Bewoners deken na over sloop eigen woning (pdf ... - Kennisbank
Bewoners deken na over sloop eigen woning (pdf ... - Kennisbank
Bewoners deken na over sloop eigen woning (pdf ... - Kennisbank
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
ER ZIJN VEEL van dit soort portiekflats in Nederland.Bij het uitponden van deze complexen uit de <strong>woning</strong>voorraad,moet de verhuurder zich goed realiseren datparticuliere eige<strong>na</strong>ren met enorme problemen wordenopgezadeld. “Kopers weten vaak niet waar zij aanbeginnen. De <strong>woning</strong>en worden ouder en het VvE-bestuurfunctioneert vaak niet goed. <strong>Bewoners</strong> komen <strong>eigen</strong>lijkvast te zitten in een web van ellende. Zij zouden betervoorgelicht moeten worden”, vindt Kastein. “Er zijnweinig perspectieven. Sommige eige<strong>na</strong>ren proberen hun<strong>woning</strong> te verkopen aan een nieuw slachtoffer. Ik zeg hetnu heel negatief, maar <strong>na</strong>armate de <strong>woning</strong>en meer opleeftijd raken, is dit beeld wel reëel.”De praktijk is dat veel uitpondoperaties al hebben plaatsgevonden.Sommige corporaties zijn eige<strong>na</strong>ar van meerdan de helft van de <strong>woning</strong>en gebleven. Zij spelen nogeen actieve rol in de VvE. Dan is er een redelijk stabielesituatie. Maar waar dit niet het geval is, zullen veelparticulieren een keer tegen de problemen aanlopen.Als dit soort complexen op locaties staan waar volume istoe te voegen en de gemeente er welwillend tegen<strong>over</strong>staat, dan kan <strong>sloop</strong> en nieuwbouw via CPO met geslotenbeurs volgens Kastein een passende oplossing zijn voordit probleem.Bij CPO verwerven particulieren in groepsverband eenbouwkavel met woonbestemming. Hiervoor organiserenzij zich meestal in een stichting of vereniging zonderwinstoogmerk, die als opdrachtgever <strong>na</strong>ar architect e<strong>na</strong>annemer van het project optreedt. Uiteindelijk wordende <strong>woning</strong>en dus in groepsverband gerealiseerd.Eige<strong>na</strong>ren moeten volgens hem <strong>over</strong> de streep getrokkenworden met een aantrekkelijk en degelijk plan. “Mensenmoeten op een verantwoordelijke manier een beetjeverleid worden. Met CPO weten zij immers ook nietprecies waaraan zij beginnen. Hoe zit het met de huisvestingskosten?En, waar laten we onze spullen? Met de<strong>woning</strong>corporatie zijn er goede afspraken te maken voorwissel<strong>woning</strong>en. Alle betrokken partijen kunnen er metdeze aanpak wijzer van worden.”Samen met De Regie zoekt de SEV in deze richting oplossingenvoor twee portiekflats in Heemstede en Zandvoort.Over het blijven investeren in de <strong>woning</strong>en zelf is bij deeige<strong>na</strong>ren twijfel ontstaan. Dat heeft te maken met debouwkundige staat. Het wooncomfort is onder de maat.