Topics juni 2011 - SEO Economisch Onderzoek

seo.nl

Topics juni 2011 - SEO Economisch Onderzoek

De overheid wil 6 miljard euro bezuinigen door te snijden in eigen vlees. En dat terwijl er inde nabije toekomst een tekort is aan vooral hoogopgeleide ambtenaren. De vraag is of deoverheid zich dan niet uit de markt heeft geprijsd. Want juist de lonen van hoogopgeleideambtenaren blijven achter, zo blijkt uit onderzoek van SEO Economisch Onderzoek.‘Overheidssalarissenhoogopgeleiden blijven achter’4Loonontwikkeling vanhoogopgeleiden70%60%50%40%30%20%10%0%17%1996-1999 1999-2005 1996-2005Overheid28%19%24%39%58%‘gelijken’ bij marktsector‘Bij Defensie wordt gesneden in eigen vlees, enals dat vlees gezond is, doet dat dubbel zoveelpijn.’ Dat zei minister Hans Hillen van Defensie8 april jl. in een toelichting op de bezuinigingsplannen,waarmee het kabinet akkoordging. Financieel gezien zijn de bezuinigingenechter noodzakelijk, verklaarde Hillen. Die bezuinigingenzijn deel van een forse besparingop het ambtenarenapparaat die het kabinet aankondigde:een derde van de 18 miljard aan bezuinigingenmoet daar vandaan komen.Snijden in en bezuinigen op het ambtenarenapparaatis hard nodig, zo luidt de veronderstelling.Immers, er is zou teveel bureaucratie zijnin Nederland. Het beeld van de overbetaaldeambtenaar die beleidsstukken schrijft, is hardnekkig.Even hardnekkig zijn de pogingen omhet openbaar bestuur te verkleinen. Het aantalambtenaren schommelde de laatste decenniawat, met een dieptepunt tijdens de kabinettenLubbers eind jaren tachtig. Het aantal medewerkersin de zorg en het onderwijs stijgt alleenmaar.Hoe dan ook: er moet bezuinigd worden. ‘Ditkabinet kiest ervoor om niet te gaan voor kilometerheffing,beperking van de hypotheekrenteaftreken verhoging van de pensioenleeftijd’,aldus Jules Theeuwes, wetenschappelijk directeurvan SEO Economisch Onderzoek. ‘Als jeweigert taken af te stoten, rest de kaasschaaf.Die wordt nu over het openbaar bestuur gehaald.De overheid is een grote werkgever: eenkwart van alle werkende Nederlanders werkt inde publieke sector. Zo’n 454.000 mensen werkenin het onderwijs en 1,25 miljoen in de zorg.Meer dan een half miljoen mensen werken inhet openbaar bestuur (rijk, gemeenten, provincies,waterschappen en zelfstandige bestuursorganen)en bij defensie en de politie. In dezesectoren gaan de grootste klappen vallen.De vraag is of de overheid zich niet vergaloppeertdoor flink in te krimpen, zonder takenaf te stoten. Door de bezuinigingen neemt depersoneelsbehoefte weliswaar op korte termijnaf. Maar, Nederland staat in de nabije toekomstjuist een tekort aan overheidswerknemers tewachten. Alle sectoren in het openbaar bestuurzijn vergrijsd. Is in de marktsector 12 procentvan alle werknemers ouder dan 55, in het openbaarbestuur is dat percentage 21 procent. In2020 is van alle overheidswerknemers 70 procentmet pensioen of van baan gewisseld, zo isde verwachting (De grote uittocht, 2010).De beoogde vermindering van het aantal ambtenarenwordt voor een deel dus opgelost doormensen die ander werk vinden of met pensioengaan. Probleem opgelost? ‘Allerminst’, steltTheeuwes. ‘Ondanks bezuinigingen ontstaater toch een forse personeelsbehoefte in veeldeelsectoren in het openbaar bestuur, zo blijktuit berekeningen van SEO Economisch Onderzoek.Na aftrek van de uitstroom ontstaat nogaltijd een netto behoefte aan nieuw te wervenpersoneel.‘De mensen die overblijven hebben namelijklang niet altijd de juiste opleiding, werkervaringen competenties. In het openbaar bestuurontstaat dus op korte termijn een situatie metenerzijds openstaande vacatures en anderzijdseen reservoir van boventallige medewerkers’,voorspelt Theeuwes. ‘Let wel’, benadrukt hij,‘inkrimpen van het overheidsapparaat past inde huidige internationale tendens van een kleinereen betere overheid. Veel overheden, ook deNederlandse, streven naar minder regels en eenmeer dienstverlenende overheid. Punt is,’ vervolgthij, ‘dat betere overheidsdienstverleningstaat of valt met een betere focus op kerntakenen met de kwaliteit van de mensen.’ En daar zit‘m nu net de pijn: door de kaasschaaf dreigt bijde overheid juist een tekort aan mensen metde juiste kwalificaties. In het openbaar bestuurwerken relatief veel hoogopgeleiden: liefst 53procent is hoogopgeleid, tegen 28 procent vande werknemers in de marktsector.Loon hoogopgeleidenDe arbeidsmarkt voor hoogopgeleiden wordtechter een steeds kleinere vijver waarin steedsmeer werkgevers vissen. Want het einde vande groei van het aantal hoogopgeleiden is inzicht. Na 2020 wordt zelfs een krimp van deberoepsbevolking verwacht. Het openbaar bestuurmoet steeds harder concurreren om hetschaarse (jonge) talent met het bedrijfsleven.Theeuwes: ’De grootste uitdaging zit vermoedelijkniet in de grote uittocht of de vele bezuinigingen,maar in de grote wisseling van uitstromendpersoneel door nieuw personeel ineen omgeving van bezuinigingen en een steedskrapper wordende arbeidsmarkt.’


