12.07.2015 Views

Ethiek in zorg - Hogeschool Gent

Ethiek in zorg - Hogeschool Gent

Ethiek in zorg - Hogeschool Gent

SHOW MORE
SHOW LESS
  • No tags were found...

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

van deRedactieCor<strong>in</strong>ne Assenheimermoreel consulent Ziekenhuis Netwerk Antwerpen, campus MiddelheimKathleen Van Steenkistemoreel consulent CMD AalstYolande De Boevereassistent-moreel consulent CMD AalstGeboren als kwetsbaar wezen is de mens voor zijn overlevenafhankelijk van de <strong>zorg</strong> van soortgenoten. In onsbestaan vormt <strong>zorg</strong> een essentiële waarde, die alle aspectenvan het dagelijks leven doorkruist. In deze Antennefocussen we op <strong>zorg</strong> <strong>in</strong> een professionele context en koppelenwe die aan ethiek. <strong>Ethiek</strong> is <strong>in</strong>herent en voelbaar aanwezigop alle echelons van de <strong>zorg</strong>, van de dagelijkse rout<strong>in</strong>ehandel<strong>in</strong>gen tot de besluitvorm<strong>in</strong>g op bestuursniveau.Ethische <strong>in</strong>kleur<strong>in</strong>g en ethische spann<strong>in</strong>gsvelden wordenechter zelden herkend en benoemd.Dankzij een <strong>in</strong>drukwekkende vooruitgang qua medische entechnische mogelijkheden, worden mensen niet alleenouder, ook de <strong>zorg</strong>afhankelijkheid en de medisch-ethischedilemma’s nemen toe. Meest bekend zijn de ethische vragenrond het beg<strong>in</strong> en het e<strong>in</strong>de van het leven. Ook <strong>in</strong> dedagelijkse <strong>zorg</strong> wordt men geconfronteerd met moeilijkekeuzes.Prestatiegerichtheid en functionaliteit w<strong>in</strong>nen aan terre<strong>in</strong>. Erwordt gewerkt onder druk van de ‘kloktijd’. Vertragen omstil te staan bij delicate ethische dilemma’s en <strong>in</strong>terprofessioneeloverleg hanteren als methode tot besluitvorm<strong>in</strong>g ishierbij niet voor de hand liggend.Toch wordt duidelijk dat naast meetbare competenties enresultaten, een onderbouwde visie, gedeelde beziel<strong>in</strong>g engemeenschappelijk gedragen <strong>in</strong>zet onmisbare voorwaardenvormen voor kwaliteitsvolle <strong>zorg</strong> en voor de vitaliteit vaneen organisatie.Het vrijz<strong>in</strong>nig humanisme gaat uit van de mens als doel enals ijkpunt. Welke gevolgen heeft dit op vlak van ethiek?Welke waarden dienen <strong>in</strong> de <strong>zorg</strong> te worden nagestreefd?Hoe kunnen we deze realiseren? Aan de hand van concretevoorbeelden vanuit het werkveld, persoonlijke getuigenissenvan <strong>zorg</strong>verleners en <strong>zorg</strong>vragers én de reflectie vandeskundigen hopen we uw (ethische) belangstell<strong>in</strong>g te prikkelen.In de eerste bijdrage Dansen op een te slappe koord?Over ethiek, recht en deontologie kadert Christian VanKerckhove ethiek b<strong>in</strong>nen een ruimere context. Dit laat hemen de lezer toe praktijksituaties ethisch te duiden. Hijbespreekt voor ons de bijdragen van moreel consulentenAnniek De Pauw, Doreen Coeckelbergh, Paul D’Haene,W<strong>in</strong>nie Belpaeme en Yvon Bartel<strong>in</strong>k. ..................p. 5Praktijk en theorie zijn <strong>in</strong> de <strong>zorg</strong> onlosmakelijk met elkaarverbonden. In A woman for all seasons vertelt MarleenTemmerman hoe ze haar humanistisch engagement alsmens en als arts vorm en <strong>in</strong>houd geeft én hoe ze haar doorervar<strong>in</strong>g opgebouwde kennis aanwendt als gynaecoloog,diensthoofd en politica.. .............................p. 13In de bijdrage van Frank Van den Branden Hoe ethiek enpassie elkaar ontmoeten ontdekken we hoe technologischegeneeskunde kwalitatief gedragen wordt door menselijkegedrevenheid en hoe ethische waarden doelgerichtworden aangewend. ................................p. 17De veelkleurigheid van onze samenlev<strong>in</strong>g leidt <strong>in</strong> degezondheids<strong>zorg</strong> tot ethische dilemma’s en spann<strong>in</strong>gsvelden.Hoe daarmee omgaan? Wij g<strong>in</strong>gen te rade bij twee‘connaisseurs’. Vanuit hun uitgesproken standpunten <strong>in</strong>spirerenLudo Abicht en Wim van Rooy tot verder nadenken.De gedachten zijn vrij, maar niet vrijblijvend ......p. 20Luc De Droogh neemt het boek Ethisch(e) Zorgen.Filosofie en <strong>Ethiek</strong> van de Zorg en de Hulpverlen<strong>in</strong>g vanGily Coene en Koen Raes onder de loep. Dit boek handeltzowel over de relationele aspecten <strong>in</strong> de <strong>zorg</strong> als over devragen die zich stellen bij de <strong>zorg</strong>organisatie.. ........p. 24Sam Heiremans, Maria Moeskops, L<strong>in</strong>da Geeraerts enHarry Buyl nemen ons mee naar de mensen die ze tijdenshun werk als moreel consulent ontmoeten. Hun getuigenissenv<strong>in</strong>dt u op .............................p. 26, 36 en 48In haar bijdrage <strong>Ethiek</strong> <strong>in</strong> de (morele) <strong>zorg</strong>: mij een <strong>zorg</strong>?!maakt Chris Van Maele duidelijk dat regelgev<strong>in</strong>g een kaderbiedt, maar dat de kwaliteit van de <strong>zorg</strong> wordt bepaald doorde <strong>zorg</strong>vuldigheid van elke <strong>zorg</strong>verlener én door de ethischepr<strong>in</strong>cipes van de organisatie die hen allen verb<strong>in</strong>dt.. ..p. 27Wat doe je wanneer je als consulent d<strong>in</strong>gen te horen krijgtdie je tegen de borst stoten, wanneer jouw cliënt waardenverkondigt en besliss<strong>in</strong>gen neemt die je verafschuwt?Wakker blijven is de boodschap die Denise Odekerken ons<strong>in</strong> haar bijdrage meegeeft. In contact blijven met de cliënt,maar ook met jezelf. Een boeiend verhaal. ...........p. 29In Zorglijke ethiek. Over identiteit en ethiek bij moreelconsulenten laten we opnieuw Christian Van Kerckhoveaan het woord. Hij analyseert een aantal visies op ethiek <strong>in</strong>de <strong>zorg</strong> en bouwt van daaruit een alternatief waarbij autonomieals fundamentele waarde wordt geïnstalleerd.. ....p. 31Films kunnen, vaak op pijnlijke wijze, de ethiek <strong>in</strong> handel<strong>in</strong>genblootleggen. André Oyen bespreekt Wit van MikeNichols en Mammoth van Lukas Moodysson. Eerst lezen endan kijken! <strong>Ethiek</strong> <strong>in</strong> de <strong>zorg</strong> op celluloid ...........p. 37september 2010 3


Dansenop een te slappe koord?Over ethiek, recht en deontologieAntenneHANNA (KATE WINSLET) LUISTERT NAAR MICHAEL (DAVID KROSS) DIE VOORLEEST IN DE FILM THE READER.FOTO © THE WEINSTEIN COMPANYCHRISTIAN VAN KERCKHOVEChristian Van Kerckhovelector Wijsbegeerte <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong>,Departement Sociaal Agogisch Werk1. Bij wijze van <strong>in</strong>troductieOnlangs zag ik de film The Reader van regisseur StephenDaldry. Wat me bijbleef, zijn twee uitspraken van rechtsprofessorRohl. Zijn studenten volgen het proces, waarover tijdensde lessen wordt gereflecteerd. Tijdens een van die lessenzegt Professor Rohl: “Societies th<strong>in</strong>k they operate bysometh<strong>in</strong>g called morality, but they don’t. They operate bysometh<strong>in</strong>g called law.” (“Samenlev<strong>in</strong>gen denken dat zehandelen naar de moraal, maar dat is niet waar. Ze handelenvolgens de wet.”) en “The question is never ‘Was itwrong?’, but ‘Was it legal?’” (“De vraag is nooit ‘Was hetverkeerd?’, maar ‘Was het wettig?’”).Beide uitspraken tonen de ‘conflictuele’ of ‘problematische’verhoud<strong>in</strong>g tussen recht en moraal. In de film wil de rechts -professor recht duidelijk scheiden van moraal. In de contextvan de waardegeladen rechtszaak valt daar natuurlijk ietsvoor te zeggen. De vraag is eenvoudig: ‘Kan de betrokkendame een eerlijk proces krijgen wanneer haar daden doorde maatschappij algemeen als moreel verwerpelijk wordenbeschouwd?’. De stell<strong>in</strong>g van de professor is duidelijk:‘Neen.’. Indien recht en moraal niet worden gescheiden, iseen eerlijk proces onmogelijk. Maar kunnen beide wel losvan elkaar worden gezien?2. Recht en moraalIn de tw<strong>in</strong>tigste eeuw heerste er <strong>in</strong> de rechtsfilosofie eenbelangrijke discussie tussen het natuurrecht en het rechtspositivisme.“Aanhangers van het natuurrecht gaan er vanuit dat er een <strong>in</strong>herent verband bestaat tussen recht enmoraal. Rechtsregels die geen weerspiegel<strong>in</strong>g vormen vande moraal ontberen legitimiteit en hoeven niet als zodanigerkend te worden. Rechtspositivisten op hun beurt ontkenneneen dergelijk verband tussen recht en moraal. Volgenshen staat de vraag naar de geldigheid van het recht los vande morele waarde van de wetten en van de vraag naar degebondenheid van het gedrag aan de wet. Onrechtvaardigeof immorele wetten zijn niet te verkiezen maar het kunnenwel geldige wetten zijn.” (Logister, 2009, p. 2)Rechtsfilosoof Lon Fuller laveert tussen beide systemen. Hijbekritiseert het rechtspositivisme zonder een echte aanhangervan het natuurrechtsdenken te worden. Fuller stelt datrecht en moraal niet te scheiden zijn. “Zonder recht zou ergeen moraal zijn en ‘recht’ dat niet aan de m<strong>in</strong>imummoraalvan de <strong>in</strong>terne moraliteit voldoet, is non-recht.” (Hengst -mengel, 2009, p. 19) Zo gesteld lijken recht en moraal nietuit elkaar te houden. Om dit probleem ‘op te lossen’ maaktseptember 2010 5


AntenneFuller een onderscheid tussen <strong>in</strong>terne en externe moraal. Deexterne moraal bevat die waarden die door het recht wordengediend en valt als zodanig buiten het recht. Is hiermeede zaak opgelost? Ik denk het niet. Dit heeft alles te makenmet de verwevenheid van recht en moraal en met het feitdat de <strong>in</strong>terne en de externe moraal met elkaar zijn vervlochten.Het recht kan niet zonder de externe moraal, maardeze moraal kan ook niet zonder het recht. “Morele pr<strong>in</strong>cipeskunnen niet functioneren <strong>in</strong> een sociaal vacuüm of <strong>in</strong>een oorlog van alles tegen allen. Om het goede leven televen is meer nodig dan alleen goede <strong>in</strong>tenties, zelf wanneerze algemeen gedeeld worden; er is de steun nodig vanstevige kaders voor menselijke <strong>in</strong>teractie, iets waar<strong>in</strong> -<strong>in</strong>alle moderne samenlev<strong>in</strong>gen tenm<strong>in</strong>ste- alleen een soliderechtssysteem kan voorzien.” (Hengst mengel, 2009, p. 20)Recht <strong>zorg</strong>t dus voor een aantal samenlev<strong>in</strong>gsregels waardoorzij die tot deze maatschappij behoren de mogelijkheidkrijgen een goed leven te leven. Met andere woorden, hetrecht creëert de mogelijkheden (<strong>in</strong>terne moraal) waardooreen <strong>in</strong>dividu een goed leven kan uitbouwen (externemoraal).3. Hoeft het ons te verwonderen?Op de vraag of recht en moraal van elkaar te onderscheidenzijn, is het antwoord van Fuller duidelijk: recht en moraalvallen wel en niet van elkaar te onderscheiden. Het hoeftgeen verwonder<strong>in</strong>g dat beide begrippen <strong>in</strong> de praktijk vanhet dagelijks leven en werken met elkaar worden verward.Tijdens een studiedag over ‘Sociaal werk en deontologie’werd aan de deelnemers gevraagd een eigen def<strong>in</strong>itie tegeven van de begrippen recht, ethiek en deontologie.<strong>Ethiek</strong> “Betreft waarden en normen die we <strong>in</strong> ons werk hanteren”,“Wat de gemeenschap verstaat onder goed enkwaad”, “Wat men kan doen <strong>in</strong> bepaalde situaties en watniet”, “Wat de maatschappij goed of fout v<strong>in</strong>dt.Verantwoord handelen b<strong>in</strong>nen de waarden en normen vande maatschappij”, “Wat kan en niet kan volgens waarden ennormen”, “Oog hebben voor de waarden die jij zelf en jecliënt belangrijk v<strong>in</strong>den”, “Handelen <strong>in</strong> het algemeenbelang van de gemeenschap.”Onmiddellijk valt op dat ethiek steeds <strong>in</strong> een sociale contextwordt geplaatst. De gegeven def<strong>in</strong>ities omschrijven dusveeleer sociale of politieke ethiek: het eigen handelenwordt afgemeten aan het oordeel van de ander <strong>in</strong>zake goeden kwaad. <strong>Ethiek</strong> wordt steeds <strong>in</strong>gevuld vanuit de heteronomie(wat de ander wil) en niet vanuit de autonomie (wat ikwil). In de autonome ethiek bepaalt een <strong>in</strong>dividu zelf(standig)wat goed en slecht is.De heteronome <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g van ethiek verklaart mogelijkswaarom b<strong>in</strong>nen het sociale of morele werkveld vele problemenonterecht worden aangevoeld als ethische problemen.Deontologie is “Wat vanuit onze beroepsopleid<strong>in</strong>g aangebrachtwordt”, “Plichtenleer betreffende ons beroep”, zijn“Regels die men <strong>in</strong> acht moet nemen bij het uitoefenen vanons beroep”, “Afspraken rond wat kan en niet kan vanuit deopdracht die men ons geeft.”Deontologie heeft te maken met regels die ons door anderenworden opgelegd en ons leren hoe <strong>in</strong> ons beroep tehandelen. Wat opvalt is dat deze regels niet met ethiek wordenverbonden.Recht werd omschreven als “Objectieve regels ter orden<strong>in</strong>gvan de maatschappij”, “De regels, waarden en normen vande maatschappij ter bescherm<strong>in</strong>g van personen en de maatschappij”,“Alles wat vervat zit <strong>in</strong> rechtsregels”, “Het geheelvan rechtsregels gecreëerd om onze samenlev<strong>in</strong>g vlot telaten verlopen”, “Wettelijke bepal<strong>in</strong>gen om recht te doengelden (gesteund op ethiek).”Net zoals bij de omschrijv<strong>in</strong>gen van deontologie, hebben webij recht te maken met regels, maar ze gaan nu op voor degehele samenlev<strong>in</strong>g. Het doel van het recht is de samenlev<strong>in</strong>ggoed te organiseren. Merkwaardig is dat, <strong>in</strong> tegenstell<strong>in</strong>gtot bij deontologie, deze regels ethisch (waarden ennormen) worden <strong>in</strong>gekleurd.4. Voorstel eenvoudige def<strong>in</strong>itiesEen herdef<strong>in</strong>iër<strong>in</strong>g van de begrippen ethiek, recht en deontologiedr<strong>in</strong>gt zich op. De def<strong>in</strong>ities die ik voorstel, zijn eenvoudigewerkdef<strong>in</strong>ities tene<strong>in</strong>de de cases, mij aangereiktdoor moreel consulenten, te analyseren.<strong>Ethiek</strong>: de uitbouw van een zelfrelatie die <strong>in</strong> het teken staatvan de vraag hoe ik een goed leven kan leven.Recht: een regelgev<strong>in</strong>g die mijn maatschappelijke verhoud<strong>in</strong>gentot de ander structureert en tot doel heeft het goedsamenleven mogelijk te maken.Deontologie: een regelgev<strong>in</strong>g die tot doel heeft een goedeberoepsverhoud<strong>in</strong>g met de ander (<strong>in</strong> dit geval de cliënt)mogelijk te maken.Het begrip deontologie (<strong>in</strong> zijn moderne versie) v<strong>in</strong>dt zijnoorsprong <strong>in</strong> de filosofie van Bentham, die een onderscheidmaakt tussen de mens zoals hij is (ontologie) en de menszoals hij moet zijn (deontologie).5. Welke conflicten kunnen ontstaan?Tussen ethiek en recht, tussen recht en deontologie, en tussenethiek en deontologie kunnen op basis van de aangereiktedef<strong>in</strong>ities conflicten ontstaan.Er kan een conflict ontstaan tussen ethiek (wat we voor onszelfwillen of niet) en recht (wat we al dan niet mogen). Eenmoreel consulent kan een onrecht ervaren, maar van rechtswegeniet de mogelijkheid hebben of krijgen om dit onrechtteniet te doen. Een denkbaar onrecht is dat een mens niet demogelijkheid heeft of krijgt om te zijn wie hij of zij wil zijn ofis (ethiek). Het conflict heeft een ethische grondslag omdatde mogelijkheid tot het uitbouwen van een goed leven wordtbeperkt of <strong>in</strong> het gedrang komt. De oploss<strong>in</strong>g van dit conflictligt evenwel op het niveau van het recht (en is als zodanigeen sociaal probleem). De rechtsregels moeten m<strong>in</strong>imalevoorwaarden creëren om mensen zichzelf te laten zijn. Maar<strong>in</strong>dien het recht <strong>in</strong> deze mogelijkheid wil voorzien, kan heteventueel <strong>in</strong> bots<strong>in</strong>g komen met de deontologie (<strong>in</strong> de breedstebetekenis van het woord, namelijk als wat de maatschappijverwacht wat ik moet zijn en hoe ik moet handelen).6 september 2010


Het conflict tussen recht en deontologie duidt op een spann<strong>in</strong>gsveldtussen wat op sociaal vlak al dan niet wordt toegestaan(recht) en hoe ons wordt voorgeschreven ons tegedragen (deontologie). Het scherpst ervaren we dezespann<strong>in</strong>g <strong>in</strong> ons beroepsleven, zeker wanneer er sprake isvan een deontologische code, die voorschrijft hoe we onsmoeten gedragen ten aanzien van de ander. Het is denkbaardat die beroepsregels ons een gedrag voorschrijven dateventueel <strong>in</strong> aanvar<strong>in</strong>g komt met wat door het recht als(on)toelaatbaar wordt voorgeschreven. Ik denk aan hetberoepsgeheim. Natuurlijk voelen we ons bij een dergelijkconflict niet lekker, maar dit impliceert niet dat we hier temaken hebben met een ethisch probleem. Het conflictdraait immers <strong>in</strong> de eerste plaats niet over hoe wij ons totonszelf willen verhouden (ethiek), maar over hoe wij doorexterne omstandigheden niet <strong>in</strong> staat zijn b<strong>in</strong>nen onsberoep te handelen zoals ons is voorgeschreven. Het probleemis dat we moeten handelen b<strong>in</strong>nen een algemeenrechtskader dat niet steeds reken<strong>in</strong>g houdt met onze specifiekedeontologie en omgekeerd. Bijkomende moeilijkheidis dat het rechtskader m<strong>in</strong>der snel <strong>in</strong>speelt op veranderendeen veranderde maatschappelijke situaties, terwijl we erdoor onze beroepssituatie rechtstreeks mee worden geconfronteerden we bijgevolg worden verplicht daarop te anticiperen.Bij een conflict tussen ethiek en deontologie ontstaat eenbots<strong>in</strong>g tussen mijn zelfrelatie, hoe ik me tot mezelf wilgedragen, mijn goede leven zoals ik dat zelf <strong>in</strong>vul (ethiek)en wat van mij wordt verwacht, hoe ik me zal gedragen opbasis van hoe anderen hebben <strong>in</strong>gevuld wie en wat ik moetzijn (deontologie). Als ik word gevormd tot wat ik moet zijn,betekent dit niet alleen dat ik anders word dan wat ik was,maar dat ik tegelijk mijn vrijheid verlies. Als anderen mijzeggen hoe ik moet handelen <strong>in</strong> een bepaalde situatie, handelik niet meer vanuit mijn eigen (<strong>in</strong>nerlijke) beweegredenen.Dit impliceert dat ik vanuit ethisch oogpunt niet verantwoordelijkkan worden gesteld voor mijn handelen (wanneerik conform de mij opgelegde gedragscodes handel).Vanuit deontologisch oogpunt daarentegen ben ik natuurlijkwel verantwoordelijk voor mijn daden, daar ik op basis vanmijn ethische vrijheid natuurlijk mede verantwoordelijk benvoor het feit dat ik me heb laten vormen. Deze vrijheid ligtaan de basis van de deontologie, omdat <strong>in</strong>dien ik niet vrijzou zijn, ik onmogelijk kan worden omgevormd van wat ikben (ontologie) tot wat ik volgens anderen zou moeten zijn(deontologie). Toch situeert de kern van het probleem zichniet hier. <strong>Ethiek</strong> en deontologie komen met elkaar <strong>in</strong> conflict,daar waar ik ervaar dat de handel<strong>in</strong>gen die van mijworden verwacht niet voeren naar een realisatie van deethische doelstell<strong>in</strong>g, met name het goede leven. Het conflictkan zich op twee niveaus situeren, die ik slechts evenaanstip en waardoor ik veel te kort door de bocht ga.Vooreerst kan ik oordelen dat wat ik behoor te doen (deontologie)<strong>in</strong> tegenspraak is met mijn persoonlijke ethischeregels (mijn zelfverhoud<strong>in</strong>g of mijn <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g van het goedeleven). Wanneer ik dan toch doe wat ik deontologisch verplichtben te doen, dan voert dit (beroeps)handelen meweg van mijn persoonlijke ethiek, namelijk het realiserenvan mijn goede leven. Frustratie alom. Op een tweedeniveau kan ik merken dat mijn deontologisch gedrag nietbijdraagt tot en zelfs <strong>in</strong> strijd is met het uitbouwen van eenkader waarb<strong>in</strong>nen mijn cliënt zijn of haar goede leven wilen kan realiseren (ethiek). Het resultaat is niet alleen mijnfrustratie, mijn cliënt verliest het vertrouwen <strong>in</strong> mij en dewerk<strong>in</strong>g.6. En de praktijk, meneer de filosoof?Inderdaad, filosofie en het alledaagse leven… Meestal zijn hetniet-filosofen die filosofen zien als wereldvreemde wezens diegoed praten hebben omdat ze niets moeten doen.Er werd me gevraagd een aantal cases te benaderen uitgaandevan mijn ideeën over ethiek, recht en deontologie.Moet ik mijn gedachten toetsen aan de cases of de casestoetsen aan mijn filosofietje? En wat moet ik doen <strong>in</strong>dien decases niet met mijn filosofietje stroken? Mijn benader<strong>in</strong>g alsonrealistisch overboord gooien? Of de beschrijv<strong>in</strong>g van decases als onrealistisch -vanuit een foutieve benader<strong>in</strong>gafdoen?Ik zal geen van beide doen. Ik zal trachten op basisvan mijn eenvoudige def<strong>in</strong>ities van ethiek, recht en deontologiede cases te analyseren tene<strong>in</strong>de het feitelijke probleemte achterhalen.september 2010 7


AntenneCase 1: Voor eenvoud…Anniek De Pauwmoreel consulent PCMD <strong>Gent</strong>ANNIEK DE PAUW© ISABELLE PATEER - OTHERWEYESgaat het s<strong>in</strong>ds het vorige gesprek?”, is meestal mijnopen<strong>in</strong>gsz<strong>in</strong>. “Er is weeral zoveel gebeurd”, antwoordt de“Hoecliënt met een diepe zucht die ik ook zal benoemen: “Jezegt het met een zucht.” Het verhaal komt op gang… Ik luister.Opmerkelijk v<strong>in</strong>d ik het dat luisteren, écht luisteren, eigenlijk eenvoudigis maar toch zo we<strong>in</strong>ig voorkomt. Doordat de cliënt weet dat je de tijd vrijmaakt om naar zijn verhaal te luisteren, laat de cliënt zijn masker vallen. Enkelereacties: “Bij jou kan ik zijn zoals ik echt ben”, “Jij bent de enige aan wie ik alles kan vertellen”of “Hier moet ik me niet beter tonen dan dat ik me voel.” Er is tijd om te vertellen, te huilen, te lachen, opadem te komen. Vaak weten mensen het niet meer wat te doen of te voelen <strong>in</strong> een kluwen van gebeurtenissen enervar<strong>in</strong>gen. “Wat moet ik nu doen?”, vraagt de vrouw die na jaren huwelijk <strong>in</strong>eens ontdekt dat haar man vreemdgaat. Soms begrijpen mensen zichzelf niet. “Ik heb echt alles: drie gezonde k<strong>in</strong>deren, een vrouw die van me houdt,een eigen huis, een <strong>in</strong>teressante job, vakantieplannen, een mooie wagen, alles wat me blij zou moeten maken, maartoch voel ik me niet gelukkig. Wat moet ik nu doen?”, vraagt een 40-jarige man wanhopig. Ik hoor de twijfels, desterke emoties, het verdriet doorheen de verhalen waarbij ik vaak vraag: “Wat zou jij eigenlijk zelf echt willen zonderreken<strong>in</strong>g te houden of het al dan niet realiseerbaar is. Wat zou jij nu willen? Waar heb je behoefte aan?” Telkensopnieuw valt me op hoe vaak mensen wél weten en voelen waar ze nood aan hebben. Ik noem dat het buikgevoel.“Ik heb zo’n nood aan rust en stilte” of “Eens een echt gesprek voeren met mijn vrouw zoals we vroeger deden.” Erzijn vaak heel wat excuses waarom ze niet naar hun buikgevoel luisteren, van “Wat gaan de mensen dan wel nietzeggen” tot “Ik weet het eigenlijk wel maar ik stel het telkens uit.” Uiteraard is luisteren naar het buikgevoel nietalles oplossend, maar vaak merk je toch dat mensen tot rust komen bij het idee dat ze eigenlijk wél weten waar zenood aan hebben. Dit staat <strong>in</strong> schril contrast met hun beg<strong>in</strong> gevoel “Ik weet écht niet wat ik moet doen.” Het lijkt zoeenvoudig om te luisteren naar jezelf, maar vaak lopen we onszelf voorbij. In de gesprekken wordt er niet gelopen,maar stil gestaan met ‘oog en oor’ voor eenvoudig helpende dus ondersteunde accenten die de cliënt zelf legt. Ieder<strong>in</strong>dividu is uniek dus wat helpend en steunend is voor de één werkt stresserend voor de ander. Zo zoeken we iederop onze eigen manier naar een weg doorheen het leven die bezaaid is met heel wat onzekerheden en onvoorzieneomstandigheden, met ongekende emoties maar ook met deugddoende en positieve ervar<strong>in</strong>gen. Deugddoend, zoervaren mensen het gesprek meestal. “Het heeft echt deugd gedaan om te praten, want ik was uit het oog verlorenom stil te staan bij mezelf. Wat is deugddoend voor mij? Wil ik deze weg wel op? Kies ik er voor? Wil ik dat alles blijftzoals het is?”Ik blijf het boeiend v<strong>in</strong>den om te zien welke weg mensen op gaan want uite<strong>in</strong>delijk kiezen ze zelf de weg die zewillen volgen.ANALYSE CASE 1: We merken een duidelijke spann<strong>in</strong>g tussenethiek en deontologie of tussen autonomie en heteronomie,tussen wat ik zelf wil zijn en wat ik moet zijn, tussen wat ikzelf het goede leven v<strong>in</strong>d en wat de ander me zegt wat hetgoede leven (voor mij) is.De moreel consulent vertrekt vanuit de autonomie van decliënt. Ze hanteert een autonome ethiek die aansluit bij mijnbenader<strong>in</strong>g van ethiek, namelijk de uitbouw van een zelfrelatiedie <strong>in</strong> het teken staat van de vraag hoe ik een goedleven kan leven? Tegelijk ontstaat het conflict. De cliëntheeft immers nooit geleerd of nooit tijd gehad om na tedenken over wat voor hem/haar het goede leven dan welis. Het eigen leven wordt bekeken vanuit de ogen van deander. Het goede leven wordt bijgevolg niet <strong>in</strong>gevuld vanuitde eigen ethiek, maar vanuit de deontologie. Deontologie,niet als beroepsethiek, maar benthamiaans: het onderscheidtussen de mens zoals hij is (ontologie) en de menszoals hij moet zijn (deontologie). In het deontologisch handelenwordt de mens gevormd tot wat hij volgens het deontologischmensbeeld moet zijn. De deontologie heeft megeleerd hoe ik me moet gedragen en niet hoe ik me wilgedragen; wie ik moet zijn en niet wie ik wil zijn. Dankzij demoreel consulent wordt de cliënt zich bewust van het spann<strong>in</strong>gsveldtussen ethiek en deontologie. Anders geformuleerd:de deontologie (wie ik moet zijn) heeft me vanmezelf (wat ik voor mezelf het goede v<strong>in</strong>d) vervreemd(ethiek) en deze aliënatie heeft me doen geloven dat hetenige echte goede leven dat leven is dat de ander me voorhoudtdat ik moet leven. Tegelijk <strong>zorg</strong>t deze heteronomieervoor dat ik niet (meer) weet wat ik zelf wil.8 september 2010


Case 2: Al wat ik zeg of niet zeg, ben ik zelfDoreen Coeckelberghmoreel consulent CMD RonseShould I stay or should I go? Maria komt op gesprek, gestuurd door haardochter van 32. Ma is verliefd op een jeugdliefde, spreekt er mee af, voeltzich geliefd. Kan niet. Mag niet. Moet gedaan zijn. “32 jaar huwelijk zet je nietzomaar op het spel.” Ik zie haar verlangen strijden met haar engagement en normen.Cliënten vragen vaak om ‘raad’: “Wat moet ik doen?” Ik probeer te vermijden om adviesDOREEN COECKELBERGH© ISABELLE PATEER - OTHERWEYESte geven. Maar we hebben <strong>in</strong>vloed, daar kunnen we niet buiten. Dat boezemt me regelmatig angst <strong>in</strong>: ik kan tochniet voor een ander weten wat ‘goed’ is? Ik heb nog wel ’n tijdje gemeend (wellicht vanuit die angst) dat je je<strong>in</strong>vloed tot nul kan herleiden door je als een klankbord op te stellen. Dat geloof ik nu niet meer. We zijn geen bordenmaar mensen, van vlees en bloed, met waarden en aannames die ons maken tot wie we zijn. Ik voel hoe ikgeraakt word <strong>in</strong> mijn waarden: ik gun liefde, ik houd aan en van eerlijkheid en openheid, word kwaad van negatieof aan het lijntje gehouden worden, voel onrust en speelse spann<strong>in</strong>g bij het stiekeme… dat alles ben ik, op ditmoment. En ik besef dat dit -of ik het nu wil of niet- <strong>in</strong>vloed heeft op hoe ik de verhalen van cliënten hoor en ophoe ik reageer: of ik <strong>in</strong>stemmend of fronsend kijk, welke vragen ik wel of niet stel, wat ik wel of niet zeg. Mijn overtuig<strong>in</strong>gnu is dat we altijd <strong>in</strong>vloed hebben, alleen al door er te zijn, ‘zo’ en niet anders. Dat is des mensen: mensenbeïnvloeden mekaar <strong>in</strong> contacten. Maar daardoor bekruipt het ‘brr-gevoel’ me weer: ik zou niet willen dat iemandiets doet of laat omwille van mij. Hoe kan ik cliënten maximale kansen geven om eigen richt<strong>in</strong>g te v<strong>in</strong>den?Allereerst meen ik dat ik erop dien bedacht te blijven om zo breed mogelijk te kijken en te luisteren. Ik beken: ikwerd aanvankelijk helemaal meegenomen door Maria’s glanzende ogen toen ze over haar m<strong>in</strong>naar sprak. Ik zeiuiteraard niet: “Ga weg bij je man.” Maar ik voelde dat ik haar het vuur gunde dat ze naar eigen zeggen nog nietmocht ervaren <strong>in</strong> haar huwelijk. Tot de supervisor me zei dat ook deze relatie later voor de uitdag<strong>in</strong>g zou komen testaan hoe het vuur er<strong>in</strong> te houden. Verder houd ik me het beeld van het klankbord wel voor als een streven: mezelfachteruit zetten, met ontvankelijkheid en ruimte de ander bevragen naar waarden en de bots<strong>in</strong>gen ervan. Jezelfhoren helpt ‘het op een rijtje zetten’, wat nodig is om richt<strong>in</strong>g te v<strong>in</strong>den. En ook, belangrijk: ik heb vertrouwen <strong>in</strong>de processen die zich bij cliënten afspelen. Ik heb meermaals vastgesteld dat mensen precies datgene wat ze graaghoren, gehoord hebben. En ik v<strong>in</strong>d dit geruststellend. Ik heb vertrouwen <strong>in</strong> onze ‘filter’ om op te nemen wat passendis. Meer nog, ik moedig dit filteren ook aan: kauwen en proeven alvorens je slikt. Waarden en normen wordenvaak <strong>in</strong>geslikt zonder te proeven. In de knoop geraken met verschillende waarden, maakt dat je gaat kauwen,herkauwen, uitspuwen, al naargelang. En ja, natuurlijk, mijn manier van omgaan met mijn <strong>in</strong>vloed zegt iets overwat ik daar op dit moment belangrijk en waardevol aan v<strong>in</strong>d. We kunnen niet buiten waarden om.ANALYSE CASE 2: Ook hier is er een spann<strong>in</strong>gsveld tussen ethieken deontologie, maar dan deontologie <strong>in</strong> haar enge omschrijv<strong>in</strong>g,namelijk als regelgev<strong>in</strong>g die tot doel heeft een goedeberoepsverhoud<strong>in</strong>g met de ander mogelijk te maken.Opnieuw vertrekt de moreel consulent vanuit de autonomievan de cliënt. Echter, de cliënt vraagt precies het omgekeerde,de cliënt wil dat de consulent zegt wat te doen. Dit heeft alleste maken met vrijheid en verantwoordelijkheid. De cliënt weetwat te doen. Door <strong>in</strong> te gaan op haar liefdesgevoelens vooreen jeugdliefde, wil ze het goede leven (e<strong>in</strong>delijk) kunnenleven. Het gevaar schuilt <strong>in</strong> het gegeven dat de cliënt wel dekeuze wil maken, maar er niet de verantwoordelijkheid voorwil nemen. Indien de moreel consulent voor de cliënt zoubeslissen, betekent dit niet alleen dat de consulent voor decliënt bepaalt wat het goede leven is (deontologie), maartegelijk komt de verantwoordelijkheid van de gemaakte keuzebij de consulent te liggen. Terecht weigert de moreel consulentde keuze voor de cliënt te maken. Immers, en hier<strong>in</strong> volgenwe Sartre, de keuze van bij wie je om raad vraagt, houdt aleen deel van het antwoord <strong>in</strong>. Een ander spann<strong>in</strong>gsveld is demeesterpositie waar<strong>in</strong> de moreel consulent wordt geduwd. Demoreel consulent is geen leeg vat, geen klaagmuur, geen<strong>in</strong>houdsloos klankbord. De eigen waarden en normen bepalende deontologie: een regelgev<strong>in</strong>g die tot doel heeft een goedeberoepsverhoud<strong>in</strong>g met de ander mogelijk te maken. Degoede beroepsverhoud<strong>in</strong>g van de moreel consulent zal nu netbepalen dat de cliënt wordt gestuurd vanuit zijn/haar eigenzelf<strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g van het goede leven (ethiek).Het spann<strong>in</strong>gsveld tussen ethiek en deontologie toont zich opnog een ander vlak. De dochter heeft een beeld van wat voorhaar het goede leven van haar moeder zou moeten zijn, terwijlde moeder daarentegen op zoek is naar haar eigen goedeleven, wat haar door haar dochter niet <strong>in</strong> dank wordt afgenomen.Zij stuurt haar ma naar een moreel consulent <strong>in</strong> de hoopdat die haar eens zal zeggen waar het op aankomt. In dit gevalis Should I stay or should I go? multi-<strong>in</strong>terpretabel…september 2010 9


