pdf-bestand - Kerk en Israël

kerkenisrael.nl
  • No tags were found...

pdf-bestand - Kerk en Israël

Jaargang 52Nummer 1Januari 2008Van de redactie 2De hoop van Israël 3Ik zal rein waterover u sprengen, engij zult rein worden.Ezechiël 36:25Om de praktijk vanhet joodse leven 1 7Werken op een joodsebegraafplaats 11Het zionisme kritisch bekeken 14Tweemaandelijks orgaan, uitgegeven door DeputatenKerk en Israël’ van de Christelijke GereformeerdeKerken in Nederland


Van de redactieHet eerste nummer van Vrede over Israël in 2008, jaargang 52, ligt voor u.Jodendom wordt wel eens beschreven als ‘een manier van leven’. Op dataspect van het jodendom willen we dit jaar de nadruk leggen. In elk nummerzal daarom in deze jaargang een artikel worden opgenomen dat speciaalde aandacht vraagt voor de manier waarop het jodendom door de eeuwenheen aan de ‘manier van leven’ vorm heeft gegeven. Het krijgt als hoofdtitelmee ‘Om de praktijk van het joodse leven’.Ds. C.C. den Hertog verzorgt de Schriftstudie:De hoop van Israël. Hij neemt onsmee naar het boek Handelingen. Vooralin de slothoofdstukken van dit bijbelboekwordt de ‘hoop’ of ‘verwachting’ waaruitIsraël leeft aan de orde gesteld. Dezehoop bepaalt stellig de wijze waaropIsraël als volk van God leeft. In de bijbelstudiestelt ds. Den Hertog de vraagaan de orde of en in hoeverre de hoopvan Israël en die van de christelijke kerkdezelfde zijn. En als dat zo is, leeft dan dekerk wel uit die hoop?Bart Wallet, onderzoeker bij de vakgroepHebreeuws, Aramees en joodse studiesaan de Universiteit van Amsterdam endaarnaast docent joodse geschiedenis aande Katholieke Universiteit Leuven, schrijfthet eerste artikel over ‘Om de praktijkvan het joodse leven’. Het joodse levenwordt bepaald door de halacha, het joodserecht. We nemen daarom plaats in decollegebanken en luisteren naar zijn lesdat de titel draagt: Een kleine introductie totde halacha.De eerste handeling in het joodse levenvan alle dag bestaat in het ‘wassen van dehanden’. In de door Wallet in zijn artikelgenoemde Kitsoer sjoelchan aroech wordtdeze handeling beschreven. U treft detekst van dit voorschrift aan als afsluitingvan zijn verhaal.Harriët Tamminga-Hebels, lid van decommissie Kerk en Israël CGK Zwolle enbestuurslid Stichting Boete & Verzoening,informeert ons over het werk van delaatstgenoemde stichting. Een van detaken die de stichting op zich genomenheeft, is het verrichten van herstelwerkzaamhedenaan joodse begraafplaatsen.Haar bijdrage heet: Werken op een joodsebegraafplaats. Het is een bescheidengebaar van verzoening van christenen aanJoden voor het leed dat hen in de loop vaneeuwen is aangedaan.De zorg die Joden zelf aan gravenbesteden, maakt tevens deel uit van hun‘manier van leven’. Voor aanvullendeinformatie kunt u Harriët bereiken via hetmailadres: kerkenisrael@hetnet.nlHet laatste artikel is van Wilfred Jacobs.Zijn artikel, Het zionisme kritisch bekeken,neemt de interne joodse discussieover zionisme onder de loep. Mag hetBeloofde Land, Eretz Israël, gelijkgesteldworden aan de Beloofde Staat, MedinathIsraël, zo vraagt men zich in deze discussieaf. Spannend wordt het als hij zich in zijn‘meditatie’, zoals hij zijn bijdrage noemt,als christen in de discussie gaat mengen.Dan komen nieuwe vragen op, zoals:werd Israël door het verlichtingsdenkenjuist niet gedegradeerd van een natie totlouter een geloofsgemeenschap? En, blijftvoor louter een geloofsgemeenschapde belofte van een land nog wel gelden?Wilfred Jacobs volgt een lerarenopleidingGeschiedenis en is docent Geschiedenisen Maatschappijleer.