heid, vooral aan hoogopgeleide werknemers. Indie periode stegen de lonen van hoogopgeleidenbij de overheid in drie jaar tijd gemiddeldmet 17 procent, terwijl de lonen van vergelijkbarewerknemers in vergelijkbare functies in demarktsector met 28 procent toenamen. Ook inde periode daarna stegen de lonen in de marktsectorharder dan bij de overheid. In negen jaartijd is de loonontwikkeling van hoogopgeleidenbij de overheid daardoor 19 procentpunten achtergebleven:39 procent tegenover 58 procent(zie figuur). In het openbaar bestuur is de achterstandin loonontwikkeling nog beperkt gebleventot 12 procentpunten (44 procent om 56procent).‘Maar’, nuanceert Berkhout, ‘loon alleen is natuurlijkniet doorslaggevend voor werknemersbij de keuze van een baan. De overheid wordtdoor de huidige bezuinigingsronde en de achterblijvendelonen van hoogopgeleiden eenminder aantrekkelijke werkgever. Daarmee wilik niet zonder meer pleiten voor hogere ambtenarenlonen.Maar de overheid moet zich wel realiserendat haar uitgangspositie op de arbeidsmarktniet denderend is en dat de arbeidsmarktéén markt is, waar lonen als gevolg van vraag enaanbod tot stand komen.’‘Door de kaasschaaf dreigt bij deoverheid een tekort aan mensenmet de juiste kwalificaties.’Het salaris zal werknemers dan waarschijnlijkniet over de streep trekken. Het loon van hoogopgeleidenbij de overheid steeg tussen 1996 en2005 weliswaar gemiddeld met 39 procent, zoblijkt uit onderzoek van SEO EconomischOnder zoek, maar, dat is minder dan het loonvan vergelijkbare werknemers in vergelijkbarefuncties in de marktsector, dat met 58 procenttoenam (zie figuur). In 2005 konden hoogopgeleidenin de publieke en private sector noggemiddeld hetzelfde verdienen. OnderzoekerErnest Berkhout: ‘Weliswaar heeft de marktsectorde achterstand ingehaald, maar als dat wordtdoorgezet komt de overheid op achterstand.Ambtenaren hebben gemiddeld genomen decao-salarisverhogingen van de marktsectorgevolgd. In die zin staan ze dus gelijk met demarktsector. Maar de werkelijk verdiende lonenin de marktsector stijgen veel harder dan die inde overheidssector.’ Daardoor wordt de doelstellingvan de overheid, om concurrerend te zijnen blijven op de arbeidsmarkt, niet gehaald.‘De overheid baseert haar loonruimte op degemiddelde ontwikkeling van cao-lonen in demarktsector’, licht Berkhout toe. ‘De feitelijkelonen in de marktsector zijn tussen 1996 en2005 echter harder gegroeid, vanwege een stijgendeindividuele looncomponent. En die isvooral aan hoogopgeleiden ten goede gekomen.Omdat de overheid bij de verdeling van haarloonruimte geen onderscheid maakt naar functieniveau,zijn vooral de lonen van hoogopgeleidenminder snel gestegen dan in de markt.De loonontwikkeling van laagopgeleiden heeftdaarentegen gelijke tred gehouden met demarktsector.’Vooral eind vorige eeuw zijn in de marktsectorbovenop het cao-loon meer eenmalige beloningenen periodieken verstrekt dan bij de over-Wat kan de overheid dan doen om meer hogeropgeleiden aan te trekken? Daar is geen eensluidendantwoord op, aldus Berkhout. ‘Hoemeer hoogopgeleiden en hoe meer vergrijzing,hoe manifester het probleem. Maar hoger loonkan nooit alleen soelaas bieden, want die raceverliest de overheid altijd. Die hebben geenwinstuitkeringen en auto’s van de zaak als deconjunctuur een keer meezit.’‘De overheid zou meer reclame kunnen makenvoor haar non-monetaire voordelen’, stelt Berkhout.Zoals de inhoud van het werk. Op datgebied kan zij zich meestal onderscheiden vande marktsector. Maar voor overheidstaken dieinhoudelijk concurreren met de marktsector,zal het salaris eerder doorslaggevend zijn bijde keuze voor een baan bij de overheid of in demarktsector. Gelukkig is het salaris voor hoogopgeleidestarters wel belangrijk, maar niet hetallerbelangrijkste. Affiniteit met het werk staatvoor hen voorop, zo blijkt ieder jaar weer uit onsStudie & Werk-onderzoek. Daar zou de overheidhoop uit kunnen putten.’ •E. Berkhout, S. van der Werff, A. Heyma: Hetverdiende loon? In opdracht van het ministerievan Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties(SEO-rapport 2010-39).5


Hypotheekregulering kan effectieverDe huidige regulering op de hypotheekmarkt dekt alle problemen op de markt af.Maar die regels kunnen effectiever. Dat blijkt uit onderzoek van SEO Economisch Onderzoekin opdracht van De Nederlandse Vereniging van Banken.6Minister van Financiën Jan Kees de Jager(CDA) kondigde aan dat er per 1 augustus geennieuwe 100 procent aflossingsvrije hypothekenmeer mogen worden afgesloten. Zo wil hijconsumen ten beschermen tegen overkreditering.Het nieuwe beleid is mede gebaseerd ophet SEO-onderzoek Publieke belangen en hypotheekregulering.De maatregelen zijn nodig omdat in Nederlandveel mensen meer geleend hebben dan hunhuis waard is. Dat gaf tot 2008 weinig problemen,want de huizenprijzenzaten in de lift. Maar dat isin het huidige economischeklimaat niet meer het geval:de huizenprijzen dalen.Onderzoeker Marco Kerste:‘Mensen met een hoge aflossingsvrije hypotheekdie willen of moeten verhuizen, lopendan een hoog restschuld risico. De waarde vanhun woning bij verkoop is mogelijk niet voldoendeom de hypotheek af te lossen. Daarnaastkan een gebrek aan aflossing aan het einde vande looptijd een steeds groter probleem gaanvormen met het oog op het versoberende pensioenstelsel.’De AFM wilde dit probleem in eerste instantieaanpakken door te eisen dat de hypotheek maximaal112 procent van de waarde van het huisvertegenwoordigt. Bovendien zouden huizenbezittersde twaalf procent tophypotheek binnenzeven jaar moeten aflossen. Het onderzoekmaakt echter duidelijk dat dat laatste voorstelernstige repercussies kan hebben. Voor startersen laagopgeleiden impliceert het hoge betalingsrisico’s.Immers, de hypotheeklasten inde eerste jaren stijgen fors door de maatregel,juist in een periode dat deze groepen nog eenrelatief laag inkomen genieten. Dat vergroot dekans dat ze hun hypotheekverplichtingen nietkunnen nakomen. Dit staat haaks op de normaleinkomensontwikkeling, waarin starterslater in hun carrière naar verwachting meergaan verdienen.Het curieuze is dat sommige maatregelenhet afsluiten van hoge hypotheken beperken,terwijl andere dit gedrag juist bevorderen.’Een betere manier om het restschuldrisico tebeperken dan de twaalf procent tophypotheekin zeven jaar af te lossen, is om maximaal 50procent van de hypotheek aflossingsvrij te maken.Kerste: ‘Daarmee dek je wel het restschuldrisicoaf, maar spreid je de extra lasten over delooptijd van de hypotheek en beperk je het betalingsrisicouit het AFM-voorstel.’ Deze conclusieuit het onderzoek is nu ook in de nieuwe,door de banken, het ministerie en de AFM geadopteerdeGedragscode Hypothecaire Financieringopgenomen, zij het met een maximaletop van tien in plaats van twaalf procent.De nieuwe gedragscode is onderdeel van eenbreed pakket aan (bestaande) overheidsreguleringop de hypotheekmarkt, waarvan een deelerop is gericht om huishoudens te beschermentegen het nemen van te grote financiële risico’s.De vraag is of de bestaande regulering de consument,de overheid en de geldverstrekkersvoldoende tegen de risico’s beschermt. Ja, zoblijkt uit het onderzoek van SEO EconomischOnderzoek. De meeste publieke belangen zijnafgedekt door de huidige regelgeving. Maar,waarschuwen de onderzoekers, dat wil niet perse zeggen dat deze regels ook altijd (alleen) hetgewenste effect hebben.‘Het curieuze is’, aldus onderzoeker Peter Risseeuw,‘dat sommige maatregelen het afsluitenvan hoge hypotheken beperken, terwijl anderedit gedrag juist bevorderen.’ Zorgplicht en provisie-en transparantieregels moeten ervoor zorgendat hypotheekadviseurs hun klanten eenpassend advies geven. Aan de andere kant zijner maatregelen die consumenten juist stimulerenom te lenen en/of niet af te lossen, zoalsde hypotheekrenteaftrek. Die paradox kan onbedoeldeeffecten met zich meebrengen, zoalshet voorbeeld van de tophypotheek laat zien.De maatregelen om het topgedeelte in de eerstezeven jaar af te lossen beoogden immers om deconsument te beschermen tegen het restschuldrisico.Echter, diezelfde maatregelen zouden hetrisico vergroten dat laagopgeleiden en startershun hypotheekverplichtingen niet kunnen nakomen.Risseeuw: ‘Het is dan ook terecht datdit voorstel niet terugkomt in de gedragscode.’


