nederlanden

resources4.kb.nl

nederlanden

B I O G R A P H I S C HWOORDENBOEKDERN E D E R L A N D E N .DERDEDEEI*


B I O G R A P H I S C HWOORDENBOEKDERNEDERLANDEN,Bevattende de Levensbefchrij vingen van voornameSTAATSMAN*NEN, KRTGSHELDEN, GELEERDEN in allerleije vakkenvan Wetenfcliappen, DIGTERS, SCHILDERS en andereKONSTENAREN:ENVERDER,Zodanige Perfonen, die door de ene of andere daad, zig beroemd,of aan den Vaderlande verdienjielijk hebben gemaakt; veelal verzeldvan hunne Karakterfchetzen, zeldzame Anekdoten die menelders te vergeefs zal riafporen , onpartijdige beoirdelinghunner Daden, optelling hunner Schriften, en aamvij-,zing der Schrijvers welke van hun gehandeld hebben.OPGEMAAKT,Uit Handfchriften, een groot aantal van de befteSchrijvers in verfcheidene Talen over die onderwerpenhandelende, en medegedeelde Berigten.VAN DE OUDSTETIJDEN AF TOT HEDEN TOE,DOORJ. A. DE CHALMOT.Met Pourtraitten en Plaaten.TED E R D E D EEJ^^^^SyA M S T E R D A#J«ij^^^^^J O H A N N E S A I ^ ^ ^ ^ ^ ^ | t |


B I O G R A P H I S C HWOORDENBOEKDERN E D E R L A N D E N .D E R D E r> E E L.B.BERTLING (MICHIEL), geboren teCoevorden, eerst Predikantte R-.nswoudc, Ablasferdam, Hükgmdsberg en Delft,daar na, féderd het jaar 1738 te Groningen. Bedankte voorde beroeping te Amfteldam en Rotterdam, en weidt Hoogleraarin de Godgeleerdheid te Groningen, in het jaar 1752'. Hijaanvaardde dit ambt met ene redevoering, de modestia, modestoquefapientia, T/ieologo digna £f neeesfaria. - STOSCH,Sïcucs Q5e(cprtc


- ^ BEST. (WILLEM.).,g. vervolgens volkomen ingelijfd door het doen van. de vier,,geloften';hii leraarde de wijsbegeerte teDouai, en was vervolgensPsefet of Opper leermeester van de latijnfc fcholen mverfcheidene kollegien; hij ftierf den J8 oftober 1666, enKeft"uitgegeven: Via, ventas, fjf vita, CHRISTUS demonftratus.fi-tei 1661-'in Af-v J- F. FOPPENS, Bibl. Eelg. p. 814.PAQUOT., Mem. litter. Tom. XVII. p..35ï«PEST (WILLEM), zoon van een Predikant te Amersfoort»wie-dt geboren of "ten minden gedoopt ih die ftad den 23. aagustiis"i683." Men zondt hem naar Utrecht om het onderwijsin 'de WasHefce 'fcholen onder het opzigt van PETRUS BURMAN .'ien Ouden te genieten ; vervolgens oeflbndc hij zig. in deregtsgeleer'dheid onder Jij» VAN MUYDEN en KORNETS VANEek',' en maakte zulke grote vorderingen, dat hij met grotenroem'op den 7 oftober 1704 de, doktorale waardigheid bejfcw?m, met het fchrijven van ene Disfertatio de qtübusdam Cen-Iccïuris 'in Jv.re Civi'.i. Na tri deze ftad als Advokaat gepraktilccrd'te hebben tot in 't Jaar' '1715, wierdt hij op den 15^vtem'ber 171.6 te Harderwijk Hoogleraar in beide.' de regtén.'inplaats» van JOAN. ORTW. WESTENBERG, welke in die,zeivde waardigheid naar het Hogefchool, van Franeker vertrokkenwas: hij vervulde dien post maar omtrent flegts driejaren,dervende in den bloei van zijne jaren den 15 augustus 1719^Êetrèurd door een ieder die prijs op geleerdheid en wetenfeha'ppenfield, doordien iets groots in het gemenebest-der,letteren van hem was te verwagten , ja hij bezat een doordringend'oirdeel,fnedig vernuf., was ongemeen geoeffend in de,litteratuur, en daar bij een fchrandèr Criticus. Men heeft vanhem in druk: 1. Ratio 'emendandi Leges, Jive libellus in qtto fectwdum Reeulas'plurimce emendantvr Lege*, nonmdlce explipabiUta 'plerisque in locis Pande&arum Flmvxinorum auiïoritate.'Addita Juni 'etiam aliorwn AuUorum Wc, non pauca, £? er Cothndofiano quidam Leges, quibus iisdem ex Regulis petita.ar«r "ntdicïna. Ultraj.' 1707. GUIL. VANDE WATFR in 8VO. 2. Oratiefie «iwlfate Jmis Romani, illiusque fiudii juctmditate. Harder'"• - ' —• • i i - * I 7 l 7 l >


BESTBRUGGE. (JEGIDIUS) BETH JANSZ. (JAN) 33717. 4*o. 3, Oratio de Pa&orum Co-itraSuum, fecundum JusGentium £? Romansrum, natura £? cequitate, diiïa publice a. d.V. idus Majas M.DCC.XIX., quym magnifisi Rectoris dignitateJeabdkaret. Barderov. 1719. 4(0. AKT. DIUKENBORCHIÜSin Traefat. ad SILIUM ITALICUM, Stel. 3. pi. 1. G. BÜRMANKI,Trajectwn eruditum. p. 27-29. ABRAH. WIELING, in praefat. aaLectior.es Juris Civilis ** 3, NEUHUSIUS in praefat. ad rer.ov. editionem,p. 7, 8. C. SAXI, 0/2om. liter. Pars VI. p. 73. p*.OUOT, Mem. litter. Tom. IX. p 248-250. Jo. FRID. JUGLEP.S,&n)ttagt jtir 3ini$iifdw Skwlir. I. g$« & 437-441'W-ffiCHTLERI, Oprwc. p. 448. 473.B EG TB R U G GE (KQ1D1VS) , geboortig van Z3«J;^c e nklein ftadje in Flaanderen , is geen onberoemd Regtsgeleerdeen Redenaar geveest', en heeft omtrent het Jaar 1512 teParijs en elders gebloeid. 'Men heeft van hem : De ufura ccntefima,besje, trïente, Jemisfe. (Je. Adverfus Jurisperitos disfentjentesab HERMOI.AO BARSJ*O, Fencto, Littemorum i'lius as-Afoelie Cmphxo. Item, Declihttk^m de eo, An Juriscorfulti fineele.quentiat .ope Jura civilia intt'.ligere atque exponere posfnt; adNtcoLAüM BERALDUM. Beide deze verhandelingen zijn bqeen gedrukt, te Parijs in 1524. in 410.PETII JANSZ. (JAN) en JAN KOENENSZOON, beidedmfteldammers,- ontzagen zig niet, toen in 1570 door de Wa-^ergenfen op zee zo flerk met geweld geroofd wierdt, 't welkook menigen aan de galg hielp; nog bij 't geweld fqhandelijkbedrog te voegen, ten einde hunren vijand afbreuk te doen;deze beide ki.apen'waren het immers, die een fchip uitrustten,'t welk zij met verlof des Piinfen VAN OKANJE, door toedoenvan Jr. DIDEKIK VAN SONÖI, ten dele te Antwerpen, ten delein Zeeland, met fpaanfe en italiaanfe koopmanfehappen belaadden,met oogmerk omze den eigenaren te ontvoeren, cn naarEmbdtn te brengen, niet naar de plaats werwaavds zij bevragtwaren. Doch zij werden door tegenwind genoodzaakt teRochelle in te lopen, daar zij, die zig de helft van een 'fcho ?nen buit hadden toegelegd, gedrongen werden, de poederenem half. geld te geven, en dus weinig meer dm de fchandeA 2v a r !


Q?:m tntniQ, Ratisb, 1738. in folio; in pars 2. van Tom XII,| JBJTHONE, (EVERHARD)V^n «alfe een veragtefijk bedrijf overwonnen.ECKW,ffiA ff/k VI. Boek, bi. 21 & WAGEN., Befchrijv. van AmftiEL St, bh 306, 307,BETIIUNE (EVERHARD), gebijnaamd de Cnwi, tetoivzake Y?n den tijtel die hij aan zijne Grammatica gaf,, bloeido«afrent 'C midden der Xllde eeuw; want het fchijnt dat hettn 'tiaar 1124 was, dat hij dit boek vervaardigde, ingevolge*Wt tweeregelig vérs, door een fchrjjver van de XVde eeuw»ft?t name ARNOLD. VAN ROTTERDAM, bijgebragt...A>mo milleno, centeno %bis duodeno. • .Cwirt'/Vz? Ebrardus GrtVcismum jBethimienJis.JSi}ne andere werken Ibvekken ten bewijze dat bij zig op des(lOiigeleerdhcid heeft toegelegd, en na de tijden waar in hijjaefde, goede vorderingen daar in heeft gemaakt. Geen gees-.te!i}k.é orden hom voor den zijnen hebbende erkend, is hetïeer w-aarfchijnlijk dat hij een wereldlijk Geestelijke is geweest.Wij hebben van hem:- 1. Grceeismus, de Figuris 0B0 par--tfötis- Oratïonis; Jive Grammatica? regula, verfibus latinis explicata}W>i Expojiiionilas JOANNIS VINCENTII METÜLINI. Lugd. JOAN,ÏJU PRÓ, 1483- in 4». It!> 1490. Deze Grammatica is in verftti,en men maakte 'er eertijds gebruik van in de meeste derftbolen van Frankrijk, Duitschland en der Nederlanden. Maai?gedard dat 'er een beter fmaak in het vak der letterkunde i*entloken, heeft dit werkje met meer anderen van dien aart,lotgemeen gekregen, om in het ftof der vergetelheid bedolvente worden, METULINUS de uitlegger van dit Gracisimis, be*kleedde den ftoel van Hoogleraar inde fraije letteren tcPoitiers,en zijn regte naam was GUILLET of GUILLOT. 2. Antihar efu,In de Trias fcriptorum, adverfus Waldenfium fectam: EBRARDUSEPTOyNtENPis, BEKNARDÜS Abbas Fm.tis calidi, ERMENOARDUS 5$K


BETS. (Mr. JAN) BEUKELAAR. (jü-AcïilM) ySibliotheeken der Vaders vant 2*8*** °° k heeftW^m#m>Lijvns, tm «SPÜWtei werkjes*welke in fommig, ktoost^-biMiotelJ1*8. Sw^xrx, ^ p.. 2 3 3. VAT,. A « , ,/ m£Tp. 2ii, 212. Ls DUCHAT.-, Remarques fur RA^MS, Tom 1P-9o. P Aqvor, Mem. Utu, Tom. XIIL p. c.s'öttem. p. ii. p.2 g ? tl;A1>BETS (Mr> JAN), is .geweest een der eerfte Raadshermvan het hofmJuilitie, onder den naam van Hogen *****^ in X580 opgerigt,w e l k e d e n 4 i^ ^fe bmng üaJ. e„ « j n eeerfte zittf ngin v*^ Kiekte, daar hélook z^ne permanente vergaderplaats heeft blijven honden-, toïd i kt 2* T ; ° !^'i e nAcFranJen bemerkt, Wierdt vernietigd. —_ «frw*» »JHifi. Vil. D. fel.4 ST. " . » * fBEUKELAAR (JOACHIM) , Konstfchildcr, geboren XtfTtl m t * ** ^53, fcheen van Nature tot &* * ^waardige revolutie èólthmsvestende, hadt hij het geluk dat deze trouwde £ £«inteken &M,der PIETER AAPTEN, wt-lke hem tot *Volkomenheid in de fchilde.konst een handleider en We»wlVg J* ^ * e 8 f a n e hadt hij „ eer, goe* S£riet te tieffcn; doch toen zijn oom P I £„ R.,L m,, a„ , fej^deren van groenten*, v-rugten-, vlees, vogelen, tófcs'WSf b: ; C 7''^ M gewennen, kreeg hii zulk «a Vffij»hand in het temperen der verwen, dat hijt e ndien *pïW»


6 EEUKELSZOON. EEUNiNCEN. (KOENRAAD VAN)ongemeen wel in daagde, en vis-, vlees, allerlei gevogelte}groenten , en vrugten zo natuurlijk wist te verbeelden , enzodanig met allerlei kéukengereödfchappen te doneren, doorgaansdaar ook een aan 't werk zijnde meisje zo bevallig wistin te plaatzen , dat men zig nauwelijks kost verzadigen oni hette befchouwen.Ook vindt men heerlijke dukken van hem,fruit- en vismarkten verbeeldende, vol van allerlei aartk; behandeldevoorwerpen naar het leven, en met enige k^..kanmeidenen andere beelden gedofleerd, die zeer natuurlijk enwel gekoloreerd zijn.Hij dierf in zijne geboortedad nauwelijksden ouderdom van 40 jaren bereikt hebbende. K.Y. MANDER, Leven der Schilders, II. D. bl. 210--213.BEUKELSZOON (WILLEM), een Visfer van het dadjeBiervliet in Slaats-Flaanderen gelegen, heeft zig een onderfeiijkennaam, en bij de nakomelingfchap ten hoogden verdiendelijkgemaakt, door het uitvinden van het kaken, zouten enin tonnen pakken der Haring. Hij leefde in de XlVde eeuwe,en dierf in 1397 op de plaats zijijer geboorte. Vad.r CATSgedenkt aan dit nuttig mensch in zijn Twee-en-tagtig jarig leven,alwaar hij van Biervliet fprekende, onder anderen van onzenWILLEM zegt:WelBEUICELS weest gegroet; uw graf dat dient verheventOp dat uw goeden naam hier na fou mogen leven:Het is een oud gebruik, hij dient te zijn vereert,Die aan onkundig volk bequaame dingen leert.Keizer KAREL DE V. door Biervliet reizende , bezogt hétgraf VanBEUKELSZOON, en wenste zijne ziele alle zaligheidt 0e. :— SMALLEGANGE , Kronijk van Zeeland, bl. 766".Haudv. Privilegiën enz. der JledePlaardingen;van Mechèien, I. D. bl. xii Vusn: 1770. in 4to.Hifi. III. D. bl. 499.bl, 128. Bejchrijv.WAGEN., Vad.BEUNINGEN (KOENRAAD VAN), wierdt geboren teAmfteldam in het jaar 1622; en, fchoon men niet met volleaekeiheid den naam van zijne ouders kan opgeven, is hst egterzeer


ÏEÜN1NGEN. (KOENRAAD 'VAK) |zeer waar fcbijn lijk, dat zijn vaderde reweest GEURT DIRKZCOWVAN BEUNINÜEN, d c in liet jaar 1622, tot Raad in'de Vroedschapte Amfieidam weidt gekozen, en der gematigde ; partij m't reuk van den godsdienst was toegedaan.. KOEKRAADC^eeiigeestige jonge, liep de triviale fcholen in 'zijn vadèrftad 'met'alle \lugheiJ door, en werdt ver.yolgens 'naar 'Leijden 'gezonden,alwaar hij .in de regtskuhde zig zo vlijtig'oefFende, 'dat'h j in 1Ó43 tot Dokfor in beide de regten wierdt gepromoveerd,er, nog in dat zelvde jaar tö LSecieuris van Amfieldam'werdt bevorderd.\ , V A N BCUKINCEN was van der jeugd af aan fomber van hu-.meur', en hiel Jt' veel van de eenzaamheid en een afgetrokken*'levenswijs, hét oen en ander werkte'zo Üerk cp hem in t jaaidat hij eensklaps zijn ,ambt', geboorteRad en familievaarwel zeide, om zig naar Rijnsburg i.abij Leijden, 'mét 'tt'woon te be ;:ever;. liie, verkeerde hij veel aan het huis van'des dorps bakker FRANS JOACHIJISZOON OUDAAN, vader v'ail.dén zo bekenden digter JOACHIM OUDAAN; voor welken laatftenhij zo veel genegenheid er, achting opvatte; dat hij 'altoos 'zt-Jderd in gemeenzame vriendfehap met hem heeft verkeerd. 'Aan'hét huls Van dien bikker', daar dé Rijnsbur^rs doorgaajis fa-'snenkwamen om hunne gefprékken en óeiTe,.ingen te houden^maakte hij ook kemiis met JOHA'N HARTJ^ ELT zoon van KOR-NELIJ HARTIGVELT, Burgemeester van RAurdam, als 'mede'met DANIËL BREEW "en 'meer andere'menfehen van foortge'lijktdenkwijze, die hem tot 't gevoelen van "t iooojarig 'rijk vaiïCIIRTSTUS hier op aarde overhaalden'; hij'bemoeide zig afclv»ook om in deze bijöènkomften 'redevoeringen tc dein', in ou-'te* 'arideiën ené zeer ernltigj", waar in hij betoogde', hoedanigeen Christen moet handelen', om hap H Boek, dus noemde'de H.'Schriftuur, we'behaaglijk voor CODE té wandelen;Dan 'zijne familie en uienden wisten hem', ha 'dat hij Viuikeen jaar in deze zonderlinge levenswijze, hadt 'doorgebVagt,'daar van af té trekken, en hem over té halen om en'ii' viiothem lofFelijker Ioopbanë in'te treden; 'daar hij zijne aang'èbo."Ycnë ën verkregene talenten tot oneindig meeraei iu; wc.^8L $jB&l


t JSEUNINGEN. (KOENRAAD VAN)hem en zijne medemenfchen koste doen werkzaam zija.Voorts na zijne terugkomst te Amfieidam, droeg hem deRegering van Amfieidam den zwaarwigtigen post van Penfio: ai ishunner ftad op, en hij toonde fpoedig ter Staatsvergadering vanHolland en in 't waarnemen der kommisilen die hem toevertrouwdwerden, dat hij een man was van een vlug vernuft,fchrander oirdcel, ervaren in 's lands gebeurenisien, en zeerbekwaam om op het Staatstoneel een der aanzienlijkfte hoofdrollente fpelen.Zijn eerfte zending was, om na het overlijden van PiinsWILLEM DEN II, benevens KORNELIS RIITERTS , Burgemeestervan Hoorn, en WILLEM NIEUWPOORT, Vroedfchap vanSchiedam, naar de provintien van Friesland en Groningen te i eizen,om in name van hunne principalen, de Staten van d : 3gewesten te verzoeken en aan te fporen, om Gevoknagtigdennaar de grote vergadering te willen zenden, die in 's Hageftondt gehouden te worden, om aldaar door de gezamentlijkeBondgenoten geraadpleegd en gehandeld te worden ovei debelangrijke punten van Unie, Religie en Militie. Kort hier nawierdt hij naar Zeeland gezonden, ten einde het befluit der Statenvan dat gewest, tot het aanftellen van enen Kapitein-Generaal, te doen uitftellen; zijn pcrfoon wierdt allerdienftigsttot het waarnemen van deze kommisfle geoirdeeld, doordienhij meer dan eens blijken hadt gegeven, dat hij der Stadhouderlozeregering van Holland met hart en ziel was toegedaan.In 1652 vertrok VAN BEUNINUEN met den tijtel van buitengewoonAfgezant naar het Hof van Zweden, en kwam in augustuste StokMm. Dewijl hij nu een man was bedreven inde fiiofofie en andere delen der geleerdheid, zogt hij zig hierdoor aangenaam te maken bij de Koninginne KRISTINA, dievoor een liefhebfter der geleerdheid gehouden werdt. Hijhadt last om in Zweden te vertonen: „ dat Engeland, den Sta-„ ten den oorlog aandoende, moest geagt worden, in enen„ zekeren zin gants Europa te beoorlogen, zullende dit ge-„ menebest ligteJijk meester van de zee worden, na dat het„ dea koophandel der Verenigde Gewesten zou bedorven helv


BEUNINGEN. (KOENRAAD VAN) £ben; dat Zweden hierom belang hadt, om zijne waperen te„ voegen bij die van dezen Staat, war toe de Koningin daar-„ enboven verpligt was, uit hoofde der verdrag , in ce ja-„ ren 1640 en 1645, met de Staten gemaakt; at men wej„ niet ondienftig hieldt, dat de Koningin voor zij zig .egen„ Engeland veiklaarde, die Natie, door ondeihanrie.jng, tot„ vreedzamer gedagten zogt te brengen-, doen dar zij midiei-,„ wijl, zig niet ontiiagen kon rennen van de .eipligting, cm„ de Staten met 400 • man, in troepen, in geld, of in krijgs-„ behoeften, bij te Haan, waar toe zij zig bij verdrag verbon-„ den hacit, ten minlle, moest zij hare onderdanen beletten,„ den Engeifen te voorzien van zulke waren, als dezelveu tot„ het aa .bouwen en uitrusten van oorlogfthepen, nodig had-„ den." VAN BEUXINGEN bevondt welhaast, dat hij aan 'tZweedfe TM niet veel zou kunnen uitregten, daar men nietalleen misnoegd was, over de verdragen door de Staten, in1649 met Denemarken gefloten; maar zig ook te onvrede hieldtdat men zekeren JOACIIIM GKOOT-JOIIAN, die met üil.< nc&ébrieven van de Koninginne in Holland gekomen was, omfchuld vast gezet hadt, en bij aanhoudendheid zitten liet, hoeZeer men uit Zweden aanhieldt, om zijn ontflag.De ZmJfkStaatsdienaars, midlerwijl door de Engeifen, met hpp.p op merkelijkevoordelen in den koophandel, waar bij zij bijzonderbelang hadden, zijnde aangelokt, fthroomden niet te ve;klaren, dat de Koningin zig in de tegenwoordige omftai.digheden,niet vei bonden rekende om de gemaakte verdragen naarte komen; ook gedoogde de flegte ftaat der geldmiddelen inZweden niet, dat men van daar, dezen Staat onderfteunde.wat VAN BEÜNINGEN verwerven kon, kwam uit op ene ve;klaring,dat de Koningin zig, tusfen Engeland en dezen Staat,volkomen onzijdig dagt te houden, en niet ongenegen was,om middelares te zijn tusfen de twee oorlogende Mogendheden,en zeivs tusfen Frankrijk en dezen Staat, die ook, ter oirzakevan het vervoeren der krijgsbehoeften naar Spanje, en van deFranfe kaperijen die hier op gevolgd waren, enig misnoegenladden opgevat tegen eikanderen.A 5AlFrankrijk nam de aanbie-ding '


kÏEUNINGEN. (KOENRAAD VAïr)YjinS van 'Zweden aan; dcch zij werdt in Engeland, daar rrieh•Zweden mistrouwde, van de hand gewézen.De Staten dié'ook geenèn zin hadden in de Zwéedfè bemiddeling, alzo zij beweerden',dat Zweden volgens de verdragen, tot wat meerderVerbonden was, antwoordden den Zweedfen Gezant, die zèhun voor geflagen hadt, dat zij zig deswege vei klaren zouden',zo dra Engeland zig verklaaid hadt. VAN BEUNIKGSN hieldt?> tot in 't jaar 1654 fn Zweden op, zonder iets te hebbenkonnen fluiten. ft Was 'er zo ver aï, dat de Koningin 'zig•zou hebben laten bewègèn, om den Staat tegen Engeland bijie ftaan, dat zij zelvs haa: best deedt, "om de handeling téftreminen,die ten defcen zelvdëri einde, aan 't Hof van Denemarken,aangehangen was, die egter met lift al een veel beteruitfta" 'hadt.VAN BJSUHINCEN naar Zweden Ver jekkende, hadtlast ^ehadt, om in 't doorreizen te pollen', of 'er bij de Hmiê-JteMiets goeds zou uit te werken zijn; doch hij gaf hiertoé flets flauwe hoop': „. Breinen en Lubik zouden," fchreéf'hij „ mooglijk over té halen zijn , in de belangen der Vennigtdl Staten; doch patibürg zou 'zig waarfchijnlijk, onzijdig*z 0 Sken te houden , om, geduimde dén oorlog, zijnen koophandelte veiliger dodr de Hoofden en verder westwaards*.[' te konnen uitbreiden ; ook de Éngeife lakens , over Lubek tèvoeren naar Dantzig-, werwaards zij anders met HottmdfeZ fchepen, plagtën gebragt te wdrden."tengevolge, dat dc bezending naar de Hahle-Jlidenuitgefteld wierdt', en eindelijk agterblecf.En dit berigt hadt-KWSTINA Koningin van Zweden, hadt in 't jaar iöSA',vooreerstkroon aan haren vollen neef KAREI, GUSTAAF, afgeftaan, diéde Zweedfe wapenen in Duitsland gevoerd hebbende,toonde dat hij' nog oorlog in den zin hadt.déweldraDc Graav VANKONIN'GSMARK was reeds enigen tijd be^ig geweest, om voorbcreidzclste maken tot het beleg van Breinen; welke ftad zig'zo volkomen niet onderworpen hieldt aan de Zweette kroon',als men 't in dit Rijk verllond te behoren'; hij hadt zelvs inden aanvang van 't jaar IÖ54» de ftad begonnen te belegcxen;zij zondt om onderf&nd aan Jen Keizer', aan de Ilar.zé-


BEUNJNGEN. (KOENRAAD VAN) ||jfeden en aan de Staten der Vtrenigde C'twisten; welke laatflèntoen nog belemmerd met den Engeifen oorlóg, alleenlijk befte?-ten, VAN BEUNINGEN, EPO BOOTSMA en KNIPHUIZEN VAN LUIS-EERG, als buitengewone Gezanten naar Stade te zenden, omeen verdrag te bemiddelen tusfen Zweden en de ftad Premen;doch deze bezending was vrugte'oos afgelopen, doordien Zwedende bemiddeling der Staten niet wilde aannemen.In 1Ó55 wierdt VAN BEUNINGEN, benevens GODARD ADRI-AAN VAN RIIEDE, Heer van Amerongen en MATTIIIAS VANVIÉRSSEN', oud voorzittende Raad in den Hove van Friesland,in gezantfehap naar Denemarken afgezonden, om ware 't mogelijk,de rust in 't Noorden, door handeling te herftellen, etitot dien einde was 'er ook diergelijke bezending naar Zwedenberaamd, doch 't liep tot in 't volgende voorjaar aan eer datdezelve vertrokken. .Gedurende den tijd dat deze Gezantenzig in Denemarken bevonden, wierdt Koppenhagen door den Koningvan Zweden belegerd, en het fcheeldé niét veel of VANBEUNIKGEN was in handen van dezen Vorst gevallen die hemenen clodelijken haat toedroeg; doch hij ontkwam het door behulpvan een klein vaartuig, dat hem naar Holland oveiveerde.In 1660 deedt VAN LEUNINGEN afftand van z : jn Penfionarisambt, en werdt daar op terftond tot Raad in de Vrbedfchapte Amfieidam aangefteld, en tefFens door ce algemeneStaten benoemd, om benevens JOAN VAN GEND, Here 'vanOosterwede, en JUSTUS DE HUYBERT , Penirónaris'.vah Zièri&zcè',gevoegd bij der Staten gewonen Gezant BOREEL, naar Frankrijkin ambasfade te gaan , om ware it mogelijk, een nauwerverbindtenis met dit Hóf te fluiten. Terwijl hij zig te Parijsbevondt, wierdt hij befchuldigd, door zijnen invloed Amfieidamte hebben overgehaald, om zig te kanten tegens het verlenenvan bijftand aan de ftad Munfter, die met haren" Bisfchopin onmin was geraakt, en dat enkel aan hem 't verlies vandie ftad moest worden toegefehreven; doch deze bcfchuldigingberust op al te losfe fchroeven om 'er geloof aan te kunnenflaan. Want VAN BEUMIXGEN was tij dezen tijd niet allee»


I 2liüuNJJNGEN. (KOENRAAD VAN)leen uitlandig, maar ook vjnu men in de brieven tusfen den"Raadpensionaris J. DE WITT en hem gewisfeld, geen het min*fte fpoor, dat hij zig bijzonderlijk met de Mwifterfe zaken hebbebemoeid. ,De Staten der Verenigd! Gewesten in 1664 voorziende, daêde oorlog met Engeland onvermijdelijk was, belioten in hetbegin van december, VAN BEUNINGEN op nieuw naar Frankrijkte zendsn, ten einde LODEWYK DEN XIV, te bewegen, omhun ingevolge het gefloten verbond in 1662 bij te fpringen,in geval zij door Engeland mogten werden aangetast. V A NBEUNINGEN vertrok in aller ij!, en hadt den 28ften reeds zijrteerile gehoor bij den Koning, aanwien hij zig in zijne aanfpraakbreed uitliet over de oriregtvaardigheid der Ei.gelfen in hetbeginnen van den thans ;voedenden oorlog; hij toonde zulksmet verfcheiden voorbeelden; en befloot zijne redevoering metaan zijne Majefteit uit naam der Staten te verzoeken, om tewillen voldoen aan het verbond, onlangs, met hen geflotenen behoorlijk bekragtigd, waar bij bepaald werdt, om hun bijte ftaan met 1200 man, ingevalle zijne pogingen niet mogteauitwerken, dat de vrede binnen vier maanden wierde beifteld»Doch op dezen voorflag kwam niet dan algemeen en uitftel»lend antwoord. De Franje Staatsdienaars gaven voor: „ dat„ de Koning, zo hij nu den Staten bnftondt, veelligt binnen„ kort, als hij zijnen eisch op de Spaanfe Nederlanden zou doen„ gelden, hen ten vijand hebben zou." Voorts, vorderdenzij, dat men zijne Majefteit hieromtrent gerust ftelde , zoanen hem bewegen wilde, om de Staten tegens Engeland tehelpen. De Heer DE LYONNE, Geheimfchrijver van Staat,liet zig wat later tegen VAN BEUNINGEN uit, in deze woorden:„ Vreemd is 't, dat wij om u bij te ftaan, het verbond welke„ wij met Engeland hebben, breken zullen; daar wij te ver-„ wagten hebben, dat Engeland en de Verenigde Gewesten ons„ morgen den oorlog zullen aandoen. De verkeerde Staat-„ kunde, dat 'er een voormuur tusfen de Verenigde Ge-westen„ en Frankrijk nodig is, bederft alles. De Koning denkt mis-„ fchien niet om de Spaanje Nederlanden; maar 't is jammer da:„ men


BEUNINGEN. (KOENRAAD VAN) ég* men zulke gevoelens heeft onder zijne Bondgenoten. Ik„ weet daar van en van 't gene men desaangaande opentlijk„ fpreekt in de Verenigde Gewesten; meer dan ik u zeggen wil,''De Marfchalk DE TURENNE zeide hem ook: „ dat dc toeleg„ op de SpaanfèNederlanden wat verre zag; doch dat de Koningp no Swel met enige grensftedén, voorat met Kamerjk diende„ geholpen te worden." Alle deze gefprekkeri dienden, omVANBEUNINGEN onzeker te houden wegens 's Konings oogmeik.Ook geliet zig deze fchrandere Staatsman, als of hijAer niets van vastftelde, midlerwijl niet verzuimende bij aanhoudendheidaan te dringen, op de naarkoming van 't verbondvan1Ö62, waar ha men, zeide hij, vooriiaan kon, 't gene(men goeddagt. Voorts, maakte hij onder de hand zwarighedentegen den toeleg op de Spaanfe Nederlanden, ontleend vanJt geen andere Mogendheden daar tegen ondernemen zouden,alfchoon 'er de Staten zig niet aan Horen mogten.Maar menhieldt zig in Frankrijk verzekerd, dat de Koning in zulk een"toeleg, de Staten zo zeer als iemand anders, tegen zou hebben.Intusfen bleef den oorlog tusfen Engeland en onzen Staatfteeds voortduren, en de Franje Koning weigeragtïg in hetzenden van den beloofden onderftand.VAN BEUNINGEN lietook geene gelegenheid voorbij flippen om op 't vervullen derbelofte aan te dringen; ja hij verklaarde ten Iaatilen zig tevrede te zullen houden met de belofte , dat de Koning het verbondgeftand zou doen, indien de Engeifen toonden in denoorlog te willen volharden.Dan dit alles vondt weinig ingang,cn fehoon VAN BEUNINGEN dus in zijne handeling aan't Franje Hof niet zeer voorfpoedig flaagde, fehijnt hij 'er cgtergrotelijks gezien te zijn geweest, 't welk onder anderenuit 't fcMjven van den Franjen Gezant in 's Hage D'ESTEADESblijkt, welke hem nevensHIERONYMUS VAN BEVERNINGH enJAN en KORNELIS DE WITT, als een viertal opnoemd, welkehier te lande niet om te kopen waren, 't Vermoeden vanVAN BEUNINGEN, aan den Raadpenfionaris medegedeeld,ingeval le ener voorgenomene bevordering des Prinfën VANdat •ORANJE, de Regering op Franje hulp zou kunnen ftaat maken,werdt


j | , BEUNINGEN. (KOENRAAD VAN)Werdt eerlang bewaarheid, doordien LODEWYK DE XIV, toen/jnen door de gantfc Republijk op die bevordering aandrong,6000 man hulptroepen zondt.VAN BEUKIKGEN vei bleef fe Parijs tot in 1667;. en wanneerhij toen in 's Nage te rug kwam, trad hij in onderhandelingniet den Franfen Gezant D'ESTRADES,. betrekkelijk de.vereffening der gefchillen die 'er tusfen Frankrijk en Spanjen.plaats vonden. • Hij was van gevoelen, dat Spanje nimmer zouover te halen zijn tot het te rug geven van zo vele plaatzenals Frankrijk vorderde, indien LODEWYIC DE XIV, niet wilde,afltaa.n van den eiSch zijner Gemalinne op de Spaanfe nalatenfchap,welke men niettegeriftaande den af.ft.and daar van bij.de huwiijksverbintenisfe gedaan, nu op nieuw deedt herleven.Dan deze voorflag was onfmakelijk, en vondt geen den minfteningang bij het Frarfe Hof.VAN BEUNiKGr.N werdt in 't volgende jaar 16C8 op nieuwals buitengewoon Gezant naar Frankrijk gezonden, met last,om ingevolge het drievoudig verbond, tusfen Engeland, Zwedenen de Verenigde Nederlanden gefloten, aan de herfielling vanden algemene.n vrede te werken. Her van kweet hij zig meteen warmen ijver;, ja hij verftoutte zig fomtijds den Franfen.Staatsdienaren liet gevaar voor te Hellen , waar in de Kojiingzig Heken zou, zo hij de aangebodene voorwaarden nietaannam. Doch deze vrijmoedigheid werdt euvel door 't FranjeHof opgenomen. DE LYONKE fchreef deswegens aan D'ES-TF.ADT.S: „ dat hij zig verzekerd hieldt van den vrede, zo hij.„ llegts twee uien met DE WITT koude fpreken, van wiens„ redelijkheid en bekwaamheid om zwarigheden uit den weg„ te ruimen hij ten vollen overtuigd was; doch dat de haastig-„ heid en bedreigingen van den Heere VAN BEUNINGEN, die.„ zig alleen bezig hieldt met het vertonen van uitfiekende„ gevaren, waar over de Franfen niet zeer bekommerd wa»„ ren, alles moesten doen dtigten van enen Koning, die zo.„ roemzugtig.was, en zo kies op het punt van eere als de.„ Koning van Frankrijk." Met dit al volhardde VAN BEUNIN-C.EN fa» zijnen ijver om ware 't mogelijk den vreJe te bexverken:


^EUN-INGEN. (KOENRAAD VAN)JAïpji.S. te. dien einde Relde hij met TREVOT den Engel/en Ce,zant aan 't F»jnjf« Hof een ontwerp van een verdrag op tusfenEïcr.krijk en Spanjen, 't welk zij vervolgens hunnen Meesterentoezonden. Ook was het dit ontwerp 't welk in 't vervolg dengrondflag leide, op welken de vrede tusfen belde genoemdsRijken getroffen wierdt. Kort na het opftellen hier van flotenVAN LEUNINGEN en TREVOT, op den 5 apiil 166% te StQermain een verdrag met LODEWÏK PEN XIV tot bevorderingvan den vrede; en men vondt goed, bij 't fluiten hier van te'bepalen, de zaak geheim te houden, tot dat' Spjwje den vredezou hebben aangenomen.*In 1668 ontftond 'er in de provintie van Overijsfel.merkelijketweefpalt, 't welk zo hoog liep, dat de Staten van dutgewest zig in twee partijen verdeelden en afzonderlijk vergadeiden, zo dat men met geen mogelijkheid kans zag om de zohevig tegens malkanderen verbitterde gemoederen te doen bedaren, en de gefchillen zonder Msfenkomst van enen derdente vereffenen ; te dien einde wierdt dan de bemiddeling derStaten van Holland verzogt, die in Me maand jkmij van dit.jaar, VAN BEUNING?N, die toen Raad en regerend Btn^emeestervan Amfieidam waj, benevens ADRIAAN PAATS, Raad enyroedfehap van Rotterdam, naar Overijsfel zonden, om uit te.werken, dat de leden van dit gewest niet langer gefebeurd,bleven, maar in ééne.vergadering famenkwjmen. Na enige wekenverloops keerden zij te,rug zonder het doelwit van hunne,zei.dirg bereikt te lebben; 't welk egter erugen t'jd daarna,door de. ijverige dienfien van den Raadpenfionans J. DE WITTdaar aan befleed, gelukte.Orderwijlen ijverde VAN BEUNINGEN om ten beste van 't va-,derland, werkzaam te zijn, en nieuwe ontwerpen tot bevorderingvan deszelvs heil en welvaart te verzinren. Niet zonderg'-ond vreesde hij, dat de Koning van Frankrijk knorrigzon zijn over het belemmeren van den voortgang zijner over-'winningen, en zig daar over zou zoeken te, wieken; veelgrond balt hij hier voor, doordien die Vorst'den Ilollandfenkoophandel reeds door nieuwe belastingen bezwaarde; en hierom


16 BEUNINGEN. (KOENRAAD VAN) •om drong hij aan, dat men dc Franje waren mede moest bezwaren, en zig door nieuwe vérbindtenisfen zoeken te Herken.Dan men kost niet goedvinden om voor als nog in dezemaatregelen te treden, om reden dat het eerfle ontwerp tevoorbarig wierdt geoirdeeld, doordien Frankrijk de Hollandjewaren beter konde ontberen; dan de Hollanders die der Franfen;en wat het tweede betreft, 's lands fchatkist was niet ruimgenoeg voorzien , om de benodigde kosten daar toe vereistwordende, op te leveren. Beter gelukte het hem, om nevensden Raadpehfionan's DE WITT, enige ontftane gefchillen metEngeland, over fommige plaatzen in Oost- en Westindiè'n, uitden weg te ruimen.VAN BEUKINGEN die een fcherp doorzigt hadt, dagt hoelangs hoe duidelijker tc bemerken, dat LODEWYK DE XIV denVerenigden Gewesten geen goed hart toedroeg, en voornemensWas dezelven te bederven. Hij dagt op middelen om ware't mogelijk deze fchok voor te komen; en geen beter middelwist hij hier toe uit (e denken, dan op nieuw ter bane tebrengen, om den koophandel met Frankrijk te verbieden; hijviel in 't begrip, dat zodanig verbod het dienftigfte raiddelwas om deszeivs magt aan banden te leggen. Hij berekende,dat'er jaarlijks voor vele millioenen wijn, brandewijn, zijdeen zilveren ftoffen, linten, waijers, handfehoenen en anderefmiisterijen, door Hollandje fchepen uit dat Rijk gehaald wierden,en hij verbeeldde zig dat door dit verbod, gehele Fravfeprovintien tot den bedelzak zouden gebragt worden. Dan zijnontwerp geen ingang vindende, floeg hij ene belasting voorvan 40 rijksdaalders op een. vat wijn en 60 op een vat brandewijn, doch dit vondt even weinig fmaak, en dus kwam van't een zo min als van 't ander. Die anderzins zo lepe Staatsmanbedagt op dit ogenblik niet, dat de Franfe waren voorhet minst gedeelte tot eigen gebruik van de bewoonders derVerenigde Gewesten dienden, maar meestal om naar elders vervoerd/teworden, en dat deze handel die een der voornaamftebronnen van Hollands welvaart en 'rijkdom pleeg uit te,maken, eenmaal getopt zijnde, zig noodwendig elders zouontlasten,In


BEUNINGEN. (KOENRAAD VAK) , 7In 1570 begonnen zig zodanige duistere wolken bijeen tepakken , en aan de kimmen van Neerlands flaatsbemelte vertonen,dat men bedugt wierdt het onweder te zullen zienlosbarden , 't welke voor lange door VAN BEUNINGEN gevreesdwas. Inzonderheid was men bedugt, dat Frankrijk en Enge-• land zouden famenfpannen, om de Republijk in haar verderfte Horten. Ten einde dit, zo mogelijk te ontduiken, beflootmen tot het doen van verfcheiden bezendingen; VAN BEUNIN­GEN, als toen Oud-Burgemeester van Amfieidam, wierdt naarEngeland gezonden, welke hem in dezen tijd zo veel te lievertot dien post verkozen, om dat hij onder het getal der braaffle. en eerlijkfle Regenten van het gemenebest wierdt gerekend enaltoos de maatregelen hadt gevolgd die DE WITT omhe's'defchoon men 'er vindt die verzekeren, dat deez' Staatsmanzmts enigen tijd een ander doorzigt in de zaken hadt gekregen, en daar door meer genegen was geworden, dan welvooiheen, om tot de bevordering van den Prins VAN ORANJEmede te werken; zulks fchijnt zig ook volkomen te ontwikkelenen te bewaarheden, uit enen brief van den Engeifen AmbasfadeurWIU.IAM TEMPLE in 's Rage gefchreven den 20aexj r67o, aan den Grave VAN ARLINGTON. Deze Gezantdie VAN BEUNINGEN door ene dagelijkfe verkering van nabijkende, en zijn karakter befhidcerd hadt, drukt zig in dezebewoordingen over hem uit: „ Als gij VAN BEUN,NGEN ont-„ moet, zult gij niets in hem ontwaar worden, dat dn Haat„ is de achting die gij voor hem hebt, te kunnen verminde-„ ren; dan alleen zal het u Horen, dat hij meer geneigdheid» h e e f c 0 1 1 1 z e I v e » t e fe'fen dan anderen te horen, en datbij door rijkheid van denkbeelden fomtijds tot vervelens toe„ over een en de zelvde zaak redeneert; dit zegge ik u bij,„ voorraad, ten einde gij u niet laat voorinnemen, zonder„ hem m den grond te kennen. Ik heb hem verwittigd, dat,i gy geenzmts gediend zij 6met menfehen, die zulk een ruim„ gebruik van woorden maken. Gij zult voor 't overige ont- '„ waar worden, dat hij een eerlijk man is, die in 't begrip„ Haat, dat het geluk van zijn vaderland nauw verknogt islil. DEEL.g


af BEUNINGEN, ('KOENRAAD. VAN)£ aan de verbonden met den Koning gefloten; en ik ben vanHg denkbeeld ^ dat hij ook om den Prins van OKANJE, w«»rbelangen hij met veel ijver begmpgd, met vriendelijkheid ver-„ diend ten Hove ontvangen te worden. Wat zijnen omganghetrefl, gij zult hem beleefd en wellevend vinden; en in„ genen dele zal hij uw zoeken te dwingen, om zijne voorftellengoed te keuren ; geenzints, hij zal u zijne denkbeeldenen dc redenen daar voor betogen, en als dan verres, van \i te willen noodzaken om daar een goedkeurend ant-,. woord op te geven, zijn vertoog befluiten, met de betuiging,dat gij meester zijt zodanig te handelen , als gij zultL, goedvinden; dat de Staten zeer- gaarne de middelen zullen„ omhelzen, die de Koning zal voorflaan; en dat zij altoos,bereidwillg met gemeen overleg werkzaam zullenzijn,ten aanzien van alle de zaken die onze naburen betreffen."Verders hadt VAN BEUNINGEN ook last, om den Koning vanEn^dvidte bewegen, tot de vervulling van het drievoudigverbond, waar ip hij voor ettelijke jaren, met den Staat berievensZweden getreden was; wijders moest hij den Koningpok zoeken over te halen, om met vereende kragten, die vanAlgiers,te gaan.Tunis en Tripoli, door geweld van gapenen te keerDeze laatfte voorflag was naar alle waarfchijnlijkheideen gevolg van zeker ontwerp door onzen fchranderen Staats,jnan gevormd; hij hadt namentlijk beweerd, dat ten einde de,Algerijnen uit te roeijen, de Levantje Koopvaarders rijkelijkmoesten voorzien worden van manfehap en gefchut, dat ze gezamer.tbïkonder een fterk convoij moesten varen, en de havenvan Algiers gedurende den tijd van een jaar gefloten houden»Door het gerflf middel, dagt hij deze roofgasten van bu't, hungr.jg vpgdzel te verfieken; door het twede de ftad uit te hongeren, en tot overgaaf te noodzaken. Dan VAN BEUNINGEI?verfpilde zijnen arbeid te vergeefs, om den Koning van Enge,fa4 over te halen, tot onderhouding van l et drievoudig ver*hond; en hij meende piet onduidelijk te beipeuren, dat KA,JUHL pc II, en LODEWYK DE XIV, zig onderling verftonden ?tok keerde hij kort hier cp naar Hollend te rug,Hei


BEUNINGEN. (KOENRAAD VAN) J 9Het jaar 1672, dat zo rampfpoedig was voor ons vaderland,bevestigde de argwaan van onzen Amfteldamfen Burgemeester, „die hij al lang tegens den Franfen Koning hadt opgevat. Hetj's hier de plaats niet om. te melden, welk enen fpoedigenvoortgang de Franfe wapenen in ons Gemenebest maakte, enwelk enen fchiïk en benauwdheid zulks bij de meeste inwonersveroirzaakte. Na dat LODEWYK DE XIV, zig van een goedgedeelte der Republijk hadt meester gemaakt, trad men in onderhandelingmet hem, doch de voorflagen aan hem door PIE-TER DE GROOT, Penfionaris van Rotterdam, als afgezondenender algemene Staten gedaan, ftrekten weinig tot genoegen vanfommige leden van Holland, met name die van Amfieidam,VAN BEUNINGEN 'voerde in hunnen name het woord ter Staatsvergadering,en wist door ene welbefpraakte redevoering, metklemmende reden bekleed, zo veel uit te werken, dat zodanigeleden, die voor de handeling geltemd hadden, van hundenkbeeld te rug kwamen, en het gevoelen van Amfieidamgoedkeurden. Onder anderen betoogde hij 5 „ dat de aanbie-„ ding der Generaliteit .--landen, door DE GROOT, aan Frankrijk„ gedaan, zeer aanflotelijk was voor Spanje; dat men ook„ Breda en. Berger.opzoom, niet kon o\ ergeven in weerwil van0 den I'rinfe, wienmen, noodwendig kennis moest geven„ van alles wat 'er gehandeld werdt. Dat men, daarenboven„ geld .uitgeloofd hadt, buiten bewilliging der.andeie Gewes-„ ten en van Amfieidam. Dat men, met een woord, meer„ uitgeboden hadt, dan men magtig was te volbrengen. Dat„ DE GROOT die dit uitbod gedaan hadt, niet wederom naarj, den Koning van Frankrijk keren; maar dat men zig op zijne„ ongereedheid , onpasfelijkheid of duizend andere verhinde-„ ringen, verontfchuldigen moest. Dat 'er, ged.rende de., handeling, twef voorname perfonen uit Engeland hier ge-„ kernen waren; dat de Prins VAN ORANJE ook middelerwijl,„ tot Stadhouder was aangefteld; die niet alleen bij den Ko-„ ning, maar ook bij de Gemeente van Engeland bemind„ was, en wien de Engeifen om zijne verwagting van de« kroon, niet zouden durven bedriegen. Dat zij ook niet'B 2 , „ moes-


BEUNINGEN. (KOENRAAD VAN)moesten veronderfteld worden, te zullen handelen tegeahun eigen belang; dat zij geraden hadden, dat 3 s Land»wvloot zig van de Engelfi kusten onthielde; dat zij nog iets„ gezegd hadden, dat geheim blijven moest; dat zij zo hij ge-3^ loofde, goede oogmerken hadden, en openingen hadden ge-4, daan, die Frankrijk zeer kwalijk nemen zou, als hij ze wist;3Jldat de Prins VAN ORANJE reeds gemagtigd was, oin met En*Mgeland te handelen, en dat men door middel van zijnsMHoogheid en de Engeifen ook met Frankrijk handelen konj„ dat men de rust in de Gewesten, met name in Zeeland nietVnkon bewaren, zo men niet door den Prinie handelde; datBE GROOT zeer vsrdagt was bij de Gemeente, en gehan?deld hadt op enen voet, die van de tegenwoordige hando-„ ling verfehiïde, hebbende de Engeifen aangeboden te be-„ proeven, of zij met Frankrijk fluiten konden, op minder3, voorwaarden, dan reeds waren voorgeflagen 5 dat DE GROOThierom niet gevoeglijk zou kunnen voortgaan mat handelen;u dat de Gewesten zig ook tegen zijn vertrek naar den Kc*ning van Frankrjk hadden verklaard; dat men den Prins„ dankende, dat hij de zaken reeds zo verre gebragt hadt;„ dat de leden, te voren uit verbaasdheid en angst, een be->„ fluit genomen hadden, welk men bedaard zijnde, behoordete veiandeien.'t Slot was, dat naar 't gevoelen van Amrfieldam, VAN GEND bij den Koning van Frankrijk blijvenmoest! C ' AT M^ N B E GROOT niet moest laten keren; dat men$ met Frankrijk niet dan van wege alle de Gewesten hafldp»v]en moesti doch de handeling geheellijk laten aan den PrinfpJ (en de Engeifen."W°nder was het om te zien, hoe fpoe?dig alle de Staats-Ieden dit advijs van VAN BEUNINGEN toejuigrten, §n zig bij de item van Amfieidam voegden; 't welk danpokten gevolge hadt, dat men de handeling overliet aan doEnaclfen benevens WILLEM DEN III, die onlangs tot de waar?djgheden van zijne voorzaten, door ene genoegzame eenparigekreet waa verheven,VAN BEUNINGEN was nevens genoemdenPïinfs ft* de Horen VSftXSÖm W GpcxiNgA, koit te voren? ;met de handeling behoorde te laten geworden, hem be-ge-


JS3ÜNÏNÖËN. {KÖSNRAAÜÊÏgétnagtigd, om met BUCKÏNGHAM ën ARLINGTON , Ëngftfe Gè*zanten, in onderhandeling te treden, ten einde ene öfrefeftvüén défenfivè alliantie met Engeland te fluiten. De Engdjt Gê*zanten Van 's Hage naar Èrusfei vertrokken pijnde, wierdt VA»fcfiüNiKGèï» door dé Staten bok derwaarts gezonden , om hadeïhiet hun tè handelen; doch een ert andermaal met hüh in gê»fprek geweest zijnde, befpéurde Mj wei ras-, dat 'er wéihïggegrondè hope was, om van dien kant te flageö'i 't welk hemook bewoog fpcedig haar *t Hage te rug te keren; de Statenberigtènde, dat 'er met handelen niets anders dan tijd te wirt*inén was-.Uit hét 'hiel- 'boven 'betoogde door VAN BEUNINGÉN fe?Staatsvergadering van Holland gedaan , weidt het döor ön's ge*fopperde vermoeden bekragtigd, dat hij in deze tijd des Stadltofrders partij was toegedaan, en zidks wordt nog te mêer bevis*figd, wanneer men in aanmerking neemt, dat hij isog ifl ditzelvde jaar, benévèns JQAN HODDE, bidten den tijd -der gèwo tfaï *fèn vrijheid Van dén Staat in gevaar was-, zó meft geeft Hpcüt» maakte met het fluiten van den vïêdfe''* i VA?*


a 2BEUNINGEN. (KOENRAAD VAN)VAN BEUNINGEN fchcon reeds tot hoge jaren geklommen,liet zig egter in 1682 overhalen, om benevens ARNOUD VANCITTERS, Raadsheer in den Hogenraad, op nieuw in gezantfchapnaar Engeland tej-aan, zijnde het doelwit dezer zending,om den Koning van Engeland, ware het mogelijk deel te doennemen in het verdrag van Asfociatie, onlangs tusfen Zwedenen de Republijk gefloten. Doch deze handeling .iep vrugteloosaf, en men befpéurde ten duidelijkften, dat Engeland metFrankrijk heulde en den Staten ongene 0en was. Men zogt ditwel door ftaatkundige ftrcken te bewimpelen, doch nutteloosvoor het doordiingend cog van den fch'^rpzienden VAN BEU­NINGEN, die uit Londen aan de.Regering vm.Jmfteldam fchreef:„ dat men geen ftaat kon maken op de trouwe of bijftand van„ Engeland, dootdien dat Hof nog ten enemalen in de Frafe„ belangens ftondt; dat de verdeeldheid tusfen de Hof- en„ Volkpartij zo groot was, dat hij niet geloofde, dat ze in zo„ verre zou kunnen weggenomen worden ; dat de Koning„ moeds genoeg zou hebben, zig in een verbond te begeven,„ dat hem in enen oorlog zou kunnen wikkelen " Na nogenigen tijd te Londen getoefd te hebben, wierdt hij in 't beginvan 1683 door zijne Meesters uit Engeland terug ontboden.Niet lang na zijne terugkomst in Holland, wierdt ter Staatsvergaderingvan dat gewest in overweging genomen, of hetniet rtodig ware zonder uitftel de landmagt van den Staat tevermeerderen en daar toe 16000 man aan te werven. DeEdelen en meeste Steden bewilligden hier in, tot groot genoegenvan den Prins VAN ORANJE, op wiens aandrang een ontwerpdaar toe door den Raad van Staten was gevormd. Delftvorderde eenparigheid; doch Amlleldam was weigerig, oirdelendede Vrcedfchap dezer ftad, dat de bekrompene ftaat va»'s lands geldmiddelen niet gedoogde, dat men zig op nieuw inenen oorlog inwikkelde. De Afgevaardigden dezer ftad, dedenop 't verzoek der Staatsvergaderinge, meer dan enen keernaar huis, om nieuwen last, doch de Vroedfchap bleef onverzettelijk.In dezen toeftand van zaken , leverde de Fra-ftAfgezant D'AVAUX het gefchrift over, waar bij hij verklaarde,/ dat


B2ÜNÏNÜËN-. '(KOENRAAD ViS.)Mflat dè Koning zig mèt an'èrc plaatsen, in fte.ie vin Luxemburgzou la.êii genoden, en deze 'aanb eiing ftrekté) toirt•Amflddm te fter.ten in hare mening* Ten 'zelvden tijde kn-ani'de ZZTÏ van de werving wederom Op het tapijt ter Vergade--irin'ge van Hollad; en toen verklaarden de Afgevaardigden V'aS-Amfieidam-, die zeven in 'geta'e ter dagvaart gezondên waiteniV, da zij de werving moes.en blijven afilemmen, vooral) 'oiri), dat Frankrijk onlangs, voorflagen tot een vergelijk gedaan5, hadt, die Sptnje behoorde te ó.nhelzen-, alzo dit Rijk en dèzénStaat niét rnagtig ware.i om den 'oorlog'te voeien tegels„ Frankrijk. Be ere voorwaarden te zullen konnen bedingen-,na dat mén de wapenen zou opgenomen hebben, 'Was büi--„ 'ten 'alie 'waanchynlijkheid; de uitflag 'des krijgs geheel öii*„ zeker. De Keurvoiiten van Beèjcren 'en 'Saxen waren nogv, niet gen e'en in het ge i ene verbond; het Huis van Bruus-''è'jk-Lunenbürg, fchoon hot 'onderftandgei.len getrokken hadt$ van Spanje-, hadt nog niet konnen bewogen wórden-, , Spanje en dezen Sta;t in 't 'ongelijk, en weigerdebijfta.id-•„ Spanje zclv voorzag da Nederlanden niet ifr.ar behoren'én zorgde'meervoor de befcher'mmg van Italië-, én andere Oorden.,, Raadzaam w r as 't dus-, dat men flote met Frankrijk-, ën» örtïV, hier'toe tê géraien, den vooifiag Van den Gravé B'A'VAOX•„ in overweging namè. J ' De Prins die zig ter-dezer tijd inde vergadeiing van Holland bevoiidt, 'nam dezen voor/kg vaftAmfieidam zo eü el op-, dat hij ziedende van gramfóhèp, 'vêfklaarde':„ dat de Graav D'AVAUX geehè andere taal zou heby,bén konilén voeren-, zo hij hiér tegenwoordig gewéést ware';y, dat VAN BEUNINGEN die "t woord gevóèrd hadtv zijn hcovi» kwijt zijn zou> zo men alles ten fcheipd.èn o'ndcrzoèkèSy, 'wildé; dat hij Prins VANORANJ'E, ZÓ veel belang bij 's lisndsM welvaart hadt» als Amfieldum; dat hij zig Vail cBEtó Rad 'nfeï* » 2t!l*


S4 BEUNINGEN. (KOENE AAD VAN)„ zou laten ringeloren, en veet minder zig nog vlijen naar de„ grilligheden van VAN BEUNINGEN :" die bij 's Prinfen vrienden,werdt aangezien, als de voorname oirzaak, waarom Amfieidamde werving zo ernftig tegenftemde.Ligt begrijpt mendat door dit gebeurde, merkelijke verwijdering ontftond, tusfenzijn Hoogheid en den Burgemeester; dat nog merkelijk toenam,wanneer op den iö februarij 1Ö84, om dat Amfieidamafzonderlijk gehandeld hadt met den Franfen Gezant D'AVAUX,op voorflag van den Prinfe, de papieren dezer ftad in 's Hageverzegeld werden.De tijding hier van ontftelde de Burgemeestersgeweldig, inzonderheid VAN BEUNINGEN, die de meestekennis hadt van de buitenlandfe zaken, en in 't voorledenjaar als Burgemeester gekoren zijnde, thans als Oud-Burgemeesterwas aangebleven; waarom hem de handel met D'A­VAUX, beter dan iemand bekend was; ook hadt hij 'er verfcheiden'brieven over gewisfeld met den Penflonaris HOP,wiens papieren nu ook onder 't zegel lagen; doch zijne enzijner amb'genoten ontfteltenis , fproot gelijk zij naderhandbetuigd hebben, geenzints uit enige bewustheid van fchuldjmaar enkel om dat zij hunnes eragtens, op ene onhcusfe enonredelijke wijze in 's Hage behandeld waren.Middelerwijl nam de, verwijdering tusfen Amfieidam en denPrins VAN ORANJE, hand over hand toe; laatstgemelde ineengefprek dat hij met PAOLUS VAN FUCHS Gezant van den Keurvorstvan Brandenburg, die uit naam van zijnen Meester deStaten en den Prins tot vreedzame gevoelens moest aanmanen,en de ftad Amfieidam in hare mening verfterken, drukte zigonder anderen op deze wijze uit: „ Wat mij betreft, ik ben„ in de tegenfpoeden geboren en opgevoed. De Goddelijke„ gunst heeft mij egter, ondanks de pogingen mijner vijanden,„ herfteld in de waardigheden mijner voorouderen; de zelvde„ gunst zal ook, hoop ik, niet gehengen, dat ik ellendelijk,, fterve; heeft GODS wijsheid het egter anders over mij be-„ floten, ik zal berusten in zijnen wil. Een ding fmert mij„ ten hoogden, dat de Keurvorst, die mij van mijne vroegfte„ jeugd af, als zijnen zoon bemind heeft, en dien ik geëerd„ heb


BEUNINGEN. (KOENRAAD VAN) ' if*fi heb als mijnen vader, nu meer fchijrit te hellen over de zij«„ de der Amjieldammeren, die 't zig tot een roem rekenen, al„ wat van mij voorgeflagen wordt, te dwarsbomen. Onzekeris *t, wat uitflag deze binnenlandfe onlusten hebben zul-,-, ïen; doch zo de ftad Amfieidam al t'enigen tijde tot beters„ gedagten komen mogt, wil ik egter nimmer iets te doen„ hebben met VAN BEUNINGEN, van wien ik op 't hoogst be-„ ledigd beil."Uit dit gezegde befpeurt men middagklaar den verregaandenhaat dien de Prins VAN BEUNINGEN toedroeg, hem voor de oirzaakhoudende van de wederftrevingen, die de ftad Amfteldanttegens zijne ontwerpen aankantte; ook was VANBEUNINGENmet onkundig van 't misnoegen, het welk de Stadhouder in't bijzonder tegen hem, hadt opgevat; ja volgens het berigc'van fommigen, wordt verzekerd, dat hij niet uit Amfieidamdurfde gaan , uit vreze dat hij opgeligt en vastgezet zouworden; ook in de ftad zelve hieldt men zig bekommerd o-ver enen vijandelijken aanflag, zo dat de poorten met dubbeldewagten wierden bezet , en het ijs in de graften gebroken,als ware men voor overrompeling bedugt geweest.De inlegering van 5000 man te Naarden, en een gerugt datde Prins voor hadt om Amfieidam te bombarderen, vermeerderdeniet weinig de bekommering; hier kwam nog bij, datVANBEUNINGEN aan de Burgemeesters HUDDE en HUYDECOPER,benevens den Penfionaris Hop hadt bekend gemaakt, dat daFraneker Profesfor JOH. VAN DER WAAYEN, die gebruikt wierdtom den Prins VAN ORANJE en den Vorst VAN NASSAU Stad- 'houder van Friesland, die onderling twist met malkander haddengekregen, te verzoenen, hem dien ogtend zijnde den r4april, kennis hadt gegeven van de middelen, die daar toe vande zijde des Prinfen VAN ORANJE waren aangewend, en diebeide in beloften en bedreigingen beftonden, en hoe hij 'erbijgevoegd hadt: „ dat de Prins VAN ORANJE ook het oog„ hadt op Amfieidam;" doch gelijk men weet, werdt'er nietstegen de ftad ondernomen.Het was ook omtrent dezen tijd, dat'er fterke gerugten tie-B5 pen


lp ÈEÜNINGEN. (KOENRAAD VAN)jpén van een aanflag tegen VAN EEUNINGEN3 leven, en hie*'toe deden zig zulke waarfchijnelijke gronden op , dat diéVan den Geregte het raadzaam oirdeelden, om,op den ZittenSipril af te kondigen, dat daar de waarheid van die geMgtöfthun genoegzaam gebleken was, zij ene piamiie van iooo dutatonsuitloofden, aan hem die de fchuldigen aanbragt. 'Onderde genen die van dezen aanflag verdagt gehouden werdén*vindt men met namen vermeldt JOAN VAN BANKHF.M en SA»iiUEL BOSCH. Deze 'VAN BANKHEJÏ! hadt in 1C72 Schepen van's Hage zijnde, de hand geleend in den moord van de gebroèdersDE WITT, en was vervolgens door WILLEM DEN Lil*tot Badjuw.van V Hage bevorderd; in het waarnemen vandeZe bediening, hadt hij zig zo flegt gedragen-, dat hij vanVerregaande lchelmftukkm befchu'ldigd -, op bevel van het Hotwierdt gevat, op de Voorpoort gebragt en eerlang gevonmsdtom onthalst te worden; doch zig op den Hogenraad bcoepéiihebbende, ontfnapte hij terwijl het geding aldaar onafgedaanhing-, uït de gevangenis, en week naar AmfieldOih^ alwaarhij op nieuw gevat wierdt, en wederom naar 's Hage op dèvoorpoort gevoerd, daar hij na een geruimen tijd gezeten tehebben, overleed. SAM. BOSCH> die te Amfteldain woon Jé,was die ftad ontweken en voorts opentlijk ingedaagd, zondertdat hij egter te voorfchijn kwam.Na veelvuldige pogingen door de Regering van Amfieidam'aangewend, wierden eindelijk hunne ftads-papieren in 's Hageontzegeld, en men dagt dat deze ftap de eensgezindheid tusfè'fthaar en den Prins zou herftellen; doch een voorval dat nietlang daar na gebeurde, ftrekt 'ten bewijze-, dat het misnoegenvan den Prins tegens Amfieidam en inzonderheid tegei s VANBEDNINGËN riog niet uit den weg geruimd was. De Stadhoudernamelijk in 't begin van october 1684, van een buitenplaatsniet Verre van Haarlem gelegen-, naar Zoestlijk willenderijden, verkoos zijnen weg, als den naasten, door Amfieidamte nemen; een neef van VAN BEUNINGEN die den Prins vèrzelde,gaf hier van kènnis aan zijnen oom; de?e verwittigdedaar van de andere Burgemeesters, welke beftöten zijne Koog*


BEUNINGEN. (KOENRAAD v«i) Mheld het middagmaal aan te bieden, dat egter in een collaihawierdt verwisfeld, doordien men vernam, dat de Prins nietvoor 's nademiddags zou aankomen. Op 't verzoek van VANBEUNINGEN vergaderde de ganïfe Raad Cp 't ftadshuis •maar wat gebeurt 'er? zijne Hoogheid met vollen ren, vande Nieuwebrug op den Dam komende , nam zijnen' wegdigt langs de waag; hier op kwamen de drie BurgemeestersGEELVINK, VAN BEUNINGEN en HL YPFCOPER , fchielijfc eer fhd.huize afgetrede-, en hadden nauwlijks den tijd, de koet? tedoen ft. Iftaan; de nodiging van den voorzittenden Burgemees.ter GEELVINK aan den Prirfe om enige vervening op 't ftadshuiste nuttigen, wierdt afgewezen, zonder enig blijkbaar tehenvan beleefdheid , dan dat hij 't hoofd een weinig voorwaardsboog; waar ra hij de kalverftraat in, en voorts terftad uit, reedt. Deze trots van Prins WILLEM, wil mendat de Regering zeer griefde, en dit voorval VAN BEÜNINGEJ»bij hun in ongunst bragt, doordien hij hun hadt verzekerddat zijne Hoogheid enkel met oogmerk kwam, om over dedienftigfte middelen te handelen tot heiftelling van het onderlinggoed verftand. De verzoening werdt eg-er in het volgendejaar 1685 , tusfen den Prins en Amfitlcam getroffen;doch hoe weinig de Regering zig verder de belagers • 3nVAN BEUNINGEN aantrok, blijkt, doordien hij n ; et eens in bqiverdrag ter dier gelegenheid gefloten, wierdt begrepen. Eepeil van zijn aanzien was te Jmjïeldam merkelijk gedaald, ende Prins bleef even zeer op hem geftóord als te voren.Deze gebeurtenisfen gevoegd bij de klimmende jaren vanonzen Staatsman, maakten hein het bewind wars, en bewogenhem met den aanvang van 1686, aan zijne Mede-regentenzijn ontflag als Burgemeester en Raad in de Vroedfchap teverzoeken. Men vindt geen fpoor, dat dit verzoek is ingewilligd:zekerder gaat het, dat VAN BEUNINGEN zederd dien tijdniet weer tot Burgemeester is aangefteld. Later, namelijk "in,1686, toen hij reeds zwak van hersfenen was, tiagtte menhem 'e waardigheid van Curator van 's lands Hogefchool teLeijden, welken post hij jaren lang hadt bekleed, te benemen,


BEÜNINÓfert (KOENRAAD VAN)om 'ei- dén Hete NIKLAAS WITSÉN mede te voorzien, aèftwien zulks door den Here BENTINK , uit naam van WILLESÏÏ>EN lil,die toeh reeds Koning vart Engeland was, wierdtVöorgeflagen; zijnde het inzigt oin dezen tot een hoofd derVoetianen op te werpen, tegen den Here van BEVÉRNINGK }die ook Curator was en de Coccejanen beguhiligde; doch niet'tegenftaande 'er eer en voordeel aan deze waardigheid ver*knogt was, en de Koning zelv' bij WITSEN aanhieldt om dietipest te aanvaarden, wees hij zulks egter op ene edelmoedig*Wijze van de haiid, doordien hij begreep, dat het niet met dèbillijkheid ftrookte, iemand om ziekte van zijn ambt te ontzetten, en dat het hiet onmooglijk was dat VAN BEUNINGEN varifcijne onpasfelijkheid herftelde.In ene van VAN BEUNÏNGENS gedrukte Zendbrieven, gefchrë-Vètl denfcett vani januarij 1Ó89 > meldt hij, dat hij toen drie ja*de regeringe ontflagen geWeést was, en zig in diétitusfentijd met ijver op de Zaken der Oostindife Maatfchappijéhadt toegelegd.Ook hadt hij fterk in de Oostindife actiën ge*handeld, maar met een zeer ongelukkigen uitflag, eh de fchadedie hij op dezen handel leedt, verbijsterde zijn vërftaïid»ïn IÖ38 reeds ontvonkten op nieuw bij hem, zijne in de jeugdZonderlinge gevormde denkbeelden, over het duizendjarig rijkVanCI-IIUSTÜS , en hij ontwierp nu een gefchrift, waar in hijbetoogde, dat het in 't kort zoit worden opgêrigt. Zijne krankzinnigheidtrapswijze vermeerderende, liet de Regering toe,dat hij in zijn huis opgefloten en bewaard werdt, daar mertzig van geneesmiddelen bediende» om hem te berftellen. Dochhij beweerde, dat hem niets deerde, en zo wel Zijn lighaanïals ziel in een gezonden toeftand was; ook fiam hij het zeereuvel, dat men hem met geweld een ader geopend hadt.WasHetniet voor hem verholen, dat men hem 't bewind zijnermiddelen hadt benomen, en zulks door Schepenen, op den21 oclolier 1688 aan zijne huisvrouwe met bijvoeging van enfgeanderen, gedurende dat zijne ongefteldheid zoude voortduren,was opgedragen; dan met dit al, verbeeldde zig de mafldat hij ne£ rijk was, en zag grote winften te gemoet op zijn3bi-


BEUNINGEN. (KOENRAAD VAN) *Dbeleende actiën, die hij den armen" der ftad, of den PrinfaVAN ORANJE, tot oirbaar van 't land aanboodt; doch hij be-.klaagde zig dat niemand die wilde aanvaarden, 't welk hijals een wonderwerk aanzag; en hier voor hieldt de ongeluk'kige VAN BEUNINGEN bijna alles wat ten zijnen aanziene ge»beurde; en onder anderen, dat niemand hem aanfprak of zijneredenen ondorzogt, en dat op zijn kloppen, fchrceuwen enweeklagten bij nagt, geen der buren ten bedde uitgerezenwas. Deze en meer andere blijken zijner verbijstering vanzinnen, vindt men in zijne eigen gedrukte Brieven, die allenin of kort voor zijnen ongelukkigen tceftand gefchrevcn zijn.Met wat oogmerk, of door wièn dezelve ter persfe zijn be-izorgd en uitgegeven, vindt ik geen fpoor van; zekerder ishet, dat deze ongelukkige Staatsman, nimmer het gebruik vanzijn verrtand heeft te rug gekregen; en dat hij op den 20 QO»tober 1693 ftierf, nalatende zijne weduwe JOANNA BARTOLOTTÏVAN DEN HEUVEL, waar van geen blijken voorhanden zijn,dat hij kinders bij heeft verwekt.Dat VAN BEUNINGEN een wel gcoeffend en doorliepen Staatsmanis geweest, zal men uit het bovenftaande levensverhaalontwaar zijn geworden. Zesmalen heeft hj de Burgemeesterlijkewaardigheid te Amfieidam bekleed, en is menigvuldig tendienfte van zijn vaderland in gezantfehappen aan vcrfchillen*de Hoven gebruikt; en fehoon hij meermalen niet gelukkig inhet voorgenomen doel van zijne bezendingen gedaagd is, moetmen zulks minder aan mangel van bedrevenheid dan aan dazaken waar in hij gebruh.t wierdt, toeschrijven. In de dagalijkfeverkering fchijnt zijn karakter allerbeminnelijkst te zijngeweest, vriendelijk, beleefd en mee waardig, liet hij nimmerénen Burger die hem als Regent kwam raadplegen, ongetroostvan hem henen gaan; was hij gedrongen een weigerend antwoordte geven, het ging altoos met zulk een vriendelijkheiden blijken van aandoening verzeld, d3t de vrager, fehoonniet vergenoegd, ten minften geen reden hadt om de gedaneweigering aan enige grillen van hem te wijten. Gezellig washij van aart, bragt gaarne zijne fnipperuren in gezelfchap vankun.-


•JOBEÜNINGE.N. (KOENRAAD VAN)kundige en geleerde mannen door, en wist zig daar ook doorzijne, bedrevendheid in velerleije wetenfchappen, te doen gelden;doch als ene fout merkt men' in hem aan, dat hij al terijk in woorden was, en zig dikwerf daar door meester maaktevan de famenfprpking, zonder aan een ander tijt3 te gunnen,zijne tegenwerpingen te kunnen aanvoeren. Ook wijt menhem, dat hij fomrijds te vlug van tong niet zeldzaam de gevoelensvan zijn hart openbaarde aan de zulken, daar het betervoor ware gezwegen; de man was eerlijk en gul, dit bragthem wel eens in het dwalend denkbeeld,.dat ieder even zodagt als hij, en deedt hem (bmwijlen misilappen begaan, diehem ralerhand berouwden. 'Dat hij een. warm vaderlanderwas, zal niemand ontkennen, hier van heeft hij veelvuldigeblijken gegeven; hij kende geen partijzugt, wanneer de Republijkin gevaar was; zulks toonde hij in het noodlottige jaar1672, toen die zig als nabij de oever van haren ondergangvertoonde, en niet geied fcheen te kunnen worden, dan doorhet aanftellen van den Prins VAN ORANJE tot Stadhouder, wanttoen nam VAN BEUNINGEN, fehoon de antiftadhouden'aan.e partijtoegedaan, alles ter hand wat in zijn vermogen was om's' Prinfen varheffing te bevorderen. Hij was buitengemeenvlug in zijne antwoorden; wij zullen ons vergenoegen maareen voorbeeld daar van aan te voeren : gedurende zijngezantfchap in Frankrijk namelijk, vroeg hem de Koningin•"s daags ria MARIA Hemelvaart, of dat feest ook in zijn hotelwas gevierd ? dit door. VAN BEUNINGEN met neen beantwoordzijnde, riep de Vorftinre in verwondering uit: „ hoe is 't„ mogelijk! en dat een feest van de Koningin der Hemelen!"„ jamaar, " antwoordde VAN BEUNINGEN, „ uwe Majefteit zal„ onbekend zijn, dat ingevolge onze geloofsbelijdenis, het„ Koningrijk der Hemelen, zo min als dat van Frankrijk tot„ 't fpinrokken vervalt." Meer dergelijke fnedige antwoordenvan dezen Gezantj ontmoet men in het bij mij gedruktewerk, getij tel d; Land- en Stad-BiUiotheek, beflaande in ene vezameling van belangrijke Gefchiedenisfen, Karakterfchetzen vvwrnams en andere Perzonaadjen, fnedige Gezegdens en Antwden h


BEUNINGEN. (KOENRAAD VAN) J ?ékn, en wetenswaardige Anekdoten; door een Gezelfclap, nder dexinfpreuk UTILE .DLXCI. II. D. bl. 311--313. Het werkje van•den Burgemeester waar van hier boven wordt gewaaed dat.thans zeer zeldzaam is, heeft dezen zonderlingen tijtel: %l\ctc $ftw "-'nöe ^cbjiften/ Iffebm eenhjen tijb oprcp.elb hrj ÏJCIIgetoefen SSiurgem. C. v. BEUNINGEN cnbc na fijn


32 BEURS. (WILLEM) BEUVILLE. (JAKOB DE)bl. 18-20. WAGEN., Pad. Hifi. XII. D. bl. 130. 268-271!277. 288. 293. XIII. D. bl. 13. 88. 127. 216. 338. 352.XV. D. bl. 61. 140-143- 186. 203, 204. XVI. D. bl. 45.WAG. , Befclr. van Amfieidam. IV. D. bl. 345. VI. D. bL129-132. 148. Levensbefchr. van Nederl. Mannen en Vnmven.III. D. bl. 303-333.BEURS (WILLEM), Konstfchilder, wierdt in 1656 teDordrecht geboren, uit geringe ouders, wezende zijn vader eenfchoenlapper. Vroegtijdig werdt WILLEM op het kleermakenbefleld; doch dit handwerk geviel hem niet, hij kreeg lust omeen Schilder te worden, en verwisfelde de naald voor het penfeel.In 1671 geraakte hij bij den Schilder WILLEM VANDRILLEN.IUEG, en vorderde -zo fpoedig in de konst, dat hijleeds in 1672 vrij aartige landfchapjcs in den trant van zijnen• meester fchüderde. Vervolgens begaf hij zig iot het fchilderenvan pourtvaitten, daar hij ook vrij wel in flaagde; verlietzijn vaderftad, en toog naar Amfieidam, daar hij aan eenzilverfmids.dogter trouwde. BEURS zou het ongetwijfFeld verrehebben gebragt, ware het niet dat hij aan zijn tot nu naarfld»ge en ingetogen levenswijze hadt vaarwel gezegd, om zijnmeesten tijd in kroegen en kitten door te brengen; dit flor.-dig gedrag, 't welk zijn finantiëlen ftaat fchraal maakte, deedthem Amfieidam verlaten en te Grol gaan wonen, alwaar hijzig aan 't bloemfchikleien begaf, en zig verder geneerde omaan de jeugd onderwijs in de tekenkonst te geven. Hierfchreef hij ook een werkje, onder de tijtel van: gjcoreIBercïb in 't hlein gefcfniberb; ïjanbefcnbc ober öe bcrmciuun*gen en bchanbelen let «©Ijjucrtoen / gcbniftt in 1692. De tijdvau zijn overlijden is mij niet gebleken. • . A. HOUBRA-KEN, Schouwb. der Schilders. III. D. bl. 355, J. C. WEYER-•JHAN, Ned. Konstfchilders.,111. D. bl. 188.BEUVILLE (JAKOB DE), Jefuit, geboren in het graavfchap Artois, leefde in het laatfte gedeelte van de vorigeeeuw, en was geen onberoemd Digter. Hij heeft uitgegeven:


ÏEVEREN. BÈVEREN. (ABRAHAM DE) (JAKOB) 33PÏ;IL. COK-ven: Spimis Carrnëê. (de Kanarievogel); Atrebati,ï«u. in zpno. dat dus aanvangt:Ouz ftudia 0 mores, Spinis qui cultus alendir.Et quas, duin acties animi, formentur ad artes,Hinc cmer'e eft animus. Vos 6 prafentia votumNumina, Cijïalks penüus recludiie fonteiA'que meo tenues xerfu date vincere lufus. £fV.Het is een Leerdigt of oude: wijzend digtituk , opgedrage»aan S. VAAST, P l0voost van St. Micüel bij Arras.QUOT, Mem. litter. Tom. XII. p. j.08, 109.PA-BEVEREN, is de naan van een oud en aanzienlijk Nederlandsgelagt , 't welk inzonderheid in Zuidholland gebloeitheef , en net alleen vele voorname Regenten, waar onderMannen van grote kunde, heeft opgeleverd; maar ook verfcheideneKerkleraars van naam, waar van wij hier eenigender voornaamïlen laten volgen.Men vindt hier van een uitgebreidegefla stlt jSt bij M. BALEN, Befchrijv. van Dordrecht,hl. 951-978.BEVEREN(ABRAHAM DE), Heer van Baraldreck, waseen zoon van KORNELIS DE BEVEREN en ALIDA VAN BAREN-^JRECHT, is geboren te Dordrecht in 1604, was aldaar Schoutin 't jaar 1631, en Burgemeester in 1643, 1644, ifl5o eniöör, voorts Cecommitteerde in hun Hoog Mogenden vergaderingenz. In 1629 trouwde hij met SUSANNA DE VELAKE,die binn. n r t jaar kinderloos fbierf, als wanneer hij hertrouwdemet ELIZABETH RUYSCH.Hij ftierf kinderloos den 25 auguscus1663, kou na zijne terugkomst van een gezantfchap naar denBisfchop van Munfter. WAGEN., Fad. Hifi. XIII. D.hl. 82.BEVEREN (JAKOB DE) , mede een zoon van KORNELISÏ>E BEVEREN en ALIDA VAN BARENDRECUT , wierdt geboien teDordrecht den 27 junij 1612.Hij is Schout van Dcrdreck geweestvan 1643 tot 16'2;voorts Burgemeester aldaar, in dejaien 1663, 1670 en 1671; Dijkgraav van den Alblasferwaardlil. Dfi£t. C m


NBEVEREN, qomm m)0i Watergraav van de .Nederwaarts Hij trouwde in- 'e jaa£ s163.7 met JOHANNA DE. WITT „ dogter. van den BurgemeesterJOHAN DE. Wii'T ; bij. wie hij. twee. dogters heeft verwekt;de-ondfte ALIDA, gehuwd aan KORNELIS- POMFE VAN. MEERDER-«MOKC* Beezwn Hendrik-Ido-ambagt, Schout en Oudraad vanDordrecht, benevens Raad en Rentemeester, van Zuidholland.De jongfie LYDIA, is getrouwd geweest met NIKLAAS VAN DER?DUSEEN,. eerst. Secretaris, van- Dordrecht, naderhand Bailjuw enDiikgraav van Strijdt.. M.. BALEN, Befchr.ijv. van Dtrdnmjyoegz.. bL zx- ,BEVEREN (JOHAN DE) , twed'e- zoon van KORNELIS DES^VEREN en KRISTINAPÏLS , wierdt geboren den zo julij 1Ö26.Hij begaf zig van der jeugd.af aan in den krijgsdienst, ents-ierdUen 3. december 1664 Kollonel van de mfanterij,. en00- den 23 junij 1672, Kommandeur van Geertruidenberg enonderhorige forten; hij. trouwde, den 24 december 1649 me6MARIA ZWEERTS DE WEERT , dogter van DAVID ZWEERTS DE.WEERT, voorzittend Schepen van *s Hertogenbosch, en HESTERVOOGD. Hij ftierf den 6 feptember 1673, den roem nalatende,van een dapper krijgsman geweest te zijn, zij volgde, hem31 jaren later," namelijk op den 17 februari} 1711, en zijn bei»de bij elkander begraven in de Beverens: Kapel te Dordrecht..Zij hebben elf kinderen te zamen verwekt, als:- X. KRISTI-K i , geboren den ir april 1651, ftierf ongehuwd, den 22 fefauarij1710. 2. TESTER, geboren den 20 maart 1654,trouwde met JOHAN COLYAR , Major onder het regiment Schottenvan den Kollonel MACKAY, zijnde een zoon van JUSTINUSCOLYAR, Ambasfadeur van dezen Staat aan het Turkfe Hof.In den veldflag van Sc. Denijs op den 12 augustus 1678 wierdthij doodgéfchotep, naar Dordrecht gevoerd, en aldaar in deBeverens Kapel begraven, geene kinderen nalatende. 3- Kos.-KELis, wierdt geboren den 20 maart 1654; was Luitenantvan de infauterie , en fneuvelde gedurende het beleg vande ftad Gravt den 17 oftober 1674- 'f IVSTIHA ELIZABETH,geb nenden 12 december 165J» huwde den jgmeij 1680 metJe-


C 2BEVEREN. (JOHAN SIRIACOFSDE} $JOHANVAN BmmnxÉzm; Kapitein onder de infanterie tend,enite ezer landen. Op den 3 augustus r 6 p 2wderdt hij inde batai je- van Steer.kerke door een korel in de borst gewondendoorde vijandelijke ruiterij vertreden, hebbende uren nimmerzijn hjk weder kunnen vinden. 5.DAVID , geboren den21 feptember 1656; ftierf n T-BA,. ••JÏPNTTA r,Jfebiuaru 1660. 6. E W*»TUGEEKTHUID, geboren den er maait x 66i. 7.MICHIELgeboren den so maart getrouwd den2 ÖjuliI ? o 5" erST DE BE 5 WCDLWE VAN JOHAN AJ R8.7SZn T' 8 T dcn 19 meij 1607; ge:t *maaiI 0 ? o. 9. M.« I A, geboren den2 ?j u n i j l 6 c 9 ;^ven de„ rO.emarij1 J o 6. , JOHANNA MAJ ,g eb rfd e r i20 feptember ^ „. JOHAN DA, geboren den .8 anrtf«W, was Lt. Kollonelan de infanterie, en is ongehuwd teOostende overleden inm 6Medeged. Berigtel.BEVEREN (JOHAN SIRIACOFSD Ej, Hoogleraar in de-Wijsbegeerte te fs geboren omtrent het jaar i 5 I


|$ BEVEREN. ( KORNELIS DE)fBTE.tïl, Stitgiritcs, Phllrfophortm omnium pr'ncipis, de relvs Nd*tiiraltjsti;. l'bros, Ireyis ac dilucidus Comwentarius, ex quotidianttfl&teitigiibu.' D- JOANNIS BEVERI, ordinarii ac celeberrimi quondam.in Ac wend* Lovanierfi Plnlajophiee Profeforis, quoruniamDiscipulonvi ejys fiudio atque incufltia exceptus, ac mme recensluceiu. editus tLomiii BARTUOL.. GRAVTVS , 15,77. in folie. --*->Piogx Belgka, p, 131, 132. SANDERI , Flandria %U\\\flr,. ed. trft, Nicoi.. VÏRNL-LAJI, Academia Loran., uit. ed. p.ï6i, SWEERTU, Atlien.. Belg. p. 397. VAL. ANDE. , Bibl. Belg..v», 460. J, F. FOPPENS-, B 'M.. Belg. p. 5,80.. PACBO.T, iiemoites.litter Tom. XVI, p- 147 -150.BEVEREN(KORNELIS DE) , oudfte zoon van PETER DEEgVSVSN en ALEIP MUIS VAN, HOLT, wierdt geboren in 1524 ;is in 't jaar 1572, de eerfie Gereformeerde Bergemeester tel&ysimh geweest, en bij floot als Raad benevens de Gildens§p den 23 junij van dit jaar, een verdrag me: den Gionir.ger-Edelman, BARTL'EL ENTES VAN MENÏIIEDA, waar bij de i'ad?an fee' lettier van den Piins VAN ORANJE wïerd: overgegeven, en de Hertog VAN ALVA, voor vijand verk'aaid. Tweemalenis bij wegens zijne geboorteftad naar Prins, WILLEM DENï, tot Delft gezonden; ook was hij in 1578 tege.nswoordig t-ijliet fluiten dev Pacificatie van Gent; en in 't jaar 1580, weidtMj aangeflejd tot Raad van voornoemden Prinfe, als mede tollid van den Landraad,VANPB VAI-R, dogter vanHij huwde in t jaar 1548 met MARIAGYSRERT VAN DE VALK, Kasteleinvan Lfierdim en Acquoi^ bij wie hij zeven kinderen heeft verwekt»Hij ftierf zeer onverwagt, den 27 janeaiij 1586, op het. Stadhuis in bezigheid zijnde. Men vindt zijn afbeeldzel Ü\•J4ATIH, BALEN, met dit onderfchrift;HANG LAUDEM FERAM,Dit: was een 8UU van Staat, die ijvrend voor 't Gemeen t'Dorst Atv A'S «érannij manhaftig tegen treen,meeater aan 't gebouw- dei' vtiigevogten Steden,Die WnAKM diende al? Raad in 's Lants bouvallighed^n.


BEVEREN. (KORISTEN ï*)5 ?Den eerfien Borgeneer van Hollands terfte MtNa dat den Batavier het d wanggeioof ver radtv 'Dte iierveude, den £ee« op \ Rtadhtas beft gegeven,Waar eindigt «|k ten Man i'oemwaardigcr het teven?Men vindt van on.en KORNEUS getuigd, dat hije e a; en verv^, g t w a s,e c n w a r m842-844. *8c o;o. WAGEN. , *« fl£ Vfc & ^ " f, ?f V f É N CKORNËLJS DE), Heer van fffecn EMERENTIA VAN ne.v Kim»» -J ~S'r t jaa, Lr 1.501-. rcnr Hu is te-i geweest tweemale* ' * b °* B B ^ t g d ^ ^ y in fljluua. fal 6 ? 1werdt i,j als buitengewoon A^^rSHtmarkm en Hamburg; eezoi den cn in hp f. .T'7« c n i n »et voorjaar Van t£a|b 6ËL'S 1 ?* ° m K ° n i n g to M N ïï ^r nieuw bond ce fluiten, en over 't Ruk der HaringWsferij daar SLover ontRaan was, te bandelen-; doch de^e bei Z ZVrugtelcos af. Ook is hij meermalen ö^pfiffiS•geweest de Staten van Holland,mlidmvan hun Hoog Mogenden, voorts Guator v-anM fa ,035 werdt hij door LOBEWVK DEN i |£mg van Frarfyjjk, tot de waardigheid van Ridder vtbev**en aan hemt, van adeldom verleend. llrj isge » igeweest, met KR,,TINAP Y L >^V A B^ ^325•ha^eujk5zoons en0degters heeft verwekt, \ U 6*Ï " L ^ T bk 905. WAGEN, &JfiM,XI. D. bl. 260. G. v. LOON, Md. Hif iorkp. JJ, D. bl, fcft,BEVEREN rKORNELJS DE), Heer van ^ ^ ,nde tfeft is gfebbrèfi tn bet jr.ara 5 3 4,t h V d S, 1e^ ^van KORNELIS DE EEVEREN en KHÏSTINA FYI. Hij K BMréDtjl graav geweest van de Oud Raad SCrSjt» ta


38 BEVEREN. (LAMBERTUS DE) (MICIIIEL)Dordrecht, als mede Muntmeester generaal der Verenigde Nederlanden. Hij ram ter vrouwe ADRIANA VAN WOUW, dogtervan ERNST VAN WOUW , Ontvanger van de Sociëteit in 's Hogeen van EUZABETII VAN BEAUMONT, bij wien hij diie kinderenheeft verwekt.M . BALEN, Befchrijv. van Dordrecht,bl. 973- ; 1BEVEREN (LAMBERTUS, DE) , was een zoon van THEO-DORUS DE BEVEREN, Predikant te Tilburg, en ene dogter vanden bekenden Gefchiedfchrijver LAMIÜÏRTUS VAN DEN BOSCH,naar wier. de jongeling werdt genoemd. Het fchijnt dat LAM­BERTUS zijnen akademifchen loop te Grbningen heeft volbragt.Zijn>eerfte beroep was te Nbordhorn in het Westerhvartier vagenoemde provintie; vervolgens heeft hij te Meppel geitaan, enlaatftelijk te Hoorn, alwaar hij is overleden den 28 januarij1742. Tweemalen is LAMBERTUS getrouwd geweest, bij zijneerfte vrouw KATRINA STEGNERUS , dogter van ANTH. STEGNE­RUS- Predikant te Groningen, heeft bi] een' zoon en twee dogtersverwekt. De tweede die ene dogter was van den AdvokaatFELTMAN te Groningen, heeft hem overleeft; hier huwdehij mede, toen hij nog Predikant te Noordhorn was; en heeftbij haar een' zoon verwekt, die den naam van zij e moederheeft aangenomen, en THEODORUS FELTMAN DE BEVEREN isgenaamd, waar van hier onder nader.LAMBERTUS heeft zig beroemd gemaakt door zijne fchriften,welke door zodanige menfchen, welke in dien fmaak vallen,hogelijk geroemd worden; de voornaamilen zijn:


fan JAKOB&EYEREN. (PiE'fER DE) (THEüDORüS) ypOEM, Burgemeester te Dordrecht, en verwekte ; bijhaar ene 'dogter; en ftierf in : i554.Jclirijv. van'Dordrecht, bl. 958.M. 'BALEN, fèe-BEVEREN (PIETER DE) , zoon van WILLEM DE BEVËREKHIA TIIEODORAis geboien te 'Noordhom in de provintie•novemuer 1706.FELTMAN,van'Groi''iiigm,'dcn^Door de opvolgende beroepen van zijnen•vader naar Meppol en Hoorn, heeft hij aan de fcholen van«die beide plaatzen zijne 'eerfte letteroefeningen 'verrigt, clie•ihij met ongemene vlijt en -fpoed doorliep; waar na hij 'nog«enigen tijd te -Hoorn 'verbleef, en iesfen in de letterkunde.,'wijsbegeerte en godgeleerdheid'ontving,'zo dat hij ter degentoegerust en bekwaam-, dn '1724 naar het Hogefchool vairGro-'ningeh vertrok,


*0 BEVEREN. (THE0DCRU3 FFLTMAN »É)jaren het dienstwerk met alle getrouwheid heb' ende waargfe.'nomen, verliet hij aeze hem waariijk bevende gemeente, omvoor die van Vüsfingen te verwisfeien, daar hij dén 17 october1734 wierdt beroepen, doch ook maar twee aien verbleef,geen vrijheid vindende, om de ftem die hem op den17 meij 1736 in de hloeijende gemeente te Uireiht begeerde,nifet op te volgen; hier is hij verhieven, na vervi Igens .. 31verfcheidene aanzienlijke beroepen bedankt ie hebbe.., Is cederanderen dat van Amfieidam, tot op den 10 april 1.767,wanneer hij In den ouderdom van ruim 60 jaren, na ene hoitftondigeziekte, onder ftille en bedaaide werkzaamheden, enhartelijke betuiging van zijn vertrouwen alleen 'te' vestigen opJESUS zijne genoegdoende verdienften, ais een opiegt Chrstenis ontflapen.Ruim 35 jaren, heeft FELTMAN DE BEVEREN in een o, gehuwdenftaat doorgebragt, doch het huishoudelijk ongeze ligleven hem toen vervelende, nam bij tot zijne be.: 1 vriendin,ANNA ELIZABETH ADRIANI, waar mede hij zig te Groningen opden 25 meij 1744 in het huwelijk verbondt; zij was de dogtervan Mr. ARIIIS ADRIANI, Secietar's der Gedeputeerde Statenvan dat gewest, een man die door zijne vriendelijkheid en kundeeen enfterfiijken roem heeft nagelaten; en zig inzondeibedhij Groningens gerefcrmeeide Kerkleiaaren hee't verdienftelijkgemaakt, doordien hij aan alle de Piedikanten ten platten lande, waar van fommigen nauwelij s 300 guldens bezolding genoten, een jaarlijks traétement van 500 guldens heeft bezorgd.Bij deze vrouwe, die te Groningen o vei leden is in meij 1794,heeft onze Leraar drie dogters verwekt, waar van de oudPevroegtijdigis overleden, en van de andere beiden, SOPHIATHEODORA, geboren den 31 maart 1751, en JOHANNA MARIA,geboren den 28 meij 1754, is de oudfte getrouwd geweest aanden zeer geleerden Heer Mr. MEINARDUS TYDEMAN, eerstHoog], raar in de regten aan het Hogefchool te Utrecht, en naderhandGriffier van de Staten van Overij.fel, die 'er zes kinderenbij heeft verwekt, van welke nog vijf in leven zijn. Zijoverleed den 4 april 1789. De jongfte do 0ter is nog in leven,e*


BEVEREN. (WILLEM BÉ}4Jèn de huisvrouw van den Heer Mr. WICBER VAN SmsttsExm,te Groningen.Van genoemdén Kerkleraar vindt men getuigd, dat hij eenman is geweest, vaneen diepdrin.end oirdee', vee', vernuft,cn aibeidzaam ijverig in het uitoeffenen van ai'e de p igtenaa zijne ïwaarwigtige bediening gehegc. G. "VROLIK:-HZ.RT, VlLfingJ. Kerkhemel, bl. 257 enz. Boekz. 1767. b. hl,194 enz.BEVEREN (WILLEM«J. en ILORENTIA VAN DEN TYMFEL, was in 1365 lid vande Magiibaac te Dordrecht, en in 1395 wegens die Rad terdagvaait in V Hage; was mede een der Geaiagtiguen oir, devie'e te bewerken tusfen Heitug ALEREGT VAN LEVEREN, enzij-en zoon den Giave VAN OOSTERVANT.metHij is getrouwdGEERIRUID VAN GENDEREN, en liet een zoon na DANIËLDS BEVEREN, benevens ene dogter ZOETE DE BEVEREN, die in1432 Mater en Nonne in het klooster van St. Mar'enbom ieDordiccht was. M. BALEN, BejC:,rijv. van Dordrecht, bl.DE), zoon van HENDRIK DE BEVE-553-BEVEREN (WILLEM DE), zoon van DANIËL DEBEVERFNen deszeivs nigteSLETA DE Bi.VEREN, was in 1431 eigenaarvan 't Schroot-ambagt zijnes geflagts, als vrij al'odiaal goed;hij was me .leffigter van de Beverens-kapelle in de gioote Kerk teDordrecht.In 1427 gecommitteerd geweest naar Flaanderen enBraband; h-bbende ter vrouwe gehadt, KATRINA VAN WEEDE,dogter van HENDRIK VAN WEEDE, Heer van Weede; welkWeede met't Hamhuis, in 1421 door den groten Zuidhollandfeifinbieuk is verzwo'gen. Bij deze vrouw heeft WILLEM,dr.e zoons en drie dogters verwekt, en ftierf in 't jaar 1464.• M. BALEN, Bejchrijv. van Dordrecht, bl. 955.BEVEREN (WILLEM DE) , zoon van JAKOE DE BEVERE»er. ELIZA;;ETII SPRINGERS, is van 14841011505 geweest Secietarisder ftad Dordreclrt, heeft voorts de meeste ftads-ambten door- ,lopen, is veelmalen ter dagvaart gezonden, en tot verfc^cidenehonorabele kommisfien aan Vorften en Graven gebruikt.G 5in


BEVEREN. (WILLEMÏÖ).ïn 1481, trok hij als Schutmeester van de Ed. Kruisboog, nef.fens de Schutterijen van andere Heden in Holland, in 't beftöi> 'men van 't blokhuis en flag tegen die van Utrecht; alwaar hijzig Van enige Hollanders verlaten, zeer manhaftig gedroeg.Hij is getrouwd geweest met MARIA VAN BAKEL, dogter vanNIKLAASVAN BAKEL, Burgemeester te Dordreclw, bij wien hijvijf kinderen heeft verwekt, en hij is in 1514 overleden»» ' . 11 • • M . BALEN, Befchrijv. van Dordrecht, bl. 955-.BEVEREN (WILLEM DE), zoon van KORNELIS DE BEVE­REN en MARIA VAN DE VALK, dogter van GVSBERT VAN DEVALK. Hij wierdt geboren den 4 december 1556, en den 4ïeptember 1593 verlijd met de heerlijkheid Streveishoek. Vijfsmalenis hij Burgemeester geweest van Dordrecht, voorts Raad•en Rentemeester generaal van. Zuidholland; meermalen gedeputeerdgeweest in de Vergadering van hun Hoog Mogendenen den Raad van- Staten.Ook is hij benevens Prins MAURITSals Raad te velde geweest, en heeft verfcheidene veldllagen enbelegeringen bijgewoond.Toen genoemde Prins in 1618 deveranderingen in dc ftadsregeringen maakte, kwam hij ook'teDordrecht, met voornemen, zo getuigd wordt, om elf Vroedfchappenaf te zetten, waar onder zig ook onze WILLEM be •vondt; doch de Schout Muis VAN HOLY wist zulks voor tekomen-, onder anderen betogende': „ dat de Wethouders te„ Dordrecht, aan eikanderen door huwelijken en bloedver-„ wantfchap nauw verknogt waren, waarom het ongelijk van„ enigen, allen treffen zou." DE BEVEREN trouwde den 28feptembcr 1582, met EMERENTIA VAN DENEYNDE, dogter vanden Thefaurier generaalKAREL VAN DEN EYNDE en MABELIA'KOOL, bij wien hij agt kinderen heeft verwekt; zijnde den 18julij 1631 overleden. —— M. BALEN, Befchrijv. van Dordrecht,bl. 961- WAGEN., Vad. Hifi. X. D. bl. 281,BEVEREN (WILLEM DE) , zoon van KORNELIS DE BEVEïtENen KRISTINA PYL, is geboren den 12 november 1624:;was Heer van Streveishoek, Raad en Rentmeester generaal vanZuidholland, mitsgaders Baifjuw en Djjkgraav van den landewan


BEVERLAND. (HADRIANUS)4 ?iran Strijen. Hij is • meermalen ter dagvaart afgezonden, al?mede lid geweest der vergadering van hu>- Hoog enden;in 1651 is hij a:s* Ambasfadeur extraordinair naar Engeland geweest,en in 1672 tot die zelvde waardigheid aan het Hof vanSpanje benoemd zijnde, 'ftierf hij in Texel aan boord van eenfchip, dat zeilree lag om hem naar Spanje over te voeren. Hijis getrouwd geweest, aan KORNELIA SCHAAP, dogter van GE-KARD SCHAAP, Schepen te Dordrecht, bij wien hij zes kinderenbeefc verwekt, — M. BALEN, Befchrijv. van Dordrecht, bi.968.BEVERLAND (HADRIANUS), geboren te Middelburg inhet jaar 1653 of 1654, ftudeerde jn de regten, en wierdtDokior in die wetenfchap, als mede Advokaat, na dat hij enigetijd aan het Hogefchool te Oxford zig verder had geoeffend.Hij is een man geweest die een groot vernuft en geest bezat ven daarbij door geleerd was; doch van deze gaven maakte hijeen zeer'flegt gebruik, door het opftellen van zcdenloze enontugtige boeken. Zijne geliefdfte Schrijvers waren OVIDIUS,CATULLUS , PETEONIUS en meer anderen van dien fiempel, diehij zo vast in zijn geheugen hadt geprent, dat hij 'er, wanneerzulks te pas kwam, gehele bladzijden van kost opzeggen.Omtrent 27 jaren bereikt hebbende, gaf hij ene verhandelingin 't licht, die zijne danele cn ijdele geaartheid vrijduidelijk kenfchetfte, zij voerde dezen tijtel: HADRJANI BEVER-Ï.ANDI, Juftlnianei, de Stolata VirgMtaeis jute, Lucubratio Academica.Lugd. Bat. typis J. LESDANI 1680. in Svo. Wantfehoon hij wel dit tweeregelig vers op den tijtel geplaatst hadt:Nuda recede Vev.us: non eft tuus ijle libellusTu mild, tu Ballas Ccejariana, veni.vondt men 'er ruim zo veel van de dartele VENUS in als vande ftatige PALLAS. Doch ineer gerugt maakte het volgendewerk van hem, dat hij in 1678 uitgaf, onder den tijtel: Peccatumoriginale x*r' ifrxjf fc nuncupaium, Phiklogice, xja^Anf£*Tnc«{elucubratum a Themidis alumno. Vcra redit facies, disfimidataperit. Ekutheropoli, extra plateam obfeuram, fine privi.e-


U BEVERLAND. (HADRIANUS)gio AuUoris, absque um' £f ^uando, in lïmo.; en aan het üovan 't weikje Raat; In Horto Hesperidum , typis Adam EvaTerra filii I678. Daar is een tweede druk van, met den naamvan den Schrijver aan 't hqofd: HADRIANI BEVERLAND J . U kL'centiati de Peccato originali K*T' i^r,i jic nuncupato DisfeHo 6fc. ex Typographia, 1679. in Svo. Het doelwit van BE­VERLAND in dit boek is» om te betogen, dat de zonde vanADAM enkel heeft beftaan in de vleesfelijke verkering die hijmet EVA heeft gehouden, en dat de oirfpronkeljke zonde nietsanderé is, dan de natuurlijke geneigdheid van de ene fexê totde andere; ene geneigdheid die zig reeds van de tederile jeugdaf aan doet gevoelen. Kij we*idt breed uit over deze geneigdheiden derzelver uitwerkzels, en bezigt alle de tdtdrukkjn*gen, waar van de Iosbandgfte Schrijvers zig bediend hebben-,om de vereniging der beide fexen aan te duiden. Men heeftin de franfe taal een boek in den zelvden fmaak, waar in mende eigende Helling beweerd; een gedeelte der bewijsgrondenis uit het werk van BEVERLAND ontleend, maar de Schrijverheeft 'er veifcheidene andere bijgevoegd, uit de Contes van LAFONTAINE, en meer gelijkfoortig-j Schrijvers. Dus is het voorge.en van fommigen te onregte, die beweren, dat het ene vertalingvan BEVERLAND zoude zijn; zie 'er hier den tijtel vaniEtat de VHomme dam ie Pêché originel , ou Von fait voir queefi la Jouree, qutlles font les caufes & les fuites de ce pêché dle monde. Imprimé en 1714. in 8vo. De uitgave van dit onbezonnenwerkje, veroirzaakte aan BEVERLAND verregaande onaangenaamheden.Als Akademie-burger, wierdt hij daar overvoor de Vierfchaar van het Hogefchool aangefproken, in dei-Studenten gevangenis gelloteh , cn gevonnisd tot rêcantatie,met bijgevoegde belofte onder eede, van nimmer iets dei gelijksweer te zullen fchrijven, ene boete vah ioo filveien dukatonste betalen, zijn naam uit de rolle der Studenten gefchrapt,en voorts buiten de Univerfiteit, benevens Hollanden Zeeland gebannen. Hier op begaf bij zïg naar Utrecht, aiwaarhij enigen tijd woonde, en met zijne verdorvene en zedebedervendektuiiighedea van ontugt, in gezelfchap van losban»


BEVERLAND. (HADRIANUS) 45#andige jongelingen, In kroegen en kitten, een allerlaagRejolfpeelde, zo dat de Regering van Utrecht deze ergernis uitJmnne Rad willende weren, hem die onder bedreiging vanftraf ontzeiden. Inmiddels hadt hij gedurende zijn verblijf aldaareen boek gefchreven, genaamd Fox clanantis in deferto rwaar in hij den Magiilraat en Profesforen van Leijden, met deSwartfte kleuren tekend en vinnig hekelt; hier op vertrok hijnaar Engeland, daar IZAAIC VCSSJUS hem een jaarlijks inkomen\fxt de kerkehjke goederen wist te bezorgen. Schoon nu zijnemidde'en van beilaan niet ruim waren , befteedde hij egter eertgroot gedeelte daar van aan zeldzame, doch merendeels ontugtigeboekeu, fchilderijen en prenten; ook viel zijne lief'hebberij op dat gedeelte der Natuurlijke Hiftorie, welke denaam van Cotichyliologie draagt, en hij heeft een vrij aanzienlijkeverzameling van Schulpen en Horens, waar onder zeldzamegevonden wierden, bijëengebragt. Plet fehijnt dat hij vervolgensberouw kreeg van zijn ongeregeld leven, en over de verderfelijkeboeken die hij hadt in 't licht gegeven; hij betuigde'er, ten minffen zijn leedwezen over, in ene latijnfe verhandeling,die hij in 169S uitgaf, onder den tijtel van: De Fornicationecavenda cdmonitlo., Jive adhortatie. ad pudiciüam £f cdjïi*tatem &c. Hier in veroirdeeld hij de onbezonnene en 01W001-zigtige afwijkingen van ene onberadene jonge!ingfehap, en ver*foeid de losbandige ftjjj en fchandelijke gevoelens die hij inZijne fchriften ,hecft uitgedrukt; dankt GOD het bedekzel zijnerogen te hebben weggenomen, die hem in ene ellendigeverblinding hieldt, en wedeihieldt, nieuwe voorwendzelen tezoeken om in de loopbaan zijner misdaden voort te wandelen.Die zelvde GOD, betuigd hij hem ingeboezemd te hebben, omaiies te verbranden wat hij over dit onderwerp gefchrevenheeft, en aan den Re&or van Leijdens Hogefchool zijn boekde Proülbulis veterum te zenden. Voorts fmeekt hij alle diegenen, welke nog enig gefclyift van hem in handen hebben,even veel hoe zij 'er zijn aangekomen, hem te rug te zenden,ten einde die in 't vuur te werpen, En hij wenst ten fiotte,dat die genen welke verzuimen om zulks te doen, alle de rampen


*® BEVERLAND. (HADRIANUS)-.pen mogen overkomen, welke doorgaans het lot van verradersen trouwlozen is.Het boekje door hem gefchreven, de Prostihdis veterum, \&gedeeltelijk gedrukt in de aantekeningen van IZAAK Vossiusover CATULLUS ; het wordt in de Leijdje bibliotheek onder deMSS- gevonden, p. 333. n°. 106. Naderhand is het in zijngeheel in .Engeland gedrukt en uitgegeven. Ook wordt aanhem toegefchreven een werkje in het nederduits, getijteld.*€cr


BEVERLAND. (HADRIANUS)M& land tc rug te kunnen keren; dat zijne vijanden, zelvs de» zodanigen daar men zulks 'c minfte van zoude verwagtcn,„ hem vriendelijk bejegenen en gelukwenfen. Dat niemand„ van de genen die wetenfchappen waarderen, zig kan be-„ dwingen om zijn Jot te beklagen, en dat alle lieden van*>• v e r f t a c d hem wenfen tot leermeester te hebben; dat hij aan» Engeifen heeft onderwezen om wel te fchrijven; dat hij*» D r '£ ï O W S E-e e nonuitfprekelijk genoegen in zijné verke-„ ring heeft genoten, en dat hij zijn verlies grotelijks zal be>„ treuren. Ik fchrijf u dit, vervolgt hij, na dat die geleerde.„ zijne oirfpronkelijke zonde, door ene .dadelijke zonde heeftbevestigd, zo ais ik ben ontwaar geworden door de Heer„ OOSTKUM, Predikant te Anjteldam; nogthans heeft hij door„ de genade van GOD. zo wel aan 't een als andere vaarwel» Sezegd; en zederd die tijd is hij meerder werkzaam om zijne„ ziel te behouden, als alle zijne leerlingen tezamen geno-'>, men, welke zig in een onbegrijpelijk aantal te Londen be-»v i u d e n*0 m k c r tW gaan, hij heeft zig met de Engelfekerk» bevredigd, is door oen Bisfehop van Lincoln bevestigd, en» t ü l h e t 1 1 ^gtmaal toegelaten. Welk ene vreugde in'den«? H e m e I > o v e r d e bekering van zulk een fchandelijk zondaar!„ die fehoon hij niemand nadeel heeft gedaan dan aan zig zel-„ ve, thans zonder ophouden werkzaam is, om zig te zuive-„ ren. Ten Hotte, verzoekt Dr. RKOWNE aan den Profetfor„ LE CLERC, van de Heer Loert en Mij lord CARÜERV,- om* a a n a I I e t l e Geleerden deze mare te verkondigen" &c.DatBEVERLAND door en door geleerd is geweest en zeer geoeffendin de latijnfe. litteratuur, inzonderheid in derzei verPoëten, zal niemand die zijne fchriften gelezen heeft, zij mogendan zo losbandig zijn als zij willen, betwisten, en zulkswordt nog bekragtigd door het getuigenis van vele geleerdeMannen,E. BADERS, in zijne Poëmata getuigd van hem, dathijreeds in zijne vroege jeugd ongemene proeven van vernuftgegeven heeft; men leze zijn gedigt tot opfchriftvoerende.:DoSisJimo Juveni ADRIANO BEVERLANDO , Oucestior.es Logicasêcriter defendendi; waar van wij hier enige regels laten volgen?PK-


** BEVERNINCE'. (HLERONIMUS VAN)Piè'rios inier Juvenis doSisfime vates,Mitia eft Aonii natus ad 'artna gregis.ïndole te pidchra pu.chri Sator óptimus orlisJJonavit, vires ingeniique dedit.Hincgenii raras coepijli Jpargere dotes,Au&e bonis animi, corpor's auïïe bonis.Eetlus £f a tenens animasti rore latino,Gnaviter artiflids invigilando libris.Jam qiwque quod Logices monflras ft maximus ufus,Qua fine nimirum. dogmata cun&a jacent £fc.J. G. GRJEVIUS fchrijft van hem in enen brief aan Nic.HEINSIUS, het volgde : doleo fane vicem ejus, quod tuis mei quejalutaribus monitis noluerlt aures care £f ingenium, ft polireturiimaretur, non meptum, melioribus curis impendere. J. F. REI-WANN noemt hem: Homo non indotlus; fed fuffenus fibi Poe-Icrum latinorum leUione tumidus; en H. L. BENTHEIM, prijst hogelijkzijne geleerdheid, di.ch beklaagt hein, dat hij z.dk eenliegt gebruik van zijne bekwaamheid en veihevene kunde inde wetenfchappen maakte. FR. GOTTH. FREYTAG, AnaleUalitter-, p. . 3-95. V. PLACCII, Tneatr. Pfeudonym. p 32.Ejusd. Theat. Anonim. p. 149-152. P. BUKMANNI , Sylloge Epifi.Vol. IV. p. 597, 598. 623. 6:6. J. F. REIMANNI, HUI. A*theismi, p. 481. £f Bibl. Theol. catal. P. II. pag. 188. Catal. Bibl.BUNAV. Tom. I. p. 1085. C. SAXI , Onom. liter. P. V. p. 256,«57- NICERON, Memoir. po r Jervir a l'Hift. des Hom. illuflr.Tom. XIV. p. 340-352. J. G. DE CHAUFEPié, Nouv. EHiï. T.I. Iet. B. p. 282, 283. J. B. L. OSMONT, Dicl. Typogr. Tom.J. p. 98. D. CLEMENT, Bibl. eurieufe, T. III. p. 270-280.P. DE LA RUE, Gelett. Zeeland, bl. 7--11. Hollandje Mercurius1679. bl. 278, 279. H. L. BENTHEIMS jPjcK.unt ©djtt-ItttfT. Dl. 451.BEVERNINGK (HIERONIMUS VAN), is een der fchranderfteMannen van de XVilde eeuw teweest, en heeft inzonderheiduitgemunt in dat vak der Staatkunde, 't welk deGezantfchappen en belangrijke onderhandelingen ten onder-


3BEVERNINGK. (HIERONIMUS VAN)werpe heert. Hij is geboren te Gouda den 25 april 1614.pirfpronkelijk behoorde zijn geflagt in Eruisfen te huis; enJAN VAN BEVERNINGK een Edelman uit dat gewest, kwam in1575 met den Graav VAN HQHENLOO in Holland, bekwameene kompagnie onder de infanterie in dienst van dezen Staat,en wierdt vervolgens Lt. Generaal van de artillerie; hij trouwdemet de dogter ,an DIRCK LONCK, Burgemeester te Goudaen Ontvanger generaal van Holland; uit dit huwelijk, fprootMELCHIOR VAN BEVERNINGK, Kapitein in dienst van den Staatweike z.g in den egt veib.-nd, met S^y'tLA STANDERS, dogtcrvan LEONARD STANDERS, mede Kapitein van de infanterie epGouverneur van Kmdfenburg over Nijmegen gelegen, en vanKATRINA HOUSSART, dogter van FRANS HOUSSART, Kamerheervan de Koninginne van Hongarijen. Plet is nu uit dit huwelijk,dat onze HIERONIMÜS is gefprcten; een man daar Goudamet reden zig over beroemd hem te hebben voortgebragt. In 11645 wierdt hij Raad in de Vroedfchap van zijn vaderrtaden men vindt hem in 1668, onder het getal hater Burge.neesterenopgeteld. In 1Ó46, werdt hij naar de vergadering derStaten van Holland gezonden, alwaar hij zulke treffende blijkenvan zijne bekwaamheid gaf, dat het niet lang duurde of 'men maakte gebruik van hem, in het waarnemen van de belangrijkftezaken. In 1650, zonden hem de Staten van Hollandbenevens den Heer VAN BREDERODE, en KORNELIS VANBEVEREN, naar Utrecht* om dat gewest uit te nodigen, tot hetzenden van Gedeputeerden op de aanrtaandé grote vergaderingdie in 'sHage Rondt gehouden te worden; en in het"volgendejaar, woonde hij als lid die vergadering bij, en hadtgeen gering aandeel in de fchikkingen die aldaar beraamd cnvastgefteld werden. In 1653 hadt hij zitting in de vergaderingvan hun Hoog Mogenden, en wierdt dit zelvde jaar benevensWILLEM NIEUWPOORT, PAL-LUS VAN DER PEREE, enALLARD PIETER JONGESTAL , als buitengewone Gezanten 'naarKROMWEL en de Repubhjk van Engeland gezonden; doch BE­VERNINGK vertrok eerder dan de anderen, en was reeds op't einde van junij te Londen, daar hij terflond gehoor in den' I I L D £ E l - , P Rast?


