Een kopje Nespresso met de mede-oprichter van Design Miami/Basel

nespresso

Een kopje Nespresso met de mede-oprichter van Design Miami/Basel

24

ENTRE NOUS

AMBRA

Een kopje Nespresso met de

mede-oprichter van Design Miami/Basel

MEDDAFOTOGRAFIE:

MARTIEN MULDER, RAINER HOSCH

ASSISTENT: GOKAY SARIOZ

PRODUCTIE: NATASHA STANGLMAYR

KAPSELS + MAKE-UP: FATIME OLIVE

INTERVIEW: ALISA ANH

N: U bent mede-oprichtster en directeur van Design Miami/Basel, dat sinds de

start in 2005 binnen de kortste keren internationale bekendheid kreeg als een

van de belangrijkste en meest innovatieve designbeurzen wereldwijd. Behalve de

opzet van de show behoort ook het conservatorschap voor de ontwerpen tot uw

taak. Bestaan er vuistregels voor de herkenning van goed design?

Ambra Medda: Ik denk dat de criteria afhangen van de aard en de vorm van

het object. Bepaalde objecten leggen meer nadruk op de vorm, de functionaliteit,

of de esthetiek; aspecten die je individueel moet beoordelen. Telkens als ik naar

een object kijk, probeer ik alles wat ik eerder heb gezien even te vergeten, om

het met een frisse blik te kunnen beoordelen. Ik ben van mening dat een goed

ontwerp “eindeloos” is; je blijft ernaar kijken. Tegelijkertijd is het ook een icoon voor de periode en de geschiedenis waaruit het stamt. In

wezen gaat het erom dat goed design de balans houdt tussen vorm en functie. Dat geldt bijvoorbeeld voor de ontwerper Gio Ponti - je voelt

instinctief aan dat zijn werk geniaal is en dat hij een stoel ontwerpt op dezelfde manier waarop hij een kerk ontwerpt. Ook Zaha Hadid kan

zowel een theeservies als een autofabriek ontwerpen met diezelfde balans. Ron Arad is een ander goed voorbeeld daarvan, hoewel hij heel

anders te werk gaat: hij houdt zich niet primair bezig met het dagelijks gebruik van zijn werk. Zijn werken moet je benaderen en beoordelen

op een totaal ander niveau. Bij een goed design komt de bedoeling van de ontwerper tot uiting in zijn object, ongeacht of hij functie,

schoonheid of beide voor ogen heeft.

N: Dat aspect van sublimiteit lijkt ook op te gaan voor kunst. Wat is nu de

kunst van een ontwerp?

Ambra Medda: Feitelijk wordt het steeds moeilijker om de lijn te trekken tussen kunst en design – het is wel spannend dat ze niet eens

te benoemen zijn! Dat betekent dat we ons eigenlijk in een experimentele overgangsfase bevinden. Een voorbeeld: kunstenaars die bij hun

ontwerp functie als uitgangspunt nemen, wat maken die uiteindelijk: kunst of design? Ik denk dat het antwoord op deze vraag “beide” is,

maar ook “noch het een noch het ander” en dat is toch geweldig! Het zet ons ertoe aan om vragen te stellen en discussies te voeren over

wat design en wat kunst is. Ik vind het leuk dat het antwoord op die vraag niet bestaat. Tegelijk voelen veel mensen zich bedreigd door

kunst en hebben ze behoefte aan stapels informatie om kunst te waarderen. Design is veel toegankelijker omdat mensen het herkennen.

(Je zit elke dag op een stoel!) Precies om die reden wordt design ook vaak als iets vanzelfsprekends beschouwd.

25


26

‘Ik zou zeggen dat de populariteit van design ons

voordelen biedt, omdat design zeker meer toegankelijk

is en mensen nu steeds meer de gelegenheid hebben

om uiterst functioneel en goed design aan te schaffen

tegen betaalbare prijzen. Uiteindelijk denk ik dat het

leven van mensen erdoor verbetert.’

N: Wat is de relatie tussen technologie en design?