Minder kosten van wanbetaling8Wie de Nederlandse klassieken kent, is bekend met de gerechtsdeurwaarderA.B. Dreverhaven in de roman Karakter van Ferdinand Bordewijk.Dreverhaven is een bullebak en mede door dit boek is het onsympathiekebeeld van de gerechtsdeurwaarder als meedogenloze uitvoerder van eengerechtelijk vonnis bij het grote publiek blijven hangen. Ondertussen isNederland al lang niet meer de klassenmaatschappij die wordt geschetstin de roman van Borderwijk en is de omgang van gerechtsdeurwaardersen schuldenaars veel zakelijker en professioneler.Uit het recente SEO-rapport Kosteneffectiviteit domeinmonopolie gerechtsdeurwaarder,over de rol van de gerechtsdeurwaarder in de samenlevingblijkt dat het nog altijd beter kan. Beter in de zin van kosteneffectiever. Degerechtsdeurwaarder speelt een centrale rol bij het gerechtelijk incassovan onbetaalde rekeningen of andere vorderingen. Bijdie invorderingsprocedures horen ambtshandelingendie alleen de gerechtsdeurwaarder mag uitoefenenen die daarmee tot het zijn domeinmonopolie behoren.De boodschap van het rapport is volgensonderzoeker Barbara Baarsma: ‘dat sommigeambtshandelingen binnen het domeinmonopolievan de gerechtsdeur waardersgoedkoper kunnen worden uitgevoerd,zonder daarbij tekort te doen aan de kwaliteiten de rechtszekerheid. Dat is watwordt bedoeld met kosten effectiviteit.’Wat volgens projectleider Jules Theeuwesopvalt bij het inspecteren van het domeinmonopolievan de gerechtsdeurwaarder isdat er ‘in wezen twee belangrijke soortenambtshandelingen zijn, namelijk het dagvaardenen exploten van betekening en hetdwang uitoefenen.’ In het eerste geval meldt degerechtsdeurwaarder aan de schuldenaar dat hijvoor de rechter moet verschijnen, of laat hem wetendat de rechter een uitspraak heeft gedaan. De tweedesoort ambtshandeling heeft te maken met het uitvoeren vande rechterlijke uitspraak, bijvoorbeeld het leggen van beslag op het loonof een uitkering. Baarsma: ‘Belangrijk onderscheid is dat het eerste alleenmaar gaat over het brengen van een boodschap, het verschaffen vaninformatie en dat het tweede gepaard gaat met dwang uitoefenen, iets watin een democratische samenleving wettelijk alleen door de overheid mag.’Bij het uitoefenen van dwang is de gerechtsdeurwaarder ook het verlengdevan de overheid. Het brengen van een boodschap is van een heel andereorde en zou je anders kunnen organiseren, buiten het domeinmonopolievan de gerechtsdeurwaarder. Een voorstel hoe dagvaarden en explotenvan betekeningen anders kan, wordt in het rapport uitgewerkt. Theeuwesvult aan dat die tweedeling in dagvaarden en beteken versus dwang uitoefenenin alle landen terug te vinden is. Maar voegt hij eraan toe: ‘opvallendis dat in alle landen dwang uitoefenen zonder uitzondering tot hetdomeinmonopolie van de gerechtsdeurwaarder wordt gerekend, maar datSommige ambtshandelingen binnen het domeinmonopolievan de gerechtsdeurwaarders kunnengoedkoper worden uitgevoerd, zonder daarbij tekortte doen aan rechtszekerheid.landen onderling verschillen wat betreft de ambtshandeling dagvaardenen betekenen. In Nederland en België behoort het wel tot het domeinmonopolie,maar bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland niet.’In het rapport wordt doorgerekend wat het zou schelen als de ambtshandeling‘dagvaardingen en exploten van betekening’ van de gerechtsdeurwaardervervangen wordt door het sturen van een aangetekende brief metontvangstbevestiging. Waarbij altijd kan teruggevallen worden op het huidigearrangement met de gerechtsdeurwaarders voor de hardnekkige gevallenvan schuldenaars die de aangetekende brief weigeren in ontvangstte nemen. Theeuwes: ‘Het gaat daarbij om een eerste verkenning vande orde van grootte van de kostenbesparing’. De kostenbesparingis per geval behoorlijk groot, een aangetekende brief kost8,15 euro terwijl de vergelijkbare gerechtsdeurwaarderkostenongeveer 74 euro zijn. ‘Het gaat om honderdduizenden gevallen per jaar’ aldus Baarsma, ‘dattikt aan en we hebben het dan ook over eenjaar lijkse besparing van om en nabij de 60miljoen.’Het tweede rekenvoorbeeld in het rapportbecijfert de potentiële kostenbesparingenvan de invoering van een vereenvoudigdegerechtelijke procedure voor niet-betwisteincasso’s. In heel veel gevallen gaan incasso’sover rekeningen die niet wordenbetaald, maar waarbij niet betwist kanworden dat de debiteur een verplichtingheeft om te betalen, omdat zijn handtekeningop het contract staat. Denk aan huurschulden,studieschulden en schulden bijpostorderbedrijven. Dit soort onbetwiste vorderingenkomt relatief vaak voor en gaat niet altijdover enorme bedragen. De huidige gerechtelijke proceduremet inschakeling van gerechtsdeurwaarders is teomslachtig en kan vervangen worden door een veel simpelerprocedure zonder gerechtsdeurwaarder en waarbij ook de tussenkomstvan de rechter tot het strikte minimum wordt teruggebracht. Een dergelijkevereenvoudigde procedure is al mogelijk voor internationale vorderingenbinnen de Europese Unie. Het rapport concludeert dat deze vereenvoudigdejuridische procedure ook binnen Nederland ingevoerd zoumoeten worden. Uit de berekeningen blijkt dat hiermee jaarlijks meer danhonderd miljoen euro kan worden uitgespaard.De kosten van de ambtshandelingen van de gerechtsdeurwaarder zijneen onderdeel van de maatschappelijke kosten van wanbetaling. VolgensBaarsma is ‘wanbetaling onvermijdelijk in economie, maar wat je welkan doen is streven naar zo laag mogelijke kosten van dit euvel.’ ‘Zonderdat dit de kwaliteit of rechtszekerheid aantast’, vult Theeuwes aan. WatDreverhaven van deze voorstellen zou vinden, staat niet in het boek vanBordewijk. •B. Baarsma, J. Theeuwes. M.m.v. M. Barendrecht: Kosteneffectiviteitdomeinmonopolie gerechtsdeurwaarders. In opdracht van DAS(SEO-rapport 2010-81).


