Jaargang 46 Nummer 2 Maart 2002 - Kerk en Israël

kerkenisrael.nl

Jaargang 46 Nummer 2 Maart 2002 - Kerk en Israël

De Paasoverwegingvan deze God, wiens stem hijvernomen heeft, doet hemoverwegen dat God ook eenweg weet wanneer Isaakgeofferd zal zijn.Dat blijkt ook – en daarvindt de schrijver steun in detekst van Genesis 22 – wanneerAbraham tegen zijn knechten zegt:‘… wanneer wij hebben aanbeden,zullen wij tot u terugkeren.’Abraham spreekt in het meervoud.Nu alles nog moet gaan gebeuren ishij er al van overtuigd dat hij hoedan ook met zijn zoon zal terugkeren.Die overtuiging kan niet andersdan betrokken zijn op die God diehem deze moeilijke weg met zijnzoon doet gaan.Dit motief vinden we ook terug inde brief van Paulus aan de Romeinen(4:17). Blijkbaar is het een alombekende zaak geweest, dat Abrahamgeloofde in de macht van God overde dood, hoewel dat in het OudeTestament nergens met zoveel woordenwordt gezegd.Paulus haalt een woord aan overAbraham, de vader van alle gelovigen,uit Genesis (17:5): ‘Tot een vadervan vele volken heb Ik u gesteld’. Hijvoegt daar aan toe, dat Abrahamdeze positie kreeg voor ‘het aange-Het offer van Isaakals voorafbeeldingvan het offer van Jezus- dat kanmisverstandenoproepen4


Ondubbelzinniglees ik hierde krachtige beloftevoor IsraëlHerinnering aan de concentratiekampen. Monument in Yad waShem.van terugkeer,herstel enwonen in het landMaar toch: alleen die vraag vanGodswege al mag/moet hoop geven,maakt opening. Is Hij niet deAlmachtige en Getrouwe?Overmachtig, dwars tegen feiten inen boven onmogelijkheden uitklinkt een veelvoudig ‘Ik zal’. Daarbijis tot twee keer toe sprake van hetopenen van graven en het daaruitdoen opkomen (vss 12.13).En ontroerend van trouw is heteveneens twee maal herhaalde ‘o, mijnvolk’. Toch nog. Ondanks alles. Enhoe uiteengeslagen ook. Hierin hoorik Gods hart, dat klopt van onberouwelijkeroeping (vgl. Rom.11,29).Ondubbelzinnig lees ik hier dekrachtige belofte voor Israël vanterugkeer, herstel en wonen in hetland. Daarover mag absolute zekerheidbestaan.En dit zal uitlopen op het weten, heterkennen en het beleven dat het de8HERE is, de God-van-het-verbond,de eeuwig Getrouwe, die dit doet.(Hoe we als gemeente van hetNieuwe Verbond hierbij betrokkenmogen zijn, stellig na Pasen en metPinksteren, laat ik nu even rusten –de eerste blikrichting is Israël).7 Hoe komt dit nu tot stand? Bijhet goddelijk Ik zal wordt het mensenkindingeschakeld: dat moet profeteren,spreken namens de Here.Eerst tot die verstrooide en verbleektebeenderen: hóórt!!Wie ooit bij een begrafenis zoietsmeemaakte – een woord tót de overledene– mag dat terecht dwaas vinden.Soms lijkt ook de predikingdwaas: aan dovemens-oren gericht.Of zou de Here Jezus bij zijn woordendie we in Joh. 5,25-29 lezen ookaan dit gebeuren gedacht hebben?En het mensenkind, dat uit zichzelfniet kan geloven in herleving, krijgt


