FV5jaaraward - Food Valley

foodvalley.nl

FV5jaaraward - Food Valley

Hollandse

vernieuwing

5 Jaar Food Valley Award


Nieuwe producten verhogen de

gemiddelde marge Innovatie door

concentratie Eerst geloven, dan

zien Innoveren is keihard werken

Bouw een stevige springplank voor

de sprong in de diepte Onze kracht

is het ketendenken We spelen snel

in op veranderingen in de markt

Je moet verliefd worden op het idee

Onderzoekers moeten vooral vertalers

zijn Innovatie zit in ons DNA

Je moet van goeden huize komen om

een innovatie op de kaart te zetten

De Food Valley Award is de keramische

beeltenis van de vallei waar de ontwikkeling

van voeding centraal staat. Het ontwerp is

van de hand van industrieel kunstenaar

Olav Slingerland.


Kracht achter innovatie

De Food Valley Award. In het leven geroepen om innovatie in het

agrifood domein te stimuleren. Sinds vijf jaar bekroont de stichting

Food Valley met deze innovatieprijs jaarlijks het meest onderscheidende

initiatief op het gebied van innovatie, samenwerking

en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor betrokken

organisaties een uitgelezen kans om te laten zien op welke wijze

zij excelleren.

We zijn vijf jaar en vele indrukwekkende innovaties verder. Stuk

voor stuk illustreren deze de kracht en diversiteit van het Nederlandse

agrifood kenniscluster. Met achter elke innovatie een

gepassioneerd team met een ijzersterke wil. Mensen met een groot

doorzettingsvermogen die, vaak met de nodige tegenwind, veel

energie hebben gestoken in de realisatie van hun idee. Veelal

intensieve trajecten die vragen om karakters met toekomstvisie.

2

Met trots presenteren wij u het innovatieverhaal van alle Food Valley

Award winnaars en genomineerden van de afgelopen vijf jaar. Elk

verhaal is geschreven vanuit de beleving en expertise van de innovator,

van ruw idee tot marktintroductie en verder. Nederland innoveert en

onderneemt in de wereldtop. Enkele invloedrijke deskundigen spreken

hun gedachten uit over het innovatieklimaat nu en in de toekomst.

Tezamen vormen de verhalen een bundeling van de innovatiekrachten

die Nederland rijk is.

We hopen dat deze jubileumuitgave mag fungeren als inspiratiebron

voor iedereen bij wie vernieuwing door de aderen stroomt. We nodigen

u natuurlijk graag uit om in de toekomst het innovatieve resultaat met

ons te delen als deelnemer in de race om de Food Valley Award.

Roger van Hoesel

Directeur stichting Food Valley

3


Inhoudsopgave

Valess, de gezonde variatie op vlees 07

Gezond groentesap uit restproducten 11

Frituren zonder vet 15

Verrijkte eieren tegen oogziekte 19

ETENIA TM , texturen op maat 23

Nederland telt veel pioniers 26

Novarin ® , een gezond margarineconcept 31

Foodjetprinter, voor digitale decoratie 35

Je hoeft het wiel niet continu uit te vinden 38

Bacteriofagen tegen ziekteverwekkers 43

Hoogwaardige eiwitten uit aardappels 47

Ook toekomstige generaties verdienen een goede boterham 50

Plantsensoren in de tuinbouw 55

Slim worst garen met radiogolven 59

Bouw sterke kennisnetwerken voor vernieuwing 62

Groene stroom uit reststoffen 67

UV-licht, bescherming voor het gewas 71

Teff, Europese marktintroductie van traditioneel graan 75

Duurzaam geteelde appels met een betere opbrengst 79

Je moet doortrappen om voorop te blijven fietsen 82

Greenportkas, duurzame innovatie in glastuinbouw 87

Steriliseren met koud plasma 91

Innovatie op waarde geschat 94

Stichting Food Valley 95

4

5


Valess, de gezonde

variatie op vlees

“Valess is bedacht door een gepensioneerde souschef van het Amstel

Hotel. Hij was tachtig toen hij een nieuw, vezelachtig materiaal

creëerde uit melkeiwit en algen. Een prima vleesvervanger, vond hij,

dus hij stapte ermee naar FrieslandCampina. Met succes. Wij testten

het op haalbaarheid en er bleek een markt te zijn voor een gezond

en lekker vleesalternatief. Er waren al vleesvervangers te koop, maar

die hadden niet de typische, vezelachtige structuur van Valess. Deze

structuur geeft hetzelfde ‘mondgevoel’ als vlees.

Het begin van het productieproces lijkt op kaas maken: we scheiden

de eiwitten uit melk van de rest. Aan die eiwitten voegen we voedingsvezels

uit algen toe. Het product heeft dan nog een neutrale smaak,

waar je heel eenvoudig kruiden en aroma’s aan toe kunt voegen. Een

groot pluspunt is dat Valess weinig vet bevat en gezond is. Door de

toevoeging van ijzer en vitamines heeft het dezelfde voedingswaarde

als vlees. Belangrijk is ook het duurzame aspect: Valess scoort hoog

op aspecten als milieu en sustainability.

7


“Nieuwe producten verhogen de gemiddelde marge”

We hebben Valess in 2005 op de markt gebracht. Vanaf het begin

richten we ons vooral op vleesliefhebbers. Vegetariërs zijn meestal al

gewend aan een vleesloos menu, die zitten er minder op te wachten.

Valess is inmiddels ook in Zwitserland, België en Duitsland

verkrijgbaar. De oorspronkelijke receptuur is grotendeels behouden,

de smaak en structuur hebben we verbeterd. Ook is het product nu

in verschillende varianten verkrijgbaar. Valess is een innovatie in de

meest pure vorm. Het borduurt niet voort op een bestaand product.

De Food Valley Award heeft FrieslandCampina een innovatief imago

gegeven. Dat had een katalyserend effect: in alle gelederen begon

men vernieuwender te denken. Productieprocessen werden verbeterd

en er kwamen nieuwe productvarianten en functionelere verpakkingen.

Innovatie zorgt ervoor dat je je blijft onderscheiden. Dat is nodig, want

de concurrentie op de kaasmarkt is enorm en winstmarges staan onder

druk. Met nieuwe producten als Valess verhoog je de gemiddelde

marge, waardoor je de boer een betere melkprijs kunt betalen.”

Cleem Köllmann

Manager Process Development FrieslandCampina

Tilburg

8

Een gezond en lekker alternatief voor vlees,

op basis van melkeiwit en algen. Met hetzelfde

‘mondgevoel’ als vlees. Valess, gelanceerd in

2005, was de eerste vleesvervanger met deze

eigenschappen. Zuivelspecialist Friesland-

Campina won er de Food Valley Award mee.

www.valess.com


Gezond groentesap uit

restproducten

“Vroeger werd groente vooral bij de mensen thuis bereid. Afvalwater

en kookwater verdwenen in het gootsteenputje, de restgroenten

gingen naar de kippen of op de composthoop. Tegenwoordig eten

we steeds meer voorbewerkte groenten. Alleen al in de Nederlandse

groenteverwerkende industrie komt daarbij jaarlijks vijfhonderdduizend

ton aan reststromen vrij. De reststromen bevatten veel

componenten van hoge kwaliteit, die je nog prima kunt benutten.

Samen met TNO ontwierpen wij een installatie die deze vloeibare

reststromen omzet in hoogwaardige groentesappen en natuurlijke

kleurstoffen. Het resultaat vind je terug in de winkel in bijvoorbeeld

tomatengroentesap van Riedel en de onbewerkte groentesappen van

Zonnatura. De kleurstoffen uit rode bietensap worden door producenten

gebruikt om onder meer bramenijs en vlees roder te kleuren.

We hebben ook een mobiele installatie ontwikkeld voor vaste

reststromen, zodat het proces bij het groenteverwerkende bedrijf zelf

kan plaatsvinden. Dat scheelt transportkosten en vermindert de kans

op bederf tijdens het vervoer. De machine bestaat uit vier containers,

waarin achtereenvolgens het voorbewerken, persen, steriliseren en

koelen plaatsvindt.

11


Door onze technologie kunnen bedrijven duurzamer produceren.

De sappen leveren ze aan ons en wij zetten deze in de markt. Zo’n

vijfennegentig procent van onze sappen wordt geëxporteerd, onder

meer naar Duitsland, Frankrijk, Spanje en België. De Nederlandse

markt is nu nog klein. Hier drinkt de consument vooralsnog liever

vruchtensap dan groentesap en dat betekent voor ons een uitdaging.

Wat ons in de kaart speelt, is dat groentesap minder calorieën bevat

dan vruchtensap. Dat maakt het voor een fabrikant aantrekkelijk om

groentesap toe te voegen aan een sap.

Bij innovatie gaat de eerste tachtig procent van het traject meestal

redelijk gemakkelijk. Pas daarna komen de hobbels en kinderziektes.

