Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
NUMMER 3 | JULI <strong>2015</strong><br />
MASTERCLASS<br />
PAVO CUP RIJDEN<br />
Interview:<br />
JORINDE VERWIMP<br />
JURYDAGBOEK:<br />
EDDY DE WOLFF VAN WESTERRODE<br />
ZWIEPENDE STAART,<br />
IS ER EEN OPLOSSING?<br />
De slofteugel: gebruik ‘m goed<br />
HELD VEREEUWIGD:<br />
MICHELLINO<br />
IN DE ACHTERUIT:<br />
HET ACHTERWAARTS!
www.mountainhorse.nl
Editorial<br />
Digitaal<br />
<strong>Dressuur</strong> gaat digitaal! Dat wil zeggen, voor twee keer per jaar. Geen glossy magazine in je handen,<br />
maar in plaats daarvan een tablet of computer. Het is misschien even wennen, maar zo’n digitaal<br />
nummer biedt ook veel mogelijkheden! Benieuwd naar wat je met dit digitale nummer kan? Bekijk<br />
dan hier mijn video-editorial.<br />
Bettine van Harselaar, hoofdredacteur<br />
<strong>Dressuur</strong> | 3
The Horse Loving Company<br />
www.euro-star.de
Inhoud<br />
Juli <strong>2015</strong><br />
Rijtechnisch<br />
08 Masterclass<br />
Hoe bereid je je paard voor op de nieuwe Pavo-Cup? Marian<br />
Dorresteijn geeft les aan Depora Pijpers en Fillmore.<br />
38 Correct achterwaarts<br />
Bij veel ruiters en paarden niet favoriet: achterwaarts gaan. Instructeur<br />
Tonnie Huberts en jurylid Adriaan Hamoen vertellen.<br />
56 Serie: Bewegingsleer<br />
Gewicht verplaatsen naar de achterhand.<br />
Interview<br />
26 Jorinde Verwimp<br />
Deze Belgische jonge amazone focust zich met Tiamo op de<br />
Olympische Spelen.<br />
46 Van welk paard leerden zij het meest?<br />
Tineke Bartels, Monica Theodorescu en Patrik Kittel vertellen<br />
van welk paard zij het meest leerden.<br />
Rubrieken<br />
16 De stelling<br />
‘Het Judges supervisory panel kan wel door een computer<br />
worden vervangen!’ Wim Ernes en Trond Asmyr reageren.<br />
18 Hulp van derden<br />
De slofteugel heeft evenveel vrienden als vijanden.<br />
Hoe gebruik je ‘m goed?<br />
52 Held op vier benen<br />
<strong>Dressuur</strong> richt iedere editie een standbeeld op voor een bekend<br />
dressuurpaard die veel voor de sport heeft betekend. Deze keer:<br />
Michellino.<br />
44 Jurydagboek<br />
Iedere editie een ander jurylid aan het woord. Eddy de Wolff<br />
van Westerrode gaat in op het halsstrekken.<br />
En verder<br />
01 Coverfoto door Quillemette Kraaikamp<br />
03 Editorial<br />
06 Puur <strong>Dressuur</strong><br />
22 Staartzwiepen: is er een oplossing?<br />
25 Column: Dinja van Liere<br />
32 Veulens: zo kies je een dressuurtopper<br />
36 Shopping<br />
62 Colofon<br />
08<br />
18<br />
56 26<br />
<strong>Dressuur</strong> | 5
puur dressuur • puur dressuur • puur dressuur • puur dressuur • puur dressuur •<br />
www.dressuur.nl facebook.com/dressuurmagazine twitter.com/dressuurmagazin<br />
Train met het ATC bij jou op stal!<br />
Het Adelinde Training Center (ATC) biedt diverse cursussen op het gebied van ruiterfitheid.<br />
Alle trainingen hebben tot doel om de ruiter mentaal en fysiek sterker te maken. Je wilt ten<br />
slotte als ruiter toch niet zelf de zwakste schakel zijn? Het ATC komt graag bij jou op locatie.<br />
Bekijk ons cursusaanbod op www.adelindetrainingcenter.nl!<br />
“In de lagere klassen kunnen<br />
eigenlijk alle paarden<br />
goed meekomen, ook de<br />
paarden die een minder<br />
gunstige bouw hebben.<br />
Kom je op een hoger niveau,<br />
dan zullen exterieurbeperkingen<br />
optimaal presteren<br />
moeilijker maken”,<br />
aldus dierenarts Hank van<br />
Campen in onze serie over<br />
bewegingsleer. Lees het hele<br />
artikel vanaf pagina 56.<br />
NK DRESSUUR<br />
Intussen op www.dressuur.nl!<br />
Nieuwe rubriek: feit of fabel. In de paardensport wemelt het van de uitspraken die veel mensen<br />
voor waar aannemen. Maar is dat wel altijd terecht? <strong>Dressuur</strong> gaat op onderzoek uit en checkt de<br />
feiten. Deze keer duiken we in de bitten en checken we de volgende aanname: ‘Een dik bit is<br />
vriendelijker dan een dun bit’. Is dat zo? Neem snel een kijkje op www.dressuur.nl!<br />
Van 17 tot 19 juli is het NK <strong>Dressuur</strong> op het<br />
Nationaal Hippisch Centrum in Ermelo. Het<br />
NK is de laatste observatiewedstrijd voor het<br />
EK <strong>Dressuur</strong> deze zomer, dus alle toppers zullen<br />
aanwezig zijn. En wat is er nou leuker dan<br />
de allerbeste dressuurruiters en -amazones<br />
van Nederland te gaan bekijken? Wij van<br />
<strong>Dressuur</strong> zijn van de partij in Ermelo!<br />
Zien we je daar in onze stand? Kijk voor meer<br />
informatie op www.nkdressuur.nl.<br />
6 | <strong>Dressuur</strong>
puur dressuur • puur dressuur • puur dressuur • puur dressuur • puur dressuur<br />
JOUW DRESSUURMOMENT<br />
Iedere editie van<br />
<strong>Dressuur</strong> maak je<br />
kans op een mooi<br />
item van ANKY®!<br />
We ontvangen graag een foto van ‘Jouw <strong>Dressuur</strong>moment’.<br />
Bijvoorbeeld op wedstrijd, aan het jureren, lesgeven, op de<br />
tribune, aan het poetsen of tijdens je training. We zijn heel<br />
benieuwd naar jullie leukste, mooiste of gekste dressuurmomenten.<br />
De leukste inzending wordt beloond met de<br />
ANKY® Fancy<br />
Riding Jacket<br />
t.w.v. €179,95.<br />
Stuur je foto,<br />
een korte toelichting<br />
en contactgegevens vóór 1 augustus naar<br />
dressuur@eisma.nl o.v.v. ‘Jouw <strong>Dressuur</strong>moment’.<br />
KliCK aND RiDE<br />
nooit meer kalkoenen draaien!<br />
Waarom nog schroeven als je ‘klicken’<br />
kan? Een geweldige oplossing voor een<br />
veelvoorkomende ergernis. Klick and Ride<br />
is ontwikkeld in samenwerking met ervaren<br />
ruiters en hoefsmeden en maakt het<br />
mogelijk je paard snel en eenvoudig op<br />
kalkoenen te zetten. Zelfs een nerveus<br />
paard is nu op wedstrijd scherp te zetten.<br />
De inkliktijd is slechts drie tot vijf minuten.<br />
Een complete startset is verkrijgbaar<br />
voor €129,00.<br />
Voor informatie: www.equismart.nl<br />
Wil je weten hoe Klick and Ride werkt?<br />
Klik op onderstaande afbeelding voor een video!<br />
De winnaar<br />
Christa van Ginkel uit Woudenberg won met deze foto<br />
de ANKY® Patent Bridle: “Dit was afgelopen zomer op<br />
de Utrechtse kampioenschappen. Na een vervelende<br />
periode waarin ik twee paarden heb verloren, heb ik<br />
nu dit geweldige paard gevonden. We waren op het<br />
moment van het kampioenschap nog geen half jaar<br />
een combinatie, en toch al kampioen geworden!<br />
Heel trots op mijn jonge paard Empire!”<br />
EK <strong>Dressuur</strong>: Be there!<br />
Van 12 tot en met 16<br />
augustus vindt voor<br />
dressuurliefhebbers hét<br />
evenement van het jaar<br />
plaats: het EK <strong>Dressuur</strong>!<br />
Dit jaar in het Duitse<br />
Aken, wat ook vanuit<br />
Nederland goed aan te<br />
rijden is. Momenteel is de strijd om een teamplaats nog in volle gang, maar dat het in Aken spannend<br />
gaat worden is zeker! Kaarten zijn verkrijgbaar via www.aachen<strong>2015</strong>.de.<br />
‘Beter paardrijden<br />
begint bij jezelf’<br />
Adelinde Training Center<br />
<strong>Dressuur</strong> | 7
Masterclass<br />
Masterclass<br />
Debora Pijpers lest bij Marian Dorresteijn<br />
De Pavo Cup verandert dit jaar van opzet. <strong>Dressuur</strong> nodigde daarom amazone Debora Pijpers<br />
uit om met de vijfjarige Fillmore een Masterclass Pavo Cup-rijden te volgen bij Marian Dorresteijn,<br />
lid van de KWPN hengstenkeuringscommissie en Pavo Cup-jurylid. Want hoe bereid je een jong<br />
paard het beste voor op deelname en wat wordt er precies van je verwacht?<br />
Tekst: Bettine van Harselaar | Fotografie: www.arnd.nl<br />
Marian Dorresteijn<br />
Marian Dorresteijn heeft samen met Hennie<br />
Broekhuizen een dressuurstal in het Utrechtse<br />
Werkhoven. Marian behaalde recent het<br />
ORUN niveau 5-diploma en reed Grand Prix<br />
met de merrie Finesse (v. Aktion). Momenteel<br />
is ze haar zelfgefokte Waldemar (v. Negro) aan<br />
het klaarmaken voor de overstap naar de zware<br />
tour. Naast de activiteiten op de eigen stal is<br />
Marian lid van de KWPN-Hengstenkeuringscommissie<br />
<strong>Dressuur</strong>, KWPN-jury voor de<br />
merriekeuringen en jurylid voor de Pavo Cup.<br />
In tegenstelling tot eerdere Masterclasses<br />
begint deze Masterclass met theorie. Op<br />
stal De Paardenakker van Marian Dorresteijn<br />
en Hennie Broekhuizen schuiven we<br />
in de kantine aan voor uitleg over de vernieuwde<br />
Pavo Cup. Marian vertelt: “Het belangrijkste<br />
blijft ongewijzigd, we gaan op zoek naar kwaliteitsvolle<br />
paarden. Voorheen bleek tijdens de<br />
Pavo Cup dat paarden soms met veel druk werden<br />
rondgereden en dat het meer een rubriek<br />
bestgaand rijpaard werd. Nu gaan we op zoek<br />
naar talentvolle paarden die niet geforceerd<br />
worden voorgesteld. We kijken natuurlijk naar<br />
correcte basisgangen, maar ook naar de mogelijkheden<br />
van het paard wat betreft atletisch vermogen<br />
en rijdbaarheid.” Naast dat de focus<br />
meer komt te liggen op harmonie en overgangen,<br />
veranderen ook de te rijden proeven. “De<br />
opbouw wordt anders. Tijdens de voorselectie<br />
wordt de minst moeilijke proef verreden. De<br />
halve finaleproef is anders met meer wendingen<br />
en overgangen en de finale wordt een vrije proef<br />
met verplichte onderdelen. Graag zou ik vandaag<br />
met Debora de proef rijden die op de voorselectie<br />
wordt uitgeschreven.”<br />
Aan de slag met overgangen<br />
Tijd om het in de praktijk te gaan brengen. Debora<br />
haalt Fillmore van de wagen. Ondanks dat<br />
dit pas zijn derde keer ‘van huis’ is, kijkt hij<br />
wakker in de rondte. Fillmore is een vijfjarige<br />
ruin van Michellino x Roman Nature en is in<br />
eigendom van de Oostenrijkse Ingeborg Wiesner.<br />
Debora heeft de op <strong>Dressuur</strong>stal van Baalen<br />
‘We gaan op zoek naar talentvolle paarden die<br />
niet geforceerd worden voorgesteld’<br />
gefokte ruin nu enkele maanden onder het<br />
zadel en start hem M1. Nadat Debora is opgestapt,<br />
vindt Fillmore de omgeving toch nog<br />
best spannend. Hij begint te dribbelen in stap<br />
en daarom laat Debora hem al snel aandraven<br />
zodat hij zijn overtollige energie wat kwijt kan<br />
raken.<br />
Marian kijkt goedkeurend toe vanaf de zijlijn:<br />
“Veel jonge paarden raken vooral op vreemd<br />
terrein hun spanning makkelijker kwijt in draf<br />
of galop dan in stap. Daarom is het verstandig<br />
om je aan te passen aan je paard en te zorgen<br />
8 | <strong>Dressuur</strong>
Masterclass<br />
dat er geen gevaarlijke situaties ontstaan. Zorg<br />
wel dat je met losrijden altijd goed de tijd<br />
neemt om je paard over de rug te laten komen<br />
door van achteren naar voren te rijden.” Als Fillmore<br />
langzaam wat begint te ontspannen stapt<br />
Marian de baan in en is het tijd om aan het<br />
werk te gaan.<br />
Marian laat Debora beginnen met het rijden van<br />
wat overgangen van draf naar galop en weer terug,<br />
dat alles nog wat lager ingesteld. Fillmore<br />
drukt zich een beetje op in het aanspringen,<br />
dus dat moet direct over. “Probeer nu in de loswerkfase<br />
je paard in deze lage lijn te houden. In<br />
de overgangen mag de bovenlijn niet veranderen.<br />
Bereid je overgang daarom ook wat mooier<br />
voor zodat hij wat attenter aanspringt.” Om het<br />
aanspringen over te doen, rijdt Debora vlug<br />
weer terug naar draf en wil het aanspringen<br />
opnieuw doen. Marian merkt op dat Fillmore te<br />
veel terugkomt na de overgang. “Blijf hem aanvullen<br />
vanuit de achterhand, ook als de over<br />
Veel jonge paarden raken vooral op vreemd terrein hun spanning makkelijker kwijt in draf of galop dan in<br />
stap, dus Debora draaft al vroeg aan.<br />
>><br />
<strong>Dressuur</strong> | 9
Masterclass<br />
de overgangen nog wat verfijnen. “Probeer wat<br />
meer te galopperen na het aanspringen. Dan<br />
wordt zijn achterbeen nog actiever en komt hij<br />
mooier over de rug. En als je weer terugrijdt<br />
naar draf, doe dit dan mooi op je zit.” Debora<br />
luistert en Fillmore komt op een kleine ophouding<br />
vloeiend terug naar een actieve draf. Toch<br />
valt Marian nog iets op: “Niet naar beneden kijken!<br />
Niet alleen voor het plaatje, ook de inwerking<br />
van je zit wordt dan beter!”<br />
Op twee kanten<br />
“Zorg dat je alles wat je linksom doet ook<br />
rechtsom meepakt”, instrueert Marian. Debora<br />
gaat van hand veranderen en rijdt ook rechtsom<br />
enkele mooie overgangen draf-galop. Fillmore<br />
loopt nog steeds wat ronder ingesteld, maar<br />
Marian vindt dat de ruin nog mooier omhoog<br />
mag blijven draven: “Als je de hals lager instelt,<br />
moet hij toch vanuit de schoft omhoog blijven<br />
bewegen. Hij krult zich nu wat te veel op.<br />
Schuif hem nog eens wat verder uit? Dan komt<br />
de hals meer op lengte en kan hij zich minder<br />
makkelijk opdrukken in de hals.”<br />
Tijd voor wat drafwerk. Marian: “Zijn houding<br />
is nu mooi, maar probeer een beetje te blijven<br />
spelen met de halslengte. Hij moet daarbij<br />
steeds gehoorzaam aan de hand blijven lopen.”<br />
Debora rijdt nu afwisselend stukken meer in de<br />
hand gesteld en schuift Fillmore soms weer wat<br />
op lengte. De ruin heeft duidelijk een correcte<br />
basisafrichting, want hij laat zich instellen zoals<br />
zijn amazone dat wil. Na de overgangen galopdraf<br />
zijn nu de overgangen draf-stap aan de<br />
beurt. Fillmore blijkt een prachtige ruime stap<br />
te hebben waar weinig aan hoeft te worden gesleuteld.<br />
Op de diagonaal schuift Debora hem<br />
wat meer uit. Marian: “In tegenstelling tot toen<br />
je net de baan in kwam stapt hij nu mooi ontspannen.<br />
Hij volgt mooi je hand en stapt ruim<br />
over.” Debora mag Fillmore even een rondje<br />
lange teugel geven, en maakt van de gelegenheid<br />
gebruik om haar vestje uit te trekken.<br />
Debora rijdt een middendraf op de lange zijde, waarbij Fillmore goed in het ritme blijft.<br />
Marian: “We hebben nu veel overgangen gereden. Denk je dat<br />
hij klaar is om hem meer op te pakken?”<br />
Debora: “Ja, hij voelt nu fijn en is op mij geconcentreerd.”<br />
Marian: “Dan gaan we nu langzaam naar het rijden van een<br />
proefje toe werken. Eerst even wat losse oefeningen zoals<br />
schouderbinnenwaarts, en aan het einde rijden we een keer de<br />
hele proef door.”<br />
gang is afgelopen! En bedenk dat iedere overgang<br />
er één is, leer zo’n jong paard direct aan<br />
dat iedere overgang goed moet zijn.”<br />
Marian laat Debora de overgangen van draf naar<br />
galop nog enkele keren herhalen. Fillmore blijft<br />
steeds mooier ontspannen doorlopen in dezelfde<br />
houding en zijn aandacht raakt steeds meer<br />
op Debora gericht. Nu dit goed gaat wil Marian<br />
Nadat Debora even heeft stilgestaan om haar<br />
vestje uit te trekken en vervolgens nog een<br />
rondje heeft gestapt, zit Fillmore weer vol energie.<br />
Vooral de hoek bij H is bijzonder spannend.<br />
Marian: “Dit kan natuurlijk op wedstrijd ook<br />
gebeuren! Daarom is het fijn dat je dit soort<br />
dingen nu al kunt oefenen, zodat je weet wat je<br />
straks moet doen. Stel hem voor die hoek maar<br />
10 | <strong>Dressuur</strong>
Masterclass<br />
wat ronder in en zorg dat je blijft rijden, niet<br />
gaan afwachten!” Fillmore blijft nog wat gespannen,<br />
maar loopt wel gewillig de hoek door.<br />
“Prima! Je hebt hem nu wat hoger ingesteld,<br />
meer in de wedstrijdhouding. De houding is nu<br />
mooi, maar ik wil wel graag nog wat meer activiteit.<br />
Voor een L of M proefje in de basis is dit<br />
prima, maar tijdens de Pavo Cup willen we<br />
graag wat meer impuls meer zien.”<br />
Debora moet van Marian kijken waar de grens<br />
van Fillmore ligt: hoe ver kan ze doorgaan met<br />