“Er zijn allerlei zaken waar je geld in moet steken als je ergoed wil wonen. De vraag is of de investeringen zich nogterugbetalen in een hogere waarde van de <strong>woning</strong>en”,zegt Kastein. “Hier komt bij dat een deel van de huidigebewoners er juist is gaan wonen vanwege de lage prijs.Zij hebben dus lang niet altijd de fi<strong>na</strong>nciële middelen omde <strong>woning</strong>en op te k<strong>na</strong>ppen. Dat is een probleem.”In Heemstede hebben twee VvE’s een stichting opgericht.De stichting vertegenwoordigt de eige<strong>na</strong>ren en heeft eenprogramma van eisen opgesteld. Is het mogelijk om metgesloten beurs nieuwe <strong>woning</strong>en met minimaal hetzelfdeoppervlak te realiseren?“Wij hebben in opdracht van de stichting een haalbaarheidsonderzoekuitgevoerd: wat kost het om de huidige <strong>woning</strong>enen garages te slopen en wat kost het om vervolgens opdezelfde locatie evenveel <strong>woning</strong>en van dezelfde omvangmet parkeergelegenheid terug te bouwen?”, verteltKastein. “Het saldo van deze optelsom, van het slopenvan de huidige <strong>woning</strong>en en het bouwen van de nieuwe<strong>woning</strong>en, wil je tot nul reduceren. Vervolgens kun je uitrekenenhoeveel <strong>woning</strong>en en parkeerplaatsen je moettoevoegen om de kosten van de vervanging van dehuidige <strong>woning</strong>en te kunnen afdekken.”Door het architectenbureau ADP is in opdracht van destichting een volumestudie gedaan. De resultaten zijndoorgesproken met het stichtingsbestuur en de tweeVvE’s. Hiermee is het nog geen gerealiseerd plan. Ook degemeente en de <strong>woning</strong>corporatie moeten akkoord gaan.Dat geldt ook voor de omwonenden.“Met de <strong>woning</strong>corporatie is vooraf een afspraak gemaakt<strong>over</strong> hun participatie in het project”, legt Kastein uit. “Zijzijn bereid gevonden om de extra <strong>woning</strong>en die ontwikkeldworden, te kopen. Dit tegen een prijs die net onder detaxatiewaarde ligt. Enerzijds koopt de corporatie dusextra <strong>woning</strong>en tegen een gunstige prijs en anderzijdsfi<strong>na</strong>nciert zij enkele kosten voor. Dit is de kurk waar hetproject fi<strong>na</strong>ncieel op drijft.”De gemeente heeft aangegeven welwillend tegen<strong>over</strong> hetprincipe te staan, maar het is nog niet bekend of zij ookdaadwerkelijk met de huidige voorstellen zal instemmen.De gemeente moet bereid zijn het bestemmingsplan aante passen. Voorlopig ligt er een structuurontwerp.Kopers zoudenbeter voorgelichtmoetenwordenIn Zandvoort ging het anders. De gemeente daar is al jare<strong>na</strong>an het soebatten met een aantal eige<strong>na</strong>ren van enkeleportiekflats aan de boulevard. Het gaat om in totaal60 koop<strong>woning</strong>en verdeeld in drie blokken. Het complexis <strong>eigen</strong>dom van 11 afzonderlijke VvE’s.De <strong>woning</strong>en zijn vergelijkbaar met die in Heemstede.De gemeente vindt daarom dat dit stukje Zandvoort aanvernieuwing toe is. Zij wilde de locatie door een projectontwikkelaarlaten opwaarderen. De eige<strong>na</strong>ren hebbenzich daar steeds met succes tegen verzet.