Neuroverpleegkundige - Verpleegkundigen & Verzorgenden ...

venvn.nl

Neuroverpleegkundige - Verpleegkundigen & Verzorgenden ...

Neuroverpleegkundige© Copyright AVVV Utrecht, maart 2004Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand, ofopenbaar gemaakt, in welke vorm dan ook, zonder schriftelijke voorafgaande toestemming van deAVVV. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave voor welk doeleinde dan ook, dientmen zich tot de AVVV te richten.


NeuroverpleegkundigeNederlandse Vereniging Neuroverpleegkundigen en -Verzorgenden (NVNV)


InhoudsopgaveVoorwoord 71 Verantwoording 82 Positionering van de neuroverpleegkundige 93 Zorgvragers en zorgvragen 113.1 Inleiding3.2 De oorsprong van de zorgvragen3.3 Kenmerken van de groep zorgvragers3.4 Aard van de zorgvragen naar urgentie en complexiteit3.5 Effecten van de zorgvraag voor gezondheid en bestaan3.6 Settings3.7 Aandachtsgebieden4 De betekenis en meerwaarde van de neuroverpleegkundige 154.1 Inleiding4.2 Betekenis en meerwaarde- binnen het verpleegkundig domein- voor de zorgvrager- voor medeprofessionals- binnen zorgorganisaties- binnen de gezondheidszorg5 Taakgebieden, kerntaken en competenties 185.1 Inleiding5.2 Aanvulling5.3 Zorgvrager gebonden taken- verkenning en opvolging van de zorgvraag bij een neurologische aandoening- vaststelling van de benodigde zorg bij een neurologische aandoening- planning van verpleegkundige zorg- uitvoering van behandeling en zorg- preventie en voorlichting geven- coördineren van behandeling en zorg- evaluatie van behandeling en zorg5.4 Professiegebonden taken- de deskundigheid in eigen beroepsmatig handelen en dat van collegaebevorderen- de kwaliteit van neurozorg borgen en bevorderen- de beroepsuitoefening professionaliseren5.5 Organisatiegebonden taken- bijdragen aan bedrijfsvoering en beheer van de organisatie-eenheid/instelling- bijdragen aan het beleid m.b.t. neuroverpleegkundige zorg van dezorginstellingBijlagen 34BegrippenlijstLijst van gebruikte afkortingenGeraadpleegde bronnenOpstellers Beroepsdeelprofiel


VoorwoordWaarom dit beroepsdeelprofiel?De verpleegkundige beroepsuitoefening beweegt mee met de dynamiek in de hedendaagsegezondheidszorg. Een dynamiek die op gang wordt gehouden door continu veranderendezorgvragen, ontwikkelingen in medisch-technisch handelen en de voortdurend bewegendearbeidsmarktsituatie.Hierdoor zien wij momenteel een grote verscheidenheid aan vormen van verpleegkundigeberoepsuitoefening.De talrijke differentiaties en specialisaties, en de daarvoor benodigde opleidingen, roepen echtereen beeld op van verbrokkeling en gebrek aan samenhang. Dit wordt in de hand gewerkt door hetbenadrukken van een ieders bijzonderheid en het veronachtzamen van de gemeenschappelijkheidin het verpleegkundig beroep. Ook de argumenten om het bestaan van een differentiatie ofspecialisatie te verklaren zijn divers, en ondergraven daardoor juist het bestaansrecht ervan.Binnen lidorganisaties van verpleegkundigen bestaat daarom grote behoefte hunberoepsuitoefening te beschrijven en te verantwoorden door middel van beroepsdeelprofielen. Deuniformiteit daarin laat elke differentiatie of specialisatie tot haar recht komen. En alleberoepsdeelprofielen tezamen dragen bij aan samenhang en transparantie van de verpleegkundigeberoepsstructuur.In het verlengde hiervan wordt gezocht naar passende vormen van kwalificering door middel vanopleidingen en naar registratie als bekrachtiging en erkenning van de positie die men inneemtbinnen het beroepenveld en de gezondheidszorg. Om die reden zijn deze beroepsdeelprofielenevenzeer van belang voor overige beroepsbeoefenaren, de wetgever, de algemene beroepsgroep,overheid (VWS), onderwijsinstellingen, werkgevers en vakbonden.AVVVUtrecht, 20047


1. Verantwoording1.1 InleidingZorgvragers met een neurologische aandoening hebben hun eigen problematiek en specifiekezorgvragen. Hierbij kan het gaan om een tijdelijke ontregeling dan wel een chronisch beloop,gekenmerkt door onzekerheid, bepaalde cycli en verdergaande achteruitgang. Willekeurig welkesituatie vragen zij niet alleen technisch kwalitatief hoogstaande zorg, maar ook ondersteuning enbegeleiding bij het bereiken van adequaat zelfmanagement en kwaliteit van leven.Het verlenen van verpleegkundige zorg waarmee deze vragen kunnen worden benaderd, vraagteen specifieke deskundigheid van verpleegkundigen. Deze wordt gelegd bijneuroverpleegkundigen met kunde en kennis aangaande neurologische aandoeningen en hungevolgen (fysiek, mentaal en psychosociaal), en de daarbij behorende methoden van behandelingen zorgverlening. Inherent aan de verscheidenheid in neurologische aandoeningen bestaan inberoepsuitoefening als neuroverpleegkundige diverse gradaties. Het gaat dan omaandachtsgebieden waarin de zorg haar specifieke inkleuring krijgt door de groep zorgvragers meteen bepaalde neurologische aandoening.Dit beroepsdeelprofiel bouwt voort op het al eerder verschenen functieprofiel van deneuroverpleegkundige, uitgegeven door de NVNV. Primair gaat de aandacht uit naar het generiekekenmerk van beroepsuitoefening als neuroverpleegkundige. Daarnaast komen de specifiekeaandachtsgebieden, waar neuroverpleegkundigen zich op kunnen richten, aan de orde.1.2 Betekenis van dit beroepsdeelprofielDit beroepsdeelprofiel is een verbijzondering van het verpleegkundig beroepsprofiel en het geefteen expliciete beschrijving van beroepsuitoefening als neuroverpleegkundige. Het geeftbetrokkenen een helder beeld van wat beroepsuitoefening als neuroverpleegkundige zoal inhoudt.De kern van het verpleegkundig beroep is herkenbaar in het referentiekader dat gevormd wordtdoor de taakgebieden, kerntaken en competenties uit het beroepsprofiel.De verbijzondering wordt zichtbaar in de specificering of uitbreiding van taakgebieden, kerntakenen competenties in relatie tot de context waarin en de zorgvragers met wie deneuroverpleegkundige haar beroep uitoefent.De beschrijving van de context waarbinnen de neuroverpleegkundige haar beroep uitoefent en vande zorgvragers en hun zorgvragen op wie haar zorg zich richt, vormt tevens een basis voorlegitimering en validering. Het gaat dan om onderscheid ten opzichte van andereverpleegkundigen en andere hulpverleners in de gezondheidszorg en om toegevoegde waarde tenopzichte van al bestaande vormen van verpleegkundige beroepsuitoefening. Hiermee wordenaanknopingspunten ontwikkeld die leiden tot de positionering van de neuroverpleegkundigebinnen een deelgebied van de verpleegkundige beroepsuitoefening.De terminologie die in dit document gehanteerd wordt, sluit aan bij de huidige ontwikkelingenbinnen de verschillende zorgsectoren en het huidige opleidingsstelsel.Om recht te doen aan het grote aantal vrouwelijke verpleegkundigen is ervoor gekozen de termverpleegkundige in de tekst met de vrouwelijke vorm aan te duiden. Hiermee worden zowel mannenals vrouwen bedoeld.In navolging van het beroepsprofiel gebruiken we de werkveldoverstijgende term zorgvrager.Hiermee worden, afhankelijk van het werkveld, mannelijke en vrouwelijke patiënten, cliënten ofbewoners bedoeld. Voor de leesbaarheid gebruiken we de term zorgvrager in de mannelijke vorm.8


2. Positionering van de neuroverpleegkundige2.1 InleidingDit hoofdstuk geeft een beschrijving van de ontwikkeling van neuroverpleegkunde en een duidingvan autonomie in handelen.2.2 OntwikkelingNeuroverpleegkunde - als differentiatie in verpleegkundige beroepsuitoefening – hangt samen methet medische specialisme neurologie en neurochirurgie.Neuroverpleegkunde ontwikkelt zich de laatste jaren snel in het kielzog van ontwikkelingen ingezondheidszorg, maatschappij en wetenschappelijke inzichten, en manifesteert zich steedsduidelijker als een eigen vakgebied. Het gaat dan om ontwikkelingen als het mondiger worden vande zorgvrager, wet en regelgeving, internet, ketenzorg en ontwikkeling van sociale woonvormen.Neuroverpleegkunde als vakgebied staat onder invloed van ontwikkelingen op het gebied van deverpleegkunde en van neurologie in het bijzonder. Voorbeelden hiervan zijn methodisch handelenen verpleegkundige diagnostiek, verplegingswetenschap en verplegingwetenschappelijkonderzoek, erkenning van de cognitieve neurowetenschappen en de daaraan verbondenneurorevalidatie.De bestaansgrond van neuroverpleegkunde als differentiatie lag en ligt bij de achterstand in kennisenvaardighedenontwikkeling binnen de verpleegkunde op het terrein van de neurologie enneurozorg. Op het gebied van neurozorg en neurologische aandoeningen krijgenverpleegkundigen vanuit hun initiële beroepsopleiding weinig tot geen bagage in kennis envaardigheden aangeboden en nemen hier dus weinig van mee. Bij hen ontbreekt een solide basisom zich hierin verder te ontwikkelen.Beroepsuitoefening als neuroverpleegkundige vereist, naast het verkrijgen van expertise doorpraktijkervaring, aanvulling van het kennisbestand met specifieke kennis en uitbreiding van hethandelingsrepertoire.Binnen neuroverpleegkunde zelf zijn specifieke aandachtsgebieden ontstaan – gericht op eengroep zorgvragers met een bepaalde neurologische aandoening en daaruit voortkomendezorgvragen - waar veelal ervaren neuroverpleegkundigen zich op toeleggen (CVA, Epilepsie,MS,Neurochirurgie, Neurorevalidatie, Parkinson). Zorgorganisaties en medeprofessionals (in hetbijzonder medici) en patiëntenorganisaties gaan het belang inzien van deze verpleegkundigen endragen bij aan voorwaarden voor hun beroepsmatig functioneren.Ontstaan en verdergaande ontwikkeling van neuroverpleegkunde worden beïnvloed dooronderstaandeprocessen:• De zorgvrager met een neurologische aandoening vraagt adequate ondersteuning en adviesvan verpleegkundigen. Verplegingswetenschappelijk onderzoek heeft nieuwe inzichtenopgeleverd wat betreft bejegening van deze categorie zorgvragers en maakt de complexiteitvan zorg inzichtelijk. Zorgvragers met bijvoorbeeld Parkinson, MS, CVA of Epilepsie hebbenbehoefte aan ’Care’ van de verpleegkundige en ’Cure’ van de neuroloog. Daarbij ziet dezorgvrager de verpleegkundige als schakel tussen hemzelf en de neuroloog. Bij hem ligt eenuitgesproken voorkeur om medische vragen met de neuroloog te bespreken en deconsequenties voor het dagelijkse leven van hun (chronische) neurologische aandoening metde verpleegkundige.• Op het terrein van neurologie zijn nieuwe behandelmethoden ontwikkeld, zoalsneuropsychologie, neurorevalidatie, neurochirurgische apparatuur (neurostimulator) enopzet van de Stroke-Care-Unit. Ook zijn er nieuwe diagnosetechnieken (CT, MRI, Petscan EEG).Het laagdrempelig houden van de zorg blijft een aandachtsgebied van de verpleegkundige.Nieuwe behandelmethoden (onder meer Mitoxantrone, Apomorfine) en klinisch medischwetenschappelijk onderzoek vragen een specifieke aanpak in voorlichting en begeleiding.• De vergrijzing van de populatie verhoogt de incidentie van CVA, Parkinson en Alzheimer en9