De hoop van IsraëlC.C. den HertogDezelfde verwachtingHet is heel opvallend om tegen het eindevan het boek Handelingen te lezen hoePaulus een aantal keren onderstreept datzijn verwachting als christen dezelfde isals die van het Joodse volk (Hand.23:6;4:25v.; 26:6v.; 28:20). Dat is des teopvallender wanneer we beseffen dat jein de loop van het boek Handelingen debreuk tussen synagoge en Kerk eigenlijksteeds onvermijdelijker ziet worden. Datis voor Paulus kennelijk niet een redenom afstand te nemen van zijn volk ende verwachtingen van dat volk. Integendeel:in verschillende redevoeringenhoren we Paulus zeggen dat hij hetzelfdeverwacht als dat deel van zijn volk datJezus niet als Messias (h)erkent.Wat bedoelt hij daarmee? En moeten wedat vandaag de dag nog zo zeggen? Watis er aan de hand als we aan het eindevan Handelingen Paulus tot vier keertoe de verbondenheid in de verwachtinghoren benadrukken?Twee zaken van belangTwee punten lijken mij met name vanbelang.(1.) Allereerst is het goed om kort stilte staan bij de gebeurtenissen die inHandelingen 9 beschreven worden. Devervolger wordt tot volgeling gemaakten beslissend is daarbij het feit datChristus hem ontmoet als de Levende.De Gekruisigde lééft en roept Paulus.Een Gekruisigde die leeft – dat is voorPaulus’ besef slechts op één maniermogelijk: Hij is opgewekt uit de doden.En vanuit de brieven van Paulus wetenwe hoe voor hem de opstanding vanChristus nauw verbonden is met deopstanding der doden op de jongste dag(I Kor.15.). De opstanding van Christusis daarmee voor Paulus allereerst eeneschatologisch gebeuren: de eerstelingvan de grote oogst is er nu reeds. En hetis ‘slechts’ een kwestie van tijd totdatde rest volgt. De verwachting die Paulusals farizeeër gekoesterd heeft, is metde opstanding van Christus niet achterhaald,maar integendeel verhevigd. Hetis al begonnen! Het laatste der dagenis aangebroken. De hoop van Israël isbezig vervuld te worden!(2.) Vervolgens is het van belang omte kijken naar de afspraken van hetapostelconvent (zie Hand.15) en hoePaulus daarmee is omgegaan. En dangaat het me met name om de collectevoor Jeruzalem. Er was armoede in Jeruzalemen Paulus heeft in de gemeentendie ontstaan waren op zijn werk degelovigen opgewekt om gaven te gevenvoor de moedergemeente. Dat was maarniet zomaar liefdadigheid, maar voorPaulus kwam in die collecte de profetietot vervulling van o.a. Jesaja (Jes.45:14;Jes.60), dat de volkeren met hun schattennaar Sion zouden komen om IsraëlsGod te erkennen en te dienen. Zo wordtSchriftstudien.a.v.Handelingen26:6-86. En nu sta ik voor het gerecht om mijn hoop op de belofte, die door God aanonze vaderen gedaan is;7. welke onze twaalf stammen, door voortdurend nacht en dag God te vereren,hopen te bereiken. Om deze hoop, o koning, word ik door Joden aangeklaagd.8. Waarom wordt het bij u ongelofelijk geacht, als God doden opwekt?C.C. den Hertog


Graftuin met hetgeopende graf:teken van de hoopvan Israëldie collecte opgezet en we mogen erdus vanuit gaan dat Paulus in iederegemeente daarover gesproken heeft. Ener werd ook op gereageerd: Macedoniëdoet mee, Korinte geeft. In het brengenvan de gaven vanuit de volken naarJeruzalem zou iets te zien zijn van dankvan de volken voor het heil dat uit deJoden gekomen is (vgl. Rom.15:26v.).Ook die collecte is dus door en dooreschatologisch geladen. Opnieuw noteerik: De hoop van Israël is bezig vervuld teworden!Gevangen om de hoop op deopstandingMaar dan loopt het anders: Pauluswordt in Jeruzalem niet al te enthousiastontvangen door de moedergemeente.Paulus wordt – op een valse aanklacht– gearresteerd om nooit meer vrij tekomen. Lange tijd zit hij vast. Eerstonder de stadhouder Felix, dan onderdiens opvolger Festus. En Festus is hetdie op zekere dag de koning van deJoden: Agrippa, thuis ontvangt en hemdan Paulus laat zien. Agrippa de kennervan het joodse geloof moet aan Festuseen advies geven over deze gevangenedie nu al zolang zit.En zo staat Paulus hier in Hand.26,op beschuldiging vanuit de Joden dathij de overlevering van de vaderenversjacherd heeft. Agrippa geeft hemhet woord om zijn zaak te verdedigen.En in die rede lezen we die tekst, waarinPaulus in alle helderheid aangeeft dathij terecht staat om de hoop op de beloftenaan de vaderen gedaan. In zijn woordenproef je verbijstering daarover dat hetvolk dat leeft bij de beloften, nu – nuhet bezig is in vervulling te gaan – eenandere kant uitkijkt en het niet herkent.Heel Israëls geloof is doortrokken vandeze verwachting (denk aan de tweedebede uit het Achttiengebed, 1 denk aan watMaria en Zacharias zingen, denk aan deEmmaüsgangers en de discipelen op dedag van Hemelvaart), maar men herkenthet niet nu het gebeurt. Een belangrijkpunt om goed te zien: Paulus zet zichniet af tegen het jodendom, maar hij laatzien dat in Christus juist die verwachtingbezig is in vervulling te gaan. Hij gaatnaast de synagoge staan. Juist waar hetgaat om wat verwacht wordt.Een gezamenlijke leer van delaatste dingen?Kunnen Joden en Christenen dangezamenlijk een eschatologie, een leervan de laatste dingen schrijven? Het zalniet al te snel gebeuren – dat begrijpik wel -, maar zou het kunnen? Als ikPaulus hier goed begrijp, dan moet erzeker inhoudelijk een grote mate vanovereenkomst zijn in wàt er verwachtwordt: opstanding van de doden, een