schakelen zonder dat er spanning ontstaat, of<br />
totdat hij aangaloppeert. Marian: “Zorg dat je<br />
dit thuis vast hebt geoefend. Dan weet je tijdens<br />
de Pavo Cup precies hoe ver je kunt gaan.” Debora<br />
schakelt wat pittiger naar voren en Fillmore<br />
galoppeert aan. “Geeft niks!”, roept Marian<br />
direct. “Neem hem terug naar draf en probeer<br />
het nog eens. Zorg bij het wegrijden dat je zijn<br />
neusje er iets meer uitrijdt en dat de nek het<br />
hoogste punt blijft. Dan blijft hij mooier vanuit<br />
zijn schoft omhoog draven waardoor hij ook<br />
weer mooier terug kan komen op het achterbeen.”<br />
Debora rijdt weg, maar Fillmore wordt<br />
een beetje loperig. “Hij moet meer verruimen<br />
in plaats van versnellen”, merkt Marian op. “De<br />
houding was nu wel beter, maar hij moet nog<br />
meer zijn eigen hoofd en hals dragen.” Nog één<br />
keer rijdt Debora een tempowisseling , terwijl<br />
ze alle tips van Marian meeneemt. “Dit was de<br />
beste!”, complimenteert Marian haar. “Hij gaat<br />
nu ook steeds beter opletten en geeft de beweging<br />
mooi door vanuit de achterhand.”<br />
Houding, takt en balans<br />
Na al de overgangen is het tijd voor een zijgang:<br />
de schouderbinnenwaarts. In de Pavo<br />
Cup-proef wordt eerst een volte van tien tot<br />
twaalf meter gevraagd, gevolgd door zo’n twintig<br />
meter schouderbinnenwaarts. “Hierbij is het<br />
belangrijk dat houding, takt en balans hetzelfde<br />
blijven tijdens de volte en de oefening”, legt<br />
Marian uit aan Debora, die direct een volte inzet<br />
met Fillmore. De eerste helft lukt goed,<br />
maar in de tweede helft van de volte zakt de<br />
ruin wat in elkaar. Die moet over. “Door zo’n<br />
volte al goed te rijden wordt ook je schouderbinnenwaarts<br />
beter”, aldus Marian. Na een paar<br />
keer een volte en vervolgens schouderbinnenwaarts<br />
te hebben gereden is Marian tevreden:<br />
“Nu blijft hij zowel in de volte als in de oefening<br />
mooi opgericht.”<br />
Tijd om de schouderbinnenwaarts ook linksom<br />
te rijden. Dat gaat wat moeilijker. Fillmore<br />
drukt zich er wat uit aan de voorkant. “Je mag<br />
hem nu wat ronder instellen zodat hij zich er<br />
minder uitdrukt en ook je buiging kan zo verbeteren”,<br />
instrueert Marian. “Ook in de volte<br />
kan je hem al meer om je binnenbeen buigen,<br />
dan kan je dat goed meenemen in je schouder<br />
Debora Pijpers<br />
De 23-jarige Debora Pijpers woont en werkt<br />
bij <strong>Dressuur</strong>stal van Baalen in Brakel. Daar is<br />
ze parttime officemanager en daarnaast nog<br />
stalamazone. Ze geeft lessen en rijdt dagelijks<br />
meerdere paarden. Haar grootste successen<br />
behaalde ze met Besterly’s Now I’m Here<br />
(v. Contango), die inmiddels met pensioen<br />
is. Ze maakte met hem deel uit van het A-<br />
kader Young Riders, behaalde teamgoud op<br />
het EK in Compiègne in 2013 en reed succesvol<br />
Grand Prix U25. Op dit moment<br />
brengt ze Fillmore (v. Michellino) uit in de<br />
M1 en is ze met Besterly’s Look at Him (v.<br />
Likoto xx) volop aan het trainen om de overstap<br />
naar de Grand Prix U25 te maken.<br />
“Houding, takt en balans zijn heel belangrijk! Laat hem steeds mooi vanuit de schoft omhoog draven”,<br />
adviseert Marian. >><br />
<strong>Dressuur</strong> | 11
Masterclass<br />
binnenwaarts. Dit kan je thuis nog wat beter<br />
dooroefenen.”<br />
Marian: “Je rijdt hem heel mooi en netjes rond, maar vooral<br />
wanneer je een Pavo Cup-proef wilt gaan rijden straks moet<br />
je ook in de grijze zones blijven toerijden! Dan blijft je paard<br />
continu goed naar de hand toe lopen en blijft hij gedragen.”<br />
Debora: “Ik herken me goed in wat je zegt. Correct rondrijden<br />
lukt al goed, maar op echt toerijden in de grijze stukken én oefeningen<br />
heb ik me nog weinig geconcentreerd. Voor hoe ver we<br />
nu in de africhting zijn vind ik het vandaag echt fijn gaan.”<br />
Marian: “Wanneer je ook in de oefeningen van achteren naar<br />
voren blijft toerijden, zie je dat zijn houding verbetert. Je basisafrichting<br />
is heel goed, maar nu moet je dat stukje extra<br />
eruit gaan halen.”<br />
Fillmore heeft een fijne stap, waarin Debora makkelijk met hem kan schakelen.<br />
Debora rijdt met Fillmore een goede schouderbinnenwaarts. Marian: Zorg dat je óók de volte voor de schouderbinnenwaarts<br />
al goed rijdt.”<br />
Na het rijden van de schouderbinnenwaarts en<br />
nog wat schakelwerk polst Marian bij Debora of<br />
Fillmore klaar is om de proef door te rijden. “Ja<br />
hoor!”, lacht Debora. Voordat de proef op de linkerhand<br />
wordt begonnen roept Marian Debora<br />
nog toe: “Maak hem maar wat scherper voor het<br />
been, hoor! Dan wordt hij nog net wat sprankelender<br />
en lichtvoetiger!” Op de lange zijde moet<br />
Debora twee keer wegrijden naar middendraf en<br />
weer terug schakelen. “Ja, hier merk je dat ‘ie<br />
scherp aan de hulpen moet zijn hè”, lacht Marian.<br />
“Blijf zelf zitten, maak jezelf lang. Goed gereden!”<br />
Daarna volgt de volte van tien tot twaalf<br />
meter met vervolgens de schouderbinnenwaarts,<br />
die tijdens het losrijden al veelvuldig is doorgenomen.<br />
“Heel mooi”, knikt Marian goedkeurend.<br />
Dan volgt een diagonaal met een overgang naar<br />
stap, en aan het einde weer aandraven. Fillmore<br />
houdt zich na de overgang iets vast en Debora<br />
wil te veel controle houden. “Ontspannen met<br />
je hand. Het gaat hier om de kwaliteit van de<br />
stap. Rijd hem naar voren toe, mooi aan de<br />
hand en goed door het lijf.” Na het aandraven<br />
volgt ook rechtsom de volte en schouderbinnenwaarts.<br />
“Het aandraven mag actiever, gelijk<br />
vanaf de eerste pas!”, roept Marian, die vervolgens<br />
zeer tevreden is over de schouderbinnenwaarts.<br />
Na nog een mooie diagonaal uitgestrekte<br />
stap volgt het galopgedeelte.<br />
Ook hier moeten direct twee tempowisselingen<br />
worden gereden op de lange zijde. Dit vindt<br />
Fillmore nog wat pittig. “Houd hem bergop en<br />
blijf rijden van achteruit. Schakel ook niet te<br />
lang en te ver terug. Het gaat erom dat je even<br />
terug kunt komen op het achterbeen om vervolgens<br />
weer voorwaarts te rijden”, aldus Mari<br />
12 | <strong>Dressuur</strong>
Masterclass<br />
an. Na de tempowisselingen volgt een volte tien<br />
meter. “Wel ervoor blijven gáán hè!”, krijgt Debora<br />
te horen wanneer ze Fillmore iets te behoudend<br />
rijdt. Ze motiveert de ruin weer en direct<br />
wordt de galop beter gedragen en bergop.<br />
Hetzelfde galopgedeelte volgt ook op de andere<br />
hand, en Debora pakt alle tips die Marian onderweg<br />
geeft goed mee. Ze blijft eraan rijden en<br />
Fillmore loopt vloeiend door de proef. De proef<br />
eindigt met een grote volte halsstrekken, waarbij<br />
op de volte tijdens het halsstrekken een<br />
overgang naar stap moet worden gemaakt. Marian:<br />
“Hier moet je paard in draf tijdens het<br />
halsstrekken mooi in balans door blijven lopen<br />
van achteren naar voren. De takt moet hetzelfde<br />
blijven.” Fillmore volgt mooi de hand van zijn<br />
amazone naar beneden toe en gehoorzaamt op<br />
Debora’s zit in de overgang naar stap. “Ook die<br />
overgang en de stap daarna worden nog meegenomen<br />
in de beoordeling. Dus zorg dat je hem<br />
nog steeds mooi op lengte en voldoende actief<br />
houdt”, geeft Marian mee. Na het halsstrekken<br />
volgen nog twee overgangen: het in de hand<br />
stellen en van arbeidsstap naar middenstap op<br />
de volte. “Hierin is belangrijk dat de takt en het<br />
lichaamsgebruik in orde blijven als de halshouding<br />
verandert en het paard het bit correct aanneemt”,<br />
vertelt Marian. “Heel goed! Stappen<br />
kan ‘ie echt heel fijn!”, complimenteert Marian.<br />
De proef, en daarmee ook de Masterclass, is ten<br />
einde. Tijd voor een korte evaluatie.<br />
Debora: “Echt heel fijn dat ik nu onder begeleiding van Marian<br />
als expert deze Pavo Cup-proef door heb kunnen rijden.<br />
Het was heel leerzaam! Ik wil het soms echt te mooi doen:<br />
dan stop ik te veel met rijden en blijf ik wat te voorzichtig.<br />
Wanneer ik, zoals Marian zegt, actiever achter mijn hand aan<br />
blijf rijden gaat het veel beter.”<br />
Marian: “Het beeld van je proef is nog steeds heel vriendelijk<br />
en harmonieus. Je rijdt netjes en correct, maar je zou nog wat<br />
scherper mogen zijn zelf. Je paard stapt zuiver en draaft lichtvoetig<br />
en actief. Daarin heeft hij veel mogelijkheden. Ook<br />
heeft hij een goed achterbeengebruik en souplesse, ook in galop.<br />
Ga thuis maar eens kijken waar de grens ligt met hoeveel<br />
je eraan kunt rijden zonder de ontspanning te verliezen. Dus<br />
een beetje meer met het mes tussen je tanden, zonder geforceerd<br />
te gaan rijden.”<br />
Debora: “Ik vond de proef wel fijn te rijden. Je blijft continu<br />
bezig, wat voor jonge paarden die snel afgeleid zijn fijn is. De<br />
lijnen zijn logisch, maar je moet zeker je paard goed afgericht<br />
hebben! Wij hebben in elk geval weer genoeg om te oefenen.”<br />
Goede voorbereiding is essentieel<br />
Wil je ook met je paard gaan deelnemen aan de Pavo Cup? Om je zo goed mogelijk voor te<br />
bereiden geeft Marian enkele tips:<br />
- Zorg dat je je paard in de basisafrichting goed voor elkaar hebt voor het gevraagde niveau. Dat<br />
betekent dat je paard takt en regelmaat moet hebben in alle drie de gangen, ontspannen door<br />
het lichaam kan lopen en gehoorzaam is aan de basishulpen. Je paard moet goed voorwaarts<br />
reageren en de aanleuning en verbinding moeten in orde zijn voor de leeftijd van het paard.<br />
Vierjarigen moeten kunnen wijken en vijfjarigen moeten schouderbinnenwaarts kunnen lopen.<br />
Je moet je paard goed leren kennen voor je op pad gaat, zowel rijtechnisch als in de omgang.<br />
Onderschat de entourage niet! Tijdens de voorselecties op centrale keuringen is vaak veel te<br />
doen: vlaggen, veulentjes, veel paarden en veel publiek. Ga daarom op voorhand al oefenen<br />
op vreemd terrein zodat je paard hiermee bekend raakt, net als met vervoer over de weg.<br />
Plan je losrijden goed in: je paard moet ontspannen en braaf zijn, maar nog wel energiek<br />
genoeg zijn om de proef fris door te komen.<br />
- Train thuis met hetzelfde harnachement als op wedstrijd.<br />
Voor de vijfjarigen: in de proef mag je geen zweep gebruiken. Oefen daarom thuis al zonder<br />
zweep.<br />
Marian en Debora bespreken de net gereden proef. Marian: “Het beeld van je proef is vriendelijk en harmonieus,<br />
maar je zou nog wat scherper mogen zijn.”<br />
<strong>Dressuur</strong> | 13
uvex<br />
equestrian<br />
For further<br />
information visit
VERVANG JE<br />
RIJLAARZEN DOOR<br />
SPORTSCHOENEN!<br />
TRAIN MET<br />
HET ATC<br />
BIJ JOU OP STAL!<br />
Het Adelinde Training Center (ATC) biedt<br />
diverse CURSUSSEN op het gebied van<br />
ruiterfi theid. Alle trainingen hebben tot doel om<br />
de ruiter MENTAAL EN FYSIEK sterker te maken.<br />
Je wilt ten slotte als ruiter toch niet zelf<br />
de zwakste schakel zijn? Geef je nu op!<br />
WWW.ADELINDETRAININGCENTER.NL
De stelling<br />
De stelling<br />
Het Judges Supervisory Panel kan wel door<br />
een computer worden vervangen!<br />
Het Judges Supervisory Panel (JSP) werd in 2009 in het leven geroepen<br />
om de jurering op grote kampioenschappen te evalueren en waar nodig<br />
afwijkende scores te corrigeren. Op de laatste Wereldbekerfinale in<br />
Las Vegas was de invloed van het JSP echter zeer beperkt. De soms sterk<br />
uiteenlopende scores werden nauwelijks gecorrigeerd. Er gaan stemmen<br />
op dat het JSP goed door een geautomatiseerd systeem vervangen<br />
kan worden; de computer kan toch ook afwijkende scores signaleren en<br />
aanpassen? Bondscoach en FEI 5* jurylid Wim Ernes en Trond Asmyr,<br />
FEI-directeur dressuur en eveneens FEI 4* jurylid, reageren.<br />
Tekst: Bettine van Harselaar | Illustratie: Ekaterina Grishina<br />
16 | <strong>Dressuur</strong>
Wim Ernes:<br />
“Deze stelling is wat mij betreft veel te smal geformuleerd.<br />
Een computersysteem zou op diverse deelgebieden<br />
kunnen helpen. Bijvoorbeeld als Judges<br />
Supervisory Panel, als graadmeter voor het cijfer<br />
voor de moeilijkheidsgraad van een kür, als graadmeter<br />
voor het cijfer voor de muziek in een kür, als<br />
handboek (code of points) en voor weergave van de<br />
‘running score’ van een landenwedstrijd, in tegenstelling<br />
tot alleen de gemiddelde score van de ruiter.<br />
De rol van het huidige Judges Supervisory Panel zou<br />
wat mij betreft op een ander vlak moeten liggen.<br />
Een deel van hun functie zoals die nu is kan worden<br />
weggestreept. Het JSP moet zeker juryverschillen<br />
blijven signaleren, maar qua uitwerking zie ik een<br />
andere rol voor ze weggelegd. Het JSP kan signaleren<br />
waar een jurylid een verschil krijgt en waar deze<br />
persoon dus qua opleiding en bijscholing effort in<br />
moet stoppen. De leden van het JSP kunnen zich<br />
beter richten op het vlak waar ze echt belangrijk en<br />
nodig zijn: opleiden, bijscholen, nabespreken en het<br />
begeleiden van discussie.<br />
Het corrigeren van resultaten zoals het JSP dat nu<br />
doet kan door een computerprogramma worden<br />
overgenomen. Deze computer zou bijvoorbeeld het<br />
hoogste en laagste resultaat kunnen wegstrepen.<br />
Ook zou er een formule gevonden kunnen worden<br />
waarbij dat hoogste en laagste cijfer op onderdeelniveau<br />
wel meetellen, maar deze bijvoorbeeld genivelleerd<br />
worden. Dit laatste doet meer recht aan dat<br />
wat de jury heeft gezien; ook een jury die afwijkt<br />
kan best gelijk hebben. Het ontwikkelen van zo’n<br />
systeem lijkt mij geen hogere wiskunde. Een computerprogramma<br />
kan zeker geen juryleden vervangen,<br />
maar kan wel een goede toevoeging en een<br />
verbetering zijn op het huidige systeem.”<br />
Trond Asmyr<br />
“Het Judges Supervisory Panel heeft twee hoofdtaken:<br />
het corrigeren van foutjes qua jurering op grote<br />
evenementen en de net zo belangrijke taak om een<br />
algemeen toezicht te houden op de jurering en het<br />
evalueren van en met juryleden. Hierbinnen valt<br />
ook, wanneer nodig, het nemen van maatregelen<br />
om de jurering te verbeteren. Binnen deze taak werkt<br />
het JSP ook nauw samen met de FEI Judge General.<br />
Met betrekking tot de stelling of een computersysteem<br />
gebruikt kan worden om het JSP te vervangen,<br />
zeg ik dat het onmogelijk is om een machine<br />
deze taak goed uit te laten voeren.<br />
Wanneer het gaat om het corrigeren van foutjes<br />
die gemaakt worden door juryleden op evenementen,<br />
dan kan een computersysteem er zeker voor<br />
zorgen dat de resultaten van alle juryleden hetzelfde<br />
zijn. Dit is echter niet ons doel. Er is een goede<br />
reden dat we vijf of zelfs zeven juryleden rond de<br />
ring plaatsen, dit verschaft iedere jury een ander<br />
perspectief op de proef. Dit krijg je niet wanneer je<br />
alle juryleden op één plek langs de baan zou plaatsen.<br />
Dit perspectief vanuit meerdere hoeken zou<br />
volledig verdwijnen wanneer we een computersysteem<br />
gaan gebruiken om verschillen weg te<br />
strepen. We zien vaak voorbeelden waarbij een bepaalde<br />
fout, bijvoorbeeld in een vliegende wissel,<br />
slechts door één of twee juryleden kán worden<br />
gezien. Wanneer een dergelijke situatie zich voordoet,<br />
dan zou de computer de cijfers van deze twee<br />
juryleden corrigeren, omdat zij ‘afwijkend’ zijn ten<br />
opzichte van de rest. En dat terwijl hun gegeven<br />
cijfers wel de juiste waren. Om dit te voorkomen<br />
zullen we altijd mensen nodig hebben, geen machines.<br />
Hierom denk ik dat het JSP in de huidige<br />
vorm moet worden gehandhaafd.”
