Zoogdieren, het beschermen waard - Zoogdierwinkel

zoogdierwinkel.nl

Zoogdieren, het beschermen waard - Zoogdierwinkel

ZOOGDIER 2002 I 3 (2)Holland en De Wijde Blik de hulpvan scholieren ingeroepen om eeninventarisatie van de eekhoorn uit tevoeren.OnderzoeksopzetEekhoorns worden vaak aangetroffen invillawijken. Een van de oorzaken daarvanis een boog voedselaanbod, onderandere doordat eekhoorns meeëten vanvoerpJankjes voor vogels. De eekhoornis - met zijn pluimstaart en opvallendgedrag - voor iedereen goed herkenbaar.Als eekhoorns in een vjllatuin zitten,worden ze door de bewoners ookgezien. De verwaChting was daarom dateekhoorns met behulp van een enquêtegoed geïnventariseerd zouden kunnenworden.Een enquête waaruit verspreiding endichtheid van eekhoorns in villagebiedenmoet blijken, vraagt om voldoendeantwoorden uit het betreffende gebied.Het is bekend dat op schriftelijke enquêtesslechts tussen de 10 en 20% van demensen reageert. Telefonische enquêteswerken beter, maar zijn arbeidsintensiefen daardoor vrij kostbaar. Gezocht isOverzicht van de villawijk tussen Laren en Blaricumwaar de scholieren hebben geënquêteerd. De berekeningenop grond van de enquête duiden voor1996 en 1997 op 29 resp. 27 eekhoorns in deze wijk.naar een werkwijze die bij een acceptabeletijdsdruk toch voldoende antwoordenzou opleveren. Vanwege de relatieveeenvoud van de enquête en het naarverwachti.ng hoge waarnemil'lgspercentagevan de eekboorn leek het mogelijkde enquête te laten afnemen door scholierenuit de hoogste klassen van betbasisonderwijs.Deelname scholenHet idee om leerlingen van de hoogstegroepen van het basisonderwijs i.n tezetten was nieuw. In het voorjaar van1996 was ook nog niet te voorzien of hetonderwijs geïnteresseerd zou zjjn indeelname, en als dit het geval zou zijnof dit zou leiden tot een voldoendeaantal jonge enquêteurs voor de geselecteerdevillawijken gedurende degewenste onderzoeksperiode. Mogelijkebarrières zouden volgens velen hetoverladen schoolprogramma kunnenzijn, de afstand tot de te onderzoekenwijken, de veiligheid of de noodzakelijkebegeleiding van de leerlingen.Besloten werd de werving te richten opscholen binnen een relatief veiligeafstand van de geselecteerde wijken.Van de in totaal twintig benaderde scholenin Hilversum, Bussum, Laren,Blaricum en Huizen besloten vijf scholen- na een informatiebijeenkomst bijde onderwijsbegeleidingsdienst - totdeelname met in totaal 200 leerlingen.Leuk was dat ook een ZMLK-schoo tmet succes heeft meegedaan aan deenquête.4De eekhoornMet een videoband en de lesbrief 'eekhoornsgezien?!', samengesteld doorTon Kalwij van de EDI Midden­Nederland hebben de leerlingen informatiegekregen over de eekhoorn enuitleg over de enquête. AI snel bleek datzowel leerlingen als leer.krachtenenthousiast waren over deelname aaneen écht onderzoek. Voor de enquêtemoesten de leerlingen aan de bewonersvan de villawijken vragen óf er eekhoornsin hun tuin aanwezig waren, hoevaak ze werden gezien, in welk aantal enwat het moment van de laatste waarnemingwas. Ook is gevraagd of in hetvoorafgaande jaar eekhoorns Ïl'l de tuinwaren gezien. De leerlingen moestenzelf invullen of er bomen in de tuinstonden en uiteraard het adres noterenwaar ze aanbelden. Deze eerste enquêteis uitgevoerd in oktober 1996. Deenquêtes zijn huis-aan-huis afgenomen.


ZOOGDIER 2002 I 3 (2)De Al vonnt een harde grens aan dewestzijde van de villawijk. De tuinenzijn groot tot zeer groot en enkelewoningen hebben bet karakter van eenlandgoed. In de richting van het oudedorp en nabij de Laarder Eng zijn de tuinenkleiner. Hier staan ook minderbomen (figuur L)Vanaf het oude dorp van Laren loopteen drukke weg door de wijk in de richtingvan het Streekziekenhuis GooiNoord. De berekeningen op grond vande enquête duiden voor 1996 en 1997 op29 resp. 27 eekhoorns. De oppervlaktevan de totale wijk is 250 ha, zodat dedichtheid op 0.12 resp. 0,11 dieren/hauitkomt.ControleIn het begin van 1996 is op traditionelewijze bet aantal eekhoorns in een deelvan bet onderzoeksgebied geschat. Deresultaten van deze telling zijn gebruiktom te kijken of de resultaten van deenquête een reëel beeld geven van dedichtheid van eekhoorns.Op zaterdag 17 februari 1996 is doorenkele vrijwilligers (van NOZOS) in hetmeest lommerrijke deel van de villawijkvan Laren in bijna alle tuinen gezochtnaar winternesten. In 46 ha van dewijk zijn zo 10 wintemesten gevonden.Uitgaande van het uit de literatuurbekende nestgebruik van eekhoornskunnen er in dit dee1 van de wijk drie ofvier dieren zitten, een dichtheid van0,08 dieren per ba (0,22 nesten/ha). Uitdit deel van de wijk zijn bij de enquêteook de meeste dagelijkse waarnemingenvan de eekhoorn gekomen. In een flinkestrook van de villawijk ontbrakenechter voldoende grote bomen om hettot een echt geschikt biotoop te maken.De gevonden dichtheden in de villawijkvan Laren/Blaricum via de enquête zijniets hoger dan de dicbtheid die met hettellen van winternesten is bepaald. Deafwijking wordt mogelijk veroorzaaktdoordat enkele grote tuinen niet op winternesten gecontroleerd konden wordenomdat de bewoners niet thuis waren.NabesprekingHet eekhoornonderzoek is door descholen zeer positief gewaardeerd. Deverwachte barrières bleken door goedeinformatie, voorbereiding en begeleidingveel minder hoog dan aanvankelijkwerd gevreesd. De leraren merkten op,dat naast leerdoelen op het gebiedvan natuuronderwijs (kennis over deeekhoorn en zijn leefomgeving) ookherkenbaar werd gewerkt aan doelen ophet gebied van aardrijkskunde (plaatsbepalingmet een stratenplan), mondelingetaalvaardigheid (gesprek voeren),sociale vaardigheden (samenwerken) ensociale weerbaarheid (reageren op mindervriendelijke bewoners). Het laatstekwam gelukkig slechts sporadisch voor.Uit didactisch oogpunt lS bet wel wenselijkdat de leerli11gen zo snel mogelijk nauitvoering van het onderzoek het (voorlopige)resultaat van bun werk in enigerleivorm presenteren. Helaas is hetuitwerken van de waarnemingen vanhet eekhoornonderzoek een tijdrovendeklus gebleken.De conclusie is dat dit onderzoek in villawijkengoed uitvoerbaar was met hetinzetten van sCbolieren (vrijwilligers) endat het een betrouwbaar beeld geeft vanaantallen en dichtheid van eekhoorns indie gebieden. Ook andere goed herkenbareplanten en dieren zouden op eenvergelijkbare manier onderzocht kunnenworden. Dit blijkt onder andere ookuit landelijke inventarisaties die door deKNNV gehouden zijn of worden naarvliegenzwammen, lieveheersbeestjes enmussen. Ook de Vereniging Leefmilieuheeft onlangs een door vrijwilligers uitgevoerdeinventarisatie in bet Gooi achterde rug, namelijk naar rode bosmieren.Bij deze onderzoeken zijn met dehulp van vrijwilligers grote hoeveelhedenbetrouwbare waarnemingen gedaan.Onderzoeken die anders doorgeld- of tijdgebrek niet zouden zijn uitgevoerd.Voor een nadere beschrijving van deresultaten en uitwerking van het onderzoekwordt verwezen naar bet onder~zoeksrapport (Kalwij & Van der Unden).Hierin is de gebruikte vragenlijstopgenomen, alsmede de resultaten inalle onderzochte wijken. Verder wordtnader ingegaan op de methode diegevolgd is bij de uitwerking van de gegevens.Bij het rapport hoort ook eenexemplaar van de lesbrief 'eekhoornsgezien?!' en een groot aantal kaartjes engrafieken. Het rapport is voor € 6.00te bestellen via giro 470421 t.n.v. StMilieutijdschrift te Hilversum (o.v.v.eekhoornrapport).--rfPeter van der Linden,Spechtstratll 59.1223 NX Hilversum6


ZOOGDIER 2002 13 (2) 7E IN NEDEC 1-E E OOM-TERP UlAT ES wrBETEKEN V OR .......__ TP VINC E BE R?Sim Broekhuizen en Gerard j.O.M. MüskensDe boommarter (Martes martes) is één van onze meer zeldzamezoogdiersoorten en van de inheemse roofdiersoorten zekerde zeldzaamste. Boommarters zijn voornamelijk actief in deschemering en nacht; overdag rusten ze in holten onder degrond, in boomholten of in de kronen van bomen, vaak op eenoud vogelnest. Alleen wanneer vrouwtjes jongen hebben die zevan prooi moeten voorzien, gaan ze er ook overdag op uit. Zezijn dan erg alert en dat alles maakt dat volwassen boommartersmaar weinig worden gezien. De jongen zijn de eerstemaanden argelozer en hangen, als de moeder op stap is, vaakvoor een deel uit het nest. Toch blijft het vinden van een boommartemestveelal een toevalstreffer. De vraag waar boommarterswel en niet voorkomen, kan alleen maar op basis vansamenvoeging van gegevens van een reeks van jaren - en dannog met een slag om de arm - worden beantwoord. De vraagnaar het aantal aanwezige dieren kan alleen maar via extrapolatievan home range-gegevens beantwoord worden.Boommarter versus steenmarterEen bijkomend probleem bij de jnventarisatievan het boommarterbestand isdat de gelijkenis met onze andereinheemse martersoort, de steenmarter(Martes [oina), verraderlijk groot ls.Weliswaar gaat het in de populaire literatuurmeestal genoemde onderscheidvan een afgeronde, geel-oranje keelvlekbij de boommarter en een gevorktewitte bef bij de steenmarter heel vaakop, maar er zijn zoveel uitzonderingenop dit kenmerk, dat verwarring regel ma-Inventariseren van boommarters is moeilijk.Ze zijn vaak kort zichtbaar. Is het eenboommarter of een steenmarter?Foto: Sim Broekhuizen, A/terra


ZOOGDIER 2002 13 (2)8Ior.;• 8.. t I~.El;.,. "GEOc../,I -o/;/m'I:_. v ,,.- ,/! \ ~1 ",I • • _ , ; f-'Figuur 1. Vondsten van reproductieve(gevulde symbolen) en niet-reproductieve(open symbolen) boommarters uit deperiode 1989-1999. Vierkantjes: vrouwtjes;rondjes: mannetjes. Gearceerd: gebiedenmet regelmatige voortplanting. NaarBroekhuizen & Müskens, 2000.Figuur 2. Vindplaatsen van de boommarteruit de periode 1989-1999. Vierkantje: zekerewaarneming; gevuld rondje: waarschijnlijkewaarneming; open rondje: mogelijkewaarneming; stip: aanwiizing. Uit Müskans,Broekhuizen & Wijsman, 2000.Figuur 3. Boommartermeldingen uit Zuid­Nederland en Vlaanderen uit de periode1989-2000. Vierkantje: bevestigde voortplanting;gevulde rondjes: gecontroleerdevondsten; open rondjes: niet-gecontroleerdevondst; driehoekjes: veldobservaties;gearceerd: gebieden met regelmatigevoortplanting. Naar Van Den Berge,Broekhuizen & Müskens, 2000.Figuur 4. Verdeling van de boommartermeldingenuit vijf perioden over verschillendedelen van Nederland. N: Noord­Nederland; 0: Oost-Nederland; V: Veluwe;H: Utrechtse Heuvelrug, Z: Zuid-Nederland.Naar MGskens, Broekhuizen & Wijsman,2000.


ZOOGDIER 2002 13 (2)tig optreedt. Wat baast nog verraderlijkeris, is dat beide soorten soms opplaatsen leven waar men eigenlijk deandere soort zou verwachten.Boommarters kunnen incidenteel domiciliekiezen in bewoonde huizen, terwijlsteenmarters soms bun verblijfplaats ineen boomholte kiezen. Dit alles leidtertoe dat wij bij het vaststellen van hetverspreidingsgebied zeer terughoudendzijn bij het opnemen van meest kortstondigezichtwaarnemingen. Gezien deschuwheid van de boommarter blijvendan vooral de vondsten van verkeersslachtoffersover, als postuum bewijsvoor hun voorkomen ter plaatse.Onderzoek boommartersDoor het verzamelen van doodgeredenboommarters hebben we in de afgelopenvijftien jaar getracht een beeld tekrijgen van de gebieden waar deze nogvoorkomt. Nu hebben boommarterseen territoriaal sociaal systeem. Zodrade jongen geslachtsrijp zijn en zlcb seksueelactief gaan gedragen, moeten àfde ouderdieren àf de jongen het veldruimen om elders een vrij leefgebied tevinden. In de praktijk zijn het vooral dejonge dieren die naar een ander leefgebiedmoeten omzien. De gevonden verkeersslachtoffersomvatten dan ookvoor een deel de weggetrokken en vaaknog zwervende dieren die niet indicatiefzijn voor bet feitelijke verspreidingsgebied.Voor zover het echter een meerjarig,seksueel actief dier betreft en zekerals het om een drachtig of zogend wijfjegaat of om een joog dier dat nog van demoederzorg afl1aokelijk is, dan kan mengevoèglijk aannemen dat het slachtofferafkomstig is uit het werkelijke voortplantingsgebiedvan de boommarter.De vondsten van verkeersslachtofferskonden worden aangevuld met de von d­sten van nesten van boommarters metjongen, die de afgelopen tien jaar vooralzijn bijeengebracht door leden van deBoommarter Werkgroep van de VZZ.Verspreiding van de boommarter inNederlandAls al deze gegevens samengebrachtworden, dan ontstaat voor de periode1989-1999 het volgende kaartbeeld vanvondsten van reproductieve en nietreproductievedieren (figuur 1), metdaarin gearceerd aangegeven de gebiedenmet regelmatige voortplanting. Alsdaaraan nog de mogelijke en waarschijnlijkeboommarterwaarnemingen wordentoegevoegd, dan ontstaat het kaartbeeldDe vondsten van nesten van boommarters vormenin het onderzoek een aanvulling op de vondsten vanverkeersslachtoffers. Foto: Rol/in Ver/indevan het incidenteel en structureel voorkomenvan de boommarter in Nederlanddat is weergegeven in figuur 2. Deaanvullingen betreffen vooral hetKennemerland en de Gelderse Vallei,gebieden waar de laatste decennia geensteenmarters zijn gesignaleerd en waarde kans op verwarring met deze laatstesoort klein kan worden geacht.De meldingen uit Ketmemerlaod stellenons nog steeds voor een diJemma: zezijn te talrijk om te negeren, maar eenconcrete aanwijz,ing voor voortplantingvan boommarters in dit gebied ontbreekttot nu toe. De herkomst van dedieren is onduidelijk. Er lijkt sprake tezijn van een kleine~ op zichzelf staandepopulatie.Een ander nog niet goed begrepen fenomeenvormen de boommarters die in delaagveengebieden van de Oude Venenbij Eernewoude in Friesland en deWieden in de Kop van Overijssel leven.Geografis,ch gezien lijken deze dieren tebehoren tot de populatie van de Fries­Drentse Wouden, maar wellicht hebbenwe hier ook te maken met een speciaal