nieuwe aarde waar gerechtigheid woont.Verschil zal aan de dag treden op hetmoment dat het gaat om de vervulling ende vraag hoe dat zal plaatsvinden. Ik wilhier voorzichtig en ingehouden spreken,omdat mijn zicht beperkt is. Maar is hetonterecht als je zegt dat de synagogein de vervulling van Gods beloften eengrote plaats inruimt voor het volk Israëlals medewerker, als onmisbare factor inde totstandkoming van het heil? Scherpgezegd: wordt de belofte niet getransponeerdnaar een gebod?Ondertussen kunnen we dit slechts metgrote schroom en vragenderwijs stellen.Want al te gemakkelijk verheffen we onsals kerk boven Israël en suggereren webeter zicht te hebben op Gods handelen– de ziende kerk tegenover de blindesynagoge. In een beroemd opstel uit1934 hoort K.H. Miskotte door Israël devolgende vraag aan de kerk stellen: ‘(...)waarom zijt gij zo rustig? en voelt u zich zowel in uw eigen huid? Hoe kunt gij vredehebben met deze wereld, met uw eigenratio, met het lot der volkeren, met uweigen zelfgenoegzaam bestaan? Hebtgij een ander antwoord ontvangen vandezelfde God (want gij zegt, dat onzeGod de uwe is) of hebt gij het ópgegevente vragen?’ En als hij die vraag stelt,heeft hij een punt: hunkeren wij als kerknaar het heil dat God brengen zal, ofis de verwachting inderdaad een slothoofdstukjebij de leer dat nauwelijksecht functioneert in de geloofsbeleving?Ik herhaal wat ik net zei: verschil in deverwachting zal aan de dag treden op hetmoment dat het gaat om de vervullingen de vraag hoe dat zal plaatsvinden.Zo vlak na Kerst weten we van de grotewending in onze geschiedenis die doorGod gegeven is. Wat mensen niet deden,niet konden en niet wilden doen, komtChristus doen. Gehoorzaam aan Godsgeboden gaat Hij zijn weg door onzewereld. En heiden en Jood slaan Hemsamen aan het kruis. Maar de Vaderheeft Hem opgewekt. Toen wij aan heteinde gekomen waren van onze verdorvenheden,bracht God uit onze dood zijnnieuwe schepping aan het licht. Daarwerkte geen mens mee, ook geen vroommens. Wat daar aan het licht is gebracht,zal op de jongste dag door God voltooidworden. Het nieuwe Jeruzalem daalt uitde hemel neer. De Geest is gegeven omtot die dag de gemeente te bewaren bijde verwachting. Een verwachting nietop zichzelf, maar op God die de dodenopwekt.Leven uit de aan Israël geschonkenverwachtingDan komt daarmee de vraag naar ons toehoe wij staan tegenover de beloften vanHet lege graf: tekenvan de opstanding


Rembrandt: Paulusin gevangenschap(Hand. 24:27)de HERE. Immers de vervulling in Christusbetekent niet dat de beloften hebbenafgedaan, maar integendeel verhevigdzijn en dat het wachten op het definitiefopenbaar komen van wat reeds vervuldis, een des te grotere spanning enverwachting uitwerkt. Stempelt de hoopop de beloften aan de vaderen gedaanons leven? Niet vanuit de gedachtedat onze bijdrage het verwachte nabijbrengt, maar wel in de wetenschap datde HERE onze werken in zijn dienst wilnemen. Als Paulus er in zijn brieven overspreekt dat de taak voor de kerk is Israëltot jaloersheid te brengen, dan zal dattoch daar inzetten waar onze daden vangehoorzame dankbaarheid door Israëlgezien en herkend worden. Herkend alsvervulling van de beloften waar Israël bijleeft. Die herkenning ligt niet in onzehanden, maar onze daden willen doorGod wel in dienst genomen worden. Alshet ons ernst is met de woorden dat wijdelen in de verwachting die aan Israëlgeschonken is, mag ons verlangen zijnzo met het volk te spreken dat het – netals wij, met vallen en opstaan – leertontdekken dat God zelf de beloften inChristus van ja en amen heeft voorzienen dat het sinds de morgen van Pasenaangaat op het einde. Niet hoogmoedig,maar door er naast te staan meteen leven dat de vrucht van de Geestvertoont. Alleen dan zal men kunnenherkennen dat het heil van Israëls Godwerkelijk tot de volkeren gegaan is, alsdie volkeren zich niet tegen Israël keren.Zeker deze laatste zinnen manen ons totgrote bescheidenheid in het spreken. Deverwachting is in de kerk maar al te vaaksluitpost geworden. De collecte, waarde volken hun schatten naar Jeruzalembrengen om zo te erkennen dat IsraëlsGod God is, is eenmalig geweest. Alsdat anders was geweest, was wellichtgemakkelijker het besef levend geblevendat het op het einde aan gaat. Hoe vaakhebben de volkeren zich niet tegenIsraël gekeerd – juist in ons christelijkeEuropa? Delen in de aan Israël geschonkenverwachting, betekent ook dat wijveel zelfonderzoek hebben te doen. Metals belangrijkste vraag: van wie verwachtenwij het bevrijdende heil voor dezewereld? En durven wij werkelijk te rustenvan onze boze werken, om zo Hem doorzijn Geest in ons te laten werken?1 Het Achttiengebed of Amida is het hoofdgebed in de synagogedienst. De tweede bede begint als volgt: ‘Gij zijtmachtig voor altijd, Heer, gij doet doden leven.....’


Om de praktijk vanhet joodse leven 1Een kleine introductietot de halachaBart WalletWie zich verdiept in het joodse leven zal er al spoedig achterkomen dathet joodse recht een hele centrale plaats inneemt. Terwijl binnen hetchristendom canoniek of kerkrecht in de praktijk niet veel meer is daneen bundeling praktische afspraken binnen de kerken en daardoor inde schaduw van de praktijk van het geloofsleven staat, is dat binnenhet jodendom beslist anders. Joods recht heeft alles te maken metethiek, met de joodse feesten en gebruiken, met het leven van alledag.Wie daarom meer wil leren over het jodendom kan niet om halacha, hetjoodse recht, heen.Het belang van halacha in het geheelvan het jodendom blijkt ook wel als wekijken naar het takenpakket van eenrabbijn. Een rabbijn heeft geen officiëletaak in de liturgie in de synagoge – diewordt door de chazzan, voorzanger,geleid -, hij doet in de regel geen pastoraalwerk. Nee, zijn taak is om rechtte spreken. Hij is een dajan, rechter. Opbasis van de joodse juridische traditiemoet hij uitspraken doen over de vragendie het moderne leven aan Joden stelt:mogen we dit nieuwe product wel eten,is ivf geoorloofd, mag ik scheiden?Samen met twee collega’s maakt hij eenrabbinale rechtbank uit (bet din), dietoezicht houdt op het kasjroet (kosjervoedsel), echtscheidingen bekrachtigten bekeerlingen toelaat.Wat is halacha?De besluiten die een rabbijn neemt, omsommige dingen toe te staan en anderete verbieden, moeten gebaseerd zijn opde halacha. Dit woord is afkomstig vanhet Hebreeuwse werkwoord halach, dat‘gaan’ betekent en in die zin de wegaanduidt die een Jood in het leven gaat.De halacha is een verzamelnaam voor eenbrede traditie, die uit drie onderdelenbestaat.• Dat is allereerst de bijbelse rechtspraak,die met name in Thora is tevinden.• Daarnaast zijn dat de juridischegedeeltes in de Misjna en de Talmoed,die deels de regels uit Thorabecommentariëren en deels nieuwebesluiten bevat.• Ten slotte is er de rabbijnse traditie,die in gesprek met de bijbel en deTalmoed steeds weer antwoord opactuele vragen heeft gegeven.Dat gebeurt vooral in de zogenaamderesponsa-literatuur: boeken met halachischevragen waar een belangrijke rabbijnvervolgens een antwoord op geeft. Eenrabbijn zal tegenwoordig met zijn eigenbesluit die traditie voort proberen te zettenen in zijn psak (beslissing) ook dezebronnen citeren.De bijbelse basis voor de halacha kan inLeviticus 19 gevonden worden. Daaringeeft God aan dat Hij, omdat Hij eenheilig God is, ook een heilig volk wilhebben. Om daadwerkelijk een geheiligdvolk te zijn, worden de regels inHalacha komt o.a.voort uit ToraBart Wallet