Hulp van derden<br />
In de serie ‘hulp van derden’ gaat <strong>Dressuur</strong> in op allerlei uiteenlopende<br />
zaken die je kunt inschakelen om tot betere prestaties te<br />
komen. Van sportpsycholoog tot slofteugel en van zadeldrukmeter<br />
tot zweep.<br />
De slofteugel<br />
Corrigerend, maar niet dwingend<br />
Het is een hulpmiddel waar veel discussie over is: de slofteugel. Fervente tegenstanders zien de<br />
slof als dwangmiddel. Daarentegen zijn er ook veel dressuurruiters die de slof juist als handig<br />
hulpmiddel zien. Voor- en tegenstanders zullen er waarschijnlijk altijd blijven, maar als je dan toch een<br />
slof wil gebruiken, hoe doe je dat goed? <strong>Dressuur</strong> zocht trainer Alex van Silfhout op voor uitleg.<br />
Tekst: Anneroos Nigten | Fotografie: Yvonne Termeer<br />
Diederik demonstreert het gebruik van de slofteugel met de vierjarige ruin Graaf (San Remo x Paddox).<br />
18 | <strong>Dressuur</strong>
Hulp van derden<br />
Het is niet best gesteld met de reputatie<br />
van de slofteugel. Volgens Alex<br />
van Silfhout komt dat omdat er<br />
veel onwetendheid is bij het gebruik<br />
ervan. “De slofteugel kan heel veel verkeerd<br />
doen. Net zoals elk hulpmiddel en iedere<br />
rijstijl veel verkeerd kan doen bij een onjuiste<br />
uitvoering. De meeste ruiters hebben echter niet<br />
de intentie om vals te zijn tegen hun paard,<br />
maar gaan de fout in uit onwetendheid.” In zijn<br />
ogen gaat het vaak fout bij de duur van het inwerken<br />
van de slof. “Uiteindelijk moet die inwerking<br />
maar een kort moment zijn, wat teweeg<br />
brengt dat het paard ervan leert en erin verbetert.<br />
De slof wordt er vaak gewoon aangehangen<br />
zodat het hoofd op de plaats wordt getrokken of<br />
soms juist van de plaats, waarbij het paard er alleen<br />
maar doorheen wordt gesleurd. Het is juist<br />
de bedoeling dat zo’n dier begrijpt dat het kan<br />
nageven en ontspannen.”<br />
Blessures<br />
Verkeerd gebruik van de slof kan in de ogen van<br />
Alex zelfs gevaarlijk zijn. “Bij jonge paarden of<br />
paarden die nog niet aan de slofteugel zijn gewend,<br />
kan het gebeuren dat ze angstig worden<br />
bij verkeerd gebruik. Wanneer jij je paard forceert<br />
in een bepaalde houding en hij begrijpt<br />
niet waarom dat zo moet, is de kans zeer aanwezig<br />
dat hij een uitweg gaat zoeken. Hierdoor<br />
kan het paard zichzelf en de ruiter ernstig beschadigen.<br />
Is het niet in de vorm dat het paard<br />
anti-slof wordt en z’n werk niet meer wil doen<br />
en in protest gaat, dan is het wel in de zin dat<br />
er blessures kunnen ontstaan.”<br />
Het tegenovergestelde komt ook voor: het paard<br />
accepteert dan juist om op een verkeerde manier<br />
met een slof te werken. Alex: “Op het moment<br />
dat het paard aan de slofteugel in een<br />
houding wordt getrokken en je gaat daarna<br />
weer rijden met een normale teugel, dan is de<br />
kans zeer aanwezig dat z’n mond helemaal<br />
dood is. Dan weet het paard niet wat normaal<br />
nageven is. Of hij gaat door dat verkeerde gebruik<br />
van die slof in een verkeerde houding<br />
lopen waar hij door die slof toe is gedwongen<br />
en waar hij nu niet meer uit wil. Verkeerd slofgebruik<br />
kan een scala van problemen opleveren.”<br />
Corrigerende werking<br />
Samen met zijn zoon Diederik van Silfhout demonstreert<br />
Alex hoe de slof op de juiste manier<br />
moet worden gebruikt. Diederik rijdt de vierjarige<br />
ruin Graaf (San Remo x Paddox). De slofteugel<br />
is bevestigd aan de singelstoten en hangt<br />
er losjes bij. Alex: “Onze maatstaaf is dat de slof<br />
zich alleen moet aanspannen wanneer het paard<br />
zich over de teugel drukt en zich tegen de hand<br />
in drukt. Op deze manier heeft de slof een corrigerende<br />
werking.” Het is nooit de bedoeling<br />
dat je met de slofteugel je paard vastzet en forceert.<br />
“De halshouding moet je zo beïnvloeden<br />
dat het paard de rug iets boller maakt, zodat je<br />
meer aanspanning krijgt in de bovenlijn en het<br />
paard daardoor de rug makkelijker gaat gebruiken.<br />
Je helpt dus het paard er ook mee. Soms<br />
Alex: ‘Wij bevestigen de slof bijna nooit tussen<br />
de voorbenen, maar liever opzij aan de singelstoten’<br />
heeft een paard moeite om net dat knikje te<br />
maken om over de rug te komen en met goed<br />
gebruik van de slof nodig je hem uit om daar<br />
doorheen te komen.”<br />
Preventief gebruik<br />
Bij Stal van Silfhout wordt de slof vooral gebruikt<br />
bij jonge paarden die kort onder het zadel zijn.<br />
“We hebben er dan vaak uit preventie een slofteugel<br />
aan hangen. Die gebruiken we dan heel<br />
licht en eigenlijk vooral leidend. Op deze manier<br />
leren we die jonge dieren in de goede positie te<br />
komen. En als ze er dan echt een keer uitklappen,<br />
hebben we iets meer controle dan zonder slof.”<br />
De slofteugel wordt bij Van Silfhout echter ook<br />
wel eens bij oudere paarden gebruikt. “Dat ligt er<br />
wel heel erg aan hoe ze erop reageren. Bij het >><br />
Graaf wordt sterk en drukt zich op. Hierdoor loopt hij tegen de slof aan.<br />
Enkele passen later hangt de slof weer slap en is het paard weer nageeflijk.<br />
<strong>Dressuur</strong> | 19
improving performance<br />
Photo: Kevin Sparrow<br />
“You can feel the difference”<br />
Gareth Hughes & DV Stenkjers Nadonna<br />
Fairfax Gareth Monoflap<br />
With Performance Panel to de-restrict<br />
the shoulder girdle muscles<br />
Patent Appl: GB 1310562.2<br />
Larger knee blocks<br />
Super soft calf<br />
for a broken-in feel.<br />
Wool flocked<br />
with Prolite ® lining<br />
for proven<br />
pressure distribution<br />
The Performance Panel<br />
enables increased<br />
freedom of movement<br />
The secret to<br />
improving performance<br />
Scientific testing shows that the<br />
horse’s freedom of movement<br />
improves culmulatively when the<br />
Fairfax saddle and Performance<br />
girth are used together to make a complete circle<br />
of muscle de-restriction.<br />
So, the secret is to use the Fairfax saddle and girth<br />
together for both exercise and competition.<br />
Fairfax Performance Girth<br />
The only girth to be scientifically proven to<br />
increase the horse’s freedom of movement<br />
Patent Appl: GB 1202096.2 Design Reg: 001839028<br />
Prolite ® cushioning guides<br />
the muscle underneath<br />
Shaped to avoid<br />
high pressure zones<br />
Visit website to see full details of testing<br />
fairfaxsaddles.com<br />
Made in<br />
England
Hulp van derden<br />
aanleren van een nieuwe oefening kan de slof<br />
soms makkelijk zijn. Ook zijn er bijvoorbeeld<br />
paarden die heel moeilijk nageeflijk blijven in<br />
sommige overgangen. Dan kan de slof weleens<br />
verhelderend werken.”<br />
Alex vindt het belangrijk dat de slofteugel alleen<br />
een corrigerende werking heeft en geen<br />
dwingende: “Dan is het effect weg. Op het moment<br />
dat je de slof gebruikt omdat het anders<br />
niet lukt, dan doe je het verkeerd. Met de slof<br />
loopt je paard super en voelt het allemaal heel<br />
lekker, maar zodra je de slof eraf haalt, begint<br />
het feest weer opnieuw. Op die manier ben je<br />
jezelf een beetje aan het foppen. Het juiste gebruik<br />
van de slof is niet zo heel erg moeilijk.”<br />
Toch is er begeleiding nodig vindt Alex. “Zeker<br />
voor mensen die niet weten hoe de slof werkt<br />
en die er nooit eerder mee hebben gewerkt.” En<br />
alleen jezelf inlezen over het slofgebruik is niet<br />
genoeg denkt hij. “Je hebt echt iemand aan de<br />
grond nodig, zoals een trainer of iemand die ter<br />
zake kundig is. Die kan je begeleiden. Een boekje<br />
erover lezen is natuurlijk wel leuk, maar alleen<br />
met goede begeleiding en goede instructies<br />
leer je hoe het echt in de praktijk werkt.”<br />
De slof bevestigen<br />
De slof is op veel verschillende manieren toe te<br />
passen. Bij Van Silfhout gebruiken ze hem liever<br />
niet tussen de voorbenen door naar beneden.<br />
“Op deze manier kun je inderdaad een paard<br />
makkelijk leren om na te geven en neem je eenvoudig<br />
de leiding om het hoofd van het paard<br />
in de goede positie te laten komen, maar het<br />
paard kan zich op deze manier ook makkelijk<br />
Profs snappen het<br />
Het valt Alex op dat het bij professionals eigenlijk nooit verkeerd gaat. “De mensen die weten hoe<br />
een paard functioneert en gereden moet worden weten ook wanneer ze de slof gebruiken om het<br />
hoofd op de plaats te houden of wanneer ze ‘m gebruiken als aanvulling op een klein moeilijk<br />
stukje waar je je paard even moet helpen. Bij minder ervaren ruiters is het belangrijk dat zij goed<br />
met een slof om leren gaan. Goede begeleiding hierin is essentieel. Driekwart van de wedstrijdpaarden<br />
op lager niveau loopt gewoon echt te diep. En dat is iets wat zo is ingeburgerd dat sommige<br />
juryleden er eigenlijk al geen aandacht meer aan geven.”<br />
Alex: ‘Alleen met goede begeleiding en instructie kan je een slof goed leren gebruiken.’<br />
op de kop drukken. Zeker als zo’n paard van<br />
achteren onvoldoende doorkomt en niet is aangesloten,<br />
dan gaat ´ie nooit op eigen benen lopen.”<br />
Ook kan het bevestigen van de slof tussen<br />
de voorbenen bij jonge of jolige paarden gevaarlijk<br />
zijn. “Als ze een keer flink tekeer gaan<br />
dan kunnen ze er met hun voorbenen in komen”,<br />
vult Diederik aan.<br />
Alex doet de slofteugel graag opzij, aan de singelstoten,<br />
zoals bij Diederik en Graaf op de foto’s.<br />
“Zo geeft de slof alleen een beetje druk<br />
naar beneden als het paard iets verkeerds wil<br />
doen.” Een andere optie is om de slof aan de<br />
oogjes aan de bovenkant van het zadel vast te<br />
maken. “Op deze manier gaat de slof helemaal<br />
omhoog. Wanneer een paard te sterk is op de<br />
gewone teugel kan dit goed werken. De slof<br />
werkt dan als een katrolletje waardoor het paard<br />
net wat makkelijker nageeft dan op een enkele<br />
teugel.”<br />
De slofteugel is niet alleen maar bedoeld als<br />
preventief hulpmiddel legt Alex uit: “Als een<br />
paard echt stout is, dan kunnen we ze corrigeren<br />
met de slof. Maar de meeste paarden zijn<br />
vaak ondeugend vanwege een veterinair probleem,<br />
of het is al ergens eerder in de opleiding<br />
fout gegaan. In dat laatste geval gebruiken we<br />
de slof om aangeleerd verkeerd gedrag te corrigeren.<br />
Op deze manier is het een correctiemiddel<br />
dat bij goed gebruik heel effectief is, maar<br />
bij verkeerd gebruik ook super schadelijk kan<br />
zijn. Samenvattend is het belangrijkste met de<br />
slof dat de manier waarop je ‘m gebruikt altijd<br />
subtiel is en met zo minimaal mogelijke<br />
aanspanning.”<br />
<strong>Dressuur</strong> | 21
Achtergrond<br />
Staartzwiepen<br />
Bestaat er een oplossing?<br />
In de dressuur wordt er gestreefd naar een harmonieus beeld. Een paard<br />
dat onrustig met zijn staart zwiept vertoont volgens het FEI-reglement<br />
tekenen van nervositeit, spanning of weerstand. Valt er iets aan staartzwiepen<br />
te doen? Drie experts schijnen elk hun eigen licht op de zaak.<br />
Tekst: Steef Roest | Fotografie: www.arnd.nl<br />
De gedragsdeskundige<br />
“Staartzwiepen is vaak een teken van weerstand”, vertelt Petra Vlasblom. “Als gedragsdeskundige<br />
geef ik geen oefeningen die het zwiepen kunnen verminderen. Het kan duiden op<br />
een bepaald ongemak en het is raadzaam om te kijken naar mogelijke oorzaken, zodat de<br />
prikkel kan worden weggenomen. Dit kan best wel een puzzel zijn. Ik zou altijd beginnen<br />
met zo’n paard te laten nakijken door professionals. Past en ligt het zadel wel goed? Is het<br />
paard recent naar de tandarts geweest en is de pasvorm van het bit wel geschikt voor deze<br />
paardenmond? Het kan ook zijn dat het paard pijn ervaart. Mocht er bij een reguliere dierenarts<br />
niets uitkomen, dan biedt een holistisch dierenarts bij lastig te vinden oorzaken vaak<br />
wel een oplossing.<br />
Mocht je dat hebben uitgesloten, dan kun je jezelf laten filmen en dat analyseren. Sommige<br />
paarden zwiepen altijd op hetzelfde moment, bijvoorbeeld in een buigingsoefening of het<br />
uitstrekken. Als je duidelijk hebt wanneer het paard ongewenst gedrag vertoont, kun je kijken<br />
of door het geven van andere hulpen of andere training het probleem te controleren<br />
valt. Zodra het werk eenvoudiger wordt, of het paard ervaart de hulpen niet langer als storend,<br />
zou het zwiepen moeten verminderen. Mocht daar niets uitkomen dan kun je het<br />
paard observeren aan de dubbele longe. Je laat dan het paard dezelfde oefeningen doen als<br />
normaal onder het zadel. Bij uitblijven van het ongewenste gedrag bestaat de mogelijkheid<br />
dat rugpijn, de ruiter of het zadel de storende factor is.<br />
Er bestaan paarden die helemaal door de medische molen zijn gehaald en pijnvrij zijn verklaard,<br />
maar toch dit gedrag blijven vertonen. Als fysieke pijn het staartzwiepen heeft veroorzaakt<br />
kan het paard te maken hebben met een pijnherinnering. Het paard heeft negatieve<br />
associaties met de training opgedaan waardoor het paard – ondanks uitblijven van de pijn –<br />
hetzelfde gedrag laat zien. Het kan dan even duren voor het paard zelf ervaart geen pijn<br />
meer te hebben gedurende de training. Hoewel het staartzwiepen in dit geval kan verdwijnen,<br />
bestaat het gevaar dat het een gewoonte wordt. Het zwiepen hoort dan bij het paard.<br />
Dit verschijnsel zie je ook wel bij wat zuurdere merries die last kunnen hebben van hormonen.<br />
Mijn advies is dan om het zwiepen te accepteren en het paard door middel van belonen<br />
positief te bekrachtigen zodra het gedrag minder wordt.”<br />
22 | <strong>Dressuur</strong>
Achtergrond<br />
De amazone<br />
Volgens Imke Schellekens-Bartels is niet elke vorm van staartzwiepen hetzelfde. “Er bestaan<br />
paarden die het uit nijd doen. De mogelijkheid bestaat dat deze paarden blokkades, rugpijn<br />
of andere lichamelijke ongemakken hebben. Je ziet dan bijvoorbeeld aan het orenspel dat<br />
een paard narrig zijn werk doet. Je zult daar in de ring voor worden afgestraft omdat het<br />
gespannen oogt. Een andere mogelijkheid is dat paarden hun staart bewegen om in balans<br />
te blijven. Paarden bewegen van nature hun staart om zichzelf te balanceren. Het ene paard<br />
doet dit wat meer dan de andere. Als dit het geval is kun je het wel degelijk verbeteren. Je<br />
ziet dat als het zwiepen erger wordt als je bijvoorbeeld aan de pirouettes begint. Piaffe en<br />
passage zijn balansoefeningen pur sang, dus daar zie je het zwiepen dan ook sterker terug.<br />
Als de balans verbetert wordt de staart vaak rustiger.<br />
Sunrise was qua gedrag een echte merrie, maar zij liep altijd met haar oren mooi naar voren<br />
en mooi over de rug. Omdat het totaalbeeld sympathiek was, ben ik voor haar zwiepende<br />
staart nooit afgestraft. Ik denk ook dat jury’s het onderscheid kunnen maken tussen het<br />
paard dat vrolijk zijn werk doet en zijn staart beweegt, of een paard dat zuur zijn werk doet<br />
en nijdig reageert op de ruiter. Op de protocollen van Sunrise stond sporadisch een opmerking<br />
over haar staart. Over het algemeen scoorden we juist hoge punten voor de harmonie.<br />
Die staart hoorde bij Sunrise en het zwiepen was niet omdat zij zuur haar werk deed, of<br />
vanwege stress of spanning, maar was meer gerelateerd aan het houden van haar balans. Als<br />
ruiter ben je altijd bezig om het er zo rustig mogelijk uit te laten zien. Ik geloof er niet in<br />
dat je de beweeglijkheid van de staart helemaal weg kunt krijgen als een paard dat van nature<br />
doet. Je hebt er echter wel invloed op. Door te gymnastiseren en alle blokkades uit het lijf<br />
te halen, eventueel met behulp van een fysiotherapeut, kun je het verminderen.”<br />
De dierenarts<br />
Wim van Dijck, verbonden als veterinair aan dierenartsenpraktijk Moergestel, komt in de praktijk niet veel paarden tegen<br />
waarbij de zwiepende staart het primaire probleem is. “Er is vaak sprake van een paard dat zich moeilijker laat rijden door<br />
bijvoorbeeld lichamelijke ongemakken of onjuist harnachement. Dit kan problemen in de bovenlijn veroorzaken waardoor<br />
