Eerste verkennende fase kunstrif (rapport) - Innoveren met water
Eerste verkennende fase kunstrif (rapport) - Innoveren met water
Eerste verkennende fase kunstrif (rapport) - Innoveren met water
- No tags were found...
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
A COMPANY OFHASKONING NEDERLAND B.V.COASTAL & RIVERSDocumenttitelVerkorte documenttitelStatusKunstrif NoordzeeResultaat van een gezamenlijke verkenningKunstrif NoordzeeDefinitiefDatum 4 augustus 2006ProjectnaamProjectnummerOpdrachtgeverReferentieKunstrif Noordzee9R8885.A0Samenwerkingsverband WINN-Kunstrif;Rijk<strong>water</strong>staat RIKZ & Royal Haskoning9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Auteur(s)Collegiale toetsR.O.T. Zijlstra, E. Uytewaal, J.J. JacobseM. van Ledden, P. SchoemanDatum/paraaf …………………. ………………….Vrijgegeven doorR.O.T. ZijlstraDatum/paraaf …………………. ………………….
INHOUDSOPGAVEBlz.1 INLEIDING 12 HET DIEP WATER RIFCONCEPT 32.1 Beschrijving van het idee 32.2 Principewerking en kennisleemte 42.3 De werking nader onderzocht 42.4 Effecten op morfologie en ecologie 62.5 Vragen vervolgonderzoek (kennisleemtes) 73 KANSEN EN BEDREIGINGEN 83.1 T.a.v. het thema veiligheid 83.2 T.a.v. het thema kustbeheer 83.3 T.a.v. het thema visserij: 83.4 T.a.v. het thema recreatie (surfen, duiken, sportvissen enstrandbezoek) 83.5 T.a.v. het thema windmolens 93.6 T.a.v. het thema landaanwinning 93.7 T.a.v. het thema natuurcompensatie 93.8 T.a.v. het thema scheepvaart. 93.9 T.a.v. het thema “spin-off” 103.10 Conclusie kansen en bedreigingen bij stakeholder 104 DRAAGVLAK VOOR EEN KUNSTRIF 114.1 Wisselende reacties 114.2 Vraagtekens bij werking en morfologie 114.3 Wat is het probleem? Huidig beleid volstaat. 114.4 Kunstrif niet als alternatief voor de zwakke schakels 124.5 Sluit aan bij actuele (locale) problematiek 124.6 Conclusie t.a.v. draagvlak bij stakeholders 135 LEERPUNTEN SAMENWERKING RIJKSWATERSTAAT EN ROYALHASKONING 145.1 Sprake van partners die elkaar kennen? 145.2 Gelijkwaardige samenwerking? 145.3 Heeft de samenwerking geleid tot innovatie? 156 CONCLUSIES 166.1 Is het concept <strong>kunstrif</strong> kansrijk? 166.2 Vervolgstappen 17Bijlage 1: gesprekspartners stakeholder interviewsKunstrif Noordzee - i - 9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief 4 augustus 2006
1 INLEIDINGTijdens een bezoek aan Dubai toonde Minister Peijs interesse in de kunstmatigeeilanden ‘Palm Island’ en ‘The World’. De vraag ‘kan dit ook in Nederland?’ was deaanleiding voor Royal Haskoning (RH) om het idee van een kunstmatig rif voor deNederlandse kust als ongevraagd idee, ook wel Unsolicited Proposal (USP) genoemd,bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat aan te bieden.Naast de technologische vernieuwing wil het Ministerie bijdragen aan het scheppen vanvoorwaarden voor een ‘innovatief klimaat’ waarin bedrijven zich uitgenodigd voelen om<strong>met</strong> goede ideeën te komen. Het Ministerie wil daarom meer dan in het verleden openstaan voor initiatieven en ideeën van het bedrijfsleven om deze in gezamenlijkheid teverkennen. De ideeën van de bedrijven BAM (Ecobeach) en RH zijn daaromopgenomen in intentieverklaringen <strong>met</strong> beide bedrijven om gezamenlijk de concepten teonderzoeken. De verkenningen worden vanuit RWS uitgevoerd binnen het programmaWater als Innovatiebron (WINN).De doelstelling van de overeenkomst voor gezamenlijk onderzoek naar het rifconcept istweeledig:• Het verkennen van de technische en maatschappelijke mogelijkheden van hetrifconcept voor de Nederlandse kust• Lessen leren van het gezamenlijk (overheid en bedrijfsleven) verkennen van eenidee <strong>met</strong> als uiteindelijk doel bij te dragen aan een innovatief klimaatDe intentieverklaring tussen RWS en RH (bijlage) bevat een voorstel van <strong>fase</strong>ringwaaruit de samenwerking tussen RWS en RH kan bestaan. Deze zijn:Fase 1 Idee.Royal Haskoning heeft het idee ingediend bij RWS en hieruit is deintentieverklaring voor gezamenlijke verkenning uit ontstaan. Deze <strong>fase</strong> is dusafgerond.Fase 2 VerkenningDe kansen van het idee worden verder verkend. Dit is de <strong>fase</strong> waar dit <strong>rapport</strong>over gaat. Uitkomst van deze <strong>fase</strong> moet zijn de overtuiging dat er sprake is vaneen kansrijk idee. Daarnaast zullen de belangrijkste vragen voor de vervolg<strong>fase</strong>worden gedefinieerd. Deze vervolg<strong>fase</strong> wordt alleen ingegaan als beide partijenhet hierover eens zijn. Hiervoor wordt een expliciet go – no go moment ingelast.Fase 3 Uitwerking schetsplanFase 4 HaalbaarheidsonderzoekDeze notitie behandelt de aanpak en bevindingen van <strong>fase</strong> 2 en is een product vanRWS-RIKZ en RH. De notitie dient als intern document binnen Rijks<strong>water</strong>staat en RoyalHaskoning ter voorbereiding van een ‘go’ dan wel ‘no go’ beslissing voor een vervolgnaar een derde <strong>fase</strong>.De hoofdvraag van deze 2 e <strong>fase</strong> is: Is de innovatie kansrijk? De kansrijkheid van hetidee is getoetst aan de criteria:• ‘effectiviteit’ (werkt het idee?): in deze <strong>fase</strong> is gekeken naar de reductie vangolfenergie ter plaatse van het <strong>kunstrif</strong>. Het effect op kustafslag (in vergelijkingKunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 1 - 4 augustus 2006
