Zoogdierwinkel

zoogdierwinkel.nl

Zoogdierwinkel

ISSN 0925-1006Zoogdier is een populair*wetenschappelijkkwartaalblad van deVereniging voor Zoogdierkundeen Zoogdierbescherming in deBenelux.Adres:VZZ, Oude Kraan 8,681 I LJ Arnhem.Telefoon: 026-3705318E-mail:redactie.zoogdier@vzz.nlInternet: www.vzz.nlZOOGDIER jaargang 14 (3)september 2003InhoudOmslagDe wroetende molFoto: Oick KleesLosse nummersLosse nummers kosten € 5.77, inclusiefporto. Bestellen via boven"staand adres, met vermelding vanjaargang en nummer.lidmaatschap VZZlidmaatschap met alleen Zoogdier€ 15 per jaar.lidmaatschap met tiîdschriftenLutra en Zoogdier € 25 per jaar.Overmaken op postbank 203737of voor België op rekening 000-1486269-35, onder vermeldingvan het gewenste lidmaatschap.Meer informatie over de VZZvindt u op internet: www.vzz.nlOpzeggenUitsluitend schriftelijk, vóórI december;. aan de VZZ(zie bovenstaand adres)SluitingsdatumNummer 4: I oktober 2003RedactieMarius den Boer (hoofddredactie),WimBongers, Maurice LaHaye. Alke Pil/ot, Meta RijkStBob Vandendriessche,SvenVerkemVormgevingWalter LentjesMedewerkersReinÎer Akkermans,Dirk Cri el. Dick Klees,Rollin VerlindeLayoutDkk Bekker, DetailDrukHPC, ArnhemMollenEen halve eeuw wroetenHaeckBevers in BelgiëJom Van DenMeet'vleermuizen in Wallonië: 001< in de zomer?Bob VandendriesscheHoeveel hazen zitten er op een hectat'e?BuysInterview met Bob VandendriesscheMeto RUksRubriekenWaarnemingenBinding tussen moedel- en jong bij dwel'gvleel-mulzenEerste waarneming zadelrob inKannibalisme bij wildeDas en bronstHet gedrag van hondsdolle vleermuizenBoel


ZOOGDmR 2003 14 (3)4populatie uit zuidwest-Jutland in september/oktober1975 de volgende leeftijdsverdeling(uit: G&S):Leeftijd Lodal & Grue Godfrey & Crowcroft0-1 70 671-2 20 222-3 11 73-4 4 34-5 1 15-6 3 0Totaal 109 100Foto 1; Dwarsdoorsnede van de snijtand van een mol.De groeirîngen geven aan, dat de mol in zijn vijfdelevensjaar was. Foto: Martyn L. Gormanmogelijk door de grote variatie in slijtagedoor verschillen in bodem en voedsel.Hoewel de Tsjech Grülich (1967) beweertzes leeftijdsklassen te kunnen onderscheiden,houden andere onderzoekershet op drie Gongen, 1 à 2 jaar, 3 jaar enouder met een maximum van 5; KM,G&S). Lodal & Grue kwamen tot eenmaximum van 7 jaar en vonden in eenDeze verdeling stemt wonderbaarlijkovereen met de theoretische verdelingvoor een stabiele populatie vermeld inG&C, die uitgaat van vier jongen plustwee ouders en een jaarlijkse sterfte van2/3. Het hoge aantal jongen in het monsteruit Jutland zou dus betekenen datdeze populatie in het voorafgaande voorjaarniet 'verzadigd' was. Overigens voldeedde gebitsslijtage-methode voldoendevoor het bepalen van de leeftijd vanmollen die in de loop van het jaar omkomendoor het verkeer of door predatorenals buizerd, bosuil, hond en kat.Dat er veel slachtoffers in het verkeer vallenin juni en juli, de periode dat de jongeneen eigen territorium zoeken, laat defiguur zien, die G&S uit mijn proefschriftovernamen. De figuur is het resultaat vaneen oproep in ( onder andere) het radioprogramma'Weer of geen weer' om opde weg of elders dood gevonden luollenop te sturen: een top tussen half juni enhalf juli, gevonnd door uit het territoriumvan de moeder verdreven jongen(figuur 1).50Figuur 1: Aantallen verkeersslachtoffers onder mollenin Nederland gedurende het seizoen (naar: Haeck,1969).aT20~1 U -o l .... _L .. dl 1 .... 1J F MAM J J A s o N o


ZOOGDIER 2003 14 (3)5Dat de jongen verdreven worden door demoeder en al vechtend hun eigen plaatsmoeten veroveren werd ook aannemelijkgemaakt door (niet gepubliceerde) waarnemingenvan de Pool Skoczen: bij mijnbezoek aan Krakow toonde hij mij de lit~tekens van gevechten: aan de binnenkantvan geprepareerde huidjes van jonge die~ren in de zomer waren duidelijk de af~drukken van het gebit te zien, snijtandenen kiezen keurig op een rij.PlaatsbepalingDe tweede nieuwe techniek is telemetrie.Voor de bepaling van de territoriumgrootteen de ondergrondse activiteitenvan de mol volgde Godfrey (1955) meteen Geigerteller dieren, die met eenradioactieve ring gemerkt waren. Dezeluethode werd ook door mij toegepast.G&S konden gebruik nlaken van eenmodernere methode: kleine zendertjes(minder dan 1,5 grmu wegend) geplaktaan de staart, geven een aantal malen perseconde een radiosignaal tot de batterijenna een paar weken op zijn. Als je debeschrijving van de experimenten vanG&S leest, zie je dat deze methode zonderlueer superieur is: een groot voordeelis, dat elke zender een eigen frequentieheeft, waardoor verschillende mollen tegelijkin hetzelfde terrein gevolgd kunnenworden. Bovendien kan het radiosignaalvan veel grotere afstmld worden opgevangendan het radioactieve signaal enworden gelokaliseerd tot op 1/4 m, waar~door bijvoorbeeld bij het begin van eenwaarneming minder tijd verloren gaat enhet gevolgde dier ook beter onder controleblijft.VangenVoor beide luethoden moeten de dierennatuurlijk eerst 1evend gevangen. De pionierGilian Godfrey (1955) ving haar(wroetende) mollen met een schop inondiepe gangen. Daarvoor moet je voldoendeondiepe gangen (mollenritten) inje terrein hebben, maar ook veel geduld(en geluk). Voor het vangen en terugvangenvan (zo mogelijk) alle dieren van eenbepaald terrein is echter een levend-valnoodzakelijk. Die kwam ik in 1960 op 'tspoor in het noorden van Friesland: vlakbijDokkum gebruikte een oude boer nogeen 'pOlupval' (foto 2), een houten kokernlet een palletje in het luidden en valdeurtjesaan de uiteinden. Met stukjesblik werd de val nog in vorm gehouden(zoals je in de goede oude tijd bij kIOlUpenzag). Iets later kwam ik deze vallen(maar dan gaaf) ook in Gaaster-Foto 2: Dr K. Mellanby met lpompval' (Iet op de outfit,die in de jaren zestig voor ecologen gebruikelijk was!)(Mellanby, 1971).land en een firma in Leeuwarden kon mijhonderd pompvallen leveren. In zowelhet boek van Mellanby als van Gorman& Stone staat een tekening van deze'Dutch or Friesian tunneltrap' (figuur 2).Het. plaatsen van de vallen in een rechtstuk gang is een secuur en tijdrovendwerk en daarna moeten ze om de vieruur worden geïnspecteerd.A-- ---~---Figuur 2: Pompval (MellanbYl 1971).


ZOOGDIER 2003 14 (3)Figuur 3: Ruimtelijke verdeling van territoria van'gezenderde' mannetjes~ en wijfjesmollen in een bepaaldgebied (Gorman & Stone, 1990).Onondoorbroken lijnen zijn de territoria van de mannetjesen de gestippelde die van de vrouwtjes.Figuur 4: De vangsten van 15 mannetjes en 12 vrouwtjesin een weiland. Elk individu wordt aangegevenmet een eigen symbooltje. Voor de duidelijkheid zijnde symbooltjes van één individu door een lijn omgeven,die dus niet het territorium aangeeft. Daarnaastwerden nog 16 mollen éénmaal gevangen, vooral aande rand van het gebied. Een kleine punt duidt op eenval, waarin niets werd gevangen (Haeek, 1969).TerritoriumgedragDe resultaten van de verschillende lTIethoden(vangen en terugvangen, volgenvan radioactief geringde mollen en telemetrie)stemmen goed overeen: buitende paartijd bezitten mannetjes en vrouwtjeseen eigen deel van het gangenstelsel;in de paartijd doorkruisen de mannetjeseen veel groter gebied. De omvang vanhet territorium verschilt echter per terrein,samenhangend met de hoeveelheidbodemfauna. G&S geven een plaatje vande territoria van acht mannetjes en zevenvrouwtjes in een bepaald terrein, dieslechts weinig overlap vertonen (figuur 3).Hetzelfde beeld als ik kreeg met vangenen terugvangen; overlap blijkt uit het vangenvan meerdere mollen in één val (figuur4). Zowel G&S als ik constateerdendat een, door de dood van de eigenaar,vrijgekomen deel van het gangenstelseldoor buren binnen een dag werd bezochten verdeeld. Ellenbroek (2003) beschrijfthetzelfde voor spitsmuizen. Buren houden6/////'"


ZOOGDIER 2003 14 (3)7elkaar dus in de gaten en G&S kondendoor een aantal experimenten aannemelijkmaken hoe dat in z'n werk gaat.In een eerste experiment lieten G&Szien hoe een mol geurmerken (in urine)aanbrengt in het gangenstelsel: van eenmol, die van een zender was voorzien,werd eerst de range bepaald; daarna werdhet dier teruggevangen en ingespotenmet een kleine hoeveelheid P32, eenradioactief isotoop, dat via de urine geleidelijkweer wordt uitgescheiden. Dealdus behandelde mol werd weer in z'ngangenstelsel losgelaten en na 48 uurgevangen en gedood. Daarna werd (eendeel van) het gangenstelsel zorgvuldigblootgelegd en gecontroleerd op uitgescheidenradioactief materiaal (figuur 5):het is duidelijk dat urine door het gehelegangenstelsel werd gedeponeerd, maarspeciaal op 'vertakkingsplaatsen~. In eentweede experiment lieten G&S zien datmollen reageren op de geursignalen:pOlnpvallen, die 'besmet' zijn door deeerdere aanwezigheid van een mol, haddeneen kleinere vangkans dan 'schone'vallen (respectievelijk 11 en 28 vangsten).In een derde experiment konden G&Saantonen dat mollen met een zenderworden afgeschrikt door propjes wattenmet secreet van de 'preputial' klier (eensecreet dat normaal in de urine terechtkomt).ActiviteitHet ligt voor de hand dat het bezit vaneen eigen gangenstelsel voor een moleen zekere garantie geeft op een regelmatigehoeveelheid voedsel. G&S gevenuitgebreide informatie over de verdelingvan activiteits- en rustperioden van dedoor hen onderzochte Schotse mollen,waarbij opvalt dat deze perioden bij G&Sveel meer gesynchronÎseerd zijn dan bijde door Godfrey en mij gevolgde, radioactief-geringdedieren. Volgens G&Skomt dit verschil doordat zij een groepbuurmollen volgden, terwijl dat bijGodfrey en mij niet het geval was. Overhet percentage rust zijn we het echter wèleens: dat ligt bij ongeveer vijftig procentvan de tijd, ruwweg vier uur op en vieruur af. Voor de verschillende 'bezigheden'tijdens een actîviteitsperiode gevenG&S geen gegevens over hun eigenSchotse lnollen, nlaar zij laten een figuurzien, die gebaseerd is op mijn gegevensover radioactief-geringde dieren (figuur6). Hierbij combineerden G&S mijn categorie'lopen' en 'scharrelen' (oftewelverplaatsingen over grotere of kleine afstand)tot 'verplaatsen'. Hieruit blijkt dat2.5mFiguur 5: Blootgelegd gangenstelsel van een mol. Decirkels geven aan waar de mol geurmerken met urinehad aangebracht (Gorman & Stone, 1990).bij een eenlnaal gevormd gangenstelselin permanent weiland met een behoorlijkehoeveelheid bodemfauna, lnaar heelweinig wordt gegraven (in akkers ofschraal grasland liggen de zaken anders).Alleen bij overstroming of als doordroogte of vorst de grond rond de gangenhard wordt en de regenwormen, het stapelvoedsel,zich inkapselen of terugtrekkenin diepere lagen, moeten de mollennieuwe gangen maken of oude uitdiepen.Wat de mol ondergronds precies uitspooktis vaak moeilijk te zeggen. Somsscharrelt hij wat heen en weer, of zit eentijd stil zonder dat je kunt zeggen of hijvoedsel vindt.• L


LUUbDI.r.K LUU5 l"t l j)G&S geven berekeningen over de energiekostenvan het graven van diepe gangen,van het maken van ritten en vanlopen. Hieruit blijkt dat een mol heeleconomisch met z'n energie omgaat: zomin lnogelijk graven, en wanneer hetdan toch moet, de molshopen op optimaleafstand deponeren. Dat komt goedovereen met mijn eIVarÎngen in deNoordoostpolder: de mollen kiezen deweg van de minste weerstand en bevolkten,bij de geleidelijke kolonisatie vanweilanden in de polder, eerst de slootranden,waar de grond losser is, daarnade smalle stroken onder de perceelscheidingenen daarna het overige terrein,waar de bodem vaster is. Ook zie je vaakhoe, langs een fietspad of zo, een moleen tientallen lneters lange rit heeftgemaakt: kennelijk een lnanier omnieuw terrein te bereiken.VoedselIs er eenmaal een gangenstelsel gevormddan zal een mol daar de dagelijks benodigdehoeveelheid voedsel, zo'n 50 à 60gram, moeten vinden. Maar het valt nietmee aan te tonen dat er voldoende voedselin zo'n gangenstelsel terecht komt.G&S geven tenminste geen recenteregegevens dan mijn pogingen: in ingegravenblikjes in de bodem van de gangkomen allerlei slakken, duizendpoten,emelten en andere insectenlarven terechten ook wel regenwormen. Maar in hetlaboratorium zag ik hoe wornlen zichvaak terugtrokken bij de rand van hetblikje. Deze methode laat dus alleen ziendat er prooidieren van de mol de gang inkruipen. Een tweede poging was hetregelmatig inspecteren van lnollenrittenwaarvan het 'grasdak' was vervangendoor plankjes.Bij twaalf inspecties per etInaal van totaalzeventig lneter gang, werden in vier etmalen115 wormen gevangen (met eentop in de nachtelijke uren). Dat lijkt aardigwat, maar dit zou voor een mol die1200 l11eter gang per dag afloopt, tochslechts tien granl voedsel opleveren.Maar het bleek ook dat wormen tusseninspecties kunnen komen en verdwijnen.Het duurde gemiddeld 20 à 30 minutenvoordat wormen van de lneest algemenesoort, Lumbricus rubellus, die geplaatstwaren in een kunstmatige mollengang,waren ingegraven. Voor de zeldzanlerlnaar veel grotere soort Lumbricus ten'esfrisduurde het genliddeld 54 minuten.Met een beetje redeneren komen wemisschien toch wel op uit op 50 gram.VervolgMisschien is naar het voedsel na 1990ook nog wel onderzoek gedaan. Anderskan een lezer van dit stukje nog eens z'nbest doen. Datzelfde geldt trouwens ookvoor het onderzoek met 'gezenderde'lTIollen: over het gedrag tijdens de paartijd,in het nest en tijdens de dispersievan de jongen, is nog veel niet bekend.Ook moet een 'humane' methode ommollen te bestrijden nog ontdekt worden!LiteratuurEllenbroek, E, 2003. Muizen die geen muizenzijn. Zoogdier 14(2): 7-10.Godfrey, G .K., 1955. A field study of the activityof the mole (Talpa europaea L.). &0-logy, 38: 678-685.Godfrey, G.K. & P. Crowcroft., 1960. The lifeof the mole (Ta/pa europaea Linnaeus).Museum press, London.Gorman, M.L. & R.D. Stone, 1990. TheN atural History of Moles. ChristopherHelm, London.Grülich, 1., 1967. ZUl' Methodik derAlterbestimmung des Maulwurfs. Talpaeuropaea L., in der Periode seiner selbständigenLebensweise. ZooL Listy, 16: 41-59.Haeck, J. 1969. Colonisation of the mole(Ta/pa europaea L.) in the IJsselmeerpolders.Neth. J. Zool., 19 (2): 145-248.Lodal, J. & H. Orue, 1985. Age determinationand age distribution in populations ofmoles (Talpa europaea) in Denmark. ActaZool. Fennica, 173: 279-281.Mellanby, K., 1971. The Mole. Collins, London.~aap H~yCk.Sçho1+el$berg$ingel6881·NR :Ve~p.8


