheid. ‘Goed presteren is een

belangrijk doel in mijn leven’ en

‘Ik voel me verantwoordelijk ten opzichte

van andere mensen en mijn omgeving’.

5. Baanzekerheid. ‘Ik wil een beroep

waarbij ik zeker weet dat daar voor lange

tijd werk in is’.

6. Eigengereidheid. ‘Het interesseert mij

niets wat anderen van mijn beroep vinden’

en ‘Ik wil een beroep waarbij niemand mij

vertelt wat ik moet doen’.

7. Traditiegebonden en geloofsovertuiging.

‘Diep in mijn hart vind ik dat

de man het meest geschikt is om het geld

te verdienen en de vrouw om het huishouden

en de kinderen te verzorgen’.

8. Terughoudend naar doelgroep en

verzorging van mensen. ‘Het lijkt me

vervelend om voor mijn werk andere

mensen aan te moeten raken’.

9. Cultuur- en statusdrempels.

‘Het verzorgen van mannen en vrouwen

past niet bij mijn cultuur of geloof’ en

‘Als je werkt in de zorg kun je geen

carrière maken’.

10. Affiniteit met doelgroepen

gehandicapten, ouderen en kinderen.

‘Ik werk later graag met ouderen’.

3. HET CARE

SEGMENTATIEMODEL

8

9

3. HET CARE

SEGMENTATIEMODEL


De vijf typen jongeren uit

het Care Segmentatiemodel

De vijf typen zijn: Twijfelaars,

Mensenhelpers, Uitvoerders, Non-zorgers

en Carrièreplanners.

* Het percentage betreft de omvang van het segment

onder Nederlandse jongeren van 12–25 jaar.

Extrensieke motivatie

Intrinsieke motivate

Flexibiliteit

Traditiegebonden

Vastberadenheid

Technische oriëntatie

Prestatie, motivatie en

maatschappelijke betrokkenheid

Baanzekerheid

Eigengereidheid

Interesse in de care

Vrees contact doelgroep

Cultuur-statusdrempels

Affiniteit met gehandicapten

Affiniteit met ouderen

Affiniteit met kinderen

-1,0 -0,5 0 0,5 1,0 -1,0 -0,5 0 0,5 1,0 -1,0 -0,5 0 0,5 1,0 -1,0 -0,5 0 0,5 1,0 -1,0 -0,5 0 0,5 1,0

0 is het gemiddelde van alle jongeren. -1.0 is totale negatieve score en 1.0 is totale positieve score op de dimensie.

Twijfelaars (31%*):

Goedkeuring vanuit de omgeving,

presteren en baanzekerheid zijn voor

Twijfelaars erg belangrijk. Daarom zijn

zij voornamelijk extrinsiek gemotiveerd

als het gaat om werken in de care.

Ze staan niet negatief tegenover

werken in deze sector, maar vinden

bepaalde facetten wel lastig, zoals

lichamelijke verzorging. Onder dit

type jongeren vallen vooral veel jonge

Mensenhelpers (20%):

Mensenhelpers kenmerken zich

door hun grote maatschappelijke

betrokkenheid, behulpzaamheid

en verantwoordelijkheid. Zij staan

zeer positief tegenover werken in de

care en halen veel voldoening uit het

helpen van andere mensen.

Daarnaast stellen ze wel hoge eisen

aan hun baan en zijn ze altijd op zoek

naar uitdaging.

Uitvoerders (15%):

Uitvoerders zijn enthousiast over

de care. Ze zien het als een grote

uitdaging om zieke, oudere of niet

zelfredzame mensen te helpen en

willen zich ook graag verdiepen in

deze doelgroepen. Zelfstandigheid in

een baan of werken onder hun niveau

vinden Uitvoerders minder erg.

Non-zorgers (20%):

Non-zorgers zijn niet zo maatschappelijk

betrokken en hebben het minste

affiniteit met de care. Hun beeld van de

care is beperkt en door hun desinteresse

zijn Non-zorgers zowel extrinsiek

als intrinsiek moeilijk enthousiast te

maken voor een baan in de care.

Carrièreplanners (14%):

Geld verdienen en aanzien krijgen

vinden Carrièreplanners erg

belangrijk. Tegelijkertijd zijn ze erg

intrinsiek gemotiveerd om wat te doen

voor de maatschappij. In hun werk is

presteren een belangrijk doel. Onder

dit type jongeren valt een grote groep

Nieuwe Nederlanders.

jongeren (12-15 jaar).

Hoogst genoten Twijfelaars Mensenhelpers Uitvoerders Non-zorgers Carrière

opleiding

planners

Laag 70% 47% 58% 78% 61%

Midden 14% 16% 16% 7% 16%

Hoog 16% 37% 26% 15% 23%

Totaal 100% 100% 100% 100% 100%

Laag: basisonderwijs / vmbo / mbo.

Midden: havo / vwo.

Hoog: hbo / wo.

Leeftijd Twijfelaars Mensen- Uitvoerders Non- Carrière

helpers zorgers planners

12-15 jaar 33% 20% 25% 37% 21%

16-18 jaar 20% 25% 20% 17% 29%

19-21 jaar 28% 29% 32% 24% 34%

22-25 jaar 19% 26% 23% 22% 16%

Totaal 100% 100% 100% 100% 100%

Geslacht Twijfelaars Mensen- Uitvoerders Non- Carrière

helpers zorgers planners

Man 58% 35% 32% 65% 57%

Vrouw 42% 65% 68% 35% 43%

Totaal 100% 100% 100% 100% 100%

3. HET CARE

SEGMENTATIEMODEL

10

11

3. HET CARE

SEGMENTATIEMODEL


Twijfelaars

De Twijfelaar in cijfers:

- relatief meer jongens (58% man, 42% vrouw);

- relatief meer jonge jongeren (12-15 jaar, 33%);

- vaker lager opgeleid (53% vmbo/mbo).

“Werken in de care doe je vooral voor jezelf. Je helpt

natuurlijk mensen, maar je streelt ook wel je ego doordat

iedereen zo dankbaar is.” (Aischa, 15 jaar, havo)

Dit ben ik

Wanneer je een ouder van een Twijfelaar

trots hoort praten over de baan van zijn

of haar kind, zul je de Twijfelaar vast en

zeker zien glunderen. De waardering

en goedkeuring die Twijfelaars uit hun

omgeving krijgen (met name van ouders)

is namelijk erg belangrijk. En wanneer zij

deze goedkeuring krijgen omdat ze met

hun baan mensen helpen, is dat natuurlijk

prima. Daarom zijn Twijfelaars vooral

extrinsiek gemotiveerd als het gaat om

werken in de care. Twijfelaars proberen

dan ook vooral status te ontlenen aan hun

baan in deze sector. Ze zijn minder maatschappelijk

betrokken, vinden presteren

belangrijk en willen snel hogerop komen.