daarmee komt veel aandacht te liggen bij chronisch zieken. Er ontstaat een grote behoefteaan palliatieve zorg en begeleiding bij het leren leven met de gevolgen van de ziekte.• De zorg aan deze categorie zorgvragers in o.m. VS, Canada, Nieuw Zeeland en Groot-Brittannië heeft een voorbeeldfunctie voor de zorg in Nederland. Ervaringen in het buitenlandmet MS- verpleegkundigen worden als voorbeeld genomen voor professionalisering inNederland. Anderzijds heeft professionalisering van neurozorg in Nederland zo´n vluchtgenomen, dat het als voorbeeld dient voor het buitenland (neurorevalidatie, functieprofiel).Het eerder genoemde functieprofiel is vertaald en staat model voor een Europeesfunctieprofiel voor neuroverpleegkundigen. Het beroepsdeelprofiel zal in de toekomst ook alsvoorbeeld dienen in Europa.• De industrie heeft in neuroverpleegkundigen een interessante doelgroep ontdekt. Zijinvesteren in scholing van deze verpleegkundigen.Neuroverpleegkunde is niet specifiek onder te brengen bij één van de nu bekende zorgcategorieën,maar heeft raakvlakken met Intensieve zorg, Psychiatrische zorgvragers, Chronisch zieken,Geriatrische zorgvragers en Somatisch Zieken. Het gaat om zorgvragers van alle leeftijden.2.3 Autonomie in handelenDe neuroverpleegkundige is een zelfstandig werkende beroepsbeoefenaar, die in staat mag wordengeacht zonder directe aanwijzingen of richtlijnen haar zorg te verlenen.Over de autonomie in het handelen van de neuroverpleegkundige zijn geen eenduidige uitsprakente doen. Immers, haar autonomie wordt bepaald door de organisatiecontext en setting waarbinnenzij functioneert en daarin is het afstemmingsvraagstuk met medisch specialisten en de visie van hetmanagement een belangrijke factor. Daarnaast is het antwoord afhankelijk van de mate waarin zijzich bekwaamd heeft in de zorg voor een specifieke groep zorgvragers met neurologischeaandoening en de erkenning van deze deskundigheid.De neuroverpleegkundige is in ieder geval autonoom in het hele verpleegkundige proces waar hetgaat om het vaststellen van zorg d.m.v. anamnese, verpleegkundige diagnostiek, voorlichting enGVO. Zij doet dit in nauwe relatie tot het medische behandelplan en betrokken (multidisciplinaire)disciplines, intramuraal en extramuraal.Afhankelijk van haar positie is autonomie in handelen ook te zien in:• het inventariseren van problemen die optreden als gevolg van de aandoening enbehandeling daarvan• de verantwoordelijkheid voor het zelfstandig plannen en uitvoeren van verpleegkundigeactiviteiten en interventies, ook in situaties zonder standaarden of handelingsvoorschriften• de verantwoordelijkheid voor goede uitvoering van ingestelde behandeling en demultidisciplinaire communicatie daarover• het vervullen van een consultfunctie• het adviseren van de neuroloog• het bepalen van de frequentie van polibezoeken• het afleggen van huisbezoeken (in thuiszorg of bij transmuraal werken)• het stellen van prioriteiten tijdens een gesprek• het onderhoud van contacten met professionals• het geven van voorlichting, scholing, presentaties, organiseren symposia• het schrijven van artikelen• het samenstellen van procedures/protocollen ten behoeve van zorgbeleid.10


3. Zorgvragers en zorgvragen3.1 InleidingDit hoofdstuk geeft een beschrijving van zorgvragen, zorgverlener, zorgverlening, zorgvrager enzorgcontext, als onderbouwing van een specifieke vorm van beroepsuitoefening.3.2 De oorsprong van de zorgvragenDe zorgvragen vinden hun oorzaak in neurologische aandoeningen. Deze zijn divers van aard enbinnen het medische specialisme neurologie/neurochirurgie worden de volgende belangrijkedeelgebieden onderscheiden:• aandoeningen van het perifere zenuwstelsel• auto immunologische aandoeningen van het CZS (o.a. MS)• infecties van het centrale zenuwstelsel (o.a. meningitis, encephalitis)• myelumcompressies (o.a. HNP, dwarslaesie)• neurodegeneratieve aandoeningen (o.a. Parkinson(-ismen), dementie)• neuro-oncologie (soorten tumoren naar aard en lokalisatie)• neurotraumatologie (o.a. schedel- en hersentraumata en wervelkolom- enruggenmergtraumata)• neuromusculaire aandoeningen (o.a. Myopathieën en polyneuropathieën, ALS en GuillainBarré)• paroxysmale aandoeningen (epilepsie)• vasculaire en neurovasculaire aandoeningen (o.a. herseninfarct, hersenbloeding, arachnoïdalebloeding).Inherent aan de diversiteit in aandoeningen, manifesteren de zorgvragen zich op een continuüm,waarop enerzijds de (tijdelijke) ontregeling het belangrijkste kenmerk is, anderzijds de permanentegevolgen voor het dagelijkse leven van een chronische aandoening.3.3 Kenmerken van de groep zorgvragersGelet op de diversiteit in neurologische aandoeningen zijn de kenmerken van deze groepzorgvragers niet eenduidig te beschrijven. Als algemene kenmerken kunnen wel genoemd wordendat het een groep zorgvragers is:• met vertegenwoordiging uit alle leeftijden en ontwikkelingsfasen• die door zijn aandoening kwetsbaar is en afhankelijk kan worden van anderen• die zich soms niet bewust is van de eigen situatie• die de effecten van hun aandoening ervaren op veel domeinen van hun leven en hunomgeving• die bedreigd kan worden door gestoorde vitale functies en door een combinatie vansensomotorische, cognitieve en psycho-emotionele stoornissen• die door verlies van deze functies en ontstane beperkingen terecht kan komen in een continurouwproces• waarbij (meestal) geen prognose gegeven kan worden en onzekerheid een grote impactheeft op hun leven.3.4 Aard van de zorgvragen naar urgentie en complexiteitDe zorgvragen die deze zorgvragers hebben, zijn heterogeen van aard. Hierbij kan onderscheidgemaakt worden naar onderstaande zorggebieden:Multisysteemontregeling: veel zorgvragers met neurologische aandoeningen krijgen te kampenmet verlies of vermindering van een of meer vitale functies. Controle van deze functies is vanlevensbelang. Onder dit zorggebied valt ook de opvang en begeleiding van familie enmantelzorgers van de zorgvrager in stressvolle situaties.Bij multisysteemontregeling is er sprake van een acute probleemsituatie bij een zorgvrager: de11


vitale en neurologische functies worden bedreigd. De zorgvrager is opgenomen op eenspoedeisende hulp, bewakingsunits zoals de Stroke Care Unit, neurologie of neurochirurgischeafdeling.Gegeven het acute karakter is bij het vaststellen, uitvoeren en evalueren van de benodigde zorgspoed geboden. De te plannen en uit te voeren interventies zijn erop gerichtmultisysteemontregeling onder controle te krijgen en te voorkomen. Vanwege de geboden spoed,is het niet altijd mogelijk plannen uit te schrijven. Collega’s van andere disciplines zijn niet allemaalof niet tijdig bereikbaar. Familieleden zijn in de acute situatie niet altijd aanwezig.Neurorevalidatie: neurologische aandoeningen gaan gepaard met sensomotorische, cognitieve enemotionele stoornissen. Veel zorgvragers zijn daarmee in het diepst van hun bestaan getroffen enhebben vaak te maken met drastische beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten of in hetparticiperen in de samenleving. Neurorevalidatie is erop gericht zorgvragers met niet aangeborenhersenletsel (NAH) een zo normaal mogelijke waarneming, communicatie, houding, beweging enfunctioneren te (her)leren.Neurorevalidatie vindt plaats door een leerproces waarbij een 24-uurs benadering en demultidisciplinaire benadering voorop staat. Teamdoelstellingen zijn:a. herleren van functies en vaardighedenb. behouden van functies en vaardigheden in situaties waarin herstel niet mogelijk isc. nieuw geleerde of herleerde functies en vaardigheden toepassen op nieuwe gebieden; bijv.lopen van stoel naar toilet is in de oefenzaal geleerd en wordt nu thuis toegepastd. voorkomen van complicaties.Hierbij kunnen zich situaties voordoen dat er niet veel resultaten te behalen zijn en tijd en aandachtmeer gericht zijn op het chronische karakter van de aandoening, het onzekere beloop ervan en hetleren omgaan daarmee.In situatie van neurorevalidatie is sprake van een zorgvrager die als gevolg van de neurologischeaandoening wordt geconfronteerd met stoornissen, beperkingen en participatieproblemen. Dezekunnen wisselend van aard zijn. Bovendien worden deze problemen beïnvloed door persoonlijke enexterne factoren. De zorgvrager wordt verpleegd op een bewakingsunit, neurologische ofneurochirurgische afdeling, revalidatiecentrum, verpleeghuis, verzorgingshuis of thuis.Het vaststellen, uitvoeren en evalueren van de benodigde zorg vindt plaats samen met dezorgvrager en zijn familie en in multidisciplinair verband.Neuropalliatieve zorg: Veel neurologische aandoeningen leiden tot situaties waarin medischgezien geen verbetering meer verwacht kan worden. De zorg voor deze zorgvragers heeft dan totdoel het optimaliseren van de kwaliteit van leven of is in de terminale fase gericht op het waardigkunnen sterven.Palliatieve zorg is de continue, actieve en integrale zorg voor de zorgvrager en zijn naasten door eeninterdisciplinair team op het moment dat medisch gezien geen genezing wordt verwacht. Het doelvan palliatieve zorg is de hoogst mogelijke kwaliteit van leven, zowel voor de zorgvrager alsdiensnaasten, waarbij de zorgvrager wordt benaderd als gelijkwaardig en medeverantwoordelijk.Palliatieve zorg beantwoordt aan fysieke, (neuro-)psychologische, sociale en spirituele behoeften.Zo nodig strekt palliatieve zorg zich uit tot steun bij rouwverwerking.Neuropalliatieve zorg heeft tot doel de kwaliteit van leven te optimaliseren en in de terminale fasewaardig sterven mogelijk te maken, waarbij in veel gevallen rekening gehouden moet worden metsensomotorische, cognitieve en emotionele stoornissen. De zorgvrager wordt verpleegd op eenbewakingsunit, neurologische of neurochirurgische afdeling, revalidatiecentrum, verpleeghuis,verzorgingshuis, hospice of thuis.Het vaststellen, uitvoeren en evalueren van de benodigde neuropalliatieve zorg vindt plaats samenmet de zorgvrager en zijnnaasten. Hieronder valt ook de begeleiding bij vragen rond euthanasie,medisch handelen bij ondraaglijk lijden en wilsonbekwaamheid.12


3.5 Effecten van de zorgvraag voor gezondheid en bestaanNeurologische aandoeningen en hun gevolgen bestrijken veelal meerdere jaren en hebben zo eenlangdurige impact op gezondheid en kwaliteit van leven. De gevolgen kunnen zich manifesteren insomatische, psychosociale en maatschappelijke problemen, zoals daar bijvoorbeeld zijn:• vermoeidheid, pijn, mobiliteitstoornissen, incontinentie, slikstoornissen, seksuele disfunctie,problemen van de taal- en spraakfunctie, slaapproblemen, bewustzijnsstoornissen, executievefuncties zijn verstoord (dat betekent interferentie van functies in het brein)• stoornissen in zintuiglijke waarneming en perceptie, zelfbeeld, ziekte inzicht /kennistekort,communicatie, emotionele ontregeling, geheugenproblemen, aandacht en concentratie,veranderende of verstoorde copingstijlen, angst (acuut, voor de toekomst),gedragsverandering• rolverandering, afhankelijkheid, isolatie, stoornissen in het relationele en sociale functioneren.3.6 SettingsVerpleegkundige zorg aan mensen met een neurologische aandoening vindt zowel intra-, extra- entransmuraal plaats. De zorg komt voor in alle sectoren van de gezondheidszorg, verspreid overgeheel Nederland.Neuroverpleegkundigen zijn werkzaam:• op verpleegafdelingen, als neurologie, neurochirurgie, kinderneurologie, neurorevalidatie,neuro medium care of neuro intensive care• op de polikliniek• in een combinatie van verpleegafdeling en polikliniek• in verpleeghuizen• in revalidatiecentra• in gespecialiseerde epilepsiecentra• in hospices• in de thuiszorg.Neuroverpleegkundigen werken afhankelijk van het werkveld samen met andereverpleegkundigen, verzorgenden en beroepsbeoefenaren zoals neurologen, revalidatieartsen,huisartsen, (neuro-) psychologen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten,maatschappelijk werkers, helpenden uit de thuiszorg, diëtisten, pastoraal werkers enondersteunende diensten.3.7 AandachtsgebiedenEerder is gesteld dat het bij neurologische aandoeningen kan gaan om een tijdelijke ontregelingdan wel een chronisch beloop, gekenmerkt door onzekerheid, bepaalde cycli en verdergaandeachteruitgang. Bij het laatstgenoemde is zorg nodig die op de lange termijn is gericht en die inprincipe het resterende leven meegaat.Inherent aan deze verscheidenheid in neurologische aandoeningen en gerelateerd aanbovenvermelde zorggebieden bestaan in beroepsuitoefening als neuroverpleegkundige diversegradaties. Het gaat dan om aandachtsgebieden, waarin de zorg haar specifieke inkleuring krijgtdoor de groep zorgvragers met een bepaalde neurologische aandoening. Het betreft ook de doelendie zijn te stellen en te behalen en de termijnen waarbinnen dat plaats kan vinden, het anticiperenop gebeurtenissen; en de aard en intentie van de zorg. Voorbeelden hiervan zijn:• de beperkte mogelijkheden om de zorgvrager in te stellen op medicatie als cure, waarbijeffect niet te garanderen valt• de opvang van naasten die op de langere termijn is gericht en waarin speciaal aandachtbestaat voor het voorkomen van overbelasting• het gericht zijn op verandering in copingstijlen, op rolverandering, op isolatie• de begeleiding die gericht is op levensvragen en zingevingvragen• het anticiperen op de effecten van de aandoening op langere termijn• het ingrijpen op de gevolgen van de chronische aandoening voor het dagelijkse leven13


