Arbeid (1942) officiele mededelingen - Vakbeweging in de oorlog

vakbewegingindeoorlog.nl
  • No tags were found...

Arbeid (1942) officiele mededelingen - Vakbeweging in de oorlog

OFFICIEELE MEDEDEELINGENVERBETERDE UITGAVEHiermede vervalt daeerste uitgave.UITGAVEvan den. Leidervan Het Nederlandsche Arheldsfront26 JUNI 1942DECREETVan den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffendede oprichting van Het Nederlandsche Arbeidsfront(N.A.F.) (30 April 1942, no. 47).IIIArtikel 1.Ik richt met Ingang van l Mei 1942Het Nederlandsche Arbeidsfrontop.Artikel 2.(1) Het Nederlandsche Arbeidsfrontheeft tot taak alle Nederlanders,die door *eigen arbeid geheelof gedeeltelijk in hun levensonderhoudVoorzien, samen tebrengen, te verzorgen, hen op teVoeden" tot wederzijdsch. begripVoor hun economische belangen,alsmede voor hun sociale en cultureelebehoeften en bij de bevredigingvan deze behoeften medewerkingte verleenen.(2) Het Nederlandsche Arbeidsfrontheeft in het bijzonder tottaak:1) mede te werken bij de vormingVan rechtvaardige sociaal-politiekeVerhoudingen in het algemeen ender loon- en arbeidsvoorwaardenin het bijzonder, bij de totstandkomingvan de sociale verzekering,alsmede van de bepalingen ter beschermingvan den arbeid;2) den arbeldsvrede te verzekerendoor zijn leden in den zin van debedrijfsgemeenschap op te voeden;3) de verdere beroepsopleiding vanzijn leden ter verhooging der prestatieste bevorderen;4) instellingen tot onderlinge be- \,Vrediging van sociale behoeftenVoor zijn leden op te richten en instand te houden;5) de leden in alle aangelegenhedenen geschillen op het gebiedvan het arbeidsrecht en het socialeverzekeringsrecht met raad terzijde te staan, alsmede voor derechterlijke instanties -en voor deuitvoeringsorganen op het gebiedVan de wettelijke sociale verzekeringte vertegenwoordigen;6) door de gemeenschap „Vreugdeen Arbeid" inrichtingen in het 'leven te roepen en te bevorderen,welke dienen ter bevrediging vande cuttureele behoeften der ledenen tot instandhouding en bevorderingvan hun prestatievermogen;1) de werkloozenuitkeering overeenkomstigde geldende rechtsvoorschriftenuit te betalen.'8) Voorts kan de Secretaris-Generaalvan het desbetreffende Departementaan Het NederlandscheArbeidsfront in overeenstemmingmet deszelfs leider andere takenopdragen.Artikel 3.Het Nederlandsche Arbeidsfront isrechtspersoon.Artikel 4.Het Nederlandsche Arbeidsfront isvrij van alle belastingen en openbarelasten.Artikel'5.'(1) Lid van Het NederlandscheArbeidsïront kan iedere Nederlanderworden, die door eigen arbeidgeheel of gedeeltelijk in zijnlevensonderhoud voorziet, tenzij hijingevolge de bepalingen van artikel4 der Verordening no. 189/1940*) betreffende het aangevenvan ondernemingen jood is of alsjood wordt aangemerkt.(2) Lid van Het NederlandscheArbeidsfront kan voorts iedererechtspersoonlijkheid bezittendepubliekrechtelij ke beroepsstandsorganisatiewarden. De rechten enplichten der leden van /zoodanigeberoepsstandsorganisatie ten aanzienvan Het Nederlandsche Arbeidsfrontworden tusschen denleider van hetzelve en de oetreffendeorganisatie telkens, afzonderlijkovereengekomen.De overeenkomst moet schriftelij K*i Zie onder B.D. (Ec. Zak.), aangevenvau ondernemingen, 22 Oct. 1940.worden aangegaan en den ledenvan de betreffende organisatieworden bekend gemaakt.Artikel 6.(1) Voor zoover leden van eenwerkgevers- of werknemersvakbond,dan wel van een dergelijkeorganisatie ten gevolge van deopneming van hun bond In HetNederlandsche Arbeidsfront, daar-'•-n Indirectelijk lid worden of\ jr zoover 'zij uit een zoodanigeorganisatie rechtstreeks in HetNederlandsche Arbeidsfront overgaan,worden -- mits de betalingder contributie niet Is onderbroken— de door deze leden aan hunoude bonden betaalde contributiesbinnen het kader der contributieenondersteuningstaepalingen vanHet Nederlandsche Arbeidsfronterkend.(2) De verdere vorming en ontwikkelingvan . deze rechten enaanspraken op rechten is eenessentieel bestanddeel van de verzorgingstaak,welke Het NederlandscheArbeidsfront tegenoverzijn leden heeft te vervullen.Artikel' 7.De Leider van Het NederlandscheArbeidsfront wordt door mij benoemden ontslagen en is jegensmij voor de behoorlijke vervuili"?van de taken van Het Nederlrr'dscheArbeidsfront aansprakelijk.Artikel 8.(1) De Leider van Het NederlandscheArbeidsfront stelt desze'.fshuishoudelijk reglement vast, hetwelkdoor mij moet worden bekrachtigd.(2) Het huishoudelijk reglementwordt in een orgaan van HetNederlandsche Arbeidsfront bekendgemaakt.(3) Op eventueele wijzigingen in


het huishoudelijk reglement zijnde bepalingen van het eerste entweede lid van, toepassing.Artikel 9.(1) Het Nederlandsche Arbeidsfrontwordt in en buiten rechtendoor zijn leider en bij diens vervangingin den door het huishoudelijkreglement of bij bijzonderevolmacht omschreven omvang doorandere organen vertegenwoordigd.(2) Voorzoover Het NederlandscheArbeidsfront ter uitvoering van2jjn taken' in bepaalde bedrijvenuit het personeel gemachtigden(sociale voormannen) aanstelt,wordt hun benoeming aan deleiding van het bedrijf schriftelijkmedegedeeld. De sociale voormanvan Het Nederlandsche Arbeidsfrontkan, behoudens een anderewettelijke bepaling, door de leidingvan het bedrijf slechts met toestemmingvan de bevoegde organenvan Het Nederlandsche Arbeidsfrontworden opgezegd, tenzijde opzegging plaats heeft ingevolgestopzetting van het bedrijfdan wel uit hoofde van een reden,welke ingevolge artikel 1639 p vanhet Burgerlijk Wetboek het réchtgeeft de dienstbetrekking zonderinachtneming van een termijn opte zeggen. jArtikel 10.(1) Met de controle op het geldelijken comptabel beheer van HetNederlandsche Arbeidsfront is eenfinancieele commissie belast.(2) De voorzitter van de financieelecommissie wordt door mijbenoemd en ontslagen.(3) Voorts worden vier leden opvoordracht van den voorzitter opgelijke wijze benoemd en ontslagen.(4) De Leider van Het NederlandscheArbeidsfront legt definancieele commissie jaarlijks eenverslag over van het geldelijk encomptabel beheer van Het NederlandscheArbeidsfront. Hij is verplichtde financieele commissie opverzoek van haar voorzitter inlichtingente verstrekken en bescheiden.over te leggen, voor zoover ditvoor de vervulling van^ de takenvan de financieele commissie noodzakelijkis.(5) Den Leider van Het NederlandscheArtaeidsfront wordt doorden voorzitter van de financieelecommissie op grond van een desbetreffendbesluit dezer commissiedecharge verleend.Artikel 11.De bepalingen van dit decreet bezittenkracht van wét in den^ zinvan artikel l, tweede lid van deVerordening no. 3/1940*) tot uitoefeningvan de regeeringsbevoegdhedenin Nederland.Artikel 12.Voor zoover ter uitvoering van debepalingen van dit decreet rechtsvoorschriftenzijn vereischt, wordendeze door den Secretaris-Generaal van het desbetreffendDepartement, den Leider van HetNederlandsche Arbeidsfront gehoord,uitgevaardigd.'s-Gravenhage, 30 April 1942.i De Rijkscommissaris vóór hetbezette Nederlandsche GebiedSEYSS-INQUART.*) Zie onder B.A.,' Uitoef. reg. bev., 29Mei 1940.Verordeningenblad voor het bezetteNederlandsche Gebied, l Mei 1942 no.47. aflevering 11, blis. Jll.HUISHOUDELIJK REGLEMENT VANHET NEDERLANDSCHE ARBEIDSFRONTOp grond van artikel 8 van het Decreet no. 47/1942 betreffende de oprichtingvan Het Nederlandsche Arbeidsfront (N.A.F.) vaardig ik het volgendeHuishoudelijk Reglement uit:Artikel 1.De nadere bepalingen betreffendede toetreding der leden en de beëindigingvan het lidmaatschapworden door den leider van HetNederlandsche Arbeidsfront bijdienstvoorschrift geregeld.Artikel 2't Nederlandsche Arbeidsfrontgevestigd te AmsterdamArtikel 3.(1) Aan de verwezenlijking, van dedoeleinden van Het NederlandscheArbeidsfront werken mede:11 de landelijke leiding,2) gewestelijke leiders, wier aantalen territoriaal gebied door den leidervan Het Nederlandsche Arbeidsfrontte'kens wordt vastgesteld.3) gemachtigden in het bedrijf ofde onderneming (sociale voormannen).(2) De verdere opbouw der organisatie,alsmede de wijze van benoemingen ontslag van de organenen medewerkers van HetNederlandsche Arbeidsfront wordtvanwege den leider bij dienstvoorschriftgeregeld.. 'Artikel 4.Ieder gewestelijk leider staat eenbureau terzijde."Artikel 5.Voor ieder bedrijf, waarin meerdan vijf werknemers werkzaamzijn, wordt een sociale voormanaangesteld.Artikel 6(1) De vertegenwoordigende bevoegdheidvan den leider van HetNederlandsche Arbeidsfront, zoo-, wel in als buiten rechte, houdtmede de bevoegdheid in om, metwerking tegenover de leden vanHet Nederlandsche Arbeidsfront,al jpf geen natuurlijk persoonzijnde, alle maatregelen van organisatorischen,materieelen, personeelenen financieelen aard tetreffen, welke ter bereiking vanhet in artikel 2 van het DecreetNr. 47/1942 genoemde doel vereischtzijn.(2) De leider van Het NederlandscheArbeidsfront kan zijnvertegenwoordigende bevoegdheidoverdragen aan de afdeelingsleidersvan de landelijke leiding,alsmede aan de gewestelijke leidersen eveneens aan de leiders vandochter- en neveninstellingen.(3) Geen orgaan van Het NederlandscheArbeidsfront kan zich bijde uitoefening van de hem doorden leider overgedragen bevoegdheidzonder diens toestemmingdoen vertegenwoordigen.


