11.07.2015 Views

Beleidsregels Gemeente Hengelo met betrekking tot Handhaving ...

Beleidsregels Gemeente Hengelo met betrekking tot Handhaving ...

Beleidsregels Gemeente Hengelo met betrekking tot Handhaving ...

SHOW MORE
SHOW LESS

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

<strong>Beleidsregels</strong> <strong>Gemeente</strong> <strong>Hengelo</strong><strong>met</strong> <strong>betrekking</strong> <strong>tot</strong><strong>Handhaving</strong> kwaliteitenBestuurlijke boetenWet kinderopvangRegio Twente 2009


<strong>Beleidsregels</strong> <strong>Gemeente</strong> <strong>Hengelo</strong><strong>met</strong> <strong>betrekking</strong> <strong>tot</strong><strong>Handhaving</strong> kwaliteitenBestuurlijke boetenWet kinderopvangRegio Twente 20092009.0121


Inhoudsopgave 31 1.1 Inleiding 41.2 Aanleiding <strong>tot</strong> vaststelling nieuw beleid 41.3 Toekomstige ontwikkelingen 52 De actoren 62.1 Exploitant 62.2 Ouder(s) 62.3 GGD, toezichthouder kinderopvang 72.4 <strong>Gemeente</strong>, handhaver kinderopvang 83 Procedure toezicht 93.1 Melding, registratie en inspectie 93.2 Signalering (mogelijke) overtredingen 104 <strong>Gemeente</strong>lijke handhavinginstrumenten 115 <strong>Handhaving</strong>s- en sanctiebeleid 125.1 Noodzaak ontwikkelen beleid/ beleidsregels 125.2 Toepassing beleid/ beleidsregels 125.3 Prioritering overtredingen 135.4 Vaststelling hersteltermijnen 135.5 Bandbreedtes boetes 135.6 Afwijkingmogelijkheden/ bijzondere omstandigheden 136 Nadere beschouwing/ uitgangspunten inzet diverse instrumenten 156.1 <strong>Handhaving</strong> ingeval van overtreding 156.2 Beboeting ingeval van overtreding 167 Divers 187.1 Klachten/ bezwaar/ beroep 187.2 Regionale regiegroep 187.3 Afkortingen/ begrippen 198 Matrix handhavings- en sanctiebeleid 208.1 Exploitatie zonder melding/ na melding zonder instemming GGD 208.2 Overtredingen kwaliteitseisen verantwoorde kinderopvang 218.3 Boetenormbedragen bestuurlijke boete 233


1.1 InleidingOp 1 januari 2005 is <strong>met</strong> de invoering van de Wet kinderopvang (Wk.) in de kinderopvangsector hetvergunningenstelsel vervangen door een meldingsplicht.De Wk. stelt regels voor:• dagopvang voor kinderen van 0 <strong>tot</strong> 4 jaar.• buitenschoolse opvang voor kinderen van 4 <strong>tot</strong> en <strong>met</strong> 12 jaar, vóór en na schooltijd en in deschoolvakanties.• gastouderopvang, zijnde een kleinschalige vorm van zowel dagopvang als naschoolse opvang. Eengastouder mag maximaal vier kinderen tegelijkertijd opvangen (exclusief de eigen kinderen).• ouderparticipatieopvang, waarbij de kinderen door tenminste één van de ouders van de opgevangenkinderen worden opgevangen. Aan deze vorm van opvang is geen betaalde kracht verbonden.• innovatieve gastouderopvang, een experimentele vorm van gastouderopvang, waarbij gelijktijdigmaximaal zes kinderen (exclusief de eigen kinderen) kunnen worden opgevangen.De Wk. gaat niet over vrienden-/familiediensten of een incidentele oppas (de zogenaamde informeleopvang). Ook gastouderschap voor een au-pair is niet mogelijk. Peuterspeelzalen en het ‘overblijven’van schoolgaande kinderen vallen evenmin onder de Wk.Landelijke kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang hebben gedetailleerde gemeentelijke regelgevingvervangen en gelden als minimumeisen waar door de exploitant niet van mag worden afgeweken.Van aanvullende kwaliteitseisen, opgenomen in de “<strong>Beleidsregels</strong> kwaliteit kinderopvang”, mag door deexploitant (beargumenteerd) worden afgeweken indien dit leidt <strong>tot</strong> gelijkwaardige of betere opvang.De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de kinderopvang ligt nadrukkelijk bij de exploitant. Geletop de (kwetsbare) doelgroep kan de door de exploitant in acht te nemen kwaliteit niet zonder eengedegen toezicht en handhaving door de overheid. In de Wk. is dan ook bepaald datkinderopvangorganisaties, de GGD en de gemeenten ieder een eigen verantwoordelijkheid hebben. Detoezichthouder GGD controleert op basis van landelijke kaders. De gemeente is eindverantwoordelijkevoor het toezicht op de naleving van de wet en voor de handhaving van de kwaliteit. Zij houdt eenregister bij van gemelde kinderopvang, stuurt de GGD aan en treedt, op basis van de wet en het doorB&W vastgestelde handhavingsbeleid, bestuurlijk op bij overtredingen. Dit optreden kan o.a. bestaan uithet geven van een aanwijzing, het toepassen van bestuursdwang en het opleggen van eenexploitatieverbod, dwangsom of boete.Door veertien samenwerkende Twentse gemeenten en de regionale GGD zijn bij de invoering van de wet,toezichtsafspraken gemaakt en vastgelegd in een overeenkomst. Verder is er gezamenlijk een (regionaal)handhavingsbeleid geformuleerd.Deze nota vervangt het huidige handhavingsbeleid zoals deze in <strong>Hengelo</strong> door het college is vastgesteld op22 mei 2006.1.2 Aanleiding <strong>tot</strong> vaststelling nieuw beleida. Sinds 3 april 2008 zijn een tweetal nieuwe ministeriële beleidsregels (OCW) van kracht, te weten debeleidsregels Kwaliteit kinderopvang en de beleidsregels Werkwijze toezichthouder kinderopvang.De laatste omvat 3 nieuwe toetsingskaders en 3 nieuwe inspectierapportmodellen (op elkeopvangsoort apart toegesneden). De belangrijkste veranderingen in het toetsingskader zijn datonder de nieuwe regels de beoordeling niet meer per (samengesteld) domein plaatsvindt maar perafzonderlijke kwaliteitsvoorwaarde en dat de beoordeling slecht/onvoldoende/voldoende vervangenis door onvoldoende/voldoende. Als nieuwe kwaliteitsvoorwaarde is onder meer ingevoerd hetprotocol Meldcode kindermishandeling. Daarnaast zijn de regels voor gastouderopvangaangescherpt. De wijzigingen in de <strong>Beleidsregels</strong> kwaliteit en de nieuwe wijze van toetsen enbeoordelen zorgen dat de aansluiting <strong>met</strong> het vastgestelde handhavingsbeleid niet meer volledig is.b. Een ambtelijke evaluatie van het regionale handhavingsbeleid in december 2007 leidde naast eenaantal procedurele aanpassingen <strong>tot</strong> de wens om een overtreding van het domein: leidster-kindratioeen hogere prioritering te geven.4


c. Op eenzelfde wijze als bij de invoering van de wet heeft een regionale werkgroep gekeken naarnoodzakelijke en anderszins gewenste aanpassingen van het beleid. Daarbij is het VNG handboek“Kwaliteit handhaven in de kinderopvang/ op weg naar een transparant handhavingsbeleid” en hetnieuwe afwegingsmodel van 13 juni 2008, “<strong>Handhaving</strong> Wet kinderopvang” betrokken.Op onderdelen is echter ook afgeweken. De belangrijkste daarvan is dat de 3 toetsings- enhandhavingskaders voor de 3 verschillende soorten opvang in regionaal verband weer zijnteruggebracht <strong>tot</strong> 1. Dit ter wille van de overzichtelijkheid en de werkbaarheid in en voor depraktijk. Daarnaast heeft de VNG, ondanks toezeggingen, nog geen afwegingsmodelBoetebeleidsregels <strong>met</strong> daarin de geïndiceerde bestuurlijke boete per overtreding ontwikkeld. Eendergelijke VNG-aanvulling wordt eerst in de loop van volgend jaar verwacht.d. Het geformuleerde kader bevat enerzijds de te stellen prioriteiten maar geeft anderzijds ookhandvatten wat te doen bij welke overtreding. Het gaat hierbij nadrukkelijk om eenafwegingsmodel. Op elke overtreding moet weliswaar een reactie volgen maar dat zal niet steedseen intensief handhavings-en/of sanctioneringtraject behoeven te zijn. Er zijn ook anderszinsmogelijkheden zoals een waarschuwing en/of een adequate voorlichting.1.3 Toekomstige ontwikkelingenNaar verwachting wordt in het kader van de harmonisatie van kinderopvang en peuterspeelzaalwerk enop basis van landelijke kwaliteitseisen, de verantwoordelijkheid voor toezicht en handhaving bijpeuterspeelzalen in 2010 eveneens bij de gemeenten en GGD-en gelegd.Voor gastouderbureaus blijft er een rol binnen de wet Kinderopvang, maar zij zullen aan strengere eisenworden onderworpen om misbruik en oneigenlijk gebruik tegen te gaan. Zo komt er een verplichteregistratie van gastouders/opvangouders en worden er eisen gesteld aan de verhouding tussen hetaantal beroepskrachten werkzaam bij het gastouderbureau en het aantal aangeslotengastouder/opvangouders. Dit staat in het wetsvoorstel Gastouderopvang waarmee de ministerraad op19 december 2008 heeft ingestemd. De wet maakt twee vormen van gastouderopvang mogelijk:minicrèches (professionele kleinschalige opvang) en thuisopvang (informele opvang); elk ook <strong>met</strong> eeneigen maximumuurtarief. De wet treedt naar verwachting per 1 januari 2010 in werking.5


