brief - College bescherming persoonsgegevens

cbpweb.nl
  • No tags were found...

brief - College bescherming persoonsgegevens

POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10TEL 070 - 88 88 500 FAX 070 - 88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nlINTERNET www.cbpweb.nlAANDe leden van de commissie voor Veiligheid enJustitie en de commissie voor BinnenlandseZakenTweede KamerPostbus 200182500 EA DEN HAAGONS KENMERKCONTACTPERSOONUW BRIEF VANUW KENMERKDATUM 5 augustus 2011ONDERWERPBoetebevoegdheid/persoonsgegevens op internetGeachte leden,De opening van het Algemeen Dagblad van maandag 1 augustus jl. en de daarop volgendeberichtgeving in de media heeft veel losgemaakt. Omdat u mogelijk naar aanleiding van deberichtgeving op een drietal relevante punten op het verkeerde been bent gezet, meen ik er goedaan te doen het volgende onder uw aandacht te brengen:Ten eerste is er geen sprake van de voorbereiding door het ministerie van Veiligheid en Justitievan een apart wetsvoorstel waardoor het op internet plaatsen van beelden van inbraken ofgeweldsdelicten verboden wordt. Het huidige kabinet heeft op grond van het regeerakkoord énvan het gedoogakkoord (in lijn met het vergelijkbare voornemen van het vorige kabinet) in eenbrief van 29 april 2011 aan de Tweede Kamer laten weten voornemens te zijn om het CBP debevoegdheid te geven om materiële bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens(Wbp) met een bestuursrechtelijke boete te sanctioneren.Ten tweede is er evenmin sprake van dat er gewerkt wordt aan een wetsvoorstel waarin specifiekvoor het wederrechtelijk plaatsen van beelden op internet een boetebedrag wordt vastgesteld. Dehoogte van de in een concreet geval op te leggen boete zal altijd proportioneel moeten zijn en –dunkt mij - afhangen van de ernst van de geconstateerde onrechtmatigheid en van alle overigerelevante omstandigheden, waaronder de omzet dan wel draagkracht van degene die de boetekrijgt opgelegd. Relevanter nog is dat het CBP in de huidige praktijk een scala aan instrumenteninzet om overtredingen van de Wbp te voorkomen of deze te doen staken alvorens een last onderdwangsom op te leggen. Veelal blijkt dat telefonisch contact of een schriftelijke sommatieafdoende is om aan de geconstateerde onrechtmatigheid een einde te maken. Het opleggen vaneen boete is – ook in onze ogen - een ‘ultimum remedium’.Ten derde blijkt uit een aantal commentaren dat over het hoofd wordt gezien dat het CBP al enigejaren geleden heeft besloten om handhavende bevoegdheden vooral in te zetten bij ernstige enstructurele privacy overtredingen die grote groepen mensen raken in de overtuiging op die wijzehet meest effectief aan de wettelijke opdracht te voldoen om naleving van de bepalingen van deWet bescherming persoonsgegevens te bevorderen. Op die grond heeft het CBP onder meeropgetreden tegen overtredingen van de wet door Google, internetbedrijf Advance, OV-bedrijven,BIJLAGENBLAD 1


DATUM 5 augustus 2011ONS KENMERKarbodiensten, ziekenhuizen en regionale elektronische patiëntendossiers. Deze strategie zal hetCBP voortzetten. Dit laat onverlet dat wij ook kunnen optreden tegen kleinere verantwoordelijkendie willens en wetens de wet overtreden.Gegeven de discussie die afgelopen week is ontstaan hecht ik eraan in bijgaande bijlage eenvolledige uiteenzetting te geven van hetgeen ik de afgelopen dagen naar voren heb gebracht.Vanzelfsprekend ben ik bereid hierover mondeling met u van gedachten te wisselen.Ik stuur de minister en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie alsmede de minister vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een afschrift dezes.Met vriendelijke groet,Jacob Kohnstamm,Voorzitter College bescherming persoonsgegevensBLAD 2