(4) De vertegenwoordigende bevoegdheidvan een orgaan of medewerkervan Het NederlandscheArbeidsfront blijft rusten, voorzooverde leider van Het NederlandscheArbeidsfront deze zelfuitoefent, tArtikel 7.(1) Onder verantwoordelijkheid vanden leider van Het NederlandscheArbeidsfront is de leider van deHoofd-afdeeling Geldzaken belastmet het innen van de contributiesder leden en het beheer der instellingentot onderlinge bevredigingvan sociale behoeften, alsmede vanhet gezamenlijk vermogen van HetNederlandsche Arbeidsfront, haardochter- en neveninstellingen.(2) De leider van de Hoofd-afdee-Ung Geldzaken vertegenwoordigtHet Nederlandsche Arbeidsfront,alsmede haar dochter- en neven-Instellingen in alle vermogensrechtelijkeaangelegenheden, zoowelin als buiten rechte .(3) Hij is bevoegd de leiders vande Afdeeling Geldzaken in de gewestenbinnen het territoriaalgebied hunner bevoegdheid totzijn vertegenwoordiging te machtigen.•Artikel 8.De medewerkers, die op het gebiedvan het, beheer der. financiënwerkzaam zijn, zijn terzake, ongeachthun ambtsgebied, rechtstreeks. Artikel 10.(1) Het lidmaatschap van HetNederlandsche Arbeidsfront gaatniet slechts gepaard met het genotvan rechten, doch ook met denaan den leider van de HoofdafdeelingGeldzaken ondergeschikt. welke het afzonderlijke lid moeteneisch, de plichten te vervullen,worden, opgelegd, opdat de doeleindenvan Het Nederlandsche Ar-' ; Artikel 9.(1) Het lidmaatschap van Het beidsfront kunnen worde,n bereikt.Nederlandsche Arbeidsfront gaat' (2> Met de vaststelling van degepaard met-het recht om: plichten der leden is de leider van(I) de instellingen voor rechtsbijstandvan Het Nederlandsche , belast, die daarbij de sociale be-Het ' Nederlandsche ArbeidsfrcmtArbeidsfront te raadplegen. hoeften der afzonderlijke leden(II) overeenkomstig de betref- v van dit front in aanmerking moetlende regelen en onder waar-nemen en met den omvang hun-borging van de tot nu toe verkregenaanspraken van de instellingentot onderlinge bevredigingvan sociaïe behoeften gebruik temaken.(III) aan de instellingen voor beroepsopleidingdeer te nemen,(IV) aan de inrichtingen en organisatiesvan de gemeenschap„Vreugde en , Arbeid" deel tehebben,(V) kosteloos vaktijdschriften teontvangen, welke vanwege HetNederlandsche Arbeidsfront periodiekworden uitgegeven,(VI) ,een beroep te doen op dewerkloozenkas overeenkomstig dewettelijke bepalingen.'(2) De leider van Het NederlandscheArbeidsfront bepaalt naderden omvang en de wijze van deuitoefening van de Hdmaatschapsrechtenafzonderlijk.(3) Hij stelt in het bijzonder ondersteuningsnormenvast. .(4) De voorschriften van den leidervan Het Nederlandsche Arbeidsfrontmet betrekking tot deuitoefening van de lidmaatschapsrechtenworden in één zijnerorganen bekend gemaakt,ner plichten dienovereenkomstigrekening heeft te houden.(3) De leider van Het NederlandscheArbeidsfront is in het bijzonderbelast met de uitvaardigingvan een contributieregeling, welkertarieven overeenkomstig de arbeidsinkoms,ten.der leden progressiefmoeten zijn.(4) Artikel' 9, vierde lid, is vanovereenkomstige toepassing.• Artikel 11.Boekjaar van Het NederlandscheArbeidsfront is het' kalenderjaar.Artikel 12.De leider van Het NederlandscheArbeidsfront stelt voor het boekjaareen begroeting op en draagtzorg voor haar uitvoering.Artikel 13.(1) De ontbinding van Het NederlandscheArbeidsfront kan slechtsop gelijke wijze plaats hebben als -derzelver oprichting.(2) In dit geval stelt de leidervan Het Nederlandsche Arbeidsfronteen plan vast, volgens hetwelkhet vermogen en de verbintenissenvan Het NederlandscheArbeidsfront- worden afgewikkeld.Indien deze laatste meer bedragendan het vermogen van HetNederlandsche Arbeidsfront, zijnde voorschriften betreffende hetfaillissement van overeenkomstigetoepassing.Artikel 14.Dit Huishoudelijk Reglementtreedt, ongeacht het. tijdstip vanzijn afkondiging, in werking opden dag van inwerkingtreding vanhet Decreet no. 47/1942 betreffendede oprichting van Het NederlandscheArbeidsfront.Amsterdam. 20 Mei 1942.De leider van HetNederlandsche Arbeidsfront:H. J. WOUDENBERG.Toetreding.DIENSTVOORSCHRIFT lBepalingen betreffende de opneming van leden bij Het NederlandscheArtikel 1.De aanmelding voor het lidmaatschapgeschiedt in het bedrijf enbij de Plaatselijke Kantoren vanhet N.A.P., die voor de doorzendingnaar de Hoofdafdeeling Geldzakenvan het N.A.F, te Amsterdam zorgen.Laatstgenoemde instantie be-Blist over de toelating, en heeftArbeidsfront en de beëindiging van het lidmaatschaphet recht afwijzend te beschikken,zonder opgave van redenen. Tegende weigering van toelating kan betrokkenebinnen 30 dagen na dagteekeningvan de weigering in beroepkomen bij den Financieel Leidervan het N.A.F, of de do-rdezen aangewezen instanties.Artikel 2.Door het indienen van het onderteekendeaanmeldingsformulierwordt het lid geacht zich te vereenigenmet de bepalingen vanhet Bijdrage- en Ondersteuningsreglementen met het reglementJ er Werkloozenkas van het N.A.F.,als ook met de naar aanleidinglaarvan uitgevaardigde besluiten.Het N.A.F, bevestigt de opneming,als lid door de overhandiging vanhet lidmaatschapsboekje. Dit moetdoor het lid onderteekend worden:het blijft eigendom van het N.A.F,'


Artikel 3.Bij toetreding is een inschrijfgeldverschuldigd ten bedrage vanƒ 0.50, hetwelk voldaan wordt doorbij de uitreiking van het lidmaatschapsboekjehet entree-zegel vanhet N.A.F, daarin te plakken.Artikel 4.Leden van vakbonden wordendoor de opneming van hun organisatiesiri het N.A.F, automatischleden van het N.A.F. De bijdragen,welke.aan de bovenbedoelde organisatiesdoor deze leden werdenbetaald, worden, vooropgesteld, datde contributies onafgebroken werdenvoldaan, in den geheelen opzetvan de. hierin omschreven bijdrage-en ondersteuhingsbepalingenerkend.Einde van het lidmaatschap.Artikel 5.Het lidmaatschap van het N.A.F.eindigt:1. door overlijden;2. voor vrouwen, die na hun huwelijkniet meer in loondienst zijn,aan het einde van de kalenderweek,waarin zij in het huwelijkzijn getreden;3 voor leden, die bij rechterlijkeuitspraak onder curateele zijn gesteld-aanhet'einde van de kalenderweek,waarin die rechterlijkeuitspraak onherroepelijk is geworden;4. door uittreden, indien een metredenen omkleede, schriftelijkemededeeling ter zake aan de-bevoegdeafdeeling van het N.A.F, isgedaan; het lidmaatschap eindigtalsdan aan het einde van de kalendermaand,volgend op die,waarin de opzegging is geschied;5. door uitsluiting van een liddoor den Leider van het N.A.F.Tot uitsluiting wordt o.a. overgegaan:a. indien het lid zich aan eerloozehandelingen, heeft schuldiggemaakt;b. indien het' lid Is veroordeeldwegens een uit winzucht gepleegdmisdrijf of wegens' een zware misdaad;c. indien het lid getracht heeftdoor valsche verklaringen of doorbedriegelijke handelingen in hetbezit te geraken van ondersteuningsgelden,indien het lid gebrachtheeft het*N.A.F..nadeel toete brengen of indien het lid de belangenvan het N.A.F, zelf heeftbenadeeld. De uitgestotene is gerechtigdbinnen 14 dagen na uitsluitingbij den Leider van hetKA.F. of bij'de door dezen aangewezeninstantie, schriftelijk —onder aanvoering van gronden -verzet aan te teekenen. Door denLeider of de door dezen aangewezeninstantie, wordt uiteindelijk overdit verzet beslist;d. door vertrek uit Nederland,voor zoover het verblijf buiten degrenzen niet van voorbij gaandenaard Is en het voortzetten van hetlidmaatschap niet met andere buitenlandscheorganisaties door overeenkomstis geregeld. Wanneereen lid voornemens is Nederlandmetterwoon te verlaten, is hij verplichthiervan bij het ProvinciaalBureau mededeeling te doen. Zoodrahet lid zijn werk in loondienstin Nederland weer hervat, is..-het«rerplicht zich binnen 30 dagen bijhet Provinciaal Bureau of bij hetPlaatselijk Kantoor te melden,,opdat zijn lidmaatschap gehandhaafdkan blijven;e. indien het lid zes weken tenachter is in de betaling van debijdragen.Artikel 6.Wanneer het lidmaatschap eindigt,komen op dien dag alle aansprakenop het N.A.F, ten aanzien vanuitkeeringen, met inbegrip van deWerkloozenkas te vervallen, metuitzondering op het recht .vanoverlijdens- en begrafenisuitkeering,welk recht de nabestaandenvan hen, wier lidmaatschap volgensart. 5, lid l, eindigt, kunnendoen gelden.Meldt zich een uitgetreden of uitgeslotenlid later opnieuw als lidvan het 'N.A.F, aan, dan bestaatin beginsel geen beroep op erkenningvan de oude aanspraken.De leider van HetNederlandsche Arbeidsfront:H. J. WOUDENBERG.DIENSTVOORSCHRIFT 11I. Plichten en--rechten der leden.De leden behooren alle verplichtingen,welke voortvloeien uit debepalingen en stelregels van hetN.A.F., naar hun beste weten nate komen. In het bijzonder zijnzij verplicht de in het Bijdragereglementvastgestelde bijdragen» regelmatig te voldoen en de voorwaardenvan het lidmaatschap inacht tfe nemen Den leden, die hunplichten volgens deze bepalingenen de in aansluiting hierop uitgevaardigdeaanwijzingen nakomen,,staan/ de in het statuut vanHet Nederlandsche Arbeidsfrontgenoemde instellingen ten ditnste.II. Bijdragen.•>(1) De bijdragen aan Het NederlandscheArbeidsfront zijn geenverzekeringspremiën, doch vormenden grondslag voor den opbouw,de instandhouding van de in hetN.A.F, belichaamde gemeenschap.Zij worden volgens het beginsel Klasse Weekloonvan wederzijdsche hulp slechts zoo lf 6hoog geheven als voor het vervullenvan de door het N.A.F, ge-3 „ 9.01 „ 12.2- / 6.01—, 9.—stelde opgaven noodig is. De berekeningvan de bijdragen .ge-5 „ 15.01 „ 18,4 „ 12.01 „ 15,schiedt uitgaande van de gedachte 6 „ 18.01 „ 21,van een gelijkmatige progressie, 7 „ 21.01 „24.verband houdende met de hoogte 8 „ 24.01 „ 27.van het inkomen.9 „ 27.01 •„ 30.(2) Het In dit artikel en .in de 10 „ 30.01 •„ 33.artikelen" .III t/m ' VI bepaalde 11 „ 33.01 „ 36.geldt niet ten aanzien van de bijdragenvoor de werkloozenkas, die 13 „ 42.01 „ 48,12 „ 36.01 „ 42,in de Reglementen voor deze kas 14 „ 48.01- „ 54,zijn vastgelegd en boven de in het 15 „ 54.01- „ 72,volgende lid vastgestelde bijdrage 16 „ 72.01 „ 90,voor het N.A.F, wordt betaald. 17 ,. 90.01 „102,(3) Het bijdragetarief, ingaande J. voor invalide leden.op nader vast te stellen datum. Isals volgt:Bijdrageƒ 0.100.150.200.250.300.350.400.450.500.550.600.700.80L—1.201.501.80


