25.06.2012 Views

CONCEPT SAMENVATTING VAN DE DISCUSSIE IN DE - Philips

CONCEPT SAMENVATTING VAN DE DISCUSSIE IN DE - Philips

CONCEPT SAMENVATTING VAN DE DISCUSSIE IN DE - Philips

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

Aanvang van de vergadering: 10.00 uur<br />

Voorzitter: De heer Hessels<br />

1<br />

1. Toespraak President<br />

<strong>CONCEPT</strong><br />

<strong>SAMENVATT<strong>IN</strong>G</strong> <strong>VAN</strong> <strong>DE</strong> <strong>DISCUSSIE</strong> <strong>IN</strong> <strong>DE</strong><br />

ALGEMENE VERGA<strong>DE</strong>R<strong>IN</strong>G <strong>VAN</strong> AAN<strong>DE</strong>ELHOU<strong>DE</strong>RS<br />

<strong>VAN</strong><br />

KON<strong>IN</strong>KLIJKE PHILIPS ELECTRONICS N.V.<br />

GEHOU<strong>DE</strong>N OP 31 MAART 2011<br />

TE AMSTERDAM<br />

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen van harte welkom op de algemene<br />

vergadering van aandeelhouders van Koninklijke <strong>Philips</strong> Electronics N.V. Van de heren Van Lede en<br />

Thompson is helaas bericht van verhindering ontvangen. De voorzitter nodigt vervolgens de heer<br />

Kleisterlee uit om voor een laatste maal zijn toespraak als president van de vennootschap te houden 1 .<br />

Na de aanwezigen welkom te hebben geheten, vertelt de heer Kleisterlee dat de afgelopen<br />

twaalf maanden bij <strong>Philips</strong> grotendeels in het teken stonden van overgang. Het betrof daarbij de macroeconomische<br />

overgang van pril herstel na de diepe recessie naar een periode van gematigde groei, de<br />

strategische overgang van Vision 2010 naar Vision 2015, en de personele overgang aan de top van de<br />

onderneming, waar zich in de afgelopen maanden een nieuwe ploeg heeft voorbereid.<br />

De afgelopen jaren zijn er, onder soms moeilijke economische omstandigheden, gezamenlijk<br />

sterke fundamenten gelegd voor een succesvolle toekomst. De onderneming heeft een goed<br />

gebalanceerde, evenwichtige portefeuille aan activiteiten op het gebied van gezondheid en welbevinden,<br />

die goed aansluit bij essentiële, globale ontwikkelingen in onze samenleving. Door organische groei en<br />

gerichte overnames heeft <strong>Philips</strong> leidende posities in een indrukwekkende serie producten en diensten,<br />

wat de onderneming helpt bij het beschermen en verbeteren van marges. <strong>Philips</strong> is wereldwijd een<br />

leider in bijna twee-derde van haar product-markt combinaties en heeft een uitstekende marktpositie in<br />

opkomende markten, de groeimarkten van de toekomst, waar <strong>Philips</strong> inmiddels al een derde van haar<br />

omzet boekt. Verder steeg de waarde van het <strong>Philips</strong>-merk in 2010 met 7% tot 8,7 miljard dollar.<br />

Duurzaamheid bewijst zich steeds meer als een van de motoren achter de groei en het aandeel van<br />

duurzame producten in de totale omzet nam toe tot 38% in 2010. Tot 2015 is <strong>Philips</strong> voornemens<br />

minstens 2 miljard euro te investeren in duurzame innovatie, verspreid over de drie sectoren.<br />

De heer Kleisterlee stelt verder dat de ruim 119.000 medewerkers hooggemotiveerd zijn om<br />

klanten zo goed mogelijk te bedienen. De productiviteit per medewerker nam in 2010 toe met maar<br />

liefst 20%. De Employee Engagement Index bereikte met een score van 75 het hoogste cijfer ooit. De<br />

heer Kleisterlee stelt dat dit alles, in samenhang met de sterke balans en efficiënte wereldwijde<br />

infrastructuur, het fundament vormt voor <strong>Philips</strong>‟ volgende fase.<br />

Vervolgens licht de heer Kleisterlee de financiële resultaten van de onderneming in 2010 toe.<br />

De vergelijkbare omzet groeide met ruim 4% tot 25,4 miljard euro en een onderliggende winstmarge<br />

van 10,5% werd behaald, het beste percentage van de afgelopen tien jaar en hoger dan de 6,4% van<br />

2009. Alle drie sectoren behaalden een winstmarge die in lijn is met Vision 2010. De omzet op<br />

vergelijkbare basis van de sector Healthcare nam toe met 4%. De onderliggende marge kwam voor<br />

Healthcare uit op 14,7%. De totale bedrijfswinst van Healthcare in 2010 passeerde voor het eerst de<br />

mijlpaal van een miljard euro. De omzet op vergelijkbare basis van de sector Consumer Lifestyle nam<br />

toe met 1%. Health & Wellness en persoonlijke verzorging toonden gezonde groei, terwijl de omzet<br />

1<br />

Hierna volgt een beknopte samenvatting van de door de heer Kleisterlee gehouden toespraak. De volledige tekst van de<br />

toespraak is gepubliceerd op de <strong>Philips</strong> Internet site:<br />

http://www.newscenter.philips.com/main/standard/news/speeches/20110331_agm_kleisterlee_dutch.wpd


2<br />

licht afnam in de audio en video business. De onderliggende marge kwam uit op 7,9%. Dit cijfer was<br />

weliswaar in overeenstemming met <strong>Philips</strong>‟ doelstelling uit Vision 2010, maar werd gedrukt door de<br />

resultaten in de televisie-business, die voor het hele jaar op verlies uitkwamen. De omzet op<br />

vergelijkbare basis van de sector Lighting nam toe met 9%. De verkoop van LEDs groeide sterk en<br />

maakte in 2010 al 13% uit van de totale omzet van Lighting. Waar in de automobielsector krachtig<br />

herstel werd waargenomen, bleef de aanhoudende tegenwind in de bouwwereld op de omzet drukken.<br />

De onderliggende marge kwam voor Lighting uit op 12,8%.<br />

De heer Kleisterlee vervolgt met de bespreking van de Management Agenda van 2010. Het<br />

merendeel van de doelstellingen is gerealiseerd. Onder de noemer „Drive Performance‟ kan worden<br />

vermeld dat het in 2010 is gelukt om de kosten te beheersen en om de cash flow te laten groeien. De<br />

omzet kon worden verhoogd, maar minder dan de onderneming zelf had gewild. Onder de noemer<br />

„Accelerating Change‟, licht de heer Kleisterlee toe dat het gaat om klantgerichtheid en motivatie van<br />

werknemers. Hoewel de Employee Engagement Index een toename liet zien, werd er qua<br />

klantgerichtheid, de Net Promotor Score, wel vooruitgang geboekt maar nog niet naar volle<br />

tevredenheid. Verder vertelt de heer Kleisterlee dat onder de noemer Implement Strategy goede<br />

vooruitgang werd geboekt. Flinke groei werd behaald in opkomende markten en in de productmarkten<br />

waar <strong>Philips</strong>‟ toekomstige groei wil behalen, zoals thuiszorg bij Healthcare en Health & Wellness bij<br />

Consumer Lifestyle. De doelstellingen uit het EcoVision4 programma werden vroegtijdig behaald en<br />

inmiddels is het EcoVision5 programma gelanceerd. Echter, de vooruitgang in consumer luminaires<br />

was onvoldoende en het is niet gelukt de televisie-business winstgevend te maken. Het oplossen van dit<br />

probleem is een topprioriteit voor het management.<br />

Op basis van de resultaten in 2010, dat ondanks de groeivertraging in de tweede helft van het<br />

jaar al met al een bevredigend jaar met een mooi resultaat was, vertelt de heer Kleisterlee dat een<br />

dividend voor 2011 wordt voorgesteld van 75 eurocent per aandeel, in contanten of in aandelen ter<br />

keuze van de aandeelhouder. Hij licht toe dat indien de vergadering het voorstel aanneemt, het dividend<br />

in de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld is, van 36 naar 75 cent. De onderneming neemt qua Total<br />

Shareholder Return over de afgelopen drie jaar, vergeleken met die van de peergroup, een achtste plaats<br />

in. Dit stemt niet tevreden. De koersontwikkeling in 2010 plaatste <strong>Philips</strong> ook op de 8de plek in de peer<br />

group.<br />

Ten aanzien van de strategische visie van de onderneming, vertelt de heer Kleisterlee dat<br />

Vision 2015 aangeeft hoe <strong>Philips</strong> op de fundamenten, die de afgelopen jaren zijn gelegd, kan bouwen<br />

en groeien. Vision 2015 is ten opzichte van Vision 2010 een evolutie, een logische overgang nu de<br />

economische recessie goed is doorstaan. De heer Kleisterlee legt uit dat <strong>Philips</strong> een wereldwijde leider<br />

wil zijn in het domein van gezondheidszorg en welzijn. Het is een prioriteit voor <strong>Philips</strong> om het<br />

voorkeursmerk te worden in een meerderheid van de markten waar <strong>Philips</strong> zich binnen dit domein op<br />

richt. <strong>Philips</strong> heeft duidelijke portefeuille-keuzen gemaakt, waarmee de onderneming actief is in<br />

markten die sneller groeien dan de economie als geheel en in welke markten <strong>Philips</strong> diverse leidende<br />

posities heeft. De heer Kleisterlee vertelt verder dat <strong>Philips</strong> wil blijven leiden op het gebied van<br />

duurzaamheid en dat <strong>Philips</strong> er aan hecht gezien te worden als een onderneming die een positieve<br />

invloed heeft op het leven van klanten en op de samenleving als geheel.<br />

De heer Kleisterlee zet uiteen dat deze prioriteiten zich vertalen in ambitieuze financiële<br />

doelstellingen waarbij groei centraal staat. <strong>Philips</strong> zet er op in dat de omzet op vergelijkbare basis de<br />

komende vijf jaar gemiddeld per jaar minstens 2 procentpunt sneller groeit dan de reële groei van de<br />

wereldeconomie. Daarbij wordt beoogd de EBITA marge de komende vijf jaar verder uit te bouwen<br />

naar 10% tot 13% van de omzet. Dankzij <strong>Philips</strong>‟ aanwezigheid in groeimarkten en de identificatie van<br />

groeikansen, zoals thuiszorg in Healthcare, Health & Wellness in Consumer Lifestyle, en LEDs in<br />