“De vergoeding zou niet in verhouding staan tot hetbedrag dat de huidige bewoners er ooit voor hebbenneergelegd”, zegt Kastein. “Deze discussie <strong>over</strong> deopwaardering van dit gebied duurt al twintig jaar waarbijde bewoners tot nu toe altijd het gelijk aan hun kanthebben gekregen. De huidige wethouder zag in het CPOconcepteen interessante optie die kon leiden tot eendoorbraak in de discussie.”De bewoners denken nogal verschillend <strong>over</strong> de toekomstvan het complex en het gebied. “Vooral bewoners die zelfflink hebben geïnvesteerd in de <strong>woning</strong>, lopen niet echtwarm. Een groot deel van de bewoners vindt juist dat ernu een historische kans ligt om dit met gesloten beurs tedoen”, weet Kastein.Ook hier heeft een haalbaarheidsonderzoek meer duidelijkheidverschaft. “De bewoners blijken geen haast tehebben. Zij vinden het voortzetten van het onderhoudvoor de korte termijn de beste optie. De meerderheid wilwel verder onderzoek <strong>na</strong>ar de <strong>sloop</strong>-nieuwbouwvariant”,aldus Kastein.De nieuwe Wet ruimtelijke ordening biedt gemeenten demogelijkheid de eis op te nemen in een bestemmingsplandat (een deel van) een locatie via particulier opdrachtgeverschapontwikkeld moet worden. Als eige<strong>na</strong>ar wil jeniet meewerken aan een bestemmingsplanwijziging omhet vervolgens voor een andere partij dan de <strong>eigen</strong> VvEmogelijk te maken op de locatie extra <strong>woning</strong>en te gaanbouwen. De eige<strong>na</strong>ren hebben deze opbrengsten immerszelf nodig om de begroting van het <strong>sloop</strong>-nieuwbouwprojectsluitend te krijgen. “De eige<strong>na</strong>ren willen daaromdat de extra mogelijkheden die op deze locatie wordengecreëerd alleen benut kunnen worden in het kader vanCollectief Particulier Opdrachtgeverschap”, legt Kastein uit.De gemeente heeft dit <strong>over</strong>genomen. In het ontwerpbestemmingsplandat op 19 mei jl. door het college isvastgesteld, wordt de bestaande situatie bevestigd. Er isbovendien een wijzigingsbevoegdheid opgenomenwaarin is geregeld dat het slopen en vervangen van dehuidige <strong>woning</strong>en alleen via een CPO-initiatief mogelijkis (zonder het bestemmingsplan opnieuw te moeten aanpassen).Uiteraard zijn er regels <strong>over</strong> hoe hoog en hoeveeler maximaal op de locatie mag worden teruggebouwdwanneer een beroep op deze wijzigingsbevoegdheidwordt gedaan. Ook alle omwonenden willen immers zichthebben op wat er gaat gebeuren.“Als er voldoende eige<strong>na</strong>ren blijken te zijn die vertrouwenhebben in een bepaald plan ter vervanging van hun <strong>eigen</strong><strong>woning</strong>en, kunnen zij dus <strong>na</strong>ar de gemeente stappen enwijzen op de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan”,legt Kastein uit. “Op deze manier ontstaat er eenoplossing die voor alle betrokkenen gunstig is. De gemeenteen andere <strong>woning</strong>eige<strong>na</strong>ren zien de waarde van eengebied stijgen en de direct betrokken eige<strong>na</strong>ren vervangenmet een gesloten beurs hun huidige appartementen dooreen nieuw huis met een verhoogd wooncomfort. Zij kunnenbovendien volop zelf meedenken in de herontwikkelingvan het gebied.”Of de bewoners ook daadwerkelijk <strong>over</strong>gaan tot <strong>sloop</strong> ennieuwbouw zal de toekomst uitwijzen.