Voor Inkomens van meer dan.ƒ 102.— per week bestaat geenhooger vast bijdragetariéf. Hetstaat het betrokken lid derhalvevrij, uit sociale overwegingen zijnbijdrage vrijwillig op een hoogerbedrag te bepalen; het kan echternimmer aanspraken maken ophoogere uitkeeringen of ondersteuningen,dan die, waarin de' bijberekening van de vaste tarievenverkregen gemiddelde klasse voorziet.De betaling van dergelijke vrijwilligehoogere bijdragen geschiedtnaast aankoop van het bijdragezegelder hoogste klasse doorstorting van het boven dit tariefuitgaande bedrag op de girorekeningvan het N.A.F.(4.) Keert een lid uit het buitenlandnaar Nederland terug eneindigt daardoor het lidmaatschapvan een buitenlandsche organisatieals bedoeld in Ie sub 7, eerstealinea, dan worden na aanmeldingde aan bedoelde, organisatie betaaldebijdragen bij de berekeningvan de bijdragen aan het N.A.F,in aanmerking genomen.III. De bijdrageschaal,(1) Het tarief der bijdragen richtzich in beginsel naar het brutoinkomen plus den wettelijken kinderbijslag,met inachtneming vanhetgeen in natura wordt genoten(vrij wonen etc.). Bij het vaststellenvan de geldswaarde hiervanzullen dezelfde bedragen wordenaangehouden als die, welkegelden ten aanzien van de loonbelasting.(2J Voor de vaststelling van detarief klasse wordt bepaald:a. Stukloon wordt gerekend naarhet bruto-inkomen van de laatsteweek;b. Loonen en salarissen wordengerekend naar het 4ötaal brutoinkomenper belastingtermijn;c. Voor personen, die een vrij beroepuitoefenen, zelfstandigen ofhandeldrijvenden, of personen, dieeen nering drijven of hiervan debate ontvangen, wordt de bijdrageberekend naar het persoonlijkmaandelijksch inkomen;d.. Voor handelsagenten en provisiereizigerswordt de bijdrageberekend naar het vast overeengekomenbedrag, dat zij in geldontvangen, onder bijtelling vanbrutoprovisie minus onkostenvergoedingen onder aftrek van dereiskosten, voor zoover deze doorhunzelf gedragen worden;e. Extra betalingen, welke slechtseenmaal plegen te worden ontvangen,blijven bij de berekening van1het Inkomen buiten beschouwing;f. Ieder lid behoort zelf op tegeven in welke klasse Hij volgensvorenstaande bijdragetabel moetworden ingedeeld; hij behoort bijverhooging van zijn inkomsten demeerverschuldigde bijdrage uiteigen beweging te betalen. Betalingvan bijdragen in een hoogereof lagere klasse, dan volgens hetinkomen verplicht is, is niet toegestaan.Verkeerde indeeling, tengevolgevan onvolledige, onjuiste mededeelingenvan het lid, heeft geheelof gedeeltelijk verlies van rechtenop ondersteuningsuitkeeringen vanHet Nederlandsch Artaeidsfront tengevolge.(3) Wordt op grond van een overeenkomstmet de betreffende afdeelingvan Het NederlandscheArbeidsfront de bijdrage door deAfdeeling Personeel of Loonadministratieingehouden, dan geschiedtde indeeling in klassendoor deze instantie. Aan het inhoudenvan bijdragen door deAfdeeling Loonadministratie hebbenzich in dit geval alle N.A.F.-leden te onderwerpen, doch zij.blijven voor de juiste indeeling inklassen persoonlijk verantwoordelijk.(4) Leden, die een uitkeering ontvangenwegens invaliditeit ofPensioengerechtigdheid, dienen, indienzij ook nog in aanmerkingwenschen te komen voor ?enoverlijdens- en begrafenisuitkeering,een z.g.n. invalidezegel teplakken,IV. Verlaging der bijdragen.Aan leden met kinderen tot enrifet 21 jaar worden de volgendeverlagingen van de bijdrage toegestaan:bij 2—3 kinderen l bijdrageklasselager;bij 4—5 kinderen 2 bijdrageklassen,lager;bij 6-^-7 kinderen 3 bijdrageklassenlager;meer dan 7 kinderen 4 bijdrageklassenlagerdan zij volgens hun inkomen verplichtzouden zijn te betalen. Alsminimum bijdrage wordt betaaldvolgens klasse I.Vcór het verleenen van dit voorrechtmoeten loonbelastingkaart of.r. trouwboekje worden overgelegd bijhet Plaatselijk Kantoor, De verlaginggaat het eerst in in deweek, volgende op die, waarin ioorhet Plaatselijk Kantoor cf ProvinciaalBureau van een en anderaanteekening in het lidmaatschapsboekjewerd gedaan.Onwettige kinderen en nietinwonendekinderen kunnen ook'in aanmerking worden genomen,indien aannemelijk gemaaktwordt, dat zij'door het lid onderhoudenworden.Bij de berekening van onder"steuningsuitk'eeringen,geschiedt ditvolgens de bijdrageklasse, die voorhet werkelijke inkomen in aanmerkingkomt.V. Betaling der bijdragen.De bijdragen moeten.uiterlijk aanhet einde van iedere kalenderweek,resp. van iedere kalendermaandbetaald worden. Voor iederebetaalde bijdrage dient de in hetlidmaatschapsboekje opgeplakteen op de voorgeschreven wijze afgestempeldebijdragezegel als kwitantie.Verloren gegahe waardezegelskunnen derhalve niet wordenvervangen. De bijdrage is in 'beginsel een brengschuld en moet,indien zij niet door den gemachtigdevan Het Nederlandsche Arbeidsfrontkan worden geïnd, bijhet bevoegde Plaatselijk Kantoorof Provinciaal Bureau worden gebracht.VI.. Vrijstelling van de betalingderbijdragen.Vrijstelling van betaling over eenkalenderweek bestaat, wanneerhet lid gedurende de volle kalenderweek:a. in militairen dienst is;b. in arbeidsdienst is;c. werkloos is;d. tengevolge van ziekte of ongevalverhinderd is te werken.Deze vrijstelling geldt niet, wanneerover die kalenderweek eenigloon, eenige vergoeding of uitkeeringwordt genoten, uit welkenhoofde ook.VII. Ondersteuningsbepalingen.(1) Het behoort tot de taak vanHet Nederlandsche Arbeidsfront deleden, die zich buiten hun schuldin nood bevinden, naar de matevan de voorhande.n zijnde middelenen in overeenstemming metde sociale beginselen bijzonder testeunen. Voor het doen geldenvan aanspraken op deze uitkeeringmoet voldaan zijn aan de zakelijkevoorwaarden, zooals vastgelegdin de verschillende hoofdstukken.De betalingen wordenslechts gegeven met het doel omin een leemte in de sociale wejb-.geving te helpen voorzien erï alsaanvulling op de eventueele uitkfteringenof op baten uit anderenhoofde.


