Richtlijn 290 Financiële instrumenten (aangepast 2011)

accountancynieuws.nl

Richtlijn 290 Financiële instrumenten (aangepast 2011)

IngangsdatumDeze Richtlijn 290 Financiële instrumenten (aangepast 2011) vervangt Richtlijn 290 Financiëleinstrumenten (aangepast 2009) en is van kracht voor verslagjaren die aanvangen op of na 1januari 2012 waarbij eerdere toepassing is toegestaan.Amsterdam, 28 februari 20112


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)290 Financiële instrumentenDeze Richtlijn 290 (aangepast 2011) vervangt Richtlijn 290 (aangepast 2009) en is van krachtvoor verslagjaren die aanvangen op of na 1 januari 2012. Eerdere toepassing is toegestaan.290.1 InleidingWegwijzer101 Dit hoofdstuk bevat voorschriften voor de verwerking, waardering, resultaatbepaling,presentatie en toelichting van financiële instrumenten in de jaarrekening.102 Financiële instrumenten omvatten zowel ‘primaire’ financiële instrumenten zoalsvorderingen en schulden, als afgeleide financiële instrumenten, ook wel derivaten genoemd, zoalsopties, termijncontracten en swaps. De in dit hoofdstuk gebruikte begrippen zijn opgesomd inparagraaf 4.103 Voor de voorschriften inzake de waardering en resultaatbepaling van primaire financiëleinstrumenten wordt verwezen naar de verschillende hoofdstukken waarin de waardering enresultaatbepaling van specifieke financiële activa en financiële verplichtingen worden behandeld.In deze specifieke hoofdstukken worden de algemene regels van dit hoofdstuk verder toegespitstop het desbetreffende financiële instrument.De specifieke hoofdstukken betreffen:– hoofdstuk 122 Prijsgrondslagen voor vreemde valuta;– hoofdstuk 214 Financiële vaste activa;– hoofdstuk 222 Vorderingen;– hoofdstuk 226 Effecten;– hoofdstuk 228 Liquide middelen;– hoofdstuk 254 Schulden;– hoofdstuk 270 De winst- en verliesrekening (alinea 125-127 inzake rentebaten);– hoofdstuk 273 Rentelasten.104 Indien een rechtspersoon niet alleen primaire financiële instrumenten kent, maar ooktransacties in derivaten afsluit of hedgetransacties doet, is het noodzakelijk daarvoor kennis tenemen van de bepalingen inzake waardering en resultaatbepaling in paragraaf 5 van dit hoofdstuken hedge accounting in paragraaf 6 van dit hoofdstuk.105 Voorts moet van dit hoofdstuk kennis worden genomen voor de classificatie van financiëleinstrumenten als eigen vermogen of als financiële verplichting (zie paragraaf 8) en voor detoelichting inzake financiële instrumenten (zie paragraaf 9).1


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)290.2 Toepassingsgebied201 Dit hoofdstuk is van toepassing op alle categorieën financiële instrumenten, waaronder metname:– contracten tot aankoop van derivaten op aandelen van rechtspersonen die kwalificeren alsgroepsmaatschappijen, overige deelnemingen waarop invloed van betekenis op hetzakelijke en financiële beleid wordt uitgeoefend, en joint ventures;– contracten tot aankoop of verkoop van niet-financiële activa (commodities), waarbij elkvan de partijen het recht heeft op nettobasis af te rekenen in liquide middelen of een anderfinancieel instrument of door ruil van financiële instrumenten;– rechten en verplichtingen die voortvloeien uit verzekeringscontracten die in hoofdzaakfinanciële risico’s in plaats van verzekeringsrisico’s overdragen en deze contracten voldoenaan de definitie van een financieel actief, een financiële verplichting of een derivaat;– contracten betreffende financiële garanties, waarbij er op grond van deze garantiesbetalingen moeten worden verricht naar aanleiding van wijzigingen in een bepaalderentevoet, prijs van een financieel instrument, commodityprijs, valutakoers, index vanprijzen of rentevoeten, kredietwaardigheid of andere variabele (soms de ‘onderliggendewaarde’ genoemd).Voorts is dit hoofdstuk van toepassing op:– de presentatie van financiële instrumenten als eigen vermogen en/of als financiëleverplichting in de geconsolideerde jaarrekening;– informatieverschaffing over vorderingen en schulden uit hoofde van leasecontracten(hoofdstuk 292 Leasing) die financiële instrumenten zijn;– informatieverschaffing over toezeggingen tot het verstrekken van leningen indien en voorzover die toezeggingen niet op nettobasis kunnen worden afgewikkeld of tegen reëlewaarde kunnen worden gewaardeerd.202 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:– belangen in groepsmaatschappijen, zoals gedefinieerd in hoofdstuk 214 Financiële vasteactiva, paragraaf 1;– belangen in overige deelnemingen waarop invloed van betekenis wordt uitgeoefend op hetzakelijke en financiële beleid, zoals gedefinieerd in hoofdstuk 214 Financiële vaste activa,paragraaf 1, en belangen in joint ventures, zoals gedefinieerd in hoofdstuk 215 Jointventures;– rechten en verplichtingen uit hoofde van lease-overeenkomsten waarvoor hoofdstuk 292Leasing geldt (zie ook alinea 201);– rechten en verplichtingen van werkgevers uit hoofde van pensioenen en soortgelijkeregelingen voor het personeel, waarop hoofdstuk 271 Personeelsbeloningen van toepassingis;– rechten en verplichtingen die voortvloeien uit verzekeringscontracten (zie ook alinea 201);– door de rechtspersoon uitgegeven eigen-vermogensinstrumenten (zie hoofdstuk 240 Eigen3


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Toelichting303 Dit hoofdstuk is mede gebaseerd op de volgende wettelijke bepalingen met betrekking tottoelichting op financiële instrumenten. Deze bepalingen zijn opgenomen in hoofdstuk 900Wetteksten:– artikel 2:376 BW;– artikel 2:381 BW;– artikel 2:381a BW; en– artikel 2:381b BW.Jaarverslag304 Dit hoofdstuk is mede gebaseerd op de volgende wettelijke bepaling met betrekking tottoelichting op financiële instrumenten en financiële risico’s in het jaarverslag. Deze bepaling isopgenomen in hoofdstuk 900 Wetteksten:– artikel 2:391 lid 3 BW.290.4 Definities en categorieën401 De volgende begrippen worden in dit hoofdstuk gebruikt. De betekenis van deze begrippenis omschreven in hoofdstuk 940 Begrippen:– actieve markt;– afgedekte positie;– bindende overeenkomst;– derivaat;– effectieve-rentemethode;– effectieve rentevoet;– eigen-vermogensinstrument;– financieel actief;– financieel instrument;– financiële verplichting;– geamortiseerde kostprijs;– hedge-effectiviteit;– hedge-instrument;– investeringen in eigen-vermogensinstrumenten;– kasstroomrisico;– kredietrisico;– liquiditeitsrisico;– marktrisico;– prijsrisico;– portefeuille;5


8Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)416 Overige financiële verplichtingen omvat alle financiële verplichtingen die niet deeluitmaken van een handelsportefeuille of voldoen aan de definitie van derivaat.417-432 (vervallen)290.5 Waardering en resultaatbepalingEerste waardering van financiële activa en financiële verplichtingen501 Indien een financieel actief of financiële verplichting voor het eerst in de balans wordtverwerkt, dient de rechtspersoon dit actief of deze verplichting te waarderen tegen de reëlewaarde. De transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving of uitgifte vanfinanciële instrumenten dienen al dan niet in de eerste waardering te worden opgenomen,afhankelijk van de gekozen waardering na de eerste verwerking:– in geval van waardering na de eerste verwerking tegen reële waarde met verwerkingvan de waardeveranderingen via de winst- en verliesrekening, dienen detransactiekosten in de eerste periode van waardering in de winst- en verliesrekeningte worden verwerkt;– in geval van waardering na de eerste verwerking tegen reële waarde met verwerkingvan de waardeveranderingen via het eigen vermogen, dienen de transactiekosten teworden verwerkt in de eerste waardering. Op het moment van de overdracht van hetactief aan een derde en door opname van de rentebaten op basis van de effectieverentemethode(in geval van een rentedragend financieel actief) dienen detransactiekosten in de winst- en verliesrekening te worden verwerkt;– in geval van waardering na de eerste verwerking tegen (geamortiseerde) kostprijs,dienen de transactiekosten te worden verwerkt in de eerste waardering.Door toepassing van de effectieve-rentemethode worden de transactiekosten als onderdeel van deamortisatie in de winst- en verliesrekening verwerkt.Waardering en resultaatbepaling van financiële instrumenten na de eersteverwerking502 Financiële activa en financiële verplichtingen dienen individueel of opportefeuillebasis te worden toegedeeld naar (sub)categorieën. Per (sub)categorie dient ééngrondslag voor waardering en resultaatbepaling te worden toegepast.De waardering van financiële instrumenten na de eerste verwerking hangt af van de classificatievan het betreffende financiële instrument in overeenstemming met paragraaf 4 Definities.Financiële instrumenten kunnen, afhankelijk van het gebruik door de rechtspersoon, onderdeeluitmaken van verschillende categorieën in overeenstemming met paragraaf 4.Wijziging van de grondslag voor waardering en resultaatbepaling van een subcategorie houdt een


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)stelselwijziging in. Voor de regels voor de verwerking van een stelselwijziging wordt verwezennaar hoofdstuk 140 Stelselwijzigingen.503 Financiële activa en financiële verplichtingen dienen in beginsel ongesaldeerd teworden gepresenteerd, ook indien ze voor managementdoeleinden onderdeel uitmaken vanslechts een enkele portefeuille. Financiële activa en verplichtingen dienen alleen gesaldeerdgepresenteerd te worden indien wordt voldaan aan de vereisten van alinea 837.504 In het navolgende overzicht zijn de algemene regels voor de waardering enresultaatbepaling na eerste verwerking van de onderscheiden categorieën activa en deonderscheiden categorieën verplichtingen samengevat. Hierbij wordt opgemerkt datverzekeringscontracten niet vallen binnen de reikwijdte van dit hoofdstuk. Verder is van belang datde keuze van de waarderingsgrondslagen voor financiële instrumenten invloed kan hebben op deherwaarderingsreserve. Voor verdere regels aangaande de herwaarderingsreserve wordt verwezennaar hoofdstuk 240 Eigen vermogen.9


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Categorie/ TypeFinancieel instrumentSubcategorieWaardering naeerste verwerkingVerwerking van waardeveranderingen in winst- enverliesrekeningHandelsportefeuille(financiële activa enfinanciëleverplichtingen).Alinea 508 en 509.Reële waardeDirect in winst- en verliesrekening.Derivaten (activa enpassiva). Alinea 510 toten met 513. Geenonderdeelhandelsportefeuille.Hedging Reële waarde Volgens de hedge-accountingmodellen zoals beschreven inalinea 619 tot en met 632 en in alinea 640.Kostprijs Volgens alinea 633 tot en met 640 samen met de afgedektepositie in winst- en verliesrekening. Indien de afgedekte positietegen reële waarde wordt verwerkt, verandert de rechtspersoonook de waardering van het derivaat naar reële waarde en pasthij reële-waarde- of kasstroomhedge-accounting toe.Overig – met beursgenoteerdeReële waarde Direct in winst- en verliesrekening.aandelen alsonderliggende waardeOverig – met een Kostprijs Gerealiseerde baten en lasten in winst- en verliesrekeningandere onderliggendeconform alinea 513, alsmede bij overdracht aan een derde of bijwaarde dan beursgenoteerdeeen bijzondere waardevermindering.aandelen10


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Categorie/ TypeFinancieel instrumentSubcategorieWaardering naeerste verwerkingReële waardeVerwerking van waardeveranderingen in winst- enverliesrekeningDirect in winst- en verliesrekeningGekochte leningen enobligaties. Alinea 515tot en met 518. Geenonderdeelhandelsportefeuille.Tot het einde van delooptijd aangehoudenOverigGeamortiseerdekostprijsGeamortiseerdekostprijsEffectieve rente in winst- en verliesrekening. Bijzonderewaardevermindering direct in winst- en verliesrekening.Effectieve rente in winst- en verliesrekening.In winst- en verliesrekening bij overdracht aan een derde of bijeen bijzondere waardevermindering.Reële waarde Direct in winst- en verliesrekening. Eerst via deherwaarderingsreserve, bij realisatie in winst- enverliesrekening.Effectieve rente in winst- en verliesrekening.Waardeverminderingen onder de (geamortiseerde) kostprijsdirect in winst- en verliesrekening.Verstrekte leningen enoverige vorderingen.Alinea 519.Geen onderdeel vaneenhandelsportefeuilleGeamortiseerdekostprijsEffectieve rente in winst- en verliesrekening.In winst- en verliesrekening bij overdracht aan een derde of bijeen bijzondere waardevermindering.11


Investering in eigenvermogensinstrumenten.Alinea 520 tot en met522.Geen onderdeel vaneenhandelsportefeuille– BeursgenoteerdGeen onderdeel vaneenhandelsportefeuille– Niet-beursgenoteerdReële waardeKostprijsRichtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Direct in winst- en verliesrekening.Eerst via eigen vermogen (herwaarderingsreserve), bij realisatiein winst- en verliesrekening. Waardeverminderingen onder dekostprijs direct in winst- en verliesrekening.In winst- en verliesrekening bij overdracht aan een derde of bijeen bijzondere waardevermindering.Reële waarde Direct in winst- en verliesrekening.Eerst via eigen vermogen (herwaarderingsreserve), bij realisatiein winst- en verliesrekening. Waardeverminderingen onder dekostprijs direct in winst- en verliesrekening.Overige financiëleverplichtingen. Alinea523.Geen onderdeel vaneenhandelsportefeuilleGeamortiseerdekostprijsEffectieve rente in winst- en verliesrekening.12


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Bij dit overzicht worden de volgende aanvullende opmerkingen geplaatst:– in alinea 541 van dit hoofdstuk zijn de regels opgenomen voor bijzonderewaardevermindering van op kostprijs gewaardeerde derivaten;– op de in de tabel genoemde financiële activa en financiële verplichtingen zijn de regels tenaanzien van bijzondere waardevermindering van toepassing;– voor alle monetaire posten in vreemde valuta gelden de regels van hoofdstuk 122Prijsgrondslagen voor vreemde valuta. Dit betekent dat in geval vankostprijswaardering van financiële activa en verplichtingen in vreemde valuta dezeposten dienen te worden omgerekend tegen de koers per balansdatum;– indien rentedragende financiële activa deel uitmaken van een (sub)categorie die tegen reëlewaarde met herwaardering in de winst- en verliesrekening wordt gewaardeerd, is deverwerking van de rentebaten volgens de effectieve-rentemethode niet nodig en kan hetresultaat gecombineerd worden weergegeven. In geval van herwaardering via deherwaarderingsreserve wordt de effectieve rente in de winst- en verliesrekeningverantwoord;– de baten en lasten van herwaardering tegen reële waarde met herwaardering in de winst- enverliesrekening behoeven niet verder te worden uitgesplitst.505 Van de waardering tegen reële waarde wordt afgeweken indien deze niet voldoendebetrouwbaar is te bepalen. Waardering van het financiële instrument vindt dan plaats tegenkostprijs.506 De volgende baten en lasten van financiële activa en financiële verplichtingen (voor zoverdeze niet tegen reële waarde worden gewaardeerd waarbij de reële waarde veranderingen in hetresultaat worden verwerkt) worden – indien van toepassing – altijd direct in de winst- enverliesrekening verwerkt:– lasten uit hoofde van bijzondere waardeverminderingen van financiële activa;– baten en lasten uit hoofde van omrekening van monetaire financiële activa en financiëleverplichtingen in vreemde valuta (zie hoofdstuk 122 Prijsgrondslagen voor vreemdevaluta);– rente bepaald volgens de effectieve-rentemethode;– dividenden te ontvangen op eigen-vermogensinstrumenten (deze worden in de winst- enverliesrekening verwerkt op het moment dat de rechtspersoon het recht heeft verkregen opontvangst van de dividenden);– baten en lasten te verantwoorden op het moment dat de financiële activa of de financiëleverplichtingen niet langer in de balans worden opgenomen (bijvoorbeeld door verkoop,realisatie of aflossing van het instrument).507 De onderscheiden categorieën financiële activa en verplichtingen zijn relevant voor dewaardering in de balans en de verwerking van baten en lasten in de winst- en verliesrekening. Dealgemene regels samengevat in het overzicht van alinea 504 worden in de volgende alinea’s nader13


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)uitgewerkt.Financiële instrumenten (activa en verplichtingen) die deel uitmaken van eenhandelsportefeuille508 Na de eerste waardering dient de rechtspersoon financiële instrumenten die deeluitmaken van een handelsportefeuille in de balans te waarderen tegen reële waarde zonderaftrek van eventuele transactiekosten bij vervreemding.509 Baten of lasten die voortvloeien uit veranderingen in de reële waarde van financiëleinstrumenten die deel uitmaken van een handelsportefeuille dienen te worden verwerkt in dewinst- en verliesrekening.Derivaten (activa en passiva)510 Voor derivaten (of voor portefeuilles van derivaten) dient een keuze van degrondslagen voor waardering en resultaatbepaling na eerste waardering gemaakt te wordendie afhankelijk is van de subcategorie waartoe het derivaat behoort. In paragraaf 4 zijn desubcategorieën opgenomen.511 Voor derivaten aangehouden vanwege hedgingdoeleinden komen als waarderingsgrondslagin aanmerking kostprijs en reële waarde. Paragraaf 6 geeft regels voor de verwerking van deelementen van hedgerelaties.512 Overige derivaten met beursgenoteerde aandelen als onderliggende waarden dienente worden gewaardeerd tegen reële waarde. Baten of lasten die voortvloeien uitveranderingen in de reële waarde van dergelijke derivaten dienen te worden verwerkt in dewinst- en verliesrekening.513 Voor overige derivaten met een andere onderliggende waarde dan beursgenoteerdeaandelen, komen als waarderinggrondslag in aanmerking kostprijs en reële waarde.Indien derivaten die tot deze subcategorie behoren worden gewaardeerd tegen reële waarde,dienen de baten en lasten die voortvloeien uit veranderingen van de reële waarde te wordenverwerkt in de winst- en verliesrekening.Voor het al dan niet vormen van een een herwaarderingsreserve, wordt verwezen naar alinea 224bvan hoofdstuk 240 Eigen vermogen.Indien derivaten die tot deze subcategorie behoren worden gewaardeerd tegen kostprijs,dienen de gerealiseerde baten en lasten die voortvloeien uit deze derivaten aan deopeenvolgende verslagperioden te worden toegerekend en in de jaarrekening te wordenverwerkt.14


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Een voorbeeld is een renteswap die wordt gewaardeerd tegen kostprijs zonder dat kostprijshedgeaccountingwordt toegepast. Uit deze renteswap volgt een periodieke renteafrekening, die wordttoegerekend aan de desbetreffende verslaggevingsperiode waarop zij betrekking heeft, metinachtneming van een eventuele bijzondere waardevermindering.514 (vervallen)Gekochte leningen en obligaties515 Na de eerste waardering dient de rechtspersoon gekochte leningen en obligaties, voorzover deze activa geen deel uitmaken van een handelsportefeuille afhankelijk van desubcategorie waartoe deze behoren te waarderen.516 Indien gekochte leningen en obligaties deel uitmaken van de subcategorie Tot heteinde van de looptijd aangehouden, dient de rechtspersoon deze conform artikel 10 lid 3 vanhet Besluit actuele waarde te waarderen tegen geamortiseerde kostprijs.517 (vervallen)518 Voor iedere (sub)categorie van overige gekochte leningen en obligaties dient derechtspersoon een keuze te maken om deze in de balans te verwerken tegen geamortiseerdekostprijs of reële waarde. Indien de rechtspersoon kiest voor verwerking tegen reële waarde,dient hij per (sub)categorie een keuze te maken om baten en lasten die voortvloeien uitveranderingen in de reële waarde van deze instrumenten:a. direct in de winst- en verliesrekening te verantwoorden; ofb. voor zover het resultaat van een individueel financieel actief cumulatief positief is, tothet moment van realisatie van dit actief direct in het eigen vermogen te verwerken.Op het moment dat desbetreffende activa niet langer in de balans worden verwerkt,dient het cumulatieve resultaat dat voorheen in het eigen vermogen was opgenomen,te worden verwerkt in de winst- en verliesrekening. In geval van een cumulatievewaardevermindering tot onder de kostprijs dient deze waardever-minderingonmiddellijk in de winst- en verliesrekening te worden verantwoord, omdat slechtscumulatief positieve herwaarderingen direct in het eigen vermogen worden verwerkt.Verstrekte leningen en overige vorderingen519 Verstrekte leningen en overige vorderingen, voor zover deze activa geen deeluitmaken van een handelsportefeuille, dienen conform artikel 10 lid 3 van het Besluit actuelewaarde te worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.15


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Investeringen in eigen-vermogensinstrumenten520 Na de eerste waardering dient de rechtspersoon investeringen in eigenvermogensinstrumentendie geen onderdeel uitmaken van een handelsportefeuille tewaarderen afhankelijk van de subcategorie waartoe deze behoren.521 Investeringen in eigen-vermogensinstrumenten met een beursnotering dienen in debalans tegen reële waarde te worden gewaardeerd waarbij de rechtspersoon per(sub)categorie een keuze dient te maken om baten en lasten die voortvloeien uitveranderingen in de reële waarde van deze instrumenten:a. direct in de winst- en verliesrekening te verantwoorden; ófb. voor zover het resultaat van een individueel financieel actief cumulatief positief is, tothet moment van realisatie van dit betreffende actief direct in het eigen vermogen teverwerken. Op het moment dat desbetreffende activa niet langer in de balans wordenverwerkt, dient het cumulatieve resultaat dat voorheen in het eigen vermogen wasopgenomen, te worden verwerkt in de winst- en verliesrekening. In geval van eencumulatieve waardevermindering tot onder de kostprijs dient dezewaardevermindering onmiddellijk in de winst- en verliesrekening te wordenverantwoord, omdat slechts cumulatief positieve herwaarderingen direct in het eigenvermogen worden verwerkt.522 Voor iedere (sub)categorie van investeringen in eigen-vermogensinstrumenten zonderbeursnotering dient de rechtspersoon een keuze te maken om deze in de balans te verwerkentegen kostprijs of reële waarde. Indien de rechtspersoon kiest voor verwerking tegen reëlewaarde, dient hij per (sub)categorie een keuze te worden gemaakt om baten en lasten dievoortvloeien uit veranderingen in de reële waarde van deze instrumenten:a. direct in de winst- en verliesrekening te verantwoorden; ófb. voor zover het resultaat van een individueel financieel actief cumulatief positief is, tothet moment van realisatie van dit betreffende actief direct in het eigen vermogen teverwerken. Op het moment dat desbetreffende activa niet langer in de balans wordenverwerkt, dient het cumulatieve resultaat dat voorheen in het eigen vermogen wasopgenomen, te worden verwerkt in de winst- en verliesrekening. In geval van eencumulatieve waardevermindering tot onder de kostprijs dient dezewaardevermindering onmiddellijk in de winst- en verliesrekening te wordenverantwoord, omdat slechts cumulatief positieve herwaarderingen direct in het eigenvermogen worden verwerkt.Overige financiële verplichtingen523 Overige financiële verplichtingen dienen in de balans tegen geamortiseerde kostprijste worden gewaardeerd. Baten en lasten uit hoofde van amortisatie dienen volgens deeffectieve-rentemethode te worden verantwoord in de winst- en verliesrekening.16