“WONEN, IN ELK GEVALin het sociale domein, is tegenwoordigniet meer van het Rijk, van gemeenten en zelfsniet van bewoners, maar van corporaties. En die zijn ophun beurt van niemand. Binnen de driehoek staat, markten gemeenschap heeft de <strong>woning</strong>corporatie zich alsmaatschappelijke organisatie in de loop van de tijd alshet ware aan elastiekjes op en neer bewogen. Vanuit hetdomein van de gemeenschappen zijn ze als maatschappelijkeorganisaties door de staat geconfisqueerd en totuitvoeringsorganisaties van <strong>over</strong>heidsbeleid geworden.Na de verzelfstandiging hebben corporaties <strong>na</strong>drukkelijkde markt verkend en zich daarbij vervreemd ten opzichtevan de andere domeinen en hun actoren, <strong>over</strong>heid enbewoners. Daardoor zijn de elastiekjes slap geworden:de <strong>over</strong>heid is op afstand gaan staan en beweegt vooralbij incidenten. De gemeenschappen zijn een passieve entandeloze omgevingsfactor van de corporatie geworden.De marktwerking heeft maar beperkt vat op de corporatiesmet hun vrijwel gegarandeerde inkomstenstroom.Losgeraakt van hun verschillende maatschappelijkeankers, hebben corporaties een weinig duurzame toekomst.Er is sprake van een verlies aan legitimiteit e<strong>na</strong>an duidelijkheid <strong>over</strong> de identiteit van de corporaties enhet corporatiebestel. Er is twijfel <strong>over</strong> hun dienstbaarheidaan het publieke belang en effectiviteit bij het dienenvan meervoudige doelen en het bedienen van vele doelgroepen.Het stelsel is aan vernieuwing toe!”“Een terugkeer <strong>na</strong>ar het vroegere stelsel is daarbij nietmogelijk. Er wordt in dit kader dan ook gesproken van denoodzaak tot het herontwerpen van het woonstelsel.Ideeën <strong>over</strong> hoe de toekomst van <strong>woning</strong>corporaties eruit kan komen te zien lopen flink uiteen. Sommigen pleitenvoor een verdere verzelfstandiging van de corporaties enbeperking van het <strong>over</strong>heidstoezicht. Anderen willen juisteen versterking van de sociale taak binnen publiekekaders. Nog weer anderen wensen vooral de emancipatievan de bewoners te versterken.” Wat is de achterliggendevisie achter het stelsel en wat zijn de uitgangspuntenwaaraan een nieuw ontwerp zou moeten voldoen?Een belangrijke vraag is welke variaties er in de toekomstvan corporaties mogelijk zijn. Wat is hard en zeker,wat nog niet en wat bepaalt dat? Doevendans: “In‘Ontwikkelingspaden voor <strong>woning</strong>corporaties’ verkennenFleurke, Van der Schaar en Van Wijk deze vragen. Tegende achtergrond van een historische, inter<strong>na</strong>tio<strong>na</strong>le entranssectorale vergelijking, onderzoeken de auteurs deargumenten op grond waarvan men voor een van deontwikkelingspaden zou kunnen kiezen. De eerste ontwikkelingsrichtingis versmalling. Deze richting komttegemoet aan twijfels omtrent de uitzonderingspositiedie Nederland in Europees verband inneemt. Hierbijworden er vraagtekens geplaatst bij de verzelfstandigdegrootschalige corporaties en neigt men <strong>na</strong>ar herkenbare,klassieke arrangementen. De ontwikkelingsrichting consolidatievan het bestel heeft betrekking op het handhavenvan het evenwicht tussen de grote spelers in en rond desociale verhuur. Afscheid van de <strong>over</strong>heid is de derdeonderscheiden ontwikkelingsrichting en houdt het eindein van een afzonderlijk wettelijk regime voor instellingendie zich met sociale verhuur bezighouden. De ontwikkelingsrichtingverbreding leidt tot wezenlijk anderecorporaties. Verbreding kan leiden tot een