Download pdf - Architectuur Lokaal

arch.lokaal.nl

Download pdf - Architectuur Lokaal

Winter 2011 #77Hengelo: Winnaar Gouden Piramide 2010Berlijn: 150 BaugruppenAmsterdam: Ronald McDonald Centre


RedactioneelCOLOFONARCHITECTUUR LOKAALverschijnt 4x per jaarTussen de Bogen 181013 JB Amsterdam020 530 40 00info@arch-lokaal.nlwww.arch-lokaal.nlwww.ontwerpwedstrijden.nlREDACTIEHoofdredactie:Cilly JansenEindredactie:Indira van ’t KloosterRedactie & productie:Margot de JagerVORMGEVINGjoseph plateau, AmsterdamDRUKDie Keure, BruggeOPLAGE6500ISSN1385-0482ABONNEMENTEen abonnement op dittijdschrift is kosteloosverkrijgbaar op aanvraag.Nog beschikbare nummersuit eerdere jaargangen zijntegen verzendkosten tebestellen bij Architectuur Lokaal.Alle eerdere uitgaven staan ookals pdf op www.arch-lokaal.nlSchoonheidTegen het einde van een jaar dat ‘met de kennis van straks’ een omslagjaar in een langetraditie van nationale ruimtelijke ordening zal blijken te zijn geweest, zei staatssecretarisZijlstra in het NOS Journaal dat cultuurorganisaties zich zorgen moeten maken. Daarnaging ik naar Drenthe. In de Randstad was de sneeuw door de warmte van de steeds compacteresteden alweer verdwenen. Op een paar uur afstand van de ‘rode contouren’ van denooit vastgestelde vijfde nota ruimtelijke ordening waren de akkers nog helemaal wit. Hetlege landschap bood daardoor een extra weidse aanblik. Het ijs lag nog op de binnenwegen,dat maakte ze niet echt makkelijk berijdbaar met wat sinds de Duitse wetswijziging inNederland ook ineens zomerbanden heet. In de stille, vrieskoude avondschemeringbevond ik me plotseling in een landschap van een betoverende schoonheid, midden tussende bevroren moerassen van het Fochteloërveen. ‘Kwetsbaar landschap’,stond er op een bordje bij. Niet ver daar vandaan legt Staatsbosbeheereen Bos van de Toekomst aan. Binnen het inrichtingsplan van ditrijksbos kunnen mensen een boom planten ter herinnering aan eendierbaar iemand of een bijzondere gebeurtenis. Er staan enkele tientallenjonge bomen voor overleden familieleden, maar ook een voorArmeense vluchtelingen. Freek en Eppie Doek zetten bij hun kastanjeboomeen bordje met de tekst ‘Uit respect / voor wat was / is / en nogkomt’. Bij thuiskomst las ik dat senator Werner vindt dat de regeringweinig respectvol spreekt over de grote betekenis van cultuur.Cilly Jansen, directeur Architectuur Lokaal2 Architectuur Lokaal #77


Inhoudsopgave040809101218Lokaal MondiaalHans OerlemansRegieBasisschool St. Plechelmus in Hengelowint Gouden Piramide 2010Het kan nog steedsBij de modernisering van het Bartholomeus Gasthuis in hetcentrum van Utrecht heeft de ouderwetse dialoog tussenopdrachtgever en ontwerpers goed gewerkt.Dirk BergveltVan Duivesteijn naar Van PoelgeestDe problemen van krimpende gemeenten kunnen niet gefinancierdworden door groeiende gemeenten. Adri Duivesteijn,wethouder in Almere, legt uit waarom.Adri DuivesteijnIn ambitie kun je niet wonenAmbitie als opdrachtgever is mooi, maar in de gewijzigde economischeomstandigheden is de eerste vraag hoe bouwactiviteit opgang gehouden kan worden. ’Zonder projecten geen ambitie.’Peter Prak en Menno SchapendonkPraktijkPrijsvraag leidt tot oprichtingarchitectenbureauKONING ELLIS architecten. Hoe een niet bestaand architectenbureaueen prijsvraag won.Bram Talman05Regie‘Nieuwbouw is geen zegen’Anneke Kuipers ziet alleen maar voordelen in herbestemming van bestaandegebouwen. De kerk die in een basisschool veranderde, hoeft niet te voldoenaan de benauwende regelgeving voor basisscholen. Ze won er de GoudenPiramide 2010 mee.Indira van ’t Klooster202224Architectuur in welstandWelstand ligt onder vuur. Wellicht helpt het om de criteria anderste benoemen. Arjan Hebly experimenteerde in verschillendegemeenten met een beschrijving van architectuurtypen.Arjan HeblyPauzelandschappenWat te doen met open plekken in de stad die wachten en wachtenen wachten? Architectuurcentrum Twente nodigde vier ontwerpersuit om ideeën te ontwikkelen.Tom de VriesPandemoniumJoost de VriesFoto omslagBergrutsch uit de fotoserie Real Landscapes (2007)‘Zoals in veel van mijn Real Landscapes lijkt de beschouwerboven het beeld te zweven. Een steen- en modderlawineverwoest een kleine nederzetting. Omdat er geen horizonis, kan het oog zich niet goed oriënteren. De scene lijkt ingrijze en zwarte kleurschakeringen in een abstractehoutskooltekening op te lossen. In de Real Landscapeszet ik kleine speelgoed huizen uit de wereld van de modelspoorbaanin het echte landschap. Hopen zand en leemworden dan bergen. Speels beweeg ik me tussen idylle en catastrofe; zijn enschijn. Ik neem beelden uit de wereld van de media en ensceneer ze opnieuwmet een paar eenvoudige modellen, zodat ze in hun onbepaaldheid ietsalgemeens krijgen. Bergrutsch is een foto van een hoop as, die door de regenkletsnat geworden was. De modelfotografie en de landschapsfotografieraken elkaar hierin. Ik ensceneer de wereld om mij heen, als beeld en nabeeld.’Thomas Wrede (Münster, 1963) studeerde aan de kunstacademie vanMünster. Zijn werk bevindt zich in openbare en privé-collecties in Europaen de VS. In 2010 had hij verschillende tentoonstellingen: ManhattenPicture Worlds & Domestic Landscapes in de Kunsthal van Bielenfeld(DU); Panorama in Galleria Civicia G. Segantini, Arco / Riva del Garda (I)en Anywhere in het Museum Kunst der Westküste, Föhr und KunstraumSyltquelle, Sylt (DU).Voor de cover van Architectuur Lokaal stelt telkens een andere (architectuur)fotograafzijn mooiste archieffoto ter beschikking14OpgavenBaugruppen in BerlijnIn Berlijn zorgen Baugruppen voor een stijgend inwonertal en eengrotere diversiteit in de stad. Een gesprek met Katrien Rings van hetDuitse architectuurcentrum DAZ.Vincent Kompier16OpgavenOntwerp zoekt sponsorsNet opgeleverd: het RonaldMcDonald Centre. Dit sportcentrum kwamgeheel tot stand met gesponsorde materialen. Dat kan alleen met een heelgoed ontwerp, aldus opdrachtgever Remke Brand.Anne LuijtenArchitectuur Lokaal #773


Lokaal MondiaalDown underDe proloogBijna is het zover. De grote verhuizing naar Australië.Cartoonesk samengevat vanwege warm weer,ontspannen levensstijl, en nog wat van dat soortredenen. We vertrekken naar Queensland. Teroriëntatie: oostkust - bovenste helft, met Brisbaneals hoofdstad.Het land intrigeert me, persoonlijk en vakmatig.Zo groot als Europa, maar dan met slechts 22miljoen mensen. Volgens de statistieken lijktiedereen op een kluitje te wonen (in 2005 woonde92% van de bevolking in de stad. In Nederland wasdat 66%), maar in het veld ziet dat er heel andersuit. Steden bestaan vooral uit uitgestrekte suburbsvan vrijstaande, één verdieping hoge bungalows.Daarmee vergeleken zijn onze Vinexwijken hoogstedelijken compact. Zo’n huis wordt niet in eenpaar maanden neergezet, zoals in Nederland, maarin een paar dágen! En de meesten in opdracht vande bewoner zelf.Die eindeloze suburbs geven nog een anderopvallend verschil. Levendige straten, met winkels,terrasjes en mensen op de stoep, kom je vrijwel niettegen. Levendige stadswijken, zoals de Schilderswijkin Den Haag, Lombok in Utrecht of mijn eigenBaarsjes in Amsterdam, zijn er niet. In Brisbane,een stad van 2 miljoen inwoners, hebben wewelgeteld twee buurten kunnen opsporen met eenlevendige straat als centrum. De rest wordt voorziendoor shopping malls Amerikaanse stijl.Maar in dorpen en toeristische gebieden vind jehet wel, dat straatleven. En het lijkt erop dat destadsbevolking er ook klaar voor is. Om eentoekomstrichting voor de groei van Brisbane tebepalen, heeft het stadsbestuur haar bevolkingvier ontwikkelingsmodellen voorgelegd. Bijna dehelft koos voor een stad met meerdere centra vanlevendigheid. Een kwart koos voor corridors ende rest was verdeeld over de compacte en uiteengelegdestad. Ik ben benieuwd wat zo’n burgerraadplegingin Nederland zou opleveren. Datplanners hier de compacte stad promoten wetenwe wel, maar zou de rest van de Nederlanders hetook verkiezen?Het vraagt moed om de bevolking naar haarmening te vragen, maar misschien is dat ook wellogischer in een Angelsaksische planningssysteem.Brisbane heeft vrijwel geen grondposities en ontwikkeltniet actief zelf. Dat wordt overgelaten aande markt. De sturingsmiddelen lijken beperkt. Eenontwikkelingsplan wordt getoetst aan het ‘stadsplan’,maar als de uitkomst negatief is, kan de rechterworden gevraagd of die afwijzing wel redelijk is.Misschien is de maatschappelijke bewijslast voorde toetsingsregels daardoor groter. Dat dit totinteressante regels en regionale verschillen kanleiden, is langs de kust ten zuiden en noorden vanBrisbane te zien. Aan de Gold Coast wordt de enetorenflat na de andere neergezet, met SurfersParadise als hoogtepunt. Aan de Sunshine Coastmag de nieuwbouw niet boven de bomen uit komen.Beide kusten hebben woon- en en werkgebieden,natuur en toerisme, maar de bouwregel maakt zetotaal verschillend.Hans Oerlemans was tot voor kort partner bij OKRAlandschapsarchitecten. In februari 2011 emigreerthij naar Queensland, Australië. Hij bericht in 2011over architectuur en opdrachtgeverschap DownUnder.Sunshine CoastFoto’s: Hans OerlemansGold Coast4 Architectuur Lokaal #77