2 De actoren2.1 ExploitantVoordat <strong>met</strong> de exploitatie kan worden gestart moet de exploitant zich melden bij de gemeente. Hijmoet vestigingsgegevens en andere gegevens die belangrijk zijn voor het toezicht of informatief zijnvoor de burgers, schriftelijk verstrekken. Die informatieplicht en de te verstrekken gegevens zijnvastgelegd in Regeling Wet kinderopvang. De gemeente legt die informatie op haar beurt vast in eenopenbaar register.Na inschrijving in het register geeft de gemeente de toezichthouder (i.c. de GGD Regio Twente)opdracht voor inspectie. Met de exploitatie mag gestart worden zodra de GGD vaststelt dat er, naarverwachting, sprake zal (kunnen) zijn van “verantwoorde” kinderopvang in de zin van de wet en dedaarop gebaseerde beleidsregels. De exploitant moet het inspectierapport van de GGD in het bedrijf terinzage leggen.Na de 1 e melding en inschrijving moet de exploitant wijzigingen in de verstrekte gegevens tijdig(direct) doorgeven opdat het register actueel blijft. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor een voorgenomen(her)opening na een verbouwing of voor een uitbreiding van het aantal groepen.Aandachtspunten:• Om tijdig te kunnen beoordelen of er sprake zal/kan zijn van verantwoordekinderopvang moet de melding uiterlijk 8 weken voor de voorgenomen openingplaatsvinden. Een late(re) melding betekent normaliter dat op de voorgenomen datumniet gestart kan worden. Een veel te vroege melding betekent echter vaak dat, doorgebrek aan gegevens, er nog niet voldoende te onderzoeken valt.• Na de (verplichte) melding geldt (nog) een startverbod <strong>tot</strong>dat de GGD concludeert dater redelijkerwijs sprake zal zijn van verantwoorde kinderopvang of, nadat 8 weken namelding zijn verstreken (eventueel op te leggen een verbod starten exploitatie, art.45jo. 62 Wk of verbod voortzetten exploitatie: art. 66Wk.• Het niet-melden is tevens een economisch delict, zie art. 75 Wk. en i.h.b. lid 2 en moetworden voorgelegd aan de Officier van justitie.• Zowel een te vroege melding als een noodzakelijke 2 e of vervolginspectie moetenworden voorkomen omdat de meerkosten van die inspecties voor rekening van degemeente zijn. Zelfs indien die extra inspecties veroorzaakt worden door deexploitant!• Inschrijving in het gemeentelijke register en het voldoen aan de kwaliteitseisen in hetkader van de Wk. betekent nog niet dat daadwerkelijke exploitatie is toegestaan. Ditis mede afhankelijk van bijvoorbeeld toetsing aan het bestemmingsplan, deplanologische inpassing, een bouwvergunning, een gebruiksvergunning of eenvergunning van de Brandweer.• In sommige situaties kunnen, al dan niet gelijktijdig, meerdere handhavingsinstrumentenworden ingezet dan wel samengaan <strong>met</strong> een boete.2.2. Ouder(s)Ondanks de primaire verantwoordelijkheid van de exploitant, zijn ouders zelf ook (mede)-verantwoordelijk voor de kwaliteit. De kinderopvang vindt immers plaats op basis van een schriftelijkeovereenkomst tussen exploitant en ouder(s). Daarbij komt dat ouder de exploitant kan wijzen op dewettelijke verplichting <strong>tot</strong> informatie over het te voeren beleid en de gestelde kwaliteitseisen. Bovendienkan de ouder participeren middels de door de exploitant in te stellen oudercommissie waarbij dusinvloed kan worden uitgeoefend. Belangrijk is dat ouders beseffen dat inschrijving in het gemeentelijkeregister geen garantie is voor het daadwerkelijk voldoen aan de kwaliteitseisen maar hooguit eenindicatie.6


Aandachtspunten:• De wet vereist een oudercommissie. Indien deze ontbreekt dan zal de gemeente inprincipe moeten handhaven. De exploitant kan echter niet verplicht worden dat er eenoudercommissie is, daarvoor is hij immers afhankelijk van de ouders. De exploitantheeft wel een (voortdurende) inspanningsverplichting opdat een oudercommissie <strong>tot</strong>stand komt dan wel deze in stand blijft.• Een oudercommissie vereist minimaal 2 personen/leden en bepaalt haar eigenwerkwijze.• Een lokale oudercommissie kan taken “mandateren” aan een centrale oudercommissieen daar deel van uitmaken.2.3. GGD, toezichthouder kinderopvangDe GGD is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het toezicht op de kwaliteit van kinderopvang. Deinspecteurs werken volgens landelijke richtlijnen (<strong>Beleidsregels</strong> werkwijze toezichthouder). Toezicht opde kwaliteit in de kinderopvang is niet een statisch maar een dynamisch en continu proces is en vereistdaarom een voortdurende alertheid. De inspecteur is bevoegd <strong>tot</strong> het vorderen van inlichtingen (art.5:16 Awb), het inzien van zakelijke gegevens (art. 5: 17 Awb), onderzoek, opneming enmonsterneming (art. 5:18 Awb) en onderzoek van vervoermiddelen (art.5:19 Awb). Na het tonen vaneen deugdelijke legitimatie, het vermelden van het doel en mits voorzien van een schriftelijkemachtiging van de burgemeester, is de inspecteur zelfs bevoegd <strong>tot</strong> het (desnoods tegen de zin van debewoner) binnentreden in een woning indien daar kinderopvang in de zin van de Wk. plaatsvindt.De dienstverlening van de GGD, in opdracht van de gemeente, bestaat uit het volgende:• inspectie na melding en voor start nieuw kindercentrum (art. 62 lid 1 Wk.);• reguliere/ jaarlijkse inspectie o.b.v. landelijke uniforme regels (art. 62 lid 2 Wk.);• herinspectie, nader onderzoek <strong>met</strong> een specifiek doel, bijvoorbeeld of afspraken zijn nagekomenm.b.t. eerdere minpunten, respectievelijk een aanwijzing/bevel is opgevolgd;• incidentele inspectie na klacht of signaal, bijvoorbeeld ingeval van niet gemelde kinderopvang ofklacht over een kwaliteitsaspect (art. 62 lid 3 Wk.);• rapporteren aan en adviseren van gemeente (art. 63 lid 1 Wk .);• openbaarmaking inspectierapportages (art. 63 lid 5 Wk.);• actief omgaan <strong>met</strong> klachten/signalen exploitanten.Naar vorm kunnen de inspecties zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden,naar inhoud op naleving van alle eisen of naleving van deelaspecten. De inspectiekostenworden niet betaald door de ondernemer maar door de gemeente. Het zwaartepunt in de rolvan de GGD is <strong>met</strong> de invoering van de Wk. verschoven van ‘adviseren van de ondernemer’naar ‘inspecteren voor de gemeente’.Aandachtspunten:• Onder toezicht wordt verstaan het verzamelen van informatie over de vraag of eenhandeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich vormen van eenoordeel, het onderbouwd rapporteren /adviseren en het eventueel interveniëren;• De toezichthoudende GGD-inspecteurs kunnen op naam worden aangewezen. Eencategorale aanwijzing volstaat echter (bijvoorbeeld: de bij de GGD Regio Twentewerkzame inspecteurs kinderopvang”. De aanwijzing wordt bekend gemaakt in eengemeentelijke advertentie in een dag-of weekblad;• In onze regio zijn de tussen de veertien deelnemende gemeenten en de GGD RegioTwente gemaakte afspraken vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die elk jaarwordt beoordeeld;• In onze regio is afgesproken dat niet de GGD maar de gemeente het bestaan van eeninspectierapport bekend maakt in een gemeentelijke advertentie in een dag- ofweekblad. Het inspectierapport zelf wordt door de GGD op haar eigen websitegeplaatst;7