<strong>met</strong> alternatieve kustbeschermingsmaatregelen) komt in een vervolg<strong>fase</strong> aande orde.• ‘koppelingsmogelijkheden <strong>met</strong> andere sectoren’. De tekst uit deintentieverklaring verwoordt dit als weergegeven in het tekstkader “Innovatie &kansrijkheid”.Innovatie & kansrijkheid (citaat uit intentieverklaring)De Innovatie wordt kansrijk geacht indien koppeling <strong>met</strong> andere sectoren mogelijk is.Hierbij kan worden gedacht aan o.a. visserij, ecologie, natuurcompensatie, recreatie,windenergie en toekomstige landaanwinning. Ook het idee van kunstmatige surfriffenwordt in deze <strong>fase</strong> meegenomen.De verkenning is begin 2006 gestart <strong>met</strong> een startbespreking tussen Rijks<strong>water</strong>staatRIKZ en Royal Haskoning waarin de volgende aanpak is overeengekomen:• Uitvoeren van schaalproeven door het WL waarin het rifconcept getest wordt[Kuiper, C.; 2D model tests for an artificial reef <strong>rapport</strong> H4800], dit wordt verderbehandeld in hoofdstuk 2• Evaluatie van de werking van een onder <strong>water</strong> <strong>kunstrif</strong> door Royal Haskoning[Jacobse, J.J. et al, Analyse schaalproeven <strong>kunstrif</strong>; evaluatie van de effectiviteitvan een diep <strong>water</strong> <strong>kunstrif</strong>, <strong>rapport</strong> 9R8885\R0003], dit wordt verder behandeldin hoofdstuk 2• Workshop morfologie: parallel aan de schaalproeven heeft een workshop <strong>met</strong>deskundigen van Haskoning, RIKZ en WL plaatsgevonden <strong>met</strong> als doelinventarisatie van belangrijkste kennisvragen over de morfologische effectenvan een <strong>kunstrif</strong>. De bevindingen zijn ook verwerkt in hoofdstuk 2.• Gesprekken <strong>met</strong> stakeholders voor verkenning kansen voor koppeling <strong>met</strong>andere sectoren en functies en verkrijgen van inzicht over draagvlak. Debenaderde partijen waren RWS, beleidsdepartementen, provincies,<strong>water</strong>schappen, een gemeente, belangenorganisaties en kennisinstituten (ziebijlagen 1 voor organisaties en namen gesprekspartners). De inzichten uit dezegesprekken worden behandeld in de hoofdstukken 3 en 4.Dit totale project is uitgevoerd door het samenwerkingsverband WINN-Kunstrif, waarinRijks<strong>water</strong>staat en Royal Haskoning op basis van gelijkwaardigheid participeerden <strong>met</strong>eigen middelen.De tweede hoofdvraag verbonden aan de tweede doelstelling van de samenwerking is:Bevordert deze vorm van samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven hetinnovatieve klimaat? Het is wellicht te vroeg om hier eenduidige conclusies over tetrekken; de samenwerking is nog maar net op gang. Wel kunnen we specifiekeervaringen tot nu toe in deze context bespreken. Dit wordt verder behandeld inhoofdstuk 5.Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 2 - 4 augustus 2006
HealthCare ReformTimeline as of June 24, 2010Effective for Taxable Years beginning on or after January 1, 2018ChangeCadillac Tax on High CostPlansWhat It MeansIf the value of employer-sponsored coverageexceeds a threshold amount ($10,200 for singlecoverage and $27,500 for family coverage), a40% excise tax will apply to the amount ofcoverage that exceeds the threshold. The taxapplies to coverage providers, including insurersof insured plans, administrators of self-insuredplans or FSAs, and employers contributing to anHSA or Archer MSA.Applies toGrandfathered Plans?YesResponsible PartyEmployer
2.2 Principewerking en kennisleemteIn de internationale literatuur is veel bekend over kustbescherming door een breed scalaaan rifvormen. Traditioneel worden riffen opgebouwd uit harde elementen en wordendeze aangelegd rondom de brandingzone, en hebben tot doel de golven sneller eneffectiever te breken. Deze riffen werken onder alle omstandigheden en zijn over hetalgemeen erg effectief in het reduceren van de golfbelasting op de kust. Het grotenadeel van deze rifvormen bij toepassing in een zandige kust is de grote impact op dekustmorfologie.Heel anders is het rifconcept wat in het kader van WINN onderzocht wordt. Dit rif ligt veruit de kust op diep <strong>water</strong> en functioneert alleen tijdens zware stormcondities. In ditrifconcept draait het niet alleen om de beïnvloeding van de golfhoogte, maar vooral omeen beïnvloeding van de golfperiode. Voor de kustveiligheid (lees de golfaanval op dekust) is het niet effectief om de golfhoogte op diep <strong>water</strong> te reduceren. Uiteindelijk wordtde golfhoogte bepaald door de hoogte en breedte van de vooroever. De laatstehonderden <strong>met</strong>ers van de kust bepalen dus de golfhoogte. De golfperiode wordt aan deNoordzeekust niet sterk beïnvloed door de vooroever. Een afname van de golfperiodeop diep <strong>water</strong> blijft dus ook bij de kust effectief doorwerken. Uit de literatuur is weinigbekend over de invloed van een onder<strong>water</strong> <strong>kunstrif</strong> op de golfperiode. Royal Haskoningheeft binnen WINN-<strong>kunstrif</strong> geponeerd dat een <strong>kunstrif</strong> ook effectief kan zijn om degolfperiode te reduceren. De hypothese hiervan berust op het principe van golfreflectie.HypotheseMet zware stormen zorgen vooral de langere golven voor een zware belasting van dekust. Deze lange golven veroorzaken