Daarin zijn ze behoorlijk traditioneel in

hun opvattingen: de man zorgt voor het

geld, de vrouw voor het huishouden en de

kinderen.

Naast sporten en winkelen zijn Twijfelaars

in hun vrije tijd veel online om te chatten,

gamen of een filmpje te kijken. Ook vinden

ze het prima om een avondje met paps en

mams op de bank door te brengen.

Dit wil ik

Het woord zegt het al: Twijfelaars twijfelen

over hun beroepskeuze of hebben nog niet

gekozen voor een specifieke richting.

Dat komt onder andere doordat deze

groep veel jonge jongeren betreft (12-15

jaar) die hier ook nog minder mee bezig

zijn. Twijfelaars die al een richting hebben

gekozen, zoeken het vaak in de technische

of exacte studies. Twijfelaars kiezen voor

baanzekerheid en willen zeker weten dat

er veel werk is. Ze hebben een voorkeur

voor vaste werktijden en willen later een

beroep met veel verantwoordelijkheid.

Als Twijfelaars over één ding niet twijfelen,

dan is dat wel over hun zelfstandigheid.

Een groot deel wil dan ook graag een

eigen bedrijf starten. Ook hier is status

weer belangrijk: ze willen meer verdienen

dan de meeste mensen en werken liever

niet beneden hun niveau.

Dit vind ik

Twijfelaars weten eigenlijk niet zo goed

wat werken in de care precies inhoudt,

maar hebben hier ook niet vaak over

nagedacht. Over het algemeen staan ze

niet negatief tegenover een baan waarbij

TWIJFELAARS

12

13

TWIJFELAARS


je mensen helpt, maar vinden het wel

moeilijk als het gaat om lichamelijke

verzorging (met name iemand moeten

aanraken voor je werk) of het werken met

gehandicapten. Daarbij ontbreekt het

ook aan interesse om te leren hoe je met

mensen met een handicap of gedragsprobleem

moet omgaan. Zij vinden dat

er in deze sector vooral veel vrouwenberoepen

zijn, zoals werken met kinderen

of baby’s. Werken met deze doelgroepen

spreekt hen overigens totaal niet aan.

Voor een Twijfelaar biedt werken in de

care geen afwisseling, carrière maken

zien zij in de care niet als een mogelijkheid.

Hun statusgevoel werkt als een drempel

om te kiezen voor een baan in de care.

Naam: Rick

Leeftijd: 14

Opleiding: 2 havo

Trotse vader

“Ik denk dat ik straks N&T of N&G ga doen

als ik moet kiezen voor mijn profiel. Ik vind

wiskunde en natuurkunde gewoon veel

leuker dan talen bijvoorbeeld. Daar ben

ik ook veel beter in. Ik denk niet dat ik ooit

voor een baan in de care zou kiezen. Het

lijkt me saai, je doet elke dag hetzelfde,

en carrière maken lijkt me lastig. Je kunt

beter iets in de techniek gaan doen, daar

kun je een veel betere baan mee krijgen

en veel verdienen. Dat zie ik ook aan mijn

vader, die werkt als manager bij een groot

technisch bedrijf met een eigen auto en

een groot huis. Dat zou ik later ook wel

willen. Of ik begin gewoon voor mezelf.

Dan zou mijn vader ook wel trots op mij

zijn. Dat is wel iets wat ik belangrijk vind.”

Care is voor meisjes

“Veel meisjes in mijn klas zullen kiezen

voor iets in de care, met kinderen werken

bijvoorbeeld. Zij zeggen vaak dat ze

mensen helpen belangrijk vinden.

Dat vind ik ook wel, maar ik wil geen

mensen wassen voor mijn werk, dat gaat

te ver. En werken in bijvoorbeeld een

verzorgingshuis lijkt mij gewoon saai.

Voor school moesten we een keer een

dagje meelopen in een verzorgingshuis

voor ouderen. Dan moest je samen gaan

knutselen bijvoorbeeld. Dat vond ik niet

erg interessant. Meisjes kunnen dat denk

ik beter.”

Aanknopingspunten:

Do’s:

- Twijfelaars zijn nog niet zo bekend met

beroepen in de care. Breng ze er mee in

aanraking door (eventueel online) een

bezoek te brengen aan een instelling.

- Geef een realistisch beeld van het

salaris en laat zien dat werken in de

care evenveel of zelfs beter verdient dan

andere beroepen met een vergelijkbaar

opleidingsniveau.

- Baanzekerheid is belangrijk voor deze

groep, benadruk dat.

- Laat Twijfelaars zien dat ze met een

baan in de care iets kunnen betekenen

voor anderen. Het werkt statusverhogend

als je een baan in de care

hebt die ertoe doet.

Don’ts:

- Heftige confrontaties schrikken

Twijfelaars af. Zorg ervoor dat je deze

uit de weg gaat wanneer ze een bezoek

brengen aan een zorginstelling.

- Houd informatie over de zorgsector

breed. Twijfelaars zijn bijvoorbeeld niet

geïnteresseerd in werken met kinderen

of baby’s.

TWIJFELAARS

14

15

MENSENHELPERS


Mensenhelpers

“Je doet iets goed, je bent mensen aan het helpen, dat

vind ik heel positief aan werken in de verpleeghuiszorg.”

(Brian, 21 jaar, mbo Maatschappelijk Werk)

Dit ben ik

Behulpzaam, nieuwsgierig, rustig en

verantwoordelijk, dat kenmerkt de

Mensenhelper. Door hun maatschappelij ke

betrokkenheid vinden ze het belangrijk

om mensen te helpen en iets te doen wat

ze echt leuk vinden. Salaris, status of

snel hogerop komen? Daar geven ze iets

minder om. Mensenhelpers zijn sterk

intrinsiek gemotiveerd om iets te doen

voor de samenleving. Ze zien graag wat

hun werk voor anderen betekent.

Door hun sterke verantwoordelijkheidsgevoel

stellen ze hoge eisen en doelen aan

het werk. Mensenhelpers zijn daarmee

ook echte presteerders. Mensenhelpers

zijn erg sociaal ingesteld: ze gaan graag

met familie en vrienden om en zijn vaker

dan andere jongeren actief als vrijwilliger.

Met hobby’s als dansen, zingen en muziek

maken is dit type jongere erg creatief in

vergelijking met andere typen.

Dit wil ik

In tegenstelling tot de Twijfelaars hebben

Mensenhelpers al goed nagedacht over

werken in de care. Veel van hen weten al

zeker dat ze in deze sector aan de slag

willen. De motivatie voor een sector-,

profiel- of opleidingskeuze is vaak te

vinden in ‘iets willen doen voor de samenleving’.

