Binnenstad-web

d66.purmerend
  • No tags were found...

Binnenstad-web

De kracht vande binnenstadD66Notitie Kees VerhoevenTweede Kamerlid D66Februari 2014


1. Bedreiging:verschralende stadscentraEen binnenstad is het kloppend hart van een stad ofregio. In een binnenstad vind je veel werkplekken,ga je naar de bioscoop, koop je kleding of wandelje gewoon wat rond. Mensen komen er samen opde markten en pleinen en gaan er naar de kroeg.Met andere woorden: een groot deel van heteconomische en sociale leven vindt plaats in debinnenstad. Een stadscentrum is zowel de centralemarktplaats waar vraag en aanbod elkaar vinden,als een fysieke ontmoetingsplek die mensenin de gelegenheid stelt om bij elkaar te komen,ideeën uit wisselen en ervaringen te delen. Hetbijzondere van binnensteden is dat er voor iederwat wils is en dat de aanwezige diversiteit eenbron van creativiteit en activiteit is. 3Zeer bepalend voor de aantrekkelijkheid vanbinnensteden is het grote winkelaanbod. Deafzonderlijke winkels versterken daarbij elkaarspositie. Doordat je naar de stad gaat voor destomerij, kom je ook langs een schoenenwinkel,een boekhandel en een slagerij. En terwijl je vanplan was je pak te laten stomen, kom je thuis meteen paar boodschappen of een leuke aanbieding.Daarbij koopt iemand die aan het winkelen isook nog tussendoor een ijsje of een broodje endrinkt na afloop een biertje bij de kroeg op hetdorpsplein. Maar bij de grote trekker van dehuidige binnensteden – de winkels – beginnen nude problemen. 4 D66 ziet verschillende trends:Ontstaan van monocultuurHet feit dat het winkelaanbod de grootste reden iswaarom Nederlanders binnensteden bezoeken, iseigenlijk al een risico op zichzelf. Als succes dooréén factor bepaald wordt, is dat succes fragiel.3 In zijn standaardwerk en bestseller “Rise of the Creativeclass” (2002) beschrijft sociaal wetenschapper Richard Floridade creativiteit en innovativiteit die uitgaat van het binnenstedelijkmilieu en zijn vele verschillende gebruikers, bijeen op een kleinoppervlak. Florida, R. (2002). Rise of the Creative class.4 Nu zijn het de winkels die langzaam leeglopen, in de jarennegentig waren het de zakelijke dienstverleners (banken,advocatenkantoren) die de binnenstad verlieten. In Amsterdamverkasten grote kantoorwerkgevers als ABN AMRO (vanuit hetstatige gebouw de Bazel aan de Vijzelsraat) naar de – daartoegeplande en ontwikkelde – Zuidas. Zo werden de winkels relatiefdominanter in de economische structuur. Die afnemende diversiteitmaakt binnensteden kwetsbaar, zoals nu ook blijkt.Veel Nederlandse binnensteden zijn aantrekkelijkbij de gratie van een goed winkelaanbod. Alsdat om allerlei redenen minder aantrekkelijkwordt, komt het succes van het complete gebieddirect onder druk te staan. Een monocultuur kanoverigens ook op andere terreinen ontstaan enlevert dan evengoed kwetsbaarheden op. Zo zijn‘central business districts’ 5 in grote wereldstedenoverdag werkcentra en publiekstrekkers vanformaat, maar is er ’s avonds niemand meer om tezorgen voor dynamiek of een veilig gevoel.De druk van oplopende prijzenIn een binnenstad komen veel mensen en daardooris het een populaire plek voor winkels. Vierkantemeters in hoofdwinkelstraten zijn daaromduurder dan in de meer afgelegen wijken van eenstad. Een probleem daarbij is dat niet alle winkelsevenveel opleveren. Met name telefoonwinkelszijn erg rendabel per vierkante meter, maar geenconsument wil een winkelstraat met enkel enalleen telefoonwinkels. Grotere ketens kunnenhoge huurprijzen gemakkelijker dragen dankleine bedrijfjes. Zoals brouwerijen sommigecafés als reclamezuilen voor hun merk zien, zijnsommige grote ketens bereid verlies te nemenom op een bepaalde centrumlocatie (A-locatie) tekunnen zitten als uithangbord. Denk hierbij aande Kalverstraat in Amsterdam of Hoog Catharijnein Utrecht. Het gevolg hiervan is die smakelozeeenheidsworst, omdat de kleinere winkelsverdwijnen en de schaalvergroting doorzet. 6 Dathet centrum minder aantrekkelijk wordt en deomzetten afnemen, betekent helaas zelden dat dehuurprijzen dalen. Dat zou immers betekenen datde boekwaarde van winkels daalt en dat er verliesmoet worden genomen door het exploiterendevastgoedbedrijf. Maar die wachten liever een paarmaanden dan de huurprijs te verlagen. In sommigegevallen geven ze de voorkeur aan het geven vantijdelijke kortingen. 75 Zoals bijvoorbeeld de City of London en Lower Manhattan(‘Wall Street’).6 Het aantal filiaalbedrijven nam toe van 28% naar 35%. Ookis de gemiddelde winkel de afgelopen tien jaar gegroeid van 215naar 266 vierkante meter. Droogh Trommelen en Partners (2011).Dynamiek door beleid. Hoe de overheid de winkelmarkt stimuleert.Geraadpleegd via http://www.vastgoedjournaal.nl/uploads/Dynamiek%20door%20beleid%20mei%202011.pdf.7 PBL & ASRE (2013). Gebiedsontwikkelingen commerciëlevastgoedmarkten een institutionele analyse van het (over)aanbodvan winkels en kantoren. Geraadpleegd via http://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/PBL_2013_gebiedsontwikkeling-en-commerci%C3%ABle-vastgoedmarkten.pdf.3 l De kracht van de binnenstad