• het ingaan van een langdurige, continue samenwerkingsrelaties met de zorgvrager, gerichtop specifieke zorgvragen.14


4. De betekenis en meerwaarde van de neuroverpleegkundige4.1 InleidingIn dit hoofdstuk geven we antwoord op de vraag wie de neuroverpleegkundige is en wat zij doet,waarmee zij zich onderscheidt van andere verpleegkundigen en andere hulpverleners in degezondheidszorg. Het accent ligt daarbij op de toegevoegde waarde ten opzichte van al bestaandevormen van verpleegkundige beroepsuitoefening.4.2 Betekenis en meerwaarde4.2.1 Binnen het verpleegkundige domeinBeroepsuitoefening als neuroverpleegkundige berust op specifieke kennis en vaardigheden metbetrekking tot behandeling en zorg bij neurologische aandoeningen. Van belang zijn hierbij devitale en de sensomotorische, cognitieve en psycho-emotionele functies. Stoornissen in de vitalefuncties kunnen symptoom zijn van verergering van het ziektebeeld en kunnen leiden totlevensbedreigende situaties. Sensomotorische, cognitieve en psycho-emotionele stoornissenkunnen mensen treffen in het diepst van hun bestaan en kunnen leiden tot lichamelijke,psychologische en sociale problematiek. De meest voorkomende diagnoses en hulpvragen zijnkennistekort, vermoeidheid, mobiliteitstekort, vaardigheidstekort ADL, blikklachten, benodigdeaanpassingen, ineffectieve coping, mictie- en defecatieproblemen, inadequate sociale interactie,stoornissen in de communicatie, financiële problemen, rouw, depressie en de daarmeesamenhangende consequenties voor het functioneren in het dagelijks leven.Bij elke groep zorgvragers met een van de eerder genoemde neurologische aandoeningen is sprakevan specifieke zorgvragen. Voor velen bestaat een noodzaak van 24-uurs bereikbaarheid van dehulpverlener en van persoonlijke benadering. Het zijn vaak zorgvragers met een aandoening diechronisch is en die met hun aandoening moeten leren leven. Daarbij wordt, vanwege hetlangdurige karakter van hun aandoening, een hoge mate van zelfmanagement nagestreefd. Dit uitzich onder meer in een grote behoefte aan sociaal-maatschappelijke zorg, informatie envoorlichting en psychosociale begeleiding. Het gaat ook om vragen die samenhangen metlangdurige, intermitterende, progressieve en onvoorspelbare gezondheidsklachten. Daarnaast zijner problemen die naasten van de chronisch zieke kunnen ervaren.Een groep zorgvragers is door cognitieve stoornissen soms niet in staat om bepaaldeverantwoordelijkheden zelf te dragen. Hier ligt dan de vraag om verantwoordelijkheden over tenemen.Het zijn deze vragen en behoeften waarop meestal niet of ontoereikend wordt ingespeeld doorandere professionals of door andere verpleegkundigen.In dat opzicht heeft de neuroverpleegkundige de ervaring en op termijn de expertise om denoodzaak van zorg, vanuit de optiek van neurozorg, vast te stellen en deze uit te (laten) voeren. Zijheeft snel inzicht in zowel de psychische, praktische, verpleegtechnische als de sociaalmaatschappelijkezorgbehoefte van de zorgvrager. Het impliceert probleemherkenning encoördinatie door alle disciplines heen, gebaseerd op multidisciplinaire samenwerking en optredenals gelijkwaardig teamlid. Het vereist een houding van zich verantwoordelijk voelen en zijn voor dezorgvrageren diens naasten, en voor het gedrag waarin dit tot uiting komt.Het berust ook op inzicht in de benodigde diepgang en de verschillende aangrijpingspunten voorpsychosociale zorgverlening bij een chronische aandoening en de wetenschap dat het gaat ombegeleiding gedurende het verdere leven.Zij is in staat om complexe verpleegkundige interventies efficiënt en flexibel uit te voeren, metadequaat gebruik van instrumenten. Naast het hanteren van standaardprocedures en combinatiesvan procedures, is zij in staat tot het bedenken van nieuwe procedures.Op het gebied van neurozorg is er met andere disciplines en hulpverleners vaak sprake vanaanvulling van elkaars expertise en deskundigheid. Vooral de neuroverpleegkundige met een eigenaandachtsgebied is consulterend naar andere verpleegkundigen en disciplines.15


4.2.2 Voor de zorgvragerOp het gebied van neurozorg presenteert de neuroverpleegkundige zich aan een zorgvrager endiens naasten als een hulpverlener, die:• een vertrouwensrelatie kan opbouwen• in voorkomende situaties de zorgvrager gedurende het verdere leven begeleidt:o zij volgt de hele ziektegeschiedeniso zij heeft intensieve en persoonlijke bemoeienis met het leven van de zorgvrager enzijnnaasten• beschikt over specifieke kennis met betrekking tot ziektebeelden, behandel- enverzorgingstechnieken en materialen• beschikt over kennis over de medicatie en kan problemen van bijwerkingen herkennen(misselijkheid, diarree, overbeweeglijkheid, on/off verschijnselen)• gebruik maakt van de ervaringskennis van andere zorgvragers• de specifieke zorgvragen van de zorgvrager kan (h)erkennen verkennen en hierop gerichtinterventies kan inzetten:o zij legt een relatie tussen de aandoening en de gevolgen daarvan voor dezorgvrager en zijn omgevingo zij kiest gerichte interventies die zowel de zorgvrager als zijn naasten helpeno zij maakt gebruik van ontwikkelde communicatiemethoden (bijv. methode 2-3gesprek)o zij geeft adequate voorlichting over medicijneno zij gebruikt instrumenten als ICF en PES• die waakt over de continuïteit van zorg, ongeacht de verblijfplaats van de zorgvrager:o zij is telefonisch bereikbaar (spreekuren)o zij werkt direct samen met de neuroloog als persoon, niet als groepo zij houdt spreekureno zij vormt de verbindende schakel tussen de hulpverlenende disciplines intra-, transenextramuraal• die zowel binnen als buiten de kliniek kennis overdraagt aan andere disciplines, die de zorgvoor de zorgvrager hebben:o zij vervult een consultfunctie als expert voor mensen met de specifieke aandoening,familie, collega’s, patiëntengroepen en patiëntenverenigingeno zij verzorgt scholing voor verpleegkundigen over de specifieke verpleegkundigezorgvragen.4.2.3 Voor medeprofessionalsOp het gebied van neurozorg presenteert de neuroverpleegkundige zich aan medeprofessionalsals:• een medebehandelaar in neurorevalidatie• de coördinator van zorg door verschillende disciplines• een kennisdrager en -overbrenger binnen en buiten de klinieko zij laat anderen gebruik maken van haar kennis en kundeo zij levert literatuur of voorlichtingmateriaal aano zij vertaalt haar kennis naar de praktijk• die een functie vervult in consultatie, coaching, voorlichting en instructie• een beroepsbeoefenaar die door haar handel- en benaderingswijze bijdraagt aan efficiëntieen effectiviteit van zorg:o er komen andere zaken aan de orde dan bij de neuroloog, zoals seksualiteit,euthanasie en suïcidale gedachteno als bepaalde problemen vooraf met hem besproken worden, kan de neuroloogtijdens het polibezoek van de zorgvrager gerichter met problemen omgaano de neuroloog wordt in tijd ontlasten beter geïnformeerd over het wel en wee vanzijn zorgvragerso er is sprake van goede samenwerking in complexe zorg.16


4.2.4 Binnen gezondheidszorgorganisatiesOp het gebied van neurozorg presenteert de neuroverpleegkundige zich binnengezondheidszorgorganisaties als:• een expert bij wie klinisch of poliklinisch consult kan worden aangevraagd• een professional bij wie men terecht kan voor (expert)kennis, behandeltechnieken,problemen, materialen:o zij biedt ondersteuning bij specifieke ziekte problematieko zij geeft begeleiding bij behandelingo zij is medebehandelaaro zij verzorgt klinisch lessen en andere vormen van scholing• een ontwikkelaar en verspreider van protocollen, patiëntenbrochures, werkwijzen,handleidingen, voorlichtingsmateriaal, lesmateriaal, bijvoorbeeld voor hetpatiëntenservicebureau en voor de (neuro-)verpleegkundige op verpleegafdeling• een regelaar voor vergoeding van materiaal bij zorgverzekeraars• een contactpersoon voor farmacie, huisarts, thuiszorgteams• iemand die voor zorg en behandeling tijdig en adequaat verwijst naar en overleg voert metfysiotherapie, logopedie, ergotherapie, maatschappelijk werk.4.2.5 Binnen de gezondheidszorgOp het gebied van neurozorg presenteert de neuroverpleegkundige zich binnen degezondheidszorg als een professional die:• consulten verleent aan andere gezondheidszorgwerkers, waardoor de (verpleegkundige)neurozorg zowel intra- als extramuraal wordt geoptimaliseerd• in gesprek treedt met ziektekostenverzekeraars, leveranciers en patiëntenverenigingen• voorwaarden realiseert en procedures ontwikkelt• aanzet tot nieuwe productontwikkeling• fundamentele bijdragen levert aan verhoging van de kwaliteit van neurozorg.17


5. Taakgebieden, kerntaken en competenties5.1 InleidingIn samenhang met voorliggende onderwerpen, wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegevenvan de deskundigheid van een neuroverpleegkundige. Deze deskundigheid manifesteert zich op 3taakgebieden, te weten:• Zorgvragergebonden taken: de verzameling van taken die verbonden zijn aan het primaireproces, de directe zorgverlening• Professiegebonden taken: de verzameling van taken die verbonden zijn aan behoud,ontwikkeling en kwaliteit van professionele beroepsuitoefening• Organisatiegebonden taken: de verzameling van taken die verbonden zijn aan beleid enbeheer met betrekking tot voorwaarden voor de directe zorgverlening in een zorgorganisatieof in een organisatie-eenheid.Elk taakgebied is te beschouwen als een verzameling van kerntaken rond een aspect van zorg,waarvoor een neuroverpleegkundige verantwoordelijkheid draagt. Een kerntaak is op te vatten alseen verzameling van inhoudelijk samenhangende beroepsactiviteiten en tevens als werkzaamheiddie kenmerkend is voor de neuroverpleegkundige.Als ordening bij de taakgebieden wordt gebruik gemaakt van zogeheten kernopgaven. Eenkernopgave heeft betrekking op een opgave of probleem, waarvoor een neuroverpleegkundigezich in haar beroepsuitoefening gesteld ziet en waarop zij geacht wordt adequaat te reageren. Dekernopgaven geven richting aan een of meerdere competenties.Competentie wordt in dit profiel omschreven als:Een - continu te onderhouden en te ontwikkelen - combinatie van vaardigheden, kennis, attitudes enpersoonskenmerken, nodig om in een bepaalde werksituatie adequaat, effectief en efficiënt te handelen.De competenties – geformuleerd in termen van gedrag en resultaten – beschrijven de vermogensvan een neuroverpleegkundige om taken en opgaven in haar beroepsuitoefening op een adequate,proces- en productgerichte wijze aan te pakken.Elke competentie wordt gecompleteerd met opsommingen van concreet en waarneembaarhandelen en gedrag, die representatief zijn voor het competente gedrag. In feite geeft eencompetentie aan wat een neuroverpleegkundige doet, in welke situatie en met welk doel. Zoals debegripsomschrijving aangeeft, berust competent gedrag op een samenhangend gebruik vanonderliggende vaardigheden, kennis, attitudes en persoonskenmerken.Alle taakgebieden samen dekken het totale proces van behandeling en zorg, zoals die alsverbijzondering in verpleegkundige beroepsuitoefening zal moeten verlopen.Beroepsuitoefening als neuroverpleegkundige bouwt voort op een al aanwezig competentieniveauals hulpverlener in de zorg. Taken en competenties die daartoe gerekend mogen worden, zijn nietmeer opgenomen in dit profiel. Het handelingsrepertoire van een neuroverpleegkundige kenmerktzich door de voor iedere gezondheidszorgwerker geldende methodische beroepsuitoefening enberoepsmatig handelen, maar omvat daarnaast specifieke vaardigheden, procedures enhandelingen.5.2 AanvullingIn dit profiel wordt uitgegaan van gelijkluidende competenties voor alle neuroverpleegkundigen,maar in de operationalisering van competent gedrag wordt onderscheid gemaakt naar deneuroverpleegkundige algemeen en de neuroverpleegkundige met een specifiek aandachtsgebied.Bij laatstgenoemde neuroverpleegkundigen gaat het om neuroverpleegkundigen, met ruimeberoeps- en werkervaring, die zich toegelegd hebben op een specifieke groep zorgvragers met eenbepaalde neurologische aandoening (in het bijzonder Alzheimer, CVA, Epilepsie, MS,Neurochirurgie, Neurorevalidatie, Parkinson), en de hiermee samenhangende bijzondere accenten18


