Download het document

kcco.nl

Download het document

Bots 8 | Leerlingenvervoeren stage


Bots 8 | Leerlingenvervoer en stage8.1Scholieren met een beperking zijn soms aangewezen op school- of leerlingenvervoer. Zij kunnen niet zelfstandignaar school reizen en de afstand tussen huis en school is te groot om van ouders te verwachten de kinderendagelijks te brengen en te halen. Het vervoer naar en van scholen voor speciaal (en bijzonder) onderwijs is deverantwoordelijkheid van de gemeente. Vervoer van en naar een reguliere school is een onderwijsvoorzieninguit de Invoeringswet WIA (IWIA), waarvan de verstrekking wordt uitgevoerd door het UWV. In de onderhavigezaak gaat het over het gemeentelijk leerlingenvervoer. Het gemeentelijke leerlingenvervoer werkt over hetalgemeen met een collectief systeem (in slechts een enkel geval is individueel reizen geïndiceerd). Eenvervoersbedrijf haalt de leerlingen voor de deur of bij een dichtbij gelegen halte op en brengt ze na afl oopvan de schooltijd weer terug. Gaat de scholier stage lopen, dan is er zowel qua tijd als bestemming, niet altijdde mogelijkheid om van het collectieve systeem gebruik te blijven maken. Er zal individueel vervoer moetenworden ingezet.CasusKlaas Jan is leerling van een VSO-school in Arnhem en wordt dagelijks door een vervoersbedrijf naar schoolgebracht. Het vervoer wordt door de gemeente Elst, waar Klaas Jan woont, gesubsidieerd. In het laatsteschooljaar gaat Klaas Jan stage lopen bij een fast-food-bedrijf in Nijmegen. Drie dagen in de week naarhet werk en twee dagen naar school. De schooltijd is van 8.30 uur tot 15.30 uur. De werktijden zijn de eneweek van 9.00 uur tot 14.00 uur en de andere week van 13.00 uur tot 18.00 uur. In het laatste deel van destage komt daar nog een enkele dienst bij van 14.00 uur tot 19.00 uur. Vervoer naar de werkplek kan nietgecombineerd worden met de ritten die het vervoersbedrijf maakt om jongeren van de woonomgevingvan Klaas Jan naar Arnhem te brengen. De aanvraag voor individueel vervoer wordt afgewezen. De oudersworden, naast de school zelf, genoemd als degene die verantwoordelijk zijn om te zorgen dat hun kindonderwijs kan volgen, dus ook van huis naar de stageplek kan worden gebracht.De ouders hebben naast een baan ook de verantwoordelijkheid over twee andere kinderen die naar schoolmoeten worden gebracht. Het is, ook met alle inzet, niet mogelijk om dat te combineren met een rit naarNijmegen en terug (ca. 24 kilometer). De stage moet worden afgezegd.8.2WetgevingDe grondslag voor het gemeentelijke leerlingenvervoer ligt in de Wet op het primaire onderwijs, de Wet ophet voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra. De laatste gaat over het speciaal onderwijs zoalsin de casus is beschreven. In artikel 4 wordt beschreven dat het college van burgemeester en wethoudersverantwoordelijk is voor het vervoer en dat zij daarvoor een regeling moeten treffen (verordening).Artikel 4. WEC Kosten van leerlingenvervoer1. Ten behoeve van het schoolbezoek verstrekken burgemeester en wethouders aan ouders van in degemeente verblijvende leerlingen, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is,aan de leerling op aanvraag bekostiging van de door burgemeester en wethouders noodzakelijk te achtenvervoerskosten. De gemeenteraad stelt daartoe een nadere regeling vast, met inachtneming van hetbepaalde in de volgende leden.2. De regeling maakt geen onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs.3. De regeling eerbiedigt de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders, dan wel, indien de leerlingmeerderjarig en handelingsbekwaam is, van de leerling berustende keuze van een school.4. De regeling voorziet erin dat het vervoer kan plaatsvinden op een wijze die voor de leerling passendis. De regeling bepaalt op welke wijze burgemeester en wethouders terzake advies van deskundigeninwinnen.5. De regeling bepaalt dat de kosten worden vergoed van vervoer over de afstand tussen de woningvan de leerling en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, met inachtneming vande keuze van de ouders, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, van deleerling, en gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg, tenzijvervoer met betrekking tot een verder weg gelegen school voor de gemeente minder kosten met zichzou brengen en de ouders onderscheidenlijk de leerling met het vervoer naar die school instemmen.Indien de ouders dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, de leerling, kiezenrespectievelijk kiest voor de school die op grond van artikel 28c, negende lid, door de commissie voorde indicatiestelling is geadviseerd, wordt voor de toepassing van dit artikel de geadviseerde school1