De druk van overbodige vierkante metersFiguur 1: winkel oppervlak (Droogh Trommelen en Partners, 2011)De druk van internetIedereen houdt nog altijd van winkelen.Het is zelfs vrijetijdsbesteding nummer 1 inNederland. Maar steeds vaker koopt men bijdie gemakkelijke en goedkope internetwinkel. 8Daar is niets mis mee – deze notitie is ook nietmet pen en papier geschreven en via de post bijlezers gekomen – maar het trekt wel een wisselop de winstgevendheid van fysieke winkels. Omaantrekkelijk te blijven en de eventuele meerprijste verantwoorden, moeten winkels nieuwe dingenverzinnen. Sommige winkels zullen inzettenop extra service en advisering, andere op meerpersoonlijke beleving. Soms is superspecialisatieof juist assortimentsverbreding 9 een geschikteoplossing. Dit creatief anticiperen doorondernemers op de veranderende wereld moetniet gehinderd worden door regelgeving, zoalsbestemmingsplannen.In de jaren ’90 en 2000 is onder druk van goedkoopkrediet en de ambitie van projectontwikkelaarsen wethouders flink gebouwd. Vooral buiten debestaande binnensteden zijn in veel gemeentenprestigeprojecten verrezen. Dit in de vorm vanperifere outletcentra en shoppingmalls dieduizenden vierkante meters winkeloppervlakhebben toegevoegd, zonder dat hier op basis vande bevolkingsomvang of de regionale vraag (inkaart te brengen via koopstromenonderzoek)daadwerkelijk reden toe was. Dit is bijvoorbeeldgebeurd in Almere en Roermond. Maar ookAmersfoort heeft met het in 2012 geopendeEemplein weer een flink aantal vierkante meterswinkeloppervlak toegevoegd.Onder druk van huurstijging en ketendominantie,internetverkoop en vastgoedoverdaad is debinnenstedelijke leegstand fors toegenomen,met name in de afgelopen crisisjaren. Daar komtnog bij dat door deze negatieve winkelspiraal debedrijfsopvolging van vader op zoon een stukminder vanzelfsprekend is geworden. Volgens hetPlanbureau voor de leefomgeving staat inmiddelsacht procent van het totale winkelbestand leeg.Daarmee is de winkelleegstand de laatste jarengestaag omhoog gegaan. 10 Het is moeilijk te zeggenhoeveel van deze leegstand de binnenstedenbetreft, maar het geeft in ieder geval aan dat debinnensteden het moeilijk hebben.Maar er is meer gaande. Ook de bereikbaarheid,investeringen in de openbare ruimte enleefbaarheid spelen een rol in de verschraling vande stadscentra.BereikbaarheidFiguur 2: online omzet (Thuiswinkel, 2013)8 Zo groeide de omzet van internetwinkels in de eerste helft van2013 met 8% tot 5 miljard euro, terwijl dit in 2007 maar 2,4 miljardeuro was. Blauw research (2013). Thuiswinkel Marktmonitor2013-1. Geraadpleegd via http://www.thuiswinkel.org/data/multimediamaintenance/00/01/63/bd3zw996uu.jpg.9 In de HBD-uitgave “10 retailparadoxen” (2006) komen 40succesvolle ondernemers aan het woord. Een aantal van hen heeftzich sterk gespecialiseerd (Hartog’s Volkorenbakkerij) in eenbepaald segment of een niche om zo van verre klanten te trekken.Anderen zijn juist succesvol via een formule van verbreding (DeMediamarkt en de HEMA) waarmee veel nabije klanten bediendkunnen worden. Hoofdbedrijfschap Detailhandel (2006). 10retailparadoxen.Om de centrale ontmoetingsplek en deeconomische draaischijf te kunnen zijn, moeteen centrum voor alle gebruikers bereikbaarzijn. Je komt ergens lopend, met de fiets, met deauto of het openbaar vervoer. Voor wandelaars(doorgaans bewoners en toeristen) zijn weinigproblemen, voor de andere groepen gebruikers enhun vervoerswijze helaas wel.Zo lijkt fietsparkeren geen probleem. Je kunt jefiets immers overal neerzetten. Maar iedereen dieweleens op een station heeft geprobeerd zijn fietste parkeren, weet dat het zoeken van een plekjeveel tijd en geluk vergt. Verder mag een fiets op veelplekken niet voor het raam geparkeerd worden en10 PBL & ASRE (2013). Gebiedsontwikkelingen commerciëlevastgoedmarkten een institutionele analyse van het (over)aanbodvan winkels en kantoren. Geraadpleegd via http://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/PBL_2013_gebiedsontwikkeling-en-commerci%C3%ABle-vastgoedmarkten.pdf.4 l De kracht van de binnenstad