Kunstenaars en musici hechtenwaarde aan auteursrecht ineen digitale omgeving. Dat blijktuit onderzoek onder ruim 4.000mensen met een creatief beroep.De meningen verschillendesondanks sterk.Veel kunstenaarsen musici zien digitaliseringals bedreigingDigitale distributie van hun werk zien de meestemakers eerder als een bedreiging dan als eenkans, zo blijkt uit het onderzoek van SEO EconomischOnderzoek. Dat geldt zowel voor hetdownloaden van auteursrechterlijk materiaalzonder toestemming (filesharing) als creatiefhergebruik van hun werk (remixing). Er moetdan ook harder opgetreden worden tegen consumentenen websites waar consumenten gratismuziek downloaden, vindt een meerderheid.Ook de onderhandelingspositie ten opzichtevan opdrachtgevers en exploitanten vindende meeste kunstenaars en musici ‘zwak’. Welbeoordelen zij de ‘collectieve beheersorganisaties’,zoals Buma/Stemra, Sena, Norma Normaen Lira, positief. Deze cbo’s regelen collectiefgoed wat ze individueel niet kunnen, vinden demeesten.De meningen verschillen desondanks sterk.De onderzoekers maakten onderscheid tussenzeven typen makers en uitvoerenden. Digitaleontwikkelingen hebben relatief weinig invloedop de activiteiten van de ‘digitaal resistenten’:regisseurs, ontwerpers en beeldend kunstenaars.De zogeheten handhavers zien weliswaarkansen in digitale ontwikkelingen, maarvinden de bedreigingen minstens zo groot.‘Generatie 2.0’ ziet juist kansen in filesharingen remixing. Deze groep is relatief jong en voeltzich financieel niet of nauwelijks bedreigd doordigitale ontwikkelingen. De muziekwereld isoververtegenwoordigd in deze groep. En dat isopvallend aangezien de muziekwereld grondigis veranderd door digitalisering. Waarschijnlijkkomt dat doordat hun inkomsten voor het grootstedeel uit gages komt, en niet uit rechten.De ‘analoge generatie’ – waaronder veel auteurs,journalisten, fotografen en vertalers –ziet daarentegen weinig brood in digitalisering.Deze groep is relatief oud, werkt veel en heeftvaak te maken met een negatieve inkomensontwikkeling.De muziekwereld is ondervertegenwoordigdin deze groep, evenals regisseurs,scenaristen en beeldend kunstenaars. De ‘digitaledebutanten’ zien kansen in digitale ontwikkelingen,maar weten nog niet zo goed hoe zijdeze kansen moeten benutten. Onder hen zijnveel scenaristen, acteurs en regisseurs, veelalouder dan 45 jaar.‘Verontruste jongeren’ lijken in leeftijd en professioneleachtergrond op generatie 2.0 maarstaan aanzienlijk negatiever tegenover digitalisering. Hun inkomsten bestaan vooral uitgages, en zij kampen met een negatieveinkomens ontwikkeling. De ‘zelfbewuste makers’,ten slotte, verdienen hun brood vooraldoor exploitatie in eigen beheer en werken zeldenin dienstverband. Oververtegen woordigdzijn fotografen, beeldend kunstenaars, tekenaarsen ontwerpers. Zij zijn beducht voorfilesharing en remixing, maar zien desalnietteminveel kansen in digitale ontwikkelingen.Hun inkomensontwikkeling is relatief gunstig.Onderzoeker Joost Poort: ‘Onder de gemiddeldeopvattingen van makers en uitvoerend kunstenaarsligt dus een verscheidenheid aan opinies.Leeftijd is daarbij de belangrijkste scheidslijn,maar het doet geen recht alles af te doen alseen generatieconflict. Zo zijn ook opleiding,inkomen en creatieve discipline duidelijk vaninvloed.’ •J. Weda, I. Akker, J. Poort, P. Rutten, A. Beunen.M.m.v. P. Risseeuw: Wat er speelt. In opdrachtvan WODC (SEO-rapport 2011-17).9


Meer marktwerking nodig op CuraçaoEr is veel winst te behalenmet effectievere concurrentieop Sint Maarten en Curaçao,de nieuwe landen binnen hetKoninkrijk. Hoe ziet effectiefmededingingsbeleid voor dezekleine eilandeconomieën eruit?Dat onderzoekt SEOEconomisch Onderzoek.Curaçao en Sint Maarten zijn eilanden met eenheel eigen economisch karakter, cultuur enpolitiek-bestuurlijke omgeving. Sinds ‘10-10-10’zijn het autonome landen binnen het Koninkrijkder Nederlanden. Vanaf 2005 is er gewerktaan een gezonde financiële en economischestartpositie voor de nieuwe landen, onder meerdoor de schuldsanering en door het SociaalEconomisch Initiatief (SEI), dat per eiland uitdiverse projecten bestaat.SEO Economisch Onderzoek voert in dat kadervoor zowel Sint Maarten als Curaçao onderzoekuit naar passend mededingingsbeleid. Hoe zieteffectief mededingingsbeleid voor deze kleineeilandeconomieën eruit?Hoewel beide onderzoeken nog in volle gangzijn, valt een aantal zaken op. Koert van Buiren,hoofd cluster Markt & Overheid bij SEO EconomischOnderzoek: ‘Uit de onderzoeken blijktdat er in vrijwel alle markten iets mis is metconcurrentie. En dan met name in de conditiesdie de overheid er zelf schept, waardoor concurrentieveel minder effectief is dan zou kunnenzijn. Daarnaast leidt de beperkte omvang vaneilanden veel vaker tot monopolistische of oligopolistischemarktstructuren. Ook is er meersprake van verwevenheid tussen de politiekebesluitvorming en de gevestigde economischebelangen, maar ook tussen ondernemers dieconcurrenten van elkaar zijn.’Daardoor kom je eerder in een grijs gebied.Hoewel de stap naar een mededingingsautoriteiteen grote is, is er juist op deze eilandenveel winst te behalen met een onafhankelijkebewaker van gezonde concurrentie. Niet alleenis een cruciale eigenschap van kleine eilandeconomieënde hoge mate van concentratie inde meeste markten, er is ook regelgeving diedeze concentratie in de hand werkt. Zoals in de10