vanuit het gelovige ‘Gij weet het’ demoed om te spreken namens Hemdie bij machte is doden te doen herleven.Er komt een beweging: botje bijbotje, totdat daar complete lijvenliggen.Maar dat is nog niet genoeg. Eentweede wonder moet gebeuren.Zoals bij de schepping de Here Godde mens formeerde uit stof en hemtoen de levensadem inblies, zó is ookhier een levendmaking nodig doorde Geest.8 Twee dingen lees ik hier: nationaalén geestelijk herstel. Als een verrijzenisuit de dood.Wanneer we – voorzichtig – mogenzeggen dat het eeuwenlang niet verwachteherstel van Israël en deterugkeer naar het land ‘een ontluikendbegin van de verlossing’ zijn,dan moeten wij maar beginnen metde erkenning dat ook lange tijd ‘eenbedekking’ op ons gezicht gelegenheeft met betrekking tot het lezenen het verstaan van dit schriftgedeelte.Tot veler verrassing is er onmiskenbaarsprake van vervulling vandeze belofte – vóór en ná 1948.Maar vervulling betekent niet dat nuin één keer ook meteen alles voltooiden afgelopen is. Wat merken we – omhet vragenderwijs te stellen – van deGeest in Israël? Geeft dit bijbelgedeeltegeen aanleiding om méér voorIsraël te hopen dan wat we er nu vanzien? Dat geldt temeer, omdatChristus gekomen is, dé Opstandingen hét Leven. Is dan juist niet vanwegeHem en Zijn volbrachte werk nogméér te verwachten?9 Het zou kunnen zijn dat de taakvan de kerk nú erg veel moet lijkenop die van het mensenkind Ezechiël:namens de HERE spreken tot mensenen evenzeer in de Naam van Godom zo te zeggen de Geest oproepentot het waarlijk levendmakendewerk: een herschepping, opdat Israëlook waarlijk erkent dat de HEREGod is.Dat profeteren zou een holle klankzijn, wanneer we niet zelf – als kerk –volop leven in de kracht van het profetischeWoord en van de levendmakendeGeest.10 Laten we ons maar ootmoedigaansluiten bij het tweede van hetzgn. ‘Achttien-gebed’:“Gij zijt machtig voor altijd, Heer;Gij doet doden herleven.Groot zijt Gij in bevrijden…Wie is als Gij,Heer van machtige daden,en wie is U gelijk,Koning die doodt en doet levenen bevrijding laat ontspruiten.Getrouw zijt Gijin het doen leven van doden.Gezegend Gij, Heer,die de doden doet leven.”9Vervulling betekentnietdat nu in één keeralles voltooid enafgelopen is


Samenwerking in nieuwH.D. RietveldNa een jaar van intern overleg was het danzover: de oprichting van het Centrum voorIsraëlstudies. Op vrijdagmorgen 1 maart werdin het gebouw van de Chr. Hogeschool te Edeeen samenwerkingsovereenkomst getekenddoor drie instanties die met elkaar gemeenhebben het verlangen om in het contact metIsraël te groeien en in theologisch opzicht dehuidige plaats van dit uitverkoren volk vanGod te doordenken.Vertegenwoordigers van de drie participerendeorganen waren getuige van de officiële ondertekeningvan de overeenkomst, dus van degeboorteakte van het nieuwe Centrum voorIsraëlstudie.Het stuk werd het eerst door vertegenwoordigersvan de Gereformeerde Zendings Bondondertekend: ds. F. Klok (voorzitter) en ds. N.Tramper (secretaris sectie Midden Oosten).Vervolgens zetten hun handtekening de beideChr. Geref. Deputaten, voorzitter ds. H. Biesmaen penningmeester P. Vree.Tenslotte werd ondertekend door de heer B.v.d. Weerd (bureaumanager) en drs. M.Burggraaf, (voorzitter van het college vanbestuur) namens de CHE - Instituut voorGemeenteopbouw en Theologie.Samenwerking gezochtZoals bij iedere geboorte ging ook aan ditplechtige moment een periode van ontwikkelingvooraf. Drs. M. Burggraaf gaf een korteschets daarvan.Van Ned. Hervormde zijde waren het drs. M.Burggraaf en de predikanten M. van Campen, J.Hoek en N. Tramper, die het voormaligeComité Zicht op Israël nieuw leven wilden inblazen.Via de GZB was ir. L. Meijer naar Israël gezondenom er de Jezus als Messiasbelijdende Jodennaar hun gemeenten, praktijk en theologischeopvattingen in beeld te brengen. De resultatenvan dit onderzoek werden besproken op eensymposium, dat uitging van de Chr. Hogeschoolte Ede.Deze gebeurtenis vroeg eigenlijk om een vervolg.Ook aan onze deputaten werd verzochtom te komen tot nadere bezinning. Het ideeom een gezamenlijk centrum op te richtenvond bijval.Binnen de Geref. Zendings Bond en ook oponze Gen. Synode werd een concept van desamenwerkingsovereenkomst besproken.Beide instanties gaven groen licht. Ook de Chr.Hogeschool Ede werkte via het Instituut voorgemeenteopbouw en theologie dat daar isgevestigd, mee.Drs. Burggraaf wenste drs. Van Campen voorzijn nieuwe opdracht sterkte en Gods zegentoe. Hij sprak tevens de wens uit dat er in detoekomst nog meer Israël-instanties het draagvlakzouden komen verbreden.VerwantschapVervolgens kreeg ds. Biesma het woord. Dezegaf uitdrukking aan zijn vreugde dat het tot ditmoment gekomen was.Al in 1989 gaf onze synode opdracht te zoekennaar vruchtbare samenwerking met o.a. deputaatschappenvan zusterkerken. Het duurdebijna tien jaar tot deze plannen gerealiseerdwerden. In Nijkerk vond vorig jaar een eersteoverleg plaats met o.a. de GZB (sectie MiddenOosten).De wederzijdse herkenning bij de benaderingvan Israël bracht hem tot het woord: verwantschap.De verwantschap bleek in dezelfde visie opIsraël als Gods eerst-gezondene in de wereld.Met daarbij de overtuiging dat men niet aan10