ZOOGDIER 2002 I 3 (2)I1soort ecotype dat al langer op zich zelfstaat en speciaal aangepast is aan hetleven in broekbossen in bet waterrijkegebied. We weten er nog Diets van.Boommarter-kemgebiedenUit de figuren 1 en 2 komt naar vorendat we in Nederland nog maar driegebieden hebben waar de boommarterzich regelmatig voortplant: de Fries­Drentse Wouden, de Veluwe en deUtrechtse Heuvelrug. De waarnemingenen vondsten in de Gelderse Vallei gevenaan dat er waarschijnlijk nog enigesamenhang is tussen de populatie vande Veluwe en die van de UtrechtseHeuvelrug. In hoeverre er nog samenhangis met de populatie in de Drents­Friese Wouden is een kwestie die naderonderzocht dient te worden. De vondstenin het gebied tussen deze bossenen de Veluwe betreffen, voor zoveronderzocht, alleen jonge, seksueel nogniet actieve mannetjes. Dat geldt, opeen enkele uitzondering na, ook voorde dieren die aan de oostkant van hetIJsseldal en in het gebied tussen Nederrijnen Lek en Waal en Merwede zijngevonden. Vooral deze laatste vondstengeven aan dat bet voor boommartersmogelijk is rivieren ter breedte van deNederrijn - en dus ook de IJssel en deMaas - over te steken, al dan nietgebruik makend van bruggen. De gevondenverkeersslachtoffers zijn allendieren die het contact tussen met namede Veluwe en andere gebieden nÎet hebbengerealiseerd. In hoeverre er wel dierenzijn die de nu bekende voortplantingspopulatieshebben verbonden, iseen vraag waarop met gebruikmakingvan de moderne molecuLair-genetischeonderzoekstechnieken wellicht het antwoordis te geven.Boommarters in Zuid-NederlandAparte aandacht verdienen de meldingenuit Noord-Brabant en Limburg. Hetis niet waarschijnlijk dat het hier dierenbetreft die van de Veluwe of deUtrechtse Heuvelrug afkomstig zijn.Het Zuidlimburgse dier kan in principehebben afgestamd van de populatie inde Ardennen. Voor de andere vondstenis dat minder waarschijnlijk: deze dierenbehoorden wellicht tot een aparteZuidnederlandsfVlaamse populatie waar-Boommarters die proberen andere populatieste bereiken, worden vaak doodgereden.Zijn er boommarters die het wel lukt?Foto: Rol/in Vertindevan we weinig weten, maar die waarschijnlijkal sterk verbrokkeld is (figuur3) . De terugloop van deze poputatie opNederlands gebied wordt ge'Ulustreerdin figuur 4, waarin de relatieve bijdragenvan de boommarterrneldingen uit verschillendegebieden in verschillendetijdsperioden zijn weergegeven. Ondanksde verschiUende beoordelingscriteriaen fluctuerende belangstellingvoor de soort in de diverse gebieden,geeft deze figuur waarschijnJijk wel goedaan hoe de ontwikkeling van de boommarterstandenin andere delen vanNederland zich verhoudt tot de Veluwe.Het zijn vooral de populaties in oostelijkNederland (Twente en de Achterhoek)en Zuid-Nederland die nu met acuutuitsterven worden bedreigd.Of er vroeger wel uitwisseling is geweesttussen de Zuid-NederlandsfVlaamse populatieen die van de Veluwe en deArdennen, of in ieder geval aanvoervanuit deze populaties, zou ook uitmoleculair-genetisch onderzoek kunnenblijken. Een probleem is echter dat er inZuid-Nederland en Vlaanderen nogmaar zo weinig dieren worden gevondenen er dus ook maar van zo weinig dierengenetisch materiaal kan worden verzameld,dat we voor het beantwoordenvan deze vraag wellicht al te laat zijn.Van verspreiding tot beheerAls we nu de stap maken van verspreidingnaar beheer, dan zien we dat we inde verschillende provincies met verschillendesituaties en noodzakelijkhedenvan doen hebben. In hoeverre ersprake is van een of meer aparte laagveenpopulatiesen jn hoeverre die eenaangepast beheer behoeven, is nietbekend: over de ecologie van deze dierenontbreekt ons nog elke informatie.Hetzelfde geldt overigens voor de mogelijkeduinpopulatie in Kennemerland .In Oost-Nederland lijkt het uur U albijna te hebben geslagen. Een recentevangst van een boommarter nabij hetWooldsche Veen ten zuiden van Winterswijk- het dier werd weer losgelaten- geeft weer enige hoop. Uitbreidingvan het bosareaal en versteviging van desamenhang tussen de bosgebieden inhet oosten en het aangrenzende Duitsegebied is een vrij acute noodzaak wil deboommarter er nog kunnen overlevenof zich eventueel kunnen hervestigen.In Zuid-Nederland, waar we overigensmaar bitter weinig van weten, dient hetbeheer gericht te zijn op zowel kwalitatieveals kwantitatieve verbeteringen


ZOOGDIER 2002 1 3 (2)12van de bosgebieden en hun onderlingeverbindingen, vooral ook in samenhangmet de bossen in de Belgische provinMcies Limburg en Antwerpen.De Drents-Friese WoudenIn de DrentsMFriese Wouden hebben wete maken met een kleine, maar nog proMductieve populatie met waarschijnlijknog weinig uitstraling naar bosgebiedenin de omgeving. Hier dient het beheervooral gericht te zijn op vergroting vanhet kerngebied, uitbreiding en kwalitaMtieve verbetering van de omliggendebosgebieden (inclusief het Kuinderbosin de Noordoostpolder) en vooral op desamenhang tussen de diverse bosgebieMden waar nu nog voortplanting plaatsMvindt en met de omliggende bosgebieMden, opdat zich hier een ook op de langeduur levenskrachtige metapopulatie kanontwikkelen.De Utrechtse HeuvelrugOp de Utrechtse Heuvelrug leeft eenpopulatie van ongeveer dezelfde OffiMvang als in de DrentsM Friese Wouden.Ook deze moet het in eerste instantiehebben van een verbeterde samenhangtussen de verschillende delen. Hetgebied raakt steeds meer versnipperddoor de zich uitbreidende bebouwingen de verkeersinfrastructuur. Voor denabije toekomst staat de verbreding vande A12 en de spoorlijn Utrecht~Amhemop stapel. Hier zal met kracht moetenworden gestreefd naar meerdere enrobuuste oversteekplaatsen. Dat de populatiein het noordwestelijke deel van deHeuvelrug nu al zwak is, moge blijkenuit het feü dat bosgebieden na hetsneuvelen van de territoriumhoudersoms pas na verloop van jaren weerherbevolkt raken. Aanvulling vanuit deVeluwe lijkt voor de Utrechtse populatievan levensbelang en het beheer dientzich vooral ook te richten op het veiligstellenen versterken van de landschappelijkeverbindingen met de Veluwe.De VeluweDe Veluwe herbergt als geheel nog eenlevenskrachtige boommarterpopulatie.Toch zijn er enige aspecten die zorgenbaren. Nog zwermen soms dieren uitnaar omliggende gebieden, maar desterfte lijkt er toch zorgelijk hoog. Inbuitenlandse literatuur wordt aangegevendat in het veld boommarters vaakpas aan het einde van hun tweede ofaanvang derde levensjaar seksueel actiefworden, tenzij ze al in hun tweedelevensjaar over een eigen territoriumbeschikken. Op de Veluwe zijn bijna alleboommarters al met hun tweede jaarseksueel actief, wat zou inhouden dat zedan voor het grootste deel al een eigenterritorium hebben. Dit kan wijzen opeen hoge turn over in de populatie: jaarlijkszouden bijna net zoveel territoriavrijvallen als er jonge dieren volwassenworden. De oorzaak van de vermoedelijkhoge turn over is niet zeker. Degedachten gaan evenwel in de eersteplaats naar sterfte door het verkeer. Deintensivering daarvan kan, zonder adequatemaatregelen, de functie van hetgebied als 'bron' voor omliggende gebieden,op korte termijn teniet doen enhet gebied tot een 'put' doen worden;een 'put' die dan niet meer vanuit eenandere bron gevuld kan worden.VervolgondenoekHoe de verkeerssterfte kan worden verminderdjs een probleem waar we noggeeo goede oplossing voor hebben,want we weten nog onvoldoende overde gedragingen en verplaatsingen vande dieren in het veld. Daarvoor is hetintensief volgen van gezenderde dierenwaarschijnlijk één van de weinige mogelijkheden.Men kan ook min of meer opde gok maatregelen treffeo, zoals hetbruikbaar maken van verkeersportalenom wegen over te steken, het aanleggenvan fauna-tunnels of het plaatsen vanrasters, maar het is dan wel zaak heteffect te monitoren. De Veluwe is waarschijnlijknog het enige gebied inNederland waar de aanwas voldoende isom zulk onderzoek uit te voeren, ook inhet belang van de andere gebieden.Maar de tijd dringt weL -ifLiteratuurBroekhuizen, S. & G.J.D.M. Müskens, 2000.Ges1achtsafbankelijke dispersie bij boommartersMartes martes in Midden- enN oord-Nederland. - Lutra, 43: 109-118.Mûskens, GJ.D.M., S. Broekhuizen &H.J.W. WUsman, 2000. De verspreidingvan de boommarter Martes malies inNederland, in het bijzonder in de periode1989-1999. - Lutra, 43: 81-92.Van Den Berge, K., S. Broekhuizen &G.J.D.M. Müskens, 2000. Voorkomen vande boommarter Martes martes iuVlaanderen en het zuiden van Nederland.- Lutra, 43: 125-136.Sim BroekhuizenAllerra. Afd. Eco logie en Milieu.Postb u ... 47.6700 AA Wageningen


ZOOGDIER 2002 I 3 (2) 13Anne-Jifke HaarsmaVleermuismest, van die mooie niet-stinkende hagelslagjes. Jevindt ze onder koloruebomen, op kerkzolders, op ramen enkozijnen en op alle andere plekken waar vleermuizen rondvliegen.Deze mest is in feite een zeer interessante bron van informatie,als je maar weet hoe je tot de kern van de zaak moetdoordringen. Of beter gezegd; hoe je mest moet weken, prakken,stampen en analyseren!Tijdens het bestuderen van de watervleermuizen (Myotis daubentonii)in de Amsterdamse Waterleidingduinen heb ik hierveel ervaring mee opgedaan. Hier volgt een praktijkgerichtehandleiding voor het verzamelen en analyseren van vleermuispoep.Insectendeel tj esHet skelet van een insect bestaat vooraluit chitine. Dit kan een vleermuis, integenstelling tot de inhoud ervan, nietverteren en hij poept het dus weer uit.Helaas slikt een vleermuis zijn prooi nietin één keer door, maar bijt hem in stukjes.Het chitineskelet wordt dus afhankelijkvan de afmetingen en het type gebitvan een vleermuis in grote of kleinestukjes gemalen. Deze zijn met enigeHet analyseren van vleermuismest metbehulp van microscopen levert veel interessantegegevens op. Foto: A.J. Haarsmaervaring tot op het geslacht of tot op defamilie te determineren. En met nogmeer ervaring en heel veel gedUld zelfstot op de soort! Uiteindelijk kun je zoinzicht krijgen in de voedselkeuze en/of-samenstelling van de vleenuuizen.VerzamelenVleennuismest kan het beste verLameldworden ouder of in de buurt van een(bewoonde) vleeIIDuisverblijfplaats. Kerkzoldersen koloniebomen zijn de meestvoor de band liggende verzamelplaatsen,daar zitten veel vleermuizen bij elkaar.


14Dit 'poep-beestje' is een vliegenlarve die uit de mestmoet worden verwijderd als de mest wordt bewaardvoor analyse. Foto: A.J. HaarsmaOp een kerkzolder kan mest het meestefficiënt verzameld worden door eenplastic zeil onder de favoriete hangplekvan een vleermuiskolonie neer te leggen.De mest die op dit zeil terechtkomt,fLlngeert als een redelijke steekproefvoor de mest op de rest van dezolder. Bovendien is de mest gegarandeerdvers! De inhoud hoeft slechts eenpaar keer per jaar geleegd worden,afhankelijk van de hoeveelheid benodigdekeutels. Het blijft echter moeilijk omop deze manier iets te kunnen zeggenover voedselaanbod en voedselkeuze.Het verzamelen van vleermuismest ondereen kolonieboom gebeurt door hetophangen van een laken. Dat wordt zodicht mogelijk onder de uitvliegopeninggeplaatst (circa 4 meter eronder), inieder geval net onder de vliegroute vande dieren. Het laken wordt met het eneeind als een soort hangmat aan de kolooieboomgespannen, met het andereuiteinde aan een in de buurt staandeboom. In verband met diefstal en vernielingvan het laken (is tijdens mijnonderzoek maar liefst drie maalgebeurd!) is het verstandig het pas eenuur voor het uitvliegen van de dieren opte hangen. De volgende ochtend, na hetinvliegen, kunnen de keutels één vooréén verwijderd worden. Het laken wordtdan weer opgeruimd. Gemiddeld genomenzijn kraamkolonies de rijkste bronvan keutels (gemiddeld 40 keutels pernacht). Hierbij zijn lager gelegen boomholtesen hun bewoners betere mestleveranciersdan de hogere. Dit komt doorhet zogenaamde 'strooietfect'; hoehoger dieren zwermen, hoe meer obstakels,b.ijvoorbeeld takken, een v1.eermuispoepjeop weg naar beneden moetpasseren, met een grotere kans dat hetpoepje het laken mist.BewarenDe verzamelde keutels dienen, alvorensin een buisje te worden gestopt, te wordengedroogd. Dit om mooie afzonderlijkekeutels te verkrijgen, die een paarmaanden later goed geconserveerd,bijvoorbeeld tijdens een regenachtigedag, kunnen worden geanalyseerd. Ookmoeten ze worden gecontroleerd op deaanwezigheid van 'poep-beestjes' (ziefoto). Dit zijn vliegenlarven die zichcamoufleren met stukjes uitgepoeptechitineschild . Vermoedelijk eten dezedieren vl.eermuismest en kunnen dusmaar beter uit de collectie verwijderdworden. Het spreekt voor zich dat dekeutels per verzameldatum in een apartbuisje bewaard moeten worden. Diebuisjes moeten geëtiketteerd worden.Als in de toekomst pcb's of andere stoffenin de keutels geanalyseerd worden,kunnen die het beste in een glazen buisjebewaard worden. Om eventuele insectenvraaten dergelijke tegen te gaan,kan de gedroogde mest het beste in devriezer worden bewaard.VoorbereidingDe gedroogde mest moet eerst weer 'totleven' worden gebracht. Eén enkelekeutel kan het beste een dag in eenmengsel van glycerine en alcohol teweken worden gelegd. De keutel zweltvanzelf iets op en kan de volgende dagvoorzichtig geprakt worden. De chitinedeeltjeskomen dan los in bet glycerinealcoholmengselte drijven. Deze behandelingkan een aantal malen herhaaldworden totdat alle deeltjes volkomenvrij en blij rondzwemmen. Het mengselis dan klaar voor analyse.Alle begin is moeilijkNadat een binoculair met een goedebelichting, het liefst van onderen enopzij, is opgesteld, kan het echte werkbeginnen. Vooral de eerste keer lijktvleermuispoep uit een wirwar van stukjespoot, antennes en vleugels te bestaan.Het ene pootje heeft wat meerhaar dan het andere, de adermg van devleugelfragmenten is ook steeds ietsanders, maar daar houdt bet dan we.1mee op. Toch zijn dat juist de kenmerkenwaar de insektenfragmenten opgedetermineerd kunnen worden. Helaasis geen goed 'det~rminatieboek' voorhanden,met uitzondering van het vrijsummiere boekje 'The analysis of batdroppings" (Mc Aney et al, 1991). Omtocb chitine-resten in vleermtiispoepop naam te kunnen brengen, kan een


ZOOGDIER 2002 13 (2)ISeigen referentiecollectie worden aangelegdvan insekten die in het veld verzameldzijn. Het nuttigst zjjn aUer:lei soortenmuggen, vliegen en klein grut. Omde insekten wat natuurgetrouwer tebekijken, kunnen ze het beste handmatigtot kleine stulçjes worden gemalen.En zie, de pootjes van muggen zijntotaal anders dan die van een vlieg ofspin (zie foto). Niet alleen de structuur)maar ook de doorsch.ijnendheid, debeharing, kleur, vorm, etcetera.Hoeveel keutels?Het aantal benodigde keutels is afhankelijkvan de onderzoeksdoelstelling,van de onderzochte vleermuissoort envan het gebied. Over het algemeen moethet aantal keutels zo groot zijn dat in degevonden insektensoorten of soortgroepengeen variatie meer aanwezig is. Alshet aantal in de mest gevonden soortencumulatief wordt uitgezet tegen het aantalonderzochte keutels, krijg je vanzelfeen afVlakking van de curve. Bij het aantalkeutels, waarbij het aantal soortenniet meer sterk toeneemt en de curvedus afzwakt, ligt het minimale aantal datonderzocht moet worden.NadelenVleermuismestanalyse is een indirectemethode om een beeld te krijgen vanhet dieet van een vleermuis. Je bekijktimmers alleen de chitinerestanten io hetvoedsel. Dit 'indirecte' brengt allerleinadelen met zich mee. Zo kan dehoeveelheid van een bepaalde prooi invleermuismest worden overschat ofonderschat, al naar gelang een prooigoed, dan wel slecht verteerbaar is ofalle of maar een paar onderdelen vaneen prooi gegeten worden (denk aanvlindervleugels en dekschilden, die juistniet worden gegeten). Het omrekenenvan de vondsten uit de mest naar absoluutgewicht, volume of percentage inDeze spinnenpoot is tijdens de analysegevonden in de vleermuismest.Foto: AJ. Haarsmahet dieet is dus niet mogelijk. Ook demenselijke waarnemer speelt een rol: zozijn lang nÎet alle prooien even goedherkenbaar en zichtbaar in de vleermuismest.Andere nadelen van mestanalysezijn onder andere de onderschattingvan zachte prooien die nagenoeghelemaal verteren, en de gecompliceerderol die voedingswaarde vaneen prooi speelt bij de prooikeuze.Tot slotNet als Kunz en Whitaker (1983) enRabonowitz en Tuttle (1982) denk ik datmest analyse een betrouwbare techniekis voor het onderzoek naar het dieet vanvleermuizen. Andere methoden, zoalshet vangen van insekten op de plek waarvleermuizen jagen, stuiten op anderemaar even grote bezwaren als het analyserenvan vleermuismest. Wél kan dezemethode aanvullende informatie opJe~veren over de beschikbaarheid vanvoedsel en gecombineerd met demestanalyse een indicatie geven van devoedselkeuze van de betreffende soort.Kortom, mestanalyse levert heel veelgegevens op over het dieet van vleermuizendie we anders nooit zoudenkunnen verkrijgen. Het is dan ook uitermatezonde dat zo weinig mensen vleermuismestanalysen. Daarom, stap in dewereld van de vleermuispoep en week,prak, stamp en analyseer!--r(LiteratunrHaarsma, A-J (2000). Watervleermuizen inwaterleidingduinen. Onderzoek naar voedselen babitat. Zoogdier, U (1) : 15- 19.Kunz, T. H. & Whitaker, J. O. (983) An evaluationof faecal analysis for determinatingfood habits of inseetivoTOuS bats. CanadianJoumaJ of Zoology, 61, 1317- 1338.Kunz, T.H. (1988). Methods of assessing theavailability ofprey la insectivorous bats. InEcological and behavioural methods fortbe study of bats: 191-210. Kunz, T.H. (Ed.).Washington D.e.: Srnithsonian lnstitutionPress.Me Aney, e. , C. Shiel, e. Sullivan ( J,Fairley. (1991). The analysis of bat droppio.gs.Oeca. Pub!. MammaJ Soc. No 4: 1- 48.Rabinowitz, A . R. & Tu ttl e, M. D. (1982) Atest of tbe validity of lwo currenlly usedmethods of determinating bat prey preferellce-s.Acta Theriologica 27: 283-293.Vaughao, N. (1997). The djet of Brîtish bats.Mammal review, 27: 77-94.Anne-Jifke HaarsmaDoelengracht U2311 VM Leiden