in sommige straten is fietsparkeren zelfs volledigverboden. Dit is een aandachtspunt, net als derelatieve onveiligheid voor fietsers in situatieswaar (vracht)auto’s, brommers en scooters opdezelfde smalle wegstrook rijden.Autoparkeren is in veel binnensteden het grootsteprobleem. Het is lastig om een binnenstad in tekomen met een auto, vanwege eenrichtingsverkeeren opstoppingen. Vervolgens is het vinden van eenparkeerplek een hoge drempel, zeker op de stratenboven de grond. Voor zowel parkeren op straat als ineen parkeergarage geldt dat de tarieven de afgelopenjaren volledig uit de pan zijn gerezen. Daarbij geldtniet alleen een hoog tarief, maar betaalt men op veelplekken ook per uur in plaats van naar daadwerkelijkgebruik. Zo kan het gebeuren dat een verblijf van61 minuten in de Amsterdamse binnenstad tieneuro bedraagt. 11 Vanwege de schaarse ruimteis prijsregulering van de hoge parkeerdrukniet onredelijk, maar het maakt (voormalige)industrieterreinen met groothandels, shoppingmalls en outletwinkels een stuk aantrekkelijker voorconsumenten. Daar is parkeren immers vaak gratis.Hoezo gelijk speelveld?Bereikbaarheid per openbaar vervoer is in demeeste steden en centra redelijk goed geregeld,maar ook hier staan de investeringen steeds meeronder druk. Met name in de perifere delen vanons land is hier sprake van. Als we het openbaarvervoer aantrekkelijk willen maken moetenbussen, trams, metro’s en treinen vaak, ver enlaat rijden. Van ’s ochtends vroeg tot in de kleineuurtjes. Bovendien moet het OV betrouwbaar enveilig zijn. Een station ver buiten de binnenstadhelpt niet, een bus die niet meer elk kwartiermaar elk half uur rijdt evenmin. Zeker in groterebinnensteden zijn veel nachtwerkers, zoalshorecapersoneel, beveiligers en verplegers. Bijeen gebrekkig netwerk van openbaar vervoer zijndie allemaal aangewezen op de auto.de binnenstad via uit de hand gelopen lokalelasten (reclamebelasting, precariorechten, etc.) demelkkoe te worden die financiële problemen opandere terreinen moeten oplossen.Leefbaarheid in de binnenstadHet is leuk om in een binnenstad te wonen, maarer kleven ook nadelen aan. De gezelligheid zorgtsoms ook voor overlast. Toch is het behoud vanbewoners van groot belang voor binnensteden, alis het maar om te voorkomen dat winkelstratenna zessen verworden tot no-go-areas. Een actievebevolking maakt een binnenstad aantrekkelijkeren helpt overlast voorkomen.In Delft werken bewoners, horeca,winkeliers en vastgoedbedrijven samentegen overlast en leegstand. Zo is het leegstaandeziekenhuis omgezet in werk- enontmoetingsplek 'De Zuster' voor kleinebedrijven. Ook is de bewegwijzering naarparkeergarages aanzienlijk verbeterd.“Schoon, heel en veilig”is van levensbelangInvesteringen in de openbare ruimteVoor een aantrekkelijke binnenstad is het credo“schoon, heel en veilig” van levensbelang. Hetliefst gecombineerd met genoeg groen. Dat vraagtactief gemeentebeleid. Maar investeringen inde openbare ruimte staan onder druk. De takenvan gemeentes nemen toe, terwijl de budgettenkrimpen. Dat is een ongelukkige samenloop waarde binnenstad niet de dupe van mag worden.Omgekeerd dreigen ondernemers in11 Detailhandel NL (2013). Nationale Parkeertest 2013.Geraadpleegd via http://nationaleparkeertest2013.dedetailhandel.nl/Foto: Shirley de Jong5 l De kracht van de binnenstad


2. Kansen:bloeiende binnensteden 2.0Hoe kijkt D66 naar bovenstaande bedreigingenvoor de binnenstad? Duidelijk is dat er naast bedreigingenook kansen liggen. De centrale ligging,de concentratie van uiteenlopende voorzieningen,de hoogwaardige vastgoedkwaliteit en deblijvende menselijke behoefte aan fysiekeontmoetingsplaatsen en belevingsplekken makendat binnensteden ook in de komende eeuwbestaansrecht hebben. Horeca, evenementenen musea zijn niet te digitaliseren. Vroegerescenario’s waarin het internet tot de leegloopvan binnensteden zou leiden, zijn dan ook nietuitgekomen. 12Daarom moeten we niet bij de pakken neer zitten.Als sociaal-liberalen zien we niets in autonometrends als digitalisering proberen af te stoppen.We bemoeien ons evenmin met de fundamentenvan de economie zelf. Wel willen we goederandvoorwaarden voor leefbaarheid creëren enbewaken. Dat vraagt ruimte voor ondernemendeindividuen en slim inspelen op verandering. Wemoeten nieuwe doelen stellen en daar gericht opinzetten.In de visie van D66 over de inrichting van stedenen het benutten van economische kansen spelenverdichting en clustering een rol. De binnenstadheeft zo tegelijk economische potentie en grotesociale betekenis. Trends laten we daarbij nietzonder meer passeren, maar tegelijk kunnenen willen we niet krampachtig beschermen watwe ooit hadden. D66 pleit voor een krachtigedynamische binnenstad, waar mensen graagkomen en ondernemers de ruimte krijgen omkansen te pakken die leiden tot nieuwe groei. Zohouden we het geheel leuk en leefbaar.De binnenstad van de toekomstDe binnensteden van D66 zijn (tegen eenverschillende prijs) bereikbaar met auto, fietsen openbaar vervoer en kennen als basis eengoed verzorgde openbare ruimte. Ze hebben eengevarieerde economische structuur vanbewoners, bedrijven en bezoekers met eenfunctioneel verzorgend en verrassend gemêleerdwinkelaanbod dat volledig inspeelt op allekansen die ‘offline’ nog steeds biedt. Artiesten ennieuwe winkeliers worden actief aangetrokkenom leegstand direct op te vullen. Er zijn leukerestaurants, gezellige kroegjes, hippe