Dat uit zich meestal in de keuze

De Mensenhelper in cijfers:

- meer meisjes (65% meisjes, 35% jongens);

- meer oudere jongeren (19-21 jaar, 29%

en 22-25 jaar, 26%);

- veel hoger opgeleiden (hbo/wo);

- relatief veel autochtonen en Surinaamse

jongeren t.o.v. andere segmenten;

- relatief weinig Marokkaanse jongeren t.o.v.

andere segmenten.

voor Zorg & Welzijn (vmbo), Economie &

Maatschappij of Cultuur & Maatschappij

(havo/vwo). Vervolgopleidingen kiezen ze

veelal in de richting van sociaal, gedrag en

maatschappij. Mensenhelpers oriënteren

zich uitgebreid op hun studiekeuze.

Van open dagen bezoeken tot het maken

van studiekeuzetesten of stages lopen:

ze zijn al vroeg zeker welke richting of

baan ze willen. Praten over studiekeuze

doen ze vooral met hun ouders en vrienden,

maar ook de decaan en mensen met

een interessante baan in de care worden

geraadpleegd. Eenmaal afgestudeerd

willen ze graag een beroep waarbij ze veel

met mensen kunnen praten. Mensenhelpers

zijn zeer flexibel: ’s avonds of in

het weekend werken is geen probleem en

mochten ze een baan krijgen onder hun

niveau, dan is dat acceptabel.

Dit vind ik

Het is een echte uitdaging voor

Mensenhelpers om mensen beter te

maken en nieuwe dingen te leren. Ze

staan erg positief tegenover werken in de

care en zijn bekend met de beroepen in de

sector. Meestal kennen deze jongeren wel

iemand in hun omgeving die gehandicapt

is, in een verzorgingshuis zit of thuiszorg

krijgt. Mensenhelpers staan bekend

als echte aanpakkers en ontwikkelen

zich graag als expert in bijvoorbeeld het

gedrag van gehandicapten of bepaalde

ziektes om het leven van deze mensen zo

aangenaam mogelijk te maken.

Ze hebben veel respect voor mensen in

de care. Wanneer je in deze sector werkt,

draag je volgens hen namelijk echt iets

bij aan de maatschappij. Over doorgroeimogelijkheden

en baanzekerheid zijn

Mensenhelpers goed te spreken.

Mensenhelpers weten echter ook dat

werken in de care lichamelijk en geestelijk

zwaar kan zijn en dat carrière maken er ook

niet altijd in zit. Maar daar krijg je wel weer

veel dankbaarheid voor terug, en dat vindt

een Mensenhelper erg belangrijk.

Naam: Mariëlle

Leeftijd: 23

Opleiding: hbo SPH

Creatief bezig zijn

“Ik wist al van kleins af aan dat ik iets met

mensen wilde doen later. Ik ben echt een

mensenmens en vind het heerlijk om met

kinderen of ouderen te werken. Daarnaast

ben ik ook graag creatief bezig (tekenen,

schilderen of muziek) en combineer ik die

twee passies graag met mijn opleiding

en werk: creatief problemen oplossen!

Daarom heb ik tijdens mijn studie een

minor creatieve therapie gevolgd. Het lijkt

me fijn om dit later te kunnen gebruiken

in mijn werk. Als bijbaan werk ik nu in een

verpleeghuis. Daar help ik met creatieve

activiteiten. Heerlijk om te zien dat ze even

hun problemen kunnen vergeten tijdens

zo’n bezigheid!”

Altijd blijven leren

“Werken in de care is mij echt op het lijf

geschreven. Je bent echt bezig met het

leven van mensen wat gemakkelijker te

maken en de dankbaarheid die je ervoor

terugkrijgt is heel fijn. Sommige mensen

denken dat werken in de care saai en

niet afwisselend is, maar ik denk dat er

genoeg mogelijkheden en verschillende

beroepen zijn die je binnen de care kunt

uitvoeren. Daarom ben ik ook niet bang

dat ik straks na mijn studie zonder werk

zit. Het lijkt me dan erg leuk om me te

specialiseren in iets, zodat ik daar echt

heel goed in word. Met je studie sluit je je

studententijd af, maar met leren stop je

wat mij betreft nooit.”

Aanknopingspunten:

Do’s:

- Geef Mensenhelpers tijdig en voldoende

informatie over werken in de care.

Bied ze brochures van onderwijsinstellingen

aan om hen te laten zien wat de

mogelijkheden zijn.

- Zorg dat er interessante stage plekken

beschikbaar zijn, zodat ze positieve

werkervaring op kunnen doen.

- Mensenhelpers willen ook graag een

bijbaan in de care. Faciliteer dit

door samen te werken met uitzendbureaus,

onderwijsinstellingen en

zorginstellingen.

- Zet Mensenhelpers in als ambassadeur.

Laat ze hun enthousiaste verhalen

overbrengen op leeftijdsgenoten door ze

op scholen iets te laten vertellen.

Don’ts:

- Denk niet te gemakkelijk bij deze groep

dat ze uit zichzelf wel kiezen voor

een baan in de care. Er zijn nog meer

sectoren die interessant voor hen zijn

om in te werken zoals: goededoelenorganisaties

of de overheid.

MENSENHELPERS

16

17

MENSENHELPERS


Uitvoerders

De Uitvoerder in cijfers:

- meer meisjes (68% meisjes, 32% jongens);

- grotendeels oudere jongeren (19-21 jaar, 32%

en 22-25 jaar, 23%);

- relatief meer hoger opgeleiden (hbo/wo);

- relatief minder Marokkaanse jongeren t.o.v.

andere segmenten;

- relatief meer Turkse jongeren t.o.v. andere

segmenten.

“Een leuke baan is belangrijker dan een goed salaris.

Een goede sfeer is wel belangrijk, want het kan ook erg

zwaar zijn om te werken in de care.” (Lizet, 20 jaar,

mbo Verpleegkunde)

Dit ben ik

Is dit werk wel stoer genoeg? Of hoe

denken anderen over mijn baan? Dit

soort vragen zal Uitvoerders niet zoveel

interesseren. Zodra deze jongeren iets

doen wat ze echt leuk vinden, gaan ze daar

ook 100% voor. Of je er nu veel of weinig

geld mee verdient. Iets goeds doen voor

de samenleving spreekt de Uitvoerders

erg aan, maar ze hoeven niet per se de

volgende Florence Nightingale te zijn.

Zij zoeken hun heil in de kleine dingen die

ze voor mensen kunnen doen en halen

veel voldoening uit de dankbaarheid die ze

hiervoor ontvangen. Uitvoerders vinden

zichzelf niet erg ambitieus en carrièregericht

en hoeven niet per se snel hogerop

te komen. Ze zijn liever op persoonlijk

vlak met mensen bezig, wat zich ook uit in

hun dagelijkse bezigheden. Uitvoerders

zitten graag samen met hun ouders op de

bank, kijken een filmpje met vrienden of

vermaken zich met een boek of muziek.