aanzienlijke duinafslag en kunnen hoog tegen dedijken oplopen. Deze lange golven zijn merkbaar tot op grote diepten, en reflecteren opsteilere bodemhellingen. Een kunstmatig rif kan deze reflectie op diep <strong>water</strong> versterken.De lange golven worden dan als het ware uitgefilterd en de kortere golven doorgelaten.Door reflectie van langere golven op diep <strong>water</strong> zou de golfperiode bij de kust merkbaaraf moeten nemen.2.3 De werking nader onderzochtOm te onderzoeken of dit rifconcept ook echt in staat is om niet alleen de golfhoogtemaar ook de golfperiode te reduceren, zijn er schaalproeven uitgevoerd in deScheldegoot van WL|Delft Hydraulics. De invloed van een rifconcept op de kust is nietonderzocht in deze ‘beperkte’ schaalproeven. In totaal zijn er 16 verschillende simulatiesuitgevoerd waarbij de rifvorm, <strong>water</strong>stand en golfcondities gevarieerd zijn.Conclusies uit deze schaalproeven zijn:• De golfhoogte achter het rif neemt <strong>met</strong> 30 tot 50% af. Deze afname isafhankelijk van de <strong>water</strong>stand boven het rif en de effectieve breedte van het rif.• De golfperiode van de langere golven (T m-1,0 ) neemt achter het rif <strong>met</strong> 10 tot15% af. Dit betekent dat een substantieel deel van de lange golven door het rifafgeschermd worden. Ook bij hogere <strong>water</strong>standen boven het rif blijkt dezereductie gelijk.• De golfperiode van de korte golven (T m02 ) neemt achter het rif eveneens af.Vooral bij een breed rif is deze reductie goed merkbaar (afnamen tot 25%).Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 4 - 4 augustus 2006
Achter het rif ontstaan door golfbreking veel korte golven. Bij hogere<strong>water</strong>standen boven het rif wordt de afname van de korte golven sterk minder.• Hieruit blijkt dat het mogelijk is om <strong>met</strong> een diep liggend rif <strong>met</strong> een smalle kruinen een relatief steile helling de golfperiode bij stormen te reduceren terwijl bijnormale omstandigheden de korte golven niet sterk beïnvloed worden.De schaalproeven tonen aan dat het rifconcept effectief is. De uiteindelijke effectiviteit issterk afhankelijk van de locatie waarop dit toegepast wordt en de ruimtelijke af<strong>met</strong>ingenvan het rif. In figuur 2-2 is een voorbeeld weergegeven van de afschermende werkingvan een onder <strong>water</strong> rif op de kust bij een westelijke windrichting. Deze figuur isafkomstig uit een door Royal Haskoning geïnitieerd stageonderzoek [van der Waart,2006]. Hierin is gekeken naar de ruimtelijke effectiviteit van een rif bij een gegevenrifconfiguratie.Figuur 2-2 Afname golfhoogte onder stormcondities bij een rifconcept op 5 km. uit de kustAl <strong>met</strong> al zijn de resultaten uit de proeven veel belovend. Met name de reductie van degolfperioden is belangrijk, omdat juist deze hogere golfperioden aanleiding zijn geweestvoor het lanceren van het Zwakke Schakels-project.Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 5 - 4 augustus 2006
2.4 Effecten op morfologie en ecologieGolven en getijdenstroming zijn de stuurknoppen achter het morfologisch systeem vande kust. De aanwezigheid van sediment en de hydrodynamische condities bepalendaarnaast in grote mate de ecologie van het systeem. Het realiseren van een <strong>kunstrif</strong> iseen aanzienlijke ingreep in het fysische systeem. Om de negatieve effecten teminimaliseren is als eis gesteld dat het rif aangelegd wordt buiten de denkbeeldige NAP-15 <strong>met</strong>er lijn. Het merendeel van het noordwaarts gerichte sedimenttransport vindtplaats boven de NAP-15 <strong>met</strong>er lijn.Een <strong>kunstrif</strong> schermt de golven af en beïnvloedt de stroming en heeft als dusdanig altijdinvloed op de morfologie. De geraadpleegde experts zijn echter niet eenduidig over degrootte van de beïnvloeding. In elk geval zal de impact van een Noordzee <strong>kunstrif</strong> op demorfologie minder groot zijn dan de impact van de tweede Maasvlakte op de morfologie.Vanuit onderbuikgevoel en vanuit ervaringen <strong>met</strong> grote strekdammen als havendammenwordt gevreesd voor een aanzienlijke toename van het benodigde kustonderhoud. Ditgevoel is echter moeilijk te onderbouwen.Experts zijn het er over eens dat golven onder normale condities zorgen voor opbouwvan de vooroever. Onder stormcondities vindt er dus afslag plaats, wat onder normalecondities weer getransporteerd wordt naar de kust. Extreme stormen spelen weliswaareen rol in de kustlijnhandhaving binnen korte tijdschalen, maar lijken niet bepalend tezijn voor de langjarige kustlijnontwikkelingen. Een <strong>kunstrif</strong> dat de golven niet significantbeïnvloedt onder normale omstandigheden maar alleen tijdens extreme stormen zalnaar de visie van de projectgroep dan ook nooit voor een aanzienlijke toename van hetkustonderhoud kunnen zorgen.Wel is duidelijk geworden dat het <strong>kunstrif</strong> naar verwachting nooit een positieve invloedzal hebben op het totale kustonderhoud. Achter het <strong>kunstrif</strong> zal afzetting van zand aande kust plaatsvinden door verminderde golfwerking. Het zand dat hier dus extrasedimenteert, zorgt voor een tekort aan zand bij een kustgedeelte dat niet door het<strong>kunstrif</strong> beschermd wordt. De mate waarin het <strong>kunstrif</strong> de