Dan is het een kwestie van doorzetten. Het winnen van de Food

Valley Award heeft ons veel free publicity opgeleverd. Dat heeft er

aan bijgedragen dat we vervolgsubsidie hebben gekregen en we het

concept ‘Innovatie door concentratie’ konden doorontwikkelen. Met

‘Innovatie door concentratie’ bedoelen we niet alleen concentratie

van reststromen. Het betekent ook dat je als bedrijf moet focussen,

zowel qua tijd en geld als energie. Je moet durven kiezen.”

Paulus Kosters

Directeur Provalor BV

Vijfhuizen

“Innovatie door concentratie”

12

Jaarlijks komt er 500 duizend ton aan reststromen

vrij bij de verwerking van groente. Deze bevatten veel

kwalitatief hoogwaardige componenten. Provalor BV ontwikkelde

een proces waarbij reststromen worden verwerkt

tot groentesap, -mengsels en natuurlijke kleurstoffen.

Het bedrijf won er in 2006 de Food Valley Award mee.

www.provalor.nl


Frituren zonder vet

“De snackmarkt is gigantisch. Alleen al in Nederland gaan jaarlijks

zeshonderd miljoen frikadellen over de toonbank. Verlaging van het

vetgehalte van friet en snacks kan helpen het probleem van overgewicht

terug te dringen. Wij zagen het als een uitdaging het goede

van frituren - de smaak en krokantheid - te behouden en het slechte

- het frituurvet - te elimineren.

Bij gewoon frituren ontstaat om het product een filmlaagje vet dat

steeds vervangen wordt door een ander laagje. Door de sterke verhitting

zorgt het proces voor een krokant korstje. Bij onze High Tech

Frying ® (HiFri ® ) -methode ontstaat ook een filmlaagje, maar dan met

behulp van hete lucht en stoom. Dat levert producten op met tien

tot twaalf procent minder vet. De lucht en stoom circuleren in een

gesloten circuit, waardoor het apparaat vijftig procent minder energie

verbruikt dan een gewone frituur. We hebben veel tijd gestoken in de

optimalisatie van de gebruiksvriendelijkheid en de productkwaliteit.

De smaak en krokantheid van snacks uit de HiFri ® evenaren nu die

van hun soortgenoten uit de frituur.

15


“Eerst geloven, dan zien”

In 2007 wonnen we de Food Valley Award, een bevestiging dat

we op de goede weg zijn. De prijs heeft ons naamsbekendheid en

vertrouwen van leveranciers opgeleverd en dat heeft geholpen bij

de marktintroductie. De HiFri ® wordt op dit moment gebruikt door

bedrijfsrestaurants, scholen en instellingskeukens. We scoren vooral

goed bij bedrijven die duurzaamheid hoog op de agenda hebben

staan. Je praat bij de HiFri ® over een investering van tienduizend euro.

Dat verdient een bedrijfsrestaurant binnen twee tot drie jaar terug.

Als bedrijf moet je je steeds aanpassen aan nieuwe inzichten en

kansen blijven zoeken in de markt, anders word je links en rechts

voorbij gelopen. Wij innoveren dan ook continu. De HiFri ® is net op

de markt, maar we hebben al weer ideeën voor een tweede generatie.

Het geheim zit hem in onze manier van denken. De meeste mensen

willen eerst iets zien voordat zij het geloven. Wij draaien het om:

‘eerst geloven, dan zien’.”

Ariaan Verdaasdonk

Directeur HiFri ® BV

Breda

16

Minstens zo krokant als hun soortgenoten

uit de frituur, maar stukken

minder vet. Dat zijn de snacks

bereid volgens de High Tech Frying ® -

methode. Met deze innovatie won

HiFri ® in 2007 de Food Valley Award.

www.hifri.com


Verrijkte eieren tegen oogziekte

“Newtricious is altijd op zoek naar producten die kunnen bijdragen

aan de gezondheid en het welzijn van mensen. Toen men bij het

Academisch Ziekenhuis Maastricht (AZM) een paar jaar geleden een

sterke toename constateerde van patiënten met Leeftijdsgebonden

Macula Degeneratie (LMD) zagen we mogelijkheden om een nieuwe

behandeling te ontwikkelen.

LMD is een ernstige en onbehandelbare oogziekte. Doordat de

werking van de macula - de ‘gele vlek’ in het midden van het

netvlies - achteruit gaat, kunnen patiënten niet meer scherp zien.

De aandoening kan zelfs tot blindheid leiden. LMD is de belangrijkste

oorzaak van slechtziendheid onder 55-plussers. En bijna de helft van

alle mensen van 65 jaar en ouder krijgt er in meer of mindere mate

mee te maken. Onderzoek wijst uit dat carotenoïden - natuurlijke

pigmenten in bijvoorbeeld eieren, spinazie en bloemen - de ziekte

kunnen vertragen of stabiliseren.

Samen met kennisinstituten en zakelijke partners hebben we met

carotenoïden verrijkte eieren ontwikkeld. Wij denken dat het lichaam

deze stoffen efficiënter opneemt uit eieren dan uit een voedingssupplement.

We mengen volgens een speciale methode natuurlijke

19


pigmenten uit afrikaantjes door kippenvoer. Die vind je vervolgens

terug in de eieren. Het AZM heeft het effect van de eieren onderzocht

bij vrijwilligers. De resultaten zagen er goed uit: de pigmenten zijn

in eieren in hoge concentratie aanwezig en zijn beter beschikbaar

dan in bijvoorbeeld groenten en voedingssupplementen. Kort na het

onderzoek, in oktober 2008, wonnen we de Food Valley Award. Dat

heeft de samenwerking met onze partners een boost gegeven en veel

media-aandacht opgeleverd.

We hebben het product niet meteen op de markt gebracht. Er zijn

vervolgstudies nodig om een dossier aan te leggen voor onderbouwing

van onze gezondheidsclaims naar de autoriteiten. Innoveren

is keihard werken. Je krijgt je succes niet op een presenteerblaadje

aangereikt. De kunst is anders naar dingen te kijken, en risico’s in

te calculeren. Je moet voor jezelf een innovatief klimaat scheppen.

Samenwerking met partners die jouw competenties aanvullen kan

tot leuke dingen leiden. Alle partijen moeten dan wel bereid zijn te

investeren en de markt goed in de gaten te houden.”

Jos Nelissen

Directeur Newtricious BV

Oirlo

“Innoveren is keihard werken”

20

Newtricious BV kwam op het idee

kippenvoer te verrijken met pigmenten

uit afrikaantjes. Het resultaat: met

carotenoïden verrijkte eieren die de

oogziekte Leeftijdsgebonden Macula

Degeneratie (LMD) helpen voorkomen.

LMD is de belangrijkste oorzaak van

slechtziendheid of zelfs blindheid bij

55-plussers. Het bedrijf won er in

2008 de Food Valley Award mee.

www.newtricious.nl


ETENIA , texturen op maat

“De markt vraagt om producten met een hoge functionaliteit die

bijdragen aan de gezondheid van de consument, liefst zonder

chemische toevoegingen. Met onze range plantaardige ETENIAingrediënten

spelen we daar op in. ETENIA maakt het mogelijk

om producten als yoghurt, cake, croissants en roomkaas een rijke,

romige textuur te geven. De voedingsproducent kan daardoor het

vetgehalte verlagen zonder concessies te doen aan de sensorische

kwaliteit. Door de unieke bindende eigenschappen is het ingrediënt

een goed alternatief voor gelatine in bijvoorbeeld winegums.

De structuur van ETENIA is die van een hydrocolloïd met de moleculaire

structuur van amylopectine en het waterbindende vermogen

van een gom. Die kan alleen gemaakt worden met het speciaal door

DSM ontwikkelde enzym amylomaltase. De productie van ETENIA

is simpel. Breng aardappelzetmeel, water en het enzym bij elkaar.

Verwijder vervolgens het water en inactiveer het enzym. Je hoeft het

niet als E-nummer op de verpakking te vermelden, want het is gewoon

aardappelzetmeel. ETENIA is goedkoper en duurzamer dan de

gommen en eiwitten die gewoonlijk gebruikt worden om producten te

verstevigen.

AVEBE is een innovator en zal dat ook blijven. We werken volgens

het principe van leverage core competence: weet waar je goed in

23


“Bouw een stevige springplank voor de sprong in de diepte”

bent en zoek partners die je aanvullen. Zo bouw je een stevige

springplank voor de sprong in de diepte. AVEBE heeft alle kennis in

huis over aardappelzetmeel en over hoe je een product verdikt, DSM

is gespecialiseerd in bijvoorbeeld cultures en enzymen. Beiden zijn

sterk in levensmiddeleningrediënten en -additieven. Daarnaast

hebben ook TNO en NIZO food research belangrijk werk verricht.

TNO heeft als eerste het enzym en de specifieke werking ervan

herkend, terwijl NIZO het sensorische werk heeft gedaan en heeft

onderzocht hoe ETENIA werkt in yoghurt.

Dat we de Food Valley Award hebben gewonnen, onderstreept hoe

leuk het is om te innoveren. De prijs heeft ons publiciteit opgeleverd

en mede daardoor veel interesse vanuit de markt. We zijn nog lang

niet klaar met ontwikkelen. Er komen steeds weer producten bij die

we met ETENIA kunnen verbeteren. Dat kan alleen maar door

goed te luisteren naar de klant: past de oplossing in zijn productieproces?