in behandeling en zorgverlening. Hun functioneren en de eisen die hieraan gesteld mogen worden,verschillen van die van de neuroverpleegkundige algemeen.Dit kan tot uiting komen in een samenhangend gebruik van specifieke vaardigheden, kennis enattitudes. Deze worden overigens niet expliciet vermeld in dit profiel.5.3 Zorgvragergebonden takenContext en kernopgavenOnderstaande beschrijving van de context heeft niet op slechts één neuroverpleegkundigebetrekking. Bij de context waarbinnen de neuroverpleegkundige werkzaam is, moet rekeningworden gehouden met diversiteit en verschillende dimensies. Daarbij spelen mee:• de specifieke neurologische aandoening en haar gevolgen voor de mens en zijn gezondheid,en daarmee alle gradaties in de zorgvragen• de effecten van een neurologische aandoening op een continuüm van kortdurend totchronisch/gedurende het verdere leven• deelname aan multidisciplinaire behandeling en zorgverlening• de werkplek variërend van klinisch/afdelingsgebonden tot poliklinisch/thuis.De neuroverpleegkundige wordt geconfronteerd met zorgvragers bij wie de zorgvraag geeneenmalig, maar veranderlijk gegeven is als gevolg van een chronische aandoening met een grillig,onvoorspelbaar karakter. Zij gaan in hun ziekteproces door verschillende cycli, vaak gekenmerktdoor een op-en-neergang in de gezondheidssituatie en een voortdurend rouwproces.Hier ligt een opgave om - samen met de zorgvrager en zijnnaasten – bij elke verandering hettoekomstperspectief bij te stellen en binnen een langdurige relatie met de zorgvrager te zorgenvoor continuïteit in zorgverlening.De neuroverpleegkundige wordt geconfronteerd met zorgvragers met cognitieve, sensomotorischeof emotionele stoornissen, wier leven door hun aandoening in de war is gebracht, die moeitehebben hun gedachten te verwoorden, onduidelijk zijn, zich niet bewust zijn van eigen gedrag endaarvoor ook geen eigen verklaring kunnen geven, geen inzicht hebben in hun eigen situatie endaarvoor geen verantwoordelijkheid kunnen dragen.Hier ligt een opgave om - samen met de zorgvrager en zijn naasten– de nieuwe situatie en hetveranderde leven van de zorgvrager in beeld te brengen en indien nodig, hierin structuur aan tebrengen.De neuroverpleegkundige wordt geconfronteerd met zorgvragers wier kwaliteit van leven wordtbedreigd door fysieke, psychosociale en maatschappelijke problemen. Er kan sprake zijn van isolatiedoor een zich verkleinende wereld. Daarbij kan het zijn dat niet zozeer het chronische karakter vande ziekte of de lichamelijke beperkingen als stresserend ervaren worden, maar meer de sociale ende psychische aspectenHier ligt een opgave om – samen met de zorgvrager en zijnnaasten – de bedreigingen van dekwaliteit van het leven te pareren en een nieuwe invulling voor de kwaliteit van leven te vinden.Tevens is het een opgave om zorgvragers preventief te begeleiden en te monitoren of hij zijngezondheidssituatie functioneel kan hanteren. Het streven hierbij is gericht op preventie, adaptatieen reductie van stresserende factoren.De neuroverpleegkundige wordt geconfronteerd met zorgvragers die verward raken in het web vanbureaucratie en hierin niet zelfstandig hun weg kunnen vinden. Ze kunnen verschillendelichamelijke en cognitieve uitvalverschijnselen hebben, waardoor in en om het huis veelaanpassingen nodig zijn. Ook kunnen ze in specifieke perioden aanpassingen nodig hebben.Hier ligt een opgave om – zowel de zorgvrager als zijn naasten wegwijs te maken bij het vinden vannoodzakelijke voorzieningen en hulpmiddelen, met als doel zoveel mogelijk zelfstandigheid eneigenwaarde te behouden.De neuroverpleegkundige wordt geconfronteerd met naasten bij wie voldoende kennis ontbreektof die inadequate kennis hebben over de neurologische aandoening, cognitieve, sensomotorische19


In situaties van neurorevalidatie:• de zorgvrager op gedrag en uitvoering van activiteiten observeert• als zijn toestand dit toelaat een (hetero)anamnese van de zorgvrager afneemt• de behoefte aan zorg en behandeling door en in overleg met andere disciplines inschat• anticipeert op wissellende situaties die zich voor kunnen doen bij sensomotorische,cognitieve en emotionele stoornissen• diagnostische instrumenten m.b.t. neurorevalidatie hanteert, zoals het Wat/Hoe/Waarommodel, decubitusscore, mictie/defecatielijst, valrisico inventarisatie, slikscreening, leerniveau,ESS en ISS score, MRC, SAMP-C, Barthel-index en het model van de belevingsgerichte zorg• haar bevindingen registreert.In situaties van neuropalliatieve zorg:• systematisch verpleegkundige en relevante medische gegevens verzamelt d.m.v. anamnese,lichamelijk onderzoek en laboratoriumonderzoek• houding en gedrag van de zorgvrager observeert t.a.v. de neurozorg en eventuele andereaspecten met betrekking tot de behandeling• gesprekken voert om de wensen van de zorgvrager en diens naasten te analyseren• de fysieke, sociale en emotionele reacties van de zorgvrager op het ziek zijn observeert• diagnostische instrumenten gebruikt zoals pijnanamnese, mictie/defaecatielijst,decubitusscore, saturatiemeter, valrisico-inventarisatie, delierobservatieschaal (DOS), Hoehnen Yahr schaal en het Wat/hoe/waarom model• hulpmiddelen gebruikt als een depressie-, cognitie- of vermoeidheidsschaal• informatie inwint bij de medische en paramedische disciplines betreffende het ziektebeeld enstoornissen, beperkingen in activiteiten en belemmeringen in participatie• een analyse maakt van de mate waarin de zorgvrager het ziek zijn en de gevolgen daarvankan hanteren• een analyse maakt van de mate waarin cognitieve, sensomotorische en/of emotionelestoornissen zich voordoen• een analyse maakt van de invloed van deze stoornissen op de beleving van de situatie doorde zorgvrager en zijn familie• een analyse maakt van de mogelijkheden van de naasten om de zorgvrager te steunen in hetziek zijn of waardig sterven en vaststelt welke hulp en begeleiding zij daarbij nodig hebben.• een beeld van de zorgvrager en zijn situatie schetst m.b.t. de mate en aard van debeperkingen in activiteiten, belemmeringen in participatie en analyse van sensomotorische,cognitieve en emotionele stoornissen, in samenspraak en samenwerking met betrokkendisciplines• de complexiteit van de zorg bepaalt en de behoefte van de zorgvrager aan zorg enbehandeling door andere disciplines inschat• in overleg met de behandelend neuroloog zorg draagt voor verwijzing naar disciplines alslogopedie, (neuro)-psycholoog, fysiotherapie, ergotherapie, revalidatiearts, huisarts, diëtiste,pastoraal werker, maatschappelijk werk• zorg draagt voor een overzichtelijke omgeving voor de zorgvrager en zijn naasten, enstructuur in de geboden behandeling biedt• voorlichting geeft aan zorgvrager en zijn naasten over gang van zaken, verwachtingspatroonvan de toekomstige zorg, en wenselijkheden m.b.t. hulp van mantelzorgers in de zorg• informatie overzichtelijk aanbiedt, aangepast aan het ontwikkelingsniveau en devaardigheden van de zorgvrager.Voor de neuroverpleegkundige met een specifiek aandachtsgebied geldt bovendien dat zij:• een levensloopanamnese afneemt• een heteroanamnese afneemt als er sprake is van hersenbeschadiging of wanneer eenzorgvrager door andere neurologische verschijnselen niet meer in staat is zijn eigengeschiedenis te verwoorden• de gespreksvoering in tijd en ruimte aanpast aan uithoudingsvermogen en cognitiefvermogen van de zorgvrager21


• de beperkingen in activiteiten en de belemmeringen in participatie inventariseert insamenwerking met de ergotherapeut• sensomotorische cognitieve en emotionele stoornissen analyseert in samenwerking metfysiotherapie, ergotherapie en logopedie• door middel van een heteroanamnese in kaart brengt voor welke opgaven een chronischzieke zich gesteld ziet en de gewenste ondersteuning die daarbij nodig is. Hierbij betrekt zijde hulpbronnen waarover de zorgvrager beschikt, de ervaringen opgedaan ingezondheidszorg en de eigen sociale omgeving• door middel van een gestructureerde anamnese met zowel zorgvrager als mantelzorger inkaart brengt op welke terreinen er verandering in het rolpatroon is gekomen• inventariseert in welke mate veranderingen in het rolpatroon door betrokkenen alsproblematisch worden beschouwd en er een vraag om ondersteuning ligt• op basis hiervan mogelijke oplossingen presenteert en begeleiding geeft bij de keuze vanzorgvrager en mantelzorgers• door middel van een gestructureerde anamnese de problemen van de mantelzorgers in kaartbrengt en samen met hen inventariseert waar een vraag om ondersteuning ligt• naasten en mantelzorgers duidelijk en volledig informeert, zowel mondeling, tijdensgesprekken met betrokkenen, als schriftelijk, met behulp van informatiefolders• naasten en mantelzorgers informeert over en eventueel doorverwijst naar andere,ondersteunende instanties die over relevante kennis beschikken, of mantelzorgers gericht bijhun dagelijkse taken kunnen ondersteunen• bij doorverwijzing zo nodig als intermediair optreedt.B. Kerntaak: Vaststelling van de benodigde zorg bij een neurologische aandoeningDe neuroverpleegkundige analyseert de vastgelegde gegevens om te komen tot verpleegkundigediagnoses. Daarbij richt ze zich op het voorkomen van acute en chronische complicaties. Hierbijgebruikt zij haar inzicht in de effecten van langdurige zorgverlening. Ze houdt hierbij rekening metde effecten van transities voor de autonomie van de zorgvrager en de inrichting van het dagelijkseleven c.q. het werk, in relatie tot de aandoening. Met behulp van de ICF-classificatie wordenstoornissen, beperkingen en handicaps gediagnosticeerd en de te verwachten resultaten vanverpleegkundige interventies in beeld gebracht.CompetentieOm te komen tot een werkbaar plan voor de verpleegkundige zorg en multidisciplinairesamenwerking, stelt de neuroverpleegkundige in eenduidige typeringen de verpleegkundigediagnosen met betrekking tot de gezondheidstoestand van een zorgvrager en maakt daartoegebruik van gestandaardiseerde en (wetenschappelijk) onderbouwde observatie- endiagnoseschema´s en van gegevens uit diagnostische tests en onderzoeken, zodat een basis wordtverkregen voor het verdere beleid en de medische, paramedische en verpleegkundige behandeling.Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de neuroverpleegkundige:• de samenhang en wisselwerking van de problematiek analyseert en hierin prioriteitenaangeeft• de beoogde resultaten vast stelt van verpleegkundige interventies• prioriteiten aan gestelde diagnoses geeft, in samenspraak met de zorgvrager en met debetrokken disciplines.In situaties van en ter voorkoming van multisysteemontregeling:• snel en adequaat de benodigde zorg vaststelt m.b.v. de P(robleem) E(tiologie) S(ymptomen)-structuur• in de acute fase vitale functies als circulatie, ademhaling, temperatuur controleert en dezegegevens interpreteert• in de acute fase neurocontroles uitvoert en de gegevens hiervan interpreteert zoals:o Glascow Coma Scaleo pupilreactieso verschijnselen van verhoogde intracraniële druk of onderdruk22