morfologie beïnvloedt, is dusnog onderwerp van studie, en is sterk afhankelijk van ontwerpvrijheden als devormgeving, positionering en lengte van het rif.Beleidsmatig is vanaf 1990 het adagio “zacht waar kan en hard waar moet” verkondigd.Zachte oplossingen genieten de voorkeur boven harde ingrepen. Een belangrijkeonderbouwing hiervan is de onomkeerbaarheid van harde oplossingen. Indien gekozenwordt voor een harde oplossing als een <strong>kunstrif</strong> dienen vooraf alle mogelijkeconsequenties zorgvuldig onderzocht te worden en negatieve consequentiesgeminimaliseerd te worden. De meeste geraadpleegde experts noemen dan ook demogelijke consequenties op de morfologie als een van de belangrijkste te onderzoekenpunten.Het harde substraat van een <strong>kunstrif</strong> zal nieuwe (hard substraat) soorten aantrekken endaarmee de productie en biodiversiteit van de Noordzee verhogen. Daarnaast kan een<strong>kunstrif</strong> bescherming bieden voor opgroeiende vis (kraamkamerfunctie). De soorten vanhard substraat die op een <strong>kunstrif</strong> zullen verschijnen, hoeven geen bedreiging voor deecologie van de zandige kust te vormen (wel afhankelijk van de schaal waarop een<strong>kunstrif</strong> wordt aangelegd). Hard substraat in de Noordzee (bijv. wrakken) wordt over hetalgemeen niet als gebiedsvreemd aangemerkt.Een <strong>kunstrif</strong> kan daarnaast effect hebben op het transport van slib, nutriënten envislarven langs de kust en daarmee nadelig de visstand beïnvloeden. Daarnaast bestaater zorg over de introductie van ongewenste soorten (kwallen) en algen.Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 6 - 4 augustus 2006
2.5 Vragen vervolgonderzoek (kennisleemtes)Gegeven de <strong>verkennende</strong> <strong>fase</strong> waarin dit innovatieproject zich bevindt, is vooralgefocust op de effectiviteit van het concept, en nog niet op de effectiviteit in deruimtelijke context. Wel is op basis van de diverse gesprekken <strong>met</strong> stakeholders en o.a.in een hiervoor georganiseerde expert workshop een duidelijk beeld ontstaan van dekennisleemtes die nader onderzocht dienen te worden. In tabel 2-1 worden deze perthema opgesomd.Tabel 2-1 Inventarisatie kennisleemtesnr. themaitem1 veiligheid Welke invloed heeft de rifbreedte en afstand vanaf de kust opde golfbelasting op de kust?2 veiligheid Welke reductie levert een optimaal aangelegd rif op degolfbelasting op de dijken en duinen?3 constructie Wat is de optimale rifvorm vanuit constructief en economischoogpunt?4 morfologie Welke invloed heeft een <strong>kunstrif</strong> op de erosie ensedimentatieprocessen bij de kust?5 morfologie In welke mate beïnvloedt een <strong>kunstrif</strong> het langstransport vansediment langs de kust?6 morfologie Welke invloed heeft een <strong>kunstrif</strong> op de stroming langs de kusten de doorvertaling naar het larventransport richting deWaddenzee en Delta?7 morfologie In hoeverre kan een <strong>kunstrif</strong> een verdere versteiling van dekust tegengaan?8 morfologie In hoeverre veranderd een <strong>kunstrif</strong> de golfcondities ondernormale omstandigheden die belangrijk zijn voor het afzettenvan zand op de stranden?Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 7 - 4 augustus 2006
3 KANSEN EN BEDREIGINGEN3.1 T.a.v. het thema veiligheidHet <strong>kunstrif</strong> heeft een positief effect op de reductie van golfenergie. De invloed van een<strong>kunstrif</strong> op de golfenergie aan de kust (gedrag van golven tussen rif en kust) endaarmee de veiligheid is nog niet onderzocht. Hoofdstuk 2 verwoordt de vervolgvragenvoor onderzoek. Deze vragen kwamen in interviews geregeld terug. Bijna allegesprekspartners geloven alleen in een <strong>kunstrif</strong> als het een aantoonbare verbeteringvan de veiligheid tegen afslag en overstromen van de Nederlandse kust oplevert.Daarnaast dienen morfologische onzekerheden (hoofdstuk 2) te worden weggenomen.3.2 T.a.v. het thema kustbeheerIn de huidige situatie is er een netto zandtekort voor de Hollandse kust. Alleen doorperiodieke suppleties kan de kustlijn gehandhaafd blijven. Het rif voegt geen zand toeen dus zal suppletie naar alle waarschijnlijkheid noodzakelijk blijven.Het beeld ten aanzien van kustlijnontwikkeling varieert echter van locatie tot locatie: opde ene plaats is sprake van erosie op de andere plaats van aanzanding. Toepassingvan een <strong>kunstrif</strong> zou in theorie wel locale effecten kunnen hebben ten aanzien van datpatroon.Daarmee zou het ingezet kunnen worden voor die locaties waar erosie problemen voorde veiligheid oplevert en waar anderzijds suppleties niet wenselijk zijn.3.3 T.a.v. het thema visserijEen <strong>kunstrif</strong> kan een leefgebied bieden voor voortplanting en opgroeien van een aantaljonge vissoorten (bijv. kabeljauw). Dit is gunstig voor de visstand en daarmee de visserij(mits in de vormgeving en gebruik van materiaal hier rekening mee wordt gehouden).Vissers zullen wel moeten overstappen naar andere vis<strong>met</strong>hoden bijvoorbeeld staandwantvisserij. De experts verwachten echter geen grootschalige kansen van een <strong>kunstrif</strong>voor de visstand.Een <strong>kunstrif</strong> kan een verlies van visgrond inhouden, vooral als er rondom het rifveiligheidszones worden ingesteld. Dit kan ongunstig