$0 BEVERNINGK. (HiERONLM;U3, VAN).S3?(t van. Staten, die maar uit dertien leden beftond, en orliSangs. door KROMWEL was opgerigt,. verkreeg;. De twee HoU'.endje Afgevaardigden, onze BEVERNINGK namelijk, en NIEUW»SOORT ,, en de eerfte inzonderheid - , handelden zeer bedekte*KjJt niet alleen ten aanzien van de ultheemfe Staatsdienaars,die zorgvuldig agt gaven öp alle hunne gangen ; maar ook voorhunne: Mede-Afgevaardigden, VAN DER PERRE en. JONGESTAL jia,, zo. naderhand gebleken is, voor de vergadering der alge-,rnene Staten in V Hage. Hier uit rees. vermoeden, in fommigenï dat BEVERNINGK en NIEUWPOORT- heimelijken last van.Holland, of van enige leden van Holland hadden, om iets tensxlele van, den. Prinfe VAN ORANJE te fluiten., 't Gene, door.de Gemagtigden van- Holland' in de Engelje zaken, in den Hagegehandeld werdt, bleef ook gemeenlijk zeer geheim, en werdtnk-t dan in eijffer, aan de vertrouwdfïe vrienden buiten 's lands.©mgefehre.ven; en zulks gaf voedzel aan de agterdogt. JON>R.-ÏSTAL werdt in 't begin van augustus gewaarfchouwd:- ,, dathij zijnen Holland/en Mede-Afgevaardigden , die doortrapte:guiten waren,, niet moest vertrouwen, en. als hij met henfprak, zeer op zijne hoede zijn." De brief was ondertekend,,Uwe ootmoedige Dienaar, wiens hart en hand geheel de u-« ten u wel bekend zijn. JONGESTAL hieldt biiefivLfeling me{:Giaav WILLEM VAN N/.SSAU, Stadhouder van Friesland, wienlaj$ onder andeien, in november. te Londen wedergekeerd zijn-»de, fchreef: „ dat hij niets doen zoude ten nadele van den„ Staat, of van het huis VAN ORANJE; en dat BEVERNINGK,o befchonken zijnde, hem geklaagd hadt: dat hij met NIEUW*„ POORT riet over weg kon, en meet genoegen fchiep in do.„ ha' ;'e;wijze vm hem, JONGESTAL, dien hij altoos voor een„ eeilijk man zou houden," Hij en NIEUWPOORT fchijnen 'tevénwel, in de voornaamire en geheimfte zaken eens te zijngelees; j en JQNGFSTAL zelv' fchreef, in augustus des vo'gendenjaars, dat bij gehaat en i eidngf was, bij BEVERNINGK enJtnn:wfop"T beiden. De Raadpenfionaris DE WITT rigttp


BEVERNINGK. (HTERONIMUS VAN)yj;„ zo gij in Engeland blijft, en zo 'er hoop is, dat gij in uwe„ ha deling Hagen zult, zal ik u een cijfTèr zenden. Laat>- t o c h niemant uwer Mede-Afgevaardigden dezen b:ief zien,,, en draagt zorg, dat "gij dien niet op uwe tafel laat, op dat„ geen van hun dien ooit in handen krijge." ' Ook wierdt devrade meert door t jedoe i van deze beide Gezanten, en inzondei-heidvan BEVERNTNGK gefloten op den 15 april; doch doordienKROMWEL die niet begeerde te beftendigen, voor en aieet hein de acte van uitfluitittg des Prinfen VAN ORANJE tot hetKapi sin-Generaal en Stadhouder.chap in Holland ware terland gefield, liep het tot omtrent den 12 junij aan, alvorensde celi.Acn vrede mee E geland haar volle beiïag kreeg, fehoona.j reeds den 27 meij in Holland Was afgekondigd, en mete.ien pleg ige dankdag efc enige vreugdetekenen gevierd.De Ambasfede is u iet veel meer' in Engeland te verrfg-,te:, hebbende, verzogen .erbf om naar huis temogen keren.JON";TAL -ertrok in oétuber; zo hij zeide, om zijne bijzondee za-.en. BEVERNTNGK. vei wierf, eerlang, ook verlof, omeen keer van ze of agt weken herwaa-ds te mogen doen, enveu ok den vijfien ian december, naar V Hage. NIEUW-FGORT b'eef alleen in Engeland. BEVERNINGK deedt, niet langm zijne aankomst, ere beëedigde verklaring in de vergaderingde Staten van Holland: „ dat, noch hij, noch iemand anders„ met zijn veten, op enigerhande wijze, KROMWEL in den„ m.-nd f-egeven hadt, dat hij de uitfluiting van den Prinfe„ v.'i.N ORANJE, als ene voorwaarde der vrede begeren moest;g lijk fommigen hier te lande fchenen te geloven, en de„ Afgevaarliglen van Friesland zeiven ter Generaliteit te„ verdaan gegeven hadden." De Ambasfadeur hieldt zulkene verk'aring dienRig, om zig te doen Rellen in het bezitvan 't'a nbt van Thefaurier geVieraal; waar toe hij reeds'benoemdWas, en waar in de Staten van Holland hem, met allenernst zogten te doen bevestigen. Doch 't liep nog tot in 1657aan, eer zij hier in hun oogmerk bereiken konden. BEVER­NINGK heeft dit ambt bekleed, tot in 1665, ftaande het enke!aan hem om het langer te behouden, want het was alleen opD 2 / zgf


ft ffiEVEKNINGK (HIERONIMUS VAK}iajft 1aanhoudend verziek',- das huri Hoog Mogendeff in' zij»©Stffag. daar van bewilligde»; ook hadt hij dezen post, zo zeertbc gënoegerf- van zijne Meesters waargenomen, dat hij dooi?de:?' Raad van Staten , raet ene geëmalieerde gouden bekerwdetdt befchönkén.Hij herwon ook allengskens de gunst dergewesten, welke hij door 't fluiten der vrede op zulk ene'jnoêijetijke Voorwaarde, verloren hadt.In 1657, Relde BE­VERNINGK benevens anderen, alle zijne pogingen te werk,om' te keren',- dat de Briesje Stadhouder, Graav WILLEM VANNASSAU niet tót Veldmaarfchalk wierde gekoren , en zulksgelukte hunvBenevens andere Gezanten , wist hij de gefchitiente doen ophouden die 'er in 1659 in de provintie van Crofiingaïontftaan waren.Tweemalen wierdt hij naar Kleve gezonden;de eerfte reize floot hij den 16 februarij 1666, eenna'anwe verbindtenis met den Keurvorst van Brandenburg,, enden i 9 april- van het zelvde jaar, trof hij de vrede met denBisfchop van Munjlef.In 1667 was hij een der Gezanten opelé vredehandeling te Breda. In Frankrijk hadt men klein gefiDégfiflin de perfonen die tot Gevolmagtgden wegens dezenStaat daar toe benoemd waren, van welken de drie vooinaam-Reii^ BEVÉRNIKGK, DE HUYEERT en JONGESTAL, bij hen gehoudenWérden, voor grote vrienden des Prinfen VAN ORANJE,fchrijvende den Koning zelve aanD'ESTRADES , „ dat BEVERj,istiNGK* een dienaar was van den Keurvorst van Brandenburg,„ en zeei' Verknogt aah de belangen van het huis VAN ORAN-Sj JE." Na velé tegenftribbelingen werdt hier eindelijk deVrede gefloten op den 31 julij. In het volgende jaar, werdthij als buitengewoon Gezant haat Aken gezonden, tot hetfluiten dér vrede tusfen Frankrijk en Spanje, welk verbondgetekend wierdt den 2 meij.De Staten van Holland warenZodanig voldaan j over de dienften door BEVERNINGK bewesten,-dat zij hein een fraij zilveren tafelfervies ten gefehenkegaveiiiIn 1671 ging hij als buitengewoon Ambasfadeur naarSpanje, öffi diön§ Koning over te halen, de gefchillen die hij«iét FfafikHjk hadt} lil onderhandelingen te trekken, 't welkhein sok gelukte* In iéiivergezelde hij den Prins VAN ORAN-, 1 JB


X'EVEHNINGK. (HiEROJNIiMXXS ,VAN) .53JE -naar het leger als -Gedeputeerde te yélra .uist &men , en het overige -zijner .dagen .ambteloos door .te feen-•gen; hij dagt zig met-zijn verkregenen roem-te moeten ^genoegen,bij zig fel ven overtuigd zijnde alles te Rebben $».daan, wat een goed -onderdaan aan zijn vaderland veïfchutóigdis. Dan zijne talenten waien rte uirftekend om .die teikuaneoontheien, enhem de-rust te 'latenge-ieten,.die-hij zig-.vo.Qïge*'.field hadt. De-verdubbelde aanzoeken van de- .Staten -gn Jfc.des Prinfen VAN-ORANJE, haalden hem over, .om,in 1073 .«ig•tot ene der belangrijkfte onderhandelingen welke mog ï.plaats gevonden, te laten gebruiken, namentlijk .die van 1.kn, alwaar hij in het karak-ter van buitengewoon Ambasfadeurveifcheen. De opk'gti-ng van .den f^s van :Fiirftenberg i^.'fcwam de volkomene uitwerking, die .men van zulk enen «efc;me.telen Rap was wagtende, :te-weten de afbreking deï.oniiei-I-handelingen -ten -aanzien van Frankrijk. Zij -hielden -„egter..ren loop met-de-Geallieetder. van die kroon, en zelvs meteengewensten uitfiag, -want het gelukte :aan BEVERNINGK,,-door zijne bekwaamheid, na het vertrek der •Fraitfe Gezanten^den 'Bisfchop van Mtmfter en Keurvorst .van Keulen, delangen oer Staten'te doen omhelzen.; wordende -met ;hen ,op.den 22 april 1674., de vrede-gefloten, en den .1.1 meij daar.?.?evolgende getekend. Hét jaar 'e voren -was BEVERNINGK tor(Curator der -Leijdfe Hogethool aargefield, ene-waardigke-.d


54 BEVERNINGK. (HIERONIMUS VAN)hinderpalen die hjj in dit gezantfchap ladt te boven te ftrtiven, ook zou eén minder wel beltierd beleid e i mij : e bodrevene ervarenheid dan de zijne, 'er onder bezwe.en zijn,en nimmer het bedoelde wit getioifen hebben; want 'afgezonderdde Frank Gezanten, waien gen egzaain alle de 3 Ie cn ,ijveriger verkzaamom de vredesonderrwnde'ii cn te tinagen,dan tot een gewenst befluit te brengen. Met dit al fc u eenhet, dat zedert het nemen van Cent, de vrede ten mindeneen noodzakelijk kwaad voor de RepubI'.jk was geworctn, eneen ieder begreep zo wel de noodlottige gevolgen c ie het Vemenvan deze plaats noodwendig ten gevolge konde hebben,dat zij vurig naar het einde van den oorlog ve. langden. Hieromzogt men een afzonderlijke vrede met Fta-krijk .e fluiten,en BEVERNINGK kreeg ten dien einde bevel, om den Keningvan Frankrijk in zijn kamp van Weteringen te gaan begroeten,alwaar hij den 30 meij 1678 kwam, en dpor de v? ef'ef.ltswijze op welke bij ontvangen wierdt, geen t wijffel o\ei liet ofmen zoude de vrede treffen; ook bedroog uien zig niet in dieverwarming, want zij wierdt op den 10 augustus 1678 getekendtusfen Frankrijk en de Verenigde Nederlanden; waar na BE­VERNINGK met een gewensten uitfiag als Middelaar handelde,om op den 11 feptember ook de vrede tusfen F-ankrjk en Spanjete doen fluiten. Insgelijks bewerkte hij een traktaat va 1 vredeen koophandel tusfen Zweden en hun Hoog Mog. 't welk ap den12 oftober 1679 wierdt getekend. Het was na zo vele roemenbelangrijke onderhandelingen tot gelukkige uitkomften beftuurdte hebben, dat BEVERNINGH ten laatften het genot vande ftille levenswijze erlangde , lwaar na hij zedert langen tijdzo vurig gehaakt hadt; hij nam ten dien einde zijn verblijf ophet huis Oud-Teiimgen, anders Lokhorst genaamd, dat hem ineigendom behoorde, en een klein uur gaans van Leijden isafgelegen. Op dit aangenaam buitenverblijf, fleet hij zijnentijd ten grootften dele met het kweken van allerlei foort vanPlantgewasfen, die hij uit de vier werelddeelen wist te verzamelen.Dan dit aangenaam en onfchuldig tijdverdrijf, kluiftteidehem egter niet zo fiaavs, dat zulks hem belette, verfthefc


ïcheidéne uréh van den dag ff re zonderen, -om z ; g 'aan tiet-.-'teroefFen.ingen : over te geven; o-A : nam hij 'met ee cto^emeiieIfcrirg en ijver zijn ,post als Curator van het 'Hqgefchodl -waaivOp zekeren morgen bezig zijnde met Mt doorfnürrelen 'dgf'Handfchriften van de beroemde Bibliotheek door IZAAK VÖ5-SIUS nagelaten , die kort geleden voor Hollands Hogefchooï•gekogt was; gevóélde hij ene rilling door zijn gantfe iighaaröv;•hier op ilapte hij in zijn koets, reed naar huis-, ^en wieraï:doór een koorts bevangen, die van dag tot dag toenam, 'én'hem den 30 oftober ióoo, ruim "76 jaar bereikt'hebbende, ia'het graf -nikte. Hij wienfc te Gouda 'begravc., in-ene ka; éiVan Si.'Jans kerk, doo. hem ze ! ven uit marmer doen vervaar»'digen ; waar cp na'eihand in'een zwar;er tóétlteen-, dit u'io-•innritend vererende g-atVchiift door den. Hoogle.aar GfciEviujtgemaakt, óp last va.1 -zijne naastbettaanden is-gebeiteld : HlE.1R0N1M-US VAN BEVERNINGK-,, Th-ilinga Topmlw, 'S IÏUtfr>r,Judtx, Conful, Condi'us. In Confeji iprapot. Ord, gen. asjfesfor.'Idem 'aliquot'es extra ordinem,'co nm'-M. Belgica 'fédera'H•Mrar'o prxfeBus. Lycai Batavorur.i curalor. In H'fpsn. 4$ $fo'der r t. Belg. finièus regtihdis adjutor. L'gitüs WILHELM© III. 'fti'exer itu daihs. Westmenail'erium, Clivia;; II., Bredam, Aquisgr'a-«nam> Bruxellas, Madrittum, Co'.oiïam -Agrip.-, -Nuviomagnfo,


BEVERNINGK. (HIERONIMUS VAN)Dat BEVERNINGK een uitmuntend en bedreven Staatsman tégeweest, zal niemand ontkennen die ue 1 ' waarheid hulde doet;en hier in Remmen zo wel de Franje als Nderhnje Schrijversovereen. Hij was fchrander, arbeidzaam, vaardig en vlugvan oirdee!,. en liet nimmer het behartigen van een zaak daarhij mede gemoeid v/as varen, wel.x hinderpalen hij daar ookbij aantrof; ook is hij altoos wel geflaagd in de handelingen,die hem werden toebetrouwd. Soimnigen merken alleen zekereouëenparigbeid in zijn gedrag aan , als een gebrek..Veelvuldig, zijn de fchriften welken de lof van BEVERNINGK verkondigen.Ik zal mij alleen bepalen tot het getuigenis, 't welkWICQUEFORT van hem geeft, en hier in beflaat: „ HIERONI-„ MUS BEVERNINGK is onbetwistbaar een der eerfte Mannen,,. van de Verenigde Nederlanden geweest, betrekkelijk het vak„ der Negotiatien. De Rad Gouda die het behaiven dat aan„ geen kundige onderwerpen mangelt, heeft hem verfcheide-„ nemalen in de vergadering der Staten van Holland en Gene-„ raliteits kollegien als haren Gecommitteerde gezonden, en„ hij heeft altoos ten vollen beantwoord, aan 't geen men„ van zijne fchranderheid koste verwagten. Het ',vas BEVER-„ NiNGK die in 't jaar 1654 met OI.IVIER KROMWEL het trak-„ taat floot, bij 't welk de vrede aan de Verenigde Nederlanden„ werdt gefchonken; maar welke vrede bijna enen binnenland-„ fen oorlog zou verwekt hebben; doordien ingevolge het be-„ grip van fommigen, de be'angens des Prinfen VAN ORANJE„ 'er niet naar behoren bij waren in acht genomen. Holland in„ 't bijzonder was zodanig voldaan over den dienst dien hij haar„ bij deze gelegenheid betoonde, dat zij hem den post van The-,, faurier generaal, dat is, van eerften Minister der Verenigde„ Nederlanden bezorgden. Daar is geen zo moeijelijke zaak,„ of hij wist die wanneer hij zig daar op toe wilde leggen,„ ten einde te brengen. Verlangt men 'er bewijzen van,„ behoeft men flegts het traktaat, 't welk hij in 1666", met„ den Bisfchop van Mnnjter te Keve floot, te raadplegen; en„ niet minder gelukkig is hij te Madrid, geflaagt, betrekkelijk„ de belangrijke onderhandelingen over de provintien van„ Flaan'


BEVERWYK. (BARTHEL VAN)5 Y£ Vlaanderen. Dat zijne pogingen niet te Keiden ZIT gelokt,„ moet men eerder toefehrijven, aan de verkeerde geneigdheid'„ der geesten, en aan de flegte omftandigheid der zaken, afs„ aan zijne handelwijze, die zig altoos met de ze:vde kragt„ heeft ftaande gehouden. Ook heeft men aan hem de gèhetej, vredesonderhandeling van Nijmegen toevertrouwd, en hij is„ het dien de Sta en benoemden, om dezelve bij den Koning„ van Frankrijk nabij Gert. gelegerd , ten eïixle te brengen. Hij„ heeft een afkeer gelnegen tegens de bedieningen, zo dar in„ plaats dat andeien die z< eken, hij ze ontvheide, KeVer op,, het land in de eenzaamheid zig zelve , willende bezitte",, als het ve-driet te voeden, dat hem de behandeling van za-,, ken veroirzaakte, en dat zeer dikwils voor hem zelven niet„ minder lastig was, dan aan die genen welke met hem te han-„ de en hadden. Om het karakter van den Heer BEV^NINOK„ te fchetzen, zoude 'er een andere pen nodig zijn dan de„ mijne, om reden, dat alle de delen daar van nauwkeurig„ onderzoeken le , men zal ontwaai worden, rat behalver ene„ kleine ongelijkheid in zijn hume r, 'er niets in 1 sm wordt„ gevonden , of de fijne (Schaaf is "er over ge"\m. .TiiURLoés Papers, VoJ. I. p. 309. 369. Vol. II p. 7. •Lntres D'ESTRADES, Tom. VII. p. 141, njg,l ; v. ^ g f l fMem. & Neg. de la Paix de Nimegue, p. 407. WICQUEFORTTraité de V'Ambasfadeur, Tom. II. p. 443. EAYLE, U&m, cide 1730. Tom. I. p. 545. L. v. AITZEMA, Zake» van St. enOorl. III. D. bl. 814--810- 1194. Vf. D. bl. 27 enz. HoüLMercur. 1673. bh 13. 125. TEMPLE, Mcmorien, bl 540--542.Brieven van DE WITT, III. D. bl. 310. WALVIS, Eejchr vanGouda, bl. 314-310. WAGEN., Vod. Hifi. XII. D. bl. 13a= 57. 259. 2 7p, 28c. 313. 315. 337. 341. 369.4 I 9,4 2 0.XIII. D. bi. 245. 247. 423. 468. XiV. D. bl. tfiffl. 244. 36SL4 T 6. 400. XVI. D. bl. 130. Levens van voorn. Mannen .enVrouwen, IV. D. bl. 199.BEVERWYR (BARTHEL VAN), afkomffig uit-een .aloudedel geflagt, het welk in Noord,Ker.nemerLand heeft te huis ge-D 5toootÜÊ


:$S . BEVERWYK. (JAN VAN)boord; cn waar van OTGER o'f OGIER VAN BEVERWYK, Ridowvan 't H. Graf, Raad en Hofmeester van Graav JAN VA,-: ËÜ-MOND , Stadhouder van Holland, is gehuwd geweest met AA. tt'-cuAART, Heren KORSTIAANS dogter, die in 1404 Schepen te•Dordrecht was.Onze BARTHEL een zoon Van DIRK VAN BEVERWYK en ËLÏ-'ZA.TETH DIERT , huwde den 10 fepteinber 1584 met MARIABOOTVAN WEZEL, en fljejf in IÖÏS; nalatende de volgen-'de drie zoons en drie dog:ert>:,i. JOHAN VAN BEVERWYK*waar van ftra'.s nader. 2. .FILÏP VAN BEVERWYK , trouwdeMARIATIIIENS, en ftierf in 1615'zonder kinderen na te laten.3. DOROTHEA VAN BEVERWYK , hadt tot haar ecrftenman, AORIAAN DE JONG, en.is. na zijn overlijden getrouwdgeveest met ARENDBOOT, zonder dat een van beiden kin-aan ADAMtders geflagt gefproten.DIBBETS , uit .een oud en aanzienlijk Gel*Hij was ftads Doktor te Dordrecht, 'eain 1648 en 1649 Raad aldaar. Hrj heeft enen zoon, JOHANgenaamd, 'benevens drie dogters, KATRINA, MARIA en ADA-MINA verwekt. M. BALEN, BJchrijv. van Dordrecht,bi. 982.BEVERWYK (JAN VAN), oudfte zoon van BARTEL en MA-SIA BOOT VAN WEZEL, w;erdt geboren te Dordrecht den 1.7november 1594. Hij. leerde de griekfe en iatijnfe talen onder«pzigt van GER. JOH. VOSSIUS, die toen ter tijd Reftor der 'trivialefcholen van die ftad was. Zestien jaren bereikt hebbende, zondt men hem naar Leijden, alwaar hij zig vlijtig in defraije lett ren oefFende onder DOMINIKUS BAUDIUS en DANIËLHEINSIUS, horende tefTens de lesfen in de.meerijnen van FIE-3XR PAUW en EV£RHAKD VORSTIUS. De Rerke zugt om zigver-


BEVERWYK. (JAN VAN)5 $verder in het vak der Geneeskonst te bekwamen, deed hemna een vei blijf van vier ja; en, Leijden vei laten , om raartra kr'jk te gaan, hier oeffende hij zig onder de beroemdfteHoogleraren, welke toen ter tl'd te Caé'n, te Parijs e teMontpellier de medicijnen leraarden, en het was in die Latsteenemde ftad, dat hij lesfen nam, van JAN VARANDS enTRANS RAKCHIN. Vei volgens reisde hij naar Padua, a. waaidebe effening der me uclr.en toen ter tijd op het fieerigstbioeide, en maakte hier gebruik van Te .effen van RODI-RHCFONS c>, SANIOR. SANTORII, JAN BAPTIST SELVAGGIO en JANDOMINIKLS SALA; waai ra hij op dit HogeRhool tot Meesterin de vrije konften en Boktor ia de medicijnen wiérdt beyórderd.Van Padua veneisde bij ; aar Bo:dogne, en oeffc de depraktijk onder geleide van FABR.TIUS BARTOLETTT , dien hijenigen tijd in het bezoeken van zieken vergezelde. 2igfterk gevoeg gevoe'ende om op eiger,e wieken te d.ijven,velde in hem de natuurlijke zifgt op, om naar zijn vadcihhdte rug te keien; dan op de reize derwaarts, hieldt hij zig nógenigen tijd te Buzel op, afwaai- hij FEI.IX PLATER cn KAS?' RBAUIITNVJS bezogt; van hier trok liij naar Leuven., om kenniste maken met THOMAS FIENUS en ERTCIUS PUTEANTJS. TeDordrecht wedergekeerd, gaf hij zig aan de pu^tijk ovei ,waar in hij ongemeen wel flaagde, en ook iee;s in 16:5 totRads Doktor en Lector in de Heelkunde wierdt aai geite lTwee jaren latei-wierdt hij Raad, in 1631 Schepen, tr: :n1637 Weesmeester ; ook is hij verfc' eidene malen wegersDordrecht afgevaardigd ter vergadering van de Stagen van Holland.Onze BEVERWYK, na gedurende een tijdvak van ruim 20 jaren,de praktijk met zeer veel roem en geluk uitgeoeffei d hhebben, wierdt kra..k en ftierf den 19 januarij 1647, nogmaar 52 jaren oud zijnde ; hij wierdt in de Hoofdkerk teDordrecht begraven, in ene kape' aan St. Barbara toegewijd:.Men leest dit volgende giaffciirift op de zaïk gebeiteld, d.eaijae rustplaatze beuekt:Lm


6c BEVERWYK. (JAN VAJI)qiiaistio de vit:e termino fatali, an mobili ? cum doQorum rjefponfij.Lsx Mc medendi, fanitatis regula,Salus Jalutis civium, vitce artifex,Mortis fugator fedülus, viclor fuce,Scriptis fuperftes ipfe poft mortem fibi+Dordrecliti Apollo & Mmdapius jacet.Defuntlo lubens mcerensque pofuitDANIËL JJE/NSiUS.JAN VAN BEVERWYK is tweemalen getiouwd geweest; zijseerlle vrouwe was ANNA VAN DUVERDEN, dogter van MtrKORNELIS VAN DUVERDEN* Schepen te Utrecht en Hocf.'.fcho utvan Anersfoort, en van JOHANNA VAN VOORT, uit h.jt geflagtvan LOKHORST; deze vrouw ftierf den 26 augustus 1624, zonder.hem kinderen na te laten; hij hertrouwde hier op den2 december met EUZAHETII DE BAKKER, dogter vanWILLEM,PE BAKKER, Schepen te Zierikzee, en van JACOBADE WITTE, bij wie hij agt kinderen ver wekte; waar van 'exdn 1677 llegts nog drie in 't leven waien;twee dogters, namelijkANNA, getrouwd aan JAN DULLAART; „en MARIA, dieJJLASKJS VAN HAARLEM ten manne heeft gehadt; voorts eenzoon, WILLEM VAN BEVERWYK genaamd, die flegts ene dogterverwekte bij zijn hnisviouw MARIA VAN DE KORPUT.; dusheeft BEVERWY'K geen mannelijk oir nagelaten,.Dat deze Geneesheer een doorbedreven en fcbrandarman in de beoeffening van zijne konst js geweest, zal niemandbetwisten; ook was hij daar te boven een keurig liefhebbervan de fraije Ietteren, en in de kennis der oudheid20 diep doorgedrongen , dat KORNELIS BOEY van hem getuigd, dat de gantfe fchat van de fchriften van oud .Griekenland,die door de alvernielende tijd gefpaard, voor ons is bewaardgebleven, dcor hem is gelezen en herlezen. Dat hij ijverigwerkzaam is geweest, getuigen zijne menigvuldige fchriften,,waar van wij hier ene optelling laten volgen. 1. EpiftolipaDordr. 1634. 8vo. De tweede druk hier van, wel twee dpr-•de' vermeerderd, is te Leijden in Ato. in 1646 Uitgekomen^


BEVERWYK. (JAN VAN}flj•oorts in 1651 op nieuw vermeerderd. Men kan dit werkjeniet rangfchikken onder de nuttigfte boeken die BEVERWYKBeeft uitgegeven, maar met dit al is bet vrij aartig en heefthet meeste gerugt gemaakt. '2. De exellentia Faminei fixus;Dordr. 1612. m 1211:0., zijnde mede in 't nederdtiits gedrukt,onder den tijtel: ©au öe uijtncmenthjijDt bea b.'cnlceinftcn c?c»flagtg, ^OJör. 1643. in i2mo. Dit werkje wierdt door BE­VERWYK uitgegeven, om ene galanterie aan de geleerde ANNAMARIA SCHUURMANS te bewijzen, die aan hem verfcheideneblieven heeft gefehreven. 3. Idea Medicina: veterum. Lugdb.ELZEV. 1037. in 121110. 4. De Calculo renum veficce, liberfingularis; cum Epiftolis ' £? conjultationibus magnorum virorum.Lugdb. ELZEV. 1638. in 161110 ; dit is insgelijks in 't nederdtiitsgedrukt, onder den tijtel: ^tecnMi/ aeiMjfniue öcitocifpjoncft/ teijcfccticn/ 't bccrhcmen/ cn giicnefcn ban fïcentil grafcccf. 5. Montanus i*!*/X'f*»f, five refutatio argumento*rum, quibus MrcuAëL DE MONTAIGNE impugnat necesfitatemMedicina. Dordr. 1689. in iimo. In't nederdtiits; 2$crg-i-al/ófte tocberfegsinrje ban MICHIEL DE MONTAIGNE, tegen£ öeHooörfaMijcMjei}öt öer €>ence?"honfIe. 6. ©e ^pacnfcfie%z$/ ofte beqgergïunge cn hcfejh&bmge ban ben £M)eep|ïrtjot/tugfttjm te sjoote ftorungen ban jfèrfen cn Spanjen / tegengöc berbonüe a3rtch.cn enDc .t&eberjanöttg. ©ojur. 1639. in 4-3.7. 'Bcfefijijbins ban ©cnörccDt of begin ban ïfoïïanb / metpiatCll. ©0?br. 1640. in 4tC. ,8. CLAUDII SALMASII. Interpreta'.ioHippocratci aphorismi LXIX. Setï. IK de Calculo Addltce funtEpiftolce dim JOAN BEVEROVICII, M. D., quibus refpondetur,Lugdb. 1640. in I2W9. 9. Exercitatio in Hippocratis Aphorismumde Calculo, ad CLAUDIUM SALMASIUM. Lugdb. 1Ö41. inurne. 10. ©en ÏJcrtorrf) ban 3üba en;. W>02lr. 1641. in12:110. 11. £>ci)at öer


ti BEVERWYK. (VINCENT DIRK VAN)mum regwmm, Lugdb. 1644. £? 1663. « In *t néder*duits: •Jmrjtisne tot De i$oitanbfe aSenccjmiiöDcïcn / ofte ftojtfecncljt tut eten fanöt $er»e$ fjeeft tot oncerficuöt ban fjetïeben enöe De pfcntjjcjjot bef Sfntoccnücrp". in i2mo. 14.Epifiolicay Qiicsstiones,• cum Doctómm refponfis. Rott. 1644. -66in 8v«. Ook zjjn alle de neder luitfe meiicinale werken vanonzen Schrijver, waar onder behalven de rpgencemden nogbehoord, ene Dcrrjanöriino ebt* ör JM0t«f


BBYEMA, (BERNARDtTS-) BEYER, .(JAN DE) g|«ooi ongeleerd, uitzinnig en 'eugenagdg; ERASMUS heeft zigep, ene manrel.jke wijze, van dezen vuigen laster • erdedig 1 „in zijne Fpifiolce, Lib, XIX- I'p. 13,te regt noemende, Peitinacisfimus obtreïtator.90 & 113; b-Sm . aldaa?Onze BEVERWYK heeft ter persfe bezorgd, en met enigsaanmerkingen verrijkt: Opus PETKI DE PALUDE, Patri jchaflierofol. in librum Hl. Ö* IR Sententiarum. Parij'. 1514. ir,folio. Men kan niet ontkennen, dat hij een kundig en geleeidman is geweest; doch van een wieveüg en onverdraagzaamka.iakter, 't welk inzonderheid in zijn gefchil met E-RASMUS in het fclaarfte dag'iqht wordt gefield.. VAL,ANOR., Bibl. Belg. p. 300, 301. 846. £? Rat. 104. J. F.FOPPENS, Bibl. Belg. p. 1157- DE JONGIIE, Defolata BataviaDominicam. pag. 66, 67. 133, 134- PAQUOT, Hifi., lifter*torn. VIII. p. 156--159.EEYEMA (BERNARDU.S), oirfpronkelijk een Fries» doeh.©nderfcheiden van BEYMA, moet geboren zijn voor 't middender XVIde eeuw.Zig door het beoefienen der fraije letteïc-neen naam gemaakt hebbende, wierdt hij tot Reftor vande latijnfe fcholen in 's Hage, waarfchijneiijk in 1585 aange-.ftetd» en behieldt d;e post tot in 1500, toen hij tot opvolgerkieeg FOLKERT VAN WESTEEVOLD. Men heeft van BERNAR-BUS BEYEMA in druk > «jtlccoinnljc ober het ïfooaïjclicjit „Sa*ïonton?".. ^ ïfage 1619» in 12°.MEURSII, Ashence Bat..», 192. PAQUOT, Mem. litter. Tom. IX. p. 148, 149.BEYER (JAN DE) , geboren in het kanton Bern in Switznïandin het fteedje Arau in het jaar 1705, ging in zijn jeugdnaar Holland en hieldt zig veelvuldig te Amfieidam op, alwaarhijgelegenheid kreeg om bij den beroemden PRONK de tekenkonstte leien, waar in hij zig zo vlijtig beijverde, dat hij eengoed meester is gew. rden, hebbende ene grote menigte van•gezigten van Reden, kastelen en oude gebouwen, in 't landvan Kleef, Namen, Mastricht, Gelderland, en het ffcigt vanUtrecht getekend.Vervolgens ging hij in het dorp Fierlings*keek wonen, zig des zomers vlijtig bezig houdende om voord«,


«4 BEYEREN. (JAN VAN)de boekhandelaars en konstminnaars te tekenen, welke teke-Dingen hij dan des winters te Amfieidam bragt, en zig ruim'deedt betalen; ook was hij om de treffelijkheid van zijne konsten voorbeeldig levensgedrag, van een ieder die hem kende geacht.De tijd van zijn overlijden is mij niet gebleken, maarin 1751 was hij nog in volle fleur. J. VAN GOOL, N.Schoutvb, der Schilders, II. D. bl. 199,BEYEREN (JAC03A), zie JAKOBA.BEYEREN (JAN VAN) , zoon van Hertog ALIREGT enoom van de ongelukkige Gravin JAKOÜA, wierdt in 't jaar 1390nog zeer jong zijnde, Bisfchop van Luik. Bijstere beroertenwier ien 'er door hem in 1417 geftookt; men hieldt hem niet|zonder reden verdagt, zjne nigt JAKOBA van het bewind tewillen ontzetten, en bij zogt zig met geiveld tot haaien voogdop te werpen; geen beter middel, om dit heilloos ontwerp teverijdelen, wisten de Edelen en Steden te beramen, dan deGravin in een tweede huwelijk te verbinden; ten dien eindeliet men het oog vallen op Hertog JAN'VAN BKAEAN», niettegenRaandehij haar voile neef was; ook wieidt deze egtverbintenisin 't voorjaar van 1418, in 's Hage voltrokken.Het was omtrent dien zelvden tijd, dat Bisfchop JAN denGeestelijken Raat vaarwel zeide, en zig in het huwelijk verbondmet ELTZABETH VAN LUXEMBURG , ene volle nigte vanhem; en de gefcbicdenis getuigd, dat hïj zulks hoofdzakelijkdeedt, om in het bezit der goede en van JAKOBA te geraken;ook was de Keizer hem gunflig tot het bevorderen van zijnfchandelijk ontwerp, en verlijdde hem bij opene brieven metde graavfchappen Holland, Zeeland en Henegouwen,) waar vanhij ook niet lang draaide, den tijtel van Graav aan te nemen.Noodwendig moest zodanig bedrijf vijandelijkheden verwekken,ook ontRond 'er een bloedige krijg door, die merendeels 'en .nadele van vrouwe JAKOBA gevoerd wierdt; 't welk haar deedt 'befluiten, het oor te lenen tot beviedging met haren oom;ook trof men ee.Iang enen zoen te IVoudrichem, in februadjdes jaars 1419. Groot waren de opofferingen die de^e ongeluk-


BEYEREN. (JAN VAN)lukkige vrouwe bij dit vredeverbond genoodzaakt was te doen,doch egter weidt 'er hare toeftand met wanhopig door, doordiede meeste Hoümdfë lieden getrouw haie zijde bleven aankleve,;.Schoon nu dit verdrag tusfen haar en JAN VAN BEVE­REN, wederzijds zeer plegtig op de Euangelien was bezworen,fchrooiflde egter de laatstgemelde niet , om het openth k tefchendon; want niet alleen matigde hij zig meer gczags aandan bij de zoen was bedongen, maar zelvs viel hij de Gravinop nieuw vijandelijk aan, en noodzaakte haar de wijk naarjfraband te nemen.Zig dus meester van 't bewind gemaakt hebbende over Hollanden Zeeland, wendde hij nu ook zijne (gen naar Friesland,om aldaar den ba;:s te fpelen • te dien einde koos hij de zijdeder Schieringers, en ging met hun een verbond aan, waarbij zij hem voor Heer aannamen, cn twee groten vlaams vanieder huis, benevens 't regt der munt en tollen toeftonden.Vanzijne zijde beloofde hij, hen tegens hunr.e vijanden tezullen befcheimen, en bij de oude vrijheden, door KAREI, DENGROTEN aan hun vergund, te zullen handhaven.Ten eindezijn woord geftand te doen, zondt hij enige manfchappèn naarF eskmd, d.e te Makkurh gelukkig Haagden, doch uit de Lem->.. r vei.heven wierden. Intusfen floot hij een verbond metde Gttminget Vetkopers-, en ontving 50 vette osfen van hunten gefchenke'. Na enige andere bedrijven, overleed JAN VANBEY REN in 't begin van het jaar 1425, niet zonder vermoedenvan door vergif van kant geholpen te zijn, onzeker ofde e euveldaad gepleegd is door JAN VAN WOERDEN, Heervan Vliet, een zij;.er gemeenzaamfte vrienden, of wel doorMIFGPJET, Giavinne weduwe van Holland.Zijn lijk wierdtin 's Hage in de Jakobijner kerk, zonder enige pragt bijgezet.Uit het voorgemelde blijkt eigenaartig , dat de karakter,fenets van JAN VAN BETEREN, in genen opzigte een bevalligtafeieel voor het oog oplevert, maar wilde men die fchetzen,daar toe fombere kleuren dienden te worden gebezigd. Ookgetuigen de Gefchiedfchrijvers, dat hij h'gtvaardig nas, norsen wrevelig in zijne verkeung, ene onverzadeiijke Staatszugt• HL DZ'ÈZ E be-


£5 BEYERLINCIL (LAüRENS)bezat,, en vurig, dorstte na& grootheid; voorts zig weinigkscande onn de heiligst aangegane verbonden te fchenden,wanneer" zulks met zijne belangen ftrookte- D:t laatfte getubgenfswordt, onder meer andere gevallen ook ten vollen bewaarheid,door zijn loos en ondeugend gedrag, dat hij,'metsijne: jeugdige nigte, de bevallige doch met geftadige ramp»fpoeden worftelende Gravinne JAKOBA heeft gehouden. .WINSEMTUS en SCHOTANUS , Krmiijken van Friesland. M. Vossius,Hïfiorr. Jaarb. bl. 480. £79, 5:80. 592. 595. 612. 622.625, 626. 629. 633. 638, 639- WAGEN., Vad. Hifi. III. D»,M. 427, 428. Zie ook JAKOBA VAN BEYEREN.BEYERLINCK (LAURENS), Aartspriester te Antwerpen*Wierdt in die Rad geboren in april 1578. Zijn vader ADRIAA»B'EYERLINCK een welgezeten Apotheker aldaar, was herkomftig'vanBergenepzeom, en de zoon of neef van JAN BEYER-UNCK, een aanzienlijk Burger van die Rad, welke J er den15 maart 1550 Rierf, nalatende ene weduwe ANNA DE BIEgenaamd; zijne moeder was KATRINA VAN EYCK. De eerftegronden zijner letteroefFenirgen lelde LAURENS in zijn vaderftad,onder het opzigt der Jefuiten; waar na hij de ftudienVaarwel zeide, om zig aan den koophandel over te geven;maar een aangeboren trek tot het beoeSenen der wetenfd appenin zig gevoelende, Het hij vervolgens MERKUUR voor Mi-NERVA varen, en begaf zig naar het Hogefchool te Leuven,alwaar hij met zo veel vlijt de wijsbegeerte en godgeleerd- ]beid beoeffende, dat hij nauwelijks het geestelijk gewaad hadtaangetogen, of men maakte hem Hoogleraar 'in de digtkonst Ien welfprekendheid in het kollegie van de Vaulx He eni- ]gen tijd in die hoedanigheid voofgelezen hebbende, bedankte jhij voor dien post, intusfen met de pastorie van Hér ent, een .uur van Leuven ten noorden gelegen, begiftgd zijnde. Bijde herderlijke werkzaamheden, die hij allervlijtigst waarnam, ]voegde hij nog die van lesfen in de wijsbegeerte te gevenun de jonge Geestelijken van Bethlehem, ene abtdij van re- ,gulieie Kanunniken, nabij zijne pastorie gelegen. De Aartsbis-


BEYERLINCK.(LAURENS)bisfchop MATTH. HOVIÜS van zijne verdienden onderrigt benoemdehem tot Coadjutor van den Aartspriester te Leuven •en in 1605 wierdt hij tot Licentiaat in de godgeleerdheid aangenomen.In dat zelvde jaar riep hem de Bisfchop jon. Mi-MUS naar Antwerpen, en betrouwde hem het opzigt over zijnkweekfchool ; vervolgens bezorgde hij hem een Kanunniksplaatzetn de hoofdkerk, en maakte hen Aartspriester van hetd.flncl en vervolgens van de .«ad Ammrpen.. Het waarnemenvan deze bedieningen, gevoegd bij den letterkundigen arbeidvan onzen Schrijver, knakten op ene ongevoelige wijze zijnagezondheid, en rukten hem ten laatften op dtn 7jimijm?in 't graf, nog maar 40 jaren oud zijnde. Hij Weidt betreurdvan alle die hem gekend hebben, want hij hadt de achting vaögroot en klein verworvei , en zig bemind gemaakt, door zij.ne gulle en aangename verkering, befchaafdheid cn goed gedrag.Antwerpen verloor in hem, een der ijverigfte en deugdzaam.leGeestelijken, die zij bezat in een tijd, dat dc beideMogendheden met den besten uitfiag de handen in een Hoegen,om 'er de goeie orde, de wetenfchappen en de godsvrugtte doen heerfchen en bloeijen. Hij is in de Si. Thomaskerk begraven, daar men zijn jongfte verblijf met een zerkgedekt ontmoet, waar op het volge-de graffchrift is gebeiteld:D. O. M. S. HURENTIUS BEYERLINCK, Jntverp. natus;httensque exetdtus Lovanii PhUef. & Theolog. haujit; cd Seminari«Uftm.hu eVDcatus, pptefutt & fecit bene; kujus cedis Canonieus,£? Libr. Ccnfor, dijlri&us pri-mm, dein urbis Archipresbyt., neefirn S. R. E. Protono-arius ; tot rmmits prteclarè obitis ,-' concionib.,frriptisf«Hs tj profanis, riu innoeentia, atjue in Denmpietate, apud cives £? externs clarus. Obiit 7 jun. M.DC.XXFU.«tot. 49. Zijn gewone zinfpreuk was: Currite ut comprehen-Veelvuldig heeft BEYERI.TNCX gefchrevenj het voornaamilcdoor hem uitgegeven werk, voert tot tijtel: Magnum Thtatrumrit* hwnance; hoe eft, rerum dirinarum hwnamrumque fyn- ,tagmaCatholicum, Philofophicum, Hijïoricum & Dogmaticum 0V.Wen. Agripp. opud AKTON. ff AaSöLD HKRATI, 1631. VULÉ 2Vol.


«ftBEYMA.JV- m felle* In 1678',. wierdt deze verzameling herdrukt tsUJm rbij ANT. HUGUETAN, en naderhand nog te Fenetiên m*t jaar 1707, beide drukken ook in VIII delen, in folio.Thans: wo*dt r er zeer weinig werk van dit boek gemaakt, enieregt, wanthet bevat ene verzameling van godgeleerdheid ,«efcbiedenis, ftaatkunde en 'wijsbegeeite, zonder de mmfte«de onder een geflanst, opgevuld met onnauwkeurigheden ennietige zaken, waar in men geene andere dan gemene dingenontmoet, en waar in de verhandelde zaken niet naar behorenaff» gewikt, noch uit den grond opgehaald.. De zedeieei be-Raatmeer dan de helft van het geheel; en men ontmoet 'erdingen i", die men 'et gants en al niet in zoude zreken, alsonder „anderen een lied aan BACCHUS toegewijdt. Om kort te£san, het is uri 1infoioto d'herbe d'ogni J'orte. Van de overigZijner werken, meestal ingergt tot fligiir.g en onderwijs zij-1 jier gelo fsgenoten , vindt men ene optelling bij PAQUOT.'-—— VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 618-620. SWFERTII, Ma-Mtm. feftderalia, p. 358. J. F. FOPPENS, Bibl Belg. p. 804.PAQUOT, Memoir. litter. Tom. VLtL' p. 437-446.BEYM Van dezen naam zijn wee geflagten in de provintievan Friesland bekerd, het ene uit den Adelftand, en hetandere tot de Patricii of Eigenërfden behorende. Het eerfte,dat reeds in de voorgaande eeuw is uitgefterven, was uit deftate Beijem, te Anan gelegen, afkomftig. Volgens berigt vanden reeds c \ e, 'edenen oud Raadsheer ED. MARIUS VAN BUR-ITANIA, aan den Heer ]. W. TE WATER medegedeeld, uit deI\:SS. verzamelinge van kwartieren , gefebreven door FEYOVAN HEEMSTRA, is onder de XVI kwaiticien van ANNA VANIISINOA, huisvrouw en raderhand weduwe van FILTPS VANBOSHUISLN, G: ietman van 't Bild, en overleden in 1652, ookde naam en het wapen van BEYMA ; gelijlr die beiden ookvoorkomen • n 'er de kwartieren van REIN POPMA, te Sneek.In het legister der Edelen in Friesland, gemaakt bij den HertogVAN SAXEN, in het jaat 15 5, wordt mede gemeld SJORRDLtttrnfófZ. BEYEM, waar van men mede bij WINSEMIUS, CLron.van


iETMA. (COERT VAN)6 Gmn Biesland, bl. 403. gewag gemaakt vindt,, en tij aen ad*-'den Schrijver ook nog van andeten dezes geflagis , .-als .qp «.187., 304, 307 , 3-n enz. .SJOERB, waar van op.zijne plaatsBader, hadteen .broe.ler, LIEUWE genaamd, welke mede -eeagroot voorftander der vrijheid was, cn.vee! .deel hadt aan 4tloffelijke verrigtingen die in het onfttnmige .tijdvak waar in iJirjleetde, voorvielen. Van het tweede .geflagt van dezen naam-£ wélk verfcheidene grote Mannen .aan .het vaderland


20 BEYMA. (COÉRT VAN) BEYMA. (JÜLIUS VAN)den 12 april 1659; heeft tot haar eerften man gehadt LiviusVAN VIEKSSEN, Kapitein en Lt. Kollonel van de infanterie; enhuwde ten twedenmale met HESSEL VAN SMINIA, Secretarisvan de provintialc Rekenkamer.B E Y M A (COERT VAN), uit den zelvden Ram, een zoonvan JULIÜS en APOLONIA VAN SMINIA, is geweest Secretarisvan de Admiralite r t te Harlingen. Hij trouwde den 31 meij1716 te Leeuwarden met KATRTNA VAN GHEMMENICH toeKingma, die zonder kinderen te hebben 'voortgebragt is overleden; waar na hij is hertrouwd met PETRONELLA VAN IDSTN-GA, bij wie hij een zoon, JULIUS MATTHYS VAN BEYMA heeftverwekt, thans nog in leven. COERT overleed den 29 octeber1748 , en zijne overgeblevene weduwe den 14 november1770.B E Y M A (JULIUS VAN) , een zoon van JAN VAN BEYMA ,in 1560 Burgemeester te Dokkum, wierdt geboren in genoemdeftad, omtrent het jaar 1539. De kindfe jaren afgelegd hebbende,werdt hij naar Groningen, gezonden, alwaar hij onderopzigt van REGNERUS PREDINIUS zijne eerfle letteroeffeningenverrigtte, en grondig in de latijnfe en griekfe talen wierdtonderwezen; van hier ging hij naar Leuven, alwaar hij enigentijd in de regteri Rudeerde, verders naar Orleans in Frankrijk,daar hij in 1564 de waardigheid van Licentiaat in die wetenfchapbekwam. In Friesland te rug gekeerd, liet hij zig onderhet getal der Advokaten optekenen, en oeffende de p; aktijkvoor het Hof van Friesland te Leeuwarden; dan dit duurde nietlanger dan tot in 1567 , toen zijn bloedverwant SUFFRIDUSBEYMA, om der godsdienstwille in hegten is geraakte, of weltot in 1568 dat de Spaanfe dwingelandij en vervolgzugt, eenieder die den nieuwen godsdienst aankleefde, waar van onzeJULIÜS een vuiig belijder en voorftander was, noodzaaktehet land te ruimen. Hij tiok naar Winenberg, alwaar hijgeiurendeeen tijdvak van tien jaren, opentlijkde regten leraarde;waar na hij in Friesland te rug kee de, en kott daar op,f namentüjk den 20 julij 1580 aan het Hogefchool te Leijden totbui-


mwsm (JDLIUS VAK) 73'buitengewoon Hoogleraar in de-regten wierdt beroepen, 'tgeeatwee jaren later, den 21 augustus 1582, dn een gewoon-protfesforaatwierdt veranderd. Vijftien jaren Hang nam 'bij -deaibediening met de uiterfle vlijt waar, en tot zulk een-groot ..genoegender Opzieners van de Akademie, dat zij twee df•driemalen zijne wedde aanzienlijk \ermeerdeiden; waar na hg.in de zelvde hoedanigheid den 3 april .1596 te Franeker wierdtïberoepen, daar hij ook den .11 meij na toe trok, doch nietrlanger verbleef dan op het einde van maart des -volgendenjaars, dat 'hij als Raadsheer in het Hof van Friesland wierdt•geplaatst. Kortftondig was' -egter deze zijn laatile 'loop-Juing, want na ere ziekte van weinig dagen, (ftierf hij --ts{Leeuwarden, zeer godvrtigtig en met e:,e lijdzame ihedaardheid,


BEYMA. (SJOERD VAN)BEYMA, was in 1624 Advokaat, voorts Burgemeester te Leeiê-•warden, en mede Gedeputeerde Staat van FrieJand; hij trouwdeden 4 julij 1624 te Leeuwarden niet FEMME VAN BEINTIN-GA, en heeft twee kinderen nagelaten. 3. LAMMERT VANBEYMA, wierdt in 1615 te Orleans tot Doktor in de regten gepromoveerd;was in't jaar 1Ó19 Secretaris van Oostdongeradeel,huwde den 16 junij van dat zelvde jaar met ELSKE NE-DERHOF, wierdt vervolgens Secretaris der Gedeputeerde Statenvan Friesiand, en ftierf in 1658.De fchriften die men van dezen geleerden man, door dendruk beeft gemeen gemaakt, «ijn: 1. Disputaiiones Juridicce,fociata cum collega HEJNR. SCHOTANO opera edita. Franeq. 1598in 4to. Ter welker gelegenheid, de geleerde ULR. HOBER,in Aufpic. domeft. Or. VI. pag. 210. heeft aangemerkt: Hicdum erat, cum SCHOTANO gravhate morum, prtefiantia ingeniasfuiditate laborum, fumma contentione, fed absque fimidtate,tavit. Cujus rei habetur argumentum , quud Juventutem publidisputationilus panter exercuenmt; quarum volumen, Sociatiboribus, non magis in doctrines , quam concordice teftimonpublicaverunt. 2. Commentaria in varios Timlos Juris. Tractatus de Mora. De ufura. De eo quod i ,terefl. De Poenali fiipulatione.Et de Dividuis et Individuis. Leov. 1645. in tfo. 3. Commentariain Titulum de Verb.fign. et P-eg. Jwis, It. Tractatus dModeramine inculpata Tutele et de Legiiima. Leov. 1649. in 8vo.zijnde de beide laatfte werken na zijnen dood door, zijnenzoon LAMMERT uitgegeven. U. EMMIUS, Rer. Frific.Hifi. lib. 29. 31. 36. Academ. Leydcnfs, p. 87, 88. SWEERT.Arm. Belg. p. 497. VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 598. J. F. FOP­PENS, Bibl. Belg. p. 781. E. L. VRIEMOET, Athen. Frifiac. p.86--92- PAQUOT, Mem. litter. p. 144--J48. P. WINSEM., Chron.van Friesland, p. 538. 542.BEYMA (SJOERD VAN) , afkomfiig uit het adelijk geflagtvan dezen naam, was een der ijverigfte voorftanders der vrijheiddie immer Friesland heeft vooi tgebiagt, ook mede eenondertekenaar van het verbond der Edelen, waar toe hj ookgee-


EEYSSSL. (JOOST VAN)73geene moeite fpaarde, om andéren zijner landgenoten' over tehalen; en, om daar zo veel te be er in te flagen; verzegt eaverwierf hij van Graav LODEWYK VAN NASSAU en van BREFE-RODE , een nederduits affchrift, door den Uraav zelvs ondertekend',daar nog een berigt in de hoogdnitfe, taal was bij.;evóegd,waar na de Friesfe Bondgenoten zig hadden te gedragen.Naderhand ontwierp BEYMA nog een bijzonder verbondrfchrift, ten huize van FIETER BERRIUS, da: ook door verlcheirdene Edelen ondei xhreven werdt Toen de zaak der E '.elenen verde e voorftander? der vrijheid in 1567, den kreeftengang begost te gaan, wierp zig ERSDEBOOE in Amfie. dam. waarbij zig BEYMA met meer andere Friesfe Edelen zogt te vefvi e-gen; doch bij hunne komst aan de ftad, werdt hun de ingangdaar van belet; hier op genoodzaakt zijnde te rug tekeien, werden zij door den fchipper \erraden, en het ithfpwaar op zij zig bevonden, op ene zandplaat geduurd , waarop zij vast bleven zitten, en ten pootje van hunne vijandenovergegeven; BEYMA, GALAMA en een groot aantal andereFriesfe Edelen hier op in hegtenis genomen zijnde, wis ateerst naar Harlingen gebiagt, vervolgens naar Vilvoorden ofcp het kasteel Rnppelmmde, en eindelijk te Brusfel gevangengezet; alwaar BEYMA beredens zijn mede landgenoot GALAMAbij vonnis van den Raad der Eeroer;ens, aan welks hoofdzig de bloeddorftige Hertog VAN ALVA bevondt, veroirdeeldwerdt om onthalsd ie weiden, met verbemdveiklarirg hunnergoederen. Dit heilloos vonnis wierdt op den ifien junij tenuitvoer gebiagt, en zijn hoofd cp een paal geplaatst, waaraan zijn hghaam werdt geVngen.SJOERD VAN BEYMA is gehuwd geweest met JELTJE BOTTIN-CA , bij wie hij een zoon heeft geteeld, mede SJOERD eehaaind,die Faandrik is geweest onder BEEEERODE, en diezonder getrouwd geweest te zijn, overleden is. VV.ic,Vod. Hifi. VI. D. bh 127. 211. 232. 277. J. W- TE WA­TER, Verb. der Ed. II. St. bl. 183.BESSSEL (TOOSTVAN) , gefproten uit een aanzienlijk1 E 5 tur-


BEYSSEL. (JOOST VAS;tarius de C.'.r'stiano ambku, id est, de Petiii.ne ccelestis eminent ia;,Burger geflagt te Aken, Tvierdt omtrent 't midden der XVdeeeuw in die ftad geboren. Na zijne eerfte leueroeffeningen'ïen einde gebragt te hebben, ging hij naar Leuven en leideaig inzonderheid op de regtsgeleerdheid 'toe, wierdt ook metveel lof in 1474 Licentiaat in die wetenfcbap. Voorts bepaaldeVAN BEYSSEL zijne fttidien niet alleen tot de tegten,maar leide zig ook toe


VJJHEEM of BEHAM. (SESALD) BIBAUT. (WILLEM) ?s590. J.'F. FOPPZNS, Bibl. Belg. pag, 7Ó2. PAQUOT, Mem.litter. Tom. VI. p. 349-352-BHEEM of BEHAM (SEBALD), van Neurenberg geboortig,daar bij in 1500 het eerfte levenslicht zag, was een tief- .felijk Schilder, vernuftig Plaatfnijder in hout en koper, enzeer kundig Ètzer. Daar zijn \eifcheider.e koperen platenvan hem in 't licht, die grotelijks door de liefhebbers geachtworden, doch zeer zeldzaam te bekomen zijn. In houtfnedeheeft hij bijzonder uitgemunt; en onder anderen, enige kleinebijbelfefiguien met een q larto tijtel 'e: voor ui gegeven ; voorts1 een groot getal kapitale prenten, die inzonderheid bij dc Hollandjekonstkenneis ge-a-gt worden. SECALD, d.e in *t jaar1550 te F.anfort is overleden, heeft twee broeders gehadtHANS en BALTHASAR, dat ook beide k^nftige Plaatlhijders zijngeweest. K. v. MANDER, Leven der Schilders. I. D.* bl. ?6.BIBAUT (WILLEM) , kwam omtreht het jaar 1484 teTiel, een vlek in 't midden val Flar.u eren gelegen, ter wereld.Zijn ouders die rijk bemiddeld warén, zonden hem naarLeuven om te ftuderen, zo dra hij negen jaren hadt beiéikt.Doordien hij een verwonderlijk goed geheugen hadt, en eendoordringend verftand, maakte hij grote vorderingen; begaf1 zig nog zeer jong zijnde naar Cent, en wierdt bij een aanzienlijkHeer geplaatst, wiens kinderen hij onderwees, endoor zijn bezadigd gedrag en vlijt tleszelvs achting verwierf.Hij, hadt een fehoon veoruitzigt, om door de gunst van zij-• / nen vooiltander for tuin' te. maken, toen een ong-val hem.! aan alle die vrolijke verwagtjngen deedt vaarwel zeggen. Opeen dag namelijk, dat hij bezig was om onderwijs te geen,floeg de blLem in het ve tiek alwaar hij leraarde, mishandeldeenige fcholieren, en ve.fchrikte hem dermate, dat hij geloftedeedt Kanhuizer Monnik te zullen worden, indien hetOpperwezen zijn leven behieldt. BIHAUT het gevaar -ontkomenzijnde, volbragi zijne gelofte in een Karthuizer kloosterhij Cent, vervolgens wierdt hij in aanmerking van zijne verdien-s


7« BIBAUT. (WILLEM)dienften en bekwaamheid Prior In het klooster te GemruldeK*berg, en vervolgens in 1521 tot Generaal van zijne orden aangehad;welke belangrijke bediening hij omtrent dertien jarenwaarnam, en den j4aprilI 5 3 Sj nden ouderdom van 50jaren ïtierf.Om een denkbeeld van BIBAUT zijnen prediktrant aan onzelezers te geven, zo laten wij hier een grappjgén 'trek uiteen zijner fevmoenen volgen, dien hij op Magdalènd dag aanzijne toehoor Iers opdiste,.en dour den geleerden VIGNEUUMARVILLE, dus verhaald wordt: „ MARTHA, was een zeer„ goed wijf, rara avis in terris, beftierde hare huishouding„ buitengemeen wel, was zeer godviugtig, en fchepte groot„ behagen in het aanhoren van den heiligen dienst en predi-„ katien; maar MAGDALENA hare zuster was een Coquette,„ een liefhebfler van 't fp'el, een babbelaarfter, en die haar„ tijd fleer, met lanterfanten. Intusten fcelde MARTHA al wat., in haar vermogen was, te werk, om hare zuster tot Gor>» I e trekken en tot andere gedagten te brehgehi ten dien„ einde faciebat bonam fociam, zegt zij zig in baar gunst te„ dringen; en ten einde haar niet balorig te maken, veinsde„ zij hare wereldfe geneigtheden toegedaan te zijn; zo dat zij„ wetende welk een groot behagen LEENT]* in een wel ge-„ maakt mansper&on en fchone taal, fchepte, zij haar won-„ deren van de perfoon en predikatiën onzes Heren verhaal-„ de, ten einde haar op ene behendige wijze over te halen„ om hem te gaan horen. Deze vond gelukte, MAGDAI.ENA„ door nieuwsgierigheid aangedreven, ging'er na toe; doch„ te laat komende, zo als doorgaans de grote dames doen,„ om zig zo veel te beter te doen bekijken, maakte zij vrij„ wat geftommel, en over de flxelen heen klimmende, plaat-„ fte zig in ctmfpe&U Domini, vlak over den Prediker, en be-„ keek hem met een fchaamteloee vrijpostigheid regt in zijn„ wezen." BIBAUT heeft in druk uitgegeven: SermWes; ffOmiones capitulares ad Fratres, de vkce fprStualis profetlu. E1530. Daar zijn nog verfcheidene andere drukken van , w.tarvan de beste is die van Antwerpen, bij JAC, MEUXSIUS, 1654.in


13BIDELOZ. (GILLIS) 7 ?fn 4to. Ook heeft men van hem insgelijks in 't Tatijn, enigeEpigrammatt en andere verfen.PETREJUS, ad Chntt,Dor.aid : . p. 101, 102. ff Bibllcth. Cartus. 11 7-120. SWEERT.,I Ath. Belg. p. 199, 200. VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 307.FOPPENS, Bibl. Belg. p. 392. MEROTI, Theat. S. Cartus. Ord.29. VIGNEUL. MARVILLE, Melanges d'H'ft. ff de Litterat.' Tom. II. p. 74. PAQUOT, Mem. litter. Tom. VIL p. 305.. V. '.•• i'. >BICKER, zie BIKKER.BIDELOZ (GILLIS), geboren in 1702 te Luik, en gefïorvenden 16 december 1751, na gedinende 23 jaren lang de«me lieve Vrouwe Kerk bediend , en gants Luik door zijne voorbeelddelevenswijze en bereidvaardigheid tot den dienst vanzijne natuurgenoten, gefiigt te hebben. Men heeft na zijnen, , dood, de ge lag;en en raadgevingen, die hij tot bevoidering^ I van zijn eigen heil en onderrigting van fommige perfonen aan; zijne zorgen toevertrouwd, heeft gefchreven, onder dezen tij—I te! in 't licht gegeven: Rectuil d'inf.rnB'ons tres fd'de:, ff de, U pratiques chretiennes pir feu Rd. G. BIDELOZ, etc. Licge. 1755.in 12°. Dit boek ademt van voren tot agte:en, een tedereen welgegronde godsvrugt, het is geen voordbrengzel van eengeleerd man; maar van enen Priester, die met ene hartelijkenedrigheid, ingevolge de grondbeginzelen van zijne belijdenis,de zielen aan zijne beftiering toevertrouwd, tot ene zalige^ betragting van goede werken en deugd, zoekt op te wekkenen aan te fporen.1Flet af beeldzei van BIDELOZ, ontmoet men in een fraije koperenprint, met deze onderfchrijving: R. Dominus ECID. BI­DELOZ , olim ecclefice Bar. D. M. in Clano prope Leod. Presb. etwc, etfi mortuus, vivet. Fait hic humillhnus in oculis fuis, verusSS. Sacrament! adorator, B. M. V. cultor, pro animabus purganti-•f mt* intekefor, Concionator cordx movsns, Confesfarius egregius, adm 'rtem usque ittdefesfus. Obiit 16 Xbris. 1751. «tcct. 50. Presb.et tic. 23. Sepl. in ditla ecclef.PAQUOT, Mem. litter.Tom. IX. p. 56, 57.BID-


WBIBLOO. (COVERT of GODEFRIED)BIDLOO (GOVERT of GODEFRIED), wierdt geboreiïte Amfieidam den 12 maart 1649, uit Mennoniten ouders, zijndezijn vader ook GOVERT genaamd, en zijne moeder M A R I AFELZERS, ene dogter van L A M M E R T FELZERS , Infpector van hetCollegium Medicum te Amfieidam. GOVERT, na zijne eerfte letteroefeningen verrigt te hebben, gaf zig met veel ijver aande ftudie der Genees-, Ontleed- en Heelkunst over, met edenuitfiag, dat hij-'er tot Doktor in wierdt bevorderd, en in 1688tot Profesfor van die wetenfchappen in *j Hage werdt beroepen,Zig hier - de gunst des Prinfen V A N ORANJE hebbendeweten te verwerven, die kort hier na den vermaarden togtnaar Engeland onder nam, werdt hém in 't jaar 1690, het al.gemeen opzigt over 's lands Gasthuizen voor de gekwelde enkranl.e foldaten opgedragen; en twee jaren later vertrouwdehem Koning W I L L E M insgelijks, het opzigt over de Gasthuizenvoor het Engels, krijgsvolk. In 1694, werdt hij tot Prcfesforder Genees- en Ontleedkunde te Leijden beroepen, en in o£toberdes jaars 1701 rot Lijfarts Van Koning W I L L E M aangeleid,in welke hoedanigheid hij zig naar Londen begaf, doch egterniet veel dienst gedaan heeft, doordien die Vorst in maart desvolgenden ja ars overleed. BIDLOO hadt den Koning in zijnelaatfie ziekte nog bijgeftaan, doch begaf zig na 's Konings affierven» wederom naar Holland, alwaar hij zijnen post vanHoogleraar op nieuw aanvaardde, dien hij met veel vlijt en ge*ftadige werkzaamheid in het ftuderen, en mede in het bereidenvan ontleedkundige voorwerpen waarnam, tot op zijnen doodtoe, welke te Leijden voorviel in maart 1713, toen hij de»ouderdom van 64 jaren bereikt hadt.. Onze Hoogleraar huwde, met HENDSTNA KISKES, en heefteen zoon nagelaten, die even zo als zijn vader was genoemd,en. geweest is Advokaat en Fiskaal van den Hogen Krijgsraad;deze nam ten vrouwe, A L E X A N D R I N A SCHALTER, dogtér vaneen. Burgemeester te Haarlem, waar bij hij vier kinderen, eenzoon en drie dogiers heeft verwekt.Bi ^LOO is een geleerd man geweest, en doorkundig in velerleijetakken van wetenfchappen; daar bij was bij de eeifteQn.t-


BIDLOO. (GOVERT of GODEFRIED)7


8® BIDLOO. (GOVERT of GODEFRIED-}zulks niet voornemens was; voor reden gevende, dat hijde lafijnfe taal niet genoeg bezat, om zulks te oi dernemen.Intusfen liet deze 300 exemplaren der platen van BID-LOO'S werk in Holland opkopen , waar op bij op verfchei.dene plaatzen zeer netjes met de pen letters van aanwijzinghet fehiijven, ten einde de verklaring die BIDLOO 'er van gegevenhadt, te veranderen, 'er bij te voegen, en dikwijstebeuoven. Ook liet hij een Engels tijtelblad over het lafijnfeplafc.cn, daar hij voor des Schrijvers naam den zijnen Relde,én zijn afbeeld/el in Rede van dat van BIDLOO plaatfte'. Hetis waar, dat hij een enkel woord van BIDLOO in zijne voorredegewaagt, en aan 't Hot van 't werk, enige weinige platenheeft bijgevoegd; doch BIDLOO betuigd, dat bij 'er dezevoorrede eerst heeft bijgedaan , toen hij vermei kte dat zijndiefial niet ongemerkt zoude doorgaan. Nog beweerd hij,onwaar te zijn, dat de figuren van het Aanhangzel volgensde natuur zijn getekend, doordien 'er geen de minfte evenredigheidin w rdt gevonden , zo als zelvs ten duMcbjkftenkan opgemaakt worden, door die genen, welke flegts de eerftegronden van de ontleedkonst verftaan; en)eindelijk, datde vermeerderingen van COWPER, in zeer gemene dingen, ofwel in verregaande misvattingen beilaan. Mr. COWPER beantwoorddedit Ruk , en befcbuldigde op zijne Leurt BIDLOOvan letterdieverij, en dat hij veifcheidene fauten hadt begaan;ook gaf dit gefchil,'aanleiding tot de uitgave van zijn grotewerk over de Spieren. 6. Exercitationum Anatomico-Chirurgicarum,Decades duse. Leijd. 1708 in po. Deze Vei handelingenzijn geleerd, de Schrijver voert 'er geen IteiHeiligen toon in,en indien het hem fomtijds al gebeurd, om zekeie gemenegevoelens te wederleggen , zo als bij voorbeeld de beftaan- .baarheid der dierlijke geesten, doet hij zulks met zulk enegrote mate van ingetogenheid en zedigheid, dat men blijkbaarvermerkt, dat hij eerder zoekt te onderrigten dan tegen te('preken. 7. 2Sj|ef aM\ ANT. LEEUWENHOEK, ober Dc ©.erfjeijï todhc men fomtijDjs in Dc IttarjS Der J>t&apcn cn fbmtmgeanbere $et$m bmöt» ©elft 1698. m 4:0. 8. ïionijt banWIL-


BIDLOO. (LAMMERT VAN) BIE. (ADRIAAN DE) 8J>


jgh BIE.;. (ELIAS; DE) BIE. QAEOJBLIS: DE)ftpst; bij'; WOOTBR Arery onder-wiens opzigt hij tot zijn ïgdej^Pi-verbleef;,ais. toen :naar Parijs- trok,, en aldaar bij RUDOLF%HOIJÏ-,. Schilder van. LODEWYK DEN XIII, gedurende tweejaren;inwoonde, en zig hier met zo veel vlijt beijverde , dathij;,a'-' een goed- meester was , toen hij op, dat pas mav.Rome-- vertrokhier verbleef hij' zes jaren, die hij zig buitengemeen,weij te-,nutte maakte, met zig naar. de beste model'en geRadig\ tp. oeffenen». Na,/ver!oop, van. dit tijdvak,, voldeed hij-zijne,reislust, en bragt drie jaren door. met de voornaamRe italiaanft..ïfEdenite..bezoeken,,daar hij overvloedige floffe vondt om.zijn• ^eetlust tp. verzadigen, en zig hoe, langs hoe meer bekwamertc-maken», In, 1,623 ,. keerde- hij, naar Brabant} te rug,, daar hijeen, groot aantal fraije ;pourtraitten en andere Rukken gefchibdftid heeft,, die-zijn. naam beroemd gemaakt hebben. ADRIAANbeeft een. zoon nagelatenKORNELIS genaamd, die Schrijver-WjaB; van- het Culde Kabinet der Schilders,, E., VORSTERMAN,,ïjeeft. het afbeeldzel van den, vader in "t koper gefneden, en,Ej. GTOLLINUS dat van. den zoon.. A. HOÜERAKEN,.%!m-yb.,4er Schilders. I. D. bl. 152.BIE: (ELIAS DE), Heer van St. Peter, is in het jaar1664.,geweest Griffier van de Finantien, bewaarder van 's Landsgefchriften-, en Opziener van 's Konings boekerije te Brusfel,• u't wi'zens ene gedenkpenning ter zijner ere geflagen; waar vande- voorzijde- zijn borstbeeld vertoond, met een randfehrift," behelzende-zijn naam en tijfels;-en-het ruggeRuk ene bijekorfmet- verfcheidene aan- en afvliegende bijën, onder deze fpreuk .*-BujbciA MTXTA MALIS '} Het zoet is vermengd met leedt. .S'A-NDËRT-,, Stati.Aviic. fol.. 1,6. G. v.. LOON, Ned. Hijloriep..JS;. f>» bl. 52.,BIE (JAKOBUS DE) ,. geboren te Antwerpen in 15-91, isjjoweest een beroemd Penningkundige, en in verfcheidene an».d,öre> vakken- der oude letterkunde ,, buitengemeen bedreven,doch, die ;zig; inzonderheid. op- de. kennis, der. oude munten enjflpdai!jes; heeft- toegelegd•. en-daar- ook-, uitnemend in is geflaagd.M'n- is. aap., zijnen, noestigen- qnderzcejksijver- en- arbeid ver-,f ' - -- - ichul;


BIE. (JORIS DE) $fgehuldigd: J. ^nperatorum Rmmn. Numismata, a Jur.ro CKSARE


1* BK. (MARKUS DE) BIEL. QOHAN)een NETEN, met eens In verdenking kwam.Nigociatïde JEAN.NIN. Tom. L p. 247. HOOFT, Md, Hifi. XXV. B.bi. m*ï. WAGEN, Pad. Hifi. VIII. D. bL 183 IX D*bi. :?3. ' " 'BIE(MARKUS ns), Konstfchilder, zo wel als alle DEEIB'S, uit een aanzienlijk geRagt gefproten, heeft tot meestergehadt, den beroemden JAKOB VAN DER DOES, een puikfchilder,die zijn weerga in het fchilderen van fchapen nimmerheeft gshadt; want hij wist de wol van dit zagtzinnig dier,zo natuurlijk na te bootzen, dat hij in dit vak der konst, totnog toe onnavolgbaar is geweest. DE BIE ftreefde hem inden beginne op dat edel konstfpoor rustig na, en zou hemdenldijk irgehaald hebben , zo niet ene ijdele verwaantheid ofmisfehien jeugdige losheid, hem het beoeffenen dei- fchilderkonsthadt doen vaarwel zegeen, om d:e voor den krijgsdienstte verwisfefen, verkiezende liever als Faandrik het land te dieren*,dan zig verder aan de edele konst toe te wijden.Konstfchilder J. VAN GOOL, een wel bevoegd regter'in dezen,betuigd, Rukjes van hem gezien te hebben, die geheel .en alden zwier van zijn meesters edel konstpenfeel hadden; ja dat;hij de beesten zo vast en fraij naar 't leven tekende, als deze.Ook heeft hij met *t aanvaarden van den krijgsdienst, de edeiekonst, tot -welkers beoeffening hij geboren fcheen, niet tenDe-epemalen vaarwel gezegd; want daar zijn van hem, vier boekjesin 't licht, die hij na de tekeningen van POTTER heeft geetst.In 't jaar 1664 werdt hij als lid van 't genootfehap dertfaógji fonstfchilders opgetekend. . J. V. GOOL, NieuweSchouwb. I. D. bl. 67, 68.^BIEL(JOHAN), was in 't jaar 161» Sijndicus der RadNijmegen, toen Prins MAÜRITS zig durfde veroirloven, om tegensde privilegiën aan, zo als men beweerde, zig in januarijv; n dat jaar naar die Rad verzeld van den Kantzier, tweeRaden en een Rekenmeester van Gelderland revens den Rigtervan Peluwen-Zoom te begeven, en aldaar de Regering naar zijnztn te veranderen; 'er die genen uit verlatende, welke tegen»hel


mZSE. (BEUN) EffiSiUS. fthet houden van een nationaal Sijnode te Dardreèt waren.Alle de ontRagen Pegenten, werden daar na op hun verzoenï *y ' J e u • P r i , j t e «ntboden; wien zij bij .monde van onzen $azvoorhielden, darde tegenwoordige wijze van handelen flrcedcmer de pijvjïegfen-j doen de Stadhouder zulks ontkennende,protesteerde BIFL uit naam der onttogen Regenten tegens 't gene'ei gefcb.e.it was; zig van 't zelve beroepende op de AlgemeneStaten; de Prins vondt egter niet .geraden, hun protestie aanvaarden, en de zaak bleef zo als bij ze gefchikt hadt.tWAG., Vod. Hifi. X. D. bl. 197, IJ>8.BIESE (BELIN), werdt door den Landvoogd AxvA mI567aangefteld, tot lid van den nieuw ppgerigtenRaad c&rSewoerten,voor welken alles, wat enige betrekking tot de voor»igaande bewegingen 'hadt., gchragt en afgedaan moest worden -.•dus werdt een ieder die zig meer .of min gemengd'hadt ïn defongUe beroerten 'er voor gedagvaard.; die niet verfcheen,geluk niemand deedt, wer t, met verheurdveiklaiing zijner[goederen, die terflond aangeflagen en van 's Ronings wege^eftierd werden., en met .ballingfchap geRraft; die men rbe-«trappen' kon., werden meest allen ter dood gebiagt.iWAG.,, Vod. Hifi. VL D. bl. 25.1. 253.BIESIÜS (NIKLAAS), geboren te Gent den-6.april 35*©,leide de eerfte gronden tot de letteroeffenmgen in -zijne staat-Rad, trok vervolgens naar Leuven, alwaar hij zig in óc medicijnen.beoeffende, waar na hij Valence •hezogc, daar .bi' zijmet ijver op de wijsbegeerte en de wehprekendheid toeleule,ook de waardigheid van Doktor in de -medicijnen -ver kretfg.Naai- Leuven te rug gekeerd zijnde, is hem in 1558 ene IJooglenar-sftoelopeejrage.'., .en gedurende de Nederlandje berceiten•wierdt hij door den Hertog -VAK ALVA .tot akademifen Redenaar.aangetteld. Vervolgens naai- Wenen geicisd zijnde., ten einde"Keizer 'MAXIMIL-IAAN in .ene ziekte bij te liaan, vondt «bijSR.deze ftadzijn.graf, .en oreideed.aldaar den 4,aprü .1572.P.IESIUS is .een geleerd «nu .geweest, .die mis. liefhel&ajijraar ét digtkonst hadt Hij Leeft., meestal m «een «uuoere$3, Bs-


•go BIES MAN. (KRISTOFFEL)latij nfe ftijl gefchreven; de werken van hem in druk zijn: ï. De ar'tïDicendi, Jeu Rhetorica. Antv. 1577. in 8w. 2, De Rcpublica,Jive de miverfa morum Fhilofophia, libr. IV. tb. 1556- »« 8w.3. De varietate Opiniomim, libcllitm. Lov. 1567. 4. De Univcr-Jnate,five de Phyfica atque univeja Naturce Philojophia, libr. UI.proja carmine.Antv. 1556. in po. 5. De Methodo Medicime.1564. in 8'o. 6. 'Theomicce Medicina;, libr. II. 1558. in 4W.Cmnment. in artem medicam Galeni. 1560. in 8w. ——— J. F.FOPPENS, BJ'W. Belg. p. 900.BIESMAN (KRISTOFFEL), Burgemeester te Nijmegen,wierdt in die Rad geboren in 1557 ; zijn vader die ook Burgemeesteris geveest, was JAKOB BIESMAN, en zijne moeder,JOBKE VAN MEKEREN; hij huwde met CRADA, ene dogter vanden Schepen JAKOB UWENS; door welk huwelijk als mede doorzijne grootmoeder CAKES , hij aan al 't gene wat te Nijmegenin aanzien Rondt en tot den deftigen burgerfland behoorde,vermaagfchapt was; hier door kwam hij ook vroegtijdig in dcRegering, en wist zijne raadsvrienden door verflandig beleiden minzame vriendelijkheid", zodanig op zijne zijde te trekkenen vertrouwen in te boezemen, dat het voornaamfte bewindder zaken door hem beftierd wierdt. Ook was hij een boezemvriendvan OLDENEARNEVELD, hieldt vertrouwelijke briefwisfelingmet hem, en wierdt door denzelven jn de gewigtigftezaken gebruikt; ook wist hij'de Regering en Gemeente zoveel eerbied en achting voor dien grijzen Staatsman in te hoezemen,dat zij fehoon een genomen befluit, om geen anderedan een inboorling van Gelderland tot Ontvanger der Licententoe te laten ï egter de door hun Hoog Mogenden in dien postaangeflelden VAN DEN BROEK, goedkeurden, enkel om dat hijaan OLDENEARNEVELD vermaagfchapt was.Als een telg, voortgefproteh uit ouderlijke en voorouderlijkeRammen, die alles voor de befcherming der vrijheid en voorre'en van hunne ftad veil hadden, drukte hij die zelvdevoetflappen; en wist door 'zijnen invloed te bewerken, datj*ne RadgénOten de zijde der drie gevangengenomen Staatsleden


tÖMfi'LL* ÖÈN. '(KRKTIAAN .'JANSZ. ¥iir)••den "aankleefJen, het gehouden gedrag ten hunnen 'aahzieïfe•gr .teliiks'wraakten , en met allen mooglijken^andrangHsn ijvetzig tegens'het ! houdeii van een nationaal Sijnödë : aanfcétfeétt.''Geene beloften nöch dreigementen in Raat zijnde,'om^n'v'anJfaeftmVte doen 'veranderen, 'wierdt Prins 'MAUBITS 'óver 'dezen'•wèderftan'd, die zijne 'geweldige voornemens ^elemmerde-iknorrig, 'en gee r middel ziende om het anders : te ; redden p'nam hij .toevlug't : tót. zijn gewoon huismiddel, van-, 'naiiientiijktegens regien privi egien aan, door krijgsbenden verzeid, 'dfe'Redering zelvs te komen'veranderen,'en in Rede'van zijnè'-Éeigeiiftrevers,fiaven "aan 'zijnen willekeurigen wil -'geboeid, Kh'dërzëlver plaats te Rellen; dit ging egter in-dëc'begiimë l afëtzee* -viot; 'wantMAKRITS bijenangel 'van andere-dienRigé'vi'u, vvOipen ,'Op nieuw vier der aanha-gelingën van BIESMM»;aangeaëld hebbende, weigerden dezen volRrekt om dieiposttenaan te nemen-, zegt-ende, „ dat indien 'er misdaanwaiCj-,, : zij alle 'even veel fchiild'haddè;:." 'Dit hadt ten gevolge•dai MAURÏTS, Igëen kans z e:-de, om het 'op'ené andere•'ze tè 'dwing'en, den Preceptor der latijnfe fchóol en den'Stëen-Wtwer• SINGENDO^S 'als-Raden aanfteldëj'de afgedankten !


SS BIGATO. (MARKUS ANTONIUS) EIKKER.daar van door dc Staten gedaan, af te fchetzen, het welk zovolkomen geleek, dat het alle de andere beeldtem'sfen u-elkevan dien Vorst gemaakt zijn, verre zou overtroffen hebben.Men verhaalt verders van hem, dat hij fommige zijner goeievrienden die een reis naar Spanje .zouden doen, aan boordvan het zeilree liggende fchip ging bezoeken, om het laatftevaarwel met hun te drinken; en in die vrolijkheid zig doorfterk aanhouden liet overreden, om benevens zijn vrouw entwee kinderen die hem verzelden, de reis mede naar Spanjete doen. Hier. gekomen, raakte hij te Madrid aan 't Hof, enis daar gebleven, tot op 't overlijden van zijn vrouw; waarop hij naar Holland te rug keerde, daar hij een tweede trouwde,waar mede hij te Middelburg in Zeeland is gaan wonen ,daar hij 42 jaren oud geworden zijnde, oveiieedt. 5e-Jchrijv. van Delft, in folio. 1729. bl. 775. A. HOUBRAKEN,Schouwb. I. D. bl. 122.BIGATO (MARKUS ANTONIUS), is geweest Abt vanTongerlo, voorts reguliere Kanunnik, van der Pramonftratenferorden, en in 1660 was bij Pastoor te Diesfem. Daar isvan hem in druk: Augustinus Immiliatus, excitans cir adamorem mifericordice Dei, ff dulcedinem Gratioe illius, qua pote•est omnis infirmus, qui fibi per ipfam fit confcius infirmitatis fus.Lovan. 1646. in i2mo.J. F. FOPPENS, Bibl. Belg.pag. 838.BIKKER, is de naam van een zeer oud en aanzienlijk geftagt't welk voor meer dan 300'jaren te Amfieidam is bekend,en de luifterrijkfte Ambten zo in het Stads- als in hetStaats-beftuurbekleed heeft, waar van het volgende tot bewijs verftrekt.BIKKER (ANDRIES), Burgemeester te Amfieidam, eenijverig voorRander van 'sLands vrijheid, en een vijand vanallen gewetensdwang, wierdt in 1622 Raad van zijne vaderftad,een tijd waarin de vervolgingen door Prins MAURITS enzijne aanhangers, denRemonffranten aangedaan,enigzintefc-henen


BIKKER. (ANDRIES) £ 9Jnen te bedaren; en vele Regeringen, inzonderheid die vanRotterdam en Amfieidam begonnen te begrijpen, dat het uitvoerender Plakaten tegen die gezindheid, niet met ene gezondefiaatkunde was overeen te brengen. BIKKER behoorde onder't getal van die genen, welke die prijswaardige gematigdheidtoegedaan waren, en hij ging rustig in het bevorderen derdaar toe aangenomene maatregelen voort; niettegenfiaandehij en anderen die dezelvdeloffelijke voetftappen drukten, weleens door enige hunner minder verdraagzame Mederegenten,daar over onheus bejegend , en zelvs voor Armmanenuitgemaakt wierden. Dan de brave man bekreunde zig weinighier over, en beklom van trap tot trap, hoger eerambten-In 1627 bekleedde hij benevens drie andere leden van hunHoog Mog. vergadering, een buitengewoon gezantfchap naar 'tNoorden; zij hadden last, om nieuwe overeenkomfteri wegens denOofierfen handel, die gedurende den oorlog merkelijk belemmerdwerdt, te fluiten met de Koningen van Zweden en Puien; voortsmoeften zij den vrede tusfchen de twee Koningen zoeken te bemiddelen.In 1630", bij de p'egtige inhaling van MARIA DEMEDICIS, verwelkomde hij die vorftin bij het Inkomen dei-Rad, uit naam van de Regering. In 1643, werdt hij oenevensJAKOB DE WITT, oud Burgemeester te Dordrecht en KORNELISVAN STAVENISSE, RaadpenJionaris van Zeeland naar Zwedenin gezantfchap gezonden, ten einde den vrede tusfehen datRijk en Denemarken te bemiddelen.Manmoedig gedroeg zig ook onze BIKKER benevens zijn broederKORNELIS en andere weldenkende Regenten, tegens de vermeteleaanflagen van Prins WILLEM DEN II, gedurende zijneverfchillen mm Amfieidam. De Heren die bedagt waren, omhet volk de vrugten van den vrede op eene genoeglijke wijzete doen finaken, ijverden Rerk om een gedeelte van 't Krijgsvolkte doen afdanken; dit kost niet anders dan den Prins grotelijksmishagen, wam reeds bij 't leven van zijnen vader gewoon, zig aan het hoofd van aanzienlijke legers te bevinden,dagthij,datdoor zodanige afdanking zijn gezag zoude gekrenkt worden.Met dit al ^ng Holland voortmet de vermindering niet al-. F 5 leun


•leen bij zigten-, dorden verzetten, veeltijds op ene onbehoorlijke wijzebehandelde; hier van het zenden van zes Staastleden naar•Lo-rtftdn, en het belegeren Van Amfieidam; waarlijk Rappen-,'die het toevertrouwd gezag aan enen Stadhouder, verre overschreden."Schoon nu de Prins, in zijne heilloze pogingen om Amjltidam'-metKrijgsvolk'te bezetten, door de wel aangelegde maatregésb 'van derzei ver Regenten 'verijdeld wierdt-, -vorderde hij'egter ten einde 'vced.el aan zijne eigen wraaklust te verfchaif- •fen, dat de gebroeders BIKKER van de Regering zouden \ erlatenworden ; daar deze mannén nü getoond 'hadden, röndborftig'voorhet befcheimen der vrijheid in het ftrljdperk té dur- •Ven'treden, 'waren zij teffens ooit edelmoedig genoeg, nu -het:gevaar voorbij was, om hunïje eigene grootheid aan het beW-f'deren der rust van de Gemeente op te offeren, zij Ronden dusvrijwillig van alle bellier af, ene opoffering aan den vrilen wil dèb iStadhouders, die des te meer fchitterde, doordien '-er -niets -en•hunnen last konde bijgebragt worden , dan enkel ene verregaande i"wrok van verbittering, aan de zijde van den vergramden Prins,,,die van fpijt meende te barllen,zijn -ontwerp verijdeld ie zien, ,Zulks bleek ten duidelijhften , toen hij ln het afzonderlijke jamt;Van 'bevrediging ten aanzien van ANDRIES 'en KORNELIS BÏK- -KER verklaarde, het dienftig te oirdeelén, ; dst zij zig van deRegering -afzonderden, egter buiten benadeling van hunne•eer en goeden naam , en buiten bezwaar én krenking van hunneperfonen en goederen: dit was ook ene voorwaarde die zij-expresfelijk gevo rderd hadden-, en die ieder'eerlijk nïan genood-•dwongen was te doen* deze verklaring Ook 'door den Prinfe 14em |


•BIKKER. (ANDFiES) *g£th' gedaan, nam alle blaam van hun weg', en vermetVc*teffens alle de befchuldigingen, die tegens hun aangevoerd w*•ren; dies verdienden zij ook In er.e ruime mate, de dankbetuiging,die zij uit naam van den Raad , over hunne toegeeflijkheidontvingen, en hier- in beftond: „ dat zij zeer affectueusfenUjk bedankt wierden, voor haai gu; ftige verklaring ten-bes-*> te van 't gemeente bellier gedaan-, met belofte van 'deze„ gunfte aanhaje E.E.peifone , familiê en de nakomelingen,„ bij alle gelegenheden van wegen i 'e gemeente te erkennen»Niet lang hier na gelijk men weet, namentlij;; den 6 novembervan dit zelvde jaar, kwam Prins WILLEM DE II. óp hetonverwagtile aan de kinderziekte te fterven j en zo aïs menkan begrijpen, bragt dit een gantfe verandering van zaken tewege; alle de verlatene Regenten werden herfteld; en die vanAmfieidam, gaven later op naam van den gantfen Raad dier Stad,een gefchrift in de Staatsvergadering van Hollend, behelzende•onder anderen, ene ronde verklaring: „dat delleren ANDHIES"„ en KORNELIS BIKKER, altoos hadden getoond te wezen wdme„ ende eerlijke Regenten, ende oprechte trouwhartige Patriotten*„ ende liefhebbers van 'J Vaderland; dat zij nimmer enigen voor-••„ flag gedaan hadden, tot verhrekinge'derUnie, verandering„ der Regeringe, of der ware christelijke Gereformeerde .Re-„ ligie, noch bij gevolg to: verderf van den Staat; maar dat„ hunne daden en voorflagen altijd, tot behoudenisfe vanden-„ zei ven hadden geftrekt; dat de Regering volkomen vol.„ daan was, over de wijze, waarop gemelde lieren den last„ hun gegeven hadden uitgevoerd, in de raadplegingen op den„ nieuwen Raat van oorlog en op de afdankinge van een gedeelte„ van 'sLands krijgsvolk; waar over zij voor dezen bedankt waren„ en nu nog bedankt werden. Dat zij, wijders, van deze ïaadple-„ gingen, van tijd tot tijd, getrouw verilag gedaan hadden. Dat„ ook de werking tegen de bezending, het.eigen bedrijf der gan-„ fche Regering geweest was, en getlrekt had tot handhavinge van„ de hoogheid der provintie, en van de geregtigheid der ftad,geenfins, om eenige verwijdering te verwekken in den Raar.MDat de ftad haar gedrag, ten deze opzigte, reeds in der Sta-•» ten


3» BIKKER. (BOEL) BIKKER. (JAKOB)„ ten vergadering geregtvaardigd hadt, eft dat zij zig bijzon.derlijfc bedankte van het goed beleid der Heren, die zijdaar-3, in gebruikt had; welke nogmaals bedankt en kosteloos„ en lchadeloos gehouden werden, van alles wat hun„ deswege nu of na dezen zou mogen overkomen." —L. v. AITZEMA, Zaken van St. en Oorl. I. D. bl. 601. 603. II D-bl. 94.7-9 ,0. AiTZEUJt.HerJi. Leeuw, bl. 75. WAG., Vad, Hifi,XL D. bl. 50. 65- 213. 383. XiL 105. 128 WAG. , Befch.van AmfL, IV. St. bl. 345. V. St. bl. 20. 135.137.149.157.BIKKER r BOEL), was een der Raden en KLAAS BIKKE*JACO-ISZ., een dei aanzienlijke Poorters in de vergadering welkeop den 22 december 1498, door Bnrgemeefte.en van Am-Jle : da:n belegd was in de Gasthuiskerk; en aan wie aoor dezelvenwierd voorgehouden, het privilegie van den HertogWILLEM van 1405 , over de vrije vaart van en naar de Rad,en gev> aagd, hoe Raad en Poci terije het zelve begreepen ? waaropals uitenen mond wieidt,g eantwoord, dat elk en ten iegelijkde vrijheid hadt, om door het Marsdiep cf VI e te mogen vajen,roet fchepèn en goeder en naar Amfieidam komen en wedervan daar te rug keren, zonder aan bet lijf of goed bekominerdte mogen wordem De keur hier over genomen , vindt menbi, WAG., Bejch. van Amjl. IL St. bl. 435..BIKKER (GERAP.D ), een zoon van den hier bovengemeldenANDRIES , Drosfaard van Muiden, was de eerRe die • p den30 julij 1650 te Amfieidam kwam, om het verfpreidegerugt doorden Hamburger Postiljon te bevestigen, dat 'er krijgsvolk tegensdie Rad in aantogt was. •• WAG. , Bejchr. van Amjl, V. St.bl. 113-BIKKER (JAKOB), in het j;;ar 1652 Majoor van dc ftadsfoldatente Amfieidam, bragt door zijn verftandig beleid zeerveel toe, om den opRand onder de matrofen van 's Lands vlootter dier tijd geweldig woelende, tot bedaren te brengen. ••• ••••WAG., Befch: van Amjl. V. St. bl. 193.BIKKERês Jmjleidam,(KORNELIS),'Heer van Zweten, Burgemeestereen broeder van ANDRIES, was zo wel als deze££13


BIKKER. (PIETER) BILIUS. (EDUARD) *Soen warme voorftander der vrijheid.Hij was het dié als voerzittendlid der regering op den 30 jtiiij 1Ó50, door denHamburger Postiljon het eerst kennis kreeg, dat 'er krijgsvolkin aantogt naar de Rad was, waarop hij terftond kennis daar vairaan den Raad gaf, en zig bediende van den raad en hulp van denSchepen JOAN HLVDECOPER, Here van Msarfeveen , doende (eraRond de valbrugge ophalen, de poorten fluiten, 't gefchujfgiaar de wallen fiepen,ende Schutterijen en So'daten in de wapenenkoraen, en gebruikte verder met overleg van zijn me3SRegenten zodanige voorzorgen , datl et vooinemen van PrinsWILLEM DEN II, om de Stad door het bezetten van krijsvolkte dwingen, ten enemalen verijdeld wierdt.Hier bövtó«r.der .ANDRIES, hebben wij gezien , hoe knorrig de Prii s opbeldegebroeders BIKKER was, zo dat zij genoodzaakt wierden vrijwilligenaffiand van hunne regeringsposten te doen , daar zijtgter naden dood van dien Vorst met luifter in herfteld wierden.KORNELIS ftierf in het jaar 1655. den roem nalatende,van een braaf cn kundig Regent geweest te zijn. • ~ WAG.Vad. Hifi. XII. D. bl. 96. 105. 393. WAG. Befch: van Amfl.V. St. bl. 112. 135. 149. 157-BIKKER (PIETER), een aanzienlijk burger en brouwer teAmfieidam, wierdt naar alle gedagten verdagt gehou ien, dat hijdeel had gehadt aan ene der aanflagen, die in 1575 op de Radondernomen werden.Men vindt aangetekend, dat bij indenzomer van dit jaar, met verlof van BurgemeeRerenene reize naarFriesland gedaan hebbende, en te Hoorn en te Enkhuizen geweestzijnde, lijden meest, dat hem ingevolge eenbefluit vande Vroedfchap, buiten enige vorm van regtsgeding, de Radqntzeid wierdt; 't leedt egter niet lang of men liet hem wederombinnen, mids hij, ten overftaan van Burgemeesteren eneneed van getrouwigheid deedt, waarbij ook verklaard werdt,-dat hij den ouden rooms -katolijken Godsdienst onderhoudencn den Koning gehoorzaam zijn zou. ——Amfl. III. St. bl. 398.W'AG. , Befch: vanBILIUS (EDUARD), Monnik in het Predikheren Kloosterte


34 BILLICK, (EVERHARD VAK}te Antwerpen, zijne geboortefiad, ftierf aldaar, den 5 april i66§ fHij heeft ouder anderen in druk uitgegeven: % cg.mü£ ijrr kwmfenup -ciwiUtoecEbigc öaöcn, ban be booninamfïc ïjrpgc / [OUge en ïofinaarbitjc Jfë^göen cnbe 3E»cöutucn / fiiötecj; ban öebcr&E ©lücnoer Doenitcntie ban &t «Dominicu?.. Sititto. 1668»in 12%, PAQUOT,, Mem* liet. Tom. VIII. p. 55, 56.1 BILLICK (EVERHARD VAN), omtrent het einde van de-XV eeuw geboren in het bisdom van Mimfier, in het dorp,waar van hij zijnen naam heeft ontleend; leide zig van zijnetederfte jeugd af aan toe, op de beoefTening der fraije letterenen. wel inzonderheid op de welfprekendbeid, en digtkonst; ziineftudien volbragt hebbende-, wierdt hij Karmeliter Monnik, inhet klooster van die orden te Keulen; vervolgens zig grondig inde. godgeleerdheid van z'. ne belijdenis geoeffend hebbende-, verkreeghij den trap van S. S. Th. Dr., wierdt vervolgens Priefter,en. weinig tijd daarna Hoogleraar en Deken in de godgeleerdheidaan het Ilogerchool van die RaJ. In 1551 verfcheen hijals Coadjutor of medehelper van den, Aartsbisfchop ADOLF op hetConcilie van Trente, daar hij door zijne bekwaamheid, naamgemaakt heeft. Paus PAULUS DE IV, benoemde hem tot Bisfchoptitulair van Cijrene, maar hij ftierf omtrent een maandvoorden tijd , welke bepaald was om hem in die waardigheid tewijden; want na enekortftondige. ziekte, overleedt hij te Keulenden 11 januari] 1557, en wierdt begraven in de kerk vanzijne orden, met het volgende graffchrifr, dat op de zerk vanzijne, begraafplaats gebeiteld ftaat: Reverendisfimus P. EVER.BILLICUS, Lpiscopus Cyrenenfis, postqudm', ut trat praceller.tisletlisfimiqüe ing'enii, ncerrimique judicii, di.ferendo, èófidonahdorommentando, qnaHiplurima atque egregia ircefi.iH.tfet in Worrnatian»colloquia A. 1540. [§ in Ratisponenfi covgresfu.. A. 1.554. üTrident. Conciiio. A. 1551. • In Augustanis Comitiis A. 1548.a Cafare R. J. CAEOLO 1V. coaSis, orthodoxam religionem mirificètutatus et/et: festqvM legationes -varias Gert, UiüverfitatisqutCohfiienfis, nom ; ne obi : sfet:• postquam Allemanicam provinciam ordinkCantclitani annes XV. modêratus e fet: tandem eo q::o fuerai


SINCK;-. (JAKOB) BÏNGA. (WILLEM)•^ma.abill. D. ANTONIQ SCHAUWENEUR.GICO Principe Suffraganensnonftitulus, ahimam Deo, rsddidit, anno 1557. die i-i fanuafii.• BILLICK was zo in mond als pen een. vinnig tegenftrever•San, d(g hervormde leer, en heeft in zijne-fchriften, op eenonbehoorlijke wijze MELANCHTON, BUCERUS, PisTORiusen enigo-•.anderen gehckelt; ook aan hun gevoelens toegefchreven, diezij nimmer goedgekeurd hebben. Hij heeft vele wederleg--fchriften en enige anderen uitgegeven, waar van men de optelling-bij PAQUOT vind. POSSEVINI ,Apparatus, ed. irjoS. p. 494.495, iiï.GiD. GEI.ENIUS , de admirand. magnitud. Colonice, p. 4S0. J».•F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 270, PAQUOT,, Mnn. litter. Tom».V; p. 181-188..BINCK (JAKOB), Konstfchilder, heeft waarfchijnlijk in *fmidden der XVI eeuw geleefd, en was een Duit/er van geboorte..Men vindt een afbeeldzel van hem in den ouden,druk van VAN MANDER, waar onder dit vierregelig latijnfcheVers..BINCKIUS ingenio quee finxit, ptnxit £? idem,Et fculpfit: certam ars, et manus. ingenium.Cum tua fint docté parvis expres/a Tabsliis,Artis cenfofi, credito magnus eris.In zijn afbeeldzel, Raat opzijn hoed tegen den randaan.eeAftekening van een Griekfen of Rorneinfen gedenkpenning;,in zijne hand houdt hij een toegerold papier of ene.tekening, cn voor onder zijn mantel of tabberd, laat zigeen doodshoofd zien, afhangende, van ene keten, die onderbet kleed over zijn fchouder gaat; agter hem doet zig even als.een Romeins gebouw op; alle tekenen van de voorwerpen,waaromtrent dezes BTNCK 'S konstoefFening meest verkeerde;voorts ziet men uit het_ vers, dat hij ookeenplaatfnijder geweestis., en zijn werk gemaakt hceft,,van kleine Rukjes 're fchilderen,.veelal naar zijn eigen vinding., K. VAN MANDSR,.Leven der, SchildersII.. D. bl. 217. 2ig.3INGA (WILLEM) 5 een Fries geboortig van Harlingen, was