en Sint Maartenmarkt voor geneesmiddelen. Van Buiren: ‘Dehuidige regelgeving beschermt de importeurstegen concurrentie op de importmarkt voor geneesmiddelen.En dat heeft z’n weerslag op dezorgkosten.’Ook is het zaak om juridische toetredingsbarrièreszoveel mogelijk weg te nemen. ‘Zo is ernu een Wet vestigingsvergunning’, aldus VanBuiren. ‘Buitenlandse bedrijven kunnen geweigerdworden wanneer toetreding ‘het algemenebelang’ schaadt. Dat zou veranderd kunnenworden in een wet die stelt dat bedrijvenin principe mogen toetreden, mits er dringenderedenen zijn dat niet te doen omwille van de gezondheidof de veiligheid.’Bovendien werkt sommige bestaande wetgevingnu contraproductief. ‘Levensmiddelen zijnduur op Curaçao en Sint Maarten. Daarom steltde regering maximumprijzen vast voor bepaaldeeerste levensbehoeften. Ons onderzoek toontaan dat dat juist prijsverhogend werkt’, aldusVan Buiren.Meer marktwerkingEffectief mededingingsbeleid zou zich al met almoeten richten op het slechten van toetredingsbarrières,het creëren van een gelijk speelvelden regulering van natuurlijke monopolies. VanBuiren: ‘Naast het vrijgevenvan markten isgoed en onafhankelijktoezicht nodig. Maarjuist door de genoemdeschaaleffecten zou dat toezicht in een kleineeconomie wel eens aanzienlijk lastiger kunnenzijn dan in een grotere. Een mededingingsautoriteitop Curaçao en St. Maarten zal veel meerdan bijvoorbeeld de NMa, de balans moetenzoeken tussen enerzijds het toestaan van bedrijvendie groot en geïntegreerd genoeg zijn omop minimum-efficiënte schaal te produceren,‘In vrijwel alle markten is er ietsmis met de concurrentie.’en anderzijds het voorkomen van misbruik vaneconomische machtsposities.’Dat realiseert Van Buiren zich terdege: ‘Overheidsingrijpenin het algemeen, en mededingingstoezichten regulering in het bijzonderkan ook falen. Het scheppen van de conditiesdie moeten bijdragen aan welvaartsoptimalisatieis in een kleineeconomie als Curaçaominstens zo ingewikkeld,zo niet nog ingewikkelder,dan ingrotere economieën. Maatregelen die beziendoor onze bril aantrekkelijk zijn, kunnen in depraktijk van kleine eilanden in een heel anderdeel van de wereld met een eigen ‘way of doingbusiness’ onwerkbaar of onacceptabel zijn.Daarmee moeten we bij het vertalen van de onderzoeksresultatennaar een advies over het mededingingsbeleidscherp rekening houden.’ •11


De Associate degree voorziet in een behoefte.De onderwijsvorm vult het gat tussen een mbo- eneen vierjarige bacheloropleiding. De korte duur isaantrekkelijk voor werkenden en mbo’ers, net als demogelijkheid om na afstuderen in twee jaar de hbobachelorte behalen.Associate degreevergroot deelnamehoger onderwijsDat blijkt uit onderzoek van SEO Economisch Onderzoek tussen 2006 en 2010 naarde pilots Associate degree. De Associate degree zorgt voor extra deelname aan hethoger onderwijs. Dat is wenselijk, want Nederland staat een tekort aan hoogopgeleidente wachten in de nabije toekomst. Een Associate degree is een tweejarig onderdeelvan een vierjarige bacheloropleiding, maar heeft een eigen graad: de Associatedegree.De instroom is de afgelopen vier jaar gegroeid, van circa 450 studenten in het studiejaar2006/2007 tot ruim 2200 in 2009/2010. Associate degree-programma’s zijn er invele soorten en maten. Relatief veel studenten volgen het programma Managementin de zorg en Small business, Accountancy and Retail management. Daartegenoverstaan de kleinere, specifieke opleidingen als Civiele techniek directievoering en Dirigent.Ongeveer de helft van de studenten volgt het Associate degree-programma induale vorm of in deeltijd. De meesten van hen komen vanuit een werksituatie. Circaeen kwart van de Associate degree-studenten komt rechtstreeks van het mbo.De studenten zijn tevreden over de Associate degree. Zij kiezen ervoor vanwegede korte duur, het officiële diploma en de mogelijkheid verder te gaan met de hbobacheloropleiding.De Associate‘De Associate degree leidt niettot verdringing van hbo-bachelorstudenten.’degree leidt niet tot verdringingvan hbo-bachelor-studenten. Dehelft van de Associate degreestudentenwas weliswaar eerstvan plan een bacheloropleidingte doen, maar na de Associate degree stroomt ook de helft door. Zo blijft het aantalbachelorstudenten op lange termijn ongeveer gelijk. Tegelijkertijd zijn de afgestudeerdendie met een Associate degree de arbeidsmarkt betreden pure winst.De arbeidsmarktpositie van mensen met een Associate degree is gunstig. Afgestudeerdenvinden in de meeste gevallen hun weg op de arbeidsmarkt. Het startsalarishoudt ongeveer het midden tussen dat van een mbo’er en dat van een hbo-bachelor.Wel werken ze vaker op basis van een een tijdelijk contract dan hbo-bachelors. Datheeft waarschijnlijk ook te maken met de onbekendheid van de Associate degree.Kennelijk kijken werkgevers liever even de kat uit de boom.Meer bekendheid zou de positie van mensen met een Associate degree op de arbeidsmarktkunnen verbeteren, aldus het onderzoek. Ook zorgt meer bekendheid naarverwachting voor meer instroom van studenten. Een definitieve invoering in hetberoepsonderwijs zou de Associate degree een verdere impuls geven. •Kader:MKBA’s, het CPB ende OEI-leidraadGrote infrastructuurprojecten roepen vaakheftige discussies op. Zo ontstond in de jarennegentig een heftig maatschappelijk debat overde Betuweroute. Verschillende onderzoeksbureauskwamen met verschillende prognoses overde rentabiliteit van de projecten. Deze gang vanzaken leidde bij de ministeries van Verkeer enWaterstaat en Economische Zaken tot de wensom onderzoek een betere rol te laten spelen. In1998 startten zij een groot ‘OnderzoeksprogrammaEconomische Effecten Infrastructuur’ waaralle transporteconomische onderzoeksbureausbij werden betrokken. Het eindresultaat wasde zogenaamde‘OEI-leidraad’, die stelt dat eenmaatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA)de beste onderzoeksmethode is. Het kabinetbesloot daarop om de MKBA verplicht te stellenvoor grote infrastructuurprojecten.Daarbij geldt dat MKBA’s die niet door hetCPB worden uitgevoerd, door het CPB wordengetoetst. De MKBA beschouwt alle effectenals economisch, in die zin dat ze de welvaartin brede zin beïnvloeden en zo mogelijk in geldworden uitgedrukt.‘Vaak wordt economen verwetendat zij mensenlevens in gelduitdrukken. Maar die afwegingmaken politici.’12D. de Graaf, E. van den Berg: Monitor Associate degree 2006-2010. In opdracht van hetministerie van OCW (SEO-rapport 2010-77).