ZOOGDIER 2003 14 (3) 9IDe laatste jaren zijn de bevers (Castor fiber) in België sterk inaantal toegenomen. Dit artikel gaat dieper in op geschiedenis,verspreiding, huidige aantalsontwikkelngen en andere wetenswaardigheden.De Europese bever verdween uit onzecontreien in 1848, wat Vlaanderenbetreft, en in 1890~ wat Wallonië betreft.Oorzaak was de overbejaging voor zijnvlees en pels. Niettenlin is in zijn oorspronkelijkverspreidingsgebied eenbelangrijk deel van zijn biotoop bewaardgebleven.Op 11 juli 1990 werd weer de eerste beverin België waargenomen in de Roer, inOost-België. Dit dier was afkOInstig vande Duitse Eifel waar, tussen 1981 en 1989,een herintroductieproject liep, waarbijtwaalf bevers van Poolse en Russischeafkonlst werden uitgezet. In 1997 vestigdezich één familie in de buurt van deHoge Venen in Sourbrodt.In 1998 begon een herintroductîeproject,waarbij ruim honderd bevers in verschillende,optimale Waalse rivieren en bekenwerden uitgezet. Deze gebieden werdenna een onderzoek geselecteerd. De introductiesgebeurden voornalnelijk in deOurthe (Houffalize en Durbuy), alsookin de Houille, Viroin en de Semois en inWaals-Brabant in de Laan (kaart), Ditproject was een initiatief van de Waalselnilieuorganisatie Rangers en liep tot2000.Al de bevers Wal 'en afkomstig uitDuitsland; de eerste vier bevers van deElbepopulatie, de andere 97 bevers warengevangen in Beieren, waar de populatiereeds uitgegroeid is tot bijna zesduizendbevers! Aangezien de lneeste optinla1ebiotopen daar reeds bezet zijn,gebeurt het regelmatig dat bevers inongunstigere gebieden, zoals landbouwzones,opduiken. Wanneer de eventueleconflicten niet opgelost kunnen wordenfilet grondluil, cOlnpensaties voor schade,of technische maatregelen (zoals hetaanbrengen van drainagepijpen in beverdatnmen,bomen omrasteren of dezebehandelen met een beverafwerend lniddel),worden deze dieren weggevangenen verplaatst naar andere landen voorherintroductieprojecten. De laatste jarenwerden deze dieren onder andere uitge-


ZOOGnmR 2003 i 4 (3)10voerd naar Kroatië, Roemenië, Hongarijeen recent ook naar Spanje en Vlaanderen(zie verder in dit artikel). De populatiein Beieren bestaat uit bevers, dieafkomstig zijn uit Zweden, Polen, Ruslanden Frankrijk, terwijl de Elbebeversnog van de zuivere restpopulatie zijn.Regelmatig wordt er beweerd dat er inBelgië bevers van de verkeerde ondersoortzijn uitgezet. Door de achteruitgangvan de beverpopulatie ontstondenin de twintigste eeuw van elkaar geïsoleerderestpopulaties, die men als ondersoortenis gaan beschouwen. Het betrefto.a. de Rhónebever (Castor fiber galliae),de Elbebever (Castor fiber a/bieus), Voronezhbever(Castor fiber osteuropeus), etc.Terwijl bijvoorbeeld deze laatste twee'ondersoorten' in een recent verledennog met elkaar in verbinding stonden. Eris echter geen wetenschappelijke consensusover de juiste status van deze 'ondersoorten'.Bij Nederlandse herintroductieprojectenzijn in het verleden alleen Elbebeversgebruikt. Bij de uitzetting in de DuitseEifel werden Poolse bevers gebruikt (dieoorspronkelijk weer van Russische afkomstzijn) en daarvan zijn er dieren totin Nederland en België getrokken. Opdeze manier zijn genetische vennengingenreeds onvermijdbaar.In tegenstelling tot in Nederland bouwen de bevers inWallonië regelmatig dammen.Foto: Jom Van Den BogaertHuidige toestandIn Wallonië leven bevers voornamelijk inbergriviertjes en hun zijbeken. De snelstromendehoofdrivieren worden voornamelijkgebruikt voor migratie, terwijlde bevers zich overwegend vestigen in derustigere zijriviertjes omgeven door bossenof wilgenstruwelen. Verder vestigenze zich ook regelmatig in stilstaandewateren, zoals vijvers en grotere waterpartijendie met deze rivieren in verbindingstaan.Ze bouwen regelmatig takkenburchten(hutten), die soms enonne afmetingenkunnen aannemen. Er zijn in Walloniëvoorbeelden bekend van burchten totzeven meter lang en drie-en-een-halvemeter hoog! De burchten worden meestalop de oever gebouwd, bij rivieren metzachte hellingen of bij vijvers. In Vlaanderenwordt meestal gebruik gemaaktvan oeverholen, die ze oprichten in steile,lelnige oevers. In enkele vijvers werdenal kleine burchten gebouwd.In tegenstelling tot in Nederland bouwende bevers in Wallonië regelmatig dammen.In Vlaanderen moeten we dit voorlopignog niet verwachten. Wanneer depopulatie op termijn groeit, zal de bouwvan dammen in hooguit enkele ondiepe~re zijbeken of leigrachten te verwachtenzijn.In veel Waalse riviertjes is de waterstandte laag, zodat de bevers deze verhogendoor het opwerpen van dammen. Er zijnenkele Waalse dammen van dertig meterbekend, en zelfs één daln van honderd


ZOOGDmR 2003 14 (3)meter lang en twee meter breed opslechts enkele honderden meters van deBelgisch-Duitse grens! Hierdoor ontstaater een typische plantengroei lnet zeldzalnesoorten. Door de opstuwing ontstaankleine stilstaande bevermeertjes, die ophun beurt weer paaiplaatsen vormenvoor amfibieën en vissen. De bomen dieonder water konlen te staan sterven af envormen een geschikt biotoop voor insectenen spechten. In de onmiddellijkeomgeving van enkele Waalse beverdamnlenzien we regelmatig soorten, zoalsijsvogel, grote gele kwikstaart, waterspreeuw,zwarte ooievaar en rivierdonderpad.Ook vele zoogdieren, zoals everzwijn,ree en edelhert, vinden er hunzoel- en foerageerplaatsen. Kortonl,bevers leveren een enorme, onmisbarebijdrage aan het natuurbehoud in België!De jaren, volgend op dit herintroductieproject,doken her en der in Wallonië enomliggende gebieden bevers op. Het gaathier zowel om de uitgezette dieren, alsom hun nakomelingen. Enkele opmerkelijkeverplaatsingen worden hier besproken(nummers verwijzen naar de kaart) :Begin 2000 dook een bever op in Luxemburg(1) op ongeveer 35 kilometer van dedichtstbijzijnde introductieplaats (Wibrin).Het dier kwam hier terecht via de Ourtheen de Clerve.Begin 2002 werden verse vraatsporenvastgesteld aan het Stuwmeer van Eupen(2), deze bevers zijn afkomstig uit deEifelpopulatie.Sinds novenlber 2002 werden beversporengevonden langs de Belwijn (3), eenriviertje in de Voerstreek. Spectaculair is,dat deze bever het gekanaliseerde Maastrajectvan Luik tot Lixhe heeft overbrugden hoogstwaarschijnlijk de vistrapaan de stuwdam van Lixhe gepasseerd is.De dichtstbijzijnde herintroductie gebeurdein Durbuy, een afstand van ruim78 kilometer van de Voerstreek!Begin 2003 werden ook beversporengevonden te Ligneuville (4) langs deAmblève. Dit dier is waarschijnlijk afkomstigvan nakomelingen van beversdie in Hotton (Durbuy) zijn uitgezet, eenafstand van een kleine kilometer.Leuk is, dat deze bever de watervallenvan Coo omzeîld heeft.Tenslotte werd half juni 2003 een bevergeschoten te Lubbeek (5), een afstandvan ruim dertig kilometer van Oud­Heverlee, de dichtstbijzijnde uitzetlocatie.Dit dier doorkruiste het centrunl vanLeuven.Sinds de introductie werd een aantaldode bevers gevonden, waarvan er achtzijn omgekomen in het verkeer (enkelekort na de herintroductie in Waals-Brabant).Eén bever werd doodgebeten dooreen hond, en enkele dieren verdronkenin een put, waar ze niet meer uit geraakten.Ook werd een bever dood gevondenin prîkkeldraad dat door een riviertjeHuidige verspreiding van de bever in België. Grijzevlekken geven de introductieplaatsen aan. Cijfers verwijzennaar de tekst .11è "--~ ..., f) .L...•}• • '.4 \'... j"Y• ' • ' .!!(, ~, ,, ... .r '.\ .(. !F..r--!


ZOOGDIER 2003 14 (3)12liep. Sporadisch worden er ook dode dierengevonden in het water, waarvan dedoodsoorzaak niet meer te achterhalenis. Omstreeks half juni 2003 werd eenbever doodgeschoten in een rustige vijvermet veeloeverhout in Lubbeek inBrabant. Dit is waarschijnlijk één van debevers, waarvan tot langs de Demer sporenwerden gevonden. Enkele kilometersverder mondt de Winge hier trouwensuit in de Demer. Deze bever heeft dus devolledige Winge stroomopwaarts gevolgden is uiteindelijk in de vijvers terechtgekomen.De jager verkeerde in de meningdat het om een beverrat ging.Bevers in Vlaams-BrabantDe eerste beverwaameming in Vlaanderendateert van 1 april 2000. Het betrofeen zichtwaarneming in de Dijle teHeverlee. Dit dier was afkomstig vantwaalf bevers die begin 2000 waren uitgezetin de rivieren de Argentine en deLaan te Waals-Brabant. Dit dier is dusgaan zwerven. Het was tot voor kort denoordelijkste waarneming in de provincieBrabant. De periode nadien waren ersteeds meer zichtwaarnelningen of vondstenvan knaagsporen in de vallei van deLaan en de Dijie, waar zich uiteindelijkenkele bevers vestigden. Volgens inventarisatiesin 2002 zou het hier gaan omdrie tot vijf bevers. Om de situatie te vol-Steeds meer zichtwaarnemingen of vondsten vanknaagsporen. Foto: Jorn Van Den Bogaertgen werd door Afdeling Natuur van hetMinisterie van de Vlaamse Gemeenschapopdracht gegeven aan PreekNiewold van Alterra voor een 'Haalbaarheidsonderzoeknaar de herkolonisatievan de bever in het bekken vanSchelde en Dijie' . De conclusie van ditonderzoek was, dat er binnen het onderzoeksgebiedvoldoende leefgebiedenaanwezig zijn voor een levensvatbare,samenhangende populatie van minstensveertig beverfamilies. Dit komt neer opongeveer honderdzestig dieren. Aangeziende kansen op natuurlijke herkolonisatieklein zijn, werd de uitvoering vaneen herintroductie aanbevolen.In het voorjaar 2003 ontstond er commotiebinnen de Vlaamse natuursector. Erbleken bevers uitgezet te zijn door eenaantal onbekende beverliefhebbers. Ikciteer hier enkele paragrafen uit een anoniemee-mail die ik zelf ontvangen hebnaar aanleiding van deze herintroductie:"Het risico dat de 'populatie' zou uitstervenleek ons reëel. Het was dus vijfvoor twaalfen bijkomende maatregelen onder de vormvan een aantal bijzettingen drongen zich opkorte termijn op. Aangezien de natuurbehoudsectorin Vlaanderen herintroductiesen restockings nog steeds niet als een volwaardignatuurbeschermings- en ontwikkelingsinstrumentbeschouwen (er wordt zelfsniet over gediscussieerd), hebben wij geoordeelddat enkel een private actie de aanwezigebevers kon redden en zo het natuurbehoudeen nieuwe impuls kon geven."


ZOOGDIER 2003 14 (3)"Ten einde de bestaande populatie op kortetermijn overlevingskansen te bieden werdener in de loop van 10 april 2003 twintig dierenverspreid over het Vlaamse deel van deLaan en de Dijle ten zuiden van Leuvenuitgezet. De exacte uitzetlocaties werdengekozen na een grondige terrein eva lu a tie.Zwangere vrouwtjes of families werden ineen artificiële kunstburcht uitgezet omstress tot een minimum te beperken en ommigratie kort na de uitzetting te beperken.""De dieren zijn niet gezenderd om extrastress te voorkomen en het uitvalpercentagezo klein mogelijk te maken."Dankzij dit particulier initiatief, dat blijk~baar grondig voorbereid werd, is de kanserg groot dat de Vlaamse beverpopulatieeen vaste voet aan de grond krijgt en dater op korte tijd reproductie zal plaatsvinden.Anderzijds valt het te betreuren datdeze actie door privé-personen georganiseerdwerd en bijgevolg niet officieel ver~lopen is.Tijdens recente inventarisaties in apri1/~mei 2003 werden verse sporen vastge~steld tot in het centruln van Leuven! Bijcontrole na Leuven werden sporen aangetroffentot in Rotselaar, waar de Demerin de Dijle uitmondt. Minstens één migrerendebever heeft dus Leuven doorkruisten is op zoek gegaan naar een andergeschikt gebied. Deze waarnelningheeft bewezen dat, zeker stro Olnafwaarts,Leuven geen migratieknelpuntvormt. Bij de recente inventarisaties inde Dijle en de Laan werden over hetgehele traject ook veel geurmerken waargenomen,alsook enkele bevers.Bevers in LimburgIn februari 2003 werden er knaagsporengevonden langs de Berwijn, een riviertjein de Voerstreek. Dit dier zou reeds sindseind november 2002 aanwezig zijn enkomt hoogstwaarschijnlijk van de Waalsepopulatie. Er bevinden zich namelijk albevers net ten zuiden van Luik en in2000 werd er al een dood exemplaargevonden in Hermalle-sous-Argenteau(tussen Luik en Visé) (zie Kurstjens &lansen, 2002). Tijdens inventarisaties opde Berwijn werden sporen vastgesteld totin het Waalse Berneau en Dalhem.Verder is recent de aanwezigheid vanminstens één bever vastgesteld langs deMaas te Lanaye, en werd er op 15 juni2003 een dode onvolwassen bever aangetroffenin het natuurgebied de EijsderBeemden (te Eijsden, NL). Mogelijk gaathet hier om hetzelfde exemplaar.De laatste tijd zijn er dus al enkelebevers, via Wallonië, aan het binnenstromen.Sinds 2000 is er al een bever aanwezigin een voormalig grindgat bijPanheel (NL, Limburg), dit is slechts opeen drietal kilometer gelegen van degrens lnet het Vlaatnse Kinrooi (Kessenisch).In Panheel werd in 1996 en 1997Bevers bouwen regelmatig takkenburchten (hutten),die soms enorme afmetingen kunnen aannemen.Foto: Jom Van Den Bogaert13


