LEVEN EN DOOD - l'Isolat

klm.mra.be

LEVEN EN DOOD - l'Isolat

LEVEN EN DOODin de loopgravenvan de Eerste Wereldoorlogop basis van officiële documentenen persoonlijkarchiefmateriaalBasisonderwijsKoninklijkMuseum van het Leger en deKrijgsgeschiedenis


Amper tachtig jaar geleden eindigde de Eerste Wereldoorlog, ook wel ‘GroteOorlog’ genoemd. Hij luidde op bloedige wijze de 20 ste eeuw in en zette eerstEuropa en daarna de wereld in vuur en vlam. Ook al past deze oorlog nog19 de eeuwse tactieken toe, toch loopt hij met zijn technische vernieuwingen(pantservoertuigen, vliegtuigen, onderwateroorlog) al vooruit op de TweedeWereldoorlog. Precies deze nieuwe technologieën zouden immers de loop vandit conflict op z’n kop zetten.Laten we echter de grote offensieven, technologische ontwikkelingen ofdiplomatieke manoeuvers voor wat ze zijn. Dit dossier behandelt het leven van degewone soldaten en de burgers die werden opgeofferd aan deze verschrikkelijkeoorlog. Aan de hand van documenten die in het Koninklijk Museum van hetLeger worden bewaard - foto’s, officiële papieren, privé-documenten, affiches- behandelt het de verschillende aspecten van het leven van de Belgische soldaatgedurende de vier jaren die deze aan het front doorbracht, ver van zijn familie,zijn huis en zijn werk en ook de manier waarop de Belgische burgerbevolkinghet conflict ervaart. Door deze documenten na te pluizen worden de leerlingenondergedompeld in de reële levensomstandigheden van de Belgen. Met ditdossier in handen krijgen ze een idee van het dagelijks leven, de persoonlijkeinzet, de overtuigingen en beslommeringen van deze mannen en vrouwen dieverstoken waren van hun omgeving, gewoontes en geliefden. De oorlog van14-18 ligt weliswaar al ver terug in de tijd, maar de menselijke waarheden dieerdoor aan het licht kwamen zijn eigen aan alle conflicten. Aan de hand van devele bronnen van verschillende aard kunnen we het menselijke luik van dezeoorlog gediversifieerd benaderen.Dit dossier is een onmisbare aanvulling bij een bezoek aan de zaal ‘14-18’ in hetKoninklijk Museum van het Leger te Brussel, waar op tastbare wijze de brutaliteitvan deze oorlog (waarvan men hoopte dat het de allerlaatste zou zijn) wordtgetoond. Kanonnen, pantservoertuigen en vliegtuigen contrasteren er met hetkwetsbare karakter van de persoonlijke uitrusting van de soldaten.Het dossier bestaat uit twee delen: een voor deleerkracht en een voor de leerlingen. Het eersteluik bevat een hoop achtergrondinformatiedie de leerkracht in staat moet stellen om dediverse bronnen (foto’s, affiches, getuigenissen,officiële documenten en persoonlijkarchiefmateriaal) tijdens eenbezoek aan het museumen/of achteraf in de klasoptimaal te benutten. Hettwee deel, bestemd voorde leerlingen, biedt naasttal van documenten ookeen reeks vragen. Ten slottewordt elk van de behandeldethema’s in verband gebrachtmet de collectiestukken vanhet museum.Bij een openboekje krijgt uuitleg over dedocumentendie aan de leerlingen wordenvoorgelegd.Hetvergrootglasvestigt deaandacht opcollectiestukkenin het Musem.Dossier voor de leerkracht - 2 -


Zaal Eerste WereldoorlogKoninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis (KLM)Jubelpark 3, 1000 BrusselReservatie minstens 2 weken op voorhand bij de Educatieve Dienst:Sandra Verhulst - Leen Van den DriesTel.: 02/ 737 79 07 – 02/ 737 78 07 - Fax: 02/ 737 78 02sandra.verhulst@klm-mra.beleen.van.den.dries@klm-mra.beHet museum is open van dinsdag tot en met zondag9u – 12u / 13u – 16u30Tarieven:Toegang: gratisGeleid bezoek scholen: 45 EUR / 55 EUR weekendGeleid bezoek volwassenen: 62 EUR / 72 EUR weekendAnimaties: 65 EUR / 75 EUR week endBezoek onze website:www.legermuseum.be© van alle gebruikte foto’s en documenten: KLMDossier voor de leerkracht - 3 -


België raakt bij de oorlog betrokken.Nadat België Duitsland de vrije doortocht naar Frankrijk heeft ontzegd, valt hetDuitse leger ons land op 4 augustus 1914 binnen.Luik, de eerste stad die onder vuur wordt genomen, valt een dag later al inDuitse handen. Het Belgische leger, niet in staat om de oppermachtige vijandhet hoofd te bieden, trekt zich in wanorde terug. Hoewel de stad zelf vrij snelis gevallen, zullen de forten rond Luik nog bijna twee volle weken weerstandbieden, alvorens te bezwijken onder de superieure Duitse artillerie. Hoewel ditalles de Duitse opmars niet weet te stuiten, is nu wel bewezen dat de Belgenzich niet louter symbolisch verzetten. Die onverwachte weerstand brengtechter een ware paranoia teweeg bij de Duitse soldaten die overal vrijschutters(burgers die illegaal de wapens opnemen) zien. De Duitsers daarop slaanprompt aan het plunderen en beginnen steden en dorpen (Leuven en Tamines)in brand te steken, waarbij er meer dan 5.000 burgerslachtoffers vallen.Honderden mannen worden bovendien naar Duitsland gedeporteerd.Vanaf 20 augustus 1914 plooien de Belgische troepen terug op de forten rondAntwerpen. Daarmee vormen ze een bedreiging voor de rechterflank van hetnaar Parijs oprukkende Duitse leger. Dat laatste besluit om na de nederlaagbij de Marne eerst de weerstand in België van de kaart te vegen en valtAntwerpen aan. Op 28 september 1914 komt de stad onder vuur te liggen.De burgerbevolking slaat massaal op de vlucht, voor het overgrote deel naarNederland. Het Belgische Leger steekt begin oktober de Schelde over en trektzich terug richting kust.Zo’n 75.000 manschappen verschansen zich achter de IJzer die koste wat hetkost uit handen van de vijand moet worden gehouden. Maar de gevechten, dehonger en de precaire levensomstandigheden hebben de soldaten verzwakt.Met hun uitrusting en bewapening is het eveneens triest gesteld. Gelukkigmaakt het openzetten van de sluizen in Nieuwpoort, waardoor de IJzervlakteonder water loopt, een einde aan de Duitse opmars. Dit is het begin van eenlange loopgravenoorlog.De door de Duitse troepen platgebrande stad Leuven, midden augustus 1914, © KLMDossier voor de leerkracht - 4 -