ZOOGDIER 2002 13 (2) 1600•10 e Noordz e ·s er ve I•ISChris SmeenkEind januari was het weer raak: bijna 300 dode dolfijnen, voornamelijkgewone dolfijnen Delphinus delphis, spoelden aan opde Franse kust van de Golf van Biscaye: een triest, bijna jaarlijksterugkerend verschijnsel. In februari strandde er bovendieneen groep gewone dolfijnen aan de noordkust vanBretagne. De twee gebeurtenissen zijn in enkele persberichtenen "websites" door elkaar gehaald, maar het gaat om geheelverschillende zaken, die niets met elkaar te maken hebben.Hieronder een overzicht van de gebeurtenissen in Frankrijk,gevolgd door een korte bespreking van het bijvangstprobleemin de Noordzee.Golf van Biscaye: een visserijdramaSinds 1988 wordt Frankrijk bijna elk jaaropgeschrikt door grote aantallen dodedolfijnen aan de stranden van de Golfvan Biscaye. Het patroon is steeds hetzelfde:in de periode januari-maartspoelen er, binnen een tijdsbestek vanenkele dagen of weken, tientallen tothonderden dolfijnen aan, over een kustlengtevan enkele tientallen kilometers.Natuurlijk vindt men het hele jaar doordolfijnen op het strand: aan deAtlantische kust van Frankrijk gemiddeldzo'n 200 per jaar, van verschillendesoorten. Het Centre de Recherche SUfles Mammifères Marins (CRM M) in LaRochelle spreekt van een "piekstranding", als het gaat om meer dan 30 dierenin tien dagen tijd . Van Canneyt et al.(2002) geven een overzicht van dezegebeurtenissen, zie de tabel.Deze piekstrandingen zijn van eenandere samenstelling dan de "normale"strandingen, zoals die door het jaarheen worden geregistreerd (Van Canneytet aL, 2002). Ze zijn geconcentreerdin de zuidelijke helft van de Golf vanBiscaye (ruim 64% tegen 24-35% normaal);veel dieren vertonen duidelijketekenen van bijvangst in de visserij(ca. 45% tegen 22-37% normaal); hetzijn bijna allemaal gewone dolfijnenDelphinus delphis (ca. 96% tegen 72-83% normaal); en een groot deel bestaatuit mannetjes (m/v = 2)11,5 tegen ca.1/1 normaal) waaronder opvallend veelgrote, volwassen exemplaren. Bewijzenvan bijvangsten zijn: indrukken van netten,ernstige beschadigingen zoalsgebrokel1 kaken, diepe sneden en afge-Gewone dolfijn, Straat van Gibraltar,april 1999. FOto: Graeme Creswell.


ZOOGDIER 2002 I 3 (2)17Piekstrandingen van dolfijnen f> 30 dieren in een periode van 10 dagen) in deGolfvan Biscaye.; volgens Van Canneyt et al. (2002) en recente gegevens van helCentre de Recherche sm les Mammjfères Marins (CRMM) te La Rochelle.Jaar Periode Aantal dagen Aantal gevonden dieren1988 februari-maart1989 februari-maart1990 januari-februari1991 januari-maart1992 februari1996 januari1997 februari-maarL1999 februari-maarl2000 februari-maart2002 januari30202040JO1030404092156251183357435630303481ca. JOOsneden vinnen, en vaak een opengesnedenbuik. Van deze dieren is het zonneklaardat ze in netten zijn verdronken enbij het binnenhalen zijn gemangeld, losgesnedenen overboord gezet. Visserssnijden de buik vaak open om de kadaverssnel te laten zinken; kennelijk helptdat niet altijd. Maar ook van de dierenzonder deze verminkingen staat het vrijwelvast dat ze zijn verdronken, al is datlastig te bewijzen. Behalve tijdens deeerste dagen, zijn de dieren bepaald nietmeer vers als ze aanspoelen; ze hebbendus langere tijd in het water gedreven.De doodsoorzaak is dan moeilijk of nietvast te stellen, als men al tijd en mensengenoeg zou hebben om op al die dolfijnensectie te verrichten; en dat is niethet geval .De aantallen dolfijnen die op de kustterechtkomen, zijn afhankelijk van -uiteraard - de aantallen omgekomendieren, de afstand tot de kust waaropde bijvangsten plaatsvinden en van deheersende windrichting en windkracbttijdens de vangsten. Het feit dat de eersteaangespoelde dieren vaak nog verszijn, kan erop wijzen da t er een grootaantal slachtoffers tegelijk wordt gemaakt;de rest spoelt dan later aan, inmin of meer gevorderde staat van ontbinding.Het za] duidelijk zijn dat langniet alle dode dieren ook aanspoelen:de werkelijke sterfte moet aanzienlijkhoger zijn dan men op het strand kanvaststellen. Op grond van luchtverkenningenschat het CRMM de aantallenkadavers dit jaar op ca. 2000, maareen betrouwbare berekening is niet tegeven. Ook betekent dit dat er in dejaren waarin er weinjg aanspoelt, weldegelijk slachtoffers kunnen vallen; bijaanhoudende oostenwind zal men aande kust niets merken.Het verschijnsel doet zich ook voor aande kust van Zuid-Engeland, al zijnde aantallen aangespoelde dieren daarnooit zo hoog als in Frankrijk: hoogstensenkele tientallen per jaar, met zonu en dan een uitschieter. Maar dat kante maken hebben met geografischeen meteorologische omstandigheden,waardoor het percentage slachtoffers dataanspoelt, daar kleiner is.Helaas is bet tot nu toe elkjaar geblevenbij een signalering van deze feiten. Persen televisie geven de gebruikelijke beeldenvan bij elkaar gebulldozerde kadavers.Er ontstaat een kortstondige verontwaardiging,men zegt dat het zo nietkan doorgaan, en gaat over tot de ordevan de dag. Hoe verder van de plaatsdes onheils, hoe kleiner de persberichtjes.Bij de VOlgende sterftego1f herhaaltzich dit scenario: je kunt de jaarlijksekrantenknipsels haast willekeurig uitwisselen.Wat is er aan de hand?Het probleem is, dat men nog steedsniet zeker weet welke visserij verantwoordelijkis voor deze massavangsten.Bij allerlei typen visserij worden van tijd


ZOOGDIER 2002 13 (2)18Gewone dolfijnen Delphinus delphis,aangespoeld in de Golf van Biscaye,januari 2002. Tijdens de eerste dagenvan de strandingen vindt men nogverse dieren. Het voorste exemplaar iseen volwassen wijfje. Foto: Centre deRecherche sur les Mammifères Marins(CRMM), La Rochel/e.tot tijd dolfijnen of bruinvissen gevangen;zie de Franse gegevens uit de overigemaanden van het jaar. Het heeftgeen zin dit te ontkennen en een visserijdie slachtoffers onder dolfijnen uitsluit,is een illusie. Maar daarmee houdthet op. Er zijn vrijwel nooit waarnemersaan boord en de vissers vertellen hetzelden, ais er iets gebeurt: het brengthen alleen maar in verlegenheid.Buitenlandse vissers krijgen vaak deschuld.Toch ontstaat er langzamerhand meerduidelijkheid. Plaats en tij d van dezemassasterfte zijn elk jaar dezelfde.Plaats, tijd, vangstmethode en aantallenschepen in de verschillende visserij-operatieszijn goed bekend. Men kan dus,voorzichtig, het één en ander reconstrueren.Vroeger werden drijfnetten voortonijn verdacht en het is ook aangetoonddat daarin grote aantallen dolfijnenverdronken. Maar drijfnetten zijnvanaf volgend jaar in de Europese Unieverboden en worden in de Franse enBritse wateren nu al (vrijwel) niet meergebruikt; de tonijn wordt gevangen metsleepnetten (trawls). DaarbÜ valleninderdaad nog steeds slachtoffers ("dolfijnvriendeJijke"tonijn bestaat niet: laatU niet om de tuin leiden door al diemooie etiketten), maar de Fransetonijn visserij valt in de zomer en vindtplaats op open zee, niet binnenill deGolf van Biscaye.Het gaat h.ier vrijwel zeker om anderesoorten trawlers. Bijvangstproblemen inde trawlvisserij doen zich wereldwijdvoor: zie bet overzicht van PerU &Leatherwood (1997). In de Golf vanBiscaye en in Engelse wateren. denktmen in eerste instantie aan de visserij opzeebaars. Vooral gepaarde trawlers("twin-trawlers ll ) lijken veel slachtofferste maken. Dat zijn twee boten die zijaan zij werken, met enorme sleepnettentussen zich in. Die worden om beurtendoor het ene en bet andere schipgeleegd. Op deze manier werkt men meteen zeer grote netopening; de vangstengaan dag en nacht door. De vissers merkenmeestal pas dat er dolfijnen zijngevangen, als het te laat is. Deze vismethodeis de laatste jaren sterk toegenomen.De Franse vissers beginnen nu toete geven dat dit probleem bestaat en lijkenbereid mee te werken aan eenoplossing. Er zijn weinig vissers dieonverschillig staan tegenover deze bijvangsten,nog afgezien van de overlastdie ze bezorgen. Maar moordende concurrentieen hoge investeringen dwingenhen op een zeer intensieve manierte werken.Wat moeten we weten?Allereerst moeten we het probleemgrondig inventar.iseren: zonder goedefeitenkennis bestaat het gevaar dat je inhet wilde weg conclusies trekt en de verkeerdemaatregelen voorstelt. Daarvoorzijn onafhankelijke waarnemers nodigen daar zit al direct een probleem. Veelvissers willen wel meewerken, maargoede waarnemers zijn slechts beperktbeschikbaar en veel onderzoek beeftdaardoor het karakter van een steekproef.Bovendien gaat het vaak weken-


ZOOGDIER 2002 13 (2)lang goed en zitten die mensen danogenschijnlijk voor niets aan boord. Eenconstant netwerk van waarnemers opeen groot aantal boten tijdens het helevangseizoen is erg kostbaar en moeilijkte verwezenlijken, maar het moet wel.Morizur et al. (1999) geven een overzichtvan de vele onbeantwoorde vragen.Hun onderzoek omvat verscrullendetypen trawlvisserij in Franse, Engelseen Ierse wateren. Het werd belemmerddoor gebrek aan medewerking vanenkele vissersvloten en -havens en degepubliceerde gegevens zijn nog zeeronvolledig. Een massale bijvangst zoalsin de Golf van Biscaye hebben zij nietmeegemaakt. Zij hebben niet kunnenaantonen bij welk. type visserij ditgebeurt en of men zoiets kan zien aankomenen voorkómen.Een waarnemer aan boord van zo'ntrawler heeft geen gemakkelijke taak..De netten hangen onder water, op groteafstand achter de schepen. Men moetdag en nacht in touw zijn: één waarnemerper schip is dus nauwelijks voldoende.Wat zijn de omstandighedenwaaronder men bijvangst krijgt? In welktype water gebeurt het? Waarop foeragerende dolfijnen? Waar komen ze op afen wat doen ze precies bij de netten?Gaat het ze om vis die door de nettenwordt opgejaagd of om vis die overboordwordt gegooid? (Bij elke visserijwordt een groot deel van de vangst nietgebruikt en weggegooid: de "discard";dat is een probleem op zichzelf). Komenbijvangsten 's nachts vaker voor danoverdag? Daarvoor zijn aanwijzingen,maar 's nachts zie je al helemaal niet water ver van het schip gebeurt. Wordt debijvangst beïnvloed door het type net,de vorm en grootte van de netopening,de diepte waarop de netten hangen, deafstand tot de bodem, het percentagevan de waterkolom dat ze afsluiten, deduur van de baal en de snelheid waarmeeen wijze waarop de netten wordengesloten en binnengehaald? Enzovoorts.Tenslotte moet men iets wetenover de samenstelling van de bijvangst:van wel.ke sexe en leeftijdklassen zijn degevangen dolfijnen en wat hebben zegegeten? Je moet dus een aantal dierenvoor nader onderzoek kunnen meenemen.Wat kunnen we doen?Stel dat we die vragen grotendeels kunnenbeantwoorden: dan moeten er aanbevelingenkomen en maatregelen wordengenomen. Op grond van allerleiverdragen zijn de EU-landen daartoeverplicht: daarover bestaat geen onduidelijkheid.Maar uitvoering van die verdragenis andere koek. Beperkingen aande visserij liggen buitengewoon gevoelig.Moet men sommige typen visserijverbieden, althans in bepaalde gebiedenof bepaalde tijden van het jaar? Moetmen ophouden met vangen wanneer erdolfijnen in de buurt zijn? Niet IS nachtsvissen? De "discard" aan boord houdentot de netten zijn binnengehaald? Zijner andere aanpassingen nodig aan nettenof vismethoden? Wat men ookbedenkt: elke maatregel leidt waarschijnlijktot vangstvermindering, kostenverhogingen daardoor tot grote problemenmet de visserij. Al met al valt tevrezen dat deze narigheid nog jarenlangzal doorgaan.De gewone dolfijn is de talrijkste soortin de wateren van Zuidwest-Europa.Hoe groot de aantallen bijvangsten inFrankrijk en Engeland ook zjjn, de populatiein de Golf van Biscaye en aangrenzendewateren lijkt nog Diet ingevaar. Maar dat is dan een geluk bij eenongeluk en dat kan snel veranderen.Bretagne: een natuurlijk dramaWe blijven nog even in Frankrijk. Ietsheel anders deed zich voor op 18 februaribij Pleubian, aan de noordkust vanBretagne. Hier raakte een groep gewonedolfijnen in moeilijkheden. Ze warenbij boog water de kanaaltjes tussen oesterbeddenbinnengezwonunen, waarschijnlijktijdens het foerageren. Zemoeten door afgaand tij zijn verrast enGewone dolfijnen, Golf van Biscaye, januari 2002.Een aantal karkassen is bij elkaar geschoven; ze zijnin staat van ontbinding. Foto: CRMM, La Rochel/e.19


ZOOGDIER 2002 13 (2)een aantal dieren raakte de kluts kwijten strandde. Hulptroepen waren snel terplaatse, maar in de verwarring is het niethelemaal duidelijk geworden om hoeveeldolfijnen het ging. Ooggetuigenspreken van ongeveer 150, waarvan erzo'n. 90 vastzaten en bevrijd werden.Ruim 60 dieren liepen een eind verderopnieuw vast; daarvan werden er 20weer naar zee gebracht, 41 kwamen om.Gewone dolfijn, Golf van Biscaye, januari 2002. Degebroken kaken zijn een bewijs van bijvangst. Foto:CRMM, La RochelleHet CRMM heeft die 41 dolfijnen kunnenonderzoeken. De samenstelling vandeze groep was totaal anders dan deFranse strandingen tot nu toe te ziengaven (zie boven): het waren allemaalwijfjes, op twee jonge mannetjes na, diewaarschijnlijk nog met hun moedermeezwornmen. Zulke groepen, die vrijwelgeheel uit wijfjes en jongen bestaan,vormen bij veel soorten dolfijnen dekern van een populatie.Wat is een massastranding?"Massastrandingen" of "groepsstrandingen"van dolfijnen of grotere tandwalvissenzijn een bekend verschijnsel, datonderzoekers echter nog steeds vooreen raadsel stelt. Over de oorzaken isveel gespeculeerd, maar weinig bekend.Het gaat hierbij om pelagische soorten,dat zijn soorten van diep water, dieondiepe kustwateren gewoonlijk mijden.De dieren stranden levend en lijl(envaak doelbewust op de kust af tezwemmen. Ze laten zich niet, of slechtsmet grote moeite, terugleiden naar zee;en als dat al lukt, stranden ze eldersvaak opnieuw. De sociale structuur vanzo'n groep is zeer hecht en de dierenvertonen de neiging bij elkaar te blijven,ook als ze voor ons begrip gemakkelijkkunnen omkeren, terug llaar veiliger20water. Bij enkele soorten komen massastrandingenopvallend vaak voor:grienden Globicephala melas en zwartezwaardwalvissen Pseudorca crassidenszijn de bekendste voorbeelden. Hetgebeurt vaak op plaatsen waar trekroutesvan deze soorten dicht langs ondiepkustwater lopen. Op 23 maart stranddeer nog een groep van 30-40 grienden inZuidwest-Ierland, waarvan er tenminste17 omkwamen.Massastrandingen van gewone dolfijnenzijn uitgesproken zeldzaam. Deze soortleeft in de regel in diep water, metbelangrijke concentraties langs de ran~den van het continentale plat. Een enkelegroep komt wel eens vlak onder dekust, meestal zonder grote probLemen.In de ondiepe Noordzee is de gewonedolfijn een zeldzame gast. Op 13 en14 januari 1997 zaten er twee in deBrittanniëhaven van Rotterdam, eindjanuari-begin februari 1999 opnieuw tweebij het havenhoofd van Scheveningen;În beide gevallen zijn de dieren uit zichzelfweer verdwenen.Nogmaals; we weten niet wat die dol~fijnen tussen de oesterbedden vanBretagne heeft gebracht; vermoedelijkgrote hoeveelheden vis. Als dolf~nengeconcentreerd aan het jagen zijn, kanhet voorkomen dat ze onvoldoende ophun omgeving letten en aan lager walraken, voor ze het merken. Pelagischedolfijnen zijn niet gewend aan ondieptenen tijverschîllen; die laatste zijn aande kust van Bretagne aanzienlijk. Maardat ze door afgaand tij werden verrast,verklaart niet waardoor een deel van degroep opnieuw strandde. In mei 1952deed zich in de Golf van Biscaye eenvergelijkbare stranding voor, toen 147Gewone dolfijn, bijvangst in Britsewateren: jong wijfje. Indrukken van eennet zijn te zien op de snuit, over de kopen op de rug onder en achter de rugvin.Bron vertrouwelijk.