o meningeale prikkelingo neurologische uitvalsverschijnseleno liquorrhoe• snel, besluitvaardig en accuraat handelt volgens pre- en postoperatief beleid van deneurochirurgische afdeling• gegevens registreert op de benodigde scorelijsten• zorgvrager en mantelzorgers betrekt bij het verkrijgen van de gegevens• zo snel mogelijk andere deskundigen in het proces betrekt• de diagnose stelt met gebruik van ICD-10 en ICF codes en ordening.Voor de neuroverpleegkundige met een specifiek aandachtsgebied geldt bovendien dat zij:in situaties van neurorevalidatie:• de benodigde zorg vaststelt met behulp van de PES-structuur• verpleegkundige diagnoses stelt waarin de beperkingen in activiteit veroorzaakt doorsensomotorische, cognitieve en emotionele stoornissen beoordeeld zijn in de context van hetleven en de specifieke vaardigheden van de zorgvrager, in samenwerking met hetneurorevalidatieteam• gesprekken voert, rekening houdend met uithoudingsvermogen en cognitief vermogen vande zorgvrager• de diagnose stelt met gebruik van ICF-codes en ordening• handelt overeenkomstig richtlijnen met betrekking tot ketenzorg.• de verpleegkundige diagnose op het multidisciplinaire behandelplan afstemtin situaties van neuropalliatieve zorg:• de benodigde zorg vaststelt met behulp van de PES-structuur• het belevingsgerichte zorgmodel hanteert• de wens van de zorgvrager en diens naasten als uitgangspunt neemt• de zorgvrager en diens naasten benadert als gelijkwaardig en medeverantwoordelijk• modellen uit de neurowetenschappen gebruikt om gedrag te verklaren• haar bevindingen registreert• de verpleegkundige diagnose afstemt op het multidisciplinaire palliatieve behandelplan• de diagnose stelt op basis van analyse van sensomotorische, cognitieve en emotionelestoornissen, beperkingen, belemmeringen in participatie, en persoonlijke en externe factoren• de diagnose stelt met gebruik van ICF codes en ordening.C. Kerntaak: Planning van verpleegkundige zorgDoelgerichte verpleegkundige zorg aan zorgvragers met een neurologische aandoening stoelt ophaalbare en meetbare resultaten op korte en lange termijn. Specifieke resultaten liggen op hetgebied van verbetering van de gezondheidstoestand, vergroting van kennis en inzicht, verkrijgen ofverbetering van zelfmanagement en voortgang in het acceptatieproces. Hierbij gaat het erom datde neuroverpleegkundige op basis van de gestelde diagnosen resultaten van zorg formuleert endaarbij rekening houdt met de interventiemogelijkheden.Het boogde resultaat van de zorg formuleren, vraagt om gerichte observaties. Vaak zijnneurologische stoornissen zo specifiek dat ze vragen om doelgerichte aanpak waarvoor training,multidisciplinaire samenwerking en overleg noodzakelijk is.CompetentieOm doelgerichte zorgverlening mogelijk te maken, stelt de neuroverpleegkundige in overleg metde zorgvrager, diens naasten en betrokken disciplines - in relatie tot de gestelde diagnosen - hetbeoogde resultaat van zorg vast, geeft hierin prioriteiten aan en kiest daarbij passende interventies,zodat verpleegkundige zorg verleend kan worden conform een behandelplan dat acutehulpverlening, neurorevalidatie of neuropalliatieve zorg mogelijk maakt.Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de neuroverpleegkundige:• het behandelplan opstelt en de resultaten formuleert conform de RUMBA-eisen23


• m.b.t. multisysteemontregeling interventies kiest die gericht zijn op het onder controlekrijgen van de bedreigde vitale en neurologische functies• de resultaten in termen van patiëntgedrag beschrijft, die relevant, begrijpelijk, meetbaar enhaalbaar zijn• rekening houdt met wet- en regelgeving• het resultaat en de interventies in het dossier vastlegt• onderscheid maakt in de termijnen waarbinnen resultaten behaald moeten zijn• in overleg met zorgvrager de beoogde resultaten herformuleert, indien de situatie verandert• de zorgvrager en de mantelzorg in de keuze van de interventies betrekt, hen instrueert en debenodigde aanwijzingen geeft.Voor de neuroverpleegkundige met een specifiek aandachtsgebied geldt bovendien dat zij:in situaties van en ter voorkoming van multisysteemontregeling en in situaties van neurorevalidatie ofneuropalliatieve zorg:• m.b.t. neurorevalidatie interventies kiest en resultaten bepaalt die gericht zijn op herleren enbehouden van functies, activiteiten en participaties, op het generaliseren van het geleerdenaar nieuwe situaties en op het voorkomen van complicaties• het belevingsgerichte zorgmodel hanteert• m.b.t. neurorevalidatie interventies kiest uit het NDT-concept, Basale Stimulatie, het Affolterconceptof uit andere neurorevalidatie behandelwijzen, afgestemd op de behandeling diedoor andere disciplines in gang gezet is• m.b.t. neuropalliatieve zorg interventies kiest en resultaten bepaalt die gericht zijn opkwaliteit van leven, het behoud van functies en activiteiten of waardig sterven• m.b.t. palliatieve zorg interventies kiest uit modellen voor het begeleiden van de zorgvrageren zijn naasten, uit stervensbegeleidingmodellen, en interventies die het leed van dezorgvrager kunnen verzachten• de interventies formuleert in termen van hulpverlenergedrag (gesproken of geschreven)• de interventies van alle betrokken disciplines op elkaar afstemt• de interventies verantwoordt naar andere disciplines, zorgvrager en zijn familie• betrokken is en een actieve rol speelt bij multidisciplinaire besprekingen, waarbij afstemmingplaatsvindt over ieders beoogde resultaten• gebruik maakt van netwerken van zorgverleners en de zorgvrager verwijst naar relevantezorgverleners• interventies en activiteiten onderbouwt met behulp van medische, verpleegkundige, mensenmaatschappijwetenschappen• de interventies - afgeleid van principes van neurorevalidatie en palliatieve zorg –beargumenteert tegen het licht van de unieke situatie van de zorgvrager en van deinterventies van andere disciplines.D. Kerntaak: Uitvoering van behandeling en zorgDe neuroverpleegkundige verleent zorg in verschillende situaties: intra- en extramuraal, acute hulpsituaties,revalidatie, neurochirurgie, neurologie en kinderneurologie. Veel interventies hebbenovereenkomsten, andere zijn gericht op een specifieke situatie.De neuroverpleegkundige kent interventies die vallen binnen eigen competentie. Daarnaastverricht ze interventies die te maken hebben met de deskundigheid van andere disciplines en inoverleg daarmee worden uitgevoerd.Voor interventies die vallen buiten de competenties van de neuroverpleegkundige wordt verwezennaar de deskundigen die daarvoor zorg kunnen dragen.AKENCompetentie t.a.v. diagnostische- en verpleegtechnische interventiesDe neuroverpleegkundige verricht volgens voorschrift diagnostische en verpleegtechnischeinterventies, gebaseerd op gestelde medische en verpleegkundige diagnosen en problemen, enpassend bij aard en doelstelling van zorg en het stadium van de aandoening, zodat de zorgvragerkan vertrouwen op deskundige en adequate behandeling van zijn aandoening en gevolgen hiervan.Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de neuroverpleegkundige:24


• de gevolgen van ziekte en negatief beïnvloedende omgevingsfactoren verzacht, zoals pijn,incontinentie, decubitus• de interventies conform wet- en regelgeving uitvoert• het belevingsgerichte zorgmodel hanteert• de zorgvrager benadert op basis van waarneembare empathie• rekening houdt met sensomotorisch, cognitieve en emotionele stoornissen.M.b.t. interventies bij multisysteemontregeling gericht op controle van de ontregeling:• volgens instellingsprotocol handelt• een veilige omgeving creëert voor een zorgvrager met risico op een snel wisselendneurologisch beeld• adequate maatregelen toepast om de vitale functies onder controle te krijgen• andere disciplines inschakelt• prikkelregulerende interventies toepast• hersendruk regulerende interventies toepast• de naasten begeleiding geeft in de chaotische toestand van een acute situatie• de zorgvrager en zijn naasten begeleiding geeft bij snel wisselende situaties• voorlichting geeft over het te voeren beleid• de zorgvrager en zijn naasten begeleiding geeft tijdens en na slecht nieuws-gesprekken• rekening houdt met verdriet en angst van zorgvrager en naasten• duidelijk maakt wat de zorgvrager en diens naasten te wachten staat• snel en accuraat handelt• doeltreffende voorlichting geeft.Voor de neuroverpleegkundige met een specifiek aandachtsgebied geldt bovendien dat zij:m.b.t. interventies bij neurorevalidatie gericht op herleren of behoud van activiteitenniveau, opacceptatie van het gehandicapt zijn en op kwaliteit van leven:• interventies uitvoert die betrekking hebben op:o aanleren van effectieve copingstrategieën bij sensomotorische, cognitieve enemotionele stoornisseno herleren en behouden van activiteiten en het vermogen tot participatieo het beïnvloeden van persoonlijke factoren (karaktereigenschappen, economischeomstandigheden)o het beïnvloeden van externe factoren (naasten, hulpmiddelen, sociale kaart)o het generaliseren van het geleerde naar nieuwe situatieso het voorkomen van complicaties (aspiratiepneumonie, schouderpijn, contracturen)• voorlichting geeft aan de zorgvrager over doel en inhoud van de interventies• begeleiding geeft aan de zorgvrager in het verwerken van onderhavige problematiek• de interventies conform wet- en regelgeving uitvoert• de principes van neurorevalidatie toepast• intervenieert op activiteitenniveau• rekening houdt met sensomotorisch, cognitieve en emotionele stoornissen• naasten bij de neurorevalidatie betrekt en hen hierover instrueert.m.b.t. interventies bij neuropalliatieve zorg gericht op kwaliteit van leven of waardig sterven:• voorlichting en adviezen geeft gericht op zelfmanagement, het optimaliseren van de kwaliteitvan leven in de gegeven situatie en de mogelijkheden op sociaal, economisch enmaatschappelijk niveau• de zorgvrager voorbereidt op een verwachte situationele of ontwikkelingscrisis• de autonomie bevordert en het begrip vergroot betreffende de individuele situatie van dezorgvrager• de zorgvrager en zijn naasten begeleiding geeft:o bij verdriet, angst, onmachtgevoelens, verlies van functies, acceptatie van eenveranderde situatie en rouwverwerkingo bij sociale ethische en spirituele vragen25