Ambra Medda: De uitwerking die de technologie heeft op design is slechts een aspect dat ons het meest opvalt in de industrie, omdat

de innovatie die materialen en technologie doormaken ontwerpers ertoe in staat stellen dingen te doen die 10 jaar geleden zelfs nog niet

mogelijk waren. Tegenwoordig zijn er bijvoorbeeld al ontwerpers die objecten ontwerpen die ze met een elektronische toverstaf in de

ruimte hebben getekend. Ongelofelijk, toch?

N: In de jaren ’80 was design enkel weggelegd voor de elite. Tegenwoordig

is het bijna een massa-aangelegenheid. Heeft u daar moeite mee?

Ambra Medda: Ik zou zeggen dat de populariteit van design ons voordelen biedt, omdat design zeker meer toegankelijk is en mensen

nu steeds meer de gelegenheid hebben om uiterst functioneel en goed design aan te schaffen tegen betaalbare prijzen. Uiteindelijk denk

ik dat het leven van mensen erdoor verbetert, daarom is het – in elk opzicht – een geweldige ontwikkeling! En maak je vooral geen

zorgen – er zal altijd een elitair tintje aan design blijven kleven, waarbij unieke exemplaren of beperkte oplagen zich altijd zullen blijven

onderscheiden van een object waar er miljoenen van zijn. Een van de doelstellingen van de beurs Design Miami/Basel is het als forum te

laten fungeren voor belangrijk en buitengewoon design zonder pretentieus over te komen. Ik moet denken aan wat ik twee oudere dames

tijdens de laatste Design Miami/Basel enthousiast over de beurs hoorde zeggen, “Oh, dus dit is wat mensen bedoelen als ze het over design

hebben!” Ik stapte op ze af en bedankte ze, waarna ze mij vertelden hoe zeer ze zich erop verheugden om meer over design te weten te

komen. Alleen al daarom is de oprichting van de beurs Design Miami/Basel de moeite waard geweest!

N: Bent u niet van mening dat design tegenwoordig ook een etiket is en een

term die vaak misbruikt wordt?

Ambra Medda: Oh, natuurlijk bestaat er ook veel slecht design; maar bestaat er geen slechte variant op alles? Voorbeelden te over van

goede en slechte kunst, films... Alles wat overdreven wordt, is vermoeiend. Mensen die gewend zijn aan design, houden zich vooral bezig

met de vraag wat niet goed is en we raken er sneller door teleurgesteld. Mensen die minder kennis van design in huis hebben, hebben

meer tijd nodig om dit in te zien. We hebben de beurs Design Miami/Basel opgericht om mensen de kans te bieden om anders tegen

design aan te kijken, om een nieuwe wereld voor ze te openen en de dialoog met ze aan te gaan. En net zoals design geen etiket is dat je

ergens opplakt, zo zou ik het vreselijk vinden als Design Miami/Basel onjuist geïnterpreteerd zou worden als “zomaar” een beurs, omdat

we veel meer dan dat willen zijn – door ook designcultuur te bieden en mensen bijeen te brengen om samen te praten over een thema

dat nog niet eerder op deze wijze werd gepresenteerd. We willen de creatie van design bevorderen en promoten via onze “Designer of the

Future” en “Designer of the Year” Awards. Op die manier hopen we de jongste generatie ontwerpers te ondersteunen en onze erkenning

en samenwerking aanbieden aan gevestigde ontwerpers, architecten en kunstenaars die de grenzen van design verkennen.

N: Tegenwoordig bestaan er tal van designhotels. Kent u een favoriet hotel dat

erin geslaagd is om de scheidslijn te vinden tussen gevoel voor design en design

als excuus?

Ambra Medda: Een hotel waar ik dan onmiddellijk aan denk, is het Puerta America in Madrid. Ik vind dat dit hotel trouwens ook

perfect de interne kentering laat zien die zich momenteel voordoet in de discussie over design. Het toerisme maakt een groei door dankzij

de aantrekkingskracht van design: mensen bezoeken tegenwoordig een stad om te kunnen verblijven in een bepaald hotel in plaats van

andersom. Design is niet alleen een kwestie van functionaliteit; het heeft ons leven en ons gedrag veranderd.

27


28

‘Dus mensen investeren meer geld in hun huis om

een eigen, klein museum te bouwen. En of dat museum

nu volgepakt staat met spullen van Ikea of van

Barry Friedman – zo lang je ervan houdt en ze

mooi vindt, zie ik dat als positief.’