AntenneCase 3: Doe ik het of doe ik het niet…Paul D’Haenemoreel consulent AZ Groen<strong>in</strong>ge KortrijkIn het ziekenhuis waar ik werkzaam ben, doen patiënten zelden of nooit uit zichzelf beroep op de dienstverlen<strong>in</strong>gvan een moreel consulent. Ik kies daarom voor een aanpak waarbij ikzelf -meestal na overleg met deverpleg<strong>in</strong>g- naar patiënten toestap en mijn diensten aan hen aanbied. Ik ben er mij terdege van bewust datik daardoor ongevraagd b<strong>in</strong>nendr<strong>in</strong>g <strong>in</strong> de persoonlijke ruimte van die patiënt. In deze persoonlijke ruimte heeftiedere stap die ik zet, elk gebaar dat ik maak, iedere vraag die ik stel, elke uitspraakdie ik doe, een ethische geladenheid. Een ethische geladenheid omdat ik mijop elk moment wil afvragen of datgene wat ik de patiënt aanbied, ookdaadwerkelijk goed voor hem is. Dit stilstaan bij de waarde van elkekle<strong>in</strong>e handel<strong>in</strong>g vanuit het perspectief van de patiënt en nooit uitgaanvan een vanzelfsprekendheid is voor mij de kern van mijnethisch handelen. Natuurlijk kan je opmerken dat je de patiëntkan bevragen en dat hij wel mondig genoeg is om aan te gevenwat hij wel of niet wil tegenover iemand die hem respectvoltegemoet treedt. En vanzelfsprekend ga ik met de patiënt hierover<strong>in</strong> gesprek. Mijn ervar<strong>in</strong>g leert echter dat dit lang niet altijdvoldoende helderheid brengt. Patiënten zijn door hun ziek-zijnimmers extra kwetsbaar en bovendien ervaren zij een ziekenhuisvaak als een vreemde en beangstigende omgev<strong>in</strong>g. Zij zijn daardoorvaak gedesoriënteerd en staan niet <strong>in</strong> hun kracht. Zij wordenook ‘overspoeld’ door hulpverleners van allerlei slag die op iederPAUL D’HAENEmoment hun kamer kunnen b<strong>in</strong>nenkomen en beschouwen dat dan maarals een vanzelfsprekendheid die nu eenmaal bij een opname <strong>in</strong> een ziekenhuishoort. Die vorm van ethische reflectie, voorzichtig en behoedzaam aftasten of ikde begrenz<strong>in</strong>g van de <strong>in</strong>tieme ruimte van een patiënt op ieder moment voldoende respecteer, is daarom essentieelonderdeel van mijn werk en helpt mij bij het v<strong>in</strong>den van de juiste balans tussen ondersteunend aanwezigzijn bij de patiënt en respectvolle afstemm<strong>in</strong>g op wat diezelfde patiënt nodig heeft.ANALYSE CASE 3: Waarom doen de patiënten zo we<strong>in</strong>igberoep op een moreel consulent? Indien de oorzaak moetworden gezocht <strong>in</strong> het beleid van het ziekenhuis dan situeerthet probleem zich op het vlak van recht: een regelgev<strong>in</strong>gdie mijn maatschappelijke verhoud<strong>in</strong>gen tot deander structureert en tot doel heeft het goed samenlevenmogelijk te maken. Een ziekenhuis is immers een microsamenlev<strong>in</strong>gwaar ook regels moeten worden opgesteldom goed te kunnen samenleven. Indien de regels van dekl<strong>in</strong>iek dit goed samenleven niet mogelijk maken oftegenwerken, dan moet de moreel consulent hier eenrechtsstrijd leveren. De ethische en deontologische vraagstukkenzijn daaraan ondergeschikt.Het probleem is totaal anders wanneer de kl<strong>in</strong>iek wel hetgoed samenleven mogelijk maakt, maar de patiëntenecht geen of heel we<strong>in</strong>ig behoefte hebben aan eengesprek en/of de steun van een moreel consulent. Dan iser een conflict tussen ethiek en deontologie. Het enigewat de moreel consulent dan kan doen, is langs gaan bijelke nieuwe patiënt om hem/haar over zijn/haar dienstente <strong>in</strong>formeren. Dat lijkt me alles. Tenzij de moreelconsulent poogt om via allerlei activiteiten kenbaar temaken waarvoor hij/zij staat. Ook hier geldt: onbekend isonbem<strong>in</strong>d.10 september 2010


Case 4: “Wat moét ik nu doen om goed te doen?” of Over de verschillende perspectievenvan ‘Zorgen voor’ als liefdevol mekaar nabij zijn <strong>in</strong> dit Verschrikkelijk Mooie LevenW<strong>in</strong>nie Belpaememoreel consulent PCMD <strong>Gent</strong>Maurice kijkt me met zijn zachte ogen vragend aan…De lieve man komt al jaren bij me op gesprek. Hij weet dat ik geen pasklaar antwoordop deze vraag kan geven. Dat verwacht hij ook niet. Zijn vraag vertelt me over zijnvertwijfel<strong>in</strong>g. Het is de prelude van onze besprek<strong>in</strong>g van zijn dilemma. Twaalf jaar geledenoverleed -na een aftakelende ziekte- Maurice’ eerste Grote Liefde, Martha. Maurice<strong>zorg</strong>de voor haar, dag én nacht. Zijn eigen verlangens heeft hij toen veel eerder begravendan zijn geliefde. Na haar dood hervond hij zichzelf. Beetje bij beetje. Een moeizameen vaak eenzame weg waar ik een bevoorrecht getuige van was. Na jàren vondMaurice nieuw geluk bij Emma. Zijn tweede Grote Liefde. Anderhalf jaar geleden sloeghet noodlot weer toe. Emma stierf. Plots. Hartaanval. Maurice bleef opnieuw alleen achter.Diepbedroefd en té vaak beproefd. Voor de tweede maal stond hij voor de (on)menselijkeopdracht de ‘draad van zijn leven’ weer op te pakken. Opnieuw moest hij Zichzelfvoor een stuk ‘uitv<strong>in</strong>den’. Ondanks alles hervond Maurice zijn levenskracht. Hij herontdekteandermaal zijn -door verdriet en verlies- ondergesneeuwde ‘Ik’. Stap voor stap durfde hij weeropen te staan voor de goeie d<strong>in</strong>gen des levens. Met een blijvende leegte <strong>in</strong> zijn hart. Nu schenktWINNIE BELPAEMEhet Leven hem deze uitdag<strong>in</strong>g. Zijn alleenstaande neef is bl<strong>in</strong>d geworden en grotendeels afhankelijkvan hulpverleners. Maurice wil zijn neef bijstaan. Zijn dochter drukt hem op het hart deze <strong>zorg</strong> niet op te nemen.De man heeft Maurice nooit aandacht geschonken. Zelfs niet na het overlijden van Martha, toen Maurice eenzametijden heeft gekend en de neef nog <strong>in</strong> blakende gezondheid was. Maurice’ dochter v<strong>in</strong>dt dat haar Pa genoeg ge-‘<strong>zorg</strong>’d heeft. Hij verdient het om de tijd die hem rest volop te genieten. Hij legt zijn dilemma aan mij voor. ‘Zorgenvoor’ is Maurice’ tweede natuur. Tegelijk is hij bang zichzelf te verliezen <strong>in</strong> een dagelijkse <strong>zorg</strong>taak. We zoeken naarwat Maurice wel en niet kan doen; naar zijn eventuele <strong>zorg</strong>aanbod en naar de grenzen ervan. Hoe hij dit aan zijnneef kan aanbrengen én zich er zelf ook goéd kan bij voelen. Want Maurice is mijn cliënt. Ik wil <strong>zorg</strong> dragen voorhem. In de periferie gaat mijn <strong>zorg</strong> ook uit naar z’n neef…ANALYSE CASE 4: In deze case zien we het vraagstuk van deethiek (het uitbouwen van een zelfrelatie die <strong>in</strong> het tekenstaat van de vraag hoe ik een goed leven kan leven) waarbij<strong>in</strong> de uitbouw van het eigen goede leven de ander meespeelt.Het <strong>zorg</strong>en voor de ander is een essentieel onderdeelvan de zelfrelatie. Dankzij die <strong>zorg</strong> kan of poogt de cliënt eengoed leven op te bouwen, ondanks alle tegenslagen die hijheeft gehad. Er is niets mis mee, <strong>in</strong> zoverre de goede <strong>zorg</strong>envoor de ander niet een middel zijn om de eigen problemente kunnen verwerken. Een soort van vlucht voor het eigenleven of een z<strong>in</strong>gev<strong>in</strong>g via de ander. De ander, zijn neef, magniet als een middel worden benaderd, maar enkel als eendoel. Dit wil zeggen dat Maurice -hoe <strong>zorg</strong>zaam ook- moetuitgaan van en respect hebben voor de eigenheid van dieander. Maurice kan maar beter niet voor die ander bepalenwat het goede leven is. Doet hij dit wel dan heeft hij geenrespect voor de autonomie van die ander (wat de ander zietals zijn/haar goed leven). Dezelfde problematiek ontmoetenwe <strong>in</strong> de relatie van Maurice met zijn dochter en van Mauricemet de moreel consulent. De be<strong>zorg</strong>dheid/<strong>zorg</strong> van de dochteris begrijpelijk en vol goede bedoel<strong>in</strong>gen. Maar de wegnaar de spreekwoordelijke hel is -zoals we allen wetengeplaveidmet goede bedoel<strong>in</strong>gen. De dochter stelt zich ophet deontologisch standpunt: zij geeft aan te weten wat goedis voor haar vader. Hiermee ontkent ze de zelfrelatie van haarvader. Ondanks haar goede <strong>zorg</strong>en geeft ze uit<strong>in</strong>g aan de <strong>zorg</strong>dat haar vader niet langer zelfstandig en voor zichzelf kanbepalen wat goed voor hem is. Een bijzonder gevaarlijkevooronderstell<strong>in</strong>g. Daarnaast hebben we de <strong>zorg</strong>relatie vande moreel consulent met de cliënt. Zij voelt het <strong>in</strong>nerlijk conflictvan haar cliënt goed aan. Hij is niet zeker welke plaats die<strong>zorg</strong> <strong>in</strong> zijn zelfrelatie, <strong>in</strong> het uitbouwen van zijn goede leven(zijn ethiek), kan, mag, moet <strong>in</strong>nemen. Maar er is meer! Demoreel consulent wil ook op haar beurt <strong>zorg</strong> dragen voorMaurice, omdat hij haar cliënt is. Over welke <strong>zorg</strong> sprekenwe? De <strong>zorg</strong> om hem te begeleiden <strong>in</strong> het uitbouwen van zijngoede leven (ethiek)? Of de <strong>zorg</strong> om -hoewel samen methem- voor hem te bepalen wat goed is voor hem. In het eerstegeval gaat de consulent samen met de cliënt op weg engeeft hij aan welke weg hij wil volgen. In het tweede gevalneemt ze hem bij de hand, is zijn gids en weet wat goed isvoor hem. Moreel consulenten moeten geen <strong>zorg</strong>zame gidsenzijn.september 2010 11


AntenneCase 5: Slaap Lekker D<strong>in</strong>gYvon Bartel<strong>in</strong>kmoreel consulent CMD VilvoordeEthische dilemma’s gaan over De Grote Vragen des Levens, maar manifesteren zich vaak <strong>in</strong> de kle<strong>in</strong>e uurtjes vande nacht. Concreet. Pijnlijk. Verwarrend. Onoplosbaar. Steeds weer vertellen cliënten van de emotionele pijn enonrust die gepaard gaan met de onrechtvaardigheid van keuzes die eigenlijk geenkeuzes zijn. Wat moet ik nu doen? Wat is juist? Hier en nu? Want hoe je het ookdraait of keert: kiezen is steeds ook verliezen. Lees maar…“Ik kruip dicht tegen je aan en fluister: ‘Ssst schat… kom, we gaan weerslapen.’ En je bent direct vertrokken. De opstoot heeft je lieve lichaamweer helemaal uitgeput. ‘Wat er <strong>in</strong> míjn hoofd omgaat?’ Angst.Onmacht. Doemscenario’s. Het is weer terug! Natuurlijk wist ik weldat het niet weg was, maar we leefden alsof we je kanker te slimaf waren en mijn constante staat van alertheid was verzacht. Nuniet meer. Overdonderend. Storm <strong>in</strong> mijn hoofd. Mijn hart op hol.Geen seconde meer gerust. Steeds waakzaam en onzeker. En moe.Zo moe. Het is teveel. Het is oneerlijk. Tranen druppen stil op mijnkussen. Rusteloos draai ik van je weg, maar half slapend haal je meterug. ‘Geen verdriet hebben alleen?’ Maar jij hebt je slaap, en je rust,zo hard nodig. Ik kan je niet ook dat nog afpakken. Je hebt al zoveel<strong>in</strong>geleverd. Maar ik wil <strong>in</strong>derdaad niet alleen zijn. Verlang naar je zachteYVON BARTELINKarmen troostend om mij. Is dat egoïstisch? Als jij niet rust, verliezen we destrijd. Maar we hebben een eerlijke en gelijkwaardige relatie. We <strong>zorg</strong>en voor elkaar.Jij net zo goed voor mij als ik voor jou. En we hebben dat nodig. Allebei. Ik wil trouw kunnen zijn aan ons, aanjou en aan mij. Aan wie wij samen zijn. Maar wat moet ik dan doen om goed te doen? Ik draai en keer, v<strong>in</strong>dgeen rust. ‘Niet weggaan, Schat. Heb je mij niet nodig?’ Jawel. JAWEL! Misschien nog wel meer dan jij mij. Maarik heb het gevoel sterk te moeten zijn. Zeker als jij het moeilijk hebt. Want als ik breek, wie kan jou dan nogmee dragen? En wie ons? En degenen die we graag zien? Dus MAG ik jou niet wakker houden. Maar ik MOETrust v<strong>in</strong>den. Moet slapen. Ik kruip weer dicht tegen je aan en fluister “ik zie je zo graag”. Je warmte en zachtheiddichten mijn wonden en mijn tranen drogen stillekes op. Deze nacht w<strong>in</strong>t Je Ziekte. Maar de blauwe morgenis weer aan Ons.”…aldus een partner.ANALYSE CASE 5: Los van het feit of het werkelijk zo is dat‘kiezen steeds ook verliezen’ is, botsen we hier op de grenzenvan de ethiek. Ik kan natuurlijk niet volkomen autonoommijn goede leven zelf uitbouwen. Er zijn grenzen.Sp<strong>in</strong>oza spreekt over <strong>in</strong>terne en externe determ<strong>in</strong>anten. Hoemeer ik me van de externe determ<strong>in</strong>anten kan bevrijden,hoe meer ik mijn <strong>in</strong>terne determ<strong>in</strong>anten kan ontwikkelen ofhoe beter ik mijn eigen goede leven kan uitbouwen. Helaaskunnen de externe determ<strong>in</strong>anten genadeloos toeslaan.Dan wordt de zelfrelatie problematisch, maar niet onmogelijk.Op basis van wederzijdse <strong>zorg</strong> pogen de partners zogoed als kan <strong>zorg</strong> voor elkaar te dragen. Hieraan is nietsegoïstisch, daar beiden heel goed beseffen dat de zelf<strong>zorg</strong>niet mag worden geperverteerd door de <strong>zorg</strong> voor de anderen omgekeerd. Te we<strong>in</strong>ig zelf<strong>zorg</strong> maakt het uite<strong>in</strong>delijkonmogelijk om voor die ander te <strong>zorg</strong>en, om samen met dieander zijn goede leven kwaliteitsvol proberen te houden(tegen de strijd met de externe determ<strong>in</strong>anten <strong>in</strong>). Hoemoeilijk ook. Er werd gekozen, maar niet verloren. Althanser wordt niet verloren omdat er werd of wordt gekozen.Dankzij de keuze voor het begrenzen van de <strong>zorg</strong> voor deander door ook m<strong>in</strong>imale aandacht te hebben voor de zelf<strong>zorg</strong>,zijn beide partners voor elkaar een onmeetbare steun.Dat er uite<strong>in</strong>delijk toch zal worden verloren, heeft alles temaken met die externe determ<strong>in</strong>anten en dus met hetleven zelf…Voetnoten(1) We gebruiken de begrippen ‘ethiek’ en ‘moraal’ door elkaar(2) Alle boeken van Michel Foucault handelen over deze problematiekBibliografie• Hengstmengel, Bas (2009), De moraliteit van het recht. Een <strong>in</strong>troductie totde rechtsfilosofie van Lon L. Fuller, <strong>in</strong>: Filosofie, 2009, jrg. 19, nr. 5, pp. 18-22• Logister, Louis (2009), Ter <strong>in</strong>troductie. Rechtsfilosofie <strong>in</strong> de 20e eeuw, <strong>in</strong>:Filosofie,2009, jrg. 19, nr. 5, pp. 2-312 september 2010


A Womanfor all SeasonsEen gesprek met Marleen TemmermanAntenneKathleen Van Steenkistemoreel consulent CMD AalstMARLEEN TEMMERMAN IS NIET ONDER ÉÉN NOEMER TE VATTEN.OP PROFESSIONEEL VLAK IS ZE SENATOR, GYNAECOLOOG, AFDE-LINGSHOOFD VERLOSKUNDE VAN DE VROUWENKLINIEK VAN HETUZ GENT, DIRECTEUR VAN HET INTERNATIONAL CENTRE FOR“Ik heb de drama’sdoor vrouwenmutilatie gezienen het is duidelijk dat ditmoet worden verbannen.”REPRODUCTIVE HEALTH… OP 11 MAART 2010 ONTVING ZE INLONDEN DE PRESTIGIEUZE LIFETIME ACHIEVEMENT AWARD VANHET GEREPUTEERDE BRITISH MEDICAL JOURNEY. ZIJ ZIET IN DEPRIJS EEN UITGELEZEN KANS OM THEMA'S ALS GEZONDHEID ENVROUWENRECHTEN OPNIEUW ONDER DE AANDACHT TE BRENGEN.ZE WAS ZO BEREIDWILLIG ONS TE WOORD TE STAAN EN ONS HAARVISIE TE GEVEN OVER MEDISCH-ETHISCHE, ECONOMISCHE EN POLI-TIEKE SPANNINGSVELDEN IN DE GYNAECOLOGIE EN DE GEZOND-HEIDSZORG.MARLEEN TEMMERMANAls gynaecoloog en als diensthoofd komt u met allerleimensen <strong>in</strong> aanrak<strong>in</strong>g, met verschillende culturen ook.Welke medisch-ethische problemen ervaart u <strong>in</strong> verbandmet de verschillen tussen de westerse cultuur en andereculturen?De gynaecologie en de verloskunde bij uitstek zijn doorspektvan het verlangen van vrouwen naar een k<strong>in</strong>d. Degezondheid en de rechten van vrouwen worden echterbeïnvloed door sociale, culturele, religieuze en politiekeaspecten. In landen waar religie en cultuur fundamentalistischzijn, onderv<strong>in</strong>den vooral vrouwen nadelen. Ook <strong>in</strong> onzecultuur was dat destijds zo. Vooral <strong>in</strong> door mannen gedom<strong>in</strong>eerdemaatschappijen bemoeien reger<strong>in</strong>gen en religieuze,politieke en andere groepen zich met het gedrag van vrouwen.Concreet zie je die verschillen <strong>in</strong> het leven van devrouw. Een voorbeeld is de toegang tot contraceptie. InBelgië functioneren we op dat gebied vrij goed, wat niet zois <strong>in</strong> alle Europese landen: niet overal hebben jongeren toegangtot contraceptie, tot de morn<strong>in</strong>g-afterpil of kunnen zenaar de dokter van hun keuze gaan. Getuige hiervan is hethoog aantal tienerzwangerschappen <strong>in</strong> andere landen <strong>in</strong>Europa. Demografische controle en bijgevolg geboortebeperk<strong>in</strong>gzijn absoluut noodzakelijk als we met z’n allen opdeze planeet willen overleven. Ook <strong>in</strong> Afrika vragen vrouwener om, maar ze krijgen er geen toegang toe. Dat houdtverband met politieke besliss<strong>in</strong>gen, waar<strong>in</strong> de gezondheidvan vrouwen niet prioritair genoeg is, en met mannelijkedom<strong>in</strong>antie, die sociaal-cultureel een rol speelt. De manbepaalt hoeveel k<strong>in</strong>deren de vrouw krijgt.Met vrouwenbesnijdenis werden wij hier vroeger nooitgeconfronteerd. Dat was een ver van mijn bed verhaal.Door de grotere mondigheid van vrouwenorganisaties -ook Afrikaanse- en door toenemende mondialiser<strong>in</strong>g <strong>in</strong>zake<strong>in</strong>formatiedoorstrom<strong>in</strong>g weten we nu meer over wat er<strong>in</strong> de rest van de wereld gebeurt, dus ook over vrouwenmutilatie.Er zijn talloze Afrikaanse gemeenschappen dieheel heftig reageren tegen vrouwenbesnijdenis. Ik heb deseptember 2010 13


Antennedrama’s door vrouwenmutilatie gezien en het is duidelijkdat dit moet worden verbannen. Ik denk niet dat nog veelmensen hieraan twijfelen. De vraag is alleen hoe maak jekomaf met traditioneel schadelijke praktijken? Moet je terplaatse een evolutie of een revolutie nastreven? Vrouwen -besnijdenis moet bij wet verboden worden, maar er ismeer nodig. We moeten <strong>zorg</strong>en dat de vrouwen die debesnijdenis uitvoeren -want het zijn vrouwen die hetén we moeten aan onze migrantenpopulatie duidelijkmaken dat besnijdenis hier niet kan, dat het bij wet verbodenis. En ten slotte moeten we onze steun geven aan degrote strijd die de vrouwennetwerken g<strong>in</strong>der moeten voeren.Wij kunnen bewerkstelligen dat besnijdenis hier politiekgeagendeerd blijft, wij kunnen de vrouwen steunen,maar wij kunnen dat <strong>in</strong> Afrika niet veranderen, dat moetenzij doen.We worden hier vaker geconfronteerd met de vraag naarhet herstel van het maagdenvlies. Dit is een typisch verhaalvan vrouwenonderdrukk<strong>in</strong>g door religie en cultuur en hetbelang dat mannen hechten aan dat ‘slijmvliesplooitje’. Ikwil hier niet schieten op andere culturen. Wij hebben driefem<strong>in</strong>istische golven nodig gehad. Vraag maar aan onzegrootmoeders hoe het vroeger was en je krijgt steevast tehoren dat je als maagd het huwelijk moest <strong>in</strong>gaan. Ook bijmoslims zijn er veel gematigde mensen die hun k<strong>in</strong>derenhier<strong>in</strong> vrij laten. Er is echter die fundamentalistische groepdie veel van zich laat horen en waarover <strong>in</strong> de pers wordtgeschreven. Het maagdenvliesverhaal is vergelijkbaar metdat van de vrouwenbesnijdenis. De moslima’s moeten zelfhun strijd voeren en wij kunnen hen daarbij ondersteunen.Zij moeten zelf vechten voor hun vrouwenbevrijd<strong>in</strong>g. Ik trekniet zelf aan die kar, ik duw wel heel hard mee. Wanneereen meisje <strong>in</strong> nood is en kans loopt om mishandeld ofslachtoffer te worden van een eremoord (dat gebeurt ookhier <strong>in</strong> België), dan zal ik die <strong>in</strong>greep tot herstel uitvoeren.Niet met plezier en niet van harte.doen- het niet meer moeten doen om den brode, dat zeander werk hebben. Zolang bepaalde gemeenschappenoordelen dat je, om echt vrouw te zijn, moet besnedenzijn, brengen deze maatregelen we<strong>in</strong>ig zoden aan de dijk.De wetten zijn de basis, maar dat is niet voldoende. Daarter plaatse moet de strijd worden gevoerd.Door de toenemende migratie komen we er hier nu mee <strong>in</strong>aanrak<strong>in</strong>g. Bij bepaalde vormen van besnijdenis, zoals de<strong>in</strong>fibulatie of faraonische besnijdenis, kunnen vrouwen problemenhebben bij bevall<strong>in</strong>gen. Wij kunnen hen alleenmaar goede <strong>zorg</strong>en geven. Wij kunnen ervoor <strong>zorg</strong>en datonze jonge artsen, onze vroedvrouwen, onze verpleegkundigen…weten wat deze besnijdenisvorm <strong>in</strong>houdt. We kunnenerop toezien dat ze kunnen omgaan met deze vrouwenU zegt dat u kiest voor evolutie: u verstrekt <strong>zorg</strong> aan het <strong>in</strong>dividuen u steunt de groep die zelf zijn strijd moet voeren.Ik weet niet of dat evolutie is. Ik denk dat die groep deelsvoor revolutie kiest omdat evolutie te traag gaat. Ook wijhebben een aantal voorvechtsters nodig gehad. Onze fem<strong>in</strong>istischegolven zijn er niet kabbelend gekomen. Somswordt daar wat meewarig naar gekeken of zeggen veelvrouwen dat ze geen fem<strong>in</strong>isten zijn. Een fem<strong>in</strong>iste heefthet epitheton van mannenhaatster gekregen, wat absoluutniet waar is. Fem<strong>in</strong>isten zijn vrouwen die gevochten hebbenen nog altijd vechten voor gelijke rechten voor mannen envrouwen. Welke vrouw kan daar nu tegen zijn? De moslima’sen vrouwen uit andere culturen hebben ook voorvechtstersnodig. Ik heb <strong>in</strong> Kenia geleefd, veel gepraat en gewerktmet Afrikaanse en h<strong>in</strong>du-gemeenschappen. Er heerst daarde traditie dat moeders en grootmoeders op zoek gaannaar een goede partij voor hun dochters, ook als die meisjesnog heel jong zijn. Wij steigeren als we zoiets horen. Wijverkiezen de aller <strong>in</strong>dividueelste vrijheid: ik word verliefd,ik beslis met wie ik trouw. Dat zijn onze waarden. Zij begrijpenniet waarover wij ons druk maken. Zij zeggen dat zegelukkig zijn en leven voor de gemeenschap, want dat zeb<strong>in</strong>nen die gemeenschap een taak hebben. De taken vande vrouw zijn k<strong>in</strong>deren baren, <strong>zorg</strong>en voor het nageslachten voor het geluk van man en huisgez<strong>in</strong>, maar evenzeer<strong>zorg</strong>en voor de dorpsgemeenschap. In feite dragen ze <strong>zorg</strong>14 september 2010


voor de cohesie. Ze stellen dat hoe m<strong>in</strong>der verschillen erzijn <strong>in</strong> de gemeenschap, hoe groter de kans is dat die bijelkaar blijft. Liefde is iets dat je leert, waaraan je werkt enwaar<strong>in</strong> je evolueert.De gemeenschap heeft voorrang.Gedeeltelijk wel. Zij kiezen ook voor het <strong>in</strong>dividueel geluk,maar zoeken dat niet geïsoleerd - zoals wij - <strong>in</strong> een coconvan jij en ik, maar <strong>in</strong> een bredere gemeenschap. Dat is eenandere waarde. Ik voer geen pleidooi voor het overnemenvan hun waarden. Ik stel wel de vraag wie wij zijn om hendie waarden kwalijk te nemen. Als je met die vrouwenpraat, ontdek je dat ze een keuze hebben, dat ze ook kunnenweigeren. Zij beschouwen het als gearrangeerde huwelijken.Het drama daarbij is dat sommigen die <strong>in</strong> het buitenlandstuderen, daar verliefd worden. Er ontstaan spann<strong>in</strong>genomdat zij niet meer kiezen voor die traditionele maatschappij.Wie is het gelukkigst? Ik weet dat niet.Wat betreft de aangerichte schade is dit vraagstuk totaalanders dan dat van de vrouwenbesnijdenis. Zijn vrouwenbenadeeld door vrouwenbesnijdenis? Ja. Zijn vrouwen benadeeldomdat ze een maagdenvlies moeten hebben om hethuwelijk <strong>in</strong> te gaan? Ja. Dat is zelfs vernederend. Jouw waardeals vrouw wordt gereduceerd. Word je als vrouw gereduceerddoor een geforceerd huwelijk of een k<strong>in</strong>dhuwelijk? Ja.Al deze praktijken zijn uit den boze omdat ze echte schadeaan de persoon teweegbrengen. Anderzijds moet je ookgenuanceerd naar andere samenlev<strong>in</strong>gen kijken, zoals bijgearrangeerde huwelijken. Ik ben er niet voor, maar ik gaevenm<strong>in</strong> op de barricaden staan roepen dat het verkeerd is.Ik zou mij moeten verdiepen <strong>in</strong> de vraag of de vrouwen die<strong>in</strong> dergelijke gemeenschappen leven zo ongelukkig zijn?Een ander thema: bent u als diensthoofd nauw betrokkenbij spann<strong>in</strong>gen omtrent f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>gen, personeel ofbepaalde behandel<strong>in</strong>gen die u waardevol acht en die nietmeer worden terugbetaald?Als diensthoofd word ik verondersteld mijn dienst te leiden.De tijden zijn gelukkig voorbij dat je als diensthoofd allesalleen kon beslissen, als heer en meester, onafhankelijk vanhet nut van die besliss<strong>in</strong>g voor de dienst. Ik her<strong>in</strong>ner mij nogde professoren, toen ik student was, die allerlei materialenbestelden die ongebruikt bleven. Dat is nu ondenkbaar. Alsdiensthoofd moet je nu veel meer werken <strong>in</strong> structuren, benje veel meer betrokken bij het management en bij elke eurodie moet worden uitgegeven. Soms wil je meer <strong>in</strong>vesteren<strong>in</strong> mensen, <strong>in</strong> personeel, om de <strong>zorg</strong>en te verbeteren, maardat is allemaal zeer duur. Je moet reken<strong>in</strong>g houden metbenchmark<strong>in</strong>g en met efficiënt werken. Soms botsen dieverschillende benader<strong>in</strong>gen. Er zijn gezondheidseconomendie berekenen wat de gemiddelde ‘ligdag’ is na een bevall<strong>in</strong>g.Dat is dan bijvoorbeeld twee dagen. Vroeger was ergeen haan die er naar kraaide of je nu zeven dagen <strong>in</strong> hetziekenhuis bleef of al na drie dagen naar huis terugkeerde.Vrouwen <strong>in</strong> Afrika bevallen en werken nadien voort, bijmanier van spreken. Toch heeft een vrouw tijdens de bevall<strong>in</strong>geen grote <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>g geleverd. Bij sommige vrouwen isdat m<strong>in</strong>der, bij andere is dat fysiek en emotioneel meer<strong>in</strong>grijpend. Het is niet gemakkelijk om tegen vrouwen diehet moeilijker hebben te zeggen dat we maar voor twee‘ligdagen’ worden betaald. We hebben wel een beetjespeelruimte. Ik kan wel een extra dag verlenen, maar het isde maatschappij -en dat gebeurde vroeger niet- die zegt:“Wie zal dat betalen?” Het is terecht te onderzoeken of onzegelden goed worden besteed, want we moeten besparen.Aan de andere kant hebben vrouwen het gevoel dat ze wordenweggestuurd en dat is niet goed. We moeten nadenkenover hoe we de <strong>zorg</strong> kunnen verbeteren. Eén van de aspectenis het beter uitbouwen van de thuis<strong>zorg</strong>. In Nederlandzijn polikl<strong>in</strong>ische bevall<strong>in</strong>gen al ruim dertig jaar de gewoonstezaak van de wereld. De thuis<strong>zorg</strong> is daar perfect uitgebouwd.Bij ons daarentegen wordt het ene systeem afgebouwd,maar wordt het ander onvoldoende uitgebouwd.Op politiek niveau ben ik heel sterk bezig met de derdebetalersregel<strong>in</strong>g.Ik heb <strong>in</strong> de Senaat een wetsvoorstel <strong>in</strong>gediendom deze regel<strong>in</strong>g toe te passen voor al wie over eenbeperkt <strong>in</strong>komen beschikt. Bij de apotheker of <strong>in</strong> het ziekenhuismoet je alleen het remgeld betalen, bij de huisarts kandit nog niet. In het wetsvoorstel vraag ik hiervoor een regel<strong>in</strong>gvoor iedereen tegen 2014. In de tussentijd zou al wordengestart met de ‘sociale’ derdebetalersregel<strong>in</strong>g.In onze handel<strong>in</strong>gen komen onze waarden tot uit<strong>in</strong>g.Welke <strong>in</strong>vloed heeft uw levensovertuig<strong>in</strong>g op uw houd<strong>in</strong>gen gedrag, niet alleen als arts, maar ook als diensthoofdnaar uw medewerkers toe?Zoals u weet ben ik humanist en vrijz<strong>in</strong>nig. Als arts, probeerik altijd -dat zijn echter geen waarden die exclusief verbondenzijn aan humanisme en vrijz<strong>in</strong>nigheid- met grote empathienaar mijn patiënten te luisteren. Als jonge arts is datmisschien iets moeilijker, maar naarmate je langer <strong>in</strong> hetvak staat, ben je beter <strong>in</strong> staat je <strong>in</strong> te leven <strong>in</strong> bepaaldesituaties en die ook te begrijpen. Achter een vraag ligt dikwijlsheel wat verborgen en de kunst is om te luisteren.Luisteren, niet alleen naar de woorden, ook luisteren met jeogen. Ik let op de manier waarop iemand vertelt. Wie is diepersoon? Wat schuilt er achter de woorden? Wat zijn deonuitgesproken angsten? Vanuit mijn levensvisie probeer ikheel veel uitleg te geven en bespreek ik voor- en nadelenop een niet-dogmatische manier. Als arts komt het eropneer dat je <strong>in</strong>formatie geeft op een zeer empathische, maarzo m<strong>in</strong> mogelijk gekleurde manier. Ik geef als arts geen uitlegvertrekkend vanuit mijn waardepatroon. Ik <strong>in</strong>formeervanuit een objectief waardepatroon en help mensen zo eenkeuze te maken. Maar zij moeten de keuze maken.Als diensthoofd is het vooral mijn bedoel<strong>in</strong>g om mensenmet wie ik samenwerk optimale kansen te geven. Eendiensthoofd is vanzelfsprekend een baas en die moet besliss<strong>in</strong>gennemen. Ik ben echter voorstander van het consenseptember2010 15