Lighting, zijn de doelstellingen haalbaar.<br />

Met betrekking tot de Management Agenda voor 2011, stelt de heer Kleisterlee dat deze<br />

continuïteit en consistentie uitstraalt. De nieuwe bestuurders van de onderneming hebben de<br />

Management Agenda voor 2011 opgesteld en de kerndoelstellingen zijn: sneller groeien; marktaandeel<br />

winnen; inzetten op opkomende markten; nog meer klantgericht opereren; nog sneller onze ideeën<br />

omzetten in producten die de markt kunnen veroveren.<br />

De heer Kleisterlee merkt vervolgens op dat deze vergadering zijn laatste zal zijn als<br />

bestuursvoorzitter van <strong>Philips</strong>. De heer Kleisterlee zegt terug te kijken op een lange, enerverende en


3<br />

buitengewoon mooie <strong>Philips</strong> periode. Hij spreekt zijn dankbaarheid en trots uit dat hij de laatste 10 jaar<br />

leiding heeft mogen geven aan de onderneming. Ondanks de vele veranderingen in de afgelopen tien<br />

jaar, is de missie van <strong>Philips</strong>, namelijk om de wereld te voorzien van zinvolle producten en oplossingen,<br />

onveranderd gebleven, aldus de heer Kleisterlee. Die missie staat ook in 2011 nog recht overeind. De<br />

heer Kleisterlee spreekt de hoop uit dat <strong>Philips</strong>, nu 120 jaar jong, ook in de toekomst aan die missie zal<br />

vasthouden, in het belang van alle stakeholders.<br />

Een woord van dank spreekt de heer Kleisterlee uit aan alle <strong>Philips</strong>-medewerkers voor hun<br />

steun en inzet het afgelopen decennium. Eenieder heeft bijgedragen aan de transformatie van <strong>Philips</strong> de<br />

afgelopen tien jaar. De onderneming is veel klantgerichter geworden, heeft een radicaal ander portfolio<br />

dat beter aansluit bij de groeikansen van de toekomst. De onderneming heeft duurzaamheid tot een<br />

vanzelfsprekendheid in <strong>Philips</strong>‟ zakendoen gemaakt. De kracht van het <strong>Philips</strong>-merk is verder versterkt.<br />

Acquisities zijn succesvol geïntegreerd in de <strong>Philips</strong>-onderneming en de financiële positie is sterker, de<br />

winststroom stabieler. In dit verband dankt de heer Kleisterlee speciaal ook Pierre-Jean Sivignon, die<br />

ook voor de laatste maal ter vergadering aanwezig is. De heer Kleisterlee vertelt dat de heer Sivignon<br />

instrumenteel is geweest in het veranderingsproces van de afgelopen jaren en dat hij een CFO was op<br />

wie blindelings vertrouwd kon worden.<br />

De heer Kleisterlee brengt zijn gelukwensen over aan het nieuwe management team, evenals<br />

aan de heer Van der Veer, die het voorzitterschap van de raad van commissarissen zal overnemen van<br />

de heer Hessels. Tot de heer Hessels richt hij een woord van dank voor zijn inzet als commissaris de<br />

afgelopen 12 jaar, waarvan de laatste 3 jaren als voorzitter.<br />

Tot slot dankt de heer Kleisterlee de aandeelhouders voor het vertrouwen dat zij de afgelopen<br />

tien jaar in hem hebben gesteld, en merkt hij op dat hij het regelmatige contact met aandeelhouders,<br />

klanten en medewerkers van <strong>Philips</strong> zal missen. Tot besluit stelt de heer Kleisterlee dat na 37 jaar aan<br />

<strong>Philips</strong> verbonden te zijn geweest, deze onderneming een bijzondere plaats zal blijven innemen.<br />

De voorzitter dankt de heer Kleisterlee voor zijn toespraak. Hij verzoekt de aandeelhouders de<br />

discussies zo kort en bondig mogelijk te houden en alle vragen bij het aan de orde zijnde agendapunt in<br />

één keer te stellen. Vervolgens merkt hij op dat het ook dit jaar mogelijk was om voorafgaand aan de<br />

vergadering vragen te stellen en dat de vergadering wordt gewebcast. De registratiedatum voor deze<br />

vergadering werd vastgesteld op 3 maart 2011, conform een recente wetswijziging. De voorzitter geeft<br />

aan dat voor 2012 een vergadering in april wordt overwogen.<br />

Na een korte uitleg van de werking van de elektronische stemprocedure gaat de voorzitter over<br />

tot behandeling van agendapunt 2.<br />

2. Jaarrekening en jaarverslag over 2010, uitkering aan aandeelhouders en decharge bestuurders<br />

De voorzitter stelt onder agendapunt 2 aan de orde de vaststelling van de jaarrekening over<br />

2010, het reserverings- en dividendbeleid van de vennootschap, het dividendvoorstel en de decharge<br />

van de leden van de raad van bestuur en raad van commissarissen.<br />

In het Annual Report 2010 zijn dit jaar wederom de financiële verslaglegging en de rapportage<br />

over Sustainability in één boek opgenomen. Daarnaast is het jaaroverzicht 2010 in de Nederlandse taal<br />

beschikbaar gesteld. In lijn met de Nederlandse Corporate Governance Code en de wet is namens<br />

<strong>Philips</strong>‟ externe accountant KPMG de heer Soeting aanwezig voor het beantwoorden van vragen die<br />

betrekking hebben op de accountantsverklaring en de wijze waarop de accountantscontrole is verricht.<br />

Vervolgens benoemt de voorzitter het dividendvoorstel, dat reeds door de heer Kleisterlee in<br />

zijn toespraak is aangestipt. Het voorstel is geheel in lijn met het reserverings- en dividendbeleid zoals<br />

dat ook de laatste jaren is gevoerd en is niet veranderd.<br />

De voorzitter vraagt wie van de aanwezigen het woord wil voeren over de onderwerpen die in<br />

agendapunt 2 zijn genoemd en wie een vraag wil stellen naar aanleiding van de toespraak door de heer<br />

Kleisterlee.


4<br />

De heer Beijersbergen is aanwezig namens de Vereniging van Effectenbezitters („VEB‟) en<br />

enkele honderden particuliere beleggers, samen goed voor ongeveer 335.000 aandelen. Hij stelt dat<br />

<strong>Philips</strong> de afgelopen tien jaar is omgeturnd tot een overzichtelijke onderneming met een solide<br />

vermogenspositie. Hiervoor dankt de heer Beijersbergen de heer Kleisterlee. Echter, hoewel het creëren<br />

van aandeelhouderswaarde en winst per aandeel wel door <strong>Philips</strong> werden genoemd, heeft dit niet<br />

geresulteerd in een duidelijke outperformance op de beurs en in een bevredigende total shareholder<br />

return. De heer Beijersbergen zegt dat hier een taak wacht voor de heer Van Houten en hij merkt op dat<br />

de samenstelling van de onderneming aandacht vergt. Hoewel de VEB begrijpt dat bij Consumer<br />

Lifestyle de return on invested capital hoog is, lijkt de return on invested capital bij Televisie negatief.<br />

Met referte aan het persbericht waarin een verlies voor Televisie werd aangekondigd, vraagt de heer<br />

Beijersbergen, om een toelichting op de geconstateerde prijsdruk binnen Televisie, de concrete<br />

oorzaken daarvan en de verwachte duur hiervan. Ook vraagt de heer Beiersbergen of <strong>Philips</strong> wel kan<br />

concurreren met concurrenten, zoals Samsung en Sony en of er meer valt te zeggen over de cijfers voor<br />

de televisietak over het hele jaar en over de optie om de televisiebusiness in het geheel te verlaten, al<br />

dan niet door een verkoop of misschien geleidelijke af bouw van activiteiten.<br />

De heer Kleisterlee antwoordt dat Televisie een activiteit is die structureel gekenmerkt wordt<br />

door lage marges en dat <strong>Philips</strong> in de afgelopen jaren al een belangrijk aantal maatregelen heeft<br />

ondernomen. Televisie maakte een aantal jaren geleden nog vijfentwintig procent uit van de activiteit<br />

van heel <strong>Philips</strong>, wat nu minder is dan dertien procent. <strong>Philips</strong> heeft dit gedaan door zich uit bepaalde<br />

niet-winstgevende kanalen terug te trekken, door in Amerika, India en China over te gaan naar een<br />

businessmodel dat gebaseerd is op het geven van een merklicentie aan een speler die de markt met<br />

lagere kosten binnen die lage marges kan bedienen. Verder vertelt de heer Kleisterlee dat Televisie tot<br />

in het tweede kwartaal van 2010 binnen een zeer concurrerende industrie goed op koers leek te liggen.<br />

Daarna kwam echter het wereldkampioenschap voetbal waar de hele industrie zich veel meer van<br />

voorgesteld had, dan uiteindelijk waar geworden is. De verwachtingen waren te hoog en daarmee was<br />

een te hoge productie ingezet in de hele industrie. Al met al is dit het hele jaar voelbaar gebleven en<br />

bleven voorraden te hoog. Verder wijst de heer Kleisterlee er op dat diegenen die de tv-industrie<br />

specifiek volgen, gezien zullen hebben dat vrijwel alle concurrenten van <strong>Philips</strong>, negatieve resultaten op<br />

hun televisiebusiness maken. Aldus betreft het een industriefenomeen en niet zozeer een <strong>Philips</strong>fenomeen.<br />

Verder vertelt de heer Kleisterlee dat <strong>Philips</strong> al een groot aantal maatregelen heeft genomen<br />

binnen Televisie, waaronder het hanteren van een merklicentiemodel, en dat er met man en macht<br />

gewerkt wordt om het probleem rondom Televisie op te lossen op een zodanige manier dat<br />

aandeelhouders zich daar in de toekomst niet meer druk over hoeven te maken.<br />

De heer Verwer merkt op dat analisten er ten aanzien van de televisie-activiteiten op vooruit<br />

lijken te lopen dat de tv-activiteiten verkocht zullen worden. De heer Verwer leest ook dat <strong>Philips</strong> zelf<br />

de tv-activiteiten apart zet. In die context zegt de heer Verwer dat het belangrijk is dat duidelijk wordt<br />

wat er gaat gebeuren en hij verzoekt daarom om inzicht in de tijdslijn waarbinnen duidelijkheid<br />

verwacht kan worden over de status van Televisie binnen <strong>Philips</strong>. Verder vraagt de heer Verwer wat het<br />

deel van de merkwaarde van <strong>Philips</strong> is dat op conto komt van Televisie. Tenslotte vraagt de heer<br />