koffietentjesen voldoende hotels. Architectuur en cultuur zijnvolop beschikbaar om van te genieten. Er is volopgroen en de luchtkwaliteit doet niet onder voordie van de Veluwe. Bewoners en ondernemerskrijgen de nodige ruimte om initiatieven teontplooien en nieuwe dingen te proberen. Winkelenhorecaeigenaren overleggen onderling hoe hunstraten nog leuker en gezelliger ingericht kunnenworden en regelen dit waar nodig met, maar waarmogelijk zonder de gemeente. Mensen voelenzich veilig. Niet nieuwbouw, maar hergebruikis de leidende gedachte. Geen megalomanewinkel-woon-werk-torens maar renovatie enherbestemming van klassieke stadspanden. Dehistorische binnenstad wordt gekoesterd alscultureel erfgoed. Toeristen komen vanuit dehele wereld om dit te bewonderen, ook doordoelgerichte promotie.Breda, voorheen de Beste Binnenstad vanNederland, kiest in de structuurvisie 2030voor een compacte stad zonder shoppingmalls aan de randen. Het stadsbestuurwerkt aan een vitaal kernwinkelgebied.Retailers die zelf produceren krijgen extrabedrijfsruimte met het programma “HipAmbacht”, waarbij ze betaalbare winkelruimteaangeboden krijgen in de kleinestraatjes rond de Grote Markt. De leegstandin de inloopstraten naar het centrumwordt aangepakt via transformatievan winkel- naar kantoorfunctie. Ook zetBreda in op meer veiligheid door betereverlichting en het beter onderhouden vande buitenruimte. Hierin wordt 2,5 miljoeneuro extra geïnvesteerd. Het project Achterde Lange Stallen voegt winkelstratentoe aan de Bredase binnenstad waardoormeer ruimte ontstaat om te slenteren enzelfs even te verdwalen.12 Zie ook de slotparagraaf van: Weltevreden, J.W.J. &O.A.L.C. Atzema (2007). De slag om de binnensteden.ROMagazine ‘Special ICT en ruimtelijke ontwikkeling’ 4, pp.17-19. Geraadpleegd via http://www.jesseweltevreden.com/ROMspecial.pdf6 l De kracht van de binnenstad


3. Aanbevelingen voor debinnenstad van morgenD66 heeft vanuit bovenstaande trends en onze visieop de binnensteden van de toekomst oplossingenuitgewerkt. Soms is de landelijke overheidhierbij aan zet, soms de gemeente. Wel ligt denadruk lokaal, want ‘de’ binnenstad bestaat niet.Elke regio heeft verschillende sterke en zwakkepunten. Los van de lokale nadruk is nationaalcommitment van groot belang omdat er sprakeis van een landelijk probleem. Binnensteden vanDen Helder tot Maastricht en van Goes tot Assenstaan onder druk en vergelijkbare patronen zienwe in vrijwel alle plaatsen terug. Ook hebbenverslechterende binnensteden niet alleen lokaleen regionale impact, ze hebben ook negatieveeffecten op nationaal niveau omdat een grootdeel van het bruto binnenlands product in debinnenstad verdiend wordt. Kortom, het is inieders belang om de binnenstad van de toekomstgezond te houden.Eén plan voor de binnenstad• Sterkte-zwakte-analyse van de binnenstad.Elke binnenstad heeft zijn eigen zwakke en sterkepunten. Een analyse die dit goed inzichtelijkmaakt helpt bij het afwenden van bedreigingen enhet benutten van kansen. Ook de problemen vaniedere binnenstad zijn uniek en moeten naar aarden omvang van de lokale dynamiek onderzochtworden.• Een toekomstplan. Op basis van die analysekan de gemeente een toekomstplan voor debinnenstad maken dat in ieder geval ingaatop de economische structuur, het aanbodvan voorzieningen, de bereikbaarheid en deruimtelijke inrichting. Vervolgens dient dat teworden verankerd in bestemmingsplannen metzorg – in afstemming met buurgemeenten - voorvoldoende flexibiliteit en functiemenging.• Ruimte voor gezamenlijke actie. De binnenstadis een gezamenlijke verantwoordelijkheid.Dat betekent niet dat samenwerking altijd moetbeginnen bij de lokale overheid die dit metregelgeving of subsidies afdwingt. Bedrijvenen mensen kunnen dit prima zelf. Een loket bijde gemeente dat ondersteuning kan bieden alsde initiatiefnemers tegen barrières aanlopenis hierbij wel een belangrijk steuntje in de rug.• Slimme marketing. De binnenstad moet als eengeheel verkocht worden door de vele aspectenervan in samenhang aan de man te brengen. Dit kanbijvoorbeeld met een gezamenlijke winkelwebsitemet informatie over producten en openingstijden.Ook digitale hulpmiddelen zijn nuttig, zoalsvirtuele looproutes en winkelmandjes. Inzicht inhet type bezoekers dat een museum of een (gratis)popfestival trekt, helpt daarbij. Ook kan hetlonen om een marketingwebsite ‘buitenlandervriendelijk’in te richten, bijvoorbeeld door dezeEngelstalig te maken.• Geen suffe slogans. Bijna elke gemeente, regioof provincie heeft tegenwoordig een eigenslogan, maar nietszeggende kreten kunnen betervermeden worden, ook vanwege de hoge kosten ende boterzachte baten. In plaats daarvan is het beterom een duidelijke, inhoudelijke en op doelgroepengerichte boodschap uit te dragen.