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Overwegingen met betrekking tot de bepaling van de reële waarde524 Indien financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen de actuele waarde, komtdaarvoor in aanmerking de reële waarde. Indien niet direct een betrouwbare reële waarde voor definanciële instrumenten is aan te wijzen, wordt de reële waarde benaderd:a. door deze af te leiden uit de reële waarde van zijn bestanddelen of een soortgelijkinstrument indien voor de bestanddelen ervan of een soortgelijk instrument wel eenbetrouwbare reële waarde is aan te wijzen; ofb. met behulp van algemeen aanvaarde waarderingsmodellen en waarderingstechnieken.Deze bepalingen zijn in overeenstemming met artikel 10 van het Besluit actuele waarde.525 Aan de definiëring van de reële waarde ligt de veronderstelling ten grondslag dat er sprakeis van continuering van de bedrijfsactiviteiten zonder enige intentie of noodzaak tot liquidatie,belangrijk inkrimpen van activiteiten of aangaan van een transactie onder ongunstige voorwaarden.De reële waarde is derhalve niet de waarde die de rechtspersoon zou ontvangen of betalen indien ersprake zou zijn van een gedwongen transactie, onvrijwillige liquidatie of executoriale verkoop.Bij de bepaling van de reële waarde van zijn financiële activa en zijn financiële verplichtingenhoudt de rechtspersoon echter wel rekening met de actuele omstandigheden waarin hij verkeert. Dereële waarde van een financieel actief waarvan de rechtspersoon heeft besloten om het in de nabijetoekomst te verkopen, wordt bijvoorbeeld bepaald door de verwachte verkoopopbrengst. Deopbrengst uit een dergelijke verkoop wordt beïnvloed door factoren als de actuele liquiditeit enomvang van de markt voor de activa.526 Als een financieel instrument wordt verhandeld op een actieve markt, verschaft degenoteerde marktprijs de beste aanwijzing voor de reële waarde.527 Het is mogelijk dat genoteerde marktprijzen geen goede indicatie zijn van de reële waardevan het instrument. Dit is onder meer het geval indien:– er geen sprake is van een actieve markt; of– de markt niet goed ontwikkeld is; of– er geringe volumes worden verhandeld in verhouding tot het aantal eenheden van het tewaarderen financiële instrument.In dergelijke omstandigheden, alsook wanneer er geen genoteerde marktprijs beschikbaar is,kunnen schattingsmethoden worden gehanteerd om de reële waarde voldoende betrouwbaar tebepalen.Technieken die veel gehanteerd worden in financiële markten, zijn onder meer vergelijking met deactuele waarde van een ander financieel instrument met vergelijkbare kenmerken, contantewaardeberekeningenen optiewaarderingsmodellen. Bij toepassing van contantewaardeberekeningengebruikt de rechtspersoon een disconteringsvoet die gelijk is aan de geldende17


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)marktrente voor financiële instrumenten, met vergelijkbare voorwaarden en kenmerken, inclusiefde kredietwaardigheid van de debiteur, de resterende periode waarvoor de overeengekomenrentevoet is gefixeerd, de resterende looptijd en de valuta waarin de betalingen moeten wordengedaan.528 De reële waarde van een financieel actief of een financiële verplichting ontleend aan degenoteerde marktprijs of bepaald op een andere wijze, houdt geen rekening met mogelijketransactiekosten voor de rechtspersoon. Transactiekosten zijn de kosten die verbonden zijn aan hetruilen of het afwikkelen van het onderliggende financiële instrument. Transactiekosten kunnenbetrekking hebben op belastingen en heffingen, provisies betaald aan tussenpersonen, adviseurs,brokers of handelaren en heffingen door toezichthoudende instanties of beurzen.529 De boekwaarde op basis van historische kosten van debiteuren en crediteuren onderworpenaan normale handelskredietvoorwaarden, benadert in het algemeen de reële waarde. Evenzo is dereële waarde van een depositoverplichting zonder een bepaalde resterende looptijd gelijk aan hetonmiddellijk opeisbare bedrag op balansdatum.530 De reële waarde van een financiële verplichting met een kenmerk van directe opeisbaarheid(bijvoorbeeld een direct opvraagbaar deposito) is minimaal gelijk aan het onmiddellijk opeisbarebedrag.531 Indien er voor een financieel actief of een financiële verplichting waarvoor geenbetrouwbare waarderingsmethode beschikbaar was, alsnog een dergelijke methodebeschikbaar komt en het actief of de verplichting bij beschikbaarheid van een betrouwbarewaarderingsmethode tegen reële waarde dient te worden gewaardeerd, dient het actief of deverplichting tegen de reële waarde te worden geherwaardeerd. Deze eenmaligeherwaardering dient direct in het eigen vermogen te worden verwerkt.Herclassificaties532 Ten aanzien van herclassificaties van financiële instrumenten van de ene (sub)categorienaar de andere (sub)categorie geldt dat dit niet kan leiden tot het verwerken van baten of lasten ophet moment van herclassificatie. Op het moment van herclassificatie dienen dergelijke baten oflasten:a. in geval van een herclassificatie van een kostprijs (sub)categorie naar een reëlewaarde (sub)categorie, pas in de winst- en verliesrekening te worden verwerkt op hetmoment dat het desbetreffende financiële instrument niet meer in de balans wordtverwerkt;b. in geval van een herclassificatie van een reële waarde (sub)categorie naar eenkostprijs (sub)categorie, opgenomen te worden als onderdeel van de eerstewaardering in de nieuwe (sub)categorie (de reële waarde op het moment vanherclassificatie is gelijk aan de veronderstelde kostprijs (‘deemed cost’)).18


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)De waardering van een financieel instrument na een herclassificatie dient te wordenbeoordeeld in het kader van de voorschriften van bijzondere waardeverminderingen, zoalsuiteengezet in alinea 534 tot en met 541.Bijzondere waardevermindering en oninbaarheid van financiële activa533 De rechtspersoon dient op elke balansdatum te beoordelen of er objectieveaanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of eengroep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzonderewaardeverminderingen, dient de rechtspersoon de omvang van het verlies uit hoofde van debijzondere waardevermindering te bepalen en in de winst- en verliesrekening te verwerken.Dit dient te geschieden voor alle categorieën financiële activa die tegen (geamortiseerde)kostprijs gewaardeerd worden.534 Voorbeelden van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen van eenfinancieel actief of een portefeuille activa zijn:a. aanzienlijke financiële problemen van de rechtpersoon of de schuldenaar die het instrumentuitgeeft;b. contractbreuk, zoals wanbetaling met betrekking tot rentebetalingen of aflossingen;c. een tegemoetkoming van de leninggever aan de leningnemer op grond van economische ofjuridische gronden in verband met financiële problemen van de leningnemer, die deleninggever anders niet zou overwegen;d. waarschijnlijkheid van faillissement of een financiële reorganisatie van de leningnemer;e. het wegvallen van een actieve markt voor dat financieel actief vanwege financiëleproblemen; off. informatie die er op wijst dat er sprake is van een bepaalbare vermindering van deverwachte toekomstige kasstromen uit een portefeuille financiële activa sinds de eerstewaardering van deze activa in de balans, welke vermindering nog niet is waar te nemen bijde individuele financiële activa in de portefeuille, zoals:1. nadelige veranderingen in de betalingsstatus van leningnemers in de portefeuille(bijvoorbeeld een toegenomen aantal uitgestelde betalingen of creditcarddebiteurendie hun kredietlimiet hebben bereikt en die het maandelijkse minimumbedragbetalen); of2. nationale of lokale economische omstandigheden die nauw samenhangen met dewanbetaling op de activa in portefeuille (bijvoorbeeld een toename in dewerkloosheid in het geografische gebied van de leningnemers, een daling van deonroerendgoedprijzen bij hypotheken in het desbetreffende gebied, of nadeligeveranderingen in de sectorale omstandigheden waar de leningnemers in deportefeuille door worden geraakt).535 De volgende voorbeelden behoeven op zich geen objectieve aanwijzingen voor een19


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)bijzondere waardevermindering te vormen, maar kunnen dat in samenhang met andereaanwijzingen wel zijn:– het wegvallen van een actieve markt omdat de financiële instrumenten van de andere partijniet langer ter beurze worden verhandeld;– een verlaging van de kredietwaardigheid van de andere partij (dit is op zichzelf nog geenaanwijzing voor een bijzondere waardevermindering, maar kan in samenhang met anderebeschikbare informatie wel een aanwijzing zijn voor een bijzondere waardevermindering);– een daling van de reële waarde van een financieel actief beneden de kostprijs ofgeamortiseerde kostprijs (dit is niet noodzakelijkerwijs een aanwijzing voor een bijzonderewaardevermindering; een voorbeeld is een daling van de reële waarde van een belegging ineen schuldbewijs die het gevolg is van een stijging van de risicovrije rentevoet).536 De rechtspersoon dient voor alle afzonderlijk belangrijke financiële activa eerst opindividuele basis te beoordelen of er objectieve aanwijzingen zijn voor een bijzonderewaardevermindering. Bij afzonderlijk niet-belangrijke financiële activa dient dezebeoordeling op individuele of collectieve basis te geschieden.Indien de rechtspersoon bepaalt dat er geen objectieve aanwijzingen zijn voor een bijzonderewaardevermindering van een op individuele basis beoordeeld financieel actief ongeacht of diteen belangrijk actief is, neemt hij het actief op in een portefeuille van financiële activa meteen vergelijkbaar kredietrisico en dient deze portefeuille vervolgens collectief opaanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen te beoordelen. Activa die opindividuele basis worden beoordeeld op bijzondere waardeverminderingen en waarvoor eenbijzonder waardeverminderingsverlies is verwerkt, dienen niet ook nog te worden betrokkenbij een collectieve beoordeling op bijzondere waardeverminderingen.537 Een bijzondere waardevermindering dient als volgt te worden verwerkt:Waardering van financiëleactivaFinanciële activagewaardeerd tegengeamortiseerde kostprijsVerwerking van bijzonderewaardeverminderingIn de winst- enverliesrekening. Het bedragwordt bepaald als hetverschil tussen:• de boekwaarde van hetactief, en• de best mogelijke schattingvan de toekomstigekasstromen, contantgemaakt tegen de effectieverentevoet van het financiëleactief zoals die is bepaald bij20Verwerking van eenterugname van dewaardeverminderingHet voorheen opgenomenwaardeverminderingsverliesdient te wordenteruggenomen indien deafname van dewaardeverminderingverband houdt met eenobjectieve gebeurtenis naafboeking. De terugnamedient te worden beperkt totmaximaal het bedrag datbenodigd is om het actief te


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Waardering van financiëleactivaInvestering in eigenvermogensinstrumentenopkostprijsVerwerking van bijzonderewaardeverminderingde eerste verwerking van hetinstrument.In de winst- enverliesrekening. Het bedragwordt bepaald als hetverschil tussen:• de boekwaarde van hetfinanciële actief, en• de best mogelijke schattingvan de toekomstigekasstromen, contantgemaakt tegen de actuelevermogenskostenvoet vooreen soortgelijk financieelactief.Verwerking van eenterugname van dewaardeverminderingwaarderen op degeamortiseerde kostprijs tentijde van de terugname alsgeen sprake zou zijn geweestvan een bijzonderewaardevermindering. Hetteruggenomen verlies dientin de winst- enverliesrekening te wordenverwerkt.Het bijzonderewaardeverminderingsverliesdient slechts te wordenteruggenomen indien hetwegnemen van de indicatievan een bijzonderewaardeverminderingobjectief waarneembaar is.537a Als alternatief voor de in alinea 533 tot en met 537 beschreven wijze van bepaling vanbijzondere waardevermindering en oninbaarheid van financiële activa die tegen (geamortiseerde)kostprijs worden gewaardeerd, is het aanvaardbaar stelselmatig als grondslag ‘kostprijs of lageremarktwaarde’ te hanteren. In dat geval dient een bijzondere waardevermindering te wordenverantwoord wanneer de marktwaarde lager is dan de (geamortiseerde) kostprijs. Indien envoor zover deze marktwaarde in een volgende periode toeneemt, dienen de voorheenopgenomen bijzondere waardeverminderingsverliezen te worden teruggenomen totmaximaal de (geamortiseerde) kostprijs die zou zijn bepaald als geen sprake zou zijn geweestvan een bijzondere waardevermindering.537 b De rechtspersoon dient per subcategorie financiële activa stelselmatig een keuze temaken tussen de toepassing van alinea 533 tot en met 537 of alinea 537a en deze consistentper subcategorie financiële activa toe te passen.21


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)538 Overwegingen omtrent bijzondere waardevermindering spelen geen rol in geval vanwaardering tegen reële waarde waarbij de herwaardering onmiddellijk in de winst- enverliesrekening wordt verantwoord of in geval van het verantwoorden van ongerealiseerdeherwaardering direct in het eigen vermogen. Onder beide grondslagen voor verwerking wordenalle (cumulatief) negatieve ongerealiseerde herwaarderingen direct ten laste van de winst- enverliesrekening gebracht.539 Een financieel actief of een portefeuille van financiële activa heeft uitsluitend eenbijzondere waardevermindering ondergaan en er is een bijzonder waardeverminderingsverliesopgetreden, indien:– er objectieve aanwijzingen zijn voor een bijzondere waardevermindering;– deze waardevermindering het gevolg is van een gebeurtenis of gebeurtenissen die zichhebben afgespeeld na de eerste waardering van het actief; en– de gebeurtenis leidt tot verlies en deze gebeurtenis een effect heeft op de geschattetoekomstige kasstromen uit het financiële actief.Er worden geen verliezen opgenomen als gevolg van toekomstige gebeurtenissen, hoewaarschijnlijk deze ook zijn. Er is een uitzondering op deze regel: in geval van waardering vanvlottende activa mag met een buitengewone waardevermindering rekening worden gehoudenindien die redelijkerwijs en op korte termijn valt te voorzien (artikel 2:387 lid 3 BW).540 De rechtspersoon gebruikt historische gegevens, en zijn op ervaring gebaseerde oordeel,om de omvang van de te verwachten toekomstige kasstromen te schatten ten behoeve van debepaling van de omvang van het bijzondere waardeverminderingsverlies.Bijzondere waardevermindering van op kostprijs gewaardeerde derivaten541 Behalve in geval van toepassing van alinea 633 en verder (kostprijshedge-accounting)dient, indien per balansdatum de reële waarde lager is dan de kostprijs van het derivaat, hetverschil altijd in de winst- en verliesrekening te worden verwerkt. Deze lagere reële waardedient te worden vastgesteld op een wijze die de lopende rente buiten beschouwing laat.Deze alinea geldt eveneens voor derivaten in een kostprijs-hedgerelatie voor zover sprake is vanhedge-ineffectiviteit (zie alinea 634). Voor valutatermijncontracten is het aanvaardbaar de lagerereële waarde te bepalen door omrekening tegen de koers per balansdatum.290.6 Hedge accounting601 In paragraaf 5 zijn de algemene bepalingen voor de waardering en resultaatbepaling vanfinanciële instrumenten uiteengezet. De bepalingen van hedge accounting volgens de in dezeparagraaf beschreven modellen zorgen voor uitzonderingen op die bepalingen.De bepalingen voor hedge accounting hebben ten doel om de resultaten van het hedge-instrument22


23Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)en de afgedekte positie gelijktijdig in de winst- en verliesrekening te verwerken, om op die wijzede afdekking van een risico in de verslaggeving tot uitdrukking te brengen.602 Toepassing van hedge accounting is facultatief. Per type hedgerelatie heeft derechtspersoon de mogelijkheid te kiezen voor het al dan niet toepassen van hedge accounting.Hedge accounting kan worden gebruikt als bij toepassing van de algemene regels een verschil(mismatch) ontstaat tussen:– enerzijds het moment van verwerking van de resultaten uit het hedge-instrument enanderzijds de afgedekte positie; of– enerzijds de waardering en resultaatbepaling van het hedge-instrument en anderzijds deafgedekte positie.In alinea 617 en verder worden de vier modellen voor hedge-accounting omschreven.603 In overeenstemming met paragraaf 4 en 5 dient de rechtspersoon per portefeuillederivaten een keuze te maken omtrent de waardering en resultaatbepaling. Afhankelijk vandeze keuze en het type hedge-accountingrelatie dient de rechtspersoon bepaalde hedgeaccountingmodellente gebruiken:a. indien de rechtspersoon hedge accounting toepast op derivaten die tegen reële waardeworden gewaardeerd, dient hedge accounting in overeenstemming met alinea 619 toten met 632 te worden toegepast;b. indien1. de rechtspersoon derivaten tegen kostprijs waardeert, of indien2. hedge accounting wordt toegepast op een hedgerelatie waar het hedgeinstrumenteen monetaire post in vreemde valuta is, dient de rechtspersoon ingeval van hedge accounting alinea 633 tot en met 639 toe te passen.c. indien de rechtspersoon voor een afdekking van het valutarisico van een nettoinvesteringin een buitenlandse entiteit hedge accounting toepast, dient hedgeaccounting in overeenstemming met alinea 640 te worden toegepast.604 Voor het toepassen van hedge accounting gelden bepaalde voorwaarden die in de volgendealinea’s uiteen worden gezet. Achtereenvolgens worden behandeld:– toegestane hedge-instrumenten (alinea 605 tot en met 608);– toegestane afgedekte posities (alinea 609 tot en met 612);– de voorwaarden voor hedge accounting (alinea 613 tot en met 616);– de verwerkingsmodellen voor hedge accounting van derivaten die tegen reële waardeworden gewaardeerd (de reële-waardehedge en de kasstroomhedge;alinea 619 tot en met632);– de verwerkingsmodellen voor hedge accounting van derivaten die tegen kostprijs wordengewaardeerd (de kostprijshedge;alinea 633 tot en met 639);– het verwerkingsmodel voor hedge accounting in geval van een hedge van valutarisico vaneen netto-investering in een buitenlandse eenheid (alinea 640).


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Hedge-instrumenten605 Alle derivaten kunnen als hedge-instrument worden aangewezen, met uitzondering van(per saldo) geschreven opties. Een financieel actief of een financiële verplichting, niet zijnde eenderivaat, kan alleen als een hedge-instrument worden aangewezen voor het afdekken vanvalutarisico.606 (Per saldo) geschreven opties zijn uitgezonderd van toepassing van hedge accounting,omdat ze geen risico mitigeren.Een voorbeeld van per saldo geschreven opties is een combinatie van een gekochte call optie eneen geschreven put optie, beide met dezelfde looptijd en type onderliggende waarde, waarbij degeschreven put optie een grotere onderliggende waarde heeft (zoals de combinatie van eengekochte call op USD 50 in combinatie met een geschreven put optie op USD 100).607 Monetaire posten in vreemde valuta kunnen als hedge-instrument worden gebruikt, omdatze volgens hoofdstuk 122 Prijsgrondslagen voor vreemde valuta worden omgerekend tegen deslotkoers.608 Alleen instrumenten afgesloten met een partij buiten de rapporterende rechtspersoon (datwil zeggen buiten de geconsolideerde groep, of, in geval van een enkelvoudige jaarrekening, devennootschap) kunnen als hedge-instrument worden aangewezen. Hedge accounting met voor derapporterende eenheid interne contracten kan uitsluitend plaatsvinden indien de rapporterendeeenheid tegenover die contracten, dezelfde contracten qua aard, omvang en timing is aangegaanmet een partij buiten de rapporterende rechtspersoon of groep (‘externalisatie’ van het internecontract).Indien bijvoorbeeld een financieringsmaatschappij die binnen een groep als enige bankrelatiesonderhoudt, intern met een werkmaatschappij een derivaat afsluit en met een bank eenzelfdecontract afsluit, wordt het interne derivaat in de consolidatie geëlimineerd en vormt het externecontract (per saldo) het hedge-instrument voor de afgedekte positie van de rapporterende groep.Voor de enkelvoudige jaarrekening van de werkmaatschappij, geldt het derivaat dat is afgeslotenmet de financieringsmaatschappij van de groep waarvan de werkmaatschappij ook deel uitmaakt,wel als hedge-instrument. Het is immers voor die rapporterende werkmaatschappij een contractmet een partij buiten de rapporterende rechtspersoon.Afgedekte posities609 Een afgedekte positie kan zijn een actief of een verplichting, een niet-opgenomen bindendeovereenkomst, een zeer waarschijnlijke in de toekomst verwachte transactie of een nettoinvesteringin een buitenlandse eenheid, dan wel homogene groepen of te identificeren en metengedeelten van deze posities.24


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)610 Om als afgedekte positie in aanmerking te kunnen komen, dient de afgedekte positiein een hedge-accountingrelatie zonder deze hedge-accountingrelatie van invloed te kunnenzijn op de winst- en verliesrekening. Deze invloed op de winst- en verliesrekening is een vereisteomdat hedge accounting een uitzondering op het toepassen van algemeen geldende regelsaangaande resultaatbepaling betekent. Zonder een risico dat van invloed kan zijn op de winst- enverliesrekening is er geen reden om uitzonderingen op de regels aangaande resultaatbepaling temaken.611 De afgedekte positie kan zijn:a. één actief, één verplichting, één bindende overeenkomst, één zeer waarschijnlijke in detoekomst verwachte transactie of één netto-investering in een buitenlandse eenheid;b. een groep van activa, verplichtingen, bindende overeenkomsten of zeer waarschijnlijke inde toekomst verwachte transacties, onder de voorwaarde dat de groep voldoende homogeenis voor wat betreft het afgedekte risico. Dat wil zeggen dat de afzonderlijke posten in degroep het risico dat als afgedekt risico wordt aangewezen, delen, en dat voor elkafzonderlijk instrument in de groep geldt dat de verandering in de reële waarde die is toe terekenen aan het afgedekte risico ongeveer evenredig is aan de totale verandering in de reëlewaarde die is toe te rekenen aan het afgedekte risico van de groep van instrumenten.Een voorbeeld is een groep van verkooptransacties in een bepaalde vreemde valuta in eenbepaalde toekomstige maand;c. een gedeelte van de omvang, de looptijd of het risico van de onder a. of b. genoemdeposities, mits dit gedeelte afzonderlijk is te identificeren en meten, en de effectiviteit van dehedge is te bepalen.Een voorbeeld is een identificeerbaar en afzonderlijk te bepalen gedeelte van het renterisico vaneen rentedragend actief of een rentedragende verplichting dat voortvloeit uit de risicovrijerentevoet of referentierente van een afgedekte positie.Een ander voorbeeld van een identificeerbaar en afzonderlijk te meten gedeelte van een risico ishet goederenprijsrisico verbonden aan de standaard goederenprijs van een commodity die op eenbeurs voor goederentermijncontracten tot stand komt.612 Een voorbeeld van het gebruik van derivaten waar geen hedge accounting kan wordentoegepast wegens de afwezigheid van invloed op de winst- en verliesrekening door de afgedektepositie, is het gebruik van een valutaswap door een in Euro rapporterende rechtspersoon, die eenEuro lening ten aanzien van het valutarisico naar USD verandert. De Euro lening heeft in de Eurojaarrekening geen invloed op de winst- en verliesrekening.Voorwaarden voor hedge accounting613 Indien een rechtspersoon hedge accounting wenst toe te passen zijn twee mogelijkhedenaanwezig:25


26Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)– toepassen van hedge accounting op basis van generieke documentatie (zie alinea 614); of– toepassen van hedge accounting op basis van documentatie per individuele hedgerelatie(zie alinea 615).614 Indien een rechtspersoon hedge accounting toepast op basis van generiekedocumentatie, dient de rechtspersoon bepaalde afgedekte risico’s consistent – in de tijd ennaar soort van hedgerelatie – volgens de regels van hedge accounting te verwerken, endaarmee af te wijken van de algemene regels voor de verwerking, waardering enresultaatbepaling die onder meer in paragraaf 5 zijn uiteengezet, indien aan alleonderstaande voorwaarden wordt voldaan:a. de rechtspersoon beschrijft de algemene hedgestrategie en documenteert daarbij hoede hedgerelaties passen in de doelstellingen van risicobeheer en de verwachtingaangaande de effectiviteit van deze hedgerelaties (dat is de mogelijkheid van hetbereiken van compensatie van aan het afgedekte risico toe te rekenen veranderingenin reële waarden of kasstromen);b. de rechtspersoon beschrijft de in het soort hedgerelatie betrokken hedgeinstrumentenen afgedekte posities die voldoen aan de voorwaarden zoalsweergegeven in alinea 605 respectievelijk 609; enc. de ineffectiviteit (dat is de mate waarin de waardeveranderingen van het hedgeinstrumentdie van de afgedekte positie niet compenseren) dient in de winst- enverliesrekening te worden verwerkt.Met consistente verwerking wordt bedoeld dat vanuit het beschreven beleid op eenduidige wijzekan worden vastgesteld of de rechtspersoon in een verslagperiode hedge accounting voor eenhedgerelatie zal gebruiken. Dit kan worden ingevuld door in het beleid hedge accounting slechts nate streven voor bepaalde typen derivaten met een bepaalde minimale onderliggende waarde,bijvoorbeeld alle USD-hedges ten behoeve van de afdekking van toekomstige verkopen in USD,afgedekt met valuta termijntransacties die een onderliggende waarde hebben van ten minste USD10.000.615 Indien een rechtspersoon hedge accounting toepast op basis van documentatie perindividuele hedgerelatie, dient de rechtspersoon bij aanvang van hedge accounting aan alleonderstaande voorwaarden te voldoen:a. de rechtspersoon documenteert hoe de individuele hedgerelatie past in dedoelstellingen van risicobeheer en beschrijft de hedgestrategie, waaronder deverwachting aangaande de effectiviteit van de hedgerelatie (dat is de mogelijkheid vanhet bereiken van compensatie van aan het afgedekte risico toe te rekenenveranderingen in reële waarden of kasstromen);b. de rechtspersoon beschrijft het in de individuele hedgerelatie betrokken hedgeinstrumenten de afgedekte positie die voldoen aan de voorwaarden zoalsweergegeven in alinea 605 respectievelijk 609; enc. de ineffectiviteit (dat is de mate waarin de waardeveranderingen van het hedge-


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)instrument die van de afgedekte positie niet compenseren) uit hoofde van deindividuele hedgerelatie dient in de winst- en verliesrekening te worden verwerkt.616 De effectiviteit van hedge-accountingrelaties kan op verschillende manieren wordengemeten. Enkele voorbeelden zijn:– de vergelijking van de reële waarde verandering van een hedge-instrument en van eenafgedekte positie in een bepaalde periode of sinds het aangaan van de hedgeaccountingrelatie;– het vergelijken van de kritische kenmerken van een hedge-instrument en van een afgedektepositie. De mate van gelijk zijn van de kritische kenmerken in beide elementen van eenhedgerelatie kan de indicatie zijn van de effectiviteit;– het uitvoeren van regressieanalyse op de veranderingen van de reële waarde van het hedgeinstrumenten de afgedekte positie.Modellen voor verwerking van hedge accounting617 Voor de toepassing van hedge accounting bestaan vier modellen. Het gekozen hedgeaccountingmodeldient consistent te worden toegepast, indien meerdere modellen kunnenworden gekozen. Bij het indekken van valutarisico’s kunnen meerdere hedge-accountingmodellenworden gebruikt. De rechtspersoon dient voor elk geïdentificeerd type van hedgerelatieconsistent het gekozen model toe te passen.618 De vier modellen voor hedge accounting zijn:a. reële-waardehedge-accounting: een hedge van het risico van veranderingen in de reëlewaarde van1. een opgenomen actief of verplichting, of een niet-opgenomen bindendeovereenkomst, of2. een vastgesteld deel van een dergelijk actief, een dergelijke verplichting, ofbindende overeenkomst.Het risico van veranderingen in de reële waarde dient verband te houden met eenbepaald risico en van invloed te kunnen zijn op de winst of het verlies.Een voorbeeld is de hedge van het risico van renteschommelingen op de waarde van eenvastrentende lening door de rente van deze lening te hedgen door middel van eenrenteswap, waarop vaste rente wordt ontvangen en variabele rente wordt betaald. Dit modelwordt slechts toegepast indien het hedge-instrument tegen reële waarde wordtgewaardeerd;b. kasstroomhedge-accounting: een hedge van de mogelijke variabiliteit van kasstromen die:1. is toe te rekenen aan een bepaald risico dat is verbonden met een opgenomen actiefof verplichting (zoals een aantal of alle toekomstige rentebetalingen op een schuldmet een variabele rente), of2. een zeer waarschijnlijke in de toekomst verwachte transactie (zoals de verwachteverkoop van goederen in vreemde valuta).27


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Het risico van veranderingen in kasstromen dient verband te houden met een bepaaldrisico en van invloed te kunnen zijn op de winst of het verlies.Dit model wordt slechts toegepast indien het hedge-instrument tegen reële waarde wordtgewaardeerd;c. kostprijshedge-accounting: een hedge van het risico van veranderingen in de reële waardeof de variabiliteit van kasstromen (in relaties zoals beschreven onder a. respectievelijk b.hierboven), terwijl het derivaat tegen kostprijs wordt gewaardeerd.Dit model dient slechts te worden toegepast indien het hedge-instrument tegenkostprijs wordt gewaardeerd.Het is mogelijk dat de rechtspersoon op grond van de gemaakte waarderingskeuze hethedge-instrument op kostprijs waardeert, terwijl de afgedekte post in de hedgerelatie tegenreële waarde wordt gewaardeerd. In dat geval dient de rechtspersoon geenkostprijshedge-accounting toe te passen en dient de rechtspersoon het hedgeinstrumenttegen reële waarde te waarderen en in overeenstemming met het reëlewaarde hedge model of het kasstroomhedge-model te verwerken.d. hedge van een netto-investering in een buitenlandse eenheid, zoals gedefinieerd inhoofdstuk 122 Prijsgrondslagen voor vreemde valuta.Verwerking van reële-waardehedge-accounting (slechts toe te passen indien hethedge-instrument tegen reële waarde in de balans wordt gewaardeerd)619 Het hedge-instrument en de afgedekte positie dienen in geval van een reële waardehedge als volgt te worden verwerkt:– het hedge-instrument: de winst of het verlies uit de herwaardering van het hedgeinstrumenttegen reële waarde (bij een derivaat) of het resultaat uit herwaarderingvan de vreemde-valutacomponent naar de koers op balansdatum dient onmiddellijkin de winst- en verliesrekening te worden verwerkt;– de afgedekte positie: de winst of het verlies op de afgedekte positie voor zover deze istoe te rekenen aan het afgedekte risico, dient in de winst- en verliesrekening teworden verwerkt. Indien de afgedekte positie tegen (geamortiseerde) kostprijs wordtverwerkt, dient deze boekwaarde te worden aangepast voor alleen de herwaarderingdie is toe te rekenen aan het afgedekte risico.Indien voor de afgedekte positie een keuze is gemaakt voor waardering tegen reële waardewaarbij waardeveranderingen tot het moment van realisatie direct in het eigen vermogenworden verwerkt, dient de waardering tegen reële waarde gehandhaafd te blijven en dienende herwaarderingen die niet zijn toe te rekenen aan het afgedekte risico, in het eigenvermogen te worden verwerkt. De herwaarderingen die zijn toe te rekenen aan het afgedekterisico worden in de winst- en verliesrekening opgenomen.620 De rechtspersoon dient reële-waardehedge-accounting te staken indien:28


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)a. het hedge-instrument afloopt of wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend.Hierbij wordt vervanging of telkens vernieuwen (‘rollover’) van een hedge-instrumentin een ander hedge-instrument niet beschouwd als expiratie of beëindiging indien dezevervanging of vernieuwing deel uitmaakt van de gedocumenteerde hedgestrategie vande rechtspersoon;b. de hedge niet langer voldoet aan de voorwaarden voor hedge accounting in alinea613; ofc. de rechtspersoon niet langer voor het toepassen van hedge accounting kiest.621 De afgedekte positie en het hedge-instrument dienen vanaf het moment vanbeëindiging van hedge accounting te worden geherwaardeerd op basis van de algemeneregels voor waardering en resultaatbepaling (zie paragraaf 5). Bij beëindigen van hedgeaccounting worden verdere aanpassingen van de boekwaarde vanwege reële-waardehedgeaccountingvan een afgedekt financieel instrument gestaakt.622 Aanpassingen van de boekwaarde van een afgedekte positie die wordt gewaardeerdtegen geamortiseerde kostprijs op basis van alinea 619, dienen door middel van amortisatieten laste of ten gunste van de winst- en verliesrekening te worden gebracht. De amortisatie kangeschieden door het toepassen van de effectieve-rentemethode dan wel door het toepassen vanlineaire amortisatie.623 Bij aanwijzing van een niet-opgenomen bindende overeenkomst als afgedekte positie wordtde vanaf het moment van toepassing van hedge accounting optredende cumulatieve verandering inde reële waarde, voor zover toe te rekenen aan het afgedekte risico van de bindende overeenkomst,als een actief of een verplichting opgenomen. Daartegenover wordt een overeenkomstige bate ofeen overeenkomstige last in de winst- en verliesrekening verwerkt (zie alinea 619). Deveranderingen in de reële waarde van het hedge-instrument worden ook in de winst- enverliesrekening verwerkt.624 Het actief dat of de verplichting die is ontstaan uit de herwaardering van een afgedektebindende overeenkomst volgens alinea 623 wordt verwerkt als onderdeel van de eerste waarderingvan het actief of de verplichting dat door de afwikkeling van de bindende overeenkomst op debalans wordt opgenomen.Verwerking van kasstroomhedge-accounting (slechts toe te passen indien het hedgeinstrumenttegen reële waarde in de balans wordt gewaardeerd)625 In geval van een kasstroomhedge dient de rechtspersoon het effectieve deel van deherwaardering van het hedge-instrument rechtstreeks in het eigen vermogen te verwerken.Op het moment waarop de resultaten van de afgedekte positie in de winst- en verliesrekeningworden verwerkt, dient het daaraan gerelateerde resultaat uit het eigen vermogen naar de29


30Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)winst- en verliesrekening te worden overgebracht (gerecycled).Teneinde het ineffectieve deel van de herwaardering in de juiste periode in de winst- enverliesrekening te verwerken, dient de rechtspersoon op elke balansdatum voor eenkasstroomhedge maximaal het laagste absolute bedrag van de volgende tweewaardeveranderingen in het eigen vermogen op te nemen:a. de cumulatieve herwaardering van het hedge-instrument sinds het aanwijzen van dehedgerelatie; enb. de cumulatieve verandering van de waarde van de toekomstige afgedekte kasstromenvoor zover toe te rekenen aan het afgedekte risico.626 De verwerking weergegeven in alinea 625 leidt ertoe dat in de winst- en verliesrekening hetineffectieve gedeelte van het hedge-instrument wordt verantwoord.Indien de waardeverandering van het hedge-instrument groter is dan benodigd voor decompensatie van de waardeverandering van de afgedekte positie, voor zover betrekking hebbendop het afgedekte risico, wordt dit meerdere in de winst- en verliesrekening opgenomen.Indien de waardeverandering van het hedge-instrument kleiner is dan de reële waarde veranderingvan de afgedekte positie voor zover betrekking hebbend op het afgedekte risico, wordt de gehelewaardeverandering van het hedge-instrument direct in het eigen vermogen opgenomen, omdat dezein het geheel nodig is ter compensatie.627 In geval van toepassing van kasstroomhedge-accounting is het niet mogelijk deboekwaarde van de afgedekte positie aan te passen, aangezien deze afgedekte positie nog niet in debalans is verwerkt. De verwerking van de afgedekte positie volgt de van toepassing zijnde regelsvoor verwerking van die positie.628 Indien volgens de gedocumenteerde strategie voor de hedgerelatie een bepaald onderdeelvan de waardeveranderingen van het hedge-instrument van beoordeling van de hedge-effectiviteitwordt uitgesloten, kan voor het uitgesloten onderdeel geen hedge accounting worden toegepast.Voor het uitgesloten onderdeel gelden de ‘basisregels’ en wordt de herwaardering voor zover dezeis toe te schrijven aan dat uitgesloten onderdeel in de winst- en verliesrekening opgenomen inovereenstemming met alinea 510 en verder.Een voorbeeld is een hedge van het vreemde valutarisico van een bindende overeenkomst invreemde valuta, waarbij de waardeverandering van het valutacontract (hedge-instrument) alsgevolg van veranderingen in de rentestanden op de termijnkoers zijn uitgesloten van toepassingvan hedge accounting (het uitgesloten deel is het verschil tussen termijnkoers en periode-eindekoers en worden ook wel de termijnpunten genoemd). Die waardeveranderingen in determijnpunten van het valutatermijncontract worden in de winst- en verliesrekening verantwoord inovereenstemming met alinea 510 en verder, terwijl op de verandering in de waarde van hetvalutatermijncontract door wijziging van de huidige valutakoersen hedge accounting wordttoegepast.Bij termijntransacties is het mogelijk om de termijnpunten en bij opties de tijdswaarde uit te sluitenvan toepassing van hedge accounting.


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)629 Hierna volgt een illustratie van de bepaling van het in het vermogen uit te stellen bedrag ineen kasstroomhedge (met latente belastingen is geen rekening gehouden):HedgeinstrumentAfgedektetoekomstigekasstroment = 0 t = 1 Verandering t = 2 CumulatieveReële waarde Reële waarde in de reële Reële waarde verandering inwaardede reëlewaarde0 10 10 21 21100 89 –11 80 –20In de eerste periode is de gehele waardeverandering van het hedge-instrument nodig voorcompensatie van de waardeverandering van de afgedekte positie voor zover betrekking hebbend ophet afgedekte risico. Een bedrag van 10 wordt direct in het eigen vermogen verwerkt.In de tweede periode is de cumulatieve waardeverandering van het hedge-instrument groter dan dievan de afgedekte positie. Er is ineffectiviteit van 1 ontstaan, die in de winst- en verliesrekeningwordt verwerkt. In totaal mag maximaal 20 in het eigen vermogen worden opgenomen. Datbetekent dat in periode 2 een additioneel bedrag van 10 in het eigen vermogen wordt verwerkt.630 Leidt een afgedekte positie van een verwachte toekomstige transactie tot deverwerking van een financieel actief of een financiële verplichting, dan dienen de daarmeeverbonden winsten of verliezen die in overeenstemming met alinea 625 rechtstreeks in heteigen vermogen zijn opgenomen, te worden overgebracht naar de winst- en verliesrekeningin dezelfde periode of perioden waarin het verkregen actief of de aangegane verplichting vaninvloed is op de winst of het verlies (zoals in de perioden waarin rentebaten en -lasten wordenverwerkt). Verwacht de rechtspersoon echter dat een (deel van een) verlies dat rechtstreeksin het eigen vermogen is verwerkt, in een of meer toekomstige perioden niet met eentegengestelde winst uit de afgedekte positie kan worden gecompenseerd, dan dient derechtspersoon het naar verwachting niet te compenseren deel van het in het vermogenopgenomen resultaat naar de winst- en verliesrekening over te brengen.631 Indien de afgedekte positie van een verwachte toekomstige transactie tot de opnamevan een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting leidt (zoals activering vanvoorraden of vaste activa die waren afgedekt), of indien een verwachte toekomstigetransactie betreffende een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting eenbindende overeenkomst wordt (zoals in geval van het tot stand komen van een overeenkomstvoor de toekomstige levering van vaste activa) waarvoor gekozen wordt om kasstroomhedgeaccountingtoe te passen, dient de rechtspersoon de onder a. of b. beschreven verwerkingconsistent toe te passen:31


32Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)a. de rechtspersoon brengt de hiermee samenhangende winsten en verliezen die inovereenstemming met alinea 625 direct in het eigen vermogen zijn opgenomen, overnaar de winst- en verliesrekening in dezelfde periode of perioden waarin hetverworven actief of de aangegane verplichting de winst- en verliesrekening beïnvloedt(zoals de perioden waarin de afschrijvingskosten of de kostprijs van de omzet wordtverwerkt). Tot het moment van verantwoording in de winst- en verliesrekening,worden die samenhangende winsten en verliezen als onderdeel van het eigenvermogen verwerkt.b. de rechtspersoon brengt de hiermee samenhangende winsten en verliezen die inovereenstemming met alinea 625 direct in het eigen vermogen zijn opgenomen, overom deze op te nemen in de eerste kostprijs of andere boekwaarde van het actief of deverplichting die ontstaat als de afgedekte toekomstige transactie plaatsvindt. Dit leidter toe dat in geval van eerste waardering van niet-financiële activa als voorraden ofvaste activa de samenhangende hedgeresultaten in de eerste waardering wordenverwerkt, en dat deze hedgeresultaten als afschrijvingskosten of kostprijs van deomzet, samen met de afgedekte positie, in de winst- en verliesrekening wordenverantwoord.Deze manier van verwerken wordt ook wel ‘basis-adjustment’ genoemd.Verwacht de rechtspersoon echter dat een (deel van een) verlies dat rechtstreeks in het eigenvermogen is verwerkt, in een of meer toekomstige perioden niet met een tegengestelde winstuit de afgedekte positie kan worden gecompenseerd, dan dient de rechtspersoon het naarverwachting niet te compenseren deel van het in het vermogen opgenomen resultaat naar dewinst- en verliesrekening over te brengen.632 In elk van de volgende omstandigheden dient de rechtspersoon kasstroomhedgeaccountingvoor de toekomst te staken:a. Het hedge-instrument loopt af of wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend.Hierbij wordt vervanging of telkens vernieuwen (‘rollover’) van een hedge-instrument ineen ander hedge-instrument niet beschouwd als expiratie of beëindiging indien dezevervanging of vernieuwing deel uitmaakt van de gedocumenteerde hedgestrategie van derechtspersoon. In dit geval dient het cumulatieve resultaat op het hedge-instrument datrechtstreeks in het eigen vermogen was verwerkt toen er sprake was van eeneffectieve hedge (zie alinea 625), afzonderlijk in het eigen vermogen opgenomen teblijven tot de verwachte toekomstige transactie plaatsvindt. Wanneer de transactieplaatsvindt, is alinea 630 of 631 van toepassing.b. De hedgerelatie voldoet niet langer aan de criteria voor hedge accounting inovereenstemming met alinea 613 tot en met 616.Indien de afgedekte positie een in de toekomst verwachte transactie betreft dientverwerking van hedgeresultaten afhankelijk van de afgedekte positie plaats te vinden.Daarbij kan de in de toekomst verwachte transactie in twee categorieën van zekerheidvan plaatsvinden worden ingedeeld:


33Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)1. de transactie vindt naar verwachting nog plaats. Hedge accounting wordtvanaf dat moment stopgezet. Het hiermee samenhangende cumulatieveresultaat op het hedge-instrument dat in de periode waarin de hedge effectiefwas in het eigen vermogen is opgenomen blijft in het eigen vermogen.Wanneer de transactie plaatsvindt, is alinea 630 of 631 van toepassing; of2. de transactie vindt naar verwachting niet meer plaats. Het hiermeesamenhangende cumulatieve resultaat op het hedge-instrument dat in deperiode waarin de hedge effectief was in het eigen vermogen is opgenomen,dient naar de winst- en verliesrekening te worden overgebracht.Verwerking van kostprijshedge-accounting (slechts toe te passen indien het hedgeinstrumenttegen kostprijs wordt gewaardeerd, of het hedge-instrument eenmonetaire post in vreemde valuta is)633 Het hedge-instrument en de afgedekte positie dienen in geval van een kostprijshedgeals volgt te worden verwerkt:a. de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans enresultaatbepaling van het hedge-instrument is afhankelijk van de afgedekte post. Ditbetekent dat:1. Indien de afgedekte post tegen kostprijs in de balans wordt verwerkt, ook hetderivaat tegen kostprijs wordt gewaardeerd.2. Zolang de afgedekte post in de kostprijshedge nog niet in de balans verwerktwordt, het hedge-instrument niet wordt geherwaardeerd. Dit geldtbijvoorbeeld in geval van de hedge van het valutarisico van een toekomstigetransactie.3. Indien de afgedekte post een monetaire post in vreemde valuta betreft, hetderivaat, voor zover het valuta-elementen in zich heeft, ook wordtgewaardeerd tegen de contante koers op balansdatum. Indien het derivaatvaluta-elementen in zich heeft, dient het verschil tussen de contante koers diegeldt op het moment van afsluiten van het derivaat en de termijnkoerswaartegen het derivaat zal worden afgewikkeld te worden verdeeld over delooptijd van het derivaat, omdat dit verschil hoofdzakelijk een gevolg is vanrenteverschillen.Dit is bijvoorbeeld het geval bij afdekking van balansposten in vreemde valuta, zoalsdebiteuren en leningen, door middel van valutatermijncontracten.b. het is niet mogelijk de waarderingsgrondslagen met betrekking tot de afgedektepositie aan te passen. De verwerking van de afgedekte positie dient de van toepassingzijnde regels voor verwerking van die positie te volgen.In het geval dat de rechtspersoon op basis van gemaakte keuze het hedge-instrument op kostprijswaardeert terwijl de afgedekte post in de hedgerelatie tegen reële waarde wordt gewaardeerd,


34Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)verwerkt de rechtspersoon ook de waardemutaties van het hedge-instrument in overeenstemmingmet het reëlewaardehedgemodel of het kasstroomhedgemodel. De cumulatieve waardemutatie vanhet hedging-instrument die heeft plaatsgevonden in de periode voordat kostprijshedge-accountingwordt toegepast, wordt niet alsnog verwerkt in de balans. Dit betekent dat slechts dewaardemutaties van het hedging-instrument in de balans worden verwerkt die plaatsvindengedurende de periode dat deze wijze van hedge-accounting wordt toegepast.634 Teneinde het ineffectieve deel van de hedgerelatie in de juiste periode in de winst- enverliesrekening te verwerken, dient de rechtspersoon op elke balansdatum voor eenkostprijshedge de omvang van de risicopositie in de afgedekte positie in de hedgerelatie tevergelijken met de omvang van de risicomitigerende werking van het hedge-instrument.Indien de rechtspersoon bijvoorbeeld een toekomstige verkoop in USD afdekt met eenvalutatermijncontract, dan vergelijkt de rechtspersoon het bedrag in USD van de afgedekte positiemet het bedrag in USD van het afdekkingsinstrument.Enkel in geval dat het hedge-instrument een grotere omvang heeft dan de afgedekte positie,dient de rechtspersoon voor het percentage van de grotere omvang van het hedge-instrumentde uitzonderingsregels van kostprijshedge-accounting van alinea 633 niet toe te passen. Inplaats daarvan dienen voor het aldus bepaalde percentage de bepalingen van alinea 513 en541 voor het hedge-instrument te worden toegepast.In het geval van de USD-hedge, zou het kunnen zijn dat de rechtspersoon een toekomstige verkoopvan USD 10.000 voorziet. Indien de rechtspersoon een valutatermijncontract van USD 8.000 daartegenover heeft afgesloten, is de werking van de afgedekte positie groter dan die van het hedgeinstrument.Er treedt geen ineffectiviteit op. Slechts indien het hedge-instrument groter is dan deUSD 10.000 is er sprake van ineffectiviteit. Als het valutatermijncontract een omvang van USD12.500 heeft, wordt 20% van het derivaat volgens de waarderingsregels voor het betreffendederivaat zonder een aanpassing vanwege hedge accounting verwerkt (voor dit deel wordt eenbijzondere waardevermindering op basis van het beginsel van kostprijs of lagere marktwaardegeboekt).635 (vervallen)636 In geval dat het hedge-instrument een kleinere omvang heeft dan de afgedekte positie,wordt de hedgerelatie als volledig effectief beschouwd. In dit geval heeft de rechtspersoon er voorgekozen een gedeelte van het risico dat uit operationele of financieringsactiviteiten is ontstaan niette hedgen.637 Leidt een afgedekte positie van een verwachte toekomstige transactie tot deverwerking van een financieel actief of een financiële verplichting, dan dienen de daarmeeverbonden winsten of verliezen die in overeenstemming met alinea 633 nog niet in de winstenverliesrekening zijn verwerkt, in de winst- en verliesrekening in dezelfde periode ofperioden te worden verwerkt als waarin het verkregen actief of de aangegane verplichtingvan invloed is op de winst of het verlies (zoals in de perioden waarin rentebaten en -lasten