Verwer waarom voor het tweede jaar op rij een keuzedividend wordt voorgesteld, terwijl de resultaten<br />

van <strong>Philips</strong> danig verbeterd zijn ten opzichte van vorig jaar en er nadelen verbonden zijn aan een<br />

keuzedividend, zoals verwatering voor aandeelhouders die kiezen voor een uitkering in contanten, plus<br />

een latere uitbetaling. Ook vraagt de heer Verwer of in de toekomst weer een normaal cashdividend<br />

wordt overwogen.<br />

De heer Kleisterlee antwoordt dat hij weg wil blijven van het aangeven van een concreet<br />

tijdspad voor het doen van een nadere mededeling over Televisie. In relatie tot de vraag over de<br />

merkwaarde van Televisie zegt de heer Kleisterlee dat dit een belangrijk deel van het <strong>Philips</strong>-merk<br />

vertegenwoordigt maar dat het gewicht en de relevantie van het <strong>Philips</strong>-merk voor Lighting en<br />

Healthcare in de loop der tijd erg is toegenomen. Een merk wat eerst heel sterk gedomineerd werd door<br />

kortweg televisie en gloeilampen, wordt nu veel breder gedragen door de <strong>Philips</strong>-activiteiten. Omdat<br />

Televisie wel degelijk een belangrijke bijdrage levert aan de waarde van het <strong>Philips</strong>-merk, wordt daar<br />

buitengewoon zorgvuldig mee omgegaan en is gezocht naar modellen die het een met het ander kunnen<br />

verenigen, zoals het merklicentiemodel: een lage-marge-business met behoud van de merkwaarde van<br />

het <strong>Philips</strong>-merk in die categorie en de associatie en de spin-off die dat heeft naar belendende percelen.<br />

De heer Kleisterlee vertelt dat in China het <strong>Philips</strong>-merk in waarde en populariteit op een vergelijkbaar<br />

hoog niveau is als in Nederland, terwijl daar gewerkt wordt met een licentiepartner. De heer Kleisterlee<br />

geeft aan geen bedrag te kunnen noemen voor de waarde van de Televisie-activiteit. Wel kan de heer


5<br />

Kleisterlee vertellen dat een dergelijke licentiepartner bereid is om een interessant percentage aan<br />

merklicentie te betalen aan <strong>Philips</strong>. Door het vinden van dit soort combinaties meent <strong>Philips</strong> dat er een<br />

mooie optie bestaat om de waarde van het merk en de daaraan gerelateerde inkomsten te behouden<br />

zonder de <strong>Philips</strong>-aandeelhouder en de onderneming bloot te stellen aan de volledige consequenties van<br />

de lage marges in de tv-business. Ten aanzien van de vraag over het dividend antwoordt de heer<br />

Kleisterlee, dat het keuzedividend is geïntroduceerd op basis van voornamelijk<br />

kasstroomoverwegingen. Tegelijkertijd bleek dat de aandeelhouders het keuzedividend buitengewoon<br />

op prijs stellen omdat dit, afhankelijk van het fiscale gebied waar de aandeelhouder zich bevindt,<br />

interessant kan zijn in termen van fiscale behandeling. De heer Kleisterlee geeft aan dat dit ertoe heeft<br />

bijgedragen om wederom een keuzedividend voor te stellen. Ten slotte meldt de heer Kleisterlee dat in<br />

2010 meer dan vijftig procent van de aandeelhouders voor een dividend in aandelen heeft gekozen, wat<br />

leidde tot een bescheiden verwatering van ongeveer anderhalf procent.<br />

De heer Verwer reageert hier op door op te merken dat, ondanks dat drieënvijftig procent van<br />

de aandeelhouders voor een uitkering in aandelen heeft gekozen, dit niet wil zeggen dat de latere<br />

uitbetaling niet bezwaarlijk is.<br />

De heer Weeda is werkzaam bij BNP Paribas Investment Partners en spreekt mede namens<br />

Robeco en de Stichting Pensioenfondsen voor de Grafische Bedrijven. De heer Weeda heeft een aantal<br />

vragen over het remuneratierapport en over de NXP-transactie. Ten aanzien van het remuneratierapport<br />

wil de heer Weeda weten wat de score per doelstelling, waarbij hij onderscheid maakt tussen financiële<br />

doelstellingen en teamdoelstellingen, is geweest om tot de beoordeling „on target‟ te komen. Ook wil de<br />

heer Weeda weten of de scores verschillen per lid van de raad van bestuur. De heer Weeda vraagt verder<br />

of de bonus van de raad van bestuur een leidraad is geweest voor de hoogte van de bonus van andere<br />

werknemers van <strong>Philips</strong>, en zo ja hoe dit dan heeft plaatsgevonden. In zijn laatste vraag over<br />

remuneratie, vraagt de heer Weeda, waarom het remuneratierapport wordt besproken als onderdeel van<br />

de vaststelling van het jaarverslag en niet als een apart onderdeel op de jaarvergadering, wat volgens<br />

hem steeds gebruikelijker wordt. De heer Weeda besluit met een vraag over de NXP-transactie van<br />

september 2010, waarvan hij wil weten of deze verkoop aan het <strong>Philips</strong> UK pensioenfonds niet dient te<br />

worden beschouwd als een zeer risicovolle belegging voor het fonds en of een dergelijk volatiel aandeel<br />

niet een negatief effect kan hebben op de coverage-ratio van het <strong>Philips</strong> UK pensioenfonds, met<br />

mogelijk reputatieschade tot gevolg voor <strong>Philips</strong>.<br />

De voorzitter beantwoordt de vragen over remuneratie. Op de vraag wat de score was voor de<br />

variabele beloning, hoe het komt dat de score boven target uitkomt en wat de score individueel<br />

betekent, antwoordt de voorzitter dat de CEO een „on target‟ bonus van 80% van zijn salaris kan<br />

verdienen als het allemaal heel goed gaat en dat zijn collega‟s in de raad van bestuur een bonus van<br />

60% kunnen behalen. De voorzitter legt uit dat er dan nog een aantal mensen is dat tot 50% van hun<br />

salaris een bonus kan verdienen. Dit alles hangt voornamelijk af van drie financiële variabelen:<br />

vergelijkbare groei, de nettowinst en de free cashflow. Die drie factoren hebben alle drie een<br />

individuele weging in het geheel en samen tellen ze voor 80% mee in de vergelijking. Daarnaast zijn er<br />

nog de zogenaamde teamtargets, welke als een vierde variabele voor 20% in de totale vergelijking<br />

meetelt. Onder teamtargets wordt een grote hoeveelheid variabelen verstaan, die gekwantificeerd<br />

worden om het allemaal zo non-subjectief mogelijk te maken. Voorbeelden hiervan zijn de net<br />

promotor score, welke verband houdt met de motivatie van werknemers en<br />

marktaandeelontwikkelingen, en duurzaamheidselementen. Als dat allemaal wordt opgeteld, dan komt<br />

men uit op 109% boven target, wat betekent dat er gemiddeld wat beter gescoord werd dan de targets<br />

die waren gesteld. De verklaring die hiervoor is gevonden, is dat <strong>Philips</strong> qua groei in omzet en qua<br />

netto-resultaat beter scoorde dan was ingeschat, terwijl de free cashflow tegenviel. Per saldo kwam dit<br />

boven de target uit en de teamtargets scoorden bijna honderd procent. Dat leidde tot een totaalsom van<br />

109%, welke weer wordt vermenigvuldigd met die 80%, respectievelijk 60% en dan komt men weer uit<br />

op de cijfers die in het jaarverslag staan.<br />

De heer Weeda dankt de voorzitter voor zijn antwoord en vraagt of er binnen de<br />

teamdoelstellingen nog nader onderscheid wordt gemaakt tussen zogenaamde softe factoren en hardere<br />

factoren, zoals employee engagement.<br />

De heer Kleisterlee antwoordt hierop dat de teamtargets vermeld staan in de<br />

managementagenda. De agenda zelf is opgedeeld in drie kolommen. De eerste kolom ziet op<br />

performance en kent de drie harde factoren groei, EBITA en cashflow. De tweede kolom ziet op


6<br />

verandering en is onderverdeeld in twee hoofddoelstellingen. De eerste is wat softer en ziet op<br />

klantgerichtheid en de tweede, hardere component is employee motivation. Klantgerichtheid is<br />

meetbaar met behulp van de net promotor score, motivation door middel van de employee engagement<br />

index. De derde kolom is het meest soft, omdat dat gaat over het implementeren van je strategische<br />

doelstellingen, welke een lange termijn hebben. Ter illustratie dat dit niet puur een softe doelstelling is,<br />

noemt de heer Kleisterlee het strategische doel om co-leadership in imaging systems te bereiken, waar<br />

de harde maat van de voortgang in marktaandeel wordt meegewogen. Al met al concludeert de heer<br />

Kleisterlee dat het een vrij compleet systeem is, waarin zoveel mogelijk harde doelstellingen<br />

ingebouwd zijn waarover het bestuur verantwoording kan afleggen naar het remuneration committee<br />

van de raad van commissarissen.<br />

De voorzitter komt terug op een verdere vraag van de heer Weeda, namelijk of de variabele<br />

beloningen voor de raad van bestuur een leidraad zijn voor de bonussen aan overige medewerkers in de<br />

onderneming. De voorzitter merkt op dat de remuneratiecommissie en de commissarissen hier niet over<br />

adviseren en geeft daarom het woord aan de heer Kleisterlee.<br />

De heer Kleisterlee legt uit dat de raad van bestuur is uitgekomen op een score van 109%.<br />