Antennesusmodel. Ik heb een dienstraad opgericht waar<strong>in</strong> alle afdel<strong>in</strong>gshoofdenzetelen. Ik neem een besliss<strong>in</strong>g nooit alleen.Elke besliss<strong>in</strong>g wordt vooraf bediscussieerd. Een dienst leidenis altijd streven naar een consensusmodel.Aangaande medewerkers ten slotte is het wenselijk zoveelmogelijk de juiste persoon op de juiste plaats <strong>in</strong> te zetten enhen blijvend te motiveren. Je moet de talenten van mensenbenutten.drama’s, dat kost mensenlevens. De <strong>zorg</strong> is geprivatiseerd enje moet eerst een bewijs van kapitaalkracht leveren vooraleerje <strong>zorg</strong> ontvangt. Dat is rampzalig.Nu hebben we ook <strong>in</strong> ons land geneeskunde met twee snelheden,wat onvermijdelijk is. Iemand die geld heeft, kanzich meer permitteren. Toch moeten we ons gezondheidssysteemblijven koesteren, <strong>in</strong> die z<strong>in</strong> dat de sterkste schouders<strong>in</strong>derdaad de hoogste lasten moeten dragen. We zullen“Het grote pluspunt van onzegezondheids<strong>zorg</strong> is dat deze gebaseerd isop solidariteit, dat iedereentoegang heeft tot gezondheids<strong>zorg</strong>.”Eén van mijn m<strong>in</strong>punten -en dat is altijd hetzelfde verhaalisdat ik met van alles en nog wat bezig ben en niet veelstil zit. Dat betekent niet dat ik van mijn medewerkers hetzelfdeverlang, alhoewel iedereen hard moet werken.Eigenlijk is het maar normaal dat je je werk goed doet engoed probeert te doen. Ik probeer zoveel mogelijk oog tehebben ook voor de noden van mensen. Mogen ze opwoensdagnamiddag thuis blijven als ze k<strong>in</strong>deren hebben?Mogen mijn onderzoekers ook thuis werken? Dat wordt <strong>in</strong>groep besproken, zodat de werk<strong>in</strong>g van de dienst niet <strong>in</strong>het gedrang komt. Ik heb daar <strong>in</strong> pr<strong>in</strong>cipe niets op tegen opvoorwaarde dat de output er is. Zolang er gewerkt wordt,de output er is, het functioneren van de dienst niet wordtverstoord en de cohesie <strong>in</strong> de dienst blijft bewaard, ben ikzeer toegeeflijk. Iemand die <strong>in</strong> de kl<strong>in</strong>iek werkt, moet hiervanzelfsprekend dagelijks zijn. Er zijn dagelijks patiënten enwij zijn er voor hen, niet omgekeerd. Wij moeten ons aanpassenaan de patiënten<strong>zorg</strong> en ervoor <strong>zorg</strong>en dat die optimaalgebeurt.Vanuit uw <strong>in</strong>ternationale ervar<strong>in</strong>g kunt u een blik werpenop onze gezondheids<strong>zorg</strong>. Welke zijn de sterke of zwakkepunten ervan?Het grote pluspunt van onze gezondheids<strong>zorg</strong> is dat dezegebaseerd is op solidariteit, dat iedereen toegang heeft totgezondheids<strong>zorg</strong>. Dat is zó belangrijk. Om dit te beseffen, hoefje niet <strong>in</strong> Kenia te gaan werken. Wij beschouwen deze verworvenheidals enigsz<strong>in</strong>s banaal en het lijkt vanzelfsprekend datde ziekteverzeker<strong>in</strong>g alles betaalt. De ziekteverzeker<strong>in</strong>g moetalles betalen wat de optimale basisgezondheid betreft en datmoeten we voor alle burgers kunnen garanderen. Deze verworvenheidkost veel, maar ze is ook goud waard. Als je <strong>in</strong> eenander land leeft waar dat niet zo is, ervaar je soms schrijnendetoestanden. Het zal je maar overkomen dat je van het eneziekenhuis naar het andere wordt gestuurd omdat je, vooraleerde nodige <strong>zorg</strong>en te krijgen, eerst moet betalen. Neemmaar eens een kijkje <strong>in</strong> de Verenigde Staten! Daar gebeurennaar mechanismen moeten zoeken om ons gezondheidssysteemefficiënter te laten functioneren: geen dubbele onderzoeken,geen shopp<strong>in</strong>g. Het aan banden leggen van dezepraktijken kan door het globaal medisch dossier.Solidariteit als pr<strong>in</strong>cipe moet worden behouden en hetgezondheidssysteem dat eerste lijn gericht is, moet <strong>in</strong> ereworden hersteld. We moeten eveneens een rol opnemenom de ziekenhuis<strong>zorg</strong> te verbeteren.Hebben uw werk op <strong>in</strong>ternationaal niveau en uw werkzaamhedenals senator uw kijk op uw dagelijks werk beïnvloed?Ik heb heel lang getwijfeld om mij op het politieke terre<strong>in</strong> tebegeven, omdat ik al werk genoeg had. Uite<strong>in</strong>delijk heb iktoch de stap gezet vanuit de idee een hefboom te zijn envanuit mijn ervar<strong>in</strong>gen een impact te hebben op het beleid.De vraag is of ik dat voldoende kan. Ik werk alleen op die terre<strong>in</strong>enwaarvan ik iets afweet. Op het gebied van gezondheids<strong>zorg</strong>,buitenlands beleid en vooral ontwikkel<strong>in</strong>gssamenwerk<strong>in</strong>gheb ik wel één en ander te vertellen en dat wilik dan vooral doen vanuit mijn praktijkgerichte ervar<strong>in</strong>gen.16 september 2010


Hoe ethiek en passieelkaar ontmoetenAntenneCARDIOLOOG ZIJN IS UITERMATE BOEIEND. HET HART IS HETDOELORGAAN. EEN ZEER SPECIAAL ORGAAN. EEN ERGBELANGRIJK ORGAAN. LETTERLIJK OMDAT HET JE GANSELICHAAM VOORZIET VAN BLOED EN ZUURSTOF: DUS VANLEVEN. JE LEVEN LANG. FIGUURLIJK OMDAT HET EEN STERKESYMBOLISCHE WAARDE HEEFT: SPIRITUEEL CENTRUM VANGELUK EN LIEFDE, MAAR OOK VAN TEGENSLAG EN VERDRIET.JE LEVEN LANG.FRANK VAN DEN BRANDENdr. Frank Van den Brandendiensthoofd Cardiologie ZNA Middelheimnationaal voorzitter Belgische Verenig<strong>in</strong>g van CardiologieWaarom is het beroep zo boeiend, zo fasc<strong>in</strong>erend zelfs?Waaruit ontspruit de jobsatisfactie? Waaruit wordt <strong>in</strong>spiratieen energie geput? Ik noem vier belangrijke redenen:1) Het wetenschappelijk luik: <strong>in</strong> de laatste 30 jaar heeft eenspectaculaire evolutie plaatsgegrepen. Zowel op het vlakvan de ontwikkel<strong>in</strong>g van doeltreffende geneesmiddelen,als op het vlak van technologische hulpmiddelen en‘devices’ (hieronder verstaan we stents, pacemakers,defibrillatoren, kleppen, overbrugg<strong>in</strong>gen…). Zowel ge -nees middelen als ‘devices’ hebben wetenschappelijkaangetoond dat ze én de levensduur aanzienlijk kunnenverlengen én de levenskwaliteit significant kunnen verbeteren.Actief deel te hebben genomen aan een aantalvan die ontwikkel<strong>in</strong>gen, was bijzonder <strong>in</strong>tellectueel verrijkenden tegelijk bijzonder voldoen<strong>in</strong>g schenkend.Inderdaad, het betekende telkens opnieuw een concretebijdrage aan het welzijn van de cardiale patiënt.2) Het humanitaire luik: dankzij de spectaculaire evolutiequa mogelijkheden <strong>in</strong> preventie, diagnose en behandel<strong>in</strong>g,hebben wij als cardiologen een reële ‘macht’, eenexistentiële impact verworven over de kwaliteit en deduur van het leven van de cardiale patiënt. We begeleidendie patiënt 20, 30, 40 jaar of nog langer. Hij is aanons gehecht, verknocht en verbonden. We hebben methem een ‘ongeschreven contract van <strong>zorg</strong>, ethiek envertrouwen’. De kwalitatieve draagwijdte van dat contractis onze grote verantwoordelijkheid. Het is dan ookeen actief proces van constante herbronn<strong>in</strong>g, zelfkritieken studie. Steeds opnieuw en nooit aflatend.Schitterende wetenschappelijke lectuur en kwalitatiefhoogstaande meet<strong>in</strong>gs en congressen zijn daarvooronmisbare werktuigen. De cardiovasculaire patiënt leeftsteeds langer. De cardiologen zijn mee verantwoordelijkvoor de vergrijz<strong>in</strong>g van de bevolk<strong>in</strong>g. Daardoor zal onzerol <strong>in</strong> het ethische debat steeds toenemen. We zullendaar knopen moeten doorhakken. Dat moeten we nietaan de politiek overlaten. Een ander gevolg van de vergrijz<strong>in</strong>gis het steeds (of moet ik zeggen het ‘terug’)toenemende belang van de ‘kl<strong>in</strong>ische cardiologie’: wemoeten (terug) meer aandacht besteden aan anamnese,kl<strong>in</strong>isch onderzoek, gesprek en luisterbereidheid. Wemoeten erop toezien dat onze jonge collega’s dit menselijkdeel van ons beroep niet ondergeschikt makenaan de technologie, die soms dreigend op de ouderepatiënt afkomt.september 2010 17


Antenne3) Het educatieve luik: een derde belangrijke bron van voldoen<strong>in</strong>gis onderwijs, opleid<strong>in</strong>g en educatie. Dit aspecthoudt tevens een grote verantwoordelijkheid <strong>in</strong>. Het overbrengenvan kennis en het aanleren van praktische vaardighedenaan stagiairs, assistenten en ‘fellows’ is naasteen plicht, ook een recht. Het is <strong>in</strong> het belang en het voordeelvan alle toekomstige patiënten dat we goede ‘magisters’zijn. Het is daarom een vereiste dat stagemeesters enstageplaatsen aan hoge normen van kwaliteit voldoen.In al de vorige beschouw<strong>in</strong>gen is de factor beroepsethieknooit ver weg. In die beroepsethiek zouden we drie groteluiken kunnen onderscheiden:1) De zekerheden <strong>in</strong> het medisch-ethisch denken: diebehelzen de globale gedragscode van de geneesheer tenopzichte van de patiënt, de familie, de paramedici, deassistenten, de stagiairs, de huisartsen, de collega’s specialistenenz. Een bijna evidentie. Die code is gebaseerd4) Het luik van het impact op de beleidsvorm<strong>in</strong>g: we leven<strong>in</strong> een parlementaire democratie: die structuur verzekertnog steeds het recht op vrije men<strong>in</strong>gsuit<strong>in</strong>g en de plichtvan het confronterend debat. Zodoende nemen wij onzeverantwoordelijkheid <strong>in</strong> het debat ten volle op.Dossierkennis levert onderbouwde argumentatie op.Vanuit die ernst groeit respect en waarder<strong>in</strong>g aan deandere kant van de onderhandel<strong>in</strong>gstafel. Een aantal vanonze wetenschappelijk gefundeerde dossiers <strong>in</strong> verbandmet de organisatie van de cardiologie <strong>in</strong> België, vormenop m<strong>in</strong>isteriële kab<strong>in</strong>etten een waardevol tegengewicht<strong>in</strong> de schaal tegenover de argumentatie van lokale politiekedruk.op de ‘Eed van Hippocrates’ die dateert van 400 voorChristus. De laatste aanpass<strong>in</strong>g van die eed door de Ordevan Geneesheren gebeurde <strong>in</strong> 1994. Hij is dr<strong>in</strong>gend toeaan een absolute moderniser<strong>in</strong>g en aanpass<strong>in</strong>g aan hethuidig medisch-ethisch denken.2) Naast de ‘zekerheden’ bestaan ook de ‘onzekerheden’, ofbeter te benoemen als ‘ethische dilemma’s’. Die presenterenzich meestal bij het dossier van één bepaalde patiënt.Dit dilemma vereist niet een globale, maar wel een geïndividualiseerdegedragscode. Als cardioloog beschikken weover wetenschappelijke richtlijnen voor elk cardiaal ziektebeeld:die richtlijnen zijn gebaseerd op wetenschappelijkeevidentie. Ze zijn echter niet b<strong>in</strong>dend; wel richt<strong>in</strong>ggevend.18 september 2010


Gezeten voor een <strong>in</strong>dividuele patiënt, is het onze moreleplicht om die wetenschappelijke richtlijnen optimaal toete passen, maar wel ‘op maat’ en ‘delicaat aangepast’aan die ene patiënt, reken<strong>in</strong>g houdend met al zijn persoonlijkespecificaties. Het gaat dan over leeftijd, levensverwacht<strong>in</strong>g,levenskwaliteit, levenswil, familiale en socialeomstandigheden, verstandelijke vermogens, stadiumvan een bepaalde hartziekte en comorbiditeiten (dat wilzeggen andere gezondheidsproblemen buiten het hart).Het dilemma mondt uit <strong>in</strong> keuze: gaan we een bepaaldebehandel<strong>in</strong>g voorstellen en eventueel geven? Gaan weeen bepaalde behandel<strong>in</strong>g nog voorstellen en eventueelgeven?De patiënt beslist. De vrijheid van de mens dient teallen tijde te worden gerespecteerd. De cardiolooggeeft alle beschikbare <strong>in</strong>formatie zodat de besliss<strong>in</strong>gvan de patiënt de beste kan zijn voor diensgezondheid. Hij moet <strong>in</strong> eerste <strong>in</strong>stantie de redener<strong>in</strong>gvan de cardioloog begrijpen. De cardioloogmoet trachten de besliss<strong>in</strong>gsboom van de patiëntmee te sturen opdat de patiënt geen besliss<strong>in</strong>gneemt die zijn gezondheid zou schaden. Het sturenvan dit proces mag echter nooit de grens van de<strong>in</strong>dividuele <strong>in</strong>tegriteit van de patiënt overschrijden.Dit delicate, humane proces kadert volledig <strong>in</strong> het‘ongeschreven contract’ van <strong>zorg</strong>, ethiek en vertrouwen.Je eigen rijke ervar<strong>in</strong>g is daarbij een ‘goudengids’.3) Een derde luik van ethische overweg<strong>in</strong>gen heeftdan weer rechtstreeks te maken met de verschillendefuncties die je beroepshalve bekleedt of<strong>in</strong>neemt.Als diensthoofd doe ik een beroep op mijn emotionele<strong>in</strong>telligentie om mijn medewerkers maximaal te motiverenen om de uitbouw na te streven van een optimaleprofessionele omgev<strong>in</strong>g die jobsatisfactie garandeert.Ik tracht een evenwicht te v<strong>in</strong>den tussen eendirectief beleid en een democratisch debatplatform.Van daaruit moet creatieve zelfontplooi<strong>in</strong>g voor iederemedewerker mogelijk zijn. Hij of zij moet wel beseffendat vrijheid één van de grootste vormen van verantwoordelijkheid<strong>in</strong>houdt. De <strong>in</strong>dividuele ontplooi<strong>in</strong>gmoet tevens een bijdrage leveren aan het functionerenvan de groep.Als stagemeester-opleider heb ik een grote verantwoordelijkheidnaar assistenten en ‘fellows’. Naasthet aanleren van alle facetten van de cardiologie,maak ik die jonge collega’s ook wegwijs <strong>in</strong> de ‘ethischezekerheden’ en de ‘ethische dilemma’s’ zoalshoger besproken.Als huidig nationaal voorzitter van de BelgischeVerenig<strong>in</strong>g van Cardiologie heb ik dan weer eenfunctie om mee te waken over de kwaliteit van decardiologische geneeskunde <strong>in</strong> België. Dit kan ikdoen door te wegen op de politieke besluitvorm<strong>in</strong>grondom het bepalen van kwaliteitsnormen en rondomde organisatie van de cardiologische geneeskunde<strong>in</strong> het land.De geneeskunde is uiteraard enorm geëvolueerd. Tal vanwetenschappelijke ontwikkel<strong>in</strong>gen hebben de mogelijkhedenvan preventie, diagnose en behandel<strong>in</strong>g spectaculairverbeterd. Die evolutie zal nooit stoppen. En dat isgoed nieuws.M<strong>in</strong>der goed nieuws kan zijn dat geneeskunde tegenwoordigerg gedirigeerd wordt door processen als ‘efficiëntie’en ‘economische rendabiliteit’. Managers zijn ophet toneel verschenen. Die hebben een ander agendadan medici. Managers hebben we<strong>in</strong>ig empathie metbegrippen als beroepseer en voldoen<strong>in</strong>g op de werkvloer.Laten we op onze hoede zijn uit <strong>zorg</strong> voor onzepatiënten. Politiekers zijn op het toneel verschenen. Diehebben een andere agenda dan medici. Het belang vanlokale politieke druk overstijgt bij hen dikwijls debe<strong>zorg</strong>dheid rondom kwalitatieve drijfveren. Laten weop onze hoede zijn voor onze patiënten. Het ethischdebat mogen we als geneesheren nooit uit handengeven.september 2010 19


AntenneDe gedachten zijn vrij,maar niet vrijblijvendEen gesprek met Ludo Abicht en Wim van RooyCor<strong>in</strong>ne Assenheimermoreel consulent Ziekenhuis Netwerk Antwerpen, campus MiddelheimKathleen Van Steenkistemoreel consulent CMD AalstONDER DEZE NOEMER KAN DE VOLGENDE BIJDRAGE GECATALOGEERD WORDEN. WE LEGDEN EEN AANTAL VRAGEN OVER OMGAAN MET MULTI-CULTURALITEIT IN DE ZORG VOOR AAN TWEE VRIJE DENKERS.DE EERSTE DENKER IS LUDO ABICHT, DOCENT FILOSOFIE AAN DE UNIVERSITEIT GENT. ALS TWEEDE DENKER VONDEN WE WIM VAN ROOY,PUBLICIST EN ESSAYIST, BEREID OM ZIJN GEDACHTEN TE FORMULEREN.IN EEN EERSTE LUIK PEILEN WE NAAR DE VISIE VAN BEIDE AUTEURS IN HET OMGAAN MET CULTURELE VERSCHEIDENHEID. IN EEN TWEEDE LUIKKOMEN CONCRETE, OP DE ZORGPRAKTIJK GEËNTE, VRAGEN AAN BOD.IEDERE AUTEUR GEEFT ZIJN MENING, NEEMT EEN POSITIE IN. GEDACHTEN WORDEN IN DADEN OMGEZET EN ZIJN ETHISCH NIET VRIJBLIJVEND. LEES MEE.Eerste luikLUDO ABICHTWIM VAN ROOY © FILIP VAN ZANDYCKE1. Bestaan er (universele) (<strong>zorg</strong>)waarden die door alle mensen (dienen) te worden gedeeld?Ludo Abicht: Vanuit een humanistisch perspectief vattende ‘universele verklar<strong>in</strong>gen van de rechten van de mens’van 1789 en 1948 de belangrijkste verworvenheden vande verlicht<strong>in</strong>g en het moderne humanisme samen. Ze zijn,per def<strong>in</strong>itie, universeel geldig, omdat de oorspronkelijke<strong>in</strong>spiratie ervan geput is uit de vertrouwdheid van de verlicht<strong>in</strong>gsdenkersmet de verschillende grote tradities <strong>in</strong> dewereld én omdat de oproep gericht is tot alle mensen zonderonderscheid. Uiteraard moet deze plechtige oproepook als een opdracht beschouwd worden die eerst z<strong>in</strong>volwordt, wanneer mensen die opdracht ook beg<strong>in</strong>nen uit tevoeren.Wim van Rooy: Wat universele <strong>zorg</strong>waarden betreft: er is ervolgens mij maar één en dat is het vermogen tot empathiezoals dat wordt benaderd en omschreven door een filosoof alsJ.S. Mill of door een eigentijds denker als Richard Rorty. Id est:empathie zoals die functioneert b<strong>in</strong>nen een liberale rechtsordeen een verlicht denken. Dus geen empathie vanuit eendom waarderelativisme en evenm<strong>in</strong> het produceren van eengrootmoedig universalisme dat voortkomt uit de idee vanwaardegelijkheid van culturen; ook kan er geen sprake zijnvan een tolerantie die de eigen cultuur afvalt. Tolerantietegenover het misdadige en het irrationele is geen tolerantiemaar zwakheid. Actief pluralisme is een nieuw ‘buzzword’ eneen nieuwe tactiek om te trachten de problemen die zichvoordoen <strong>in</strong> verband met multiculturaliteit te bezweren.20 september 2010


2. Zijn er <strong>in</strong> de <strong>zorg</strong> waarden die wij als vrijz<strong>in</strong>nig humanisten tot elke prijs dienen te verdedigen?Ludo Abicht: In de <strong>zorg</strong> gaat het, naast de fysiekebehoeften van de mensen, vooral om het behoud vanhun menselijke waardigheid. De hulpeloosheid vanbepaalde patiënten kan aanleid<strong>in</strong>g geven tot een betuttelendereactie, soms zelfs tot een <strong>in</strong>fantiliser<strong>in</strong>g dieongewild en misschien zelfs onbewust het laatste restjezelfrespect van de mensen wegneemt. Omdat <strong>in</strong> eenseculier humanistisch mens- en wereldbeeld de menscentraal staat én omdat er volgens ons geen vorm vanleven na de dood bestaat, wordt de <strong>zorg</strong> voor het levenhier en nu bijzonder belangrijk. Naast het recht op eenefficiënte, respectvolle en als het enigsz<strong>in</strong>s kan affectievepalliatieve behandel<strong>in</strong>g hebben de mensen volgensons ook recht op waardig sterven. Zij moeten dat wetenen wij moeten ervoor <strong>zorg</strong>en dat ze <strong>in</strong> een omgev<strong>in</strong>gterechtkomen waar met deze wens ook voluit reken<strong>in</strong>ggehouden wordt.Wim van Rooy: Cultureel universalisme bestaat niet. Men kanvan de <strong>zorg</strong>verstrekker dus alleen empathie verwachten zonderdat hij moet doordr<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> een andere cultuur. Hoe zou dat ookkunnen? Kan hij <strong>in</strong> Antwerpen 180 culturen kennen? Verwachtmen van hem/haar dat hij/zij een m<strong>in</strong>i-antropoloog wordt endat hij/zij onderscheid maakt tussen de mores van al die culturen?!De enige waarde die dus moet worden verdedigd is hethumane <strong>in</strong>voelen ten overstaan van een ander mens, uit welkecultuur ook. Maar deze empathie kan nooit zover gaan dat menbegrip zou hebben voor bijvoorbeeld een moslimman die zijnbevallende vrouw weigert ‘uit te leveren’ aan een mannelijkgynaecoloog of dat men zou begrijpen dat een moslima docenteweigert een hand te geven aan haar collega’s of dat eenmoslimadvocaat zou weigeren op te staan voor een rechter. Hetbillijken van dit soort gedrag verwijst niet naar empathie. Het isverkeerd begrepen tolerantie die als een boemerang <strong>in</strong> hetgezicht terugkeert. Men bevordert <strong>in</strong> hoog tempo daarmee desegregatie, het gettodenken en de achterlijkheid.3. Bestaan er maatstaven/criteria om te beoordelen of je op <strong>in</strong>tercultureel vlak goed bezig bent? Kunnen onze auteursons hiervoor ideeën, voorstellen, leidraden of methodieken aanbieden?Ludo Abicht: Ter herhal<strong>in</strong>g: multicultuur, het samenleven vanverschillende culturen b<strong>in</strong>nen één land of regio, is een onloochenbaarfeit, terwijl <strong>in</strong>tercultuur, de geïnteresseerde <strong>in</strong>teractieen vruchtbare samenwerk<strong>in</strong>g tussen al deze culturen, eenopdracht is. We zijn daarom <strong>in</strong>tercultureel goed bezig wanneerwe er<strong>in</strong> geslaagd zijn projecten en programma’s samen metmensen uit m<strong>in</strong>derheidsculturen te bedenken en uit te werken;wanneer we ons voldoende geïnformeerd hebben om degrote lijnen van de voor ons ‘vreemde’ culturen voldoende tekunnen begrijpen (wat niet automatisch betekent dat we hetermee eens zijn); wanneer we niet langer bang zijn collega’sen medewerkers van allochtone afkomst net zo te behandelenen voor hun verantwoordelijkheid te stellen als alle anderen.Kortom, wanneer we de diversiteit als een gegeven aanvaarden,maar er voor de rest geen punt van maken.Wim van Rooy: Of men dus goed bezig is, hangt af van destevigheid van de eigen cultuur. Die wordt als westersgepercipieerd. Het feit dat zoveel mensen uit zoveel landennaar het Westen willen komen om redenen van vrijheid enwelvaart, betekent helaas niet automatisch dat deze mensenv<strong>in</strong>den dat het westerse mentale universum iets te biedenheeft dat de eigen cultuur niet kent: zelfkritiek, vooruitgang,liberale rechtsorde -bijvoorbeeld. Het nihilisme staatvoor de deur als men die waarden, met alle kritiek erop,niet handhaaft. Ooit was het een socialist die stelde:“Vlam<strong>in</strong>g zijn om Europeeër te worden.” Welnu, vandaagzou men dit schrandere adagium kunnen vertalen als ‘Hetwesterse gedachtegoed ferm en rücksichtslos <strong>in</strong>carnerenom <strong>in</strong> een mondiale samenlev<strong>in</strong>g conviviaal te kunnenfunctioneren’.september 2010 21


Antenne4. Is er rond ethisch-cultureel geladen spann<strong>in</strong>gsvelden consensus mogelijk?Ludo Abicht: Niet altijd, omdat seculiere humanisten eenonderscheid hebben leren maken tussen godsdienst, nationalecultuur en ethische overtuig<strong>in</strong>g. Dit proces heeft meerdan vier eeuwen geduurd en is nog steeds bezig. Voor mensenmet een andere achtergrond is deze splits<strong>in</strong>g veel m<strong>in</strong>dervanzelfsprekend: ze horen ons over ‘<strong>in</strong>tegratie’ spreken,maar verstaan die term als ‘assimilatie’, het verdwijnen vanhun eigen cultuur met haar waarden, normen, gebruiken engewoonten. Omdat we nu eenmaal niet aan de hogergenoemde verlicht<strong>in</strong>gspr<strong>in</strong>cipes mogen raken zal het somstot confrontaties komen die we niet als gevolg van een verkeerdbegrepen ‘politieke correctheid’ uit de weg mogengaan. Niet voor de hele samenlev<strong>in</strong>g en ook niet voor dem<strong>in</strong>derheden.Wim van Rooy: Ten overvloede: men mag niet bang zijn omte vertrouwen op het eigen gezond verstand. Dat eclipseert alte vaak bij de confrontatie met de achterlijkheden van eenandere cultuur! Het is immers onmogelijk om werkelijkafstand te doen van waardeoordelen. Dat wat wij wetenschappelijkegeest noemen, is een culturele houd<strong>in</strong>g, specifiekgebonden aan de westerse beschav<strong>in</strong>g en haar waardehiërarchie(L. Kolakowski). Het is die houd<strong>in</strong>g die andere culturenmoeten aanleren via een fundamentele acculturatie, al is hetzeer de vraag of het ‘waardestelsel’ van de islam (niet noodzakelijkerwijsdie van de <strong>in</strong>dividuele moslim!) <strong>in</strong> staat is zichdeze westerse basiskarakteristieken eigen te maken, gegeven1.400 jaar verover<strong>in</strong>gsideologie en de vrees voor apostasie.B<strong>in</strong>nen welke grenzen is respect (het meest misbruikte woordvan vandaag) voor andere culturen aanbevolen en op welkmoment verandert de lovenswaardige wens geen barbaar tewillen zijn <strong>in</strong> onverschilligheid of zelfs goedkeur<strong>in</strong>g van barbarij?Ik denk dat we vandaag op dit laatste punt aanbeland zijn,én uit het drammerig hanteren van een verkeerd begrepen conceptals ‘respect’, én door de uitschakel<strong>in</strong>g van het gezond verstand,én door de hersenspoel<strong>in</strong>g van een elite die haar wegkwijt is en zich niet langer bewust is van de eigen beschav<strong>in</strong>g,méér: die de eigen beschav<strong>in</strong>g, <strong>in</strong> dit geval de westerse, misprijst,en die zich daardoor én uit een zeker schuldbesef allieertmet allerlei exotische culturen die het Westen eveneens haten.Er is dus alleen consensus mogelijk als de elite haar postmoderne,deconstructivistische en haatideologie tegenover hetWesten laat varen en niet langer meent dat alle strepen van dezebra gelijkwaardig zijn. Deze elite moet loskomen van haardrang om een nieuwe multiculturalistische utopie te scheppen.Tweede luik1. In hoeverre dient een <strong>zorg</strong><strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g/ziekenhuis tegemoet te komen aan:• patiënten die geen Nederlands spreken? Behoort het bijvoorbeeld tot de taak van de ziekenhuizen om tolkenen <strong>in</strong>terculturele bemiddelaars <strong>in</strong> dienst te nemen en te f<strong>in</strong>ancieren?• de wensen van patiënten (en personeel) <strong>in</strong>zake halal of koosjer voedsel• aan de wensen van sommige patiënten (of hun partners) om door een mannelijk/vrouwelijke <strong>zorg</strong>verlenerte worden onderzocht, gewassen, geholpen…?Ludo Abicht: Taalgebruik: ad impossibile nemo tenetur: <strong>in</strong> demate dat het f<strong>in</strong>ancieel mogelijk is, moet aan de communicatiebehoeftentegemoetgekomen worden. Niet uit (wettelijke)verplicht<strong>in</strong>g, maar vanuit een ethische <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g.Halal en koosjer: <strong>in</strong> de praktijk betekent dit dat de diëtistenzich <strong>in</strong>formeren over beide (elkaar gedeeltelijk overlappende)voedselvoorschriften, net zoals ze dat voor de<strong>in</strong>dividuele patiënten om medische redenen moeten doen.Dat is helemaal niet moeilijk. Hier volstaat een beetjegoede wil.Man/vrouw: de belangen van de patiënt(e) gaan voor.Indien men de keuze heeft, kan, maar moet men niet metdeze wens reken<strong>in</strong>g houden. Zoniet, mag men <strong>in</strong> geengeval aarzelen de patiënt te ver<strong>zorg</strong>en en de tegenstribbelendebegeleider (bijvoorbeeld vader, broer of echtgenoot)desnoods met geweld te laten verwijderen.Wim van Rooy: Het is NIET de taak van een ziekenhuis <strong>in</strong>terculturelebemiddelaars of tolken aan te stellen. Zorg en dus-zoals gezegd- empathie is de eerste taak. Waar beg<strong>in</strong>t enwaar e<strong>in</strong>digt immers deze vraag naar <strong>in</strong>termediairen? In onze‘gutmenschlichkeit’ menen we de hele wereld te kunnen redden,een vorm van hybris die idiote vormen aanneemt. Ookhier is wat gezond verstand van doen. De antropologie is eenwesterse uitv<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g, maar ze is de pedalen volledig kwijt.Hetzelfde met voedsel, hulpverleners (zie hiervoor reeds):wat als alle religies hun desiderata bekend maken en eisendat ze alle gehonoreerd worden?! Alleen al uit praktisch oogpuntis dit ondoenbaar. Het is een verkeerd begrepen respect(ut supra) aan iedereens particuliere en culturele wensentegemoet te komen. De kosten ook die dit alles met zichbrengt, leiden ertoe dat de hele migratie nauwelijks batendoch alleen maar kosten genereert.22 september 2010


2. Wat denken de auteurs over het verbod voor personeel <strong>in</strong> een ziekenhuis/een rvt om herkenbare levensbeschouwelijkesymbolen en hoofddoeken te dragen tijdens werkuren?Ludo Abicht: De enige norm zou die van de veiligheid ende hygiëne moeten zijn. Voor de rest moet er zeker geenalgemeen verbod komen dat <strong>in</strong> pr<strong>in</strong>cipe wel alle godsdienstenbetreft, maar nooit werd toegepast op katholiekereligieuzen <strong>in</strong> ziekenhuizen, zodat het begrijpelijkis dat de moslima’s verontwaardigd op dit verbod reageren.Wim van Rooy: Ook het dragen van religieuze of andere symbolenis volledig uit den boze omdat het hier eigenlijk alleenmaar gaat om één erg agressieve ‘religie’, de islam. Diens ‘missionstatement’ bestaat er<strong>in</strong> de eigen suprematie te tonen (de hogem<strong>in</strong>aretten zijn daarvan een ander voorbeeld) en zoveelmogelijk mensen, vooral dus moslima’s, te laten meespelen <strong>in</strong>een groot spektakel dat door de Moslim Broederschap vanuitandere oorden geregisseerd wordt. Deze laatste beweg<strong>in</strong>g iseen islamofascisme en draagt dat elke dag weer uit.3. In hoeverre dienen <strong>zorg</strong>verleners tegemoet te komen aan de waarden <strong>in</strong> en van andere culturen? Bijvoorbeeld <strong>in</strong>zakezogenaamde ‘waarheidsmededel<strong>in</strong>g’. In België is het de gewoonte patiënten te <strong>in</strong>formeren over hun diagnose, maar<strong>in</strong> andere culturen is dit soms ‘not done’. Het gebeurt dat bijvoorbeeld familie expliciet vraagt de waarheid aan depatiënt te verzwijgen. Is het ‘goed’ om aan zulke bede tegemoet te komen? Welke waarden dient de dokter/de <strong>zorg</strong>verlenerhier prioritair te stellen?Ludo Abicht: Dat is de moeilijkste van alle vragen, want hiergaat het om een afwegen van familiegewoonten, cultureleverschillen en de belangen van de patiënt. Ik stel voor datmen de patiënt van te voren vraagt hoe hij/zij daartegenoverstaat en dat laten doorwegen. We leven en wonen nueenmaal <strong>in</strong> een maatschappij waar de rechten van het <strong>in</strong>dividuboven die van de familie, de clan of de stam staan.Wim van Rooy: Ook de vraag naar waarheidsmededel<strong>in</strong>g ligt<strong>in</strong> dezelfde sfeer: men kan toch van ziekenhuispersoneel nietverwachten dat het alle culturele allochtone mores ten overstaanvan leven en sterven alle <strong>in</strong>terioriseert! Ook hier is hetgewone boerenverstand aan de orde: <strong>in</strong> onze ziekenhuizenhanteert men een bepaalde uitgewerkte en genuanceerdecode om om te gaan met leven en dood.Wat kan worden overwogen is het opstellen van een document/charterwaar<strong>in</strong> de patiënt uitgelegd wordt hoe de <strong>zorg</strong><strong>in</strong> ons land georganiseerd en gef<strong>in</strong>ancierd wordt en welke deachterliggende filosofie is, welke de rechten en plichten zijnvan de patiënt die zich aanmeldt. Het is als een soort verlengstukvan de <strong>in</strong>burger<strong>in</strong>gscursus te beschouwen, maar hetmoet steeds duidelijk blijven dat de patiënt zich bij opname<strong>in</strong>schrijft <strong>in</strong> een sociale en medische orde die zich na langepolitieke en maatschappelijke strijd uitgekristalliseerd heeft.Ik heb getracht bovenstaande bedenk<strong>in</strong>gen breder uit tewerken <strong>in</strong> mijn boek De malaise van de multiculturaliteit(Acco, 2008, 424 blz.).september 2010 23