Regie‘Nieuwbouwis geen zegen’Tekst: Indira van ‘t Klooster > Beeld: Maarten van Schaik > Ontwerp: Leij KappelhoffSeckel Van den Dobbelsteen > Opdrachtgever: St. Plechelmusschool, Anneke KuipersDe jury van de Gouden Piramide 2010 noemde deverbouw van een kerk in Hengelo tot basisschool ‘een24-karaatsproject.’ Ook roemde de jury de synergietussen opdrachtgever Anneke Kuipers en architectRonald Olthof. Hun project won de Gouden Piramide2010, en Kuipers is nog lang niet uitgebouwd.Anneke Kuipers zit nog steeds enigszins overdonderd in haar kantoortje. Vorigeweek won ze de Gouden Piramide 2010 en sindsdien staat ze in het middelpuntvan de belangstelling. ‘Ik heb ontiegelijk veel mails en sms’jes gehad. Afgelopenzaterdag stond er een portret over twee pagina’s in de Tubantia, morgen weereen groot stuk in een andere krant. Het is echt ongelofelijk.’ Toch vond ze hetmoment dat ze genomineerd werd nog bijzonderder. ‘Twee jaar geleden werdenwe tweede met een prijs voor herbestemming van erfgoed, maar toen had ikminder het gevoel dat het een eer was. Zo’n opdrachtgeversprijs is persoonlijker,dat gaat over opdrachtgeverschap en minder over het gebouw. En ook dat hetbestuur meteen zei dat ik de opdrachtgever was, dat het gebouw er zonder mijnooit was gekomen, dat vond ik echt een eer. Zo’n prijs voelt als erkenning, najarenlang knokken, dat het als een belangrijk project wordt gezien.’Ze had dan ook nooit kunnen bedenken dat dit de uitkomst zou zijn van deingeving om de leegstaande kerk aan de overzijde van straat om te bouwen totnieuw onderkomen voor de uit zijn voegen groeiende school. Terwijl het zo’nvanzelfsprekende gedachte was. ‘Toen ik hier begon was de school nog echtkatholiek. De pastoor kwam geregeld langs om wat kinderen te lenen voor eenbruiloft of een begrafenis. Veel kinderen zijn hier gedoopt, of hun ouders zijnhier getrouwd. Dus ja, er is echt een binding met dit gebouw.’Maar de gemeente wilde de kerk niet kopen, ook al kostte deze slechts eenmiljoen gulden in 2001, inclusief bijgebouwen en grond. Kuipers zucht. ‘Ik vondhet echt erg, toen ik hoorde dat de aannemer de kerk had gekocht met sloopvergunning.Ik vind het helemaal niet zo’n mooie kerk of zo, maar het is tocheen karakteristiek pand in dit wijkje. Daar kan toch niet gewoon de bulldozeroverheen om er vervolgens wat appartementen neer te zetten? Dat laat degemeente toch niet gebeuren?’ Gelukkig kwam de wijk in het geweer en hetbouwplan werd afgekeurd. ‘En daar zat de aannemer met een onbruikbaar pand!Dat bood dus weer kansen.’ Kuipers lacht, nog altijd dankbaar, niet triomfantelijk,daar is ze veel te bescheiden voor. In 2007 kocht de gemeente de kerk alsnog entoen kon het project beginnen.Kuipers vond het het belangrijkste dat de waarden van het daltononderwijs- samenwerking, zelfstandigheid en vrijheid – optimaal in het ontwerp zoudenworden verwerkt. Architect Ronald Olthof wilde het kerkgebouw, daterend uitde jaren 50 in de stijl van de Bossche School, zoveel mogelijk respecteren.In vele gesprekken werkten Kuipers en Olthof de ideeën verder uit. Kuipers:‘We hebben heel veel gepraat. Hij heeft rondgekeken, de sfeer geproefd, gezienwat daltononderwijs is, net zolang tot hij precies wist wat ik wilde en wat deschool nodig had. Hij heeft zich echt verdiept in de vraag. Pas toen is hij gaanArchitectuur Lokaal #775


Regie6Architectuur Lokaal #77


Regie‘Zonder offers te brengen, haddenwe nooit met zoveel kinderen inde kerk gepast.’ontwerpen, steeds terugkoppelend. We konden heel goed met elkaar overleggen.’Die synergie leidde ertoe dat de onderwijsopvattingen van Kuipers zijn terugte vinden in het gebouw. Dat begint al als je binnenkomt. De lerarenkamer en dekantoren hebben glazen wanden zodat er altijd contact is met de mensen dielangslopen. ‘We willen naar ouders, kinderen en elkaar transparant zijn. Metdichte deuren en muren bereik je die openheid niet.’ Ook elders in het gebouwzijn ideeën omgezet in ontwerp. ‘We hebben overal grote, dubbele deuren, die inprincipe altijd open staan. Dat bevordert de samenwerking. Iedereen begint inzijn eigen lokaal, maar gaandeweg de dag kunnen kinderen in andere lokalengaan werken. Dat moet ook, want niet elke klas beschikt over alle benodigdematerialen, die moet je dus halen in andere klassen. Boven hebben we extrawerkplekken, met open verbindingen.’Toch is de kerk nog steeds herkenbaar als kerk. In het middenschip zijn driedoosconstructies geschoven, zonder al teveel rekening te houden met de kerkconstructiezelf, maar ook zonder deze aan te tasten. Groep 3 zit daardoor ineen klaslokaal waar de originele gewelfconstructies het plafond sieren. Hethouten cassettenplafond is nog overal zichtbaar en een verhoogde plint geeftaan waar het altaar heeft gezeten. Tegelijkertijd is pragmatisch met de ruimteomgegaan. De logopediste geeft les in de absis en de altaartreden doen nu dienstals achterwand bij de toiletblokken. Vanzelfsprekend, vindt Kuipers: ‘Het moestallemaal wel functioneel blijven. Zonder offers te brengen hadden we nooit metzoveel kinderen in de kerk gepast. De hele zijmuur is een glaspui geworden, datwas natuurlijk niet zo. Maar het is nu eenmaal noodzakelijk om licht in deschool te brengen.’Heeft Kuipers nooit gewanhoopt dat de school er nooit zou komen? ‘Nee,eigenlijk niet. Op een gegeven moment zei de gemeente dat het toch te duurwerd en dat we een nieuwe school moesten bouwen. Maar toen zei ik: “Nee, datlijkt me niet. Dat lijkt me helemaal niks.’ Natuurlijk waren er steeds nieuwehobbels op de weg. Maar we vonden het plan goed, en in nieuwbouw heb je ookaltijd complicaties. Bovendien zouden we in nieuwbouw nooit zo precieskunnen doen wat we willen als in deze kerk. Hier konden we ons ei helemaalkwijt.’Het lijkt tegenstrijdig dat je in een bestaand gebouw met overduidelijkebeperkingen meer vrijheid hebt dan in nieuwbouw, maar nieuwbouw is geenzegen, volgens Kuipers. ‘In nieuwbouw zijn de regels veel strenger, in herbouwhoef je die eisen niet toe te passen. Natuurlijk is er een minimummaat quaafmetingen van klaslokalen, maar niets is vastgelegd voor een oud gebouw.En ik dacht ook aan de kinderen. Welk kind zit nu in zo’n mooi gebouw opschool? Wij hebben én een strak en modern gebouw, én het oude is bewaardgebleven.’En al die tijd was ze niet alleen opdrachtgever voor de nieuwe school, maarook directeur van de bestaande. ‘Ja, dat klopt. Het trekt wel een wissel op jeprivéleven, maar de kinderen zijn al de deur uit en mijn man kookte altijd, dus ikkon als ik thuiskwam zo aanschuiven.’ Niet dat het er naar uitziet dat ze nu gaatgenieten van de rust. De omgeving van de school is verbrokkeld, de panden zijnverouderd en de inrichting van de openbare ruimte laat te wensen over. Terplaatse van de oude school staan woningen gepland, maar dat lost volgensKuipers het probleem niet op. ‘Ik vind dat we het gebied groter moeten trekken.Dus ik denk: kom gemeente, sla de handen ineen, ga samen met de woningbouwverenigingen de aannemer kijken wat we hier kunnen doen! Het gebiedleent zich voor de brede schoolgedachte met veel sociaal-maatschappelijkefuncties. Maar dan moet de gemeente wel de vinger aan de pols houden en deregie nemen. Want de aannemer wil wel, die kan hier woningen kwijt, maar degemeente moet zich ook inkopen, anders hebben ze straks geen enkele regiemeer over het gebied.’En dus zit Kuipers deze maand opnieuw bij de wethouder. ‘Ik ga eerst zelf metde wethouder praten en dan kijken wat we kunnen doen. Ronald, de architect, isal aan het schetsen hoe we dat zouden kunnen doen. De voorzitter van hetwijknetwerk, de aannemer en de woningbouwvereniging willen ook wel. Hetoude schoolgebouw en de volkstuintjes zijn al van de aannemer. Eerdaags komteen ander pand te koop. Dus ik zei tegen de wethouder: laat niet gebeuren datde aannemer dat ook koopt, want dan gebeurt hetzelfde als wat met de kerkgebeurd is, dan moet je later terug kopen en dat is altijd duurder.’En dan zou het kunnen helpen dat ze eerder met terugwerkende kracht gelijkheeft gekregen, en dat haar inspanningen zijn beloond met een Gouden Piramide.Of dat werkelijk zo is moet nog blijken. Ach, dat ziet ze dan wel weer. Eerst degewonnen 50.000 euro maar eens goed besteden. ‘In de kleutergroepen haddenwe ook vides gedacht, maar die waren wegbezuinigd. Nu komen ze alsnog.’Nee, de kans is klein dat Anneke Kuipers de komende jaren weer ‘gewoon’schooldirecteur wordt. Met zoveel ideeën, enthousiasme en doorzettingsvermogen,kan ze niet anders dan opdrachtgever blijven.InformatieAnneke Kuipers is directeur van de St. Plechelmusschool in Hengelo.Architectuur Lokaal #777


RegieBasisschool St. Plechelmusin Hengelo wintGouden Piramide 2010Opdrachtgevers: basisschool St. Plechelmus, de Dr. Schaepmanstichting en de gemeenteHengelo >Ontwerp:Ronald Olthof, architectenbureau Leijh, Kappelhoff, Seckel, van denDobbelsteen > Foto: Ben VulkersRijksprijsde Gouden PiramidePrijsronde 2011met themagebiedsontwikkelingvan startDe prijsronde 2011 is bestemd voor opdrachtgeversvan ruimtelijke projecten. Dat kunnen woonwijken,stadsparken, bedrijventerreinen of omvangrijkeinfrastructurele werken en wateropgaven zijn.Maar bijvoorbeeld ook transformaties van hetlandelijk gebied die betrekking hebben op debestemmingen natuur, landschap, landbouw enrecreatie. Voor de prijs kan elke opdrachtgever inNederland in aanmerking komen met een projectpassend bij het geldende jaarthema: gemeenten,provincies, waterschappen, particulieren, bedrijven,private instellingen en professionele opdrachtgevers.Met de uitvoering van het in te zenden project moetin de vier jaren voorafgaand aan de toekenningvan de prijs zijn begonnen (uiterlijk 1 januari 2011).De jury bepaalt of het ingediende project involdoende mate is gerealiseerd om een beoordelingvan het redelijkerwijs te verwachten eindresultaatmogelijk te maken.De inschrijving voor nieuwe ronde van de GoudenPiramide start op 16 december 2010 en sluit opvrijdag 11 maart 2011 om 17.00 uur.Iemand voordragen kan ook. Alle informatie vindtu op de website www.goudenpiramide.nl.8 Architectuur Lokaal #77


