INStruCtIe- hANDleIDINg - Utax

utaxuk.co.uk
  • No tags were found...

INStruCtIe- hANDleIDINg - Utax

InstructiehandleidingDigitaalMultifunctioneel systeemCD 5130/P/5135/5230/5235Kopiëren/Printen/Scannen/FaxenA4


InleidingHartelijk dank voor het aanschaffen van dit model.Deze gebruikershandleiding is bedoeld om u te helpen het apparaat correct te bedienen, het basisonderhoud uit tevoeren en zo nodig eenvoudige problemen op te lossen, zodat u uw apparaat steeds in optimale staat kunt gebruiken.Lees deze bedieningshandleiding aandachtig voor u het apparaat in gebruik neemt. Bewaar de handleiding in debuurt van het apparaat zodat u deze snel kunt raadplegen.Wij adviseren u vervangartikelen van ons eigen merk te gebruiken. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade ten gevolgevan het gebruik van artikelen van andere fabrikanten in dit apparaat.Meegeleverde handleidingenBij dit apparaat worden de volgende handleidingen geleverd. Raadpleeg ze wanneer nodig.Quick Installation GuideBeschrijft veelgebruikte bedieningshandelingen, handige bedieningsprocedures, het routineonderhoud en hetoplossen van problemen.Safety GuideBevat informatie over veiligheid en waarschuwingen bij het installeren en het gebruik van het apparaat. Lees dezehandleiding voor u het apparaat in gebruik neemt.Safety Guide (enkel vorr dit apparaat)Beschrijft de installatieruimte voor het apparaat, de waarschuwingsetiketten en andere informatie. Lees dezehandleiding voor u het apparaat in gebruik neemt.Dvd (Product Library)Gebruikershandleiding (deze handleiding)Beschrijft het plaatsen van papier, de basishandelingen voor kopiëren, afdrukken en scannen en het oplossen vanproblemen.Gebruikershandleiding voor de faxBeschrijft het bedienen van de fax, het controleren van de verzendresultaten, het afdrukken van rapporten en hetgebruik van de netwerkfax.Embedded Web Server Operation GuidePrinting System Driver User GuideNetwork FAX Driver Operation GuideNetwork Print Monitor User GuideNetwork Tool for Direct Printing Operation GuidePRESCRIBE Commands Technical ReferencePRESCRIBE Commands Command Reference


Toets VerzendenToetsFunctiemenuKleurselectieOrig. formaatOrigineelbeeldScanresolutieVerzendgrootteZoomenRichting orig.Continu scannenBestandsformaatBest. naam inv.Onderwerp/tekstMeld. taak volt.FaxresolutieUitgestelde faxDirecte faxverz.Fax-polling RX...Raadpleeg Gebruikershandleiding voor de fax...Raadpleeg Gebruikershandleiding voor de fax...Raadpleeg Gebruikershandleiding voor de fax...Raadpleeg Gebruikershandleiding voor de faxDichtheidDubbelzijdigFTP-cod. verz.Best. scheidenToets Documentbox Subadres-box ...Raadpleeg Gebruikershandleiding voor de faxPolling-box...Raadpleeg Gebruikershandleiding voor de faxTaakboxUSB-geheugeniv


Toets Documentbox(Bij afdrukken vanafUSB-geheugen)Toets Functiemenu Sorteren ...pagina 3-15PapierselectieDubbelzijdig ...pagina 3-12Toets Documentbox(Bij opslaan op USBgeheugen)Toets FunctiemenuBest. naam inv.Meld. taak volt.Priorit. onderdr.Gecodeerde PDFTIFF-afdrukXPS pag. aanp.KleurselectieOrig. formaatOrigineelbeeldScanresolutieOpslagformaatZoomenRichting orig.Continu scannenBestandsformaatBest. naam inv.Meld. taak volt.DichtheidDubbelzijdigv


Toets Status/TaakannulerenStatus afdr. taakTaakstatus verst.Taakst. opslaanGeplande taakAfdruktakenlogVerzendtakenlogOpslagtakenlogScannerPrinterFaxTonerstatus ...pagina 3-29Papierstatus ...pagina 3-29USB-geheugenvi


ToetsSysteemmenu/TellersRapport Druk rapport af MenudiagramStatuspaginaLettertypesInst. beh.rapportRapport uitg. faxenRapport ink. faxen...RaadpleegGebruikershandleidingvoor de fax...RaadpleegGebruikershandleidingvoor de faxInst. result.rapp.Resultaatverz.E-mail/mapFaxGeann. voorverz.Ontv. result. faxMeld. taak volt....RaadpleegGebruikershandleidingvoor de fax...RaadpleegGebruikershandleidingvoor de faxTaakloggeschied.Autom. verzendenVerzend geschied.BestemmingBevestigingRegistreren(Verder opvolgende pagina)Onderw.SSFC logonderwerpvii


ToetsSysteemmenu/Tellers(Vervolg vanvorige pagina)TellerSysteem Netwerk inst. TCP/IPinstellingenNetWareAppleTalkWSD-scanWSD-afdrukIPSecTCP/IPIPv4instellingIPv6instellingProtocoldetailVeilige protocolHostnaamLAN-interfaceAanm./Taakacc.I/F Vergr. Inst.Beveiligingsniv.HerstartOptionele funct.Inst. gebr.aanm.Taakacc. inst.Aanmelding gebr.Lijst lok. gebr.Instell. ID-kaartGroepsautoris.Nw gebr. eigensch.TaakaccountingAccount. RapportTotaal accountInd. taak acc.Account. LijstDetails/bew.VerwijderenAccount toev.Stand.instellingLimiettoepassen(Verder opvolgende pagina)Onbek. ID taakTell. kop./afdr.Tellerlimietviii


ToetsSysteemmenu/TellersEigenschap gebr.Algemeneinstell.TaalStandaardschermGeluidAlarmFax-speakerFax-monitorHelderheidInst. orig./pap.Custom form. orig.Stn orig. form.Custom papierfmtCassette 1 inst.Cassette 2 inst.Cassette 3 inst.Inst. MF-ladeInst. mediatypeMedia voor AutoStand. papierbronAct. spec. papierVooringest. lim.MaateenheidFoutafhandelingDatuminstellingTimerinstellingFout wis timer(Vervolg vanvorige pagina)(Verder opvolgende pagina)(Verder opvolgendepagina)Timer slaapstandSchermtimer res.Uitschakelvoorw.UitschakeltimerFouten aut. verw.Reset inst. autom.Onbruikbare tijdix


ToetsSysteemmenu/Tellers(Vervolg vanvorige pagina)Algemeneinstell.(Vervolg vanvorige pagina)Stand. inst.funct.KleurselectieScanresolutieFaxresolutie...RaadpleegGebruikershandleidingvoor de faxOrigineelbeeldDichtheidZoomenSorterenRichting orig.EcoPrintBest. naam inv.Onderwerp/tekstContinu scannenBestandsformaatBest. scheidenTIFF-afdrukXPS pag. aanp.Detailinstelling2-in-1-lay-out4-in-1-lay-outKaderRichtingBindenBindenBeeldkwaliteitKleur TIFFcomp.AanmeldingRAM-disk modeKopieFotoverwerkingPapierselectieAutom. papiersel.(Verder opvolgende pagina)Aut. priorit. %Kies toetsenset.x


ToetsSysteemmenu/Tellers(Vervolg vanvorige pagina)PrinterVerzendenEmulatie inst.EcoPrintA4/Lett. overrideDubbelzijdigExempl.RichtingTimeout doorvoerLF-actieCR-actiePapier aanv. modeKies toetsenset.Documentbox Subadres-box ...RaadpleegGebruikershandleidingvoor de faxTaakboxPolling-box...RaadpleegGebruikershandleidingvoor de faxKies toetsenset.Bestemmingwijz.Inst./OnderhoudAdresboekLijst afdr.Inst. kop. dichth.Verz./boxdichth.Corr. zw. lijnenService inst.Service statusNetwerkstatusNieuwe developerFax landcodeFax oproep inst.Inst. ext. diagn.ID ext. testprogr....RaadpleegGebruikershandleidingvoor de fax...RaadpleegGebruikershandleidingvoor de faxxi


OmgevingDe geschikte bedrijfsomgeving voor het apparaat is:• Temperatuur: 10 tot 32,5 °C• Relatieve luchtvochtigheid: 15 tot 80%Een ongeschikte bedrijfsomgeving kan de beeldkwaliteit beïnvloeden. Vermijd de volgende plaatsen alsinstallatieplaats voor het apparaat.• Vermijd plaatsen in de buurt van een raam of direct in het zonlicht.• Vermijd plaatsen met trillingen.• Vermijd plaatsen met sterke temperatuurschommelingen.• Vermijd plaatsen met directe blootstelling aan warme of koude lucht.• Vermijd slecht geventileerde plaatsen.Als de vloer niet bestand is tegen zwenkwieltjes, is het mogelijk dat de vloer beschadigd raakt wanneer het apparaatna de installatie wordt verplaatst.Tijdens het kopiëren komen er kleine hoeveelheden ozon vrij, maar deze hoeveelheden vormen geengezondheidsrisico. Als het apparaat echter langere tijd in een slecht geventileerde ruimte wordt gebruikt of wanneerer een zeer groot aantal kopieën wordt gemaakt, kan de geur onaangenaam worden. Een geschikte omgeving voorkopieerwerk moet goed geventileerd zijn.Waarschuwingen bij het gebruik van verbruiksartikelenVOORZICHTIGDe tonercontainer en de tonerafvalbak mogen niet worden verbrand. De vonken kunnen brandwondenveroorzaken.Houd de tonercontainer en de tonerafvalbak buiten het bereik van kinderen.Als er onverhoopt toner uit de tonercontainer of de tonerafvalbak wordt gemorst, moet u inademing ofinname van toner voorkomen, evenals contact met de ogen en de huid.• Als u toch toner inademt, gaat u naar een plaats met frisse lucht en gorgelt u met veel water. Neem bijopkomende hoest contact op met een arts.• Als u toner binnenkrijgt, spoelt u uw mond met water en drinkt u 1 of 2 glazen water om de inhoud van uw maagte verdunnen. Neem indien nodig contact op met een arts.• Als u toner in uw ogen krijgt, spoelt u ze grondig met water. Als uw ogen gevoelig blijven, neemt u contact op meteen arts.• Als u toner op de huid krijgt, wast u uw huid met water en zeep.De tonercontainer en de tonerafvalbak mogen niet worden opengemaakt of vernietigd.xii


Overige voorzorgsmaatregelenLever de lege tonercontainer en de tonerafvalbak in bij uw dealer of servicevertegenwoordiger. De ingezameldetonercontainer en tonerafvalbak worden gerecycled of verwijderd volgens de betreffende voorschriften.Bewaar het apparaat op een plaats die niet is blootgesteld aan direct zonlicht.Bewaar het apparaat op een plaats waar de temperatuur niet hoger wordt dan 40 ºC en waar zich geen sterkeschommelingen in temperatuur of vochtigheid voordoen.Als het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt, verwijder dan het papier uit de cassette en de multifunctionele (MF)lade, leg het terug in de oorspronkelijke verpakking en maak deze weer dicht.Als u het apparaat gebruikt met de faxfunctie en de voeding is uitgeschakeld, dan is het verzenden/ontvangen vanfaxen uitgeschakeld. Zet de aan/uit-schakelaar uit.xiii


Laserveiligheid (Europa)Laserstralen kunnen gevaarlijk zijn voor het menselijk lichaam. Om deze reden is de laserstraal in het apparaathermetisch afgesloten binnen een beschermende behuizing en achter een externe afdekking. Bij normale bedieningvan het product door de gebruiker kan er geen straling uit het apparaat ontsnappen.Dit apparaat wordt geclassificeerd als een laserproduct van klasse 1 volgens IEC 60825-1:2007.Voorzichtig: Het uitvoeren van andere procedures dan in deze handleiding beschreven, kan leiden tot blootstellingaan gevaarlijke straling.Deze etiketten zijn aangebracht op de laserscaneenheid in het apparaat en bevinden zich niet op een plaats dietoegankelijk is voor de gebruiker.Het onderstaande etiket bevindt zich aan de rechterkant van het apparaat.Wettelijke beperkingen betreffende kopiëren/scannen• Het kan verboden zijn auteursrechtelijk beschermd materiaal te kopiëren/scannen zonder de toestemming vande houder van het auteursrecht.• Het kopiëren/scannen van de volgende voorwerpen is verboden en kan beboet worden.Dit sluit andere voorwerpen niet uit. Maak niet bewust een kopie/scan van voorwerpen die niet gekopieerd/gescand mogen worden.PapiergeldBankbiljettenWaardepapierenStempelsPaspoortenCertificaten• Plaatselijke wetten en bepalingen kunnen mogelijk het kopiëren/scannen van ander materiaal dan hierboven isvermeld verbieden of beperken.xiv


Wettelijke kennisgevingen enveiligheidsinformatieLees deze informatie voor u het apparaat in gebruik neemt. Dit hoofdstuk bevat informatie overde volgende onderwerpen.• Wettelijke kennisgevingen............................................. xvi• Wat betreft handelsnamen ............................................ xvi• Energiebesparingsfunctie...............................................xx• Automatische dubbelzijdige kopieerfunctie ....................xx• Gerecycled papier ..........................................................xx• Energy Star-programma (ENERGY STAR®) .................xx• Over deze gebruikershandleiding.................................. xxi• Vormgevingselementen in deze handleiding................ xxiixv


Wettelijke kennisgevingenHet kopiëren of op een andere manier reproduceren van de gehele handleiding of een deel daarvan zonder devoorafgaande schriftelijke toestemming van de copyright-eigenaar is verboden.Wat betreft handelsnamen• PRESCRIBE is een handelsmerk van Kyocera Corporation.• KPDL is een handelsmerk van Kyocera Corporation.• Microsoft, Windows, Windows XP, Windows Server 2003, Windows Vista, Windows Server 2008, Windows 7 enInternet Explorer zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de V.S. en/of andere landen.• PCL is een handelsmerk van Hewlett-Packard Company.• Adobe Acrobat, Adobe Reader en PostScript zijn handelsmerken van Adobe Systems, Incorporated.• Ethernet is een gedeponeerd handelsmerk van Xerox Corporation.• Novell en NetWare zijn gedeponeerde handelsmerken van Novell, Inc.• IBM en IBM PC/AT zijn handelsmerken van International Business Machines Corporation.• AppleTalk, Bonjour, Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en anderelanden.• Alle Europese lettertypen die in dit apparaat zijn geïnstalleerd, worden gebruikt onder licentieovereenkomst metMonotype Imaging Inc.• Helvetica, Palatino en Times zijn geregistreerde handelsmerken van Linotype GmbH.• ITC Avant Garde Gothic, ITC Bookman, ITC ZapfChancery en ITC ZapfDingbats zijn geregistreerdehandelsmerken van International Typeface Corporation.• UFST MicroType ® lettertypen van Monotype Imaging Inc. zijn geïnstalleerd in dit apparaat.• Dit apparaat bevat software met modules die zijn ontwikkeld door de Independent JPEG Group.Alle overige merk- en productnamen zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van de respectievebedrijven. De symbolen en ® worden niet gebruikt in deze gebruikershandleiding.xvi


GPL/LGPLDit product is voorzien van GPL- (http://www.gnu.org/licenses/gpl.html) en/of LGPL- (http://www.gnu.org/licenses/lgpl.html) software als onderdeel van de firmware. U kunt de broncode verkrijgen en het is toegestaan het te kopiëren,te verspreiden en te wijzigen volgens de voorwaarden van GPL/LGPL.Open SSLeay LicenseCopyright (c) 1998-2006 The OpenSSL Project. All rights reserved.Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that thefollowing conditions are met:1 Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the followingdisclaimer.2 Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and thefollowing disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution.3 All advertising materials mentioning features or use of this software must display the followingacknowledgment:“This product includes software developed by the OpenSSL Project for use in the OpenSSL Toolkit. (http://www.openssl.org/)”4 The names “OpenSSL Toolkit” and “OpenSSL Project” must not be used to endorse or promote productsderived from this software without prior written permission.For written permission, please contact openssl-core@openssl.org.5 Products derived from this software may not be called “OpenSSL” nor may “OpenSSL” appear in their nameswithout prior written permission of the OpenSSL Project.6 Redistributions of any form whatsoever must retain the following acknowledgment: “This product includessoftware developed by the OpenSSL Project for use in the OpenSSL Toolkit (http://www.openssl.org/)”THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE OpenSSL PROJECT “AS IS” AND ANY EXPRESSED OR IMPLIEDWARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THEIMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE AREDISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE OpenSSL PROJECT OR ITS CONTRIBUTORS BE LIABLE FOR ANYDIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL DAMAGES (INCLUDING,BUT NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, ORPROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY,WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE)ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OFSUCH DAMAGE.xvii


Original SSLeay LicenseCopyright (C) 1995-1998 Eric Young (eay@cryptsoft.com) All rights reserved.This package is an SSL implementation written by Eric Young (eay@cryptsoft.com). The implementation was writtenso as to conform with Netscapes SSL.This library is free for commercial and non-commercial use as long as the following conditions are aheared to. Thefollowing conditions apply to all code found in this distribution, be it the RC4, RSA, lhash, DES, etc., code; not just theSSL code. The SSL documentation included with this distribution is covered by the same copyright terms except thatthe holder is Tim Hudson (tjh@cryptsoft.com).Copyright remains Eric Young’s, and as such any Copyright notices in the code are not to be removed.If this package is used in a product, Eric Young should be given attribution as the author of the parts of the libraryused.This can be in the form of a textual message at program startup or in documentation (online or textual) provided withthe package.Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that thefollowing conditions are met:1 Redistributions of source code must retain the copyright notice, this list of conditions and the followingdisclaimer.2 Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and thefollowing disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution.3 All advertising materials mentioning features or use of this software must display the followingacknowledgement:“This product includes cryptographic software written by Eric Young (eay@cryptsoft.com)”The word ‘cryptographic’ can be left out if the rouines from the library being used are not cryptographic related:-).4 If you include any Windows specific code (or a derivative thereof) from the apps directory (application code) youmust include an acknowledgement:“This product includes software written by Tim Hudson (tjh@cryptsoft.com)”THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY ERIC YOUNG “AS IS” AND ANY EXPRESS OR IMPLIED WARRANTIES,INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FORA PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE AUTHOR OR CONTRIBUTORS BELIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL DAMAGES(INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE,DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OFLIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OROTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THEPOSSIBILITY OF SUCH DAMAGE.The licence and distribution terms for any publically available version or derivative of this code cannot be changed.i.e. this code cannot simply be copied and put under another distribution licence [including the GNU Public Licence.]xviii


Monotype Imaging License Agreement1 Software shall mean the digitally encoded, machine readable, scalable outline data as encoded in a specialformat as well as the UFST Software.2 You agree to accept a non-exclusive license to use the Software to reproduce and display weights, styles andversions of letters, numerals, characters and symbols (Typefaces) solely for your own customary business orpersonal purposes at the address stated on the registration card you return to Monotype Imaging. Under theterms of this License Agreement, you have the right to use the Fonts on up to three printers. If you need to haveaccess to the fonts on more than three printers, you need to acquire a multi-user license agreement which canbe obtained from Monotype Imaging. Monotype Imaging retains all rights, title and interest to the Software andTypefaces and no rights are granted to you other than a License to use the Software on the terms expressly setforth in this Agreement.3 To protect proprietary rights of Monotype Imaging, you agree to maintain the Software and other proprietaryinformation concerning the Typefaces in strict confidence and to establish reasonable procedures regulatingaccess to and use of the Software and Typefaces.4 You agree not to duplicate or copy the Software or Typefaces, except that you may make one backup copy. Youagree that any such copy shall contain the same proprietary notices as those appearing on the original.5 This License shall continue until the last use of the Software and Typefaces, unless sooner terminated. ThisLicense may be terminated by Monotype Imaging if you fail to comply with the terms of this License and suchfailure is not remedied within thirty (30) days after notice from Monotype Imaging. When this License expires oris terminated, you shall either return to Monotype Imaging or destroy all copies of the Software and Typefacesand documentation as requested.6 You agree that you will not modify, alter, disassemble, decrypt, reverse engineer or decompile the Software.7 Monotype Imaging warrants that for ninety (90) days after delivery, the Software will perform in accordance withMonotype Imaging-published specifications, and the diskette will be free from defects in material andworkmanship. Monotype Imaging does not warrant that the Software is free from all bugs, errors andomissions.The parties agree that all other warranties, expressed or implied, including warranties of fitness for a particularpurpose and merchantability, are excluded.8 Your exclusive remedy and the sole liability of Monotype Imaging in connection with the Software andTypefaces is repair or replacement of defective parts, upon their return to Monotype Imaging.In no event will Monotype Imaging be liable for lost profits, lost data, or any other incidental or consequentialdamages, or any damages caused by abuse or misapplication of the Software and Typefaces.9 Massachusetts U.S.A. law governs this Agreement.10 You shall not sublicense, sell, lease, or otherwise transfer the Software and/or Typefaces without the priorwritten consent of Monotype Imaging.11 Use, duplication or disclosure by the Government is subject to restrictions as set forth in the Rights in TechnicalData and Computer Software clause at FAR 252-227-7013, subdivision (b)(3)(ii) or subparagraph (c)(1)(ii), asappropriate. Further use, duplication or disclosure is subject to restrictions applicable to restricted rightssoftware as set forth in FAR 52.227-19 (c)(2).12 You acknowledge that you have read this Agreement, understand it, and agree to be bound by its terms andconditions. Neither party shall be bound by any statement or representation not contained in this Agreement.No change in this Agreement is effective unless written and signed by properly authorized representatives ofeach party. By opening this diskette package, you agree to accept the terms and conditions of this Agreement.xix


EnergiebesparingsfunctieHet apparaat is uitgerust met een Slaapstand, waarbij de print- en faxfuncties in een wachtstand komen te staan,maar het energieverbruik tot een minimum wordt beperkt na een bepaalde tijdsperiode sinds het apparaat voor hetlaatst werd gebruikt.SlaapstandHet apparaat schakelt de slaapstand automatisch in wanneer er 1 minuut is verstreken sinds het apparaat voor hetlaatst werd gebruikt. De tijdsperiode waarin er geen activiteiten plaatsvinden voordat de slaapstand wordtgeactiveerd, kan worden verlengd. Raadpleeg Slaapstand op pagina 2-7 voor meer informatie.Automatische dubbelzijdige kopieerfunctieDit apparaat beschikt over dubbelzijdig kopiëren als standaardfunctie. Als u bijvoorbeeld twee enkelzijdige originelenals dubbelzijdige kopie op één vel papier kopieert, kunt u de gebruikte hoeveelheid papier beperken. RaadpleegSlaapstand op pagina 2-7 voor meer informatie.Gerecycled papierDit apparaat ondersteunt het gebruik van gerecycled papier om de belasting voor het milieu te verminderen. Uwverkoop- of servicevertegenwoordiger kan informatie geven over aanbevolen papiersoorten.Energy Star-programma (ENERGY STAR ® )Wij hebben als bedrijf dat deelneemt aan het internationale Energy Star-programma vastgesteld datdit apparaat voldoet aan de standaarden zoals bepaald in het internationale Energy Starprogramma.xx


Over deze gebruikershandleidingDeze gebruikershandleiding bestaat uit de volgende hoofdstukken.Hoofdstuk 1 - OnderdeelnamenBeschrijft de onderdelen van het apparaat en de toetsen op het bedieningspaneel.Hoofdstuk 2 - Voorbereiding voor het gebruikGeeft uitleg over het toevoegen van papier, het plaatsen van originelen, het aansluiten van het apparaat en debenodigde configuraties voor het eerste gebruik.Hoofdstuk 3 - BasisbedieningBeschrijft de basisprocedures voor kopiëren, afdrukken en scannen.Hoofdstuk 4 - OnderhoudBeschrijft het reinigen van het apparaat en het vervangen van de toner.Hoofdstuk 5 - Problemen oplossenGeeft uitleg over het oplossen van foutmeldingen, papierstoringen en andere problemen.AppendixGeeft uitleg over het invoeren van karakters en een overzicht van de apparaatspecificaties.Laat u kennismaken met de handige optionele apparatuur die voor dit apparaat beschikbaar is.xxi


