management Scope

s06.static.shell.com
  • No tags were found...

management Scope

managementNigeria,boomingin Afrikaspecial in samenwerking met Shellseptember 2012


voorwoordWWW.FMO.NLINFO@FMO.NL@FMO_DEVELOPMENTFUELLING ECONOMIES,EMPOWERING LIVESIn 2011, FMO participated in a record number ofenergy deals in Africa – not only a milestone for us, butalso a clear signal that African energy transactions aregaining momentum. FMO invests in (renewable) energyprojects that stimulate economies, clear the way forlow-carbon systems and safeguard energy supplies.By accepting a relatively high share of the risk involved,we give other financiers the space and confidence toinvest. In this way we mobilize resources that wouldn’totherwise be available.Nigeria,booming in AfrikaDe Nigeriaanse bevolking groeit jaarlijks met zo’ntwee procent en de economie met zeven procent.Exclusief olie was de stijging zelfs nog tweeprocent hoger. De groei van Nigeria is spectaculairte noemen, maar niet vrij van problemen.Deze special laat zien dat Nigeriabooming is, en ook een aantalsupporters heeft die ‘gelovenin Afrika’. De problemen blijvenzeker niet onbesproken, immers iedereen diein Nigeria werkt herkent en erkent het bestaanervan. Wij hebben gestreefd naar informatie dievooral vanuit Nigeria komt, van de Nigerianenzelf en van Nederlanders die in Nigeria werkenof er anderszins nauw mee verbonden zijn. Interviewsmet Nigerianen die in Nederland werkengeven eveneens inzicht in de opvattingenvan hoogopgeleiden over hun land van oorsprong.Wij laten mensen aan het woord met veleopvattingen over de verschillende facetten vande Nigeriaanse samenleving en haar toekomst.Vertegenwoordigers van ondernemingen, wetenschapen niet-gouvernementele organisatiesgeven openhartig hun meningen. Naast opiniezijn ook de feiten opgenomen: geografische, demografischeen economische.Management Scope en Shell stapten samenin het avontuur om deze special te maken. Hoekun je het zo objectief mogelijk houden en hoecheck je de feiten? Dat waren belangrijke vragenvoor de redactie en de uitgever. Voor Shell washet van belang duidelijk te maken waarom hetin Nigeria werkt en dat wil blijven doen. MutiuSunmonu, landendirecteur Shell Nigeria, verwoordtdat heel mooi verderop in deze special:‘Wij hebben een sociale verantwoordelijkheid.Niet alleen ten opzichte van de lokale bevolking,ook ten opzichte van onze zesduizend medewerkersvan wie er ongeveer 5.500 Nigeriaan zijn.’Nigeria, er wordt veel over gesproken en geschreven.Het land kent een roerige geschiedenis,onder meer als Britse kolonie waar Nigeriazijn naam aan overhield: Niger Area, van de rivierde Niger. De problemen van Nigeria worden inde westerse landen breed uitgemeten: corruptie,schending van mensenrechten, milieuverontreinigingenen interne strijd van groeperingen – inderdaad,het is er allemaal. Maar er is ook een anderezijde, die van de vooruitgang. Snelle groei gaatmeestal gepaard met veel turbulentie, een delicatebalans tussen kansen en risico’s. Dit rechtvaardigtdan ook het optimisme over Nigeria dat doorde geїnterviewden, en niet in de laatste plaats deNigerianen zelf, wordt uitgesproken.Wilt u reageren op artikelen uit deze special ga dannaar www.managementscope-special-nigeria.nlQuinty Dankois hoofdredacteurManagement Scope.Dick Benschop ispresident-directeurShell Nederland.september 2012 . 5


InterviewHOGESCHOOLVOORTOPMANAGERSNigeria is voor Boskalis al decennia een belangrijke, maarook zeer gecompliceerde markt. Topman Peter Berdowski:‘De omstandigheden zijn zeer grillig, maar je moet proberenoveral de humor van te blijven inzien.’Interview Dick Benschop Tekst Paul Groothengel Fotografie Marco Bakkeret het fraaie uitzicht dat PeterBerdowski heeft vanuit zijn werkkamerin het hoofdkantoor inPapendrecht begint ieder interview.En dat is ook terecht, want detopman van Boskalis kijkt direct op deBeneden-Merwede, waar schepen af enaan varen. En waar iets verderop IHCMerwede zetelt, de huisleverancier vansleephopperzuigers, snijkopzuigers enandere vaartuigen die Boskalis al meerdan honderd jaar inzet. Berdowski kijktdagelijks uit op de bakermat van de Nederlandsebaggersector.Zijn achternaam blijft, met dank aaneen Poolse vader, goed hangen. Hijkreeg binnen het bedrijf al snel de bijnaam‘The Big Berdowski’, vrij naar derolprent The Big Lebowski. De vergelijkinggaat verder totaal mank, want waarJeff ‘The Dude’ Bridges in de filmkomedieal snel ten onder gaat aan wonderlijkeafpersers, heeft Peter BerdowskiBoskalis tot grote bloei gebracht. Na hetrecordjaar 2010 – de winst bedroeg 310miljoen euro en Berdowski wist (eindelijk)Smit Internationale in te lijven –waren de resultaten in het afgelopen8 . management scopeseptember 2012 . 9


InterviewInterviewjaar iets minder (winst 254 miljoen).Natuurlijk heeft ook Boskalis last vande crisis, maar het concern profiteertstructureel van een goede spreiding inactiviteiten en markten.We kennen Boskalis van oudsher alsbaggeraar, maar naast baggeren doetdeze maritieme dienstverlener inmiddelsveel meer: de aanleg en het onderhoudvan havens en vaarwegen, de creatievan land in water, bescherming vankusten en rivieroevers, et cetera. Daarbijwordt offshore-dienstverlening voor deolie- en gasindustrie steeds belangrijker.En met de overname van sleep- en bergingsbedrijfSmit is Boskalis nu ook actiefin havensleepdiensten, en reddingsenbergingswerk. Met ruim elfhonderdschepen en werktuigen is Boskalis actiefin 75 landen. De belangrijkste regio’svoor Boskalis zijn het Midden-Oosten,Australië, Brazilië, de Noordzee, Zuidoost-Aziëen West-Afrika. In die laatsteregio is Nigeria een belangrijke thuishavenvoor Boskalis. Interviewer DickBenschop, president-directeur Shell Nederland,wil van Berdowski eerst wetenwanneer Boskalis is gestart met de activiteitenin Nigeria.‘Zestig jaar geleden. We begonnenvanuit de locatie Port Harcourt, laterook vanuit Warri. Dat zijn nog steedsbelangrijke steunpunten voor onze operatiesin de Nigerdelta. Daar hebben weonze magazijnen met reserveonderdelenen andere spullen. Het werken inNigeria was en is complex, want je bentbijna volledig zelfvoorzienend. Gaat erPeter Berdowski (54)is sinds zes jaar ceo van Boskalis.Na zijn studie chemie en zijnpromotie startte hij zijn loopbaanbij Shell als chemisch onderzoeker.Na verschillende functies bij Shellstapte Berdowski in 1983 over naarconsultantbureau Krekel van derWoerd Wouterse. Daar nam hij in1997 afscheid als managing director.Hij werd toen bestuurslid vanBoskalis, waar hij in 2006 topmanwerd. Daarnaast is hij commissarisbij onder meer de Van GansewinkelGroep en TBI Holdings.iets stuk, dan moet je het altijd zelf kunnenrepareren, daar kun je geen lokaalbedrijf voor inschakelen. In het beginwas de verhouding bijna koloniaal,werkten de ‘witneuzen’ samen met de‘zwarten’. Vroeger was de verhoudingtussen Nederlanders en Nigerianen ongeveeréén op drie, nu is ons bedrijf vollediggeïntegreerd met de lokale bevolking.We hebben zo’n 450 Nigerianenvast op de loonlijst, hooguit een stuk oftien Nederlanders geven leiding. SommigeNigeriaanse collega’s zijn al veertigjaar bij ons in dienst.’°Jullie volgen de ontwikkelingenwaarbij olie- en gaswinning steedsmeer offshore plaatsvindt. ‘Inderdaad,dat is een historische ontwikkeling.We hebben vijftig jaar lang gewerkt inhet moerasgebied van de Nigerdelta.Boorputten faciliteren, havens eromheen bouwen, dat werk. Sinds eind jarennegentig is de offshore in Nigeriatot ontwikkeling gekomen, nadat erbehoorlijke olie- en gasvoorraden voorde Nigeriaanse kust zijn gevonden. Onswerkveld is daarmee langzamerhandverschoven naar de kustlijn en daarbuiten.We werken mee aan de ontwikkelingvan LNG-winning, aan de bouwvan havens, aan kustbescherming, et cetera.De omstandigheden in de offshorezijn – zowel in technologisch als maatschappelijkopzicht – nog steeds heeluitdagend, maar van een heel andereorde dan in de delta.’°‘We nemenvergaandemaatregelentegenkidnapping’Hebben jullie in tijden van politiekeonrust wel eens overwogen om tevertrekken? ‘Niet echt. Als je actief bentin dit land, weet je dat de omstandighedengrillig kunnen zijn. En daarmeeje omzetontwikkeling. We hebben verliesjarengekend. Je past je daar als organisatieop aan, bijvoorbeeld door hetwerknemersbestand in te krimpen. Dedruk van buitenaf is in mindere tijdensoms groot. Dan zegt men: wat moet jedaar nog? Nigeria is toch alleen maarellende? Wij hebben altijd gezegd tezullen blijven, want wij geloven heiligin de potentie van dit land. En Boskalisfungeert in dit gebied in wezen alseen vrijwel geheel Nigeriaans bedrijf,als je kijkt naar onze werknemers. Wezijn dus gebleven, maar door de periodesvan onrust, met name in de periode2006-2009, kwamen we soms wel zonderwerk te zitten. Simpelweg omdatonze klanten zich dan terugtrokken.Voor ons is veiligheid een cruciale afweging:wij sturen onze mensen niet richtingonveilige situaties. We nemen danook vergaande beveiligingsmaatregelen;je kunt in een land als Nigeria noueenmaal te maken krijgen met zaken alskidnapping en andere vormen van criminaliteit.’°Wat betekenen deze omstandighedenvoor uw managers ter plaatse? ‘Ikzeg altijd: Nigeria is de hogeschool voortopmanagers. Je moet stabiel zijn, goedin je vel zitten. De managers die Nigeriagoed weten te runnen, hebben het helemaalin hun vingers om waar ook terwereld goed te presteren. Nigeria vergthet meest basale ondernemerschap, inalle mogelijke facetten. Het land staatniet voor niets hoog in de corruptieindex;veel Nigerianen zijn erop uit je tebelazeren. Dat zit in de cultuur van hetland.’°Nigeria is inderdaad een zeer ‘ondernemend’land, in al zijn facetten. BijShell hadden we een tijdlang één kidnapper week. Hoe gaat u om met die dreiging?‘Bij ons staat het aantal kidnappingengelukkig pas op twee, maar wegaan zeer serieus om met die dreiging.Expats mogen niet meer alleen rondrijden.Tegelijk vind ik – en dat klinktwellicht raar – dat je ook moet proberenom overal de humor van te blijveninzien. Je moet niet alleen maar denkendat de omstandigheden zwaar en moeilijkzijn. Wat dat betreft kunnen we veelleren van de Nigerianen, die blijven altijderg optimistisch en vrolijk. Je kuntenorm met ze lachen, bovendien zijn zeheel vriendelijk en belangstellend.’°Wat ik aan Nigeria zo lastig vind,is dat je bijna alles wat je doet conflictenoproept. Of het nou gaat om een contractof een gesprek met een ngo, er staat altijdwel iemand anders op die verongelijktzegt: ‘Je had met míj moeten praten.’ Hoeervaart u dat? ‘Wat je ook doet, het gaatin Nigeria altijd om geld. Iedereen wilwat voor zichzelf. Eerst proberen ze hetaardig, dan onaardig, en dan komen dedreigementen. Zo legden wij voor Shelleen oliepijpleiding aan, die door eenaantal communities – zeg maar dorpen– gaat. Wij sturen dan ons team vanonderhandelaars – volledig bestaandeuit Nigerianen – langs die communities.Bij ieder dorp wrijven ze zich danin de handen en denken: wij gaan evende ‘lokale belasting’ ophalen. Ze willentoezeggingen. Niet alleen in financieelopzicht, maar ze willen ook meewerken.Dat vinden wij meestal prima, maar danmoet je enorm oppassen: als het projecteen grens van een community passeert,kunnen deze locals zomaar wordendoodgeschoten, want hun buren pikkendat dan niet.’°‘Wij gelovenheilig inde potentievan dit land’En sabotage, hebben jullie daarlast van in Nigeria? ‘Kijk, je weet dat eenhandelssysteem in Nigeria altijd lekt,dat er spullen ongewenst wegvloeien.Als je dat helemaal dichtknijpt, functioneerthet systeem niet. Een zekere matevan lekkage is onvermijdelijk. Natuurlijkwil je dat minimaliseren, maar er iseen marge van waaruit ook de brederegemeenschap wordt bediend. Zie het alseen vorm van lokale belastingheffing.Binnen grenzen leer je dat te accepteren,en dat weten zij ook. Wij moetenin Nigeria kunnen blijven werken, zijmoeten kunnen blijven leven. Er bestaateen grijs gebied waar je buiten moetblijven, want anders keert het systeemzich tegen je.’10 . management scope september 2012 . 11