het paard mogelijk met de staart zwiept. Het kan ook een primaire irritatie zijn op de ruiter en zoiets kan een wisselwerking<br />
hebben op het paardenlichaam. Het paard laat zich moeilijk rijden, waardoor de ruiter zich laat verleiden om meer<br />
druk te zetten, wat weer meer irritaties veroorzaakt. Een andere manier van trainen biedt dan soms uitkomst. Als het klinisch<br />
onderzoek geen duidelijk uitsluitsel geeft, schrijven we pijnstillers voor om de mogelijkheid dat een paard pijn ervaart<br />
uit te sluiten. Stopt het ongewenste gedrag, dan is dat gedrag te relateren aan pijn en vraagt dat om verder onderzoek.<br />
Bij een merrie die veel met haar staart zwiept is het raadzaam om te onderzoeken of er een driewekelijkse hengstigheidscyclus<br />
te herkennen valt. Mocht dat het geval zijn, dan is nakijken van de baarmoeder en eierstokken een goede<br />
start van het onderzoek. Bij het uitblijven van afwijkingen is een poging om het hormonaal op te lossen het proberen<br />
waard. De merrie krijgt door het dagelijks toedienen van altrenogest, ook wel bekend als Regumate, het idee dat ze<br />
drachtig is. De cyclus komt stil te liggen waardoor in de meeste gevallen hengstigheidsgedrag, zoals bijvoorbeeld het<br />
staartzwiepen, verdwijnt. Een vergelijkbare oplossing is het inbrengen van een knikker in de baarmoeder. De werking<br />
is vergelijkbaar met het toedienen van hormonen. Het is beduidend goedkoper dan Regumate, maar in veel minder<br />
gevallen effectief. De knikker moet ook worden verwijderd als het paard zijn sportloopbaan verwisselt voor een leven<br />
als fokmerrie. Een andere oplossing, zoals chemisch castreren, kan op de langere termijn gevolgen hebben voor de<br />
vruchtbaarheid. Een rigoureuze oplossing is het chirurgisch verwijderen van de eierstokken.<br />
Wanneer de mogelijke oorzaken zijn opgespoord en opgelost kunnen er problemen in de bovenlijn blijven bestaan.<br />
Een fysiotherapeut of dierenarts gespecialiseerd in bijvoorbeeld osteopathie of chiropractie kan hierin bijstaan om zo<br />
de rijdbaarheid te verbeteren en de staart rustiger te krijgen. Als uiteindelijk alles is uitgesloten kan het ook zijn<br />
dat het paard geen pijn of irritatie meer ervaart, maar ondertussen aangeleerd gedrag vertoont.”<br />
<strong>Dressuur</strong> | 23
WWW.HARRYSHORSE.COM<br />
Fleuris<br />
Concours<br />
Compete in style<br />
www.facebook.com/HarrysHorse
Column<br />
De klik<br />
TEKST: DINJA VAN LIERE | FOTOGRAFIE: WWW.ARND.NL<br />
Als je met Capri ergens binnenreed, wist je dat het goed zat! Ik ben onwijs verwend geweest<br />
met Capri. Het begon met de klik. Die hadden wij. Probleemloos bracht ik hem vervolgens<br />
steeds in een hogere klasse uit. Het WK Jonge paarden, een Nederlands kampioenschap, alles<br />
ging vanzelf. Ik heb altijd gezegd, hij is werkwillig en gemakkelijk te rijden. En dat blijkt nu<br />
ook weer: Laura Tomlinson-Bechtolsheimer rijdt er zo mee weg.<br />
Het feit dat zij hem nu heeft, voelt voor mij toch een beetje dubbel. Als hij in de onbekendheid was verdwenen,<br />
had ik het eerlijk gezegd prima gevonden. Aan de andere kant heeft hij het daar hartstikke goed. In<br />
juli ga ik hem waarschijnlijk bezoeken, samen met oud-eigenaar Jan-Cees van der Endt.<br />
Nu ik het over Van der Endt heb, wil ik nog wel even iets kwijt. Capri maakte wat los bij mensen. En natuurlijk<br />
was hij voor mij ook anders dan de andere aan mij toevertrouwde paarden. Ik werd heel erg blij<br />
van hem en we hadden een onwijze band. Jan-Cees was er bijna elke wedstrijd bij en werd continu belaagd<br />
met vragen over verkoop. Wat een druk geeft dat! Dat moet je ook kunnen zien. Hoe reëel is het om uiteindelijk<br />
‘nee’ te zeggen tegen een blanco cheque? Ook Capri kan morgen koliek krijgen en dan heb je niets<br />
meer…<br />
Dus uiteindelijk begrijp ik zijn keuze. Ik was als amazone ‘drie keer niks’ en hij heeft Duval’s Capri Sonne<br />
na het brons op het WK 2012 gewoon bij Stal Hexagon en mij gehouden. Als simpel meisje. Terwijl de hele<br />
wereld hem wel had willen rijden. Daarvoor zal ik hem altijd dankbaar blijven.<br />
Voor mij is de klik met een paard belangrijker dan welke kwaliteit ook. Jan-Cees heeft mij op de laatste Excellent<br />
Dressage Sales een paard laten kiezen. Het werd een driejarige Romanov x Stedinger hengst. Ik had<br />
er al meteen wat mee, dat zag hij ook. Hij zag dat ik helemaal zat te stralen bij het eerste rondje proberen.<br />
En bij de box wilde de hengst meteen kroelen. Ik heb de helft van hem gekregen. Mijn eerste halve eigen<br />
paard. Als hij maar half zo goed wordt als Capri, ben ik al onwijs blij!<br />
Als je écht wilt, dan kan je een heleboel. Het gaat om het écht willen en erin geloven. Dat zou ik tegen elke<br />
jonge ruiter met een droom willen zeggen.<br />
Zo kwam ik in 2011 bij Stal Hexagon aan voor een les van Thamar Zweistra en kon daar blijven als wedstrijdruiter.<br />
Het is hard gegaan, al gaan er ook dingen anders dan gehoopt. Grand Prix met Capri zal ik niet<br />
meer worden. Ik word dit jaar 25, dus het eerste EK U25 zal ik ook niet meer rijden. Maar met de klik en<br />
doorzetten is ook een wat minder kwalitatief paard als Hexagon’s Variety indertijd toch maar mooi Grand<br />
Prix geworden. Dat had niemand ooit van ons verwacht. Nu train en start ik Hexagon’s Denzel en Hexagon’s<br />
Double Dutch. Ook zij zijn beloftes voor de Grand Prix. If you can dream it, you can do it. Met<br />
écht willen en de klik!<br />
Dinja van Liere<br />
DRESSUUR | 25
Interview<br />
De weg naar Rio<br />
van Jorinde Verwimp<br />
Basis bevestigen en goed plannen<br />
Als dochter van internationaal dressuurruiter Wim Verwimp ademde ze paardenlucht<br />
vanaf haar eerste uren. Jorinde Verwimp (20) groeide op in de stal. Tot haar<br />
elfde reed ze ‘voor de fun’. Nu is haar doel volwassen geworden: met het Belgische<br />
seniorenteam naar de Olympische Spelen van Rio de Janeiro in 2016.<br />
Tekst: Claartje van Andel | Fotografie: Quillemette Kraaikamp<br />
26 | <strong>Dressuur</strong>
Interview<br />
“<br />
Ongezadeld op de pony, een beetje<br />
springen, van alles, zo ging dat vroeger.<br />
Het was fantastisch”, lacht Jorinde.<br />
De fun werd wedstrijdfun toen<br />
haar droom om zelf op wedstrijd te gaan uitkwam.<br />
Vanaf haar twaalfde jaar miste ze maar<br />
één jeugd-EK. Het hek was van de dam wat<br />
wedstrijden rijden betreft. “Op mijn twaalfde<br />
reed ik al een pony-EK. Met het schimmelhengstje<br />
Tonkawa SD. Die pony kon alles, het<br />
hele Lichte Tour programma beheerste hij! Op<br />
mijn dertiende ben ik weer naar het pony-EK<br />
geweest, maar daarna begon ik te groeien. Op<br />
mijn veertiende was het plaatje eigenlijk niet<br />
mooi meer. Ik reed toen ook al op een paard bij<br />
de junioren, maar dat vond ik lang zo leuk niet.”<br />
Sjef Janssen over <strong>Dressuur</strong>land België<br />
“Basis, basis, basis en dan na héél veel tijd, heb je wat. Snelkookpan, daar heb je niets aan”, zegt Sjef<br />
Janssen kernachtig, “Ons systeem is heel simpel, maar heeft kennelijk toch heel veel tijd nodig. ”<br />
“<strong>Dressuur</strong> is iets van de lange termijn”, vervolgt hij. “België is nu net begonnen, maar maakt op het<br />
moment meer groei door dan Nederland en Duitsland. Dat is ook logisch: ze komen van ver. In een<br />
amazone als Jorinde zit nog veel rek. We moeten er allebei hard aan werken. We krijgen het niet voor<br />
niets, maar we zien de potentie. Alles wat Jorinde en Tiamo nu laten zien, kunnen ze beter!”<br />
Stoere proeven<br />
Dat het rijden bij de paarden minder leuk was,<br />
was maar van korte duur. Jorinde deed ervaring<br />
op door het rijden van de oude Grand Prixpaarden<br />
van haar vader Wim. “Ik had alle trucs<br />
al geleerd van mijn pony”, zegt ze. “De kunst<br />
was nu nog om de knopjes te vinden bij die<br />
doorgewinterde paarden.”<br />
Of de paarden nou heet waren, sterk of juist te<br />
licht, Jorinde stapte erop en reed ermee weg.<br />
Ook op wedstrijd. “Ik denk dat ik daar wel handig<br />
in ben, in proeven rijden”, zegt ze. “Ik heb in<br />
elk geval nul stress. Stoere proeven rijden zonder<br />
fouten, dat kan ik wel.” Jorinde vervolgt: “Al zegt<br />
Anky tegenwoordig dat ik minder op de automatische<br />
piloot een proef moet rijden. Iets méér<br />
controle onderweg kan ook, zegt ze dan.”<br />
Verschillende karakters<br />
Met haar 1,83 kan Jorinde wel maat gebruiken,<br />
maar verder ligt elk type paard haar wel. “Als ik<br />
kan kiezen, vind ik uiteindelijk een paard dat<br />
sterk is prettiger dan eentje die erg licht is”,<br />
zegt Jorinde. “Eentje die sterk en zwaar is, krijg<br />
je fijner in de aanleuning door hem te leren<br />
meer door het lichaam te lopen. Het lichaam<br />
meer te gebruiken. Daar worden sterke paarden<br />
losser van. Tempocontrole hoort er ook bij. Dat<br />
ligt mij wel. Je leert wel veel van al die verschillende<br />
typen paarden.”<br />
Verschillende typen paarden rijden hoorde ook<br />
bij de dagelijkse gang van zaken op <strong>Dressuur</strong>stal<br />
Verwimp. Daar waren veel paarden voor de<br />
handel. “Als je de tijd ervoor neemt, lukt het altijd.<br />
Forceren brengt niets”, zegt Jorinde.<br />
Grappig genoeg is Tiamo nu juist het type paard<br />
waar Jorinde geen enkele connectie mee had in<br />
het begin. Het enige waar ze meteen heel blij van<br />
werd, was zijn uitgestrekte draf. “Ga maar eens na,<br />
bijna in elke dressuurproef is de uitgestrekte draf<br />
de tweede oefening na het binnenkomen”, zegt<br />
Jorinde. “Je geeft met een goede uitgestrekte draf<br />
dus wel meteen een visitekaartje af. En Tiamo heeft<br />
een hele fijne uitgestrekte draf!”<br />
Jorinde: ‘Stoere proeven<br />
rijden zonder fouten kan ik<br />
wel. Ik heb nul stress’<br />
In het begin had Jorinde weinig connectie met Tiamo (v. Lester). Nu is het haar toppaard.<br />
Tiamo (Lester x Hemmingway) werd vier jaar<br />
geleden door Wim Verwimp in Nederland gekocht,<br />
van Anita Vaassen. Jorinde vond er weinig<br />
aan. “Ik reed hem niet zo graag, maar mijn vader<br />
geloofde in hem”, zegt Jorinde diplomatiek.<br />
“Dat had hij goed gezien. Ik begon Tiamo pas<br />
een beetje te mogen toen ik de eerste keer op<br />
wedstrijd was geweest. Ik haalde op lager niveau<br />
meteen percentages van 71 en 72 procent. >><br />
<strong>Dressuur</strong> | 27
Interview<br />
Een percentage dat ik nog nooit eerder van mijn<br />
leven had gehaald! Hij was zo koel in zijn<br />
hoofd en zo werkwillig, dat ik meteen dacht:<br />
oké, dat kan nog wel wat worden.”<br />
Anky over Jorinde: “Je kan haar op elk paard zetten en ze rijdt met elk paard zo de ring in.”<br />
Anky van Grunsven over Jorinde<br />
Anky van Grunsven traint een aantal Belgische jeugdleden en U25-leden. Herkent ze wat van<br />
zichzelf in de twintigjarige Jorinde? Anky ging op haar twintigste jaar met het Nederlandse team<br />
naar haar eerste Olympische Spelen in Seoul. Anky lacht: “Voor Jorinde is de weg naar Rio ook al<br />
ingezet! Wat ik van mezelf herken? Ze werkt net zo hard. Als ze een halve dag vrij heeft, weet ze<br />
niet wat ze moet doen. En is ze twee dagen vrij, dan rijdt ze thuis bij haar vader in België alle<br />
paarden.”<br />
Anky karakteriseert Jorinde als ‘heel rustig’. “Ze wordt nergens warm of koud van. Je kan haar op<br />
elk paard zetten en ze rijdt met elk paard zo de ring in. De tweede Grand Prix van haar leven won<br />
ze meteen, de internationale Spécial in Roosendaal. Maar het kan nog véél beter. Toen ze hier<br />
kwam, was ze erg afwachtend. Nu begint ze al wat initiatief te nemen. Wij Nederlanders praten<br />
nergens omheen, Belgen wel, dat zijn ze gewend. Maar ze wennen nu ook aan onze Nederlandse<br />
stijl. En er worden daar nu hele grote stappen gezet. Ze komen van ver natuurlijk, maar er komt<br />
nu meer systematisch rijden en niveau in. Niet maar bij eentje, maar bij een aantal. Ik denk dat<br />
we een goede combinatie zijn. Jorinde heeft nog de leeftijd van een young rider, maar heeft haar<br />
keuze gemaakt voor het senioren EK in Aken. We gaan niets forceren. Lukt het niet, niets aan de<br />
hand. Het doel is Rio. Lukt het EK wel dit jaar, dan is dat mooi meegenomen.”<br />
Basis<br />
Vader Wim Verwimp kwam altijd al les nemen<br />
bij Anky van Grunsven. Zo lag het voor de hand<br />
om Jorinde een keer mee te nemen. Jorinde:<br />
“De eerste keer weet ik nog goed. Het ging helemaal<br />
niet over oefeningen rijden. Alles werd<br />
opgebouwd vanuit de basis. Het was alleen<br />
maar basis, basis en nog eens basis. Daar oefende<br />
ik dan een maand op, tot de volgende les. En<br />
dan was het weer basis, basis en basis. In het<br />
begin vond ik dat wel een beetje raar. Pas later<br />
leer je begrijpen hoe belangrijk die basis is.”<br />
Het is nog steeds hoofdzakelijk basis wat de klok<br />
slaat, met alle paarden. Na de eerste paar keren<br />
les ging Jorinde werken voor de stal van Anky en<br />
werd ze, naast Twanny Smit, de tweede stalruiter.<br />
’s Morgens wordt er begonnen met uitmesten<br />
door iedereen. “We zijn in een uur klaar en daarna<br />
begint het rijden”, verklaart Jorinde. Anky begint<br />
om 8.45 uur als de kinderen naar school<br />
zijn met rijden. “Dat gaat dan heel rap. Het gaat<br />
achter elkaar door, met losrijden, afgeven, de<br />
Jorinde: ‘Met een goede<br />
uitgestrekte draf<br />
geef je in een proef meteen<br />
een visitekaartje af’<br />
volgende aangeven en de andere naverzorgen en<br />
verder met zadelen en losrijden”, zegt Jorinde.<br />
Wandelen met de paarden, in de stapmolen, het<br />
schema gaat snel verder. ’s Middags zijn er lessen.<br />
Thuis<br />
Thuis heeft ze ook nog enkele paarden die door<br />
haar vader dagelijks worden getraind. “En ik<br />
rijd ze op wedstrijd”, zegt Jorinde.<br />
Dat het met haar vaders keuze Tiamo wat kon<br />
worden, is wel gebleken. Op het EK young riders<br />
2013 in Compiègne won het Belgische<br />
young riders-team met Jorinde in het team voor<br />
28 | <strong>Dressuur</strong>
Interview<br />
Jorinde: “Bij Anky trainen we alleen op basis, basis, basis. In het begin vond ik dat raar. Pas later begrijp je hoe belangrijk de basis is.”<br />
het eerst in de tienjarige geschiedenis van de tot<br />
tranen toe bewogen, toegewijde bondscoach<br />
Laurence van Doorslaer een medaille: teambrons.<br />
Jorinde Verwimp volgde in 2014 met individueel<br />
brons in de kür bij de young riders. In<br />
mei van dit jaar reed Jorinde in Roosendaal haar<br />
eerste internationale Grand Prix én Grand Prix<br />
Spécial bij de senioren die ze meteen won. En<br />
dat allemaal met Tiamo. Ze maakte in overleg<br />
met trainster Anky van Grunsven en bondscoach<br />
Sjef Janssen de keuze om dit jaar voor de senioren<br />
uit te komen. “Of het EK in Aken er inzit, zie<br />
ik wel. Het kan wel. De weg loopt via de driesterrenwedstrijd<br />
in Rotterdam hopelijk naar het<br />
EK. Maar is het te snel, geen man overboord. Het<br />
doel is Rio. Tot zolang blijf ik zeker in Erp werken<br />
als één van de twee stalruiters. Ik kan hier zo<br />
veel leren. Basis, basis en basis én plannen,<br />
daar gaat het om. En niets anders!”<br />
<strong>Dressuur</strong> | 29
NUMMER 2 | MEI <strong>2015</strong> | €6,50<br />
DRESSUUR MAGAZINE<br />
IS VERNIEUWD!<br />
Één jaar lang<br />
MAGAZINE<br />
DRESSUUR<br />
4X THUIS OP DE MAT & 2X ONLINE<br />
NUMMER 3 | JULI <strong>2015</strong><br />
MASTERCLASS<br />
PAVO CUP RIJDEN<br />
Interview:<br />
JORINDE VERWIMP<br />
JURYDAGBOEK:<br />
EDDY DE WOLFF VAN WESTERRODE<br />
ZWIEPENDE STAART,<br />
IS ER EEN OPLOSSING?<br />
De slofteugel: gebruik ‘m goed<br />
HELD VEREEUWIGD:<br />
MICHELLINO<br />
IN DE ACHTERUIT:<br />
HET ACHTERWAARTS!<br />
MASTERCLASS<br />
BIJ DIEDERIK<br />
VAN SILFHOUT<br />
DE TOEKOMST<br />
VAN DE PAVO CUP<br />
Interview:<br />
HELEN LANGEHANENBERG<br />
‘OTTO’ DE<br />
DRESSUURSIMULATOR<br />
ZO RIJD JE EEN TWEEDE DRAF<br />
HELD VEREEUWIGD:<br />
BONFIRE<br />
BP<br />
€ 29<br />
01_cover.indd 2 24-06-15 09:08<br />
01_Cover.indd 1 20-04-15 13:43<br />
EEN MUST VOOR IEDERE GEDREVEN DRESSUURRUITER!