Vormgevingselementen in deze handleidingDe volgende vormgevingselementen worden gebruikt, afhankelijk van het soort beschrijving.Vormgevingselement Beschrijving VoorbeeldVet[Normaal]CursiefOpmerkingBelangrijkVoorzichtigGeeft de toetsen op hetbedieningspaneel of eencomputerscherm aan.Geeft een selectie-item in hetBerichtendisplay aan.Geeft een bericht in hetBerichtendisplay aan.Wordt gebruikt om belangrijkewoorden en zinnen ofverwijzingen naar extrainformatie te benadrukken.Geeft extra informatie ofhandelingen ter referentie aan.Geeft verplichte of verbodenitems aan om problemen tevoorkomen.Geeft aan wat u moet doen omlichamelijk letsel ofapparaatbeschadiging tevoorkomen en hoe u hiermeemoet omgaan.Druk op de toets Start.Selecteer [Systeem].Gereed voor kopiëren wordtweergegeven.Raadpleeg Slaapstand op pagina 2-7voor meer informatie.OPMERKING:BELANGRIJK:VOORZICHTIG:xxii


1 OnderdeelnamenIn dit hoofdstuk worden de onderdelen van het apparaat en de toetsen op het bedieningspaneelbeschreven.• Bedieningspaneel......................................................... 1-2• Apparaat....................................................................... 1-41-1


OnderdeelnamenBedieningspaneelGeeft het scherm Adresboek weer, waarin u bestemmingen kunt toevoegen, bewerken en verwijderen.Geeft het menuscherm Systeemmenu/Tellersweer, waarin u de systeeminstellingen en tellerskunt controleren.Geeft het scherm Status weer, waarinu de status kunt controleren, eenstatusrapport af kunt drukken en eenlopende taak kunt pauzeren ofannuleren.Geeft het schermKopiëren weer, waarin ude vereiste instellingenvoor kopiëren kuntinstellen.Roept de vorige bestemming op. Wordt ook gebruikt om een pauze inte voegen bij het invoeren van een faxnummer.*Geeft het scherm Bestemming bevestigen weer, waarin ubestemmingen kunt bewerken en verwijderen.Geeft het scherm Bestemming toevoegen weer, waarin ubestemmingen kunt toevoegen.Schakelt tussen op de haak en van de haakwanneer u handmatig een fax verzendt.*Berichtendisplay Lees hier deberichten tijdens het bedienen van hetapparaat.Selecteert het menu datweergegeven wordt rechtsonderaan in hetBerichtendisplay.Geeft het scherm FAX weer, waarinu een fax kunt verzenden.*Geeft het scherm Verzenden weer, waarin u een e-mail,map (SMB/FTP) of fax kunt verzenden.*Geeft het scherm Documentbox weer, waarin u dedocumentbox en het USB-geheugen kunt bedienen.Selecteert het menu datweergegeven wordt linksonderaan in hetBerichtendisplay.Knippert terwijlafdrukgegevensworden ontvangen ofgegevens wordenverstuurd.Worden gebruikt om bestemmingenonder de snelkiestoetsen (1 tot 22) teregistreren, op te roepen en te wissen.Schakelt tussen de lagere en hogere snelkiestoetsen (1 tot 11 en 12 tot 22).Het lampje brandt bij de hogere snelkiestoetsen (12 tot 22).* Faxfuncties enkel beschikbaar bij apparaten waarop de faxfunctie geïnstalleerd is.Knippert terwijl hetapparaat het geheugengebruikt.1-2


Onderdeelnamen1Wordt gebruikt om een menu-item te selecteren, de cursor teverplaatsen bij het invoeren van karakters, een waarde tewijzigen enzovoort.Selecteert het gekozen item of legt deingevoerde waarde vast.Wist ingevoerde nummers en karakters.Resets instellingen en geeft hetbasisscherm weer.Geeft het Functiemenu weer voor kopiëren,afdrukken, verzenden en de documentbox.Cijfertoetsen. Om cijfers ensymbolen in te voeren.Keert terug naar het vorige schermin het Berichtendisplay.Brandt of knippert als zich een foutvoordoet.Beëindigt de bediening(meldt af) in hetscherm Beheer.Worden gebruikt om programma's teregistreren en op te roepen.Annuleert de lopende afdruktaken.Start het kopiëren en scannen en het verwerken bij het makenvan instellingen.1-3


OnderdeelnamenApparaat9104561237111281 Documenttoevoer2 Glasplaat3 Aan/uit-schakelaar4 Sleufglas5 Bedieningspaneel6 Bovenklep7 Voorklep8 Voorklep duplexeenheid9 Drum10 Hoofdladerreiniger11 Vergrendelingshendel12 Tonercontainer1-4


Onderdeelnamen11314151619191720 211813 Binnenlade14 Instelmechanisme voor papierlengte15 Papierlengtegeleider16 Papierbreedtegeleiders17 Cassette 118 Instelmechanisme voor papierbreedte19 Papierbreedtegeleiders (MF-lade)20 Multifunctionele lade (MF-lade)21 Verlengstuk van de multifunctionele lade1-5


Onderdeelnamen22252326272422 Netwerkinterface-aansluiting23 USB-poort24 Fuserklep25 Handgrepen26 Achterklep27 NetsnoeraansluitingDocumenttoevoer28 29 3031323328 Klep documenttoevoer29 Breedtegeleiders voor originelen30 Origineleninvoer31 Originelenuitvoer32 Originelenstopper33 Handgreep voor openen/sluiten documenttoevoer1-6


2 Voorbereiding voor het gebruikDit hoofdstuk bevat uitleg over de voorbereidingen die u moet treffen voor u het apparaat voor deeerste maal gebruikt. Daarnaast beschrijft het de procedures voor het plaatsen van papier enoriginelen.• Bijgeleverde onderdelen controleren...................................................... 2-2• Verbindingsmethode bepalen en kabels voorbereiden................................... 2-3• Kabels aansluiten................................................................................... 2-5• Aan- en uitzetten .................................................................................... 2-6• Slaapstand ............................................................................................. 2-7• De [Taal] voor het display wijzigen ......................................................... 2-8• Datum en tijd instellen.......................................................................... 2-10• Netwerk instellen (LAN-aansluiting) ..................................................... 2-13• Software installeren.............................................................................. 2-15• Embedded Web Server (instellingen voor e-mail)................................ 2-26• E-mail verzenden ................................................................................. 2-27• Voorbereiding voor het verzenden van een document naar een pc..... 2-30• Papier plaatsen .................................................................................... 2-40• Originelen plaatsen .............................................................................. 2-542-1


Voorbereiding voor het gebruikBijgeleverde onderdelen controlerenControleer of de volgende onderdelen zijn bijgeleverd.• Quick Installation Guide• Safety Guide• Safety Guide (enkel voor dit apparaat)• Dvd (Product Library)Documenten op de bijgeleverde dvdOp de bijgeleverde dvd (Product Library) staan de volgende documenten. Raadpleeg ze wanneer nodig.DocumentenGebruikershandleiding (deze handleiding)Gebruikershandleiding voor de faxEmbedded Web Server Operation GuidePrinting System Driver User GuideNetwork FAX Driver Operation GuideNetwork Print Monitor User GuideNetwork Tool for Direct Printing Operation GuidePRESCRIBE Commands Technical ReferencePRESCRIBE Commands Command Reference2-2


Voorbereiding voor het gebruikVerbindingsmethode bepalen en kabels voorbereidenControleer de methode om het apparaat met een pc of een netwerk te verbinden en zorg dat u de noodzakelijkekabels bij de hand hebt.Aansluitvoorbeeld2Bepaal de methode om het apparaat met een pc of een netwerk te verbinden aan de hand van onderstaandeafbeelding.Verbinden van een scanner via een netwerkkabel (100Base-TX of 10Base-T) met uw pc-netwerk.Pc van debeheerderAfdrukkenEmbedded Web ServerNetwerkinstellingen,Standaardinstellingenscanner, Registratiegebruiker en bestemmingMFPNetwerkE-mailverzendingVerzendt deafbeeldingsgegevensvan gescandeoriginelen naar degewenste ontvangerals eenbestandsbijlage bijeen e-mailbericht.NetwerkSMB-verzendingUSBNetwerkSlaat de gescandeafbeelding als eengegevensbestand opuw pc op.NetwerkfaxenNetwerkNetwerkFTP-verzendingVerzendt de gescandeafbeelding als eengegevensbestand opde FTP-server.FaxFaxNetwerkUSBTWAIN-scannen* Faxfuncties enkel beschikbaar bij apparatenwaarop de faxfunctie geïnstalleerd is.NetwerkUSBWIA-scannenTWAIN en WIA zijngestandaardiseerdeinterfaces voorcommunicatie tussensoftwaretoepassingenen beeldopnameapparatuur.2-3


Voorbereiding voor het gebruikDe benodigde kabels voorbereidenDe volgende interfaces zijn beschikbaar om het apparaat met een pc te verbinden. Leg de benodigde kabels klaarafhankelijk van de gebruikte interface.Beschikbare standaardinterfacesFunctie Interface Benodigde kabelPrinter/scanner/TWAIN-scannen/WIA-scannen/netwerkfax*Printer/TWAINscannen/WIAscannenNetwerkinterfaceUSB-interfaceLAN (10Base-T of100Base-TX, beschermd)USB 2.0-compatibele kabel(ondersteuning van Hi-Speed USB, max. 5 m,beschermd)* Netwerkfax- en faxfuncties enkel beschikbaar bij apparaten waarop defaxfunctie geïnstalleerd is. Raadpleeg de Gebruikershandleiding voor defax voor meer informatie over de netwerkfaxfunctie.2-4


Voorbereiding voor het gebruikKabels aansluitenVolg de onderstaande stappen om kabels op het apparaat aan te sluiten.1 Sluit het apparaat aan op de pc of uw netwerkapparaat.Verwijder het kapje als u de netwerkinterface gebruikt.2Als u de netwerkkabel aansluit, configureer dan hetnetwerk. Raadpleeg Netwerk instellen (LANaansluiting)op pagina 2-13 voor meer informatie.2 Sluit het ene eind van de bijgeleverde netvoedingskabelaan op het apparaat en steek het andere eind in eenstopcontact.BELANGRIJK: Gebruik uitsluitend de netvoedingskabel die bij het apparaat wordt geleverd.2-5


Voorbereiding voor het gebruikAan- en uitzettenAanzettenDruk op de aan/uit-schakelaar.BELANGRIJK: Wanneer u de aan/uit-schakelaar uitschakelt, mag u deze niet meteen weer inschakelen. Wachtmeer dan 5 seconden voordat u de aan/uit-schakelaar weer inschakelt.UitzettenZorg dat het lampje Geheugen uit is, voor u de aan/uitschakelaaruitschakelt.Controleer dat hetlampje niet meerbrandt.2-6


Voorbereiding voor het gebruikUitschakeltimerAls het apparaat niet wordt gebruikt terwijl deze in de slaapstand staat, dan wordt de voeding automatischuitgeschakeld. De uitschakeltimer dient om de tijdsduur in te stellen waarna de voeding wordt uitgeschakeld. Defabrieksinstelling vooraleer de voeding wordt uitgeschakeld, is 1 uur.2BELANGRIJK: U kunt de uitschakelvoorwaarden en de uitschakeltimer instellen. Raadpleeg voor meer informatiede Engelse gebruikershandleiding.Wanneer het apparaat langere tijd niet gebruikt zal wordenVOORZICHTIG: Als u dit apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt (bijvoorbeeld 's nachts), zet het danuit met de aan/uit-schakelaar. Als u het apparaat nog langer niet gebruikt (bijvoorbeeld tijdens de vakantie),haal dan om veiligheidsredenen de stekker uit het stopcontact. Als u het apparaat gebruikt met de faxfunctie,het apparaat uitzet met de aan/uit-schakelaar, dan is het verzenden en ontvangen van faxen uitgeschakeld.VOORZICHTIG: Verwijder het papier uit de cassettes en berg het op in de afgesloten bewaarzak voor papier omhet tegen vocht te beschermen.SlaapstandAls de ingestelde tijdsduur (fabrieksinstelling is 1 minuut) dat het apparaat niet gebruikt werd, verstreken is, schakelthet apparaat automatisch in de slaapstand. De achtergrondverlichting en lampjes van het berichtendisplay gaan uitom stroom te besparen. Deze stand heet de slaapstand. Tijdens de slaapstand wordt in het berichtendisplay "Inslaapstand" weergegeven.Als er tijdens de slaapstand afdrukgegevens worden ontvangen, dan wordt de afdruktaak uitgevoerd terwijl hetBerichtendisplay onverlicht blijft.Als u het apparaat gebruikt met de faxfunctie, worden ontvangen faxgegevens afgedrukt terwijl het bedieningspaneelonverlicht blijft.Om het apparaat te gebruiken, drukt u op een willekeurige toets op het bedieningspaneel. Het apparaat is binnenongeveer 15 seconden gebruiksklaar.Wij wijzen u erop dat door omgevingsfactoren, zoals ventilatie, het apparaat langzamer kan reageren.2-7


Voorbereiding voor het gebruikDe [Taal] voor het display wijzigenKies de taal die weergegeven wordt in het Berichtendisplay.Volg de onderstaande stappen om de taal te kiezen.1 Druk op de aan/uit-schakelaar.2 Druk op de toets Systeemmenu/Tellers op hetbedieningspaneel van het apparaat.Aanmeld.gebr.nm: L b********************Aanmeld.wachtw.:[ Login ]Sys.menu/Teller: a b3 Systeem4 Aanm./Taakacc.*********************6 Algemene instellAls u gebruikersbeheer uitvoert en u bent nietaangemeld, dan verschijnt een aanmeldingsscherm.Voer dan het gebruikers-ID en wachtwoord in.OPMERKING: De volgende beheerder is in de fabriekgeregistreerd in het apparaat.Aanmeld.gebr.nm: 30 ppm-model: 3000, 35 ppmmodel:3500Aanmeld.wachtw.: 30 ppm-model: 3000, 35 ppmmodel:3500Raadpleeg Invoermethode voor karaktersop Appendix-3voor meer informatie over het invoeren van karakters.3 Druk in het menu Sys.menu/Teller, op de toets of om [Algemene instell] te selecteren.Algemene instell: a b*********************1 Taal2 Standaardscherm3 Geluid[ Einde ]4 Druk op de toets OK. Het menu Algemene instellingenverschijnt.5 Druk op de toets of om [Taal] te selecteren.2-8


Voorbereiding voor het gebruikTaal:a b*********************1 *English2 Deutsch3 Français6 Druk op de toets OK. Taal verschijnt.27 Druk op de toets of om de gewenste taal teselecteren en druk vervolgens op de toets OK.Voltooid. wordt weergegeven en het scherm keert terugnaar het menu Algemene instellingen.2-9


Voorbereiding voor het gebruikDatum en tijd instellenVolg de onderstaande stappen om de lokale datum en tijd op de plaats van installatie in te stellen.Wanneer u een e-mail verzendt met de verzendfunctie, zullen de hier ingestelde datum en tijd in de kop van het e-mailbericht worden toegevoegd. Stel de datum, de tijd en het tijdsverschil met GMT in van de regio waar het apparaatwordt gebruikt.OPMERKING: Stel het tijdsverschil in voor u de datum en de tijd instelt.1 Druk op de toets Systeemmenu/Tellers op hetbedieningspaneel van het apparaat.Sys.menu/Teller: a b3 Systeem4 Aanm./Taakacc.*********************6 Algemene instell2 Druk in het menu Sys.menu/Teller, op de toets of om [Algemene instell] te selecteren.Algemene instell: a b*********************1 Taal2 Standaardscherm3 Geluid[ Einde ]3 Druk op de toets OK. Het menu Algemene instellingenverschijnt.4 Druk op de toets of om [Datuminstelling] teselecteren en druk op de toets OK.Aanmeld.gebr.nm: L b********************Aanmeld.wachtw.:[ Login ]Datuminstelling: a b*********************1 Datum/tijd2 Datumnotatie3 Tijdzone[ Einde ]5 Er verschijnt een aanmeldingsscherm. Voer vervolgensde gebruikers-ID en het wachtwoord metbeheerdersrechten in om aan te melden en druk op[Login] (de rechterkeuzetoets).OPMERKING: De volgende beheerder is in de fabriekgeregistreerd in het apparaat.Aanmeld.gebr.nm: 30 ppm-model: 3000, 35 ppmmodel:3500Aanmeld.wachtw.: 30 ppm-model: 3000, 35 ppmmodel:35006 Het menu Datuminstelling verschijnt.2-10


Voorbereiding voor het gebruikTijdzone: a bGMT Casablanca**********************GMT Greenwich+01:00 Amsterdam7 Druk op de toets of om [Tijdzone] te selecteren.8 Druk op de toets OK. Tijdzone verschijnt.2Datuminstelling: a b2 Datumnotatie3 Tijdzone*********************4 Zomertijd[ Einde ]9 Druk op de toets of om uw regio te selecteren endruk vervolgens op de toets OK.Voltooid. wordt weergegeven en het scherm keert terugnaar het menu Datuminstelling.10 Druk op de toets of om [Zomertijd] te selecteren.Zomertijd: a b*********************1 *Uit2 Aan11 Druk op de toets OK. Zomertijd verschijnt.Datuminstelling: a b*********************1 Datum/tijd2 Datumnotatie3 Tijdzone[ Einde ]12 Druk op de toets of om [Aan] of [Uit] te selecterenen druk vervolgens op de toets OK.Voltooid. wordt weergegeven en het scherm keert terugnaar het menu Datuminstelling.13 Druk op de toets of om [Datum/tijd] te selecteren.Datum/tijd: a bJaar Maand Dag2011 01 01(Tijdzone:Greenwich )14 Druk op de toets OK. Datum/tijd verschijnt.15 Druk op de toets of om de cursor te verplaatsen,druk op de toets of om het jaartal, de maand en dedag in te voeren en druk vervolgens op de toets OK.2-11


Voorbereiding voor het gebruikDatum/tijd: a bUur Min. Sec.11: 45: 50(Tijdzone:Greenwich )Datuminstelling: a b1 Datum/tijd*********************2 Datumnotatie3 Tijdzone[ Einde ]16 Druk op de toets of om de cursor te verplaatsen,druk op de toets of om het uur, de minuten en deseconden in te voeren en druk vervolgens op de toetsOK.Voltooid. wordt weergegeven en het scherm keert terugnaar het menu Datuminstelling.17 Druk op de toets of om [Datumnotatie] teselecteren.Datumnotatie: a b1 MM/DD/JJJJ*********************2 *DD/MM/JJJJ3 JJJJ/MM/DD[ Einde ]18 Druk op de toets OK. Datumnotatie verschijnt.19 Druk op de toets of om de gewenste weergave teselecteren en druk vervolgens op de toets OK.Voltooid. wordt weergegeven en het scherm keert terugnaar het menu Datuminstelling.2-12


Voorbereiding voor het gebruikNetwerk instellen (LAN-aansluiting)Het apparaat is voorzien van een netwerkinterface-aansluiting, die compatibel is met netwerkprotocollen zoals TCP/IP (IPv4), TCP/IP (IPv6), IPX/SPX, NetBEUI, IPSec en AppleTalk. Dit maakt netwerkafdrukken mogelijk bij Windows,Macintosh, UNIX, NetWare en andere platforms.2In de onderstaande tabel staan de vereiste items voor elke instelling.Configureer de printernetwerkparameters overeenkomstig uw pc en uw netwerkomgeving.Raadpleeg voor meer informatie de Engelse gebruikershandleiding.OPMERKING: Als het Embedded Web Server wordt gebruikt, dan kunnen de netwerkparameters enbeveiligingsinstellingen heel makkelijk vanaf de pc worden gewijzigd en gecontroleerd. Raadpleeg Embedded WebServer (instellingen voor e-mail) op pagina 2-26 voor meer informatie.Menu Submenu InstellingSysteemNetwerkinstell.TCP/IPinstel.TCP/IPAan/uitIPv4 instelling DHCP Aan/uitBonjourIP-adresSubnetmaskerStandaardgatewayAan/uitIP-adresIP-adresIP-adresIPv6 instellingAan/uitProtocoldetail NetBEUI Aan/uitSNMPv3FTP (server)FTP (klant)SMBSNMPSMTP (verz. e-mail)POP3 (ontv. e-mail)Raw-poortLPDIPPIPP via SSLHTTPHTTPSLDAPAan/uitAan/uitAan/uitPoortnummer: 21Aan/uitAan/uitAan/uitAan/uitAan/uitAan/uitAan/uitPoortnummer: 631Aan/uitAan/uitAan/uitAan/uit2-13


Voorbereiding voor het gebruikNetWareAppleTalkWSD-scanWSD-afdrukAan/uitFrametypeAan/uitAan/uitAan/uitIPSec IPSec Aan/uitVeiligeprotocolLAN-interfaceRegelinstellingSSLIPP-beveiligingHTTP-beveiligingLDAP-beveiligingSMTP-beveiligingPOP3-beveiliging 1 (2, 3)Aan/uitAan/uitIPP/IPP via SSLEnkel IPP via SSLHTTP/HTTPSEnkel HTTPSUitSSL/TLSSTARTTLSUitSSL/TLSSTARTTLSUitSSL/TLSSTARTTLSAuto10Base-half10Base-volledig100Base-half100Base-volledigOPMERKING: Schakel, nadat alle netwerkinstellingen zijn uitgevoerd, het apparaat UIT en weer IN. Dit isnoodzakelijk om de instellingen te activeren!2-14


Voorbereiding voor het gebruikSoftware installerenInstalleer de benodigde software op uw pc vanaf de bijgeleverde Product Library-dvd als u de printerfunctie van ditapparaat wilt gebruiken of als u TWAIN/WIA-verzending of faxverzending wilt gebruiken op uw computer. Controleerof de printer aangesloten is op het stopcontact en de pc voor u het printerstuurprogramma vanaf de dvd installeert.2OPMERKING: Plug and Play is uitgeschakeld wanneer dit apparaat in de slaapstand staat. Haal het apparaat uitde slaapstand voordat u verdergaat. Zie Uitschakeltimer op pagina 2-7.Faxfuncties enkel beschikbaar bij apparaten waarop de faxfunctie geïnstalleerd is.Software installeren in WindowsAls u de printer aansluit op een Windows-pc, volg dan de volgende stappen om het printerstuurprogramma teinstalleren. In het voorbeeld wordt het aansluiten van uw printer op een Windows Vista-pc beschreven.OPMERKING: Bij Windows-besturingssystemen moet u aangemeld zijn met beheerdersrechten om hetprinterstuurprogramma te kunnen installeren.U kunt kiezen tussen Snel of Aangepast om de software te installeren. De Snelle modus detecteert automatisch deaangesloten printers en installeert de benodigde software. Gebruik de Aangepaste modus als u de printerpoort opwilt geven en de te installeren software wilt selecteren.1 Schakel uw computer in en start Windows op.Als het dialoogvenster Welkom bij de wizard Nieuwe hardware gevonden verschijnt, selecteer dan Annuleren.2 Plaats de bij de printer bijgeleverde dvd in de optische schijf van de pc. In Windows 7, Windows Server 2008 enWindows Vista, kan het venster Gebruikersaccountbeheer verschijnen. Klik op Toestaan.Het installatieprogramma gaat van start.OPMERKING: Indien de software-installatiewizard niet automatisch start, open dan het dvd-venster in WindowsVerkenner en dubbelklik op Setup.exe.3 Klik op Gebruiksrechtvereenkomst weergeven en lees de Licentieovereenkomst. Klik op Accepteren.2-15