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)worden verwerkt).Verwacht de rechtspersoon echter dat een (deel van een) verlies dat nog niet in de winst- enverliesrekening is verwerkt, in een of meer toekomstige perioden niet met een tegengesteldewinst uit de afgedekte positie kan worden gecompenseerd, dan dient de rechtspersoon hetnaar verwachting niet te compenseren deel van de buiten de winst- en verliesrekeninggehouden resultaten direct in de winst- en verliesrekening te verwerken.Indien in het voorbeeld van de USD-afdekking van alinea 634 een derivaat met een onderliggendewaarde van USD 12.000 is afgesloten voor een toekomstige transactie van USD 10.000, kan bij dewaardering het derivaat voor 16,6% (dit is te berekenen als (12.000-10.000)/12.000) niet aan hedgeaccounting worden gedaan. De specifieke regels van alinea 633 worden toegepast op 83,4% vanhet derivaat, voor 16,6% wordt het derivaat op de balans opgenomen tegen de slotkoers hetgeenleidt tot een herwaardering van 16,6% van het derivaat (dus een herwaardering van USD 2000tegen de slotkoers).638 Indien de afgedekte positie van een verwachte toekomstige transactie tot de opnamevan een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting leidt (zoals activering vanvoorraden of materiele vaste activa die waren afgedekt), of indien een verwachte toekomstigetransactie betreffende een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting eenbindende overeenkomst wordt (zoals in geval van het tot stand komen van overeenkomstvoor de toekomstige levering van materiele vaste activa) waarvoor kostprijshedge-accountingwordt toegepast, dient de rechtspersoon de onder a. of b. beschreven verwerking consistenttoe te passen:a. De rechtspersoon verwerkt de hiermee samenhangende winsten en verliezen die inovereenstemming met alinea 633 nog niet in de winst- en verliesrekening zijnopgenomen, in de winst- en verliesrekening in dezelfde periode of perioden als waarinhet verworven actief of de aangegane verplichting de winst- en verliesrekeningbeïnvloedt (zoals de perioden waarin de afschrijvingskosten of de kostprijs van deomzet wordt opgenomen). Tot het moment van verantwoording in de winst- enverliesrekening, worden eventueel gerealiseerde winsten of verliezen van hedgeinstrumentenals overlopende posten op de balans opgenomen.b. De rechtspersoon verwerkt de hiermee samenhangende winsten en verliezen die inovereenstemming met alinea 633 nog niet in de winst- en verliesrekening zijnopgenomen, in de eerste kostprijs of andere boekwaarde van het actief of deverplichting die ontstaat als de afgedekte toekomstige transactie plaatsvindt. Dit leidter toe dat in geval van bijvoorbeeld de eerste waardering van voorraden of materielevaste activa de hedge resultaten in de eerste waardering worden verwerkt, en dat dezehedge resultaten door middel van de kostprijs van de omzet of de afschrijvingskosten,samen met de afgedekte positie, in de winst- en verliesrekening worden verantwoord.Deze manier van verwerken wordt ook wel ‘basis-adjustment’ genoemd.35


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)639 De rechtspersoon dient kostprijshedge-accounting in de volgende omstandigheden testaken:a. Het hedge-instrument loopt af of wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend.Hierbij wordt vervanging of telkens vernieuwen (‘rollover’) van een hedgeinstrumentin een ander hedge-instrument niet beschouwd als expiratie of beëindigingindien deze vervanging of vernieuwing deel uitmaakt van de gedocumenteerde hedgestrategievan de rechtspersoon.In dit geval dient het cumulatieve gerealiseerde resultaat op het hedge-instrument datnog niet in de winst- en verliesrekening was verwerkt toen er sprake was van eeneffectieve hedge (zie alinea 634) afzonderlijk in de overlopende posten in de balans teworden verwerkt tot de afgedekte transactie plaatsvindt. Wanneer de transactieplaatsvindt, is alinea 637 of 638 van toepassing.b. De hedge-relatie voldoet niet langer aan de criteria voor hedge accounting inovereenstemming met alinea 613 tot en met 616. Indien de afgedekte positie een in detoekomst verwachte transactie betreft, dient verwerking van hedgeresultatenafhankelijk van de afgedekte positie plaats te vinden. Daarbij kan de in de toekomstverwachte transactie in twee categorieën van zekerheid van plaatsvinden wordeningedeeld:1. de transactie vindt naar verwachting nog plaats. Hedge accounting wordtvanaf dat moment stopgezet. Het hiermee samenhangende cumulatieveresultaat op het hedge-instrument dat in de periode waarin de hedge effectiefwas buiten de winst- en verliesrekening of off-balance was gehouden, blijftafhankelijk van de situatie off balance of op de balans (zoals bij balanspositiesin vreemde valuta). Wanneer de transactie plaatsvindt, is alinea 637 of 638 vantoepassing; of2. de transactie vindt naar verwachting niet meer plaats. Het hiermeesamenhangende cumulatieve resultaat op het hedge-instrument dat in deperiode waarin de hedge effectief was buiten de winst- en verliesrekening ofoff-balance was gehouden, dient naar de winst- en verliesrekening te wordenovergebracht.Verwerking in geval van een hedge van een netto-investering in een buitenlandseeenheid640 Hedge van een netto-investering in een buitenlandse eenheid dient te wordenverwerkt in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk 122 Prijsgrondslagen voorvreemde valuta alinea 217. Ook voor een hedge van een netto-investering in een buitenlandseeenheid dient aan de voorwaarden voor hedge accounting in overeenstemming met alinea613 tot en met 616 te worden voldaan.36


37Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)290.7 Opnemen en niet langer verwerken in de balansEerste verwerking701 De rechtspersoon dient een financieel actief of een financiële verplichting in de balansop te nemen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van datinstrument ontstaan. In alinea 104 tot en met 112 van hoofdstuk 115 Criteria voor opname envermelding van gegevens, zijn de bepalingen voor het verwerken van activa en verplichtingenverder uiteengezet. Deze bepalingen zijn ook van toepassing op financiële instrumenten.Niet langer opnemen van een financieel instrument702 Een financieel instrument dient niet langer in de balans te worden opgenomen indieneen transactie er toe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alleof nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.In alinea 104 tot en met 112 van hoofdstuk 115 Criteria voor opname en vermelding van gegevenszijn de bepalingen voor het niet langer verwerken van activa en verplichtingen nader uiteengezet.Deze regels zijn ook van toepassing op financiële instrumenten.Aankoop of verkoop volgens standaard marktconventies703 Een aankoop of verkoop volgens standaard marktconventies dient per categoriefinanciële activa en financiële verplichtingen stelselmatig in de balans te worden opgenomenof niet langer opgenomen hetzij op de transactiedatum (datum van aangaan van bindendeovereenkomst) hetzij op de leveringsdatum (datum van overdracht).704 Voor sommige transacties zijn het moment van transactie en het moment van leveringgelijk en voor veel rechtspersonen is dit onderscheid voor de verwerking niet relevant. Bij grotetransacties rond het einde van de verslagperiode, waar het transactiemoment en het moment vanlevering in twee verschillende verslagperiodes vallen, kan dit onderscheid significant zijn.705 Voorbeelden van een verschil tussen transactiedatum en leveringsdatum zijn:– bankbetalingen waarbij een verschil optreedt tussen de datum van de opdracht totoverboeken (de boekdatum) en de valuteringsdatum. Dit kan volgens standaardmarktconventieseen verschil van één tot enkele dagen zijn, afhankelijk van het typeoverboeking en specifieke afspraken met banken;– levering van aandelen gekocht via een effectenbeurs. Levering vindt vaak enkele dagen nade dag van de transactie plaats.706 Indien bepaalde financiële activa of financiële verplichtingen worden gewaardeerd op reële


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)waarde, en deze categorie van financiële instrumenten in de balans wordt opgenomen opleveringsdatum, worden de veranderingen van de reële waarde tussen transactiedatum enleveringsdatum al wel verantwoord. Er wordt dan een actief- of passiefpost opgenomen ter groottevan de verandering van de reële waarde in de periode van transactiemoment tot balansdatum.Hierdoor ontstaat er geen resultaatverschil bij toepassing van de verschillende methoden.290.8 PresentatieVreemd vermogen en eigen vermogen801 De rechtspersoon die een financieel instrument uitgeeft, dient in de geconsolideerdejaarrekening het financiële instrument, of de afzonderlijke componenten van het financiëleinstrument, als een financiële verplichting of als eigen vermogen te classificeren. Dezeclassificatie dient in overeenstemming te zijn met de economische realiteit van decontractuele bepalingen en de bepalingen in alinea 802 tot en met 813 van deze paragraaf.Voor de presentatie van een instrument als financiële verplichting of als eigen vermogen in deenkelvoudige jaarrekening is hoofdstuk 240 Eigen vermogen, paragraaf 2, van toepassing.802 Met uitzondering van een geschreven putoptie volgens alinea 808, dient een financieelinstrument (of een afzonderlijke component van een financieel actief of een financiëleverplichting) in de volgende gevallen als eigen vermogen te worden gepresenteerd:a. het instrument omvat geen verplichting1. om liquide middelen of een ander financieel actief aan een andere partij televeren; of2. financiële instrumenten met een andere partij te ruilen onder potentieelnadelige voorwaarden;b. indien het instrument in de eigen-vermogensinstrumenten van de uitgevenderechtspersoon zal of kan worden afgewikkeld, dient er geen sprake te zijn van eencontractuele levering van een variabel aantal eigen-vermogensinstrumenten. Slechtsin het geval van een vast aantal eigen-vermogensinstrumenten is er sprake van eigenvermogen; enc. indien het een derivaat op eigen-vermogensinstrumenten van de uitgevenderechtspersoon betreft, kan dit derivaat slechts worden afgewikkeld door een vastaantal eigen-vermogensinstrumenten tegen een vast bedrag te ruilen.803 Een financiële verplichting wordt onderscheiden van een eigen-vermogensinstrument dooreen contractuele verplichting die kan leiden tot het betalen van liquide middelen of het leveren vanandere activa of tot gevolgen die nadelig zijn voor de rechtspersoon die het financiële instrumentuitgeeft. Als een dergelijke verplichting bestaat, is het instrument een financiële verplichting enniet een eigen-vermogensinstrument.38


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Relevante contractuelevoorwaardenPresentatiewaarde van het inkoopbedragdat ten laste van het eigenvermogen wordt gevormd (ziealinea 807)806 Een contract dat voor de rechtspersoon een verplichting inhoudt tot inkoop van eigenvermogensinstrumentenvan de rechtspersoon in ruil voor liquide middelen of een ander financieelactief omvat een financiële verplichting. Voorbeelden zijn (1) de contante waarde van determijnprijs van een termijntransactie tot inkoop van eigen-vermogensinstrumenten, (2) decontante waarde van de uitoefenprijs van een putoptie geschreven door de rechtspersoon die deeigen-vermogensinstrumenten heeft uitgegeven.Dit is zelfs het geval indien het contract zelf een eigen-vermogensinstrument is, zoals eengeschreven optie, die bij uitoefening leidt tot het inkopen van een vast aantal aandelen tegen eenvast bedrag, of een termijncontract tot het inkopen van een vast aantal aandelen tegen een vasteprijs. In geval van het termijncontract bijvoorbeeld bestaat naast een derivaat dat als eigenvermogen wordt gepresenteerd, ook de verplichting van de rechtspersoon om op grond van eentermijncontract haar eigen-vermogensinstrumenten te kopen in ruil voor liquide middelen. Dielaatste verplichting tot het betalen van liquide middelen wordt als financiële verplichtingopgenomen. Bij de eerste opname in de balans wordt op basis van paragraaf 5 een financiëleverplichting gelijk aan de contante waarde (de reële waarde) van het inkoopbedrag opgenomen.Deze reële waarde wordt ten laste van het eigen vermogen gebracht.Daarna wordt de financiële verplichting gewaardeerd in overeenstemming met paragraaf 5. Indienhet contract zonder levering afloopt, wordt de boekwaarde van de financiële verplichting op hetmoment van afloop opnieuw ten gunste van het eigen vermogen gebracht.807 De contractuele verplichting van de rechtspersoon tot de inkoop van zijneigenvermogensinstrumenten geeft aanleiding tot een financiële verplichting ten bedrage van decontante waarde van het inkoopbedrag, zelfs indien de verplichting tot inkoop afhankelijk is vaneen tegenpartij die haar recht uitoefent om de eigen-vermogensinstrumenten te laten inkopen(bijvoorbeeld een geschreven putoptie die de tegenpartij het recht geeft om aan de rechtspersoon deeigen-vermogensinstrumenten van de rechtspersoon te verkopen tegen een vast bedrag).808 Een uitzondering op de behandeling als financiële verplichting betreft ‘puttable’ eigenvermogensinstrumenten. Deze instrumenten bevatten een contractuele verplichting voor deonderneming om het financiële instrument terug te kopen. De puttable instrumenten worden in depraktijk vaak uitgegeven door coöperaties en open eind beleggingsfondsen. Dergelijkeinstrumenten zijn volgens de definitie in paragraaf 4 en de voorwaarden van alinea 802 eenfinanciële verplichting. Deze ‘puttable’ instrumenten mogen echter als eigen vermogen wordengepresenteerd indien ze alle volgende kenmerken bevatten:41


42Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)a. het geeft de houder bij liquidatie recht op een pro-rata deel van de netto activa in deonderneming;b. het instrument is achtergesteld ten opzichte van alle andere instrumenten;c. al deze ‘meest achtergestelde’ instrumenten hebben identieke eigenschappen, ze zijnbijvoorbeeld allemaal ‘puttable’; end. de onderneming heeft geen andere financiële instrumenten of contracten waarbij:1. de verwachte kasstromen uit deze instrumenten of contracten grotendeels gebaseerdzijn op het resultaat of de veranderingen in netto activa van de onderneming; en2. dit andere instrument of contract de resterende waarde van de puttable instrumentengrotendeels kan beperken of vastzetten.De toepassing van deze presentatiewijze dient te worden vermeld in de toelichting.809 De rechtspersoon kan op grond van een financieel instrument verplicht zijn liquidemiddelen of een ander financieel actief te leveren, dan wel het instrument op andere wijze af tewikkelen zodanig dat sprake is van een financiële verplichting, bij het al dan niet optreden vanonzekere toekomstige gebeurtenissen (of naar aanleiding van de uitkomst van onzekereomstandigheden) waarover noch de rechtspersoon die het financiële instrument uitgeeft, noch dehouder van het instrument controle heeft. Voorbeelden zijn een verandering van eenaandelenmarktindex, een consumentenprijsindex, een rentevoet of belastingvereisten, of detoekomstige opbrengsten, nettowinst of solvabiliteit van de rechtspersoon die het financiëleinstrument uitgeeft.De rechtspersoon die een dergelijk financieel instrument uitgeeft heeft in dat geval niet deonvoorwaardelijke mogelijkheid om de levering van liquide middelen of een ander financieelactief te voorkomen en het instrument is derhalve een financiële verplichting. Een uitzonderinghierop is een financieel instrument waarvan de rechtspersoon alleen bij liquidatie van derechtspersoon zelf tot afwikkeling van de verplichtingen in liquide middelen of een anderfinancieel actief kan worden verplicht (of anderszins tot afwikkeling op zodanige wijze dat ersprake is van een financiële verplichting).810 In geval van een voorwaarde voor uitkering op dividend die afhankelijk is van hetbeschikbaar zijn van voldoende winst in enig jaar, bestaat een voorwaardelijke verplichting voor derechtspersoon. Deze verplichting wordt pas onvoorwaardelijk zodra voldoende winst beschikbaaris. Echter, uitkeringen op basis van winst zijn feitelijk wezenskenmerken van eigen vermogen. Derechtspersoon heeft de keuze om instrumenten met een dergelijke voorwaarde voor uitkering voorpresentatie te classificeren als eigen vermogen of vreemd vermogen. De onderneming zet degemaakte keuze in de toelichting uiteen.811 Wanneer een derivaat één partij het recht geeft te bepalen hoe het wordt afgewikkeld, issprake van een financieel actief of een financiële verplichting, tenzij alleafwikkelingsmogelijkheden erop neer zouden komen dat er sprake is van een eigenvermogensinstrument.


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)812 Een voorbeeld van een derivaat met een afwikkelingskeuze dat een financiële verplichtingis, is een geschreven aandelenoptie waarbij de rechtspersoon die een financieel instrument uitgeefthet recht heeft om naar keuze het instrument op nettobasis in liquide middelen af te wikkelen ofdoor eigen aandelen te ruilen voor liquide middelen.Samengestelde financiële instrumenten813 De rechtspersoon kan primaire instrumenten hebben uitgegeven waarvan de voorwaardenzodanig zijn dat dit instrument zowel een vreemd-vermogens- als een eigen-vermogenscomponentbevat. Aanbevolen wordt (1) instrumenten op het bestaan van deze componenten te beoordelen, en(2) de componenten in overeenstemming met paragraaf 5 afzonderlijk als financiëleverplichtingen, financiële activa of eigen-vermogensinstrumenten te classificeren danwel dezeonderscheiding in de toelichting te vermelden. Indien de vreemd-vermogens- en de eigenvermogenscomponentvan een samengesteld instrument niet afzonderlijk worden geclassificeerd,wordt het samengestelde instrument conform de overheersende kenmerken geheel als eigenvermogen of geheel als financiële verplichting geclassificeerd. Er dient in de toelichting teworden aangegeven op welke wijze deze instrumenten zijn verwerkt.814 In bijlage B is een voorbeeld van splitsing van een samengesteld instrument opgenomen.815 De rechtspersoon kan in de balans de componenten van een financieel instrumentafzonderlijk opnemen waarmee (a) een financiële verplichting van de rechtspersoon wordtgecreëerd en (b) de houder van het instrument een optie wordt verleend om het te converteren naareen eigen-vermogensinstrument van de rechtspersoon.Een voorbeeld van een samengesteld instrument is een obligatie die door de houder kan wordengeconverteerd naar een vast aantal gewone aandelen van de rechtspersoon. Vanuit het oogpunt vande rechtspersoon bestaat een dergelijk instrument uit twee componenten: een financiëleverplichting (een contractuele afspraak om liquide middelen of andere financiële activa te leveren)en een eigen-vermogensinstrument (een calloptie die de houder gedurende een bepaalde periodehet recht geeft tot conversie naar gewone aandelen van de rechtspersoon). Het economische effectvan de uitgifte van een dergelijk instrument is in wezen hetzelfde als het gelijktijdig uitgeven vaneen schuldinstrument met een voorziening voor vervroegde afwikkeling en warrants waarmeegewone aandelen kunnen worden gekocht, of het uitgeven van een schuldinstrument metafzonderlijk overdraagbare warrants waarmee aandelen kunnen worden gekocht.Dienovereenkomstig wordt het aanbevolen dat de rechtspersoon de vreemd-vermogens- en eigenvermogenscomponentenafzonderlijk in haar balans presenteert, danwel in de toelichting vermeldt.De afzonderlijke presentatie is in overeenstemming met de bepalingen dat het wezen van eeninstrument prevaleert boven de juridische vorm (zie alinea 116 van hoofdstuk 110 Doelstellingenen uitgangspunten en alinea 106 tot en met 112 van hoofdstuk 115 Criteria voor opname envermelding van gegevens).43


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)816 Indien de componenten van een samengesteld instrument afzonderlijk in de balansworden gepresenteerd, dient de classificatie van de vreemd-vermogens- en eigenvermogenscomponentenvan een converteerbaar instrument niet te worden herzien als er eenverandering optreedt in de waarschijnlijkheid dat een conversieoptie zal worden uitgeoefend,zelfs niet als de uitoefening van de optie voor bepaalde houders economisch voordelig lijkt tezijn geworden. Het is mogelijk dat de houders van de instrumenten niet altijd in overeenstemmingmet de verwachtingen handelen, bijvoorbeeld omdat de fiscale gevolgen van een conversie tussende houders kunnen verschillen. Voorts zal de waarschijnlijkheid van een conversie van tijd tot tijdveranderen. De contractuele verplichting van de rechtspersoon om in de toekomst betalingen teverrichten blijft bestaan tot zij wordt opgeheven door conversie, de vervaldatum van het instrumentof een andere transactie.817 Paragraaf 5 behandelt de waardering en resultaatbepaling van financiële activa enfinanciële verplichtingen. Eigen-vermogensinstrumenten zijn instrumenten die het overblijvenderecht omvatten op een belang in de activa van de rechtspersoon, na aftrek van alle verplichtingen.Derhalve wordt de eerste boekwaarde van een samengesteld financieel instrument toegerekend aande eigen-vermogens- en de vreemd-vermogenscomponent door het verschil tussen de reële waardevan het instrument in zijn geheel en het bedrag dat afzonderlijk voor de vreemdvermogenscomponentwordt bepaald, aan de eigenvermogenscomponent toe te wijzen. De waardevan een eventueel derivaat (zoals een calloptie) die onderdeel uitmaakt van het samengesteldeinstrument en die niet kwalificeert als eigen-vermogenscomponent (zoals een conversieoptie inaandelen) wordt opgenomen in de vreemd-vermogenscomponent. De som van de boekwaarden diebij de eerste opname in de balans worden toegerekend aan de vreemd-vermogenscomponent en deeigen-vermogenscomponent is altijd gelijk aan de reële waarde die zou worden toegerekend aanhet instrument als geheel. Er ontstaat geen winst of verlies als gevolg van het afzonderlijk opnemenen presenteren van de componenten van het instrument.818 Volgens de in alinea 817 beschreven aanpak bepaalt de rechtspersoon die een naar gewoneaandelen converteerbare obligatie uitgeeft de boekwaarde van de vreemd-vermogenscomponent opbasis van de reële waarde van een vergelijkbare verplichting (met inbegrip van eventuele in deverplichting besloten derivaten die geen onderdeel zijn van de eigen-vermogenscomponent, ziealinea 817). De boekwaarde van het eigen-vermogensinstrument dat wordt weergegeven door deoptie tot conversie van het instrument naar gewone aandelen wordt vervolgens bepaald door dereële waarde van de financiële verplichting op de reële waarde van het samengestelde instrumentals geheel in mindering te brengen.819 Transactiekosten die betrekking hebben op de uitgifte van een samengesteldfinancieel instrument, dienen aan de vreemd-vermogens- en de eigen-vermogenscomponentte worden toegerekend naar rato van de waarde van elk van de componenten bij initiëleverwerking van het instrument in de balans.44