HECHT!<br />
Op het natte paardenbeen met de<br />
nieuwe WATER-BONDING TECHNOLOGIE<br />
Zo werkt °Cellsius van leovet:<br />
afbeelding 1: Laat de warmteverdeling in het<br />
paardenbeen zien direct na de training.<br />
KOELEN<br />
HELPT!<br />
afbeelding 2: Laat de beginnende koeling in het paar<br />
denbeen zien kort na het aanbrengen<br />
van °Cellsius van leovet.<br />
afbeelding 3: Laat de sterke koeling in het paarden<br />
been zien nadat °Cellsius van leovet<br />
zijn werking volop heeft ontplooid.<br />
...dat werkt!<br />
...dat werkt!<br />
Klik hier voor meer informatie:
Achtergrond<br />
Vier kenners over het kopen<br />
van een dressuurveulen<br />
Hoe herken je de<br />
topper van morgen?<br />
Tim Coomans, Heike Kemmer,<br />
Ad Valk en Nico Witte hebben<br />
alle vier ruimschoots bewezen<br />
dat ze talenten al op jonge<br />
leeftijd kunnen spotten.<br />
In <strong>Dressuur</strong> delen ze hun kennis.<br />
Waar letten de kenners op bij<br />
de aankoop van een veulen?<br />
Tekst: Rick Helmink<br />
Fotografie: www.arnd.nl<br />
De ‘topper van morgen’ kopen. Dat<br />
wil iedereen wel. Het lukt echter<br />
slechts enkelen om dressuurtalent<br />
op jonge leeftijd te ontdekken. Tim<br />
Coomans, Heike Kemmer, Ad Valk en Nico Witte<br />
lukte het al vele keren. De handelaren hebben<br />
geen glazen bol en zijn het er allen over eens<br />
dat de aankoop van een veulen een gok blijft.<br />
Wel denken ze het ‘gokken’ te kunnen inperken<br />
door streng te selecteren en grondig te werk te<br />
gaan bij de aanschaf van een dressuurveulen.<br />
32 | <strong>Dressuur</strong>
Achtergrond<br />
Ad Valk:<br />
“Bovenlijn, achterbeen en<br />
gangen”<br />
Hengstenhouder en handelaar Ad Valk heeft in Gorinchem een<br />
handels- en dressuurstal. De goedlachse Zuid-Hollander maakte<br />
furore als eigenaar en opfokker van hengsten als Krack C (v.<br />
Flemmingh), Vivaldi (v. Krack C), Apache (v. UB40), Desperado<br />
(v. Vivaldi), Dancer (v. Vivaldi) en Dorado (v. Krack C).<br />
“Het is heel simpel”, zegt Ad Valk. “Ik let erop of een veulen een<br />
goede bovenlijn heeft, een goed achterbeen en drie goede gangen.<br />
Klaar!”, lacht hij.<br />
Hij legt uit dat een goede bovenlijn heel veel vertelt: “De bovenlijn<br />
is heel belangrijk voor een dressuurpaard. Ik zie graag een<br />
veulen met veel front, een lange schoft die goed in de rug loopt,<br />
sterke lendenen en een lange croupe. Die veulens zijn lastig te<br />
vinden. In de hele Europese fokkerij is de rug een aandachtspunt.<br />
Er zijn te weinig paarden met een echt goede rug, terwijl dat het<br />
verschil gaat maken als je er op zit.”<br />
Ook een goed achterbeen komt Valk weinig tegen: “Dat is een<br />
probleem in onze fokkerij. Het achterbeen moet niet te lang zijn<br />
en het liefst zie ik dat het spronggewricht laag aan het achterbeen<br />
zit. Paarden met een laag spronggewricht bewegen optisch altijd<br />
meer bergop. Nog belangrijker is hoe het achterbeen in beweging<br />
wordt gebruikt”, zegt Valk. “Al op jonge leeftijd moeten paarden<br />
een snel en actief ondertredend achterbeen hebben. Daarmee bedoel<br />
ik niet dat een veulen met heel veel show moet lopen, liever<br />
niet eigenlijk. Tritt en snelheid, dat is belangrijk. Takt en een lange<br />
zweeffase zien er spectaculair uit, maar de ervaring heeft mij geleerd<br />
dat paarden die daarin uitblinken te traag zijn voor het hogere<br />
werk.”<br />
Alle drie de gangen zijn voor Valk even belangrijk: “In draf en galop<br />
vind ik het achterbeengebruik het belangrijkst, maar ook de<br />
stap moet in orde zijn. Ook hier zie ik liever niet te grote passen:<br />
een correcte viertakt is voldoende.”<br />
Het liefst ziet Valk veulens meerdere keren voor hij ze aanschaft.<br />
“Maar als je met een echte goede te maken hebt kan dat vaak niet.<br />
Er zijn bij zulke veulens altijd meer kapers op de kust. In dat geval<br />
is ervaring belangrijk. Als je maar genoeg paarden in het werk<br />
meemaakt, weet je vanzelf waar je op moet gaan letten.”<br />
Tim Coomans:<br />
“Type, beweging en atletisch<br />
vermogen”<br />
Tim Coomans runt in het Zuid-Hollandse Oud-Beijerland de stal<br />
Tim Coomans Dutch Sporthorses. De trainer en handelaar ontdekte<br />
al veel succesvolle dressuurpaarden zoals Ravel (v. Contango),<br />
Lancet (v. Wenzel I) en On Top (v. Jet Set-D). De hengst<br />
Dream Boy (v. Vivaldi) is een andere door Coomans ontdekte topper.<br />
Als Coomans veulens koopt let hij altijd op drie zaken: het<br />
type, de manier van bewegen en het atletisch vermogen.<br />
“Bij dressuurpaarden is het type belangrijk. Ik zie graag een veulen<br />
met lengte in het lijf en een veulen dat naar boven is gebouwd.<br />
Daarnaast moet een veulen correct op zijn benen staan en<br />
geen afwijkingen hebben in bijvoorbeeld de voeten. Het liefst zie<br />
ik daar ook nog een mooi hoofd bij, maar daar zou ik een heel<br />
goed veulen niet op laten staan.”<br />
Over de manier van bewegen zegt Coomans het volgende: “Houding<br />
vind ik van groot belang. Er moet een bepaalde vanzelfsprekendheid<br />
uitgaan van de bewegingen, ze moeten zichzelf dragen.<br />
Daarbij zijn alle drie de gangen even belangrijk voor me.” Coomans<br />
noemt ook het atletisch vermogen van de veulens: “Dat kun<br />
je bijvoorbeeld zien als een veulen in de wei remt. Remt hij dan<br />
op de achterhand of de voorhand? En laat het veulen zien dat hij<br />
kan schakelen?”<br />
Met deze drie punten is het nog niet klaar. “Het blijft altijd een<br />
gok, je koopt de verwachting. De verwachting moet zo hoog mogelijk<br />
zijn, zeker als je een duurder veulen koopt. Daarom kijk ik<br />
ook altijd naar de afstamming en zeker ook naar de moeder. De<br />
moeder is voor vijftig procent bepalend en door goed op te letten<br />
op de moeder neem je al wat risico weg. Daarnaast hebben we tegenwoordig<br />
veel informatie over de bloedlijnen: welke families<br />
zijn gezond? Welke families leveren paarden die presteren? In<br />
welke families is het karakter fijn? Als je je daar in verdiept kun je<br />
het risico redelijk inperken.”<br />
De handelaar ziet een veulen het liefst op een leeftijd van drie dagen<br />
of drie weken: “Ik heb de ervaring dat je op deze leeftijden<br />
de beste inschatting kunt maken over wat je terug gaat zien op<br />
driejarige leeftijd.”<br />
>><br />
<strong>Dressuur</strong> | 33
Achtergrond<br />
Nico Witte:<br />
“Goede verbindingen en drie<br />
goede gangen”<br />
Heike Kemmer:<br />
“Je moet verliefd worden”<br />
Heike Kemmer is een succesvolle Duitse dressuuramazone en<br />
daarnaast maakt ze deel uit van de Hannoveraanse hengstenkeuringscommissie.<br />
Haar toppaard Bonaparte (v. Bon Bonaparte),<br />
waarmee ze brons won op de Olympische Spelen in Hong Kong,<br />
ontdekte ze samen met haar vader Joachim Kemmer als veulen.<br />
Daarnaast ziet ze als lid van de Hannoveraanse hengstenkeuringscommissie<br />
regelmatig veulens op veulenkeuringen.<br />
“Ik denk dat er geen ABC is voor het kopen van een veulen. Natuurlijk<br />
zijn er altijd zaken waar je op let zoals type, correctheid<br />
en beweging, maar een echte topper vind je meestal niet door een<br />
lijstje af te werken. Met veulens kan het altijd nog alle kanten op.<br />
Natuurlijk staat er als een veulen is opgegroeid niet een compleet<br />
ander paard, maar het zijn niet altijd de veulens waarvan je het<br />
meeste verwacht die het vervolgens gaan doen.”<br />
Als Kemmer een veulen koopt, speelt haar gevoel een grote rol.<br />
“Je moet misschien wel een beetje verliefd worden op een veulen.<br />
Dit kun je niet echt beschrijven, maar je ziet soms paarden en dan<br />
denk je: ‘ja dit is hem!’ In dat geval zou ik altijd proberen het veulen<br />
te kopen.”<br />
Verder vindt Kemmer de moeder van groot belang. “Ik heb nog<br />
weinig veulens gezien die uit slechte moeders kwamen en uitgroeiden<br />
tot toppaarden. Daarmee bedoel ik niet dat een moeder<br />
spectaculair moet lopen of de mooiste van de stal moet zijn. Ik zie<br />
het liefst een degelijk gebouwde fokmerrie uit een familie met<br />
veel sport. Als veel paarden uit een stam in de sport presteren, betekent<br />
dit vaak dat je te maken hebt met een gezonde familie met<br />
werkwillige paarden.”<br />
Het karakter is volgens Kemmer allesbepalend bij een dressuurpaard.<br />
“Als het je echt gaat om een topdressuurpaard en niet om<br />
een hengst die vooraan loopt op de hengstenkeuring moet je het<br />
karakter in ogenschouw nemen. Ze moeten het in de ring voor je<br />
willen doen. Dat kun je bij veulens natuurlijk niet beoordelen,<br />
maar je kunt wel op een aantal zaken letten. Ik ga nog even terug<br />
naar de moeder en de familie: verdiep je in de familie en kijk –<br />
als je de kans hebt – naar het karakter van de moeder. Hoe is ze<br />
op stal en in de omgang? Naar diezelfde punten kijk ik bij het<br />
veulen. Het liefst zie ik nieuwsgierige veulens met een groot oog<br />
die makkelijk te hanteren zijn en graag op onderzoek uit gaan. Bij<br />
een heel schrikachtig veulen denk ik altijd een tweede keer na.”<br />
“Daarbij moet ik wel toevoegen dat het ook handig is om te kijken<br />
naar hoe er met de paarden wordt omgegaan door de fokker.<br />
Bepaald gedrag kan natuurlijk ook ontstaan door de omgang met<br />
de paarden.”<br />
Handelaar Nico Witte kennen we onder andere van de meest succesvolle<br />
Nederlandse hengst Jazz (v. Cocktail) en de KWPN-kampioen<br />
Ampère (v. Rousseau). Samen met zijn vrouw Madeleine<br />
Witte-Vrees runt hij in Schijndel Stal Witte.<br />
Voor Nico Witte is een goede ontwikkeling bij een veulen belangrijk:<br />
“Ik koop eigenlijk nooit veulens die niet voldoende ontwikkeld<br />
zijn. Ik zie graag een lang gelijnd veulen dat goede verbindingen<br />
heeft. De schoft moet goed overlopen in de rug en moet<br />
vloeiend over lopen in de lendenen en de croupe. Een paard met<br />
een goede rug gaat het onder het zadel altijd beter doen dan een<br />
paard die op dat punt niet goed in elkaar steekt.”<br />
Voor minder dan drie hele goede gangen doet de Brabantse handelaar<br />
het niet: “De stap, draf en galop moeten gewoon goed zijn.<br />
Daarmee bedoel ik dat het veulen met veel zelfhouding moet lopen,<br />
laat zien dat hij kan schakelen en terugkomen op het achterbeen<br />
en het achterbeengebruik moet sterk zijn.”<br />
Bij hele jonge veulens vindt Witte de gok vaak te groot: “Ze moeten<br />
toch wel minstens twee à drie weken oud zijn. Pas dan weet<br />
je wat voor vlees je in de kuip hebt.”<br />
Desondanks blijft het kopen van veulens altijd een gok voor Witte:<br />
“Door de ervaring leer je talent natuurlijk wel sneller herkennen,<br />
maar je koopt altijd verwachting en hoop. Het kan heel wat<br />
lijken als veulen, maar vervolgens enorm van je af groeien.”<br />
Opvallend is dat geen van de vier kenners de afstamming heel<br />
duidelijk aanhaalt. Ze geven te kennen dat het veulen in eerste instantie<br />
het belangrijkste is. “Natuurlijk kijk je ook naar afstamming<br />
en koop je het liefst een veulen van een moderne hengst<br />
die in trek is, maar ik laat een goed veulen echt niet staan<br />
omdat hij niet afstamt van de meest populaire hengst.”<br />
34 | <strong>Dressuur</strong>
Take me away!<br />
Zadeldrager | E 49,- | www.northernwell.eu<br />
Flessenkrat | E 75,- | www.verifiedvintage.nl<br />
Wanddecoratie | vanaf E 470,- | www.cassiniart.com<br />
EHBO set paard | E 39,95 | www.dochorse.nl<br />
Halsterhoofdstel | E 79,95 | www.decathlon.nl<br />
Tag | E 5,38 | www.graphicsandmore.com<br />
Magneetveldtherapie transportbeschermers | E 184,95 | www.br.nl<br />
Trailercamera | vanaf E 239,- | www.kerbl.de<br />
Drinkfles | E 30,11 | www.kleankanteen.com<br />
Noodsticker | E 5,95 | www.divoza.com<br />
36 | <strong>Dressuur</strong>
Rugs for life since 1985<br />
INSTORE | ONLINE | MOBILE | #RUGSFORLIFE<br />
HW_200_268.indd 1 15/06/<strong>2015</strong> 11:09
Rijtechnisch<br />
Carlijn gaat correct achterwaarts.<br />
De beenzetting<br />
is diagonaal en het paard<br />
blijft stil in de aanleuning.<br />
Klik op de afbeelding<br />
voor een filmpje.<br />
Correct<br />
achterwaarts<br />
Praktisch elke dressuurruiter heeft ermee te maken. Tenslotte is het één van de weinige<br />
oefeningen die in bijna alle dressuurklassen wordt gevraagd, van L2 tot en met Grand Prix.<br />
Maar makkelijk is het zeker niet. Hoe ga je nu precies correct achterwaarts? Instructeur Tonnie<br />
Huberts legt het uit en Adriaan Hamoen bekijkt de oefening door de ogen van de jury.<br />
Tekst: Marije Stomps | Fotografie: Quillemette Kraaikamp<br />
38 | <strong>Dressuur</strong>
Rijtechnisch<br />
De instructeur: Tonnie Huberts<br />
“Voordat je een paard gaat leren om achterwaarts te gaan, is het belangrijk<br />
dat het paard nageeflijk is, fijn over de rug loopt en je goede overgangen<br />
naar voren en terug kunt maken. Kortom: het paard moet correct aan<br />
de hulpen zijn. Dat zijn de basisvoorwaarden, die eigenlijk altijd van<br />
groot belang blijven bij correct achterwaarts gaan. Hoe snel je dit voor elkaar<br />
hebt bij een paard hangt natuurlijk af van de ervaring van de ruiter,<br />
maar over het algemeen is het paard dat netjes een B- of L-proefje kan lopen<br />
ook toe aan het leren van achterwaarts. Dat is ook wel logisch, want<br />
de oefening wordt in de L2 voor het eerst gevraagd.”<br />
Goed halthouden<br />
“Cruciaal voor correct achterwaarts gaan is het goed halthouden. Het paard<br />
moet actief, met drang naar voren halthouden. Dat klinkt misschien tegenstrijdig,<br />
maar voorwaartse drang is in alle oefeningen heel belangrijk, ook bij<br />
het halthouden en achterwaarts. Een paard moet altijd voorwaarts blijven<br />
denken, zodat het van achteren naar voren naar de hand toe kan lopen. Als je<br />
goed wilt halthouden, moet je eerst wel honderd overgangen naar voren rijden<br />
om voorwaartse drang te krijgen. Pas als je dat hebt, kun je het paard<br />
door een kleine ophouding laten weten dat het moet gaan stilstaan. Doordat<br />
de voorwaartse drang er nog steeds is, sluiten de achterbenen mooi aan en zal<br />
het paard gesloten en aangespannen halthouden. In het begin hoeft dat echt<br />
Tonnie’s dochter Carlijn demonstreert het achterwaarts gaan. Hier komt ze<br />
actief naar het halthouden toegereden.<br />
Tonnie Huberts: ‘Het klinkt tegenstrijdig,<br />
maar voorwaartse drang is in<br />
alle oefeningen belangrijk, ook bij het<br />
halthouden en achterwaarts’<br />
Het paard staat in balans en gesloten halt.<br />
nog niet super vierkant te zijn, maar als het paard gestrekt of ‘op slot’ stilstaat,<br />
is dat natuurlijk niet goed. In dat geval rijd je eerst weer naar voren weg. Achterwaarts<br />
gaan heeft dan totaal geen zin, want om die oefening goed uit te<br />
voeren, moet het paard zoals gezegd gesloten en aangespannen zijn in zijn lichaam,<br />
voorwaarts blijven denken, nageeflijk blijven aan de voorkant en ontspannen<br />
zijn over de rug. Net als bij het gewoon voorwaarts rijden dus.”<br />
Uitbouwen<br />
“Sta je goed stil, dan geef je iets been en vang je de voorwaartse drang die<br />
dan ontstaat op met een ophouding, zodat het paard weet dat het niet<br />
vooruit moet, maar juist terug. Misschien duurt het even voordat een<br />
paard dit snapt en in het begin ben je dus ook al blij met één of twee pasjes.<br />
Dan beloon je het paard en rijd je weer voorwaarts. Zo kun je dit<br />
steeds iets uitbouwen, totdat het paard het goed snapt en je het meerdere<br />
passen achterwaarts kan laten maken.”<br />
Het paard gaat scheef achterwaarts (links), zorg dat je dan de voorhand<br />
voor de achterhand plaatst. Op de foto rechts gaat het paard recht.<br />
>><br />
<strong>Dressuur</strong> | 39
Rijtechnisch<br />
Carlijn demonstreert het overschenkelen, wat kan helpen bij het aanleren van het achterwaarts gaan. Klik op de afbeelding voor een filmpje.<br />
Het jurylid: Adriaan Hamoen<br />
“Correct achterwaarts gaan blijkt nog niet zo makkelijk als veel ruiters denken.<br />
Er kan veel misgaan bij deze oefening, op alle niveaus. Natuurlijk wordt<br />
het achterwaarts gaan in een Grand Prix-proef veel strenger beoordeeld dan<br />
in een L-proef, maar in alle gevallen geldt dat de manier waarop een ruiter<br />
naar het achterwaarts gaan toe rijdt al veel zegt over hoe de oefening zal<br />
worden uitgevoerd. Als je namelijk niet goed halthoudt, kun je ook niet correct<br />
achterwaarts. Het zit hem allemaal in de voorbereiding. Sommige ruiters<br />
willen dat nog wel eens vergeten of denken verkeerd om: ze zijn alleen maar<br />
bezig met de oefening zelf en niet met essentiële voorbereiding.”<br />
Drie criteria<br />
“Er zijn drie criteria van groot belang bij het correct achterwaarts gaan.<br />
De eerste is activiteit. Dit is belangrijk bij zowel de voorbereiding als de<br />
uitvoering. Een paard moet actief en attent blijven in de overgang naar het<br />
halthouden toe. Alleen dan blijft het aanvullen van achter en zal het gesloten<br />
halthouden en kan het goed achterwaarts. Ook daarin moet het actief<br />
blijven, dus niet slepen met de achterbenen. De tweede is harmonie. Het<br />
is de bedoeling dat het paard in harmonie achterwaarts gaat, met vertrouwen<br />
in en op de eerste hulp van de ruiter. Dus niet gedwongen of getrokken.<br />
Het derde criterium is dat het paard diagonaalsgewijs achterwaarts<br />
gaat, dus de diagonale benenparen tegelijk achteruit zet. Daarbij is het<br />
trouwens niet zo erg als een paard soms eerst een klein pasje met bijvoorbeeld<br />
een voorbeen zet, als het daarna maar diagonaalsgewijs verdergaat.”<br />
Basisbegrippen blijven<br />
“Het is afhankelijk van het niveau waarop wordt gereden hoe zwaar één en<br />
ander meetelt. Een L-paard dat in harmonie op de eerste hulp van de ruiter<br />
achterwaarts gaat, kun je al een heel positieve beoordeling geven. Op een<br />
hoger niveau gaan er meer zaken meespelen en worden deze ook steeds<br />
strenger beoordeeld. Je kunt dan bijvoorbeeld denken aan een correcte aanleuning,<br />
het aantal gevraagde passen, recht achteruit gaan, regelmaat van de<br />