gewone dolfijnen een zandige baai vanhet eiland Oleron binnenzwommen,Ook daar liepen ze bij laag water in deval (Duguy, 1987). In ons land hebbenwe eind januari 1990 een kleine groepsstrandingvan wHsnuitdolfijnen Lagenorhynchusalbirostris beleefd. Ook diewaren vermoedelijk tijdens het foeragereningesloten geraakt tussen de zandbanken;mogelijk speelde daarbij deorkaan van 25 januari een rol (Srneenk& Addink, 1990).Hoe dit ook zij: het gaat bij massastrandingenom een grotendeels onverklaardbiologisch verschijnsel, dat van alle tijdenis. Er is geen verband tussen destranding in Bretagne en de bijvangstproblemenin de Golf van Biscaye.Elders in de wereld geldt hetzelfde:massastrandingen van pelagische walvissenen dolfijnen hebben niets te makenmet visserij.Bijvangsten in de Noordzee:een eindeloze ellendeWe komen nog even terug op de bijvangstenin de visserij . Vóór wij deFranse overheid met de vinger nawijzen,moeten we goed bedenken datNederland even laks is, aIs het gaat omhet tegengaan van bijvangsten, in ditgeval van brujnvissen Pbocoena phocoena.Dit is een ernstig probleem in deNoordzee en aangrenzende wateren.Maar doordat het hierbij nooit om massalehoeveelheden tegelijk gaat, valt hetniet zo op en besteedt de pers er nauwelijksaandacht aan. Exacle cijfers ont-Bruinvis Phocoena phocoena, verdronken in staandwant, Nederland, maart 1997. De indrukken van hetnet zijn duidelijk te zien. Foto: Erwin Kampanje.breken; maar alles opgeteld, verdrinkenhier enkele duizenden bruinvissen perjaar. Let wel: we spreken dan over dehele Noordzee, tot aan Shetland enZuid-Noorwegen, plus de Oostzee en deAtlantische Oceaan ten westen vanSchotland; de meeste slachtoffers vallenin het noordelijke deel van dit gebied.Verschillende typen staand want zijnhier de grootste boosdoeners; dat zjjnnetten die worden uîtgezet en van tijdtot tijd geleegd. Ook dit is een wereldwijdprobleem, zie het overzicht vanPerrin et al. (1994). Groot-Brittannië,Denemarken en Duitsland hebben dezebijvangsten redelijk in kaart gebracht(Koek & Benke, 1996; Nortbridge &Hammond, 1999; Villther, 1999). Daarligt nu zo veel bewijsmateriaal, dat eralle aanleiding bestaat de staand-wantvisserijsterk te beperken, grondig aan tepassen of, als dat niet helpt, misschienzelfs helemaal te verbieden. In Nederlandsewateren zijn deze bijvangstennog niet ge'inventariseerd. Secties opaangespoelde bruinvissen van de Nederlandsekust tonen echter aan, dat eenbelangrijk percentage van deze dieren innetten is omgekomen (Garcia Hartmannet aL, 1996; recente gegevensNaturalis)~ nader onderzoek hieraan isnog gaande.Nogmaals: exacte cijfers zijn niet tegeven, maar het lijkt erop dat de bruinvisin de Noordzee veel meer gevaar


ZOOGDIER 2002 13 (2)loopt dan de dolfijnen bij Frankdjk. DeRoyal Society for the Prevention ofCruelty to Animals (RSPCA) in Groot­Brittannië en het WWF Duits1and hebbenonlangs met klem gewezen op deernst van de situatie en actieplannenvoorgesteld (Mclachlan, 2000; Vesper &von Dorrien, 2001). Langzaam beginnende regeringen toe te geven, dat er ietsmoet gebeuren. Groot-Brittannië heefteen "strategy" voor de bescher.ming vande bruinvis ontwikkeld (Anonymus,2000) en in maart hè bb en de regeringsvertegenwoordigersvan de Noordzeelanden,tijdens de Noordzeeconferentiein Bergen (Noorwegen), uitgesprokendat er een reddingsplan voor de bruinvismoet komen. Dit moet in eerste instantieleiden tot een reductie van de bijvangstenmet 75%, te volgen door verdergaandemaatregelen. Tot nu toeheeft de Nederlandse overheid zichopvallend stil gehouden; erger: er wordennog steeds vergunningen voorstaand want verleend, zelfs aan sportvissers.Voor de Noordzeelanden geldt hetzelfdeals voor Frankrijk: dit kan zo nietdoorgaan.BesluitTenslotte één lichtpuntje. Tot voor kortwerden gevangen dolfijnen openlijk opde vismarkt verhandeld; nu durft eenvisser haast niet meer toe te geven, dathîj bijvangsten heeft. Ook gestrandedolfijnen werden vroeger afgeslacht, instukken gehakt en verkocht. Nu proberehde mensen, vaak hevig geëmotioneerd,de dieren weer naar zee te brengen.Hoe men ook over die reddingsactiesmoge denken, het tekent de radicaalveranderde houding van het publiektegenover walvissen en dolfijnen. Watbetreft de visserij: bekendheid met desituatie en druk van de publieke opiniezij n waarschijnlijk de doeltreffendstemiddelen om overheid en visserijwereldte dwingen het bijvangstprobleem aante pakken. In Nederland en Frankrijkgeldt: "frappez toUjouIS!" -1fMet dank aan:Marjan Addink, Naturalis, Leiden; BramCouperus, Rijksinstituut voor Visserij­Onderzoek (RIVO-DLO), IJmuiden;Graeme Creswell, Norwich; ErwinKompanje, Natuurmuseum Rotterdam/Naturalis, Leiden; Olivier Van Canneyt& Jéróme Spitz, Centre de RechercheSUf les Marnmiferes Marins (CRMM),La Rochelle; vertrouwelijke Engelsebron.LiteratuurAnomymus, 2000. A UK strategy for the harbourporpoise (Phocoena phocoena). -Department for tbe Environment,Transport and the Regions, London: 16 pp.Duguy, R., 1987. Un écbouage en masse deDelphinus delphis à I'He d'Oleron(Charenle-Marjtime). - Annales de laSociété des Sciences naturelles de laCharente-Maritime 7: 615-616.Fertl, O. & S. Leatherwood, ]997. Cetaceaninteractions witb trawls: a preliminaryreview. - Journalof Northwest AtlanticFisheries Science 22: 219-248.Garcia Hartmann, M., A.S. Couperus & M.l.Addink, 1996. Tbe diagnosis of by-catch:preliminary results of research in theNetherlands. - European Cetacean SocietyNewsleLter 26: 16-23.Kock, K.-H. & H . Benke, 1996. On the bycatchofharbour porpoises (phocoena pho~coena) in German fisheries in the Battiean:d the North Sea. -22Archive of Fisheryand Marine Research 44: 95-114.Mclachlan, H., 2000. Haul of shame - thecontinuing threal to harbour porpoises. -RSPCA, Horsham: 17 pp.Morizur, Y., S.o. Berrow, N.l.C. Tregenza,A.s. Couperus & S. Pouvreau, 1999,Incidental catches of marine-mammals inpelagic trawl fisheries of the northeastAtlantic. - Fisheries Research 41: 297-307.Northridge, S.P. & P.S. Hammond, 1999 .Estimation of porpoise mortality in UKgill and tangle net fisberies in theNorth Sea and west of ScotIand. - InternationalWhaling Commission, documentSC/511SM42.Perrin, W.F., G.P. Oonovan & J. Barlow (eds),1994. Gillnets and cetaceans. Incorporatingthe proceedings of the symposium andworkshop on the mortality of cetaceaos inpassive fishing nets and traps. - Report ofthe International Whaling Commission,Special issue 15 : i-vi, 1-629.Smeenk, C. & M. Addink, 1990.WilsnuildoIJijoen in storm en branding."Massastraoding" op de Nederlandse kust.- Zoogdier 1 (1): 5-9.Van Canneyt, 0., L.·Davoust, W. Dabin & V.Ridoux, 2002. Population characteristics ofthe common dolphin, Delph.inus deJpbis,during multiple stranding evenLs in theNorth-East Atlantîc: evidence för by-catchaod potential demograpbic etfects. -Abstracts European Cetacean Sociely, 16thAnnual Conference, April 7-11, 2002,Liège, Belgium: p. 45.Vesper, H. & c. von Dorrien, 2001. FrischeFische - Tote Wale. Analvse zur Situationder Schweinswale in Nórd- und Ostseeund ihreT Bedrohung durch ho heBeifangraten in der FischereL - WWFDeutschland, Frankfurt am Main: 26 pp.Vînther, M., 1999. Bycatches of harbour porpoises(Phocoena phocoena L.) in Danishset-net fisheries. - Journalof CetaceanManagement and Research 1: 123-135.Chris Smeenk, Naturalis.,Postbus 9517.2300 RA leiden


ZOOGDIER 2002 I 3 (2) 23ONTlEEDJasja Dekker; Maja Roodbergen & Raymond KlaassenDoor hun vaak verborgen leefwijze zijn roofdieren een lastigediergroep om te onderzoeken. Vaak moeten er nachtkijkers,kleine zendertjes of moleculaire technieken aan te pas komenom meer over een soort te weten te komen. Het kan echter ookanders: door op de verkeersslachtoffers 'dissectie' te plegen,ontleding in goed Nederlands.Al jaren worden bij onderzoeksinstituut Alterra (en daarvoorbij het IBN) dode marterachtigen verzameld, waarbij de nadrukligt op het verkrijgen van dode boommarters. Deze wordenvolgens een vast protocol onderzocht (zie Broekhuizen enMüskens, 2000, voor een deel van de resultaten van het onderzoekaan boommarters). Als 'bijvangst' komen ook vaak bunzingenbinnen. Hoewel de bunzing in bijna heel Nederlandvoorkomt (Jenster, 1992) is er nog maar weinig onderzoek aandeze soort gedaan. Een goede reden om ons op deze djersoortte storten. lnntiddels zijn 23 mannelijke en 7 vrouwelijke bunzingenonder het mes geweest.Hoe gaat ontleden in zijn werk?Het ontleden begint met het bepalenvan het gewicht en de lichaamsmaten enhet vastleggen van uiterlijke kenmerkenzoals de vorm van het gezichtsmasker.Door hun verborgen leefwijze is onderzoek naarbunzingen moeilijk. Veel gegevens worden verzamelddoor verkeersslachtoffers te ontleden.Foto: Rol/in Ver/indeVervolgens snijden we de bunzing open,bekijken de inhoud van de maag, wegende organen en schatten de conditie aande hand van de hoeveelheid vet. Tot slotwordt de voortplantingsstatus bepaald.Allemaal zaken waarover wat deNederlandse dieren betreft nog veelonduidelijk is .


ZOOGDlER 2002 I 3 (2)VetOm de conditie te bepalen wordt betmesenteriaal vet (het vet tussen deingewanden) gewogen en worden dehoeveelheden onderhuids en niervetgeschat. Het 1S belangrijk om dezematen gezamenlijk te gebruiken, omdathet aangemaakte vet niet gelijkelijk overde drie 'vetdepots' wordt verdeeld.Grotere dieren kunnen in absolute zinmeer vet opslaan dan kleine. Om vetvoorraadte kunnen gebruiken als maatvoor de conditie wordt voor de grootteverscbillengecorrigeerd door hetgewicbt van bet mesenteriaal vet tedelen door de kop-romp lengte. Deandere vetgehaltes worden geschat 1nrelatie tot de lichaamsgrootte (in termen"veel", "matig") "weinÎg" etc).Zoals in figuur I is te zien, hebben debunzingen in de winter het meeste vet,aJs energievoorraad en, bij het onderhuidsevet, tegelijl< ook als isolatie.Het is ook interessant te kijken of individuenveel meer of veel minder vethebben dan bet gemiddelde: een goedeof slechte conditie. Dat kunnen we echterpas doen als we voldoende dierenhebben verzameld om tot een betrouwbaargemiddelde te komen.VoortplantingUit Oost-Europa zijn bunzingen bekenddie twee keer per jaar jongen werpen. InEngeland blijft bet voor zover bekendbij één worp. De mannen maken daarin de zomer geen sperma meer aan.We waren benieuwd hoe het in Nederlandzit.Bij de mannen wordt de voortplantingsstatusvastgesteld door te kijken of deOproep!24Er valt nog een hoop te leren over debunzing 1.11 Nederland. Om duidelijkeconclusies te kunnen trekken en veranderingengedurende bet jaar lebepalen. hebben we een groteresteekproef nodig. Daarom willen welezers die complete, ni.et leeggeredenverse bunzing.en vinden. vragen contactmet ons op te Hemen . (ziekader).\Vie dat wil. krijgr de bunzi ng.minus de organen . lerug.AILerra heeft ook interesse in aangeredenbOOJll- en steenmarters!Complete bunzing gevonden?Bel naar:Jasja Dekker: 06 - 266 40 302Raymond Klaassen : 06 - 212 95 304of op Alten'a:Maja Rooclbergen: 0317 - 47 78 39Gemrd Müskens: 0317 - 47 87 58epididymis (bijbal) sperma bevat. Ditdoen we door een "Abklatz'l te makenvan de bijbal: we kerven die een stukjein en drukken hem op een microscoopglaasjemet wat water. VervOlgens bekijkenwe deze onder de microscoop om tezien of er sperolacel1en in drijven.Deze worden niet het hele jaar dooraangemaakt, maar alleen in de paartijd .Figuur 1. OV: onderhuids vet. NV: niervet.MV: mesenteriaal vet. Zowel uit degewogen als de geschatte maten vooraangelegd vet blijkt dat in de wintereen ffin ke voorraad wordt aa ngel eg d.0: geen vet, 8: zeer veel vet.G3>a...(I)'i:I::(I)U,87654-~3:::Js::.a...Cl)"CI::0Cl)a...0(.)CIJ2°0,300,250,200,150,10Êcua....9Cl)->~ca0,05.~a>0,00ë(I)CIJ(I)Elentezomerherfstwinter


ZOOGDIER 2002 I 3 (2)25Q:;TIlil120-,-----------------------------------------------,- 0,310080QjCII 60::J)(


ZOOGDIER 2002 t 3 (2)27Waarom heeft u zich beschikbaar gesteldals voorzitter voor de VZZ?Ton:Allereerst omdatik belangstellinghebvoor zoogdieren.Voordat ikop een verzoekvan mijn voorgangerKees deLange, om mijbeschikbaar testellen voorzittervan de VZZte worden, beningegaan heb ikde nodige tijdgenomen omhier volmondigja op te zeggen. De belangrijkste redenom hiervoor de nodige tijd te nemen is,dat ik voor mij zelf duidelijk wilde hebbenof mijn huidige functie bijNatuurmonumenten voldoende tijd zoulaten om als voorzitter te kunnen functioneren.Een belangrijke rol hierbij heeftde bijeenkomst van de PSO's(Particuliere SoortbescbermendeOrganisaties) met LNV in 2000 gespeeld,omdat voor mij daar duidelijk werd datde PSO's aan de ene kant en de terreinbeherendenatuurbeschermingsorganisatiesaan de andere kant, tamelijk afstandelijkten opzichte van elkaar stonden.Voor de bescherming van soorten is eengoed begrip van de mogelijkheden enwenselijkheden noodzakelijk.Welke doelen heeft u zich als voorzittervan de VZZ gesteld?Ton:In de eerste plaats de VZZ een succesvolleen gewaardeerde organisatie bij deleden, overheden en natuurbeschermendeorganisaties te laten zijn. Daarnaastzal de VZZ zich ook in de komende jarenblijven inzetten om de mensen om onsheen er van te overtuigen dat het behoudvan biodiversiteit, ook in een zo dichtbevolkt land als Nederland, waard is instand te worden gehouden.De tweede, en zeker niet onbelangrijkstereden is, dat het overheidsbeleid er totdusverre niet in geslaagd is een werkelijkintegraal beleid te ontwikkelen waarbijbeheer van fauna en flora een gelijkwaardigeplaats innemen. Kijkend naar hetbelangrijkste sturingsmiddel van de overheid'Programma Beheer', beeft nagenoegalleen voor weidevogels een integraleafstemming tussen flora en faunaplaats gevonden. Voor de komende jarenis een integrale visie op het beheer vanflora en fauna noodzakelijk. Om dit tebereiken zullen nog vele stappen moetenworden gezet. Een aanzet hiertoe kanwellicht gevonden worden in de Flora- enfaunawet die op I april dit jaar inwerking is getreden. Met name de beschermdeleefgebieden kunnen hiertoeeen goede aanzet zijn.Een derde reden is dat naast de beschermingook de zoogdierkunde en de monitoringvan belang is om de tweede redengoed te kunnen uitwerken!Wat was uw eerste indruk van het VZZkantooraan de Oude Kraan te Arnhem ende Ledenvergadering op 20 april jl. ?Ton:De eerste indruk van het VZZ-kantoorwas uitermate positief. Voor een verenigingals de VZZ is een dergelijk 'professioneelkantoor' een must om goed tekunnen functioneren naar leden, werkgroepenen opdrachtgevers. De eersteindruk van de Algemene Ledenvergaderingwas goed , vooral ook door deopkomst van zowel oudere als jongereleden. Helaas was ik op die dag slechtskort beschikbaar in verband met anderewerkzaamheden. E~n göede gelegenheidom te zien hoe de vereniging werkt enaan de weg timmert was de Lustrum~bijeenkomst ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan op 17 mei j.l. Hier liet devereniging met haar leden zien tot welkeprestaties zij in staat was. Dez~ bijeenkomstwas derrhate goed voorbereid datde dag zelf als vanzelf goed verliep. Ookhier viel te zien dat de vereniging qualeeftijd een goede afspiegeling is van desamenleving. De organisatoren van dezedag kunnen worden gefeliciteerd met hetsucces. Ik verwacht dan ook dat de nogvolgende activiteiten in dit lustrumjaareen even goede respons zullen krijgen.Hulde aan alle organisatoren 1Welke zoogdieren hebben uw intersse inhet bijzonder?Ton:Voor wat betreft de inheemse zoogdierengaat mijn belangstelling vooral uit naarde marterachtigen. Dit bekent overigensniet dat de andere zoogdieren mjjn interesseniet zouden hebben. Daarnaast benik geinteresseerd in zoogdieren maar ookandere dieren welke op afgelegen eilandenen degelijke een geheel andere ontwikkelingte zien hebben gegeven dan inde rest van de wereld. Dit geldt overigensook voor de daarbij horende flora. ...,.,