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Ingekochte eigen aandelen820 Ten aanzien van de inkoop van eigen eigen-vermogensinstrumenten door de rechtspersoonen de vereiste toelichting daaromtrent wordt verwezen naar hoofdstuk 240 Eigen Vermogen. Derechtspersoon verschaft informatie in overeenstemming met hoofdstuk 330 Verbonden partijenindien de rechtspersoon zijn eigen-vermogensinstrumenten inkoopt bij verbonden partijen.Rente, dividenden, verliezen en winsten821 Rente, dividenden, verliezen en winsten die verband houden met een financieelinstrument of een component daarvan die als financiële verplichting wordt gepresenteerd,dienen als bate of last in de winst- en verliesrekening te worden opgenomen. Uitkeringen aanhouders van een eigen-vermogensinstrument dienen door de rechtspersoon rechtstreeks tenlaste van het eigen vermogen te worden verwerkt, na aftrek van een eventueel hiermeeverband houdend voordeel uit hoofde van belasting naar de winst.Transactiekosten uit hoofde van een uitgifte van eigen-vermogensinstrumenten, niet zijnde de aande uitgifte van een eigen-vermogensinstrument verbonden kosten die direct betrekking hebben opeen fusie of overname (die wordt verwerkt conform hoofdstuk 216 Fusies en overnames), wordenbehandeld in overeenstemming met hoofdstuk 240 Eigen vermogen, alinea 219 (na aftrek vaneventueel hiermee verband houdende latente belastingen).822 De classificatie van een financieel instrument als een financiële verplichting of een eigenvermogensinstrumentbepaalt of rente, dividenden, verliezen en winsten met betrekking tot datinstrument als bate of last in de winst- en verliesrekening worden opgenomen. Derhalve wordendividendbetalingen op aandelen die volledig als financiële verplichting worden opgenomen, als lastverwerkt, op dezelfde wijze als rente op een opgenomen obligatielening. Op vergelijkbare wijzeworden baten en lasten in verband met de aflossing of herfinanciering van financiëleverplichtingen in de winst- en verliesrekening opgenomen, terwijl de baten en lasten in verbandmet de inkoop of herfinanciering van eigen-vermogensinstrumenten in het eigen vermogen wordenverwerkt. Wijzigingen in de reële waarde van een eigen-vermogensinstrument worden nietverwerkt.823 Dividenden die als last zijn geclassificeerd mogen in de winst- en verliesrekening wordengepresenteerd als rente op andere verplichtingen of als een afzonderlijke post. Voor naderebepalingen wordt verwezen naar hoofdstuk 273 Rentelasten.824 Winsten en verliezen naar aanleiding van wijzigingen in de boekwaarde van een financiëleverplichting worden als bate of last in de winst- en verliesrekening opgenomen. Dat geldt ookwanneer de wijzigingen in de boekwaarde betrekking hebben op een ‘puttable’ instrument dat alsfinanciële verplichting wordt gepresenteerd (zie alinea 808). De rechtspersoon presenteert elkewinst en elk verlies dat uit de herwaardering van een dergelijk instrument voortvloeit afzonderlijk45


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)in de winst- en de winstverliesrekening, indien dat van belang is voor het vereiste inzicht in hetresultaat van de rechtspersoon.Embedded derivaten825 Een in een contract besloten derivaat (‘embedded derivative’) is een component van eensamengesteld instrument dat:a. voldoet aan de definitie van een derivaat; enb. als contractuele voorwaarde of groep van contractuele voorwaarden is besloten in eenbasiscontract.Het gevolg van het bestaan van het derivaat in een basiscontract is dat sommige kasstromen diedeel uitmaken van het samengestelde instrument op dezelfde wijze veranderen als die van eenlosstaand derivaat.826 In overeenstemming met paragraaf 4 en 5 dient de rechtspersoon per (sub)categoriederivaten een keuze te maken omtrent de waardering en resultaatbepaling. Alinea 827 tot enmet 836 dienen te worden toegepast op embedded derivaten die volgens de keuzes van derechtspersoon met betrekking tot de waarderingsgrondslagen worden gewaardeerd tegenreële waarde. In bijlage D en E zijn voorbeelden omtrent embedded derivaten verder uitgewerkt.827 Een in een contract besloten derivaat (‘embedded derivative’) dient van hetbasiscontract te worden gescheiden en in overeenstemming met de bepalingen in paragraaf 5als een derivaat te worden verwerkt indien en alleen indien aan alle onderstaandevoorwaarden wordt voldaan:a. er bestaat geen nauw verband tussen de economische kenmerken en risico’s van hetin het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico’s van hetbasiscontract;b. een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in het contract beslotenderivaat zou voldoen aan de definitie van een derivaat; enc. het samengestelde instrument wordt niet tegen reële waarde gewaardeerd metverwerking van de reële waardeveranderingen in het resultaat.828 Voor middelgrote rechtspersonen is het in alle gevallen toegestaan om het samengesteldeinstrument als een geheel te verwerken volgens de regels voor verwerking van het basiscontract.829 Indien een in een contract besloten derivaat wordt afgescheiden van het basiscontract,dient het basiscontract als volgt te worden verwerkt:– indien het basiscontract een financieel instrument is, wordt dit instrument inovereenstemming met de bepalingen van dit hoofdstuk verwerkt;– indien het basiscontract geen financieel instrument is, wordt het contract inovereenstemming met het daarop van toepassing zijnde hoofdstuk verwerkt.46


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)830 Indien het basiscontract een financieel instrument betreft, en het basisinstrument wordtgewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeverschillen in de winst- enverliesrekening, is het ook mogelijk het samengestelde instrument in zijn geheel tegen reële waardete waarderen.831 Indien de rechtspersoon ingevolge dit hoofdstuk een in een contract besloten derivaat dientte scheiden van het basiscontract, maar bij eerste waardering, dan wel op een later moment, dewaarde van het in een contract besloten derivaat niet individueel kan bepalen, is scheiden nietnodig en kan de rechtspersoon het gehele samengestelde contract waarderen tegen dewaarderingsgrondslag van het basisinstrument.832 Indien de rechtspersoon niet in staat is de reële waarde van een in een contract beslotenderivaat betrouwbaar te bepalen op basis van de contractuele bepalingen, maar de waarde van hetbasiscontract wel is te bepalen, is de reële waarde van het in het contract besloten derivaat gelijkaan het verschil tussen de reële waarde van het samengestelde instrument en de reële waarde vanhet basiscontract. Hiervan is bijvoorbeeld sprake indien het in het contract besloten derivaat isgebaseerd op een niet genoteerd eigen-vermogensinstrument.833 Een voorbeeld van een in een contract besloten derivaat dat van het basiscontract moetworden afgescheiden is een valutaprijsclausule, begrepen in een contract voor de verkoop vangoederen door een Nederlandse producent aan een Belgische afnemer. Beide ondernemingenhebben de euro als functionele valuta. Indien de prijs is overeengekomen in de Amerikaanse dollar,en de Amerikaanse dollar niet gebruikelijk is voor contracten met betrekking tot dat goed, is sprakevan een in het contract besloten derivaat. Er bestaat in dit voorbeeld geen nauw verband tussen deAmerikaanse dollar en de verkooptransactie zelf, de economische omgeving waarin de transactietot stand komt of de partijen in de verkooptransactie. Het derivaat voldoet aan de definitie van eenderivaat (het is namelijk een valutatermijncontract voor de koop van Amerikaanse dollars) en hetverkoopcontract (het basiscontract) wordt niet tegen reële waarde gewaardeerd metwaardeveranderingen in de winst- en verliesrekening.Op het moment van het aangaan van het basiscontract definieert de onderneming de termijnkoersvan het valutatermijncontract zodanig dat de waarde bij eerste verwerking nihil is.Het valutatermijncontract wordt vervolgens verwerkt volgens de algemene bepalingen voorwaardering en resultaatbepaling in paragraaf 5. Het basiscontract wordt gedefinieerd als eencontract voor de verkoop van goederen tegen een vaste prijs in euro's en verwerkt volgens debepalingen die voor dit basiscontract gelden.834 Een voorbeeld van een in een contract besloten derivaat dat niet van het basiscontract wordtgescheiden, is de inflatiecorrectie van de huur van een pand. De inflatiecorrectie voldoet aan dedefinitie van een derivaat en het contract wordt niet als geheel op reële waarde gewaardeerd, maarde inflatiecorrectie wordt als economisch nauw verbonden met het huurcontract beschouwd,zolang de huuraanpassing niet méér dan één keer de inflatie-index bedraagt.47


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)835 In bijlage E zijn meer voorbeelden opgenomen van in contracten besloten derivaten dievolgens alinea 827 gescheiden moeten worden verwerkt, en van in contracten besloten derivatendie als een geheel met het basiscontract worden verwerkt.836 Een derivaat dat aan een financieel instrument is gekoppeld, maar contractueelonafhankelijk van dat instrument overdraagbaar is, of waarbij een andere tegenpartij is betrokkendan bij dat instrument, is geen in een contract besloten derivaat, maar een afzonderlijk financieelinstrument.Een voorbeeld is een obligatielening die samen met een warrant wordt uitgegeven door derechtspersoon. Indien de warrant afzonderlijk overdraagbaar is, is het geen embedded derivaat. Eenander voorbeeld is de combinatie van een roll-overkrediet en een renteswap contract al dan nietafgesloten met dezelfde tegenpartij. De renteswap zorgt ervoor dat in combinatie met de lening,een vastrentende lening is aangetrokken. De instrumenten worden echter afzonderlijk verwerkt,omdat ze afzonderlijk overdraagbaar zijn en/of met verschillende tegenpartijen zijnovereengekomen.Saldering van een financieel actief en een financiële verplichting (zie tevenshoofdstuk 115 Criteria voor opname en vermelding van gegevens, paragraaf 3)837 Een financieel actief en een financiële verplichting dienen te worden gesaldeerd enuitsluitend het nettobedrag dient in de balans te worden opgenomen indien en voor zover:a. de rechtspersoon beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiëleactief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen; enb. de rechtspersoon het stellige voornemen heeft het saldo als zodanig netto of simultaanaf te wikkelen.Bij de verwerking van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uitde balans in aanmerking komt, dient de rechtspersoon het overgedragen actief en dedaarmee samenhangende verplichting niet te salderen (zie hoofdstuk 115 Criteria vooropname en vermelding van gegevens).Ten aanzien van saldering van niet-financiële instrumenten is hoofdstuk 115 van toepassing.838 Dit hoofdstuk vereist dat financiële activa en financiële verplichtingen op nettobasisworden gepresenteerd indien aan de voorwaarden van alinea 837 is voldaan omdat dit een goedeweergave vormt van de verwachte toekomstige kasstromen van de rechtspersoon uit deafwikkeling van twee of meer afzonderlijke financiële instrumenten. Als de rechtspersoon het rechtheeft om één enkel nettobedrag te ontvangen of betalen en dit ook van plan is, heeft hij in feiteslechts één enkel financieel actief of één enkele financiële verplichting. In andere omstandighedenworden financiële activa en financiële verplichtingen afzonderlijk van elkaar gepresenteerd inovereenstemming met hun kenmerken als financiële activa of financiële verplichtingen van de48


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)rechtspersoon.839 De saldering van een opgenomen financieel actief en een opgenomen financiëleverplichting is niet hetzelfde als het niet langer opnemen van een financieel actief en een financiëleverplichting. Saldering leidt niet tot de verwerking van een winst of een verlies, terwijl het nietlanger opnemen van een financieel instrument wel kan leiden tot de verwerking van een winst ofverlies.840 Een recht van saldering is een recht van een schuldenaar, contractueel of anderszins, omeen bedrag dat is verschuldigd aan een schuldeiser geheel of gedeeltelijk af te wikkelen ofanderszins te elimineren door het te verrekenen met een bedrag dat is verschuldigd door deschuldeiser. In zeer bijzondere omstandigheden kan een schuldenaar een recht hebben om een dooreen derde verschuldigd bedrag te verrekenen met het bedrag dat aan een schuldeiser isverschuldigd, op voorwaarde dat er tussen de drie partijen een overeenkomst bestaat waarin hetrecht van de schuldenaar tot saldering duidelijk is vastgelegd.841 Het bestaan van het recht van saldering is op zichzelf onvoldoende basis voor saldering.Indien er geen voornemen is om het recht uit te oefenen of om simultaan af te wikkelen, wordenhet bedrag en het tijdstip van de toekomstige kasstromen van de rechtspersoon niet beïnvloed. Eenvoornemen van één of beide partijen om op nettobasis af te wikkelen terwijl geen contractueelrecht bestaat om dit te doen, rechtvaardigt nog geen saldering, omdat de rechten en verplichtingendie verband houden met het afzonderlijke financieel actief en de afzonderlijke financiëleverplichting ongewijzigd blijven.842 Simultane afwikkeling van twee financiële instrumenten kan bijvoorbeeld plaatsvinden viaeen clearinginstituut in een georganiseerde financiële markt of via een gelijktijdige overdracht doorbetrokken partijen. In deze omstandigheden zijn de kasstromen in wezen gelijk aan éénnettobedrag en is er geen sprake van een krediet- of liquiditeitsrisico. In andere omstandighedenkan de rechtspersoon twee instrumenten afwikkelen door afzonderlijke bedragen te ontvangen enbetalen, waarbij de rechtspersoon wordt blootgesteld aan een kredietrisico voor het volledigebedrag van het actief of aan een liquiditeitsrisico voor het volledige bedrag van de verplichting.Dergelijke risico’s bestaan relatief kort, maar kunnen wel aanzienlijk zijn. Derhalve worden derealisatie van een financieel actief en de afwikkeling van een financiële verplichting uitsluitend alssimultaan beschouwd als de transacties op hetzelfde moment plaatsvinden.843 De rechtspersoon die een aantal transacties in financiële instrumenten met één tegenpartijafsluit, kan een zogenaamde ‘master netting’-overeenkomst met die tegenpartij aangaan. Eendergelijke overeenkomst voorziet in de afwikkeling in één nettobedrag van alle financiëleinstrumenten die onder de overeenkomst vallen ingeval er sprake is van in gebreke blijven metbetrekking tot of beëindiging van een van de afgesloten overeenkomsten. Een ‘master netting’-overeenkomst verschaft geen basis voor saldering, tenzij aan beide in alinea 837 vermelde criteriais voldaan. Als financiële activa en financiële verplichtingen die vallen onder een ‘master netting’-49


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)overeenkomst niet worden gesaldeerd, wordt het effect van de overeenkomst op het kredietrisicodat de rechtspersoon loopt, vemeld.Geen gemengde waardering van individuele balansposten844 Het is niet toegestaan (sub)categorieën financiële instrumenten die tegen (geamortiseerde)kostprijs en tegen reële waarde worden gewaardeerd, samen te voegen in een enkele balanspost.In één balanspost mogen geen items worden opgenomen die volgens verschillende grondslagenworden gewaardeerd.290.9 In de toelichting op te nemen gegevensDeze paragraaf betreft de volgende onderdelen:Omschrijving Alinea Toepassing door middelgroteondernemingenAlgemeen 901 – 905 JaGrondslagen voor waardering 906 – 917 Jaen resultaatbepaling envoorwaarden van financiëleinstrumentenRente- en kasstroomrisico 918 – 927 Aanbevolen; zie wettelijkevereisten in hoofdstuk 400JaarverslagKredietrisico 928 – 936 Aanbevolen; zie wettelijkevereisten in hoofdstuk 400JaarverslagReële waarde 937 – 942 JaFinanciële activa gewaardeerd 943 – 945 Jategen een hogere waarde dande reële waardeOverige in de toelichting op tenemen gegevens946 – 947 Aanbevolen; zie wettelijkevereisten in hoofdstuk 400JaarverslagDe in deze paragraaf opgenomen toelichtende informatie sluit voor een deel aan op specifiekewettelijke bepalingen. Waar dit van toepassing is, is dat aangegeven. Voor de overige informatiegeldt dat deze in het algemeen van belang is teneinde te voldoen aan het wettelijke inzichtsvereiste,zoals opgenomen in artikel 2:362 lid 1 tot en met 4 BW, indien uiteraard de desbetreffendeinformatie voor de rechtspersoon van betekenis is.50


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Algemeen901 Doel van het verstrekken van gegevens zoals beschreven in dit hoofdstuk, is hetverschaffen van informatie:– die het inzicht vergroot in het belang van de in de balans en de niet in de balans opgenomenfinanciële instrumenten voor de financiële positie, het resultaat en de kasstromen van derechtspersoon; en– die relevant is bij het bepalen van de bedragen, de tijdstippen en de mate van zekerheid vande toekomstige kasstromen van deze instrumenten.In aanvulling op het verschaffen van specifieke informatie omtrent bepaalde posities en transactiesin financiële instrumenten in de toelichting, wordt aanbevolen een uiteenzetting te geven omtrentde mate waarin de financiële instrumenten worden gebruikt, de daaraan verbonden risico’s en debedrijfsdoeleinden die daarmee worden gediend. Een uiteenzetting over de door de leidinggenomen maatregelen om de risico’s verbonden aan de financiële instrumenten te beperken,verschaft relevante additionele informatie ongeacht de op een bepaald moment uitstaandeinstrumenten. Dit soort maatregelen betreft onder meer het beleid ten aanzien van het hedgen vanrisico’s, het vermijden van concentraties van risico’s en het verkrijgen van onderpanden omkredietrisico’s te beperken.902 Transacties in financiële instrumenten kunnen erin resulteren dat de rechtspersoon definanciële risico’s verkrijgt van of overdraagt aan een andere partij. De in de toelichting op tenemen gegevens verschaffen informatie, die de gebruikers van jaarrekeningen behulpzaam zijn bijhet schatten van de omvang van risico’s die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomenals de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten.903 Deze paragraaf geeft geen bepalingen voor de vorm waarin informatie wordt verstrekt,noch voor de plaats daarvoor in de jaarrekening. Indien de voorgeschreven informatie over in debalans opgenomen financiële instrumenten is vermeld in de balans zelf, is het niet nodig dezenogmaals op te nemen in de toelichting. Met betrekking tot de niet in de balans opgenomenfinanciële instrumenten is de toelichting echter de primaire informatiebron. De daarin verstrekteinformatie kan bestaan uit een combinatie van beschrijvingen en specifieke kwantitatievegegevens, al naar gelang de aard van de instrumenten en hun relatieve belang voor derechtspersoon.904 Het bepalen van de mate van detail van de toelichtingen over bepaalde financiëleinstrumenten vereist een beoordeling waarbij rekening dient te worden gehouden met hetrelatieve belang van deze instrumenten. Bij de mate van detaillering van toelichtingen dienteen zodanig evenwicht te worden gevonden dat enerzijds wordt voorkomen dat dejaarrekening wordt overladen met detailinformatie en anderzijds er sprake is van een tehoge mate van aggregatie.51


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Als de rechtspersoon bijvoorbeeld partij is in een groot aantal transacties in financiële instrumentenmet min of meer vergelijkbare kenmerken en geen enkel contract individueel belangrijk is, issamengevatte informatie waarbij gerefereerd wordt aan specifieke categorieën van instrumenten,op zijn plaats. Aan de andere kant kan specifieke informatie over een individueel instrumentbelangrijk zijn indien het instrument bijvoorbeeld een essentieel element in de kapitaalstructuurvan de rechtspersoon vormt.905 De leiding van de rechtspersoon groepeert financiële instrumenten in categorieën dieaansluiten op de aard van de informatie die openbaar wordt gemaakt, rekening houdend met zakenzoals de kenmerken van de instrumenten, de risicokarakteristieken van de instrumenten, het al danniet in de balans opnemen van de instrumenten en, als zij in de balans worden opgenomen, dewaarderingsgrondslag die is toegepast. Groepering in categorieën leidt in het algemeen niet tot hetgeven van informatie over individuele instrumenten of individuele soorten instrumenten, als dezegeen belangrijke eigen kenmerken hebben. In het algemeen worden categorieën op zodanige wijzebepaald dat bijvoorbeeld posten met een lange termijn en posten met een korte termijn of postendie tegen kostprijs en posten die tegen reële waarde worden gewaardeerd, kunnen wordenonderscheiden. Wanneer bedragen opgenomen in de toelichting of in aanvullende schema’sverband houden met in de balans opgenomen activa en verplichtingen, wordt voldoende informatieverschaft om het verband te leggen met de posten opgenomen in de balans. Indien derechtspersoon partij is in financiële instrumenten die niet worden behandeld in dit hoofdstuk, zoalspensioen- of verzekeringsverplichtingen, vormen deze instrumenten één of meer categorieën vanfinanciële activa en financiële verplichtingen die gescheiden van de financiële instrumenten, zoalsbehandeld in dit hoofdstuk, in de toelichting worden opgenomen.Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling en voorwaarden van financiëleinstrumenten906 Voor elke categorie van financiële activa, financiële verplichtingen en eigenvermogensinstrumenten,zowel in de balans opgenomen als niet in de balans opgenomen,dient de rechtspersoon het volgende in de toelichting op te nemen:a. informatie over de omvang en de aard van de financiële instrumenten, inclusiefbelangrijke contractuele bepalingen die invloed kunnen hebben op zowel bedrag entijdstip als mate van zekerheid van de toekomstige kasstromen (voor derivaten dietegen actuele waarde worden gewaardeerd, is deze bepaling in overeenstemming metartikel 2:381a onder c BW); enb. de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling, inclusief de criteria vooropname van financiële instrumenten in de balans en de toegepastewaarderingsmethoden (in overeenstemming met artikel 2:384 lid 5 BW).907 De contractuele bepalingen van een financieel instrument hebben een belangrijke invloedop de omvang, het tijdstip en de mate van zekerheid van toekomstige kasstromen bij de partijenbetrokken bij een financieel instrument. Als de in de balans opgenomen en de niet in de balans52


53Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)opgenomen instrumenten belangrijk zijn, hetzij individueel hetzij als categorie, in verhouding totde huidige financiële positie of de toekomstige operationele resultaten van de rechtspersoon, wordtinformatie gegeven over de contractuele bepalingen daarvan. Als geen enkel instrumentindividueel belangrijk is voor de toekomstige kasstromen van een bepaalde rechtspersoon, wordende essentiële kenmerken van de instrumenten beschreven voor relevante groepen van vergelijkbareinstrumenten.908 Indien financiële instrumenten die worden gehouden dan wel zijn uitgegeven door derechtspersoon, individueel dan wel als categorie, in aanzienlijke mate blootstaan aan risico’s zoalsopgesomd in alinea 401, kan het noodzakelijk zijn de volgende contractuele bepalingen toe telichten:a. de hoofdsom, het nominale of een ander vergelijkbaar bedrag dat voor bepaalde afgeleidefinanciële instrumenten zoals de renteswap, het bedrag kan zijn (aangeduid als ‘notional’bedrag) waarop toekomstige betalingen zijn gebaseerd;b. de datum van aflossing, expiratie of uitoefening;c. opties tot vervroegde afwikkeling gehouden door één van beide partijen van het instrument,inclusief de periode waarin, of de datum waarop, de opties uitgeoefend kunnen worden ende uitoefenprijs of de bandbreedte van mogelijke uitoefenprijzen;d. opties gehouden door één van beide partijen om het instrument te converteren in, of teverruilen voor een ander financieel instrument of een ander actief of andere verplichting,inclusief de periode waarin, of de datum waarop de opties uitgeoefend kunnen wordenalsmede de conversie of ruilverhouding(en);e. de bedragen en tijdstippen van verwachte toekomstige ontvangsten of betalingen van dehoofdsom van het financiële instrument, inclusief afbetalingstermijnen en bepaalde‘sinking fund’ of vergelijkbare bepalingen;f. het overeengekomen percentage of bedrag aan rente, dividend of andere periodiekevergoedingen op de hoofdsom en de tijdstippen van de betalingen;g. de verkregen zekerheden in geval van een financieel actief, of de verstrekte zekerheden ingeval van een financiële verplichting;h. in het geval van een instrument waarvan de kasstromen een valuta-eenheid hebben dieafwijkt van de presentatievaluta, de valuta-eenheid waarin de ontvangsten of betalingenplaatsvinden, bij voorkeur weergegeven in de vorm van een geaggregeerd overzicht van deposities per vreemde valuta;i. indien het instrument een ruil inhoudt, informatie zoals hiervoor beschreven bij de letters a.tot en met h. voor het instrument dat verkregen wordt met de ruil; enj. elke voorwaarde van een instrument of een daaraan verbonden bepaling die, indien deze inwerking treedt, leidt tot een belangrijke verandering van één van de andere bepalingen(bijvoorbeeld een bepaling inzake een minimale solvabiliteitsratio in eenschuldovereenkomst, die indien de ratio wordt overschreden leidt tot een directe, verplichteaflossing van de gehele lening).909 Indien de presentatie in de balans van een financieel instrument afwijkt van de juridische


54Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)vorm van het instrument, is het wenselijk dat de rechtspersoon in de toelichting de aard van hetinstrument toelicht.910 Het nut van informatie inzake de aard en omvang van financiële instrumenten wordtvergroot indien relaties die bestaan tussen individuele instrumenten en die invloed kunnen hebbenop het bedrag, het tijdstip of de mate van zekerheid van toekomstige kasstromen van derechtspersoon, zichtbaar worden gemaakt. Het is bijvoorbeeld belangrijk bestaande relaties tussenafdekkingsinstrumenten en afgedekte instrumenten toe te lichten. Een voorbeeld hiervan is derechtspersoon die een belegging in aandelen aanhoudt waarvoor deze tevens een putoptie heeftgekocht. Evenzo is het belangrijk om relaties tussen de onderdelen van synthetische instrumententoe te lichten, zoals een vastrentende schuld die is gecreëerd door gelden te lenen tegen eenvariabele rentevoet en een renteswap af te sluiten, waardoor de variabele rente is omgezet in eenvaste rente. In beide gevallen presenteert de rechtspersoon de individuele financiële activa enfinanciële verplichtingen in de balans overeenkomstig hun aard, hetzij afzonderlijk, hetzij in decategorie van financiële activa of financiële verplichtingen waartoe zij behoren. De mate waarineen risicopositie is gewijzigd door relaties tussen activa en verplichtingen kan reeds duidelijk zijnvoor gebruikers van jaarrekeningen door informatie te verschaffen zoals beschreven in alinea 908,maar in bepaalde omstandigheden zijn nadere toelichtingen noodzakelijk.911 Het bestaan van alternatieve mogelijkheden voor de verwerking van financiëleinstrumenten, bijvoorbeeld zoals die voor niet-beursgenoteerde eigen-vermogensinstrumenten,maakt het bijzonder belangrijk dat rechtspersonen hun grondslagen voor waardering enresultaatbepaling vermelden. Op grond van artikel 2:384 lid 5 BW neemt de rechtspersoon eenduidelijke en beknopte weergave op in de toelichting van alle belangrijke grondslagen voorwaardering en resultaatbepaling die worden gehanteerd; dit betreft zowel de algemene grondslagenals de wijze waarop deze worden toegepast in geval van belangrijke transacties en in bepaaldeomstandigheden (zie ook hoofdstuk 120 Prijsgrondslagen). In geval van financiële instrumentenbetreft dit vermelding van:a. de toegepaste criteria bij de bepaling wanneer een financieel actief of een financiëleverplichting in de balans wordt opgenomen en wanneer verwerking in de balans wordtbeëindigd;b. de toegepaste waarderingsgrondslag voor financiële activa en financiële verplichtingen bijzowel de eerste verwerking in de balans als de daaropvolgende waardering; enc. de wijze waarop baten en lasten uit financiële activa en financiële verplichtingen wordenbepaald en verwerkt.912 De volgende informatie dient in overeenstemming met artikel 2:384 lid 5 BW teworden opgenomen in de toelichting onder de grondslagen voor waardering enresultaatbepaling van de rechtspersoon:a. de methoden en belangrijke veronderstellingen die zijn gehanteerd bij het schattenvan de reële waarde van financiële activa en financiële verplichtingen die tegen reëlewaarde zijn gewaardeerd, en wel afzonderlijk voor belangrijke categorieën financiële


55Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)activa en categorieën financiële verplichtingen.Voor financiële instrumenten die tegen actuele waarde worden gewaardeerd, sluit dezebepaling aan op artikel 2:381a BW; enb. of baten en lasten voortvloeiend uit veranderingen in de reële waarde van diefinanciële activa welke na eerste verwerking tegen reële waarde worden gewaardeerd,anders dan die welke voor handelsdoeleinden worden aangehouden, in hetnettoresultaat over de periode worden opgenomen of direct in het eigen vermogenworden verwerkt tot vervreemding van het financieel actief.Voor financiële instrumenten die tegen actuele waarde worden gewaardeerd, sluit dezebepaling aan op artikel 2:381a BW; enc. voor elke in alinea 504 omschreven categorieën van financiële activa, of aankopen enverkopen van financiële activa in geval standaard marktconventies gelden, wordenverantwoord op de transactiedatum of op de afwikkelingsdatum (zie alinea 703 enverder).913 In de toelichting op de jaarrekening dienen alle navolgende gegevens te wordenverstrekt met betrekking tot hedge accounting:a. een beschrijving van doelstellingen en beleid van de rechtspersoon inzake het beheervan financiële risico’s, met inbegrip van het beleid inzake hedging van elkebelangrijke soort verwachte transacties (zie alinea 613 onder a.). Voor het jaarverslagzijn deze bepalingen opgenomen in artikel 2:391 BW;b. in geval van hedging van risico’s in verband met toekomstige verkopen, bijvoorbeeld(in overeenstemming met artikel 2:381a, onder b BW): de aard van de te hedgenrisico’s, ongeveer hoeveel maanden of jaren aan verwachte toekomstige verkopen zijnafgedekt en bij benadering het percentage van de omzet in die toekomstige maandenof jaren;c. indien een bate of last op derivaten en niet-derivaten die als hedge-instrument zijnaangewezen in een kasstroomhedge, direct in het eigen vermogen is verwerkt:informatie, in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen (in overeenstemming metartikel 2:378 lid 1 en artikel 2:381a, onder b BW), over:1. het bedrag dat in de lopende periode aldus in het eigen vermogen is verwerkt;2. het bedrag dat uit het eigen vermogen is verwijderd en in de winst- enverliesrekening over de periode is opgenomen; en3. het bedrag dat in de lopende periode uit het eigen vermogen is verwijderd enmeegerekend bij de eerste bepaling van de verkrijgingsprijs of andereboekwaarde van het actief of de verplichting in een afgedekte verwachtetransactie; end. Indien hedge accounting wordt toegepast, wordt omtrent reële waarde hedges,kasstroomhedges, kostprijshedges en hedges van nettokapitaalbelangen in eenbuitenlandse eenheid per hedgestrategie het volgende afzonderlijk vermeld:1. een beschrijving van de hedgestrategie;2. een beschrijving van de financiële instrumenten die als hedge-instrument zijn


56Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)aangewezen voor de hedgetransactie en de reële waarde daarvan perbalansdatum;3. de aard van de af te dekken risico’s; en4. voor hedging van verwachte transacties: in welke perioden de verwachtetransacties naar verwachting zullen plaatsvinden, wanneer deze naarverwachting opgenomen worden in de resultaatbepaling en een beschrijvingvan belangrijke verwachte transacties waarvoor voordien gebruik werdgemaakt van hedge accounting, maar die naar verwachting niet meer zullenplaatsvinden.Zie ook de wettelijke vereisten van artikel 2:391 BW in hoofdstuk 400 Jaarverslag.914 Overige soorten transacties waarvoor het nodig kan zijn de relevante grondslagen in detoelichting te vermelden, zijn:a. overdrachten van financiële activa indien de overdragende partij een belang houdt in ofbetrokken blijft bij de activa, zoals in het geval van een zogenoemde ‘securitisatie’ vanfinanciële activa (waarbij activa worden overgedragen aan een andere – speciaal daarvooropgerichte – rechtspersoon, die ter financiering daarvan verhandelbare effecten uitgeeft),terugkoopovereenkomsten en omgekeerde terugkoopovereenkomsten;b. overdrachten van financiële activa aan een afzonderlijke rechtspersoon (trust) met als doelte voldoen aan verplichtingen indien zij expireren, zonder dat de verplichting van de partijdie de activa overdraagt komt te vervallen ten tijde van de overdracht, zoals in geval vaneen ‘in-substance defeasance trust’;c. acquisitie of uitgifte van afzonderlijke financiële instrumenten als deel van een serietransacties ontworpen om op synthetische wijze het effect van verkrijging of uitgifte vaneen enkel instrument te realiseren;d. acquisitie of uitgifte van financiële instrumenten ter afdekking van risico’s;e. acquisitie of uitgifte van monetaire financiële instrumenten die een rentevoet hebben dieafwijkt van de geldende marktrente op het moment van acquisitie of uitgifte; enf. de classificatie van uitgegeven ‘puttable’ instrumenten als eigen-vermogensinstrumenten ofvreemd-vermogensinstrumenten.915 Teneinde gebruikers van jaarrekeningen adequaat inzicht te verschaffen, in de wijzewaarop financiële activa en financiële verplichtingen worden gewaardeerd, wordt in de toelichtingniet alleen aangegeven of als waarderingsgrondslag kostprijs, reële waarde of een anderewaarderingsgrondslag is toegepast voor een bepaalde categorie van activa of verplichtingen, maarook welke methode voor het toepassen daarvan is gehanteerd. Ten aanzien van financiëleinstrumenten die op kostprijs worden gewaardeerd, betekent dit bijvoorbeeld dat de rechtspersoonuiteenzet hoe de volgende posten worden verwerkt:a. kosten van acquisitie of uitgifte;b. agio’s en disagio’s op monetaire financiële activa en financiële verplichtingen;c. veranderingen in de geschatte omvang van bepaalbare toekomstige kasstromen verbondenaan een monetair financieel instrument, zoals een obligatie geïndexeerd aan een prijs van


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)een goederencontract;d. veranderingen in omstandigheden die een belangrijke onzekerheid tot gevolg hebben overde tijdige ontvangst van alle overeengekomen bedragen uit hoofde van monetaire financiëleactiva;e. daling van de reële waarde van financiële activa beneden de boekwaarde; enf. geherstructureerde financiële verplichtingen.916 Voor financiële activa en financiële verplichtingen die gewaardeerd worden tegen reëlewaarde, geeft de rechtspersoon aan of de boekwaarden zijn afgeleid van genoteerde marktprijzen,onafhankelijke taxaties, netto-contante-waardeberekeningen of dat een andere geschikte methodeis gehanteerd. Tevens worden belangrijke veronderstellingen die gebruikt zijn bij de bepaling vande waarde toegelicht.917 De rechtspersoon vermeldt in de toelichting op welke basis gerealiseerde enongerealiseerde baten en lasten, rente en andere resultaatposten die samenhangen met financiëleactiva en financiële verplichtingen, in de winst- en verliesrekening worden verwerkt. Dezetoelichting omvat ook informatie omtrent de basis voor het verwerken van de baten en lasten metbetrekking tot financiële instrumenten die worden aangehouden voor afdekkingsdoeleinden. Indiende rechtspersoon baten en lasten op een nettobasis presenteert, terwijl de corresponderendefinanciële activa en financiële verplichtingen in de balans niet zijn gesaldeerd, wordt de reden vooreen dergelijke presentatie toegelicht als het effect belangrijk is.Rente- en kasstroomrisico918 Voor elke categorie financiële activa en financiële verplichtingen, zowel in de balansopgenomen als niet in de balans opgenomen, dient de rechtspersoon informatie te geven overde mate waarin hij blootstaat aan rente- en kasstroomrisico, door middel van informatie dieten minste omvat:a. de contractuele renteherzienings- of aflossingsdata, voor zover laatstgenoemde eerderliggen; enb. de effectieve rentevoeten, voor zover van toepassing.Voor middelgrote rechtspersonen worden alinea 918 tot en met 927 aanbevolen. Zie ook dewettelijke vereisten van artikel 2:391 BW in hoofdstuk 400 Jaarverslag.919 De rechtspersoon verschaft, bij voorkeur in de vorm van een samenvattend overzicht,informatie omtrent het effect dat een toekomstige verandering in de geldende rentevoet kanhebben. Veranderingen in marktrente hebben een direct effect op de contractueel bepaaldekasstromen verbonden aan sommige financiële activa en financiële verplichtingen(kasstroomrisico) en op de reële waarde van andere (prijsrisico).920 Informatie omtrent looptijden, dan wel renteherzieningstermijnen voor zover die korter57


58Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)zijn, geeft de periode aan waarvoor rentevoeten vaststaan. Informatie omtrent effectieverentevoeten geeft het niveau aan waartegen rentevoeten vast staan. Deze gegevens verschaffengebruikers van jaarrekeningen een basis voor het beoordelen van het renteprijsrisico, dat derechtspersoon loopt en inzicht in de potentiële baten of lasten als gevolg daarvan. Voorinstrumenten met renteherzieningsdata vóór het einde van de looptijd van het instrument isinformatie over de periode tot aan de volgende renteherziening belangrijker dan informatie over deperiode tot expiratie.921 Ter aanvulling op informatie omtrent contractuele renteherzienings- en expiratiedata, kande rechtspersoon ervoor kiezen informatie in de toelichting op te nemen over verwachterenteherzienings- of expiratiedata als deze data belangrijk afwijken van de overeengekomen data.Dergelijke informatie kan met name relevant zijn wanneer de rechtspersoon bijvoorbeeld in staatis, met een redelijke mate van zekerheid, te voorspellen welke bedragen van vastrentendehypotheekleningen afgelost zullen worden vóór het einde van de looptijd en de rechtspersoon dezegegevens gebruikt als basis voor het beheersen van het renterisico. Hierbij wordt aangegeven datde toelichting is gebaseerd op verwachtingen van de leiding ten aanzien van toekomstigegebeurtenissen en welke veronderstellingen zijn gemaakt inzake renteherzieningsdata en delooptijden en hoe die veronderstellingen afwijken van de contractuele bepalingen.922 De rechtspersoon geeft aan welke van zijn financiële activa en financiële verplichtingen:a. onderhevig zijn aan renteprijsrisico, zoals monetaire financiële activa en financiëleverplichtingen met een vaste rentevoet;b. onderhevig zijn aan rentekasstroomrisico, zoals monetaire financiële activa en financiëleverplichtingen met een variabele rentevoet die wordt aangepast als de marktrente verandert;c. niet onderhevig zijn aan renterisico, zoals bepaalde beleggingen in aandelen en dergelijke.923 De effectieve rentevoet van een monetair financieel instrument is de rentevoet die, indiendeze wordt gebruikt in een contante-waardeberekening, resulteert in de boekwaarde van hetinstrument. Daarbij wordt die rentevoet gebruikt om de stroom van toekomstige ontvangsten ofbetalingen van liquide middelen vanaf de verslagdatum tot de volgende renteherzienings- ofeerdere aflossingsdatum en de verwachte boekwaarde (hoofdsom) op die datum contant te maken.De effectieve rentevoet is een historische rentevoet voor een vastrentend instrument dat tegenkostprijs is gewaardeerd en een actuele marktrente voor een variabel rentend instrument of eeninstrument dat tegen reële waarde is gewaardeerd. De effectieve rentevoet is de zogenaamdeinterne rentevoet van het instrument voor de periode tot het einde van de looptijd of tot devolgende renteherzieningsdatum voor zover die eerder ligt.924 Alinea 918 is van toepassing op obligaties, waardepapieren en vergelijkbare monetairefinanciële instrumenten met toekomstige betalingen die opbrengsten voor de houder van hetinstrument en kosten voor de emittent vormen die de tijdswaarde van geld weerspiegelen. Alinea918 is niet van toepassing op niet-monetaire financiële instrumenten en afgeleide instrumentenwaarvoor geen effectieve rentevoet bepaald kan worden. Want hoewel derivaten, zoals swaps,


59Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)forward rate agreements en opties, onderhevig zijn aan prijsrisico of kasstroomrisico als gevolgvan veranderingen in de marktrentevoeten, is het niet zinvol in de toelichting een effectieverentevoet op te nemen. Echter, door het geven van informatie over de effectieve rentevoet toont derechtspersoon het effect op het renterisico waaraan hij blootstaat, van afdekkingstransacties of vantransacties die het karakter van de rentevoet wijzigen (van vast in variabel of omgekeerd), zoalsrenteswaps.925 De rechtspersoon kan renterisico’s blijven lopen die verbonden zijn aan financiële activadie niet langer in de balans zijn opgenomen. Ook kan de rechtspersoon renterisico’s lopen alsgevolg van een transactie waarbij geen financieel actief of financiële verplichting in de balanswordt opgenomen, zoals een overeenkomst om fondsen uit te lenen tegen een vaste rentevoet. Indergelijke gevallen neemt de rechtspersoon informatie in de toelichting op die gebruikers vanjaarrekeningen in staat stelt om de aard en omvang van het renterisico te beoordelen. Indien ersprake is van een overdracht van financiële activa, omvat deze informatie in het algemeen de aardvan de overgedragen activa, de nominale waarde van deze activa, de rentevoet en de looptijd en decontractuele bepalingen van de transactie die aanleiding geven tot het voortduren van hetrenterisico. Indien een onvoorwaardelijke verplichting tot het verstrekken van een lening isovereengekomen, omvat de informatie in de toelichting in het algemeen de nominale waarde vande te verstrekken lening, de rentevoet, de looptijd van de hoofdsom en belangrijke contractuelebepalingen van de transactie die leiden tot het onderhevig zijn aan renterisico.926 De aard van de bedrijfsactiviteiten van de rechtspersoon en de mate waarin financiëleinstrumenten worden gebruikt, bepalen of informatie omtrent renterisico gepresenteerd wordt doormiddel van tekst, tabellen of een combinatie daarvan. Indien de rechtspersoon een aanzienlijkaantal financiële instrumenten heeft die onderhevig zijn aan prijs- of kasstroomrisico’s zou derechtspersoon één of meer van de volgende benaderingen kunnen kiezen voor het presenteren vaninformatie:a. De boekwaarden van financiële instrumenten die onderhevig zijn aan het renteprijsrisicokunnen worden gepresenteerd in een tabelvorm, gegroepeerd naar de volgende contractuelelooptijden of perioden tot de volgende renteherzieningsdata, voor zover deze eerder liggen:1. tot en met één jaar vanaf de balansdatum;2. langer dan één, maar korter dan vijf jaar vanaf de balansdatum;3. vijf jaar of langer vanaf de balansdatum.b. Indien de resultaten van de rechtspersoon belangrijk worden beïnvloed door de omvangvan het prijsrisico of veranderingen van het prijsrisico, is gedetailleerder informatiewenselijk. Een bank zou bijvoorbeeld naast de eerdergenoemde onderscheiding, deboekwaarden van financiële instrumenten kunnen groeperen naar de volgende contractuelelooptijden of periodes tot de volgende renteherzieningsdata, voor zover deze eerder liggen:1. tot en met één maand vanaf de balansdatum;2. langer dan één, maar minder dan drie maanden, vanaf de balansdatum; en3. langer dan drie maanden maar minder dan twaalf maanden, vanaf de balansdatum.c. De rechtspersoon zou op overeenkomstige wijze het kasstroomrisico dat hij loopt kunnen


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)weergeven. Namelijk door een tabel op te nemen waarin de totale boekwaarden in groepenvan variabel-rentende financiële activa en financiële verplichtingen expirerend in deverschillende toekomstige perioden worden weergegeven.d. Er kan informatie over rentevoeten worden gegeven voor individuele financiëleinstrumenten of gewogen gemiddelde rentevoeten of een bandbreedte van rentevoeten voorelke categorie financiële instrumenten. De rechtspersoon groepeert instrumenten inverschillende valuta of met substantieel afwijkende kredietrisico’s in afzonderlijkecategorieën indien deze factoren resulteren in instrumenten met belangrijk verschillendeeffectieve rentevoeten.927 In bepaalde omstandigheden kan de rechtspersoon relevante informatie verschaffenomtrent zijn gevoeligheid voor renterisico door het effect weer te geven van een hypothetischeverandering in de geldende marktrente op de reële waarde van de financiële instrumenten en op detoekomstige resultaten en kasstromen. Dergelijke informatie omtrent de mate waarin derechtspersoon renterisico loopt kan bijvoorbeeld gebaseerd zijn op een veronderstelling van 1%verandering in marktrente op balansdatum. De effecten van een verandering in de rentevoetomvatten veranderingen in rentebaten en -lasten die samenhangen met variabel rentende financiëleinstrumenten en in baten en lasten die voortkomen uit veranderingen in de reële waarde vanvastrentende instrumenten. De gerapporteerde rentegevoeligheid kan beperkt worden tot de directeeffecten van een renteverandering op rentedragende financiële instrumenten per balansdatum,omdat de indirecte effecten van een renteverandering op financiële markten en op individuelerechtspersonen normaliter niet voldoende betrouwbaar voorspeld kunnen worden. Indieninformatie wordt opgenomen met betrekking tot de rentegevoeligheid, geeft de rechtspersoon aanop welke basis deze informatie wordt verschaft, inclusief de belangrijkste veronderstellingen diedaarbij zijn gehanteerd.Kredietrisico928 Voor elke categorie financiële activa, zowel in de balans opgenomen als niet in debalans opgenomen, dient de rechtspersoon gegevens te verstrekken over de mate waarin hijkredietrisico loopt, door middel van informatie die ten minste omvat:a. het bedrag dat het best het maximale kredietrisico weergeeft dat op balansdatumwordt gelopen, ingeval tegenpartijen hun verplichtingen uit hoofde van financiëleinstrumenten niet nakomen, zonder rekening te houden met de reële waarde vanverkregen zakelijke onderpanden;b. belangrijke concentraties van kredietrisico.Voor middelgrote rechtspersonen worden alinea 928 tot en met 936 aanbevolen.Zie ook de wettelijke vereisten van artikel 2:391 BW in hoofdstuk 400 Jaarverslag.929 In de toelichting op de jaarrekening dienen in overeenstemming met artikel 2:387 lid5 BW alle navolgende aanvullende gegevens te worden opgenomen met betrekking tot60


61Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)financiële instrumenten: informatie over de aard en het bedrag van een eventuele last wegensbijzondere waardeverminderingen of terugboeking daarvan die voor een financieel actief inde balans is verwerkt, en wel voor elke belangrijke categorie financiële activa afzonderlijk.Verder dient:a. een leningnemer de boekwaarde van de financiële activa te vermelden die deze alszekerheid heeft verstrekt voor verplichtingen en (in overeenstemming met artikel2:375 lid 3 BW en alinea 906) alle belangrijke bepalingen en condities van deze totzekerheid verstrekte activa in de toelichting vermelden; enb. een leninggever het volgende te vermelden:– een indicatie van de reële waarde van de tot zekerheid verkregen activa (zowelfinanciële als niet-financiële) die de leninggever vrij is te verkopen of totzekerheid te verstrekken aan derden, indien de reële waarde minus degeschatte kosten van uitwinning lager is dan de boekwaarde van het financieelactief en zolang geen sprake is van faillissement;– een indicatie van de reële waarde van de tot zekerheid verkregen activa diezijn verkocht of tot zekerheid aan derden zijn verstrekt; en– in overeenstemming met alinea 906, alle belangrijke bepalingen en condities inverband met het gebruik van de zekerheden.Zie ook de wettelijke vereisten van artikel 2:391 BW in hoofdstuk 400 Jaarverslag.930 De rechtspersoon verschaft informatie inzake kredietrisico om gebruikers vanjaarrekeningen in staat te stellen in te schatten in welke mate de omvang van toekomstigekasstromen uit financiële activa aanwezig op balansdatum kan verminderen als gevolg van het nietnakomen van verplichtingen door tegenpartijen. Het in gebreke blijven van de tegenpartij kanaanleiding geven tot een financieel verlies dat wordt opgenomen in de winst- en verliesrekeningvan de rechtspersoon. Alinea 928 brengt niet met zich mee dat de rechtspersoon in de toelichtingeen schatting opneemt van de kans op toekomstige verliezen.931 Het geven van informatie over de bedragen waarover kredietrisico wordt gelopen zonderrekening te houden met potentiële opbrengsten uit verkoop van zakelijke onderpanden (het‘maximale kredietrisico’ van de rechtspersoon), is bedoeld om:a. de gebruikers van jaarrekeningen een op consistente wijze bepaald bedrag te verstrekkenwaarover kredietrisico wordt gelopen, zowel voor wat betreft in de balans opgenomen alsvoor wat betreft niet in de balans opgenomen financiële activa; enb. rekening te houden met de mogelijkheid dat het maximale verliesrisico afwijkt van deboekwaarde van een in de balans opgenomen financieel actief of van de reële waarde vaneen niet in de balans opgenomen financieel actief dat op andere wijze is weergegeven in dejaarrekening.932 Bij in de balans opgenomen financiële activa die onderhevig zijn aan kredietrisico, geeft deboekwaarde van de activa in de balans, na aftrek van specifieke voorzieningen, in het algemeen het


62Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)bedrag weer waarover kredietrisico wordt gelopen. In het geval van een renteswap bijvoorbeeld diewordt gewaardeerd tegen reële waarde, is het maximale verliesrisico per balansdatum normaliterde boekwaarde, omdat de boekwaarde de kosten weergeeft tegen actuele marktrentevoeten voorhet vervangen van de swap bij het in gebreke blijven van de tegenpartij. Onder dezeomstandigheden is geen additionele toelichting noodzakelijk naast de in de balans opgenomeninformatie.Het maximale potentiële verlies voor bepaalde in de balans opgenomen financiële activa kan echterbelangrijk verschillen van de boekwaarde en van andere in de toelichting opgenomen bedragen,zoals de reële waarde of de nominale hoofdsom. In dergelijke omstandigheden is additioneleinformatie vereist om aan de stellige uitspraak van alinea 928, onder a te voldoen.933 De rechtspersoon kan gevoelig zijn voor kredietrisico als gevolg van een transactie die nietleidt tot een financieel actief, zoals door het aangaan van een financiele garantie of het afsluitenvan een kredietderivaat. Door het garanderen van een verplichting van een andere partij loopt degarantiegever kredietrisico waarmee rekening moet worden gehouden bij het opnemen vangegevens in de toelichting, zoals vereist door alinea 928.934 Over concentraties van kredietrisico wordt informatie verschaft indien deze niet duidelijkblijkt uit andere informatie over de aard van de bedrijfsactiviteiten en de financiële positie van derechtspersoon en indien de concentraties leiden tot een aanzienlijk risico van verliezen in het gevaldat de andere partijen in gebreke blijven. Het onderkennen van belangrijke concentraties is eenzaak van beoordeling door de leiding, waarbij rekening wordt gehouden met de omstandighedenwaarin de rechtspersoon verkeert en de omstandigheden waarin debiteuren van de rechtspersoonverkeren. Hoofdstuk 270, paragraaf 5 Overige detaillering van de winst- en verliesrekening enhoofdstuk 350 Gesegmenteerde informatie geven een leidraad voor het onderscheiden vanbedrijfstakken en geografische segmenten waarbinnen concentraties van kredietrisico zich kunnenvoordoen.935 Concentraties van kredietrisico kunnen zich voordoen als gevolg van risico’s ten opzichtevan één debiteur of ten opzichte van groepen van debiteuren met zodanig vergelijkbare kenmerkendat hun mogelijkheden om aan hun verplichtingen te voldoen naar verwachting op vergelijkbarewijze worden beïnvloed door veranderingen in economische of andere omstandigheden.Kenmerken die aanleiding kunnen geven tot een concentratie van risico omvatten onder meer deaard van de activiteiten van de debiteuren, zoals de bedrijfstak waarin zij opereren, de geografischegebieden waar de activiteiten plaatsvinden en het niveau van kredietwaardigheid van groepen vanvorderingen. Een fabrikant voor bedrijfsmiddelen voor de olie- en gasbranche heeft bijvoorbeeldnormaal gesproken openstaande handelsvorderingen uit hoofde van verkoop van zijn producten,waarbij het risico van oninbaarheid wordt beïnvloed door economische omstandigheden in de olieengasmarkt. Een bank die normaliter internationale kredieten verstrekt, kan aanzienlijkevorderingen hebben op minder ontwikkelde landen en de mogelijkheden van de bank omdergelijke leningen te incasseren kunnen ongunstig worden beïnvloed door lokale economischeomstandigheden.