uitpakken voor individuele vissers.Daarnaast beperkt een <strong>kunstrif</strong> de dynamiek en flexibiliteit van vissers die binnen de 12-mijls zone vissen en varen. Het Productschap Vis schat daarom in dat de huidigevisserij sector een <strong>kunstrif</strong> als een bedreiging ziet (ook voor calamiteiten), maar ziet het<strong>kunstrif</strong> wel als een toekomstige mogelijkheid om de visserij een impuls te geven.Experts en het Productschap Vis verwachten geen noemenswaardige voordelen vaneen <strong>kunstrif</strong> voor aquacultuur. De Nederlandse kust bevat op dit moment nog voldoendeluwe plekken voor deze sector (mossel- en oestergronden).3.4 T.a.v. het thema recreatie (surfen, duiken, sportvissen en strandbezoek)Een <strong>kunstrif</strong> kan diverse vormen van recreatie aantrekken. De vispopulatie rondom een<strong>kunstrif</strong> kan duikers en sportvissers aantrekken. De grote afstand tot de kust maakt het<strong>kunstrif</strong> echter minder goed toegankelijk. Voor de duiksport geldt bovendien dat andereKunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 8 - 4 augustus 2006
factoren zoals veiligheid, zicht en stroming ook bepalend zijn voor de aantrekkelijkheidvan de duikstek.Deze grote afstand van de kust maakt het <strong>kunstrif</strong> ook niet aantrekkelijk voor surfers.Overigens zou een <strong>kunstrif</strong> een specifiek ontwerp moeten krijgen om de juistesurfgolven op te wekken. Op aantrekkelijke surflocaties (bijv. Scheveningen) kan een<strong>kunstrif</strong> juist negatief uitpakken voor de surfcondities indien de golven aan het strandlager worden. Een <strong>kunstrif</strong> kan lokaal de aantrekkelijkheid van het strand vergroten(bijvoorbeeld door aangroei, of veiliger zwem<strong>water</strong>), dan wel verkleinen (erosie, minderbranding, gevaarlijke stromingen). Deze effecten moeten op voorhand goed in kaartworden gebracht.Zoals in het vorige hoofdstuk overigens is aangegeven, heeft een <strong>kunstrif</strong> geen effect opgolven in dagelijkse omstandigheden, zodat deze bezwaren waarschijnlijk niet aan deorde zullen zijn.3.5 T.a.v. het thema windmolensKunstriffen kunnen worden gecombineerd <strong>met</strong> fundering voor windmolens. Hier zijnechter geen kostenbesparingen voor de investeerder in windenergie te verwachten.Aanleg en onderhoud van de turbines wordt bemoeilijkt door de aanwezigheid van deharde constructie van het <strong>kunstrif</strong>.Bovendien worden windmolenparken doorgaans op grotere afstand van de kustgeprojecteerd dan voor de effectiviteit van het rif wenselijk is. Combinatie van dezefuncties ligt daarom niet voor de hand.3.6 T.a.v. het thema landaanwinningIn een aantal gesprekken (<strong>water</strong>schap, provincie) is de kans voor zeewaartseverplaatsing van de afslaglijn genoemd, bijvoorbeeld in het geval van verlaging van detoetsingsnorm van de huidige primaire <strong>water</strong>kering en locale zandaangroei. Dit kanruimte bieden voor economische ontwikkeling.Het draagvlak voor grootschalige landaanwinning (Motie Geluk) is niet groot bij degeïnterviewden en is in de gesprekken niet als kans naar voren gekomen.3.7 T.a.v. het thema natuurcompensatieEen <strong>kunstrif</strong> kan kansen bieden voor natuurcompensatie. Hiervoor moet het ontwerp welflexibel zijn (bijvoorbeeld delen die boven <strong>water</strong> uitsteken voor broedgronden) omsoorten aan te trekken die elders door ingrepen worden verstoord. Hard substraat isnamelijk geen natuur die verloren gaat bij ingrepen.3.8 T.a.v. het thema scheepvaart.Voor scheepvaart geldt dat een <strong>kunstrif</strong> niet (minimaal) mag interfereren <strong>met</strong> huidigescheepvaartroutes. De havens moeten ook toegankelijk blijven. Als gevolg van een<strong>kunstrif</strong> kunnen veranderingen in stroming optreden, maar deze zijn naar verwachtingniet groot. Het risico voor grote schepen op calamiteiten (aanvaring <strong>met</strong> <strong>kunstrif</strong>) zal ietsgroter zijn door creatie van een extra obstakel.Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 9 - 4 augustus 2006
3.9 T.a.v. het thema “spin-off”Hoewel niet dominant naar voren gebracht in gesprekken, is ook het imago vanNederland als <strong>water</strong>bouwland als argument besproken. Enerzijds als nieuwe stap in dedoorgaande “strijd tegen het <strong>water</strong>”, anderzijds om daarmee aan te tonen dat Nederlandonderhoud pleegt aan zijn veiligheid en daarmee een veilige plek blijft om te leven en teinvesteren (<strong>met</strong> name voor buitenlandse investeerders soms een argument).3.10 Conclusie kansen en bedreigingen bij stakeholdersGesprekken <strong>met</strong> uiteenlopende stakeholders geven het inzicht dat een <strong>kunstrif</strong>mogelijkheden voor medegebruik biedt, mits in het ontwerp hier rekening mee wordtgehouden. Vooralsnog concluderen we echter dat geen andere kostendrager zichaandient voor het <strong>kunstrif</strong>, zodat investeringen vanuit de functie kustveiligheid moetenworden gefinancierd.Daarnaast zijn er uiteraard zorgen bij stakeholders over mogelijke nadelige effecten vaneen <strong>kunstrif</strong>. Hiermee moet in een ontwerp rekening mee worden gehouden.Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 10 - 4 augustus 2006