passen en het weer correct voorwaarts gaan na de oefening. De drie basisbegrippen,<br />
harmonie, activiteit en diagonaalsgewijs, blijven echter altijd<br />
staan. Over het algemeen geldt dat je achterwaarts thuis goed kunt trainen.<br />
Zorg ervoor dat je paard goed snapt wat de bedoeling is en dat de oefening<br />
bevestigd is, dan is de kans groot dat het op wedstrijd ook goed gaat.”<br />
40 | <strong>Dressuur</strong>
Rijtechnisch<br />
Problemen en oplossingen<br />
Bij het achterwaarts gaan kun je diverse problemen tegenkomen. Tonnie<br />
Huberts bespreekt een aantal veel voorkomende.<br />
Het paard wil helemaal niet achteruit.<br />
“Het paard snapt niet wat je van hem verlangt. Je kan iemand vragen om<br />
vanaf de grond te helpen of zelf aan de hand oefenen, eventueel op stemhulpen.<br />
Als het paard dat kent, lukt het onder het zadel vaak beter. Een andere<br />
manier is het paard laten halthouden met het hoofd naar de bakrand<br />
en vervolgens zijwaarts te laten gaan. De bakrand voorkomt dat het naar<br />
voren kan weglopen en vanuit het zijwaarts gaan, ook wel overschenkelen<br />
genoemd, is het een kleine stap om een pasje achteruit gaan. Dat natuurlijk<br />
belonen en vooruit weg. In alle gevallen geldt: dwingen of trekken<br />
aan de teugels om maar achteruit te gaan is funest. Nooit doen dus!”<br />
Het paard komt wat tegen de hand bij het halthouden. Dit is geen goed<br />
uitgangspunt om achterwaarts te gaan.<br />
Scheef achterwaarts gaan.<br />
“Het paard rechtrichten doe je door de voorhand voor de achterhand te<br />
plaatsen. Stel, je paard gaat met de achterhand naar links. Dan zet jij de<br />
voorhand ook naar links tot deze weer recht voor de achterhand staat.<br />
Met je linkerkuit zorg je ervoor dat het paard niet nog verder scheef gaat<br />
met de achterhand. Eventueel kun je ook langs de bakrand achterwaarts<br />
gaan, zodat deze een natuurlijke begrenzing vormt.”<br />
Slepend achterwaarts.<br />
“Het paard tilt de benen niet genoeg op. Oorzaak is vaak dat het paard de<br />
rug vastzet. Je moet het paard dus eerst beter over de rug rijden, voordat<br />
je weer achterwaarts gaat. Dit probleem zit niet zozeer in het achterwaarts<br />
gaan, maar in het rijtechnische deel en het lichaamsgebruik.”<br />
Tonnie: “Als het paard tegen de hand komt, stel dan de hoofd/halshouding<br />
wat ronder in.”<br />
Adriaan Hamoen: ‘Het zit<br />
hem allemaal in de voorbereiding’<br />
Niet diagonaal achterwaarts.<br />
“Het is de bedoeling dat het paard de diagonale benenparen tegelijk naar<br />
achteren zet. Dus linksvoor en rechtsachter gelijk en rechtsvoor en linksachter<br />
gelijk. Je ziet regelmatig dat een paard niet diagonaal, maar lateraal<br />
achterwaarts gaat. Dan worden dus het linker voor- en achterbeen en vervolgens<br />
het rechter benenpaar tegelijk verzet. Of varianten die hierop lijken,<br />
bijvoorbeeld alle benen apart. Ook dit heeft te maken met het niet<br />
loslaten van de rug. Bij het achterwaarts moet het paard de rug en lendenen<br />
welven, dat moet dus eerst worden verbeterd.”<br />
Het paard komt te diep. Tonnie: “Dit probleem komt vaak doordat de<br />
ruiter het achterwaarts forceert met de hand.”<br />
>><br />
<strong>Dressuur</strong> | 41
Rijtechnisch<br />
Veelgemaakte fouten<br />
Adriaan Hamoen ziet als jurylid heel wat achterwaarts-oefeningen<br />
voorbijkomen in de ring. Hij licht een tipje van de sluier op hoe hij<br />
veelgemaakte fouten beoordeelt:<br />
Tegen de hand komen.<br />
“Het paard gooit zijn hoofd omhoog en drukt de rug weg. Zorg ervoor<br />
dat het paard goed over de rug loopt en maak een correcte overgang naar<br />
het halthouden. Als het paard daarbij nog zijn hoofd omhoog drukt, kun<br />
je de hoofd/halshouding iets lager instellen om dit te voorkomen.”<br />
Het paard valt uit elkaar en gaat gestrekt achterwaarts.<br />
“Vaak staat het paard bij het halthouden al gestrekt: met de achterbenen<br />
achter in plaats van onder de massa. Het kan dan alleen met heel kleine<br />
pasjes achteruit. Meestal komt dit doordat het paard de rug niet wil welven<br />
of last heeft. Zorg dat je dat eerst oplost voordat je verder gaat met<br />
achterwaarts.”<br />
Achterwaarts vluchten.<br />
“Het paard krabbelt heel snel achteruit. Rijdt als je dit voelt gebeuren<br />
meteen weer voorwaarts. Liefst na één pas al, anders ben je te laat. Het is<br />
van het grootste belang om het vluchtgedrag te beperken en de drang<br />
voorwaarts altijd te behouden.”<br />
Niet stil in de aanleuning.<br />
“Het paard mag niet te diep, te hoog, te kort in de hals of te veel achter<br />
de loodlijn komen in het achterwaarts. Dit probleem komt vaak doordat<br />
de ruiter het achterwaarts forceert met de hand. Eigenlijk is het paard niet<br />
actief genoeg aan het been. Dit los je op door veel overgangen voorwaarts<br />
en terug te rijden zodat je weer voldoende voorwaartse drang en aanspanning<br />
krijgt. Is dat voor elkaar, dan moet je op een licht weerstand<br />
biedende hand achterwaarts kunnen gaan.”<br />
Overige problemen.<br />
“Natuurlijk kunnen er nog andere dingen misgaan bij het achterwaarts.<br />
Een ruiter kan op wedstrijd zo gespannen zijn en verkrampen dat hij opeens<br />
andere hulpen geeft. Dat snapt je paard niet. Ook kan de bouw van<br />
het paard een rol spelen. Een paard met een lange, weke rug of arme bespiering<br />
kan moeite hebben met de oefening. Als het echt niet gaat, of het<br />
paard verzet zich, schakel dan deskundige hulp in. Een ervaren instructeur<br />
kan je op rijtechnisch gebied helpen en een veterinair kan uitkomst bieden<br />
bij lichamelijke ongemakken als pijn in rug of knieën of coördinatieproblemen.”<br />
Gebrek aan activiteit. “Deze fout zie je nog wel eens op basiswedstrijden.<br />
Het paard is dan niet goed aan de hulpen. Vaak is het achterwaarts gaan<br />
dan wat slepend. Dit neem je in de basis mee als een puntje aftrek. Op<br />
hoger niveau wordt het strenger bestraft.”<br />
Niet diagonaalsgewijs. “Een grove fout, want diagonaal achterwaarts gaan<br />
is heilig. Een paard dat dit niet doet, kan nooit hoger dan een 4 scoren<br />
voor de oefening. Iets anders ligt dat als het paard bijvoorbeeld wel<br />
diagonaal begint, maar dit gaandeweg kwijtraakt. Dan kan het eventueel<br />
nog een 5 of zelfs 6 zijn, ook weer afhankelijk van niveau.”<br />
Scheef achterwaarts gaan. “Wanneer een paard scheef achterwaarts gaat, dan<br />
kost dat natuurlijk punten. Het scheef gaan komt doordat het paard<br />
zich onttrekt aan de ruiterhulpen. Het cijfer wordt bepaald aan de hand<br />
van wat er in de uitvoering wel goed gaat. Dus een correcte oefening,<br />
maar een klein beetje scheef, kan in de lagere klassen nog als voldoende<br />
worden beoordeeld. Vanzelfsprekend is dat hoe groter de fout is,<br />
hoe lager het cijfer uitvalt.”<br />
Te gehaast achterwaarts. “Een veel voorkomende fout op hoog niveau. Vaak<br />
is het paard dan te weinig over de rug, gaat het diep met zijn hoofd en<br />
is het in zijn geheel gespannen. Dit kan komen omdat Grand Prixpaarden<br />
met veel expressie worden gereden. Een harmonieuze achterwaarts<br />
laten zien kan dan moeilijk zijn. Dit moet echter wel worden<br />
bestraft, want het basisbegrip harmonie is dan niet meer aanwezig.”<br />
Niet gevraagde aantal passen. “Dit is nog niet aan de orde in het L, maar<br />
wordt steeds belangrijker naarmate het niveau hoger wordt. Ook de<br />
gelijkheid en grootte van het aantal passen gaat dan steeds meer meespelen.<br />
In de Grand Prix moet het echt precies kloppen, anders krijg je<br />
wel degelijk aftrek.”<br />
42 | <strong>Dressuur</strong>
voor iedere paardenliefhebber<br />
nieuw<br />
kleuren<br />
Speciale lezersactien<br />
WHIS INSTRUCTIESET ng<br />
van € 249,00<br />
voor € 224,00<br />
> SHOP NU<br />
Grotestraat 264, 5151 BS Drunen - www.DrunensRuiterhuis.nl
Jurydagboek<br />
JURYDAGBOEK:<br />
TEKST: CLAARTJE VAN ANDEL | FOTOGRAFIE:<br />
EDDY DE WOLFF VAN WESTERRODE<br />
Halsstrekken,<br />
middel voor het doel<br />
De Wolff (66) leerde het instructeursvak op de Westfälische Reit- und Fahrschule in Münster en werd Bereiter<br />
in Warendorf. In zijn diensttijd was hij verbonden aan de Koninklijke Stallen, waar de instructie van kolonel<br />
Geza von Hazslinszky grote invloed op hem had. In 1979, de tijd dat het NK <strong>Dressuur</strong> soms op Lichte<br />
Tour niveau werd gereden, werd Eddy de Wolff van Westerrode Nederlands kampioen met de hengst Monarch.<br />
Jureren deed hij altijd al erg graag. Dat hij nu de hoogste FEI-kwalificatie heeft ‘is hem gezien zijn<br />
leeftijd simpelweg gegund’, zegt hij.<br />
“<br />
Er is veel onbegrip over het doel van de africhting en het doel van een dressuurproef rijden. Vaak slaken ruiters<br />
uit de L-klasse een zucht van verlichting zodra ze genoeg winstpunten hebben om door te gaan. Gelukkig, nu<br />
zijn ze het halsstrekken kwijt uit de proeven! Heerlijk!<br />
Nou, die ruiters hebben het principe van een paard africhten en je africhting testen door een proef te rijden<br />
niet begrepen. Halsstrekken hoort tot en met de Grand Prix bij je gebruikelijke training. Daarom vertel ik graag<br />
over het halsstrekken, als middel voor het doel!<br />
Wat zie je in de praktijk? Meestal zijn paarden te kort in de hals en blijven ze achter de loodlijn hangen. Ze komen op<br />
de voorhand. Dan geef ik een 3 of 4. Nog hoog, maar goed, de ruiter is er niet afgevallen, het kan altijd nog slechter.<br />
Welke ruiter leest echt eens in het FEI-reglement en het daaraan gekoppelde KNHS-reglement wat er onder halsstrekken<br />
wordt verstaan? Het paard gaat met een zekere gedragenheid ‘voorwaarts-neerwaarts’ naar beneden. Het paard<br />
loopt op eigen benen. Alle bijkomende criteria zoals ruggebruik en het behoud<br />
van takt en activiteit horen erbij. Ook het weer probleemloos in de<br />
hand stellen zónder dat het paard op de voorhand valt of tegen de hand<br />
komt, is een beoordelingsonderdeel.<br />
Voor de junioren (Z-niveau) is zowel halsstrekken als ‘überstreichen’ een gevraagd<br />
onderdeel. In het Engels heeft ‘überstreichen’ de benaming ‘give and<br />
take’ gekregen. Dat betekent dus niet - zoals je vaak ziet - snel losgooien en<br />
weer terugpakken! De ruiter strijkt de handen over de manenkam soepel naar<br />
voren, de teugels hangen door, en vervolgens gaan de handen rustig weer terug.<br />
Het paard verliest hierbij helemaal niets aan zelfhouding, takt en balans.<br />
Dit hoort in de dagelijkse training thuis. Om de zelfhouding te controleren<br />
en te bevorderen. Net als halsstrekken, in welke graad van de africhting ook.<br />
Ik houd daar graag een pleidooi voor. Niet als doel op zich, naar als middel<br />
en voor de scholing.<br />
TEKST: CLAARTJE VAN ANDEL<br />
FOTOGRAFIE: ARCHIEF EDDY DE WOLFF VAN WESTERRODE<br />
44 | DRESSUUR
Luxurious bridle creations —<br />
designed with passion.<br />
Bridle „Picasso“<br />
Storefinder >><br />
WWW.SCHOCKEMOEHLE-SPORTS.COM
Achtergrond<br />
Van welk paard<br />
leerden zij het meest?<br />
Ervaren dressuurruiters hebben vaak diverse paarden opgeleid naar het hoogste niveau. Dat<br />
ging lang niet altijd vanzelf. Ieder paard heeft zo zijn eigen kwaliteiten en eigenaardigheden. Omgekeerd<br />
leren ruiters en amazones ook weer van deze paarden. Maar welk paard was daarbij zeer speciaal en<br />
waarom? Heeft dit leerproces hen ook iets gebracht waar ze heden ten dage nog veel aan<br />
hebben? De ervaren Nederlandse Tineke Bartels, de Duitse topamazone en huidige bondscoach<br />
Monica Theodorescu en meervoudige Zweeds kampioen Patrik Kittel vertellen.<br />
Tekst: Jacquelien van Tartwijk | Fotografie: www.arnd.nl<br />
46 | <strong>Dressuur</strong>
Achtergrond<br />
Voor Monica Theodorescu<br />
staat vast dat ze van elk<br />
paard dat ze ooit reed wat<br />
heeft geleerd, zowel rijtechnisch<br />
als in de omgang.<br />
Haar juniorenpaard Colorado<br />
bracht haar geduld<br />
bij, Grunox leerde haar<br />
dat alles draait om vertrouwen<br />
en de ongecompliceerde<br />
Ganimedes liet<br />
haar zien dat je moet zorgen<br />
voor afwisseling om je<br />
paard te blijven motiveren<br />
om samen er plezier in<br />
te houden.<br />
‘Elk paard blijven motiveren’<br />
“<br />
Ja eigenlijk leer je van ieder paard, ieder paard heeft zijn eigen karakter, maar<br />
ook zijn eigen beweging en lichaamsbouw. Dat alles maakt het soms makkelijker<br />
of juist moeilijker om een paard iets te leren. Als je een paard van begin af aan<br />
opleidt is dat ook weer anders dan dat je een paard later krijgt, dat maakt het<br />
meestal gecompliceerder. Toen ik junior was heeft mijn vader Colorado als driejarige voor<br />
mij gekocht op een veiling. Daar wilde hij eigenlijk een oudere merrie kopen, maar die<br />
was te duur. Met Colorado ben ik van niets naar Grand Prix gereden en dan leer je veel.<br />
Dat was een paard met veel bloed en kwaliteit. De piaffe was moeilijk. Ik was een puber<br />
met nog weinig ervaring, maar niemand mocht van mij op Colorado, zelfs mijn vader<br />
niet. Dat was achteraf misschien niet zo slim. Ik heb door Colorado veel gevoel gekregen,<br />
ervaring opgedaan en goed leren zitten.<br />
Het karakter van Ganimedes was heel goed. Heel eenvoudig te rijden, heel positief en heel<br />
zeker in de baan. Daarbij was het een heel elegant paard. Door hem ben ik technisch veel<br />
beter gaan rijden.<br />
Grunox kreeg ik als vijfjarige. Die had een hele zware jeugd gehad en was heel angstig. Ik<br />
heb geleerd hem vertrouwen te geven en dat betaalde zich uit. Later heeft hij alles voor mij<br />
gedaan en kwamen zijn zeer goede bewegingen en presentatie in de baan goed tot hun<br />
recht. Van mijn paarden heb ik geleerd hoe je ze kunt blijven motiveren en vertrouwen<br />
kunt geven. Afwisseling is daarbij heel belangrijk en dat gegeven gebruik ik nog steeds dagelijks.<br />
Alle paarden gaan bij ons de wei op. Naast het gewone werk ga ik met mijn paarden<br />
wandelen aan de hand en gaan we het bos in. Zo kun je ze fris, positief en gemotiveerd<br />
houden.”<br />
>><br />
Monica Theodorescu<br />
<strong>Dressuur</strong> | 47
Achtergrond<br />
Voor Tineke Bartels is het<br />
moeilijk om één paard te<br />
kiezen waar zij het meest<br />
van heeft geleerd. Van ieder<br />
paard leer je wel. Had ze<br />
Barbria niet gereden, dan<br />
zou ze waarschijnlijk het<br />
avontuur met Jazz nooit<br />
zijn aangegaan. Met Jazz en<br />
met hulp van onder andere<br />
Sjef Janssen vond Tineke<br />
een weg om paarden beter<br />
te begrijpen en daardoor<br />
ook technisch een stap<br />
voorwaarts te zetten.<br />
‘Met Jazz consequent handelen’<br />
“<br />
Natuurlijk heb ik van mijn militarypaard Irene al veel geleerd. Met haar reed ik<br />
voor het eerst dressuur. Voor die tijd had ik alleen maar gesprongen. Van<br />
Duco heb ik al geleerd met hete paarden om te gaan en ook Courage en Barbria<br />
hadden weer hun eigen kwaliteit, maar ook hun eigenaardigheden. Dat<br />
alles kwam bijeen in Jazz die bekend stond als heel kijkerig en niet makkelijk. Het is dan<br />
toch wel Jazz geweest die me anders heeft leren kijken naar een paard. Jazz was speciaal,<br />
een fantastisch paard met heel veel kwaliteit waar iedereen gek van was, maar waar ook<br />
heel kritisch naar werd gekeken vanwege zijn karakter.<br />
Het was een periode waarin veel veranderde in de dressuurwereld en er kwamen andere inzichten<br />
over de manier van omgang met paarden en training. Mijn dochter Imke ging mijn<br />
voormalige Grand Prix-paard Barbria rijden en kwam in het Gestion Team bij Anky en Sjef.<br />
Om Imke te kunnen blijven volgen, ben ik ook bij Sjef gaan trainen met Jazz. Ik heb met<br />
technische hulp van Sjef problemen als kijkerigheid en te diep blijven lopen goed kunnen<br />
oplossen. Natuurlijk had ik zelf ervaring en altijd mijn dingen wel op een bepaalde verantwoorde<br />
manier gedaan, maar ik ben daarna met nog meer controle en consequentie gaan<br />
trainen. De communicatie moest nog strikter en directer. Ik ben dieper in het wezen Jazz<br />
gekropen en heb hem beter leren doorgronden. Hij heeft mij geleerd hem beter te begrijpen<br />
en daar naar te handelen. Zo heb ik een enorme stap voorwaarts kunnen maken.<br />
Door in te zien hoe een paard leert, waar ik ook de nodige boeken over heb gelezen, ga je<br />
consequent handelen en krijg je beter resultaat. Dat alles maakt het nu voor mij ook veel<br />
simpeler om leerlingen te begeleiden en uit te leggen waarom ik dat zo deed, nu nog<br />
steeds zo doe en vind dat anderen dat ook zo moeten doen.”<br />
Tineke Bartels<br />
48 | <strong>Dressuur</strong>
Achtergrond<br />
Patrik Kittel heeft al bijna<br />
veertig paarden naar de<br />
Grand Prix gereden. Ondanks<br />
dat is hij naar eigen<br />
zeggen nog lang niet uitgeleerd<br />
en leert hij dagelijks<br />
van ieder paard. Zijn eerste<br />
troef, de KWPN-hengst<br />
Watermill Scandic, is voor<br />
hem wel heel speciaal. Hij<br />
leerde van hem geduld en<br />
vertrouwen te hebben. Dat<br />
leverde hem onlangs voor<br />
de derde keer op rij de<br />
Zweedse dressuurtitel op.<br />
’Scandic heeft vertrouwen nodig’<br />
“<br />
Ik leer elke dag van al mijn paarden wel iets. Voor mij is de hengst Watermill Scandic<br />
het meest speciaal daarin. Hij heeft veel vertrouwen nodig om goed te kunnen presteren.<br />
Het is tevens een heel mooi paard dat altijd zijn best doet zo goed als hij kan.<br />
Dat is echt geweldig. Hij heeft mij geleerd geduldig te zijn, vooral als hij gevaar ziet.<br />
Dan moet ik blijven rijden. Als ik dan niet even de tijd neem om hem vertrouwen te geven,<br />
wordt hij zelfs nog banger. Zoiets gebeurde op het Zweeds kampioenschap. De eerste<br />
twee dagen was daar niets aan de hand, maar op de derde en beslissende dag stond er ineens<br />
een groot obstakel langs de zijlijn van de ring. Hij was heel erg bang, tot we de ring<br />
inreden. Daar gaf hij zich weer helemaal. Scandic is een echte hengst, een grote persoonlijkheid.<br />
Hij heeft me ook geleerd compromissen te sluiten om zo samen de juiste weg te<br />
vinden. Hij is nu zestien, maar ik leer nog dagelijks van hem. Het is zo’n bijzonder goed<br />