o bij en het tegengaan van de gevolgen van verminderd vermogen tot lichamelijkeen geestelijke inspanning, zoals lusteloosheid, concentratieverlies en sociale isolatie,onder andere door regulering van het energieverbruiko wanneer ethische aspecten in de zorg en behandeling aan de orde zijn, zoals bijniet- reanimerenbeleid, abstineren, versterving, euthanasie, levensverlengendeverrichtingen en bij wilsonbekwame zorgvragerso bij en het tegengaan van bijwerkingen en gevolgen van chemotherapie enbestraling, zoals haaruitval, jeuk, huiddefecten, irritatie van het oogslijmvlies,ontstekingen in het mond-/keel-/slokdarmgebied, verminderde eetlust, irritatie vanhet darmslijmvlies, misselijkheid, braken en gewichtsverlies.E. Kerntaak: Preventie en voorlichting gevenCompetentieOm de zorgvrager (meer) controle te geven over eigen gezondheid en bestaan, geeft deneuroverpleegkundige instructie en voorlichting, afgestemd op de zorgvrager en gebaseerd opgestelde diagnoses en de te behalen resultaten, zodat risico´s van de neurologische aandoeningworden beperkt of voorkomen en adequaat zelfmanagement van de zorgvrager wordt bevorderd.Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de neuroverpleegkundige:• voorlichting geeft die is afgestemd op de zorgvrager, waarbij zij rekening houdt met o.a.leeftijd, ervaring, taal, cognitief vermogen, coping, ziektebeeld en verwachtingen• voorlichting geeft over praktische zaken zoals hulpverleningsmogelijkheden enhulpmiddelen• de zorgvrager inzicht geeft in bestaan en doel van patiëntenverenigingen• informatie van andere disciplines vertaalt en verduidelijkt zodat de zorgvrager tot juistekeuzes kan komen• barrières wegneemt die het de zorgvrager moeilijk maken om daadwerkelijk wat met deinformatie te doen en hiertoe rekening houdt met attitude, sociale invloed en eigeneffectiviteit van de zorgvrager en de fase waarin de zorgvrager verkeert.Voor de neuroverpleegkundige met een specifiek aandachtsgebied geldt bovendien dat zij:• groepsbijeenkomsten voor zorgvragers plant en deze uitvoert, eventueel in samenwerkingmet andere betrokken disciplines• gezondheidsvoorlichting geeft, variërend van informatie gericht op kennisoverdracht totinformatie, educatie, instructie en begeleiding gericht op gedragsverandering, debestendiging daarvan, en bevordering van het probleemoplossend vermogen en adequaatzelfmanagement• de zorgvrager en zijn naasten begeleiding geeft, met inachtneming van de arousal,sensomotorische, cognitieve en emotionele stoornissen en kritieke fasen in het ziekteproces• voorlichting geeft aan grotere groepen omtrent opvang, begeleiding en preventie• voor zorgvrager en zijn naasten inzichtelijk maakt welke professionele hulp verleend moetworden op grond van een multidisciplinaire probleemanalyse• de zorgvrager en zijn naasten voorlichting geeft over doel en methode van medische enverpleegtechnische handelingen en interventies op het gebied van neurorevalidatie enpalliatieve zorg• begeleiding, preventie en voorlichting geeft in het bijstellen van doelen in het leven ennieuwe coping• instructies en aanwijzingen verschaft m.b.t. aanpassingen in leefomgeving, leefwijze,medicatie gebruik en consequenties daarvan• de zorgvrager en zijn naasten adviseert m.b.t. begeleiding- en ondersteuningsmogelijkhedenthuis• een communicatieschrift bijhoudt in samenwerking met andere disciplines en naasten, bijzorgvragers met bewustzijnstoornissen of met ernstige afasie, over behandeling, afspraken enbelevingen omtrent het ziek zijn• de zorgvrager en zijn naasten begeleidt bij de interpretatie van relevantevoorlichtingsbrochures26


• voorlichting geeft over relevante wetgeving• bij begeleiding en advisering rekening houdt met het inzicht van de zorgvrager in zijn eigensituatie en in die van zijn naasten• de problemen bespreekt die de hulpverlening ervaart met de zorgvrager in de behandelingen het verschil zichtbaar maakt tussen de beleving van zorgvrager en die van hulpverlening.F. Kerntaak: Coördineren van behandeling en zorgCompetentieOm kwaliteit van neurozorg te bewerkstelligen, coördineert de neuroverpleegkundige behandelingen zorgverlening van alle betrokken disciplines aan zorgvragers met een neurologischeaandoening, zodat aan deze continu, op elkaar afgestemde, multidisciplinaire en op zijn welzijngerichte zorg en behandeling wordt verleend.Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de neuroverpleegkundige:• functionele relaties onderhoudt met leden van eigen en andere teams en beargumenteerthoe eigen werk gerelateerd is aan het werk van andere disciplines• het imago van het eigen team en het multidisciplinaire team versterkt• betrokken is bij het behalen van multidisciplinaire doelstellingen door een collegiale endeskundige opstelling• samenwerkt, verwachtingen bespreekt en afstemming zoekt door besprekingen metzorgvrager, collega’s, andere disciplines en eventueel relevante anderen uit de directeomgeving van de zorgvrager• ervoor zorgt dat – zonder overlap - de juiste activiteiten op het juiste moment door de juistepersoon worden verricht• als contactpersoon fungeert tussen relevante disciplines of instellingen• in alle fasen van het verpleegproces ondersteuning biedt aan collega’s, leerlingen enstagiaires, door middel van inwerken, onderricht en consult.Voor de neuroverpleegkundige met een specifiek aandachtsgebied geldt bovendien dat zij:• deelneemt aan samenwerkingsverbanden en netwerken met beroepsgenoten en anderedeskundigen• een pro-actieve bijdrage levert aan een multidisciplinair team of andere netwerken van zorg• onderdelen van het zorgarrangement uitvoert, evalueert en voorstellen doet voor debijstelling van het zorgarrangement• de eigen beroepsgroep en andere disciplines bij de overdracht naar de thuissituatie of anderezorgsettings adviseert• de probleemstellingen van de betrokken disciplines op elkaar afstemt• behandeldoelen en interventies van de betrokken disciplines op de behoeften en hetleervermogen van de zorgvrager afstemt• inhoud en proces van zorg en behandeling van betrokken (verpleegkundige) disciplines opelkaar afstemt• behandeldoelen en interventies bij overplaatsing van de zorgvrager naar een volgendezorgomgeving op elkaar afstemt• de zorgvrager doorverwijst naar relevante zorgverleners.G. Kerntaak: Evaluatie van behandeling en zorgHet evalueren van behandeling en zorg heeft betrekking op het vergelijken van het gerealiseerderesultaat met het beoogde resultaat. Het gaat dan om de efficiëntie en effectiviteit van de aanpakvan verpleegkundige zorg en interventies, die in samenwerking met andere disciplines zijn gekozenen om de tevredenheid van de zorgvrager over de organisatie van zorg. De neuroverpleegkundigeis op een indringende wijze betrokken bij het leven van de zorgvrager en zijn naasten, en zal dekwaliteit van de geboden zorg altijd evalueren in het kader van het leven van de zorgvrager.De uitkomsten van de evaluaties vormen op korte termijn de basis voor eventuele bijstelling vanbehandeling en zorg, op langere termijn voor borging en bevordering van de kwaliteit van zorg.27


CompetentieOm overzicht te houden op het proces van zorgverlening en om de kwaliteit van de zorgverleningte beoordelen, evalueert de neuroverpleegkundige (zowel tussentijds als na afloop) de effecten enefficiëntie van neurozorg en behandeling aan de hand van het opgestelde zorg- en behandelplan,zodat de neurozorg optimaal blijft afgestemd op de zorgvraag van de zorgvrager en een basiswordt verkregen voor verdergaande verbetering.Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de neuroverpleegkundige:• evaluatiecriteria die betrekking hebben op de geboden zorg hanteert, en die het effect van dezorg in kaart brengen• het zorgproces in de actuele zorg evalueert door middel van checklisten, de Barthelschaal,Functional Independence Measure, postoperatieve scoringslijsten, Stroke Care unitprotocollen, gedragsscorelijsten e.d.• zorggesprekken plant om de behoeften aan zorg en mogelijke behoeften aan nazorg,thuiszorg of zorg in een andere zorgsetting vast te stellen en te evalueren• zorg in multidisciplinair verband evalueert en in samenwerking met alle betrokken disciplineshet zorg- en behandelplan bijstelt• de verpleegkundige zorg op persoonlijk en teamniveau evalueert• in samenspraak met de zorgvrageren de behandelende en verantwoordelijke medischediscipline de grenzen van zinvol medisch therapeutisch handelen evalueert, en bijdraagt aande voorstellen voor een palliatief beleid• proces en product van het optreden van de verpleegkundige in de acute situatie vanmultisysteemontregeling evalueert• het beoogde resultaat vergelijkt met gerealiseerd resultaat• door middel van een multi- of monodisciplinair overleg evalueert• een oordeel geeft over de gegeven zorg en vraagt naar het oordeel van anderen hierover• kritiek constructief formuleert en dit gebruikt ter verbetering van de zorg• kwaliteitsinstrumenten gebruikt om het resultaat te beoordelen• meetinstrumenten gebruikt om de gezondheidsstatus te beoordelen.• Voor de neuroverpleegkundige met een specifiek aandachtsgebied geldt bovendien datzij:op basis van eigen kennis en evaring, niet de protocollen en standaardwerkwijzen volgt,maar een eigen benadering kiest• besluiten neemt tot voortzetting, bijstelling of beëindiging van het zorgplan.5.4 Professiegebonden takenContext en kernopgavenOp het gebied van de verpleegkunde en in het bijzonder het vakgebied neurologie zijn tal vanontwikkelingen gaande die van invloed zijn op beroepsuitoefening als neuroverpleegkundige. Dekennis waarover zij nu beschikt en die zij nu toepast veroudert snel. In het verlengde hiervan wordtzij geconfronteerd met hulpverleners bij wie voldoende kennis ontbreekt of die inadequate kennishebben op het gebied van neurozorg. De kwaliteit van neurozorg wordt bedreigd doorontoereikende of ontbrekende kennis.De neuroverpleegkundige vertegenwoordigt een differentiatie in verpleegkundigeberoepsuitoefening en haar deskundigheid is gebaseerd op specifieke – op neurozorg gerichte –kennis, vaardigheden en attituden. Het bestaan en voortbestaan als differentiatie impliceert tevensdat bedoelde deskundigheid niet of in mindere mate aanwezig is bij niet-neuroverpleegkundigenHier ligt allereerst een opgave om haar eigen niveau van kennis adequaat en actueel te houden,alsmede de toepassing ervan. Het gaat om een permanente aanpassing van haarberoepscompetenties, ofwel door zich nieuwe competenties eigen te maken, dan wel bestaandecompetenties te verbeteren.Het volgen van scholing ligt voor de hand, en afhankelijk van het eigen aandachtsgebied zal dezespecifiek gericht kunnen zijn op de groep zorgvragers.Ten tweede ligt hier een opgave om bij medehulpverleners een adequaat en actueel niveau vankennis en de toepassing ervan te bewerkstelligen en in stand te houden.Tot slot stelt het de neuroverpleegkundige voor de opgave andere beroepsbeoefenaren –betrokken bij neurozorg – te laten delen in haar deskundigheid.28


De ontwikkelingen vragen om continue, verdergaande professionalisering en positiebepaling vande neuroverpleegkundige. De positie van de neuroverpleegkundige – c.q. van deneuroverpleegkundige op een specifiek terrein - binnen verpleegkundige beroepsstructuur en degezondheidszorg vraagt voortdurend om verduidelijking en onderbouwing.Hier ligt een opgave om zowel binnen de eigen organisatie als landelijk en internationaal de eigenpositie verder te verduidelijken en te onderbouwen. Hierbij valt te denken aan het formuleren vaneen functieprofiel en op basis daarvan het invullen van het takenpakket.Ook wordt op basis van informatie uit verenigingen of belangengroepen van zorgvragers en deeigen beroepsorganisatie duidelijk welke positie de neuroverpleegkundige – c.q. deneuroverpleegkundige op een specifiek terrein - binnen de beroepsstructuur inneemt. Duidelijkeprofilering en onderbouwing vragen om onderzoek op dit terrein door neuroverpleegkundigen zelf,maar ook door verplegingswetenschappers, en implementatie van onderzoeksresultaten.A. Kerntaak: De deskundigheid in eigen beroepsmatig handelen en dat van collegaebevorderenRegistratie als verpleegkundige ex artikel 3 Wet BIG brengt impliciet de verplichting met zich meede eigen deskundigheid te behouden en verder te ontwikkelen. Specifiek gaat het omdeskundigheid op het gebied van de neuroverpleegkunde in acute, revalidatiefase en chronischesituaties en op het gebied van de neurorevalidatie. Dit vereist een permanente investering van deneuroverpleegkundige om zich op de hoogte te houden van nieuwe ontwikkelingen op haarvakgebied en deze toe te passen. Naast haar eigen ontplooiing als professioneelberoepsbeoefenaar levert zij een bijdrage aan de kwaliteit van de zorgverlening en deprofessionalisering van het verpleegkundige beroep en in het bijzonder dat van deneuroverpleegkundige.CompetentieOm professionele en verantwoorde zorg te (blijven) leveren, investeert de neuroverpleegkundige inde ontwikkeling van haar eigen deskundigheid, zodat de kwaliteit van haar beroepsuitoefening alsneuroverpleegkundige in overeenstemming blijft met de vraag en met de ontwikkelingen in beroepen gezondheidszorg.Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de neuroverpleegkundige:• een leerhouding ontwikkelt en deze uitdraagt, wat tot uiting kan komen in:o zelf leermogelijkheden zien en gebruikeno reflectie op het eigen handeleno zelf tekorten in kennis of vaardigheden aanvullen• bij- en nascholingen volgt (bijvoorbeeld die van de beroepsvereniging) om kennis,vaardigheden en inzicht te vergroten en attitude te verbeteren• cursussen, congressen, symposia (nationaal en internationaal) bijwoont die een hogerelevantie hebben in de neurologische zorgverlening• deelneemt aan werkgroepen, landelijk netwerk en regionale bijeenkomsten• in zowel nationale als internationale kennisbronnen en sites actief op zoek gaat naarinformatie en ontwikkelingen• publicaties en vakliteratuur bijhoudt betreffende huidige ontwikkelingen in degezondheidszorg in het algemeen en op het gebied van neuroverpleegkunde,neurorevalidatie en palliatieve zorg in het bijzonder• algemene verpleegkundige vakliteratuur volgt• informatietechnologie betrekt in de zorg en gebruik maakt van faciliteiten op het gebied vanmultimedia- en informatietechnologie.• Voor de neuroverpleegkundige met een specifiek aandachtsgebied geldt bovendien datzij:zelf artikelen schrijft• meewerkt aan wetenschappelijk onderzoek en de toepassing van onderzoeksresultaten in hetberoepsmatig handelen• eigen onderzoek verricht• een actieve bijdrage levert aan persoonlijke deskundigheidsbevordering en dat van het29