Studiecentrum een feitJezus, de Messias van Israël, verbonden kan zijnzonder de band met Israël te kennen en te beleven.En die band geeft ook over kerkmurenheen verbondenheid met elkaar. Het is dus eenverwantschap in visie, maar ook in verwachting.Nu de synode de momenteel vacante post inJeruzalem wil handhaven en ook de GZB/CHEnaar een ontmoetingsplek in Israël zoekt waareen consulent kan werken, zijn er perspectievenvoor het ineenschuiven van deze post en plek.Ook kan er samenwerking zijn met onzeTheologische Universiteit te Apeldoorn, waareen van onze adviseurs doceert en waar eenIsraël-bibliotheek is, die ter beschikking vanhet nieuwe centrum zal staan.Een derde verwantschap is die in verplichting.N.l. om verantwoording af te leggen van onzetheologische positie. Andere instanties in hetbrede veld van ontmoetingen tussen kerk enIsraël zullen ons naar deze positie en onze doelstellingvragen. In de ontmoeting met Israëlleer je vragen stellen en moet je antwoordenzoeken. Dat vraagt veel gebed om wijsheid.Ook ds. Biesma wenste de nieuwe directeur allezegen van Israëls God toe.Noodzaak van hernieuwde bezinningDs. Tramper benadrukte dat het niet vanzelfsprekendis dat de GZB in dit nieuwe centrumparticipeert. In het Midden Oosten hebben dekerken weinig oog voor de eigen plaats vanIsraël. Via de medewerkers in Libanon enEgypte zal daar theologische bezinning opgang moeten komen.Er zijn diverse redenen voor de GZB om mee tedoen.Een historische reden is dat de kerk zich t.o.v.Israël hoogmoedig heeft gedragen. Maar zijheeft het zendingsbevel van Gods Zoon viaIsraël ontvangen.Er is ook een culturele reden: Jezus heeft in deDe CHE gaf een boekje met een samenvatting van deresultaten van het onderzoek van ir. L.E. Meijerbetreffende Messiasbelijdende gemeenten in Israël.loop der eeuwen een heidens kleed gedragen,maar Hij was echt een Jood. Israël hebben wenodig om dit eigen Joodse van Jezus te ontdekken.Ten derde is er een theologische reden. Detekst uit Rom. 9:28 – de Heere zal een afgesnedenzaak doen op aarde – betekent niet datGods weg met Israël doodloopt. Integendeel –de kerk moet de Joden juist tot jaloersheid verwekken.Ook de Messiasbelijdende Joden willen inIsraël van Jezus getuigen. Bij ons is er het verlangennaar een diepergaande ontmoeting metIsraël.Luisteren, dienen, getuigenTen slotte kwam ds. Van Campen als directeurvan het kersverse Centrum zelf aan het woord.Hij bekende dat zijn gebed en verlangen nu inzekere zin in vervulling gaan.Er is de laatste jaren in Hervormd-11