Voor de medewerkers als totaal kan gesteld worden dat er een bonuspot is die dit jaar uitkwam op een<br />

score van 102%. Echter, voor de individuele medewerker wordt een vermenigvuldigingsfactor<br />

toegepast die direct te maken heeft met de eigen prestatie. Zodoende kan de score van 102% voor<br />

medewerkers nog eens vermenigvuldigd worden met een factor variërend van 0 tot 200%. Er zijn dus<br />

medewerkers die een veel hoger bonuspercentage hebben gekregen dan de raad van bestuur omdat ze<br />

buitengewoon goed gepresteerd hebben en het gemiddeld beter hebben gedaan dan de leden van de raad<br />

van bestuur. Ook zijn er medewerkers die minder gepresteerd hebben en daardoor duidelijk beneden<br />

een score van 100% uitkomen. Jegens het remuneration committee wenst de raad van bestuur in<br />

verhouding ook niet beter betaald te worden dan de onderneming gemiddeld betaalt aan haar<br />

medewerkers. De heer Kleisterlee stelt dat als dit wel zo geweest zou zijn, de raad van bestuur<br />

voorgesteld zou kunnen hebben om de eigen score te toppen, als er een te groot verschil zou dreigen te<br />

ontstaan.<br />

De voorzitter beantwoordt vervolgens de vraag van de heer Weeda, die er op toespitst of het<br />

verslag van de remuneratiecommissie, zoals dat in het jaarverslag staat, niet apart behandeld zou<br />

moeten worden. De voorzitter antwoordt dat hij daar niet voor is en dat aparte behandeling niet logisch<br />

zou zijn. Immers, de raad van commissarissen legt verantwoording af ten opzichte van de<br />

aandeelhouders in het jaarverslag evenals in de algemene vergadering van aandeelhouders. Uiteindelijk<br />

wordt er dan al of niet decharge verleend ten teken dat de raad van commissarissen adequaat heeft<br />

gehandeld. Remuneratie is steeds meer een vitaal onderdeel van het hele beleid en remuneratie staat<br />

terecht in verband met performance. Het apart agenderen van remuneratie als agendapunt lijkt de<br />

voorzitter niet logisch en hij wijst er op dat conform de wet en de code het algemeen beleid ter<br />

goedkeuring wordt voorgelegd aan de aandeelhouders. De voorzitter geeft verder aan de<br />

ontwikkelingen in het buitenland te volgen, waarbij opvalt dat men dikwijls lang niet zover is als in<br />

Nederland. Immers in Nederland moet aan aandeelhouders nu al expliciet goedkeuring gevraagd<br />

worden voor het remuneratiebeleid, voordat de directie en de commissarissen daarmee mogen gaan<br />

werken. Ter illustratie verwijst de voorzitter naar Amerika, waar het “say on pay-principe” nog niet in<br />

een wet is vastgelegd. Daar mag men eens in de drie jaar of ieder jaar een niet-bindend advies<br />

uitbrengen over de remuneratie. De voorzitter meent dat Nederland op dit punt al een heel stuk verder<br />

is.<br />

De heer Kleisterlee beantwoordt vervolgens nog de vraag van de heer Weeda over NXP. Hij<br />

geeft aan dat de raad van bestuur uitvoerig het risico heeft meegewogen om de NXP-aandelen te<br />

vervreemden aan het pensioenfonds in het Verenigd Koninkrijk. De heer Kleisterlee geeft aan dat een<br />

pensioenfonds een beleggingsbeleid moet hebben dat past binnen de specifieke situatie. In het geval van<br />

het fonds in het Verenigd Koninkrijk was er behoefte om een deel van de portefeuille wat risicorijker te<br />

beleggen. Een iets hoger risico heeft de kans op een wat hoger rendement. Men vond het vanuit het<br />

beleggingsbeleid, wat <strong>Philips</strong> niet bepaalt maar wat het fondsbestuur bepaalt, verstandig om een stukje<br />

van de portefeuille iets risicorijker te beleggen. Daar bood zich dat NXP-aandeel voor aan. Dat gevoegd<br />

bij een visie die de onderneming zelf had over NXP, namelijk dat daar toch beduidend meer upside in<br />

zat dan downside, heeft ertoe geleid dat het pensioenfonds in het Verenigd Koninkrijk het aandeel NXP<br />

heeft gekocht en daar tot dusverre goed mee vaart.


7<br />

Voorts stelt de heer Kleisterlee dat een pensioenfonds zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen<br />

beleggingsbeleid. Het beleggingsbeleid wordt opgesteld in samenhang met de samenstelling van de<br />

pool van deelnemers van dat pensioenfonds en de spreiding in de belegging. Ieder pensioenfonds heeft<br />

daarvoor een eigen onafhankelijke beleggingscommissie, die daar verantwoordelijk voor is. De<br />

beleggingscommissie bepaalt in hoeverre, voor hoe lang en in welke mate een aandeel NXP binnen die<br />

beleggingsportefeuille op zijn plaats is. Dat ligt niet meer binnen de verantwoordelijkheid van <strong>Philips</strong>.<br />

De heer Weeda dankt voor de gegeven antwoorden en zegt blij te zijn met de uitgebreide<br />

overwegingen van <strong>Philips</strong> omtrent de NXP transactie.<br />

De heer Holthuis constateert dat in zowel de raad van bestuur, de raad van commissarissen<br />

alsook de groepsraad, vooral mannen zitting hebben. Hij wil graag weten wat <strong>Philips</strong>‟ strategische visie,<br />

Vision 2015, zegt over het beleid om vrouwelijk talent aan <strong>Philips</strong> te binden en te behouden en dan met<br />

name in de managementfuncties.<br />

De heer Kleisterlee antwoordt dat er duidelijke doelstellingen zijn om het percentage<br />

vrouwelijke leidinggevenden te verhogen. De voortgang van 2010 naar 2011 was niet spectaculair maar<br />

over een wat langere periode bekeken, vanaf 2006 naar 2011, dan is het percentage vrouwelijke<br />

leidinggevenden verdubbeld. Daar zit goede vooruitgang in en deze is nog veel sterker als naar de lagen<br />

daaronder wordt gekeken. Je zult eerst het hele gebouw stap voor stap moeten opbouwen en vrouwen<br />

brengen tot leidinggevende posities in het lagere management, het middenmanagement en dan kunnen<br />

laten doorstromen naar de managementteams van de sectoren. Gelukkig zien we in de<br />

managementteams van de sectoren vrouwen een toename. We hebben nu bij Healthcare en Consumer<br />

Lifestyle vrouwen die grote businesses runnen. Lighting loopt daar nog iets op achter, maar daar gaat<br />

het ongetwijfeld ook gebeuren naarmate Lighting toch een andere balans krijgt tussen een sterke focus<br />

op techniek en technologie naar een focus op wat licht doet voor mensen in hun omgeving. Dat geeft<br />

een natuurlijke aantrekkingskracht nog afgezien van het feit dat er natuurlijk in de wereld ook heel veel<br />

heel goed vrouwelijk technisch talent is, zeker ook in opkomende landen. Naarmate <strong>Philips</strong>‟ populatie<br />

in de onderbouw zal veranderen, zal <strong>Philips</strong> ook met meer gemak de doelstellingen kunnen realiseren<br />

om het aandeel vrouwen in leidinggevende posities aan de top te zien toenemen.<br />

De heer Holthuis vervolgt zijn vraag en wil weten wat voor programma‟s er zijn om in 2015<br />

vijftien procent vrouwen op managementposities te krijgen.<br />

De heer Kleisterlee stelt dat de heer Holthuis dan welhaast vraagt naar positieve discriminatie.<br />

<strong>Philips</strong> wil graag kiezen voor kwaliteit en talent en wil eigenlijk van positieve discriminatie wegblijven,<br />

wat overigens ook heel veel vrouwen willen. Zij willen niet positief gediscrimineerd worden maar op<br />

hun eigen merites, op hun eigen kwaliteit voor een baan gevraagd worden en niet omdat ze toevallig<br />

vrouw zijn. Bij vrijwel iedere vacature binnen <strong>Philips</strong> wordt naar een lijstje van kandidaten gevraagd<br />

met daarop zowel mannelijke als vrouwelijke kandidaten. Het nadrukkelijk vragen naar vrouwelijke<br />

kandidaten is al een hele grote stap in de goede richting, omdat dat in het verleden vaak niet gebeurde.<br />

De heer Janssen spreekt namens de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling<br />

(VBDO), waarvan een aantal grootbanken, een aantal NGO‟s en vele honderden particuliere leden lid<br />

zijn. Het doel van VBDO is verduurzaming van de kapitaalmarkt. De VBDO bedankt <strong>Philips</strong> voor de<br />

positieve dialoog, welke de VBDO graag wil voortzetten. De heer Janssen feliciteert <strong>Philips</strong> met haar<br />

prestaties en haar sterke positie, ook op het gebied van beleid en rapportage op het gebied van onder<br />

andere duurzaamheid en continuïteit ten aanzien van maatschappij en bedrijf. De heer Janssen wil drie<br />

vragen stellen over people, over planet en een vraag over profit.<br />

Ten eerste vraagt de heer Janssen of <strong>Philips</strong> de verificatie van haar volledige jaarverslag<br />

inclusief duurzaamheid en dergelijke onderwerpen aan reasonable assurance in plaats van slechts aan<br />

limited assurance wil onderwerpen.<br />

Ten tweede stelt de heer Janssen een vraag over biodiversiteit. Hoewel <strong>Philips</strong> in haar<br />

rapportage een waardevolle paragraaf aan biodiversiteit wijdt, houdt het dit onderwerp toch nog ver van<br />

zich af onder meer door te spreken van „een beperkte invloed aangezien de productielocaties zich op<br />

afstand bevinden van beschermde gebieden.‟ De VBDO zou graag zien dat <strong>Philips</strong> komend jaar een<br />

meer inzichtelijke analyse geeft van de impact van <strong>Philips</strong>-producten en productie.<br />

De derde vraag van de heer Janssen betreft remuneratie. De heer Janssen verwijst naar<br />

mogelijkheden om door middel van prestatiebeloning managers af te kunnen rekenen op brede


8<br />

langetermijndoelstellingen. De VBDO vraagt <strong>Philips</strong> om te komen tot een andere verdeling van de<br />

beloning waarbij 33% duurzaamheidsgerelateerd is en 60% gekoppeld aan langetermijnindicatoren.<br />