• Een inspectierapport is volledig openbaar. Openbare onrust kan/zal aanleiding zijnvoor overleg tussen gemeente en GGD hoe daar verantwoord/juridisch mee om tegaan.2.4. <strong>Gemeente</strong>, handhaver kinderopvangDe gemeente moet als eindverantwoordelijke toezien op naleving van de wet (art. 61 Wk.).Zowel toezicht als handhaving dienen effectief, efficiënt en consequent te zijn. Het vaststellen van eenhelder beleidskader bevordert de transparantie van de wijze van handhaven maar ook het doeltreffendoptreden tegen overtredingen. Vergelijkbare gevallen dienen op dezelfde manier (rechtsgelijkheid) teworden behandeld. Op elke overtreding moet gereageerd worden waarbij de aanpak zowel consequentmoet zijn (rechtszekerheid) als gebaseerd op een gedifferentieerd handhavings- en sanctiepakket. Eendergelijke handhaving heeft een belangrijke signaalfunctie naar gevestigde en startende ondernemers.Preventie heeft immers het meeste effect indien er, tegelijkertijd, sprake is van consistente en zichtbarehandhaving.Van de gemeente wordt dan ook een grote inspanning gevraagd omdat de ondernemingen op al hunfacetten dienen te worden gecontroleerd en dus naast verantwoorde kinderopvang en de betreffendekwaliteitseisen ook op:• brandveiligheid;• bouwaspecten;• hygiëne;• bestemmingsplannen e.d.Speciale aandacht vereist de afstemming <strong>met</strong> de werkzaamheden van de GGD in haar wettelijke rol vantoezichthouder. Niet alleen de taak- en rolverdeling moeten duidelijk zijn maar bijvoorbeeld ook deplanning van de inspecties, de daarmee gemoeide kosten, de wijze van rapporteren door de GGD en dewijze waarop de gemeente vervolgens <strong>met</strong> de vermelde bevindingen omgaat. De gemeente heeft dewettelijke plicht om er voor te zorgen dat elke kinderopvanginstelling 1 maal per jaar geïnspecteerdwordt.Als eindverantwoordelijke moet het college jaarlijks (het was vóór 1 juli maar is m.i.v. 2008,1 mei geworden) een verslag opstellen over de in het voorgaande jaar verrichte werkzaamheden in hetkader van toezicht en handhaving. Dit verslag moet gestuurd worden naar de gemeenteraad en deMinister van OCW. De gemeentelijke jaarverslagen vormen de basis voor het tweedelijntoezicht door deInspectie voor het Onderwijs (voorheen Inspectie Werk en Inkomen ) namens de minister.Gelet op de rol van de gemeente is het –vooral <strong>met</strong> <strong>betrekking</strong> <strong>tot</strong> de informatievoorziening over demogelijkheden en de kwaliteit van de kinderopvang binnen de gemeente – van groot belang dat zichbinnen elke gemeente in ieder geval één vast aanspreekpunt (persoon, bureau, afdeling) bevindt.In de <strong>Gemeente</strong> <strong>Hengelo</strong> is dat het Meldpunt Kinderopvang.Aandachtspunt:• <strong>Handhaving</strong> omvat alle acties die nodig zijn om de Wet kinderopvang te doen naleven.Dat is dus meer dan toezicht houden en sancties opleggen. Zo kan bijvoorbeeld ook devoorlichting geïntensiveerd worden. Het gaat er uiteindelijk om dat de regels wordennagekomen zodat aan de doelstelling van de wet wordt voldaan.8


3 Procedure toezicht3.1. Procedure na melding/ registratie, inspectie kwaliteitseisenNa melding (art. 45 Wk.) wordt de onderneming direct geregistreerd in het gemeentelijke registerkinderopvang (art. 46 Wk.). Aan de registratie zelf zijn geen kwaliteitseisen verbonden, invulling eninzending van het registratieformulier is voldoende. Na ontvangst geeft de gemeente opdracht aan detoezichthouder GGD (art. 61 Wk.) om te onderzoeken of er sprake is van kinderopvang in de zin van dewet en of de geboden kwaliteit verantwoord is respectievelijk zal kunnen zijn (art. 49 Wk.). Dezeglobale kwaliteitseis is (ex art. 57a Wk.) nader uitgewerkt in de “<strong>Beleidsregels</strong> kwaliteit kinderopvang”,een ministeriële regeling op basis van het tussen de vereniging van ondernemers en de vereniging vanouders gesloten convenant (17 januari 2008).Het GGD-onderzoek is eenmalig en vindt aangekondigd plaats. Dit onderzoek moet binnen 8 weken namelding plaats vinden (art. 10 Regeling Wk.). Deze termijn is erg belangrijk omdat een kindercentrumof gastouderbureau in exploitatie mag worden genomen zodra er 8 weken na de melding zijnverstreken. Dit tenzij de GGD-inspecteur, tijdig, negatief adviseert. Binnen deze 8 weken dient hetcollege van B&W zich dan ook een oordeel te vormen of de aanstaande exploitatie moet wordentegengehouden. Exploitatie is ook toegestaan indien de inspectie nog niet is uitgevoerd binnen die 8weken.Deze 1 e inspectie betreft slechts die kwaliteitsaspecten die voorafgaand aan een opening teonderzoeken zijn. Een volledig kwaliteitsoordeel is voor de start van de exploitatie niet mogelijk. Voorafte onderzoeken zaken zijn in ieder geval: accommodatie, oppervlakte, buitenspeelruimte,roosterindeling en indien al aanwezig: diploma’s en verklaringen omtrent het gedrag van het personeel.Niet “vooraf-te-onderzoeken” aspecten (zoals bijvoorbeeld leidster/kind-ratio, het voldoen aan hetpedagogisch beleidsplan, overleg oudercommissie) komen in de verplichte jaarlijkse periodieke inspectieaan bod. Deze jaarlijkse inspectie moet voor “starters” binnen 3 maanden na de opening plaatsvinden(art. 5 <strong>Beleidsregels</strong> werkwijze toezichthouder).De GGD legt binnen 6 weken (art. 62 Wk. jo art. 7 beleidsregels toezichthouder) na de controle haaroordeel vast in een inspectierapport nadat de ondernemer tijdens een overleg in de gelegenheid isgesteld om van een eerder opgesteld ontwerprapport kennis te nemen en om feitelijke onjuisthedendaarin aan te geven. Is er een (blijvend) verschil van mening ten aanzien van de ontwerprapportage,dan krijgt de ondernemer 2 weken de tijd om zijn zienswijze te formuleren en toe te sturen aan de GGD(art. 63 Wk. jo art. 7 lid <strong>Beleidsregels</strong> werkwijze toezichthouder). De zienswijze wordt als bijlage bij hetinspectierapport gevoegd.Ingeval de toezichthouder GGD na onderzoek (art. 61 jo. 62 Wk.) concludeert dat de exploitatieredelijkerwijs zal kunnen gaan plaatsvinden conform de wettelijke regels voor een verantwoordekinderopvang, kan de exploitatie starten. De inspecteur van de GGD legt zijn bevindingen vast inoordelen en beschrijft wat hij heeft gezien en hoe hij <strong>tot</strong> dat oordeel is gekomen. Het rapport wordtafgesloten <strong>met</strong> een beschouwing, afspraken <strong>met</strong> de ondernemer en een advies aan de gemeente. Indeze situatie kan de gemeente zich, naar verwachting, beperken <strong>tot</strong> beoordeling van de jaarlijksestandaardcontroles door de GGD. Vanzelfsprekend moet er ook gereageerd worden op (tussentijdse)signalen van bijvoorbeeld dezelfde GGD, oudercommissies, individuele ouder(s), ondernemers enandere burgers en op de door de ondernemer (verplicht) doorgegeven wijzigingen.Indien er geen sprake is van een instemmende verklaring omdat niet wordt of kan worden voldaan aande eisen dan is exploitatie verboden en volgt er, na overleg tussen inspecteur en gemeente, zonodigeen exploitatieverbod. Het handhavingsmechanisme treedt in werking en er worden concrete afspraken<strong>met</strong> de ondernemer gemaakt aan welke eisen binnen welke termijn alsnog moeten worden voldaan.Aandachtspunt:• Om de gemeente in staat te stellen zich binnen 8 weken na de melding een oordeel tevormen over een al dan niet noodzakelijke handhavingsactie, hebben deregiogemeenten <strong>met</strong> de GGD afgesproken dat de inspecteur binnen 6 weken namelding zorg draagt voor rapportage. De gemeente heeft dan nog 2 weken de tijd om<strong>tot</strong> oordeelsvorming (en eventuele actie) te komen.9