- advertentie -Interview‘Over onsimago inNigeria maakik me geenzorgen’°Maar hoe bescherm je je eigenmensen, gegeven dat grijze gebied, tegende mogelijkheid van corruptie? ‘Doorheel duidelijke stelregels te hebben. Ditdoen we wel, dat doen we niet.’°En dat lukt ook? ‘Je weet dat alsje in Nigeria op dit punt gaat schuivenen toegeven, dat er dan geen houdenmeer aan is. Duidelijke stelregels zijneen vorm van zelfbescherming. Als weiedereen laten weten wat we wel en nietdoen, dan weet men ook dat wij consequentzijn en blijven. Doe je dat niet,dan word je heel makkelijk chantabel.Het is voor ons een groot voordeel datde Nigerianen Boskalis al zestig jaarkennen, met alle ups en downs. Menweet van ons waar we de grenzen trekken.’°Is Boskalis ook actief in andereWest-Afrikaanse landen? ‘We zittenin nog eens elf andere landen, zoalsAngola, Kameroen en Gabon. Vooralomdat ook daar olie- en gaswinningplaatsvindt. Daarbij fungeert Nigeriaals een belangrijk steunpunt, omdatonze operatie daar meer continu is danin de andere landen. We werken ooksteeds meer in de veelbelovende Oost-Afrikaanse regio. Mozambique heeftenorme gasvoorraden, daar hebben weal het nodige gedaan aan havenontwikkeling.Verder zijn Kenia en Tanzaniainteressante groeimarkten. Voor ons isvan belang dat het Afrikaanse continentrijk is aan grondstoffen, zoals nikkel,kobalt en ijzererts. Zodra ergens eenmijn opengaat, verzorgen wij de infrastructuurdaaromheen. De gedolvengrondstoffen moeten immers afgevoerdworden, bijvoorbeeld via havens.’°Ondersteunen jullie de lokale Nigeriaansegemeenschap via sociale investeringsprojecten?‘Ja, we doen een aantalprojecten, waarbij we ons lokale managementde ruimte geven om het initiatiefte nemen. We hebben onlangs eenmalariapreventieproject gedaan, samenmet de ngo Family Care Association, inde staat Ondo, waar de gemeenschap tekampen heeft met malaria. Er zijn ondermeer tweeduizend muskietennettenuitgedeeld, we hebben preventieve malariamedicatievoor zwangere vrouwenter beschikking gesteld en geld gestokenin het opleiden van lokale gezondheidswerkersvoor malariapreventie en -bestrijding.Wat ik een erg goede formulevind: samen met klanten, waaronderShell, introduceren we een safety bonus.Als medewerkers van beide partijen eengoed track record opbouwen wat betreftveiligheid op een bepaald project, leggende klant en wij ieder een bedragopzij. Die pot kan oplopen tot 250.000dollar. Aan het eind van het project mogende werknemers die pot gebruikenom hun leefomgeving te verbeteren.Dan wordt er bijvoorbeeld een schoolopgeknapt, of krijgt een school voldoendecomputers. Dat zijn prachtigeinitiatieven.’°Doen jullie deze maatschappelijkeinvesteringen mede met het oog opeen goed imago? ‘Nee, daar moet je nietal te nadrukkelijk over communiceren.Zoiets hoort standaard bij je maatschappelijkeverantwoordelijkheid, hetis geen greenwashing. Over ons imagoin Nigeria maak ik me geen zorgen, westaan hier te boek als een goede en betrouwbarewerkgever. Bij dit soort investeringenbedenk ik me wel altijd datde mensen in de Nigerdelta een sterkgevoel van achterstelling hebben, als zezien dat westerse bedrijven in hun landzo actief zijn en daar veel geld mee verdienen.’°Hoe ziet u Nigeria in pakweg2020? ‘Ik zie een aantal gevaren. Er zijngrote tegenstellingen tussen het islamitischeNoorden versus het christelijkeZuiden; ik hoop dat dat niet gaat escaleren.Daarnaast is het snelgroeiende bevolkingscijfereen punt van grote zorg.Er zijn nu zo’n 150 miljoen Nigerianen,waarvan veertig miljoen in de Nigerdelta;volgens een rapport zijn dat er in2100 zevenhonderd miljoen. Het landverdient veel geld uit de olie- en gasindustrie,maar als men die rijkdom moetuitsmeren over zóveel mensen, blijft erniks over. Het zou mooi zijn als de overheidweer zou investeren in de agrarischesector; die bloeide vroeger volop,maar is stilgevallen dankzij de olie-inkomsten.Veel draait om de opbouw vaneen evenwichtige infrastructuur, denkaan betere wegen en betere scholing.Hoe dan ook, het potentieel van dit landis enorm groot. Nigeria is en blijft eenbelangrijke markt voor Boskalis.’Dick Benschop ispresident-directeurShell Nederland.NABC - Netherlands-African Business CouncilConnecting yourbusiness with Africa’sopportunitiesZakendoen in Afrika biedt enormveel kansen voor het Nederlandsebedrijfsleven. Maar Afrika is groot(54 landen) en het is nietgemak kelijk om er voet aan degrond te krijgen. NABC is eennetwerkorganisatie van meer dan320 Nederlandse bedrijven diezaken doen in Afrika en door hunactiviteiten duurzame ontwikkelingin Afrikaanse landen bevorderen.Door onderdeel uit te maken vanhet NABC bedrijvennetwerk, kunnenNederlandse bedrijven kennis enervaring met elkaar uitwisselen.Hierdoor hoeft het wiel niet telkensopnieuw te worden uitgevonden,kunnen elkaars nuttige contactende zaken sneller doen verlopen enkan er vaak al in Nederland wordengekeken naar het vormen vanpartnerschappen om gezamenlijkmarkten te veroveren. NABC wilgraag op een onafhankelijke manierde belangen van het bedrijfslevendienen en daarom vragen wijvan de aangesloten bedrijven eenjaarlijkse bijdrage van € 695,- ; metdit bedrag verzekert u zich als bedrijfvan toegang tot een uniek netwerk,zowel in Nederland als in vrijwel alleAfrikaanse landen. NABC heeft eenprofessionele staff van hoogopgeleidemensen met Afrika-ervaring. Uwsucces in Afrika is onze drijfveer!Ons motto is ‘trade instead of aid’:wij zijn van mening dat een sterkeontwikkeling van de private sectorbelangrijk is voor de ontwikkelingvan Afrika. Ondernemerschapen commerciële samenwerkingbevorderen structurele groei enzorgen voor werkgelegenheid enhogere inkomens. Daarnaast streeftNABC naar uitwisseling van kennisen expertise en daarmee totduurzame economische bandentussen Nederland en Afrika.Nederlandse bedrijven hebbenhet Afrikaanse continent veel tebieden en Afrika biedt een vaaknieuwe markt met een enormgroeipotentieel.NABC in het kort- Toonaangevend netwerk vanNederlandse bedrijven die zakendoen in Afrika, opgericht in 1946- Facilitator van handel en investeringen(partner search, marktonderzoek,handelsmissies,events, etc.) tussen Nederlanden Afrika- Gesprekspartner voor Nederlandseen Afrikaanse overheden metbetrekking tot private sectorontwikkelingen handels- eninvesteringsbevordering- Onafhankelijke en objectieve notfor profit organisatie voor en doorNederlandse bedrijvenNetherlands-AfricanBusiness CouncilPrinses Beatrixlaan 6142595 BM Den HaagPostbus 930822509 AB Den HaagT +31 (0)70 304 3618F +31 (0)70 304 3620www.nabc.nlinfo@nabc.nlMatchmaking in Lagos -Anniversary Trade Mission 201112 . management scope


analyseEen kleinegeschiedenisvan AfrikaDe repercussies van dewoelige geschiedenis vanWest-Afrika zijn nog steedsvoelbaar. West-Afrika gaateen turbulente toekomsttegemoet, vol mogelijkheden,maar ook vol risico’s. Omdie toekomst beter tebegrijpen eerst een schetsvan het verleden.Tekst Ton Dietz Illustratie Aad GoudappelAls het gaat om de geschiedenisvan Afrika wordenaltijd twee jaartallen genoemd:1884 als beginvan de koloniale tijd en 1960 als heteinde ervan. In 1884 werd tijdens deConferentie van Berlijn de opdelingvan Afrika over een paar Europesemachten vastgelegd. In 1960 werd eenhele groep Afrikaanse landen onafhankelijk.De laatste tijd maken geschiedkundigensteeds meer bezwaartegen deze indeling. In deze korte impressiezal ik ingaan op West-Afrika,waarbij ik dat gebied voor dit doel zodefinieer dat ook de landen om de Golfvan Guinee daarbij worden gerekend.JaartallenfetisjismeEen eerste bezwaar tegen bovengenoemdeindeling van de Afrikaansegeschiedenis is het jaartallenfetisjisme.De conferentie van Berlijn van1884/85 was belangrijk. Vijftien toenmaligeEuropese machten en de VerenigdeStaten kwamen overeen datdelen van Afrika zouden toebehorenaan bepaalde koloniale machten. VoorWest-Afrika gold dat de aansprakenvan Frankrijk op een groot gebiedwerden bevestigd: Senegal, Guinee,Ivoorkust, Benin/Dahomey, vrijwel hethele westelijke Sahelgebied (nu Mauritanië,Mali, Niger en Burkina Faso/in 1884 werdAfrika verdeeldonder EuropesegrootmachtenOpper Volta) en Gabon. De Brittenbevestigden hun aanspraken op het gebiedlangs de Gambiarivier, op Ghana/Goudkust en op Nigeria. Bovendienwerden ze de ‘beschermers’ van eengebied waar zich in de negentiendeeeuw voormalige slaven hadden gevestigd:Sierra Leone. De naam van dehoofdstad, Freetown, is een verwijzingnaar dat begin. Het buurland Liberiawerd, onder druk van de VerenigdeStaten, het enige politiek onafhankelijkeland van West-Afrika. Daar wasin 1847 een republiek uitgeroependoor voormalige slaven uit de VerenigdeStaten en er was een grondwetaangenomen die sterk leek op de Amerikaanse.Duitsland, in die tijd eenaanstormende Europese grootmacht,kreeg de gelegenheid om een koloniaalbewind te vestigen in wat nu Togo(en delen van Ghana) en Kameroen(en delen van Nigeria) is geworden.Verder werden oude claims van Portugalbevestigd op wat nu Guinee Bissauen Kaapverdië heet, en op een paareilanden in de Golf van Guinee. Tenslottekreeg Spanje zeggenschap overeen stukje tropisch regenwoud en eenpaar overige eilanden in de Golf vanGuinee, samen nu het land EquatoriaalGuinea. Inderdaad: die Conferentievan Berlijn was belangrijk. Maar deeigenlijke kolonisatie door Europesemachten was al lang daarvoor begonnen,met hier en daar aan de kust eenstevige invloed. Aan de andere kantwilde ‘1884’ nog helemaal niet zeggen14 . management scopeseptember 2012 . 15