en verbazingwekkend paard met een geweldig interessant karakter. Samen zijn we continu<br />
bezig om te verbeteren. Wat ik van hem heb geleerd gebruik ik zeker ook bij mijn andere<br />
paarden, maar ieder paard heeft weer zijn eigen dingen. Ze verschillen vaak in wat<br />
ze wel of juist niet leuk vinden. Het zijn net mensen met allemaal verschillende karakters.<br />
Daar moet jij je ook naar aanpassen en goed mee omgaan. Als ruiter moet je telkens weer<br />
openstaan voor nieuwe dingen bij een nieuw paard. Natuurlijk neem je de ervaring mee,<br />
maar je kunt nooit zeggen dat je het allemaal wel weet. Je bent echt nooit uitgeleerd.”<br />
Patrik Kittel<br />
<strong>Dressuur</strong> | 49
advertorial<br />
de aQUatrainer<br />
de aquatrainer voor paarden is een loopband<br />
in een bak die kan worden gevuld<br />
met water op verschillende niveaus. Paardenfysiotherapeut<br />
Beatrijs Bunte heeft veel<br />
ervaring met de aquatrainer. Beatrijs: “al<br />
bij bewegen in laag water heb je een veel<br />
grotere bewegingsuitslag van de wervelkovoor<br />
reCHtGeriCHtHeid, taCt eN SPierKraCHt<br />
Steeds vaker worden aquatrainers gebruikt bij de training van<br />
dressuur paarden. in eerste instantie werd het apparaat vooral ingezet<br />
voor revalidatie na blessures, maar inmiddels groeit het enthousiasme<br />
over de effecten van deze manier van onbelast trainen en hebben<br />
steeds meer stallen een eigen aquatrainer in huis.<br />
leen soldaat horse training<br />
sYstems ontwikkelde voor aquatrainers<br />
een totaalconcept waarin het leveren<br />
van begeleiding, kennis en service<br />
centraal staan. Hoe een aquatrainer<br />
naast revalidatie ook kan helpen bij<br />
het verbeteren van je dressuurprestaties<br />
werd nog eens onderstreept door een<br />
artikel in de eerste editie van dressuur.<br />
lees hier nogmaals het artikel.<br />
lom. op die manier kun je de rug goed<br />
losmaken. Zo kunnen mensen die een<br />
aquatrainer tot hun beschikking hebben<br />
hun paard, in plaats van in de stapmolen,<br />
twintig minuten met water op kogelhoogte<br />
onbelast in de aquatrainer zetten om het<br />
paard ’s middags onder de man te trainen.<br />
Wanneer je het waterniveau hoger maakt<br />
heb je ook die bewegingsuitslag van de<br />
wervelkolom, maar dan train je ook nog<br />
eens spierkracht.”<br />
aFhankelijk Van het doel<br />
de manier waarop een aquatrainer kan<br />
worden ingezet, is helemaal afhankelijk van<br />
wat je wilt bereiken. Beatrijs: “Sommige<br />
paarden stappen heel groot en die wil je<br />
juist een beetje terugzetten. anderen stappen<br />
kort en die wil je juist wat groter laten<br />
lopen. voor de tact is het een erg goede<br />
training. als je voor de stap altijd maar een<br />
zesje krijgt, kun je dat met de aquatrainer<br />
verbeteren. Je kunt de waterhoogtes aanpassen<br />
aan je trainingsdoel, het tempo<br />
waarin je de band laat lopen en natuurlijk<br />
de tijd die het paard in de aquatrainer<br />
staat. een paard dat meer over het water<br />
moet stappen gaat in de bovenlijn meer bewegen.<br />
als je het niveau van het water<br />
hoger maakt, krijg je meer weerstand van<br />
het achterbeen tegen het water aan en gaat<br />
het paard de buikspieren meer aanspannen<br />
en de bovenlijn wat meer gebruiken. Het<br />
wordt losser in het lendengedeelte en dat<br />
heeft een positief effect op het onderbrengen<br />
van de achterhand.”<br />
een ander bijkomend effect is dat paarden<br />
die misschien en beetje scheef zijn, in de<br />
aquatrainer gedwongen worden om recht<br />
te lopen. “Het is een smalle band en je<br />
kunt er helemaal omheen lopen. dus als<br />
een paard tegen de kant gaat hangen kun<br />
www.leensoldaat.nl
advertorial<br />
Wetenschappelijk onderzoek<br />
Dr. Wim Back van de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht heeft onderzoek gedaan<br />
naar de effecten van de aquatrainer op de beweging van de paardenrug.<br />
De beweging van de rug van twaalf paarden is bekeken in stap in de aquatrainer<br />
met verschillende waterhoogtes gedurende een periode van tien dagen. Er zijn<br />
markeringen geplaatst op de huid op verschillende plekken op de rug en iedere<br />
dag zijn er metingen gedaan van de verschillende bewegingsuitslagen van de<br />
wervelkolom. Alle paarden lieten na tien dagen meer buiging van de rug zien. Bovendien<br />
werd de frequentie van de stappassen lager en de lengte van de passen<br />
groter. Positieve effecten dus, hoewel een echte wetenschappelijke onderbouwing<br />
daarvoor op dit moment nog ontbreekt.<br />
je eens tegen een schouder prikken of een<br />
achterbeen stimuleren.”<br />
Best pittig<br />
Het is een onbelaste training, maar dat wil<br />
niet zeggen dat het niet pittig kan zijn. “Bij<br />
sommige paarden ben je de eerste drie,<br />
vier sessies alleen maar bezig om ze recht<br />
te laten lopen. Daar krijgen ze echt wel<br />
spierpijn van. Pas als dat een beetje goed<br />
gaat, kun je wat met de waterhoogtes<br />
gaan spelen.”<br />
Niet alleen paarden die al onder het zadel<br />
lopen hebben baat bij de aquatrainer, ook<br />
voor jonge paarden kan het als voorbereiding<br />
op het onder de man werken gunstige<br />
effecten hebben. Beatrijs: “Op deze manier<br />
kun je paarden eerst wat sterker maken<br />
in de bovenlijn en recht richten zodat er<br />
niet met een scheef paard begonnen<br />
wordt. Ook is je paard al sterker voor je<br />
met hem aan de slag gaat.”<br />
Schema en trainingsdoel<br />
Waar komt de populariteit van de aquatrainer<br />
vandaan? “Het onbelast trainen spreekt<br />
veel mensen aan, maar ook de afwisseling<br />
die deze manier van trainen biedt. En in<br />
een aquatrainer gaat alles heel gecontroleerd.<br />
Jij bepaalt als begeleider alles: hoe<br />
hard het gaat, hoe lang het paard er in<br />
staat. Als het paard twintig minuten echt<br />
goed heeft gewerkt in de aquatrainer, staat<br />
dat gelijk aan een uur onder de man rijden.<br />
Wel is het heel belangrijk dat er per individu<br />
wordt gekeken wat voor programma je<br />
aanbiedt. Ik blijf ook niet een half uur op<br />
één waterhoogte, ik wissel dat af. Eerst een<br />
paar minuten tot de kogel, dan eens wat<br />
hoger, dan tot de knie, en dan ga ik weer<br />
eens wat lager. Je speelt daarmee. Je maakt<br />
een schema per paard afhankelijk van het<br />
trainingsdoel dat je hebt gesteld. Als je<br />
steeds een prikkeling geeft, langzamer of<br />
juist sneller, water hoger of juist lager, dan<br />
houd je ze alert en krijg je steeds een prikkeling<br />
van de spiercellen.”<br />
Goed begeleiden<br />
Steeds meer sportstallen en particulieren<br />
hebben een aquatrainer in huis. Beatrijs:<br />
“Een goede begeleiding is belangrijk,<br />
want je kunt je paard er echt wel mee overbelasten.<br />
Probeer zelf maar eens een half<br />
uur te lopen terwijl je tot aan je middel in<br />
het water staat. Twee keer in de week trainen<br />
in laag water en twee keer in de week<br />
een wat zwaardere training in het water<br />
kan prima. Dan moet die twee keer zwaarder<br />
wel de vervangende training zijn voor<br />
de training onder de man van die dag.<br />
Het is belangrijk goed te kijken naar hoe<br />
een paard functioneert en hoe hij reageert<br />
op de training. En dat moet je echt per<br />
sessie doen en daar het programma op<br />
afstemmen. Het is niet zo dat je een paard<br />
in de aquatrainer kan zetten, een programma<br />
kan instellen en dan koffie kan<br />
gaan drinken. Bij goed gebruik is het echt<br />
een aanvulling op de training en kan het<br />
ook echt een incidentele vervanging zijn<br />
voor een training onder de man. En ook<br />
niet onbelangrijk; de paarden hebben er<br />
allemaal echt lol in.”<br />
Afhankelijk van het trainingsdoel wordt er samen<br />
met de eigenaar van het paard een schema opgesteld.<br />
Het water kan op verschillende niveaus worden ingesteld.<br />
Beatrijs Bunte: ‘het onbelast trainen spreekt mensen<br />
aan.’
H e l d o p v i e r<br />
b e n e n<br />
DE MEEST ONDERGEWAARDEERDE<br />
DRESSUURHENGST<br />
Michellino<br />
Helden zijn er niet alleen op<br />
twee benen, ook viervoeters<br />
kunnen de heldenstatus bereiken.<br />
<strong>Dressuur</strong> vereeuwigt<br />
iedere editie een bijzonder<br />
dressuurpaard en richt een<br />
standbeeld op voor deze held<br />
op vier benen. De nummer zes<br />
van de WBFSH-ranglijst voor<br />
dressuurhengsten, Michellino<br />
(Michelangelo x Ulft), is misschien<br />
wel de meest ondergewaardeerde<br />
dressuurvererver.<br />
De 24-jarige bruine KWPNhengst<br />
leeft nu in Denemarken<br />
als een koning, geniet van zijn<br />
pensioen en verdient<br />
het zonder meer om in het<br />
zonnetje gezet te worden in<br />
zijn geboorteland.<br />
Michellino werd in 1991 geboren bij Johan Berendsen in Vorden.<br />
De Michelangelo-zoon kwam in Nederland echter niet ‘aan de<br />
bak’. Het KWPN wilde de hengst niet omdat hij maar één bal<br />
had. Henk Nijhof verkocht hem daarop deels aan een Deen en de<br />
KWPN-er ging in Denemarken de dekdienst in. Een schot in de roos: In Denemarken<br />
kreeg Michellino alle kansen van de fokkers en werd hij vader van vele<br />
internationale dressuurpaarden waaronder de Grand Prix-paarden Mistral Hojris,<br />
Smeyers Molberg en My Lady. Fokker Johan Berendsen, mede-eigenaar Henk<br />
Nijhof senior, voorzitter van de Deense hengstenkeuringscommissie Poul Grougaard,<br />
mede-eigenaar Niels Grøndahl en Helle Stordal, die Michellino nu op stal<br />
heeft, vertellen wat hem speciaal maakt.<br />
TEKST: RICK HELMINK<br />
FOTOGRAFIE: RIDEHESTEN<br />
52 | DRESSUUR
Held op vier benen<br />
Henk Nijhof<br />
“Ik zag Michellino als veulen en was<br />
er meteen weg van. Hij was mooi en<br />
kon geweldig bewegen. Net zoals zijn<br />
moeder overigens, die liep ook als een<br />
trein. We boden hem aan bij het KWPN,<br />
maar daar werd hij niet genomen omdat<br />
hij maar één bal had. In Denemarken<br />
vonden ze dat geen probleem. Hij had in<br />
Nederland ook goed gepast, maar in die<br />
tijd werd er nog niet veel gedaan met het<br />
versturen en invriezen van sperma. Daarom<br />
zijn er in Nederland vrijwel geen<br />
nakomelingen. Ik vind dat niet jammer.<br />
Het paste perfect in Denemarken, alsof<br />
het zo moest zijn. Het is een paard met<br />
veel temperament, maar wel eentje waar<br />
je fijn mee kunt werken. Ik ben nog<br />
steeds mede-eigenaar van hem omdat ik<br />
gewoon nooit van hem af wilde. Ik zag<br />
vorig jaar – toen hij elite hengst werd bij<br />
het Deense stamboek – nog een foto van<br />
hem en hij blijft mooi.”<br />
Johan Berendsen<br />
“Ik ben eigenlijk springpaardenfokker,<br />
maar ben heel trots op Michellino. Hij<br />
is één van de weinige dressuurpaarden<br />
die ik gefokt heb én het enige veulen van<br />
mijn merrie Claudette. Bij de geboorte<br />
van Michellino kreeg ze een hersenbloeding<br />
en liet ze het leven. Het was<br />
een heel apart veulen: kopers stonden er<br />
voor in de rij. Hij is het mooiste en het<br />
best bewegende paard dat ik heb gefokt.”<br />
Poul Grougaard<br />
“Sinds zijn goedkeuring in 1995 is Michellino één van de meest gebruikte hengsten in de<br />
Deense fokkerij geweest. Zijn nafok is edel, heeft veel expressie en beweegt enorm goed. Zijn<br />
uitstraling, goede motor achterin en soepele bewegingen geeft hij door aan zijn zonen en<br />
dochters. Het is jammer dat hij niet meer vruchtbaar is, want nog steeds zou hij de fokkerij<br />
kunnen verbeteren. Er zijn vrijwel geen hengsten in Denemarken die aan hem kunnen tippen.<br />
Daarbij is zijn nafok sensibel, maar tegelijkertijd goed te bewerken. Eigenlijk alles wat je zoekt<br />
in een dressuurhengst. Wij zijn eigenlijk maar wat blij dat het KWPN hem vanwege één niet<br />
ingedaalde testikel niet nam.”<br />
Helle Stordal<br />
“Michellino staat nu enkele jaren bij mij op stal omdat hij onvruchtbaar werd en zijn eigenaar<br />
hem een pensioen gunde op een kleine stal waar hij lekker naar buiten kon. Michellino is een<br />
vrolijke hengst die er voor zijn leeftijd nog geweldig uitziet. Hij is energiek en fris en speelt<br />
nog elke dag in de weide alsof hij een tweejarige is. Als je hem zou zien, zou je hem echt geen<br />
24 jaar geven. Net zoals sommige mensen lijkt hij nooit oud te worden.”<br />
Niels Grøndahl<br />
“Michellino heb ik in mede-eigendom gekregen omdat mijn vriend Per Vintersbølle stopte met<br />
de paarden. Michellino was zijn oogappel en dat is hij ook van mij. Hij heeft veel betekend voor<br />
de Deense fokkerij. Toen Michellino naar Denemarken kwam, was de Deense dressuurpaardenfokkerij<br />
nog niet zo ver ontwikkeld als nu. Hij maakte een vliegende start door de Deense<br />
100-dagentest te winnen, zijn eerste kinderen wonnen de Deense veulenkampioenschappen en<br />
uit zijn eerste jaargang werden zes zonen aangewezen voor de verrichtingen. Diepvriessperma<br />
van Michellino hebben we niet meer, maar fokkers blijven er naar vragen.”<br />
DRESSUUR | 53
Kijk voor meer informatie en<br />
kaartverkoop op<br />
www.horse-event.nl<br />
Audrey Hasta Luego<br />
Hoofdshow <strong>2015</strong><br />
Bestel<br />
tickets met<br />
20% korting<br />
kortingscode<br />
hedres15<br />
11-12-13<br />
september<br />
<strong>2015</strong><br />
Het leukste<br />
paardenweekend<br />
van het jaar!<br />
NIEUWE LOCATIE<br />
Nationaal Hippisch Centrum<br />
Ermelo<br />
Bestel je tickets op: www.horse-event.nl/tickets
INTERNATIONALE SPRING- EN DRESSUURWEDSTRIJDEN<br />
30 juni - 5 juli <strong>2015</strong><br />
Nationaal<br />
Sportcentrum<br />
Papendal<br />
Alle dagen gratis toegangelijk<br />
m.u.v. de tribunes op<br />
zaterdagavond en zondagmiddag.<br />
Kaartverkoop:<br />
www.outdoorgelderland.nl<br />
Download<br />
de Outdoor<br />
Gelderland App<br />
via de App Store<br />
of Google Play<br />
Mediapartners:
Bewegingsleer<br />
Scholen volgens de bewegingsleer (aflevering 3)<br />
Gewicht naar<br />
de achterhand<br />
verplaatsen<br />
Het doel van dressuur is de ontwikkeling van het paard tot een happy athlete door een harmonieuze en<br />
systematische opleiding. Hoe doe je dit zo goed mogelijk? Een belangrijke factor is hoe het lichaam van het<br />
paard in elkaar zit en hoe het dat lichaam gebruikt. Dan heb je het over biomechanica. In deze zesdelige<br />
serie geven Rosalinde Heck en Hank van Campen hun visie over het opleiden van een dressuurpaard, terwijl<br />
je rekening houdt met de mogelijkheden van het dier. In deze aflevering maakt Rosalinde een begin met<br />
het verleggen van de balans van het paard zodat het meer gewicht gaat opnemen op de achterhand.<br />
Tekst: Marije Stomps | Fotografie: Quillemette Kraaikamp<br />
Het paard loopt hier nog te groot en uit elkaar. Daardoor is het voor Rosalinde moeilijk om in balans te blijven zitten.<br />
In de vorige aflevering mocht het<br />
paard nog min of meer in zijn natuurlijke<br />
gewichtsverdeling lopen (drievijfde van<br />
het lichaamsgewicht rust op de voorhand,<br />
tweevijfde op de achterhand), nu<br />
wordt het zaak om het paard zo te trainen<br />
dat het steeds meer gewicht gaat overnemen<br />
op de achterhand. Dat past ook bij het<br />
niveau, M/Z-dressuur, waar we het in deze<br />
aflevering over hebben.<br />
“In het M moet de gewichtsverdeling voor/<br />
achter ongeveer gelijk zijn, ga je richting het Z<br />
dan is het mooi als er al iets meer gewicht op<br />
de achterhand wordt genomen. Daar werk ik<br />
dus aan in de training. Heel belangrijk bij deze<br />
stap is dat je het paard goed over de rug houdt.<br />
Heb je alle voorwaarden die we in het vorige<br />
artikel beschreven goed op orde, dan ga je van<br />
daaruit meer schakelen. Overgangen vooruit en<br />
terug rijden zorgt ervoor dat het paard het bek-<br />
56 | <strong>Dressuur</strong>
Bewegingsleer<br />
Rosalinde begint met losrijden. “Je paard moet precies in de houding blijven die jij hebt gevraagd.”<br />
ken meer gaat kantelen. Daardoor treedt het<br />
achterbeen vanzelf meer onder de massa en kan<br />
het paard meer gewicht overnemen op de achterbenen.<br />
De voorhand wordt daardoor lichter<br />
en het paard kan meer met de schoft omhoog<br />
en dus bergop gaan lopen.”<br />
Vlug maken<br />
Hoe zorg je dat je paard vlug genoeg aan je hulpen<br />
staat? Rosalinde begint heel simpel met stapdraf<br />
overgangetjes. “Vanuit stap aandraven en na<br />
een paar meter weer terug naar stap. Als je been<br />
geeft om weg te draven, moet je paard meteen<br />
Rosalinde: ‘Biomechanisch gezien moet<br />
het paard meer gewicht gaan dragen op de achterhand.<br />
Kracht daarvoor ontwikkelen kost tijd’<br />
Aan de hulpen<br />
Overgangen rijden en schakelen is volgens Rosalinde<br />
dus een essentieel hulpmiddel bij het bereiken<br />
van bovenstaande doelen, maar domweg<br />
gas geven en remmen is natuurlijk niet de bedoeling.<br />
Het moet wel op de correcte manier gebeuren.<br />
Ze geeft een aantal handvatten waar je je<br />
aan vast kunt houden als je dit schakelen zelf<br />
wilt gaan oefenen. “Het paard moet goed aan de<br />
hulpen zijn. Dat wil zeggen dat het op een kleine<br />
beenhulp naar voren gaat en op een kleine<br />
ophouding weer terug. Heb je dat niet goed<br />
voor elkaar, dan kun je geen vlugge tempowisselingen<br />
rijden. En juist dat vlugge schakelen<br />
zorgt ervoor dat het paard meer gaat kantelen in<br />
het bekken. Als de tempowisselingen te traag<br />
zijn, het paard loopt bijvoorbeeld eerst een paar<br />
meter door voordat het reageert op je hulp, dan<br />
krijg je niet de geslotenheid in je paard waarnaar<br />
je op zoek bent. Hoe vlugger het paard dus<br />
reageert op de hulpen, hoe meer het paard aan<br />
elkaar gaat lopen. Dat wil zeggen dat het de rug<br />
meer opbolt, de buikspieren aanspant, meer gaat<br />
‘zitten’ en meer gewicht opneemt op de achterhand.<br />
Dat is wat we willen.”<br />
vertrekken. Niet even wachten, niet met een heel<br />
grote pas vertrekken, maar direct reageren op je<br />
been. Ook weer niet te dol, want als hij wegscheurt,<br />
loopt hij van het achterbeen af. Daarna<br />
moet hij op heel weinig hand terugkomen. Hij<br />
mag niet trekken aan de hand, zich niet opdruk-<br />