Dit wil ik

Uitvoerders weten al snel zeker dat ze

in de care willen werken. Zij kiezen vaak

al voor Zorg & Welzijn (vmbo) of Natuur

& Gezondheid (havo/vwo) en oriënteren

zich redelijk uitgebreid op de sector door

folders van opleidingen te verzamelen

en gastcolleges bij te wonen. Wanneer ze

afgestudeerd zijn, stellen ze geen hoge

eisen. Zelfstandig projecten oppakken

of leiding geven aan een grote groep

mensen? Dat zul je een Uitvoerder niet zo

snel zien doen. Ze hebben minder behoefte

aan zelfstandigheid in een baan en vinden

het fijner als iemand hen vertelt wat ze

moeten doen. Een parttimebaan is eigenlijk

de ideale situatie voor een Uitvoerder.

En als dat een baan onder hun niveau

betreft, vinden ze dat ook niet zo erg.

Dit vind ik

In tegenstelling tot een ietwat gelaten

indruk over hun wensen en eisen aan een

baan, zijn Uitvoerders juist erg enthou siast

over werken in de care. Ze vinden het niet

vies om mensen te moeten aanraken voor

hun werk en werken met gehandicapten is

UITVOERDERS

18

19

UITVOERDERS


helemaal niet eng. Integendeel, het is juist

reuze interessant om met mensen met

een handicap of gedrags probleem om te

leren gaan. Het is dan ook een grote uitdaging

om deze mensen te helpen hun leven

zo aangenaam mogelijk te maken. Dat kan

soms best zwaar zijn, zeker als je iemand

moet verzorgen die herstelt van een ziekte

of ongeluk. Maar over het algemeen zijn

Uitvoerders erg positief over werken in

de care: er zijn volop banen beschikbaar,

collega’s zijn gezellig en je kunt creatief

bezig zijn. Van het maken van kerstkaarten

met ouderen tot het knutselen van een

Moederdagcadeau met kinderen:

Uitvoerders vinden het fijn om met deze

doelgroepen te werken.

Naam: Josine

Leeftijd: 18 jaar

Opleiding: mbo Verzorging

De kleine dingen

“Wie het kleine niet eert, is het grote niet

weerd.” Dat leerde ik al op jonge leeftijd

van mijn moeder. En dat is eigenlijk waar

het om gaat in het leven. Met kleine

dingen kun je uiteindelijk ook iets groots

bereiken. Dat zag ik ook tijdens mijn

stage in een revalidatiecentrum. Dat was

heftig, want daar kwamen ook jongeren

van mijn eigen leeftijd die bijvoorbeeld

niet meer konden lopen na een ernstig

ongeluk. Het was in het begin erg lastig

om hen te helpen. ‘Waarom overkomt mij

dit?’ zeiden ze vaak. Door ze te helpen

het te accepteren en zowel letterlijk als

figuurlijk kleine stapjes vooruit te doen,

zag je dat ze je eigenlijk heel dankbaar zijn

dat je hen helpt.”

Geen hoge eisen

“Als ik straks klaar ben met mijn

opleiding, denk ik wel dat ik snel een

baan vind. Ik vind het helemaal niet zo

erg om een baan onder mijn niveau aan te

nemen. Sommige vriendinnen vinden dat

best wel dom, want daar heb je toch niet

voor gestudeerd, zeggen ze dan. Ik vind

het prima om ook het ‘vieze’ werk op te

knappen. Ook hoef ik niet per se leidinggevende

te worden. Dan werk je niet direct

met de cliënten heb ik het idee. Ik wil juist

graag werken met mensen.”

Aanknopingspunten:

Do’s:

- Deel prettige werkervaringen.

Uitvoerders zijn al geïnteresseerd in

de care, dus is het van belang om deze

interesse niet te verliezen. Geef door

middel van folders informatie over

tevreden werknemers die vertellen over

hun werk en hoe ze de balans tussen

werk en privé goed houden.

- Stimuleer ze om hun opleiding af te

maken. Uitvoerders zijn eerder geneigd

hun studie vroegtijdig af te breken als

het hen niet bevalt. Laat zien dat werken

en studeren ook tegelijkertijd kan en dat

je met een niet al te lange studie ook een

goede baan in de care kan vinden.

- Benadruk de goede werkgelegenheid

in de sector, de leuke collega’s en het

feit dat je met het werk echt iets voor

mensen kunt betekenen.

Don’ts:

- Uitvoerders zijn niet zo ambitieus

ingesteld. Folders met verhalen van

ambitieuze werknemers en succesverhalen

over carrière maken in de care

zullen hen minder aanspreken.

- Leg de nadruk niet op doorgroeien en

verantwoordelijkheid. Uitvoerders willen

niet te veel verantwoordelijkheden in

hun werk.

UITVOERDERS

20

21

NON-ZORGERS


Non-zorgers

De Non-zorger in cijfers:

- meer jongens (65% jongens, 35% meisjes);

- relatief veel jonge jongeren (12-15 jaar, 37%);

- vaker lager opgeleid (vmbo/mbo);

- relatief meer Nieuwe Nederlanders t.o.v.

andere segmenten.

“Ik denk niet dat ik daar echt geduld voor heb.

Het trekt me gewoon niet, mensen optillen, wassen.”

(Gisella, 22 jaar, mbo Horeca)

Dit ben ik

Het is niet zo dat ze helemaal nergens

in geïnteresseerd zijn, maar als het om

de care gaat, is motivatie niet bepaald

het sleutelwoord bij de Non-zorgers.

Maatschappelijke betrokkenheid staat

op een redelijk laag pitje: ze voelen zich

niet erg verantwoordelijk ten opzichte van

andere mensen en hun omgeving.

Wat anderen van hen vinden, interesseert

de Non-zorgers niet zoveel en wanneer

ze moeten kiezen tussen iets doen wat ze

leuk vinden en geld verdienen, kiezen ze

toch eerder voor geld verdienen. Zowel

extrinsiek als intrinsiek is de Non-zorger

lastig te motiveren. Non-zorgers zijn

eerder benieuwd naar de nieuwste games,

want gamen doen ze juist weer meer in

vergelijking met andere types.

Dit wil ik

Studiekeuze? Een vervolgopleiding?

Daar zijn Non-zorgers eigenlijk nog

helemaal niet mee bezig, laat staan dat ze

folders inkijken, open dagen bezoeken of

een studiekeuzetest invullen. Met ouders

wordt maar mondjesmaat over studiekeuze

gepraat. In de keuzes die ze maken

zijn ze nog niet heel vastberaden.

Ze weten wel dat hun interesse niet bij

de care ligt, maar eerder bij ICT, natuur,

techniek en technologie. Hoger opgeleide

Non-zorgers kiezen vaker voor een

opleiding in de richting van economie,

bedrijfskunde en management.

Wanneer ze zijn afgestudeerd, stellen

Non- zorgers weinig eisen aan hun baan.

Werktijden en baanzekerheid zijn minder

belangrijk en werk hoeft niet per se dicht

bij huis te zijn.

