begeleidingsbundel KIC 3 voor nationalen 09-10 - Chiro

static.chiro.be
  • No tags were found...

begeleidingsbundel KIC 3 voor nationalen 09-10 - Chiro

Chirovisie ................................................................................................................................. 40De theorie..................................................................................................................................... 40De Chirovisie, wat is dat eigenlijk?............................................................................................................................ 40Spiegelteksten ........................................................................................................................................................... 41Ervaringsgericht begeleiden ...................................................................................................................................... 41Naar een Chirodroom................................................................................................................................................ 42Methodiek: Chirovisie - Chiro-ervaringen ................................................................................. 44Methodiek: Chirovisie – gesprek rond actueel thema ............................................................ 445Methodiek: Chirovisie – krantenkoppen.................................................................................... 48Methodiek: Chirovisie – stellingen............................................................................................. 51Methodiek: Chirovisie – verhalen............................................................................................... 53Methodiek: aarde water vuur lucht - persoons- en ploegevaluatie ......................................... 56Methodiek: axenroos - persoons- en ploegevaluatie ............................................................... 60Methodiek: persona kaarten – zelf- en ploegevaluatie ............................................................. 66Methodiek: EVALUATIE en afronding van de cursus ............................................... 70BIJLAGEN ........................................................................................................................... 701Het vormingsaanbod van de Chiro ............................................................................................ 721. Animatorcursus.................................................................................................................................................... 722. Voortgezette vorming .......................................................................................................................................... 723. Kadervorming ...................................................................................................................................................... 734. Voortgezette kadervorming ...........................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.5. Administratie........................................................................................................................................................ 74Kaartjes met gewesttaken........................................................................................................... 76Voorbeelden van uitgewerkte kwantitatieve planningsmethodes........................................... 761. Avonden tellen..................................................................................................................................................... 762. Thermometermethodiek....................................................................................................................................... 76Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 5 van 78


AANPASSINGEN TOV WERKJAAR ’08 – ‘09Dit werkjaar zijn er weinig aanpassingen tov vorig werkjaar. Daar de KIC’s 3 jaar geleden grondig herbekeken enondertussen ook al geëvalueerd zijn, hopen we een kwaliteitsvol instrument in ons handen te hebben.Toch zijn er enkele dingen die bijna jaarlijks wijzigen.CursusaanbodHet aanbod is lichtjes gewijzigd. Kijk het snel even na op pagina 91.CursusprijzenDoor de economische tendensen van de laatste maanden zijn ook de cursusprijzen gestegen. De nieuwe prijzen zijnte vinden op pagina 93.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 6 van 78


WAT JE VOORAF MOET WETENVernieuwd programmaMet deze bundel voor KIC 3 en de andere bundels voor KIC 1 en KIC 2 lanceren we vanaf het werkjaar ‘07-’08 eenvernieuwd programma voor de instructeursvorming in de Chiro. De doelstellingen, de theorieën en de methodiekenwerden grondig opgesmukt.Bedoeling is om met dit vernieuwd KIC-traject cursisten groeikansen te geven om én een goede begeleider te worden(voor IK, SB, AB, TTB…) én een goede kadermedewerker te worden op zijn of haar niveau (gewest, verbond,nationaal). Daarom voorzien we een apart traject voor medewerkers van gewesten, verbonden en nationaal.Nieuw is ook dat er veel meer opbouw zit doorheen de KIC’s. Daarom verwachten we dat deelnemers de KIC’s involgorde volgen. Om dat mogelijk te maken zorgen we voor regionale KIC 1& 3’s die goed verspreid liggen in de tijden voor 2 mogelijkheden per werkjaar om KIC 2 te volgen.Bovendien houden we rekening met Chiroleiding die de groep prioriteit geeft. We ronden telkens omstreeks de middagaf, zodat zij nog tijdig de activiteit op zondagnamiddag halen.Het KIC-trajectDe noodzakelijke opbouwDe opbouw doorheen de KIC’s is zo strikt dat het noodzakelijk is KIC 1 voor KIC 2 te doen en KIC 2 voor KIC 3.Op maat van je engagementMaar behalve die beperking is de KIC vooral een traject op maat van je engagement. Wie in een gewest of eenverbond zit krijgt een ander programma en een andere programmavolgorde dan wie in een nationale ploeg zit.Deelnemers van nationale ploegen hebben immers sneller nood om weg te zijn met de grote structuur van de Chiro enhet wel en wee van de verschillende niveaus, terwijl deelnemers van een gewest dan weer sneller handvaten willenom hun IK te begeleiden en zich willen verdiepen in gewesttaken.Verschillen in leefgroepen voor gewesters en verbondersOp de regionale KIC 1&3 zitten gewest- en verbondsmensen samen in de leefgroep. Leve de uitwisseling en degezamenlijke opstart. Maar om bij verdieping toch voldoende onderscheid te maken beland je op de KIC 2 in eenleefgroep met enkel gewesters of in een leefgroep met enkel verbonders, al naargelang. Niet alleen is de leefgroepverschillend van samenstelling ook de methodieken zijn op maat gemaakt van je plaats in de structuur.KIC 1&3 voor nationale medewerkersNationale medewerkers kunnen dan weer een KIC 1&3 op maat volgen die niet regionaal georganiseerd wordt maareen extraatje is bij de eerste KIC 2. Ook op KIC 2 belanden nationale medewerkers in dezelfde leefgroep metaangepaste methodieken.LeefgroepsamenstellingVaak heb je op KIC3 weinig moeite met het verdelen van de mensen over leefgroepen, omdat er geen massa’sdeelnemers zijn. Als je toch moet verdelen op KIC 3, hou je best rekening met volgende criteria om leefgroepensamen te stellen met het oog op een zo groot mogelijke mix zowel deelnemers uit gewestploegen als uit verbondsploegen verdeling man / vrouw ervaren en minder ervaren kadermensen verdeling over de verschillende verbonden in één regio zo min mogelijk mensen uit dezelfde ploegChirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 7 van 78


Let op: op KIC 2 kiezen we er expliciet voor om gewestmensen, verbondsmensen en nationale medewerkers in aparteleefgroepen te zetten om genoeg op maat te kunnen verdiepen. Op KIC 1 & 3 is de uitwisseling tussen deverschillende niveaus belangrijker en zitten gewesters en verbonders samen. Voor KIC 1&3 is er wel steeds een apartaanbod voor nationale medewerkers.Attest erkend door de Vlaamse GemeenschapAttest InstructeurWie het hele KIC-traject doorloopt heeft niet alleen voldoende vormingsuren gevolgd om een attest voor Instructeur tekrijgen bij de Vlaamse Gemeenschap, maar heeft meteen ook de stage achter de rug aangezien een deel van KIC 3de stage is. De 60 uren stage die in totaal nodig zijn worden dus afgelegd in de kaderploeg tussen de KIC 2 en de KIC3. Op KIC 3 wordt de stage afgewerkt (15u).De aanvraagDe procedure voor een aanvraag tot attest komt automatisch op gang na je deelname dankzij het computerprogrammavan Chirojeugd Vlaanderen.Een attest is geen diplomaWe moeten niet lichtzinnig omspringen met attesten. Tochis het attest geen eindbeoordeling over de capaciteiten dieeen kadermedewerk(st)er al dan niet bezit. Het is eenerkenning dat die kadermedewerk(st)er op een positievemanier deelnam aan een cursus en de opgedaneervaringen in de praktijk heeft uitgetest en uitgewerkt. Erbestaan redenen om iemand een attest te weigeren, maardie worden bij voorkeur gemaakt aan de hand van hetleerproces dat de cursist aflegde en niet aan de hand vande interpretatie van mogelijke eindtermen.Leve de organisatiebijbelVoor meer info over het wel en wee van deorganisatie van een cursus kan je terecht in ‘deorganisatiebijbel’. Je vindt er een checklist voor deorganisatie van een cursus, een handleiding voorde administratie, meer achtergrond rond attestering,de financiële afhandeling…. In ‘de coachingsbijbel’vind je dan weer tips en tricks rondbegeleidingsploeg, promotie,leefgroepsamenstelling Vraag de bijbels aan op jeregionaal secretariaat en gebruik ze.DeelnemersvoorwaardenKIC 1Al wie 19 jaar is of wordt in het lopende kalenderjaar en een engagement opneemt in een gewest, verbond ofnationale ploeg mag mee op KIC 1.KIC 2Al wie 19 jaar is of wordt in het lopende kalenderjaar en een engagement opneemt in een gewest, verbond ofnationale ploeg én KIC 1 gevolgd heeft, mag mee op KIC 2.KIC 3Al wie 19 jaar is of wordt in het lopende kalenderjaar en minstens al een vol werkjaar een engagement opneemt in eengewest, verbond of nationale ploeg én KIC 1 én KIC 2 gevolgd heeft, mag mee op KIC 3.Voor freaks:Meerdere malen dezelfde KIC volgen is wenselijk noch toegestaan.Voor medewerkers in ‘den overgang’Wie voor deze vernieuwing al KIC’s gevolgd heeft, sluit nu gewoon aan bij de KIC’s die hij of zij nog niet volgde.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 8 van 78


CursusvoorwaardenEisen aan de begeleidingDe eindverantwoordelijke van je KIC is hoofdinstructeur of instructeur én heeft 120u vorming gegeven in hetjeugdwerk. Per 15 deelnemers moet 1 begeleid(st)er instructeur zijn.Eisen aan de organisatieEr zijn minstens 8 deelnemers aanwezig (dit geldt niet voor KIC 3). Maximaal 10 uur vorming per dag. Vorming na 23uur telt niet mee.De lijn doorheen de cursussen van de ChiroDe KIC’s zijn een deel van de gehele cursuslijn van de Chiro.Om je geheugen op te frissen en deelnemers wegwijs te maken zetten we hier nog eens even alles op een rijtje.DUUR VAN DECURSUSDUUR VAN DESTAGEVOORWAARDENOM AAN DECURSUS DEEL TENEMENATTEST Animator Hoofdanimator Instructeur HoofdinstructeurCURSUSSEN IK (Inleidingscursus)SB (Scholingsbivak)Hoofdanimatorweekendvolgen EN 1 van devolgende cursussen:Afdelingsbivak,Expressieweekend,Tochtenbivak,Groepsleidingsweekendof Chiroscoutscursus.KIC 1KIC 2KIC 3LEEFTIJDSVOOR-WAARDE OM EENATTEST TEKRIJGENIK: 16 uurSB: 44 uur60 uur onder begeleidingvan eenstagebegeleid(st)er. Destage kan pas starten nahet SB! De methodiekwordt opgestuurd door debegeleidingsploeg van SB,en komt op SB ook aanbod.In leiding staanHA: 15 uurAndere: 15 uur30 uur stage in degroep. De stage kanpas starten na hethoofdanimatorweekendOf: 18 jaar zijn ofworden in hetkalenderjaar én hetattest van animatorhebbenOf: 19 jaar zijn ofworden in hetkalenderjaar16 jaar zijn 18 jaar zijn 19 jaar zijnKIC 1: 15 uurKIC 2: 15 uurKIC 3: geldt als stage (15uur)60 uur stage. Stagegebeurt in de eigenkaderploeg en op KIC 3.Actief kaderlid zijn.19 jaar zijn of worden inhet kalenderjaar waarinde KIC aanvangt.Kijk in de organisatie-BijbelChirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 9 van 78


DOELSTELLINGEN VOOR KIC 31. ChirovisieAlgemene doelstellingDeelnemers verruimen hun Chirovisie.Specifieke doelstellingen• Deelnemers weten wat de Chirowaarden zijn en wat ze inhouden.• Deelnemers kunnen vanuit de Chirowaarden kijken naar maatschappelijke thema’s.2. EvaluerenAlgemene doelstellingen• Deelnemers formuleren nieuwe inzichten en werkpunten betreffende hun persoon, de kadertaak en de ploeg.• Deelnemers zien het doel en het belang van een evaluatie in.Specifieke doelstellingenZelfevaluatie (persoon)Deelnemers kunnen hun eigen mogelijkheden met betrekking tot kadertaken inschatten. (waar ben ik goed in, waarniet)Taakevaluatie• Deelnemers kunnen hun taken evalueren met het oog op toekomstige taken en soortgelijke activiteiten in detoekomst.• Deelnemers kunnen een realistische en evenwichtige planning opmaken voor zichzelf en hun ploeg.• Deelnemers kennen een aantal evaluatiemethodieken.Ploegevaluatie• Deelnemers kunnen hun ploeg evalueren:o de relaties, posities en rollen binnen hun ploego het groepsproces van hun ploeg• Deelnemers kunnen het groepsproces van hun ploeg positief beïnvloeden.• Deelnemers kunnen evenwichtige ploegen samenstellen.• Deelnemers kunnen (nieuwe) kadermedewerkers ondersteunen (=coaching).• Deelnemers kennen het belang van het permanent bijsturen van een ploeg.• Deelnemers kennen het belang van constructieve feedback.• Deelnemers kennen een aantal methodieken voor ploegevaluatie.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 10 van 78


DAGSCHEMA KIC 3Geen vast programmaVoor KIC 3 kiezen we niet voor een vast programma. De cursus dient voor een stuk als stage voor de ‘instructeur’ inspé en heeft dus geen officiële erkenning. Daarbij komt dat het programma erg op maat kan zijn van zoweldeelnemers als de begeleiding. Naast een blok over Chirovisie is het immers de bedoeling stevig door te praten meteen kleine leefgroep over het engagement van ieder van de deelnemers en de manier waarop hij of zij dat opneemt.Deze grondige reflectie vergt een zekere soepelheid in programma en een sterke persoonsgebonden begeleiding vanjullie. Je kiest de methodieken die je als begeleiding goed liggen, maar houdt ruimte vrij om het programma op maatvan wat naar boven komt, welke noden er zijn, aan te passen.Hou er rekening mee dat iedere methodiek ook echt een doel moet bereiken en geen losse babbel mag zijn. NaKIC 3 moeten deelnemers meer weten over zichzelf en hun kadertaak en moeten ze zich duidelijke doelen stellenom progressie te maken zowel voor zichzelf, hun ploeg als hun taak.Bijvoorbeeld: Taak: Bij de volgende organisatie van de startdag moeten we volgende drie punten voor ogen houden infunctie van een goede afloop: … Ploeg: Met onze ploeg moeten we tijdens een organisatie meer oog hebben voor elkaar en een vormvan coaching inbouwen. Daarbij kan ik zelf zorgen voor de schouderklop en de helpende hand voorzeker twee nieuwelingen in de ploeg… Zelf: Ik moet weten dat ik in stressituaties niet langer de reflex mag maken om alle zorgen naar mij toetrekken en zoveel mogelijk zelf te doen. Wat ik zelf doe, doe ik niet altijd beter. En bovendien moet ikzorgen dat ik iemand zoek bij wie ik snel om feedback en coaching kan vragen, want anders wordt ookvoor mij de druk te groot, met allerlei negatieve gevolgen (humeur, foute beslissingen, spanningen in deploeg…)Om toch enige houvast te geven doen we hieronder toch een poging tot een modelprogramma dat handig kan zijn alsstartschema. In dit programma houden we rekening met de opbouw van de methodieken, de verschillende thema’s endrempels, hoe dicht ze op je vel zitten, enz. Wie voor ’t eerst KIC 3 begeleidt, kan best hiermee van start gaan.Een voorstel tot programmaOpgelet: de uren van de voormiddagpauzes zijn verschillend van die van KIC 1. Maak duidelijke afspraken metde begeleiding van KIC 1 omtrent de pauzes, storen van andere leefgroepen, voorzien van koffie, enz.Vrijdag19u30 – 20u3020u30 – 22u30OnthaalUitgebreide kennismaking met referenties aan feedbackgeven en krijgen (KIC 2) + kaderen van doel van KIC 3Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 11 van 78


Zaterdag8u00 – 9u159u15 – 10u4510u45 – 11u0011u00 – 12u3012u30 – 14u14u00 – 15u3015u30 – 17u0017u00 – 18u3018u30 – 20u0020u00 – 20u3020u30 – 22u0022u00 – 23u00Ontbijt + start van de dagBuiten de Zone & Leerpunten rond coachingpauzeEvalueren van een langlopende taak met formulerenvan leerpuntenMiddagpauzeVervolg: leerpunten met betrekking tot taak (45 min.)Kwaliteitenspel (45 min.)Vieruurtje + groepsspelPersoonsevaluatie aan de hand van kernkwadrantAvondmaalParameters voor een goede planningChirovisieAvondactiviteitZondag8u00 – 9u159u15 – 11u0011u – 11u1511u15 – 12u0012u00 – 12u30Ontbijt + start van de dagPersoonsgerichte aarde – water – vuur – lucht (30 min.)Ploeggerichte aarde – water – vuur – lucht (1u 15min.)pauzeEvaluatie en afronding van de cursusOpruim en algemene afrondingChirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 12 van 78


DE BLOKKENEnkele tips bij het begeleiden van inhoudelijke blokkenKader een blok altijd in het groter geheel van de cursus. Maak dit vooral explicietbij de start en het einde van een blok (Bv. de axenroos helpt je dus je eigenplaats binnen de ploeg en het proces in de ploeg te beïnvloeden. Zorg dat jeconcrete tips meeneemt in je werking).Hou de doelstellingen van het blok voor ogen.Hou rekening met de verwachtingen van de deelnemers. Bekijk samen met jemedebegeleid(st)er wanneer je bepaalde verwachtingen aan bod kan latenkomen. Stel eventueel een extra vraag in een nabespreking of trek een bepaaldesituatie verder open. Maak dit even expliciet op het moment dat een verwachtingeffectief aan bod komt.Noteer vragen of tussenkomsten die je omwille van tijdsnood afblokt. Vergeetniet van deze opnieuw aan bod te laten komen.Het KIC 3 - schriftjeBezorg de deelnemers bij aanvang van KIC 3 een schriftje waarin tijdens en na ieder blok weetjes, werkpunten,tips… genoteerd kunnen worden.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 13 van 78


DE THEORIEFEEDBACK1. Feedback: Wat is het en waarom is het zo belangrijk?Wat is feedback?Kort gezegd kan je feedback als volgt definiëren.Feedback = Terugkoppeling.Feedback geven is positieve of negatieve commentaar geven op het gedrag van anderen.Feedback ontvangen is positieve of negatieve commentaar op je gedrag krijgen van iemand.Feedback als motor voor een groepAls begeleider van een groep, voorzitter van een commissie, als peter of meter van een ploeg, als cursusbegeleider…is het belangrijk om positief om te gaan met feedback en om een sfeer te creëren waarin vlot feedback gegeven enontvangen kan worden.Door de leden van een team concrete, uitnodigende feedback te geven, kan je de motivatie en inzet van de teamledenbevorderen. Ze voelen zich ook meer thuis in de ploeg, weten wat er van hen verwacht wordt, worden bijgestuurd alshet fout loopt, krijgen een compliment en voelen zich geapprecieerd als de dingen goed gaan.Daarnaast is het geven en ontvangen van feedback ook voor je eigen leren een belangrijke bron.Feedback is dus een belangrijk instrument voor elke ploeg waar mensen op een open en eerlijke manier met elkaarwillen omgaan. Ons Chirowerk zal er enkel bij gebaat zijn.Functies van feedbackDoor positief gedrag te erkennen en te benoemen, bekrachtigen en stimuleren we dit gedrag.Door negatief gedrag te benoemen en te bespreken, kunnen we dit gedrag corrigeren.Door feedback te geven en ontvangen, verduidelijken mensen hun relatie met elkaar. Zo kan hetwederzijdse begrip en de waardering voor elkaar toenemen. Door feedback te geven en te krijgen, weet jewat de ander aan jou apprecieert, waar de ander het moeilijk mee heeft, wat de uitdagingen jullie relatie zijn,waar je voorzichtig mee moet omspringen en waar je elkaar kan vinden.Gebrek aan feedback is demotiverendEr wordt dan immers op geen enkele manier een onderscheid gemaakt tussen wie zich wel of niet inzet, wie wel of nietbetrokken is, wie wel of geen verantwoordelijkheid over iets draagt. Als je geen feedback meer krijgt, begin je jezorgen te maken over het belang van jouw plaats in het team of over het werk dat jij in de ploeg verzet.Formeel en informeelFeedback geven gaat verder dan het formele evaluatiemoment dat je misschien met je ploeg gepland hebt of datklassiek gezien plaatsvindt na elke activiteit. Als je regelmatig feedback geeft en krijgt, als je regelmatig bijstuurt enzelf wordt bijgestuurd, kom je op formele evaluatiemomenten niet voor verrassingen te staan. Formele en informelefeedback vullen elkaar dus aan.Feedback geven blijkt moeilijkOndanks het belang en nut van feedback is het verbazingwekkend hoeveel moeite mensen hebben met het krijgen enhet geven van feedback. De manier waarop je feedback geeft, speelt hierbij een cruciale rol.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 14 van 78


2. Feedback geven en krijgen: aandachtspuntenHet geven van goede feedback – 12 regels1) WaarnemingGeef aan wat je hebt waargenomen, niet wat je er hebt bij gefantaseerd of hoe je desituatie hebt geïnterpreteerd.Goede feedback = snel tactvol concreet bemoedigend2) Kort op de balGeef feedback zo snel mogelijk nadat je de situatie hebt waargenomen. Als je te lang wacht, vergroot de kans dat desituatie waarop de feedback betrekking heeft voor één of voor alle partijen vervaagd is. Bovendien bestaat het gevaardat de emotie de bovenhand krijgt omdat het gevoel een hele tijd opgekropt is geweest. Let wel op dat kort op de balniet kort op de man wordt.3) ConcreetBreng je feedback gebaseerd op concrete feiten, specifiek en to the point. Feedback heeft altijd betrekking op concreetgedrag of op iets dat concreet is misgelopen. Beschrijf dan ook dat concreet gedrag of die concrete fout zodat deander duidelijk weet waarover het gaat. Er moet alleszins vermeden worden de andere op zijn persoonlijkheid aan tepakken. Door het concreet houden komt feedback ook minder bedreigend over. Hou je feedback dus bij zaken die deander of de ploeg kan veranderen.4) GevoelGeef de gevoelens weer die het waargenomen gedrag bij je heeft opgeroepen. Om goed op de feedback te reageren,moet de andere weten hoe jij je bij iets voelt/voelde.5) IkGebruik ik-boodschappen i.p.v. jij-boodschappen. Zeg: “Ik zie … en ik voel…” Zeg wat je ziet, geef aan wat je hierbijvoelt en denkt en wat het effect op dit alles is op jou. Zeg dus niet: “Jij bent… , jij doet…”6) ToetsenGa na of de ontvanger de feedback heeft begrepen en vraag er desnoods expliciet naar. Wees uitnodigend en vraagom een reactie van de ander.7) VoordeelZorg dat de ontvanger iets heeft aan de feedback, dat hij er voordeel uit kan halen. Doe eventueel suggesties terverbetering, dit is vooral van belang bij negatieve feedbackinformatie. Vertel erbij wat volgens jou beter zou zijn. Zorger ook voor dat deze informatie niet dwingend overkomt, zodat de ander ook ruimte heeft om zelf met nieuwe ideeënte komen.8) BelangWijs op het belang van de feedback voor de ontvanger. Door iemand feedback te geven, maak je die persoonmisschien iets duidelijk wat hij nog niet wist en waarmee hij aan het werk kan. Misschien kan hij door jouw feedbackeen spanning oplossen, voorkomt hij stommiteiten, kan hij groeien, … Als jij iemand op een opbouwende maniervertelt dat hij eigenlijk toch niet zo toonvast zingt, voorkomt dat misschien dat hij zich belachelijk maakt voor een heelpubliek.9) RespectToon respect voor de ontvanger. Hou ook rekening met het incasseringsvermogen van de ander: veel hangt af vanmet wie je te maken hebt. Wat bij de ene wel kan, kan bij de andere niet.10) DosseerAls je gehoord wilt worden bij het geven van je feedback, zeg je best niet te veel ineens en begin je best niet met defelste emotie. Wees kort en bondig: hoe langer het feedbackverhaal, hoe groter de kans dat er (nieuwe)misverstanden ontstaanChirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 15 van 78