.Na 3581012jaar betaling der voll.bijdrage...t....XI. Ouderdoms- en -Invaliditeitsondersteuning:(1) Leden, die ingevolge hun leeftijdof invaliditeit blijvend invalidesijn of niet meer in loondienstwerkzaam zijn, kunnen op verzo'ekeen doorloopende extra-invaliditeitsondersteuningkrijgen, voorzooverhet vereischte aantal betalingender volle bijdragen is verricht.(2) De bepalingen ten aanzien vande uitkeering.De mogelijkheid tot het verkrijgenvan ouderdorns- en invaliditeits-.ondersteuning bestaat, wanneer nabetaling van 1040 wekelijksche bijdragen(240 maandelijksche bijdragen)de bovenomschreven voorwaardenaanwezig zijn. Uitkeeringvindt slechts plaats, indien naastaangetoonde invaliditeit, zich onvrijwilligebeëindiging van dedienstbetrekking voordoet. De toekenning'van invaliditeitsrentedoor de Rijksverzekeringsbankwordt als bewijs van arbeidsongeschiktheidaanvaard. Als ouderdomsinvalidewordt diegene beschouwd,die zijn 65ste levensjaarvoltooid heeft. Kan een dergelijkbewijs niet getoond worden, dankan in plaats daarvan worden volstaanmet een verklaring van eendoor het N.A.F, aan te wijzen arts.Het bewijs, dat de dienstbetrekkingis geëindigd, wordt door overleggingvan het arbeidsboek of vaneen geldig ontslag bewijs geleverd.fcosten te worden overlegd. Overlijdens-en begrafénisuitkeeringwordt slechts dan uitbetaald, indiende toetreding tot Het NederlandsqheArbeidsfront, resp: totéén der voorgaande vakorganisaties,bedoeld in art. Ia sub 4vóór de beëindiging van het 55stelevensjaar geschiedde., Deze ondersteuning word}; gesplitstin de overlijdensuitkeering en debegrafenisondersteuning. De overlijdensuitkeeringwordt na een lidmaatschapvan 3 jaar en de begrafénisuitkeeringna een lidmaatschapvan 5 jaar toegekend. Voorleden van die vakvereenigingen enorganisaties echter, .die geen overlijdensuitkeeringkenden, Is dewachttijd.^ alsook de leeftijd, bijhet toetreclen tot Het NederlandscheArbeidsfront beslissend. Naastde betaling van overlij densgeld,dat na 3 jaar bijdragebetaling toegekendwordt. vindMia een -lidmaatschapvan 5 jaar nog eenextra-uitbetaling voor begrafenisondersteuningplaats.(2) De overlijdens- en begrafenisondersteuningwordt berekendnaar gelang van 'het aantal betaaldebijdragen; ongeacht inwelke klasse de bijdrage werd voldaan,geldt het volgende tariefvoor deze uitkeeringen:Overlijdens- Begrafenisuitkeeringondersteuning30.—30.—50.—50.—50.—20.—20.—35.—50,—(3) Ondersteuningsschaal.Totaal30.—50.—'.70.—85,—100.— •>De. grootte der invaliditeitsondersteuningwordt bepaald naar hetaantal en de gemiddelde hoogtevan de betaalde bijdragen. Bij deberekening van het ondersteuningstariefwordt als grondslag degemiddeld betaalde bijdrage genomen.Voor de maximum-uitkeeringtellen de klassen 15 en hoogerniet mede, voor de minimumuitkeeringwordt klasse 5 alsgrondslag aangenomen. .Het ondersteuningstarief bedraagtmaandelijks:nabij minstens(4) Aanvang der ondersteuning.De uitkeering van de invaliditeitsondersteuningbegint in den regelop den eersten dag van de maand,volgende op die, waarin het verzoekwerd ingediend. Wordt echterhet verzoek 'binnen vierweken na het uitschrijven van hette leveren bewijsstuk gedaan, dankan eventueel die uitkeering noggeschieden over een tijdvak van 3maanden, voorafgaande aan dendatum van het vëraoek. Uitkeeringenover een tijdvak, gelegenvoor den tijd, waarover invaliditeits-of ouderdomsrente ingevolgede wet is toegekend, komennietin aanmerking.(5) Indien een lid nog loonarbeidverricht wordt de opbrengst hiervanop het bedrag van de ondersteuningin mindering gebracht.Dit is niet van toepassing, zoodrahet lid het 65ste levensjaar heeftoverschreden. Komen de bovenvermeldevoorwaarden', die voor hettoekennen va,n de extra invaliditeits-en ouderdomsondersteuningvan het N.A.F, aanwezig moetenzijn te vervallen, dan eindigt deuitkeering met dien dag.Zoodra de omstandigheden, dievoor de üitkeering voorwaardelijkworden gesteld, wederom aanwezigzijn, dan wordt de ondersteuningin oorspronkelijken omvang hervat.Indien een lid langer dan 2 jaarsweer betaalden arbeid in loondienstheeft verricht, dan vindteen herberekening plaats. lederearbeidshervatting van .dengene,die invaliditeitsondersteunirig ontvangt,dient onverwijld aan het20 jaar 1040 weekbijdragen de 6-voudige maandel. gemidd. bijdrage24 „ 12487- „28 „ 1456 „ „ 832 ., 1664 „ „ 935 1820 < 10Klasse567891011121314uitk. na 20 jr.bijdr.betaling7.208.4096010.8012.—13.2014.4016.8019.2024.—idem na24 jaar8.409.8011.2012.60. 14.—15.4016.8019.6022.4028.—idem na28 jaar9.6011.20.12.8014.4016.—17.6019.2022.4025.6032.—idem na32 jaar10.8012.6014.4016.2018.— .19.8021.6025.2028.8036.—idem na35 jaar12__ •'14. —16 .—18. —20 .22._:_24 ,—.28 .—32 .—40.—


evoegde Plaatselijk Kantoor ofProvinciaal Bureau gemeld te worden.Er vindt geen uitbetaling vaninvaliditeitsondersteuning plaatsaan leden, die zich in een geneesinrichtingvan het Rijk bevinden, l(6) OvergangsbepalingenLeden, die zijn overgekomen vandie Vakvereenigingen en Bonden,welke vóór l Mei 1942 geen reglementaireouderdoms- en invaliditeitsondersteuninghebben gekend,verkrijgen eerst c.q. aanspraak nal October 1947. Voorwaarde isechter, dat zij op den dag vanhet indienen van het verzoek minstens1040 wekejijksche bijdragenhebben betaald en sedert l Mei1942 onafgebroken lid zijn gebleven.De beslissing over een verzoek omeen gunstige uitzondering in gevallen,waar door de toepassingVan vorenstaande bepalingen onbillijkegestrengheden te voorschijnkomen, berust bij denFinancieel Leider.XII. T.B.C.-ondersteuningen.De mogelijkheid tot het verkrijgenvan T.B.O.-ondersteuningenbestaat, wanneer 52 wekelijkschebijdragen onafgebroken zijn betaald.Bij de uitzending van patiëntennaar sanatoria wordt een tegemoetkomingin de kosten van sanatoriumverplegingverstrekt gedurendezoo langen tijd, als onzemedische raadgever dit noodigacht.Bij' thuisverpleging kan een vergoedingworden gegeven voor versterkendemiddelen en/of extravoeding en/of hulp in de huishouding,een en ander op aanradenen, ter beoordeeling van onzenmedischen raadgever.Ook.bij uitzending naar een.sanatoriumkan een bijdrage verstrektworden voor de aanschaffing vannoodzakelijk ondergoed, alsmedeeen vergoeding in de reiskostenvoor de heen- en terugreis vanden patiënt, indien wegvervoernoodzakelijk is.Bovendien kan een vergoedingworden gegeven aan huisgenootenvoor 'het bezoeken van patiënten.in het sanatorium tot hoogstenséén huisgenoot per maand.Recht» op uitkeering hebben, behalvehet lid zelf, de tot het gezinvan het lid behoorende personen,jegens wie hij volgens de bepalingenvan het Burgerlijk Wetboekonderhoudsplichtig is, alsmedede tot het gezin behoorendestief- en pleegkinderen, vooropgestelddat kinderen (stief- enpleegkinderen mede daaronder begrepen)slechts dan in aanmerkingkpmen, indien zij den leeftijdvan 16 jaren nog niet hebben bereikt.De Leider van Het Neder-. • landsche Arbeidsfront:H. J. WOUDENBERG.DIENSTVOORSCHRIFT IIIBepalingen betreffende de gebruikmaking van de inrichtingen,voor rechtskundigen bijstand(1.) Hét N.A.F, helpt zijn ledendoor hulp en voorlichting in allerechtskwesties, dé betrekking hebbenop dé arbeidsovereenkomst ende sociale verzekeringen.(2) Ook de naaste familieleden enVerwanten van een inmiddels overledenlid kunnen rechterlijk dooideBureaux voor Rechtsbeschermingworden bijgestaan en voor Tgelicht. De Leiders van de Bureauxvoor Rechtsbeschermingdragen zorg voor de vertegenwoordiging-van de leden bij den burgerlijken,administratieven rechteren den scheidsrechter In allerechtsaangelegenheden, die betrekkinghebben op de arbeidsovereenkomsten de sociale verzekering.Ook de executie van deuitspraken wordt door de Bureauxvoor Rechtsbescherming, zoo noodig,ter hand genomen.(3) Rechtsbescherming wordtslechts verleend, indien de beoogderechtsactie kans op goed gevolgbiedt en met de grondslagenvan de arbeidseer in overeenstemming, is. Ontbreken deze voorwaardenof blijken zij tijdens debehandeling niet aanwezig te zijn,dan wordt de rechtsbescherminggeweigerd, resp. ingetrokken.(4) Bijzonderheden over de uitvoeringvan den dienst van Rechtsbeschermingen de verplichtingenvan de leden tijdens de behandelingdoor de Bureaux voor Rechtsbeschermingzijn omschreven inhet „Reglement van den Dienstvoor Rechtsbescherming van HetNederlandsche Arbeidsfront". Ditreglement wordt dien leden overhandigd,die van dit instituut gebruik'wenschen te maken.ï)e Lelde'?' van Het NederlandscheArbeidsfront:H. J. WOUDENBERG.K ui