Voorbereiding voor het gebruik4 Klik op Software installeren.De software-installatiewizard gaat van start.Vanaf dit punt is de procedure afhankelijk van uw Windows-versie en uw verbindingsmethode. Ga verder naarde juiste procedure voor uw verbindingstype.• Snelle modus• Aangepaste modusSnelle modusBij de Snelle installatie wordt de printer automatisch gedetecteerd als deze is ingeschakeld. Gebruik de Snelleinstallatie enkel bij standaardverbindingsmethodes.OPMERKING: Het TWAIN-stuurprogramma wordt in deze modus automatisch geïnstalleerd op uw computer.1 Selecteer in het venster voor het kiezen van de installatiemethode Snelle modus. Hetprintsysteemdetectievenster verschijnt en de installer detecteert de aangesloten printers. Als de installer geenprintsysteem kan vinden, controleer dan of het printsysteem aangesloten is via USB of een netwerk en of dezeingeschakeld is. Klik vervolgens op Vernieuwen om opnieuw op zoek te gaan naar het printsysteem.OPMERKING: De informatie die wordt weergegeven in de installatiedialoogvensters van Windows Vista enWindows 7/Windows XP kan enigszins verschillen, maar de installatieprocedure is hetzelfde.2-16


Voorbereiding voor het gebruik2 Selecteer de printer die u wilt installeren en klik op Volgende.OPMERKING: Als de wizard Nieuwe hardware gevonden verschijnt, klik dan op Annuleren. Als er een hardwareinstallatiewaarschuwingsvensterverschijnt, klik dan op Doorgaan.23 U kunt de naam van het printsysteem aanpassen in het venster met installatie-instellingen. Dit is de naam die zalworden weergegeven in het printervenster en de printerlijsten die worden weergegeven in applicaties. Geef opof u de naam van het printsysteem wilt delen of het printsysteem wilt instellen als een bestaande printer en klikvervolgens op Volgende.BELANGRIJK: Stap 3 verschijnt alleen als het printsysteem is aangesloten via een netwerk. Het verschijnt niet alshet printsysteem is aangesloten via een USB op het moment van de eerste installatie.4 Er verschijnt een venster waarin u de instellingen kunt controleren. Controleer de instellingen zorgvuldig en klikvervolgens op Installeren.OPMERKING: Als het Windows-beveiligingsvenster verschijnt, klik dan op Dit stuurprogramma toch installeren.5 Er verschijnt een bericht om u te laten weten dat de printer succesvol geïnstalleerd is. Klik op Voltooien om deprinterinstallatiewizard te verlaten en terug te keren naar het hoofdmenu van de dvd.Als het dialoogvenster Apparaat instellen verschijnt nadat u op Voltooien hebt geklikt, dan kunt u de instellingenopgeven voor items zoals optionele functies geïnstalleerd in het printsysteem. U kunt de apparaatinstellingen ookopgeven nadat u de installatie afgesloten heeft. Zie voor meer details Apparaatinstellingen in de Printing SystemDriver operation manual op de dvd.Hiermee is de installatieprocedure van het printerstuurprogramma voltooid. Volg indien nodig de instructies ophet scherm om het systeem opnieuw op te starten.2-17


Voorbereiding voor het gebruikAangepaste modusGebruik de Aangepaste modus als u de printerpoort op wilt geven en de te installeren software wilt selecteren.Als u bijvoorbeeld niet wilt dat de op uw computer geïnstalleerde lettertypes worden vervangen, selecteer danAangepaste modus en vink het vakje Lettertypen in het utilities-tabblad uit.OPMERKING: Installeer het WIA-stuurprogramma in deze modus op uw computer.1 Selecteer Aangepaste modus.2 Volg de instructies in het installatiewizardscherm, selecteer de softwarepakketten die u wilt installeren, geef depoort op enzovoort.Zie voor meer details Custom installatie in de Printing system driver operation manual op de dvd.Installeren op een MacintoshDit hoofdstuk legt uit hoe u het printerstuurprogramma installeert in Mac OS.1 Schakel de printer en de Macintosh in.2 Plaats de bijgeleverde dvd (Product Library) in de dvd-drive.3 Dubbelklik op het dvd-pictogram.2-18


Voorbereiding voor het gebruik4 Dubbelklik op OS X 10.2 and 10.3 Only, OS X 10.4 Only of OS X 10.5 or higher afhankelijk van uw Mac OSversie.25 Dubbelklik op Merknaam OS X x.x.6 Het installatieprogramma voor het printerstuurprogramma wordt opgestart.2-19


Voorbereiding voor het gebruik7 Kies Doelvolume selecteren, Installatietype en installeer vervolgens het printerstuurprogramma zoalsaangegeven in de instructies van het installatieprogramma.OPMERKING: Naast Eenvoudige installatie (Standaardinstallatie: OS X 10.5 or higher) heeft u bijInstallatietype de optie Aangepaste installatie, waarmee u kunt opgeven welke componenten moeten wordengeïnstalleerd.BELANGRIJK: Geef in het scherm Identiteitscontrole de naam en het wachtwoord op die werden gebruikt om in teloggen op het besturingssysteem.Hiermee is de installatie van het printerstuurprogramma voltooid. Geef vervolgens de printinstellingen op.Bij een IP-, AppleTalk- of Bonjour-aansluiting, moeten de onderstaande instellingen worden gebruikt. Bij eenUSB-aansluiting, wordt de printer automatisch herkend en verbonden.8 Open Systeemvoorkeuren en klik op Afdrukken en faxen.9 Klik op het plusteken (+) om het geïnstalleerde printerstuurprogramma toe te voegen.2-20


Voorbereiding voor het gebruik10 Klik op de IP-icoon voor een IP-aansluiting en geef vervolgens het IP-adres en de printernaam op.Als u op de AppleTalk-icoon voor een AppleTalk-aansluiting klikt, geef dan de printernaam op.OPMERKING: De AppleTalk-icoon verschijnt niet bij Mac OS X 10.6.2Voor een Bonjour-aansluiting, klikt u op de standaardicoon en selecteert u de printer waarvoor Bonjour verschijntbij Aansluiting.11 Selecteer het geïnstalleerde printerstuurprogramma en klik op Voeg toe.2-21


Voorbereiding voor het gebruik12 Selecteer de beschikbare opties voor de printer en klik op Ga door.13 De geselecteerde printer is toegevoegd. Hiermee is de configuratie van het printerstuurprogramma voltooid.Software verwijderen (Windows-pc)De software kan worden verwijderd (uninstall) met behulp van de bij de printer bijgeleverde dvd (Product Library).BELANGRIJK: Omdat op Macintosh-computers de printerconfiguratie ingesteld is met behulp van een PPD-bestand(PostScript Printer Description), kan de software niet verwijderd worden met de dvd (Product Library).1 Sluit alle actieve softwareprogramma's af.2 Plaats de bijgesloten dvd (Product Library) in de dvd-drive. In Windows 7, Windows Server 2008 en WindowsVista, kan het venster Gebruikersaccountbeheer verschijnen. Klik op Toestaan.3 Volg de procedure voor het ongedaan maken van de installatie van het printerstuurprogramma en klik opSoftware verwijderen. De Uninstaller-wizard verschijnt.4 Selecteer het softwarepakket dat u wilt verwijderen.2-22


Voorbereiding voor het gebruik5 Klik op Installatie ongedaan maken.OPMERKING: Als Network Print Monitor geïnstalleerd is, dan worden verschillende softwareverwijderaarsopgestart voor dit programma. Ga verder met de stappen om de installatie ongedaan te maken voor dit programmazoals aangegeven door de instructies op het scherm.2De softwareverwijderaar wordt opgestart.6 Als het venster Installatie verwijderen voltooid verschijnt, klik dan op Voltooien.7 Als het venster Systeem opnieuw opstarten verschijnt, selecteer dan of u uw computer wel of niet opnieuw wiltopstarten en klik op Voltooien.OPMERKING: De software kan verwijderd worden in het menu Start.Start de softwareverwijderaar door op Start > Alle programma's > Merknaam > Installatie Merknaam ProductLibrary ongedaan maken te klikken en verwijder de software.TWAIN-stuurprogramma instellenRegistreer dit apparaat bij het TWAIN-stuurprogramma.1 Start het TWAIN-stuurprogramma door te klikken op Start > Alle programma's > Merknaam > TWAINdriverinstelling.2 Klik op Toevoegen.3 Voer de naam van het apparaat in het veld Naam in.2-23


Voorbereiding voor het gebruik4 Klik op naast het veld Model en selecteer dit apparaat uit de lijst.5 Voer het IP-adres of de hostnaam van het apparaat in het veld Scanneradres in.OPMERKING: Wanneer u het IP-adres van het apparaat niet kent, neemt u contact op met de beheerder.6 Klik op Verificatie-instellingen gebruiker. Als het gebruikersaanmeldingsbeheer ongeldig is, gaat u naar stap 8.7 Vink het vakje naast Verificatie aan, voer de Aanmeldingsnaam gebruiker (tot 64 tekens) en het Wachtwoord (tot64 tekens) in en klik op OK.8 Klik op OK.9 Het apparaat wordt geregistreerd op de pc en de naam van het apparaat en het model worden weergegeven inhet veld Scannerlijst.OPMERKING: Klik op Verwijderen om het toegevoegde apparaat te verwijderen. Klik op Bewerken om namen ofandere instellingen te wijzigen.2-24


Voorbereiding voor het gebruikWIA-stuurprogramma instellen (Windows Vista, Windows® Server 2008 en Windows 7)Registreer dit apparaat bij het WIA-stuurprogramma.OPMERKING: Het volgende is niet nodig om te registreren als het apparaat beschikt over een IP-adres ofhostnaam door u opgegeven bij de installatie van het WIA-stuurprogramma.21 Klik op Start, Configuratiescherm en vervolgens op Scanners en camera's. Typ, bij Windows 7, in hetzoekveld Scanners en camera's en klik vervolgens op Scanners en camera's.2 Selecteer dezelfde apparaatnaam als bij WIA-stuurprogramma's en druk op Eigenschappen.OPMERKING: Als Windows-beveiliging en Gebruikersaccountbeheer worden weergegeven, zouden er geenbedieningsproblemen mogen optreden na het installeren van het stuurprogramma en de software die door ons ismeegeleverd. Ga door met de installatie.3 Als het apparaat aangesloten is met de USB-kabel, klik op het tabblad Settings en selecteer ImageCompression en het Compression Level. Als het gebruikersaanmeldingsbeheer ongeldig is, gaat u naar stap5.Als het apparaat aangesloten is met de netwerkkabel, ga dan naar stap 4.4 Vink het vakje naast Authentication aan, voer de Aanmeldingsnaam gebruiker (tot 64 tekens) en hetWachtwoord (tot 64 tekens) in en klik op OK.OPMERKING: Wanneer u het IP-adres van het apparaat niet kent, neemt u contact op met de beheerder.5 Klik op Afsluiten.Het apparaat is geregistreerd op de pc.2-25


Voorbereiding voor het gebruikEmbedded Web Server (instellingen voor e-mail)Het Embedded Web Server is een hulpmiddel dat wordt gebruikt voor taken als het controleren van de bedrijfsstatusvan het apparaat en het wijzigen van de instellingen voor beveiliging, netwerkafdrukken, e-mailverzending engeavanceerde netwerkfuncties.OPMERKING: Hieronder is de informatie over de faxinstellingen weggelaten. Raadpleeg deGebruikershandleiding voor de fax voor meer informatie over de faxfunctie.Faxfuncties enkel beschikbaar bij apparaten waarop de faxfunctie geïnstalleerd is.Volg de onderstaande procedure om het Embedded Web Server te openen.1 Start uw internetbrowser.2 Voer het IP-adres van het apparaat in in de adres- of locatiebalk.Bijvoorbeeld http://192.168.48.21/De internetpagina geeft basisinformatie over het apparaat en het Embedded Web Server weer, evenals hunhuidige status.3 Selecteer een categorie in de navigatiebalk links op het scherm. De waarden moeten voor elke categorieafzonderlijk worden ingesteld.Voer het juiste wachtwoord in om naar andere pagina's te kunnen gaan dan de startpagina. Destandaardinstelling is admin00. Het wachtwoord kan gewijzigd worden.Raadpleeg voor meer informatie de Embedded Web Server Operation Guide.2-26


Voorbereiding voor het gebruikE-mail verzendenHet opgeven van de SMTP-instellingen maakt het mogelijk afbeeldingen die op dit apparaat zijn opgeslagen teverzenden als e-mailbijlagen.Deze functie kan alleen worden gebruikt als het apparaat is verbonden met een mailserver die het SMTP-protocolgebruikt.2Controleer het volgende voordat u afbeeldingen op dit apparaat verzendt als e-mailbijlagen:• De netwerkomgeving die wordt gebruikt om met dit apparaat verbinding te maken met de mailserverEen permanente verbinding via een LAN wordt aanbevolen.• SMTP-instellingenGebruik het Embedded Web Server om het IP-adres of de hostnaam van de SMTP-server te registreren.• Als er beperkingen zijn ingesteld voor de grootte van e-mailberichten, is het verzenden van grote e-mailberichten misschien niet mogelijk.• Adres afzenderVolg de onderstaande stappen om de SMTP-instellingen op te geven.1 Klik op Geavanceerd -> SMTP -> Algemeen.2-27


Voorbereiding voor het gebruik2 Voer in elk veld de juiste instellingen in.Hieronder worden de instellingen beschreven die moeten worden opgegeven in het scherm met SMTPinstellingen.ItemSMTP-protocolBeschrijvingHiermee wordt het SMTP-protocol in- of uitgeschakeld. Het protocol moetworden ingeschakeld om de e-mailfunctie te gebruiken.SMTP-poortnummer Stel het SMTP-poortnummer in of gebruik de standaard SMTP-poort 25.SMTP-servernaamTime-out SMTP-serverVerificatieprotocolVerifiëren alsAanmeldingsgebruikersnaamAanmelding wachtwoordSMTP-beveiligingPOP voor SMTP-timeoutTestenGroottebeperking e-mailAdres afzenderHandtekeningVoer het IP-adres of de naam van de SMTP-server in. De naam en het IP-adresvan de SMTP-server mogen maximaal 64 karakters lang zijn. Als u de naaminvoert, moet ook een DNS-serveradres worden geconfigureerd. Het DNSserveradreskan worden ingevoerd onder TCP/IP Algemeen.Voer de standaard-time-outtijd voor de server in in seconden.Hiermee wordt het SMTP-verificatieprotocol in- of uitgeschakeld of wordt POPvoor SMTP ingesteld als protocol. De SMTP-verificatie ondersteunt MicrosoftExchange 2000.Voor de verificatie heeft u de keuze uit drie POP3-accounts of u kunt een andereaccount kiezen.Wanneer Overige wordt geselecteerd bij Verifiëren als, wordt deaanmeldingsgebruikersnaam die u hier instelt gebruikt voor de SMTP-verificatie.De aanmeldingsgebruikersnaam mag maximaal 64 karakters lang zijn.Wanneer Overige wordt geselecteerd bij Verifiëren als, wordt het wachtwoord datu hier instelt gebruikt voor de verificatie. Het wachtwoord voor aanmelding magmaximaal 64 karakters lang zijn.Hiermee wordt de SMTP-beveiliging in- of uitgeschakeld. Als dit protocol isingeschakeld, moet SSL/TLS of STARTTLS worden geselecteerd. Om de SMTPbeveiligingin te schakelen, moet de SMTP-poort mogelijkerwijs wordengewijzigd overeenkomstig de serverinstellingen. Standaard zijn 465 voor SSL/TLS en 25 of 587 voor STARTTLS de bekende SMTP-poorten.Zorg ervoor dat SSL bij de Beveiligingsprotocolinstellingen op Aan staat.Raadpleeg voor meer informatie de Embedded Web Server Operation Guide.Voer hier de time-out (in seconden) in als u POP voor SMTP kiest alsverificatieprotocol.Hiermee test u of de SMTP-verbinding met succes tot stand kan wordengebracht.Voer de maximumgrootte van te verzenden e-mailberichten in in kilobytes.Wanneer de waarde 0 is, wordt de groottebeperking voor e-mail uitgeschakeld.Voer het e-mailadres in van de persoon die verantwoordelijk is voor het apparaat,bijvoorbeeld de apparaatbeheerder. Dit zorgt ervoor dat een antwoord of eenafleveringsfoutrapport naar een persoon wordt gestuurd in plaats van naar hetapparaat. Het adres van de afzender moet correct worden ingevoerd voor SMTPverificatie.Het adres van de afzender mag maximaal 128 karakters lang zijn.Voer de handtekening in. De handtekening is vrije tekst die wordt weergegevenaan het einde van het e-mailbericht. Deze wordt vaak gebruikt om het apparaatverder te identificeren. De handtekening mag maximaal 512 karakters lang zijn.2-28


Voorbereiding voor het gebruikItemDomeinbeperking3 Klik op Verzenden.BeschrijvingVoer de domeinnamen in die kunnen worden toegestaan of geweigerd. Dedomeinnaam mag maximaal 32 karakters lang zijn. U kunt ook e-mailadressenopgeven.22-29


Voorbereiding voor het gebruikVoorbereiding voor het verzenden van een document naar een pcControleer de informatie die op het apparaat ingesteld moet worden en maak een map aan om het document in teontvangen op uw computer. In de hierna volgende uitleg worden schermen van Windows 7 gebruikt. De details vande schermen verschillen met andere Windows-versies.OPMERKING: Meld u aan bij Windows met beheerdersrechten.Controleren wat moet worden opgegeven als [Hostnaam]Controleer de naam van de bestemmingscomputer.1 Selecteer vanuit het Start-menu Computer envervolgens Systeemeigenschappen.Controleer de computernaam in het venster datverschijnt.Klik in Windows XP met de rechtermuisknop op Mijncomputer en selecteer Eigenschappen. Hetdialoogvenster Systeemeigenschappen verschijnt. Klikop het tabblad Computernaam in het scherm datverschijnt en controleer de computernaam.Als er een werkgroep isAlle karakters van de "Volledige computernaam" moeteningevoerd worden bij Hostnaam. (Bijvoorbeeld:PC4050)Als er een domein isDe karakters links van het eerste punt (.) van de"Volledige computernaam" moeten worden ingevoerd bijHostnaam. (Bijvoorbeeld: pc4050)Controleren wat moet worden opgegeven als [Aanmeldingsgebruikersnaam]2 Na het controleren van de computernaam, klikt u op(Sluiten) om het scherm metSysteemeigenschappen af te sluiten.Controleer de domeinnaam en de gebruikersnaam voor het aanmelden bij Windows.In Windows XP klikt u na het controleren van decomputernaam op de knop Annuleren om het vensterSysteemeigenschappen af te sluiten.1 Selecteer via het Start-menu Alle programma's (ofProgramma's, Bureau-accessoires en vervolgensOpdrachtprompt.Het Opdrachtprompt-venster verschijnt.2-30


Voorbereiding voor het gebruik2 Typ in het Opdrachtprompt-venster "net configworkstation" in en druk op Enter.Schermvoorbeeld: gebruikersnaam "james.smith" endomeinnaam "ABCDNET"2Een gedeelde map aanmakenControleer de domeinnaam en de gebruikersnaam voor het aanmelden bij Windows.OPMERKING: Als er een werkgroep is in de Systeemeigenschappen, configureer dan de onderstaandeinstellingen om de maptoegang te beperken tot een bepaalde gebruiker of groep.1 Selecteer vanuit het Start-menu Configuratiescherm, Vormgeving en persoonlijke instellingen en vervolgensMapopties.In Windows XP klikt u op Deze computer en selecteert u Mapopties bij Extra.2 Klik op het tabblad Weergave en verwijder het vinkje bij Wizard Delen gebruiken (aanbevolen) bij Geavanceerdeinstellingen.In Windows XP, klikt u op het tabblad Weergave en verwijdert u het vinkje bij Eenvoudig delen van bestandengebruiken (aanbevolen) bij Geavanceerde instellingen.3 Klik op de knop OK om het scherm Mapopties af te sluiten.2-31


Voorbereiding voor het gebruik1 Maak een map aan op de lokale schijf (C).OPMERKING: Maak bijvoorbeeld een map aan metde naam "scannerdata" op de lokale schijf (C).2 Klik met de rechtermuisknop op de map scannerdata enklik op Delen en Geavanceerd delen. Klik op de knopGeavanceerd delen.Het dialoogvenster Eigenschappen van "scannerdata"verschijnt.Klik in Windows XP met de rechtermuisknop op de map"scannerdata" en selecteer Delen en beveiliging... (ofDelen).3 Vink Deze map delen aan en klik op de knopMachtigingen.Het dialoogvenster Machtigingen voor scannerdataverschijnt.Selecteer in Windows XP Deze map delen en klik op deknop Machtigingen.4 Klik op de knop Toevoegen.2-32


Voorbereiding voor het gebruik5 Voer de gebruikersnaam, die u heeft bevestigd bijControleren wat moet worden opgegeven als[Aanmeldingsgebruikersnaam]op 2-30, in in hettekstveld en klik op de knop OK.26 Selecteer de ingevoerde gebruiker, vink demachtigingen Wijzigen en Lezen aan en klik vervolgensop de knop OK.Ga in Windows XP naar stap 8.OPMERKING: "Iedereen" machtigt iedereen in het netwerk om te delen. Voor meer veiligheid is het aanbevolendat u Iedereen selecteert en het vinkje bij Lezen verwijdert.7 Klik op de knop OK in het venster Gevanceerd delen omhet venster af te sluiten.2-33


Voorbereiding voor het gebruik8 Klik op het tabblad Beveiliging en klik vervolgens op deknop Bewerken.Klik in Windows XP op het tabblad Beveiliging en klikvervolgens op de knop Toevoegen.9 Ga op dezelfde manier verder als in stap 5 om eengebruiker toe te voegen aan Namen van groepen ofgebruikers.10 Selecteer de toegevoegde gebruiker, vink demachtigingen Wijzigen en Lezen en uitvoeren aan enklik vervolgens op de knop OK.2-34


Voorbereiding voor het gebruikHet [Pad] controlerenControleer de delingsnaam van de gedeelde map die de bestemming wordt van het document.1 Voer de computernaam (bv. \\pc4050) in bij"Programma's en bestanden zoeken" in het menuStarten.2Het venster met Zoekresultaten verschijnt.Klik in Windows XP op Zoeken in het Start-menu,selecteer Alle bestanden en mappen en zoek debestemmingscomputer waar het bestand heen gestuurdzal worden.Klik bij de Zoekassistent op Computers of personen envervolgens op Willekeurige computer in het netwerk.Voer in het tekstveld "Computernaam:" de naam van decomputer in die u gecontroleerd heeft (pc4050) en klikvervolgens op Zoeken.2 Klik op "\\pc4050\scannerdata" bij de zoekresultaten.Dubbelklik in Windows XP op de computer ("pc4050") bijde zoekresultaten.3 Controleer de map die verschijnt.Controleer de adresbalk. De derde en volgendetekenreeksen (f ) moeten ingevoerd worden voor hetpad.Dubbelklik in Windows XP op de map scannerdata encontroleer de adresbalk. De tekenreeks rechts van dederde backslash (\) moet ingevoerd worden bij Pad.(Bijvoorbeeld: scannerdata)OPMERKING: U kunt ook een submap in de gedeelde map opgeven als de locatie waar de gegevens heenmoeten worden gestuurd. In dit geval moet "delingsnaam\naam van de map in de gedeelde map" ingevoerd wordenvoor het Pad. In het bovenstaande voorbeeldscherm is "scannerdata\projectA" het Pad.2-35