AntenneEen recensie van het boekEthisch(e) Zorgen –Filosofie en <strong>Ethiek</strong> van de Zorg en de Hulpverlen<strong>in</strong>gvan Gily Coene en Koen RaesLUC DE DROOGHLuc De DrooghVakgroep Sociale Agogiek Universiteit <strong>Gent</strong>Zorgen kl<strong>in</strong>kt katholiek -vrijz<strong>in</strong>nigen zijn voor autonomieen zelfbeschikk<strong>in</strong>g- hoezo dan een filosofie en ethiekvan <strong>zorg</strong> en hulpverlen<strong>in</strong>g <strong>in</strong> een boek geschreven doortwee vrijz<strong>in</strong>nige auteurs? Er is natuurlijk de vaststell<strong>in</strong>g datwij allemaal wel eens met de gezondheids<strong>zorg</strong> of de welzijns<strong>zorg</strong><strong>in</strong> aanrak<strong>in</strong>g komen. Een feit dat op zich voldoendeaanleid<strong>in</strong>g is om het denken over <strong>zorg</strong>en en <strong>zorg</strong> nietalleen vanuit een christelijke <strong>in</strong>valshoek aan te pakken.Maar de relatie tussen <strong>zorg</strong> en autonomie is dus best spannenden vraagt zeker van vrijz<strong>in</strong>nig humanisten om creatieveethische en filosofische reflectie. Als hulpverlen<strong>in</strong>gdan per def<strong>in</strong>itie paternalistisch is -zoals de auteurs terechtstellen (p. 6)- roept dit meteen de vraag op hoe we <strong>in</strong> diecontext dan met centrale waarden als autonomie en zelfbeschikk<strong>in</strong>g/besliss<strong>in</strong>gmoeten omgaan, of daar überhauptruimte voor is, wat ze <strong>in</strong> deze context van ziekte, lijden,sterven, betekenisverlies… kunnen betekenen. Deandere keuze -autonomie en zelfbeschikk<strong>in</strong>g voorbehoudenvoor de gezonde mens, die fluitend door het levengaat zonder ooit problemen te kennen- maakt van eenvrijz<strong>in</strong>nige levenshoud<strong>in</strong>g een wel zeer beperkte <strong>in</strong>valshoekop het leven -die empirisch niet vol te houden is.Koen Raes en Gilly Coene vragen daarbij niet alleen aandachtvoor het relationele aspect waartoe <strong>zorg</strong>relatiesvaak worden herleid, maar terecht ook voor <strong>zorg</strong>vraagstukkenbij de <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van de samenlev<strong>in</strong>g. Het lijkt mijde grootste verdienste van hun boek.Hun verhoud<strong>in</strong>g tot de <strong>zorg</strong>ethiek is evenwel (voor mij)niet helemaal helder. Ze lijken enerzijds <strong>in</strong> te stemmenmet de stell<strong>in</strong>g van fem<strong>in</strong>istische <strong>zorg</strong>denkers zoals Trontoen Gilligan als ze benadrukken dat “de <strong>zorg</strong>ethiek uitgaatvan een ander mens- en maatschappijbeeld, …, een meerrelationeel zelf dat zich verbonden weet met anderen endat anderen nodig heeft om betekenis en vorm te gevenaan zijn of haar leven, …, een moreel perspectief dat meeraandacht heeft voor de dreig<strong>in</strong>g van verlatenheid <strong>in</strong> plaatsvan de dreig<strong>in</strong>g van <strong>in</strong>meng<strong>in</strong>g door anderen (de ‘grootste’bedreig<strong>in</strong>g <strong>in</strong> een autonomie-ethiek). Zij benadertafhankelijkheid en kwetsbaarheid niet als een afwijk<strong>in</strong>g ofeen probleem, maar beklemtoont het welbev<strong>in</strong>den enzoekt naar concrete oploss<strong>in</strong>gen en mogelijkheden”(p.46). Kan dit nog als een beschrijv<strong>in</strong>g gelden van de<strong>zorg</strong> ethiek, dan lezen we even verder toch: “Beiden (zebedoelen rechtvaardigheidsethiek en <strong>zorg</strong>ethiek, LDD) biedeneen ander -maar afhankelijk van de situatie- waarde-24 september 2010


vol perspectief en laten aldus een vollediger beeld van desituatie toe” (p. 46). Eén pag<strong>in</strong>a verder lezen we dan evenwel“In de <strong>zorg</strong> en de hulpverlen<strong>in</strong>g staat respect voor deautonomie en zelfbeschikk<strong>in</strong>g van <strong>zorg</strong>vragers centraal”(p47). Precies dat is toch wel een typische trek van ditboek. In nogal wat hoofdstukken krijgen we een benader<strong>in</strong>gvanuit een klassieke ethische <strong>in</strong>valshoek, <strong>in</strong> de margeverrijkt met een aantal overweg<strong>in</strong>gen vanuit de <strong>zorg</strong> -ethiek/denken over <strong>zorg</strong>. Daarmee bevestigen de auteurstoch een beetje het klassieke vooroordeel -tegen huneigen <strong>in</strong>tenties <strong>in</strong>: <strong>zorg</strong>ethiek is iets voor het microniveau,klassieke rechtvaardigheidsvraagstukken kunnen niet vanuithet <strong>zorg</strong>denken worden benaderd.Zorgethiek is geen rechtvaardigheidsdenken, maar de vragenover de <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van de samenlev<strong>in</strong>g die bijvoorbeeldTronto stelt, hebben wel degelijk betrekk<strong>in</strong>g op datmacroniveau. Er is dus wel degelijk een relevantie van een<strong>zorg</strong>denken voor de <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van de samenlev<strong>in</strong>g -eenspann<strong>in</strong>g die bovendien regelrecht te maken heeft methoe we de verhoud<strong>in</strong>g tussen autonomie en kwetsbaarheid-toch <strong>in</strong>herent aan het menselijk leven- kunnen denken.Of met de vraag hoe de balans tussen <strong>in</strong>dividualiteiten verbondenheid te regelen <strong>in</strong> een samenlev<strong>in</strong>g waar<strong>in</strong>niet alle betekenisvolle verb<strong>in</strong>tenissen <strong>in</strong> het leven zelfworden gekozen. En zelfs als we zelf gekozen hebben (bijvoorbeeldvoor k<strong>in</strong>deren) duiken er toch heel wat ethischeen betekenisvragen op die niet tot die autonome besliss<strong>in</strong>gherleid kunnen worden… Het verrijkende van een<strong>zorg</strong>benader<strong>in</strong>g wordt dan al te zelden uitgewerkt -meestalwel aangestipt.Uite<strong>in</strong>delijk geraken de auteurs niet uit de spann<strong>in</strong>g autonomie- <strong>zorg</strong>. Die blijvende spann<strong>in</strong>g heeft mijns <strong>in</strong>ziens temaken met het standpunt van waaruit ze (blijven) vertrekken.Tronto, zowat de grootste naam <strong>in</strong> het denken over<strong>zorg</strong> vandaag, “begrijpt <strong>zorg</strong>en als een praktijk, eerder danvan een geheel van regels en pr<strong>in</strong>cipes, en als een kwaliteitvan personen en van een samenlev<strong>in</strong>g”, zoals deauteurs zelf haar werk overigens voorbeeldig samenvatten(p. 45). Maar het boek zelf is hoofdzakelijk geschrevenvanuit een klassieke regelethische benader<strong>in</strong>g waarbij zevanuit hun referentiekader dan overweg<strong>in</strong>gen uit het denkenover <strong>zorg</strong> meenemen. Dat maakt dat ze ook geen echtvolwaardige filosofie en ethiek van de <strong>zorg</strong> en de hulpverlen<strong>in</strong>guitwerken. Ze kunnen dat eigenlijk zelfs niet omdatze nu eenmaal vasthouden aan een op universele regelsen pr<strong>in</strong>cipes gebaseerde benader<strong>in</strong>g, die er juist voor kiestom abstractie te maken van concrete contexten. Hun benader<strong>in</strong>gblijft zo een toegepaste ethiek, waarbij ze vanuit deethiek naar praktijken kijken en niet omgekeerd een benader<strong>in</strong>gdie vanuit een analyse van die praktijken zich ethischeen filosofische vragen stelt.Hun benader<strong>in</strong>g is dus regelmatig niet contextgevoeliggenoeg. Eén voorbeeld ter verduidelijk<strong>in</strong>g. Het lijkt mij eenkernvraag of een ethiek en een filosofie van de gezondheids<strong>zorg</strong>én een ethiek en filosofie van de welzijns<strong>zorg</strong>wel op dezelfde leest te schoeien valt. In de gezondheids<strong>zorg</strong>zijn de bekende ethische vraagstukken zoals abortus,euthanasie… <strong>in</strong>derdaad vraagstukken waarbij een afweg<strong>in</strong>gvan pr<strong>in</strong>cipes tot een besliss<strong>in</strong>g leiden die vervolgensdeskundig moet worden uitgevoerd. In niet-medischehulpverlen<strong>in</strong>g ligt de verhoud<strong>in</strong>g tussen <strong>zorg</strong>vrager en<strong>zorg</strong>verlener evenwel fundamenteel anders. Hulpverlen<strong>in</strong>gkomt tot stand <strong>in</strong> de <strong>in</strong>teractie tussen <strong>zorg</strong>vrager en <strong>zorg</strong>verlener-het gaat dus om een situatie van coproductiemet soms ook een (erg) langdurig proceskarakter. In dehulpverlen<strong>in</strong>g gaat het bijna nooit om één cruciaal beslismoment,maar erg vaak om een (langdurig) proces dat <strong>in</strong>die <strong>in</strong>teractie tot betekenisgev<strong>in</strong>g leidt. De betekenis vaneen concept als autonomie lijkt mij <strong>in</strong> een dergelijke contextook erg te verschillen van wat een autonome besliss<strong>in</strong>g<strong>in</strong> een medische context is. Kan men hulpverlen<strong>in</strong>gzoals die <strong>in</strong> het welzijnswerk <strong>in</strong> ontelbare variantenbestaat eigenlijk wel vatten met de taal van de klassiekeethiek die toch erg op regels en beslismomenten gerichtlijkt?Radicaler nog, is het niet z<strong>in</strong>voller om zowel de gezondheids<strong>zorg</strong>als het welzijnswerk te benaderen vanuit denotie praktijken (een mengel<strong>in</strong>g van regels, theorieën,methodologieën, culturele elementen en gewoontes…)zoals onder meer Foucault die ontwikkelde (zie ondermeer hoofdstuk 4 van Ethisch(e) Zorgen). Foucault steltvragen over die praktijken als praktijken van corrigeren en(her)opvoeden van onze gedrag<strong>in</strong>gen en onze subjectiviteit.Praktijken produceren subjectiviteit en ‘zelf’ kiezen-de hoogste waarde <strong>in</strong> de klassieke ethiek- is daarbij nieteens een belangrijk element. Zelf kiezen is vaak -zo benadruktFoucault- juist een efficiënte manier van werken.Fenomenen als vraaggestuurd werken, persoonlijk assistentiebudget,allerlei op participatie gestoelde aanpakken(voorbeelden uit het boek die de auteurs op vele plaatsenpositief waarderen)… zijn vanuit de benader<strong>in</strong>g vanseptember 2010 25


AntenneFoucault geen éénduidige voorbeelden van meer autonomieen zelfbeschikk<strong>in</strong>g <strong>in</strong> de <strong>zorg</strong>. Het zijn echter voorbeeldenvan praktijken die een nauwkeurige analyse vergen omte weten <strong>in</strong> hoeverre <strong>in</strong> deze praktijken van autonomiseren/empowerensprake is of veeleer van psychologiser<strong>in</strong>g,versluierde vormen van machtsuitoefen<strong>in</strong>g…, of van het<strong>in</strong> de schoenen schuiven van een sociaal probleem <strong>in</strong> deschoenen van een <strong>in</strong>dividu (al of niet begripvol ondersteunddoor zijn of haar hulpverlener).Ook al is dit een kritisch getoonzette besprek<strong>in</strong>g, ik zou delezers ervan willen uitnodigen om de weg van kritischeanalyses van praktijken waartoe hier met Tronto,Foucault… een aanzet wordt gegeven, verder te bewandelenen meer consequent het pad van de puur regelethischebenader<strong>in</strong>g te verlaten, ten voordele van een meer reflexievebenader<strong>in</strong>g van praktijken. Dat vergt wel een andere verhoud<strong>in</strong>gtussen theorie en praktijk: de ethicus/ethicamoet zich grondiger <strong>in</strong> de praktijk verdiepen en de hulpverlener/moreelconsulent zal zich misschien meer danvandaag reflexieve vragen (geen vragen die voortdenkenvanuit de eigen praktijk, maar vragen die anders denkenstimuleren) over de eigen praktijk moeten stellen.Autonomie: tot welke prijs?Sam Heiremansmoreel consulent OCMW <strong>Gent</strong>Hij was niet bepaald een aimabel man: luidruchtig, nors, eigenz<strong>in</strong>nig en over alles een uitgesproken men<strong>in</strong>g.Na een hersenbloed<strong>in</strong>g moest hij met een hemiplegie opgenomen worden <strong>in</strong> een rusthuisen zo kwam ik bij hem terecht. Het klikte wel tussen ons en hij zag mij graagkomen.Al gauw maakte hij mij deelgenoot van zijn ergernissen. Eén ervan lag hemzwaar op de maag: hij wilde eigenlijk alleen nog maar op zijn bed liggenen uitdoven en dat was niet naar de z<strong>in</strong> van het personeel. Hij werd erterecht op gewezen dat door te we<strong>in</strong>ig beweg<strong>in</strong>g zijn spieren zoudenverstrammen en dat zou zowel voor hem als voor het personeel extraongemakken veroorzaken. Hij moest dus de hele dag ‘opzitten’ en datweigerde hij. Overtuigd van zijn eigen gelijk g<strong>in</strong>g hij iedere dag na dever<strong>zorg</strong><strong>in</strong>g weer <strong>in</strong> zijn bed liggen en kwam er enkel uit om te gaan eten.Ik bood aan te bemiddelen, doch tevergeefs. Beide partijen hielden hardnekkigvast aan hun standpunt De situatie escaleerde: de opdracht werdgegeven om gedurende de dag het bed <strong>in</strong> de hoogste stand te zetten zodat hijer niet bij kon.SAM HEIREMANSToen ik na deze besliss<strong>in</strong>g bij hem op bezoek kwam, vond ik hem languit uitgestrekt op de grond. Ik dachtdat hij gevallen was, maar hij vertelde dat hij er zelf was gaan liggen. “Als ik niet meer <strong>in</strong> mijn bed mag liggen”,stelde hij vastberaden, “dan lig ik nog liever op de grond.” “En nu moet ik plassen”, zei hij, “dus doeik het maar <strong>in</strong> mijn broek.” Ik vroeg hem toch nog even te wachten en belde de ver<strong>zorg</strong>sters die hem rechthielpen en naar het toilet brachten. Toen ik hem verliet, zei hij dat hij opnieuw op de grond zou gaan liggen.Koppig heeft hij dit twee dagen volgehouden. Toen ik de derde dag bij hem langsg<strong>in</strong>g, lag hij terug <strong>in</strong> zijnbed. Hij kon de triomfantelijke grijns op zijn gezicht niet verbergen. Hij had zijn doel bereikt en niemandheeft hem hierover ooit nog lastiggevallen.26 september 2010


<strong>Ethiek</strong> <strong>in</strong> de (morele) <strong>zorg</strong>:mij een <strong>zorg</strong>?!Antenne“Whenever two or more people meet andtruly connect,someth<strong>in</strong>g special happens: they participate<strong>in</strong> the present<strong>in</strong>g of a social field.That social field not only connects us to oneanother, it also connects us to ourselves.It's the medium through which we can wakeup to who we really are...”CHRIS VAN MAELEOTTO SCHARMER, THEORY U: LEADING FROM THE FUTURE AS IT EMERGES,CAMBRIDGE, MA: SOCIETY FOR ORGANIZATIONAL LEARNING, SOL, 2007Chris Van Maelemoreel consulent-hoofd van dienst Oost-VlaanderenToen ik <strong>in</strong> 1982 samen met 5 collega’s aan de slag g<strong>in</strong>gals beg<strong>in</strong>nend moreel consulent bij de Unie Vrijz<strong>in</strong>nigeVerenig<strong>in</strong>gen vzw (UVV), werd b<strong>in</strong>nen de raad vanbestuur vrijwel onmiddellijk werk gemaakt van het opstellenvan een deontologische code of plichtenleer op maatvoor deze nieuwe beroepsgroep. De code focuste op de wetop het beroepsgeheim van 1867 en regelde de outputkantvan de door ons verkregen vertrouwelijke <strong>in</strong>formatie overcliënten. In het kort kwam het erop neer dat wij het privélevenvan anderen niet aan derden mochten kenbaarmaken wanneer we er eenmaal uit hoofde van ons beroepwaren <strong>in</strong> b<strong>in</strong>nengedrongen en dat wij hierover de grootstediscretie dienden te bewaren. Tw<strong>in</strong>tig jaar later, naar aanleid<strong>in</strong>gvan het <strong>in</strong> voege treden van de wet van 1992/1998 opde bescherm<strong>in</strong>g van persoonsgegevens, vaardigde de UnieVrijz<strong>in</strong>nige Verenig<strong>in</strong>gen een extra codex uit voor allemoreel consulenten die toen met counsel<strong>in</strong>g bezig waren.Deze codex bevat voorschriften die betrekk<strong>in</strong>g hebben ophet algemeen beg<strong>in</strong>sel van het respecteren van de eerbiedig<strong>in</strong>gvan de persoonlijke levenssfeer, en op de toegangsenverwerk<strong>in</strong>gsregels ten aanzien van persoonsgegevens.Zij geeft concrete richtlijnen <strong>in</strong> verband met het <strong>in</strong>w<strong>in</strong>nen,registreren, verwerken, stockeren, doorgeven en vernietigenvan vertrouwelijke cliënt<strong>in</strong>formatie. Hierdoor wordt nuook reken<strong>in</strong>g gehouden met de zogenaamde ‘<strong>in</strong>putkant’van cliëntgegevens, dit wil zeggen dat moreel consulentenniet willekeurig <strong>in</strong> het privéleven van cliënten mogen b<strong>in</strong>nendr<strong>in</strong>gen.Uiteraard is morele bijstand slechts mogelijkdoor b<strong>in</strong>nen te dr<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> het privéleven van mensen, maarhet is onjuist te beweren dat wij de privacy van personenvoldoende respecteren door niet aan anderen mee te delenwat wij over hen weten. M<strong>in</strong>stens even belangrijk is dat wijniet voyeuristisch tewerk gaan en niet verder doordr<strong>in</strong>gen <strong>in</strong>het privéleven dan echt nodig en te verantwoorden is. Of, <strong>in</strong>andere woorden: je kan als moreel consulent de privacygrondig schenden zonder het beroepsgeheim te schenden.In de herwerkte deontologische code van 2004 werd dezebelangrijke nuancer<strong>in</strong>g toegevoegd.Dergelijke gedragscodes zijn vanzelfsprekend zeer belangrijk.Ze focussen op de plichten van discretie en van geheimhoud<strong>in</strong>g,en op wat er gebeurt als je deze niet naleeft. Toenik, als beg<strong>in</strong>nend consulent, van start g<strong>in</strong>g, was ik danigonder de <strong>in</strong>druk van de onbevangenheid en van het vertrouwenwaarmee mensen naar mij toe stapten. Dat ze hun<strong>in</strong>tiemste zielenroerselen blootlegden aan een wildvreemdepersoon <strong>in</strong> een tot dusver onbekende dienst, vervuldeseptember 2010 27


Antennemij met schroom. Het feit dat wij ‘gebonden waren door hetberoepsgeheim’ en ‘werkten vanuit de humanistisch-vrijz<strong>in</strong>nigepr<strong>in</strong>cipes’, boden hen blijkbaar voldoende garantiesom zich <strong>in</strong> al hun kwetsbaarheid te durven tonen.Maar naarmate mijn ervar<strong>in</strong>g groeide, werd mij gaandewegduidelijk dat ethiek <strong>in</strong> de morele bijstand méér omvat danhet rigoureus uitwerken en (doen) naleven van eende(r)gelijke gedragscode. Want al spreekt de code zich uitover het belang van respect en van discretie <strong>in</strong> de relatietussen moreel consulent en cliënt, je v<strong>in</strong>dt er bijvoorbeeldniets <strong>in</strong> terug over het altijd aanwezige spann<strong>in</strong>gsveld tussenafstand en nabijheid <strong>in</strong> deze relatie, noch over hoe je alsconsulent dient om te gaan met de doser<strong>in</strong>g tussen toewijd<strong>in</strong>gen afwend<strong>in</strong>g, tussen aanwezigheid en beschikbaarheid,tussen vrijheid en verantwoordelijkheid, tussenbemoeizucht en bemoei<strong>zorg</strong>, tussen autonomie en afhankelijkheid,tussen zelf<strong>zorg</strong> en betrokkenheid… om maar enkeleelementen, <strong>in</strong>herent aan morele bijstandsgesprekken, tenoemen. Daar moet je als moreel consulent dus zelf zienachter te komen… Wat kan bijvoorbeeld het schadelijkeffect zijn van een afstandelijke koele bejegen<strong>in</strong>g door deconsulent van iemand die snakt naar een beetje begrip enmenselijke warmte? Of van een nonchalant verplaatsen vaneen afspraak met een cliënt die weken lang uitkijkt naar ditgesprek als één van de we<strong>in</strong>ige lichtpuntjes <strong>in</strong> een donkereperiode? Of van het niet durven benoemen van de dreig<strong>in</strong>gvan suïcide? Met andere woorden: als het op ethiek <strong>in</strong> morelebijstand aankomt, doemt meteen de vraag op naar deconcrete toepass<strong>in</strong>g van de vrijz<strong>in</strong>nig-humanistische pr<strong>in</strong>cipesen uitgangspunten <strong>in</strong> de casuïstiek van de dagelijksepraxis, én naar de (morele) kwaliteiten die moreel consulentenmoeten hebben om geschikt te zijn voor dit werk.Voor zowel de organisatie als voor de moreel consulentendie met counsel<strong>in</strong>g bezig zijn, ligt hier een enorme uitdag<strong>in</strong>g,die veel <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>g en engagement vraagt, en opendialoog vereist tussen de ‘veldwerkers’ en diegenen dieeerder van op afstand bezig zijn met het uitwerken vanalgemene regels en adviezen ten aanzien morele counsel<strong>in</strong>g.De ethische waarden en pr<strong>in</strong>cipes van de organisatie,die alle moreel consulenten verb<strong>in</strong>den, worden immersdoor de veldwerkers op persoonlijke wijze dagelijks toegepasten aangepast aan veranderende levensomstandigheden,en, vooral, aan de uniciteit van elke hulpvrager. En danis er, niet te vergeten, ook nog dat voornaamste werk<strong>in</strong>strumentwaarmee moreel consulenten dagelijks aan de slagmoeten: zichzelf.In de loop van mijn ‘carrière’ van moreel consulent ben ikzelf dan ook vrijwel voortdurend op zoek gegaan naar<strong>in</strong>zichten en methodes die mij zouden helpen om een‘goed’ consulent te zijn. Ik volgde heel wat vorm<strong>in</strong>gen enbijschol<strong>in</strong>gen die mijn kennis verruimden en mijn <strong>in</strong>zichtenaanscherpten, en plukte hiermee de vruchten van hetfeit dat UVV permanente bijschol<strong>in</strong>g en vorm<strong>in</strong>g als eenbelangrijke ethische plicht had opgenomen <strong>in</strong> de deontologischecode van moreel consulenten. Hoe langer ik echtermet dit werk bezig was, hoe meer ik ondervond datmorele/existentiële hulp en <strong>zorg</strong> evenzeer gediend zijnmet authenticiteit en betrokkenheid, als met kennis vanhet gedrag en het (moreel) functioneren van mensen. Enik kwam eveneens tot de vaststell<strong>in</strong>g dat, als het opethiek <strong>in</strong> de morele bijstand aankomt, de vraag ‘Hoe zalik zijn?’, m<strong>in</strong>stens even belangrijk is als de vraag ‘Wat zalik doen?’. De laatste vraag refereert naar wat ik ken enkan, de eerste daarentegen refereert naar mijzelf als totalepersoon en polst naar hoe ik zelf <strong>in</strong> het leven sta. Dit heeftuiteraard te maken met mijn aanleg en mijn opvoed<strong>in</strong>g,maar ook met wat ik meemaak(te) en met de manierwaarop ik dit verwerkt(e). Ook mijn aanleg en temperamentdoen een duit <strong>in</strong> het zakje, evenals mijn leeftijd,sekse, seksuele voorkeur en huidkleur. En dan is er mijnpersoonlijke geschiedenis, die mee gevormd is door ‘relevanteanderen’ <strong>in</strong> mijn leven: anderen waar ik iets vanle(e)r(d)e, iets van overnam, waarmee ik <strong>in</strong> een wederzijdsebeïnvloed<strong>in</strong>gsrelatie sta/stond. Ten slotte heb ikook mijn persoonlijk waardekader, te vertalen als: datgenewaar ik mij voor <strong>in</strong>zet, dat wat ik de moeite waardv<strong>in</strong>d, datgene waarvoor ik leef, maar ook datgene vanwaaruit ik leef. Het gaat hier, met andere woorden, overmijn persoonlijk z<strong>in</strong>gev<strong>in</strong>gssysteem. Mezelf leren kennen,vereist dat ik hierover permanent reflecteer, dat ik mijnpersoonlijk z<strong>in</strong>gev<strong>in</strong>gssysteem helder probeer te krijgen,dat ik <strong>in</strong>zicht krijg <strong>in</strong> de wijze waarop dit mijn professioneeldenken en handelen mee bepaalt, én dat ik leer hoeik mijn persoonlijke sterktes en kwetsbaarheden ten gunstekan aanwenden <strong>in</strong> een professionele existentiële <strong>zorg</strong>. Of:zelfrefectie en zelfkennis als voorname ethische plichtvoor moreel consulenten die van existentiële <strong>zorg</strong> hunberoep (willen) maken…Als afsluiter van deze korte ethische reflectie e<strong>in</strong>dig ik graagmet een aforisme van Julien De Valckenaere:“Onbekend maakt al te bem<strong>in</strong>d.”28 september 2010


Wakker blijven...AntenneDENISE ODEKERKEN © ISABELLE PATEER - OTHERWEYESDenise Odekerkenmoreel consulent PCMD AntwerpenEen moreel consulent?... Een ‘geestelijke’ begeleiderdoorheen barre emotionele tijden; een reisgenoot dieeven met je meeloopt en rondkijkt naar wat ‘er is’;een ‘mede’-mens die je zelfreflectieproces ondersteunt enaanmoedigt; een luisterend oor dat zich open, actief en ontvankelijkopstelt voor eender welk verhaal.Het is dan ook niet denkbeeldig dat je als moreel consulentwel eens d<strong>in</strong>gen te horen krijgt die je tegen de borststoten. Mensen kunnen iets doen, beslissen of denkenwaarvan jij v<strong>in</strong>dt dat het <strong>in</strong>druist tegen menselijke waardendie voor jou doorslaggevend zijn. Want als begeleiderben je ook maar een mens.Maar hoe doe je dat dan? Hoe kan je desondanks eengoede begeleider zijn als je uit het verhaal van je cliëntafleidt hij met d<strong>in</strong>gen bezig is waar je absoluut niet achterstaatof die je zelfs verafschuwt? Wat doe je dan metje eigen denkbeelden, gevoelens en gewaarword<strong>in</strong>gen <strong>in</strong>een sett<strong>in</strong>g van morele bijstand?Een cliënte komt vertellen dat haar man al jarenlang we<strong>in</strong>igof geen z<strong>in</strong> heeft <strong>in</strong> seks. En zelfs een knuffel of eenkus is vaak teveel gevraagd. Hij is <strong>in</strong>tens gespannen ende conflicten tussen hen lopen soms hoog op. Conflictenover de k<strong>in</strong>deren, over hun wankele f<strong>in</strong>anciële situatie,de <strong>zorg</strong> voor zijn demente moeder… ze e<strong>in</strong>digen elkekeer weer <strong>in</strong> koppige stiltes. Ze hebben al verschillendekeren geprobeerd om <strong>in</strong> therapie te gaan, maar er lijktniks wezenlijks te veranderen <strong>in</strong> hun relatie. Praten envooral naar elkaar luisteren, lukt al lang niet meer, zegtze. Ze beschrijft het alsof er na al die jaren een kil niemandslandtussen hen gegroeid is, waardoor oprechtcontact en aandacht voor elkaar, zowel geestelijk alsfysiek, stilaan een illusie is geworden. Het is die afstandelijkheiddie haar vooral parten speelt als zij weer eensfysieke nabijheid en verbondenheid zoekt. Steeds weerzegt hij dat zijn hoofd er niet naar staat, dat hij met rustgelaten wil worden, dat hij te gespannen is… Mijn cliëntedaarentegen voelt zich nog veel te jong om al ‘seksloos’door het leven te gaan. En bovendien heeft ze gewooneen gezonde, menselijke nood aan affectie, zegt ze. Doorde vele spann<strong>in</strong>gen en stress <strong>in</strong> hun huwelijk en hungez<strong>in</strong> heeft mijn cliënte soms last van slapeloosheid.Haar huisarts heeft haar hiervoor een kalmerend middelvoorgeschreven, dat ze heel sporadisch en <strong>in</strong> kle<strong>in</strong>edosissen mag <strong>in</strong>nemen. Haar man is resoluut gekanttegen het <strong>in</strong>nemen van medicatie die niet absoluutlevensnoodzakelijk is. Op een dag vertelt ze mij dat ze bijseptember 2010 29


Antennewijze van experiment eens zonder zijn medeweten eenpilletje <strong>in</strong> zijn thee heeft opgelost. En het effect hiervanbleef niet achterwege, <strong>in</strong>tegendeel. Haar man was diedag kalmer en zelfs goedgez<strong>in</strong>d, ze hadden e<strong>in</strong>delijkeens echt kunnen praten en genieten, en op het e<strong>in</strong>devan die dag hadden ze voor het eerst <strong>in</strong> jaren zelfs eenfijne vrijpartij. Mijn cliënte had hier zo van genoten datze deze handel<strong>in</strong>g sporadisch beg<strong>in</strong>t te herhalen. Zo nuen dan eens een pilletje <strong>in</strong> zijn thee en er lijkt meerademruimte te komen tussen hen, het wordt fijner enleefbaarder, niet alleen voor mijn cliënte, maar ook voorhaar man die zich, naar eigen zeggen, de laatste tijd veelbeter voelt… Hier is voor mij sprake van een ethisch conflict.Mijn cliënte schendt op het eerste zicht uit eigenbelangde fysieke <strong>in</strong>tegriteit van haar man door hem zonderzijn medeweten niet geheel onschuldige medicatietoe te dienen. Daar heb ik het persoonlijk nogal moeilijkmee.Allereerst lijkt het me van het grootste belang om mesterk bewust te worden van het ethische spann<strong>in</strong>gsveldtussen mijzelf en de cliënte. Om vanuit een ‘wakkereaandacht’ twee d<strong>in</strong>gen te doen: het verhaal van de cliënteonvoorwaardelijk te beluisteren (zonder er meteeneen oordelen over te vellen, laat staan de persoon <strong>in</strong>kwestie te veroordelen) en tegelijkertijd te voelen wathet met mij doet. Vanuit welke waarden ontstaat ditspann<strong>in</strong>gsveld? Eenmaal we dit doorgrond hebben kunnenwe verder gaan kijken. Waarden zijn immers nooitwaarden op zich, ze volgen uit het persoonlijk perspectief,de gekleurde bril, de filter waardoor we naar de werkelijkheidkijken. Ons perspectief wordt mee bepaalddoor het doel dat we voor ogen hebben, onze geschiedenis,onze gevoeligheden, onze betrokkenheid… Omgaanmet zulke ethische conflicten vraagt dus <strong>in</strong> de eersteplaats een zo helder mogelijk zicht krijgen op het perspectiefvan mezelf aan de ene kant als op dat van mijncliënte aan de andere kant. Want na verder doorvragen <strong>in</strong>volgende gesprekken blijkt dat het haar ook en vooral tedoen is om haar ‘huwelijk <strong>in</strong> stand te houden’ en ‘despann<strong>in</strong>g <strong>in</strong> hun relatie op te heffen’. Haar zucht naarverbondenheid primeert blijkbaar op haar (door mij <strong>in</strong>eerste <strong>in</strong>stantie vermeende) pure eigenbelang. Als ikdaarnaast wat dieper bij mezelf te rade ga, ontdek ik datautonomie en verbondenheid, twee waarden waar ik zelfveel belang aan hecht, voor mij ook een grens hebben.Voor mij e<strong>in</strong>digt de autonomie van de ene waar die vande ander beg<strong>in</strong>t. En kun je enkel legitiem naar verbondenheidstreven met respect voor morele en fysieke <strong>in</strong>tegriteitvan de ander. En kun je dus, volgens mij, nietzomaar iemand achter zijn rug medicatie geven.Als moreel consulent ben je echter niet moraliserendmaar ‘lerend’: je zet een denk- en reflectieproces opgang door cliënten te bevragen vanuit vrijz<strong>in</strong>nig-humanistischenoties over goed en kwaad. Je zet mensen aanom, vanuit hun perspectief, een eigen antwoord te zoeken,te v<strong>in</strong>den en te formuleren. Je nodigt hen uit omdaarover te reflecteren, zonder je eigen visie aan hen opte dr<strong>in</strong>gen. Dit is echter niet zo vanzelfsprekend. Aan deene kant is <strong>in</strong> een sterk ethisch geladen gesprek als ditde verleid<strong>in</strong>g misschien groot om over moraliteit te gaanpraten en de cliënte een set van morele criteria aan tereiken. Je kan je de vraag stellen of de cliënte, <strong>in</strong> ditgeval, dan niet beroofd wordt van haar onvervreemdbarerecht om haar eigen moraliteit te ontdekken en tecreëren, op basis van haar levenservar<strong>in</strong>gen en de doelendie zij vooropstelt? Maar als je er dan, aan de anderekant, van vanuit gaat dat moreel besef van b<strong>in</strong>nenuitmoet komen, en het conflict dus als het ware laat zijnvoor wat het is, dan ga je daarmee ook voorbij aan jeeigen grenzen. Bovendien kan je je <strong>in</strong> beide gevallen devraag stellen <strong>in</strong> welke mate het denk- en reflectieproceswerkelijk op gang gezet wordt?Morele bijstand vraagt dus niet dat je als begeleider jeeigen waardekader aan je cliënten oplegt of dat je hetachter slot en grendel steekt. Een morele grens, eenethisch spann<strong>in</strong>gsveld of een verschil <strong>in</strong> perspectief? Hetgetuigt van authenticiteit en zelfs van <strong>in</strong>tegriteit om eraandacht voor te hebben, om het zuiver te krijgen en hetdaarna te (durven) benoemen <strong>in</strong> contact met je cliënt.Ik kies er bij deze cliënte voor om niet over het moreelconflict heen te stappen of er bewust mijn ogen voor tesluiten. Uit respect kies ik ervoor om wakker te blijven,om aandachtig voel<strong>in</strong>g te blijven houden met zowel hetverhaal van mijn cliënte als met wat er zich bij mij vanb<strong>in</strong>nen afspeelt. In de hoop zo het perspectief op de werkelijkheidvoor mezelf en voor haar alsmaar duidelijker tekrijgen. Maar er zijn grenzen aan het <strong>in</strong>lev<strong>in</strong>gsvermogenen aan de aanvaard<strong>in</strong>g. Pas nadat ik er zeker van ben datmijn grens bereikt is, breng ik dit aan <strong>in</strong> het gesprek. Metals mogelijk gevolg dat ik haar uite<strong>in</strong>delijk moet doorverwijzenof de begeleid<strong>in</strong>g moet stopzetten. Maar zo verben ik nog niet. Ik ben nog maar net wakker.30 september 2010