ZOOGDIER 2002 13 (2) 28EzAnneke ClasonSinds wanneer komt de gewone hamster (Cricetus cricetus) inNederland voor? Om op deze vraag antwoord te kunnen gevenwordt teruggekeken in de literatuur. De gewone hamsterbewoont in Eurazië in een gordel tussen 44-59 oN en 5°95' 0löss- en leemgronden tot 400 meter hoog Caib. 1). Piechocki(1970) vermeldt dat de hamster alleen steppen en landbouwgrondentot 400 meter hoogte bewoont. Niethammer (1982)noemt een open landschap> niet te natte gronden en zwareleem- en leem/kleigronden als woongebied van de gewonehamster.PaJaeontologieIn het Pleistoceen komen verschillendehamstersoorten in Europa voor, maarvan welke soort de gewone hamsterafstamt, is niet duidelijk. Vondstenduiden op een Laat Glaciaal-Postglaciaalvoorkomen van de hamsterin Midden-Europa (Niethammer, 1982),terwijl uit meer naar het noorden gelegengebieden geen barnstervondstenbekend zijn . Storch (1974, geciteerddoor Niethammer, 1982) determineerdeJongpleistocene hamsterresten uit Duitslandin het gebied tussen Donau enHessen als Cricetus major en vraagt zichaf of Cricetus cricetus niet eerst in hetHoloceen is binnengekomen.NederlandNa het Pleistoceen ontwikkelt zich inEuropa een gesloten bosvegetatie, zekergeen biotoop voor de gewone hamster.Het is dan ook waarschijnlijk dat degewone hamster met de eerste boerennaar Midden- en Noordwest-Europa enook naar het lössgebied in Zuid- enMidden-Limburg komt, hoewel Schege1in 1870 de hamster niet noemt.De eerste boeren in Nederland, deBandkeramiekers, genoemd naar hetDe hamster komt voor op landbouwgronden.Is de hamster door toedoen vanboeren naar Nederland gekomen?Foto: Oick Klees


ZOOGDIER 2002 I 3 (2)29. -- .;,;#," .,ç ,{)~.y -IAfb. 1. Verspreiding hamster(Bron: Europese Zoogdieratlas)met bandmotieveu versierde aardewerk,woonden van ca. 5400 tot ca. 5000 v.Chr.(Lanting & Van der Plicht, 2002) inZuid- en Midden-Limburg op de lössgronden.Ook elders in Europa bewonendeze boeren de lössgronden.Volgens Bakels (1978) was het duidelijkdoor hel werk van J Illfsen en Van Zeistdat ook in Nederland het gehele lössgebied,inclusief de plateaus, bebost was.De bandkeramische boeren ontslotenhet bos door het kappen van bomenwaarvan de stammen gebruikt werdenvoor het bouweu van grote huizen, omplaats te maken voor akkers voor hetverbouwen van granen en weiden voorhet grazen van vee.In bet kalkarme Nederlandse lössgebiedworden geen dierlîjke resten gevonden.De beenderen losseo op. Directe bewijzenvoor hel voorkomen van de hamsterin voor- en vroeghlstorische tijden zijner niet. Wel is het voorkomen van degewone hamster io die tijdeo waarschijnlijk.Tegenwoordig wonen er nog steedshamsters in Zuid- en Midden-Limburg.De soort wordt ou echter bedreigd doorde boeren. 111 Nederland en Noordwest­Duitsland zou de soort acbteruitgaandoor een tendens naar grote, onkruidvrijelandbouwarealen (Niethammer,1982) en bet vernietigen van burchtenen netwerkpopulaties (Van Apeldoornet al., 1998).ConclusieDe gewone hamster kwam waarschijnlijkca. 7000 jaar geleden door toedoenvan boeren naar Nederland. Zal dehamster door toedoen van de tegenwoordigeboer weer uit Nederland verdwijnen?Daarover in een volgend nummervan Zoogdier meer.---r'fLiteratuurApeldoorn, R.e. van, W. Nieuwenhuizen,M .M.V.C.H. Klein Douwel en P.L.L.Thomas, 1998. Overlevingsplan hamster(Cricetus cricetus): analyse van knelpunten,oplossingsrichtingen en voorwaardenvoor een duurzame toekomst in Limburg.IBN-DLO, IBN, Natuurhistorisch Genootschapin Limburg, Das en Boom.IBN-rapport 380.Bakels, e.C., 1978. Four Linearbandcerarnicsett{ements and their environment: apalaeoecologicaJ study of Sittard, Stein,Elsloo aod H..ienheim. Proefschrift Leiden.Lanting, J.N. & J. van der Plicht, 1999-2000.De 14C-chronologie van de Nederlandsepre- en protohistorie. IIl: Neolithicum.Palaeohistoria 41-42, pp. 1-110.Niethammer, J., 1982. Cricetus cricetus(Linnaeus, 1758). Hamster (Feldhamster).Handbucb der Säugetiere Europas, Band2/1. Nagetiere Ir, pp. 7-28.Piechocki, R., 1970. De gewone hams"ter. Hetleven der dieren. Grzimek, deel XI.Zoogdieren, 2.SChlegel, H ., 1870. Natuurlijke bistorie vanNederland. De zoogdieren. Funke, Amsterdam.


ZOOGDIER 2002 13 (2) 30DE VOSSENlI twORMIN OOST.;.NEDERLANDMarijke DreesIn 1991 heeft Ad Vos in Zoogdier Grg. 2, nr. 4) een artikel geschrevenover de voor vos en mens gevaarlijke lintworm. Op datmoment kwam de lintworm niet in N eder1and voor. Inmiddelsheeft de parasiet ook Nederland bereikt (Oost-Groningen enZuid-Limburg). Ik werd daarop attent gemaakt toen ons tijdenseen excursie op de Groninger kwelders, in 1997, werd afgeradenom zeekraal te plukken en eten. Alles waar een vos overheengepiest had was gevaarlijk, het was een ziekte die zich pas na tienjaar zou openbaren en die dan dodelijk was.Uit artikelen in De Nederlandse Jagerblijkt dat jagers de dreiging serieusnemen. Zij lichten hun leden voor enadviseren om (jacht)honden te wassen.De Keuringsdienst van Waren waarschuwttegen het eten van ongewassenbosvruchten en 'valfruit'. Alle reden voorde VZZ werkgroep Zoogdierbescbermingom zich eens te oriënteren. Hoe ernstig isde ziekte, zouden ook veldwerkers van deVZZ voorzichtig moeten zijn, is er redenom de vos extra te bestrijden? Wij verzameldende volgende informatie:De vossenlintworrn Ecbjnococcus multilocularis,een enkele millimeters groteparasiet bij de vos, kan bij de mens somsop de lange duur (vijftien jaar) tot dedood leiden, doordat de lever langzaamoverwoekerd wordt door cysten. Het isonbekend hoe besmetting van de menskan plaatsvinden; wellicht kunnen demicroscopisch kJeine eitjes zelfs ingeademdworden tijdens èen boswandeling.Het is dan ook moeilijk om maatregelente treffen die besh1etting te allen tijdekunnen voorkomen. In gebieden waar devossenlintwonn van oudsher voorkomt,zoals in centraal Europa, is de besmettingsgraadbij de mens echter zeer gering;per jaar komen er per 1 miljoen inwonersgemiddeld 185 patiënten bij (mededelingAd Vos). Het onderzoeksinstituut RIVMmonitort de verspreiding van de parasiet:op dit moment komt de parasiet voorin Oost-Nederland. Het Ministerie vanVOlksgezondheid vindt voorlichting (nog)niet nodig.Geen aanleiding tot ongerustheid. Desondanksvragen wij ons af of het nietverstandiger zou zijn als de overheidvooral in gebieden waar de parasiet nuvoorkomt voorlichting gaat geven. Wantnu doen toch ook allerlei geruchten deronde. Bij die voorlichting zouden vooralde honden- en kattenbezitters bereiktmoeten worden . Uit alle publicaties blijktdat ook honden en katten met deze parasietbesmet kunnen worden. Onze huisdierenvormen daardoor wellicht eerdereen besmettîngsbron dan vossen.Hoe kan het probleem bet beste aangepaktworden? Ad Vos beschrijft eensuccesvolle proef in Duitsland met hetuitleggen van aas met een ontwormingsmiddelvoor vossen. Dat lijkt voorNederland ook het proberen waard. Enhet doodschieten van vossen? Voorzichtigaan, want lege territoria leiden tot meervosbewegingen, en daarmee tot een snellereverspreiding van de parasiet. Dewerkgroep Zoogdierbescherming heefthet VZZ-bestuur geadviseerd om eenbrief van die strekking te sturen aan hetministerie van Volksgezondheid, Welzijnen Sport.-rlLiteratuur:Giesseo, J.W.B.van der, et al. 1998. The presenceof Echinococcus multilocularis inthe red fox (Vulpes vulpes) in theNetherlands. RIVM, BilthovenFolder "Vossen lintworm, februari 2001."Uitgave Keuringsdienst van Waren,Postbus 16108,2500 Be Deo Haag


ZOOGDmR 2002 13 (2) 31TTE---~ INMeta- Rijkswm} SEOp 28 maart kondigde StaatssecretarisFaber van LNV aan dat in de zomer vandil jaar een begin gemaakt wordt met deherintroductie van de otter (Lutra lutra) inNederland. De otter is ondanks allerleiplannen om dit te voorkómen rond 1988uitgestorven in Nederland. De laatstewaarneming was een doodgereden dier,geen uitzonderlijk levenseinde voor eenNederlandse otter.De belangrijkste oorzaak van het uitstervenligt volgens deskundigen waarschijnlijkniet eens in het aantal overredenotters. Tot 1942 werd er immers gejaagdop otters, zonder dat dit direct leidde tothet uitsterven van de soort. WaarschîjnlijkerÎs dat de voortplanting van de ottersterk geremd is door giftige stoffen (voornameHjkPCB's en kwik) in het milieu. Alstoppredator krijgt een otter immers dezestoffen in grote hoeveelheden binnen viade vissen die bij eet. Deense onderzoekershebben aangetoond dat deze stoffeningrijpende gevolgen voor de stofwisselingen hormoonhuishouding hebben. Natuurlijkhebben aanrijdingen met zwervendedieren en het verdrinken van jonge dierenin fuiken de populatieafname versneld;net als de vernietiging en versnipperingvan de habitat, waardoor dieren bovendiengrotere afstanden moesten afleggenom een partner te vÎnden en zo nog vakerwegen moesten oversteken.Inmiddels is de waterkwaliteit sterk verbeterden de ophoping van gifs10ffen in deprooien van de otter in een aantal Overijsselseen Friese gebieden tot onder deveilige nOITl1 gedaald. Met EU-geldenwordt gewerkt aan het opheffen vanbarrières (wegen) en het aanleggen vanverbindingszones tussen gebieden metgeschikt otterhabitat. Ook hebben terreÎnbeheerdersen ministerie afspraken gemaaktmet vissers in de uitzetgebiedert.Zij zullen keerwandjes in hun fuikengebruiken om te voorkomen dat jongeotters de fuiken inzwemmen en er vervolgensin verdrinken. Het plan is dan ookom in juni zes otters in de Weerribben uitte zetten, gevolgd door nog zes als zichgeen onvoorziene tegenslagen voordoen.Daarna zullen er otters in de Wieden, deRottige Meenthe en de Lindevallei wor-Met EU-gelden wordt de otter in Overijsselgeherintroduceerd. Is een levensvatbarepopulatie in Nederland nu haalbaar?Foto: Rol/in Ver/indeden losgelaten. Uiteindelijk zullen er verspreidover vier jaar veertig otters uitgezetworden, ongeveer half-om-half mannetjesen vrouwtjes.De otters komen uit Letland of Wit­Rusland, omdat de Stichting OtterstationNederland (het fokstation bij Leeuwarden)op korte termijn niet voldoendeotters kon fokken. Dat otters uit een dermateverafgelegen gebied gehaald worden,vindt zijn oorzaak in de (terechte) eis dateen 'donorpopulatie' niet geschaad magworden door het wegvangen van dieren.Dichter bij huis zjjn alle populaties zo verzwaktdat het onverstandig zou zijn om erdieren weg te vangen. Een levensvatbarepopulatie in Nederland, op termijn verbondenmet populaties elders, is dus geenoverbodige luxe.In tegenstelling tot dieren uit gevangenschaphoeven wildvangotters niet eerst uitte wennen, en ze zullen dus zo snel mogelijknadat ze zijn voorzien van een zenderworden losgelaten. Naast telemetrie zalAIterra ook moderne moleculaire techniekeninzetten om de dieren te volgen:DNA uit hun uitwerpselen kan gebruiktworden om de identiteit van de individueledieren te achterhalen. Zo is het tochnog mogelijk om een soort te volgen diezich nagenoeg nooit laat zien. De informatiedie de onderzoekers zo verzamelenzal mede dienen om beheerders enbeleidsmakers bijtijds te láten ingrijp~n alsblijkt dat, ondanks alle maatregelen die algenomen zijn, de omstandigheden nogonvoldoende aan de eisen van de soortvoldoen.-rif


ZOOGDIER 2002 I 3 (2) 32EVE S IN FtE OlANDJeroen Reinhold & Teun BaarspulOp 8 februari verzamelden de leden van de BeverwerkgroepNederland-VZZ zich in het Natuurpark van Lelystad. Ruim 25mensen afkomstig uit alle windstreken kwamen bijeen om te vergaderenover de ontwikkelingen in de Beverwerkgroep en over desituatie van de bever in Nederland; in het bijzonder Flevoland.De bever breidt zich in Nederland langzaamuit. Naast de bekende populatiesin de Biesbosch en Gelderse Poortheeft zich ook in Flevoland een beverpopulatiegevestigd. Deze dieren zijnafkomstig uit het natuurpark Lelystad.In dit park zijn in 1988, naast de aanwezigeelanden, wilde zwijnen, PaterDavid-herten, otters en dergelijke, ookbevers uitgezet. Dit met het doel omhet publiek de kans te geven dezewilde dieren van dichtbij te leunnenbekijken.Sinds de winter van 1990/1991 zijn enkelebevers ontsnapt waardoor er nu vrijlevendebevers in Flevoland rondzwemmen.Het Natuurpark Lelystad vormtnog steeds het kerngebied van dezepopulatie. Het merendeel bevindt zichIn Flevoland wordt het aantal bevers sinds 1999geteld. Hun aantal groeit nog steeds. Wordt depopulatie te groot voor Natuurpark Lelystad?Foto: Ro/fin Ver/indein de nabijgelegen natuurterreinen.De ontwikkelingen van deze populatievrijbuiters worden nauwlettend gevolgd.Zo'n twintig leden van de Beverwerkgroep-VZZtellen~ in samenwerking metLandschapsbeheer Flevoland, sinds 1999het aantal bevers peT burcht. Op eenmooie avond in juni en in juli wordt hetaantal dieren per burcht vastgesteld. Hetmaximum van beide tellingen geldt danals het minimum aantal bevers van datjaar. In 2001 bedroeg het aantal vrijlevendebevers minimaal tien. Binnen betomheinde beververblijf in het Natuurparkwerden nog eens zeven dierengeteld.In de winter 2001-2002 zijn op vijf nieuweplaatsen grote concentraties aanvraatsporen gevonden. Nader onderzoekleverde drie nieuwe burchten op.Van de andere locaties is onbekend waarde bevers overdag verblijven.Ondertussen groeit het aantal beversin het afgesloten beververblijf in betNatuurpark. Het verblijf dreigt te kleinte worden. Hans Rosenberg, beheerdervan het Natuurpark, bracht dit probleemonder de aandacht van de werkgroepleden.TIjdens de bijeenkomst is gefilosofeerdover de mogelijkheden om bet'overschot' aan bevers uit te zetten.Hierbij werd gedacht aan locaties in hetNatuurpark zelf, andere locaties inFlevoland en zelfs Limburg kwam inaanmerking. Daarbij werd tevens in dediscussie meegenomen of alleen de jaarlingenof de hele famiUe moest wordenuitgezet.Duidelijk is dat er geen eensluidendeaanbeveljng gedaan kon worden. Het isnu aan het Natuurpark om te beslissenwelke van de dOOf ons genoemde mogelijkhedenbet beste past binnen bunbeleid.-1'f