TalmoedpaginaOndertussenis erwel verschilin halachabinnende joodsewereldMaimonidesThora gegeven. Wie bij God wil horenmoet zich onthouden van onheilige enonreine praktijken en zich toewijdenaan God, zijn dag, feesten en gebruiken.Daartoe heeft God zelf op de Sinaï dewet gegeven. In de joodse traditie wordtervan uitgegaan dat de hele halachauiteindelijk door God op de Sinaï aanMozes is geopenbaard. Een deel daarvanis in Tenach, het Oude Testament,terechtgekomen, een ander deel is paslater op schrift gesteld en vormt de basisvan de Talmoed. Iedere halachische beslissingmoet òf rechtstreeks van Sinaï – dusvan God – afkomstig zijn, òf daaropgegrond zijn.De Talmoed heeft in Thora maar liefst613 mitsvot ontdekt, dat zijn regels voorhet joodse leven. De term drukt echtertegelijkertijd uit dat het een eer is om dieregels voor God op te volgen. Het gaatniet om een slaafs opvolgen daarvan,maar om het vroom en geconcentreerd,gericht op God uitvoeren. Binnen die613 regels wordt onderscheiden tussen365 verboden, voor elke dag van het jaaréén, en 248 geboden, voor alle botten inons lichaam één. De bedoeling is duidelijk:het volgen van Gods weg vraagt heelons lichaam en al onze tijd, kortom: heelons leven.Verschillen in halachaOndertussen is er wel verschil in halachabinnen de joodse wereld. Dat komtomdat er een grote verscheidenheid isontstaan, maar ook omdat er telkens innieuwe situaties nieuwe beslissingengenomen moeten worden. Alle halachaneemt de bijbel en de Talmoed als vertrekpunt,maar binnen het derde onderdeel– de rabbijnse traditie – kan menverschillende keuzes maken. Er is optwee belangrijke verschillen te wijzen.Dat is allereerst het verschil tussenSefardische en Asjkenazische halacha.De Joden die in Spanje en Portugal kwamente wonenen hun nakomelingen– worden Sefardiem genoemd. Doorde andere cultuur en door de groteafstanden in die tijd, ontstond op hetIberisch schiereiland een heel andereinterpretatie van de halacha dan in hetnoorden van Europa. Daar, in de Duitseen Franse landen, werden de Joden Asjkenaziemgenoemd. Hun nakomelingenover de hele wereld volgen nog altijd detradities die in middeleeuws Duitslandzijn ontstaan.Daarnaast ontstond in de negentiendeeeuw een belangrijk verschil tussenorthodoxe en liberale halacha. Door deopkomst van de moderniteit werdenbinnen het jodendom verschillendeantwoorden gegeven. In West-Europawerden Joden nu burgers van de natiestaten,wat ondermeer betekende dat hetcivielrechtelijke deel van de halacha nietmeer uitgevoerd mocht worden. Jodendie van elkaar stalen, bijvoorbeeld,kwamen niet meer voor de rabbinalerechtbank – zoals dat tot het einde vande achttiende eeuw het geval was -, maarvoor de gewone, burgerlijke rechtbank.Hierdoor moest het joods recht zichaan een nieuwe situatie aanpassen. Deorthodoxie wil zo dicht mogelijk bij detraditionele exegese blijven en wil hetmoderne leven grotendeels op afstandhouden, terwijl binnen de liberalehalacha ervoor wordt gekozen om hetmoderne en religieuze leven veel meermet elkaar te integreren. In de regel zalde liberale halacha de soepelste regels