De heer Kleisterlee antwoordt dat <strong>Philips</strong> leidend wil zijn op het gebied van duurzaamheid en<br />

ook op het gebied van duurzaamheidsrapportage. Als eerste stap daarin heeft <strong>Philips</strong> een geïntegreerd<br />

financieel en duurzaamheidsverslag in het leven geroepen in 2008. Stap voor stap is <strong>Philips</strong> ook in meer<br />

detail gaan rapporteren over haar duurzaamheidsprestaties en met KPMG wordt de overgang naar<br />

reasonable assurance voorbereid. De heer Kleisterlee antwoordt dat wat betreft de biodiversiteit in 2010<br />

het EcoVision5 programma is gelanceerd. Hiervan is één van de doelstellingen om de ecologische<br />

impact van <strong>Philips</strong> producten te minimaliseren, onder andere op het vlak van energieverbruik en<br />

recyclability van producten. Op deze wijze meent de heer Kleisterlee dat <strong>Philips</strong> haar<br />

verantwoordelijkheid als producent serieus neemt en helpt om lokaal goede recyclingactiviteiten te<br />

ontwikkelen.<br />

De voorzitter beantwoordt de vraag van de heer Janssen op het gebied van remuneratie. Hij<br />

legt uit dat duurzaamheid aan het hart van de onderneming ligt en dat <strong>Philips</strong> probeert waardevolle,<br />

nuttige producten te maken voor de consumenten die dergelijke producten willen hebben en dat deze<br />

grondgedachte nu al onderdeel uitmaakt van het beloningsbeleid. De voorzitter licht vervolgens toe dat<br />

een onderneming zowel financiële doelstellingen als niet-financiële doelstellingen heeft, evenals<br />

kortetermijnproblemen en langetermijnproblemen. Het is de kunst om dat allemaal tot één verstandig<br />

beleid te maken en dat zo duidelijk mogelijk te definiëren. Dan kan daartegen gemeten worden en kan<br />

het beleid uitgevoerd worden. Dus voordat iemand gaat zeggen “we gaan dat veel meer weging geven”,<br />

moet je heel goed kijken wat er verder in het hele stelsel gebeurt en of dat echt de goede kant opgaat.<br />

De voorzitter merkt op dat hij en de heer Janssen in principe dezelfde richting denken en dat hij het<br />

onderwerp duurzaamheid in de remuneratiecommissie nog eens expliciet zal bespreken.<br />

De heer Kleisterlee legt uit dat het beloningsbeleid met betrekking tot de raad van bestuur en<br />

het beloningsbeleid met betrekking tot de medewerkers onderscheiden moet worden. De heer<br />

Kleisterlee vertelt dat in de beloning voor de medewerkers een heel klein stapje is gezet in de door de<br />

heer Janssen genoemde richting. Sinds 2010 wordt namelijk voor het vaststellen van het basisniveau<br />

van de bonus voor medewerkers een verdeling tussen 70% financiële doelstellingen en 30% nietfinanciële<br />

doelstellingen gebruikt. In 2011 zijn voor de niet-financiële doelstellingen drie specifieke<br />

parameters opgenomen: marktaandeel, net promotor score en sustainability door middel van de<br />

uitvoering van het EcoVision5 programma. Een derde van de niet-financiële doelstellingen, dus 10%, is<br />

nu expliciet vermeld met ook expliciete doelstellingen, waarbij de heer Kleisterlee aangeeft dat ook<br />

voor andere invalshoeken aandacht wordt gevraagd, zoals medewerkerstevredenheid en<br />

klanttevredenheid.<br />

Mevrouw Ter Meulen vraagt waarom er in het Nederlandstalige Jaaroverzicht 2010 zo vaak<br />

wordt verwezen naar de sustainability statements in het Annual Report 2010.<br />

De heer Kleisterlee antwoordt dat het een keuze betreft tussen compactheid en volledigheid.<br />

Het is nu eenmaal zo dat het Jaaroverzicht minder financiële gegevens, managementverantwoording en<br />

sustainability informatie bevat.<br />

De heer Van Riet vraagt wat de invloed op de omzetgroei is van de overnames van<br />

verschillende ondernemingen in 2009. Voorts vraagt de heer Van Riet hoe de ontwikkeling van het<br />

marktaandeel er uit ziet, nadat ondernemingen zijn overgenomen.<br />

De heer Kleisterlee legt uit dat, indien over groei wordt gesproken, altijd gedoeld wordt op<br />

vergelijkbare groei. Vergelijkbare groei betekent dat de invloed van overnames of deconsolidaties is<br />

weggefilterd. De cijfers ten aanzien van omzetgroei op vergelijkbare basis zijn terug te lezen in het<br />

Annual Report 2010.<br />

De heer Kleisterlee geeft vervolgens aan dat <strong>Philips</strong> de groei jaar voor jaar op vergelijkbare<br />

basis zonder de invloed van acquisities toont. Gekeken naar absolute omzet, dan zit daarin ook de<br />

invloed van wisselkoersen, wat ook wordt getoond in de nominale omzet. Echter, nominale omzet<br />

wordt nooit vergeleken. Wel wordt geprobeerd om een zo goed mogelijk beeld te geven van de echte<br />

onderliggende groei van de activiteiten door jaar op jaar, of kwartaal op kwartaal.<br />

De heer Kleisterlee geeft ten aanzien van de berekening van het marktaandeel aan dat deze<br />

plaatsvindt op vergelijkbare basis. Zodra een overgenomen onderneming is geconsolideerd, dan wordt


9<br />

het marktaandeel van de vroegere onderneming ook <strong>Philips</strong>‟ marktaandeel en wordt dan meegeteld. De<br />

heer Kleisterlee licht verder toe dat als je een onderneming koopt, je ook het marktaandeel koopt. Door<br />

een bestaande onderneming te kopen, koop je marktaandeel. Door geld te investeren in de ontwikkeling<br />

van nieuwe producten, investeer je in productontwikkeling, in marketing, en door de marktintroductie<br />

bereik je omzetgroei. Het zijn twee wegen die uiteindelijk naar hetzelfde doel leiden. Als bestuur van<br />

<strong>Philips</strong> proberen we de bedrijfseconomisch beste route te kiezen.<br />

De heer Anink geeft aan in het verleden te hebben getwijfeld over het aandeel <strong>Philips</strong> maar<br />

zegt nu meer vertrouwen te hebben gekregen in de onderneming, met name in de sectoren Lighting en<br />

Healthcare. De heer Anink verzoekt daarom om een toelichting op de sector Consumer Lifestyle en hij<br />

vraagt wat nu de toekomstvisie van de bestuursleden op deze sector is, vooral ten aanzien van de<br />

clusters Personal Care en Home Entertainment.<br />

De voorzitter dankt de heer Anink voor zijn vraag en verzoekt de heer Nota, die is<br />

voorgedragen als lid van de raad van bestuur, om de vraag te beantwoorden.<br />

De heer Nota dankt de heer Anink voor zijn vraag. De heer Nota legt uit dat hij wil investeren<br />

in de groep Persoonlijke Verzorging, met producten op het gebied van scheren, mondverzorging,<br />

babyverzorging en huidverzorging. Dit betreft <strong>Philips</strong> producten waarin <strong>Philips</strong>-technologie relevant<br />

kan worden toegepast en dergelijke producten kunnen bijdragen aan gezondheid en welzijn voor de<br />

consument. De heer Nota noemt verder huishoudelijke producten als een belangrijk groeigebied, met<br />

name in Azië, waarbij de heer Nota opmerkt dat de aansturing van de groep huishoudelijke producten<br />

vanaf 1 januari vanuit China plaatsvindt. Hij legt voorts uit dat <strong>Philips</strong> de intentie heeft om in India een<br />

marktleider op het gebied van huishoudelijke apparaten te worden en dat <strong>Philips</strong> daartoe het bedrijf<br />

Preethi wil kopen. Verder noemt de heer Nota de business group Koffie, waarbinnen met Senseo jaren<br />

geleden een interessant concept werd gelanceerd en waarbinnen ook nu, mede met Saeco, aan nieuwe<br />

concepten wordt gewerkt. Aldus stelt de heer Nota dat de sector Consumer Lifestyle verschillende<br />

business groups heeft waar een zeer interessante groei te bereiken is en die zijn gelegen op het vlak<br />

persoonlijke verzorging, op het gebied van gezondheid en welzijn en op het gebied van huishoudelijke<br />

apparaten. De heer Nota merkt nog op dat de sterkte van het merk <strong>Philips</strong> met name in een markt als<br />

China vergelijkbaar is met de sterkte van het merk op thuismarkt Nederland. Dit is vooral van belang<br />

voor de opkomende middenklasse in landen in Azië en in Brazilië, die graag duurzame producten wil<br />

kopen en vertrouwen heeft in het merk <strong>Philips</strong>.<br />

De heer Broenink verwijst naar de slogan “sense and simplicity” en vraagt of <strong>Philips</strong> niet ook<br />

wil komen met producten die vergelijkbaar zijn met smartphones of tablets.<br />

De heer Kleisterlee antwoordt dat <strong>Philips</strong> nadrukkelijk heeft gekozen om niet in die specifieke<br />

markt aanwezig te zijn en dat <strong>Philips</strong> dit overlaat aan andere aanbieders.<br />

De heer Wijffels vraagt waar hij in het Annual Report kan vinden dat de EBITA tien procent<br />

van de omzet bedraagt, want hij ziet nergens het bedrag van EUR 2.500.000.000 vermeld staan. Voorts<br />

merkt de heer Wijffels ten aanzien van remuneratie op dat hij het opmerkelijk vindt dat een CEO zijn<br />

eigen beloningssysteem moet verdedigen. In plaats daarvan zou de heer Wijffels liever een goed salaris<br />

zonder bonus te geven en de raad van commissarissen daar verantwoording voor te nemen en<br />

toelichting op te geven.<br />

De voorzitter antwoordt dat de raad van commissarissen nu ook verantwoordelijk is voor de<br />

beloning van de raad van bestuur en hij licht toe dat er weliswaar overleg met de raad van bestuur<br />

plaatsvindt, maar dat het initiatief en de besluitvorming over beloningen bij het remuneration committee<br />

ligt en vervolgens bij de raad van commissarissen. De voorzitter zegt dat de suggestie om alleen een<br />

heel goed salaris en geen bonus te geven echt afwijkend zou zijn en dat door aandelenbezit juist<br />

verbondenheid met de onderneming kan ontstaan.<br />

De heer Beijersbergen merkt op dat hij in de media heeft gelezen dat Siemens haar<br />

verlichtingstak Osram naar de beurs wil brengen. Volgens de heer Beijersbergen wordt dat een van de<br />

grootste beursintroducties voor de Duitse markt in deze eeuw met een geschatte beurswaarde van rond<br />

de acht miljard euro. Op basis van deze ontwikkeling verwacht de heer Beijersbergen echter wel dat<br />

analisten en volgers anders tegen <strong>Philips</strong> en de lichttak gaan aankijken en zodoende vraagt hij naar


10<br />

punten waar beleggers op zouden moeten letten bij het maken van een vergelijking tussen Osram en<br />

<strong>Philips</strong>.<br />

De heer Kleisterlee dankt de heer Beijersbergen voor zijn vraag en zegt dat beleggers in de<br />

eerste plaats er moeten letten op de winstmarge van <strong>Philips</strong>, die beduidend hoger is dan die van Osram.<br />