RegieHet Bartholomeus Gasthuis in UtrechtHet kannog steedséén probleem: naarmate van Egdom zich verderverdiept in het plan, wordt duidelijker dat het nietpast bij haar visie. Zij ziet het Bartholomeus Gasthuisals een kleine, onafhankelijke zorgaanbiedermet een brede functie voor de Utrechtse binnenstad.Maar om die functie mogelijk te maken, moeten debouwplannen grondig worden aangepast. Willy vanEgdom verkent samen met architectenbureau ONB(op ten noort blijdenstein) de mogelijkheden van hetoude gasthuis. In nauw overleg met de opdrachtgeverHet blijkt nog steeds mogelijkom in de klassieke coalitie vanopdrachtgever en ontwerper ietsmoois tot stand te brengen.Opdrachtgeverschap > Tekst: Dirk Bergvelt > Beeld: op ten noort blijdenstein architecten en adviseursAl decennia klinkt het verhaal dat de organisatievan de Nederlandse bouw achterhaald is. Alles zalsneller, goedkoper en innovatiever worden zodrade traditionele samenwerking tussen opdrachtgeveren architect op de helling gaat. De opdrachtgevermoet het op zijn Angelsaksisch aanpakken. Hij moetniet zelf een ontwerper zoeken om samen na tedenken over een goed gebouw, maar ‘de markt’vragen om het roer over te nemen via één pakketwaarin bouw, ontwerp, beheer, onderhoud enfinanciering zijn geïntegreerd. De markt heeft vakermet het bijltje gehakt, het is zonde van de tijd als deopdrachtgever zelf op zoek gaat naar de besteoplossing. Misschien klopt de redenering in sommigegevallen. Maar zeker niet altijd. Bij de moderniseringvan het Bartholomeus Gasthuis in het centrum vanUtrecht heeft de ouderwetse dialoog tussenopdrachtgever en ontwerpers nog goed gewerkt.De geschiedenis van deze lokale charitatieveinstelling begint in 1367. In de twintigste eeuw gaathet Bartholomeus Gasthuis deel uitmaken van hetnationale zorgstelsel, maar de zelfstandigheid blijftbehouden. De nieuwe tijd laat zijn sporen na in hethistorische complex: een serie bouwprojectenculmineert in 1987 in de oplevering van eensplinternieuwe afdeling voor honderd ouderen diezorg nodig hebben. Helaas, de opvattingen overwonen en zorg veranderen snel. Binnen twintig jaarmoet de nieuwe vleugel grondig worden aangepastaan de inzichten van de 21e eeuw.Willy van Egdom treedt in 2007 aan als bestuurderen algemeen directeur van het BartholomeusGasthuis. Op haar bureau ligt een uitgewerkt planvoor de modernisering van de vleugel uit 1987.De bouw kan snel beginnen, want de financieringis geregeld dankzij goedkeuring van het CollegeBouw en het Ministerie van VWS. Het plan voorzietin een gebouw voor intensieve zorg in een beslotenomgeving. Het is een beproefde oplossing, waar opdat moment veel zorgconcerns voor kiezen. Er isslaagt interieurarchitect Milee Herweijer van ONBerin om binnen het monumentale complex degewenste sfeer te combineren met praktischegebruikseisen. Het is niet de makkelijkste weg. Hetministerie is niet blij met de koerswijziging en nieuwebronnen van financiering zijn nodig voor de buurtfunctie.Het lukt om met de gemeente afspraken temaken over de rol van het Gasthuis als ‘Huis inde Wijk’. Er ontstaat samenwerking met buurtinitiatievenen ondernemers uit de omgeving. VanEgdom verzamelt giften van bedrijven, particulierenen instellingen.In de zorg zijn de marges smal. Deskundigenkunnen precies voorrekenen wat haalbaar is.Standaardoplossingen zijn de norm. Toch bestaatook in deze wereld ruimte voor initiatief en fantasie.Het blijkt nog steeds mogelijk om in de klassiekecoalitie van opdrachtgever en ontwerper iets mooistot stand te brengen. Soms loont het om bouwbedrijvenen financiers nog even buiten de deur tehouden en eerst je eigen plan te ontwikkelen.Informatiewww.bartholomeusgasthuis.nlwww.onb.nlArchitectuur Lokaal #779


RegieVan Duivesteijn naar Van PoelgeestNederlandsewoningbouwwereldweer met beidebenen op de grondWethoudersestafette > Tekst: Adri Duivesteijn > Beeld: gemeente AlmereDe vraag van wethouder Frank van Hulle van Terneuzen aan wethouderAdri Duivesteijn van Almere luidde: ‘Wat vindt u van het idee omgroeigemeenten te laten meebetalen aan de aanpak van krimpgerelateerdeproblematiek in de perifere regio’s van Nederland?’Eén van de IbbA-woningen (Ik bouw betaalbaar in Almere)Met zijn vraag - ‘kunnen groeigemeenten meebetalenaan de aanpak van krimpgerelateerde problematiek?’-veronderstelt Frank van Hulle dat er ingroeigemeenten voldoende geld aanwezig is om tekomen tot herverdeling. Deze veronderstelling raaktaan iets dat mij al lang dwars zit, namelijk de vraaghoe wij onze volkshuisvesting financieren.Ik ben opgegroeid in een tijd dat er een grootverschil was tussen de kostprijs en de exploitatie vanwoningen. Vanaf de Tweede Wereldoorlog tot dejaren ’90 was er sprake van hoge bouwkosten en lagehuren. De huren dekten de kosten niet, en dusverstrekte de rijksoverheid subsidies voor onzewoningbouw. Er waren niet alleen subsidies voor desociale huurwoningen; zelfs de vrije sector woningenwerden, met een eenmalige premie, gesubsidieerd.Na de nota Volkshuisvesting in de jaren negentig vanEnneüs Heerma - met het adagium: ‘meer markt,minder overheid’ - brak een periode van onophoudelijkestijging van de koopprijzen aan. We zagen dathet stelsel zich omdraaide: de verkoopprijzen overstegende kostprijs van nieuwbouwwoningen meeren meer. Winst op woningen werd een vanzelfsprekendheid,onze volkshuisvesting werd een winstmachine,winstmaximalisatie kwam centraal te staan.Deze exorbitant hoge winsten zijn echter niet bij demensen zelf - de kopers of huurders - terecht gekomen,maar bij de corporaties. Waar je zou verwachtendat een waardestijging gepaard gaat met eentoename van de kwaliteit, bleek dat nauwelijks hetgeval. De Bouwfondswoning uit de jaren ’50 is - metuitzondering van een toename van het volume, naareen standaardmaat van 9,20 bij 5,40 meter - nietwezenlijk veranderd. Wat theatraal gesteld, zijn wijin onze stedenbouw en architectuur in de afgelopentwintig jaar een tweede Gouden Eeuw misgelopen;als alle winsten in onze woningen waren geïnvesteerd,zou dat een groot en groots effect op onzesteden hebben gehad en zouden er meerdere ‘grachtengordels’zijn ontstaan.Met Heerma’s Wet balansverkorting geldelijke10 Architectuur Lokaal #77


RegieHomeruskwartier in aanbouwWethouder Adri Duivesteijnsteun volkshuisvesting (1995) en de verzelfstandigingvan de woningbouwcorporaties, ging ook in decorporatiesector een andere wind waaien. Er wassprake van een overgang naar een meer marktconformvolkshuisvestingbeleid: de wetten van de marktkregen vat op de corporatiesector. Corporatiesrichtten zich meer en meer op de bouw en verkoopvan nieuwe, grotere, duurdere en - niet in de laatsteplaats - meer courante huurwoningen. Ook op hetterrein van arbeidsomstandigheden werd ‘marktconform’het adagium; fusies zijn nog altijd aan de orde‘Een vraaggestuurde markt leidttot meer differentiatie, grotere enkwalitatief betere woningen.’van de dag, en helaas lijken ook sommige excessen- grote kantoren, dure auto’s en extreme salarissen envertrekpremies - meer regel dan uitzondering.Met de grote winsten kon ook de sociale opgaveworden gefinancierd, wat maakte dat de overheidzich terugtrok uit de financiering van onze woningbouwen het uitgebreide stelsel van subsidies enpremies gaandeweg verdween. De crisis heeft eeneinde gemaakt aan de decennialange periode waarinde mogelijkheden tot de hemel reikten. De Nederlandsewoningbouwwereld is weer met beide benenop de grond gezet. Dat is niet per se negatief; dehuidige woningmarkt is tenslotte gebouwd opluchtkastelen, en het was een kwestie van tijd dat deluchtbel uiteen zou spatten. Tegelijkertijd is er methet vervliegen van de buitensporige winsten ook eenimpasse ontstaan. De crisis brengt ons terug bij forsetekorten, die niet uit de winsten kunnen wordengefinancierd. Dit betekent dat er - en dat zien wijoveral in Nederland - nauwelijks nog overwinsten teverdelen zijn. Niet voor commerciële bouw, niet voorde sociale opgave.In reactie op de veronderstelling van Van Hulle- ‘is er geld voor herverdeling?’- ben ik dan ook bangdat wij slechts ontkennend kunnen antwoorden.Institutionele bouwers kampen met grote tekorten,er is nauwelijks geld voor nieuwe projecten en erwordt flink gesnoeid in het personeelsbestand. Het isdan ook een illusie te geloven dat groeigemeententhans in staat zijn bij te dragen aan het oplossen vankrimpproblematiek.Wat is de oplossing dan wel? Een mogelijkeoplossingsrichting is te kiezen voor het omzetten vande sociale huur- in een coöperatiesector. Het geld iser namelijk wel, maar is niet vrij besteedbaar. Doorwoningen in eigendom over te dragen aan de zittendebewoners, maak je groot geld vrij. Grote hoeveelheden‘dood kapitaal’ worden geactiveerd, die vervolgensopnieuw worden geïnvesteerd in nieuwe projecten.Tegelijkertijd maak je de eindgebruiker, de huurder,verantwoordelijk voor het beheer en behoud van deeigen woon- en leefomgeving, waarmee per definitieeen grotere betrokkenheid wordt gecreëerd.Een andere mogelijkheid - en wellicht is dit deenige juiste oplossing - is dat krimpgemeenten degrote prijsverlagingen accepteren, en profiteren vande meer ontspannen woningmarkt. In deze gemeentenis een einde gekomen aan een periode vanschaarste, aan een periode waarin mensen letterlijkin de rij moesten staan om één van de institutioneelgebouwde woningen te bemachtigen. Dat biedtkansen. Met de overgang van een uiterst verkramptenaar een ontspannen woningmarkt, verandert hetaanbodgericht denken en handelen geleidelijk in eenmeer vraaggeoriënteerde markt. Deze ontwikkelingkunnen wij alleen maar toejuichen. Als ik eenparallel trek met mijn dagelijkse praktijk in Almere,zie ik wat het betekent als wordt gebouwd op basisvan een - individuele of collectieve - concrete vraag.Zelfbouwgebieden als Homeruskwartier, Overgooiof Noorderplassen West tonen aan dat een vraaggestuurdemarkt leidt tot meer differentiatie en totgrotere en kwalitatief betere woningen, voor dezelfdeof een lagere kostprijs. Ook in de sociale opgavewordt voorzien. Samen met woningbouwcorporatieDe Key ontwikkelden we de regeling ‘Ik bouwbetaalbaar in Almere’, waarmee we mensen met eenbruto jaarinkomen van €20.000 tot €37.000 euro demogelijkheid bieden hun eigen woning te bouwen.Inmiddels zijn er ruim 150 kavels verkocht.Ik eindig dan ook met de vraag of een zekereontspanning op de woningmarkt werkelijk eenprobleem is. Biedt het ons niet juist de kans om tekomen tot een fundamentele heroriëntatie van onsvolkshuisvestingstelsel? Biedt het ons niet juist dekans om woonmaximalisatie centraal te stellen?Biedt het ons niet juist de kans om de burger, metalle individuele wensen en behoeften, de hoofdrolin ons bouwbeleid te geven? En, om een dwarsstraatte noemen, biedt het ons niet juist de kans om inonbruik geraakte stedelijke gebieden terug te gevenaan de natuur?Juist omdat hij, nog niet zo lang terug, bekendmaakte de helft van de volgende fase van IJburg inparticulier opdrachtgeverschap te willen realiseren,stel ik deze vraag graag aan Maarten van Poelgeest,wethouder Ruimtelijke Ordening in Amsterdam. Ikben ervan overtuigd dat de stap van winstmaximalisatienaar woonmaximalisatie, van aanbod- naarvraaggestuurd, van woonproducenten naar woonconsumenten- zeker nu - overal in Amsterdam gezet kanworden, en ik ben benieuwd hoe hij daar over denkt.InformatieAdri Duivesteijn (PVDA) is wethouder duurzameruimtelijke ontwikkeling. www.almere.nlIn deze rubriek vertelt telkens een andere wethouderover een concrete bouwopgave, een discussie overruimtelijke kwaliteit, een prangend voorbeeld vanverrommeling, een regionale aanpak of iets andersdat actueel is in de gemeente. Elk artikel eindigtmet een concrete vraag aan een wethouder van eenandere gemeente, die in het volgende nummer vanArchitectuur Lokaal het stokje overneemt.Architectuur Lokaal #7711