N: Er bestaat een trend om de huiselijke sfeer een professioneel

tintje te geven. De keuken wordt een privé-sterrenrestaurant, de bar

verandert in een lounge, de woonkamer doet tegenwoordig dienst als

persruimte en koffieliefhebbers zijn ineens barista’s. Is dit een van de

bedoelingen van design?

Ambra Medda: Ik denk dat deze trend kenmerkend is voor de tijd waarin we leven; het hoort bij onze geschiedenis. Technologie

en lifestyle maken het mogelijk en verwachten van ons dat we meer in huis verblijven. In plaats van naar de bioscoop te gaan, kan ik

bijvoorbeeld een dvd huren en die op mijn eigen breedbeeld bekijken, en die film - die is net zo goed of zelfs beter! Dus mensen investeren

meer geld in hun huis om een eigen, klein museum te bouwen. En of dat museum nu volgepakt staat met spullen van Ikea of van Barry

Friedman – zo lang je ervan houdt en ze mooi vindt, zie ik dat als positief. Maar er is een ding dat ik betreur en dat is de trend die je ziet

in keukenontwerpen - klanten lokken met toptechnologie ten koste van het gezinsleven. Het hele concept van een blok dat midden in de

keuken staat en omgeven is met barkrukken waar iedereen alleen maar eet en rondrent, is een doodsteek voor het ritueel waarbij iedereen

samen aan tafel zit om de maaltijd te gebruiken. Zelf kom ik niet uit een traditioneel gezin – mijn moeder kookt niet en ik ben ook niet

met traditionele etiquette opgegroeid – het gaat hier om iets heel persoonlijks en waardevols dat zomaar overhoop wordt gegooid door

deze keuken-designtrend - en ik kan het weten, want ik ben geboren in Amerika. Veel Europeanen ervaren deze breuk met rituelen als

iets moderns. Ik persoonlijk zie het als een stap achteruit.

N: Uw opleiding richtte zich in feite op de Chinese taal en

Aziatische kunst. Speelt de kennis van deze specifieke vakgebieden

nog een rol in uw toekomstplanning?

Ambra Medda: Tijdens de Biënnale in Sjanghai van 2006 ben ik zeker van de partij. Eigenlijk ben ik tegen de tijd dat dit magazine

verschijnt alweer terug van een bezoek aan China, waar ik polshoogte ga nemen om te bekijken of de designbeurs ook in het oosten kan

worden gehouden. Het hoeft niet per se China te zijn - Dubai, Japan, of een andere standplaats is ook prima. Het is nog maar een begin

en ik verheug me erop de mogelijkheden te onderzoeken. Dit is een van mijn favoriete taken: onderzoek doen naar nieuwe ontwerpers,

nieuwe fora. Het is spannend en het geeft nog voldoening ook.

N: U bent Italiaanse van geboorte – Sardijnse om precies te zijn.

Zuid-Europeanen hebben altijd al van het leven weten te genieten,

vooral van hun koffie. Is er een persoonlijk koffieritueel dat u heeft

meegebracht uit uw geboorteland?

Ambra Medda: Ik ben Italiaanse, dus koffie is voor mij heilig. Mijn zus, mijn moeder en ikzelf zijn de echte koffiedrinkers bij ons thuis!

Een ding wat ik nog steeds weet, is een ritueel dat ik als kind zag: ’s Ochtends zei mijn moeder nooit veel, maar ze dronk wel haar mokka.

Het beeld van mijn moeder aan het ontbijt met haar kopje mokka en het koffiearoma dat in de keuken hing, zal ik mij altijd blijven

herinneren.

N: Een vraag tot slot: Van welke koffie houdt u absoluut niet?

Ambra Medda: Persoonlijk heb ik er een hekel aan als ik een cappuccino krijg die helemaal doordrenkt is van siroop met een smaakje

en waarvan het melkschuim helemaal bedekt is met een laag chocoladepoeder of kaneel. Ik ben dol op die smaken, maar ik wil niet dat ze

de smaak van mijn koffie overheersen. Het liefst drink ik mijn koffie sterk en zwart. (Maar die Nespresso met anijssmaak ga ik zeker een

keer proeven!)

29

More magazines by this user