Reglement voor de Werkloozenkasvan Het Nederlandsche Arbeidsfront§ 1. Naam en doel.Artikel 1.1. De naam der kas is: werkloozenkasvan Het NederlandseheArbeidsfront (N.A.F.) Zij wordt in'dit reglement genoemd: de kas.2. De kas is een instelling van HetNederlandsche Arbeidsfront, zonderrechtspersoonlijkheid; bij ontbindingvan Het NederlandscheArbeidsfront houdt ook de kas opte bestaan.3. Als bestuur der kas wordt deLeider van Het Nederlandsche Arbeidsfront aangemerkt.. Hij kan,met Behoud van zijn verantwoordelijkheid,de daaraan verbondenwerkzaamheden, na overleg met enonder goedkeuring van het hoofdvan hes Departement, waaronderde werkloosheidsverzekering ressorteert, geheel of ten deele aan anderepersonen overdragen. De bevoegdhedenen verplichtingen dievandere personen worden daarbij zoonauwkeurig mogelijk omschreven.Artikel 2.De kas heeft ter» doel, volgensnader ;n dit reglement bepaalderegelen, aan haar leden een uitkeeringbij onvrijwillige werkloosheidte verzekeren.l 2. Van het lidmaatschap.Artikel 3.1. Elk individueel lid van Het NsderlandscheArbeidsfront, dat inNederland woont en als arbeiderwerkzaam is, Is, behoudens de indit reglement genoemde uitzonderingen,tevens lid der kas en verkrijgtdit lidmaatschap tegelijk metdat van Het Nederlandsche Arbeidsfront.2. Leden van organisaties, als bedoeldin art. 5, lid 2, van de statutenvan het Nederlandsche Arbeidsfront,zijn geen lid der kas,tenzij dienaangaande door den Leidervan het Nederlandsche Artaeidsfront,onder goedkeuring vanhet in art. l bedoelde Departementshoofd,een regeling is getroffen.3. Niemand kan lid der kas zijn,zonder tegelijkertijd het lidmaatschapvan Het Nederlandsche Arbeidsfrontte bezitten.Artikel 4.t1. Voor de toepasing van artikel 3wordt als arbeider beschouwd hij,die in loondienst werkzaam is, metdien verstande, dat fooien Of andereontvangsten van derden,welke verband houden met ten behoevevan een werkgever verrich-• ten arbeid, met loon worden gelijkgesteld.2. Degene, die in'de ondernemingvan een werkgever in aangenomenwerk persoonlijk arbeid verricht,die verband houdt met het in deonderneming uitgeoefende bedrijfen ten aanzien van wien het bestuurder Rijksverzekeringsbankniet heeft beslist, dat hij in den zinvan de Ongevallenwet 1921 of vand£ Land- én Tuinboüwongevallenwet1922 in een onderneming eenverzekeringsplichtig bedrijf uitoefent,wordt voor de toepassingvan dit reglement geacht • dezenarbeid te verrichten in dienst vandien werkgever.3. Indien de in het vorige lid bedoeldepersoon zich bij het verrichtenvan den arbeid laat bijstaandoor andere personen, worden ookdeze andere personen voor de toepassingvan dit reglement beschouwdhun arbeid te verrichtenin dienst van den in het vorige lidbedoelden werkgever. Hetgeen voorden gezamenlijk verrichten arbeidwordt genoten, wordt, voorzooverniet blijkt van een andere verdeeling,geacht door ieder dergenen,die den arbeid hebben verricht,voor een gelijk deel te zijngenoten.4. Degene, die krachtens overeenkomstmet een derde tegen genotvan zeker loon of provisie geregeldzijn bemiddeling v.erlegnt tot hettot stand komen van overeenkomstentusschen daartoe door hem tebezoeken personen en dien derde,wordt voor de toepassing van dit- reglement geacht dien arbeid teverrichten in loondienst van dienderde, mits hij 'de vorenbedoeldebemiddeling uitsluitend voor deonderneming van dien derde verleenten mits het verleenen van diebemiddeling niet een voor hem bijkomstigewerkzaamheid is.Artikel 5.1. Voor de toepassing van artikel 3worden niet . als arbeider beschouwd:a. personen Üeneden den leeftijdvan 14 jaar of van 65 jaar ofouder;b. personen, die ongeschikt zijnvoor geregelde beroepsbezigheden;c. personen, die ambtenaar zijn inden zin der Ambtenarenwet 1929of werkzaam zijn op arbeidsovereenkomstvolgens het Arbeidsovereenkomstenbesluit;d. personen, die als onderwijzer,leeraar .of hoogleeraar werkzaamzijn bij het bijzonder onderwijs;e. personen, w.erkzaam bij de NederlandscheSpoorwegen, op wievan' toepassing is een ReglementDlenstwoorwaarden, door het Departement,waaronder de aangelegenhedender spoorwegen ressórteeren,goedgekeurd of zelfstandigvastgesteld;f. personen, uitsluitend of in hoofdzaakbelast met het verrichten vanhuiselijke of persoonlijke Dienstenin de huishouding 'van natuurlijkepersonen;g. musici, die behooren tot ensembles,werkzaam in het hotel-,café- en restaurantbedrijf, wanneerzij niet werkzaam zijn tegeneen vast dag-, week-, maand- ofjaarloon;h. ambulante musici;i., personen, die als huisarbeiderwerkzaam zijn;j. personen, wier loon uitsluitend. in onderricht bestaat;k. personen, die een - grootereoppervlakte grond ' voor eigenrekening in gebruik hebben dan.voor elke gemeente is vastgestelddoor het in artikel l bedoeldeDepartementshoofd;1. personen, die alleen in buitengewonegevallen gedurende kortentijd als arbeider in den zin van het.vorige artikel werkzaam zijn;m. personen, die als arbeider inden zin van het Vorige artikel geenandere werkzaamheden verrichtendan zoodanige, die voor hen vanbijkomstigen aard zij^ \


2 In uitzonderingsgevallen kun-. nen personen, als in het vorige lid'onder k. bedoeld, het lidmaatschapder kas verkrijgen of behouden, indienkan worden aangetoond, datzij overwegend als arbeider in denzin van het vorige artikel werkzaamplegen te zijn. Voor elk zoodaniguitzonderingsgeval is degoedkeuring vereischt van het bestuurder, gemeente, waar de betrokkenewoonachtig is, welk bestuurevenwel zijn beslissing nietneemt dan na raadpleging van hetDepartement, waaronder de werkloosheidsverzekeringressorteert.Wordt de goedkeuring van het gemeentebestuurniet verkregen, dankan de beslissing van bedoeld Departementworden ingeroepen.Artikel 6.1. Het lidmaatschap der kas eindigt:Ie. door het eindigen van het lidmaatschapvan Het NederlandscheArbeidsfront;2e. doordat men ophoudt als arbeiderin den zin van de artikelen3, 4 en 5 werkzaam te zijn;3e. door royement als lid der kas.2. Personen, wier lidmaatschap derkas, ongeacht om welke reden,eindigt, verliezen daardoor alletoekomstige aanspraken op uitkeering,doch zij behouden de op datoogenblik bestaande vorderingenop de werkloozenkas.Artikel 7.Het lidmaatschap der kas is onvereenigbaarmet dat van een anderekas, waaruit in geval van werkloosheiduitkeering wordt ver-,strekt.Artikel 8.1. Zij, die als lid der kas geroyeerdzijn, mogen in geen geval wederals lid tot de 'kas worden, toegelaten,dan nadat zij:a. den tot aan het tijdstip vanroyement bestaanden achterstandin de betaling der bijdragen hebbenaangezuiverd;b. voor het geval zij aan de' kas opandere wijze geldelijk nadeel berokkendhebben, het bedrag, waarvoorzij benadeeld is, geheel in de. kas hebben teruggestort.2. De Leider van Het NederlandscheArbeidsfront is bevoegd tevorderen,, dat zij bovendien aanandere eischen voldoen, voordatzij weder als^id tot de kas wordentoegelaten.Artikel 9.De Leider van Het NederlandscheArbeidsfront draagt zorg voorwetaanleggen en nauwkeurig bijhoudenvan een ledenregister, dat zichuitstrekt over alle leden der kas envan elk lid zoodanige bijzonderhedenvermeldt, als voor een goedbeheer der kas noodig zijn.S 3. Van het beheer.Artikel 10.Onder de gelden der kas worden,verstaan:a. de bijdragen der leden;b. het subsidie van Rijk en. Gemeenten;c. restitutiën, renten en anderebaten.Artikel 11.Het boekjaar der kas'vangt aan opden Zondag, welke samenvalt metof anders voorafgaat aan deneersten dag van een kalenderjaaren eindigt op den laatsten Zaterdagvan dat kalenderjaar.Artikel 12.1. De Leider van Het NederlandscheArbeidsfront draagt zorg voornauwkeurige aanteekening van deontvangsten en uitgaven der kasen van alle overige handelingen,de kas betreffend.2. De Leiders der Plaatselijke Kantprenverstrekken daartoe periodiekde noodige gegevens.Artikel 13.De gelden der kas worden geheelafzonderlijk van de overige geldmiddelenvan Het NederlandscheArbeidsfront beheerd en geadministreerd.De tot bestrijding van deadministratiekosten der kas bestemdegelden worden afzonderlijkdoor den Leider van Het Nederlandsche'Arbeidsfront beheerd engeadministreerd.Artikel 14.De gelden der kas mogen voor geenandere doeleinden worden gebezigddan tot heft doen van uitkeeringenaan werklooze leden, overeenkomstigde bepalingen van dit reglement.i Artikel 15.De gelden der kas, die niet dadelijknoodig zijij voor het doen van uitkeeringen,worden zoo spoedigmogelijk door den Leider van HetNederlandsche Arbeidsfront belegd,overeenkomstig de voorschriftenvan het in art. l bedoelde Departementshoofdof op de door ditDepartementshoofd goedgekeurdewijze.Artikel 16.De bewaring van de gelden der kasheeft plaats op de wijze door hetIn artikel l bedoelde Departementshoofdaangegeven of goedgekeurd.Artikel 17.1. Het sluiten van leeningen, zoowelals het koopen en verkoopenvan effecten of andere waarden,kan slechts door den Leider vanHet Nederlandsche Arbeidsfrontplaats hebben.2. Voor' het vlottend maken vangelden der werkloozenkas tot hetdoen van uitkeeringen is de handteekeningvan den Leider van HetNederlandsche Arbeidsfront vereischt.• Artikel 18.Bij ontbinding van Het NederlandscheArbeidsfront of van deka? en eveneens wanneer het rechtop subsidie vervalt, draagt deLeider van Het Nederlandsche Arbeidsfrontzorg voor het teruggevenaan Rijk en Gemeenten vanhet bedrag van het subsidie, datzich op den datum van ontbindingof van intrekking van het rechtop subsidie onder zijn beheer bevindten wel geheel overeenkomstigartikel 16 van het Koninklijk Besluitvan 2 December 1916 (StaatsbladNo. 522).§ 4. Van de bijdragen.Artikel 19.1. De bijdrage voor de kas bedraagtper lid en per week:bij een weekklasse:inkomen van: bijdrage:1234567891011121314151617ƒ 6.-„ 6.01„ 9.01„12.01„ 15.01„ 18.01„21.01„ 24.01„27.01„30.01„ 33.01„36.01„42.01„48.01,; 54.01„72.01„90.01of mindert/m ƒ9.—„ „ 12.—„ „ 15.—„ „ 18.—„ „21.—„ „ 24.-„ „ 27.—„ ,, 30,—?•?J» „ *>0.„- „38.—„ „42.—„ „ 48.—„ „ 54.—,, „ 72.—., „90.—of hoogerƒ0.05„0.10„0.15„0.15„0.20„0.25„0.30„0.35„ 0.4ft„ 0.45„ 0.50„ 0.50„ 0.55„ 0.70-„ 0.80„1.—„ 1.202. Met afwijking van net in hetvorige lid bepaalde worden bij hetvaststellen der bijdrage ledenniet 2 of 3 kinderen éénbijdrageklasse,„ 4 „ 5 „ tweebijdrageklassen,„ 6 „ 7 . „ driebijdrageklassen,„ meer dan 7 kinderen vierbijdrageklassen,