nieuw typeonderneming: het gemengd woonbedrijf.”Maar de vraag <strong>na</strong>ar een nieuw woonstelsel reikt verderdan de positie van alleen corporaties. In een nieuw woonstelselmoet ook de positie van de andere partijen duidelijkerworden, onder meer ten opzichte van de corporatie.Wie moeten dit woonstelsel dragen, van wie is het wonenen van wie de corporatie? Volgens de SEV kenmerkt eennieuw woonstelsel zich door de volgende vijf elementen.Beweeglijk speelveld voor maatschappijgedrevencorporatiesWat er moet gebeuren om ‘het belang van de volkshuisvesting’te dienen, verandert in de tijd. Vertrekken vanuitde kerntaak volkshuisvesting – de toegankelijkheid vanwonen voor iedereen en dus de zorg voor kwetsbaredoelgroepen – lijkt daarbij verstandig. Afbakening <strong>na</strong>ar‘buiten’ kan tot stand komen in interactie met de lokalemaatschappelijke omgeving van corporaties. De concurrentiemet de gemeente, zorg- en welzijnsinstellingenom bijvoorbeeld de regierol op wijkniveau, zal tegende grenzen van bevoegdheden en middelen aanlopen.Voorlopig dient dat een nuttig doel: het nodigt uit totmaatschappijgedreven innovatie en het maakt deproblemen die dichtbij mensen liggen daardoor nietalleen zichtbaar, maar lost ze ook op. Onderbouwing vande inzet in termen van maatschappelijk en economischrendement en principes van wederkerigheid en proportio<strong>na</strong>liteitmoeten de brede maatschappelijke betrokkenheidvan corporaties handen en voeten geven.Borging publiek belang en publieke normstellingOok op een beweeglijk speelveld kunnen strakke normengelden. Die hebben <strong>na</strong>melijk betrekking op de maatschappelijkekerntaken van corporaties en in het bijzonderde borging van het publieke, grondwettelijke belang: hethuisvesten van hun doelgroep in kwalitatief acceptabele<strong>woning</strong>en tegen een betaalbare prijs. Die norm laat zichzowel kwalitatief als kwantitatief vertalen. Ook te<strong>na</strong>anzien van aanvullende maatschappelijke opdrachten,zoals het bijdragen aan de ontplooiing van mensen e<strong>na</strong>an de kwaliteit van samenleven, is lokale normstellingmogelijk en wenselijk.
Gemengd bedrijfsmodel: scheiden om nieuwte verbindenDe constructie van de ideale <strong>woning</strong>corporatie valt nogniet mee. Vooral op de meervoudigheid in functies engebrekkige aansturing is kritiek mogelijk. Als kapitaalverschafferen vastgoedbelegger zouden corporatieseve<strong>na</strong>ls pensioenfondsen aan gematigde maar harderendementseisen moeten voldoen waarop een strengtoezicht op te risicovolle transacties en investeringenwordt gehouden. Als <strong>woning</strong>beheerder zouden ze aandezelfde tucht van de markt moeten worden blootgesteldals die welke makelaars en commerciële verhuurdersefficiënt laat werken. Als uitdeler van dat fi<strong>na</strong>ncieel enmaatschappelijk rendement hebben zij daarom een veelsterkere publieke en maatschappelijke borging nodig opde richting waarin die investeringen worden gedaan,zonder dat lange democratische besluitvormingsproceduresde slagkracht verminderen. Zijn er modellen denkbaarwaarin optimaal presteren op deze verschillende functieswordt gecombineerd met behoud van maatschappelijkeidealen en inzet op de maatschappelijke doelstelling?Ontwerp van nieuwe bedrijfsmodellen, met ‘scheiden omnieuw te verbinden’ als motto, maakt onderdeel uit vanherontwerp van het stelsel.Lokale betrokkenheid en tegenkrachtHet wonen is te veel van corporaties alleen geworden.Betrokkenheid, medeverantwoordelijkheid en sturing vanlokale partijen, bewoners en