ZOOGDIER 2003 14 (3)ook telkens één verkeersslachtoffer gevonden.Medio oktober 2003 zal er in hetkader van het project 'Toekon1st voor deBever in Limburg' overigens een Nederlandseintroductie plaats vinden in Thornen Stevensweert, op minder dan eenkilometer van de VlaaInse grens. Dus deverwachtingen zijn, dat we eind 2003, viahet noorden, al bevers langs het Vlaamsedeel van de Grensn1aas kunnen velwachten.AantallenOln de ontwikkelingen rond de bevers inBelgië te volgen werd in Wallonië reedsin 1998 het 'Reseau Castor' opgericht,een netwerk van vrijwilligers, die regelmatigbepaalde beverlocaties lnonitoren,observaties en tellingen verrichten, trajectente voet of per kano onderzoeken,enzovoorts, on1 de recente verspreidingenin kaart te brengen.Recent werd ook in Vlaanderen het 'NetwerkBever' opgericht, dat een goede samenwerkingonderhoudt met het Waalse'Reseau Castor' en dat zich actief bezighoudtmet de Vlaamse inventarisaties.In tegenstelling tot in Nederland, waarbevers gemakkelijker te tellen zijn, is ditin België veel lnoeilijker. Veel rivierenzijn niet per kano te onderzoeken, enhier komen de bevers ook verspreid overeen groot deel van het hele Waalse rivierennetwerkvoor. Schattingen gebeurendus voornamelijk door tellingen bijburchten, door inventarisaties en schattingenover aantallen per territoria, alsookdoor het tellen van zwervers en solitairlevende bevers waar her en der spo-ren van gevonden worden. De meestrecente schattingen komen voor heelBelgië op een populatie van 165 tot 185bevers.Bestrijding van de beverratDe bestrijding van de beverrat baart onsde meeste zorgen. In Vlaams-Brabantwerden door de afdeling Water recentinspanningen geleverd om hun vangstmethodenaan de bevers aan te passen.Het is van groot belang om ook langs deVlaall1Se Grensmaas, met het oog op deuitzettingen in oktober 2003, de vangmethodenaan te passen. In NederlandsLimburg is, in het kader van het beverproject,overeengekOlnen dat het gebruikvan geweer en kleinmen voor beverrattenin de leefgebieden van bevers niet istoegestaan.DankwoordBijzondere dank gaat uit naar al de personendie de afgelopen vijf jaar waarnemingengemeld hebben en n1eegeholpenhebben met inventarisaties en tellingen.Extra geïnteresseerde medewerkers zijnaltijd welkoln.LiteratuurKurstjens, G. & J.W. Jansen, 2002. Tien jaarbevers in Limburg. Zoogdier 13 (3): 11-15.14Door de opstuwing ontstaan kleine stilstaande bevermeertjes.Foto: Jom Van Den Bogaert


ZOOGDIER 2003 14 (3) 15Bob·· Vand.endriéss c:heEen deel van de Nederlandse zomerpopulatie meervleermuizen(Myotis dasycnenle) overwintert in natuurlijke grotten van deArdennen. Op hun weg daarheen, door Nederlands en BelgischLimburg, passeren ze de lnergelgroeven, die uiteraard ook voldoenals winteronderkolnen. Dat Nederlandse meervleerlnuizennog steeds naar het zuiden afzakken om de winter door tebrengen is onlangs weer eens aangetoond (Haarsma, 2003). Eeninteressante vraag, die zich nu stelt, is: is misschien het overgrotedeel van de meervleermuizen die 's winters in het mergeHandgeteld worden uit Nederland afkomstig? De on1gekeerdevraag luidt: is het waarschijnlijk dat de overwinteraars (hetgaat om enkele tientallen dieren) in de groeven van elderskomen?Waar komen de overwinterende meervleermuizenin de groeven vandaan? .Frankrijk als gebied van herkOlnst is zogoed als uitgesloten: het noordoostenvan Frankrijk is een vrij goed onderzochtgebied en het aantal zomerwaarnelningenvan de soort tot nu toe is er op éénhand te tellen. Overigens bestaat de volledigeFranse populatie 1neervleennuizenuit nauwelijks enkele tientaJlen overwinteraarsin het noorden van het land.De situatie in Vlaanderen is intussen vrijgoed bekend: er is tot nu toe nlMr éénkraamkolonie bekend in het uiterste westenvan het land, dicht tegen de Fransegrens, op nleer dan 200 kilometer van hetmergeIland. Vernl0ed wordt dat deze'Westhoek-populatie' de winter in denabije Noord-Franse groeven doorbrengt,maar harde bewijzen daarvoorzijn er niet. West-Vlaanderen (grenzendaan Zeeuws-Vlaanderen, waar een aantalkleine kraamkolonies bekend is) magdan wel beschouwd worden als de bestonderzochte provincie in België~ en misschienwordt de situatie van de nleervleermuisin de rest van het land enigs- 'zins onderschat, de vastste1lîng blijft datde meervleermuis een zelden gezienegast is boven het overgrote deel van deVlaamse waterlopen. Buiten de Westhoeker voorlopÎg weinig of geen hardeaanwijzingen voor meer kraamkolonies,zelfs niet in West-Vlaanderen. Oln in teschatten in hoeverre de meervleernluizenuit het westen van Vlaand~ren richtingluergelland of Wallonië trekken, zouringonderzoek een Uitkolllst kunnen bieden.Alleszins lijkt het onwaarschijnlijkdat de ganse Vlaamse zomerpopulatierichting groeven trekt om er op een kluitjete gaan hangen. Eerder zou je verwachtendat de Vlaamse meervleermuizenin de herfst zuidwaarts, via de groterivieren, richting Wallonië trekken, of datze op ons onbekende plaatsen inVlaanderen overwinteren.Moeilijker in te schatten is de Duitseinbreng in het verhaal: in het aangrenzendewesten van Duitsland vertoevendan misschien wel genoeg lneervleermuizenom -in theorie- in te staan vooreen deel van de winterpopulatie in degroeven, maar voor Duitse meervleermuizenlijkt een tocht naar het mergellandtoch niet voor de hand te liggen. In


ZOOGDmR 2003 14 (3)17te deel in gebouwen en meer bepaald inkerken wordt gevonden, en het feit dat inde afgelopen 30 jaar door de onderzoe~kers van het KBIN in Wallonië intussenmeer dan duizend kerken werden onderzocht,maar geen meervleermuizen werdengevonden, ondersteunt de hypothese.Onderzoek in gans Europa wijstvoorts uit dat de meervleermuis 's zomersbij voorkeur een bewoner van hetlaagland blijkt te zijn, zodat Walloniëzelfs niet in aanmerking lijkt te komen.Sinds een tiental jaar wordt er metbehulp van batdetectoren boven waterplassenen kanalen geluisterd, maar ookdat leverde tot nu toe tijdens het voortplantingsseizoengeen waarnemingen op(mondelinge mededeling Grégory Motte,Universiteit Luik). De enige uitzonderinghierop vormt de waarneming vaneen jagend dier op de Schelde, net overde grens met Vlaanderen (mondelingemededeling Marc Van de Sijpe). Recentverwezen Waalse vleermuizenonderzoekersnaar deze waarneming in het tijdschrift'Parcs et Réserves' met de mededeling:'De aanwezigheid van deze soortin de zomer was in de Waalse regio nognooit vastgesteld.' Dit is de meest recentepublicatie over de toestand van desoort in Wallonië. Verdere mondelingecontacten met de Waalse vleermuizenwerkgroep'Plecotus' bevestigen dezestand van zaken.ConclusieVan de meervleennuizen die in het mergeHanden Wallonië overwinteren lijkthet erg onwaarschijnlijk dat die de zomerin dezelfde regio doorbrengen. Eerdermoet voor het overgrote deel van dezeoverwinteraars aan Nederland gedachtworden als gebied van herkOlUSt. Hetaandeel Vlaamse en Duitse lneervleernluizenin de winterpopulatie in Walloniëis wellicht beperkt, lnaar zekerheiddaarover hebben we niet. Alleen hetmassaal ringen of merken van Vlaanlseen Duitse meervleermuizen zou hierklaarheid kunnen in brengen. Ook genetischonderzoek zou in principe kunnenbijdragen aan de oplossing van dezevraag, maar vooralsnog ligt een dergelijkonderzoek niet in het verschiet, al washet maar omwille van de kosten. Waarhebben we dat vaker gehoord?Literatuur:Dossier Chauves-souris. Revue trimestelle dela conservation de la nature et de gestiondurable d' Ardenne et Gaume. Parc et Réserves,2001, Vol. 56(2). Uitgave van Ardenneet Gaume, Namur Belgique.Fairon, J., 1967. Vingt-cinq années de baguagedes chiroptères en Belgique. Bulletin KoninklijkBelgisch Instituut voor Natuurwetenschappen.KBIN, Brussel.Fairon. J., 1982. Bulletin van het BelgischCentrum voor Chiropterologisch ringwerken onderzoek, 7: KBIN, Brussel.Fairon, 1., 1996. Studiedocumenten van hetKBIN 84. KBIN, BrusseLGilson, 1985. Bulletin van het Belgisch Cen~trum voor Chiropterologisch onderzoek, 8:,KBIN, Brussel.Haarsma, AJ., 2003. Meervleermuizen ringenen dan terugvinden! Zoogdier 14(2): 26~27.Kapteyn, K. 1995. Vleermuizen in het landschap.Schuyt & Co, Haarlem. 224 pp.Schober, W, & E Grimmberger, 2001. Gidsvoor de vleermuizen van Europa, met specifiekeinformatie over Nederland en België,vertaling P.H.C. Lina. TiriOll, Baarn.263 pp.Schwaab, E, Beudeis, M., Fairon, 1., Martin,E, 1997. Le vespertiliol1 des marais. Scienceet Nature. Spécial chauves-souris n° 11: 31.Website van het KBIN: trefwoord: 'chauvessouris'.(laatste update: 2002).


ZOOGnmR 2003 14 (3) 18Jan BuysOoit vroeg iemand op een symposium wat het nut was van eenverspreidingskaart van een algemene soort die overal voorkomt.Gewend als we zijn om vooral aandacht te geven aan zeldzalnesoorten lijkt dit een terechte vraag. Toch hebben ook de algemenesoorten onze aandacht nodig. Niet om meteen heel actiefbeschermend op te treden, maar wel om een vinger aan de polste houden. Denk maar eens aan de sterk teruglopende konijnenstand,of aan één van de conclusies uit het egelonderzoek,dat verkeerssterfte lokaal zeker invloed heeft. Met het nogsteeds uitdijende asfalt is dit een reden voor blijvende aandacht.Bij algell1ene soorten moeten we danvooral op zoek naar de dichtheid (hetaantal dieren op een bepaalde oppervlakte).Imlners de verspreidingskaart zal ineerste instantie weinig veranderen. Wanneerdat gebeurt is er echt iets aan dehand en kan het al (veel) te laat zijn omnog iets te doen. Informatie over dichthedenvan zoogdieren is maar zeer beperktbeschikbaar. Een landelijk representatiefbeeld is er zeker niet.Nieuwe inventalisatiemethode?De vraag in de openingszin schoot doorn1ijn hoofd toen ik enkele jaren geledenin het kader van de nieuwe SOVONbroedvogelatlasde grutto's in het veenweidegebiedbij 111ij OlD de hoek aan hettellen was. De broedvogelatlas geeft de(relatieve) dichtheid van algemene vogelsoorten.Een opvolger van de zoogdierenatlasen/ of de vleermuisatlas zou naarmijn mening ook dergelijke informatiemoeten bevatten. OID dat te onderstrepenhuppelden tussen de grutto's ook hazendoor het beeld van ll1ijn kijker. Dieheb ik IDeteen IDaar op de rand van hetatlasformulier geturfd. Het idee voor eennieuwe inventarisatiemethode was geboren.Ik heb dit idee verder uitgewerkt envia 'zoogmail' (een email-nieuwsbrief voorzoogdiermensen) en de VZZ mensengevondel1 die hem in de praktijk wildenuitproberen. De start viel samen met deMKZ-crisis in 2001, zodat pas na het jaar2002 iets te zeggen valt over de werkbaarheidvan de methode. In dit al1ikelga ik in op de resultaten en op wat er verdermet dit idee gaat gebeuren.Tellen is simpelDe basis voor deze inventarisatienlethodeis het gedurende een vaste tijd eenvast 0111lijnd gebied bezoeken en allewaargenomen zoogdieren noteren. Ikben begonnen lnet grotere dagactievezoogdieren, die je overdag met het bloteoog of met de verrekijker kunt zien. Dezelfdemethode kan je in principe ookgebruiken voor vleermuizen: gedurendeeen bepaalde tijd in een gebied rondlopenmet een batdetector en turven wat jetegen komt. Verborgen levende soortenals muizen lenen zich niet voor deI'gelijketellingen.Ik heb gekozen voor het inventariserenvan kilometerhokken, zoals bij de broedvogelatlas.Deze rastereenheden op detopografische kaart zijn de basis voor alleverspreidingsonderzoek in Nederland enbovendien lekker handzaam qua oppervlakte:100 hectare. Net als voor debroedvogels heb ik de teltijd op één uurgesteld. Zoogdieren zijn het meest actiefin de ochtend en avond(schelnering), dusdat waren ook de perioden voor het tellen.OID een idee te krijgen van de besteperiode onl te tellen, telden we in drie


l.UtJtiUJ.t.:K lUU3 14 (3)20SoortMaximumTabel 2: hoogste aantallen per kilometerhok,de uitschieter kan ook betekenen dat detellingen in de andere kilonleterhokkente lage aantallen hebben opgeleverd. Deuitschieter kOlnt uit een gebied lnet eenhoge hazendichtheid; daaronl acht ik deconclusie dat de tellingen een aardigbeeld geven houdbaar. Voor de ree is hetwat minder duidelijk, maar lijkt de methodeook geschikt. Het is, gezien hetterreintype en de terreinkennis van deMwaarnemers, aannemelijk dat in kilOlneterhokken waar we deze soort niet zagen,deze ook niet voorkOlnt. Voor het konijngeldt hetzelfde. Voor de egel, vos enmuskusrat lijkt de methode vooralsnogniet echt geschikt. Gezien de biotoophadden deze soorten vaker waargenomenmoeten worden, al zal bij de egelook het moment van tellen hebben meegespeeld.Deze soort komt veelal pas inde echte schemering tevoorschijn.Hazen laten zich vrij makkelijk tellen. Met enige oefeningzie je ze al snel, ook als ze in dekking zitten.Foto: Jan BuysWanneer werkt de methode het best?We telden vooral in grasland en daar lijktde methode goed toepasbaar. De teller Înhet kilonleterhok met veel bos gaf aandat hij eigenlijk alleen goed kon tellenzolang er nog geen blad aan de bomenzat. Daar staat tegenover dat hij op openplekken heel aardige aantallen scoorde.Honderd hectare aaneengesloten boszou dus wel een lastig telTein voor ditsoort tellingen kunnen zijn. Als we kijkennaar de maanden waarin we telden,dan lijkt het erop dat de telronde inaugustus weinig toevoegt. De avond lijkthet meest succesvol om te tellen, allemaxinla haalden we tijdens een avondbezoek.Ervaren zoogdiermensen zal datoverigens niet echt verbazen,Gaan we er mee verder?Naar aanleiding van deze proeftellingheeft de VZZ aangegeven wel oren teheb ben naar het doorgaan met deze methode.Met het oog op een toekomstigezoogdierenatlas, maar vooral als uitbreidingvan Zoogdiennonitoring en als laagdrelnpeligemethode voor beginnendezoogdiernlensen (twee avondtellingen).