Gereformeerde kring een stilstand in de bezinningover Israël opgetreden. Er is wel eens eeninitiatief geweest tot oprichting van een bezinningscomitéuit de brede gereformeerdegezindte, maar dat is er nooit van gekomen. Erkwam wel een Hervormd-GereformeerdBezinningscomité Zicht op Israël, dat een gelijknamigeboekenserie op de markt bracht enseminars organiseerde. Maar dit comité sliepin.Het gaat in deze nieuwe vorm van samenwerkingmet CGK en GZB en CHE om in de ontmoetingmet Israël te luisteren, te dienen en tegetuigen.Deze ontmoeting wordt afgebakend doorenkele piketpaaltjes.Zo we wijzen af de vervangingsgedachte, alsof ervoor het huidige Israël geen plaats meer is in detheologische bezinning.Maar ook de twee-wegenleer, dat de Kerk naastIsraël een eigen weg tot God heeft via Christus,verwerpen we.Eveneens hangen we niet een groot-Israël-theologieaan, omdat we menen dat de landsgrenzenop grond van de Bijbel niet zo duidelijk zijnaan te geven en omdat de Palestijnen ook zekererechten hebben.Ten laatste zijn we geen aanhangers van eenbedelingenleer, als zou Gods handelen met Israëlen de Kerk zich voltrekken in verschillendeopeenvolgende bedelingen.Natuurlijk kan het Studiecentrum niet volstaanmet het afwijzen van deze opvattingen.Het is de belangrijkste opgave om Israël eengeïntegreerde plaats te geven in de gereformeerdetheologie. Door een nieuw verstaan vande Schrift kunnen we iets toevoegen aan degereformeerde geloofsleer. Denk aan de ecclesiologie(leer aangaande de kerk) en de eschatologie(leer aangaande de laatste dingen). Datkan echter niet zomaar. In gehoorzaamheidaan de Schrift en staande in het gereformeerdebelijden bidden we om zicht te krijgen opGods handelen in deze tijd in de relatie tussenKerk en Israël.Activiteiten• Het studiecentrum zal o.a. de volgende activiteitenondernemen:• Het opbouwen en beheren van een (ook digitale)Israëlbibliotheek,• Onderzoek en publicaties op het terrein vande joods-christelijke ontmoeting,• Het entameren en begeleiden van contactentussen Messiasbelijdende Joodse gemeentenin Israël en gemeenten/kerken in Nederland,• Het houden van bezinningsdagen en conferentiesvoor gemeenteleden, cursussen op hetterrein van de joods-christelijke ontmoeting,de joodse religie en het Hebreeuws,• Het uitzenden en begeleiden van studentendie in Israël stage willen lopen,• Het organiseren van seminars in Israël enNederland voor theologen op universitair enHBO-niveau,• Het creëren van een “ontmoetingsplek” inIsraël, inclusief het recruteren en aansturenvan een consulent, die naast het participerenin joods-christelijke ontmoetingsfora ookseminars in Israël organiseert, stagiaires begeleidt,pastoraat aan voor langere tijd in Israëlverblijvende jongeren beoefent enNederlandstalige kerkdiensten in Israël leidt.Het bestuur van het studiecentrum wordtgevormd door de Chr. Geref. Deputaten ds. H.Biesma en P. Vree, door de GZB-afgevaardigdenmevr. M. de Feijter en ds. N.Tramper ennamens het CHE/Instituut voor gemeenteopbouwen theologie de predikanten C. den Boeren J. Hoek. Dit bestuur draagt de eindverantwoordelijkheidvoor alle activiteiten.Het Centrum is gehuisvest in het gebouw vande Chr. Hogeschool te Ede.U zult er ongetwijfeld nog wel meer van horen!12