4 DRAAGVLAK VOOR EEN KUNSTRIF4.1 Wisselende reactiesIn de interviews <strong>met</strong> de stakeholders werd wisselend gereageerd op het <strong>kunstrif</strong>concept. Een aantal gesprekspartners was positief over het innovatieve en lange termijndenken (‘wapenen <strong>met</strong> kennis’, ‘innovatieve ideeën zijn nodig om vanuitmaatschappelijk oogpunt kustveiligheid te kunnen betalen’). Ook sprak het idee aan vaneen extra linie in de verdediging tegen de zee die door zeespiegelstijging enklimaatverandering een grotere bedreiging vormt voor het laag gelegen Nederland.Anderen waren juist kritisch over de inpassing in het huidige beleid, de morfologischeeffecten en de afwezigheid van een probleem (‘men komt <strong>met</strong> een oplossing, maar watis het probleem?’). In de onderstaande alinea’s worden het draagvlak en dekanttekeningen bij het rifconcept samengevat in de vorm van meningen.4.2 Vraagtekens bij werking en morfologieOver het algemeen hebben de gesprekspartners veel vragen bij de werking van een<strong>kunstrif</strong> ten aanzien van kustbescherming en de effecten van een <strong>kunstrif</strong> op hetzandige systeem. Het is opvallend dat vooral bij de kenniswereld (NCK, maar ook bijRIKZ) veel scepsis heerst ten aanzien van het concept. Een deel van de bezwaren richtzich op de morfologie van de zandige kust, waarin een harde constructie niet zoupassen, of voor aansluitingsproblemen zou kunnen zorgen. Het is denkbaar dat een<strong>kunstrif</strong> zorgt voor een strandaanwas bij de afgeschermde kust, het zand dat hier dusextra terechtkomt gaat ten koste van een noordelijker liggend kustgebied of deWaddenzee. De meeste van deze vragen zijn in deze <strong>fase</strong> nog niet onderzocht. Het isevident dat de vragen (zoals ook geformuleerd in hoofdstuk 2) in een vervolg aan deorde komen.4.3 Wat is het probleem? Huidig beleid volstaat.Meerdere gesprekspartners vragen zich af of er een probleem is. Verwachten wegrenzen aan effectiviteit van het huidige beleid, namelijk dynamisch handhaven?Waarom ben je als Rijks<strong>water</strong>staat aan het nadenken over een harde constructie in dekustzone die haaks staat op het vigerend beleid (in Nota Ruimte, IBN 2015)? Vooral degesprekspartners bij de beleidsdepartementen (VROM, LNV en EZ) hechten sterk aaninpassing van het concept in huidig beleid. (ook: stichting Noordzee, <strong>water</strong>schappen)De gemeente Den Haag daarentegen gaf aan beperkingen te zien aan demogelijkheden van zandige en zeewaartse oplossingen voor kustplaatsen die direct aanhet strand grenzen en waarvoor een boulevard <strong>met</strong> bebouwing de basis is voor detoerisme-economie van deze plaatsen. Voor dergelijke locaties vormt een <strong>kunstrif</strong> eeninteressante optie.Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 11 - 4 augustus 2006
Grenzen aan zand in Scheveningen?In de planstudie van de zwakke schakel Scheveningen bestaat het voorkeursalternatief uitzand dat wordt vastgehouden door een harde constructie. Gemeente den Haag kiest voorde toekomst voor een karakteristiek Scheveningen en Kijkduin als harde <strong>water</strong>kering in eenzachte kust. Grootschalige zandige oplossingen als aanleg van een nieuwe duinenrij voorhet Kurhaus passen niet binnen dit toekomstbeeld. In die context kan een kustrif op termijneen aantrekkelijke optie zijn om de kustveiligheid te garanderen en de karakteristiekefunctie van Scheveningen en Kijkduin als vierseizoenenbadplaatsen te handhaven.Hierop aansluitend geven meerdere stakeholders aan dat een <strong>kunstrif</strong> niet past binnenoverig (natuur-) beleid en wetgeving (KRW, beschermende gebieden Noordzee)De <strong>water</strong>schappen zijn daarnaast benieuwd wat een <strong>kunstrif</strong> voor de kust gaatbetekenen voor toetsing van de hydraulische randvoorwaarden van de huidige primaire<strong>water</strong>kering, beheer en verdeling van (financiële) verantwoordelijkheden. Wordt een<strong>kunstrif</strong> als een integraal onderdeel van de primaire <strong>water</strong>kering beschouwd en dient ditdan ook conform de Wet op de Waterkering getoetst te worden?4.4 Kunstrif niet als alternatief voor de zwakke schakelsHet idee van het <strong>kunstrif</strong> wordt niet als alternatief onderzocht in de planstudies voor dekorte termijn maatregelen voor de zwakke schakels. De betrokken partijen, die al in hetplanproces zijn verwikkeld, geven duidelijk aan dat het <strong>kunstrif</strong> idee niet maginterfereren <strong>met</strong> het planvormingsproces voor de zwakke schakels. Zij zien dit als eenrisico voor vertraging in het besluitvormingsproces. (DGW, provincies, <strong>water</strong>schappen)Gesprekspartners die minder in de hectiek van dit proces zijn betrokken zien juist deproblematiek van de zwakke schakels als uitgelezen mogelijkheid om het idee verder teonderzoeken.Uit hoofdstuk 2 volgt dat een reductie in de golfperiode van 10-15% optreedt. De redenvoor benoemen van de zwakke schakels was juist een toename van de golfperiode indezelfde ordegrootte als gevolg van verbeterde inzichten in golfstatistieken. In die zinkan het niet meenemen van het rifconcept als “gemiste kans” worden beschouwd.4.5 Sluit aan bij actuele (locale) problematiekHoewel op het eerste gezicht tegenstrijdig <strong>met</strong> het vorige punt, is dit een boodschap dieuit meerdere hoeken doorklonk. Een innovatief idee moet zich uiteindelijk bewijzen ineen afweging van alternatieve oplossingen voor een probleem. Locale autoriteiten enbelangengroepen zijn hierin belangrijke spelers.Als voorbeelden zijn genoemd: bescherming buitendijkse gebieden (commissiePoelmann), zwakke schakels (voor maatregelen na 2020). Ook is gesuggereerd omnaar bredere toepassing van het concept te kijken. IJsselmeer (Afsluitdijk), economischeimpuls Zeeland, buitenland.Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 12 - 4 augustus 2006