S< . BlNKES. ( JAKOB )eender tekenaars van 't Verbond der Edelen, en kwam ten verzo*ke van BEYMA, in feptember i 566 van zijn landhuis te Leeuwarden.Hier ondertekende hij, ten huize van BERRIWS op'tvoorgaan der voornaamfte Friefche Edelen, ene nadere verbintemsfe,en beloofde,de Spaanfe Inquifitie met goed en bloedte zullen tegenftaan, Flij begaf zig naar Amfieidam, om vanBEYMA bij wien hij huisvestte, te verftaan, hoe het met hun verbondgelegen ware. Wanneer EREDERODE die ftad verliet, vertrokBINGA met BEYMA en anderen, van daar, en werdt óp deZuiderzee nabij Harlir.gen gevangen genomen. Men bragthem haar Vihmden; daar bij een" gemiuien tijd in hegtenis bleef.Eindelijk wierdt hij den 24 december gevonnist om onthalstte worden, en alle zijne goederen ten voordeele vair den Koningverbeurd verklaard; welk vonnis vijf dagen later aan hemuitgevoerd is MARCÜS , Sent. van ALVA , bl. 3 5 3,3 5 4.TW. TE WATER, Verbond der Edelen, II, D. bl. 211', 212. 'BINKES (JAKOB), Kommandeur ter zee in de jaren 1676en 1677, en veerde als toen het bevel over een eskadervan a°toorlogfchepen. Hij heeft zig door zijne dapperheid, in denoorlog die toen ter tijd tusfehen Frankrijk en dezen Staat piaafevondt, zeer beroemd gemaakt. In maait 1676 naar Amerikagezonden zijnde, om de Franfen zo veel mogelijk was aldaarafbreuk te doen, kwam hij den 4 meij met zijne agtfchepen voor de rivier Kajana, alwaar hij het Forten enigeandere fterkten op den vijand veroverde. Niet minder kloekmoed.g,kweethij zig op het eiland St. Martin, dat hij benevensenige Franfe fchepen bemagtigde. Doch wel dra kwamD E A D M N' A A I D'ESTREES die in het laatst van dit jaar Kajana herwonnen;hadt, met negen oorlogfchepen opdagen, en geraaktbij het eiland Tabago in maart 1677, niet den Komman eurBINKES in een hevig gevegt, verfcheiden van 'stands fchepenwerden in brandt gefchoten of vergingen door haar eigenvuur. 't Schip Kruiningen gevoert door ROEMER VI.AK , wasdoor twee Franfe fchepen, waaronder dat van D'ESTREES zelv'was, aangetast;.de. Kapitein zig in gevaar aiende van v x.overd


BINKHORST. (LODEWYK) 9?overd te zullen worden, vraagde naar de kruidhorens; dochdie niet ras genoeg na zijn zin kennende bekomen, liet hijdoor den konftapel een tonnetje buskruid op het dek brengen;.ftraks daar na, zag men den brand opgaan, ageer de mast,en het fchip van VLAK, benevens de twee Frarfe fchepen,vlogen eerlang, in de iugt; dcch 't fcheepsvolk bergde zig,ten minften gedeeltelijk. D'ESTRÓES werdt ook na lange tegenftrevens,eindelijk genoodzaakt, het eiland te verlaten, en,met merkelijke fchade te rug te keren. Hij hervatte egterden aanflag in feptember, en toen gelukte het hem, de Reikteop het eiland te veroveren; want ene bom door hem gefchoten, trof de kruitkamer van het fort, en maakte het zelve toteen puinhoop, en alle die zig daar in bevonden {tot verfcheurdelijken, waar onder ook den beroemden Kommandcur BiN-KES; waar van men getuigd vindt, dat hij een braaf Christenwas, een trouwhartig vriend, dapper, onvertzaagd en kundigzeeman , en dus de Staat op deze ongelukkige wijze, ene vanhare beste Officieren verloor.SYLVIUS, vervolg opAITZEMA. I. D. XV. Roek. bl. 94. Holl. Merkurius van1677. bl. 76-88. 263. WAGEN. , VaderL Hifi. XIV. D.bl. 376. 401. 443.BINKHORST (LODEWYK), Ambagtshecr van 's Gravezande,een Hollands Edelman, was een ijverig voorftander deivrijheid,en behoorde ook onder het getal der zamenverbondenEdelen; waarom hij ook door ALVA, na veelvuldige bcfchuldigingen,wierdt gebannen; om rede zegt zijn vonnis:„ dat hij zig met SONOY en VAN WYNGAARDEN hadt opgewor-„ pen tot een begunftiger van den nieuwen godsdienst en„ deszelvs leraren, die hij huisvestinge en bekwame plaatzcn- „ tot godsdienstoefFeningen in den Haag bezorgd, cn zig be-„ ylijtigcï hadt meer bondgenoten aan te werven; dat hij den„ Prins VAN ORANJE om befcherming gefmeekt, zig in 1566,„ bij de tweede openbare preek te Overveen, bevonden, en,. PIETER GABRISL op het huis te Asfen, waar van hij kastelein„ was, huisvestinge verleend hadt." Deze edele bannelingIII. DEEL. G1


SS BLNSFELDT. (PETRUS ra)rondt raadzaam, zig met de vlagt te redden; doch' zijne hm*.W O W ELÏZABETH VAN RAPENBURG, een moedig wijf, hieldtüand, of keerde ten minften fpoedig te rug, en verzegt aanden Hertog in 't jaar 1571, ontüag voor de helft der verbeurdverklaardegoederen, als mede van twee jaarüjkfe rentebrieven,die haar toebehoord hadden; het geen zij gedeeltelijk;verkreeg. Toen de tijden nu enigzints gunftiger werden,keerde BINKHORST uit zijns ballingfchap naar Holland te rug,a!waar hij voorheen Meesterknaap van de houtvesterij en naderhandRekenmeester was, In 1579 werdt hij benevens enigeanderen als Gevolmagtigden naar Woerden gezonden, om dekerkelijke onlusten aldaar door den Luterjen Predikant J.. ZALI­GER verwekt, te doen Rillen. Die geestelijke roervink, welkeniet fchroomde, van den predikftoel de Kalvinisten voor eedbrekersen oproerigen te fchelden, die der Wethouderfchap dewet zogten voor te fchrijven; noemde teffens de Rooms- enDoopsgezinden, verleiders en zielmoorders; doch hij maakte 'teindelijk zo grof, met zelvs den Prins te fchelden; en het ftukvan 't verlaten des Konings op den predikftoel te brengen;lerende, dat daar veel toe behoorde, en dat men GOD biddenmoest, om wijsheid voor de Staten, dat men hem benevens 'zijn medeleraar HENDRIK VREDELAND, den dienst opzei, enten laatften uit de ftad bande. BINKHORST ftierf zonder kinderenna te laten, in het jaar 1582.MARCUS, Sent. vanALVA. bl. 37, 51, 52. 465. 469. J. W. TE WATER, Hifi.van 't Verb. II. D. bl. 513. WAGEN., Vod. Hifi. VI. D.bl. 127. VII. D. bl. 332.BINSFELDT (PETRUS VAN), uit behoeftige ouders inhet hertogdom van Luxemburg gefproten, wierdt in zijn jeigdgenoodzaakt, ten einde een beftaan te krijgen, zig tot dienstbaarheidte begeven; JAN VAN BRIDFLL, Abt van Hemmenrode,van de orden der Cistercie;firs, in het bisdom van Trier, geesten ene gelukkige geneigdheid voor de kunften en wetenfchappenin hem ontwaar geworden zijnde, trok hem uit dien i:edrigentoeftand, en verfchafte hem de nodige middelen om te Iftu- ]


filSBINK. (BARENT) EISET. (JAN BAPTIST) §9f uderen. BINSFELDT de lagere klasfen doorgelopen zijnde ,begaf zig naar het Duitje kollegie te Rome, alwaar hij de wijsbegeerteen godgeleerdheid met ijver en zulk een- goedenvoortgang beoeffende, dat hij vrij fpoedig de doktorale waardigheidin de laatstgenoemde wetenfchap verkreeg. Tot Trierte rug geroepen , wierdt hij eerst Kanunnik en P.ediker van dehoofdkerk aldaar, vervolgens in 1577 tot Bisfchop titulairvan skof gewïjdt, en ten zeiven tijd verkreeg hij de bedieningvan Provoost des kapittels van St. 'simeon te Trier. Na dekerk een geruimén tijd door zijn ijver, aanhoudende werkzaamheiden zuiver eid van zeden, geRigt te hebben, ftierf hij aanene befmettende ziekte, den 24 november 1593. De werkendie BINSFELDT heeft nagelaten, ftiekken ten bewijze, dat hijeen kundig Godgeleerde ten aanzien van zijne geloofsbelijdeniswas, en zeer bedreven in het kerkelijk regt. De voornaamftenzijn: 1. Comment. Theol. ff Jurid. in tit. Jur. Cm. de Ufuris»Trev.-tS93-«'» I2«w. 2. Traiïatus de ConJe.Jionibas Malefickrumff Sagarum ffc. Ib. 1596. in iimo. 3. Liber receptarum mTheologia Jententiarum ff conclujionum ffc. Ib. 1595. in izme.4. Enchiridion Theologia pafioralis. Ib. 1599. in Htm. 5. Comment.in Tit. Decretal. de Injuriis ff dvnno dato. Trev. 1597.in 8vo. 6. Comment. ad Tit. de Simonia. Ib. 1605. in Ero. 7.TraCl- de Tentatfonibus', earumque remecliis. Col. 1623. in ëvo.8. Comment. in Tit. Cod. de Maleficis ff Mathcmaticis. Ib. 1596,.in 8vo.DE VISCH, Scriptores Ord. Cisterc. roe. JOAN iBRIDELL. VAL. ANDR., Bibl. Belg. 'p. 724. J. F. FOPPENS,Bibl. Belg. p. 955. CALMET, Bibl. de Lorraine. p. 120, 121.PAQUOT, Mem. litter. Tom. II. p. 311--315.BÏSBINK (BARENT), Konstfchilder, een Dordrechtenaarvan geboorte, leefde omtrent 't midden der XVIIde eeuw,was een leerling van JAN BOTH, en fchilderde meest moderneordonnantiën.BISET (JAN BAPTIST), Konstfchilder, een zoon van KA­KEL EMANUEL, leerde de teken- en fchildeikonst bij zijn vader>en heeft inzonderheid uitgemunt in het portrait- en hifto-G ade-


3,0©. BEET. (KABEL EMANUEL)JuefchRderen.Zijne konst heeft lüj het meest uitgeceffeud, te•Breit* i& *s Hertogetibascb* te Antwerpen en te Middelburg, atwaasnog, vele Rukken van hem gevonden worden, die tot getuigenis,veiftrqkken, dat hij, een uitmuntend meefter is geweest.- J. C., WEVER-MAN» Levensb. der Schilders. III, L\w- 36?-373-BISET (KAREL EMANUEL), Konstfchilder, vader vanJAN BAPTIST , is. geboren te Mechelen in het jaar 1633. Menvindt van hem getuigd, dat hij een groot meefter is gewéést^die een vleijend penfeel bezat , waar mede hij een behoorlijk'gloeiend en golvend koloriet wist op het paneel te brengen „daarbij, een hcvalligen zwier aan zijne beelden gaf, en een rijkvernuft bezat, in het plaatzen van zijne bijv/erken. Hij muntjeinzonderheid uit, in het vervaardigen, van kleine Rukjes,verbeeldendefa'etten, en gezelfc-apren van Heren en Haltes,die zo natuurlijk en geestrijk gefchikt en gefchilderd zijn,dat men niets vei maal: {per en vrolijker kan verzinnen; ookwist 1 ij 'er de hartstogten op een ongemeen treffende wijze in tefchetzen. Onder zijne beste Rukken, telt men die welke op vijfbijzandeie taferelen , de gefchiedenis van den verleren zoon be.vatten, waarin alle dc veranderingen in het tronietje van dienlosbol, buitengemeen natuurlijk en konftig zijn waargenomen ;want op het eerfte daar hij rffcheid van zijnen vader reemt,ziet men op zijntóigezigt een onbezonnen blijdfehap; op hettwede,daar hij onder de hooien en fnolten zit,een onkuisfe drenkenfehap;op het derde, daar hij buiten de deur word gefloten,en met befemflekken begroet^ een fmartelijk naberouw; op hetvierde, daar hij zig in het gezelfchap der zwijnen bevindt endooreen van dezelvcn in den voet word gebeten, een pijnlijk ge*veel; en op het vijfde, daar hij door zijn vader in genade werdaangenomen, een nedrige demoedigheid doorftralen.BISET was reeds eer goed meester, toen hij naar Parijs vertrok, alwaar hij verfcheidene Rukken zo voor het hof, als anderegrote perfonaadjen gefchilderd heeft; hij bevond zig daarnog , toen ƒ. DE BIE , zijn werk van 't leven der Schilden eindig»de.Deze zegt tot roem van zijne konst, dat;Zij


BISET. '(KAUEL EMAKUEL) ÏOÏ•Zij overvloeit van geest, en toond van veer tiaar laagten,Digt bij haai nettigheid-, die waardig 1is te agten.•Op zijne terugkomst in Braic'd,wierdt hij Iïoffchilder ft§den Graav de MO'NTERV, t:en ter tijd Gouverneur der jpmit*Je NÈderfanthvi bij vei bleef niet lang te Brusjel,maai begafzig naar -Aniwer.pen, al waar hj z.'g'in 't huwehjk verbond; doch-zijre huisvrouw ftierf kort na dat zij JAST BAPTIST hadt 'terwereld gebragt.We btw-naar zijnde, had hij -een wonieriijfce'doch tellens gtappige ontmoeting^ -die WEYSRMAN betuigt vanhem zelve gehoort tc hebben ,en h.ier in beitond :-op'zekeren•avond een potteke ix ivais bier, met een -Kanunnik die zedertenïgen'tijdzijn gezeiic iap hadt aaugezeg't, -zitteode te ••drinken..:zeide deze, bemerkende dat zijn drinkbroeder een knip kreeg •.», Mijnheer LÏISF.T, het is den mensch niet goed alleen tc zijn,en inzonderheid is het kwaad voor uw Mijnheer , want„ ik heb al vermerkt datje een Tonderlinge kompeer bent, kjj eens aan-'een fcho-:„ ne jonge reine en kuiste -weduwe kon helpen , zou-dat'geea„ goe 1 gebiaad zijn , vobr UW keukenfpit." üe Sc-bfldei bïgoate ;;rimlagc',e op darvooiftel, en dewijlhij in zijn dronk verliefdwas als een befopen pools Edelman, Reeg hij 'fluks denkoop toe, -fchelde om een veife pot Leuvens bier, e acteerdeden ge -ijJen ma.ielaar tot waigens toe-, eti ging teen dr-Gïikem•en welgemoed naar bed, alwaar hij tot 'sanderendaags xiid-•dags ten een uren bleef liggen ronken, toenopftond, -zig ïiotjespaleerde, en volgens a'ffpraak ,öm drie uren door den-Kanunnikwierd afgehaald.Deze bregt hem-aan een doftlg taais,alwaar zij door de weduwe,-die in der daad fehoon was,-op enevriendelijke Wijze wierden ontvangen, cn in een proper gemeubileerdeagterkamer -geleid ; hier gaf do Kanunnik «fese*de van zijn bezoek aan het weeuwije te kennen; t welk ®a--mentlijk beftond, dar zijn vriend BisET-door harfe verdietóïeaen den roem harer deugden getroffen, niets vier 5ge> vei.aqg.fe,


S02 BISET. (KARELTEMANUEL)dan zijne eerbiedige opwagtirg bij haar te maken , ten eindehaar te betuigen, dat hij het tot zijn grootfte geluk zoude rekenen,zijn lot met het hare,door een huwelijk te verenigen •hem die hij wist dat zij achting toedroeg, had verzogt, om hemaan haar huis te verzeilen enz. Het lieve weeuwtje die menwel kan denken dat vooraf van deze vifite was verwittigd, beantwoorddehet compliment van den Pater, met ene zedige deftigheid.Hier op ging men zitten; en op hfit fchejleij van deDame, kwam MARGO hare meid in de kamer, die last kreeg,glaasjes met enige vles.en moefelwijn, benevens wat verfnaperingom te crouRiljeren te brengen; zeer fchielijk wieid 'ereen uitnemend collation van kreeften en andere dingen meeraangerigt, en men zette zig met graagte aan het eten en drinken,'t welk meteen vrolijk praatje verzeld gaande, de Kanunnikdeze gelegenheid deedt waarnemen, om aan het vrolijkweeuwtje , wiens ogen als gloeijende Renen begosten te flonkeren, te zeggen: „ dat zij de doden behoorde te vergeeten, en„ om de levenden te denken; dat hij ten dien einde de Heer„ Bis ET , bij haar hadt geïntroduceerd, die een deftig perfoon„ was, en zo veel geld koste winnen als hij maar zelvs wilde,„ haar daar te boven reeds zedert een geruimen tijd tederlijk„ hadt bemind, zonder dat hij zig hadt durven openbaren ,"en zo voorts. De weduwe bij wien het druivenat begest werkzaamte worden, antwoordde lispende, „dat zij met veel lof„ en roem van den Konstfchilder BISET hadt horen fpreken,„ dat zij zedert dien tijd, fehoon anders onbekend, veel ach-„ ting voor zijn perfoon hadt opgevat, en dat zij met vermaak„ zijne bezoeken zouafwagten." De Schilder wierdt als vervoerdtdoor die te voren reeds beraamde toefteraming, hij vattehaar bij de handen, en na dat hij de vrijheid hadt verzogten ook verkregen, haar een kus te mogen geven, verzwoer hijziel en zaligheid, van haar eeuwig te zullen beminnen. DtraRonden de zaken, toen liet toneel in een ogenblik van gedaanteveranderde; BISET begaf zig naar de plaats, welke hem doorde meid wierdt aangewezen, om zijn overtollig vogt te lozen;de geopende vengfters van de agterkamer kwamen op dezeplaats


BISKOP. (JOA-N) 'BISSCHOP. (ABRAIIAM1JÖJf laats uit, en gevalEg dat de Schilder door het vengfter loeresa-Se, den'eerwaarden Kanunnik op zulkjene veelrjetekende, wijzemet beide zijne handen het weeuwtje zag karesfesen-dathij ten enemalen bedremmeld de kamer ikwam inRoramelen,,zijn mantel omhing, zijne handfehoenen en boedgreep, «n zondereen wooid te fpreken de kamer en het huis uitdoof-, waaropde Kanunnik veibaasd, hem nariep-: IweBwr,zegg-m?,wat wil ditwaar op de verftoorde Schilder, hem al grommendeantwoorder 2^ ben ik kik, bai god hier niet iens nodig?•want daar ik kik om ben gekomen, zu de gai wel afhaspelen; cahiermede was de klugt gedaan. Naderhand 'trouwde BISETmet zijne dienstmaagd, en hij overleed, na omtrent .'80 Jarea"bereikt te hebben.A. HOUSRAKEH, Schouwburg, IL ELbl. 292. J. C. WEYEHMAN, Leven der Schilders. II. D.bl, 312 323»BISKOP (JOAN ), geboren in ',s Hage in het jaarwas -een beroemd Advokatt voor 't Hof van Holland, en teififenseea beminnaar en oelfenaar van de fchildeikonst, «die-doorzijne kouftige wijze van tekenen met .het pe. feel op w'k'pa-£>ier, 'even als een welbedreven hand door de verw, iedermeetters bijzondere wijze van behandeling zo keurig en geiijikendewist na te bootzen, dat kenners met een topflag vaa*


ïo 4BISSCHOP. (JAKOB) BISSCHOP. (KORNELIS)van KORNELIS, hadt zijn vader tot leermeester, in het befchifderenvan houten bedden, daar bij na diens dood door zijnbroeder JAKOB nog verder in onderwezen, e:n zeker inkomenvoor het huisgezin bezorgde.Egter belette hem dit niet, deleidingen van zijn natuurdrift bij de minfte gelegenheid die hijvond, te volgen. Hij begaf zig namelijk tot het fchilderenvan allerhande vogelen, inzonderheid hoenders; daar bijdoor bijzondere vlijt en geftadige oeffening naar 't leven, trapswijzetot zulk een hoogte in gevorderd is, dat hij met regt inde reije der bekwaairïfte meesters in dat vak van de konstmag geplaatst worden- -D. bl. 222 , 223.A. HOUBRAKEN, Schoiwb. II.^ BISSCHOP (JAKOB), Konstfchilder, de oudfte zoon vanKORNELISwas reeds bij het leven van zijn vader in het beeldfchilderenzo verre gevorderd, dat hij na deszeivs dood zulkskonde aan de hand houden, en hier mcie grotelijks aan hethuisgezin dienst doen.Maar wanneer nu zijn broeder ABRA­HAM , die mede tot dat werk opgekweekt werdt, tot zulk eentrap van bekwaamheid daar in geraakte, dat die zulks met behulpvan zijne zusters kost beheren; gaf hij hier den zak aan,om zig in waardiger onderwerpen te oeifenen, en begaf zigtot het onderwijs 'van den zo beroemden kamer- en plafondfchilderAUGUST TERWESTEN; zedert welken tijd, hij zig ookaan het fchilderen van zolderftukken, kamers en wat daar toebehoord, gehouden heeft. A. HOUBRAKEN, SclwuwhII. D. bl. 222.BISSCHOP(KORNELIS), Konstfchilder, de vader vanABRAHAM en JAKOB, is den 12 februari] 1630 te Amflddam geboren,en heeft tot leermeester gehadtFERDINAND BOL;waar na hij door vlijt en geftadig oeftenen, een meester in hetportrait- en hiftoriefJulderen is geworden. Ook is hijde eerfte, zo niet de beste gew-est, welke allerhande foortvan beelden , op hou gefchilderd, met levende kleuren en uitgehakt,dienende om ei eens in een hoek of portaal te plaataen,wel het natuurlijkst gemaakt, en 't geestigst verzonnenheeft.


BISSCHOP. (KORNELIS)toyfieefc. ARNOLD HOUBRAKEN getuigd 'er van gezien te hebben,die op hunne Randplaats gefteld het ocg misleid', en dezelvevoor levende beelden zouden doen groeten hebben; ook fcbilderdehij fommige dérzelven gedaagd en 'gekleurd op de wijzevan kaarslichten, welke bij donker een blaker met een bran-" dende kaars in de hand hebbende, een batuuriijke vertoningdeden; ja men verhaalt, dat zodanig een beeld door een zekerHeer uit de grap, wanneer hij gasten hadt onthaald, aan dedeur of uitgang van de kamer geplaatst zijnde, fommige dérzelvendie het voor' de huismeid aanzagen, haar met eenfooi lefchenken wilden, doch hun hand daar tegens aanRieten,en bemerkende dat zij verfchalkt waren, hartelijk begosten telagchen. Bedriegerijen van dien aart, door konst te wegerebragt, noemt de jonge PHILOSTRATUS, een genoeglijk en mfckadclijk bedrog. Maar de tijd die zulke fraije Rukken vandien aart voortbiagt, is voorbij gefneld, en men ziet tenhuidigeu dage, geen andeie beelden van dat fooit, als prullenen vodden, door brekebenen en krukken verzonnen, ofwel naar de voorgemelde fiaije beeldfchüderïjen op een zeergebrekkige wijze nag'eiiapt.Behalven hier in, oeffende zig BISSCHOP ook in het fchilderenvan portrakten, waar in hij meesterlijk flaagde, en waarvan 'er een menigte zeer konR g uitgevoerd, in Huïard,Zeeland, Braband en elders te zien zijn. Daar benevens heefthij ook verfcheiden' biftorieftukken vervaardigd, die zijn roemtót in de laatfte uageflagten zal overvoeren; waar onder inzonderheiduitmunt, een uit twee of diie beelden bij kaarslicht, dat voor een grote fom door den Koning van Prankrijkis gekogt. Hij wierdt door den Koning van Datmaiskm aangezogttot zijnen Hoffchilder, weiken post hij ook ongetwijffeldzou aangenomen hebbo , _ware hij niet door den dood daar inverhinderd geworden, die hem in de kragt van zijn leven aanpakte,44 jaren oud zijnde; zijnde in 't jaar 1674 overleden,nalatende elf kinderen, waar order diie zonen, van welke'er twee benevens drie dogters hun vaders vcetftappen hebbengedrukt, en zig tot de heoeffqning der lchiiderkonstG 5 beb-


BISSCHOP. (REM EGLERTSZ.)hebben begeven. A. HOUBRAKEN, Scfouwb. II. ZJ,bl. 220 -222.BISSCHOP (REM EGBERTSZ.), een welgezeten Bnrgefen Koopman te Amfieidam, c!e Remonjhimife lere toegedaan,en broeder van den zo beroemden H .oglei aar S. EPISCOFIUSmoest in 1617» de zo wrange vrugten van religie-haat op hetdeerlijkfce fma'-en. Men weet tot welk ene verregaandehoogte de tweeipalt ir, dien tijd tusfen de Remonfiranten en Contra-Remmftranten,was geiezen. In Amfieidam, daar de Retnonftrantenhet onderfpit deivden, was het grauw aaevmmldoor enige zogenoemde regtdnnig woeiz:eke Predikanten enar.deie lieden, welke hunne paitij aamdeefden; ook door hetRroijen en aanplakken van vuiJaartige paskwillen, zo verreopgewonden, dat zij zig niet ontzagen, om opentlijk de liedenvan die gezindheid aan te randen, te fchelden, te mishandelen,hunne godsdientlige bijèenkomften te ftoren, ennog verregaander geweld te plegen,' zo als het deerlijk gevalaan REM te beurt gevallen, ten getuige veiftrekt, én zig opde volgende wijze heeft toegedragen.Het grauw was door de aanplakking van een allervuRaartigstgefchrift in den waan gebiagt, dat op zondag den 10 februarijdoor de Remonfiranten in het een of ander huis van die gezindheidRondt gepredikt te worden, en in die verdigte bekendmaking,met de onbezonnenfte uitdrukkingen aangevuurd, omzulks met geweld te beletten; het fchoolde dien morgen reedswel een uur voor zonnen opgang aan \e.fcheiden oorden inde ftad bijeen. Omtrent zeven uren zag men jongens, mannen,en daar onder volk. van de flegtfte foorte, die op plunderingen roof vlamden, meest vreemdelingen, .aan 'hopenvan 50, ico en 203, nekken door de ftad. Velen volgdenden Schout, die juist toen op de been was, om Roomsgezindevergaderingen te ftoren; doch zij verlieten hem, die-eerlangnaar huis ging. t Grauw gaf voor, naar Arminiaavfevergaderingen te zoeken, en kwam, eindedjk in merkelijkengetn'e, omtrent ten agt uren op den fingel- of konings-graftib|:


BISSCHOP. (HEM EGBERTSZ.3dij de warmoes-graft; van vaar de menigte omtrent ten.halfnegen uren naar den ijkant voorttrekkende, eerst, met groteverwoedheid, de ogen floeg, op het huis van VOLKERT OVER-X.ANDER, Schepen en Raad, en daar, na Burgemeester derftad, ftaande oma-ent de bcrgfuaat; toen op dat van REM EG-BERTSZ. BISSCHOP, naast het voorgemelde; wijders op de huizenvan AREND PIETF.RSZ. VAN DER BURG, HUIG JANSZOON, denOud-Burgemeester KORNELIS PIETT.F.SZ. HOOFT en den Oud-Burgemees er GEKRIT JAKOB WITSEN. Daar na een weinigte rug deinzende, bleef de onftuimige fchare ten laatftenflaan, voor 't huis van REM, zijnde de zese.e woning benoordende bergftraat, daar de luipaard in den gevel ftond. Menhadt het volk diets gemaakt, dat hier gepredikt zou worden,'t welk greteüjk geloofd was; eerst klopte men aan naast zijnedeur; doch zijn buurman zeide, Mannen, gij sijt verhard, hunte gelijk, het huis van REM aanwijzende, daar terfiond aangebeldweidt, zo geweldig, dat de fchel brak, onder 'troepenvan: Doet op gij Arminianen, gij preekt daar in huis. REMBISSCHOP riep van binnen, „ dat het niet waar Was:; en dat„ een hunner binnen komen kon, om t huis te bezigtipcn."Doch 't baatte niet. Twee glazen ramen van de zijdkamerwerden met Renen aan Rukken gefmeten, en men zogt doordezelve in huis te komen, doch BISSCHOP kreeg met hulp vaniemand van buiten, het houten yenfter digt, en Root dewoeste hoop daar buiten. Toen ging 't wc; pen met Renenwederom aan, doch flaplijfc, terwijl BISSCHOP zig naar de bovenftezolder begaf, op ene bedpan floeg, en luidkeels brand!brand! riep, op hope van ontzet. Doch niemand repte zigom hem bij te fpringen; des zondthij zijne dienstmaagd, doorenen uitgang, dien zijn huis op de heren-graft hadt, naar denOpperfchout WILLEM VAN DER DOES, met bede om onverwijldehulpe; en, dit verzoek werdt aangedrongen, door een*zijner buren, HERMAN TIIOLINKS, fchoonzoon van den Oud-Burgemeester HOOFT, die zelv' maar drie huizen van BISSCHOPwoonde. De Schout liet zig overhalen, drong van agt dienaarsverzeld, nevens TIIOLINKS, door 't volk, tot voor dedeur,


ïoS BISSCHOP. (REM EGSEETS2.)deur, daar een der vinnigfte fteenweiperen aangetast en in >huis gebragtwerd • ook hieldt toen het fmtjten op. De Schout,fltaks de deur wederom openende, zeide: „ gasten, wat,,-wllt gij hebben?" 't Uftwoord was! „ de Armimmen pre-„ ken daar, die willen wij-ftoren." De Schout wederom ;„ daar is geene vergadering; ik ben boven, beneden, en„ -overal geweest." Zij toen; „ de naaste buren hebben ons„ gezeld, dat wij hier zijn moesten." BISSCHOP, 1 vo'k overde deur«aamprehende, -zekle;. „ mannen en gasten, waarom,i doet gij imj dit? heb ik iemand te kort gedaan? of iemand,„ die voor mij gewerkt heeft, niet wei betaald, of eer, pen.„ ning afgetrokken? heb ik met ienand enigen t>-/is;? ben.ik„ niet een burger, zo onbefpioken als een ander? wat hebt« gij op mij, dat gij mijn huis zo bcRormt? ! Nats, ttbtswas de gemene Rem, dan gij zjt een ArmUaaii. Z , dra de'Schout een weinig van de deur afweek, begon men wederomin de glazen te werpen; dj Onaerfciuut, met z: (-e d.enaarsook in huis gekomen, Rilde 'r volk dat agrer aan 't-huis aan'1 werpen van fleren gevallen was, met woorden. De Schepen, VOLKERT OVERLANDER , die naast REM woonde, uit dekerk gehaaid zijnde, begaf zig met allerijl , naar 't h.us vanden vooizittenuen Burgeineesrer REHVIER PAUW, welk enigehuizen verder, op de zclvde. graft Rond, met verzoek ombijftand; ook nam deze aan, met de andere Pieren te zullenfpreken , en zijn best te zullen doen, om den oproer te Rillen-De fmijters riepen, midlerwijl, dat men hunnen gevangenmakker loslaten zou, dan wilden ze 't huis met vrede laten.BISSCHC* toen nog hoop hebbende op ene goede uitkomst,bad voor den gevangen, dien de Schout eindelijk Haakte;doch dit was zo veel als olie in 't vuur, want hunnen wilverkregen hebbende, wierp men fterker dan te voren. DeSchout, na een-half uurverloops, verdriet in 't wagten krijgende,befioot, met den Onderfchout te vertrekken. REMBISSCHOP, zijne huisvrouw LTSJET DE BISSCHOP, zuster vanJAS DE PI-SCHOP. Raad der Rad, enzijn's broeders huisvrouw,baden eu.Rneekten, dat eg toch blijven zouden, zeggende:


BISSCHOP. (REM EGBERTS2.)fff% raijrc Heren, zo gij we'gaat, zijn wij gelijk als- overge'.o„ verd." Doch 't antwoord was: „ wij konnen hier den„ gant en dag njet blijven; wij hebben daar toe geen lust van„ Burgcmeesteren.' 1 BISSCHOP betuigde hier op: „ gemeend„ te hebben, dat de Scbo-ten altoos last hadlen, om kwaad„•te veihoeJen; en zuh.en, die beledigd weiden, te be-„ fchermen;" te gelijk vragende: „ of 'er, zo dit niet zijn„ kon, geen middel ware, om tien of twintig foidaten tc„ bekomen, op zijne eigen kosten?" Doch zij zeiden : „ niets„ te kunnen doen , zonder last van Burgemeesteren; maar„ zij zouden agteruit; aan , en hun best doen , om de jongens,„ die voor 't huis waren, te verjagen." Doch de Oi.derfchoutHAAN, den degen trekkende tegen 't grauw, weidtmet Renen geworpen; cn teidlond daar na, riep men: deSchout ga t mg; 't huis is ons ten prijs, met al wat 'er in is.Straks wierp men, met zo veel gewelds, op deuren vengfters,dat niemand in 't voorhuis, of in de zijdkamer duren kon.BISSCHOP en zijne huisvrouw befloten toen, de boe-en, lidgelden enige andere dingen van waarde van agteren over dcfch..tting, in den tuin van den Schepen OVERLANDER, tc bergen,waar in zij van enige arbeiders, die, onder ene hagcibuivan Renen, door de sgterdeur in huls gelaten waren, geholpenwerden. BISSCHOP zelv' bergde z'g ook in 't huis van.OVERLANDER, na dat hij 't geweer-, welk hij in huis hadt»zorgvuldig verftekqn hadt, op da: 'er geen groter geweldmede gepleegd werdt, 't huis met den meesten huisraad, latendeten proije der plundeiaren. Zijne huisvrouw bleef nogenige tijd na hem in huis; doch vloodt, eindelijk met veelgevaar naar de heren-graft, daar haar 's mans broeder, JAN .EÖSERTZOON BISSCHOP, woonde, wiens huis ook reeds metplundering gedreigd was, en waar men al enige glazen hadtïngefmeien. De vrouw, van 't grauw gevolgd wordende,geraakte in een kasfenmakers huis, en uit hetzelve in den tuinvan Burgemeester WITSEN, daar men hare kinderen, heimelijkbij huar bragt. 't Grauw hadt, midlerwijl, het hek of deglinting, voor 't huis van REM BISSCHOP ftaande, uit den\ , grond


«b BISSCHOP. (REM ECBERTSZ.)grotfd gerukt, en met dc deur derzelve, ook met ene plank,'zo geweldig gebonsd op de deur van 't huis, en van den kelder,dat zij de laatfte eindelijk, open kregen; toen fteeptenzetwee zware balken uit den kelder, waar mede geweldiglijk opde huisdeur gerameid werdt Eindelijk raakte de deur los, enhet geboefte raakte om elf uren in huis, daar toen alles geplunderden vernield werdt. De vaten met koopmanfchappen werdengeopend, en twee kisten, met kostbare boeken, die BIS­SCHOP uit Engeland ontvangen hadt, verfcbeurd. De voorraadvan tpijze en drank werdt te iijve geilagen, weggevoerd, ofvertreden en geplengd; de fchilderijen in Rukken gefneden;een ijzeren kist, die men niet open krijgen kon, naar de grafcgefleept, daar men ze zou ingeworpen hebben, zo 't nietdoor den Schepen, PIETER MATTHYSZOON, belet gewordenwas. De fchade, door REM BISSCHOP, bij deze plunderinggeleden, is nadechand op 5000 guldens begroot.Intusfen waren de Wethouders op 't ftadshuis bijeen gekomen,en, hadden, terftondj de famenrotting en 't geweld aande huizen van REM en JAN EGBERTSZ. BISSCHOP,, welk toennog niet op 't hoogst gekomen was, bij openbare afkondigingverboden. Doch dit verbod help luttel; en 't plunderen ging'zijn gang, tot dat Burgemeester PAUW en enige Schepenen enRaden, omtrent ten twaalf uren, voor 't geplunderde huisverfchenen, de plunderaars door hunne tegenwoordigheid alleenverftuiven deden. De Heren traden Vervolgens naarbinnen, daar REM BISSCHOP en zijn huisvrouw, na dat zijvier uren buitenshuis geweest waren, zig eerlang weder bijhun vervoegden. Burgemeester PAUW beklaagde zijn lot mettranen; en "thuis wierd door enige Soldaten bewaard; ookdat van JAN BISSCHOP, het welk den volgenden dag, andermaalgedreigd werdt. Zelvs werden enige andere huizen vanRemonftrantm, tegen den avond van den 2oflen met Soldatenvoorzien. En, 't grauw was indedaad zo verbitterd en opgewondentegen deze lieden, dat twee hunner, KORNELISKLAASZ. SpRrNG, befchuitbakker, en ABRAHAM ANTONISZOON,kaarfemaker, gedurende de plundering van REM BISSCHOPS.huis,


BISSCHOP. (REM EGBERTSZ.) 'mïmis, op ftraat aangerand, met Renen gefmeten, en in groot gevaarTan'hun leven gebragt vier en, tot dat de eerfte zig beigdein 't huis van den Schout, daar hij wel ontvangen weidt,cn tot 'savonds vertoefde; en de ander in dat va-; ce fpekverkoper,daar men;hem nogthans agter na liep, en nood.Kaakte over twee daken te klouteren, en ene veiliger fchuilplaatste zoeken.Burgemeesteren gaven den 20 van deze zelvde maand,denRaad kennis van 't gebeurde aan 't huis van REM EGBERTSZ.BISSCHOP. De Raad verftond: dat men niet alleen tegendiergelijke ongeregeldheid behoorde te waken; maar ook het ,onbehoorlijk prediken fcherpelijk verbieden; voorts moest mende plunderaars zoeken in handen te krijgen, en het flroijen 'van pasquillen waar in de Wethoudei fchap befchimpt of.gelasterd werdt, door de beste middelen tragten voor tc komen.Ingevolge dit helwit, maakte 't Ge'regt ene keur, die*s anderendaags afgekondigd werdt, en waar uit men den geestder leden daar van eigenaartig koste opmaken; want ;, de., opfchudding werdt bij die keure, geweten aan de Remonjlran-'„ ten , die zonder nood of wettelijke reden afgezonderde vergaderingengehouden hadden, welke vergaderingen nu uitdrukkelijkverboden , werden."" Om ware het mogelijk bij REM EGBERTSZ. BTSSCHOP'S uitgeftaangrievend leed, nog honenden fmaad te voegen, werdthem die lidmaat der gereformeerde kerke was, 'sanderendaagsna de plundering , door twee Ouderlingen, uit den naam desKerkenraads aangezegd, dat hij zig van 'sHeren avondmaal twelk des zondags daarna Rond gevierd te worden , zou hebbente onthouden; dit lot viel mede te beurt aan JAKOB LAURENSZ.REAAL, Secretaris der Admiraliteit, en aan enige anderen,dienaderhand alle openlijk van de gemeente weiden afgefneden-;namelijk op den 31 december 1623, wanneer REM en zijnehuisvrouw LYSBETHFILIPS DE BISSCHOP, bij openbare afkondigingvan den predikftoel in de nieuwe kerke geëxcommuniceerd.of in den ban gedaan werden; om dat zij het gevoelen der RemmUrmtmtoeftemden en dezerlver vergadering bijwoonden öf


BITTER. (KRBTINA)m BITTER. (KBJSTINA)gelijk in de Onpart. Chron. bl. 47 meer overeenkomRig met deflinhoud van het kerkelijk vonnis uitgedrukt wordt, „ om da c„ zij niet flegts bij hun ketters gevoelen bleven, maar"zig ook„ in de Remonjlrante en Wederdoper/? vergaderingen laten'vin-,, den." REM EGBERTSZ. BISSCHOP, dat een braaf en daar bij eerlijkmams geweest, wel geoeffend in veelerieij konflen enwetenfchappen, overreedt ruim een jaar na deze affnijding vande gemeente, op den 10 aprilI 0 2 5Voznm PoliP. EöclPars m. Traü. IV. Cap. I. P. A. LIMSORCH, Hto S. EPISCOPHp. 91-102. 291. 303. G. BRANDT, Hifi. der Reform. II. D,hl 487-499. BRAKDT, Dagwijzer, bl. 691. WAG. r«dL ffi/?.X. D. bl. 147. 149. WAG. Befch: van Amfl. IV. 'St. bl. 180.'z77- 287. 343-BITTER (KRISTTNA), was de grootmoeder der hufsvrouwevan den om zijne geleerdheid als vaderlandsliefde, zo zeer beroemdenRidder, P. C. HOOPT. Zij, is eerst gehuwd geweestmet ANDRIES VAN ERP, en daarna met ARNOUT FJIBRY. In demoorddadige plundering''door de Spanjaarden in 1576, te Antwerpengep'eegd, gaf deze vrouwe bijzondere blijken van eneonve tzaagde kloekmoedigheid. Zij en hare moeder AGATAOOMS, ene hoogbejaarde weduwe, hadden zig om ware 'tmogelijk voor de b oeddorst der vervolgers, die kunne nog jarenfpaarden, te beveiligen, in een afgelegen leider begeven;dan het geweld, dat op de huisdeur werdt gepleegd, bewoogde oude vrouw, zig uit hare fcbuilplaats te begeven, om tezien wat 'er gaande was; juist op hare aankomst ilaat eenvaatje buskruit de deur aan flarden, en haar zelve te morsfelen.De dogter op het gehoor van den donderenden flag door hetvaatje buskruid veroirzaakt, fchiet toe, en vind hare moederverzengd leverdoos in het voorhuis liggen. Nog ter nauwernoodvan haar eerRen fchrik bekomen, grijpen de foldatendeze waardige vrouwe, die tu-fen de 40 en 50 jaren bereikthadt, op de onmenschlijkRe wijze aan, en zoeken haar door deverregaandfte bedreigingen te dwingen, om aantewilzen waarnaar-man en geld was; doch. zij volftandig weigerende, omher


J3IV00RDE. (LODEWYK VAN) BIZE. (VEDASTUS) 113het een of ander te ondekken, wierdt door deze balddadigekrijgsknegten, met een ftuk lont om den hals aan enen laddergehangen; en man liet haar in dezen benauwden toeftand, totdat zij bijna den jongften adem Rond te geven; toen men vermerkte,dat zij het niet langer zonder te Rikken konde uithouden,wierdt zij losgemaakt, en een weinig bekomen zijnde,herhaalden de Soldaten hunne vragen, en hongen haar, diebij de gedane weigering bleef volharden, op nieuw aan denladder, het geen zij vervolgens ten derdemale hé. haalden;doch. deze wreedaarts ziende dat zij niets op haar konden verwinnen,lieten haar in dien beklaaglijken toeftand, en trokkende deur agter 'zig toe; dan zij waren nauwlijk^geWekelf, ofeen der verfcbolen zittende huisgenoten fchoot toe, en kwamnog even tijds genoeg om haar van den dood te bevrijden; hijfneed de lont aan ftukken en redde dus haar leven, dat zijnog enigen tijd , zeer droefgeestig en in het verftand verzwakt,ten enemalen verzuft doorbragt. —XL B. bl. 472.HOOFT, Ne'derl. MiftiB'VOORDE (LODEWYK VAN), gebaren te Bhde Sf»Pierre, zijnde een dorp twee uren van Leuven gelegen , zoals men moet veronderftellen omtrent het laatfte van de XiVdeeeuw, doordien hij in 1430 of daaromtrent gezegd wordt in denbloei van zijne jaren geweest te zijn. Hij was reguliere Kanunnikin de Abtdije van Groenendaal nabij Brusjel in het boschvan Soigné gelegen, en hij befteedde 'er zijne ledige uren, omftigteüjke verhandelingen in lafijnfe vaersfen te fcbrijven,welke nimmer het licht hebben gezien, maar in het genoemdeklooster bewaard worden, en waar van men de lijst vindtbij PAQUOT. — MASTELINT, Necrologium viridis vallis, p.155. 162. J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 826. PAQUOT, Menulitter. Tom. XVII. p. 172, 173.BIZE (VEDASTUS) , is geweest Licentiaat en Pastoor Vande parochie 'Fontemij, in het bisdom van Atrecht. Hij heeft in hetlicht gegeven: De providentia Dei circa res temporales. Duaci1632. in 8vo. ; J. F. FOPPENS, Biblioth. Belg. p. 1151.PI; DEEL. H BLAAUW


mBLAAUW, CJOAN)BLAAUW CJOAN), Schepen en vermaard Boekdrukke?& Amfieidam:rwas de oudfte zoon van WILLEM JANSZ. BLAAUWer? is zijn vader in den boekhandel opgevolgd; ook was hij]geëffend in de regtsgeleerdbeid, en geen onbedreven Advofeüït,In 'e jaar 1051 werdt hij verkoren tot Schepen en RaaiVa'- zijne Vide. ftad, doch bleef des onaangezien den handelTöörfzetten. Schoon de Atlas en Stedenboeken de voornaamflé'weiken zijn,, die van zijne dnikkerijc z^n voortgekomen,.fo?éft hij, 'er egxer verlckeiden anderen geJiukt, die in fraij-Êeid van papier en netheid van ietter, voor de hedendaags%o zeer' geriemde drukken van FOELIS en BASKERVILLE, I'Bge'enen dele behoeven order te doen: getuige hier van onderaftderen, het Corpus Jnris Civilisopera fjf fiudlo S. VAN LEED-WÉ», bij hem in 1663 in folio gedrukt, en waar van hetgriéks'.der Novellen, zo heerlijk is uitgevoerd, dat men n'et*fraije'f' Van dien aart kan uhdenken; als mede het zelvde werkffi gr', gvo. in 1664 uitgekomen, waar in men verzekerd datgeen e'ne drukveil gevonden wordt, dan alleen bij de tweedeafdeling, in de plaats van Pars fecunda, Pars fecündus, enétt Zulks' nog met opzet zoude gefchied zijn. Ook is vanpers' voorfgekf men, ene franfe vertaling van HUG. GRO-31ï fAiinaies de Rebus BelgïciSf Waar van de Katwijkfen LeraaAi PARS in zijne Naanifd der Batavfc en Hollamfe Schrijvers,bf/ 287'. getuigt, dat de opdragt van onzen BLAAUW aan de 'Staten fSÜ Holland, voortreffelijk is. Het. is aan zijneflöêête' vlijt en arbeid ook, dat men 't groctfte gedeelte vanéétt üitmtmtéhden Atlas, XII. Delen in allergiootst folio uitrn&këndêjis vêrfchüldigd; en Vossius, die hem tefFens alseéTi gróót Stèrrekundigen en fchrander Aardrijksbefchrijver opgeeft*zegtj dat hij het publijk, zo wel verrast als verblijdhééft, dóot het wóhdërbare vernuft, met welke hij zijne Stedihóëkènhééft vervaardigd. BORREMUKS betuigt, dat hij doorgijnen arbeid tri gêduldigen ijver, met welke hij zijne boekên'hééft gedrukt, 2ülke belangrijke dienften aan het gemetiëbMêër iéltêfin hééft bewezen, dat zijn naam met gians¥8ri iöfiri aal lsvëfi , zo lang 'et Geleerden in wezen zijn,en


BLAAUW. (WILLEM JANSZOON)- 115en de boeken zullen duren; en, dat het enkel zijne verdienfteis, die hem de keuze heeft waardig gemaakt van den ZweedfenKoning GUSTAVUS ADOLPHUS, weike hem tot zijnen Drukkeraanftelde. Zijne drukkerij ftondt eerst op de blomgraft, dochwerdt daar na verplaatst agter de Nieuwekerk, in het gebouwdaar het latijnfe fchool pleeg te zijn; en bevatte negendrukpersfen, die de negen mufen genoemd werden. Dochdeze uitmuntende drukkerij was maar weinige jaren aldaar inHand geweest•, toen zij op den 22 februari) des jaars 1672,ongetukkelijk, me' een aanmerkelijk gedeelte van den afgedrukten Atlas en Stedtbaeken, ook de meeste : etters en koperen platen, door de verflindende vlam werden vernield; de fchadehier door veroirzaakt, vindt men op 382000 guldens begroot.De Jefuit PAFENBROCH berigt ons, dat fommige dweepziekemenfchen ts.Amfleldam, li:! eloos genoeg waren , om dit ongelukaan te merken, als ene hemelfe ftraf, over het drukken vanenige Roomfe Kerkboeken, en andere voorname werken , metwelken men, ten tijde van den brand, bezig was; zekerder ishet, dat dit aanzienlijk verlies een gevoelige fmartbij alle warebeminnaars van konsten geleerdheid te wege bragt. DeHeerBLAAUW overleefde niet lang zijnen rampfpoed, want hij ftierfden 28 december 1673. KONIGII, Bibl. vet. ff nov.voc. .MAGtRi. Eponymalog. voc. Vossius, de Scientiis Mathematici!.C.XLIV. g. 40. p. 263. Jo. FABRICII, Hifi. BibliothPart. III. p. 460. ANT. BORREMANS, Epijl. ad THEOD. ABALMEI.OVEEN, p. 120. post vit. Stephanor. J. F. FOPPENS, Bibl.Belg. p. 582. C. SAXI, Onom. liter. Pars IV. p. 437, 438.D. CLEMENT , Bibl. curieufe. Tom. IV. p. 267-276. WAG.,Befchrijv. van Amfl. VIII. St. bl. 661, 662. XI. St. bl. 287,288. K. LESCAILIE, Poëzij. II. D. bl. 318. J. Vos, Gedichten.L D. bl. 525.BLAAUW (WILLEM JANSZOON), de vader van JOAMBLAAUW, is te Amfieidam geboren, in of omtrent het jaar1571, daar hij een aanzienlijken boekhandel heeft gedreven,en verfcheidene fraije werken in *t licht gebragt; ook hadt hijH 2zig


«6 BLAAÜPWHULK. (JAN SIMONSZ.) BLAER. (JAN DE)zfg op de oeffemmg der wiskundige wetenfchappen toegelegd;én was in zijne jeugd , een leerling van den beroemden• 'FÏCHÖ ERAiié geweest. Hij overleed den 18 october 1638,twee zoons JOAN en KORNELIS nalatende.BLAAUW was eenkundig en geleerd man, die de latijnfe, franfe en hoogduïtfetalen vo'komerc magtig was; en GROTIUS geeft hem den'roem,de marftfgfte Boekdrukker van zijnen tijd te zijn geweest; hijbezat een uitmuntend vernuft, en een verwonderlijk goed oirdeef.Ook heeft hij de volgende werken over de Sterren- en"1 Zeevaartkunde gefchreven, welke nog ten huldigen dage bijpenners in achting zijn: 1. «3?oore Stofpiegcl/ «mfl; 1653.i. 3Mên. in fol 2. «tauktfj* in He ïjemrf-.en ?larö-


BLANKAARTB L A N K AART. (NIKLAAS) 317.NIKLAAS), ftoogleraar in de gtiekfe taalen geTchiedenisfen, te Waneke*, is geboren te Legden den 27-december 1/524 , utt een zeer aanzienlijk géflagt.oud overgrootvader was -STEVENWant zijnKLANKAART, Drosfaard vanHeusdenzijn overgrootvader KORNELIS , hadt ler vrouweADPIANA VIERLING, e. e dogter van NIKLAAS VIERLING, Raadvan WILLEM DEN 1, Prir.fe van Oranje; zijn grootvader Kl»KLAAS, is mede Drosfaard van Heusden geweest, en hadt iahuwelijk ALIDA BOL, dogter van JOAN BOL , Burgemeester *PVtreht; hij- verwekte hij drie zoons bij, waar van de JffliddelfteSTEVEN, de vader van onzen NIKLAAS is geweest, £en.•ge'eerd man, d:e het Hoogfchotttambt van Leijden beeft btjdeel,doch in NIKLAAS zijn vroege jeugd .zeer ontijdig, doorhet .allen van een paard, ovcrleedt. Zijne moeder ANNA,was uit her beroemde geflagt der HEEMSKEEKUN berkomft-ig,zijnde de dogter van HENDRIKVAN HEEMSKERK , Eurgcmeesfis:der Rad Leijden. Deze brave vrouw, o.erleedt benepens esagroot aantal van hare bloedverwanten in het jaar j 636, aaa.ene befmette ijke ziekte, die toen ter tijd door gants Nederland,en inzonderheid te Leijden flerk woedde. Dus geraaküsonze .NIKLAAS, degts twaalf jaren zijnde, 'Ouderloos, en m~der het bellier van twee voogden, zijnde WILLEM SERJANSESS•en JOAN VAN LEEUWEN, beide mannen van beproefde trouween Schepenen der Rad, die ook alle vrijt aanwendden om hem•ene goede opvoeding te bezorgen; ook beantwoordde Lij huanepogingen op de beste wijze; en zig in de -eerfte beginzelender wetentc ,-appen met een ongemene vlijt geoeffend hebbende,wierdt hij .vroegtijdig Student; genoot het onderwasïn de arabife en perfife talen yan den beroemden GOLIUS , iterwijlhij de lesfen in de gefchiedkunde van den in dat vak be-•drevenen BOXIIORN hoorde, en geen weinig viugt trok -uit .de{geleerde verl ering van SALMASIUS, die zig toen xe Leijdenonthieldt, en behagen in des jongeling? vernuft gefchept (hebbende,hem ene tedere vriendfebap toedroeg.Met dus -vlftjsin de renbaan der wetenfchappen voort te {hellen, WaïMejjibij reeds voor bet eindigen -der .jaren van zijne jfcqgefiqgsbgtfcH 2uca


Ii8 BLANK AART. (NIKLAAS)den naam van geleerd, en bijzonder bedreven te zijn in'defchriften der Grieken en Romeinen , 't welk van die uitwerkingwas, dat hij nog maar 20 jaren oud zijnde, op den 13october 1645, door ERNST WILLEM, Grave van Bentheim, totHoogleraar in de wijsbegeerte en gefchiedenisfen aan het gijmnafiumvan Steinfurt wierdt beroepen; en dezen hem toevertrouwdenpost, bekleedoje hij tot zulk een groot genoegen vanden Graav, dat die hem ook tot zijnen Raad aanflelde. Toenin 1650 tzMiddelhirg een Gijmnaiium wierdt opgerigt, beriepmen aldaar onzen BLANKAART den 3 feptember, tot Hoogleraarin de gefchiedkunde en oudheden, ALEX. MORUS in de godgeleerdheid, GEORG CRAGIUS in de regtskunde en CLAUDIUS LEGRAS DE ST. HILAIRE in de wijsbegeerte. BLANKAART beijverdezodanig de belangen van dit nieuwe opgerigte kweekfchcolvan geleerdheid en wetenfchappen, dat de Siaien van Zeeland,zijne pogingen om dit inflituit in bloei te brengen, wil lende vergelden, en hem daar voor hunne goedkeuring doen blijken, hemtot Gefchiedfchrijver der provintie aanflelden. De flegte opgangdien niettegenftaande dit alles, het gijmnaiium hadt, gevoegdbij de fobere bezolding die onze Hoogleraar aldaar genoot, bewogenhem, na een behoorlijk affcbeid genomen, en een loffelijkgetuigenis, zo van de Regering als Kerkenraad verkregen tehebben, Zeeland te verlaten, en zig naar Friedmid te begeven,alwaar hij zijne woonplaats op het aangename vlek Herenveenvestigde, na alvorens te Harderwijk met zeer veel roem totDoktor in de medicijnen te zijn gepromoveerd; hier oeffendehij gedurende negen maanden de praktijk, waar na hij doorPrincesfe ALBERÏTNA, weduwe van den Friesjen StadhouderWILLEM FREDERIK naar Leeuwarden geroepen werdt, om hetopzigt te hebben over de letteroeffeningen van haren zoonHENDRIK KASJMIR, die toen tien jaren hadt bereikt. Vijfjarenlater, namelijk den 27 november 1669, wierdt hij Inde plaats van PIETER MOLL , tot Hoogleraar in de griekfetaal en gefchiedenisfen, aan Frieüands Hogefchool aangeReld.Toen in 1671 gemelde Prins KASIMIR te Franeker als Akademie-burgerzijn verblijf nam, wierdt aan BLANKAART dezorg


org toevertrouwd, om zijne ftudien teregelen.Tweemalenheeft hij het Rectoraat waargenomen , als in 1679 ten *68Siin welk laatstgenoemde jaar, hij -ook Sn die hoedanigheid,opden 24 feptember, door ene plegtige lafijnfe redevoering :hej.loo jarig jubelfeest van de Akademie heeft .gevierd.Onze Hoogleraar huwde den 34 fébruarij jtfso, .met MARUEVERSDYK,,


120 BLANKAART. (STEVEN)1683- 6". PUIL. CYFRIJ, Chronicon Ecclefice Gram,, e MS.Byzaiïtitw primum vulgatum ff Lat. reddtum. Accedit CHRIS-TOPH. ANGELI, de Statu hodiemorum Grac *rum Enchiridionver. G. FËLAVII. Franeq. 1679. 4*»- 7- THOMAS MAGISTRT,ionum Atticarum Ecloga, emendatie, opere univerfo disff addito Catalogo veterum Scriptorum, Ojiorum in lifce Ementio. Franeq. 1690. Svo. ff 1698. Waar bij nog beha!vendé zijne, ook de aantekeningen van den Hoogleraar LAMB.BOS zijn gevoegd. 8. OratUmes tres: Panegyricus Matthentfoet Pavk a ftabilita pace Monafterlo reducibus Jacratus.. Leidie. 1Adlocutio ad Celfi.-f. £f Illuftr. Principem HEHRICUM CASIMIRUMqua adventum ejus in Acad. Franeq. fdemniter gratuiabatur.1671. fol. ff Panegyricus pro jubilceo S. Festo Sceculari AcaIbid. 1685. fol. 9- Tahdce Gergraphicee Afite, Europee ff Afriveteris. Nog hadt hij onder handen genomen, om aantekeningenop CYRILLLS te vervaardigen, en ingevolge hetgetuigenis van den geleerden REGIUS , heeft hij een groot gedeeltedaar van afgewerkt; doch dit zo min als zijne overzieningenvan TIIUCYDIDES , hebben immer het licht befebouwd.Ook onderhield; onze Hoogleraar briefwisfeling met vele Geleerdenvan zijnen tijd; waar onder SALMASIUS , JOH. FRID.GROKOVIUS, ABR. BERKELIUS, HENKÏNITJS, JAC. LYDIUS en anderen, die gevonden worden in de Syiloge Epifl. RURMANNI,Tom II. FABRICII, Biblioth. Gr. Lib. IV. C. 8. pag.273. CRENII, Animadv. philolog. Part, VI. p. 44-47. J. RE-GII, Oratio fun. E. L. VRIEMOET, Atièn. Frif. p. 504-511.Catal. Bibl. BUNAV. Tom. I. VoL II. p. 1089. C. SAXI, Onom.liter. Pars IV. p. 526, 527. BAILLET, Jugemens. Tom. II,p. 269. Tegeusn: Jiaat van Zeeland. I. D. bl. 194.BLANKAART (STEVEN), een zoon van den bovenftaandenNIKLAAS en MARIA EVERSDYK, is geboren te Middelburgden 24 october 1650. Veel genegenheid voor de geneeskonstbetonende, wierdt hij na het latijn geleerd te hebben, bijeen Apotheker geplaatst, ten einde de kruid- en fcheikunde tepeffenen; vervolgens begaf hij zig naar de Akademie, enwierdt


BLAKKENIIEIM. (FREDER.IK VAN) 121wierdt den 18 oclober-1674 tot Doktor in de wijsbegeerte enrnedicijnen aangefteld.Vervolgens vestigie bij zijjpe woonplaatsie Amfieidam, oeffende aldaar de praktijk, en overleedin die ftad den 23 februari] 1702.De Digter en Med. DoktorLUDOLF SMIDS, maakte op hem het volgende rieiregeljg vers:Vil'is charta tibi BLANCARDUS jpirét in mm.Forma veri aterno cafa adamante micet.Audiit hcec, ndensque meo qüis livct honort?GemmU ari chartls notkir, inqait, erlt?Eehalven een Lexicon Mediaan, heeft STEVEN BLANICAARTTiog in de latijnfe taal gefchreven: Traïïat. tuy. dc CirculationeSonguims per fibras nee non de valvulis in iis repertis. Amfi. injimo.Voorts heeft hij een groot aantd werkjes over onderfcheideneonderwerpen der geneeskonst, in het nederiuits gefchreven,welke nauwkeurig aangewezen worden, in hetNasmregtier ran Jon. ABCOUDE, verbeterd door REINIER A3XENBERG. Rott. 1 773- bl. 52.; alsmedenog: ,?>c(joii\Bbtirq ï.ccïïupfen cn ïitonicii/ met'platen. 3|mjl 16S8. 8'eo.ïanofcfie ^erbarm??. S8fc, 8bo.CÖCC '0I ö 8 6-8 i°-^cöer>&cbm:k en m$&p% fow ücA I l A L L R I !Botanica. Tom. I. p. 636". alwaar hij een groot' R'MiotbetaUitfcbrijverwordt genoemd. Biblioth. Anatomii a. Tom. 1. p. 630, 631-£f Biblioth. Chlrurgica, Tom. I. p. 441-443- C. SAXI, O-win.liter. Pars V. pag. 242.bl. 12, 13.P. DE LA RUE, Geletterd Zeeland.BLANKENHEIM (FREDERIK VAN), was de LIfte BisfchopvanUtrecht, en wierdt in 't jaar 1393, in plaats vanFLORIS VAN WEVELIKIIOVEN , tot, die waardigheid verkozen,op voorRel en aanbevelinge van WILLEM, Hertog van Ge'der,tegens genoegen van ALBRECIIT, Grave van Heiland, die RO­GIER VAN BRONKHORST, gaarne tot die post hadt verhevengezien.Men vindt aangetekend, dat de Geiderfe Flertog dooreen hoofs compliment, de keur aan ALBRECIIT hadt- gegeven,wien dat hij begeerde verkozen te hebben; doch wanneerII 5 • . Graai;


122 BL WKENHEIM. (FREDERIK VA»)Graav AIBSKCHT den vtooracièden ROGIER hadt voorgedr*gen, WH-EM mee veel drift kwam aanftuiven, en de Kantin*nikken cp deze wijze aanfprak: „wij willen niet fineken„ noch bidden, maar wij begeren, dat gij mijnen neef FM-„ DIRTK VAN B.LANKENBE1M, Bisfchop van Straatsburg, zult„ verkiezen, en daar v,,orziilien wij uheden, en het bisdom„ uit zijnen naam, danibaai zijn, en al ons loven goede bu-„ ren blijven/' H er op wierdt FMBERIK ook met meerderfceidvan Remmen verkozen, en door Paus BONIFACIUS DE»Xl, in bet bisdom beve tigd.De ftad Deventer bragt ook niet weinig toe, om door bareGeza: ten, ARENT UPPERHEEFT en HENDRIK TER BEUGGEN, deverkiezing opFREBERIK te doen val'en, en leverden daar teboven nog een afzondeilijk fmeekfchi ft aan den Paus, om zijneHeilgheids goedkeuren, voor .dezen nieuw gekozen Bisfchopte erlangen, voor welke toegenegenheid, Re èigfchopde ftad Deventer, eerst door een brief, en naderhand bij ,Jj aintrede in gemelde ftad, mondeÜjk bedankte, en naar gewoonteftads regten en privilegiën bevestigde.Waai- .op hij ooknog in dit zelvde jaar, de fteden Deventer, Kampen en Zv-4,niet alleen in de pandfehap van het huis en de heerlijkheidDiepenheim bevestigde, maar daar te boven verklaarde, geenKastelein over hetzelve e zullen aanftellen, dan met voorfcennisfeder driegenoemde fteden. Zie DU-MBAR , Kerk. en War.Deventer, bl. 623,624..; alwaar het fnuekicbrift aan den Paus.,benevens den bevestigingsbrief, beide in hun geheel, woideagevonden.DeNederlandfe Schrijvers getuigen .eenparig, dat deze Bisfchopeen zeergeleerd, kloekmoedig, voorzigtig en fchrander«ïan is geweest, die altoos een deftig voorbeeld van ere goederegeringe heeft gegeven, en zo lang hij leefde,, om zijnegoede dienRen aan 't Gemenebest bewezen, bij ieder .eengrotelijks geacht en bemind ;s geweest; daarenboven was hijdapper, en -in den krijgshandel grondig onde legd.Br het tweede jaar van zijne regering, toog bij met een goedaantal krijgsknegten om de Lippe, in Jret land van MMI, ertm


BLANKENHEIM. (FREDERIK VAN)en verbrandde aldaar het dorp Oostdorp, aan JAN en BITTERVAN RAESVELDT toebehorende; om reden, dat zij meeigmalengroten lasten fchade aan onderdanen van het Stigt hadden toegebragt.In het volgende jaar verklaarde hij, benevens de drie hoofd*fteden van Overijsfel, Deventer, Kampen en Zwol, den oorlogaan den Heer van Koeverden, na dat aan denzelven vrugteloos,verfcheiden minnelijke vertogen en voorflagen waren gedaan,om het landfehap Drenthe, benevens het huis te Koeverden,door des Bisfchops voorzaten aan de Heren VAN BRONKHORSTverpand , ten disnlte van het Stigt wederom te laten inlosfen,ingevolge de brieven daar van voorbeen gemaakt. Het gevolgvan dezen oorlog was, dat het huis te Koeverden wierdt belegerd,en de Bisfchop zig daar van bij verdrag meester maakte.Li aanmerking van de gen-ouwe dienften, welke de driegenoemde fteden hem, in dezen oorlog, zo kragtdadig haddenbewezen, bedankte hij dezelve bij den aftogt niet alleenopentlijk, voor hunnen bewezenen dienst; maar beloofde teffensook, om hun fommige voorregten zo in Drenthe als tenaanzien van het huis te Koeverden, te zullen fchenken; welkebelofte hij ook in het laatst van 't jaar 1396 vervulde, ingevolgeden brief daar van, te vinden bij DUMBAR , Kerk. enWee. Deventer, bl. 626, 627., waar bij de burgers van Deventer,Kampen en Zwol, met hare goederen, zo wel te water alste land, tolvrij verklaard werden, door het gantfe land vanDrenthe cn Koeverden. Daar benevens, werdt nog aan dc voorzeidedrie fteden, het voorregt gefchonken, dat bij rade vanhaar en van de Handen van Drenthe, 'een Ambtman en Kastelein,uit Drenthe of uit Zaüand, over voorfchreven landfehapen huis te Koeverden, door den Bisfchop zou werden aangefteld.Hier van daalt onbetwistelijk af, het nog voor kortejaren in wezen geweest zijnde voorregt, aan de provintieOverijsfel toekomende, dat ingevolge ene conventie, in denjare 1668 tusfen gemelde provintie en liet landfehap Drenthegefloten, zij het regt hadt, om bij vacature van de zeven,twee Drosten aan het landfehap te leveren, hebbende de4sr-


154 BLANKENHEIM. (FREDEIUK VAN)derde en vierde toerbeurt: zo nogthans, dat wanneer dezetoeibeurten aan de provintie van Overijsfel vielen, dezelvegenouden waien, ingevolge vorige refolutien, twee gequalificeerdeperfonén aan de landfehap voor te dragen , waar uit,in de Stadhouderloze Conftitutie, door de landfehap de eleftiegefemelde, doch zedert het jaar 1748, namens de landfehap,door den Elf-Stadhouder plag te gefchieden, dan welk ambtzedert de revolutie van 1795 is vernietigd.IOok fioot hij in de lente van het volgende jaar, een verbondmet de Frifen , het welk den i8den april getekend wierdt,en in zijn geheel te vinden is, bij E. v. MIERIS, Groot Charterboek.III. D. bk 625. Jr. SCIIWARTZENBERG, Friesch Plakaatboek.I. D. bl. 254., en A. MATTH/EUS, de Rek Ultrajeêï. p.93, 94-Dit verbond behelsde zaaldijk, deze voorwaarden: „ de„ bisfchop beloofde duyfend jaer ende dagh enen vasten vrede„ te zullen houden, n.et de landen Van Stellingwerf, Schoter-„ werf, Uffaterland, Dodingwerfjlal, Oosterzee en de gemeene„ Friezen, en de gerezen gelchillen, naar inhoud der oude„ Eisfchtppelijke vredebrie\e)i, te /.uilen moeten afdoen. Die„ van Drenthe en Groningen zouden hun oud 'andreebt blijven„ behouden, en Drenthe met geen andere floten bezwaard„ werden, dan dat van Koeverden; 't welk ook niet flerker„ zou mogen gemaakt worden, dan het toen was, nog buiten„ rade des lands van Friesland en van Drenthe, aan enigen„ Ambtman werden toevertrouwd. De Bisfchop verbond zig ,„ geen vreemd krijgsvolk, door Koeverden of Drenthe] te zul-.,, len laten trekken, 'om Friesland of Groningen te befehadi-„ gen." Dit punt zag waarfchijnfijk op de hulpbenden, dieHertog ALERECHT lüt Didtschland verwagtte. Wijders verbondzig de Bisfchop, om „ den Hertoge van Holland, of ana,deren uitheemfchen Heien, dié Friesland den oorlog mogten„ willen aandoen , geene hulp te zullen bewijzen, noch„ doortogt door *t .Stigt van Utrecht, te zullen vergunnen."Deze waren de voornaamfte punten van 't verbond, 't welk•sran 's Bisfchops zijde, door de vijf Utmkjè kapittelen, doorde


BLANKENHEIM. (FREDERIK VAN) 125de Rad Utrecht, en-door vier andere Stigtfe Reden , Amersfoort,Deventer, Kampen en Zwol, bezegeld wierdt.REINOLD VAN KOEVERDEN , geen kans ziende om zig in zijnvorig bezit te doen herftellen, verzoende zig door tusfenfpraalcvanWILLEM, Hertog van Gelre, in 't jaar 1379, met denBisfchop van Ut)echt; bij welke zoen de éêrstgemelde zig verbond, om alle de handfehriften en pandbrieven van de Raden het Rot Koeverden, te zullen overgeven; daarentegen verbondzig de Bisfchop, om aan hem te geven, 15000 oudeSchilden, le betalen over vijf jaren; ook zoude de Ambtmanvoor zig behouden, alle de goederen, die hem in het landfehapDrenthe toebehoorden.Deze 15000 'oiide Schilden, bijden voorfchreven zoon aan RETNOLD VAN KOEVERDEN beloofd,namen de drie hoofdlieden van Qver'jsfel, op ernftig verzoekdes Utrechtfen Kerkvoogds, bij enen bezegeldenbrief aan,te zullen opfchieten, en aan gemelden REINOLD of zijne erfgenamen,op den 14 meij des jaars 1402, to betalen, waaropde Bisfchop aan de gemelde Reden, enen brief overhandigde, door hem en de kapittels te Utrecht verzegeld, waar bij5,':j aan de drie Reden beloven, dezelve hier omtrent fchadelooste Rellen. -Alle die brieven, en de gemelde zoen, vindtmen geboekt, bij G. DUMBAR, Kerk. en Wereldl. Deventer, bl.637. enz.Het was ook op den 3 me'j in dit zelvde jaar, dat BisfchopFREDERIK, met hulp der drie (leden , Deventer, Kampen en Zvol,vanHZP.MAN, Here van Kuinre en zijne twee zonen, bet huisjien de heerlijkheid Kuinre aankogt, ten gemënen behoeve en.voordeel des Utrechtfen bisdoms, voor 6200 oude FrankrijlfeSchilden, doch de opdragt hier van gefchiedde niet voor hetjaar 1407. DUMBAR, ut fupra. bl. 641.In 't jaar 13:9, belegerde hij Groningen, willende deszeivsinwoonders dwingen, om zig volgens ouder gewoonte onderde kerk van Utrecht te begeven; dan de burgerij weerdezig dapper, en men floot eindelijk een verdrag, waar in deGroningers in de eerfte plaats erkenden, mennich hondert jairengeflain te hebben van des Keijfers wegen ende ghiffte, inne handender


X26BLANKENTIEIM. (FREDERIK VAK)der Kercle van Utrecht; en nemen voorts aan, ghienen Heere te.fullen fwlden n gh zich ondcrdaanig geeven, dat onjen lieven Heersvan Utrecht te hinder of .te fchade komen mach ffc. De ftedenUtrecht, Deventer, Kampen, Zwol en Amersfoort, hongen me.de, daar toe verzogt zijnde, hunne zegelen aan dit verdrag.DUMBAR , ut fupra. bl 646.Op den 16 augustus van dit zelvde jaar, floot BisfchopFREDERIK, een verbond met die van Utrecht, Deventer, Kampen,Zwol en Amersfoort, voor den tijd van twintig agtereenvolgendejar-.n, om binnen dien tijd eenparig te keer te gaan,de zulken, die den een of den ander hunner onregt of geweldaandeden, en dezelve, indien daar van in der minnegeene vergoeding wilden doen, door de wapenen tot rede; tebrengen. DUMBAR , ib. 64.6.Op den 20 meij 1406, gaf bij een merkwaardige Laadbriefaan het land van Vollenhove, die voornamelijk het Heijmaal oflijfftraftelijk gerigt betrof; op den zelvden dag gaf hij nog enenan ieien Landbrief,insgelijks wel voornamelijk het Heijmaalbedoelende, aan het land van Zalland; waar in onder anderenbepaald werdt: „ dat Ridt eren en Knapen, benevens de„ hoofdlieden Deventer, Kampen en Zwolle; regt zoude weder.„ varen na uitwijzinge van het landregt; en dat alle Rigtcrs„ voor hem of zijnen Ambtman ten Heiligen zouden zweren,„ om ingevolge landregt'te handelen." Inzonderheid heeftdeze Landbrief betrekking op de doodflagen en wondingen;voorts dat men niemand zal mogen vangen, die in den landegezeten en gegoed is enz.Hij Rilde voorts na vele aangewende moeite, op ene gelukkigewijze, een verfchiikkelijk oproer, door de Arkelsgezin*den te Utrecht aangeregt, en na zig kloekmoedig uit de moeilijkheden,hem en 't Stift, door de Hollandje beroertens^ onderGravin JACOBA aangedaan , gered te hebben , is hij den9 oct.ber des jaars 1423, op het fiot te Vollenhove in Overijsfeloverleden, na dat hij het bisdom ruim dertig jaren agtercen,loffelijk hadt beftierd; en hij is te Utrecht in den Dom aande zuidzijde van bet koor, op ene plegtige wijzebegraven.


KLANKHOF. (JAN TEUNISZ.)X*|yen, L. DE CASTILLION, Ckron. Sact. Belg. BEKAHEDA, Hifi. Ultraj., cum mis BUCHELII; ia HEDAM. pag,465-277. G. DUMBAR, AndeB. Tom. II. p. 380. C. SCHO­TANUS, Kerk. en IVereidl. Gejchiedenis van Friesland, bl. 202.VAN HEUSSEN, Kerk. Hifi. en Ouah. L D. bL 283, 284. K.BURMAN, Utrechtje Jaarb. L D. bl. 55- 83- 138. 277-279-J. W. RACER, Overijsf. Gedenkft. III. D. bl. 113-118. VII. D.bl. 112. WAO., Vad. Hifi: III. D. bl. 333, 334- 492. M.WINHOFF, -Landr. van Auerisjel, druk van 1782. met aant. vanJ. A. DE CHALMOT, bl. 187. aant. (63).BLANKHOF (JAN TEUNISZ.), Konstfchilder, is geborente Alkmaar, op koppertjes-maandag van het jaar 162H , de vaderons onbekend, doch de moeder was aldaar Rads vroedvrouwgeweest Zijn eerfle leermeester in de teken- en fchilderkonstwas AREMT TEERLING, aan wien de bijnaam vanSinceer' was gegeven ; en fehoon deze op de naamlijst van de ,Alkmaarfe Konftenaars als meester Raat aangetekend, fchijnthet egter, dat hij in die tijd een van de geringde der broederenzal zijn geweest, en meerder gebruik van den verwkwastmaakte om zijn kost te winnen, dan het konstpenfeel daartoe te be/Jgen. Hoe 'took zij, BLANKHOF veranderde fpoedigvan meester, en geraakte bij PIETER SCHEVENBURG, en vandaar bij den meer bekenden Konilenaar CEZAR VAN EVERDIN-GEN, teffens ook lesfen nemende van GERRIT DE JONG; hier'vorderde hij door konstijver aangevuurd, zo ver, dat hij opeigen wieken kunnende drijven, en door reislust geprikkeld,zig naar Rome begaf, daar hij twee a driemalen op verfchillendetijden is geweest. Wel dra geraakte hij hier in het gezelfchapder Bentvogels, die hem JAN MAAT doopten, en bij die5aam is hij ook best bekend bij de konstminnaars der zeefchildjerijen.JAN MAAT was los en vrij ongebonden van leven, insgelijkslos in 't fchilderen, waar door zijn aart die woelig was zijnpenfeel tot vaardig fchilderen gewende; ook hebben de Konstkennersopgemerkt, dat wanneer hij meerder moeite aanwende,


izS BLANKVOORT. BLANKWALT. QUSTUS)de, om-zijn werk uitvoeriger en meer gepolijsttedoen voorkomen,als dan die geestige losheid en Route trekken daarin met gevonden werden.ftrandgez.gt,Een van zijn beste Rukken, is eendat buitengemeen kondig en natuurlijk is gefchilderd;de zwalpingen of overbuitelende rolling der ebbendeen aanvloeijende zeegolven op den oever, is daar verwonder-Jijk fehoon en levend in vertoond.Buitengemeen wispelturig van aart was BIANKHO* dit maakteook dat hij genoegzaam geen vast verblijf hadtenhij zi*m het voorjaar van 1669 onder anderen op de vloot bega*die tot ontzet van Kandia, onder 't beftier van den Graav VANWALDEK, was beftemd.In 't jaar 1074, bevond hij zig teHamburg, en hij moet korte jaren daar na overleden—— A. HOUBRAKEN, Schouwb. II. D. bl. 198--200.zijn.BLANKVOORT, is de naam van een zeer oud adclijk geflagtin Overijsfel, dat reeds voor verfcheidene verlopen'eeuwenin genoemde provintie is beroemd geweest, en grote mannenzo-in de raadzaal, als krijgsdienst heeft opgeleverd; dandoordien het mannelijk oir hier van is uitgeflorven, zullenwij 'er niet verder over uitweiden.BLANKWALTCJUSTUS), is geweest Licentiaat in degodgeleerdheid en Kanunnik te Antwerpen; men befchrijft hemals ongemeen afkerig te zijn geweest, van a'Ie uiterlijke pragten opfchik; dit fluit egter geene zindelijkheid uit, maar onzeBLANKWALT was daar bij morsfig, en een ongemeen 'flordfgheertje,ten aanzien van zijne kleding en huishoudelijk betwind;cn fehoon onrelnigheid, ingevolge het gemene fpreekwoordgeene heiligheid is, wordt egter deze knaap , als buitengemeengodvrugtig befchreven, daar bij onvermoeid in hetftuderen.Hij ftierf te Antwerpen den 19 maart 1600, cn wierdtin de kathedrale kerk aldaar begraven; na dat hij in 158Sdoor den druk hadt gemeen gemaakt het volgende Voortbreng,zei zijner lettervrugten : Modus placandce irce Divina;, hoe tumtihtuofo tragico temporc. in 8vo.J. F. FÓFFENS, Bibl, Belg. p. 783.F. SWEERTII, Athen. Belg.BLAN-


BLANSAART. (ABRAHAM en JAN)V 2ffBLANSAART (ABRAHAM en JAN), geboortig van Lei]*den, waren in 1623 medepligtigen in den beraamden moordvan Prins MAURITS; doch horende dat deze roekeloze aanflagontdekt was, namen zij de vlugt uit Holland, en kwamenover Vollenhove te Grol, toen ter tijd door de Spanjaards bezeten;doch de vrees dat deze hen mogten vatten en losgeld afpersfen,deedt hen naar Vollenhove te rug keren, van waar zij doorFriesland en Groningen naar Delfzijl, en vervolgens naar Embdentrokken, daar zij des nagts in de herberg den Helm diepen,en 's anderendaags den 18 februarij een wagen namen,om naar Stikhuizen te rijden; doch een nieuwe angst, zo eigenaan fchuldige gewetens, voerde hen naar Embden te rug; alwaarzij ene andere herberg namen, en door hunne ongeftadigheiden vrees, nog dien zelvden dag in lijden geraakten.Eerst hadden ze den waard gezeid, dat zij drie of vier dagendagten te blijven, en hem teffens een goede middagmaaltijdbefteld; maar terwijl die in gereedheid weidt gebragt,fpraken ze met een' fchipper, die naar Bsjonne in Frankrijkmoest,-hem vragende, cf hij hen niet te Galais, of te Dsuvresaan land zetten kon; middelerwijl verliepen ze de maaltijd,voorgevende ergens in de ftad genodigd te zijn. Van dit gefprekmet den fchipper kreeg de waard kennis, en hier opvermoeden, of zijne gasten ook mogten fchuldig zijn, aan denaanflag tegen den Prinfe VAN ORANJE; en dit vermoeden vermeerderdegrotelijks, toen zij, terwijl hij over tafel zat, inallerijl kwamen vragen, wat zij verteerd hadden, cn, bevendeen bedeest, zo veel voor elk betalen wilden, als hijvoor allen gevorderd hadt; welke verbaasdheid ontdaan was,op zijne vraag, waarom zij nu naar Frankrijk of Engeland wilden? Hij gaf dan den Schout kennis van zijn vermoeden,en deze, hen waarnemende, toen zij ter deure uit gingen,verzogt hen, met hem, bij den voorzittenden Burgemeesterte willen gaan. Op deze vraag, ging ABRAHAM BLANSAARTterdond door; doch JAN zeide, dat zij .nog twee of drie dagente Embden bleven , en dan bij den Burgemeester komenWilden; gaande hier op voorts naar den Helm, zijne eerfteIII. DEEU. I her-


BLASERE. (JAN) BLASIUS. (ABRAHAM)herberg; doch hier werdt hij door den Schout bewaard, rogtwee- uren, na, den middag, wanneer JAN VAN STAPPEN, Majoorvan. Groningen, en een. Bode van 't landfehap, met den,voerman., die hen naar Delfzijl hadt gebragt, op enig vermoe,der^ door. de Regering van Groningen afgezonden, te Embdenen, aap det} :Helm kwamen. JAN BLANSAART, dit volk en denvoerman ziende, beleedt terftond, de man te zijn dien menzogt; zijn broeder werdt wat later in een andere herberg gevonden, daar hij gekleed te bedde lag; deze zig gevangen ziende,verzogt terRond, dat men GOD voor zijne-ziel biddenzou. Zij bleven te Embden, in bewaring tot den 22ften, wanneerzij te fchepe.naar Amfieidam, en voorts naar 's Hage gevoerd;werden, daar zij den 2 7llen aankwamen; en tot den4. meij- in. de gevangenis vertoefden, toen hun de dood aangezeid;werdt, zo onverwagt, dat zij geene andere rekeningmaakten, of zij zouden eerstdaags geflaakf geworden zijn,wapende, dat het voornemen welke zij zeiden gehadt te.hebben, om den aanflag te ontdekken, voor de ontdekking zelvegenomen zou worden. Zij werden verklaard de misdaad vangekwetfte hoogheid begaan te hebben, en hierom ten zwaardeverwezen, met- verbeurdverklaring hunner goederen, welkvonnis, ook des anderendaags aan hen wierdt uitgevoerd, enyoorta de. lijken begraven.Sententie van ABR. en JANBLANSAART. ffc. gedrukt in 1623. BAUDART, Mem. XV. B,bl-. 36, BRANDT, Hifi. der Reformatie, IV. D. bl. 960--964.^A.G., Vad; Hifi. X. D. bl. 451-456. 461-467. 469-477.BLASERE (JAN), Raadsheer in het Hof te Mechelen,-.gierde door den Landvoogd ALVA in 1567, tot lid van den,Raqd der Beroertens, met regt naderhand de Bloedraad genoemd,aangefteld. WAG., Vad. Hifi. VI. D. bl. 251.,BLASIUS; (-AiBRAIIAM), Medicijne Doktor, een zoony^n. GESARD, BLASIUS.^ wierdt geboren te. Amfieidam, in 1650;afe zijn, yader-, leide, hij., zig inzonderheid: op de prak-.


BLASIUS. (GERARD) BLASSIERE. (J. J.) Ï 3Tuitfiag in zijn vaderftad, omtrent het einde van de laatstverlopeneeeuw. Hij heeft uitgegeven: JOBI a MEEE'REN , Chir.Amjl. Objervationes Medico-Chirurgica;, ex Belgico in Latimnntranslatie ab ABR.BLASIO. Amjl. 1682. in 8vo. Dit zelvde werkhadt hij reeds te voren in het hoogduits vertaald , zijnde teNnremberg gedrukt in 1675. PAQUOT, Mem.'litter. Tom.XVII. p. 233-BLASIUS (GERARD), Meditijne Doktor, een zoon vanLEONARD BLASIUS , zag het eerfte levenslicht te Oostvliet, eendorp in het land van Cadjant, omtrent den aanvang van devorige eeuw.. Na de gewone letteroeffeningen volbragt tehebben, ging hij ten einde de Iesfen van GASP. BAKTHOLINÜSte horen naar Koppenhagen, in de geneeskonst ftudeien, enkwam vervolgens te Leijden, om zig verder te bekwamen,alwaar hij ook tot Doktor wierdt gepromoveerd. Waar na hijzijn verblijf te Amjteldam nam, aldaar zijn konst uitoeffende,en in i65o ftads Doktor wierdt, ook benoemde hem dc Regeringkorten tijd daar na, tot Doktor van 't hospitaal, en Eibliothekarisvan de Rad. In 1682 wierdt hij lid van de KeizerlijkeMademie van Natuur en Konst, en nam 'er den naam aan vanPODAI.TRJUS SECUNDUS; dan zeer kortRondig was het genot dathijvan deze eer ondervond, doordien nog dat zelvde jaar, dcdood een einde aan zijnen ver gevorderden levensloop maakte.EI.ASIUS hadt een goed gedeelte van zijnen tijd befteed, omde werken van enige fchrandere Geneeskundigen van zijnentijd in 't licht te geven; ook hadt hij 'er enigen van zijn eigenmaakzel door den druk gemeen gemaakt. Van beiden,vindt men de optelling bij PAQUOT, Memoir. litter. Tom.XVII. p. 222-233.MANGETI, Biblioth. Script. Medicor.Tom. I. p. 318, 319.. GEORG. MATTIO&, Corjpe&us HijiorhzMedicor. p. 805 , 806..BLASSIERE (J. J.), Phil. Doel:., lid van verfcheidene geleerdeGenoolfchappen, en Onderwijzer in het fligting-huisde. vrouwe van R.enswoude, overleed in 's Hage den 8 decembei1791, na ene langdurige ziekte, in den ouderdom van 5$'l 2,yi-


IS* BLAÜ. QERONIMUS of HIERONIMüS" DE)faxen en 6 maanden.Hij heeft gefchreven en door den drujfcgemeen gemaakt: j. 0S«Möuegiii$eIcn her löcrfctuinfemcie /•Kt pL ïfage. 1764- m 8bo. 2. tfttfyBegingen öer EcfmwNtlpe. JïCttCfö. 1769. itl 8bo Awri- * Lennbode VilD. bL 195.BLAU (JERONIMUS of HIERONIMUS DE) , Burgemeesterte Leeuwarden, een kleinzoon van KEYN DE BLAU, die den• 4 april 1633 & den ouderdom van 78 jaren te Coeverden, al*Eommandeur van die vesting is geftorven, en benevens zijnehuisvrouw ANNA HAKDENEERG ook aldaar is begraven; zijn vaderwas GERAKDÜS DE ELAÜ, Advokaat voor 't Hof van Friestand,en zijne moeder AUCKJEN POLMAN, dogter van den AdvokaatAUGÜSTINUS POLMAN, uit een aanzienlijk Drents geflagtgefproten. Hij wierdt geboren in 1616, en na zijnen klasfie.ken en akademffën loop voleind te hebben, wierdt hij tót Dr.in de Regten gepromoveerd, en den 20 april 1637 als Advokaatvoor 'tHof van Friesland géimmatriculeerti trouwde nogdat zelvde jaar met GEESKE BROUERIUS van Zwolle, bij wie hij7 kinderen heeft verwekt, en welke in ociober 1665 is overleden.Eerst is hij geweest Penfionaris der fteden Leeuwardenen Harlingen, vervolgens op den 18 januari] 1664 tot Landfchaps-Advokaataangefteld; den 22 oftober 1C72 verkoor menhem tot Raad in de Vroedfcbap te Leeuwarden, terwijl hij aldaarzedert den 1 januarij 1670 Burgemeester was, en ook in1672 Volmagt ten Landsdage; door welke laatfte hoedanigheidhij in de verpligting geraakte, om wegens de ftad Leeuwardenals Prefident te fungeren , in de aangeftelde kommisiie of vergaderingvan extraordinaris Gecommitteerden tot de Reformatie,uit alle de Reden van Friesland, in feptember 1672 teLeeuwarden op het raadhuis gehouden. Het vei handelde aldaar,vindt men omftandig vermeld, bij S. SYLVTÜS, Vervolg opAITZEMA, Zaken van St. en Oorl. 1. D. VUL B. bh 565-577;en welke onaangenaamheden BLAU en zijne Mede-GecommitteerdeG. LIAGIUS , daar over hebben ondergaan, is vermeld ineen boekje, te Leeuwarden in 1673 gedrukt, tot tijtel'voerende:


35LAU. (QTJffiYN DE) 133ie: SfrjéparRe 'Iba rfyest / fee itobigc cn imcïtte amtopttgc}'Ijoe Sanfitorhjfc öe craat / cenige uit ïie tembfcljnp /r.\ etepr-sfcnta '25cbv1Dcölierai ban Setfewtat/ trattcrtoïjatc «Scfcironitteerlwi en;. SnsefKIt toog -G. HAGIUS. Hier:in leest inen onder anderen: „ dat de dwers.angen tegen vre-„ d,e en eenigheid, den here DE BLAU in zijne zieJue zod. nig,, tot aan het harte bedroefden, dat om menfchehjker wijze ;te„ fpreken , zulkseen oorzaak van zijn dood zoude zijn geweest."Hij overleed den 13 december 1672, oud zijnde 56 jaren-enjuini 10 maanden; en liet een testament na, niet naar keizerlijkewetten gemaakt, maar naar bet regtder volkeren, ff ft*'Cundum L. 21. ff. ex imperfelto, ff out ft. Quod fine C. de Te stam.wtquc est in L. uit. C. de famil. ercifc., zo a'6 hij de2e wetten«daar in aanhaalt. Uit deze laatde wil, zijnde van-den 17 feptember1670, blijkt ten k.aarden, welk eken zagtzinnigen eavreedzamen inborst hem bt;hee,ste, de uitmuntendfte zede-Jesfen, vermaningen en zegeningen daar in , aan zijne kinderennalatende. BLAU is een geleerd man geweekt, geen onêrvarcj•Hegtsgeleerde, en maakte ook een goed latijns vers, blijkensliet door hem uitgegeven dukje, tot tijtel voerende: önerimonia\ff Deprecatio, quibus perpeiratorum crimnum non defenfie., [ei•ignofcendi cupidites, .ff gratia .postulatio continetur, noraine om-••mum veré pcenitentium, pestilenti liac ac calamitofa tempeflate-, effvfcsab HIER. DE BLAU, Cur. Frif. .Adv. Penfion. Leov. ff EcclefiSen. Leov. 1.656. R. NEUHUSII., Talia. Alcmav. 1664.'Tom. I. p. 292. 440. Tom. H. p. 522. A. FERWERDA, Metderl.Geflagt-, Stam- en tVapenb. I. D. druk van 1785.B L A U (QUIRYN DE)., Raadsheer in het Hof mnMeslmd*was een agierkleinzoon van den bovengemelden, en hadt totvader HIERONIMUS DE BLA-U., die eerst geweest is MonRet-Kommisfaris van Friesland, vervolgens Vroedfchap en Btrrgemecsterte Leeuwarden-, later Secretaris van de provintiale Rekenkamer,en na dit ambt geiehgneerd te 'hebben» Sn ,1730,,Vroedfchap en Burgemeester sriardl der ftad 'Sneei, :alwaar ib^jbet volkomen bedter uitoefiende, en in die 'gnaiiteit "sseei-5 3


134 BLAU. (QUIRYN DE)vuldige provintiale en generaliteits commisfien heeft waarnomen;z.ijne moeder was MARIA JOHANNA VAN BRUNSVELT,dogter van TIIEODORUS VAN BRUNSVELT, Secretaris van de movintirieRekenkamer van Stad en Lande. QUIRYN wierdt geborentsBergum, alwaar zijne ouders destijds hunne b itenplaat.hadden, op den 28 augustus 1726. Na de fcholen doorlopente zijn, Rudeerde hij tsFraneker, en wierdt aldaar den 22 -april1746 tot Doktor in de regten gepromoveerd, en den 7 juljjdaar aanvolgende tot Advokaat voor den Hove van Frie landgeimmatriculeerd. Den 20 meij 1747 wierdt hij aangefteldtot Penfionaris der ftad Leeuwarden, vervolgens op den 3r december1749 van de ftad Workum, den 9 november 1752 vande provintiale Rekenkamer, en den 8 april 1755 van'de ftadHindelopen; voorts wierdt hij op den 28 feptember 1762, bijvrijwillige refignatie van EDUARDMARIUS VANBURMANIA, doorde Staten van 't kwartier van Oostergoo aangefteld, tot'Raadordinaris in den Hove van Friesland, welke zwaarwigtige posthij met alle getrouwheid heeft waargenomen tot aan zijnen' dood toe, welke voorviel in het jaar 1780. In 't jaar 1750op den 9 augustus, huwde BLAU te Groningen, met BOUWINAJOHANNA VAN BULDEREN, bij wie hij vijf kinderen heeft verwekt,en welke geftorvcn is den 20 april 1798, in den ouderdomvan ruim 75 jaren.Onze Raadsheer was een geleerd man, grootregtsgeleerdeen vlijtig beoeffenaar van velerleije wetenfchappen, daar bijongemeen werkzaam. Hij bezat een door eerlijk karakter,was een getrouw vriend, Rond een ieder gaaine met raaden daad bij, was een voorflander van ongelukkigen, en daarbij zeer liefdadig jegens den armen; in een woord, hij zoudeeen allerbeminnelijkst karakter opgelevert hebben, ware hetniet, dat hij ongemeen driftig van aart was geweest; als hijdagt verongelijkt te worden, viel hij op ene verregaande wijzeuit, zonder in zijne oplopenheid wie het ook mogt zijn te ontzien,waar door hij zig meermalen onaangename ontmoetingenheeft op den hals gehaald; dan dit gebrek wierdt egterdoor zijne edelmoedigheid gelenigd, en zijne vlaag van drift\uts


'BLEEK. (R))-ï$swas niet over - , of hij hadt deerlijk berouw*, hüstérdè 'dfnIgaime naar -eden; en overtuigd zijnde 'ongelijk : te'hebben',(chroomde bij niet zulks aan dèh beledigden tè belijden*, "én'hein zelvs "enchoning te vragen ; voorts was hij in'geiien'defe'haatdragend tegens de genen diè hem verongelijkt hadden.Zijn jonger broeder THEODORUS BRUNSVELT'DE BLAU, gebÖ»:ren tc Leeuwarden, den 23 october 1729, wierdt na zijne akadem'Teliudien zo te Franeker als te 'Utrecht voleindigd te'heb-'ben, in net jaar 1755 'met groten lóf Proponent, 'en den -i§'oótober van het zelvde jaar tot Predikant 1 te Ou'efchooi bevestigd;van daar in junij 1756 naar Amersfoort : -beróepen*, 'én'ten jarè 1758 tot Predikant in de gemeen tè te 'GrMrig'éh--,doende aldaar zijn intrte-prcdikatie den 24 decefnber'; ; alwaaï:'hij ook nog als óudfté Herder en Leraar,'niet érien 'onverrrioèl';den ijver en vurige liefde, zijné hem aanbetrouwde 'kudde 'té'beftierende.'s Mans bekende zedigheid, weerhoudt ons "zijdeVerdere beminnelijke h edanigheden, die hem met het groente-règt zo geliefd en dierbaar bij zijne gemeente maken, 'tè'vèft'melden. Hij huwde den 10 juüj 1759 te Amfteldam^vnst 'MhikVISSCHER , geboren den 10 feptember 1729, onlangs'óverïuli::.'BLEEK (R.), Konstfchilder, "wierdt in Ï670 in 's'Èagè'geboren-, zijnde zijne ouders deelgenoten van het : nèderutitfè'fchouwburg in die hofplaats, die hem ook dat natuurlijk Üfrj'tot Toneelfpeeider zogtcn op te kweken-; doch 'dè 'jonge'hadt 'er weinig lust toe, en wilde liever een Schildér wordèn--,:als hebbende een matuurlijk'e'geneigdheid voor die edëlè kèfiftj;'ook befteèdde hij al dèn tijd dien hij kost uitbreken', met Véélijver 'en n'aarftigheid, om eerst bij 'NIKLAAS HARING, 'srt Vffia'volgens bij THEOD. VAN DER SCHUUR, te leren tekenen."GroïSbehagen hadt hij in het hiftöriefchilderen*, 'en öeftendë zig tefi'dien einde op het akademie naarftig naar liet 'léven*, maaV 9fe'zwaarwigtigheid van 'dat gedeelte dei-konst . en de ruimè 'üj£'dié 'er 'vereisch't wordt 'om daar 'een 'meestér In "tè wordcnvfcfrn-tëh hem eendeels 'van 'dat voornemen af; het geeii Vo--rr>"door zijn vroegtijdig, huwen, waar door zijne 'disgenöfèn tèéefi %Hts


BLEEK. (M.)aangroeiden als zijne winflén, ten enemalen agter de bankraakte; des begaf bij zig aan bet portraitfchilderen, in hoopvan met dit gedeelte der konst, meer voordeel te zullen doendochzulks ging in den Haag zo vlot niet, als hij wel wensch'te, en dit was de reden dat hij naar Engeland vertrok, om aldaarzrjn geluk te beproeven; zig te Londen neergezet hebbende,raakte hij onder de Duitje kooplieden bekend, daar hijveel portraitten voor fchilderde. Deze engelje reis heeft hijdikwils herhaald, latende zijne viouwe zo als hij voorgaf, omhet duur leven te Londen, in den Haag blijven, doch de 'warereden beftond daar in, dat het een onvergenoegd en potigwijf was, zodanig zig de Ridder HOOPT, ten aanzien van AM-KA VAN SAXEN uitdrukt, zie ons I. D. bl. 284.Lr het jaar 1695 of 1696, was de reis naar Londen voor hemzeer ratnpfpoedig, xvant met de paketboot willende overR-ken,wierdt dezelve aangetast door enen Franfen kaper, en zig nietwillende overgeven, maar dapper verwerende, kreeg zij naenige fchoten over en weer, een kogel onder water, die zovinnig trof, dat zij met man en muis die niet zwemmen konden,zonk. BLEEK, die nevens anderen die konst verftond,hield zig met hen boven, en zwom naar het kaperfchip toe,maar het fcheepsvolk, even als waren het woeste enivrede tijgers; Riet en floeg die arme zielen van boordf tot datliet grootfte gedeelte verdronken of dood geflagen was; nadat dit afgrijsfelijk fchouwfpel langer dan een uur hadt geduurd,en BLEEK, die goed frans fprak, daar bij roomsgezindwas, cn onder zijn bidden en fmeken om lijfsgenade, alle dehem bekende Heiligen aanriep, fchcen, zulks de verfteendeharten van deze monfters te vermurwen, en hen te bewegen,om hem benevens nog twee of drie andeien , uit het zilte natop te nemen, en van enen anderzints gewisfen dood te verlosfen.Dus bragt hij te nauwer nood het leven van dezen hachlijkentogt af, en kwam naakt en berooid te rug in 's Hage;daar hij ditmaal maar kort verbleef, en zonder door zijnenrampfpoed afgéfcbrilt te zijn, wel dra dc reize 'vast Engelandhervatte. Her verbleef hij tot in 1705, wannéér hij op nieuwnaar


BLEEK. (R.) ï37inaar Holland overdak, en ditmaal wel een jaar in 's Hagevertoefde, gedurende wélken tijd hij een uitmuntend fchoorfteendukvoor den Griffier FAGEL fchilderde, en enige portraittendie uitgelezen fehoon waren; hiei op ging hij Londenweder opzoeken, en deedt nogmaals, doch voor de laatftereize een overfprorg naar 's Hage, daar hij ditmaal vele portraittenfchilderde, en onder anderen, dat van den KonstfchilderROEFEL, 't welk buitengemeen wel getroffen, en inalle delen yitmuntend fehoon uitviel, hoe wel zig het origineel,gants niet voordelif- voor een i.ondenaai opdeedt.Eindelijk vertrok hij met zijn gantfe huisgezin naar Londen,daar hij tot zijnen dood me verbleven is, en alwaar de KonstfchilderJOHAN VAN GOOL, hem in 't jaar 172? welvarendevondt, en hoorde dat zijn penfeel hem ruime bezigheid verfchafte,en hij met portraitfchilderen veel te doen hadt, zodat hij zijn beftaan daar ruim won, en 't geen zijn noesteijver hem bezorgde, fpaarzaam verteerde. Toen ter tijd hadthij reeds twee dogters uitgetrouwd, waar van de ene meiGEORGE DICTRV, een koopman, voordelig aan den man wasgeraakt: nog hadt hij enen zoon, die mede een kondig Portraitfchilderwas, op zig zclven woonde, en geheel en al naaideEngelfe zwier, dat is, vrij luisterrijk, leefde.Onze*BLEEK leefde integendeel zeer afgetrokken , zag weinig•menfehen, en kwam op geene gezelfchappen, dan alleen,daar hij een groot liefhebber en kundig beoeffenaar der muzijkwas, opeen wekelijks concert; en niettcgenftaande zijne huisvrouw,door haar wrevelig en nors humeur, zijn leven ingeenen dele vervrolijkte, droeg hij deze vreesfelijke huisplaagmet geduld, en toonde zig onder zijne kinderen met een vrolijkdeuntje te fpelen, vermaken. Voorts was hij bij uitReknaardig en fpaarzaam, daar bij een braaf mensch, die doorallerlei geoirloofde middelen het welwezen van zijn huisgezintragtte te bevorderen.J. C. WEYERMAN, Leven derKonstjchilders, IV. D. bl. 254. J. v. GOOL, Memvs Schomvk,dsr Nsd. KmstJcMld. t D. bL 374-378-I 5BLEIS-


jfSÏBLEISWYK. (DIRK VAN)BLEISWYK (DIRKVAN), gefproten uit een voornaamHollands geflagt, wiens voorzaten van onheuglijke tijden af;in de ftad Delft-, méde zijne vaderftad, de aanzienlijkfte regeringspostenhebben bekleêd.Hij wierdt geboren in 't jaar-1640, leidde zig vroegtijdig op de beoeffening der fraije letterentoe, en ftudeerde ten dien einde onder de geleerdfte mannenvan zijnen tijd, eerst te Leijden en vervolgens te Utrecht;waar na,hij zig aan 't reizen begaf, en alle de plaatzen vah'deXVII JVederlandfe provintien bezogt, en met grote nauwkeurigheidhet merkwaardige daar van opmerkte. Te huis gekeerd, was zijn voornemen om ook verder afgelegene gewestefite gaan bezoeken; dan hier in wierdt hij verhinderd door eefizware krankte, die hem aangreep en tot den rand van hetIgrsf bragt; na een langdurige zukkeling herfteld zijnde, veranderdehij van gedagten, en nam voor, zijne vaderftad met•al "t merkwaardige 't welk de gefch ledenis daar van oplevert-,te befchrijven. „ Hier toe ftond ook voor den Here BLEISWYK„ meer gelegendheid open ," getuigd de Eerw. A. PARS , „ alsi, voor vele anderen : dewijl dat zijn Ed. de voorregten, Ver-„ fcheide oude keuren, inzettingen, 'en andere oudé ftukkeh„ en gedenkfchriften, uit handen van zijn voorouders, met„ veel lof in de regering Van deze ftad en ftaat, ontvangen-,„ onder hem hadt berustende , en door verfcheide eerambten„ toegang tot vele geheimè papieren, enz." Dit heeft hij'ook loffelijk ten uitvoer gebragt, en 'aan het nageflagt ene bè-•fchrijving vanDelft overgelaten, die zo wel in nauwkeurigheidals uitvoerigheid, voor geene ftedebefchrijving welke het lichtziet, behoeft onder te doen, maar zelvs de meesten overtreftzijndedit thans zo zeldzaam Werk, gedrukt te Delft in hetjaar 16674-t°-, en met een goéd aantal fraije prenten verkiert.Ook hebben vele Digters dit werk tot een onderwerpvan hunne lofverfen genomen; ais onder anderen, JOACH.'OUDAAN , NIC HEINSIUS, DAN. F., THOM. MUNKERUS ,VOLK.*B OOSTERWVK , Jon. VAN OUDENHOVEN , benevens de doorhare geleerdheid -zo geroemde Dordfe juffer MARGAR. GODE-WYK,, welke 'ér dit vierregelig vers -op heeft vervaardigd:


BLEISWYK. (KLAAS VAN) BLEISWYK. (JAN VAN) 139Cemite pad ar 0 calamo depingere Delf urn,Moenia, Fata, Duces parva papyrus habet,Qui Patriam cekbrat, justo rcoderamine fieüit,Sttb tali merito Conflde civis ovat.In 1729 kwam 'er ene befchrijving van Delft fn folio ia't licht, bijeen gebragt, zo als de tijtel getuigt, uoor verfcheideneLiefhebbers en Kenners der Nederlandfe Gudlieden, daar toebewogen door de fchaarsheid van de bovengemelde; en fehoonbier niet alleen alles in wordt gevonden, dat BLEISWYK heefttelboek gefield, maar behaive: dat nog vermeerderingen daarzijn bijgevoegd, wordt egter de eerstgemelde van de Boekbeminnaarshet meeste geacht, en doorgaans op de verkopingenvoor een zeer hogen prijs verkogt.Uit het randfehrift, om het afbeeldzel van dezen Gefchiedfchrijverftaaude, 't welk in zwarte konst uitgaat, blijkt het^dat hij in 1671, in den ouderdom van 30 jaar is overleden.Welke fchone letiervrugten hadt men van dit fchrander vernuftniet kunnen verwagten, indien een ,uitgeftrekter leeft'jdbem ten dele was gevallen? D. v. BLEISWYK, Befchrijv.van Delft. Voorred. A. PARS, Naamrol van Batav. enHoll. Schrijvers, bl. 166, 167.BLEISWYK (KLAAS VAN)- geboortig van Delft, uit hetzelvde geflagt als de bovenffaande; was een geleerd en deftig•man, die in de XlVde eeuw leefde. Hij is geweest Kanunnikvan 't kapittel van Hogelande of St. Bancras, te Leijden, inge-Re ld in 1366, volgens getuigenis van JOH. GERERANDÏ A LEI-DIS, GOUDHOEVEN, BOXHORN en ORLERS; ook was hij Doktorder kanonikale of geestelijke regten, hebbende zeer veel toegebragttot de fcigtinge van zijn kollegie ter eere van ST. PAN-CRAS, waar van hij ook het leven op geen onaartigen trantheeft befchieven, dat aldaar ook vele jaren onder de kerkboekenis be.waard gebleven. ——• D. BLEISWYK, Befchrijv.van Delft. bl. 753, 754.BLEISWYK (JAN VAN), Priester, wierdt geboren te Delft*