gemeenten voorop, moetopnieuw groeien om vervreemding en oligarchie vancorporatiebestuurders tegen te gaan. Niet alleen bij hetcorporatiebeleid, maar bij het wonen als zodanig. Daarzijn nieuwe instrumenten voor nodig, voor gemeenten envoor bewoners. Het wetsontwerp van de MaatschappelijkeOnderneming biedt hiervoor handvatten, maar veel meeris nodig en mogelijk. Een programma ‘maatschappijverbindingen’,met inzet op versterking van de sturingdoor lokale belanghouders en op het faciliteren vanmaatschappelijke zelforganisatie, maakt een belangrijkonderdeel uit van het herontwerp.Betrouwbare noodremprocedureDe stuurgroep ‘Meijerink’ doet vooral iets aan het toezicht– er komt een nieuwe sterke autoriteit – en er wordtiets gedaan aan de borging van het publieke belang. Diecentrale Woo<strong>na</strong>utoriteit moet er komen, maar dan ookmet echte tanden. Dat publiek belang moet stevigergeborgd worden, maar dan met kabels in plaats vanelastiekjes.Alle partijen in hetnieuwe woonstelselmoeten hunverantwoordelijkheidpakken“Alle partijen in het nieuwe woonstelsel moeten hunverantwoordelijkheid pakken. Corporaties zullen hunbestaansrecht als maatschappelijke onderneming verplichtendmoeten invullen, als ‘werkorganisatie van,voor en met de samenleving’. Het wonen is niet vancorporaties, het is in de eerste plaats van bewoners enhun gemeenschappen. Corporaties zullen zich breedmaatschappelijk moeten blijven oriënteren en medeverantwoordelijkheiddragen, maar niet alles ook zelfdoen. Coproductie met hun partners en het faciliterenvan maatschappelijke zelforganisaties van bewoners zijnperspectiefrijk. Gemeenten moeten echt meer van hunlokale regierol op het gebied van wonen laten zien endaarbij nieuwe sturingsvarianten als bod op woonvisiemoeten inzetten. De rijks<strong>over</strong>heid zal het systeem moetenorganiseren en beheren en een actieve betrokkenheid bijhet publieke belang moeten houden en waarmaken. Endaarbij condities voor bewoners, corporaties en gemeentenmoeten creëren.”“Het nieuwe woonstelsel komt er niet alleen va<strong>na</strong>f deontwerptafel. Nu al wordt in de maatschappelijke praktijkgeëxperimenteerd met arrangementen die voorgaan<strong>deken</strong>merken verkennen en op waarde onderzoeken.Nieuwe verenigingsvormen, maatschappelijk bestuur,maatschappelijke zelforganisatie, coöperatieven, zekomen eraan als de praktijk de ruimte krijgt om teexperimenteren. Dat is het beroep dat de SEV doet opde minister en de Tweede Kamer maar vooral ook opbewoners, gemeenten, corporaties en andere maatschappelijkeorganisaties. Bied ruimte voor experimenten,organiseer ‘beleidsleren’ op weg <strong>na</strong>ar een nieuw enduurzaam woonstelsel.”
2008, het jaar van de spannende verkiezingsstrijd in de Verenigde Staten,het jaar van de mondiale fi<strong>na</strong>nciële en economische crisis, maar ook hetjaar van de afgetreden minister Vogelaar. Een dy<strong>na</strong>misch jaar met veelingrijpendegebeurtenissen.Hoe de SEV het er va<strong>na</strong>f heeft gebracht, staat in het jaarverslag <strong>over</strong> 2008.Daarin staan de resultaten van de drie SEV-programma’s: Vernieuw(d)maatschappelijk ondernemerschap, Wat beweegt de <strong>woning</strong>markt? enKeer de verloedering!Wij vragen, bijvoorbeeld in de jaarverslagprijs Het Glazen Huis, transparantieen verantwoording van onze partners en andere betrokkenen. Ook hetSEV-jaarverslag moet daarom een dergelijke insteek hebben. Welke wegenzijn er ingeslagen? Wat zijn de prestaties en opbrengsten? Hebben we degewenste effecten gezien en de verwachte resultaten