aangemerkt als dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. De tweede volzin is van toepassingzolang de leerling zijn woonplaats heeft in het gebied van het regionaal expertisecentrum waaraan decommissie voor de indicatiestelling, die het advies, bedoeld in die volzin, heeft gegeven, is verbonden.6. De regeling bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden burgemeester en wethouders aanin de gemeente wonende ouders van leerlingen die met het oog op het volgen van voor hen passendspeciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijven, op aanvraagbekostiging verstrekken ten behoeve van de kosten verbonden aan het weekeinde- en vakantievervoer.7. De regeling kan per schoolsoort, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, en onverminderd het bepaaldein het vierde lid voor leerlingen die wegens hun lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicapop ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, bepalen dat geen aanspraak op bekostigingbestaat op grond van de afstand tussen de voor de leerling toegankelijke school en de woning van deleerling, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg.8. De regeling kan per schoolsoort, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, bepalen dat voor een leerlingdie ouder is dan een bepaalde leeftijd, de aanspraak op bekostiging wordt beperkt tot de kosten vanopenbaar vervoer, dan wel, indien zulks in redelijkheid kan worden verlangd, een goedkopere wijze vanvervoer. In dat geval dient de regeling erin te voorzien, dat uitvoering wordt gegeven aan het bepaaldein het vierde lid voor die leerlingen voor wie openbaar vervoer ontbreekt en de in de vorige volzinbedoelde goedkopere wijze van vervoer in redelijkheid niet kan worden verlangd en voor die leerlingendie wegens hun lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap op ander vervoer dan openbaarvervoer zijn aangewezen.9. De regeling kan bepalen dat de gemeente, in plaats van bekostiging in geld te geven, het vervoerverzorgt of doet verzorgen.10. De regeling kan bepalen dat burgemeester en wethouders in bijzondere gevallen de bevoegdheidhebben ten gunste van de ouders, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is,ten gunste van de leerling van de inhoud van de regeling af te wijken.8.3AnalyseNoch in de wet noch in gemeentelijke verordeningen wordt het recht op leerlingenvervoer naar stageplekkenvastgelegd. Sommige gemeenten onderkennen deze vervoersbehoefte en zorgen dat het leerlingenvervoer naarde stageplek geregeld wordt door middel van individueel taxivervoer of met een regiotaxi. Andere gemeentenweigeren en zeggen dat stagevervoer niet onder het schoolvervoer valt. Het pijnpunt lijkt dan te zitten bij debekostiging: gemeenten moeten immers een extra taxi inzetten, terwijl de leerling tijdens het schoolvervoerover het algemeen in een combinatierit vervoerd wordt met andere leerlingen. Slechts bij enkele gemeentenvinden we op hun website of in folders informatie over stagevervoer. Zo geeft de gemeente uit deze casus geeninformatie over vervoer naar de stageplek. En kent de gemeente Winschoten de beleidsregel “Is de stage eenonderdeel van het onderwijsprogramma binnen het speciaal onderwijs en krijgt de leerling leerlingenvervoer,dan bestaat in beginsel aanspraak op leerlingenvervoer naar het dichtstbijzijnde stageadres.” De gemeenteNijmegen zegt noch op haar website noch in de gemeentelijke folder iets over stagevervoer, maar welover wat niet onder het leerlingenvervoer valt als “vervoer vanwege schoolreisjes, sportdagen, clubs endergelijke; vervoer tussen school en zwembad; vervoer naar dokter, therapeut of ziekenhuis; vervoer naarkinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, dagbehandeling of oppasadres; vervoer buiten de schooltijden.”Wat opvalt aan de informatie van deze gemeenten, is dat er in het ene geval sprake is van “het dichtstbijzijndestageadres” en in het andere geval van geen recht op leerlingenvervoer “buiten de schooltijden”. Hoe zou jemoeten vaststellen wat het dichtstbijzijnde stageadres is? Het is een zware klus om stageadressen te zoeken.Het zou best zo kunnen zijn dat een stageadres in een aangrenzende gemeente gevonden wordt of nogverder weg. Het is in dergelijke gevallen niet zozeer een zaak van ‘dichtstbijzijnde’ maar van ‘beschikbare’of ‘bereidwillige’. Als een gemeente de eis van dichtstbijzijnde stelt, zou het de gemeente sieren zich ookverantwoordelijk te voelen om via haar contacten met ondernemingsverenigingen, werkgeversorganisaties ennatuurlijk haar eigen overheidsinstellingen, een kaartenbak met dichtstbijzijnde stageadressen te organiseren.We zien enkele gemeenten die het vervoer slechts wil regelen onder schooltijden. Stagetijden verschillennatuurlijk met schooltijden omdat het werktijden zijn. Bedrijven beginnen eerder en stoppen later, hebben geenvrije uren en kennen geen schoolvakanties. De stage is ook bedoeld om de leerling te leren om een werkritmeop te doen en soms om langer te werken dan de schooluren duren. Of om te werken in “shifts”, zoals in horeca,supermarkt en productiewerk.Staat de gemeente reizen met de regiotaxi toe, dan blijkt dat niet altijd adequaat. Soms wordt de leerling2