Dit vind ik

Van alle types hebben Non-zorgers de

minste affiniteit met de care. Ze zien geen

uitdaging in het verzorgen van mensen of

hen te helpen het dagelijkse leven beter

te maken: ze halen hier geen voldoening

uit. Vooral werken met gehandicapten of

mensen met autisme spreekt hen totaal

niet aan. Daarbij hebben ze ook een heel

beperkt beeld van werken in de care.

Van alle typen jongeren zijn Non-zorgers

de enige groep jongeren die geen enkel

beroep spontaan kunnen opnoemen.

Over leuke collega’s, afwisselend werk,

veel kans op een baan en veel doorgroeimogelijkheden

denken Non-zorgers niet

als je hen vraagt waar ze aan denken

bij de care. Hun desinteresse voor deze

sector overheerst hierin.

Naam: Arjen

Leeftijd: 13

Opleiding: vmbo-t

Gemakkelijk

“Ik vind het altijd lastig te bedenken wat ik

nou wil. Dat vragen mensen altijd aan me,

maar ik kan hen nooit echt een antwoord

geven. Ja, ik vind het leuk om te gamen,

maar om daar nou mijn baan van te maken

later? Je moet wel ergens je geld mee

verdienen. Buiten gamen om heb ik niet

echt hobby’s eigenlijk. Ik vind het wel leuk

om af en toe met vrienden af te spreken

of films op tv te kijken. Op school gaan

vakken als natuurkunde en wiskunde me

wel gemakkelijk af, en dat vind ik prima.

Zolang het maar makkelijk gaat, gaat het

ook goed toch?”

Geen interesse in de care

“Wat ik later wil doen voor werk weet

ik nog echt niet. Daar ben ik ook nog

helemaal niet mee bezig. Wat ik wel weet,

is dat de care niets voor mij is. Het lijkt

me niets om te werken met ouderen of

gehandicapten, ik zou dan ook niet eens

weten wat ik moet doen. Hoe noem je eigenlijk

zo iemand die werkt met gehandicapten?

Ik heb geen idee. Ik ken ook geen

mensen die in de care werken. Wat mij wel

interessant lijkt, is iets in de techniek of

economie. Maar ik hoef ook nu nog niet te

kiezen, pas over een paar jaar.”

Aanknopingspunten:

Do’s:

- Non-zorgers zijn nog niet bezig met

studiekeuze of nadenken over wat voor

werk ze willen doen later. Ze zijn lastig te

motiveren. Wellicht is een kleine groep

op oudere leeftijd te interesseren voor

de sector.

Don’ts:

- Verricht niet te veel inspanningen om

deze groep te interesseren voor de care.

Non-zorgers zijn lastig te motiveren.

Niet alleen voor de care, maar ook voor

allerlei andere onderwerpen.

NON-ZORGERS

22

23

NON-ZORGERS


Carrièreplanners

De Carrièreplanner in cijfers:

- meer jongens dan meisjes (jongens 57%, meisjes 43%);

- relatief meer 16- tot 18-jarigen (29%) dan 12- tot 15-jarigen (21%) en 22- tot 25-jarigen (16%);

- geen grote verschillen in opleidingsniveau. Carrièreambitie aanwezig in elk opleidingsniveau;

- relatief veel Marokkaanse jongeren (57% van de Marokkanen is Carrièreplanner);

- relatief weinig Turkse, Surinaamse, Antilliaanse/Arubaanse jongeren.

“Ik hou van uitdaging. Mijn werk moet mij wel motiveren

doordat ik iets kan halen of bewijzen. Anders wordt het saai.”

(Buck, 18 jaar, mbo Juridische Dienstverlening)

Dit ben ik

Stilstaan is geen optie. Dat is het motto

van de Carrièreplanner. De lat ligt hoog,

presteren is een doel op zich en daarmee

willen Carrièreplanners snel hogerop

komen. Ze zijn enerzijds erg maatschappelijk

betrokken en later kiezen ze dan

ook vaak voor een beroep waarbij ze

mensen kunnen helpen. Anderzijds moet

deze baan hen wel enige status en populariteit

opleveren. Carrièreplanners willen

graag dat hun omgeving tegen hen opkijkt

omdat ze mensen helpen, maar ook omdat

ze veel geld verdienen. Trots en ambitie

staan hoog in het vaandel bij dit type

jongere. Carrièreplanners zijn opvallend

meer traditioneel ingesteld dan andere

typen jongeren, waarschijnlijk vanwege

het relatief grote aantal Nieuwe Nederlanders

dat onder dit type valt. Vanuit hun

geloofsovertuiging kan het voor hen een

drempel zijn om mensen van het andere

geslacht te verzorgen.

Dit wil ik

Waar de ene Carrièreplanner al precies

weet wat hij of zij wil doen, verkeert de

andere nog in grote twijfel. Na een hele

hoop studiekeuzetesten wordt de keuze

voor een beroep dan ook vrij laat gemaakt

ten opzichte van andere typen jongeren.

Zij laten zich hier vaak door vrienden

beïnvloeden en praten met hun ouders of

decaan over hun studiekeuze. Dit hoeft

overigens niet per se in de richting van de

care te zijn. Carrièreplanners kiezen op het

vmbo en mbo veelal voor techniek, marketing

en economie en op het hbo en wo voor

geneeskunde, gedrag en maatschappij.

Op het gebied van werk hebben Carrièreplanners

het liefst een eigen bedrijf.

Ze zien zichzelf niet snel onder iemand

werken die hen vertelt wat ze moeten doen;

dat bepalen ze zelf wel. Een baan moet

vastigheid en zekerheid bieden. Daarom

gaan ze ook op zoek naar een baan met veel

werkaanbod, in een huiselijke sfeer met

veel verschillende en gezellige collega’s.

Voor dat oh zo belangrijke geld werkt de

Carrièreplanner graag hard. Voor een

nacht- of weekenddienst wordt de hand

niet omgedraaid. Maar als zich dan een

mogelijkheid aandient om in het buitenland

te werken, pakt de Carrièreplanner deze

kans wel met beide handen aan.

CARRIÈREPLANNERS

24

25

CARRIÈREPLANNERS


Dit vind ik

De care biedt de Carrièreplanner een

grote uitdaging, maar niet op uitvoerend

niveau. Lichamelijke verzorging vinden ze

minder leuk en het lijkt hen moeilijk om

met gehandicapte mensen te werken.

De wil om met deze doelgroep om te

gaan is er echter wel. Het oplossen van

problemen in moeilijke situaties en zich

specialiseren in bepaalde ziektes spreekt

hen het meest aan in de care. Hoewel

Carrièreplanners de ambitie hebben om

een eigen bedrijf te beginnen, zien ze dit

niet snel in de care gebeuren.

Het carrièreperspectief in deze sector

ontbreekt voor hen en het verdient ook

minder goed dan andere sectoren.