4.6 Conclusie t.a.v. draagvlak bij stakeholdersUit de gesprekken blijkt geen draagvlak voor een <strong>kunstrif</strong> dat zich, al dan nietonderbroken, uitstrekt langs de gehele Hollandse kust. Meerdere gesprekspartnersgeven wel aan mogelijkheden te zien voor toepassing voor locale problematiek.Voor de partijen die nauw betrokken zijn bij het planproces Zwakke Schakels ziet menhet doorgaans als bedreiging voor de snelheid van besluitvorming over maatregelen dieop de korte termijn dienen te worden genomen. Voor de lange termijn maatregelen (na2020) geldt dit bezwaar in mindere mate.Daarnaast maken ook de scepsis over de werking en morfologische effecten en devoorziene restricties van vigerende wetgeving en beleid het <strong>kunstrif</strong> een gevoeligonderwerp.Samengevat concluderen we op basis van de gesprekken dat tenminste de volgendepunten de volle aandacht verdienen in een vervolg<strong>fase</strong>:• Onderzoek naar werking voor de veiligheid en kustmorfologie (zie ook Hoofdstuk2)• Voor uitwerking aansluiting zoeken bij locale problematiek• Mogelijkheden voor inpassing (nieuw) beleid• Aandacht voor communicatieboodschapZie paragraaf 6.2 voor de voorgestelde aanpak voor een vervolg<strong>fase</strong>,Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 13 - 4 augustus 2006
Deze scheve rolverdeling kan worden voorkomen door het maken van concreteafspraken (zie paragraaf 5.1). Daarnaast is het aan te bevelen om een (kleine)stuurgroep als opdrachtgevende partij in het leven te roepen, die toeziet op nakomingvan eerder gemaakte afspraken en besluiten neemt in geval van meningsverschillenover de aanpak. De stuurgroep kan worden beperkt tot één vertegenwoordiger per partijop gelijkwaardig passend niveau. Verder kan een dergelijke stuurgroep toezien op derolpatronen in een samenwerkingsproject. Hierdoor hebben de projectleden meercredits om te werken aan innovaties waarvoor bij realisatie beleidskaders opgerekt ofverlegd moeten worden.5.3 Heeft de samenwerking geleid tot innovatie?De ondertekening van de intentieverklaring op hoog niveau in beide organisaties heeftgeleid tot een voortvarend proces (we gaan het doen). Tijdens de samenwerking blekencultuurverschillen tussen Haskoning en RWS-RIKZ. Waar het bedrijf een klantgerichteaanpak voorstaat (flexibel, resultaatgericht) opereert de overheid in een politiekbestuurlijk-gevoeligeomgeving waarbij proces en draagvlak belangrijke waarden zijn.Dit maakte de samenwerking interessant, waarbij beide partijen elkaar beter hebbenleren kennen.Het USP van Haskoning heeft ertoe geleid dat RWS buiten de bestaande beleidskadersopen naar het idee is gaan kijken. Dit heeft geleid tot kennis over de werking van een<strong>kunstrif</strong> op reductie van golfperiode van lange golven.Tot zover vindt het <strong>kunstrif</strong>idee geen voedingsbodem binnen RWS omdat het niet lijkt tepassen in het huidige beleid van dynamisch handhaven. Hierdoor ontstaat de situatiedat RWS na het aangaan van de samenwerking zich geconfronteerd ziet <strong>met</strong> de vraagof een dergelijke innovatie (harde maatregel) wenselijk is. Met andere woorden, weweten meer over de mogelijkheden van een <strong>kunstrif</strong> maar willen we dit wel weten? Eenvervolg<strong>fase</strong> zal hier meer duidelijkheid over moeten geven.Deze fundamentele vraag is buiten de beïnvloedingssfeer van het bedrijf en vormt eenafbreukrisico voor samenwerking <strong>met</strong> een marktpartij. Dit risico moet voorafgaand aaneen samenwerking zo veel mogelijk in beeld worden gebracht en gecommuniceerd <strong>met</strong>de partner.Een andere aanpak is om de innovatieve ideeën vanuit een gemeenschappelijkeprobleemstelling of visie te ontwikkelen. Dit geeft focus aan de inzet van middelen eneen kader waaraan ongevraagde ideeën (USPs) worden getoetst. Het vraagt ook eenmeer proactieve houding van RWS: naar wat voor soort innovaties zijn we op zoek?De oprichting van het Delta-instituut biedt een mogelijkheid om innovatieve ideeën teontwikkelen buiten het Ministerie, zodat makkelijker buiten de kaders van bestaandbeleid gewerkt kan worden. Voor ontwikkeling van ideeën uit de markt, is dan uiteraardook een heldere verhouding tussen bedrijfsleven en Delta-instituut van belang.Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 15 - 4 augustus 2006