Het uniformIn de 19de eeuw zijn de uniformen kleurrijk, schitteren de helmen in de zonen zijn de steeds hogere hoofddeksels versierd met goed zichtbare pluimen.De kleuren, het goud, de pluimen en andere prestigieuze elementen moetenindruk maken op de vijand. Op het slagveld moet de generale staf zijntroepen kunnen onderscheiden doorheen het rookgordijn van het zwartekruit der kanonnen en geweren. De evolutie van het uniform houdt verbandmet de bewapening. Aangezien de wapens vooraan worden geladen moetde soldaat rechtop blijven. De zwakke draagwijdte van het geweer verplichthem ook in slagorde te blijven tot op dertig meter van de vijand. Resultaat ishet indrukwekkend uitzicht van de slagorde. Camouflage doet hier niet terzake. Het uniform is weinig functioneel. Het is ingenomen (sommige mannendragen korsetten), heeft nauwe boorden en de hoofddeksels zijn vaak lastig enweinig stabiel.Door de evoluerende bewapening moet meneind 19de eeuw afstappen van die bontgekleurdeuniformen. Het ontwikkelen van kruit zonderkruitdamp heeft een betere zichtbaarheid op hetslagveld tot gevolg. Voortaan is het belangrijk datmen opgaat in het landschap. Men dient zich tecamoufleren. Het op het slagveld onmiddellijkin het oog springende uniform en het ontbrekenvan de helm zijn gedeeltelijk verantwoordelijkvoor het hoge dodental in 1914. Het uniformblijkt in de winter en in de loopgraven weinigpraktisch: het is te nauw aansluitend, te zwaar endroogt slechts moeizaam. Deze slecht aangepasteuitrusting doet gedurende de eerste wintereen vijfde van deBelgische soldatenin de hospitalenbelanden.De soldatentrachten zichtegen de kou tebeschermen dooreen schapenvachtover hun uniformaan te trekken.Dossier voor de leerkracht - 6 -


De eerste verbeteringen komen er met de IJzerkepi met klep en met rubberenlaarzen en regenkledij. In 1915 neemt België net als Groot-Brittannië of deVerenigde Staten het kaki (een woord uit het Oerdoe dat zand betekent)uniform over. In Frankrijk is het hemelsblauw, in Duitsland en Oostenrijkfeldgrau en in Rusland aardebruin. In dezelfdetijd verschijnt de Adrianhelm (genoemdnaar de Franse generaal die hem uitvond),die vooral het hoofd (maar niet de nek) vande soldaat beschermt. Deze is kakibruin vankleur en heeft een leeuwenkop als kentekenvooraan. Hij weegt 800 gram. In 1916 tonenvergelijkende ballistische proeven tussende Franse, Engelse, Duitse, Zweedse enexperimentele Nederlandse helmen aan dat hetstaal van de Adrianhelm het minst weerstandbiedt.In de verschillende vitrines is deze evolutie te volgen.Dossier voor de leerkracht - 7 -


De loopgravenDefinitie van loopgraven: defensieve positie,bestaande uit één of meerdere parallelle linies vanbunkers, grachten, geschutsposities voor kanonnen,mortieren of machinegeweren, bestemd omvijandelijk vuur te weerstaan en een schuilplaatste bieden aan de manschappen. Idealiter wordendeze linies versterkt door natuurlijke of artificiëleobstakels als rivieren, kanalen, grachten,spoorwegbermen, muren,...Het openen van de sluizen te Nieuwpoort eindoktober 1914 zet de IJzervlakte onder water enstopt de opmars van de Duitsers. Het Belgischeleger installeert zich op een klein hoekje nietbezet grondgebied. De stellingenoorlog kanbeginnen. De bodem is al op geringe dieptedoordrenkt van het water en verhindert het uitgraven van loopgraven. Ermoeten dus met behulp van zandzakjes bovengrondse loopgraven wordengebouwd. In het overstroomde landschap blijven alleen hoger gelegen puntenzichtbaar: spoorwegbermen, bruggen of geïsoleerde hoeven die als wachtpostdienen. Een netwerk van vlonders loopt door het land. In de loop der maandenwordt het aanleggen van loopgraven georganiseerd. De eerste linies wordenmet de tweede verbonden door middel van gangen die zigzag lopen. Zo kanmen bij een vijandelijke aanval enfilerend vuur vermijden. Gebetonneerdeschuilkelders vervangen de modderige holen. Décauvillelijnen (een kleintreintje getrokken door manschappen) doorkruisen de loopgraven. Bordjesvermelden in welke gang men zich bevindt en waarschuwen de soldaat voorgevaarlijke doorgangen. Met periscopen slaagt men erin de vijand in de gatente houden zonder zelf onnodige risico’s te nemen.In het Legermuseum kunt u een kopie bezoeken van een loopgraaf uit de derdelinie, meer bepaald uit Merkem, zoals die eruit zag in tijdens het eindoffensiefvan 1918.LoopplankenGevechtsloopgraafSchuilloopgraafVerbindingloopgraafVoorpostSchuilplaatsKolonneweg500 m1e Linie 2e Linie 3e LinieDossier voor de leerkracht - 8 -


Het ritme van alledagEr komt een soort beurtrol op gang tussen de dagen doorgebracht in eerste linie(3-4 dagen), piket in tweede linie (3-4 dagen) en rust in een afgelegen kwartier(ook 3-4 dagen). Deze rust bestaat ook uit diverse klussen, manoeuvers eninspecties. Maar de soldaten kunnen zich ook wat ontspannen, wassen,hun rantsoen aanvullen en vrienden opzoeken. Het aantal dagen verschiltnaargelang de periode, de sector - kalm of bewogen - of al dan niet op handenzijnde gevechten. De soldaten verhuizen voortdurend met heel hun hebben enhouden. Ze laten niets achter vermits anderen de vrij gekomen plaats zulleninnemen. Alle drie of zes maanden krijgen de soldaten groot verlof van tweetot vier weken.Document: A. Bocklandt, Mijne Oorlogsherinneringen 1914-1918,KLM, Archief Personalia 14-18.A. Bocklandt, soldaat van het 8ste linie, heeft ons een dik schrift methandgeschreven nota’s nagelaten. In 1923 - na de oorlog dus - brengthij orde in deze persoonlijke herinneringen.In zijn velddagboektekent Bocklandt zijnpersoonlijke ervaringenaan het front op.Dossier voor de leerkracht - 9 -


Het leven in de loopgravenHet lawaai van de kanonnenHet lawaai van de obussen en de bombardementen maaktdeel uit van het dagelijkse leven van zowel de soldatenals de burgerbevolking die in de frontstreek woont.De zaal Eerste Wereldoorlog van het Legermuseum bevat eenindrukwekkende hoeveelheid veldkanonnen, loopgraafartillerie, luchtafweerkanonnenen andere artilleriestukken. Ze symboliseren de buitensporigevuurkracht die tijdens de Eerste Wereldoorlog werd ontketend.VliegtuigenDe luchtmacht voert in deeerste plaats observatie- engevechtsopdrachten uit. Daarnaastworden er echter ook toestelleningezet voor bombardements-,verkennings-, beschermingsenbewakingsmissies of om deverbinding te verzekeren tussen defronttroepen en de generale staf diede offensieven leidt (de troepen ineerste linie zwaaien met gekleurdedoeken om aan te geven of ze al danniet in moeilijkheden verkeren).In augustus 1914 moet het Belgischeleger het stellen met 16 vliegtuigenen 34 piloten tegenover tegen 150 Duitse toestellen. Weldra breidt deBelgische luchtmacht haar aantal vliegtuigen echter uit en richt ze een goedfunctionerende afdeling voor luchtobservatie op, die haar bevindingen met hetFranse, Britse en zelfs het Russische leger deelt.Er zijn verschillende manieren om de informatie die door deverkenningsvliegtuigen wordt verzameld, door te geven:1. observeren, landen en je dan per fiets of te paard naar de generale stafreppen2. observeren, terugkeren naar de basis en van daaruit de generale stafopbellen3. je observaties opschrijven en ze in een zak droppen boven defronttroepen die de informatie aanbelangt4. gebruik maken van een draadloze telegraaf, waarvan de antenne eenkoperen draad is die uit de vliegtuigcabine hangt en die bij het landenmoet worden binnengehaald.In de zaal Eerste Wereldoorlog is een kopie te zien van het vliegtuig van deDuitse As Manfred von Richthofen, beter gekend als de Rode Baron. Verderstaan in de luchtvaarthal van het museum meerdere Duitse, Franse enEngelse toestellen uit de Eerste Wereldoorlog opgesteld, waarvan sommigeuniek ter wereld. Het zijn breekbare bouwsels uit hout en zeildoek, uitgerustmet verschillende types motoren en soms voorzien van machinegeweren omvijandelijke vliegtuigen neer te schieten. Vaak zijn ze beschilderd in camouflagetintenen voorzien van kleurrijke kokardes.Dossier voor de leerkracht - 10 -


