4975 BODEM IS MEER BINNEN.indd - Soilpedia
4975 BODEM IS MEER BINNEN.indd - Soilpedia
4975 BODEM IS MEER BINNEN.indd - Soilpedia
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
SKB CahierBodem is meerIntroductieLeeswijzerBodem en ruimtelijke ordening. Twee schijnbaar onafhankelijkewerkterreinen, van elkaar gescheiden door een flinterdunnescheidslijn. Het werkveld van de bodem gaat degrond in, dat van de ruimtelijke ordening houdt zich bezigmet praktisch alles dat boven het maaiveld uit steekt.De scheiding is even denkbeeldig als ongewenst.In de huidige beroepspraktijk wordt de bodem nog onvoldoendemeegenomen in de ruimtelijke planvorming en omgekeerd realiseertde bodemkundige zich vaak onvoldoende de kansen en valkuilen vanruimtelijke plannen. Met alle gevolgen van dien. De kranten staan erbol van. Met berichten over verzakkingen van wegen, gebouwen enwoningen, bouwen op slappe grond, de chaos aan leidingen en kabelsin de bodem of verstoring van de grondwaterstand.De bodem dient een structurele plek te krijgen in de planvorming.Dit Cahier Bodem en Ruimtelijke Ordening bevat een overzichtvan de kansen en mogelijkheden. De basis om deze doelstelling terealiseren is samenwerking van gemotiveerde en enthousiaste betrokkenendie op het raakvlak van de werkvelden bodem en ruimtelijkeordening figureren. Met dit cahier wil de Stichting KennisontwikkelingKennisoverdracht Bodem aan die samenwerking een creatieve eninspirerende impuls geven.In eerste instantie wordt in dit cahier een aanzet tot definiëringgedaan: wat is bodem, wat is ruimtelijke ordening, watzijn de ontwikkelingen en trends in het vakgebied en watzijn de kenmerken van de beroepsgroep (hoofdstuk 1 en 2).In hoofdstuk 3 komt de zin en noodzaak van verdergaandesamenwerking tussen beide vakgebieden aan de orde; nietalleen nu, maar vooral met het oog op de agenda van detoekomst. Hoofdstuk 4 vormt als het ware een intermezzo enkan los en onafhankelijk van de rest van het cahier gelezenworden. Twee representantanten uit de wereld van bodem enruimtelijke ordening komen in een interview aan het woorden geven vanuit hun persoonlijke achtergrond, ervaring enexpertise hun visie op bodem en ruimtelijke ordening. Dewereld van de praktijk is gereserveerd voor hoofdstuk 5.Voorbeelden, kansen en mogelijkheden voor verdergaandeintegratie tussen bodem en ruimtelijke ordening worden hierbelicht zowel voor wat betreft het proces, de instrumentenals de inhoud. Hoofdstuk 6 is de afsluiting: geen kant en klareoplossingen maar vooral een doorkijkje naar meer.67
SKB CahierBodem is meer1Wat is bodemMet bodem wordt dat gedeelte van de ondergrond bedoeld waarin zichbodemvormende processen afspelen. Deze bodemvormende processenbepalen de samenstelling van de bodem. De samenstelling van de bodemis op zijn beurt bepalend voor gebruik en functie. Voor het begrijpen vannatuurlijke processen en de werking van ecosystemen is bodemkundeonontbeerlijk.De ondergrond is dat deel van de aarde vanaf het maaiveld tot circa10 kilometer diepte. Onderscheid wordt gemaakt in de ‘zeer ondiepe’ondergrond (minder dan 1 meter beneden maaiveld), de ondiepe ondergrond(van 1 meter tot circa 1 kilometer) en de diepe ondergrond (van1 tot 10 kilometer beneden maaiveld).1.1 Bodem: onder het maaiveldDe natuurlijke processen die zich in de bodem afspelen zijn medebepalend voor de kansen en mogelijkheden van het bodemgebruik.De bodem is de plek waar gebouwd wordt en waarin gebouwen enwegen verankerd zijn. Tegelijkertijd is het de plek waar verbouwdwordt en waarin planten en landbouwgewassen geworteld zijn.De bodem is de drager van het landschap. Het zichtbare gedeeltemanifesteert zich in plantengroei, in hoogteverschillen, reliëf engeomorfologie. Het onzichtbare gedeelte van de bodem komt totuitdrukking onder de grond en onder het maaiveld, het domein vanprocessen die de bodem vormen en eigenschappen die de gebruiksmogelijkhedenbepalen. De bodemkwaliteit is fundamenteel voor eenduurzame voedselveiligheid. Door zijn productiefunctie, draagfunctie,regulatiefunctie en informatiefunctie is de bodem het fundamenten de basis voor het menselijk handelen.1.2 Ontwikkelingen en trendsBinnen de traditionele kijk op de bodem overheerst een pragmatischevisie: de bodem is geschikt om op te bouwen of niet. Sinds de9
SKB CahierBodem is meergifaffaire van Lekkerkerk is daaraan toegevoegd dat bodem vies kanzijn, een gevaar oplevert voor de gezondheid van mens en dier endus ongeschikt om als drager of veilige voedselproducent te kunnenfungeren. Vervolgens zijn alle zeilen bijgezet om verontreinigingente verwijderen, te voorkomen en uiteindelijk volledig te beheersen.Bodemsanering was het toverwoord. Nu de kunst van het sanereninmiddels onder de knie is, komt een meer integrale visie op bodembeheerbinnen handbereik met thema’s als klimaat-verandering,voedselveiligheid en gezondheid, ondergronds ruimtegebruik,identiteit en herkenbaarheid....zand of klei maakt hetverschil tussen Katholiek of Calvinist...de ander is het opslagplaats of wingebied en de blik van een derde isgericht op de bodem als voedingsbodem voor de ‘kunstmatige’ gewassenvan de landbouw of voor de natuurlijke vegetatie van de natuur.Met hun achtergrond varieert de invalshoek van bodemkundigen.Sommigen hebben een fysisch geografische of milieukundige/milieuhygienischeachtergrond, anderen een chemisch toxicologischeof civiel technische. In het algemeen gaat het vooral om typischeBeta-opleidingen.Bodemkundigen werken voornamelijk bij de overheid (Rijk,Provincie, Waterschap of Gemeente), particuliere ingenieurs- enadviesbureaus en onderzoeksinstellingen.Zo is de afgelopen jaren bijvoorbeeld de belangstelling voor deondergrond fors toegenomen. Door de toenemende druk op de tochal schaarse