Verder meent de heer Kleisterlee dat als Osram met een kleinere activiteit en een lagere winstmarge<br />

mogelijk een beurswaarde van acht miljard euro zou hebben, het dan zo zou kunnen zijn dat de markt<br />

de waarde van <strong>Philips</strong> Lighting nog niet volledig op niveau schat. De heer Kleisterlee denkt dat<br />

Siemens een keuze maakt om te komen tot een nieuwe bedrijfsstructuur en Osram leek al een tijd<br />

minder goed te passen binnen de structuur. Vervolgens duidt de heer Kleisterlee enkele verschillen aan,<br />

waarbij hij met name wijst op de sterke merkassociatie tussen <strong>Philips</strong> Lighting en <strong>Philips</strong> en <strong>Philips</strong> dat<br />

langzaam ook is opgeschoven van vooral technologie naar nu ook de toepassing in armaturen voor<br />

consumenten en professionals. Wat dit laatste betreft wijzigt Osram radicaal koers door een eerder<br />

afgestoten activiteit, Siteco, terug te kopen, daarmee bevestigend dat het management van Osram graag<br />

dezelfde kant op zou gaan qua strategie en koers als al jaren geleden ingezet door <strong>Philips</strong>. Volgens de<br />

heer Kleisterlee is dat goed nieuws, want het is een bevestiging van <strong>Philips</strong>‟ strategie. Ander goed<br />

nieuws is volgens de heer Kleisterlee dat een aantal Aziatische ondernemingen, die tot nu toe in<br />

belangrijke mate actief waren in de consumentenelektronica, actief worden op het gebied van<br />

verlichting en gezondheidszorg, wat ook een bevestiging is van <strong>Philips</strong>‟ strategie. Het belangrijke<br />

verschil tussen Siemens, waar Osram eigenlijk altijd een soort appendix is geweest, en <strong>Philips</strong> Lighting,<br />

waar <strong>Philips</strong> Lighting een geïntegreerd deel is van een totaalstrategie in het positioneren van <strong>Philips</strong> op<br />

het gebied van gezondheid en welzijn, is dat <strong>Philips</strong> Lighting in belangrijke mate profiteert van het feit<br />

dat ze onderdeel is van dit concern. Osram en Siemens hebben kennelijk eerder nadelen gezien in de<br />

manier waarop ze op dit moment manier werken en willen Osram in onafhankelijkheid de vrijheid<br />

geven om de strategie van <strong>Philips</strong> Lighting te emuleren, zo vertelt de heer Kleisterlee.<br />

De heer Janssen stelt namens VBDO-lid ASN Bank een vraag over een participatie van <strong>Philips</strong><br />

in Dutch Aero B.V. Achtergrond van de vraag is dat ASN Bank niet wil beleggen in bedrijven die iets<br />

te maken hebben met de wapenindustrie. Indien <strong>Philips</strong> deze participatie verkoopt, kan ASN Bank<br />

aanbieden in het groene bedrijf <strong>Philips</strong> te beleggen. Graag wil de heer Janssen weten hoe <strong>Philips</strong> tegen<br />

dit verzoek aankijkt.<br />

De heer Sivignon bevestigt dat <strong>Philips</strong> deze participatie momenteel wil verkopen en op zoek is<br />

naar een koper.<br />

De heer Kleisterlee voegt aan het antwoord van de heer Sivignon toe dat duurzaam beleggen<br />

een opkomende trend is waar rekening mee moet worden gehouden. <strong>Philips</strong> wil graag koploper in<br />

duurzaamheid zijn en daarmee ook hoog op het interesselijstje staan van banken die in duurzame<br />

bedrijven beleggen.<br />

De voorzitter stelt voor met dit antwoord de discussie af te ronden en over te gaan tot<br />

stemming over de afzonderlijke agendapunten onder agendapunt 2. Alvorens over te gaan tot stemming,<br />

geeft de voorzitter de notaris de gelegenheid tot het doen van de formeel noodzakelijke constateringen.<br />

De notaris constateert dat, bij aanvang van de vergadering, aanwezig of vertegenwoordigd was<br />

een gezamenlijk kapitaal van 78.126.473 euro, tezamen rechtgevende op 390.632.365 stemmen. Gelet<br />

op het aantal uitstaande aandelen van de vennootschap welk op dit moment 986.078.784 bedraagt, is<br />

39,6% van het geplaatste kapitaal ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd. Voorts constateert hij<br />

dat de wettelijke en statutaire eisen met betrekking tot het bijeenroepen, het houden en het bijwonen van<br />

de algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap in acht zijn genomen en dat de<br />

benodigde bescheiden, daaronder in het bijzonder begrepen de opgemaakte jaarrekening en het<br />

jaarverslag met bijbehorende bescheiden, de bindende voordrachten tot benoemingen tot lid van de raad<br />

van bestuur en de bindende voordrachten voor de benoeming en herbenoeming tot lid van de raad van<br />

commissarissen op de voorgeschreven wijze ter inzage hebben gelegen ten kantore van de<br />

vennootschap en nu ook hier ter vergadering, alwaar een ieder daarvan kennis heeft kunnen nemen,<br />

zodat de vergadering wettig bijeengeroepen is en bevoegd is rechtsgeldig te besluiten over alle in de<br />

agenda vermelde onderwerpen. Volgens mededeling van de voorzitter hebben de raad van bestuur en de<br />

raad van commissarissen van Koninklijke <strong>Philips</strong> Electronics N.V. geen voorstellen bereikt van de zijde<br />

van de aandeelhouders, als bedoeld in artikel 25, lid 3 van de statuten van de vennootschap tot plaatsing<br />

op de agenda van andere onderwerpen.


11<br />

De voorzitter dankt de notaris voor zijn mededelingen en stelt voor over te gaan tot stemming<br />

over de afzonderlijke agendapunten onder agendapunt 2. Na een korte uitleg over het stemsysteem<br />

vervolgt de voorzitter met de stemprocedure voor stempunt 2a: vaststelling van de jaarrekening over<br />

2010. Na sluiting van het stemsysteem wordt de volgende stemuitslag geprojecteerd:<br />

Totaal gestemd: 390.626.604<br />

Voor: 99,90 %<br />

Tegen: 0,01 %<br />

Onthoudingen: 0,09 %<br />

Daarmee is het voorstel aangenomen.<br />

De voorzitter gaat over tot de stemprocedure voor stempunt 2c: het voorstel tot uitkering van<br />

dividend van EUR 0,75 per gewoon aandeel in contanten of in de vorm van gewone andelen, ter keuze<br />

van de aandeelhouder, ten laste van de netto winst over 2009 en van de winstreserve. Na sluiting van<br />

het stemsysteem wordt de volgende stemuitslag geprojecteerd:<br />

Totaal gestemd: 390.627.065<br />

Voor: 99,90 %<br />

Tegen: 0,02 %<br />

Onthoudingen: 0,08 %<br />

Daarmee is het voorstel aangenomen.<br />

De voorzitter gaat over tot de stemprocedure voor stempunt 2d: decharge van de leden van de<br />

raad van bestuur. Na sluiting van het stemsysteem wordt de volgende stemuitslag geprojecteerd:<br />

Totaal gestemd: 390.627.026<br />

Voor: 95,17 %<br />

Tegen: 0,52 %<br />

Onthoudingen: 4,31 %<br />

Daarmee is het voorstel aangenomen.<br />

De voorzitter gaat over tot de stemprocedure voor stempunt 2e: decharge van de leden van de<br />

raad van commissarissen. Na sluiting van het stemsysteem wordt de volgende stemuitslag<br />

geprojecteerd:<br />

Totaal gestemd: 390.627.006<br />

Voor: 95,16 %<br />

Tegen: 0,52 %<br />

Onthoudingen: 4,32 %<br />

Daarmee is het voorstel aangenomen.<br />

Na de stemming over de agendapunten 2a, 2c, 2d en 2e constateert de voorzitter dat de<br />

algemene vergadering van aandeelhouders heeft besloten conform de voorstellen, betreffende de<br />

vaststelling van de jaarrekening over 2010, de uitkering van 75 eurocent per gewoon aandeel in<br />

contanten of in gewone aandelen ter keuze van de aandeelhouders, alsmede tot decharge van de leden<br />

van de raad van bestuur en de raad van commissarissen.<br />

3. Samenstelling van de raad van bestuur<br />

De voorzitter gaat over tot het volgende agendapunt: de samenstelling van de raad van bestuur.<br />

Bij de benoemingsduur van leden van de raad van bestuur worden de aanbevelingen van de<br />

Nederlandse Corporate Governance Code gevolgd. De voorzitter geeft aan dat de heer Kleisterlee na de<br />

vergadering zal terugtreden als president en voorzitter van de raad van bestuur. Ook de heer Sivignon<br />

zal terugtreden als lid van de raad van bestuur en Chief Financial Officer. De voorzitter zegt dat dit<br />

belangrijke gebeurtenissen zijn voor de vennootschap. De voorzitter vat kort de carrière en verdiensten<br />

van de heer Kleisterlee samen en dankt hem voor de omvorming van <strong>Philips</strong> naar een financieel<br />

gezonde, transparante, slagvaardige onderneming in drie sectoren: Healthcare, Lighting en Consumer<br />

Lifestyle. Verder spreekt de voorzitter een woord van dank uit naar de heer Sivignon. De voorzitter<br />

looft de heer Sivignon omwille van zijn financieel inzicht, het vertrouwen dat hij uitstraalt, zijn<br />

strategisch en operationeel beleid en zijn kalmte gedurende de financiële crisis. In verband met het<br />

afscheid van de heren Kleisterlee en Sivignon, licht de voorzitter het voorstel tot benoeming van de heer<br />

Van Houten als President/Chief Executive Officer en voorzitter van de raad van bestuur en de


12<br />

benoeming van de heren Wirahadiraksa en de heer Nota tot leden van de raad van bestuur van de<br />

vennootschap toe.<br />

De voorzitter vraagt wie van de aanwezigen het woord wil voeren over de samenstelling van<br />

de raad van bestuur.<br />

De heer Gerritsen verzoekt de voorzitter om de heren Van Houten en Wirahadiraksa<br />

gelegenheid te geven beknopt hun visie op hun toekomstige verantwoordelijkheid voor <strong>Philips</strong> aan de<br />

vergadering te presenteren.<br />

De voorzitter vraagt of de heren Van Houten en Wirahadiraksa kort iets willen vertellen hoe zij<br />

hun toekomstige verantwoordelijkheid zien.<br />

De heer Van Houten vertelt dat het hem een bijzonder groot genoegen is om leiding te mogen<br />

geven aan de onderneming. De heer Van Houten merkt op dat <strong>Philips</strong> er goed voor staat in drie<br />

groeimarkten, en dat er binnen Healthcare, Consumer Lifestyle en Lighting enorm veel kansen liggen.<br />