DATUM 5 augustus 2011ONS KENMERKBijlage bij brief van Jacob Kohnstamm van 5 augustus 2011Na een vraaggesprek tussen mij en een journalist van het Algemeen Dagblad is een discussieontketend over de vraag of het wederrechtelijk op internet zetten van camerabeelden doorslachtoffers van winkeldiefstal en inbraken zou moeten mogen, dan wel dat het geldende verboddaarop met een geldboete zou moeten worden bestreden. Gezien de aandacht en het verloop vandie discussie acht ik het van belang hieronder een volledige uiteenzetting te geven van hetgeen ikde afgelopen dagen naar voren heb gebracht.Deze discussie raakt ten minste aan twee maatschappelijke vraagstukken die ook los van elkaarkunnen en moeten worden beschouwd.BoetebevoegdheidTen eerste de boetebevoegdheid van het CBP. De fascinerende ontwikkelingen op het terrein vaninformatie en communicatietechnologie bieden ongekende mogelijkheden voor burgers, publiekeen private organisaties. Maar aan al dat moois kleven ook een aantal schaduwzijden. Eén daarvanis dat de bescherming van persoonsgegevens aanzienlijk gecompliceerder is geworden. Juistomdat ICT en internet heel laagdrempelig zijn en ongekende mogelijkheden bieden ompersoonsgegevens te verzamelen, te verwerken en te verspreiden, moet de wijze waarop dewetgever burgers tegen onrechtmatig gebruik van persoonsgegevens in bescherming neemtopnieuw tegen het licht gehouden worden. Eén van de punten die daarbij in discussie is, is devraag of de handhavende bevoegdheden van het CBP tegen die achtergrond afdoende zijn.Het CBP heeft nu de bevoegdheid om een last onder dwangsom op te leggen. Het kan als hetware een gele kaart trekken tegen onrechtmatig gebruik van persoonsgegevens en zeggen: als datonrechtmatig handelen niet binnen een bepaalde termijn is beëindigd, krijgt u de rode kaart enbent u de dwangsom verschuldigd. Maar omdat bij het onrechtmatig gebruik vanpersoonsgegevens het kwaad al geschied kan zijn, zal de toezichthouder, het CBP, ook debevoegdheid moeten krijgen om in het geval van ernstige en verwijtbare overtreding van de Wetbescherming persoonsgegevens de rode kaart te trekken en een bestuurlijke boete op te leggen.De hoogte van die boete moet zodanig zijn dat er voldoende dreiging vanuit gaat om er voor tezorgen dat dergelijke overtredingen niet of veel minder plaatsvinden. Natuurlijk maakt het CBPin voorkomende gevallen gebruik van een scala van in ernst oplopende instrumenten omovertredingen van de Wbp te voorkomen of te doen staken, waaronder ook een brief oftelefoongesprek met een waarschuwing vallen. Het opleggen van een boete is het meestvergaande instrument en zien wij als een ‘ultimum remedium’. En natuurlijk moet in concretezaken de op te leggen boete proportioneel zijn en - dunkt mij - afhankelijk zijn van de ernst van deonrechtmatigheid en van alle andere relevante omstandigheden, waaronder de omzet danweldraagkracht van degene aan wie die boete wordt opgelegd.Publicatie van persoonsgegevens op internetHet tweede vraagstuk is dat het zonder een wettelijke grondslag openbaar maken – op internet ofanderszins - van beelden van identificeerbare personen of van andere persoonsgegevens op grondvan de Wet bescherming persoonsgegevens (en overigens ook op grond van het BurgerlijkWetboek) niet is toegestaan. Op grond van de Wbp heeft het CBP in de afgelopen jarenbijvoorbeeld een site waarop namen, adressen en hobby’s van bij het vreemdelingenbeleidbetrokken politici, ambtenaren (en hun kinderen!) onder de titel “stop de deportatie” openbaarwerden gemaakt, van internet doen verdwijnen en heeft het CBP ingrijpende veranderingenBLAD 3


DATUM 5 augustus 2011ONS KENMERKafgedwongen bij een site “beoordeel mijn leraar” waarop mensen hun oordeel, roddel ofachterklap over met naam en toenaam genoemde leraren kwijt konden.Er zijn meerdere redenen waarom de wetgever het zonder wettelijke grondslag op internetplaatsen van identificeerbare personen of van andere persoonsgegevens door middel vancamerabeelden van geweldsdelicten of inbraken niet toelaatbaar acht. Het argument dat aldus eeninbreuk wordt gepleegd op de persoonlijke levenssfeer is daar één van, maar is niet het enige enzeker niet het doorslaggevende argument. Relevanter is dat in democratisch geregeerde landenpolitie en justitie bij uitsluiting de bevoegdheid hebben gekregen om opsporing en vervolging vanverdachten te bewerkstelligen. Het recht van individuele burgers om verdachten op eigeninitiatief en gezag op te sporen is stevig aan banden gelegd als gevolg van de toekenning aanpolitie en justitie van diep ingrijpende bevoegdheden om de (strafrechtelijke) rechtsorde tebewaken. Daarbij komt dat op internet geplaatste beelden niet of heel moeilijk definitief daarvanzijn te verwijderen en bijna ten eeuwige dagen zijn terug te vinden. Kortom: er zijn goede redenenom met grote omzichtigheid om te springen met het publiek maken van beelden vanidentificeerbare personen bij een onopgeloste diefstal of inbraak via internet of anderszins. Ookde politie past daarom strikte regels toe alvorens beelden via het programma “OpsporingVerzocht” uit te zenden.De vraag op welke wijze de door burgers of organisaties gemaakte beelden van een diefstal ofinbraak wél ingezet kunnen worden om daders vervolgd en berecht te krijgen is er vervolgens ééndie dringend om een antwoord vraagt. Het antwoord op die vraag is immers van grotemaatschappelijke en politieke betekenis, ook omdat het water velen in de bestrijding van dat soortcriminaliteit inmiddels tot ver over de lippen staat.Vast staat dat de eerste stap zou moeten zijn dat dit soort camerabeelden aan politie en justitie terhand gesteld worden. Op de veelgehoorde klacht van slachtoffers over het uitblijven vanzichtbare of effectieve actie van de zijde van politie en justitie in het geval van diefstal en inbraak,wordt vaak gereageerd met argumenten als gebrek aan menskracht en andere prioriteiten. Hoevalide die argumenten ook zijn, een slachtoffer van dit soort delicten – zeker als deze meermalenis beroofd – raakt daardoor niet verlost van zijn angst en frustratie. Op dit punt zijn bestuur enpolitiek aan zet voor het vinden van oplossingen. Bijvoorbeeld door een procedure te ontwerpenwaardoor naar analogie van “Opsporing Verzocht” de ter beschikking gestelde beelden onderstrikte verantwoordelijkheid van de geweldsmonopolist ingezet kunnen worden voor effectieveopsporing en vervolging van daders.Ik ben mij er van bewust dat ik met het bovenstaande de gevoelens van frustratie en angst bijslachtoffers van diefstal en inbraak niet zal wegnemen. Daarvoor is – zoals hierbovenweergegeven - meer nodig. Wel hoop ik dat ik een en ander iets beter in perspectief heb kunnenplaatsen.Jacob Kohnstamm,Voorzitter College bescherming persoonsgegevensBLAD 4

More magazines by this user
Similar magazines