De Messiaanse bewegingen haar betekenis voor christenenH.D. RietveldBoekbesprekingOnder deze titelverscheen een boekvan de evangelischepublicist Evert van derPoll (Uitgever: ShalomBooks te Putten, 317 pag. Prijs € 16,-).Hij geeft in dit fors uitgevallen boekeen duidelijk beeld van een bewegingdie sinds de jaren zeventig vande vorige eeuw steeds meer inomvang is toegenomen en daardoormeer opvalt en ook van zich doethoren.We behandelen dit jaar in dit tijdschrifteen aantal vragen die Israël aande kerk stelt, zoals prof. Miskotte dieindertijd formuleerde. Nu, zo zijn deJezus als Messiasbelijdende Joden zelfook een vraag aan de kerk.Alleen al de positie van deze christenjodenin of buiten de kerk geeft al aandat het praktisch en theologisch langniet eenvoudig is hun plaats te bepalen.Van der Poll geeft in een citaat vaneen Joods-christelijke schrijver aan datde Messiaanse Joden de Joden moetenhelpen begrijpen dat Jezus húnMessias is en dat zij de christelijkegemeente moeten helpen begrijpenwat haar Joodse wortels zijn.De schrijver geeft in de eerste hoofdstukkeneen historisch overzicht vandeze “beweging”.Daarbij gaat hij voorbij aan de eersteeeuwen van de kerkgeschiedenis, tebeginnen met de situatie zoals die inhet bijbelboek Handelingen wordtbeschreven. De lezer krijgt zodoendegeen totaaloverzicht vanaf die tijd, enpas achteraf wordt vermeld dat in deloop van de derde eeuw het Joodse elementin de kerk steeds meer verdween.Maar het gaat de auteur vooral om dewortels van de huidige Messiaansestroming.Sinds 25 jaar een opmerkelijke groeiVan der Poll ziet vanaf eind negentiendeeeuw een ontwikkeling zich aftekenen.Eerst waren het verenigingen vanchristenen die aan Joden het Evangeliebrachten. De Joden die tot geloof kwamenwerden in de bestaande kerkenopgenomen, waar weinig of geen aandachtwas voor hun Joodse achtergronden/of praktijk. Toch verhievenenkelingen, zoals Isaäc da Costa in onsland, hun stem.Toen kwamen er verenigingen vanJoodse christenen, die wel in hun eigenkerken bleven, maar via deze onderlingecontacten hun Jood zijn kondenbeleven. Van der Poll weet ook vanJoden die geen lid van een bestaandekerk werden, maar wel in de Messiasvan het Nieuwe Testament geloofden.Tenslotte ontstonden er eigen Joodschristelijkegemeenten, die al dan nietbij een kerkverband zijn aangesloten.In Israël zelf heeft de bekende ChristChurch in Jeruzalem de oudste papieren.Volgens de auteur was het vooral de13


De Messiaanse beweging en haarJesus People Movement in Amerika tijdensde jaren zestig/zeventig die veelJoodse jongeren aantrok, zodat er eeneigen beweging Jews for Jesus ontstond.Er zijn daar nu zo’n driehonderdMessiaanse gemeenten, die nog steedsgroeien!In de staat Israël zijn er naar voorzichtigeschattingen thans ongeveer vierduizendJoodse christenen. En die latensteeds duidelijker van zich horen.Dit alles is op z’n minst een opmerkelijkeontwikkeling. Zijn we er sinds deafgelopen vijfentwintig jaar getuige vanhoe God Zijn profetieën vervult?Van der Poll wijst er m.i. terecht op dater sinds de kerk geen dwang meer toepasteméér Joden uit eigen vrije wil totgeloof zijn gekomen dan in al die eeuwendaarvoor. Ook blijft het eenopmerkelijk feit dat hoewel de christenenen hun kerkelijke instanties deJoden absoluut niet jaloers hebbengemaakt - integendeel zelfs - er juisteen toename van Joodse bekeringen iswaar te nemen. De Messiaanse bewegingneemt tegen de stroom van degeschiedenis in zijn plaats in!Echte JodenDe wrange vrucht van zoveel eeuwenwrijving tussen Kerk en Synagoge ishelaas wel dat het officiële Joodsestandpunt is dat de Jood die in Jezusgelooft tot een andere godsdienst isovergegaan.Dit pijnpunt willen de Joodse christenennu juist weg hebben. Zij zeggenimmers uit volle overtuiging dat zijdoor het geloof in de door God aanIsraël geschonken Messias nu pas dedoor God bedoelde Jood zijn en in degoede verhouding tot Hem zijn komente staan, nl. door het geloof inde lijnvan vader Abraham. Vandaar dat zijzich zoveel mogelijk aan de bestaandeJoodse praktijk willen aanpassen.Het viel mij op dat Van der Poll steltdat in Israël zelf de Messiaanse Jodenveel minder geneigd zijn elementen uitde orthodoxe traditie over te nemenomdat deze bij de publieke opinie nietpopulair is.Maar buiten Israël ligt dat anders! DeJezus als Messiasbelijdende Joden doenwel mee met traditionele gebruiken alsbesnijdenis, sabbatviering, het houdenvan bijbelse hoogtijdagen en hetgebruiken van kosjer voedsel. Dit voorzoverze terug gaan op de Tenach. Voorgebruiken die uit de rabbijnse traditiekomen ligt dat minder stringent.Hiermee kiezen deze Joden dus nietvoor de gelijkwaardigheid van zowel deschriftelijke (O.T.) als de mondelinge(door de rabbijnen overgeleverde) traditiedie Mozes beide vanaf de berg gekregenzou hebben. Maar dan nog wordter verschillend gedacht over de geldigheidvan de geboden: als de ceremoniëlegeboden in Christus vervuld zijn, watmoeten we dan met de overige?Buiten het schemaAfkomstig uit de evangelische hoek, isVan der Poll bekend met de diverseeindtijdschema’s die daar heersen. Hijschroomt echter niet te constateren datde bekering van zoveel Joden niet pastin de meeste schema’s omdat zij uitgaanvan een massale bekering die pas14