Voorbereiding voor het gebruikWindows Firewall configureren (voor Windows 7)Sta delen van bestanden en printers toe en stel de poort in gebruikt voor SMB-verzending.OPMERKING: Meld u aan bij Windows met beheerdersrechten.Bestands- en printerdeling controleren1 Selecteer via het menu Start het Configuratiescherm,Systeem en beveiliging en klik op Een programma viaWindows Firewall toestaan.OPMERKING: Als het dialoogvenster Gebruikersaccountbeheer verschijnt, klik dan op de knop Doorgaan.2 Klik op Instellingen wijzigen, vink het vakje Bestandsenprinterdeling aan en klik op OK.Een poort toevoegen1 Selecteer via het menu Start het Configuratiescherm,Systeem en beveiliging en Status van firewallcontroleren.2-36


Voorbereiding voor het gebruik2 Klik op Geavanceerde instellingen.23 Klik op Regels voor binnenkomende verbindingen.4 Klik op Nieuwe regel.5 Selecteer Poort en klik op Volgende.6 Selecteer TCP, selecteer Specifieke lokale poorten,voer "139" in en klik op Volgende.2-37


Voorbereiding voor het gebruik7 Selecteer De verbinding toestaan en klik op Volgende.8 Zorg ervoor dat alle vakjes aangevinkt zijn en klik opVolgende.9 Voer "Scannen naar SMB" in bij "Naam" en klik opVoltooien.2-38


Voorbereiding voor het gebruikOPMERKING: Volg bij Windows XP of Windows Vista de onderstaande procedure om de poort in te stellen.1 Selecteer vanuit het menu Start Configuratiescherm, Systeem en beveiliging (of Beveiligingscentrum) envervolgens Status van firewall controleren (of Windows Firewall).2Als het dialoogvenster Gebruikersaccountbeheer verschijnt, klik dan op de knop Doorgaan.2 Klik op het tabblad Uitzonderingen en vervolgens op de knop Poort toevoegen....3 Geef de instellingen voor Poort toevoegen op.Voer een willekeurige naam in bij "Naam" (bijvoorbeeld: Scannen naar SMB). Dit wordt de naam van de nieuwepoort. Voer "139" in bij "Poortnummer". Selecteer TCP als "Protocol".4 Klik op de knop OK om het scherm Mapopties af te sluiten.2-39


Voorbereiding voor het gebruikPapier plaatsenEr kan standaard papier in de cassette en de multifunctionele lade geplaatst worden. Er is ook een optionelepapierinvoer verkrijgbaar (raadpleeg de Engelse gebruikershandleiding).Voordat u het papier plaatstWanneer u een nieuw pak papier opent, waaiert u het papiereerst los om de vellen uit elkaar te halen. Volg daarbij deonderstaande stappen.1 Buig de stapel papier zodanig dat het midden van hetpapier omhoog wijst.2 Houd beide uiteinden van de stapel vast en trek eraanterwijl u de hele stapel doet omhoog waaieren.3 Beweeg uw rechter- en linkerhand beurtelings omhoogom een opening te creëren en lucht tussen het papier tebrengen.4 Lijn ten slotte het papier uit op een vlakke tafel.Als het papier gekruld of gevouwen is, maakt u dit rechtvoordat u het papier plaatst. Gekruld of gevouwen papierkan papierstoringen veroorzaken.VOORZICHTIG: Als u op gebruikt papier (papier dat al voorkopiëren is gebruikt) kopieert, gebruikt u geen papier dat metnietjes of een paperclip aan elkaar is bevestigd. Dit kan hetapparaat beschadigen.OPMERKING: Als afdrukken omkrullen of niet netjes zijngestapeld, draait u de stapel papier in de cassette om.Stel een geopend pak papier niet bloot aan hogetemperaturen en hoge luchtvochtigheid, aangezienvocht kopieerproblemen kan veroorzaken. Sluit na hetplaatsen van het papier in de multifunctionele lade of ineen cassette eventueel resterend papier goed in debewaarzak voor papier af.Als het apparaat langere tijd niet gebruikt gaat worden,bescherm dan al het papier tegen vocht door het uit decassettes te verwijderen en in de bewaarzak voor papierop te bergen.OPMERKING: Raadpleeg de Engelsegebruikershandleiding als u speciaal papier gebruikt zoalsbriefhoofden, papier met perforaties of voorgedrukt papiermet bijvoorbeeld een logo of bedrijfsnaam.2-40


Voorbereiding voor het gebruikPapier in de cassettes plaatsenDe standaardcassette is geschikt voor normaal papier, gerecycled papier en gekleurd papier.In de standaardcassette passen tot 250 vellen A4- of kleiner normaal papier (80 g/m 2 ).2De volgende papierformaten worden ondersteund: Legal, Oficio II, Letter, Executive, Statement, A4, B5, A5, A6,Folio, 216 x 340 mm, 16K, ISO B5, Envelop C5 en Custom.BELANGRIJK:• Gebuik geen inkjetprinterpapier of ander papier met een speciale bovenlaag. (Dergelijk papier kanpapierstoringen of andere defecten veroorzaken.)• Wanneer u andere mediatypes gebruikt dan normaal papier (zoals gerecycled of gekleurd papier), dan moet ualtijd de instelling van het mediatype opgeven. (Raadpleeg Papierformaat en mediatype voor de cassettesopgeven op pagina 2-49)De cassettes zijn geschikt voor papier met een gewicht tot 120 g/m 2 .• Plaats geen dik papier dat zwaarder is dan 120 g/m 2 in de cassettes. Gebruik voor papier dat zwaarder is dan120 g/m 2 de multifunctionele lade.OPMERKING: De formaten Statement en A6 kunnen enkel in cassette 1 worden gebruikt.1 Trek de cassette helemaal uit het apparaat.BELANGRIJK: Let erop dat de cassette bij het uittrekken uithet apparaat ondersteund wordt en niet valt.2 Duw de bodemplaat naar beneden tot deze vastklikt.2-41


Voorbereiding voor het gebruik3 Stel de papierbreedtegeleiders in aan de linker- enrechterkant van de cassette. Druk op hetinstelmechanisme voor de papierbreedte op delinkergeleider en schuif de geleiders in de vereistepapierformaatstand.OPMERKING: De papierformaten staan op de cassettevermeld.4 Pas de papierlengtegeleider aan aan het vereistepapierformaat.Als u papier wilt gebruiken dat langer is dan A4, trek danhet verlengstuk van de papiercassette uit door deontgrendelingen één voor één in te drukken en aan tepassen aan het gewenste papierformaat.2-42


Voorbereiding voor het gebruik5 Plaats het papier in de cassette. Let erop dat de kantwaarop afgedrukt moet worden naar beneden ligt en dathet papier niet gevouwen, opgekruld of beschadigd is.2BELANGRIJK: Plaats niet zoveel papier dat het boven hetdriehoekje op de breedtegeleider uit komt.• Controleer voor het plaatsen van het papier of het nietgekruld of gevouwen is. Gekruld of gevouwen papier kanpapierstoringen veroorzaken.• Zorg dat het papier niet boven de niveau-aanduiding uitkomt (zie onderstaande afbeelding).• Wanneer u het papier plaatst, houdt u de kant van desluiting naar boven gericht.• De papierlengte- en breedtegeleiders moeten aan hetpapierformaat worden aangepast. Wanneer u het papierplaatst zonder deze geleiders aan te passen, kan hetpapier schuin worden ingevoerd met papierstoringen totgevolg.• Zorg ervoor dat de lengte- en breedtegeleiders stevigtegen het papier geklemd zitten. Als er nog ruimte is, pastu de geleiders opnieuw aan het papier aan.6 Plaats de papiercassette in de apparaatopening. Duwdeze rechtdoor zo ver mogelijk in.Links vooraan op de papiercassette bevindt zich eenpapiermetertje dat aangeeft hoeveel papier er nog is. Alshet papier op is, zal de wijzer naar beneden gaan naarniveau (leeg).OPMERKING: Als het apparaat langere tijd niet gebruiktgaat worden, bescherm dan al het papier tegen vocht doorhet uit de cassettes te verwijderen en in de bewaarzak voorpapier op te bergen.2-43


Voorbereiding voor het gebruik7 Selecteer het mediatype (normaal, gerecycled,enzovoort) dat in de cassette is geplaatst. (RaadpleegPapierformaat en mediatype voor de cassettesopgeven op pagina 2-49.)Papier in de multifunctionele lade plaatsenIn de multifunctionele lade passen tot 50 vellen A4- of kleiner normaal papier (80 g/m 2 ).De multifunctionele lade is geschikt voor papierformaten van A4 tot A6 en Hagaki en van Legal tot Statement-R,216 x 340 mm en 16K. U moet de multifunctionele lade gebruiken als u afdrukt op speciaal papier.BELANGRIJK: Wanneer u andere mediatypes gebruikt dan normaal papier (zoals gerecycled of gekleurd papier),dan moet u altijd de instelling van het mediatype opgeven. (Raadpleeg Papierformaat en mediatype voor demultifunctionele lade opgeven op pagina 2-51.) Als u papier gebruikt met een gewicht van 106 g/m 2 , stel hetmediatype dan in op Dik.De capaciteit van de multifunctionele lade is als volgt.• Normaal papier (80 g/m 2 ), gerecycled papier, gekleurd papier in formaat A4 of kleiner: 50 vellen• Hagaki: 15 vel• OHP-folies: 1 vel• Envelop DL, Envelop C5, Envelop #10 (Commercial #10), Monarch, Youkei 4, Youkei 2: 1 velOPMERKING: Wanneer u papier met een aangepast formaat plaatst, geeft u het papierformaat op zoalsbeschreven in Papierformaat en mediatype voor de multifunctionele lade opgeven op pagina 2-51.Wanneer u speciaal papier gebruikt zoals overheads of dik papier, selecteert u het papiertype zoals beschreven inPapierformaat en mediatype voor de multifunctionele lade opgeven op pagina 2-51.1 Trek de multifunctionele lade naar u toe, totdat dezestopt.2 Trek het verlengstuk van de multifunctionele lade uit.2-44


Voorbereiding voor het gebruik23 Stel de papiergeleiders van de multifunctionele lade in.De standaardpapierformaten staan aangegeven op deMF-lade of de handmatige invoerlade. Schuif bijstandaardpapierformaten de papiergeleiders naar debijbehorende markering.4 Plaats het papier tegen de papiergeleiders aan en schuifhet zo diep mogelijk.BELANGRIJK: Houd de kant van de sluiting naar bovengericht.Gekruld papier moet u recht maken voor gebruik.Strijk de bovenzijde glad als die opgekruld is.Wanneer u papier in de multifunctionele lade plaatst,controleer dan eerst of er geen papier achtergebleven is vaneen vorig gebruik voor u het papier plaatst. Als er slechts eenkleine hoeveelheid papier overblijft in de multifunctionelelade en u wil het aanvullen, verwijder dan eerst hetovergebleven papier uit de lade en voeg het bij het nieuwepapier voor u het papier terug in de lade plaatst.Enveloppen plaatsenEr kan 1 envelop in de multifunctionele lade geplaatst worden.De volgende envelopformaten kunnen worden gebruikt.Geschikte envelopAfmetingenHagakiOufuku HagakiYoukei 2Youkei 4100 × 148 (mm)148 × 200 (mm)114 × 162 (mm)105 × 235 (mm)Monarch 3 7/8" × 7 1/2"Envelop #10 (Commercial #10) 4 1/8" × 9 1/2"2-45


Voorbereiding voor het gebruikGeschikte envelopAfmetingenEnvelop DLEnvelop C5110 × 220 (mm)162 × 229 (mm)Executive 7 1/4" × 10 1/2"Envelop #9 (Commercial #9) 3 7/8" × 8 7/8"Envelop #6 (Commercial #6 3/4) 3 5/8" × 6 1/2"1 Trek de multifunctionele lade naar u toe, totdat dezestopt.2 Trek de onderlade uit.3 Stel de papiergeleiders van de multifunctionele lade in.De standaardpapierformaten staan aangegeven op deMF-lade of de handmatige invoerlade. Schuif bijstandaardpapierformaten de papiergeleiders naar debijbehorende markering.2-46


Voorbereiding voor het gebruik4 Plaats het papier tegen de papiergeleiders aan en schuifhet zo diep mogelijk.25 Sluit de flap bij enveloppen met een liggend formaat.Schuif de envelop zo ver mogelijk langs de geleiders enhoud daarbij de te bedrukken zijde naar boven en dekant met de flap naar u toe gericht.Bij enveloppen met een staand formaat moet de flapdicht zijn. Schuif de envelop zo ver mogelijk langs degeleiders en houd daarbij de te bedrukken zijde naarboven en de kant met de flap naar de invoeropeninggericht.Wanneer u enveloppen of kaarten in de multifunctionele lade plaatstPlaats de envelop met de te bedrukken zijde naar boven.Sluit de flap.Antwoordkaart(Oufuku Hagaki)Karton(Hagaki)EnveloppenstaandEnveloppenliggendOPMERKING: Gebruik ongevouwen antwoordkaarten (Oufuku Hagaki).2-47


Voorbereiding voor het gebruikBELANGRIJK: Hoe u de enveloppen precies moet plaatsen(richting en kant) hangt af van het soort envelop. Zorg dat uze op de juiste manier plaatst. Anders kunnen ze in deverkeerde richting of op de verkeerde kant worden bedrukt.OPMERKING: Wanneer u enveloppen in demultifunctionele lade plaatst, kies dan de envelopsoort zoalsbeschreven in Papierformaat en mediatype voor demultifunctionele lade opgeven op pagina 2-51.2-48


Voorbereiding voor het gebruikPapierformaat en mediatype opgevenDe standaardinstelling van het papierformaat voor de cassette, de multifunctionele lade en de optionele papierinvoer(cassettes 2 en 3) is [Letter] en de standaardinstelling van het mediatype is [Normaal].Om het papiertype dat wordt gebruikt in de cassettes vast in te stellen, moet u de instellingen van het papierformaaten het mediatype opgeven. (Raadpleeg Papierformaat en mediatype voor de cassettes opgeven op deze pagina.)Om het papiertype dat wordt gebruikt in de multifunctionele lade vast in te stellen, moet u de instelling van hetpapierformaat opgeven. (Raadpleeg Papierformaat en mediatype voor de multifunctionele lade opgeven op pagina2-51.)2Papierformaat en mediatype voor de cassettes opgevenOm het papiertype dat wordt gebruikt in de cassette of de optionele papierinvoer (cassettes 2 en 3) vast in te stellen,moet u het papierformaat opgeven. Als u een ander mediatype dan normaal papier gebruikt, moet u ook de instellingvan het mediatype opgeven.InstellingPapierformaatMediatypeBeschikbare formaten/soortenSelecteer uit de standaardformaten. De volgendepapierformaten kunnen worden geselecteerd.Inchformaat: Letter, Legal, Statement* en Oficio IIMetrisch formaat: A4, A5, A6*, B5, Folio, 216 × 340 mm, 16K,ISO B5**, Envelop C5** en CustomNormaal, Ruw, Gerecycled, Voorbedrukt, Bond, Kleur,Geperforeerd, Briefpapier, Hoge kwaliteit en Custom 1 tot 8*** De formaten Statement en A6 kunnen enkel in cassette 1 worden gebruikt.** Enveloppen kunnen in de cassette niet als mediatype worden gebruikt.OPMERKING: Als u het apparaat gebruikt met de faxfunctie, zijn de volgende mediatypes beschikbaar voor hetafdrukken van inkomende faxen.Normaal, Gerecycled, Bond, Kleur, Hoge kwaliteit en Ruw1 Druk op de toets Systeemmenu/Tellers op hetbedieningspaneel van het apparaat.Aanmeld.gebr.nm: L b********************Aanmeld.wachtw.:[ Login ]Als u gebruikersbeheer uitvoert en u bent nietaangemeld, dan verschijnt een aanmeldingsscherm.Voer dan het gebruikers-ID en wachtwoord in.OPMERKING: Raadpleeg Invoermethode voorkaraktersop Appendix-3 voor meer informatie over hetinvoeren van karakters.Als u geen gebruikersbeheer uitvoert, ga dan naar stap2.2-49


Voorbereiding voor het gebruikSys. menu/Teller: a b3 Systeem4 Aanm./Taakacc.*********************6 Algemene instell2 Druk in het menu Sys. menu/Teller, op de toets of om [Algemene instell] te selecteren.Algemene instell: a b*********************1 Taal2 Standaardscherm3 Geluid[ Einde ]3 Druk op de toets OK. Het menu Algemene instellingenverschijnt.4 Druk op de toets of om [Inst. orig./pap.] teselecteren.Inst. orig./pap.: a b*********************1 Custom form. orig2 Stn orig. form.3 Custom papierfmt[ Einde ]5 Druk op de toets OK. Het menu Inst. orig./pap.verschijnt.6 Druk op de toets of om [Cassette 1 inst.] tot[Cassette 3 inst.] te selecteren.OPMERKING: [Cassette 2] en [Cassette 3] wordenweergegeven als de optionele cassettes geïnstalleerd zijn.Volg de onderstaande stappen om de hoofdcassette inhet apparaat (Cassette 1) te selecteren. Ga op dezelfdemanier te werk wanneer u een optionele cassette(Cassette 2 en 3) selecteert.Cassette 1 inst.: a b*********************1 Cassette 1 frmt2 Cassette 1 soort7 Druk op de toets OK. Het menu Cassette 1 inst.verschijnt.[ Einde ]8 Druk op de toets of om [Cassette 1 frmt] teselecteren.Cassette 1 frmt: a b*********************1 *A4a2 A5a3 A6a9 Druk op de toets OK. Cassette 1 frmt verschijnt.2-50


Voorbereiding voor het gebruik10 Druk op de toets of om het gewenste papierformaatte selecteren en druk vervolgens op de toets OK.Voltooid. wordt weergegeven en het scherm keert terugnaar het menu Cassette 1 inst.2Cassette 1 inst.: a b1 Cassette 1 frmt*********************2 Cassette 1 soort11 Druk op de toets of om [Cassette 1 soort] teselecteren.[ Einde ]Cassette 1 soort: a b*********************1 *Normaal2 Ruw3 Gerecycled12 Druk op de toets OK. Cassette 1 soort verschijnt.Papierformaat en mediatype voor de multifunctionele lade opgeven13 Druk op de toets of om de gewenste papiersoort teselecteren en druk vervolgens op de toets OK.Voltooid. wordt weergegeven en het scherm keert terugnaar het menu Cassette 1 inst.Om het papiertype dat wordt gebruikt in de multifunctionele lade vast in te stellen, moet u het papierformaat opgeven.Wanneer u ander papier dan normaal papier gebruikt, moet u het mediatype opgeven.ItemBeschrijvingPapierformaat Standaardformaten Selecteer uit de standaardformaten. De volgendepapierformaten kunnen worden geselecteerd.Inchformaat: Letter, Legal, Statement, Executive en Oficio IIMetrisch formaat: A4, A5, A6, B5, B6, Folio, 216 × 340 mm,16K, ISO B5, Envelop #10 (Commercial #10), Envelop #9(Commercial #9), Envelop #6 (Commercial #6 3/4), EnvelopMonarch, Envelop DL, Envelop C5, Hagaki, Oufuku Hagaki,Youkei 4, Youkei 2 en CustomFormaatinvoerVoer het formaat in dat niet tot de standaardformaten behoort.De volgende papierformaten kunnen worden geselecteerd.InchformaatX (verticaal): 5,83 tot 14,02" (in stappen van 0,01"),Y (horizontaal): 2,16 tot 8,50" (in stappen van 0,01")Metrisch formaatX (verticaal): 148 tot 356 mm (in stappen van 1 mm),Y (horizontaal): 70 tot 216 mm (in stappen van 1 mm)MediatypeDe volgende mediatypes kunnen worden geselecteerd:Normaal, Overhead, Ruw, Velijn, Etiketten, Gerecycled,Voorbedrukt, Bond, Briefkaart, Kleur, Geperforeerd,Briefpapier, Envelop, Dik, Hoge kwaliteit en Custom 1 tot 8** Om te wijzigen in een ander mediatype dan Normaal, raadpleeg de Engelse gebruikershandleiding.2-51


Voorbereiding voor het gebruikOPMERKING: Als u het apparaat gebruikt met de faxfunctie en de multifunctionele lade wordt gebruikt ominkomende faxen af te drukken, dan zijn de volgende mediatypes beschikbaar.Normaal, Gerecycled, Bond, Kleur, Hoge kwaliteit, Ruw, Etiketten, Envelop, Karton en Dik1 Druk op de toets Systeemmenu/Tellers op hetbedieningspaneel van het apparaat.Aanmeld.gebr.nm: L b********************Aanmeld.wachtw.:[ Login ]Als u gebruikersbeheer uitvoert en u bent nietaangemeld, dan verschijnt een aanmeldingsscherm.Voer dan het gebruikers-ID en wachtwoord in.OPMERKING: Raadpleeg Invoermethode voorkaraktersop Appendix-3 voor meer informatie over hetinvoeren van karakters.Als u geen gebruikersbeheer uitvoert, ga dan naar stap2.Sys. menu/Teller: a b3 Systeem4 Aanm./Taakacc.*********************5 Algemene instell2 Druk in het menu Sys. menu/Teller, op de toets of om [Algemene instell] te selecteren.Algemene instell: a b*********************1 Taal2 Standaardscherm3 Geluid[ Einde ]3 Druk op de toets OK. Het menu Algemene instellingenverschijnt.4 Druk op de toets of om [Inst. orig./pap.] teselecteren.Inst. orig./pap.: a b*********************1 Custom form. orig2 Stn orig. form.3 Custom papierfmt[ Einde ]5 Druk op de toets OK. Het menu Inst. orig./pap.verschijnt.6 Druk op de toets of om [Inst. MF-lade] teselecteren.2-52


Voorbereiding voor het gebruikInst. MF-lade: a b*********************1 MF-lade form.2 MF-lade type[ Einde ]7 Druk op de toets OK. Het menu Inst. MF-lade verschijnt.2MF-lade form.: a b*********************1 *Lettera2 Legala3 Statementa8 Druk op de toets of om [MF-lade form.] teselecteren.9 Druk op de toets OK. MF-lade form. verschijnt.Inst. MF-lade: a b1 MF-lade form.*********************2 MF-lade type[ Einde ]10 Druk op de toets of om het gewenste papierformaatte selecteren en druk vervolgens op de toets OK.Voltooid. wordt weergegeven en het scherm keert terugnaar het menu Inst. MF-lade.11 Druk op de toets of om [MF-lade type] teselecteren.MF-lade type: a b*********************1 *Normaal2 Overhead3 Ruw12 Druk op de toets OK. MF-lade type verschijnt.13 Druk op de toets of om de gewenste papiersoort teselecteren en druk vervolgens op de toets OK.Voltooid. wordt weergegeven en het scherm keert terugnaar het menu Inst. MF-lade.2-53


Voorbereiding voor het gebruikOriginelen plaatsenVolg de onderstaande stappen om de originelen voor kopiëren, verzenden of opslaan te plaatsen.Originelen op de glasplaat plaatsenNaast gewone vellen kunt u als origineel ook boeken of tijdschriften op de glasplaat plaatsen.1 Open de originelenklep of de documenttoevoer.OPMERKING: Zorg voor u de documenttoevoer opent, dater geen originelen in de origineleninvoer of deoriginelenuitvoer zijn achtergebleven. Originelen die in deorigineleninvoer of de originelenuitvoer zijn achtergebleven,kunnen op de grond vallen wanneer de documenttoevoerwordt geopend.Laat de documenttoevoer open als het origineel dikker dan25 mm is.2 Plaats het origineel. Plaats de te scannen zijde met hetbeeld omlaag en leg het strak tegen de aanduidingenvoor het origineelformaat aan met de linkerachterhoekals referentiepunt.3 Sluit de originelenklep of de documenttoevoer.BELANGRIJK: Duw de originelenklep bij het sluiten niet metkracht omlaag. Door te hard drukken kan de glasplaatbreken.Sluit de documenttoevoer niet als het origineel 25 mm ofdikker is.OPMERKING: Er kunnen schaduwen ontstaan aan deranden en in het midden van opengevouwen originelen.VOORZICHTIG: Laat de documenttoevoer niet openstaan,want dan bestaat er gevaar voor lichamelijk letsel.2-54