De onderneming heeft een enorme stap voorwaarts gemaakt in performance met een 10.5% EBITA, wat<br />

in de laatste tien jaar nog niet eerder is vertoond. Daarmee is er een platform gecreëerd voor de<br />

toekomst waar veel mogelijk mee is. De heer Van Houten is het eens met de opmerking van de heer<br />

Kleisterlee dat het tempo van de groei nog niet naar tevredenheid is en dat hij Vision 2015 wil opvolgen<br />

wat betreft het uitbouwen van activiteiten. De heer Van Houten geeft aan dat er veel aandacht zal<br />

uitgaan naar executie en het versnellen van de groei, naar granulariteit van de groei door te kijken of we<br />

het goed doen in alle markten waar onze activiteiten plaatsvinden en dat gerichte actie ten aan zien van<br />

de TV-activiteit ondernomen moet worden.<br />

De heer Wirahadiraksa stelt zichzelf voor aan de aandeelhouders en onderschrijft de<br />

opmerkingen van de heer Van Houten ten aanzien van groei en het kijken naar acquisities.<br />

De voorzitter gaat over tot de stemprocedure voor stempunt 3a: voorstel tot benoeming van de<br />

heer van de heer Van Houten als President/Chief Executive Officer en lid van de raad van bestuur. Na<br />

sluiting van het stemsysteem wordt de volgende stemuitslag geprojecteerd:<br />

Totaal gestemd: 390.622.294<br />

Voor: 99,84%<br />

Tegen: 0,06%<br />

Onthoudingen: 0,10%<br />

Daarmee is het voorstel aangenomen.<br />

Vervolgens gaat de voorzitter over tot de stemprocedure voor stempunt 3b: voorstel tot<br />

benoeming van heer Wirahadiraksa als lid van de raad van bestuur. Na sluiting van het stemsysteem<br />

wordt de volgende stemuitslag geprojecteerd:<br />

Totaal gestemd: 390.623.734<br />

Voor: 99,48%<br />

Tegen: 0,07%<br />

Onthoudingen: 0,45%<br />

Daarmee is het voorstel aangenomen.<br />

De voorzitter gaat over tot de stemprocedure voor stempunt 3c: voorstel tot benoeming van de<br />

heer Nota als lid van de raad van bestuur. Na sluiting van het stemsysteem wordt de volgende<br />

stemuitslag geprojecteerd:<br />

Totaal gestemd: 390.622.025<br />

Voor: 99,47%<br />

Tegen: 0,08%<br />

Onthoudingen: 0,45%<br />

Daarmee is het voorstel aangenomen.<br />

Na de stemming over de agendapunten 3a, 3b en 3c constateert de voorzitter dat de algemene<br />

vergadering van aandeelhouders heeft besloten tot benoeming van de heren Van Houten, Wirahadiraksa<br />

en Nota en hij feliciteert hen met hun benoeming.


13<br />

4. Samenstelling van de raad van commissarissen<br />

De voorzitter vervolgt met het agendapunt aangaande de samenstelling van de raad van<br />

commissarissen. De voorzitter geeft aan dat dit zijn laatste vergadering zal zijn en dat de heer Van der<br />

Veer hem zal opvolgen. Ten slotte lopen de termijnen van de heren Van Lede, Thompson en Von<br />

Prondzynski af. Zij worden alle drie voorgesteld voor herbenoeming een en ander zoals toegelicht in de<br />

toelichting bij de agendapunten 4a, 4b en 4c. Verder licht de voorzitter het voorstel van de raad van<br />

commissarissen toe om de heer Jackson Tai te benoemen als lid van de raad van commissarissen. Nadat<br />

de voorzitter de heer Tai kort heeft geïntroduceerd en hem gelegenheid heeft geboden zich voor te<br />

stellen aan de aandeelhouders, wordt overgegaan tot stemming.<br />

De voorzitter gaat over tot de stemprocedure voor stempunt 4a: voorstel tot herbenoeming van<br />

de heer Van Lede tot lid van de raad van commissarissen. Na sluiting van het stemsysteem wordt de<br />

volgende stemuitslag geprojecteerd:<br />

Totaal gestemd: 390.623.526<br />

Voor: 90,67%<br />

Tegen: 8,33%<br />

Onthoudingen: 1,00%<br />

Daarmee is het voorstel aangenomen.<br />

Vervolgens gaat de voorzitter over tot de stemprocedure voor stempunt 4b: voorstel tot<br />

herbenoeming van de heer Thompson tot lid van de raad van commissarissen. Na sluiting van het<br />

stemsysteem wordt de volgende stemuitslag geprojecteerd:<br />

Totaal gestemd: 390.622.475<br />

Voor: 99,18%<br />

Tegen: 0,38%<br />

Onthoudingen: 0,44%<br />

Daarmee is het voorstel aangenomen.<br />

De voorzitter gaat over tot de stemprocedure voor stempunt 4c: voorstel tot herbenoeming van<br />

de heer Von Prondzynski tot lid van de raad van commissarissen. Na sluiting van het stemsysteem<br />

wordt de volgende stemuitslag geprojecteerd:<br />

Totaal gestemd: 390.620.998<br />

Voor: 91,87%<br />

Tegen: 7,68%<br />

Onthoudingen: 0,45%<br />

Daarmee is het voorstel aangenomen.<br />

De voorzitter gaat dan over tot de stemprocedure voor stempunt 4d: voorstel tot benoeming<br />

van de heer Tai tot lid van de raad van commissarissen. Na sluiting van het stemsysteem wordt de<br />

volgende stemuitslag geprojecteerd:<br />

Totaal gestemd: 390.622.077<br />

Voor: 98,01%<br />

Tegen: 1,52%<br />

Onthoudingen: 0,46%<br />

Daarmee is het voorstel aangenomen.<br />

Na de stemming over de agendapunten 4a, 4b, 4c en 4d constateert de voorzitter dat de<br />

algemene vergadering van aandeelhouders heeft besloten tot herbenoeming van de heren Van Lede,<br />

Thompson en Von Prondzynski en benoeming van de heer Tai en hij feliciteert hen met hun<br />

herbenoeming, respectievelijk benoeming.<br />

5. Herbenoeming KPMG Accountants N.V. als externe accountant<br />

De voorzitter geeft een korte toelichting op het agendapunt. Hij geeft aan dat overeenkomstig<br />

de procedures zoals vastgelegd in het beleid van de vennootschap inzake de onafhankelijkheid van haar<br />

accountant en overeenkomstig de Nederlandse wet, de externe accountant van de vennootschap door de<br />

algemene vergadering van aandeelhouders wordt benoemd. Volgens dit beleid verricht de raad van<br />

commissarissen elke drie jaar een grondig onderzoek naar het functioneren van de externe accountant.


14<br />

Na beoordeling van het functioneren van de externe accountant door de raad van commissarissen is<br />

voorgesteld KPMG Accountants N.V. voor een volgende termijn van drie jaar te herbenoemen met<br />

ingang van het boekjaar 2012.<br />

De voorzitter geeft aan dat de raad van commissarissen zich realiseert dat KPMG al lang is<br />

aangesteld als externe accountant van de vennootschap. Dit wordt als een voordeel gezien, omdat<br />

KPMG een goede kennis van de processen van de vennootschap heeft en dat dit haar in staat stelt een<br />

grondige controle uit te voeren met periodieke wisseling van audit teams en partners. Ook is er een<br />

„policy on auditor independence‟, welke een onafhankelijke opstelling van de externe accountants<br />

waarborgt.<br />

De heer Weeda spreekt namens BNP Paribas Investment partners en op dit punt mede namens<br />

Robeco en Stichting Pensioenfonds voor de grafische bedrijven. De heer Weeda vraagt of naast de<br />

evaluatie van de werkzaamheden van KPMG ook is gekeken of een andere externe accountant de<br />

werkzaamheden even goed of beter zou kunnen doen.<br />

De voorzitter antwoordt dat de toelichting bij het voorstel tot herbenoeming in het verslag van<br />

het Audit Committee wat summier is. De voorzitter licht dit toe en legt uit dat ongeveer honderd<br />

financiële controllers van de grootste onderdelen binnen de onderneming naar hun mening over KPMG<br />

is gevraagd en naar hun dagelijkse ervaringen met KPMG, en hoe KPMG haar controle activiteiten<br />

uitvoert. Ook is er uiteraard gesproken met een aantal stafmensen, is „in-depth‟ gesproken met het Audit<br />

Committee en met sommige andere commissarissen, en is gesproken met de raad van bestuur. Het<br />

oordeel over KPMG was positief en er is ook gekeken naar hoe KPMG zelf is georganiseerd: “do they<br />

practice what they preach?”. Ook dat was allemaal bevredigend. Verder is er nog een<br />

kostenvergelijking gemaakt tussen <strong>Philips</strong>‟ audit kosten en de kosten van soortgelijke bedrijven. De<br />

uitkomst hiervan was voor <strong>Philips</strong> heel redelijk. Alles afwegende heeft de raad van commissarissen<br />

geconcludeerd dat aan de aandeelhouders zou worden voorgesteld om KPMG te herbenoemen en dat<br />

een uitgebreidere „beauty contest‟ ongelooflijk veel tijd en geld zou gaan kosten, terwijl het maar de<br />

vraag is of dat tot een betere uitkomst zou hebben geleid.<br />

De voorzitter gaat over tot de stemprocedure voor stempunt 5: voorstel tot herbenoeming van<br />

KPMG Accountants N.V. als externe accountant van de vennootschap. Na sluiting van het stemsysteem<br />

wordt de volgende stemuitslag geprojecteerd:<br />

Totaal gestemd: 390.617.334<br />

Voor: 99,37%<br />

Tegen: 0,15%<br />

Onthoudingen: 0,48%<br />

Daarmee is het voorstel aangenomen.<br />

6. Machtiging tot uitgifte van aandelen of toekenning van rechten op het verwerven daarvan en het<br />

beperken of uitsluiten van voorkeursrechten<br />

De voorzitter stelt aan de orde het jaarlijks terugkerende voorstel om de raad van bestuur te<br />

machtigen tot (a) uitgifte van aandelen of toekenning van rechten op het verwerven daarvan en (b) het<br />

beperken of uitsluiten van voorkeursrechten. Ten eerste wordt voorgesteld om de raad van bestuur voor<br />

een periode van achttien maanden aan te wijzen als het orgaan dat bevoegd is om, met goedkeuring van<br />

de raad van commissarissen, te besluiten tot uitgifte van aandelen of toekenning van rechten daarop.<br />