3.2 Procedure signalering (mogelijke) overtredingen• Alle (ook anonieme) signalen ontvangen door de gemeente komen binnen bij (dan wel wordenschriftelijk/per e-mail doorgegeven aan) de ambtenaar belast <strong>met</strong> kinderopvang;• alle signalen worden schriftelijk /per e-mail doorgegeven aan de toezichthouder GGD;• bij een signaal dat kinderopvang of gastouderopvang plaatsvindt zonder dat de houder isgeregistreerd, verricht de GGD een zogenaamde voorselectie. De inspecteur onderzoekt of ersprake is van opvang in de zin van art 1, eerste lid van de Wk. Weigert de houder mee tewerken en bestaat het vermoeden van opvang in de zin van de Wk., dan kan aangifte wordengedaan. Actieve strafrechtelijke opsporing van niet-gemelde kinderopvang behoort echter niet<strong>tot</strong> de taak van de inspecteur;• de inspecteur onderzoekt en rapporteert/ adviseert schriftelijk aan de gemeente;• ingeval van mondelinge rapportage (voorafgaande aan de schriftelijke rapportage) wordt eeneventueel noodzakelijke handhavingsactie wel voorbereid maar nog niet uitgevoerd (dit tenzij ersprake is van spoedeisendheid);• ingeval van een zeer ernstige overtreding/acuut gevaar wordt de verantwoordelijke wethouder/burgemeester direct geïnformeerd;• de gemeente verzamelt informatie/ kennis en feiten omtrent onder andere: aard, omvang,tijdsduur en opzet van de overtreding (art. 3:2 Awb, zorgvuldigheidsbeginsel);• door de gemeente wordt het materiële/immateriële/persoonlijke belang van overtrederafgewogen tegen onder meer het algemene belang, het belang dat wettelijke voorschriftenworden nagekomen, de in beginsel bestaande plicht <strong>tot</strong> bestuursrechtelijke handhaving en hetbelang dat precedentwerking wordt voorkomen (art. 3:4 Awb, belangenafweging);• de gemeente maakt een keus uit/ beslist over de aanwending van de haar ter beschikkingstaande handhavings- en/of sanctie-instrumenten (zie onder meer hoofdstuk 4);• de gemeente kan daarbij, op goede gronden, afwijken van een door de toezichthouder gegevenadvies, over een afwijking wordt de toezichthouder tijdig geïnformeerd;• de exploitant (en de toezichthouder) wordt schriftelijk geïnformeerd over de door de gemeenteondernomen (handhavings)actie (bijvoorbeeld een vooraankondiging <strong>tot</strong> handhaving, eenhersteltermijn, de mogelijkheid om een zienswijze te geven, een aanschrijving <strong>tot</strong>bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom);• gesignaleerde overtredingen en de bestuurlijke reacties (acties) worden geregistreerd opdatjaarlijks voldaan kan worden aan de rapportageverplichtingen ten opzichte van degemeenteraad en de Minister.10


4 <strong>Gemeente</strong>lijke handhavingsinstrumentenHet komt voor dat een zich aanmeldende ondernemer niet voldoet aan de te stellen kwaliteitseisen. Hetkomt ook voor dat een reeds geregistreerde en aanvankelijk wel aan de kwaliteitseisen voldaanhebbende ondernemer nadien niet meer aan die eisen voldoet. In beide situaties start dan eenhandhavingstraject. De wet kent vele handhavings- en sanctie-instrumenten, zoals:schriftelijke aanwijzing door het college, <strong>met</strong> te nemen maatregelen en de termijnstelling,ingeval van onvoldoende naleving:• van de kwaliteitseisen respectievelijk;• eisen m.b.t. oudercommissie (art. 65 lid 1 Wk.);verlenging van een eerder door toezichthouder GGD gegeven schriftelijk bevel.Indien de kwaliteit dusdanig tekortschiet dat maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kunnen dulden danis de inspecteur bevoegd <strong>tot</strong> het geven van een schriftelijk bevel <strong>met</strong> een geldigheidsduur van7 dagen. In het bevel wordt omschreven aan welke eisen niet of onvoldoende wordt voldaan,de te nemen maatregelen en de termijn waarbinnen die genomen moeten zijn en hoe ervervolgens wordt gecontroleerd (art. 65 lid 3 Wk.). Een schriftelijk bevel is volgens de wetniet mogelijk bij een gastouderbureau!;verbod om de exploitatie te starten dan wel voort te zetten, ingeval van:• niet voldoen of niet kunnen gaan voldoen aan kwaliteitseisen;• niet opvolgen schriftelijke aanwijzing dan wel bevel (uitsluitend zolang bestuursdwang nietmogelijk is, art. 66 lid 1Wk.);toepassen van bestuursdwang (art. 125 <strong>Gemeente</strong>wet en afdeling 5.3 Awb);opleggen van een dwangsom (art. 125 <strong>Gemeente</strong>wet en afdeling 5.4 Awb);opleggen van een bestuurlijke boete van maximaal € 45.000,-, ingeval van schending van eenverplichting <strong>met</strong> <strong>betrekking</strong> <strong>tot</strong>:• melding,• voldoende naleving van eisen m.b.t. verantwoorde kinderopvang, respectievelijk eisen m.b.t. deoudercommissie,• nakomen van een aanwijzing of een bevel,• verlenen van medewerking aan toezichthouder,• opvolgen van exploitatieverbod (art. 72 t/m 85 Wk.,);verwijdering uit het gemeentelijke register (art.46 lid 2 Wk.); dit is een uiterste sanctie nadatandere handhavinginstrumenten zijn uitgeput en de ondernemer blijvend niet aan de eisen voldoet;toepassing strafrecht (art. 225 t/m 227b, 447c, 179 t/m 182 en art. 184 W.v. Str.) ingeval van grovenalatigheid.In aanvulling op dit wettelijke instrumentarium kan, in bepaalde situaties, ook gekozen worden voor hetvolstaan <strong>met</strong> een (schriftelijke) waarschuwing. Bijvoorbeeld indien door de exploitant in het algemeenwel voldaan wordt aan de gestelde eisen, maar deze toch op een enkel (meer ondergeschikt) punt nogtekort schiet of indien in de periode tussen inspectie en inspectierapport het verzuim is hersteld. Dewaarschuwing is formeel genomen geen handhavingsinstrument, is niet gericht op rechtsgevolg en isdus ook geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.11


5 <strong>Handhaving</strong>s- en sanctiebeleid5.1 Noodzaak ontwikkelen beleid/ beleidsregelsDe gemeente moet bij de besluitvorming en het uiteindelijke besluit niet alleen rekening te houden <strong>met</strong>bijvoorbeeld de bepalingen in de Wet kinderopvang, de <strong>Beleidsregels</strong> kwaliteit kinderopvang en de<strong>Beleidsregels</strong> werkwijze toezichthouder kinderopvang, maar ook <strong>met</strong> de <strong>Gemeente</strong>wet, de Algemenewet bestuursrecht en een aantal strafrechtelijke bepalingen. Zie ook hoofdstuk 4.In het kader van het tweedelijnstoezicht zijn de gemeenten door de minister rapportage verplichtingenopgelegd. De gemeente moet jaarlijks verantwoording afleggen over de kwaliteit van de gebodenkinderopvang en het door haar uitgeoefende toezicht en handhaving. Naast bestaande wettelijkeverplichtingen volgens de Wk. is het ook vanuit het oogpunt van behoorlijk bestuur noodzakelijk om vanelke overtreding een nauwgezet rapport op te maken.Waar de gemeente over diverse juridische instrumenten beschikt om naleving van de (kwaliteits)eisenaf te dwingen, is het gewenst om beleid te formuleren wat de (juridische) consequenties weergeeft vanhet overtreden van bepaalde regels. De gemeente zal de toezichthouder ook duidelijk moeten makenwelke (al dan niet vermeende) overtredingen direct moeten worden op- en -aangepakt. Detoezichthouder (en exploitant) moet vervolgens adequaat worden geïnformeerd over het genomenbesluit (en het vervolg).5.2 Toepassing beleid/ beleidsregelsBij de bestuurlijke afweging over de mate van repressieve handhaving mag in beginsel niet uitmakenwie een bepaalde overtreding begaat. Bepalend is vooral de ernst van de overtreding, deomstandigheden waaronder de overtreding is begaan en de mate van verwijtbaarheid. Verder kan ookhet eventueel genoten economisch voordeel een rol spelen.Bij bijvoorbeeld recidive, te verstaan als: een herhaalde dan wel een volgende overtreding door dezelfdeondernemer of onderneming, kan een zwaardere sanctie op zijn plaats zijn. Voor definiëring van hetbegrip onderneming zie de Wet op de Ondernemingsraden. Het hoeft dus niet te gaan om 1 of dezelfdevestiging; van recidive is ook sprake indien blijkt, <strong>met</strong> name uit het inspectierapport van de GGD, dat erdoor dezelfde ondernemer in een andere (regio)gemeente eerder regels zijn overtreden. Ingeval vangrove nalatigheid of roekeloosheid volstaat het bestuurlijke traject/ een bestuurlijke boete niet meer,maar is het strafrechtelijke traject van toepassing.Als de toepassing van beleidsregels voor een of meer belanghebbenden gevolgen heeft die wegensbijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding <strong>tot</strong> de <strong>met</strong> de beleidsregels te dienendoelen, dan geeft artikel 4:84 Awb aan dat van deze beleidsregel moet worden afgeweken. Bijbijzondere omstandigheden gaat het om individuele omstandigheden <strong>met</strong> een zeer uitzonderlijkkarakter (zie o.m. CRvB 5 september 2002, JB 2002, 338).Het streven is om, ingeval van overtreding en de mogelijke aanwending van de diverse instrumenten, tekiezen voor dat middel dat enerzijds zo optimaal mogelijk het beoogde doel bewerkstelligt maaranderzijds ook als zo licht mogelijk ingrijpend kan worden beschouwd (conform de algemenerechtsbeginselen van proportionaliteit en subsidiariteit). Kortom: welk middel past het beste bij dézespecifieke overtreding? Dat is de cruciale “handhavingsvraag”.12