en interpretaties uit Thora en Talmoedvolgen, terwijl er binnen de orthodoxieeen voorkeur voor de strengere variantbestaat.Codificering van de halachaWie ooit een stukje uit de Talmoed heeftgelezen, zal weten dat dat beslist nieteenvoudig is. Naast regels is er ook heelveel discussie tussen verschillende rabbijnenopgenomen over de interpretatiedaarvan. Hierdoor wordt verder gesprekover deze regels gestimuleerd. Ondertussenmoeten er natuurlijk ook beslissingengenomen worden. Bijvoorbeeldover een vraag als: om welke tijd moetje eigenlijk precies je ochtendgebedzeggen?Om op dit soort vragen eenvoudigantwoord te kunnen gevenen er vervolgensnaar te kunnen leven – wordener boeken vervaardigd die alle regelsuit Thora en Talmoed verzamelen enoverzichtelijk presenteren. Dat procesbegint in Bagdad, waar van ongeveer600 tot 1000 de belangrijkste geestelijkeleiders van het jodendom woonden (dege’oniem). Een hoogtepunt werd echterbereikt met het boek Misjné Thora van degrote joodse filosoof Maimonides (1135-1204). Nog altijd wordt dit boek doororthodoxe Joden gebruikt om moeilijkevragen te beantwoorden.Iets later verscheen de Arba’a Toeriem(Vier poorten) van rabbi Jacob ben Asjer(1270-1343). Hij onderscheidde vierpoorten, toegangswegen tot de halacha.Die indeling in vier delen is sindsdienstandaard geworden. De eerste afdeling(Orach chajiem; de weg van het leven) gaatover de riten thuis en in de synagoge,door de week en tijdens de feesten.De tweede (Joré de’a; leer kennis!) overzuiverheid en kosjer eten. De derdeafdeling (Even ha’ezer; rots van hulp)heeft familierecht (inclusief huwelijk enechtscheiding) tot onderwerp. Ten slottewordt in Chosjen misjpat (borstplaat vanrecht) het civiel recht behandeld. Dezeindeling laat zien dat het joodse rechtinderdaad de volledige breedte van hetleven omvat: niet alleen wat wij het religieuzeleven zouden noemen – gebed,synagoge e.d.-, maar ook burgerlijkezaken als eigendomsrecht en diefstalbehoren voor de Jood tot het domeinwaarover de zeggenschap van God gaat.De vierdeling treffen we ook aan in watde belangrijkste halachische codex isgeworden: de Sjoelchan aroech (gedektetafel) van rabbi Josef Karo (1488-1575).De titel vertelt de lezer dat hij in ditboek alle regels hapklaar kan vinden,als op een gedekte tafel, zodat hij nietzelf oneindig hoeft te zoeken in dedikke boeken van de joodse traditie.In de praktijk verving dit handboekalle voorgaande. Door de boekdrukkunstwerd het over de hele toenmaligbekende wereld verspreid en werd hetimmens populair. Het was echter eensamenvatting van Sefardisch joodsrecht en kwam nu ook in handen vanJoden in Duitsland en Polen. Die wildenhet boek ook gebruiken omdat het zogoed was, maar hadden ondertussenwel allerlei andere tradities ontwikkeld.Daarom verscheen er een supplement,de Mappa (tafelkleed) van rabbi MozesIsserles (1525-1572) uit Krakau, diede specifiek Asjkenazische halachischerabbi Jacobben Asjeronderscheiddevier poorten,toegangswegentotde halacha;die indelingis sindsdienstandaardgewordenNederlandseuitgave van 2006door NederlandsIsraëlitischKerkgenootschap


traditie belichtte. Sindsdien werd dit‘tafelkleed’ standaard afgedrukt bij de‘gedekte tafel’.Praktische halachaToch was dit boek van Karo nog erg diken had hij niet alleen de regels opgenomenmaar ook de discussie die daaroverbestond. Voor gewone mensen was hetdaarom ook een veel te moeilijk boek,waardoor het vooral de rabbijnen warendie het gebruikten om hun beslissingente nemen. Maar gewone mensen wildenniet voor ieder wissewasje naar hunrabbijn lopen om te vragen wanneer jebijvoorbeeld een niet-Jood op sjabbatjou mag laten helpen. Daarom werdeen verkorte, praktische editie gemaaktdie helemaal op het gewone leven istoegesneden: de Kitsoer sjoelchan aroech(de verkorte gedekte tafel). Die werd in1864 door de Hongaarse rabbijn SjlomoGanzfried vervaardigd en veroverdein korte tijd een vaste plaats in menigjoodse boekenkast. Op heldere en toegankelijkemanier geeft Ganzfried weerhoe een Jood moet leven. Die duidelijkheidwas precies wat velen nodig haddenin de roerige negentiende eeuw, toendoor de industriële revolutie, nieuweuitvindingen en massale verstedelijkingveel veranderde.Aan de hand van een aantal concretevoorbeelden zal in een volgend artikelduidelijk gemaakt worden hoe halachanu in de praktijk werkt. Want uiteindelijkkomt het erop aan dat de regels indikke boeken vervat en de beslissingendoor rabbijnen genomen, in het levenvan alledag geleefd worden – voor hetaangezicht van God.Het overgieten van de handen 1Aangezien de mens, wanneer hij’s morgen van zijn bed opstaat, alseen nieuw geboren schepsel is [tebeschouwen] voor de dienst aan deSchepper, gezegend is Zijn Naam,behoort hij zichzelf te heiligen enzijn handen te overgieten [met water]uit een beker, net zoals een priesterdat [in de Tempel] deed. De priesterheiligde iedere dag zijn handen [metwater] uit het wasbekken vóór zijndienst in de Tempel. Een aanduidingvoor dit overgieten van de handenvindt men in Tenach. Immers er isgezegd [Tehilliem 26:6,7]: ïk zalmijn handen in reinheid wassen en ik zal Uw altaar rondgaan, G-d, om luid eendankbetuiging te laten horen”, enz. Er is nog een reden voor dit overgieten [vande handen]: tijdens de slaap gaat de heilige ziel van de mens weg en rust er eenonreine geest op het lichaam. Zodra men in zijn slaap wakker wordt, verdwijntde onreine geest van zijn hele lichaam, behalve van zijn vingers. Deze verlaatde vingers pas, nadat men drie maal water over zijn handen heeft gegoten. Hetis verboden om vier Ammot [ongeveer twee meter] te lopen zonder eerst zijnhanden te overgieten, tenzij er een dringende reden is.1 Uit de Kitsoer Sjoelchan Aroech10