analyseDe euforieover deeconomischegroei inAfrika moetwordengetemperddat al dat gebied nu effectief koloniaalgebied was. Dat was eigenlijk pas rond1910 het geval.Voor twee Europese landen wasde Conferentie van Berlijn trouwensslecht nieuws: in de periode tot 1884hadden ook Nederland en Denemarkeneen aanzienlijke handelsinvloed(en waren ze belangrijk in de slavenhandel,tot die halverwege de negentiendeeeuw langzamerhand illegaalwerd verklaard). Nederland had langetijd zelfs een goede positie aan het hofvan de vorsten van het Ashanti-rijk, inhet huidige Ghana. En wie het eilandGorée bezoekt, voor de kust van Senegal,ziet daar in een klein museum allerleibewijzen van de invloed die Nederlandook daar heeft gehad, inclusiefeen foto van Jacobus Capitein die inLeiden in 1847 zijn doctorsdissertatieschreef waarin hij duidelijk probeerdete maken dat slavernij niet strijdig wasmet het christelijke geloof, een boodschapdie er toen inging als Godswoord in een ouderling. Deze JacobusCapitein was als slaaf buitgemaakt inGoudkust en geadopteerd door eenkoopman van de toenmalige West-IndischeCompagnie, die ervoor zorgdedat hij door kon studeren. Capitein iswaarschijnlijk de eerste zwarte predikantgeweest en de eerste Afrikaan meteen doctorstitel.Ook het veelgebruikte jaartal voorhet aflopen van de koloniale periode,1960, moet met de nodige voorzichtigheidworden gebruikt. Ghana werd alin 1957 onafhankelijk en had al vanaf1951 zelfbestuur. En de Portugese gebiedenin West-Afrika werden pas in1975 politiek zelfstandig.WereldoorlogenIn plaats van 1884 en 1960 worden delaatste tijd steeds meer andere ‘breukjaren’gebruikt om omslagen in deAfrikaanse geschiedenis te begrijpen.Na de Eerste Wereldoorlog kon erdoor de koloniale Europese machtenpas goed worden verdiend aan Afrikaen tussen 1920 en 1930 werden er opallerlei plekken koloniale economieënopgebouwd, waarvan de patronen inhet wereldhandelsverkeer van vandaagnog steeds zichtbaar zijn. Senegal gingzich concentreren op aardnoten, deGoudkust op goud en cacao, Nigeriaop oliepalm en aardolie. Zo ontstondenallerlei economisch zeer eenzijdigegebieden, met een vaak exclusievehandelsoriëntatie op de ‘moederlanden’.Uit die tijd stamt ook een infrastructuurvan havens en (spoor)wegendie bestaande, oudere handelspatronenvoor een belangrijk deel wegvaagde:de oude trans-Sahara handel en devele interetnische handelscontactentussen Afrikaanse gebieden zelf. Overigenswas het verslagen Duitsland zijnkoloniën kwijtgeraakt: Togo en Kameroenwerden Franse protectoraatsgebiedenonder de autoriteit van de Volkenbond.Na de Tweede Wereldoorlog kwamer ook zo’n golf investeringen op gangen kwamen de eerste ontwikkelingsprogramma’stot stand, waarbij niet opde eerste plaats koloniaal gewin centraalstond, maar een betere welvaartvoor de lokale bevolking en een grotereparticipatie van die bevolking inhet (koloniale) bestuur. De latere Senegalesepresident Senghor was zelfs eentijd lid van het Franse parlement. Hetis onjuist te veronderstellen dat hettijdperk van de ‘ontwikkelingssamenwerking’pas in de jaren zestig begon.Allerlei aanzetten daarvoor waren alzichtbaar in de jaren vijftig. Het is ookzo dat het denken in termen van kolonialehandelsmonopolies uit de jarendertig grotendeels voorbij was in dejaren vijftig: onder druk van de nieuwewereldverhoudingen nam de invloedvan de Verenigde Staten sterk toe, enook landen als Nederland werden actieverals handelspartner, als investeerderen bij de culturele beïnvloedingvan de West-Afrikaanse bevolking.Nederlandse missionarissen en zendelingenwerden actief op diverse plaatsenin dit gebied.LeeuwenstatusEen laatste belangrijk omslagpunt is deperiode rond 1990. De val van de Muuren het afbrokkelen van het socialismeleidde ook in Afrika tot een golf vandemocratisering. Een paar Afrikaanselanden die hadden geëxperimenteerdmet een socialistische aanpak (Mali –met vroege steun van China – Guinee,de Volksrepubliek Benin) werden plotselingideologische weduwnaars. In allerleilanden in West-Afrika werd eeneind gemaakt aan de éénpartijstaat enin sommige landen (Ivoorkust, SierraLeone, Liberia) braken zeer gewelddadigeburgeroorlogen uit voordat ookdaar een nieuw politiek en economischbegin kon worden gemaakt. De jarennegentig lieten ook een andere belangrijkeverandering zien. De hogeregrondstoffenprijzen en de grote toenamevan de economische contactenmet Azië en gaandeweg ook Latijns-Amerika, maakten een einde aan tweedecennia waarin de meeste Afrikaanseeconomieën er slecht aan toe waren ende armoede toenam, tegelijk met eenenorme bevolkingsexplosie.Daarbij is wel van belang onderscheidte maken tussen de West-Afrikaanselanden die op weg zijn naar de‘leeuwenstatus’ en de landen die nogachterblijven. De euforie van de laatstejaren als het gaat over de grote economischegroei in Afrika moet wordengetemperd door realiteitszin: het gaatniet overal goed en het is ook de vraagof de snelle groei in een aantal landenwel tot brede armoedevermindering enechte economische transformatie leidt.CONTINUE GROEIDe recente cijfers van African EconomicOutlook voor de laatste tien jaar la-ten zien dat het enige West-Afrikaanseland met een continue jaarlijkse economischegroei van meer dan vijfprocent Nigeria is (al is dat natuurlijkwel een hele grote speler) en dat ookGhana, Gambia, Equatoriaal Guinea,São Tomé & Principe, Sierra Leone enKaapverdië het heel goed hebben gedaan.Maar landen als Togo, GuineeBissau, Ivoorkust, Benin en Kameroenblijven daar nog ver bij achter.Het hoofdargument van de tegenstandersvan die simpele historische indelingin prekoloniaal-koloniaal-postkoloniaalis echter nog fundamenteler dan de bedenkingendie in het voorgaande zijngeschetst. Het is een erg eurocentrischeindeling. Het legt de nadruk op een periodein de Afrikaanse geschiedenis diein veel gebieden niet veel langer heeftgeduurd dan vijftig jaar. Het veronachtzaamtde lange historische lijnen, terwijlAfrika vóór 1900 toch ook al een helelange geschiedenis had. En het heeft teweinig oog voor het feit dat de diepe geschiedenis,de vorming van Afrikaanseculturen en herinneringen van de eeuwenvóór de koloniale tijd nog steedsdoorwerken. Een belangrijk voorbeeldvan hoe die herinneringen van vervoor de koloniale tijd doorwerken, isde grote diversiteit in hiërarchische enniet-hiërarchische samenlevingen. DatShell zoveel moeite heeft om oplossingente vinden voor haar legitimiteit inde Nigerdelta, komt maar voor een deeldoor de corruptie in het huidige Nigeria.Het heeft volgens politiek antropologenook veel te maken met het feit datde volkeren in de Nigerdelta een traditievan anarchie hebben. Als je denkt ietsgeregeld te hebben met een chief, dankomt de volgende dag iemand andersmet weer een extra claim. Er zijn delenvan West-Afrika waar een lange traditiebestaat van staatsachtige structuren meteen behoorlijke omvang. Dat begon alin het eerste millennium, waar zich tennoordwesten van de bovenloop van derivier de Niger een rijk ontwikkelde datwe kennen als het Ghana Rijk (dat lagdus niet in het huidige Ghana). Latervoegden zich daar de Mali- en Songhairijkenbij, met een grote invloed van dede explosievan communicatiepast bij deafrikaansecultuurtrans-Sahara handel en dus gaandewegook grote invloed van de Islam. In onzelate middeleeuwen hadden zich ook inhet noordelijke savannedeel van Nigeriaallerlei rijken gevormd. Maar in grotedelen van het gebied van de tropischebossen leefden de meeste mensen inhele kleine verbanden.SLAVENHANDELIn het overgangsgebied ontwrichttende slavenjachten vanuit de deels Islamitischenoordelijke rijken het levenal aanzienlijk en daar kwam vanaf dezestiende eeuw ook de slavenjacht bijvan Europese handelaren. De huidigebevolkingsverdeling in delen vanWest-Afrika laat nog steeds gevolgenervan zien. Er zijn in Noord-Ghana,Noord-Togo, Noord-Benin en Noord-Kameroen rotsachtige heuvelgebiedenmet een extreem hoge bevolkingsdichtheid.Daar trokken vanuit hetzuiden en het noorden mensen naartoedie op de vlucht waren geslagenvoor de slavenhandelaren. Tussen dierotsen konden ze zich met pijl en boog(en gif) verdedigen tegen de ruitersdie hen kwamen belagen. Die gebiedenherbergen een grote diversiteit aangroepen en talen en er is nooit iets vaninterne staatsvorming ontstaan: hetis ieder dorp voor zich. In de vlakkegebieden ten zuiden en ten noordendaarvan vormden zich wel georganiseerderijken, zoals in de meer recentetijd de Ashanti, Oyo en Haussarijken(o.a. Sokoto) en de Bambara-staten.Wie actief wil zijn in West-Afrika doeter goed aan zich te verdiepen in diediepe geschiedenis. Daar is ook nogheel veel in te ontdekken, nu Afrikaansegeleerden zelf hun geschiedenis aanhet dekoloniseren zijn.OngeduldWest-Afrika gaat een turbulente toekomsttegemoet, vol mogelijkheden envol risico’s. Wat zeker is, is een verderezeer snelle bevolkingsgroei. Er wordtvoor Nigeria al gesproken van eenhalf miljard inwoners. Enorme steden,zoals we die in Azië al kennen, horendaarbij. En een grotendeels zeer jongebevolking, die de arbeidsmarkt opkomt stormen en die veel beter op dehoogte is van wat er in de wereld gebeurt(en wat er ‘te koop’ is) dan hunouders en grootouders ooit waren.Die wereld bestaat niet alleen meeruit Europa en de VS, maar is echt mondiaalmet heel veel aandacht voor Aziëen Brazilië.De communicatie-explosie lijkt bijde orale cultuur die Afrika altijd heeftgehad heel goed aan te sluiten. Al diejongeren, met heel veel dromen en verwachtingen,staan voor een uitbarstingvan creativiteit en daadkracht. Maarook voor ongeduld. Als de leidendeelites (politiek, economisch en religieus)niet meegaan in die verwachtingen,zal de spanning om te snijdenzijn. Voor Europa is het de uitdagingom de kansen verder te versterken ende risico’s te beheersen. Dan moet Europawel goed op de hoogte blijven bijwat er in Afrika allemaal speelt!Ton Dietz is directeur van hetAfrika-Studiecentrum in Leiden, hoogleraarOntwikkeling in Afrika aan de UniversiteitLeiden en hoogleraar sociale geografieaan de Universiteit van Amsterdam.16 . management scope september 2012 . 17