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)936 De te verstrekken gegevens over concentraties van kredietrisico omvatten een beschrijvingvan het gemeenschappelijke kenmerk van elke concentratie en van het maximumbedrag aankredietrisico verbonden aan alle in de balans opgenomen en niet in de balans opgenomenfinanciële activa met dat kenmerk.Reële waarde937 Voor elke categorie financiële activa en financiële verplichtingen, zowel in de balansopgenomen als niet in de balans opgenomen, dient de rechtspersoon informatie te geven overde reële waarde, tenzij het verschil tussen boekwaarde en reële waarde van geringe betekenisis. Deze toelichting hoeft niet te worden opgenomen voor zover de financiële activa of definanciële verplichtingen al tegen reële waarde zijn gewaardeerd in de balans. Voor afgeleidefinanciële instrumenten is deze bepaling in overeenstemming met artikel 2:381b BW.Opname van informatie over reële waarde in de toelichting omvat ook het weergeven van degehanteerde methode en de belangrijkste veronderstellingen gebruikt bij de toepassing daarvan.Daarbij wordt aangegeven of en op welke wijze met latente belastingverplichtingen rekening isgehouden.Als een instrument niet in een georganiseerde financiële markt wordt verhandeld, zou het voor derechtspersoon onvoldoende kunnen zijn om slechts één waarde die de geschatte reële waardeweergeeft, te bepalen en in de toelichting op te nemen. In plaats daarvan kan het relevanter zijn eenbandbreedte van waarden in de toelichting op te nemen waarbinnen de reële waarde van eenfinancieel instrument waarschijnlijk ligt.938 Indien de reële waarde van bepaalde financiële instrumenten niet betrouwbaar kanworden bepaald (zie alinea 505) en de rechtspersoon om deze reden dergelijke financiëleinstrumenten waardeert tegen (geamortiseerde) kostprijs, dient dit feit te worden vermeld.Voor belangrijke financiële instrumenten waarvoor dit geldt, dient tevens een beschrijving teworden opgenomen van de betreffende financiële instrumenten, alsmede een verklaringwaarom de reële waarde niet betrouwbaar bepaald kan worden en, indien mogelijk, debandbreedte van de schattingen waarbinnen de reële waarde zeer waarschijnlijk zal liggen.Verder wordt bij het niet langer verwerken in de balans van belangrijke financiëleinstrumenten waarvan voordien de reële waarde niet betrouwbaar kon worden bepaald, ditfeit vermeld, alsmede de boekwaarde van bedoelde financiële instrumenten ten tijde van deverkoop en het bedrag van de verwerkte bate of last. Indien deze bate of last gering is kanworden volstaan met de toelichting van dit feit.939 Inzake de baten of lasten uit herwaardering op reële waarde van financiële activa (andersdan activa die betrekking hebben op hedge-transacties) die direct in het eigen vermogen zijnverwerkt, wordt in overeenstemming met artikel 2:378 en 2:389 BW informatie, in hetmutatieoverzicht van het eigen vermogen, verschaft over:63


64Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)– het bedrag dat in de lopende periode aldus in het eigen vermogen is verwerkt; en– het bedrag dat uit het eigen vermogen is verwijderd en in de winst- en verliesrekening overde periode is verantwoord.940 Informatie over de reële waarde wordt veel gebruikt voor bedrijfsdoeleinden bij hetvaststellen van de financiële positie van de rechtspersoon en bij het nemen van beslissingen overindividuele financiële instrumenten. Deze informatie is tevens relevant voor vele beslissingen diegenomen worden door gebruikers van jaarrekeningen omdat het, in veel gevallen, het oordeel vande financiële markten over de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen van eeninstrument weergeeft. Informatie over reële waarden maakt een vergelijking mogelijk tussenfinanciële instrumenten die in economische zin vergelijkbare karakteristieken hebben,onafhankelijk van het doel en ongeacht wanneer en door wie zij zijn uitgegeven of van wie zij zijnverkregen. De reële waarde verschaft een objectieve basis voor het beoordelen van het gevoerdebeleid, doordat de effecten zichtbaar worden van beslissingen tot koop, verkoop of aanhouden vanfinanciële instrumenten en van beslissingen tot het aangaan, het aanhouden of het afwikkelen vanfinanciële verplichtingen. Indien de rechtspersoon een financieel actief of een financiëleverplichting niet in de balans opneemt tegen reële waarde, verschaft de rechtspersoon informatieover de reële waarde door aanvullende informatie in de toelichting te geven. De toelichting vanreële waarde van financiële instrumenten die niet op reële waarde in de balans zijn opgenomen,wordt verlangd om het inzicht in de vermogenspositie en de samenstelling van het vermogen opbalansdatum te verbeteren.941 Als geen informatie over de reële waarde in de toelichting wordt gegeven, omdat dereële waarde niet voldoende betrouwbaar kan worden bepaald, dient zoveel als mogelijk(kwalitatieve) informatie te worden verschaft die gebruikers van jaarrekeningen behulpzaamis bij het vormen van een eigen oordeel over de omvang van mogelijke verschillen tussen deboekwaarde van financiële activa en financiële verplichtingen en hun reële waarde. Naast eenverklaring van de reden voor het weglaten van de reële waarde en de vermelding van devoornaamste kenmerken van de financiële instrumenten die van invloed zijn op hun waarde, wordtinformatie verschaft over de markt voor de instrumenten. In bepaalde gevallen geven decontractuele bepalingen van de instrumenten opgenomen in de toelichting voldoende informatieomtrent de karakteristieken van het instrument. Indien daarvoor voldoende basis is, kan de leidingeen mening geven over de relatie tussen de reële waarde en de boekwaarde van financiële activa enfinanciële verplichtingen waarvoor zij geen reële waarde kan bepalen. Hoge kosten voor hetbepalen van reële waarde wordt niet als een valide argument voor het achterwege laten van dezetoelichting, die enkel voor materiële afwijkingen tussen boekwaarde en reële waarde geldt, gezien.942 Informatie over de reële waarde van categorieën van financiële activa of financiëleverplichtingen die in de balans zijn opgenomen voor een andere waarde dan de reële waarde, wordtop een zodanige wijze gepresenteerd dat een vergelijking tussen de boekwaarde en de reële waardemogelijk is. De reële waarden van in de balans opgenomen financiële activa en financiëleverplichtingen worden gegroepeerd in categorieën en gesaldeerd, voor zover de desbetreffende


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)boekwaarden worden gesaldeerd. Reële waarden van niet in de balans opgenomen financiële activaen financiële verplichtingen worden gepresenteerd in een afzonderlijke categorie of categorieën,gescheiden van in de balans opgenomen posten, en worden slechts gesaldeerd voor zover zijvoldoen aan de salderingscriteria die gelden voor in de balans opgenomen financiële activa enfinanciële verplichtingen (zie alinea 837).Financiële activa gewaardeerd tegen een hogere waarde dan de reële waarde943 Als de rechtspersoon één of meer financiële activa heeft opgenomen tegen eenboekwaarde die hoger is dan de reële waarde, dient de rechtspersoon (voor financiële vasteactiva die worden gewaardeerd tegen een hoger bedrag dan de reële waarde inovereenstemming met artikel 2:381b BW) de volgende gegevens te verschaffen:a. de boekwaarde en de reële waarde van hetzij de individuele activa hetzij de relevantegroepen van die individuele activa; enb. de redenen voor het niet verlagen van de boekwaarde, inclusief het gegeven waaropde leiding van de rechtspersoon de overtuiging baseert dat de boekwaarde kanworden gerealiseerd.Door middelgrote rechtspersonen dient, conform de wettelijke bepalingen, deze informatieuitsluitend te worden verstrekt over financiële vaste activa.944 De leiding is verantwoordelijk voor de beoordeling van het bedrag dat zij denkt teverkrijgen uit een financieel actief en of de boekwaarde van een financieel actief afgewaardeerdmoet worden, indien deze waarde hoger is dan de reële waarde. Deze situatie kan zich voordoenindien een waardedaling niet duurzaam wordt geacht (zie artikel 2:387 lid 4 BW). De informatiedie vereist is volgens alinea 943 verschaft gebruikers van jaarrekeningen een basis voor inzicht inhet beoordelingsproces van de leiding en voor het schatten van de kans dat omstandighedenkunnen veranderen, met als gevolg een waardevermindering van het actief in de toekomst. Indienvan toepassing, is de informatie zoals vereist door alinea 943 op een zodanige wijze gegroepeerddat deze aansluit op de gronden waarop de leiding heeft besloten tot het niet verlagen van deboekwaarde.945 De grondslagen voor waardering en resultaatbepaling van de rechtspersoon met betrekkingtot het in de balans opnemen van waardeverminderingen van financiële activa, in de toelichtingvermeld overeenkomstig alinea 906, vormen een ondersteuning voor de verklaring waarom eenbepaald financieel actief wordt gewaardeerd tegen een waarde die hoger is dan de reële waarde.Voorts geeft de rechtspersoon overwegingen en feiten weer, op grond waarvan de leiding heeftgeconcludeerd dat de boekwaarde van een actief zal worden gerealiseerd. De reële waarde van eenvastrentende lening die aan zal worden gehouden tot aflossingsdatum, kan bijvoorbeeld gedaaldzijn beneden de boekwaarde als gevolg van een stijging in de rentevoeten. In dergelijkeomstandigheden kan de leningverstrekker besloten hebben de boekwaarde niet te verlagen, omdater geen aanwijzingen zijn waaruit afgeleid kan worden dat de emittent waarschijnlijk niet aan zijn65


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)verplichtingen zal voldoen.Overige in de toelichting op te nemen gegevens946 Opname van aanvullende gegevens in de toelichting is aanbevolen, indien het aannemelijkis dat deze het inzicht van gebruikers van de jaarrekening in financiële instrumenten vergroot. Hetkan wenselijk zijn informatie in de toelichting op te nemen zoals:a. het totale bedrag van de verandering in de reële waarde van financiële activa en financiëleverplichtingen die zijn opgenomen als baten of lasten in de verslag periode;b. het totale bedrag van uitgestelde of niet opgenomen baten of lasten vanafdekkingsinstrumenten anders dan de baten of lasten die gerelateerd zijn aan afdekkingvan verwachte toekomstige transacties; enc. het totaal van de gemiddelde boekwaarde gedurende het jaar van in de balans opgenomenfinanciële activa en financiële verplichtingen, het totaal van de gemiddelde hoofdsom vande gemiddelde nominale waarde van het onderliggende primaire instrument of een andervergelijkbaar bedrag gedurende het jaar van de niet in de balans opgenomen financiëleactiva en financiële verplichtingen en het totaal van de gemiddelde reële waarde gedurendehet jaar van alle financiële activa en alle financiële verplichtingen, in het bijzonder indiende waarden opgenomen per balansdatum niet representatief zijn voor de betreffendewaarden gedurende het boekjaar.947 In de toelichting dienen alle navolgende aanvullende gegevens te worden opgenomenmet betrekking tot financiële instrumenten:a. informatie over belangrijke posten aan opbrengsten en kosten en over baten en lastenvoortvloeiend uit financiële activa en financiële verplichtingen, of deze nu in hetnettoresultaat of als afzonderlijke component van het eigen vermogen zijnopgenomen. Hiertoe:1. worden in overeenstemming met artikel 2:377 lid 3 en lid 4 BW de totalerentebaten en totale rentelasten (beide op basis van historische kosten)afzonderlijk in de toelichting vermeld. Financiële instrumenten die tegen reëlewaarden worden gewaardeerd en waarvan de herwaardering direct in dewinst- en verliesrekening wordt verwerkt, zijn uitgesloten van de verplichtingom rentebaten en rentelasten afzonderlijk op basis van historische kosten toete lichten. Voor dergelijke financiële instrumenten mag rente onderdeel zijnvan het totale resultaat van het financiële instrument; en2. worden, met betrekking tot financiële activa waarvoor na eerste verwervingaanpassing plaatsvindt op reële waarde en waarvoor de reële waardeverschillen direct in het vermogen worden verwerkt, de in het nettoresultaatover de periode opgenomen totale baten en lasten uit hoofde van het nietlanger verwerken van bedoelde financiële activa, apart vermeld van de in dewinst- en verliesrekening over de periode opgenomen totale baten en lasten uitaanpassingen op reële waarde van in de balans verwerkte activa en66


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)verplichtingen (een soortgelijke splitsing van ‘gerealiseerde’ tegenover ‘nietgerealiseerde’baten en lasten met betrekking tot voor handelsdoeleindenaangehouden financiële activa en verplichtingen is niet vereist);b. indien de rechtspersoon een ‘securitisatie’- of terugkoopovereenkomst is aangegaan,worden voor bedoelde transacties die in de huidige verslagperiode hebbenplaatsgevonden en voor overige gehandhaafde belangen uit transacties die invoorgaande verslagperioden hebben plaatsgevonden apart vermeld:1. de aard en omvang van die transacties, met inbegrip van een beschrijving vaneventuele zakelijke zekerheden en kwantitatieve informatie over debelangrijkste veronderstellingen waarvan is uitgegaan bij de berekening vande reële waarde van nieuwe en gehandhaafde belangen; en2. of de financiële activa niet langer in de balans verwerkt worden;c. wanneer de rechtspersoon een financieel actief heeft heringedeeld als een actief dattegen geamortiseerde kostprijs dient te worden verantwoord, in plaats van tegen reëlewaarde (zie alinea 534), wordt in overeenstemming met artikel 2:384 lid 6 BW dereden vermeld voor de herclassificatie; end. wanneer de rechtspersoon samengestelde instrumenten die een financiële verplichtingen een eigen-vermogenscomponent omvatten als eigen vermogen presenteertovereenkomstig alinea 813, licht de rechtspersoon in overeenstemming met artikel2:381 BW dit feit toe naast de belangrijke kenmerken en voorwaardenovereenkomstig alinea 906 onder a.Voor middelgrote rechtspersonen worden alinea 946 tot en met 947 aanbevolen. Zie ook dewettelijke vereisten in hoofdstuk 400 Jaarverslag.290.10 OvergangsbepalingALGEMEEN1001 (vervallen)1002 (vervallen)SPECIFIEKE OVERGANGSBEPALINGEN1003 Bij de eerste toepassing van de grondslagen op grond van dit hoofdstuk kunnen zichpraktische problemen voordoen bij hedge accounting en de eerste waardering en classificatie vanfinanciële instrumenten. Voor deze twee onderwerpen geven alinea 1004 tot en met 1007specifieke overgangsbepalingen.67


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Hedge accounting1004 Voorwaarde voor het toepassen van hedge accounting is dat bij aanvang van de toepassingvan hedge accounting voldaan is aan de voorwaarden voor hedge accounting zoals opgenomen inalinea 614 (vereiste van generieke documentatie) of 615 (vereiste van documentatie per individuelehedgerelatie). Indien een rechtspersoon voor de eerste datum van toepassing een transactie als eenafdekkingstransactie heeft aangemerkt, maar niet voldaan heeft aan het vereiste van documentatiezoals opgenomen in een van die alinea’s, zou de rechtspersoon geen hedge accounting mogentoepassen over de periode waarin nog niet voldaan wordt aan deze voorwaarde.1005 Toegestaan wordt hedge accounting in de hierboven beschreven situatie wel retrospectieftoe te passen, indien de rechtspersoon:– op de eerste datum van toepassing een transactie als een afdekkingstransactie heeftaangemerkt en uiterlijk op de eerste datum van toepassing alsnog heeft voldaan aan hetvereiste van het opstellen van documentatie zoals opgenomen in alinea 614 dan wel 615; en– aan de overige voorwaarden voor toepassing van hedge accounting zoals opgenomen in dithoofdstuk heeft voldaan.Eerste waardering en classificatie van financiële instrumenten1006 De eerste waardering van financiële instrumenten op de balans dient tegen reëlewaarde plaats te vinden (alinea 501). Dit is van invloed op de verwerking van financiëleinstrumenten die geamortiseerde kostprijs als vervolgwaardering hebben en betekent datvoor die instrumenten de effectieve rente, onder juiste verwerking van mogelijketransactiekosten, op het moment van eerste waardering dient te worden vastgesteld.Ook dient op het moment van eerste verwerking de classificatie van financiële instrumentenals financiële verplichting of als eigen vermogen te worden bepaald.Voor de geconsolideerde jaarrekening geeft paragraaf 8 de regels voor de classificatie als eigen ofvreemd vermogen.Financiële instrumenten, zoals leningen, kunnen een lange looptijd kennen. Rechtspersonenzouden ter beoordeling van de juiste toepassing van de regels van alinea 501 en paragraaf 8wellicht de eerste waardering en classificatie van financiële instrumenten moeten herbeoordelen.Het moment van aangaan van de betreffende instrumenten kan vele jaren in het verleden liggen.Ten opzichte van de periode vóór 1 januari 2008 bevat dit hoofdstuk nieuwe en meer specifiekeregels voor eerste waardering en classificatie van financiële instrumenten. Wellicht zou ook inandere gevallen dan de hierboven genoemde situaties de eerste toepassing van dit hoofdstuk 290een herbeoordeling voor bestaande instrumenten met zich mee brengen.1007 Toegestaan wordt de waardering en classificatie van financiële instrumenten die zijnaangegaan vóór de openingsbalans van de vergelijkende cijfers van de jaarrekening waarinhoofdstuk 290 voor het eerst wordt toegepast, niet te herzien ten aanzien van eerste waardering en68


69Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)classificatie. De rechtspersoon dient in geval van toepassing van deze vrijstelling dit in dejaarrekening te vermelden.De toepassing van deze overgangsbepaling betekent voor een rechtspersoon met een boekjaar datgelijk is aan het kalenderjaar en die dit hoofdstuk in de jaarrekening over 2008 voor het eersttoepast, dat:– de rechtspersoon de eerste waardering en classificatie van financiële instrumenten die vóór1 januari 2007 zijn aangegaan, niet behoeft te herzien op basis van dit hoofdstuk;– een herziening van de eerste waardering en classificatie van financiële instrumenten dievóór 1 januari 2007 zijn aangegaan wel is toegestaan. Indien voor herziening wordtgekozen, dient dat voor alle financiële instrumenten consistent plaats te vinden.Eventuele waarderings- en classificatieverschillen dienen als rechtstreeksevermogensmutatie per 1 januari 2008 te worden gepresenteerd. Naast het aanpassenvan de vergelijkende cijfers over 2007 dienen de effecten op het openingsvermogenper 1 januari 2008 en het resultaat over 2007 afzonderlijk te worden toegelicht; en– alle financiële instrumenten die vanaf 1 januari 2007 zijn aangegaan volgens de regelsvan dit hoofdstuk dienen te worden verwerkt.1008 (vervallen)Overgangsbepalingen per 1 januari 2012 of bij eerdere toepassing1009 De grondslagen die de rechtspersoon voor de verwerking, waardering en presentatie vanfinanciële instrumenten op grond van de wijzigingen van dit hoofdstuk per 1 januari 2012 – ofdesbetreffende ingangsdatum bij eerdere toepassing – toepast in verslagjaren die aanvangen opof na 1 januari 2012 – of de desbetreffende ingangsdatum bij eerdere toepassing –, kunnenverschillen van de grondslagen die zijn toegepast in de voorgaande jaarrekening. Wijzigingenhebben plaatsgevonden in de alinea’s 409, 410, 415, 504, 512, 513, 514, 517, 518, 537a, 537b,541, 634 en 635.1010 Een wijziging van de grondslagen volgens dit hoofdstuk per 1 januari 2012 – of dedesbetreffende ingangsdatum bij eerdere toepassing – dient te worden verwerkt inovereenstemming met hoofdstuk 140 Stelselwijzigingen, met dien verstande datvergelijkbare cijfers niet behoeven te worden aangepast en de waarderingsverschillen bijeen wijzigingin het openingsvermogen van het verslagjaar dienen te worden verwerkt.1011 Indien de rechtspersoon door de veranderingen niet meer van hedge accounting gebruikmaakt, of indien de rechtspersoon op de ingangsdatum door de veranderingen juist hedgeaccounting gaat gebruiken, dan is op de ingangsdatum eenmalig een verbreking/invoering van dehedgedocumentatie toegestaan. De verslaggeving voor verbroken hedges of nieuwe hedgesdient prospectief te worden toegepast alsof de hedge-relatie voor de ingangsdatum nietbestond c.q. vanaf het begin van de looptijd van het hedge-instrument bestond.