GasGas wordt voor het eerst door deDuitsers ingezet op 22 april 1915te Poelkapelle, in de omgevingvan Ieper, in een sector diewordt bezet door Fransen enCanadezen. Deze aanval is eencomplete verrassing voor deonvoorbereide troepen en zaaitpaniek onder de geallieerden diezich verschillende kilometersterugtrekken. In het begin wordthet gas richting vijand gestuurdvia wolken die vrijkomen uit flessen geperste lucht of via kilometers langeloden buizen. Men dient te profiteren van de gunstige windrichting, maardie kan plots omslaan! Vervolgens gebruikt men granaten, obussen en allerleiprojectielen die worden afgeschoten met mortieren.Er bestaan verschillende soorten gas die verschillende aandoeningenveroorzaken. De gevaarlijkste zijn de toxische gassen die het centralezenuwstelsel aantasten. Meestal worden stikgassen gebruikt die een langzameverstikking tot gevolg hebben. Bijtende gassen zoals mosterdgas tasten hetslijmvlies aan en veroorzaken oog- en huidletsels. Andere doen hoesten, niezenof wenen en hebben slechts een voorbijgaand effect. Eens het verrassingseffectvoorbij bestudeert en vermenigvuldigt men de beschermingsmogelijkhedenvoor mens en dier. Wachtposten worden in de voorste linie geïnstalleerd. Zijmoeten op alle mogelijke manieren alarm slaan: met gong, trommels of allerleielektrische bellen.De eerste provisoire individuele vormen van bescherming zijn gemaakt vaneen dot watten, gedrenkt in thiosulfaat en natriumcarbonaat. Die wordt vochtiggemaakt en voor neus en mond gehouden. Dit soort bescherming blijkt alsnel onvoldoende, want de ogen blijven onbedekt. Chemici en industriëlenontwikkelen dan ook steeds meer geperfectioneerde toestellen: kappen,volledige maskers en maskers van rubber of leder die via een soepele buisverbonden zijn met een filterend, absorberend of neutraliserend element.Het volledige masker beschermt de ogen en de luchtwegen. Het is lastigom dragen. De adem doet immers de brillenglazen beslaan, men voelt zichbenauwd en er is het probleem van de luchtverversing en daarmee ook datvan de beperkte duur van de bescherming. Toch is het masker efficiënt enzal het dodental aanzienlijk dalen. Nooit zal het gebruik van gas echter eenbeslissende rol spelen voor een overwinning, noch om de tegenstander teverzwakken. Gas op het slagveld is verantwoordelijk voor minder dan 1% vande slachtoffers bij de oorlogvoerende partijen.Dieren waren vanzelfsprekend ook gevoelig voor gas. Terwijl kanaries desoldaten waarschuwden voor een giftige gaswolkdoordat ze bij een gasaanval stierven, werden anderedieren, zoals honden en paarden, op hun beurt metgasmaskers beschermd. Het Legermuseum bezitverschillende exemplaren.Gasmasker voor een hondDossier voor de leerkracht - 11 -


BevoorradingDe bevoorrading is soms onzeker. Desoldaat maakt zich zorgen wanneerbombardementen of salvo’s vanautomatische geweren de pistes engangen bestoken op het uur vande bevoorrading. Hij moet dan zijntoevlucht nemen tot conserven.Door de gebrekkige bevoorradingen de geringe verscheidenheid(vleesconserven, aardappelen, rijst,zwarte bonen) lijden vele soldatenhonger. In de frontlinie wordt maar één maaltijd bedeeld bij het vallen van denacht. Vanaf 1915 kan men dankzij de veldkeukens warme maaltijden bedelen.Om het moreel van de soldaten wat op te vijzelen zijn er sigaretten en alcohol.Eén van de didactische koffers in de zaal Eerste Wereldoorlog bevat een gamelen een drinkfles van een soldaat.VervelingOm de verveling te bestrijden kennen de soldaten allerlei activiteiten: dingenin elkaar knutselen met obusscherven en kogels, kaartspelen, lezen. Om hunbelevenissen aan het front niet te vergeten, maar ook om hun hart eens goed teluchten, hielden veel soldaten een velddagboek bij. Nu eens gaat het om lossebladzijden waarop in potlood aantekeningen zijngenoteerd, dan weer om zorgvuldig bijgehoudenschriftjes, die nade oorlog somszelfs herwerkten uitgegevenworden.Oorlogsdagboek vanJean BecquetRatten en ander ongedierteLuizen en vlooien tieren welig in deloopgraven; om de tijd te verdrijventellen de soldaten zelfs hoeveel vlooien,(waarvan de meest agressieve in hetoog springen omwille van hun rodekop) ze opdiepen uit hun kledij. Maarer circuleren ook uitgehongerde,agressief ogende en brutale ratten diein groep rondtrekken en allerlei ziektesoverdragen. Deze indringers wordenmet spades doodgeslagen. Bovendienschaffen de manschappen zich hondenaan om ze te verjagen.Dossier voor de leerkracht - 12 -


GezelschapsdierenIn 1914 worden de meeste paarden opgeëistvoor de ruiterij, als rijdier voor officieren ofom artilleriestukken te verslepen. Tijdens deoorlog hebben ze danig te leiden. Sommigedieren worden zodanig overbelast dat zekreupel eindigen, anderen raken volledigafgemat van de vele inspanningen die ze moetenleveren, door het gebrek aan voedsel en vooralaan water. Daarnaast lopen ze schotwonden op of raken ze gekwetst bijbombardementen, gasaanvallen of gewoonweg door het tuig dat ze dragen. Dekou en de vochtigheid maakt hen ziek, waardoor ze koorts krijgen en infectiesoplopen aan de luchtwegen. Maar er zijn ook paarden die verdrinken in dekraters van obussen of wegzakken in de modder. Wanneer ze door ziekte nietlanger bruikbaar zijn, worden ze gerecycleerd in delandbouw of gewoon afgemaakt.Ook honden dragen hun steentje bij aan deoorlogsinspanning: ze slepen machinegewerenvoort, brengen berichten van de loopgraven naar hetachterland en vice versa en doorkruisen het netwerkvan loopgraven met zware rollen telefoonkabel ophun rug die ze afwinden om de telefoonverbindingente herstellen, waarbijze vuursalvo’s enbombardemententrotseren en doorprikkeldraad kruipen.Maar ze sporen ookgewonde soldaten opin het niemandsland, helpen de brancardiers omdraagberries te vervoeren en staan op wacht ofpatrouilleren, waarbij ze getraind worden omdreigend te grommen of de naderende vijand(vanzelfsprekend zonder te blaffen) op een anderemanier af te schrikken. Ten slotte fungeren zeook als lastdier om munitie en bevoorradingaan te voeren of karren voort te slepen, verjagenze de ratten in de loopgraven en bezorgen zede eenzame soldaten de nodige warmte en genegenheid. Verder wordt hetluchtruim bevolkt door postduiven die de communicatie verzorgen wanneerde telefoonlijnen zijn gebombardeerdIn de loopgraven en het verwoeste land eromheen komen ondanks de moeilijkeleefomstandigheden tal van dieren voor: we treffen er onder andere hazen,everzwijnen, vossen, patrijzen, waterkippen, kleine huismussen en mollen aan.De grote roofvogels die hoog in de lucht rondcirkelen worden wel eens voorvijandelijke vliegtuigen worden aanzien.Sommige soldaten zijn zo aan hun dieren gehecht dat ze ze na hun dood latenopzetten. Het Museum bezit dan ook verschillende opgezette dieren.Dossier voor de leerkracht - 13 -