onde tafel‘Respecteerdepositievan demensenwierrechtenzijn geschonden’Elly Rijniersestudeerde politiekewetenschappen aande Universiteit vanAmsterdam en issinds 2001 werkzaamals programmamanagerbij Cordaid.Sinds 2007 houdt zijzich vooral bezig metde regio Nigerdelta.Hiervoor wasRijnierse werkzaamals projectmanagerbij het EuropeanCentre for ConflictPrevention en op deafdeling Afrika bijhet Ministerie vanBuitenlandse Zaken.Sunmonu: ‘We hebben tot nu toe onvoldoendegekwalificeerde contractors gevonden om de gebiedengrondig schoon te maken. Niet iedereen bleekin de praktijk even capabel. Om die reden hebbenwe het aantal toezichthouders op de sites onlangsvergroot om de kwaliteit van de schoonmaak tekunnen garanderen. Wij hebben de sites bezochtdie in het UNEP-rapport werden genoemd en weproberen de kennis die we hebben opgedaan bijhet schoonmaken in andere gebieden ook hier toete passen. Zo kijken we nu tot vijf meter diep in degrond om te zien of deze ook op deze diepte nogvervuild is. Het schoon worden en herstellen vaneen gebied kost bovendien tijd. Dat gaat niet vande een op de andere dag.’Samiama: ‘Maar ervaart Shell daadwerkelijkde sense of urgency?’Sunmonu: ‘Zeker. Ik ben persoonlijk enormgefrustreerd over de vervuiling in de delta. Ikwerk hier al tientallen jaren. En ik zie dat criminelen,sommigen mogelijk uit de eigen gemeenschap,de omgeving vervuilen. Maar wij kunnenals SPDC dat probleem niet eigenhandig oplossen.Daar hebben we zoals gezegd ook de overheidvoor nodig. Bijvoorbeeld voor het creërenvan werkgelegenheid in de regio en zodoende hetbestrijden van armoede. Zo ben ik onlangs nogbij president Goodluck Jonathan geweest om tepraten over wat we kunnen doen tegen de problemenin de Nigerdelta.’°Krijgt u dan ook support van hem?Sunmonu: ‘Absoluut. Hij zegt niet te willen rustentotdat de criminaliteit is aangepakt. Nigeria,een land waarin het militaire bewind pas in 1999plaatsmaakte voor een democratisch bestuur, heeftvooral vrede en stabiliteit nodig. En deze presidentheeft verklaard zich hiervoor hard te willen maken.’Samiama: ‘Wij realiseren ons heel goed datillegale raffinaderijen in de Nigerdelta een grootprobleem vormen voor het milieu en leefklimaatvan de regio. Maar een groot deel van de vervuilingis ook het gevolg van operationele fouten vanoliemaatschappijen. Er is nog olievervuiling veroorzaaktdoor ondeugdelijk materiaal dat dateertuit de jaren zestig en zeventig. En dit is tot op dedag van vandaag nog niet opgeruimd. In hoeverremoeten we accepteren dat het lekken van olieonderdeel is van de business?’Sunmonu: ‘Het is zeker niet zo dat wij vindendat oil spills een noodzakelijk kwaad zijn. Dat isniet de juiste instelling als het gaat om een probleemals dit. Ik werk er keihard aan om de spillstot een absoluut minimum te beperken. Om u eenidee te geven: we hebben vorig jaar 150 miljoenvaten ruwe olie geproduceerd. De hoeveelheidaan operational oil spills op land bedroeg vijfduizendvaten. En begrijp me niet verkeerd: ik vinddat nog steeds te veel. Shell-medewerkers diebetrokken zijn geweest bij de spills op het landspreek ik hier dan ook persoonlijk op aan. Zijmoeten aan mijn bureau komen uitleggen wat erprecies mis ging. Dit jaar heb ik bovendien aangekondigddat fouten die de oorzaak zijn van hetlekken van olie career limiting errors zijn. Werknemersworden daar hard op afgerekend. Daarnaasthebben we een draaiboek samengesteld waarinheel duidelijk staat wat we doen zodra er olie isgelekt, binnen hoeveel tijd de lekken moeten zijngestopt, de olie moet zijn opgeruimd, enzovoorts.Elke maand informeer ik bovendien mijn operationelestafmedewerkers over onze visie op operationalspills en ik vraag ze om commitment.Het mag onder geen beding als normaal wordengezien en we willen hier ook volledig transparantover zijn. Al onze spills staan dan ook op onzewebsite vermeld. We zijn de enige oliemaatschappijin Nigeria die zulke gegevens publiceert.’Rijnierse: ‘We waarderen het feit dat Shell de afgelopenjaren transparanter is geworden en goedeinitiatieven heeft ontplooid om de bevolking tehelpen in de vorm van medische hulp, onderwijs,enzovoorts. Maar er moet bovenal een cultuur inhet hele bedrijf worden gecreëerd van social responsibility.In de ruim vijftig jaar dat Shell in ditgebied aanwezig is, is er immers ook veel mis gegaan.Het wantrouwen van de bevolking zit diep.Dat dient hersteld te worden. Het is daarom vangroot belang dat bijvoorbeeld de zogeheten joinedinvestigation visits (jiv) waarbij verschillende vertegenwoordigersvan belangengroepen een bezoekbrengen aan een spillsite en oordelen over de oorzaakervan, integer plaatsvinden. Alleen dan kanhet vertrouwen groeien.’Samiama: ‘Mee eens. Er zijn rapporten waarvanmensen de inhoud niet geloven. Dat is overigensniet te wijten aan Shell alleen, maar ookaan de federale overheid die de onderzoeken nietcorrect uitvoert. En dat laatste is erg belangrijk.Zo was ik onlangs zelf een van de deelnemersaan een jiv. We bezochten een oil spill in Bodo.Er was een corrosie-expert, er waren SPDC-medewerkers,vertegenwoordigers van civil societies,vertegenwoordigers van de overheid, enzovoorts.Zo’n vijftien mensen in totaal. De uitkomst vanhet rapport was dat het inconclusive was. De eendacht aan sabotage, omdat het gat loodrecht bovenopde ondergrondse pijp zat. Anderen dachtenaan corrosie omdat er verschillende zwakkeplekken in dat stuk van de pijp zichtbaar waren.Deze plekken werden pas zichtbaar nadat de coatingvan de pijp werd verwijderd. Hierdoor is hetonwaarschijnlijk dat het sabotage betreft. Watheeft u hierover gehoord?’Sunmonu: ‘In het rapport dat ik kreeg stonddat al die punten die op corrosie leken opzettelijkwaren gecreëerd met een beitel. Maar om alletwijfel weg te halen heb ik besloten het stuk pijperuit te laten zagen en hier forensisch onderzoekdoor een onafhankelijk bureau op te laten uitvoeren.In dergelijke gevoelige zaken kiezen we altijdde voorzichtige kant. Je moet nauwkeurig omgaanmet het vertrouwen van de gemeenschap.’°‘Ik benpersoonlijkenormgefrustreerdover devervuilingin de delta’Mutiu Sunmonu isNigeriaan en sinds2008 werkzaam alsmanaging directorvan Shell PetroleumDevelopmentCompany of Nigeria(SPDC). In 2010 werdhij benoemd als de‘country chair’ voorShell Companies inNigeria. Sunmonukwam in 1978 bij Shellwerken als computerprogrammeurenBusiness Analyst enheeft sindsdien diverseposities bekleedwaaronder die vanconsultant bij ShellAberdeen en adviseurop het hoofdkantoorvan Shell in DenHaag. In 2003 keerdeSunmonu terug naarNigeria waar hij werdbenoemd als generalmanager Productionvoor SPDC Easternoperations.Kijkend naar de toekomst, heeft u beidensuggesties voor Shell als het gaat om het zoekennaar oplossingen voor de problemen in de Nigerdelta?Samiama: ‘Zeker. Het probleem van de illegaleraffinaderijen bijvoorbeeld. Het vernietigen van deinstallaties door soldaten in gunboats gaat de kernvan het probleem niet oplossen. Het loont nu eenmaalvoor criminelen om diesel te maken uit gestolenruwe olie omdat de lokale bevolking behoefteheeft aan geraffineerde brandstof. Wellicht kanShell er samen met de andere oliemaatschappijenvoor zorgen dat de arme bevolking de beschikkingkrijgt over legaal geraffineerde brandstof zodat criminelengeen lokale afzetmarkt meer hebben. Verderis het zo dat gemeenschappen vaak boos en gefrustreerdzijn omdat hun omgeving beschadigd isdoor de olie- en gasindustrie met werkloosheid enarmoede als gevolg. Shell zou wat ons betreft danook de oude infrastructuur en materialen moetenvervangen, internationale standaarden voor bestpractices moeten respecteren, teveel pr moetenvermijden en op een open en eerlijke manier samenwerkenmet stakeholders om de problemen opte lossen en bijvoorbeeld werkgelegenheid in deregio te creëren.’Rijnierse: ‘Wij vinden het belangrijk dat Shellde problemen in de Nigerdelta niet alleen op lokaalmaar ook op internationaal niveau probeertaan te pakken. De internationale handel in ruweolie en alle criminaliteit die daarmee gepaard gaatis niet alleen een probleem dat verder gaat danShell alleen, het overstijgt ook de Nigerdelta. De24 . management scopeseptember 2012 . 25