Werken op eenjoodse begraafplaatsHarriët Tamminga-HebelsOok deze zomer is er in de laatste week van juli weer een werkweekgeweest waarin door een groep christenen uit verschillende kerken (ookuit de CGK Zwolle) een joodse begraafplaats is opgeknapt. U zult zichwellicht afvragen waarom dat werk gedaan wordt. Wat heeft het nouvoor zin om aan dode stenen te gaan werken? Er zijn genoeg levendemensen die aandacht nodig hebben!Daarom eerst iets over de voorgeschiedenis en motivatie.Boete en VerzoeningDe stichting “Boete en Verzoening”voert o.a. jaarlijks herstelwerkzaamhedenuit aan joodse begraafplaatsen inbinnen- en buitenland.In een folder die de stichting uitgeeftstaat o.a.: “Christenen hebben Jodeneeuwenlang gediscrimineerd en onterechtvan gruwelijkheden beschuldigd,zoals die van rituele moord,hostieschennis en vergiftiging van dedrinkwaterbronnen. Het hele joodsevolk werd onophoudelijk beladen methet verwijt Jezus van Nazareth vermoordte hebben. Wij erkennen, dat de vijandschapvan de christenen vaak ontaarddein vernedering en verbanning van deJoden, in beroving en moord. Wij erkennentevens, dat de christelijke kerkenbijgedragen hebben aan een anti-joodsestemming in Europa. Hierdoor hebbende Nazi’s minder tegenstand – en somszelfs medewerking – ondervondenbij hun poging tot vernietiging van deJoden.”VerzoeningDs. Kees Sybrandi, die dit werk ca. 35jaar geleden is begonnen, heeft de motivatievoor het werk op de begraafplaatsenals volgt verwoord: “Met vele anderechristenen voelen wij een diepe pijn enschaamte over deze gebeurtenissen. Wijvoelen ons persoonlijk niet schuldigaan deze wandaden, maar wij voelenons wél verantwoordelijk om de pijndie hierover bij vele joodse mensen nogleeft, te helpen verzachten. Zonder enigepretentie willen wij een spijker slaanaan een brug, die christenen en Jodenweer zou kunnen verbinden. Bij dit alleswordt niet gestreefd naar evangelieverkondigingonder Joden, ook niet bedektof in het geheim.Het werken aan begraafplaatsen is eengoede manier gebleken om deze verzoeningtot stand te brengen. De oorsprongvan dit werk ligt echter in intense gebedenvan verootmoediging en schuldbelijden.Ook nú is dat niet weg te denken bijalle activiteiten.”De reacties vanuit de joodse gemeenschapop dit verzoeningswerk zijnhartverwarmend. Daarom is er van degeschiedenis en motivatie van dit werkeen boekje verschenen “Een spijker aande Brug” met illustraties van de bekendejoodse kunstenaar Marc de Klijn. Erliggen plannen om het te vertalen in hetHebreeuws en Engels om ook de joodsegemeenschap buiten Nederland te latenweten waarom dit werk door christenengedaan wordt.BegraafplaatsenBegraafplaatsen staan bij Joden inveel hoger aanzien dan bij christenen.Je kunt christen worden door eenEen spijker aande brugHarriëtTamminga-Hebels11


Stenen wordenrechtgezetDe gravenmogen nietgeruimdworden enwordengeneratieslang nogbezochtAan het werk op debegraafplaats inUtrechtpersoonlijke keuze voor Jezus Messias,maar Jood ben je door afstamming.Daarom is de band met het voorgeslachtzoveel sterker. De graven mogen nietgeruimd worden en worden generatieslang nog bezocht. De grafstenen zijnvoor hen zoiets als een identiteitsbewijs.Wanneer je tot een volk behoortdat voortdurend met uitroeiing wordtbedreigd, moet je je kinderen naar eenplaats kunnen brengen waarvan je kuntzeggen: “Hier liggen onze voorvaders.Zij hebben geleefd, zij hebben bestaan.Een grafsteen is het bewijs voor onzegeschiedenis.”Het werk zelfDe begraafplaats wordt door een paarmensen enkele weken voordat dewerkweek begint zonodig eerst gemaaiden de grafzerken worden met waterschoongespoten van algen en mos.Als de werkweek begint zijn de stenendroog, omdat anders de verf niet goedblijft zitten. Naast het opnieuw zwartmaken van de letters op de stenenworden door een ploeg sterke mannenook scheefgezakte of omgevallen stenenrechtgezet en gebroken stenen waarmogelijk gerepareerd. Verder wordt eronkruid gewied en worden bomen enstruiken gesnoeid. Toegangshekken engrafhekken worden van roest ontdaanen geverfd en op graven waar grind oplag wordt nieuw grind aangebracht.Ook wordt soms het dak van het ‘metaheerhuisje’(waarin ruimtes zijn voorhet afleggen van de dode) hersteld ofgedeeltelijk vernieuwd, deuren gerepareerdof vernieuwd en het gebouw vanbinnen en/of van buiten geverfd.UtrechtZo werken we elk jaar op een andereplaats: vorig jaar in Rotterdam en Oud-Beijerland, daarvoor in Vught, en in2004 ook al in Utrecht. Toen kon maarde helft van de stenen hersteld worden,en daarom waren we heel blij dat we ditafgelopen zomer gelukkig helemaal afkonden maken.12