5.3 Prioritering overtredingenDe ernst van het negatieve effect van de overtreding wordt onder meer bepaald door het antwoord opde volgende vragen:• in welke mate is de omgeving wel/niet veilig;• in welke mate is de omgeving wel/niet gezond;• in welke mate is er wel/niet sprake van pedagogische kwaliteit;• in welke mate hebben ouders wel/ niet invloed op het beleid in het centrum en deverblijfsomstandigheden van hun kind;• in welke mate is de gemeente nog wel/niet geloofwaardig en loopt zij een afbreukrisico indiende in het geding zijnde wettelijke eisen onvoldoende worden nageleefd dan wel onvoldoendeworden gehandhaafd.Het is belangrijk om vast te leggen hoe omgegaan wordt <strong>met</strong> welke overtreding(en). Enerzijds istransparantie daarbij van belang om consequent op te (kunnen) treden. Anderzijds is ook per(mogelijke) overtreding prioritering nodig opdat niet <strong>met</strong>een de zwaarste handhavings- ensanctietrajecten worden gestart daar waar dat niet nodig is.Bij overtredingen wordt, qua domeinen en de bijbehorende kwaliteitsaspecten, in hetalgemeen uitgegaan van de volgende zwaarte/ prioritering:-Hoog:-Gemiddeld:-Laag:veiligheid, gezondheid, groepsgrootte, kwaliteit gastouderbureau,en start zonder melding/ instemming GGD.personeel, accommodatie/ inrichting, pedagogische beleid en praktijk,kwaliteit gastouders/opvang woning.ouders en Wet klachtrecht/ klachtenregeling.De inspecteur beoordeelt krachtens de nieuwe Beleidsregel kwaliteit niet langer het (samengestelde)domein als <strong>tot</strong>aal maar elk kwaliteitsaspect binnen zo’n domein afzonderlijk. Indien binnen een domeineen aspect onvoldoende scoort, dan scoort dat domein onvoldoende.Bij deze prioritering is overwogen dat de domeinen (en de daarbij behorende kwaliteitsaspecten)vermeld onder ‘Hoog’ in de regel gelet op hun aard als zwaarste zullen wegen en daarmee ook bijuitstek om een adequate handhavingsactie vragen. Met <strong>betrekking</strong> <strong>tot</strong> de domeinen/ aspecten onder‘Gemiddeld’ is het idee dat deze, al dan niet <strong>met</strong> of na aanbeveling door de GGD, in eerste instantiedoor de exploitant zelf opgepakt moeten kunnen worden. De lage(re) prioriteit voor de domeinen/aspecten vermeld onder ‘Laag’ is gebaseerd op de gedachte dat de ouders op deze twee domeinen zelf(rechtstreeks) invloed kunnen uitoefenen.5.4 Vaststelling hersteltermijnenDe hersteltermijn die de overtreder geboden moet worden om de overtreding te beëindigen is ondermeer deels afhankelijk van de prioriteit van de overtreding, eventuele recidive en de mogelijkheden vande exploitant om deze te beëindigen. Ook hier is transparantie, zowel ten behoeve van de exploitant alsde inspecteur van belang. Aansluitend bij <strong>met</strong> name de prioriteitsindeling van 5.2 (en de diversedomeinen) leidt dit <strong>tot</strong> de volgende bandbreedtes:-Prioriteit Hoog-Prioriteit Gemiddeld-Prioriteit Laag: 0 <strong>tot</strong> maximaal 1 maand.: 0 <strong>tot</strong> maximaal 4 maanden.: 0 <strong>tot</strong> maximaal 12 maanden.Bij en binnen de gekozen bandbreedtes is <strong>met</strong> uitzondering van een algeheel minimum van 0 nietgeopteerd voor een nader geïndiceerd minimum. Ongeacht de gegeven prioriteit kunnen overtredingensoms snel en eenvoudig worden opgelost; een beleidsmatig geformuleerde minimumhersteltermijn(anders dan 0) zou een exploitant een legitimatie kunnen geven voor een minder voortvarende aanpak.13


5.5 Bandbreedtes boetesHet opleggen van een boete is geen kwestie van handhaving maar van sanctionering. Bij debesluitvorming in het kader van de boeteoplegging spelen uiteraard de in art. 3:4 Awb neergelegdebeginselen van zorgvuldigheid bij de besluitvorming, van de belangenafweging en de redelijkheid eenrol. De boete geldt als een bestraffing (EVRM). Het opleggen van een te lage boete staat niet inverhouding <strong>tot</strong> administratieve lasten en geeft onvoldoende prikkels. Voorgesteld wordt om terzake vaneventueel op te leggen boetes een aantal indicatieve bandbreedtes vast te stellen afhankelijk van enovereenkomend <strong>met</strong> de prioriteitenstelling zoals vermeld in 5.2.-Overtreding in categorie Hoog-Overtreding in categorie Gemiddeld-Overtreding in categorie Laag: 18.000 - 45.000 euro: 10.000 - 18.000 euro: 0 - 10.000 euroUitgangspunt is matiging van een per domein geïndiceerde boete naar redelijkheid en billijkheid (en terafweging van het bestuursorgaan), indien de exploitant, binnen het betreffende domein, op anderekwaliteitsaspecten wel aan de criteria voldoet.5.6 Afwijkingsmogelijkheden/ bijzondere omstandighedenIn het algemeen geldt dat indien er naar het oordeel van het college reden is om af te wijken van degeïndiceerde prioritering, hersteltermijn, handhavingsinstrument of sanctie/ boete/ boetbedrag, datzulks, mits gemotiveerd, vanzelfsprekend mogelijk is. Zo is verzwaring mogelijk, bijvoorbeeld ingevalvan gelijktijdigheid/ samenloop van meerdere overtredingen of vanwege herhaling.Indien een geïndiceerd boetebedrag in een bepaald geval, op grond van bijzondere omstandigheden,onevenredig hoog moet worden geacht dan kan het college eveneens besluiten de boete lager vast testellen. Door de exploitant dienen dan wel omstandigheden en feiten te worden gesteld en aangetoondwaaruit blijkt dat er sprake is van onevenredigheid.Een exploitant die zijn verplichting niet nakomt om desgevraagd aan het college informatie teverstrekken <strong>met</strong> <strong>betrekking</strong> <strong>tot</strong> de aanspraak van een ouder op de gemeentelijke tegemoetkoming (zieart. 28 Wk), wordt een boete opgelegd van ten hoogste 5000 euro (art. 72 lid 1 sub b Wk.).14


6 Nadere overwegingen <strong>met</strong> <strong>betrekking</strong> <strong>tot</strong> de inzet van de diverse instrumenten6.1 <strong>Handhaving</strong> ingeval van overtreding-Voor overtredingen geldt:naar de aard de indeling :licht van aard gemiddeld van aard zwaar van aard;naar urgentie van beëindiging :prioriteit laag prioriteit gemiddeld prioriteit hoog;<strong>met</strong> de bandbreedtes :laag = 0-12 gemiddeld = 0-4, hoog =0-1mnd.-Er zijn in zwaarte oplopende maatregelen. Het “handhavings-en sanctiesysteem van de Wk.”houdt echter niet in dat deze, dwingend, opeenvolgend gevolgd moeten worden.-Cumulatie van overtredingen, zeker indien deze verschillen naar aard, urgentie en bandbreedte vragenom specifieke aandacht van zowel de toezichthouder als de gemeentelijk handhaver.-In zijn algemeenheid geldt dat hoe urgenter/ acuter/ risicovoller de situatie is, des te eerder eenschriftelijk bevel door de inspecteur of een exploitatieverbod, een korte(re) hersteltermijn ofbestuursdwang door het bevoegde gezag geboden kan zijn. In levensbedreigende situaties is niet eenhersteltermijn, dwangsom, boete o.i.d. het juiste middel maar spoedeisende bestuursdwang.-In minder acute situaties zal veelal in eerste instantie kunnen worden gestart <strong>met</strong> het geven van eenwaarschuwing of een schriftelijke aanwijzing. Met een waarschuwing zou bijvoorbeeld kunnen wordenvolstaan indien een (lichte) overtreding, na constatering, voortvarend is hersteld. Bij een aanwijzing kande hersteltermijn worden gerelateerd aan de mate van prioritering en oplosbaarheid door de exploitant.-Een bevel van de inspecteur duidt op ernstige/ hoge prioriteit/ onverwijlde spoed; bij voortduren vande overtreding volgt daarna dus ook geen aanwijzing maar verlenging van het bevel of bestuursdwang.Het bevel als instrument ligt voor de hand als een hersteltermijn van minder dan 2 weken gewenst is.-Een dwangsom is een geschikt middel indien slechts beoogd wordt dat een overtreding niet langervoortduurt (de actie is gericht op herstel van de gewenste situatie dan wel op het voorkomen vanherhaling). Het opleggen van een dwangsom in tijd (bijvoorbeeld per dag), per overtreding of ineens, isdan het geëigende middel. Een last onder dwangsom is niet geschikt bij acuut en ernstig gevaar. Bij dehoogte wordt rekening gehouden <strong>met</strong> de zwaarte van het geschonden belang, de beoogde werking eneventueel de kosten van uitvoering van de vereiste voorzieningen in relatie <strong>tot</strong> hetfinancieel/economische voordeel van de exploitant bij het voort (laten) duren van de overtreding. Dedwangsom is dus niet bedoeld om “gemaakte winst” af te romen.Een preventieve dwangsom is onder omstandigheden (bij klaarblijkelijk gevaar dat een voorschrift zalworden overtreden) mogelijk.-Bestuursdwang (het optreden door of vanwege het bestuursorgaan door feitelijk handelen) is nietmogelijk bij handelingen die alleen de exploitant kan verrichten. De mogelijke inzet van dit instrumentbij overtredingen o.g.v. strijd <strong>met</strong> de kwaliteitseisen is dan ook uiterst beperkt.Bestuursdwang en dwangsom kunnen terzake van dezelfde overtreding/ hetzelfde domein nietgelijktijdig naast elkaar bestaan. Boete en dwangsom kunnen echter, indien de situatie daartoeaanleiding geeft, beide gelijktijdig worden gehanteerd.-Een exploitatieverbod ex art. 66 lid 1 Wk. is een zwaar middel en vindt toepassing indienbestuursdwang niet mogelijk is of als middel onvoldoende of slechts ten dele <strong>tot</strong> het gewenste resultaatzou kunnen leiden en indien gelet op de omvang en de ernst van de tekortkomingen niet langer deverwachting bestaat dat binnen een aanvaardbaar korte termijn alsnog aan de voorschriften zal kunnenworden voldaan.-Verwijdering uit het gemeentelijke register is, in het algemeen, vanzelfsprekend het uiterste middel.Samenvatting uitgangspunten bij handhaving1. De (ook morele) boodschap betreffende handhaving moet overkomen, zowel hetafschrikken van fout gedrag als het verleiden <strong>tot</strong> naleving (al dan niet toekomstgericht).2. De handhavingsmatrix is een richtlijn, afwijkingen zijn mogelijk / soms aangewezen o.b.v.verzachtende dan wel verzwarende omstandigheden.15