analyseOnverwachtduurzaamTerwijl het aanzien van de internationale bankensector toteen dieptepunt is gedaald, neemt de bancaire sector vanAfrika het voortouw in economische en maatschappelijkeontwikkelingen. Tekst Jorim SchravenDe Nigeriaanse bank AccessBank won onlangs deSustainable Bank of TheYear Award, toegekenddoor de Financial Times/IFC. Een sterkerbewijs dat de wind in de Afrikaansebancaire sector tegenwoordig uit een anderehoek waait, is haast niet denkbaar.Na ruim veertig jaar actief te zijn geweestin Afrika, zien we bij de Nederlandseontwikkelingsbank FMO (Financieringsmaatschappijvoor Ontwikkelingslanden)duidelijk dat de banken op het continentde bakens aan het verzetten zijn.Waar het aanzien en vertrouwen in deinternationale bankensector tot een dieptepuntis gedaald, neemt deze sector inAfrika juist het voortouw in maatschappelijkeen economische ontwikkeling.De sector geniet hierdoor respect van desamenleving en blijft een gewilde werkgevervoor talent.Dit draagt bij aan de innovatievekracht van de Afrikaanse bankensector.Mobiel bankieren is hiervan een goedvoorbeeld. Volgens een onderzoek vanonder meer de Wereldbank en de Bill &Melinda Gates Foundation zijn er wereldwijdtwintig landen waar minimaaltien procent van de volwassenen zijnmobiele telefoon gebruikt om geld overte maken. Van deze landen zijn er vijftienAfrikaans. Kenia is de wereldwijde koplopermet naar schatting vijftien procentvan de geldstromen die via de mobiele telefoonlopen. Veertien miljoen mensen,een derde van de bevolking, was afgelopenjaar aangesloten op het mobiel bankierensysteem M-Pesa. Men heeft duseigenlijk de fase van internetbankierenvrijwel volledig overgeslagen; een goedvoorbeeld dus van de wet van de remmendevoorsprong.AfbreukrisicoOok op het gebied van maatschappelijkondernemen in de vorm van duurzaamheidspeelt de Afrikaanse financiële sectormeer en meer een voortrekkersrol.Afrika iskoploper inbankierenvia de mobieletelefoonNog niet zo lang geleden leek deze ontwikkelingondenkbaar. Een organisatieals de World Business Council for SustainableDevelopment (WBCSD), waarinwordt gepleit voor fundamentele veranderingin de manier waarop de wereldfunctioneert, heeft bedrijven als CocaCola, Unilever, Toyota, Shell en PWC onderhaar leden. Toch zijn van de in totaal191 aangesloten bedrijven er slechts tweeAfrikaans.Kijkend naar de uitdagingen waarAfrika voor staat is dit niet echt verrassend.Hoewel de armoede snel afneemt,is deze met circa vijftig procent van debevolking nog steeds erg hoog. Het ontbrekenvan een goede infrastructuur zoalsenergievoorziening, internetverbindingenen logistiek speelt het continentparten. De werkloosheid is naar schattingzeker vier procent hoger dan in de restvan de wereld. Gezien de schaars aanwezigefinanciële middelen lijkt duurzaamondernemen dan niet de belangrijksteprioriteit. In dit verband worden milieuenmaatschappelijke normen door sommigenzelfs gezien als een beperkendefactor voor wat betreft de economischegroei en ontwikkeling.In de financiële sector in Afrika was aan-vankelijk weinig aandacht voor duurzaamheid.Om toegang tot de financieringsbronnenvan ontwikkelingsbankente verkrijgen hebben veel Afrikaansefinanciële instellingen zich gecommitteerdaan de normen van de InternationalFinance Corporation (IFC). Tochwas er weinig enthousiasme en overtuigingmerkbaar bij het daadwerkelijk implementerenvan het hierbij behorendemilieu- en sociale risicomanagementsysteem.Voor de financiële sector kwam daarnog bij dat het afbreukrisico van het financierenvan problematische projectenbeperkt leek. Door het ontbrekenvan sociale en publicitaire druk vanuithet maatschappelijk middenveld en lokalengo’s, zoals in westerse landen, waser slechts sprake van beperkte reputatieschadein het geval van projecten diemislukten. Bovendien vervulde de overheidzelden een dwingende rol voor watbetreft het opleggen van milieu- en socialewet- en regelgeving. Dit betekendedat bedrijven die zich niet geheel aandeze bepalingen hielden daarmee wegleken te komen. Het voortouw nemenbetekende daarnaast een einde aan hetopereren op een level playing field.DemonstratiesOp basis van deze omstandigheden zoumen verwachten dat duurzaam bankierenin Afrika geen grote vlucht zou nemen.De werkelijkheid is echter anders.Zo is er in Nigeria het jaarlijkse bankenoverleg,een bijeenkomst van bankdirecteuren,ministers, de centrale bank, betalingsexpertsen partijen als FMO. In datoverleg worden stappen gezet voor verbeteringvan het gehele bancaire systeem.Duurzaam bankieren is één van die stappen.Zo heeft de Nigeriaanse banksectorzich publiekelijk gecommitteerd aan hetontwikkelen en implementeren van eencode voor milieu- en sociaal risicomanagement.In een paginagrote advertentiein de Financial Times in novembervorig jaar stellen de bestuurders van alleNigeriaanse banken dat ‘de ontwikkelingvan Nigeria niet alleen maar economischlevensvatbaar, maar ook maatschappelijkrelevant en ecologisch verantwoord’Afrikaansebankenmanagenrisico’s actiefdient te zijn. Daaraan gekoppeld hebbenzij zich gecommitteerd aan het ontwikkelenen uitvoeren van sectorspecifiekerichtlijnen die de directe impact vanbanken, alsmede de indirecte impact alsgevolg van de kredietverlening, moetenmitigeren.Een van de overwegingen voor ditNigeriaanse initiatief waren lessen diewerden getrokken van de ervaringen inChina. Hoewel China over behoorlijkemilieu- en sociale regelgeving beschikt,wordt de bewaking daarvan door deoverheid als zwak beschouwd. Economischegroei staat voorop, hetgeenaverechtse effecten sorteert op de beschermingvan het milieu. Dit resulteertin sommige gevallen in een vergaandevervuiling. Recente, massale protestbijeenkomsten(bijvoorbeeld de demonstratievan twaalfduizend mensen tegeneen chemische fabriek in Dalian) lijkennu echter steeds meer hun vruchten afte werpen. Het feit dat een groot deelvan de demonstranten bestond uit burgersuit de snelgroeiende middenklasse,vergroot daarbij de politieke impact. DeNigeriaanse bankensector zoekt naareen pad waarbij economische groei nietten koste van goede leefomstandighedenhoeft te gaan.EigenrichtingNaast lessen uit China, waren ook krediettechnischeoverwegingen van belang.Als Afrikaanse regeringen het moeilijkvinden om milieu- en sociale regels opte leggen, neemt de bevolking het heftsoms in eigen handen. De Nigerdelta isslechts een voorbeeld van een regio waarmilieuverontreiniging heeft geleid totgeweld tegen werknemers en sabotagevan installaties van bedrijven. Bij bankenis er op het vlak van risicobeheer steedsmeer bewustzijn van de mogelijke gevolgenvan milieu- en sociale risico’s op decashflow van bedrijven, die kunnen leidentot problemen met het terugbetalenvan leningen en mogelijke waardeverminderingenvan activa. Voor een bankmaakt het uiteindelijk niet uit of hunonderpand wordt geprivatiseerd doorde staat of dat een lokale bevolking vooreigenrichting kiest. De gevolgen voor dekredieten die zij verstrekt, zijn in beidescenario’s negatief en kunnen uitmondenin een afschrijving van de financiering.Tegen deze achtergrond ziet FMO inNigeria, maar ook in de rest van Afrika,een groeiende interesse in het actiefmanagen en beheersen van sociale- enmilieurisico’s van financieringen. FMOondersteunt dit proces door onder andereeen rentekorting te geven aan bedrijvendie bij de uitvoering van projecten,aantoonbaar best practices op hetgebied van milieu- en sociale effectenimplementeren.Bepaalde Afrikaanse banken gaannog verder in de invulling van hun maatschappelijkerol en onderscheiden zichverder door de zorg die men besteedtaan financiële educatie. De Zanaco bankin Zambia geeft bijvoorbeeld standaardfinancieel onderwijs aan klanten om onderandere overkreditering tegen te gaan.In Zimbabwe gebruikt de lokale NMBbank advertentieruimte om de lokale bevolkingbewust te maken van duurzameleefmethoden.Afrikaanse banken staan met beidebenen in de samenleving en vervulleneen constructieve brede maatschappelijkerol in de economische en socialeontwikkeling van het continent. De sectormaakt zich bovendien op om ook internationaaleen voortrekkersrol te spelenop gebieden als mobiel bankieren enduurzaam financieren.Jorim Schraven is managerFinancial Institutions Africa bij FMO.28 . management scope september 2012 . 29


Markt in Surulere, een wijk in Lagos© Yann Arthus-Bertrand / Altitude30 . management scopeShell Special / september 2012 . 31


essayNigeria,dáár gebeurt hetNigeria kampt met grote sociale en politieke problemen,maar economisch gaat het goed. De tijd voor deAfrikaanse industriële revolutie is aangebroken.Tekst Gerbert van der Aa Illustratie Aad GoudappelNigeria zet economischde toon in Afrika. Hetvolkrijkste land op hetcontinent, met meer dan150 miljoen inwoners, was een slapendereus. De laatste paar jaar is er echter veelveranderd. De economie, jarenlang vrijwelvolledig afhankelijk van de olie-export,is gediversifieerd. De non-oliesectorgroeit met zo’n tien procent per jaar,wat aanzienlijk sneller is dan de oliegerelateerdeeconomie. Buitenlandseinvesteerders stromen toe. Beleggingsfondsen,zoals Intereffekt en Mango Capitaluit Nederland, hebben belangen inbeursgenoteerde Nigeriaanse bedrijven.In de stad Nnewi, in het zuidoostenvan Nigeria, komt langzaam een industriëlerevolutie op gang. Tientallenlokale bedrijven maken er onder meerauto-onderdelen, plastic tuinmeubilairen elektriciteitskabels. Industriële activiteitenzijn zeldzaam in Afrika. Hetcontinent bulkt van de grondstoffen,maar bedrijven die er ter plekke wat vanmaken zijn dun gezaaid. En dat terwijljuist in de fabricage van gebruiksartikelenhet meeste geld te verdienen is.Nigeriaanse industriëlen zijn zo succesvoldat ze hun producten massaalnaar andere Afrikaanse landen exporteren.In de buurlanden Niger, Benin enKameroen zijn overal auto-onderdelenuit Nigeria te koop. Klanten hebben dekeuze tussen het originele product uitEuropa of Japan, of een tien keer goedkopereversie uit Nigeria. Het onderdeeluit Nigeria gaat meestal eerder stuk,maar dat is voor de kopers geen probleem.Dan vervangen ze het gewoonnog een keer. Door de lage arbeidskostenin Afrika is de consument uiteindelijktoch goedkoper uit.Nigeriaanse soaps zijn wereldwijdeen hit. Nollywood, zoals de bijnaamvan de nationale filmindustrie luidt,brengt jaarlijks meer dan tweeduizendnieuwe producties uit. Na Amerika enIndia is er geen enkel land dat jaarlijkszoveel geld verdient met films als Nigeria.De films en soaps zijn mateloos populair,zowel binnen als buiten Nigeria.In een land als Kenia kijken mensen zeldennog naar Amerikaanse films, zoalstien jaar geleden, maar naar films vanNigeriaanse makelij. Ook in Nederlandzijn de soaps te koop.Een ander voorbeeld is de Nigeriaansemode-industrie, die een stormachtigeontwikkeling doormaakt. Ontwerpersals Deola Sagoe en Lisa Folawiyo trekkenvanuit Nigeria de wijde wereld in enhebben klanten in onder meer Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. DeArise Magazine Fashion Week, jaarlijksgeorganiseerd door het Nigeriaansemediabedrijf Thisday in een duur hotelin de havenstad Lagos, is een internationalepubliekstrekker. Steeds meerwesterse couturiers tonen belangstellingvoor mode uit Nigeria.Volop mogelijkhedenAliko Dangote, eigenaar van een breedscala aan industriële bedrijven, is eenvan de succesvolste Nigeriaanse ondernemers.Het Amerikaanse zakenbladForbes riep hem onlangs uit tot de rijksteman van Afrika. Zijn geschatte vermogenis 13,8 miljard dollar. De DangoteGroup, die in veertien Afrikaanselanden opereert, maakt onder meerlevensmiddelen en cement. In supermarktenoveral in de regio liggen pastaen vruchtensappen van Dangote.Opmerkelijk veel hoog opgeleide Nigerianenzijn de afgelopen jaren teruggekeerduit het buitenland. Onder meerin de Verenigde Staten en het VerenigdKoninkrijk is een grote diaspora. Na ja-32 . management scope september 2012 . 33