ruimte in Nederland zijn de grondprijzen omhoog geschoten.Een reden om in het kader van meervoudig ruimtegebruik nietalleen de lucht maar ook de diepte in te gaan. Ondergronds ruimtegebruikis een thema dat volop in de aandacht staat. Niet alleen voorparkeergarages of tunnels maar ook voor allerlei andere vormen vanruimtegebruik als wonen, werken, winkelen of opslag.Mede door internationale wet- en regelgeving zijn de cultuurhistorischeen archeologische aspecten van de bodem nadrukkelijk in beeldgekomen. Het (historisch) bodemarchief zit vol met bodemschattenen geeft een aanvullende kijk op de huidige verschijningsvorm aan deoppervlakte. Verschijningsvorm en occupatiepatroon zetten op hunbeurt de trend voor de cultuur en identiteit. Zand of klei maakt hetverschil tussen Katholiek of Calvinist.1.3 Bodemkundige: profielschetsDé bodemkundige bestaat niet. Er zijn veel vakmensen en professionalsdie bodemkundige zijn, maar toch elk vanuit een volstrekt eigeninvalshoek naar de bodem kijken. De ene bodemkundige beziet debodem als de ondergrond al dan niet geschikt om op te bouwen, voor1011
2 WatBodem is meeris ruimtelijke ordeningRuimtelijke ordening is het proces waarbij met een groot aantalspelregels de ruimte planmatig wordt benut en ingericht. Daarbij wordtrekening gehouden met individuele en gemeenschappelijke belangen.Kortweg: het zo goed mogelijk aan elkaar aanpassen van samenlevingen ruimte. De spelregels zijn vastgelegd in de Wet Ruimtelijke Ordening.2.1 Ruimtelijke ordening: boven het maaiveldAlles wat boven het maaiveld ligt en de activiteiten die zich daar afspelen hebben ruimte nodig. Ruimte om te wonen, werken, recreërenen zich te verplaatsen; ruimte voor steden en dorpen, recreatiegebieden,natuurgebieden, vliegvelden, wegen en waterwegen. Ruimtelijkeordening houdt zich bezig met de ordening en inrichting van de ruimte.Dit mondt uit in een toedeling van de verschillende ruimteclaims.Aan deze toedeling gaat een afwegingsproces vooraf met als inzetdat zo evenwichtig mogelijk te doen. Planologie is de wetenschappelijkereflectie op dit proces van ordening, inrichting en evenwichtigebelangenafweging.2.2 Ontwikkelingen en trendsOoit stond de maakbaarheid van de samenleving binnen de ruimtelijkeordening centraal. Vooral na de Tweede Wereldoorlog leverde deruimtelijke ordening blauwdrukken voor de toekomst van ons land.Met grote eensgezindheid werd tijdens de periode van de Wederopbouwvooral het stedelijk gebied ter hand genomen. Bouwen, bouwenen nog eens bouwen. Later, na de watersnoodramp van 1953, werddaar de inrichting van nieuw land aan toegevoegd: de Zuiderzee werdbedwongen en Lelystad en Almere verrezen op basis van één grootvooropgezet plan. Aan de rafelranden van de planvorming kon nogspontaan ruimte overblijven voor het ontstaan van het natuurgebiedde Oostvaarders-plassen.13
3 Samenaan het werkBodem is meerOf ze het willen of niet, bodemkundigen en ruimtelijkeordenaars zijn tot elkaar veroordeeld. Bij de uitvoering vanhun werk hebben beide beroepsgroepen bijna per definitiemet elkaar te maken. Bodem en ruimtelijke ordening zijnonlosmakelijk met elkaar verbonden. Of behoren dat in elkgeval te zijn. Als dat niet het geval is gaat het fout. Goedfout. Bijvoorbeeld bij de aanleg van wegen, de bouw vanhuizen, het boren van tunnels, de locatiekeuze voor nieuwebosgebieden of de ontwikkeling van natuurgebieden. Waarhet om gaat is afstemming, integratie en wisselwerking. Deruimtelijke ordenaar zal moeten beseffen dat niet klakkeloosgebouwd kan worden zonder rekening te houden met dekenmerken van de bodem. De bodemkundige zal zich moetenrealiseren dat hij meer dan ooit naar buiten moet treden omzich actief te verdiepen in de kansen en valkuilen van ruimtelijkeplanprocessen.3.1 De agenda van de toekomstDe voorgestelde wisselwerking tussen bodem en ruimtelijke ordeningis niet vrijblijvend. Het is noodzakelijk. Vanuit economische motieven,maar ook op basis van maatschappelijke argumenten. Zowel nuals in de toekomst. Een voortvarende en oplossingsgerichte aanpakvan de maatschappelijke agenda van de toekomst eist samenwerking,integratie en afstemming. Bodemkundigen en ruimtelijke ordenaarsstaan aan de vooravond van nieuwe uitdagingen. Het hoofd biedenaan die uitdagingen kan alleen door samen op te varen. Enkele voorbeeldenvan die agenda van de toekomst:• KlimaatveranderingDe opwarming van de aarde en het broeikaseffect hebben ingrijpendeeffecten op ons klimaat. Gletsjers krimpen en de ijsmassa’saan de polen worden kleiner met als gevolg dat de zeespiegel rijst.De extremen tussen natte perioden en perioden met grote droogte17
SKB CahierBodem is meertechnieken zullen de kansen en mogelijkheden van ondergrondsruimtegebruik de komende decennia fors toenemen. Bij een verantwoordeaanpak zal de bodem daarbij als harde basis fungeren.• Identiteit en herkenbaarheidDe wereld is één markt geworden. Met één druk op de knopvan internet is de hele wereld binnen handbereik; van de laatsteprehistorische indianenstammen in het tropisch regenwoud tot enmet hartje New York. Als reactie daarop doet zich in de samenlevingeen tegenovergestelde tendens voor: in het Europa van deregio’s is de belangstelling voor de eigen identiteit en de wortelsvan de geboortegrond meer dan ooit toegenomen. In het verlengdedaarvan gaat de aandacht ook uit naar archeologie, genealogie,regionale en locale tradities en streekgebonden producten. In deruimtelijke planning komt dit onder meer tot uitdrukking in deversterkte aandacht voor identiteit en cultuurhistorie. Bodem enondergrond zijn letterlijk en figuurlijk de onderlegger hiervoor....de uitdaging is om terug te gaannaar het fundament van de functies...3.2 De waarden van de bodemIn de reguliere kijk op de bodem staat de functiebenadering