H° BLEISWYK. (PIETER VAN)den 3 november 14s 3, en heeft zig door zijne geleerdheid-beroemd gemaakt.In zijn jeugd heeft hij veel gereisd, inzonderheidm Frankrijk en Spanjen, en kwam van deze toetenweder te huis, den 27 feptember 1507.Hij is overleden deas 5 augustus 15ÖS, den hogen ouderdom van 82 jaren hebben,de bereikt, en den loffelijke^ roem nalatende,van een opregtvioom en godvrugtig man te zijn geweest, goedaartïgen minruelykvan karakter, zoekende te betragten 't gene hij leerde.Hij heeft een werkje nagelaten, tot tijtel voerende: ©an oeMcijnacötinsc bc? öjöenjften tigftböntfj waar in hij op eenernftige en geestige wijze aantoont, het belachgenswaardigevanzodanige meniehen, die dag en nagt met een onophoudelijkedrift zwoegen en woeien, om fchatten te verzamelencn voor een kortentijd een overvloed te genieten, waarvan tog niemand leeft. D. BLEISWYK, Befch-ijv. «»Delft. bl. 771, 772..B ]; E I S W Y K (p 0, RaadpenflonarlsvanJf^i.J Sgeneren te Delft in het jaar ,724,a f thet zelvde aanzienlijkgeflagt als de voorgaanden. Van zijne vroege jeugd af aanontwikkelden zig r eeds bij hem de grote vermogens van zijnengeest, en vroegtijdig gaf hij zijne zagt voor geleerdheid, konstenen wetenfchappen te kennen. Zeer geoefend in de talenen letterkunde, beoeffende hij zig aan het Hogefchool niet alleenm de ftaatkunde en regtsgeleerdnéid, maar inzonderheidook in de wis- en natuurkundige wetenfchappen, waar van hg20 jaren oud zijnde ene voortreffelijke proeve gaf, door zijneuitmuntende latijnfe verhandeling over de Dijken (Disfert deAggeribus), welke hij te Leijden in i7 4 4,m e tgroten' lofopenlijk verdedigde. Deze verhandeling, welke in dien tijdgeheel nieuw was, heeft nog tegenswoordig hare uitrekendeverenenden, en is voor weinige jaren nog waardig gekeurdom m het hollands te worden vertaald. Na een geruimen tijdden post van Penlionaris in zijne vaderftad te hebben bekleedwierdt hij op .aanbeveling van den Erfftadbouder den ?8 novemberi? 7 2, door de Staten van Soüand toi Raadpenfioraris


BLEISWYK. (PIETER VAK) 14*over dat gewest benoemd ; welke zwaarwigtige bedieningBLEISWYK oirdeelde te moeten aanvaarden, mits de Statenhem de drie volgende voorwaarden vergunden, i. „ Dat het„ ,hem geoirloofd zou wezen , om zig van dit ambt te ontflaan„„ wanneer hij gedurende het bekleden van 't zelve, zulks„ mogt goedvinden. 2. Dat hij den eed op de inftructie hem„ overgeleverd zou mogen doen, op de zelvde wijze, als de„ vorige Raadpenfionarisfen gedaan hadden; naamlijk, dat hij„ zijne inftructie zo nauwkeurig na zou komen, als een eerlijk„ en trouw Minister die kon nakomen, en als de vorigeRaud-„ pcnfionarisfen, en die, welken de nauwkeurigften daar in„ zouden mogen geweest zijn. 3- Dat hem zou vergund wor-„ den, het Curatorfchap van 's lands Hogefchool te Leijden,„ waar toe hij in den jare 1769 was aangefteld, temogen.„ behouden." Deze verzoeken op ene goedgunftige wijzedoor de hoge vergadering aan hem ingewilligd zijnde, werdchij door den voorzittenden Edele BENTINK in den eed genomen,en door dien zeivden Heer, uit naam der Riddérfchap,aan den nieuw verkoren Raadpenfionaris, volgens' oude gewoonte,de waardigheid van Penfionaris der Riddérfchap toegekend.Twee jaren later, namelijk den 18 november 1774,.werdc BLEISWYK ook op aanbeveling van den Erfftadhouder,tot Grootzegelbewaarder,als mede Stadhouder en Registermeesterder Lenen van Holland en Wat-Friesland aangefteld,door den dood van BENTINK opengevallen , die dezelven zederthet overlijden van den Raadpenfionaris PIETER STEYH had»bekleed.Den28 november 1777 de vijfjarige dienst van BLEISWYKals Raadpenfionaris ten einde gelopen zijnde, leide hijenderveelvuldige dankbetuigingen, dezen aanzienlijken post neder,mee volkomen onderwerping aan het befluit, het geen doorhunne Ed. Gr. Mog., bij derzelver befchikking, omtrent zijnperfoon, ten aanzien van de nu opengevallen bediening, ftondtgenomen te worden.De vergadering uitgegaan zijnde, verklaardemen, met eenparige ftemmen, 't genoegen en welgevallengenomen in zijn vijfjarigen dienst, zo ten aanzien vande


fraBLEISWYK. (PIETER VAN)de .zaken des Staats in 't algemeen, als van Holland en West.Friesland in 't bijzonder, en viel voorts de ket.ze, om bem opnieuw deze waardigheid op te dragen,'op den zelvden voetvan wedde en beloning, als hij'in 1772 was aangefteld; endat het hem zou vrij ftaan, om, wanneer hij gedurende zijnebediening mogt goedvinden,zigvan 'tgemelde ambt te ontflaan,'t zelve altijd zou mogen doen; dat het hem zou mogenvergund wezen te mogen behouden de waardigheid van Curatorvan 's lands Hogeichool te Leijden, alsmede, dat hij aangeziende bedieningen van Bewaarder van het grootzegel, envan Stadhouder en Registermeesterfchap der Lenen van hunEd. Gr. Mogenden, aan hem ongedragen geweest waren, uitbijzondere gunst en genegenheid tot zijn perfoon, deze ambtenzou blijven behouden, wanneer bij van het Raadpenfionarisfchapz.g ontfloeg, ofontflagen werdt, en het jaargeld van40-0 guldens, hem bij zijne aanftelling toegezegd, blijventrekken; o en gelijk dit toegeftaan was aan de RaadpenfionarisfenFAGKL, HEINSIUS, HOORNBEEK en STEYN. Verzogtzijnde, weder in de vergadering te verfchijnen, werdt hemhet genomen befluit onder dankbetuiging van zijne gedanedienften, medegedeeld ; en hij verzogt, dezen gewigtigenen lastigenpost, vijfjaren bekleed,,op nieuw te aanvaarden; waarop hij verklaaroe bereid te wezen, om zijn reikhalzende zugttot een leven, ontheven van 't gewoel en de beflommeringen,aan dit ftaatsambt verknogt, inteugelende, de verbintemsfen,waar onder hij, bij den aanvang zijner bedieninge,was getre en, te vernieuwen; gelijk hij deed, door den eed.af te leggen..In 1/82, op het tijdftip dat de twede vijfjarige dienst vanonzen BLEISWYK als Raadpenfionaris ten einde (helde; deedbij op den 1 november ter vergadering van Holland, het voor-Re!, om het pak dezer bedieninge in den fchoot van hunEd. Gr. Mogenden neder te leggen, ten einde het op jongeren fterker fchouderen mogt overgebragt worden, daar zijnekf'mmende jaren en afnemende lighaa.nskragten hem weinighope overlieten, om veel langer naar behoren, een last tekun--


BLEISWYK. (PIETER VAN). 143fcuflften torfcben, waar toe gelijk een zijner voorgangeren hide vorige eeuw, zig ter dezer vergadering hadt uitgedrukt,,, meer dan gemene vigeur en alle kragten van een gezond„ en fterk man vereischt werden." Ter eerstkomende Staatsvergaderingverzogt hij de opregte en hartgrondige betuigingvanzijn ernftig verlangen naontflag, in gunftige. overwegingte nemen.De Vroedfchap van Amfieidam hadt befloten den,Raadpenfionaris dit verzoek in te willigen; maar, ten bepaal •den dage bij hun Ed. Gr. Mogenden over 't zelve geraadpleegdzijnde, viel het befluit,VAN BLEISWYK andermaal te verzoeken,tot het weder aanvaarden van dit hoogwigtig, nu tienjaren door hem bckleede ftaatsambt; 't welk hij met het opnieuws afleggen van den eed, aanvaardde.BLEISWYK , die altoos de belangen van het Oranjehuis was.toegedaan geweest, zijnde ook, gelijk wij gezien hebben, dooraanbeveling van den Stadhouder tot de waardigheid van Raadpenfionarisverheven; fchijnt egter de maatregelen begunftigdte hebben, welke door een groot gedeeke der Natie tot behoudvan hare dierbare vrijheid verlangd wierdt, om namelijkhet buiten de palen gevende gezag van WILLEM DEN V,te beteugelen; dit zou men ten minften moeten befluiten uithet antwoord, dat hij in december 1786 de Gecommitteerdengaf, die uit naam van enige duizenden, zo uit de gewapendeals wagtvrije Burgers en Ingezetenen van Amfieidam, die hemeen dankaddres aan hun Ed. Gr. Mogenden gerigt, ter handRelden, waar in zij hunne erkentenis betuigen, over de befluitendoor de zei vengenomen, zo tot voorkoming van enenburgeroorlog, beveiliging der provintie van Holland en deRad Utrecht, als tot fuspenfie van het Kapitein-Generaalfcoapgenomen.Het antwoord van den Raadpenfionaris was vandezen merkwaardigen inhoud: „ Edele Geftrenge Manhafte„ Heren! Het is mij ten uiterften aangenaam, uit handen,, van ene zo plegtige deputatie, uit den Burger-krijgsraad der.5, magtige ftad Amfieidam,te, mogen ontvangen een dankaddres,„ getekend door zo, vele duizenden weldenkende Burgerenj, cn Ingezetenen derzelve ftad. Ik ben zeer gevoelig aan-


BLEISWYK. (PIETER VAN)» S e d a a n o v e r d e tl§k»n van vertrouwen op hun Ed. Gr;„ Mogenden, de enige wettige Souverein dezer provintie.'„ Ik zal de eer hebben aan uwe begeerten; te voldoen om„ 't zelve ter tafel van hun Ed. Gr. Mogenden te brengen» en tragten een favorabel befluit daar op te doen nemen.„ Ik zal zo veel in mij is in mijne minifreriele kwaliteit, mijn* eoédkeojjhg en genoegen déswegen betonen, en de Heren„ kunnen verzekerd zijn, dat ik alles zal aanwenden, dat„ zodanige verdere maatregelen genomen worden, als tot„ behoud van onze vrijheid en welzijn van het lieve vader-„ land kunnen (hekken."Toen 'er in feptember 1787 bij de aannadering der frulsfifchekrijgsbenden, beraadflaagd wierdt, om de Statenvergaderinguit 'sllage naar Amfieidam over te brengen, vindt men vermeldt,dat onze Raadpenfionaris ook druk bezig was, metop te pakken, en dat de Staten van Holland, vrezende dathij, met de zegels, naar Amfieidam mogt vertrekken, hemdoor vier Staten-Bodens deden bewaren.Op den 9 november dezes zelvden jaars, wierdt hij opzijn verzoek als Raadpenfionaris, als mede van de ambtenvan Grootzegelbewaarder en Stadhouder benevens Registermeestervan de Lenen ontflagen; met behoud van het penfioenvan 4000 guldens, hem bij zijne primitive aanftelling geaccordeerd.• Het febijnt ook, dat hij den post als Curator van's lands Hogefchool tot aan zijnen dood toe heeft behouden,welke voorviel in 's Hage den 29 oftober 1790, na denouderdom van 66 jaren bereikt te hebben. Toen aan dezenStaatsminister, de refolutie van zijn ontftag, door den HeerWASSENAAR VAN STERRENBURG in de volle Staatsvergaderingwas aangekondigd, nam BLEISWYK zijn affcheid met de volgendeaanfpraak.„ Daar het mij thans mag gebeuren , het lastig en drukkend„ pak mijner bediening neder te leggen in den fchoot van„ U Ed. Gr. Mogenden, zij het mij veroirloofd, U Ed. Gr.=, Mogenden voor het laatst te naderen , met ootmoedige, betuigingen mijner fchuldpligtige dankerkentenis voor de„ me-


BLEISWYK. (PIETER VAN) 145menigvuldige gunstbewijzen , voor de herhaalde blijken van„ bijzondere eer en vertrouwen, welke ik van U Ed. Gr.„ Mogenden, in den loop van mijn ministerie, heb mogen„ ontvangen, en voor de hoge goedkeuring, waar mede het„ U Ed. Gr. Mogenden bij verfchciden gelegendheden be-„ haagd heeft, mijne geringe arbeid en zwakke pogingen te„ begunftigen."„ Worden mijne wenfchen vervuld, mijne gebeden ver-„ boord, dan zal de keur van 's Hemels beste zegeningen op„ de aanzienlijke perfonen en familien van U Ed. Gr. Mogen-„ den bcitendig resten, Hoogstderzelver raadflagen en beflui-„ ten zullen met de gewenste fuccesfen bekroond worden,„ en U Ed. Gr. Mogenden zullen in de dankbare toejuichin-„ gen van 's lands getrouwe en welmenende ingezetenen, het„ dierbaar en glorie: ijk loon van hunne landsvaderhjke zorge„ en onvermoeide ijver, tot bevordering van de waare be-.„ langens van den Staat, overvloediglijk genieten."„ Dan zullen allen de takken van 's lands welvaart, onder„ het hoogwijs beduur van U Ed. Gr. Mogenden, genadig„ bloeijen. De Commercie , die vrugtbare bion van„ 's lands beftaan, die hoofdzuii, met welke dit Gewest moet,, ftaan of vallen , zal, door ene toereikende en welgeregelde„ navale magt, befchermd en gehandhaalt worden.„ Het Flnantie-wezen van deze provintie, in de twee eerfte„ tijdperken van mijn ministerie, door jaarlijkfe aflosfingen,„ niet weinig ontlast en verbeterd; doch zedert, ter zake van„ de ontftane onlusten met twee magtige naburen, door ou-„ vermijdelijke geldnegotiatien bezwaard, zal, zonder invoe-„ ring van nieuwe fchattingen, in ftand gehouden worden.„ Het zo nodig politiek crediet van Holland ter Ge-„ nerali.teit, zal evenredig aan haar finantieci-vermogen, en„ aan het overwigt van hare contributien in de lasten van„ het Bondgenootfchap, geftijfd en gefterkt worden. ——„ Het volmaaktfte veiband, ende gedurige medewerking van„ het Staats- met het Erfjiadhouderlijk gezag, zullen de confti-„ tutionele Regering dezer Landen, boven die van alle an-III. DEEÏ» K „ de-


BLEISWYK, (PIETER«fl),v der-s' Volken,- doen uitmuntten/ Het ErffiadMd&Z,yfihap,. met alle de'regteh en prsrogativeh daar aan vcrknogt,-•v zal in het Doorluchtige Huis van ORANJE en NASSAU, tot,-, bet laafde' der dagen vereeuwigd worden. Zijne Door- \» Hiclftïge' Hoogheid, de tegenwoordige Heer Erfdadhoude-r,,ft' z a l ö n d e ï h e t genot der dierbaarde zegeningen over Hoogst--* d e s z e i vs hoge' Perfoon,- Koningüjke Gemalinne en Vordelij-,y ke Telgen,- fteeds zijn en' blijven, het hoogstwaarclig voor-* *- ER P v a n d e hoogachting en van het vertrouwen van,y 's Lands Staten."Aan Zijné Hoogheid zal', tot aan de rdterfte eindpalen Van.* een' grijze ouderdom,- het onwaardeerbaar voorregt en hetffIhelend genoegen vergund worden, van te heerfchen, ertliét aanminlijk gebied te' voeren over de harten van eneH vrije' Natie. —— En dit Gemenebest,- altoos langs diet )zelvde wegen, en door die zelvde middelen bewaard en'8 behouden,- waar aan het zijn opkomst, zijn aanwas en zijngrootheid is verfchuldigd,- en praalde aan 't hoofd met eenü Onafgebroken reeks van Helden uit 't Hoogvordelijk Huis,-zal dé roest der eeuwen verduren."Zonder óns te vermeten de daatkimdige bedrijven van dezenéérften Minister te beoirdelen, die zijnen zwaarwigtigen posfin een tijdvak heeft bekleed, waar in de datttshulk zo deerlijkdoor buiten- en inzonderheid binnenlandfe beroertenWierdtgedingen!;' zullen wij alleen zeggen,- dat hij doorgaans vooreen kundig en wel geoéfiend Staatsman is gehouden, en zulks'chijht ook ten vollen te blijken; doordien hij tot tweemalentoé door de Staten van Holland als Raadpenfionaris is bevestigdien dus vijftien jarén agteré'en zijn vaderland in die waar*cfigheid heeft ten diende gedaan»De nageïatene bibliotheek van onzen SiÉiswY*, is ene defhóstbaarfte, rijkfte en met den meesten fmaakverzamelde,ivël'ke' door bijzondere perfonen fcijn bijeen gebragt, en toondifl allen bpzigtë, de uitgebreide kundigheden en voortreffeipëkéilzë van cféri gewezen bezitter duidelijk. InzondenMiéVërlaor éè Liijdfc IIogeTchool. in hèni enen verlichten'


BLENDECQ. (KAREL V*AN) BLES. (HENDRIK VAN DE) 147cn wetenfchapminnenden beftuurder, wiens nagedagtenis haarnog lang waardig zal blijven, zo uit hoofde van vele nuttigeinftellingen, welke hij aldaar heeft helpen invoeren, alswegens verfcheidene kundige en bekwame Mannen , die ,voornamentlijk door zijn toedoen, in de rekje hater Hooglerarenzijn geplaatst geworden. Ook is hij Directeur van de Hollandjemaatfchappij der wetenfchappen te Haarlem geweest.„ Vad. Hifi. XXIV. D. bl. 283, 284. XXV. D. bl.138. XXIX. D. bl. 78- 80. XXXV. D. bl. 261. J. A. DECHALMOT, Verzam. van Staatsfiukken. II. D. bl. 243. 24$.Alg. Konst- en Letterbode. V. D. bl. 154.BLENDECQ (KAREL VAN) , te Atrecht geboren, is ge.weest Abt van. een Bencdiktijner klooster. Hij heeft gefchreven: Ci;iq Hifioires odrmrabïes de quatre Terjonnes posjedées du QUable en la villé de Soisjons, delivrees miraculeufiment par la verindu St. Sacrement: receuillis des ASes du Notoire Roial ff duGrcjfier: avec wi Traité de l'Operation et energie des Diables ff Demons,toni aëriens, que Jousterrains. Paris, chez NICOLAS BUON,1613'. in 8vd. J- F- FOPPENS, Bibl. Belg. p. 149.BLES (HENDRIK VAN DE) , Konstfchilder, welke omtrent't midden der XVIde eeuw leefde, is geboren te Bovines nabijDmant, en heeft een goed gedeelte van zijn leeftijd te Amftéliamdoor gebragt; zeer waar fchijn lijk was hij een navolgervan JOACHIM PATENIER, en werd een meester zonder meester,volgens het getuigenis van den geleerden LAMPSONIUS.Weinig berigt zijn wij in Raat van dezen HENDRIK te geven;wij kunnen 'er alleen van zeggen, dat zijne Rukken welkeop vele plaatzen. bij de konstminnaars gevonden worden, totgetuigenisverftrekken, dat hij veel geduld, tijd en vlijt aanzijne werken bedeed heeft, die in' landfehappen , bomen,rotzen, deden, een menigte beelden en doorgaans in kleineRukjes' beftonden. BLES was de zogenaamde Metster van oïmeiden Uil, om dat men 'er niet zelden lang na moest zoeken.Onder vele anderen, is 'er inzonderheid een fraai enK 2»net


14$ BLICT- BLITTERSWYK. BLOCKHOVEN.net fandfchap van hem voor handen, waar in een Kramer ondereen; boom ligt te flapen, terwijl een groot aantal Apen „zijn mars ontpakken, de kramerij daar uit halen, die aan d«bomen hangen, en 'er zig lustig mede vermaken. E,v. MANDZR., Leven der Schilders, I. D. bl. 111-113.BLICT CADRIAAN), is geweest Secretaris der ftad Antwerpen,en wierdt in het jaar1510 in die waardigheid opgevolgddoor PIETER GILIJS, bij de geleerden bekend onder dennaam PETRUS AEGIDIÜS. Hij heeft gefchreven en door dendruk gemeen gemaakt; Collatia moralis Jhper hts vulgaribus velis Tirij mirij hoff, in 8vo. —— J. F. FOPPENS , Bibl. Belg.p. 10.BLITTERSWYK (WILLEM VAN), vanBrasjelgeboortig;iteerst geweest Schepen van die ftad, vervolgens in 1643 totKöffinglijke Raad en Kancelier in het hof Van Gelderland, aangefteld,en laastelijk lid van öen Raad te Mechelen, alwaar hijin ió8o overleden is, den roem nalatende, van zeer geleerdgeweest te zijn, en inzonderheid in de redeneer- en digtkonstuitgemunt te hebben.Eij zijne huisvrouw WILLEMINA VANZINSICO. heeft hij een talrijk kroost verwekt; en door dendruk gemeen gemaakt,: r. Dtsftrtat. de Rebus publkis. 2. Runtndamvigentein, ardentem, renafcentcm.Ook heeft hij uitfpaans in het Iatijn vertaald, het fchoone werk van DIDAD. DE SA­VEDE A , over de ftaatkundige zinnebeelden, onder den tijtelVan: Sijmbola politica christiana, eerst te Brusfel in 1649 uitgegeven,en vervolgens te Amfieidam herdrukt in 1652. J.f. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 392.BLOCKHOVEN(GYSBERTVAN), geboren omtrent'teindevan de XVde eeuw, "wierdt, waarfchijnlijk te Keulen, KarthuizerMonnik, in welke ftad hij zig ook in 1537 ophieldt.Hij beeft uitgegeven: Apologia? pro Opusculis P. PETRI BLOmvEmmLeidenfiu, gedrukt agter de vei handeling van BLO-KIVKÉni, de Bonitate Divina. Col. 1538. Deze loffpraak is zeerkort, en hij heeft aan het hoofd van die zelvde verhandeling,


BLOCKIUS. BLOCKLAND. BLOEMAA'EÏ. X4'Sling, een punt ligt geplaatst, uit vier 'koppelverzen beftaande^•waar van het eerfte dus luidt:Qui cupïs cetherei Bonitatem nosfe parenits.Hu x librum digitis Jtepe rerolveitids,"Voor het overige,, was BLOCIIHOVEN,, voor eten-tijd waarin•hij leefde,, niet miSLieeld van kunde, en hij was voorbeeldigÜnigodvrugt, en hei bsojffe. en van goeie .werken. EJEX&EII,Biblijth. Cirm . 105. L E. I'OPPENS, Bibl. Belg. ,p. 366. Tir.QUOT , Mem. Litter Tom. VII. p. 31.BLOCKIUS (KORNELIS), een Hagenaar van geboorte,lis geweest in 1532 reguliere 'Kanunnik te Utrecht, 'hij RierfIn december 1653. Hij heeft uitgegeven : 1. Trattat.-de Simo~taia Re'.igioforum. Utr. 1553. 2. Sermo de proprietatibus Heligiojurusn•Vlr. c? Lov. 1565. • J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. J>. 194,BLOCKLAND (KORNELIS VAN) , .Med. Doktor -en mlanuntendMufikant, is geboren in het laatst der XVie . euwete Móntfoort in de provintie van Utrecht; en verloos St. Auteur«een klein .Redeken in Frankrijk., tot ^zijne verblijfplaats. Men.heeft van hem in druk: 1. TnfiruEtim fort fucile pour .qpp.endtf.la Mufique pratique fans aucune gatmne, ou la main. Lijon i-$ ;73.•?vo. .2. le feevnd Tardinetde Mufique, .cuutenant piufieurs,békt.chanfons frangoifes, a quatre parties.. Lijon. 1570. 'De fchruvfferdraagt dit werk op aan GABRIELLE DE DUITEVILLE,'.en iederbijzonder zangftukje, aan enig meisje van zijn kennis. —X A CROTX DU MAINE, p. ja. Du VERPIER, Bibl, ;p. .23,7-,.238. PAQUOT, Mm. litter. T.om. IV- ;p. 122,, 123.BLOEM AART (ABRAHAM), Konstfchilder en IPlaaffnij--.dei-, is geboren te Corinchem, omtrent kerstijd -van het jasr1567. 'Zijn vader KORNELIS BLOEMAART., -was een kon&gBeeidfnijder, -Bouwkundige en Ingenieur,'binnen :Dsrikemgeboren, doch van -waar hij, oin zekeieu eed te ontgaan,,geweken was, komende na-enige onaangename ontmoetingen,te Gorinche:n. Van hier trok'h"; met zijn-hu-sgezin maar 'sOSettagenbtscli,*n wederom van daar -naar ITtwfc. 2a dsze'RaêIK j


150 BLOEMAART. (ABRAHAM)begon ABRAHAM, die van zijn eerfle levenslente af, tot het feeoeftenender fchilderkonst fcheen geroepen te zijn, in zijnvaders huis kleinigheden na te fchilderen, uittekeningen vanFRANS FLOEIS, of dingen, die naar dezen gevolgd waren-Enigen tijd hier na, befteedde hem zijn vader bij een' KladfchHderGERRIT SPLINTER genaamd, om 'er de vei wen te e-ren kennen. Deze zette BLOEMAART aan 't fchilderen vanbeelden of posturen voor een' fcbermmeester, zeggende, datABRAHAM reeds beter meester was dan hij zelve, doch vermitszig deze SPLINTER dagelijks zeer onmatig in den fterkèn drankverliep, toefde hij aldaar ilegts veertien dagen, latende de, fchermposturen half gedaan ftaan, de originelen hier van wa>ren zeer aartig, en vervaardigd door den geestigen SchilderHENDRIK UITHOEK.^ABRAHAM , zijn dronken lap van een meester vaarwel gezegdhebbende, wierdt geplaatst bij JOOST DE BEER, een leerlingvan FRANS FLORIS , die mede te Utrecht de konst oeffende.Deze, hoewel hij juist de beste Schilder niet was, bezat egterin zijn huis verfcheidene fraije ftukken van BLOKLAND, en•andere goede meesters. Hier fchilderde ELOEMAART met olieverwenaar een ft uk van DIRK BARENDSZ. , zijnde een feestof gastmaal naar de gewoonte dezer tijden, waar in een jongelingop de harp fpeelt, en een vrouwtje dat natuurlijk fchijntte zingen,. benevens andere voorwerpen , alle zeer konftigen uitnemend uitgevoerd; dit hadt BLOEMAART, zijne jonkheiden begin in de konst in aanmerking genomen, zeer aar*tig nagevolgd. De vader dit ziende, nam hem van DE BEERaf, met voornemen' van hem zelvs te -werk te ftcllen, methet navolgen van fraije ftukken, doch ABRAHAM kon weinigvan belang in huis uitvoeren, doordien zijn vader hem veelvuldigtot andere djenften gebruikte. Vervolgens werdt hijbij den Drosfaart VAN HEEL , die liefhebberij hadt en ook eenweinig fchilderen kon, befteld; deze beloofde aan den oudenBLOEMAART, om den jongeling in zijn leren veel dienst tedoen, en hem bij BLOKLAND te z dien beftellen; doch verrevan zijne beloften te houden, gebruikte hij hem genoecziamals


ÏX-OZ-MAART, i^tWmi *$$Hls een lijfknegt, zo dat ABRAHAM ;in plaats van in ,,de 'konstte vorderen, den kreeftengang daar mede ging; en na gtfrjoop van anderhalf jaar weder te btus kwam, .'ais .toen .zong,ihem zijn vader naar Parijs bij enen JEAN BASSOT, :pij wien hij.omtrent zes weken bleef; van daar geraakte ruj bij een.andQrI-Schilder in de wa: deling Maitre .HERRY genaamd, hier .ver.».;bleef hij omtrent derdehalf jaar, ;alles uit den geest fchhderea*.de, vermits hij weinig of geen onderwijs genoot,,,en oeffendj?;zig tusfen beiden ook uit den geest in de tekenkonst. Var?,dezen Mr. HERRY, begaf hij zig nog enigen .tijd ,bij JEROEN.FLANKEN van Hereitlmls, die zig te Parijs hadt neergezet ; ,va?, .-dezen affchcd nemende, ging hij Utrecht weder opzoeken, eö\verzeldo vervolgens zijnen vader paar .Arnfteldam die ;aldaa-rrtot ftads Bouwmeester was aangefteld. jDe ,oude .man tenilaatflen de tt& aan de -namur betaald hebbende,, •verkoop(BLOEM\ART zig weder naar Utrecht te begeven, .alwaar :hij,ooktot zijn dood is verbleven, welke voorviel ;in het jaferrlo-57. ?BLOEM AART heeft zeer veie uitmuntend fraije ftukken gcifehilderd;en fehoon hij ook wel grote historife taferelen heeftvervaardigd, zo viel egter zijne verkiezing meer op kleinejftusjes; onder anderen is 'er van hem ene ANDROMEDA, dje,-aan de rots gekluisterd, doorPERSEUS van de verflindendckaken des .zeemonfters wordt verlost, zijnde dit konstjuweelt-•je ongemeen wel behandeld en fraij gekleurd; ook heeft.mep.vrolijke landfehappen .van hem, met aartige drollige boereu-1.woningen en huismans gereedfehap, bomen, gronden.enz.*zo.als dezelve in den omtrek van Utrecht van ;hem zijn nageschilderd;.voorts bezat hij.een zeer goede manier.van.rekenenten trekken mee de pen, 't welk hij-dan door,middel vamenige-dunne en zagte verwen, een' ongemenen Juister .wist toe .fcvoegen.Ook bezat hij het vernuft om door zijn .kenstpertfep:aan zijne taferelen, naar derzelver..aart,een gepaste fcboonbsld.tbij'terzetten, brengende daar in nu jeens - zonnefcjiijn, Jfofi.weder donkere of vurigedugten,-naar dat bjet^wetk -zulksCW'teiste; ook-.vindt men ,'er -beestjes -jn, -koeijei^ »fepi^en-.cn ja»&4 dde-


152 BLOEMAART. (ADRIAAN)deren, zeer natuurlijk naar 't leven gedaan. Somtijds zietmen ook in zijne fchildërftukjes, enige poeltjes of watertjesmet kroos, liefcn en kruiden bewasfen, en met daar op dravendeplompe-bladen en bloemen. Zijne voorgronden zijndoorgaans geftoffeerd met enige voor het oog 'bekoorlijke kruiden,of in 'twild groeijende breedbladige plantgewasfen, buitengemeenwel behandeld. In een woord. BLOEM;. ;T verdiendin de eerfte reije der Konstfchilders ere aanplaats te bekleden; en zulks te meer, om dat hij een z


'BLOEMAART. (HENDRIK) (KORNELIS) 153op ene treurige wijze zijn graf vondt; want hier in dierst geraaktzijnde van zekerenBENEDIKTUS , die een groot beminnaarvan k nflen en wetenfchappen was, en daai hij vee! fraijeftukken voor vervaardigde; geraakte hij in woorden mei eenStudent, welk gefchil zo hoog liep, dat zij aan 't vegtengeraakten, en ADRIAAN zodanig weidt geftoken, dat hij doodter aarde viel. HOUBRAKEN, Schouwburg, 1. D. bl. 45.BLOEMA/*RT (HENDRIK), de oudfte van de drie broeders,mede een Schilder, hadr zijn vader tot onderwijzer inde konst; doch weinig, van deszelvs gees


55+ BLOEMEN. (JAN BlANCïS VAN) (NOLBL^TLJ^BLOEMEN (JAN FRANCIS VAN), Konstfchilder,i s g e.boren te Antwerpen in 1656, .en heeft het grootfte gedeehevanzijn leven te Rome gefleten. Zijn bentnaam, dien de broedershem aldaar hadden gegeven was Horifmt, om reden, dat- frje e nvernuftig landfchapfchilder was., die in hunne ftukken•den horifont veelvuldig nodig hebben, ffij verkogt zijn meesteftukken aan de Engeifen; zij heftenden veelal' uit gezigten.Bij en omtrent Rome en Tivoli, en onder anderen heeft hij eenfehoon tafereel vervaardigd, van het aangename gezigt daar.men in den val van het water altoos een .regenboog zie*.'VAN BLOEMEN, wiens fchilderwijze veel zweemt na die vanVAN DER KABEL, leefde nog in 1726, en was toen 70 jarenoud. J. v. GOOL, N. Schouwburg, I. D. bl. 121.BLOEMEN (NOLBERTUS VAN), een broeder van JA N.-ÏRANCIS, was mede een Konstfchilder; hij is te Antwerpen ge- ''Boren in 1672, en daar de eerfte grondbeginzelen der kotstgeleerd hebbende, ondernam hij ene reize mavRmne, ter ver-..der voortzettinge zijner beoeffening. De bentnaam , dien zij hemBier gaven was Cefalus; en hij fchilderde 't meest poitraitten,Benevens moderne en anticque ordonnantiën; een kraam teHome niet zeer gewild, en daar hij dus niet breed op kosteteren; des verliet hij die ftad,, en ondernam van 't ene kloosterop 't.andere den terugtogt te voet naar zijne geboorteftaddaarhij op zijne apostels-paarden gelukkig aankwam, en zigvoor enigen tijd ler nederzette; maar ziende dat bet daar medemet de konst niet vlotten wilde, vertrok bij naar Amfieidam,daar hij met weinig voorfpoed de rest van zijn dagen geileten.heeft. J. v. GOOL, AT. Schouwburg, II. D. bl. 463.BLOEMEN (PIETER VAN), Konstfchilder, een broedervan de beide voorgaande*; fchilderde 't meest bafajljes (jejibeesten, daar hij nog al vrij wejein Haagde, doordien zij zeernjk zijn van ordonnantiën, doch wat verfiigtig van kleur. Velevan^.zijne ftukken, ziet men in Holland, Brabanden Engetand.Zijn bentnaam was Standaart, en dit is al wat wij ia


BLOEMENSTELN. BLOIS. BLOK.*:5itaat zijn om van PIETER BLOEMEN aan onze lezers te berigten.— J. v. GOOL, N. Schouwburg, L D. bl. 122.BLOEMENSTELN (JAN VAN), ene der Kabbeljauwfe Edelen, is geweest Bailjuw van Kcnnemerltmd, welke post hemdoor Hertog ALBREGT VAN BEYEREN in het jaar 1358 afgenomenwerdt, om daar mede REINOUD VAN BREDERODE, oudftenzoon van DIRK VAN BREDERODE, e en der voowaamne Edelenvan de Hoekje zijde, te begiftigen.JOAN AJLEYDIS van de Heren VAN BREDERODE. Cap. XXXLIL p. 623.BLOIS, zie TRESLONG.BLOIS (JOHAN VAN), Raadsheer in het Hof van Flaar.dere,n,heeft benevens zijn Meeraad JEGIDIUS STALINS, verzamelden uitgegeven, de twee eerlte dcien van het Piaïaatbockvan Flaanderen, onder dezen tijtel: .tCtacDftl ?&aceurt-35eccft/in&oitöeuöe biberfrfjc «D.'üotinanncn / 2ofcin«ciatcn Bacöe altwer jjcpuüïiccert in ben bocsjcnccntbcn OLstüscban ©laenbcrai/ 'tfeöert hit jaer 1560/ tot cnbr met ben jaete1629, Gedrukt te Gent 1629. in folio. Nog: 25ccch Der @i=iijonnanriêii/ Statuten / sCbictcn $t. ban ©ïacnömn/ mcittoe*ïinuW tentccröcrt. Ctoceöcn ©Jucfe Gent 1639. in folio. —-J. F. ForrENs, Bibl. Belg. p. 582, 583.BLOK (BENJAMIN) , Konstfchilder, van een Utreclrtjefamilie, de zoon van DANIËL, is te Lubek geboren in 1631.Hij redde als een tweede JENEAS zijn vader en moeder uit denBrand, door het woeste krijgsvolk te Schwerin gefligt. Ditbuisgezin, uitman, vrouw en vier kinderen beRaande, doordeze treurige gebeurtenis tot de uiterRe armoede vervallen,vond teen medelijdend voorflander in FREDERIK ADOI.F HertogvanMekelsnburg., die BENJAMIN onder zijn opzigt en befchermingnam, en hem op het tekenen en fchilderen beflelde,daar de jongman in korten tijd goeden voortgang in maakte.'Met eerfte proefftuk van zijn konst en vernuft 't welk hij.vex-


ï5cTBLOK. (DANIËL)vervaardigde, was hetportraltvan genoemden Hertog, tenvoetiÏÏuit met de pen, dit viel zo konftig en wel gelijkende uit,•dat een ieder die het zag 'er zig over verwonderde. Ditproefftuk van zijne bedrevenheid gaf hij in 11547, en kort daarnafchilderde hij met levendige kleuren het gantfe hofgezin vanSaxen, vervolgens heeft hij inHongarijen voor den Graav FRAN-CISCUS verfcheiden taferelen en altaarliukken gefchilderd, welkebijzender geroemd worden.In 1659 reisde hij met brieven van aanbeveling van gemolkenG^aav voorzien, naar Italië,alwaar bij toegang kieeg tot•de beste konstkabinetten. Na dat hij nu te Venetië, Florenceen Rmne, enige Jaren in het beoeffenen der konst had dooigcbragt,en vele voorname mannen , onder welk getal ook dc beeldtenisvan deu door zijne fchriften.zo vermaarden Jefiut ATHANASIUSIÏIRCHERUS, gefchilderd hadt, keerde bij naar Duit land te rug,en trouwde aldaar in .1664, metdekonstminnendeANNAKATRijfA,ene dogter van den beroemden JOHAN THOMAS FISSCHERvanMeurenburg. Deze vrouwe muntte uit in het fchilderen•van bloemen, zo wel in ohj- als waterverf, en hadt, voor haarIhuwelijk, volftandig haar werk gemaakt, van de vorftin met.hare dogters daar in te onderwijzen.SANDRART getuigt, dat hijhet geluk heeft gehad, dat zij tweemaal van hem is gefchilderrjgeweest, en dat zij wanneer hij zijn boek van de Schildersfchreef, nog in leven was.A. HOUBRAKEN , SchouwburgII. D. bl. 258, 252. J. C. WEYERMAN, leven der Schilders ILD. hl. 287,, 28S.BLOK (DANIËL), Konstfchilder, de vader van BENJAMIN,.zag het eerfte levenslicht te Stettijn in Pommeren; zijn vaderwas MARTEN, geboren te Utrecht. DANIËL die in zijn vroegejeugd reeds blijken gaf, dat hij grote trek tot het beoeffenender fchilderkonst, in zijnen boezem voedde; wetdt teDantzig befteld bij JACOB SCTIERER een groot meester, vanwiens lesfen hij ook een nuttig gebruik maakte, en zig met eenongemene vlijt beijverde, inzonderheid in het fehildeien vanportraitten, waarin hij ook ongemeen Haagde. Van Schilder.werdf


BLOK. (JAKOB REUGERS)t$*werdt hij Hoveling, en verloor in een noodlottig ogenblik Inhet jaar 1651, al wat hij bezat, door de baldadige woedoder vernielende Oorlogsbenden, die zijn huis in den brandftaken; ter nauwernood wierdt hij benevens zijne huisvrouwdoor behulp van zijnen zoon BENJAMIN, uit de verterendevlammen gered, en ftierf-te Roftokin den ouderdom van 8bjaaren, vier zoons nalatende, waar van drie, met namenEM-\NuëL, ADOLF en BENJAMIN, het penfeel hanteerden,en geen onberoemde Schilders geworden zijn. — IA. Hou»KRAKEN, Schouwburg I. D. bl. 88.BLOK (JAKOB REUGERS), Konstfchilder, is te Goudageboren, en fehoon de tijd van zijne eerfte verfchijning opdit wereldtoneel, en zijn fterfuur, aan onze nafporing is ontfnapt,blijkt het dat hij in het middden der XVIIde euw, inzonderheidheeft gebloeid. Dat hij een voornaam Schilder is geweestblijkt, doordien de beroemde RURBENS, ter tijd dat bij deNederlandfe fteden doorreisde, 0111 de Konstfchilders te bezoeken,hem ook niet vergat, maar hem te Gouda in zijn fchilderkameropzogt, en tot zijn roem heeft getuigd, dat hij onderalle de kons'.enaars in Nederland, geen een gevondenheeft, die hem in "t fchilderen en tekenen van doorzigt- enbouwkunde, evenaarde. En doordien hij ook in de vestingbouwkundig was, geraakte hij in dienst van den Koning vanPolen, die hem zeer veel achting en geaegentheid toedroeg;doch de liefde van dien Vorst, haalde hem den haat van denijdige Hovelingen op den hals, die hem den voet dwars zettedenen vele onaangenaamheden berokkenden, waar door hijwierdt bewogen zijn affcheid te verzoeken, en naar zijn vaderlandte rug te keren; daar hij de gelegendheid aantrof,om den Overften PERCIVAL, die in blakende gunst ftondt, bijFREDEIUK HENDRIK, Prins van Oranje, de wiskonst te onderwijzen.Deze verraste hij zekeren tijd op een aardige wijze,want een aantal linien en ftrepen door malkander getrokkenhebbende, deedt hij zijnen leerling een gat in 't befchot boren,die daar door ziende, hein tot zijne verbazende verwonde-


*5S BLOK. (SIMON)dering, enen Iastdragenden Ezel vertoonde. Vervolgens Rwan*hij in dienst van den Hertog LEOPOLD, die hem ook bijzonderwel lijden mogt, en hem boven zijne gewone foldij, in't veld zijnde, 'sdaags daar te boven nog zeven guldens toe-Jeide. In den omtrek van Wifnoxbergen over een plankwillende rijden,, ftruikelde zijn paard, en hij hadt het ongelukom door den val die hem zulks veroirzaakte, zig deerlijk tebezeren; waarop hij na de ftad. wierdt gebragt, en op bevelvan den Hertog alle vlijt en zorgen aangewend, die totZJjne herftelling koste verftrekken, doch alle de in 't werkgefteldemiddelen waren vrugteloos, want na enigen tijd gezukkeldte hebben ftierf hij, en wierdt te Wijnoxbergen in de kerkder Predikheren begraven, zijne weduwe GEERTJE DAVIDS ,die met een jaarlijks inkomen gedurende haar leven lang wasbezorgd, begaf zig l aar man overleden zijnde, naar Bmband,en zijn zoon die ook zeer bekwaam was, volgde hem in zijnebediening op, doch wierdt in een fchermntzeling dodelijkgekwetst waar aan bij fpoedig overleedA. HOUBRAKEN,Schouwburg, II. D. bl. 92-93. J. WALVIS, Befchr. van Goudabl- 33S, 336.BLOK (JOHANNA. KOERTEN), zie KOERTEN.• BLOK (SIMON), een dappere Zeeuw, die na meermalenzijn leven voor het vaderland gewaagd te hebben, ten laatftenals Zeekapitein onder het eskader van den Luit. Admiraal KOR-'NELISEVERTSEN, inden bloedigeri flag. tegen de Engeifen in 1666gehouden , op het bed van eer ftierf. Zijne onverfchrokteheldenmoed, wordt door P. SURENDONK gedagt, in deszelfs latijnstriomfdigt op de bevogtene overwinning van den Adnii»raai DE RUITER , in deze woorden:Treslongia puppis,Vulcano fuperante perit, perit altera cafaMe miferum! fimili, quam duxerat acer in armisBlocquius, extinSum' mine omnis Patria luget.Ookheeft zijn landgenoot, de zoetvloeijendé HeldendigtefJ. AN-


gLÖKLANDT'. (ANTHONY) BLOM. (KORNÊLTS) ïSS?" J. ANTONIDES, zijne voornaamfte bedrijven, in een Iijkzangean de eeuwigheid toegewijde BRANDT, leven van den Ad*•wtiraxl DE RUITER, bl. 475.496. J. ANTONIDES, Gedichten, bL235. P. DE LA RUE, Heldhaftig Zeeland, bl. 131.BLOKLANDT (ANTHONY) , is een vermaard'Konstfchildergeweest, geboren in 1532, die gedurende twintig jarente Dtlft gewoond heeft,, zig toen naar Utrecht begaf, en aldaarin 1583 is overleden. Hij hadt onder anderen een leerlingPfETER genaamd, de zoon van een rijke fmit teDelft, welkezo geestig was, en zo vaardig met het penfeel wist om tegaan, dat hadde hem de dood in zijn jeugd niet ontijdig weggerukt, hij denkelijk zijn meester in de konst zou overtroffenhebben.- Befchr. van Delft, in folio. bl. 774.BLOM (KORNELIS), Piedikant te Leeuwarden, is geborente IVoubrugge in het begin van januarij des jaars 1712.Z ; jn vader was CAROLUS BLOM, Predikant te Woubrugge onderde klasfis van Leijden en Nederrhijnland, en zijn moeder AIAR-C-RIET DUINMEYER. KORNELIS na in de eeifle beginfelen der lette; ocfteningen door zijn vader onderwezen te zijn, Rudeerdevervolgens aan het Hogefchool te Leijden, alwaar hij zigfiaarftig inzonderheid in het beoefï'enen der godgeleerdheid,bevlrjtigde, waar va'n hij ook een blijk gaf, den 14 feptember1732, door het in 't openbaar verdedigen van een godgeleerdeverhandeling, de Miraculo (ƒ Mijiterio Riibi ardentis &tien comfumtt. EXOD. III. vf. 2. Proponent geworden zijnde,wierden hem In 1734 twee.beroepen teftens opgedragen, namelijkdat van Blokzijl en van Zunderdcrp in Noordholland;hij verko*>S het laatRe, en wierdt aldaar den 7 november bevestigd; doch niet langer als ruim een jaar was hij de geestelijkeHerder van deze kudde, doordien in het laatst van novemberdes volgenden jaars, door de gemeente van Kralingciizijnde begeert, aan die roepftemme gehoor gaf, en den 8 januarij1736 het heilig dienstwerk aldaar aanvaardde; alwaarhij verbleef tot in april 1740, toen bij als Predikant te Ziefikï&egwerdt bevestigd; hier doorliep hij zijnen kring in ruimvier


Ifro y ELOM. (KORNELIS)vier jaren, doende den 21 junij 1744 zijne intrêe-reden bijde bloeijende gemeente van Leeuwarden, alwaar hij een tijdvakvan 36 jaren heeft gefieten, namelijk tot op den 28 feptember178c, wanneer hij in den ouderdom van 68 jaren en8 maanden is overleden. Hij huwde in 1751 te Leeuwarden,met A. C. VAN KUFFELER, uit een deftig Friesch geflagt gefproten,wiens voorouders met de aanzienlijkfte ftaatsambten zijnbekleed geweest, en waar van heden heg waardige telgen inwezen zijn. Bij deze vrouw heeft hij drie zoons verwekt,waar van 'er nog twee in leven zijn.Wat het karakter van Ds. BLOM betreft, dit was allerzonderlingst.Van natuur was hij goedaartig en ijverig dienstdoende,doch bemoeide zig gaarne met een ander zijne twistzaken;en wanneer het op de regtzinnigheid aankwam, of dat hijdagt enige inbreuk op het kerkelijke regt te zijn gefchied,dan fchoot hij 't harnas ter verdediging aan, en kende geenevriendfchap meer. Doch hoe ijvervol en heldhaftig zijne pogingenhier toe ook waren, kreeg hij doorgaans door onbezonnenheidbeftierd, en aangevuurd door zijne zogenaamdevrienden, ciie zelvs agter het fcherm-zittende, hem 'er aanwaagden, zo als men zegt, de bout op de kop, en wanneerdan de zaak kwalijk was uitgevallen, lieten zij de goede BLOMin de pekel zitten. De beide volgende gebeurtenisfen zullenhier van ten bewijze ftrekken.Toen op den 1 meij 1749, vijf nieuw aangeftelde Hoogleraarste Franeker, hunne inwijdings-redevóeringen hadden gedaan, kort na dat den geleerden LUD. CASP. VALCKENAAR hetRectoraat van Frieslands Hogefchooi hadt algeiegd, door hetdoen van ene oratie , de prijca ff nupera rerum Lelgicarumvicisfitudine; ene redevoering, die door den beioemden E. W.HIGT waardig gekeurd wierdt, in het 1 ederduits te vertalen;ruste zig onzen BLOM ter verdediging toe van de bij hem zoduurgefchatte regtzinnigheid, ingevolge de leer der Dordfevaderen, die hij waande, inzonderhe.d, zo men verzekertdoor een van zijn Collega's daar toe opgezet, dat door VALC-ÏEKAAR in 2ijne redevoering was aangerand. Zonderling waren


ELOM. (KORNELIS)-iöfren egter de wapenen dié hij hier toe te werk Relde; die be»Ronden in een allervuilaartigst paskwil daar geest noch konstin Rak, onder dezen zondeilingen tijtel: VELDBLOEMEN meteenPRIKNEUSJE daar onder, aan MOMUS gejlroijd in en buijten doAcademie-Kerk te Franequer. Ter ecren van vijf beroemde FlerenProfesjoren, wanneer hun Hoog Eerw. het Gatheder nog nauwlikikoud geworden, en opgeitroogt van het ijvervuur, en zweet enerder grootjie Orateuren, op nieuw deden gloeijen en warm hielden,door hunne plegtige inwijings Redenvoeringen , uitgejproken denijlen van Bloeijmaamd des jaars 1749. In dit hatelijk doch zouteloosRuk, waar onder de naam van den Leraar BLOM gefpeldwierdt; betekend hij VALCICENAAR door MOMUS, diehij onder anderen dus aanfpreekt.De Nydigheit gefcliildert nm Iiaar eigen kleur en verf,So wel als Ltty- en Gbrigkeit, d'oorzaak van 's Lands verderfJDie Blauwe Nyd, ligt van 't bovenftaande kalt en zegt:(Want wat is 'er by dat Monfier Dier dog goed of regt ?)Dit is ilegts een Cafus pro Amico, en gefchied uit gunst;Maar 'k wed, vraagt de Studenten, ja wie je wild, en vindDog geen Paaps, Socyns, Mennist, of Remonftrants gezindBedorven Myfliken, ik niet meld, fchoonfe fiout en jlyfMy onlangs, (.Dog God dank, 't was een droom) vielen op hei lyf,Sy zeggen, Het is waar: hoewel dit vers niet is na kunst,Ook fta ik toe, een Scbeitzêr, gy my foms zult vindenMaar noyt; Verrader of een Vleijcr van myn vrinden:Want al ftond daar ook galg en iad; ik ben en blyv CordaatIk haat den Scyn , I!; Iiev 't Zyn, Ik verfoey al 't Malgelaat.Hierom O! MOMUS wild dog niet, (Want 't zou my moeyen)Myn vers, of hoe noem 'k 't best, myn krcupelryra befnoeyen'k Houw flegts 'takken af, en teeg ook wel aan 't wortelkappen:Maar ligt g' dun'tScimp of Scelden heet: 'k Schey dan uit met lhappenTe meer, om dat fehoon 'k voor lieve Mnfen niet ben ftraf,APÜL my nooit dat Coelest' of Goddelike Donum gafWord clan niet quaad Crilyk dat ik in flegt gebonden reen,Ook eens dingtaal fpreek, of fehoon g'vvierd getreden op u. teen.Ik zoek d'oorzaak maar, en tragt d'wortel te ontblotenVan 't verfoeylik fteken op Kleynen en op Groten.Kerkelyk of Polityk (is niet zo ?) het fcheelt u nietSo hy by U geen Tolerant maar Orthodoxe hiet. En die is (gy weet 't zelvs besO dog gisfen (laat nry vry,III. DEEL. L O?


46s BLOM. (KORNELIS)Of hyd, of een bedorven fmaak van fno Deist'iy;Want, fo men zegt, ontziet ge niet de braavfte Letterheïd^'T^Al was bet BKZA zelvs voor een gek of beest te fchelden.Ja- ooit, gy mogelik {fiffrtrrjd te Wikkelen. VALCKENAAR toonde door zijn ftilzwij-'-gen,- dat hij.het Ruk veragtte en de maker zijne'gramichapiniet Waardig was,< ja hij hadt zelvs de grootmoedigheid, om de sCtirateuren van Frieslands Hogefchool, waar onder zig een lid 1Van 'tCollegie der Gedeputeerde Staten bevondt, en zig zijne !zaak wilde .aantrekken, met hem behoorlijke vergoeding;Voor zijn gefchonden eer te bezorgen, te bewegen, om Ds.B.OOM ongemoeid te laten. Het mangelde egter aan geen ISchrijvers die hem ten toon fielden, en zijne dwaasheid op iene geestige wijze befpotten; onder het getal hier van be-•hoorde, een uitmuntend vaers, aan den beroemden DigterjANtDÉ- KKUE toegefëhreven, dat egter in deszelvs uitgegeveneniumdëi. vtïii Ggdigtèii niet wordt gevonden. Het vangt dusSail iZoo )


BLOM. (KORNELIS) 0OjZoo durft zig dan een zot, een fchandvlek der PoëtenDoor bittien haat vervoerd, baldadig zig verineetenDen wyzen VALCKENAAR te fpuvven in 't gezigtEn wat nog erger is, zyn heilloos fcbimp-gedicht.Op den naam van ecnen Leeraar lteltenAls kwam het uit de hand van d'ongeveinsds fitoMDat hooggeliefde lid van 't Friesfche Priesterdom.Maarhy, die 't onfehrift flegts van 't haatlyk ftukje leestZ.gz,is een Ezelspoüt weer aan den Lier geweest?Toen dit geestig Rul je in 't licht kwam, fchcen Es. BLOMIe vrezen, dat het fommige menfen in de waan mogt brengen,dat hij de wezentlijke Sch, ijver van de Veldbloemen met een Prik'musje niet mogt zijn; ten minfteri hij gaf een Rukje in profauir, onder den tijtel van : Bericht wegens mijne onnozele Veldbloemen,dat volgens getuigenis van dezen zelvden Digter,zijn rijm in zotheid nog te boven Jlreeft. Hier in betuigt zijnEerwaarde we 1ernflig, de maker vaa het paskwil te zijn, entragt den inhoud daar van op de best moogiijke wijze te verdedigen;maar op zulk een ongelukkige wijze, dat hij opentlijkzijne onkunde in het vak der GefchieJkunde in een helderdaglicht Relde, met onder anderen den Hoogleraar ALEX-ANDER MORUS, voor den rampfpoedigen Engeifen KanfelierTHOMAS MORUS te willen doen doorgaan; het geen de bovengenoemdeDigter in een tweede vaers, waar in betuigt,nu overtuigd te zijn, dat Ds. KORNELIS BLOM alleen de makervan het hatelijk Ruk is, zegt:Die THOMAS heet, die noem: hy ALEXANDER;En dus hangt 't gantlche fètijj van zotheid aan malkander.BLOM, even als een dapper krijgsheld, wierdt door dezentweeden aanval niet afgefchrikt, maar gordde zig op nieuwten ftrijde, en gaf een Tweede Bericht in 't licht, ter befchermingvan zijne Veldbloemen en Prikneusje, dat tcfiens ter wederleggingvcrflrekte, van ene brochure, door den LeeuwarderGeneesheer BERNARDUS IDEMA, ter verwelking van zijne geliefdeVeldbloemen gefchreven. Van dit Tweede Bericht zullenL % wjj


*U BLOM. (KORNELIS)wij niets anders zeggen, dan dat het even min als het eerifegés toets van gezond «aftand kost doorftaan. Dit zo veelgerugc gemaakt hebbend geval liep ten einde, met ene era-Rige vermaning aan den Eerw. BLOM in de klasfkale vergadettngvan Leeuwarden, door monde van deszelvs Voorzitter,gedaan, zo men verzekert o Pbevel van het Collegie der GedeputeerdeStaten, dat hij zig in 't vervolg van zulk een onbetamelijkehandelwijze, zo weinig overeenkomftig met de leervan zijnen Goddelijken Meester, hadt te onthouden, of dat'er tot zijn nadeel zou worden gedisponeert.Erger gevolg hadt voor hem de twist, die ten jarc 1763«var het beroepen van een Predikant te Leeuwarden ontftond.Een göval, waar in de zonderlinge gevoelens die onze BLOMOver het kerkelijk regt en gezag voedde, zulk een merkwaardiger]trek'van deszelvs karakter oplevert, dat onze taak eist,dit geval nader te ontwikkelen, en het aan onze lezers indeszelvs ware gedaante zodanig het is voorgevallen, te fchet-2£h. Zie hier het bekort verhaal daar van.De opengevallene Leraarsplaatze door het vertrek van denEerw. FALLUS RUTGERS, zo zeer geliefd bij zijne Leeuwardergemeente, naar Utrecht; Rondt in februarij des jaars 1763 vervuldte worden. De MagiRfaat van Leeuwarden liet op enevriendelijke wijze onder de hand, aan de leden des Kerkenriiadsweten, dat zij voor ditmaal gaarne de verkiezing zoudenzien vallen op een inboorling van Friesland, en die teffensden Coccejdanfen Ieertrant was toegedaan. Voor het eeifle deelVan hun regtmatig verlangen, pleitte een landswet, die,fehoon aan de vergetelheid fchijr-ende toegewijd, egter nietWas afgefchaft, en bij deze gelegenheid wierdt ingeroepen;ru'ets w-as ook billijker dan de soldering van het tweede deelhunner begeerte, van namelijk genoegen te geven, aan zodanigeleden der Leeuwarder, gemeente, die de leerwijze vanCoc-CEjus toegedaan waien , en welker aantal niet gering was;en zo veel te meer, doordien 'er leeds vier VoetiaansgezindePiedikantèh Van de zes gevonden vierden, allen vieemdelin-£en. en van buiten de provintie beroepen, 't Zij nu datde


ELOM.(KÜÏÜS1ELIS)ffe leden van den Kerkenraad in bet begrip vie'en, ,dat hettegen hunne voonegten was aa gekant, den Ma-iuraat -datgeen in te wili'gen, 't weik zij van goeder hand wkten, dat•dezelve aangenaam zou wezen; 't zij ze -andere reuenen vermeendente hebben., om zig tegen het verlangen van de Re.geiinge aan te kanten,ei, den aar hun medegedeeldenwensch,van de even brave als godviugtige MARIA LOÜISA,, Princesvan Hesfei.-Ka.jei, die zig aan hunne ftad, door hare uitmuntendehoedanigheden en ruSrïb giften en weldaden, zig vooreeuwig vei ..ligt gemaakt heeft, en die gaarne den godvrugrtigenen nj.ibegaaue j .LeLo.u £P,J,ST WILLEM SCHRADER, l\e-.diknnt (t'Saeek^ een zoon van den zo hooggefehatten tcen inwezm.zijnde^ni. Ofï&wioudfte] Prcdi ant, Jon. HENDR/ScnkA-•DER, als Ko.le^a zo.ide hebben toegevoegd, i-iet -te vervul»ie:. 'Ten mrnlien hoe et 'er ook mede gelegen zij, SCHRA­DER kwam iieet .eens op de nominatie, en zij leverden -een.djie.al te: goedkeuringe in, waar op gcenen dan vreemdelingei en Portanen Honden.D.t diietai ze-, maanden lang onafgedaan zijnde -blijven lig.gen; befoot de Kerkenraad ene bezending aan de Regeringte doen. Biet last om op ene befcheidene, vriendelijke, eerbiedige,maai tevens'.ernftige, nadrukkelijke en kragtige wij.-,ze, den Magirtraai. cje onvoegzaamheid en 't nadeel van hertzolangdurig opho.den der beioepinge, onder't oog te brengen^en afdoening van zaken ie verzoeken. Ds. BLOM was aan*t hoof. van deze commisfie gup aatst, en -volbragt -zijnen bekomei last dooi ene zeer zonderlinge aanfpraak, waar invaife welfprekentheid met geestlijken hoogmoed, een vreemdmengzel uitleverden. Dit Ruk werdt, op des Redenaars verzoek, niet alleen in de handelingen des Kerkenraads -woordeijk ingelast.; maar het veifchcen ook wel .dra in druk., .en-Beek als t er, dat iet voor 't merengedeelte afgefchre.v.en• was, uit ene eerre 'en door den Eerw. WiLB.-a BRAKEL,, inde vo irgaande eeuwe -ui gegeven. Die geien., welke -tot Ds.BLOM zijnen .aannarg behoorden,, reeml^n ••deze aanfpraai.be aelhoog, en waat ia mannen taal zondci-dat '&x .wa&b£%-L 3-twees


x66 BLOM. (KORNELIS)vrees onder gemengd was, doorftraalde; anderen , waar onderde veiftandigften, zagen 'er laag bij neder, en hielden betvoor een honend Ruk, waar in fmaadlijke, en naar oproerfmakende uitdrukkingen, het gezag van den Magiftraat, tenhoogften beledigden. Uit zulk een oogpunt befchouwde deRegering van Leeuwarden dit Ruk ook, en befloot kragtdadigemiddelen ter hand te nemen, ten einde zijn Eerw. te leien,om zig ten aanzien van zijne Overheid met wat meerder eerbieden decentie te gedragen, en den Drukker tot meer on>zigtigheid te vermanen. Ds. BLOM werdt verwezen in enegeldboete van 100 goudguldens, van de eerstkomene vervalrlene penningen zijner wedde af te trekken, ten behoeve vanRads armekamer, en vooits, om in de volle vergaderingder Magiftraat, zig te vervoegen; ten e nde, daar op *t ern»ftigst beftraft, en tot zijn pligt als Leraar, als Onderdaan vanden Staat en als Ingezeten van de ftad vermaand te worden. -Den Drukker werdt ene boete van 50 goudguldens opgelegd,het gedrukte uit zijn huis gehaald, en 't verder verkopen vandat ftukje, hem en de andere Boekverkopers daar ter ftede,verboden. Dan deze, van begrip zijnde, dat de Magiftraattot het een en ander niet geregtigd was, vervoegde zig meteen verzoekfchrift bij den Hove van Friesland, vergezeld vaneen betoog, dat in de door hem gedrukte.aanfpraak, niets .gevonden wierdt, 't welk hem het drukken zou hebben kunnenbeletten. De Magiftraat leverde een tegenbetoog in,en 's Drukkers verzoek werdt van de hand gewezen.Na datDs. BLOM kennis gekregen hadt van het befluit, tc»zijnen nadele genomen, maakte hij voor dat het hem nog wasvoorgelezen, geen zwarigheid, voor de eerftemaal dat.hij nadien tijd den kanzei beklom,'ene leerrede te doen , over SALO-MÖNS woorden, Prcd. HL vf". 16 en 17. Verder heb ik ookgezien onder de zonne, ter plaatze des Geregts, aldaar was God*loosheid, en ter plaatze der Geregtigheid, aldaar was Godloosheid. \Ik zeide in m'jn harte, GOD zal den Regtvaardigen en den God!:- )Zen oordelen: want aldiar is de tijd voor alle voo-nemen en vooralle werk. Tot welk ene leerreden zulk ene textkeuze, indie


BLOM. flKXRNELBj) ^r i Sie omffandidheden, aanleiding gaf, is gereedlijk -te bev.roet| aden; dezelve was een beroep op 'jt.algemeen., ten .boezemdea | »t zelve in, dat 'er in de vergadering der Leeuwardfche Magi*-n jlraat godloosheid heerste; ook .zogt hij kleinachting voor :hqrj(dn te boezemen, met te zeggen : dat men .Regenten vond.t,,


X68 BLOM. (KORNELIS)jheid vroegen, en hem GODS zegen en onderfleuning toewenstenhij bedankte voor hunne genegenheid, zeggende- Ik ben•wel; houdt ufiil; G 0D zal wel zorgen voor zijne Kerk, enbewaren! wat men met dit uiterlijk vertoon beoogd hebbeis wel te gisfen, doch met geene zekerheid te bepalen; vastgaat het nogthans, dat alles in rust afliep, en J er geen deminfte zweem van oproerigheid plaats vondt.Ds. BLOM, die alle mooglijke middelen fcheen bij der handte nemen, om zijn geval alomme rugtbaar te maken, liet eenzogenaamd Eenvoudig Verhaal drukken: waar in men vindt,dat de Kerkenraad, die de Aanjpraak overgenomen hadt, ene*commisfie benoemde, om de zaak te onderzoeken, en'metmeerderheid van Remmen befloot, zig in *t beroep op eenhoger Regtbank, bij den Eerw. BLOM te voegen; gelijk gefchiedde.Bij het verzoekfehrift ten dien einde, zo aan deGedeputeerde Staten van Friesland, als aan het Hof van JuRi.tie, ingeleverd, werdt gevoegd en vervolgens in druk uitgegeven,een Betoogfchrift ter verdediging der Aanfprake, enhet verdere gedrag des Sprekrirs in deze zaak gehouden; onderden tijtel van: Deduclie op ordre van de Gecommitteerdevan den Groten Kerkenraad enz. Veel opziens baarde dit BetoogfchriftoïDeduÜie, men Rond verfleld, dat men in openbarendruk, voor de vierfchaie van het hoge Hof van Juftitie,en voorgants Nederland, de drie volgende ftellingen bewerendurfde, i. Dat den Kerkdijken de bejliering der Kerke, en 'hetberoepen van Leraren in dezelve, met uitfluiting van alle anderWie ze ook zijn, en bijzonderlijk der Overheid, alleen toekom2. Dat zij in de bejliering van de Kerk, en alles wat zij tot dateinde zeggen of doen, aan niemand ter wereld rekenfehap fchZijn, dan aan GOD en CHRISTUS. 3- Dat zij in de bediening vanhm ambt, hoger en meerder zijn dan de Overheid. Stellingendoor a'len die orde en vrede liefhebben, en der wettige Overheidbehoorlijk ontzag toedragen, en Kerkelijke overbeeifebing.verfoeijen, hoogst gewraakt; en is deze Deduüic, nog doormengdmet honende en lasterlijke uitdrukkingen, ten opzigteVan de Magiftraat den ftad Leeuwarden, •Dan


SLOM. (KORNELIS)vf»Dan verwondeide men zig, over den buite r pon'gen ii boudTan dit gefchiift, men ftondt niet min er verbaasd, toen betHeek, dat in 't zelve de Leden van den Groten Kerkenraad, tenonregte als Deducenten wierden ingevoerd, daar bet alleeneen voortbrengzel was, 't welk de Eerw. BLOM, met enigeweinige zijner aanhangeren, 'goedgekeurd en ter drükpersfeovergegeven hadt, en zulks zonder voorafgaande toeftemjningevan de andeie leden, die het late.: drukken vohtrekthadden afgekeurd; zodat de commisfte geene vrijheid hadt, omdaar in te bewilligen. Een aantal leden des Kerkenraads,maakten dit ten Hove, en in de Leeuwarder Courant, opentlijkbekend, verklarende: ,, zig met den inhoud van dat ge*„ fchrift, niet te kunnen verenigen, geen deel daar aan, noch„ aan de gevolgen te nemen, van de bcrugtc regtsvorderin-„ gen af te zien, en den Eerw. BLOM, daar in niet meet bij„ te ftaan;" zo dat hem nu op nieuw wedervoer, 't geen hijin meer andere gevallen hadt ondervonden, van namelijk alte onvoorzigtig en voorbarig, zig tot een werktuig en flagtoflërte laten gebruiken, ten dienfte der genen, die zelvefchroomden voor den dag te komen, en 'er hem aan waagden.Terwijl deze zaak regtshangig was, kwamen 'er een menigtegefchrifren ten voorfchijn , die daar betrekking op hadden, enwel van onderfcheiden aart waren; doch grotendeels, denEerw. BLOM cn de zijnen in het ongelijk fte'lende. Onderanderen verfcheen 'er een alleraartlgfte brochure in 't frans,getijteld: Deduüion de Maitre JEAN CHASSECOQUIN , pour demontrerqu'il est ausfi llov.me d'Egiife, et a aroit ae jnuir desprivileges fouverains y attacbez; dat is: vDcbitttte ban Ji)ï. JANHONDESLAGER , ten chtöc te uetorjen/ bat hij non ccn ïtcrhchjhperfoon ig/ cn regt haft tot het genot ban öc?'5elt>*; foubercniepjibilcm'en. Dit fttikje dat allergeestigst is, doch op fommigeplaatzen niet van te ver gedrevene fpolternij kan vrij gepleitworden, toont egter de verregaande ongerijmdheden en 't gevaar,'t welk 'er in de drie Hellingen van den Eerw. BLOM, tenaanzien van het Kerkelijk regt ligt cpgefloten. Een ieder was• L 5 reik-


jfaELOM. "(KORNELIS)üekhalzende, den uitfiag van deze zaak te vernemen, daar SsMagiftraat zig met een verzoekfchrift tot de Gedeputeerde Statenvan Friesland ge vend hadt, ten einde zij het gezag der Regeringe,omtrent Kerkelijke zaken, mogten handhaven, en zodanigebevelen geven, als zij naar hunne hoge wijsheid zou».den verdaan te behoren.Om te meer klem aan hun verzoekfchriftbij te zetten, veegden zij 'er drie Hukken nevens. „ Het3, eerfte beftondt in een Verteeg, van het gebeurde omtrent de„ zaak van den Eerw. BLOM; met enige aanmerkingen daar„ op, en 't geen door hem in 't werk was gefield, om oproerte verwekken , als mede, een aanwijzing van veifcbei-9, de onwaarheden, in zijn Eenvoudig Verhaal." Het tweedebevatte, „ een Uittrekzel van de voornaamrte buitenfporigeHellingen, in het betoogfclnift, ftrekkende tot wegneming„ van alle regten der hoge en mindere Overheden, zelvs van„ den Souverein , en tot volkomen onafhankelijkheid der Ker-,,, kelijken." Het derde-, leverde ene lijst op, „ van de in 't„ oog lopende lasterlijke en honende Uitdrukkingen, omtrent.„ den Magiftraat, in het verzoekfehr ft van den Eerw. BLOM."Ditalles was van een voor den Magiftraat gewenste uitwerking:de Gedeputeerde Staten wan Friesland keurden, bij eenBefluit, den 13 januarij 1764 genomen, niet alleen het gedrag,der Leeuwardfe Magiftraat goed, in het boeten des Leraars endes Drukkers; maar wraakten daarenboven,, het gedragen dehandelwijze van den Eerw. BLOM, dermate, dat zij hem,,voor den tijd van zes weken, in zijne ambtsbediening .enwedde fchorsten ; een vonnis waar :aan hij zig moest onderwerpen,onder bedreiging, dat men anders, tot zijn leedwezen,,nadere fchikking zou maken.Verkeerd zou dit onbehoorlijk en doldriftig gedrag eensLeraars,-met zijnen aanhang, andere Leraars in verdenkinghebben kunnen brengen, als of zij de .verregaande Hellingen,en verderflijke beginzelen , door hem beweerd, toegedaanwaren, :indien zij zulks ongemerkt hadden laten doorgaan;hierom werdt de Klasfis van Leeuwarden te rade, om,.,iep de eerfte gewone vergaderirge, na 't .regterhjk afdoen


BLOMMEVENNE. BLOND. 171dezer Zak«, te verklaren: „ dat zij tot betoon van haren verfchuldigdeneerbied en ontzag voor de wettige Overheden ," voor de weield piegtig betuigden: de drie aftellingen in de" Dëduüie vervangen , en hier bovenopgenoemd, te vcrfoeijen,, af te keuren, en ten enemaal te verwerpen; en die zij bond ; :>" en onwederfprekehjk wederlegd oirdeelden, in de 5ö:icbc.iH ban een %kfhebast tut IDaarfjeiö/ aan een jtj"« ®l ier *" örn." Deze uitmuntende Brieven, daar zo veel geest enkimde in'döorftraalt, is men te danken aan den geleeiden Ds.PETRUS WIGERI, toen ter tijd waaidig Predikant te Oosthemen Abbega.BLOMMEVENNE (PIETER), is geboren te Leijden in1467. Na in zijne jeugd de fraije letteren beoefend te hebben,toog hij 22 jaren oud geworden zijnde, het monnikkoJdced aan, en begaf zig in het Karthuizer klooster tc Keulen,alwaar hij gedurende een tijdvak van ruim 48 jaren, tot eenvoorbeeld van christelijke nedrigheid en voorbeeidigen wandelheeft verftrekt; zijnde in den ouderdom van 70 jaren op den1 oftober 1536 overleden. Men heeft van hem in druk:1. De bonitate Div : na, Lib. IV. 1538. 2. De cffufiene Cordis.Antv. 1516. in 8w. 3. Directorium parviim, centemplari evpientium;Jive Libellus ititrodu&orius in vitam ctmiemplativam, 1527.in 8vo. 4. Enchiridion Sacerdotum, Jive de SS. Eucha: iftia acSacrificie Misfce. Colon. 1532. 8w.PETREII, Biblioth.Canufiam, p. 256-266. Ejusd. lïotce ad Dorlandum, p. 126.VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 724- J- L. FOPEENS, Bibl. Belgica,p.' 955 , 956. HARTZHEIM, ex Varlis, Biblioth. Culon. p. 265.g> Brodr. Hifi. Univ. Colon. p. 22, 23. PAQUOT, Mem. litter*Tom. VIII. p. 64-69.BLOND. (LAURENS LE) , is een . kundig en fchranderGenealogist geweest, geboren te Valenciennes, omtrent heteinde van de XVÏde eeuw; hij feet zijn gantfe leven 111 dieftad, trouwde aldaar, en maakte 'er in zijne jongite ziektezijn testament op den 15 feptember KS54; nalatende uit zjinjiuwelijk een zoon JAN BAPTIST LE BLOND genaamd, die zig


17? BLONDEL. (ANTONY)even als zijn vader op de beoeftening def GeflagtregisteiStoelei, en in 1670 ftierf. JAKOS FRANS LE BLOND; zoon vanJAN BAPTIST, verkogt in 1717 alle de Genealogife Gedenkfchriftenvan zijne voorouders, en een gedeelte daar van wierdengekogt door M. VAN BERCKEL, Wapenheraut van Braband,wonende te Brusfd, na wiens dood dezelve in handen kwamenvan den Heer DE VISSCHER, Baron de Celles. De hierbovengemelde Gedenkfehriften hebben de bouwftoffe opgeleverdtot het werk, ten tijtel voerende: Quartiers Geneaiogiquesdes illuftres ff nobles families d'Efpagne, d'Allemagne, d'Italië,de France, de Bourgogne, de Lorraine, ff des XVII Brovinces;avec leurs qualités ff türes, les onnes blaf onnes, les timbres,couronnes ff cwmiers ffc. par LAURÏJTT LE BLOND,, Genéalogisteeélebre a Valenciennes. Brux. 1721, in ipto. Men vindt uitmuntendezaken in deze verzameling, die vervolgt is tot in 1Ó78 ;maar men diende 'er vele verbeteringen en vermeerderingenbij te voegen, ten einde die onder de klase van volledigewerken te kunnen rangfehikken, ——— PAQUOT, Mem. litter.Tom. IX. p. pi-93-BLONDEL (ANTONY), zoon van JAKOB BLONDEL, Heervan Cuinchij; Gouverneur van Doornik, welke in 1576 teBrnsfel ftierf, en van MARIA LE BLANC, wierdt geboren teDoornik, omtrent 't jaar 1550. Zijne eerfte Ietteroeffeningenvoleindigd hebbende, ging hij naar Italië, en nam zijn verblijfte Milaan, alwaar hij bijzonderlijk uitftak door zijne bedrevenheidin alle de oeffenïngen, waar in doorgaans dejonge adel onderwezen wordt. Inzonderheid muntte hij uitin het paardrijden, dansfen, zingen, en het meester'ijk behandelenvan velerleije muzijk-inftrumenten, waar in hij ingevolgehet getuigenis van SANDERUS, alle jongelingen Van zijnejaren te boven ftreefde. In zijn vaderland te rug gekeerd,bepaalde hij zijne vaste woonplaats op het kasteel van Cuinchij,een half uur van Doornik gelegen, en hij wijdde het aan deZanggodinnen toe, met 'er ene Akademie van franfe digtkonstop te rigten, ivaar aan hij den naam gaf van Digtkundig Ge.000.


BLONDEL. (DAVLD) C (Speotfchp van den Baron de Cuinchij. Een drom van Digters enDigtertjes, bazuinden den lof van dit Genootfchap en deszelvsinfteller. Onze BLONDEL fleet hier onder het waarnemen vanvelerlei [etteroenëningen en verlustigende uitfpanningen, opene aangename wijze zijne dagen, ook vervaardigde bij digtenzangftukken, die de liefde en hare bekoorlijkheden tenonderwerp hadden, en ingerigt waren, om de bevallighedenvan ene jeugdige feboonheid, waar naar hij aanzoek deedt, teroemen, en waar van SANDERUS als ene nieuwe LAURA (preekt,zeggende: Bi patriam reverfum impotens Me deorum ff hominumdominator (ut est in fabulis) Cupido transfixit, qui concepti amorisignes Carminibus Gallicis fcriptis, ff ad barbiton Juum fuavisjimédecantatis , magni nominis et illuftrem puellam colens, alebat.De liefdenshandelingen van PETRARCHA met de fchone LAURA,zijn ten overvloede bekend; dan ik weet niet waar toe zijneminnarijen zig bepaalden; maar zeker is het, dat hij na verloopvan tijd huwde met MAGDALENA VAN BERCUS, weduwe vanFRANCOIS, Heer van BanfrerHez, bij wie hij drie zonen heeftverwekt, die hem alle hebben overleefd; hij ftierf waarfebijnelijkin 1626. Ik weet niet dat zijne digtftukken bijden verzameld,gedrukt zijn.SANDERUS, de Claris Jntoniis,.p. 149. CARPENTIER, Hifi. de Cambrai, Tom. I. p. 237. 245,249. Hifi. de la vitte et cüé de Tournai, Haye 175c. Tom. II.p. 683, 684. PAQUOT, Mem. litter. Tom. XVII. p. 154-157.BLONDEL (DAVID), geboren te Chalons in Champagne,in het jaar 1591, heeft den roem verworven, van ongemeenbedreven te zijn geweest in de kennis van de kerkelijke enwereldlijke Gefchiedenisfen.In 1614 wierdt hij Predikant,en oefFende zijn leraarambt te Houdan nabij Barijs.Kort hierra fchreef hij verfcheidene werken , tot verdediging der Gereformeerdekerken in Frankrijk. Hij heeft den lof tot zig getrokken, een man geweest te zijn van een wonderbaarlijk geheugen,die alles, wat hij in oude en nieuwe Schrijvers gelezenhadt, met ene onbegrijpelijke vaardigheid cn nauwkeurigheidwist te pas te brengen. De Gereformeerde kerken inFrank*


tf4BLONDEL. (DAVID)Frankrijk, leiden hem in 1626 de taak op, om tegens den' Kartdinaal BARONIUS te fchrijven, doch hij heeft nimmer dit werkvoltrokken. De Jaarboeken van BARONIUS op den rand van welken,hij enige aantekeningen gefchreven hadt, zijn, in latertijd, door de ftad Amfieidam, ten dienfte harer bcekenje gekogt,en zedert, op bevel van Burgemee teren,'gebruikt doorenen Predikant, MAGENDIE genaamd, en uit Bearn naar Amfieidamgevlugt, die ene zogenaamde wederlegging van denKardinaal in 't licht gegeven heeft, met welke hij kleine eerheeft ingelegd. Wat BLONDEL aangaat, hij werdt in 't jaar1631 tot Profesfor te Saumur beroepen; doch 'er kwam ietstusfen beiden, waar door dit beroep geen voortgang hadt.BiOKDHL fchreef verfcheidene geëerde werken, bijzonderedelen'der kerkelijke hiftorie be ieffende, waar onder grotelijksUitmunt, dé. la Primauté en ÏEglfi. Geneve. 1641. in fol. Ookeen, om te bewijzen, dat de hiftorie van de Paufin JOHAMNAeen louter verdigtzel is; met het uitgeven Van welk werk,hij mei" elij .en aanftoot gaf aan enige Gereformeerden. Naden dood va GERARDUS VOSSIUS, werdt hij tot Profesfor in deHiftofien beroepen, in de doorluchtige fchole te Amfieidam,alwaar hij in 1650 die post aanvaardde. Kier fchreef hij, gedurendeden oorlog met de republijk van Engeland, ten tijdevan KROMWEL , emge Godsdienfiige en Staatkundige aanmerkingedie velen in Holland, mishaagden, 0111 dat 'er 't Parlement ende Parlementsgezinden, en derzelver gedrag omtrent KARÉEEEN I, al te fterk in veroirdèeld werdt; ook maakte zigBLONDEL bij fommigen verdagt van Arminianerije. Hij hadtniet lang te Amfieidam gewoond, toen'hij geheel blind werdt,'tgeen men vindt toegefchreven aan zijn geftadig ragtblokkenen al te onvermoeid ftuderen, gevoegd bij de verandering vanklimaat. Daar wordt veizekerd, dat deze ongelukkige toeftandhem niet verhindeide, om zijn in het latijn uitgegevenwerk, over de Genealagien der Koningen van Frankrijk, tegeCHIFLETIUS, uit zijn geheugen door een ander te doen -fchrijven;zijnde in twee delen in folio te Amfieidam in 1654 gedrukt.Hij ftierf na ene kortftondige ziekte den 6 april 1655,iB


BLONDEL.(DAVID)ir> den ouderdom van 64 jaren. Hij hadt twee broeders,ouder dan hij, beide Predikanten; de een was MOSES,en de andei AARON genaamd. MOSES BLONDEL, was eersïPredikant te Meaux en vervolgens te Londen; op de eerstgemeldeplaats gaf hij een werkje uit, getijteld: Jtrufalem aufecours de Geneve. Sedan. 1624, het welk ten blijke verflrekt,dat hij een geleerd man was.BLONDEL hadt een zeer zonderlinge wijze om te fludereu,hij begaf zig op den vloer, leide zig op zijn buik neder, plaatfterondsom hem heen de boeken, die hij tot het onder handenzijnde werk benodigd was; men veihaalt het zelvde vanden beroemden CUJACIUS.Aanmerkelijk is het geen de geleerde ANCILLON, in zijneMelanges critiques de Litterature, Tom. I. p. 407, 408. vanBLONDEL verhaalt: „ dat bij namelijk van den Prefident DE„ MESMES, die zeer verkleefd was aan den Room/en Gods-„ dienst, een jaarlijks penfioen trok van 1200 livres, ten ein-„ de hij tegens de opperheerfchappije van den Paus zoude„ fchrijven; en dat een Raadsheer van het Parlement te Parijs,„ insgelijks den Room/en Godsdienst ijverig toegedaan, hem ten„ zelvden einde jaarlijks 600 livres fchonk, en dat hij, om„ aan die beide heren voldoening te geven, het lijvige boek„ in folio fchreef, de la Primauté du Pape, het welk tot ant«„ woord verflrekt op het boek, dat de Kardinaal DU PERRON,„ tegens JAKOB DE I, Koning van Engeland heeft gefchreven."Waar op de geestige BAYLE , zeer vernuftig aanmerkt: „ dat„ die beide Magiftraats perfoncn, enkel den naam en het uit-„ wendig voorkomen van Roomsgezinden moeten gehadt heb-„ ben, of dat hun bezoldigde hen heeft om den tuin ge-„ leid ,> doordien men op geen bondiger wijze de belangens„ van CALVYN'S leerftellii geia in Raat is te verdedigen,„ dan BLONDEL in zijn werk over de Opperheerfchappije, ge.„ daan heeft.*'Bchalven de hier boven aangehaalde werken van dezen geleerdenman, heeft hij 'er nog vele anderen gefchreven endoor den druk gemeen gemaakt, welke men bij NICERONop-


t7


BLONKEBYLE. (JEROEN; BLOTIUS. (HUGO) 17?louchant les Faux minérales chaudes d' Aix ff de Bot eet ffc.Brux. 1662. 8ro. 2. TJiertnarum Aquisgranenfum ff Porcetanarumdifcriptio: congruorum quoque ac falubrium ufuum Balneationis ffPotationis elucidatio. Aquisgr. 1671. i2mo. It. Trap. ad Mqfam.1685. dt. veel vermeerderd, Aquisgr. 1688. 4fo. 3. 55cfc!jJijabing ban bc bcrccmbc |1ab3ü«n; nut.ögaDcré ban alle bcéjcffSxffonteinen en minerale JDatercn cn 2ênbcn/ xo in al£ om befclbe fïaö gelegen $c. met platen. Üfejjb. 1727. in 4tp. ———PAQUOT, Mem. litter. Tom. XI. p. 190--193.BLONKEBYLE (JEROEN), een Scheepstimmerman, omtrent1680 te Vlisfingen geboren, daar hij ook tot aan zijndood toe, zijn handwerk heeft geoeffend; was geen onkundigman, ook belleedde hij den tijd, die hem zijne bezigheden toelieten,zeer vlijtig met lezen. Men heeft van dien werkmaneen boekje, dat vrij wel gefchreven is, en waar in het nietontbreekt aan hartige fpreekwijzen, van 's mans kostwinningontleend; het voert tot tijtel: 3Sanmcrïiingcn bij manicre bantocöcrfegmnije op fjet fehflandig of niet fehftandig üe(ïaan bei'j&atang ban A. UYTTERSCHOUT , Innar in öcjS aittfjcurs* blnalrn*gen/ gcfjaalb uit J. ADOLPUS, cn anöere Dwaalgeesten ontuchtcn tocbcrlcgt; cn fjet geboden ber


jgi BIÖXÏUS.. BLYENBüRG.vader van FILIPS , welke laatstgenoemde een medepügt'ge was'sten den moord van ALÉID VAN POELGEEST, en in 't jaar 14.13in den Hage, in 't openbaar, een voetval beeft moeten doen,«m zig naw- landsgebruik, met de magen van die jonkvrouwete' verzoenen.- Onze HUGO is Opziender geweest van de vermaardekeizerlijke bibliotheek te Wenen, onder de regeringenvan MAXIMILIAAN enRUDOLF DE II, welk beroep hijtot zijnen dood toe welke in 1608 voorviel, heeft waargenomen.-Men vindt van hem getuigt, dat hij een welfprekendRedenaar is geweest, vrolijk van geest, en met een uitnemendverRand was begaaft..De volgende latijnfè redevoeringen?.ijn Van hem in druk. 1. Orationem in duorum Juvenem ADRIANIFRÏSII Tigurini ff LAURENTII EISTERI , Pairicii Viennenfs ,homicidas. 2.- Orationem paraneticam Lovanii hdbitam ad juventütdm'fanreiïé parentes, liberos fuos Loxanium, moribus fludiisqueïnformandos mittant? 3. Oratiunculas de Elephante nuper in liastégiones hv/eüo, ff de Horolcgüs Lovanienjibus. Antv. r 564. 4to.— M. Z. BOXHORNII, Thé. Hott. p. 166. J. F. Fop-#F.NS, Bibl. Belg. p. 491. D. v. BLEISWYK, Befchrijv. - vanDelft, U. 771. Coudf. Chron. bl. 119.MIERIS, Charterb.ÏV. D. bh 248-250. WAG., Vad. Hifi. III. D. bl. 322.BLOXIUS (PIETER), Schrijver van de XVIde eeuw, isgeborente Dieghem, een Brabands dorp nabij Vilvoorden enfirusfeKgelegen; hij was in 1562 Schoolmeester te Leijden, eneen ijverig voorflander van CALVYN'S leerRelIingen. Hij heeftin druk uitgegeven i dim lïcthttïijtïte eube fcfnifrHrjc&e cnbct*tirijtintje ban Dat maotfd cnbe Stbontinart Cfjn?"t. Sfefo fcermt hit ttt rijt boo? alle fhtfjee menftfjen. ïtampen bij JANJANSSEN; f566. i2ino. Eerst hadt hij dit boekske in 't latijnuitgegeven. —-—1 PAQUOT , Mem. litter. Tom. XL pag.S63 1 , 264.ÉLYËNBÜRG (ADRIAANVAN), Heer van Schbbelands-Mbagt fiu Swijndregt, gefproten zo wel ais de volgenden uiteen doorlugtig Hollands geflagt, een zoon van enen ADRIAAN#fi KLA«A BOOGAART, kwam in z^jn vaderftad Dordrecht inÏS32- I


BL YENBURG. (ADRIAAN 1 VAN) 170.j.532 ter wereld, en ftierf in 1582, nalatende zes kinderen,bij zijne huisvrouwe KATRINA KOOLL verwekt, die ene dogterwas van ADRIAAN KOOLL, Burgemeester van 's Heren wegen.Hij is geweest Waradijn van des Graavlijkheids munten vanHolland, Kommisfaris-guneraal van Neeriands krijgsvolk, Geheimraadvan WILLEM DEN I, Prinfe van Oranje, en Lid vanden Raad van State. Hij was een bedreven Staa.sman enijverig vaderlander, heeft ook veifcheidene gezantfehappenen andere aanzienlijke commisfien met zeer veel lof en ijverbekleed, en behoorde onder de klasfe van die genen, welkehet nieebt hebben toegebragt tot ftigting en vestiging van Neeriandsvrije Gemenebest. Dus S. VAN HOOGSTRATEN te regtin het bijfchrift op zijn afbeeldzel, bij VAN BALEN, van hemgetuigt:Dit's Bi. YENBURG, die tot, de ztiivre Kristenheit,Den aldereerften fteen in Dordrecht heeft geleijt:Hij gaf zig in 't verbont met Prins en waeter-Leewen,l Om, tot verlosfing van 't verdrukte vaederland,Te waegen goedt en bloedt, die trouw blijft nae 'tvereewen,Noch in de ftam die 't zaet der mjheijt heeft geplant.Want in 1572 oud Schepen te Dordrecht zijnde, het jaarin 't welk de grondftag. der Nederlandfe vrijheid, met het innemenvan den Briel was gelegd, kwamen de IVatrgeufenzeer onverwagt, met enige fchepen te Bapendregt voor Dordrecht,opdagen, en begaven zig aldaar ten anker, voorgevendede Spanjaarden uit Rotterdam te willen verdrijven; dan ditvoorgeven verftrekte fiegts tot ene leus, doordien zij reedsbcdektelijk met enige Dordrechtenaars in onderhandeling warengetreden, en 'met dezclven 's nagts buiten de ftad raad haddengepleegd. De zo beroemde JAKOB MUIS VAN LIOLY , een derjongfte Raden, Rondt aan de poort op fchiidwagt, toen debrief van WILLEM DEN I, aan de Magiftraat van Dordrecht gerigt,doorhem üit Dillenburg gefchreven, aldaar gebragt werdt;-iü welken brief zij bedankt werden, wegens hunnen warmenM 2 ijver


tSa BLTËNE-ÜRG. (ADRIAAN VAN)yver fót bevofde- fng va» de góeie zaak, hem bij misfive belfeïd gemaakt,- met belofte van 's Prinfen zijde, zig ter haterkciïpe met de uiterfte fpoed te zullen- fneücn.Deze brief aabifefe Raad- gebragt zijnde, ftonden Burgemeesters van dezegafitfe handeling onbewust, geheel bedremmelt, keken optetfkanderen met opgelikte ogen, cn 1befloten na veelvuldig,'gehöudenc rcdewisfelingen, den Oudraad te doen vergaderen.Dezelve bijeengekomen en opening van de zaak gegeven zijnde",fteeg de verbaasdheid van de Spaansgezinds leden ten top-,foetï onze ADRIAAN, ruiterlijk betuigde, dat hij de man wasdie aan den Prins gefchreven hadt, teffens de copije daar vanvoor den dag halende en die doende voorlezen.Zijn vaderdie 'er tegenswoordig was, wierdt daar blijkelijk over ontzet,fehoon die mede de zijde der hervormden was toegedaan, enom die reden ook 't ambt van Schout afgefiaan hadt, doch dievoor 't oog egter nog roomsgezind fcheen te zijn, daar de zoondie Geneve bezogt hadt, er opentlijk voor bekend Hondtdat dit was voorgevallen, droop ADRIAAN ftilletjes ten Raadhtttzeaf, werdende gevolgd door Muis VAN HOLY, en zij begavenzig gezamentlijk aan boord der fchepen, in de bijftandder burgerije een vast vertrouwen Hellende, waaromtrent zijookgeene verkeerde rekening hadden gemaakt; want wederaan land gekomen zijnde, kregen zij een gantfe drom vanVolgers, die hun naar 't ftadshnis verzeldcn; en een van hunhadt moeds genoeg, om in de raadzaal te treden, en daar floutélijkzijn verlangen te kennen te geven, dat de Watergeufenmogten binnengelaten worden; de toenmalige Schout DRENK-WAAED hier op vragende, „ wie hem zo Hout maakte, om„ zonder verlof binnen te komen?" kreeg ten antwoord:„ ik mij zelve en die daar buiten Haan." De vergaderdeRaden gants niet eenparig denkende, de toevloed van volkZiende, hielden zigenig befluit te hebben genomen.flil; en de vergadering fcheidde zonderIntusfen nadciden de Watergfpfin,op welke de Schout beval vuur te geven; waar opeen der fchutters hem toebeet: „ zo gij naar buiten vuuru geeft, gullen wij het naar binnen doen;" dit antwoord be­Nakoel-


ELYENBURG. (ADRIAAN «tui)loeide gants en .al de moed van -den Schout. SStaande die -ser*'warring, voer KORNELIS -VAN BEVEREN., van de Overhed-epader gildens verzeld naar boord, en üad met BARTEL ENT-ES is»verdrag; zeer fpoedig -was :men 'het eens, en -na het benwoeivan enige artikels, gaf zig de ftad aar. ORANJE over,


38zBLYENBURG. (ADRIAAN VAK)gedrukt. ' • PAQUOT, Mem. litter. Tom. XI. p. 8s~8$>.M. BALEN, Befchrijv. van Dordrecht, bl. 993.BLYENBURG (ADRIAAN VAN) , een neef van den voorgaanden,cn zoon van JAKO3 VAN BLYENSUEO en MARIACARRÓ, wiens voorouders tot de reije van de voornaamfteRegeerders der Rad Namur behoren, wierdt te Dordrtcltt geborenin 1599.Hij beoeffende van der jeugd af aan de fraijeletteren, maakte daar aanzienlijke vorderingen in, ei wie Ibuitengemeen ervaren in de oude en latere gefchiedenisfen,als mede in de ftaatkunde en de belangens der onderfeheideneHoven van Europa, waarom hij ook tot hes bekledenvan de aanzienlijkfte Staatsambten en Gezantfchappen is tewerkgefleld.Hij volgde zijnen vader op als Heer van Naaldwijk,insgelijks als Waradijn van de Hollandfe munt, en wasteffens ook Ridder van de orden van St. Michiel. Zijn fchoonvaderPOMPEJUS DE ROOVEEE, Heer van Hardinxveld en Bailjuwvan Zuidholland, in 1620 van zijn Hoofdfchoutsambt teDordrecht vrijwillige affland gedaan hebbende , wierdt BLYEN-EURG in-deszelvs plaatze aangefteld, en behield erfe post totaan zijn dood, welke in 1630 voorviel, toen hij nauwehjks41 jaren bereikt hadt.Tweemalen is ADRIAAN getrouwd geweest, zijneerftevrouw was, KAROLINA DE BEVEREN, dogter van WILLEM DEBEVEREN, Heer van Streveishoek, Raad en Thefaurier generaalvan Zuidkolland, benevens Burgemeester te Dordrecht; na dodevan deze , huwde hij met SARA DE ROOVERE, dogter van POM­PEJUS hier boven gemeld.Bij de eerfte heeft hij verwekttwee zoons en" ene dogter: , r. JAKOB, geboren in 1612 engeftorven in 1633.2- ADRIAAN, waar van nader. 3. CHAR-LOTTE, geboren in 1625, en getrouwd aan THOMAS VAN SAS­BURG , Heer van Mogarnie, Refident van hun Hoog Mogendenaan het Hof van BrUsfel. Bij zijn tweede vrouw heeft hijmaar ene dogter geteeld, welke na zijnen dood ter wereldkwam, en gehuwd is geweest aan DANIËL FANNLUS, Raadfisfcaolvan dc Admiraliteit in Zeeland,ADKJ-


BLYENBUR6> (ADRIAAN v*ir)(DAM\'S togfiADRIAAN BLYENBURG, was geleerd,.en innemend welfpre-:i


.«84 BOCHIUS. (JAN)zonder enig kroost ra te laten. Dit verlies trof hem zo gevoelig,dat hij belloot ten einde zijne ziehmerte te lenigen,een reisje door Duitsland en andere gewesten te doen. Ia1-616 begaf hij zig op weg, en trok 't eerst naar Bohe m t4aar hij naar alle waarfchijnelijkheid is geftcrven. Schoon zij'ne familie -'er nimmer met zekerheid berigt van heeft ontvangen.DAMAS VAN BLYENBURG was wel geoeffend in de weten»fchappen, ongemeen bedreven in de fraije letteren, en welinzonderheid in de latijnfe digtkunde. Daar is van hem indruk. x. Cento Ethicus, ex variisPoetis contextus. Lugdb. 159I2»JJÖ. 2. Véneres Blyenburgicce; Jive Amorum hortus, in quinareolas Éstihttus, fcf fragrantisfimis CXLVIII celeberrimorumtarum 'flqjMis rejertus, opera DAMASI BLYENBURGII, H. F.Batavi. Dordr. 1600. 121110. 3. Epitome opermn B. FULGEin XXX. capita dijiri'buta. Amjl. 1612. 121110. p. SWEERTii, Analett. Belg. p. 202. PAQUOT, Mem. litter. Tom. XI.p. 82--85. M. BALEN, Befchrijv. van Dordrecht, bl. 210. 992.BOCHIUS (JAN), goed latijns Digter en Secretaris derftad Antwerpen, wierdt den 27 julij 1555 te Brusjel geboren.Hij volbragt zijne eerfte lettcroefFeningen te Lire en te Aath,en ftreefde zijne medeleerlingen in ijver en naarftigheid voorbij.Na zijne ftudien geëindigd te hebben, geraakte hij bij denKardinaal GEORG RADZIVIL, en kreeg daar door gelegenheidom zig te Rome in de theologie te oeftenen, en de lesfen vanBELLARMIN over de wederleggende Godgeleerdheid te horen,die hij zeer vlijtig bijwoonde. Vervolgens deedt hij verfcheidenereistogten; hij zag Polen, Lithauwen en Rusland; dochdeze togten gingen niet zonder drukkende ongemakken en grotegevaien verzeld, want Smolensko doortrekkende om zig naarMoskou te begeven, leedt hij zo geweldig door de koude, datzijne voeten ten enemalen bevroren raakten; men raadpleegdereeds om die af te zetten, toen een Heelmeester van denCzaar tot zijn geluk van begrip was, dat men van dat middelgeen gebruik behoorde te maken; de Heelmeester die hem bediendezou waarfchijnlijk zijne genezing niet te wege gebra rj" i heb-


BOCHIUS. (JAN)ifSfcebben,' indien een ander ongeval niet was opgedaagt. BocrcrasJiadt zig namelijk naar de wijk der Lhoniers doen biengen, enbevond 'er zig nog, toen de Gioothcitog BASTLID.ES, 'er metzijn krijgsvolk kwam inftuiven om het r .e plunderen, voerendetot verfchoning van dit geweldaJig bedrijf aan, dat de Patriarchzig aan den Czaar hadt beklaagd, dat de Duitfers onderwelke de Lhoniers ook begrepen wierden, de dapperheiden moed der Rus/en in verwijftheid deedt ontaarten, en hunveel geld deedt fpillen voor dranken die zij aan ben verkogten.BOCHIUS door fchrik bevangen, ontvlugtte bet zogoedbij kost, en na uitgefchud ei deerlijk geflagen te zijn, ontkwamhij de handen der foldaten, en kwam 's anderendaagsin zijn verblijf te rug; deze gedwongené IighaamsoefFening washet, die de heilzame uitwerkingen van de geneesmiddelengrotelijks bevorderde. In zijn vaderland terug ge ëerd, vervaardigdehij een digtftuk, 'X welk zo uitnemend welaan denHertog VAN PARMA beviel, dat hij hem de bel lening van Secretariste Antwerpen bezorgde. Dit digtftuk beftond uit enelofjpraak van den Hertog VAN PARMA, over het veroveren vandie ftad. Hij ftierf den 23 januarij 1609, ene dogter nalatende.FRANC. SWEERTIUS, onderrigt ons, dat zijn goede vriendJAN BOCHIUS een ongelukkig lot in de huwelijksklasfe haatgetrokken, 't welk, zegt hij, doorgaans aan grote Mafmentébeurt valt. Zie hier zijne eigene woorden: Mptrimoicitus fuit non usqaequaqne felici ac concordi, qaod ferè viris magniscommune. BOCHIUS fehoon in verfcheidene takken van geleerdheidervaren, muntte inzonderheid in de digtkonst uit*zo dat hij >.e Nalerlandfe VIRGII.IUS hadt -kunnen genaamdworden. Men heeft van hem in druk: 1. Hiftorica narratioprofetïionis ff inavguratiónis ALBERTI ff ISAEELLÜ, Antv.1602,in folio. 2. Pfalmorum Davidis JParodia leroica. Ejusdem varhcin Pfalmos obfervationes phyfica; , ethica, politica ff hijloricce.Antv. 1608. 8vo. Zijn overige digtftukken, meestal uit puntdigtenen treurzangen beftaande, zijn verzame t en uitgegevendoor FR. SWEERTIUS, die 'er de digter Ij ke letterviugt.en -vandeszelvs zoon, JAN ASCANIUS BOCKIUS, heeft bijgevoegd, wel-


ïSS EOCIÏÏUS. BOCIIX. BOCK,keineen deeltje in 8vo., in 1615 te Keulen zijn gedrukt'i VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 4.61. MELCH. ADAM, invita Philofiph. p. 498. FR. SWEERTII, Ath. Belg. p. 398. J. F.FOPPENS, Bibl. Belg. p. 583. Catal. Bibl. BUNAV. Tom. I. p,3091. C. SAXI, Onom. liter. Pars III. p ;528. P. BAYLE, Dia,Tom. I. p. 587» 588. ed. de 1730. BAILLET, Jugemens desfavans, Tom. IV. p. 157.BOCHIUS (JAN ASCANIUS) , zoon van den bovenftaanden,is te Antwerpen geboren, en drukte de voetftappen van;2ijnen vader, in het beoeffenen der wetenfchappen en geleerd-•heid; eerst fludeerde hij in de regten tc Leuven, en nader-'hand te Orleans; vervolgens ondernam hij ene reize naarJtalien, daar hij zijn grafvondt; want in Kalubrien gekomen„zijnde, wierdt hij door een lievige koorts aangetast, die hem.dn de lente zijnes levens wegrukte, tot grote fmerte van zijdenvader en alle die genen welke hem van nabij gekend:hadden. BOCHIUS was levendig en -vaardig van geest en maakteeen goed latijns vers, zo als blijkt uit de verzameling -,wel-;ke bij die van zijnen vader gevoegd, te Keulen in 1615 gedruktzijn. •" FR. SWEERTII, Athen. Belg. p. 839.BOCHORINC, zie EOXHORN (HENDRIK).BOCHX (DOMINIKUS), geboortig van Antwerpen, is gedweestPrior der abtdije van St. Bemard Jur-l'EJcant, alwaar,'hij'in 1674 is geftorven. BOCHX had veel liefhebberij voor..de nederduitfe poëzij, waar in hij ook tamelijk wel flaagde.,en daar worden een menigte ftukken van hem met eigen handgefchreven te St. Bemard bewaard, waar onder een zeer fchoneuitbreiding over de Difticha aan -CATO vvordende toegefchreven.——- PAQUOT, Mem. litter. Tom. XIV. p. 33, 34.BOCK«en klein(GEORG), deze Schrijver'is geboortig van Arlon,,ftedeken.in he; hertogdom Luxemburg, zijnde ditook al wat wij 'in ftaat zijn van dezen man te berigten, behalr?ennog dat hij door den druk 'heeft gemeen gemaakt: GEORGHiB.ÜCK„


BOCKENEERG. (PIETER KORNELIS)1S7•BOCK, Arlunenfis, lucnbrationes, videlicet, Elegia, Epigrammata,ff libellus de Viiwrum Romanorum notis ff nominibus. Bafil.ap. HENR. PETRI. I 54°' A t0 -PAQUOT , Mem. litter. Tom.•II. p. 405.BOCKELMAN, zie BOECKELMAN.BOCKENBERG (PIETER KORNELIS), geboren teGmSaden 25 december 1548, uit een tieffelijK en eeilijk geflagt,zijnde zijn vader KORNELIS DIRKSZ. Raad en Schupcn te Goud*geweest, zo als ook zijn moeders ALEIDS vader, ILOKIS MVA-•NE, in zijn tijd geweest was. Deze ouders gtotelijks aai. etRoovife geloof verkleefd, vertrokken, toen de verandering inden godsdienst en regering te Gouda in 1575 voorviel, uithunne vaderftad, hunne goederen agterlaten le, en gingen naarUtrcclit, en van daar als in ballingfchap naar Schoonhoven.Intusfen was PIETER door zijne ouders te Lenven ter fcholebefteld: hier maakte hij fpoedige voortgangen in de letterkunde,onder opzigt van PAULI S LEOPARDUS; e- in de godgeleerdheidwierdt hij onderwezen, door den PLogleiaar AUOUSTLNUSHuNNiEus, onder wiens opzigt hij ook de beide eretrappen in•die weten chap beklom,' waai na hij'tot Priester wierdt gefcijBfren,. en te Loo een fteedje in Westflaanderen daar toe ingewijd, nemende hier ook met den Pastoor beurtelings dendienst waar. Dan deze door den nieuw aangeflelden BisfchopRITHOVEN verplaatst zijnde, en het BOCKE^UEHG mislukkendedie parochie te bekomen, vei tok hij naar Leuven om aldaarzijn geluk te beproeven; doch zijne pogingen daar toe, hem'hier ook mislukt zijnde, begaf hij zig naar 'j- Hertogenbosch enNijmegen, ter tijd dat zijne ouders reisvaardig ftonden om vanUtrecht naar Schoonhoven te trekken, daar zijn vader korte dagenna derzelver aankomst overleed, en zijne moeder in iS7o\,na de fatisfaftie van Gouda, tot hare geboortellad te rug keer»de. Intusfen verkreeg hij ene prebende te Ti.iel,, dan de in*komften daar van waren zo fchraal, dat hij daar van in geenendele kunnende beftaan, naar Casfel trok, daar den BisfchopRITHOVEN in 1.577 hem tot Pastoor van St. Niklaas aan-' „Rek