ZOOGDIER 2003 14 (3)21Om dat alles vorm te geven moeten weeerst wat dingen verder uitzoeken en uitwerken.Daarbij zal de VZZ samenwerkenmet SOVON, omdat de waarnemersvan deze organisatie nu al dagactievezoogdieren 'lneenemen' bij de vogeItellingen:'s winters in de PUl1t-transect~tellingenen 's zomers in de broedvogeltelIingen.Al het uitzoekwerk moetertoe leiden dat in 2004 de methode officieelvan start kan gaan.DankDit verslag van eerste bevindingen kon ikopstellen doordat Hans-J 0 DankersNiko Buiten, Frank Bosch, Peter van de;Linden en Kees Scharringa het veld intogen en hun bevindingen terugmeldden.Reeën laten zich lastig tellen als ze in dekking zijn.Wanneer ze deze in de schemering verlaten is er nogvoldoende gelegenheid een goed beeld van hun aantallente krijgen. Foto: Jan BuysOproepEen wat uitgebreider verslag, dehandleiding voor het veldwerk eneen formulier kun je vinden op desite www.buvs-van-nature.nl of deVZZ-site onder de knop 'dagactief .Niets staat een enthousiasteling inde weg nu al de handleiding vaninternet te plukken en het veld in tegaan. De VZZ en ik zijn benieuwdnaar de ervaringen, zeker waar hetonl het idee van vleermllistellingengaat.Stage?AJs een student be1angstelling heefthet uitwerk- en llitzoekwerk alsonderdeel van zijn studie te doen,wordt hij of zij verzocht contact opte nemen met Vilmar Dijkstra> via:v .dj ikstra@vzz.nl.


ZOOGDIER 2003 14 (3) 221 T E oVCHIn juni 2002 besloten de VZZ en de ZoogdierenwerkgroepVlaanderen, na een gezamenlijke vergadering, op allerlei vlakkensamen te gaan werken (zie ook de bestuurscolumn inZoogdier 13 (4)). Dit wekte de nieuwsgierigheid van de Zoogdierredactieen we vonden Bob Vandendriessche van de ZWGbereid een aantal vragen daarover te beantwoorden.Je bent actief bij de ZoogdierenwerkgroepVlaanderen. Wat is dat voor 'n organisatie?De Zoogdierenwerkgroep is een werkgroepvan 'Natuurpunt Studie', en dat isweer één van de deelverenigingen van'Natuurpunt'. Die vereniging telt zo'n50.000 leden en kun je nog het beste vergelijkenmet het Natuurmonumenten inNederland. 'Natuurpunt Studie' is min ofmeer vergelijkbaar met jullie KNNV. Deoude verenigingen 'Wielewaal' en 'Natuurreservaten'fuseerden in 2001 tot'Natuurpunt', nadat hun doelstellingenin de loop van de vorige eeuw steedsmeer naar elkaar waren toegegroeid. De'Wielewaal' was ontstaan als verenigingvan vogelkijkers en -beschermers.'Natuurreservaten' was van meet af aaneen natuurbehoudsvereniging in de bredezin van het woord. Allerlei thematischewerkgroepen, waarvan er enkeleindertijd onafhankelijk van elkaar warenontstaan, profiteerden van de impuls vande fusie door mee op de kar te springenen een nieuwe start te nemen. Het is ookin 2001 dat de ZoogdierenwerkgroepVlaanderen boven de doopvont werdgehouden. Allang was er in Vlaandereneen aantal mensen, vooral (ex-) Jeugdbonders(waaronder ikzelf), in hUIl vrijetijd bezig met zoogdieren, maar al diejaren was de zoogdierenwerkgroep vande Belgische Jeugdbond voor Natuurstudie,(die al in 1983 het goede voorbeeldgaf door te fuseren met de toenmalige'Wielewaaljongeren' tot de huidigeJNM) de enige echte landelijke zoogdierenvereniging.Waar houden jullie je zoal mee bezig?Het belangrijkste project dat momenteelloopt binnen de Zoogdierenwerkgroep isuiteraard het atlasproject, waarvoor SvenVerkem werd aangeworven als betaaldekracht. Voor het atlasproject werkt dezoogdierenwerkgroep samen met deVleermuizenwerkgroep, de Jeugdbond,het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheeren enkele andere partners. Naasthet atlasproject waren er dit jaar nogenkele in het oog springende internationaleactiviteiten, zoals het Boommarterweekendop de Veluwe, het K.naagdie~rensymposium in Antwerpen en hetHamstercongres in Tongeren. Niet minderbelangrijk zijn de vele lokale activiteitenoveral te lande, zoals dia-avonden,braakbalpluisactiviteiten, excursies, cursussen,kleine plaatselijke onderzoekjes,enzovoorts. Dikwijls zetten mensen nazo'n activiteit de 'stap' naar zoogdieren.Wat is je functie bij lA>ogdierenwerkgroepVlaanderen?Op de oprichtingsvergadering begin december2001 werd ik voorzitter van dezoogdierenwerkgroep. Van mijn functiebestaat geen strikte taakomschrijving,maar naast voor de hand liggende zakenals het voorzitten van de bestuursvergaderingenen het oplossen van de dagelijkseprobleempjes, houd ik ervan ommensen enthousiast te maken voor zoogdieren.Vergaderingen of studiedagenzijn daarvoor niet de beste plaats: demeeste mensen die je daar tegen het lijfloopt zijn al enthousiast! Ik vertoef dus


ZOOGDIER 2003 14 (3)23eigenlijk even graag onder zoogdieranalfabetenals onder zoogdierfanatiekelingen.Het op de agenda zetten van zoogdierbeschenningbij overheden~ zowellokaal als nationaal, beschouw ik als eentaak van alle bestuursleden van de werkgroep.Het atlasproject tenslotte, slorptook heel wat van ln'n tijd op, maar hiergeldt dat de voldoening de inspanningrUÎ1nschoots goedmaaktHoe kwam Zoogdierenwerkgroep VlaaJlderenop het idee om met de VZZ samente gaan werken?De VZZ heeft in Vlaanderen de reputatieeen professionele en dynatnische verenigingte zijn. Aangezien de VZZ zichprofileert als vereniging die de Beneluxals werkingsgebied heeft, leek het onskort na onze oprichting heel logisch Olnmet beide besturen rond de tafel te gaanzitten. Om te beginnen wilden we weleens persoonlijk kennismaken met demensen van het VZZ-bestuur, maarbovenal is Vlaanderen zo'n klein lapjegrond, dat we bij bijna alles wat we doennlin of meer vanzelf in Nederland terechtkomen. Denk nlaar aan de halnster, migrerendevleermuizen, zwervende boomlTIarters,het beverrattenprobleem, dezeehondenziekte, enzovoorts. Tenslottelnaakt de geineenschappelijke taal hetCOlTInlUniceren erg makkelijk, natuurlijk(hoeweL .. ).wordt het blad herkenbaar en interessantvoor Vlanlingen.Tenslotte is er nog ons atlasproject: bij desoortbesprekingen in de atlas willen wetelkens kort ingaan op de actuele verspreîdingssituatiein de verschillendegrensregio's. Voor Nederland rekenenwe hiervoor natuurlijk op de VZZ. Deuitwisseling van gegevens lnoet uiteraardtweerichtingsverkeer zijn, maar daarvoorzie ik geen problemen. Wie weetloopt hier of daar al iemand rond metplannen voor een 'Zoogdierenatlas vande Benelux'?Hoe zie jij de meenvaarde van deze samenwerking?Om te beginnen denk ik dat we heel eenvoudigveel van mekaar kunnen leren.Op welke gebieden? Nou ja, dat ligt lnisschienwat gevoelig hé? Als je het mijvraagt zijn de professionaliteit van deVZZ en de ietwat Bourgondische sfeerbij de ZWG best conlbineerbaar! Maarhet engagenlent dat we nu aangaan omsamen dingen te bekijken of aan teOp welk vlak gaan ZoogdierenwerkgroepVlaanderen en de VZZ samenwerken?In het veld zal de samenwerking zichvoorlopig (helaas) waarschijnlijk beperkentot nu en dan een gezamenlijk weekendof hier en daar een gezamenlijkeexcursie in de grensstreek. Voorlopig zijner wel al goeie contacten met de boommarterwerkgroepomtrent het sameninventariseren van de grensregio. Misschienwakkert de interesse bij de Vlanlingenwel aan om eens een activiteitvan de veldwerkgroep van de VZZ meete nlaken. Over hun zomerkalnpen doenbij ons alvast stevige verhalen de ronde.In geschreven vonn zouden beide verenigingenvanaf nu echter veel zichtbaardervoor lnekaar moeten worden, en danhebben we het over het tijdschriftZoogdier natuurlijk. Zoogdier lnoet in detoekomst nog veelineer een blad voorNederlanders én VlanlÎngen worden.Daarom moeten de Vlaalnse redactièledenervoor zorgen dat de bijdrage vatlVlamnse artikels een vanzelfsprekendheidwordt. Daarnlee bieden we deNederlanders een blik over de grens, en


ZOOGDmR 2003 14 (3)pakken, zorgt ervoor dat we meer danvroeger een blik over de grens werpen.Dat kan alleen maar positief zijn, tenslottestoren zoogdieren zich ook niet aangrenzen. Bovendien straalt een verenigingmet een grensoverschrijdende werkingtoch altijd iets extra's uit naar debuitenwereld. Als wij Vlamingen, meteen vlot geschreven artikel uit Zoogdierin de hand kunnen argumenteren met:"Kijk maar, in Nederland ... ", dan hebbenwe als het ware meteen een bondgenootuit onverwachte hoek. Daarbij speelt deleesbaarheid van de artikels een groterol. Een dik wetenschappelijk rapportkomt misschien indrukwekkender over,maar voor de partij die je tracht te overtuigenis het niet altijd eenvoudig om eral lezend de essentie uit te halen. Dat iswerk voor de auteurs van Zoogdier.Je bent ook toegetreden tot de redactie vanZoogdier. Dat vindt de redactie buitengewoonleuk, maar wat is daarvoor de reden?Je kon er in Vlaanderen niet naast: erwas geen aan Zoogdier gelijkwaardig tijdschrift.En terwijl het tijdschrift zich tochprofileert als een blad voor en doorNederlanders én Vlamingen, was voorVlamingen het tijdschrift Zoogdier tochnog altijd iets dat uit 'het verreNederland' kwam, en dus per definitie -maar onterecht!- minder interessant. Omdaar iets aan te veranderen, zo was algebleken op onze eerste overlegvergaderingmet de VZZ, was het absoluut nodigdat tenminste één, en nog beter tweeVlamingen de Zoogdierredactie zouden24versterken. De laatste jaren was de deelnamevan Vlamingen aan de redactiebeperkt tot de werkzaamheden van DirkCriel als vaste redactiemedewerker voorHyperIink, en de twee gastredacteurenvan de 'Vlaamse vleermuisspecial' in2001. Binnen ons bestuur hebben weafgesproken dat minstens één van onzebestuursleden zich van nu af aan zouengageren om deel uit te maken van deZoogdierredactie. Voor ons eerste werkjaarheb ikzelf die taak alvast met veelplezier op me genomen. Dat ook SvenVerkem zich als redactielid heeft geëngageerd,zou ervoor moeten zorgen dat deVlaamse aanwezigheid in de redactie verzekerdis.Heb je nog 'n boodschap voor de leden vande VZZ?Waar ik zelf ooit lang heb over nagedacht,was een passage uit een boek overde geschiedenis van de NederlandseJeugdbond voor Natuurstudie. Daarbedacht de auteur enkele verklaringenvoor het destijds dalende ledenaantal vande Jeugdbond. Eén mogelijke verklaringlag volgens de auteur in het feit dat jongerenmisschien stilaan de indruk kregendat op gebied van fauna en flora inNederland alles wel zo'n beetje ontdektwas, en er dus eigenlijk niets meer tebeleven viel. Als je al die glimmendeboeken en atlassen op de boekenplankziet staan, dan kun je inderdaad, en datgeldt zeker voor jongeren, die indrukkrijgen. Wie echter wat dieper graaftmerkt al gauw dat we, ook - en ik zoubijna zeggen, zéker - over sommige vanonze inheemse zoogdieren eigenlijk nogmaar bitter weinig afweten. Hoe indrukwekkendde stapel literatuur ook lijkt,veel vragen zijn nog onbeantwoord. Zegdus op de eerstvolgende wandeling die jegidst niet alleen: " Tijdens de zomerleven laatvliegers op zolders", 111aar vervolgensook: " ... nlaar we hebben er geenflauw idee van waar ze overwinteren." Ofniet: "In Nederland kOlut de hazelmuisenkel voor in Zuid-Lituburg", maar ook:"Het is onduidelijk in hoeverre de hazelmuisook voorkomt in het deel vanDuitsland dicht langs de Nederlandseoostgrens" Guist, zo staat het letterlijk in'Zoogdieren van West-Europa'). Nietdoen alsof we alles al weten dus, daarknappen mensen met een drang naarontdekken op af, en dat zijn nu net delnensen die we zo nodig hebben!