Het contact met hetthuisfrontDe briefwisseling tussende soldaten en hun familiein België botst op talrijkeobstakels. De militairecensuur verwijdert elkeverwijzing naar plaatsenof gevechten en elke vormvan kritiek op militairebeslissingen. Er blijft desoldaten niets anders overdan het schrijven vanbanaliteiten over het weeren de gezondheid. Velenkunnen overigens nogniet schrijven. VermitsBelgië bezet gebiedis moeten de brievenvan de soldaten en deantwoorden van hunfamilie clandestien viaEngeland en Nederlandworden vervoerd. “DeFamiliegroet” belastzich met de delicatebezorging van de brievenbij hun bestemmelingen.De leden van dezeclandestiene organisatieslopen voortdurend hetrisico door de Duitsers te worden gearresteerd. Eenzame soldaten wordengeadopteerd door verre soldatenmoeders (meestal Engelse) die hen moreelsteunen en brieven en pakjes sturen.Het documentatiecentrum van het Legermuseum bezit een aanzienlijkecollectie loopgraafkrantjes in zowel Nederlands als Frans. De meeste daarvanwerden geredigeerd door de militaire aalmoezeniers die over het mentalewelzijn van de soldaten waakten.Dossier voor de leerkracht - 14 -


De gezondheidsdienstVoor de terugtrekking van het Belgisch leger in 1914 worden in allerijlBelgische ambulancediensten en hospitalen opgericht in het Franse Calais.Een eerste militair hospitaal op niet bezet Belgisch grondgebied wordtin december 1914 op initiatief van professor Depage en met de hulp vanhet Rode Kruis opgericht in het ‘hôtel de l’Océan’ in De Panne. Vanaf hetbegin geniet het de steun van koningin Elisabeth. Dit eerste hospitaalis een referentiecentrum voor dokters die er de laatste ontwikkelingenkomen bestuderen. Tegelijk is het een onderzoekslaboratorium op hetvlak van chirurgie, radiologie (dankzij de aanwezigheid van Marie Curie),bacteriologie, biochemie, pathologische anatomie, farmacie, neurologie,oogheelkunde, stomatologie, urologie, venerologie, kinesitherapie, orthopedieen revalidatietechnieken. Die laatste sectie wordt versterkt met een atelierwaar prothesen worden vervaardigd. Een tweede Belgisch militair hospitaalwordt in februari 1915 opgericht in Hoogstade en een derde, gespecialiseerd inchirurgie, in april 1915 in Adinkerke (Cabourg).Het belangrijkste probleem blijft de evacuatie van de slachtoffers aan het front.In de loopgraaf zelf tracht de bataljonsdokter met zijn verplegers-brancardierszo vlug mogelijk het grootste gevaar te keren door de bloeding te stoppen, eenverband te leggen of gebroken ledematen te spalken.Indien de verwonding het toelaat, zal de patiënt zich op eigen kracht uit degangen terugtrekken. Indien hij hier niet meer toe in staat is, gebeurt dat opeen draagberrie. In de regimentspost staat hulp klaar. Gedurende maandenblijft dit een klein onderkomen dat wat minder is beschadigd dan de andere.Later wordt het opgetrokken van stevig beton of komt er een cilindervormigeschuilplaats van platen waarop het rode kruis van Genève is aangebracht.Daar wordt de patiënt met meer aandacht onderzocht. Vervolgens wordtde gewonde op zijn draagberrie in een ziekenwagen gehesen die voorde post klaarstaat en hem naar een veldhospitaal rijdt. Om deze, voorsommige gewonden vaak dodelijke, transporten te vermijden worden in 1916Dossier voor de leerkracht - 15 -


vooruitgeschoven chirurgische posten ingericht in de buurt van de frontlinies.Zo kan men de zwaarst gewonden ter plaatse reeds opereren.Eén bevindt zich te Nieuwpoort in de verduisterde kelder van een café, eenandere te Sint-Jans ter Biezen, een derde te Oudekapelle en een laatste te Abele.Met de laatste snufjes, geleid door getalenteerde chirurgen en door eenzeldzame toewijding weten zij vele levens te redden.Verdere behandeling en herstel krijgen de gewonden dan in hospitalen inFrankrijk (Calais, St Jean-Cap-Ferrat, Bretagne, ...).De soldaten lopen niet enkel verwondingen, maar ook allerlei ziektes op.In het Belgische leger sterft er voor elke twee gesneuvelde soldaten één aande gevolgen van ziekte, terwijl dat aantal bij de Britten en de Fransen zestegenover één bedraagt. De loopgraven vormen een microkosmos waar talvan ziektes welig tieren. De infecties die de soldaten oplopen zijn niet alleen tewijten aan verwondingen, maar ook aan een gebrek aan hygiëne en comfort,ongedierte, de weersomstandigheden, vermoeidheid, slapeloosheid en angst.De voeten van de soldaten hebben het misschien wel het zwaarst te verduren.Tijdens het marcheren gebeurt het vaak dat manschappen die niet meerkunnen volgen de gelederen verlaten om hun schoenen uit te trekken.De doodVaak naamloze kruisen tekenen het landschap en de overlevenden leggener bloemen op. Mannen worden begraven onder de loopgraven of onderde borstwering. Gewoonlijk probeerde men de doden te groeperen. Zoontstonden talloze kleine kerkhoven in de onmiddellijke nabijheid van dehulpposten. Met de tijd legde men grote militaire kerkhoven aan. Het Comitévan Heldenhulde plaatst op de graven van Vlaamse soldaten typische zerkjesmet de leuze “Alles voor Vlaanderen- Vlaanderen voor Kristus”.Dossier voor de leerkracht - 16 -


De KoningEen spilfiguur in de geschiedenis van de EersteWereldoorlog is die van Koning Albert I. Vanbij het uitbreken van de oorlog zal de vorstzijn functie als bevelhebber van het Belgischeleger daadwerkelijk vervullen. Omdat hij deneutraliteit van ons land wil vrijwaren, weigertkoning Albert de Belgische troepen in een vande geallieerde legers te laten opnemen. Volgenshem moet België de wapens enkel opnemen omde eigen onafhankelijkheid te heroveren en deintegriteit van zijn grondgebied te herstellen.Hij voelt zich dan ook niet verbonden met degeallieerden, die in zijn ogen onze neutraliteitmee moeten verdedigen, en doet er alles aan omde Belgische soldaten te sparen door ze enkelin te zetten voor operaties die het land moetenontzetten. Daarbij zwicht hij niet onder de drukvan de geallieerden en van de Belgische regering,die hem beide aansporen om deel te nemenaan de bloederige massaoffensieven die degeallieerden zonder veel resultaat blijven voeren.Om exact dezelfde redenen waakt hij erover dat het Belgische leger kleinblijft, waardoor het niet kan worden ingezet voor andere doeleinden dan deverdediging van het Belgische front.Met zijn gezin zal hij de ganse tijd op Belgische bodem, meer bepaald in dePanne, verblijven, van waaruit hij regelmatig de loopgraven bezoekt en eenpraatje maakt met de officieren en soldaten aan het front.Hoofddoel van de koning, die het niet eens is met de geallieerden dieDuitsland op de knieën willen dwingen, noch met de Belgische regering, dievan de oorlog gebruik wil maken om gebied “terug te winnen”, is het Belgischegrondgebied ontzetten. Met dat oogmerk start hij, door zijn familiebandenaan te wenden, aparte vredesonder-handelingen op, die echter zonder gevolgzullen blijven.Door te weigeren zijn soldaten te laten deelnemen aan de grotemassaoffensieven en geen enkele eenheid ter beschikking te stellen van debuitenlandse legers, heeft de koning vele levens gered. In verhouding leedBelgië dan ook zeven maal minder verliezen dan de geallieerden.Zijn voortdurende aanwezigheid aan het front, de aandacht die hij aan zijnsoldaten besteedde en de inspanningen die hij leverde om hun levens te sparenbezorgen Albert reeds tijdens de oorlog het nodige aanzien en leverden hem debijnaam “Koning-ridder” op.Het feit dat koningin Elisabeth voortdurende aan zijn zijde bleef en zich inzettevoor gewonden en vluchtelingen gaven het positieve imago van de Belgischemonarchie eveneens een duuwtje in de rug.Dossier voor de leerkracht - 17 -