RegieIn ambitie kun jeniet wonenOpinie > Tekst: Peter Prak & Menno Schapendonk > Beeld: Gemeente Edam- Volendam (p.12), Architectuur Lokaal (p.13)en Projectbureau De Zuidlanden, Leeuwarden (p.13)In oktober 2010 organiseerde Architectuur Lokaal de manifestatie Bouwenop Ambitie. Peter Prak en Menno Schapendonk waardeerden dehoopvolle en nuchtere toon, maar plaatsen kanttekeningen bij bouwenop ambitie alleen. In de gewijzigde economische omstandigheden is deeerste vraag hoe bouwactiviteit op gang gehouden kan worden. ’Zonderprojecten geen ambitie.’immers nagenoeg stil. Resterende klanten zijnprijskopers of kopers die intensief gefaciliteerdwillen worden. Dit alles geeft een forse neerwaartsedruk op de rendementen. De financiële problemenbij ontwikkelaars en vastgoedfinanciers eisenechter hogere opbrengsten. Voeg daarbij het doorde bouwfraude beschadigde imago van de branche.Een schaakmat dient zich aan.Met de wederopbouw werd Nederland koningvan het geïndustrialiseerd seriematige bouwproces.Gaandeweg verschoof het accent van woningbouwverenigingen,gemeenten en volkshuisvesting naarprojectontwikkelaars en het marktdenken. Ditmarktdenken professionaliseerde de aanbodmarkt:goedkoop en seriematig ontwikkelen, ontwerpenen bouwen, en dit alles in hoge aantallen. Zowelmarktpartijen als overheden/grondbedrijvenprofiteerden flink van deze productiemachine.Ondanks het tegenstribbelen van de vakwereldkozen sommige ontwikkelaars toch voor meerconsumentgerichte en dus gevarieerder ontwerpen.Daarnaast was langs de rand van Nederland aljarenlang een sterke opkomst van Duitse aannemerste zien. Bij hen staat de klant centraal en die isweer koning van zijn eigen investering. DezeStedelijke vernieuwing Bloemenbuurt-Zuid, Eindhoven‘Het kolkt en bruist achterde statige gevels.’De Amsterdamse wethouder Jan Schaefer formuleerdeooit ‘In gelul kan je niet wonen.’ Daar willenwe graag ‘ambitie’ aan toevoegen. Begrijp ons nietverkeerd, ambitie is het begin en het eind van elkproces, maar het probleem van dit moment is nietambitie, ‘hoe’ je iets tot stand brengt. Het probleemnu is ‘of’ je nog iets tot stand brengt. Zonder projectenimmers geen ambitie.Recent zijn stuk voor stuk de automatismen verdwenendie de motor waren voor de woningmarkt:• De automatische vermogensgroei uit woningbezitis verdwenen en woningbezit wordt weer een risico• Het hypotheekgebouw wankelt, de zekerheidvan de hypotheekrenteaftrek is tijdelijk, de forserisico-opslag op de Euribor en het strenger toepassenvan de leencapaciteit overall en vanaf 1 januari2011 verslechteren de mogelijkheden met namevoor starters• Vastgoed is niet meer de aantrekkelijkefinancieringsbron dankzij Europese regelgeving.Aanzienlijk meer eigen vermogen is vereist ensteeds meer banken trekken zich hieruit terug• De economische onzekerheid overschaduwt alles.Geen woningaankoop bij onzekerheid over je baan• De demografische krimp is onafwendbaar.Slechts enkele regio’s groeien nog tot 2040.Door dit alles is de overspannen aanbodmarktgewijzigd in een vraaggestuurde markt. Dit is eenzegen voor de woonconsument, maar vraagt eentransitie van de branche. De bulkmarkt staatklantgerichte benadering is dus al langer gaande,maar de zeis van de krediet- en bankencrisis doetnu de rest. Een herpositionering ontstaat; er zijnvele markten en oplossingen op het momenteelsterk wijzigende speelveld.Veel grote ontwikkelaars hebben het moeilijk.Uitblijvende woningafzet (ca -2/3), lagere rendementen,rente op grondbezit, een ’lastige’ want totkeuzes dwingende specifieke markt, en forsereorganisaties leiden af van de innovatie waar demarkt nu om vraagt. Er zijn veel interne discussiesover de toekomst van projectontwikkeling, denieuwe rollen en mogelijkheden die gezocht moetenworden. Omdat de rendementen onder drukstaan en tegelijkertijd de huidige markt om luxewoningen woningen vraagt zal de bedrijfskolom12 Architectuur Lokaal #77


Regieveranderen. Er zal een andere organisatievorm(moeten?) komen om Maatschappelijk VerantwoordOntwikkelen van de grond te krijgen.Betrouwbaarheid, creativiteit, transparantie,vakmanschap, lage rendementen dan wel kostendekkendheidzijn de sleutelwoorden in de komendemarkt.Voor dit Nieuwe Ontwikkelen zijn meerderepartijen in beeld. In toenemende mate zal eenschare aan kleine zelfstandigen overgaan totconcept-, proces- en projectontwikkeling. Zijsluiten nieuwe coalities en ontwikkelen nieuwefinanciële modellen. Daarnaast zullen ook grotereontwikkelaars fee-ontwikkeling aanbieden (alleenuren x tarief in plaats van de combinatie met winst)en zullen vast snel gevolgd worden door andereadviesdiensten. Het is de vraag of de grote ontwikkelaarin zijn huidige dominantie blijft bestaan. Intoenemende mate zal de lokale ontwikkelaar/ontwikkelende aannemer (vaak familiebedrijvenmet een nog wel gevulde kas en gebleken betrouwbaarheid)een rol spelen. Er zijn al aannemers dieontwerpen inclusief bouwvergunning om nietaanbieden aan gemeenten.Ook gemeenten worstelen. Ze kampen met sterkteruglopende grondopbrengsten. Jaarlijkse minderopbrengstenvoor grondbedrijven worden op € 2,5miljard ingeschat tot en met jaarlijks € 3,8 miljardinclusief misgelopen bouwleges en OZB. Gemeentenreageren hier verschillend op. Er zijn gemeentendie wachten en die een acute investeringsstophebben ingezet. Niet altijd is bekend waarop of opwie gewacht wordt en dus hoe lang het wachtenduurt en dus hoeveel de rentelasten mogen oplopen.Ook zijn er gemeenten die hun portefeuilleverkleinen en actief het mes zetten in ontwikkelingen,zoals bijvoorbeeld Rotterdam en Amsterdam.Zelfs het percentage sociale woningen wordt terdiscussie gesteld. Daarnaast ontstaat een groep vankleine en middelgrote gemeenten die ambitieus hunnek uitsteken, vaak gedwongen door eigen grondbeziten -rentelasten. [Zie kader: enkele voorbeeldenvan recente nieuwe rollen]Ook bij woningbouwcorporaties en beleggers zijninkrimpende en afstotende ontwikkelingen te zien.Ook vanuit de creatieve sector (architecten, stedenbouwers)en vanuit de bouwtechnische wereld zulleninitiatieven komen voor projectontwikkeling. Netals bij gemeenten en ontwikkelaars is sprake vaneen verdere versplintering van het speel veld, deontzuiling van de bouwwereld is ingezet.Wachten op ambitie van een ander vraagt in dezemarkt om een lange adem en stevig zitvlees. Hetspeelveld van de vastgoedmarkt is door het wegvallenvan de schragende pijlers onder de marktenorm in beweging, het kolkt en bruist achter destatige gevels. De oude markt, de rolverdeling en debedrijfskolom die hoort bij grootschalige seriematigbouwen door ontwikkelaar/bouwer is voorbij.De huidige markt vraagt om kleine consumentgerichteen snelle ontwikkelingen waarbij transparantieen bevlogenheid sleutelwoorden zijn. De gemeenteheeft het voor het kiezen en mag het weerzeggen qua prijs en kwaliteit. Zij heeft nu de kansom nieuwe coalities te sluiten en nieuwe paden tebewandelen als initiatiefnemer, opdrachtgever ensoms zelfs als afmaker. In plaats van ‘plannenmaken voor’ wordt het ’plannen maken met‘. Ookin het nieuwe speelveld zijn er nog steeds veelkansen voor kwaliteitsgedreven professionals diecoalities zoeken met regisseurs, de creatieve sectoren de bewoners. Onze stelling luidt dan ook: debeste manier om op dit moment ambities te realiserenis om ze zelf te organiseren.InformatiePeter Prak is manager en ontwikkelaar bij o.a.TNO, Ontwikkelbedrijf Vathorst, ProjectbureauMeerstad, Heijmans Vastgoed. Hij is momenteel,als partner bij Cooper Feldman, eindverantwoordelijkvoor woonwijk Stadshagen Zwolle. MennoSchapendonk is eigenaar van en ontwikkelaar bijMevasto en Sustay. Voorheen werkte hij bij Deloitteen ASR Vastgoed. Ook werkte hij mee aan projectenals Project Mainport Rotterdam, Leidsche Rijnen Park Waelstroom. Dit artikel kwam mede totstand door het raadplegen van een groot aantalvakbroeders in de branche.Gemeenten innieuwe rollenVOLENDAMDe gemeente heeft een actieve rol in ontwikkelingenzelfs verkoop van woningen. Eénex- en twee zittende wethouders trekken hetontwikkelproces. Zij verkopen de ontwerpenvia openbaar geselecteerde aannemers aanbewoners. Hun enige doel is zo goedkoopmogelijk die woningen aanbieden waarVolendammers op wachten. Inmiddels zijn al50 woningen verkocht en opgeleverd, zeerbinnenkort start de verkoop van de volgende90 woningen. De gemeente wil de helewoonwijk zelf te ontwikkelen.ZWOLLEDe gemeente heeft een nieuw planprocesvoor de nieuwbouwwijk Stadshagen en dekantoorlocatie Voorster Poort ontwikkeld.Deze is vraagmarkt proof en maximaalflexibel. Daarnaast is een Zwolse aanpakmet zelfs een eigen hypotheek gelanceerdwaarmee de dip in woningbouw relatiefbeperkt is gebleven. Inmiddels heeft degemeente ingestoken op eigen planontwikkelingvan twee woningbouwprojecten omenerzijds vaart en voortgang te houden,anderzijds om te voorkomen dat de veelgevraagdesociale woningbouw alleen in dewijk komt te staan. De corporaties hebbenzich bij de gemeente aangesloten en ook debetrokken marktpartijen zijn uitgenodigdmee te doen.ALMEREHet verhaal van Homeruskwartier is genoegzaambekend. Te roemen valt hoe groteaantallen kavels direct of via CPO naar deconsument gaan. Ook de manier waaropwethouder Duivesteijn de regie terug naarde gemeente probeert te halen is veel besproken.Duidelijk blijkt dat ruimtelijkeontwikkelingen uiterst complex en dusdanigvan tradities aan elkaar hangen, zodattrendbreuken daarin slechts met geweld totstand komen.GRONINGENDe gemeente heeft twee projecten risicodragendzelf ontwikkeld. Hier is sprake van(relatief risico-arme) planontwikkeling dieop de aannemersmarkt is weggezet. Hetresultaat op ontwikkeling en verkoop isdusdanig dat vervolg voor de hand ligt.RIJSWIJKDe gemeentelijke locatieontwikkeling wordtverlengd door ook de voortvloeiende ontwikkelingenzelf op te pakken, hierin ondersteunddoor adviseurs.LEEUWARDENPPS de Zuidlanden is ontmanteld en degemeente heeft de posities van BAM enHeijmans overgenomen. Met de overgangnaar een bouwclaim-model pakt gemeenteweer zelf de regie.College B& W Gemeente Edam- VolendamDe Zuidlanden, LeeuwardenArchitectuur Lokaal #7713