ZOOGDIER 2003 14 (3)25Binding tussen moeder en jongbi,j dwergvleermuizenOp warme, zonnige dagen metweinig wind kunnen de temperaturenonder dakpannen hoogoplopen, waardoor de daarlevende vogels en vleermuizenin grote moeilijkheden kunnenkomen. Als het om een kraamkolonievan vleermuizen gaat,zullen de volwassen vrouwtjeswel een goed heenkomen vinden,maar de niet-vliegvluggejongen hebben minder kans dehitte te ontlopen. Deze kruipendoor spleetjes en gaatjes opzoek naar een minder heet plekje,waardoor ze de kans lopenhet contact met hun moederkwijt te raken en van honger omte komen. Ook kan het gebeurendat zij, door een kie11jegekropen, in de 'luensenwereld'belanden. Vaak is dat een zolderof een slaapkamer of een overloopop de bovenverdieping.Moedervleermuizen, die hunjongen kwijt zijn, gaan die zoekenen kunnen (afgaande op hetregehnatig klinkende hulpgepiepvan de jongen) eveneensop onverwachte plekken in huisbelanden.Op 17 juni 2002 was er, juisttoen de dwergvleermuizen(Pipistre!lus pipistrellus) grotejongen haden, een korte, zeerwanne periode tnet veel zon enwindstil weer. De telnperatuurwas plotseling gestegen tot 33 0 C,terwijl het de dag daarvoor nog10° minder wann was. Geenwonder dat ik op 18 juni uitBunnik werd gebeld door eenverbouwereerde danle, die eenflink aantal vleermuizen in huishad gevonden. 's Avonds bezochtik haar, samen nlet AldoVoûte en Eric Jansen. Het bleekte gaan om een rijtjeshuis in eennieuwbouwwijk aan de rand vanBunnik met flink wat water enbomen in de omgeving. Weggekropenop verschillende plekkenen in meerdere vertrekkentroffen we 23 dwergvleermuizenaan: 11 volwassen vrouwtjes en12 jongen, die we verzameldenin een blikje. Twee vrouwtjeshadden het avontuur helaas nietoverleefd, doordat zij beklemdraakten in een rolgordijn.Omdat inmiddels de avondschemeringbegon te vallen, beslotenwe de vleermuizen buitenlos te laten. De volwassendieren lieten we, stuk voor stuk,vliegen. Tot onze verbazingbleek, dat twee moeders hunjong in het blikje hadden teruggevonden!Deze moeders werdenvrijgelaten met het jong aanhun borst gekleInd. Toen allevrouwtjes losgelaten waren,werden de jongen zo hoog mogelijkop de muur van het huisgezet, onder de ingang van dekolonie, in de veronderstellingdat zij (afgaande op het geluidvan de achtergebleven soortgenoten)de ingang van de koloniewel vinden zouden. Inderdaadzagen we hoe ze, bij de dakrandaangekomen, stuk voor stuknaar binnen gingen.Terwijl de jongen naar deingang kropen, vloog er naastde muur een aantal dwergvleermuizenrond, kennelijk aangetrokkendoor de naar bovenklauterende jongen. Opeensvloog er één vleermuis enkelekeren dicht langs de muur enlandde naast één van de jongen,dat zich aan de volwassen vleermuis(die kennelijk zijn moederwas) vastklampte en even laterdoor haar meegevoerd werd.Even later gebeurde dit bij eentweede jong. Niet lang daarnawaren alle jonge dieren bij dedakrand aangekomen en naarbinnen gekropen. Eén jongraakte echter uit de koers en wehopen, dat die uiteindelijk tochook goed terecht is gekonlen.Gelukkig waren de hierop volgendedagen minder warm.Deze waarneming laat duidelijkzien dat bij vleermuizen, na eenongewilde scheiding tussenmoeder en jong, voorlopig nogeen sterke binding tussen henkan bestaan.Zomer BruijnNieuwstraat 233811 JX AmersfoortEerste waarneming zadelrobin BelgiëOp 15 juni 2003 spoelde inMiddelkerke een zadelrob (Phocagroenlandica) aan. Het bleekeen jong dier te zijn van driemaanden oud met de typischepels van juveniele dieren: witgrijsmet een iets donkerdererug en verspreide zwarte vlekjes.Het gaat hier om de eerstewaarneming van deze soort inBelgië. Het dier werd ter verzorgingopgenomen in het Sea LifeCentrUll1.De zadelrob is een Noord-Atlantischesoort die vooral op hetpakijs voorkonlt maar in de zoluermaandenook naar zuidelijkerstreken migreert. Het is desoort die bekend werd omdat dejongen ervan door de robbenjagersonlwille van hun witte pelsdoodgeknuppeld werden (enworden). Die jongen worden infebruari-maart geboren.John Van Gompel


ZOOGDIER 2003 14 (3)Kannibalisme bij wilde zwijnenOp een zonnige avond in juni1989 observeerde ik een roedelvan een twaalftal rustig laveiendeedelherten in bastgewei eneen rotte wilde zwijnen (Susserofa) op de wildweide 'De Hamelkolken'in de boswachterij'U gchelen' te Hoenderloo (hetvoormalig 'Staatswildreservaat').De rotte wilde zwijnen bestonduit een aantal zeugen met 'overlopers'(biggen van het vorigejaar) en 'frislingen' (jonge, nogvrij kleine biggen van dat jaar).Het achterland van die grotewildweide is luet zware eikenbegroeid en goed te overzien. Inde verte zag ik er een vrij forswild zwijn naderen. In de kijkergenoluen dacht ik onmiddellijk:"een 'keiler' (luannetjeszwîjn)".Toen het dier echter de wildweideopgelopen was kon ik vaststellendat het geen keiler was,maar een enorme zeug, die echtergeen biggen en ook geenoverlopers bij zich had.Nadat deze forse zeug de wildweidehad betreden, versneldeze vrij direct haar tempo in derichting van de groep soortgenoten.Tot mijn groeiende verbazingtrachtte ze op predatorachtîgewijze één van de jongebiggen van de groep af te scheidenen te pakken. De anderezeugen reageerden furieus entrachtten met veel geblaas, geknoren gesnuif de belaagster teverdrijven, hetgeen af en toeeven lukte, luaar zij hernanlhaar aanvalspogingen. Na enkelepogingen lukte het de solitairezeug om één van de kleinsteen minst snelle biggen tegen degrond te drukken en het diertjevervolgens dwars in de bek tenelnen. Daarna draafde ze ermee weg gelijk een vos luet eenkonijn in zijn bek. Ze werd hierbijnog even gevolgd door deheftig protesterende moederzeug,die echter snel de achtervolgingstaakte en naar de anderenterugkeerde.Net buiten de wildweide, in heteikenachterland, op ongeveerhonderd meter afstánd, kon ikwaarnemen dat de zeug hetmeegenomen biggetje begon teverscheuren en op te eten. Ditduurde ongeveer een kwartier.Daarna verdween ze zondernog iets in haar bek mee tenenlen. De edelherten haddenhet hele gebeuren op gepasteafstand lU et veel belangstellinggadegeslagen. Nauwkeurigprentte ik nlij de locatie in, waarde zeug het laatst stond. Ikwilde er op dat mOluent nietnaar toe gaan, om de hertenniet te verstoren; bovendienwas het al erg schemerig geworden.Ik verliet de wildweide enbesloot de volgende ochtendvroeg terug te gaan.Toen ik de volgende ochtend terplekke was, trof ik er de restenvan de frisling aan: slechts desterk vervornlde kop met wathuidresten, de rest was geheelverdwenen, dus waarschijnlijkdoor de zeug opgegeten. Geziende snelheid en doeltreffendheidvan haar actie leek hetaannemelijk dat dit niet de eerstekeer was en waarschijnlijkook niet de laatste. Dit verklaartluogelijk het uitzonderlijk grotepostuur van deze zeug.Al eerder had ik ervaren dat'guste' (onvruchtbare) zeugenkunnen uitgroeien tot dierenruiIu boven het genliddelde for-Lange tijd was ik 's avonds nietmeer bij die dassenburcht geweest.Wel eens overdag tijdenshet struinen~luaar dan was hetlueestal stil en getuigden slechtsde verse nlestputjes van de aanwezigheidvan dassenOp zondagavond 4 mei 2003echter, ontwaarde ik beweging:dassen! Maar liefst drie, mooi inhet zicht op zo'n vijfentwintigmeter afstand.Er was duidelijk iets bijzondersaan de hand. Na even goed kijkenontdekte ik, dat één exemplaareen ander in 'de' duidelijkenekbeet vasthield en trachttete paren.Das en bronst26maat en ook dat zij doorgaansdominant gedrag vertonen.Over kannibalislne bij wildezwijnen kon ik destijds in deliteratuur niets vinden. Pas latertrof ik in het Duitse tijdschrift'Wild und Rund' (nr 25: 11-12,1993) een ve1111elding: een artikelvan K.H. Volkmar over eengeval in een gesloten wildbaantje,waarmee hij onverwachtwerd geconfronteerd. De bij hetartikel geplaatste foto's leverdenhet overtuigende bewijs datkannibalisme bij wilde zwijnenvoorkomt. Toen ik het aliikellas dacht ik direct aan mijneigen waarnenling enkele jarendaarvoor en besloot ik hierovereen kort verslag te schrijven.Met nanle Olndat de situatie inluijn geval de vrije wildbaanbetrof: leef gebied Midden Veluwemet een omvang van ongeveer10.000 hectaren, integenstel1îng tot de melding vanVolkmar, waar het een geslotenwildbaantje betrof, een veelbeperkter leefgebied dus, waardoorhet afwijkende gedrag zoukunnen worden verklaard. Uitde literatuur en waarnemingenis wel bekend dat wilde zwijnenkadavers en kadaverresten eten,ook van soortgenoten.Jaap Rouwenhorst,UgchelenAl gauw werd duidelijk dat dassenparen als konijnen: zéérsnel en nlet korte tussenpozen.De waarnenling vond plaats tussen21.10 uur tot diepe schemer,zo Olustreeks 21.40 uur. Al dietijd geschiedde de paring tussentwee dezelfde individuen, denekbeet bleef gehandhaafd. Hetandere dier keek belangstellendtoe, rollebolde wat mee, maarbleek geen concurrent voor hetmannetje dat met het vrouwtjepaarde.Voor de paartijd leek het me watvroeg. Maar bij navraag bij'onze' dassenexpert Hans Vinkleerde mij dat, naast de door


ZOOGDmR 2003 14 (3)27IJsseling en Scheygrond genoemdegebruikelijke paartijdjuli-augustus, mei-juni ook totde 1110gelijkheden behoort. Endat de aanwezigheid van meerdan één mannetje ook vaakvoorkomt, ze komen 801ns vanheinde en ver naar een bronstigvrouwtje.De volgende dag was er niets tezien bij de burcht. Echter dedaaropvolgende avond trof ikopnieuw dassen: nu geen drielnaar vier!Net als de eerste avond veelgerollebol en hetzelfde paringsgedrag.Ook nu werd de nek~beet gehandhaafd door één enhetzelfde ll1annetje en werd dustijdens het halfuurtje waarnenlenuitsluitend door henl gepaard.De daarop volgende avond wasik iets vroeger: vóór negenen.Er waren l11aar liefst vijf volwas~sen dieren! Een lnachtiggezicht, die afwisseling vanzwart-witte koppen in het groeneloofbos. Ook nu weer éénmannetje dat paarde en hetvrouwtje continu in de nek vasthield.Af en toe trachtte eenander mannetje het over tenemen, maar het lukte henlniet. Er werd overigens niet gevochtenNa een kwartiertje verlooréén van de dieren zijn interesseen scharrelde in mijn richting.Op elf nleter afstand - ikheb het later afgepast - bleef iestaan en zekerde in mijn richting,de neus in de wind. Evenwas ik bang dat hij lucht van nlezou krijgen, maar hij hobbeldevervolgens bedaard verder enverdween van het toneeL Tochbang dat de rest lucht van mezou kunnen krijgen, liep ik omen benaderde de burcht van detegenoverliggende noordwestzijde.Daar bleek hoe belangrijkhet is uit de wind te staan, lnaarook dat het vrouwtje, dat al dietijd in de nekbeet gehoudenwas, toch 111eer in de melk tebrokkelen heeft dan ik dacht.Het duurde lnaar even of zekreeg lucht van lnij; een fikseruk en ze wierp het mannetjevan zich af. Vier koppen gingenO1nhoog en 'roetsj' daar gingenze allemaal ach ter elkaar éénvan de pijpen van de burcht in.Vervolgens bleef het tot deschelner stil. Op 8 mei zag ik opdezelfde tijd vier dassen en wasde waarneming weer gelijk aandie op de avonden ervoor. Op 9lnei ging ik voor het laatst enwaren het er weer drie. Het bijzondereaan die laatste avondwas, dat het voor het vrouwtjezoetjesaan welletjes leek, wantnu probeerde ze regelmatig aande nekbeet van het mannetje teontkomen door zich op de rugte draaien. Hij lnaakte echtervan de gelegenheid gebruikdoor ook deze 'op de rug varianfeens uit te proberen, hetgeenhem ook ongeveer vijfminuten lukte.Na het weekeinde van 10/11 meibezocht ik de burcht nog tweemaal,op 13 en 15 mei, tussen21.15 en 21.45 uur, maar beideavonden lieten zich geen dassenlneer zien.De bruiloft was kennelijk voorbij.Jaap Rouwenhorst, UgchelenIJsseling. M.A. & A. Scheygrond,1948. Wat is dat voor een dier?Thieme. Zutphen. 95 pp.Het gedrag van hondsdollevleermuizenDoor toevallige omstandighe- laatvliegers (Eptesicus serotinus)den ontving ik vanaf 26 februari te gaan, die er zo slecht aan toe2003 binnen een periode van waren, dat ze enkele dagen latertwee maanden drie zieke vleer- dood zouden gaan. De dierenmuizen, die afkomstig waren uit werden direct na hun overlijdenPutten, Amersfoort en Ochten. opgestuurd naar het C.I.D.C. inHet bleek in alle gevallen om Lelystad, voor onderzoek ophondsdolheid (rabiës). Al spoedigbleek dat in alle drie gevallende tests positief waren, watinhield dat de vleermuizen dezeziekte inderdaad onder de ledenhadden. Doordat de dieren,toen ze nog leefden, opvallendgedrag vertoonden en hetbovendien om laatvlîegers ging,waarvan bekend is dat ze ontvankelijkkunnen zijn voor rabiës,heb ik hun gedragingengoed bekeken en er in één gevalook enkele video-opnames vangenlaakt. Van de meest opvallendebijzonderheden volgt nueen beschrijving.In alle drie gevallen ging het onlmannetjes, die flink vermagerdwaren. De vleermuis, die 26 februari(direct na de winterslaap)ontvangen werd, woog slechts13,6 gram, terwijl de dieren dieenkele weken later werden ontvangen,16,3 en 16,2 gram wogen.Toch wilde geen van devleennuizell iets eten en slechtséén dier heeft een enkele keerlnoeizaam iets gedronken.Alle drie vleermuizen lekenovergevoelig te zijn voor geluid.Op laag-frequent geluid werdnauwelijks gereageerd, je konbijvoorbeeld zonder bezwaarhard tegen ze praten. Werd erechter een hoog-frequent geluidtoegediend, door bijvoorbeeldlnet een piepend geluid luchttussen je tanden en onderlipnaar binnen te zuigen, dan werddaar direct fel op gereageerddoor langdurig hard krijsen enongecontroleerd met de vleugelsflapperen. De intensiteitvan dit vleugelflapperen (datwaarschijnlijk gezien lnoet wordenals mislukt wegvlieggedrag)hing samen met de nog resterendevitaliteit van het dier. Zomaakte de vleermuis van 26 februariaanvankelijk zulke krachtigevleugelslagen in zijn doos,dat het in feite ongecontroleerdevleugelsprongen waren; hijbelandde daarbij regelmatig opzijn rug. Een week later was hetdier zo verzwakt, dat hij na hettoedienen van een hoog-frequentgeluid nog slechts enkelezwakke vleugelflappen konmaken en ook het krijsen veel