3. Bij een “enkel onvoldoende kwaliteitsaspect” leidt het zoeken naar de juiste reactie en hetjuiste middel (zie hoofdstuk 5) in beginsel <strong>tot</strong> de inzet van het minst ingrijpende(geïndiceerde) handhavings- instrument en de (geïndiceerde) langste hersteltermijn. Eenbekorting van deze hersteltermijn ligt echter voor de hand indien de overtreding relatiefeenvoudig en snel te beëindigen is en daarmee (daarna) wel (beter) aan de kwaliteitseiswordt voldaan.4. Bij meerdere onvoldoendes (en meerdere instrumenten en termijnen) leidt dit in beginsel<strong>tot</strong> toepassing van minimaal het zwaarst geïndiceerde handhavingsinstrument en de kortstgeïndiceerde hersteltermijn. Dit geldt ook voor die situaties waarin de inspecteur m.b.t. éénof meerdere kwaliteitsvoorwaarden niet <strong>tot</strong> een inhoudelijke beoordeling kan komen en deoorzaak daarvan gelegen is bij de exploitant of in diens risicosfeer.5. Verzwarend zijn bijvoorbeeld: opeenstapeling van overtredingen al dan niet binnen 1 ofmeerdere domeinen, tijdsverloop dat exploitant al kennis had van de overtreding, alsverantwoordelijke zelf actief/ passief is opgetreden, de voor de exploitant beschikbaremogelijkheden <strong>tot</strong> beëindiging, en recidive al dan niet bij/ op dezelfde locatie.6. Onder recidive wordt verstaan:- meerdere lichte dan wel meerdere gemiddelde overtredingen dan wel ingeval van eencombinatie: binnen 3 jaar na datum verzending bestuursbesluit- meerdere zware overtredingen dan wel bij een combinatie van een zware <strong>met</strong> een ofmeerdere lichte of gemiddelde overtredingen: 5 jaar na datum verzending bestuursbesluit.- bij grove nalatigheid van de exploitant, elke zware overtreding binnen 10 jaar na datumverzending bestuursbesluit.6.2 Beboeting ingeval van overtreding- De keuze voor het inzetten van een bestuurlijke boete en/of dwangsom is afhankelijk van de concretesituatie en datgene wat in die concrete situatie wordt beoogd.- Een boete (artikel 72 ev. Wk.) wordt veelal pas opgelegd:A. na constatering door GGD-inspecteur van een (al bestaande) overtreding en na overleg <strong>met</strong> houderterzake van beëindiging;B. na rapportage en advisering door GGD-inspecteur aan de gemeente gedurende welke periode dehouder (nog steeds) de mogelijkheid heeft <strong>tot</strong> herstel/ beëindiging;C. na aanwijzing door gemeente <strong>met</strong> de mogelijkheid voor de houder om de overtreding alsnog(voortvarend) te beëindigen en/of bezwaar te maken;D. na een herinspectie door GGD-inspecteur na de gegunde herstelperiode, de constatering dat deovertreding voortduurt en wederom overleg <strong>met</strong> en aandringen bij houder;E. na een 2 e rapportage en een 2 e advisering door GGD-inspecteur aan gemeente gedurende welkeperiode de houder nog steeds de mogelijkheid heeft <strong>tot</strong> herstel en het mogelijk voorkomen van eenboete;F. na constatering door de gemeente dat de houder de overtreding nog steeds niet heeft beëindigd enbeboeting een passende reactie is op het (laten) voortduren.- Het opleggen van een bestuurlijke boete is zeer geschikt indien er alleen aanleiding is <strong>tot</strong> hetbestraffen van de overtreder. Zeker ook indien het gaat om een eenmalige overtreding waarbij dusgeen vrees voor herhaling of voortzetting bestaat.- Een boete is een sanctie, is punitatief en is niet een handhavingsmaatregel. Een bestuurlijke boete,alleen, mist veelal morele stigma en zal eerder kunnen worden beschouwd als financieel bedrijfsrisico(afweging voor- en nadelen naleving dan wel overtreding). Een te lage boete staat niet in verhouding<strong>tot</strong> administratieve lasten en geeft onvoldoende prikkels.- Een bestuurlijke boete geldt als bestraffing (criminal charge, Europees Verdrag Rechten Mens). Ditheeft onder meer gevolgen voor een eventuele toetsing door een rechter. De feiten, de kwalificatie vande feiten, de schuldvraag, de bevoegdheid te beboeten, de redelijke termijn en de hoogte van de boeteworden vol getoetst. De rechter heeft een wettelijke matigingsbevoegdheid maar kan(op grond van8:69 Awb) eventueel ook besluiten <strong>tot</strong> een hogere boete dan door het bestuur opgelegd.16


-Van het opleggen van een bestuurlijke boete wordt in elk geval afgezien indien elke vorm vanverwijtbaarheid ontbreekt (artikel 72 lid 2 Wk.). Een bestuurlijke boete wordt evenmin opgelegd indiende overtreder al eerder, wegens dezelfde gedraging, is beboet (artikel 74 Wk.).- Ingeval van grove opzettelijkheid dient, alvorens te beboeten, eerst een beoordeling door het OMplaats te vinden m.b.t. eventueel strafrechtelijk ingrijpen.Samenvatting van uitgangspunten bij beboeting1. De boodschap betreffende beboeting moet overkomen, nl. allereerst bestraffing van eenverwijtbare overtreding en, in mindere mate, het afschrikken van toekomstig fout gedrag.2. Een te lage bestuurlijke boete staat in de regel niet in verhouding <strong>tot</strong> de administratievelasten van de gemeente en geeft de (commerciële) exploitant mogelijk onvoldoende prikkels.Anderzijds: niet iedere exploitant is een multinational en niet iedere overtreding is evenernstig.3. Bij de berekening van een boete worden voor alle beboetbare feiten als uitgangspuntgehanteerd de normbedragen zoals neergelegd in de matrix.4. De matrix is een echter nadrukkelijk een richtlijn, afwijkingen zijn mogelijk / somsaangewezen op grond van verzachtende dan wel verzwarende omstandigheden (waaronderrecidive).5. Matiging per domein van een geïndiceerde boete naar redelijkheid en billijkheid (en terafweging van het bestuursorgaan), indien houder, binnen het betreffende domein, op anderecriteria wel aan kwaliteitseisen voldoet.6. Indien slechts sprake is van een incidentele onzorgvuldigheid van administratieve aardkan de boete worden gematigd <strong>tot</strong> 50% van het geïndiceerde bedrag.7. De <strong>tot</strong>ale bij een boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is vanmeer beboetbare feiten, uit de som van de per beboetbaar feit berekende boetebedragen.Voor wat betreft overtredingen binnen één domein geldt het per domein vastgesteldeboetebedrag als maximum. De hoogte van de <strong>tot</strong>ale bij een boetebeschikking op te leggenboete is wettelijk gemaximeerd en wel op 45.000 euro. (art. 72 lid 1 sub a Wk.).8. Als boete ingeval van ontbreken Verklaring Omtrent Gedrag geldt, eventueel in afwijkingvan het vorenstaande, een minimum van 3000 euro voor elke persoon zonder (verplichte)V.O.G.17