Wel vinden ze dat de care veel kans op

een baan biedt. De care is voor hen niet de

meest voor de hand liggende sector om

een baan in te zoeken, maar ze zien wel de

positieve aspecten aan werken in de care.

Naam: Amil

Leeftijd: 19 jaar

Opleiding: hbo Commerciële

Economie

Geld is belangrijk

“Ik spreek vaak met mijn vrienden af en

sport veel en graag. Daarnaast ben ik

ook druk met mijn studie Commerciële

Economie. Ik wil graag later iets doen

waarmee ik veel geld kan verdienen, en

ik denk dat ik dat met deze opleiding wel

ga redden. Gezellig is het ook, want veel

vrienden van mij doen ook deze studie.

Op de middelbare school heb ik snel

gekozen voor E&M, dat sprak mij het

meeste aan. Mijn ouders hebben zich

er niet veel mee bemoeid. Toen ik voor

Commerciële Economie koos na de

havo, vonden ze dat best, als ik maar een

diploma haal. Ik denk dat mijn ouders

vooral willen dat ik een beroep kies waarmee

ik veel geld kan verdienen. Dat gaat

denk ik wel lukken met deze opleiding.”

Waardering en uitdaging

“Ik zou niet direct kiezen voor een baan in

de care. Mensen wassen, aankleden, eten

geven of rondrijden in een rolstoel lijkt

me echt niets. Ik heb veel respect voor de

mensen die dat wel doen, ze helpen die

zieke mensen goed en je ziet ook dat ze er

waardering voor krijgen. Als ik dan in de

care zou gaan werken, dan zou dat op een

hogere functie zijn, daar ligt de uitdaging

voor mij. Bijvoorbeeld het aansturen van

de zorg voor iemand en het oplossen van

de problemen die daarbij komen kijken.

Voor het geld hoef je namelijk niet in de

care te werken, daarom zou ik ook

eerder kiezen voor een baan in de marketing

of economie.”

Aanknopingspunten:

Do’s:

- Laat zien dat werken in de care veel

uitdagingen biedt, dat ze kunnen

doorgroeien en niet stil blijven staan.

Benadruk dat je kunt blijven leren en

jezelf ontwikkelen terwijl je werkt.

- Zet hun angst om in een uitdaging.

Laat bijvoorbeeld zien hoe je met

hulpbehoevende oudere mensen in een

verpleeghuis om moet gaan.

- Wees realistisch over het salaris.

Don’ts:

- Carrièreplanners willen tijdens een

stage of bijbaan uitgedaagd worden.

Geef ze geen eentonig (uitvoerend) werk

waar ze snel verveeld van raken maar

stel hen op de proef.

Nieuwe Nederlanders, Turkse

en Marokkaanse jongeren

Het aanvullende onderzoek onder

Nieuwe Nederlanders heeft opvallende

resul taten opgeleverd. Nieuwe Nederlanders

zijn oververtegenwoordigd in

de typen Carrièreplanners en Non-

zorgers en ondervertegenwoordigd in

het type Mensenhelpers.

Nieuwe Nederlanders vinden zichzelf

vaker populair, sportief en gelovig dan

autochtone jongeren. Met name Marokkaanse

jongeren zijn sterk intrinsiek en

extrinsiek gemotiveerd. Dat betekent dat

ze iets goeds willen doen voor de maatschappij,

maar ook dat status en erkenning

vanuit de omgeving belangrijk voor

hen is. Daarnaast spelen geloof, cultuur

en traditie een belangrijke rol en ervaren

ze hierdoor drempels voor bepaalde

werkzaamheden in de care, zoals lichamelijke

verzorging. Nieuwe Nederlanders

(met name Marokkaanse jongeren) weten

vaak goed welk beroep ze later willen.

Baanzekerheid is een belangrijke factor in

de beroepskeuze.

Beeld van de care

Nieuwe Nederlanders kunnen zich

moeilijk een beeld vormen van werken

in de care. Werken met mensen met

een handicap vinden ze vaak eng of

moeilijk. Ook denken ze bij de care aan

laag opgeleid werk en weinig carrièreperspectief.

Dit beperkte beeld van

de care ontstaat doordat ze er weinig

ervaring mee hebben. Nieuwe

Nederlanders hebben dan ook minder

affiniteit met de care dan autoch -

tone jongeren, maar er zijn verschillen

binnen deze groep. Zo zien Marokkaanse

jongeren meer uitdaging in de care en

hebben Turkse jongeren minder moeite

met lichamelijke verzorging. Ook denken

Turkse jongeren, vaker dan Marokkaanse

jongeren, dat ze hun familie trots maken

als ze in de care zouden werken.

Verzorging van mensen van het andere

geslacht geeft de meeste weerstand.

Aanknopingspunten:

- Stimuleer de eerste kennismaking,

bijvoorbeeld door rolmodellen op

scholen te laten vertellen over de

care. Praat over de vooroordelen rond

werken in de care. Zet rolmodellen in

om vooroordelen en eventuele culturele

drempels bespreekbaar te maken.

- Benadruk de aspecten baanzekerheid,

verantwoordelijkheid en parttime werken.

- Benadruk het ‘ertoe doen’-aspect.

Werken in de care is mensen helpen.

Laat zien dat ze hier ook status aan

kunnen ontlenen.

- Informeer ook ouders over de care en

betrek hen bij het keuzeproces.

CARRIÈREPLANNERS

26

27

NIEUWE NEDERLANDERS


4. Het Care Segmentatie -

model – wat kun je ermee?

Hiervoor heb je kennisgemaakt met het

model en de vijf types. Maar hoe pas je

het model toe in de praktijk? In dit laatste

hoofdstuk vind je een stappenplan dat je

kunt doorlopen om het model effectief te

gebruiken. Het is bestemd voor iedereen

die geïnteresseerd is in de vraag hoe je

jongeren kunt enthousiasmeren voor een

opleiding of baan in de care. Naast dat je

het model kunt inzetten als wervingstool,

kun je het ook gebruiken om jonge werknemers

binnen de care te behouden. Het

stappen plan biedt praktische informatie

en aanknopingspunten voor professionals

binnen het voortgezet en hoger onderwijs,

medewerkers met uiteenlopende functies

binnen de care en beleidsmakers.

Hieronder staan enkele specifieke doelgroepen

beschreven die voordeel kunnen

halen uit het model.

Onderwijs- en

opleidingsinstellingen

Werk je als docent, decaan,

maatschappelijke stage coördinator of

studieloopbaanbegeleider in het onderwijs?

Is je doelstelling om meer jongeren te

informeren over de care? Dan kan het

stappenplan je helpen om meer inzicht te

krijgen hoe je leerlingen of studenten kunt

adviseren. Je zult zien dat er niet één type

leerling is, maar dat iedereen op dit vlak

onderling behoorlijk verschilt.

Als docent of decaan heb je verschillende

typen leerlingen in je klas en kun je je dus

niet zomaar richten of focussen op één of

twee types.