Zorglijke ethiek?Over identiteit en ethiekbij moreel consulenten(werkzaam <strong>in</strong> ziekenhuizen)AntenneONDERSTAANDE REFLECTIE IS HET RESULTAAT VAN MIJN LECTUURVAN EEN AANTAL ARTIKELS OVER ZORGETHIEK. IK KREEG DEZETEKSTEN DOORGESTUURD TER VOORBEREIDING VAN EEN BEGELEI-DING VAN EEN ‘VERTEL- EN ONTMOETINGSMOMENT’ OVER ‘IDEN-TITEIT EN ETHIEK’ VAN MOREEL CONSULENTEN DIE IN ZIEKENHUI-ZEN OF RUST- EN VERZORGINGSTEHUIZEN WERKEN. TIJDENS HETLEZEN VROEG IK ME STEEDS MEER AF OF ZORGETHIEK WEL DEMEEST GESCHIKTE ETHIEK IS VOOR MOREEL CONSULENTEN OMHUN ZORGZAAM HANDELEN TE KUNNEN UITBOUWEN. LEVERTDEZE ETHIEK EEN AFDOEND ANTWOORD OP DIE STEEDS WEERKE-RENDE VRAGEN: ‘WAT MOET IK DOEN?’, ‘WAT MAG IK DOEN?’,‘WAT KAN IK DOEN?’ EN ‘WAT WIL IK DOEN?’ (EEN VRAAG DIEWE AAN HET EIND VAN DIT ARTIKEL ZULLEN BEANTWOORDEN).Christian Van Kerckhovelector Wijsbegeerte <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong>Departement Sociaal Agogisch WerkEn valt <strong>zorg</strong>ethiek te rijmen met het vrijz<strong>in</strong>nig-humanistischmensbeeld? In dit mensbeeld wordt de mens <strong>in</strong>de eerste plaats gezien als een autonoom wezen, datgeen opperwezen (evenm<strong>in</strong> als een alwetend evenmens)nodig heeft <strong>in</strong> zijn zoektocht naar de z<strong>in</strong> van het leven. Opethisch vlak wordt er gekozen voor een autonome ethiek,wat bijvoorbeeld het sterkst tot uit<strong>in</strong>g komt <strong>in</strong> ethischekwesties als abortus en euthanasie. Denk hierbij maar aanhet debat dat is ontstaan naar aanleid<strong>in</strong>g van het overlijdenvan Hugo Claus, waar een bots<strong>in</strong>g was tussen autonome enheteronome ethiek…In welk ‘vakje’ hoort <strong>zorg</strong>ethiek thuis? Ik doe hier bewustaan vakjesdenken, omdat ik hoop hiermee de zaken watscherper te kunnen stellen. Indien moreel consulenten vanoordeel zijn dat <strong>zorg</strong>ethiek dé vorm van ethiek is die hetbeste bij hun werk past en deze <strong>zorg</strong>ethiek blijkt een heteronomeethiek te zijn, wat impliceert dit dan voor hun identiteit?Concreet, hoe zou een moreel consulent met de brilvan <strong>zorg</strong>ethiek op, kijken naar de wens van Hugo Claus ofvan Tuur Van Wallendael?Bij het doornemen van de mij toegezonden artikels kwam iktot een heel verrassende vaststell<strong>in</strong>g. Maar voor ik dezevaststell<strong>in</strong>g onthul (!), wil ik je even meenemen op de wegvan mijn lectuur.Zorgethiek“Zorgethiek”, schrijft Marian Verkerk (1) , “is een andereethiek. Het is een ethiek die haar uitgangspunt v<strong>in</strong>dt <strong>in</strong> deonderkenn<strong>in</strong>g van de kwetsbaarheid en de relationaliteitvan het menselijk bestaan. Het is een ethiek die bijzondereaandacht vraagt voor <strong>zorg</strong> als morele waarde en houd<strong>in</strong>g.”Zorgethiek <strong>in</strong> de gezondheids<strong>zorg</strong> is bijgevolg niet enkel eenandere ethiek, maar ook een ander soort <strong>zorg</strong>. Hoe andersdeze <strong>zorg</strong> is, beschrijft politicologe Joan Tronto. Het gaat hierniet over <strong>zorg</strong> als een eenmalige en op zichzelf staande activiteit,wel over een relationeel gebeuren <strong>in</strong> de tijd. Goede<strong>zorg</strong>en vragen om tijd.CHRISTIAN VAN KERCKHOVEToen een van mijn collega’s terugkwam van een lez<strong>in</strong>g vanJoan Tronto, vertelde hij me met veel overtuig<strong>in</strong>g dat volgenshaar <strong>zorg</strong>ethiek en beleid als een tang op een varkenis, want <strong>zorg</strong>ethiek vraagt tijd en het management heeftalles, behalve tijd. Want ‘time is money’.september 2010 31


AntenneUitdag<strong>in</strong>genTronto ziet <strong>in</strong> de <strong>zorg</strong> vier lagen: ‘car<strong>in</strong>g about’, ‘car<strong>in</strong>g for’,‘care giv<strong>in</strong>g’, ‘care receiv<strong>in</strong>g’.In een eerste benader<strong>in</strong>g lijken deze vier lagen me eenbruikbaar en herkenbaar kader te geven voor mijn ethischhandelen als <strong>zorg</strong>verstrekker. Toch <strong>zorg</strong>en deze vier elementenvan <strong>zorg</strong>ethiek voor een aantal uitdag<strong>in</strong>gen:a. wie bepaalt de noden en/of behoeften tot <strong>zorg</strong>?,b. wat zijn de noden en/of behoeften tot <strong>zorg</strong>?,c. wat is de macht van de <strong>zorg</strong>verlener?,d. zijn de competenties een morele categorie? (‘Ik zalhet als professional toch wel beter weten’!).In het spann<strong>in</strong>gsveld tussen hulpverlener en cliënt is dehulpverlener ook maar een mens en als mens wil hij:a. worden gewaardeerd;b. zijn kennis en frustratie met anderen delen;c. de mogelijkheid/competentie hebben om te kunnenomgaan met conflicten en dilemma’s op niet-bestraffendeen op niet-betuttelende wijze.persoonlijke verantwoordelijkheid. Carol Gilligan, schrijvenDe Droogh & Maeseele, “v<strong>in</strong>dt dat er naast of tegenover dieregelethiek ook zoiets bestaat als een meer situationele, dialogischeen <strong>in</strong> de praktijk <strong>in</strong>gebedde ethiek. Die gaat niet uitvan een zoektocht naar universele regels die <strong>in</strong> elke concretecontext zouden moeten kunnen worden toegepast. In de<strong>zorg</strong>ethiek worden morele problemen eerder benaderd alsrelationele problemen die verwijzen naar persoonlijke verantwoordelijkheid.”(p. 77)Kortom, als <strong>zorg</strong>verstrekker is men tegelijk <strong>zorg</strong>ontvanger(wederkerigheid).Bekeken vanuit bovenstaande uitdag<strong>in</strong>gen wordt het wederkerigheidsvraagstuk,aanwezig b<strong>in</strong>nen de vierde laag van ‘carereceiv<strong>in</strong>g’, een wat merkwaardig vraagstuk. Over welke wederkerigheidbij het ‘<strong>zorg</strong> ontvangen’ hebben we het hier? Eennieuw conflict wordt zichtbaar. Een conflict dat kan escalerenwanneer we het ook bekijken vanuit het standpunt van hetbeleid, voor wie tijd geld is. Enerzijds hebben we het gegevendat als de cliënt meewerkt, de hulpverlener iets terugkrijgt.Anderzijds is het ook zo (of kan het ook zo zijn) dat wanneer decliënt niet meewerkt, hij bij de hulpverlener een <strong>zorg</strong> creëert.En bij dit alles doemt natuurlijk het vraagstuk op van deautonomie van zowel de cliënt als van de <strong>zorg</strong>verstrekker.Om op deze vraag een antwoord te kunnen geven, vertrekkenwe van de argumenten uit volgende artikels (2) :a. Zorg en ethiek, door De Droogh & Maeseele;b. Een ander licht op geestelijke begeleid<strong>in</strong>g, door DrsMarjolijn Gelauff;c. Is ethische consensus <strong>in</strong> een pluralistische samenlev<strong>in</strong>gmogelijk?, door C. Mahler;d. Maar wie is hier mijn broeder of mijn naaste? <strong>Ethiek</strong><strong>in</strong> de multiculturele ethiek, door Ludo Abicht.Hierop zullen we tegenargumenten formuleren, waarmee weverder aan de slag gaan om zo tot een eigen visie te komen.Argumentatie en tegenargumentatie1 Zorg en ethiekDe Droogh en Maeseele vertrekken vanuit de tegenstell<strong>in</strong>gtussen de regelethiek (rechtenethiek) en de <strong>zorg</strong>ethiek. Deeerste formuleert universele regels die alom toepasbaar zijn.De tweede concentreert zich op relationele problemen en deDe auteurs kiezen voor volgende ethiek: “Een rechtvaardigheidsbenader<strong>in</strong>gverwijst naar universele rechten en verdedigtautonomie. Terwijl <strong>zorg</strong> gebaseerd is op behoeften, particulieris en aandacht heeft voor kwetsbaarheid en kwetsbare groepen.Past een rechtvaardigheid dan niet beter bij een democratie?Neen, de rechtvaardigheid neemt zomaar aan datmensen gelijk zijn en dat rechten universeel zijn. Terwijl weempirisch vaststellen dat er grote ongelijkheden zijn, dat nietiedereen even autonoom kan zijn of rechten op een gelijkewijze kan opeisen.” (p. 79) Het siert de auteurs dat ze nietzwart-witdenken. Even verderop schrijven ze immers: “Zorghoudt het risico van parochialisme is: alleen gevoelig zijn voorde problemen <strong>in</strong> onze onmiddellijke nabijheid. En <strong>zorg</strong> neigtook naar paternalisme: wanneer de <strong>zorg</strong>verstrekker het denktbeter te weten dan de <strong>zorg</strong>ontvanger.” Dit is niet zomaar een32 september 2010


kle<strong>in</strong>e kantteken<strong>in</strong>g. Net op de geschiedenis van dit paternalismeen de vernietigende kracht ervan, heeft Michel Foucaultzijn gehele oeuvre gebaseerd. Is er een mooiere omschrijv<strong>in</strong>gvan een heteronome moraal (waarb<strong>in</strong>nen de cliënt er enkelhet zwijgen moet toe doen) dan te zeggen dat de <strong>zorg</strong>verstrekkerzich zo gedraagt als hij/zij die het beter weet. Je kanje dan afvragen of je dan als patiënt dan toch niet beter afbentmet de rechtenethiek, waar<strong>in</strong> de autonomie centraal staat.Ook al zijn niet allen even autonoom, lees: mondig. Getuigthet nu net niet van de professionaliteit van de <strong>zorg</strong>verstrekkerom met deze beperktere mondigheid van zijn/haar cliëntreken<strong>in</strong>g te houden? Gegeven de beperktere autonomie vande cliënt (eventueel als gevolg van zijn <strong>zorg</strong>behoefte) heeftdiezelfde cliënt behoefte aan rechten. “Tronto”, schrijven deauteurs, “erkende dat we de betekenis van rechten nietzomaar kunnen negeren <strong>in</strong> <strong>zorg</strong>praktijken.” (p. 81)En nu we het toch over rechten <strong>in</strong> relatie tot <strong>zorg</strong>ethiek hebben,moeten we toch <strong>in</strong> reken<strong>in</strong>g brengen dat Tronto vanopleid<strong>in</strong>g politicologe is. De discussie tussen rechtenethieken <strong>zorg</strong>ethiek en de plaats er<strong>in</strong> van de tegenstell<strong>in</strong>g autonomie- heteronomie, moet dus ook <strong>in</strong> een maatschappelijkeof politieke context worden geplaatst: “Zorg wordt daneen essentieel menselijke activiteit waarvan de betekenisook doordr<strong>in</strong>gt <strong>in</strong> de <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van de samenlev<strong>in</strong>g.”2 Een ander licht op geestelijke begeleid<strong>in</strong>gGoed, laten we nu de verhoud<strong>in</strong>g tussen <strong>zorg</strong>ethiek en autonomieeens vanuit een ander standpunt bekijken. MarjolijnGelauff schrijft <strong>in</strong> haar artikel: “… ethiek van <strong>zorg</strong> neemthaar vertrekpunt <strong>in</strong> praktijken en probeert ethische reflectiemogelijk te maken waar<strong>in</strong> de praktijk zichzelf kan herkennen.”(p. 16) Elk weldenkend mens kan zich natuurlijk v<strong>in</strong>den<strong>in</strong> het hier geformuleerd uitgangspunt. Anders is hetgesteld met het doel van de ethische reflectie. Hoewel deethiek van de <strong>zorg</strong> vertrekt van praktijken, wil ze via ethischereflectie (en wat volgt is natuurlijk tussen de lijnen telezen; maar hier<strong>in</strong> ligt nu net het meest <strong>in</strong>teressante, aldusDerrida) een kader uittekenen “waar<strong>in</strong> de praktijk zichzelfkan herkennen.” Door middel van de ethische reflectie wilmen dus komen tot universele ethische regels waar<strong>in</strong> hetparticuliere van de praktijk zich kan herkennen.Gelauff komt scherp uit de hoek wanneer ze schrijft dat universeleantwoorden op basis van pr<strong>in</strong>cipes en grondslagendie algemeen geldend en onpartijdig zijn een uitweg kunnenvormen bij ethische dilemma’s. Laten we nu eenssamen kritisch nadenken. Wat is er tegen onpartijdigheid?Niks lijkt me, tenzij je <strong>in</strong> jouw ethiek van de <strong>zorg</strong> partijdigheidwilt b<strong>in</strong>nenbrengen. Wat is er tegen pr<strong>in</strong>cipes engrondslagen die algemeen geldig zijn? Niets lijkt me, wantpr<strong>in</strong>cipes -bijvoorbeeld- liggen nu net aan de grondslag vanmijn morele handelen. Wat is er tegen een pr<strong>in</strong>cipe dat steltdat de grondslag van mijn ethiek van de <strong>zorg</strong> ligt <strong>in</strong> de fundamentelegelijkwaardigheid van alle mensen en dat ik netop basis van dit pr<strong>in</strong>cipe onpartijdig ben of wil zijn?Het punt is natuurlijk dat Gelauff hier bezig is met het uitbouwenvan een verdoken argumentatie. Waartegen wordtgeargumenteerd is de autonomie, waarmee de ethiek vande <strong>zorg</strong> een probleem heeft. In wat volgt, willen we haarargumentatie <strong>in</strong> enkele stappen weergeven en onze tegenargumentatie opbouwen.Stap 1: we zijn afhankelijke en sterfelijke wezens,dus kunnen we onmogelijk autonoom zijn.“Het denken over <strong>zorg</strong> als relatie stelt ons voor vragen metbetrekk<strong>in</strong>g tot de <strong>in</strong>houd van autonomie, een concept dat <strong>in</strong>het humanistisch gedachtegoed en dus <strong>in</strong> het humanistischgeestelijk begeleiden richt<strong>in</strong>ggevend is. Maar terwijl autonomievaak <strong>in</strong> termen van onafhankelijkheid vertaaldwordt, blijkt het leven ons <strong>in</strong> de kern te confronteren metonze afhankelijkheid en kwetsbaarheid als sterfelijkewezens.” (p. 18)Hier wordt toch wel oneigenlijk geargumenteerd. Natuurlijkzijn we sterfelijke wezens. En natuurlijk zijn we afhankelijkewezens. Maar wil dit zeggen dat ik niet autonoom kan zijn?Autonoom betekent dat ik gegeven mijn ‘condition huma<strong>in</strong>e’en niet tegen mijn ‘condition huma<strong>in</strong>e’ kan pogen toch voormezelf op te komen.Stap 2: <strong>zorg</strong>ethiek plaatst een vraagteken bijde autonomie omdat de ander hier<strong>in</strong> afwezig is.“<strong>Ethiek</strong> van <strong>zorg</strong> neemt afstand van het liberale autonomiebegripdat gericht is op bescherm<strong>in</strong>g van de <strong>in</strong>tegriteit vanhet <strong>in</strong>dividu tegen aantast<strong>in</strong>g door anderen. Eigenlijk steltethiek van <strong>zorg</strong> fundamentele vragen bij het concept vanhet autonome <strong>in</strong>dividu.” (p. 18)De tweede z<strong>in</strong> is er natuurlijk ter verantwoord<strong>in</strong>g van deeerste. Maar laten we deze eerste z<strong>in</strong> eens lezen vanuit deopmerk<strong>in</strong>g van De Droogh & Maeseele <strong>in</strong> hun artikel: “En<strong>zorg</strong> neigt ook naar paternalisme: wanneer de <strong>zorg</strong>verstrekkerhet denkt beter te weten dan de <strong>zorg</strong>ontvanger.”Eenmaal we <strong>in</strong> de <strong>zorg</strong>ethiek de autonomie van onze cliëntals liberaal <strong>in</strong> de beerput hebben gedropt en daarmee tegelijk“de <strong>in</strong>tegriteit van het <strong>in</strong>dividu tegen de aantast<strong>in</strong>g dooranderen” op het kerkhof van de autonomie hebben begraven,wat belet ons als hulpverleners dan nog om te zeggentegen onze cliënt dat wij het als professionals wel beterweten?Stap 3: <strong>zorg</strong>ethiek vervangt de autonomie doorde heteronomie.“Het is <strong>in</strong> relatie tot de anderen dat ieder van ons zijn levenvorm probeert te geven. In relatie tot de anderen wordtieder van ons tot deze unieke mens, terwijl ook de anderzichzelf en zijn leven vormt <strong>in</strong> relatie tot ons.” (p. 18)Ik kan niet autonoom z<strong>in</strong> aan mijn leven geven? Neen, ikkan dit slechts doen <strong>in</strong> het aangezicht van de ander. Wie enwat ik ben, wordt bepaald door de ander. Hiermee raken weseptember 2010 33


Antennenatuurlijk verstrikt <strong>in</strong> de joods-christelijke traditie van onzewesterse ethiek. Niet ikzelf bepaal wat ik wil en kan zijn,maar wel de ander. De ander zal bepalen wat bijvoorbeeldde kwaliteit van mijn leven is en wanneer deze kwaliteit totnul is gereduceerd. Zie hier de euthanasieproblematiekwaarover we <strong>in</strong> de <strong>in</strong>leid<strong>in</strong>g spraken.Stap 4: de <strong>zorg</strong>ethiek voert samen met de ander ookhet lijden <strong>in</strong> als fundamenteel kenmerk van onsmenselijk zijn.“De vraag die ethiek van <strong>zorg</strong> ons dan stelt, is of we demoed hebben het lijden van ons mensen aan te kijken enals een aspect van het leven te durven zien.” (p. 18)Is er nu een meer en fundamenteler christelijker thema danhet leven van de mens -<strong>in</strong> dit aardse tranendal- te reducerentot lijden? Staat deze visie op het leven niet lijnrechttegenover de wijze waarop wij vrijz<strong>in</strong>nig-humanisten naarhet leven kijken en aan dat leven z<strong>in</strong> willen geven?Stap 5: <strong>zorg</strong>ethiek v<strong>in</strong>dt haar z<strong>in</strong>gev<strong>in</strong>g <strong>in</strong>de onmacht van het leven.“Veel van onze <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> de <strong>zorg</strong> voor elkaar zijn eropgericht pijn te verzachten en lijden weg te nemen. Maar steedsblijkt aan de resultaten van onze <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>gen een grens tezijn: uite<strong>in</strong>delijk moeten we vaststellen dat pijn en lijdenwezenlijk deel van het leven uitmaken en ons confronterenmet ervar<strong>in</strong>gen van onmacht tegenover het leven zelf.” (p. 18)Centraal <strong>in</strong> deze toch wel christelijke ethiek staat het medelijden.Kan dit ook, vanuit vrijz<strong>in</strong>nig humanisme, de basisvormen voor ethisch <strong>zorg</strong>zaam handelen?harmonie kan plaats maken voor <strong>in</strong>tolerantie, discrim<strong>in</strong>atieen geweld. Wanneer we daarom <strong>in</strong> die dialoog, ook <strong>in</strong> dekl<strong>in</strong>iek, niet bereid zijn een aantal fundamentele verworvenhedenvan onze traditie op te geven heeft dit niets temaken met een misplaatst gevoel van superioriteit en nogm<strong>in</strong>der met vulgair racisme, maar met de op de ervar<strong>in</strong>gberustende overtuig<strong>in</strong>g dat we op een beperkt aantal terre<strong>in</strong>engeen enkele stap mogen terugzetten. Niet alleenomdat een levensbeschouw<strong>in</strong>g die aan de basis ligt van deUniversele Rechten van de Mens hoogstwaarschijnlijk teverkiezen valt boven andere, meer restrictieve opvatt<strong>in</strong>gen,maar omdat we daarmee ook de Mensenrechten van onzegesprekpartners verdedigen.”Wat Abicht hier opmerkt is niet onbelangrijk. Onze (ver)houd<strong>in</strong>g,onze openheid, onze (ver)draagzaamheid, ons aanvaardenvan de waarden en normen van die ander heefteen grens. En deze grens situeert zich volgens Abicht op hetvlak van de mensenrechten. De vraag naar de grens wordtmede bepaald door de bril waarmee je naar de sociale organisatievan onze samenlev<strong>in</strong>g kijkt en dus ook naar de <strong>zorg</strong>die je wilt uitbouwen.2 Is ethische consensus<strong>in</strong> een pluralistische samenlev<strong>in</strong>g mogelijk?We hebben hier de keuze tussen de Engelse en de Franse brilom naar de samenlev<strong>in</strong>g te kijken. Sta me toe even heel schematischweer te geven welk beeld beide brillen ons tonen.De Engels bril staat voor: diversiteit, religieuze waarden,nadruk op de groep, erkenn<strong>in</strong>g van de eigenheid van m<strong>in</strong>derheidsgroepen,levensbeschouw<strong>in</strong>g zichtbaar <strong>in</strong> depublieke sfeer, categoriaal.Het Franse model staat voor: universaliteit, seculiere waarden,nadruk op het <strong>in</strong>dividu, participant met gelijke rechten,levensbeschouw<strong>in</strong>g is privézaak, niet-categoriaal.Is er een weg uit dit tranendal vande (christelijke benader<strong>in</strong>g van) <strong>zorg</strong>ethiek?Ik denk een alternatief voor de <strong>zorg</strong>benader<strong>in</strong>g van ethiekte hebben.1 Hoe ons tot die ander te verhouden?In zijn artikel schrijft Ludo Abicht dat een eerste noodzakelijkevoorwaarde om de ander als gelijkwaardige te kunnenbenaderen “grondige kennis van de eigen culturele traditie,om vandaar uit kennis te verwerven van de andere tradities”,is (p. 7). Hiermee formuleert hij zijn visie op het actiefpluralisme. Dit actief pluralisme vereist natuurlijk wederkerigheid.Het spann<strong>in</strong>gsveld situeert zich evenwel niet op hetniveau van de wederkerigheid, maar op het vlak van hetactief pluralisme. Is er een grens waarop mijn actief pluralismeniet langer bij kan dragen tot een beter samenleven?Ook Ludo Abicht voelt dit spann<strong>in</strong>gsveld aan. “Deze zoektochtnaar een enigsz<strong>in</strong>s leefbare vorm van samen/leven is<strong>in</strong> het verleden al te vaak afgedwaald en we weten datieder moment van evenwicht, vrede of maatschappelijkeLaten we nu even aannemen dat het handelen van moreelconsulenten op seculiere waarden is gesteund. Vraag is danof hierover kan worden onderhandeld. Het antwoord dat vanCharles Mahler is uitgesproken NEEN! “Consensus als eenabstract epistemologisch begrip is een verleidelijk idee maarstrookt niet met mijn empirisch aanvoelen van de feitelijkheidvan ons bestaan en omgaan met de anderen. Zolang weallen blijven geloven <strong>in</strong> één ultieme absolute waarheid dievoor iedereen identiek is of moet zijn zullen we ons blijvendonverdraagzaam opstellen. Consensus op dat vlak is dusnoch mogelijk en naar mijn gevoel evenm<strong>in</strong> wenselijk.”3 Op wie komt het aan?We gaan er van uit dat aan het handelen van de moreel consulentseculiere waarden ten grondslag liggen en dat op ditvlak geen consensus mogelijk is. Dit impliceert dat overdeze fundamentele seculiere waarden niet kan wordenonderhandeld.Kunnen we een zicht krijgen op de kern van dat ethisch handelen?Redd<strong>in</strong>g komt uit onverwachte hoek: de bio-ethiek.Beauchamp & Childress (3) onderscheiden vier essentiële34 september 2010


onderdelen <strong>in</strong> de ethiek: weldoen; niet-schaden, autonomie,rechtvaardigheid. In het weldoen staat het welzijn vande cliënt centraal. Dit wil zeggen dat men het welzijn van decliënt niet mag schaden. Hiermee raken we natuurlijk deproblematiek van de autonomie en de rechtvaardigheid. Inde autonomie staan twee zaken centraal: de autonome z<strong>in</strong>gev<strong>in</strong>g(wat is de waarde van het leven?) en het zelfbeschikk<strong>in</strong>grecht(ik beslis). De autonomie en het zelfbeschikk<strong>in</strong>gsrechtvormen de basis voor mijn praktisch handelen.En ik dan als moreel consulent?Na al deze woorden op een rij, zal de moreel consulent zichtoch nog afvragen: ‘En ik dan?’, ‘Wat moet ik doen?’, ‘Watmag ik doen?’, ‘Wat kan ik doen?’, ‘Wat wil ik doen?’.Samenvattend zou ik willen zeggen dat een moreel consulentuitgaat van de autonomie van de cliënt als waarde envoorwaarde voor een waardevolle en respectvolle <strong>zorg</strong>. Inzijn relatie als moreel consulent met zijn cliënt staat deOp het vlak van de rechtvaardigheid hebben we het feit datwe moeten handelen overeenkomstig de identiteit van de‘<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g’. De identiteit van de <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g wordt bepaald,zoals we hierboven beschreven, door haar seculiere waarden.En deze onaantastbare waarden waarborgen de autonomievan de cliënt.Aan deze essentiële onderdelen van de ethiek, verb<strong>in</strong>dt JanVorstenbosch een filosofie van de <strong>zorg</strong> (4) . In deze <strong>zorg</strong>filosofievallen drie wijzen van benader<strong>in</strong>g te onderscheiden. Zorgis vooreerst het praktisch uitwerken van de pr<strong>in</strong>cipes vanhet welzijn en niet-schaden. Hiermee zijn we dus ver verwijderdvan het paternalisme. Deze <strong>zorg</strong> concretiseert zich <strong>in</strong>rollen, houd<strong>in</strong>gen, concrete relaties en <strong>in</strong>stitutionele verbanden.Tegelijk worden aan de <strong>zorg</strong>relatie grenzen gesteld.Deze grenzen worden bepaald door de autonomie van decliënt die als een buffer dient. Op macroniveau wordt rechtvaardigheid<strong>in</strong>gevoerd. Rechtvaardigheid kan als buffer worden<strong>in</strong>geroepen <strong>in</strong> <strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen waar men -als uitvlucht voorgoede <strong>zorg</strong>en- een beroep wenst te doen op schaarste aantijd, energie en middelen.<strong>zorg</strong>vuldigheid centraal, en dit impliceert weldoen en nietschaden.De rechtvaardigheid regelt de verhoud<strong>in</strong>g patiënten moreel consulent-<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>g.Is deze ethiek een heteronome, dan wel een autonomeethiek? Je kan je antwoord v<strong>in</strong>den <strong>in</strong>dien je het toepast opde vraag van Hugo Claus of Tuur Van Wallendael.Voetnoten(1) Verkerk, Marian (red.) (1997), Ethische Perspectieven. Denken over <strong>zorg</strong>.Concepten en praktijken; Utrecht, Elsevier(2) artikels:- Abicht, Ludo, Maar wie is hier mijn broeder of mijn naaste? <strong>Ethiek</strong> <strong>in</strong> demulticulturelekl<strong>in</strong>iek, lez<strong>in</strong>g op de studievoormiddag ‘Geraakt door ethiek’,10 oktober 2008, georganiseerd door de Verenig<strong>in</strong>g van OpenbareVer<strong>zorg</strong><strong>in</strong>gs<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen v.z.w.- De Droogh, Luc & Maeseele, Thomas (2008), Zorg en ethiek, <strong>in</strong>: Alert,Jaargang 34, 2008, nr. 3, pp. 76-83- Gelauff, Marjolijn (2000), Een ander licht op geestelijke begeleid<strong>in</strong>g, <strong>in</strong>:Antenne, juni, 2000, pp. 16-19- Mahler, C., Is ethische consensus <strong>in</strong> een pluralistische samenlev<strong>in</strong>g mogelijk?,lez<strong>in</strong>g op symposium “Multiculturele gezondheids<strong>zorg</strong>” doorCommissie voor Medische <strong>Ethiek</strong> - ZNA Middelheim op 6 oktober 2007(3) Beauchamp & Childress, 2001, Pr<strong>in</strong>ciples of Biomedical Ethics, New York,Oxford University Press(4) Vorstenbosch, Jan (2005), Zorg. Een filosofische analyse, UitgeverijNieuwezijds; Amsterdamseptember 2010 35


AntenneGehoord, gezien en geschrevenMaria Moeskopsmoreel consulent Zorgbedrijf/OCMW AntwerpenAls vrijz<strong>in</strong>nig moreel consulent <strong>in</strong> een verpleegtehuis voor dementerendenheb ik een eigen rubriek ‘Gehoord, gezien en geschreven’ <strong>in</strong> het maandelijkse<strong>in</strong>foblad. Omdat het zowel door de familie van de bewoners, als door collega’s wordtgelezen, is het voor mij een prima gelegenheid om bepaalde items extra te belichten. Dat kan gaan over de <strong>zorg</strong><strong>in</strong> huis, over emoties, over bepaalde activiteiten…ter illustratie hieronder een artikeltje.Beste lezerMARIA MOESKOPSMet het korten van de dagen, het dalen van de temperaturen en het vallen van de bladeren, krijgt de wereldrondom ons weer een heel ander uitzicht. In plaats van buiten te genieten van zon en zomerse geneugten,gaan we eerder knus b<strong>in</strong>nen zitten.Het nieuwe seizoen doet ons niet alleen letterlijk naar b<strong>in</strong>nen keren. Het nodigt ons tegelijk uit om stil testaan bij onszelf, bij onze eigen e<strong>in</strong>digheid als mens.Een uitgesproken voorbeeld hiervan is de traditionele herdenk<strong>in</strong>g van alle overledenen <strong>in</strong> november. We frissende graven van onze geliefden op, plaatsen er een bloemetje bij… meer dan <strong>in</strong> de andere maanden vanhet jaar krijgen sterven en doodgaan onze aandacht.En hier <strong>in</strong> huis herdenken we alle patiënten en bewoners die afgelopen jaar <strong>in</strong> Joostens overleden zijn. Wedoen dit -met respect voor ieders overtuig<strong>in</strong>g- op 23 oktober.Hebt u afgelopen jaar hier afscheid moeten nemen van uw vader, moeder, partner, broer, zus of kameraad, dan ontvangtu hiervoor wellicht nog een aparte uitnodig<strong>in</strong>g. Mocht dit niet zo zijn, dan bent u bij deze reeds uitgenodigd.Zoals eerder gezegd, komt b<strong>in</strong>nenkort ook een kle<strong>in</strong> kastje <strong>in</strong> de grote gang, met daarop de nieuwe overlijdensberichten.Hopelijk nodigt het gedicht of de tekst die er bij hangt u uit om even stil te staan bij degenedie overleden is, maar even goed ook bij u zelf.Hieronder is er alvast eentje ter opwarm<strong>in</strong>g…Geef jezelf het recht van leveneen vergunn<strong>in</strong>g tot bestaan.Geef jezelf een vrijbriefom te zijnwie je bentverdrietig, bang, boos, moe.Gun jezelf vrede en vreugde.Gun jezelf liefdehet vertrouwen dat je openbloeitvrij, vrijlatendgenietend van wat zich openbaart,dankbaar en toegewijdaan wat was en is.Gun jezelf de vrijheidom te zijn wie je bent.CLAIRE VANDEN ABBEELEUIT: ALS IK TROOST KON ZIJN36 september 2010