>><br />
<strong>Dressuur</strong> | 57
Bewegingsleer<br />
maar sowieso is het een goede oefening waarmee<br />
je de achterhand steeds krachtiger maakt.<br />
Essentieel blijft wel dat het paard ronding in de<br />
bovenlijn houdt en door de nek blijft. Hij mag<br />
de rug niet hol maken, want dan gaat hij zich<br />
sneller vastzetten en komt de beenhulp niet<br />
meer door.”<br />
De overgang van galop naar stap is een stuk<br />
moeilijker, die neemt Rosalinde dan ook alleen<br />
spelenderwijs mee in deze fase. “Je neemt het<br />
paard rustig terug en op een gegeven moment<br />
snappen ze het dan wel. Als er nog een paar<br />
drafpassen tussen zitten, is dat helemaal niet erg.<br />
Speel gewoon wat met die overgangen en de galop,<br />
dan komen ze steeds beter aan de hulpen te<br />
staan en gaan ze steeds meer gesloten lopen.”<br />
Het paard drukt zich eruit aan de voorkant. Op deze manier heeft het geen zin om oefeningen te gaan rijden,<br />
het paard moet eerst weer over de rug komen.<br />
ken in de hals, niet de rug wegdrukken: het<br />
paard moet precies in de houding blijven die jij<br />
hebt gevraagd, ook in de overgangen.”<br />
Wat nu als het paard niet de goede reactie geeft,<br />
of niet snel genoeg? “Soms moet je het een paar<br />
keer herhalen. Je moet een paard ook de tijd geven<br />
om het te begrijpen, maar als het daarna niet<br />
beter wordt, moet je zelf ook vlugger worden<br />
met bijvoorbeeld je been. Ik ben geen voorstander<br />
van meteen een enorme hulp te geven, want<br />
dan krijg je vaak juist dat hij groot vertrekt en dat<br />
wil je niet. Pas ook op met welk type paard je te<br />
maken hebt. Een groot en ruim bewegend paard<br />
maak een aantal overgangetjes en daardoor<br />
wordt hij steeds vlugger. Aan het einde van de<br />
training heb ik een ander paard onder me. Hij<br />
reageert veel vlugger, loopt kleiner en ritmischer.<br />
Ik kan er dan ook op doorzitten. Een goed teken,<br />
want op een paard dat helemaal uit elkaar loopt,<br />
stuiter je een halve meter uit het zadel.”<br />
Galop<br />
Als je hier consequent mee bezig bent, merk je<br />
volgens Rosalinde op een gegeven moment dat<br />
het kwartje bij je paard valt. Dan gaat ze ook<br />
bezig met stap-galop overgangen. “Als het<br />
Hoofd/halshouding<br />
In de vorige aflevering mochten hoofd en hals<br />
van het paard nog vrij laag en rond zijn, hoe is<br />
dat op dit niveau, als er al iets meer oprichting<br />
wordt gevraagd? “Er tussenin. Nog niet heel<br />
hoog, maar ook niet meer zo laag als eerst. Het<br />
is ook weer per paard verschillend. Een paard<br />
dat er graag in wil zakken aan de voorkant, stel<br />
je iets hoger in. Dat doe je door even je hand<br />
Hank: ‘Op een hoger niveau maken exterieur-<br />
beperkingen optimaal presteren moeilijker, omdat deze<br />
paarden mechanisch worden beperkt’<br />
heeft nu eenmaal meer moeite om snel te reageren<br />
en aan elkaar te lopen dan een kleine, vlugge<br />
beweger. Zo’n grote beweger geef ik liever wat<br />
meer tijd, tenslotte moeten ze het qua lichaamscoördinatie<br />
ook aankunnen. Ik heb zelf zo’n<br />
paard op stal. Als je de eerste keer aandraaft beweegt<br />
hij zó groot; net alsof hij uit elkaar stort.<br />
Met hem neem ik de tijd. Ik pak hem rustig op,<br />
paard mooi in balans galoppeert en je een goede<br />
draf-galop overgang kunt maken, pak ik dat<br />
rustig mee. Gewoon op de volte in stap de hulp<br />
voor galop geven en afwachten wat hij doet.<br />
Vaak merk je na een tijdje dat die overgangen<br />
ook goed gaan en je paard meer aan elkaar<br />
komt. Zeker groot voorwaarts galopperende<br />
paarden blijven door deze overgang beter bij je,<br />
Door schakelen en overgangen rijden wordt het<br />
paard steeds vlugger, actiever en meer gesloten,<br />
zowel in draf als galop.<br />
58 | <strong>Dressuur</strong>
Bewegingsleer<br />
iets op te tillen. Een paard dat zich iets opdrukt<br />
in de hals, bijvoorbeeld in een overgang, zet je<br />
iets lager. Het is echt maatwerk.”<br />
Is de hoofd/halshouding niet helemaal naar je<br />
zin of wordt het paard bijvoorbeeld hangerig in<br />
je hand, dan adviseert Rosalinde weer veel overgangen<br />
te rijden. “Of schakel eens een beetje in<br />
stap of draf zodat ze weer vlug worden aan je<br />
hulpen, dat helpt vaak al heel goed. Laat na het<br />
geven van een hulp wel weer los. Bij een paard<br />
dat steun zoekt op de hand, moet je nooit je<br />
hand eraan houden. Want dan vindt hij die steun<br />
en gaat hij op je hand hangen. Hij leert dan nooit<br />
zijn eigen hoofd te dragen en dat is natuurlijk<br />
wel de bedoeling. Andersom geldt het ook. Een<br />
paard dat zich opdrukt, stel je iets dieper in. Ontspan<br />
je hand daarna weer. Je kunt hem toch niet<br />
met je hand daar beneden houden. Ja, misschien<br />
met een slofteugel, maar als je hem daarmee<br />
naar beneden instelt en nog tegendruk voelt in je<br />
hand, is het paard dus niet nageeflijk. Hij laat dan<br />
niet los en spant zijn onderhals aan. Je schiet dan<br />
helemaal je doel voorbij.”<br />
Het is trouwens niet zo dat je nooit meer druk<br />
mag hebben aan de voorkant. Bijvoorbeeld bij<br />
een paard dat zich juist wil opkrullen aan de<br />
voorkant en waarmee je dus bijna geen contact<br />
kunt krijgen met de mond. Dan moet je juist<br />
erg naar je hand toerijden zodat je wel enige<br />
druk in je handen krijgt. “Deze paarden hebben<br />
soms weinig voorwaartse drang of moeite met<br />
het oprekken van de rug. Daarom zeg ik altijd:<br />
je moet het paard overal in kunnen stellen qua<br />
houding: hoog, laag, rond, halsstrekken, op<br />
lengte, korter, enzovoort. Dat is je test. Als je dat<br />
kunt en daarbij een mooie lichte verbinding<br />
hebt, doe je het goed.”<br />
‘Correcte rug en correct kruis cruciaal op hoger niveau’<br />
Op deze plek belicht dierenarts Hank van Campen elke aflevering een onderwerp dat van belang is<br />
bij de goede ontwikkeling van een dressuurpaard. Dit keer gaat hij in op de cruciale rol die de rug<br />
speelt in de verbinding bij een dressuurpaard.<br />
“Met name het deel van de rug vlak achter het zadel, het lendengebied en het kruis, zijn belangrijk<br />
voor de verbinding. De ideale lendenpartij voor een dressuurpaard moet iets gewelfd zijn. Zowel<br />
een te bolle als een te weke lendenpartij zijn minder ideaal. Als een rug te week is, betekent dat<br />
meteen dat de achterbenen meer naar achteren zijn geplaatst. Je wilt de achterbenen juist meer<br />
onder de massa hebben. Een paard met een weke rug kan zijn kracht moeilijk overbrengen op de<br />
achterhand. Een bolle lendenpartij daarentegen gaat weer ten koste van de souplesse.<br />
Voor de lengte van de rug geldt eigenlijk hetzelfde. Zowel kort als lang is ongewenst. Een langere<br />
rug is losser en geeft meer zitcomfort. Als deze te lang is, gaat dit weer ten koste van de kracht die<br />
overgebracht kan worden op de achterhand. Een korte rug is meestal stug. Dit geeft bij dressuurpaarden<br />
– naast beperkingen in het loslaten van de rug – ook problemen met lengtebuiging.<br />
Het kruis vormt de motor van het paard. Paarden met een plat kruis, zoals bijvoorbeeld Arabieren,<br />
kunnen de achterhand niet onder de massa brengen. Bij een te hellend kruis, zoals we dat extreem<br />
zien bij Quarterhorses, kom je weer ruimte in beweging tekort. Naast richting is bij het kruis ook<br />
lengte van belang. De lijn tussen heupbeenknobbel en zitbeenknobbel bepaalt de lengte van het kruis.<br />
Hoe langer het kruis, hoe meer ruimte er is voor aanhechten van de spieren van de achterhand.<br />
In de lagere klassen kunnen eigenlijk alle paarden goed meekomen, ook de paarden die een minder<br />
gunstige bouw hebben. Kom je op een hoger niveau, dan zullen exterieurbeperkingen optimaal<br />
presteren moeilijker maken, omdat deze paarden mechanisch worden beperkt.”<br />
Vergeet rug niet<br />
Hoe lang deze fase duurt is ook weer per paard<br />
verschillend. “De één heeft het meteen door, de<br />
ander gaat dit werk nooit fijn doen. Over het algemeen<br />
ben ik hier een paar maanden mee bezig.<br />
Biomechanisch gezien moet het paard meer<br />
gewicht dragen op de achterhand. Het kost tijd<br />
om daar kracht voor te ontwikkelen. De rug is<br />
daarbij cruciaal. Dat is de brug tussen de achteren<br />
de voorkant en die moet lossigheid behouden<br />
en bol blijven. Het paard moet zijn buikspieren<br />
aanspannen en de rug niet hol maken.<br />
De rug is te beïnvloeden vanuit de hoofd/halshouding.<br />
De aanleuning is daarbij je controle. >><br />
<strong>Dressuur</strong> | 59
Bewegingsleer<br />
Rechtrichten<br />
Een onderdeel waar je altijd aan moet blijven<br />
werken in de training, is het rechtrichten van<br />
je paard. De voorhand moet recht voor de achterhand<br />
blijven, zodat het paard in een rechte<br />
lijn loopt en met zijn achterbenen in het spoor<br />
van de voorbenen loopt. Alle paarden zijn van<br />
nature - net als mensen - scheef. Ze hebben<br />
een moeilijke en makkelijke kant, lopen scheef<br />
of gooien de schouder eruit als ze de kans krijgen.<br />
De taak van de ruiter is om het paard zo<br />
recht mogelijk te maken. Dit doe je door de<br />
voorhand recht voor de achterhand te plaatsen.<br />
Als het paard bijvoorbeeld met zijn kont<br />
naar binnen loopt op de rechte lijn, plaats je de<br />
voorhand iets naar binnen, zodat voor- en<br />
achterhand weer recht achter elkaar sporen.<br />
Helemaal in het begin, als het paard net onder<br />
het zadel loopt, vindt Rosalinde het vooral<br />
belangrijk om goed te sturen. “Veel mensen<br />
trekken, als ze bijvoorbeeld willen<br />
afwenden bij A, aan de binnenteugel. Een<br />
jong paard zal dan alleen zijn hoofd naar binnen<br />
doen maar gewoon rechtuit blijven lopen.<br />
Daarom leer ik jonge paarden eerst sturen<br />
zonder stelling. Het moet zijn hoofd en<br />
hals recht houden en zonder stelling door de<br />
bocht gaan. Op die manier loopt het paard<br />
niet over de buitenschouder weg.” Rosalinde<br />
pakt er pas wat stelling bij als ze voelt dat er<br />
balans in het paard komt, hij meer gewicht<br />
gaat opnemen op het achterbeen en zijn hals<br />
meer gaat dragen. “Meer richting M/Z-niveau<br />
dus. Een jong, onervaren paard heeft al<br />
moeite zat om recht vooruit te lopen.”<br />
Pas als ze alles fijn voor elkaar heeft pakt Rosalinde oefeningen zoals schouderbinnenwaarts mee.<br />
Als het daar misgaat, bijvoorbeeld doordat het<br />
paard zich opdrukt of zwaar wordt, dan gaat er<br />
ook iets mis in het ruggebruik. En dan ben je<br />
ook meteen het achterbeen kwijt. Wat er voor je<br />
zadel gebeurt, is de spiegel van wat er achter<br />
gebeurt. Als een paard met zijn hoofd in de<br />
lucht loopt, heeft het helemaal geen zin om te<br />
proberen het achterbeen er meer onder te rijden.<br />
Natuurlijk moet een paard actiever lopen,<br />
maar dan wel met correct ruggebruik en een<br />
fijne aanleuning. En dat bereik je niet door hard<br />
in de rondte te rijden, maar door steeds overgangen<br />
te rijden en kleine stapjes te schakelen<br />
in de gangen. Daar wordt je paard vlugger, actiever<br />
en meer gesloten van.”<br />
Oefeningen<br />
Tot slot nog even over de oefeningen die worden<br />
gevraagd in de klassen M en Z. Rosalinde<br />
pakt deze wel mee in haar training, maar is er<br />
zeker niet continu mee bezig. “Natuurlijk moeten<br />
paarden leren om bijvoorbeeld opzij te<br />
gaan. Dat heb je nodig voor schouderbinnenwaarts,<br />
travers en appuyeren. Maar eigenlijk is<br />
dit gewoon een kwestie van aanleren. Het zijn<br />
trucjes. Als ze het eenmaal snappen, gaat het om<br />
de manier waarop ze de oefeningen doorlopen.<br />
En daarvoor moet je ze goed voor elkaar hebben.<br />
Daarom ben ik vooral bezig met overgangen,<br />
schakelen, een correcte aanleuning en ruggebruik.<br />
Als dat goed is en het paard kent de<br />
hulpen van de oefening, dan is dat geen probleem<br />
meer. Wat dat betreft zijn de dressuurproeven<br />
die je op wedstrijd moet rijden een<br />
mooie graadmeter”, aldus Rosalinde. “Als je er<br />
makkelijk doorheen komt, wil dat zeggen dat je<br />
je paard aardig goed voor elkaar hebt. Zo<br />
zijn de proeven ook opgebouwd.”<br />
60 | <strong>Dressuur</strong>
17 t/m 19 juli in Ermelo<br />
VIDEO<br />
BESTEL JE<br />
KAARTEN<br />
NU!<br />
Foto: Digishots<br />
LAATSTE SELECTIE WK JONGE PAARDEN VERDEN<br />
ROELOFSEN HORSE TRUCKS JUNIOREN<br />
KINGSLEY DONADEO GRAND PRIX<br />
GLOCK LICHTE TOUR FINALE KÜR OP MUZIEK<br />
SUBLI CUP 4-, 5- & 6-JARIGEN<br />
LAATSTE OBSERVATIEWEDSTRIJD EK SENIOREN<br />
PARA DRESSUUR RUBRIEKEN<br />
o<br />
o<br />
C l l ezi ni I t a l ia<br />
HORSE TRUCKS<br />
www.NK-DRESSUUR.nl
horizont: Beter en veiliger<br />
horiSmart N280<br />
De absolute top<br />
25 Joule<br />
Tot 85 km afrastering<br />
Gepatenteerd turbo effect<br />
Veilig en slim<br />
5 jaar garantie<br />
Van € 709,- voor € 625,-<br />
Voor de professional! Uitermate krachtig en zeer intelligent apparaat. Gepatenteerde<br />
horimax technologie zorgt voor een enorm groot en efficiënt vermogen. Optimale<br />
zekerheid, zelfs bij slecht geïsoleerde rasters door het gepatenteerde Turbo-effect.<br />
Een “Time Delayed Fence Energizer” voor een optimale veiligheid. Akoestische en<br />
optische alarmfunctie. HoriSmart N280 voor maximale zekerheid!<br />
Het turbo-effect is een horizont technologie die ontwikkeld is om in de meest<br />
veeleisende omstandigheden zelfs met een batterij apparaat een goed functionerende<br />
afrastering te waarborgen. Het turbo-effect zal, als de toestand van de afrastering dat<br />
vereist, een extra krachtige impuls bovenop de normale impuls afgeven. Hierdoor<br />
kan de spanning op de afrastering zich meer dan verdubbelen. Turbostar B voor<br />
maximale zekerheid!<br />
Turbostar B<br />
zeer krachtig batterijapparaat<br />
0,35/0,4 Joule<br />
Tot 6 km afrastering<br />
Gepatenteerd turbo effect<br />
Veilig en slim<br />
3 jaar garantie<br />
Van € 399,- voor € 319,-<br />
Alles voor uw elektrische afrastering is bij ons verkrijgbaar!<br />
Ga daarom naar onze webshop op www.horizont.nl<br />
Colofon<br />
Redactieadres: Informaticaweg 3, 7007 CP Doetinchem,<br />
(088) 294 49 71, <strong>Dressuur</strong>@eisma.nl, www.dressuur.nl,<br />
www.facebook.com/dressuurmagazine<br />
Redactie: Bettine van Harselaar, Dirk Willem Rosie, Wies Zwanikken<br />
Medewerkers voor dit nummer: Claartje van Andel,<br />
Rick Helmink, Yvette Marchant, Anneroos Nigten, Steef Roest,<br />
Marije Stomps, Jacquelien van Tartwijk, Yvonne Termeer.<br />
Fotografie: Arnd Bronkhorst, Quillemette Kraaikamp,<br />
Ridehesten, Yvonne Termeer<br />
Illustraties: Ekaterina Grishina<br />
Ontwerp en vormgeving: ZeeDesign, Witmarsum<br />
Druk: Veldhuis Media, Raalte<br />
Advertentieverkoop: Cindy Haentjens, tel. (088) 294 49 80,<br />
c.haentjens@eisma.nl; Eddy Hoornstra, tel. (088) 294 48 54,<br />
e.hoornstra@eisma.nl; André Kunze, tel. (088) 294 49 82,<br />
a.kunze@eisma.nl; Manon Morsch, (088) 294 49 81;<br />
m.morsch@eisma.nl; Lotte Wijnands, tel (088) 294 49 83,<br />
l.wijnands@eisma.nl<br />
Marketing: Julien Scholte, Corine van der Bij, Femke Dölle<br />
Verantwoordelijke uitgever Nederland/België: Eisma Horsesmedia,<br />
Informaticaweg 3, 7007 CP, Doetinchem<br />
Directie: Egbert van Hes (algemeen directeur), Bouke Hoving<br />
(financieel directeur), Gerbert Tiecken (uitgeefdirecteur)<br />
Uitgever: Minne Hovenga<br />
Algemeen hoofdredacteur Eisma Horsesmedia: Dirk Willem<br />
Rosie<br />
Abonnementen: <strong>Dressuur</strong> verschijnt 6 x per jaar, waarvan 2x<br />
digitaal. De reguliere abonnementsprijs is € 36 per jaar. Lezers uit<br />
België betalen € 48. Een losse uitgave van <strong>Dressuur</strong> kost € 6,50,<br />
een losse digitale uitgave kost € 5,00. Abonnementen kunnen<br />
op elk gewenst tijdstip ingaan. Opgave via www.dressuur.nl of<br />
via Eisma Mediagroep abonneeservice, Postbus 2238, 5600 CE<br />
Eindhoven, telefoon: (088) 226 66 47, e-mail: abonneren@eisma.nl.<br />
Abonnementen lopen automatisch door, tenzij 30 dagen voor de<br />
vervaldatum bij onze abonneeservice wordt opgezegd. Ook voor<br />
informatie over uw lopende abonnement kunt u contact opnemen<br />
met onze abonneeservice. Indien u per brief of e-mail wilt opzeggen,<br />
vermeld dan duidelijk uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres,<br />
rekeningnummer, de juiste productnaam en de reden van.<br />
Extra verzend- kosten België en overig buitenland op aanvraag.<br />
Adreswijzigingen drie weken van tevoren schriftelijk doorgeven of<br />
maak gebruik van het Post NL Verhuisbericht.<br />
Uw gegevens kunnen worden gebruikt voor het toezenden van<br />
informatie en/of speciale aanbiedingen door Eisma Media Groep<br />
en speciaal geselecteerde bedrijven. Indien u hiertegen bezwaar<br />
heeft kunt u dit schriftelijk doorgeven aan Eisma Media Groep,<br />
Informaticaweg 3, 7007 CP, Doetinchem of aan dressuur@eisma.nl.<br />
Voor meer informatie verwijzen wij u naar het Privacy statement op<br />
www.eismamediagroep.nl/privacy-statement.<br />
© Copyright <strong>2015</strong> Eisma Media Groep bv, Doetinchem.<br />
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of overgenomen in enige<br />
vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, of<br />
enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.<br />
Uitgever en auteurs verklaren dat dit blad op zorgvuldige wijze en naar<br />
beste weten is samengesteld, evenwel kunnen uitgever en auteurs op geen enkele<br />
wijze instaan voor de juistheid en/of volledigheid van de informatie. Uitgever<br />
en auteurs aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van<br />
welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen die gebaseerd<br />
zijn op bedoelde informatie. Gebruikers van dit blad wordt met nadruk<br />
aangeraden deze informatie niet geïsoleerd te gebruiken, maar af te gaan op hun<br />
professionele kennis en ervaring en de te gebruiken informatie te controleren.<br />
De volgende editie<br />
van <strong>Dressuur</strong> verschijnt<br />
op 28 augustus!