Is de voedselveiligheid gegarandeerd? De levenscyclus van

ingrediënten beslaat vaak tientallen jaren. Die van zetmeel is nog

eens honderd keer zo lang. Je moet dus wel met iets goeds komen.”

Piet Buwalda

Manager Innovation Centre Food van AVEBE

Veendam

24

Van romige yoghurt en cake met minder

vet tot snoepgoed zonder gelatine.

ETENIA - het ingrediënt op basis

van aardappelzetmeel - helpt voedingsproducenten

tegemoet te komen aan

consumenteneisen op het gebied van

gezondheid, wellness, en natuurlijke en

veilige ingrediënten. AVEBE won met deze

innovatie de Food Valley Award 2009.

www.avebe.com


“Nederland telt veel pioniers”

“Ons land telt veel pioniers. Kijk bijvoorbeeld naar bedrijven als

Unilever, FrieslandCampina of Cosun. Daardoor hebben we relatief

veel invloed op internationale ontwikkelingen in de sector. Onze

grootste kracht zit in het ketendenken: de samenwerking met andere

partijen in de productieketen, zoals toeleveranciers of afnemers. Dit

begrip is volledig geïntegreerd in het Nederlandse bedrijfsleven en

heeft ervoor gezorgd dat we voorop lopen in tracking & tracing. Van

bijvoorbeeld het kalfsvlees dat hier in de winkel ligt, weten we precies

welk voer de dieren hebben gekregen en waar ze zijn opgegroeid.

Als juryvoorzitter voor de Food Valley Award heb ik de afgelopen vijf

jaar veel mooie innovaties voorbij zien komen. Prijzen als deze zijn

een goede stimulans om te vernieuwen. Bedrijven die genomineerd

worden, hebben daar in hun marketing veel voordeel van. Bovendien

werkt zo’n prijs verenigend, net als in de sport.

De voedingsmiddelenindustrie staat de komende jaren voor drie grote

uitdagingen: ervoor zorgen dat we langer en gezond leven, meer doen

26


“Onze kracht is het ketendenken”

Rudy Rabbinge is Chairman

Science Council CGIAR en

hoogleraar Sustainable

Development & Food Security

aan Wageningen Universiteit.

Van 2004 tot 2009 is hij als

juryvoorzitter betrokken geweest

bij de Food Valley Award.

met minder en systeeminnovatie bevorderen. Dat laatste houdt in:

de ontwikkeling van nieuwe concepten en het verbinden van bijvoorbeeld

de voeding- en gezondheidketen. Systeeminnovatie gaat dus

verder dan product- en procesverbeteringen.

Deze uitdagingen kunnen we alleen met succes aangaan als we doelmatiger

werken, creatief omgaan met hulpmiddelen en productieketens

beter met elkaar verbinden. Met dat laatste bedoel ik niet alleen

verticale ketens - van zaadje tot karbonaadje en van grond tot mond -

maar ook horizontale. Denk hierbij onder meer aan het verbinden van

de agri- met de chemische sector, en papier- en kartonfabrikanten

met voedingsmiddelenproducenten. Voedingsmiddelenfabrikanten

moeten ook allianties aangaan met sectoren die niet meteen voor de

hand liggen. Zo breiden we de Food Valley uit tot een Food Delta in

de breedste zin van het woord.”

Rudy Rabbinge

Juryvoorzitter Food Valley Award

29


“Mensen zijn dol op koekjes, cake en croissants, maar die bevatten

vaak veel trans- en verzadigd vet. Verbetering van de vetzuursamenstelling

van zulke producten kan helpen hart- en vaatziekten terug te

dringen. De afgelopen jaren is in de bakkerijbranche al een verlaging

van de hoeveelheid transvet gerealiseerd, maar het gehalte verzadigd

vet is nog steeds te hoog. Vooral bij croissants en bladerdeeg is die

verlaging lastig voor elkaar te krijgen: als het gehalte transvet omlaag

gaat, dan neemt het gehalte verzadigd vet vaak evenredig toe. Anders

verliest het product zijn stevigheid en functionaliteit.

Novarin ® is het eerste margarineconcept dat een oplossing biedt. Je

kunt er het gehalte verzadigd vet in bakkerijproducten met minstens

drieëndertig procent mee verlagen. De functionaliteit en sensorische

eigenschappen blijven behouden en je hoeft het productieproces

niet aan te passen. Het concept is gebaseerd op vijf bouwstenen:

ongeharde vetten (nagenoeg transvetvrij), minder verzadigd vet,

minder vet, natuurlijke ingrediënten en een samenstelling waarmee

je voedingsclaims als ‘verlaagd gehalte verzadigd vet’ of het ‘Ik Kies

Bewust’-logo mag voeren. Een fabrikant kan voor zijn product één of

meerdere bouwstenen kiezen.

Novarin ® ,

een gezond margarineconcept

31


Romi Smilfood is een flexibele en platte organisatie. Daarin schuilt

onze kracht. We werken oplossingsgericht en spelen snel in op

veranderingen in de markt. De ontwikkeling van Novarin ® hebben we

grotendeels zelf gedaan. Voor de opschaling van pilot- naar industriële

schaal hebben we onze machineleverancier ingeschakeld. Samen

met een grondstoffenleverancier hebben we de bouwsteen ‘Ik Kies

Bewust’ voor cake ontwikkeld. Met TNO en een aantal industriële

bakkerijen doen we onderzoek naar nieuwe toepassingsmogelijkheden.

In het banketschap wordt naar verhouding weinig geïnnoveerd. Wat

ons opvalt, is dat retailers niet vragen om gezondere banketproducten.

We hebben deze banketcategorie vergeleken met innovatieve schappen

in de winkel. Hiermee gaan we de discussie met retailers aan. We

willen duidelijk maken dat bakkerijproducten met een gezonde

vetzuursamenstelling een grote toegevoegde waarde kunnen hebben

in het schap.

Sinds de marktintroductie in 2008 hebben we veel positieve reacties

gekregen van fabrikanten in binnen- en buitenland. De nominatie

voor de Food Valley Award in 2009 heeft daar zeker bij geholpen.”

Karin Visser

Productmanager Industry Romi Smilfood BV

Heerenveen

“We spelen snel in op veranderingen in de markt”

32

Romi Smilfood ontwikkelde een nieuwe

generatie industriële bakkerijmargarines.

Hiermee kunnen fabrikanten het gehalte

verzadigd vet in bakkerijproducten met

minstens 33 procent verlagen. Met

behoud van functionaliteit en sensorische

eigenschappen, en volgens hetzelfde

productieproces. Deze innovatie leverde

Romi Smilfood in 2009 een nominatie

voor de Food Valley Award op.

www.novarin.eu


Foodjetprinter,

voor digitale decoratie

“Het idee ontstond toen ik voor TNO onderzoek deed naar microdosering.

Er bleek geen methode te bestaan waarmee voedingsmiddelen

direct op andere voedingsmiddelen geprint konden worden. Conventionele

printtechnieken moesten handmatig omgesteld worden met

dure, op maat gemaakte sjablonen. De digitale installaties konden

de gangbare industriële productiesnelheid niet bijbenen. Daar moest

een alternatief komen, vond ik.

Het resultaat is de foodjetprinter, een printkop die digitaal instelbare

patronen met voedingsmiddelen aanbrengt op een bewegend

oppervlak. Je kunt voedingsmiddelen als decoratie printen op een

ander voedingsmiddel of printen als heel product. Tijdens het

decoreren komen de patronen niet in aanraking met de etenswaren

en het omstellen gebeurt vanuit een gesloten systeem. Zo krijg je

een hoge voedselveiligheid en verminder je de hoeveelheid afval en

de reinigingskosten.

We wilden geen gebruik maken van eetbare inkt en kozen voor voeding

in de meest pure vorm. Maar hoe krijg je een product dat te dik is

35


om te stromen in beweging en hoe maak je daar vervolgens kleine

druppeltjes van? Uiteindelijk is het ons gelukt om zelfs producten

met een dikte als die van pindakaas te printen. De printsnelheid is

hoog: met zeven printkoppen print je in één uur honderdduizend

koekjes. Zulke mooie resultaten bereik je alleen als je intensief

samenwerkt met specialisten, over goede testfaciliteiten beschikt en

heel veel doorzettingsvermogen hebt. Eigenlijk moet je, zoals wij,

een beetje verliefd worden op je product.

De foodjetprinter wordt gebruikt in de Europese banket-, zuivel-, en

ijsindustrie en is getest bij diverse grote food-labs. Ook vanuit de

Amerikaanse markt is er interesse. Onze naamsbekendheid groeit en

de acceptatie van de methode neemt toe, mede dankzij de nominatie

voor de Food Valley Award. We blijven zowel aan de machinekant als

aan de toepassingskant groeien. Samen met grondstofleveranciers en

machinebouwers werken we aan een nog hogere printresolutie en

ontwikkelen we toepassingen voor nog dikkere vloeistoffen, zoals

echte chocolade. We bekijken ook de mogelijkheden buiten de

voedingsmiddelenindustrie, zoals keramiek, cosmetica en textiel. Een

innovatieve techniek die breed toegepast wordt, dat is onze ambitie.”