Voor het bewaken van gelijkwaardige rollen is het aan te bevelen om een kleinestuurgroep in het leven te roepen die de rol van opdrachtgevende partij op zich neemt,<strong>met</strong> een vertegenwoordiger van de marktpartij en één van RWS.6.2 VervolgstappenEr leven veel vragen over de werking van een <strong>kunstrif</strong> voor de veiligheid en bij-effectenvoor functies en sectoren in de kustzone. Deze zijn geïnventariseerd en verdienenaandacht in een vervolg. De belangrijkste vragen zijn (zie Hoofdstuk 2):• wat is het effect van een <strong>kunstrif</strong> op kustafslag?• wat zijn de morfologische effecten?Deze effecten (en anderen) kunnen (uiteindelijk) het best worden onderzocht in eenproef. De gesprekken <strong>met</strong> stakeholders laten echter zien dat de tijd hiervoor (nog) nietrijp is; men ziet geen urgent probleem waarvoor een <strong>kunstrif</strong> een mogelijke oplossing is.Er zijn wel ontwikkelingen te benoemen die op afzienbare termijn kunnen leiden totnoodzaak van aanvullende kustbeschermingsmaatregelen, zoals bescherming vanbuitendijkse gebieden (Commissie Poelmann) en een volgende toetsronde van dezwakke schakels, <strong>met</strong> name bij die locaties waar zandige oplossingen moeilijk haalbaarzijn (bijv. Scheveningen). Een vervolg zou hierop moeten inspelen, <strong>met</strong> als doel om het<strong>kunstrif</strong> als concept concreter uit te werken en als serieus alternatief (naast bestaandeoplossingen) in de besluitvorming te laten meewegen.Om dit te bereiken zijn de volgende punten van belang1. stakeholders hebben vertrouwen in de werking van de maatregel2. stakeholders zien mogelijkheden voor toepassing binnen (nieuw) beleidAd 1) Stakeholders (RWS onderdelen, departementen, provincies, <strong>water</strong>schappen,gemeenten etc) hebben veel vragen en soms wantrouwen tav de werking enmorfologische effecten van een <strong>kunstrif</strong>. De resultaten van deze verkenning geven eenpositief beeld van de werking van het rif, maar er zijn nog cruciale vervolgvragen tebeantwoorden (zie hierboven).Ad 2) Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat als verantwoordelijke voor hetkustbeleid zal een opening moeten bieden voor toepassing van deze maatregel binnenhet bestaande dan wel gewijzigd beleid.Het vervolg zou daarom ingevuld kunnen worden langs twee lijnen, die redelijk separaatkunnen worden ingevuld, wellicht logisch aansluitend bij lopende investeringsstromen.Deze twee lijnen zijn:• Kennislijn. Deze lijn zal <strong>met</strong> name het inzicht moeten vergroten in de werkingvan het rif op de golfwerking en de effecten van wijzigingen in het golfregime (bijstorm- en dagelijkse condities), op kustmorfologie en kustveiligheid. Wellichtkunnen ook ecologische effecten een plaats krijgen binnen deze kennislijn.Tenslotte biedt het ruimte het rif in wat meer detail te ontwerpen en kosten ervanin te schatten, dit om de effectiviteit van een dergelijke maatregel beter tekunnen wegen ten opzichte van andere varianten. Hierbij wordt aansluitinggezocht bij een locale case.Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 17 - 4 augustus 2006
• Beleids- en communicatielijn. Binnen het huidige beleid lijkt toepassing van eenharde constructie als een <strong>kunstrif</strong> niet mogelijk. In de evaluatie van hetkustbeleid die dit najaar zal starten, is het wellicht interessant te onderzoeken inhoeverre het huidige beleid extrapoleerbaar is naar de toekomst, tegen welkegrenzen aangelopen wordt en welke kansen er wellicht liggen in het ruimtebieden aan dergelijke oplossingen (locale economie, natuur, etc).Nadere invulling van deze twee lijnen noodzakelijk. Dit zou een eerste product van eenvervolg<strong>fase</strong> in de samenwerking kunnen zijn. Gezien de geleerde lessen tijdens desamenwerking zijn ook nieuwe afspraken over de samenwerking en financiering in eenvervolg<strong>fase</strong> nodig.Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 18 - 4 augustus 2006
REFERENTIESLetter of Commitment, Royal Haskoning en Rijks<strong>water</strong>staat, november 2006Projectplan Verkenning rifconcept Nederlandse kust, 1 maart 2006Kuiper, C.; 2D model test for an artificial reef, influence on wave transmission spectra;measurement report; project H4800, april 2006Jacobse, J.J., J. Lansen, M. Boers, J. Cleveringa; Analyse schaalproeven <strong>kunstrif</strong>,evaluatie van de effectiviteit van een diep <strong>water</strong> <strong>kunstrif</strong>; Samenwerkingsverband WINN-Kunstrif; project 9R8885, juni 2006Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 19 - 4 augustus 2006
Bijlage 1 Gesprekspartners interviewsOrganisatieGesprekspartnerDatuminterviewWaterschappenDelfland Roland Hoyinck 12-apr-06Hollandse Delta Bert van Zutven 24-apr-06Rijnland Petra Goessen 24-apr-06VisserijProductschap vis Fenneke Brocken 10-apr-06ScheepvaartHavenbedrijf Rotterdam Tido Vellinga 12-mei-06MinisteriesLNV Edwin meeuwsen/ Garry Post 12-apr-06VROM Desirée Bokma 12-apr-06EZ Imar Doornbos/ Margo Verreck 19-apr-06RWS DWW Frans Hamer 11-apr-06V&W DW Lilianne van Sprundel 18-apr-06RWS RIZA Ronald Roosjen 2-mei-06RWS Zeeland Simon Brasser 17-mei-06Onderzoeks institutenIMARES: Texel Han Lindeboom 4-mei-06IMARES: Ijmuiden Jakob Asjes 25-apr-06KustprovinciesZuid-Holland Albert van Hattum en Ferdi Timmermans 2-mei-06Zeeland Johan Mathijssen, Lies dekker, Piet Roelse 11-apr-06KustgemeentenGemeente Den Haag Esther Balvers 10-apr-06WindenergieNoordzeewind Henk Kouwenhoven 19-apr-06StichtingenStichting Noordzee Floris Groenendijk 11-apr-06EUCC Albert Salman, Foppe Seekles, Rob Leewis 19-apr-06Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 1 - 4 augustus 2006
Kunstrif Noordzee9R8885.A0/R0004/901810/Rott1Definitief - 1 - 4 augustus 2006