lager gerangschikt dan zij volgenshun weekinkomen • gerangschiktZouden worden. Daarbij worden als'kinderen van een lid beschouwd:a. zijn eigen en-aangehuwde kinderenen pleegkinderen, die minderjarigzijn en tot zijn huishoudenbehooren of met zijn toestemmingtijdelijk elders verblijven voor hetverkrijgen van onderwijs af vooropleiding" voor een beroep;b. zijn eigen kinderen, die minderjarigzijn, behoorende tot het hulshoudenvan zijn gewezen echtgenooteof van de echtgenoote, vanwie hij duurzaam gescheiden leeften grootendeels op zijn kosten wordenonderhouden en-opgevoed.Als pleegkinderen worden slechtsaangemerkt zij, die als eigen kinderenworden onderhouden en opgevoed.De hierbedoelde verlaging van bijdrage-klassewordt slechts toegestaanmet ingang van de week,Waarin het lid zijn loonbelastingkaartof trouwboekje ter inzageheeft gegeven en van het feit inhet lidmaatschapsboekje aanteekeningis gehouden.Indien het aantal kinderen in diemate vermindert, dat de bijdragehooger dient te worden gesteld, isde hoogere bijdrage verschuldigdmet ingang van de week, waarinbedoelde vermindering is ingetreden.-3. Voor de toepassing van het eerstelid wordt het weekinkomen gevondendoor het bruto-inkomen tevermeerderen met den wettelijkenkinderbijslag en met hetgeen in naturawordt genoten (vrij wonen inbegrepen).Bij het vaststellen vande geldswaarde van hetgeen in naturawordt genoten, worden dezelfdebedragen aangehouden als bij detoepassing van het Besluit op deLoonbelasting 1940. Voorts wordtbij het vaststellen van het weekinkomen:,a. stukjoon gerekend naar het bruto-inkomenvan de laatste week;b. voor provisie-reizigers het vasteloon vermeerderd met de bruto-Provisie zonder onkostenvergoedingen verminderd met de werkelijkereiskosten, voorzoover deze doorhen zelf worden gedragen;«


4. Met afwijking van het in hetvorige lid bepaalde wordt aanland-, tuin- en veenarbeiders uitsluitenduitkeering verstrekt inhet tijdvak loopende van denMaandag voorafgaande aan deneersten Zaterdag in December toten met den laatsten Zaterdag inApril en aan personen, werkzaamin het hotel-, café- en restaurantbedrijf,uitsluitend in het tijdvakloopende van den Maandag voorafgaandeaan den eersten Zaterdagin October tot en met denlaatsten Zaterdag in April.Artikel 25.1. De uitkeering, bedoeld in artïkel24, wordt verstrekt: -a. wanneer een lid geheele dagenwerkloos is tengevolge van ontslaguit zijn dienstbetrekking, of indieneen lid, zonder te zijn ontslagen,wegens tijdelijke werkverminderingdoor zijn werkgever vooronbepaalden tijd wordt weggezonden,tenzij zijn werkloosheid inhet laatste geval binnen het tijdvakvan een kalenderweek valt enin totaal niet langer dan 5 dagenduurt;b. bij inkrimping van den normalenwekelij kschen werktijd endaarmede gelijk te stellen gevallen,evenwel uitsluitend aan leden,werkzaam in met name aangewezenberoepen.Het verstrekken van uitkeering,als onder b. bedoeld, wordt geregeldbij afzonderlijk reglement,goed te keuren door het in art. lbedoelde Departementshoofd.2. De uitkeering bedraagt perwerkdag ten hoogste:a. voor gehuwden, en kostwinnefs,alsmede voor weduwnaars,die hun huishouding in standhebben gehouden met hun eigenkinderen of met een inwonendehuishoudster, 70 % van het gemiddeldedagelijksche inkomen, dochten hoogste ƒ5.— per dag;b. voor de overige ongehuwden60 % van het gemiddelde dagelijkscheinkomen, doch ten hoogsteƒ 4.— per dag.Met afwijking hiervan ontvangenleden beneden den leeftijd van. 18jaar nimmer een hoogere uitkeeringdan van ƒ 1.— per dag, terwijlgehuwde vrouwen met. ongehuwdenworden gelijkgesteld, tenzij zijkostwinster zijn.3. Het gemiddelde dagelijksche inkopen,in het vorige li£ bedoeld,wordt verkregen 'door het totaleinkomen gedurende de 26 weken,aan' het intreden der werkloosheidonmiddellijk voorafgaande, te deelendoor het aantal dagen, waaropis gewerkt, met dien verstande,dat dagen, waarop niet is gewerkt,doch waarover het loon is. doorbetaald,als werkdagen wordenaangemerkt. Daarbij wordt hetweekinkomen berekend op dewijze, in art. 19, lid 3, bepaald;het aldaar sub d bepaalde vindtevenwel geen toepassing.4. Als kostwinner wordt beschouwdhij, wiens normale inkomsten tenminste-f deel vormen van de to-„tale inkomsten (daaronder begrepenuitkeeringen ingevolge-socialeverzekeringen) van het gezin,waartoe hij behoort.5. Wanneer een lid een lagere bijdrageheeft betaald dan in artikel19 aangegeven, wordt het uitkeeringspercentagevoor elke klasse,dat hij te laag was ingedeeld, met15 verminderd, zulks onverminderdzijn verplichting om het teweinig betaalde aan te zuiveren.6. Aan een lid, woonachtig zijndein een gemeente, welke niet tot dein het Koninklijk Besluit van 2December 1916 (Staatsblad No. 522)-vastgestelde susidieregeling is toegetreden,wordt de helft van dein het tweede lid van dit artikelbedoelde bedragen uitgekeerd.7. De uitkeering wordt ook verstrektover den Nieuwjaarsdag,den 2en Paaschdag, den Hemelvaartsdag,den 2en Pinksterdag,de beide Kerstdagen en deRoomsen-Katholieke feestdagen,die worden gevierd op 15 Augustusen l November, indien deze dagenvoorkomen in , een periode vanwerkloosheid en niet pp een Zondagvallen.8. Aan losse arbeiders wordt overeen kalenderweek slechts uitkeeringverstrekt, indien zij in dezeweek:a. tenminste 2 dagen werklooszijn;b. minder hebben verdiend daneen loonnorm, welke voor elkegemeente, c.q. elk deel van eengemeente, door het in artikel lbedoelde Departementshoofd wordtvastgesteld.Alsdan wordt'over eiken werkloosheidsdagin die kalenderweek uitkeeringverstrekt.Wordt door deze arbeiders in zoogenaamdetaken gewerkt, dan zalelke dag, waarop door hen is gewerkt,doch niet meer dan ééntaak is verricht, als een halvewerkloosheidsdag worden gerekend.In door den Leider van Het NederlandschèArbeidsfront aan te wijzengevallen kan voor havenarbeidersin plaats van de kalenderweekde loonweek als basis voor.deberekening der uitkeering dienen.Voor de toepassing van dit lidworden als losse arbeiders beschouwdarbeiders, voor Wie bij' ontslag geen opzegtermijn of eenopzegtermijn van minder dan éénweek geldt, met dien, verstande,dat zeelieden en zeevisschers (IJsselmeervisschersdaaronder begrepen)niet tot de losse arbeidersworden gerekend.9. Indien ingeval van werkloosheidhet loon wordt doorbetaald of vergoedingwordt gegeven, 'wordtalleen dan uitkeering uit de kasverstrekt, indien dat loon of dievergoeding voor de in het tweedelid van dit artikel sub a bedoeldepersonen minder bedraagt dan 70%en voor de aldaar sub b bedoeldepersonen minder bedraagt dan 60%van het gemiddelde dagelijkscheinkomen, met dien verstande, dathet bedrag der uitkeering, vermeerderdmet het loon of de vergoeding,het maximum-bedrag van70%, resp. 60%, van het gemiddeldedagelijksche inkomen niet magoverschrijden.Artikel 26.1. Geen uitkeering wordt verstrektdan tegen afgifte van een kwitantiein tweevoud volgens een doorden Leider van Het NederlandscheArbeidsfront voorgeschreven model.De' uitkeeringskwitanties wor*den door den Leider van het PlaatselijkKantoor, die de uitkeeringverstrekt,. bewaard.2. Bij de periodieke verantwoordingaan den Leider van Het NederlandscheArbeidsfront wordt vanelke kwitantie een exemplaar overgelegd.Uitkeeringen, waarvoorgeen kwitantie aanwezig is, mogenniet ten laste van de kas komen.3. Van de -verstrekte uitkeeringenwordt ten name van de leden aanteekeninggehouden door den Leidervan het Plaatselijk Kantoor.Deze teekent voorts datum en bedragaan in het lidrn.aatschapsboekjevar het W dat.uitkeeringgeniet.4. De Leider van Het NederlandscheArbeidsfront doet de uitkeeringen