centraal.Bodemkundigen hebben het dan over de productiefunctie, de draagfunctie,de regulatiefunctie en de informatiefunctie van de bodem.Deze benadering heeft gewerkt en werkt nog steeds. Vooral voorvakgenoten onder elkaar biedt de functiebenadering een handzaamkader. Om voor de rest van de wereld de bodem te ontsluiten is defunctionele insteek echter niet afdoende. In het contact met nietbodemkundigenschieten de gebruikte vaktermen te kort. Blijkbaargaat het in het maatschappelijk verkeer om meer.Tot nu toe is de bodem bijna altijd bekeken vanuit het fysieke domein,waarin de fysische, chemische of ecologische betekenis centraal staat.Het accent op de functiebenadering is in feite een afspiegeling van diezienswijze. De uitdaging is om terug te gaan naar het fundament vande functies, de mensgerichte aspecten. Zodra de bodem in de aspectenvan het menselijk domein uitgelegd en te benoemd kan worden, heeftde bodem een gezicht gekregen. Niet alleen voor vakgenoten, maarvoor iedereen. Op deze manier is het mogelijk om de maatschappelijkewaarden van de bodem te ontrafelen en de bodem dus betekeniste geven aan mensen.‘Duurzaamheid’ en ‘Identiteit’ zijn voorbeelden van thema’s die demensen raken. Denk bij duurzaamheid aan zaken als het belang vaneen schone bodem voor de landbouw, voedselveiligheid en de kwaliteitvan drinkwater. Bij identiteit gaat het om het gegeven dat mensensteeds vaker de behoefte voelen zich te identificeren met hun plek vanherkomst, de geboortegrond, van henzelf en van hun voorouders.Als bodemkundigen daarop inzetten kan zo het belang van de bodemmeer tot uitdrukking komen. Prettige bijkomstigheid is dat dezethema’s naadloos aansluiten bij de agenda van de toekomst.2021
4 Intermezzo:In gesprekBodem is meerIn dit hoofdstuk komen twee representanten uit de wereldvan bodem en ruimtelijke ordening aan het woord.Vanuit hun persoonlijke achtergrond, ervaring en expertisegeven ze een reactie op het thema bodem - ruimtelijkeordening. Dit hoofdstuk kan los en onafhankelijk van derest van dit cahier gelezen worden.Interview Harm Jansen‘Senior medewerker water’ staat op zijn officiële visitekaartje van deDienst Landelijk Gebied regio West. Vanuit de 22ste verdieping van deHaagse Hoftoren kijkt hij neer op een deel van ‘zijn’ regio, Zuid-Holland.Vanaf zo’n hoogte geeft een heldere dag in hartje Holland het nodigevan zijn schoonheid prijs. Om te beginnen de bebouwing en het stedelijkgroen van Den Haag, in de verte Katwijk aan Zee, meer landinwaarts debebouwing van Leiden en voor de kust containerschepen op weg naareen veilige thuishaven. Harm Janssen, hydroloog van origine, is specialisten generalist tegelijk. Met als uitgangspunt ‘kijk verder dan je eigen tokoen kap geen discussies op voorhand af’ is hij als geen ander in staat eeneigen verhaal te vertellen over de complexe relatie tussen bodem, wateren ruimtelijke ordening.Harm Janssen:“Bodem, water en ruimtelijke ordening: drie-eenheid”Zijn ene grootvader was binnenschipper, zijn andere landbouwer.Waarschijnlijk onbewust en onbedoeld heeft hij het beste van zijnbeide voorouders in zijn latere beroepskeuze verenigd. Tot op dedag van vandaag heeft hij de wereld van het water en de wereld vande bodem in zijn werk weten te combineren. Na afronding van zijnstudie cultuurtechniek aan de Hogere Bosbouw en CultuurtechnischeSchool (het huidige Larenstein), kwam hij terecht bij de DienstLandelijk Gebied. Drieëndertig jaar later en de nodige ingrijpendereorganisaties verder is Harm Janssen nog steeds ‘still going strong’2223
SKB CahierBodem is meerstreekplannen of keuzes op rijksniveau. Dat er aandacht voor komt,is mede een verdienste van de inzet van de lagenbenadering waarbijde ondergrondlaag de basis vormt voor de netwerk- en occupatielaag.Het zou zeer de moeite waard zijn om de lagenbenadering ook ophogere schaalniveau’s zoals Strucuurschema’s en Planologische Kernbeslissingentoe te passen. Nu is het nog te vaak zo dat vanuit andereprioriteiten met weidse gebaren en een natte vinger op de kaart vanNederland strategische keuzes worden gemaakt.”Ook een minister kan niet om water en bodem heen“Bodemkundigen en hydrologen moeten assertiever zijn en leren dekansen die zich voordoen met beide handen aan te grijpen. Een voorbeelduit mijn eigen praktijkervaring: Een van de vorige ministers vanhet Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit had tijdenseen partijcongres een voorstel gedaan over de voorkeurslocatie voorglastuinbouw in de Zuidplaspolder. Toevallig hoorde ik dat op deradio. Waar die keuze op was gebaseerd werd niet duidelijk, maarin ieder geval niet op bodem en water. Vanuit het bodem- en watersysteemwas er geen slechtere locatie denkbaar. In no time kreeg ikintern de handen op elkaar om de minister in een memo van een halfa-viertje te wijzen op zijn op zijn zachts uitgedrukt niet zo’n gelukkigekeuze. Hij anticipeerde daar goed op en gaf de opdracht voor eenonderzoek naar de gevolgen van het bodem- en watersysteem voorAmersfoort aan Zee“In zijn algemeenheid ben ik een groot voorstander van het doorbrekenvan het toko-denken. Kijk buiten de grenzen van je eigenvakgebied. Dat is noodzakelijk om gezamenlijk dingen op eenduurzame manier voor elkaar te krijgen. Een oproep die zonder meervan toepassing is op de wereld van bodemkundigen, hydrologen enruimtelijke ordenaars. Een paar jaar geleden heb ik in het kader van detentoonstelling ‘Schiereiland Europa’ in Kasteel Groeneveld mogen samenwerkenmet het Amerikaanse kunstenaars-echtpaar Helen MayerHarrison en Newton Harrison. Dergelijke kunstenaars zijn van grotewaarde omdat zij letterlijk en figuurlijk de dingen op hun kop zetten.Zij kunnen, niet gestuurd door welke belangen dan ook, puur vanuithet voorliggende probleem naar oplossingen zoeken en het denkprocesdaarover op gang brengen. Zij draaien perspectieven om, hebbeneen eigenzinnige kijk en nemen niet snel genoegen met voor de handliggende oplossingen en houden oog voor het geheel. Dat is exact watwe nodig hebben. Laten hydrologen, bodemkundigen en ruimtelijkeordenaars zich die les ter harte nemen. Want als we de echte problemenvan West-Nederland niet gezamenlijk oppakken, kon als gevolgvan bodemdaling en klimaatverandering Amersfoort aan Zee wel eensdichterbij zijn dan we denken. Hoewel mijn werkplek Den Haag is,ben ik bewust in Amersfoort blijven wonen. Dat, uit de mond van eenhydroloog, moet de mensen toch aan het denken zetten.”