etekenis voor christenenna de opnamen van de gemeente zalplaatsvinden. Hij stelt terecht dat de inJoh. 19:37 aangehaalde profetie uitZach. 12 (“Zij zullen Hem zien, Die zedoorstoken hebben ”) reeds tijdensJezus’ sterven in vervulling ging ensindsdien alle eeuwen door in de levensvan Joden vervuld werd.Zo trof mij wel vaker het beheerste,nuchtere omgaan met de Bijbeltekst.Sprekend over Gods plan met Israëlkomt Van der Poll met de verhelderendevergelijking met een schilder, dieaan zijn schilderij werkt. Deze werktniet rechtlijnig mathematisch, zoals deaannemer vanaf een bouwtekening,maar schetsmatig en creatief; niet opruitjespapier maar op een wit doek, enhij is telkens met de details én met hetgrote geheel bezig. Gaandeweg wordtde betekenis van deze of gene penseelstreekop het doek voor een toeschouwersteeds duidelijker.Ik onderschrijf ten volle zijn visie op deuitleg van de profetieën, nl. dat we onsniet moeten laten beheersen door hetschema: eerst een bekering van het volken dan pas terugkeer naar het land ofandersom, maar dat we beide dingenzien gebeuren en zo het brede perspectiefdat de profeten bieden moeten aanhouden.Dat de Messiasbelijdende Joden ookeen storend element zijn in de toenemendedialoog tussen Kerk enSynagoge komt eveneens ter sprake. Zijwillen namelijk het getuigenis datJezus de Messias ook voor de Jodennodig is tot hun behoud, niet ondertafel houden.In het derde deel komen de theologischevragen expliciet aan de orde, zoalsdie tijdens de historische beschrijvingook al werden aangeroerd. Daarbij wordenthema’s besproken als de betekenisvan de Messias voor alle Joden (nl. delijdende Zoon van Jozef en de koninklijkeZoon van David), de verhoudingtussen het volk en de gemeente en dietussen de oudtestamentische wetten enhet evangelie. Tenslotte ook de landbelofte.Over al deze thema’s wordt verschillendgedacht. Een eigen, algemeenerkende Messiaanse theologie is nog inopkomst. Zelf probeert Van der Poll ineen zelfstandige gemeente gestalte tegeven aan de verbondenheid met Israël.Hij vraagt of we als kerk bereid zijnonze Joodse broeders en zusters een“thuisgevoel” te geven. Zo pleit hij voorhet vieren van de Joodse feestdagen opde bijbelse tijd, maar erkent tegelijkertijd:Wie ben ik, dat ik kerkgenootschappentot het bijstellen van het kerkelijkjaar zou kunnen bewegen?Dit boek verschijnt, zoals in eennaschrift wordt gezegd, als voorproefvan de uitkomst van een studie die hijverricht aan de EvangelischeTheologische Faculteit te Vaux-sur-Seine. We kunnen dus meer van deschrijver verwachten. Voorlopig voerthij op integere, sympathieke wijze hetpleit voor meer begrip voor en bereidheidtot luisteren naar deze broeders enzusters in Jezus Christus van het volkwaarmee God Zijn verbond nooit heeftopgezegd.15

More magazines by this user
Similar magazines