Voorbereiding voor het gebruikOriginelen in de documenttoevoer plaatsenDe documenttoevoer scant automatisch elk vel van meerdere originelen. Beide zijden van dubbelzijdige originelenworden gescand.Originelen geschikt voor de documenttoevoer2De documenttoevoer is geschikt voor de volgende types originelen.Gewicht 50 tot 120 g/m 2 (dubbelzijdig: 50 tot 110 g/m 2 )AfmetingenCapaciteitMaximaal A4 tot minimaal A5Maximaal Legal tot minimaal StatementNormaal papier, gekleurd papier, gerecycled papier,Hogekwaliteitspapier 50 vellenDik papier (110 g/m 2 ): 36 vellenDik papier (120 g/m 2 ): 33 vellenKunstdrukpapier: 1 velOriginelen niet geschikt voor de documenttoevoerGebruik de documenttoevoer niet voor de volgende soorten originelen.• Zachte originelen zoals vinylvellen• Overheads zoals OHP-film• Carbonpapier• Originelen met erg gladde oppervlakken• Originelen met plakband of lijm• Natte originelen• Originelen met niet goed opgedroogde correctievloeistof• Originelen met een onregelmatige vorm (niet rechthoekig)• Originelen met uitsparingen• Gekreukt papier• Originelen met vouwen (Strijk de vouwen glad voor plaatsing. Als u dit niet doet, kan een papierstoring optreden.)• Originelen met paperclips of nietjes (Verwijder paperclips of nietjes en strijk eventuele golvingen, plooien ofkreuken glad. Als u dit niet doet, kan een papierstoring optreden.)Zo plaatst u originelenBELANGRIJK: Zorg ervoor, voor u originelen plaatst, dat er geen originelen in de originelenuitvoer zijnachtergebleven. Op de originelenuitvoer achtergebleven originelen kunnen de nieuwe originelen doen vastlopen.1 Pas de breedtegeleiders voor originelen aan de nieuweoriginelen aan.2-55


Voorbereiding voor het gebruik2 Plaats de originelen. Plaats de te scannen zijde (of deeerste zijde van dubbelzijdige originelen) naar boven.Schuif de voorrand zo ver mogelijk in dedocumenttoevoer.BELANGRIJK: Kijk of de breedtegeleiders voor originelenperfect op de originelen aansluiten. Als er nog ruimte is, pasdan de breedtegeleiders opnieuw aan. Als u dit niet doet, kandit leiden tot een papierstoring.Zorg ervoor dat de geplaatste originelen niet boven deniveau-aanduiding uitkomen. Als u dit niet doet, kan ditleiden tot een papierstoring (zie afbeelding).Originelen die voorgeboord of geperforeerd zijn, plaatstu zo dat de gaten of perforaties als laatste (en niet alseerste) worden gescand.2-56


3 BasisbedieningIn dit hoofdstuk worden de volgende bedieningshandelingen uitgelegd.• Aanmelden/afmelden ................................................... 3-2• Snelkiestoetsen en Programmatoetsen ....................... 3-3• Berichtendisplay........................................................... 3-6• Kopiëren....................................................................... 3-7• Afdrukken - Afdrukken vanuit een toepassing............ 3-16• Verzenden .................................................................. 3-18• Bestemming opgeven................................................. 3-25• Taken annuleren......................................................... 3-28• Resterende toner en papier controleren..................... 3-293-1


BasisbedieningAanmelden/afmeldenAls het gebruikersaanmeldingsbeheer ingeschakeld is, dan moeten de aanmeldingsgebruikersnaam en hetwachtwoord worden ingevoerd om het apparaat te gebruiken.OPMERKING: Aanmelden is niet mogelijk als u uw aanmeldingsgebruikersnaam en -wachtwoord vergeten bent.Meldt u zich in dit geval aan met de toegangsrechten van de beheerder en wijzig uw aanmeldingsgebruikersnaamen -wachtwoord.AanmeldenOPMERKING: Raadpleeg Invoermethode voor karakters op Appendix-3 voor meer informatie over het invoerenvan karakters.Aanmeld.gebr.nm: L b*******************Aanmeld.wachtw.:1 Als het afgebeelde scherm wordt weergegeven tijdensde bediening, voer dan de aanmeldingsgebruikersnaamin.[ Login ]2 Druk op de toets . De cursor verplaatst zich naarAanmeld.wachtw.3 Voer het aanmeldingswachtwoord in.Druk op de toets om de cursor te verplaatsen naarAanmeld.gebr.nm.4 Controleer of de aanmeldingsgebruikersnaam en hetwachtwoord juist zijn en druk op [Aanmelden] (derechterkeuzetoets).OPMERKING: De volgende beheerder is in de fabriekgeregistreerd in het apparaat.Aanmeld.gebr.nm: 30 ppm-model: 3000, 35 ppm-model:3500Aanmeld.wachtw.: 30 ppm-model: 3000, 35 ppm-model:3500AfmeldenU kunt zich afmelden bij het apparaat door op de toetsAfmelden te drukken. Het invoerscherm voor deaanmeldingsgebruikersnaam en het wachtwoord verschijntopnieuw.3-2


BasisbedieningSnelkiestoetsen en ProgrammatoetsenDe snelkiestoetsen en de programmatoetsen op het bedieningspaneel worden hieronder beschreven.SnelkiestoetsenU kunt bestemmingen registreren onder de snelkiestoetsen en de gewenste bestemming vervolgens oproepen doorop de betreffende snelkiestoets te drukken. Om een bestemming te registreren onder een snelkiestoets, raadpleegde Engelse gebruikershandleiding.3Een bestemming opgeven met een snelkiestoetsAdresinvoer:*B bABC[ Tekst ]1 Druk bij Adresinvoer op de snelkiestoets waaronder degewenste bestemming geregistreerd is.Oproepen vanaf de snelkiestoetsen 1 tot 11Druk op de snelkiestoets waaronder de bestemminggeregistreerd is.Oproepen vanaf de snelkiestoetsen 12 tot 22Druk op de toets Hoofdlettervergrendeling om hetlampje naast de toetsen te laten branden en drukvervolgens op de snelkiestoets waaronder debestemming geregistreerd is.Adresinvoer A b5y@###########.co.jp*ABC[ Tekst ]2 De bestemming die onder de snelkiestoetsgeregistreerd is, wordt opgeroepen en verschijntautomatisch op het scherm.BELANGRIJK: Alle reeds ingevoerde bestemmingenworden overschreven.ProgrammatoetsenDe instellingen voor een aantal vaak gebruikte kopieer- en verzendfuncties, kunnen samen geregistreerd worden alseen programma. Zo hoeft u alleen maar op één van de toetsen Programma 1 tot 4 te drukken om de huidigeinstellingen van bepaalde functies te wijzigen in de geregistreerde instellingen.OPMERKING: De volgende functies zijn reeds geregistreerd onder de toets Programma 1. Met deze functie kunt ude voor- en achterkant van een ID-kaart of een ander document kleiner dan Statement of A5 op één pagina kopiëren.Deze functies worden weliswaar gewist als de toets Programma 1 overschreven wordt, maar u kunt dezelfdeinstellingen toch registreren met behulp van de toets Functiemenu.Combineren: 2 op 1Continu scannen: AanOrigineelformaat: Statement (inchmodellen)/A5 (metrische modellen)Papierselectie: Cassette 1Zoomopties: Automatische zoom3-3


BasisbedieningBij de toets Programma 1 staat ID-kaart kopie gedrukt.Als de functies gewist zijn door het overschrijven van detoets Programma 1, plak dan het bij het apparaatbijgeleverde etiket op en schrijf er de naam van de functieop.Instellingen registrerenGeregistreerd.z Programma 1Houd, na het instellen, één van de toetsen Programma 1 tot4 gedurende 3 seconden ingedrukt om onder die toets deinstellingen te registreren. De huidige instellingen wordengeregistreerd onder de geselecteerde programmatoets.Instellingen wijzigen en verwijderenMenu:a b*********************1 Overschrijven2 Verwijderen1 Houd de gewenste toets Programma 1 tot 4 gedurende3 seconden ingedrukt om de instellingen van die toets tewijzigen/verwijderen. Menu verschijnt.Overschrijven.Weet u het zeker?z Programma 1[ Ja ] [ Nee ]2 Druk, om de geregistreerde instellingen te vervangendoor de huidige instellingen, op de toets of om[Overschrijven] te selecteren en druk op de toets OK. Erverschijnt een bevestigingsscherm. Druk op [Ja] (delinkerkeuzetoets) om de instellingen te wijzigen.VerwijderenWeet u het zeker?z Programma 1[ Ja ] [ Nee ]Druk, om de geregistreerde instellingen te verwijderen,op de toets of om [Verwijderen] te selecteren endruk vervolgens op de toets OK. Er verschijnt eenbevestigingsscherm. Druk op [Ja] (de linkerkeuzetoets)om de geregistreerde instellingen te verwijderen.Instellingen oproepenDruk op de toets Programma 1 tot 4 waarvan u de geregistreerde instellingen wilt oproepen. De huidige instellingenvan bepaalde functies worden vervangen door de geregistreerde instellingen.3-4


BasisbedieningKopie ID-kaartHieronder wordt de procedure voor het kopiëren van een ID-kaart beschreven.1 Druk op de toets Kopiëren wanneer de toets/het lampjeKopiëren uit is.OPMERKING: Als het Berichtendisplay uitgeschakeld is,druk dan op een willekeurige toets op het bedieningspaneelen wacht tot het apparaat opgewarmd is.32 Plaats het origineel op de glasplaat.Plaats de te scannen kant naar onder in het midden vanhet scangebied voor het formaat Statement of A5.OPMERKING: Raadpleeg Originelen plaatsen op pagina2-54 voor informatie over het plaatsen.Oproepen.z Programma 13 Druk op de toets Programma 1.De functie Kopie ID-kaart wordt opgeroepen.4 Druk op de toets Start. Het scannen begint.5 Draai het origineel om op de glasplaat en druk op detoets Start.6 Nadat u alle originelen hebt gescand, drukt u op [Scanvolt.] (de rechterkeuzetoets) om het kopiëren te starten.3-5


BasisbedieningBerichtendisplayDe volgende voorbeelden geven uitleg over de berichten en pictogrammen die gebruikt worden in hetberichtendisplay.12Gereed voor kopiëren.Exempl.: 1 63 A4q s A4a 74 100%5 [ Zoomen ] [1Gereed voor verzenden.Best.: 1p :sally@###########N1-zijdig[ Duplex ] [ ]8945KopieerschermVerzendschermReferentienummerBetekenis1 Geeft de huidige status van het apparaat aan. Geeft ook de naam van hethuidige menu weer zodra het bedieningspaneel gebruikt wordt.2 Geeft een pictogram weer dat aangeeft welke papierbron op dat momentgeselecteerd is. De verschillende pictogrammen betekenen het volgende.Op dit moment is de standaardpapiercassette geselecteerd. Wanneer ditpictogram weergegeven wordt als , dan zit er geen papier in decassette.Op dit moment is de papiercassette voor de optionele papierinvoergeselecteerd. Wanneer dit pictogram weergegeven wordt als of ,dan zit er geen papier in de cassette.FOp dit moment is de MF-lade geselecteerd. Wanneer dit pictogramweergegeven wordt als L, dan zit er geen papier in de multifunctionelelade.3 Geeft het formaat van het origineel aan.4 Geeft de huidige instelling weer wanneer er een bijbehorend menu is datgeselecteerd kan worden met de linker- en rechterkeuzetoetsen.5 Geeft de naam van het bijbehorende menu weer dat geselecteerd kan wordenmet de linker- en rechterkeuzetoetsen.6 Geeft het aantal exemplaren aan.7 Geeft het formaat weer van het papier waarop gekopieerd moet worden.8 Geeft het aantal bestemmingen aan.9 Geeft de bestemming weer.3-6


BasisbedieningKopiërenVolg de onderstaande stappen voor de basishandelingen bij het kopiëren.1 Druk op de toets Kopiëren wanneer de toets/het lampjeKopiëren uit is.OPMERKING: Als het Berichtendisplay uitgeschakeld is,druk dan op een willekeurige toets op het bedieningspaneelen wacht tot het apparaat opgewarmd is.32 Plaats de originelen op de glasplaat of in dedocumenttoevoer.OPMERKING: Raadpleeg Originelen plaatsen op pagina2-54 voor informatie over het plaatsen.Gereed voor kopiëren.Exempl.: 1Letterq s Lettera100%[ Zoomen ] [Papier ]3 De papierbron voor kopiëren is de locatie dieweergegeven wordt in het display.PapierbronPapierselectie: a b*********************1 *Auto2 A4a Normaal3 A5a NormaalAls u de papierbron moet wijzigen, gebruik dan het menuPapierselectie. Als [Auto] geselecteerd is, dan wordtautomatisch de meest geschikte papierbrongeselecteerd.Voor het opgeven van de papierbron, raadpleeg deEngelse gebruikershandleiding.4 Gebruik de cijfertoetsen om het aantal kopieën in tevoeren. Geef het gewenste aantal tot 999 op.5 Druk op de toets Start om het kopiëren te starten.3-7


Basisbediening6 Verwijder de voltooide kopieën uit de binnenlade.Dichtheid instellenVolg de onderstaande procedure om de dichtheid in te stellen bij het kopiëren.BeschikbaredichtheidsinstellingenBeschrijvingHandmatig Stel de dichtheid in aan de hand van 7niveaus.AutoDe optimale dichtheid wordtgeselecteerd op basis van de dichtheidvan het origineel.OPMERKING: U kunt Auto als standaardinstelling selecteren (raadpleeg de Engelse gebruikershandleiding).Hieronder wordt de procedure beschreven voor het instellen van de dichtheid van kopieën.Functiemenu: a b*********************1 Papierselectie T2 Sorteren T3 Duplex T[ Einde ]1 Druk op de toets Functiemenu. Het Functiemenuverschijnt.2 Druk op de toets of om [Dichtheid] te selecteren.Dichtheid: a b1 Auto*********************2 *Handmatig3 Druk op de toets OK. Dichtheid verschijnt.4 Druk op de toets of om [Auto] of [Handmatig] teselecteren.Handmatig: a b3 v Lichter -1*********************4 w Normaal 05 y Donkerder +15 Druk op de toets OK.Als [Handmatig] geselecteerd is dan verschijntHandmatig. Druk op de toets of om de gewenstedichtheid te selecteren en druk vervolgens op de toetsOK.Voltooid. wordt weergegeven en het scherm keert terugnaar het basisscherm.6 Druk op de toets Start. Het kopiëren begint.3-8


BasisbedieningBeeldkwaliteit selecterenSelecteer de beeldkwaliteit die geschikt is voor het type origineel.In de onderstaande tabel ziet u de beschikbare mogelijkheden.BeschikbarebeeldkwaliteitenTekst+fotoFotoTekstBeschrijvingVoor originelen met een combinatie vantekst en foto's.Voor foto's gemaakt met een camera.Voor originelen die hoofdzakelijk tekstbevatten.3Hieronder wordt de procedure beschreven voor het selecteren van de beeldkwaliteit van kopieën.Functiemenu: a b*********************1 Papierselectie T2 Sorteren T3 Duplex T[ Einde ]1 Druk op de toets Functiemenu. Het Functiemenuverschijnt.2 Druk op de toets of om [Origineel beeld] teselecteren.Origineel beeld: a b*********************1 *Tekst+Foto2 Foto3 Tekst3 Druk op de toets OK. Origineel beeld verschijnt.4 Druk op de toets of om de beeldkwaliteit teselecteren die geschikt is voor het type origineel.5 Druk op de toets OK. Voltooid. wordt weergegeven enhet scherm keert terug naar het basisscherm.6 Druk op de toets Start. Het kopiëren begint.3-9


BasisbedieningKopiëren met zoomStel de vergrotingsfactor in om het origineelbeeld te verkleinen of te vergroten. De volgende zoomopties zijnbeschikbaar:Automatische zoomLetter-RA4129 % Statement-R141 %64 %70 %A5Hiermee wordt het origineelbeeld automatisch verkleind ofvergroot, zodat het op het geselecteerde papierformaat past.Zoomfactor invoeren25 %Hiermee wordt het origineelbeeld handmatig in stappen van1% tussen 25% en 400% handmatig vergroot of verkleind.400 %StandaardzoomHiermee kan met een voorgeprogrammeerde zoomfactor worden verkleind of vergroot.De volgende zoomfactoren zijn beschikbaar:MaateenheidZoomfactor (Origineel Kopie)Inch Standaard 100%, 400% (max.), 200%, 129% (Statement >> Letter),78% (Legal >> Letter), 64% (Letter >> Statement), 50%,25% (min.)Overige141% (A5 >> A4), 115% (B5 >> A4), 90% (Folio >> A4),86% (A4 >> B5), 70% (A4 >> A5)Metrisch Standaard 100%, 400% (max.), 200%, 141% (A5 >> A4),115% (B5 >> A4), 86% (A4 >> B5), 70% (A4 >> A5),50%, 25% (min.)Metrisch(Azië/Pacific)OverigeStandaardOverige129% (Statement >> Letter), 90% (Folio >> A4),78% (Legal >> Letter), 64% (Letter >> Statement)100%, 400% (max.), 200%, 141% (A5 >> A4),115% (B5 >> A4), 90% (Folio >> A4), 86% (A4 >> B5),70% (A4 >> A5), 50%, 25% (min.)129% (Statement >> Letter), 78% (Legal >> Letter),64% (Letter >> Statement)3-10


BasisbedieningHieronder wordt de procedure voor het kopiëren met zoom beschreven.Functiemenu: a b*********************1 Papierselectie T2 Sorteren T3 Duplex T[ Einde ]1 Druk op de toets Functiemenu. Het Functiemenuverschijnt.3Zoomen:a b*********************1 *100%2 Auto3 Standaard zoom2 Druk op de toets of om [Zoomen] te selecteren.3 Druk op de toets OK. Zoomen verschijnt.Standaard zoom: a b4 129% STMT >> LTR*********************5 *100%6 78% LGL >> LTR4 Druk op de toets of om de gewenste zoomfactor teselecteren.Om in hetzelfde formaat als het origineel te kopiëren,selecteert u [100%] .Om automatische zoom te selecteren, selecteert u[Auto].Om een vaste zoomfactor te gebruiken, selecteert u[Standaard zoom] en drukt u op de toets OK. Standaardzoom verschijnt. Druk op de toets of om degewenste zoomfactor te selecteren. Als u [Overige]selecteert en op de toets OK drukt, dan kunt u uit nogmeer zoomfactoren kiezen.Zoominvoer:(25 - 400)*****100%D bOm een zoomfactor in te voeren, selecteert u[Zoominvoer] en drukt u op de toets OK. Zoominvoerverschijnt. Gebruik de cijfertoetsen om een zoomfactornaar wens in te voeren.5 Druk op de toets OK. Voltooid. wordt weergegeven enhet scherm keert terug naar het basisscherm.6 Druk op de toets Start. Het kopiëren begint.3-11


BasisbedieningDubbelzijdig kopiërenMaak dubbelzijdige kopieën. De volgende opties voor dubbelzijdig kopiëren zijn beschikbaar.U kunt ook enkelzijdige kopieën maken van een tweezijdig origineel of van een origineel met twee pagina's naastelkaar zoals een boek. De volgende mogelijkheden zijn beschikbaar:Enkelzijdig naar dubbelzijdig345435Hiermee kunnen dubbelzijdige kopieën van enkelzijdigeoriginelen worden gemaakt. Bij een oneven aantal originelenzal de achterzijde van de laatst gekopieerde pagina blancozijn.2211OrigineelKopieghidefabcOrigineelAghiabcdefKopieBghiabcdefDe volgende bindopties zijn beschikbaar.ABinding links/rechts: Het beeld op de achterzijde wordtniet gedraaid.B Binding boven: Het beeld op de achterzijden wordt 180°gedraaid. De kopieën kunnen aan de bovenzijde wordeningebonden en staan dan in dezelfde richting bij hetomslaan van de pagina's.Dubbelzijdig naar enkelzijdig2112Hiermee kan elke zijde van een tweezijdig origineel op eenafzonderlijk vel worden gekopieerd.De volgende bindopties zijn beschikbaar.OrigineelKopie• Binding links/rechts: Het beeld op de achterzijde wordtniet gedraaid.• Binding boven: Het beeld op de achterzijden wordt 180°gedraaid.Dubbelzijdig naar dubbelzijdig2143521435Hiermee kunnen dubbelzijdige kopieën van dubbelzijdigeoriginelen worden gemaakt.OrigineelKopieOPMERKING: De ondersteunde papierformaten bijdubbelzijdig naar dubbelzijdig zijn Legal, Letter, Oficio II,Executive, A4, B5, A5 en Folio.3-12


BasisbedieningHieronder wordt de procedure voor het dubbelzijdig/duplexkopiëren beschreven.Functiemenu: a b*********************1 Papierselectie T2 Sorteren T3 Duplex T[ Einde ]1 Druk op de toets Functiemenu. Het Functiemenuverschijnt.3Duplex:a b*********************1 *1-zijd>>1-zijd.2 1-zijd>>2-zijd.3 2-zijd>>1-zijd.2 Druk op de toets of om [Duplex] te selecteren.3 Druk op de toets OK. Duplex verschijnt.Binden voltooien: a b*********************1 *o Links/rechts2 p Boven4 Druk op de toets of om de gewenste manier vanduplexkopiëren te selecteren.Als u [1-zijd>>2-zijd.] selecteert, druk dan op [Details](de rechterkeuzetoets); u kunt dan de bindzijde van devoltooide kopieën en de richting van de originelenselecteren.Richting orig.: a b1 c Bov.rand boven*********************2 *d Bov.rand linksSelecteer, nadat u op de toets OK gedrukt heeft, debindzijde van de voltooide kopieën en de richting van deoriginelen.Richting voltooien: b*********************1 *o Links/rechts2 p BovenAls u [2-zijd>>1-zijd.] selecteert, druk dan op [Details](de rechterkeuzetoets); u kunt dan de bindzijde van hetorigineel en de richting van de originelen selecteren.Richting orig.: a b1 c Bov.rand boven*********************2 *d Bov.rand linksSelecteer, nadat u op de toets OK gedrukt heeft, debindzijde van het origineel en de voltooide kopieën en derichting van de originelen.3-13


BasisbedieningRichting voltooien:a b*********************1 *o Links/rechts2 p BovenAls u [2-zijd>>2-zijd.] selecteert, druk dan op [Details](de rechterkeuzetoets); u kunt dan de bindzijde van hetorigineel selecteren.Binden voltooien: a b*********************1 *o Links/rechts2 p BovenSelecteer, nadat u op de toets OK gedrukt heeft, debindzijde van de voltooide kopieën.Richting orig.: a b1 *c Bov.rand boven*********************2 d Bov.rand linksSelecteer, nadat u op de toets OK gedrukt heeft, derichting van de originelen.5 Druk op de toets OK. Voltooid. wordt weergegeven enhet scherm keert terug naar het basisscherm.Bezig met scannen...Taaknr.: 9999Pagina('s): 1[ Annul. ]6 Druk op de toets Start. Het kopiëren begint.Als het origineel op de glasplaat geplaatst wordt,vervang het dan door het volgende voor u op de toetsStart drukt.Plaats de originelenen druk op Start.Taaknr.: 9999Pagina('s): 3[ Annul. ] [Scan eind]Als er geen volgend origineel meer is, druk dan op [Scaneind] (de rechterkeuzetoets). Het kopiëren begint.3-14