behaald? Ligt deSEV nog op de koers van maatschappelijk ondernemen? Deze vragen e<strong>na</strong>ndere stellen we in het jaarverslag. Spreek de SEV vooral aan op dezeresultaten, we horen het graag!SEV/juni 2009/48 pagi<strong>na</strong>’s/als <strong>pdf</strong> te downloaden of gratis te bestellen opwww.sev.nl In dit nieuw verschenen boek van Fleurke, Van der Schaar en Van Wijkwordt de lezer meegenomen in een verkenningstocht door de turbulentewereld van de <strong>woning</strong>corporaties. De ideeën <strong>over</strong> de toekomst van <strong>woning</strong>corporatieslopen flink uiteen. Moeten we afscheid nemen van het fenomeen<strong>woning</strong>corporatie, moet de corporatie versmallen tot kerntaken óf deintegrale buurtbeheerder worden die de WRR erin ziet?Tegen de achtergrond van een historische, inter<strong>na</strong>tio<strong>na</strong>le en transsectoralevergelijking, onderzoeken de auteurs de argumenten op grond waarvan menvoor een van de ontwikkelingspaden zou kunnen kiezen. Het boek geeftiedere politieke kleur argumenten in het debat <strong>over</strong> de toekomst van dezebelangrijke sector. Het werkt inspirerend en verhoogt tevens de kwaliteit vanhet publieke debat. De SEV ziet dit boek daarom ook als een belangrijke basisvoor nieuwe experimenten met arrangementen tussen <strong>woning</strong>corporaties,de gemeenschap waar zij in en voor opereren, de <strong>over</strong>heid en de markt.RIGO en SEV/mei 2009/208 pagi<strong>na</strong>’s/ te bestellen voor €19,50 op www.sev.nl Sinds 2002 voert de Rotterdamse wooncorporatie Woonbron eeninkomensafhankelijk prijsbeleid, beter bekend als het ‘Tweehuurprijzensysteem’.De aangeboden <strong>woning</strong>en zijn sindsdien voor zowel eensociale huurprijs als een ‘markthuur’ verkrijgbaar, afhankelijk van hetinkomen van de bewoners. Woonbron en de SEV evalueren de effectenvan deze mogelijke voorloper voor een landelijk systeem van inkomensafhankelijkhuren in dit rapport. De SEV heeft een vergelijkbaarexperiment met Huur op Maat. We verwachten hiervan in juli 2009 deeerste resultaten op landelijk niveau.SEV/april 2009/42 pagi<strong>na</strong>’s/als <strong>pdf</strong> te downloaden op www.sev.nl De provincie Groningen, de gemeenten Pekela, Reiderland, Scheemda enWinschoten en de SEV hebben Heins Advies gevraagd onderzoek te doen<strong>na</strong>ar koop<strong>woning</strong>en in het Oldambt. Het is een vervolg op eerdere onderzoekendie concluderen dat de vraag <strong>na</strong>ar <strong>woning</strong>en in Oost-Groninge<strong>na</strong>fneemt.Aanleiding voor het onderzoek waren diverse onderzoeksrapporten en dewaarneming dat in sommige straten van de betrokken gemeenten veel<strong>woning</strong>en te koop bleken te staan. Heins Advies uit Leeuwarden heeft dewensen van bewoners en de technische staat van de <strong>woning</strong>en onderzocht.Deze uitkomsten werden vergeleken met eerdere onderzoeken inNederland. In gebieden in Zeeland, Limburg en Twente bijvoorbeeld zienwe vergelijkbare ontwikkelingen.SEV/april 2009/96 pagi<strong>na</strong>’s/als <strong>pdf</strong> te downloaden op www.sev.nl De discussie <strong>over</strong> het belang van energiebesparing is al langer gaande,maar sinds de economische crisis is het kabinet zich meer gaan focussenop dit onderwerp. Verschillende maatregelen worden getroffen op uiteenlopendegebieden. De CO 2 -uitstoot bijvoorbeeld moet drastisch wordenverlaagd, maar ook bedrijven en <strong>woning</strong>en moeten beter geïsoleerd worden.In nieuwbouw<strong>woning</strong>en is isoleren bij<strong>na</strong> vanzelfsprekend, echter in debestaande particuliere voorraad worden de kabinetsdoelstellingen nietbereikt. Om deze te halen, moet ook de particuliere sector aan de slag.In 2008 zijn twee verkenningen <strong>over</strong> dit onderwerp met bijdrage van deSEV uitgevoerd. In dit rapport treft u de uitkomsten daarvan aan.SEV/maart 2009/50 pagi<strong>na</strong>’s/als <strong>pdf</strong> te downloaden op www.sev.nlKijk voor een uitgebreid <strong>over</strong>zicht op www.sev.nl