ZOOGnmR 2003 14 (3)korter duurde. Van de merk- muis voortdurend pijn had. Alswaardige 'vleugelsprangen' zijn je op een rustig moment in deenkele video-opnamen gemaakt. doos keek waarin hij zat, wasvaak te zien dat hij vele minu­Alle drie de vleermuizen bleken ten lang (soms continu) lag tezeer bij terig te zijn. Als je ze bijten in het doekje waarop hijmet een pincet een meelworm lag. Ook sliep hij wel eens metaanbood, werd daar enkele ma- het doekje nog in zijn bek. Oplenfel in gebeten, waanla ze de merkelijk was, dat tussen dezemeelworm lieten vallen. Ook afwijkende gedragingen door, erwerd er vaak venijnig in het pin- ook heel normaal gedrag werdcet gebeten. De laatste vleer- vertoond, zoals het schikkenmuis was zó fel, dat hij het pin- van de vleugels en het schooncetsoms zelfs aanviel als hij likken van vleugels en vacht.hem vlak voor zijn neus zag Hoewel samenvattend blijkt dataankomen. Hij beet zich dan zó de ziekte zich niet in alle gevalvast,dat hij er wel tot twintig len precies hetzelfde openbaarsecondenaan bleef hangen, als de, konden de volgende vereenPitbull-terriër aan zijn stok. schijnselen bij alle drie vleer­Het leek soms wel of de vleer- muizen in verschillende mate28van hevigheid worden vastgesteld:- onvermogen om te vliegen;- vermagering;- zeer gevoelig voor hoog geluiden daar direct op reagerendmet gekrijs en vleugelgeflapper;- niet eten, niet of moeizaamdrinken;- bijtgraag tot agressief reagerend.Het is echter ook mogelijk dateen vleermuis deze verschijnselenniet vertoont (bijvoorbeeldin de eindfase van de ziekte),terwijl hij toch met rabiës isbesmet.Zomer BruijnHYPERLINK 3 .. 2003PAARLEN VOOR DE ZWIJNENbeheerder: FachgebietNaturschutz II - FachbereichBiologie Philipps-U niversitätMarburgutl: www.weideschweine.deonderwerp: varkens en natuurbeheertaal: DuitsOude gebluiksvormen openennieuwe wegen voor natuurbeschernling.In deze woelige tijdvan natuurlijke begrazing wordtwel eens de invloed van bodemwroetersop de natuurlijke dynanliekvergeten. Allicht komtdat vanwege het ingrijpend karaktervan het Oll1woelen en desmeerlapperij die daan11ee gepaardgaat. Zoals de 1l1eestehuisdierrassen kregen vroegerook zwijnen de vrije loop. Zeliepen en wroetten in alle vrijheidop weiden en in bossen aldan niet onder het wakend oogvan een herder. Thans is dit gebruikgeheel verdwenen. Maargoed ook, hoor ik u al zeggen,l11aar deze website zal u beslistop andere gedachten brengen.Nu dierenrechtenorganisatiesopkomen voor de belangen vanhet varken en het behoud vanzeldzame huisdierrassen volopin de belangstelling staat, is eenkans weggelegd om deze oudelandbouwpraktijk nieuw levenin te blazen. Het hoe en waar-0111 kan u zelf achterhalen opdeze vetgelneste webstek boordevolachtergrondinformatie. Ikraakte alvast snel overtuigd datonder welbepaalde omstandighedenwroetende zwijnen positieveeffecten kunnen bewerkstelligenen dynamische processenop gang trekken, vooral innatuurgebieden waar hun wildebroeders ontbreken.EUR P lUKESGEFLITSTbeheerder: Europhlukesurl: www.europhlukes.netonderwerp: identificatiesysteemvoor dolfijnen en walvissentaal: EngelsZelfs walvissen kennen geenprivacy meer. Onder het toeziendoog van het NederlandseCentrum voor Milieukunde(CML) uit Leiden is met desteun van de Europese C01nmissieeen Europees netwerkvoor de identificatie van walvisachtigenopgestart. In een enorlnedatabank worden foto's vandolfijnen, bruinvissen en walvissenopgeborgen en geanalyseerd.Ze dienen onl aan dehand van bijzondere kenmerkenindividuele dieren en groepente herkennen en zo inzichtte verkrijgen in de populatieontwikkelingen de bewegingenvan de soorten. Op de websitewordt dit detectivewerk aan dehand van voorbeelden uiteengezet.Ook word je geïnfomeerdover de achtergrond en het verloopvan het project dat in 2004operationeel moet zijn. Duikalvast in je vakantiekiekjes enhou op zee je lens in aanslag.


ZOOGDIER 2003 14 (3)29GEREEDSCHAPSKIST VOORBRUGGENBOUWERSbeheerder: USDA PorestService, San Dimas Technologyand Development Centerur/: www.wildlifecrossings.infoonderwerp: referentiedatabasevan mitigerende maatregelenen wildpassagestaal: EngelscrC)Sl:mrtgs 100lkitReferentiedatabanken zijn ervolgens mij nooit genoeg. Ikkrijg steeds weer een appelflauwteals ik zie wat er allemaalaan informatie op papier wordtgezet. Je ziet door de bomenhet bos niet meer. Als je specifiekeinformatie zoekt, is hetaltijd handig om de informatiegebundeld aangereikt te krijgen,waanla je je alsnog verder in dematerie kan verdiepen. Devondst van de Wildlife CrossingsTooikit was een ontdekking.In een tijd dat het op eendas of een eekhoorn meer oflninder aankomt, kan men betergoed ingelicht zijn, want erbestaan tal van oplossingen omde vele verkeersslachtoffers onderde fauna in te dijken. Dewebsite geeft je een overzichtvan mogelijke typen van oversteekvoorzieningendie dierenveilig onder of over de wegmoeten leiden, al ken ik er nogeen paar die hier niet aan bodkomen. Mij gaat het evenwelom de zeer uitgebreide en informatievedatabank lnet besprekingenvan referelltieprojecten,volledige achtergrondartikelenen literatuurreferenties in verbandlnet de aanleg en hetgebruik van wildoversteken en-onderdoorgangen.Niettegenstaande veel van deinformatie naar de Amerikaansesituatie refereert, blijft het eenware goUdluijll voor zowel wildbiologenals ingenieurs die zichin de materie willen verdiepen.Er bestaan tal van ingangen onlinformatie op te vragen: volgenssoort, land, constructie of luaatregel,dan wel van voor naarachter en Olugekeerd. Ik ben eralvast wat avondjes luee zoetgeweest en ik merk op dat dewebsite nog niet op zijn tandvleeszit Er wordt onder anderenog volop gewerkt aan enkeleonderdelen over zoogdieren. Ikkon dit echter niet langer voormezelf houden.BRUGGEN BOUWENbeheerder: Bat ConservationInternationalurl: www.batcon.org(volg link >projects >bridges)ondeJWelp: vleennuizen enbruggentaal: EngelsVleermuizen blijken van denood een deugd te maken. Veelsoorten hebben een vaste stekin gebouwen gevonden en richtendaar kraam- en slaapkamersin. Wie had echter gedacht datze ook onze 'kunstwerken' opprijs zouden stellen. In het verreAmerika k01nen bruggen alstweede verblijfplaats in zwangSURF OOK EVEN NAAR:VLAAMSE EEKHOORNSIN 2002Sedert een tweetal jaren wordenin Vlaanderen de aantallen ende verspreiding van rode eekhoornsopgevolgd. Momenteelis het tweede rapport hieroververschenen en O1ndat men nietelk jaar over een ruim budgetbeschikt Oln zo'n uitgave tebekostigen, wordt het rapportditmaal digitaal verspreid. Jekan het rapport downloaden bijwww.natuurpunt.be(volg link >natuurstudie >zoogdieren>eekhoorn project)DASSEN MOORDENAARSEen coalitie van Britse dassenbeschermingsgroepenageertmet een rood aangelopen gezichttegen de plannen van deoverheidsinstelling DEFRA O1nbepaalde streken dassenvrij temaken. De overheidsnlaatregelwerd genomen in de strijd tegende rundertuberculose waarvande das de belangrijkste natuurlijkeverspreider is. Het hoeftgeen betoog dat dit dweilen lueten waarschijnlijk is dat bij onsniet anders. De beschermingsorganisatieBat ConservationInternational lichtte de brugappartementjesdoor. Daardoorkan ze een aantal interessanteaanbevelingen doen om bruggensneller en gemakkelijkervoor vleermuizen toegankelijkte maken. Brugontwerpen en-aanpassingen die met de behoeftenvan specifieke zoogdiersoortenrekening houden, zoudenook in Europa meer aandachtmoeten krijgen; waarmeeik alvast mijn bouwsteentje hebbijgedragen. De onderzoekershebben hun ervaringen gebundeldin een tweetal studies dieelk een eigen plaatsje op dewebsite verworven hebben. Deinformatie is eenvoudig gehoudenen dus ook toegankelijkvoor ingenieurs. Bovendien isruim voorzien in beeldmateriaal.Kijk voortaan maar uit als je's nachts onder een brug doorrijdt.de kraan open is omdat de essentievan het probleeln - n1. teveel koeien - hiermee nietwordt aangepakt. De groep organiseerten coördineert nietgewelddadigeacties om de verdelgingscampagnete boycotten.Hun doen en laten kan op hetinternet worden gevolgd en jekanje er eens lekker dik maken.www.badger-killers.co.ukZINGENDE DASSENDassen zijn doorgaans stillejongens, niettegenstaande zeverschillende geluiden kunnenmaken. Indien je nog nooit eendas hebt horen lnekkeren ltokken,snuiven, piepen, kirren,schreeuwen of gromluen dankan je dat nu goedmaken op dedassensite Badgerland. Daarwordt je een reeks luerkwaardigegeluiden voorgeschoteld - alshet zaakje werkt tenolinste.Uiteraard vind je er nog meerinteressante dasseninfonnatie,111aar de site is daarvoor nietuniek in zijn soort.www.badgerland.co.uk/animals/voicedetailed.htInl


ZOOGDIER 2003 I 4 (3)NGDe Oeros - Het spoor terugOnl de paar jaar verschijnt erwei een dik werk dat poogt alleinfof111atie over een zoogdiersoortbijeen te brengen. Hetgebeurt niet vaak dat zo'n werkdan c0111pleet is en nog mindervaak dat het aangenaam leesbaargeschreven 'De Oeros' isbeide: het leest prettig weg, bevateen schat aan informatie énbehandelt bovendien alle denkbareaspecten van het voorkonlenen de autecologie van deoeros. Systematiek, verspreidingsgebied,achteluitgang, uiterlijk,gedrag, biotoop, socialestructuur en invloed op zijnOlngeving komen allemaal uitgebreidaan bod. Ook bespreekthet de relatie tussen de oeros enzijn nazaten, de gedomesticeerdehuisrunderen en de verwilderdeafstmnlnelingen dáár weervan. Bovendien gaat het telkensin op de vraag hoeveel van deoeros nog terug te vinden is ine e sHet spo 0 1-t e u gRapport Int;de tegenwoordige huisrunderen.Gezien de toenemende begrazingvan natuurgebiedendoor runderen, die in somlnigegebieden ook steeds verder verwilderen,een zeer relevantevraag. In dit verband komt ookhet terugfokexperiment van degebroeders Heck aan bod, datleidde tot de Heckrunderen dietegenwoordig in de Oostvaardersplassenen de Slikken vanFlakkee leven.Alle lof dus voor de auteur, Cisvan Vuure, die het grootste deelvan de infonnatie als liet11ebberijverzamelde, en daar vervolgensgedurende zijn éénjarigeaanstelling in Wageningen eenhelder verhaal van wist te maken.Des te lneer bijzonder onldathet gaat onl een soort dieuitgestOlven is, en wamvoor alleinfoflllatie uit historische enarcheologische bronnen gehaaldmoet worden, die veelal kritischbenaderd lnoeten worden. Tochis het van Vuure gelukt om voorveel aspecten tot onderbouwdeconclusies te konlen.Niets dan lof dan voor dit boekwerk?Een paar lninpunten kenthet wel: de volgorde van hoofdstukkenis niet altijd voor dehand liggend. Zo wordt de verspreidingvan de soort voor eengroot deel vastgesteld aan dehand van opgegraven schedelsmet hoorn pitten. Pas een paarhoofdstukken later wordt uitgelegdhoe deze zich onderscheidenvan die van andere rundachtigen.Daarnaast wordt uitgegaanvan vrij veel voorkennisbij de lezer, zeker als het gaatom anaton1Îsche aspecten, lnaarook bij de beschrijvingen van deecologie van de soort. Een begrippenlijsthad een en anderkunnen verduidelijken.Desondanks een aanrader vooriedereen die geïnteresseerd is in(begrazing door) runderen!Mefa RijksCis (T.) van Vuure. 2003. De Oeros- Het spoor terug. Rapport 186,Wetenschapswinkel WageningenDR. 348 pp.ISBN: 90-6754-678-x.Der Waschbär30Ulf Hohman heeft voor zijndoctoraat jarenlang gedrag enleefwijze van de wasbeer inDuitsland bestudeerd en kentde soort door en door. Nu dewasbeer vanuit Duitsland ookons land stilaan binnendringt, ishet verhelderend de elelnentente kennen die deze kleine opportunisthelpen op zijn veroveringstocht.Voor zover ik datkan beoordelen, worden geenaspecten van het wasbeerlevenovergeslagen. Integendeel: nooiteerder werd de geboorte en hetgrootbrengen van de jongen zouitvoerig in woord en beeldgedocumenteerd. Er is zelfs eenhoofdstuk gereseJVeerd voor deopvang en herinburgering vandeze vremnde snuiter. Voortsvolgt het boek de voor dit soortwerkjes gebruikelijke structuur -van uitzicht en verspreiding totgeboorte en bedreiging. Leuk isvooral dat de auteur uit eigenervaringen put en zijn verhaaldoorweeft met eigen bevindingenen anekdotes afkomstig vaneigen onderzoek. Dat maakt hetboek erg levendig. De on1vangrijkewetenschappelijke informatiewordt hierdoor begrijpelijkvoorgesteld zonder oppervlakkigen sentimentee1 te worden.Een erg sterke en uiternlatemooie fotografie ondersteunthet boek. De fotograaf Ingo Bartussekkomt minstens evenveel


ZOOGDIER 2003 \4 (3)eer toe, vooral omdat de beel~den zowel inhoudelijk als artistiekhun mannetje staan enunieke gedragingen tonen. Hetgeheel levert een uitermateboeiende monografie op diezowel door wetenschapper alsdoor leek wordt gesmaakt.Dirk CrielUlf Hohmann & Ingo Bartussek,2001. Der Waschbär, VerlaghausOertel+Spörer. 200 pp.(formaat 15 x 215 cm - rijk gei11ustreerd- vierkleurendruk)ISBN 3-88627-301-6. EURO 24~90Hamster-•symposIainventarisaties, (richtlijnen voor)herintroducties, fokprogramma's,verspreiding en allerhandeprojecten gericht op biotoopverbetering (met wisselend succes).Doordat beide verslagen kortachter elkaar zijn verschenen, ishet verslag van het Maastrichtsymposiumvlak na de verschijningal enigszins gedateerd. Dehamsteronderzoekers hebbenna Maastricht niet stil gezetenen tal van onderzoeksvragenuitgezocht of onderwerpen verderuitgediept. Op het symposiumvan Tongeren zijn dan ookveel resultaten gepresenteerd,waarnaar in Maastricht alleenmaar gegist kon worden. Beleidsmatigis de hamster nogaltijd een lastige soort, maarook op dat vlak blijken vorderingente worden gelnaakt. Metnrune de 'Franse aanpak' verdientmeer aandacht. Een (klein)minpuntje is de nogal drukkelayout van het Tongeren-symposiunlverslag, maar de inhoudmaakt dat Ineer dan goed.3\Beide verslagen bieden meerdan voldoende lezenswaardigeartikelen om tot aanschaf overte gaan. Aarzel niet en bestel deverslagen direct bij het NatuurhistorischGenootschap ofNatuurpunt.Maurice La HayeDarwin, leven voor een idee,de evolutietheorieEen bijzonder boek over eenbijzonder mens.In 'Darwin, leven voor een idee,de evolutietheorie" neemt deRecent zijn kort achter elkaar de Italiaanse historica Barbaraverslagen van de Internationale Continenza, ons mee door hetHamster Symposia uit 2000 leven van de grondlegger van de(Maastricht) en 2002 (Tongeren) moderne biologie.verschenen. De verslagen zijn Met als achtergrond de tijd waareenabsolute must voor eenie- in Darwin leefde en de toender die op enigerlei wijze in de heersende denkbeelden, geefthamster (Cricetus cricetus) is ze een beeld van zijn jeugd, degeïnteresseerd. Professioneel, lange reis met de 'Beagle', hethobbymatig, vanuit de weten- ontstaan van de evolutietheorieschap of vanuit het beleid. In en zijn latere werken over dekorte, meestal heldere, betogen afstamming van de lnens. Spewordenspecifieke onderwerpen ciale aandacht krijgt het uitdrukenonderzoeksresultaten met, ken van elnoties bij nlens enover en rond de hamster be- dier (vooral mensapen). Het isschreven. Aan bod komen het daarbij fascinerend om te lezen,Europese recht (Habitatricht- hoe Darwin en zijn tijdgenotenlijn!), beschermingsplannen, worstelden met de variatie insoorten en met de verrulderlijkheidvan soorten. Zonder enigekennis van het mechanisme vande genetica is hij lnet zijn ideeënover aanpassingen en het vastleggenervan door selectie, inclusiefde seksuele selectie, zijntijd ver vooruit.