BasisbedieningKopiëren met sorterenHet apparaat kan sorteren terwijl het kopieert.U kunt de kopieerfunctie Sorteren gebruiken voor de hieronder beschreven taken.123321321321Meerdere originelen worden gescand en volledige sets metkopieën worden op paginanummer afgeleverd.3OrigineelKopieHieronder wordt de procedure voor het kopiëren met sorterenbeschreven.Functiemenu: a b*********************1 Papierselectie T2 Sorteren T3 Duplex T[ Einde ]1 Druk op de toets Functiemenu. Het Functiemenuverschijnt.2 Druk op de toets of om [Sorteren] te selecteren.Sorteren: a b1 Uit2 **********************Aan3 Druk op de toets OK. Sorteren verschijnt.4 Druk op de toets of om [Uit] of [Aan] te selecteren.5 Druk op de toets OK. Voltooid. wordt weergegeven enhet scherm keert terug naar het basisscherm.6 Gebruik de cijfertoetsen om het aantal kopieën op tegeven en druk op de toets Start. Het kopiëren begint.3-15


BasisbedieningAfdrukken - Afdrukken vanuit een toepassingVolg de onderstaande stappen om een document vanuit een toepassing af te drukken.OPMERKING: Om documenten af te drukken vanuit een toepassing, moet u het printerstuurprogramma op uwcomputer installeren vanaf de bijgeleverde dvd (Product Library).1 Maak een document in een toepassing.2 Klik op Bestand en selecteer Afdrukken in detoepassing. Het dialoogvenster van Afdrukken wordt nuweergegeven.3 Klik op de knop naast het veld Naam en selecteer ditapparaat uit de lijst.4 Vul het gewenste aantal afdrukken in het vakExemplaren in. U kunt tot 999 exemplaren opgeven.Wanneer er meer dan één document is, selecteert uSorteren om de documenten een voor een in devolgorde van de paginanummers af te drukken.5 Klik op de knop Eigenschappen. Het dialoogvenstervan Eigenschappen wordt nu weergegeven.6 Selecteer het tabblad Basis en klik op de knopAfdrukformaat om het papierformaat te selecteren.Om op speciale papiersoorten zoals dik papier ofoverheads af te drukken, klikt u op het menuAfdrukmateriaaltype en selecteert u het mediatype.3-16


Basisbediening7 Klik op Bron en selecteer de papierbron.OPMERKING: Als u Auto kiest, wordt het papierautomatisch aangevoerd uit de papierbron met het papiervan het optimale formaat en type. Om op specialepapiersoorten zoals enveloppen of dik papier af te drukken,plaatst u ze in de multifunctionele lade en selecteert u MFLade.38 Selecteer de papierrichting – Staand of Liggend – omdeze af te stemmen op de richting van het document.Als u Gedraaid selecteert, wordt het documentafgedrukt nadat het 180° is gedraaid.9 Klik op de knop OK om naar het dialoogvensterAfdrukken terug te keren.10 Klik op de knop OK om het afdrukken te starten.Afdrukken aan halve snelheidAls u afdrukt op papier met een glad oppervlak of op dik papier, stel dan de afdruksnelheid in via hetprinterstuurprogramma. Raadpleeg voor meer details de Printing System Driver User Guide.3-17


BasisbedieningVerzendenDit apparaat kan een gescande afbeelding verzenden als bijlage bij een e-mailbericht of naar een pc die is verbondenmet het netwerk. Hiervoor moet het adres van de afzender en van de bestemming (ontvanger) worden geregistreerdin het netwerk.Er is een netwerkomgeving vereist waarin het apparaat verbinding kan maken met een mailserver. Er wordtaanbevolen een lokaal netwerk (LAN) te gebruiken om problemen met de verzendsnelheid en de beveiliging teverhelpen.Tegelijk met het verzenden van een gescande afbeelding kunt u de afbeelding ook afdrukken of verzenden naar dedocumentbox.Voer de volgende stappen uit om de scanfunctie te gebruiken:• Programmeer de instellingen, waaronder ook de e-mailinstelling op het apparaat.• Gebruik het Embedded Web Server (de interne HTML-internetpagina) om het IP-adres en de hostnaam van deSMTP-server en de ontvanger te registreren.• Registreer de bestemming in het adresboek of onder een snelkiestoets.• Wanneer de pc-map (SMB/FTP) wordt geselecteerd, moet de doelmap worden gedeeld. Neem contact op metuw beheerder om de pc-map in te stellen.• Gedetailleerde verzendingsinstellingen (om een documentbox te selecteren als bestemming of om de afbeeldingtegelijkertijd af te drukken en te verzenden)Volg de onderstaande stappen voor de basishandelingen bij het verzenden. De volgende vier opties zijn beschikbaar:• Verzenden als e-mail: verzendt een gescand origineelbeeld als bijlage van een e-mailbericht...pagina 3-19• Verzenden naar map (SMB): slaat een gescand origineelbeeld op in een gedeelde map van eender welkepc...pagina 3-21• Verzenden naar map (FTP): slaat een gescand origineelbeeld op in een map van een FTP-server...pagina 3-21• Afbeeldingsgegevens scannen met TWAIN/WIA: Scan het document met behulp van een TWAIN- of WIAcompatibelprogramma...raadpleeg de Engelse gebruikershandleidingOPMERKING: Verschillende verzendopties kunnen gecombineerd worden opgegeven. Raadpleeg Verzendennaar verschillende soorten bestemmingen (multi-verzenden) op pagina 3-27.3-18


BasisbedieningVerzenden als e-mailVerzendt een gescand origineelbeeld als bijlage van een e-mailbericht.OPMERKING:• U moet een netwerkomgeving hebben waarin dit apparaat verbinding kan maken met een mailserver. Er wordtaanbevolen het apparaat te gebruiken in een omgeving waarin het permanent verbinding kan maken met demailserver via een LAN.• Open het Embedded Web Server van tevoren en voer de instellingen in voor het versturen van een e-mail.Raadpleeg Embedded Web Server (instellingen voor e-mail) op pagina 2-26 voor meer informatie.• Raadpleeg Invoermethode voor karakters op Appendix-3 voor meer informatie over het invoeren van karakters.31 Druk op de toets Verzenden.Het scherm voor verzenden verschijnt.2 Plaats de originelen op de glasplaat of in dedocumenttoevoer.OPMERKING: Raadpleeg Originelen plaatsen op pagina2-54 voor informatie over het plaatsen.Verzenden naar: a b*********************1 p E-mail2 G Map (SMB)3 H Map (FTP)3 Druk op de toets of om [E-mail] te selecteren.Adresinvoer:*B b4 Druk op de toets OK. Adresinvoer verschijnt.ABC[ Tekst ]5 Voer het e-mailadres van de bestemming in.OPMERKING: De bestemming kan worden opgegeven viahet adresboek of via de snelkiestoetsen. RaadpleegBestemming opgeven op pagina 3-25.3-19


BasisbedieningGereed voor verzenden.Best.: 1p :sally@###########N1-zijdig 300x300dpi[ Duplex ] [Scanres.]6 Druk op de toets OK. Voltooid. wordt weergegeven enhet scherm keert terug naar het basisscherm.OPMERKING: Als het scherm voor het bevestigen van hetinvoeren van een nieuwe bestemming (raadpleeg deEngelse gebruikershandleiding) op [Aan] staat, danverschijnt er een scherm om het ingevoerde e-mailadres tebevestigen. Voer hetzelfde e-mailadres nogmaals in en drukop de toets OK.7 Als er nog meer bestemmingen zijn, druk dan op de toetsBestemming toevoegen. Herhaal de stappen 2 tot 5om nog een bestemming in te voeren. U kunt tot 100bestemmingen opgeven.8 Druk op de toets Bestemming bevestigen om degeregistreerde bestemmingen te bevestigen.Best. bevest.: a b*********************p Morgan@###########Np aaaaaaaaa@########Np bbbbbbbbb@########N[ Einde ]Druk op de toets of om een bestemming teselecteren en druk op de toets OK. U kunt debestemming dan bewerken of verwijderen.Druk op [Einde] (de rechterkeuzetoets) om terug tekeren naar het basisscherm.9 Druk op de toets Start. Het verzenden wordt gestart.OPMERKING: Als het scherm voor het bevestigen van debestemming alvorens te verzenden (raadpleeg de Engelsegebruikershandleiding) op [Aan] staat, dan verschijnt hetscherm Bestemming bevestigen wanneer de toets Startingedrukt wordt.3-20


BasisbedieningVerzenden naar map (SMB)/Verzenden naar map (FTP)Het beeldbestand van het gescande origineel wordt in de opgegeven gedeelde map van eender welke pc opgeslagen.Slaat een gescande origineelafbeelding op in een map van een FTP-server.OPMERKING:• Raadpleeg de Help-functie van uw besturingssysteem voor meer informatie over het delen van mappen.• Zorg ervoor dat SMB-protocol of FTP in het Embedded Web Server op Aan ingesteld is. Raadpleeg voor meerinformatie de Embedded Web Server Operation Guide.• Raadpleeg Invoermethode voor karakters op Appendix-3 voor meer informatie over het invoeren van karakters.31 Druk op de toets Verzenden.Het scherm voor verzenden verschijnt.2 Plaats de originelen op de glasplaat of in dedocumenttoevoer.OPMERKING: Raadpleeg Originelen plaatsen op pagina2-54 voor informatie over het plaatsen.Verzenden naar: a b1 p E-mail*********************2 G Map (SMB)3 H Map (FTP)3 Druk op de toets of om [Map (SMB)] of [Map (FTP)]te selecteren.Hostnaam(SMB):RD Center*A bABC[ Tekst ]ofHostnaam(FTP):RD Center*A b4 Druk op de toets OK. Hostnaam(SMB) ofHostnaam(FTP) verschijnt.5 Voer de hostnaam in.OPMERKING: De bestemming kan worden opgegeven viahet adresboek of via de snelkiestoetsen. RaadpleegBestemming opgeven op pagina 3-25.ABC[ Tekst ]6 Druk op de toets OK. Pad verschijnt.3-21


BasisbedieningPad:RD3\report*A b7 Voer de padnaam in. Denk erom dat de delingsnaam enniet de mapnaam op de bestemmings-pc ingetypt moetworden.ABC[ Tekst ]Aanmeld.gebr.nm:Maury*C bS8 Druk op de toets OK. Aanmeld.gebr.nm verschijnt.9 Voer de aanmeldingsgebruikersnaam in. U moet deaccountnaam van de bestemmings-pc opgeven.ABC[ Tekst ]Aanmeld.wachtw.:OOOOOOOOOOO*A b10 Druk op de toets OK. Aanmeld.wachtw. verschijnt.ABC[ Tekst ]11 Voer het aanmeldingswachtwoord in. U moet hetwachtwoord van de account op de bestemmings-pcopgeven.Controleer verbindingWeet u het zeker?12 Druk op de toets OK. Er verschijnt eenbevestigingsscherm.[ Ja ] [ Nee ]OPMERKING: Als het scherm voor het bevestigen van hetinvoeren van een nieuwe bestemming (raadpleeg deEngelse gebruikershandleiding) op [Aan] staat, danverschijnen er schermen om de ingevoerde hostnaam enpadnaam te bevestigen. Voer dezelfde hostnaam enpadnaam nogmaals in en druk op de toets OK in derespectieve schermen.De in te voeren gegevens zijn als volgt.OPMERKING: Aanmelden is niet mogelijk als u uw aanmeldingsgebruikersnaam en -wachtwoord op debestemmings-pc vergeten bent. Neem contact op met uw beheerder en vraag uw aanmeldingsgebruikersnaam en -wachtwoord na.3-22


BasisbedieningVoor verzenden naar map (SMB)ItemHostnaam (SMB)*In te voeren gegevensHostnaam of IP-adres van deontvangende pc.Max.aantalkaraktersMax. 64karakters3PadPad naar de ontvangstmap zoals inonderstaand voorbeeld.Bijvoorbeeld User\Sharename.Max. 128karaktersAanmeldingsgebruikersnaamGebruikersnaam voor toegang tot de pcBijvoorbeeld abcdnet\james.smithMax. 64karaktersAanmelding wachtwoord Wachtwoord voor toegang tot de pc Max. 64karakters* Gebruik voor het invoeren van een ander poortnummer dan het standaardnummer(139) de notatie "hostnaam: poortnummer” (vb. SMBhostnaam: 140).Voor verzenden naar map (FTP)ItemHostnaam (FTP)*PadAanmeldingsgebruikersnaamAanmelding wachtwoordIn te voeren gegevensHostnaam of IP-adres van de FTPserverPad naar de ontvangstmap.Bijvoorbeeld User\ScanData.Anders worden de gegevens in debasismap opgeslagen.Gebruikersnaam voor aanmelden bijFTP-serverWachtwoord voor aanmelden bij FTPserverMax.aantalkaraktersMax. 64karaktersMax. 128karaktersMax. 64karaktersMax. 64karakters* Gebruik voor het invoeren van een ander poortnummer dan het standaardnummer (21)de notatie "hostnaam: poortnummer” (vb. FTPhostnaam: 140).13 Druk op [Ja] (de linkerkeuzetoets). Hiermee wordtverbinding gemaakt met de ingevoerde bestemming.3-23


BasisbedieningAls de verbinding gelukt is, dan verschijnt op het schermVerbonden.. Druk op [OK] (de rechterkeuzetoets).Voltooid. wordt weergegeven en het scherm keert terugnaar het basisscherm.Als de verbinding mislukt is, dan wordt Kan geenverbinding maken. weergegeven. Druk op [OK] (derechterkeuzetoets). Het scherm van stap 3 verschijntopnieuw. Controleer de bestemming en voer dezeopnieuw in.Best. bevest.: a b*********************H RD Center[ Einde ]14 Druk op de toets Bestemming bevestigen om degeregistreerde bestemmingen te bevestigen.Druk op [Einde] (de rechterkeuzetoets) om terug tekeren naar het basisscherm.15 Druk op de toets Start. Het verzenden wordt gestart.OPMERKING: Als het scherm voor het bevestigen van debestemming alvorens te verzenden (raadpleeg de Engelsegebruikershandleiding) op [Aan] staat, dan verschijnt hetscherm Bestemming bevestigen wanneer de toets Startingedrukt wordt.3-24


BasisbedieningBestemming opgevenVoor het opgeven van een bestemming, kunt u een keuze maken uit het adresboek of de snelkiestoetsen gebruiken.Kiezen uit het adresboekSelecteer een bestemming die in het adresboek is geregistreerd.Selec.adresboek: a b*********************t Adresboekt Extern adresboek1 Druk in het basisscherm voor verzenden op de toetsAdresboek. Het menu Selec.adresboek verschijnt.3[ Einde ]Adresboek: a b*********************k Designl Fialal Maury[ Menu ]2 Druk op de toets of om [Adresboek] te selecterenen druk vervolgens op de toets OK. Adresboekverschijnt.Selecteer [Extern adresboek] om een adresboek op deLDAP-server te gebruiken.OPMERKING: Als het uitgebreide adresboek nietgeregistreerd is, dan wordt [Selec. adresboek] nietweergegeven.3 Druk op de toets of om de gewenste gebruiker ofgroep te selecteren en druk vervolgens op de toets OK.l Fiala:a b*********************0667640000p fiala@###########.NH SMB-pc[ Menu ]Als u een gebruiker selecteert, dan verschijnt de lijst metbestemmingen die geregistreerd zijn voor die gebruiker.Als u een groep selecteert, ga dan verder naar stap 5.4 Druk op de toets of om de gewenste bestemmingte selecteren en druk vervolgens op de toets OK.5 Voltooid. wordt weergegeven en het scherm keert terugnaar het basisscherm.Bestemming opzoekenBestemmingen die in het adresboek zijn geregistreerd, kunnen worden opgezocht.Hieronder worden de procedures beschreven voor het gebruik van de verschillende zoekfuncties.3-25


BasisbedieningZoeken in het adresboekAdresboek: a b*********************k Designl Fialal Maury[ Menu ]1 Druk in Adresboek op [Menu] (de rechterkeuzetoets).Menu verschijnt.Menu:a b*********************1 Selecteren2 Details3 Zoeken(naam)2 Druk op de toets of om [Zoeken(naam)] teselecteren en druk vervolgens op de toets OK. Erverschijnt een zoekscherm.Zoeken(naam): A bma*SABC[ Tekst ]3 Voer de karakters in die u wilt opzoeken.Adresboek: a b********************l Mauryl Morganl Sally[ Menu ]4 Druk op de toets OK. Het adresboek verschijnt metbovenaan de gebruiker die begint met de ingevoerdekarakters.Zoeken in het externe adresboekExtern adresboek: a b*********************l Fialal Mauryl Morgan[ Menu ]1 Druk in Extern adresboek op [Menu] (derechterkeuzetoets). Menu verschijnt.Menu:a b1 Selecteren2 Details*********************3 Zoeken2 Druk op de toets of om [Zoeken] te selecteren endruk vervolgens op de toets OK. Er verschijnt eenzoekscherm.3-26


BasisbedieningZoeken(naam): A bma*SABC[ Menu ] [ Tekst ]Extern adresboek: a b*********************l Mauryl Morganl Sally[ Menu ]3 Voer de karakters in die u wilt opzoeken.Als u op [Menu] (de rechterkeuzetoets) drukt envervolgens op de toets OK, dan verschijnt Zoeken op,waar u de zoekgegevens en overeenkomsten kuntopgeven. Selecteer voor elk het gewenste item en drukop de toets OK.4 Druk op de toets OK. Het adresboek verschijnt metbovenaan de gebruiker die begint met de ingevoerdekarakters.3OPMERKING: Als u eerst het externe adresboek opent, dan verschijnt eerst het zoekscherm. Ga vervolgens verdervanaf stap 3.Kiezen via snelkiestoetsSelecteer de bestemming met behulp van desnelkiestoetsen.Druk in het basisscherm voor verzenden of het scherm voorhet invoeren van de bestemming op de snelkiestoetswaaronder de bestemming geregistreerd is.OPMERKING: Raadpleeg de Engelsegebruikershandleiding voor meer informatie over hettoevoegen van snelkiestoetsen.Verzenden naar verschillende soorten bestemmingen (multi-verzenden)U kunt verschillende soorten bestemmingen zoals e-mailadressen, mappen (SMB of FTP) en faxnummers met elkaarcombineren. Dit wordt Multi-verzenden genoemd. Dit is handig als u met één bedieningshandeling naar verschillendesoorten bestemmingen wilt verzenden (e-mailadressen, mappen enzovoort).Aantal verzendingen E-mail : max. 100Mappen (SMP, FTP): max. 1 SMB en FTPFax : max. 100U kunt ook, afhankelijk van de instellingen, tegelijkertijd verzenden en afdrukken.De procedures zijn net dezelfde als die bij het opgeven van de bestemmingen voor de verschillendeverzendingstypes. Ga verder om het e-mailadres of het pad van de map op te geven zodat ze in de lijst metbestemmingen verschijnen. Druk op de toets Start om de verzending naar alle bestemmingen tegelijkertijd te starten.3-27


BasisbedieningTaken annulerenVolg de onderstaande stappen om elke afdruk- of verzendtaak die bezig is te annuleren.Taken annulerenU kunt ook taken annuleren door op de toets Stop te drukken.Lijst ann. taken: a b*********************1 Lijst afdruktaken2 Lijst verzendtaken3 Lijst opslagtaken[ Einde ]1 Druk tijdens een afdruk- of verzendtaak op de toetsStop. Het menu Lijst ann. taken verschijnt.OPMERKING: Door op de toets Stop te drukken, wordteen afdruktaak gepauzeerd; een verzendtaak wordt nietgepauzeerd.Lijst afdruktaken:a b0008 **********************doc00010320 s0009 W maury's data s0010 W MicrosoftworNs[ Hervat ] [ Menu ]2 Druk op de toets of om de taaksoort die u wiltstoppen te selecteren en druk vervolgens op de toetsOK. Er verschijnt een wachtrij van de geselecteerdetaaksoort.Menu:a b*********************1 Details2 Taak annuleren3 Druk op de toets of om de taak die u wilt stoppente selecteren en druk vervolgens op [Menu] (derechterkeuzetoets). Menu verschijnt.Taak wordt geannul.Weet u het zeker?z 0008 doc00010320N4 Druk op de toets of om [Taak annuleren] teselecteren en druk vervolgens op de toets OK. Erverschijnt een bevestigingsscherm.[ Ja ] [ Nee ]5 Druk op [Ja] (de rechterkeuzetoets). Op het schermverschijnt Annuleren.... en nadat de taak geannuleerd is,wordt er teruggekeerd naar de wachtrij van degeselecteerde taaksoort.Herhaal de stappen 3 tot 5 om nog meer taken teannuleren.3-28


BasisbedieningResterende toner en papier controlerenU kunt de resterende hoeveelheid toner en papier in elke invoercassette controleren.Resterende toner controlerenStatus:a b*********************1 Status afdruktaken2 Status verzendtaken3 Status opslagtaken[ Pauze ]1 Druk op de toets Status/Taak annuleren. Het menuStatus verschijnt.3Tonerstatus: b0% VVVVEEEEEE 100%2 Druk op de toets of om [Tonerstatus] te selecteren.3 Druk op de toets OK. Tonerstatus verschijnt.De resterende hoeveelheid toner wordt weergegeven inéén van de 10 niveaus.Resterend papier controlerenStatus:a b*********************1 Status afdruktaken2 Status verzendtaken3 Status opslagtaken[ Pauze ]1 Druk op de toets Status/Taak annuleren. Het menuStatus verschijnt.Papierstatus: C bCassette 1: 1/ 4Lettera LeegNormaal2 Druk op de toets of om [Papierstatus] te selecteren.3 Druk op de toets OK. Papierstatus verschijnt.Druk op de toets of om te schakelen tussen deresterende papierhoeveelheden in de hoofdcassette, deoptionele cassettes (indien geïnstalleerd) en de MFlade.3-29


3-30Basisbediening


4 OnderhoudDit hoofdstuk beschrijft het reinigen van het apparaat en het vervangen van de toner.• Reinigen ....................................................................... 4-2• Vervangen van de tonercontainer ................................ 4-54-1


OnderhoudReinigenReinig het apparaat regelmatig om een optimaal resultaat te garanderen.VOORZICHTIG: Haal voor de veiligheid altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat reinigen.GlasplaatVeeg de binnenkant van de documenttoevoer en de glasplaat schoon met een zachte doek bevochtigd met alcoholof een zacht schoonmaakmiddel.BELANGRIJK: Gebruik geen verdunners of andere organische oplosmiddelen.DocumenttoevoerAls bij het gebruik van de documenttoevoer zwarte strepen of vuil op de kopieën verschijnen, veeg dan het sleufglasmet de bijgeleverde doek schoon. Het bericht Reinig het sleufglas. kan verschijnen als het sleufglas moet wordengereinigd.OPMERKING: Veeg het sleufglas schoon met de droge doek. Gebruik geen water, zeep of oplosmiddel omschoon te maken.a1 Open de documenttoevoer en veeg het sleufglas (a)schoon.b2 Veeg de witte geleider (b) op de documenttoevoerschoon.3 Sluit de documenttoevoer.4-2


OnderhoudReinigen van het apparaatOm problemen met de afdrukkwaliteit te vermijden, moet de binnenkant van het apparaat gereinigd worden telkensals de toner vervangen wordt.1 Open de voorklep.42 Til de ontwikkelaar met de tonercontainer uit hetapparaat.3 Verwijder de drum uit het apparaat door de groenehendels met beide handen vast te houden.OPMERKING: De drum is gevoelig voor licht. Stel de drumnooit langer dan vijf minuten bloot aan licht.4 Leg de drum op een schone, vlakke ondergrond.BELANGRIJK: Plaats de drum niet op de rand.5 Gebruik een schone, pluisvrije doek om stof en vuil vande metalen registratierol af te vegen.BELANGRIJK: Zorg ervoor dat u de transferrol (zwart) nietaanraakt bij het reinigen.4-3