<strong>Ethiek</strong> <strong>in</strong> de <strong>zorg</strong>op celluloidAntenneHET AANBOD VAN FILMS WAARIN ‘ETHIEK IN DE ZORG’ EEN BELANG-RIJKE PLAATS INNEEMT IS ENORM. OM AAN TE TONEN DAT OOK MEN-SEN IN DE FILMINDUSTRIE BIJDRAGEN TOT EEN GEZONDE DISCUSSIEHEB IK GEOPTEERD VOOR TWEE FILMS WAARIN DE FILMMAKERS DUI-DELIJK STANDPUNTEN DURVEN IN TE NEMEN EN ZOWEL HET TERREINVAN DE ZORGVERLENER ALS DE ZORGONTVANGER VERKENNEN. INWIT HEBBEN WE DUIDELIJK TE MAKEN MET HULPVERLENERS WAAR-VOOR HET WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK PRIMEERT TEN KOSTE VANDE ZORGONTVANGER. IN MAMMOTH LIJDT DE GEZINSSITUATIE VAN DEZORGVERLENER ONDER HAAR IMMENSE INZET. ZIJ TRACHT DAT OP TEVANGEN DOOR EEN DEGELIJKE KINDEROPVANG, MAAR BOUWT DAAR-DOOR WEER EEN AFHANKELIJKHEID VAN ANDERE ZORGVERLENERS OP.DAT GEEFT HAAR ALS MOEDER DAN WEER SCHULDGEVOELENS. DECOMPLEXITEIT VAN KWALITEITSZORG UIT ALLE MOGELIJKE SECTORENWORDT IN BEIDE FILMS TOCH WEL OP EEN UITERST HUMANE MANIERBELICHT.ANDRÉ OYENAndré Oyenpublicist, lid van Vlaamse Verenig<strong>in</strong>g van de FilmkritiekWitREGIE MIKE NICHOLSMET: EMMA THOMPSON,CHRISTOPHER LLOYD, EI LEENATKINS...98 MINUTEN - VERENIGDESTATEN / 2001Wit, wat zoveelbetekent als 'geestigheid,esprit', isgebaseerd op hetgelijknamige, meteen Pulitzerprijs be -kroonde, toneelstukvan Margaret Edsonuit 1999.Professor EngelsVivian Bear<strong>in</strong>g, doctor<strong>in</strong> de 17 de -eeuwse poëzie, gespecialiseerd <strong>in</strong> demetafysische gedichten van John Donne beschikt overeen soms bijtende geestigheid die haar studenten weliswaariets bijbrengt, maar hen ook van haar vervreemdt.Ze heeft het lesgeven en haar leven perfectonder controle en laat niemand <strong>in</strong> haar kaarten kijken.Haar colleges geleken op een strafkamp zegt een vanhaar oud-studenten. Maar dan blijkt Vivian een term<strong>in</strong>aleeierstokkanker te hebben en moet ze een slopende,langgerekte en experimentele behandel<strong>in</strong>g ondergaan.Acht maanden lang moet ze de touwtjes uit handengeven en zoals ze zelf zegt ‘leren lijden’. Ze is niet langereen lerares, maar een leerobject voor anderen, eenreageerbuis of een omslag van een boek. Vivian ontdektdat je het slappe koord tussen leven en dood slecht metWit kunt bewandelen. Er zijn twee stereotypen dokters:de compassievolle mensenredder en de gevoelloze kennisjager,die geïnteresseerd is <strong>in</strong> de chemische processen.In Wit, draait het om die laatste categorie. Het verwachtemagere resultaat heeft de specialist vooraf nietzo direct aan Vivian gemeld, maar ze heeft het welbegrepen, ze leest als taalwetenschapper immers tussende lijnen. Toch heeft ze met de lijdensweg <strong>in</strong>gestemd,juist omdat ze zelf ook een wetenschapper is, en eenkeiharde. Poëzie mag dan de zachte sector genoemdworden toch constateert ze achteraf zelf dat ook bij haar‘onderzoek boven menselijkheid' g<strong>in</strong>g. Vivian botst nuseptember 2010 37


Antenneop onthechte specialisten en studenten die tijdens hetgraaien naar een tumor uitweiden over hun studieresultaten.Over angst wordt niet gesproken, alleen over dehoeveelheden braaksel na zoveel <strong>in</strong>name chemo. Hetmaken van een televisiefilm schiep voor c<strong>in</strong>emagrootheidNichols de mogelijkheid om ongestoord (zonder dedruk van Hollywoodstudio's) creatief te zijn. RegisseurNichols maakt geen populaire knievallen, nee hij sleurtde kijker mee om samen met de patiënte een onnodigelijdensweg te maken en machteloos toe te kijken terwijlze ‘haar hersens uitkotst’. Wit is dw<strong>in</strong>gend goedgemaakt. Met ongelooflijke flexibiliteit speelt Thompsonde doodzieke literatuurdocent Vivian Bear<strong>in</strong>g. Wij zienhaar dapper chemotherapie en verneder<strong>in</strong>gen doorstaan,onderwijl pe<strong>in</strong>zend over de <strong>zorg</strong>sector, dichterJohn Donne, haar carrière en menselijkheid. Wit is pijnlijkboeiend, net als het leven en de dood. De enige diehaar nog wat menselijke warmte biedt en ook haar rechtenals patiënt uitlegt, is de verpleegster Suzie. De filmis een pleidooi om te luisteren naar de patiënt, om oogte hebben voor de gevoelswereld, een kreet om respectvoor de menselijke waardigheid.MammothREGIE EN SCENARIO: LUKASMOODYSSONMET: GAEL GARCÍA BER NAL,MICHELLE WILLIAMS,THOMAS MCCARTHY,SOPHIE NY WEIDE...125 MINUTEN – ZWEDEN-DENEMARKEN-DUITSLAND-VERENIGDE STATEN / 2009Leo en Ellen wonenmet hun achtjarigedochter Jackie enhun Filippijnse op -pas Gloria <strong>in</strong> NewYork. Het gaat henf<strong>in</strong>ancieel voor dew<strong>in</strong>d, maar doorhun drukke bezigheden hebben ze veel te we<strong>in</strong>ig tijd voormekaar. Tijdens een zakenreis <strong>in</strong> toeristenparadijsThailand komt Leo tot het besluit dat hij zijn leven grondigwil veranderen. Ook Ellen gaat bij zijn afwezigheidd<strong>in</strong>gen beseffen: ze moet toezien hoe haar dochter eigenlijkcloser is met haar surrogaatmama Gloria dan methaar, de echte moeder.Gloria moet zich voor iedereen sterk houden: ze mist haark<strong>in</strong>deren die op de Filippijnen zitten en lijdt onder het feitdat ze met hen m<strong>in</strong>der <strong>in</strong>nig samen kan zijn dan met dedochter van iemand anders. Mammoth is een soortmozaïekfilm die zich op drie verschillende locaties (NewYork, de Fillipijnen en Thailand) afspeelt. Het is eigenlijkéén groot verhaal verspreid over drie locaties en gez<strong>in</strong>ssituaties,die met elkaar verbonden worden door een zelfdethema, namelijk de band tussen ouders en hun k<strong>in</strong>deren.Leo is een belangrijk figuur <strong>in</strong> de film, maar het zijn detwee vrouwen die de grootste verantwoordelijkheid dragen.In haar werk als urgentie-arts is Ellen werkelijk niette evenaren. Zij probeert zich ook de leefwereld vaniedereen <strong>in</strong> een wereldstad als New York voor te stellen.Gloria is de ideale oppas, zij is er dag en nacht voor Jackie.Op een nacht wordt Ellen, terwijl Leo op zakenreis is, bijeen jongentje geroepen, wiens eigen moeder hemlevensgevaarlijk verwond heeft. Er moet een spoedoperatieuitgevoerd worden. Terwijl Ellen alles op alles zet omhet leven van dit jongetje te redden, komt er een telefoontjeuit de Fillipijnen waaruit blijkt dat Gloria haarzoontje aangerand werd door een toerist. Gloria pakt allesmeteen <strong>in</strong> en zegt tegen Jackie dat ze haar moeder moetbellen. Verder kijkt ze niet meer om naar het k<strong>in</strong>d. Jackieprobeert Ellen te bereiken, maar die is onbereikbaar <strong>in</strong> hetoperatiekwartier.Uiteraard heb je begrip voor Gloria, maar toch vraag je jeaf, heeft ze hier niet serieus gefaald <strong>in</strong> haar ethische code,tegenover het k<strong>in</strong>d dat zo op haar vertrouwde. Mammothis een prachtige film waar uit duidelijk blijkt dat <strong>in</strong> de<strong>zorg</strong>verlen<strong>in</strong>g het naleven van de ethiek tegenover mensendie van de <strong>zorg</strong>verstrekker afhankelijk zijn zeerbelangrijk is.38 september 2010


“Alles kan, niets moet.”Topaz, een tweede thuis voor ernstig ziekenEen gesprek met Wim DistelmansAntenneCor<strong>in</strong>ne Assenheimermoreel consulent Ziekenhuis Netwerk Antwerpen, campus MiddelheimKathleen Van Steenkistemoreel consulent CMD AalstPROF. DR. WIM DISTELMANS IS IN BELGIË BEKEND OMWILLE VANZIJN DESKUNDIGHEID EN ONVERMOEIBARE INZET VOOR EEN MENS-WAARDIG LEVENSEINDE. WAT WEINIG MENSEN WETEN IS DAT HIJNAAST ARTS OOK ALGEMEEN DIRECTEUR IS VAN HET SUPPORTIEF DAG-CENTRUM TOPAZ. WAARVOOR STAAT TOPAZ EIGENLIJK? WELKE VER-ANTWOORDELIJKHEID DRAAGT WIM DISTELMANS ALS DIRECTEUR ENHOE VOELT DEZE ‘POSITIE’ AAN? WELKE ETHISCHE PRIORITEITEN ENUITDAGINGEN STELLEN ZICH VOOR EEN DIRECTEUR VAN EEN ZORGIN-STELLING? LIGGEN DIE IN HET VERLENGDE VAN DE ETHISCHE PRIORI-TEITEN EN UITDAGINGEN VAN DE ARTS/ZORGVERLENER OF BESTAAT EREEN SPANNINGSVELD? IN HOEVERRE HEEFT HET ARTS-ZIJN EENINVLOED OP HET OPNEMEN VAN VERANTWOORDELIJKHEID ALS‘MANAGER’ EN OMGEKEERD? WAT GEZEGD OVER HET FEIT DATGEZONDHEIDSINSTELLINGEN MEER EN MEER WORDEN GELEID DOORMANAGERS DIE UIT EEN ANDERE SECTOR AFKOMSTIG ZIJ. EN LAST BUTNOT LEAST: WAARUIT PUT WIM DISTELMANS INSPIRATIE EN ENERGIEVOOR DIT VOLGEHOUDEN ETHISCH EN MENSELIJK ENGAGEMENT?HET ANTWOORD OP AL DEZE VRAGEN IS VERHELDEREND.WIM DISTELMANS“We zijn blij dat we Topaz hebben,voor zolang het nog blijft bestaan,want we moeten knokkenvoor onze subsidies.”Het dagcentrum Topaz vult een hiaat op. Mensen dieongeneeslijk ziek zijn, verblijven nogal lang <strong>in</strong> hetziekenhuis. We noemen hen de ‘langliggers’.Hoewel de meeste mensen liefst zo vlug mogelijk naar huisgaan, vragen sommigen zich toch af of ze thuis wel dezelfdeopvang zullen krijgen. Het gebeurt vaak dat iemand tijdenseen hospitalisatie een proefbezoek aan Topaz brengt.Als hij of zij merkt dat hier ook opvang is, dat er professionelenwerken, dat er ondersteunende <strong>zorg</strong> is, dan is het verblijf<strong>in</strong> het ziekenhuis aanzienlijk korter. Topaz biedt eendegelijk alternatief, een tussenstadium tussen ziekenhuis enthuis<strong>zorg</strong>. Mensen ontvangen er dezelfde <strong>zorg</strong> als <strong>in</strong> het ziekenhuis.Ik heb mijn ziekenhuisdirectie -dat zijn mensenmet wie je <strong>in</strong> economische termen moet spreken- destijdskunnen overtuigen met het argument dat zo’n dagcentrumhen verlost van de ‘langliggers’. Omgekeerd hebben mensendie <strong>in</strong> de thuis<strong>zorg</strong> zitten af en toe nood aan een ondersteunendebehandel<strong>in</strong>g. Zij kunnen hier terecht en hoevengeen uren <strong>in</strong> het ziekenhuis te wachten. De onderliggendefilosofie is <strong>in</strong> feite dat we hopen mensen langer thuis tekunnen houden. Het kl<strong>in</strong>kt cliché, maar onze uitgangsvisie isdat de patiënt centraal staat. Mensen komen hier graag, hetis hier aangenaam vertoeven. Topaz wordt niet ervaren alseen wachtkamer voor de dood. Niettegenstaande de professionelenalert zijn en de vrijwilligers getra<strong>in</strong>d worden omeen signaalfunctie op te nemen houden we de sfeer hierbewust luchtig. Mensen die <strong>in</strong> Topaz werken, professioneelof vrijwillig, eten mee aan tafel. De patiënten of ‘gasten’,zoals wij ze noemen, moeten zich goed voelen, want huntijd is kostbaar. Omdat mensen het ziekenhuis eten vaakniet lekker v<strong>in</strong>den, hebben we er bewust voor gekozen demaaltijden zelf te bereiden. Onze gasten mogen ook wijndr<strong>in</strong>ken. De slogan is “alles kan, niets moet”. Klassieke hulpverlenersleggen meestal de nadruk op wat niet mag. Wijvertrekken vanuit een positieve <strong>in</strong>gesteldheid. Het is nietprettig als mensen voortdurend te horen krijgen dat dit nietmeer mag en dat niet meer mag. Het enige wat ze nogmogen is doodgaan.september 2010 39


AntenneBovendien is Topaz spotgoedkoop. We hebben uitgerekenddat het dagcentrum op jaarbasis €250.000 kost, all-<strong>in</strong>. Deligdagprijs of beter de hotelkost (slapen, eten en schoonmaakvan de kamer) <strong>in</strong> het UZ Jette bedraagt ongeveer€500 per dag, zonder arts, verpleegkundige of hulpverlener!In Topaz is altijd een medicus aanwezig. Als vijftig mensendie naar Topaz komen twee weken m<strong>in</strong>der moeten wordengehospitaliseerd is de kostprijs van ons dagcentrum betaald.Het woord palliatief is een term die wij hier niet graaggebruiken omdat het te veel wordt geassocieerd met ‘term<strong>in</strong>aal’.Wij verlenen ‘supportieve’ <strong>zorg</strong>. Alle <strong>zorg</strong> <strong>in</strong> Topazgebeurt op mensenmaat. Autonomie en zelfbeschikk<strong>in</strong>g zijnheel belangrijk <strong>in</strong> de omgang met onze gasten.Een ziekenhuisdirectie moet <strong>zorg</strong>en dat haar hospitaal nietverlieslatend is. Het dagcentrum is een voordelig alternatief.Ik ben de <strong>in</strong>itiatiefnemer ervan geweest en als dusdanig is ergeen sprake van een belangenconflict. Het is een voordeelzelf hulpverlener te zijn omdat ik denk vanuit mijn eigen<strong>zorg</strong>verlen<strong>in</strong>gsconcept. Dat er niet meer dergelijke dagcentrazijn, heeft deels te maken met het gegeven dat mijn collega’s,hun patiënten niet graag loslaten. Ik probeer telkensweer uit te leggen dat het niet is omdat mensen naar Topazkomen dat ze geen chemotherapie of bestral<strong>in</strong>g of heelkundige<strong>in</strong>terventie mogen krijgen. Maar bovenop die geneeskundige<strong>zorg</strong> hebben mensen ook nog andere <strong>zorg</strong> nodig.Wij hebben het gevoel dat mensen die Topaz bezoeken langerleven. Ik leg dat met hand en tand uit, maar ik kan meniet van de <strong>in</strong>druk ontdoen dat klassieke hulpverleners opMars zitten. Het is vergelijkbaar met euthanasie. Wanneer jezegt pro-euthanasie te zijn, lijkt het er voor sommigen nogaltijd op alsof je palliatieve <strong>zorg</strong> onbelangrijk v<strong>in</strong>d. Of erwordt gesteld dat vrijz<strong>in</strong>nigen euthanasie verkiezen bovenpalliatieve <strong>zorg</strong>. Absurd. Wit-zwart denken.De gast staat centraal en we spelen <strong>in</strong> op zijn belev<strong>in</strong>gswereld.In sommige gevallen ben ik ervan overtuigd dat chemotherapiebeter achterwege blijft. Zolang ik echter aanvoel datdeze behandel<strong>in</strong>g voor de gast nog een belangrijk houvast is,wie ben ik dan om te zeggen dat het niet mag. Ik wil geencrisis uitlokken. Als chemotherapie schadelijk wordt, bespreekik het. Dat gebeurt vaak aan tafel, ‘tussen de soep en depatatten’, op een <strong>in</strong>formele manier. Ik lees ook de rapportenwaar<strong>in</strong> staat dat het geen z<strong>in</strong> heeft bij een term<strong>in</strong>ale patiënt<strong>in</strong>traveneus bij te voeden. In pr<strong>in</strong>cipe is dat waar. Maar alsmensen daar nu echt aan vasthouden omdat ze die baxter almaandenlang krijgen. Moet ik dan zeggen dat het geen z<strong>in</strong>heeft, dat het beter is ermee te stoppen? Nee, ik vraag danom bij ons ‘mosselen met friet’ te komen eten en misschienbeslist de gast dan zelf om de <strong>in</strong>traveneuze voed<strong>in</strong>g af teschaffen. Alles kan, niets moet. We beschouwen onze gastenals ‘vol’, ze worden niet betutteld of met fluwelen handschoenenaangepakt. Ze mogen ruzie maken, kortom ‘normaal’doen. Alle gasten leven hier <strong>in</strong> een grote groep metelkaar en met de professionelen en vrijwilligers samen. Wehebben respect voor onze gasten. We lopen niet rond <strong>in</strong> wittekielen. Iedereen spreekt elkaar met de voornaam aan.Mensen die worden opgenomen <strong>in</strong> een rusthuis of een rvt ofeen ziekenhuis zijn verplicht zich aan te passen aan de gangvan zaken. Hier is het omgekeerde het geval. Er bestaannatuurlijk dagcentra die vanuit eenzelfde context vertrekkenmaar toch heel dirigistisch en <strong>in</strong>fantiliserend zijn.Bij Topaz selecteren we professionelen en vrijwilligers opbasis van het elementair bestaan van humor, ons voornaamstecriterium. Dat lijkt belachelijk, maar het is wel zo. Eenandere maatstaf is relativer<strong>in</strong>gsvermogen. Je moet zoweljezelf als de rest van de samenlev<strong>in</strong>g kunnen relativeren.“Alternatieve geneeskunde,<strong>in</strong> de positieve z<strong>in</strong> van het woord,en daartoe behoort zekerhet dagcentrum Topaz,is nodig omdat het ons denkenover <strong>zorg</strong> kan verruimen.”Kennis is m<strong>in</strong>der belangrijk, die kun je opdoen. Ons is hetvooral te doen om attitude. Er werken hier een aantal verpleegkundigendie schitterend werk leveren omdat ze de juisteattitude hebben, al jaren meedraaien <strong>in</strong> de filosofie en zelfideeën opperen die b<strong>in</strong>nen deze filosofie passen. Hetzelfdegeldt voor de vrijwilligers. We hebben een pool van 35 vrijwilligers,magnifieke mensen, die we ook bewust hebbengekozen. Alle vrijwilligers kennen alle details van hetmedisch dossier. Zij hebben het recht om dat te weten. Hetstelt hen <strong>in</strong> staat een betere <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g te geven aan hun vrijwilligerswerk.In ruil vragen wij dat ze <strong>in</strong> hoge mate een signaalfunctiewaarnemen en de professionelen onmiddellijkbriefen van zodra ze merken dat er iets verkeerd loopt. In demedische wereld is dit eerder uitzonder<strong>in</strong>g dan regel.Uiteraard vragen we discretie en geldt het beroepsgeheim. Erwerkt hier eveneens een psycholoog en we doen beroep opYvon Bartel<strong>in</strong>k, de moreel consulent. De psycholoog staat nietalleen <strong>in</strong> voor het ondervangen van psychische moeilijkhedenbij de gasten, maar runt ook de vrijwilligerswerk<strong>in</strong>g.Professionelen <strong>in</strong> de ziekenhuiswereld klagen steen enbeen over de noodzaak aan registratie. Ook <strong>in</strong> Topaz wordenwe daarmee geconfronteerd en kunnen we er niet onderuit.Het is verschrikkelijk dat goed besturen wordt gelijkgesteldmet tot <strong>in</strong> het absurde registreren. Ik vraag me trouwens afwie dat allemaal leest? Niemand, denk ik.Gezondheids<strong>in</strong>stell<strong>in</strong>gen worden steeds vaker geleid doormanagers die uit andere sectoren afkomstig zijn. Het moetallemaal geld opbrengen en er wordt niet meer gedacht <strong>in</strong>termen van patiënten. Omdat de middelen schaars zijn, moetendie optimaal worden besteed. De vergrijz<strong>in</strong>g draagt ertoebij dat meer en meer mensen <strong>zorg</strong>behoevend worden, waardoorde middelen per <strong>in</strong>dividu nog schaarser worden. Maarvoor absurde, z<strong>in</strong>loze zaken is nog onvoorstelbaar veel geldter beschikk<strong>in</strong>g, wat samenhangt met de macht van lobbyisten.Men draait zijn hand niet om voor een palliatieve chemo-40 september 2010


therapie die €40.000 per patiënt per jaar kost. Dat wordt doorde ziekteverzeker<strong>in</strong>g volledig terugbetaald. Wij daarentegenmoeten bewijzen dat Topaz, een valabel, nuttig alternatief is.Dat is een kwalijke evolutie. De economische mechanismenzijn duidelijk, maar ze zijn niet meer gericht op de patiënt.We zijn blij dat we Topaz hebben, voor zolang het nog blijftbestaan, want we moeten knokken voor onze subsidies.Pensenkermissen hebben we nog altijd. Het starre denkenover <strong>zorg</strong> werkt verlammend. Het RIZIV vroeg me vorig jaarrvt. De m<strong>in</strong>ister was het volmondig met me eens, maar<strong>in</strong>middels zijn we twaalf jaar verder en is er <strong>in</strong> feite niets veranderd.Het RIZIV is “medisch-technisch”-gericht. Daar wordtvaak alleen gedacht <strong>in</strong> termen van terugbetal<strong>in</strong>g van technischeprestaties. Wij proberen het aantal technische prestatieste m<strong>in</strong>imaliseren en het RIZIV betaalt ons niet omdat weonvoldoende technische verricht<strong>in</strong>gen plegen. In Topaz isgeen arts nodig, zegt het RIZIV, want ik ‘doe’ niets. Het tegendeelis waar, ik verdien geld voor het RIZIV. Dat is toch absurd!THUIS BIJ TOPAZeen <strong>zorg</strong>model ‘dagcentrum’ uit te schrijven terwijl Topazdertien jaar bestaat! In functie van ons allen, want we zijnallen potentiële patiënten, is er nood aan alternatieve <strong>zorg</strong>modellen.Topaz is een motor om me blijvend <strong>in</strong> te zettenomdat ik geloof <strong>in</strong> het concept. Het is een waardevol conceptnaar de toekomst toe.De mensen zijn tevreden en de kostprijs valt enorm mee. Infeite staat niets de uitbreid<strong>in</strong>g van het concept <strong>in</strong> de weg. Zelfpolitici zijn het met me eens. Een 12-tal jaren terug -ik wastoen nog voorzitter van de Federatie Palliatieve ZorgVlaanderen- legde ik het idee uit aan Frank Vandenbroucke,toenmalig federaal m<strong>in</strong>ister van Sociale Zaken. Het verhaalvan dagcentra is vertaalbaar naar het probleem van de vergrijz<strong>in</strong>g.Dagcentra vangen immers niet alleen term<strong>in</strong>aalzieke patiënten op, ook oudere mensen met allerlei kwaaltjesdie het moeilijk hebben met zelfredzaamheid en het alleenthuis zitten. Wanneer ze terecht kunnen <strong>in</strong> een dagcentrum,waar ze ook supportieve <strong>zorg</strong> krijgen, hoeven ze niet naar eenAls ik <strong>in</strong> een dip terecht kom en ik kijk hier om me heen, danvoel ik waarvoor we dit allemaal doen. Tijdens mijn consultaties<strong>in</strong> het ziekenhuis krijg ik geregeld vragen voor euthanasie,vooral van eenzame mensen, hoogbejaarden. Ik nodig zedan uit naar Topaz om die vraag nogmaals goed te beluisteren.Sommigen besluiten om naar het dagcentrum te komenmits ze de garantie krijgen op hun vraag terug te mogenkomen. Na één, twee jaren verdwijnt de vraag. Anderen houdenhet voor bekeken en dan spelen we ook geen kat enmuis spelletje en komen we aan de vraag tegemoet.Ik ben nu op zoek naar potentiële artsen die Topaz kunnenovernemen of het elders willen dupliceren. Het is niet evidentzo’n mensen te v<strong>in</strong>den omdat artsen nog al te vaak tijdenshun opleid<strong>in</strong>g worden ‘miskweekt’. Ze gaan ervan uitdat ze alles zelf moeten beslissen en dat de geneeskundealles kan. Alternatieve geneeskunde, <strong>in</strong> de positieve z<strong>in</strong> vanhet woord, en daartoe behoort zeker het dagcentrum Topaz,is nodig omdat het ons denken over <strong>zorg</strong> kan verruimen.september 2010 41


AntenneMijn ervar<strong>in</strong>gmet het CentrumMorele Dienstverlen<strong>in</strong>gPLACE DE L’ETOILE IN PARIJSRITA VAN SIMAEYSRita Van SimaeysVier jaar geleden overleed mijn echtgenoot totaalonverwacht, als gevolg van een val <strong>in</strong> de kelder vanonze nieuwe won<strong>in</strong>g waar<strong>in</strong> we amper vier maandenwoonden.Na een jaar op antidepressiva geleefd te hebben en daarnanog een jaar met emotionele ups-and-downs heb ik uite<strong>in</strong>delijkde raad van een vriend opgevolgd (hij had me almeermaals over het Centrum Morele Dienstverlen<strong>in</strong>g (CMD)ge sproken) en heb ik contact genomen met het Centrum <strong>in</strong>Ronse. Het was met heel veel twijfels en een deel argwaandat ik naar de eerste afspraak met de consulent ben gegaan.Ik had eerlijk gezegd nogal mijn twijfels <strong>in</strong>zake het <strong>in</strong> vertrouwennemen en blootleggen van mijn <strong>in</strong>nerlijke moeilijkhedenaan een totaal vreemd iemand. Hoe kon praten meteen moreel consulent over het verdriet om mijn overledenechtgenoot me helpen? Zij kon hem toch onmogelijk terugbrengen?Ik was toch niet gek? Dit zijn waarschijnlijk typischevragen die iemand, die nog nooit <strong>in</strong> aanrak<strong>in</strong>g met eenmoreel consulent geweest is, zichzelf stelt.Daar zat ik dan, op een dag <strong>in</strong> september, <strong>in</strong> één van die vierwitte zeteltjes met Doreen rechtover mij. Ik had totaal geenidee hoe dit gesprek zou verlopen, zou de consulent mij vragenstellen? Wie zou het <strong>in</strong>itiatief voor het starten van ditgesprek nemen? Zou die consulent me wel liggen? Hoeveelwou ik kwijt? Hoe persoonlijk zou ik het laten worden? Heelveel vragen en twijfels dus.Achteraf gezien is het gesprek totaal niet stroef verlopen,het was wat aftasten langs beide zijden, maar uite<strong>in</strong>delijkwas dit de aanzet van een lang genez<strong>in</strong>gsproces van mijn<strong>in</strong>nerlijke gemoedstoestand.De eerste maanden was ik wekelijks op de afspraak, daarnawerden de gesprekken geleidelijk aan afgebouwd. Ikwas heel verbaasd over de <strong>in</strong>tensiteit van zo een gesprek,hoe vermoeiend het soms was. Ik ben dikwijls totaal leeg,maar met een voldaan gevoel huiswaarts gekeerd.Wat voor mij ook totaal onbekend en daardoor vernieuwendwas, was dat je door jezelf te horen praten (de consulentluistert vooral) uite<strong>in</strong>delijk tot antwoorden op je eigen vragenkomt. De consulent laat je gewoon praten, legt hier endaar een accent, stelt een vraag waarop je zelf een dieperliggendantwoord zoekt, zij gaat terug <strong>in</strong> de tijd waardoor erher<strong>in</strong>ner<strong>in</strong>gen terugkomen van d<strong>in</strong>gen die je eigenlijk alvergeten was, of ze loopt soms wat verderop waardoor jeals het ware een weg voor je ziet.Ik her<strong>in</strong>ner me dat ik bij het eerste gesprek het gevoel haddat ik precies op de Place de l’étoile <strong>in</strong> Parijs stond (de42 september 2010


GESPREKSRUIMTE IN EEN CENTRUM MORELE DIENSTVERLENING (CMD)plaats waar verschillende wegen samen komen) en nietwist welke richt<strong>in</strong>g ik uit moest. Ik zat letterlijk <strong>in</strong> een kluwengevangen. En geleidelijk aan, naarmate de gesprekkenverliepen, verdwenen er denkbeeldige straten tot ik uite<strong>in</strong>delijkéén brede laan voor me zag liggen.We zijn ondertussen twee jaar verder en ik ga nog maandelijksnaar het Centrum. Het verdriet om mijn overleden echtgenootis wat gesleten, maar door de gesprekken kwam ookmijn omgang met mensen <strong>in</strong> het algemeen naar voor,gedrag dat het gevolg is van hetgeen ik <strong>in</strong> mijn k<strong>in</strong>dertijdvan mijn ouders gezien en geleerd heb. Na een jaar vanrouwbijstand g<strong>in</strong>gen de gesprekken over <strong>in</strong> een zoektochtnaar mijn eigen ik, want daar stond ik dan voor het eerstalleen <strong>in</strong> mijn leven, onzeker, niet wetend welke richt<strong>in</strong>g ikuit kon. Het Centrum was voor mij belangrijk voor het leggenvan de zaadjes voor een nieuwe toekomst met daar<strong>in</strong> eventueelplaats voor een nieuwe partner. Ik heb daar samen metde consulent de balans van mijn leven opgemaakt met d<strong>in</strong>gendie ik wou behouden, zaken die ik absoluut niet meerwou en nieuwigheden die ik graag <strong>in</strong> mijn leven wil.Men zou veronderstellen dat er na zoveel gesprekken, diedikwijls over je <strong>in</strong>tiemste denken en gevoelens gaan, eenvriendschapsband met de consulent zou ontstaan maar datis niet zo. De consulent behoudt haar professionaliteit, waardoorer een vertrouwensband blijft bestaan en die is bijmorele dienstverlen<strong>in</strong>g veel belangrijker dan een vriendschapsband.Het is dit vertrouwen dat je hand vast houdt endat je toelaat dieper <strong>in</strong> jezelf naar antwoorden te zoekenvoor je eigen zoektocht <strong>in</strong> je leven. Je weet ook dat dit vertrouwenniet zal beschaamd worden, dat ook niets van watje vertelt verder dan die vier muren zal gaan. En dit v<strong>in</strong>d ikpersoonlijk het allerbelangrijkste. De consulent is de strohalmdie ter beschikk<strong>in</strong>g is wanneer je het totaal niet meerziet zitten en geloof me, ik ben dikwijls <strong>in</strong> die toestandgeweest. Ik vertrok met lood <strong>in</strong> de schoenen naar hetgesprek, maar ik kwam na anderhalf uur totaal verlost enmet nieuwe moed huiswaarts. Eens thuis gekomen z<strong>in</strong>derthet gesprek nog na, het is zoals een film die zich nog eensvertoont, en je bre<strong>in</strong> blijft op de achtergrond bezig met deverwerk<strong>in</strong>g van het anderhalf uur <strong>in</strong>tensief werken. (zo eengesprek van een uur tot maximum anderhalf uur is echt<strong>in</strong>tensief werken, het vraagt ongelooflijk veel energie). Hetis vooral <strong>in</strong>tensief werken omdat je zelf voor 90% aan hetpraten bent en de consulent komt voor 10% <strong>in</strong>teractief tussen.Ik kon me, vóór ik beslist had naar het Centrum te gaan,niet voorstellen dat ik zelf het werk zou moeten doen, ikstelde me een vraag en antwoord gesprek voor en dacht datde antwoorden me op een schaaltje zouden gepresenteerdworden. Maar dit is dus niet zo, de antwoorden zitten <strong>in</strong>jezelf verborgen en de consulent helpt je om die antwoordenuit hun diep verborgen schuilplaats te halen.Tot slot kan ik iedereen aanraden en oprecht aanbevelen:wacht niet zolang als ik om morele hulp te zoeken. Durf destap te zetten, baat het niet het schaadt je zeker niet. Dedienstverlen<strong>in</strong>g is voor jezelf ook gratis, maar ik kan je metde hand op het hart vertellen dat het er zeer professioneelaan toe gaat. Het Centrum maakt het op die manier vooriedereen mogelijk om voor je <strong>in</strong>nerlijke ‘ik’ te <strong>zorg</strong>en. En hetis het gezonde <strong>in</strong>nerlijke dat je uiterlijk laat stralen voorjezelf en je omgev<strong>in</strong>g, dat je zelfvertrouwen geeft en nieuwemoed om verder te gaan <strong>in</strong> het leven, dat toch de moeitewaard is.september 2010 43