ZOOGDIER 2002 13 (2)33Vos eet zeehondHet is al lang bekend dat vos- servenblikjes. In Engeland zijnsen, ondanks hun typische al jaren "stadsvossen" bekendroofdiergebit, aJleseters zijn. en ook in ons land beginnen zeZe jagen op levende prooien meer en meer aan de rand van(van gewerveiden tot insecten steden en io stadsparken vooren aardwormen) ze vreten aas te komen.en versmaden plantaardigmateriaal (paddestoelen, vrucb- Dat men ondanks onze huidigeten) niet. Door die plasticiteit kennis van de voedselgewooninhun voedselgewoonten is ten van vossen toch nog verrasthet mogelijk dat ze in allerlei kan worden bewijst het volgenbiotopenleven. Het is bijvoor- de. Op 9 mei 2000 werden in debeeld bekend dat bij Brunoy, avond voor een vossenhol in deeen voorstad van Parijs en bij zeedijk van de Breebardpolder,Digne in de Franse Alpen, gemeente Delfzijl, in noordvplaatsen met grote vuilnisbel- oost Groningen, de resten vanten, er vossen leven waarbij de een jonge gewone zeehondneusruggen kaal geworden zijn (Phoca vitulina) gevonden. Hetdoor het schoonlikken van con- dier was in verregaande staatvan ontbinding (zie foto) . Devos moet de zeehond dood ofzwaar ziek aan de andere zjjdevan de dijk in de Dollardgevonden hebben en naar zijnhol gesleept. Ondanks het feitdat de zeehond nog jong wasmoet het slepen, zeker over dedijk, geen eenvoudig karweigeweest zijn. Dit temeer daarbekend is dat bet geboortegewichtvan de gewone zeehondtussen de 10 en 15 kg, en dat detotale lengte bij de geboortetussen de 80 en 95 cm ligt.Naast de zeehond werd ook dekop van een lammetje gevonden,een niet ongebruikelijkeprooi, De kans dat meer zeebondengedood of gegetenworden is uiterst klein, maarbovenvermelde waarneming isbelangrijk genoeg om vermeldte worden. Belangrijk omdat dewaarneming aantoont dat contacttussen zeehounden en vossen,beide carnivoren, bestaaten overdracht van ziekten tussende soorten tot de mogelijkheidenbehoort.Betonnen drainage opening (ingang vossenhol) met daarvoor deresten van een jonge zeehond en de kop van een lammetje.Foto: L. ft HartPieter 'f Harl enPeter J.H. van Bree


ZOOGDIER 2002 13 (2) 34Hoe een hermelijn een haas vangtHet gezegde heeft het overkoeien. Daar waar Natuurmonumentende rol van boeroverneemt, nemen hennelijnenkennelijk de rol van dekoeien over. ....Zondagmiddag (21 april 2002),zo ongeveer half drie. Zuidkantvan het Naardermeer. Mooilenteweer, dus veel wandelaarsen fietsers, waaronder Djessieen ondergetekende. Niet hetmeest logische moment omnaar deze plek te gaan om vanvogels en dergelijke te genieten,andere tijdstjppen zijnrustiger. Maar als je toch in debuurt bent, is het altijd leukde daar pleisterende vogels inde telescoop te nemen.In mijn ooghoek zie ik een hermelijnhet onverharde weggetje,waarlangs wij zitten enwaarover horden wandelaarsvoorbij trekken, oversteken.Even later vertoont een groepjevogelaars wat verderop tekenenvan lichte opgewondenheid.Dit keer geen overvliegendebijzondere vogel, maar een hermelijnmet een jonge haas(halfwas, ongeveer zo groot alseen klein uitgevallen konijn) inde bek. In een noodvaart racetde hermelijn door het ruigegras, zwemt een sloot over,spurt weer door ruig gras,steekt het weggetje over, zwemtweer een sloot over en verdwijntin de ruigte met deprooi. Regelmatig struikelt dehermelijn, blijft enkele secondenliggen - kennelijk een hele.vracht - en rent dan weer verder.Geschatte kruissnelheid:10-15 km per uur. Afstandtussen vangplek en nest: zo'n400 meter. Volgens de vogelaarsjaagt er nog een hermelijn. Enja boor, zo'n vijf minuten laterlegt nummer twee dezelfderoute af met haas nummertwee. Ook dèze verdwijnt in depitruspoHen, waar blijkbaar hetnest met jonge hermelijnen is.Dat was. goed aan het oog onttrokken.In beide gevallen wasde haas duidelijk levenloos.Kennelijk doodden de hermeljjnenze meteen bij het vangen(ik denk dus in het leger).Op de plaats waar de hermelijnenmet hun prooi vandaankomen zien we een oude haasrondlopen, die een jong exemplaaropjaagt. Kennelijk om delaatste van het geplunderdenest buiten bereik van de kleinerovers te brengen. Ook lijktze het jong te verdedigen tegende hermelijnen: als er zichweer één vertoont gaat ze eropaf. Met succes) want de hermelijnstruint nu zonder buitrond. Op een gegeven momentverliezen we 'm uit het zicht.Dit alles speelt zjch af in ongeveereen half uur, waarin tientallenwandelaars passeren.Een deel daarvan slaat hetschouwspel gade. De voedselkringloopis weer een slagjeverder gedraaid: de jonge hermelijntjeskunnen weer evenvooruit en moeder haas heeftalle reden om binnenkort weeraan het rammelen te slaan ...Jan BuysBESPREKINGKnaagdieren van BeninOnder auspiciën van ReRe en ten in gevaar te brengen.de VZZ (ReRe staat voor De beboefte aan een determi­Réseau Rongeurs et Environ- natiegids werd manifest, omdatnement: Netwerk Knaagdieren uitroeiing van soorten dreigten Milieu van de West-Afri- wegens al dan niet vermeendekaanse staat Benin) is onlangs schade aan landbouwgewassen.een Franstalige veldgids voor Het Duurzame Ontwikkelingsdeknaagdieren van Benin uit- verdrag tussen Benin en Negegeven.ReRe heeft zich ten derland maakte het mogelijkdoel gesteld om de diversiteit om in samenwerking met devan knaagdieren in Benin in lokale bevolking een grootkaartte brengen (welke soorten scheeps inventarisatieprogramwaar),de toe- of afname in aan- ma op te zetten, teneinde detallen en verspreiding na te knaag-dier-fauna in de verscbilgaanen om de scbade door lende districten in kaart teknaagdîeren te bestrijden zon- brengen. Bij de samenstellingder bet voortbestaan van SOQI- en uitgave van de gids was een


ZOOGDIER 2002 13 (2) 35Buitengewoon aardig is de af- rat). De fietrat 1S een interesdelingspreuken, waarin de cul- sante eiwitbron met zijnturele betekenis van de knaag- gewicht tot zes kilogram (nadieren tot uitdrukking komt. het stekelvarken het grootsteHonderd tweeënveertig spreek- knaagdier van Afrika), maarwoorden en gezegden laten ook de handzame reuzenratzien, dat niet- alleen in de wes- van twee kilo mag er zijn. Voorterse cultuur vergelijkingen beide soorten wordt beschremetdieren gebntikt worden als. ven boe ze te houden en welkerelativering en rake typering ziekten en parasieten bestredenvan situaties in het dagelijks moeten worden. Vooral aan deleven. Zoals: Met een muizen- aulacode wordt veel aandachtval kun je geen vliegen vangen besteed, ook hoe een dier daten: De hond die op eekhoorns ontsnapt, weer 'gevangen moetI ",;-;--~~-~--~-_ jaagt kan ook een haas vangen. worden: eenvoudig door deMaar ook moralistische waar- kooigenoten tijdelijk ergensschuwingen: De muis geeft de anders onder te brengen en hetkat een klap in het gezicht (De hok open te zetten tot hij terugmuispleegt majesteitsschennis, komt. Door het fokken vande belediging kon niet uitblij- deze dieren te propageren,groot aantal zoölogen en vrij- ven, maar ook in de betekenis hoopt de ReRe de Jacht op inwilligers van zowel VZZ als van Wie wind zaait, zal storm het wild levende dieren teReRe betrokken; 'chef de oogsten). beperken.Projet' was Jaap de Visser.Tot slot een bijzonder praktischeAlice PillotDe gids oogt zoals we van diergidsenhandleiding voor het hou­gewend zijn: op de kaft den en fokken van twee soortengrote - en naar verluidt leknajssancedes Rongeurs du Benin.Guide Préliminaire de Recön­enkele plaatjes, de namen vande samenstellers en de logo's kere - knagers: Thryonomys J. de Visser, G .A. Mensab, J.T.c.van de organisaties die de uitgavemogelijk gemaakt hebben. ons meer onder de naam rietratswinderianus, de aulacode (bij Codjia, A .H . Bokonon-Ganta,2001. ISBN 99919-902-1-6. ReRe,Cotonou, Benin en VZZ, Arnhem.De inhoud van de gids heeft bekend) en Cricétomys gambianus(Gambiaanse reuzen- bij de VZZ.256 blz. Prijs ]5 Euro, verkrijgbaarvoor de gebruiker echter enkeleverrassingen in petto.In de gids zijn alle in Benin ende omliggende landen vóórkomendesoorten beschreven enafgebeeld: 55 soorten en éénondersoort. Van elke soort is erZoogdieren, het beschermen waardHet Beschermingsplan Vleermuizen van Moerassen!een duidelijke foto in kleur of Met dit plan krijgen de vleer- verblijfplaatsen in huizen oftekening, de laatste nogal eens muizen een stevige inbreng in bossen bij de waterrijke gebieeenbleekjes overkomend door deintegrale bescherming van den. Voor het Beschermings­gebruikte pasteltinten. Naast onze natte gebieden.Bij 'vleer- plan Moerassen zijn daaromde gebruikelijke informatie omtrentmuizen' denk je aan een rusto- documenten over vogels, arn6-namen in diverse talen risch kerkje en een beschutte bieën, reptielen, flora, vlinders(waaronder de vier grootste idyllische begraafplaats met en libellen en ook de vleermuioudelokale), herkenning, gedrag,knoestige bolle bomen, zen geschreven.biologie, ecologie en voortplanting,of aan donkere diepe mergel- Het Beschermingsplan Vleertezijn er enkele onverwachgroevesin het Limburgse krijt- muizen van Moerassen is ont­rubrieken: gebruik, schadelijkheid,landschap. In het beeld dat men wikkeld aan de hand van vierbeschermings-status en heeft van het open en wînderi- zogenaamde aandachtsoorten:aanbevolen bestrijdingsmethodeo.ge met rietzomen Omlijnde de meervleerIDuis, de rosseOp de verspreidingskaar­landschap van onze Neder- vleermuis, de ruige dwergvleer­ten is meestal ook aangegevenwaar het betreffende dier in hetlandse laagvenen, plassen en muis en de tweekleurige vleermerenof rivieren, duiken niet muis. Deze soorten verschillenbuurland Togo is aangetroffen. meteen vleennuizen op. Toch onderling sterk in hun eCOlogieIn de gids is een determ.inatietabelzijn deze vaak voedselrijke en de relatie met het natteopgenomen en een over­natte gebieden, onze wetlands gebied, in hun status in hetzichtelijke lijst met de meest gebruikteof moerassen, van groot (inter)nationale beleid en in denamen van de beschre­belang als foerageergebied voor knelpunten en kansen die erven soorten in de tien kleinere vleennuizen. De soorten die in liggen, Samen laten ze ons zienofficiële talen die Benin rijk is. open gebied jagen hebben hun welke eisen vleermuizen stel-


ZOOGDIER 2002 13 (2)len aan de inrichting en hetbeheer van moerassen.Om de integratie van de eisenvan verschillende soortgroepenmakkelUker te maken, is hetplan opgesteld naar voorbeeldvan het Beschermingsplan Moerasvogels.Het bespreekt deaanleiding en doelstellingen vanhet plan, geeft een verantwoordingvan de keuze van aandachtsoorten,geeft een indicatievan streefwaarden voorduurzame populaties, beschIijfthet leefgebied en de ecologie,analyseert de relatie van deaandachtsoorten met moerassenen hun omgeving, indentificeertknelpunten en fonnuleertgewenste maatregelen enacties.En een bron van informatie eninspiratie voor iedereen dielaag Nederland en de omrin-36gende bosgebieden en bebouwÎngduurza.am wil beheren.Dennis WansinkllMPENS. H.J.G.A., 2001. BeschermingsplanVleermuizen vanMoerassen. RapPo11 2001.05 Verenigingvoor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming,Arnhem. 84 pp.Het rapport is als PDF-bestand vande website www.vleermuis.ne1 opte halen.Ik ga op reis en ik neem mee ...Vakantie staat voor de deur endus ook het jaarlijkse dilemma:wat gaat mee op vakantie enwat blijft thuis? Libellengidsniet, Odon-tabel wel? DeJohnson-vogelgids of toch deANWB-gids?Wat er in elk geval in de bagagevan geen enkel VZZ lid magontbreken is "The mammals ofBritain and Europe" van DavidMacDonald and Priscilla Barrett.Deze veldgids beschrijftalle zoogdieren die voorkomenvan Engeland tot Wit-Ruslanden van Finland tot Spanje.De gids is zeer volledig, metper soort naast een beschrijvingvan de soort en sporen, schedelen veldkenmerken (voor dezeezoogdieren ook de "spuitvorm"!),ook veel informatieover het sociale systeem, homerange grootte, de voortplanting,de "general biology" en debedreiging en bescherming inEuropa. De infonnatiedichtbeidis dan ook behoorlijkhoog: dit is naast een veldgidseen echt naslagwerk.De kleurplaten zijn mooi envooral levensecht. Prisci11a Barretverstaat haar vak en het is tezien dat ze bij haar tekeningenuitgaat van levende dieren.Het boek bevat ook kleine verspreidingskaarten.Er zijn welwat minpuntjes te noemen: zozijn beschrijvingen van devleermuisgeluiden erg minimaalEen lacune die deNederlandse bewerking van devleermuizengids van Schröberen Grimmberger gelukkig opkan vullen (zie Zoogdier 12(3),p.47 voor een bespreking).Degenen die naar Spanje opvakantie gaan en een graagnaar vleermuizen kijken en luisterenkW1nen niet vertrekkenzonder "Bats of High Aragón".Deze prachtige tweetaligSpaans~Engelse gids beschrijftde vleermuizen die voorkomenin Aragón. Dit gebied ook welHuesca genoemd, is zeer rijk:24 van de 25 in Spanje voorkomendevleennuizen vliegenhier rond!De soortbeschrijvingen bevattenkorte omschrijvingen vanvindplaatsen van de soort inAragon, en een tekening. Detekeningen zijn leuk, maar nietgeschikt voor determinatie.Interessant zijn de eerstehoofdstukken aan het beginvan het boekje, waarin eenbeeld wordt gegeven van deecologie van de in het gebiedvoorkomende soorten, de beschermingvan vleermuizen inde streek en een omschrijvingvan de geologie van de HighAragón.Wat ik wel mis is een besprekingvan de literatuur over verspreidingvan vleermuizen inandere delen van Spanje. Metdit boekje willen de auteurs denog beperkte kennis over devleermuizen in Spanje verzamelenen tegelijk deze groepdieren onder de aandacht brengenvan een breder publiek.Dat deze gids oole door deNederlandse vleermuisliethebberop vakantie is te gebruiken,is daarbij mooi meegenomen.En zo kan het boek weer leidenMu.l' ci éJago~I Itötot meer kennis over de preciezeverspreiding!rnJasja DekkerDavid W. MacDonaJd & PdscillaBarrett, 1999. Mammals of Blitain& EW'ope (Collins Field Guide).HarperCollins, Lon den.Kees Woutersen & Juan JoséBafaluy Zoriguel. 2001. Bats ofHigh Aragón (N Spain). KeesWoulersen Publicaciones, Huesca.Met vryaertsen resoelenDe ouderwetse titel laat eerdereen historisch werk dan eennatuurboek vermoeden maarmet de ondertitel "Het verdwijnenvan de wolf in Vlaanderen"wordt alle twijfel weggenomen.Het boek blijkt een kruisbestuivingte zijn tussen geschiedenisen natuurwetenschap en verbaalthet uitstervingsproces vande wolf in de Lage Landen,Wallonië en de randgebieden.De titel refereert naar jachtvoorwerpendie de auteur symboolstelt voor bet eeuwenlang