11) PluimNeem niet alleen negatieve elementen op in de feedbackinformatie maar ook positieve. Zo voorkom je dat de anderedenkt dat hij alleen maar dingen verkeerd doet of dat de ploeg een activiteit als eenzijdig mislukt ziet.12)KredietMaak ook duidelijk welk gedrag je graag behouden wilt zien. Feedback betreft evengoed het gedrag dat op prijsgesteld wordt. Door dit gedrag te benoemen moedig je elkaar aan. Als je regelmatig positieve feedback geeft, werf jehierdoor genoeg krediet om af en toe ook commentaar op negatief gedrag te mogen geven.Het goed ontvangen van feedback – 3 basisregels1) Luister actief, sta open voor de boodschapa. Luister. Probeer zo goed mogelijk te luisteren naar de boodschap van de ander. Zo laat je zien dat je bereidbent feedback van de ander te ontvangen. Ga niet direct over tot een verdedigende houding.b. Beschouw feedback als goede raad en niet als een persoonlijke aanval.c. Sta ook open voor complimenten. Begin niet onmiddellijk te relativeren.2) Vraag doora. Reageer niet onmiddellijk maar neem de tijd om de boodschap tot je door te laten dringen. Rem emoties afen ga niet onmiddellijk in de verdediging.b. Vraag naar verdere concretisering als de boodschap te vaag of te algemeen is en je niet juist aanvoelt ofbegrijpt welke zaken je onder de loep moet nemen, wat er juist is misgelopen, wat beter zou kunnen of opwelke manier er bijsturing wordt verwacht.3) Reageer en schiet in actiea. Beoordeel de feedback en deel die mee aan de feedbackgever. Laat eerlijk blijken wat defeedbackinformatie je doet.b. Toon respect voor de feedbackgever. Vaak hebben deze mensen het goed met je voor en is het voor depersoon in kwestie ook niet makkelijk jou deze boodschap te brengen.c. Doe iets met de feedback. Vraag eventueel ook nog even na bij anderen of je gedrag bij hen op dezelfdemanier overkomt. Gebruik dit niet als truc om de feedbackgever de wind uit de zeilen te nemen, maargewoon om nog meer verduidelijking en nuancering voor jezelf te krijgen.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 16 van 78


KENNISMAKING KIC3: HERNEMENFEEDBACKVrijdag: 20u30 - 22u30Doelstelling voor feedback• Deelnemers kunnen een realistische en evenwichtige planning opmaken voor zichzelf en hun ploegWaarom deze kennismaking?Omdat het belangrijk is een grondige voldoende diepgravende kennismaking te doen. Tijdens KIC 3 zullen dedeelnemers immers ‘dicht op mekaars vel’ zitten en intens doorpraten op een aantal zaken die te maken hebben methet functioneren van iedere deelnemer in zijn of haar Chirotaken.En omdat het grootste deel van KIC 3 bestaat uit feedback geven op mekaars functioneren. Daarom zitten in dekennismaking zeer expliciete elementen rond feedback geven. Bedoeling is ook dat de theorie en de praktijk van hoefeedback geven vanop KIC 2 geïntegreerd wordt. Deelnemers moeten dit in de vingers hebben want KIC 3 is ééngrote toepassing ervan.Materiaal Materiaal voor samenwerkingsopdracht ‘schapenen herders’o Blinddoeken Materiaal voor samenwerkingsopdracht‘ontmantel de bom’o 1 wit pak per leefgroepo 4 lange sjortouwen (telkens 8 meter)o 1 grote spijkero 1 flesjeo Blinddoekeno afgebakende cirkel (met rood-wittouw) 6 meter doorsnedeo chronoo 2 duikbrillen met mondstuk (ofzonnebril, skibril…) Materiaal voor namenspelletjes die je zelfvoorbereidt Pen en papier flappenPraktische uitwerking0. VoorbereidingLeg het materiaal voor de opdracht die je kiest klaar.Zorg dat je je namenspelletjes voorbereidt.Enkele tips voor een goeie startZorg voor een aangenaam onthaal en eenstevige welkom. Onthoud dat enthousiasmeaanstekelijk werkt!Steek voldoende tijd in kennismaking (dit magzeker een uur duren). Zorg dat dekennismakingsspelen echte sfeermakers zijn,dat de deelnemers zich op hun gemak voelenen dat ze er zin in hebben of krijgen.Overloop de leefregels en motiveer hetwaarom. Schets de cursus in zijn groter geheel: KIC 3staat niet los van KIC 1 en KIC 2. Maak promovoor de voortgezette kadervorming.Overloop de dag- en cursusplanning.Pols naar de verwachtingen van dedeelnemers door hen even de tijd te geven omhierover na te denken en het op te schrijven.Op het einde van het eerste blok overloop je deverwachtingen van de deelnemers en kader jewanneer bepaalde verwachtingen aan bodkunnen komen. Verkeerde verwachtingen stuurje bij.1. Inleiding: duid het opzet van KIC 3 en het belang van kennismaking (5 min)Duid dat KIC 3 een weekend intens samenleven is en grondig doorbomen op het functioneren in je Chriotaken. Duidde groep dat daarom een stevige kennismaking zich opdringt (zie hierboven).2. Erin vliegenEen stevige samenwerkingopdracht met korte nabespreking (30 min)Kies één van volgende twee opdrachten. Uiteraard kan je ook zelf een opdracht verzinnen.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 17 van 78


a) Schapen en herders:Zonder voorafgaande kennismaking krijgt de nieuwe groep eerst 10 minuten de tijd om een systeem te bedenken, dan10 minuten tijd om de opdracht te doen slagen.De opdacht luidt als volgt:Straks worden jullie allemaal geblinddoekt en verspreid over het terrein. Eén iemand van jullie wordt herder (zijnblinddoek wordt afgedaan). De herder moet proberen met behulp van niet-menselijke geluiden de schapen in de stalte krijgen. Waar de herder staat en waar de stal zich bevindt weten jullie nog niet. De schapen mogen elkaaraanraken, maar de herder mag niet aan zijn schapen komen. De herder mag niet van zijn plaats afkomen, want hijheeft zijn been gebroken. De schapen mogen enkel 'mééééé' zeggen.Leid nu de schapen geblinddoekt naar buiten en plaats ze ver genoeg uit elkaar. Sommige schapen kan je in een bosplaatsen, misschien eentje half achter het gebouw, eentje is misschien al in de stal… Maak het de groep niet temakkelijk.Korte nabespreking (maximum 5min.): Is het resultaat bereikt? Wat had beter gekund, wat niet? Verliep alles volgens plan? Hoe is er omgegaan met onverwachte wendingen of dingen aan hetoorspronkelijke plan die niet bleken te werken? Hoe verliep de discussie om tot afspraken te komen? Welke indrukken neem je mee?b) Red de wereld van een ramp en ontmantel de bomLaat de groep voor je aan de opdracht begint bepalen hoeveel tijd ze wil besteden aan de te maken afspraken en aanhet effectief uitvoeren van de opdracht. Let wel, er is een totale maximumtijd van 20 minuten.Dit is de opdracht die je de groep op papier geeft:Jullie zitten als team na een zware storm op een zinkend schip. Dit schip vervoert dan ook nog eens nucleairewapens. Om te verhinderen dat de boel de lucht in vliegt en daarbij een deeltje van de wereld meeneemt, moeten julliesnel handelen. De tijd dringt want over 20 minuten komt het water tot aan het ontstekingsmechanisme. De gevolgenzijn gekend... In die tijd moeten jullie er in slagen om het mechanisme te leren kennen, goed af te spreken hoe julliehet gaan aanpakken en het ontstekingsmechanisme onklaar maken natuurlijk. Let wel, het wapen is niet zo vlotbereikbaar. Het ligt in een zwaar beveiligde ruimte. Eerst en vooral is de straling, beter gekend als APX2-straling, zohevig dat de ogen moeten worden afgeschermd (blinddoek). Er is gelukkig ook één heel speciale bril aan boord diede ogen beschermt zodat je toch kan zien wat je aan het doen bent. Dus slecht één van jullie kan zien in dewapenruimte. Verder is het mechanisme van het wapen zo gevoelig dat slecht 1 persoon tegelijk in een straal van 2meter in de buurt mag komen Daar mag dan ook niets aangeraakt worden. Om het geheel onschadelijk te maken, iser een heel bepaald systeem. Straks mogen 2 personen gaan kijken naar de opstelling van het mechanisme zelf.De ruimte met het wapen binnen gaan, heeft helaas een neveneffect. Je stem blijft in de wapenruimte. Kom je weer indie ruimte, dan heb je je stem terug. Maar daarbuiten ben je ze kwijt. Good luck, we count on you.Het gaat om een samenwerkingsopdracht metverschillende beperkingen. De deelnemers moeten eersthun strategie gezamenlijk bepalen. Daarna voeren ze uitwat ze hebben bedacht. De tijd gaat in vanaf het momentdat ze de fiche overhandigd krijgen. Doel is de spijker inhet flesje krijgen op een correcte manier. Als begeleidermoet je goed observeren wat er tijdens het spel gebeurt,wat de deelnemers doen, welke rol ze op zich nemen…Terrein:• Speluitleg en beraadslagen in leefgroeplokaal• Uitvoering buiten:- een cirkel van 6 meter diameter waar zeniet binnenmogen.- In die cirkel: een flesje- een spinnenweb van sjortouw waar in hetmidden een grote spijker aan hangtLet op volgende zaken:deelnemers mogen de opstelling enkelnaderen als ze een speciale bril dragen. Erkan maar 1 iemand tegelijk gaan kijken naarde opstelling. Indien de ogen absoluut afgeschermd zijn /of beschermd door de behandelde brillen,kunnen jullie tot op een 3 a 4 meter bij deontsteker raken.Slechts 1 persoon kan tegelijkertijd deontsteker benaderen en de cirkel betreden,meer mensen die in de nabijheid komenleidt onvermijdelijk tot ontsteking.2 personen kunnen op voorhand met debeschermingsbril gaan observeren (maarniet samen zoals vermeld in de eerste regel)binnen de cirkel mag NIKS aangeraaktwordende tijd loopt al vanaf het begin van de uitleg!Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 18 van 78


Korte nabespreking (maximum 5 min.) Is het resultaat bereikt? Wat had beter gekund, wat niet? Verliep alles volgens plan? Hoe is er omgegaan met onverwachte wendingen of dingen aan hetoorspronkelijke plan die niet bleken te werken? Hoe verliep de discussie om tot afspraken te komen? Welke indrukken neem je mee?Korte namenspelletjes (20 min)Speel enkele korte namenspelletjes.Confrontatie met eerste indruk (15 min)Plaats alle deelnemers in een binnen- en een buitencirkel op stoelen. Na ieder duogesprek van twee personen dietegenover elkaar zitten schuift de binnencirkel een plaats door. Zonder voorafgaand gesprek schrijven de deelnemersrond en bepaald thema een ‘eerste indruk’ op papier. Je kan daarbij eventueel wel al verwijzen naar de ervaringentijdens de voorafgaande opdrachten. De thema’s worden door de begeleiding in volgorde aangegeven. Dan worden depapiertjes uitgewisseld (in duo) en is er ruimte voor meer verduidelijking en gesprek.Richtvragen: Hoe heb je dit bedoeld? Waarom denk je dat? Hoe komt dit bij mij over? Wat is het echte antwoord?Thema’s: Werk / studies Leeftijd Hobby’s Aantal relaties in het verleden Aantal avonden per week met Chiro bezig Ijdel? Specifieke karaktertrekken Aanleg voor…Feedback verhalen (45 min)Leid in en geef de opdracht:Leg kort uit wat feedback is (zie theorie) en verwijs naar KIC 2 (methodiek Go go biep).In de Chiro geven we elkaar vaak feedback (kritiek, opmerkingen, schouderklopje …) .Negatieve feedback is niet altijd eenvoudig te geven of valt wel eens zwaar …Bedenk 2 situaties: Wanneer kreeg je feedback die goed aangekomen is? Wanneer kreeg je feedback die niet goed aangekomen is?Bijvragen:Hoe werd de feedback gegeven?Wat was er goed of minder goed aan de manier waarop de ander feedback gaf?Waarom is de feedback goed/niet goed aangekomen?Welke aspecten speelden hier nog in mee?Hoe heb je gereageerd op de feedback?Had jouw reactie een positieve bijdrage tot het verwerken van de feedback?Voor wie geen voorbeelden kan vinden:Wanneer heb je feedback gegeven die goed verwerkt werd?Verhalenronde:Maak 4 flappen en leg deze in het midden Do’s bij feedback gevenChirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 19 van 78


Don’ts bij feedback gevenDo’s voor feedback krijgenDon’ts bij feedback krijgenLaat de deelnemers een verhaal brengen. Vraag na het verhaal welke tips ze aan feedbackgevers zouden willengeven of welke tips ze aan de ontvanger zouden geven.Laat de deelnemers de ‘do’s en don’ts’ op flap brengen.3. Slot – afronden (5 min)De deelnemers hebben vast een heleboel tips in verband met feedback geven en ontvangen verzameld. Je kan de tips(zie theorie) er bijleggen en eventueel nog aanvullingen geven.Deze methodiekjes gaven reeds een opstart voor het verdere verloop van de KIC 3. Ook in volgende blokken zal erveel gewerkt worden met zelfevaluatie, waarbij feedback regelmatig in de praktijk wordt toegepast.Moedig de deelnemers aan hun weetjes, tips en leerpunten te noteren in hun persoonlijk KIC 3-schriftje.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 20 van 78


DE THEORIEInleidingAlle hens aan dek, bijsturing gevraagd !!!EVALUERENIedereen is het erover eens: de Chiro is een leerschool. Wat je daar leert, speel je van je leven niet meer kwijt. Toch isde Chiro geen ‘school’ of ‘klassieke leeromgeving’. In de Chiro leer je al doende, uit ervaring.Je leert er uit het samenwerken met anderen, uit de projecten en uitdagingen die je krijgt voorgeschoteld, uit de lessendie je trekt uit wat er gebeurd is of uit de lessen die anderen je hebben meegegeven.Een heel belangrijk iets waaruit we in de Chiro leren, is onze traditie om gebeurtenissen, acties, maar ook ploegen enpersonen te evalueren.Een gewestdag, een SB, de verbondsploeg, de laatste Dubbelpunt… Op verschillende momenten kijken we achteromom te kijken naar hoe het geweest is en om lessen te trekken voor de toekomst (de volgende Dubbelpunt, hetAspibivak van volgend werkjaar, het verder functioneren van onze gewestploeg…).Gek genoeg komt er uit sommige evaluaties toch niet wat we graag wilden weten, betrappen we onszelf erop dat wenet dezelfde fouten opnieuw maken of zijn we bang van een evaluatie van onze ploeg of werking. En wie kent er niethet fenomeen van de zalige cursus waar iedereen zingend naar huis ging, totdat het enthousiasme op de evaluatie alseen pudding in elkaar zakt. ‘Was er dan echt zoveel dat beter kon?’In volgend hoofdstuk staan we dus even stil bij het belang van feedback geven en de kracht van een constructieve,toekomstgerichte evaluatie.We kijken zowel naar evaluaties van taken en activiteiten als naar evalueren van ploegen en individuen.1. Evalueren: Wat?1.1 DefinitieBij het zoeken naar een kort antwoord op deze vraag, is volgende definitie misschien wel het meest volledig:Evalueren is een gemotiveerd waardeoordeel uitspreken over een gebeuren dat voorbij is, om er bij een volgendgebeuren rekening mee te houden.1.2 Waarde-oordeel met motivatieOm te beginnen is een evaluatie dus meer dan een eenvoudig verslag waarbij je gewoon een opeenvolging van feitenverhaalt. In een waardeoordeel spreek je je expliciet uit over de ‘waarde’ van de feiten (positief, negatief, neutraal),zoals die zijn ervaren of werkelijk ook zijn.Bijkomend geef je in een evaluatie ook de redenen, de motieven aan waarom je iets waardevol vindt of niet. Je zegtdus niet gewoon dat je iets goed of slecht vindt, maar je motiveert je oordeel.Bijvoorbeeld:Wat de voorbereiding betreft, vond ik de laatste gewestavond minder geslaagd. Er waren namelijk te weinig mensenbij betrokken. Els en Lieven haakten uiteindelijk nog af door examens en niemand voelde zich blijkbaar geroepen omhen te vervangen ondanks onze warme oproep. En eigenlijk kregen we als werkgroep weinig reactie op onze vragenaan de rest van de ploeg. Ook voor de opbouw was maar de helft van de ploeg aanwezig terwijl die dag toch al wekenin ieders agenda stond …Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 21 van 78


1.3 Meer dan alleen een activiteitHet gaat hierbij ook niet noodzakelijk om een activiteit: je kunt in principe vanalles evalueren: een groepsproces (desamenwerking in onze verbondsploeg), een gesprek (het gesprek dat we hadden met de VB en de groepsleider vaneen groep in nood uit ons gewest), een persoon (de cursustrekkers), een relatie (de relatie tussen het verbond en zijngewesten)…2. Evalueren: Waarom?Het belangrijkste is echter dat je een evaluatie plant met het oog op de toekomst. Je evalueert iets om er devolgende keer rekening mee te houden. Omdat je bij de volgende cursus of uitgave niet dezelfde fouten wilt maken,omdat je wilt bijschaven waar iets beter kan en omdat je een ploegproces wil bijsturen waar nodig. Het resultaat vaneen evaluatie moet bij een volgende stap of reeks stappen in uitvoering worden gebracht.Evaluaties hebben dus enerzijds tot doel achteruit te kijken, na te gaan of de vooropgestelde doelen bereikt zijn, ofmen zich nog op het goede pad bevindt. Anderzijds hebben ze tot doel naar de toekomst te kijken, het werk teverbeteren of het te volgen spoor en/of de doelstellingen bij te sturen.Het is dus ook zeer belangrijk om je evaluatie niet in de kast te laten liggen. Eigenlijk begint elke nieuwe activiteitmet het overlopen van de evaluatie van de vorige.Ga je een nieuw IK op poten zetten? Bekijk dan eerst eens wat er allemaal over het vorige is gezegd, zodat zeker nietdezelfde fouten worden gemaakt en je de schoonheidsfoutjes ervan af kan schaven!3. Evalueren als deel van onze participatieve ChirocultuurIn de Chiro is het niet de leidster die zegt of iets goed of slecht is geweest. Het is niet de verbondsleider die zijnrapport schrijft over het SB, het is niet de voorzitter van het afdelingsoverleg die als enige een punt van 1 tot 10 magplakken op het afdelingsbivak. Nee, in de Chiro gaan we samen ons samenleven, onze prestaties en realisaties onderde loep nemen.Iedereen in de Chiro de kans geven om mee te evalueren (van Speelclub tot Aspi, van gewestmedewerker totcommissievoorzitter), iedereen een gemotiveerd oordeel laten formuleren over wat er gebeurd is en hoe zij en anderende dingen hebben aangepakt of ervaren, vereist een cultuur van participatie.Als we kinderen en jongeren hun zegje willen laten doen, houdt dat in dat we die kinderen au sérieux nemen enrekening willen houden met wat zij zelf, vanuit hun standpunt, aan te brengen hebben. Als we elkaar de kans gevenom onze groep en onze activiteiten kritisch te bekijken en er een oordeel over te vellen, dan wil dat zeggen dat weieders mening, ieders oordeel belangrijk genoeg vinden om er rekening mee te houden.Daarom hoort ‘evalueren’ thuis onder de grotere noemer ‘participeren’. En daarom dat tijd maken voor evaluatie ookzo belangrijk is voor een beweging die ‘Participatief’ als één van haar basismethoden ziet.4. Wat gaan we evalueren?4.1 Drie typesJe kan evaluaties in drie grote groepen onderverdelen: de taak(werkings)evaluaties, de ploegevaluaties en depersoonsevaluaties.Natuurlijk kan je deze drie evaluaties samen laten vallen in één moment of één methode, maar mispak je niet. Meestalvragen een goede ploeg- of een goede taakevaluatie al zoveel tijd dat je programma iets te overladen wordt als je zebeide in één blok tracht te plaatsen. Je moet trouwens zorgen dat je genoeg tijd overhoudt om dieper op de dingen inte gaan, dus plan liever te weinig dan te veel!Daarnaast is het ook aan te raden om de focus juist te plaatsen: beslis op voorhand wat je te weten wilt komen: Wil jedat de deelnemers nadenken over hun taak? Wil je dat ze iets bijleren over zichzelf en eigen werkpunten formuleren?Wil je vooral weten wat er allemaal verbeterd kan worden aan het afdelingsbivak?Afhankelijk van je doel, zal ook je methodiek er anders uitzien. Probeer dus niet teveel in één moment te proppen.Want dan kan je misschien wel veel zaken oppervlakkig aanraken maar niets grondig bespreken!Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 22 van 78


4.2 TaakevaluatieKritisch terugblikkenBij taak- of werkingsevaluaties gaat het er vooral over om eens kritisch terug te blikken op wat een bepaalde ploeg ofeen bepaald individu al gerealiseerd en gepresteerd heeft. Cruciale vragen zijn: was de planning van de verschillendetaken realistisch (was het haalbaar?), zijn de beoogde doelen gerealiseerd? … Een taakevaluatie is geen‘puntenrapport’, het vertelt ook hoe mensen zich bij bepaalde taken/resultaten en verantwoordelijkheden voelen.Persoonlijke takenEen taakevaluatie kan ook min of meer persoonlijk zijn als je nagaat of en hoe iedereen zijn taken heeft volbracht. Hetis dan wel de manier waarop het individu zijn taken heeft uitgevoerd en niet het individu zelf dat centraal staat.Informeel en formeelEen taak- of werkingsevaluatie gebeurt vaak kort en bijna ongemerkt na elke activiteit. Toch is het ook niet slecht omaf en toe eens na een langere periode terug te kijken naar alle acties/prestaties die je als ploeg achter de rug hebt. Jemoet deze acties/prestaties niet meer in detail evalueren maar je vragen stellen als: Was de opeenvolging van activiteiten goed? Waar hebben we het meeste volk bereikt? Welke van onze activiteiten heeft nu het meeste opgeleverd in het kader van ons voornemen omlaagdrempeliger te zijn? Wat was inhoudelijk gezien de sterkste activiteit?Hebben we de afgelopen maanden veel van onze persoonlijke doelen bereikt?Hebben we rekening gehouden met de dingen die we na onze eerste activiteit hebben opgemerkt bij devolgende activiteiten?Blik op de toekomstEen dergelijke globale evaluatie kan nuttig zijn bij het opstellen van een nieuwe planning, het formuleren van nieuweideeën, het opzetten van nieuwe activiteiten, enz. Zulke evaluaties gebeuren dan ook best toekomstgericht: Watkunnen we hieruit leren naar de volgende cursus toe, naar de volgende startdag toe, naar de volgende publicatietoe…? Waar moeten we dus rekening mee houden?PreventiefOok kan het nuttig zijn om eens expliciet stil te staan bij hoe bepaalde personen hun taken, opdrachten,verantwoordelijkheden vervullen of zelf aanvoelen. Dit voorkomt veel onnodig geruzie, gepest en geroddel!4.3 PloegevaluatieRelaties, rollen, plaatsenEen ploegevaluatie gaat specifiek over hoe de groep als ploeg draait en hoe iedereen in die ploeg functioneert. Hetgaat hier dus over onderlinge relaties, ieders plaats in de ploeg, hoe iedereen zich voelt in de groep, desamenwerking… Hoe de persoon zich in de groep voelt staat hier centraal, niet zozeer zijn functies en taken (al zullendie in de marge natuurlijk wel vernoemd worden omdat iemands taken nu eenmaal bijdragen tot hoe die persoon zichin de ploeg voelt).Bij bepaalde spanningen en geplandEen ploegevaluatie doe je meestal pas als je merkt dat er in de ploeg bepaalde spanningen opduiken.Toch zou je beter sowieso in het begin van het werkjaar één of twee standaardploegevaluaties plannen. Degroepsleden weten dan dat er een moment komt waarop er expliciet tijd wordt gemaakt om te kunnen vertellen hoe zezich voelen in de groep. Die wetenschap bezorgt hen meestal een opgelucht gevoel.TimingEen ploegevaluatie vindt best plaats als de ploeg enerzijds al een tijdje samen op weg is, maar anderzijds als er noggenoeg tijd volgt om, zonodig, na de evaluatie een andere weg in te slaan.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 23 van 78