185 BOCKENEERG. (PIETER KORNELIS)ftelde. Hier hieldt hij het ook niet lang, want met HENDRIE*PELTANUS Opperbeftieider der fcholen aldaar, kennis .gemaakthebbende, befloten zij een fpeelreisje naar Rome te doen, enten einde teerpenningen te befparen, zulks te voet te ondernemen.Te Ulm gekomen zijnde, verftonden zij, dat men ter•ohzake van de befmettelijke ziekte Italien niet kost intrekken;zij veranderden hier op van voornemen, begaven zig te fcheepen zakten den Donauw af tot Wenen toe, alwaar zij hun verblijfnamen bij FRANS MERGROT, 'S Keizers Kapellaan. Eenmaand hier getoefd hebbende, trok BOCKENBERG Hongarijen in ,om het aan hem opgedragene fchoolbewind te Erlau te aanvaarden;dan voor ene inval der Turken bedugt, hieldt hij zigtot den 26 julij 1578, bij den Bisfchop van Erlau te Presburgop, als toen naar Wenen te rug kerende. In feptember daaraan volgende, ging hij naar Bruna in Moraviën, ten einde zigaldaar onder het .genootfchap der Jefuiten te begeven; waarna hij in maart 1580, voorzien van een gemigfehrift, wegenszijn goed gedrag van ALEXANDER HOLLERUS Rector van dat•genootfchap, den weg over Wenen naar Braag nam, en vervolgensnaar Minehen reisde, daar hij zig tot .in 1582 aan hetHof van den Keurvorst WILLEM in de hoedanigheid van Huispriesteronthield; als toen ging hij met brieven van voorfchrijving,hem door dezen vorst verleend, naar Milaan, om zig•onder den Kardinaal BORROMEUS verder tot den predikdienstte bekwamen. Slegts enige weinige weken hier verblevenzijnde, befloot hij naar zijn vaderland te reizen, doch in novembervan dit jaar te Augsburg gekomen zijnde, werdt hemaldaar door den Domheer JOH. HANNEGRAEFF op voordeligevoorwaarden een leermeestersplaatze in de abtdij Keizershe'min Swaben aangeboden, die hij met genoegen aannam; dochdeze nieuwe ftand duurde ook niet lang, want enig verfchiil•gekregen hebbende, verliet hij op den 4 februarij rs84 zijnenpost, en toog naar Gouda, ten einde zijne moeder, zusters.*»broeders een bezoek te geven, daar .hij op den 19 maart aankwam.Na hier enige dagen getoefd te hebben, zette hij zigle Legden neder, in hope van hier een behendige kostwinning10


BOCKENBËRG. (PIETER KORNELIS) ï $te zullen aantreffen, bogende op het groot aanzien dat zijncom of vaders broeder ARENT DIRKSZ. BOCKENBERG in dezeRad genóót, die aldaar Komrnandeur der Duitje orden en teffènsPastoor was. Hij huisvestte hier "bij zijne nigte MARIA JANS,•ene geestelijke dogter, en verrigte hier niet anders dan delesfen van I UPSIUS te horen, zijne boekerij in orde te fchikken,ijverig aan zijnen Catalogus comitum Hollandice te werken, enhet gebed van AZARIAS, DAN. III. in 't nederduits te vertalen,om bij een Pfalmboek 't welk zijn gemelde oom in 't lichtRond te geven, gevoegd te worden.Intusfen was het fchraal met BOCKENBERG'S finantien gefield ,doordien hij geen het minfte vast inkomen had, en al zijnuitzigt vestigde zig op zijn oom den Komrnandeur, hopendedaar bij inwoning te zullen krijgen, 't welk hem egter mislukte,zo wel als zijn ontwerp om door zijnen ftadgenoot A-DRIAAN DEBONSER, een beftaan 'mFlaanderen te bekomen. Hierop befloot hij een kostfchool op te rigten, dat ook geheel enal niet wilde flagen, en hem het ontwerp deedt vormen, omandermaal zijn geluk te Keulen te gaan beproeven, hopendedat zijnen neef RAES welke aldaar woonde, iets voordeligsvoor hem zoude kunnen uitwerken, blijvende intusfen eengetrouw voorftander van de Roomje geloofsbelijdenis. Hij vertrokdan in 1585 in Ril te van Leijden, doch van ontwerpveranderende, ging hij naar Varik, en nam aldaar zijn intrekbij IlENé VAN DEN BURCII, Heer van die plaats, en wierdtdoor dcsze'vs toedoen aldaar als Pastoor aangefteld. Hierfcheen hij nu ene rustplaats bekomen te hebben, die hem eenordentelijk beftaan opleverde; ook befteedde hij thans zijnefnipperuren in het beoeffenen der Gelderfe gefchiedenisfen, vanwelker Hertogen die dit landfehap aanëengefchakeld beftierdhadden , hij voornemens was ene geflagtlijst uit te geven.Doch de geruste kalmte die hij daar genoot, was van kortenduur; want de Bevelhebber van Thiel vernomen hebbende dathij Priester was, deedt hem door zijne krijgslieden opligten,en in de ftads gevangenis brengen, daar hij egter op voorfpraakder Goudje Regering uit genaakt wierdt, waar op hij bijzij-


ÏPJ BOCKENBERG. (PIETER KORNELIS)zijne putfe moeder te Gouda kwam inwonen, daar hij 21'g fo;ber moest generen.In dezen tijd, werdt hem door TRATIUS , Hoogleraar in dewiskunde tc Leijden voorgefteld, om een jongeling van aanzien,als Pedagoog, op deszelvs voorgenomen reize naai Frankrijktè verzeilen, doch de beloning die men hem daar vooruitloofde, was zo gering, dat alfchoon.hlj 'er groten lust toehadt, hij egter begreep zulks te moeten van de band wijzen.Gedurende zijn verblijf bij zijne moeder, begosthij zijne Ckronologiaab orbe coudito ffc. te vervaardigen, die egter nimmer'gedrukt is, zo min als ene verklaring over PSALM XXXI.1586 werden te Leijden ter persfe gelegd , zijne in het latijn gefchrevencNaamlijsten der Utrechtfe Bisjchoppen en Abten van Egmond,en in het volgende jaar die der Heren van Brederode.Dit jaar bragt hij meest in 's Hage door, en maakte 'er kennismet JOHANNES LIGARIUS en ZEGER KONINSBERG, beide Predikantente Woerden; waar mede hij inzonderheid met.deneerstgenoemden in vriendfchap geraakte, en briefwisfeling onderhield; in welke brieven hij ook de verborgene neiging totverandering van godsdienst te kennen geeft, en zijne zugt omaan ene vrouw te geraken, die middelen hadt, doorden hijgenoegzaam niets bezat.LIGARIUS fpoorde 'er ras ene voorhem op, het was de dogter van JoHANNES WYKERSLOOT, Rectorder latijnfe fcholen te Woerden.InEOCKENBERG nam 'er genoegenin, maar het huwelijk moest in 't geheim gefloten worden;dus gingnaam te neeinen.moeder wierdt aangeradenLIGARIUS voor hem uit vrijen zonder zijnenHoe zeer nu ook die juffrouw door hareom in liet huwelijk te treden,wilde zij hare toeftemming niet geven zonder haren minnaarte zien. Het geviel nu dat ze een reisje naar de Kuinder deed;BOCKENBERG volgde haar fpoedjg derwaarts, zag en fprak haar;doch hij reeds 40 jaren zijnde, Rond haar zulks tegen, egterfloeg zij hem niet volkomen af, 't welk hem ook 'deedt aanhouden,en na enige tegenftrevingen aan de zijde van zijnemoeder en andere naastbeftaanden, die hemel en aarde bewogenom hem Priester te doen blijven, trouwde hij het meisje,-na


BOCKENBERG. (PIETER KORNELIS) 1 701pa belijdenis van den. Gereformeerden godsdienst gedaan tehebben. Dit huwelijk bragt een grote, verbetering in zijnenfinantië'elenftaat te wege; want hij die kort geleden, in 'sHagezijn kostgeld niet konde betalen-, kogt nu te Leijden eenhuis op de Papegraft; en vervaardigde' in 1589' in liet latijnzijne lijst der oude Batavife en Friesfe Koningen, geflagtregistersder huizen vanWasfenaar en van Eginond, en werkte verder metveel vlijt aan zijne Hollandfe jaarboeken, en zulks ten zek enrijd, dat JANUS DOUZA de oude, een gelijkfooitig werk in distr.n profa hadt ter hand genomen, waar van het ontbrekendein 1597 door zijnen zoon wierdt aangevuld, en door den drukgemeen gemaakt. Deze arbeid over een en het zelvde onderwerpdoor deze beide geleerde, mannen, gaf aanleiding tot eneverregaande nijd en twist tusfen hen, die niet weinig aan dezijde van DOUZA wierdt aangevuurd, doordien het aan dezen,die Curator van 's lands Ilogefchool was, mislukte, om Dom-NIKUS BAUDIUS tot Hiftoriefchrijver van Holland en Zeeland tedoen aanflellen, waar toe onze BOCKENBERG door aanbevelingvan den Raadpenfionaris OLDENBARNEVELD , in wiens gunst hijzig had weten te dringen, werdt benoemd. DOUZA verenigdezig met BAUDIUS cm hem door itekeüge puntdigten aan te vallen, waar in zij hem voor onkundig uitmaken, en met dewanzigtigfte kleuren gefchilderd ten tonele voeren; de digtkundigewerken van beide deze Schrijvers, waar in zij BOC­KENBERG onder de namen van TRAOORAS en HIRCIOMONTIUSaanduiden, Riekt hier van ten bewijze'. Hij hadt egter hetgenoegen van zijn beide vijandelijke tegenftrevers te overleven,doordien hij zijn levenstijdkring uitrekte tot ruim 78 jaren,en te Lijden ftierf den 17 januarij 1617; nalatende eenZoon die zonder kinderen verwekt te hebben overleden is.*Hij wierdt begraven in de St. Fieters kerk te Leijden in derustplaats van zijnen oom ARNOLD DIRKSZ. VAN BOCKENBERG,die in 1592 was overleden. Het graffchrift van onzen Schrijveris gemeden op een koperen plaat, in de volgende bewoordingen:Quid


ï9? BOCKENBERG. (PIETER KORNELIS)Oidd fati invidiam queror,Aud multis moror hospitem?Nomen nobiie jï loquarPaucis omnia dixero:BOCKENBERGIUS hic jacet.PETRO EOCKENBERGIO Hiftoriographo Hollands Zelandisque ffc.pia conjugu offlciojus in maritum dolor monum. po/uit. Natus Goudamno M.D.XLVIII. Denatus Leyda an, M.DCXFII. Janua-7ti uie XVII. egresfus annum vitte LXVIII. 'NE VITA SIT TRAGEDIA.Dat BOCKENBERG een geleerd man is geweest, daar bij buitengemeenwerkzaam, • en ervaren in de gefchiedenisfen, bijzonderwat die der Nederlanden betreft, is iets dat de door hemUitgegevene werken volledig bewijzen; maar men wil, dat *het hem aan befchaafd oirdeel en doorzigtig vernuft mangeldewaar door hij wel eens misftellingen heeft begaan. Voor hetoverige is zijn levensloop een toneel van wisfelvalligheden geweest,waar van velen onaangenaam voor hem waren; inzonderheidzijn gefchil met J. DOUZA; dan wie daaromtrentgelijk of ongelijk heeft gehadt, laat BOXHORN onbeflist; zekeris het nogthans, dat DOUZA hem op ene onheusfe wijze heeftbehandelt.De werken van BOCKENBERG door den druk gemeen gemaakt,zijn de volgenden: i. Catalogus, genealogia ff b'revishijïoria, regulorum IMlamlia, Zelandia, ff Frifia. Item aliaquadam huc jpeüantia. Lugdb. 1584. iimo. 2. Catalogus ffbrevis hijïoria Fontijicum UltrajeQenJium. Item Catalogus ff brevis' hijïoria Antiflitum Egmundanorum; additis pasfim non tameruditis, quam lepidis ex fepulcJiris eorum, primorumque HollandiceZelandia ff Frifia Principum epitaphiis. Ib. 158C. i2«zo. 3. Historiaff Genealogia Brederodicrum, illujlrisfimce gentis Hollandiee.Ib. 1587. i2»?;o. 4. Egmondanorum, potentisfima Hollandia gentis,hijïoria ff genealogia. Ib. X58o. i2mo. 5. Brisci Batavia ffFrijiae Reges. Item Lugduni Batavorum, ff Wasjenafia heroum,vetustisjimarum Hollandia Gentium, hijïoria ff genealogia. Ib.• 1589.


tB0DJEUS. (JQIIANNES) BODDAERT. (PIETER) 1931589. 12-110. 6. Ad nonnullas JANI Dousffi aspera fcripta respon-Jio, lil. Ihiandia ff Westfrifim ordinibus reddita. Delph. 1601.limo. 7. Pro Aiuallbus fuis, ff priscis Patriai Clnmkai con-Jervandis, contra JANI DÜUSÏE nefarias calumnias. Ib, 1603. Behalven deze, heeft hij nog een groot aanta' andere fchriften vervaardigd',waar va. men de optelling bij PAQUOT vindt; dochdie ni.nmer door den druk zijn gemeen gemaakt. F.SW'EERT., Annales Belg. p. 609. VAL. ANDR., Bibl. Belg. p.732 i'oxïiORNii, Theatr. Holland, p. 277, 278. J. F. J or-PENS, Bibl. Belg. p. 966-968. C. SAXI, Onom liter. P. III. p.559> 560. PAQUJT, Mem. litt. Tom. III. p. r32-140. A.PARS, Naamrol der Batav. en Holl. Schrijvers, bl. 51—53. WALVVis, Bejchrijving van Gouda, bl. 292-308.. BOD/EUS (JOHANNES) a Stapel, is geweest Geneesheerte Amfieidam. Hij was een geleerd man, zeer bedreven in daigriekfc en latijnfe litteratuur en andere we.enfchappen; ook;was hij een ervaren kruidkundige. Door zijnen vroegtijdiger!dool, welke in 1636 voorviel, wierdt hij verhinderd het volgen.ewerk uit te geven, 't welk egter tot 's mans welverdiendenroem, door zijn vader EGRERT naderhand is gefebied .-THEOPHRASTX ERESII Hifiorice Plantarum libr. X. Notis, Commentariis,e: rarior.wi Plantarum plurimis Iconibus illufiratos, una cumgreeco cmtexiu. Amft. 1644. in f.lio. — Jon. ARN. CORVI-NUS , in Pr.ef.ü. ad i.anc edit. FABRICIUS , Bibliuth. Grac. Vol. II.p. 236, 237. J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 583. C. SAXI, 0-nomast. liter. Pars IV. p. 374.BODDAERT (PIETER), aa-omfdg uit een aanzienlijk gefiagtin Flaanderen, wierdt geboren den 6 augustus 1694Middelburg, zijnde dc jongde zoon van KORNELIS VAN DENHELM ÜODDAERT, eerst Raadsheer en naderhand Prcfrdent ra't Hof van Flaanderen te Middelburg, en ANNA MARIA CAU.Nog geen drie maanden oud zijnde, hadt hij het ongeluk zijnemoeder te verliezen, en hij bleef met nog twee andere kinderen, waai -van het oudfte nog geen drie jaren ten vollen hadt-IIL DEEL» N bc»e


IÖDÜAERT, (PIETER)bereik?, de 'Zórg zijns Vaders alleen bevolen , en dus" fiï d*l&tetfte- jeugd aart de' beftiering van dienstboden overgelaten,P'JETSR hadt- hét geluk ene goede en liefdragende zoogfter totoekomen ,• die hem met zo veel tederhartigheid en zorg gade»•fioég", als hij immer van een eigen moeder hadt kunnen genieten1 .-Zijn eerfte kindsheid fleet bij in duurzame zukkelingen,fót' irt 't begin van i704, toen hij door de kinderziekte wierdt-SSiTgetast, waar door hij tot op den rand van *t graf geraakte,egter' door een gelukkige' erifis' als 't ware uit de armen vandeti dood gerukt* herftelde, en vervolgens van een gezondergefteidheid is geworden-Nau'wlijks de' vroegfte' kinderjaren ontwasfen zijnde, fcheptehij reeds vermaak in het lezen van godgeleerde en hiftorifcboekenten elf en een half jaar bereikt hebbende, wierdt hij -i'rJ den aanvang van 1706, in zijne geboorteftad ter Iatijnf©fchole befteld ;• hij maakte hier zulke aanzienlijke vorderi. gen,éfl oeffende zig met zodanig een ijverige lust in de taal derGeleerden, dat hij na het houden van ene openbare latijnfetëdewoering van zijn eigen opftel, op den 10 februarij 1711,bekwaam wierdt geoirdeeit om met luister naar de Akademietö kunnen gaan,Voor' dat wij egter hem hier heen verzeilen*zullen wij twee merkwaardige gebeurtenisfen zijnerjeltgd aati onze lezers mededelen, waar in blijkbaar de be-•warëndö hand van de Goddelijke Voorzienigheid, hem be*fehermdè.Het eerfte dier ontmoetingen beftond hier in, da&Hij in 1707' met zijn Vader naar Antwerpen gereisd zijnde, tenélnde den Heer GODIN aldaai te ontmoeten , met affpraak datindïèndiö op deii bepaalden tijd 'er niet mogt aanwezig zijn,Zy hem dan met de gewone fchuit te Mechelen zouden gaan 1ep86êké"fij maar wat wil *t geval? op't ogenblik dat zij ge-«i'Sed Honden in de Berge te ftappen, zagen zij GODIN van 1Verre aankomen, waar door natuurlijk hunne reis naar Me- •(Wén wierdt genaakt, en zulks tot hun groot geluk, door»,dien dê Bêfgi door Franfe partijgangers wierdt aangehouden ,,m JAN fia MAÜRËGNAÜLT daar uit wierdt gelige, en als eeni|C?BllgPli9 doot hefi wa^geveëld, 't welk ontwijffelbaar ook;• hum


BODDAERT. (PIETER) ¥ffh'un lot zoude geweest zijn, indien zij waren medegevaren,plee tweede geval, dat angstvalliger was, doordien het op dekraag aankwam, was, dat hij in augustus iyiovan Hulst naarFla.nderen te rug kerende, en op de Hond of Westcrfchelde totbij Ellewoutsdijk gevorderd zijnde, de Wind geweldig beginnendeop te Reken, hij door zeeziekte benauwd, naar bovenklom om frisfe lugt te ademen; doch aan 't Rruikelen rakende,zoude hij over boord gevallen zijn, zo niet een der pasfegrefsSEYS genaamd, was toegefchoten, hem ter gelukkigerure bij het been gegrepen, en weer binnen boord hadt getrokken.Het was in feptember I7ir, dat BODDAERT zig naar hetHogefchool te Leijden begaf; en zig aldaar inzonderheid aanhet beoeftènen der regtsgeleerdheid toewijdde, in welke we*tenfehap hij het onderwijs van den zo beroemden HoogleraarJOH. VOET genoot. Nau vüjks hadt hij hier twee jaren floer*gebragt, of zijn vader overleed, namentüjk den 14 junij 1713;en dit gevoegd bij het overlijden van zijnen leermeester VOET,we'ke den 10 feptember daar aan volgende ftierf, deedt hembetluiten de Akademie te verlaten, na alvorens de waardigheidvan Doktor in de regten bekomen te hebben, bij welkegelegenheid hij in't openbaar, met zeer veel lof ene verhandeling: de Oucreia inofficiofi Tejlamenti in 't openbaar verdedigde.Te Middelburg wedergekeerd, beoeffende hij aldaar vijfjaren lang de pra" tijk als Advokaat, en wierdt inmiddels ooittot Kommisfaris van het Landregt aangefteld. Vervolgens bekwamhijin augustus r 718, den post van Griffier van het Leenhofvan Flaanderen te Middelburg, en wierdt den 26 feptembervan het zelvde jaar, tot Griffier van de Admiraliteit in Zeelandaangefteld, welke bediening hij heeft bekleed tot aan zijndood toe, welke voorviel den 28 januarij 1760, in den ouderdomvan ós jaren en ruim 6 maanden, na een kortftondigeziekte van weinige dagen. Op de zark die zijn ftoffelijk overblijfzelbedekt, werdt het volgende graffchrift gebeiteld, doorhem zeiven, ïwiin 20 jaren te voren gïdigc^Iv T "i Hief


m BODDAERT. (PIETËR)Hier Bgt BODDAERT , die vam een ercli;k gefl>


«ODECHEM. BODECBER. BGDEKKEÏL ffmKeizerlijke Akademie der Natuurónderzoekeren., van de HélandjeMaatfchappij der Wetenfchappen .te Haarlem, van'hefZs.;tv>s Genootfchap der Wetenfchappen te Vlisfisigtn, «eassuheeft, langst, te Utrecht gewoond: is getrouwd geweest anetene juftr. ROMER., wier vader Predikant was te Utrecht.; -_wa?een gioot Kelner der Natuurlijke Hiftorie* en Lector :in digweienfenap aan de Utrechtj'e .cmie.: heeft zig beroemd gemaaktdoor v.eiic ! !e : dene weiken, die daai toe betrekking hebben: als, Km bee-rip v.n liet iamenflel der Natuur van jlen HeiyeLINIWEUS; in Svo.; ovci zetting van PALLAS Dierkundig Mmgelwerk,verfcheidene Rukjes , in quauo.; en Lijst van BJcmtdieren,van den gel vden , in 8vo.; van HUNTER, over de Tandeman 4'.o.; van T. SHAW Reizen door Barbarijen en Jiet Oosten, ï%4to.; en Voo, re ; ti-s voor ENGELMAN over de Snemwfiguren-;,•en voor WITSENS Out- en N*>rd-Tmarijen} in frAio, Hij &onlangs geltorven, en heeft e ren zoon, insgelijks PIETER ge'naa.nd., nagelaten, weke zig reeds dooi' üichtkiöidige -wetk-j®Jreeft bekend ge >ix..£,BODECHEM (BARTEL) , een Dehenaar van geboorte,•was geen onberoemd Regtsgeleerde in bet tijdvak waar in Ibi;leefde. HIER. -OSORIUS in zijn werk., getij ield:: .de 'Gloriabnundi'. Col. 1577, fpieekt met veel lof van hein, .en jorettrt'hem als een geleerd man; en PIETER OPMEER in zijn verhasdder Hollandje Martelaren, draagt aan 'hem het TV. Boek .c.raj''van op, -onder den tijtel-: Martyrium D. JODQCI iCartuJiani., 10&idarisf. J. C. BARTHJL. Booo SMIUM, DelpJnmu ——— Sefebrrjt,•van Delft, in folio. 1729. bl. 703. STEWECH. adAmoB. p. 1JIR,BODEC'IER BENNiNG (JOHANNES), was profesfp-r iede phiiofqphie in-de vprige eeuw, te Leijden, .alwaarbij ;lils.6'si* in izrno. een Satyricon' uitgaf.BQXHORJS,, &>.W„.disf. de diftichis Catonis,BODECHER (NIKLAAS), een Eemonflrants -Scjyyvfir^iviens fchriften gemeld worden iin -C ATTENIUJ RCHS JliklwthScriptor. Remonfir. _p. 65»J3QDEKKER (N. N.), Konstfchilder» Ss In ÏWQgfigtt»


198 BODEMONT. (FRANS)in 't land van Kleef, zijnde de zoon van den voortreffelijke!*Muzikant BODEKKER, die ene aanéenfchakeling van jaren, zigaan het Hof van Brandenburg, door zijne verhevenheid in detoonkonst, heeft doen bewonderen.Onze BODEKKER was ook een groot meester in het behandelenvan velerleije foorten van muzikale konsttuigen; en muntteniet minder uit in 't fchilderen, inzonderheid in het portrakteren,wetende aan zijne afbeeldzels ene zo volkomenegelijkenisen teffens bevalligen zwier bij te zetten , dat men 'eidoorbekoord wierdt; ook waren de kleuren daar van zo levendig,en het licht en de fcbaduwen zo wel, inzonderheid inde kleding waargenomen, dat weinige meesters hem in datvak hebben overtroffen.Hij heeft zig enigen tijd in 's Bosch opgehouden , en daar verfcheideneportraitten gefchilderd, is voorts in 17rr naar Bredavertrokken, voorzien met brieven van aanbeveling aan denberoemden beeldhouwer en dierenfchilder FRANK PIETERZEVERHEYDEN,- die hem in zijn huis nam, en gelegenheid verfchafte,om in kennis te geraken met den Burgemeester MAT-THYS VAN O VERSEKEN, die hij benevens zijne huisvrouw fchilderde,en daar zo veel roem door verwierf, dat hij vele afbeeldzelsvan de voornaamfte lieden uit die ftad vervaardigdeiDan zijn patroon en huiswaard VERHEYDEN overleden zijnde,dat een groot verlies voor hem was, befloot hij na het aanhem beftelde werk afgedaan te hebben, naar 's Hage te trekken,ten einde aldaar zijn fortuin te beproeven, alwaar hijook verfcheidene portraitten heeft gefchilderd. Vervolgensgeraaktehij naar Amfieidam, daar hij zijne vaste woonplaatsvestigde, en van tijd tot tijd naar Noordholland reisde,, daarhij vele lieden van allerleije rang en ftaat heeft uitgefchilderd.Hij is te Amfieidam in het jaar 1727 overleden, ruim 70 jarenoud zijnde. J. VAN GOOL, Nieuwe Schouwburg, L D.bl. 147-150.BODEMONT (FRANS), is eerst gewéést Geheimfchrijvefvan WILLEM DEN I, en daar na Griffier van 't Hof van Erieskud.


BODEN. (JAN)BOEGHUVEN. (ANT, «a)hnd. Hij koos in 1586 de Spaanje zijde, en liet Boekjes mFriesland ftiooijen., waar in de .Staten van -.dat gewest weMen.uitgemaakt „ vooi baa f zugtige luiden, die, om in 't .bewind„, te blijven, 't volk iheelden met de fchone namen yan ytfy4, Leid en godsdiensi, ejO met Nasjaufe Hoofden, \Wien .nisS.„ "s lar.ds welvaart, maai eigen glorie ter herte ging. Veem»„ riedt men den Friefen, zig te houden van .den handel „mej„ Engeland, daar eindeloze ilavernij en gedurige oorlog uit tl*f, wagten Itondt. Veeleer .beiiooide de Gemeente ^ig tg ,\*ej>„ zoenen met haier Koning, daar meer niet toe vereistwer.df,„ dan dat men enigen bloeden boeven" ((dien naam kregen 4$;„ Staten) „ den kop kloofde." Enige :hondeiden -van (dez#Ichandelijke hoekjes werden te Üostmahorn, 111 een jEwfrder .fchip aangehaald, en Grave WILLEM .LODEWTK , ..'\taisLIhouder van Friesland toegezonden..BEID., Md,IV. B. bl. 70. HOOFT, Md. Hift. XXIV. B. bl. IQÖO. W A C ,rad. WJl. VIII. D. bl. r.24, 125.BODEN(JAN)., wierdt 'in 'J 'Hertogeiibosch omtrent *t jaar3570 geboren; hij beoeffende de 'Godgeleerdheid te Leuven..,ren verkreeg 'er.de waardigheid .van Licentiaat in; vervolgenswierdt hij Pastoor van St. Katrijn in zijn vaderftad., *en .daar sis•Kanunnik van 'St. Jan of .'hoofdkerk."Men .vindt van 'Bop.ESgetuigd, dat hij een vroom man was, die rondelijkTprak zo.sjshij dagt, en een opregt karakter bezat. Hij'heeft .door 4e?druk gemeen gemaakt: Conciones morahs £f .doürinales. Anti*,1625--1631. 3 vol. in \imo. F. SWEERTII, Athen. 0Selg*p. 398. VAL. AN^K., JBIM. Belg. p. 463. J- F- 'FOPPENS, ÏBïhl•Belg. p. 584. PAQUOT, Mem. litter. Tom. VIII. p. :


«o BOECKELMAN. (JOHAN FREDERIK)BOECKELMAN (JOHAN FREDERIK), is geboren dc*18 april 1632, te Steinfurt, de hofplaats des graavfchaps vandien naam. Van der jeugd af aan was hij ijverig in het bevlijtigender fraije letteren, en beoefende aan hef Hogéfchoolde regtsgeTeerdheid met zo veel vrugt, dat kort na dar hij totMeester in die wetenfehap was verheven, tot Hooglet aar'irihet burgerlijk regt te Heidelberg werdt aangefteld, en ei volgensdoor den Keurvorst van den Paltz, tot zijn :n Hofraad benoemd.Doch het flaaffe hofleven moede, nam hij het beroepaan, dat op verzoek der Curatoren van de HcgefchoolteLeijden in 1670 op hem was gevallen als Horgleraar in deregten, en heeft hier de jeugd eerst in 't burgerlijk regt, enzedert den 3 julij des volgenden jaars, in dat der volken, onderwezen.In 1675 bekleedde hij de waardigheid van Rectorder Akademie, en drie jaren later, deed hij ene geleerde latijnferedevoering, over het affterven van zijnen ambtgenootALBERT RUSIUS. Hij zelve is den 23 ochober 1Ó81 overleden ,en zijne uitvaart door den Hoogleraar AJYT. MATTRSUS , metene latijnfe redevoering vereerd, ja qok is zijne ge'agtenisop een fraijen gedenkpenning bewaard; zittende op de voorzij 'edaar van, de gemelde H ogleraar in zijn boekvertrek, e»houdende met zijne uitgeftrekte regterhand een zwaar kusfen,waar op de Keuryorftelijke muts en wapenfchilden van denPaltz liggen; met den flinkeren arm leunt hij op ene tafel,naast verfcheidene zijner uitgegevene wei ken, wier tijfels daaropgelezen worden; om hoge houden twee blazende Engelenenen wimpel, voerende dit opfchrift in 't Iatljn: Daar wordik virmoeid, hier rust ik. En, daar hij een groot liefhebbervan de muzijk was, zo zijn verfcheidene gereeoTchappen dierkonst op den voorgrond verbeeld, en is het tafelkleed voortsnog beet, met de aankondiging van den dag zijner geboorteen affterven. Op de ruggez-jde, leest men onder zijn gekroondwapenfehild, *t gene door twee kindertjes, ieder met enenhamer in de hand wordt vastgehouden, in een uitgefpreidkleed, dit opfchrift, mede in. de latijnfe taal. Op het wapen-/Juli. De hamer, waar mede een Vorst zijne rijken bejlicrd, is


S6EC0P. (ARNOLD TEN) iOttweevoudig. Zijne jlaatkunde beveelt dotracgc $ai 3tiristifcljcrt SSie^rapBit-IT. gfc. vt. 274-301. G. v. LOON, Nederl. Hifloriep. III. D.bl. 297.BOECOP (ARNOLD TEN), wierdt geboren uit een aanzienlijken rijk geflagt te Zutphen, in '1 jaar 1585. Zijne.cerRe letteroeffeningen ten einde gefneld, lei hij zig op debeoeffening der regtsgeleerdheid toe, aan het Hogefchool teLiijden, alwaar hij een leerling van Jus^'us LTPSIÜS fchijnt geweestte zijn. Hij was een jongeling van uitmuntende zeden,en ijverig den roomfen godsdienst toegedaan. In I5IO, derfouderdom van 25 jaren bereikt hebbende , begaf hij zig tot deorden der Jefuiten, en ruim tien jaren daar na tot Priestergefchoren zijnde, kwam hij in de Nederlanden een bezoek bijzijne moeder afleggen, die weduwe was; van hier ging hijrraar Keulen, alwaar hij in ene flepende ziekte verviel, en navijf maanden gezukkeld te hebben, Rierfhij den r9 februarij5622. Ingevolge gïtK'genis, was TENBOBCOP eenbiaif mensch,N s ajjo-


BOECOP. BOEL. BOEL&zijnde nedrig, zedig, en van een zagtaartig karakter, dit,,zijne jaren in aanmerking genomen, vele kundigheid bezat,en verheven in het latijn fchreef. Men heeft van hem indruk: U JUSTUS LIP.SIUS Catholicus; Jive de vers JUSTI LÏPSIIreligione catholica ffc. geplaatst in de Fama posthima J. Lusir,druk van 1613- P- 271. en volgenden. 2. Quastio jecunda dememine HUBERTUS; atque eodem epera, de tot aliis, quce fimilitadunt ffc. J- F. FOPPENS, BUL Belg, p, 94. PAQUOT,-Mem. litter. Tom. XL p. 3V1--390.B -ECOP (ARNOLD of AREND TEN) , Burgemeester teJv-m-.n, in de XVIdeeeuw, gebruikt in vele gezantfehappen,vlijtig Onderzoeker der gefchiedenis zijnes vaderlands, welkeRij in ere, nog ongedrukte, Kronrjk heeft befchreven, veel•gebruikt bij REVIUS, in zijne Daventria ilhijlrata; als p. 16.23. 170. 416. 425. 457-BOEL (PIETER), Konstfchilder, geboren te Antwerpen in3725, was een tijdgenoot van den beroemden Zeefcbilder JAMPETERS-, en fchilderde zeer kon.lig allerlei viervoetige dieien^vogelen, infekten, planten, vrugten en bloemen. J. C.WEYERMAN, Leven der Konstfchiid. II. D. bl 211, 212, A.SIOUBRAKEN, Scliouwb. II. D. bl. 141.BOEL (TOBIAS), Advokaat te Amjleldam, heeft uitgegeven:Amjteldams Privilegie, en Poorterrecht, en aanmerkingen.cp de Decifien van LOENIUS.BOELE of BOELENS, een vermaard Amjleldams geflagt,•*t welk vele mannen van aanzien, die hun vadeiland in 't al-•gemeen en hun geboorteftad in 't bijzonder., uitmuntende.éienften bewezen hebben, heeft voortgebragt. Op het jaar3470 vindt men BOEL BOELENS DIRKSE gemeld,, als Stigter vaneen Vikarij op St. Pieters Altaar in de Oude Kerk. .Zijn zoonDIRK BOEL DIRKSE werdt in 1477 als Burgemeester gemeld.ANDRIES BOELEN DIRKSE, bekleedde in 1497, niet alleen deBurgemeesterlijke waardigheid., maar nam ook als voorzittend.Burgemeester, FILIES VAN BOURGONDIEN , als Oraav van Hol-.lfl:\d-v


SOELE of BOELENS.ac$land, bij zijne huldiging den eed af. ANDMES ROELENSZOON,wierdt in 1566 geteld onder het getal der genen, die de hervormingtoegedaan waren, en door de Regering ais een derBemiddelaars gekozen, tot het beramen en vastfte'ien enerkeure, op het bewaken der Rad, gedurende de beroerten derbeeldftorming. Enen HENDRIK BOELENS, werdt met de veranderingder regering in . 578 Schepen te Amfieidam; en JANKLAAS BOCLENS bekleedde in 1587 de waardigheid van Burgemeester,en moest met de andere Burgemee ters, allen mannendie om de waardigheid va: den godsdienst die zij bieden,veel geleden had en, tot hunne fmarte zien en boten,dat fommige Predikanten, die door LEICESTER om den tu ageleid waren, de vermetele ftoutheid durfden nemen, om henvan den predikftoel door te ftrijken, en aan den volke als dezodanigen af te beelden, die zig hitte' aan 't welvaren van 'tland lieten gelegen liggen. In 't begin des iaars 1561, boodtHENDRIK PAULUSZOON BOELENS, een aanzienlijk burger, denRade 3000 aan, mids daar voor een Dolhuis wierdt opgei egt.Volgens ene oude overlevering, in 't nageflagt van den Stigter,zou zijne zwangere huisvrouw, STYNE EOELENS, door enekrankzinnige vrouw, die woedende de trappen opkwam, aangevallen,en bij de keel gegrepen wordende, van fchrik vervuld, ene gelofte gedaan hebben, dat zij of haar man , indienzij ene gezonde vrugt ter wereld bragt, den Raad om een plekgronds verzoeken, en daar op een krankzinnigen-huis ftigtenzou; zij zou vervolgens inderdaad, van een wélgefchapenkind bevallen zijn, en hare gelofte volbragt hebben. Dochwat hier van zij; 't is zeker, dat men in 't volgende jaar',met het Rigten van een krankzinnigen-huis, begonnen is, endat HENDRIK PAULUSZOON, of liever zijne huisvrouw, alzo hgin julij des jaars 1562 reeds overleden was, daar over 't voornaamRebewind gehadt heeft. Op de naamlijst der AmfieldamfeRegering, vindt men veelmalen de BOELENS opgetekend .alsRaden, Schepenen en Burgemeesters, beginnende met hetjaar 1420 tot 1680.WAG., BefcMjv. van Amjl, II, St.bl. 397. HL 183- IV. 67. VU, .329. VIII. 430..BOELS


ao4' BOELS. (FRANS) BOENER. (JAN)BOELS (FRANS), Konstfchilder, geboren waarfchijnlïjt•te Antwerpen, omtrent 't midden der XVIde eeuw, hadt eenvrij göede hand in het tekenen van iandfchappen in miniatuur;hij heeft tot leermeester gehadt HANS BOL, welke aan zijnmoeder is gehuwd, kort na dat zij weduwe v/as geworden.FRANS is in 't laatst van genoemde eeuw overleden. ——>E. v. MANDER, Leven der Schilders. L D. bl. 325.BOENER (JAN), geboren te Roermonde, voor het eindevan de XVIde eeuw, begaf zig onder de orden van St. Franciscv.s,en wierdt Monnik bij de Rekolletten. Tot Priester gewijdt,zonden hem zijne opperften om den predikdienst waarte nemen naar Antwerpen, 's Hertogenbosch en elders. Hetfcbijnt dat hij nog omtrent 't jaar .1640 geleefd heeft. Daar isvan hem indruk: 1. ÏB.rracfjtijc ciiöf tebenbe jfiflÉKttti ban•toe ï?- Itëarteföerg ban cu. Ojjcnjcnt tc ariön. 1634. 121110. 3. ïMon\'cïje %f*»6eelbuioïjc öer 3jBinberh2oeöcr.ë ban öc «Oröerlmiötfcije D?ctiin--•cicn/ öic om 'b geloof roxeÖétijcfi ban öc föetlfeti rjijcöootivfjkf ft. 3üntfo. iö35- 4t'0. Dit werk is 'in twee 'kolommengedrukt, latijn en nederduits., voorts met 20 fraije platen verciert.. VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 464. PAQUOT»Mem. litter. Tom. XI. p. 392-394.'BCENER (MATTHIAS), geboren te Venlo, omtrent het.Jaar 15.90, genoot het onderwijs in de beginzelen der lettertondein zijn vaderftad, waar na hij te Leuven kwam om diete voleinden, daar hij ene der kwekelingen van ERYCIUS PU-'TEANUS was. Zig onder dien Hoogleraar in de fraije letterengeoefiend hebbende, begaf hij zig tot de beftudering der regtsgeleerdheid,en wierdt Licentiaat in die wetenfehap aan genoemdeHogefchool. Zig kort daar na naar Keulen begeven.hebbende, ftierf hij aldaar in den bloei van zijn jaren in 1614;*-*r betreurd, doordien het een jongman van grote vej-wa^tb]|


EOERHAAVE. (HERMANNUS)&a$


«o(T BOERHAAVE. (HERMANNUS)andere kinderen gebaard hebbende," zig egter zo heeft ge-«hagen, dat men nooit heeft kunnen onderfcheiden, over welkenzij in naam, cn van welken zij in der daad moeder was:hen met zo e vergelijke liefde beminnende, dat ook zij, haarals haar eigen moeder met de allertederfte genegenheid wedergelieldhebben, en malkanderen toen d'alleropregtfte liefdetoegedragen, en naderhand nooit nagelaten die te onderhouden.^Uitnemende deugd van deze ftiefmoeder, was zo diepgeprent in het hart van onzen BOERHAAVE, dat hij na 't over-Jijden van zijnen vader, haar nooit heeft willen verlaten, enai lijd getragt hare opvoeding door een' dankba.e en eerbiedigeerkentenis te betalen; ook over haar fterven in 1702 ware tranengéfiort heeft; en nie;s fmertclijker geoirdeeld, dan dat hij20 giote weldaden niet heeft kunnen beantwoorden, hebbendedaarom getragt, do weldadigheid der moeder, aan zijnebroederen en zusteren uit haar voortgekomen , enigzins tevergelden.Geboren in zo geregeld een huis, door zo gelukkig een'opvoeding tot de al'ervoortieffelijkfte deugden, welke zijn groteinborst als in zijne jonkheid voorfpelde, gemoedigt en ontvonkt,werdt hij als de bloem en eer van zijn' ftamme , doorzijnen vader GODE en den Heiligen dienst gewijdt. Ten dieneinde onderwees hij hem zelve zeer jong in de eerfte beginzelender latijnfe en griekfe tale, naar de regels van Vossiusjleide hem de famenfpraken van ERASMUS en de blijfpeien van Tz-RENTIUS uit,- bragt hem bij de zuiverde bronnen der latijnfefprake, uit welke de tedere jeugd al vroeg gedrenkt moet worden, om een levenden ader van vloeijende welfprekendheidin hunne boezems te doen ontfprh.gen. Ene gedurige lezingen uitlegging van het Nieuwe Testament, bouwde hij, beneffensandere oefTeningen, op de gronden in het grieks geleid;waar bij hij nog ging weiden in het vermaaklijk veld der AUgemene Gefchiedenisfen. Dit alles was van zo een gewenschtcnuitfiag, dat hij op zijn elfde jaar, met allen dezen aardig alleenkost omgaan; vaardig op de fpraakkundige regels vanbeide talen; het duits in het latijn, het latijn in het duits, om't eves


BOERHAAVE. (HERMANNUS)«f?*t even overzettende; ja zelv' de boeken die de oirfprongencn afleidingen der woorden nafpeuren, en derzelver inwendigekragt en betekenis leren, vrij wel veiftaande.In 1682 bragt hem zijn vader naar Leijdén, om zijne Ietteiroeffeningenaldaar op het latijnfe fchool voort te zetten; nareen ftrikt onderzoek van den Rector WIOAARD WYNSCHOTEN,oirdeelde deze hem bekwaam, om in de vierde fchool eneplaats te vervullen, van waar hij binnen een halfjaar met dencerflen eere-prijs, naar de vijfde opgegaan zijnde, hij na anderezes maanden, met een nieuwen prijs, tot de bovenfteopklom , van daar reikhalzende naar de Akademie. Maar,ó vlugtige en ongenadige wisfelvalligheid der mcnfchelijkezaken! In dit laatlle half jaar, wordt hem, ftaande op hetpunt van de vrije en ruime baan der Mujtn met vollen ren inte draven, bijkans alle hoop van ooit de Akademie te bereiken,afgefneden; want op den 12 november 1683 wordt zijnbrave vader, dooreen zeer ontijdigen dood weggerukt, latendeene bedrukte weduwe, met negen kinderen, wier oudfte, enedogter van 16 jaren, in een allernaarst rouwhuis over. Dewakkere jongeling nogthans van gloeijendcn ijver naar geleerdheidblakende, en in het leven het leven niet vindende, wenhij van de borften der Mufen moest afgefcheurd worden, wistop zijn voogden te verwerven, dat hij voor zo verre zijnegoederen kosten toeihekken, in de letteroeffsningen mogt voortgaan; het was dan ook met den aanvang van 't akademischjaar van 1684, dat zijn naam op de rolie der ftuderendejeugd wierdt aangetekend.Terftond maakte hij gebruik van bet onderwijs des vermaardenSENGUERD in de redeneerkonst, ovematiair- en tiatnurkiir.de,beuefFens het gebruik der Globen, en de Staatkunde. In hetlatijn en grieks oeffende hij zig onder den beroemden JAROBGROMOVIUS : van gelijken onder den geleerden RYCKE in hetlatijn , de welfprekendheid , tijdrekening en landbeschrijving.Het hebreeuws en chaldeeuws Teerde hij van JAKOB TRIGLAJNDen KAREL SCHAAF, mannen in deze talen zeer ervaren. Alles. met dit zuivere oogmerk, om de kennis der H. Schriften, aanwel-


i*f BOERHAAVE. (HERMANNUS)welker onderzoek en doorgronding hij zig hadt gc wijdt, uilde bronader zelv' te fcheppen, en geen flaafs gevoelen aanhet gezag van anderen te onderweipen. Nagt en dag bezigmet deze oeffeningen, krijgt bij een gezigte, van het nut ende noodzaaklijkbeid der wiskonst. Het jaar 1687 vei leendehem daaromtient enige beginze'en: maar ftraks daar op dooreen zneten fmaak uitgelokt zijnde, dringt hij zig dieper inderzeher kennis in, door de land- en driehoeksmeting, enhare bewerking tot de algebra voortflaande. Hier in door dewijze leslen van den groten DE VOLDER, in het begin van 'tjaar -1089, zeer verre gevorderd zijnde, ontftak hij geheelin liefde, tot deze edele konst, met groten lust, de Geometrifcheaaneenbmding (Synthejis geometrica) der Ouden beoeffenende,ter fcherp.rg van de fi.ede des veiftands: ook de ontbiding (analyjis) der laier febrijvers, als zeer dienftig totnieuwe uitvindingen, vlijtig betragtende.In dat zelvde iaar 1689, het 2iRe zijn's ouderdoras, gaf'hij een blijk van zijne geleerdheid en wehprekendheid, ineen Akademife Redevoering, ter bewering: dit CICERO het gevoelenvan EPICURUS over het hoogjie goed, wel begrepen en wderleid hadt. De bezorgers van het Hogefchool befehonkenhem hier over, met enen gouden eerpenning. In 1690 zintwistehij over bet onde.jlheid van Ziel en Lighaam, ter bevorderingvan Meester in de wijsbegeerte. In zijne vei handelingbij deze gelegenheid gefchreven, Reekt hij EPICURLS en deszelvsvoorvegter HODEES, den hartader af. Maai voornaamlijkvelt hij hier terneder, dien arglistigen vindereier alleringewikkeldfleongodisterij, SPINOSA, met ZO fcherp een fnede,met zo hevig een' kragt van reden, dat men zig verwonderenmoet, over den manlijken arm, waar mede hij al in zijn' jongelingfchaptegens zulke fttijdvoeringen gewapend was: alsook over de christelijke zalving, daar in doorftraiende.Zie daar grondvesten gezonken op vasten bodem, om erhet gevaarte der Godgeleerdheid veilig op te doen rusten. Teneinde dit verder op te bouwen, hoorde hij naarRig de lesfenvan JAKOB TRIGLAND , FREDSRIK SPANHELM en JOAM a MARCK,gro»


BOERHAAVE. (HERMANNUS)sog.grote lichten in Kerk en Akademie. Even ervaren in hethebreeuws , chaldeeuws en grieks , maakte hij zig door eengedurige lezing, den hebreeuwfen en griekfen text eigen, omzig niet op overzettingen, maar op het oirfpronkelijke zeiven tegronden. Bij deze oefFeningen voegde hij nog een' dagelijkfelezing der eerfte Kerkvaderen, beginnende met KLEMENS denRomein, en naar de orde des tijds langs de reije der Kerkfchrijverenafdalende; op dat hij de lere van JESUS CHRISTUS, inhet N. Testament begrepen , naar d'uitlegging dier eerfte vaderen,doorgronden mogte; in dezen eerbiedde hij een' eenvoudigheidder onvervalste lere, een' ongekreukte tngt, eneen onberispelijkheid van een Gode geheiligd leven. Metdroefheid zag hij, dat de Goddelijke waarheden, door defpitsvinnigheid der fcholen bevlekt waren. Niet minder fmerttehet hein ook, dat men de H. Schrift uitleidc, naar de verfcheidenegezindheden der Sophisten: en, dat de overnatuurkundigebefpiegelingen van PLATO, ARISTOTELES, THOMASAQUINAS, SCOTUS, en ten zijnen tijde van CARTESIUS, tot wct-•ten gedraafd wierden, naar welke men de gevoelens derHeilige Sclirijveren, van GOD en Godlijke zaken, hadt te regelen.Uit ondervinding bleek hem,, dat hier uit bittere fcheuringe,hevige twisterijen van fchrandere vernuften, haat, enonverzaadlijke eerzugt rezen en gevoedt wierden; zo zeer ftrijdigtegens den vrede met GOD en menfehen. Ook was hemniets meer tegens de borst, dan dat allen erkenden, dat deH. Schrift, menfchelijker wijze {prekende, Gode betamelijkmoest worden uitgelegd, en dat nogthans een ieder dc Godbetaamlijkheid,uit de bepalingen van zijn' overnatuurkundeopgaf. Afkerig verfoeide hij daarom, dat de partij teen tentijde d'overhand hebbende, het voorfchrift, en het rigtfnoerder regtzinnigheid, enig regelden, naar het meesteragtig gezagder Overnatuurkundigen, geenzins naar de H. Schrift, waarvan daan zo vele verfchillendheden, over de allereenvoudigftelere.


mtbnomiïMm. (HERMANNUS). vajjü de.zorge. der zielen, waar aan hij z:g geheiligd hadt, tot.de. genezing der, Hghamen hebbe doen oveigaa.n.. Hij het naam-!jjk: voor, ere. fchennis. des, Heiligdoms aanziende, ongekookteftydien,op.den gewijden, kanfel voor te brengen, oirdeeldeniejs, edelmoediger,^ niets ene regtfchape.ne ziele beter, betarneflde,,dan,, nadien zijn goederen door wat langer, akadem:-fchen.loop waren wegge.fmolten, door eige vlijt zig van die-•hulpmiddelen te voorzien,, die hem 't gewenschte einde vangeleerdheid,,en. Godgewijde wetenfchap kosten doen bereikenten dien einde, begost hij de Wiskonst, in well-.e bij doorverwtmassv aan ;uitgelezene jongelingen te onderwijzen; en deedc.difceerfte.- ftralen blinken,, welke naderhand niet alleen in deAkademie.te Leijden, maar. door. de gantfe geleeide wereld zogroott een licht verspreiden zouden. Dit verwekte hem aanfttodSjenige, beroemdheid gepaard met gunftige toejuiching,ejj, gafr 9*mtidlng tot t e warme, vriendfchap, waar mede deHfier ;JAN. VAN DEN. BERG, Secretaris van Curateuren, en Burgemeesteren,,BOERHAAVE tot zijn levenseind toe vereerd heeft,Deze :om; zijn welvaart door meer dan een anker te veiligen,'mqedigtde vurigheid van zijn' geest, die als een blixem, allegwal hij aanraakte, doordrong, aan,, om, beneffensd'oeffenjngen• in, de Wijsbegeerte en Godgeleerdheid, zig mede der Gneeskonfie, te bevlijtigen. Onder den gunRigen invloed dan•van, dezen aanmaner, fproot ten laatften uit dat zaad, nogge^cjiolen in het riepf'e van zijnen boezem; en dat Artzenij-.kundig' vernuft,, het welk zo h ldeten glans van zig zou ge-,venals. tot nog toe de wereld ooit befchenen hadt, door alledie; voorafgegane wetenfchappen beieid, bevrugt, gerijpt,brak,in. volle kragt door.. Dit hadt deze uitwerking, dat diegrpte.geesttot.de diepfte. geheimenisfen van ESCULAAP, metqe.n onnaarvolgelijk en nauwhjks geloofbaar voorbeeld, opo.lgene- kragten zig begon in te boren.Hij begost dan dezennieuwen, vl.ugt met.de,Snij!ojist, en las met onvermoeide naarftigbeid,.YESALIUS,, FALLOPPIUS, BARTHOLIHUS : niemand dan3jg; zeiyen; ten leidsman, en gidfe. hebbende.Dikwils fneedtM}


BOERHAAVE. (HERMANNUS)«t»dsrzelvcr lillende, en halflevende ingewanden Harende.Vangelijken woonde hij vlijtig bij, d'opentlijke ontledingen vanden vermaalden NUCK op de fnijkamer.Dus onderleit, aanvaardhij buiten hulp en leiding van anderen, de lezing deroude Geneeskundigen naar de orde des tijds, in welken ze geleefthebben: en begost hebbende metHIPPOCRATES , doorfnuffelthij met grote oplettenheid, al wat 'er van voortreffelijkegrkkfe en latijnfe Schrijveren, in deze konst is overgebleven;in dezen koers bemerkte hij las, dat de vroeger Schrijvers,al het goede, uit HIPPOCRATES hadden overgenomen.Lange bleef hij daarom in dezen enen ftaan; dezen heeft hijdoorlezen en herlezen, door uitziften, door in orde te fchikken,en tot een famenllel te brengen, eindlijk door gefladigoverpeinzen, zig volkomen eigen gemaakt en tot zijn mergtoe ingezogen.Met even vurige drift, daar na de later doorlopende,hieldt hij zig lang bij SYDENHAM, welken hij dikwerf,altijd gretiger heeft doorgelezen.Ja deze hevige enbrandende ijver om het toppunt der Geneeskunst, door eigenekragten te vermeesteren, dreef hem ook aan tot de Scheikunde,den fleutel der nature, en den tolk van hare wonderen.Hierinwerkte hij dag en nagt, en vestigde gelukkig de grondflagen,op welke die konst thans zo moedig hare kruin verheft.Ooklokte hem die welige en bloeiiende toeftel der Artzenijgeleerden,de Kruidkonsf, waar in hij dapperenvoortgang:maakte, door het boek van den Hoogleraar HERMAN, Floragenaamd. Het was hem niet genoeg de Planten in de Akademietuingefladig met een opmerkzaam oog te bezigtigen; dikwilsdoorkruiste hij bosch, duin en veld, om het geen hij in deboekenmet onophoudelijke vlijt las, met eigen oog en hand,,hijgende van vermoeijenis, te betasten en te doorgronden.Midden in al dézen zwaren arbeid van Wis- Natuur- enScheihinde, midden in het vlijtig waarnemen van Snij- en Geneeskonst,liet hij niet na de Godgeleerdheid ijverig voort te zetten.Dezen loop geëindigd hebbende, wilde hij eerst tot dewaardigheidvan Geneesmeester gevorderd worden; daar naop den rang der genen komen, die naar ene kerkelijke bedie-O 2mug,


ai* BOERliAAVE. (HERMANNUS).»ing fisan, om zulk enen post te mogen erlangen. Ook hadthij. voorgenomen eer hij den H. dienst aanvaardde, ene rederyoeringin djAkademie te doen, waar in hij de redenen zounaaryorsfen: waarom oudtijds van ongeleerden zo velen, her«jjendaags van d'allergeleerdften zo weinigen, lót Christenengemaakt zijn. Ondertusfen begaf hij zig naar Harderwijk, omrot den eertrap van Geneesleer verheven te worden, den welken,hij op. den 15 julij.1693 erlangde; en bij. welke gelegenheid,hij. een- vertoog verdedigde, over. het nodig onderzoek v(fUitwerpzelen der Zieken, als tekenen.Uit de Geldeife Akademie. te Leijden wedergekeerd, wierdthij onyerwagt en onfchuldig gewikkeld in een geval, waar uithij voorzag, grote hinderpalen te zullen rijzen, om ooit eneherklijke bediening tc bekleden. Zie hier hoe het geval zigtoedroeg: „ zig op een' tijd in ene trekfcbuit bevindende,„ ontfiond 'er ene redekaveling over de gevoelens van Sri-„ NOSA, allen godsdienst om ver Rotende. Van de zintwisters„ bragt- 'er niemand enige kragt van bewijs tegens dezen fpitSr„ vinnigen, en daar hij voor doorgaan wil, wiskonftigen God-„ vcrzaker voor den dag: men Rapelde flegts wat fcheldwoor-„ den opeen, en deedt dus een ijver, enkel met onkunde ge-„ wapend, uitkijken. BOERHAAVE, wiens manlijke geleerd-„ beid zulk een verwijfde manier- van twisten altoos hadt af.„ gekeurd, kost zig niet bedwingen, van enen wat heviger„ opfluivende, bedaardlijk te vragen, of hij wel ooit SPINO-„ SA'S boeken hadt ingezien ? Deze ijveraar dus tot zwijgen„ gebragt, begost te grijnzen, en onder het knarstanden,„ zijn' boezem met hevigen toorn en wraakzugt te laden. In„ een hoek van de fchuit zat ook nog, buiten den ftrijd, een,, zwijgend hoorder; die fpijtig, dat ce twist, door zo kort„ een vraagje, gedempt was, zig zagtjes voegt aan zijn buur-,i mans oor, en, vraagt den, naam van den jongeling, die hem„ onbekend-was.; d'ander zegt hem,dien ; hij febrijft dien in zijnvzakboekje,, en, voort, wordt daar op, in alle gezelfchappen,^cn, zameningetjes te Leijden yerfpreid, dat BOERHAAVE on-^der Ijet; vaandei van SPJNOSA diende." Dan hoe is het.


'mogelijk?* BOERHAAVE. (HERMANNUS) 213ou men mer reien kunnen vragen? dat fchoóii'ohin zijne Wijsgerige Verhandeling 'over het óndèrjcheid van-ziel 'e-\lighaam, het bolwerk der Spinofisterij 'zélve overmeesterd', 'en'de gantfe Ongodisterij tien grónde : toe óm ver gefloten : beè%'egter zo onzinnig'eriè aantijging, bij iemand, van 'gezonden'verftande heeft konren hegten, om hem van 'éen jongeling'mer zo grote en edele deugden begaafd te vervreemden,is hem nogthans overgekomen, en hij heeft van dien 'tij•raf'-ondervónden, dat veler gemoederen met flinkfe vermoede^'tegens hem fra'ren ingenomen, en als verkankerd. -Zo dö't'hfj'het niet geraden vondt, zig verder'aan deze barnende barol,'övèr fe geven , te meer wijl hij een veilige havèn 'voörógeh•zag. welke hij met volle zeilen mogt'in varen; dus hij 'van'den•dienst der Kerke af zag, om zig geheel en al aan xfc 'GêncA-'konst tóe te wijden.feitMot verdubbelden ijver oeffende hij rügdan in die ongemeten velden van Wis- Natuur- Snij- én 'Kri-ld.;ku d ; welke hij reeds zó gelukkig hadt bearbeid 1 ; maar 'voor-'naamlijk ftak hij, en dompelde zig als geheel in de Scheiïoh.u\•naar het 'toppunt der 'volmaaktheid in HIPPOCRATES"kónsf>, e*t*eigene kiagten ftre-ende. Hij bégost ook tot heil der kranltcu"Sijhe korrst fe oeffenen; doch zo dat het begin geenszins GALET-KUS fehatten beloofde.Omtrent dezen tijd, werdt hij meer dan "eens-, 'op ! ruime'voorwaarden en nog ruimdr beloften van een zeer aanzienlij!.Heer, die de blakendfte gunst van Koning WILLEM DEN III, r gc'noot, aangezogt, óm den zetel zijn's geluk in 's GmverihaifcTtvestigen; dóch hij wees het llandvastig van de hand.Hij 'wasvergenoegd naamlijk met een vrij en'onbekommerd leven-, 'afgezonderdvan veel gewoel, en enig tot de letferoeffefiinpagefchikt, daar hij niet genoodzaakt zou zijn anders te !pu : ''c.','en te veinzen, anders te gevoelen en fc óntvfcirizem; 'daarhij door geene driften geflingerd 'en 'geregeerd zóu vriMh.la dezer voegen leefde hij toen': kranken 'bezoeken'vóórt'daar op zig 'in zijne flsideerkamer 'verïtekeh-, V«.KAAi« J dve»'ftoken-, alle dé dèlè-> 'dér 'Geneeskonsi lustig TOórt'zertën^ Vinde".jen ook nog in de Wiskonst onderwijzen-, de II, oc:;uf: M r; r.%'o -è%i»


2i 4BOERHAAVE. (HERMANNUS)benevens zodanige Schrijvers, die een veiligen weg aanwijzen,om GOD te leren beminnen.Dus leefde hij tot den jare i7or huiten enige bediening,als wanneer hij op den 18 meij van dar jaar, door Curateurcn•en Burgemecsteren wierdt aangefteld tot openbaar Foorlezer inde Geneeskonst, in plaatze van den Hoogleraar DRELINCOU.RT;aanvaardende deze bediening met ene redevoering, waar inhij de notdzaaklijkheid van HIPPOCRATES gronden aanprijst. Hetlicht of liever de büxem van welfprekende geleerdheid, waarmede hij dit heeft uitgevoerd, geeft vastigheid van te verzekeren,dat deze Vader der Artzen, in de veilige en geruste bezittingvan zijn rijk, waai' uit hij door fchenders en verachtersder konst verftoten fcheen, zo herfteld en bevestigd zij, dathij zig een ecuwigdurenden zetel in hetzelve .kan beloven.Ook was EOERIIAAVE gewoon, zijne onderwijzingen in de Ge-•neeskonst met fcheikundige waarnemingen te doorweven : wdoor ia zijne leerlingen een hevige lust, om die geheimen-ook te leren, ontbrandde. Toen heeft BOERHAAVE aan dezekonst, tot dien tijd toe, door verhaaste en onvaste proevennog omzwervende, het licht, en de wetten ener wel geordendewetenfchap gegeven; en den nakomelingen enen helderenfakkel ontfteken, bij welken zij de wondergebeimen derNature, uit hare ingewanden zouden kunnen opdelven.De Gezaghebbers der Groninger Akademie, door 's mansnaam, en aanwasfende vermaardheid, getroffen, nodigdenhem, in 1703, tot openbaar Leraar der Geneeskonst in hunnHogefchole. Hij betuigt volgens zijn gewoonte, voor dieaangebodene eer, eenvoudig zijne dankbaarheid, zonder daardoor voordeel te bejagen; dan de Bezorgers van Leijdens Akademie,hier van verwittigd, befluiten hier op aanftonds eneaanzienlijke vermeerdering zijner jaarlijkfe wedde, en wijl 'ertoen vijf gewone Hoogleraren in de Medicijnen waren, wordthem d'eerfte openvallende profesfe toegezeid. Bij die gelegenheid,deedt hij den 24 feptember des zeiven jaars eneRedevoering, bewerende het gebruik van werktuigkundige R•tinge in de Geneeskonst,


'BOERHAAVE. '(HERMANNUS) m%'Onze BOERHAAVE hadt nu omtrent negen, jaren , f öndé'r diefttijtel van Lettor of "oorlezer den post van Heoglefëar l v.mïid\,'wanneerdoor het overlijden va: Jen geieerdenlHöTToii> J,


a.16 BOERHAAVE. (HERMANNUS)konst, tot ongelooflijk nut der Artzenijmmneren, voorgctoondin zieken, welke 's lands grootdadige mildheid in het Gasthuisder Akademie, in haren fchoot kweekt, en ter genezing opneemt.Dat dit de ziel dezer wetenfchap zij, en de regte leef'•wijze van HIPPOCRATES , die de kennis door ene gedurige ondervindingophoopt, en tot volmaaktheid voert, zal een iederdie geen vreemdeling in dit vak van wetenfchap is, geredelijkmoeten toeftemraen. Allen ook die de Medicijnen toen tertijd aan Leijdens Hogefchool beoeffenden, roemen uit enen monde,den groten aanwas, die de Geneeskunde Ook in dezen delegenomen heeft, door het uitmuntende paar Ambtgenoten BOER­HAAVE en OOSTERDYK, altoosdnrende wonderen ener gelukkigekonstoeffening.In het volgende jaar 1715, leide deze uitmuntende man hetopperbewind der Akademie plegtig neder, met ene Redevoering,over het verkrijgen van vaste en zekere gronden der Nakunde. Hier pleit hij fterk tegens die Wijsgeren van alle eeu-,wen, die niet geduldig genoeg, om door ene langzame naarvorfching,met konstproeven de Natuur uit hare eigene kentekenente doorgronden, en zeer hoog gevoelende van de doordringendheidhunnes vernufts, liever met dat zelve, omtrentde Natuurkunde, wilden raad leven, en in den winkel vaneigen fcherpzinnighcden, hoofd- en grondbeginzel aller zaken fmden, dan ene edelmoedige en openhartige belijdenis hunneronwetendheid flaken. Al wat de oudheid, al wat de later tijden,in dit foort van Wijsbegeerte, niet gevestigd op zekereondervinding, ten toppe vijzelt, zinkt weg in deze redevoering, en verdwijnt bij de oneindigheid van het Opperwezen,uit het allerminfte haairtje zelv' doorblinkende; betogendehier verder op onwrikbare gronden, met kragt van heldere bewijsrederen: dat de beginzels aller zaken voor ons teenemaal vergen zijn, en dat alleen door -waarneming der zinnen, die eigefchappen derzelve verflaan worden, die door ondervindingleren.In dat zelvde jaar 1715 , heeft de Akademie der Wetenfchap.$en in Frankrijk, den Keie BOERHAAVE door esn open eerbrief 4*1wien


BOERHAAVE. (HERMANNUS) 2 I ïVriendelijk aa^gezogt, om zijne fchranderc ontdekkingen in deNatuur- en Kruidkonst, door briefsvisfeiing aan haar mede redelen; en wanneer nu de Graav MAKSICLI, in Ï718, deiwereldverfeheiden was, is hij tot opvolger van dien grotenJiaarvorfcher der .Nature gekozen, en roet de waardigheid vanuitheems Medelid, in deze aanzienlijke vergadering van edeleverftanden ingelijfd. Ruim twee jaren later in 1720, namelijk,heeft de Koninglijke Maatfchappij te •Londen, aafl 's mansgadeloze verdienden dergelijk ene eere opgedragen.In J7iS overleedt de vermaarde LE MORT, Hoogleraar in deGenees- en Scheikonst,, en wierdt door BOERHAAVE opgevolgd;ten einde hij die konst, reeds te voren door hem zosglad béfchaafd,nog veel fraijer zou polijsten , en dezen magtigen üetitelder Nat;re, dezen getrouwen tolk van hare wonderen,allen roest affchuren. Zijne nieuwe bediening aanvaardde hij,den 21 feptember, met ene welgepaste redevoering, over deScheikunde hare dwalingen uitzuiverende. Deze ftofïe te 'vorenoverladen met woorden van barsfe fchorheid, meer met roetbekrozen dan de oven van VULKAAN zclv', en dus als buitenhet bereik der welsprekendheid, ja der geleerdheid geplaatst-,heeft hij nogthans door overaardige fchranderheid', en lieffe'ijkebevalligheid van tale, en zaken, zo'aangenaam verhandeld,dat men niets vrolijker ter genoegte, en teffens treflijker terwaardigheid vinden kan. Den 22 feptember 1721 , deedt hijene lijkreden over zijnen Ambtgenoot, en voortreuëlijkcnGeneesraad, BERNARD ALBINUS.Zig geheel aan al deze grote en zware posten overgevendezijner gezondheid niet oiragtzaam maar kwistig, en zig te zeeiepde ijzerharde kragten zijnes lighaams verlatende, werdt hij,omtrent midden in augustus 1722 van een gruwzame en zeerlahgflepende ziekte overvallen, welke hem vijf gehele maanden,op zijn bedde genageld hieldt, en hem afgrijzelijke folteringendeedt ondervinden; veroirzaakt zo als hij zelve in eenzijner Akademifche Redevoeringen verhaalt, „ doordien de„ togtgaten van zijn lighaam, door de Hoving van het beddeverwijderd, voor de ochtend koude en het zeer doordrin-•O 5- ftge-ad


f2i 8 'BOËRHMVE. (HERMANNUS)„ gend datiwvogt bloot feilende, bij daar door, zijn leven„ bijna verloren hadt, begaan e dus aan zig zeiven onacht-„ zaam dat gene, waar voor hij anderen trouwhartig waar--„ fchuwde, zig zorgvuldig te wagten. Waar op als met uit-„ gezogte martelingen van jigt afgepijnd, hij eindlijk geheel„ als ontlloopt lag, zo dat hij nauwlijks enig gevoel-, ten» mir >ften enige beweging, aan zijne onderfte leden meer' ove-,„ lig hadt." Te midden nu de onmenfcheüjke pijnen, dien.agt en dag zonder enige verpozing aanhielden, hadt hij,volgens eigen ve haal aan deszelvs hartvriend den beroemdenALB. SCHULTENS, geen beter middel gevonden om die te lenigen,dan door, met ingefpannen gedagten, te doorlopen vente herzamelen in zijn geheugen, al wat hij ooit gelezen hadt;-en dat hij door deze gruwzame jigt op de folterbank geleit,Zig zeiven van binnen een oeflènfcbool opende, om deze marteh'ngenals door den zang der Muren, in flaip te ftisfen.Deze wn-ede kwale, die, te gelijk met epe andere, in welkehij door dezelve overdadige werkzaamheid, in 1727, wierdt ingewikkeld,op hem met vernieuwden aanval in 1724 dreigdete zullen woeden; noodzaakte hem, het Hoogleraarsambt derKruid- en Scheikonst neder te leggen. Dt-ze ontflahing vanzijn' dienst, gepaard met alle verfchuldigde tekenen van eeren achting, vezelde hij met ene Redevoering, den ?8 aprildes zei ven jaars uitgefproken. In deze, zelv' een gezigte vanzijn leven en bedrijf gevende, beeft hü de deftigheid zo met•aardigheid getemperd, dat hij den lezer met een altoos versvermaak, of liever met de verwondering van een' onvergelijk-Jijken geest, Rrele.Maar alle voorgaande Redevoeringen worden als door eenduistere wolk verborgen, door de laatfte, de Eer des Geneesmeestersflavernij, genaamd. Met deze den' Akademifchen fcepterten tweedenmale neder leggende, overtreft hij zig ze! ven.Daar ziet 'men enen man geRegcn ter hoogde tinne van wetenfchapen ondervinding , die het den allerkragtigften, en doorkloeke naarRigheid gefterkten verftanden, gegeven is te berei-•ken, van boven uit de hoge kruinpunt van wis- natuur- en


BOERHAAVE, (HERMANNUS; * i9geneeskundige Wijslied, met den wereldwazen SOCRATES uittoepen,en onwrikbaar Raven: Niets, Niets wetenwe armemenschjes! Niets is het, dat zelvs d'alierervarenfte, in hetverdrijven van ziekten en ongemakken' kunnen uitwerken 'd'Allervolmaakfte konst, is nauwlijks de kamenier der Nature!De ware en hoogde eer van een Geneesmeester is, zigzei ven aan de mogende en aliesgenezende kragt derzelve, tengedienftig flaafje over te geven.In den jate 1707, gaf hij zijne Onderwijzingen in de Geneeskonst,in.'t licht; welke viermalen bij het leven van den Hoogleraarzijn herdrukt, en tot een.volledig lighaam uitgedegen.Grootmeesters in de konst, verwonderen zig over de verhevenkragt van een' overfijn geflepen' geest, waar door hij enezeer wijd uitgebreide wetenfchap door ds wetten, en het lichtvan keurige orde, zo geregeld en verhelderd heeft, dat 'ernooit iets befchaafder zal konnen uitkomen; zij verwonderen-zig over de beknoptheid, zo vol van kragt, en merg, zo bondigineen gedrongen, dat 'er niet een woord buiten zijn plaats.,of buiten zonderlingen nadruk gebruikt zij. In den jare 1708.,volgde op dit befpiegelende gedeelte der konst, het oefenende.,behelzende Beknopte Stellingen om den aart en genezing der Ziektente leren kennen. De voortreflijkheden, die in zijne Onderwijzingenuitblinken, Rralen nog veel helderer uit dezen arbeiddoor; want al wat 'er uitnemend, uitgepuurd, wel beklonken, door rijpe ondervinding gemeukt, in HIPPOCRATES te vindenis, is hier met een Hippocratijchen Rijl zo net verklaard,en bijeen gefchikt, dat kenners der konst getuigen, dat 'erniets beknopter, en teffens mergrijker in de geleerde wereld isgefchreven. Men weet, dat de beroemde Keizerlijke LijfartzVAN SWIETEN, dit konstjuweel, tot een grondzuil heeft gebruikt,om zijnen keurigen latijnfenCommentarius over den aarten geneeswijze der ziekten op tedigten. Aan deze korte ftellingenvan BOERHAAVE , is het boeksken over den toejlcl der Geneeskundigen, cn het voorjehrift der Geneesmiddelen, zeer nauw verknogt;het is uitgegeven in 1719, en herdrukt in ^27.•ïn 1.710, gaf hij,, om zijne bediening in de Kruidkonst te


2-i> RÖERHAAVÈ. (HERMANNUS)fierénj & het licht, zijne eerfte Lijste van Planten, die in dètiAkademietuin gevondèn wierden, wanneer hij tot die profesite' Werdt aangefteld; en hierop volgde in 1720 een tweede 'Lijst,in twee delen onderfcheiden, en met zeer fraije afbeeldingen'opgehelderd. De Kruidminnaars ftonden toen verbaasd, dat devoorraad van uitgelezène Planten in de Akademielidn bim enzo kort een tijd verdubbeld was, ja dat, door BOEEHAAVÈ-Szorge, hare rijkdommen zo toegenomen waren, dat ze bovenalle Openbare hoven, het hoofd mogt opheffen, ziende binnehhaien nauwen omtrek, en perken, al wat Europa, Afia-,Afrika en Amerika, bezienswaardig uitlevert.In het jaar 1732, kwam dat overdoorlugtige werk de Beginzelender Scheikunst, in 't licht. Gedenkteken, duurzamer danaller Koningen en VorftVn pragtige eernaalden! Gedenkteken, door natuur en konst met èrgen' handen voor BOERHAAVE'opgerigt. Tot de Scheikonst behoren nog de Waarnemingenover hét Kwikzilver, in 1734 door hem gezonden aan de Ko-•ninglijke Engclfe, en Franfe Sociëteiten der Wetenfchappen, én inderzelver werken ingelijfd.'Behalven de opgenoemde heeft BOERHAAVE nog in 1724 in't licht gegeven, de befchrijvihg van een fchriklijke, en te voren•nooit befchrevene ziekte, waar door de. Baron VAN WASSENAARHeer van Rofenburg en Admiraal der Republijk, is weggerukt.Nog in het jaar 1728, de befchrijvihg van ene andere fchriklijkeen zeer zeldzame ziekte, welker vreeslijk geweld den Marquisvan ST. AUBAN gemarteld heeft; en na dat hij tien gehetemaanden met een onverwinlijke verdikking geworfteld hadt,-onder Vele benauwdheden en angften den geest heeft gegeven.Verders nog een Verhandeling over de Venusziekten, én eindelijkeen Brief aan den beroemden lluiscn, waar in bij "het gevoelenvan MALPIGHI óver de Klieren, dat al voor wederleid gehoudenwierdt, met nieuw licht en kragt van bewijsredenen bijnaweer d'overband heeft doen bekomen, fterker en gelukkigerom dat gevoelen te verweren, dim MALPIGHI, die grote "Ontleedkundige,zelv'. Ook is het aan zijnen werkzamer, ijver,


BOERHAAVE. (HERMANNUS)-- 4.2 £


22a BOERHAAVE. (HERMANNUS)Zonder grootfpraak kan men verzekeren, dat nooit mogelijfciemand van burgerftand tot die hoogte van algemene achtinggerezen zij, tot welke, zo de verwondering als d'eerbied vanallen onzen BOERHAAVE heeft opgeheven. Gantfe drommenvan uitgelezene jongelingen , kwamen uit alle oorden vanEuropa op den klank van zo groot enen naam, opdagen; jaelk der drie beroepen die hij waarnam, trok een troep, diekwam en ging, en zich alle jaar vernieuwden. Zij die vanLeijden gekomen waren, gingen zijn naam en roem in hunnelanden verbreiden, en zonden, of liever drongen'anderenderwaarts, en de volgende overtroffen de voorgaanden dikwilsin getal. O welk een brand! welk een liefde! die in zijneleerlingen, gretig naar alle voortreffelijke wetenfchappen', aanzijnen gadelozen mond gefnoerd, en over zijne gadeloze wijsher,opgetogen, wierdt ingeboezemd.Lang heeft BOERHAAVE den ongehuwden ftaat voor den gehuwdenverkozen; naar de oude en loffelijke wijze der Bata*vieren, niet eer zijne gedagten op een egtgenote zettende voordat hij zijn fortuin geani


BOERHAAVE. (HERMANNUS)* -223ïaatfte kwale van dezen uitmuntenden Man, wanneer hij enelangzaam aanwasfende moeilijkheid van bezwaarde ademhalingbegost te voelen; hier kwamen bij in 't jaar 1738, ongewonekloppingen der flagaderen, aan den regeer kant van den hals,met zeer ongeiegelde. fchietingen in de flagaders, te voienïiooic gemerkt. Dit.overwegende, geloofde hij, dat tusfen hetIiart en de longen, bloedrtremuiingen de-dierlijke beweginghinderende , met verwijding der vaten, aangroeiden. Hoe.het 'er mede gelegen mag zijn geweest, zeker is het dat hijfchriklijke pijnen in zijne jongde ziekte heeft geleden, docheven waaragtig is. het, dat zijn moed hier door niet zo laa wzonk en ter neergeflagen wierdt, of hij verhefte zig hoe langerhoe meer boven dezelve; want hoe, meer hij onder den bijnaondraaglijken last zijner fmerten geprangd wierdt, hoe meerlij)zig zelvs met verhevenen gemoede opbeurde, en in aan»biddingen ten hemej opfteeg, om. de. vaderlijke hand GODS tekusfen, zijne bedtukte. huisvrouwe en familie te troosten, endoor ere Rille en onbenevelde gemoedsgeRalte, den ontroerdengeest, zijnef huisgenoten te verkwikken. Hoe groot defchrikkelijkheid zijner fmerten geweest zij, kan men hier uitopmaken, dat zelvs die genen , wien hij zo lief als hun eigenwas, voor. BOERHAAVE godvrugtige wenfehen uitftorteden, opdat hij, indien 't met GODS raad beftaan mogt, haast een eindemogt vinden. Op het laatfte van augustus, deedt zig gedurende;enige dagen ene redelijke hoop van herftelling op;maar die verdween kort daar aan zodanig, dat liefde en godsvrugteischte voor 's Mans einde te bid. en; dit flerk naderende, bleef hem de bezadigde heldeiheid des geestes bij.Ziet men op deze bijna ongelooflijke gerustheid en meer danmeufchelijke zagtmoedigheid, men zou gezegd hebben, dat alle,fmciten en benauwdheden waren weggevloden, maar hetwas Gelove, verwinnaresfe van dezen laatften ftrijd, die dezenwreden vijand ontwapenende, en in triomf voerende,reeds de zalige, onfterflijkheid, 'onder den. laatften flag desdoods, gelukkig aanving. Tot dien heerlijken ftaat, en de erfenisder Heiligen in het licht, wierd de zuivere ziele vanHER-,


«£« BOERHAAVE. (HERMANNUS)HERMAN BOERHAAVE ingevoerd, op den 23 feptember, zijndetoen 70 jaren oud , min drie maanden en agt dagen. Zijnftoffelijk overbiijfzel wierdt te Leijden in de St. Piepers kerk begraven,en aldaar omtrent 24 jaren later, namelijk in feptember1762, een grafieken tot vereeuwiging van zijnen onftenfelijkennaam opgerigt. Het is zeer eenvoudig, en beRaat uiteen marmeren lijkbus , gezet op een voetRuk van zwartenReen, zeer net doch zonder uitftekende fieraden; die men 'eraan toevoegde zijn zeer eigenaartig, verbeeldende de vier Le-'venfianden in mannelijke en vrouwelijke gedaante, ter aanduidingedat hij, ter wiens ere dit gedenkteken ftrekte, in allerleilevensRanden, aan de beide kunnen zijne konst wijdde,en genezing bevorderende hulp toebragt. Op een medailjwivertoont zig zijne beeldtenis in grijzen ouderdom, en onder\ dezelve 's. Mans gewone zlnfpreuk: SIMPLEX SIGILLUM VERI.liet eenvomvdige is 't kenmerk der •waarheid: ene fpreuk die hijaltoos voor ogen hadt cn opvolgde. Op *t midden des voetftuksleest men .- SALLTÏFERO EOERHAVII GENIO SACRUM. Aanden genezing bevorderenden geest van BOERHAAVE toegewijd.ïk zal dit levensverhaal befluiten, met de karakterfchetsvan dezen voorbeeld igen Christen en edelen Menfehen vriendop te geven, en hier toe het penfeel te bate nemen, 't welkde grote ALE. SCHULTEKS in de lijkrede op zijnen vriendheeft gebezigd; ookhebbe ik geen veiliger gids dan dezen wetenaan te treffen, en dus van denzelven in het gantfe beloopdezes belangrijken artijkels, gebruik gemaakt.Van lighaamsgeflel was BOERHAAVE kloek, gezet, welgefpierden ongelooflijk fterk; dit heeft hij van kindsbeen af,door weerzin van alle laffe ledigheid, zo gehard, en tegensden arbeid en de ongemakken der ltigt, zo gefterkt; dat hijwind, regen, koude, hitte, vermoeidheid, pijnen; om 't evenniets achtte. Van een rustige cn rijzige geflalte deedt hij onderene eenvoudige gedaante in gang, in houding, in allebeweging, iets groots, iets deftigs, uitftralen. In zijn wezenhadt h'tj veel gelijkenis met den allerwijsten der Grieken,,zo door zijnen neus, van boven zagtkens ingezonken, als.voor--


BOERHAAVE. (HERMANNUS)^ftvoornamelijk door het' uitgedrukte merk var, aartige fcherts,met bezadigde wijsheid fijn getemperd. In zijn levendig ge-»gt, flikkerde ene edele fchranderheid en flandvastigheid vaneen' geest, niet gewoon zig onder de zaken te buigen, maardre aan zig te onderwerpen. Dit hadt hij ook met dien grotenWijsgeer gemeen; dar zijn wezen en ogen, de fpicgels vande ziele, noch door blijdfehap te zeer uitgelaten, noch doordroefbeid. en onaangename ontmoetingen te zeer bewolkt,wierden. in SOCRATES huisvestte wat ftrakker geRrengheid,.gelijk in BOERHAAVE wat vrolijker helderheid ; die zelv' dewolkjes^ het wezen van anderen betrekkende, kost verdrijven-,deze helderheid, een teken van een gerust» vrede en kalmteder ziele, is de gezelle en üjfwagt der deugd, zig in de beaittingvan zig zelvs vergenoegende.Voorzigtighcid , kloekmoedigheid, regtvaardigheid, matigheid,zijn woorden en grootje klanken, waar mede zig deVervelingen vermaken, en d'een den anderen ten'hemelser*heffen: te vreden naamJijk mee de fiauwgetroffene fchetfe dezerlofiijke deugden, hakenze nauwiijks naar derzei ver levendigen uitgedrukt beeld. Met deze gedagten en op dit oirdeel,beeft BOERHAAVE meer dan eens geuit, dat hij velen denChristlijken godsdienst zag belgden, weinigen op wien het ware, merk van den grootften Meester gedrukt was, en die het zei- 've door hun leven ook weder uitdrukten. Meer als eenshoorde men hem onder gemeenzame famenfpraken tusfen goedevrienden, zeggen: „ dat het eerfte gebod van CHRISTUS fcho-„ Ie ,^ van de meesten zijner leerlingen over het hoofd wierdt5, gezien. Leert van mij dat ik zagtmoedig ben, en nedrig van„ harten." De christlijke nederigheid naamlijk, die voor GODSoneindigheid zo wegzinkt, dat ze zig zelv' niet het allermin-Re vezelken toefchrijve, omhelsde hij eniglijk als de bloem eneer aller deugden; en erkende, dat ze niet het werk was vaneen' edeler aart, maar der genade, niet dan door aanhoudendevurige gebeden te verwerven. Het was daarom, door zijn'ganfehen levensloop, zijne eerfte en allerheiiigfte'zorge, dathij zig zo ras hij uit zijn bed was opgeftaan, versch uit denU L D S E L- P flaap,


«5 BOERHAAVE. (HERMANNUS)fSt •' • * ' ~ Iflsap, een gansch uur aan godvrugtige gebeden, en overdenjiingen, afgezonderd van allen, zelvs van zijne huisvrouwe,geheel en al overgaf;- en zijne ziele door het licht van de'Zorme' der Gerechtigheid verhelderde.En gelijk hij den zijnenbeleed, dat hij hier door den lust, en de kragt tot waar.neming van zijne zaken, en het volvoeren van zijne pligten'ontving; zo wilde hij hun dit zelve als het roer, en het ankerenes levens, dat op eeue holgaande zee moet dobberen,aanbevolen hebben. Dus verftreS het niet langer tot verwon- joeiing, hoe dat BOERHAAVE zo zeer door wijsheid beroemd,en een overtreffelijk voorbeeld van geleerdheid en deugd,altijd' zo nedrig, zo zedig, van zig zei ven gevoeld hebbe:hij 'naamUjK die. met Gods geest vervuld is, hoe hoger hij tot*Gor>'oprijst, hoe dieper hij in zig zei ven wegzinkt,-.gelijk integendeel,hoe lediger iemand van Gods geest is, hoe meer ;fcf tot alle ijdele 'verwaandheid, door windrige drift opgebk.'zen'wordt; 1 'indien h'ij of om fehatten van diepe geleerdheid, I'of om enige uitmuntender gaven en bekwaamheden, de toe- j.'juiching van allen wegdrage.Het was uit zulk een-hart doorGodes geest geraakt, dat hij dik wils 'inboezemde, hart en mond j'famen (Temmende, „ dat men door goedheid der Goddelijke natu-;„ re meest deelagtig wierd." Deze goetlhcid zeker, omhels- '' de hij als den w'ortel van allen troost en bhjdfchap met al zijn jhart, en ademde die weder uit: deze cikende hij. voor deenige grootheid der ziele ; voor de ware kloekmoedigheid,'die ze've door geen kwaad te overwinnen, het kwaad door«agtrncedigheid en Jlefdepügten, of ovérwinne en'dempe, of}befchamé; door dit zelvde edele beginzel, hadt hij zijn toornüo getemd , dat hij fcheen niet vertoornd te kunnen worden.,Z'.;-1 'hartvriend SCHULTENS vroeg hem op zekeren tijd, mééVc'rwonde'rlr.g dikwils dat onbeweegd , en onvei winnelijk zagt-1moedige,'zelvs in norsfige ontmoetingen, gemerkt hebkendeJ,of hij wel kost vertoornd woiden? of, door wat konst toch,lhij'zigböven het bereik van 'oorn' geplaatst hadt? hij ant-lWoordde Jnei- op zeer openhartig, dat hij van natuur wel watt; fcÜ'li-ïker €ii ligt geraakt was, doch dat men door bidden, enkdaaj-\j


BOL'RIIAAVE. (HERMANNUS)aaf.daagjljks overdenken, dezen vijand, boven alle anderen verfchr'kliik,niet 'alleen kost brei leien, ma r zelvs ten euemaalte onderbrengen. Wie ziet hier niet een waarlijk grote ziel,niet alleen boven alle zaken, maar ook b ven zig zelve geilegen?wien blijkt nu niet, van welke fchone wortels BOERJAA-VE'S deugden, zijn voortge(prote:i, en tot alle p i-ten van zijnbijzonder en openbaar leven, met ftandvastigé evenredigheiden gezetheid, zig uitgebreid hebben.Laat ons nu tot enige, bijzonderheden en karaktertrekkenVan dezen deugdzame.ï Mei fchenvriend overgaan. Alles meteen regt oog afmetende, kost hem het glansfige der fcbijngoederenniet bekoren. Niets te begeren, in het tegenwoordigete berusten, met zijn lot vérgenpegd te zijn, achtte hij cerzkoningrijk en Ware fchat en. Een fpiegel van fpaarzaamheid,zuinigheid, ingetogenheid, toonde hij dat de rijkdommen deeeuw niet bedorven hebben, maar dat weke zielen de rijkdommenmet zig zelvs bederven, en die tot ftaving van ijdelheid,verwaandheid en weelde, als verweken,In droefheid en vrolijkheid, even gelaten , heeft hij metÉnen tred, een wezen, alles aangezien, ontvangen, doorwandeld.Dankbaar tot overmate toe, was hem niets aangenamer,dan die genen aan welken hij verpligt was, in alle gelegenhedente roemen; en dc 'dienileu cn weklad.cn hem bewezen rmet woeker weder te geven, Zijnen vrienden dede hij zodienst, dat ze nooit of lang daar na, cn, zo 't geviel, vananderen gewaar wierden, boe voel zij hem verpligt waren.Nooit gaf de aarde, nooit zalzc opiegter, vaster, tederervriend geven.Hij was onvatbaar voor alle wraaïz-jg:, in zo verre, dathij het ongelijk hem aangedaan, dtx:f wei iaden wreekte: jazelv' behouden heeft dit genui, die hem bobben willen bederven.Mededeelzaam en mild was hij tegen» de armen r nogthansniet onder trompet of uitrecperi Dc' bewüitbeid vanwel te doen, oir deelde l:.j het fciue-ciie ca Lee.iijkilj toneelvoor de deugd.Een houder van het ftrakke regt, week hij nimmer daar vanP 2-at>


mBOERHAAVE. (HERMANNUS),gf fnoch feedt ook iemand,, met welken hij te doen hadt;éssü van af te wijken; ert, in vierfchaar of raad was hij bo-%m> alle aanneming van perfon'en. Geen Koning zelv, of heOdreigend Wezen eens dwingeland's, zoude het onbeweeglillcfterke zijns gemoeds hebben kunnen fchudden. N iemands,vaardigheid nogthans wierdt'door hem in 't allerminfte gekreukt.Wonder ervaren was hij, den aarten het levensgedrag der'«senfchen, met een gelaatkundig oog uit hun wezens in tezien, en te doorpeilen. Volkomen zuiver van argwaan, fchiktehijopenhartig alles in de beste plooi, of veifchoonde he6genegen. Niemand zo vaardig, getrouw, vreedzaam, in raadgevingen,en meer bekwaam om de eendragt te bewaien ente hcrftellen.• Van zijne eigene zaken of fchriften fprak hij nooit iets van,Zelv; daar over gevraagd, antwoordde hij zo, dat het klaartleek, dat hij niet zijn lof, maar het nut des vragers zegte.fJiemand laakte hij ooit, maar mild en verheugd inden lof vansndeien, fcheen het als of hij dien zelv' genoot. Zijne be.tóbbelaars droeg hij zo za Etmoedig, dat zo 'er ie:s Ioflijks inhun was, hij dat zelvde prees, den flimmer kant voorbijgaande,oft ook wel bedekkende. Scheldwocrdtjes van lasteraars,vergeleek hij bij fprankels, die ras uitgaan, tenzij men zeöpblaze. Vrij dikwils getergd door wanguniiige gefchriften,heeft hij nooit iets weergefchreven, oirdelende dat men derWaarheid dus groter dienst doet; immers dat de Nijd door degeneesmiddelen zelvs gefard en aangehitst wordt; dat de Dom-Md buiten de grenzen der geleerdheid geplaatst is; dat deOnwetendheid, zonder domheid, zig zelve kan genezen zozeWil onderzoeken, en liever door zig zelv, daarze kan, dandoor anderen, uit dwalingen wil geied worden. Hij hieldnogthans veel vair de fpreuk van HORATIUS:»•••'" 1Een fchersfend woord ge/preken op zijn tijdBejlist veel fchieiijker doorgaands een' zwaarert Jlrijd,Pan 'f allsrernftigfte.Van


' WERHAAVE. (IIERMANNtJ3J> «52*Van nature, naamlijk, zelv' een geestig en fchranderGtes»fer, bezat hij dat overaardig foort van boerterij, .gevuld rnettdeftigheid, doörmëngd met lieflijke-zagtheid,'het welkde'Duö-Béid zo zeer in SOCRATES geroemd heeft. Hier mede befpreng»de hij niet alleen zij,-, boert,vol befchaafde fnedighei.dpn -gajvdigheden; maar op een . angename wijze zelvs zijn ernftige ;zir>uitingen. Zijn Rij 1 van (preken en fcbrijveq, was door-eenverwonderlijke menging van overvloedig en beknopt,perd.getemrDaar is 'er, die met vele woorden niets ;zeggen; .daaris 'er, die iets zeggende, dat zelve in een ftroom van wpordendoen wegzinken; daar is 'er,die met weinig woordenveel zeggen, maar op een duistere wijze: BOERHAAVE fpaarzaamin woorden, doet overal diepeen vrugtbare zinnen hei*-der uitblinken.é\Geene wetenfchap nam hij bij der hand, .en hij namze alle"bij der hand, die hij niet, vatbaar voor alle, door en door begrepenheeft, door een overforsfe kragt van geest, aanftonüsden weg, dien men betreden moet, doorziende, en met .eveevurige drift den zeiven doorflaande.Niemand hoorde IbetPyniemand zag hem, of hij betaalde den tol, die grootheid vangeest, en uitmuntend vernuft, van zelv' verwerven. leusr.Konftenaar hoe fch.ander ook, erkende hem meer ervarenenvernuftiger in zijn konst, dan hij zelve.Demorgen- en avonduren, heeft hij zijne bijzondere letter-• óeffeningen Randvastig gewijd.; de middelRonden gaf .hij .ten•dicnRe van 't gemeen.'t paardrijden.Na gedanen arbeid .oeffende hij zig .iaVermoeid, verfriste hij zig door lieflijk fnareivraccoórd., zijnde een overgroot liefhebber der inufijk; .de GuUtarre'behandelde hij konRig, een fpceltuig zeer gunRig gcfehilïtomde emftige, en zelvs treurige bezigheden, daar hij me.de.overladen was, op te volgen, maar dat tevens ene zekere;zagtheid van ziel onderRelt,welke lieden, aan die foorteavan bezigheden .overgegeven, niet altoos 'hebben ,,en vn,.».,i,|aiiet altoos behouden. 'Voornaamlijk fchepte hij ;jtdem, eetXcheen eerst .regt ..te 'leven, ja teIheetfchen, -in .zijnvzeer•aangenamelustplaats, welker nümen:omtrék,'hijf Jin-e&nporatigsiïeitjriP


B3


BOETIUS. (EPO) BOETZELAAR. (VAK) j£jBOETIUS (EPO), geboren in 1529 te Roodhujum, étkdorp in Friesland; wierdt na het -eerfte fchoolonderwijs, naafKeulen gez nden, ten einde verder in de latiji fe-, griekfe-ceaJrebreeuwfe talen, benevens andere wetenfchappen onderste*zen te woiden. 'Hij was fchrander en ijverig, en maakte éusgoede voortgangen in zijne' aangevangen ftudien, .zo dat fcijfpoedig tot Meestei in de wijsbegeerte wierdt bevorderd; waarna hij het ambt van Leraar in die wetenfchap te Zwolle 'beeftbekleed; van daar trok hij naar Leuven, alwaar hij .in *topeu«baar lesfen over HOMERUS en HESIODUS gaf; zedert wierdt jpjj•tot Hoogleraar te Nizzo in' Savnjen aangefteld, en niet langdaar na in die zelvde waardigheid te Parijs geroepen; bieroeffende hij zig ook in de regtsgeleerdheid, en \ervolgens ncjjin de kerkelijke gefchiedenisfen. In 1560, wier it hij tot Doktorin de regten gepromoveerd, -waar na hij Leuven weer gicj»opzoeken, daar e igen tijd leraarde, en wierdt vervolgens aan^de nieuw opgerigte Akademie te Dcuai beroepen, alwaar 'hüna 37 jaren dè regten aan de ftuderende jeugd te hebben onderwezen, op den 15 november, in den ouderdom vaa70 jaren is overleden. Het volgende graffchrift heeft mea•volgens zijne begeerte, op de zark die zijn graf bedekte, óe.berteid : BOETHII CORPUS QUIESCIT HÏC , EPONIS ANIMAM RESricE,0 JESU, BEKIGNITER. BoéTius Itghaam rust hier, gedenkder ziele van EPO, Ó JESUS, gunflelijk..EPO is gehuwd geweest met MARIA KABEI.JAAÜ, van Tpe-rmgeboortig, en heeft bij haar 12 kinderen geteeld, waar vanhem 8 overleefd hebben. Eoënus wierdt in zijn tijd. -voor•een geleerd man gehouden, en zo wel ervaren in de regtsgeüeerdheid, als wijsbegeerte en kerkelijke gefchiedenisfen. V.eslheeft hij gefchreven, als onder anderen.: Sententie HmneruwLov. 1555. De Ro anee perfectaque Jurisprudentie fruüibus trimdnis.1568. Antiquitatwn .Ecclejïasticamm Syntagmata. Diiad'J578.BOETZELAAR.(.VAN) , 'is de naam van jsen .oud en iso;!*sdclijk geflagtdat eigentlijk zijnen oiifpron^'in'jie.tbej'ioj,domf-4 intf


23iBOETZELAAR. (DANIËL VAK)Kleef heeft genomen, daar nog het dorp en huis ten Bostzelaapin wezen is, en alwaar deze Heren, al in de elfde eeuw ingroot aanzien waren. Vervolgens heeft zig dit geflagt medeverfpreid in Gelderland, het Stigt van Utrecht, en inzonderheidin Holland, in welkers Riddérfchap enige van die Heren vantijd tot tijd zijn befchreven geworden, en nog hedendaags in diehoedanigheid leden van Hollands Staatsvergadering zijn geweest,tot op de jongfte revolutie van 1795. Het aanzien dat zijdaar verworven hebben kan niemand verwonderen, wanneermen in aanmerking neemt, dat zij bet land met goed en bloedhebben ten diende gedaan. Zij trokken niet alleen met deGraven van Holland te velde, woonden veldllagen en belegeringenbij, maar hebben vooral in de hervorming van dengodsdienst zig dapper lijk tegens de Spaanfe geweldenarijen aangekant,zig met den Heer VAN BREDERODE, en overige Edelendes lands verbonden, en het bekende verzoekfchrift der Geuzengetekend, en aan de Hertoginne VAN PARMA , Gouvernanteder Nederlanden overgelevert: waar over als naderhand onderhet wrede bedier van den Landvoogd ALVA, de meesteEdelen de vlugt moesten nemen, wilden zij niet op het moordfchavotderven, waren de Heren VAN BOETZELAAR mede genoodzaakthunne altaren en haardfteden te verlaten, zo datenige van hen buiten hun vaderland, zonder goederen, diealle verbeurdverklaard wierden, moesten zwerven, en, allesvoor den godsdienst, de vrijheid en het vaderland, opofferen*de, bij den vreemden eie toevlugt zoeken. —'• Zieover dit geflagt onder anderen, J. LE CARPENTIER, Hifloiregeneal. des Païs-Bas, Part. III. pag. 767. 835.910. Ook, eenuitvoerig geflagt-register daar van bij A. FEP.WERDA, Nederl.Geflagt-, Stam- en Wapenboek. I. D. druk van 1785. Als medebij J. KOK, Vaderl. Woordenb. VII. D. bl. 635-652.BOETZELAAR (DANIËL VAN) , was de zoon Van WESSEL ,en broeder van FLORIS, OTTO en RUTGER, die volgen. Hijverkreeg de heerlijkheden van Merwede en Moèrkerke door uiterftenwdle van MARGAEETA VAN PEAET, weduwe van denHere


BOETZELAAR. (FLORIS VAN) (OTTO VAN) 233IJHere van Heukelom, GERRIT VAN ARICEL. Een tekenaar vanhet Verbond der Edelen zijnde, werdt hij om die reden. er, omdat hij zig fterk gemengd hadt in de nieuwe preke, bij vonnisvanALVA gebannen, en zijn goed verbeurd verklaard. Inzijn vaderilad wedergekeerd zijnde, was hij, enige jaren later,tegenwoordig op de begraafnisfe van WILLEM DEN I; en ftierfin 't jaar 1591.III. p. 910.J. tE CARPENTIER, Hifi. Gèneah Part.P. BOR, XVIII. B. bl. 57. S. VAN LEEUWEN,Bat. iü. bt 768. MARCUS, Sent. van ALVA, bl. 131. 114.WAG., Vad. Hifi. VI. D. bl. 126. J. W. TE WATER, Verb.der Ed. II. D. bl. 240.• BOETZELAAR (TLORÏSS-EL , Heer van Lvigerak,VAN), mede een zoon van WES-is door ALVA gebannen, na dat hijuit Utrecht, daar men hem zogt te knippen, gevlugt was. Be-halver, het ondertekenen van 't Verhond, de overleveringe van't S.neekfchrifi, en het bijwonen der Vergaderinge te St. Truijen,waar toe de HollarAfi Edelen hem afgezonden hadden.; wordthem daar te boven bij het vonnis van ALVA ten laste gelegd,dat hij in zijne heerlijkheid Langerak, de veroirdeel.de ketterijê3 invoerde, den ouden Room/en Godsdienst vernietigde, en totzulk einde, enige Predikanten, zo Mcnnoniten als Calvijnfen,I derwaarts ontboodt: zo dat, zedert een halfjaar, geen mis "engedaan, noch andere gewone gcdsdienstoeffeningenverrigt] wierden. Hij hadt daarenboven toeltemminge gegeven tot hetJbeeldenbreken in de kerke en bij de kruisbroeders te Aspcren,\ en de gezangboeken ook aldaar helpen fcheuren. Hij overleedtbuiten zijn vaderland, voor het jaar 1575; vier zonennalatende, verwekt bij zijne huisvrouweODILIA VANFLODORP,I Vrouwe van Odekerke. S. VAN LEEUWEN, Batav. ill. bh! £74. MARCUS, Sent. van ALVA, bl. 106-109. WAG., Vad.i Hifi- VI. D. bl. 125- 174. BRANDT, Hifi. der Reform. I. D.i Bijvoegfelen, bl. 54, 55. J. W. TE WATER, Ferh der Ed,I II. D. bl. 241, 242.BOETZELAAR (OTTO VAN), ook een zoon vanWESSEL,sn broeder van'DANIËL,ELORIS cn RUIGER, werdt door ..ALVAP sbe-


a 34. BOETZELAAR. (RUTGER VAN)befchuldigd, dat hij 't Verbond hadt ondertekend, en deel g5-hadt in de raadfbgen en beduiten der Edelen te St. Tru'jen.Ook zou hij de Geesielijken van St. Anna klooster te Asperenvoorgefchreven hebben, hoe zij zig moesten gedragen," en hunverboden, enige mlsfen of andere gewone ifenften te doen.Hij hadt de heilige olie op de aarde gegoten, de altaren afgeworpen,de beelden gebroken. Zijne huisvrouw GHVSELIN ofGVZET.S, woonde de predikatiën bij, en zong de pfalmen.Zw.ue misdaden! zij werden, egter, om dezelve uit de Nederlandengebannen, in wijnmaand 15C8, en. verbeurden,*t gene hier van toen bijna onaffeheidelijk was, alle hunnegoedeien. MARCUS, Sent. van ALVA. WAG. , Vad. Jlift.VI. D. bl. i2;0f 174. J. W. TE WATER, Verb. der Ea. ILD. bL 242.BOETZELAAR (RUTGER VAN), Heer van Lnngerak,Kamisfe, en na zijn vaders dood, van Asperen, is mededoorALVA gebannen, om de zelvde of foortgelijke redenen,als zijne broeders DANIËL, FLORIS en OTTO: in welk lot zijneegtgenote,' AGNES VAN BAILLEUL, delen moest, om datzij, zedert vier jaren, in geene roomfe kerke geweest was,en haren man verleidde, eerst tot de Mennoniten, wier heimelijkebijcenkomften buiten Antwerpen zij dikwils bijwoonde,en naderhand. tot de Calvinisten. Schoon uit het vaderlandgebannen, bleef hij evenwel getrouw aan deszelvs belangen.Hij keerde weder, zo ras mogelijk, en tragtte alles, wat hijkon, toe te brengen, tot verkrijginge van vrijheid. Hier toeRrekte zijne briefwisfeling met WILLEM DEN I; met dit oogmerkheeft hij zig ongetwijfield naar Engeland begeven, welk rijkhem egter ontzegd weidt. In Nederland was hij zeer geacht:men maakte gebruik van hem in de gewigtigfte zaken. Ditzag men in de vredehandelingen, ten jare 1574 ondernomen ;bij de Unie tusfehen Holland en Zeeland, gefloten den 25 april1576; en .bijzonderlijk ten tijde van de Utrechtfe Ui ie. Hijwas een der Gemagtigden , die naar Utredit .reisden, om tejaadplegcn over de voorwaarden en hoofdpunten van 't verbond


BOETZELAAR. (RUTGER VAN)»3Sbond der vereniginge, waar van meer dan een ontwerp aande hand gegeven was, en 't gene hij vervolgens ondertekende;hoewel zijn naam bij de openlijke afkondfginge van *t verbondniet gemeld wordt. In *t jaar 1581, onderTchieef hijwegens de Riddérfchap van Holland, de opdragt der hoogfteOverheid aan den Prune VAN ORANJE; die hem, wiens trouwgenoeg beproefd was, de grootfte geheimen ontdekte; waaronder mag geteld worden, 's Prinfen oogmerk in den handelmet den Hertog VAN Airjou. Nog werdt hij gebruikt ten jara1584, in de onderhandelingen o.er de opdragt der Graavlijkheidvan Holland en Zeeland, aan den Prinfe, waar van deuitfiag genoeg bekend is. Na dezen tijd vindt men niets vanaanbelang nopens RUTGER VAN BOETZELAAR aangetekend , totop het jaar 1604, wanneer hij overleedt, in den ouderdomvan 70 jaren, eri naliet twee zonen en drie dogiers, gewonnenbij zijne reedsNgemelde huisvrouwe. Zijn oudue zoon,WESSEL, was getrouwd met AI.ÏELIA, dogter van FILIPS VANMARNIX van St. Aldegonde: wiens nakomelingen tot nu toe ingroten luister zijn. Dit zelvde vindt plaats ten aanzien derafftammelingen van RUTGERS tweeden zoon, GIDEON, uit wiende Heien van LANGERAK: afkomen. Deze was een leerlingvan LTPSIUS, aan wien hij, in 't jaar 1592, een uitmuntendenlatijnfen brief fchreef, waar in hij zig noemt BOETZELAABL VANASPEREN, Baron van Langerak, en be igr ree t van zijne, aanftaandereize naar Duitsland, Italien en Zwitserland. Hij wasenige jaren later, Ambasfadeur van dezen Staat aan het Flofvan Frankrijk, en in grote achtinge bij GROTIUS , die ook br efwisfelingemet hem gehouden heeft. Sylloge Epifi, atiris. ill. Scr'ptarxn, cura P. BURMAHNI. Toni. I. p. 156. 604,605. MARCUS, Sent. van ALVA, bl. 130. 134-137. E. VANMETEREN, Ncd. Hifi. HL Boek, bl. 66. BOR, Ned. ÖarLVIL Boek, bh 43, 44. IX. B. bh 140. XIII. B- bl. 79. 8u87- XV. B. bl. 199. WAG., Vad. Hifi. VI. D. bl. 126. 17.!.BOXHORN, op Reigersberg. II. D. bl. 574. J. VV. TE WATEK,Verbond der Ed. IL D. bl. 243-240".JlOET.


2 35 BOETZELAAR. (WESSEL VAN)BOETZELAAR (WESSEL VAN), Heer van Asperen, zoöfivan RUTGER en BARTHA VAN ASKEL van Heukelom, was devader der voorgemelde BOETZELAREN, welken hij gewonnenhadt bij FRANCOISE VAN PRAET VAN MOERKERKEN, Vrouwevan Karn;Je. Dat bij het Verbond der Edelen tekende, wordtmet ronde woorden in de Hamlijst gezegd. Doch ALVA, diehem bande, zwijgt hier van. Hij wordt alleenlijk met een'groten omflag van woorden, in 't vonnis befchnldigd, dat hijhet roomfe geloof verzaakten tegengeftaan hadde, den nieuwengodsdienst aangehangen en voortgeplant, den beelden*ltorm te Asperen begunftigd, en 't volk van BREDERODE binnendie ftad laten komen. Zedert dien tijd zworf hij buiten *s lands,en ftierf in den jare 1575, zijnde uitdrukkelijk van de algemenevergiften isfe, in 't voorgaande jaar afgekondigd, uitgefloten,nevens RUTGER, zijn zoon. Men zou egter ookkunnen denken aan WESSEL VAN BOETZELAAR, natuurlijkenzoon van den Here van Asperen, wien hij teelde bij JUDITIIVAN HELJIONT. Deze weidt, met zijne moeder door ALVAgebannen, en mede van de algemene vergiffenisfe uitgefloten.Deze Iaatfte omftandigheid toont, dat deze WESSEL niet moetverward worden met WESSEL VAN BOETZELAAR, wettigen.zoon des Heren van Asperen, die, in 't jaar 1567 in de nederlageder Geuzen, te Oosterweel3gefneuveld is, en die ook•onder de Bondgenoten zou konnen behoord hebben. ZieHOOFT, Ned. Hifi. IV. B. bl. 132, vergeleken met VAN LEEU­WEN, Eat.iv. Ülujtr. bl. 275, die fchrijft, dat hij ongetrouwdgeftorven zij. Doch, volgens aantekeningen des Heren VANSPAAN van Hardenftein, hadt hij in huwelijk ELIZABETH VANBRONKIIORST EN BATENEUEG, bij welke hij egter, geene kinderenva-wekte. Dan wat hier ook van moge zijn, het ftrekttot luisterrijken roem van dit geflagt, waar van nog zo vele.nakomelingen in de Bataaf je Republijk aanwezig zijn, dat vijfHeren uit hetzelve, 't Verbond voor de Vrijheid ondertekend hebben;waar van men zeer weinige voorbeelden in 4 s Landsgefchiedenisfen zal ontmoeten.BOR, Nederl. GejcluVII. B. bl. 29. MARCUS, Sent. van ALVA, bl. 130-133.