ZOOGDIER 2002 I 3 (2)38HypERWEBSITESVOORLOPIGE ATLASVAN DE VLAAMSEZOOGDIERENBeheerder: Jeugdbondvoor Natuurstudie en Milieubescherming(JNM)adres:http://zwg.atlas . tripod .com/nederlands.htroonderwerp: Zoogdiereninventarisatie inVlaanderentalen: NederlandsNadat in 1986 een uitermate actieve periodevan zoogdieren inventariseren met een publi~catie werd bekroond, werd anderhalf decenni~um later de draad heropgenomen. Terecht,want nu beheers~ en inrichtingsplannen hoogtijvieren is een actualisatie van verspreidiogsgegevensmeer dan nodig. Met de publicatievan de gegevens die tot nog toe in de computerzijn gestopt, wil de Zoogdierenwerkgroep,ctie het monnikenwerk voor zijn rekeningneemt, zijn medewerkers aanmoedigen om deleemten in het zoekwerk op te vullen. Devoorlopige kaartenatlas moet binnen afzienbaretijd in een definitieve publicatie resulteren.Mocht je nog een late roeping hebbendan kan je alvast een voorproefje nemen opdeze eenvoudige maar verhelderende site.Wie weet of er dan nog wat witte bokjes meteen bolletje opgevuld geraken.EEKHOORNPROJECTBeheerder: Instituut voorNatuurbehoudadres: http://www.instnaLbe/natuurrapport/Bi od lversi teit! eekho om.h tmonderwerp: Monitoring van aantallen en ver~spreiding van de rode eekhoom in Vlaanderentalen: NederlandsOver het wel en wee van de eekhoorn doen inVlaanderen allerlei verhalen de ronde. Na decrash die de populatie in de zestiger jaren heeftmeegemaakt, werden slechts fragmentarischgegevens over het voorkomen van deze mageropgetekend. Thans duiken ze op, op plaatsenwaar voorheen geen eekhoorn te bespeuren was,soms ver van enig bos. Om een duidelijker beeldte bekomen is sedert enige tijd een inventarisatie-en monitoringproject gestart. De eersteresultaten werden gepubliceerd in een rapportdat onder de rubriek 'Boekbespre-king' in dezeZoogdier kort wordt toegelicht. Op het internetkan je nu de stand van zaken op de voet volgen .Bovendien is er een handige leidraad voorhandenwaarin de methodologie 'haarfijn' wordt uit~eengezet - van haarval tot verkeersslachtoffer.Ook kunnen de nodige meldingsformulierenworden binnengehaald. En mocht je nog niet instaat zijn een eekbooronest van een kraaiennest teonderscheiden dan vernijst deze stek je wel naareen cursusdag of een volleerd leermeester in jouwstreek.CD-ROMSBAT CONSERVATION AND MININGuitgever: Office of Surface Mining (OSM)besteladres: mahrens@osmre.gov (gratis)taal: EngelsIn Noord-A.rTIerika worden heel wat grote vI eermuiskoloniesin mijnen aangetroffen. Vandaardat ua de ontginning meer en meer aandachtaan de toekomst van deze uitgestrekte holenstelselswordt besteed. Op initiatief van de ver-


ZOOGDIER 2002 13 (2)39L I NKeniging 'Bat Conservation Intema-tional' wordenthans door de mijnbeheerders heel watinspanningen geleverd om de mijnen en ondergrondsegroeven voor menselijke indringers tebeveiligen en tegelijk voor vleermuÎzen toegankelijkte houden en aantrekkelijk te maken. Dejarenlange ervaringen met deze praktijk zijn nusamengebracht in een lijvig document dat opuiteenlopende beschenningsaspe-cten van deondergrondse vleermuizen ingaat. Niettegenstaandebet document zich op de Noord­Amerikaanse vleermuissoorten toespitst, zijnuit de publicatie heel wat nuttige gegevens tehalen die evengoed op onze Lage Landen vantoepassing zijn.Het digitale schijfje verschaft een uitvoeriggedocumenteerd inzicht in de effectiviteit vanafsluitingsmethoden en inrichtingsmaatregelen,waarvan de meeste ook bij ons kunnen wordenbeproefd. De publicatie vormt één onderdeeltjevan een CD-rom die nog tal van referentiesinzake het Amerikaanse mijn beheer bevat enonder meer ingaat op de inrichting en bet herstelvan mijnlandschappen.den die aan de basis ervan liggen, terug te vindenzijn op de fraaie en overzichtelijke websitevan de groep. In het plan figureren ook dewilde kat en de lynx - die stilaan bij ons ingeburgerdzijn geraakt. Beide duiken ook geregeldop in de digitale nieuwsbrief 'Cat News' -in pdf-fonnaat - die via de site te raadplegenen te downloaden is .Niettegenstaande de meer spectaculaire grotekatten uit de verre landen het leeuwenaandeelvan de onderwerpen uitmaken, is met eniggeduld en zoeken interessante informatieover onze meer bescheiden inheemse kattenterug te vinden. Bovendien merk je dan algauw dat de informatie niet tot enkele monografieënbeperkt blijft, maar dat allerhandethema's de revue passeren. Neem als voorbeeldde problematiek rond de hybridisatievan wilde kat eo huiskat. Met de hulp van dezoekmachine kom je al heel wat over hetthema te weten, maar voor de details moet jealsnog bij de onderzoekers aankloppen waarnaarverwezen wordt. Laat ons een kat een katnoemen.WILD CATSBeheerder: The WorldConservation Unionadres: hnp:lllynx.uio.no/catfolk/index.htmlonderwerp: katachtigen algemeen; met uitgebreideitems over de Europese wilde kat ende lynxtalen: EngelsDe 'Cat Specialist Group' is één van de meerdan llO deskundigengroepen die de 'SpeciesSurvival Commission' van de IUCN rijk is.De groep fungeert als belangrijkste informatiebronvoor de organisatie en levert adviesomtrent wetenschappelijke en technischeaspecten aangaande de verschillende katachtigenop onze wereldbol. Voor de meestbedreigde soorten heeft de CSG een actieplanuitgewerkt, waarvan de feiten en achtergron-SURF OOK EVEN NAAR:Dassen in de Duitse Harz : pdf- of ps-file met de. resultaten van een uitgebreid ecologisch onderzoeknaar een dassenpopulatie in bet DuitseHarzgebergte (1999 - scriptie Martin-Luther­Universiteit Halle-WittenbergJDuits-land). Hetonderzoekt handelt over de structuur en ontwikkelingvan een dassenpopulatie en gaat tevens inop de voedselkeuze van de das en de invloed vanhet voedselaanbod op het habitatgebruik.Aansluitend is ook een grootschalige schedelanalysedoorgevoerd., die dient om populatiebiologischeparameters voor de das te bepalen.http://sundoc.bibliothek. uni-halle.del dissouline/99/99Hl85/index.htmHet harde bestaan van een dwergspitsmuis: eenuitermate verhelderend animatiefilmpje over detalloze gevaren waaraan spitsmuizen zijn blootgestelden over de niets ontziende overlevingsstrijdvan bun jongen. Niet voor gevoelige zielen.bttp:1 Ihotwired.lycos.com/ animationl collection/pox/pygmyIDick Criel


ZOOGDIER 2002 I 3 (2)40Knaagdieren op debiodiversiteitsconferentiekwam, werd uitvoerig toegelichtdoor de aanwezige sprekers.Om te beginnen tekendeNederland in 1994 duurzame­Van 8 tot 19 april werd de zesdeinternationale biodiversitei tsconferentiein Den Haag gehouden.Delegaties uit meerdan 100 landen overlegdenover de biodiversiteit van bossen,ongewenste exoten enontwikkelingsverdragenaanverwante onderwerpen.Ook de VZZ was aanwezig opde conferentie. Niet als deelnemeraan de onderhandelingen,maar als een van de hoofdrolspelersvan een zogeheten'side-event'.Kees de Lange mocht namensde VZZ én de Beninse organisatie'Reseau Ronguers etEnvironnement' (ReRE, NetwerkKnaagdieren en Milieu)de veldgids van knaagdieren inBenin officieel overhandigenaan Chris Kalden (secretarisgeneraal van LNV) en de ministervoor Milieu van Benin.Hoe de samenwerking tussende Nederlandse en Beninsezoogdierliefhebbers tot standmetCosta Rica, Bhutan en Benin.Uitgangspunt bij deze verdragenwas samenwerking op basisvan gelijkwaardigheid, wederkerigheiden participatie. Debedoeling is om te komen toteen relatie, waarin duurzameontwikkeling centraal staat enwaarbij op basis van gelijkwaardigheidde problemen en oplOSSingenin beide landen wordenbesproken.De knaagdieren kwamen inbeeld toen tijdens een workshopover knaagdieren en landbouwin West-Afrika duidelijkwerd dat er weinig kennis isover de aanwezige soorten, laatstaan welke soorten verantwoordelijkzijn voor landbouwsd;tade.De oprichters vanChris Kalden (secretaris generaal LNN) ontvangt van Kees· de Lange(voorzitter VZZ) de veldgids Knaagdieren van Benin.Foto: Mala RijksReRE willen de diversiteitinventariseren (soorten en verspreiding)en aantalsontwikke~hngen onderzoeken. Deze kenniskan dan niet a11een gebruiktworden door (natuur-)beleidsmakersmaar ze hopen er ookmee te bereiken dat landbouwscbadebestreden wordt zónderhet voortbestaan van de soortenin gevaar te brengen .Het Nederlands Comité voorbet IUCN bracht ReRE in contactmet de VZZ, opdat de organisatieskennis en ervaringenkonden uitwisselen over zoogdierinventarisatieen -onderzoek.Er bleek genoeg stof omover te praten: beide organisatiesgeven voorlichting overzoogdiersoorten die overlastveroorzaken, beide verzamelenen verwerken gegevens als basisvoor soortbescherming, enbeide drijven op enthousiastevrijwilligers die dergeJüke gegevensverzamelen.En nu komen we tot de gids:voor het verzamelen van gegevensis een goede veldgids vangroot belang, zo kan iedereende gevonden of gevangen soortenvan dezelfde naam voorzien!Hierbij is dus intensiefsamengewerkt, zowel doorReRe-ers die naar Nederlandzijn gekomen als door VZZ-ersdie naar Benin gingen.De veldgids zelf wordt elders indeze Zoogdier besproken, inDen Haag werd het resultaatalvast met gepaste trots overhandigden ontvangen. Eenmarkante uitkomst van hetbezoek van de Beniners aanNederland is hun constateringdat het ondanks de aanwezigheidvan referentiecollectiesdroevig gesteld is met hetbeheer ervan, iets dat zij bij deNederlandse politiek hebbenaangekaart. Al met al een mooivnorbeeld van hoe duurzameontwikkelingssa.menwerki ng ingevuldkan worden.Momenteel bereidt de VZZeen tweede werkbezoek aanBenin voor waaraan iederVZZ-lid op eigen kosten kandeelnemen.Mela Rijks


ZOOGDIER 2002 13 (2)JubileumIn 2002 viert de VZZ baar 50-jarig jubileum. Een goedereden om uw kennissen eengoed nieuwjaar met een zoogdierkaartte wensen. Voor€ 6,81 Euro kunt u een set van]4 kaarten, met afbeeldingenvan otter, hazelmuis, bever,vale vleermuis en andere soortenvan de Rode lijst, bestellen.Maak daarvoor € 6,81 Euro,plus € 1,27 voor de verzendkosten,over naar rekening203737 van de Postbank (Nederland)of rekening 000~1486269-35 van de Postcheques (België),onder vermelding van de '1 setwenskaarten'. Na ontvangstvan de betaling krijgt u deartikelen thuis gestuurd.VZZ-Lustrurnboek. Te koop bijde VZZ € 17,20OP 20Et


ZOOGDIER 2002 13 (2) 42G IE : BE oE NE RE ' IG?Alterra, IBW, Natuurpunt Studie, UA en va organiseren ter ere vanhet 50-jarig bestaan van de VIZ een symposium op 7-8 september 2002PROGRAMMA7 september: voordrachten.09.00 - 09.30 uurRegistratie en koffie.09.30 - 09.50 uurDe Aziatische grondeekhoornin Vlaanderen.Elke Van den Broeke,AlvJlNAL afd. Natuw:09.50 - 10.10 uurDe Muskusrat: mooi maar lastig!- verspreiding en schade inNederland.Fred Barends,Dienst Muskusrallen.beslrÜdingProvincie Zuid-Holland.10.10 - 10.30 uurMuskusrat en Bruine rat inVlaanderen: mechanischeversus chemische bestrijding.Jan Stuyck, lBW10.30 - 11.10 uurKoffiepauze (met verrassingvan de jarige VZZ).11.10 - 11.40 uurBeverrat in Vlaanderen:bestrijden of niet?Goedele Verbeylel7, IB W11.40 - U.OO uurBeverrat in Nederland:uitbreiding sinds de laatstejaren> schade, bestrijding.U.OO - 11.30 uurKnaagdieren als reservoir vanziekten.Ron Verhagen, RUCA.U.30 - 13.45 uurMiddageten en bezoek aan boeken-en infostands en posters.13.45 - 14.05 uurDe Limburgse koreowolf;ondergang en herstel?René Krekels,Bureau Nalllllrbalans NUmegen .14.05 - 14.25 uurDe Vlaamse hamster: kroniekvan een aangekondigde dood??Saskia Mercelis,NatuUlpunl Studie.14.25 - 14.45 uurDe Noordse woelmuis:bedreigd en (on)aangepast?Rob van Apeldoorn, Alterra.14.45 - 15.05 uurHazelmuis in Nederland.15.05 - 15.15 uurHazelmuis in Vlaanderen.Ludo Holsbeek,VUB Vakgroep Biologie.15.15 - 15.55 uurKoffiepauze en bezoek aan boeken-en iofostaods en posters.8 september, voormiddag:workshops.Opbouw:- voorstelling van allerlei materiaalom knaagdieren te merken,volgen en inventariseren- bespreking van de voor- ennadelen bij het gebruik ervan- discussie09.00 - 09.30 uurRegîstratie en koffie.09.30 - 10.15 uurHaarvallen en pootafdrukken(inkt- en zandbedden).10.15 - 11.00 uurValtypes (ethische versuseffectieve vallen).Thieny Onkelinx,Zoogdieren werkgroepNawurpul1t Vlaanderen.11.00 - 11.30 uurPauze en bezoek aan boekeneninfostands en posters.15.55 - 16.05 uurMogelijkheden voor de Beverin het Schelde- en Dijlebekken. 11.30 - 12.15 uurGeert Rossaert,Telemetrie en merkenAMlNAL aid. Natuur. (zenders, transponders, ...).Saskia Mercelis, Natuurpunt16.05 - 16.15 uur St.udie en Goedele Verbeylen, lBWPro's en co'n's van (her)introducties,met de Bever als voorbeeld.Koen Van den Berge, lBW16.15 - 16.35 uurDiscussie over het principevan (her)introducties.16.35 - 17.05 uurWaarom worden sommigeknaag-diersoorten een pest enkunnen andere amper overleven?Herwig Leirs, RUCA.17.05 - 17.35 uurDiareeks over knaagdieren.Rol/in Vertinde en Hugo Willocx.U.15 - 13.30 uurMiddageten en bezoek aan boeken-en infostands en posters.LocatieHet knaagdierensymposium gaatdoor aan de Universiteit Antwerpen,RUCA-campus, GebouwT, zaal TI05, Groenenborgerlaan171,2020 Antwerpen.De wegbeschrijving en bereikbaarheidmet het openbaar vervoerkan je vinden op onzewebsite: www.natuurpunt.beNatuurstudie.Zoogdieren.Knaagdierensymposium.


ZOOGDIER 2002 I 3 (2)438 september, namiddag enavond: activiteiten.- de activiteiten zijn toegankelijkvoor iedereen; wie ookdeelneemt aan de rest van hetsymposium krijgt voorrangindien er teveel inschrijvingenzijn- verplaatsingen gebeuren viacarpooling; indien er voldoendedeelnemers zijn, wordt eenbus gehuurdBevertocbt naar de BiesboschWe varen met een fluisterboot(open boot met dakje en zonnepanelen)de Biesbosch in opzoek naar Bevers, onder leidingvan Vilroar Dijkstra (Beve[­werkgroep VZZ). Onderwegwordt aangemeerd voor eenkorte wandeling. We zullen zekerknaagsporen van Bevers enbeverburchten te zien krijgen,en er is zelfs een reële kans datwe een Bever in levende lijvewaarnemen.DuurWe vertrekken in Antwerpenom 15.15 uur. Iets na 16.00 uurkomen we dan aan in Hank(Nederland), waar we eerstgaan avondeten in een gezell igrestaurantje. De boot vertrektin Bank om 18.00 uur en wezijn terug rond 21.00 uur.Onkosten- Huur van boot + schipper:€ 220. De prijs per persoon isafhankelijk van het aantaJdeelnemers (max. € 11, min.€ 5.50). Iedere deelnemermoet ook 50 cent betalen aanStaatsbosbeheer.- Carpooling: wie meerijdt, betaalt€ a.05/lon aan dechauffeur.- Avondeten: ieder op eigenkosten.Meebrengen: laarzen, verrekij~ker. Maximaal aantal d eelnemers:40Aziatische grondeekhoornsen Eikelmulzen in De PanneDeze uitstap start. met een wandelingin het Calmeynbos.Hier zit een populatie geïntroduceerdeAziatische grondeekhoorns(1 van de 4 populatiesin België). Zo'n 25 jaar geledenliet het MeJiparlc er 17 exemplarenlos. De dieren kunnenin 011S klimaat perfect overlevenen kweken, waardoor er nueen 100-tal diertjes in het''wild'' leven (wat nog weinig istegenover de schatting van5.000 à 10.000 individuen in hetZouiënwoud).Goedele Ver-beylen leidt onshier rond. Ze heeft deze populatiegevolgd in 1998-2000 engaat proberen om een grondeekhoornte vangen zodat wehem eens van heel dichtbijkunnen bekijken. En als hetgoed weer is, zal je moeten uitkijkenwaar je je voeten zet,zoveel grondeekhoorns zijn erdan te zien!Na een korte wandeling in hetCalmeynbos trekken we naarhet Staatsnatuurreservaat "DeWesthoek" . Hier is Koen Verschooreonze gids. Hij leidtons door dit pareltje met z'ntypische duinplanten (Duindoorn,Duinroos, Glad parelzaad,Hondstong, ... noemmaar op) en geeft ons uitlegover het gevoerde graasbeheermet Schotse hooglandrunderen,Shetlandpony's en Konekpaarden. De Westhoek is betenige duinengeb;ed in Noordwest-Europawaar de zogenaamde"wandelduinen" zichnog vrij door de wind kunnenlaten verplaatsen.Na deze wandeling gaan wein een gezellig restaurantjeeens goed eten, zodat wetegen dat het donker wordt defamilie Eikelmuizen kunnengaan bekijken die in de fruitbomenvan Koen Verscboorehuizen. Deze muis van defamilie van de slaapmuizen iseen echt prachtdier. Zijnlange, slanke staart eindigt opeen zwarte pluim. Samen methet opvaJlende zwarte maskeren de grote oren zijn ditollmisken-bare kenmerkenvan de Eikel-muis. De dierenzijn vanop bijna-aanraakafstandwaar te nemen, ten .~minste als bet goed weer is,dus hopen maar...Duur:We vertrekkenom 13 JO uur.komen we aan in het Cal~meynbos, waar we naar degrondeekhoorns gaan kijken.Rond 16 uur rijden we naar hetWesthoekreservaat voor eenmooie wandeling. Tegen 19.30uur gaan we avondeten in eengezellig restaurantje. Wanneerhet begint te scbemeren (rond21JO uur), rijden we naar hethuis van Koen Verschoore(Sportlaan 7, De Panne), opzoek naar Eikelmuizen . Hierkan je zolang je wil deEikelmuizen observeren.Onkosten:- Carpooling: wie meerijdt, betaalt€ O.OS/km aan de chauffeur.- Avondeten: ieder op eigenkosten.Meebrengen: verrekijker, zaklamp.Maximaal aantal deelnemers: 30Knaagdieren in braakballen:het verzamelen, het pluizen ende resultatenOnder leiding van Bob Van~dendriessche gaan we eennamiddagje braakballen pluizenin het RUCA.Tijdens een korte inleidinggaan we in op bet verzamelenvan braakballen: wanneer,waar en hoe verzamel je hetbest braakballen, is het kennenvan het soort uil van belang bijhet interpreteren van de resultaten?Hoe bewaar je en pluisje braakbaJlen, hoeveel pluis jeer het best? Welke knaagdierenvind je in braakballen, a.d.h.v.welke literatuur kun je betbeste determineren? We gaanook in op de moeilük te onderscheidensoorten zoals deBruine en de Zwarte rat.Hoe noteer en verwerk jede resultaten, hoe interpreteerje ze? Wat gebeurt er met jewaarnemingen als je ze doorstuurtnaar de Zoogdierenwerkgroep?Wat gebeurt er metjou als je ze niet doorstuurt?Stof voor een interessantenamiddag ...Duur:We beginnen te pluizen om13.30 uur en stoppen rondin Antwerpen 17.00 uur.Rond 15 uur Onkosten: geen.