essayNGAin NLDEuropeseondernemersdie lasthebben vande financiëlecrisis zoekenhun heilin Afrikarenlange neergang zien ze dat Nigeriagrote stappen voorwaarts maakt. Velenzien het als een plicht hun vaderland tehelpen ontwikkelen, de economischekansen zijn groot. De Amerikaanse zakenbankGoldman Sachs voorspeldeeen paar jaar geleden dat Nigeria in2025 tot de twintig grootste economieënter wereld zal behoren. Na Azië enZuid-Amerika is nu de tijd rijp voor deAfrikaanse economische tijgers.Buitenlandse investeerders zien volopmogelijkheden in Nigeria. De meerdan 150 miljoen inwoners vertegenwoordigeneen enorme afzetmarkt. Heinekenbouwde een ultramoderne brouwerijbij de stad Enugu. Met ruim achtmiljoen hectoliter per jaar verkoopt deNederlandse firma in Nigeria meer bierdan in Nederland. FrieslandCampinaheeft in Lagos een fabriek waar geconcentreerdemelk in blik wordt gemaakt.Producten van Peak en Three Crowns,de twee merknamen waaronder FrieslandCampinain Nigeria actief is, zijntot in de kleinste dorpjes te koop.Het Duitse Porsche opende in maartzijn eerste vestiging in Nigeria. Anderedure automerken, zoals Aston Martinen Lamborghini, deden dat al eerder.Het goedkoopste model gaat ongeveer120.000 dollar kosten, het duurste bijnahet dubbele. Porsche hoopt in Nigeriain eerste instantie jaarlijks zo’n driehonderdauto’s te kunnen verkopen. Maarals de economie even hard blijft groeienals nu, zal dat aantal naar verwachtingsnel toenemen.Investeringen van buitenlandse bedrijvenmoedigen Afrikaanse ondernemersaan ook te gaan ondernemen. Het Zuid-Afrikaanse MTN is in Nigeria al jarenmarktleider in de mobiele telefonie.Airtel uit India en Zain uit Koeweit zijntwee andere grote spelers. Maar Nigeriaanseondernemers laten zich niet onbetuigd.Globacom, opgericht door deNigeriaanse zakenman Mike Adenuga,is met vijftien miljoen aansluitingeninmiddels de tweede aanbieder van mobieletelefonie in Nigeria. Adenuga bezitook een eigen oliemaatschappij, Conoil,die de concurrentie aangaat met ondermeer Shell.Frauderende bankenNigeriaanse banken hadden jarenlangeen slechte naam. Wie er zijn geld inbewaring gaf, wist nooit of het er eenpaar maanden later nog zou zijn. Onderleiding van Lamido Sanusi, de directeurvan de Nigeriaanse Centrale Bank, is definanciële sector grondig doorgelicht.Frauderende banken werden gesloten,controles zijn verscherpt. De overgebleveninstellingen hebben grote ambities.De Guaranty Trust Bank was in 2007 deeerste Nigeriaanse onderneming meteen notering aan de beurs van Londen.De economische ontwikkelingen inNigeria krijgen navolging in steedsmeer andere Afrikaanse landen. Metuitzondering van Zuid-Afrika heeft eenechte industriële revolutie nog nergensplaats gevonden, maar in veel landen isal wel een veelbelovend begin gemaakt.Europese ondernemers, die in de problemenkwamen door de internationalefinanciële crisis, zoeken hun heilin Afrika. Onder meer vanuit Portugalis een uittocht op gang gekomen richtingde oude kolonie Angola. Ethiopiëen Burundi zijn andere landen met indrukwekkendegroeicijfers.Zuid-Afrika is met een BNP van 422miljard dollar de grootse economie ophet continent. Nigeria komt met eenBNP van 268 miljard dollar in 2011 opde tweede plaats. De concurrentie tussende twee regionale grootmachtenneemt toe. In veel Afrikaanse landenzijn de gezamenlijke investeringen doorNigeria en Zuid-Afrika al hoger dan deChinese investeringen. Analisten vanMorgan Stanley voorspellen dat de economievan Nigeria binnen vijftien jaargroter zal zijn dan die van Zuid-Afrika.ArmoedegrensEen aantal kanttekeningen bij de juichstemmingis op zijn plaats. Ondanks deeconomische groei zijn armoede en inkomensverschillennog steeds groot inNigeria. Afhankelijk van de gebruiktebron leeft 45 tot zeventig procent van debevolking onder de armoedegrens. Onderwijsen gezondheidszorg zijn slecht.De gemiddelde levensverwachting is 47jaar, 32 procent van de volwassenen isanalfabeet. Bij geweld tussen moslimsen christenen vallen bijna wekelijks doden.De wijdverbreide corruptie treftvooral de allerarmsten. De uitdagingvoor Nigeria is om alle lagen van de bevolkingte laten profiteren van de economischegroei.Deskundigen overal ter wereld zijnhet erover eens dat economische groeihet beste middel is om armoede te bestrijden.In sommige landen druppeltde welvaart wat langzamer door tot delagere inkomensgroepen dan elders,maar op termijn profiteert vrijwel iedereen.Nigerianen zelf hebben het volstevertrouwen in de toekomst. Bij eeninternationale enquête van het Amerikaanseonderzoeksbureau Gallup kwamende Nigerianen eind vorig jaar alsmeest optimistische mensen ter werelduit de bus.Gerbert van der Aa is historicusen journalist, gespecialiseerd inNoord- en West-Afrika. Bij NieuwAmsterdam Uitgevers verschenenonder meer zijn boeken Khaddafi’swoestijn (2010) en Nigeriaansetoestanden (2005).Akinyinka Akinyoade(43) kwam in 2002 vanuitNigeria naar Nederland voorzijn promotieonderzoek.Sinds 2007 werkt hij bij hetAfrika-Studiecentrum inLeiden, waar hij onderzoekdoet naar bevolkings- enontwikkelingsbeleid.FascinatievoorzeevaardersHoe bent u in Nederland terechtgekomen?‘Ik heb jarenlang in Nigeria en Ghana gewerktals docent en onderzoeker op gebieden als bevolkingsgroei,ontwikkeling en gezondheidszorg.In 2002 kreeg ik de kans om met eenbeurs van de Ford Foundation promotieonderzoekte doen. Ik ben van huis uit geograaf enwas altijd al gefascineerd door Nederland, vanwegede cartografische traditie. Nederlanderswaren in de zeventiende en achttiende eeuw alszeevarend volk één van de eerste en beste kaartenmakers.Toen ik die beurs kreeg, heb ik nietlang getwijfeld over de bestemming.’Wat voor werk doet u en hoe is het om inNederland te werken? ‘Bij het Afrika-Studiecentrumin Leiden heb ik onder meer eenvergelijking gemaakt tussen Indonesië enNigeria in de laatste dertig jaar van de vorigeeeuw. Er zijn vele overeenkomsten – beiderijk aan grondstoffen, beide geleid door eenmilitaire dictatuur. Maar in Indonesië was dedictatuur stabiel, waardoor het land zich meerkon ontwikkelen dan Nigeria. De komendetijd ga ik me bezighouden met een systeemdat olielekkage en olierampen in Nigeria moetvoorkomen. We werken daarvoor samen metbedrijven, overheden en hulporganisaties. InNederland is de academische wereld heel goedgeorganiseerd. In Nigeria is de motivatie erwel, maar ontbreekt het vaak aan financiering.’Hoe ziet u de toekomst van Nigeria? ‘Er isveel economische groei de laatste jaren, en datis goed. Het probleem is dat zestig procent vanhet land nog heel arm is, en vooralsnog nietweet te profiteren van de economische groei.Het is een uitdaging voor de komende jarenom dat wel voor elkaar te krijgen.’Tekst Hans Pieter van Stein Callenfels Fotografie Kick Smeets34 . management scope september 2012 . 35


Interview‘Wijgelovenin Afrika’Miljoenen Nigerianen groeien op met Peak, het Blue Bandvan de lokale zuivelmarkt die wordt gedomineerd doorFrieslandCampina. Ceo Cees ‘t Hart deelt zijn groeiambitiesen de manier waarop de coöperatie omgaat met corruptie enveiligheid. Interview Dorine Bosman Tekst Marike van Zanten Fotografie Marco Bakkereo Cees ’t Hart heefta room with a view.Zijn werkkamer in hetAmersfoortse centralekantoor van Friesland-Campina wordt gedomineerd dooreen indrukwekkende glazen wand metgroots uitzicht. Overigens niet op degroene weiden waar het stamboekveevan de vijftienduizend bij de coöperatieaangesloten boeren graast. De Hollandsekoeien hebben net weer hun wintersestal verruild voor het malse gras buiten,vertelt ’t Hart trots. Via televisiespotjesheeft FrieslandCampina heel Nederlanduitgenodigd om te komen kijken naarde ‘koeiendans’: de capriolen van deBertha’s 1 en Grietjes 3 als ze weer voorhet eerst de wei in rennen. De productendie van hun melk gemaakt worden,staan uitgestald op de vensterbank. Devertrouwde en oer-Hollandse pakkenmelk en yoghurt staan gebroederlijknaast de glimmende en feller gekleurdeblikjes en sachets met melkpoeder engeëvaporeerde melk van het merk Peak,dat FrieslandCampina al sinds 1954 inNigeria op de markt brengt.Peak is het belangrijkste merk van hetland, miljoenen Nigerianen zijn ermeeopgegroeid en geven het nu aan hun eigenkinderen. ‘Elk Nigeriaans kind kentPeak, het is het Blue Band van Nigeria’,lacht ’t Hart, die zelf jaren bij Unileverwerkte. FrieslandCampina is in Nigeriadan ook het bekendste Nederlandse bedrijf,na Heineken. Met een omzet vaniets meer dan vijfhonderd miljoen euroen een marktaandeel van 45 procent ishet ook het grootste buitenlandse bedrijf,ná Nigerian Breweries maar vóórvoedingsreuzen als Unilever en Procter& Gamble. FrieslandCampina WamcoNigeria – de naam van de joint venturemet een aantal Nigeriaanse partijen –heeft een eigen productievestiging inLagos, waar het uit Nederland geëxporteerdemelkpoeder wordt verwerkt. Deblikken gecondenseerde melk wordenrechtstreeks uit Nederland geïmporteerd.De distributie vindt plaats via eenfijnmazig netwerk van vrouwen – destabiele factor in de Nigeriaanse economie– jongeren op markten en de chiefsvan de lokale communities. Ook metde verpakking wordt ingespeeld op delokale situatie. Twee derde van de 150miljoen Nigerianen leeft onder de armoedegrens,slechts een derde van debevolking kan zich het kopen van melkveroorloven. Om de onderkant van demarkt beter te kunnen bedienen, heeftFrieslandCampina twee jaar geleden36 . management scope september 2012 . 37