EOEUF. BOEXELAAR. BOEY. S37•j39, 140. J. W. TE WATER, Verbond der Edelen, II. D.bl. 247 , 248.. BOEUF (DANIËL DE) , wierdt tc Tperen geboren omtrent:bet midden van de XVIde eeuwe. Na enigen tijd zig met debeoeffening der geleerde wetenfchappen bezig gehouden tehebben, wierdt hij Monnik, en begaf zig in het klooster derDominikanen, alwaar hij den 14 feptember Z613 ftierf. DezeGeestelijke was grotelijks in de geneeskunde ervaren, enwierdt zodanig door zijne medebroeders geliefd en geacht,dat zij een gedenkteken ter zijner eer oprigtten, 't welk inhun kerk ter zijde van 't graf geplaatst wierdt. Hij beeft tweedelen in fchrift nagelaten , handelende over de Medicijnen ende Geneesmiddelen, welke in het klooster te Tieren bewaardworden. PAQUOT, Mem., litter. Tom. IX. bl. 10. 90.BOEXELAAR (PIETER A), een Ontwerper van geboorte,is Monnik geweest van de Cistercieufer^oiden , en heeft geschreven: Viam Salutis, conferentias inter Pastorem ff Ovem.Antv. Z648. — J. F. Forrcrts, Bibl. Belg. p, 956.BOEY (TIMON), was in leven Doktor in de Regten en1 Secretaris van het Hof van Holland. Hij is gehuwd geweestmet HENRIETTA ANTOINETTA HOP , welke hem lange jarenheeft overleefd, en op den 15 meij 1798 in 's Hage, indenouderdom van 77 jaren en 4 maanden is overleden.BOEY was een geleerd man, daarbij ongemeen kundig enbedreven in de gefchiedenisfen en oudheden van zijn vaderland.Door de volgende werken van hem in 't licht te geven,heeft hij zijne leergrage landgenoten, dank opgelegd. 1. 23ciscimmoen ober be ou&fjcit/ aunjtcn cn gr;ag bnn ben ïjobci ban ï?oHanö cnber öc


(98 BOGAARD. (ADAM)BOGAARD (ADAM), is geboren te Dordrecht uit een aanïzienlijk geflagt; omtrent *t jaar 1413-; hij was de zoon vanWILLEM BOGAARD, die in 1423 Schout van Dordrecht is geweest,en vader van JAKOB die volgt. Hij verkreeg de waardigheidvan Meester in de Wetenfchappen te Leuven in 1432;en die van Doktor in de Medicijnen aan het zelvde Hogefchoolhrjunij 1442. Men befchonk hem den 29 januarij meteen Hoogleraars^ ftad in. de Geneeskunde, waar aan een Kanunnikaatvan St. 'Heter van den tweeden rang is gehegt. Hijbedankte voor die bediening in i^.So, ..en ftierf den 18 maart1482;. zijnde begraven in de St. Pieten kerk, alwaar men 'tvolgende graffchrift leest op de zark die zijne beenderen be*dekt:lik ADAM BOGAARD, celeberrimus Me magisterArtïhns in ew&tis; nunc jacet, astra petens:Qid feptem luftris Medicina; Interpret ff annoPubiicus hicfuerat, Dottor ff egregius.Tot zevenmalen toe verkoor men hem als Reftor van hetHogefchool in 't tijdvak van 1442 tot IU'/L.PAQUOT,Mem. litter. Torn. XII. p. 6y. not (b). M. BALEN, Befchrijv,van Dordrecht, bl. 204.BOGAARD (ADAM), derde zoon van JAKOB die volgt,wierdt te Leuren geboren omtrent het jaar 14F6. Zijne eerfteletteroeffeningen dcorgeworfteld zijnde,, volgde hij hetvoorbeeld van zijnen vader en grootvader, met zig aan de befiuderingvan de Medicijnen over te geven; in welke wetenfchapbij den 25 meij 1512 tot Doktor werdt bevorderd. Hetwas ook omtrent dezen tijd dat hij zig in 't htrwehjk begaf;doch zijne vrouw geftorven zijnde , toog hij het geestelijkkleed aan, en wierdt met een Kanunnikaat van St. Pietcr begiftigd,en tellens op den 25 januarij 1552 tot Hoogleraar inde Medicijnen aangefteld. ADAM BOGAARD, nam dien post gedurendedrie jaren met ijver waar-, dat is tot op den 23 november1525, als wanneer hij zig ten enemalen van de wereldafzonderde, en Monnik wierdt in het klooster der Recol-


BOGAARD. (ADRIAAN)(JAKOB)colletten te Leuven. Vervolgens is hij Gardiaan van dat huisgeworden, gaf 'er treffende voorbeelden van deugd, en ftiérrin een tamelijk gevorderden oudeidom den 23 maart 15§oiIn 1524 is ADAM ook geveest Rector van 't Hógéfchöol teLeuven-, Men heeft van hem: Epifloia ad Pm RUM BRUHESIUM.Deze brief'handelt over de- genezing van de jigt. HENDRIKGARET, heeft dien ingelijfd in zijne Confilia variofüm de Anhritidisprzfervaiione ac curatione. Francof. 1502. gro. • VAL,ANDR. , Fafti Acad. p. 41. 222. 230. 231. PAQUOT, Mém*litter. Tom. XII. p 73-75.BOGAARD (ADRIAAN), geboren in junij 169:, is ge*weest Lakenwever te Leijden, en heeft die Irandteririg tot inzijn 88Re jaar uitgeoefiend. Hij ftierf den,6 januarij 1705,oud zijnde 103 jaren, 6 nrtanden en 2 dagen, cn genoot totop zijn jongden levenstijd ,' her volkomen gebruik van zijn ver-Rand. Toen hij 72 jaar oud was, hertrouwde hij en verwektebij zijn vrouw een Zoon cn ere dogter. Van alle zijne kinderen,uit zijne beide huwelijken, zijnde zeven in getal, isflegts een dogter van hem overgebleven. JV. Alg. KonstmLetterbode,'lil. D. bl. 23.BOGAARD (JAKOB), geboren te Leuven omtrent 't jaar1446, was de kleinzoon van WILLEM BOGAARD, die in 1423,Schout was te Dordrecht, en zoon van ADAM WILLIAMS ofADAM BOGAARD, Doktor en Hoogleraar in de Medicijnen teLeuven. Na zijre eerfte Jctteroeffenrngen volvoe d ce hebben,omhelsde hij de wetenfchap die zijn vader uitoeflende, en dentrap van Licentiaat daar in bekomen hebbende, gaf hij .zig' aan de praktijk van dc geneeskonst te Antwerpen over. In1480' keerde Rij naar zijne geboorteplaats ie rug, cn floot den24 meij van dat jaar een verdrag met de Regering van dieRad, waar door hij zig verbond om gedurende 10 jaren, opeene jaarlljkfé wedde van 50 Peters of guldens, den Leraars-Roel waar te nemen, die door den Licentiaat JAN DTNCHVwas bedankt. Op den 13 junij van het zelvde jaar, wierdtbij bevorderd tot Doktor. Indien hij, volgens de melding vanzijn


*40 BOGAARD. (JAKOB)zijn graffchilft, gedurende 36 jaren heeft geleraard, dan volg*hier uit dat hij in 1504 voor zijne profesfie moet bedankthebben. Na den dood van zijne huisvrouw, die in 1501 voorviel,omhelsde hij den Geestelijken Raat, en wieidt tot Priestergefchoreo; hij volgde zedert den Dr. GASPAR JEGIDII op,in deszelvs Kanunnikaat van St. Pietcr van den tweeden rang,cn in de profesfie der Geneeskonst, welke daar aan verbondenis. Zig gedurende den tijd van dertiende half jaar van dienpost gekweten hebbende, ftierf hij in een hogen ouderdom,den 15 julij i Sec; ingevolge dit graffchrift, gefchilderd opeen tafereel, naast het airaar van de H- Drievuldigheid iageleemde kerk:Abflülit è vlvis BOGARDUM fra JACOBUMMhhffèd ab annófp 'fcepe vocata fene;Corpore qnandoquidem jamjra&us, peiler e tot»Spirabat CÏIRISTUM, Ccelk'ajumque clwros.Sancla mtritalas Jervavic ficdera letli,Cirrus fcpter.ee prolis honore pater.Conjügë difuncld thulamum tccdasque perofas,Sacra factrdotis munia caflus obit.Annis triginta non fex dogmate certoHic docuit Mcdicas Gymnafarcha Scholas.Denique tam exacte virtutepn percaüt omnem,Momus ut errati pojlulet ipfe nihil.Obiit anno Dom. 1520. die xvn menfis juliiOrate pro eo.Hij is getrouwd geweest met ADRIANA LATHOUWERS, andersVAN DAEFDONCK, bij wie hij vijf zonen en twee dpgtëis teclde:i. WILLEM, Priester. 2. AEJSOLD, Licentiaat In de regten,die in 1520 Raadsheer is geweest in den Hogen Raadvan Mechelen. 3. ADAM , hier boven béfchreven. 4. JAN.5. JAKO3. 6. MARIA BOGAARD, getrouwd geweest aan EVER-ARD VAN WIIINGA. 7. MARGRIET BOGAARD , die tot egtgenootheeft gehadt JAN DE WINCXELE, Medicijne Doktor, die den3 oftuber 1545 i soverleden.JA-


BOGAARD. (JAKOB) (JAN WILLÉMSZ.) 241JAKOB BOGAARD wierdt vöor de eerftemaal in februarij 150atot Rector van bet Hogefchooi verkoren, vervolgens in 1504,1507. 1509 en 1512. Hij heeft nagelaten CdÜe&orlum in A-wënnte Practicum. MS. het welk in vijf boekdelen te Antwerpenin de Rads bibliotheek, wordt bewaard , alwaar VALER.ANDREAS het zelve gezien heeft.SWEERT., Aüien. Belg.p. 356. BOXHOKNII, Theatr.Holl.pt. 114. VAL. ANDR., Bibl.Belg. p. 402., ff Faft. Acad. 40, 41. 221, 222. 226, 227.229. 231. & 317. PAQUOT, Mem. litter. Tom. XII. p. 69-73.M. BALEN, Befchrijv. van Dordrecht, bl. 204.BOGAARD (JAKOB), zoon van ARNOLD, Raadsheer vanMechelen, en kleinzoon van vooyfchreven JAKOB; is ook geweestlid van den Raad te Mechelen, en daar na Prefident van 'het Hof van Flaanderen. Hij ftierf te Mechelen, en is aldaarin het Klarisfen-klooster begraven, met dit graffchrift op dozark, die hem en zijnen vader bedekt: D. O. M. Nobili clarisfimoquèviro, D. ARKOLDO BOGAARD, Parlamenti Mechlinien-Jis Confiliario, Isemq. nobilisfnm amplisfimoque viro D. JACOBO BO­GAARD, Equiti aurato, primim Flandriee Prcef.di, deinde MagnlConcilii Prcejidi dejignato, obiit iste Idibus Aug. anno 1545. Mcvero eodem die anno 1597. M. BALEN, Befchrijv. van,Dordrecht , bl. 204. Befchrijv. van Mechelen. 1770. LL D.bl. 196. in ito.BOGAARD (JAN WILLÉMSZ.), geboren te Wezel, dochdie'reeds vroegtijdig te Amfieidam is komen wonen , en wiensnaam in de verfchillen van dc Remonfirantén cn Contraremonftranten,van den jare 1620 tot 1632, zeer berugt gewordenis, hebbende hij flerk geijverd tegens de belangen der éérstgenoemden.In 1619, was hij aangefteld tot Schepen van Amjleldam.Cp den 16 januarij 1620, was' den beroemden REMBISSCHOP voor Schepenen ontboden , doch geweld vrezende,•vondt hij niet raadzaam te verfchijnen. Zijne vrouw daar vande redenen te kennen gegeven hebbende, wierden zijne fchriftendoor het Gcrigt verzegelt en doorzogt, en verfcheidenepapieren medegenomen; onder anderen het affebrift van enen. III. DEEL. Q brief,


-84* BOGAARD. (JAN WILLÉMSZ.)évief, door REM gefehreven,. over de veranderinge der Itegeringe'is Holland, in 't jaar 1618, waar in gelezen weidt rtf dit zestigjarige oudheid? 't is wel ene Calrinijche ftoutheid.Schepen BOGAARD-wierdt weinige dagen daar na, naar Leijdenen 's Hage afgevaardigd, om de ontdekkingen in 't comptoirtan BISSCHOP gefchiedt, te vergelijken met dc bekentenisfe rJfyt zekere STOCADS gedaan hadt. De zaak van BISSCHOP 1weet men liep't volgende jaar ten einde; ook is't bekend,(dat 'er meer gematigdheid bij de Amjieldamfe Regering begonplaats te krijgen,. en dus de al te ijverige Gereformeerden vanhet kaaien geweerd werden; 't geen dan ook de oirzaak was,dat BOGAARD in de volgende jaren niet weder tot Schepenx wierdt aangefteld. In 1624, ontmoeten wij hem als Luitenantder Schutterij, en hij was onder het getal dei- genen, die uittogen,ter verfterkinge van het Staten leger voor Bommel, al-Waar de Amjleldammen zig dapper gedroegen; doch na verloopTan nog geen twee maanden, naar huis keerden.liet aanftellen van gematigder Regenten, het verlenen vanmeerdere vrijheid aan de Rémonftranten, het ontwerp van deaanneming van Waardgelders in 1628; en vooral het aanftellenvanRemonftrantsgezinden tot Burger-Officieren, warenzaken die de gemoederen van fommigen grotelijks verbitterden,en tot aanftoking van welk twistvuur, BOGAARD geen geringerol fpeelde. Inzonderheid gaf de verkiezing van JAN KLAASZ.V; OOSWYK lot Kapitein der Burgertje, groot misnoegen; dezeman was een ijverig vociftander der Rémonftranten; en zomen voorgaf, m 't jaar 1618 om zijne onbezonnene uitdrukkingen, als Luitenant van de Burgerij afgezet. De twist hierOver liep ver, vele Schutters wilden VLOOSWYK niet als Kapiteinerkennen , dan de Krijgsraad hield- vol, wordende door•Burgemeesteren gerugfteund; die teffens met goedkeuring derVfOCdfchap, middelen beraamden, om beroerte en oploopVoor te komen. Na vele gebeurtens, te ömftandig om biergeplaatst, te worden, befloot men een verzoekfchi ift aan de£ciCen van Holland te ontwerpen, waar in enen Doktor KA-Mfc LtlfAjttM en BOGAARD, voornamelijk de hand hadden;het


BOGAARD. (JAN WILLÉMSZ.) «43het luicHe op naam van de Ingezetenen, Schateren, Burgeren en$egotianten da ftad Amfieidam, waar in geklaagd werd:: „ over„ het buitengewoon getal der Waardgelderen, en over het„ geven van bedieningen aan zulken, die der Religie niet„ waren toegedaan;" en verzogt: „ dat de Waardgelders„ gebragt mogten worden op het getal, bij de voeldoening„ uitgedrukt; dat daar over zulke Officiers mogten gefieldworden, waar in de goede Ingezetenen genist konden zijn,„'en dat, voortaan, in alle bedieningen, perfonen die der„ Gereformeerde religie wai en toegedaan, mogten worden„ gebruikt." Behalven dit werdt 'er nog een verzoekfehriftopgefleld, op den naam van de klagende Schutters, uit heSvendel, waar over VLOOSWYK als Kapitein was aangefteld.Het was door 65 perfonen ondertekend. In hetzelve werdtgeklaagd: „ dat men der Burgerije van Amfieidam, Kapiteins„ tragtte op te dringen, die bcrugt waren Paaps te zijn, en„ kwalijk fpraken van de Religie en van de Regeringe, en„ dat men de Schutters, die zulke Kapiteins niet korden aan-„ nemen, dreigde te ontfehutteren." Wijders werdt begeerd:„ dat 's Lands Staten de verzoekers bij haar bürgerregt,als Schutters, wilden handhaven, en voorts zodanige„ orde ftellen, dat de Regeringe van de ftad, nejfens andere fie-,, den van Holland, mogt worden geconfomteert, naar de orde en„ plakaten van 't Landt." Uit deze laatffie woorden, bleekniet duister, dat deze Schutters, en de genen die hen aan.ftookten, verandering zogten in de Regeringe. Op den 13december 1628, werden beide deze Requesten ter Staatsvergaderingvan Holland ingegeven, doch zij bragten de uitwerkingniet te wege, die verzoskeren 'er zig van beloofd hadden; want na dat 'er op verzoek van Gedeputeerden van Amfieidamaffchriften van de ingeleverde ftukken was toegedaan,wierdt bedoten de verzoekfehriften ongelezen, aan de AmfieUdamfe Burgers te rug te geven, en hen aan hunne Wethouderlchapte verwijzen, met vermaning, om zig, voortaan,als gehoorzame Ingezetenen te gedragen. Den Afgevaardigdenuit de Regeringe werd', verzogt, dat men geen nauw onder-L Q * zoelt


244 BOGAART. (HENDRIK)zoele wilde doen op het voorgevallener 't welk zij aannamen,*ganfteüjk te zullen overdragen. Doch de Wethouderfchapbreidt zig zozeer gehoond, door de voomaamfte drijvers vandit werk, dat men befloot, enigen derzei ve voor Schepenen£e ontbieden; dit gefchiedde op den 5 januarij 1629, en BO­GAARD, die 't eerst binnen Rondt, maakte zwarigheid, cmmondeling, op zekere vragen van den Schout, te antwoorden;hier op wierdt hem drie uren tijds gegund om zig te bedenken, en middelerwijl naar huis te gaan. Toen hij te rugkwam,' en in zijne weigering volhardde, werdt hij agteraf gebragt:dit viel ook enige anderen te beurt; BOGAARD werdtbijzonderlijk kwalijk genomen, dat hij, fehoon Oud-Schepen,dc Staten op valfche gronden, hadt gezogt te bewegen, omde Regering te veranderen. Hij werdt den 29 januarij 1629verwezen : „ in ene boete van 2000 guldens, en orri, binnen„ 24 uren, in de koliegien van mijne Heren van den Geregte,„ bekentenis van zijne misdaad te doen, en GOD en 't Geregt"„ óm vergiftenis te bidden; of-bij weigering hier van, twee„ jaren buiten de ftad; dei zeiver vrijheid, en ene mijl in't'„ ronde te verblijven."- Dit vonnis aangehoord hebbende,appelleerde hij daar van aan de Staten van Holland, ofte aanhet Hof Provintiaa!, daar hem zulks't geradenfte zou dunken;met dit al verkoos hij, aan het tweede lid van zijn vonnis tegehoorzamen, want hij verliet Amfieidam, en ging beurtelingsz'rjn verblijf houden te Haarlem en in 's Hage; terwijl zijnehuisvrouw ELIZABETH ROETERS, zijnen handel, die in eenzeepziederij beftond, bleef waarnemen. Na dat de twee jarenvan zijn bannisfement verlopen waren, kwam hij wederte Amfieidam,> WAGEN., Befchrijv. van Amfieidam, IV.St, bl. 325. 361. 406. 42r. 491.' BOGAART (HENDRIK), Konstfchilder, van Amfieidam'geboortig, leefde in 't laatfte gedeelte van de XVIIde eeuw,en was een-wonderlijke fnaak, vol grappen, die zijn tijd ookmeer in kroegen en kitten, als op zijn fchilder-kamer fleet.Als fommigen zijner gemeenzaamfte vrienden, hem het onbehoor»


EOGERMAN. (JCHANNES) -245Voorlijke van zodanig gedrag fomtijds voor ogen Keiden* o-GAART, je behoort te denken, datje ieder dag een dag-on-„ der wordt, en wat zorg moest dragen voor den ouden nSzieken dag;" als dan fnauwde hij hun gewoonlijk toe.: „ 'is„ 't Gasthuis dan voor de varkens gemaakt?" Ook viel hetzo met hem uit, want oud en arm geworden zijnde, is hij 6ahet Gasthuis te Amfieidam gcRorven. • HQUB.,, Sclwmdb-III. D. bl 247,BOGERMAN (JOHANNES), Hoogleraar rn de Godgeleerdheidte Franeker, inzonderheid beroemd geworden door;zijn Voorzitterfchap van bet berugte nationaal Sijnode in jói'S.en 1619 te Dordrecht gehouden; wierdt in 't jaar 15.76 .gehore»•te Oplewcrt, een dorp in Oostfriesland, alwaar zijn vader, jodkJOIIANNES genaamd, was heen geweken om de vervolgingen•der Roomsgezinden te ontgaan , en daar -hij -de GerefomicènfeKerk als Leraar bediende. Deze JAK zijn vader, RECN-ERL*•BOGEHMAN, was een vermaard Regtsgeleerde tc Dokkum, welkedoor Keizer KAREI, DEN V, in verfcheidene zaken van .aanbelanggeraadpleegt c:i in aanzienlijke kommisfien gehruiktiis.JOIIANNES BOGZRMAN de Oude, fchijnt teerst de wijk van Kaliumnaar Steenwijk genomen te hebben in 1567 ; van'daarin1574, verdreven zijnde, werdt hij Predikant te Senneli 'mOostfriesland, en in 1576 te Oplever?. Vervolgens in 3580 fesBolsv.'ard beroepen zijnde, ging hij daar heen , en was in 7583Brasfes van 't Sijnode te Franeker; van Bolsward keerde hij tin-I592 naar Steenwijk terug, alwaar hij verbleef tot in 1553.,•dat hij te Kampen werdt beroepen ; vervolgens in '1596 te Ap~.pingadam, en in 1598 te Hasfelt, alwaar hij na verfcheidfmeandere beroepen van de hand gewezen te hebben. ©var-Beden is.Jon. BOGERMAN zijn zoon, wierdt te Boïnwd••opgevoefl, 'Slwaarhij iu de beginzelen der letterkunde -onderwezen .zijnde,,van daar naar Franeker ging., om zig verder in de wetenlcba;jpente oeffenen, de .godgeleerdheid ttoï -zijne "hoofdtaak - .;ieauende.Onderwijs in het -Ir 'breetiws genoot bij van /Jon.'rjj-«O. 3isfc


A4


248 BOGERMAN. (JOHANNES)hadt meer deel als een der beide anderen, aan de vertaling er.verklaring varl bet Oude Testament; 't welk deels verchzaaktwierdt, door den ontijdigen dood van BUCERUS. Den 9 augustus1633, wierdt bij tot Hoogleraar in de godgeleerdheid te Franekerberoepen, en den 10 oéiober daaraanvolgende, vermeerderingvan wedde gegeven, met den tijtel van Profesfor primarius;doch doordien de 'overzetting van den Bijbei nog nietwas afgewerkt, hieldt het tot den 7 december 1656 aan, eerdat hij de bezigheden van zijn beroep uitoeffende; wordendehem ook den 28 april 1637, de waardigheid van Doktor Theologieopgedragen. Den r junij hier opvolgende, wierdt hijtot Rector van de Akademie benoemd, en hij ftierf gedurendeden tijd dat hij met deze waardigheid bekleed was, den irfeptember van het zelvde jaar, in den ouderdom van 61 jaren,en is in de Martini kerk te Franeker begraven, zijnde op dezark welke hem bedekt, dit graffchrift gebeiteld:JOANNI - BOGERMANNO, J. F. Frifw, in exilio nato,Ecclefiasta difertisjimo, Theologo doUisfimo, Viro prudenti, Synodinationalis Dordracena; Prafidi gravisfimo, Vet. Testamenti Interpreti,ac interpretati recognitcri accurate, Acad. Franeq. Profesforiprimario, de Ecclef. et Repub. Belgica difficillimis temporibus op.timé merito, eoque Patribus patriie charisfimo, Marito incomparabili,Vidua nuestisfima MARGARETA FETR;EA, hoe monumentumponendum curarit. Obiit M.DC.XXXVII, XI. Jeptemb. at LXI.Men ontmoet het afbeeldzel van BOGERMAN gefchilderd, inde Senaatkamer van de Akademie te Franeker, ook is het meermalenin prent gedrukt, en zeer fraij te vinden, bij G.BRANDT, Hifi. der Reformatie, III. D. bl. 198., met dit vierregeligonderfchrift van J. BRANDT.Dit 's BOGERMANS gelaat, Voorzitter op 't Sijnode,Te Dordrecht, toen de twist den vree der Kerken doodde:Beroemt helaas! want toen werdt Neerlands Kerk gefcheurt,Daar *t vredelievend hart met nafmert noch om treurt.Hij is getrouwd geweest met MARGRIET FETRJEVS, uit eenaanzienlijk burger' geflagt te Leeuwarden, waar van heden' * nog


BOGERMAN. (JOHANNES) 249nog afftammelingen aanwezig zijn, doch voor 20 veel menweet, heeft hij geen kinderen bij zijn vrouw verwekt.Dat BOGERMAN , een geleerd, welfprekend en arbeidzaam,man is geweest, getuigen zijne uitgevoerde daden en door dendruk gemeen gemaakte werken; welken zijn: r. The/es deEacchanalibus ff Jejunio Qmdragefimdli contra Beüarminum.Ueiclelb. 1596. 2. Tliefes Theologice de Prcedestinatione, ff mediisff fubordinatis. Genev. 1597. 3. Ocrljanucillig ober fjetïiettcrboöcii / uit fjet latijn bertaaiii ban THEOD. BEZA, cn«iet aantekeningen bcrnjHt. ^raneh. i6or. in i2nic 4. ,;met TERTULLIANUS cn CYPRIANUS öaccatcn ban Dc Xijb$aam*ftcib. ^mecn. 1602. in izmo. 5. „ènicscl Der gefloten,/ ofteCatfjcgijimiisS ban Der SJlcfmtcn J>cctc c'nDc 1£ccre/ met eestbo?t begrip ban ccn pcofeeïj ^cfj-'ift tegen bc SJefjtöèn. i 3 nbc$ «©beletter? j^aberigt ban ben p*u$ I bc Optw bcr Jföon*inlikm/ ïilooeter beloften 015. 3teeiüoarb. 1608. 410. Heteerfte gedeelte van dit werk is ene vertaling uit he: frans,door STEVEN PASQUIER gefchreven, waar aan men het getuigenisniet kan geven, dat het met het zegel van onpartijdigbeid is geftempeld; en in het tweede gedeelte, toont BOGER­MAN, in geenzints maifche uitdrukkingen, hoe hij denkt overde genen, die in godsdienftige begrippen van hem ve.llhillen.6. Specimen conjcientioe, candoris, ffc. D. VORSTII, de LnmenfitateJive Omnispnejentia esfenti.e Dei. Franeq. 1612. Ato. Contmonefaclioamplior. ffc. over dit zelvde onderwerp. BOGER­MAN heeft deze gefchi iften gezamentiijk met de an 'ere LeeuwarderPredikanten in 't licht gegeven. &. Ad Jcripti HUGOMSGROTII, Partes priores duas, in quibus traclat caiifam VORSTII•ff Remonjirantium, Annotationes. Franeq 1614. 4to. Dit is doorBOGERMAN opgedragen aan Graav WILLEM LQDEWYK VANNASSAU, de Gedeputeerde Staten van Friesland en de Ledenvan het Hof Provintiaah J. A. CORVINUS toen Predikant teLeijden, heeft hier ene wederlegging van gegeven, en GROTIUSverdedigd; ook in het volgende jaar 161.5, tastte CÜSP, BAR­LEUS 'er de voorrede van aan, door zijn' Bogemanms iJ-'y^ftuseO 5 ' in


E5® BOIS. (ENGELBERT ras)in 't licht te geven. 9. Praxis vera Panitentice, Jive Meditatie*nes in iijioriam lapjus Davidis. Herborrue, 1616. i2mo. 13.H. ef't hij veel dee! gehadt in de herziening en uitgave van deHandelingen der Sijnode te Dordrecht in 1620. u. tfofötcfm tfberftj&s^Vati Den 3£oo?i. JMlce MAramus VAN NAS­SAU, pmet van Orangien. tttr 1625. 4to. BOGERMAN wasin april 1625 naar 's Hage ontboden, om dien Prins in zijnejongfte ziekte geestelijken bij Rand te verlenen. Ook verliet hijhem niet voor dat hij den laatften fnik hadt gegeven. Hetverhaal dat hij van zijn affterven in dit boeksken geeft, waarin hij betujgd, dat de Prins met berouw over' zijne zonden,met een voornemen ter verbeteringe, en met hoop op vergevinge,gevestigd alleen op de verdienften des Heilands, deeeuwigheid inftapte, wierdt niet van een ieder even goel gefmaakt;zie L. v. AITZEMA, Zaken van St. en Oorl. 1. D. bl.975- en LE CLERC , HJl. der VêreetAgde Nederlanden. II. D,bl. 441. 12. Trattatus Theo'.ogicus de Jahaari uju judiciorumDei, Orationihus aliquot abj iutus. Franeq. 1637. 4-to.JAN BOGERMAN heeft t-.vee broeders gehadt, waar van de.ene vroegtijdig is geftorven, en de ander RETNTER genaamd,te Haringen is Predikant geweest, en op den 12 augustusI636 is overleden, 54 jaren oud zijnde. CRENII,Anmadv. Phiolog. Part. XIII. pag. 173. E. L. VRIEMOET,Jihen. Frij. p. 265- 287. PUIL. TIMARETIS, ColleUio monum.p. 412. C. SAXI, Qnom. liter. Pars. IV. p. 77, 78. DAV.CLEMENT, Bibl. curieuje. Tom. IV. p. 450. PAQUOT, Menulitter. Tom. VII. p. 96--104.BOIS (ENGELBERT DES), geboren te Brusjel in het jaar3577, uit een zeer oud en aanzienlijk geflagt; is eerst-geweestKanunnik en Aartsdiaken te Kamerih, vervolgens Bisfchopvan Namen. Hij was een man van een voorbeeldig gedragen wandel, met veelvuldige christen deugden verfierd,-en ftierf in 1651. .Daar is van hem indruk: Praxis bonarumintentionym. Duaci 1619- in urne. 2. Decreta Synodi DiiccejaNanurcenfis. .Namurci. 1620. in Ata. ——— L F. FOPPENS,$M BsJg. p. 262, 263.SOJS


BOIS. (GODFRIED DU) 251BOIS (GODFRIED DU), Hoogleraar in de geneeskonst teTraneker, is geboren den 27 meij 1700 re Kruiningen, op heteiland Zuidbivelcmd in Zeeland, daar zjjn va er ii sgeüjks GOD­FRIED genaamd, Predikant is geweest, vervolgens teSpijkenis,en laatfteiijk te Schiedam, alwaar bij in 1711 wierdt beroepen,en tot zijn dood :oe, welke in 1721 voorviel, het Euangeliuinmet veel ftigting beeft verkond gl. Zijne moeder was MARIASUALM, ene dogter van PETRUS COUAVENBURG SLALM, Piedikantte Leijden.Onze DU Bois al vroegtijdig in de beginzelen der letterkundeonderwezen., en daar in naar zijne jaren goe.e voortgangengemaakt hebbende, verliet in 1716, de lage fcholen door betdoen van ene redevoering in faeldendigt, de Mujica, en genootaan Leijdens Akademie het onderwijs in de mathefis enwijsbegeerte van JAK. BERNARD , JAK. WITTICHIUS , en inzonderheidvun WILL. JAK. 'S GRAVESANDE; dat in de medicijnenen de wetenfchappen die 'er aan verknog^ zijn, van de beideALBINUSSEM, vader en zoon, HERMAN OOSTERDYK SCIIAGT,en voornamentlijk van den groten BOERHAAVE. In beide voornoemdewetenlcbippen, verkreeg hij den 6 februarij 17*5 deDoktorale waardigheid, na twee latijnfe verhandelingen in't licht te hebben gegeven, als betrekkelijk de wijsbegeerteOver 't Geluid, en de ^medicijnen over 't Gehoor; waar na hijte Haarlem als Geneesheer de prakrijk ging uitoeffeneq.In 1729 wierdt hij, inzonderheid door aanbeveling vanBOERHAAVE, in de plaats van OOSTERDYK SCHAGT, tor Hoogleraarin de wijsbegeerte te Franeker beroepen, en den 15maart 1731 in die post bevestigd, door het doen van enelatijnfe redevoering, over het nut en de noodzaa lijkheid \an deMathefis in de Natuurkunde.' Vervolgens gaf men hem de profesfiein de medicjnen en ontleedkunde, ir maait 1738; doendeter dezer gelegenheid, op den 20 febr arij 1739, ene redevoering,pro Anatomla. Door den dood van WYER, WILL,.MUIS, wierdt hem door Curateuien den 25 februarij 1744,mede de profesfie in de kruidkunde opged.a en; en was hijniet door enen vroegtijdigen dood weggerukt, zou hij de Akade-


2$a BOIS. (JOIIANNES bè)t'emie-tuin, ingevolge ene daar van reeds door hem ÖHCwor*pene febets, in een beter orde gebragt, en meteen aanzienlijkgetal kruiden en planten vermeerderd hebben.Enige jaren reeds was DU BOIS door ene leverkwaal aangetast,welke na geene geneesmiddelen willende luisteren, trapswijzezodanig verergerde, dat hij door enen daarbij komendenaanval van beroerte, op den 18 januarij 1747 is overleden,in den ouderdom van 46 jaren en 8 maanden. Hij was getrouwdin 1729, met ANTOINETTA WERNERS, van Br'emenafkomftig, en na verwand aan den beroemden GodgeleerdenFR. AD. LAMPE; zij was de weduwe van DIDERIK SCHUKKINO,Medicijne Doktor te Haarlem, en is den 13 julij 1749 voor de•derdemaal getrouwd, met TIRER. LAMBERGEN , toen ter tijd MedicijneDoktor te Leeuwarden, vervolgens Profesfor eerst teFraneker, en naderhand te Groningen.Du Bois, was een regt braaf en eerlijk man, even zeerde geveinsdheid hatende, als de vleijerij verachtende; voortseen warm en ftandvastig vriend en menschlievend Christen»Regtvaardigheid en billijkheid, waren hoofdtrekken van zijnkarakter, 't welk hem wel eens, doch zeldzaam, in een op.lopende vlaag van toorn, kost doen-ontfteken, wanneer hijmenfehen aantrof, die daar tegens zondigden. In zijn praktijkwas hij niet ongelukkig, en hij behandelde de zieken diezig zijne zorg hadden aanbevolen, met de uiterfte omzigtigheiden meewaardige liefde. Voorts was hij een man, ervarenin ^eIe wetenfchappen, bezittende een fijn en vlug oirdeel,en ongemeen bedreven in.de mathematifche wetenfchappen.Hij heeft niets in druk uitgegeven als zijne beide Inwijding*Verhandelingen, waar van hier boven is gefproken. Verfcheideneftukken hadt hij onder handen, dcch geene afgewerktom ter persfe te kunnen overgeven; 't welk inzonderheiddoor zijne menigvuldige bezigheden wierdt veroirzaabt.. E. L. VRIEMOET, Jthen. FrlJ. p. 821-823.BOIS (JOIIANNES nu), is eerst geweest Penfionaris van(de ftad -Gent, vervolgens in 1567, Raad en Prol; 111 tur-Gencjj-aal


•BCISGT.«ftraai van den Hogen Raad te Mechelen. Hij wierdt door denHertog VAN ALVA gebruikt, om de Graven van EGMOND enHOORN te actioneren, wegens de misdaad van gepleegde Majefleits-fchennis,toen ter tijd gevangen zittende op het kasteel*van Gent. De fchrifturen zijne befchuldigeu cn bezwaren bevattende, benevens de verdedigende antwoorden van beide deGraven, zijn bevat in een frans werk, tot tijtel voerende:Supplement a l'IIifioire des Guenes civiles de Flandre du BereSTKABA cdf dautres Autheurs, contenant les Procés criminds desComtes D'EGMONT cdf de HORNES, & auttes pieces. II. Tom.1729. 120. Verzamelt door FRANC. FOPPENS, Boekdrukker toBrusfel.BOISOT, is de naam van een voornaam adelijk geflagt,'t welk een edel broederpaar heeft voortgebragt, die gedurendede Nederlandfe beroertens, de zaak der vrijheid met warmenijverendapperen heldenmoed, hebben befchermden verdedigd.• De Hoogleraar TE WATER betuigt, zig niet te kunnen herinneren,ergens ene geflagtlijst der BOISOTTEN gevonden te'hebben.Zie hier 'tgeen die geleerde en in 's Land; Gefchiedenisfen doorervareneman, daar van heeft opgeiekend. De eerfte die zijnE. van dit geflagt voorgekomen is, was DWIER BOISOT, dietrouwde JOHANNA DE SALOME, en liet na KAREL BOTSOT, Requestmeesteren Raadsheer in den Geheimen Raad, overledeniri Duitsland ten jare 1546. HOYNCK VAN PAPENDRECIIT, Anal.Belg. Part. I. pag. 26. 145, 146. Part. III. pag. 293, 294.Supplement aux Trophées de Brabant de BUTKENS. Tom. I. pag.108. 174. Hij verwekte bij MARIA DE TASSIS, een' zoon,ook KAREL BOTSOT geheten, die zitting hadt in den Raad vanStaat, en in den Geheimen Raad, zedert het jaar 1579. Suppl.küx Troph, de P.rab. Tom. I. p. 276. De Heer TE WATER,zegt verder, te gisfen, dat eerstgemelde KAREL geweest zij eenbrce Ier van PIETER BOISOT , Ridder , Heer van Rv:n, Buifingen, Eijjinge, Tourneppe en Dorpe; drie van welke heerlijk- 'heden hij, in 't jaar 1534, bij koop verkreeg van LOLTU'ITTRE, CARPENTIER, Hifi. Geneal. des Pcïs-Bas. Part. III.pag.


25*. BOISOT.pag. 710. Hij bekleedde de aanzienlijkfte ambten; en wasRaad en Rekenmeester tc Brusfel, naderhand Thefaurier Generaalvan de Finantien, midsgaders Thefaurier van de ordender Vliesridderen. Suppl. aux Troph. de Brdb. Tom. I. p. 201206. C::RTSTIN. Jur. Heroic. Part. I. p. 503. p art. JJ.p.I (j 4.Hij "hadt in huwelijk LOUISE VAN TISNACQ, zuster van KARELVAN TISNACQ, welke haren man, in 't jaar 1561 geftorvenomtrent agt jaren overleefde. Zij nam het vonnis over harenoudften zoo., geveld, zo ter harte, dat het haar den doodverhaastte, gelijk VIGLIÜS AS AYTA fchrijft, epist. LV. ad Hop.perum, p. AIO. Zij ligger* begraven in de kerke van Huisfmgen,met dit graffchrifO Cy gist Mesfire PIERRE BOISOT, Chevolder.,Seigneur de Roun, de Huysfinghen , Buysfmgen, Eyfmge „Dorpe, ff Trejbrier de l'ordre ff des Finances du Rbij, qui tré- •pasja le 28 oQobre isói. et Dame LOYSE DE Tim AC fa femme,qui trépasfa le 29 de mars 1569. Stil. Rom. Men zie la Toifond' r, ou Receuil des Statuts ff Ordonnances du mble Ordre de laToifon d'Or, p. 109. Zijne zuster, MARIA BOISOT, was gehuwdmet AREND DE JEUDE, Here van Hardinxveld. PIETEKBOISOT verwekte verfcheiden kinderen, als 1. KAREL. 2. Lo-DEWYK, twee hoogberoemde broeders, waar van ftraks nader.3. JENNE, eeist getrouwd met FILIPS COBEL, lid van den GeheimenRaad te Brusfel, en daar na met DAVID VAN VALKEN-STEIN. Zie VAN LEEUWEN, Batav. illuflr. bl. 936. 4. Enedogter die ten man hadt LEONARD MICAUT, aan wien zij, in't jaar 1557, enige heerlijkheden van haren vader ten huwelijkemedebragt, volgens LE CARPENTIER, Hifi. Geneal. Part.XII. p. 710, 711. 5. KATRYNA, getrouwd met KAREL VANTISNACQ. 6. JULIANA BOISOT, die waarfchijnlijk ook zijnedogter was; deze hadt in huwelijk JAKOB TAYE, Here vanCoeijcke, Burgemeester te Brusfel, in de jaren 1575, 1579 en1585. Nobil. des Bats-Bas. Tom. I. p. 157, Wijders vindtmen ADRIANA VAN BOISOT, dogter van JAN en KATRINA VANOVERBEEK, welke trouwde FRANS GODIN, Secretaris van denGroten Raad te Mechelen, bij LE CARPENTIER, Part. III. p.$21. Van enen Abt KAKEL BOISOT, bij FOPPENS gemeld,ftraks•


BOISOT. (KAREL VAK) | %Srafcs nader. Dient nog, dat ANNA BOISOT geweest is demoedervan den Middelburg/en Hoogleraar en Predikant WIL.I.EM MOMMA, aan wien men omtrent ico jaren later enejammerlijke vergelding bewees voor alle de grote dienftën,die zijne doorluchtige bloedverwanten, KAREI, en LODEWYKVAN BOISOT, aan Zeeland gedaan hadden. Zie G ANSLAERm vita WILIIELMI MORIMA , p. 3 , 4. J. \y.T J J\y A.TER, Hifi. van 't Verbond der Edelen. II. D. bl. 241;, 250.sant. (*).BOISOT (KAREL VAN), oudRe broeder van den Zeeuwfen Admiraal LODEWYK VAN BOISOT, waar van hier benedengefproken wordt, is te Brusfel geboren, uit PJETER BOISOTen LOUISE VAN TISNACQ. blij werdt door ALVA ingedaagden, niet verlchijnende, gebannen uit is Nederlanden, a's fchul--dig Raande aan gefchonden Majefteifc Met hem wierdt ookingedaagd zijne huisvrouw, MARIA DE TONSECA, dogter vanANTUONIS, Ridder uit Portugal, welke hertrouwde na dendood van BOISOT, met WILLEM VAN CATS. Gedurende zijneballingfchap, hieldt BOISOT door brieven verftand met den-Prins VAN ORANJE, die hem in 't jaar 1573, aanftélde totGouverneur van Vüsfingen, in plaatze van den Heer VANBAARLAND. Hij verkreeg groten roem, niet alleen a's Kiijgsheld,maar ook als Staatsman. Zijn toeleg om Middelburg,door overrompeling aan 's Prinfen zijde te brengen, misluktZijnde, ondernam hij, met beter gevolg, het kasteel Rammelens,waar aan den Nasfaufchen veel gelegen lag, te belegeren;en de Prins gaf zijn genoegen over het innemen van 'tzelve duidelijk te kennen." BOISOT zelve werdt 'er door aangemoedigd,tol meer gewigtige ondernemingen. Het is waarfchijnkjk,dat hij niets zVi verzuimd hebben, om Middelburgmeer cn meer te benauwen, tot dat die Rad zig genoodzaaktzag tot de overgave, waar van hij het verdrag, nevensande;enondertekende. Gelijk zijn dienst den Zeeuw nuttig was,aö tragtte hij ook het belang van NoordMland te bevorderen;doch bier Haagde hij minder gelukkig. SONGT kon zig methem


255 BOISOT. (KAREL ttf)hem niet wel ver ftaan, en zijn ontwerp der verfterfcinge vanAlkmaar ging traaglijk voort. De Prins, die zijn wijs beleidtoonde, in het uitkiezen van vrienden en gunftelingen, bediendezig veel van BOISOT. Hij zondt hem naar Engeland,om aldaar, ten voordele van Holland en Zeeland tc handelen'en beitelde, dat hij onder de Gemagtigden behoorde, wienbelast werdt, ene nieuwe ordonnantie op 't ftuk van regeringevan Holland en Zeeland op te Rellen, die vervolgenster Staatsvergaderinge, goedgekeurd is; ook was BOISOT eender Gemagtigden tot den vredehandel te Breda; doch menverzweeg in den lastbrief, voorzigtelijk, dat hij en VAN DORP,Bevelhebbers van fteden waren. Omtrent feptember van 'tjaar 1575, ging BOISOT naar Schouwen, en te gelijk naar zijn* -dood. Men. hadt aan de Spaanfe zijde een ontwerp gefmeed,om een togt door 't water te doen, van FilipsUmd, op Didvllanden Schouwen. J t Schijnt, dat men iet van dit ftout voornemenontdekt hadde; althans, BOISOT begaf zig reeds in augustus,naar Schouwen, waar zijne tegenwoordigheid bij hetleger zo noodzaaklijk was, dat hij naar Walcheren niet kondeoverfteken. De Spaanfen waadden door 'r. water, en kwamengedeeltelijk op den oever van Oost-Duivelend. Zij, die nauw*Iijks uit. het water ontkomen waren, geraakten nu in 't vut.r.BOISOT, die den vijand wagtte aan den kant van Zijpe, enaldaar een klein fort hadt doen maken , was nu geplaatst mettien vaandelen krijgsknègten, agter den dijk, om den vijandte begroeten. Hier werdt hij, door enen van zijn eigen volk,'t zij bij ongeluk of uit moedwil, in zijn'regten'arm en oxelzo gefchoten, dat hij ftraks dood bleef. Men haalde hemegter, uit het midden der vijanden, onder welken hij zig bevondt,en bragt het lijk naar Walcheren. Doch dit verlies vervuldede Staatfen met fchiik en verwarringe, ƒ en gaf denSpaanfen gelegenheid ter voortzettinge van hunne ondernemingen.De vrijheidminnaars betreurden zijn' dood; cn 't vaderlandverloor een groot fieraad. E. VAN METEREN,Ned. Hifi. III. B. bl. 54. 66. IV. B. bl. 90. 's GRAVEZANDE 'Eeuwged. der Midd. Vrijheid, bl. 330-344. 405--417. \VAC.,Vad.


BOISOT. (KAREL VAM) (LODEWYK VAN) as?Vad. Hifi. VI. D. bl. 439. VIL D. bl. 16. 29. 72. J. W .TE WATER, Hifi. van 't Verb. &c. II. D. bl. 248-255.BOISOT (KAREL VAN) , zeer waarfchijnlijk een bloedverwantvan de vorigen, is te Brusfel geboren, en eerst geweestreguliere Kanunnik in het Groene Dal nabij Brusfel, vervobgens in 1608 door den Aartshertog ALBERT benoemd, tot Abtin het klooster Sonnebeek, onder het regtsgebied van Iperen. Hijftierf den 27 augustus 1636, en heeft in druk uitgegeven:Ordinationes ff flatuta ad Regulam S. Augustini, pro fui ordinisReligiofis. Col. 1628. in Svo. ——. J. F. Foi'i'ENS, Bibl. Belg.p. 149.EOISOT (LODEWYK VAN) , jongde zoon van PIETER.VAN BOISOT en LOUISE DE TISNACQ , is te Brusfel geboren , enhet is zeer vermoedelijk, dat bij onder de verbonden Edelenheeft behoort: doch doordien op enige naamlijsten derzelvenalleen BOISOT ftaat, blijft het onzeker, of daar gezien wordeop LODEWYK , of op zijnen broeder KAREL ; welke onzekerheiddoor het verzwijgen van den voornaam omtrent dit edel»paar broeders, meermalen plaats vindt. Wat hier ook vanmag zijn, zeker is het, dat hij ijverig de zaak van de Bondgenotenwas toegedaan, en zijne grote verdienften hem overwaardigmaakten, om na den dood van BOUDEWYN EWOUTZ tot'Admiraal van Zeeland verheven te worden, ook heeft hij hetvaderland in deze hoedanigheid in den beginne der droevige!Mderlandfe beroertens uitmuntende dienften bewezen. Daftad Middelburg in den jare 1573, door Prins WILLEM DEN I.belegerd, en tot den uiterften nood gebragt zijnde, poogde• Louis DE REQUESENS, die ftad door alle mooglijke middelen teontzetten. Ten dien einde rustte hij ene fterke vloot uit,waar mede hij in den beginne des jaars 1574 voor Rammekens•tusfen de belegerde ftad en Plisfingen gelegen, aankwam. BOI­SOT daar van verwittigd, befloot, fehoon op verre na zo fterkniet als de Spaanfen, hen aan te tasten. Ten zeiven tijd liethem Prins WILLEM weten, dat hij zonder tijdverzuim vierfchepen van zijne vloot moest zenden, om die van AntwerpenIII. DEEL. R 2»


|H BOISOT. (LODEWYK VAN)^p/yeel te. beter te kannen beteugelen. BOISOT durfde - dtnjet wel weigeren, maar hieldt zig ook verzekert, dat>hij deverzwakt zijnde, buiten flaat zou wezen, om met hoop va,een goeden, uitfiag, iets tegens de Spaanfe vloot te kunnen ot(Jernemen. Hij befloot dus zijne eerst bepaalde ondernemin.^erkftellig te. maken, en vervolgens om het verlangen vaden Prinfe te voldoen, Hij fleyehde dan op de Spaanfen regtftreeksaan, en ontmoette hen bij de St. Joris-hoek aan heLodffche, gat. REQUESENS. ftondt met zijn hofgezin op de,dijk •vzn Sclidkerlo, om het gevegt te aanfchouwen. Schoon hsniet lang duurde, was het egter zeer hevig, cn het viel alle;gelukkigst voorde Staatfen uit, want de Zeeuwen die zo wel ahup, A:h: ra 1 aan e dapperheid van leeuwen niets, toegrven., veroverden tien Spaanfe fchepen, waar van het grootftenamdxjK. dat van den Spaanjen Admiraal verbrandde; van de cve:ige negen , werden, 'er vier te Vlisfingen en vijf te Kampuropgebragt; doch BOISOT hadt het ongeluk, dat hem gedurendi•t gevegt, het ene oog wierdt uitgefchoten. Middelburg ginna deze overwinning»., benevens Amemuiden,. aan den Prinf.Over, benevens het gehele eiland Walcheren, ja gants Zeeianwierdt van de Spanjaarts verlost. Groten dienst deedt Boisokortdaar na de ftad Leijden, in hare vermaarde tweede beleguring door de Spanjaarden. Deze ongelukkige ftad was tot fa*uiterfte gebragt, vele. inwoners hadden in zeven weken geerbrood geproefd: de aanzienlijkften aten 't paardenvlees zcgraag, als te voren of naderhand 't fchapenvlees; 't gemee,behielp zig met gekapte huiden. Honden- en kattenvlees waslekkernij; vellen van. droge fchol, weggeworpen' beendereiwerden van de misthopen opgezogt, gekauwd en uitgezogen,'t geronnen bloed, uit de goten gefchept en ingeflikt; koolbladeren,bladeren van velerlei vrugt- en andere bomen, op,meer, dan ene wijze bereid en gegeten; in een woord, de ellendeen kommer was ten top geftegen. Het was in dezen^narden, toeftand^ dat 'er geen ander middel overbleef om ;'fee rampfpoedige ftedejingen tg hulp te. komen, dan door betocqnen- der, fluizeifc-en doprfiqken der dijken, p».met.gajeijen,en


IBOISOT. (LODEWYK VAN) 25$cn. fchuiten over het ondergelopene land de ftad te naderen;| zulks werdt gelukkig onder het beleid van den Admiraal Boi-» SOT uitgevoerd, en de Spanjaarden daar door genoodzaakt hetII beleg op te breken.IIDe Admiraal kwam met zijne vloot opzondag den 3 october 1574, 's morgens om agt uren, ter ftadinvaren. De vreugd op deze aankomst, was onbefchrijvebjk enU uitbundig; men overwelfde bijna de vaart met uitftrekken van• S fchouderen, armen en handen tot het bereiken, vangen en« grabbelen, van de hen toegeftokene of geworpene eetwaren;n men drong ja fprong in 't water, om te nader aan de voor-IIIHraadfchepen te zijn; de ftraten waren geftopt en overkropt.doch allen kelen geopend tot het uiten der vreugdegalmen, diein de kerke door de famengeklepte ingezetenen en Regeerdersmet GOD voor hunne al- en ongemene verlosfing te danken,| verdubbeld wierden. BOISOT en de andere Opperhoofden derIverlosferen, wierden zo door de Staten van Holland als ftad3• wegen, befchonken met gouden ketenen en gedenkpenningen,, 1 op welke het ontzet van Leijden ftondt afgebeeld. Op een on-| gelukkige wijze kwam deze grote zeeheld in 't jaar 1576 omI 't leven, wanneer hij door de Staten en Prins WILLEM ge-«I zonden was om Zierikzee, door de Spanjaarden zedert oftoberH 1575 belegerd,, te ontzetten. Hij hadt nevens den Grave|| VAN LIOHENLO, door verfcheidene middelen meer dan eensHgezogt, de belegerde ftad van mondkost, waar van ze gebrek' II hadt, te voorzien, maar nimmer daar in kunnen flagen. Een•'ijj . nieuwe poging ftelden zij ten dien einde te werk, op den 12.junij 1576 met een grote hulk, ruim van gefchut voorzien,:- j en bemand met 5 a 600 foldaten en matrofen, aan wienshoofd de Admiraal BOISOT zig zeiven bevond.Dit vaartuig"'I tragtte men aan den dijk te Borndam te brengen, ten einde den'ivijand daar mede, als van ene fchansfe, af tè weren, om daardoor zijn gefchut te doen zwijgen, en door dat middel de ftad' : 'J van leeftogt te voorzien. Maar -doordien het fchip bij leeg•"•I water op den grond vast raakte, borst het door zijn eigenIzwaarte en de veelvuldige fchoten, die 'er de Spanjaarden op de-•'i • den, van een. Het water weder aan't wasfen rakende, wierdtR 2.hes


a6» EOTSSCHOT, (KAREL VAN) BOISSENS. (KORN.)het- egter van zijne geledene fcbade zo veel doenlijk herfteldzijnde,- op' nieuw vlot;- doch toen kreeg het door de Spargaar*deii twee fcboten onder water, waar door het ten enemalenzonk-,, e» weinig minder ais 300 menfehen verdronken, waaronder de Admiraal zelv was, die dus op ene ongelukkige'Wijze' zijn- heldhaftige loopbane eindigde, en den 15 junijH7@ iö de golven finoorde.J. STRADA, de Bello Belg,Decad, L p. 381. MEURSII, Athen. Bat. p. 63. BOR, VANMETEREN, HOOFT. WAGEN. , Vad. Hifi. VL D. bl. 460.49Z-494' J- W. TE WATER, Hifi. van 't Verb. I. D. bl,561-263. Levens van voorn. Mannen ffc. VII. D. bl. 228.EOlSSCHOT (KAREL VAN), van Brusfel geboortig, is geweestMonnik van de orden der Heremij ten van St. Augustijnfh'4 is.Prior geweest van verfcheidene kloosters, en een welbespraaktèn zoetyloeijend Prediker. Hij was benoemd totÓpperfte van de Abtdije der reguliere Kanunnikken te Eekhoubbij Brugge, doch de dood, die hem den 18 maart 1641, inden ouderdom van 68 jaar in zijne geboorteflad wegr.ktebelettehem van die waardigheid bezit te nemen.Hij- heeft indruk uitgegeven; Ordinationes feu Ceremonias Ordinis Auguni. Lovan* 1639- in 8vo. VAL. ANDR. , Bibl. Belg. J.F. Forr-ENS, Bibl. Belg. p. 149.BOISSENS (KORNELIS), geboren te Er.kJ.vizm, was eenbuitengemeen konllig Schrijver en treffelijk Plaatfnijder; ongemeenfehoon was zijn fchrift, en Hout de trekken en figurendié hij met zijné pert wist uit te voeren. De geleerde JOH.IzAAK PONTANUS, hééft deze latijnfe digtregels onder zijne afbeeldinggeplaatst:Afpice qujnfimÜi fe pinxit imagine BOISSENS,Cui penna ff calo efi ingeniofa manus.Mirabar faciles, ubi Aberalinea duclus,Nilhê magè feliceS miror in are notassMirabai' VlWios hominurn êphgier a&us,frune etiaiïi artïfd viveré verba fiyh.Mc*


BOKELMAN. (HENDRIK) CPAmOOLJJ^ %(,Maïle vïris Enchufa, Ulo trbi gloria itfmwPurget ab £00, purget al Jiefperiis,At tu paree aurem vates 'lacerare Batavam, [•Qjite Jïupeas., prafiat £cce Batava mams.EOISSENS heeft -een Exemplaarboek van voorfchriften .«itg-j;,jeven, tot dienst van de jeugd door ,hem zei ven in plaat ge*Jneden, dat zeer fraij is.J. J. PONTANÏ, .Poëmata.IV. p. 103, 104. G. BRANDT, Hifi. van Enkhuizen, bhBOKELMAN (HENDRIK), ïs gelest .Predikant inHam in het graavfchap Marlt.; behalven in de godgeleerdheid,.was bij ook .buitengemeen ervaren in de Jatijnfe., «óekfe, jhfrbreeuwfeen ft rife talen, daarbij was hij een ervaren msko.n.-ftenaar, en zoetvloeijend.digter, uitwijzens zijne Mengeldigtet?bij voorvallende gelegenheden vervaardigd. Den ..ip.irreij 1609kwam hij \n grote aanmerking als Kerkeraar te Deventer.; ,do,chdie beroeping liep in 't riet, door .de onenigheden die 5er cje?,-wegens tusfen de Magiftraat en den Kerkenraad .in ..dip fójéontftonden. Hij het twee wakkere jzor.en na,,.PATRO.cLys.en JSA.--REL.J. REVII, Daventria illujlr. Li.b. V. p. .565. f^• BOKELMAN (PATROCLUS), -oulfte zoon van HENDRIK^bovengemeld, fchreef zig veeltijds BISLIANDER., 't geen -"in dj-.griekfe taal 't zelvde als zijn voornaam betekend. Zijne :&hqctf.,en .akademie-letteroeffeningen voleindigd hebbende., ^wierd?!hij.Predikant te IVije of Wijhe, een dorp in het kwartier -,van 'Zal-.land., tusfen de fteden Deventer en Zml gelegen-; - :van 'hier.naar Wulf-raat in het -hertogdom £erg -gelegen,, beroepen ;2ijK.-de, wierdt zijn jonger broeder KAREL in zijn plaats te \W*$tberoepen, en na dezen., deszelvs soon DANIËL fioKEtja^PATROCLUS, -was een zeer geleerd man-; hij .bezat;een vvaardLgen geest, vlug vernuft en fijn oirdeel.; daarbij was isjfak&p.lerleije wetenfchappen en jighaamsoeffeningen .bedreven, {hjjfchilderde aardig, was een kender en .beoeftepaar -vantdeimti-.zijk , verflond de •mancgie en .reed -.vlug te :paatd-j ••ypegM®:nog bij de digtkunde., daar hij .zeer .yetrp -in gevorderd ..w^.*ljjkens zijne uitgegeven latijnfe.digtwerken. die oni&t 8e MS?& 3«Hg*


ESJBOKELSZOON.-(JAN)gende rjjtels het licht zien: I. Paraphrajis ptëtka Pfaktü Davi~dis CL. ffc. ace. Threnodia in prcemstumn óbitum EENESTI,Mafthionis Brande.no. ffc. Dusjeld. 1614. 2. Triumphus Grogamis. Fran. 1614. Ook heeft men van hem in 't hoogduitsene Uitlegging van Getiejis III. vf. 15. te Dusfeldorp bij BKRNARD Busius in 1616 gedrukt. De geleerde REVIUS getuigdook in zijne Daventria illujlrata, dat onfler hem nog een goedgetal ongedrukte digtwerkjes van BOKELMAN berusten, waaronder uitftaken, zijn Papomachia ad SIBR. LUBBERTUM, en eneElegia ad JANUM DOUZAM. ——— J. REVII , Dav. ut Jupra.BOKELSZOON (JAN), naar zijne geboorteplaats ook JAMVAN LEYDEN genaamd, was een dier befaamde geestdrijvers ofbedriegers, die zig Hèrdoopers noemden, en welke, lang vóórhet midden der zestiende eeuwe, in de Nederlanden en elders,vele fchrikbarende ongeregeldheden pleegden. Te Munjlerwas, ten dezen tijde, de hervorming ingevoerd. Een aantalvan heethoofdige Dwepers hadt die ftad uitgezien , om 'erhunnen zetel te vestigen. JAN BOKELSZOON wierdt, nevens anderen,in feptember van het jaar 1533, derwaarts gezonden.Welhaast kregen zij een talrijken aanhang, van lieden vanallerlei flag, meest uit de heffe des volks, die niets te verliezenhadden. Van voornemens om zig van de ftad meester te maken,jaagden zij de zulken, die 't met hun niet eens waren,enen doodfehrik aan, met een oproerig gejuil langs de ftraten:Maakt u van hier, gij Godloczen, 'ten zij gij allen te zamenwiuitgefoeid -worden: w'ant allen, die zig weigeren te latenzal men doodjlaan. BOKELSZOON bevondt zig mede aan hethoofd dier oproerkraaiers , die zig, welhaast, van de ftadmeester maakten. Thans begon hij nog meer de blijken tevertonen van, zal ik het dweepzugt of razernije noemen. Niethoger dan den ouderdom van ilegts 24 jaren bereikt hebbende,bevondt hij zig dus nog in 't vuur zijner jeugd. Volgens 't getuigenisvan CORVINUS , die hem meermalen heeft gefproken,was hij geenzins misdeeld van verftaad; van welfprekendheidhadt hij, nog kleermaker zijnde te Leijden, dikmaals blij-. ken


èÖKÉLóZOON. (JANj|g||è'ü gegeven , gedurende zijne verkering met de 1tèderyker%\welke hij, van tijd tot tijd, een' toneeiftuk 'hielp iiitvolrenv•Gaarne plagt hij toen voor Koning te fpeien.Het jokken \dhdien tijd deedt hij nu, allengskcns, in ernst 'verkeren.hij daar toe kwam, gedroeg hij zig als een volkorrièn 'dolle,'man, als een verlinader van kuisheid en betamelijkheid. Voorgevende,met den Geest van GOD begaafd 'te zijn, iiè'p kSjmoedernaakt langs de ftraaten, onder het roepen dat de Tüiiingin Zien gekomen was. 'Openlijk begon hij de veelwijverij te 'oujvven, en nam drie vróuwen tevens. Daar na wendde bij vóór,vanboven bevel te hebben ontvangen, ; tot het aanftellën 'vantwaalf ïlegters in Israël.t&'Om den moed te 'benemen aan dtgeiien, 'die beftaan zouden zijn gezag te lochener/, Relde hijenen fcherpregter aan, om hen met den dood'te ftrafftff; weÜvijftig wierden het flagtöfter 'van dat beftaan. Niet : lang blévende Regters in 't bewind; want geholpen door zekeren Gctiu.fmid,JAN DUIZENDSCHOON, die voorgaf, last Van "den hemtite hebben 'ontvangen om JAN VAN LE-YDEN tot Koning aan 'eibellen,zette hij de Regters 'af, en aanvaardde dén tijtel van•Koning Van dit nieuw Jeruzalem. Nevens'dien tijtel, matigdehij zig het gezag èn de uitwendige 'tekens aan'; voorts Relde•hij twee Burgemeesters en 21 Raaden 'aan, 'en 'droeg enékroon en Diadema, 't gewone hoofdvercierfel der Ooscerfe Vót-Ren.'Gedurende zijn ve, blijf onder de 'Leijdfe Rederijkers 'eendenkbeeld gekregen hebbende van de pragt 'der Oosterfe Vc'r-Ren, bootfle hij thans hunne praal na; want wanneer hij 'Hèpaard door de ftad reedt, 'hadt hij de voeten 'getooid me:'goudenfporen-, 'en 'verzelden 'hem-, nevens den overigen ftóeV,twee knegts : ; de een droeg het Oude Testament-, de andereen zwaard; al wie voor den voórbijrijdenden Koning 'niét óV'de knieën Viel, 'moest zijn verzuim Van 'eerebétöningê-, 'oA'Raanden Voet , 'met dén -dood boeten. Even ook als dé wel 1Wige Vorften in het Oosten', 'nam hij-, 'na de bóvéngèmel Jen,. nog verfcheiden vrouwen, ja tot veertien df vijftien in gètéfcXjit het zelvde beginzel voerde ené 'van deze, 'bij uitftè'kibfr-;heid 6den naam van Koninginne, en droeg 'mede 'een 9ft* .tmm


264 BOKELSZOON. (JAN)kroon op het hoofd. Deze was ene jonge en fchone vrouw,'een Brouwers dogter van Haarlem, en weduwe van MATHYS-ZOON, een der dwepers, weleer Bakker in de ftraks genoemdeftad, Behalven zijne willekeurige overheerfching over allezijne onderdanen, niemand van welke het hart hadt om zigover hem te beklagen, zogt hij ook de Oosterfe dwingelandente evenaaren, in het voeren van volftrekt gezag over zijnevrouwen. Eene derzelve, die het beftondt zijne handelwij.zen af te keuren, onthalsde hij, in 't openbaar, met eigenbanden. Om te toonen, dat zijn rijksgebied niet aan Mimfterwas bepaald, zondt hij enigen naar buiten, heel tot in Hollanden Friesland, om 'er zijn gezag te ftaven; zelv benoemde hijenen JAKOB VAN KAMPEN, tot Bisfchop van Amfieidam.Een koningrijk, intusfea, dus flegt gevestigd, kon van geenlangen duur zijn. De Bisfchop van Munfter floeg het belegom de ftad, en maakte 'er zig, bij verrasfing meester van, inden nagt van den 23 junij 1535. JAN VAN LEYDEN, den 0-verval te laat gewaar wordende, bragt wel enig volk in dewapenen, doch moest, eerlang, kamp geven. Hij viel in's Bisfchops handen, welke, na hem ten fchouwfpel door hetomliggende land gevoerd te hebben, op het flot Bevergerne infcherpe gevangenis liet zetten. Hier bezogt en fprak hem,van tijd tot tijd, de bovengemelde COEVINUS, een LuthersPredikant, die zedert, van het voorgevallene te Mimfter, eenuitvoerig verhaal in 't licht gaf. In dit verhaal vinden wijtevens een verflag van JAN VAN LEYDEN'S bijzondere leerbe.grippen. Volgens 'smans opgave, kwamen dezelve, hoofdzakelijk,hier op neder: „ Het duizendjarig Rijk moest in enen» eigenlijken zin worden verftaan. Wanneer de Overheid„ iets geboodt, ftrijdig met de lere van CHRISTUS, mogt men„ haar wederftaan. De doop mogt aan geene andere dan vol-„ wasfenen worden toegediend. Wegens de Regtvaardigma-„ king, hadt hij t gevoelen der Roomsgezinden aangenomen.„ Het lighaam van CHRISTUS was niet genomen uit dat van„ MARIA, maar door hetzelve gegaan, even als de zonneftra-9 len door het glas. De veelwijverij, hoewel door de burger-„ üike


E0KKEL1A. (RIENCK)£ Ujke wet verboden, hieldt hij in haar zelve voor geoïrlofd*Meer dan zes maanden duurde zijne gevangenis. Na dat menhem den dood hadt aangezeid, gevraagd zijnde, of hij enenPriester begeerde, betuigde hij, in zijn uiterfle zig gaarne vanverftandigen raad te willen bedienen. Aan 's Bisfchops Kapellaanbeleedt hij, met de blijkbaarfte aandoeningen van berouw, tisnmalen den dood verdiend te hebben, indien hij tien levenshadt te verliezen. Op een anderen tijd, egter, zeide hij, weltegen de wereldlijke Overheid, snaar niet tegen GOD gezondigd tehebben. Op den 23 januarij 1536, ruim het 25fte zijns ouderdoms,wierdt in de ftad Munfter zijn doodvonnis volvoerd.Het hieldt in, dat hem'tvleesch , met gloeiende tangen, uithetlichaam genepen, hij voorts met een dagge doorftoken, en eindelijkhet lijk aan, den St. Lambertstoren, benevens dat van KNIP-PERDOLLING enKiiEGTiNo, in ijzeren korven ten toon gehangenzoude worden. A. CORVINUS, de Monafi. Obf.d. in Collecl,S. SCHARDU, p. 3iS-3!9. Anonym. Chron. Monafi. p. 154, 155..L. HORTENS., de Anababt. p. 313. Epift. FRANCISCI Monafi. E-pisc. ad PAULUM III, in MIMI, Opera Diplom. Tom. I. p,607--609. G. BRANDT, Hifi. der Reform. I. D. bl. 111-123..WAGEN., Vad. Hift. V. D. bl. 71-73. 77-80. 84. 87.BOKKELMAN (JOIIAN FRED.), zie BOECKELMAN.BOKKEMA (RIENCK), een Fries van geboorte, is eenman van groot aanzien geweest, en alom beroemd wegenszijne dapperheid in den krijg; om welke reden ook, de Koningvan Engeland hem tot Ridder floeg, toen hij met hemtegens de Turken trok. RIENCK was een zoon van BOKKE DOB-DINGA, en hij nam ter vrouwe BOT, de dogter van FECKESICKINGA, te Donjum, daar hij ene dogter bij teelde His genaamd,flervende zijne vrouw in 1386. Op den 3 februarijvan het volgende jaar., toog hij naar Jernfalem, en kwam vandaar den 14 december te rug. In 't jaar 1390 reisde hij metHertog WILLEM VAN GELDER, naar Lithauwen, en was tegenswoordigbij de belegering van het Rot Gaerde. In 1398 ReldeJiera Hertog ALBREGT VAN BEVEREN aan, tot Bailjuw vanJl 5Ww-


ïffSEOKSHÖÖEN. (JOSEF)jVhnbritzeradeel, toen Wagenbruggerdeel genaamd, 'Gaasterl•en Boniawarjlal, welk ambt bij bij den opftand verloor, wor^dende zelvs met den Hertog den lande uitgedreven, en zijnhuis Rodenburg genaamd, ftaande in de burgftraat tc Sneek, tenenemale vernield. Met den aanvang des beïiands, in 1401-,Kwam hij in Friesland te rug, landde te Stavoren, en wierdt opiigtmisdag van 't jaar 1402, van daar door de Suikers afgehaald, en naar hunne ftad gevoerd.In dit zelvde jaar gaf hijzijne dogter Hrs ten wijve aan AGGE HVRINXMA van Heegh),door welk huwelijk AGGE de heerfchappij van Sneek verkreeg-,na dat RIEKCK in 't klooster was gegaan.AGGE verwekte inst jaar 1403 bij haar een zoon, BOCKE HARINXMA genaamd-,daar het geflagt van HARINXMA van Sneek uit gefproten is; ookeen dogter, die den naam droeg van HYLK, en aanGERROLDTHEREMA te Tzum is gehuwd geweest. RIENCK BOXKEMA waseen vroom en deugdzaam man, ingevolge de toen ter tijd heerfchendebegrippen, zo dat bij voornam een klooster te ftigtenVan reguliere Kanunnikken, naar den regel van St. Augustijn^doordien deze orden te Winfum bij Zwolle, in dat tijdvak ingrote naam was, wegens het deugdzaam leven van dei zei verbewoonders.Hier toe verwierf bij hulp van goede vromémenfehen, en hij Rigtte in 1406, het klooster Thabor in Ishrechtumer-Hemrick,op zijn eigen erf en goederen.was eerst genoemd Abord, begrijpendeHe plaatsRIENCKS huis metnog enige andere huizen; maar de Bisfchop hetzelve wijende,noemde het Tliabor. In 1410 Wierdt hij aldaar Monnik, enfehoon hij niet tot Priester geordent weidt, om dat hij in denoorlog té veel bloed vergoten hadt, droeg hij egter 26 jarenlang het kleed van die orden, fiervende in 1436 in een hooggevorderden ouderdom. C. SCHOTANUS, Gefcli. vanFriesland, VIL B. bl. 228, 229.•BOEKENBERG, zie BOCKENBERG.BOKSHOORN (JOSEF), Konstfchilder, is geboren inV Hage, doch trok nog zeer jong zijnde in 1670, naar Londen,daar hij tot zijn dood toe is verbleven -, zo dat hij beterin


BOL. (FERD1NAND) Mfin die uitgebreide ftad en in Engeland bekend was, dan intijne geboorteplaats en de Vereenigde Nederlanden. Hij waseen braaf Schilder, en muntte inzonderheid uit, in het kopié'eren van Sir PIETER LELYS portraitten; welke konsttafercienhij zo aardig wist na te volgen, dat zelvs toen ter tijd vleEèkonstminnaars, 'er geen onderfcheid in wisten te ontdekken.Dan BOKSHOORN liet het hier niet bij fteken, hij nam hogervlugt, en volgde insgelijks de behandeling van den grotenmeester ANTHONY VAN DYK ZO ijverig na, dat hij hem genoegzaamevenaarde; ten getuige hier van ftrekt, dat Mijlord.PiOCKiNGiiAM in 1704, een konterfeitzel bezat, gekopiëert bijdien vernuftigen Hagenaar naar den Ridder VAN DYK, zijndehet afbeeldzel van den Graav VAN STRAFFORD, ZO uitmuntend,zo heerlijk nagevolgd, dat het genoegzaam niet voor het oirfpronkelijkebehoefde onder te doen. BOKSHOORN ZOU hetzeer verre gebragt hebben, want hij paarde bij zijne bekwaamheidene vlijtige werkzaamheid, zo niet de dood hem in dcttweinig gevorderden ouderdom van 36 jaren hadt wèggerukr.Hij is te Londen in de St. Martens kerk begraven. , J. C.WEYERMAN, Leven der Konstfchilders. IV. D. bl. 305, 306.BOL (FERDINAND), Konstfchilder, is te Dordrecht geboren, in 't voorfte gedeelte van de XVIIde eeuw, doch teAmfieidam opgevoed , doordien hij twee of dr ie jaren oudzijnde, na deze grote wereldftad wierdt gebragt. Tot redens,gebruik geraakt, kreeg hij groten trek tot de fchilderkonst, enhij oeffende zig daar in met de grootfte vlijt, onder den beroemdenREMISRANT. De natuur en de fortuin Waren hem beidengunftig; dus hij een groten roem en veel geld, tot dienst vanzijn ouden dag overgewonnen hadt; want hij ftierf in 1681in een ver gevorderden ouderdom.Behalven een' groot aantal portraitten, die ongemeen natuurlijken kragtig gefchilderd zijn, ziet men ook een menigtevan zijne roemwaarde konstftukken, zo in Godshuizen als anderzinste Amfieidam, welke zijn roem wel zullen doen voortduren.Inzonderheid munt van hem uit, een der twee fchooritee:>


MBOL. (HANS)•fteenftukken fn Burgemeesters-kamer op 'het raadhuis te Anüfleldam: liet vertoont FAERICIUS in 't leger van PYRRHUS, die•hem vrugteloos, door gefchenken, of door 't gebiiesch enes'olijfants in zijnen pligt zoekt te doen wankelen. Onder 'tOok leest men dit vaers van VONDEL :FABRICIUS houdt ftant in PYRRHUS legertenten.Het gout verzet hem niet, door fchandejijcke zucht,Noch elefants gebriesch en felle dreigementen.Zoo zwicht geen man van ftaet voor gaven, noch gerucht'Verfcheidene andere allerfchoonfte ftukken zijn 'er van hemop 't Amfteldamfe raadhuis: als een' op pe Raadkamer, bovenden fchoorfteen, waar in verbeeld ftaat de verkiezing deroudften in Israël, om neffens JLTHRO, den fehoon vader vanMOSES, het volk te rigten. En in der Schepenen-kamer, daarMOSES de Wet in ftenen tafelen op Sinaï ontvangen hebbendeflafbrengt, en die het volk voorhoudt, daar dit vaers insgelijks,van VONDEL op ziet.Hebreeufche MOSES heeft de Wet van GODT ontfangen a'Waar mede hij naar 't volk van boven wederkeert :Dat hem eerbiedig groet, en welkomt met verlangen.De vrije Staat hukt op, als 't volk de wetten eert.In het door de vlammen verteerde fehoon Admiraliteits ofXands Magazijn op den zuidwesterhoek van Kattenburg, praaldein een der vertrekken boven de deur, een uitmuntend tafereelvan dezen meester; het verbeeldde 's Lands hoge Regering,in de gedaante ener aanzienlijke vrouwe, denftafvanbevel aan enen zee-overft*e toereikende. —— A. HOUBRA­KEN, Schouwb. I. D. bl. 301-303. WAG., Befchrijv. van Amfl,VII. St. bl. 56. 64. 270. 445.'BOL (HANS), Konstfchilder, uit een deftig geflagt afkom-Itig, wierdt te Mechelen geboren den 16 december 1534. Deouderdom van 14 jaren bereikt hebbende, wierdt hij bij eenSchilder in zijn vaderftad befteld om de konst te leren. Ihj


J50L. (HANS)verbleef bij dezen zijnen meester, die een groot brekebeen was ,twee jaren; na verloop van welke hij een Duitfe reize in'6 hoofd hebbende., zig naar Heidelberg begaf. Zig hier tweeandere jaren geoeffend hebbende, keerde hij te rug naar Mechelen,daar hij zijn vast verblijf verkoos; voortaan op zijn etgenwieken drijvende, zonder enig verder onderwijs van meesterof voorganger te genieten, alleen bij zig zeiven, uitvindendeverfcheidene ordonnantiën van landfchappen en andereonderwerpen. Hij fchilderde zeer vrolijk, bevallig en zuivermet waterverw op doek, in acht nemende een goede handeling,en een vaste en fikfe manier in het aanleggen en opmakenzijner werken; ook waren zijne fchilderftukken bij dckooplieden gewild, en werden wel betaald.Bij de jammerlijke plundering van MecJielen in T572, toendie ftad door 't tomeloze krijgsvolk overrompeld werdt, kwamonze HANS beroofd en berooid te Antwerpen, en werdt daar,door een konstminnaar van Belle in Flaanderen, ANTHONICOUVREUR genaamd, zo wel ontvangen, en op nieuw uitgedostuit achting voor zijne konst, dat hem niets ontbrak.Onder andere konstftukkcn, gedurende zijn verblijf te Antwerpenvervaardigd, was een boek met allerhande foorten vangedierte, visfen en gevogelte naar 't leven en met de kleurenafgetekend, overwaardig om gezien te worden. Daar zijndebegon hij 't doekfchilderen geheel terzijde teftelleu, omdatmen zijne doeken kogf, namaakte en voor eigen werk uitgaf,waarom hij zig voortaan toelei op landfchappen en hiftorieuifi miniatuur, zeggende, laat ze nu op den duim fluiten, en mijdit eens nadoen.In 1584 vertrok hij van Antwerpen, orrt de aanftaande beroerteen bittere gevolgen van den oorlog, geflagen vijandinnevan de konst; hij kwam te Bergenopzoom, van daar te Dordrecht,waar hij omtrent twee jaren woonde, vervolgens begafhij zig naar Delft, en eindelijk naar 't bloeijende Amfieidam,daar hij verfcheidene fchone tekeningen in miniatuur heeftgemaakt, onder anderen, die zelve ftad naar 't leven afgemaald,van den Ykant met hare fchepen te zien, ook vande


473 BOLANDUS. (PIETER)de landzijde met gezigten van enige dorpen : hier mede wotïhij zeer veel geld. Ene menigte prenten ziet men in druknaar zijne tekeningen en vindingen uitgevoerd; ook hadt hijzelvs liefhebberij voor de graveerkonst, want hij heeft fraaiin't koper geëtst op ene tekenachtige manier, zo landfchappenmet boeren-kermisfen, als bruiloften enz., die bij de liefhebbersmet grote achting bewaard worden. Hij ftierf teAmfieidam, den 20 november 1593, in den ouderdom van 59jaren.Zijn afbeeldzel is op de wijze van een graffieraad in't koper gebragt, door GOLTZIÜS , ook gaat'er nog een anderportrait van hem uit, waar onder dit vierregelig latijns vaers:WQrdt gelezen.Piclorum fedes dedit hm MecHinia BOLLUM,Arte, nitore tirbes qua Juperat reliquas.Rum, lacus, aqueo quamvis fint duCla colore,Non tarnen hac abeunt more flnentis aqua.HANS BOL heeft maar ene vrouw gehadt, met welke hij zigin den egt begaf terwijl zij weduwe was, doch verwekte geenekinderen bij haar; dan zij hadt een voorzoon, met nameFRANS BOELS, leerling van onzen BOL, die al een vrij goedehand hadt in het tekenen van landfchappen in miniatuur; hijoverleed weinige jaren na zijn' behuwdvader.Nog hadt BOLtot discipel JAKOB SAVARY, van Konrijk geboortig, die in 'tjaar r602 te Amfieidam door de pest wierdt weggerukt, zijndewelzijn beste leerling geweest, vlijtig, net, oplettend en onvermoeidin den arbeid. —— K. v. MANDER, Leven derSchilders, I. D. bl. 322-320".• BOLANDUS (PIETER). Deze Schrijver, zegt PAQUOT,is mij niet bekend dan door 't weinige 't welk SIMLER 'er vanzegt.Zijn toenaam doet gisfen, dat hij van Bollant geboortig,was, een dorp in het hertogdom van Limburg, waar van deberoemde Jefuit BOLLANDUS ook zijnen naam ontleend heeft,,fehoon hij eigentlijk te Tirlenwnt is geboren.Dit dorp is tweeuren ten noordwesten van Luik gelegen. PIETER BOLANDUSbloeide in 1485 cn in 1495. De opfchriften van zijne werkenge.-


BOLETUS. EOLIÜS. BOLLAND*5 ? 2 !^tuigen, dat dp latijnfe digtkonst het voornaamfte valt vanzijne letteroefieningen uitmaakte, en dat hij zijne pen inzonderheidaan ernftige onderwerpen toewijdde; ziehier 't geenhij heeft vervaardigd: i. Hymni quidam. Ik weet niet oi' ditgedrukt is; even onkundig ben ik ten dezen aanziene omtrentde volgende ftukken. 2. Camen Sapphkum pro FREDERIQO Ini-' Qeratorj III. 3. Carmen in mortem RODOLPHI AGRICOL^. z.EpUgraii:r.tata ex feutentiis SESECVE £? PLATOHIS. 5. Carmen Sapphkumin B. Virginem. 6. Carmen heroïcum in Opus da triplidcandore. En ene menigte anderen die .niet uitgedrukt worden.' SIMLERI, Epitome Gesneri, edit. 1555., foliis 145146. PAQUOT, Mem. litter. Tom. XII. p. 33, 34,EOLETÜS (HUGO), een Delvev.aar van geboorte, is eerstgeweest Prior in de vermaarde, Abtdij van Egmond, en vei volgensbij de Karthuifers tot Kappelle bij 'Minghen in Henegouwen.Hij leefde omtrent 'f. jaar 1465 , en wordt onder de klasfe vande Geleerden, gerangfehikt, Befchrijv. van Delft, in folio,1729. bh'664.BOLIUS (JAKOB), een geleerd man te Utrecht geboren inde XVIde eeuw, is geweest Meester in de vrije konften enDoktor in de godgeleerdheid. Na dat hij enigen tijd de waardigheidvan Kanunnik in de St. Marij-kerk teUtrecht hadt waargenomen,,werdt hij Pastoor in de Buurkerk aldaar, vervolgens-Regent van 't Hollands kollegie te Keulen, en algemene Vifcarisvan ; t Utrechtfe Bisdom. Hij ftierf in 1631 in zijn geboorteftad,na een hogen ouderdom bereikt te hebben. Oudh,van Utr. bl. 294.BOLLAND (JOHANNES) , een geleerde Jcftiit, wierdtden 13 augustus 1596 te Tirlenwnt geboren. Toen hij 16 jarenpud was, begaf hij zig in de Sociëteit der Jefuiten, en verwierfniet alleen, in Braband, maar ook in andere landfchappenenen zonderlingen roem;, zijne grootfte vermaardheid heeft hijbekomenaoor het fchrijven van de levens der Heiligen. Inhst begin der XVIIde eeuw, hadt zig namelijk de Jefuit HERT-BEST


Z7ZBOLLAND. (JOHANNÉS)EERT ROSWETDUS toegelegd, om de levens der Heiligen in i&delen te befchrijven en het licht te doen zien, doch de doodverraste hem, alvorens hij nog het eerfte deel hadt teneindegewerkt, en niemand wierdt bekwamer dan BOLLAND geoirdeelt,om deze uitgebreide taak weder aan te vatten. Dar»deze ontwaar wordende dat er in 't ftuk van zijnen voorgangervele gebreken fchuilden, nam voor om van de meet afaan, het te onderzoeken en te verbeteren; ten dien einde namhij tot zijn medehelper GODFRIED HENSCHENIÜS, die ook eenJefuit was; zij togen met zo veel ijver aan 't werk, dat 'erreeds in 1643 twee delen van in 't licht kwamen, te Ant-wer*pen gedrukt in folio, bevattende de levens der Heiligen, wiernagedagtenis in de maand januarij gevierd wordt. In 1658volgden in drie delen de levens der Heiligen van februarij, enterwijl hij met de naastvolgenden bezig was, overrompeldehem de dood op den 13 feptember I665; waar op HENSCHE­NIÜS, met behulp van zijnen medebroeder PAPENEKOCHIUS , in1668, de levens der Heiligen van maart in drie delen uitgaf,vervolgende met hun beiden dezen arbeid, ten aanzien van domaanden april en meij; de levens der eerstgenoemde maandin 1675 in drie delen, en der 16 eerfte dagen van meij in1680, mede in drie delen, door den druk gemeen makende.De levens der genen, die in de overige dagen van'meij gevierdworden, zijn in 1685 en 1688, door den arbeid der JefultepFRANS BAERTIUS , en KOENRAAD JANINGUS , in drie delenin 't licht gekomen, waar bij nog een zevende ftuk is gevoegdbevattende de drie laatfle dagen van meij. Voorts heeft BOL­LAND nog verfcheidene andere werken in 't licht gegeven,doch meest zonder of onder een onbekenden naam: als r. NotitiaGalliarum ff Belgil ex Aitis Santtorum. Antv. 1647. in 8vo.5. Brevem notitiam Italice ex Attis Sanü. Ibid. 1648. in 8w.3. Vitam S. LLBORII Episcopi, calculo labcrantium Patroni. Ib.1648. in 8vo. Voorts nog een bundel latijnfe gedigten en redevoeringen.De geleerde Franfe Jefuit RENATUS RAPIN, eenberoemd Digter, heeft den lof van BOLLAND in de volgendetreurvaarfen vereeuwigd.BOL-


BOLLAND.(SEEASTIAAN)BOLLANDUS facrum Fajlis dum fcriberet atmum;Mors imperfeUum barham rnpit epus,Hfandabat fcriptis Divos, Divumque labores.Et qua quisque olim vénit ad aftra via.Scriptori Menfis procesferat unus ff alter;Tertius inceptum cum male folvit iter.Paree tuo BOLLANDE queri de funere, FaflisHis demum ipfe tuis annumerandus eras.BOLLAND zijne levensbefchrijving is geplaatst voor het eerftedeel van de levens deiTleiligen van de maand maart. »KÖNICTI, Bibl. Vet. & Noy. voc. alwaar hij niet onder den voornaamvan JOHANNES, maar onder dien van JAKOBUS voorkoomt.J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 584, 535- J- M. GESNERUS, edJfagogen. Tem. I. p. 345. g. 410. Catal. Bibl. EUNAV. Tom.L Vol. II. p. 1097. C SAXI, Onom. liter. Pars IV. p. 485.BOLLAND (SEBASTIAAN), is geboren te Maastricht,.voor het einde van de XVIde eeuw, doch waarfchijnelijk vanoirfprong uit Bolland, een dorp in het Limburgfe gelegen. Hijwierdt Recolletten Monnik in de provintie, genaamd Neder*Duitsland. De gewijde ordens aan hem toegedeeld zijnde,belastten hem zijne Opperften met de zorge, om aan jongeGeestelijken van zijne orden, de wijsbegeerte en de godgeleerdheidte onderwijzen. Hij ftierf in het klooster te Am-er*pen, den 13 october 1655; en heeft door den druk gemeengemaakt. 1. Hiflorica, theologica, ff moralis Terra Sanclce elucidatio;in qua pleraque ad veterem ff prafentem ejusdem Terra}Statuin Jpectantia, accurate explicantur: varii errores refelluntur: 'veritas fideliter exectéque discutitur ac comprobatur. Opus non tan*turn ad Terram Sanctam profiscifcentibus, fed etiam S. ScriptweeJludiojis, ff Divini verbi Prceconibus utilisjimum. Auctore Fr.FRANCISCO QUARESMIO, Laudenfi, Ordinis Minorum Theologe,olim Terra Sancta Prafide, ac Commisfario. Apqjïalico.. Cum tripliceBidice, ff Elencho Concknum. II. Tom. Antv. 1639. in folio..2. Sermones aurei Fratris PETRI AD BOVES, in Dominicas ff FestKper annum. Antv. 1643. in folio,.'WADDINGI., ScriptorenÜL DEEL, S Qgg


1U, EOLOGNINO. (WILLEM) BOLONGARE.O/im/y Minorum, p. 133. 314, 315. Dü BOULAY, Hifttr*Univsrfit,. Paris. V. 120.PAQUOT, Mem. litter. Tom. XVIILn. 180-192. ;BOLOGNLNO, (WILLEM),geboortig van Antwerpen, isgeweest S.. Theol. Licent. en Hoogleraar in de wijsbegeerte teBeuven; naderhand Kanunnik in de Lieve Vrouwenkerk en On.derzceker van de Boeken.. Hij ftierf in 1660; en heeft in '6licht gegeven: 1. Traü. de ementita antiquitate Fidei, feu fecteCalvinisticce, adverfus Miniftros Sylvce-ducenfes. Antv. 1630. 8vo.2.- ® e 7p$f s Controverfiaram in materia Rcligionis. Ib. 163 3. Svo3. Funus reformata Coence. Ib. 1632. 8va. 4. Alaudam fpiritualem.ftve Cantüenas Fiandricas, in honorem Christi £? Sanctorum ma.% 1645. 8w.BOLONGARI, geboortig van Stresza een Italiaans gehugt,in de_ landftreek van Anna gelegen, was aldaar een boeren,zoon, doch die meer verftand en kundigheid bezat, dan mendoorgaans in dien ftand ontmoet. Hij befloot zijn fortuin inÈoUland te gaan zoeken, kwam ten dien einde te Amfieidam, hetmiddenpunt van alle gelukzoekers; kreeg gelegenheid zig opden koophandel toe te leggen, en won , in weinige jaren, metfnuiftabak en andere waren, miliioeneri. Hij trouwde een vanzijne dogters uit, aan den beroemden CREVENNA, bezitter vande kostbare Bibliotheek, waar van de beredeneerde Catalogusgedrukt is; liet hem het huis en den koophandel over, enbegaf zig met zijne vrouw en andere dogter weder naar zijnvaderland, orn zijne dagen in een gerust genot zijner rijkdommen,te mogen Hij ten.Hier bouwde hij naast zijne armelijkevaderlijke hut, die hij met zekere nauwgezette zorgvuldigheidonderhield, een rijk en pragtig huis, alwaar hij inïnst en met welvoeglijkheid en gemak leefde.Hij was buitengemeengastvrij, en alle die hem kwamen bezoeken, werden,met dc, uiterfte. vriendelijkheid ontvangen en v.el ont--SÏW'. P't pragtige en gemaklijke huis,; dat er als een kleinp*>!>,m'taet; i


BOLSWAART. (PIETER VAN) EOMALE. (JAN DE) 27Jgierigheid der vreemdelingen op; maar de herinnering van dozonderlinge omftandigheden, die het begin en het einde vandes bezitters leven kenfehetzen, Baken, dat men dit alles metmeer genoegen en deelneming aanfehouwt, dan de trotfe paleizenen pragtige tuinen, die hunne grootheid flegts als erfdeelvoortplanten. BOLONGARI is omtrent het jaar 1793 geftorven.Cartas Familiare! del Abate JUAN ANDRES a fahermano. Madrid 1793. in i2mo. pag. 61. &c. GUIDO FERRARI»Comment. de Je, rebusque JiJs.BOLSWAART (PIETER VAN) , was een zoon van JAKOBNVUPERUS, die deze naam droeg na zijne geboorteplaats deRad Bolsward. Hij wierdt lekebroeder te Thabor, waar van hijook TIIABORITA is genoemd geworden; zijnde dit Thabor eenvermaard klooster van reguliere Kanunnikken naar de regelvan St. Augustijn, bij de Rad Sneek, door RIENCK BOKKEMAin iic6 of daaromtrent gefligt. PIETER was redelijk ervarenin de latijnfe taal, doch in de wiskonst was hij inzonderheidbedreven, en wel voornamelijk in de landmeetkunde: ookgetuigt SUFFRIDUS PETRI, dat Keizer KAREL DE V, van zijnendienstgebruik gemaakt heeft, benevens dien van MARTENVANDELF, om de Biltlanden in Friesland te deen opmeten. Zijnenaarftigheid en arbeidzame geest blijkt door de FriesJ'. Kronijk,die hij heeft vervaardigd, en welke tot een vervolg verflrektvan die van VoRrsp.ius TIIABORITA, doch egter een iveinigvroeger begint, namelijk van het jaar 781 en loopt tot T550,fehoon fommigen willen, dat hij flegts tot het jaar 1527 ge»febreyen heeft; hij heeft egter omtrent het jaar 1550 nog geleefd.SUFFR. PETRI, de Scriptor. FriJ. FR. SWEERTII,Athen. Belg. J. F. FOPPENS , Bibl. Belg. p. 956.BOMALE (JAN, DE), dusgenaamd na zijne geboorteplaats,het dorp Bomale in Waals Braband, daar hij het eerfte levenslichtzag, in 't laatst der XlVde of begin der KVde eeuw.In de orden der Dominikanen getreden zijnde, deedt hij profesfie.daar van te Luik. Enige jaren later kwam hij te Leuven, enwierdt hem aldaar 't Hoogleraarsambt in de godgeleerdheidopgedragen; vei volgens werdt hij door Paus PAULUS II, ofS 2,Six.