SEV-congres‘MAAKBAARHEID VAN EENDUURZAME SAMENLEVING’Op 23 april 2009 kwamen in het filmtheater Cinescope inAlmere verschillende vertegenwoordigers van het middenveld,de <strong>over</strong>heid en de gemeenschap samen om te brainstormen<strong>over</strong> de ‘maakbaarheid van een sociaal duurzame samenleving’.De gemeente Almere heeft corporaties uitgedaagd eencompetitie aan te gaan voor de ontwikkeling van de sociaalduurzame wijk Almere Hout Noord. Drie corporaties, waaronderwin<strong>na</strong>ar Ymere, presenteerden hun plan in een workshop.Daar<strong>na</strong>ast lichtten gastsprekers hun visie op de maakbaarheidvan een duurzame samenleving toe.De soms stroeve samenwerking tussen de aanwezigepartijen bleef niet onderbelicht. Annet Bertram sprak bijvoorbeeld<strong>over</strong> een ‘moddertheorie’ waarmee ze het falenvan de samenwerking aanduidt. Floor Basten betoogde datde burger ondergewaardeerd is en serieus moet wordengenomen. Echter, voorbeelden van succesvolle projecten zoalsWoonServiceWijk Escamp en het NOVA-college werden ookbenoemd. Dankzij de diverse sprekers was het congres vande SEV en de gemeente Almere zeer gevarieerd en liep despanning af en toe – op een prettige manier – hoog op.Meer informatie <strong>over</strong> het congres op www.sev.nlHet Experiment is een kwartaaluitgave van de SEV, Postbus 1878, 3000 BWRotterdam. De SEV ontwikkelt innovatieve oplossingen voor maatschappelijkevraagstukken op het gebied van wonen. De SEV is o<strong>na</strong>fhankelijk, maarkan niet zonder initiatiefrijke netwerkpartners. Samen met hen beproeft zijideeën voor innovaties in de praktijk.Een abonnement op Het Experiment is kosteloos en op vier manieren aan tevragen: schriftelijk op bovenstaand adres, telefonisch via 010 - 282 50 50,per e-mail sev@sev.nl of via www.sev.nl.Adreswijzigingen kunt u schriftelijk doorgeven. Gebruikt u daarvoor deadreswijzigingskaart/bestelbon. Dit is de andere zijde van de adresdrager.Over<strong>na</strong>me van artikelen is mogelijk <strong>na</strong> toestemming van de hoofdredacteur.Een kosteloos abonnement op onze elektronische nieuwsbriefSEV@ctueel krijgt u door uw <strong>na</strong>am (eventueel de <strong>na</strong>am vanuw organisatie en functie) te mailen <strong>na</strong>ar sevactueel@sev.nl.U kunt zich ook abonneren via www.sev.nl.Aan dit nummer werkten mee: Sahil Achahboun, Lex de Boer, Ilse Crooy,John Cüsters, Radboud Engbersen, Kees de Graaf, Marnix Groenland,Jeroen Singelenberg, Sander Sparenberg, Madelon Stoele en Anne-Jo Visser.Beeldmateriaal: Absoluut Design, Freek van Arkel/Hollandse Hoogte, MartijnBeekman/Hollandse Hoogte, Oote Boe/Hollandse Hoogte, Joost Brouwers,Sofie Van Hoof, Arie Kievit/Hollandse Hoogte, Len Munnik, de Natio<strong>na</strong>leBeeldbank, Geneviève Ruocco en Wendy Panders.Hoofdredactie: Karien van DullemenConcept en vormgeving: www.absoluutdesign.nl, Bergen op ZoomLithografie en druk: NPN drukkersAndere SEV-publicaties kunt u bestellen via:telefoonnummer 010 - 282 50 50, per email sev@sev.nl of via www.sev.nl