Deze bevoegdheid wordt beperkt tot maximaal 10% van het geplaatste kapitaal, plus 10% van het<br />

geplaatste kapitaal in verband met of ter gelegenheid van fusies en acquisities. Ten tweede wordt<br />

voorgesteld om de raad van bestuur te machtigen voor een periode van achttien maanden, met<br />

goedkeuring van de raad van commissarissen, het voorkeursrecht van aandeelhouders bij een uitgifte<br />

van aandelen of een toekenning van rechten daarop, als voornoemd, te beperken of uit te sluiten.<br />

De heer Van der Bijl vraagt of het dividendbeleid niet strijdig is met agendapunt 7, omdat<br />

enerzijds verzocht wordt om een machtiging om aandelen in te kopen, terwijl tegelijkertijd een<br />

dividendkeuze wordt geboden wat leidt tot uitgifte van nieuwe aandelen.<br />

De voorzitter antwoordt dat onder agendapunt 6 gesproken wordt over de uitgifte van aandelen<br />

en het eventueel niet toekennen van het voorkeursrecht daarop. De voorzitter licht toe dat de


15<br />

achtergrond hiervan is dat ingeval van mogelijke acquisities aandelen kunnen worden uitgegeven. Dit<br />

moet los van het dividendbeleid gezien worden, hoewel de voorzitter de heer Van der Bijl strikt<br />

genomen gelijk moet geven, omdat uitkering in aandelen ter keuze van de aandeelhouder leidt tot meer<br />

uitstaande aandelen.<br />

De heer Weeda spreekt namens BNP Paribas Investment Partners en op dit punt mede namens<br />

Stichting Pensioenfonds voor de grafische bedrijven. Hij geeft een beknopte stemtoelichting, omdat<br />

BNP Paribas Asset Management meent dat de machtiging voor de uitgifte van nieuwe aandelen in het<br />

algemeen niet boven de vijf procent zou moeten uitkomen, aangezien anders de verwatering voor de<br />

zittende aandeelhouders te groot wordt gevonden. De heer Weeda geeft aan dan ook tegen voorstel 6a<br />

en 6b te zullen stemmen.<br />

De voorzitter dankt de heer Weeda voor zijn toelichting en geeft aan dat de machtiging om<br />

aandelen uit te geven conform de gangbare praktijk en regelgeving is beperkt tot een maximum van<br />

10% van het aantal geplaatste aandelen op de dag van de vergadering, plus 10% van het geplaatste<br />

kapitaal per dezelfde datum in verband met of ter gelegenheid van fusies en acquisities.<br />

De heer Janssen verzoekt vervolgens om de heer Weeda te mogen vragen waarom BNP<br />

Paribas zich niet richt naar de Nederlandse corporate governance code, die de norm van 10% toestaat en<br />

die toch breed wordt gedragen.<br />

De heer Weeda antwoordt dat BNP Paribas Investment Partner een internationale asset<br />

manager is, die onderdeel is van BNP Paribas Bank. Hoewel in Nederland tien procent een<br />

geaccepteerd niveau is, is de internationale norm volgens BNP Paribas Investment Partners vijf procent.<br />

Aangezien er geen verdere vragen zijn van de aanwezigen, gaat de voorzitter over tot de<br />

stemprocedure voor stempunt 6a: machtiging tot uitgifte van aandelen of toekenning van rechten op het<br />

verwerven daarvan. Na sluiting van het stemsysteem wordt de volgende stemuitslag geprojecteerd:<br />

Totaal gestemd: 390.615.200<br />

Voor: 89,57 %<br />

Tegen: 10,31%<br />

Onthoudingen: 0,12 %<br />

Daarmee is het voorstel aangenomen.<br />

Vervolgens gaat de voorzitter over tot de stemprocedure voor stempunt 6b: het beperken of<br />

uitsluiten van voorkeursrechten. Na sluiting van het stemsysteem wordt de volgende stemuitslag<br />

geprojecteerd:<br />

Totaal gestemd: 390.613.993<br />

Voor: 82,03 %<br />

Tegen: 17,53 %<br />

Onthoudingen: 0,44%<br />

Daarmee is het voorstel aangenomen.<br />

7. Machtiging van de raad van bestuur om eigen aandelen in te kopen<br />

De voorzitter stelt het voorstel aan de orde om de raad van bestuur voor een periode van 18<br />

maanden te machtigen, met goedkeuring van de raad van commissarissen, om eigen aandelen in te<br />

kopen. Dit jaar wordt voorgesteld dat de raad van bestuur maximaal 10% van het aantal uitstaande<br />

aandelen mag inkopen, met name om verplichtingen van de vennootschap onder het Long-Term<br />

Incentive Plan af te dekken, plus 10% van het geplaatste kapitaal op 31 maart 2011 in verband met de<br />

uitvoering van aandeleninkoopprogramma‟s voor kapitaalverminderingsdoeleinden.<br />

Aangezien geen van de aanwezigen aangeeft hierover het woord te willen voeren, gaat de<br />

voorzitter over tot de stemprocedure voor stempunt 7: machtiging van de raad van bestuur om eigen<br />

aandelen in te kopen. Na sluiting van het stemsysteem wordt de volgende stemuitslag geprojecteerd:<br />

Totaal gestemd: 390.618.173<br />

Voor: 98,14 %<br />

Tegen: 1,44%<br />

Onthoudingen: 0,41 %


16<br />

Daarmee is het voorstel aangenomen.<br />

8. Rondvraag<br />

De voorzitter constateert te zijn aangekomen bij het laatste agendapunt, te weten de rondvraag.<br />

De voorzitter vraagt wie van de aanwezigen het woord wil voeren in de rondvraag.<br />

De heer Gerritsen wil graag drie punten benoemen. Het betreft ten eerste de suggestie om de<br />

verbondenheid van aandeelhouders met <strong>Philips</strong> te vergroten door middel van het organiseren van een<br />

bedrijfsbezoek, ten tweede de vraag of <strong>Philips</strong> gelet op de politieke ontwikkelingen meer ondersteuning<br />

wil bieden aan de culturele sector en ten derde het verzoek of overwogen zou kunnen worden om na<br />

opening van de <strong>Philips</strong>-vleugel van het Rijksmuseum aandeelhouders uit te nodigen voor een<br />

rondleiding.<br />

De heer Kleisterlee antwoordt dat hij de mogelijkheid heeft geopend voor zijn opvolger om<br />

een eigen koers te varen wat betreft het ondersteunen van maatschappelijke doelen. Daartoe is het<br />

sponsorcontract van <strong>Philips</strong> met het Concertgebouworkest september 2010 aan een einde gekomen na<br />

een lange periode. Voorts behelst het sponsorcontract met het Rijksmuseum alleen de periode van de<br />

verbouwing met betrekking tot de <strong>Philips</strong>-vleugel, dus bij opening van het verbouwde Rijksmuseum<br />

vervalt ook de betrokkenheid van <strong>Philips</strong>. De oplevering was oorspronkelijk gepland voor 2008,<br />

waardoor in 2008 een ander sponsorcontract is aangegaan met de Hermitage in Amsterdam. Dit omdat<br />

<strong>Philips</strong> hierin interessante mogelijkheden zag met name gelet op de sterk opkomende aanwezigheid van<br />

<strong>Philips</strong> in Rusland en om de connecties tussen de Hermitage aan de Amstel en de Hermitage in Sint<br />

Petersburg en de Russische markt beter te exploiteren. De twee genoemde ondersteuningsactiviteiten<br />

van <strong>Philips</strong> van de culturele sector zijn, respectievelijk zullen beëindigd worden en het is aan de nieuwe<br />

ploeg om vast te stellen in welke mate zij vinden dat een dergelijke betrokkenheid juist in het huidige<br />

tijdsgewricht past, maar met name ook past bij een <strong>Philips</strong> wat zich op gezondheid en welzijn richt en<br />

wat zich positioneert met een merk dat voor „sense and simplicity‟ staat. Of daar musea en muziek wel<br />

of niet bijhoren is aan het toekomstige beleid om te bepalen.<br />

De heer Janssen vraagt waarom hij steeds vaker het beeldmerk van <strong>Philips</strong> ziet in plaats van<br />

het bekende logo, het schildje. De heer Janssen zou willen weten wat de positie van het <strong>Philips</strong>-schildje<br />

is ten opzichte van het beeldmerk. Hij vindt het een mooi en tijdloos logo.<br />

De heer Kleisterlee antwoordt dat het beeldmerk en het logo, het schildje, inderdaad<br />

gescheiden gepositioneerd worden. In het verleden werden ze samen gepositioneerd maar dat leidde tot<br />

een situatie waarin in het logo de naam <strong>Philips</strong> dermate klein werd afgebeeld dat het met name in<br />

digitale media slecht tot zijn recht kwam. Bovendien had je dan de naam <strong>Philips</strong> in zowel het schildje<br />

als in het beeldmerk. Dat is gescheiden wat heeft geleid tot een overwegend gebruik van het beeldmerk.<br />

U zult het logo bijvoorbeeld los zien staan op de achterkant van het jaarverslag en op verpakkingen. Het<br />

is een bescheiden gebruik.<br />

De heer Van der Veer vraagt de voorzitter om even van de procedures af te mogen wijken.<br />

Namens de raad van commissarissen en de raad van bestuur spreekt de heer Van der Veer een woord<br />

van dank uit aan de heer Hessels, omdat hij twaalf jaar lid is geweest van de raad van commissarissen,<br />

waarvan de afgelopen drie jaar als voorzitter. Hij beschrijft de heer Hessels als bijzonder scherp,<br />

innemend en vaak met enige humor. De heer Van der Veer dankt de heer Hessels ook voor zijn advies<br />

en grote inzet binnen de raad van commissarissen en zegt dat de raad het echt heel jammer vindt dat hij<br />

weggaat en hij wenst de heer Hessels een goede toekomst toe en besluit met een warm applaus.<br />

De voorzitter sluit de algemene vergadering van aandeelhouders van Koninklijke <strong>Philips</strong><br />

Electronics N.V. om 12.40u. Hij dankt de aanwezigen voor hun komst en wenst een ieder een goede<br />

reis huiswaarts.

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!