AntenneSandraden:de <strong>in</strong>gekorte reiskoord“DEZE NACHT GEZOCHT TOT ZEVEN OP INTERNET”. WANHOPIG BOOR-DEN SANDRA’S OGEN ZICH DOOR DE TEKSTEN DIE HAAR RESTERENDLEVEN EEN ANDERE WENDING KONDEN GEVEN. TOT ZEVEN UUR IN DEOCHTEND HIELD HAAR SPARTELLUST HAAR RECHT. VIA IN EEN DISPLAYGETOVERDE WOORDEN HIELD ZE ME OP DE HOOGTE VAN HAAR SPEUR-WERK: WANNEER ZIJ GING SLAPEN, STOND IK OP. GEEN VRIJE KEUZE(AL WAS ZE ALTIJD AL EEN NACHTUILTJE GEWEEST), DE ZWARE COR-TISONEKUREN GUNDEN HAAR GEWOONWEG WEINIG RUST.SANDRA WAS RUIM ZEVEN JAREN ZIEK. DE DIAGNOSE OP KERST-AVOND 2001 ZETTE EEN KETEN IN GANG VAN ONTGOOCHELENDNIEUWS. MET CHRONISCHE LYMFATISCHE LEUKEMIE KUNNEN SOMMI-GEN TIEN JAAR LEVEN, ZELFS VEEL LANGER NOG. MAAR DAT TOE-KOMSTPERSPECTIEF BROKKELDE STAPJE PER STAPJE VERDER AF, DECHROMOSOMALE AFWIJKINGEN DIE SANDRA’S DEEL WAREN, WEZENOP DE MEEST AGRESSIEVE VARIANT : STATISTISCHE OVERLEVINGSTIJDTWEEËNDERTIG MAANDEN.KOEN VAN HOEYLANDT EN SANDRAKoen van Hoeylandt5De lange wandel<strong>in</strong>g naast Heer Dood heeft ons diversepaden doen <strong>in</strong>slaan (vanuit de hoop de griezelige medewandelaaraf te schudden) maar nooit kwamen weongezien weg, Hij bleef ons achtervolgen. M<strong>in</strong>dfulness.Kruiden kooksels. Tai Chi. Het pad naar genez<strong>in</strong>g loopt langs routesdie je nimmer had gedacht te hoeven passeren.Een dokter die met kruiden werkte, zou San dichter bij een miraculeuzegenez<strong>in</strong>g kunnen brengen. En als vriendelijkheid gemeneziekten vermocht te kastijden dan maakte dit pad <strong>in</strong>derdaadeen kans. Want de arts, die zijn kruidenkennis koppelde aan eenpraktijk als huisarts, toonde zich uiterst meelevend en hij vuldeons met hoop. Alleen, spoedig bleek dat de potentiële redderzelf aan een kanker leed die niet onder controle te krijgen was.Misschien boden exotischer kruidenmengsels wel een kans?Weggestopt <strong>in</strong> de smalle straatjes van de Ch<strong>in</strong>ese wijk <strong>in</strong> Ant -werpen, woonde een dokteres die de polsslag voelde en de tonglas. Van een mix van peulen, grassen, zaden, gedroogde vruchten,durfden we heil verwachten. Een zurig, bitter bru<strong>in</strong> sap werdgewonnen uit het knisperend pakket. Een ganse rugzak redd<strong>in</strong>gtorste ik richt<strong>in</strong>g huis nadat dokter X. ons had uitgelaten. De eerstekeer daarna dat we <strong>in</strong> het Universitair Ziekenhuis de behandelendeprofessor op zochten, viel hij achterover van verbijster<strong>in</strong>g. Geenenkel medicijn van westerse makelij had Sandra tot zich genomenen toch was haar aantal witte bloedcellen (de graadmeter vanhaar ziekte: de leukemie die <strong>in</strong> haar zat, vermeerderde dat aantalcellen, kweekte zwakke, waardeloze witte bloedlichaampjes)spectaculair afgenomen. De prof zocht contact met de Ch<strong>in</strong>esedokteres, smeekte haar kenbaar te maken welk Ch<strong>in</strong>ees kruid zogeneeskrachtig had gewerkt, maar dat weigerde zij te doen.Immers, volgens de Ch<strong>in</strong>ese ge neeskunde mag een geneeskrachtigecomponent niet geïsoleerd worden van de assisterende soldaten.Wanhopig g<strong>in</strong>g de prof op zoek naar de identiteit van de <strong>in</strong>plastic verpakte redd<strong>in</strong>gsboei. Wij onderg<strong>in</strong>gen ontredderd devreemde clash tussen oost en west. Diverse maanden later verscheen<strong>in</strong> één van de medische toptijdschriften een artikel waar<strong>in</strong>door Amerikaanse onderzoekers werd beschreven hoe eenmengsel van twijgjes en takjes van Aziatische orig<strong>in</strong>e een patiëntmet leukemie een wonderbaarlijke remissie had be<strong>zorg</strong>d…Ware hulp op de warrige paden van de hulpverlen<strong>in</strong>g, bodenbovenal de vrienden. Zij kookten stoofpotjes gaar, geweldigvoedzaam; en als San dan een vol uur daarna hun recent aangelegdterras met dat onverteerd voedsel vulde, begrepen zedat, ze zeiden: “volgende week iets m<strong>in</strong>der kruiden misschienen dan kan je maagje het wel dragen.”Het laatste half jaar van haar ziekte (en haar leven) reden weeen keer of drie per week naar de universitaire kl<strong>in</strong>iek. Een vast44 september 2010


SANDRAritueel lag verankerd aan die verplaats<strong>in</strong>g van een half uurtje:ochtendmiddagmaal, haarwassen, iPod opladen, appel/sandwich/kartonvoed<strong>in</strong>g<strong>in</strong> het koelboxje wr<strong>in</strong>gen. En dan <strong>in</strong> rust enstilte met de auto vertrekken zoals we al die jaren daarvoornaar Frankrijk reden, of naar Berlijn. Om half twee <strong>in</strong> het ziekenhuisbedtrachten te geraken. Aangezien de dagzaal om halfzes sloot, versluisden we later op de dag steevast naar de vasteafdel<strong>in</strong>g. Daar werd San een bed getoond, op de kamer of opde gang. Door gaans moest er dan nog bloed <strong>in</strong> haar stromen,of plaatjes; de hematologen passeerden haar en stelden altijdveel belang <strong>in</strong> haar langgerekte dodengang. En andere patiëntenwerden vrienden: zij genoten van haar dadendrang, haarstralende ogen die nooit wilden opgeven. De akelig zwaarstemomenten waren als die vrienden dan plots op een dag nietmeer <strong>in</strong> hun kamer bleken te zijn, de strijd voor het bestaanmet de grootste tegenz<strong>in</strong> hadden moeten opgeven.Sandra vond dat ze al vaak genoeg <strong>in</strong> een ziekenhuisbed lag, zeweigerde bijgevolg onder alle omstandigheden om opgenomen teworden <strong>in</strong> de kl<strong>in</strong>iek. Ook wanneer haar immuniteit zo catastrofaallaag gezakt was dat zelfs de m<strong>in</strong>uscuulste microbe haar had kunnendoden, bleef ze hardnekkig kiezen voor haar eigen bed.Haar frêle, kwetsbare aderen gedoogden enkel de ultraspecialistenmet hun naaldenbootje op de bijna doorwaadbare bloedpoelen.Omdat ze het plaatsen van een centrale katheder meed uit immenseangst voor ontstek<strong>in</strong>gen, doorstond ze vaak diverse prikken vooraleerde geschikte noodzakelijke bloedader kon worden doorboord.Het verlies van elk perspectief kwelde haar het meest. Grootorganisator die ze was, regelaarster, planster van het extreembekwame soort: haar toekomst lag voortaan slechts een paaruren verder. En dat ze voorzichtig moest zijn <strong>in</strong> de buurt vanmensen tene<strong>in</strong>de besmett<strong>in</strong>g te vermijden, vond ze ondraaglijk:mensen waren haar voornaamste bron van leven, zij gavenhaar de onbedw<strong>in</strong>gbare drive om door te gaan.Zo boos kon ze zich maken over de mensen die uitstelden: b<strong>in</strong>nentien jaar zal ik wel eens doen wat ik echt wil. Die waan vanhet eeuwig leven trachtte ze eenieder uit het hoofd te praten.Altijd en overal, <strong>in</strong> elk station, <strong>in</strong> elke schouwburg, lopen mensenrond die <strong>in</strong> behandel<strong>in</strong>g zijn voor kanker. Dat brengt meestal eengebrekkig immuniteit met zich mee. We<strong>in</strong>igen zijn zo dapper alsSandra zich te ‘outen’ als kankerpatiënt en met een ridicuul, dochtoch wat mysterieus, mondmasker rond te lopen. Meermaalstrok een k<strong>in</strong>dje de mama aan de mouw bij het ontwaren vanSan en stelde de vraag luidop: wat scheelt die mevrouw? Ssst,deed dan de brave mama gegeneerd, en San lachte dan zachtjesen zei tegen het k<strong>in</strong>dje: “Ik ben een beetje ziekjes, maar hetis niet besmettelijk, jij kan het niet krijgen hoor”.Een stamceltransplantatie is voor de CLL-patiënt het enige redmiddel:je kan genezen. Alleen, er dient een geschikte donor tebestaan, met een HLA (Human Leukocyte Antigen) dat compatibelis met het HLA van de zieke. Miljoenen mensen hun genetischmateriaal maakt deel uit van zo’n bank, wereldwijd georganiseerd,maar niemand matcht met Sandra. Een gewone stamceltransplantatiebehoorde voor haar dus niet tot de mogelijkheden. Wel wasde navelstreng <strong>in</strong> opmars als voorziener van bruikbare cellen. Detamelijk ongerepte cellen die bij een geboorte beschikbaar worden,bieden perspectieven voor de donorlozen. Maar: <strong>in</strong> Belgiëbrandt dat onderzoek nog op een laag pitje, en een behandel<strong>in</strong>g<strong>in</strong> de VS kost zo’n half miljoen dollar. Vrienden toonden zich directbereid om via kunstveil<strong>in</strong>gen, fuiven een deel van het bedrag bijeente sprokkelen, we bespraken ook de verkoop van ons huisje,maar het doek viel toen de echtgenoot van onze Amerikaansevriend<strong>in</strong> Chaya, beheerder van een onwaarschijnlijk <strong>in</strong>teressanteCLL-website die ons voortdurend voorzag van kostbare <strong>in</strong>formatie,onder perfecte omstandigheden getransplanteerd <strong>in</strong> deAmerikaanse topkl<strong>in</strong>iek Fred Hutch<strong>in</strong>son <strong>in</strong> Seattle, bezweek aande gevolgen van de transplant: de transplant op zich bleek gelukt,PC was virtueel genezen, maar een long<strong>in</strong>fectie werd hem fataal.In de loop der laatste jaren werd duidelijk dat geen medicijn Sandrakon redden. Verscheidene ziektes hadden zich <strong>in</strong> tussentijd <strong>in</strong> haarlichaam verzameld (lymfoom, myeloom), schoon verbroederd metde leukemie. Comb<strong>in</strong>atie therapieën allerhande met de nieuwstesnufjes op de markt hielpen haar dan verder maar vijlden gestaagaan haar levenskwaliteit. Konden we aanvankelijk nog een reisjemaken, of sporten (San werd een fanatiek jogster), werkte ze aanvankelijknog als moreel consulent, gestaag brokkelden de krachtenaf en werd zij een van mondmasker voorzien meisje dat vooral noggenoot van lekker eten en warmte van de vrienden, van lange<strong>in</strong>tense gesprekken over het raadsel van de dood.De verpleegkundige met wie Sandra haar nakende euthanasie zoubespreken, arriveerde op de dagzaal terwijl <strong>in</strong> <strong>Gent</strong>-Wevelgem eenNoor als eerste over de aankomststreep reed (een renner met eengrote toekomst, hoorden we de tv-commentator zeggen).Anderhalve meter, zo hoog reikt de stapel <strong>in</strong>ternetpr<strong>in</strong>ts die Sandratijdens haar ziektetijd verzamelde. Tot diep <strong>in</strong> de nacht bereisde ze,dag aan dag, cyberspace: patiëntengetuigenissen, <strong>in</strong>formatie overnieuwe medicatie, trialresultaten, voortdurend breidde haar kenniszich uit. Maar we<strong>in</strong>ig heeft het allemaal uitgehaald. Extra maandenja van leven, maar een e<strong>in</strong>de aan dat alles <strong>in</strong> mijn nu (en het harebestaat zelfs niet meer helaas). Wat overblijft: het besef dat als hetbestaan zo hard bevochten wordt en het verplichte afscheid zoveelpijn morst, dat bestaan toch wel ontzaglijk mooi moet zijn engeweldigst om voluit te dragen; wie wegviel vult de rest der dagen.september 2010 45


AntenneZorgverlen<strong>in</strong>g<strong>in</strong> een hoogtechnologische sett<strong>in</strong>g,een zoektocht naar evenwicht?Een gesprek met Guy Van GompelCor<strong>in</strong>ne Assenheimermoreel consulent Ziekenhuis Netwerk Antwerpen, campus MiddelheimKathleen Van Steenkistemoreel consulent CMD AalstALS JE NIEREN NIET GOED MEER FUNCTIONEREN, STAPELT HETLICHAAM WATER EN AFVALSTOFFEN OP. OM TE OVERLEVENWORDT DIALYSE NOODZAKELIJK. BIJ HEMODIALYSE GEBEURT HETZUIVEREN VAN HET BLOED BUITEN HET LICHAAM, IN EEN KUNST-NIER. HIERVOOR MOET DE PATIËNT DRIE MAAL PER WEEK, DRIETOT VIJF UUR, NAAR EEN DIALYSECENTRUM GAAN.GUY VAN GOMPEL WERKT ALS HOOFDVERPLEEGKUNDIGE OP DEDIENST ‘HEMODIALYSE’ VAN HET ZIEKENHUIS NETWERK ANT -WERPEN, CAMPUS MIDDELHEIM. HIJ NEEMT ONS MEE OP ZIJNWERKTERREIN, EEN TERREIN WAAR TECHNIEK EN MACHINES EENHOOFDROL SPELEN, MAAR OOK EEN TERREIN WAAR PERSONEEL OP‘MENSENMAAT’ MET OOG, OOR EN ZORG AANWEZIG TRACHT TE ZIJN.“Zonder het technische aspectte onderschatten denk ik dathet luisteren en het <strong>in</strong>leven <strong>in</strong> de situatievan de dialysepatiënten even belangrijkzijn om de aanvaard<strong>in</strong>g en zode levenskwaliteit van de patiënten zijn familie te verbeteren.”Hoe is het emotionele verloop van een dialysebehandel<strong>in</strong>g?Nier<strong>in</strong>sufficiëntie beg<strong>in</strong>t dikwijls met vage algemene klachten.Omdat mensen vaak lang wachten om zich tot een arts tewenden, is de patiënt dikwijls vrij ziek bij het starten van debehandel<strong>in</strong>g. Na enkele sessies verbetert dit soms spectaculair.De euforie van de beterschap verdwijnt echter zodra depatiënt beseft dat hij, om te overleven, blijvend drie keer perweek dialyse moet ondergaan. Hoewel dialyse pijnloos is,<strong>zorg</strong>t het wel eens voor ongemak. Inname van medicatie,dieet en vochtbeperk<strong>in</strong>g belasten de patiënt <strong>in</strong> zijn dagelijksleven. Het transport van en naar het ziekenhuis neemt tijd <strong>in</strong>beslag. Patiënten ervaren dit als tijdverlies. Cont<strong>in</strong>uïteit <strong>in</strong> debehandel<strong>in</strong>g is essentieel. Patiënten slaan best geen behandel<strong>in</strong>gover. Ook feestdagen die op een dialysedag vallen blijvenbijgevolg ‘behandeldagen’. De impact op het sociale leven vande meeste dialysepatiënten is groot. Soms worden ze misnoegden ongelukkig door de vele uren die ze verplicht aanhun behandel<strong>in</strong>g moeten spenderen. Omdat genez<strong>in</strong>g meestaluitgesloten is, kan je <strong>in</strong> eerste <strong>in</strong>stantie we<strong>in</strong>ig vooruitzichtenbieden. Onder steun<strong>in</strong>g en begeleid<strong>in</strong>g om het aanvaard<strong>in</strong>gsprocesgoed te laten verlopen, is nodig. Hoewel het uitzonder<strong>in</strong>genzijn, berusten sommige mensen beter <strong>in</strong> hun loten beschouwen ze dialyse soms als een ‘uitje’. Zij v<strong>in</strong>den hetprettig om ‘onder de mensen te zijn’.Vaak wordt aan transplantatie gedacht als oploss<strong>in</strong>g. Voortransplantatie moet je over een uitstekende conditie beschikken.Het zijn bijgevolg meestal de jongere mensen die <strong>in</strong> aanmerk<strong>in</strong>gkomen voor niertransplantatie. Het aantal donorenblijft te kle<strong>in</strong> om aan de vraag te voldoen. Slechts 5-10% vanonze patiënten kan getransplanteerd worden.Hoe verloopt het contact met de dialysepatiënten?Door de regelmatige contacten groeit er een band tussenverplegend personeel en patiënten.Wanneer je gedurende een aantal jaren dezelfde mensendrie keer per week <strong>in</strong> behandel<strong>in</strong>g hebt, ontstaat er eenzekere aff<strong>in</strong>iteit. Uit professionele overweg<strong>in</strong>gen moet jetoch een zekere afstand bewaren. De grootte van die‘afstand’ bepaal je als verpleegkundige zelf.GUY VAN GOMPELSociaal leven en dialyse?Dialysepatiënten voelen zich gemakkelijk geïsoleerd. Doorhun dieet, door beperk<strong>in</strong>gen <strong>in</strong>zake vocht<strong>in</strong>name en door debehandel<strong>in</strong>gen op zich verlopen hun sociale contacten vaakmoeilijker. Om dit isolement te helpen doorbreken, werdb<strong>in</strong>nen de dialyse-afdel<strong>in</strong>gen van onze ziekenhuisgroep een46 september 2010


“De meeste mensen laten wel aanvoelendat er voor hen een grens aanhet ‘behandelen’ is. Toch is hetmijn ervar<strong>in</strong>g dat iedereenzijn grenzen gaandeweg verlegt.”patiëntenverenig<strong>in</strong>g opgericht. Jaarlijks worden een midweekaan zee, daguitstappen en een kerstfeest georganiseerd.Tweejaarlijks maken we zelfs een buitenlandse reis.Een dialysecentrum <strong>in</strong> de buurt van ons verblijf is uiteraardeen vereiste. Dankzij sponsor<strong>in</strong>g kunnen we de vakanties enactiviteiten aan democratische prijzen aanbieden.Is er ruimte voor psychologische ondersteun<strong>in</strong>g van patiënten?Dialyse wordt heel sterk met techniek geassocieerd. De psychologischeof psychosociale en emotionele dimensie wordenvaak op de achtergrond geplaatst. We proberen, b<strong>in</strong>nen de tijdwaarover we beschikken, <strong>in</strong> te gaan op vragen of problemen.Door de complexiteit van de behandel<strong>in</strong>g en de adm<strong>in</strong>istratievebeslommer<strong>in</strong>gen is het niet altijd mogelijk om alle patiëntenelke keer voldoende aandacht te geven. Dat is een frustratievoor veel verpleegkundigen. Patiënten en familie hebbenvaak onrealistische verwacht<strong>in</strong>gen. Ze verwachten dat tijdensde dialysesessies hun ‘ziek-zijn’ opgelost wordt en dat ze vervolgensthuis ‘alles’ kunnen doen zoals vroeger. In hun visiebehoren de dialyse, samen met hun problemen, tot de ziekenhuiswereld.Het is een voortdurende taak om patiënten mee tebetrekken <strong>in</strong> hun behandel<strong>in</strong>g en te motiveren om therapietrouwte zijn. Ook naar anderstaligen -ruim 15% van het totalepatiëntenaantal- doen we <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>gen. Een tolk is nietaltijd onmiddellijk beschikbaar. Daarom maken we gebruik vaneen ‘heen- en weerschriftje’. Het is dikwijls de enige mogelijkecommunicatievorm. We geven <strong>in</strong>formatie, schrijven de problemenop en melden wat er zich tijdens de behandel<strong>in</strong>gafspeelt. De familie kan het geschrevene aan de patiënt overbrengen,de vragen beantwoorden of problemen aanbrengen.Vorig jaar startten we een ‘psychosociale werkgroep’. Verpleegen<strong>zorg</strong>kundigen van deze werkgroep bevragen regelmatig deachtergrond van de patiënt: ‘Is er thuishulp nodig?’, ‘Is erondersteun<strong>in</strong>g nodig?’, ‘Is er voldoende op vang voor praktischeregel<strong>in</strong>gen thuis?’. In overleg met artsen en sociaal verpleegkundigewordt naar een aangepaste oploss<strong>in</strong>g voor de problemengezocht. Bij het polsen naar deze aspecten komen vaakemoties aan de oppervlakte. Indien nodig worden een psycholoogof andere gespecialiseerde hulpverleners <strong>in</strong>geschakeld.Is er ook die ruimte voor het personeel?Er werken hier veertig personeelsleden van verschillendeopleid<strong>in</strong>gsniveaus. Ieder heeft zijn karakter, zijn achtergrond.Je moet enerzijds over technische kunde beschikken,anderzijds moet je het emotioneel aankunnen om steun aande patiënt te bieden. Er zijn verschillende werkgroepenwaar elk personeelslid zijn <strong>in</strong>teresse en competentie kanaanwenden om de behandel<strong>in</strong>g te optimaliseren. Wat psychologischeof emotionele ondersteun<strong>in</strong>g van het personeelzelf betreft is er nog ruimte tot verbeter<strong>in</strong>g. De nieuw opgerichte‘psychosociale’ werkgroep kan hier <strong>in</strong> de toekomstmisschien ook werk van maken.Wordt er gezocht naar een evenwicht tussen de wensen,(culturele/religieuze) vragen en waarden van de patiënt,en de noodwendigheden en organisatorische beperk<strong>in</strong>genvan de dienst?In de mate van het mogelijke wordt reken<strong>in</strong>g gehoudenmet wensen van de patiënten. Anderstaligen kunnen,<strong>in</strong>dien zij het wensen, op hetzelfde tijdstip samen gedialyseerdworden. Patiënten hebben soms voorkeur om dooreen bepaalde verpleegkundige ver<strong>zorg</strong>d te worden. Metwat diplomatie kan meestal wel duidelijk gemaakt wordendat niet aan alle wensen voldaan kan worden.Vragen dialysepatiënten soms om de behandel<strong>in</strong>g te stoppen?Sommige dialysepatiënten twijfelen over de z<strong>in</strong>volheid vande behandel<strong>in</strong>g, maar het beë<strong>in</strong>digen van de behandel<strong>in</strong>g iseen grote stap. Er zijn patiënten die jarenlang komen en telkensweer herhalen dat ze willen stoppen. Eigenlijk uiten zehun onmacht. Ze willen aandacht krijgen en vooral de bevestig<strong>in</strong>gdat ze het moeilijk hebben. Sommigen vragen directerhoe lang het zal duren voor ze overlijden wanneer de dialysegestopt wordt. Eens je start, is het niet evident om te stoppenmet dialyse. Je weet dat je dan op korte termijn zal overlijden.De meeste mensen laten wel aanvoelen dat er voor heneen grens aan het ‘behandelen’ is. Toch is het mijn ervar<strong>in</strong>gdat iedereen zijn grenzen gaandeweg verlegt. Blijkbaar is ernog altijd iets om voor te gaan. Soms verwondert het mij hoeveel verder sommigen hun grens verleggen. De jongste jarengebeurt het iets vaker dat mensen beslissen om te stoppenomdat ze geen kwaliteit van leven meer onderv<strong>in</strong>den.Wanneer een patiënt aangeeft te willen stoppen, <strong>in</strong>formerenwe bij zijn omgev<strong>in</strong>g (de huisarts, de verpleg<strong>in</strong>g ter plaatse,de familie, het rusthuis) of zij eveneens met de vraag wordengeconfronteerd. In een multidiscipl<strong>in</strong>air team wordt de vraagbesproken. Indien blijkt dat de vraag tot beë<strong>in</strong>dig<strong>in</strong>g duidelijkaanwezig is, kan, volgens de wens van de patiënt, een opnamemet het geven van palliatieve <strong>zorg</strong> geregeld worden.Besluit?Nier<strong>in</strong>sufficiëntie met afhankelijkheid van dialyse is eenernstige emotionele en sociale belast<strong>in</strong>g voor de patiënt enzijn familie. Zonder het technische aspect te onderschattendenk ik dat het luisteren en het <strong>in</strong>leven <strong>in</strong> de situatie van dedialysepatiënten even belangrijk zijn om de aanvaard<strong>in</strong>g enzo de levenskwaliteit van de patiënt en zijn familie te verbeteren.In dit verband wil ik ook de vrijwilligers en consulentenvan welke overtuig<strong>in</strong>g ook, die ons ondersteunen,naar waarde schatten. In de multidiscipl<strong>in</strong>aire aanpak vande psychosociale problemen van onze patiënten hebben zijook een stem en verdienen zij ook een plaats.september 2010 47


AntenneImpasseL<strong>in</strong>da Geeraertsmoreel consulent Zorgbedrijf/OCMW AntwerpenIsabelle is 76, heeft een beroerte gehad en komt na een revalidatieperiode<strong>in</strong> het ziekenhuis <strong>in</strong> het rvt wonen. Ze is opgewekt, levenslustig enwerkt goed mee <strong>in</strong> alle therapieën.Zij vertelt me dat ze altijd veel plezier heeft gemaakt en van het leven heeftgeprofiteerd. Haar zus komt m<strong>in</strong>stens één keer per week op bezoek en dan isLINDA GEERAERTShet altijd dolle pret. Toch ligt er ook een schaduw over Isabelles leven: ze heefteen zoon die gescheiden is, vader van drie k<strong>in</strong>deren, met een alcoholprobleem.Ze zegt me dat haar zoon “geregeld” op bezoek komt en dat ze medelijden heeft met hem. Met de ver<strong>zorg</strong><strong>in</strong>g ende verpleg<strong>in</strong>g van de dienst heeft ze een hechte band. Isabelle voelt zich gerespecteerd <strong>in</strong> haar identiteit.Ik kom te weten dat Isabelles zoon <strong>in</strong>derdaad ‘geregeld’ op bezoek komt, namelijk als het zakgeld wordt bedeeld! Dan geeftzijn moeder hem al haar zakgeld af, want ze beweert, aan de verpleg<strong>in</strong>g en aan mij, zelf geen extra’s nodig te hebben.Isabelle wil haar lichaam aan de wetenschap schenken na haar dood. Ze v<strong>in</strong>dt dat een nobele humanistische daadwaar ze nog mensen mee kan helpen. Toch vraag ik of ze het misschien OOK doet om haar zoon te ontslaan van begrafeniskostenen ik zie haar schrikken. Dat klopt. Ik <strong>in</strong>formeer haar dat ze zeker de aanvraag mag doen, maar dat sowiesode kosten achteraf naar haar zoon, of familie <strong>in</strong>dien hij onvermogend zou zijn, zullen komen. Toch zet ze door.Een jaar later lijkt ze alles op te geven: ze is nors en <strong>in</strong> zichzelf gekeerd, ze eet m<strong>in</strong>der en m<strong>in</strong>der, blijft op haarkamer en praat nauwelijks met wie dan ook.Daarom kan ik mijn ogen niet geloven bij haar reactie op de zeer pert<strong>in</strong>ente vraag die ik haar stel “Isabelle, ben jijjezelf aan het uithongeren omdat je dood wil?” en ze knikt heel stellig NEE!Ten e<strong>in</strong>de raad doe ik haar het voorstel waaraan ik me houd tot ik op reis vertrek: ik kom elke week KORT langs enzij geeft aan of ze wil dat ik blijf of niet, ze hoeft niet te praten en ik ook niet. Dat v<strong>in</strong>dt ze prima. Soms zit ik gewoon10 m<strong>in</strong>uten naast haar te zwijgen en andere keren zegt ze enkele woorden of vraagt ze hoe het met me gaat endan vertel ik wat. De laatste keer deed ze gewoon teken van ga maar weg, nu niet. Als ik terugkeer uit vakantie,vertelt de verpleg<strong>in</strong>g mij dat Isabelle enkele dagen voordien is gestorven.Hoe een mensenleven <strong>in</strong>passen <strong>in</strong> een <strong>in</strong>takeformulierHarry Buylmoreel consulent Zorgbedrijf/OCMW AntwerpenIk kwam <strong>in</strong> contact met de man naar aanleid<strong>in</strong>g van een verwarrend verslagdat was opgemaakt bij de ‘<strong>in</strong>take’. Een aantal tegenstrijdigheden over demanier van lichaamsbe<strong>zorg</strong><strong>in</strong>g na overlijden en zijn levensovertuig<strong>in</strong>g maaktede hoofdverpleegkundige attent dat een verder gesprek nodig was. Zijwaarschuwde mij dat de man moeilijk tot een gesprek te verleiden was.Hardhorigheid was een andere factor <strong>in</strong> de communicatie. Hij had met zijn volleHARRY BUYLbaard en haardos het uitzicht van clochard.Ik g<strong>in</strong>g naast hem zitten en stelde me aan meneer voor. Ik kreeg pas een reactie nadatik uitlegde dat er blijkbaar een misverstand was gelopen tijdens het gesprek en het <strong>in</strong>vullen van de formulieren. Hijvertelde dat de maatschappelijk assistente op een korte, zeer directe manier hem vragen had gesteld. Het g<strong>in</strong>g <strong>in</strong>de trant van: “Wat moet er met u gebeuren als ge dood bent?” Hij had zich er vanaf gemaakt door maar ‘ja’ te knikkenop de voorgestelde antwoorden.Door meneer zijn verhaal over zijn leven te laten doen, waarbij ik de te stellen vragen <strong>in</strong>laste <strong>in</strong> het verloop van hetgesprek, kreeg ik een heel ander beeld van de persoon die naast mij zat. Hij wilde helemaal geen kerkelijke dienstbij zijn overlijden zoals <strong>in</strong>itieel stond genoteerd. In plaats van een begrav<strong>in</strong>g naast zijn overleden echtgenote (???),opteerde hij voor een crematie om er ‘komaf’ mee te maken. Zijn ervar<strong>in</strong>gen als weesjongen, als legionair tijdensWereldoorlog II, als gekwetste en later krijgsgevangene <strong>in</strong> Duitsland, zijn verlov<strong>in</strong>g en latere huwelijk, vormden debasis van zijn levenswijsheid. De afkeer van de kerk en zijn overtuig<strong>in</strong>g dat er niets na dit leven te verwachten is,verklaarde zijn atheïsme en zijn onverschilligheid over wat er met zijn lichaam na de dood gaat gebeuren.In een pog<strong>in</strong>g om het leven van deze mens <strong>in</strong> te passen <strong>in</strong> het verplichte <strong>in</strong>takeformulier, is voorbijgegaan aan deemoties, het holistische aspect van wie die mens is. Het ontwaarden van een mensenleven tot enkele kruisjes ennotities op een formulier is waarschijnlijk een gevolg van de <strong>in</strong>formatiser<strong>in</strong>g van die <strong>zorg</strong>.Alleen aandacht en tijd geven aan wie een persoon achter zijn façade is, heeft deze man de gelegenheid gegeven zich teuiten. Hij heeft daarmee zijn eigenwaarde kunnen opkrikken omdat er iemand <strong>in</strong>teresse had voor ‘wie’ hij eigenlijk wel was.Daarom kom ik tot de volgende vraagstell<strong>in</strong>g: ‘Hoe een formeel <strong>in</strong>takeformulier aanpassen aan het unieke wat eenmensenleven zeker is?’.48 september 2010


Vrijz<strong>in</strong>nig-humanistischeplechtighedenEen rondetafelgesprek met Daniëlle, Freia, G<strong>in</strong>ette, Luciënne, Maaike,Peggy, Sonja, Suzanne en WardAntenneCor<strong>in</strong>ne Assenheimermoreel consulent Ziekenhuis Netwerk Antwerpen, campus MiddelheimKathleen Van Steenkistemoreel consulent CMD AalstMENSEN DIE OP VRIJZINNIG-HUMANISTISCHE WIJZE WILLEN STILSTAAN BIJBELANGRIJKE ‘SCHARNIERMOMENTEN’ IN HUN LEVEN (ZOALS EENGEBOORTE, RELATIEVORMING, OVERLIJDEN), KUNNEN EEN BEROEP DOENOP DE MEDEWERKERS VAN EEN CENTRUM MORELE DIENSTVERLENING.IN OOST-VLAANDEREN GEBEURT DIT IN SAMENWERKING EN SAMEN-SPRAAK MET VRIJWILLIGE MEDEWERKERS, VERZAMELD IN FENIKS VZW.HET ‘VERZORGEN’ VAN EEN PLECHTIGHEID WORDT DOOR DE MEDEWER-KERS BEGREPEN ALS EEN VORM VAN ‘ZORGEN’, DIE START VAN BIJ HETEERSTE CONTACT MET DE BETROKKEN FAMILIES.OM HET FIJNE VAN DIT ZORGEN TE WETEN TE KOMEN, HEBBEN WE NEGENVRIJWILLIGE EN PROFESSIONELE MEDEWERKERS ROND DE TAFEL GEZET ENHEN AAN HET WOORD GELATEN OVER VERSCHILLENDE ‘ZORGASPECTEN’.Zorg geven,tijd geven aannabestaanden“De eerste vorm van <strong>zorg</strong> die wegeven, is dat nabestaandenhun verhaal kunnen vertellen.”“Ik had deze morgen eengesprek met een weduwe enhaar zoon. Die vrouw was compleetonder de <strong>in</strong>druk van het gebeuren.Zij vertelde honderd uit en ik liet haargewoon heel rustig uitpraten. Nadien werd ze heel rustig.Ik denk dat dit eigenlijk een eerste vorm van na<strong>zorg</strong> is,namelijk de mensen hun verhaal laten vertellen.”“Mensen zijn heel dankbaar omdat je eerst en vooral luistertnaar wat zij te vertellen hebben en dat is onze grotesterkte. Het is ook een eerste stap <strong>in</strong> de rouwverwerk<strong>in</strong>g.““Je moet voorzichtig omspr<strong>in</strong>gen met emoties. Je kuntdusdanig emoties losweken zodat mensen eronderdoor gaan.”“Ik weet dat veel mensen na een gesprek altijd heeldankbaar zijn. Ik her<strong>in</strong>ner mij veel gesprekken <strong>in</strong> functievan afscheidsplechtigheden waar mensen nadienzeggen: ‘Wat je nu al gedaan hebt, is eigenlijk al zoveel’. Dus ik denk dat onze gesprekken op zich al eenheel belangrijk gegeven zijn.”Vrijz<strong>in</strong>nigekleur engrenzen“Zorg kent grenzen. De <strong>zorg</strong>voor de ander wordt be -grensd door de <strong>zorg</strong> voorjezelf en door je trouw aanhet vrijz<strong>in</strong>nig humanisme.”“Wij staan open voor wat mensenwillen. Wij gaan wel <strong>in</strong>terfereren<strong>in</strong> praktische zaken en hen opbepaalde aspecten wijzen en helpen, maarze krijgen de plechtigheid die ze zelf wensen.”“Mensen zijn nog altijd niet goed vertrouwd met hetverschil tussen een burgerlijke en een vrijz<strong>in</strong>nigeplechtigheid. Het is een taak van de georganiseerdevrijz<strong>in</strong>nigheid om met dit onderscheid meer naar buitente treden en expliciet te duiden. We moeten demensen duidelijk maken waarvoor wij staan.”“Bij een huwelijk krijg je veelal met jonge mensen temaken. Ik kan begrijpen dat zij nog niet echt wakkerliggen van hun filosofische overtuig<strong>in</strong>g en dat zij nogzoekend zijn. Ze moeten zich wel bewust zijn van hetfeit dat zij zich wenden tot een organisatie die de vrijz<strong>in</strong>nigheiduitdraagt en dat dit element naar voorkomt <strong>in</strong> de plechtigheid.”“Normaal gezien kan <strong>in</strong> een vrijz<strong>in</strong>nige plechtigheidalles wat met vrijz<strong>in</strong>nigheid te maken heeft. Dat wilzeggen dat er teksten kunnen worden gebracht doorandere mensen, dat er keuzevrijheid van muziek is,dat er een bloemetje op de kist kan worden gelegd…”“Onze opstell<strong>in</strong>g, onze waarden voor om het even welkeplechtigheid zijn dezelfde. Het grote verschil is natuurlijkdat je voor een huwelijksplechtigheid veel meer voorbereid<strong>in</strong>gstijdhebt en dat je het koppel, via de diversegesprekken, beter leert kennen. Van bij het eerstegesprek benadruk ik dat het gaat over waarden en z<strong>in</strong> -gev<strong>in</strong>g, dat het de bedoel<strong>in</strong>g is dat zij nadenken over eenaantal zaken. Via gerichte vragen zoals ‘Wat zijn de waardendie jullie willen waarmaken tijdens jullie huwelijk,apart en gezamenlijk?’ ontdek ik voor welke waarden hetkoppel staat en kan ik eruit afleiden dat het wel echt omeen vrijz<strong>in</strong>nig-humanistische plechtigheid gaat.september 2010 49