• Iconen met mate. Een mooie brug of een mooinieuw museum kan een publiekstrekker zijnvoor toeristen en nieuwe bedrijvigheid, maareen megalomaan extra winkelcentrum naast hetbestaande centrum is op veel plekken de dood inde pot gebleken. Gemeenten moeten onderlingniet concurreren of winst proberen te makenmet vastgoedprojecten. Een gemeente is geenprojectontwikkelaar.De leefbare binnenstad• Tegengaan van verloedering. Om de binnenstadaantrekkelijk te houden is het belangrijk omverloedering en verval actief te bestrijden.De overheid moet daarvoor bij publiekeinfrastructuur het goede voorbeeld geven en snelingrijpen bij onderhoudsgebreken. Verloederingwordt versterkt als er viezigheid op straat ligt. Zetdaarom genoeg prullenbakken neer en zorg vooreen goede stadsschoonmaak en vuilnisdienst.Daarnaast is het belangrijk om eigenaren testimuleren hun panden op te knappen. Denkbijvoorbeeld aan het activeren van slapendeVerenigingen van Eigenaren, zoals in Rotterdamis gebeurd. 13 Ook kan voor het onderhoud vangemeentelijke monumenten een subsidie of leningbeschikbaar gesteld worden.• De groene ruimte. Het centrum is meer dan deoptelsom van de individuele winkels en horecaaangelegenheden.Om mensen aan te trekken,moet het totale aangezicht aanspreken. D66 kiestdaarom voor een binnenstad met veel stadsgroen,water, straatverlichting en straatmeubilair.Denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van devergroening van gevels en daken, het planten van13 Zie: Vereniging van eigenaren. (2013). Geraadpleegd viahttp://www.vve010.nl7 l De kracht van de binnenstad


De bereikbare binnenstad• Denk goed na over bereikbaarheid. Bij binnenstedenmet toeristische potentie moet wordennagedacht hoe mensen er komen. In Utrecht isdecennia lang verkeersbeleid op elkaar gestapeldmet als eindresultaat een moeizaam bereik- barebinnenstad. Lokale gebruikers kunnen natuurlijkmet de fiets komen, maar als mensen van verderkomen moet het openbaar vervoer uitkomstbieden. Hierbij kan een transferium helpen.Mensen kunnen daar hun auto - betaalbaar -achterlaten en doen het laatste stukje met eenfrequente goedkope bus of tram. Maak daarvoorbij het transferium al inzichtelijk hoe lang iemander met de auto over doet om naar de binnenstadte komen en hoe lang dat met het OV duurt. Zorgook voor een website over de bereikbaarheid vande stad, waar de verschillende opties beschrevenstaan in meerdere talen.Grotere fietsenstallingenrondom het centrum zorgendat voetgangersgebiedenfietsvrij blijvenFoto: Shirley de Jongconcentrisch systeem van parkeerringen (zoalseen spinnenweb) logisch. Op straat in het centrumis dan het duurst, gevolgd door ondergrondse binnenstadsgaragesen op straatniveau in de omliggendewijken, terwijl het transferium aan de randvan de stad het goedkoopst of zelfs gratis is.Figuur 4: modal split in Amsterdam (De Beer, Tiemersmaen Vd Ploeg, 2011) en Zuid Holland (Zuid Holland, 2012)• Betaalbaar parkeren. Parkeergarages zijn nietbedoeld om geld te verdienen of begrotingen sluitendte maken, maar om te parkeren. De gemeentemoet zorgen voor kostendekkende parkeergaragesen parkeerplaatsen, daarbij rekening houdendmet winkeliers die zonder goede autobereikbaarheidhet loodje leggen. Elke gemeente moet zichafvragen of huizenhoge binnenstadstarieven versusgratis perifeer parkeren eerlijk is en wel totde gewenste toekomst leidt. Omdat beprijzingbedoeld is om de parkeerdruk te dempen, is een• Fietsen stallen. De grootste groep bezoekers vaneen binnenstad komt uit de stad zelf. 15 Die komenmet de fiets. Als mensen die niet kwijt kunnen ofdoor allerlei hoepels moeten springen om dezekwijt te kunnen, wordt een binnenstad een rommeltje.Gemeenten moeten dus gericht investerenin voldoende fietsenstallingen op strategischeplekken. Grotere fietsenstallingen rondom hetwinkel- en uitgaansgebied zorgen dat de voetgangersgebiedenfietsvrij blijven.15 Bijvoorbeeld in Utrecht 23%. In Amsterdam is het bij ritten tot10 km meer dan 20 procent, met uitschieters voor vervoer ‘binnen dering’ naar 47% van de verplaatsingen. APPM Management Consultants,Stratagem en Strukton Rail. (2010). Kracht van Utrecht 2.0.In de complete provincie Zuid Holland zorgt de fiets voor 31%van de verplaatsingen. De Beer, Tiemersma en Vd Ploeg (2011).Modal split onder druk? Gevolgen bezuinigingen openbaar vervoerin Amsterdam.9 l De kracht van de binnenstad