ZOOGDIER 2003 14 (3)Het boek is levendig geschreven.Continenza moet daarvoorduizenden pagina's aan dagboeken,geologische, zoölogische,botanische en andere geschriftenhebben doorgenomen. Devele illustraties geven het boekeen extra dinlensie. Veel afbeeldingenuit Darwin's leven en uitzijn boeken: dagboekfragmenten(bijvoorbeeld over de voorennadelen van het getrouwdzijn), karikaturen en zijn visieop tijdgenoten.Voor geïnteresseerden in de geschiedenisen de ontwikkelingvan de biologie in de negentiendeeeuw is het boek een aanrader.Het is niet beperkt tot zoogdieren,maar dat komt doordatDarwin in zoveel meer onderwerpengeïnteresseerd was. En,met de onvermijdelijke conclusievan de evolutietheorie datde mens een (bijzonder) dier is~gaat het ook over een van demeest algemene zoogdieren opdeze wereld.Marius den BoerBarbara Continenza, 2003. Darwin,leven voor een idee, de evolutietheorie.Natuur en Techniek,Amsterdam. 150 pp. ISBN 9076988 05 6. EURO 30,50.Hoe een desman zich liet vangenen weer ontsnapteDe eerste Pyrenese desman uit de VZZ-geschiedenis doet -met succesverwoedepogingen de fuik te ontsnappen. Foto: Eric Thomassen32Zoals ieder jaar organiseerde deVeldwerkgroep van de VZZ in2003 een zomerkamp. Ook dezeeditie stond voor verrassendeervaringen, veel nieuwe gegevensén voor vervulling vaneeuwenoude werkgroepwensen.Dit keer streek het Î1nmer bontegezelschap neer in het noordenvan Portugal, in het ParqueN atural do Alvao. Doel wasveldstudie aan zoogdieren tedoen in een voor ons polderbiologenongewoon habitat metdaarin deels even ongewonesoorten. Dit in de verwachtingverrijkt met nieuwe kennis devolgende 51 weken in te gaan.Minstens zo belangrijk zijn deonderlinge sociale contacten enhet kennisnlaken met de mensenter plekke. Realisatie van aldeze doelen is ruinl aan bodgekomen, we keerden dan ookvoldaan huiswaarts. Deze voldaanheidwerd hooguit aangetastdoor de bosbranden diezich achter onze rug ontwikkelden,ook in delen van hetbezochte gebied.Parqlle Natural do AlvaoOns werkgebied was een natuurparkvan zo'n 7300 ha. Hetbestaat grotendeels uit 'woest'bergland: open, rotsachtig terreinmet een struik / kruidenve~getatie. In de beekdalen vind je


ZOOGDmR 2003 14 (3)33kleinschalige landbouwgebieden,waar op terrassen (geïrrigeerde)weide- en akkerbouwplaatsvindt. Het westelîjk deel istamelijk bosrijk, daar vind jeredelijk wat loofbos, maar ookeucalyptusaanplant. Verspreiddoor het park staan naaldbossen.De landbouw is in ditgebied nog erg traditioneel enwordt door een afnemend aantall11ensen beoefend. Veelmensen trekken naar de rijkeredelen van Europa om daar eenbeter inkomen te verwerven. Inde zomer levert dat in de dorp~jes het wat schizofrene beeld opmet aan de ene kant boeren dierechtsreeks uit de voor-vorigeeeuw lijken te komen, en aan deandere kant dikke bolides metLuxemburgse of Zwitserse kentekens.De uitdaging voor het kamp washet nodige toe te voegen aan deveelal beperkt aanwezige beschikbareinformatie over zoogdieren(en andere groepen).Met uitzondering van soortenals de wolf is de kennis van voorkomenen talrijkheid beperkt.Van mythe tot werkelijkheidSOll1mige VZZ-ers hebben persoonlijkestreep lijsten , meestalstaan daar ook buitenissigebeesten op. De Pyrenese desman(Galemys pyrenaicus), die op hetIberisch Schiereiland voorkomt,is zo'n beest. Tot nu toe haddenwe vooral over dit mythischediertje gepraat, en dan vooralhoe we hem ooit te zien kondenkrijgen. Het leeft in beken enbergriviertjes en laat zich nietzomaar met inloopvallen belTIachtigen.Dat bleek ook weeraan het begin van het kamp, devele speciaal uitgezette vallenbleven desmanloos; een enkeleandere (muizen)soort trapte erwel in. GestiITIuleerd dOOf onsenthousiasme en volhardendheidhielpen onze Portugesecontactpersonen ons met hetbemachtigen van meer op dezeklus toegesneden hulpnliddelen:enkele fuiken, waarmee weenkele delen van een beekgeheel konden afzetten. En metInspectie van de desmanfuik leert dat het dier inderdaadvia de 'voordeur', de înzwemopening, heeftweten te ontkomen. Foto: Jan Buysresultaat: in de tweede nachtontstond er tijdens de tweedecontroleronde opwinding toenJosé Nascimiento, onze Portugesebegeleider, uitriep "I see adesman! No, it's a frog! No, it isreally a desman!" De halvegroep was in het weiland naastde beek blijven slapen om vandit Inonlent getuige te zîjn. Derest, op een volhardende slaapsteren enkelen die met mistnettenverder weg waren, na, kwamna een telefonische meldingtoegesneld, slaperig en wel.Vrijwel iedereen heeft dus eenglimp van het dier kunnenopvangen, tot het moment datJan Piet Bekker het beest langszijn benen zag zwemn1en: hetwas er in geslaagd de inzwemopeningte vinden en daardoorte verdwijnen. Latere inspectieleerde dat er inderdaad geengaten in de fuik zaten.De dagen die voorafgingen aandit moment hadden we al opdiverse plaatsen in het gebied


ZOOGDIER 2003 14 (3)uitwerpselen van de Pyrenesedesman gevonden, zodat hetverspreidingsbeeld ervan weerwat completer is.Eikelmuis in de keukenAnders dan de voorgaande jaren,waarin het vangen van kleinezoogdieren met live-traps inwarme gebieden weinig opleverde,was het controleren vande vallen nu meer dan van legeval naar lege val lopen. In debeekdalen was er een behoorlijkedichtheid aan muizen. Totonze verrassing gold dat ookvoor het open landschap hogerin de bergen. Ook daar vingenwe redelijke aantallen. Hetsoortenspectrum was niet ergbreed: tuin- en huisspitsmuis,Millers waterspitsmuis, Baskischewoelmuis, bosmuis, Algerijnsemuis en eikehnuis vormende lijst. Deze laatste soortstond ook voor een handvangst:Kamiel Spoelstra dook goedgetÎ1ned in de keuken op eenexelnplaar dat onze voedselvoorraadinspecteerde.Live-traps bleken ineffectief om een desman te vangen,ook al stonden ze pontificaal in zijn leefgebied.Foto: Jan BuysNieuwe soorten in het netIn het kamp had het onderzoekaan de verspreiding van vi eermuizenweer ruün de aandacht.De gecombineerde inzet vanbatdetectors en mistnettenbleek erg effectief: 's ochtendskolonies zoeken en deze '8avonds afvangen om de juistesoort vast te stellen. Daarnaasttelden we ook veel kolonieszonder ze af te vangen. Dat gingniet altijd vlekkeloos: met namegewone dwergvleermuizen blekener een handje van te hebbenergens anders te zwermendan waar ze hun kolonie hebben.Ook zetten we onze netten opstrategische plaatsen op, zoals'helikopterdrinkplaatsen' , waarbij bosbrand helikopters waterinnemen. Dat doen vleermuizenook, zij het in kleinere hoeveelheden.Deze netten leverdenaardige vangsten op, bijvoorbeeldvan Kuhls dwergvleermuisen Savi's dwergvleermuis.Van de soorten waarover al hetéén en ander bekend was voegdenwe vooral kwantitatieve gegevenstoe. Daarnaast kondenwe de tot nu toe onbekende aanwezigheidin het gebied vanbeide soorten grootoorvleermuizenen de grote en kleine34hoefijzerneus vaststellen. Vande grootoren vonden we koloniesin schuren die gebouwdzijn met holle gasbetonblokken,muren en wanden. Ideaal Olneen kolonie te huisvesten, lninderideaal om de tellen, maar ofdat telt? Om de soort goed vastte kunnen stellen hebben we degrootoorkolonies afgevangen,zodat we met zekerheid kondenvaststellen dat beide soortenaanwezig waren.In de dorpen staan kleine maïsopslagplaatsen.Deze blijken ergaantrekkelijk als vleermuisverblijf,vooral voor kleine hoefijzerneuzen.Het tellen van deuitvliegers valt dan overigensniet mee, omdat jagende dwergvleennuizenal snel het 'zicht'komen vertroebelen. Ook hetinspecteren van bruggetjes(vooral de bruggetjes die bij deoorspronkelijke keienwegenhoren) had resultaat, daarondertroffen we menig vleennuis aan.Spectaculair was het tellen vaneen kolonie Europese bulvleermuizen.Vlak bij onze uîtvalsbasiswas een kolonie van dezesoort bekend. Enkele tellingenleverden een totale schattingvan ca. 200 dieren in deze kolonieop. In het gehele gebied isde bosvleermuis aanwezig.


ZOOGDIER 2003 14 (3)35Andere beestenWe wisten niet zo heel veel toete voegen aan de kennis over degrote zoogdieren, zoals de wolf.De hitte en de op (vleer)muizeningerichte dagindelingen beperktende mogelijkheden om metlange wandelingen er op uit tetrekken op het meest geschiktemoment (schemering). De sporenen uitwerpselen die we vondenvan wolf en otter bevestigdenhet reeds bekende beeld.De laatste jaren besteedden wemeer consequent aandacht aanenkele groepen insecten: dagvlindersen libellen. Zo ook ditkamp, dat veel nieuwe informatieopleverde. Dat was niet zoverwonderlijk, omdat er van hetgebied vrijwel niets bekend was.Leuke soorten waren de bronslibel,de behoorlijk lItlrijke bronlibel,de schemerlibel, de grotetanglibel en nog een kleinetwintig andere libellensoorten.Vlinderaars kwamen ruim aanhun trekken n1et blauwtjes inallerlei verschijningsvormen, koningspages,Spaanse dalnbordjesen zo meer.Voor de liefhebbers van kruipendgedierte waren onder anderede goudstreepsalam,anderen de hazelskink waar te nemen.De gewone padden waren, zoalsaltijd in warme landen, ongebruikelijkgroot.Tevreden huiswaartsIn dit kamp zijn we er ingeslaagd om vrijwel al1e waarnemingenal in een database tehebben staan op het Inomentvan opbreken, een unicum.Alleen de waarnemingen van delaatste avond (de laatste vleermuiskolonieswerden afgevangenof geteld) moesten er nogin. Dit dankzij de lneegesleepteapparatuur: laptop, gps etc. Dekans dat we de inmiddels ingezettetrend van snelle verslaglegginghiennee voortzetten isdus groot.Voorzien van weer nieuwe ervaringenen gewapend nlet nieuwekennis keerden allen huiswaarts.Een deel van het kamp klaar voor een livevliegshow: het uitvliegen van een kolonie Europesebulvleermuizen. Foto: Jan BuysJan Buys


zooonmR 2003 14 (3)In memoriam Fons SmuldersOp dinsdagochtend 10 juni 2003 rol kon spelen m.b.t. de activioverleedFons Smulders in zijn teiten in Vlaanderen, kon hijhuis in Valkenswaard. Fons was niet helpen. Later heeft hij zijnnegen jaar lang, van 1993 tot contacten verlegd naar de Vleer-2002, bestuurslid van de VZZ. muiswerkgroep - vleermuizenIk weet niet meer wie hem daar- hadden altijd al zijn bijzonderevoor had voorgedragen, maar aandacht - en de Werkgroephet was de tijd dat de VZZ de Zoogdierbescherming.stap maakte naar het uitvoeren Fons hechtte veel belang aanvan betaalde opdrachten: naast duidelijke, vastgelegde structuhetegelproject van de Dienst ren. Hij werd dan ook al directWeg- en Waterbouwkunde van betrokken bij de herziening vanRWS stonden het monitoring- de statuten van de VZZ. Vanprogramma Nederlandse zoog- hem was ook het idee om eendieren, de inventarisatie van de jaarboekje uit te geven. De uit­Noordse woelmuis in Noord- voering daarvan bleek een grootHolland en de samenstelling succes en met grote volhardingvan de Rode Lijst Nederlandse heeft hij daarvan gedurende zijnzoogdieren op stapeL De VZZ hele bestuurstijd de redactiehad in Utrecht eigen kantoor- gevoerd. De laatste jaren werdruimte gehuurd en ging ver- hij daarin bijgestaan door Hanplichtingen aan, die bij misluk- Sluiter. De layout werd aanvankingernstige financiële conse- kelijk verzorgd door Albertquenties voor de vereniging Oldenhof, later door Fons' zoonkonden hebben. Het was daardoorook de start van de discusofde extern gefinancierdeverplichtingen niet in een aparterechtspersoon moesten wordenondergebracht. Een discussiedie wellicht dit jaar pas zal wordenafgerond.Fons had, in zijn functie vanbestuurslid van de KNNV, debesluitvorming daar over de verzelfstandigingvan de KNNVuitgeverijmeegelnaakt en zijnervaringen daarmee leken vanbelang te kunnen zijn voor deVZZ. Een nadeel was mogelijkdat Fons in Valkenswaardwoonde, wat het bijwonen vanavondvergaderingen in Utrechtbezwaarlijk maakte. Daartegenoverstond dat Valkenswaarddicht bij de Belgische grens ligten dat een geboren en getogenBrabander wellicht een goedebrugfunctie kon vervullen tussenhet bestuur en de activiteitenin Vlaanderen. De afstandValkenswaard-Utrecht bleek inderdaadeen handicap en Fonsmoest de vaak uitlopende vergaderingenveelal vroegtijdigverlaten, maar hij liet nÎlnmerverstek gaan. Het illustreerdezijn hoge n1ate van plichtsgetrouwheid.Dat hîj geen groteMichiel. Een algemene voorjaars-ledenvergaderingzondertoegezonden Jaarboek is nu nietmeer denkbaar.Fans was een voorstander vanduidelijke afspraken, waarvanhij verwachtte dat een ieder zichdaar ook aan hield. Met betrekMking tot de beide bladen Zoogdieren Lutra was hij dan ookeen wann voorstander van redactiestatutenen -protocollendie er borg voor moesten staandat de beide tijdschriften op tijdzouden verschijnen. Het tragischedaarbij was dat hij in theoriegroot gelijk had, maar dat ineen vereniging waar heel veeldrijft op de inzet van vrijwilligers,klussen makkelijker strakte plannen zijn dan volgens eenstrak schema uit te voeren. Fonshad het daar, resultaatgericht alshij was, vaak moeilijk mee, watsoms tot haast onoplosbare conflictenleidde. Fons trok zich daterg aan, want hij was ook een