De Belgische burgerbevolkingtijdens de Eerste WereldoorlogVluchtelingen en ballingenDe Duitse opmars gaat gepaardmet slachtpartijen (ongeveer 5.000burgerslachtoffers), bombardementen,plunderingen en brandhaarden (deuniversiteitsbibliotheek van Leuvenmaar ook veel huizen). In een land waarde postbedeling is lamgelegd en er niet langer kranten verschijnen, wordende naderende Duitsers voorafgegaan door de meest uiteenlopende geruchtendie, al dan niet gebaseerd op de waarheid, steevast worden aangedikt, wateen groot deel van de bevolking op de vlucht jaagt. De wegen richting grens,naar de stranden en de havens van Antwerpen en Oostende worden letterlijkoverstelpt door een stroom vluchtende mensen. Zelfs de kleinste scheepjesvertrekken overladen met mannen, vrouwen, kinderen en dieren. De exodusverenigt soldaten en burgers in één grote chaos van wagens en stootkarren,beladen met stapels matrassen, potten, pannen en nog meer zowel onmisbaarals lachwekkend ogende bezittingen. Tussen september en december 1914vluchten ongeveer 1,5 miljoen Belgen, met andere woorden één vijfde van debevolking, naar Frankrijk, Engeland en Nederland. Na de val van Antwerpen,in oktober 1914, steken bovendien 35.000 Belgische soldaten, die aan deDuitsers willen ontkomen, de grens over naar Nederland waar ze vier jaarachter de muren van interneringskampen zullen doorbrengen, vermits deNederlandse neutraliteit het land ervan weerhoudt om de soldaten terug naarhet front te sturen.In Frankrijk, Engeland en Nederlandworden er, dankzij de hulp van de localebevolking en het Belgische consulaathulpcomités opgericht die de onderdanenvan het arme maar moedige België eenonderkomen bezorgen. De kwaliteit vanhet onthaal varieert echter naargelang desociale klasse waartoe de vluchtelingenbehoren: terwijl welgestelde burgerszich de bevoorrechte gasten in rijkeprivé-woningen mogen noemen, eindigen arbeiders en hun families ingemeenschappelijke slaapzalen of in kampen met houten barakken.Weldra zal een groot aantal vluchtelingen echter gevolg geven aan de oproepvan de Duitsers, die hun veiligheid garanderen, en naar huis terugkeren,hetzij om hun grond te vrijwaren, hetzij om hun eigendommen te beschermen.Ongeveer 600.000 Belgische vluchtelingen (325.000 in Frankrijk, 160.000 inEngeland en 100.000 in Nederland) zullen de volledige vier jaar nochtans inballingschap doorbrengen. Naarmate de oorlog aansleept gaat de bevolking inde landen die hen onderdak hebben geboden steeds vijandiger staan tegenoverde vreemdelingen die geld noch werk hebben en dus noodgedwongen vanliefdadigheid moeten leven. Men verwijt hen zelfs dat ze de rest van Europa ineen oorlog hebben meegesleurd.Ook de Belgen die hun land niet hebben verlaten en die het zwaar te verdurenhebben tijdens de bezetting, beschouwen de vluchtelingen als lafaards, aanDossier voor de leerkracht - 18 -


wie ze na de oorlog de Orde van de Haas uitreiken. Nochtans zijn er onder devluchtelingen ook geschoolde arbeidskrachten die omwille van hun vakkenniszeer gegeerd zijn. Onder het voorwendsel de Nederlanders te ontlasten,laat Engeland daarom Belgische arbeiders overkomen die er in fabriekenworden tewerkgestelt, wat de nodige botsingen met de Engelse arbeiderstot gevolg heeft. Wanneer Duitsland in oktober 1918 de eerste nederlagenbegint te leiden, willen de meeste vluchtelingen terug naar huis. De moeilijkecommunicatie en bevoorradingsproblemen dwingen de Belgische overhedener echter toe om elke terugkeer aan een voorafgaande toestemming onderhevigte maken. Hierdoor keert een aantal vluchtelingen pas in de lente van 1919naar België terug. De laatste maanden in ballingschap wegen het zwaarst:het einde van de oorlog heeft de hulpverlening doen stilvallen, de fabriekendie enkel oorlogsmaterieel produceerden zijn gestopt met draaien en door dedemobilisatie doen nu ook de soldaten hun herintrede op de arbeidsmarkt.Eenmaal terug thuis krijgen de vluchtelingen bovendien af te rekenen met devijandigheid van een deel van hun landgenoten en het feit dat hun huis, stadof dorp al dan niet volledig zijn verwoest (wat bijvoorbeeld het geval is voorIeper).In de zaal Eerste Wereldoorlog is een exemplaar tentoongesteld van de beruchteHazenorde, samen met de bijhorende oorkonde. Dit ereteken werd in 1832ingesteld op privé-initiatief om de spot te drijven met de Antwerpenaars dietijdens de Franse bombardementen hun stad waren ontvlucht. In oktober 1914zijn er bij de beschieting van Antwerpen echter opnieuw veel inwoners die hethazenpad kiezen. Daarom wordt de orde, die als een eenmalig initiatief was bedoeld,opnieuw in het leven geroepen. Op de voorzijde staat een vluchtende haas met eenparaplu in zijn bek, op de achtergrond een grenspaal. Op de keerzijde staat de Fransetekst: “Moge God de angsthazen beschermen”. In 1940 wordt de hazenorde een derdeen laatste keer uitgereikt, dit keer op nationaal niveau. Ze hekelt dan de lafheid van demilitairen en burgerlijke hoogwaardigheidsbekleders die hun post na de Duitse inval alte haastig hebben verlaten.De burgerbevolking in de frontstreekEen aantal bewoners hebben hun boerderijen niet verlaten omdat ze hundieren, grond en eigendommen niet wilden achterlaten. Ze proberen zo goeden zo kwaad als dat kan een normaal leven te leiden, hun land te bewerkenen hun dieren te verzorgen. Soms moeten ze, vaak tegen hun zin, soldaten bijzich laten inkwartieren. Vrouwen die hun huis in de frontstreek niet hebbenverlaten organiseren vaak kantines waar zede soldaten sigaretten, zoetigheden en somszelfs groenten verkopen.De douairière van Favarge,bijgenaamd mevrouw Tack,geboren in 1836, was één van dievrouwen die in de frontstreek leefden. Op haarezeltje bracht ze de soldaten regelmatig eenbezoek. Doordat ze de streek zo goed kende, konze hen soms concreet hulp bieden. Het museumbezit een portret van haar van de hand van F.Allard l’Olivier.Dossier voor de leerkracht - 19 -