De begraafplaats in Rotterdam aan deOostzeedijk die we vorig jaar onderhandengenomen hebben was al sinds 1820niet meer in gebruik (vanaf die datumwerd de grotere begraafplaats aan hetToepad gebruikt), dus het waren heeloude stenen die opgeknapt moestenworden. Een uitdaging was dat dezeoude letters in de stenen ingegraveerdwaren, terwijl het op andere begraafplaatsenaltijd “opgelegde” letters zijn.Dit vergde veel meer tijd omdat elke lettermet een penseeltje ingekleurd moestworden. Stenen met opgelegde letterskunnen sneller zwart gemaakt wordenomdat je dan met een kurk werkt waareen lapje stof omheen getrokken is. Destof om de platte kant van de kurk wrijfje dun in met verf en vervolgens tamponeerje dan voorzichtig de letters.MotivatieWat elk jaar weer motiveert is dathet werken met deze groep mensenuit verschillende kerken je geestelijkopbeurt. De sfeer is heel goed, in demiddagpauze krijgen de deelnemerseen toerusting over de motivatie vandit werk en de hele dag zijn er een ofmeer mensen aan het bidden om eenzegen over dit werk te vragen en ombescherming te bidden. Het is namelijkniet ongevaarlijk om met oude stenente werken; ze kunnen zomaar omvallen!Dit alles maakt een werkweek of een dagmet deze groep tot een onvergetelijkegebeurtenis. Maar vooral de dank die dejoodse gemeenschap voor dit werk heeftis van onschatbare waarde!Wat kunt u doen?U bent hartelijk welkom om dit jaar eenof meer dagen mee te werken! Maar uwgebed om een zegen over dit verzoeningswerkis onontbeerlijk. Dat merkenwe steeds weer. We worden gezegenddoordat harten van joodse mensenopengaan en werkelijke verzoening totstand komt. Maar ook financiële steun isnodig voor het aanschaffen van materialen,de verzorging van de werkers tijdensde werkweek en de verspreiding vanhet boekje in de joodse gemeenschap.Giften en collecte-opbrengsten zijn welkomop bankrekening 3859.31.888 vanBoete en Verzoening o.v.v. ‘onderhoudbegraafplaatsen’. Voor de informatierekkenin de kerken zijn er folders beschikbaarom dit mooie verzoeningswerkmeer bekendheid te geven.Maar vooralde dank diede joodsegemeenschapvoordit werkheeft is vanonschatbarewaardeLetters zwartmaken13


Het zionisme kritischbekekenWilfred JacobsEen kleine overdenking aan de hand van ‘In de naam van de Thora, degeschiedenis van de antizionistische joden - Yakov M. Rabkin (Antwerpen2006)’Wilfred JacobsTheodor HerzlEen eigen staatAl sinds de diaspora (135 na Chr.) is ereen verlangen naar een ‘eigen staat’ voorde Joden. Na een tijd van meer of mindergrote oplevingen in het verlangen naareen eigen staat, ontstond onder invloedvan Theodor Herzl (1860-1904) eennieuw, ditmaal blijvend verlangen . Inzijn geschrift ‘Der Judenstaat’ geeft Herzleen blauwdruk voor de nieuwe staat,zoals die in zijn optiek georganiseerdzou moeten worden. De tijd waarin hetgeschrift verscheen is die van een langzaamopkomend nationalisme en vanuitdie ontwikkeling valt de hernieuwdeopleving ook grotendeels te verklaren.Geassimileerde Joden kregen weinigtot geen aansluiting bij de autochtonebevolkingsgroepen omdat zij met namede verschillen benadrukten tussen henen Joden. Zodoende ontstond de vraagof Joden zich moesten neerleggen bijwat schijnbaar hun lot was of, dat zemoesten zoeken naar andere mogelijkheden.De publicatie van Herzl boodeen mooi handvat om een andere wegin te slaan. De toenemende pogroms endiscriminatie van de Joden versterktenhet verlangen naar een eigen staat.ZionismeEr bestaat zowel een politiek als enreligieus zionisme. Het geschrift vanHerzl legde de basis voor het politiekezionisme en het daaruit voortkomendeverlangen naar een eigen staat. Tegenwoordigdenken we bij zionisme aaneen combinatie van het religieuze enpolitieke zionisme. Er staat tussen dietwee geen ‘is gelijk teken’. Hoewel heteen logische stap is gezien de geschiedenisvan het zionisme. Er wordt namelijkvoortdurend geprobeerd een religieuzecomponent toe te voegen aan het politiekezionisme. Herzl zelf geeft in zijngeschrift aan dat het twee (wezenlijk)verschillende stromingen zijn als hijschrijft: ‘Zullen wij daarom op het eindeen theocratie hebben? Nee! Het geloofbindt ons samen, de wetenschap maaktons vrij. De onvervulde theocratischeambities van onze geestelijkenzullen wij daarom in het geheel nietlaten opkomen. Wij zullen hen in huntempels weten vast te houden, zoals wij14