*7 T. Dr. Ord. Breed. UtrumPrpelatus alicujus religienis, vel monajierii, Jive conventus, posfitcum fuis fubditis dispenfare Juper.luec qua; concemunt regidaremcjbfervataiam fuat religionis? Dit klein traktaatje, maakt eengedeelte uit van de verzameling, welke tot tijtel heeft: Conto aMenachos Proprietarios, egregiorum virorum traüatus. Paris. T590.in 8vs, VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 463. £f Fast. 88-, 89.DE JONGHE, Belgium Dominic. p. 149, 150. J. F. FOPPENS,Bibl. Belg. p. 585.BOMBERG (DANIËL), beroemd Boekdrukker, vangst,, irerpen geboortig, begaf zig met 'er woon naar Venetien, alwaarhij't eerst den Bijbel-in 't liebreeuws drukte, die in I^ÏI in4tO. het licht zag. Hij vervaardigde 'er vervolgens verfcheideneandere drukken van, zo in folio als in 4to. en in 8vo.Hij hadt, het Hebreeuws geleert van enen Italiaan, FELIX PRA-TENSIS genaamd-, die hem overhaalde om een druk van denRabbijnjchen. Bijbel te ondernemen., dat is met de uitbreidingenvan de Rabbijnen, welke in 1517 in folio te voorfchijn kwam.,en,door den Drukker aan Paus LEO DEN X , wierdt toegewijd,maar de Joden hadden weinig achting voor dezen druk, ende Rabbijn JAKOB HAUM, deedt J er een andere vervaardigen,door (Jen, zelvden BOMBERG in IV Delen in folio, welke inwerdt, uitgegeven. Ook maakte, hij in 1520 een aanvangJpct den, Talmud-te. drukken, die enige, jaren, later in XI Delenin folio, voltooid; werdt, 1Tot driemalen toe heeft bij- dit werkge-


"SOMBERGEN. (ANTHONY VAN) TÏ 7 ?••fèdrukt, en men verzekert dat ieder'oplage Item Tooe'ob'rijks*"daalders gekost heeft. De beide laatfte drukken van dit werk'jzijn vollediger en Traijer uitgevoerd dan de mR-eyook'meerdér'geacht dan ene vierde, die naderhand 'door •BRAGADIN te-Fétti~'tien is uitgegeven-; en vooral overtreffen'zij'die, welken "BUX-TORF te Bazel het licht'deedt zien; doordien deze óp verre r.a20'fraij niet is, en datRurtORF zig de vrijheid neeft gegund öiède chaldeeuwfe uitbreidingen, naar zijne eigene begrippen tfe'vérbeteren.B-ÓMBERG 'wil men dat voor vier 'millioenen boe-kenheeft gèdrukt, en dat bij alle zijne goederen heeft verfpüd-,door het Vervaardigen van een groot aantal d-rukkén 'van *Mt•breeurfe 'Bijbels "en fchriften van-Rabbijnen, die 'hij-in 't licht"heeft gegeven; en tot vertaling, correaie en drukken daar van,'hij enige honderden der geieerdfte Joden onderhieldt. ——*BARTOLÖCCI, 'Biblioth. Rabbih. Tóm. 'I. : p. "34. TABR'rcrr, Bihi.Lat. Tom. I. p. 886. Tom. III. p/8oc. C. SAXI, 'Onom.'iitenPars III. p. 40. SIMON, Hifi. Crit. èii V. Tefi. p. fyïjfc*CIIE VILLIER-, Origine'de 1'Imprimerie de Paris, pag.-267. ScALr-XJERANA, 'pag. 34. 121. L. MoRERi, LH&üm. ed. &1740. Totr..•il. p. '3-33. P. BAYLE, Diiïion. ed. de 1730. Tom. 'I. lp. 6ci.BOMBERGÈN (ANTHONY VAN), uit een 2eer'aanzien?ïijk geflagt gefpfoteh, waar van men véle bijzonderheden '-aarttreft, bij LE CARPENTIER-, 'Hifi. de 'Cambray, pag. -427 ,925; behoorde ook tot het getal der verbonden Edelen. 'Hij'ilórtdt in bijzondere hoogachting bij BREDERODE, 'ónder 'wienhij dienst nam, én zig in 's Henogeribosch wierp, "doch Welk©ftad 'hij genoodzaakt werdt eerlang met zijn Volk 'té verlaten;Het Hof Vondt goed in 't jaar 1567', hem'openlijk te bannen »en al zijn 'goed 'Verbeurd te verklaren ten behoeve van 'dénKoning; doch dit weerhieldt hem niet , zig als Hopman 'ibRellen aan 't hööïd van enige -Ralvinisten in Gelderland; 'dieVoornamen 'Nijmegen in te nemen, 'Ook 'was hij Kollonel 'detburgerije te Brusfel; en Verdredf van daar het volk Van EILIPS.VAN EGMONÏ)', als déze in ï-57'9", 'die Rad aan 's Koning? zijde,'wilde overbrengen , ten einde zig met PARMA 'te Vcrz'oe-


•a 73 EOMELE. (FLORENTINUS)Zijne ftamgenoten KAKEL en KORNELIS VAN BOMBERCEN waren,benevens anderen, ten jare 1566 gemagtigd van de nederduitfeHervormde gemeente te Antwerpen, om met denPrins volgens zijn bevel, over hunne godsdienstoeffeningen tehandelen, en werden openlijk ingedaagd, om zig te Brusfel,binnen drie weken, te komen verantwoorden, op verbeurtevan lijf en goed, en niet verfchijnende door ALVA en zijnenRaad gebannen. VAN DER HAER, de Init. tumult. Belg.Lib. H. p. 201. 303-307- P- BOR, Ned. Oorl. III. Boek, bh106. E. v. METEREN, Ned. Hifi. II. Boek, bl. 48. Antw.Kronijk, bl. 128, 129. 147. WAGEN., Vad. Hift. VI. D. bl.211. 214. J. W. TE WATER, Verb, der Edelen. I. D. bl.263-265-BOMBLE (ELORENTINUS), geboren uit aanzienlijkeouders te Zutphen, den 15 december 1665, werwaarts zijnemoeder gevlugt was uit Borkido , wegens den pnverwagtenvijandelijken inval des Munfterfen Bisfchop KRIST. BAREND VANGALEN in Twente. In zijne dus toevallige geboorteftad, leidehij den eerften grond tot de kennis der geleerde talen, cn volbragtzijne lEtteroeffeningen aan het Gijmnaiium te Deventer;van hier trok hij met zijne moeder die toen weduwe was, naarFraneker, daar hij in den tijd van twee jaren zijne ftudien teneinde bragt; en, den ouderdom van 21 jaren bereikt hebbende, na een loffelijk examen te hebben ondergaan, Proponentwierdt. Zijne eerfte ftandplaats was Vianen, van daar werdthij in Friesland beroepen; eerst te Ttens, vervolgens te Oudega,in 1694 t e Sneek, in 1697 t e Zwolle, en eindelijk het jaardaar aan te Amfieidam, alwaar hij op zondag den 35 november1722 op het onverwagtfte is overleden, menende dienmorgen nog in de Anflelkerk te prediken.BOMELE is een verftaudig man geweest, voorbeeldig in levenen wandel, en die zijn ambtsbezigheden met veel ijveren getrouwheid uitoeffende. Wijders zegt zijn lofverkondiger:Hij was geen vleijer noch pluimftrijker, en trachtte zignooit in te dringen in de huizen der aanzienelijkcn; dat hem•' ''' . . wel,


IÖMMELIÜS. (HENDRIK) BONAERT. (NIKLAAS) a. 7é'wel, 't is waar, bij fommigsn minder gunst eh gè'nègénheidVerwekte; maar dat gaf hem ook des te meer Vrijmoedigheid-,om te (laan, en 'te fpreken Voor GOD daar het 'pas gaf; Voortswas hij een vijand van twisten -, doch teffens 'waakzaam tegensde fcheurmalters; dit toonde hij door zijnen S^ief &mLEENHOF fflcrjeng f.jn ïfcmel np 3Caröe. 3üm|ï. 1703. in sbo-,'Ook heeft hij door den druk gemeen 'gemaakt in énen 'bi-nctelmet die van ROUSE : • ©erjamclmg ban Ecen-eaènem %du!ato1702. 4tP. —•— JOH. VAN STAVEREN, Lijb-edm 'op F. Bösg>SLE. Amjl. 1721-. in ito.BOMMELIUS (HENDRIK), is geweest KióosterbroëdeivanSt. Hieronijmus en Rector van ST. MARIA MAGDALENAConvent in de ftad Utrecht. Hij ftierf in het jaar 1542 en heeft'gefchreven: Bellum Ultrajeüinum, inter Geldrix Ducem CAZCtUMff HENRICUM BAVARUM Episc. Ultra]ectinuin. Ma;pihgïÏ542. in 8vo. —— J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 434.BONAERT (NIKLAAS), geboren 'te Brusfel % 1563>bè-Igaf zig 19 jaren oud zijnde in het Genootfchap der JuuTtënï;leraarde de wijsbegeerte te Douai en de godgeleerdheid te Leuven,ging vervolgens naar Spanjen-, alwaar hij enigen tijd verbleef;op reis zijnde om naar Flaanderen te rug te kéten, ove:"lompelde hem de dood te Valladolid den 9 maart ióró. VidèïBONAERT, heeft een voorbeeldelijk leven geleid ; hij hadt'eenftalen geheugen en doordringendheid van geest ; SWEERTÏGSS'die gemeenzaam met hem heeft verkeerd-, en de Jefuit AL'E-'CAMEE, betuigen niet te geloven, dat J er iemand in zijn tijd-*Vak heeft geleeft, die hem in vernuft te boven ftréèïde, aMen heeft van hem in druk: 1. Concio firn. in exeq. fer~. 'GRE-GORIJE MAXIMLUANS: , Caroli Archiducis Auftrice-filice ffc. BruXt,3529. in 4t». 2. Mare non liberum-, 'de jure 'Lufitanico 'ad Gc;&num ff Commerciutn Indicum , adverfus Batdvicam MUG. 'GROxtrAsfertionem. FOPPENS retuigd dat dit 'een geleerd én uitiminlènd\verk is, dcch 't welk nimmer 't licht heeft gezien. '3-, ErMviApologie d.i cultè de N. Z)„ de Moiitaigu'; dit is beidé fè 'tLVans en duits gedrukt. — — FR. SWEERTÏI 4Atfa, Beig- '»., S 4.


aSo BONAERTS. (OLIVIER) BONDT. (NIKLAAS)572. J.f. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 000. PAQUOT, Mem. litter.Tom. VI. p. 28--30.BONAERTS (OLIVIER), te Tperen geboren in 1570, begafzig in 1599 in de Sociëteit der Jcfuiten. Vijf jaren 'heefthij de lage fchoolklasfen beilierd, vervolgens gedurende agtjaren de zedekundige godgeleerdheid onderwezen. Den ouderdomvan 75 jaren bereikt hebbende, ftierf hij in zijn geboorteftadden 23 oftober 1655. Men vindt van OLIVIER getuigd,dat hij een geleerd man was en teder godvrugtig. -Hij heeft door den druk gemeen gemaakt: 1. De infiitutume',tbligatione, ff religione Horarum Canonicarum lib. IV. Duaci1625. xamo. Ib. 1634- ia** 2. In Ecclefiafticum Commentariu• Antv. 1634- «'» folio. 3- *» Eftheram Commentarius litteralis fmoralis. Col. IÖ47- *« folio. 4. De Jioris Canonicis, ff facrJuntto Misfa facrificio. Antv. 1653. in 4to. 5. Concordia fcientiacum Fide. Hagce 1665. in ito. WITTE, Diarium biogradannum 1655. J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 932. PAQUOT,Msm. litter. Tom. XI. p. 136-138.BONDT (NIKLAAS), Advokaat te Amfteldmn, is den 5julij r732 te Ooster-Blokker in Noordholland geboren, alwaazijn vader JOHANNES BONDT toen ter tijd Predikant was. Doorzijnen vader tot den predikdienst gefchikt, leide hij de eerftegronden van zijne kennis van de geleerde talen in Gravenhage,in de nabijheid van welke plaats, te Voorburg intusfen,zijn vader als Kerkleraar beroepen was. Vervolgens begaf hijzig ter voltoijing zijner ftudiën naar Utrecht, alwaar hij zigonder den beroemden WESSEUNG, inzonderheid op de oudelitteratuur toeleide, en reeds in den aanvang van 't jaar 1752ene verhandeling fchreef en verdedigde : de Epijlola JeremLnpocryphd.In 1754 bezorgde hij, ene nieuwe uitgave der Varia LeUio.nes van CONTARENI. Zijn zwak en ziekelijk lighaamsgeflelwas hem ondertusfen zeer hinderlijk in het geregeld voortzettenvan zijne aangevangene loopbaan, daar het hem noodzaaktetwee jaren zig niet alleen aan de ftriktfte dieet tebi;.-


BONDT. (NIKLAAS)«fttWnden, maar zig ook van alle iludie of lectuur, die enigeinfpanning van geest vorderde, of aandoening van hart opwekte, te onthouden. Mogelijk werkte deze rede mede om hemde beoeffening der Godgeleerdheid voor die der Regten te doenverlaten: waar in hij den graad van Doktor verkieeg in 1756}hebbende kort te voren , in dat zelvde jaar ene openlijkeproeve van zijne vlijt en fchranderheid in dat vak gegeven,door de uitgave van enen latijtrfen Commentarius over de vooraffpraaken de drie eerfte hoofdftukken der Unie van Utrecht.Als Advokaat zig in 's Hage nedergezet hebbende, bleef hijnog beftendig v/orftelen met ongefteldbeid en zwakheid vanlighaam, ondeihevig zijnde aan gevaarlijke toevallen van ziekte,die reeds hem toen geen lang leven beloofden, doch diehij vervolgens gelukkig te boven kwam. Weinige jaren, daar.na, in 1759 namelijk, verliet hij 's Hage om zig te Amfiehhmte vestigen, alwaar hij nog in dat jaar de nagelatene Gratiënvan PETRUS BURMANNUS Primus bij een verzameld, in 'tlicht gaf, en aan zijnen vriend en voorftander, den Burgemeestervan 's Gravenliage, JAN HUDDE DEDEL, opdroeg. Sedertdien tijd is 'er niets van hem in 't licht gekomen; dochhet is bekend, dat hij, gedurende de eerfte jaren van zijn ver*blijf te Amjteldam, een der ijverigfte mede-arbeideren geweestis aan verfcheidene toen uitkomende en ook thans nog hoog*,gefchatte periodique fchriften, onder anderen aan den Philan>trope en aan den Denker, van welke beide werken de laatftedelen meest al van zijne hand zijn. Wel dra egter wijdde hijzig geheel toe aan de praktijk der Regten, en vondt zig dusin die loopbaan geplaatst, welke hij tot aan 't einde zijner dagenmet ijver en luister betreden heeft. Hij genoot, gedu>rendeal dien tijd, de volkomenfte achting zijner ftrdgenoten-van alle ftanden en klasfen, en ondervond daar van , van tijdtot tijd, de openlijke blijken bij zijne verkiezing tot Kapiteinder Amfteldamfe Schutterij, tot Regent van het (pin- en werkhuisdier ftad, tot Schepen der Watergraavfe Meer, en bij anderegelegenheden.Ten jare 1762 gehuwd zijnde met KORINEUA DÈ BRÉS,.S 5ver-


£8* BONDT. (NIKLAAS)verloor hij die geliefde egtgenoot in 1784, en begaf zig Él17S5 to een tweede huwelijk met J. S. Noen. weduwe Si«MONS, die benevens vijf kinderen, uit zijnen eerfte n est over»gebleven, en enige aangehuwden, het onveiwagte en treilendeveilles van enen dierbaren gemaal en vader bit erlük betreurden,'t welk voorviel op den 20 junij 1792. Schoon zijnvan jongs op zwak en ziekelijk lighaamsgeflel, door herhaaldeaanvallen van bloedfpuwing, podagra en andere kwalen gefchokt,dikwerf reden gegeven hadt, om voor zijne dagen teVrezen, bevondt hij zig egter in de laatfte jaren van zijn levenin geen ongunftigen ftaat van gezondheid, en zijn doodwas fchieüjk en onverwagt. Vijf of zes dagen te voren hadthij zig enigzins onpasfeüjk bevonden, doch fcheen volkomenherfteld te zijn, hadt dingsdags avonds met zijne gewone vrolijkheidenen wekelijkfen vriendenkring bijgewoond, en denvolgenden nagt gerust geflapen, toen hij, 's morgens ontwakende,pijn van podagra in zijne hand gevoelde, die binnenweinige minuten tot de borst oyerfloeg, hem dodelijk benauwde,en binnen een uur tijds uit dit leven rukte.Dit levensberigt van Mr. NIKHAS P>ONDT, gevolgd naarhet tafereel, dat 'er door den verdienftelijken PIETER NIEUW-LAND , des overledenen boezemvriend, en die door denzelvenmet een vaderlijke toegenegenheid, bemind wierdt, gefchetstis, en in de Algemene Konst- en Letterbode, VIII. Deel, bL202-204. ene plaats bekleed, bevat nog de volgende befchrijvingvan het beminnelijk karakter, gemoed en zielshoedanighedenvan dezen belangrijken Menfcbenvriend.Het reeds gemelde niets behelzende dat van den gewonenloop der menfchelijke bedrijven afwijkt, mag gefchikt zijn omde nieuwsgierigheid te voldoen van die genen, welke belangHellen in het kennen der lotgevallen des dagelijkfen levensvan die perfonen, welke zij beminden of hoogachtten: maarhetzelve is niet gefchikt om enig denkbeeld der,hoge waardevan Mr. NIKLAAS BOKDT aan zulken mede te delen, welkedie waarde niet door eigene ondervinding of geloofwaardigeberigten leerden kennen. Ook de vrugten van aijnen letter


• BONDT. (NIKLAAS)2 ê 3Srbeid, die onder zijnen naam bekend ftaan, zijn te weinigin getal of gewigt, om 'er hem enigzints uit te beoirdelen.Zijne uitmuntende hoedanigheden van verftand en hart aangewendin de betrekkingen, waar in hij zig bevondt, zijnevoortreffelijke dienften daar door aan de menfchelijke maatfehappijveelvuldig bewezen, waren niet van dien aart, datzij hem enen uitgebreiden roem, in afgelegene gewesten, ofenen duurzamen naam in de volgende eeuwen, verzekeren.Maar zijne nagedagtenis zal in zegening blijven bij allen, diein enige betrekkingen hein kenden; bij ene egtgenote, die hijhartlijk beminde; bij kindeien, wier opvoeding en welvaarthij met de verftandigfte en tederfte zorgen gadefloeg; bij vrienden,die in zijne handelingen hartlijkheid en trouw, in zijnegefprekken onderrigting en genoegen vonden; bij allen eindelijk, en dat getal is zeer groot, die voor zig zelv' of anderenvan zijne eerlijkheid, kunde, fehranderheid en ijver, in onzekerheidof bekommernis, raad en hulp ontvangen hebben,, Als Regtsgeleerde, verdiende hij de hoogfte achting en bewondering.Niet alleen was hij doorkundig in alle takken vanfraije wetenfchappen ,,. die het menfchelijk verftand tot ileraad,ftrekken, en die hem, door zijn fterk geheugen, allen voor.den geest tegenwoordig waren; maar bijzonderlijk bezat hijene uitgebreide Regtkennis, oneindig groter dan men wel doorgaandsbij hen, die de praktijk oeflcnen, aantreft. Dezelvebepaalde zig niet alleen tot het Bnrgerregt, maar ftrekte zigook uit tot het Staatsregt; waar van, om kort te zijn, zijne•verklaring der eerfte artijkelen van de Unie van Utrecht dedoorflaandfte blijk is. Dit werkje in zijne jeugd'opgefteld, is.zo doordagt en volkomen, dat de fchrandere Schrijver derVerklaring van de Unie, Mr. PIETER PAULUS, niets anders heeftkunnen doen dan hetzelve over te nemen, en zijne Verklaringop de andere artijkelen te vervolgen. Hier bij kwam enegrote ervarenheid en ondervinding, waar door hij niet alleenhet vermogen hadt verkregen van ene vlugge toepasfing deiwettenop allerleie gevallen, maar ook ene bijzondere kennisvan herkomften en gebruiken, vooral in den koophandel, bijzon-


BONDT.(NIKLAAS)•zonder van hstïFisfelregt,waaromtrent hij altijd bij aRe gèfë-'genheden de denkbeelden van de fcfiranderftèKooplieden;als bij voorbeeld van wijlen den Heer JOSUA VANDER POORTEN^en anderen, gewoon was ook zelvs in gemeenzame gefpiekkenuit te vorfcben, 'en waaromtrent hij de moegelijke tijdftippen, als in 1763 en 1773 hadt bijgewoond'. Ook munttehij uit in fchr anderheid eh doorzigt, waar door hij niét alleende ingewikkeldlle gevallen tot die w'ettén en hérkomften bragt',waar toe zij betreklijk waren, e:: terftond bevroedde uit welkegrondbeginzels- zij moesten beflist worden, 'maar ook hetgehele in alle zijne delen overzag; 't welk hem in ftaatftelde-,om alles op'orde tè behandelen, en aan zijné géfch'riften,advijfen, memoricn en andère opftellen , ené zeer grote klaarheiden duidelijkheid gaf; van het welk nog de jongfte bewijzenen blijken voorhanden zijn, en te-berde zouden kunnengebragt worden. Voeg hier bij, 's mans bekend vlug vernuft,'t welk hem in ftaat Helde, om in ongewone gevallèn, bijgebrek van wetten en gebruiken, niet alleen te doorzien, waCuit de analogie van het regt moest beflist wordèh, maar ook ,wanneer zelvs de analogie zweeg; wat het natuurlijke regt eh'de billijkheid leerdè, én wat dus de wetgevêr, indien hij nadeswegen ene wet moest maken, zóu voorfchiijven, of moestvoorfchiijven, indien het algemene belang hem voorlichtte.Voeg eindelijk bij dit alles ene ongekreukte eerlijkheid, eenmedegaahd en menschlievend hart; en ieder beflisfe nu zelv,welk een verlies de ftad Amfieidam, hare Regeerders, disKoophandel en de gantfe Burgerij, mét het onverwagt ontijdigflerven van dien braven man geleden heeft,wiens nagedagteniszeer zeker bij die 'van NOORDKERK, nóg lang inde gédagten der Amfieldammers zal ingedrukt blijven, of veeleerdaar nimmer zal worden uitgewist.. In veel andere opzigten, betuigd de verdienftelijken NIEUW-IAND, hêt geluk gehad te hebben, van Mr. NIKLAASvan nabij te leren kennen.BONDTVurige en werkzame zugt voorhet welzijn der menfchelijke maatfchappij, beftieide altoos zijnedaden én woorden.Eerlijkheid en róndheid, en bnjpafrlij-


BONDT. (NIKLAAS)$dige onverfaagde ijver tegen alles, van welken kant ook,wat hem onregtvaardigheid of onderdrukking fcheen, waren,hoofdtrekken van zijn karakter. Door zulk een gedrag behieldhij in het midden der b.uigerlijke onenigheden de achting, hetvertrouwen en de genegenheid, der verftandigen en bravenvan alle partijen. Door vastheid van oirdeel en vlugheid vangeest, gepaard met een vaardig en gepast gebruik zijner uitgeftrektekundigheden, bezat hij de konst van in weinig tijdéen met weinig moeite veel en wel af te doen. Eiken aan-,betrouwden post vervulde hij met de grootfte nauwkeurigheiden met het fchranderfte. beleid. Zijn deelgenoten in het bellierbij het nieuwe fpin- en werkhuis, achtten hem te hoog,om niet gaarne te erkennen, dat men ook in 't bijzonder aanzijn doorzigt veel te danken heeft van de voortreffelijke inrigtingen,die dat grootfe geftigt, 't welk hij reeds bij deszelvsOprigting hielp bellieren, kenmerken en alom beroemd maken.In de dagelijkfe zamenleving, en bijzonder in den vertrouweüjkenomgang met hartlijke vrienden, was hij een der vrolijkfteen aangenaamile menfehen. Overmaat van dringendebezigheden, of afmatting, die daar op volgde, konde hemfomtijds een kort ogenblik van opftijgende drift of nederdrukkendedofheid veroirzaken, doch nimmer zag men die in enigeduurzame ongefteldheid van geest overgaan. Gaarne deeldehij in de genoegens der zamenleving, en nimmer verfmaaddehij den omgang met anderen., bij. welke hij mindere, geestvermogensof geringere kundigheden, doch braafheid en gulheid,ontmoette. Zijne uitgebreide leftuur, en zijne niet minderuitgebreide verkering met allerleis menfehen, hadden zijn geheugenvoorzien met enen rijken voorraad tot onderrigting ofverlustiging; en zijn juist en veilig oirdeel wist daar van altoosop de meest gepaste wijze gebruik te maken. Onderzijne geliefdffe. uitfpanningen, behoorde de beoeffeniing derBotanie en Hovenierskonst, waar aan hij gewoonlijk de laatfledagen der week op zijn. buitenverblijf beiieedde, en waarin hij merkelijke kundigheden bezat. Dus verdeelde hij zijnentijd tusfen bezigheid en. uitfpanning, tusfen Ietteren en, vriendfchap,


4»SIS BONDT. (NIKLAAS)fchap,' en leefde gelukkig voor zig zeiven, ten beste van an


BONDT. (NIKLAAS) »??BONDT (NIKLAAS), Hoogleraar in de Kruidkunde te'Amfieidam, hadt tot ouders JOHANNESBONDT, den jongdenBroeder van den veidienftelijken NIKLAAS BONDT hier bovengemeld, en KATRYNA WYNANDA HOLTIÜS , en was geboren den20 maart 1765 te IVïlsveen, alwaar zijn vader toen ter tijdPredikant was.Met zijn agtfte jaar wierdt hij te Delft opfchool befteld, om de franfe, latijnfe en griekfe talen te leren.Al vroeg hadden zig de vermogens van zijnen geest ontwikkeid,en hij maakte weldra zulke vorderingen, dat hij nietalleen boven anderen uitmuntte, maar bragt het in de latijnfedigtkunde zo. verre., dat hij voor velen zijner medefcholierende latijnfe vaaifen maakte.Bij het overlijden van zijnenvader,'t welk in't laatst van 1779 te Oostzaandam, daarbij toenPredikant was, voorviel; trok hij in 1780, met zijne moederbroeder en zuster, naar Leijden, alwaar hij, na nog enigentijd de latijnfe fchool te hebben bezogt, zig op de Geneeskundetoeleide. Ten jare 1788, verdedigde hij openlijk, en met geengeringen lof, bij het aanvaarden van de Doktorale waardigheid,zijne uitmuntende verhandeling de Cortice Geofrcece Suriname-nftscum tab. Lugdb. 1788.niet alleenVan deze verhandeling heeftMUEEAY in zijne Apparatus Medicaminum, en andereSchrijvers, met veel ophef melding gemaakt, maar ookde Heer BAKE heeft de moeite genomen , om dezelve ten algemenennutte in de nederduitfe taal over te zetten.In den jare1788, wierdt 'er door het Koninglijk Genootfchap van Geneeskundete Parijs, de volgende vraag voorgefteld: Om door vergelijkendonderzoek der natuur- en fcheijkundige hoedanigheden, denaart der verf lullende Melken, als die van de Vrouw, de Koe, deGeit, de Ezelin, het Schaap, en de Merrie, te bepalen. Dezezeer moeilijke vraag ondernam onze BONDT met zijnen vriendSTIFRIAAN, Geneesheer te Delft, te beantwoorden, aan welkantwoord, in den jare 1790, de. gouden, eerprijs wierdt toegewezen.In 1793, wierdt hij door Curateuren van het Athenceum teAmfieidam.^ aangefteld tot Hoogleraar in de Botanie, welkengost hij, op. den 24 februarij 1794, aanvaardde,met eneopenr


S8,$BONDT. (NIKLAAS)openbare redevoering: de utilitate illorum laborum, quos Recen^tiores in re Botanica exercenda pofuerutit, rite cestimanda.de ftudeiende'jeugd hadt een kort genot van de Iesfen dezesdeugdzamen en kundigen Wijsgeers, want hij overleedt in denaanvang van de rijpheid zijner jaren op den iy augustus r7or5flegts den ouderdom van 3r jaren en ruim 7 maanden bereikthebbende, tot grote fmert van zijne nabeftaanden en vrienden,bij wien hij en bij allen die hem gekend hebben, altoosin zegening zal blijven.Zijn lighaamsgeftel was zeer gezond, uitgezonden zijn borst,die uit hoofde zijner rijzige geftalte, enigzins zwak was. Bijden aanval van zijne jongfte ziekte, gaf hij met zijne gewonebedaardheid van geest te kennen, dat hij zijne ziekte als zeergevaarlijk befchouwde: deze zijne tegenwoordigheid van geestbleef hem ook gedurende 't gantfe beloop daar van bij, uitgezondertin die ogenblikken, waar in de ziel onder den lastder ziekte bezweek. BONDT was lid van het provintiaal Ut-'rëchtfe Genootfchap, en van het Geneeskundig" Genootfchap(JËgrotaritibus) te Brusfel.Zie daar, een korte en eenvoudige levensfchets van eenman, die voor de maatfchappij en voor de wetenfchappen inliet bijzonder , 'maar al te vroeg is geftorven, en in wiensvroegtijdigen dood de Geneeskunde enen doorkundigen beoirdelaar, de Botanie enen egten kenrer, de Scheikunde eenijverigen beoeffenaar, zijne Nabeftaanden een tróuwhartigenbijftand , en zijne Vrienden en Bekenden , enen warmen ,ftandvastigen, vriend verloren hebben; getuigen hier van alledie hem van nabij, en ip zijnen gezelligen omgang zijnenvrolijken luim, zijn open karakter, en zijnen edelen inborsthebben leren kennen.BONDT behoorde tot die weinige menfehen, die de natuurniet alleen met bijzondere vermogens hadt uitgerust, om voorzijne tijdgenoten nuttig te zijn, en den horizont der menfebeiijkekennis te verwijderen; maar, wat nog zeldzamer is, debijzondere vermogens van zijnen gegst, en die van het lighaam,ftonden tot elkander in ene gelukkige evenredigheid,


BONDT. (NIKLAAS)iz§en gaven aan zijn karakter ene vastheid, die hem voor veiezwakheden bewaarde, waar aan niet zelden mannen van verdienftenonderhevig zijn.Bij een helder verftand, bezat hij een gelukkig geheugen,en doordien hij veel gelezen hadt, wist hij over alles te inreken, en was daar door zeer geestig en aangenaam in gezelfchappen.Zijn oirdeel was vaardig en zuiver, en wierdt doorgeene vooringenomenheidbeftierd, maar onderfteund doorene verbeelding, die niet verhit noch losbandig, maar geregelden levendig genoeg was, om hem in, voorkomende gevallenten dienfte te ftaan , en alles voor den geest te brengen,wat enigen invloed op de beoirdeliug der zaak hadt,- deze zijne'vlugheid maakte wel eens, dat hij, in zaken van gefchil, watftijf op zijn ftuk ftondt, en fems zijn gevoelen, met wat teveel drift verdedigde; doch zij, die hem kenden, wisten wel,dat dit bij hem niet voortkwam uit gevoel van eigen bekwaamheid, noch uit minachting voor de verdienflen van anderen,maar enkel uit zugt voor de waarheid, en uit ene wezentüjkeovertuiging van de gegrondheid van zijn gevoelen.In zijne vroege jeugd hadt hij niet alleen grote vorderingenin de latijnfe en griekfe talen gemaakt, maar ook in de levendigetalen was hij bedreven.De zugt tot kennis was bij hemene heerfebende neiging, aan welke^hij vele andere vermakenopofferde; niet om zig daardoor een naam te maken, maarenkel om aan zijne natuurlijke begeerte te voldoen.Onder de bijzondere takken van wetenfchappen,warenbehalven de geneeskunde, de botanie en de chijmie zijne geliefkoosdeonderwerpen.In den jare 1701, wierdt hij verzogttot medelid van een natuur- en filmkundig Gezelfchap,het welk kort te voren, door de Heren PAETS VAN TROOST-WYK, PIETER NIEUWLAND en J. R. TDEIMAW, was opgerigt,met oogmerk om zig in deze wetenfchappen verder te oeffcnen,en door nieuwe ontdekkingen der maatfehappije nuttigte zijn; hij nam deze aanbieding met zijne natuurlijke gulhartigheidmet blijdfehap aan; en ingevolge getuigenis van denHeer DEIMAN, hebben de leden aan hem gedurende het tijd-III. DEEL. T V&


tp»BONDT, (NIKLAAS)••frak dat" hij daar van medelid is geweest, enen aangenamer?,;opregten' en gezelligen vriend en ijverigen medewerker ge^hadc; wiens ongemene' vaardigheid van geest, de overige le-.den,' in het ontwerpen van nieuwe proeven, en de daar uitafgeleide gevolgen',- heeft voorgelicht, en zij dus in hunne gezelligeverkering en werkzaamheden, aan hem enen vriendeii medearbeider verloren hebben, wiens gemis voor hun tenC'nemalen onherftelbaar wierdt.-Eerlijkheid,., rondborftigheid, en onpartijdige onvertzaagcefijver tegen alles,- wat hem onregtvaardig en onderdrukkingichsen J waren de hoofdtakken Van zijn karakter; daar bij was Ihij zeer eenvoudig in alle zijne daden en' bedrijven, en hadt.énen' natuurlijken afkeer tegen alles wat naar grootsheid ofuiterlijke vertoning zweemde; dan met dit al, hadt hij grote iachting voor wezentlijke verdienflen van anderen, maar matdezelve nimmer na den gewonen maatftok van rang of tijtel,oiri dat hij op dit ftuk geheel onverfehillig was, en zig zeL.ven' op zijne eigen bevorderingen» niet het allerminfte liefifroorftaan. Zijn karakter was geenzins zo ongevoelig als zijn'uiterlijk voorkomen wel fcheen aan té duiden; integendeel,hij was' gevoelig voor ware vriendfehap; doch hij hadt nietsvan dat- aandoenlijkeydat- weke -en eigentlijk zogenoemde gevoelige',dat'zig aan alles vast hegt, dat alles wil verwarmen,' én fomtijds in zig zeiven geheel koud is, dat alle ogenblikkenhiëuWé banden van vriendfehap ftiengelt, en ook even zofchielijk verbleekt: Hij was in den vertrouwden omgang vanhartelijke vrienden zeer geestig en vrolijk; doch in grote engemengde gezelfchappen, waar bij plegtigheden moestenSébi genomen worden j Was hij ftil en niet in zijn luim.Zie daar lezer }de levens- én karakterfchets van den ge-'leerden en deugdzamen NIKLAAS BONDT $ die, ware zijne Ie-Vérlsbioem niet zo vroegtijdig' afgefneden, van oneindig veeliiüt Edt bevordering van kohftén en wetenfchappen , ontwijffelfcaar'hadt ihêdègêwerkt j- het een éh ander is gemaald doorHÉ peiileéi van zijiiëil hartvriend J, R. DEIMAN, beroemdWWtftl feé-üèééeifïj 0fl diep ondcrz'öökëf Vari de fcbéUküiUin


BONERUS. (MATTHYS)MJamde en andere wetenfchappen; niemand kon den Man be-.ter beohdeien dan deze , doordien hij in een ailergemeenzaainfteverkering met hem heeft gelecft; men vindt ze geplaatstin ren N. Konst- en Letterbode, II. Deel, bl. 75-77;waar uit het ais een waardig gedenkftuk is overgenomen. Dagrote Oudheidkenner en zcetvloeijende Digter HTKROJMYMUSDE BOSCH , heeft ook den welverdienden roem van den overle*deuen door een allerfchoonst latijns gedigt aan de onfte;felijkbeidtoe... djd; te uitgebreid zijnde om hier in zijn geheelgeplaatst ;c worden, zullen wij ons vergenoegen het flot daajrTan mede te delen; ex imgue leonem.Nunc non ulltts adest, dum Chloridis arva pererrat,Qtufita non lacrymis irriget orapiis:Noster at Me dolor, queis non modo doBa foclalisLingitff, led integri vita probata fuit,Laeins ut intrabat jlacido cocnacida vultu,Signa voluptatis candida quisqne dabat.Ut verbis animpfus ere:, quoque Jic fine fastttMij. elat blandis verba Jevera jeeis.In Jaitis dictisque et in omni tempore vitaeNativae enitutt funpUcitatis amor.Qfficioque capax f ungi, quod fuadet honestas,Pectus ddornalat candor, et ora pudor.Nos, duin'fata finunt., memores vivamus amictytf. e pia maheat merite reposta fides:Cmmemorarc juret fuaves qiws gratia moresFin iets, et ingenii vera videntis opes:Dulcis amicitiae quoties nos colligat ardorDe focia toties grata loquela cadat.Sic, qui moesta fui NIEUWLANDI funera fervat,Hoe tuvruio BONDTI molliter osfa cubent.BONERUS (MATTHYS), een jongeling van een zeldzamegeleerdheid en verheven vernuft, is geboren te Venloin Gelderland, en verkreeg de doktorale waardigheid te Leuven.Door zijne verhevene kundigheden en vlug oirdeel, zou hijT ahet


• ÉÖNËWSl (LAURENS) BONFRERlüS. (JAKOB)fetf ver in- de- loopbane der fraije Iétteren gebragt hebben,•w-asde-'dbod niet ontijdig gekomen, om hem daar in teWéiteftuw-,hem te Keulen- agterhaalde- in 1614. Men heeft vanÊm een vertoog tot lof der Handbusfe ,-geftelt tegen den laster*» Handbusfe van- ER-TCÏÜS PUTBANUS, beide te Leuven uitge.fprokeb,- en-onder den volgenden lafijnfen tijtel gedrukt: De.gamatio pro Sclopo>> oppqfita vituperio Sclopi ERICIÏ PUTEANIiraque oratio- Lovtmii in Auditorio Trilingui publicé habita. Lovióoy. in ito. « F. SWEERTII, Atlien. Belg. J. F. FOPPENST$ibl.- Belg. p. 87cvtiONÏlTÜS (LAURENS), van Artoïs geboortig, heeft int licht gegeven: Biftitutiones Linguce utriusque, QrthogkapMamEty;Mogiam, Syhtaxin, Bmfodimn complectens. Antv. 1572. 8«f*' J' F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 805,BONFRERIÜS (JAKOB), Jefuit en geleerd' Bijbelverklaarder,-wierdt » 1573 geboren te Dïnénf, een ftedeken in hetprinsdom van Luik, aan den' regtér oever van de Maas gelegön'iZijne Ietteroeffeningen volvoerd hebbende, ging hij tothét genootfchap der jé finten over, nam verfcheidene bedieningenonder hen waar, ais ónder anderen die van Hoogleraarin de hebreeuwfe taal, welke hij gedurende een lange reeksvan jaren niét Veel roem heeft Waargenomen.Zijne jarenklimmende, verkoos hij tot gdnot van rust, tc Doornik te gaanwonen, alwaar hij godsdienftig ftierf, den 9 meij 1643, inden ouderdom van 70 jaren.-BoNFRERiüs, was bijzonder geregeld in zijne zeden 5 ookhinderden zijn diepdenkende ftud'ién hem niet, om zig in debeftieringvan ftaatszakén allerbekwaamst te maken. Het blijktuit zijne fchriften j dat hij het grieks én latijn volkomen magti|was, en ineer dan ene middelmatige kundigheid fn het hebteeuws bezat; vérder, dat hij een goed Poelet en diepdenkendÖodgéieèrde was ; ervaren in de tijdiekenktmde en de oudhedeni voorts bedreven in het beoiidelen van Schrijvers, enbhgè'éérd in de gewijde geogrfephië.. Een gelukkig geheugen,ffi fegg Köhdig ëh 6p|êné1dad oifdeèi, gevoegd bij uitgeftrektg


& •kundigheden, -fielden hem in fta 3t,i Qm L8e ;H. ,-S.cbrift #•verklaren, welker beoefening zijnen .wellHst.alto}aakte>;S.WEEPT*rus fchildert hem in deze bewoordingen; Mn -vulgari •doctmdinfmittus, ff.raris virtutum ornamentis infignitus, indujlria mira-Mi, incrsdibüi m rebus agendis prudentid, ncemmi ingenti, fopitüsftmijudiaii. En VALEEIUS ANDREAS tijtelt bem : Multiplkis'Ar eruditknk, ingenii Jagacitaie, judicii maturitate, flyli facili-.tate ac nitore, memorice denique tenacitate in primis exellens.Zie hier ene optelling der vrugten door zijnen arbeid voort-•gebragt: i. J. BONFRKKII, Societatis Jefu Theoiogi, ;in-totagf;Scripturam facram Fraelaquia. Antv. 1625. in folio; herdrukt .in.-de verzameling onder dezen tijtel uitgegeven: R. ;.p, jp A?t-;5TEPH. MENOCHU, Dr. Theol. è Societate jefu, Comment. -adiotius S. -.Scriptwee intelligentiam faeilè pa-ondom, Lut. fP&is.1719. fel. in bet II. Deel, bl. 3--S5. var.fet Aanbangzel;• ookdn de volgende uitgaven van MENOCHIUS , - en bijzonderin dendruk te Venetien, ex tijpogr. REMONDINIANA, 1j5S.fj1l.-T.. III. 1:p. i.~6i. -2. Pentateucr.us Meyfis -Commentano üluftratus .ffc.Antv. 1625. fdio. 3. Jofue, Judices ff Ruth, Comment. illuftrati.Paris. 1631. folio. 4. Onomasticon urbium ff Iccorum S,.Scriptlira: ; feu liber de-locis Hebraïcis, ab EUSEBIO gracè primum,,d«'?irfe.fl&.HiEEONyMO latiné fcripius; in commodiorem nunc .erdinem•vedactus, ff variis addiiamentis auctus opera JAO. ÏBONFRERTI foc,Jefu. Paris. 1631. foUo. 5. Libri Regum ff Paralipomenon,Comment. •iUujïrati. Tornaci. 1643. folio. 6. Twee latijnfe Digt-Rukken, het ene aan 't hoofd van de verhandeling van LESSIUSde Jujtitia ff Jure; en het andere voor het werk -vgn ;JANVERINGUS, de Jejunio ff Abfiinentia. Deze digtftukken Rrek-•ken ten -waarborge, hoe verre BONFRERIUS reeds in dit ,vak•van kundigheid gevorderd was. • . F. SWEERTII, .Atlieii.•Mg. ip. 356. .VAL. AKDR. , Bibl. Belg. -p. -402. ;KCN WII,Ml. Vet. ff Nov. J. F. FOPPENS, Bibl. Bèlg.p. 502. vC. SAXI,dd)mm. liter. Pers rIV. p. 325, 326. -SIMON, tUfi. Crit. du V,.'Test-ed. d» -1680. p. 474 , 475. DOPIN, Bibl.-des jAutk.ted. d'Amft. Tom. XVII. p. 132, 133. DAV. -Cu&iwr* £ik£}i-ienfe,, T. V. p. 70, 7-1. PAQUOT, Mem. litter. T. Xi.-p.-^Jj5&Qj$*


294 BONGA. (JAN)BONGA (JAN), een Friesch Edelman, tras Grietman variWestdtmgeradeel, federt het jaar 1560, bij afftand vanSATCÉRINGIE, en werdt in dien post, waar van hij vrijwillig rPftond,opgevolgd door REINIER FRITZMA of FRITEMA, een*Spaansgezinden in 't jaar 1567. Door zijn huwelijk met SYTS-KE AYLVA, welke, na zijnen dood, hertrouwde met DOEKEAYSMA, Grietman van Ferwerderadeel, was hij nauw verbondenaan de AYLVA'S, en meer andere vrijheidlievende geftagteijin Friesland. Hij woonde te Hohven op Bonga-State, en ondertekende,na J t verdrag der Landvoogdesfe met dei Edelen,hun verbond; uit welken hoofde ALVA hem, twee jaren later,naar Antwerpen ontbood, om zig te verdedigen, en BOX-GA niet verfchijnende, fchreef de Hertog een vonnis van bannisfementen verbeurte der goedeien tegen hem, 't geen ookin Friesland opentlijk afgekondigd is. Wel verre dat dit gedragvan ALVA hem den moed zou benomen hebben, was hijintegendeel een der eerften," die de wapenen voor vrijheiden godsdienst, in Friesland bragten. Hier door verwierf hijveel roems. Zijne pogingen voor 's lands welvaart zijn ook,breedvoeriglijk geboekt door JOANNES CAROLUS. ZO lang BON-GA Grietman van Westdmgeradeel was, fehijnt hij niet bekendgeftaan te hebben voor een der verbonden Edelen. Doch,toen Graav LODEWYK van Nasfati, ten jare 1568, met een legerin Groningerland kwam, voegde BONGA zig openlijk bijdenzei ven, en werdt Hopman van een vaandel voetknegten.Meest alle de Frifen die der Nasjaufe zijde aanhingen, diendenop zijne kosten. Het leger van Grave LODEWYK doorALVA , te Jemmingen geflagen wordende, ontvlugie BONGA ternauwer nood, met agterlatinge van zijne wapenen en goederen;doch bleef ftandvastig in zijn voornemen, om Frieslandden Spaanfen onnut te maken en te ontrukken. Bemerkendedat het oorlog te lande, bij gebrek der nodige middelen,niet kon gelukken, beproefde hij het ter zee; rustte fchepenuit; kreeg groten toevoer van volk; en werdt een.der eerftehoofden van de vrijbinteren, die der Friefen kusten onttrusten,cn de fchepen en goederen van zuiken, die '.£ met ALVA en&


jBOJSGA. (JAN)-$g|de Spanjaarden hielden., wegnamen.. Zijne verrigtingen te -water,baarden wel groten fchrik.en enige ,fchaden ;; ,doeh ;zij warenniet toereikende ter verwervirge van vrijheid. .Hij -yer-•dubbelde dan zijne pogingen, na dat de Brisl en M'Jiuizen.zig•voor den Prime VAN SQBANJE verklaard ihadden. .Hij Rorfkrijgsvolk., 't gene tc Embden fcheep ging, met oogmerk ,q(SDokkum in ten.men; dan dit mislukkende, wierdt .hij genoodzaaktzijn fchepen te verlaten,, en met zijn volk te lande devlugt te nemen voor de Spaanfen, die hem, -vrugtelqosj yer-•volgden. Hij kwam behouden te Enkhuizen, van waar hij -ws».der naar Friesland overftak; en hij nam aldaar Sneek dn .bezit,waar toe hem benevens HETTINGA en GABBEMA , bekwame ge»legenheid gegeven was; men haaide hen hier in met alle eertekenen, en vele voorname Edelen kozen hunne zijde, fijthadt hij een' vasten voet in .Friesland, -tot büjdfchap .van deliefhebberen der vrijheid en van den Hervormden godsdienst; orawelken te leren, een Predikant derwaarts geroepen en .aangefteldwerdt, gelijk reeds in 't jaar 1566., twee hervormdeLeraaren het woord der zaligheid, in die ftad verkondigdhadden. Sneek verzekerd hebbende , kreeg BONGA .ook jda:ftad Bolsward, door een ftout en welgelukt beftaan; en keerde•te rug naar Sneek, in welke ftad hij, andermaal,-met gejuigontvangen wierdt. Welke lotgevallen hem naderhand, voonütoen de Geuzen genoodzaakt werden Friesland te ruimen, :ga-.-trofien hebben, verzwijgt CAEOLUS. "Zeker is het, dat BONGAden Nasfavfn getrouw bleef, en ijverig voor 's Lands hei'.,'Schoon bij zig anders meest met oorlogzaken ophieldt, fffggihij egter een der Edelen, die, in 'Friesland, fterk -sandrongeuop 't fluiten der .Unie te Utrecht. .Hier toe werden de Voj.-imagten van dat gewest fterk aangezogt .dotjr .AUSONIUS .VA-JJ•GALAMA-en FLORIS TUIN, totdat einde derwaarts gezonden,;,•en zij waren hier toe wel gezind. -Doch alzo de •Voimagten.in dit ftuk niets wilden .aanvangen, .buiten goedvinden-.van• den Grave VAN RENNENBERG, Stadhouder van 'Friesland.» 'hsh--(ben zij hem een fmeekfehfift overgeleverd, -cn daar in ver-„zogt, dat hij, zonder acht te flaan op de tegenkantingen \-en'T 4 tin-


*9G BONGA. (WILLEM)anderen, de -.Unie wilde ondertekenen én door die van Fries>land doen onderfchrijven.Dit verzoekfchrift was getekend,behalven meer anderen, door JAN BONGA, EroDOUWMA[DOEKE MARTNA, WILCO VAN HOLDINCA, OENE VAN GROU-STINS, LAAS JONGEMA, IDZARDA, GALAMA, HEREMA, JULIÜS. en SYDS VAN BOTNIA, die ook allen tot de verbonden Edelenbehoorden, en ongemeen veel toebragten tot het aannemender Utrechtfe Unie.BONGA begaf zig in 't jaar 1579, naarBolsward en Sneek, om deze Heden met enig krijgsvolk, oplast des Graven VAN RENNENBERG , te bezetten.De zijdgangenen verraderije van dezen Stadhouder openbaar wordende,bleef BONGA ftandvastig en den Staten getrouw, op wier bevelhij Leeuwarden, kwam bezetten, en tegen de aanflagen derSpaansgezinde,! verzekeren.Ook begaf hij zig naar Harlingen,met oogmerk om het blokhuis of kasteel den Rennenberg/en teontweldigen; doch geweld was onnodig, daar men door een'geestigen krijgslist volmaaktlijk zijn doelwit befchieten kon:zie BAILLY. Wanneer de fchans Op/lag, in 1580, door REN­NENBERG belegerd was, werdtBONGA derwaarts gezonden,met mondbehoeften voor de belegerden; doch hij kwam te'laat, en na dat het verdrag der overgave reeds gemaakt was. '*t Kan zijn dat hij, omtrent dezen tijd overleden zij; om datmen na 't jaar 1580, nergens van hem iets gemeld vindt." J. CAROLÜS, de rebus Billaei in Frif. geflis, p. 7, 8. 38.


BONGAERT. (VAN EEN)2 O Y• BONGAERT (VAN DEN) , BONGARD , BOGARD of3O0MGAARD, is denaam van een adelijk geflagt, 't welkzig in de XVde eeuw in Holland onthielde.Sommigen hiérvan, begaven zig naar 't Vaikenburgje; anderen naar Utrecht,in welk landfehap zij in de Riddeifehap befchreven werden.Hetichujnt dat 'er omtrent deze tijd meer dan een geflagtvan dien naam geweest zij, doch dat, waar van hier gefprokenwordt, was zeer oud en adelijk. Het was naauw vermaag»fchapt aan de gefiagten van TURK,SPANGEN, REEDE, BRONK-HORST en anderen, en 't bezat de heerlijkheden van Bongard,Nijenrode, ter Lucht enz.Connoisfance de la Noblesfed'Utrecht. pag. 14, 15. VAN LEEUWEN, Bat. illuftr. bl 1104.GOUTHOEVEN, Kronijk, bl. 621. J. W. TE WATER, Verbondder Edelen. II. D. bl. 264, 265. aant. (*).'BONGAERT (BERNTVAN DEN), uit het bovengemeldegeftagt gefproten, 't welk afkomftig was uit het huls van WAS­SENAAR, door FLORIS VAN DEN BOOMGAARD, zoon van KLAASHORST, en kleinzoon van ARENT VAN DEN DAMME, die eenbroeder was van FILIPS VAN WASSENAAR , Burggtave van Leijden.Men vindt in de Leenregisters van den huize van WAS­SENAAR, dat DIRK VAN WASSENAAR, zijnen oom ARENT VANDAMME met enig land beleende, in 't jaar 1367.BERNX hadtin huwelijk MARIA VAN REEDE, dogter van GODART, Heretot Saesfeld, en van GEERTRUID VAN NYENRODE , Vrouwe terHorst; en na dezer overlijden, bezogt hij voor de tweedemaalhet egt-altaar, en herhuwde met SANBERIXA VAN BRE­DERODE, natuurlijke dogier van Here REINOUT, welke weduwezijnde, overleedtden 5 maart 1617. — — ' J . W. TE WA­KS, Verb. der Edelen, II. D. bl. 254, 255.ofBONGAERT (JAN VANDEN), ouder broeder van BERNTBAREND, was Heer van Bmgard in 't land van Valkenburg,en hadt in huwelijk eerst ANNA VAN MACHEREL, dogter vanJOHAN, Here tot Balgoij en HILLE COCK van Opijner.; naderhandALYD VAN REEDE. Hij werdt,. boven de gewone Riddérfchapvan Utrscht, verfchreven., o:n Keizer KASÜL te verï5 wei-


2jS liONIES.ES. (KAREL DE) BGNÏFACIUS.welkomen. In 't jaar 1602 is hij, in hogen ouderdom over*Jeden. J. W. TE WATER, Ferb. der Edelen, IJ. D. bL;265, 26(5.EONICOLLIUS (JOHAN DRABBE), 21e GOETHALS.BONIERES (KAREL DE), Baron vzn Auchij, geboren te'Atrecht, is-Gezant geweest wegens den Spaanfen Koning FmrsDEN IV, bij SIGISMUND en ULADISLAUS , Koningen van Polen;ook was hij lid van den Oorlogsraad te Madrid, cn heeft tevoren verfcheidene krijgs- en andere bedieningen waargenomen.Het was een buitengemeen zedig, voorzigtig en weldadigmensch, muntende inzonderheid uit in godsyrugt en beproefdetrouwe voor zijnen Koning. Hij ftierf te Madrid den24 meij 16S8, in den hoog gevorderden ouderdom van 88 jaren.Hij heeft in het fpaans gefchreven: 1. Arte Militar, dcducta de fos principios, Caf. Aug. 1644. W Ato. 2. Eptome flareadode los commentarios de Cajo Julia Ccefar. Farfav. 1647. in4tc. J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. pag. 150.EONIFACIUS, is geweest de tweede Bisfchop van Utrecltten de opvo'ger van WILT.E.-.PORD. Hij was Monnik in Engeland,in de taal van dit volk WINFRID geheten, en kwam met.de toeftemming van zijnen Abt in het jaar 717 in gezelfchapvan nog twee andere geloofsijverende Kloosterlingen, te'fcheeplangs den RJiijn te Duurflede, van waar hij naar Utrecht toog.,.ten einde van den Friesfen vorst RADEOUD, die zig toen tertijdaldaar bevond, verlof te verzoeken, het Euangelium aan•zijne Heidenfe onderdanen te prediken; dan RADBOUD meerdergeneigd om de Christenkerken , welke onder 't opzigt vanWILLEBRORD reeds in Friesland gelligt waren, te verdelgendan den verderen voortgang van die leer te begunftigcn ; keerdehij naar Engeland te rug, om de verkiezing van.enen nieuwenAbt van zijn klooster bij te wonen; zulks venigt zijnde, tooghij naar Rome, en wierdt door Paus GREGOOR DEN II, met eenvolmagt voorzien, om als zijn zendeling bet geloof aan de;nog Heidens geblevene onderdanen des Franfen rijks, te. predikt


BONiFACIüS* £99ften. Des begaf zig BONIFACIUS door Tirol naar Beyeren, alwaarhij enen aanvang maakte met prediken. Op gelijke wij.ze gants Duitsland doorreizende, kwam hij eindelijk te Tliuria*gen. Hier was het dat hij den dood van den Friesfen HoningRADBOUD verftaande,terftond befloot tot oen togt naar Frieslanden hij beftondt, zo ten zuiden van Alkmaar, als te Agtlenjmye,gelegen aan de Meije bij de Vegt, even gelijk ook bij hetViie, met enen vurigen ijver en de medehulp van enen GEM-BERT, het geloof te prediken, de ree 's bekeerde FrüJ'en te dopen,en den afgodendienst zo veel in zijn vei mogen was tefnuiken. Hij Raagde hier in zo wel, dat WILLEBRORD zijneeigene zwakheid en den dagelijks toenemenden ouderdom,in aanmerking nemende, befloot om \ zulk ten ij vengen geloofsverkondigerals BONIFACIUS was, tot zijnen opvolger inhet bisdom van Utrecht bij zijn leven in te Wijen, Dan deze©hielende om zijnes jeugdigen leefiijds wille, daar toe onwaardigtc zijn, wees die aanbieding van de hand, en begafzig na drie jaren het geloof in Friesland verkondigd te hebben,naar Rome. alwaar hij op den 30 feptember 723 door GRE­GOOR DEN U. tot Bisfchop gewijdt werdt, en om de door hc;naangevangene geloofsbekering uitgebreider voortgang te doenhebben, voorzag hij hem met verfcheidene brieven van voorfchrijving,zo wel aan voorname geestelijke als wereldlijkeperfonagien, ten einde hem bij alle gelegenheden de behulpzamehand, in 't voortplanten des geloofs tc bieder; ook verhiefhij hem tot de Aartsbisfchoppehjke waardigheid, na datbij tc voren reeds, te weten in 737, me het opengevallen bisdomvan Mentz, door KAREL MARTEL.was begiftigd.BONIFACIUS woonde in de hoedanigheid als Bisfchop vanMentz, de Kerkvergadering van l'Eftine, een Radje 'mHenegotiivengelegen, bij, welke zam erge roepen was cioor KAROLOMAN,die ook BONIFACIUS, tot Bisfchop van Utrecht aanftelde, ,wc!.k bisdomopengevallen was door het overlijden van WILLEBRORD. JVahet bekomen zijner bevestiging, zakte hij in het gezelfchap vanverfcheidene Geestlijken den Rhijn af, begaf ziglangs de A$snaarfemeiren naar het thans genaamde Koordhollund, dat toentter


fiONIFACJUS,ter tijd nog door veelvuldige met de zee gemeen liggende-wa*teren in verfcheidene eijlanden was verdeeld, die allen 'nietmin onderfcheidelijk genaamd, dan derzelver inwoonders wild


B'ONIFACIÜS'.ScH•Wt, ffiet ene ongehoorde verwoedheid op de aldaar gelegerde*Christenen aanviel, die ook ftraks de wapenen opvatteilen ,om aldus het aangedane geweld met geweld te keer te gaan.BQNIÏACIUS nogthans, mids deze alom opgaande wapenkreet»,verzeld van alle zijne bijëengeroepene Geestlijken, uit zijnetent zig bij diegenen vervoegd hebbende, welken voor hemde wapenen hadden opgevat, beftondt hen ftraks het agteryolgcnvan het reeds aangevangen gevegt, met deze woordente verbieden: „ Mijne kinderen, die ik in den Here geteeld„ heb, houdt rog op van (Lijden , dewijl ons de Heilige Schrift„ te regt leert, dat men geen kwaad met kwaad, maar zelvs3, het kwaad met goeddoen vergelden moet. Dc lang gewens-„ te dag onzer vrijwillige ontbindinge is nu voorhanden; des„ verfterkt u in den Heere, en Helt uwe hope nevens mij op„ hem, en hij zal uwe zielen verlosfön." Vervolgens zignaav zijne Priesters, Diakenen en verdere nevens hein ftaandeGeestelijken wendende, vermaande hij hen thans dapper vanmoed te zijn. „ Vreest niet," waren zijne woorden, „ die„ het lighaam wel doden,.doch dé oiifterfFelijke ziel niet be-„ fchadigen konnen , maar verheugt u integendeel in den„ Heere, en vestigt het anker uwer hope op GOD, die tot„ ene eeuwigdurende vergelding aan ulieden eerlang, ne-„ vens de Engelen en Godzaligen, ook verblijf in zijn he-„ mels hof zal verfchaflèn; Des laten u de ijdele' aanlokze-„ len dezes levens niet bezwaren, maar wilt dezen korten,, doodftriid kloekmoedig uitftaan, om met CHRISTUS eeuwig-;, lijk in den hemel te heerfchen."Tcrwi.il hij hen op deze wijze met een hart brandende vanliefde opwekte, en voorts bereid was, om hen nog meerderenmoed bij te zetten,viel de verwoede menigte, mids zij nugeenen tegenftand meer ontmoette, op BONIFACIUS en deszelvsgevolg aan, en hen ten getale van 53, van 't leven beroven'de, baande zij hun dus den weg tot enen beitendigeren heilftand.BALUZII, Capitul. Reg. Franc. Tom. I. p. 146.Epiftol. Banif. apud MIIUEUM in Cod. Deen. piar. Tom. I. p. 14-OTHLONUS, vita Bonif. Lib. I. cap. 38.WILLIBALDUS , yita


302? B0NÖM0NTE. BONSER. (ADRIAAN)Eonif. Cap. XI. p. 23-26.BEKA fcp HEDA , de Episc. Ultraj.;-turn nmis EVCIIEUI in IIEDASI, pag. 33-38.A. MATTHJEI,Vet. ccvi Analeeta edit. in Ato. Tom. III. p. 22-27. 'G. v. Loot?diende Holl. Hifi. I. D. bl. 332-346".BONOMONTE (ROBBERT DE), geboortig uit Henegoulwen, cn misfcl.len van dc kleine ftad Bemmont', is geweest eenDominikaner Monnik, die zijne geloften deedt in het kloostervan die orden te Vqlenciennes omtrent het jaar 1497; vervol,gens wierdt hij Prior van dit klooster, en daar na van dat vanJn-as en St. Ömer. Hij ftierf den 10 october 1557 in eenhogen ouderdom; den lof in zijn graf wegdragende, dat hij eenbra if man was, ijverig in het waarnemen van zijnen pligt, eenvroom Geestelijkeen welfprekend P.ediker. Hij heeft indruk uitgegeven: Fundamentum aurcum omnium mini Sermonum,tam de Tempore, qudm de Santlis, F. NICOLAI DE GARRAN, OrdjriisPredicatorum. Parif. NICOL. DE LA BARRE, 1509. ïzmo., Scriptam Örd. Breed. Tom. II. pag.' 164. PAQUOT, Mem.litter. Tom. V. p. 168, 169.BONSER (ADRIAAN), is geboren te Gouda, in, of omtrenthet jaar 1533, uit een aanzienlijk geilagt. Na in de eerftegronden der letterkunde in zijn vaderftad onderwezen te zijn;voltrok hij zijne ftudien met veel roem te Leuven, oeffenendezig eerst in de wijsbegeerte en vervolgens in de godgeleerdeheid.Men wil dat hij den beroemden VIGLIUS als kopiist tendienfte geftaan heeft, en dat hij aan dezen Staatsman zijne bevorderinghadt te danken, want Licentiaat in de godgeleerdheidzijnde, wierdt hij door zijn toedoen Deken en Pastoor vanMiddelburg; doch wanneer die ftad in 1577 aan den Prins VANORANJE wierdt ingeruimd , moest hij die ruimen , en wierdt metde bezetting naar de Flaavfe kust overgevoerd, alwaar hijeerst Pastoor van Dijxmuiden wierdt, en kort daar op Pastooren Kanunnik van St. Martims hoofdkerk te 1'peren, ten tijdtoe dat deze ftad ook in handen van de Prinsgezinden gevallenzijnde,, hij naar Gouda bij zijn bloedverwanten te rug keerde;bij wien hij verbleef tot in "t laatst van, 1584, als wanneerTpe-


BONSER. (WILL.) BONT. (IIUGODE) BONT. (JAN) -333Tperen weder in dc magt der Spanjaarden geraakt zijnde, hij inzijn post wierdt herfleld, dien hij bekleed heeft tot zijn dood,.Welke voorviel in rso3, wanneer hij den ouderdom van 6c»jaren' hadt bereikt. Men vindt van hem getuigd, dat hij eenuitnemend Prediker is geweest.Fasti Acad. Lovun.BocKi'NrrErtGii, Epist. XV. J. WALVIS, Befchrijv. van Goud.i,bl. 283-285.BONSER (WILLEM), mede een Goudenaar van geboorte,Wierdt in 1581 Hoogleraar in beide de regten te Bolognc; znVervolgens Handfchrijver of Amanuenfis van den Kardinaal DENAVAKRE te Rome. In zijn vaderftad te rug gekeerd, huwdehij aan N. lies :::oAAL, dogter van JAN JAKOSZ. ROSENDAAL,Burgemeester, en zuster van den Raadsheer TEMILIUS ROSEN-ÈAAL, én overleed te Gouda, in 't jaar 1603. —— J. WAL­VIS, Befchrijv. van, Gouda. bl. 285.BONT (HUGO DE), is geweest een vermaard Kegtsgeleerde,en van 1560 tot 1566, Penfionaris zijner gebobrteftadMiddelburg; naderhand, namelijk in 1574, Gezant wegenshet Hof van Brusfel op de vredehandeling.BONT was niet alleen een geleerd man, maar ook een begunftigervan allen, die de geleerdheid oefTendeu; en hij munttein zijnen tijd uit, in het maken van latijnfe vaerfeh, waarvan hij blijken' gaf in zijne begroeting aan NIKLAAS DE CAS-TEO , bij deszelvs aanftelling tot eerften Bisfchop van MiddiLburg. Hij is te Antwerpen overleden. — VIGLIUS ad Hop-PERUM, Epist. CCXXIII. p. 794. Lijst der Reg. van Middelfoirg.WAG., Vad. Hifi. VII. D. bl. 26.BONT (JAN), een oom van WILLEM BONT, is geweestDoktor in de Regten , in 1427 Kancelier van Braband, Kanunniken Treforier van de hoofdkerk te Kamerik, Aartsdiakenvan Famenne in hetftigt vmLidk. JAN BONT ftierf in een hogenouderdom in 1453 , na veel goeds aan het Hogefchool van•Leuven bewezen te hebben. Hij was .de neef van een anderenWILLEM, die Kanunnik was van Si. Cudida, Secietaris enRaad


S04 BONT. (WILLEM)Raad van JOHAKNA , Hertogin van Braband en Stigter van hethospitaal der twaalf Apostelen te Brusfel. Men leest nog hetvolgende opfchrift in de kapelle van dat huis: «öiet te bont.Damum .Apoftolorum fundarit WILHELMUS BONT, Canonicus Eclefice St. Cudulce, JoamuB Ducisfce Brabantice Confiliarius,1304. Batmum fecutus, ditavit & auxit JOANNES BOKT, J. U.E)., Archldiaconus Faminice in Ecclefia Leodienfi, CameraceThefaurarius, S. Gudula Cantor et Canonicus, Cancellarius Bbantice, anno 1445. PAQUOT, Mem. litter. Tom. XII. p.127. not. (af.BONT (WILLEM), dien men ook WILLEM COSTER genoemdvindt, wierdt te Leuven geboren omtrent het einde van deXlVde eeuw. Hij volvoerde het grootfte gedeelte zijner letterkundigeoefTeningen te Parijs, alwaar hij in 1427 Meesteren Hoogleraar was in het vak der fraije letteren; ook wierdthij op den ir meij van het zelvde jaar, tot Meester in beidede Regten bevorderd. In de Nederlanden te rug gekeerd, w.'erdthij ingevolge bet gebruik van dien tijd, met verfcheidene voordeligekerkelijke ambten voorzien ; want men maakte hemAartsdiaken van Antwerpen, Kanunnik van St. Gudula te Brusfel,en van St. Bieter te Andemach, Kapellaan van Paus MAR-TI.VUS DEN V. of EUGENIUS DEN IV, en Auditeur van het gewijdepaleis; vervolgens in 1440 Deken van de hoofdkerk vanSt. Bieter te Leuven. In het zelvde jaar volgde hij JAN DEREYSEN op, in de hoedanigheid van gewoon Hoogleraar in hetkerkelijk regt aan het Hogefchool te Leuven. Hij ftierf den10 julij 1454, en men vindt van hem getuigd, dat hij een derfchranderfte Regtsgeleerden was, van het tijdvak waar in hijleefde. Men heeft van hem: Ouodlibetum dc Ufuris, & emptioneredituum vitalium ac perpetuorum. Gedrukt te Parijs in 4en naderhand geplaatst in het Vilde Deel bl. 74. en volg.van den Oceanus Juris, te Lijons uitgegeven. Voorts heefthij verfcheidene andere regtsgeleerde verhandelingen in gefchriftnagelaten, die ten dele te Leuven, en ten dele te Aidxbewaard worden. 1 VAL. ANBR., Bibl. Belg. p. 308.,


BONTEBAL. BONTEKOE. 3c?ff Fast. Acad. 36, 37. 60. 155. 163. Bafilica Bruxell. Tom.II. p. 29. J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 393. PAQUOT, Mem.litter. Tom. XII. p. 127-130.BONTEBAL (KLAAS MICHIELZ.), Secretaris van Zevenhuizen,was in 1623 een der zamenzweerders, welke beflotenhadden om Prins MAURITS van 't leven te beroven. Hij verfchaftehier toe 2000 guldens, en wierdt te Rotterdam hierover, ingevolge vonnis van Schepenen en Mannen van Schieland,op den 3 julij 1623 onthalsd. Het fehavot optredende,was hij in den beginne zeer ontdaan en bedremmeld; dochherftelde zig fpoedig, en'deedt vervolgens een beedvoerigeaanfpraak aan de omftanders; zig beklagende, Gons weldadenzo fchandelijk misbruikt te hebben; bcfluitende zijne reden,met een groot leedwezen over het plegen van zijn misdrijf tebetuigen; waar op hem de Scherpregter een rood mutsje voorde ogen ftreek, en hem het hoofd affloeg; zijnde het lighaamin ftilte ter aarde gebragt. • B. DWINGLO, Verantw. I. D.bl. 14,2. 196. Sententie van KLAAS MICIIIF.LZ. BONTEBAL, gedruktte Rott. 1Ö23. WAG., Vad. FUJI. X. D. bl. 453. 478.BONTEKOE (KORNELIS), is geboren te Alkmaar in 1647 ,-hij is geweest Doktor in de medicijnen, Raad en Lijfartz vanden Keurvorst van Brandenburg, en, volgens fommigen, Hoogle;aar in de geneeskonst te Frankfort aan den Oder. Hij wasgeen groot vooi ftander van de Cartefiaanfe philofophie , enheeft verfcheidene verhandelingen gefchreven ; waar ondereen, daar hij het gebruik van de kofrij, thee, chocoladeentabak, als middelen tot behoud der gezondheid, Rerk aanprijst;ook heeft men van hem in 't latijn : Demonftratio, quod nondeturannus Climatlericus feu 63 ff 80, nee alius fatalis. Alle zijnewerken zijn bijeen verzamelt in II Delen in 4C0., gedrukt onderden tijtel: KORN. BONTEKOE , alfe jïjnc ^hifcfopfttfcDe /JI3cbitiiiatic en


*g?6 BONTEKOE. (WILLEM YSBilANDSZ.}BONTEKOE (WILLEM YSBRANDSZ.), in het Iaatflftgedeelte van de XVIde eeuw te Hoorn geboren, is beroemdgeworden door zijne rampfpoedige reistogten, en wel inzonderheiddooi- dien, welken hij in 1618 naar de Oost-Indiën ondernam,welke allernoodlottigst uitviel. Op den 2.8 decembervan genoemde jaar Hak hij in zee,"met het fchip Nieuw-Hoornwaar over hij als Kapitein het bevel voerde; 't welk met acgkoppen was bemand, van alle proviand, benevens een goedefom gelds voorzien, en verzeld van nog twee kleine vaai tuigen.De eerfte ramp die hem wedervoer, was een vreesfeiijkeftorm, die hem op den 4 januarij 1619 beliep, en diegedurende 15 dagen met de feifte woede aanhield. Menraakte eindelijk na veel fukkeiens en grote ongemakken doorgcworfteldte hebben, den 19 november, op de hoogte vanftraat Sunda, alwaar hem het jammervolfte ongeval trof, datooit een zeeman kan ontmoeten: de Botteliersmaa\ namelijk,volgens gewoonte, met cie pomp brandewijn zullende tappen,hadteen kaars bij zig, en liet ongelukkig een vonk in het vatvallen, waar door de brandewijn vlam vatte, en het vat vanéêrs borst. Liet brandende vogt liep onder in 't fchip tusfende fieenkoïen, die ook in brand geraakten, en zulk een zwarenrook en damp verwekten, dat velen die 'er bij kwamen'er door verflikt wierden. Vervolgens floeg de brand over tot de'olijvaten , en drong van daar voort tot in de kruidkamer; waarop het fchip, daar zig nog 119 menfehen in bevonden, zijnde'er'69 met de*boot gevlugt, in de lugt vloog en in duizendHukken fprong. BONTEKOE , werdt van het halve 3ek in zeegefmeten; hij was zwaar gekwetst, hebbende twee gaten in't hcofd, en hij kost genoegzaam armen noch benen verroeren;doch de fchrik, door den val in het water veroirzaakt,deed hem tot zig zeiven komen, zo dat hij het geluk had,van op den in het water drij venden groten mast te geraken , vervolgensop een ftuk van het galjoen, en eindelijk wierd hij,door het volk, dat in de boot was, gered, en bij hun ingenomen.Hier in bevonden zig nu 72 zielen bijeen, zijndealle de anderen verongelukt; dan bitter was dc ellende dezermen-


BONTEKOE. (VTILLEM YSBRANDSZ.) 307menfehen, want hun ganfche voorraad beitond in zeven of agtponden brood; geen water dan 't geen uit den hemel regende,geen geweer, zeilen noch kompas, ja in een woord, zij bezaten"niets, dan alleen de kunde van den Kapitein; doch dezev/as niet heiland om hunnen honger te verzadigen, welkevan dag tot dag toenam. De Voorzienigheid zond hun enigezeemeeuwen, en in den uiterften nood enige kleine gevleugeldevisfen , die zig met de hand lieten vangen, doch dezeonderfiand hield fpoedig op. Ook niet minder wierden dezeongelukkigen door den dorst gekweld ; fommigen dronken zeewater,enigen hun eigen water, anderen kauwden een kogel;kortom de honger en dorst wierdt zo fnerpend knellende,dat zij het wanhopig befhut namen, om de jongens die zigonder hun bevonden, te doden, en zig met derzelver vlees te. voeden; dan BONTEKOE verzette zig met alle kragt daar tegen, en door bidden en fmeken verwierf hij nog drie dagenuitftel; binnen dien tijd ontdekten zij een onbewoond eiland,op de kust van Swnatra, alwaar enige ververslinge wierd gevonden,en van daar kwamen zij op 't eiland Swnatra zelv',daar zij door een overmaat van druk, door de Wilden wierdenovervallen, die enigen van hun om 't leven bragten; en deoverigen ontkwamen met bet grootile gevaar hunne handen,door middel van de boot; en bereikten in de mist Sunda de'Hollandje vloot, die 23 fchepen flerk was, waar over FREDE-IIK HOUTMAN van, Alkmaar , het bevel voerde. Deze, die opden zelvden tijd met BONTEKOE uit Texel gezeild was, bragthem in 1619 te Batavia; alwaar hij aan den €ouverneur-GeneraalJAN PIETERSZ. KOEN , een verhaal van zijne rampfpoedengedaan hebbende, deze hem het bevel gaf over een fchip,'t welk me: proviand geladen, naar de Hollandje vioot moestzeilen, die zig bij de Molukkife eilanden bevond, ten eindeeen wakend oog op de Spanjaarden te houden.Voorts deedt BONTEKOE nog verfcheidene kleine reizen binnen's lands, ook een togt naar China; waar na hij dentijd uitgediend hebbende waar voor hij zig verbonden hadt,geen lust hebbende om een nieuwe verbindtenis aan teV 2.gaan,


JpS ÊONTEMPS. BQNTIUS.gaan, op zijn aanhoudend va-zoek, ontflag verkreeg, om naarBatavia, te rug te keren.Aldaar gekomen zijnde, deed hijnog enige kleine togten, en verkreeg met veel moeite van denGouverneurCARPENTIER, verlof, om naar het vaderland tekeren, wordende hem het bevel over de vloot gegeven, beftaandeuitdrie fchepen , als Hellmdia , waar op hij zelvwas-, en Gouda benevens Middelburg, die op deze reize beide'verongelukten. Zij vertrokken den 6 februarij 1625 van Batavia,en na veel fukkelens, en het doorftaan van hevige ftormen,liep ECNTEKOE op den 15 november van dat zelvde jaarTèxel binnen.Die omftandiger berigt van dezen noodlottigenreistogt verlangt, leze het bekende Journaal of GedenkwaardigeReize vak W. Y. BONTEKQE.BONTEMPS (AUGUSTYN),omtrent het einde van de XVIde eeuw.wierdt te Arras geboren,Hij begaf zig onderde orden der Benediktijners, in de beroemde abtdij van Lobbesin Luilerland.Doordien hij wel geftudcerd hadt, en fmaakgekregen voor de fraije letteren, beoeffende hij in dat kloosterde latijnfe digtkunde; en Relde 'er het volgende werk op,in heldenvaerfen : Sanila Tetrarchia fantïorum quatuor Coenotiarcharwn,five vitce SS. LANDELINI , URSAIARI , ERMINI , DO­DONIS, Abbatum £ƒ Pontificum Lobienfum.Ook heeft hij nogenige ande-e digftukken nagelaten. VAL. ANOR. , Bibl.Belg. p. 91- J- F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 112. GAZET, Bibl.'Sacrêe. p. 109. PAQ/JOT, Mem. litter. Tom. VI. p. 296, 297.BONTIUS (GEHARD), Hoogleraar in de medicijnen teLeijden, is geboren te Rijswijk, een dorp in Gelderland, in,het jaar 1536.Reeds vroegtijdig wierdt hij door zijn vadernaar Schoonhoven gezonden, tot het leren van de latijnfe taalen van daar naar Leuven, om zig in de geneeskunde te oe!Tenen.Zig hier enigen tijd opgehouden hebbende, vertrok hijnaar gattin, en té Badua tot Meeseer in de r egten bevorderd •'zijnde, keerde hij naar Holland te rug, nam zijne woonplaatste Leijden, en beoeffende aldaar de praktijk der medicijnen.Metde oprigting van de Hogefchool'in die Rad, mhet jaarHui


UONTIÜS. (HUGO) BÖNTIUS. CJMOB) 301ï'575 , werdt hij tot Hoogleraar bevor.lerd.BOOTIUS is verm;ia:i geweest, wegens zijne uitftekende geleerdheid, en we!Bijzonder over zjjne kundigheid In de griekfe taal.Ten aanzienvan den godsdienst, was hij even zeer vervreemd van anve-fchilligheid'als van bijgeloof; zijn gewone zeggen daaromtrentwas:dat de godsdienst noodza'aklijk is, maar dat hij„ geen erger kwaad kende, dan zulke fnoodaarts, die met„ den uitetiijken grijns van godsdie .st, hare affchuwelijke ge-„ breken mogten te oedekken." Verder was hij in zijnen omganggul en openhartig, zonder den minften hoogmoed of verwaandheid.Zaken waar van hem de reden onbekend was enhij de -waarheid niet koste doorgronden., verdienden geen geloofbij hem; doch van de veiborgeriheden van den godsdienst"was hij gew ion te zeggjn: dat het voor 't menschdom een ge-•luk was, dezelve niet te kunnen bevatten. Hij ftierr te Leijdende' 1 15 fëptember 1599, in den ouderdom van £3 jaren, nalatendever zonen en vier dogters. VAL. Asm.,Bibl. Belg.MELCII. ADAM., in vit. Germ. Theol.BONTIUS (riUGO), van Middelburg geboortig, leefde 3«de XVIde eeuw, en was een doorkundig en ervaren Hegtsgeleerde;wiens bekwaamheid en voortreffelijke begaafdhedenmen zoetvloeijende gefchilderd vindt, in HENK. HARTI, SSirtiumLib. I. Eleg. XV. p. 59. door den Arnhem/en HoogleraarHENR. CANNECIETER in 1766 in Ato. uitgegevenBONTIUS (JAKOB)., een zoon van CERAPD BOMTIPS,, Ü€geweest Medicrjne Doktor op Batavia, alwaar-hij ook is-ovet 1 -leden. Hij heeft gefchreven de volgende Latynie verbajicislingen,die na zijnen dood door WILLEM Fise zijn veraafflÖS*en met enige aantekeningen en bijvoegzelen van •bem ;, ibeuevensde nodige platen 'te Leijden in ij.to. zijn gedrukt:: rju fite'Confervanda valetudine. B. Methodiis medsndi. 3. 'Óhi3'-"M'Miv>sin Cadaveribus. .4. Nota in Garciam'db : -Om. j ; 'Bëftn. Jhiam*Ham, £f 6. Plantarum.' Ook is nog van 'shens tt»! Bsg «weis. WHEJ?«ÜSP. ALTINUS» de Medicina .M^niomru '2'aks, BJJK^.ip ^fc.S asss*


310 BONTIUS. BONVOISIN. BONVOUST. BOOM.gevoegd: De Medicina Indorum. Lib. IV. • J. F. FOPPENS-Bibl. Belg. p. 502.BONTIUS (REINIER), Hoogleraar in de medicijnen enwijsbegeerte te Leijden, was de tweede zoon van GEKARD BON-TIUS.Hij is geboren te Leijden in 1567, en is niet minderervaren geweest in de geneeskonst en taien dan zijn vader;daarenboven hadt hij zig met vlijt op het beoeffenen der wijs»begeerte toegelegd, en gaf reeds openlijke Iesfen in die wetenfchap,nog maar 23 jaren oud zijnde.ervarene kundigheid was zo groot, dat de PrinfenDe roem van zijneMAURITSen FREDERIK HENDRIK, hem op ene aanzienlijke wedde tothunnen Lijfartz aanftelden.Hij is den 12 junij 1623 in denouderdom van 47 jaren overleden, en in de St. Pieterskerk begraven.Onder anderen heeft hij gefchreven : &efcMbmjJban fjet bcicg cn ontjrt öer (lab Ectjöen/ meermalen en voorde laatflemaa! gedrukt in 1730 in 's Hage, met platen in 4ta1 VAL. ANDR. , Bibl. Belg. Alma Acad. Leid. J. OELERS ,Befchrijv. van Leijden, druk van 1781. bl. 105. druk van 1641bl. 347.BONVOISIN (PIETER), te St. Omer geboren, begaf zigin r5*7o in het genootfchap der Jcfuiten; hij is geftorven teDoornik den 30 december 1626; en heeftin druk uitgegeven:Veram effigiein charitatis Christiance, d S. PAULO ApostoCorinth. XIII. ad vivum expresfa Sententiis ff Exemplis illufiAudomari. 1C21. J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 956.BONVOUST, is in het begin dezer eeuwe geweest Predikantin de walfe gemeente te Utrecht; hij was een geleerdman, die uitgegeven heeft: Triomphe de la verité ff de la vertu;ingerigt tegens den beroemdenJAQUES SAURIN, over dezesgevoelen betrekkelijk het Mendacium officiofum, of de Leugenom best wil.BONZER, zie BONSER,BOOM(DOMINIKUS), geboren te Antwerpen omtrent't einde van de XVIde eeuw; toog in die zelvde Rad het MOK-


BOOM. (PIETER KORNELTSZ.} 311jNkêriklèed der Predikheren aan; -wierdt vervolgens Onder- "prior van zijn klooster , en ftierf 'er den 2 maart 1640. DezeGeestelijke hadt zig met veel ijver toegelegd om den eerdienst. van den Roozenkrans te bevorderen; hij was Licentiaat ia 3eGodgeleerdheid, en had ene reize naar het IL Land gaban»Hij heeft gefchreven: Corte berclarinsfje ban fjet ^oetafêïjïpbt$ ï'|. üSoofencrant^. SEntto. 1617- i» io"mo. SSntsge g€»s.36mo. üpetxn 1Ö33. i6mo. - — HE JONGHE, Belgium ïkmnkanum,p. 229. PAQUOT, Mem. litter. Tom. IX. p. z-5«hBOOM (PIETER KORNELISZ.), gefproten uit -een aanzienlijkgeflagt te Amfieidam, wiens voorouders en '.nazaten -aldaarook de voornaamfte regeringsposten hebben hekleed, ejaaan hunne vaderftad vele dienften bewezen, was in iSSBjrregerend Burgemeester en Kollonel van de Burgerij , toen•LETCESTER den 3 october van Utrecht komende, .zig Echtelijkop weg naar Amfieidam begaf; daar men geene ksn-Biis van zijn voorhemen kreeg, -dan na dat hij reeds var; £7-ttrecU vertrokken .was. Nu moest men alles in der ijl befchikken,ontbieden, horen, aaufpteken, order geven.; ï welk-niet zonder bekommering toeging. Met het vallen van de*avond naderde LEICESTER de ftad. LAUKENS JAKOBSZ. BxAAi.,Oud-Schepen en Burger-Kapitein, ftond met zijn vendel an•de regulierspoort, om den Graav te ontvangen; doch-hadt'net'hart vol zorg, doordien de duisternis niet toeliet te «oder-Jcheidenï hoe groot een ftcet LEICESTER medebragt, bi; wig»zig, onder weg, fchielijk' enig krijgsvolk zou kunnea genaejJnebben-, maar REAAL'S Sergeant, WILLEM VAN &HL» die Wvoren gediend hadt, doch zig federt op den koophandel bz'ktoegelegd, toonde bij deze gelegenheid, dat hem hét Mjgsmanshart nog in den boezem .ftak: „ Laat2BS" ü * eter hameije uit, Kapitein, en fluitze.agter mij toe. l&xd41, verneem ik iets flinks, waarfchuwec met Cixtea; «o|kome Ier van, wat het wille." De uitbieding anJt^Saa»lijk aanvaard. De Graav, .zonder dat OS Bm. eisjg OdOSlvan .zwarigheid gaf, met een roaög fievolfo v&x êc fMÉI


3i2 BOOM. (BIETER KORNELISZ.)komen, werd heufcheüjk verwelkomd, in 't latijn, door denPrefident-Schepen, JAN KORNELISZ. VERHEE, een man van behoorlijkvernuft, en toen aangefpoord door naarijver, die deaanfpraak te hoger deedt rijzen; want de Oud-BurgemeesterMAARTEN KOSTER, een lieveling van LEICESTER, aangezogttot het doen der aanfpraake, hadt zulks, zo getuigd wordt,uit krijgelheid, en om dat men zijn hoofd niet volgde, geweigerd,wanende dat niemand dan hij in Raat was, om' de eerder ftad te bewaren; waar na VERHEE 't werk op zig genomenhadt, welk hij treffelijk uitvoerde. De Landvoogd trekkendedoor de kalverftraat, bij *t licht der lantaarnen, die tenallen huizen uithingen , werd in 't Prinfenhof geherbergd.Tegen over de poort van dit gebouw, in de Prinfenhoffteeg,hadt Burgemeester KOSTER, die in de doeleftraat woonde, eneagterdeur; waar uit, volgens 't betigt van enen, gelast om achtop zijn bedrijf te geven, een man van zijne geftalte, met enentabbaard bekleed, des nagts, ten hove infloop, ene wijl daarnate rug kerende; doch wat hij daar verrigt hebbe, is altoos,een geheim gebleven. Des -anderendaags hadt LEICESTER dcBurger-Kolonellen, Kapiteins en Luitenants ten middagmaaltijdverzogt, met inzigt naar 't fchijnt, om dezen te belezentot bevordering zijner oogmerken. DANIËL DE BURGGRAAF, Secretarisvan LEICESTER , een Vlaming van geringe afkomst,doch kloek verftand, beftond dan onder de maaltijd, cn na't omgaan van een hartigen dronk, den Btugeikrijgsraad welmet met ronde woorden te vergen, maar genoegzaam indenmond te geven: „ dat men van deszelvs zijde enen voorflag„ verwagtte, om de Burgemeesteren in verzekering te willen„ nemen;" gelijk de Luitenant, BARTHOLT KROMHOUT, diehier zelv' tegenwoordig was, naderhand, aan HENDRIK LAU-RENSZ. SPIEGEL, en deze aan den Hiftorie-fcbrijver HOOFTverhaald heeft. Om de Krijgsraad zulk een heilloos befluit tedoen nemen, bleef men niet in gebreke, de tegenwoordigeRegering der Rad ten fnoodftcn af te malen; doch niemandondernam zig te verklaren op iet, dat hem niet duidelijk ge-«ergd was. De Secretaris verzogt nogthans ftellig, dat meqalle


BOOM. (PIETER KORNELISZ.)313alle avonden, het parool of wagtwoord I.'ete halen van denLandvoogd, zo lang hij in de ftad zijn zou;.en die punt vergdehij, dat terftond moest overwogen worden, 't Geviel, datzig onder de leden van den Krijgsraad, fehoon hij 'er geenlid van was, noch in deze bijeenkomst wettelijk befcheiden,vervoegd hadt LEHMAN BETSEN Roo IENBUKG, een man,fchrijft HOOFT, vol moeds, zonder middelen van gelang, eneen driftig aanhangeling van LEICESTER; misichien, om 't eer-Re woord te Haken, 't welk anderszins in zulke hachgeiijkegelegenheden,, bezwaarlijk over de hppen wil. Terwijl mendan de hoofden bijèenfteekt, en raadpleegt, of men den Landvoogdene eer zou kunnen ontzeggen, die doorgaans, denGroten, daar zij vernagten , gegund wordt, treedt Burge»meester PIETER KORNELISZ. BOOM , die als Opper-Kolonel,den degen op zijde gehangen hadt, onvoorziens, ter kamer in;en ROODENBURG in 't oog krijgende, vraagt, hij hem af, „ wat„ hij, die thans geene plaats in den Krijgsraad bekleedde,,, daar te doen hadt?" De ander bedremmeld, wist niet teantwoorden, „ dan dat hij daar ook als een getrouw Patriot,,, nevens anderen verfchenen was." BOOM, fehoon nog onzekervan de gezindheid der overigen, gebood hem terftondte vertrekken. ROODENBURG hoe fors hij ook ware, zwigtendevoor een woord, dat met beftendig gelaat en burgemees.terlijke deftigheid uitgefprokeu werdt, droop ftjlletjes heenzonder iet meer te zeggen. BOOM , voorts onderregt vanBURGGRAAFS voorftel, liet het hatelijke, welk van ter zijdediende, om den Krijgsraad op te hitzen tegan de Regeringe,onaangemerkt, en verklaarde op het punt van't halen van 'twagtwoord, „ dat daar in niemand dan de Vroedfchap veran-„ dering maken mogt; waarom elk wel toe te zien hadt, wat,, hij begon." Deze hartige taal deed elk agterwaarts denkon, en den gantfen toeleg verdwijnen. Want 't was 'er welverre van af, dat de Wethouders , onder welken MAARTENKOSTER alleen met de Engeifen heulde, LEICESTER en enenhoop vreemdelingen, die zijne zijde hielden, middel verleendjsouden hebben, om,, met het uitfprekeu van 't woord, allef . ' V 5 wag-


Sr4 BOOMS. (MARINUS ADRIAANSZ.)wagten weerloos te maken, ds Burgerij te vermeesteren, deoude Regering af te danken, en den Raadhuize een nieuwsumgezigt te geven. Men hieldt naamüjk, voor zeker, dat dithet minst was, welk LEICESTER vooihadt; want naderhandvernam men zelvs, dat hem ene lijst geleverd was van ^ertienvan de wakkerfte vo.rftanders der vrijheid, onder welkenook de Raad KORNELIS PIETERSZ. HOOFT was, welken hijbefloten hadt'enen fmadelijken dood aan te doen. Ook warenzij, die meest bij hem in 't oog liepen, zeer op hunne hoedezo lang hij in de Rad was; onder anderen, ging de Oud-BurgemeesterREINIER KANT met ene rusting onder zijn kazak, cnkwam hem niet fpreken, dan verzeld van enen Roet gewa-' pende fchutters, die hem vooii de deur opwagtten. He Landvoogddan, befpeurehde dat hom te Amfieidam alles buiten zij rne gisfrng ging, keerde ten volgenden dage, fchielijk naar Utrelt. Dus nam deze gevloekte aanflag van den fnoden LEI-•CESTER op de vrijheid van de ftad Amfieidam een einde, endaalde met fchande op zijn eigen kop te rug, grotendeels doorde dapperheid, onverfchrokken moed en wijs beleid van denBurgemeester PIETER KORNELISZ. BOOM, die zig hier door nietalleen aan zijne ftadgenoien verdienftelijk heeft gemaakt, maaibijgevolgtrekking het gantfe land van de dwingelandije derEngelfe factie bevrijdde, want hadt Amfieidam onder het hatelijkjuk moeten bukken, de andere fteden van Holland en naburigeprovintiën, zouden niet lange tegens het geweld vandezen fchijnhciligen, die de dweepzieken onder de Geestelijkheid,welke het gemeen opruiden, op zijne zijde had, beftandgeweest zijn.HOOFT, Nederl. Hifi. XXVI. Boek. WAG.Vod. Hifi. VIII. D. bl. 243-246- WAG., Befchrijv. van AmjlIV. St. bl. 69-74-BOOMS (MARINUS ADRIAANSZ.), een zoon van A-JBRIAAN BOOMS , geboren in de XVilde eeuw te Driewegen „een Zeeuws dorp op Zuidbeveland. MARINTJS was Schoenmakervan handwerk, en zette zig te Middelburg met der woon neder,alwaar hij het burgerregt bekwam,, en zig tot lidmaatihii


BOOMKAMP. (GYSBEHT) BOON. (DANIËL) 3*5Lij de Gereformeerde Gemeente liet aannemen; doch vervolgensvan onregtzinnigheid verdagt en bij den Kerkenraad aan--geklaagd zijnde, wierdt hij bij vonnis daar van', op den 1 januarij1714 als lid van de Gemeente afgetheden.Zonder datzulks hem anders heeft kunnen baten, dan aan de gantfe wereldte doen zien, dat hij niet zonder drift en partijdigheiddoor de Kerkenraads-broeders-L behandeld, hwift hij ter zijnerverdediging uitge &even : Apologie of öcrantteacJDinu?jijnöc een toaararjtigfj birhadl ban De jr-mccDuren öer Coiifi.s*torie ban JjlHMldbtltg/ met alle De ftuhhen 30 üef'cgmai£irr.c;iBR? antinooJöen Daar toe fccljorcnöc. 1714. 8hc.QUOT, Mem. litter. Tom. V. p. 394, 395. C. TÜIXMAST, Heillozegrnwelleer der Viijgeesten, tbl. 114-232. P. DE LA RUSGelen. Zeeland, bl. 265, 266.BOOMKAMP (GYSEERT), een zeer kundig en aanzienlijkBurger tc Alkmaar, heeft omtrent't midden dezer eeuweuit de nagelatene papieren van SIMON EIKELE.VJERO , en veieandere egte ftukken en befcheiden, befchreven en uitee;e entaftataar en Desjclfë öcfctjköcni.sfeii/ met tóe ft*je S f. ,«Duigen. ïicttcrD. 1747. 4to. Te voren hadt hij reeds uitgegeven:23cfefj2.3bing ban i3gmonö aan Stat 2Im;i. 1741. tt& e.iaanmerkingen ohet JLi-.mae.rp ^tcDc-rceht/ 3üfcm. iftjs 4 0.BOONPA­(DANIËL), Konstfchilder, geboien in 1662 of1663 te Burgerhout buiten Antwerpen, ging vroegtijdig, na zigenigen tijd in de konst geoeffend te hebben,-naar Londen zijnfortuin zoeken, dat hem ook tamelijk wel zou gelukt zijn,hadt hij wat vlijtiger gefchilderd en minder de kroeg bezogt,want hij fchilderde aardig en in een grappigen fmaak in dentrant van ADRIAAN BROUWER, en zijne ftukjes waren vrij weigewild. Hij ftierf te Londen in het begin van deze eeuw. .J. C. WEYEKMAN, Nederl. Kenstfchilders, IV. D. bl. 307-314,BOON VAN ENGELANT (KORNELIS) , Bailjuw vanHeemliet, en Leenman van den lande van Voorn, was eengeleerd man, en een vrijjiierüjk nederduits Digter. De Treurfptlmdie men van hem heeft, zijn deftig en zoetvloeijeude;VCOJ'tS


S3t« BOONEN. (ARNOLD)voorts geeft hij de karakter'fchetzen op van de Romemfe Kei«ssers., onder den tijtel van Heiden/s Grootmoedigheden; dan vol*gen aïjneHeldendigten, die deftig van ftijl cn trant zijn; voortsós Herders- en Fisfcherszangen, die natuurlijk zijn, maar denaart dier foort van gedigten gefchikt, en vol levendige fchilderitrgen;de Brieven en Mengeldigten waar mede hij zijnenBondel van Poëzij befluit, leveren den liefhebberen verfcheidenheidvan fraije zaken op. De eerfte druk van zijne werkenis van 1724. te Delft in 410., zijnde naderhand te Amfieidam,met bijvoeging van zijne Ttneêlpoé'zij, in II Delen in 4to. herdrukt.BOONEN (ARNOLD), Konstfchilder, is geboren teDemfrrecht den 16 december 1669, Uit ARNOLD BOONEN en ELIZA«EETH GTZEN, brave lieden, en beide gefproten uit een treffelijkgeflagt, en de voornaamfte Kooplieden van die ftad.Van de jeugd af aan toonde AKNOLD dat 'er een verheven•geest in hem ftak, en iets groots van hem te wagten ftond.Ha een grondig onderwijs in de lees- -en fchrijfkonst genotente hebben, als hij den ouderdom van 13 jaren hadt bereikt,gaf hem zijn vader ene vrije keur om een beroep te kiezen,daar zijne genegenheid meest toe overhelde. Zonder zig lang tebedenken, verkoor bij, uiteen aangeborene zugt, de fchiiderkonst.'Zijn vader beftelde hem hier op bij enen ARNOLDUSVERBIUS, een portrait- en hiftoriefchilder, die gants onhebbelijkin zijne manier van leven en fchilderen was, uitftekendeïn het verbeelden van bordeelen, en wel zo uitbandig, dathet van geene kuisfe ogen , als met ve ontwaardiging kost gezienworden, cn niet anders dat tot verleidinge en ontftigtingeder fchilderjeugd ftrekken kon.Maar deze onhefchaamdefchilderbcef vertrok weinig tijds daar na, met der woon, naarden Haag,-daarhij zijnen verachtelijken levensloop geëindigdheeft; als toen werd onzen ARNOLD tot zijnen tweeden leer-.meester toegevoegd., de beroemde GODFRIED SCHALKEN, diewegens zijne vlezige en vleiende wijze van fchilderen, weinigajjn weerga heeft gehadt.Hier zeie hij .zijne konst met veellust


BOONEN. (ARNOLD)irrlust en ijveï voort, boven alle zijne medeleerlingen van zijnennieestei geacht. Na dat hij ruim zes jaren zijn onderwijs hadtgenoten, en pas 20 jaren bereikt hadt, gaf zijn' Meester hemzelv' te kennen, dat hij nu bekwaam was om zig voorts naar't leven te oefFencn; gelijk hij deedt, en van meet af aan,voor zijne jaren gelukkige proeven van zijn ede! konstvermogèngaf; waar aan een konstkundig oog duidelijk kon zien,dat 'er een groot meester van hem te wagten ftondt. Dit isookvandoor den tijd bevestigd, nadien hij, zo wel in 'e fchilderenportraiten als kabinetft kjes, heeft uitgemunt; maar demenigvuldige bezigheid, die hem, van tijd tot tijd, het portraitfchilderenverfcliafte, en wel het profijtelijkfte was, gafaanleidinge, dat hij daar geheel toe overhelde; dit is de rede,dat men maar weinig kabinetftukjes van hem ziet.Opzijn 25fte jaar deedt hij ene reis naar Duitsland, enfchilderde te Frankfort verfcheidene voorname perfonen , datzodanig naar genoegen uitviel, dat hij een groten naam verwierf,en door LOTHARIUS FRANCISCUS VAN SCHOMORN, Keurvorstvan Ments', aan zijn Hof wierdt verzogt, daar hij zignaar toe begaf, en dien Vorst tweemaal, eens levensgrote- tenvoeten uit, en eens in 't klein portraiteerde, nevens deszelvsbroeder, en vele Heren van zijnen hofftoet.In alle deze portraltftukkenvondt de Keurvorst zo veel genoegen, dat hij onzenpuikfchilder verzogt enige kabinetftukjes voor hem tefchilderen; het geen hij deedt, tot tien in .getal, alle kaarslichten,die den Vorst zo wel behaagden, dat onze Konftenaardaar rijkelijk voor beloond en met veel eer overladen wierdt.Deze voortreffelijke penfeelkonst maakte fiern door gantsDuitsland zo vermaard, datERNST LODEWYK:, Landgraav vanHssfen-Darmflad, hem op ene vriendelijke wijze verzogt aan zijnHof te komen; het geen hij inwilligde, en dien Vorst, nevenszijne gemalinne, verfcheidenmalen, zo in't groot als in'tklein,fchilderde; welke-ftukken verzonden wierden aan de vermaardfteHoven van Europa. Hier bleef hij vier maanden, en wierdt,gedurende dien tijd, van die Hoogvorftelijke perfonen op hetallervriendelijkfte onthaald, voor zijne konst rijkelijk betaajd,' . . en


3i8 -BOONEN. (ARNOLD)en daar te boven , nog met kostbare gefchenken begiftigd.Na dat BOONEN dus aan verfcheiden vorRenhoven zijnekonst geoeftend, en daar benevens vele aanzienlijke liedengefchilderd hadt, vertrok hij naar zijne geboorteplaats Dordrecht;doch hier weinig werk vindende, begaf hij zig in denjare 1696 naar Amfieidam, daar hem zijne gunftige konstfortuinook vriendelijk toelachte; want kort na zijne komst aldaar,werdt hij van'dc Regenten, die toen het Spinhuis be-Rierden, verzogt hunne afbeeldzels te fchilderen in een grootftuk, alle levensgrootte', het welk hij zo kondig uitvoerde,en hem zo beroemd bij alle regtfchapen liefhebbers maakte,dat hij h : er een kweekfchool van konstbezigheden vondt; nietalleen voor de ainzienlijkfte inwoners der ftad, maar daarkwamen weinig Vorften en Groten, deze vermaarde koopftadzien en bezoeken, of lieten zig door hem fchilderen. Onderanderen liet zig de Kroonprins van Pruis/en, in 't jaar 1698te Amfieidam zijnde, door hem portraitteicn, het welk hij totgroot genoegen van dien Vorst en van alle konstkundige liefhebbersvol bragt. Dit ftuk is in koper gebragt door den beroemdenPlaatfnijder PIETER VAN GUNST, en onder de liefhebbersvan Prentkonst overvloedig bekend.In 't jaar 1703, begaf BOONEN zig in huwelijk, met ANNAMARIA MATTHEUS, een zedig en deugdrijk meisje, gefprotenuit een geflagt, waar uit een goed aantal beroemde Mannenen Hoogleraars zijn voortgekomen.Enigen tijd hier na verzogten hem de beftierders van 's landsMunt te Dordrecht, om in een groot ftuk hunne afbeeldzelste fchilderen ; het geen hij met roem volvoerde. In dit ftukzijn de voorfte perfonen levensgrootte ten knieën toe uit, ende anderen naar evenredigheid verbeeldt; alle op hetkonftigstgefchilde;d en geordonneerd, en is nog heden In de vergaderzaalvan de Muntheren te zien.Voorts heeft BOONEN verfcheidene Burgemeesters van Amfieidamen hunne familiën gefchiiderd. Ook zijn 'er in zijnentijd geen Regenten van Godshuizen, noch Dekens en Overliedenvan Gildens, geweest, of zij zijn door zijn konstpenfeel


BCONLN. (ARNOLD) 3103i9feet afgemaald. In het jaar 1706 fchilderde hij de zes Regentenvan 't Huiszittenhuis aan de oude zijde. In 1709 de vierRegenten van 't Walen-weeshuis. In 't jaar 1710, den, doorzijne krijgskunde en dapperheid, door gants Europa beroemdenoorlogsheld den Hertog VAN MARLBOROUGH , die bij uitftek voldaanwas. In 't zelvde jaar de vier. Overlieden van 't Wijn»kuipersgilde, te zien op'deszelvs güdekamer in de Bernbardfleeg.In 1712 de Overlieden van het WijnkopersgiJ.de; dieftuk bevat zes perfonen, en is geplaatst op de güdekamer inde Kceftraat. In 't jaar 1714 vier Regenten van 't Spinhuis,en vier Regenten van 't Leprozenhuis. In 1716 zes Overliedenvan 't Chrirurgijnsgrlde , en zes Regenten van 't Burger-weeshuis.In het jaar 1717 was het voorwerp van zijnedel konstpenfecl, de wereldberoemde Czaar PETER de Grote,nevens deszelvs gemalinne en enige Prinfen van zijn gevolg,alle levensgrootte , en tot het hoogfte genoegen van dienVorst. Voorts heeft hij nog een menigte aanzienlijke liedengeportraitèerd, te veelvuldig om hier alle tc vermelden; zijndealle door hem om 't fchoonst gefchilderd en geordonneerd,en van een koloriet, kragt, en zagtheid , dat een konstkenneraanftonds de manier van den groten SCHALKEN in dezelve z'etdoorftraienj want BOONEN hadt de fmeltcnde en teffens fixebehandeling van zijnen groten Meester hem zo wel afgezien,dat niemand hem hier in heeft geëyenaart; dit ontdekt zig ookgrotelijks in het afbeeldzel dat hij van JOIIANNES VAN HLTS-SEM , den Fenix der Bloemfchilclers, heeft vervaardigd: wantdit portrait is in allen dele overkonftig behandeld, en zo volmaaktin de manier van SCHALKEN , dat men het volftrektvoor een ftuk van dien Meester zou aanzien; ook geleek hetv N HUISSEM volmaakt cn was tegen een Bloemftukje van VANHUISS'EM konst om konst gefchilderd , en malkaar over en wéérvereerd. Het Bloemftukje heeft BOONEN naderhand verkögjCvoor 300 guldens.Men kan uit 's mans gehelen levensloop zien , dat hem't fortuin overal gunftig bejegend heeft, en door zijn kotistpenfeelveel goude aders heeft doen opdelven; maar hij hadtook


SÏO BOONEN. (JASPER) BOORT. (HENDRIK)ook veel olijfplanten, die rondom zijne tafel opgroeidennaar eisch van hunnen Raat en jaren, elk het zijne nodig hadden, en dus veel van onderhoud kostten.enHij was eendeugdzaam en vriendelijk man, die met zijne kinderen altooshet best voor hadt.onderwezen, als,Ook heeft hij veel leerlingen in de konstQUINKHART, TROOST en VAN DYK, die allebrave Meesters zijn geworden. Het laatfte portrai'tRuk derRegenten van de Leprozen was niet lang voltooid geweestteen hem de dood wegrukte.Hij is tot groot verlies en droefheidvan zijne uitgebreide familie, geftorven den 2 october1720, hebbende den ouderdom van 00 jaren nog niet volkomenbereikt.VAN GOOL, Nieuwe Schouwburg, 1. D. bl.294 enz. WAGEN. , Befchrijv. van Amfieidam, VIII. St. bl. 260.280. 448. IX. St. bl. 175. 196. 199.BOONEN (JASPER), Konstfchilder, geboren te Dordreclitden 7 feptember 1677, was een broeder van ARNOLB, dieook zijn leermeester is geweest. Onze JASPER heeft in zijnegebooneftad en te Amfieidam vele portraiten gethilderd, enwas heel gelukkig in 't wel treffen. Hij is op den 20 oftober1729, oud 5e jaicn in zijne geboorteftad overleden. —VAN GOOL, Nieuwe Schoüwb. I. D. bl. 414, 415.BOORT (HENDRIK), is omtrent den aanvang van deXVIde eeuw geweest Rector der latijnfe fcholen in V Hertogenbosch.Daar is van hem in druk: Fasciculns morum, ex approbatorumBoëtarum auUoritatibus collectus.Men leest aan 't flvan dit werk : Clarifmi Magiftri HENRICI BOORT Buscoducenfis'Gymnafti Moderateris diligentisfimi Fasciculus morum fummabraikne ex approbatis Boëtarum autioritatibus colle&us felki fidfinem capit. , Impresfum Antuerpia per me HENRICUM EGHERT DEHOMEER CM. in ,\to,, daar is nog een druk van Sylvced. 1569.in 8w.Het werkje bevat ene verzameling van zedekrindigefpretiken uit de oude latijnfe Digters getrokken, waar bijgevoegdzijn letterkundige verklaringen.J. F. FOPPENS,Bibl, Belg. p. 434. PAQUOT, Mem. litter. Tom. II. p. 20.BOOT


BOOT. (ANSELMUS DE) BOOT of EOOTH. 321BOOT (ANSELMUS DE), ook bekend onder den naamVan ANSELMUS EoëTius, is geboren te Brugge in Flaanderen,en is Lijfartz geweest van Keizer RUDOLF DEN II. Hij heeftin druk uitgegeven. 1. Symbola d'.vina ff humana Fontificum,Impp. Regum ffc. Pragce 1600. in folio. 2. Gemmarum ff lapidumHifioriam, cum fig. Francof. 1609. Naderhand heeft AN-DREAS TOLLIUS, Meuicijne Doktor le Leijden, dit werkje overgezien, voorts met betere platen, veelvuldige aantekeningenen een behoorlijk register, in 1636 te Leijden in 8vo. deendrukken, en nog eens in 1647.BOOT of BOOTH, is de naam van een aanzienlijk geflagtin Nederland, dat aan vele voorname familiën zo in Hollandals Utrecht verwand is, en nog heden ten dage aanwezendenvan zijn , .ook de luisterrijkfte (laats- en ftads-ambten bekleedhebben, waar van men reeds gemeid vindt, in deXIIdeeeuw,namelijk, dat GIIISEBRECHT BOTHENSOON, Here van Laar,ftierf binnen Utrecht, anno 1123, dié nagelaten heeft bij vrouwGEEPIRG zijnen wijve, zeven kinderen. AART BOOT van Barendrecht,Knape, getrouwd met MACHTELD VAN SLINGEI.AND,JANS dogter, woonde op Druivejlein in 1421, doen hij metvijf onbegeven kinderen verdronk, zijnde te dier Hond binnenDordrecht en Delft, de vier verdere kinderen, te weten: 1.JAN BOOT, van wien komen de BOOTEN te Utrecht. 2. KOR.HELIS BOOT, Burgemeester in Dordrecht; van wien komen deBOOTEN in den Hage, en enigen in Engeland. 3. ELIZAEETHBOOT, trouwde GODSCHALK OEM, Burgemeester te Dordrechtin r44o en 1449, en komen van haar de OEMELINGEN, Herenvan Papendrecht. 4. BEATRIX BOOT , Nonne te Marienbom , inDordrecht, ftierf hoog bejaard, den 13 februarij 150$. KOR­NELIS BOOT van Almonde, Kapitein, Leenopvolger van AN-DRIES BOOT, zijnen broeder, ftierf in 1491; hadt gedouwdtot zijn eerfte huisvrouw, ISEI.AND VAN FOREEST, waar bijhij verwekte GERARD BOOT, die in 't wederkeren van Jerufalemin i47r, te Famagosta op 't eiland Cijprus, zonder oirgeftorven is. Hij huwde ten twedemalen met JOHANNA HAKIII. DEEL» X "vm


322 BOOT. (ARNOLD)TAN BEEÏDE, die in 1497 ftierf, nalatende vijf kinderen. AART-BOOT, Meesterknaap van de wildernis in Holland, en Bailjin»van 's Hage; naderhand Drost en Kastelein te Franeker, enGrietman van het Bildt in Friesland; heeft met zijn huisvrouwGEERTRUID VAN LEEUWEN te jcrufalem geweest, en teelden tesamen zes kinderen. — Zie verder de Artikels hier beneden, en de uitvoerige Geflagtlijst, bij M. BALEN, 'Bejihijwtan Dordrecht, bl. 997-1004.BOOT (ARNOLD), geboren te Gorcum in r6o6, was eenxoon van GODEFROI BOOT, Ridder enz., geftorven te Londen in11525, en van KRISTINA VAN LOON. Hij ftudeerdé met zeerveel vlijt, en lei zig inzonderheid met de borst toe, op degrondige kennis van de geleerde talen; vervolgens beoeffendehij de geneeskonst, en wierdt Doktor in die wetenfchap; danzulks belette niet dat hij ook voortging om zig met allen ijver inde grondige kennis der talen en oirdeelkundige opheldering dergewijde fchriften teoeffenen. In rósoftakhij mat Engeland over,beoefFende de geneeskonst enigen tijd te Londen, en wierdtLijfartz van den Graav van LEICESTER, Onderkoning van Iertand,en teffens Lands- en Leger-Doktor van dat rijk.Dezebedieningen noodzaakten hem om zijn vast verblijf te Dublinte vestigen, alwaar hij met ene juffer huwde, MARGRIET DON-GAN genaamd, bij wien hij ene dogter verwekte, die den naamdroeg vanMARIA ANNA BOOT, welke trouwde aan MARKUSBEYERMAN , Predikant te Wognum. De noodlottige beroertensen oorlogen die Ierland wat later zo deerlijk teisterden, enaan BOOT aanzienlijke verliezen deden ondergaan, noodzaaktenhem in 1644 dat rijk te verlaten.Hij begaf zig naar Parijs,alwaar hij de beoeffening der geneeskonst ftaakte, om zoveel te ongeftoorder zijne letterkundige werkzaamheden waarte nemen, en hij ftierf'er in 1653, na de volgende werkendoor den druk te hebben gemeen gemaakt. 1. FRANC.LQR cjf ARN. BooTir, Examen Prcefationis JOAN.TAY-MARINI inMMitoGtax®) detsxtus. Ebraici corruptione, Grceci auüoritate£«W', Bist.lam 2. Jhtmadverjitnet Sacre ad textum Hhoi*


EOOT. (EVERHARD)323Irakum Vet. Test. Land. 1644. 4 f "- 3- Epistola de textus He~hraici Vet. Test. certitudine ff authentia, contra LUDOV. CAPPÏLLIcriticam. Paris. 1650. 450. 4. Vindicix Jeu Apodixis apologeticapro Hebraica ver'.tate, contra JOH. MORINUM , ff LUD. CAPPEL-LUM. Paris. 1653. A t0 - 5- Objervationes Medicce de AffcÜibus(d veteribus) omisjis: videlicet de Abjcesjii hypocraneo, de VënkAhypocraned, de Vomica cerebri, de Suturarum discesjione, de Capipisdijinrtions, de Epilepjia procusjivd, de oris Hcemorrhagid perk*dicd, de Linguce ardore ff ficciiate extra febres, de Lippitudinemucaginojd, de labrojidfio feu Cheilocafe, de flerni dolore, de Tabepeclorea. Zónd. 164.9. Herdrukt te Heimftad in 1664 in 4to.met ene voorreden van HENDRIK MEIBOOM. 6. Ook heeft hijzijn broeder GERARD geholpen, in de zamenftelling van deszelvsPhilofophia Naturalis reformata. — MSRCKLINI , Lindeniusrenov. p. 88. TH. GRENII, Animadv. Philol. Parte V. p. 102.-LE LONG, Bibl. Sacr. p. 185. 745, 74


3-2 4, BOOT. (GËRHARD) (KORNELIS) (J. VAN DER}ene verhandeling van WILLEM PERKINS; onder den tijtel van:0xs&amem «JTatfjotijcft 5 bat i


fcOÖTSMA. J30H. (PIETER KRISTIAAN'Z.) 355T5DOTSMA, is de naam van een adelijk-Gefla ;t ifi .-ïsnrf, vermaagfchapt geweest aan de -aanzienlijkfie jfamilien-•dodi dat thans is uitgeftorven.:BOR (PIETER KRISTIAANZ.), is te Vwe'êU geboren IE'het jaar 1559.Zijn vader KRISTIAAN BOR, die Apotheker-Ingemelde ftad is geweest, fproot uit een deftig en aanzienlijkgeflagt.Aanmerkelijk is, dat in het jaar zijner geboorte t)eSpaanfen Koning het befluit nam, om verfcheidene nieuwe Bisdommenin Nederland op te r-igten, en de gevloekte ïhrjuififieal laar enen zetel te gunnen , en zulks regt ftrijdig met 's lands• aloude vrijheid en voorregten; 't welk ook als de eerfte envoornaamfte oirzaak moet aangemerkt worden, van de daar o»gevolgde beroettens, inlandfe twisten en langdurige oorlogeegeweest te zijn , die BOR zedert nauwkeurig en onpartijdig beeftbefchreven.Zijne jeugdige jaren in zijn geboorteftad daorgebragt 'héb','bende, ging Bij naar Haarlem, doch hier enigen tijd geweenzijnde, vertrok hij in den ouderdom van 19 jvuen naar '-ïSfaWt•vervolgens naar Rijswijk, toen naar de Beva-wijk, daar iij'mavier ja en gewoond te hebben., weder naar ij Hage trok, inwelke plaats hij nog in 1617 woonde, -en toen -eindelijk £asaHaarlem ging, daar hij tot zijn dood toe-is gebleven.rGeea;andere talen verftond-hij dan de zijne., dc franfe alleen uitge.•zonderd; doch dit gebrek beterde hij, door behulp van ïranie•en nederdintfe vertalingen.Zijne liefhebberij voor''bet vak•der bittonen, wekte bij hem van jongs op, ene onvooibeeldi.-cmaarftigheid en ijver, om de waarheid der gefchiedenisfeniderzelver veiborgenfte fchuilhoeken op te fpor-en.-; ea WE'1 «inzonderheidvoudt dit plaats, ten aanzien van &eNederh^waar in hem vele lieden van aanzien en kunde, die desal-c;'.:-zelv-s behandeld of uitgevoerd Of -bijgewoond 'badtlen,, 4$a$Bverzoek behulpzaam geweest zijn.Dus bekwam Lij mdk Se-egtfte en zekerfte befcheiden en bewijzen,, die'hij vEr.v.dgösr..ter behoorlijker plaatzen Ingevoegt iheeft,, *t -swSk wn iütxfchriften, zoda-nig aanzien, -gezag *n Uiüitsr ''ixsit H$gsstr. %** 3 ÉbE


BOR.(PIETER-KRISTIAANZ.)dat wanneer hij in 1505 zijne drie eerfte, en in 1601 de drievolgende boeken der Nederlandfe BUJlorien uitgegeven hadt, deStaten van Utrecht bij openbare brieven verklaarden en verzogten,dat een ieder, die enige geheime of andere papieren,tot vordering van de waarachtige befchrijving der NederlandfeGefchiedenisfen dienende, onder zig hadt, dezelve zonder enigezwarigheid of nadenken aan hem, wilde mededelen, ten eindetot vordering van dat werk te kunnen gebruikt worden,waar door den algemenen vaderlande dienst, en hun Ed, Mog.een welgevallen zou gefchieden. Door dit middel een grootaantal van egte befcheiden bekomende, vervolgde hij van tijd'tot tijd zijne Hiftorieboeken, die een getal van XXXVII uitmaken,en eerst in VI Stukken in folio te Leijden en Amfieidamin r62i gedrukt zijn, doch naderhand veel luisterrijkerzijn te voorfchijn gekomen, met een bijvoegzel van oirfpron-.kelijke Stukken, te zamen in IVDelen in folio, met fraije platenverheit in 1679 gedrukt, onderden tijtel van :


BOR. (PIETER. KRISïIAANZ."}3ajfidelisfimus,' 'er bijvoegende, Sic wet fcriptis terra Bdtava ttits,ARN. BOOT, vir Claris/, ff Hiftoriographus celeberrimus. G-VOETIUS, in Polit. Ecclef. Part. IJL lib. 4. trad:, 2, 'Cap. 3.noemt hem : eximium Belgarum Hiftoricum, en in de BibliothStnd. Theol. Lib. II. p. 662. vermaant die zelvde Schrijver zijnelezers, BORRIUM ff celeberrimum HOOFTIUM, Pontificios qui'iem non fuisfe, nee tarnen nostram rsligionem in vita profes/os-,PETR. BURMANNUS , major, ad Syüogen Epiflolar. Tom. I. p. 364,tiiligentisjimum ff verum Hiftoricum BORRIUM; en noemt hemelders, Hiftoricum Sincerum. KORW. BOY, de neerftige, '


BQRCH. (HENDRIK VAN DER)welverdiende waarde te doen fchatten. Wij voegen hier nogbij, dat hij door- de gunftige beRiering der Staten van Hollandtot ene beloning zijner verdienden, van Notaris, welke bedieninghij met lof uitoeffende, tot Raad en Rentmeester generaalvan Noordholland aangefteld wierdt.In 1613, huwde hij met MARTINA ROOT, weduwe van WIL­LEM SAS, Prokureur voor den Hove van Holland, en dogtervan GERARD BOOT, Rentmeester der abtdije van Egmond. Harezuster GEERTRUIO BOOT, was getrouwd metFRANcois KRIEP,Griffier van het Hof van Holland, door wiens medewerkingBOR vrije toegang tot 's lands papieren vergund wierdt. InI6r5 legden hem Se Staten van Holland ene jaarhjkfe weddetoe van 600 guldens, onder voorwaarde, dat hij zijne gefchiedenismoest vervolgen; dat hij niet alleen heeft gedaan, maardaar te boven ook op nieuw de zes eerfte boeken nauwkeurigovergezien en vermeerdert; in welke werkzame bezigheid hijaanhoudend heeft voortgevaren, tot dat de dood op den 16meij 1635 een einde van zijn nuttig leven maakte; zijnde teHaarlem overleden in het 7