De burgerbevolking in bezet BelgiëIn november 1914 komt er een einde aan debewegingsoorlog. Het overgrote deel vanons grondgebied is nu in Duitse handen.Gans België (met uitzondering van defrontstreek die rechtstreeks door het legerwordt gecontroleerd) wordt bestuurddoor een burgerlijke administratie metaan het hoofd een Duitse gouverneurgeneraal.Hij voert een politiek waarbijBelgië economisch, militair en wat betreftbuitenlandse zaken onder Duitse voogdijwordt geplaatst. De ganse economie raaktontwricht. De Duitsers heffen belastingenom hun bezettingsleger te onderhouden.De fabrieken beschikken niet langerover primaire grondstoffen, noch over afzetmarkten. Wanneer de oorlog opzijn einde loopt worden ze bovendien ontmanteld en worden de machinesovergebracht naar Duitsland.Dankzij de hulp van de Commission for Relief (een Amerikaanse organisatiedie fondsen werft in geallieerde en neutrale landen) kan echte hongersnoodworden vermeden. Deze liefdadigheidsinstelling voert levensmiddelen enprimaire grondstoffen aan waardoor de bevolking die volledig in de greep isvan de nietsontziende economische blokkade van de Engelsen kan overleven.Volkskeukens, organisaties voor sociale hulpverlening (het Nationaal Comitévoor Hulp en Voedsel) en hospitalen bieden de mensen hulp. De zwarte marktvormt echter een parallel circuit waar de prijzen pijlsnel de hoogte in gaan.Die moeilijke levensomstandigheden worden nog eens verergerd dooropeisingen (van matrassen, duiven, leder,...), de deportatie van arbeiders,de beperkingen op het gebied van circulatie, de repressie die leidt tot deterdoodveroordeling van verzetslieden en het gebrek aan nieuws van defrontsoldaten. Pas in oktober 1918 zal België na de aftocht van de Duitsersstukje bij beetje haar vrijheid herwinnen.De wapenstilstand“We zullen in vrede leven, als die schurkeneenmaal gestraft zijn. En dan zal het voor altijdgedaan zijn, er zal geen oorlog meer komen,nooit meer! Wanneer de vrede eenmaal hersteldis, zal niemand in deze wereld het ooit nog inzijn hoofd halen om aan oorlog te denken. (...)Het zal een goede les zijn geweest voor lateregeneraties... (...) Wat een uitzinnige massa,zoveel lachende ogen en lachende monden!De vreugde staat op alle gezichten geschreven,vooral op die van de vrouwen, maar ook op dievan de soldaten.”(PASQUIER, A., Carnets de campagne. 1914-1918.Brussel 1939, p.326, 11.11.1918).Dossier voor de leerkracht - 20 -


BIBLIOGRAFIEARTHUR, Max, Vergeten stemmen uit de Grote Oorlog, Amsterdam, Mets &Schilt, 2004Belgische Militaire Geschiedenis aan de hand van documenten, (1830-1990) KMS,1993BONHOME, Firmin, Mes souvenirs de la Guerre 1914-1918: j’étais volontaire à 17ans..., Aywaille, Petitpas, 1982CORDEMANS, M., Uit soldatenpennen, London, De Stem uit België, 1917DEAUVILLE, Max, La boue des Flandres, Bruxelles, 1922DE COCK, Jozef, Ons leven: bladzijden uit het dagboek van een schacht, Brussel,Staandaard-Bibliotheek, 1921DELMER, Alexandre, 1917-1918: carnets de guerre d’Alexandre Delmer, Bruxelles,1986DEVLIEGHER, Luc, Oorlogsdagboek uit de streek tussen Ijzer en Leie, Brugge,Genootschap voor Geschiedenis, 1972DE WILDE, De Liège à l’Yser. Mon journal de campagne, Paris, 1918Die van 1916-1918./ Ceux de 1916-1918, Bruxelles 1933DRÈVE, J., Le troupeau, Bruxelles, 1921.DUMOULIN, Koenraad, VANSTEENKISTE, Steven, VERDOODT, Jan, Getuigenvan de Grote Oorlog: getuigenissen uit de frontstreek, Koksijde, De Klaproos, 2001DURNEZ, G., Een bloem in het geweer. Beelden uit de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen,Hasselt 1965FRAITURE, Joseph, Instituteur brancardier, 14-18, s.d.GORREMANS, L., Mosaïque de guerre. 1914-1918, Anvers, s.d.Journal de guerre: lettres de soldats en campagne, Illustrations, août 1916-juillet1918LENTZ, R., Mon Journal. Notes du Front. 1er août 1914-14 novembre 1917, MRA,1993LEYSEN, John, Eenige bladzijden uit het dagboek van een Belgischen brancardier,Brecht, Braeckmans, 1930LOOTENS, F., Soldatenleven, Gand, s.d.NAERT, U., Vier jaar loopgrachten of het oorlogsverhaal 1914-1918 van CharlesVermeersch, (1980).NEURAY, Octave, Lettres du temps de guerre, Belgique militaire, 1938PASQUIER, A., Carnets de campagne. 1914-1918, Bruxelles 1939.Quelques lettres de nos petits soldats pendant la guerre 1914-1918, Gand, HosteSCHALTIN, Henri, Oorlogsgedenkennis 1914-1918 van Henri Schaltin, Muizen,Walter Schaltin, 1990SEVENS, Kdt C., Tien van den IJzer, Courtrai 1930SNOECK, R., Dans la boue de l’Yser, Gand, 1918TASNIER, M et L., Récits de guerre, Bruxelles, Dewit, 1920TASNIER, M et L., Nouveaux récits de guerre, Bruxelles, Dewit, 1920TASNIER, Louis, Notes d’un combattant de la campagne 1914-1918, Bruxelles,Vanderlinden, 1928VAN VALLEGHEM, A., De oorlog te Dickenbusch en omstreken: 1914-1918,Brugge, Geldhof, 1967VOLS, Jos, Zo was mijn oorlog: uit het dagboek van een brancardier, s.d.Dossier voor de leerkracht - 21 -


Dossier voor de leerlingBij het uitbreken van de oorlog zijn de Belgischesoldaten nog steeds gekleed in 19e eeuwse uniformen.Je ziet er een aantal op de gravures hieronder.Beschrijf hoe ze eruit zienen vergelijk ze met de nieuweuniformen die worden ingevoerdin 1915. Wat zijn de belangrijksteverschillen?


Dossier voor de leerlingA. Bocklandt, Mijne Oorlogsherinneringen“Tijdens onze rustperiode te Adinkerke ook,werd de oude uniform van vredestijd gelijdelijkvervangen door allerhande fantaisiekleedij.De shako, sedert den IJzerslag verdwenen,en de politiemuts, van Duitsche herkomst,werden geweerd en vervangen door een sierlijken warm deksel - er waren immers oorlappenaan gehecht - de “ cappa ” gelijkend. Ditwas het overgangstijdperk naar “ l’uniformekhaki ” dat van af 1916 door gansch het Leger- ter uitzondering van de gendarmerie - werdgedragen.”Kenmerken van de 19e eeuwse uniformen:Belangrijkste verschillen met de nieuweuniformen:


Dossier voor de leerlingHet Duitse leger is veel sterker dan het Belgische en algauw hebben de Duitsers bijna heel België veroverd. Innovember 1914 trekken de Belgische soldaten zich terugachter de rivier de IJzer. In een laatste poging om deDuitsers tegen te houden laten ze het enige stukje Belgiëdat nog niet is veroverd onder water lopen. En het lukt! Deoverstroming houdt de Duitsers tegen! Dit is het begin van deloopgravenoorlog.A. Bocklandt, Mijne Oorlogsherinneringen“Vóór den spoorweg strekte zich immer eenonmetelijke watervlakte uit, met op denachtergrond halfstuk geschoten op uitgebrandehoevenwanden met den ouden naam vanweleer: Groot- en Klein Moordhuis,Wolvennest, of met nieuwere benamingenals die van “ Ferme 600 ”. Langs smallehouten padjes “ passerelles ” genaamd, overde overstroomingen geworpen en ten prijze vanvele menschenlevens bij nachte opgetimmerd,bereikten men langs allerlei bochten en krinkels(want de passerelle in rechte lijn werd aldagelijk vernield) die vooruitgeschoven posten,die de eerste lijn was en waarrond een net vanloopgraven en verschansingen was gevlochten.Slechts bij nacht ook kon de “ relève ” ofaflossing der troepen zonder te veel verliezenplaats hebben. (...) Vóór ons, oostwaarts,lagen de velden braak, een woestenij gelijk,waar de gedeeltelijk stuk geschoten toren vanMannekesvere - een Duitsch observatiepost- als een beenderig geraamte boven uitstak;in die richting duidde hier en daar een kleineheuvel, de ligging van de Duitsche troepenaan.”