veel te vroeg of juist te laat vervoerd. Er is een marge van 15 minuten voor en na de afgesproken tijd. Datkan problematisch zijn bij stages, als aanvang van de werkzaamheden afhankelijk is van de groep/ het teamwaarmee gewerkt wordt. Er kan geen garantie gegeven worden dat er bij het vervoer náár de stageplek alleeneen marge “te vroeg” bestaat en bij het ophalen alleen een marge “te laat” is, zodat men altijd iets moetwachten na het werk. Beide situaties zouden als ‘niet onoverkomelijk’ worden gezien. Het is juist het te laatkomen dat een probleem is. Bij het te vroeg afhalen komt het voor dat de chauffeur van de taxi niet wachtmaar zonder de stagiair wegrijdt. De stagiair wordt dan niet ‘automatisch’ later opgehaald. De afspraak vervaltdaarmee, waardoor de stagiair een nieuwe afspraak moet maken en wachttijden van 3 uur of langer niet uniekzijn. Het is menige, met name verstandelijk gehandicapte stagiair, overkomen dat zij bleven wachten tot hetthuisfront, ongerust geworden, maar eens op onderzoek ging en betrokkene nerveus wachtend voor een leegbedrijventerrein terugvond.Het regiotaxivervoer vraagt ook om fi nanciële handelingen van de passagier. Voor sommige stagiaires kan datproblemen geven, omdat zij niet met geld overweg kunnen en/of handelingsonbekwaam zijn. Om die zelfdereden is openbaar vervoer nauwelijks een bruikbare mogelijkheid. Overigens is het openbaar vervoer veelalontoegankelijk, en is door de positionering van haltes aan drukke straten of tussen fi etspaden en wegen,onveilig. Daarbij kan het reizen in een trein, bus of tram onveilige situaties opleveren voor zowel de stagiair alsde andere reizigers. Moeten overstappen of zonder begeleiding stukken lopen behoort, bij sommige stagiairs,evenmin tot de mogelijkheden.8.4OplossingsrichtingNatuurlijk zijn hier ook weer verschillende oplossingen mogelijk en niet al te ingewikkeld. Het blijft verbazenwaarom dergelijke eenvoudige struikelblokken niet weggenomen kunnen worden.Een van de mogelijkheden is om het stagevervoer uit het leerlingenvervoer te halen. De stagiair zou rechtkunnen hebben op stagevervoer in het kader van:a. een (tijdelijke) WMO-voorziening en voor bovenregionale reisbestemmingen het Valyssysteemb. een onderwijsvoorziening ex artikel 2.17 lid 2 IWIAc. een werkvoorziening ex art. 35 WIA lid 1 sub aWat betreft het gebruik zal dat alleen problemen opleveren bij de mogelijkheid onder a. (WMO/Valys) vanwegede eerder genoemde reistijden en marges. Het meest voor de hand ligt b. omdat in dat kader het vervoer naarhet reguliere onderwijs en daarmee ook naar stageplaatsen al geregeld is en in de uitvoering geen bijzondereknelpunten lijkt op te leveren. Oplossing c. zou kunnen omdat de leerling die gebruik maakt van aangepastvervoer naar zijn stageplek straks als werknemer in de meeste gevallen ook gebruik zal moeten makenvan aangepast vervoer. Als voor geen van deze drie oplossingen wordt gekozen, zou het onderbrengen vanstagevervoer nog in de Wajong kunnen. Natuurlijk zou het ook doelmatig zijn om het stagevervoer expliciet tebenoemen in de Wet op het primaire onderwijs, het voortgezet onderwijs en de expertisecentra. Dat zou kunnendoor een extra lid toe te voegen aan artikel 4 van deze wetten. Vervolgens zou de gemeente daardoor verplichtzijn in zijn verordening regels op te nemen over de rechten op leerlingenvervoer bij stages.Kortom, het kan best, als we maar willen.Wat betreft uitvoering kunnen gemeente en UWV deze taak naar behoren uitvoeren. Wat betreft de bekostiging,zou een verrekening moeten plaatsvinden met het Ministerie van OCW. Als er voor één van de drie oplossingenwordt gekozen kan het stagevervoer daarbij als zodanig geregistreerd worden, zodat achteraf een verrekeningmet het ministerie OCW kan plaatsvinden. Een administratieve handeling die dagelijks in alle sectoren in desamenleving talloze malen gepleegd wordt. Het zou bijzonder zijn als dat bij de overheid problemen met zichmee zou brengen.3

More magazines by this user
Similar magazines