Leegstand voorkomen en terugbrengenOok Rotterdam heeft stevig geïnvesteerdin de binnenstad als visitekaartje. Zowelfysiek (de aanpak buitenruimte en centraalstationsgebied) als organisatorisch(gerichte programmering en cultureleinstellingen). Ook marktpartijen hebbengeïnvesteerd, zoals bij de Markthal enForum. Een publiek-privaat succes is desterk opgeknapte Witte de Withstraat,maar ook de Meent en de van Oldenbarneveldstraathebben de afgelopen jareneen metamorfose ondergaan. Van grauwestraten met vooral uitzendbureaus naarhippe winkelstraten met veel betrokkenondernemers. De taakverdeling is duidelijk.De gemeente zorgt voor de basis inde vorm van een schone, veilige en groenestraat. De ondernemers investeren in depanden en levendigheid. Het resultaat isdat de Rotterdamse binnenstad steedsmeer verdicht. Het aantal bewoners,werknemers en bezoekers is flink gestegen.En daarmee de waardering van debinnenstad. Uit onderzoek blijkt ook heteconomisch voordeel: elke geïnvesteerdeeuro levert op termijn €2,80 op.• Bereikbaarheid draait ook om toeleveranciers.Om een winkel of een horeca-bedrijf te exploiterenmoet er van tijd tot tijd bevoorrading aangeleverdworden. Door dit slim te organiseren, bijvoorbeelddoor bundeling van de leveringen maarook door vervoer over water of een slim systeemvan venstertijden en laad- en losplekken, kan inveel gemeenten nog een hoop winst geboekt worden.Voor schone lucht is het goed om streng tezijn voor vervuilende vrachtwagens, maar alleenals er een goed alternatief is. Bevoorradingis noodzaak, anders verhuizen bedrijven alsnognaar perifere gebieden. Het is ook belangrijk ombij wegwerkzaamheden altijd rekening te houdenmet de bereikbaarheid van de winkels door goedflankerend beleid (omleidingsroutes, fasering vanhet werk, goede aankleding van de bouwput, etc.).Ook kan nagedacht worden over compensatie bijonbereikbaarheid tijdens werkzaamheden. Dathoeft niet altijd in geld, maar kan ook via gelijktijdigeaanleg van glasvezel.• Geen totempalen. Bouwen voor leegstandmoet altijd voorkomen worden. Dat vereistzelfbeheersing van wethouders die dus vakermoeten kiezen voor betere benutting van hetbestaande vastgoed. Op ruimtelijk ordeningsgebiedligt hier ook een belangrijke rol voor de provinciesdie toezicht kunnen houden op de gemeentelijkebouwplannen. Dit kan allereerst door alle geplandebouwprojecten tegen het licht te houden, zoals deprovincie Utrecht onlangs deed.• Eerlijke concurrentie met de buitengebieden.Buitengebieden zijn altijd goedkoper omdat degrond minder waard is. Maar een te groot verschilis niet eerlijk en niet wenselijk. Grondwaarderinggaat lang niet altijd via de juiste instrumenten enleidt ook niet altijd tot gewenste uitkomsten. 16Helemaal als de prijs vooral wordt bepaald doorwat een gemeente of ontwikkelaar er aan overwil houden. Daarom kan het geen kwaad omwinkelplannen voor buitengebieden niet alleente toetsen aan de regionale behoefte, maar ook ophun impact voor de binnenstad. Een maatschappijheeft immers niets aan oneigenlijke concurrentiemet leegstand als gevolg. Ook is het belangrijkom concurrentie tussen gemeentes te voorkomenen de plannen voor het buitengebied van de enegemeente af te stemmen met de binnenstadvan de andere gemeente. De gemeentes ende coördinerende provincie hebben hier eengezamenlijke verantwoordelijkheid. 17• Transparantie voor minder leegstand. D66 wilzich niet met prijsvorming bemoeien, maar maaktzich wel zorgen over de manier waarop prijzennu tot stand komen. Het openbaar maken vanWOZ-waarden van winkels en horecabedrijvenkan hier een positieve rol spelen. Helemaalals blijkt dat huurprijzen niet omlaag kunnenvanwege onrealistisch hoge boekwaardes. Meeropenbaarheid over de realistische waarde vaneen pand kan helpen om die hoge boekwaardeste doorbreken. Daarom zou het goed zijn om tebekijken of ook de WOZ-waardes van bedrijfspandenopenbaar gemaakt kunnen worden.16 Het onderzoeksrapport “Kosten Koper” beschrijft hoegrondprijzen puur door bestemming kunnen vertienvoudigen(of meer) en welke prikkels voor betrokken partijen hier vanuitgaan. Tijdelijke Commissie Huizenprijzen van de Tweede Kamer(2013). Eindrapport, een reconstructie van 20 jaar stijgendehuizenprijzen kosten koper.17 Zo besloot de gemeente Utrecht onlangs om de helft van allebouwplannen in de pijplijn van Utrechtse gemeenten te schrappen.Deze aanpak van voorkomen valt te verkiezen boven het genezenmet vervelende bijwerkingen via een Grondfonds voor noodlijdendegemeenten zoals de provincie Overijssel bedacht.10 l De kracht van de binnenstad


• Ruimte voor creatieve oplossingen voor leegstand.Niet alle panden die leeg staan kunnenonmiddellijk een nieuwe langdurige bestemmingkrijgen. Zorg daarom voor flexibele oplossingenvan bestaande leegstand. Denk daarbij aan pop-upstores, tijdelijk gebruik van winkels als etalagesen ruimte voor tijdelijk ondernemerschap ofkunstateliers.Pop-up stores en kunstatelierszijn een flexibeleoplossing voor leegstand• Slimme prijsvorming. Hoewel de leegstandom zich heen slaat, nemen de huurprijzennauwelijks af. Het is daarom belangrijk om starrehuurprijsontwikkeling tegen te gaan, waarbijmoet worden opgepast dat de huurbeschermingvan winkeliers niet wordt uitgehold. 18 D66 zietmogelijkheden in het stimuleren van ingroeihuurvoor nieuwe ondernemers of artiesten, waardoorde groei in de eerste maanden of jaren lager is.Dit heeft een positief effect op een hele straat enkan zo een winkelstraat over het dode punt vanleegstand en eenheidsworst tillen. In sommigegemeenten zijn er al voorstellen gedaan om deOZB voor startende ondernemers te verlagen. 