OpgavenStarchitectureversusarchipunctuurDe bloei van het fenomeenBaugruppen in BerlijnBouwgroepen > Tekst: Vincent Kompier > Ontwerp: zanderroth architekten > Beeld: zanderroth architekten (p.14),Andrea Kroth (p.15)Waar in Nederland de bouwstop de remedie lijkt om de crisis te bezweren,is in Berlijn de Baugruppe een middel om de woningmarkt aantrekkelijk tehouden. De afgelopen jaren hebben meer dan 150 Baugruppen voor eentoename van circa 10.000 inwoners gezorgd. Maar Baugruppen zorgenvoor meer dan alleen groei van het aantal inwoners; architectonisch ensociaal dragen zij bij aan een diverse en aantrekkelijke stad.In Berlijn is de euforie over de val van de muur in1989 groot. Té groot, want veel van de bouwwensenvan de stad worden in de praktijk niet waargemaakt.Potsdamer Platz is een bekend icoon uit detijd dat grond en geld in overvloed aanwezig waren.Rond 2000 zakt de economie en daarmee de bouwin Berlijn in. Ontwikkelaars van buiten Berlijnkeren op hun schreden terug en laten de stad halfafgemaakt achter. De stad stopt met de belastingvoordelenvoor bouwprojecten en schaft de subsidiesop sociale woningbouw af. Architecten dieachterblijven komen zonder werk te zitten.Berlijn kent sinds de economische crisis van2000 een bijzondere woningmarkt, omdat er veelleegstand is; meer dan 90.000 woningen wordenniet bewoond. Ondanks - of dankzij - deze onderdrukblijft de vraag naar kwaliteit en nieuwe vormenvan wonen bestaan. Een vraag die doortraditionele projectontwikkelaars niet wordtopgepikt. Zij blijven denken en bouwen in woningenvan maximaal tachtig vierkante meter, zondergoede buitenruimte. Veel architecten nemen hetheft echter in eigen hand en gaan op zoek naarnieuwe opdrachten en opdrachtgevers. Langzamerhandworden de veranderingen in de stad zichtbaar;op lege kavels in de straten verschijnenopvallende nieuwe projecten met aantrekkelijkegevels. Dat brengt in 2007 het Deutsches ArchitekturZentrum (DAZ) ertoe een tentoonstelling teorganiseren over de veroorzakers van deze verandering:de Baugruppen (1) . In de tentoonstelling Aufeinander Bauen en de gelijknamige cataloguswerden 12 verschillende Baugruppen gedocumenteerden geïllustreerd. Een gesprek met KristienRing, directrice van het DAZ.Wat maakt de Baugruppen zo bijzonder? KristienRing: ‘Het is de interventie van de kleine schaal dieze tot een succes maakt. Voor de groep zelf, omdatzij op de bouwkosten bespaart en tegelijkertijd haarwoonwensen in hoge mate verwezenlijkt. Maar ookvoor de stad werken Baugruppen goed: zij brengenvernieuwende architectuur die de stad ruimtelijkrepareren. Sociaal en maatschappelijk zijn zijeveneens van betekenis, want de betrokkenheidvan Baugruppen bij de buurt is groot. Zij leverenactieve en geëngageerde buurtbewoners op.’In Duitsland komen Baugruppen ook in anderesteden voor, zoals in Tübingen, Stüttgart, Freiburgen Hamburg. Berlijn is een buitenbeentje in dezereeks, omdat het gebrek aan geld in Berlijn sterkafsteekt tegen de andere steden. De schuld vanBerlijn ligt rond de 60 miljard euro. Daarom biedtde gemeente amper financiële ondersteuning aanBaugruppen. Wel heeft de stad het Baulückenmanagementopgericht: een kavelbank waar beschikbarekavels instaan. Op dit moment zijn er circa650 locaties ter beschikking. Maar specifiek voorBerlijn geldt nog iets anders. Ring: ‘In Hamburg isveel meer ondersteuning mogelijk, ook omdat degrond in handen is van de stad. In Berlijn is veelgrond in bezit van geprivatiseerde voormaligestaatsafdelingen die tot doel hebben de hoogsteprijs te vangen. In Hamburg worden socialeBaugruppen met een goedkopere grondprijsbediend, in Berlijn is dat niet het beleid.’ Wel biedtBerlijn kleine financiële ondersteuning aan internetsiteswaarop zoekende groepen en aanbiedendearchitecten elkaar kunnen vinden.Kritiek is er ook, want kiezen Baugruppen nietde mooiste plekjes voor zichzelf uit? Is er sprakevan landjepik? Ring vindt van niet: ‘Architectenhebben door de korte lijnen met de toekomstigbewoners veel meer feeling met wat de ‘markt’ wil.Een Baugruppe is altijd een maatpak en geenconfectie. Maar wel voor de prijs van een confectie-Zicht op de tuin en de penthouses, Zelterstrasse 5-1114 Architectuur Lokaal #77


Opgavenpak. Daarbij komt dat Baugruppen wezenlijkandere keuzes maken dan doorsnee woonconsumenten;Baugruppe-leden hebben liever een goedaangelegde tuin of een mooie gemeenschappelijkelogeerkamer dan een dure designkeuken die overtien jaar verouderd is.’ Duurzaamheid is ook eenbelangrijk item; het zijn tenslotte de bewoners zelfdie de maandelijkse lasten moeten opbrengen,waardoor ze bereid zijn bij aanvang extra te investerenin duurzame installaties en energiebesparing.De architectuur is niet altijd spectaculaire starchitecture,maar, zegt Ring: ‘De projecten zitten stukvoor stuk typologisch en organisatorisch slim envernuftig in elkaar en hebben daardoor een bepaaldetijdloze klasse.’ Archipunctuur die op verschillendeplekken in de stad voor een impuls zorgt.Daarnaast binden Baugruppen die mensen, dievoorheen de stad verlieten, weer aan de stad. VeelBaugruppen met kinderen kiezen voor wonen in de‘Baugruppen binden mensen,die voorheen de stad verlieten,weer aan de stad.’stad omdat zij het zat zijn om in de voorsteden dehele dag veel tijd kwijt te zijn met het heen en weerte reizen tussen werk, winkel en school. In de stadis de voorzieningendichtheid hoog en daardoor deafstanden kort. Belangrijke andere reden is datBerlijn ondanks de schuldenlast blijft investeren ingoed aangelegde openbare ruimte. De stad zorgtvoor voldoende scholen en speelplekken voorkinderen en creëert daarmee de optimale conditieswaarbinnen Baugruppen hun ei in kwijt kunnen.Want zonder een aantrekkelijke stad kiest niemandvoor de stad, zeker niet de gezinnen met kinderen.Niet alles gaat gemakkelijk, want waar lopenBaugruppen in de praktijk tegen aan? Geld is niethet grootste probleem, dat is tijd. Ring: ‘Baugruppenbouwen niet sneller dan traditionele bouwers;het duurt gewoon langer, want een groep met tienmensen bouwt niet in één keer tien woningen,maar eigenlijk tien keer een woning. Een groepmoet de tijd krijgen om een locatie te zoeken, ereen optie op te krijgen, om een plan uit te werken.Dan is een vaste grond- of kavelprijs (die in Berlijnvarieert tussen de 500 en 800 euro per vierkantemeter) heel belangrijk. De stad kan daar weinig aanveranderen, omdat veel Baugruppen grond kopenvan private firma’s of personen; dat zijn dan privaat-privateafspraken. Gelukkig hebben veelprivate eigenaren grote sympathie voor Baugruppenen gaan daardoor niet voor de hoogste opbrengst,maar voor het meest optimale resultaat.’Wat zou Nederland kunnen leren van het succesvan de Berlijnse Baugruppen? Ring: ‘Als een stadvoor 100% afhankelijk wordt van grote investeerdersvalt er niet meer in te leven. Dan wordt alleenvoor de grootste gemene deler gebouwd. Baugruppenlaten zien dat er een nieuwe manier van ontwikkelenen wonen in opkomst is. Aan de ene kantis deze manier uiteraard pragmatisch en is rendementeen niet onbelangrijk doel. Daarnaast brengenBaugruppen nieuw sociaal engagement metzich mee; de stad wordt van onderop opgebouwden minder van bovenaf gepland. Een stad slaatdaarmee twee vliegen in een klap: blije bewonersdie door hun tevredenheid een grotere betrokkenheidbij straat en stad laten zien. Maar alles hangt afvan de fysieke, juridische en organisatorischeruimte die zij van de diverse overheden krijgen.Daarmee staat of valt het concept.’(1) Een Baugruppe is een groep mensen die collectief een stukgrond koopt, een architect arrangeert en zonder ontwikkelaarzelf ontwikkelt. Zo’n groep vervult de taken die doorgaansverdeeld zijn over verschillende partijen in het bouwproces.Maar omdat zij veel taken zelf uitvoeren kunnen zij flink op deontwikkelkosten besparen: het verschil kan oplopen tot rondde € 900,00 per vierkante meter. Dat voordeel wordt opnieuwgeïnvesteerd in de architectuur, de duurzaamheid of in gemeenschappelijkevoorzieningen, al naar gelang de behoefte en doelenvan de Baugruppen-leden. Hoewel er veel verschillendevormen zijn is het Baugruppen-model te vergelijken met hetNederlandse Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO).InformatieVincent Kompier is planoloog en werkt als onderzoeker,stadsgids en free lance journalist in Berlijn.Baugruppe Ruppiner/Schönholzer Straße, Ruppiner Straße 43,Schönholzer Straße 10a, Berlijn.Baugruppe Schönholzer Straße 11, Schönholzer Straße, Berlijn.Architectuur Lokaal #7715