...bodemkundigen en hydrologenmoeten assertiever zijn...de locatiekeuzes van de verschillende functies. Wat ik daar maar meezeggen wil: wees alert en benut de kansen die zich voordoen. Zorgdaarbij vooral dat je niet alleen de buitenwereld achter je krijgt, maardat je vooral ook intern binnen je eigen organisatie de handen opelkaar krijgt. Dat betekent dat de juiste informatie op de goede plekaanwezig dient te zijn om een afgewogen beslissing te nemen”2627
SKB CahierBodem is meerInterview André van der ZandeAndré van der Zande maakt als Directeur-Generaal van het Ministerievan Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit deel uit van de Bestuursraadvan het Ministerie. Samen met de politieke leiding (de Minister) is deBestuursraad verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling, beleidsuitvoeringen bet beheer van het Ministerie. In april 2006 werd André vander Zande tevens benoemd tot bijzonder hoogleraar RuimtelijkePlanning en Cultuurhistorie aan de Wageningen Universiteit.André van der Zande: “De bodem zichtbaar maken”Ooit fietste hij in zijn HBS-tijd vijf jaar lang tussen Maassluis enVlaardingen door de Alkeet Binnenpolder. Halverwege het langerechte stuk, zonder boerderijen, passeerde hij dagelijks een mysterieusbordje: ‘Afpalingskring Eendenkooi’. Zijn blik werd steevast getrokkendoor dat bosje in de verte, waarbij hij zich afvroeg wat er zichdaar allemaal afspeelde. Inmiddels heeft het mysterie van het begripeendenkooi met het bijbehorende bosje voor hem inhoud en betekenisgekregen. De herinnering aan die dagelijkse fietstocht in het landschapvan zijn jeugd blijft in zijn geheugen gegrift.“In alle opzichten was ik een kind van mijn tijd. Na mijn middelbareschool koos ik, na een jaartje bij Organon te Oss, in 1970 voor eenstudie aan de Rijksuniversiteit te Leiden. Bedenk dat het de jarenwaren van de eerste milieugolf, het Rapport van de Club van Romewas net verschenen, de tekst werd door ons van a tot z gespeld enmilieu stond nummer één op de maatschappelijke agenda. In diecontext was het ook bijna vanzelfsprekend dat je betrokken was bij deWerkgroep Milieubeheer, de club van kritische Milieubiologen. In dieperiode ben ik ‘gevormd’: multidisciplinair en veelzijdig, met aandachten belangstelling voor biochemie maar ook voor (veld)ecologieen milieukunde. Na mijn studietijd ben ik gestart met een ‘lange marsdoor de instituties’ en heb diverse functies bekleed: van provinciaalambtenaar, Rijksconsulent bij Staatsbosbeheer, lid van de PPC Zuid-Holland, ambtenaar bij het ministerie van Landbouw, directeur vanAlterra tot en met voorzitter van de Kenniseenheid Groene Ruimte.Bij dat alles moet je bedenken dat ik ook de zoon van een aannemer2829
SKB CahierBodem is meerben. Geworteld in Zuid-Holland en behept met de zo kenmerkendeRotterdamse mentaliteit: pragmatisch, down to earth en de handenuit de mouwen. De consequentie daarvan is dat in mijn denken endoen oplossingsgericht werken centraal staat. Vanzelfsprekend is indat kader de haalbaarheid van de voorgestelde oplossingen in de vormvan kosteneffectiviteit fundamenteel. Daarbij laat ik me niet hinderendoor de geijkte paden van wat hoort of wat in de ogen van de goegemeentenot done is.”De gevoelsfactor van de bodem“De emancipatie van de bodem begint bij het zichtbaar maken van debodem. Bodem wordt pas belangrijk als de mensen er een gevoel bijkrijgen. Toen het milieu op de eerste plaats van de politieke agendastond waren zaken als angst voor de volksgezondheid en zorg voor detoekomstige generaties de ‘gevoelsfactoren’. Voor de natuur geldt deaaibaarheid van bijvoorbeeld zeehonden of dassen. Het is duidelijkheiddat de gevoelsfactor bij bodem wat moeilijker ligt. Maar toch ligtdaar een belangrijke uitdaging. Maak de bodem concreet en zichtbaar,tastbaar en aaibaar. Als je het hebt over bijvoorbeeld het historischbodemarchief, kun je je voorstellen dat in het algemeen menseneerder binding en voeling hebben met de grond waar hun oudersof grootouders hebben gewoond en gewerkt dan bij de grond waaranonieme Romeinen hebben vertoefd. Een ander voorbeeld: Bij eenvan mijn collega’s hing een foto op de kamer van versgeploegde aarde.De voren in de vette klei dropen bij wijze van spreken van de fotoaf. Aan dat beeld is onlosmakelijk een gevoelswaarde verbonden;iedereen kan zich identificeren met de Groningse kleigrond en opdat moment heeft de bodem een gezicht gekregen en dus betekenis.”Trendsettend in plaats van volgend“De afgelopen tijd is het gebrek van integratie van de bodem in deruimtelijke ordening regelmatig onderwerp van krantenkoppengeweest. De aanleg van de Haagse tramtunnel leidde tot een aanzienlijkevertraging en een forse overschrijding van de plankosten omdathet grondwater niet onder controle te krijgen was. Iets dergelijks kan...het gebrek van integratie van de bodemin de ruimtelijke ordening is regelmatig onderwerpvan krantenkoppen geweest...ook gezegd worden van de aanleg van de tunnel voor de Hogesnelheidstreinin het Groene Hart. Andere voorbeelden zijn de tijdelijkestillegging van bouwprojecten