19• Afwaarderen stimuleren. Een leegstaandpand geeft kosten, zoals de OZB en onderhoud,zonder dat het huurinkomsten genereert. Hetlijkt daarom logisch dat vastgoedeigenaren hunpanden afwaarderen. Toch vertalen eigenarenen beleggers leegstand nauwelijks naar lagereboekwaarde omdat ze dan verlies moeten nemen.Hierdoor blijven de huren vaak hoog, zelfs al staanveel winkelpanden in de buurt leeg. Het is daarombelangrijk om eerlijke en reële boekwaardes testimuleren. Dat betekent bijvoorbeeld dat hetaftrekken van leegstandkosten gelimiteerd moetworden en dat gemeentes geen oneigenlijk hogeWOZ-waarden moeten hanteren waardoor eenverkeerde ondergrens wordt gevormd bij hetafwaarderen.• Transformatie. Het blijft lastig om van eenhorecagelegenheid of een winkelpand een woningte maken of andersom. Terwijl het belangrijk isdat winkelstraten flexibel in kunnen springenop veranderingen. Soms zijn de barrièreskunstmatig, simpelweg omdat iemand het nietwil. Maar soms zijn de barrières ingewikkelder.Omdat aan gebouwen met verschillende functiesook verschillende bouweisen worden gesteld,is het ingewikkeld om achteraf nog van functiete wisselen. D66 wil deze bouweisen meer opelkaar afstemmen om functiewisseling simpeleren logischer te maken. Voor de korte termijn zijnflexibeler bestemmingsplannen een serieuze optie.18 In dat kader wijst de organisatie voor institutionele vastgoedbeleggers(IVBN) in hun recente publicatie nadrukkelijk op demogelijkheid om het hanteren van meer flexibele huurcontractenbeter mogelijk te maken: IVBN (2014). De Winkelstraat van detoekomst. Geraadpleegd via http://www.ivbn.nl/persbericht/vernieuwingsslag-in-de-winkelstraat119 D66 Den Haag heeft een vergelijkbaar voorstel gedaan inhun verkiezingsprogramma 2014.Ondernemers moeten alle zeilen bijzettenom te concurreren met internet.Daarom is het belangrijk dat oude regelsof goedbedoelde verboden geen barrièresopwerken die creatief ondernemenonmogelijk maken. Hoe logisch dit ookklinkt, slechte voorbeelden zijn er te over.Zo streed een eigenaresse van een theewinkeltjein Dordrecht vijf jaar lang om ookthee te mogen gaan schenken. De expositievan de Kralingse Kunstroute in een eetcaféin Rotterdam werd op last van de politieafgebroken. De eventuele verkoop van dekunst was in strijd met de Drank- en Horecawet.In Deventer verbood men ‘reclamefietsen’.Een pizzabakker in Schiebroekmocht van de deelgemeente geen afhaalpizza’sverkopen, omdat niet duidelijk wasof het verkopen van afhaalpizza’s onderhoreca of detailhandel valt. Een horeca-ondernemerin Utrecht die van de brandweerzijn brandblusser hoog moest ophangen,waarna hij door de Voedsel en Warenautoriteitwerd gesommeerd deze weer lagerte plaatsen. En een boekwinkel in Maarnwaar geen bankje voor de deur geplaatstmag worden. Zo moet het dus niet.11 l De kracht van de binnenstad


Zoals veel gemeenten in Nederland heeftDe Kempen bij Eindhoven meer ruimte aande koopzondag gegeven. Dit werd mogelijknadat het wetsvoorstel van D66 en Groen-Links was aangenomen. Ook is er veelaandacht voor de leefbaarheid van de veledorpskernen die de gemeente rijk is. Daargaat het om het succesvol openhouden vanbuurtsupers, al dan niet in coöperatievormof met vrijwilligers (zoals Spar en Attentdoen). Ook het behoud van pinautomatenspeelt een belangrijke rol. Andere initiatievenzijn een nieuwe functie voor leegstaandekerken, maar ook betere breedbandverbindingenin het buitengebied.De ondernemende binnenstad• Ruimte voor ondernemers. Ondernemers kunnenheel veel. Kleine detailhandelszaken in debinnenstad zijn vaak erg creatief in de strijd tegeninternet en grote ketens. Juist door in te zetten ophet feit dat ze anders zijn. Maar anders zijn magniet altijd van lokale of nationale regelgeving (ziede box). Dat de binnenstad langzaam maar zekervan gedaante verandert, is helemaal niet erg. Maardan moeten ondernemers wel kunnen inspelenop de nieuwe situatie en daarbij niet gehinderdworden door regels die niet mee veranderen. 20• Mkb-ers betrekken bij nieuwe ontwikkelingen.Nieuwe projecten worden vaak afgestemd metgrote investeerders en grote winkelketens. Dat ismakkelijk en veilig voor de gemeente, want danzijn er in ieder geval een paar grote huurdersverzekerd. Terwijl het juist kleine mkb-ers zijndie met nieuwe, spannende ideeën komen. Zijmaken een centrum. Zorg er bij plannen inhet stadscentrum dus voor dat ook de kleineondernemers aan tafel zitten en inspraak hebben.