4.4 PersoonsevaluatieJezelf beter leren kennenZelfkennis is een noodzakelijk instrument om je goed in je vel te voelen en goed te functioneren. Zelfkennis houdtonder andere in dat je weet waar je goed in bent, wat je echte kwaliteiten zijn en waar je werkpunten liggen.In een persoonsevaluatie staan volgende vragen centraal: Welke kwaliteiten en vaardigheden vind ik belangrijk en in welke mate bezit ik die? Hoe beoordelen anderen mijn vaardigheden? Welke vaardigheden wil ik me meer eigen maken?Het uiteindelijke doel van een persoonsevaluatie is om de omgang met jezelf en met anderen zo prettig en efficiëntmogelijk te maken! Door een persoonsevaluatie kan je ook persoonlijk groeien en het helpt je om bewuster keuzeste maken.Verschil met ploegevaluatieEen persoonsevaluatie gebeurt vaak al deels in een ploegevaluatie. Dat is logisch omdat wij mensen sociale wezenszijn en dus veel over onszelf leren in relatie tot anderen.In een ploegevaluatie ga je echter meer focussen op de onderlinge relaties, spanningen en mogelijkheden, terwijl ineen persoonsevaluatie het individu met zijn mogelijkheden en beperkingen centraal staat.Veiligheid troefEen persoonsevaluatie vereist de meeste psychische veiligheid in een ploeg omdat deze evaluatie natuurlijk hetdichtst tegen je vel zit!5. Wanneer gaan we evalueren?5.1 Impliciete of continue evaluatiesZoals al gezegd in het hoofdstuk over ‘Evalueren en participatie’, staat een evaluatie nooit op zich.Evalueren is één poot van het ‘participatie-idee’ dat in de Chiro leeft.Je hoeft dus niet altijd expliciet tijd te maken om te evalueren. Vaak is het al voldoende aan de anderen te vragen watze ervan vonden, hoe ze zich bij iets voelden, of de resultaten aan de verwachtingen voldeden… Dit implicieteevalueren is minstens zo belangrijk als het expliciet tijd maken voor een evaluatie. We spreken hier van impliciete ofcontinue evaluaties.5.2 Permanente evaluatiesJe kan tot slot ook werken met een permanent evaluatiesysteem. Deze permanente meet-instrumenten kunnenzowel taakgericht of ploeggericht worden gebruikt. Doorheen het werkjaar ga je hier met eenzelfde instrumentbepaalde zaken evalueren. Hierdoor krijg je een duidelijk zicht op bepaalde evoluties, radicale veranderingen,geleidelijke verschuivingen…Een typisch voorbeeld hiervan is een meter die aangeeft hoeveel volk er op elke activiteit was of hoeveel verschillendegroepen je met een bepaalde actie bereikt hebt. En wie kent er niet de aanwezigheidskalenders op een vergadering,de zoutflesjes die elke dag met een andere kleur worden gevuld (hoe lichter de kleur hoe beter de dag), de meter dieaangeeft hoeveel minuten iemand te laat komt (en bij een uur trakteer je de hele ploeg)…5.3 Tussentijdse evaluatiesMet tussentijds evalueren bedoelen we dat we ergens midden in een groepsproces tijd maken om te evalueren (bv. inhet midden van een cursus, in het midden van een werkjaar…). Dit moment wordt vooraf bewust gepland. Ergensmidden in de vormingsweek, het weekend of het werkjaar staan we dus stil om te evalueren en mogelijk bij te sturen.Het is goed om vooraf bewust tijd in te plannen voor dergelijke momenten. Dat voorkomt spanningen wanneer het gaatover ploeggebonden aangelegenheden (bv. de evaluatie van de gewestploeg). Bovendien geeft tussentijds evaluerenkans tot bijsturing van taak of inhoud (bv. een cursus)Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 24 van 78


6. Hoe pak je het aan?6.1 Algemeen kaderWat eerst?Bij het evalueren is het belangrijk om eerst de feiten te beschrijven en dan pas een waardeoordeel te vellen.We bekijken de voorbereiding van de gewestavond eventjes chronologisch en aan de hand van objectieve cijfers enwaarnemingen (we zijn op 10 mei pas met de voorbereiding begonnen,de uitnodiging was weg op 17 mei, we warenna het wegvallen van Els en Lieven met 3 man in de werkgroep… enz.), dan pas trekken we daaruit conclusies (Wezijn te laat begonnen. Want om de groepen tijdig uit te nodigen moet je toch zeker 3 weken op voorhand een ideehebben van de inhoud van de avond en de exacte locatie van het gebeuren kennen. En dat was nu niet zo waardoor…enz.)Je begint best met een objectieve weergave van de werkelijkheid en vervolgens spreek je je uit over de waarde ervan(positief, negatief of neutraal).Drie stappenIn die zin kan je bij ‘evalueren’ 3 verschillende stappen onderscheiden: het beschrijven aan de hand van feitenmateriaal het beoordelen, naar waarde schatten en het geven van een oordeel het bijsturen, het aangeven van knelpunten en het formuleren van alternatieven6.2 Planning en voorbereidingVeiligheidEen sfeer van veiligheid in de ploeg is noodzakelijk voor een geslaagde evaluatie. Een evaluatie zouden we moetenplannen op maat van de veiligheid in de ploeg. De taakevaluatie vereist de minste veiligheid, een persoonsevaluatiede meeste. We kunnen dit in volgend schema plaatsen:lage veiligheid..................................................................................................................................... hoge veiligheidStilstaan bij Stilstaan bij Stilstaan bijActiviteit Groep PersoonActiviteitGroepActiviteitSfeerZorg dat er voor een uitgebreide evaluatie steeds een ontspannen en gezellig sfeertje hangt.Planning en TimingHerinner er iedereen tijdig aan wanneer de evaluatie doorgaat. Op die manier geef je de betrokkenen de ruimte omvoordien al eens na te denken over wat ze kunnen en mogen zeggen.Zeker in drukke agenda’s en planningen is het heel belangrijk om ruim op voorhand en tamelijk gedetailleerd tevertellen wat er juist geëvalueerd zal worden en wat er van iedereen wordt verwacht. Zet de ploeg dus aan hetdenken, maar maak iedereen ook duidelijk dat de dingen die ze willen vertellen pas op het evaluatiemoment ter sprakezullen komen en niet voordien.Tijd nemenZorg dat je voldoende tijd voorziet zodat er na de evaluatie niet nog tien andere dingen moeten gebeuren. Iedereenheeft wat tijd nodig om te verwerken wat er tijdens een evaluatie wordt gezegd. Het is niet slecht om na een evaluatiede vergadering ook af te sluiten en niet nog snel 101 andere praktische puntjes te voorzien. Zo kan iedereenindividueel nog wat nadenken over de evaluatie.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 25 van 78


6.3 Rol van de begeleidingStel: jij gaat een bepaalde evaluatie in jouw ploeg leiden. Hoe pak je dat best aan?Voorbereiding en techniekEerst en vooral zorg je dat je de evaluatie grondig hebt voorbereid en heel vertrouwd bent met de techniek. Jij zult hetgesprek aan tafel immers moeten leiden. Bij elke evaluatie, of het nu om kinderen of volwassenen gaat, moet ernamelijk iemand zijn die er een beetje op het groepsproces let: komt iedereen aan het woord? waar moeten we dieper op ingaan? is de boodschap duidelijk overgekomen bij de rest …TimingBelangrijk is dat je als gespreksleider op het juiste moment de juiste vragen stelt, soms is het namelijk nodig om evendoor te vragen. Een meerwaarde van een evaluatie kan ondermeer zijn dat je door het stellen van de juiste vragenmensen tot heel wat inzichten kan brengen.DoorvragenVaak is het ook nodig om expliciet te vragen wat de andere leden van de ploeg over iets denken dat wordtaangebracht door een bepaald individu. Vele mensen doen dit namelijk niet altijd uit zichzelf, zeker niet als ze hetsysteem van expliciete evaluaties niet gewend zijn.Door de andere deelnemers aan het evaluatiegesprek naar hun mening te vragen, zet je hen ook aan het denken envergroot je de betrokkenheid bij wat één iemand aanhaalt.AfrondenAnderzijds moet je ook op het juiste moment bepaalde gesprekken en onderwerpen kunnen afronden. Je moet aan desprekers duidelijk maken dat het soms geen zin heeft om over iets door te bomen.6.4 OpvolgingEerst luisterenZorg dat je ook iets doet met de evaluatie: pas als de ploegleden het gevoel hebben dat er naar hen wordt geluisterden dat er met hun visie iets wordt gedaan, zullen ze gemotiveerd blijven om deel te nemen aan het evaluatieproces.Neem dus in eerste instantie voor jezelf nota van wat er door de ploeg wordt aangebracht en bekijk later hoe jemet teamleden, cursusbegeleiders, leidingsmensen…verder kan werken rond datgene dat geëvalueerd is.Zichtbaar makenAls je werkt met een tekening, knutselwerk of andere zichtbare vorm van evaluatietechniek, kan het soms nuttig zijndie zichtbaar op te hangen in het vergaderlokaal zodat de ploeg steeds geconfronteerd worden met hun eigenafspraken en voornemens. Of omdat er op die manier steeds een motiverende pluim of een bemoedigendschouderklopje letterlijk in het zicht hangt!Sommige evaluatiemethodieken zijn zo gemaakt dat je ze een permanente plaats in het vergaderlokaal kunt geven endat er steeds wordt teruggegrepen naar eenzelfde parameter om activiteiten of de ploeg te evalueren. Dit gaat danweer over de hierboven aangehaalde permanente evaluatietechnieken.7. Evaluatievalkuilen7.1 GevarenBij de beoordeling van iets of iemand zijn er natuurlijk wel wat valkuilen die je best ontwijkt. In een Chirocontext waarwe proberen te leren uit wat gebeurd is en waar we evaluaties doen met het oog op positieve veranderingen enevaluaties, is het geen slecht idee om op voorhand even stil te staan bij de gevaren die op de loer liggen als we onsuitspreken over of iets al dan niet goed is.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 26 van 78


7.2 Hou het positiefAnders zou een initiatief dat positief bedoeld is, wel eens net het tegenovergestelde effect kunnen hebben. En wiekent het niet: de activiteit die erg geslaagd aanvoelde, terwijl er na de evaluatie geen sprankeltje van het aanvankelijkegoede gevoel overbleef (iets kapot evalueren als het ware). Of de ploeg die moedig en eensgezind aan eenploegevaluatie begint en drie uur later is getransformeerd tot een bende strijders met getrokken messen.7.3 Mogelijke valkuilenZelfprojectieDeze fout komt voor als de beoordelaar, bewust of onbewust, zijn eigen positieve of negatieve eigenschappen op debeoordeelde projecteert.Lieven: “Maar ja, jij bent dan ook nooit op tijd, dat is echt een ziekte in deze ploeg’, terwijl het eigenlijk Lieven zelf isdie het moeilijk heeft met deadlines, maar dit probleem op de rest afspiegelt.Zelfvoorbeeld:Deze fout komt voor als de beoordelaar zijn eigen gedrag als voorbeeld gaat stellen en ander gedrag als slechtfunctioneren gaat zien. Zo heeft men geen respect voor de manier van werken van de ander (men neemt zichzelfnamelijk als de norm en alles wat anders is, is bijgevolg minder goed).Maarten leeft voor Chiro en geraakt na een tijdje gefrustreerd omdat de anderen blijkbaar ook nog een lief, hobby’s ofeen engagement buiten de Chiro hebben waardoor zij niet op elk informeel moment aanwezig zijn. Zijn manier vanengagement is in zijn ogen de norm geworden en iedereen die het anders doet, doet het per definitie slecht.VooroordelenDe beoordelaar neemt niet de moeite zijn waarnemingen zorgvuldig te interpreteren. Hij gaat uit van een algemeneindruk en gaat voorbij aan de specifieke inbreng of achtergrond van de beoordeelde over wie hij een specifiek oordeelheeft zonder dit goed af te toetsen.Vincent: “Natuurlijk was Riet niet op tijd klaar met het gewestelijk adressenboekje, je weet toch uit welke Chiro zekomt, daar weten ze nog niet wat ‘Op tijd’ is.” Terwijl Riet misschien de adressen waarvoor andere mensenverantwoordelijk waren niet tijdig heeft doorgekregen! Maar ja, ze komt uit Chiro X dus …Thomas: “Natuurlijk was Chiro Tjoepke niet op onze gewestavond, je ziet hen nooit als er eens iets inhoudelijks isgepland!”Terwijl die Chirogroep misschien juist die avond een EHBO-cursus voor de leiding had gepland.)Eerste indrukSommige mensen oordelen snel en op basis van alleen maar een eerste indruk. Een eerste indruk kan echter fout zijn!In principe weet iedereen dat, maar in de praktijk reageren mensen vaak toch te impulsief op dat eerste beeld, gevoel,..Yrsa op de ploegevaluatie: “Doe nu verdorie zelf uw mond eens open, wat de anderen ervan vinden interesseert ugewoon weer niet hé!” terwijl Lennert echt wel wilde reageren. Alleen had hij wat tijd nodig om al zijn gedachten opeen rijtje te zetten!Sympathie en antipathieSympathie en antipathie kunnen nooit helemaal uitgeschakeld worden. Maar als sympathie en antipathieongecontroleerd op de voorgrond komen te staan, vertekenen ze de beoordeling.De Speelclubdag was toch zo slecht nog niet (want Annemie coördineerde die en Annemie is een toffe), hetKetiweekend kon toch beter (niet moeilijk want daar had Steven het roer in handen en Steven is heel wat minderpopulair!)Toevallige waarnemingenEen toevallige gebeurtenis kan een grote indruk maken, maar men mag zich er toch niet te sterk door latenbeïnvloeden. Die ene gebeurtenis is immers maar een momentopname en geeft dus geen goed beeld van het helegebeuren.Misschien kwam jij net de kamer binnenvallen toen Ellen en Petra een hevig meningsverschil hadden, maar besluitendat er een serieus probleem tussen die twee is, is voorbarig en onjuist. Misschien vormen beide dames juist wel eengoed team omdat ze openlijk ergernissen en conflicten kunnen uitspreken.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 27 van 78


METHODIEK BUITEN DE ZONEZaterdag: 9u15 – 10u45Doelstellingen• Deelnemers kunnen hun eigen mogelijkheden met betrekking tot kadertaken inschatten (waar ben ik goed in,waar niet).• Deelnemers kunnen kadermedewerkers ondersteunen (=coachen)Materiaal Krijt op koer/ stok in zand / touw... om cirkels te tekenenPraktische uitwerking0. VoorbereidingTeken drie concentrische cirkels (diameter telkens 2m groter).1. Inleiding - de opwarming - samen starten (10 min)Alle deelnemers zetten zich in de kleinste kring, in de veilige zone. Als je het startsignaal geeft, moeten de deelnemersproberen elkaar uit de kring te duwen of trekken en zelf zo lang mogelijk in de binnenste kring, de veilige zone, teblijven. Je kan al vertellen dat de tweede kring de stretchzone voorstelt en de buitenste kring de paniekzone. Eenmaalje in een grotere cirkel geweest bent, kan je niet meer terug. Wie eerst buiten de grootste kring belandt, is de verliezer,wie laatst binnen blijft is de winnaar.2. Kern - erin vliegen: aanbrengen en eigen maken van inzichtenLeg uit wat deze drie cirkels voorstellen (5 min):De binnenste kring stelt de veilige zone voor. Hier voel je jevolledig op je gemak. Je voelt je goed. Hier heb je alles ondercontrole.De tweede zone is de stretchzone. Je hebt een gezondeuitdaging voor je, waar je je nog goed bij voelt, waar je nog ingelooft. Je moet misschien iets doen wat je nog nooit deed,maar je voelt dat het kan lukken.De derde zone is de paniekzone. Je staat voor of middenineen situatie die heel wat uitdagingen meebrengt. Je voelt jeniet zo op je gemak bij de situatie. Je moet veel moeite doenom de situatie aan te pakken. De inspanningen zijn geenevidenties voor jou. De situatie brengt heel wat spanning metzich mee en kan wel eens leiden tot paniek.Deel 1: eerder taakgericht (belang voor eigen planning) (30 min)Uitwisselen in de zonesDeelnemers zetten zich in een zone en komen hier iemand tegen. Met deze persoon wissel je uit over een concretesituatie of taak waarbij je je overeenkomstig deze zone gevoeld hebt.Richtvraag: Waarom voelde je je zo?Schuif door naar een andere zone. Wissel uit met een andere persoon.Idem in de derde zone.Nabespreking: kringgesprekChirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 28 van 78


Krijg je meer duidelijkheid over welk soort taken goed bij je passen en welkeminder? Welke factoren bepalen of je je goed voelt bij een taak? Wat heb jij nodig om een uitdaging (stretch) aan te gaan? In welke zone functioneer je het beste? Wat doe je als de paniekzone in aantocht is?Deel 2: gericht op coaching, ploegaspect (30 min)Let opde mogelijkheid om nauitwisseling snel overte gaan naar anderedingen is groot. Houdde deelnemers bij deessentie.Zet de bespreking verder op een ander niveauDoor naar jezelf te kijken en te kijken wanneer je je goed voelt, kan je ook leren hoe je best met anderen omgaat, hoeje ervoor kan zorgen dat anderen zich goed voelen. De deelnemers hebben reeds ervaring in het kader. Zij kunneneen belangrijke rol spelen bij het begeleiden van nieuwe kadermedewerkers. We bekijken wat zij kunnen doen omnieuwe kadermedewerkers te begeleiden.De vragenKen je de paniekzones of veilige zones van je medeploegleden?Is er in jouw ploeg ruimte om hierover te communiceren? Hoe kan je hier zicht op krijgen?Hoe kan jij mee zorgen voor de juiste persoon bij de juiste taak?Hoe kan je ervoor zorgen dat nieuwe kadermensen niet panikeren, maar gemotiveerd blijven?Hoe hou je mensen gemotiveerd?Wat als je ziet dat iemand in de paniekzone terechtkomt?ConclusiesLaat de antwoorden eerst van de deelnemers komen. Lijst belangrijke conclusies op. Vul het lijstje van dedeelnemers aan met zaken die nog niet aan bod gekomen zijn uit onderstaande lijst: Zorg voor ervaren medewerker met beginneling Geef eerlijke feedback Maak ruimte om te praten over hoe mensen zich voelen bij een taak Help anderen een realistisch takenpakket inschatten Durf schrappen als de ploeg te veel hooi op de vork heeft Zorg dat mensen regelmatig in stretch zone zitten. Uitdagingen zijn belangrijk om gemotiveerd te blijven.Altijd in de veilige zone wordt saai… Elkaar steunen en aanmoedigen is belangrijk Bij elkaar terecht kunnen als er ‘paniek’ ontstaat is ook belangrijk3. Slot - evaluatie – afronden (15 min)Slotvragen Wat is de ideale zone? Wat heb je hieruit geleerd over coaching? Welk leerpunt neem je mee uit dit blok voor je eigen ploeg? Wat ga je hiermee doen? Is deze methodiek bruikbaar of nuttig in jouw ploeg? Wanneer zou je hem kunnen gebruiken?Kader dit blok even terug in het geheel van het KIC-parcours. (algemene doelstellingen, doelstellingen van dit blok)Moedig de deelnemers aan hun weetjes, tips en leerpunten te noteren in hun persoonlijk KIC 3-schriftje.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 29 van 78


METHODIEK: EVALUEREN LANGLOPENDETAAK + LEERPUNTENDoelstellingenZaterdag: 11u – 12u30Vervolg op Zaterdag: 14u00 – 14u45• Deelnemers formuleren nieuwe inzichten en werkpunten betreffende hun persoon en hun kadertaken (en deploeg).• Deelnemers zien het doel en het belang van een evaluatie in.• Deelnemers kunnen hun taken evalueren met het oog op toekomstige taken en soortgelijke activiteiten in detoekomst.• Deelnemers kunnen hun eigen mogelijkheden met betrekking tot kadertaken inschatten. (waar ben ik goed in,waar niet)Materiaal De richtvraagjes op kopies of op flap/bord zetten Pen en papierPraktische uitwerking1. VoorbereidingNeem je materiaal.Voor deze methodiek splits je de leefgroep best op in 2 en werk je dus in een klein groepje van 4 à 6.2. Inleiding - de opwarming - samen starten (10 min)Mogelijke opwarmertjesWe zitten in een kring en spelen: ‘Ik zit in het kader en ben verantwoordelijk voor…’ zoals ‘ik ga op reis en ikneem mee…’ . Telkens mag de volgende persoon een kadertaakje toevoegen.We zitten in een kring. Om beurt noemen we 1 van onze kadertaken op. Al wie deze taak ook opneemt in zijnkaderploeg moet mee een plaats opschuiven naar rechts. Zo komen we op elkaars schoot terecht. Zit jebovenop iemand die zich moet verplaatsen, dan moet je sowieso mee opschuiven. De begeleiding kan af entoe lege stoelen wegnemen zodat de groep uiteindelijk op 1 of 2 stoelen terecht komt.Na een opwarmertje duiden we al even waar we naar toe gaan. Bedoeling van dit blok is stil te staan bij jouwkadertaken. We gaan straks één taak uitkiezen waar we sterk op inzoomen om zo leerpunten te formuleren voor jezelfen van elkaar te kunnen leren.3. Kern - erin vliegen: aanbrengen en eigen maken van inzichtenUitklaren van de kadertaak (individueel) (5 min)De deelnemers maken een lijstje van opdrachten/verantwoordelijkheden die door hen worden opgenomen i.f.v. hunkadertaak.Maak op een kladblad een onderscheid tussen: Voor welke kaderopdrachten ben ik (eind)verantwoordelijke? Voor welke kaderopdrachten draag ik mee zorg ?Korte reflectie op de kadertaak (per duo) (10 min)Deelnemers reflecteren kort op dit lijstje taken/opdrachten. Volgende vragen kunnen hierbij helpen: Welk belang heeft dit takenpakket binnen het geheel van onze kaderwerking/onze ploeg? Past dit takenpakket bij mijn kwaliteiten en beperktheden?Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 30 van 78