Maatschappelijke kosten-batenanalysesvoor nieuwe onderwerpenMaar dat is nog niet het geval bij de ‘zachtere’en ‘nieuwe’ onderwerpen. Zo voerde SEO EconomischOnderzoek recent een MKBA uit voorwelzijnsprojecten. Koopmans: ‘Welzijns projectenbleken verrassend vaak te renderen’ (ziepagina 7).’ Ook verrassend: de MKBA naar de effectenvan een langer zwangerschapsverlof (zieTopics, december 2010). Langer verlof bleek ongunstigte zijn voor de arbeidsproductiviteit vanvrouwen, terwijl de gezondheidseffecten verwaarloosbaarbleken. ‘Dat had ik niet verwacht’,aldus Koopmans.Carl KoopmansSinds de invoering van de OEI-leidraad (zie kader)voeren verschillende onderzoeksinstitutenen consultants MKBA’s uit voor infrastructuurprojecten.‘Ze zitten daarbij vaak in een spagaattussen een deugdelijke MKBA en de wensenvan de opdrachtgever’, aldus Carl Koopmans.‘Het Centraal Planbureau toetst of de MKBAvolgens de OEI-leidraad is gebeurd. Het is goeddat die leidraad er is; die biedt handvatten voorgestructureerd onderzoek. SEO EconomischOnderzoek heeft de naam streng in de leer tezijn, net als het CPB. Maar we werken sneller enleggen meer nadruk op een heldere presentatie.’Zijn bij transportprojecten MKBA’s intussengemeengoed, en is er sprake van een uitgewerktemethodiek, dat is op andere gebiedennog lang niet het geval. Interessant vindt Koopmansde projecten in sectoren waar MKBA’snog niet gangbaar zijn. ‘Je ziet dat SEO EconomischOnderzoek vaak wordt gevraagd omkosten-batenanalyses te verrichten voor nieuweonderwerpen. Zoals recent de MKBA naar energietransitie(zie Topics, december 2010). In dezeMKBA werd voor het eerst door ‘harde economen’vastgesteld dat investeren in duurzameenergie loont. ‘Duurzaamheid’ bleek goed meete nemen in de MKBA. De MKBA hield daarbijrekening met prijsdalingen van duurzame energie.Door investeringen goed te timen, wordenze rendabel. Dergelijke analyses zijn essentieelvoor de politiek om goed afgewogen keuzes tekunnen maken.’Hoewel, sommige MKBA’s zijn niet echt nodig,stelt Koopmans. ‘Zo voorspelde ik daags voorde onthulling van een MKBA van de IJmeerverbinding:‘die MKBA valt negatief uit.’ Somsis het verstandig om vooraf een verkenning tedoen. Zo’n treinverbinding over het IJmeer isniet alleen duur, het ontsluit ook niet alle gebiedenin en rond Amsterdam. Het is nog maar devraag of mensen die werken op Schiphol of inAmsterdam-Zuidoost, de IJmeerbrug ook zoudengebruiken. Vooral doordat er veel ervaringis met MKBA’s op het gebied van infrastructuuris vooraf vaak al veel te zeggen over dergelijkeinvesteringsbeslissingen.’Ook de maatschappelijke kosten-batenanalysenaar brandveiligheid die SEO Economisch Onderzoekrecent uitvoerde, was deels onontgonnenterrein. Daaruit blijkt dat investeren in,zeg, rookmelders rendeert. ‘Dergelijke MKBA’sleveren vaak ethische discussies op’, aldusKoopmans. ‘Vaak wordt economen verwetendat zij mensenlevens in geld uitdrukken. Maardie afweging maken politici. Zij besluiten overzaken als de hoogte van een dijk of de aanlegvan een rotonde. Impliciet maken zij dan ookeen afweging tussen mensenlevens en de investeringen.De kans bestaat immers altijd, ook bijhoge dijken, dat een overstroming mensenlevenskost. Of dat er meer of minder verkeersdodenvallen. De samenleving maakt keuzes, deeconomen brengen de kosten en baten in kaart.’Koopmans: ‘Wanneer je in het verkeer bijvoorbeeldgratis rijstroken hebt en betaalstrokenaanlegt, en twintig procent van de mensenmaakt gebruik van die betaalstroken, dan kunje daaruit afleiden wat het de automobilistenwaard is. In de Verenigde Staten wordt zo dewaarde van sneller reizen berekend.’ Soms gaateen MKBA met een negatief resultaat toch door.‘Heel goed’, volgens Koopmans, ‘anders levenwe straks in een verlichte technocratie. Kostenbatenanalyseszijn een goed hulpmiddel, maarwelk gewicht je eraan hangt, dat is aan de politiek.’Wat Koopmans’ meest gedroomde MKBAis? ‘Mijn handen jeuken om de MKBA-methodiekvaker toe te passen bij ruimtelijke investeringen.Wat ga je waar bouwen en waarom?Of een gestructureerde evaluatie van het Vinexbeleid.Er is nog genoeg te doen.’ •13