ten name van elk lid In eenafzonderlijk uitkeeringsregisterboeken.Artikel 27.1. Bij den aanvang der eerste werkloosheidin één boekjaar, wanneeruitkeering daarop volgt, wordtvastgesteld, hoelang de rechthebbendewerklooze lid der kas is. Hetaantal dagen' uitkeering per boekjaarbedraagt dan:1. Indien een lid in een boekjaarover het voor hem geldende maximum-aantaldagen uitkeeringheeft ontvangen, mag hem geenverdere uitkeering worden verstrekt,voordat hij na den laatstenuitkeeringsdag als arbeider in denzin/ vaïi de artikelen 3, 4 en 5werkzaam is geweest gedurendetenminste 36 dagen, indien hij beaantalwekenlidmaatschap:52 t/m 155156 „ 259260 „ 519520 of meer *aantal betaaldebij dragen r52 t/m 116 •117 „ 168169 „ 298299 of meerHet aldus vastgestelde aantaldagen uitkeering kan in den loopvan het boekjaar niet worden verhoogd.Voor de toepassing van dit lid wordtten aanzien van de personen, martikel 24, lid 4, bedoeld, het boekjaarvervangen door het aldaarvoor hen genoemde uitkeeringstijdvak.• 2. Wanneer een lid is overgegaannaar een groep met een langerenuitkeeringsduur, geldt die langereuitkeeringsduur voor hem eerst,nadat hij sedert den overgangtenminste 52 weken bijdragenheeft betaald.3. De uitkeering wordt eerst verstrekt,nadat een lid, te rekenenvan den eersten dag der aanmeldingaf, 6 dagen werkloos is geweest.Deze dagen behoeven nietaaneengesloten te zijn, mits zijvallen binnen een tijdvak van vierweken.Voor losse arbeiders als bedoeld inartikel 25, lid 8, mogen alleen diedagen, waarover op grond van art.25, lid 8, uitkeering zou mogenworden verstrekt, als geheele ofhalve wachtdagen worden gerekend.4. Indien een lid 6 wachtdagenheeft doorgemaakt, zijn daarnageen nieuwe wachtdagen vereischtbij herhaling der werkloosheidbinnen 13 weken na afloop dervorige werkloosheidsperiode, mitsde reeds doorgemaakte wachtdagenvallen binnen"- het tijdvakvan 52 weken' aan de nieuwewerkloosheidsperiode onmiddellijkvoorafgaande,5. Met afwijking van het In deleden 3 en 4 van dit artikel bepaaldewordt aan,een lid, dat in" éénwerkloosheidsperiode 7 of meeraaneengesloten dagen werkloos is,van den eersten dag der werkloosheidaf uitkeering verstrekt.Artikel 28.aantal dagen uitkeering:, groep I groep II groep ÏIÏ4248546084909610860667284hoort tot een der groepen I en III,in artikel 23 bedoeld en gedurendetenminste 13 weken, indien hij behoorttot groep II, in artikel 23 bedoeld.Daarbij geldt het bepaaldein het tweede lid van artikel 24.Voor de toepassing van dit lidwordt ten aanzien yvan de personen,in artikel 24, lid 4 bedoeld,het boekjaar vervangen door hetaldaar voor hen genoemde uitkeeringstijdvak.2. Indien de werkloosheid van'eenlid van het eene in het andere,boekjaar voortduurt en dit lid inhet oude en het nieuwe boekjaarin dezelfde werkloosheidsperiodeachtereen over evenveel dagen uitkeeringheeft genoten als hetmaximum-aantal dagen uitkeeringin het oude boekjaar voorhem bedroeg, mag hem geen verdereuitkeering worden verstrekt,.voordat hij na den laatsten uitkeeringsdagals arbeider in denzin van de artikelen 3, 4 en 5werkzaam is 'geweest gedurendetenminste 36 dagen, indien hij behoorttot^groep III, .in artikel 23bedoeld, en gedurende 'tenminste13 weken, indien hij behoorttot groep II, ui artikel 23 bedoeld.Daarbij geldt het bepaaldein het tweede lid van artikel 24.Een werkloosheidsperiode wordt Indit geval geaqht te zijn onderbroken,wanneer het betrokken lidtenminste 3 aaneengesloten werkdagenheeft gewerkt. ,Het bepaalde In dit lid,is niet van.toepassing ten aanzien van depersonen, in artikel 24, lid 4, bedoeld.3. Jndien een lid in drie achtereenvolgendeboekjaren telkensover het voor hem geldende maximum-aantaldagen uitkeering heeftontvangen, m^g hem geen verdereuitkéering worden verstikt, voordathij gedurende een daarop volgendvol boekjaar lid der kas is geweest,over deze tijdruimte deverschuldigde bijdragen volledigheeft betaald en na den datum,waarop hij voor de derde maaluitgetrokken geraakte, als arbeiderin den zin van de artikelen 3,4'en 5 werkzaam is geweest gedurendetenminste 156 dagen, indienhij behoort tot groep III, in artikel23 bedoeld, en gedurende tenminste 26 weken, indien hij behoorttot groep II, in artikel 23bedoeld. Daarbij geldt het bepaaldein het tweede lid van artikel 24.4. Met afwijking van het In devorige alinea bepa'alde mag aaneen lid, als bedoeld in artikel 24,lid 4, dat in drie achtereenvolgendeuitkeeringstijdvakken als indat artikel voor hem genoemd overhet voor hem geldende maximumaantal'dagen uitkeeriug heeft ontvangen,geen verdere uitkeeririgworden verstrekt, voordat hij gedurendetenminste 52 weken naafloop van het derde uitkeeringstijdvaklid der kas is geweest, overdeze tijdruimte de verschuldigdebijdragen volledig heeft betaald enna den datum, waarop hij voor de1 derde maal uitgetrokken geraakte,als arbeider in den zin van deartikelen 3, 4 en 5 werkzaam isgeweest gedurende ten minste 78dagen, indien hij land-, tuin- ofveenarbeider is, en gedurende tenminste ,156 dagen, indien hij behoorttot het hotel-, café- en res-• taurantbedrijf. Daarbij geldt hetbepaalde in het tweede lid vanartikel 24.'Artikel 29.Geen uitkeering wordt verstrekt:a. aan leden, die bij het intredenhunner werkloosheid hun tot opdat tijdstip verschuldigde bijdragenniet overeenkomstig de reglementairebepalingen volledig hebbenbetaald; . - %b. aan leden, wier werkloosheidhet gevolg is van werkstaking ofvan uitsluiting;c. aan leden, die door ziekte, on-.geval, ouderdom of invaliditeit ongeschiktzijn tot werken;d. aan leden, die zonder gegronderedenen hun werk hebben verlaten,of die werkloos zijn geworden tengevolgevan eigen schuld;e. aan leden, die in het buitenlandverblijf houden of die zich in militairendienst of arbeidsdienst bevindenf. aan leden, die rechtens van hunvrijheid zijn beroofd;g. aan leden, wier .werkloosheidhet gevolg is van onwil om te werkenof werk te zoeken; ,