OpgavenOntwerpzoektsponsorsDe Opening > Tekst: Anne Luijten > Beeld: Luuk Kramer > Ontwerp: Fact Architects >Opdrachtgever: Ronald McDonald KinderfondsAls adjunct-directeur van het Ronald McDonald Kinderfonds heeft RemkeBrand de nodige ervaring als opdrachtgever van bouwprojecten. Het Kinderfondsis bekend van de Ronald McDonald Huizen waarin ouders dicht bijhun zieke kind kunnen logeren. Sinds een aantal jaar zet het fonds ook inop voorzieningen voor gehandicapte kinderen, zoals vakantie- en sportvoorzieningen.Opvallend aan de gebouwen van het Kinderfondsis de kwaliteit van de architectuur. Aan iederproject gaat een zorgvuldige selectie vooraf. Voorde VU-Kinderstad, een groot speelparadijs in eendoos bovenop het VU Medisch Centrum, zocht hetfonds contact met de BNA. Remke Brand: ‘DeVU-Kinderstad was zo’n specifiek project, daarwilde we écht iets bijzonders mee doen. De BNAkwam toen met de Jonge BNA-prijs en de matchwas snel gemaakt. Voor de jonge architecten wasdie prijsvraag bijzonder omdat het project daadwerkelijkgerealiseerd zou worden.’SPONGE won de prijsvraag voor VU-Kinderstad‘met kop en schouders’, aldus Brand, en niet alleende architectuurbladen waren lovend, maar ook deopdrachtgever en de gebruikertjes zijn blij met hetglazen doosje op het dak vol gesponsord speelgoeden gadgets. Het Ronald McDonald Kinderfondswas zelfs zó tevreden, dat het zich voor een nieuwebijzondere opdracht weer tot de BNA richtte. HetRonald McDonald Centre, een sportcentrum,moest een omgeving worden waar gehandicapte enchronisch zieke kinderen nu eens niet degenen zijndie niet mee kunnen komen, maar waar ze zelf inde spotlights staan. Hún behoefte was het uitgangspunt,en de vriendjes, vriendinnetjes, broertjes enzusjes die ook welkom zijn, passen zich maar aan.Omgekeerde integratie noemt Brand dat. Een plekwaar dagelijks 1000 gehandicapte kinderen terechtkunnen om te spelen en te sporten, zo’n plek was ernog niet in Nederland.De belangstelling voor de prijsvraag was groot.Met hele busladingen jonge architecten is Brandnaar het grasveld in Amsterdam-Noord geredenwaar het centrum moest komen. En weer was ereen ontwerp bij dat niet alleen de harten van dejuryleden, maar gelukkig ook die van de opdrachtgeversneller deed slaan. Peer Glandorff van FactArchitects tekende een langwerpig gebouw oppoten, dat zich als een tribune kan openen naar deomringende sportvelden. Een transparant, stoer enstrak, maar door de ronde welvingen ook vriendelijkgebouw, dat een vanzelfsprekend middelpunt isin het landschap van courts, banen en dug-outs.Glandorff ontwierp gebouw én terrein als eengeïntegreerd sportlandschap.Naast het uitgebreide programma van eisenwaren de belangrijkste uitgangspunten van deopdrachtgever veiligheid en transparantie. Brand:‘Het gaat om kinderen met een handicap, ouderszijn vaak onzeker en willen altijd met ze in contactkunnen staan. Vandaar dat het zicht op de veldenals je boven door het clubhuis loopt zo belangrijk isvoor ons. Het contact kunnen houden draagt bijaan het gevoel van veiligheid.’ Daarnaast is hetgebouw een volledig aangepast gebouw, zonder dathet de uitstraling heeft van een ‘gehandicaptengebouw’,zegt Brand. ‘Het is een laagdrempeliggebouw dat aan alle eisen voldoet, maar alle aanpassingenzijn volledig geïntegreerd in de architectuurvan het gebouw zelf. Dus niet hier en daar eenhellinkje. Eigenlijk zie je pas in de toiletten dat heteen aangepast gebouw is.’Er was nog een belangrijke reden waarom deopdrachtgever zo enthousiast was over het ontwerpvan de winnaar van de Jonge BNA-prijs. Er lagnamelijk nog een ‘uitdaging’ om het project financieelrond te krijgen. Met zo’n aansprekend enuitgesproken ontwerp kon het Kinderfonds de boerop, op zoek naar sponsors. Brand: ‘Van het begin afaan was duidelijk dat we sponsors nodig haddenom het gebouw te realiseren. Een bijzonder ontwerpzoals dat van Fact Architects is dan natuurlijkheel belangrijk. Het gebouw moet sponsors aanspreken,een gevoel geven van ‘daar wil ik bijhoren,16 Architectuur Lokaal #77


Opgavendaar wil ik aan meedoen’. We moesten aannemersen toeleveranciers enthousiasmeren om tegenkostprijs mee te doen. Met zo’n prachtig pand enonze bijzondere doelgroep wisten we dat dat welzou lukken. Het gebouw is uiteindelijk letterlijkmet honderden sponsors tot stand gekomen.’Enig pragmatisme is daarbij dus wel handig, wantje moet het tenslotte voor een groot deel doen metwat je krijgt. Dat geldt voor de bouwer, en voor dematerialen. Gelukkig wist Brand zich in PeerGlandorff een pragmatisch architect. ‘We hebben‘Het gebouw is letterlijk met honderdensponsors tot stand gekomen.Dat was met een lelijk gebouwniet gelukt.’een commissie samengesteld waar ook de architectin zat. We hebben bekeken: wat hebben we nodig?Staal voor de constructie? Oké, dan nemen wecontact op met Corus. Zo zijn we het hele rijtjeafgegaan. Peer ging met onze directeur mee op padnaar bedrijven. Uiteraard dacht hij vanuit dekwaliteit van het gebouw, maar dat betekende nietdat hij star vasthield aan zijn ideeën. Peer stondjuist open voor het zoeken naar haalbare oplossingen.’Die constructieve en meedenkende houding vande architect kan Brand waarderen, evenals hetnodige kritische weerwoord op z’n tijd. ‘Opbouwendkritisch’, omschrijft Brand de samenwerking.‘Geen architect die gelijk ‘OK’ zegt tegen eenopdrachtgever, maar die wél begrijpt wanneer eenopdrachtgever iets echt niet wil. Een discussie opbasis van argumenten is prima.’ Natuurlijk, demoeilijke momenten zijn er altijd. Zeker als hetgaat om zo’n specifiek gebouw. Brand: ‘Wij haddenook geen ervaring met een sportcentrum. Peer heeftdan ook de gebruikers het hemd van het lijf gevraagd.We zijn natuurlijk een atypische opdrachtgever.Het is een zoektocht die om een flexibele houdingvraagt, van beide kanten.’Voor Glandorff was het wennen om zonderbestek te bouwen. Gewapend met slechts eenglobaal bestek moest hij op zoek naar materialenen meewerking. Glandorff: ‘Natuurlijk geeft dat denodige perikelen. Je hebt immers geen contract.Iedereen doet mee vanuit commitment. Maaruiteindelijk maakte dat niet veel uit. Met een bestekmoet je ook keuzes maken op haalbaarheid en benje eindeloos bezig met onderhandelen over meerenminderwerk. Ik heb het sponsortraject juistervaren als een traject met enorme mogelijkheden.We hebben dan ook veel bijzondere zaken voorelkaar gekregen, zoals de LED-verlichte lijnen in desporthalvloer.’Nu het gebouw er staat en de feestelijke openingdoor Prinses Marilène en Prins Maurits het NOS-Journaal haalde, is iedereen er trots op. De kinderenvoelen zich er thuis en eigenen zich het gebouwtoe. De opdrachtgever is ‘superblij’. ‘Iedereen staatmet open mond te kijken’. De sponsoren kunnen erniet genoeg van krijgen hun foefjes aan hun relatieste laten zien. Een succesvolle combinatie vanarchitectuur en doelgroep, denkt de architect. ‘Alshet een lelijk gebouw was geweest was het nietgelukt.’InformatieHet Ronald McDonald Centre werd genomineerdvoor de Gouden Piramide 2010. De winnaar wordtgeïnterviewd op pagina 5-7 in dit nummer.www.kinderfonds.nlwww.Factarchitects.nl/index.phpRonald McDonald SportcentrumArchitectuur Lokaal #7717


PraktijkPrijsvraag leidttot oprichtingarchitectenbureauDe Selectie > Tekst: Bram Talman > Beeld en ontwerp Daaf Gelukschool : KONING ELLIS architecten >Opdrachtgever: Dunamare OnderwijsgroepTegen de trend in richtten Ieke Koning en Suzanne Ellis een nieuwarchitectenbureau op: KONING ELLIS architecten. Dat deden zijna het winnen van een besloten prijsvraag (onderhandse meervoudigeopdracht) voor de Daaf Gelukschool te Haarlem. Hoe kan het dateen nog niet bestaand architectenbureau toch deze prijsvraag wint?Dunamare Onderwijsgroep, de opdrachtgever voorde renovatie en nieuwbouw van de Daaf Gelukschool,nodigde een aantal jonge architecten uitvoor een meervoudige opdracht. Dat was mogelijkomdat de opdracht onder het drempelbedrag ligtwaarboven de Europese aanbestedingsplicht geldt.Albert Strijker, voorzitter van het College vanBestuur van Dunamare Onderwijsgroep: ‘We zijneen grote organisatie van 22 scholen met 36 gebouwenen bouwen heel veel. Momenteel lopen eenstuk of acht projecten, maar we bouwen niet allesmet jonge architecten.18 Architectuur Lokaal #77


PraktijkBij een grote opdracht wordt vanzelfsprekend eenEuropese procedure gestart; de opzet is dan vrijweldezelfde. Voor het ontwerp van niet al te grotegebouwen vragen we altijd om een visie en eenschetsontwerp. Bij grote objecten gaat dat minderver dan bij een project als dit. Je geeft niet alles uithanden wanneer je om een ontwerpimpressievraagt. Naderhand is er dan nog de mogelijkheid totoverleg met de architect.’ In eerste instantie wildeDunamare twee bureaus selecteren voor het ontwerpvan twee scholen, maar tijdens de procedureviel de opdracht voor een van de scholen af.Dunamare schakelde BBN adviesbureau in voor dearchitectenselectie. BBN ging pragmatisch om metde selectieprocedure, aldus André Stuit van BBN.Hij putte uit zijn netwerk, deed navraag bij collega’sen belde ook rond. Onder meer naar Dok architecten,het architectenbureau van RijksbouwmeesterLiesbeth van der Pol, dat eerder brede school DeKikker in Amsterdam had ontworpen. De uit tenodigen deelnemers aan de prijsvraag van Dunamaremoesten minimaal 2 à 3 jaar ervaring hebbenen aan vergelijkbare projecten hebben gewerkt.De architecten Ieke Koning en Suzanne Elliswerkten op dat moment bij Dok architecten. In2008 wonnen ze samen de tweede prijs bij Europan9, de internationale openbare ideeënprijsvraag voorjonge architecten, voor de locatie Almere Poort. Bijdeze locatie ging het om de vraag hoe het bosPampushout iets kon toevoegen aan de gangbareverkavelingen van laagbouw met voor- en achtertuinen strikte scheiding tussen openbaar en privé inde nieuw te ontwikkelen wijken Columbuskwartieren Homeruskwartier. Bij de Europanprijsvraagwerkten Koning en Ellis voor het eerst samen. Diesamenwerking beviel hen heel goed en ze dachtener toen al over om samen een bureau te beginnen.Maar een solide basis was er eigenlijk nog niet. ‘Wewilden niet zonder serieuze opdracht starten.’ Devraag van BBN was dan ook een uitgelezen kans.Koning en Ellis vroegen Dok architecten om mee temogen doen onder hun eigen naam, wat Dok geenprobleem vond. Ook BBN ging akkoord.BBN vroeg vijf architectenbureaus om eenportfolio, een op poster verbeelde visie, een schetsontwerpen een honorariumopgave, en verstrektehet programma van eisen - toen nog voor de beidescholen. Dunamare hechtte vooral aan de visie.Strijker: ‘Ik ken alleen de onderwijswereld. Het isaan de architect om zich te verdiepen in het karakteren profiel van die school: kijk naar de onderwijsvisieen ontwikkel van daaruit de bouwkundige visie.’Koning en Ellis maakten een website en zettenhun portfolio online. ‘We hebben uitsluitend eigenwerk getoond, omdat we onze eigen architectuuropvattingen uitstraling wilden laten zien, niet die vanDok.’ Ze bezochten de locatie om zich voor tebereiden op de visiepresentatie die onderdeel vande procedure uitmaakte. Over visiepresentatieshebben de beide architecten een uitgesprokenmening. ‘Het lastige van een visiepresentatie is datsommige opdrachtgevers ‘meer’ verwachten en‘Na de presentatie zaten we inde auto in en dachten allebei:“dit was het dan”.’anderen juist niet. De ene keer werk je een ontwerpuit en gaat de opdracht naar de partij die dit juistniet heeft gedaan. Een volgende keer ga je minderbeeldend te werk en krijgt de partij die het ontwerpwel heeft uitgewerkt de opdracht. Het is moeilijkeen visie te geven zonder ruimtelijke oplossingen.’Voor de meervoudige opdracht moesten zij eenposter maken. Dat kostte hen wel aardig wat tijd engeld. In de presentatie moesten zij hun visie opbeide scholen en hun manier van werken weergeven.‘Dunamare vroeg hoe we processen kondenwaarborgen, hoe we zekerheid konden bieden.Daar zijn we open over geweest, we hadden allebeieen jaar of vier ervaring opgedaan bij Dok, maar ditzou de eerste opdracht zijn voor ons op te richtenbureau. We vertelden dat je onze werkzaamhedenbij Dok als een soort vervolgopleiding kon zien.Daar hebben we professioneel leren werken. Wezeiden ook dat we graag contact wilden met degebruikers van de school. Na de presentatie zatenwe in de auto en dachten allebei: “dit was het dan”.Maar juist door die openheid, zo hoorden weachteraf, hebben we het vertrouwen van de opdrachtgevergewonnen.’De architecten vinden het erg leuk dat Dunamarejonge bureaus een kans geeft. Dat vraagt volgens henwel om een goede samenwerking: ‘Met Dunamareen BBN vormen we een sterk team. Al twee wekennadat we de prijsvraag hadden gewonnen kondenwe ons bureau oprichten en zaken als een beroepsaansprakelijkheidsverzekeringregelen. En toenkonden we beginnen met ontwerpen. De opdrachtwordt gefaseerd verstrekt, dat is begrijpelijk. Deopdrachtgever is immers met een jong bureau in zeegegaan. Wanneer de samenwerking niet loopt zoalsverwacht, kan hij bijvoorbeeld na het voorlopigontwerp met een ander bureau verder. Op onsverzoek is er een intentieverklaring om de heleopdracht te verstrekken aan het contract toegevoegd.Dat zegt juridisch niks, maar er spreekt welvertrouwen uit, dat geeft een goed gevoel.’ Door denieuwbouw verdubbelt het volume van de bestaandeschool. Dat leverde weerstand van de omwonendenop. ‘Het is belangrijk om de buurt op tijd tebetrekken, om zoveel mogelijk draagvlak te creëren.Je moet eerlijk zijn. We hebben ons voorlopigontwerp aan de buurt gepresenteerd. Zo konden weeen deel van hun bezorgdheid wegnemen door telaten zien dat het nieuwe gebouw geen extra schaduwvoor hun woningen oplevert.’Ook Dunamare is tevreden, ‘Buitengewoontevreden’, aldus Strijker, ‘Het eerste ontwerp datgepresenteerd werd strookt ook met wat het uiteindelijkgeworden is, met wat wij zochten. Namelijkeen frisse blik en creativiteit.’InformatieHet Steunpunt Architectuuropdrachten & Ontwerpwedstrijdenis de onafhankelijke, niet-commerciëlehelpdesk voor uitschrijvers van aanbestedingenen prijsvragen in Nederland. Hiermee wordtbeoogd bij te dragen aan professionalisering vanhet opdrachtgeverschap en aan een gezonde bouwcultuurin Nederland. Het Steunpunt biedt ondersteuningaan alle opdrachtgevers.Om hen behulpzaam te zijn bij het opstellen vaneen goede (Europese) aanbestedingsprocedure voorarchitectendiensten heeft Architectuur Lokaal,samen met de Rijksbouwmeester, VNG, BNA,NEPROM en PIANOo KOMPAS light ontwikkeld,een digitale standaard die voor alle partijen denodige vereenvoudiging en transparantie biedt.KOMPAS light is te vinden opwww.ontwerpwedstrijden.nlArchitectuur Lokaal #7719