InterviewNGAin NLDleid op dat terrein bepalen we niet vanuitNederland, maar laten we over aande lokale public affairs-director en aande board, waar ik overigens zelf ook deelvan uitmaak. De voorzitter is een Nigeriaan.Onze gemeenschapssteun is redelijkgefragmenteerd, van weeshuizentot aidspreventie. De rode draad is datwe naar projecten zoeken die dichtbijde consument staan. Peak is immers eenvriend van de familie door het biedenvan betaalbare en goede voeding. Opdie basis zijn we ook in gesprek met dechiefs: die vinden goede voeding belangrijkvoor hun mensen. Een ander belangrijkproject in ons duurzaamheidsbeleidricht zich op een verantwoordwaterverbruik. Dat komt direct voortuit onze core business. Onze productenworden immers aangelengd met water.’°Het energieverbruik in heelAfrika is hetzelfde als in de stad NewYork. Maar hoe lang zal dat zo blijven?‘De economische groei in Afrika zalde komende decennia exploderen endaarmee ook het energie- en waterverbruik.De verantwoordelijkheid voorhet milieueffect van die groei zullen wesamen moeten nemen. FrieslandCampinawordt soms aangevallen op het feitdat het producten en grondstoffen naarNigeria exporteert en melk naar hetland toebrengt, in plaats van ter plaatsete produceren. Maar je zit met dat lagevolume door de matige natuurlijke omstandigheden.Wat bijvoorbeeld Maleisiëin een jaar aan melk produceert,doen wij in Nederland in één dag. Hetklimaat en de omstandigheden zijn hierimmers gunstiger. Daarnaast is onzeecologische voetafdruk kleiner wanneerwe grondstoffen en eindproductennaar Nigeria transporteren, dan wanneerveel drinkwater moet worden gebruiktvoor het melkvee ter plaatse.’°Zetten jullie je positie als een vande belangrijkste buitenlandse investeerdersen werkgevers in om politieke drukuit te oefenen op het gebied van mensenrechten?‘Nee, de boardmembershouden zich bewust buiten de politiekestrijd. Politieke bemoeienis brengt eencontinuïteitsrisico met zich mee, terwijlhet voor ons juist van strategischbelang is om in Nigeria actief te blijven.We onderhouden daarom relatiesdwars door alle stamverbanden, religiesen politieke overtuigingen heen. Je bedrijfmoet dus ook een afspiegeling vande samenleving zijn. Daar houden wedan ook rekening mee.’°Onder welke omstandighedenzou FrieslandCampina overwegen zichterug te trekken uit Nigeria? ‘Na eenlange denkpauze: ‘Als de corruptie onsdaadwerkelijk zou raken, of als de veiligheidvan onze mensen in het gedingzou komen door een burgeroorlog.Maar we hebben hier een lange historie,net als Unilever en Heineken. Diegeef je niet zomaar op. Bovendien isPeak heel belangrijk voor de communities,zowel qua betaalbare voedingals qua werkgelegenheid, direct én indirect.We willen helemaal niet weg uitNigeria, we willen juist groeien en uitbreidennaar de rest van de sub-Sahara.Je kunt je wel alleen blijven richten opdie zeventien miljoen inwoners hierin Nederland, maar de grootste kansendoen zich elders in de wereld voor.Afrika is het snelst groeiende continent,met de hoogste arbeidspopulatie,een groeiende middenklasse, 71 stedenmet meer dan een miljoen inwoners eneen toenemende digitalisering: zeventigprocent van de Afrikanen heeft eenmobiel. Iedereen denkt bij Afrika alleenmaar aan honger, armoede en oorlog,maar een aantal landen maakt momenteeleen belangrijke transitie door. Hetis niet de vraag óf, maar wannéér dedoorbraak komt.’‘In Nigeriadoen zichgrote kansenvoor, maarniet iedereenziet diepotentie’°In hoeverre wordt die strategieondersteund door de coöperatieve achterban?‘Ik heb net weer de jaarlijkseronde achter de rug langs de aangeslotenboeren: in drie weken tijd gaan weals directie tien avonden het land in enzien we een paar honderd boeren peravond. Boeren zijn nuchter en kritisch,maar ze zien de lokale boeren in Nigerianiet als concurrent en dat vind ik knap.Ze vinden gewin op korte termijn minderbelangrijk dan continuïteit. Ze levenook enorm mee. Vorig jaar hadden weeen flinke waterschade in de fabriek inNigeria. Dan laten ze blijken het belangrijkte vinden dat we daar netjes meeomgaan en ons goed gedragen. Begindit jaar hadden we een jongerendag:achthonderd jonge boeren in de zaal.Daar vertelde een Nigeriaanse die meteen Nederlandse boer getrouwd is eenprachtig verhaal over haar land. Datspreekt jonge boeren aan. Ze zien ditals hún bedrijf met alle activiteiten diedaarbij horen: in Nederland, maar intoenemende mate ook in de rest van dewereld.’Dorine Bosman ismanager sustainable development& social performance Shell.Alice Ajeh (50) werktsinds 1998 voor Shell. In2008 kwam ze met haargezin naar Nederland,waar ze namensShell InternationalRelationsManager voorNigeria is.‘Het gaatvooral overhet milieu’Wat doet een International RelationsManager precies? ‘Ik ben de contactpersoonnamens Shell voor allerlei partijen van diversenationaliteiten die betrokken zijn bij onswerk in Nigeria. Het gaat om ngo’s, maar ookburgergroeperingen, overheidsinstanties enmilieuclubs. Ik zorg dat iedereen precies weetwelke kwesties actueel zijn en houd alle partijenop de hoogte van onze bezigheden. Opdit moment spreken we vooral over milieuaangelegenheden.We proberen iedereen telaten begrijpen wat er speelt en te laten ziendat we op milieugebied alles doen wat wekunnen.’Wat is uw eigen achtergrond en hoe kwam uin Nederland terecht? ‘Ik ben gepromoveerdsocioloog en heb daarna nog een studie milieuwetenschappengedaan. Na diverse banenbij de regering en aan de universiteit ben ikin 1998 bij Shell gaan werken. Dat is een helegrote werkgever in Nigeria. Ik heb het werk inde olie-industrie altijd interessant gevonden.In 2008 kreeg ik de kans om in Nederland ophet Shell-kantoor in Den Haag te werken, endie heb ik met beide handen aangegrepen.’Hoe bevalt het werken in Nederland? ‘Ik vindhet hier heerlijk. Het is niet zo heet, ik kanslecht tegen hitte. Het is hier veel rustiger engeorganiseerder dan in Nigeria, wat je de kansgeeft om je werk beter te doen. Ik heb tweedochters van zeventien, die zijn volledig geïntegreerd.Ze dromen zelfs in het Nederlands.Toch ga ik dit jaar weer terug naar Nigeria –mijn uitzending was tijdelijk. Mijn dochtersgaan hopelijk ergens in de westerse wereld studeren.Nigeria groeit keihard, er gebeurt heelveel en er zit heel veel potentieel in het land. Ikheb goede hoop voor de toekomst.’Tekst Hans Pieter van Stein Callenfels Fotografie Kick Smeets40 . management scope september 2012 . 41


Megalopolis, een eiland van Lagos© Yann Arthus-Bertrand / Altitude42 . management scope Shell Special / september 2012 . 43


interview‘Het gaat omwetenschap,niet om emoties’Op aandringen van de International Union for the Conservation ofNature onderzoekt een onafhankelijk panel de milieuproblemenin de Nigerdelta. IUCN-directeur-generaal Julia Marton-Lefèvre:‘Laten we niet met het beschuldigende vingertje wijzen.’Interview Allard Castelein Tekst Paul Groothengel Fotografie IUCNEr zijn 1231 leden uit honderdzestiglanden, waaronder960 ngo’s en een grootaantal regeringen. Ruim elfduizendwetenschappers die actief zijnin zes permanente commissies. Zo’n duizendmensen die International Union forthe Conservation of Nature (IUCN) vanuitzestig kantoren verspreid over de wereldaansturen. Het zijn indrukwekkendecijfers, die je niet direct zou verwachtenals je nietsvermoedend het bescheidenhoofdkantoor van IUCN bezoekt in hetZwitserse dorpje Gland, onder de rookvan Genève.Maar IUCN is wel degelijk de oudsteen grootste ngo waar het gaat om behoudvan de natuur. De missie van de in 1948opgerichte organisatie: het beschermenvan de integriteit en de diversiteit vande natuur wereldwijd, en het bevorderenvan het behoud van natuurlijke hulpbronnenen de ecologische en socialeduurzaamheid van elk gebruik daarvan.IUCN wordt sinds vijf jaar geleid doorJulia Marton-Lefèvre, die decennialangemanagementervaring heeft in de wereldvan ngo’s en milieubehoud. InterviewerAllard Castelein, Vice PresidentEnvironment van Shell, vraagt haar allereerstnaar de wijze waarop IUCN isgeorganiseerd.‘Menigeen zegt dat IUCN wat structuurbetreft een van de meest gecompliceerdeorganisaties ter wereld is. Datvalt mee, maar het is een feit dat de onderwerpenwaar wij ons mee bezighoudencomplex zijn. En dat zie je terug inde architectuur van onze organisatie. Erzijn drie hoofdgroepen binnen IUCN.Ten eerste de ruim twaalfhonderd leden,waaronder regeringen, ministeries ental van grote en kleine ngo’s. Deze ledenkiezen iedere vier jaar ons programmaen het bestuur; je kunt ons dan ook zienals een democratische unie. De tweedegroep bestaat uit zo’n elfduizend wetenschappersdie voor ons werken, verdeeldin zes commissies, zoals de species survivalcommission. De derde groep is hetsecretariaat, een man of duizend. Wijonderhouden ook contacten met organisatiesdie geen lid zijn, maar die wel bijdragenaan het bereiken van onze missie.’°Wat zijn de belangrijkste prioriteitenvan IUCN? ‘Dat is bijdragen aan eenverandering in het gedrag van mensen inrelatie tot de natuur en onze natuurlijkehulpbronnen. Want een goed beheer vanonze natuur is essentieel voor de mensheid.Wij willen vanuit een onpartijdigehouding realiseren dat zoveel mogelijkmensen bijdragen aan ecologische en socialeduurzaamheid.’°In hoeverre kunnen ondernemingendaaraan bijdragen? ‘Toen ze me voordeze baan vroegen, informeerde ik meteenof IUCN ook met bedrijven samenwerkt.En of ze dat serieus aanpakken.Het antwoord was gelukkig ja. BinnenIUCN realiseren we ons terdege dat we derol die ondernemingen wereldwijd spelen,dienen te respecteren. Zonder be-44 . management scope september 2012 . 45