Dossier voor de leerlingA. Bocklandt, MijneOorlogsherinneringenDen 16den December trokken wij naarde 1ste lijn en kwamen, onbewust van hetgevaar, langs den “ Boyau de la mort”,behouden in de loopgrachten aan. Een kleinhouten abri, onder de wortels van een afgeschotenboom uitgegraven, en waarin mennauwelijks overeind kon zitten diende mijtot schuilplaats voor den vierdaagschenwachtdienst. Bij hevige beschieting vluchtenwij in de aanpalende abri van het Bataljonshoofd,een sterke in gewapend betongeconstrueerde onderstand, door langdurigennachtarbeid en wie weet ten koste vanhoeveel menschenlevens, door schrapnell enhouwitzet weggemaaid, opgericht. ”#Teken een loopgrachtmet behulp vande foto’s en degetuigenissen van desoldaten.


Dossier voor de leerlingHet leven van de frontsoldaat aan het front is ingedeeldvolgens een strikt schema. Hij brengt telkens drie tot vierdagen door op een andere plek, hetzij in eerste linie, metandere woorden het dichtst bij de vijand, hetzij in tweede linie, waar hij karweienuitvoert en stand-by is voor wanneer er in eerste linie een aanval uitbreekt, hetzij oprust. In dat laatste geval wordt hij ingekwartierd in een boerderij of in een stad ofdorp achter het front.A. Bocklandt, soldaat van het 8ste linie, heeft ons een dik schrift methandgeschreven nota’s nagelaten. Lees de volgende tekst.


Dossier voor de leerlingAls je het handschrift van Bocklandt niet kan ontcijferen, leesdan deze getypte versie.“ Eens de compagnies afgelost, vervoegden wij hetconcentratiepunt, “le point de ralliement” buiten Nieupoort, op denweg naar Oostduinkerke. Een eentonige marsch van 3 uur, overCoxyde, naar de Panne waar we den 26 December (1915) te 9 uuraankwamen en dicht bij de Veurnesche steenweg in een cinemazaalkantonneerden. In het nabijstaande mooie “Hotel des Arcades” hadonze lieut-col. B... zijn vertrek genomen, en hij bekommerde zichniet meer om ons. Gansch den dag regende het bevel op bevel, naarde Compagnies, op het uiteinde van de Panne ingekwartierd.‘s Anderdaags, 27 December, bezoek ik Almoezenier M... vanSt Nicolaas afkomstig; later leid ik rond ons kantonnement eenstafofficier van het 10e Linie, den Commandant Dupont, die mijals universitair met goedheid bejegent. Van hem verneem ik dat ergroote wijzigingen op til zijn en dat morgens ons Regiment opnieuwin drie Bataljons worden hervormd: dit gebeurde op de grootebaan van de Panne-Veurne, rechtover het kasteel “des Oliviers”s‘ morgens van den 28 December. Ik ga terug naar mijn oudBataljon, het 1ste dat onder het commando van Kap. Comm Thirywordt geplaatst.”


Dossier voor de leerlingDuidt op de kaart het parcours aan datBocklandt en zijn kameraden hebbenafgelegd.Waarover heeft hij het nog meer in detekst die je net gelezen hebt?


Dossier voor de leerlingIn loopgraven wonen is niet makkelijk en desoldaten hebben het dan ook zwaar.Bekijk de foto’s en lees de teksten: met watvoor problemen krijgen ze zoal te maken?A. Bocklandt, MijneOorlogsherinneringen“In al de onderstanden der 1ste lijnkrioelde het van de ratten en ‘s nachts vooralwaren wij verplicht, onze mondbehoeften voorden vraatzucht dier knaagdieren te reddendoor het brood aan den bovenrand van het abridoor middel van een touwtje te vestigen. En‘s morgens mocht men van kans spreken zoode afschuwelijke ratten de touw niet haddendoorgeknaagd en vervolgens het brood haddenweggesleept.”F. Lootens, Soldatenleven, p.125“Daar zijn de mannen van goedenwil. Juist zijn de twee ketels,een met soep, de andere metaardappelen, in een doorgang derrugleuning geplaatst en is mengereed de uitdeeling te beginnnen,als het suizen van een obus onsverwittigt, dat hij voor onzeonmiddellijke nabijheid bestemt is.Een geweldige ontploffing. Deketels met soep en patatten de hoogtein. Wat erger is twee dooden endrie gekwetsten.”


Dossier voor de leerlingL. Comhaire, Oorlogsbelevenissen“Het dagelijks rantsoen bestond uit 250gr.brood, twee klontjes suiker, vers of opgelegdvlees, soep en koffie. Het vlees werd ookvervangen door bijvoorbeeld: opgelegde visjes,gedroogde haring en zomeer, doch jammer genoeg,kreeg de soldaat weken lang hetzelfde, zodathij er genoeg aan had. De opgelegde visjesmet tomatenpurée: de eerste dagen gingen zijsmakelijk naar binnen, na enkele dagen werdenzij niet meer gegeerd. De soldaten gaven ze wegaan de burgerij, die er ook weldra genoeg aanhad. Dan werden de blikken weggeworpen. (...)De kaas: het was jarenoude chesterkaas, doorde ouderdom gebarsten en onmogelijk er een stukaf te snijden, met de bajonet moest de bol van 5tot 10 kg wegende, gekloven worden. De kaas ookvond ten laatste de weg bij de afval.A. Bocklandt, MijneOorlogsherinneringenBray-Dunes, 9-24/03.1915“De drie rustweken verliepenhier kalm en in de vroolijkstestemming: de eerste dagen haddende manschappen het druk al hetafschuwelijke Nieupoortsche “vermine ” - luizen, kakkerlakkenen andere diergelijken - af teschudden, want men was erletterlijk van vergeven. Ik hadook mijn deel parasieten enkostgangers meegebracht en toen ikmijn klederen uitschudde, vielenze met twintig, dertig tegelijke tengronde.“Brief van Flor Fierens aan zijn broerAugust, 19 Mei 1915“Ik was daar een goede uur toen ineens eenschrapnell afkwam, een schrapnell-percutant,twee honderd meters voor ons, en kort daarna eenetweede. Dan een koppel wat dichter, dan een eentiental meters voor mij (...). Mijn parochianenhebben schoon gewerkt, als er ne fluiter afkwam,alleman plat op den buik en alzoo zijn wij allenontsnapt aan schar of stoot.”


Dossier voor de leerlingL. Comhaire, Oorlogsbelevenissen“Geen enkel kledingstuk of de luis meldt er zich aan. Het isniet voldoende dat ongedierte tussen de nagels der duimen met eenkorte “knak” te doden, neen, alle aandacht moet gevestigd aande eitjes die tussen de naden van hemd en ondergoed huishouden,die moeten onschadelijk gemaakt worden en dat gaat niet tussende nagels der vingers. (...) Zo ziet men soms kledingstukken eenpaar dagen in het water liggen, ‘t zij in emmers of in grachten, ingedachte het ongedierte te verdrinken.”L. Comhaire, Oorlogsbelevenissen“Van gasmaskers kon evenwel nietgesproken worden, het waren slechtsenige lappen gaas waartussen eenzeker produkt tot zuivering van delucht. Het masker bedekte de monden de neus en werd vastgebonden mettwee linten achter het hoofd. Eenafzondelijke caoutchouc bril metmicaglazen, diende tot bescherming derogen.”