verpleegkundig team• cursussen, congressen, symposia (nationaal en internationaal) organiseert die een hogerelevantie hebben in de neurologische zorgverlening.CompetentieOm de kwaliteit van neurozorg door professionele hulpverlening te bevorderen, werkt deneuroverpleegkundige actief mee aan de uitwisseling en verspreiding van kennis en vaardighedenmet betrekking tot neurozorg, zodat de deskundigheid van de beroepsgroep en van andere hulpenzorgverleners op het gebied van neurozorg wordt bevorderd.Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de neuroverpleegkundige:• optreedt als werk- of praktijkbegeleider bij het inwerken van nieuwe collega’s en stagiairesvan verpleegkundige beroepsopleidingen• relevante en praktisch bruikbare vakliteratuur beoordeelt en bespreekt om een zo grootmogelijk kennisdraagvlak te bewerkstelligen.• Voor de neuroverpleegkundige met een specifiek aandachtsgebied geldt bovendien datzij:actuele literatuur en informatie betreffende de nieuwste ontwikkelingen op het vakgebiedverspreidt dan wel toegankelijk maakt• meewerkt aanintercollegiale ondersteuning door middel van lezingen en het schrijven vanpublicaties, het organiseren van themabijeenkomsten en scholingen• nieuwe ontwikkelingen en stromingen in het beroep en de beroepspraktijk aan de orde stelten deze zonodig implementeert• de behoefte aan scholing en instructie inventariseert• scholingsmateriaal ontwikkelt op basis van actuele kennis op het gebied van neurozorg c.q.neurozorg aan een specifieke groep zorgvragers• het tekort aan kennis bij instanties ten aanzien van vormen en beloop van specifiekeaandoeningen aanvult met actuele informatie over de betreffende aandoening• bij- en nascholingen verzorgt• hulp- en zorgverleners informeert en instrueert over toepassing van interventies – verbondenaan neurozorg - binnen hun eigen handelingscontext• hulp- en zorgverleners informeert en instrueert over toepassing van materialen en productenbij neurozorg binnen hun eigen handelingscontext• inhoudelijk bijdraagt aan scholing van collegae of stagiaires door het verzorgen van klinischelessen, trainingen en het houden van voordrachten/presentaties.B. Kerntaak: De kwaliteit van neurozorg borgen en bevorderenGegevens uit de evaluaties van de zorg die is verleend, vormen de basis voor maatregelen terborging en bevordering van de kwaliteit van de neurozorg, zowel op het niveau van directezorgverlening als ook op instellingsniveau.CompetentieOm neurozorg in overeenstemming te laten blijven met de vraag van zorgvragers en anderebelangengroepen, participeert de neuroverpleegkundige in het ontwerpen en uitvoeren vankwaliteitszorg op afdelingsniveau en instellingsniveau, zodat de kwaliteit van neurozorg wordtbewaakt en gewaarborgd blijft.Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de neuroverpleegkundige:• de neurologische zorgverlening in haar organisatie analyseert• de gewenste veranderingen in de neurozorg inventariseert• tekortkomingen in de kwaliteit van zorg signaleert• voorstellen ter verbetering van neurozorg op basis van evaluatiegegevens formuleert• een bijdrage levert aan ontwikkeling en vaststelling van kwaliteitscriteria en vanmeetinstrumenten• samenwerkt met kwaliteitsfunctionarissen• meewerkt aan de invoering van uitgewerkte modellen voor kwaliteitsverbetering.30


• Voor de neuroverpleegkundige met een specifiek aandachtsgebied geldt bovendien datzij:gebreken in de actuele zorgverlening opspoort, constateert en aanbevelingen doet• onderzoek doet naar specifieke zorgproblemen• problemen beschrijft en strategieën aanreikt om mogelijke problemen op te lossen• deelneemt aan kwaliteitsgroepen met cliënten-, zorgvragers- en consumentenorganisaties• kwaliteitsverbeterende voorstellen doet met argumenten vanuit eigen deskundigheid• voor de uitvoering van neurozorg werkwijzen, (standaard)procedures en criteria ontwikkelt• aan ontwikkeling van nieuwe materialen en producten voor neurozorg bijdraagt of hierinadviseert• uitkomsten van relevant wetenschappelijk onderzoek integreert in zorg en behandeling• nieuwe materialen en producten voor neurozorg op (wetenschappelijk) onderbouwde wijzeintroduceert en toepast• collegae over het te voeren beleid, verpleeg- en medisch-technisch instrueert• innovaties in zorg en behandeling ondersteunt, motiveert en actief meewerkt aan deimplementatie ervan• meewerkt aan realisatie van voorwaarden waaronder de kwaliteitsnormen betreffendeneurozorg, kunnen worden bereikt• meewerkt aan ontwikkeling van procedures waarlangs kwaliteitsnormen kunnen wordenbereikt• het proces van verandering initieert en begeleidt• het resultaat van de verandering toetst aan de vooraf geformuleerde kwaliteitsnormen• meewerkt aan de ontwikkeling van evidence based practice c.q. best practice protocollen,richtlijnen en de implementatie daarvan• een bijdrage levert aan beleidsvoorbereiding in het kader van de innovatie van neurozorg• het beleid beïnvloedt en vernieuwingsprocessen initieert en deze processen aanstuurt• participeert in beleidsactiviteiten van de organisatie of in de netwerken• zorgnetwerken onderhoudt en hieraan vorm geeft.C. Kerntaak: De beroepsuitoefening professionaliserenProfessionalisering heeft betrekking op het ontwikkelen van opvattingen over taken, houding enverantwoordelijkheden van de neuroverpleegkundige. Zo worden de specifieke kenmerken vandeze differentiatie in verpleegkundige beroepsuitoefening zichtbaar gemaakt en gehouden tenopzichte van andere differentiaties in verpleegkundige beroepsuitoefening.De beroepsvereniging van neuroverpleegkundigen (zoals de NVNV) speelt hierbij een belangrijkerol.CompetentieOm een duidelijke positie van de neuroverpleegkundige in beroepsstructuur en gezondheidszorgte realiseren, vervult de neuroverpleegkundige een actieve rol in vernieuwing en verdergaandeonderbouwing van professionele neuroverpleegkundige beroepsuitoefening, zodat de specifiekekenmerken van beroepsuitoefening als neuroverpleegkundige zichtbaar worden en blijven en inovereenstemming met ontwikkelingen in maatschappij en gezondheidszorg.Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de neuroverpleegkundige:• een bijdrage levert aan de ontwikkeling van de inhoud en organisatie van innovaties• lid is van een beroepsorganisatie, zoals de NVNV• bijdraagt aan relevante commissies binnen de beroepsorganisatie of vakgerelateerdecommissies binnen en buiten de eigen organisatie.Voor de neuroverpleegkundige met een specifiek aandachtsgebied geldt bovendien dat zij:• haar handelen transparant en inzichtelijk maakt door dataverzameling, publicatie van eigenresultaten, jaarverslag, patiënttevredenheid onderzoek, timemanagement• het vakgebied vertegenwoordigt en voordrachten houdt op congressen en symposia• vragen uit de praktijk vertaalt naar relevante onderzoeksvragen• een bijdrage levert aan de uitvoering van (verpleegkundig) wetenschappelijk onderzoek• onderzoeksresultaten vertaalt naar de verpleegkundige praktijk en de opleiding.31


• artikelen schrijft voor de beroepsgroep• onderwerpen van neurologische verpleegkundige aard presenteert• de positie en het imago van de neuroverpleegkundige in de gezondheidszorg analyseertvanuit een historisch perspectief• bijdraagt aan de visie op verplegen van de neurologische zorgvrager in diverse organisaties• via haar beroepsorganisatieo bijdragen levert aan de positieverbetering van de eigen beroepsgroep door teparticiperen in netwerken van belangen- of beroepsorganisatieso wet- en regelgeving in de beroepspraktijk en beroepsontwikkeling concreet maakto verpleegkundige adviesraden opzet en hieraan deelneemto invloed uitoefent op wet- en regelgevingo overleg voert met ziektekostenverzekeraars.5.5 Organisatiegebonden takenContext en kernopgavenNeuroverpleegkunde vindt plaats in alle settings in de gezondheidszorg en in allerleigezondheidszorginstellingen. Iedere instelling functioneert op basis van een bepaalde grondslag.Dit kan bijvoorbeeld een religieuze of humanitaire grondslag zijn. Ook de aard van de instelling (bvacademisch of algemeen ziekenhuis) en de plaats in de zorgketen (bijv. verpleeghuis, thuiszorg)beïnvloeden de wijze waarop de neuroverpleegkundige functioneert.In een instelling is de neuroverpleegkundige gebonden aan organisatiespecifieke regels. Opafdelingniveau heeft de neuroverpleegkundige te maken met de zorgvrager in een acute situatie eneen multidisciplinair behandel team.In de extramurale zorg is de neuroverpleegkundige aangewezen op steeds wisselende situaties inde sociale context van de zorgvrager, en wordt alleen geplaatst in die situatie.Zorgverlening door neuroverpleegkundigen vraagt om de best mogelijke omstandigheden binnende organisatie. Hier ligt een opgave om invloed uit te oefenen op het beleid binnen de eigenzorgorganisatie. Samenwerken, in gesprek komen en blijven en netwerken met directbelanghebbenden (artsen, managers, patiëntenvereniging, beroepsgenoten) ligt hier voor de hand.De neuroverpleegkundige staat voor de opgave om binnen de instelling de omstandighedenwaaronder haar beroepsuitoefening plaatsvindt, te optimaliseren.A. Kerntaak: Bijdragen aan bedrijfsvoering en beheer van de organisatie-eenheid/instellingBeleidsonderdelen zoals materiële en financiële middelen, personele zorg en organisatie van deverpleegkundige zorg vormen de voorwaarden voor de verpleegkundige beroepsuitoefening. Deneuroverpleegkundige levert hieraan haar bijdrage in verschillende vormen van overleg.Ze levert beheersmatig haar bijdrage door onder andere het bijhouden van de voorraad vanvoldoende en benodigde materialen, ruimten die voldoen aan eisen die nodig zijn om eenneurologie zorgvrager te kunnen verplegen en het beheer van beschikbare geldelijke middelen.Hierbij spelen geautomatiseerde systemen een belangrijke rol.CompetentieDe neuroverpleegkundige levert een bijdrage aan bedrijfsvoering en beheer van de organisatieeenheid,zodat de zorgverlening op de organisatie-eenheid – onder de juistearbeidsomstandigheden – optimaal, efficiënt en effectief kan (blijven) verlopen.Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de neuroverpleegkundige:• bijdraagt aan de ontwikkeling van afdelingsbeleid (personeel, inhoudelijk, financieel enorganisatorisch)• eventueel deelneemt aan verpleegkundige adviesraad• bijdraagt aan de dagelijkse bedrijfsvoering• bijdraagt aan de voorwaardenscheppende taken en logistieke processen (zoals medicatielijst,ICT, ZIS, patiëntenlogistiek en registratie)• de beschikbaarheid van materialen en hulpmiddelen zeker stelt, om het werk uit te voerenvolgens de richtlijnen van de ARBO-wet, zoals glijmatjes, tilliften, CVA stoel, aangepaste32