PraktijkArchitectuurin welstandWelstand > Tekst: Arjan Hebly > Beeld: Hebly Theunissen Architecten (p.20), Peter de Ruig (p.21)Het welstandsbeleid ligt onder vuur. Diverse gemeenten overwegen hungemeente welstandsvrij te maken. Arjan Hebly pleit voor een anderemanier van welstandsnota’s maken. Als indieners en beoordelaars elkaarbeter begrijpen, komt dat het draagvlak voor welstand ten goede.In de praktijk, zowel die van de architect als dievan de beoordeling door de welstandscommissie, ishet werken met de welstandsnota en de criteria nietaltijd even eenvoudig. In het ontwerp, noch bij demondelinge behandeling van plannen door decommissie noch in de verslagen, spelen de criteriaeen belangrijke rol. Het oordeel van de welstandscommissieis op die manier niet altijd transparanten objectief. Het kunnen uitleggen van de oordelenaan een steeds mondiger publiek is voor het voortbestaanvan de welstand van belang. Hiertoemoeten welstandsleden degelijk worden toegerustvoor wat betreft de kennis over de ruimtelijkeopbouw van de gemeente en de welstandsnota.Bovendien kunnen welstandsleden worden betrokkenbij het opstellen van de nota of de actualiseringdaarvan.Vanuit nogal wat nota’s komt een paradox naarvoren. Welstandsbeleid van gemeenten gaat weliswaarover architectuur maar in veel welstandsnota’skomt architectuur nauwelijks aan bod. Deoorzaak is tweeledig. Ten eerste ligt in veel nota’s,in navolging van de terminologie van de wetgever,de nadruk op gebiedsgericht welstandsbeleid. Ditheeft verhandelingen opgeleverd die beginnen bijde laatste ijstijd en eindigen met beschrijvingen vande huidige gebieden. De architectuur komt alleenaan bod in de vorm van een herdruk van eenhooggestemd academisch artikel. De architectonischeregels zijn doorgaans samen te vatten als ‘hetbouwinitiatief moet lijken op dat van de buurpanden’.Een andere oorzaak is de onwil om architectuursystematisch te behandelen als een reeks vanarchitectonische stijlen of typen. Welstandsnota’slijken op een slagersleerboek waarin wel over hetslagersmes, het hakblok en de koeling wordtgesproken, maar niet over het vlees zelf.Door het volwaardig behandelen van architectuurin de welstandsnota wordt niet alleen hetbeleid meer concreet en beter toetsbaar voor dewelstandscommissie, maar ook voor de burgers.Burgers ervaren het stedenbouwkundige aspect welals interessant, maar het staat toch ook verder vanze af. Gesprekken over architectuur zijn daarentegenmet burgers gemakkelijk te voeren. Een meer evenwichtigeaandacht voor stedenbouw én architectuurvergroot het draagvlak voor het welstandsbeleid.Op basis van ervaringen in de gemeenten Delft enHeiloo volgt een korte uiteenzetting van eendergelijke methode. (1) De methode onderscheidtdrie soorten bouwinitiatieven: bouwen op grotenieuwbouwlocaties, nieuw bouwen in bestaandgebied en verbouwen van bestaande panden. Voorde eerste categorie geldt meestal een apart document,een beeldkwaliteitplan, dat het welstandskaderis voor nieuwbouw. Voor nieuwbouw in bestaandbebouwd gebied gelden, conform de meestenota’s, van gebiedsbeschrijvingen afgeleide criteria.Verbouwingen van bestaande panden moet metkennis van de architectuur ervan worden ontworpenen beoordeeld. Hiervoor worden per gemeenteeen aantal architectuurtypen onderscheiden. Dezezijn bewust typen genoemd en niet stijlen. Demethode pretendeert niet een volledig architectuurhistorischverantwoorde indeling te hanteren. Denadruk ligt op de archetypische visuele kenmerken.In Delft hebben wij tien typen onderscheiden, inHeiloo zes. Deze typen worden beknopt beschreven,geïllustreerd met plaatselijke voorbeelden envoorzien van criteria. In de beschrijvingen wordtaandacht besteed aan de plaatsing in de tijd en hetbijbehorende gedachtegoed, de kenmerkendebouwtechnieken en zoals gezegd aan de visuelekenmerken.Om de criteria tot leven te brengen is het illustrerenervan van belang. Naast foto’s kunnen verhelderendepictogrammen hierbij behulpzaam zijn.Met een kleurcodering worden de architectuurtyperingenvan alle gebouwen aangegeven op een kaart.Burgers en hun ontwerpers kunnen zo zien totwelk architectuurtype hun pand behoort en welkecriteria daarvoor gelden. Op de stadsplattegrond isook in één oogopslag te zien hoe gevarieerd ofhomogeen het architectuurbeeld van bepaaldegebieden is. Dit gegeven kan mede betrokkenworden bij het formuleren van een gewenstebeeldkwaliteit voor een nieuwe ontwikkeling. InDelft heeft dit daadwerkelijk zo gewerkt, bijvoorbeeldbij een nieuwe supermarkt en een woongebouwin een bestaande omgeving.De welstandsnota reikt op deze manier kennisaan om ontwerpers beter toegerust te laten reagerenop het bestaande gebouw, net als gebiedscriteriadat voor het stedenbouwkundige aspect doen.Het betreft overigens niet alleen het ontwerp maarook het gesprek over het ontwerp en de oordeelsvormingvan de welstandscommissie.Een aandachtspunt van een dergelijke aanpak isde balans tussen een te stringente inperking ennietszeggendheid, tussen vrijheid en gebondenheid.Voorbeeld pictogram Interbellumarchitectuur, uitnodigend tothet verbeelden van ‘een nieuw begin’. Welstandsnota Delft,Hebly Theunissen architecten 2004Voorbeeld pictogram Nieuwe Bouwen, uitdrukking gevend aan een‘optimistisch levensgevoel’. Welstandsnota Delft, Hebly Theunissenarchitecten 2004Voorbeeld pictogram Traditionalisme, uitdrukking gevend aan het‘alledaagse’. Welstandsnota Delft, Hebly Theunissen architecten 200420 Architectuur Lokaal #77


PraktijkNieuwe Bouwen: Elektrotechniek, TU Delft, Ontwerp:G. Drexhage,1959-1972Traditionele architectuur: winkelpand Delft, Ontwerp: Van Rossum,1939-1941De criteria moeten enerzijds duidelijk aangevenwat essentieel is voor een bepaalde architectuurmaar moeten ook voldoende ruimte bieden voorinterpretatie. Deze vrijheid is op verschillendeniveaus verzekerd. Zo geeft het eerste criterium deintentie aan van een betreffend architectuurtype.Voor het architectuurtype Nieuwe Bouwen staat inde Delftse nota bijvoorbeeld: ‘de architectuur vanhet gebouw en de wijzigingen daaraan zijn in hunsamenhang met de omgeving, openheid en kleurstellinguitdrukking van een optimistisch levensgevoel’.En voor traditionele architectuur staat dat ‘dearchitectuur en de wijzigingen daaraan bestaan uithet op een eigentijdse en fantasievolle wijze omgaanmet alledaagse, gewone architectonischeelementen’. Daarbij is ook de mogelijkheid ingebakkenom door middel van een contrast aan te sluitenop het bestaande. Zo staat in de Heiloose notaonder de modernistische architectuur dat eendakopbouw voor wat betreft massa en gevel eenduidelijke relatie moet aangaan met de onderbouw,‘wat overigens een welbewust contrast tussendakopbouw en onderbouw niet uitsluit’.Voor het goed functioneren van het welstandsbeleidis ten slotte een onafhankelijke visitatie van dewelstandscommissie en een dito beoordeling vande nota’s aan te bevelen.Het dichtbevolkte Nederland verdient eenzorgvuldige omgang met de ruimte. Aan dat strevenkan een geprofessionaliseerd, enthousiasmerend enbegrijpelijk welstandsbeleid een belangrijke bijdrageleveren.InformatieArjan Hebly is mede-oprichter van Hebly TheunissenArchitecten.(1) Voor de gemeente Heiloo verrichtte Hebly Theunissenarchitecten (Arjan Hebly en Cees Boekraad) samen metMiddelkoop advies (Martijn Ubink) in 2008 onderzoek naarverschillende vormen van het uitoefenen van welstandsbeleidin gemeenten.Architectuurkaart met de zes architectuurtypen. Uit de welstandsnota‘Heiloo, prachtig dorp in het groen’, Hebly Theunissen architecten 2010Architectuur Lokaal #7721