Ben ik tevreden met mijn taken? Welke doe ik graag/minder graag? Waarom?Bedoeling van deze stap is: korte uitwisseling (zo weet je ook concreter wat de ander doet) eigen kwaliteiten en beperktheden erkennenFormuleren van een nader te analyseren taak (instructie voor hele leefgroep, daarna individueel) (5 min)Deelnemers formuleren nu één taak die ze straks verder willen analyseren. De keuze van deze taak is belangrijk voorhet welslagen van het verdere leerproces.Een taak voldoet best aan volgende criteria: Taak heeft een proceskarakter (voorbereiding, realisatie, eventueel evaluatie), dus geen eenmaligegebeurtenis zonder verder gevolg.o Wel: eindverantwoordelijkheid voor afdelingsdag, eindverantwoordelijkheid voor SB-voorbereidingen –realisatie, meewerken aan voorbereiding en realisatie van een verbondelijk bivak, …o Niet: mee gaan koken op gewestweekend, met de ploeg naar open verbondsraad gaan,… Taak heeft een ploegaspect, dus géén louter individuele taako Wel: cursus voorbereiden en uitvoeren in begeleidingsploeg, taak in gewestploeg,…o Niet: freelance een Dubbelpuntartikel schrijven In de taak is men zelf als begeleider/verantwoordelijke opgetreden Men heeft een evaluatie gedaan na de taakuitvoering (individueel of in de ploeg). Hierbij kwamen zowelpositieve als negatieve aspecten naar boven. Bij voorkeur een taak die moeilijk is gelopen. Anders maken ze een analyse van iets wat goed gelopen is envinden ze geen leerpunten.Uitdiepen van de taak (individueel)Teken je taak op een tijdslijn. Plaats alle belangrijke momenten op de tijdslijn (uitnodiging, vergaderingen, …)Je kan deze lijn illustreren door er hoogtepunten en dieptepunten bij te tekenen. (grafiek).Je kan bij hoogtepunten en dieptepunten telkens noteren wat de sterke en zwakke punten waren.Een voorbeeld: Je bent eindverantwoordelijke van de Speelclubdag100806040hoogtepunten200-201e verg 2e verg speelclubdag evaluatielage opkomst alles in elkaar gebokst veel spelplezier lage opkomstuitnodiging te laat uitnodiging op tijd begeleiding ++ goede methodiek gebruiktDe activiteiten-stappenlijnBeantwoord voor jezelf onderstaande vragen. Probeer op basis van deze 8 vragen je stappenlijn in het proces van jeactiviteit verder uit te werken.Zorg dat je voor jezelf antwoorden op onderstaande vragen hebt geformuleerd.1) Bekijk je de evaluatie van het vorige jaar alvorens met de nieuwe (soortgelijke) activiteit te starten? Haal jehier leer- en/of aandachtspunten uit?2) Wat waren de doelstellingen van de activiteit (voor jezelf / voor de hele gewest/verbondsgroep/ voor debegeleidingsploeg)?3) Heb je op voorhand de voorbereidende vergaderingen gepland /gestructureerd? Bv: voor het Ketiweekendgaan we 5 keer vergaderen: de eerste vergadering willen we … bespreken, de 2de vergadering is voor …,de 3de doen we … enz.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 31 van 78


4) Werd je ondersteund door de rest van je ploeg? Was er de mogelijkheid om af en toe dingen terug tekoppelen en feedback te krijgen? Zijn er vooraf feedbackmomenten gepland in de agenda van de voltalligegewest/verbondsploeg om een stand van zaken door te geven? Zijn er dingen waar je niet alleen overbesliste maar waar de ploeg sowieso inspraak in heeft?5) Is alles verlopen zoals gepland of heb je tijdens de activiteit nog dingen moeten bijsturen? Hoe heb je dit dangedaan? Was dit makkelijk of heb je toch moeilijkheden ondervonden?6) Wat waren de grote stressmomenten tijdens de voorbereiding of tijdens de activiteit zelf?7) Wat zou je een volgende keer anders aanpakken?8) Heb je een constructieve evaluatie gemaakt naar volgend jaar toe? Zo ja, wordt deze meegegeven aan de volgende die deze taak opneemt? Zo neen, wat wil je meegeven aan de volgende die deze taak opneemt? Hoe kan je dit aanpakken?Grondige situatieanalyse en formuleren van werkpunten (per 2) (30 min)Toon en vertel aan elkaar je de opbouw van de activiteit in al zijn stappen. Welke sterke punten en werkpunten heb jehierbij genoteerd?Welke conclusies kan je maken met betrekking tot die taak. Wat heb je goed aangepakt? Wat kon beter?o werkpunto welke zijn de concrete punten met betrekking tot die taak die erg belangrijk blijken te zijno wat ga je volgende keer zeker anders aanpakken?Enkele extra vraagjes:Hoe gaan jullie eigenlijk in het algemeen om met evaluaties?Wordt er een onderscheid gemaakt tussen het eigenlijke doel en de middelen (bv.: ons doel is deafdelingsleiding samen brengen en ze vormen, ons middel hiertoe is een afdelingsdag)?Kan je eens per vergadering overlopen wat de (ruwe) planning was voor die vergadering?Grondige situatieanalyse en formuleren van werkpunten (per 4 à 6 met begeleider) (30 min)Elke deelnemer krijgt om beurt de kans zijn conclusies betreffende de kadertaak naar voor te brengen.Daarna wordt op aangeven van de deelnemers samen waar nodig verder gezocht naar oorzaken van hetlukken/mislukken en mogelijke aanpak/actiemogelijkheden. Zo bespreek je elke deelnemer van het groepje.4. Slot - evaluatie – afronden (15 min)Aan het einde van het blok laten we de deelnemers nog 2 minuten nadenken om voor zichzelf leerpunten teformuleren.Richtvragen:Wat neem je mee uit je eigen analyse?Wat neem je mee uit de bespreking met de anderen?Als slotrondje wisselen we deze leerpunten uit.Moedig de deelnemers aan hun weetjes, tips en leerpunten te noteren in hun persoonlijk KIC 3-schriftje.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 32 van 78


METHODIEK: KWALITEITENSPELZaterdag: 14u45 – 15u30DoelstellingenZelfevaluatie (persoon)• Deelnemers kunnen hun eigenmogelijkheden met betrekking tot kadertakeninschatten. (waar ben ik goed in, waar niet)We schrijven hier één van de verschillende methodieken uit die jemet het kwaliteitenspel kan doen. Je speelt deze methodiek bestwanneer de deelnemers mekaar al ietsje beter kennen, maar welvoor het kernkwadrantenspel. Zo kan je immers de uitkomsthiervan deels gebruiken in de methodiek van de kernkwadranten.Materiaal Per 4 tot 6 deelnemers de regenboogkaartjes van hetKwaliteitenspel.Het 'Kwaliteitenspel' bestaat uit 140 kaarten metkaraktereigenschappen. Op 70 kaarten staan woorden diekwaliteiten aanduiden (regenboogkaartjes). Op de andere70 staan minder goede kanten (kaartjes met gekleurdebokjes). De combinatie van deze kaarten zet mensen ertoe aan zichzelf en de anderen beter te leren kennen.Je kan dit spel (ISBN 9074123015) kopen in De Banier ofeen exemplaar uitlenen op het regionaal of nationaalsecretariaat.Praktische uitwerking1. Inleiding - de opwarming -samen startenDe duur van het spel kan variëren naargelang het aantal kaarten je gebruiktDeze methodiek speel je in groepjes van 4 à 6 spelers. Elke groep start met een stapel regenboogkaartjes . Wegebruiken enkel de kwaliteitenkaarten (regenboogkaartjes), niet de minder goede kanten (kaartjes met gekleurdeblokjes).Elke deelnemer krijgt 4 willekeurige kaarten met kwaliteiten erop. De overige kaarten worden op een stapeltje gelegd.2. Kern - erin vliegen: aanbrengen van inzichten - eigen maken van inzichtenElke deelnemer neemt een extra kaart van het stapeltje. Van de 5 kaarten die iedereen nu heeft, moet je er om debeurt één wegleggen, nl. de kaart met dié kwaliteit erop waarvan je vindt dat die het minst bij je past. Je kan met dezekaart twee dingen doen:a) de kaart open voor de deelnemer leggen die volgens jou deze kwaliteit bezit. Geef kort de reden aanwaarom je dat doet. De andere speler laat de kaart open voor zich op de tafel liggen en vraagt eventueelom verhelderingb) Je legt de kaart op een apart stapeltje als je de kwaliteit niet kwijt kunt bij een van de andere deelnemers.Doe dit niet te snel, optie a heeft de voorkeur.Op deze wijze gaat het spel verder totdat iedereen ongeveer 4 kwaliteiten gekregen heeft. Gaandeweg passen de 4kwaliteiten die je in handen hebt, steeds beter bij je.3. Slot - evaluatie - afrondenLeg de kaarten die je in handen hebt open op tafel en vergelijk ze met de kaarten die voor je liggen. Nu vergelijk je jezelfbeeld met het beeld dat anderen van je hebben.Laat iedereen één voor één vertellen wat er opvalt aan de gelijkenissen en verschillen tussen beide. Uiteraard is hierreactie op mogelijk.Noteer de 4 kwaliteiten die echt het meest bij je passen (zelfs al had je ze niet op handen). Je kan deze kwaliteitenmeenemen naar het kernkwadrantenspel.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 33 van 78


Eventueel terugkoppeling rond evalueren in je ploegGebruik volgende richtvragen:- Ken je de kwaliteiten van anderen in je ploeg?- Worden taken verdeeld op basis van kwaliteiten?- Worden deze kwaliteiten geëvalueerd in je ploeg?- Zou je het kwaliteitenspel kunnen spelen in je ploeg?Moedig de deelnemers aan hun weetjes, tips en leerpunten te noteren in hun persoonlijk KIC 3-schriftje.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 34 van 78


GROEPSSPELZaterdag: 15u30 – 17uEnkele tips voor een groepsspelMaak tijd voor een ontspannend en actief groepsspel. Anderhalf uur is ideaal.Zorg dat het spel vernieuwend is (speel niet elk jaar hetzelfde spel) en bruikbaar voor de deelnemers.Zet het spel op papier en geef het mee aan de deelnemers (bijvoorbeeld in de deelnemersbundel), zodatzij het later ook kunnen gebruiken als activiteit op een cursus, een ontspannende avond of op een andermoment.Hou je aan Ditmusa en Vowas bij de uitwerking en de begeleiding van het spel. Het is immers ‘eenvoorbeeld’ voor de deelnemers.Zorg voor een leuke inkleding, eventueel gekoppeld aan het thema van het weekend.Heb oog voor een goede start en een geschikte afsluiter.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 35 van 78


METHODIEK: PERSOONSEVALUATIE -KERNKWADRANTDoelstellingZelfevaluatie (persoon)Zaterdag: 17u – 18u30• Deelnemers kunnen hun eigen mogelijkheden met betrekking tot kadertaken inschatten. (waar ben ik goed in,waar niet)• Deelnemers kennen het belang van het permanent bijsturen van een ploeg.Materiaal Kernkwadrantenspel (ISBN: 90-2154-326-5) Pen en papierPraktische Uitwerking0. VoorafVoorstelling van het materiaalZorg dat je het principe van een kernkwadrant kent. Maak tervoorbereiding van dit blok een kernkwadrant van jezelf.Het Kernkwadrantenspel bestaat uit een doosje met velekaartjes waarop eigenschappen genoteerd zijn. Het spelbestaat in een oude versie (met open en gesloten oesters) en in een nieuwe versie (zie foto). Beide versies zijnbruikbaar. De nieuwe versie is visueel beter gezien er ook kaarten voorzien zijn om je kwadrant op te leggen.Het spel is o.a. verkrijgbaar bij het Centrum Informatieve Spelen. (www.spelinfo.be)Ter info een beetje achtergrond uit de handleiding van het kernkwadrantenspel:Voor de mens, levend in deze tijd van snelle ontwikkeling, groei, ontdekkingen en veranderingen, is zelfkennis eennoodzakelijke voorwaarde. Zelfkennis houdt o.a. in dat we weten waar we goed in zijn, wat onze echte kwaliteiten zijnen wat de vervormingen van onze positieve kwaliteiten zijn. Zoals er geen enkel blaadje aan een boom hetzelfde is, zois ook geen mens hetzelfde. Iemands eigenheid en uniekheid drukt zich uit in iemands kernkwaliteiten, die pas volopzichtbaar worden, zoals de parels in een open oester, wanneer we onszelf toestaan volledig vanuit onze kern te levenen in verbinding te zijn met elkaar en met ons werk. Kernkwaliteiten zijn uitingen van ons wezen (de kern) waarbezieling uit voortkomt. Kernkwaliteiten zijn niet in de eerste plaats eigenschappen, maar eerder mogelijkhedenwaarop men zich kan afstemmen. Zoals de kwaliteit van het geluid bij een radio bepaald wordt door de zuiverheidwaarmee deze afgestemd is op de juiste golflengte, zo wordt ook een mens meer inspirerend als hij afgestemd is opzijn eigen kernkwaliteiten. De kernkwaliteit ‘kleurt’ een mens; het is zijn specifieke kracht en is dan ook altijd potentieelaanwezig. Je kunt een kernkwaliteit niet naar believen aan- of uitzetten, je kunt hem wel verborgen houden.Het onderscheid tussen kernkwaliteiten en vaardigheden zit vooral in het feit dat kernkwaliteiten van binnenuit komenen vaardigheden van buitenaf aangeleerd zijn. Vaardigheden zijn dus aan te leren, kernkwaliteiten kun je ontwikkelen.Iedere kernkwaliteit heeft een zon- en een schaduwkant. De schaduwkant is de valkuil. Dit is niet hettegenovergestelde van de kernkwaliteit, zoals actief het tegenovergestelde van passief is, maar een ‘doorgeschoten’kernkwaliteit: te veel van het goede. ‘Daadkracht’ schiet door naar drammerigheid.Naast de bijhorende valkuil krijgt de persoon bij zijn kernkwaliteit ook zijn uitdaging cadeau. De uitdaging is de positieftegenovergestelde kwaliteit van de valkuil. Bij de valkuil ‘drammerigheid’ hoort wellicht de uitdaging ‘geduld’. Hetvoorbeeld laat zien dat de kernkwaliteit en de uitdaging elkaars aanvullende kwaliteiten zijn. Waar het om gaat, is debalans te vinden, het ‘en-en’ tussen daadkracht en geduld. Uit iemands kernkwaliteit is ook af te leiden waar wepotentiële conflicten met de omgeving kunnen verwachten. Deze hebben te maken met de uitdaging. De doorsneemens blijkt allergisch te zijn voor teveel van zijn uitdaging, vooral als hij die in een ander verpersoonlijkt vindt. In hetvoorbeeld is ‘passiviteit’ de allergie, te veel geduld! Met het formuleren van de allergie is het kernkwadrant rond. Hetkernkwadrant is een hulpmiddel om kernkwaliteiten en uitdagingen bij jezelf en anderen te ontdekken. Wat hetChirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 36 van 78


kernkwadrant tevens laat zien, is dat het wel eens zo zou kunnen zijn dat je het meest kunt leren van die mensen waarje het meeste hekel aan hebt (allergisch voor bent).KWALITEITEN ►TE VEEL ► VALKUILEN+ -verantwoordelijkheid nemenalles zelf willen doen, alles controlerengeen verantwoordelijkheid nemen, taken afschuiven delegeren- +ALLERGIE ◄TE VEEL◄ UITDAGINGEN1. Inleiding - de opwarming - samen startenBedoeling van dit blokje is onszelf beter te leren kennen door onze kwaliteiten te formuleren, onze allergieën teerkennen, valkuilen en uitdagingen te formuleren.Breng volgende inzichten aan en visualiseer stapsgewijs het schema.Een beetje mensenkennis, interessant om weten: Iedere mens heeft een schat aan kwaliteiten Om te ontwikkelen is zelfkennis noodzakelijk Zelfkennis houdt in: weten waar we goed in zijn en waar we minder goed in zijn. Achter elke kwaliteit schuilt een valkuil. Als we te veel van onze kwaliteit inzetten komen we in onze valkuilterechtBv. kwaliteit ‘geduld’ → te veel geduld → passief afwachtend als valkuil Bij elke valkuil krijg je een uitdaging cadeau. Deze uitdaging is het positief tegenovergestelde van devalkuil.Bv. valkuil ‘passief afwachtend’↔ ‘initiatief, actie ondernemen’uitdaging De kernkwaliteit en de uitdaging zijn aanvullende kwaliteiten Uit iemands kernkwaliteit kan je afleiden met welk type persoon conflicten te verwachten zijn.De doorsneemens blijkt allergisch te zijn voor teveel van zijn uitdaging.Bv. mijn kwaliteit is geduld; ik ben allergisch voor mensen die ‘te veelinitiatief en actie ondernemen, te ongeduldig zijn’. Deze 4 elementen kunnen we voorstellen in een kernkwadrant:KWALITEITEN ►TE VEEL ► VALKUILEN+ -Ik ben verantwoordelijkIk wil alles zelf doenIk kan goed leiding nemenIk kan nogal dominant zijnIk ben bescheidenIk cijfer mezelf dikwijls wegMensen die geen verantwoordelijkheid kunnen nemen Eens de zaken delegerenGrijze muizenEens een stapje terugzettenDikke nekken vind ik vreselijk Zelfvertrouwen ontwikkelen /opkomen voor mezelf- +ALLERGIE ◄TE VEEL◄ UITDAGINGEN2. Kern - erin vliegen: aanbrengen van inzichten - eigen maken van inzichtenWe willen op zoek gaan naar jouw valkuilen, allergieën en vooral jouw uitdagingen.Welke aspecten kan je zeker benoemen als kwaliteiten van jezelf? (Waarschijnlijk heb je er al een aantal kwaliteitenvan jezelf expliciet gemaakt in een vorig blok dit weekend. Deze kan je hier gebruiken.)We leggen de kernkwaliteitenkaartjes in het midden ter inspiratie.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 37 van 78


Ieder maakt zijn kernkwadrant als volgt. Een voorbeeld:KWALITEITENIk ben verantwoordelijkVALKUILENIk wil alles zelf doenMensen die geen verantwoordelijkheid nemenALLERGIEEens zaken delegerenUITDAGINGENDe kaartjes met ‘vervormde kwaliteiten’ (valkuil en allergie, kaartjes met gesloten schelp) worden ook ter inspiratie inhet midden gelegd.Voor sommige kwaliteiten kan je makkelijk een kaartje vinden met een valkuil of allergie. Voor anderen bedenk je hetbeter zelf en zal je merken dat er geen gepast kaartje voorhanden is.Laat elke deelnemer 1 of 2 kwadranten maken. Deelnemers mogen hiervoor per 2 gaan zitten zodat ze elkaar kunnenhelpen zoeken.Richtvraagjes bij de opbouw van het kernkwadrant: Om je valkuil te vinden: Wat als je je kernkwaliteit gaat overdrijven? Om je uitdaging te vinden: Wat is het tegenovergestelde van je valkuil? Om je allergie te vinden: Wat als je je uitdaging gaat overdrijven?Bespreek de voorbeelden in groep.Vanuit jouw “zijn”: Wat zijn jouw leerpunten? Waar liggen de uitdagingen? Voor welke valkuilen moet jij opletten? Wat zijn de dingen waardoor mensen jou afstoten?Je kan ook vertrekken vanuit een allergie die je hebt t.a.v. anderen en van hieruit jouw uitdaging zoeken.3. Slot - evaluatie - afrondenVraag naar de persoonlijke leerpunten die deelnemers meenemen?Eventueel terugkoppeling rond evalueren in je ploegGebruik volgende richtvragen:- Ken je de kwaliteiten, valkuilen, allergieën van anderen in je ploeg?- Wordt er rekening gehouden met elkaars allergieën?- Zijn er momenten waarop jullie feedback geven op mekaar en dit soort zaken bespreken?- Zou je het kernkwadrantenspel kunnen spelen in je ploeg?Moedig de deelnemers aan hun weetjes, tips en leerpunten te noteren in hun persoonlijk KIC 3-schriftje.Het kernkwadrantenspel heeft nog bijkomende toepassingen en dimensies. Wie zin heeft om hier verder over doorte gaan kan terecht op de Voortgezette Kadervorming, de eerste week van juli.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 38 van 78


METHODIEK: PARAMETERS VOOR EENGOEDE PLANNINGDoelstelling• Deelnemers kunnen een realistische en evenwichtige planning opmaken voor zichzelf en hun ploegMateriaal Kaartjes met gewesttaken en bijhorende opdracht (zie bijlage) Kadermap ‘Proef Inhoud, Ruik Sfeer’Praktische uitwerking1. Inleiding - de opwarming - samen starten (5 min)Zaterdag: 20u - 20u30Iedereen krijgt een aantal kaartjes met allerlei taken van het gewest. Doel van dit spelletje is zoveel mogelijk taken aananderen geven, zelf zo weinig mogelijk taken over te houden.Zie bijlage voor de inhoud van de kaartjes. Op het kaartje staat steeds een gewesttaak en een opdracht. Je kan ditkaartje immers niet zomaar doorgeven, maar enkel volgens de opdracht.Stop na max. 5 minuten. De mensen met de meeste en de minste kaartjes vormen aparte groepjes, evenals derestgroep. In die groepjes start je de bespreking…Noot: dit spelletje is puur een opwarmer en een groepsverdeler. De kaartjes worden in het vervolg van deze methodiekniet meer gebruikt. Je kan de verschillende taken die erop staan wel nog als inspiratie gebruiken.2. Kern - erin vliegen: aanbrengen van inzichten - eigen maken van inzichtenStap 1: startvraag in groepje (5 min)“Stel, je wil een evenwichtige planning en een goede taakverdeling doen, waar hou je rekening mee?”Noteer parameters op een blaadje.Bv. zorgen dat iedereen weet wat een taak inhoudtStap 2: Verzamel parameters in grote groep (5 min)Je brengt in grote groep de parameters bij elkaar. Visualiseer door ze op flap te zetten.In de kadermap “Proef de inhoud. Ruik de sfeer”, vind je onder ‘planning’ een aanzet rond paramaters om te plannen.Stap 3: Toepassing op planning (10 min)Toets bij de deelnemers of er bij een planning rekening gehouden wordt met dezeparameters. Wissel uit over planningsmethodieken: hoe gebeurt dit in de verschillendeploegen? Hoe kan je zorgen dat je niet te snel plant en geen parameters buitenbeschouwing laat? (zie voorbeelden, kwantitatieve methodieken in bijlage)3. Slot - evaluatie – afronden (5 min)Twee meeneem-vragen Welke planningsmethodiek kan je meenemen naar jouw ploeg? Hoe hou je je eigen planning in evenwicht? Koppel je tijdig terug?Conclusie die verwachtwordt:Realistisch plannen isbelangrijk voor jezelf en voorde ploegMoedig de deelnemers aan hun weetjes, tips en leerpunten te noteren in hun persoonlijk KIC 3-schriftje.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 39 van 78


CHIROVISIEDE THEORIEDe Chirovisie, wat is dat eigenlijk?Een droom in 3 ChirowaardenChiro is meer dan de wekelijkse activiteit, het is eenmanier van leven. We vatten deze Chirovisie, onzeChirodroom samen in drie waarden: graag zien,rechtvaardigheid en innerlijkheid.Graag zienGraag zien spreekt voor zich. Wie graag ziet en gezienwordt, kan zijn talenten en mogelijkheden veel beterontplooien.Waarom Chirovisie op KIC 3?Twee redenen: Na minstens een jaar ervaring zijn dedeelnemers klaar voor een diepgaandediscussie over Chirovisie die niet alleenverrijkend is voor de deelnemers zelf, maarook de brede visie van de Chiro voedt, invraag stelt, doet evalueren. Een heel weekend lang reflecteren op taken,ploeg en persoon… Leerrijk, maar de noodaan afwisseling kan reëel zijn. Daarom lijktde zaterdagavond ons het geschiktemoment om eens door te bomen op ietsanders, breder, minder concreet gekoppeldaan hun engagement.InnerlijkheidMet de waarde innerlijkheid gaan we in tegen oppervlakkig leven en consumeren. We maken bewuste en doordachtekeuzes en durven nadenken over waarom we aan Chiro doen.RechtvaardigheidWe streven naar een rechtvaardige samenleving waar iedereen eerlijke kansen krijgt. Zolang dit niet kan en ermensen uitgesloten worden, komen we als Chiro op voor diegenen die uit de boot dreigen te vallen.Omzetten in de praktijkDe Chirowaarden zijn niet zomaar wollige engagementen, we zetten ze om in de praktijk in bv. onze jaarthema’s en inonze beleidsnota:Zo is het jaarthema ‘Verdraai de wereld’(‘05-‘06) een duidelijke oproep naar rechtvaardigheid. Met het jaarthema ‘Metliefs’ (‘97-’98) richten we de schijnwerpers dan weer op graag zien terwijl het thema rond onthaasting, ‘Ik ren dus ikben’ (’98-’99), de waarde ‘innerlijkheid’ in the picture zet. Ook door in de beleidsnota resoluut te kiezen voorbeleidsopties als ‘een toegankelijke Chiro’ appelleren we voortdurend op onze waarden.Volgens een bepaalde methodeWe zeiden het hierboven al, de drie Chirowaarden vormen samen onze Chirodroom. Die droom waarmaken luktechter niet vanzelf, je hebt er bepaalde methoden voor nodig: de Chiromethoden. Dat zijn meerbepaald degemeenschapsgerichte, de participatieve en de intuïtieve methode. Deze methoden zijn de sleutel om te begrijpen watChiro tot Chiro maakt.SchematischHET LEVEN IN DE CHIROACTIEF BEZIG ZIJNERVARINGSGERICHT BEGELEIDENVIA DE CHIROMETHODEN (WEG WAARLANGS)GEMEENSCHAPSGERICHT PARTICIPATIEF INTUÏTIEFNAAR DE CHIRODROOM (DOEL)Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 40 van 78