Faits diversArbeid en OnderwijsAfgerond onderzoekActualisatie regionale arbeidsmarktcijfers en- prognose 2011, A. Heyma, P. Risseeuw,M. Volkerink. Opdrachtgever: Provincie Noord-Holland, SEO-rapport 2011-05.Monitor Associate Degree 2006-2010, D. deGraaf, E. van den Berg. Opdrachtgever: ministerievan OCW, SEO-rapport 2010-77.Tussenmeting versterking functiemix 2010,D. de Graaf, M. Volkerink. M.m.v. R. Dosker,A. Heyma. Opdrachtgever: ministerie vanOCW, SEO-rapport 2010-57.Publicaties en lezingenBerkhout, E., Berkhout, P. & Webbink, D. (2011).The Effects of a Dutch High School CurriculumReform on Performance in and After HigherEducation. De Economist, 159, (1), 41-61.Berkhout, E. (2011, 18 februari). De modernemigrant, een economische visie op arbeidsmigratie.Presentatie op expertmeeting RegionaleWoonvisie 2011-2020. Asten.Berkhout, E. (2011, 30 maart). Wat beweegt kennismigranten?Presentatie seminar arbeidsmigratieNIDI-NVD-CBS. Den Haag.Berkhout, E. (2011, 19 april). The deservedwage? Presentatie bij Centraal Planbureau, DenHaag.Heyma, A. (2011). Wat moet een kabinet metde onderkant van de arbeidsmarkt? Tijdschriftvoor Arbeidsvraagstukken, 27, (1), 94-96.Theeuwes, J. (2011). Ontwikkelingen op de arbeidsmarkten de implicaties voor toekomstighrm-beleid. Handboek HRM in de praktijk,aflevering 52.Theeuwes, J. (2011). Moeten we langer doorwerken?Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen,89, (2), 67-68.Theeuwes, J. (2011). Transities op de arbeidsmarkt.In: Dynamiek op de Nederlandse arbeidsmarkt:De focus op kwetsbare groepen, 36-39.CBS: Den Haag.Theeuwes, J. (2011). Het wantrouwen van hetloonmechanisme. In: Albert Jolink (red.), Ooggetuigenvan de crisis, 110-115. Sdu Uitgevers,Den Haag.Theeuwes, J. (2011, 7 april). Investeren in duurzameinzetbaarheid. Studiedag SER Nederlanden SER Vlaanderen, Antwerpen.Theeuwes, J. (2011, 26 januari). Bijdrage aanhet symposium over ‘Het Nederlandse Werkloosheidswonder’.Ministerie SZW, Den Haag.Kosten-baten & BedrijvigheidAfgerond onderzoekGroenbedrijven in tijden van crisis, R. Dosker,P. Risseeuw. Opdrachtgever: VHG Brancheverenigingvoor ondernemers in het groen,SEO-rapport 2011-04.Marktaandelen volmachtkanaal 2009, P. Risseeuw.Opdrachtgever: NVGA, SEO-rapport2010-56.milieueffecten in kosten-batenanalyses. TPEdigitaal,5, (1), 15-26.Koopmans, C. & Bijvoet, C. (2011). The Effectivenessof Regional Policy. In: W. Manshanden& W. Jonkhoff (eds.), Infrastructure ProductivityEvaluation. Springer, New York.Koopmans, C. & Oosterhaven, J. (2011). SCGEmodelling in cost-benefit analysis: The Dutchexperience. Research in Transportation Economics,31, (1), 29-36.Koopmans, C. & Tang, P. (2011, 11 Januari).Wie controleert het Vereveningsfonds? HetParool, 26.Willebrands, D. (2010). Risk Attitude and Profitsamong Small Enterprises in Nigeria. Presentatieop congres Ratio Institute. Stockholm.Lammers, J., Willebrands, D. & Hartog, J.(2010). Risk Attitudes and Profits among SmallEnterprises in Nigeria. Tinbergen Discussion Paper10-053/3. Tinbergen Institute, Amsterdam.PersonaliaPaul Koutstaal versterkt sinds 1 juni het clusterK&B. Hij is gespecialiseerd in milieu- en energievraagstukken.De afgelopen jaren was hijprogrammaleider bij het Centraal Planbureau.LuchtvaartAfgerond onderzoekHet economisch belang van korter vliegen,G. Burghouwt, J. Zuidberg. Opdrachtgever:LVNL. SEO-rapport 2011-02.14Heyma, A. & Theeuwes, J. (2011, 1 mei). Gij zultvrijwillig van baan veranderen. Me Judice, 4.Publicaties en lezingenKoopmans, C. (2011). Van zacht naar hard:Publicaties en lezingenBurghouwt, G. (2011, 3 februari). Over bad-


kuipen en catchment areas. www.luchtvaartnieuws.nlBurghouwt, G. (2011, 4 april). India.www.luchtvaartnieuws.nlLieshout, R., Veldhuis J. Burghouwt,G. Matsumoto, H. (2010). Estimation of RouteChoice Probabilities with regard to Passengersdeparting from Kyushu: Which Airport is thePrimary Hub to Kyushu Region? A viewpoint toEast Asia, 21, (4), 33-46.Suau-Sanchez, P. & Burghouwt, G. (2010). Thegeography of the Spanish airport system: spatialconcentration and deconcentration patternsin seat capacity distribution, 2001-2008. Journalof Transport Geography, 19, (2), 244–254.Veldhuis, J. (2011). The impact of airline networkstrategies for service quality of airports:the case of Amsterdam Schiphol and Paris. In:R. Macario & E. van de Voorde (eds.), Criticalissues in air transport economics and business,203-221. Routledge, London.Wit, J. de & Burghouwt, G. (2011). Towards amore efficient use of airport capacity at Europe’shubs. In: R. Macario & E. van de Voorde(eds.), Critical issues in air transport economicsand business, 234-250. Routledge, London.Markt en OverheidPublicaties en lezingenBaarsma, B. & Buiren, K. van (2010). Marktafschermingbij forensisch onderzoek, EconomischStatistische Berichten, 95 (4599), pp.758-761Buiren, K. van & Baarsma, B. (2011, 20 januari).Pas marktregels voor overheid beter aan. HetFinancieele Dagblad, 8.Buiren, K. van & Gerritsen, M. (2011, 12 mei).Ov-aanbesteding is niet voldoende. Het FinancieeleDagblad, 7.Mededinging en ReguleringDe schat van de stad, G. Marlet, J. Poort & C.van Woerkens. Opdrachtgever: de NederlandseMuseumvereniging, SEO-rapport 2011-23.Addendum waarde commerciële radiovergunningen,J. Poort, M. Kerste, I. Akker & J. Prins.M.m.v. S. van Wijnbergen. Opdrachtgever:ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie,SEO-rapport 2011-09.Investeren in brandveiligheid, I. Akker, B. Tieben,J. Bos & M. van der Veen. Opdrachtgever:mini sterie van Veiligheid en Justitie, SEOrapport2010-78.Van teelt tot schap, R. van der Noll, B. Baarsma& N. Rosenboom. Opdrachtgever: Frugi Venta,SEO-rapport 2010-74.Assessing the economic contribution of thecopyright-based industries, R. van der Noll,J. Poort. Opdrachtgever: the Computer &Communications Industry Association, SEOrapport2010-63.Uitwerking arbeidsovereenkomstenfonds op depostmarkt, B. Baarsma & S. van Wijnbergen.M.m.v. J. Weda. Opdrachtgever: WerkgeversverenigingPostverspreiders Nederland, SEOrapport2011-12.Publicaties en lezingenBaarsma, B.E. (2010). Kabinet Rutte laatmarktwerking links liggen. Over de positie vanmarktwerking in het regeerakkoord. Tijdschriftvoor Openbare Financiën, 42, (4), 246-256.Baarsma, B.E. & Theeuwes, J., m.m.v. Barendrecht,M. (2011). Domeinmonopolie gerechtsdeurwaarderis te duur. Nederlands Juristenblad,86, (8), 479-485.Baarsma, B. & Theeuwes, J. (2011). Naschriftbij Domeinmonopolie gerechtsdeurwaarder iste duur. Nederlands Juristenblad, 18, (479), 919.Baarsma, B. (2011). Vrees voor kartelverbodbelemmert kwaliteitsverbetering ziekenhuiszorg;Verzekeraar kan impasse doorbreken.Zorgvisie, 41,(3), 34-35.Baarsma, B. (2011, 7 februari). Eurozone moetachterdeur openzetten. Column voor televisieprogrammaTegenlicht.Baarsma, B. & Risseeuw, P. (2011, 12 maart).Les uit 1960 over omgang met complexe financiëleproducten; Lappendeken van regels nietnodig om klant te beschermen. Het FinancieeleDagblad, 28.Baarsma, B. (2011, 29 maart). Overheid faalt enkiest op postmarkt voor deelbelang – Onmogelijkvoor nieuwe postbedrijven om volwassenplek op postmarkt te verwerven. Het FinancieeleDagblad, 9.Baarsma, B. (2011, 17 maart). Economischperspectief op overheidsingrijpen – Wat is publiekbelang, workshop in het kader van de Dag vande wetgeving. Scheveningen.Baarsma, B. (2011, 19 mei). Rewriting antitrustlaw from an economic perspective, ICN annualconference, Special Project – Plenary CompetitionEnforcement and Consumer Welfare:Setting the Agenda. World Forum, Den Haag.Baarsma, B. (2011, 12 mei). Economisch perspectiefop woningcorporaties, keynote speech bij deIPD/aeDex Marktpresentatie. De Heerlickheijdvan Ermelo.Kerste, M. & Koopmans, C. (2011). Subsidie ofparticipatie bij woningbouw. Economisch StatistischeBerichten, 96, (4604), 122-124.Marlet, G., Poort, J., Woerkens, C. van (2011).De waarde van cultuur voor de stad. Inleidingin: Atlas voor Gemeenten 2011.Poort, J. (2011, 1 juni). File sharing: consumers,creators, welfare and business models, presentatieop congres Future of copyright in a digital era.European Parliament, Brussel.Tieben, B en Koopmans, C. (2011). Kostenen baten van duurzame energie. EconomischStatistische Berichten, 96, (4606), 172-174Tieben, B. (2011, 15 maart). The UnfulfilledPromise of the Swedish Revolution in the Developmentof Economic Theory, presentatie voorEconomic History Seminar. Stockholm Schoolof Economics.PersonaliaPer 1 juli vertrekt Joost Poort naar het Instituutvoor Informatierecht (IViR). Dr. Bert Tieben,thans senior onderzoeker in het cluster volgthem op als hoofd Mededinging en Regulering.Zorg en ZekerheidAfgerond onderzoekGemeentelijk re-integratiebeleid vergeleken,L. Kok & A. Houkes. Opdrachtgever: Raad voorWerk en Inkomen, SEO-rapport 2011-06.Kosten en baten van welzijn en maatschappelijkedienstverlening, C. Berden & L. Kok. Opdrachtgever:MOgroep Welzijn & MaatschappelijkeDienstverlening, SEO-rapport 2011-03.Kunnen kiezen in de AWBZ, A. Houkes, I. Akker& C. Berden. Opdrachtgever: ministerie vanEconomische Zaken, SEO-rapport 2010-34.De kosten van verruimen of loslaten van de numerusfixus, A. Houkes. Opdrachtgever: Raadvoor de Volksgezondheid & Zorg, SEO-rapport2010-82.Publicaties en lezingenAtlamaz, M., Berden, C., Peters, H., Vermeulen,D. (2011). Non-cooperative solutions forestate division problems. Games and EconomicBehavior, doi: 10.1016/j.geb. 2010.12.008Berden, C. & Kok, L. (2011). Gevolgen vanvraagfinanciering in kinderopvang. TPEdigitaal,5, (1), 81-96.15