olstoelen, bedden en matrassen die voldoen aan eisen voor het verplegen van deneurologische zorgvrager• gebruik maakt van geautomatiseerde registratie en informatiesystemen.B. Kerntaak: Bijdragen aan het beleid met betrekking tot neuroverpleegkundige zorg van deorganisatie-eenheid/instellingDe visie op verplegen, de menselijke relaties en het onderhouden van de personele relaties,registratie en overdrachten vragen om een adequaat beleid. Het beleid met betrekking totneurozorg van de zorginstelling heeft betrekking op een uniforme en gestandaardiseerde wijze vanuitvoering van neurozorg binnen de zorginstelling, door alle hulp en zorgverleners. Daarmee heefthet ook betrekking op toepassing van methoden, technieken, producten, materialen en registratieenrapportagesystemen. Het is van belang dat de neuroverpleegkundige hierbij betrokken is, omdateen samenhangend en geïntegreerd beleid met betrekking tot neuroverpleegkundige zorgvoorwaarde voor haar beroepsuitoefening vormt.CompetentieOm neuroverpleegkunde duidelijk te profileren, levert de neuroverpleegkundige een bijdrage aanhet totstandkomen en invoeren van beleid met betrekking tot neurozorg binnen de zorginstelling,zodat deze zorg binnen en buiten de instelling – onder de best mogelijke omstandigheden – opkwalitatief hoog niveau kan worden verleend.Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de neuroverpleegkundige:• input geeft aan beleid met al ontwikkelde protocollen en richtlijnen op het gebied vanneurozorg• initiatieven en verantwoording neemt voor een samenhangende en multidisciplinairebenadering van neurozorg voor individuele zorgvragers• goede functionele relaties onderhoudt met leden van eigen en andere teams enbeargumenteert hoe het eigen werk is gerelateerd aan dat van andere disciplines• actief is in een duidelijke profilering van de beroepsgroep binnen de eigen organisatie, maarook erbuiten• door deze profilering zichtbaar maakt welke de best mogelijke werkomstandigheden zijnvoor deze specifieke groep van verpleegkundigen binnen de eigen organisatie.Voor de neuroverpleegkundige met een specifiek aandachtsgebied geldt bovendien dat zij:• adviseert in de keuze voor specifieke materialen en producten en haar keuze onderbouwt• contacten onderhoudt met artsen en managers in de eigen organisatie• contacten onderhoudt met patiëntengroeperingen en beroepsgenoten, onder meer via deberoepsorganisatie• door haar contacten met patiëntenvereniging, netwerk en beroepsgenoten inventariseertwelke zorg binnen de eigen zorgorganisatie voor deze categorie zorgvragers noodzakelijk is.33


BijlagenBegrippenlijstFormatberoepsdeelprofielBeroepsdeelprofielVerpleegkundigeberoepsstructuurNiveau vanverpleegkundigeberoepsuitoefeningDeelgebied vanverpleegkundigeberoepsuitoefeningDifferentiatieKerntakenKernopgaven(Kern)competentiesRaamwerk met richtlijnen dat beroepsdeelprofielen voorziet van eengestandaardiseerde basis.Een verbijzondering van het verpleegkundig beroepsprofiel, gericht opeen expliciete beschrijving van verpleegkundige beroepsuitoefening,verbonden aan een niveau en een welomschreven groep zorgvragers.Structuur van niveaus en deelgebieden in verpleegkundigeberoepsuitoefening.Beroepsuitoefening geordend naar verpleegkundige bekwaamheid, dieparallel loopt met een groei in professionele beroepsuitoefening en metberoepservaring. Een niveau in beroepsuitoefening is niet alleengekoppeld aan specialisatie in een bepaald type zorg.Een te onderscheiden deel of terrein van verpleegkundigeberoepsuitoefening, op basis van een representatieve groepering vanzorgvragers met eigen, herkenbare en te generaliseren zorgvragen.Een te onderscheiden vorm van verpleegkundige zorg aan specifiekezorgvragers binnen een bepaald deelgebied op een bepaald niveau.Sets van inhoudelijk samenhangende beroepsactiviteiten die door eenbelangrijk deel van de verpleegkundigen worden uitgeoefend. Zijweerspiegelen de kenmerkende werkzaamheden van deverpleegkundige, geordend in logische volgorde van het beroep.De opgaven of problemen waarmee een verpleegkundige regelmatig temaken heeft, die kenmerkend zijn voor het beroep en waarbij van deverpleegkundige een oplossing en een aanpak wordt verwacht.Dergelijke problemen stellen de verpleegkundige voor keuzes ofdilemma's en zijn daarmee complex van aard.De vermogens van een verpleegkundige om kernopgaven inberoepsuitoefening op een adequate, proces- en productgerichte wijzeaan te kunnen pakken.Gebruikte afkortingenAffolter-conceptALSBarthelschaalBasale StimulatieCentraal in dit behandelingsconcept staat de Tactiel-kinetische enproprioceptieve waarneming. Men laat bijvoorbeeld door de bewegingsamen met de zorgvrager te maken de beweging weer ervaren.Amyotrofe lateraal sclerose.Beoordelingsschaal voor het lichamelijk, geestelijk en sociaal functioneren inhet dagelijkse leven.Basale stimulatie heeft als doel mensen met beperkingen zich hunlichaamswaarnemingen weer bewust te maken:- het somatische of de waarneming via de huid van warmte, druk, e.a. envia in de spieren- het vestibulaire of de waarneming van de eigen positie in de ruimte, vanglobale en meer specifieke beweging- het vibratorische of de waarneming van trilling via de huid en vooral ookvia het beenderstelsel.34


CTCVAEEGMRIHoehn en YahrICD-10ICFMSMRCNANDANDTNeurorevalidatieNICNOCNVNVcomputertomografie lichaam wordt plak voor plak in beeld gebracht. Menkan door middel van de beelden de morfologie van de hersenenbestuderen.cerebro vasculair accidentElectro encefalogram. Elektrische verschijnselen van de hersenen wordendoor middel van elektroden naar een elektro-encefalograaf geleid. Deelektrische verschijnselen worden versterkt en op een monitor zichtbaargemaakt of door middel van schrijvers als golfpatronen op papiergeregistreerd.Magnetische resonantietomografie is een nieuw beeldvormend principe.Beeldcontrast wordt tot stand gebracht door de protonen van het lichaamte activeren tot het uitzenden van radiosignalen. Het intensiteitverloop in detijd van het radiosignaal afkomstig van verschillende weefsels varieert. Dezeweefselkenmerken worden omgezet in beeldcontrast.Beschrijving van de ziekte van Parkinson in vijf stadia. Stadium 1 beschrijftde milde symptomen en stadium 5 die van afhankelijkheid door debeperkingen veroorzaakt door de ziekte van Parkinson.International Classification of Diseases; Medisch classificatiesysteem vanaandoeningen.International classification of functioning, Disability and health. Eenraamwerk van classificaties die samen een gestandaardiseerdbegrippenapparaat vormen voor het beschrijven van het menselijkfunctioneren en de problemen die daarin kunnen optreden. Doel is eengemeenschappelijk standaardtaal te vormen om begripsverwarring tevoorkomen.Multiple sclerose. MS is een chronisch-inflammatoire ziekte van het centralezenuwstelsel (CNS) met een vermoedelijk auto-immune oorsprong.Medical Research Council. Gradering van de spierkracht na bijvoorbeeld eenparese van 0 t/m 5. 0 is geen spierkracht en 5 is volledige beweging tegen dezwaartekracht en krachtige weerstand inNorth American Nursing Diagnosis Association: Beschrijving vanverpleegkundige diagnoses die geordend worden.Neuro developmental treatment een behandelconcept volgens de principesvan het echtpaar Bobath.Een multidisciplinaire behandelmethode, aangepast aan het profiel van dezorgvrager en zoveel mogelijk op basis van beproefde methoden.Nursing Interventions Classification, classificatiesysteem voorverpleegkundigeinterventies van McCloskey en Bulechek.Nursing Outcome Classification, classificatiesysteem van de gewensteresultaten van Johnson en Maas(1997).Nederlandse Vereniging voor Neuroverpleegkundigen en –Verzorgenden.35


Geraadpleegde literatuurAGZ (2002), Casemanagement model voor mensen met een chronische ziekte. ProjectToepassingsmogelijkheden ICIDH-2, Deelproject AZG / Neurologie, Multidisciplinaire entransmurale zorg voor chronisch neurologisch zieken (2000 – 2002).AVVV (2002), Format Beroepsdeelprofielen. Utrecht: AVVV.Buelow, J.M. (1991), A correlational study of disabilities, stressors and coping methods in victims ofmultiple sclerosis, J Neurosci Nurs, Aug; 23, (4) p.247-52.Egberts, J. (et al) (1998), Verpleegkundige psychosociale zorg aan chronisch zieken, Tussen thuis enhet ziekenhuis. Heerhugowaard.Grypdonck, M. (1996), Het leven boven de ziekte uittillen: Oratie. Leiden: Universiteit Leiden.Janssens, A.C.W.J. (2003), Perception of Prognostic risk in Multiple Sclerosis. Rotterdam.Johnson, J., (et al) (2001), Evaluation of MS Specialists Nurses, A Review and Develepment of theRole.Keeken, P.R.C. van, (1999), Handboek Neuro Developmental Treatment. Maarssen.Kremer, A.M. (et al) (1997), Werken met multiple sclerose. Amsterdam.Lazarus, R.S. (et al) (1984), Stress, Apraissal and Coping. New York.Leistra, E. (et al), Beroepsprofiel van de verpleegkundige (Maarssen/Utrecht 1999)Multiple Sclerosis (Research) Charitable Trust (1999), Multiple Sclerosis: an overview. Letchworth.National Institute for Clinical Excellence (2003), Guideline - Multiple sclerosis. London.Nijmeegs Kenniscentrum Neurorevalidatie (2003), Multidisciplinaire Zorgplannen Parkinson.Nijmegen: Nijmeegs Kenniscentrum Neurorevalidatie.NVNV (2002), Functieprofiel van de Neuroverpleegkundige. NVNV.Pollock, S.E. (et al) (1997), Adaptation to suffering. Meaning and implications for nursing, ClinicalNursing Research.Pool, A. (et al), (2001) Met het oog op de Toekomst, Beroepscompetenties van hboverpleegkundigen.Utrecht: NIZW.Ridder, D. de, (1996), Omgaan met ziekte en adaptieve opgaven: een gezondheidspsychologischperspectief op chronische aandoeningen, Psychologie en maatschappij. 20 (3), 244-256.Ridder, D. de, (et al) (1994), Coping en sociale steun van chronisch zieken. Zoetermeer.Roy, C. (et al) (1991), Essentials of the Roy adaptation model; The definitive statement. Norwalk.Verberk, F. (et al) (1995), Verpleegkunde volgens het Neuman Systems Model, vertaling voor deNederlandse praktijk.Vrijhoef, H.J.M. (2002), Is It Justifiable To Treat Chronic Patients By Nurse Specialists? Evaluation ofeffects on quality of care. Maastricht.37


Warren, S. (et al) (1991), Emotional stress and coping in multiple sclerosis exacerbations, Journal ofPsychosomatic Research, 35, 37-47.Opstellers BeroepsdeelprofielDit beroepsdeelprofiel is tot stand gekomen binnen het kader van het programmaBeroepsontwikkeling van de Algemene Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden (AVVV) ensamengesteld door een ontwikkelgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de NederlandseVereniging Voor Neuroverpleegkundigen en –Verzorgenden (NVNV):Kim Bakker Latour, Verpleegkundig Specialist MS, VUmc AmsterdamLaura Daeter, Verpleegkundig Consulent MS, Erasmus MC RotterdamJosje Hilgers, Verpleegkundig Consulent Parkinson, Erasmus MC RotterdamMarco Heerings, Nurse Practitioner MS, AZG GroningenMarie-Margreeth Hemmelder, Verpleegkundig Consulent Parkinson, Martiniziekenhuis GroningenMarria Wester, Docent verpleegkunde Neurologie, ROC KW1C, ‘s-HertogenboschPaul van Keeken, Verplegingswetenschapper, UMCN St.Radboud NijmegenDe ontwikkelgroep werd ondersteund door inhouds- en ervaringsdeskundigen op het terrein vanneurozorg:Anja van den Bemt, Catharinaziekenhuis, EindhovenSylvia Hollanders, St. Anna Ziekenhuis, GeldropOdiel Hopman, Medisch Centrum AlkmaarSonja de Jong, Hofpoort Ziekenhuis, WoerdenAnk Kamperman, St. Anna Ziekenhuis, Geldrop38

More magazines by this user
Similar magazines