SpiegeltekstenGRAAG ZIEN RECHTVAARDIGHEID INNERLIJKHEIDDe 3 Spiegelteksten vatten de Chirowaarden samen. Centraal staat het begrip 'spiegelen': het reilen en zeilen van debeweging en haar leden kan daaraan gespiegeld worden. Met de Spiegelteksten nodigen we uit om te praten over hoeje zelf die waarden kunt boetseren in taal en ervaring.Graag zienRechtvaardigheidInnerlijkheidGraag zienis als vriendenomgaan met elkaar,en wetendat de ander geen middel isom je eigen doel te bereiken;aanvaardendat iemand andersanders is,en samen werkenaan verbondenheid;kiezen om elke mens te waarderen,zomaar,om wie die is.Graag zienkiezen we in de Chirodoor te zorgendat iedereenzich thuis voeltin de groep;rekening te houdenmet de ander,en respect te hebbenvoor iemands kwetsbaarheid;te bouwen aan een vriendengroepdie sterker isdan ruzie.Graag zien,voor een wereldwaar mensen zo samenlevendat iedereener beter van wordt,dichtbij en veraf;waar we samen werkenaan een levende gemeenschapwaarin verbondenheidvoelbaar wordt.Rechtvaardigheidis beseffendat iedereenevenveel waarde heeften elke menseen hoopvolle toekomst geven;alle mensenlaten meespelenin onze samenlevingen hen gevenwat ze daarvoor nodig hebben;jezelf niet versterkenten koste van zwakkeren.Rechtvaardigheidkiezen we in de Chirodoor te leren delen;je in de eerste plaatsin te spannen voorwie het moeilijker heeft;pesten en uitsluiteneen halt toe te roepenen te kiezenvoor geweldloos overleg.Rechtvaardigheid,voor een wereldwaar we samen werkenaan vredeen streven naareen leefbare aardevoor iedereen,nu en morgen.Innerlijkheidis intens levenen laten leven;vragen stellenbij wat vanzelfsprekend lijkt;sporen zoekenvan wieof watons leven zin geeft;sterker wordendoor bewust te leven.Innerlijkheidkiezen we in de Chirodoor, terwijl je bezig bent,stil te staanbij gevoelensvan verwonderingen verbondenheid,van verontwaardigingen onmacht;te beseffendat je leeften mag genieten.Innerlijkheid,voor een wereldwaarin we onze waardentot bloei brengenin concrete dadenen gaanvoor zinvol samenleven.Ervaringsgericht begeleidenDoor op een gemeenschapsgerichte, participatieve en intuïtieve manier te werken, kan in een Chirogroep dewerkelijkheid zoals kinderen en jongeren die zelf ervaren, worden verruimd en verdiept.Dat proces van verruimen en verdiepen kan door te zorgen voor veel verschillende en nieuwe ervaringen. Zo kanelk kind en elke jongere zijn of haar gading vinden en persoonlijke kwaliteiten en talenten ontplooien. Gebeurtenissen,Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 41 van 78


experimenten en exploraties zijn kansen op ervarend leren. Al die kansen vinden we bij uitstek terug in het spel. In deChiro beschouwen we het spel als onze belangrijkste werkvorm; het is als het ware ons ‘koninklijk voertuig’. Spel is inde Chiro trouwens méér dan een werkvorm. ‘Spel als manier van leven’ is relativerend, scheppend en revolutionair:een kans op leven los van de gebaande paden en de voorgeprogrammeerde agenda.Dat alles drukken we uit in de ‘Spelleeflijn’:In de ChiroKiezen we voor hetSpelend opvoedenOmdat in het spelend-samen-zijnDe volgende waardenTen volle een kansKrijgen:Fantasie,Creativiteit,Iets belangeloos doen,Zichzelf riskeren,Zichzelf relativeren,Genieten van hetSamen-zijnZelf normen vindenEn aannemen,Verwondering,Ploegbevordering.Zo is echt spelen,Leren leven.Tegelijk wordt gezocht hoe ieder met zijn of haar beleving binnen een gemeenschap functioneert. De uitwisseling vanervaringen en het uitspreken van gevoelens en ideeën leiden tot dialoog en samenspraak. Op die weg wordengedeelde waarden gezocht en gevonden: het cement op basis waarvan verder gebouwd kan worden aan hetsamenleven. Zulke momenten zijn ervaringsgerichte leermomenten. Ze dragen een grote graad vangemeenschapsgerichtheid in zich, doen een beroep op ieders actieve deelname en laten sterk aanvoelen over welkemanier van leven het in Chiro gaat.Het hele proces van verruimen en verdiepen van ervaringen volgt een groeilijn. Niet met elke afdeling kan op elkmoment om het even wat worden aangepakt. De groeilijn binnen de afdelingswerking moet het mogelijk maken datproces ontwikkelingsgericht aan te pakken. We kozen voor elke afdeling een “centrale oproep” die voor iedere afdelingeen uitdaging biedt om gemeenschapsgerichte, participatieve en intuïtieve Chiro waar te maken op maat van dekinderen en jongeren. Tegelijkertijd zegt die groeilijn niet alles. Elke leid(st)er staat op elk ogenblik voor de vraag opwelk niveau de werking van zijn of haar concrete afdeling zich bevindt. De groeilijn kwam tot stand als een beschrijvingvan de ontwikkeling van kinderen en jongeren maar mag geen normerend keurslijf worden voor een concrete afdeling.Bovendien moeten we erop letten dat algemene uitspraken over kinderen en jongeren zichzelf niet gaan waarmaken(bv.: 'aspiranten zijn zetelzitters'). De eigenheid van die kinderen en jongeren van die concrete afdeling wordt andersal te gemakkelijk opzijgeschoven.Naar een ChirodroomAls de beleving van kinderen en jongeren in een Chirogroep op een gemeenschapsgerichte, participatieve enintuïtieve manier georiënteerd kan worden, komt de droom die we in Chiro koesteren in zicht: een samenlevengebaseerd op waarden als graag zien, rechtvaardigheid en innerlijkheid. Doorheen spel en sport, gesprek, expressie,tocht, bivakleven en andere technieken die eigen zijn aan het jeugdbewegingswerk wordt zo aan kinderen en jongereneen onvergetelijke en onvervangbare ervaring geboden. Zeker telt daarbij de ervaring au sérieux genomen te wordenen verantwoordelijkheid te mogen opnemen. Op die manier groeien mensen met een visie op mens en wereld, opsamenleving en maatschappij. Doorheen die ervaring kunnen zij groeien in zingeving van hun leven en samenleven.Die zingevingskwestie is persoonlijk, wat niet betekent dat er over persoonlijke zingeving, religie en geloven nietgesproken kan worden, wanneer elke deelnemer aan het gesprek daarmee instemt.De kwaliteit van de (toekomstige) samenleving is sterk afhankelijk van de waarden die erin beleefd worden. Het zalaan de kinderen en jongeren van vandaag zijn om binnen enkele jaren mee verantwoordelijkheid te dragen voor hetsamenleven. Oud-leiding kan niet ontkennen dat het waardevolle dat ze in de Chiro geleerd hebben hen tekent in deChirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 42 van 78


gedrevenheid waarmee ze vandaag engagementen opnemen als lid van een gezin, als werkende mens, als lid vaneen of meer verenigingen. Als de Chiro voor kinderen en jongeren een betekenis heeft als jeugdige ontmoetingsplaatsvan kinderen en jongeren onder elkaar, dan vindt ze minstens evenveel betekenis in de kracht die ze heeft om doorhaar manier van werken telkens weer de toekomstige samenleving mee op te bouwen.Methodiek naar keuze rond ChirovisieZoals in de hele KIC 3 het geval is, kan je als begeleiding ook bij de Chirovisie op zoek gaan naar een blok opjouw maat. Op basis van wat er al gebracht werd in verschillende regio’s zetten we hierna enkele mogelijkeblokken op een rij. Aan jou om één te kiezen, een combinatie te maken of je te laten inspireren voor een eigennieuw blok.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 43 van 78


METHODIEK: CHIROVISIE – CHIRO-ERVARINGENZaterdag: 20u30 - 22u00DoelstellingenAlgemene doelstelling• Deelnemers verruimen hun Chirovisie.Specifieke doelstellingen• Deelnemers weten wat de Chirowaarden zijn en wat ze inhouden.• Deelnemers kunnen vanuit de Chirowaarden kijken naar maatschappelijke thema’s.Materiaal Eventueel officiële visieteksten Pen en papier of blanco kaartjesPraktische uitwerkingIndividueelElke deelnemer krijgt pen en papier (liefst kaartjes). Elke deelnemer zet 1 concreet voorbeeld op papier van iets wathij/zij in de chiro heeft geleerd en dat een invloed heeft gehad op zijn/haar leven of persoonlijkheid.In groepWe leggen alle kaartjes in het midden en bespreken kaartje per kaartje. Eerst raden we van wie welk kaartje komt.Daarna gaan de kaartjes aan de kant. Nu is het de bedoeling dat de groep stilstaat bij de volgende vraag: Wat zou jewillen dat chiro bij kinderen/jongeren naar boven brengt? Uit de antwoorden die daaruit voortvloeien, haal je dewaarden. Als begeleider vraag je de deelnemers of er nog andere waarden zijn. Op het einde van het gesprek checkje of de opgenoemde waarden overeenkomen met de Chirowaarden.Ten slotte vraag je hen of zij voor andere Chirowaarden zouden kiezen.Moedig de deelnemers aan hun weetjes, tips en leerpunten te noteren in hun persoonlijk KIC 3-schriftje.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 44 van 78


METHODIEK: CHIROVISIE – GESPREK RONDACTUEEL THEMADoelstellingenAlgemene doelstelling• Deelnemers verruimen hun Chirovisie.Specifieke doelstellingen• Deelnemers weten wat de Chirowaarden zijn en wat ze inhouden.• Deelnemers kunnen vanuit de Chirowaarden kijken naar maatschappelijkethema’s.Materiaal Eventueel officiële visietekstenPraktische uitwerkingZaterdag: 20u30 - 22u00Verschillende mogelijkhedenVoor het inhoudelijk gesprek op KIC3 geven we vooral een overzichtvan een aantal interessante mogelijkheden om een inhoudelijkgesprek te doen. Een aantal mogelijkheden worden op een rijtjegezet. Als begeleider moet je zelf nog wel wat werken en kneden aandeze aanzetten. Op die manier sluiten ze dan ook beter aan bij wat jezelf onder de knie hebt.Deelnemers moeten eigen thema’s kunnenaanbrengen en zelf hun gedacht geven.Vermijden dat we niet in clichés vervallen als‘omgaan met alcohol op cursus’ of ‘eerlijkeproducten in De Banier’.Iemand uitnodigenHet blijft mogelijk om iemand van bv. de Pedagogische Leiding te vragen om het inhoudelijke gesprek mee te maken.De rol van die persoon blijft dubbel: luisteren wat er leeft in de gewesten en verbonden en het gesprek voeden, zowelmet de eigen visie als met die van de Pedagogische Leiding.Vermijd als begeleider dat het gesprek uitdraait op een confrontatie tussen bv. de PL’er en de leefgroep. Dedoelstelling van het gesprek blijft een visiegesprek tussen de cursusdeelnemers.Het gesprek staat of valt met wie je dan uitnodigt. Let daarmee op. Niet iedereen die in bv. de PL zit is geschikt om ditte doen.Welke mogelijkhedenIemand uitnodigen van een andere jeugdbewegingProbeer iemand te vinden die op provinciaal/regionaal niveau bezig is in een andere jeugdbeweging. De verschillendeaanpak, verschillende visie op jeugdwerk kunnen interessante invalshoeken bieden om de eigen werking scherper tezien, te begrijpen. Hoe pakt de andere beweging de ondersteuning van plaatselijke groepen aan? Wat is de rol van deprovinciale/regionale structuur in de besluitvorming? Probeer zowel goede als slechte kanten te weten te komen. Viade regionale vrijgestelde is het misschien vrij makkelijk iemand te vinden.Iemand uitnodigen van de PLLaat de deelnemers vooraf enkele punten naar voorschuiven waar ze wel eens willen weten waarom de Chirodaarvoor kiest, of waarrond ze meer duidelijkheid willen. Ga het gesprek erover aan met de PL’er.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 45 van 78


Snij een thema uit de actualiteit aan.Is er de afgelopen maanden iets veranderd, in het nieuws gekomen… dat dicht op het vel van jongeren en jeugdwerkzit?Chiro en communicatieIn september 2007 startte er op vraag van de verbonden een werkgroep van de Nationale Raad over promotie,communicatie, imago, interne en externe profilering… Dat biedt ongetwijfeld ook heel wat ruimte voor discussie dievanop KIC ook de verbonden kan voeden.Enkele vragenHet jaarthemaHoe kunnen we het product Chiro beter verpakken?Wat is ons imago en wat zit er juist of fout aan?Hoe kunnen we beter promo maken voor bv. cursussen? Of voor publicaties?Hoe kunnen we moeilijk bereikbare groepen beter ondersteunen?Hoe kunnen we in de stad vechten voor een gewaardeerd plekje in de spotlight?Hoe kunnen we onze informatie op een effectieve manier bij de groepen krijgen?Hoe kunnen we informatie van de groepen op een effectieve manier met het kader opnemen?…In het werkjaar 2002 – 2003 wordt er heel wat denkwerk verricht rond het jaarthema. Misschien is een zoektocht rondde volgende vragen wel interessant voor een leefgroep op KIC3. Heel wat vragen liggen voor. De zoektocht naarantwoorden zal met veel plezier mee gebeuren door iemand van de PL of de werkgroep Jaarthema.Mogelijke vragen zijnWat moet de doelstelling zijn van een jaarthema? Daarbij kan je vertrekken vanuit de huidige doelstelling,die te vinden is op de sjablonen voor jaarthemavoorstellen, bij de secretaris PL, … Bij deze vraag kijk jevooral vanuit de invalshoek 'beweging', wat moet de doelstelling zijn voor de beweging.Wat moet het zijn? Wat verwachten groepen? Wat slaat aan bij leden? Wat is interessant bij leiding?Wat moet de rol van het kader zijn in het jaarthema? Hoeveel moeten de gewesten, verbonden, nationaalermee bezig zijn? Eigenlijk gaan deze vragen over hoe belangrijk een jaarthema moet zijn in het geheel vande werking? Hoeveel van de beschikbare tijd moet de Chiro besteden om met het instrument jaarthema aanzijn doelstellingen te werken?Een beetje achtergrondKeuze van een thema: de verbonden worden gevraagd om tegen mei voorstellen in te dienen, de PLbespreekt die en maakt er een zo evenwichtig mogelijke lijst van voor de Nationale Raad van juni. Daarkiezen de verbonden een thema dat het volgende werkjaar uitgewerkt zal worden en het werkjaar erna hetjaarthema zal zijn.Uitwerking en voorbereiding: In het jaar van de uitwerking werkt een werkgroep Jaarthema tegen einddecember een basistekst uit die uitvoerig de context en de visie op het thema verwoordt. Die basistekstwordt op de Nationale Raad van januari besproken. De werkgroep neemt de aanpassingen en suggestiesvan de verbonden mee. De NAC's houden een studiedag om het thema inhoudelijk onder de knie te krijgenen werken in de tweede helft van het werkjaar afdelingsmateriaal uit. Het andere jaarthemamateriaal wordtdoor de werkgroep Jaarthema uitgewerkt of gecoördineerd.Uitvoering: het jaarthema wordt gelanceerd door de verbonden en gewesten op de startdag(en). Een aantalgewesten doen nog een jaarthemagewestavond. Er is een beroepskracht op het nationaal secretariaat diehet lopende jaarthema opvolgt. In Dubbelpunt verschijnen thema's en afdelingsactiviteiten diejaarthemagerelateerd zijn. In het voorjaar is er het krakmoment.Nog mogelijkhedenJe kan rond dit thema concreter werken door de vragen te bekijken vanuit de keuze voor het nieuwejaarthema. Dat thema wordt op de Nationale Raad van juni vastgelegd en is dus gekend voor de KIC3.Nog concreter kan je worden door verschillende groepjes de opdracht te geven iets voor te bereiden: een(aanzet tot) een liedje, jaarthemafiguren, een jaarthemaverhaal, afdelingsactiviteiten. Probeer wel al ietsover de doelstellingen doorgekauwd te hebben. Deze opdracht zou vooral gegeven worden om te latenaanvoelen dat het niet makkelijk is om iets concreet te maken dat ook nog eens aan de doelstellingen vaneen/het jaarthema voldoet. Indien ze lukt, laat deze opdracht concreet aanvoelen dat het niet makkelijk is omChirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 46 van 78


de twee vragen 'Wat is de doelstelling van een beweging?' te laten aansluiten bij 'Wat verwachten leden enleiding?'. Hou ook bij de concrete opdracht nog tijd over om het over deze moeilijkheid te hebben.Andere hot items om rond te werkenRond alle onderstaande thema’s kan je specialisten vinden op het nationale secretariaat. Even navraag doen en jevindt ook de nodige visieteksten en actieplannen om mee aan het werk te gaan. Chiro en diversiteit Chiro en continuïteit van onze groepen Chiro in de stad Kaderwerking Het vormingsaanbod Chiro en haar Christelijke roots Genotsmiddelen Afdelingswerking Autonome leidingsploegen ….Opdracht tijdens het gesprekGeef de deelnemers vooraf de opdracht om op geregeld tijdens het gesprek op een blaadje waarden op te schrijvendie naar boven komen én die zij persoonlijk erg belangrijk vinden. Dat kunnen zowel waarden zijn die degesprekspartner aanreikt als waarden die anderen of zijzelf gebruiken als argument. Herinner de deelnemers tijdenshet gesprek (op een dood moment) eraan dat ze waarden opschrijven die voor hen belangrijk zijn.Afronding – op zoek naar persoonlijke waarden en Chirowaarden (30min)Laat de deelnemers de waarden die ze opschreven tijdens het gesprek toelichten en de belangrijkste drie of vier ervanin het midden leggen op een kaartje. Dan wordt er met de groep even gekeken of er belangrijke waarden ontbreken.Worden er nog nieuwe waarden genoemd, dan worden die ook op een kaart geschreven en bij de andere gelegd.Uit de voorliggende waarden stelt iedereen nu zijn of haar ‘waardentopdrie’ op: welke waarden stellen zij centraal inhun eigen leven, in het samenleven tussen mensen, in hun relaties, in hun visie op de maatschappij…? Iedereenschrijft die topdrie voor zichzelf op.Vraag nu aan de deelnemers of de waarden die zij in hun topdrie gezet hebben ook de waarden zijn die centraal staanin hun Chiroleven.Misschien moet je dit voor hen wel even verduidelijken: Zijn dat de dingen die zij het belangrijkste vinden in hun omgang met hun Chiroleden? Met Chrioleiding? Zijn dat de dingen die zij willen nastreven in hun samenwerking in de kaderploeg? Zijn dat de dingen die zijin hun werking aan de Chiroleiding willen doorgeven? Bepalen die waarden mee waarom zij in de Chiro bepaalde beslissingen over bepaalde thema’s nemen (bv.over acties voor het goede doel, respect voor het milieu, omgang met drank en drugs, omgang metmigranten, profilering naar ouders toe, regels op cursus…?). Hebben zij het gevoel dat ze door voor een Chiro-engagement te kiezen die bepaalde waarden willennastreven en waarmaken? Straalt hun Chiro-samenleven die waarden uit?Moedig de deelnemers aan hun weetjes, tips en leerpunten te noteren in hun persoonlijk KIC 3-schriftje.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 47 van 78


METHODIEK: CHIROVISIE –KRANTENKOPPENZaterdag: 20u30 - 22u00DoelstellingenAlgemene doelstelling• Deelnemers verruimen hun Chirovisie.Specifieke doelstellingen• Deelnemers weten wat de Chirowaarden zijn en wat ze inhouden.• Deelnemers kunnen vanuit de Chirowaarden kijken naar maatschappelijke thema’s.Materiaal krantenkoppenPraktische UitwerkingDe methodiekDoelDe deelnemers krijgen de opdracht om een KIC-3-visie-en-begeleidingskrant samen te stellen vol met artikels die hende moeite waard lijken. Daartoe moeten ze een keuze maken tussen een heleboel mogelijke krantenkoppen(onderwerpen) die aan bod zouden kunnen komen.Hoe gaan we te werkStap 1De deelnemer die begint, kiest twee onderwerpen uit, eentje waarvan hij vindt dat het niet interessant is en eentjewaarvan hij denkt dat het (wat hem betreft) wel de moeite waard is om verder uit te spitten. De deelnemer kan ook zelfeen krantenkop met een eigen gekozen onderwerp toevoegen.Concreet wil dit zeggen dat elke deelnemer eerst de anderen ervan moet trachten te overtuigen dat de eerste kop(onderwerp) voor hem niet zo belangrijk is.Bijvoorbeeld:Zo zou hij kunnen zeggen dat het volgens hem niet waard is om een artikel te spenderen aan het dragen van deChirokledij op een cursus omdat hij vindt dat elke begeleidingsploeg dit zelf moet kunnen beslissen.Stap 2Als de anderen dit argument aanvaarden wordt deze krantenkop (onderwerp) afgevoerd. Als er echter deelnemers zijndie zich hier niet mee kunnen verzoenen, is het aan hen om dit onderwerp te verdedigen.In het geval van het bovenstaande voorbeeld zouden zij kunnen aanhalen dat het de moeite is om in dit kader uit teweiden over de vraag of begeleiding van een cursus wordt verondersteld om zowel het hemd, de broek of de rok alshet T-shirt te dragen, ook al doen ze dit niet in de plaatselijke groep.Stap 3Daarna vertelt de deelnemer die daarnet een onderwerp heeft proberen af te voeren, welke krantenkop (onderwerp) hijdan wel wil bespreken. De reden waarom hij dit onderwerp gekozen heeft, kan zijn dat hij hierover zelf wat meer wil teweten komen, dat er volgens hem in deze context dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen of dat hij zich nietkan vinden in de huidige gewoonten en opvattingen over dit thema. Natuurlijk wordt hij verondersteld dit te staven metconcrete vragen en voorbeelden.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 48 van 78


Iemand van de Pedagogische Leiding kan een boeiendegesprekspartner zijn bij deze discussie.Het blijft mogelijk om iemand van bv. de Pedagogische Leiding tevragen om het inhoudelijke gesprek mee te maken. De rol van diepersoon blijft dubbel: luisteren wat er leeft in de gewesten enverbonden en het gesprek voeden, zowel met de eigen visie als metdie van de Pedagogische Leiding.Vermijd als begeleider dat het gesprek uitdraait op een confrontatietussen bv. de PL’er en de leefgroep. De doelstelling van het gesprekblijft een visiegesprek tussen de cursusdeelnemers.Het gesprek staat of valt met wie je dan uitnodigt. Let daarmee op.Niet iedereen die in bv. de PL zit is geschikt om dit te doen.KrantenkoppenOpgelet! Krantenkoppen polariseren, terwijl het de bedoeling is omtot een genuanceerde discussie te komen. Uit deze krantenkoppenkan je als begeleiding een selectie maken. Natuurlijk staat het je ookvrij om eigen krantenkoppen bij te maken.BegeleidingshoudingBegeleidingsploeg vindt 5 sportzakken vol met sterke drank.Vrijpartij houdt kamer wakker.Begeleiding vergadert tot in de late uurtjes.Begeleider Jan doet mee aan een nachtelijk keuveluurtje.David vindt begeleiden fijn. Hij vond al 5 keer een lief.Leefgroepbegeleider wordt gedomineerd door co-begeleider.Iedereen is welkom op cursus.…Visie op kadertaak Verbondsploeg laat ontspannende activiteit vallen om te investeren in gewest Tetterewettere. Elke gewestploeg heeft een gewestleider en een gewestleidster. Een kadertaak hou je minstens 3 jaar vol. Gewestleidster kent alle groepsleiding bij naam en toenaam. Gewestavond begint met opening en eindigt met slot. Iedereen is welkom in de kaderploeg. Gewestavonden vervallen voor voorbereiding afdelingsdag. Na de taakverdeling mag iedereen zijn zin doen. Gewest presenteert langetermijnplanning. Wie nog in de groep zit, komt niet in het kader. De verbondsraad: een noodzakelijk kwaad. Gewestploeg produceert eigen kledinglijn. Gewestmedewerker zet 2 slechte leiders uit groep. Chirojeugd Vlaanderen roept op voor betoging. Groepen in de stad krijgen extra aandacht …ChiromethodenDeelnemer zwijgt onophoudelijk tijdens IK.Op SB werken we in afdelingsleefgroepen.Verzorgde zangstonde doet sfeer oplaaien.Leefgroep komt in opstand na derde stellingengesprek.Deelnemer zondert zich af tijdens lavertje.Niets gaat boven een voelspelletje als kennismaking.Begeleiding slaapt op een aparte kamer.…Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 49 van 78