bij archeologische vondsten of budgetoverschrijdingendoor het onderschatten van bodemverontreinigingen.In veel gevallen is bij ruimtelijke ordeningsprocessen simpelwegonvoldoende rekening gehouden met de ondergrond. De ruimtelijkeordening kijkt naar de geografische kaart zonder ondergrondkleur,met alle gevolgen van dien. De ruimtelijke ordening zal moetenafstappen van het idee dat met de inzet van allerlei technologische oplossingenalles overal moet kunnen. Ik ben een absolute voorstandervan procesplanning, maar tegelijkertijd zie ik dat bij de ruimtelijkeordenaars de aandacht voor het proces is doorgeslagen. Hoe je het ookwendt of keert, de ruimtelijke planning dient rekening te houden metharde randvoorwaarden waaraan nu eenmaal niet te tornen valt.De bodem is er daar een van. De bodem dient in de ruimtelijkeordening trendsettend in plaats van volgend te zijn. In integraleomgevingsplannen komt de fysieke leefomgeving meer dan ooit aanbod. De bodem hoort daar uiteraard ook bij.”De weg van Brussel“Wat ‘Brussel’ betreft: Nederland streeft naar een Europesebodemstrategie. Binnen die strategie is ruimte voor een nationale en3031
SKB CahierBodem is meerregionale invulling noodzakelijk. De grote variatie aan bodemtypenen gebruiksvormen moet immers onverkort in tact blijven. In depraktijk betekent dat op Europees niveau de doelen van de bodemstrategieworden vastgelegd; de wijze waarop die doelen gehaald wordenis en blijft een eigen, nationale verantwoordelijkheid. Laten we inhemelsnaam vooral niet inzetten op een bindende richtlijn. Dan zijnwe verder van huis en lopen we het risico dat in het kader van de politiekebesluitvorming compromissen tussen landen worden gesloten endat bij wijze van spreken de kenmerkende bodem van veenweidegebiedenwordt uitgewisseld tegen een of andere Noord-Italiaanse bodem.Als we iets niet moeten hebben is het dat wel.”Kansen en perspectieven“Inhoudelijk verwacht ik een impuls van de lagenbenadering.Het onderscheid tussen de ondergrondlaag, de netwerklaag en deoccupatielaag zou wel eens een perfecte brugfunctie kunnen vervullentussen bodemkundigen en ruimtelijke ordenaars. Het conceptvan de lagenbenadering moeten we praktisch uitwerken en handenen voeten geven. Concreet en tastbaar maken, de paden op, de lanenin, terug naar de mensen, terug de gebieden in en terug naar locatieswaar we iets willen; waar we een probleem moeten oplossen ofbepaalde kwaliteiten willen realiseren. De discussie mag niet beperktblijven tot een deskundigendiscours, dan schieten we ons doel voorbij.Een gebiedsgerichte aanpak op locaal of regionaal schaalniveau,bottom-up, met de inzet van open en interactieve planprocessen biedtde beste mogelijkheden om dat te bereiken. Pilot-projecten, prijsvragenen ‘best-practices’ voorzien van een goede communicatiestrategiemoeten de geesten rijp maken voor een verdergaande integratie tussenbodem en ruimtelijke ordening.”...concreet en tastbaar maken, de paden op,de lanen in, terug naar de mensen, terug de gebieden in...3233
SKB CahierBodem is meerDe CoP Bodem - Ruimtelijke OrdeningDe CoP Bodem - Ruimtelijke Ordening is in september 2004 van startgegaan met een bijeenkomst in de sprookjesachtige entourage van ‘deEfteling’. Aanleiding vormde de grote hoeveelheid uitdagingen op hetraakvlak van bodem en ruimtelijke ordening waar beide beleidsveldende komende tijd mee te maken krijgen. Denk hierbij aan eerdergenoemdethema’s als klimaatverandering, de nieuwe dragers in hetlandelijk gebied, (voedsel)veiligheid en volksgezondheid, ondergrondsruimtegebruik en de toegenomen aandacht voor identiteit en cultuurhistorie.Het gemeenschappelijke doel van de deelnemers, vakgenotenuit de wereld van bodem en ruimtelijke ordening, was om samen eenantwoord te vinden op de vraag: ‘hoe kunnen de maatschappelijkewaarden van de bodem in de praktijk worden gerealiseerd?’.Inmiddels is de CoP Bodem - Ruimtelijke Ordening meer dan tweejaar verder en is er een tiental werksessies geweest. Kennis, ervaring,en ideeën zijn uitgewisseld en de oversteek van de wereld van de bodemnaar de wereld van de ruimtelijke ordening is gemaakt. Letterlijken figuurlijk, stapje voor stapje. De stappen zijn gezet en de verschillenderoutes zijn vastgelegd, zowel de route van het proces, de routevan de inhoud als de route van de instrumenten.Leermomenten en meerwaardeDe CoP Bodem - Ruimtelijke Ordening is een werkvorm die afwijktvan bestaande samenwerkingsverbanden, overleggroepen of studieclubs.De CoP is gestart vanuit het gegeven dat samenwerking in dedagelijkse beroepspraktijk tussen bodemkundigen en ruimtelijkeordenaars onvoldoende van de grond komt en dus niet ‘werkt’.De werelden van de bodem en de ruimtelijke ordening zijn niet goedop elkaar afgestemd, de samenwerking is onvoldoende en moetbeter. In de praktijk komt het er op neer dat de ‘professionals’ uitbeide werkvelden elkaar in het algemeen wel aardig vinden en in hetgunstigste geval ook nog begrip hebben voor elkaars werkwijzen.Maar in essentie begrijpen ze (nog) niks van elkaar. In het kader vande CoP Bodem - Ruimtelijke Ordening is het afgelopen anderhalfjaar gezamenlijk fors geïnvesteerd om te achterhalen hoe dit komt enwat de verschillende beroepsbeoefenaren drijft. Op basis hiervan isis de zoektocht gestart naar andere aanpakken die er voor te zorgendat de verankering van de bodem in ruimtelijke planvorming en ingebiedsontwikkelingsprocessen wél functioneert. Andere dan degeijkte werkmethodes, in andere dan de normale en vanzelfsprekendewerkomgevingen zijn cruciaal gebleken voor het behaalde resultaat.Daarvoor is echter tijd nodig geweest; tijd om elkaar te leren verstaanen elkaar te begrijpen met als tastbaar resultaat: gemeenschappelijkereferentiekaders en een gemeenschappelijke