h, aan leden, die niet de inlichtingenverstrekken, welke voor eenjuiste beoordeeling van het rechtop uitkeering noodig zijn, hetzijaan den Leider van Het NederlandscheArbeidsfront, den 'Leidervan een Plaatselijk Kantoor danwel een commissie of personen,daartoe door den Leider van HetNederlandsche Arbeidsfront gemachtigd,hetzij aan door Rijk enGemeenten met. het toezicht belastepersonen of commissies;i. aan leden, die nalaten te voldoena~an de verplichting, zich bijwerkloosheid dadelijk als werkzoekendebij het' orgaan der openbarearbeidsbemiddeling te doen inschrijvenof die nalaten er voor tezorgen, dat zij daarbij ingeschrevenblijven;k. aan leden, die nalaten te voldoenaan een oproeping tot aanbiedingvan werk, uitgaande vanhet In dit artikel sub i. bedoeldeorgaan der arbeidsbemiddeling;1. aan leden, die bij het verzoekom uitkeering dan wel tijdens hetgenieten van uitkeering aan denLeider yan Het Nederlandsche Arbeidsfrontniet onverwijld mededeelen,dat hun door het orgaander arbeidsbemiddeling arbeid isaangeboden;m. aan leden, die nalatig zijn passendenarbeid te aanvaarden;n. aan leden, die handelingen plegen,welke in strijd zijn met de indit reglement vervatte bepalingenof niet de belangen der kas;0. aan leden, die anders dan iriloondienst werkloos zijn geworden;p. , aan, leden, die tijde§s hun werkloosheidop grond in eigen gebruikvoor eigen rekening werkzaam zijn,indien dit een beletsel zou vormenom als arbeider in den zin van deartikelen 3, 4 en 5 werkzaam tezijn;q. aan leden, die weigeren deel tenemen 'aan cursussen, ingesteldvoor opleiding, scholing, herscholinge.d., oft die, hoewel aan-zulkecursussen deelnemende, niet' genoegzaammedewerken aan hetbereiken van een gunstig resultaat.Artikel 30.1. Een lid, dat ten onrechte uitkeeringheeft genoten, zal het ge- .noten bedrag, zoodra de Leider vanHet Nederlandsche Arbeidsfront ditvordert, moeten terugbetalen.Indien hij niet binnen den daarbijgestelden termijn aan deze vorderingvoldoet, wordt hij als lid derkas geroyeerd. •2. Heeft het betrokken lid de onrechtmatigeuitkeerhig verkregenten gevolge van opzettelijk/ 1 onjuisteopgave, of doordat hij opzettelijkiets heeft verzwegen, dat voor eenjuiste beoordeeling van het recht• op uitkeering van belang had kunnenzijn, dan zal onverwijld royementvolgen.§ 6. Van het toezicht en de verantwoording.Artikel 31.1. Door de afdeeling Controle Geldzakenvan Het Nederlandsche Arbeidsfrontzullen de boeken • enoverige bescheiden van de Leidersder Plaatselijke Kantoren, voorzoover deze de werkloosheidsverzekeringbetreffen, worden nagezien;deze controle heeft tenminste éénmaalper drie maanden plaats.2. De Leiders van de PlaatselijkeKantoren en hun 'medewerkersverleenen aan. bovengenoemde af- ,deeling alle gewenschte hulp.Artikel 32.De in artikel 31 bedoelde contröle-afdeelingbrengt eens per3 maanden aan den Leider vanHet Nederlandsche Arbeidsfrontop daartoe te verstrekken formulierenverslag uit.Artikel 33.1. Door de afdeeling Controle Geldzaken,bedoeld in artikel 31, zaltenminste eens per 3 maandeneen controle op de hoofdboekhoudingder kas worden uitgeoefend.2. Het resultaat van deze controlewordt aan den - Leider vanHet Nederlandsche Arbeidsfrontschriftelijk medegedeeld.Artikel 34'«De afdeeling Controle Geldzakenbrengt telkenmale een beknoptverslag van de in het vorige artikelbedoelde console uit in hetorgaan van Het NederlandscheAr_beidsfront.Artikel 35,1. Eenmaal per boekjaar wordtdoor den Leider van Het NederlandscheArbeidsfront over hetverstreken boekjaar in het openbaarvolledig verslag uitgebrachtnopens den algemeenen toestandvan, de kas en de verrichtingenhaar .betreffende2. Aangaande de safnenstellingvan dit jaarverslag wordt desver-1eischt vooraf met het Departement,waaronder de werkloosheidsverzekeringressorteert, overleggepleegd.§ 7. Van de administratie derwerkloosheid.v Artikel 30.1. Werklooze leden moeten vanhun werkloosheid persoonlijk aangiftedoen op door den Leider vanHet Nederlandsche Arbeidsfrontte bepalen tijdstippen.2. De werklooze leden zijn verplichtdagelijks hun naam teplaatsen op een door of vanwegeden Leider van het PlaatselijkKantoor gewaarmerkte aanmeldingslijst in tweevoud.'3. Bij het teekenen der lijst wordttoezicht gehouden door een doorden Leider van het PlaatselijkKantoor aan te wijzen persoon,die gehouden is de lijst in onge-.schonden staat in te leveren bijden Leider van het PlaatselijkKantoor op den tijd en op de wijzeals door dezen is bepaald.4. Losse arbefders als bedoeld inartikel 25, lid 8, zijn verplicht zichdagelijks ten minste tweemaalaan te melden. Wordt door hen inzoogenaamde taken gewerkt, danmoeten zij zich op een dag, waaropzij hebben gewerkt, doch nietmees dan één taak hebben verricht,ten minste éénmaal aanmelden.5. De in het 2e lid van dit artikelgenoemde aanmeldingslij sten wordendoor den Leider Van hetPlaatselijk Kantoor bewaard. '^6. Een exemplaar van elke aanmeldingslijstmoet aan den Leidervan Het Nederlandsche Arbeidsfront'elke week overgelegd wordenmet het oog op de beoordeelingvan de rechtmatigheid deruitkeeringen.Artikel 37.1. De eerste aanmelding, bedoeldbij art. 36, zal gelden als aanvangder werkloosheid.2. Bij de eerste aanmelding wordtaan het werklooze lid een controlekaart,als contra-bewijs voor zijnaanmelding, uitgereikt. Deze kaartmoet door of namens den Leidervan het Plaatselijk Kantoor dagelijks,na het teekenen der aanmeldingslijst,afgestempeld worden.3. Elke dag, waarop een lid zichniet op den voorgeschreven tijd ende voorgeschreven wijze werkloosheeft gemeld, geldt niet als eenwerkloosheidsdag.- Artikel 38.1. Zoodra een lid zich voor deeerste maal als werkloos heeft gemeld,zendt de Leider van hetPlaatselijk Kantoor een kennisgevingaan den Leider van Het NederlandscheArbeidsfront op dewijze als door dezen is bepaald.-2. De Leider van het PlaatselijkKantoor is verplicht een onderzoekin te stellen naar de oorzaken der, werkloosheid. Hij brengt van ^jjn


evindingen onverwijld verslag uitaan den Leider van het NederlandscheArbeidsfront.3 Indien de Leider van het NederlandscheArbeidsfront termen voorUitkeering aanwezig acht, zendt hijaan den Leider van het PlaatselijkKantoor een voorloopige toestemrningtot het verstrekken van uitkeering.•Artikel 39. 'Een lid, dat ophoudt werkloos tezijn, is verplicht daarvan dadelijkkeryiis te geven aan, den Leidervan het Blaatselijk Kantoor en decontrölekaart, bedoeld, in het tweedelid van art. 37, bij dien Leider inte leveren.Artikel 40.1. Indien een als werkloos ingeschrevenlid in gebreke blijft zichaan te melden, zal de Leider vanhet Plaatselijk Kantoor dat lid denzelfdendag schriftelijk herinnerenaan de bepalingen, vervat in hetIe en 2e lid van art. 36.2. Verschijnt het lid da-ags daarnaniet of zendt hij geen aannemelijkantwoord, dan wordt aangenomen,dat hij den arbeid heeft hervat npden eersten dag, waarop hij >zichniet aanmeldde.§ 8. Van de aanmelding als werkzoekendeen de aanvaarding vanpassend werk.Artikel 41.l Werklooze leden zijn verplichtzich bij het intreden hunner werkloosheiddadelijk als werkzoekendete doen inschrijven bij het orgaander openbare arbeidsbemiddeling.2. s Zij zijn voorts verplicht zorg tedragen, dat zij, zoolang hun werkloosheidduurt, op de voorgeschre'-ven wijze aldaar ingeschreven blijven.3. -Werklooze leden zijn verplichtden hun door voornoemd orgaanaangeboden arbeid, die passend is.te aanvaarden. Bij .weigering gevenzij hiervan onmiddellijk kennisaan den Leider van Het NederlandscheArbeidsfront.S 9. Van de wijziging van hetreglement.Artikel 42.1. Wijzigingen in dit reglementkunnen slechts worden aangebracht.bij besluit van den Leidervan Het Nederlandsche Arbeidsfront.2. De besluiten 'tot reglementswijzigingtreden niet in werking,voordat daarop de goedkeuring isverkregen van het in art. l bedoelde,Departementshoofd.§ 10. Van de ontbinding der kas.Artikel 43.1. De Leider van Het NederlandscheArbeidsfront kan besluiten tot •ontbinding der kas of tot schor-,sing van haar werkzaamheid.2. Een zoodanig besluit behoeft,voordat het in werking treedt, degoedkeuring van het in artikel lbedoelde Departementshoofd.l 11. Van de statistiek.Artikel 44.1. De Leider van Het NederlandscheArbeidsfront zorgt, dat deLeiders van de Plaatselijke Kantoren,op voor alle leden der kas gelijkewijze, zoodanige gegevens betreffendedie leden verzamelen enregistreeren als voor het verkrijgenvan goede statistieken,' de werkloosheidbetreffende, noodig blijken.2. De Leider van het NederlandscheArbeidsfront doet de !n hetvorige lid genoentüe gegevens totstatistieken verwerken en pleegt'zooveel mogelijk dienaangaandeoverleg met . het Departement,waaronder de werkloosheidsververzekeringressorteert.§ 12. Slotbepalingen.Artikel 45.1. De Leider van Het NederlandscheArbeidsfront draagt zorg, dat,zoodra tusschen Het NederlandscheArbeidsfront' en een organisatiein het buitenland een overeenkomstis getroffen, die bepalingenbevat, welke betrekking hebbenop de verzekering tegen werkloosheid,die overeenkomst zoospoedig mogelijk aan het Departement,waaronder de werkloosheidsverzekeringressorteert, tergoedkeuring wordt voorgelegd.2. Deze verplichting geldt ook tenaanzien van wijzigingen in genoemdeovereenkomst.Artikel 46.In alle gevallen, waarin dit reglementniet voorziet, beslist deLeider van Het Nederlandsche Arbeidsfront,zoo noodig in overlegmet de Leiders der betrokkenPlaatselijke Kantoren.Artikel 47.Ingeval van strijd tusschen ditreglement eenerzijds en eenigebepaling van de overige reglementenen voorschriften van HetNederlandsche Arbeidsfront anderzijdsmoet eerstbedoeld reglementworden toegepast.Artikel 48Geen lid zal ooit terzake van zijnuit dit reglement voortvloeiendeaanspraken Het NederlandscheArbeidsfront in rechten kunnenbetrekken.Artikel 49.Dit reglement treedt in werkingmet ingang van den dag, waarophet subsidie van Rijk en Gemeenten,ingevolge het Werkloosheidsbesluit1917 verleend, eenaanvang neemW§ 13. Overgangsbepalingen.Artikel 50.1. Voor personen, die tot hetoogenblik hunner toetreding ' totde kas lid waren van de werkloozenkaseener door Rijk en Gemeentengesubsidieerde vereenigingen die ten opzichte van dezelaatste kas aan hun geldelijkeverplichtingen hebben voldaan,komt het aantal weken lidmaatschap,het aantal weken bijdragebetalingen het aantal dagen(weken) werken tijdens het lidmaatschap,van laatstbedoeldekas in mindering op het aantalweken lidmaatschap, het aantalweken bijdragebetaling en hetaantal -dagen (weken) werken, vereischtvolgens het bepaalde inartikel 24, lid l2. Is aan een lid, als in

More magazines by this user
Similar magazines