ChirovisieOp iedere cursus is er een stille ruimte.Met de gewestdag wordt er wereldwinkelfruitsap geschonken.Met de gewestuitstap is er een speciale regeling voor financieel zwakke leiding.Alle kinderen van Roma-zigeuners welkom in de Chiro…Opdracht tijdens de discussiesGeef de deelnemers vooraf de opdracht om op geregeld tijdens de discussies op een blaadje waarden op te schrijvendie naar boven komen én die zij persoonlijk erg belangrijk vinden. Dat kunnen zowel waarden zijn die anderen of zijzelfgebruiken (of vergeten te gebruiken) als argument. Herinner de deelnemers meermaals tijdens de discussies (op eendood moment, tussen de stellingen door) eraan dat ze waarden opschrijven die voor hen belangrijk zijn.Afronding – op zoek naar persoonlijke waarden en Chirowaarden (30min)Laat de deelnemers de waarden die ze opschreven tijdens het gesprek toelichten en de belangrijkste drie of vier ervanin het midden leggen op een kaartje. Dan wordt er met de groep even gekeken of er belangrijke waarden ontbreken.Worden er nog nieuwe waarden genoemd, dan worden die ook op een kaart geschreven en bij de andere gelegd.Uit de voorliggende waarden stelt iedereen nu zijn of haar ‘waardentopdrie’ op: welke waarden stellen zij centraal inhun eigen leven, in het samenleven tussen mensen, in hun relaties, in hun visie op de maatschappij…? Iedereenschrijft die topdrie voor zichzelf op.Vraag nu aan de deelnemers of de waarden die zij in hun topdrie gezet hebben ook de waarden zijn die centraal staanin hun Chiroleven.Misschien moet je dit voor hen wel even verduidelijken: Zijn dat de dingen die zij het belangrijkste vinden in hun omgang met hun Chiroleden? Met Chrioleiding? Zijn dat de dingen die zij willen nastreven in hun samenwerking in de kaderploeg? Zijn dat de dingen die zijin hun werking aan de Chiroleiding willen doorgeven? Bepalen die waarden mee waarom zij in de Chiro bepaalde beslissingen over bepaalde thema’s nemen (bv.over acties voor het goede doel, respect voor het milieu, omgang met drank en drugs, omgang metmigranten, profilering naar ouders toe, regels op cursus…?). Hebben zij het gevoel dat ze door voor een Chiro-engagement te kiezen die bepaalde waarden willennastreven en waarmaken? Straalt hun Chiro-samenleven die waarden uit?Moedig de deelnemers aan hun weetjes, tips en leerpunten te noteren in hun persoonlijk KIC 3-schriftje.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 50 van 78


METHODIEK: CHIROVISIE – STELLINGENDoelstellingenAlgemene doelstelling• Deelnemers verruimen hun Chirovisie.Specifieke doelstellingen• Deelnemers weten wat de Chirowaarden zijn en wat ze inhouden.• Deelnemers kunnen vanuit de Chirowaarden kijken naar maatschappelijke thema’s.Materiaal StellingenPraktische UitwerkingStellingengesprekZaterdag: 20u30 - 22u00We lanceren een aantal stellingen per thema waar Chirojeugd Vlaanderen een visie op heeft. Door de stellingenproberen we wat discussie los te weken. De bedoeling is dat deelnemers hun eigen visie leren verwoorden en elkaarsvisie in vraag leren stellen.Deelnemers kunnen concrete voorbeelden zoeken uit hun Chirogroep die de Chirovisie waarmaken.Per thema kunnen gerust anderen vragen gesteld worden of andere klemtonen gelegd worden.Stellingen per deelthemaBetrokkenheid op de wereld:Samen met mijn aspiranten betogen tegen de oorlog in Irak is een goede activiteit.Zingeving:Op bivak hoort een viering.Genotsmiddelen:Zonder bier geen plezier.Milieu:In de Chiro hoor je de leden te leren sorterenParticipatie:De nieuwe leiding is bij de leidingverdeling gelijkwaardig aan de rest.Relaties en seksualiteit:Op bivak zorg je dat er mogelijkheid is om aan condooms te geraken. Ook in het leidingslokaal kan je best ineen kastje condooms vinden.Een leider begint iets met een Aspimeisje. Dat is doodnormaal.Toegankelijkheid:Iedereen is welkom in de Chiro (gehandicapten, allochtonen…). Meer zelfs: we doen extra inspanningen om groependie we minder bereiken te betrekken.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 51 van 78


Opdracht tijdens de discussiesGeef de deelnemers vooraf de opdracht om op geregeld tijdens de discussies op een blaadje waarden op te schrijvendie naar boven komen én die zij persoonlijk erg belangrijk vinden. Dat kunnen zowel waarden zijn die anderen of zijzelfgebruiken (of vergeten te gebruiken) als argument. Herinner de deelnemers meermaals tijdens de discussies (op eendood moment, tussen de stellingen door) eraan dat ze waarden opschrijven die voor hen belangrijk zijn.Afronding – op zoek naar persoonlijke waarden en Chirowaarden (30min)Laat de deelnemers de waarden die ze opschreven tijdens het gesprek toelichten en de belangrijkste drie of vier ervanin het midden leggen op een kaartje. Dan wordt er met de groep even gekeken of er belangrijke waarden ontbreken.Worden er nog nieuwe waarden genoemd, dan worden die ook op een kaart geschreven en bij de andere gelegd.Uit de voorliggende waarden stelt iedereen nu zijn of haar ‘waardentopdrie’ op: welke waarden stellen zij centraal inhun eigen leven, in het samenleven tussen mensen, in hun relaties, in hun visie op de maatschappij…? Iedereenschrijft die topdrie voor zichzelf op.Vraag nu aan de deelnemers of de waarden die zij in hun topdrie gezet hebben ook de waarden zijn die centraal staanin hun Chiroleven.Misschien moet je dit voor hen wel even verduidelijken: Zijn dat de dingen die zij het belangrijkste vinden in hun omgang met hun Chiroleden? Met Chrioleiding? Zijn dat de dingen die zij willen nastreven in hun samenwerking in de kaderploeg? Zijn dat de dingen die zijin hun werking aan de Chiroleiding willen doorgeven? Bepalen die waarden mee waarom zij in de Chiro bepaalde beslissingen over bepaalde thema’s nemen (bv.over acties voor het goede doel, respect voor het milieu, omgang met drank en drugs, omgang metmigranten, profilering naar ouders toe, regels op cursus…?). Hebben zij het gevoel dat ze door voor een Chiro-engagement te kiezen die bepaalde waarden willennastreven en waarmaken? Straalt hun Chiro-samenleven die waarden uit?Moedig de deelnemers aan hun weetjes, tips en leerpunten te noteren in hun persoonlijk KIC 3-schriftje.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 52 van 78


METHODIEK: CHIROVISIE – VERHALENDoelstellingenAlgemene doelstelling• Deelnemers verruimen hun Chirovisie.Specifieke doelstellingen• Deelnemers weten wat de Chirowaarden zijn en wat ze inhouden.• Deelnemers kunnen vanuit de Chirowaarden kijken naar maatschappelijke thema’s.Materiaal Lege kaartjes (om waarden op te schrijven)Praktische UitwerkingDeel 1 - Persoonlijke waardenDoel:Zaterdag: 20u30 - 22u00M.b.v. deze eenvoudige methodiek pogen we de deelnemers te laten inzien dat iedereen een eigen waardensysteemheeft dat veel gelijkenissen vertoont, maar waarbij iedereen zijn eigen accenten en nadrukken legt. Schijnbaar denkenwe hetzelfde en toch maken verschillende klemtonen soms een wereld van verschil. Dan kunnen ze aanleiding geventot heftige discussies en meningsverschillen.MethodiekVoorlezenWe laten de deelnemers een kort verhaal horen met erg verschillende personages en standpunten.Sympathie / standpunt gekoppeld aan een waardeNa het verhaal wordt 5 minuten tijd gelaten waarbij iedereen zijn eigen voorkeur of standpunt kan neerschrijven.Bedoeling is dat de deelnemers: Een rangorde van personen opstellen Hun standpunt beargumenteren met waarden (waarom kies je voor die persoon - welke waarde koppel jeeraan)Standpunt verduidelijken met één of meerdere waardenNadien vraag je de deelnemers om hun sympathie of voorkeur voor bepaalde personages uit te spreken. Hierbijvoorzien we enige tijd om een korte discussie te voeren. Op een bepaald moment wordt deze afgebroken en moetiedereen er zich definitief over uitspreken.Let op:Belangrijk bij het evalueren van het verhaal is dat steeds gevraagd wordt naar het waarom. Waarom isiemand die mening toegedaan, waarom vindt hij X sympathieker dan Y. Welke waarde zit er achter desympathie verscholen?Doel hierbij is dat iedereen voor zichzelf kan uitmaken waar ze (aan welke waarde) het meeste belang aanhechten.Hou de discussie vrij kort, we willen immers enkel op de verschillen duiden!Iedereen noteert de verschillende waarden op een kaartje dat we in het midden leggen.ConclusieTot slot proberen we, uitgaande van de zonet ingenomen standpunten, aan te tonen dat iedereen steeds eenstandpunt inneemt. Afgaande op kleine details heeft men een welbepaalde voorkeur. Toch liggen onze meningenChirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 53 van 78


meestal niet zover uit elkaar. We proberen hier te duiden dat iedereen zijn eigen waardensysteem heeft en dit overalen steeds hanteert.Geef mee dat: iedereen een persoonlijk waardensysteem heeft iedereen steeds een standpunt inneemt meningsverschillen dikwijls rond details draaienJe kan kiezen om beide verhalen te gebruiken om waarden aan te brengen of slechts één. Natuurlijk kan je ook zelfeen ander verhaal zoeken.Verhaal 1 – de eenzame rijke dameLees voorVraagEr was eens een jonge vrouw, die getrouwd was met een zeer rijk en succesvol zakenman. Doordat deman heel hard werkte, had de vrouw alles wat haar hartje kon believen: mooie kleren, vele en kostbarejuwelen en een heel grote en prachtig gelegen villa, aan de rand van de rivier.De rivier had een kwalijke reputatie. Er was maar één brug over de rivier en daar stond elke nacht eenpsychopaat, die elke vrouw die langs kwam, vermoordde.Aan de overzijde van de rivier woonde een knappe playboy. Hij had al vaak avances gemaakt naar devrouw toe. Het was een echte vrouwenzot en ook deze knappe jonge vrouw wou hij wel eens in bedkrijgen.Haar man was altijd weg voor zaken, zodat ze vaak alleen thuis zat. Na een aantal jaren getrouwd tezijn, begon de vrouw zich te vervelen in huis. Ze vroeg herhaaldelijk aan haar man om meer thuis teblijven, maar deze antwoordde steevast: "Liefste, ik moet hard werken, zodat jij de luxe zou hebben dieje verdient." En toegegeven, ze was nogal gesteld op luxe.Op een dag belde de playboy weer: "of ze niets wou komen drinken". De vrouw stemde toe. Ze gingnaar de overkant van de rivier, dronk iets met de playboy en belandde uiteindelijk met hem in bed. Deplayboy wou echter niet dat ze de nacht bij hem doorbracht, want zijn principe was: wel vrijen, nietblijven slapen.De vrouw smeekte om te mogen blijven, want ze kon niet naar huis. Op de brug zou ze zeker vermoordworden. "Mijn probleem niet" sprak de playboy en hij sloeg de deur achter haar dicht.Ze ging dan maar naar de veerman die tegen betaling mensen over de rivier bracht met zijn boot. Devrouw had echter geen geld bij. Ze smeekte de visser om haar toch over de rivier te zetten, maar hijweigerde. Geen geld, geen overzet.Ze ging aankloppen bij een oude vriend, die altijd op haar verliefd was geweest, maar die zij had latenstaan voor de rijke zakenman. Ze vertelde haar verhaal. De oude vriend was geschokt: "Dat ze konslapen met die playboy, terwijl ze getrouwd was!! Terwijl hij, die eerlijk op haar verliefd was, altijd wasafgewezen!!" Gekrengd weigerde hij haar geld te geven voor de overzetboot.Ten einde raad ging ze dan maar over de brug. De psychopaat vermoordde haar.Wie is volgens jou het meest verantwoordelijk voor de dood van de vrouw? Wie het minst? En waarom?Verhaal 2 – De schipbreukLees voorNiet zo lang geleden kwam een schip in volle zee in een zware storm terecht. De boot kapseisde envrijwel iedereen die aan boord was, kwam om. Er waren slechts vijf overlevenden:Harry, een alleenstaande man van rond de dertigJoe, een stoere, stevig gebouwde matroosTony en Susan, een koppel dat vijf jaar getrouwd wasGeorges, een stokoude zeeman.Zij overleefden deze ramp door zich aan wrakstukken vast te klampen. Pas de volgende ochtend werdde situatie duidelijk: Susan, Joe en Georges waren aangespoeld op het strand van een onbewoondeiland waar toch voldoende voedsel aanwezig was om te overleven. Harry en Tony waren op een andereiland terechtgekomen. Beide eilanden lagen in mekaars zicht, maar de afstand was veel te groot omvan het éne naar het andere te zwemmen. Bovendien was er een hele sterke stroming. Daar had jeminstens een vlot voor nodig.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 54 van 78


Natuurlijk was er niemand echt blij met de situatie waarin ze terechtgekomen waren, maar vooral Susanmiste haar man. Ze vatte het plan op om met een vlot naar het andere eiland te varen.Op het strand lagen voldoende brokstukken om een vlot te maken, maar die waren allemaal heel grooten zwaar. Hier was een serieuze lichaamskracht voor nodig. Daarom ging ze naar Joe, de gespierdematroos, en vroeg hem of hij voor haar een vlot wilde maken. Die wilde dat wel doen, maar enkel opvoorwaarde dat Susan met hem naar bed ging.Daar verschoot ze erg van. Ze wou helemaal niet met Joe naar bed, maar als ze het niet deed, zou zenooit bij haar man geraken. Susan besloot dan om raad te gaan vragen bij Georges. Die zei haar: "Gemoet doen wat uw hart zegt dat ge moet doen." Eigenlijk wist ze daarmee niet veel meer.Na lang nadenken besloot ze in te gaan op het voorstel van Joe: ze ging met hem naar bed, en devolgende dag maakte hij van de wrakstukken een stevig vlot.Susan maakte de overtocht en het was een blije Tony die haar stond op te wachten op het andere eiland.Niet zonder schaamte vertelde ze haar man wat ze meegemaakt had. Tony was geschokt. Hij zei haardat hij gekwetst was, dat hij zich bedrogen voelde, en dat hij haar liever niet meer wou zien. Susan wasverward. Diep bedroefd ging ze naar het strand, waar ze onder een boom stilletjes ging zitten huilen.Plots voelde ze een hand op haar schouder. Het was Harry. Hij zette zich naast haar neer en fluisterde haarlieve woordjes toe.VraagWie is volgens jou de meest sympathieke persoon en waarom?Deel 2 - WaardentopdrieAls de waarden in het midden liggen, wordt er met de groep even gekeken of er belangrijke waarden ontbreken.Worden er nog nieuwe waarden genoemd, dan worden die ook op een kaart geschreven en bij de andere gelegd.Uit de voorliggende waarden stelt iedereen nu zijn of haar ‘waardentopdrie’ op: welke waarden stellen zij centraal inhun eigen leven, in het samenleven tussen mensen, in hun relaties, in hun visie op de maatschappij…? Iedereenschrijft die topdrie voor zichzelf op.Deel 3 - ChirowaardenVraag nu aan de deelnemers of de waarden die zij in hun topdrie gezet hebben ook de waarden zijn die centraal staanin hun Chiroleven.Misschien moet je dit voor hen wel even verduidelijken: Zijn dat de dingen die zij het belangrijkste vinden in hun omgang met hun Chiroleden? Met Chrioleiding? Zijn dat de dingen die zij willen nastreven in hun samenwerking in de kaderploeg? Zijn dat de dingen die zijin hun werking aan de Chiroleiding willen doorgeven? Bepalen die waarden mee waarom zij in de Chiro bepaalde beslissingen over bepaalde thema’s nemen (bv.over acties voor het goede doel, respect voor het milieu, omgang met drank en drugs, omgang metmigranten, profilering naar ouders toe, regels op cursus…?). Hebben zij het gevoel dat ze door voor een Chiro-engagement te kiezen die bepaalde waarden willennastreven en waarmaken? Straalt hun Chiro-samenleven die waarden uit?Moedig de deelnemers aan hun weetjes, tips en leerpunten te noteren in hun persoonlijk KIC 3-schriftje.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 55 van 78


METHODIEK: AARDE WATER VUUR LUCHT -PERSOONS- EN PLOEGEVALUATIEDoelstellingen• Deelnemers kunnen hun eigen mogelijkheden met betrekking tot kadertaken inschatten• Deelnemers kunnen hun ploeg evalueren: relaties, posities en rollen binnen hun ploeg het groepsproces van hun ploeg• Deelnemers kunnen evenwichtige ploegen samenstellenMateriaalZondag: 9u15 - 11u00Schema aarde-water-vuur-lucht op flapPapier en penCreatieve middelen: verf om te schilderen of stiften of kleurpotloden of klei of natuurmaterialen …Praktische Uitwerking1. Inleiding - de opwarming - samen starten (5 min)Ludieke opwarmerJe kan starten met het verhaal, maar om het wat dynamischer-ludieker te maken kan je ook een actieve opwarmerdoen.Expressieopdrachtjes: Samen bewegen in de ruimte, rondstappen en daarbij…Contact maken met de aarde, voeten goed op de grond zetten, goed aarde voelen, past er een gebaar bij?Hoe beeld je aarde uit?Stap verder rond, je vliegt mee met de wind, voel je lucht, zweef rondVuur uitbeelden, maak geluid van het vuur, vuur wordt groter, en vuur wordt weer kleiner, en wordt gedoofddoor het waterVolg mee de golven van het water. Water kan verschillende vormen aannemen: druppel, damp, stroom,sterke stroom…Vertel het verhaalEr was eens een tijd toen de aarde bewoond werd door mensen met een heel ander soort bestaan dan wat demensen tegenwoordig ervaren. Deze mensen, bij ons bekend als de indianen leefden in een geografisch gedeelte datnu beter bekend is als Noord-Amerika. Hun bestaan was harmonieus met een diepgaand contact met de aarde, deplanten en dieren waar ze hun leven mee deelden. Ze hadden veel respect voor Moeder Aarde en gaven haar denaam Pacha Mama. Het leven was gebaseerd op eer, traditie en ver ontwikkelde contacten met de etherische rijken.Er was een weten dat we maar een klein fragment zijn van een veel grotere creatie. Het waren machtige mensenwiens krachten voortkwamen uit hun kennis en wijsheid.De Indianen erkenden de planten-, mineralen- en dierenrijken als gelijken. Ze plaatsten zich niet boven anderen, maargeloofden dat álle levende dingen verbonden waren met elkaar. Er was een evenwichtige uitwisseling tussen allelevende dingen, het geven en ontvangen werd gezien als een noodzaak van het leven. Deze mensen begrepen dat deaarde een levend, ademend wezen is. Ze eerden Moeder Aarde op grootse wijze en stonden midden in de natuurlijkelevensstroom. Ze leerden dit hun kinderen en de tradities werden generaties lang doorgegeven. Elke stam volgdegelijksoortige tradities. De talen verschilden, maar de verstandhouding was hetzelfde."Alles is verbonden met alles, we zijn allen deel van het water, sommigen realiseren het zich niet, maar het is zo. Wezijn deel van alles hier op aarde, we zijn deel van de maan, de zon, de sterren. We zijn deel van de lucht, het vuur. WeChirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 56 van 78


zijn hier allen samen verbonden. Indianen bidden tot al deze elementen: het water, de rotsen, de planten, de lucht diewe inademen., zodat ze in harmonie verder leven, zodat we zelf ook mooi en zuiver zijn, en een gezond levenhebben."(Corbin Harney, spiritueel leider van de Western Shoshone indianen)2. Kern - erin vliegen: aanbrengen van inzichten - eigen maken van inzichtenSchets de 4 types aan de hand van de begrippen in onderstaand schema (5 min)Vuur Water Aarde LuchtPassioneel, makkelijk Sterke empathie Nuchter en realistisch Cool en kalm blijvenontvlambaarLeiders, initiatiefnemers Nemen moeilijk afstand De dingen vanuit deverschillende standpuntenbekijken alvorens te besluitenAanvoelen welke weg je moetgaanVeel aandacht nodig Heel sfeergevoelig Relativeren Geen drama’sEerst doen, dan denken Emotioneel Geen drama’s GelatenheidExtravagant Stille genieters Niet overdrijven AanvaardenIdealisme Romantisch Eerst de risico’s inschatten Veel intuïtief kunnen aanvoelenFlapuit Nemen alles persoonlijk op Zich niet makkelijk op stanglaten jagenDingen beslissen zonder tepiekerenDramatiseren Defensief ingesteld Koppig volharden De dingen op je af laten komenImpulsief Hart boven verstand Emoties voor jezelf houden Dingen doen zonder waarom tekunnen verwoordenVerbaal Zwevers en dromers Eerst hoofd, dan hartZeer enthousiast Kunnen moeilijk met kritiek om Steeds met 2 voeten op degrondOpvliegend Snel gekwetst Praktisch ingesteldNiet nuchter nadenken FijngevoeligHevig in relatiesWispelturigOverdrijvenLeg de flap met de uitleg over de types in het midden van de kring zodat de deelnemers rustig de eigenschappenkunnen bekijken.2.1 Zelfevaluatie, welk type ben je? (20 min)In Aarde water vuur lucht ligt de nadruk op ploegevaluatie, dit stukje rond zelfevaluatie is enkel bedoeld om deverschillende types in de vingers te krijgen. Het is niet de bedoeling om nog eens een uitgebreide zelfevaluatie tehouden.Stap 1: Op zoek naar je natuur- en cultuurtypeElke deelnemer noteert voor zichzelf in welk persoonstype hij zich kan terugvinden.Leg uit dat ieder een bepaald natuurtype heeft en een cultuurtype.Een natuurtype is dat wat je van nature uit bent. Een cultuurtype is dat wat je aangeleerd hebt. Zo kan een erg vurigvuurtype met het hart op de tong die soms nogal recht voor de raap is, uit ondervinding leren zich soms wat in tehouden en bijvoorbeeld een lucht of een aardetype creëren als compensatie voor de vurige kant. Vuur is hetnatuurtype, aarde het cultuurtype.Ze moeten dus een keuze maken. Vertel daarom dat iedereen natuurlijke eigenschappen van elk type in zichmeedraagt, maar dat ze nu even dieper moeten nadenken over zichzelf en kijken wat voor hen het meest uitgesprokenis.Stap 2 en 3 kan je doen als je voldoende tijd hebt of als je het gevoel hebt dat de deelnemers de types nog verdermoeten leren kennen / inoefenen. Anders kan je overgaan naar stap 4.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 57 van 78