interviewJulia Marton-LefèvreZe werd in 2007 benoemd tot directeurgeneraalvan IUCN. Daarvoor was zerector van de University for Peace, eenorganisatie onder de vlag van de VN.Ze is daarnaast vice chair president vanhet World Resources Institute en lidvan onder meer de board of directorsvan het International Institute forEnvironment and Development envan Leadership for Environment andDevelopment International.Eerder was ze executive director vanLEAD International en executivedirector van de InternationalCouncil for Science (ICSU), in Parijs.Daarvoor werkte Marton-Lefèvre alsprogrammaspecialist in EnvironmentalEducation (een programma vanUNESCO), en gaf ze les aan eenuniversiteit in Thailand.In 1999 ontving ze de AAAS Award forInternational Cooperation in Science.Ze is fellow of the Royal GeographicalSociety. Marton-Lefèvre werd geborenin Hongarije en studeerde geschiedenis,ecologie en milieuplanning in de VSen Frankrijk.drijven bij ons werk te betrekken, zouhet realiseren van onze missie vrijwelondoenlijk worden. Ze hoeven niet perse lid te zijn van IUCN, maar samenwerkingis wat mij betreft de enige weg. Datwillen ondernemingen ook, praktischsamenwerken met betrekking tot concreteissues. We hebben belangrijke bandenmet bedrijven op sectorniveau, enwerken nauw samen met onder meer deWorld Business Council for SustainableDevelopment (WBCSD), op gebied vanbijvoorbeeld biodiversiteit. In mijn rolals directeur-generaal van IUCN ben ikook lid van UN Global Compact, waarbinnenwe veel werken met bedrijven.’°In hoeverre is IUCN actief inAfrika? ‘We hebben twee regiokantorenin Afrika en elf nationale kantoren. Wezijn daar vooral actief in beschermdenatuurgebieden, waarbij we regeringenhelpen om dergelijke gebieden goed tekunnen managen, zodat natuurgebiedenook daadwerkelijk worden beschermd.Ik werk momenteel aan een brief gerichtaan de president en premier vanKameroen, waarin ik wijs op het feit datstropers de laatste tijd honderden olifantenhebben gedood in een reservaat inhet noorden van Kameroen. Dat is verschrikkelijken daar moeten ze zo snelmogelijk wat aan doen. Als die olifantener niet meer zijn, verliest het land inkomenuit ecotoerisme en krijgt het imagoeen flinke deuk.’°Heeft zo’n brief effect, denkt u?‘Jazeker, en dan met name omdat ik eenenorm grote beweging vertegenwoordig.Bijna alle regeringen zijn lid van IUCN.Dus als de macht in Kameroen zich realiseertdat twaalfhonderd IUCN-ledenzich uitdrukkelijk uitspreken tegen hetuitmoorden van olifanten, dan luisterenze meestal wel, is mijn ervaring.’°Bijna drie jaar geleden bezochtu Nigeria; u zag de Nigerdelta vanuit delucht en heeft diverse plaatsen bezocht.Waarom heeft u besloten om IUCN zichte laten inspannen bij te dragen aan oplossingenvoor dit gebied? ‘Ik heb met eigenogen gezien dat de situatie in Nigeriazeer gecompliceerd is. Ik was al eerderin Nigeria geweest, maar ben blij dat iknu ook in de Nigerdelta ben geweest.Want alleen dan is het mogelijk je eengoed beeld te vormen van de werkelijkheid.Ik heb gezien welke schade is toegebrachtaan de ecosystemen in Nigeria,als gevolg van de winning van olie engas. Wie de schuldige is, is lastig te bepalen.Hoe dan ook, het resultaat is dat veelecosystemen in de Nigerdelta verwoestzijn. Toen wij werden uitgenodigd doorSPDC – Shell Petroleum DevelopmentCompany – om mee te denken en te werkenaan een oplossing, hoefden we nietlang na te denken. Het leek mij correctdeze uitnodiging te aanvaarden, al weetik dat de situatie in Nigeria gevaarlijkis en dat onze medewerking voor sommigenwellicht controversieel is. Maarals wij het niet oppakken, wie dan wel?Meewerken aan een oplossing in Nigeriapast naadloos in onze missie; en het isnou eenmaal zo dat ons werk niet alleenmaar kan plaatsvinden in veilige, comfortabeleplaatsen.’°Welke rol neemt IUCN op zich,waar het gaat om Nigeria? ‘We zetteneen onafhankelijk, wetenschappelijkpanel op en financieren dat. Zo hebbenwe dat eerder gedaan in andereplaatsen, en dat werkte goed. Voor zo’npanel kiezen we alleen de allerbestemensen, die bekend zijn met de situatieter plekke en de culturele achtergrondengoed begrijpen. Die onafhankelijkzijn van de betrokken partijen enbereid zijn hun mouwen op te stropen.Dit panel gaat de komende drie jaarde situatie in de Nigerdelta bestuderen.Daarna zal het panel aanbevelingendoen: hoe we de milieuproblemenkunnen oplossen, hoe de Nigerdeltakan worden schoongemaakt. Dat gaatom aanbevelingen die volledig zijngebaseerd op wetenschappelijk werk,niet op emoties. Met hopelijk als resultaatdat de Nigeriaanse ecosystemenzich langzaam maar zeker weer kunnenherstellen. En dat de bevolking,de regering en de in Nigeria actieveoliemaatschappijen daar beter en blijervan worden.’°Hoe is IUCN concreet te werk gegaan?‘Voor we ‘ja’ zeiden tegen samenwerking,hebben we eerst onze leden inNigeria geconsulteerd. Als zij haddengezegd: brand je vingers hier niet aan,hadden we niet meegedaan. Maar zewaren unaniem positief, en gaven directaan ons ter plekke te willen helpen. Probleemis wel dat we relatief weinig ledenhebben in Nigeria en dat de regering, alseen van de weinige in de wereld, geen lidis van IUCN. Na een uitgebreide consultatierondevroeg ik professor EmmanuelAsuquo Obot dit panel te leiden. (Obotoverleed bij een vliegtuigongeluk in april2012. Hij was de executive director vande Nigerian Conservation Foundation,red.) Een academicus die als Nigeriaande situatie ter plekke goed kende en diedoor alle partijen werd gerespecteerd.In het panel hebben we nog zes mensenaangesteld, met uiteenlopende achtergrondenin wetenschap en geografischekennis. Vier van de zeven zijn Nigeriaan,dat is nodig om lokaal draagvlak teontwikkelen. Het panel gaat er ook optoezien dat zijn aanbevelingen wordennageleefd. Ik hoop dat dit model zichopnieuw bewijst, en dat we dit in andereregio’s ook op deze manier kunnen gaandoen.’°Het is geen geheim dat Shell veelkritiek krijgt op de activiteiten in Nigeriaen onderdeel uitmaakt van het probleem.Hoe kijkt u daartegen aan? ‘Shell heeft alsnadeel dat het als enige partij in de naamSPDC is opgenomen; terwijl het slechtsvoor dertig procent in deze joint ventureparticipeert. Total neemt deel voor tienprocent, het Italiaanse Agip voor vijf procenten de Nigerian National PetroleumCorporation, last but not least, voor 55procent. Shell heeft dus niet de meerderheidin SPDC, maar de criticasters wijzenvooral naar dat concern. Ik moet zeggen:Shell is bepaald niet brandschoon en isactief in Nigeria om geld te verdienen. Ikheb mensen van Shell gevraagd waaromze niet gewoon weggaan uit Nigeria; danzijn ze immers van al het gedoe af. Hetwas erg overtuigend van hen te horenwaarom ze er graag willen blijven. Datze veel Nigeriaanse werknemers hebben‘Wie deschuldige is,is lastigte bepalen’waar ze goed voor willen zorgen en datze mee willen werken aan een structureleoplossing om het milieu te redden.Ik vind de houding van Shell ook wel logisch,ik zou ook alles op alles zetten omoplossingen te vinden. Wat me overigenswel opviel, was het gebrek aan crossculturelesensitiviteit van sommige mensenvan SPDC; de teneur was dat de buitenlandershet met al hun kennis en ervaringbeter wisten dan de Nigerianen. Zo’nhouding keert zich geheid tegen je.’°Inderdaad. Daarom hebben we onlangsnog meer Nigerianen opgenomenin het topmanagement van Shell Nigeria.Kent u inspirerende voorbeelden van samenwerkingtussen bedrijven en ngo’s,waar Shell van zou kunnen leren? ‘Zeker,bijvoorbeeld onze samenwerking metRio Tinto. We werken sinds 2010 samenmet dit Australisch-Britse mijnbouwbedrijfom duurzame oplossingen te zoekenvoor de wijze waarop zij met het milieuomgaan. Dat resulteert per saldo in positieveeffecten. Wij krijgen overigens veelkritiek van onder meer andere ngo’s overdergelijke samenwerkingsvormen metbedrijven. Maar dat vind ik kortzichtig,binnen bedrijven werken óók mensendie het milieu een heel warm hart toedragen.Die hun kinderen en kleinkinderenwillen zien opgroeien in een duurzamewereld. Het is inmiddels genoegzaambekend wat de effecten zijn van ons handelenop het milieu, daar kan niemandmeer omheen. Ik hoop dat de samenwerkingmet Shell in Nigeria ook tot positieveeffecten leidt, maar ik ben eerlijkgezegd nog niet heel optimistisch overonze kansen op succes.’°Ik ben het met u eens dat er op ditvlak nog veel werk te verrichten valt. Eris veel negatieve publiciteit op gang gekomenrond de samenwerking tussen IUCNen Shell. Wat zouden we kunnen doen omdeze perceptie te doen kantelen? ‘Laten werealistisch zijn, de meerderheid klaagtniet, maar die horen we niet. Het draaitvooral om verbetering van de communicatie.We moeten beide in dialoog gaanmet alle betrokken belanghebbenden.Een open dialoog kan geweldig goeduitpakken; dat werd onlangs weer eensgeïllustreerd toen jullie een stakeholderdialooghadden opgezet waar allerleingo’s voor waren uitgenodigd. Het vielme op dat Shell’s ceo Peter Voser zeeropen en eerlijk reageerde op alle kritiekdie hij over zich heen kreeg. Als partijenin een dergelijke dialoog niet met het beschuldigendevingertje naar elkaar gaanwijzen, niet gaan schreeuwen maar eerlijkblijven communiceren, dan heeft datzeker toegevoegde waarde. En dan kunje effectief werken aan het bijsturen vanpercepties van mensen.’°Wat zou u Shell verder nog willenadviseren inzake Nigeria? ‘Realiseer je datNigeria een verbazingwekkend land is.Veel mensen zijn hoogopgeleid. Helaasis de regering niet of nauwelijks transparant.De rijkdommen die het land zekerheeft, zijn zeer ongelijk verdeeld. Datgeeft veel sociale onrust. Ik vraag me weleens af, wat zou ík doen als ik straatarmwas, een gezin moest onderhouden envoor mijn deur een grote oliepijpleidingzou lopen? Zou ik dan ook een gat slaanin die pijp, de olie opvangen en doorverkopen?Wellicht wel. Wat dat betreftvoeren jullie een moeilijke en complexestrijd. Maar laten we positief proberen teblijven, samen ons best doen om toch tezorgen dat het milieu in Nigeria op denduur gered wordt.’Allard Castelein is VicePresident Environment Shell.46 . management scope september 2012 . 47


InfographicHandelsstromen: import & exportIn miljarden US dollarsVerenigde StatenNigeria,groeiparelvan AfrikaBelangrijksteNigeriaanseexportproductenin 2011:PortugalBotswana1,9Verenigde ArabischeEmiratenIvoorkust1,2JapanKoreaTsjaadOeganda29,79,1IndiaIn de Global Competitiveness Index van het WorldEconomic Forum staan drie Afrikaanse landen in de top-30van grootste economieën ter wereld: Zuid-Afrika (plaats25), Egypte (26) en Nigeria (30). Van deze drie landen heeftNigeria het hoogste groeicijfer. Het land zal in 2025 degrootste economie van Afrika zijn.Tekst Paul Groothengel Infographics Shootmediae Nigeriaanse economie laateen gezonde groei zien: degemiddelde groei van hetBruto binnenlands Productover de afgelopen vijf jaar was6,7 procent. Volgens het IMF groeithet Bruto Nationaal Product van Nigeriavan 268 miljard dollar in 2011 naarvierhonderd miljard dollar in 2016. Datis een plus van bijna vijftig procent. HetBNP van Zuid-Afrika groeit in dezelfdeperiode van 383 miljard dollar naar vijfhonderdmiljard dollar, een plus van dertigprocent.Belangrijke aanjagers achter de groeivan de Nigeriaanse economie zijn, naastuiteraard de enorme rijkdom aan grondstoffen,stijgende lonen en de toenamevan financieringsmogelijkheden, dieleiden tot oplopende consumentenbestedingen.Keerzijde is dat ook de inflatiein Nigeria al jaren hoog is. Niet alleendoor stijging van de voedsel- en energieprijzenwereldwijd, maar ook omdat deNigeriaanse overheid de laatste jaren dekredietkraan erg makkelijk opendraait,vooral als er verkiezingen op komst zijn.De hoge inflatie holt de koopkracht vande Nigeriaanse bevolking gestaag uit.Nigeria exporteert bijna twee keerzoveel als het importeert: in 2010 was deexport 86 miljard dollar, de import 44miljard dollar. De laatste jaren heeft Nigeriaforse overschotten op de lopenderekening, veroorzaakt door die grotehandelsoverschotten.Ruwe olie90%LNG (gas)7%BelangrijksteNigeriaanseimportproductenin 2011:Machines entransportmiddelen16%Fabrieksgoederen10%Chemicaliën8%Bron: RabobankEconomic ResearchDepartmentZuid-AfrikaVerenigdKoninkrijkCanada2,01,21,82,5 2,81,20,491,81,11,72,10,550,280,350,12,0 2,6Spanje België Nederland Italië Frankrijk3,91,42,47,37,93,03,52,46,0ChinaBraziliëImportNigeria’s totale import bedroeg in 2010ruim $ 44 miljard. Om precies te zijn$ 44.235.268.670. (Bron Afribiz.info).ExportNigeria exporteerde in 2010 voor ruim$ 86 miljard. Welgeteld $ 86.567.912.530.(Bron Afribiz.info).50 . management scope


LATEN WE HET LICHT AANHOUDEN,OOK ALS ZE LATER GROOT ISIn wat voor wereld groeit dit kleine meisje op? Volgens deskundigen in een wereld met een toenemendevraag naar energie. Onze aarde telt nu al zeven miljard mensen. En naar verwachting komen daar voor2050 nog twee miljard bij. Dus als we ervoor willen zorgen dat het licht ook voor de volgende generatieaanblijft, moeten we iedere mogelijke energiebron benutten. Bij Shell onderzoeken we een breed scalaaan energiebronnen. We maken onze brandstoffen en smeerolie geavanceerder en efficiënter dan ooit.Samen met onze partner in Brazilië produceren we ook ethanol, een biobrandstof die vervaardigd wordtuit duurzame rietsuiker. En we leveren aardgas aan meer landen dan welk ander energiebedrijf dan ook.Aardgas zorgt voor de helft minder CO2-uitstoot dan steenkool bij het opwekken van elektriciteit. Laten wede energiemix van de wereld verbreden.LET’S GO.Zoek op: Shell Let’s Go

More magazines by this user
Similar magazines