Op basis van de types uit het model

kun je achterhalen wat een leerling

echt belangrijk vindt in een toekomstige

baan en welke zorgopleidingen hierbij

goed aansluiten. Als je als docent of

onderwijsvormgever meer weet over de

belangrijke drijf veren van leerlingen, kan

dit je helpen om de inhoud van lessen

hierop af te stemmen.

Communicatieprofessionals

Het model kan communicatieadviseurs

die werkzaam zijn in de care helpen om

hun aanbod van communicatiemiddelen

en activiteiten beter af te stemmen op

de verschillende types. Het kan bijvoorbeeld

zijn dat je communicatiemateriaal

om jongeren te werven voor een baan in

de thuiszorg vooral aantrekkelijk is voor

het type Mensenhelpers en Uitvoerders,

omdat zij toch al affiniteit hebben met

de care, maar dat Carrièreplanners

hierdoor niet worden geprikkeld. Het is

dan noodzakelijk om in je communicatie

elementen te verwerken die ook voor Carrièreplanners

aansprekend zijn, bijvoorbeeld

de nadruk leggen op doorgroeimogelijkheden

en een goed salaris.

INTERESSE IN DE CARE

HOOG

LAAG

Mensenhelpers

20%

Uitvoerders

15%

INTRINSIEKE MOTIVATIE

P&O-adviseurs

Het model biedt praktische handvatten

aan personeelsadviseurs binnen

instellingen in de care. Om jongeren die

al gekozen hebben voor een beroep in de

care tevreden te houden, is het van belang

dat je als P&O-adviseur weet met welk

type uit het model je te maken hebt. Op

deze wijze kun je de ambities en drijfveren

Carierreplanners 14%

Twijfelaars

31%

Non-zorgers

20%

EXTRINSIEKE MOTIVATIE

van je jonge werknemer beter afstemmen

op de werkzaamheden en taken die hij

of zij uitvoert binnen de organisatie. Een

Carrièreplanner die werkzaam is in een

verzorgingshuis voor ouderen wil bijvoorbeeld

veel meer worden uitgedaagd in zijn

werk dan een type Uitvoerder.

Stappenplan

Je kunt het model inzetten als een

instrument waarmee je stap voor stap te

werk gaat: van een analyse van je huidige

aanpak tot een optimalisatie daarvan in de

toekomst. Het stappenplan bestaat uit de

volgende vier fases:

Stap 1: Terreinverkenning

Stap 2: Koersbepaling

Stap 3: Koerswijziging

Stap 4: Terreinwinst

Stap 1: Terreinverkenning

Wie ben je nu? In de eerste fase ga je een

antwoord formuleren op de vraag waar

jouw organisatie of onderwijsinstelling zich

op dit moment in het model bevindt. Welke

types zijn werkzaam binnen de organisatie?

Of wat voor studenten of scholieren zitten

binnen het onderwijs? Zijn dit bijvoorbeeld

vooral Mensen helpers, Uitvoerders of juist

Carrière planners? En op welke groepen

zijn de (voorlichtings)activiteiten die je

organiseert vooral gericht? Ook op individueel

niveau is het interessant om te kijken

in welk type je jezelf het best herkent.

Wat zegt dit over welke verhalen je vertelt?

Stap 2: Koersbepaling

In deze fase formuleer je een antwoord

op de vraag: op wie wil ik me nog meer of

juist beter gaan richten? Welke types uit

het model ga ik aanspreken? Grofweg kun

je kiezen voor twee strategieën:

4. HET CARE SEGMENTATIE -

MODEL – WAT KUN JE ERMEE?

28

29

4. HET CARE SEGMENTATIE -

MODEL – WAT KUN JE ERMEE?


Verdieping/focus: je gaat je nog beter

richten op de vaak een of twee groepen

waar je je al op richt door huidige

activi teiten te optimaliseren.

Verbreding: je kiest voor een strategie

waarbij je je ook op een of meerdere

nieuwe doelgroepen richt die je nu nog onvoldoende

aanspreekt of weet te bereiken.

We stimuleren gebruikers van het model

om een goede balans te vinden tussen

ambitie en realisme. Durf je doelgroep te

vergroten en stel jezelf hierbij de vraag

of je je ambities ook kunt waarmaken.

Heb je de Carrièreplanners ook echt een

interessante stage of baan te bieden?

Raken Mensenhelpers verveeld binnen je

organisatie of weet je hen echt te boeien?

Verder is het goed om je bewust te zijn in

welk moment van de ‘keuzetrechter’ je

je bevindt. Als je als instelling met een

voorlichtingsactiviteit in een 2 vmbo klas

(voorafgaand aan de sectorkeuze) aan de

slag gaat, heb je met alle types te maken.

Sta je als voorlichter voor een groep mbostudenten

Verzorgende of HBO-V, dan is

de kans groot dat hier minder Carrièreplanners

en Non-zorgers tussen zitten.

Stap 3: Koerswijziging

In deze fase ga je gericht aanpassingen

doorvoeren om de doelgroepen waar je

je op richt beter te bereiken. Beantwoord

per type waar je je op richt de centrale

vraag in de activiteit of het voorlichtingsmateriaal

waar je hen mee wilt bereiken:

Twijfelaars: wat zijn de verschillende

mogelijkheden in de care?

Mensenhelpers: wat kan ik betekenen voor

mensen of de maatschappij in de care?

Uitvoerders: wat kan ik concreet doen

in de care?

Carrièreplanners: wat kan ik bereiken

in de care?

Non-zorgers: waarom is het belangrijk

dat er mensen werken in de care?

De koerswijziging kan van invloed zijn

op verschillende aspecten van activiteiten,

onderwijs of communicatie en

voorlichting. We bespreken er hieronder

kort een aantal en geven een aanzet voor

praktische veranderingen.

Voorlichting en

communicatiemateriaal

Om goed in te spelen op de waarden van je

doelgroep en de types waar je je op richt,

is vernieuwing op twee niveaus belangrijk:

Welke verhalen vertel je? In hoeverre

beantwoord je de centrale vraag van de

types waar je je op richt? Kijk nog eens

naar de beschrijvingen en do’s en don’ts

die we per type hebben beschreven.

Welke beelden laat je zien? Welke professionals

en werkcontexten beeld je af?

Vaak creëer je voorlichtings materiaal

niet voor één specifiek type uit het model,

zorg er dan voor dat verschillende

beelden verschillende types aanspreken.

Carrièreplanners kunnen bijvoorbeeld

afknappen op meer ouderwetse beelden

van de care. Het kan geen kwaad om ook

een zorgmanager te laten zien die een

teambijeenkomst leidt. Uitvoerders en

Mensenhelpers vinden beeldmateriaal

waarop contact tussen cliënt en professional

centraal staat juist aansprekend.

De Twijfelaar kijkt eerder of hij zichzelf

kan herkennen in het beeld. Ziet hij

zichzelf werken op de plek en tussen de

mensen die zijn afgebeeld?