BQRCH. (HENDRIK VAN DER) 329Jijke opvoeding genoten te hebben, in den krijgsdienst, enwierdt Kapitein onder de Cavailerij in Spaanfen dienst; dochhet krijgsleven gcenzints met zijnen aart ftrokende, verwisfeidehij den degen voor de tabbaard, en wierdt Schepen tcMechelen, vervolgens Burgemeester, en in 1643, 47 en 49,Treforier van die Rad. Hij trouwde MARTA VAN DEN NIEIT-WENHUYSEN, dogter van GASPAR VAN DEN NTEUWENHCYSENKoninglijke Gefchutgieter te Mechelen, bij wie hij verfcheidenekinders heeft geteeld.FVAN DER BORCH, was buitengemeen ervaren in de kennisvan de GeOagtregisters; tot de beoeffening hier van befteeddehij zeer veel tijd, en bij fpaarde geen moeite o,n een grootaantal Rukken van dien aart, welke hij uit oude gefchiedenisfen,registers, documenten enz. getrokken had;, te verzame.len, en in orde te brengen. Door den druk is niets andersvan hem gemeen gemaakt, dan een Kaart van 15 bladen, dietot tijtel heeft: Ocbojtc-ïmic / ofte >0cfleci)t.s' afcompfïc herï)cercn Doonljijcn ban Mechelen•, niet ine namen öer S3i»fcfjoppen han Xuptit-/ &\$ te famen ocrceccrt fiebfenöe banbjrbtr;jDe; met it!tö;:;rh:n£ljc ban fjtmltcbcr (iam-fjip^/ arnromen/fïcrfaacij/ enbe besratfenisfe: oochfjoc öc;clbc boogijupc/Ijccrtijchijerjöt/ jungöittic enbe lanöt ban Jilïeeijelcn fijn gebai*len in bc tjanben ban ijcrtatjfj KAREL VAN BOURGONDJEN, njjttnien^l ijooföe be feiben befeten mennen ban fijne ïtcnmt&IrjKcJjiajcjltijt ban Spanjen $c. -Jjllccfjelcn 1638; en herdruktmet een vervolg in 1768 m 410.Onze VAN DER BORCH heeft drie oudere broeders gehadt;waar van de ene MATTHEUS genaamd, een kundig beoeffenaarder oudheden was; BUTKENS fpreekt in deze bewoordingenvan hem: MATTHEUS VAN DER BORCH, Dominns de Mierfeke,fludio nobilitatis ingenuus, apud omnes Antiquitatura marnesjummé laude dignus habendus. Hij huwde met JANNA VAN PEE,die hem geen kinderen heeft gebaard. Hij was den beroemdenBUTKENS behulpzaam in zijne geflagtkundige nafpoiingei:.• D. LTNDANI, Tenercemunda uit. ed, p. 78. BUTKENS,jPreface .des Trcfhtes de Brabant et SuppJ, T. II. p. 345-348.X 5RA-


S 3o BORCKENS. BORDET. EORDlNG.ièJtan de Spanjaarden; toen men de Duitje, Schotje en Walje knePAQÜOT, Mem. litter. Tom. XVI. p, 114. J. B. jEOFfROt,Befchrijv. van Mechelen, bl. 69.BORCKENS (MARTINUS), van Tongeren geboortig, iaeen Latijns Digter geweest, die omtrent't jaar 1500 gebloeidheeft. Men heeft van hem: Chronographica, de MemorabilibuJut temporis; et Epigrammata varia. . J. F. FOPPENS,Bibl. Belg. p. 851.BORDET, een Frans Edelman, heeft zig door het wanhopigbeflnit, waar door zijn levensdraad werdt afgefneden, berugtgemaakt. Na het hernemen van Bergen in Henegouwen,hadt hij zig aan den dienst van Prins WILLEM DEN I, verbonden.Toen Haarlem met ene belegering. in 1-573 gedreigd •wierdt, werdt hij met zijne onderhebbende manfehappen naardie ftad gezonden, en gedroeg zig bij de belegering daar vanop de manhaftigfte wijze; dan bij de overgave van die ftadten in hunne keuze gaf, of zij ongewapend wilden uittrekken,of 's Hertogs genade afwagten, tot welk laatfte zij befloten;hij aan de Spaanfe vergiffenis wanhopende,, deedt zig volgensVAN METEREN, IV. Boek, fol. 80, door zijn knegt doorfchieten;egter verhaalt TASSIS, Libr. Lp, 176, dat zijn knegthem dien wieden dienst weigerende, hij zig zeiven met eenkogel van het leven beroofde. Het gehouden gedrag van DonFREDERIK VAN ALVA , en de andere Spaanfe moordenaren, omtrentde foldaten, bewees dat BORDET geen verkeerde rekeningop hunne genade gemaakt hadt.WAG. , Had,Hifi. VI. D. bh 430.BORDING (JAKOB), zoon van NIKLAAS BORDING en A-DRIANA ADRIAANSSEN, kooplieden te Antwerpen, wierdt in dieRad geboren- den 11 julij 1511. Negen jaren bereikt hebbende,plaatfte zijn vader hem in 't kollegie onder opzigt vanNIKLAAS BUSCODUCENSIS , een bekwaam man, doch die om zijneverkleefdheid aan de gevoelens van LUTHER , te Bmsfelwierdt aangehouden, en in de gevangenis gebragt, daar hij


BORDING. (JAKOB) 3- f•egter uit wist te ontfnappen. Dc jonge BORDING ging vervolgensnaar Leuven, alwaar hij in 't kollegie van 't kasteel, heteerfte tijdvak zijner letteroeffeningen vervulde; waar na hijzig met ijver op de beoeffening der wijsbegeerte en geleerdetalen toelei. In de welfprekendheid en de latijnfe taal genoothij het onderwijs-van COENRAAD GOCLENIUS, in het grieks,dat van RUTGER RESCIUS en NIKLAAS CLENARD, die hem ookde gronden van het hebreeuws leraarde. In 1529, agttien jarenoud zijnde, ging hij naar Parijs, om ingevolge de begeerte vanzijnen vader in de geneeskunde"te ftudeien, en gedurende tweejaren hoorde hij vlijtig de lesfen van den beroemden JAKOB SIL-VIUS over die wetenfchap. Intusfen wierdt een fomme geld, die2ijn ouders hem tot zijn onderhoud gezonden hadden, onderweggeftolen; dit bragt hem in 't nauw. Als toen ried JANSTURMIUS en enige andere zijner vrienden hem, om gebruikvan zijne véïkregene kundigheden te maken , en bezorgdenhem een Regentsplaats in het kollegie van Lifieux , alwaarhij in 't openbaar de griekfe en hebieeuwfe talen leraarde,met goedkeuring van JAN DE TARTES , die opperfte van datkollegie was. Hij hadt zig twee jaren met dit beroep beziggehouden, toen hij vernam dat zijn vader was overleden. Alstoen, namelijk in 1532, begaf hij zig in dienst van JAN DEÏ.A ROUCHEFOUCAUT , die Bisfchop van Mende was. SORDINOwist zig in de gunst van dezen Prelaat te dringen, bij wienhij genoegzaam twee jaren woonde. Op een dag dat de Bisfchophem zijn gevoelen vroeg, overeen duistere plaats vanPAULUS brief' aan de Romeinen, betrekkelijk de zaligheid dei-Heidenen , gaf BORDING hem hier ene uitgebreide verklaringvan, en hieldt zig inzonderheid op over het leerftuk der regtveerdigmaking.De Bisfchop verwonderd over zijne kundigheid, vroeg hem, of hij de fchriften der Wktenbergfe Theologantenhadt gelezen; waar op BORDING de verklaring van ME-UINCHTON over dien Brief van PAULUS uit zijn zak haalde, enbewees, dat hij die met aandagt gelezen hadt. De Bisfchopbetuigde hem voldaan te zijn, maar riedt hem, dat foort vanboeken geheim te houden, om zig zei ven en zijn goede viien-


-•Z?,t BORDING. (JAKOB)den niet in gevaar te brengen. Vervolgens zondt hem d*Bisfchop naar Mompellier, daar hij hem op zijn kosten verderin de geneeskunde liet Anderen.Hier hoorde hij de lesfenvan JAN SCIRONIUS, DéNis FONTANUS en ANTGNY SAPORTA.Na den dood van zijn Patroon, welke op den 24 feptember1538 voorviel, verlangde hij hallen te g»an zien. Maar zigenigen-tijd te Carpentras, daar hij verfcheidene kenuisfen vond,hebbende opgehouden, begiftigde hem de BisfchopSADOLETmet het Opperregentfchap van het kollegie dier ftad, benevenseen aanzienlijke wedde.roem de grickfe-en latijnfe talen.BORDING leraarde 'er met veelIn ^539, zevenentwintigjaren oad zijnde, huwde hij met FKANCOISE NEGRONI, dogtervan TERMO NEGRONI, Patriciër te Genua en JANNA DE Re~SCHELLE.Weinig tijds na de voltrekking van dit huwelijk,in het welk BORDING negen kinderen verwekte, die hem allehebben overleeft, ging hij een togtje naar Antwerpen doen,ten einde zijne zaken in orde te brengen.Vervolgens keerdehij naar Carpentras te rug, en begaf zig in 't laatst van 1540naar Bologne, om aldaar de doktorale waardigheid te beltomen.SADOLET hadt hem door een brief van den 28 feptember aanROMULOAMASEO aanbevolen, die hem veel vriendfehap bewees,zowel als MATHEUS CURTIUS, een beroemd medicijneDoktor.BORDING keerde vervolgens naar Carpentras ie rugimaar deLutheife geloofsbelijdenis dien hij omhelsd hadt, hemalle hoop benemende, om 'er met rust te kunnen blgveii,verkoos hij Antwerpen tot zijne woonplaats, alwaar hij vijfjarenlang als Doktor praktifeerde, 'er teftens lesfen in de hee:- enontleedkunde bij gevende.Dan in deze ftad 'ook nog al nietveilig zijnde ter oirzake van zijnen godsdienst, week hij naarHamburg, en praktizeerde aldaar vijf jaren, na verloop vanwelken tijd, hij door HENDRIK, Flertog van Meckelenburg, teJRostok wierdt beroepen , tot zijnen Hofartz, en om ter zelvcrtijd als Hoogleraar lesfen in het Hogefchool te geven.Zevenjaren bleef hij in deze bediening, wanneer CIIRISTIEP.N I,Koning van Denemarken hem in 156S naar Koppenhagen lokte,ja welke gantfe ftad zig flegts een Medicijne Doktor bevondtHier


BOREELv 333Hier Meet BORDING het overige van zijn leeftijd, zijnen tijd verdelendetusfen de Akademifche oeffeningen, en den dienst aanhet Hof.Hij hadt vee! geld gewonnen, toen hij den 5 feptember1560 ftierf, algemeen betreurd, zijnde zijne lijkrede»gedaan door JAN SPITHOVEN.BORDING was een man van ee-nzeer goed karakter, een warm vriend, een braaf man, hijhield vriendfehap en briefwisfeling met verfcheidene verdien»ftelijke mannen in Duitsland, in Frankrijk en in hallen. Behalven de wetenfchap die zijn eigentlijk beroep uitmaakte, verfijndhij grondig de muzijk, daarbij ook een bijzondere neigingvoor hadt. Men heeft van hem de volgende werken , dieeerst lang na zijn dood zijn uitgekomen: 1. JACOBI BOÜDINGI,Firyjiologia, Hygicna, Pathologia; pront has Medicina panes inAcademiis Roftochienfi et Hafnienfi publicè enanavit. Rofloclt.STEPII. MILIANDER, 1591. 8"o. 2. Enarrationes in V


331 BOREEL, (ABRAHAM)Koningen van Arragon, Graven van Provence en andere hogewaardigheden verheven zijn geweest. In de Fkamfe kromjken,komen de Heren van dit geflagt alomme voor, als uit den eer-Ren adel zijnde gefproten , en die zig deor huwelijken met devoornaamfie huizen hebben vermaagfchapt. Ook vindt menin de St. Baafs-kerk te Gent, een fchone grafftede van RUFFE-LAART BOREL of BOREEL, Stalmeesterr van Flaanderen, die in1443 is overleden , en een zoon was van JAN BOREEL, Ridder,bijgenoemd VAN IXELE, uithoofde van zijne moeder, en EN-CÜERRAND BOREEL en PHILIPPA VAN AXELE , zijne grootouders;zijnde deze ENGUERRAND wederom een zoon van BERENGERBOREEL, bijgenaamd de Bourgignon, en van AGNES DE BIERBI-SY. Hoedanig de Hollandje en Zeeuwje BOREELEN, van de hiergemelden zijn afgedaalt, kan men nafporeri in het genealogischWerk, tot tijtel voerende: Trejor des recherches et antiquitez GauMJes et Francoijs, in 1655 te Parijs in folio gedrukt. De KronijkfchrijverSMALLEGANGE, deelt ons de optelling mede vanenige fpr.ujr.en van dit geflagt in Zeeland, overgebleven uit deoude befiierders der door de wateren verzwolgene ftad Reimerstvaal,die vele jaren binnen Midaelburg de hoogfte eerambtenbekleed hebben. Het bovenftaande zal voldoende zijn, omaan onze lezers een denkbeeld te geven van de oudheid enluister van dit aanzienlijk geflagt; nu gaan wij over, om enigewaardige Mannen daar van, die zig aan den vaderlandc verdienftelijkhebben gemaakt, nader te doen kennen.tianorum unione comparandd, promovendi, atque Jraternê condd cum iis qui Jeblantur pacem ff charitatem. Item, de J ,da:orum converfione ad JESUM CHRISTUM Filium Dei ffc. Traj. adBOREEL (ABRAHAM), de jongfte zoon van JAKOB BOREELen MARIA GREMMINCK , een broeder van ADAM die volgt,is geweest een vóórnaam Regtsgeleerde, benevens Raad enMuntmeester generaal der toen ter tijd Verenigde Nederlanden.Hij heeft gefchreven: Misjilia Jacra, Jive de mutitd Chris-Rhen, 1659, i niQino. « . PAQUOT, Mem. litter. Tom. I.p. Ï7>BO-


BOREEL. (ADAM)335BOREEL (ADAM), Heer van Duinbeke, een zoon vanJAKOB BOREEL en MARIA GREMMINCK, is geboren te Middel-Iwg in Zeeland in 1603. Vroegtijdig reeds gaf hij zig aande beoeffening der godgeleerdheid , griekfe en hebreeuwfetalen over , in welke wetenfchappen hij goede vorderingenheeft gemaakt. Schoon Gereformeerd , kwamen egter veleVan zijne begrippen niet overeen, met het gene men de regtzinnigeleer van die be'ijdenis noemt, inzonderheid niet zijnedenkbeelden over den Raat der zigtbaie Kerke. In 1646 ofwat eerder, begaf hij zig met 'er woon naar Amjleidam, enwas benevens GALENUS ABRAHAMS, MICHIEL KOMANS en DA-KIEL DE BREEN, een der oprigters van het Kollegie op hetRoldkin over het Rotterdammer Veer, waar in, in navolging vandat te Rhijnsburg, vrijheid van leren gegeven wordt aan eenverftandig Christen, De laster, gewoon de deugdzaamfte enbeste inrigtingen met haren vergiftigen zwadder te bekladden,bleef niet in gebreke, om te verfpreiden, dat 'er Sociniaanfedwalingen in dit Kollegie verfpreid werden; zulks maakte enigePredikanten van de Gereformeerde gemeente te Amfieidamwaakzaam, die zig bij de Regering vervoegden, en de ledenvan dat gezelfcbap als zodanige gevoelens toegedaan aanklaagden;doch dit hadt geen ander gevolg, dan dat Burgemeesteren,na behoorlijk onderzoek de ongegrondheid vandeze befchuldiging gebleken zijnde , egter voorzigtigheidshalyen,het Koilegie op het Rokkin deden fluiten, doch deleden daar van ongeftoord naar hun welgevallen, elders hetenvergaderen ; en 'er zijn nog tot op den huldigen dag, vergaderingenvan dezen aart op verfcheidene plaatzen van de BataaffeRepublijk, onder den naam van Kollegianten.Dan om tot onzen ADAM weder te keren; men verzekert,dat zijn voornaamfte doel was, een nieuwe Christen-Kerk opte rigten, afgezonderd van alle die dezen naam dragen. Hoehet 'er ook mede gelegen zij, zeker is het, dat zijne gefchriftenaanleiding gegeven hebben om hem van Socinianerij te befchuldigen,dusdanig ten minffen begroeten hem zijne tegenffrevers,de Utrechtfe en Groninger Hoogleraars J. HOORNBLBIC en S.MA-


335 BOREEL. (JAN)MARESIÜS; ]a REIMMAN een Luthers Godgeleerde, Iaat zig zoonbezonnen door zijn liefdelozen drift vervoeren, dat hij hemeen Aiheht neemt. BOREEL ftierf in 1666, in den ouderdomvan 63 jaren. • -De fchriften die van hem door den druk zijn gemeen gemaakt,beftaan uit de volgenden: 1. AdLegem et Teflimonium,five erotematica propofitio et dcduüio quonmdam Confcientice Cqfuum;pmcipuè de public» Novi Teftamenti cuku, alüsque Chriftianismo•vel necesfariis vel utffibus: exhibita Chrijlianorum Ecclefiis et Coetübusillis, quifolam Veteris et Novi Teftamenti fcripturam pro unicaFidei et Morum Canone pnfitentur. 1645. Zvo. 2. Ad SAM. MA-RESIUM, Autorem Mantisfce Libelli, cui titulus: Disfertatio de ufuet honore S. MinifterU in Ecclefiis reformatis, Protrepticon. Amfl.1664. ito. 3.


BOREEL. (JAN) 337van zijn vaderftad, den 14 feptember 1615 Secretaris der Statenvan Zeeland, en den 28 ottober 1625 Raadpenfionaris.Hij behield dezen aanzienlijken en werkzamen post tot op zijndood, welke voorviel den 1 november 1629, in den ouderdomvan 72 jaren, na uit zijn huwelijk met AGNES HAYMAN, verfcheidenekinderen verwekt te h bben.JAN BOREEL heeft veie landen bezogt, als Engeland, Frankrijk,Itaiien, Romanieti, Sijrien en het Heiligeland. Men leestvan hem in de Scaligerana, p. 63. BOREL est un gentil Garpon.S'il eut demeuré d'avantage en Syrië, il eut amasfé toute la Bible;en tot nader vei (Tand van welk -xezeg ie, P. COLOMESIUS daarop aangetekend heeft: C'est JEAN BOREL , fort fpavant dans lesiangues Orientales, leité par Vossius dans fa Harangue fnr la mortD'ERPENIUS , c? par CUNÜUS , dans la Preface de la Republiquedes Hebreux. Hij leefde in warme vriendfehap met vele Geleerden,inzonderheid met den beroemden HUIG DE GROOT;'t welk onder anderen blijkt, uit dezes fraai latijns bruiloftsdigtop zijn huwelijk; waar in hij ook gewaagt van desbruidegoms uitmuntende bedrevenheid, zo in Goddelijke alsmenfchelijke fchriften, van zijne grote taal-, ftaat-, hifiorie-.kunde en reizen. Zijne bibliotheek, na zijnen dood in 1632,benevens zijn kabinet van medailjen, te Middelburg, bij audieverkogt, beftond niet alleen uit fchrijveren van allerlei Europifchetalen, maar muntte wel voornamelijk uit in treffelijkeen zeldzame, zo gedrukte als gefchrevene, Oosterfche boeken.Hij heeft uitgegeven : Commentarius in Danielem, primum anglicèJcriptus ab HUGONE BROUGHTONO, nunc latinitate dunatus perJOANNEM BOREEL, Mittelburgerfem. Bafil. 1599 m yo. Verkeerdelijkfchiijft de geleerde BAYLE, (misleid door het zeggenvan G. VOETIUS , in Pclit. Ecclef. Tom. III. pag. 772.) dezevertaling toe, aan ADAM BOREEL; doch dat zulks niet kan zijn,blijkt, doordien ADAM vier jaren na dat dit werk door den•duik wierdt gemeen gemaakt, eerst ter wereld kwam, en behalvendat, nimmer Penfionaris van Zeeland is geweest. —-P. CuNiEus, de Rep. Hcebreor. in Pream. DRAUDII, Biblioth.III. DEEL. Y das-


t|H BOREEL. (JAN).iludka. p. I» DE DIEU, Pca/at. in Bijl. Christi PerftcLr^.YANDKi, Otat.fun. Erpenii. P.. BURMAN, Jen..Sylloge Epist..%Mt. HL p. 415» 416- BAYLE, DiB. Tom. I. edit. de 1730,fs 076. not. A. PAQUOT, Mem. litter. Tom. I. p. 170--171.t"i. UE LA RUE, Gelett. Zeeland, bl. 295, 296.BOREEL (JAN), Heer van Westlwen, de derde zoon van-ten vcorgaanden cn van AGMES HAYMAN, wierdt in den, jareiftei te Middelburg geboien. Na met lof zijne ftudien, inzcndsrhcidin de regtsgeleerdheid, ten einde gebragt te hebben,wierdt hij in 't jaar 1651 Schepen, vervolgens Raad cnmeermalen Burgemeester zijner geboorteRad, en is ook we--gens dezelve Gecommitteerde in de Staten van Walcheren geweest;en heeft, behalven zulks, de volgende luisterrijkeStaatsbedieningen bekleed.In 1656 werdt hij bij de Staten van Zeeland verkozen, tothet bekleden van de kommisfie bij de Chambre demie-partie tMechelen. In 1665 benoemde men hem, benevens RUTGEKTHUIGENS, en den Raadpenfionaris JOHAN DE WITT, als Gevolmagtigdewegens hun Hoog Mogenden op 's lands vloot.In 1667, werdt hij benevens Mr. JOHAN MEERMAN, Burgemeesteren Raad der ftad Leijden, als extraordinaiis Ambasfadeurnaar Engeland gezonden, 't welk in '1668 wierdt ver.wisfeld, met den tijtel van ordinaris Ambasfadeur, welken posthij tot in 1672 bekleed heeft, als wanneer men andermaalhet oog op hem liet vallen, om als Gedeputeerde op 's landsvloot te plaatzen, doch zijn kort daar op volgende doodverhinderde zulks. Nimmer is BOREEL getrouwd geweest; hijftierf den 30 maart 1673, na ene kortftondige ziekte, enwierdt te Middelburg in de Oude of St. Pieterskerk begraven;lezende men in vergulde letteren het volgende giaffchriftaan enen pijlaar boven zijn graf opgehangen, en door Mii.MARKUS DE LA PALMA DE ST. FUENTES, Secretaris van Middelburg,vervaardigd:BEO


BOREEL. (JAN)239DEO OPTJMO M A X I M OET.Mambus egregii ff Nobilisfimi ac Genere*Jisfimi Viri DniJOANNIS BORREL , dum viveret, Toparcha; inWestlioven, quiPropter eximiam rerum humanarum peritiama FoederatoBelgio primum quidem ad Curiam MechlinenfemMisfits estSenator postea, Bello Britannico fecundo,A Prcepot. D. D.Ordinibus, fumma auBoritate munitus, BatavcttltPrudentia fulciit.Clasjem conflio ffMox ad CanliBritonum RegisAulam Orator extra ordinem misfits, acAngjds nfiiuta,deinde, pree cumin eodem munere perAnnos aliquotTitulo ordinarii Legati permanfit. Qua cumhonorificeEsfet defunBus ff in Putriam reverfusiücet inSenatum Walacrum est receptusAtq. a S. P. Q. M.,Nec non celfisfimo Araufionenfmm Principe ,UrbisCofiful ersatus civibus fummum fuiDefiderhtmRelir.quens in Confulatu dbiit. IIo. KalendenAnnoApriiisM.D.C.LXXIILG. BRANDT , Leren van DE RUITER. AITZEMA , Zakenvan St. en Oorl. III, D. Notulen van Zeeland, 23 maart 1656.Y z F.


BOREEL.(JAKOB)F., DE LA RÜE , S'taatk. Zeeland, bl. 5-8.XHL D. bl. 154. 279. 390. 445. 479.WAG., Vod. Hijf*BOREEL (JAKOB), Heer van Duihbeke, Westhoven enz.^geboren te Middelburg den 28 oftober 1552, hadt tot vaderPI?:TER BOREEL, en zijne moeder was KATRINA JOOSSE VANREIMERSVJML. De beroertens in het land en vervolginge welkede genen moesten ondergaan, die belijdenis van den Gereformeerdengodsdienst deden, noodzaakte zijn vader de wijknaar Engeland te nemen, welken hij, als de oudfte zoonzijnde,, verzekfe* doch zijn vader den 9 januarij 1568 te A r orvitsóyerlëderizijnde, kwam JAKOB te rug in Zeeland, juist opdan tijd dat Prins WILLEM DE I, de ftad Middelburg in denjare 1573 belegerd hieldt; ook is hij een van de eerften geweest,die de wapens tot verdediging van 's lands vrijheid heeftgedragen, en de ftad Middelburg benevens nog andere plaatzen,heeft helpen winnen. In 1576 wierdt hij Raad van zijnegeboorteftad, vervolgens in 1580 Waardijn van de Munt, envan 1584 tot i6or Muntmeester aldaar. In 't jaar 1609 washij 'Prèfidènt 'ter vergaderinge van de Staten te Bergenopzoom,bij 't fluiten van 't beftand met Spanjen. In 1618, is hij wegensdeze Republijk Afgezant geweest bij JAKOB DEN I. Koning«van Engeland, die hem tot Ridder verhief. Eindelijk wierdthij in 1620 wegens de ftad Middelburg, Raad en Rekenmeestervan 's Lands en Graavlijkheids Rekenkamer van Zeeland; ook ishij een der eerfte ftigters van de Oostindifche Maatschappij geweest.Niets heeft hij gefpa.art, wat dienftig was om een gcecleopvoeding aan zijne menigvuldige kinderen te geven; zijnezonen heeft hij laten ftuderen, en geene kosten ontzien omhen in ver afgelegene landen te doen reizen, achtende zulksvoor jonge lieden zeer noodzaaklijk. Hij was van een gezondh'ghaamsgeftel, en nam een zeer matige levenswijze in acht.Do r een ongelukkigen val op ftraat in het jaar 1629, geraaktehij verminkt, zo dat hij zedert dien tijd genoodzaakt was,op krukken te gaan tot aan zijn tiood toe, welke voorvielden


BOREEL. (PIETER RESEN) (WILLEM) «ff*•


342 BOREEL.. (WILLEM)meen, en de vaderlandfe wetten in 't bijzonder ,• welke wetenfchappenhij met zulk een aanhoudende vlijt beoeffende, datmen van hem.kan zeggen, dat hij ten einde van zijnen akademifchenloop, daar genoegzaam in doorleerd was. Ook wierdthij kort na tot Meester in beide de regten te zijn gepromoveerd,tot Advokaat der Nederlandfe Oostindifche Maatfchappijaangefteld, en in deze hoedanigheid, benevens enige Bewindhebbers,in 1619 naar Engeland gezonden, ten eindeenige ontftane gefchillen met de Maatfchappij van dat rijk, uitden weg te ruimen. De bedrevenheid die hij bij alle geleeenhedenin het waarnemen van zijnen post liet blijken, werkteuit, dat de Regering van Amfieidam hem in 1626" tot heureneerften Penfionaris aanftelde; en zedert dien tijd tot op derevolutie van 1795 toe, vindt menden naam van BOREEL, altoosmet roem gemeld op de lijst der ftads Regenten van Amfieidam.De eerfte buitenlandfe bezending die WILLEM BOREEL tendele viel, was in't jaar 1639 naar Breinen, ter'gelegenheid,dat 'er tusfen den Aartsbisfchop en Regering van die ftad, ge.fchil was ontdaan, over het invoeren vap den Lutherfen kerkdienstin de Domkerken, waar voor de Aartsbisfchop ijverde,terwijl de ftad beweerde, dat zulks volgens een oud verdrag,niet gefchieden mogt. Partijen de bemiddeling des Koningsvan Denemarken en van hun Hoog Mogenden verzogt hebbende,vertrok BOREEL hier op naar Stade, alwaar de twist inoctober, door een verdrag werdt bijgelegd.De beroemde KRISTINA in het jaar-1640 door den dood vanharen vader GUSTAVUS , den Sveedfen troon beklommen hebbende,wierdt 'er door hun Hoog Mogenden befloten, een Gezantfchapwegens dit gemenebest naar Sweden te zenden, om dcKoningin over die gebeurtenis geluk te wenfchen, en wel inzonderheidook, om over de fcheepvaart en koophandel in deOostzee een verdrag te zien aan te gaan. BOREEL wierdt aan 'thoofd van dit Gezantfchap geplaatst, 't welk beha!ven hembeftond, üif ALBERT SONK, Oud-Burgemeester en Hoofdofficierte Hoorn, en EPEUS VAN AVLVA tot Jeditm , Grietman va 1Baai


9am$eraMBOREEL. (WILLEM) .343Hun last hieldt in, pin met de Sweden een gefchiktimddel te "beramen., tegen de verhoging der tollen aaide zijde der Denen, het zij door het uitvinden van .een anderenweg voor den koophandel, over Gottenburg of over Luteklangs de Trave, 't zij door het fluiten van een verbond metSweden. Ook waren de Gezanten voorzien van een gefchctikvoor de jonge Koningin, bellaande in fijn lijnwaad, ter waardevan ioooo guldens.Den 3 augustus ihadden zij hun .-eerftegehoor, wierden allervriendelijkst ontvangen., en gedurendehun verblijf te Stokholm op rijkskosten onthaald.JNa -da{.de Gezanten hun doel, door het fluiten van een verbond bereikthadden, namen zij hun affcheid, bij welke gelegenheid,•een ieder van htm door de Koningin wierdt befchonken, .-mafhaar portrait omzet met edelgefteentens, benevens een gou.loi;keten.In het begin van november kwamen zij in Holland te*ug, en deden ter vergadering van hun Hoog Mogenden HM*flag van hun wedervaren. In het volgende jaar, wierdt ik-aiias.•benevens nog twee andere Heren, naar Stade gezonden: IR»kleed met het karakter van gedeputeerde Kommisfarisfen, tot.einde om met de Gemagtigden des Konings van Denesmrker., $tgeichillen over de tollen uit den weg te*uimen..Ng dat UIBJShet hier over de voornaamfte punten was eens -gewcrnen.,.reisden de Gezanten naar Koppenhagen, om verder .-met-dei,Koning zelve te handelen.; en in feptember.., namen,zij oncgjugreize naar Holland aan.BOREEL zat niet lang ledig, maar werdt in «ftptf fcara^-vens JAN VAN RHEDE, Heer van Renswoude,en üi.wtt& Jc-v.ciitMi, Heer tot -Oostende en Hvedekenskerke,, :als-extraardina&-•Anibasfadeurs mat Engeland gezonden, ten -.einde .om Lu:;:*rbemiddeling, in naam van hun -I ïocg Mogenden .arm u -»...:,;tot bijlegging van de hooggerezene .geicrutlen, tusfen -.den £*»ming en zijn Parlement ontflaan.; dan men weet.,-.dat sdeat ut-.gingen vrugteloos afliepen, en die bittere gefchülen,,;ics8e0f


314 BOREEL. (WILLEM)te rade, met toeflemming van hunne principalen, naar buistekeren. Op den5april 1646 namen zij affcheid van denKoning, en op den 20 daar aanvolgende van 't Parlement.Zij hadden een openbaar gehoor verzogt, doch dit wierdt hungeweigerd, zij waren dus genoodzaakt het in gefchrifte te doen.Het Parlement verwaardigde zig niet eens om hun door eerikommisfie uit derzelver midden ene goede reize te wenfchennoch enige andere beleefdheder, bij diergelijke gelegenhedengebruikelijk, ten hunnen aanziene in acht te nemen. De NederlandfeKooplieden deden den Gezanten uitgeleide, die opden 4 meij in 's Hage te rug kwamen, en twee dagen later,ter vergadering van Hun Hoog Mogenden verilag van hun ge'zantfchap deden.Weinige, jaren hadt BOREEL in 't vaderland getoefd, of daarwerdt weder van hem, buitenlands gebruik gemaakt; en hijvertrok van wege de Staten in junij des jaars 1650 mar Frankrijk,als gewoonlijke Ambasfadeur, in de plaats van den I eerVAN OOSTERWYK, die, op zijn verzoek, ontflagen was. Bo-KEEL hadt last, om bet oog te houden op de handelingen tus.fen Frankrijk en Spanje, en om der Staten bemiddeling aan tebieden; doch de handel hadt tragen voortgang. Spanje fcheende bemiddeling der Staten wel niet af te wijzen; doch zogtden vrede ook niet ernftig, en Rookte onder de hand hetvuur der binnenlandfe onlusten in Frankrijk. Het Frarfe, Hoftoonde zig daarentegen, geregen, om de gefchillen tusfen detwee Kronen te verblijven aan de bemiddeling der Staten;doch gaf den Ambasfadeur BOREEL, daarenboven te kennen,'dat men iet meer van der Staten zijde, verwagtte, de voldoe',ning en onderftand namelijk, tot welken de Staten zig bij devorige verdragen verbonden hadden.BOREEL volhardde in zijn Gezantfchap aan het Franfe Hoftot in den jare 1668, en hadt dikwils harde kampen te ftrijdenmet den Kardinaal Staatsdienaar MAZARIN. Met ene op.R pping van water gekweld, Rierf hij aan de gevolgen vandie kwaal; den i 9f ptemher van genoemde iaar, in het -~ 7(le•zijnes oudetdoms. Zijn oudfte zoon JAN BOREEL, hadt zo drade


BOREEL. (WILLEM)de mare van zijns vaders dood niet ontvangen, o rhij fpneddezig naar Parijs, om het Hoffelijk, overblijfzel van daal te halenhetlijk wierdt largs de S ine naar Rouaan, en verder naar Hawede Grace, en vervolgens met een ooriogfchip naar HoLandgevoerd; en kwam op den 23 december in 's Hag?; alwaarhet, uit aanmerking van 's mans langdurige en getrouwe dienften,ingevolge beiluit van de Algemene Staten van den 7januarij 1C69, op 's Lands kosten met grote ftaatfie op denvolgenden dag, 's avo ds om agt uren, in het koor van deGrote kerk in 's Hage, wierdt ter aarde befteld. Boven zijngraf is het volgende opfchrift geplaatst;Sepulture vanHeer WILLEM BOREEL filius MHeerJACOBS.Ridder Baron ende Heere van Steelant,Duinbeeke, Perenbiom, ffc.Na verfcheidene Ampten, Bezend'ngen ende AmbasJadenoen Koningen, Republiekenen Brincen, v/erde Ao. CIO.IO.C.L. Ambasfadeurordinaris van dezen Staetin Franckrijk.Sterft te Parijs 29 Sept. 1668.Is 'hier begraven door den Staat,8 JanuarijM.D.C.LXIX. Ende vanVrouwe JACOBA CAREL, fijn Echtgenote Filia JANS,Baronesfe ende Vrouwe als boven,Sterft Ambasfatrisfe in Franckrijk, totParijs, den xvn Juniis, M.DC.LVIL en lichthier begraven.De Heer BOREEL was niet alleen een voornaam liefhebbervan a'lefraije konften en wetenfchappen, maar ook een ijverigbeoeffenaar van fommigen daar van, inzonderheid al wat hetnechanifche betrof; ook was hij een warme begunftiger derGeleerden. De vernuftige PIF.XER BOEELLUS Lijfartz van denY 5Fran>


346 BOREEL. (WILLEM)Franfen Koning LODEWYK DEN XIV, wijdde hem zijn werktoe, getijteld: Centurice Hiflwiarwm ff Obfervatiommi MedkPhyficarum; in welke opdragt hij betuigd, dat de Heer- BOREELhem veel dienst gedaan heeft, in het opitellen van zijn boekgenaamd: Trefor des Recherches ff Antiquitez Gaukfes ff Fran-$rifes; noemende hem op bladzijde 93 van dat weik: mi Perfonnagedune fi haute vertu, favoir ff amtnir paur les Bellestres , quil merite les louanges des plus do&es plumes. En vevolgens: je ne m'amuferay pas a le louër d'm


BORGESIUS. (JAN)347risfen , lang agterëen plagt aan te houden, Iigter geloosdwerdt. Doch anderen roemen zijne eerlijkheid en opregtheidhoger, dan zijne fchranderheid in het ftaat'tundige.WILLEM BOREEL is gehuwd geweest met JAKOBA CARELSdie te Parijs geftorven is den 17 junij 1657; en hij heeft Kjhaar verwekt drie zoons, en ene dogter, MARIA geheten, diegetrouwd is geweest met den Marquis DE RUSSENT, Lt. Geucraalder Ruiterij in dienst van Frankrijk, de in 1718 is geftorven.De oudfte zoon van onzen Gezant, JAN genaamdwas Heer van Urendijke en Steeland, voorts Ruwaart van Putten,Lt. Kollonel en Kommandant van den Briele en Hellevoet-Jluis; in 1665 Afgevaardigde op's Lands vloot in den oorlogtegens de Engeifen, en in 1672 Afgezant bij KAREL DEN IE,Koning van Engeland. De tweede zoon was JAKOB 'genaamdHeer van DuinbeLe enz. In 1664 w a s hij Staatfe Gezant brjALEXIS MICHAEI.OWITS Czaar van Rusland, naderhand verfcheenhij als buitengewoon Gevolmagtigde te Brusfel, en opde vredehandeling te Nijmegen; na 't fluiten van welke hij inGezantfchap naar Frankrijk trok, en in in 1680 naar Hollandte rug keerde. Zedert nam hij wegens de ftad Amfieidam-,zitting in het Kollegie van Gecommitteerde Raden der Statenvan Holland; vervolgens bekleedde hij elf jaren het gewigtigambt van Hoofdofficier, en naderhand viermaal de Burgemeesterlijkewaardigheid van die ftad. In 1697 was hij Afgezantop de vredehandeling te Rijswijk, alwaar hij, kort na het Huilenvan den vrede, tot welken hij grotelijks hadt medegewerkt,geftorven is.RAPIN THOYRAS, Hifi. d'Anglct.Tom. VIII. p. 513. WICQUEFORT, Hifi. des Prov. Un. Liv. II.p. 82. AITZEMA, Zaken van St. en Oorl. II. D. bl. .6:9. 648-.,4551. 970. 981. 993. 1010. Brieven van den Raadp. J. DE WITTI. D. Voorr. WAGEN., Vad. Hifi. X. D. bl. 394. XI. D. bl.287. 374-378. XII. D. bl. 49-52. 449- P- DE LA RUE,Staatk. Zeel. bl. 8-30". Levens van Ned. Mannen en Vrouwen^IX. D. bl. 249-263.BORGESIUS (JAN), Hoogleraar te Groningen, is geborendén


30 BORGÈSiUS.- (JAN)den 13 junij I6ï8 te Westefmjtwert, een dorp drie uren tennoordwesten van Groningen gelegen. JOACHIM BORGESIUS, zijnVader, die toen Predikant aan genoemde plaats was, wierdtzedert Rektor van de latijnfe fcholen te Groningen, en vervolgensHoogleraar in de welfprekendheid en gefchiedenisfen aan3iet Hogefchool van die zelvde ftad. Zijn moeder GEERTRUIDIIOUBING, was de dogter van HENDRIK HOUBING, Rektor teAppingadam. De jonge BORGESIUS genoot het onderwijs vanzijn vader in de griekfe en latijnfe talen, de welfprekend-Jieid en digtkonst; en kwam dus wel toegerust, in den ouderdomvan 15 jaren, aan de Akademie; hier oeflènde hij zig metveel ijver en lust in de wijsbegeerte onder MATTH. PASOR enjpRANcois MEYVAERTS, en maakte ook nog grote vorderingenin 't grieks, hier in geholpen door de lesfen van TOBIAS AN-BREAE; ook leide hij zig met de borst uit op de mathefis, eninzonderheid de fterrekunde, daarbij zulke grote vorderingenin maakte, dat men hem wel dra teeftond, om lesfen in die•wetenfchap te geven; ook vervaardigde hij reeds in zijne eerftejeugd een Almanach, op de meridiaan of middaglijn vanGroningen berekend, waar van men verfcheidene jaren gebruikkoste maken. Dit alles waren nog maar voorbereidzels tot deceoeffening der geneeskunde, waar aan hij zig vervolgenstoewijdde. Gedurende het tijdperk dat hij deze wetenfchapbeoeffende, verdedigde hij geneeskundige the/es of Hellingen.,•onder den geleerden HENDRIK WELMAN, en hij genas zijn vadervan een benauwde borst, waar mede hij reeds een halfjaarwas bezet geweest. Na een zesjarig verblijf te Groningen-,befloot hij, te gaan reizen, en de andere Hogefcholen te be-7oeken. Hij nam een aanvang met Utrecht en Leijden; enmaakte op de eerfte plaats, gebruik van de lesfen van WILLEMSTRATENUS in de geneeskunde; van ANT. JEMILIUS 'Hoogleraarin de gefchiedenisfen, en van JAKOB RAVENSBERGER in de mathefis-:en te Leijden, van die van OTTOHEURNIUS, EWALDSCRE-VELIUS, en ADRIAAN VAN VALCKENBURG, over de medicijnen,maar inzonderheid die van ADOLF VORSTIUS , over de kruidkunde.,cn van Am. WAL-EUS, over de ontleedkunde- V.m•daar


BORGESIUS. (JAN)daar begaf hij zig naar Frankrijk, en hieldt zig enigen tijd teParijs op, om 'er de" ontleedkundige betogen bij te wonen,die toen ten tijd reeds veelvuldig in die ftad gehouden wierden;vei volgens begaf hij zig naar Angers, alwaar hij met de vlijtigltenaarftigheid de lesfen van agt Profesforen bijwoonde,- diedc geneeskunde onderwezen, ook hegtte hij zig in 't bijzonderaan Dr. BATLLIS, bij wien hij zijn intrek nam. Na aan dezeAkademie de doktorale waardigheid verkregen, en zig de franfetaal eigen gemaakt te hebben , keerde hij in 't laatfte vani64$,naar Groningen te rug, en praktizeerde aldaar als Doktor. Reedsin het volgende jaar maakte men hem Hoogleraar in de mathefis,welken post hij met veel roem en nut bekleedde; niettegenftaandehem kort daar na ene zware zinking op de ogenviel, die hem trapswijze van het gezigt beroofde.Niettegenftaandédeze rampfpoedige beproeving, vervolgda hij egterzijne openbare en bijzondere lesfen , waar bij hij nog een kollegieover de Nederlandfe geographie voegde.Ten laatftenwierdt hij door een kwaadaartige koorts aangetast, die hemnoodzaakte het ftuderen te Raken; deze ziekte hadt totnafieep,een langzaam verval van kragten, dat hem den 22 november1C52 in het graf rukte, in den ouderdom van 34 jaren en vijfmaanden. In het laatfte gedeelte van 2646, huwde hij KA-TRINA NYENHORCH, dogter van den Koopman DANIËL NYEN-EORCH, bij wie hij een zoon heeft verwekt, ook DANIËL genaamd,die negen maanden oud was, toen zijn. vaderMenfterf.heeft niets anders van hem in druk, dan: 1. DUpntatio deCatarriw. Andeg. 1645. in ito.2. Oratio de Mercurio. Gron.1C46. m ±to. MSRCKLIN, in Linden, renov. p. 545, fchnjftzeer te onregte, d.e werken van den volgenden aan dezen BOR.GESIUS toe. y FREHERI, Tlieatr. Ui. Vir. p. 1380, 1381.ex Vitis Profes/. Groning. PAQUOT, Mem. litter. Tom. III. p.65-6- L. BENTHEM, £oll. unö ec§uï-©tet. II. 2&M. 267. cttj,BORGESIUS (JAN), Medicijne Doktor, wierdt geborente Honplines, een dorp in Frans-Fiaanderen, den 8 november1562.


359 BORGESIUS. "(JAN)1562. Zijn vader die den zeivden naam drceg, was een deugdzaamman, doch van een zwaugailig geftei, die het ambt vanGriffier m de ftad Armentieres bediende. Onze JAN beoeffendede geneeskunde, en hij heeft te Tpcren nog inl 6i3 als Ivledi-Gjne Doktor gepraktizeert; ook lei hij zig op de aftrologietoe, waar uifhij \vaande veel nut voor de beoeffening der geneeskundete trekken 5 dan hij verviel eindelijk, tot de dromerijenvan de fterre-.vigchelarij. Men heeft van hem in druk :I. Prcecepta ff Senentice injigniores de Imperandi ratione exlu KKANC. Smrmmm coma.. Antv. 1587. », „./ 2.LAUR. jouüEKTi, JJeiphh.aiis Falentini, Henriet III, Gall. Re*i sAnhmri^ffJn Aca.d?mia MonfpeiiacA Regii Medicina Profesfoff Canccnarii, de vidgi erroribus Medicina-, Medicorumqtie ditatem deformantibm, linrnm fingularem. Latinitate donabatfcholiis iduftrabat •Jon. RORCESIUS, Houplinienjis, Medicina ffAftrologie canai- tus. Ai tv. IÓOO. in ia°. 3. DEMETRIUS PE-PACOMtKcs rediviyus, Jive Traclatus de Arthritide, causfas fformnern ej.ns enodans, viam et ratiouem eps averruncandcetraüceque perjananda fcientiam fuo complexu coèr'cens. Greecè cmJcriptus ju ju Michaelis Palcedrgi, Imp. C nftant., a .DemetrioPepagoheno, ejus Archiatro. Ex Galiico FREDERICI LAMOTI, Me*Meina DoBoris, Latinie conJuetud.ini traditus h JOANNE BORGESIAudom. 1619. in 12°. VAL. AM»., Bibl. Belg. p. 455*PAQUOT, Mem. litter. Tom. III. p. 62-64.BORGESIUS (JAN), Jefuit, is omtrent het jaar 1572 geborenta Maubeuge. Zijn vader was HUGO BORGESIUS, geborente Valencicmes, uit een oud en zeer aanzienlijk ceflagt vartdie ftad, en die als Gouverneur van Beaumont in Henegouwenftierf. Na in de. eerfte gronden der geléérde talen onderwezentc zijn, begaf hij zig, 18 jaren oud zijnde, in het genoot- 'ichap der Jefuiten, begost zijnen proeftijd te Doornik , en troknaar Rome, om dien te voleinden, alwaar hij zig0 0k in dewijsbegeerte en godgeleerdheid oeffende. Vervolgens wierdthij zelv Meester in de wijsbegeerte, en onderwees die gedurendezes jaren, en daar na gedurende zes jaren de fchool-.ge-


BORGHT. (HENDRIK VAN DER) 351geleerdheid en zedekunde te Douai. Hier na heeft bij zes jarenat» Rektor te Valencienms de jeugd ondervezen, vervolgensdrie jaren te Maiècuge,Menen hier na nog vijf jaren te St. Omer.gebruikte hem verders twee jaren tot de beftiering derBroeders van zijne orden, die tot den derden proeftijd warentoegelaten. Tweemalen wierdt hij naar Rome gezonden, om al»daar algemene congregatiën of vergaderingen van de Sociëteitbij te wonen. Hij Rierf te Mmbeuge den 29 maart 1659^ruim po jaren oud zijnde; cn verkreeg door zijn voorbeeldiglevensgedrag, godsvrugt en liefdadigheid voor zijne belictft'genatuurgenoten, den roem van als een Heilige geftorvenzijn. Jammer is het, dat hij in fommige zijner nagelaten fchriften,die veelvuldig zijn, een geest vanteonverdraagzaamheiden vervolgzugt heeft verraden, tegens de Gezindheden, die niettot zijne belijdenis behoorden; inzonderheid vindt men daarblijkbare trekken van in zijn werkje, getijteld: Lïbri tres, deContinentia Christiana, adverfus E[icureos htijus temporis, impiosLutlieri et Caivini asfeclas. Duaci,1638. in ,\to. Onder de oirdeelkundigftevan zijne üitgegevene werken, telt men: 1,Cato major Christianus; five de Senetlute Oiristiand,Ducci,libellus.1633. in 12°. 2. De bono Sodalitatis Barthenice, et officiaSodalis er ga Deiparam Rc.tr onam, lib. II. Antv. 1622. in3. Lcelius emendatus, five de amicitia Christiana. Duaci 1637. &}I 2 0. VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 465. LE LONG, Bibl.Sacr. p. 648. D'OULTREMONT, Hijt. de Valevxiemies, p. 38X.PAQUOT, Man. litter. Tom. III. p. 68-71.i2 eBORGHT (HENDRIK VAN DER), de Oude, Konstfchilder,geboren te Brusfel in 1586; vertrok met zijne ouders nog maardrie jaren oud zijnde, naar Duitsland, om de hevige beroeitente ontwijken, waar door Brabav.d inzonderheid in dien tijd eefclioktwerdt. Tot jaren van onderfcheid gekomen zl'nde, vielzijne genegenheid op de fchilderkonst, hieróm beftclden hemzijne ouders bij den Konstfchilder GILLISVALKENEORG, vanwien effcheidende, hij de konst in Italië heeft voortgezet. Vandaar "naar Duitsland te rug gekeerd , bepaalde hij zig met 'erwoon


352 BORGHT. (PIETER VAN DER) EORLUYT. (WILL.)woon te Frankendaal, alwaar hij verbleven is tot in 1627wanneer hij die voor Frankfort verwisfelde.Behalven hetfchilderen daar hij vrij wel in flaagde, was hij ook een grootkenner van oudheden en anticque medailjes, 't welk hem bijzonderbij den Graav van ARONDEL in achting bragt. Hij isin een goeden ouderdom geftorven. A. HOUBRAKEN,Schouwburg, l. D. bl. j 15.BORGHT (PIETER VAN DER), Konstfchilder, kunnen wijniet anueis van melden, dan dat hij te Brusfel is geboren, eenfiks meester is geveest, die zig in den beginne op het bedde-fchilderen toelei; doch vervolgens meer lust kreeg tot hetlandrchapfèhitderen,vaar in hij zodanig toenam, dat hij naarverdienften op de naam,ol der konftige Landfcha: fchilders isgeplaatst. A. HöuÉkArEN-, Schouwburg, II. D. bl. 144.J. C. Werr.RMAN, Lóvensb. der Konstfchilders. II. D. bl. 217.BORLUYT (WILLEM), geboren omtrent 't jaar 1535,afftam edng van ene der o.idlte ei doorhigtigfte famihën derftai Gent; was agter-kleinzoon van GERLIKUSBORT.UYT, geftorvenin 1506, en van MARGRIET D'AILLY-FROMELLES, geftorvenKATRINACABELLIAU.in 1516, kleinzoon van JERONYMOS BORLUYT en vanBOLLENT, en zoon van JAN BORLUYT en MARGRIETNa zijne eeifte letteroeffeningen volvoeit te hebben,kreeg hij lust om Frankrijk te zien, en hij bevond zig in1557 te Lijon, alwaar hij de volgende werken heeft uitgegeven,waar van de hoütfoeden fiaaij zijn.Zedert kwam hijin zijn vaderftad terug, en (.effende de praktijk als Advokaatvoor 't Hof provintiaal van Flaanderen.Dit is 't weinige.datvan zijn leven be end is. 1.


BORRE. BORREBACH. BORREMANS. 353BORRE (NIKLAAS VAN), denkelijk te Luik, of in deszelvsnabijheid geboren, in 't laatfte der XVIde een we, wasde eerfte Pastoor van onze Lieve Vrouwe, in een voorgehtigt vandie ftad. Hij geraakte tot deze bediening in 1617, nam dieop een allezins lofwaardige wijze waar, gedurende het tijdvakvan 53 jaren, en ftierf den 7'meij 167c, in een hoog gevorderdenouderdom. Hij heeft gefchreven : i. Apologia pro Exorcistis,Energumenis, ff ab incubis Dcemonibus moleftatis, inIV paries divifa; in qua demonjlratur fuisfe omni tevo ff ubique,modoque esje, etiam apud nos, plurimos omnis cetatis et ccnditionisEnergumenos, Maleficiatos, et ab incubis Dxmonibus moleftatos;contra quouiam incredulos, obtreBatores, et temerarios ExorciftarumCenfores, qui asfertam veritatem pertinaciter inficiari non verenturetc. Lovan. 1660. in ito. 2. Examen profani Exorcismi contraDemonem mendacii, fub ementito LAMBERTI DICJEI, Tlieologi Medicinomine, in lucem nuper emisji. Lovan. 1660. J. F.FOPPENS, Bibl. Belg. p. 901. PAQUOT, Mem. litter. Tom.VIII. p 225-228.EORRFBACH (ADOLF VAN), Postmeester in 's Hage,was een van de vier deuger.ieten, die op den 21 junij 1Ó72,den Raadpenfionaris JOHAN DE WITT 'S nagts om twaalf urenuit de vergadering van Holland komende, op ene gewelddadigeAvijze a-.. randden, op den grond fmakten, en hem verfchei.dei e wonden toebragten; als toen in den waan zijnde dat hijwas van kant geholpen, namen zij de vlugt; doch een van devie , met name VAN DER GRAAF, wierdt gevat, en ontving'eerlang loon naar werk; de drie overigen namen hunren wijknaar 's Prinfen leger, en hielden zig aldaar fchuil, tot dat hetgevaar over was, 't welk eerlang gebeulde, en BORREBACKbleef in zijn ambt als Postmeester, als of 'er niets gebeurdwas. P. A. SAMPSON, Hift. de Guill. til. Tom. H. p.261. v. LOON, Ned. Hiftorip. III. D. bi. 85. WAG., Vad.Hift. XIV. D. bl. 68-70.BORREMANS (ANTHONY), geboren te Gorcum, was dezoon van NIKLAAS BO&REJIAKS. Hij leide zig reeds vroegtijdigIII. DEEL, Z op


BORREMANS, (JAN)op de* bê'cfsffésing der fraaije letteren en geleerde talen' toe*èn ftudeerde vervolgens in de godgeleerdheid te Amjteldam,wrde'r den Remonftrantfen Hoogleraar STEVEN CüRCEtx.ffius.Tot den predikdienst toegelaten, verkreeg hij wel haast het4»eroep van Gorcmn bij de Remonftrantfe gezindheid, en naenigen tijd hier gedaan te hebben, wierdt hij naar Hoorn verplaatst,en' is aldaar in 1683 geftorven. BOREÊMANS is eengeleerti »an geweest, inzonderheid ervaren in de griekfe enlatijnfe oudheden, waar van hij gebruik maakte, tot verftaanhaarheldvan de H. Schrift. Men heeft van hem in druk: 1.Vananlm Letcionum liber, in quo varia utriusque lingnx Autlotoea explicantur atque illuftraiitur, ritus prifci eruuntur, etnoii ubique obvia docentur. Amjl. 1676. in 121110. 2. Vespniiêhenienjes, in qitibus varia loca, tam Scripttim jacrce, qaadiomm AuUorum explicantur, ritus prifci, aliaque non ubivisthiiintuft Subjunguntur varia Epijlola mut a inter Autlorem,Clarisfimum virum PHILIFPUM LIMBORCHIUM. Amjl. 1687. 12ma.tbid. 2723. iimo. 3". Dialogus literarius de Puê'tis et Prophetisin quo de nonnullis qua turn ad jacras, turn ad prophanas lipertinent) disputatur. Amjl. 1678. I2?KO. Ook heeft hij bij d-uitgave van 1680, van M. Vossius , Annal. Hollandia Ze*landitcque tverfcheidene vermeerderingen uit een handfchriftVan dien autheur bijgevoegd. LE LONG, Bibl. Sacra,pt d>46« CATTENB. , Bibl. Remonjlr. p. 18. CRENII, AnimadvTiieklog, Part. L p. 62-65. Part. IV. p. 202-204. Part. XIII.p, 253. C. SAXI, Onom. liter. Pars V. p. 622. PAQUOT, Mem.littér, Tom. IX. p. 225. BAILLET, Jug. des Scavans. Tom. II.p« 269. Tom. III. p. 65. A. PARS, Naamrol der Batavife enHollandje Schrijvers, bl. 95.BORREMANS (jAN), wierdt voor het einde van de laatfteietnv te Hall teeh kleine ftad in Henegouwen, geboren. NaSijnö eerfte letteroeffeningen Volvoert te hebben, begaf hijgig tot de bëoeffehing dér godgeleerdheid, omhelsde den geestilijksnftttAt, en wierdt Kanunnik van St. Gudula te Bmsjel;VéiVelgihs Vik&rls van gehoêtnde parochie, en hij overleed inde»


BORSALUS. (WOLFERT) BORSSELE. 355dezen werkzamen post, den 22 feptember 1707 , in een vrijgevorderden ouderdom. Daar is van hem in druk: t. ïÜOJt be*grijp ban ben ^«witregel enbe berbdofi beg Oliefoofë/ berbat*tenbe fjet «r%foof in cencn


BORSSELE.«eesteade, heeft de Keizer vete Heren uit Duitsland naar Vee-,&m! gezonden, om het te verdedigen, die aldaar met zo veeï'ptoed en dapperheid gevogten hebben, dat zij, de Denen enftww nebben verjaagd. Onder het getal nu der genen die zulks,ter uitvoer bragten, bevondt zig LIPPOLD, zoon van Hertog. FRANK, die door den Keizer tot Kapitein-Generaal over zijnleger wierdt aangefteld, om Zeeland verder tegens de vijandente beschermen; ook wierdt bij befcbonken met.grote goederen,landen en erven, bijzonder in Zuidbeveland, en in 't land vanh^jeien, daar hij eerst een ftad beeft geftigt, die den ftamssatngegeven beeft aan alle zijne nakomelingen, en ingevolgehet Wiggen van JEAN LE PETIT, in zijne Qtanje Chronique leHdlande £f de Zelande, Livr. I. p. 119., aan een zeer edelejorgvronwe van deze 'landen is getrouwd.Hief houdt nu eensklaps de verdere opgave van het geflagtder VAN BORSSELEN'OP, en loopt een ruim tijdvak door vanmxr dan 300 jaren, zonder dat men 'er iets van vermeldvindt. Eindelijk geraakt men iveder op het fpoor, in 1160,in v/eik jaar vermeld wordt, dat FLORIS DE VJH, Heer VANBOKS.-ÉLE, Moi-dbeveland, en veel andere polders meer, bedijktheeft; en, dat alle de ftammen van dit geflagt door Zeelanden Heiland verfpieid, van hem zijn afgedaalt. Men vindt eenVlij uitgebreide genealogifehe befchrijving van dit zo beroemdegeflagt, inFERWEBDA, Nederlandsch Gedacht-, Stam- en WapenBoek, L Deel, druk van 1785; doch dit loopt niet verder dantot in het laatfte gedeelte van de vorige eeuw. Betrekkelijkde branche, uit dit doorlugtig Huis die Heren van Vere zijngeweest, heeft men een ailernauwkeurigfte befchrijving te.dan*ken, aan den zo.kupdi^en rïe.r JAKOBUS ERMERINS, die tedens


BoAssiöLE. (ADRIAAN W )gaan tot de befchrijving van zodanige leden {tttttdlt sCïsgt, diesig 't meest in de gexhiedenis hebben beroemd igetnaakt,


358 BORSSÉLE. (ANNA VAN)de in die waardigheid tien veldtogten bij. In 1699 fel demen hem aan, tot extraordinarisEnvodé aan het Hof van Engeland,daar hij enige jaren is verbleven, en toen aan verfcheideneDuitje Hoven die zelvde waardigheid heeft bekleed, in1714, was hij een der Afgevaardigden van hun Hoog Mogendenop 't congres van Antwerpen, tot het fluiten van een Barrière-traktaat.Te midden van alle de voorfchreven ambtsbezigheden,zogt hij om ene gezellinne, en hij vondt die injongvrouwe GEERTRUID VAN WELDEREN, dogter van den BaronBERNARD VAN WELDEREN, met wie hij in 1696 voor het egtaltaarverfcheen, en bij haar 15 kinderen verwekte, namelijk10 zonen en vijf dogters, waar van hem flegts zes hebbenoverleefd. Hij ftierf in 's Hage den 29 april 1728, enwierdt op zijne heerlijkheid in de kerk van Geldemaljem inGelderland begraven.P. DE LA RUE, Heldk Zeel. bl36, 37- WAGEN., Vad. Hift. XV. D. bl. 312.BORSSELE (ANNA VAN) , dogter en bij gebrek vanmannelijk oir, erfgename van WOLFERD VAN BORSSELE Gravevan Grandpré en Bouchain, Here van Vere, en van CHARLOTTAVAN BOURBON, wierdt waarfchijnlijk in 1471 op het kasteelZandenburg geboren. Zij verloor haie moeder vroegtijdig, namelijkin 1478, en in het volgende jaar, wanneer de Hoekjeen Kabbeljauwje tweefpalt, haren vader in Holland on edighieldt, en hij voor hare zekerheid bedugt was, werdt zijderwaarts tot hem ontboden; zo dat zij al vroeg midden in degrootheid van haren ftaat, ook de wederwaardigheden dezes levensis ontwaar geworden. Men vindt ANNA reeds in r48londertrouwd met FILIPS VAN BOURGONDIEN, welk huwelijkdenkeüjk om hare jonkheids wille, enige jaren later zal voltrokkenzijn; in 1488 vindt men dat zij ene dogter ter Wereldbragt,en het jaar daar na een zoon ,ADOLF genaamd, die haaropvolger is geworden. Voorts vindt men van vrouwe ANNAfedert niets bijzonders aangetekend, voorden 27 augustus 1497,wanneer zij nevens haren gemaal, den Abt van Middelburg,en vrouwe ANNA VAN BOURGONDIEN, vrouwe van RavefteJ^als


BORSSELE. (ANK****)$&>;jtls doopgetuige .ftondt, over drie Bekeerde Joden, ,dvs«en Spaanfe vloot naar Zeeland waren overgevoerd. Kort hier.op werdt zij in een diepen rouw gedompeld, doorden ,dood van'haren gemaal FILIPS VAN BOURGONDIEN, die in 1498 lefiruggtis overleden.Weduwe zijnde, bevlijtigde zij zig :met een warmen lijver•om hare drie vaderloze kinderen ene goede.opvoeding;ts :geven,daar toe haar in 't bijzonder behulpzaam was., .de.otfdöfder Zeeuwfe Schrijvers KOENELIS EATTUS, .die ten .dien t&nife•cp het flot Zandenburg huisvesting hadt, .alwaar nog een wjiji.tijds zig bijvoegde., de vermaarde DESID.ERIUS £RASMUS :: .zo^i'deze edeldenkende vrouw betoonde, boe zij in het beftuur \V.anzo vele heerlijke goederen, ook.dagt om dengenen,, wien g|,die inalaten moest, al vroeg de beste leermeesters toe .te .voegen.In 1500 of daaromtrent, fehijnt ANNA het eenzaam ifiW$moede te zijn geweest, ook kan de beftiering harer ititggftïektebezittingen, den raad en het :kloek beleid enes man; «•.vorderd hebben; hoe het ook mag wezen , bijtrad in'het: :fcuwelijkmet LODEWYK VAN MONTFOORT. 'Wie .dezelve tgÖ&jÊfèlijk geweest :is, het zij een zoon van den teen in ifrjrjp JÉMji/JAN, Heer van Montfoort,, welke een :fterk begunftiggr d.ejt.Hoekfen was., en nu veel gerugts maakte; .of wei dat ;hij \m-.een zij-ftam van dat aanzienlijk geflagt oirfprongmam, it qfrbeflist; dan het is ten .minften zeer waarfcbijnlijk, ,.dat;fci;, .0:;."Edelman zonder goed was. Vrouwe ANNA .deedt hen., e-. tg;als zij haren vorigen gemaal toegeftaan badt, .in i$


3óo BORSSELE. (ANNA VAN)kend, dat hij zig zeer beijverde om Vere aan de waterzijde teHerken, door het doen bouwen van enen zvvaren toren, dienog in wezen is, en den naam van Montfoortfen Toren draagt,voegende daar ene •galierij bij', die zig westwaards van dientoren uitftrekt.Deze verdubbelde flagen werden wel enigzïnrs verzoet,door den toenemenden koophandel der Verenaars, die nu opNoorwegen, Schotland, Engeland en de Oostzee ene fterke vaarthadden, met fchepen die men Clinkaarts noemde, zo dat allerleineringen in die ftad zeer toenamen ; dan dit jaar 150Jmogt niet eindigen, of vrouwe ANNA moest een nieuw hartenleedondergaan, daar zij den tweden Kersdag binnen hareftad Vere 90 bezoldigde knegten, onder enen Dan/en Overften,Graav WOLF VAN HABNBORCH, zag binnen trer.ken. omhier bezetting te houden, in naam van Koning FILIPS DEN I.van Spanje. De krijg met de Gelder/en die om dezen rijd hevigwas, vorderde in die ftad geen krijgsvolk; meerdere vijandenhadt de Landvorst op dezen tijd niet, gevolglijk moet menbefiuiten, dat een andere rede zig opdeed, om de'Zeeuwfeeilanden, en bijzonder Vere, te verzekeren. Ene nieuwe enzware Bede kon hier door te gemaklijker ingewilligd worden,en vrouwe ANNA andermaal weduwe geworden, mogt harehand nog eens aan 'een vreemden Heer fchenkcn, den vorstniet aangenaam, en die door de goederen van het Borfels huisgefterkt, te magtig zoude worden, om zig in alles naar 's Vorftenbegeerten te fchikken; gevolglijk zal men raadzaam heb.ben geacht, zig van de hoofdftad van ANNA'S gebied te verzekeren.Hadt de dood, het vuur, en vorfteTijke overmagt, ANNAbeurtelings gefolterd, het water moest haar ook nog ene ramptoebrengen. Op Maria Magdalenen-dag, (welke invalt den22 julij) van het jaar 1506, bij ftil en lustig weer, en lageebbe, kwam een val of grondbraak opwellen ten einde de oudeftraat te Vere. Zeer waarfcbijnlijk is het, dat zulks deze ftad,en bijzondei- hare vrouwe, niet weinig kommer, en nog meer•kosten zal hebben veroirzaakt.Ou-


BORSSELE. (ANNA VAN) 301Onder zodanigen drom van tegenfpoeden , fchijnt vrouweANNA ene grootheid van denken en handelwijze bijgeblevente zijn, die een zeer gunftig denkbeeld van haar karakterfchildert. Ook kwam te midden van zo vele wederwaardi heden,de zon der voorfpued enigermate van agter die duistereW. Iken doorbreken, want in 1508 zag zij hare domeinen meteen aanzienlijk goed vermeerdei en, te weten Duiveland, haaraan bedorven van vrouwe ANNA, bastaard-dogter van HertogFit.ips VAN BOURGONDIEN, in genoemden jare overleden, enwelk haar bij vonnis des Hofs van Holland van 21 feptemberwerdt toegewezen. Hoe zeer nu dit ook de fme. ten van naregeledene rampen lenigde, was egter de kelk ha. e, 'e.enipoedennog niet tot den bodem toe gelehgc; zij hadt ie woededer pest nog niet gezien; dit ai-e, g treurtoneel moest haar ooknog vertoond worden. Het was namelijk' in feptember desjaars 1518, dat d>e veideiiFelij-e plaag zig in Ze: and en bij,-zonder te Vere en Arnemuideh openbaarde, en ir korten tijd'meer menfciien ten grave zondt, dan in 20 jaren door gewonefterfgevallen was gefchiedt. Zeer denkehjk heeft de/.e rainjfpoedvollebezoeking, de anderzints zo gelatene,en ibindvastigeziel dezer deugdzame vrouwe dermate gefcbokt, dat zij 'ervan overftelpt tvierdt; nogthans overleefde zij dien bitterenrampfpned, fc'ioon zij verpligt wierdt tot ontwijk.ng van debefmetting aan die vern.eende ziekte gehegf, de vlugt naarDomburg te nemen; doch deze tugtroede hadt haar zo deerlijkgetroffen, dat toen zij na 't ophouden der pest te Zandenburgte rug gekomen was, haar de kiagten eensklaps begaver, en'zij na ene kortftondige ziekte, op den 8 december van ditzelvde jaar op haar'kasteel overleed, in den ouderdom van 4.7jaren, wordende haar ftoffelijk overblijfzel, in de kapelle vanZandenburg in het voorouderlijke graf ter ruste bezorgd.Dus eindigde de Borsfelfe ftam van ter Vere in deze vrouweANNA, die de wereld verliet met den roem van heus, wijs envan zeer veel beleid te zijn geweest; voorts dat zij niet alleeneen voorftandfter der geleerdheid was, maar ook zelve de frajeletteren beoeffende ; ook heeft EEASMUS haren lof be-2 5 fchre-


SÖ2 BORSSELE. (FRANK VAK)fchreven, in Epifi. Lib. IV. Ep. 14 ff 24. Lib, LX. Ep. .38-Zij heeft het genoegen gehad van kindskinderen te zien,want haar zoon en opvolger ADOLF die in 't jaar 1509 metANNA VAN BERGEN huwde, doch welk huwelijk eerst tweejaren later door bijflaap wierdt voltrokken, verwekte nog bijhet leven van zijne moeder dri's kinderen, namelijk FILIPS VAJSBOURGONDIEN die den 1 october 1512 geboren werdt; MAXI-MILIAAN den 28 julij 1514, en ANNA den 13 april 1516. Ookdeden beide hare dogters nog gedurende haar leven voordelige.huwelijken; want CHARLOTTE de oudfle, trouwde in 1511 metJAN VAN BERGHEN, Heer van Walliain, in Wals Braband; ende jongfte MAGDALENA in 1514, aan JOOST VAN CRUININGEN»Here tot Cruiningen, Heenvliet, Hazenvoude, Steenkerken enzBorggrave van Zeeland. —— M. SMALLEGANGE, Kronijk vanZeel. bl. 323- 393- J. REYGERSE., Kronijk Kap. 57. BOXHORSop REIGERSB. II. D. bl. 379--39L Tegensw. flaat van Zeel. II. D.bl. 380. P.DE LARUE, Gelett. Zeel. bl. 313-315- J-ERJIERINS,iZeeuwfche Oudheden, betreffende Vere. bl. 118--133.BORSSELE (FRANK VAN) , gefprofen uit dien tak van ditdoorlugtig geflagt, welke St. Martensdijk gebijnaamd werdt.-;was de zoon van FLORIS, "Here van St. Martensdijk, Zuilenenz.,, enODA, dogter vanHENDRm VANBAUTERSHEM, Here vanBergenopzcom. FRANK was Graav van Oostervand, Heer vanZuidbeveland, Zuilen, St Maartensdijk, Ever-wijk, Voorn, HooJlraten enz. Ridder van 't Gulde Vlies, en door FILIPS DEN GOE­DEN, oom van JAKOBA VAN BEYEREN, in 1428 tot Stadhouder•van Holland en Zeeland aangefteld. Deze BORSSELE was eenman van een buitengemeen fraijegeftalte, onvertzaagd dapper,en een bedreven krijgsheld ; voorts vrolijk en gezellig van•aart, en van een aangename verkering; voeg hier bij groterijkdommen, waar van hij een edelmoedig en milddadig gebruikmaakte; kortom een man, die door de opgenoemde hoedanigheden,gevoegd bij zijne luisterrijke geboorte, de ongelukkigeGravin JAKOBA ter egtgenote overwaardig was. Heiwas dus geen wcntier, dat zij, die genoegzaam van haar prilste


BORSSELE. (FRANK VAN) 3SÏ0fte jeugd af aan, ene aaneenschakeling van rampen hadt moetenverduren, en inzonderheid in hare huwelijken ongelukkigwas geweest, op hem verliefde, en heimelijk met hem trouwde.Zonderling was het geval, dat hun gemeenzame kennis meteikanderen deedt krijgen. JAKOBA was fober door de fortuinVan middelen bedeeld; nu gebeurde het dat hare moeder haarin 1432, enige paarden en kleinoodjen zond; dit gefchenkwilde zij gaarne met een tegengefchenk vergelden, doch hethaperde aan geld, want hare inkomlten waren nauwlijks toereikende,tot haar onderhoud; dus zo dikwils als zij genood,zaakt was enige buitengewone kosten te doen, vondt zij zig inbekommering. Hare oude Hoekje vrienden hadden haar meerdan eens, met geld onderfteund; doch ziende, dat zij geenevergoeding, veel min enige bevordering van de Gravinne tewagten hadden , floten zij eerlang ook de handen. Door WIL­LEM DE BEY, haren Stalmeester, of zo anderen hem noemen,GERARD VAN GODELLN, werdt haar geraden, de zaak aan denHeer VAN BORSSELE , wegens zijn edelmoedig karakter aiomineben emd, te openbaren. Node wilde JAKOBA hier aan, doordienFRANK de Kabbeljauwje zijde toegedaan, altoos hare partijwas geweest; doch geen ander middel kunnende uitdenken omgered te worden., befloot zij'er ten laatften toe, en zij ontboodBORSSELE, die zig toen in 's Hage bevondt twee of driemalenbij zg, egter wanneer hij bij haar kwam, wierdt zijtelkens, als't ware door vrees of fchaamte te rug gehouden,,•0111 hem de ware reden waarom zij hem wilde (preken te open-baren, ieder keer iets anders verzinnende. BORSSELE dagt datde Gravin de'fpot met hem dreef, doch hij in hare houdingenige verlegenheid menende te belpeuren, vervoegde hij zigbij den Stalmeester, die hem het geheim openbaarde; 't welkhij zo dra niet verdaan hadt, of hij bezorgde hem zo veel geldals de Gravin nodig was, en meer dan eens ondeifteunde hij•haar op de zelvde wijze. Het is dus geen wonder, dat eenfehoon, bevallig en vriendelijk jongman zo als hij, in de blakendegunst geraakte, van ene fchone, jonge weduwe, diereeds driemalen ongelukkig getrouwd was geweest, en bij wie,nim-)


3ö*4 SORSSÏLÈ. (FRANK VA*)Slimmer een kind was verwekt; al hadt zy in *t geheel Vaflgeen verliefd temperament geweest, zou zulks nog geene ver»wondering hebben kunnen baren.JAKOBA dan , ingenomendoor zijne edelmoedige handelwijs, niet ongenegen tot minne»"handelingen, en verliefd op zijn perfoon, liet hem van tijd tottijd bij haar ter maaltijd nodigen; BOHSSELE bleef ook niet ingebreke om van die vriendelijkheid gebruik te maken, Hellen»de dan ook alles te werk, om door vrolijke gefprekken en geestigeboerterij, de treurigheid, die aanhoudende rampen inbareziel wezenlijk hadden verwekt, zoveel moog'üjk te verdrijven,\iraar toe het afzijn van den Hertog VAN BOURGONDIEN hem teïuimer gelegenheid gaf; zo dat alles zamenliep, om de Gravinim fmoorlijk op hem verliefd, , te dezen aanziene te begun»ïligen.Men ziet doorgaans dat vrouwen van haren rang, indergelijke gevallen, genoodzaakt zijn den eerden flap te doen,,doordien geen man van minder karakter, een dergelijk aanzoekzou durven wagen.JAKOBA moet. dit ook begrepen hcbfcen,want hare gedane belofte aan FILIPS , van zonder zijnebewilliging zig in geen huwelijk te begeven , in den wind-ilaande,verklaarde zij aan BORSSELE, dat hij haar oneindig veelverpligt hadt, en dat zij hem niets ter vergeldinge konde aanbieden,dan alleen haar perfoon.Uit hoofde egter van de belofteof het verbond met FiLirs-, moest het huwelijk, dat fpoedigtusfen hen beide gefloten was, in bet geheim gefchieden.Dan zelden blijven zaken van dezen aart, lang verholen • FI­LIPS wierdt ook fpoedig van dit trouwverbond ondèrrigt; hijkwam op die mare naar Holland, doch hieldt Zig als df hij-ner- *gens van wist.De jonggetrouwden dagten aanhang ten overvloedete zullen vinden, om 'er hem buiten te kunnen honden; dan zij rekenden zonder den waard; zijne magt was tcgedugt, en zijn aanhang te groot, 't Geen hun 'tmeeste kwaaddeedt, was, dat de Edelen, BORSSELE zijn geluk en aanflaandegrootheid benijdende, zig liever aan den Bourgondiërwildenonderwerpen, dan een huns gelijken boven zig verhevenzien. FILIPS in *j Hage komende, hieldt zig nog al onwetend,en nodigde zijnen Stadhouder ten maaltijde, even als ef "órniets


Vit A N K VAN BOS.SSXL£JX LEEST ZIJN D O O D V O N N I S .


La >


BORSSELE. (FRANK VAN) 30":$Biets gebeurd' was. Maar nauwlijks was hij daar verfchenen ,ef de Hertog deedt hem vatten, en met een vaartuig, door-De; f, Rotterdam en Dordrecht, naar het kasteel vanRupelmondein FiaarJeren, voeren.Daar zijn 'er die zeggen, dat de wai>.gunst zijr.ei mede-Edelen, tot zulk ene verbazende hoogte wasgefteigerd-, dat /.ij den Hertog geene rust gunden, voor dat hijeen doodvonnis tegens BORSSELE hadt ondertekend.Anderen' beweren , dat FILIPS alleen door een ftaat- of heerszugtigenlist, 11e. ts deed uitrtroijen, dat BORSSELE met den dood geftraftZou worden; vermoedelijk verfpreidde bij dit met geen anderoogmerk, dan omJAKOBA , vuer hartelijke genegenheid totHere FRANK hij kende, te ftcrker te bewegen tot het afftaanvan haar regt op de landen, welken hij zig nu, zelvs bij haarleven, zogt toe te eigenen.Het zij hoe 't wil, het vonnisdes doods werdt met enen brief aan den Slotvoogd van RupeUmonde gezonden, die toen hij het ontving, met zijnen Gevangenein het verkeerbord zat te fpe en.Zijne vriendfehap wilmen, fpoorde hem aan, die zaak verborgen" te houden, dochBORSSELE zijne ontfteltenis ontwaar geworden zijnde, dronghem zijnen last te openbaren; waar op de Slotvoogd hem debrief oveireikte; doch BORSSELE hadt het ter nauwer nood gelezen, of hij horst in deze woorden uit: zo heeft dan ten laat-Jjen de bitterheid mijner vijanden 's Forjisn goedheid overwonnen.Men wil dat de vriendfehap van den Go.uverne.ir voor VANBORSSELE, zo warm was, dat hij hem in een onderaards gatverfehool, en niet alleen het gerugt van zijnen dood verfpreidde, maar zelvs naar 's Hage trok, om den Hertog de tijdingdaar van te brengen; dat bij zijne verfchijning aldaar,FILIPShcrder.kende wat hij bevolen hadt, uitriep: Helaas! wat heb ikfyjïaan'- dat dc Slotvoogd zig hier op voor hem nederwierp enKin genade had; dat FILIPS hier op zeide: Gij hebt uwen lastvolbragten geen genade nod'g; waar op hem de ware toedragt derzake zoudp zijn geopenbaard, daar hij zig hartelijk over verheugde.Men begrijpt gemakkelijk, wat geweldigen fchok, het eerftege-


35« BORSSELE. (FRANK VAN)gerugt van BORSSELE'S gevangenneming, op het teder gemoedvan JAKOBA uitwerkte; zij ijlde met enige fchepen en manfchappennaar Rupelmonde, om, het koste wat het wilde, harentederbeuiinden FRANK te verlosfen. FILIPS volgde haar;zij eiste volflagen bewijs, of BORSSELE levende dan dood was,'en begeerde ten bewijze van het eerfte, hem te zien en te fpieken.De Hertog was haar ten wille, deedt BORSSELE aan eender venfteren te voorfchijn komen, en de beide gelieven fprakenelkander, ftaande hij aan het venfter, en zij op het fchip.Dan, .nauwlijks hadt zij enige woorden met hem gefprokenof zij flapte van het vaartuig aan land, en verzuimde geeritijd, om, door bemiddeling van FREDERIK Grave van Mears,met haren oom FILIPS in onderhandeling te treden.Bij den zoen in H28 gefloten, was bepaald, dat JAKOBA,zig buiten toeftemming van 's Lands Staien, van hare Moederen -an Hertoge FILIPS , in 't huwelijk begevende, zij hareonderzaten, ten behoeve des Hertogs terftond van ahe gehoorzaamheidontdaan zou. Uit kragte van dit beding, eiste FILIPSnu, dat hem de graavfchappen van Henegouwen, Holland enZeeland werden afgeftaan; in welk ge* al hij FRANK op vrijevoeten fteuen , het gefloten huwelijk bevestigen, en aan JA­KOBA enige heerlijke goederen h:er te lande, tot haar onderhoudzoude opdragen. JAKOBA geen vooruitzigt hebbende,om door enig ander middel, haien beminden egtgenoot taverlosfen, moest deze harde brok, gedwongen verzwelgen.Zij bedong „ tegen den volkomen afftand van Henegouwen.„ Holland, Zeeland en Friesland en van den naam van Gra-„ vinne, alleenlijk de heerlijkheden van Voorne, Zuidbeveland„ en Tliolen, benevens de tollen van Holland en Zeeland, ge-„ durende haar leven. Doch indien FILIPS voor haar ftierf,„ werdt beftemd, dat zij weder in 't bezit van hare graavfchap-„ pen treden zou." Heer FRANK, federt uit zijne gevangenisgeflaakt zijnde, werdt door FILIPS nog met het graavfchapvan Ostervant begiftigd, doch ook alleen voor zijn leven. Tenzelvden tijde, werdt JAKÖBA bedeeld met het Houtvesterfchapvan


BORSSELE. (FRANK VAJS) £ |vsti alle de wildernisfen van Holland, benevens den Haarlemmerhout;welk ambt omtrent een jaar later, aan haren egtgenootwerdt overgedaan.Sedert, voltrok zij met verlof van Hertoge FILIPS , haar huwelijkmet Here FRANK in 't openbaar, te St. Maartensdijk inhet eiland Tlielen; en bragt het overige van haar rampvolleven grotendeels door, op het flot Tellingen, in Rijnland,'t welk zij als Houtvesterinne vrij bewonen mogt. De grootftefmart die haar nu kwelde, was dat zij bij BORSSELE, ZOwel als bij hare vorige mannen, onvrugtbaar was, en dus vande hoop verfteken bleef, om immer haar kroost weder in 'tbezit van hare landen te zien. Men wil, dat dit haar enéteringziekte veroirzaakte, waar aan zij op den 8 oftober 1436overleed, in 't 36fte jaar hares ouderdoms. Haar lijk werdtin 't graf van Hertoge ALBRECHT, in de Hof-Kapelle van denHage, bijgezet. In de huwelijksvoorwaarden van Vrouwe JA­KOBA, vindt men verfcheiden' uitdrukkingen, die hare tederegenegenheid voor FRANK VAN BORSSELE, ten klaariien aan dendag leggen; zij noemt hem gedurig baren lieven ende zeer ghemindenghejelle; cn zegt, onder anderen: dat zij dezen lijftogtmaakt, omme /onderlinge liefde, rechte minne ende volcommen gunflen,die wij, fpreektze, mit aller onzer herten dragen ende hebbentot onfen lieven ende zeer gheminden Heren FRANCKEN VAN BOR-SELEN , Grave van Oistervant enz.Heer FRANCS: overleed den 19 november 1470, na dat hijlang in 't land van Voorne hadt ziek gelegen, en wierdt bij zijnevoorvaders begraven, in de kerk van St. Maartensdijk. ELEO-NORA VAN BORSSELE , zijn enigfte zuster, die JAN VAN BURENten man hadt, erfde zijne voornaamfte goederen; doch aanzijnen bastaard-zoon FLORIS, bezorgde hij in eigendom, deheerlijkheden van Cortgene, Emelisfe, Welle en Tam tien. *BOXHORN, Kronijk van Zeeland, II. D. bl. 198. 200. 202. 253.VELDENAAR, Kronijk, bl. 131, 132/M. BALEN, Befchrijv. vanDordrecht, bl. 774, 775.'MIERIS, Charterb. IV. D. bi. 1029.1032. 1066. P. DELARUE, Heldhaftig Zeeland, bl. 133-136.WAGEN., Vad. Hift. BL D. bl. 510-515.AD.


I3Q5 A L E W Y N . BENEDICTL-A D D E N D Atot het I. Deel, bl. 148. en II. Deel, bl. 265.ALFWYN (ABRAHAM) , Jmjieldammer , Regtsgeleerde,gaf in het begin dezer eeuw, uit: Zede- en Harpzangen, in 4J.Nog een digtftulye van hem, op enen onbedagtzamen Zetogt, is uitgegeven in de Tweede Proeve van Oudheid- Taal-Digtkunde, door bet Genootfchap Dulces ante omnia Mufr, teUtreclt, 1782. 8vo. bl.3 J 0Aan hem is, in 1701, opgedragende vertaling van LUCRETIUS, door JAN DE WITT, M. en P.L., Lid van het R;mstgenootfchap, in magnis voluisfe jat est.BENEDICTI (GEORGIUS)VAN WERTELOOS, een geleerdjongman , geboortig van Haarlem, flaagde zeer gelukkig.in de latijnfe dgtkunde, waar van, onder anderen, ter proeveftrekken,de bijfcnriften


R E G I S T E RV A N D EP E R S O N E NWAAR VAN IN DIT DEELGEHANDELD WORDT.Bladz.BladZ.•Bertling (Michie!) , Hoog- Beuville (Jakob) , Geleerdleraar ifi de Godg leerd- Jefuit. . . 32.heid te Groningen. . 1. Beveren , oud en aanzien-Bërtholf(Gregprius),P*ejï- lijk Geflagt. . -33-dentin't Hof van Friesland. 1. Beveren (Abraham de),Berton (Leonard), Geleer- .S L , l 0 U t w uDordrecht. - 33,dejeji it. . . %. Beveren (Jakob de), Bur-Best (Willem), Hoogleraar ' gemeester te Dordrecht. 33.in de Regtsgeleerdheid te Beveren (Johan de), Kom-. Harderwijk. . . 1. mandeur van Geertruiden-Bestbrugge(iEgidius), voor- berg. . . 34.naam AegtsgeleerUe en Re- Beveren (Johan Siriacopsdenaar. . . . 3. de) , Hoogleraar in deT> ,EcthT/T„„^ -7 'Jansz. (Jan), Lee-Wijsbegeerte J 6 tc Leuven. 0 3 q 1 „Berhune (Everhard), eenBurgemeester te Dordrecht. J 36.°geleerd Geestelijke. . 4. Beveren (Kornelis de),Be'sfTani. Raadsheer in den Raad en Rentmeester ge-TT J • TT n J . ncraal van Zuidholland. 37.Hog nraad m Holland. 5. °'_ . , ,T, - \ Beveren (Kornelis de) ,J iBeukelaar (loachim) ,D... „ r,..,. KoistfcMid^ . !' . s. f ; & D y ^ w , i 5 7.Ee.kelzoon (Willem),U/f- n„„„,„„ 1 . J %. , S *r 7 Beveren (Lambertus de},. vinder van het kaken, zou-D,., \ ^T r> „tón en in tonnen fokken Predikant te Hoorn. . 38.wn (fen AVwg. . . 6. Beveren (Michiel de),Beuningen (Koenraad v.),, feester ge-R a a d mBurgemeester te Amfieidam. 6.^ Zuidholland. 38.? WBeveren (Pieter de), Raad,Beurs (Willem) , Konst- Schepen en BurgemeesterJchilder. . . 32.-t eDordrecht. . .3?.III. D F.EE. Aa Be-


:. : 3 R. E G IS T" E B.Bladz,Jtevevett (Theodonis Fdtfit&tde)yPredikant teUtrecht. , , 3$,Beveren (Willemde), Lidvan de Magiftraat te D^rdfrfiït*. . ,4.1,BéVere'fi (Willem de), Gecommitteerde-Beyma (Juliusvan), RaadsfênnaarFiaandeheerin het Hof van Fries­en Brdband. . 41. land. - . . 70.t&Kteti. (Willem de), Se- Beyma (Sjoerd van), Tekenaarvan liet Verbond derCf star is der ftad Dordrecht. 4ï.geveren (Willem de), Raaden Rentmeester generaalEdelen. . . 72.Dan Zuidho.hnd, benevensBstijuw en Dijkgraav variden lande van Sirijen. 42.tevëflafld (Hadrianus) ,Dokter in de Regtsgcleerd-Md. . . « 4 3 .Beverningk (Hieronimusvan) , Burgemeester teGouda. , . ^g,Beverwyk (Barthel van). 57.Beverwyk (Jan van), StadsDoktor en Le&or in deHeelkunde te Dordreclit. 58."Bevêrwyk (Vincent DirkV&n), tnquifittur van hetBisdom van Utrecht. . 62.Bêyeffla (Bernardi.s), Rectorder latijnfe fcholen in'S Hage, . . 63."Beveren (Jakoba van), zieJakoba.Beyeren (Jan van), Graavvan Holland, , . ,64.Blad'ziBeyma (Coert van),Rentmeesterder Domeinen inFriesland. . . 69.Beyma (Coertvan). Secretarisvan de Admiraliteitte Harlingen, , . 70.Beysfel (Joost van), Raadvan den Aartshertog Maximiliaan.. . 74.Bheem (Sebald) , Konstfchilderen Plaatfnijder. 75.Bibaut (Willem) , Priorvan liet Karhuizer kloosterte Geertruidenberg. 76.Bicker, zie Bikker.Bideloz (Gillis), Priester teLuik. . . . 77,Bidloo (Govert), Hoogleraarin de Genees- en Ontleedkundete Leijden. 78.Bidloo (Lammert), Apothekerte Amfieidam. 8r.Bie (Adriaan de), Konstfchilder.. . . gr #Bie (Elias de), Griffier vande Finantien te Brusfel. 82.Bie (Joris de), Thefam •ier-Generaal. , . g^Bie (Markus de) , Konstfchiider.. . g 4.BeyeHiiick (Laurens), . Biel (johan), Syndicus derAartspriester te Antwerpen. 66. ftad Nijmegen. . g 4.Bflfnu , vtmiaam Geflagt Bicfe (Be'in), Lid van denitl F';"sin:id, . . 6S. Rcsdder Beroerten in 1567.85.Bie-


25. E G 3S t 'E JL :27tBladz.jgfeSta (Niklaas)., Hoogle- Wet (Karei Emattttel),,• raar in de Medicijnen te Konstfchilder, ,. , SSffl»Leuven-- ,. .. .85- jBiskop (Joan), AdvókaatBiesman (Kristoffer), Burgemeestervoor 't Hof van Tlollandte Nijmegen. 86. .en Konstfchilder. ....jlteeelingéh (Krist! tat Jansz. Bisfchop (Abraham), J£ar.rtfchilder.van,, Kffpstfihildet 8T.... .. isqg»Bigato (Marku? Anu nius), Bisfchop (Jakob), d&msp-'Abt van Tongzo. . 88. fchilder. .. „ ;.c#JBikker, oud en aanzienlijk Bisfchop (Kornelis) , Konstfcbildet.Geflagt. .. .. 88... StQjj..Bikker (Andries), Bwge .Bisfchop (Rem Egbertz.j) rfmeester te Amfieidam. b&. Koopman te Amfieidam. ii3ü£>Bikker (Boel), .Raad te Bitter (Kristina)., KloekmoedigeAmfieidam. . . 92.Vrouiv. .. „>Bi-voorde (Lodewyk',van)„Kanunnik vanGrcenendaal.iSfrBikker (Gerard), Drosfaardvan Midden. . .. 92.Bikker (Jakob), Majoor vande flads Soldaten te Amfieidam.. . . 92.Bikker (Kornelis), Burgemeesterte Amfieidam. 92.Bikker (Picter), Brouwerte Amfieidam. .. . 93.JSilius (Eduard) , Monnikte Antwerpen. . . 94.Binckrjakob), Konstfchilder. 95.Binga (Willem), TekenaarBinsfeldt (Petrtts van),Bisfchop van Azof. „ $3.Sisbink (Barent)., .Konstfchilder..0 99.iBifet (Jan Baptist), .Konst-Jchildtv. .* .99.Bize'(Vedastuo), Pastoor.tsFontenpij. . » jffg»Blaauw (Joan), Sêhepsn-enBoekdrukker teAmfieldam.S8$*.Blaauw (Willem Jans-.zoun), Boekhandelaar .-eetDrukker te .Amfieidam. 3$$,Blaauwhulk (Jan Simonsz.),Raad en Schepen ider /ftadEnkhuizenVfflflE.Blaer (Jan de),, Prior w®van 't Verbond der Edelen. 96. .St. jakob te Luik. ®55*Binkes (Jakob), Kommandeur.Blankaart (Niklaas) fHoog.*-ter Zee. . .. 96. leraar inde Griekfe-taakeeBinkhorst (Lodewyk), Ambagtsheer•Gej'chiedeni ftn te iFranezande.van 's Graveker.,. *, Stiïjjh,. .. 97. Blankaart (Steven)., IMedbirijneDoktor teAwfieldmvüSS*Blankehheim (Eteder-tk.van)., Msfchop mn &•trecht. \. ' » tf'SSUBlankhof :(Jan 'jEe.uritsz.%'Kcnstjcltiïdet. «• iKP?i-Wwki


37S R E G I S T E R .BladzBlankvoort, Adelijk geflagtin Overijsfel. . .128Blankwalt (Just»s) , Kanunnikte Antwerpen. 128Blansaart (Abraham enjan) , Medepligtigen inden beraamden muord vanPrins Maurits. . 129Blafere (Jan), Lid van denRaad der Beroerten inIS67- • • 130.Blafius (Abraham), MedicijneDoktor te Amfieidam. 130.Blafius (Gerard), Stads MedicijneDoktor en Bibliothecariste Amfieidam. 131.Elasfiere (J. J.), Onderwijzerin het Stigtinghuis defVrouwe van Renswoude. 13T.Blau (Quiryn de), Raadsheerin 't Hof van Fries.. land. . . 133'Bleek (R.), Konstfchilder. 135.Bleiswyk (Dirk van), Historiefchrijverte Delft. 138.Bleiswyk (Klaas van), Kanunnikvan St. Bancras teLeijden. . . 130.Bleiswyk (Jan van), Priesterte Delft. . . 139.Bleiswyk (Pieter van),Raadpenfionaris van Hol-• land. . . , 140.Blendecq (Kaïel van),Abt van een Benedïktijnerklooster. . . 147.Bles (Hendrik van de),Konstfchilder. . . 147.Bladz,Blict (Adriaan), Secretarisder ftad Antwerpen. 148.Blitterswyk (Willem van),Koninglijke Raad en Kancelierin het Hof van Gelderland.. . 14$,Blockhoven (Gysbert van), *Karthuizer Monnik. 143.Blockius (Kornelis), Kanunnikte Utrecht. 149,Blockland (Kornelis van),Medicijne Doktor en uitmuntendMuzikant. 149.Bloemaart (Abraham),Konstfchilder. . 149.Eloemaart (Abraham) ,Konstfchilder. . 152.Bloemaart (Adriaan), Konstfchilder.. . 152.Blau (Jeronimus de), Bur-. gemeester te Leeuwarden. 132. Bloemaart ( Hendrik ) ,' Konstfchilder. . 153.Blosmaarf (Kornelis),Konstfchilder. . 153.Bloemen (JanFrancis van),Konstfchilder. . j 54,Bloemen (Nolbertus van),Konstfchilder. . J54,Blpemenftein (Jan),- Bailjuwvan Kennemerland. 155.Blois, zie Treslong.Blois (Johan van), Raadsheerin 't Flof van Flaanderen.. .31ok (Benjamin), Konstfchilder.. .Slok (Daniël), Konstfchil-• • 156.!lok (Jakob Reugers) ,Konstjchilder. . 1-7.Blok


& E G IS T TSi 9m 373•' Bladz.Hok (Johanna Koerten),zie Koerten.Blok (Simon) , Zee-Kapitein.. • I5S.Bloklandt (Anthony) ,Konsjchilder. . 15 9'Bk>m (Kornelis), Predikantte Leeuwarden. . 159*Blommevenne (Pieter) ,Karthuizer Monnik. 171.Blond (Laurens le) , KundigGenealogist. . 17 r.Blondel (Antony), een gedeerdMan. . 172.Blondel (David), Hoogleraarin de Gefchiedenijen•te Amfieidam. . 173-Blondel (Frans) , Stads 'MedüijneDoktor te Alen. 176.Blonkebyie (Jeroen) ,Scheepstimmerman. 177.Siotius (flugo), Opzienervan de Keizerlijke Bibliotheekte. Wenen. . 17 7-JBloxius (Pieter) , School- •meester te Leijden. V 178.Blyenburg (Adriaan. van),•Waradijn van de GraavlijkheidsMunten van Holland.- 179-Blyenburg (Adriaan van),Hcofdfd.out van Dordrecht.•• •• 181-.•Blyenburg (Adriaan van),'Ridder van de orden van•St. MichieL .. 182,Slyenburg (Adriaan van),.Burgemeester te Dordrecht., -ffiljenburg(Damas ran,):,Thefaurier Generaal cderVereenigde Nederlanden. alS.s.Bochius . (Jan),, .Secretarikder ftad Antwerpen.Bochius (Jan Afcariius),Regtsgeleerde. .Bochorinc, zie Boxborn.Bochx (Dominikus), dPriovder Abtdije van St. sBevnard.. ai8S.Bockehnan, s/eBoeckelmaa.Bockenberg (Pieter Kojjne»Jis), Hiflorijchnjver vanHolland en Zeeland. 3.17.Bodacus (Johannes)-,'Gm?erheer-te Amfieidam. axjj.Boddaert (Pieter),


1374 R E G I S T E R .Bladz.Bcecop (Arnold ten), Je-Juiten Priester. . 201.Boecop (ArnoH of Arendten) , Burgemeester teKampen. . . 2C2.Boel (Tobias), Advokaatie Amfieidam. . 202.Boele, ctn vermaard AmfieldamsGeflagt. . 202.Ik els (Frans), Konsifcltil.der. . . . 204,Boener (Jan), Rooms Priester.. ' . . 204.Bcener (Matthias), Licentiaatin de Regten. 204.Boerhaave (Hermannus) ,Hoogleraar in de Geneeskundete Leijden. . 205.Boest (Filip), Pastoor enKanunnik te Deventer. 230.Boëtius (Epo) , Hoogleraarin de Godgeleerdheid teDouai. . . 23 r.Boetzelaar (van), een ouden hoogadelijk Geflagt. 231.Boetzelaar (Daniël van),Tekenaar van 't Virhondder Edelen. . 232.Boetzelaar (Floris van),Tekenaar van 't Verbonden groot Voorflandtr dei-Vrijheid van zijn Vaderland.. . . 233.Boetzelaar (Otto van) ,als voren. . . 233.Boetzelaar (Rutger van),insgelijks. . ' . 234.'Boetzelaar (Wesfel van),even als.de vtrjgtn. 236.Bladz.Boeuf (Daniël dè), DominikanerMonnik. . 237.Boexelaar (Pieter a), Monnikvan de Cistercienfer Orden.. . „ 2g 7,Boe/ (Timon), Secretarisvan 't Hof van Holland. 237,Bogaard (Adam), Hoogleraarin de Geneeskunde teLeuven. . . 238.Bogaard (Adam), ReSlorvan't Hogefchool te Leuven. 238.Bogaard (Adriaan), Lakenweverte Leijden. . 239.Bogaard (Jakob) , Hoogleraarin de Medicijnen teLeuven. . . 239.Bogaard (Jakob), Prefidentvan het Hof in Flaanderen.. . . 241.Bogaard (Jan Willemsz.),Schepen te Amfieidam. 241.Bogaart (Hendrik), Konstfchilder.. . ,244,Bogerman (Johannes) ,Hoogleraar in de Godgeleerdheidte Franeker. 245.Bois .(Engelbert des), Bisfchopte Namen. . 250.'Bois (Godfried du), Hoogleraarin de Geneeskonst teFraneker. . . 251,Bois (Johannes du), Raadcn Prokureur-Generaal vanden Hogen Raad te Mechelen.. . . 253.Boifo"- , voornaam AdelijkGeflagt. .'. . 253.Boifot (Karei van), Krijgshelden Staatsman. 255.Bui-


R £ G I ! i T E 8. 11%Bladz.Bladz.Boifot (Karei van), Abt Bolongari , Snuif koper tevan Sonnebeek. ' . .257* Amfieidam. ' . . 274»Boifot (Lodewyk van), AdmiraalBolswaart (Pieter van^,van Zeeland.257.Boisfchot (Karei van), welbefpraaktPrediker. . 260.Boisfens (Kornelis), konfligSchrijver en Plaatfnijder. 260.Bokelman (Hendrik), Predikantin den Ham. 261.Bokelman ( Patroculus) ,Predikant te Wijhe in 0-verijsfel. . . 261.Bokelszoon (Jan), Koningder Her dopers te Munfier. 262.Bokkelman (Joh. Fred.),zie Boeckelman.Bokkema (Rienck), dappereFries. . . 265.Eokkenberg, zie Bockenberg.Bokshoorn (Jofef), Konstfchilder.. . 266.Bol (Ferdinand) , Konst'JcMlder. . . 267.Bol (Hans), Konstfchilder.. . • 268.Bolandus (Pieter), LatijnsDigter. .. . 270.Boletus (Hugo), Prior vande Abtdij te Egmond. 271.Bolius (Jakob) , Vikaris van'f Utrechtfe Bisdom. 27 r.Bolland (Johannes), geleerdeJefuit: . . 27r.Bolland (Sebastiaan), RekollettenMonnik. . 273.Bolognino (Willem) ,Hoogleraarin de Wijsbegeerte.te Leuven. . .274.Schrijver van een FriefcheKronijk. . . 275,Bomale (Jan de), Hoogleraarin de Godgeleerdheidte Leuven. . . 275.Bomberg(Daniël), beroemdBoekdnMer. . 276.Bombergen (Anthonyvan),Tekenaar van 't Verbondder Edelen. . . 277.Bomble (Florentinns), Predikantte Amfieidam. 278.Bommelius (Hendrik), Rectorte Utrecht. . 279.Bonaert (Niklaas), beroemdJefuit. . . 279.Bonaerts (Olivier), geleerdJejuit te Yperen. . 28J.Bondt (Niklaas), Advokaatte Amfieidam. . 280.Bondt (Niklaas), Hoogleraarin de Kruidkunde teAmfieidam. .. . 287.Bonerus (Matthys), Doüorin de Regtsgeleerdheid. 291.Bonetus (Laurens), Taalkundige... . 292»Bonfrerius (Jakob), geleerdeJefuit. .. . 292.Bonga (Jan), Grietman vanWestdongeradeel. . 294.Bonga (Willem), Tekenaarvan 't Verbond der Edelen. 296.Bongaert (van den), AdelijkGeflagt in Holland. 297.Bongaert (Bernt van den),.Aa .4Te*


375 R E G I S T E R .- BladzVB i a d zTekenaar van 't Verbond Bontius (Jakob), Medieijneder Edelen. . . 297. Doktor op Batavia. . 369.Bongaert (Jan van den), Bontius (Reinisr), Hoog.bejchreven in de Ridder- leraar in de Medicijnen enJchap van Utrecht. 297. Wijsbegeerte te Leijden. 310.Bonicollius (Johan Drab- Bonvoifin (fPieter), fefwt ^iobe), zie Goethals. * r>/ ; , , , - Bonvoust, Predikant in devBcmeres (Karei de), Ge- Walfe Gemeente te Utrecht 310zant van Filips den IV. 298. TW,T» /-PI ^ TT- ,• ^^ . c. 7f. r, Boom (Pieter Kornelisz.),iionitacius , mjchop van Burgemeester te • Amflel-Utrecht. , . 298. dam. . . .311.Eonomonte (Robbert de),_ . Booms (Marinus Adri-Dominikaner Monnik. /302. aansz.), Schoenmaker teBonfer (Adriaan), Deken Middelburg. » . 214.en Bastoor van Middel- Boomkamp (Gysbert), Burluri- • • 302. ger te Alkmaar. .3 Ij.Bonfer (Willem), Hoog- Boon (Daniël),•.RonsttóhiUleraar in de Regten. 303. der. . . .315.Bont (Hugo), Benfiomris Boon van Engelant (KorvanMiadelburg. . 303. mUs), Bailjuw van Heen-Bont (Jan), Kancelier van vliet. . . .315.Braband. . . 303. Boonen (Arnold), Konst-Bont (Willem), Hoogleraar JUdldir. . . rjig.in het Kerkelijk Regt te Boonen (Jasper), Konst-Leuven, . . 304. Jdülder. . .3 2 aBontebal (Klaas Michielz.), Boort (Hendrik) , Refter derSecretaris van Zevenhui- latijnfe fciïaien in 's Herz- • • • 305. togenbosch. . . n 2(x•e nBontekoe (Kornelis), Me- Boot (Aïïfelmus), Lijfartzdtctjne Doktor. . 305. van Keizer Rudolf den II. 321.Bontekoe (Willem Ys- Boot of Booth, Aanzienlijkbrandsz.) , rampfpoedig Geflagt in Nederland. 321.Reiziger. . . 306.Bontemps (Augustyn), Be- £, ( A m o ] d J' MedieijneB onediktijner Monnik. 308. ' • '3 2 2Bontius (Gerard), Hoog- Boot (Everhard), Predikantleraar in de Medicijnen te Utrecht, . , 323»t sLeijden. . .3 o 8.B o o t(jGerhard), LijfartzBontius (Hugo), ervarenKarei den I, Koningv a nIlegtsgeleerde, . 3-9, WW Engeland. ~ '324.


R E G I S T E R :!77Bladz.Boot (Kornelis), Predikantte Middelburg. - 324.Boot (J. van der), Wiskonftenaar.. . 324.Bootsma, Adelijk Geflagt inFriesland. • . 325.Bor (Pieter Kristiaanz.),Hijtoriejchrijver. . 325.Borch (Hendrik van der),Burgemeester te Mechelen.. . . 329.Borckens (Martinus), LatijnsDigter. . 330.Bordet, Krijgsman. . 330.Bording (Jakob) , Hoogleraarin de Medicijnen teRoftok. . . 330.Boreel, oud, adelijk en aanzienlijkGeflagt. . 333.Boreel (Abraham), RaadenMuntemeester Generaal derVereenigde Nederlanden. 334.Boreel (Adam), Godgeleerdeen Taalkundige. 335.Boreel (Jan), Raadpenjio-. naris van Zeeland. 336,Boreel (Jan) , Heer vanWesthoven , Burgemeesterte Middelburg. . 338.Boreel (Jakob), Raad enRekenmeester van 's Landsen Graavlijkheids Rekenkamerin Zeeland. . 340.Boreel (Pieter Refen). 341.Bladz.Borsefïus (Jan), Hoogleraarin de Mathefis te Gronings• . 347-Borgefius (Jan), MedicijneDoktor. . , 24.9.Borgefius (Jart), Jefuit. 350.Borgbt (Hendrik van der),Konstfchilder. . 351.Borght (Pieter van der),Konstfchilder. . . ^52.Borluyt (Willem), Regtsgeleerde.. . 352.Borre (Niklaas van), RoomsPastoor. . . 353,Borrebach (Adolf Van),Postmeester in 's Hage. 353»Borremans (Anthor.y), RemonjtrantsPredikant. 353.Borremans (Jan), Kanunnikvan St. Gudüla te Brus-M • • 354-Borlalus (Wolfurt), een geleerdMan. . 3 SS.Borsfele, mul en aanzmlijkGeflagt.' . .3 S S.Borsfele (Adriaan van) ,voornaam Staatsman. 357,Borsfele (Anna van), Vrouwevan Vere. . 358.Borsfele (Frank van) , Stadhoudervan Holland en Zeeland.. . 362.ADDENDA.Boreel (Willem) , Baron Alewyn (Abraham), Regtsgeleerde.. . 355.van Vreendijke, eerst Pen-Jionaris en vervolgens Eenediéti (Georgius) vanHoofdofficier der ftad Amfieidam.. . 341.U rWerteloos, Latijns Dig' • • • 368.


BERIGT VOOR DEN BINDER,De PLAATEN te plaatzen in bet dUL DEEL.I. Pourtrait yan H. BOERHAAVE. .. .. Bladz. 206.H. Plaat van Elf Amfteldamfche Burgers ,&c. 244.UI. FRANK VAN BORSSISUS leest zijn doodvennis.. . . .. .. « 3ö 4.

More magazines by this user
Similar magazines