ZOOGDffiR 2002 I 3 (2)44Meebrengen: pincet, tandenborstel,alle beschikbare tabellendie je hebt liggen.OverigeMogelijk richten we nog eennamiddag in rond haardeterminatieen zal de bevertocht voorafgegaanworden door een wandelingroet een rattenvanger, dieallerlei vangmateriaal (oont enhoe het best geplaatst wordt.Regjstratie en etenHet inschrijvingsgeld bedraagt€ 8 per dag. Hierin zijn koffieen middagmaal ('S zaterdagsbroodjes en 's zondags koffiekoeken)inbegrepen.Zaterdagavond zoeken we ergensin Antwerpen een gezelligrestaurantje op voor het avondeten(ieder op eigen kosten).Ook 's zondags tijdens de activiteitendie lang duren) gaanwe avondeten in een restaurantje(ook weer ieder op eigenkosten).Inschrijven kan door hetinschrijvingsformulier voor 20augustus in te vullen en op testuren, door te mailen of tefaxen naar:Goedele VerbeylenLaurierstraat 22600 Berchem (België)Tel. +32-(0)476-59.03 .92Fax +32-(0)9-272.28 .01E-mail: goedele.verbeylen@lin.vlaanderen. beDe inschrijving is pas geldig naontvangst van het inschrijvingsformulierén hel inschrijvingsgeld.Dit kan betaald worden doorhet juiste bedrag te storten oprekening nr. 979-9787305-10 vanZoogdieren werkgroep NatuurpuntVlaanderen (V1aanderen)of Postbank 203737 van VZZArnhem (Nederland), met devermelding "inschrijvingknaagdierensymposi urn".OvernachtingDeelnemers die van ver komenen vrijdag, zaterdag of zondagwillen blijven overnachten, kunnenterecht in JeugdherbergAntwerpen 'Op Sinjoorke', EricSasselaan 2, 2020 Antwerpen.1 overnachting (+ abonnementjeugdherberg) in een kamermet meerdere personen kost€ 13 . Ontbijt en lakens zijn in~begrepen, dus je hoeft geenslaapzak mee te brengen.Zo spoedig mogelijk opgeven,s.v.p.!De jeugdherberg is bereikbaarmet bus 27 vanaf het CentraalStation.Samenvatting van de voordrachtenDe teksten van de voordrachtenen de samenvattingen vande workshops zullen verschijnenin een speciaal nummervan "Lu tra". Tijdens het symposiumkan je intekenen omdit te ontvangen, tegen maximaal€ 2.60 (tenzij je al geabonneerdbent op Lutra natuurlijken tenzij we nog eensponsor vinden, dan krjjg je hetgratis in de bus).Nog vragen?Dan kan je terecht bij :Goedele VerbeylenLaurierstraat 22600 Berchem (België)Tel. +32-(0)476-59.03.92Fax +32-(0)9-272.28.01E-mail: goedele.verbeylen@lin.vlaanderen.be(niet bereikbaar van 10 tot 31augustus)of:Natuurpunt Studie, KardinaalMercierplein 1, 2800 MechelenTel. +32-(0)15-29.72.xxFax +32-(0)15-29.72.xxzoogdieren@natuurpunt.be..."Jongeren in denatuur:Vrije Vogel ClubSpeciaal voor jongeren van 10tot 16 jaar is de Vrije VogelClub opgericht. Een samenwerkingsverbandvan VogelbeschermingNederland, deJeugdbond voor Natuur- enMilieustu die, fVN Verenigingvoor natuur- en milieueducatie)VZZ, de Vlinderstichting enS OVON Vogelonderzoek Nederland.Medewerking wordtverleend door Natuurmonu­Info- en boekenstands en postersIn de bal van het RUCA is erplaats voor allerlei info- enboekenstands. Ook kunnen erposters opgehangen worden .Hiervoor zijn tentoonstelUngspanelenmenten en NJN. De Vrije(1 m breed x 2 m hoog), Vogel Club wil jongeren bementenplooitafels (0.70 m x 1.60 m) en trekken bij de Nederlandseplooistoelen beschikbaar, maarje moet ons wel voor 25 junilaten weten hoeveel je van elknOdig hebt. Als er aan de infoenboekenstands iets verkochtwordt, vragen wij 5% van denatuur en zo een basis leggenvoor 'natuurgevoel' als investeringvoor de toekomst. Met alsdoelstelling dat ook over eenaantal jaren voldoende vrijwilligersen betaalde onderzoekerswinst als deelname in de bezig zullen zijn in en met deonkosten van het symposium. natuur in Nederland.Een greep uit de activiteitenvan VVC:Nationale Jeugdnatuurweekmet 50.000 deelnemers.Tellen voor de tuinvogeJ top 10.Jaarlijles mussenonderzoek.Vrije Vogel Clubdagen in eenmooi natuurgebied.'Vrije Vogels' hét jeugdnatuurtijdschrift.Tientallen natuurexcursies en -vakantiekampen.Kortom: de Vrije Vogel Clubis dé jeugd-natuurclub vanNederland.Voor € 11,34 kun je lid wordenvan de Vrije Vogel Club. Je ontvangt6 x per jaar het tijdschriftVrije Vogels, boordevol spannendeen boeiende verhalenover vogels en de natuur. En jekunt mee op excursie of onderzoekdoen in de natuur samenmet leeftijdgenoten.Bovendien krijg je een fraaieVrije Vogel Club-cap kado!Opgeven kan via RudoIf Vos,Postbus 925, 3700 AX Zeist,tel. 030-6937755,email: vrije.vogels@vogelbescherming.nl


ZOOGDIER 2002 13 (2)45TentoonstellingVorstelijk VeeT m 28 JwiLocaue Het Loo ApeldooTOLgarusatie Sb:chtingZélOr..arnE HUlsdietras..


ZOOGDIER 2002 13 (2)46in geve.-c.b. , 2'ocds alk laar ...'11de ZoogctierwerKgroo Its -houwsr,ei nIe'! rrussen!Meer mfo! maueEva de FiuJlu 024-35106óQ01 irJo@Twg.lnrn nlPluisweekendSep temberHopelijk leveIt het zomer Kampvan e V'9ldwerkgroo inBIJlgonje een grok: hoeveel·held braakbaJmateI aal opmet ollerle;: spannende soortenerin Tijdens di! weekend gaan2.e dit f11ltrI.eriClal plUiZen.In.lmmat1e en opgave bilEne Thomassen. 071-5127761(ericthomossen@hetnet.nl)SymposiumVrijwilligers enSoortbescherming12 i.)h.10r,,€1Loccrt!6. De R?ehorst. ËdeTijdens het symposiUm late.vnjwilliqers zien welke rol zitv€nv'u.Il~n bif de- besclJetn:tln.gVQJ planten- en ct.!:erSOOf!e •ME'el mioT rnohe en opgaveVeremgmg PSO Postbus 506 ,ó70Q ANI Wagerungenernail 10 a verenj€fi:ngpso nl(aanmelden voor 15-9)Internationaal hamstercongres1 ') 'I m 1.3 oktoberLocatIe. Gallo-Romelns museUInte Tongeren He! congress.taat o{..o"'en voor :edeTean di.egemteress8:erd Is in ds hamsteren zijn OlotC'..o(natuurr~ke cik:kergebleden).Versé'hillende thema's k Om?fiaan boder...ologI9 . soortbescher rtl:ingt::elelcl , etlnforrnatie Dl] . Sask:Ja MeIcelistel 011': 129 7'2. '12 (SasklOmelcelTs(c:matumpl.1tl.\ 00)Verslagen weekend20 tJm 27 oktoberVU kcmto..'J Al nhemDe ctJ.v!telten van €IVeldweJkgroe dit)Om zullenweer ve'91 stol vcor verslagenoplever er T'lden (hl w aek.­end slaan Eie _ CM vers metv e-reende bachten splJke~srnet kop~nSchnjver" 'or en t~ zIJn,",I bJdren()dert om aern dif weekeX.cl.'eeJ te emenNationalebraakbalpluisweek(Lustrumactiviteit VZZ)S I / in IU Ilovern.berTijdens dezË w eek pIQberende \TZZ. het NatulJ,!!nuseuUlRotterdam en de Vrije VogelCLub. U1 samenw9rkmg meieen aC.!ntal natuurmusec1. Jongerenbekent te make met€I inheemse tT). lÏ2enSOOJien enwleIisoorten e mel nmulJII:',.€houden nCltuurbescnermmal.lIormatie rul. Mandy CObb~nMercurtusplem 5. 10331""\2AtnstetdaTI1. tel 02(}.63344960106- 4386046Wil ;'$ ook iets atgeven voorde agenda. stuur !~er dan naarde -woeCle vem ZoogdJe!WinkelVZZ~Winkel Prijslijst (juni 2002)Veldgids diersporenOp zoek naar zoogdierenZoogdieren van OverijsselBelangrijke zoogdiergebieden in NederlandNatuur op en rond het erfZoogdieren langs de waterkant, symposiumverslagZoogdieren en wetlandsKlachtenafhandeling beschermde zoogdierenRode lijst Nederlandse zoogdierenBelgische wetgeving i.V.m. zoogdierenZoogdiermonitoringPoster "Bedreigde diersoorten in NI en VI." (gevouwen)LoepjeAnsichtkaarten (per stuk)Ansichtkaarten (per set van 14 stuI


ZOOGDIER 2002 13 (2)Uit het bestuurOp 20 april hebben we op de eerste Algemenei.,..:;denvergadering (ALV) van dit jaar afscheidgenomen van onze voorzitter Kees de Lange enons bestuurslid Fons Smulders. Hun verdienstenwerden belicht) maar ook vanaf deze plaatspast nog een "hartelijk bedankt, Kees en Fonsvoor jullie jarenlange inzet". We konden ookonze nieuwe voorzitter Ton Bosman welkomheten. Hij is als directeur terreinbeheer bijNatuurmonumenten geen onbekende in natuurbeschermendNederland. In een korteinleiding memoreerde hij het belang van verenigingenals de VZZ voor o.a. beleid enbebeer.Positief was verder dat we, ondanks de som berefinanciële vooruitzichten voor 2001, dat jaartoch met een bescheiden positief saldo afgeslotenhebben. Dit is met name te danken aan deinzet van onze (betaalde en onbetaalde) medewerkersop het bureau onder leiding vanDennis Wansink.Op 21 maart werd in Groningen het startschotgelost voor de cursus Klachtenafhandelingbeschermde zoogdieren, bestemd voor gemeenteambtenaren. Deze cursus is een initiaüefvande VLEN en door de volhardende inzetvan velen, van wie met name Peter Lina magworden genoemd, kon bij de start het bordje"Vrijwillig vleermuisreservaat" worden uitgereiktaan een familie die vleermuizen in huistoelaat.Verder werd op 9 april in Den Haag tijdens deinternationale conferentie over Biodiversiteit)een determinatiegids voor knaagdieren inBenin uitgereikt aan vertegenwoordigers vanLNV en van de minister van Milieu uit Benin,Deze gids is het resultaatvan een samenwerkingsprojecttussen onze veldwerkgroep,bet Nederlandse Commité van de IUCN enEcooperation . Het bezoek over en weer vanonze mensen en onderzoekers uit Benin heeftvruchtbaar gewerkt en in beide landen wordtgezocht naar de mogelijkheden het project eenvervolg te geven.En het jaar is nog niet om. Na onze verjaardagvolgen nog de knaagdierdagen in Antwerpen. (zie elders in dit nummer voor het programma)en de Nationale Pluisweek in november, waarovermeer in het volgende nummer.Namens het bestllUl~ Rob van ApeldoornAdressenVZZ-Bureau en ledenadministratie en redactie:OUde Kraan 8, 6811 LJ Arnhem, Tel. 026-3705318.fax 026-3704038. E-mail: zoogdier@vzz.nlWebsite .WWW.vzz.n1Veldwerkgroep Nederland:Eric Thomassen. Middelstegracht 28. 2312 TXLeiden, 071-5127761Materiaaldepot Veldwerkgroep:Menno Haakma. mshaakma@hetnet.n1Vleermuiswerkgroep Nederland


ZOOGDIER 2002 13 (2) 48Ik doe al lang aan zoogdieronderzoek. Zo'n 20 jaar terug ging ik nog met valletjes het veld i:;.î..Tegenwoordig rij ik in mijn auto en noteer doodgereden zoogdierkadavers. Daar ben ik heelbehendig in. Zie ik zo'n lijk dan tel ik hectometerpaaltjes tot het eerstvolgende op een top-kaartherkenbare object. Bij een stoplicht schrijf ik de waamertüng op een briefje. Dit moet snel, wantanders gaat een "bebulpzame" automobilist achter me toeteren. Na elk stoplicht is mijn geestweer vrij voor de volgende waarneming.Ik rij en neem waar, werk een poosje voor een aangen aam geldbedrag en op de terugweg wederomrijden en waamemen. De kennis van vroeger over muizensoorten is niet bruikbaar. De trucis in een flits herkennen van vormen en haarkleuren. Mijn snortenspectrum is nog beperkttot egel. konijn, haas en bun zing. Maar ik leer bij . Doel: meer soorten herkennen bij hogererijsnelheden. Een waarschuwing is op zijn plaats: oppassen voor dubbeltellingen en voorgangers.Soms blijven kadavers meer dan een week liggen of remt plot~k1aps de auto voor je (enloop je hel risico zelf geteld te worden).lk vind mezelf redelijk succesvol. Op de dagelijkse 2x20 kilometer, die ik binnen Limburg rij (opmijn traject door Brabant schrijf ik ëlls Limburger vanzelfsprekend niets op) heb ik in 2002 alongeveer 50 waarnemingen gedaan. Vooral april was een echte topper met 17 frisse kadavers.Elke twee dagen iet-s nieuws. Een morbide iets is. dal .ie elke dag vertrekt in de hoop dat er' 3 nachts verse kadavers Lijn aangemaakt.ln feite bestaat het onderzoek LIit rwee tàsen. Fase I het doodrijden. hier doet vrijwel elke manof vrouw met een rijbewijs aan mee. Fase 2 het noteren. betreft slech[s een select groepjeconnaisseur. Het resultaat van dit soort onderzoek is dat de ligging van hel hoofdverkeerswegenl1etop verspreidingskaanen fraai wordt lJ1gek1eurd . Nu is geóleken dar z.o'n beetje heelde Bendux aan fase 1 van mijn zoogdieronderz ek meedoet. moet het loch mogelijk 'lijn deSO-jarige club te laten groeien . Kunnen de behulpzame automobilisten zien waarvoor ze hardrijden: Geef gas en trek stippe.n-strepen .RA--------~ .. --.........7oogdll;::~ r J'i ht"t m~e~t IIl fUrll1è.ll ievezoogdier n hlad in de Benelu enverschijnt elk kw n aaiVvonJ lid van J e: V lL indusld 11IugdlC: . ( i n d ll!:>I ~1 Z ogLher nLUlra .. oor een luslrul1lprij \·an € 5. JO re 'p e ('L1c olijk € 15 00 '001 20/12.Schnjl lli:l

More magazines by this user
Similar magazines