Onderhoud6 Schuif op de drum de hoofdladerreiniger (groen) 2 tot 3keer heen en weer om de laderdraad te reinigen. Zetdeze daarna weer in de oorspronkelijke positie(CLEANER HOME POSITION).BELANGRIJK: Verwijder de fixeertape op dehoofdladerreiniger voor u die voor de eerste keer reinigt.Let erop dat u de hoofdladerreiniger na het reinigen terug inde startpositie zet.7 Zet, als u klaar bent met reinigen, de drum terug op deoorspronkelijke plek.8 Zet de ontwikkelaar terug op zijn plek door de geleidersaan beide kanten tegen de sleuven in het apparaat teplaatsen. Sluit vervolgens de voorklep.4-4


OnderhoudVervangen van de tonercontainerWanneer in het berichtendisplay Voeg toner toe. verschijnt, moet de toner vervangen worden.Reinig telkens als u de tonercontainer vervangt de onderdelen volgens de onderstaande instructies. Door vuileonderdelen kan het resultaat minder worden.VOORZICHTIG: Probeer de tonercontainer niet te verbranden. De vonken kunnen brandwonden veroorzaken.Vervangen van de tonercontainer41 Open de voorklep.2 Draai de vergrendelingshendel van de tonercontainer inde ontgrendelingsstand. Duw de vergrendelingshendelvan de tonercontainer in de door de pijl aangeduidestand en trek de tonercontainer uit.OPMERKING: Stop de oude tonercontainer in de plasticzak (bijgeleverd bij de nieuwe tonerkit) en gooi deze laterweg overeenkomstig de lokale voorschriften en regels voorhet weggooien van afval.3 Haal de nieuwe tonercontainer uit de tonerkit. Schud denieuwe tonercontainer minstens 5 keer, zoalsweergegeven in de afbeelding, om de toner gelijkmatigte verdelen binnenin de container.4 Verwijder het label van de tonercontainer.4-5


Onderhoud5 Installeer de nieuwe tonercontainer in het apparaat. Drukstevig tegen de bovenkant van de container op deplekken waar PUSH staat, tot u een klik hoort.6 Draai de vergrendelingshendel van de tonercontainer inde vergrendelingsstand.7 Sluit de voorklep.OPMERKING: Lever de lege tonercontainer in bij uwdealer of servicevertegenwoordiger. De ingezameldetonercontainers worden gerecycled of verwijderd conform debetreffende voorschriften.4-6


5 Problemen oplossenIn dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u problemen met het apparaat kunt oplossen.• Storingen oplossen....................................................... 5-2• Reageren op foutmeldingen......................................... 5-6• Papierstoringen oplossen........................................... 5-145-1


Problemen oplossenStoringen oplossenIn de onderstaande tabel vindt u de algemene richtlijnen voor het oplossen van problemen.Als er zich een probleem voordoet met uw apparaat, lees dan de controlepunten door en voer de procedures op deaangegeven pagina’s uit. Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger.Probleem Controlepunten Mogelijke oplossing PaginaHet bedieningspaneelwerkt niet wanneerhet apparaat isingeschakeld.Er worden geenkopieën gemaaktwanneer ik op Startdruk.Er worden blancovellen papieruitgevoerd.De afdrukken zijn telicht.De afdrukken zijn tedonker.Zit de stekker van hetapparaat in het stopcontact?Staat er een bericht in hetBerichtendisplay?Staat het apparaat in deslaapstand?Zijn de originelen goedgeplaatst?Staat het apparaat ingesteldop Handmatige dichtheid?Is de toner gelijkmatigverdeeld in detonercontainer?Staat er een bericht dat ertoner moet wordentoegevoegd?Stop de stekker van het netsnoer ineen stopcontact.Bepaal de gepaste reactie op hetbericht en voer de bijbehorendeactie uit.Druk op een willekeurige toets ophet bedieningspaneel om deslaapstand uit te schakelen. Hetapparaat is binnen 15 secondenklaar om te kopiëren.Wanneer u de originelen op deglasplaat legt, plaats ze dan metde beeldzijde omlaag en lijn ze uittegen het sleufglas.Als u de originelen in dedocumenttoevoer plaatst, plaats zedan met de beeldzijde omhoog.Selecteer het juistedichtheidsniveau.Als u hetstandaarddichtheidsniveau wijzigt,pas dan de dichtheid handmatigaan en kies het gewenste niveau.Schud de tonercontainer eenaantal keren heen en weer.——2-72-542-55——4-5Vervang de tonercontainer. 4-5Is het papier vochtig? Vervang het papier. 2-40Is de EcoPrint-functie Schakel de EcoPrint-functie uit. —ingeschakeld?— Let erop dat depapiersoortinstelling klopt voor hetgebruikte papier.Staat het apparaat ingesteldop Automatische dichtheid?Staat het apparaat ingesteldop Handmatige dichtheid?Stel het juiste dichtheidsniveau invoor automatische dichtheid.Selecteer het juistedichtheidsniveau.————5-2


Problemen oplossenProbleem Controlepunten Mogelijke oplossing PaginaDe kopieën hebbeneen gevlamd patroon(groepjes stippen ineen patroon en nietgelijk uitgelijnd).De afdrukken zijn nietduidelijk.De afdrukken zijn vuil.De afdrukken zijnvaag.De afdrukken zijnscheef.Kan originelen nietdoorvoeren.Er treden vaakpapierstoringen op.De afdrukken zijngekreukt ofopgekruld.Is het origineel eenfotoafdruk?Heeft u de juistebeeldkwaliteit voor hetorigineel gekozen?Is de glasplaat of dedocumenttoevoer vuil?Wordt het apparaat in eenzeer vochtige omgevinggebruikt?Zijn de originelen goedgeplaatst?Is het papier goed geplaatst?Zijn de originelen goedgeplaatst?Is het papier goed geplaatst?Is de papiersoort geschikt? Ishet papier in goede staat?Is het papier gekruld,gevouwen of gekreukt?Zitten er losse stukjes papierof zit er vastgelopen papier inhet apparaat?Stel de beeldkwaliteit in op [Foto]. —Selecteer de juiste beeldkwaliteit. —Reinig de glasplaat of dedocumenttoevoer.Gebruik het apparaat in eenomgeving met de juistevochtigheid.Wanneer u originelen op deglasplaat legt, lijn ze dan uit tegenhet sleufglas.Wanneer er originelen in dedocumenttoevoer wordengeplaatst, moeten debreedtegeleiders van de originelengoed worden uitgelijnd voordat ude originelen plaatst.Controleer de positie van depapierbreedtegeleiders.Wanneer er originelen in dedocumenttoevoer wordengeplaatst, moeten debreedtegeleiders van de originelengoed worden uitgelijnd voordat ude originelen plaatst.Plaats het papier op de juistemanier.Haal het papier uit, draai het om enplaats het opnieuw.4-2—2-542-552-552-552-402-40Vervang het papier. 2-40Verwijder alle vastgelopen papier. 5-14Is het papier vochtig? Vervang het papier. 2-4055-3


Problemen oplossenProbleem Controlepunten Mogelijke oplossing PaginaAfdrukken lukt niet.Documenten wordenslecht afgedrukt.Afdrukken vanaf hetUSB-geheugen luktniet.Als een afbeelding,verstuurd van hetapparaat naar de pc,weergegeven wordt,dan is de horizontaleof verticale afmetingverkleind.Het USB-geheugenwordt niet herkend.Er verschijnenverticale strepen opde afdrukken.De bovenrand of deachterkant van hetpapier is vuil.Een deel van hetbeeld is tijdelijkonduidelijk ofvertoont wittestrepen.Zit de stekker van hetapparaat in het stopcontact?Stop de stekker van het netsnoer ineen stopcontact.Staat het apparaat aan? Zet de aan/uit-schakelaar aan. 2-6Is de printerkabelaangesloten?Stond het apparaat aan voorde printerkabel werdaangesloten?Is de afdruktaakgepauzeerd?Wordt de foutmeldingweergegeven?Zijn desoftwaretoepassingsinstellingen op de pc correctingesteld?Is de USB-host geblokkeerd?Sluit de juiste printerkabel goedaan.Zet het apparaat aan nadat u deprinterkabel heeft aangesloten.Druk op [Doorgaan] (delinkerkeuzetoets) om verder tegaan met afdrukken.—2-52-52-6—Volg de bijbehorende procedure. 5-6Controleer of de instellingen vanhet printsysteemstuurprogrammaen de softwaretoepassing correctzijn.Selecteer Ontgrendelen in deUSB-host-instellingen.— Controleer of het USB-geheugengoed aangesloten is op hetapparaat.Heeft u 200×100dpi Normaalof 200×400dpi Superfijn alsscanresolutie geselecteerd?Selecteer een andere scanresolutiedan 200 × 100dpi Normaal of 200 ×400dpi Superfijn als u een afbeeldingverzendt.— Controleer of het USB-geheugengoed aangesloten is op hetapparaat.Is de USB-host geblokkeerd?Selecteer Ontgrendelen in deUSB-host-instellingen.Is het sleufglas vuil? Maak het sleufglas schoon. 4-2Het kan zijn dat debinnenkant van het apparaatvuil is.Het kan zijn dat debinnenkant van het apparaatvuil is.Is de ontwikkelaar correctgeplaatst?Controleer de tonercontainer envervang deze indien nodig.Maak de binnenkant van hetapparaat schoon.Bevestig de ontwikkelaar op dejuiste manier.— Open en sluit de achterklep. ———————4-54-3—5-4


Problemen oplossenProbleem Controlepunten Mogelijke oplossing PaginaVerzenden via SMBniet mogelijk.Is de netwerkkabelaangesloten?Sluit de juiste netwerkkabel goedaan.2-5Zijn de netwerkinstellingenvoor het apparaat goedgeconfigureerd?Configureer de TCP/IP-instellingenop de juiste manier.—Zijn demapdelingsinstellingen goedgeconfigureerd?Staat het SMB-protocolingesteld op [Aan]?Controleer de deelinstellingen entoegangsrechten bij demapeigenschappen.Stel de SMB-protocolinstelling inop [Aan].2-313-215Is de [Hostnaam] goedingevoerd?Controleer de naam van decomputer waar de gegevens heenworden gestuurd.*2-30Is het [Pad] goed ingevoerd?Controleer de delingsnaam van degedeelde map.2-35Is de [Aanm.gebr.naam]goed ingevoerd?Controleer de domeinnaam en deaanmeldingsgebruikersnaam.**3-21Is dezelfde domeinnaamgebruikt voor de [Hostnaam]en [Aanm.gebr.naam]?Verwijder de domeinnaam en debackslash ("\") uit de[Aanm.gebr.naam].3-21Is het [Aanmeld.wachtw.]goed ingevoerd?Controleer hetaanmeldingswachtwoord.3-21Zijn de uitzonderingen voorWindows Firewall correctgeconfigureerd?Configureer de uitzonderingenvoor Windows Firewall op de juistemanier.2-36Verschillen detijdsinstellingen van hetapparaat, de domeinserveren degegevensbestemmingscomputer?Stel dezelfde tijd in op hetapparaat, de domeinserver en degegevensbestemmingscomputer.—Wordt in het scherm Fout bijverzenden. weergeven?Raadpleeg Reageren op Fout bijverzenden.5-6* U kunt ook een volledige computernaam als hostnaam invoeren (bijvoorbeeld pc001.abcdnet.com).** U kunt aanmeldingsgebruikersnamen ook in de volgende formaten invoeren:Domeinnaam/gebruikersnaam (bijvoorbeeld abcdnet/james.smith)Gebruikersnaam@domeinnaam (bijvoorbeeld james.smith@abcdnet)5-5


Problemen oplossenReageren op foutmeldingenAls het bedieningspaneel een van de volgende berichten weergeeft, voer dan de bijbehorende procedure uit.AlfanumeriekFoutmelding Controlepunten Mogelijke oplossing PaginaAfdrukoverloop. Taakis geannuleerd.Binnenlade isvol, verwijder deafdrukken.Begrensd doorTaakacounting.Afdrukken lukt niet.Beperkingtaakaccountingoverschreden.Afdrukken lukt niet.Beperkingtaakaccountingoverschreden.Scannen lukt niet.– De taak is geannuleerd. Druk op detoets OK.– Verwijder het papier uit de binnenladeen druk op OK om door te gaan metde taak.– Deze taak kan niet worden afgedruktomdat hij beperkt wordt doorTaakaccounting. Druk op de toetsOK.– De taak is geannuleerd. Druk op detoets OK.– De taak is geannuleerd. Druk op detoets OK.—————Beperking taakacc.overschreden. Taak isgeannuleerd.Is de toegestaneafdrukhoeveelheid beperktdoor taakaccountingoverschreden?De toegestane afdrukhoeveelheidbeperkt door taakaccounting isoverschreden. Er kan niet meerafgedrukt worden. De taak isgeannuleerd. Druk op de toets OK.—Bestand nietgevonden.Taak is geannuleerd.Boxbeperk. peilenoverschreden.Taak is geannuleerd.– Het opgegeven bestand kan nietworden gevonden. De taak isgeannuleerd. Druk op de toets OK.– De polling-box is vol en er is geenopslagcapaciteit meer. De taak isgeannuleerd. Druk op de toets OK.——Controleer cassette 1.Doet er zich een fout voormet het uitnemen van hetpapier uit de broncassette?Haal de cassette van deweergegeven bron uit (depapiercassettes of optionelepapierinvoeren) en controleer of hetpapier correct geplaatst is.—De developer is nietgeïnstalleerd.Is de developer correctgeïnstalleerd?Neem contact op met uwservicevertegenwoordiger.—De toner is bijna op. – Maak de tonercontainer klaar. 4-5Er is een foutopgetreden.Zet de aan/uitschakelaaruit en weer aan.– Er doet zich een systeemfout voor.Zet de aan/uit-schakelaar uit en weeraan.—5-6


Problemen oplossenFoutmelding Controlepunten Mogelijke oplossing PaginaFout bij verzenden.####– Er is een fout opgetreden tijdens hetverzenden. De mogelijke foutcodesen hun beschrijvingen zijn devolgende:1101: De servernaam van de SMTPserveris niet correct ingesteld of dehostnaam is onjuist bij het verzendenvan scangegevens naar een FTPserver.Gebruik het Embedded WebServer en registreer de naam van deSMTP-server en de hostnaamcorrect.1102: Deaanmeldingsgebruikersnaam isonjuist of de domeinnaam is nietingevoerd. Voer deaanmeldingsgebruikersnaam, dedomeinnaam en het wachtwoordcorrect in.1103: De naam van het netwerkpadis onjuist of u hebt geen toegang totde opgegeven map. Gebruik hetEmbedded Web Server en registreerde padnaam correct.1104: Geen adres van ontvanger.Voer het e-mailadres correct in.1105: E-mail - de SMTPprotocolinstellingis uitgeschakeld.Gebruik het Embedded Web Serveren schakel de SMTPprotocolinstellingin.Scannen naar pc (SMB) - de SMBinstellingis uitgeschakeld. Gebruikhet Embedded Web Server enschakel de SMB-instelling in.Scannen naar pc (FTP) - de FTPinstellingis uitgeschakeld. Gebruikhet Embedded Web Server enschakel de FTP-instelling in.1106: De instelling van hetafzenderadres bij e-mail: SMTP isniet geregistreerd. Gebruik hetEmbedded Web Server en registreerhet afzenderadres.—55-7


Problemen oplossenFoutmelding Controlepunten Mogelijke oplossing PaginaFout bij verzenden.####2101, 2102, 2103, 2201, 2202, 2203,3101: De netwerkkabel islosgekoppeld of de hub waarmee hijis verbonden werkt niet correct.Controleer de kabel en de hub. Helptdit niet, dan is de servernaam of dehostnaam van de SMTP-server nietcorrect ingesteld. Gebruik hetEmbedded Web Server en registreerde naam van de SMTP-server en dehostnaam correct.2204: De e-mailgrootte overschrijdtde toegestane hoeveelheidverzendgegevens. Beperk de grootteof resolutie van de te verzendengescande gegevens en verzend dee-mail opnieuw.5101, 5102, 5103, 5104, 7102, 720f:Schakel de aan/uit-schakelaar uit enweer aan. Als deze fout vakeroptreedt, noteer dan de weergegevenfoutcode en neem contact op met uwservicevertegenwoordiger. (Zie demogelijke oplossing voor defoutmelding “Er is een foutopgetreden.”)9181: Het gescande origineeloverschrijdt de toegestanehoeveelheid pagina's namelijk 999.Verzend de overige pagina'safzonderlijk.—Fout met account. – Stel de accounting-instellingenopnieuw in met behulp vanPRESCRIBE.—Fout met RAM-schijf.Druk op [OK]. ##– Er is een fout op de RAM-schijfopgetreden. Bekijk de foutcode dieop de plaats van ## staat. Demogelijke foutcodes en hunbeschrijvingen zijn de volgende:01: Formatteerfout. Zet de voedinguit en weer aan.02: RAM-schijfmodus staat Uit. Zetde RAM-schijfmodus Aan via hetbedieningspaneel.04: Geen schijfruimte. Verwijderonnodige bestanden.05: Opgegeven bestand staat niet opde schijf.06: Onvoldoende geheugen om hetRAM-schijfsysteem te ondersteunen.Breid het geheugen uit.—5-8


Problemen oplossenFoutmelding Controlepunten Mogelijke oplossing PaginaFout met USBgeheugen.Taak is geannuleerd.– De taak is geannuleerd. Druk op detoets OK.—Geheugen is vol.Printopdracht kanniet voltooid worden.– De taak kan niet worden voortgezetomdat het geheugen opgebruikt is.Druk op OK om de gescandepagina's af te drukken. De afdruktaakkan niet volledig worden verwerkt.Druk op de toets Stop om de taak teannuleren.—5Geheugen is vol. Taakis geannuleerd.– De taak is geannuleerd. Druk op detoets OK.—Hoorn ligt van dehaak.Hang op.– Plaats de hoorn terug. —Kan papier nietdoorvoeren. Plaatscassette 1.Is één van depapierinvoeren of deprintercassette hoger dande geselecteerde cassetteniet goed afgesloten als éénof meerdere optionelepapierinvoeren geïnstalleerdzijn?Sluit de papierinvoer goed. 2-41Kan deze taak nietuitvoeren. Beperktdoorgroepsautorisatie.– Deze taak is geannuleerd omdat hijbeperkt wordt doorGroepsautorisatie. Druk op de toetsOK.—Kan de taakdata nietopslaan. Taak isgeannuleerd.Is er voldoende ruimtebeschikbaar op de RAMschijf?Afdrukken met behulp van deTaakboxfunctie is mislukt doordat erte weinig ruimte beschikbaar was opde RAM-schijf. Wijzig de capaciteitvan de RAM-schijf met decijfertoetsen.—Kan niet dubbelzijd.printen op dit papier.Hebt u een papierformaat ofmediatype geselecteerdwaarop niet dubbelzijdig kanworden afgedrukt?Selecteer het beschikbarepapiertype. Druk op OK om af tedrukken zonder de dubbelzijdigefunctie (Duplex).3-12KPDL-fout. Taak isgeannuleerd.Max. aantal gescandepagina's.Taak is geannuleerd.– De taak is geannuleerd. Druk op detoets OK.– Het scannen kan niet wordenuitgevoerd omdat er te weinigscannergeheugen is. De taak isgeannuleerd. Druk op de toets OK.——Werd de toegestanescanhoeveelheidoverschreden?Druk op OK om de gescandepagina's af te drukken, te verzendenof op te slaan. Druk op de toets Stopom het afdrukken, verzenden ofopslaan te annuleren.—5-9


Problemen oplossenFoutmelding Controlepunten Mogelijke oplossing PaginaNiet-originele toner.Druk op [Help].Dit bericht verschijnt als degeïnstalleerdetonercontainer niet origineelis.De fabrikant kan niet aansprakelijkworden gesteld voor schade doorniet-originele toner.Wij adviseren u enkel origineletonercontainers te gebruiken.4-5Wilt u de op dit momentgeïnstalleerde tonercontainergebruiken, houd dan de toetsen OKen Stop gedurende 3 seconden oflanger tegelijk ingedrukt.Onjuiste account-ID.Taak is geannuleerd.Onjuisteaanmeldingsgebr.naam of wachtw. Taakis geannuleerd.– Deze taak is geannuleerd omdat hijbeperkt wordt door Taakaccounting.Druk op de toets OK.– Voer de juisteaanmeldingsgebruikersnaam ofwachtwoord in.——Onjuiste IDIs de gebruikers-ID die isopgegeven voor deprivétaak correct?De gebruikers-ID die voor eenprivétaak is ingevoerd is niet correct.Controleer de gebruikers-ID die u opde printerdriver heeft ingevoerd.—Onjuiste account-ID. – De account-ID komt niet overeen.Controleer de geregistreerdeaccount-ID.—Onbekende tonergeïnstalleerd. pcKomt de regiospecificatievan de tonercontainerovereen met die van hetapparaat?Installeer de gespecificeerdetonercontainer.4-5Onvoldoendegeheugen.Taak kan niet starten– Het scannen kan niet wordenvoortgezet omdat er te weiniggeheugen is.Druk op OK om de gescandepagina's af te drukken. Druk opAnnuleren om de afdruktaak teannuleren.—Plaats papier incassette 1.Is het papier in deaangegeven cassette op?Plaats papier. 2-41Plaats papier in demultifunctionele lade.Is in de multifunctionele ladepapier van hetgeselecteerde formaatgeplaatst?Plaats papier in de multifunctionelelade van het formaat en het type datin het Berichtendisplay weergegevenwordt.2-445-10


Problemen oplossenFoutmelding Controlepunten Mogelijke oplossing PaginaPlaats origineelen druk op Start-toets.– Haal de originelen uit dedocumenttoevoer, leg ze in deoorspronkelijke volgorde en plaats zeopnieuw. Druk op Start om verder tegaan met afdrukken.Druk op de toets Stop om de taak teannuleren.2-55Papierstoring. – Als zich een papierstoring voordoet,wordt het apparaat stopgezet enwordt de plek met de papierstoring inhet Berichtendisplay weergegeven.Laat het apparaat aan staan en volgde instructies op om het vastgelopenpapier te verwijderen.Sluit klep voorkant. Staat er een klep open? Sluit de klep die weergegeven wordtop het bedieningspaneel.5-14—5Sluit documenttoevoer.Staat de documenttoevoeropen?Sluit de documenttoevoer. —Staat de bovenklep van dedocumenttoevoer open?Sluit de bovenklep van dedocumenttoevoer.—Storing apparaat.Bel service.– Er is een interne fout opgetreden.Schrijf de foutcode op die in hetBerichtendisplay wordt weergegeven.Zet het apparaat uit, haal de stekkeruit het stopcontact en neem contactop met uw servicevertegenwoordiger.—Wordt foutcode "C4200"weergegeven?Er is interne condens ten gevolge vaneen plotse temperatuursverandering.Zet het apparaat uit en laat hetgedurende 30 tot 90 minuten staan;zet het daarna weer aan. Als ditbericht blijft staan, zet dan hetapparaat uit, haal de stekker uit hetstopcontact en neem contact op metuw servicevertegenwoordiger.—Taak niet opgeslagen.Druk op [OK].– Druk op de toets OK om de taak op teslaan.—Voeg toner toe.Brandt naast het weergevenbericht ook een Opgeletlampje?Vervang de tonercontainer. 4-5Verbinden metverificatieserver luktniet.– Druk op OK en controleer devolgende elementen:• Registratie bij verificatieserver• Wachtwoord en computeradresvoor verificatieserver• Netwerkverbinding—5-11