7 Divers7.1 Klachten/ bezwaar/ beroepOuders kunnen <strong>met</strong> klachten over de kinderopvangorganisatie terecht bij de geschillencommissieKinderopvang. Oudercommissies kunnen voor bemiddeling bij een conflict <strong>met</strong> het bestuur van eenkinderopvangorganisatie terecht bij een landelijke klachtenkamer.Een klacht over het gedrag van cq. over de wijze van uitvoering van het toezicht door de inspecteurdient te worden behandeld door de GGD in het kader van de betreffende klachtenprocedure. Een klachtover het inspectierapport is niet mogelijk.Een klacht gericht tegen een medewerker van de gemeente over de wijze van optreden tijdens hethandhavingsproces valt onder de gemeentelijke klachtenprocedure respectievelijk de Nationaleombudsman.Tegen een besluit <strong>met</strong> <strong>betrekking</strong> <strong>tot</strong> handhaving is bezwaar bij het bestuursorgaan respectievelijkberoep bij de rechtbank mogelijk.7.2 Regionale regiegroepVooral de eerste jaren na de inwerkingtreding van de nieuwe wet is een verhoogde inzet van allebetrokken toezichthoudende en handhavende instanties nodig geweest om de <strong>met</strong> de wet beoogdedoelen te realiseren. De voornaamste taken voor deze regiegroep zijn het monitoren, afstemmen eneventueel bijsturen van het regionale/lokale kinderopvang- en handhavingsbeleid. Om dat proces teblijven stimuleren en regelmatig te kunnen evalueren is het (voort)bestaan van de regionale regiegroepgewenst. De regiegroep komt doorgaans 4 maal per jaar bijeen.De huidige regiegroep bestaat uit:• ambtenaren belast <strong>met</strong> het onderdeel kinderopvang van de navolgende deelnemendegemeenten: Enschede, <strong>Hengelo</strong>, Oldenzaal, Almelo, Borne, Haaksbergen, Hof van Twente,Wierden, Rijssen-Holten, Hellendoorn, Twenterand, Tubbergen, Losser en Dinkelland.• een leidinggevende vertegenwoordiger van de GGD en een aantal inspecteurs.Ad hoc zou eventueel een door regionale exploitanten aan te wijzen vertegenwoordiger kunnen wordenuitgenodigd dan wel toegevoegd.Aandachtspunten:• Hoewel de autonome verantwoordelijkheid van iedere deelnemende gemeentenatuurlijk onaangetast blijft, is het van groot belang dat de in deze regiegroepgemaakte afspraken door de afzonderlijke deelnemers maximaal worden nagekomen.• Het valt dan ook te betreuren dat een aantal gemeentelijke vertegenwoordigers hetregionale overleg regelmatig verzuimen/ moeten verzuimen.• Door de inspecteurs GGD worden signalen afgegeven dat een aantal gemeentes nietadequaat/ niet adequaat genoeg reageren op uitgebrachte inspectierapportenwaardoor hun functie als toezichthouder wordt geschaad.18


7.3 Afkortingen/ begrippenaanwijzing: schriftelijke aanwijzing ex artikel 65 lid 1 van de wetAwb: Algemene wet bestuursrechtbeleidsregels : -<strong>Beleidsregels</strong> kwaliteit kinderopvang 3 april 2008-<strong>Beleidsregels</strong> werkwijze toezichthouder kinderopvang 3 april 2008bestuurlijke boete : bestuurlijke sanctie, zijnde een onvoorwaardelijke verplichting <strong>tot</strong>betaling van een geldsom, gericht op bestraffingbestuursdwang : door feitelijk handelen door of namens bestuursorgaan optreden o.g.v. art. 125Gem.wet jo art. 5:22 Awb, leidend <strong>tot</strong> het beëindigen van de illegale situatiebestuursr. handhaving : zie: handhavingbevel: schriftelijk bevel door toezichthouder ex artikel 65 lid 3 van de wetcollege: college van burgemeester en wethoudersEVRM:Europees verdrag <strong>tot</strong> bescherming van de rechten van de mens en de fundamentelevrijhedenGGD: GGD regio Twente, toezichthouderhandhaving: alle acties nodig om wetgeving te doen naleven, gemeente is verantwoordelijkhersteltermijn: periode die overtreder krijgt om overtreding te beëindigenhouder: ondernemer/exploitant die kinderopvang biedtinspectierapport: inspectierapport als bedoeld in artikel 63 van de wetinspecteur: door GGD aangewezen inspecteur kinderopvangkindercentrum: accommodatie waar kinderopvang plaats vindtkinderopvang: dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang via gastouderbureaulast onder dwangsom : dreiging verbeuring geldsom bij voortduring overtreding, ex art. 5:32 Awb, ineens,per tijdseenheid of overtreding, gericht op herstelmelding: (schrift) mededeling van ondernemer om kinderopvang te willen startenOM: Openbaar Ministerieovertreding: feitelijke constatering o.b.v. controle of anderszinsregister: gemeentelijke register kinderopvangsanctionering: inzet van wettelijk sanctie-instrument boete door gemeentetoezichthouder: toezichthouder als bedoeld in artikel 61 van de wetVNG: Vereniging van Nederlandse <strong>Gemeente</strong>nWED: Wet Economische DelictenWet , of Wk.: Wet kinderopvangW.v. Str.: Wetboek van Strafrechtzienswijze: -gelegenheid exploitant <strong>tot</strong> reageren op concept-inspectierapport-gelegenheid exploitant <strong>tot</strong> reageren op voornemen <strong>tot</strong> handhavingRelevante informatie op Internetwww.hengelo.nlwww.ggd.nlwww.vng.nl www.ocw.nl www.boink.infowww.kinderopvang.nl www. wetten.overheid.nl19


8 Matrix handhavings- en sanctiebeleid (handhavingarrangement)8.1: Exploitatie zonder melding /na melding ex art. 45 Wk. maar zonder instemmende verklaring GGDOvertreding Art. Wk. Actie GGD Actie gemeente <strong>Handhaving</strong>smogelijkhedeno.b.v. Wk., <strong>Gemeente</strong>wet art.125 resp. Awb afd. 5.3Exploitatiegestart zondermeldingExploitatiegestartna melding,maarzonderinstemming, enbinnen 8 wekenna meldingExploitatiegestartna melding,zonderinstemming,maar na 8wekenna meldingExploitatiegestart, maari.v.m. ernstgebrekenzonderinstemmingGGD45 lid 1 -onderzoek / rapportage/-advies wel/ niet (illegale)kinderopvang ex art.1 Wk.-schriftelijk bevel bij conclusieWk. van toepassing en bijernstige gebreken45 jo. 62 Onderzoek i.v.m. melding looptnog------- alsnog spoed onderzoek enuitbrengen inspectierapport45 jo.49-61-overreden houder <strong>tot</strong>vrijwillige beëindiging en/ of-schrift. bevel GGD art 65 lid 3Wk. geldig voor 7 dagen,uitreiken dan wel verzenden.-verzenden inspectierapport-beoordelen rapport/advies-besluitvorming/ besluit.-nb1: Expl. zonder melding=overtreding = econ.delict =strafbaar feit voorleggen O.M.(art. 75 lid 3 Wk., art.1WED).-in afwachting van rapport GGD,besluitvorming <strong>tot</strong>verbod en-aantekening in register-bespoedigen afwikkeling GGD-brief ondernemer: hij draagtrisico en-aantekening in register-beoordelen inspectierapport-beoordelen evt. verlenging bevelex art 65 lid 3 Wk en-aantekening in register-schrift. verbod exploitatie enaanzegging bestuursdwang-nb2: aanwijzing en bevel art. 65zijn n.v.t.-nb3: evt. bestuurlijke boete art.72 Wk., na besluit O.M. <strong>tot</strong>“wel/niet vervolgen”.-schrift. verbod <strong>tot</strong> 8 weken namelding of zoveel eerder alsinstemming GGD plus- evt. bestuurlijke boete-geen,er is voldaan aan art 45 lid 1 jo.art 62 lid 1Wk.jo art. 10 Regeling Wk.-evt. verlenging bevel GGD-bestuursdwang; indien nietmogelijk,-verbod door/ namens b.&w.Wk.Hfdst. 3,4en 5-45 lid 1-72 lid 1a-45 lid 1jo. 66-72 lid 1a-65 lid 3-65 lid 366 lid 1Mogelijkevervolgstappendwangsom5:32 Awbbestuursdwang5:21 Awbboete art. 72 lid1a Wk.,max. 45.000boete max. 45.000dwangsombestuursdwang-bestuursdwangdwangsomboete max.45.00020