Dossier voor de leerlingCordemans, M., Uitsoldatenpennen, London, De Stemuit België, 1917, p. 189“Honden zijn ook de lievelingen dersoldaten. Geen “compagnie” of ze heeftharen hond. Schoon of lelijk, ‘t komter niet op aan. Hij volgt overal: in‘t kantonnement, op het werk, in deloopgrachten. Verloren honden, gekregenhonden, “gerequisitioneerde” honden, zezijn allen even gaarne gezien en krijgenal even schoone namen: poilu, tranchette,major, turc, enz., enz. Hun leven is ‘tzelfde als ‘t hondenleven in vredestijd, metdit verschil: dat sommige oorlogsgewoontenin hun bestaan zijn binnengedrongen. Zoken ik er een die, bij ‘t ontploffen vanschrapnells lijk een doodeenvoudige jas*in den abri binnenloopt, om beschut te zijntegen alle mogelijke ongevallen.”*jas = soldaatVaak maken de soldaten mascottes van de katten, honden ofkanaries die het leven in de loopgraven met hen delen. Maarhonden hielden de soldaten niet alleen maar gezelschap.Welke van deze beweringen zijn juist?Honden slepen machinegeweren voort. JUIST FOUTHonden sporen gewonden op op het slagveld. JUIST FOUTDe soldaten eten hondenvlees in blik. JUIST FOUTHonden slepen telefoonkabels voort. JUIST FOUTHonden jagen de ratten weg. JUIST FOUTHonden bezorgen berichten. JUIST FOUT


Dossier voor de leerlingTijdens de gevechten of als er een bom in hun loopgraaf valt, raken er soldatengewond. Ze worden dan zo snel mogelijk naar een hulppost gebracht waar ze zo goedmogelijk verzorgd worden.Deze foto’s tonen welke weg de gewonde soldaten afleggen. Zet ze inde juiste volgorde.GBDCEFDe juiste volgorde is:A


Dossier voor de leerlingEr zijn ook soldaten die zwaar gewondraken. Wat mankeert ze zoal? Kijk goednaar deze foto’s en lees de tekst vansoldaat Comhaire.L.Comhaire,Oorlogsbelevenissen“In de omgeving bevinden zich nog graven vangesneuvelde soldaten, Fransen en Belgen, bekenden enonbekenden. De graven, zij worden steeds onderhouden doormanschappen, die de secteur bezetten. Luxegraven zijn er niet tevinden, de plaatsen zijn afgeborduurd met graszoden, stenen, ledigeconservedozen of iets dergelijks. Een houten kapstok uit de eneof andere kleerkast doet dienst als kruis, heilige beeldjes, uitstukgeschoten huizen zijn als versiering op de rustplaatsengeplaatst, dit alles als herdenking aangesneuvelde makkers.”


Dossier voor de leerlingDe soldaten krijgen graag nieuws van het thuisfront. Helaas is het grootste deelvan België in Duitse handen, waardoor het is afgesneden van de rest van de wereld.Daarom hebben de soldaten het moeilijk om contact te onderhouden met hunfamilies. François August Fierens wordt geboren te Antwerpen in 1881. Al van bijhet begin van de oorlog wordt hij benoemd tot dokter van het 8ste linie. Zijn slechtegezondheid brengen hem naar het achterland, naar de ambulancedienst van Calais endaarna naar verschillende opleidingscentra in het noorden van Frankrijk. Zijn broer isaalmoezenier Flor Fierens. Hij wordt geboren te Antwerpen in 1885. Voor de duur vande oorlog is hij adjunct aalmoezenier bij verschillende regimenten zware artillerie.


Dossier voor de leerlingAfschrift van de brief van August Fierens aan zijn broer Flor.My dearest little pal,Vrijdag 15 XII 16Veel nieuws heb ik U niet te vertellen: ik zit nog tot morgen namiddag inden poste de secours van de 2de lijn en dan gaan we weer voor acht dagennaar onze hoeve. Onzen dienst is aldus geregeld: de eerste twee tranchéedagenga ik in den post van de 1e lijn en komt Kerhoffs; de twee laatstetranchée-dagen gaat Kerkhofs in 1e lijn en ik kom hier. Elk op zijnbeurt, dat is maar rechtvaardig, alhoewel ik honderdmaal liever in 1e lijnben: daar hebben wij eenen sterken gebetonneerden, geblindeerden post, van2 1/2m breed, 6-7m lang, juist hoog genoeg om kunnen recht te staan alsmen, zooals ik, niet al te groot is.”Beeld je in dat je zelf aan het front zit en schrijf een brief aan een vriend ofiemand uit je familie. Vertel hem of haar in welke omstandigheden je leeft, wat jegraag toegestuurd zou krijgen etc... Maar opgepast, je brief wordt nagekeken doorde militaire censuur. Je mag niet verwijzen naar de plek waar je je bevindt, andersworden die zinnen zwart gemaakt!


Dossier voor de leerlingAlbert I staat aan het hoofdvan het leger.Wat vindt soldaat Cordemansvan de koning?CORDEMANS, M., Uit soldatenpennen,London, De Stem uit België, 1917, bl.73“’t Is werkelijkheid: daar komt de Koning aan.“Ça va bien révérend?” Een handdruk, een groetalhier, een woordje daar, en zoo gaat de Koningzonder vare of vrees langs de tranchée door.”Bekijk de foto:Waar staat de koning?Wat heeft hij aan?Welke houding neemt hij aan?Er werden veel foto’s als deze doorgespeeld aan de pers. Welk beeld geven ze van dekoning?


Dossier voor de leerlingDe Belgische bevolking heeft het zwaar tijdens de oorlog. Bekijk defoto’s en lees de getuigenissen om de omstandigheden waarin ze levente beschrijven.Een Belgisch vluchtelingenkamp in NederlandAlfred Ost, Ontreddering, 1917Er zijn mensen dienaar het buitenlandvluchten en pasterugkeren wanneerde oorlog weervoorbij is.


Dossier voor de leerlingOok in de buurt van het front zijn er mensen die niet wegvluchten: ze trachten debombardementen te overleven en komen in contact met soldaten uit landen waar zevaak nog nooit van gehoord hebben (Afrikanen, Indiërs,...).DUMOULIN, Koenraad,VANSTEENKISTE,Steven, VERDOODT, Jan,Getuigen van de GroteOorlog: getuigenissen uitde frontstreek, Koksijde,De Klaproos, 2001, p.16,getuigenis van MargaretaSanty.“Moeder waste voor desoldaten. Het was heel vuilewas, ‘t zat vol luizen. Ze legdede gewassen pakjes getekendmet een draad apart. Als zeterugkwamen van de tranchee,waren er veel van die pakjesdie bleven liggen. Ze warendood! Het gewassen goed werddan maar aan andere soldatengegeven, die het verder kondengebruiken.”Van Walleghem (I), p.116, 30 avril 1915“Sommige boeren bewerken hun land tot opeen kilometer der bezette engelsche tranchées.Gelukkig dat zij in de leegte te werken en zoomaar moeilijk kunnen gezien worden, anderswaren zij in gevaar van ieder oogenblik dooreenen kogel neergeveld te worden.”


Dossier voor de leerlingAnderen besluiten teblijven en ondergaande Duitse bezetting,die hen erg zwaar valt.Er is immers te weinigeten, geen werk engeen contact met hetbuitenland.

More magazines by this user
Similar magazines