• Betaalbare lokale lasten. De gemeentesworden steeds belangrijker. Steeds meer beleidwordt gedecentraliseerd, vaak met een flinkeefficiëntie-korting. De gemakkelijke oplossingvoor gemeentes is om hogere kosten tevertalen naar hogere lokale lasten. Denk aan detoeristenbelasting of de precariorechten. Maar20 In hun vooruitblik op de winkelstraat van de toekomst,“Shopping 2020, De nieuwe winkelstraat” wijst detailhandelsorganisatieInRetail naast de overdaad aan winkelpanden enwinkelplannen in de markt op het belang van minder regeltjesen meer ruimte voor retailers. Detailhandelsorganisatie InRetail(2014). Shopping 2020, de nieuwe winkelstraat. Geraadpleegdvia http://www.thepublisherswife.nl/INRETAIL_Shopping2020_11FEB.pdfhogere lokale lasten kunnen voor een ondernemernet het verschil maken tussen rondkomen offailliet gaan. Terughoudendheid bij het verhogenvan lasten bij alle gemeentes is hier troef.• Maatwerk in winkeltijden. D66 bereiktedat gemeentes zelf gaan over de hoeveelheidkoopzondagen in hun stad of dorp. Dat is logisch,want op lokaal niveau kan de beste afweginggemaakt worden. In de gemeenteraad moetdaarom goed geluisterd worden naar ondernemersen bewoners. Wanneer een koopzondag voldoetaan een behoefte zorgt dat voor extra omzet eneen extra impuls voor de lokale middenstand.Als winkels gedwongen worden open te gaan,is het effect juist negatief vanwege hogerepersoneelslasten.• Bestuurlijke rust als voordeel. Ondernemershebben niet veel met de overheid. Ze willen ruimteom te kunnen ondernemen. Dat betekent niet datze zich niet kunnen schikken naar regelgeving.Goede regelgeving kan een binnenstad vooruithelpen. Belangrijk is hier de bestuurlijke rust.Regelgeving moet niet jaarlijks aangepast worden.Een duidelijke koers voor een periode van tien jaarkan hier goed helpen.Steden en dorpen gaan zelfover hun koopzondagenAls Beste binnenstad van Nederland magook Den Haag niet ontbreken in dit lijstje.D66-wethouder Marjolein de Jong isverantwoordelijk voor de binnenstad enwerd overal geprezen voor de grote investeringendie ze deed en de samenwerkingdie ze zocht met ondernemers. Specifiekgaat het dan om de herinrichting van deGrote Marktstraat en het aantrekken vannieuwe bedrijven door te investeren in deopenbare ruimte.12 l De kracht van de binnenstad


Overige geraadpleegde bronnenAPPM Management Consultants, Stratagem en Strukton Rail. (2010). Kracht van Utrecht 2.0.Beer, B., Tiemersma, D. & Vd Ploeg, R. (2011). Modal split onder druk? Gevolgen bezuinigingen openbaarvervoer in Amsterdam. Geraadpleegd via http://www.cvs-congres.nl/cvspdfdocs/cvs11_047.pdfBlauw research (2013). Thuiswinkel Marktmonitor 2013-1. Geraadpleegd via http://www.thuiswinkel.org/data/multimediamaintenance/00/01/63/bd3zw996uu.jpg.Detailhandel Nederland (2013). Nationale Parkeertest 2013. Geraadpleegd viahttp://nationaleparkeertest2013.dedetailhandel.nl/Detailhandelsorganisatie InRetail. (2014). Shopping 2020, de nieuwe winkelstraat. Geraadpleegd viahttp://www.thepublisherswife.nl/INRETAIL_Shopping2020_11FEB.pdfDroogh Trommelen en Partners (2011). Dynamiek door beleid. Hoe de overheid de winkelmarktstimuleert. Geraadpleegd via http://www.vastgoedjournaal.nl/uploads/Dynamiek%20door%20beleid%20mei%202011.pdf.Florida, R., Harris, D. (2002). Rise of the Creative class. New York: The Perseus Books GroupHoofdbedrijfschap Detailhandel (2006). 10 retailparadoxen.IVBN. (2014). De Winkelstraat van de toekomst. Geraadpleegd via http://www.ivbn.nl/persbericht/vernieuwingsslag-in-de-winkelstraat1\KvK Amsterdam. (2004). De Bruisende Binnenstad Bereikbaar. http://www.bibliotheek.nl/catalogus/267120923.htmlMinisterie van VROM (2005), Wonen boven winkels, praktijkervaringen in Nederland. Geraadpleegd viahttp://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/brochures/2010/11/22/wonen-bovenwinkels.htmlMKB-Amsterdam. (2009). Vijftien Vooruitstrevende Voorstellen. http://www.mkb-amsterdam.nl/cms/upload/files/091001%20Pamflet%20MKB-Amsterdam%20-%20Vijftien%20Vooruitstrevende%20Voorstellen.pdfPBL & ASRE (2013). Gebiedsontwikkelingen commerciële vastgoedmarkten een institutionele analyse vanhet (over)aanbod van winkels en kantoren. Geraadpleegd via http://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/PBL_2013_gebiedsontwikkeling-en-commerci%C3%ABle-vastgoedmarkten.pdf.Ruimtelijk planbureau (2005). Winkelen in Megaland. Geraadpleegd via http://www.rivm.nl/bibliotheek/digitaaldepot/1_Winkelen_in_Megaland.pdf.Tijdelijke Commissie Huizenprijzen van de Tweede Kamer. (2013). Eindrapport, een reconstructie van20 jaar stijgende huizenprijzen kosten koper. Geraadpleegd via http://www.tweedekamer.nl/images/Eindrapport_Huizenprijzen_181-232770.pdfVereniging van eigenaren. (2013). Geraadpleegd via http://www.vve010.nlWeltevreden, J.W.J. & O.A.L.C. Atzema (2007). De slag om de binnensteden. ROMagazine ‘Special ICT enruimtelijke ontwikkeling’ 4, pp. 17-19. Geraadpleegd via http://www.jesseweltevreden.com/ROMspecial.pdfWitteloostuijn van, A., Brakman, S. () geraadpleegd via http://www.cormolenaar.nl/wp-content/uploads/2012/06/boek-artikel-toekomst-steden.pdf13 l De kracht van de binnenstad

Similar magazines