Stap 2: Welke eigenschappen heb ik?Vraag hen een aantal eigenschappen over zichzelf op te schrijven op een briefje, bij voorkeur eigenschappen dieduidelijk maken in wat voor type ze zich terugvinden.Stap3: Bespreken van de eigenschappenLaat hen in groepjes over deze eigenschappen praten. Nadien kan je het verder in grote groep bespreken. Het is ookmogelijk om onmiddellijk in grote groep persoon per persoon te bespreken.Enkele richtvragen: Welke eigenschappen van jouw type komen sterk naar boven? Welke eigenschappen van jouw type herken je minder goed bij jezelf? Herken je eigenschappen van de 4 types bij jezelf? Welk type zou je meer of minder willen zijn? Waarom? Welke eigenschappen mis je bij jezelf?Stap 4: Je type linken aan de ChiroWe staan nog even verder stil bij je persoonstype, maar nu eerder toegepast op je kadertaak. Vraag je de deelnemerseen anekdote uit de Chiro te noteren. Een gebeurtenis, een voorval die hun typeert als water-type, vuur-type, luchttype,aarde-type. Daarbij kan je ook op zoek gaan naar voorbeelden die hen mooi typeren als combinatie van hunnatuur- en cultuurtype. Voorbeelden voor vuur-lucht, vuur-aarde, vuur-water, water-aarde, water-vuur, water-lucht,lucht-water, lucht-aarde, lucht-vuur, aarde-vuur, aarde-water of aarde-lucht.Je kan hen op gang brengen door enkele vragen te stellen. Bijvoorbeeld: Hoe reageer je wanneer je onverwacht een extra taak krijgt? Hoe reageer je als iemand uit de ploeg je zegt dat hij vindt dat jij je taak niet goed gedaan hebt? Hoe reageer je als je voor een grote groep moet spreken? Hoe reageer je wanneer de start van een activiteit nadert en er nog veel moet gebeuren? Hoe reageer je wanneer iemand anders in de ploeg het niet meer ziet zitten? …Stap 5: Op zoek naar leerpuntenDeelnemers krijgen als volgende stap deze vragen: Vanuit je kennis van jouw type, welk zijn taken die goed bij je passen? Welke taken passen minder goed bij jouw type? In welke situaties functioneer je goed? In welke situaties minder?We bespreken de ideeën in grote groep.2.2 Ploegevaluatie – schilderen van een planetenstelsel (1u 10 min)VoorafIeder heeft een blad papier. Jij zorgt voor creatieve middelenLeg uit dat je je eigen wereld gaat creëren (willen we dat niet allemaal?) in de vorm van een planetenstelsel. Jij bentde centrale planeet en de mensen uit jouw ploeg (gewest, verbond, SB, …) zijn de omliggende planeten.Personen als planeten schilderenElke planeet symboliseert een persoon. Schilder die planeetook op een bijzondere manier (laat je inspireren door denatuurelementen). Vind je jezelf een vurig iemand, danschilder je je planeet misschien wel als een brandendevuurbol! Ben je een echt aarde-type, dan is jouw planeetmisschien wel de aarde zelf. Is je (gewest)leidst een aardetype en symboliseert zij voor jou “een stuur”? Dan kan haarplaneet een echt “stuur” zijn. Is een ander een echtwatertype, dan kan haar planeet een blauwe spiraal wordendie de golven van de zee symboliseert, enz. Is iemand eenecht lucht-type, dan schilder je hem misschien wel als eenwolk. Zorg dat je iedereen in je ploeg vernoemt, ook demensen waar je een minder goede relatie mee hebt.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 58 van 78


RelatielijnenRelaties duid je aan met lijnen: harmonieuze lijnen zijn volle lijnen, golvende lijnen.Minder duidelijke banden duid je bijvoorbeeld aan met stippellijnen. Conflictueuze relaties kan je aanduiden metbliksemlijnen. Erg nauwe banden kan je aanduiden door een cirkel rond beide planeten te trekken. Enz.BesprekingEnkele richtvragen: Komen de vier types voor in je ploeg? Denk je dat je bepaalde types te veel of te weinig hebt? Welke types heb je het meest nodig in je ploeg? Met welke types heb je een positieve relatie? Met welke een mindere? Wel type is jouw ideale medebegeleider? Zie je voordelen in het werken met tegenpolen? Welke rol heeft de leider/trekker van je ploeg? Zien we overeenkomsten bij verschillende ploegen? Zou eenleider best van een bepaald type zijn? Zie je evoluties in je ploeg, de types of mensen die in die ploeg neigen naar een nieuw cultuurtype?3. Slot - evaluatie – afronden (5 min)Kader even terugWaar zijn we mee bezig geweest? Wat was het doel? Evaluatie van je ploeg en van jezelf.Slotvragen:Wat neem je mee uit deze oefening? Voor jezelf? Over de samenstelling van een ploeg?Zou je deze methodiek eventueel gebruiken bij een ploegevaluatie?Moedig de deelnemers aan hun weetjes, tips en leerpunten te noteren in hun persoonlijk KIC 3-schriftje.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 59 van 78


METHODIEK: AXENROOS - PERSOONS- ENPLOEGEVALUATIEDoelstellingenZelfevaluatie (persoon)Zondag: 9u15 - 11u00• Deelnemers kunnen hun eigen mogelijkheden met betrekking tot kadertaken inschatten. (waar ben ik goed in,waar niet)Ploegevaluatie• Deelnemers kunnen hun ploeg evalueren:o de relaties, posities en rollen binnen hun ploego het groepsproces van hun ploeg• Deelnemers kunnen het groepsproces van hun ploeg positief beïnvloeden.• Deelnemers kunnen evenwichtige ploegen samenstellen.• Deelnemers kennen het belang van het permanent bijsturen van een ploeg.Deze methodiek is een alternatief voor Aarde water vuur lucht. De axenroos is vooral interessant voor groepjes diehet accent willen leggen op de ploegdynamiek, de plaats van ieder in de ploeg of het persoonlijk relationeelfunctioneren in de ploeg.MateriaalDuur Kopies van de axenroos (in kleur en met de uitleg) voor elke deelnemer Kopies van lege axenrozen om op te werkenMin. 2 uurAchtergrondWat?De axenroos is een theoretisch kader waarmee het relationele gedrag tussen mensen op een systematische manierkan worden geordend, verklaard en vormgegeven.Wat kan je er binnen KIC 3 mee aanvangen?De werkvormen rond de axenroos zijn vooral interessant voor groepjes die het accent willen leggen op deploegdynamiek, de plaats van ieder in de ploeg of het persoonlijk relationeel functioneren in de ploeg.Hou er rekening mee dat sommige deelnemers reeds zeer vertrouwd zijn met de Axenroos vanuit opleidingen, … Polsbij de deelnemers of ze de axenroos al kennen. Heb je een aantal deelnemers in de ploeg die de Axenroos reedskennen, dan is het meer aangewezen om een andere methodiek te gebruiken. Je kan vb. aarde-water-vuur-luchtgebruiken ter vervanging.Ik wil meer!Meer achtergrond vind je onder andere in ‘De stad van Axen’ door F. Cuvelier, Cuvelier et al., 1997.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 60 van 78


Schematisch…BOVENTEGENSAMENONDERPraktische uitwerking0. VoorbereidingSnijd deze methodiek pas aan als er voldoende tijd voor voorzien is en als er voldoende veiligheid is in je groep.Hang een grote axenroos op in het lokaal.1. Inleiding - de opwarming - samen startenWoordje uitlegHet doelVertel de deelnemers dat jullie de personen in de ploeg en hun onderlinge relaties onder de loep gaan nemen. Julliedoen dat dan aan de hand van de Roos van Axen.De RoosDeel aan de deelnemers individueel een blaadje uit waarop de roos van Axen staat.Vertel hen dat alle vormen van menselijk gedrag in relatie tot anderen hierin voorkomen.De assenDuid op de verticale as en teken hem: volgen (onder) versus leiden (boven)Duid op de horizontale as en teken hem: tegen (links) versus samen (rechts)Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 61 van 78


BOVENTEGENSAMENONDERDe kwadrantenOverloop de individuele vakken en licht ze toe aan de hand van de bijhorende dieren en hun kenmerken.Leeuw: leiding gevengeeft raad of uitleg, weet veel te vertellenkan autoritair uit de hoek komen, bevelen geven (baasspeler)initiatiefnemer en bindfiguur voor de groeptrots, kan moeilijk toegevenBever: zorg gevenaltijd bereid anderen te helpen, verwennerbemoederend, soms overbezorgdwerkt heel hard, stille werker die niet in het midden van de belangstelling hoeft testaanschuift zichzelf op de achtergrondPauw: zich tonenpodiumbeest, de aandacht opeisen, over zichzelf vertellenlegt contactenfier, groot eergevoelzelfzeker, sterke persoonlijkheidWasbeer: opkijken naarluisterend oor, uitnodigend, aanvaardt iedereenschenkt aandacht aan anderen, geeft een pluimpjetoont bewondering voor bepaalde mensen, kan die sterk idealiserenzelf weinig inbreng, heeft de groep nodig maar is geen leidersfiguurChirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 62 van 78


Poes: genietenwordt graag vertroeteld, geniet van gezelligheid en sfeerprofiteert graagvraagt om te krijgen en bedankt voor hulpkan kwaad (kattig) uit de hoek komenKameel: meegaandis volgzaam en trouw, maar je mag vertrouwen niet schadenis makkelijk te beïnvloeden, inschikkelijkgemakkelijk type dat niet graag ruzie maaktvraagt raad of adviesdurft niet zelf het heft in handen nemen, al kan hij/zij het welHavik: aanvechten, confronterenis enorm kritisch en stelt de problemen scherp, op zoek naar de waarheidconfrontatiefiguur die onrechtvaardigheden aanvecht, durft opkomen voor dezwakkerengeeft feedback en duidt op valkuilen, kan aanvallend uit de hoek komenis niet altijd even opbouwend, focust op de dingen die misgaanindividu, heeft de groep niet nodigSteenbok: weerstaan, afwerenKan zijn terrein afbakenen, kan weerstaan aan eisen van anderenEigen mening is belangrijk, komt ervoor op, gaat in de verdedigingWeigert vaak hulp, is koppigBakent zijn eigen wereld af, niet zo betrokken op een groepJe weet wel wat je eraan hebtUil: erboven staanKijkt zwijgend toe, is een goede observator en heeft anderen vlug doorweet het beter maar bewaart zijn geheim, blijft afzijdig, wil soms alleen zijnGeeft niet gemakkelijk hulp, maar zou het wel kunnenVertelt weinig over zichzelf, staat boven de anderen, voelt zich beterSchildpad: ondergaanTrekt zich terug, laat los, is vaak bang, verdrietig of moeis onzeker, twijfelt, kan niet kiezengeeft gemakkelijk toe iets niet te kunnen of fout te doengeeft anderen veel kansen, dringt zijn mening niet opzal zich pas tonen als de groep het toelaat, achter het schild zit heel wat betrouwbaarsBelangrijk is dat je uitlegt dat deze gedragingen geen waardeoordeel hoeven in te houden. Ze zijn ook geenkarakterkenmerken, maar vormen van gedrag in bepaalde situaties. Elk gedrag kan bij iedereen voorkomen, maarsommige mensen zullen zich vaker in een bepaald segment bevinden dan anderen.2. Kern - erin vliegen: aanbrengen van inzichten - eigen maken van inzichtenMaak een profiel van je eigen ploeg.Kies een ploeg en zet ze in de roosLaat alle deelnemers een ploeg kiezen waarin ze meedraaien die ze onder de loep willen nemen. Laat de deelnemersindividueel alle namen van hun ploegen neerschrijven en hen een plaats toewijzen in de roos (inclusief zichzelf). Deeldaarvoor lege rozen uit. Kies voor de gemiddelde gedraging want iedereen bevindt zich ooit wel eens (afhankelijk vande situatie) in elk van de segmenten.Deelnemers duiden nu met bolletjes de leden van de ploeg aan in de axenroos.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 63 van 78


Voorstelling in grote groepDe deelnemers stellen nu hun ploeg aan elkaar voor. Gebruik volgende richtvragen voor het gesprek Bevinden veel leden van de groep zich in hetzelfde segment? Botst dit? Welke functies ontbreken in je ploeg? Welke overwegen? Is het mogelijk dat iedereen onder de horizontale lijn zit, of enkel boven de lijn? Lokken die mekaar uit? Zouden sommige leden zich anders gedragen indien anderen er niet zouden zijn? Lokt het gedrag vansommigen ander gedrag uit bij anderen?Neem jezelf onder de loepJe eigen spectrum in beeldDeelnemers vullen enkel voor zichzelf en hun relatiewijzes een lege roos in. Laat ze aanduiden aan de hand vanbolletjes in ieder vak van een lege roos hoe vaak ze in verhouding dit soort gedrag stellen. Indien gewenst kunnen zeook andere symbolen gebruiken om verschillen in situaties te duiden.BesprekingGebruik volgende richtvragen voor de bespreking Welke relatievorm gebruik ik overwegend? Wordt die beïnvloed door anderen? En beïnvloed ik daarmee anderen? Welke relatievormen zou ik evengoed meer kunnen aannemen en welk effect zou dit hebben op de ploeg?Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 64 van 78


3. Slot - evaluatie - afrondenOm af te ronden geven we de deelnemers nog volgende vragen mee: Wat kan ik hiermee doen in mijn ploeg? Wat de ploeg betreft:o Bij samenstellen van de ploeg: moeten we bepaalde types aantrekken, of juist afstoten?o Om de ploeg in ‘harmonie’ te brengen: zou deze methodiek verheldering brengen in mijn ploeg? Wat mezelf betreft:o Welke rollen kan ik best meer innemen? Heeft dit positieve gevolgen voor de ploeg?o Welke rollen kan ik best minder innemen?Concretiseer 2 punten, 2 dingen die je echt kan doen in je ploeg of voor je ploeg.We overlopen in groep en toetsen af of de vooropgestelde punten haalbaar zijn en een positieve invloed zoudenhebben.Moedig de deelnemers aan hun weetjes, tips en leerpunten te noteren in hun persoonlijk KIC 3-schriftje.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 65 van 78


METHODIEK: PERSONA KAARTEN – ZELF-EN PLOEGEVALUATIEDoelstellingenZondag: 9u15 - 11u00• Deelnemers formuleren nieuwe inzichten en werkpunten betreffende hun persoon en de ploeg.• Deelnemers zien het doel en het belang van een evaluatie in.• Deelnemers kunnen hun eigen mogelijkheden met betrekking tot kadertaken inschatten (waar ben ik goed in,waar niet).• Deelnemers kunnen hun ploeg evalueren: de relaties, posities en rollen binnen hun ploeg en het groepsprocesvan hun ploeg• Deelnemers kennen een aantal methodieken voor ploegevaluatie.Deze methodiek richt zich vooral op evaluatie van de ploeg. Hij overlapt in die zin met het tweede deel van ‘aardewater-lucht-vuur’(of kan hiermee gecombineerd worden).MateriaalDuur Persona-kaarten kan je kopen in een boekhandel, het ISBN-nummer is: ISBN 1- 896018-32-7 of bij hetCentrum Informatieve Spelen Groot wit papier of rol Schrijfgerief Eventueel vergrote interactiekaarten (indienje kiest voor optie 3)Min. 2 uurPraktische Uitwerking0. VoorbereidingInteressant dat je als begeleider de persona-kaartenvooraf eens bekijkt en het spel leert kennen.Een woordje uitlegMet deze Persona-kaarten kan vooral gepolst worden naar de plaats van iemand in een ploeg en de manier waaropdeze persoon daarmee omgaat.De Persona-kaarten bevatten twee soorten kaarten. Een eerste reeks kaarten zijn portretten van allerlei mensen. Detweede reeks kaarten zijn schema’s die allerlei mogelijke interacties in groepen voorstellen. Personen wordenvoorgesteld door een bol (of bolletje). De interacties (of afwezigheid van interactie) zijn aangeduid door verschillendesoorten pijlen. De betekenis van die pijlen kan door de deelnemers zelf nog gegeven worden. Zo kan een rechte pijlvoor de ene op een goeie verstandhouding wijzen terwijl een andere dit gerust kan interpreteren als een hardeconfrontatie.Leg de kaartjes met de personages verspreid op tafel.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 66 van 78


1. Inleiding - de opwarming - samen startenOptie 1Als opwarmertje, om de kaarten al een beetje te leren kennen, krijgt elke deelnemer een papiertje met een naam vaneen andere deelnemer. De deelnemers zoeken nu een kaartje waarop hij gelijkenis vindt met de deelnemer die op zijnbriefje staat.Duid even de aard van de kaartjes: De persona-kaarten zijn geen foto’s, maar vage prenten die een aantal eigenschappen van een persoonweergeven. De persona-kaart moet niet echt lijken op de persoon die hij representeert, maar moet voor jou eengelijkende eigenschap hebben. Dit kan een totaalbeeld zijn, een type, een indruk, een deelaspect…Bv. deelaspect: ik heb een kaartje gekozen van een ‘ernstige meneer’. Dit kaartje stelt voor mij Liesvoor omdat Lies ook zeer ernstig kan kijken.Laat de deelnemers rondlopen om een geschikt kaartje te zoeken. Wanneer iedereen een kaartje genomen heeftkunnen we van elkaar raden welke persoon de deelnemer gezocht heeft en waarom.Om het spannender te maken kan je de groep indelen in 3 of 4 groepjes. Als spelleider toon je een kaartje van groep1. Groep 2 mag nu raden welke persoon hierop voorgesteld wordt. Als ze het goed raden, gaat deze persoon bij groep2 staan. Indien ze het niet goed raden, is de beurt aan groep 3. Daarna wordt een persona-kaart uit groep 2 getoond.Groep 3 mag nu raden, enz. De groep die aan het einde met de meeste personen is, heeft het meeste juist geradenen wint.Optie 2Een ander mogelijk opstapje is een tiental portretten te geven aan een deelnemer. Die persoon kiest er daar één uit enbeschrijft het karakter van die persoon aan de hand van het portret. Als hij klaar is, laat hij al de portretten zien aan deleefgroep en de rest moet raden welk portret net beschreven is.2. Kern - erin vliegen: aanbrengen van inzichten - eigen maken van inzichtenDuid de bedoeling van dit blokje:We trachten een kaderploeg te evalueren. Vooral het ploegaspect, de onderlinge relaties in de ploeg komen hier aanbod. Twee stapels kaarten dienen als hulpmiddel om een beeld te vormen van de ploeg en een gesprek op gang tebrengen over hun kaderploeg en de plaats van henzelf in de kaderploeg.Welke ploeg neem je onder de loep?Alvorens te kunnen starten is het belangrijk dat de deelnemers bepalen welke ploeg ze onder de loep willen nemen.Dit kan hun verbonds-, gewest-, nationale ploeg zijn, maar het kan bijvoorbeeld ook de begeleidingsploeg van het SB,de ploeg die de groepsleidingsdag voorbereidt… zijn.Personages kiezenWe beginnen met een voorstelling van de ploeg. Hiervoor gebruiken we opnieuw de stapel met de kaartjes mettekeningen van personages.Iedere deelnemer maakt voor zichzelf een lijstje van de personen van zijn ploeg. (Dit mag met initialen indien zeanonimiteit willen bewaren.) Voor elke persoon zoekt de deelnemer een gepaste persona-kaart. (Bij een grote ploegkan het volstaan enkele personen of groepen te vertegenwoordigen door enkele persona-kaarten.)Uitwisseling per tweeWanneer de deelnemers voor elk personage een kaart gevonden hebben, kan er per twee een uitwisseling zijn van depersonen uit de ploeg en hun karakteristieke kenmerken.Relaties tussen de personagesDe deelnemers krijgen nu een tweede stapel kaartjes te zien. Deze stapel bevat tekeningetjes met ‘bolletjes enpijltjes’. De ‘bolletjes’ stellen personen voor. De pijltjes geven relaties aan tussen deze personen.Uitleg bij de bolletjes:Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 67 van 78


Grote bollen nemen veel plek inKleinere bollen zijn minder ‘belangrijk’ of minder dominant of …Uitleg bij de pijlen:De pijlen stellen interacties tussen mensen voor. Alle pijlen zijn voor eigen interpretaties vatbaar. Iedereen mag er zijneigen uitleg aan geven.Bv.: hoe dikker de pijl hoe sterker de band, of hoe dominanter de communicatie, of … 1 pijl is eenrichtingsverkeer, een pijl terug duidt op tweerichtingsverkeer stippellijn is geen sterke band …Om deze kaarten wat in te oefenen:Optie 1: Elke deelnemer trekt een kaart. Om beurt leggen de deelnemers aan elkaar uit hoe ze de relaties zien tussende mensen die erop voorgesteld worden.Optie 2: Iemand kiest een interactiekaart die op de tafel ligt (zonder deze aan te duiden) en beschrijft een mogelijkproces van een ploeg. De anderen raden achteraf welke kaart bij dit proces zou passen.Opdracht – optie 1: ploegevaluatieNu krijgen de deelnemers de opdracht om voor hun kaderploeg de relaties tussen de personen weer te geven. Probeer eerst de personenkaartjes zo te leggen zoals het meest juist lijkt. Wie ligt dicht bij elkaar? Wie veruit elkaar? Waar plaats je jezelf? Als de personages goed liggen, kunnen de deelnemers beginnen nadenken over de relaties tussen depersonen. Wie geeft veel opdrachten aan wie? Tussen welke personen is er tweerichtingsverkeer? Waar iser eerder geen communicatie? Of eenrichtingsverkeer? …Zo maken de deelnemers een voorstelling van hun ploeg.NabesprekingDeze voorstelling kan nabesproken worden in leefgroep of in halve leefgroep om de bespreking intiem en diepgaanderte kunnen houden.Belangrijke vragen in de nabespreking: Waar plaats je jezelf? Waarom? Vind je dit een goede plaats? Of waar wil je naartoe? Wat kan je doen om je positie te veranderen? Wat zijn positieve effecten van deze ‘samenhang’? Wat zijn negatieve effecten van deze ‘ploegvorming’? Hoe kan je deze veranderen? Wordt de kaart die je voor iemand kiest en zijn plaats in de groep ook bepaald door hoe jij ernaar kijkt, ofzouden alle andere leden van de groep dezelfde analyse maken? Waar ervoer je moeilijkheden?Een stapje verderEventueel kan er nog een stap verder gekeken worden: Is er evolutie in de tekening van de ploeg? Waar wil je naartoe met je ploeg? Hoe kan jij hiertoe bijdragen?Opdracht – optie 2: zelfevaluatieDe kaarten kunnen op meerdere manieren gebruikt worden. Volgende aanpak is meer gericht op zelfevaluatie, minderop de hele ploeg.Iedereen kiest voor zichzelf een persoonskaart en één of meerdere relatiekaarten. Die kaarten beschrijven hoe dezepersoon zich voelt in zijn kaderploeg en hoe de interactie is in zijn ploeg. Daarna beschrijft deze persoon (eventueel induo’s) wat het effect van deze situatie is op zijn functioneren in de ploeg, op het vervullen van zijn taak/taken.Vragen ter bespreking: Wat zijn de goeie gevolgen van deze situatie, wat zijn de negatieve effecten? Wat kan aan de negatieve effecten veranderen? Is er een mogelijkheid om de positieve aspecten ook elders tot zijn nut te laten komen, om die ook elders uitte spelen?Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 68 van 78