ZOOGDIER 2003 14 (3)37erg gevoelig en kwetsbaar mens. die door een auto-ongeluk zoDe laatste jaren van zijn be- afhankelijk van zijn zorgen wasstuurspenode leed Fons aan geworden, liet hij doorklinken.prostaatkanker. Hij maakte daar Voor Fons kwam zijn stervengeen geheim van en deed, des- niet onverwacht. Hij regeldegevraagd, uitgebreid verslag van zoveel mogelijk zijn afscheidhet verloop van zijn ziekte en van zijn aardse leven, waarbijzijn reageren op de medicaties. ook het opzeggen van zijn lid­Hoewel zijn energie afnam, maatschap van de VZZ hoorde.ging hij onverdroten door met We verloren in hem een heelzijn werk. Zijn emotionele ge- betrokken lid.voelens dekte hij af met eenflinke laag rationalisatie. Alleenzijn zorg over zijn vrouw Netty,Sim BroekhuizenEikelmuisweekeind 200317, 18 en 19 oktoberIn dit najaar heeft de VZZ tweeveldweekeinden gepland, waarinde eikelmuis centraal staat;het tweede weekeind staatgepland in oktober.Zoals bekend komt de eikelmuisvan oudsher in Nederlandalleen in Zuid-Limburg voor.Sinds een aantal jaren zijn erechter ook meldingen van eikelmuizenuit Zeeuws-Vlaanderen,waar de soort zich vanuit hetgebied rond De Panne (België)schijnt te hebben gevestigd.In tegenstelling tot Zeeuws­Vlaanderen, waar de eikellnuiszich dus schijnt uit te breiden, isde situatie in Zuid-Limburgonzeker. De laatste tien/vijftienjaar zijn er steeds minder meldingenvan eikelmuizen en deprovincie Limburg heeft danook besloten dat onderzoeknaar het voorkomen van eikel­Inuizen gewenst is, ten eindeeen beschermillgsplan voor desoort te kunnen opstellen. DeVZZ is gevraagd het project 'Debescherming van de eikelmuisin Limburg' uit te voeren, datuiteindelijk de vragen: "WaarkOlnt de eikelmuis voor inLimburg?" en "Op welke maniervalt de eikelmuis te bescher-111en?" moet gaan beantwoorden.In het kader van dit projectis in een vijftal gebieden eengroot aantal eikehnuiskasten(aangepaste vogelnestkasten)opgehangen, die volgens eenbepaald schema gecontroleerdworden.Als aanvulling op dit onderzoekwil de VZZ, naast de controlevan de eikelmuiskasten, ookeikelnluizen in andere gebiedenproberen aan te tonen. Uitdelen van het Savelsbos, rondCadier en Keer en uit gebiedenlangs de Geul, etc, zijn uit hetverleden waanlemingen vaneikelmuizen bekend. Een aantalvan deze gebieden is geselecteerd,om met behulp van meerderemethoden op eikehuuizente 'inventariseren': inloopvallen,haarvallen, loopsporen,vraatsporen lgeluid, etc.Voor het weekeind hebben weruimte voor maxÎlnaal 20 personen(uitbreiding is eventueelmogelijk door extra mensen telaten kamperen). Standplaats isSint Geertruid, waar geslapenen gegeten wordt in een zogenaamde'groepsacco1110datie',voorzien van woonkalner, keuken,bedden en badkamer luetdouche, toilet en wastafels. Accomluodatiekostenper persoonvoor het hele weekeind (uitgaandevan 20 personen): 19.40euro. Eten en drinken wordtcentraal geregeld; kosten wordenhoofdelijk Olngeslagen.Algemene ledenvergaderingDe volgende algemene ledenvergaderingwordt gehouden op22 november.Prominent op de agenda zal destructuur Val1 de vereniging ende relatie met het bureau staall.Nadere infornlatie volgt, maarzet de datum vast in uw agenda.Iedereen die zin heeft om metons luee het veld in te gaan omeikelmuizen te vinden, willenwe graag uitnodigen zich op tegeven bij:Dick BekkerVZZOude Kraan 86811 U Arnhem026-3705318/3704301dick.bekker@vzz.nlofWalther van der eoelenIKLPostbus 1546040 AD Roermond0475-386430/386442w. vandercoelen@ikl-limburg.nl


ZOOGDmR 2003 14 (3)38Internationaal beversymposiumin NederlandVan 13 tot en met 15 oktober enkele tientallen posters wor-2003 wordt in Arnhem het den opgesteld waarop onderderde Europese beversymposi- andere wordt weergegeven hoeurn gehouden. Dit symposium het met de populaties in de veristevens het tweede Euro- schillende landen is gesteld.Amerikaanse beversymposium. Innliddels hebben zich 105 deel­In drie dagen tijd passeren al- nemers opgegeven uit 22 lanlerleibeverzaken de revue. Er den.worden onder andere praatjes Op de website van de VZZ staatgehouden over de invloed van meer over het symposium:de bever op ecosystemen, mo- www.vzz.nl/beaversymposium.nitoring en management van Belangstelenden voor deelnamebeverpopulaties en dieetkeuze kunnen zich opgeven bijvan bevers. Daarnaast zullen v.dijkstra@vzz.nLSteve GeelhoedAtlantic Seabirds, het tijdschriftvan de Nederlandse Zeevogelgroepen The Seabirdgroup uit. Groot-Brittannië, en redactielidvan Fitis, het blad van de VogelwerkgroepZu id-Kennem erland.Deze werkzaamheden alsvrijwilliger zijn prima te cOlnbinerenmet activiteiten voor zijneigen onderzoeksbureau BFOBureau Fauna Onderzoek.Regelmatig stellen nieuwe medewerkersbij het VZZ-bureauzich in Zoogdier aan u voor.Deze keer is het de beurt aaniemand met een bijzondereband met ons blad.Steve Geelhoed is sinds 18augustus in dienst van de VZZ.Hij houdt zich één dag per weekbezig met de eindredactie vanZoogdier. Daarnaast zal hijinzetbaar zijn voor de redactievan Lutra.De overige dagen van de weekis hij o.a. eindredacteur van"Ik ben in 1990 afgestudeerd alsmilieuhygienicus aan de LandbouwuniversiteitWageningen,met afstudeerrichtingen Natuurbeheeren Dieroecologie.Na 111ijn studie heb ik gewerktbij verschillende 'groene' onderzoeksafdelingenvan de waterleidingbedrijvenin de duinentussen Noordwijk en Schoorl.De laatste in de reeks was hetPWN, waar ik betrokken was bijeen grootschalig onderzoeksprojectnaar de ecologie van devos in het Noordhollands DuÎnreservaat.Drie interessante jaren,waarin mij veel duidelijkwerd over het wankele evenwichttussen vossen, onderzoekersen hun omgeving. Tijdensde eindfase van dit project heefteen aantal vossenonderzoekersde stap gezet om eigen baas teworden. Heerlijk die zelfstandigheid,flexibele werktijden,etc., etc.""Het blijft een leuke uitdagingom ondanks (verstreken) dead-lines, wijzigingen op het laatstemoment en andere ongelnakkeneen goed ogend en lezenswaardigtijdschrift te laten verschijnen.Een inhoudelijk interessantZoogdier moet met bijdragenvan al diezoogdiermensen in Nederlandén België de kOlnende jarentoch zeker lukken."


ZOOGDIER 1003 14 (3)Uit het bestuurVlak na Pinksteren ontving het bestuur het droevebericht van het overlijden van ons oudbestuurslidFons Slnulders. In zijn langebestuursperiode (1993-2002)" heeft Fons op velelnanieren bijgedragen aan het welzijn van deVZZ, Met name het Jaarboek was bij hem inzeer goede handen. Door zijn toewijding werdelk jaar voor iedereen weer duidelijk hoe diversen actief de VZZ is. Met het wegvallen van Fonsheeft de VZZ een gewaardeerd lid verloren.Één van de activiteiten waar bureau en bestuural enige tijd bij betrokken zijn is de 'Versprei~dingsatlas Linlburg'. Het NatuurhistorischGenootschap LiJnburg (NHGL) heeft de VZZgevraagd salnen te werken aan dit project. Hetboek zal passen in een reeks van atlassen vanLimburg. De Provincie Limburg en Natuurnlonumentenhebben een subsidie toegezegd waarlneehet grootste deel van de begroting is gedekt.Andere beheerders zijn of worden benaderdvoor steun. Samen met het NHGL wordt nugezocht naar een projectcoördinator.Minder goed nieuws is dat het project 'Zoogdierenvan Bulgarije' niet is gehonoreerd door debeoordelingscommissie van het ministerie vanLNV. Het project is als zeer relevant beoordeelden scoorde ook goed door de gekozen opzet(veel kennisuitwisseling lnet Bulgaarse partijen).Echter op organisatorische overwegingen (kleineverenÎging en groot project) Îs het project uiteindelijkafgewezen. Bestuur en bureau zullen zichberaden of we dit soort projecten ook anderskunnen uitvoeren. Er wordt gezocht naar anderefondsen. De goede contacten tussen onzeVeldwerkgroep en de Bulgaren maken dat dekennisuitwisseling infonneel gewoon doorgaat.Wel verheugend zijn de ontwikkelingen rond debetaalde aanvragen naar verspreidingsgegevensvia het Natuurloket. Met het inwerkingtredenvan de Habitatrichtlijn en de nieuwe Flora- enfaunawet zijn initiatiefilenlers verplicht na te(laten) gaan welke beschermde organismen ophun planlocatie voorkonlen. Dit leidde În 2002voor de VZZ 10t ongeveer 50 aanvragen eninventarisatie-opdrachten. Dit aantal is nu reedsoverschreden en een verdubbeling van het aantalvan vorig jaar wordt verwacht.Opvallend is dat de opdrachten om lanen en huizente inventariseren (vleermuizen en nlarters)vooral toenelllell. Voorlichting en educatie dooronze leden en onze projecten beginnen te werken.Namens het bestuur, R. van ApeldoornAdressenVZZ-Bureau en ledenadministratie en redactie:Oude Kraan 8,6811 LJ Arnhem, Tel. 026-3705318,fax 026-3704038, E-mail: zoogdier@vzz.nlWebsite www.vz:z.nlVeldwerkgroep Nederland:Eric Thomassen, Middelstegracht 28, 2312 TXLeiden, Tel. 071-5127761,E-mail: ericthomassen@hetnet.nlMateriaaldepot Veldwerkgroep:Menno Haakma, E-mail: mshaakma@hetnet.nlVleermuiswerkgroep Nederland (VLEN-VZZ):Oude Kraan 8, 6811 LJ Arnhem,E-mail: vleermuiswerkgroepnederland@vzz.nlInformatiepunt Zeezoogdieren:Marjan Addink, Naturalis, Postbus 9517, 2300 RALeiden, E-mail: addink@nnm.nlBoommarterwerkgroep Nederland:Ben van den Horn, Celsiusstraat 4, 3817 XGAmersfoort, Tel. 033-4625970 Cp),E-mail: belise@freeler.nlBeverwerkgroep:Annemarieke van der Sluijs, Niemeijerstraat18,6701 CS Wageningen, Tel. 0317-413513 Cp),E-mail: jeroen-annemarieke@wanadoo.nl (p)a.vandersluijs@vzz.nl (w)Zoogdierwerkgroep Overijssel:Nico Driessen, p/a Natuur & Milieu Overijssel,Stationsweg 3, 8011 CZ Zwolle, Tel. 038-4217166,E-mail: driessen@natuurmilieu.nlMedewerker Zoogdier in België:Dirk CrieL Zottegemstraat 2, 9688 Maarkedal,055-456610 (B)NatuurpuntKardinaal Mercierplein 1, 2800 Mechelen,TeL 015-297216, www.natuurpunt.be.Contactpersoon Zoogdieren en VleermuizenSven VerkemAanwijzingen voor auteursArtikelen dienen populair-wetenschappelijk vanaard te zijn en niet elders gepubliceerd, De voorkeurgaat uit naar stukken over de (in het wildlevende) zoogdieren van de Benelux. Ook kortemededelingen en bijzondere waarnemingen zijnwelkom, Tekst zonder opmaak aanleveren opdiskette of per e-mail (redactie.zoogdier@vzz.nl).Zorg voor ruim illustratie-materiaal. mam houddit gescheiden van de rest. In geval er copyrightop de illustraties berust moet de auteur toestemminghebben voor het gebruik ervan. Beperk hetaantal literatuurverwijzingen tot enkele essentiële.Per artikel kan van slechts één auteur hetadres vermeld worden, van de overigen alleende naam. Met vragen over inhoud en/of vormkunt u altijd contact opnemen met de redactie(voor adressen zie colofon).39SluitingsdataArtikelen, waarnemingen enkorte berichten zijn erg welkomop het redactie-adres,Sluitingsdata kopij:nummer 4: 1 oktober 2003nummer 1: 1 januari 2004Volgende ALV22 november 2003


ZOOGDIER 2003 14 (3) 40Zo'n 10- 15 jaar geleden heerste er nog grote werkloosheid onder ecologen. Er was geen werkvoor hen. Feitelijk is dat nog zo, maar ze hebben hun eigen werk gecreëerd. Zonder ecologenzou de wereld er naar mijn idee niet n1eer of minder om zijn. Kortom, ecologie een overbodigestudie.Een jaar of tien geleden is de mer uitgevonden. Ecologische waarden werden betrokken inplanologische besHssingen. Veel ecologen gooiden zich op "inventariseren en rapporten schrijven".Vervolgens werd de bulldozer gestart en de planologische beslissing gerealiseerd.Inmiddels is reeds 9% van Nederland omgetoverd tot verhard oppervlak. In Vlaanderen zal hetwel niet veel anders zijn.Dat dit rapporten schrijven eindig is (nog 91 % te gaan), kan iedereen aan zijn theewater voelen,zelfs ecologen. Werkloosheid ligt alweer in het verschiet. Een deel van die ecologen heeft zichdaarom op natuurgebieden gericht. Hun recept: inventariseren, harken en wieden. en vervolgenshet ontbrekende terugplaatsen (met name bevers zijn erg populair geworden). Tussentijdsnatuurlijk stapels rapporten produceren en alles goeq monitoren. Het klinkt als eindeloos werk.Een nieuwe gouden kans nlet uitstekend toekOlTIstperspectief.Groot was dan ook de verontwaardiging toen enkele Vlamingen Z0111aar een lading bevers in deDijle kieperden. Jarenlang werkgelegen voor ecologen in een klap verdalnpt. Denk eens aan aldie plannen, die niet meer gemaakt hoeven te worden of aan alle niet verzanlelde monitoringsgegevens,die niet uitgewerkt kunnen worden. Alom verontwaardiging dus. Niet ecologischbegeleide bevers veroveren Vlaanderen. Weg werkgelegenheid .RA_IZoogdier, voor de broodnodige ecologische begeleidingZoogdier is het meest informatieve zoogdierenblad in de Benelux en verschijnt elk kwartaal.Word lid van de VZZ inclusief Zoogdier, of inclusief Zoogdier en Lutra voor € 15,00respectievelij k € 25,00 voor 2003.Schrijf naar de VZZ, Oude Kraan 8, 6811 LJ te Arnhem of naar zoogdier@vzz.nlof bel naar +31 (0)26 3705318.

More magazines by this user
Similar magazines