Problemen oplossenFoutmelding Controlepunten Mogelijke oplossing PaginaVerwijderbaargeheugen is vol. Taakis geannuleerd.– De taak is geannuleerd. Druk op detoets OK.—Verwijder origineel uitdocumenttoevoer.Zitten er nog originelen in dedocumenttoevoer?Verwijder de originelen uit dedocumenttoevoer.—Vervang MK. – De elementen van de onderhoudskitdienen elke 100.000 afgedruktepagina's te worden vervangen envervolgens is een professioneleonderhoudsbeurt vereist. Neemcontact op met uwservicevertegenwoordiger.—5-12


Problemen oplossenReageren op een knipperend Opgelet-lampjeAls er een Opgelet-lampje knippert, druk dan op [Status/Taak annuleren] om de foutmelding te controleren. Als hetbericht niet weergegeven wordt in het Berichtendisplay wanneer u op [Status/Taak annuleren] drukt of als hetOpgelet-lampje 1,5 seconde knippert, controleer dan het volgende.Probleem Controlepunten Mogelijke oplossing PaginaHet verzenden van eenfax lukt niet.Is de modulaire kabelgoed aangesloten?Sluit de modulaire kabelop de juiste manier aan.—Is het toegestanefaxnummer of toegestaneID-nummer juistgeregistreerd?Controleer het toegestanefaxnummer of toegestaneID-nummer.Gebruikershandleidingvoor de faxHoofdstuk 6 "RegisteringPermit FAX No." en"Registering Permit IDNo."5Is er eencommunicatiefoutopgetreden?Controleer de foutcodesin het Verzend- enontvangstresultatenrapport en hetActiviteitenrapport. Als defoutcode begint met een"U" of "E", voer dan debijbehorende procedureuit.Gebruikershandleidingvoor de faxAppendix"Error Code List"Is de faxlijn van deontvanger bezet?Verzend opnieuw. —Antwoordt hetfaxapparaat van deontvanger?Verzend opnieuw. —Doet zich een andere foutvoor dan hierbovenvermeld?Neem contact op met uwservicevertegenwoordiger.—5-13


Problemen oplossenPapierstoringen oplossenAls zich een papierstoring voordoet, dan verschijnt er een storingsbericht en wordt het kopiëren of afdrukkenstopgezet.Laat de aan/uit-schakelaar ingeschakeld staan en verwijder het vastgelopen papier zoals hieronder aangegeven.Lampjes voor storingslocatiesAls zich een papierstoring voordoet, dan geeft de foutmelding de plek van de storing aan.Plaats van de papierstoringPaginaDocumenttoevoer 5-18Binnenin het apparaat 5-16Multifunctionele lade 5-15Cassettes 5-15Duplexeenheid 5-16Achterklep 5-18Voorzorgsmaatregelen bij papierstoringenAls zich een papierstoring voordoet, dan verschijnt er een storingsbericht en wordt het kopiëren of afdrukkenstopgezet.• Gebruik vastgelopen papier niet opnieuw.• Als het papier tijdens het verwijderen scheurt, dan moet u alle losse stukjes papier uit het apparaat halen. Stukjespapier die in het apparaat achterblijven, kunnen nieuwe papierstoringen veroorzaken.• De pagina waarbij de storing optrad, wordt opnieuw afgedrukt.VOORZICHTIG: De fixeereenheid is zeer heet. Neem voldoende voorzorgsmaatregelen wanneer u in dit gedeeltewerkt, aangezien er gevaar bestaat op brandwonden.OnlinehulpberichtenDruk, wanneer een papierstoring weergegeven wordt, op [Help] (de linkerkeuzetoets) om de procedure voor hetopheffen van de storing weer te geven.Druk op om de volgende stap weer te geven en druk op om de vorige stap weer te geven.Druk op de toets OK om het onlinehulp-display af te sluiten.5-14


Problemen oplossenMultifunctionele ladeVolg de onderstaande stappen om papierstoringen in de multifunctionele lade op te lossen.1 Verwijder het vastgelopen papier uit de multifunctionelelade.52 Open en sluit de bovenklep en voorklep om de fout tewissen.Cassette/PapierinvoerVolg de onderstaande stappen om papierstoringen in de cassette of papierinvoer op te lossen.1 Trek de cassette of optionele papierinvoer uit.2 Verwijder alle gedeeltelijk ingevoerde papier.OPMERKING: Controleer of het papier correct geplaatstis. Is dit niet het geval, plaats het papier dan opnieuw.3 Duw de cassette weer stevig op zijn plaats. De printerwordt opgewarmd en gaat verder met afdrukken.5-15


Problemen oplossenDuplexeenheidEr is papier vastgelopen in de duplexeenheid. Verwijder het vastgelopen papier volgens de onderstaande procedure.1 Trek de papiercassette helemaal uit het apparaat.2 Open de klep van de duplexeenheid aan de voorkantvan het apparaat en verwijder alle vastgelopen papier.Open de klep van de duplexeenheid aan de achterkantvan het apparaat en verwijder alle vastgelopen papier.3 Duw de cassette weer stevig op zijn plaats, en open ensluit de voorklep om de fout te wissen. Het apparaatwordt opgewarmd en gaat verder met afdrukken.Binnenin het apparaat1 Trek de papiercassette helemaal uit het apparaat.Verwijder alle gedeeltelijk ingevoerde papier.2 Open de voorklep en til de ontwikkelaar samen met detonercontainer uit het apparaat.5-16


Problemen oplossen3 Verwijder de drum uit het apparaat door de groenehendels met beide handen vast te houden.VOORZICHTIG: De fusereenheid binnenin het apparaat iszeer heet. Raak deze niet aan want dit kan brandwondenveroorzaken.5OPMERKING: De drum is gevoelig voor licht. Stel de drumnooit langer dan vijf minuten bloot aan licht.4 Als het vastgelopen papier vastgeklemd lijkt te zittentussen de rollen, trek het dan in de normale looprichtinguit.5 Zet de drum terug op zijn plek door de geleiders aanbeide kanten tegen de sleuven in het apparaat teplaatsen.6 Zet de ontwikkelaar samen met de tonercartridge terugin het apparaat. Sluit de voorklep. Het apparaat wordtopgewarmd en gaat verder met afdrukken.5-17


Problemen oplossenAchterklepVolg de onderstaande stappen om een papierstoring in de achterklep op te lossen.1 Open de achterklep en verwijder het vastgelopen papierdoor het uit te trekken.VOORZICHTIG: De fusereenheid binnenin het apparaat iszeer heet. Raak deze niet aan want dit kan brandwondenveroorzaken.Als er papier vastgelopen is in de fusereenheid, opendan de fuserklep en verwijder het papier door het uit tetrekken.Documenttoevoer2 Sluit de achterklep, en open en sluit de bovenklep om defout te wissen. Het apparaat wordt opgewarmd en gaatverder met afdrukken.Volg de onderstaande stappen om papierstoringen in de documenttoevoer op te lossen.1 Verwijder alle originelen uit de documentinvoerlade.5-18


Problemen oplossen2 Open de linkerklep van de documenttoevoer.3 Verwijder het vastgelopen origineel.Als het origineel vastzit tussen de rollen of moeilijk teverwijderen is, ga dan naar de volgende stap.54 Open de documenttoevoer.5 Verwijder het vastgelopen origineel.Als het origineel scheurt, haal dan alle losse stukjes uithet apparaat.6 Sluit de documenttoevoer.7 Plaats de originelen.5-19


5-20Problemen oplossen


Appendix• Optionele apparatuur....................................... Appendix-2• Invoermethode voor karakters......................... Appendix-3• Specificaties .................................................... Appendix-4Appendix-1


Optionele apparatuurOverzicht optionele apparatuurDe volgende optionele apparatuur is beschikbaar voor het apparaat.UitbreidingsgeheugenPapierinvoerPapierinvoerMet behulp van de papierinvoer kunt u drie extrapapiercassettes aan de onderkant van het apparaattoevoegen voor een continue toevoer van grotehoeveelheden papier. De papiercapaciteit en de manier vanplaatsen zijn hetzelfde als bij cassette 1.UitbreidingsgeheugenOm het printergeheugen uit te breiden voor meergecompliceerde afdruktaken, kunt u een optionelegeheugenmodule (DIMM) in de geheugensleuf op dehoofdprintplaat steken. U kunt extra geheugenmodules van128, 256 of 512 MB kiezen. De maximale geheugengrootte is768 MB.OPMERKING: Het uitbreidingsgeheugen moet door uwservicetechnicus geïnstalleerd worden. Wij zijn nietaansprakelijk voor eventuele schade die wordt veroorzaaktdoor een onjuiste installatie van een geheugenuitbreiding.Appendix-2


Invoermethode voor karaktersGebruik in schermen waar karakters ingevoerd moeten worden de onderstaande procedure om de karakters in tevoeren.Gebruikte toetsenGebruik de volgende toetsen om karakters in te voeren.1 2673 451. Toets OK Druk op deze toets om de ingevoerde karakters te bevestigen.2. Toets Wissen Druk op deze toets om het karakter bij de cursor te wissen. Als de cursor aan het eindvan de regel staat, dan wordt het karakter links ervan gewist.3. Toets Terug Druk op deze toets om terug te keren naar het scherm van waaruit u het scherm voorhet invoeren van karakters opgeroepen heeft.4. Cursortoetsen Gebruik deze toetsen om naar de invoerpositie te gaan of om een karakter te selecterenuit de lijst met karakters.5. Cijfertoetsen Gebruik deze toetsen om het karakter te selecteren dat u wilt invoeren.6. Toets Reset Druk op deze toets om het invoeren van karakters te annuleren en terug te keren naarhet stand-by-scherm.7. Rechterkeuzetoets Druk op deze toets om het type karakters dat u wilt invoeren te selecteren. (Wanneer[Tekst] weergegeven wordt)Appendix-3


SpecificatiesOPMERKING: Wijzigingen van specificaties voorbehouden zonder voorafgaande kennisgeving.Algemene functiesItemBeschrijvingTypeAfdrukmethodeBeeldschrijfsysteemDesktopElektrofotografie door halfgeleiderlaser, enkelvoudig drumsysteemSemiconductorlaser (1 straal)PapiergewichtVoorcassette 60 tot 120 g/m 2 (dubbelzijdig: 60 tot 120 g/m 2 )Multifunctionele60 tot 220 g/m 2ladePapiersoort Voorcassette Normaal, Ruw, Gerecycled, Voorbedrukt, Bond, Kleur, Geperforeerd,Briefpapier, Hoge kwaliteit, Custom 1 tot 8MultifunctioneleladeVoorcassetteCassette(optioneel)PapierformaatMultifunctioneleladeNormaal, Overheads (OHP-folies), Ruw, Velijn, Etiketten, Gerecycled,Voorbedrukt, Bond, Karton, Kleur, Geperforeerd, Briefpapier, Dik, Envelop,Hoge kwaliteit, Custom 1 tot 8Maximum: 8 1/2 × 14"/LegalMinimum: 5 1/2 × 8 1/2"/A6 (dubbelzijdig: 7 1/4 × 10 1/2"/A5)Maximum: 8 1/2 × 14"/LegalMinimum: 7 1/4 × 10 1/2"/A5)Voorcassette 250 vel (80 g/m 2 )InvoercapaciteitMultifunctioneleladeCapaciteit opvangbak 150 vel (80 g/m 2 )Maximum: 8 1/2 × 14"/LegalMinimum: 3 5/8 × 6 1/2"/A6 (Duplex: 7 1/4 × 10 1/2"/A5)50 vel (80 g/m 2 , normaal papier, A4/Letter of kleiner)Hoofdgeheugen Standaard: 256MB Maximum: 768MBInterface Standaard USB-interface-aansluiting: 1 (USB Hi-Speed)USB-host: 1Netwerkinterface: 1 (10 BASE-T/100 BASE-TX)BedrijfsomgevingOpwarmtijd(22 °C, 60%)Afmetingen(b x d x h)OptieTemperatuur 10 tot 32,5 °CVochtigheid 15 tot 80%HoogteVerlichtingIngeschakeldSlaapstandModel zonderfaxfunctieModel metfaxfunctieKUIO/W-sleuf: 1 (enkel voor de model zonder faxfunctie)2.500 m of minder1.500 lux of minder20 seconden of minder15 seconden of minder494 × 410 × 366 mm494 × 430 × 448 mmAppendix-4


ItemBeschrijvingVereisteruimte(b x d)Model zonderfaxfunctieModel metfaxfunctieModel zonderfaxfunctieModel metfaxfunctieCirca 15 kgCirca 18 kg494 × 613 mm494 × 633 mmVereiste spanning 230 V Specificatie model: 220 tot 240 V (50/60 Hz, meer dan 4,2 A)Gewicht(zonder tonercontainer)Stroomverbruik(maximaal)Stroomverbruik(tijdensafdrukken)Stroomverbruik(instand-by)30 ppm-modelzonderfaxfunctie35 ppm-modelzonderfaxfunctie30 ppm-modelmet faxfunctie35 ppm-modelmet faxfunctie30 ppm-modelzonderfaxfunctie35 ppm-modelzonderfaxfunctie30 ppm-modelmet faxfunctie35 ppm-modelmet faxfunctie30 ppm-modelzonderfaxfunctie35 ppm-modelzonderfaxfunctie30 ppm-modelmet faxfunctie35 ppm-modelmet faxfunctieStandaard: 1031 W (Europa)Met opties: 1038 W (Europa)Standaard: 1035 W (Europa)Met opties: 1041 W (Europa)Standaard: 1035 W (Europa)Met opties: 1042 W (Europa)Standaard: 1037 W (Europa)Met opties: 1043 W (Europa)Standaard: 480,1 W (Europa)Met opties: 485,9 W (Europa)Standaard: 497,1 W (Europa)Met opties: 508,8 W (Europa)Standaard: 481,6 W (Europa)Met opties: 486 W (Europa)Standaard: 501,7 W (Europa)Met opties: 509,8 W (Europa)Standaard: 77,9 W (Europa)Met opties: 82 W (Europa)Standaard: 79,6 W (Europa)Met opties: 82,2 W (Europa)Standaard: 83,1 W (Europa)Met opties: 83,9 W (Europa)Standaard: 83,9 W (Europa)Met opties: 84,2 W (Europa)Appendix-5


ItemBeschrijvingStroomverbruik(slaapstand)30 ppm-modelzonderfaxfunctie35 ppm-modelzonderfaxfunctie30 ppm-modelmet faxfunctie35 ppm-modelmet faxfunctieStroomverbruik (uitgeschakeld)OptiesStandaard: 7,8 W (Europa)Met opties: 9,6 W (Europa)Standaard: 7,8 W (Europa)Met opties: 9,6 W (Europa)Standaard: 10,6 W (Europa)Met opties: 12,3 W (Europa)Standaard: 10,6 W (Europa)Met opties: 12,3 W (Europa)0,5 W of minderPapierinvoer (tot 2 units)KopieerfunctiesKopieersnelheidItemEnkelzijdigDubbelzijdigBeschrijving30 ppm-modelP:A4R/LetterR: 30/32 vellen/min. Legal: 26 vellen/min.B5R: 24 vellen/min. A5R/A6R: 17 vellen/min.35 ppm-model:A4R/LetterR: 35/37 vellen/min. Legal: 30 vellen/min.B5R: 24 vellen/min. A5R/A6R: 17 vellen/min.30 ppm-model:A4R/LetterR: 17/18 vellen/min. Legal: 16 vellen/min.35 ppm-model:A4R/LetterR: 19/20 vellen/min. Legal: 18 vellen/min.Tijd tot de eerste kopie(A4, invoer vanuit cassette)Zonder gebruik van de documenttoevoer: 6,9 seconden of minderBij gebruik van de documenttoevoer: 7,9 seconden of minderZoombereik Handmatig: 25 tot 400%, in stappen van 1%Vaste zoomfactoren:400%, 200%, 141%, 129%, 115%, 90%, 86%, 78%, 70%, 64%, 50%, 25%Continu kopiërenResolutieOndersteundeorigineelsoortenInvoersysteem originelen1 tot 999 vellen (kan ingesteld worden op stappen van één vel)600 × 600 dpiVellen, boeken en driedimensionale voorwerpen (maximaal origineelformaat:Folio/Legal)VastAppendix-6


PrintfunctiesItemBeschrijvingAfdruksnelheidTijd tot eersteafdruk(A4, invoervanuitcassette)Zelfde als kopieersnelheid.30 ppm-model 6 seconden of minder35 ppm-model 7 seconden of minderResolutie 30 ppm-model Fast 1200, 600 dpi.300 dpi35 ppm-model Fijn 1200, Snel 1200, 600 dpi, 300 dpiBesturingssysteem Windows XP, Windows Server 2003, Windows Vista, Windows Server 2008,Windows 7, Apple Macintosh OS 10.XInterface Standaard USB-interface-aansluiting: 1 (USB Hi-Speed)USB-host: 1Netwerkinterface: 1 (10 BASE-T/100 BASE-TX)PaginabeschrijvingstaalEmulatiePRESCRIBEPCL6 (PCL5e, PCL-XL), KPDL3 (PostScript 3-compatibel), Line Printer,IBM Proprinter, DIABLO 630, EPSON LQ-850ScanfunctiesItemBeschrijvingBesturingssysteem Windows XP, Windows Server 2003, Windows Vista, Windows Server 2008,Windows 7SysteemvereistenResolutieBestandsindelingScansnelheid *1InterfaceNetwerkprotocolIBM PC/AT compatibelProcessor: Celeron 600 MHz of hogerRAM: 128 MB of meerVrije ruimte harddisk: 20 MB of meerInterface: Ethernet, USB600 dpi, 400 dpi, 300 dpi, 200 dpi, 200 × 400 dpi, 200 × 100 dpiJPEG, TIFF, PDF, XPS1-zijdig: Z/W 35 beelden/min.Kleur 14 beelden/min.2-zijdig: Z/W 18 beelden/min.Kleur 8 beelden/min.(A4 liggend, 300 dpi, beeldkwaliteit: origineel Tekst/Foto)Ethernet (10 BASE-T/100 BASE-TX)USB2.0 (Hi-Speed USB)TCP/IPAppendix-7


ItemBeschrijvingTransmissiesysteem Pc-transmissie SMB Scan naar pcFTP Scan naar FTP, FTP via SSLE-mailtransmissie SMTP Scan naar e-mailScan naar USBTWAIN-scan* 1WIA-scan* 2*1 Beschikbare besturingssystemen: Windows XP, Windows Server 2003, Windows Vista, Windows Server 2008,Windows 7*2 Beschikbare besturingssystemen: Windows Vista, Windows Server 2008, Windows 7DocumenttoevoerItemBeschrijvingInvoermethodeoriginelenOndersteundeorigineelsoortenAutomatische invoerLosse vellenPapierformaatMaximum: Legal/A4Minimum: Statement/A5Papiergewicht Enkelzijdig: 50 tot 120 g/m 2Dubbelzijdig: 50 tot 110 g/m 2Laadcapaciteit Maximaal 50 vellen (50 tot 80 g/m 2 )MilieuspecificatiesItemBeschrijvingTijd tot slaapstand (standaardinstelling)Hersteltijd vanuit slaapstandDubbelzijdig afdrukkenInvoermogelijkheden papier1 minuut15 seconden of minderStandaard100% gerecycled papier mag worden gebruikt.OPMERKING: Raadpleeg uw dealer of uw servicevertegenwoordiger voor de aanbevolen papiersoorten.EN ISO 7779Der höchste Schalldruckpegel beträgt 70 dB (A) oder weniger gemäß EN ISO 7779.EK1-ITB 2000Das Gerät ist nicht für die Benutzung im unmittelbaren Gesichtsfeld am Bildschirmarbeitsplatz vorgesehen. Umstörende Reflexionen am Bildschirmarbeitsplatz zu vermeiden, darf dieses Produkt nicht im unmittelbarenGesichtsfeld platziert werden.Appendix-8


IndexIndexAAanmelden 3-2AansluitenLAN-kabel 2-5Netvoedingskabel 2-8USB-kabel 2-8Aanzetten 2-6Afdrukken 3-16Afdrukken vanuit een toepassing 3-16Afmelden 3-2BBedieningspaneel 1-2BeeldkwaliteitKopiëren 3-7BestemmingKiezen uit het adresboek 3-25Kiezen via snelkiestoets 3-27Opzoeken 3-25Verzenden naar verschillende soortenbestemmingen (multi-verzenden)3-27Bestemming opgeven 3-25Bijgeleverde onderdelen 2-2Bovenklep 1-6Breedtegeleiders voor originelen 1-6CCassettePapier plaatsen 2-41DDatum en tijd instellen 2-10Dichtheid instellenAuto 3-8Handmatig 3-8Kopiëren 3-8Documenttoevoer Appendix-8Geschikte originelen 2-55Niet geschikte originelen 2-55Originelen plaatsen 2-55Zo plaatst u originelen 2-55Duplex 3-12Dvd 2-2EE-mailVerzenden als e-mail 3-19E-mail verzenden 2-27Embedded Web Server 2-26FFoutmeldingen 5-6GGlasplaatOriginelen plaatsen 2-54GPL/LGPL -xviiHHandgreep voor openen/sluiten documenttoevoer1-6KKabels voorbereiden 2-4KopieBeeldkwaliteit selecteren 3-9KopiërenDichtheid instellen 3-8Dubbelzijdig kopiëren 3-12Kopiëren met sorteren 3-15Kopiëren met verschuiven 3-15Kopiëren met zoom 3-10Kopiëren met zoomAutomatische zoom 3-10Handmatige zoom 3-10Index-1


IndexLVoorgeprogrammeerde zoom 3-10LAN-kabelAansluiten 2-5MMultifunctionele lade (MF-lade)Papierformaat en mediatype 2-51Multi-verzenden (verzenden naar verschillendesoorten bestemmingen) 3-27NNetvoedingskabelAansluiten 2-8NetwerkInstellen 2-13Netwerkinterface 2-4Netwerkkabel 2-4Aansluiten 2-5OOnderdeelnamen 1-1OptieOverzicht Appendix-2Papierinvoer Appendix-2Uitbreidingsgeheugen Appendix-2OrigineelIn de documenttoevoerplaatsen 2-55Op de glasplaat plaatsen 2-54Origineleninvoer 1-6Originelenstopper 1-6Originelenuitvoer 1-6PPapierFormaat en mediatype 2-49In de cassettes plaatsen 2-41In de multifunctionele lade plaatsen 2-44Voordat u het papier plaatst 2-40Papierinvoer Appendix-2Papierstoring 5-14Cassette 1 5-15Documenttoevoer 5-18Duplexeenheid 5-16Lampjes voor storingslocaties 5-14Multifunctionele lade 5-15Papierinvoer 5-15Voorzorgsmaatregelen 5-14Product Library 2-2RReinigenScheider 4-5Sleufglas 4-3Resolutie Appendix-6, Appendix-7SScheiderReinigen 4-5SleufglasReinigen 4-3SpecificatiesAlgemene functies Appendix-4Documenttoevoer Appendix-8Kopieerfuncties Appendix-6Milieuspecificaties Appendix-8Printfuncties Appendix-7Scanfuncties Appendix-7Storingen oplossen 5-2TTaakAnnuleren 3-28Taal wijzigen 2-8UUitbreidingsgeheugen Appendix-2Uitzetten 2-6USB-interface 2-4USB-kabelAansluiten 2-8VVerbindingsmethode 2-3Index-2


IndexVerzendenVerzenden als e-mail 3-19Verzenden naar map (FTP) 3-23Verzenden naar map (SMB) 3-23Verzenden naar verschillende soortenbestemmingen (multi-verzenden) 3-27Voorbereiding 2-1ZZoom-functieKopiëren 3-10Index-3


Index-4Index


TA Triumph-Adler GmbH, Ohechaussee 235, 22848 Norderstedt, Germany

More magazines by this user
Similar magazines