Antenne“Mensen hebben de completevrijheid om te kiezen wat zevertellen en wat ze al dan niet<strong>in</strong> de plechtigheid willen.Inzake de vragen ‘Mag ik datwel doen?’, ‘Is dat geoorloofd?’,‘Is dat gangbaar of niet?’ moet jesteeds benadrukken dat zij de enigenzijn die beslissen. Het is cruciaal dat jeduidelijk stelt ‘Het is uw besliss<strong>in</strong>g/de besliss<strong>in</strong>g vande familie, die hier telt.’.”“We hebben er ook oog voor dat de praktische aspectenvan een plechtigheid correct zouden verlopen.Mensen hebben op zo’n moment al genoeg aan hunhoofd en kunnen die <strong>zorg</strong>en best missen.”“Bij een afscheidsplechtigheid zijn de mensen somsbenieuwd naar de manier waarop alles er zal staan,de bloemen en zo. Dan ga ik voor de plechtigheid methen mee kijken zodat ze met hun eigen ogen kunnenzien dat alles <strong>in</strong> orde is en ze gerust zijn.”Vertrouwen,eerlijkheiden openheid“Het is belangrijk dat je eenvertrouwensband opbouwt. Ikvraag altijd eerlijk de situatietoe te lichten, zodat ik tijdenseen plechtigheid geen d<strong>in</strong>genzeg of doe die verkeerd kunnenuitpakken. Eerlijkheid vanbeide kanten is een heel belangrijkewaarde.”“Ik denk dat wij een relatie opbouwen, een relatie vanvertrouwen en eerlijkheid, op basis van gelijkwaardigheid.Het is een heel belangrijk punt dat menseneigenlijk via zo’n plechtigheid leren om zelf de verantwoordelijkheidvan hun leven <strong>in</strong> handen te nemen.Uite<strong>in</strong>delijk beslissen zij welke soort plechtigheid zewillen en <strong>in</strong> feite staan wij te hunner beschikk<strong>in</strong>g omde plechtigheid te vormen zoals zij deze wensen.”AuthenticiteitZorgtijdensde plechtigheid“Tijdens het gesprek, ben jeecht wie je bent. Ook dat is eenwaarde en het is voor mij heelbelangrijk dat ik kan zijn wie ikben en dat ik dat ook mag zeggen.”“Een kort gesprek net voor deplechtigheid kan voor de familievaak heel deugddoend zijn.Dat is eveneens een deel vanonze <strong>zorg</strong>. Ook mensen die verdervan het gebeuren afstaan,hebben soms behoefte om nogiets te zeggen.”“Een waarde die niet directb<strong>in</strong>nen de <strong>zorg</strong> past, is deprofessionaliteit waarmeeieder van ons te werk gaat.Het ver<strong>zorg</strong>en van plechtighedenis een gratis dienstverlen<strong>in</strong>gen is hoofdzakelijk gebaseerdop vrijwilligers. Het is nietevident dat een dergelijke organisatie eengroot professioneel karakter heeft <strong>in</strong> de omgang metmensen. Deze waarde mag zeker niet worden onderschat.”Zelfbeschikk<strong>in</strong>gProfessionaliteitLaagdrempelig,gelijkwaardigheid“‘Kosteloos’ is blijkbaar eenbelangrijke waarde en eenelement van de <strong>zorg</strong>.”“Ik voel mij daar heel ergthuis <strong>in</strong> omdat we <strong>in</strong> eenmaatschappij leven waar<strong>in</strong> geldeen heel grote rol speelt. Het voeltvoor mij heel fijn om daar buiten te staan.”Zorgvanuitde organisatie“Ik word zeer goed gesteunddoor mijn ‘coach’. Ze voeltaan wanneer het een beetjete zwaar wordt. Als ikzelf verdriet heb, dan hoefik niet te spreken tijdensafscheidsplechtigheden. Jekunt een ‘time-out’ krijgen.”“Regelmatig worden wij uitgenodigd voor <strong>in</strong>tervisiemomentenwaar we ervar<strong>in</strong>gen uitwisselen.Daar pik je d<strong>in</strong>gen van elkaar op en dat is erg50 september 2010


elangrijk. Ook de bijschol<strong>in</strong>gen die ons wordenaangeboden zijn kwalitatief erg goed en dragen bijtot een optimale werk<strong>in</strong>g. Ik voel me daar uitstekendbij.”“Ze geven ons altijd de <strong>in</strong>druk dat we hier thuis zijn enze ontvangen ons ook op die manier.”Motieven“Ik voel mij goed als ik ietskan betekenen voor mensen,die je achteraf defeedback geven dat je ietsvoor ze hebt gedaan. In mijnprofessioneel leven brengenmensen dat zelden tot uit<strong>in</strong>g.”“Mentaal is het erg belangrijk dat we goed wordenver<strong>zorg</strong>d, dat we het gevoel hebben dat we welkomzijn.”“De mensen die meewerken zijn begaan met elkaar.Er wordt geïnformeerd naar elkaar en wanneer je eentijdje afhaakt, krijg je gegarandeerd een telefoontje ofeen kaartje. De warmte van de mensen en de attentiesworden erg geapprecieerd. Ook humor wordt felgesmaakt.”“Ik had al plechtigheden van Feniks meegemaakt. Ikvoelde me aangetrokken en wilde die ook ver<strong>zorg</strong>en.Ik wilde ook mijn vrije tijd z<strong>in</strong>vol <strong>in</strong>vullen. De feedbackdie je terugkrijgt is hartverwarmend. De comb<strong>in</strong>atievan iets betekenen voor anderen en het z<strong>in</strong>vol <strong>in</strong>vullenvan vrije tijd is een belangrijke drijfveer.“Ik doe het zeer graag en voornamelijk om mijn bre<strong>in</strong> aanhet werk te houden. Ik moet nadenken en zonder foutenschrijven. Als ik dat niet meer doe, dan beg<strong>in</strong> ik te vergeten.V.L.N.R.: MAAIKE, WARD, SUZANNE, SONJA, LUCIËNNE, PEGGY, FREIA, GINETTE EN DANIËLLEseptember 2010 51


AntenneNaar een humanistische ethiekvan de <strong>zorg</strong>Het belang van de macrodimensievan <strong>zorg</strong>voorzien<strong>in</strong>genKoen RaesUniversiteit <strong>Gent</strong>Zorg- of hulpverlen<strong>in</strong>gsethiek wordt nogal automatisch meteengeassocieerd met de relatie tussen <strong>zorg</strong>verlener en hulpvrager,<strong>in</strong> het ‘colloque s<strong>in</strong>gulier’ van de <strong>in</strong>ter<strong>in</strong>dividuele<strong>zorg</strong> relatie. Dat is voorbijgaan aan de vraag hoe <strong>zorg</strong>verlen<strong>in</strong>gmaatschappelijk is georganiseerd en dat is wel degelijkeen ethische vraag. Hoe zijn <strong>zorg</strong>voorzien<strong>in</strong>gen gestructureerdop maatschappelijk vlak? Zijn zij rechtvaardig verdeeld?Zijn zij efficiënt verdeeld (men denke aan het hospitalocentrisme-en de dom<strong>in</strong>antie van de katholieke Caritas-zuil hier<strong>in</strong>-dat zo kenmerkend is voor de medische en psychiatrische<strong>zorg</strong>)? Is de verhoud<strong>in</strong>g tussen het aantal hulpvragen <strong>in</strong> eenbepaald dome<strong>in</strong> proportioneel met het (kwantitatief) belangervan? Hoeveel wordt er uitgegeven voor hart- en vaatziekten,voor kanker, voor tandheelkunde, voor k<strong>in</strong>esitherapie,voor psychotherapie? Welke hulpvragen worden als legitiemerkend en welke niet (cfr. de discussie over alternatievegeneeswijzen)? Welke <strong>zorg</strong>voorzien<strong>in</strong>gen worden gesubsidieerden welke niet? Het is enkel wanneer we zicht krijgen opde macrosociale allocatie van <strong>zorg</strong>voorzien<strong>in</strong>gen -eerstelijns -hulp, gespecialiseerde hulp, medische, psychische of socialehulp- <strong>in</strong> onze samenlev<strong>in</strong>g dat we zicht kunnen krijgen op depreciese plaats van het <strong>zorg</strong>vrager-hulpverlenercontact.Hulpverlen<strong>in</strong>g verschijnt niet ‘ex nihilo’: we zullen de bakkerniet onder de hulpverleners klasseren, maar <strong>in</strong> sommige landenmet hongersnood is dit misschien wel het geval. En danzijn er de grote verschillen tussen hulpverlenende <strong>in</strong>stanties,waarbij ‘het medisch model’ de toon aangeeft. Dat kleurt afop de manier waarop hulpverlen<strong>in</strong>g wordt gepercipieerd enis georganiseerd volgens bepaalde pr<strong>in</strong>cipes. Die zijn helemaalanders gestructureerd <strong>in</strong> de medische sector, de psychologischesector, het welzijnswerk. Andere <strong>in</strong>takecriteria,andere f<strong>in</strong>ancier<strong>in</strong>g, andere werkvormen, andere manierenvan terugbetal<strong>in</strong>g (<strong>in</strong>dien al).KOEN RAESDaaraan gekoppeld is er de vraag naar de coder<strong>in</strong>g vanhulpvragen. Niet alleen zijn er ‘legitieme’ (medische), ‘legitimeerbare’(psychotherapie) en ‘illegitieme’ (handoplegg<strong>in</strong>g)vormen van hulp, maar bovendien is de relatie tussenwat een hulpvrager en een hulpverstrekker als ‘hulp’ ziet,niet eenduidig. Eenzelfde vraag zal een andere therapie metzich brengen wanneer zij gesteld wordt <strong>in</strong> een medische,een psychologische of <strong>in</strong> een welzijnssett<strong>in</strong>g. Men denkehierbij alleen maar aan (seksuele) k<strong>in</strong>dermishandel<strong>in</strong>g,52 september 2010


stress, suicidepog<strong>in</strong>gen of aan de alcohol- en drugsproblematiek.Natuurlijk bestaat er een heel systeem van ‘doorverwijz<strong>in</strong>gen’,maar die zijn niet verplicht. Een hulpvragerdie bij een arts aanklopt maakt grote kans dat zijn probleemzal worden gemedicaliseerd. Mocht hij een welzijnswerkvoorzien<strong>in</strong>gb<strong>in</strong>nentreden, dan worden wellicht de psychosocialeaspecten van zijn hulpvraag meer <strong>in</strong> de verf gezet.Dimensies van <strong>zorg</strong>Vanuit ethisch perspectief hebben <strong>zorg</strong>praktijken steeds tweedimensies: een consequentialistische en een deontologische.De eerste dimensie verwijst naar de doele<strong>in</strong>den van de therapie:wat wil men precies bereiken? De tweede dimensieverwijst naar de relatie tussen <strong>zorg</strong>verlener en hulpvrager: opwelke manier kan/mag men met elkaar omgaan. Vaak botsenbeide dimensies met elkaar, bijvoorbeeld wanneer eenheel ‘efficiënte’ therapie strijdig is met het respect voor debelangen of preferenties van de hulpvrager.Hulpvragen werpen op hun beurt altijd drie vragen op. Deaxiologische vraag (‘Welke waarden zijn hier <strong>in</strong> hetged<strong>in</strong>g?’), de etiologische vraag (‘Wat zijn de oorzaken voorhet sub-optimaal functioneren van die specifieke hulpvrager?’)en de therapeutische vraag (‘Hoe kunnen we hieraaniets verhelpen?’). Deze vragen zijn met elkaar verweven,maar kunnen <strong>in</strong> een <strong>zorg</strong>context niet altijd op elkaar wordenbetrokken. De oorzaak dat een patiënt betrokken wordt <strong>in</strong>een verkeersongeval kan bestaan uit een verkeerde verkeerssignalisatie,maar daar kan de arts niets aan verhelpen.Net zom<strong>in</strong> als aan de oorzaken van stress, depressie ofvan suicide. Dat leidt vaak tot het ‘Kurieren am Symptom’en daar situeert zich ook de ‘machteloosheid’ van de hulpverlen<strong>in</strong>g;zij komt vaak te laat. De belangrijkste vroegtijdige-en vermijdbare- doodsoorzaken <strong>in</strong> Vlaanderen (verkeersongevallen,suïcide, longkanker, hartaanvallen…) hebbenetiologisch we<strong>in</strong>ig met ‘hulpverlen<strong>in</strong>g’ te maken, maarvergen politiek-agogische -preventieve- <strong>in</strong>itiatieven, wantzij zijn gekoppeld aan onze levensstijl.Men vergeet het al eens, maar de belangrijkste schreden <strong>in</strong>het verbeteren van de -fysieke en psychische- gezondheidvan de bevolk<strong>in</strong>g werden niet gezet door ‘hulpverleners’,maar wel door mensen die <strong>zorg</strong>den voor meer hygiëne(badhuizen), dr<strong>in</strong>kbaar water, rioler<strong>in</strong>gen, huisvuilophal<strong>in</strong>g,betere huisvest<strong>in</strong>g en betere arbeidsomstandigheden. Menzal een vuilnisman niet meteen als een <strong>zorg</strong>verstrekkerbenaderen en toch is diens bijdrage tot de volksgezondheidvan niet m<strong>in</strong>der belang dan die van de arts (<strong>in</strong> Napels brakener vorig jaar allerlei ziektes uit doordat de huisvuilophal<strong>in</strong>ghet enkele maanden liet afweten). Die collectievedimensie wordt al te makkelijk over het hoofd gezien, terwijlzij met name voor de derde wereld van primordiaalbelang is. Met alle respect voor Artsen Zonder Grenzen,maar wellicht zou de bevolk<strong>in</strong>g aldaar meer geholpen zijndoor ‘dr<strong>in</strong>kbaar water-voorzieners’ en ‘rioleerders-’ zondergrenzen… In dezelfde z<strong>in</strong> kan men vandaag de vraagopwerpen of werken aan een beter -gezonder- milieu nietmeer zoden aan de dijk zou brengen dan het alsmaar meerop de markt brengen van (psycho)-farmaceutica om onstegen allerlei ongezonde milieufactoren -zowel sociale alsfysische- te beschermen. De vigerende hulpverlen<strong>in</strong>g is al tevaak ‘cliënt-centered’ en niet ‘context-centered’.september 2010 53


AntennePatiëntenrechtenDe wet op de patiënrechten van juli 2002 houdt we<strong>in</strong>ig reken<strong>in</strong>gmet die macrosociale dimensies van ‘keuzen <strong>in</strong> de <strong>zorg</strong>’.Niettem<strong>in</strong> is het een goede wet omdat hij een aantal fundamentelebeg<strong>in</strong>selen <strong>in</strong> de relatie tussen <strong>zorg</strong>verstrekker enhulpvrager een juridisch fundament geeft en dan met namede vereiste dat iedere vorm van hulpverlen<strong>in</strong>g moet stoelenop de geïnformeerde <strong>in</strong>stemm<strong>in</strong>g van de hulpvrager. Alduswerd e<strong>in</strong>delijk komaf gemaakt met het ‘medisch paternalisme’dat zo welig tierde <strong>in</strong> de medische hulpverlen<strong>in</strong>g.Het zelfbesliss<strong>in</strong>gsrecht is van cruciaal belang <strong>in</strong> een humanistischebenader<strong>in</strong>g van <strong>zorg</strong>verlen<strong>in</strong>g. Ook <strong>in</strong>dien er eenspann<strong>in</strong>gsveld bestaat -en dat is vaak het geval- tussen watde subjectieve voorkeuren zijn van de hulpvrager en wat dehulpverlener als diens objectieve nood percipieert, zal devoorrang moeten worden gegeven -na het geven van allerelevante <strong>in</strong>formatie- aan de voorkeuren van de hulpvrager(al behoudt de hulpverlener altijd het recht om <strong>in</strong> dergelijkgeval door te verwijzen, want ook hij kan niet gedwongenDe vereiste van ‘<strong>in</strong>formed consent’ <strong>in</strong> de wet op de patiëntenrechtenstoelt op een verzamel<strong>in</strong>g ethische waarden ennormen, en mag <strong>in</strong> die z<strong>in</strong> rustig een humanistische wetworden genoemd, die iedere vorm van paternalisme uitsluiten de autonomie van de hulpvrager vooropstelt. Ook <strong>in</strong>diendie autonomie niet volmaakt is, dan toch moet zoveel alsmogelijk worden betracht de hulpvrager als een autonoomwezen te bejegenen. Uitgangspunt is het respect voor deeigen(gereid)heid van de hulpvrager, die aan geen enkelevorm van dwangbehandel<strong>in</strong>g mag worden onderworpen.Hulpverlen<strong>in</strong>g moet op de <strong>in</strong>stemm<strong>in</strong>g van de betrokkenezijn gebaseerd, met andere woorden op vrijwilligheid. Maardie <strong>in</strong>stemm<strong>in</strong>g zou <strong>in</strong> een <strong>in</strong>tr<strong>in</strong>siek ongelijke relatie tusseneen expert en een leek betekenisloos zijn, <strong>in</strong>dien die leekniet grondig zou zijn geïnformeerd over de diagnose, deprognose bij niet-behandel<strong>in</strong>g, de voorgestelde therapie enal haar consequenties en de eventueel andere mogelijkebehandel<strong>in</strong>gsmethoden, maar ook bijvoorbeeld over def<strong>in</strong>anciële implicaties. De hulpvrager heeft bovendien rechtop een ‘second op<strong>in</strong>ion’, want uite<strong>in</strong>delijk blijft hij andersovergeleverd aan de men<strong>in</strong>g van één persoon, terwijl hulpverlen<strong>in</strong>gspraktijkenwezenlijk pluralistisch zijn en niet allebehandel<strong>in</strong>gsmethoden ‘evidence based’ zijn, gebaseerd opeen ruime consensus b<strong>in</strong>nen het specifieke hulpverlen<strong>in</strong>gsdome<strong>in</strong>.Het recht op <strong>in</strong>formatie zou bovendien een legedoos blijven <strong>in</strong>dien de hulpverlener niet alle <strong>in</strong>spann<strong>in</strong>genzou doen om het ‘expertenjargon’ <strong>in</strong> klare taal naar de hulpvragerte vertalen (men denke hierbij bijvoorbeeld aan hetprobleem van de vaak onleesbare bijsluiters bij medicijnen).Een loutere <strong>in</strong>stemm<strong>in</strong>g volstaat dus niet; het moet duidelijkzijn dat de hulpvrager de <strong>in</strong>formatie ook ‘begrijpt’, zowelvoor wat betreft de diagnose, de voorgestelde <strong>in</strong>greep zelf,de eraan verbonden risico’s en de verdere consequenties.Weten of iemand iets ook werkelijk ‘begrepen heeft’ zalaltijd een moeilijke klus blijven, maar toch is die voorwaardeessentieel als uitdrukk<strong>in</strong>g van het respect dat de hulpverleneraan de hulpvrager verschuldigd is. ‘Vulgarisatie’ – niette verwarren met ‘simplificatie’ – is een vaardigheid waaraanvandaag de dag <strong>in</strong> de meeste opleid<strong>in</strong>gen voor hulpverlenersal te we<strong>in</strong>ig aandacht wordt besteed en dit <strong>in</strong> een tijdwaar<strong>in</strong> de wetenschappelijke vooruitgang zulks des te meernoodzakelijk maakt. ‘Wetenschapsvoorlicht<strong>in</strong>g’ is, zeker <strong>in</strong>de sector van de hulpverlen<strong>in</strong>g, een ‘must’.worden een therapie uit te voeren waar hij niet achterstaat). Natuurlijk speelt hier de vereiste van ‘competentie’een rol; is de hulpvrager wel (nog) <strong>in</strong> staat om over zijn(fysieke of psychische) gezondheidstoestand te oordelen?Ook hier is het onmogelijk een zwart-witmodel te genereren,omdat competentie een conta<strong>in</strong>erbegrip is. Iemand kanwel degelijk nog competent zijn op het ene vlak (bijvoorbeeld<strong>in</strong> welk, ideologisch gekleurd, ziekenhuis hij wenst teworden behandeld) en m<strong>in</strong>der competent op het anderevlak (bijvoorbeeld welke therapie het meest aangewezenis). Maar het uitgangspunt -hoe contrafactisch ook- moettoch zijn dat men ervan uitgaat dat de hulpvrager competentis en niet voortdurend -met name <strong>in</strong> psychiatrische sett<strong>in</strong>gs-aan ‘competentietests’ wordt onderworpen, alvorensmet zijn men<strong>in</strong>g reken<strong>in</strong>g gehouden wordt (‘Indien U hetmet mij eens bent, beschouw ik U als competent, <strong>in</strong> deandere geval als <strong>in</strong>competent.’). In de context van euthanasieen palliatieve <strong>zorg</strong> is dat van groot belang, omdat al temakkelijk de ‘<strong>in</strong>competentie’ van de hulpvrager wordtopgeworpen om met diens verlangens geen reken<strong>in</strong>g tehouden.ZorgzaamheidEen humanistische <strong>zorg</strong>ethiek vergt echter niet alleen eenrespect voor ‘rechten’, maar ook een sterk <strong>in</strong>lev<strong>in</strong>gsvermogenvan de hulpverlener. Dat is de grondslag van de ethiekvan het ‘car<strong>in</strong>g’ en ‘shar<strong>in</strong>g’. Een <strong>zorg</strong>zaamheidsethiek vergtvan de hulpverlener dat hij oog heeft voor de <strong>zorg</strong>en dieiemand nodig heeft en niet onverschillig maar ‘betrokken’ is.Hij moet bereid zijn <strong>zorg</strong> op te nemen en een passend ant-54 september 2010


woord te v<strong>in</strong>den voor de vastgestelde vraag/nood aan <strong>zorg</strong>.Dat moet hij concretiseren <strong>in</strong> een <strong>zorg</strong>traject, waar<strong>in</strong> de participatievan de hulpvrager een wezenlijk bestanddeel vormt,niet <strong>in</strong> het m<strong>in</strong>st omdat vertrouwen <strong>in</strong> een behandel<strong>in</strong>g eencruciale factor is <strong>in</strong> het welslagen van de behandel<strong>in</strong>g. En tenslotte wordt van de hulpvrager vereist dat hij die <strong>zorg</strong> ook als<strong>zorg</strong> erkent, dat hij de ervar<strong>in</strong>g heeft ‘werkelijk geholpen teworden’. Dat wil zeker niet zeggen dat een hulpverlener <strong>in</strong>zijn leven voortdurend met de <strong>zorg</strong>vragen van zijn patiënt <strong>in</strong>zijn hoofd moet zitten. Ook hij heeft recht op een privéleven,het recht om zijn/haar ‘jas’ even aan de kapstok te hangen,na een dag hard labeur met bijvoorbeeld kankerpatienten ofterm<strong>in</strong>aal zieken. Anders dreigt hij/zij ten onder te gaan aanoverbe<strong>zorg</strong>dheid en stress, het welbekende ‘posttraumatischestresssyndroom’. Hulp verlen<strong>in</strong>g is een veeleisende activiteit,die vaak tot vroegtijdige ‘burn-outs’ leidt. In die z<strong>in</strong> ishet ook belangrijk om te voorzien <strong>in</strong> ‘hulpverlen<strong>in</strong>g aan hulpverleners’(waar <strong>in</strong> ons land volstrekt geen traditie bestaat),want het voortdurende contact met de lijdende mens is nietevident en kan leiden tot ofwel een al te sterk <strong>in</strong>lev<strong>in</strong>gsvermogen(‘Ik slaap er niet van.’) ofwel tot cynisme en <strong>in</strong>differentisme(het zogenaamde ‘Mash-syndroom’; ‘Het kan meallemaal niks meer schelen.’).De <strong>zorg</strong>ethiek gaat uit van een ander mens- en maatschappijbeelddan de klassieke rechtenethiek, al zijn ze zeker niettegengesteld aan elkaar. Waar een rechtenethiek de nadruklegt op de autonomie van de hulpvrager en dus op zijn zelfbesliss<strong>in</strong>gsrecht(de klassiek-Griekse ‘ethical push’), kijkteen <strong>zorg</strong>ethiek meer naar de relaties waar<strong>in</strong> mensen zijn<strong>in</strong>gebed en waar<strong>in</strong> ze verantwoordelijkheid opnemen voorelkaar (de joods-christelijke ‘ethical pull’) en ‘betrokkenheid’manifesteren. Lange tijd kreeg die <strong>zorg</strong>ethiek vooraleen paternalistische <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g op grond van de ‘caritasgedachte’.Maar dat hoeft helemaal niet het geval te zijn. Zijkan evenzogoed worden ontwikkeld vanuit een egalitaristischperspectief waar<strong>in</strong> waarden als medemenselijkheid,vertrouwen, deelachtigheid en verantwoordelijkheid vooropstaan.Dat is de <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g die er vandaag door hedendaagsefem<strong>in</strong>isten aan wordt gegeven. ‘Rechten’ zijn belangrijk,maar leiden niet automatisch tot een vertrouwensrelatietussen hulpvrager en <strong>zorg</strong>verstrekker, en precies dat vertrouwenis cruciaal voor een adequate hulpverlen<strong>in</strong>g.‘Rechten’ brengen, hoe belangrijk ook, het gevaar met zichdat men de hulpvrager een verantwoordelijkheid toeschrijftdie hij niet aankan en dat de <strong>in</strong>tr<strong>in</strong>siek ongelijke verhoud<strong>in</strong>gtussen de hulpverlener-expert en de hulpvrager ondergesneeuwdraakt. Dat kan leiden tot een verregaande ‘contractualiser<strong>in</strong>g’van de <strong>zorg</strong>verstrekk<strong>in</strong>g -zoals <strong>in</strong> deVerenigde Staten het geval is- en waarbij de ‘cliënt’ medeverantwoordelijkgesteld wordt voor het al of niet welslagenvan een therapie, omdat hij toch zijn ‘<strong>in</strong>formed consent’gegeven heeft. Natuurlijk is er altijd wel verantwoordelijkheidvan de hulpvrager -die verschilt al naargelang de therapie-,maar dat mag er niet toe leiden dat de grotere verantwoordelijkheidvan de expert wordt veronachtzaamd.Een al te sterke nadruk op een ‘rechtendiscours’ kanbovendien leiden tot een ‘defensieve <strong>zorg</strong>verstrekk<strong>in</strong>g’waarbij de hulpverlener allerlei onnodige <strong>in</strong>grepen verrichtom later toch niet te worden beticht van nalatigheid.De dreig<strong>in</strong>g van een mogelijke schadevergoed<strong>in</strong>goverschaduwt hierbij de <strong>zorg</strong>relatie. In dergelijke situatiesis iedere vorm van vertrouwen zoek. ‘Defensieve<strong>zorg</strong>verstrekk<strong>in</strong>g’ is dure, maar zeker geen adequatehulpverlen<strong>in</strong>g: men heeft meer aandacht voor de verzeker<strong>in</strong>gvan risico’s dan voor de <strong>zorg</strong> aan de hulpbehoevende.De moeilijke oefen<strong>in</strong>g bestaat er dus <strong>in</strong> om patiëntenrechten,als uitdrukk<strong>in</strong>g van het respect tegenover dehulpvrager te laten sporen met het vereiste vertrouwenzonder hetwelk geen degelijke hulpverlen<strong>in</strong>g mogelijkis. Daar<strong>in</strong> situeert zich de kern van een humanistischebenader<strong>in</strong>g van de <strong>zorg</strong>.Voor een grondiger behandel<strong>in</strong>g van bovenstaande themata zie:Ethisch(e) Zorgen. Filosofie en <strong>Ethiek</strong> van de Zorg ende Hulpverlen<strong>in</strong>gGily Coene & Koen Raes2008, <strong>Gent</strong>, Academia Press, 233 p.FOTO © BENN DECEUNICKseptember 2010 55


UNIE VRIJZINNIGE VERENIGINGEN v.z.w.Prov<strong>in</strong>ciale Centra Morele Dienstverlen<strong>in</strong>gBRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWESTPCMD BrusselStal<strong>in</strong>gradlaan 18-20 - 1000 BrusselT 02 242 36 02 - F 02 242 56 17cmd.brussel@uvv.beFEDERAAL SECRETARIAATBrand Whitlocklaan 871200 S<strong>in</strong>t-Lambrechts-WoluweT 02|735 81 92 - F 02|735 81 66cmd.federaal@uvv.bewww.unievrijz<strong>in</strong>nigeverenig<strong>in</strong>gen.bePROVINCIE ANTWERPENPCMD AntwerpenJan Van Rijswijcklaan 96 - 2018 AntwerpenT 03 259 10 80 - F 03 259 10 89cmd.antwerpen@uvv.bePROVINCIE LIMBURGPCMD HasseltA. Rodenbachstraat 18 - 3500 HasseltT 011 21 06 54 - F 011 23 55 16cmd.hasselt@uvv.bePROVINCIE OOST-VLAANDERENPCMD <strong>Gent</strong>S<strong>in</strong>t-Antoniuskaai 2 - 9000 <strong>Gent</strong>T 09 233 52 26 - F 09 233 74 65cmd.gent@uvv.bePROVINCIE VLAAMS-BRABANTPCMD LeuvenTiensevest 40 - 3000 LeuvenT 016 23 56 35 - F 016 20 75 47cmd.leuven@uvv.bePROVINCIE WEST-VLAANDERENPCMD BruggeJeruzalemstraat 51 - 8000 BruggeT 050 33 59 75 - F 050 34 51 69cmd.brugge@uvv.beCentra Morele Dienstverlen<strong>in</strong>gBRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWESTCMD JetteJetse laan 362 - 1090 JetteT 02 513 16 33 - F 02 420 42 98cmd.jette@uvv.bePROVINCIE OOST-VLAANDERENCMD AalstKoolstraat 80-82 - 9300 AalstT 053 77 54 44 - F 053 77 97 70cmd.aalst@uvv.beCMD EekloBoelare 131 - 9900 EekloT 09 218 73 50 - F 09 218 73 59cmd.eeklo@uvv.beCMD RonseZuidstraat 13 - 9600 RonseT 055 21 49 69 - F 055 21 66 68cmd.ronse@uvv.beCMD S<strong>in</strong>t-NiklaasAnkerstraat 96 - 9100 S<strong>in</strong>t-NiklaasT 03 777 20 87 - F 03 777 31 64cmd.s<strong>in</strong>tniklaas@uvv.beCMD ZottegemKastanjelaan 73 - 9620 ZottegemT 09 326 85 70 - F 09 326 85 73cmd.zottegem@uvv.bePROVINCIE ANTWERPENAMD LierBegijnhofstraat 42500 LierT 03 488 03 33 - F 03 488 03 33amd.lier@uvv.beAMD MolLaar 2 bus 3a2400 MolT 014 31 34 24 - F 014 31 34 24amd.mol@uvv.bePROVINCIE ANTWERPENCMD AntwerpenBreughelstraat 60 - 2018 AntwerpenT 03 227 47 70cmd.antwerpenlokaal@uvv.beCMD HerentalsLantaarnpad 20 - 2200 HerentalsT 014 85 92 90 - F 014 85 44 39cmd.herentals@uvv.beCMD MechelenO.-L.-Vrouwestraat 29 - 2800 MechelenT 015 45 02 25 - F 015 43 55 19cmd.mechelen@uvv.beCMD TurnhoutBegijnenstraat 53 - 2300 TurnhoutT 014 42 75 31 - F 014 42 54 40cmd.turnhout@uvv.bePROVINCIE VLAAMS-BRABANTCMD HalleMolenborre 28/02 - 1500 HalleT 02 383 10 50 - F 02 383 10 51cmd.halle@uvv.beCMD TienenBeaudu<strong>in</strong>straat 423300 TienenT 016 81 86 70 - F 016 82 40 31cmd.tienen@uvv.beCMD VilvoordeFrans Geldersstraat 25 - 1800 VilvoordeT 02 253 78 54 - F 02 253 57 87cmd.vilvoorde@uvv.beAntennes Morele Dienstverlen<strong>in</strong>gPROVINCIE LIMBURGAMD BilzenKlokkestraat 4 bus 13740 BilzenT 089 30 95 60 - F 089 56 57 94amd.bilzen@uvv.beAMD LeopoldsburgKon<strong>in</strong>gstraat 49/gelijkvloers3970 LeopoldsburgT 011 51 62 00 - F 011 51 62 09amd.leopoldsburg@uvv.bePROVINCIE LIMBURGCMD GenkBochtlaan 16 bus 6 - 3600 GenkT 089 51 80 40 - F 089 51 80 49cmd.genk@uvv.beCMD LommelHertog Jan Ple<strong>in</strong> 24 - 3920 LommelT 011 34 05 40cmd.lommel@uvv.beCMD MaaslandPauwengraaf 63 - 3630 MaasmechelenT 089 77 74 21 - F 089 77 74 22cmd.maasmechelen@uvv.beCMD TongerenVlasmarkt 11 - 3700 TongerenT 012 45 91 30 - F 012 45 91 39cmd.tongeren@uvv.bePROVINCIE WEST-VLAANDERENCMD DiksmuideEsenweg 30 - 8600 DiksmuideT 051 55 01 60 - F 051 55 01 69cmd.diksmuide@uvv.beCMD IeperKorte Torhoutstraat 4 - 8900 IeperT 057 23 06 30 - F 057 23 06 39cmd.ieper@uvv.beCMD KortrijkOverleiestraat 15A - 8500 KortrijkT 056 25 27 51 - F 056 25 27 53cmd.kortrijk@uvv.beCMD RoeselareGodshuislaan 94 - 8800 RoeselareT 051 26 28 20 - F 051 26 28 26cmd.roeselare@uvv.beAMD S<strong>in</strong>t-TruidenKazernestraat 10/0013800 S<strong>in</strong>t-TruidenT 011 88 41 17 - F 011 31 26 45amd.s<strong>in</strong>ttruiden@uvv.be

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!