Pascal de Grood

Directeur De Grood Innovations BV

Nijmegen

36

“Je moet een beetje verliefd

worden op het idee”

De Grood Innovations ontwikkelde een

foodjetprinter waarmee voedingsmiddelen

als decoratie te printen zijn op een ander

voedingsmiddel, of als heel product. Het

apparaat is efficiënt, hygiënisch en breed

toepasbaar. Het print zelfs producten

met een dikte als pindakaas. Goed

voor een nominatie voor de Food

Valley Award in 2009.

www.foodjet.nl


continu

“Je hoeft het wiel niet

uit te vinden”

“Nederland staat internationaal goed bekend als het gaat om

innovatie. Vooral de samenwerkingsverbanden tussen bedrijfsleven,

universiteiten en overheid dienen wereldwijd als voorbeeld. Op dat

gebied lopen we voor op de rest van de wereld. Dat hebben we te

danken aan het poldermodel: we houden van samenwerken en van

overleggen. Het nadeel is dat we daardoor geneigd zijn niet ‘boven

de rest’ uit te willen steken. Neem bijvoorbeeld de Nederlandse universiteiten:

die proberen te veel om in alles goed te zijn. Beter is het

als universiteiten bepalen wat hun sterke kanten zijn en daar meer

op focussen. Wageningen Universiteit doet dat al goed, die bakent

haar terrein bewust af tot Life Sciences. Hetzelfde geldt in zekere

zin voor het bedrijfsleven. Bij innovatie is het belangrijk dat je kiest

voor die gebieden waar je goed in bent. Je hoeft niet continu zelf het

wiel uit te vinden. Het is een illusie dat je als bedrijf alleen maar

nieuwe producten kunt uitvinden.

Onderzoekers moeten vooral vertalers zijn. Het is belangrijk dat zij

bestaande innovaties vertalen naar nieuwe toepassingen die van

belang zijn voor het bedrijf. Neem bijvoorbeeld het onderzoek naar

38


Peter van Bladeren is vice-presicent

Science & Research bij Nestlé. Gestationeerd

in Lausanne is hij, sinds 2002,

verantwoordelijk voor onderzoeksprojecten

van het bedrijf wereldwijd. De projecten

vinden plaats op vier gebieden: Nutrition,

Food science, Consumer Science en

Quality and Safety.

hersenontwikkeling van Nestlé. We bekijken onder meer in hoeverre

voeding een rol kan spelen bij het verminderen van de Ziekte van

Alzheimer. We hebben er bewust voor gekozen om samen te werken

met bestaande onderzoeksgroepen, zoals het Swiss Federal Institute

of Technology.

De Food Valley Award is vooral voor kleinere bedrijven een stimulans.

Het zorgt ervoor dat ze opvallen tussen grote, internationale spelers

als Nestlé en Unilever. De grootste beoordeling komt achteraf, als je

ziet of je product wel of niet verkocht wordt in de winkel. Want dat

is het allerbelangrijkste bij innovatie: dat het zorgt voor een hogere

opbrengst. Anders is het geen innovatie, maar gewoon een goed idee.”

Peter van Bladeren

Vice-president Science & Research bij Nestlé

Lausanne, Zwitserland

“Onderzoekers moeten vooral

vertalers zijn”

41


Bacteriofagen tegen ziekteverwekkers

“Het concept van bacteriofagen om bacteriën te bestrijden bestaat

al miljoenen jaren. Bij EBI Food Safety beseften we dat we met deze

bacterie-eters de voedselveiligheid kunnen vergroten. We hebben

een bacteriofaag ontwikkeld die de ziekteverwekker Listeria monocytogenes

snel en effectief aanpakt: LISTEX. In feite helpen we

de natuur een handje door gevaarlijke voedselbacteriën gericht aan

te pakken.

Besmetting van voedingsmiddelen met Listeria monocytogenes kan

leiden tot listeriose, een ziekte die bijna één op de drie patiënten

fataal wordt. Het aantal mensen met listeriose in de Europese Unie

is de afgelopen jaren fors toegenomen, en overstijgt de vijftienhonderd

per jaar. Het aantal gevallen lijkt bovendien steeds sneller te groeien.

Behalve Listeria vormen ook ziekteverwekkers als Salmonella,

E. coli, Staphylococcus Aureus en Campylobacter een toenemende

bedreiging voor de volksgezondheid en een kostbaar probleem voor

de voedingsmiddelenindustrie. Fabrikanten moeten zich houden

aan steeds strengere regels voor voedselveiligheid, terwijl bestaande

bestrijdingsmethodes niet meer afdoende zijn. Voedsel wordt steeds

meer in kant-en-klare vorm aangeboden, waardoor de kans op

besmetting toeneemt. Dankzij de toegenomen hygiëne worden veel

bacteriën uitgeschakeld, maar krijgen de sterke bacteriën juist meer

kans om uit te groeien.

43


“Innovatie zit in ons DNA”

De bacteriofagen die EBI Food Safety kweekt, zijn effectief tegen

bacteriën, maar onschuldig voor mens, dier en milieu. LISTEX

heeft van de Amerikaanse Food and Drugs Authority (FDA) als eerste

bacteriofaagproduct de Generally Recognized As Safe (GRAS)-status

gekregen. In Nederland sprong in 2009 het licht op groen. Inmiddels

beschouwen klanten onze technologie als nieuwe ‘gouden standaard’.

We werken samen met de beste specialisten ter wereld op het gebied

van bacteriofagen. We hebben ons aanbod al verbreed met fagen

tegen Salmonella en de ziekenhuisbacterie MRSA en er zijn nog veel

meer toepassingsmogelijkheden.

Innovatie zit in het DNA van ons bedrijf. Daarbij bewaren we de

focus op ons Listeria-product. We houden er op voorhand rekening

mee dat we in de laatste twintig procent van een ontwikkelingstraject

tachtig procent van de problemen moeten oplossen. Zo weten we uit

ervaring dat registratieprocedures lang duren. Zolang je op tijd een

aanvraag indient en transparant bent over waar je staat, komt het

goed.”

Mark Offerhaus

Directeur EBI Food Safety BV

Wageningen

44

EBI Food Safety ontwikkelde in vijf jaar

tijd een bacteriofagenproduct dat de

ziekteverwekker Listeria monocytogenes

te lijf gaat. Het bedrijf was hiermee de

evolutie te snel af. Deze frisse benadering

van een eeuwenoud principe was in

2008 een nominatie voor de Food Valley

Award waard.

www.ebifoodsafety.com


Hoogwaardige eiwitten uit

aardappels

“Al sinds het begin van de vorige eeuw produceert AVEBE zetmeel

uit aardappelen. Sinds de jaren zeventig wordt ook eiwit gewonnen

voor toepassing in diervoeding, vanwege de hoge voedingswaarde.

Het eiwit heeft in veel toepassingen dezelfde kwaliteiten als dierlijk

eiwit. Sommige eigenschappen, zoals oplosbaarheid, emulgeren en

schuimen, zijn zelfs beter, zo blijkt uit onderzoek. In tegenstelling

tot functionele eiwitten uit soja, tarwe (gluten), melk en kippenei is

het aardappeleiwit hypoallergeen. Deze pluspunten maken het de

moeite waard om aardappeleiwitten te gebruiken. Voor ons was de

bottleneck: hoe krijg je ze uit de aardappels, zonder dat ze veel

functionaliteit te verliezen? Eiwitten beschadigen snel, dus je moet ze

uiterst voorzichtig behandelen. Het is Solanic, AVEBE-dochter, gelukt

een scheidingsmethode te ontwikkelen waarmee je eiwitten kunt

absorberen. We laten het ruwe aardappelsap langs een kolom stromen

die geladen is. De tegengesteld geladen eiwitmoleculen blijven aan

de kolom plakken, terwijl het vocht er langs stroomt. Daarna zetten

we de stroom uit en wassen we de eiwitdeeltjes er af.

De eiwitten uit aardappel zijn ongeveer even duur als dierlijke eiwitten,

maar je hebt er naar verhouding minder van nodig. Dit kan kostenvoordeel

hebben. Bovendien kunnen fabrikanten met deze eiwitten een

‘clean label’ voeren. Een specifieke fractie heeft proteaseremmende

activiteit en daardoor een verzadigend effect. Dat biedt goede mogelijk-

47


“Je moet van goeden huize komen om een innovatie

op de kaart te zetten”

heden voor de dieetindustrie, al is er nog wel aanvullend onderzoek

nodig. In 2008 zijn we genomineerd voor de Food Valley Award

en dat heeft ons geholpen deze innovatie op de kaart te zetten.

Inmiddels werken we met verschillende levensmiddelenbedrijven aan

eindproducten, op het gebied van aardappelproducten, ijs, bakkerijproducten

en vlees. Onze eiwitten worden bijvoorbeeld gebruikt ter

vervanging van melkeiwitten in worst en paté. Melkeiwitten bevatten

allergenen en zijn duurder dan aardappeleiwitten. We kunnen met

de aardappeleiwitten ook gluten in brood en cake vervangen, waardoor

deze minder droog zijn dan bestaande glutenvrije producten.