Wie windzaait,zal stormoogstenbert tiebenDe Nederlandse beheerder van het hoogspanningsnet,staatsbedrijf TenneT, gaat miljardenextra investeren in net aangekochte Duitsenetten. De netbeheerder heeft dit jaar in Duitslandal zeven keer stroom afkomstig van windparkenop zee moeten afkoppelen, omdat hethoogspanningsnet het niet aankon. Soms waaithet letterlijk te hard. Let wel: dit is windenergiewaar de Duitsers veel subsidie voor hebbenbetaald.Bericht uit een ander buurland. In België is eenpolitieke rel uitgebroken door snel stijgendeenergierekeningen. Oorzaak: het ontsporendesubsidiebeleid voor zonne-energie.Subsidies voor groene energie wordenin Vlaanderen automatisch doorberekendin tarieven voor eindgebruikers.Nu de verkoop van zonnepanelen eenonverwacht succes is, valt de rekening bij huishoudensen bedrijven op de deurmat. In sommigegevallen wordt dit jaar voor energie tot 30procent meer betaald.In Nederland is het allemaal veel beter geregeld,toch? Was het maar waar. Stimuleringvan duurzame energie vraagt ook in ons landmiljarden aan subsidie. De belangrijkste regelinghiervoor – SDE+ – is door het kabinet Ruttegedefiscaliseerd. Dat is een mooi woord voor: ubetaalt de rekening voor groene energie straksdirect via de energierekening. Dit kost eenhuishouden volgens het ministerie van EconomischeZaken, Landbouw en Innovatie in 2015gemiddeld 25 euro per jaar.Maar wat als de ambities op het terrein vanduurzame energie niet worden niet gehaald?Krijgen we dan ‘Belgische toestanden’? Hetaandeel duurzaam in de totale energieproductieis nu zo’n 4 procent. Dat moet volgens Europeseafspraken in 2020 14 procent zijn. Volgens deramingen van ECN lukt dat in ieder geval nietmet het nu vastgestelde beleid. Het verschil iszelfs 8-procentpunt. Ik denk dat we de ministernog wel terugzien in de Tweede Kamer voor eenpittig gesprek over de energietarieven.Bij TenneT liggen ze er wakker van. Wat als deherfststormen straks ouderwets over het landrazen? Afschakelen of een hele dikke koperenplaat aanleggen? In beide gevallen gaat er veelgeld verloren: ‘Duitse toestanden’ liggen in hetverschiet.‘Wat als de herfststormen straksouderwets over het land razen?’Een directeur van TenneT noemt de plannenvoor windenergie op zee ‘economisch gezienniet erg handig. Het kan wel, maar het is kostbaar.Het is aan de maatschappij en de politiekom aan te geven of we dat willen.’ Hij raakt dekern van de zaak. Volgens berekeningen vanSEO Economisch Onderzoek loopt de betalingsbereidheidvan de Nederlandse samenlevingvoor 80 procent emissiereductie in 2050op tot maximaal 183 miljard euro, uitgedrukt ineuro’s van nu. Daar kun je heel wat windmolensvan betalen. Dat is ook nodig, want ondankstechnologische vooruitgang is ‘duurzaam’ nogsteeds flink duurder dan fossiele energie.Economische analyse kan beleidskeuzes in ditdossier ondersteunen. Baten van duurzameenergie, zoals voorzieningszekerheid en extrabanen, kunnen het kostennadeel compenseren.Maar, dan moeten de voordelen wel reëelzijn. Zeker voor aanmerkelijke investeringenzoals een stopcontact op zee, moeten nut ennoodzaak worden hardgemaakt, voordat we desamenleving belasten met de kosten van dezeinvesteringen. Dit betekent een koerswijzigingvoor de huidige reguleringssystematiek meteen grotere rol voor economische analyse aande start van het besluitvormingsproces. Eerstdenken, dan doen. •Bert Tieben(clusterhoofd Mededinging & Regulering)16Nederland telt nu twee windparken op zee meteen totaal vermogen van 228 megawatt. Dat vermogenmoet in 2020 zo’n 6000 megawatt zijn.

More magazines by this user
Similar magazines