Opdracht – optie 3: zelfevaluatie van eigen interactieVergroot de interactiekaarten op A4. Leg ze in het midden van de kring.Iedere deelnemer zoekt voor zichzelf een voorwerp waarmee hij uitdrukt hoe hij zich voelt in zijn ploeg. Dit voorwerplegt hij op een interactiekaart die iets zegt over de interacties binnen zijn ploeg.De plaats van het voorwerp op de interactiekaart zegt iets over zijn plaats binnen de ploeg.Vragen ter bespreking:Waarom heb je deze kaart genomen? Waarom heb je jezelf die plaats gegeven?Wat zegt dit over jouw manier van interactie voeren?Wat is het effect op de anderen?Is dit een gunstige plaats? Of wat zou je kunnen/willen optimaliseren? Hoe kan je dat doen?3. Slot - evaluatie - afrondenDeelnemers denken even na over volgende vraagjes en delen dit in groep: Wat is nieuw voor mij? Wat heeft deze oefening mij geleerd? Welke actiepunten neem ik mee naar deze of een toekomstige ploeg? Zou ik deze methodiek gebruiken om een ploegevaluatie te doen?Moedig de deelnemers aan hun weetjes, tips en leerpunten te noteren in hun persoonlijk KIC 3-schriftje.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 69 van 78


METHODIEK: EVALUATIE EN AFRONDINGVAN DE CURSUSZondag: 11u15 - 12u00Voor we starten krijgt iedereen één van de KIC 3-blokken toegewezen. Dan gaan we op ‘evaluatiewandeling’. Debedoeling is dat de deelnemers tijdens de wandeling telkens per 2 korte babbels houden over hun blokken. Uiteraardwordt er regelmatig doorgeschoven zodat ze met verschillende deelnemers (en dus over verschillende blokken)praten.Op de heenweg (10 min.) van de wandeling gaat het over ‘wat neem je mee uit het blok?’.Op de terugweg (10 min.) gaat het over ‘wat zou je aan het blok veranderen om het leuker interessanter te maken?’Na de wandeling wordt alles kort overlopen (25 min.). Elke deelnemer geeft de belangrijkste opmerkingen bij ‘zijn’ blokmee. Alleen die deelnemer praat over dat blok, want alle anderen hebben tijdens de wandeling de kans gehad om hunmening te zeggen aan de ‘eigenaar’ van het blok.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 70 van 78


BIJLAGENChirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 71 van 78


HET VORMINGSAANBOD VAN DE CHIRO1. AnimatorcursusIn de Chiro bestaat de animatorcursus uit twee delen. Het eerste deel, de “Inleidingscursus” (IK), is een weekend datde gewestploeg organiseert. Het tweede deel, het “Scholingsbivak” (SB), is een vijfdaagse die door het verbond wordtopgezet. Na die twee cursussen én enkele weken stage in de eigen Chirogroep krijg je het attest van Animator in hetJeugdwerk.Inleidingscursus (IK)De Inleidingscursus is een must voor iedereen die het eerste jaar in leiding staat. Samen met leidingsmensen uit debuurt vertrek je op weekend. De IK is gekend voor z’n ‘vlieg erin’-aanpak. Alles draait er rond spel en spelen. Jeontdekt verschillende soorten spelen, leert nieuwe spelen maken, en tot in het oneindige variëren. Je creativiteit enfantasie worden geactiveerd! Je krijgt een heleboel begeleidingstips mee en met hopen frisse ideeën bereid je zelf eenprogramma voor. Om vingers en duimen van af te likken! Twijfel dus niet om mee te gaan op IK!Wie kan mee?Iedereen die in leiding staat. Je eigen (prille) leidingservaring staat centraal. Let wel: wie een attest van animator wilbehalen, moet minstens 16 jaar zijn of worden in het lopende kalenderjaar!Scholingsbivak (SB)Het SB is een vijfdaagse cursus waar je wordt ondergedompeld in alle aspecten van leiding geven. De leefwereldenvan de afdelingen komen aan bod, in het bijzonder die van je eigen afdeling. Je leert de werking van andereleidingsploegen kennen, ontdekt wat ‘Chiro nationaal’ te bieden heeft en hoe een eigen plaatselijk netwerk je groepondersteunt. Ook kom je te weten hoe dé Chiro denkt over milieu, geloof, relaties, migranten… Zo kun je je eigen visiehieraan toetsen. En ondertussen wordt er veel gespeeld en ambiance gemaakt! Wie meegaat op SB maakt de juistekeuze!Wie kan mee?Iedereen die in leiding staat. Let wel: wie een attest van animator wil behalen, moet minstens 16 jaar zijn of worden inhet lopende kalenderjaar!StageAls je mee geweest bent op IK en SB zul je daarna enkele weken stage lopen in je eigen groep. Samen met iemanduit je leidingsploeg moet je die periode afronden.Je krijgt van de SB-begeleidingsploeg een werkvorm opgestuurd om dit stagegesprek in goede banen te leiden. Jestaat dan stil bij wat je leerde op IK en SB en hoe je dat toepast in je eigen afdeling en leidingsploeg. Na dit gesprekkun je je attest aanvragen op het nationaal secretariaat.2. Voortgezette vormingIn de Chiro word je Hoofdanimator in het Jeugdwerk door voortgezette vorming te volgen. Je volgt steeds hethoofdanimatorweekend en nadien volg je een themacursus. De themacursussen kunnen van jaar tot jaar verschillen,maar vaak terugkomend zijn het afdelingsbivak (AB), het groepsleidingsweekend (GLW), het tochtenbivak (TTB) enhet expressieweekend. Wie daarna stage loopt in de eigen groep krijgt het attest van hoofdanimator.Wie mag mee?Iedereen die 18 jaar is of wordt in het lopende kalenderjaar én IK en SB volgde. Ging je nog niet mee op IK en SB, danmoet je minstens 19 jaar zijn of worden.HoofdanimatorweekendDit weekend is op het lijf geschreven van iedereen die al een streepje meer verantwoordelijkheid wil nemen in zijngroep, bovenop afdelingsleiding zijn. Je gaat dieper in op de rol van de leidingsploeg en specifieke taken. We oefenenenkele technieken zoals vergaderen, PR, conflicthantering… Zorg dat je erbij bent!Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 72 van 78


AfdelingsboostOp deze cursus doe je de zotste ideeën op voor je eigen afdeling. Je leert er inspelen op de leuke en minder leuketrekjes van je leden. Je ontdekt leuke ideeën voor activiteiten of kleine tussendoortjes. Met deze energiestoot bezorgje je afdeling een onvergetelijk Chirojaar. Zowel ervaren afdelingsfanaten als groentjes mogen mee! Deze vierdaagsecursus vindt plaats in de paasvakantie.Chiro-ScoutscursusTijdens de krokusvakantie gaan we samen met de scouts op weekend. Wij lopen een weekend met een scoutsbril oponze neus en zij dragen een Chiropetje.GroepsleidingsweekendDit weekend plaatst één thema centraal. Wie geen groepsleiding is maar wel geïnteresseerd mag ook mee, maar erwordt toch ook gezorgd voor een extraatje voor groepsleiding. Het thema ligt nog niet vast maar je leest er meer overin Dubbelpunt.Kijk voor het exacte cursusaanbod van je werkjaar op www.chiro.be/cursussenTochtenbivakTijdens dit zevendaags bivak staan het buitenleven en verschillende tochtvormen centraal. En je gaat natuurlijk zelfop tocht…ExpressieweekendOp het Expressieweekend mag je expressief uit de bol gaan. De begeleidingsploeg haalt alle creativiteit en fantasie uitje lichaam. Je staat soms versteld van jezelf. Naast je eigen zottigheid ontdek je ook hoe je tijdens de werkingexpressief aan de slag kunt.TechniekendagOnze Dienst Avontuurlijke Activiteiten (DAA) leert je welke technieken je in de natuur kunt gebruiken: vuurtjes maken,noodbivakkeren, sjorconstructies, tochttechnieken... Zowel beginners als ervaren trekkers krijgen een aanbod opmaat. De ideale voorbereiding voor het bivak!VB-dagAlle VB’s en proosten zijn uitgenodigd en diepen een specifiek thema uit. We voorzien kinderopvang!3. KadervormingIn de Chiro kun je je attest van Instructeur in het jeugdwerk behalen door mee te gaan op alle drie de KIC’s.Kaderinleidingscursus deel 1 (KIC 1)Hoe het kader werkt: TIL en SOM. Qué? Come and see op KIC. Gesprekstechnieken, groepsprocessen enbegeleidingsstijl, ook daarover hebben we het op KIC 1. Op het eerste gezicht zware kost, maar licht verteerbaar ineen groep met gewesters en verbonders uit alle hoeken van je regio. “Hoe werk ik een vormingsmoment uit in pureChirostijl?” is een vraag die op veel Chirolippen brandt. Op KIC 1 krijg je een antwoord. Bovendien leer je deChiromethodes kennen.Kaderinleidingscursus deel 2 (KIC 2)Op KIC 2 verdiepen we de inhoud van KIC 1. Want zoals je hierboven kan lezen is dat een heel pak om op éénweekend echt grondig te doen. Je zit in een leefgroep met of enkel gewesters of enkele verbonders of enkelnationalers. KIC 2 wordt niet in de regio georganiseerd maar ‘nationaal’. Lekker cultuurverschillen uitwisselen tussenAntwerpenaren, Limburgers, Brabanders, Oosterse en Westerse Vlamingen.Kaderinleidingscursus deel 3 (KIC 3)Je vraagt je wel eens af wat jouw sterke en minder sterke punten zijn en hoe je eraan kunt werken? Op KIC 3 hebbenwe het over het functioneren in een kaderploeg. Hoe neem jij je taak als gewest- of verbondsmedewerker op? Waargaat het moeilijk? Wat zijn de oorzaken? Hoe kun je eraan schaven? Vragen die na KIC 3 niet meer bestaan.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 73 van 78


Wie kan mee?Iedereen die actief is in een gewest, verbond of nationale commissie, redactie of werkgroep. Je volgt de weekends welin volgorde. KIC 3 kun je alleen volgen als je KIC 1 en KIC 2 achter de rug hebt, KIC 2 alleen als je KIC 1 al gedaanhebt.Vormingsweekend à la carte - InFormWe organiseren samen met KIC 2 een weekend vol workshops die op de één of andere manier iets met Chiro temaken hebben en die je kunt gebruiken in je eigen kaderploeg. Je stelt er zelf je eigen dagklapper samen. Je kuntvoor één of meerdere sessies inschrijven of je hele weekend volboeken.4. HoofdinstructeurcursusDé cursus der Chirocursussen – een bivak waar je ongetwijfeld geen spijt van krijgt. Je eigen rol alskadermedewerk(st)er wordt vijf dagen in de verf gezet. Met je leefgroep ervaar je een echt groepsproces. Je wordt jebewust van de manier waarop je in Chiro ‘leert’. Het blijft niet bij oppervlakkige inzichten, maar we geven diepgang aanje eigen leerproces en dat van andere kadermensen.Klinkt dit allemaal nogal ‘serieus’? We verwachten op deze cursus inderdaad heel wat boeiende gespreksmomenten.Je moet dus wel bereid zijn om je daarin te gooien. Maar er is genoeg tijd om af en toe uit te blazen en je uit te leven.En je gaat met een geheim naar huis…Wie mag mee?Kaderleden die de KIC’s gevolgd hebben of enkele jaren kaderervaring hebben. Als je maar 21 jaar bent of wordt!Attest van HoofdinstructeurDe hoofdinstructeurcursus moet je volgen als je het attest van Hoofdinstructeur in het Jeugdwerk wil behalen.5. AdministratiePrijzen Een vijfdaagse cursus kost € 80 (uitgezonderd Aspitrant: € 77). Een weekendcursus kost € 38,5 (uitgezonderd IK: € 35) De Techniekendag en de VB-dag kosten € 10.In elke prijs zitten de effectieve kosten (voeding, voorbereiding, teksten, materiaal..,.) en administratiekosten.De gemeenten zijn verplicht om (het volgen van) vormingsinitiatieven te ondersteunen via het jeugdwerkbeleidsplan.Op de cursus krijg je een bewijs van deelname voor de gemeente.WaardebonsDe groepen die aansluiten voor 15 oktober ontvangen waardebons: 1 waardebon van € 1 per leid(st)er, met eenminimum van 13 waardebons per groep.Daarmee kun je op elke meerdaagse cursus een korting krijgen op de cursusprijs: max. € 8 per leid(st)er op meerdaagse cursussen; max. € 5 per leid(st)er op een weekendcursus.ReiskostenVoor meerdaagse cursussen (die georganiseerd worden door het verbond of door Chirojeugd Vlaanderen) krijgen dedeelnemers een deel van hun reiskosten terugbetaald: wie met het openbaar vervoer komt, krijgt alles boven de € 5 euro terug; wie zelf met de auto komt, krijgt:o voor de eerste 200 km (100 km heen en 100 km terug) geen vergoeding;o vanaf 200 km 5 euro, vanaf 300 km 10 euro en vanaf 400 km 15 euro.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 74 van 78


AanwezigheidAan de deelnemers wordt gevraagd de cursus volledig mee te maken.AnnulerenHet is vervelend als deelnemers niet komen opdagen, vooral als er andere deelnemers op de wachtlijst staan. Mochtje toch niet kunnen komen, verwittig dan vooraf! Wie een geldige reden heeft (een attest van de dokter, werkgever ofschool) krijgt het overgeschreven bedrag teruggestort. Alleen de administratiekosten (€ 7,50) worden dan nog inrekening gebracht. Wie zonder geldige reden annuleert, betaalt 50% van het bedrag (maximaal € 25).Sociale promotie en vrijstelling van stempelcontroleElke werkende jongere kan aan de werkgever vakantie aanvragen om deel te nemen aan vormingsinitiatieven die doorhet Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap erkend werden als "cursussen voor sociale promotie". De werkgever isniet verplicht de sociale promotie toe te staan, maar als hij of zij meewerkt, krijg je voor de cursus 'extravakantiedagen', zij het zonder loon. Je krijgt in de plaats een (beperkte) vergoeding van de overheid.Bij de VDAB kun je vrijstelling van stempelcontrole krijgen om de cursussen mee te maken. Ook hiervoor zijnformulieren beschikbaar. De werkloosheidsvergoeding wordt gewoon doorbetaald.Meer info vind je in de organisatiebijbel!Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 75 van 78


KAARTJES MET GEWESTTAKENOp het kaartje staat steeds een gewesttaak en een opdracht. Je kan dit kaartje immers niet zomaar doorgeven, maarenkel volgens de opdracht.TaakBijhorend opdrachtjeJe bent meter van gewest KipGeef dit kaartje aan iemand met blauwe ogenJe bent peter van gewest ZopjeGeef dit kaartje aan iemand die rondstaptJe bent verantwoordelijke voor de speelclubGeef dit kaartje aan iemand die iets geel draagtJe bent verantwoordelijke voor de rakwiGeef dit kaartje aan iemand die iets groen draagtJe bent verantwoordelijke voor de titoGeef dit kaartje aan iemand met rode wangenJe bent verantwoordelijke voor de ketiGeef dit kaartje aan iemand die al eens een blauwtjegelopen heeftJe bent verantwoordelijke voor de aspi Geef dit kaartje aan iemand die ouder is als 20Je bent verantwoordelijke voor de groepsleidingGeef dit kaartje aan iemand die een leidingskoord bijheeftJe bent verantwoordelijke voor de VBGeef dit kaartje aan iemand die er volwassen uit zietJe coördineert de gewestdagGeef dit kaartje aan iemand die praatJe begeleidt IKGeef dit kaartje aan iemand door wiens benen jegekropen bentJe begeleidt IKGeef dit kaartje aan de knapste van de groep, volgens jouJe begeleidt de groepsleidingsavondGeef dit kaartje aan iemand die stilstaatJe begeleidt de groepsleidingsavondGeef dit kaartje aan iemand die nog moe isJe bent gewestleid(st)erGeef dit kaartje aan de enthousiastste deelnemerJe bent materiaalverantwoordelijkeGeef dit kaartje aan de sterksteJe leidt de zangstondeGeef dit kaartje aan de kleinsteJe begeleidt Chiro kakaoGeef dit kaartje aan de grootsteJe begeleidt de startdagGeef dit kaartje aan iemand op wiens rug je sprongJe begeleidt het krakmomentGeef dit kaartje aan iemand aan wiens vinger je trokJe draait op de gewestfuifGeef dit kaartje aan iemand rond wie je drie toertjes looptJe tapt op de gewestfuifGeef dit kaartje aan iemand voor wie je valtJe maakt promo voor de gewestavondGeef dit kaartje aan iemand van wie je net één kreegJe brengt de VB’s samenGeef dit kaartje aan iemand met een brilJe begeleidt eSBeeGeef dit kaartje aan iemand die net kaka deedJe vraagt subsidies aanGeef dit kaartje aan iemand die toertjes looptJe doet de aansluiting bij kipdorpGeef dit kaartje aan iemand die valtJe bent aanspreekpunt verzekeringenGeef dit kaartje aan iemand die onder iemands benenkruiptJe zorgt voor de ontspannende avondGeef dit kaartje aan iemand die aan een vinger trektJe bent zoals gewoonlijk (geestelijk) afwezig op de Geef dit kaartje aan iemand die op een rug springtvergaderingJe bent ziek, moe, depressief… Geef de pijp aan Maarten …en al je kaartjes aan de persoon die het dragen kan.……Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 76 van 78


VOORBEELDEN VAN UITGEWERKTEKWANTITATIEVE PLANNINGSMETHODESBijlage bij parameters voor een goede planning1. Avonden tellenStap 1: begroot de opdrachtenIn een eerste stap wordt gekeken (door de verbondsleiding) hoeveel tijd iedere opdracht kost uitgedrukt in aantalavonden, weekends en eventueel cursusdagen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen wie een bepaalde activiteitgewoon mee begeleidt of wie ze trekt als verantwoordelijke van de ploeg.VoorbeeldActiviteit Benodigde tijd Wie?Verbondsploeg10VL + 5 gewestVL + EvaluatieVL + 1 agendaploeg Iedereen(AP) + planningsweekendVerbondsleiding 10 NR + 10 AP … & …Peter/Meter Meerdaal 10 avonden + IK …Peter/Meter Demerdal 10 avondenPeter/Meter Demer en Dijle 10 avonden + 1 weekendPeter/Meter Suikerspin 10 avondenGewestVL’s trekken 5 extra avondenGewestVL’s inhoud 2 extra avondenuitwerkenGewestbezoeken6 avondenOVR begeleidenOVR trekken1 avond1 extra avondSB begeleidenSB trekken8 avonden + knutseldag + SB4 extra avondenAspitrant begeleidenAspitrant trekken8 avonden + knutseldag + Aspitrant3 extra avonden + 3 X AspitrantraadFinanciën5 avondenMateriaal3 avondenVerbondssite4 avondenKIC 1 en 3 begeleidenKIC 1 en 3 deelnemen5 avonden + 1 weekend1 weekendKIC 2 begeleidenKIC 2 deelnemen5 avonden + 1 weekend1 weekendRegio-overleg2 avondenNationale Planning 1 avond + 1 dagStartdag6 avonden + 1 weekendVerbondsactiviteiten……Stap 2: Plannen en opdrachten verdelenTijdens het plannen worden namen achter de opdrachten gezet (kolom “wie?”) en kan iedereen voor zichzelfbijhouden waarvoor hij zich engageert.Stap 3: Evaluatie, inschatten van de haalbaarheid en corrigerenOp ’t eind van de planning telt ieder individueel de avonden, dagen, weekends… op waarvoor hij/zij zich engageerde.Dan wordt er en rondje gedaan en kan iedereen toelichten of het haalbaar lijkt. Wanneer mensen toch beginnen tetwijfelen of resoluut aangeven dat ze te ambitieus geweest zijn wordt in de eerste plaats gekeken naar verschuivingen.In het slechtste geval, wanneer ook niemand anders nog kan bijspringen, moet er iets geschrapt of anders aangepaktworden.Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 77 van 78


2. ThermometermethodiekStap 1: Begroot de opdrachtenIn een eerste stap wordt gekeken (door de verbondsleiding) hoeveel tijd iedere opdracht kost uitgedrukt in aantalavonden, weekends en eventueel cursusdagen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen wie een bepaalde activiteitgewoon mee begeleidt of wie ze trekt als verantwoordelijke van de ploeg. Bovendien wordt daarbij rekening gehoudenmet de momenten in het jaar waarin de opdrachten plaatsvinden. Ze worden opgedeeld in maanden. Bijvoorbeeld:VL’s volgen zijn 2 avondvergaderingen iedere maand van september t.e.m. juni.SeptemberStap 2: Uitdelen van de thermometersIedere verbonder krijgt een blad met twaalf afbeelding van koortsthermometers. Er staat een aanduiding opvanaf ongeveer 32 graden tot ongeveer 40 graden, waarbij iedere graad telkens nog eens isonderverdeeld in kwartjes. Zo zijn er ongeveer 32 verschillende vakjes (min of meer het aantal40dagen/avonden die er zijn in een maand).Stap 3: Rondje persoonlijk levenIedereen vertelt één voor één aan de rest van de ploeg welke andere dingen nog belangrijk zijn inzijn of haar leven en wanneer bepaalde van die dingen voor gaan op de Chiro of extra tijd vragen. Zovertelt Jurgen bijvoorbeeld dat hij verwacht dat hij in de maanden van februari tot eind april extra veeltijd zal steken in zijn thesis en behalve de dagen begroot hij daarvoor ook 4 avonden in de week. Datmaakt een avond of 16 per maand of 4 volle graden. Met een geel potloodje tekent hij in diemaanden alvast van 32 t.e.m. 36. Kris geeft dan weer aan dat hij structureel een avond per weekoverwerkt en hij duidt iedere maand alvast een graad aan. Bovendien wil Kris iedere woensdag gaanvolleyballen en daarom duidt hij opnieuw 4 avonden per maand of dus een volle graad aan. Behalve detijd tussendoor gaan Kris en zijn lief iedere maand een volledig weekend ertussenuit. Hij wil de ploegduidelijk maken dat dat belangrijk is voor hen en dat hij dat niet wil opgeven voor de Chiro. Daarvoorduidt hij nog eens een volledige graad aan. (Kris zit intussen aan 35 graden).Stap 4: TaakverdelingNu gebeurt de taakverdeling volgens het vooraf begrote schema. Wanneer je een taak opneemt vulje je thermometer in het groen verder aan. Iedereen begint bij de VL’s: 2 avonden per maand dus 34iedere maand een halve graad. In juni komt er een planningsweekend bij dus dat zijn nog eens drieblokjes extra. Taak per taak wordt verdeeld en het is uiteraard de bedoeling dat mensen niet te snelkoorts hebben. Wie geen koorts heeft zal niet het gevoel hebben dat al zijn vrijetijd naar de Chiro33gaat, zal nog een tussendoortje kunnen opnemen en zal tijd kunnen maken voor andere uitstapjesmet vrienden of andere hobby’s.Let op: wie bijvoorbeeld een SB trekt zal waarschijnlijk koorts hebben in de maand van en voor deSB. Koorts is geen ramp, het is een indicatie dat die maand de Chiro zal doorwegen en dat je ervoor 32zal moeten gaan. Om het haalbaar te houden vermijd je echter al teveel koortsmaanden in een jaar of kortna elkaar.Stap 5: Wie is er zwaar ziek?Niet alleen kan je al plannend merken dat een bepaald engagement er niet meer bijkan omdat je je thermometersinkleurt tijdens het plannen. Op het einde wordt ieders thermometerreeks nog eens overlopen. Hoeveel maanden hebje koorts? Hoe hoog is de koorts? Zie je het zitten of niet? Sommige mensen zullen het ook niet altijd erg vinden omeen kleine gemiddelde koorts te hebben. Zij kiezen er dan bewust voor om van de verbondswerking hun prioritairevrijetijdsbesteding te maken en er veel tijd in te steken. Gelukkig maar, want de Chiro draait op deze plezant zottevrijwilligers. Wie dat niet doet is echter niet meer of minder waard, zeker niet wanneer op voorhand verwachtingen enverzuchtingen rond tijdsinvestering zijn doorgepraat.3938373635Chirojeugd-Vlaanderen vzw Begeleidingsbundel KIC 3 – nationalen – versie 2009-2010 p. 78 van 78

More magazines by this user
Similar magazines