Innovatie is één van de belangrijkste peilers bij AVEBE. We bieden

een grote toegevoegde waarde en dat maakt ons onderscheidend.

Het belangrijkste is het vinden van een goede balans tussen market

pull, luisteren naar wat de markt wil, en technology push, het

opwekken van nieuwe vraag. Vooral dat laatste is lastig. Je moet van

goeden huize komen wil een klant zijn succesvolle recept wijzigen.

Met deze vinding wil de klant de stap maken.”

Jaap Harkema

Marketingmanager Solanic BV

Veendam

48

AVEBE-dochter Solanic bracht eind

2007 een commercieel aardappeleiwit

op de markt, met minimaal dezelfde

functionaliteiten als dierlijke eiwitten.

Een primeur, want het is het eerste

aardappeleiwit dat geschikt is voor

menselijke consumptie. Dit was in 2008

reden voor een nominatie voor de Food

Valley Award.

www.solanic.nl


“Ook toekomstige generaties

“Nederland heeft veel mee: een hoog opleidingsniveau, een strategische

ligging en een sterke positie in onderzoek en technologie.

En een aantal krachtige economische sleutelgebieden. Daar is de

voedingsmiddelensector er één van. Voeding en landbouw zijn van

oudsher sterke punten van Nederland, met een hoog kennisniveau.

Bovendien is het een goed georganiseerde sector, waar relatief veel

wordt geïnnoveerd. Door het uitreiken van een prijs als de Food

Valley Award worden bedrijven en sectoren gestimuleerd tot innovatie

en komen de goede voorbeelden voor het voetlicht. Innovatie is

cruciaal voor de toekomst van ons land. Ook toekomstige generaties

moeten een goede boterham kunnen verdienen. De Nederlandse

economie behoort wat innovatie betreft niet langer tot de kopgroep.

Nederland stond altijd in de top vijf van meest innoverende economieën

ter wereld en nu zijn we teruggezakt naar de tiende plek.

Niet zozeer omdat wij het slecht doen, maar omdat andere landen

de afgelopen jaren extra hebben ingezet op innovatie.

Ons land had als enige in Europa de afgelopen tien jaar geen groei

in Research & Development-uitgaven. Met het Innovatieplatform

50

verdienen

een goede

boterham”


Robbert Dijkgraaf is hoogleraar mathematische

fysica aan de Universiteit van

Amsterdam, president van de Koninklijke

Nederlandse Akademie van Wetenschappen

(KNAW), winnaar van de Spinozaprijs in

2003 en lid van het Innovatieplatform.

Het Innovatieplatform, in 2003 ingesteld

door het kabinet, heeft als doel de concurrentiekracht

van Nederland te versterken.

proberen we daar verandering in te brengen. Juist in crisistijd moet

je flinke investeringen doen in kennis en innovatie, vinden wij. Pas

daarna kun je andere problemen oplossen. Daarom is het ook belangrijk

dat we internationale bedrijven stimuleren om in Nederland te

investeren, onder meer door het investeringsklimaat te verbeteren

en effectief te werven. In de Nederlandse voedingsmiddelensector

zijn er al mooie voorbeelden: zo heeft Danone besloten dat ze haar

Research & Development-activiteiten in Nederland wil versterken.

En er is veel interesse vanuit Aziatische bedrijven. Ook de politiek

heeft innovatie - en daaraan gekoppeld onderzoek en onderwijs -

weer hoger op de agenda gezet. De Tweede Kamer heeft uitgesproken

dat we in de top vijf moeten komen. Dat is belangrijk. Het gaat hier

niet om zomaar een race, maar om een race waar wij het in Nederland

van moeten hebben, willen we ons internationaal staande

houden. Innovatie is waar we goed in zijn en waarin we ons altijd

hebben onderscheiden.”

Robbert Dijkgraaf

Lid van het Innovatieplatform

“Innoveren is waar Nederland goed in is”

53


Plantsensoren in de tuinbouw

“Het productieproces van planten luistert heel nauw. Je moet temperatuur,

licht en luchtvochtigheid in de kassen goed op elkaar afstemmen.

We ontwikkelden een methode waarmee je dit proces nauwkeuriger

kunt bewaken. Met Multiple Imaging Plant Stress (MIPS) kun je zien

hoe planten er aan toe zijn en daar het kasklimaat op afstemmen.

Hierdoor kan de opbrengst tien tot dertig procent hoger uitpakken.

Ook biedt het de mogelijkheid al in een vroeg stadium planten te

selecteren op ziektegevoeligheid.

Dat laatste is vooralsnog de grootste toepassing van MIPS. We

verspreiden eerst een ziekteverwekker over de planten. De robot meet

vervolgens de stress van planten aan de hand van fluorescentie en

warmte. Op een beeldscherm verschijnen afbeeldingen, waaraan je

meteen kunt zien in hoeverre de plant is aangetast door ziektes of

bestrijdingsmiddelen. Met het blote oog zie je dat pas dagen later.

55


“De grootste uitdaging is het product blijven

doorontwikkelen”

Het bijzondere aan MIPS is dat er combinatiebeelden worden gemaakt

van zowel de kleur en temperatuur als van de fluorescentie en vitaliteit

van planten. Het is alleen nog niet zo dat je op een knopje drukt

en dan vanzelf ziet of een plant in orde is. De juiste interpretatie

vraagt om de nodige kennis. We besteden veel aandacht aan het

verbeteren van de gebruiksvriendelijkheid van het systeem. Dat is ook

de grootste uitdaging bij innoveren: je moet je product blijven doorontwikkelen

en steeds met nieuwe toepassingen komen. Zo hebben

wij een systeem voor vitaliteitbewaking gerealiseerd op basis van MIPS.

Het systeem brengt van planten in gesloten groeikasten zowel ziekten,

vitaliteit als groei in kaart. Het is een soort automatische coach voor

plantaardige productie.

Bij Plant Dynamics betrekken we eindgebruikers in een vroeg stadium

bij het onderzoek en daar ligt onze kracht. Je kunt nog zo’n prachtig

idee bedenken; als de tuinders het links laten liggen schiet je er

niets mee op.”

Ad Schapendonk

Directeur/onderzoeker Plant Dynamics BV

Wageningen

56

De conditie en kwaliteit van planten

in beeld brengen. Dat kan met Multiple

Imaging Plant Stress (MIPS). Het

Wageningse kennisbedrijf Plant Dynamics

BV ontwikkelde de technologie samen

met onderzoeksinstituut Plant Research

International. In 2007 is MIPS genomineerd

voor de Food Valley Award.

www.plant-dynamics.nl


Slim worst garen met

radiogolven

“Bij een bezoek aan een vleeswarenproducent viel het me op hoeveel

handwerk er in worst zit: het vullen en afbinden van de darm, het

ophangen, het transport naar de koelcel. Het hele proces is tijdrovend

en het kost al gauw vier tot zes uur. Hierin is een efficiëntieslag te

slaan, dacht ik meteen. We ontwierpen een machine die non-stop

worsten produceert in vier tot zes minuten.

Vernieuwend is vooral de toepassing van de RF-technologie: de

verhitting met radiofrequente golven. De rauwe vleesmassa schuift

door een tien meter lange buis, waarin radiofrequente golven worden

afgegeven. Die warmen het vlees in twee minuten homogeen op.

Vervolgens wordt het nog twee minuten op temperatuur gehouden,

conform de wettelijke hygiënevoorschriften. Daarna komt er aan de

andere zijde kant-en-klare worst uit. Er is geen darm meer nodig, wat

scheelt in de kosten. Maar de grootste besparing zit in de energie- en

arbeidskosten. Bovendien is het productieproces hygiënischer, omdat

er geen handen aan te pas komen. Hierdoor gaat de houdbaarheid

omhoog.

59


“Samenwerken houdt je scherp”

RF-technologie bestaat al langer, maar wordt in de voedingsmiddelenindustrie

nog niet grootschalig toegepast. Het kost veel tijd en geld

om de technologie goed toepasbaar te maken. We werkten samen

met goede specialisten en een eindgebruiker. Daardoor werd kennis

in huis gehaald en risico en kosten gedeeld. Samenwerken houdt je

scherp: als innoverend bedrijf zie je het product als een ontwikkeling,

terwijl de eindgebruiker gewoon een goede machine wil.

De pilotfase is geslaagd en we brengen nu de machine aan de man.

De marktkansen zijn goed; enkele grote vleeswarenproducenten hebben

hun interesse getoond. De investering hebben ze er in anderhalf jaar

uit, zo blijkt uit onze pilot. En de smaakdeskundigen zijn het erover

eens: met RF-golven bereide worst is net zo lekker als de bij de

consument bekende worst.”

Herbert Sonder

Directeur Sonder Food Systems BV

Hengelo

60

Worst maken in hooguit zes minuten.

Dat kan met de non-stop worstmachine

van Sonder Food Systems BV, in 2007

genomineerd voor de Food Valley Award.