PraktijkPauzelandschap ‘Strand” van EnschedeAls de pauze langerduurt dan de wedstrijdIn Situ > Tekst: Tom de Vries > Beeld: Architectuurcentrum TwenteIn Amsterdam heten het ‘vergeten veldjes’, in Apeldoorn zijn het GOO(Green Open Office) als ‘tijdelijk kantoor’ en in Enschede zijn er pauzelandschappen.Vrijwel overal duikt tegelijk het thema op: wat kunnenwe doen met die open plekken in de stad die wachten en wachten enwachten... totdat er eindelijk iets gaat gebeuren. ArchitectuurcentrumTwente steekt creatieve koppen bij elkaar om ideeën te ontwikkelenvoor de tijdelijke invulling van deze pauzelandschappen. Een masterclassvoor studenten van ontwerpopleidingen gaat begin 2011 van start.Op 6 oktober jl. was de aftrap.De masterclass is een formule die ArchitectuurcentrumTwente al een aantal jaren hanteert omverschillende ontwerpdisciplines bij elkaar tebrengen. Er waren eerder masterclasses over detoekomst van Vliegveld Twente, over hoogbouw enover een nieuwe Twentse locatie voor dagrecreatie.Ieder ontwerpteam bestond uit studenten van dekunstacademie, de technische hogeschool en vande universiteit.In 2010 is vier ontwerpers gevraagd een visie tegeven op het fenomeen Pauzelandschappen, omstudenten te inspireren. Onlangs gaven zij eenkorte presentatie van hun ideeën. Architect MarcelMusch van BVR is architect en heeft ervaring inontwikkelingsstrategieën. Musch onderscheidt vierverschillende pauzes. Er is de korte pauze waarbijde betreffende plek al wel een bestemming heeft,maar waaraan tot de start van de ontwikkeling eentijdelijke invulling gegeven wordt. Als voorbeeldnoemt hij het strand met strandtent Blijburg opIJburg in Amsterdam. Een pauze met een langereduur noemt hij ‘tussentijd’. Dit kan bijvoorbeeld eenverpauperde woonwijk zijn die in afwachting vaneen beslissing voor herontwikkeling is dichtgetimmerden waar dan onverwachte initiatieven eenkans krijgen. Hotel Transvaal in de gelijknamigeHaagse wijk is daar een goed voorbeeld van.Verspreid over de hele wijk bevinden zich inslooppanden en nog niet bewoonde nieuwbouwhotelkamers die door kunstenaars en winkelierszijn ingericht. De lange pauze, die eigenlijk geeneind kent, tref je bijvoorbeeld aan in Detroit waarin het centrum iedere eerdere poging om te investerenin verbetering is mislukt. Hier moet je volgensMusch opnieuw beginnen. De vraag is dan hoe jebetekenis kunt geven aan de leegte. Tenslottenoemt Musch nog een vierde pauze, die van detussenruimte. Hij laat inspirerende voorbeeldenzien die de studenten moeten aansporen tot creativiteit:een picknickplaats, een voetbalveldje of eenkiosk voor koffie. Legale of illegale tijdelijke gebruikenvan een pauzelandschap. Pauzelandschappenis een thema dat voor Musch iets tragisch heeft.‘Het is geen grapje maar de essentie van stedelijkeontwikkelingen. Tijdelijkheid moet aan de permanenteontwikkeling gekoppeld worden. Zo kun je22 Architectuur Lokaal #77


PraktijkEen tassenwoning in Amsterdam. Ontwerp: DUS architecteneen ideale stedelijke gelaagdheid creëren metruimte voor kleine, goedkope invullingen.’Dirk van Peijpe werkt bij het Rotterdamsebureau De Urbanisten, een geëngageerd stedenbouwbureaudat zich met water, energie en afvalbezighoudt. ‘De huidige economische en klimaatcrisismaakt ons vak relevanter,’ aldus Van Peijpe.Mede door de crises gaat het tempo van de stadsontwikkelingomlaag en komen plannen niet meervan de grond. De vraag is dan: hoe lang gaat diepauze duren. Langer dan de wedstrijd? Naastleegstand is er ook sprake van krimp. Dat is bijvoorbeeldte zien in Vlissingen, waar een plan voor1800 woningen op een gebied van 30 hectare startmet een armzalige 13 (!) woningen. Dit vraagt omandere plannen, zoals die bijvoorbeeld in Rotterdam,waar voor het Wijnhavengebied een dynamischtransformatiemodel is opgesteld zonder eenvooraf vastgelegd eindbeeld. Het resultaat is daneen samensmelting van high en low key. Kiezenvoor een geleidelijke transformatie die samengaatmet ruimte voor een programma dat geleidelijkweer verdwijnt. Dus niet wachten, maar directstarten. Op termijn verhuizen de laagwaardigefuncties dan vanzelf. Een ontwikkeling waar DeUrbanisten bij betrokken is, speelt zich af in Sasvan Gent, een krimplocatie in Zeeland. Hier zijntien strategieën uitgezet. Voorbeelden zijn: Tomaten-Sas,waarbij lege kavels gebruikt gaan wordenvoor het kweken van groente en fruit. Of de Plasvan Sas waarbij plekken verwaterd worden metplassen, vijvers en poelen en de Puintuinen waarbijontdeklandschappen voor kinderen worden gemaaktmet afval- en restmaterialen.Florentijn Hofman is de derde master. Dezebeeldend kunstenaar werd bekend door het blauwverven van de Beukelsdijk in Rotterdam, eenstraatwand die op sloopnominatie stond. Hofmanmaakt uiteenlopend werk: hij maakt grote knuffeldieren,hij doet ingrepen in de stad met architectuurin kleur en hij maakt werk met een informatiefkarakter. Zijn knuffels zijn iconen die iets meldenover de plek waar ze geplaatst zijn. Zo heeft hij eenmegagrote muskusrat van riet gemaakt in Nieuwerkerkaan de IJssel, zeven meter onder zeespiegel inde Zuidplaspolder. De kwetsbaarheid van ditgebied voor aanvallen van de muskusrat maakt ditknaagdier een aansprekende figuur voor de bevolking.Draagvlak vinden door de bevolking is voorHofman belangrijk. Andere bekende werken vanHofman zijn onder meer de 26 meter hoge, opblaasbareRubber Duck die in verschillende afmetingenin steden ronddreef; de vijf ‘gevouwenpapieren boten’ die op de Bartel Wiltonkade inRotterdam staan, een enorme beer van badslippersin São Paulo en een spiegelende wand in een bos.Hofman probeert zijn grote projecten, hoe fel ook,altijd voorzichtig in te passen in het landschap of inde stad. Het zijn projecten voor iedereen en vaniedereen.Hedwig Heinsman van DUS architects starttehaar presentatie als master met de stelling datpublieke architectuur de kern van tijdelijkheid is.De publieke architect is daarbij de curator. Deopvattingen van DUS zijn gevat in een tijdelijkmanifest met 19 stellingen.‘Het zijn er nu 19 maarvorige week nog 12 en volgende maand kunnen heter 24 of 17 zijn’ zegt Hedwig. Bij het opsommenvan de 19 stellingen toont Heinsman voorbeeldendie de bedoeling ervan moeten illustreren. Wat zijlaat zien, toont de innovatieve creativiteit van hetbureau en een ongelofelijk plezier in het omgaanmet ruimtelijke opgaven al dan niet met een concreteopdrachtgever. Enkele stellingen zijn: gebruikoude materialen (voorbeeld: een ruimte gemaaktvan gehaakte ventilatiebuizen), creëer een publiek,geef ongevraagd advies, details zijn belangrijk(voorbeeld: twee aan elkaar geknoopte wijnglazenwaardoor feestgangers gedwongen aan elkaargekoppeld worden), wees persoonlijk, speel vals alseen slimme spelleider, herprogrammeer (voorbeeld:het dorp Castricum veranderen in een citycampingwaardoor de bevolking niet alleen het dorp maarook elkaar op een nieuwe wijze leert kennen), speelmet de stad (voorbeeld: een leeg kavel tussen tweewoonhuizen bezetten met een tijdelijk bouwsel vanmet zand gevulde tassen) en tot slot: reflect enresearch (act en wacht op reactie) met als speelsvoorbeeld het ‘spontaan publiek gebouw’ waarbijrond een lantaarnpaal met rode paraplu’s eenfeestruimte wordt gecreëerd die onverwachteaantrekkingskracht heeft.Wie de vier ontwerpers aanhoorde, moet hetenorme plezier waarmee zij te werk gaan opgevallenzijn. Het een voortdurend feest van ontdekken,uitvinden en proberen, en dat mondt niet zelden uitin een letterlijk feest. Alle betrokkenen en omwonendenlijken aangestoken te worden door hunenthousiasme. Maar hun engagement vestigt ookde aandacht op stagnaties in ruimtelijke ontwikkelingen,en op onvermoede kansen van voorheen alshopeloos bestempelde situaties. Dat is vooral dekracht van hun innovatieve en ludieke ontwerpinspanningen.Het is nu aan de studenten om hen nate volgen en om de lege plekken, de pauzelandschappenin Twente een nieuwe sprankelendeinvulling te geven. We zijn benieuwd.InformatieDe masterclass ‘Pauzelandschappen’ wordt gehoudenvan 22 januari t/m 4 februari 2011.De presentatie van de ontwerpresultaten aan hetpubliek is op 10 maart 2011.www.architectuurcentrumtwente.nlArchitectuur Lokaal #7723


PandemoniumEr moet een geluid zijn geweest. Pandemonium,de grond scheurt, wegen golven ineens omhoog.Rennen voor je leven, zonder te weten waar jenaartoe moet rennen, maar toch ren je, terwijldakpannen omlaag vallen, bomen de lucht inworden gesmeten en langvergeten koffers metwinterkleren uit de ramen van rommelzolders wordengeschud. Hoe klinkt een aardbeving? Ik stel me eriets bij voor als een zak chips die in een keer wordtopgerukt. Deze foto is van Thomas Wrede, eenDuitser, die zich erin specialiseert beelden te makenvan natuur die zijn wil oplegt aan de mens.‘Bergrutsh’ heet de foto. Dat de foto niet echt is teltniet. Dat de huisjes – gemaakt waarvan?, hout?piepschuim? - nog herkenbaar zijn als huizen, terwijlrotsen van velen malen hun formaat erop drukken, isduidelijk artificieel. Toch zoek je een verhaal in hetbeeld, als mens kun je niet anders, je hersenen zijn zogeprogrammeerd. Oorzaak en gevolg. De aardverschuivingop de foto is afgelopen, mensen zijn gevlucht.Steen en gruis dreigt nog steeds, en ondanks dat defoto nep is, voel je die dreiging. Je hoort het rommelenonder de grond. Deze foto krast, als voetstappen ingrind. En waar is dan de fotograaf? Dat is de volgendevraag. Hij zit in de lucht, dat verklaart het perspectief,maar het past ook in het rampenscenario. Hij zit in zo’nwitte reddingshelikopter, met een rood kruis erop.Thuis, in de krant, zien mensen zijn foto. Ze zoekennaar bekenden, maar er is geen mens te zien. Het zijnmaar spullen.In 2011 reageert Joost de Vries (1983) op de foto op de voorpagina. De Vries studeerde Journalistiek en Geschiedenis inUtrecht. Sinds 2007 is hij kunstredacteur bij de Groene Amsterdammer. In 2010 verscheen zijn romandebuut Clausewitz.

More magazines by this user
Similar magazines