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Bijlage A Voorbeeld van de effectieve-rentemethodeEen onderneming heeft op 1 januari 20x0 een vijfjarige € 100.000 obligatielening uitgegeven meteen jaarlijkse coupon van 8% tegen € 94.418. De transactiekostenbedragen € 2.000.De kostprijs van € 92.418 (de opbrengst van de lening verminderd met de transactiekosten) is deeerste waardering van deze obligatielening. Deze kostprijs ( eerste waardering) zalover deresterende looptijd aangroeien tot het aflossingsbedragg van € 100.000.Op basis van de kasstromen wordt de interne rentevoet (ook wel internal rate of return, IRRgenoemd) of effectieve rente berekend door middel van de volgende formule:–92.418+ 8.000/(1 + r)ˆ1 + + 8.000/(1 + r)ˆ5 + 100.000/(1 + r) )ˆ5 = 0.Hieruit resulteert een disconteringsvoet van10%. Deze disconteringsvoet van10% is gelijk aan deinterne rentevoet envormt de effectieve rente, die gedurende de resterende looptijd in dewinst- enverliesrekening zal worden opgenomen.Het verloop van degeamortiseerde kostprijs van de obligatieleningen in heteerste en het tweedejaar is als volgt:70


Bijlage B Voorbeeld van een samengesteld instrumentRichtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Een voorbeeld van een samengesteld financieel instrument is een converteerbare lening. Deconverteerbare lening kan in de jaarrekening van de uitgevende onderneming worden gesplitst ineen component eigen vermogen (een verstrekte calloptie of warrant) en een component financiëleverplichting.De emittent van een in gewone aandelen converteerbare obligatie bepaalt de boekwaarde van devreemd-vermogenscomponent op basis van de reële waarde van een vergelijkbare financiëleverplichting waaraan geen eigen-vermogenscomponent is gekoppeld. De boekwaarde van heteigen-vermogensinstrument dat wordt weergegeven door de optie tot conversie van het instrumentin gewone aandelen, wordt vervolgens bepaald door de reële waarde van de financiële verplichtingop de reële waarde van het samengestelde instrument als geheel in mindering te brengen.Een onderneming heeft een € 100.000.000, tweejarige, 2% converteerbare obligatieleninguitgegeven. Een vergelijkbare lening zonder conversierechten zou een rente dragen van 5%.De vreemd-vermogenscomponent bestaat uit de contante waarde van de kasstromen van deconverteerbare obligatielening. De disconteringsvoet die daarbij gebuikt wordt is de rente van devergelijkbare lening zonder conversierecht. De contante waarde bedraagt in dit voorbeeld€ 91.830.000. Het verschil tussen dit bedrag en de opbrengst van de lening is de waarde van deconversieoptie die als eigen vermogen wordt gepresenteerd (€ 8.170.000).De uitwerking in journaalposten is als volgt:NB De verschillende grootboekrekeningen zijn in kolommen opgenomen, één regel laat éénjournaalpost zien. De effecten van de journaalposten zijn zowel per periode als cumulatief (tot enmet de periode) weergegeven.71


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)In dit voorbeeld is geen rekening gehoudenmet belastingen.72


Bijlage C Voorbeelden van hedge accountingRichtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)AFDEKKING VANHET USD-RISICO INDE TOEKOMSTIGEE VERKOOP VAN GOEDERENWAARBIJ HET DERIVAAT OPREËLE WAARDE WORDT GEWAARDEERD(UITWERKING VANALINEAA 625 EN VERDER) – KASSTROOMHEDGEOnderneming VS ( euro boekhouding) exporteert regelmatig goederen naar Amerika en factureertdeze goederen in USD. Voortoekomstige, zeer waarschijnlijke, verkooptransactiessluit dezeonderneming valutatermijncontracten af omzich tegen de variabiliteit van de€ tegenwaarden vanUSD verkoopopbrengsten te beschermen.Op 1 november 20x0 verwacht deonderneming in mei20x0+1 goederen ter waarde van USD 250.000 te zullen exporteren. Om zichtegen de variabiliteitvan € /USD te beschermen sluit onderneming VS een valutacontract af met een bankinstelling metde verplichting op 15 mei 20x0+1 USD 250.000 televeren en€ 250.000 af te nemen. Op 15januari 20x0+1 tekent de onderneming het contract voor de order met een waarde USD250.000,leveringvan goederen vindt plaats op 15 mei 20x0+1.De reëlee waarde van het valutatermijncontract is alsvolgt, waarbij is aangenomen dat er geenverschil is tussen decontante- en de termijnkoers.Onderneming VS past kasstroomhedge-accounting toeom de volatiliteit weg te nemen die ontstaatdoor het feit dat het valutatermijncontractt (een derivaat) onmiddellijk, tegen reële waarde, moetworden verwerkt, terwijl de afgedekte verwachte toekomstigee verkooptransactie (totdat dezeplaatsvindt, naar verwachting na zes maanden) niet mag worden verantwoord. Als gevolg van detoepassing van kasstroomhedge-accounting worden de wijzigingen in de reële waarde van hetvalutatermijncontract (voor zover effectief en aan de documentatie eisen is voldaan),in eersteinstantiein een afzonderlijke post binnenn het eigen vermogen verantwoord. Overboeking vanuithet eigen vermogenvindt plaats op het moment dat de afgedektee positie effect heeft opde winstenverliesrekening.De uitwerking in journaalpostenn is als volgt:NB De verschillende grootboekrekeningen zijn in kolommen opgenomen,één regellaat éénjournaalpost zien. De effecten van de journaalpostenzijn zowel per periode als cumulatief (tot enmet de periode) weergegeven.73


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)De rubricering vande overboeking uit het eigen vermogen in de winst- enverliesrekening valtsamen met de afgedekte positie. Indien de omzet ofde kostprijs van de omzet wordtafgedekt,wordt deze vrijval bijvoorbeeldopgenomen op de regel overige opbrengsten en kosten in de brutomarge. Indien financieringskosten worden ingedekt, worden de hedge resultaten in de overige rentebaten enlasten verantwoord. Indien de afgedekte positie onder operationelee kosten gerubriceerdwordt, worden de hedge resultaten in overige operationele kosten verantwoord.AFDEKKING VANHET USD-RISICO INDE TOEKOMSTIGEE VERKOOP VAN GOEDERENWAARBIJ HET DERIVAAT OP KOSTPRIJS WORDT GEWAARDEERD(UITWERKING VANALINEAA 633 EN VERDER) – KOSTPRIJSHEDGEOnderneming VS ( euro boekhouding) exporteert regelmatig goederen naar Amerika en factureertdeze goederen in USD. Voortoekomstige, zeer waarschijnlijke, verkooptransactiessluit dezeonderneming valutatermijncontracten af omzich tegen de variabiliteit van de€ tegenwaarden vanUSD-verkoopopbrengsten te beschermen.Op 1 november 20x0 verwacht deonderneming in mei20x0+1 goederen ter waarde van USD 250.000 te zullen exporteren. Om zichtegen de variabiliteitvan _/USD te beschermen sluitonderneming VS een valutacontract af met een bankinstelling metde verplichting op 15 mei 20x0+1 USD 250.000 televeren en€ 250.000 af te nemen. Op 15januari 20x0+1 tekent de onderneming het contract voor de order met een waarde USD250.000,leveringvan goederen vindt plaats op 15 mei 20x0+1.74


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)De reëlee waarde van het valutatermijncontract is alsvolgt, waarbij is aangenomen dat er geenverschil is tussen decontante ende termijnkoers.Onderneming VS past kostprijshedge-accounting toe om de volatiliteit weg te nemen die ontstaatdoor het feit dat het valutatermijncontract (een derivaat) onmiddellijk, voor het vreemde valutaelementtegen de koers op balansdatum moet worden verwerkt, terwijl de afgedekte verwachtetoekomstige verkooptransactie(totdat deze plaatsvindt, naar verwachting na zes maanden) nietwordt verantwoord. Als gevolg van de toepassing van kostprijshedge-accounting worden dewijzigingen in de koers en de invloed daarvan op dewaarderingen de resultaatbepaling van hetvalutatermijncontract (voor zover effectief en aan de documentatie eisen is voldaan),in eersteinstantieniet verwerkt (off balance gehouden). Opname vindt pas plaats op het moment dat deafgedekte positie effect heeft opde winst- en verliesrekening.De uitwerking in journaalpostenn is als volgt:NB De verschillende grootboekrekeningen zijn in kolommen opgenomen,één regellaat éénjournaalpost zien. De effecten van de journaalpostenzijn zowel per periode als cumulatief (tot enmet de periode) weergegeven.75


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)De rubricering vande afwikkeling van het termijncontract in de winst- enverliesrekening valtsamen met de afgedekte positie. Indien de omzet ofde kostprijs van de omzet wordtafgedekt,wordt deze post bijvoorbeeld opgenomen op de regel overige opbrengsten en kosten inde brutomarge. Indien financieringskosten worden ingedekt, worden de hedge resultaten in de overige rentebaten enlasten verantwoord. Indien de afgedekte positie onder operationelee kosten gerubriceerdwordt, worden de hedge resultaten in overige operationele kosten verantwoord.HEDGE VAN EEN VASTRENTENDE LENING NAAR VARIABELEE RENTE MET EEN RENTESWAPWAARBIJ HET DERIVAAT OPREËLE WAARDE WORDT GEWAARDEERD(UITWERKING VANALINEAA 619 EN VERDER) – REËLE-WAARDEHEDGEOp 1 januari 20x0 geeft ondernemingABC een vijfjarige vastrentende leninguit van€ 100.000.000 tegen 7%, met halfjaarlijkse interestbetalingen.De marktrente van dergelijkeleningenn is op dat moment ook7% (6% risicovrije rente vermeerderd met 1%kredietopslag) zodatde lening geen agioof disagionoteert. In het kader van haar renterisicobeleid en strategie wenstABC variabele rente te betalen. ABC sluit om die reden een renteswap af waarbij zij gedurendevijf jaarhalfjaarlijks variabelee € IBOR interest plus1% betaalt en een vaste interest van 7%ontvangt over een ‘notional’ bedrag (rekengrondslag) van € 100.000.000.De reële waarde van de renteswap wordt bepaald op basis van de contante waarde van dekasstromen (rente en notional bedrag). Dedisconteringsvoet gebruikt voor de berekening van dereële waarde van deswap is deactuele swaprente (zijnde de risicovrije rente) op het moment vanwaardering); de disconteringvoet voor debepaling van de aanpassing vanboekwaarde van delening aan de wijziging in dereële waarde ten gevolge van de verandering in de rente is derisicovrije rentevoet (eveneensde swaprente). Deze rente bedraagt op 1 januari 20x0 6%, op 30juni 20x0 7% en op31 december 20x0 eveneens 7%.Er is vanuit gegaan dat op deze data steedssprake is van een vlakke rentecurve.De aanpassing van boekwaarde van de lening als gevolg van toepassen van reële-waardehedge-dat deaccounting is gebaseerd op een ingedekt risico van de risicovrije rentevoet. Dat betekentlening niet volledig tegen reële waarde wordt gewaardeerd.De reëlee waarden van de swap zijn als volgt:76


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)De reële waarde van de lening is gebaseerd op een hypothetische 6% lening van € 100 miljoen,omdat bij het aangaan van de renteswap de risicovrije rente 6% bedraagt.Documentatie en effectiviteittestsDe veranderingen in de reële waarde van de swap zijn aangewezen als een afdekking van deveranderingen in de reële waarde van de aangegane lening ten gevolge van veranderingen in derisicovrije rentevoet die gold op het moment dat de renteswap in de hedgerelatie werd opgenomen.De op afsluitdatum van de renteswap geldende risicovrije rentevoet bedroeg 6%. De nominalewaarde, de looptijd en coupon data van de renteswap en de lening zijn aan elkaar gelijk. Als gevolghiervan mag verwacht worden dat de veranderingen in de reële waarde van de lening en die van deswap in hoge mate tegengesteld correleren. De effectiviteit van de hedgerelatie zal op elkerapportageperiode worden bepaald door vergelijking van de cumulatieve veranderingen in de reëlewaarde van swap met die van een 6% (hypothetische) lening.Boekhoudkundige verwerkingIn dit voorbeeld wordt de renteswap apart verwerkt en gewaardeerd tegen reële waarde. Bij hetaangaan van de renteswap is de reële waarde (nagenoeg) nihil. Bij een reële waarde afdekking (fairvalue hedge) is sprake van een mismatch in waardering omdat de lening op geamortiseerdekostprijs wordt gewaardeerd en de renteswap tegen reële waarde via de winst- en verliesrekening.Om te bereiken dat de reële waardeveranderingen van het afgedekte risico van de lening indezelfde periode in de winst- en verliesrekening worden opgenomen, worden de veranderingen inde reële waarde ten gevolge van wijzigingen in de afgedekte marktrente van de (hypothetische) 6%lening eveneens in de winst- en verliesrekening opgenomen.De journaalposten voor het eerste jaar kunnen als volgt worden weergegeven:NB De verschillende grootboekrekeningen zijn in kolommen opgenomen, één regel laat éénjournaalpost zien. De effecten van de journaalposten zijn zowel per periode als cumulatief (tot enmet de periode) weergegeven.77


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)De rentelast voor het jaar 20x00 is € 7.500.000. Deze last bestaat uit de betaalde 7% variabele rentevan de swap over het eerste halfjaar ad € 3.500.000 en 8% variabele rente € 4.000.0000 over hettweede halfjaar 20x0. Alle berekeningen van de reëlee waarden en de kasstromen van de vaste envariabele rente vande renteswap en vande lening zijn gebaseerd op de conventie: maand 30dagen/jaar 360 dagen. Daarnaast zijn vlakke rentecurve aangenomen op 30 juni 20x0 en 31december 20x0.HEDGE VAN EEN VARIABELRENTENDEE LENING NAAR VASTE RENTE MET EEN INTERESTRATE SWAP WAARBIJ HETDERIVAAT OP REËLE WAARDE WORDT GEWAARDEERD(UITWERKING VANALINEA 625 EN VERDER) – KASSTROOMHEDGEOp 1 januari 20x00 geeft ondernemingABC een vijfjarige variabel rentende lening uit van€ 100.000.000. De variabele rente wordt iedere zes maanden vastgesteld op € IBORplus 100basispunten. De lening noteert geen agio of disagio bij uitgifte. Op dezelfde dag kooptonderneming ABC een renteswap waarbij zij een vaste rente van 7% betaalt en halfjaarlijksevariabele rente gebaseerd op € IBOR plus 100 basispunten ontvangt. De overige kenmerken van deswap zijn: ‘notional’ bedrag € 100.000.000, looptijd vijf jaar en halfjaarlijkse vaststelling van hetvariabele rentepercentage. Metdeze renteswap bereiktABC dat zij een jaarlijkse rentelast van 7%heeft.78


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)De reële waarde van de renteswap wordt bepaald op basis van de contante waarde van dekasstromen (rente en notional bedrag). Dedisconteringsvoet gebruikt voor de berekening van dereële waarde van de swap is de actuele swaprente, dat wil zeggen de (risicovrije) rente op hetmomentvan waardering. Deze rente bedraagt op 1 januari 20x0 6%, op 30 juni 20x0 7%en op 31december 20x0 eveneens 7%. Er is ervanuitgegaandat op deze data steeds sprake is van eenvlakke rentecurve.[Figuur:RVJ0490]Boekhoudkundige verwerkingIn dit voorbeeld wordt de renteswap apart verwerkt en gewaardeerd tegen reële waarde. Bij hetaangaann van de renteswap is de reële waarde (nagenoeg) nihil. Bij een cash flow afdekking (cashflow hedge) is sprake van een mismatch in verwerking omdat de lening op geamortiseerdekostprijss wordt gewaardeerd dienen de waardewijzigingen van de renteswap in eerstee instantieverantwoord te worden in een afzonderlijke component binnen het eigenvermogen. Op hetmomentdat de afgedekte positie effect heeft op de winst- en verliesrekening, vindt overboekingvanuit het eigen vermogen plaats ter compensatie vande variabiliteit in het resultaat waartegen dehedge protectie biedt. Dit betekent dat op het moment dat de variabele rente in de winst- enverliesrekening wordt verantwoord een overboeking plaatsvindt via de afzonderlijke component inhet eigen vermogenin de winst- en verliesrekeningtot het bedrag van de vaste rente waarvoorABC zich met lening en de renteswap heeft vastgelegd.De journaalposten voor het eerste jaar kunnen als volgt worden weergegeven:NB De verschillende grootboekrekeningen zijn in kolommen opgenomen,één regellaat éénjournaalpost zien. De effecten van de journaalpostenzijn zowel per periode als cumulatief (tot enmet de periode) weergegeven.79


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)De rentelast voor het jaar 20x0 is € 7.000.000. Dezee last bestaat uit de 7%vaste swaprente van€ 3.500. .000 over het eerste halfjaar en€ 3.500.000 over het tweede halfjaar 20x0. Alleberekeningen van de reële waarden en de kasstromen van de vaste en variabele rente van derenteswap en van de lening zijn gebaseerd op de conventie: maand 30 dagen/jaar 360 dagen.Daarnaast zijn vlakke rentecurve aangenomen van 7%op zowel 30 juni 20x0 als op 31 december20x0.Het eigen vermogenfungeert infeite als ‘schommelfonds’. Gedurende de hedgerelatie staat in heteigen vermogen telkens de schone reële waarde vande renteswap. Dit is de resultante van deboekingin het eigen vermogen van de totale reëlee waardewijziging van de renteswap en deoverboeking naar de winst- en verliesrekening als correctiee naar de vaste rentee die hetgezamenlijke economische effect van lening en renteswap weergeeft.80


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)De rubricering van de overboeking uit het eigen vermogen in de winst- en verliesrekening valtsamen met de afgedekte positie. Indien de omzet of de kostprijs van de omzet wordt afgedekt,wordt deze vrijval bijvoorbeeld opgenomen op de regel overige opbrengsten en kosten in de brutomarge. Indien financieringskosten worden ingedekt, worden de hedge resultaten in de overige rentebaten en lasten verantwoord. Indien de afgedekte positie onder operationele kosten gerubriceerdwordt, worden de hedge resultaten in overige operationele kosten verantwoord.81


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Bijlage D Voorbeeldalineaa 825 en verdervan eenembedded derivaat, uitwerking vanEenNederlandse ondernemingheeftin november20x0 een verkoopcontractvanschoonmaakmiddelen (het basiscontract) afgesloten met een afnemer in het Verenigd Koninkrijkvoor een prijs van USD 100. 000. De goederen zullen in februari 20x0+1geleverd en betaaldworden.In dit contract is een valutaclausule (het embedded derivaat) begrepen. Een valutaclausule in eenin- of verkoopcontract voor goederen of diensten kan onder omstandighedenals economisch nauwverbonden worden beschouwd met de kenmerken vanhet basiscontract. Namelijk als het contractluidt in a) de valutaa van koperof verkoper van het contract, b) de valuta die overal in de wereldwordt gebruikt voorde betreffende goederen (bijvoorbeeld dollarsvoor olie),of c) de valuta die inde specifieke economische omgeving wordt gebruiktvoor leveringen van goederen endiensten(bijvoorbeeld euro’ s of dollars in bepaaldee landen met een zeer hoge inflatie). Omdat indit gevalde valuta waarin wordt gefactureerd niet als economisch nauw verbonden kanworden beschouwd,dient deNederlandse onderneming het derivaat (valutatermijncontract) afte scheiden van hetverkoopcontract. Het valutatermijncontractt (koop USD, verkoop € ) dient tegen reële waarde in debalans te worden opgenomen en de resultaten dienenn via de winst- en verliesrekeningte wordenverwerkt.Het verloop van determijnkoers van de USD-koersgelijk is aan de contante koers) is als volgt:(waarbij isaangenomenn dat de termijnkoersIn februari 20x0+1 wordt de omzet voor € 100.000 verantwoord, tegen de koers op het moment dathet contract is aangegaan.Overigens mag in november 20x0 het valutacontract,na afscheiding van het basiscontract, als eenhedge-instrument worden aangewezen voor de afdekking vanbijvoorbeeld een toekomstigeinkooptransactie of vaststaandeinkoopverplichting.NB In dit voorbeeldis geen rekening gehouden met belastingen.82


Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Bijlage E Voorbeelden van embedded derivaten en de noodzaak dezeaf te splitsen conform alinea 825 en verderAlinea 827 tot en met 836 dienen te worden toegepast op embedded derivaten die volgens dekeuzes van de rechtspersoon met betrekking tot de waarderingsgrondslagen worden gewaarderingtegen reële waarde. De onderstaande tabel is een illustratie van het afsplitsen van embeddedderivaten in het geval van waardering van derivaten tegen reële waarde.Beschrijving van het instrument1. Converteerbare obligatie,geclassificeerd als Tot heteinde van de looptijdaangehouden.2. Converteerbare obligatieaangegaan voorhandelsdoeleinden.3. Opgenomen lening waarbij derente afhankelijk is van destand van de AEX-index.4. Vreemd vermogen waarbij derente op Euribor wordtvastgesteld.5. Een tweejarig contract om eenminimum hoeveelheidgoederen te verkopen, met eenondergrens en boven-grensvoor de prijs van de goederen.Is een embedded derivaataanwezig in hetinstrument? (Ja/Nee)Ja, het conversie-elementis een optie op aandelen.Ja, het conversie-elementis een optie op aandelen.Ja, een optie op de AEXindex.Nee.Ja, put- en callopties inhet goederenverkoopcontract.Moet het instrument wordenafgescheiden en als een derivaatworden verwerkt? (Ja/Nee)Dit hangt af van de waarderingvan aandelenoptie. Alinea 827 toten met 836 dienen slechts teworden toegepast op embeddedderivaten die volgens de keuzesvan de rechtspersoon metbetrekking tot dewaarderingsgrondslagen wordengewaardeerd tegen reële waarde.Nee, de converteerbare obligatieis al gewaardeerd op reëlewaarde via het resultaat.Ja, er is geen economischeverbondenheid tussen derivaat ende opgenomen lening en deopgenomen lening is nietgewaardeerd op reële waarde viahet resultaat.N.v.t.Nee, indien de marktprijs bij hetafsluiten van het contract tussende uitoefeningsprijs van de callen de uitoefeningsprijs van de putinligt, zijn het derivaat en hetgoederencontract economischnauw met elkaar verbonden.83


6. Een tweejarig contract om eenvaste hoeveelheid goederentegen een vaste prijs teverkopen, die wordtgecorrigeerd voor inflatie.7. Een tweejarig contract waarbijeen onderneming met de euroals functionele valuta vanJapanse ondernemingtelefoons inkoopt tegen eenvaste prijs in US Dollar.8. Een tweejarig contract waarbijeen onderneming met de Euroals functionele valuta vanJapanse onderneming olieinkoopt tegen een vaste prijsin US Dollar.9. Inflatiecorrectie in de huurvan een bedrijfspand.Ja, de inflatiecorrectie iseen bepaaldtermijncontract.Ja, inkoop in een derdevaluta is eentermijncontract.Ja, de voorwaarden invreemde valuta zijn eenvalutatermijncontract.Ja, dit betreft eeninflatiederivaat.Richtlijn 290 Financiële instrumenten(aangepast 2011)Nee, de inflatiecorrectie is nauwverbonden met het goederenverkoopcontract.Ja, slechts indien instrumentenaangewezen voor reële waardevia het resultaat (inclusiefhandel) in eigen valuta of in devaluta waarin internationalehandel wordt gedaan in gebiedwaarin de transactie tot standkomt, behoeft geenvalutatermijn-contract te wordenafgezonderd.Nee, voor ruwe olie geldt nauweverbondenheid met de US dollar,aangezien dit goed over de helewereld in US dollar wordtverhandeld.Nee, inflatiederivaten zijn in hetalgemeen nauw verbonden aanhuurcontracten (mits maar 1 deinflatie wordt gecorrigeerd).84

More magazines by this user
Similar magazines