De worst wordt opgewarmd met radiofrequente

golven, een wereldwijd gepatenteerd

systeem. Dat levert een flinke

besparing op energie- en arbeidskosten,

een betere hygiëne en een langere

houdbaarheid.

www.sonder-bv.nl


“Bouw sterke kennisnetwerken

voor vernieuwing”

“De Nederlandse industrie staat op de schouders van reuzen. We zijn

altijd sterk geweest in agrifood, net als in elektrotechniek en water.

De voedingsmiddelensector is met een omzet van rond de vijftig miljard

per jaar en een exportaandeel van ruim twintig procent zelfs één

van de grootste exporteurs binnen Europa. Nederlandse bedrijven

verdienen hun geld vooral in het buitenland. We moeten steeds slimmer

worden en blijven vernieuwen, willen we onze sterke internationale

concurrentiepositie behouden. Stilstand is achteruitgang.

Voorwaarde voor vernieuwing is dat je de kennis die er is optimaal

gebruikt en mobiliseert. Dat kan door sterke kennisnetwerken op te

bouwen. Het ministerie van Economische Zaken heeft hiertoe tussen

2000 en 2010 ruim honderdvijfentwintig miljoen euro geïnvesteerd in

het Innovatieprogramma Food & Nutrition Delta. Doel is Nederland

tot dé food-regio van Europa te maken. Deel één van het programma,

het Top Instituut Food & Nutrition, doet fundamenteel onderzoek

naar producten en processen. Deel twee, de Stichting Food &

Nutrition Delta, zorgt ervoor dat de inzichten uit dit onderzoek

62


Chris Buiijnk is sinds 2007 secretaris-generaal

ministerie van Economische Zaken (EZ). Daarvoor

was hij onder meer directeur-generaal Ondernemen

& Innovatie en algemeen directeur van Senter, nu

een onderdeel van AgentschapNL van het ministerie

van EZ. AgentschapNL biedt onder meer bedrijven,

kennisinstellingen en overheden in Nederland

regelingen en programma’s die duurzaamheid en

innovatie stimuleren. In 2009 reikte Buijink samen

met de juryvoorzitter de Food Valley Award uit.

“We moeten steeds

slimmer

worden”

vertaald worden naar concrete toepassingen en stimuleert het MKB

tot innovatie. In het innovatieprogramma nemen verschillende

vooraanstaande voedingsmiddelenbedrijven en onderzoeksinstellingen

deel, zoals TNO, Wageningen Universiteit en Researchcentrum

(WUR) en NIZO food research. Het programma heeft ruim 150 toepassingsgerichte

innovatieprojecten opgeleverd, waarvan vijfentachtig

procent vanuit het MKB. Het programma wordt in Nederland goed

ontvangen.

Dat ook het buitenland Nederland hoog inschat, blijkt bijvoorbeeld

uit het grote aantal buitenlandse studenten aan Wageningen Universiteit:

het ‘Harvard’ van de agrifood. Met prijzen als de Food Valley

Award worden rolmodellen voor vernieuwende bedrijven in de schijnwerpers

gezet. Een mooi voorbeeld vind ik Newtricious, winnaar van

de Food Valley Award in 2008. Jos Nelissen en zijn mensen hebben

gewoon gedacht: hoe kunnen we meerwaarde creëren met onze

eieren en wie kunnen ons daarbij helpen? Newtricious laat zien hoe

je kennis in een netwerk van onderzoeksinstellingen en bedrijven kan

benutten.

Nederland kan nog sterker en slimmer worden door ervoor te zorgen

dat alle randvoorwaarden voor innovatie - van belastingsystemen tot

beroepsonderwijs - excellent zijn en blijven. We moeten één van de

beste plekken in de wereld worden om te werken en te leven.”

Chris Buijink

Secretaris-generaal ministerie van Economische Zaken

65


Groene stroom uit reststoffen

“In de groenteverwerkende industrie zie je steeds meer schaalvergroting

en massaproductie. Dat zorgt voor een toenemende

hoeveelheid reststoffen en snijafval. Tegelijkertijd groeit de vraag

naar duurzame energie. Daar wilden we op inspelen. We ontwikkelden

volgens een geheel nieuw concept een installatie waarin organische

reststromen op een milieuvriendelijke manier worden vergist. Hierbij

ontstaan biogassen, die we via verbranding omzetten in warmte

en elektriciteit. De warmte gebruiken we op ons eigen bedrijf. We

drogen hier onder meer groenten en kruiden mee. De elektriciteit

leveren we aan energiemaatschappijen. Onze vergistingsinstallatie

verwerkt per jaar zo’n honderdtwintigduizend ton biomassa uit de

groenteverwerkende industrie. Dit levert twintig miljoen kilowatt elektriciteit:

genoeg voor het jaarverbruik van zesduizend huishoudens.

Het bijzondere van onze installatie is dat er helemaal niets wordt

weggegooid. Bij ‘normale’ vergistingsprocessen houd je altijd een

afvalproduct over. Wij wilden tot een nóg grotere afbraak komen. Het

slib- en watermengsel dat overblijft na de vergisting zuiveren we in

67


“Het geheim van innovatie: durf eigenwijs te zijn”

een centrifuge. Het water gebruiken we als waswater voor groenten

en besproeiing van gewassen. De resterende vaste stof verwerken we

tot een turfvervanger voor potgrondbedrijven. Het klinkt misschien

wat idealistisch, maar we zijn er trots op dat we de keten rond maken,

geheel volgens het ‘cradle-to-cradle’-principe.

Ons bedrijf ontkomt er niet aan te innoveren. We hebben een heel

specifieke expertise met een beperkt marktgebied. Daarom moeten

we al onze apparatuur zelf bouwen en verbeteren. Daar geniet ik

van, techniek is mijn passie. Het is geweldig om een probleem waar

je tegenaan loopt op te lossen. Het geheim van een goede innovatie

is: eigenwijs durven zijn. Niet blindelings externe adviseurs volgen,

maar vertrouwen op je onderbuikgevoel. Je weet als ondernemer zelf

het beste wat er speelt.”

Frank van Laarakker

Directeur Laarakker Groenteverwerking

Well

68

Bij de verwerking van groenten en aardappelen

komen veel reststoffen en snijafval

vrij. EcoFuels, een initiatief van Laarakker

Groenteverwerking, bedacht hier een duurzame

oplossing voor. De reststromen worden

in een humusinstallatie omgezet in warmte

en elektriciteit. In 2006 was EcoFuels één

van de genomineerden voor de Food Valley

Award.

www.ecofuels.nl


UV-licht,

bescherming voor het gewas

“Van de Braziliaanse kasplantjes, die elke dag even buiten in de zon

werden gezet, tot aan de bestijding van onkruid op de spoorrails in

Denemarken. Na vijfentwintig jaar werkervaring bij buitenlandse

kwekerijen vielen alle puzzelstukjes ineens op zijn plek. Het leidde

tot een compleet nieuwe landbouwtechniek: schimmelbestrijding

met hele lage doseringen UV-licht. De landbouw kampt al eeuwenlang

met schimmels als meeldauw en Phytopthora, vooral in kassen, bij

intensieve teelt en in vochtige klimaten. De schimmels zijn hardnekkig

en veroorzaken ziektes bij planten. Veel telers gebruiken dure,

milieubelastende middelen om ze te bestrijden. Bij de behandeling

blijven residuen achter. De autoriteiten hebben het maximum

toegestane gehalte aan residu flink aangescherpt en voedselveiligheidsinstanties

controleren hier streng op. UV-gewasbescherming biedt

uitkomst. Het principe van UV-straling als middel tegen schimmels

71


estaat al langer, maar werkte alleen bij gebruik van een hele hoge

dosis licht. Behalve de schimmel ging daardoor vaak ook de plant

dood. Clean Light werkt met lampen die alleen het reinigende deel

van het UV-licht afgeven. Dit werkt snel en efficiënt en je hebt maar

twee tot drie procent van de normale dosis nodig. De behandeling

leidt tot een hogere productkwaliteit en minder uitval van planten, zo

ondervinden onze klanten. De innovatie is milieuvriendelijk, veilig en

geeft geen residuen.

Binnen één jaar gingen we van idee naar exploitatie. Het is een jongensdroom

die uitkomt. Voor een jong, dynamisch bedrijf als dat van ons

betekent het flink aanpakken om de markt te overtuigen. Daarbij is

het in de eerste plaats belangrijk dat je goed luistert naar de klant.

Onze methode wordt inmiddels toegepast door kwekers van onder

meer appels en bloemen en door producenten van spuitapparatuur in

Nederland, Duitsland, België en Noord-Amerika.”