taal. De discrepantietussen wat de bodemkundige in het begin van het proces nog ‘logischen vanzelfsprekend’ vond en de ruimtelijke ordenaar ‘wel aardigmaar volstrekt onbegrijpelijk’ is aan het eind van de rit aanmerkelijkgereduceerd. Moraal van het verhaal voor de dagelijkse praktijkvan mensen binnen het werkveld van bodem en ruimte: investeer inelkaar, in vertrouwen, in een gemeenschappelijke taal, in collectievebeelden en neem daar royaal de tijd voor. Zoek naar andere dan devertrouwde werkvormen en doorbreek de dagelijkse sleur. Dit kan alrelatief eenvoudig door bijvoorbeeld bijeenkomsten in geheel andereomgevingen te organiseren. Maak daarbij ook gebruik van hulpmiddelendie voor beide werelden herkenbaar zijn zoals de aspectenanalyseen de lagenbenadering.De deelnemersMeer dan twee jaar hebben een dertigtal vakgenoten uit de wereldvan de bodem en de ruimtelijke ordening elkaar opgezocht. Tijdenswerksessies en themabijeenkomsten stonden gemeenschappelijkeoplossingen voor gemeenschappelijk ervaren problemen centraal.Twee deelnemers aan het woord over hun persoonlijke ervaringen.3637
SKB CahierBodem is meer‘De bodemkundige’, Sytske Postma (38)Functie: eigen adviespraktijk op het gebied van bodembeheerBedrijf: Nieuwdenkers“Sparringpartners en bron voor inspiratie”“De bodem moest een andere plaats gaan innemen in het ruimtelijkeplanningsproces. Vanuit die achtergrond heb ik me bij de CoP Bodem- Ruimtelijke Ordening aangesloten. Op zoek naar sparringpartnerstijdens mijn zoektocht naar visieontwikkeling met een concrete vertaalslagnaar de dagelijkse praktijk. Voor mezelf had ik al de nodigegedachten over wat tot de mogelijkheden behoorde of wat mijns inziensmoest. Maar hoe dachten anderen uit hetzelfde werkveld erover?En zouden we gezamenlijk niet een flinke stap verder kunnen komen?Dat waren enkele van mijn vragen bij de start van de CoP. De bijeenkomstenvan de CoP hebben me inmiddels wel duidelijk gemaakt datde materie toch niet zo eenvoudig ligt als ik aanvankelijk dacht. Depraktijk is weerbarstig en met goede wil alleen verander je de wereldniet. De afgelopen twee jaar is de CoP voor mij een voortdurende bronvan inspiratie geweest en het levende bewijs dat communicatie eensleutelbegrip is om tot verdergaande integratie en samenwerking tussende werkvelden bodem en ruimtelijke ordening te komen. Voortdurendmet elkaar in contact blijven. En vervolgens vooral proberenlos te komen uit de eigen wereld waar we het allemaal zo vreselijkdruk mee hebben. In de CoP kom je los met een forse dosis positieveenergie als resultaat.”‘De ruimtelijke ordenaar’, Henk Puylaert (50)Functie: partner in adviespraktijk op het hetgebied van ruimtelijke ontwikkelingBedrijf: H2Ruimterijke meerwaarde kunnen hebben in het kader van bijvoorbeeld bijduurzame gebiedsontwikkeling. Analoog aan ‘ruimte voor water’ zouer gesproken kunnen en moeten worden van ‘ruimte voor bodem’. DeCoP is voor mij een inspiratiebron omdat je in een open dialoog metmensen uit andere vakgebieden er achter komt wat mensen bindt enscheidt. Waar de verschilpunten en de overeenkomsten zitten. Hetgrote voordeel in het gebruik van instrumenten als de lagenbenaderingen de aspectenleer is dat ze een gemeenschappelijke taal vormentussen de verschillende disciplines. Op dat moment kom je erachterwat je voor elkaar kunt betekenen en waar de meerwaarde zit. Met deontwikkeling van een gemeenschappelijke taal zie je dat in de CoP deaanvankelijk gescheiden werelden van bodem en ruimte langzaammaar zeker naar elkaar zijn toegegroeid.”5.2 Instrumenten: AspectenanalyseHet was de Nederlandse filosoof Herman Dooyeweerd (1894 - 1977)die in de jaren dertig van de vorige eeuw een kader ontwikkelde omde complexe werkelijkheid te ontsluieren. De werkelijkheid bestaat inzijn filosofie uit subjecten en objecten. De subjecten behoren tot hetmenselijk domein, de objecten tot het natuurlijk domein. Het menselijkdomein bestaat uit menselijke aspecten (moreel, juridisch, esthetisch,economisch, sociaal, linguïstisch, historisch, logisch, sensitief)en het fysieke domein bestaat uit natuurgerichte aspecten (ecologisch,chemisch, fysisch). Tot zover het theoretische kader.In de praktijk is de aspectenanalyse niet meer en niet minder daneen bruikbaar instrument om planvormingsprocessen vlot te trekken.Processen waar de meningen verdeeld zijn, belangen tegenoverelkaar staan of deskundigen van de verschillende beleidsterreinen metvolstrekt verschillende referentiekaders niet nader tot elkaar kunnenkomen. De aspectenanalyse geeft structuur aan de discussie inworkshops, themadagen of seminars. In plaats van alleen te focussenop fysische, chemische of ecologische functies van de bodem geeft deaspectenanalyse richting en sturing door de hogere aspecten die tengrondslag liggen aan de fundamentele maatschappelijke waarden van“Ruimte voor de bodem”“De CoP Bodem - Ruimtelijke Ordening is voor mij een belangrijkeontdekkings- en inspiratiebron. Ontdekkingsbron omdat de bodemvele intrinsieke kwaliteiten heeft die voor ruimtelijke ordenaarsonbekend zijn. Dat neemt niet weg dat deze kwaliteiten een belang- Aspecten Waardering Waarde Functies3839