Activiteiten

Je kunt ervoor kiezen als zorginstelling of

onderwijsinstelling nieuwe activiteiten te

ontwikkelen of uit te voeren om beter aan

te sluiten bij de types die je bedient. Zet

bijvoorbeeld een regionaal jongerenuitzendbureau

op voor jonge Mensen helpers,

waarbij je jongeren als bijbaantje in de

care actief ervaring laat opdoen.

Of denk aan een project voor

Carrièreplanners, Twijfelaars en Nonzorgers

waarbij ze zelf een kort filmpje

moeten maken over een professional

die werkzaam is in de care (zie www.

tubeyourfuture.nl ter inspiratie voor een

voorbeeld uit de bètatechnische sector).

Onderwijs

In het onderwijs is het van belang om te

kijken of je de verschillende doelgroepen

weet te boeien. Sluiten de vakken aan op

In gesprek met jongeren

Tien belangrijke vragen om te stellen

‘Hoe kom ik er nu achter welk type jongere ik voor

me heb?’ horen wij vaker. Gewoon, door het hen te

vragen. Hieronder staan tien mogelijke vragen die je

als medewerker in het onderwijs of in de care kunt

stellen. Om zo een scherper beeld van je doelgroep

te krijgen en je benadering daarop af te stemmen.

Je kunt deze vragen rechtstreeks aan jongeren

stellen in 1-op-1-gesprekken. Maar ook aan jezelf,

want zo krijg je inzicht in waar de raakvlakken of

juist verschillen liggen. Een belangrijke opmerking

hierbij is dat je de vragen open moet stellen, dus

zonder vooraf gedefinieerde antwoordcategorieën

de waarden van de jongeren die onderwijs

volgen bij jouw instelling? Welke stagemogelijkheden

bied je aan? Een talentprogramma

binnen je opleiding waarmee

je een extra certificaat afgeeft, kan

Carrièreplanners aanspreken. Hetzelfde

geldt voor meer samenwerking met aansprekende

werkgevers uit de regio of het

aanbieden van topstages.

Rolmodellen

Jongeren spiegelen zich aan rolmodellen.

Vaak wordt in dit kader al gedacht aan de

rol van Nieuwe Nederlanders of mannen

die een verhaal vertellen over werken in

de zorg om nieuwe doelgroepen aan te

spreken. Hetzelfde geldt voor waarden:

in je hoofd. Dit is nodig, omdat je dan geen enkele

richting uitsluit en je mogelijk tot verrassende

antwoorden en inzichten komt. We hebben eerst

brede vragen geformuleerd naar de belevingswereld

van jongeren. Vervolgens hebben we vragen

opgenomen die inzicht geven in de beleving van de care.

Met betrekking tot de belevingswereld:

1. Wie of wat is belangrijk voor jou?

2. Wat doe je het liefst in je vrije tijd?

3. Waar word je gelukkig van?

4. Wie bewonder je?

5. Wat wil je bereiken als je volwassen bent?

een verhaal over werken in de zorg is

vooral interessanter als het door iemand

wordt verteld die eenzelfde waardepatroon

heeft als jij. Zo communiceren we

in veel voorlichting vanuit professionals

zinnen als: ‘Ik wilde van kleins af aan al

in de zorg werken, omdat ik altijd al een

zorgend type ben geweest.’ Je begrijpt

dat Twijfelaars zich niet herkennen in zo’n

uitspraak. Voor een Carrièreplanner is

het juist inspirerend om van een directeur

of iemand die is opgeklommen binnen de

organisatie, te horen wat voor carrièrepaden

er mogelijk zijn.

ActiZ heeft een beroepenwaaier

ontwikkeld. Hierin komen verschillende

Met betrekking tot de care:

1. Wat betekent werken in de zorg en welzijnssector

voor jou? Wat voor beeld heb je daarvan?

2. Hoe belangrijk vind je het om andere mensen te

helpen en iets goeds te doen voor anderen en de

samenleving?

3. In hoeverre vind je het belangrijk om later carrière

te maken en een hoog salaris te verdienen?

Waarom?

4. Op welke manier ben je zelf al met het verzorgen

van andere mensen bezig?

5. Wat zijn eventuele drempels om niet te kiezen

voor een opleiding of baan in de care?

professionals aan het woord die iets

vertellen over hun beroep, de taken die ze

uitvoeren en hun eigen drijfveren.

Ook hier is gekozen voor een diverse

groep professionals die verschillende

types van het model aanspreken.

Stap 4: Terreinwinst

In deze laatste fase ga je evalueren. Heeft

de koerswijziging ertoe geleid dat je meer

en andere jongeren hebt bereikt?

Hoe waarderen de verschillende types

uit het model je nieuwe aanpak? Wie trek

je daarmee en wie niet? Het antwoord op

deze vragen helpt je om nog meer aan te

scherpen en te vernieuwen. Ga hiervoor in

gesprek met de jongeren.

4. HET CARE SEGMENTATIE -

MODEL – WAT KUN JE ERMEE?

30

31

4. HET CARE SEGMENTATIE -

MODEL – WAT KUN JE ERMEE?


JONGEREN EN DE ZORG

Colofon

Het Care Segmentatiemodel is tot stand gekomen in opdracht

van Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) en ActiZ.

Het onderzoek dat ten grondslag ligt aan dit model is uitgevoerd

door YoungWorks en Motivaction International B.V.

Onderzoek:

Joris Schuurman, Derk Zijlker (YoungWorks), Lonneke

Gijsbers, Machteld Burema en Madeleine Wallien

(Motivaction)

ActiZ is de brancheorganisatie van ondernemers in de verpleegen

verzorgingshuiszorg, thuiszorg, jeugdgezondheids- en

kraamzorg en behartigt de gemeenschappelijke belangen van

haar leden. De ruim vierhonderd leden leveren producten en

diensten aan ongeveer twee miljoen cliënten. Bij de leden werken

ruim 420.000 medewerkers. Zij is daarmee een van de grootste

werkgeversorganisaties in Nederland.

Tekst en citaten:

Derk Zijlker en Marnienke van der Maal (YoungWorks)

i.s.m. Motivaction

Vormgeving:

Robin Westerhoff (YoungWorks)

Projectbegeleiding vanuit ActiZ:

Nicole Huttenhuis en Paul de Jonge

Copyright publicatie:

© November 2012. De Creatieve Commons

Naamsvermelding- NietCommercieel-GelijkDelen 3.0

Nederlandse licentie is van toepassing op dit werk.

Voor meer informatie over het Care Segmentatiemodel

of de toepassing ervan, kun je een e-mail sturen naar of

contact opnemen met Joris Schuurman van YoungWorks,

tel: 020-4199840, of e-mail: joris@youngworks.nl of

Madeleine Wallien van Motivaction International B.V.,

m.wallien@motivaction.nl, tel: 020-5898383

More magazines by this user
Similar magazines