Arne Aiking

Directeur Clean Light BV

Wageningen

72

“Alle puzzelstukjes vielen op

hun plek”

Clean Light ontwikkelde een milieuvriendelijke,

kostenbesparende en residuvrije

techniek voor de bestrijding van schimmels

op levende gewassen. De methode is

gebaseerd op UV-licht en werkt, net als

de zon, schimmeldodend. Deze baanbrekende

technologie leverde Clean Light

in 2006 een nominatie op voor de Food

Valley Award.

www.cleanlight.nl


Teff, Europese marktintroductie

van traditioneel

graan

“Ethiopiërs blinken uit in hardlopen. Hun opvallende sportpresentaties

zijn voor een belangrijk deel toe te kennen aan teff, een klein

traditioneel graan afkomstig uit Ethiopië. Het graan versterkt het

uithoudingsvermogen en zorgt voor snel herstel na het sporten. Van

het gewas maakt men het gerecht injera, een gegiste pannenkoek

die daar tot de dagelijkse voeding behoort. In 2000 bleek uit een

literatuuronderzoek naar nieuwe granen voor Europa dat teff hier

nog niet verbouwd werd. Het leek ons een goede kandidaat. We

lieten zaad overkomen naar Nederland en zijn gaan experimenteren.

Het gewas groeit prima in het Nederlandse klimaat. Teff bevat veel

mineralen, hoogwaardige eiwitten en zetmeel en is goed houdbaar.

Onderzoek toont aan dat tarwebrood met dertig procent teff als

smaakvoller wordt ervaren dan tarwebrood zonder teff. Bovendien is

teff glutenvrij, een uitkomst voor mensen met coeliakie. Het is een

goede aanvulling op het glutenvrije productassortiment. Je kunt er

bijvoorbeeld een smakelijk glutenvrij brood mee bakken.

75


Vanuit de markt was er meteen veel belangstelling voor teff.

We verhoogden de productie van zeshonderd ton in 2003 naar

achthonderd ton in 2004. Producten met teff, zoals brood, koek en

cake doen het goed in Europa en de Verenigde Staten. In Duitsland

zijn teff-broodjes populair onder klanten van warme bakkerijen.

De medaille heeft wel zijn keerzijde. De ontwikkelingen in de markt

gingen uiteindelijk toch langzamer dan verwacht. Voedingsproducenten

bleken gemiddeld twee tot drie jaar nodig te hebben om

met teff-producten de markt op te gaan. We hebben jarenlang veel

geïnvesteerd in onderzoek, maar niet voldoende terugverdiend. Wie

wil innoveren moet geloven in zichzelf en met beide benen op de

grond blijven staan. Het succes wordt niet alleen door de innovatie

bepaald, maar ook door de financiële situatie en of de markt er al

klaar voor is. Je moet jezelf trainen in geduld, dan komt het succes

vanzelf. In 2008 won één van de producenten van glutenvrije teffproducten

onder het merk Roley’s de Britse ‘Free-from Food Award’.

Dat maakt je trots.”

Hans Turkensteen

Mede-grondlegger teff in Europa

76

Een oud graan met nieuwe eigenschappen.

Zo omschrijft Hans Turkensteen het

Ethiopische gewas teff dat hij in Europa

introduceerde. Het graan is rijk aan

mineralen en hoogwaardige eiwitten en

zetmeel en is glutenvrij. Teff is smaakvol

en goed te verwerken in bijvoorbeeld

brood, cake en koek. Het graan werd in

2006 genomineerd voor de Food Valley

Award.

www.teffcentre.nl

“Train jezelf in geduld”


Duurzaam

geteelde appels met een betere

opbrengst

“Aan gewone appels valt weinig meer te verdienen. De marges in

de fruitteeltsector zijn negatief. Daarom besloot Inova Fruit BV te

focussen op de ontwikkeling van nieuwe rassen die wel rendabel zijn

en bovendien op een duurzamere manier worden geteeld. Vanaf het

begin, in 2001, is Plant Research International daarbij betrokken

geweest. Samen ontwikkelen we appelrassen die resistent zijn tegen

schimmelziekten en daardoor veel minder bestrijdingsmiddelen

nodig hebben. Dat bespaart kosten en het is milieuvriendelijker en

gezonder.

We maken gebruik van wat de natuur te bieden heeft. Er bestaan

al wilde appels die resistent zijn tegen ziektes als meeldauw en

schurft. Maar ga je deze kruisen met andere appels, zoals in de

klassieke veredeling, dan neem je ook de ongewenste genen mee. Je

hebt meestal pas na vier tot vijf generaties kruisen een goede appel.

Dan ben je zo veertig jaar verder.

79


“Groei is verbonden met innovatie”

Het kruisingsproces kun je zeker dertig jaar bekorten met onze

innovatieve veredelingsmethoden: DNA merkergestuurde veredeling

en cisgenese veredeling. Bij de eerste vorm selecteren we op basis

van DNA-onderzoek appels met de gewenste genen. Dit kan al bij

zaailingen van enkele weken oud. Bij cisgenese gaan we een stapje

verder. We maken in het laboratorium als het ware een kopie van de

goede genen en brengen die over naar het nieuwe ras, zonder dat er

bacteriegenen in de appel terecht komen. Dit gaat met behulp van

genetische verbetering. Wij gebruiken alleen natuurlijke appelgenen.

Deze methode is minstens zo veilig als klassieke veredeling.

We streven ernaar in 2012 de eerste cisgene schurftresistente

appels te presenteren. We zijn in gesprek met de Nederlandse en

Europese overheid voor toelating van deze appels tot de markt. Het

is voor ons een gegeven: groei in de fruitteeltsector is onlosmakelijk

verbonden met innovatie.”

Henk Schouten

Senior scientist bij Plant Research International

Wageningen

80

Inova Fruit ontwikkelt samen met Plant

Research International nieuwe appelrassen.

Ze maken gebruik van twee innovatieve

veredelingsmethodes: DNA merkergestuurde

veredeling en cisgenese. Je

kweekt er op een milieuvriendelijke wijze

appels van hoge kwaliteit mee, met een

betere marge. En er wordt een forse

tijdswinst behaald ten opzichte van

klassieke veredelingsmethodes. In 2006

is de innovatie genomineerd voor de Food

Valley Award.

www.inovafruit.nl

www.pri.wur.nl


“Je moet

doortrappen om voorop te blijven

“Innovatie is niet zomaar belangrijk voor de food & agrisector; het is

cruciaal. Nederland is nu eenmaal niet het goedkoopst producerende

land ter wereld. We moeten het dus hebben van vernieuwingen. Dat is

ook de reden dat eind negentiende eeuw de Rijkslandbouwschool is

opgericht: de voorloper van Wageningen Universiteit. Europa werd op

dat moment overspoeld door goedkoop graan uit de Verenigde Staten.

Nederland heeft toen als één van de weinige landen niet de grenzen

dichtgegooid, maar ‘teruggevochten’ door zich op innovatie te storten.

Bij Wageningen UR houden we ons bezig met zowel fundamenteel als

toegepast onderzoek. We ontwikkelen nieuwe concepten en helpen die

toepasbaar te maken. Daar zijn bijna altijd bedrijven uit de sector bij

betrokken. Dat moet ook wel, want het echte innoveren gebeurt in de

praktijk. Wetenschap vanuit een ivoren toren werkt niet, zeker niet in

onze sector. We doen bijvoorbeeld visserijonderzoek in IJmuiden, diergezondheidsonderzoek

in Lelystad en tuinbouwonderzoek in Bleiswijk.

Ook internationaal timmeren we aan de weg. We zijn een groot bioenergieproject

aan het opstarten in Brazilië en een Centre of Excellence

82

fietsen”


Aalt Dijkhuizen is sinds

maart 2002 voorzitter van

de Raad van Bestuur van

Wageningen UR. Daarvoor

was hij onder meer Managing

Director bij Nutreco waar hij

verantwoordelijk was voor

de handelsactiviteiten in de

voedselkolom in Noord-West

Europa en Nutreco-breed het

thema voedselveiligheid in

zijn portefeuille had.

in Food & Agri in Chili. Dat we daarbij kennis exporteren vinden we

geen probleem. Zolang je er maar voor zorgt dat Nederland zelf in

een nóg hoger segment blijft zitten. Bovendien doen we daar ook veel

kennis op die we weer mee terug nemen.

De food & agrisector is van groot belang voor Nederland. Tien procent

van ons nationaal inkomen komt hier vandaan en een even groot deel

van de werkgelegenheid. Van onze export is het zelfs meer dan

vijfentwintig procent. Als we niet voortdurend blijven innoveren kalft

dat in snel tempo af. Het is net als bij een peloton wielrenners: je moet

doortrappen om voorop te blijven fietsen.

Dat doortrappen gaat gelukkig nog steeds goed in Nederland, vooral

door het samenspel van bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid.

Die kent zijn weerga niet in de wereld. Als je de voedselkolom

door loopt, zie je volop mooie innovaties. Zo waren tuinbouwkassen in

de jaren tachtig dé grote energieslurpers. Nu leveren ze energie. Of

de ontwikkeling van vla en yoghurt zonder vet, die toch romig smaakt.

Dat is toch geweldig?”

Aalt Dijkhuizen

Voorzitter Raad van Bestuur

Wageningen Universiteit & Researchcentrum

“Het echte innoveren gebeurt in de praktijk”

85


Greenportkas,

duurzame

innovatie in

glastuinbouw

“In de jaren negentig hielden tuinbouwbedrijven hun kassen op

temperatuur met grote verwarmingsketels. Werd het binnen te warm,

dan zetten ze een raampje extra open. Niet milieuvriendelijk, maar

wel goedkoop. Er waren geen economisch rendabele energiezuinige

alternatieven. Vanuit de wetenschap kwamen zo nu en dan technische

hoogstandjes - zoals de ‘gesloten kas’ die vrijwel volledig op zonnewarmte

werkte – maar die werden in de praktijk niet voldoende

opgepakt.