SKB CahierBodem is meerTijdens een van de sessies van de CoP Bodem en RuimtelijkeOrdening (zie ook hoofdstuk 5.2) is de aspectenanalyse toegepast.De centrale vraag daarbij was: wat zijn de maatschappelijke waardenvan de bodem? In de werksessie zijn alle aspecten besproken engeconcretiseerd met voorbeelden en verhalen. De eensgezinde conclusievan de deelnemers luidde dat bodemkundigen vaak het belang vande bodem benadrukken vanuit de objectgerichte aspecten. Zaken als‘bodemkwaliteit’, ‘draagkracht’ en ‘filteren van vervuiling’ zijn daarvoorbeelden van. Deze aspecten spreken nauwelijks aan bij niet-bodemkundigen.De voorbeelden van de ‘hogere’ aspecten spreken veelmeer aan bij een groot publiek en vormen daardoor mogelijk de sleuteltot succesvolle communicatie met bijvoorbeeld ruimtelijke ordenaars.De waarden van de bodem, zoals deze werden genoemd in 3.2 zijnafgeleid van de analyse van de CoP Bodem - Ruimtelijke Ordening.de bodem te benoemen. Hoe mensen de bodem waarderen vertelt infeite hoe mensen de bodem inrichten en gebruiken. Op deze manierworden de drijfveren van mensen expliciet en inzichtelijk gemaakt. Zolevert de aspectenanalyse een belangrijke bijdrage aan een heldere positioneringvan de bodem in ruimtelijke inrichtingsvraagstukken.De analyse begint met het ontrafelen en ordenen van de werkelijkheiddoor de deelnemers gezamenlijk alle relevante aspecten van de bodemte laten benoemen. De analyse begint bij de objectzijde en geeft steedseen ‘hoger’ aspect vorm en inhoud. Elk aspect wordt ‘geladen’ metvoorbeelden uit de dagelijkse werkelijkheid. Door op basis van praktijkervaringenvan de deelnemers ‘verhalen’ te vertellen, waardoor de verschillendeaspecten van de bodem vlees en bloed krijgen. Dit levert eeninzicht op in wat de deelnemers echt belangrijk vinden en wat hun waredrijfveren zijn. Deze echte motieven staan aan de basis van wat mensenwaarderen en motiveert de achterliggende keuze voor het bodemgebruikof de ruimtelijke inrichting. Het resultaat is een gezamenlijke taalmet gezamenlijke beelden. De basis voor samenwerking is gelegd en erkan voortvarend gewerkt worden aan een lonkend toekomstperspectief.Subjectzijde (mensgericht; het menselijk domein)• Moreel aspectVoorbeeld: bouwen op een voormalige stortlocatie is vaakomstreden. Afgezien van de discussie over de volksgezondheiden veiligheid met betrekking tot de gehanteerde normen ligter ook een morele verantwoordelijkheid: woningbouw is eenalgemeen belang en jonge toekomstige generaties hebben ookrecht op een woning.• Juridisch aspectVoorbeeld: op de bodem is direct of indirect een stelsel vanwet- en regelgeving van toepassing; van bodemwetgeving toten met het gegeven dat elke bodem een eigenaar heeft.• Esthetisch aspectVoorbeeld: landschap als resultante van het samenspel tussenbodemprocessen en occupatie en gebruik is ‘mooi’.• Economisch aspectVoorbeeld: De bodem en ondergrond vormen een economischefactor van betekenis: om (oppervlakte)delfstoffen uit te halen,om op te bouwen of om te verbouwen.• Sociaal aspectVoorbeeld: de tuinen in een woonwijk, gebouwd op een4041
SKB CahierBodem is meervoormalige vuilstort, komen conform norm- en regelgeving voorsanering in aanmerking. De bewoners achten zich zelf zeer welin staat de risico’s te overzien en zien af van sanering.Levert voor de wijk te veel overlast op.• Linguïstisch aspectVoorbeeld: Afhankelijk van iemands opleiding, ervaring ofachtergrond heeft de term bodem verschillende betekenissen.Van de associatieve emotioneel geladen uitdrukking‘Moeder Aarde’ tot en met de wetenschappelijke definitie vaneen bodemkundige. What’s in a name?• Historisch aspectVoorbeeld: de bodem is een schatkamer, vol met historisch enarcheologisch archiefmateriaal. Door dit zichtbaar te maken(toeristische informatieborden bij de Keltische grafheuvels inBennekom) komt dit aspect letterlijk en figuurlijk in beeld.• Logisch aspectVoorbeeld: voor land- en tuinbouwers is het logisch dat je debodem ‘maakt’ en aanpast om de op dat moment gewensteproducten te realiseren. De bodem is een productiemiddel datje bewerkt, bemest, ontwatert of egaliseert.• Sensitief aspectVoorbeeld: mensen hebben een emotionele binding methun geboortegrond, Vaak wordt gewezen op het verschil involksaard tussen mensen van klei- en zandgrond.Objectzijde (natuurgericht; fysieke domein)• Ecologisch aspectVoorbeeld: de bodem is de basis en voorwaarde voor alleswat groeit en bloeit; flora en fauna in en op de bodem.• Chemisch aspectVoorbeeld: de bodem fungeert als een reactorvat met eenbufferend en reinigend vermogen, met een filterend enscheiden vermogen.• Fysisch aspectVoorbeeld: de fysieke eigenschappen van de bodem zijnbepalend voor de draagkracht. Zand, bodem of klei bepalenvoor de civiel ingenieur de gebruiks (=bouw) mogelijkheden.5.3 Inhoud: De lagenbenadering in de ZuidplaspolderDe Driehoek Rotterdam-Zoetermeer-Gouda (RZG) is van oudshereen open en agrarisch gebied van ongeveer 10.000 ha. De RGZZuidplas ligt in de zuidvleugel van de Randstad. De Zuidplaspolder,met een oppervlakte van 4902 hectare maakt onderdeel uit van hetgebied. Na 2010 moet de Driehoek RZG Zuidplas voorzien in deruimtebehoefte voor wonen, werken en recreëren. Het projectDriehoek RZG Zuidplas is opgestart om deze ruimtelijke ontwikkelingenin het gebied in goede banen te leiden.Het project fungeert als een voorbeeldproject. De ruimtelijke ordeningwordt ingezet als een pro-actief ontwikkelingsinstrument inplaats van het meer traditionele re-actieve toelatingsinstrument.Het belangrijkste verschil in beide benaderingen heeft betrekkingop het mogelijk maken van gewenste ontwikkelingen versus hettoelaten van bestaande ontwikkelingen.In het kader van dit cahier is dit project van waarde omdat vanaf destartfase van de planvorming de bodem en ondergrond een belangrijkerol van betekenis heeft gespeeld. Bij de voorbereidende studies isde lagenbenadering als analysemethodiek gehanteerd. De lagenbenaderingonderscheidt drie te ordenen lagen: de ondergrondlaag, de netwerklaagen de occupatielaag. Elk van deze lagen is aan veranderingonderhevig en kent een eigen veranderingstempo. Kenmerkend voorZettingsgevoeligheid Agrarisch grondgebruik Infrastructuur4243