8.2 Overtredingen van de kwaliteitseisen verantwoorde kinderopvang ex 49 Wk.Niet voldoen aan kwaliteitseisenOudersoudercommissie-reglement-instellen-voorwaarden-adviesrecht-informatie oudersPersoneel-verklaring omtrent gedrag-passende beroepskwalificatie= bij GOB: pedagog. kennis-voorwaarde/ inzet beroepskr. i.o= bij GOB n.v.t.-gebruik voertaal/ Ned.Taal,= bij GOB n.v.t.Veiligheid-risico-inventarisatie-beleid veiligheid-uitvoering beleidArt. Wk. resp.<strong>Beleidsregels</strong> kwaliteit58 t/m 60, 63 lid 4 Wk.-59-58-58-60-54 en 63 lid 450 Wk. en BKk. 10 en 15-50 lid 2-4, 10 en 15 BKk-50 lid 1, art.9 lid 1 BKk-50 lid 1, art 9 lid 2BKk-5551 Wk.-51-51, art. 8 BKk-51, art. 8 BKkPrioriteit Hersteltermijn <strong>Handhaving</strong>smogelijkhedenLaag 0-12 maanden, waarbij: Waarschuwingsnel oplosbaar: 0-6; dan welminder snel : 0-12 aanwijzingGemiddeldHoog-vog: 0-2 maanden.-overige 0-4 maanden.max. 1 maand, i.h.a.volstaat 1-2 wekenAanwijzingdan wel evt. bevel(i.c. <strong>met</strong> name bijontbreken vog.)Aanwijzing ofBevelVervolgstappen fase 2,indien geen resultaat-Aanwijzing-Last onder dwangsom en/ of-BoeteBestuursdwang is hier (i.h.a.) nietmogelijk-Last onder dwangsom en/ of-Boete-Exploitatieverbod en uitschrijvingregister(ultimum remedium)-Bevel in 2 e fase ligt niet direct voorde hand en is niet mogelijk bij GOB-Bestuursdwang bij dit domein nietmogelijk-Last onder dwangsom (niet bijacuut/ ernstig gevaar) en /of-Boete-Exploitatieverbod-Uitschrijving uit registerGezondheid-risico-inventarisatie-beleid gezondheid-uitvoering beleid-protocol Meldcodekindermishandeling-inhoud protocol51 Wk.-51-51, art 8 en 12 BKk-51, art.8 en 12 BKk-art 15a. BKkHoogmax. 1 maand, i.h.a.volstaat 1-2 wekenAanwijzing ofBevel-Bevel in 2 e fase ligt niet voor dehand-Bestuursdwang n.v.t. bij opstellenrsico-inventarisatie en beleid, welbij uitvoering-Last onder dwangsom (niet bijacuut/ernstig gevaar) en/ of-Boete-Exploitatieverbod-Uitschrijving uit register-Bevel in 2 e fase ligt niet voor dehand-Bestuursdwang n.v.t. tenzij bijuitvoering beleid21


Niet voldoen aan kwaliteitseisenAccommodatie en inrichting-binnenspeelruimte-slaapruimte(= bij BSO n.v.t.)-buitenspeelrruimte aangrenzend bijkindercentrumBij BSO-buitenspeelruimte wel/ nietaangrenzendBij GOB: opvang aantal kinderendoor gastouderGroepsgrootte enberoepskracht-kind-ratio-opvang in groepen-vaste beroepskr./ruimtes(= bij BSO n.v.t.)-beroepskracht-kind-ratio-afwijkende inzet beroepskr.Bij GOB: zie accommodatiePedagogisch beleid/ praktijk-beleidsplan-inhoud-pedagogische praktijk-emotionele veiligheid(= bij GOB n.v.t.)-persoonlijke competentie-sociale competentie(= bij GOB n.v.t.)-overdracht normen/waarden(= bij GOB n.v.t.)Kwaliteit gastouders enopvangwoningKwaliteit gastouderbureauWet Klachtrecht-Wet klachtrecht cliënten zorgsector-Klachtenregeling oudercommissieArt. Wk. resp.<strong>Beleidsregels</strong> kwaliteit49 Wk.-art. 5 BKk-art. 6 BKk-art 7 BKk lid 1-Art7 lid 2 BKk-Art 11 lid 2b/c BKk.50, 56-art 3 lid 1/4/9 BKk-art 3 lid 3/4 BKk-art 3 lid 2/3/7/8/12 BKk-art 3 lid 10-12, 5-7 BKk49, 50 Wk., 2 en 11 BKk-art 2 leden1,5 / 11 lid 1,-art 2 en 11 BKk-art 2 lid 4 en BKk-art 2 lid 2 BKk-art 2 lid 2/ 11 lid 2 BKk-art 2 lid 2/ 11 lid 2 BKk-art 2 lid 2a BKk56 Wk. enart. 11 lid 2/ 6 en 13 BKk49 lid 2, 56 lid 1 Wk. enart. 11, 12 en 12 a BKk-Wkcz art.2-60aPrioriteit Hersteltermijn <strong>Handhaving</strong>smogelijkhedenGemiddeld 0-4 maanden. AanwijzingBevelHoog Max. 1 maand AanwijzingBevelVervolgstappen fase 2,indien geen resultaat-Aanwijzing-Last onder dwangsom-Boete-Exploitatieverbod-Uitschrijving uit register-Bestuursdwang niet voor dehandliggend / nauwelijks mogelijk-Last onder dwangsom en/ of-Boete-Exploitatieverbod-Uitschrijving uit register-Bestuursdwang ligt niet voor dehandGemiddeld 0-4 maanden. Aanwijzing -Aanwijzing-Last onder dwangsom-Boete-Exploitatieverbod-Uitschrijving uit register-Bestuursdwang niet mogelijkGemiddeld 0-4 maanden. Aanwijzing-Last onder dwangsom en/ofLast onder dwangsom -Boete-Geen bevel mogelijk bij GOBHoog maximaal 1 maand, i.h.a. Aanwijzing-Last onder dwangsom en/ ofvolstaat 1-2 weken Last onder dwangsom -Boete-Geen bevel mogelijk bij GOBLaag 0-12 maanden. Aanwijzing Last onder dwangsom en/ of-Boete22


8.3: Boetenormbedragen bestuurlijke boete Wet kinderopvang,APer domein/ kwaliteitsaspect wegens strijd verantwoorde kinderopvang artikel 49 Wk.Beboetbaar feit i.v.m. nietvoldoen aan kwaliteitseisenPrioriteitBoetenorm perdomein/ aspectBeboetbaar feit i.v.m. niet voldoenAan kwaliteitseisenPrioriteitBoetenorm perdomein/ aspectOudersoudercommissie-reglement-instellen-voorwaarden-adviesrecht-informatie oudersPersoneel-verklaring omtrent gedrag *-passende beroepskwalificatie= bij GOB: pedagogische kennis-voorwaarde/ inzet beroepskrachti.o = bij GOB n.v.t.-gebruik voertaal/Ned.Taal,= bij GOB n.v.t.Veiligheid-risico-inventarisatie-beleid veiligheid-uitvoering beleidGezondheid-risico-inventarisatie-beleid gezondheid-uitvoering beleid-protocol meldcode kindermishand.-inhoud protocolAccommodatie en inrichting-binnenspeelruimte-slaapruimte (n.v.t. bij BSO)-buitenspeelruimte voldoet wel/niet aangrenzendBij BSO-buitenspeelruimte nietaangrenzendBij GOB: aantal kinderen doorgastouderLaag 600012001200120012001200Gemidd. 120003000 *300030003000Hoog 18000600060006000Hoog 2400060006000600030003000Gemidd. 1200040004000400040004000Pedagogisch beleid en praktijk-beleidsplan-inhoud-pedagogische praktijk-emotionele veiligheid =n.v.t. bij GOB-persoonlijke competentie-sociale competentie = n.v.t. bij GOB-overdracht normen/waarden= n.v.t. bij GOBGroepsgrootte enberoepskracht-kind-ratio-opvang in groepen-vaste beroepskrachten/ruimtes =n.v.t. bij BSO-beroepskracht-kind-ratio-afwijkende inzet beroepskrachtenGemiddeld 140002000200020002000200020002000Hoog 240006000600060006000Kwaliteit gastouders en opvangwoning Gemiddeld 12000Kwaliteit gastouderbureau Hoog 24000Wet Klachtrecht-Wet klachtrecht cliënten zorgsector-Klachtenregeling oudercommissieLaag 60003000300023


BDe boetenormbedragen, vermeld onder 8.3 A, worden verdubbeld ingeval van niet/ niet tijdige nakoming van:-een gegeven aanwijzing als bedoeld in artikel 65 Wk.;-een bevel als bedoeld in artikel 65 Wk.;-een verbod als bedoeld in artikel 66 Wk.Overwegingen hierbij zijn onder meer:-er is sprake van een eerder door of namens bestuur genomen besluit,-<strong>tot</strong> stand gekomen na een (veelal) uitgebreide en, zorgvuldige procedure,-in verband <strong>met</strong> het niet voldoen aan (bij houders algemeen bekend veronderstelde) kwaliteitseisen,-waarbij de verantwoordelijke houder,-na constatering van overheidswege en na daarop aangesproken te zijn,-ook na vervolgens nog eens nadrukkelijk in de gelegenheid te zijn gesteld middels een besluit,-willens en wetens en dus volledig voor diens eigen risico-de overtreding niet beëindigt/ niet beëindigd heeft en-daarmee in weerwil <strong>tot</strong> zijn wettelijke, maatschappelijke en morele verplichtingen,-geen verantwoorde opvang (verzorging en opvoeding) biedt aan een kwetsbare groep (kinderen!).COpname van boetenormbedragen voor mogelijk beboetbare feiten terzake van overtredingen m.b.t. financiële tegemoetkoming aan ouders (art. 72 lid 1sub a enb jo. art. 28 Wk.) in de voorliggende beleidsregel(s) is niet gewenst nu het hier gaat om beboetbare feiten die verband houden <strong>met</strong> de kwaliteit van degeboden kinderopvang respectievelijk kinderopvang zonder melding dan wel instemming.24

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!