Op verzoek van het Productschap Tuinbouw en LTO Nederland startte

Innovatiecentrum Knowhouse een project om tot oplossingen te komen

die tuinders nieuwe mogelijkheden zouden bieden: ‘Glastuinbouw met

toekomstwaarde’. We vormden een alliantie van kennisinstituten en

bedrijven, zetten daar een klankbordgroep van tuinders omheen en

gingen aan de slag.

Het resultaat van de samenwerking is de Greenportkas, een concept

waarin bestaande technieken voor klimaatbesturing op een slimme

manier aan elkaar gekoppeld worden. Zo wordt zonnewarmte uit de

kas gehaald en in de bodem opgeslagen. Dit biedt koeling in de zomer

en verwarming in de winter. De kas maakt veertig tot vijfenvijftig

procent reductie in CO 2 -uitstoot mogelijk, waarmee de tuinbouwsector

haar klimaatdoelstellingen haalt. Telen in de Greenportkas is

een heel ander verhaal dan in een conventionele kas. Daarom is er in

het project veel aandacht besteed aan teeltbegeleiding.

Het concept is economisch rendabel: CO 2 -concentratie, licht, temperatuur

en luchtvochtigheid in de kas worden nauwkeurig afgestemd

87


op het groeistadium van de plant en dat zorgt voor een hogere

opbrengst. Daarmee verdient de teler zijn investeringen terug. De

restwarmte kan worden gebruikt door aangrenzende bedrijven of

gebouwen. Het ultieme voorbeeld van de Greenportkas staat in

Venlo, bij tuinder Joep Raemakers. Deze kas levert warmte aan twee

nabijgelegen zorgcentra. In 2009 heeft de kas ruim vijftig procent

minder energie verbruikt dan vergelijkbare conventionele kassen, en

ruim twintig procent meer tomaten opgebracht.

Het vernieuwende van het project ‘Glastuinbouw met Toekomstwaarde’

zit hem in de samenwerking tussen kennisinstellingen, bedrijfsleven

en glastuinders. Door goede afspraken over de verdeling van de oogst

hebben we een sfeer van vertrouwen gecreëerd. Zonder het vertrouwen

hadden we nooit een tuinder gevonden, die zoiets nieuws als de

Greenportkas durfde uit te proberen. De nominatie voor de Food

Valley Award in 2005 heeft de kenniscoalitie nog dichter bij elkaar

gebracht. Ze zijn zelfs zo enthousiast geworden, dat ze na afronding

van het project zijn doorgegaan met samen innoveren. Bovendien

hebben tientallen tuinders delen van het concept doorgevoerd, ook

op conventionele bedrijven. Daar zijn we apetrots op.”

Rinus van de Waart

Directeur Innovatiecentrum Knowhouse

Horst

88

“Innovatie is meer

dan techniek alleen”

De Greenportkas is een kas met een

40 tot 55 procent lagere CO 2 -uitstoot

die voor de tuinder ook nog eens

economisch rendabel is. De kas is het

resultaat van het project ‘Glastuinbouw

met toekomstwaarde’, een bijzondere

samenwerking tussen kennisinstituten,

bedrijven en glastuinbouwers. De kar

werd getrokken door Innovatiecentrum

Knowhouse. Het initiatief werd in 2005

genomineerd voor de Food Valley Award.

www.knowhouse.nl


Steriliseren met koud plasma

“We zochten al een tijdje naar een nieuwe methode om verpakkingen

zoals flesjes en drankblikjes te steriliseren. Normaliter gebeurt dat

met stoom of waterstofperoxide, maar dat wilden wij niet. Stoom

kost veel energie en bij waterstofperoxide heb je veel water nodig

om na te spoelen. Bij Wageningen UR experimenteerden ze met

de koudplasmatechnologie. Die sprak ons direct aan. We zijn de

methode verder gaan ontwikkelen, met resultaat. Met onze apparatuur

worden verpakkingen gespoeld met een plasma dat ontstaat

door ontlading van stikstofgas, het voornaamste bestanddeel van

lucht. Dat gebeurt bij lage temperaturen en is dus energiezuinig.

Er blijven geen chemische resten achter en je hebt geen water nodig

om de verpakkingen na te spoelen. Dat maakt de methode veel duurzamer

dan de conventionele technieken.

Toch stonden de klanten niet meteen in de rij. We konden weliswaar

aantonen dat de techniek werkte, maar de manier waarop liet

nog te wensen over. Het sterilisatieproces nam teveel tijd in beslag.

We kunnen inmiddels veel intensiever plasma leveren, wat de

91


“Weet waar je kracht ligt”

behandelingsduur aanmerkelijk verkort. De methode zal naar verwachting

behalve voor verpakkingsmateriaal ook geschikt worden voor

de oppervlaktebehandeling van bijvoorbeeld bladgroentes, vis en kip.

Er wordt wereldwijd veel onderzoek gedaan naar koudplasmasterilisatie,

alleen houdt elke onderzoeksgroep er zijn eigen methodiek

op na. Helaas is dat niet bevorderlijk voor de ontwikkeling van het

vakgebied. Wij hebben daarom een demonstrator gebouwd waarmee

alle groepen op dezelfde manier plasma kunnen produceren en

optimaliseren.

Innoveren is een kwestie van mentaliteit. Je moet vooraan willen

lopen, samenwerken en weloverwogen risico’s durven nemen. Bij

OMVE is al het personeel betrokken bij Research & Development,

ook de verkopers. Ons motto is: weten waar je kracht ligt. In het

westen moeten we het niet hebben van goedkope kilo’s roestvrij

staal. Die produceren ze in landen als China goedkoper. Ons vermogen

zit hem in de ontwikkeling van slimme apparaten die processen en

producten verbeteren.”

Govert van Oord

Directeur OMVE Netherlands BV

Schalkwijk

92

Verpakkingen ontsmetten zonder

water of chemische stoffen. Dat

kan met de energiezuinige koudplasmatechnologie

van OMVE

Netherlands BV, specialist

in geavanceerde apparatuur en

processen. De innovatie leverde het

bedrijf een nominatie voor de Food

Valley Award 2005 op.

www.omve.com


Innovatie op waarde geschat

In vijf jaar tijd zijn vele inspirerende innovaties aan de jury van de

Food Valley Award gepresenteerd. Wij danken de innovatoren voor hun

deelname in de race om de Food Valley Award. Grote waardering is er

voor de wijze waarop de juryleden de afgelopen vijf jaar betrokkenheid

hebben getoond. Dankzij een grondige analyse en uitvoerig overleg

hebben zij innovatie op waarde geschat.

Dank gaat uit naar de juryleden:

Leden van de Raad van Advies van de stichting Food Valley

Dhr. H. Eweg, voormalig wethouder gemeente Wageningen

Mw. A. Mensink, zelfstandig adviseur Life Sciences en Senior

- Scientific Officer stichting Food Valley

Dhr. H. Verhagen, hoofd Centrum voor Voeding en Gezondheid RIVM

Dhr. H. de Vries, voormalig VROM-inspecteur

Dhr. A. Wassenberg, directeur Animo Agri Business BV

Speciale dank gaat uit naar Rudy Rabbinge, University Professor

Wageningen UR en Chairman Science Council CGIAR. Vijf jaar lang

heeft hij met veel toewijding de functie van juryvoorzitter bekleed.

94

Stichting Food Valley

De stichting Food Valley stimuleert innovatie in de Nederlandse

agrifoodsector door kennis en ondernemerschap aan elkaar te koppelen

vanuit de behoefte van het bedrijfsleven en biedt:

Antwoord op ondernemersvragen

Support bij projectontwikkeling

Introductie van en begeleiding bij vestiging van (nieuwe) innovatieve

- foodbedrijven in de regio

Ondersteuning bij de ontwikkeling van spin-offs en start-ups

Innovatiekansen via de Food Valley Society

Contactgegevens

Stichting Food Valley

Agro Business Park 10

6708 PW Wageningen

0317 42 70 95

info@foodvalley.nl

www.foodvalley.nl

95


Colofon

Opdrachtgever Stichting Food Valley

Redactie Lisette de Jong & Heidi Klijsen

Grafische vormgeving Roel Dalhuisen

Drukwerk Drukkerij Macula

Eindredactie Jolanda Wels

Mede Mogelijk geMaakt door

bijdrage van de europese unie

Innoveren is waar Nederland goed

in is De grootste uitdaging is het

product blijven doorontwikkelen

Samenwerken houdt je scherp

We moeten steeds slimmer worden

Het geheim van innovatie: durf

eigenwijs te zijn Train jezelf in

geduld Alle puzzelstukjes vielen

op hun plek Groei is verbonden

met innovatie Innoveren gebeurt in

de praktijk Weet waar je kracht ligt

Innovatie is meer dan techniek

alleen Innovatie op waarde geschat

More magazines by this user
Similar magazines