ons beroepsleger in de kazernes zullenvasthouden. 1 ’Het religieus zionisme streeft daarentegenjuist wel naar een samenleving diegebaseerd is op de wetten zoals Mozesdie ontvangen heeft. Goed bekeken ishet zionisme van Herzl dus een seculierzionisme en men zou zelfs kunnen sprekenvan een socialistisch-zionisme.Traditie en ModernismeMet name vlak nadat Herzl zijn geschriftpubliceerde en de eerste zionistischeconferentie (1897 in Bazel) belegde, wasde weerstand tegen zijn ideeën enorm.Enerzijds beweerde het zionisme eenmodernisering te zijn in het denken endus tegen de traditie en geschiedenisder Joden. Anderzijds werden religieuzesymbolen en de dromen van een eigenland gebruikt om mensen te winnenvoor deze zaak. Een vraag die opkomtaan de hand van deze tegenstrijdigheden(aan de ene kant een modernisering enaan de andere kant het gebruik makenvan de traditie) is natuurlijk of het hebbenvan een eigen land de Joden dichterbijde Thora brengt.’ Ondertussen namhet aantal mensen dat naar Palestinaverhuisde en daar land kocht van Arabierenenorm toe. Met name na de Balfourdeclaratie(1917) waarin staat: ‘HisMajesty’s Government view with favourthe establishment in Palestine of a nationalhome for the Jewish people, and willuse their best endeavours to facilitatethe achievement of this object...’(= HareMajesteits Kabinet geeft toestemmingvoor het vestigen van een ‘nationaalhuis’ voor de Joden in Palestina en zalhaar uiterste best doen om dit project teverwezenlijken..). 2 Dit had wel meteengevolgen voor zowel de Arabieren dieal in Palestina woonden, maar ook voorde Joden die zich in Palestina vestigden.De grote vraag is: wordt er gekozenvoor vreedzame co-existentie tussen devolken of confrontatie? Als in 1938 deTweede Wereldoorlog uitbreekt en deJoden slachtoffer worden van de Shoahwerkt dit alskatalysator.De migratienaar Palestinaneemtenorm toe.Als in 1948David Ben Goerion de onafhankelijkheiduitroept is de staat Israël een feit.Verzet tegen het zionismeWe kijken naar het verzet tegen het(politiek) zionisme vanuit ultra-orthodoxperspectief. Het verzet tegen het(politieke) zionisme is met namegegrond op vers 7 uit Jeremia 29: ‘Bidtot de HEER voor de stad waarheen ikjullie weggevoerd heb en zet je in voorhaar bloei, want de bloei van de stad isook jullie bloei.’(NBV) Vanuit dit versis het commentaar op het zionisme:we kunnen alleen terugkeren naar onseigen land door Goddelijke interventie,alléén dan zal er wereldvrede kunnenzijn.(vert.) 3 Als argument voorde stichting van de staat Israël wordtgebruikt dat op deze manier Godskoninkrijk dichterbij komt. Vergelijkhet met schoolkinderen, als ze een achthalen krijgen ze een traktatie, in ditgeval regelen ze zelf een traktatie enverwachten daarmee ook een acht tehalen. Het zelfstandig terugkeren naarhet Heilige Land en beweren dat op diemanier Gods koninkrijk tot stand komtis dus een omdraaiing van wat er staatin Jeremia 29 vers 14: ‘Ik zal me doorjullie laten vinden – spreekt de HEER– en ik zal in je lot een keer brengen. Ikzal jullie samenbrengen uit alle volkenen plaatsen waarheen ik je verbannenheb – spreekt de HEER – en je latenterugkeren naar Jeruzalem, waaruit ik jeheb laten wegvoeren.’Daarnaast is er de opvatting onderultra-orthodoxe Talmoed-geleerden dat‘one should not put all the eggs in onebox’ (= men moet niet alle eieren in ééndoosje stoppen) 4 . Zij leren dat God deJoden een gunst heeft bewezen door zeAntizionistischedemonstratiewe kunnenalleenterugkerennaarons eigenland doorGoddelijkeinterventie,allééndan zal erwereldvredekunnen zijn15


het zionismewil enerzijdsde dodecultuur vantraditie vanzich afwerpen...,maargebruiktanderzijdsreligieuzepassagagesuit deThora omde JoodseStaat teonderbouwenover de gehele wereld te verspreiden.Want op die manier wordt het Joodsevolk beschermd. In tegenstelling totwanneer ze zich allen op een plaatszouden bevinden.Verhouding Christenen – JodenDoor de secularisering in het westen vanEuropa en het verlichtingsdenken dateen rol speelt in het zionisme is het volkIsraël verworden van een geloofsgemeenschap– verspreid over de wereld– tot een lotsgemeenschap. Met voorhet laatste natuurlijk als overweldigendbewijs de Shoah. Zionistische belangengroepenwil ons wat anders latengeloven, namelijk dat het volk Israëlin zijn geheel nog hoort bij de groteregeloofsgemeenschap en het daaromonze steun – als christenen – verdient.Laten we in ons achterhoofd houdendat het zionisme de dode cultuur vantraditie en geschiedenis van zich af wilwerpen. Maar daarnaast gebruik maaktvan religieuze symboliek en passagesuit de Thora om de rechtmatigheid vaneen Joodse Staat te onderbouwen. Dankunnen we en mogen we daar onzevraagtekens bij zetten. Natuurlijk is hetzo dat wij als christenen een andereverhouding hebben met de Joden (in dezin van geloofsgemeenschap) dan metenig ander volk. Omdat we in Christusde Verlossing hebben gekregen die onsin het Oude Testament werd voorzegd.Het is dus goed om te beseffen dat hetvolk van Israël onze steun verdient. Maarniet onvoorwaardelijk. Er is en blijft eenverschil tussen Jeruzalem in het hier ennu en het Jeruzalem waar Hij eens zijntroon zal hebben.1Herzl, T., De Jodenstaat (Amsterdam 2004) 1092Balfourdeclaratie in: Hoff, R., Het Midden-Oosten, een politieke geschiedenis (Zeist 1991) 553http://www.jewsagainstzionism.com/news/newsletters/PresRelease082307.htm4http://www.jewsagainstzionism.com/news/newsletters/PresRelease082307.htmColofonCommissievan redactiedrs. C.J. van den Boogertds. A. Bronsds. H.D. RietveldEindredacteurdrs. C.J. van den BoogertGraspieper 88081 ZR Elburgtel.: (0525) 69 02 22e-mail:booge269@planet.nlInternetpaginawww.kerkenisrael.nlAdministratieadresLandelijk kerkelijk bureauvan de Chr. Geref. KerkenVijftien Morgen 13901 HA VeenendaalPostbus 3343900 AH Veenendaaltel. (0318) 58 23 50fax (0318) 58 23 51e-mail: lkb@cgk.nlPenningmeesterH. van BraakPrins Willem-Alexanderpark1333905 CD Veenendaaltel.: (0318) 51 54 27e-mail:h.h.van.braak@hccnet.nlGironummer 365271,t.n.v. penningmeesterdeputaten Kerk & IsraëlCGK te VeenendaalVoor legaten en schenkingenkunt u contact opnemenmet de penningmeester; hijgeeft ook gaarne informatieover diverse aan te bevelenprojecten.

More magazines by this user
Similar magazines