SKB CahierBodem is meerde ondergrond is het trage verloop van processen; denk bijvoorbeeldaan de daling of de verontreiniging van de bodem. Door het toenemendeondergronds ruimtegebruik wordt de ondergrondlaag steedsvaker geconfronteerd met de grotere dynamiek van de netwerk- enoccupatielaag. Hierdoor bestaat het gevaar dat de aandacht voor kortetermijnontwikkelingen de boventoon gaat voeren ten koste van rekeninghouden met de langetermijneffecten. Daarom is het van grootbelang dat bij ondergronds ruimtegebruik de langetermijneffectenexpliciet doorwerken in korte termijnafwegingen cq belangen.Bij de uitwerking van de lagenbenadering in de Driehoek RZGZuidplas is er allereerst gewerkt aan een gebieds- en omgevingsverkenning,waarin de belangrijkste kenmerken, ontwikkelingen en(on)mogelijkheden van het gebied systematisch in kaart zijn gebracht:nu, in 2010 en in 2030. Het resultaat daarvan is een gebiedsatlas.Deze geeft inzicht in de verschillende richtingen waarin ontwikkelingenmogelijk zijn. Dat levert kennis op van de mogelijkheden enonmogelijkheden en inzicht in de consequenties: ‘als je dit doet, heeftdat deze gevolgen’. Door keuzes te maken, geven de bestuurders meerrichting aan de uiteindelijk gewenste structuur en de varianten daarbij.Die keuzes zullen dus plaatsvinden mede op basis van grondigeinhoudelijke informatie.Op deze manier geldt de ondergrond als dragende laag voor hetruimtelijk ordeningsbeleid. Bodem en water vormen de basislaagen zijn als zodanig mede bepalend voor de locatiekeuze van de terealiseren functies. De lagenbenadering vormt zo een handig communicatiemiddelom de inbreng van verschillende disciplines eenduidelijke plaats te geven. De lagenbenadering brengt structuur in eengebiedsanalyse. Tevens is de lagenbenadering een belangrijk middelom het gesprek aan te gaan over verschillen van inzicht en dilemma’sdie zich voordoen: al dan niet bouwen in gebieden met hoge ruimtedrukén een kwetsbare bodem. De lagenbenadering draagt bij aaneen beter inzicht in de temporele aspecten van gebiedsontwikkeling:veranderingen in de occupatielaag gaan vele malen sneller dan in deondergrond. De link naar een meer of minder duurzame gebiedsontwikkelingis duidelijk te leggen. Dit onder andere via de tijd die nodigis voor de omkeerbaarheid van ingrepen en de mate van afwentelingvan bovengrondse ontwikkelingen op bijvoorbeeld de kwaliteit van debodem en het grondwater.• Grondlaag:- bodem, water, milieu- tijdschaal: lange ontstaansgeschiedenis;veranderingen treden in het algemeen langzaam op.Lange hersteltijd (tien tot honderden jaren).• Netwerklaag:- infrastructuur- grijs (wegen), blauw (waterwegen), groen(ecologische verbindingszones)- tijdschaal: hoge aanloopkosten en lange aanlooptijden.Veranderingstijd van ca. twintig tot honderd jaar.• Occupatielaag:- bestemmingen- gebruik- tijdschaal: hoge veranderingssnelheid,veelal binnen één generatie (tien tot vijftig jaar).4445
Bodem is meer6Tot slotIn dit cahier is de toon gezet voor verdergaande vormenvan samenwerking tussen bodemkundigen en ruimtelijkeordenaars. Niet meer maar ook niet minder dan de toon;maar het is wel de toon die de muziek maakt. De muziekzelf moet nog uitgevoerd worden, door bodemkundigenen ruimtelijke ordenaars in hun dagelijkse beroepspraktijk,in dienst van gemeenten, waterschappen, provincies,Rijk of particuliere ingenieurs- en adviesbureau’s.De komende jaren zal de integratie tussen bodem en ruimte in elkgeval verder gestalte krijgen. Dit komt onder meer tot uitdrukking inzaken als:• de introductie van het Investeringsfonds Landelijk Gebied(per 1-1-2007);• de introductie van de nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening(waarschijnlijk per 1-1-2008);• de verplichting tot het opstellen van stroomgebiedvisies in hetkader van de Kaderrichtlijn Water;• gebiedsontwikkelingsprojecten op regionaal en lokaal niveau;deze projecten vragen met het oog op de maatschappelijke agenda(klimaatverandering, voedselveiligheid, kwaliteit van de leefomgeving,etc) steeds nadrukkelijker om een meer geïntegreerdeaanpak.De kwaliteit van de inbreng van bodemkundigen en ruimtelijkeordenaars kan aanmerkelijk hoger zijn als duidelijk is welke waardenen kwaliteiten voor verdere bescherming, versterking of ontwikkelingin aanmerking komen. Zonder duidelijke doelstellingen, ambitie enstrategische agenda is de rol van beide werkvelden in complexesamenwerkingsprocessen van bijvoorbeeld gebiedsontwikkelingstrajectensnel uitgespeeld. Daarbij is het van belang vooraf een nauwkeurigeinschatting te maken waar ambities, agenda en inhoudelijkeinbreng elkaar wederzijds kunnen aanvullen of versterken.47
SKB CahierBodem is meerDé grote uitdaging in de praktijk is om pro-actief te zoeken naar dekansen en mogelijkheden hoe kennis, inzicht en informatie van hetene werkveld waarde kan toevoegen aan het andere werkveld. Door degrote diversiteit aan plannen en contexten zal dit maatwerk vereisen.Voor een structuurvisie is nu eenmaal andere informatie nodig danvoor een projectplan of een bestemmingsplan dat sterk gericht is opde vastlegging van de status quo van een gebied.Dit Cahier biedt geen kant en klare oplossingen. Het wil inspireren enstimuleren vanuit de stelling dat een meer geïntegreerde benaderingvan bodem en ruimte niet alleen betere oplossingen oplevert, maarook erg leuk en leerzaam is. Dit gaat overigens niet vanzelf. Je moeter uiteindelijk zelf wel wat voor doen. Op de volgende pagina is eenoverzicht opgenomen van wellicht interessante literatuurverwijzingen,adressen en websites....zoeken naar de kansen en mogelijkheden hoe kennis,inzicht en informatie van het ene werkveld waardekan toevoegen aan het andere werkveld...LiteratuurAlgemeen relatie bodem/ondergrond en ruimte• Handreiking plannen met de ondergrond(zie www. Ruimtexmilieu.nl)• Van onderop (inclusief SKB vervolgproject vanuit Gelderland)• Aan het werk met visie: het opstellen en uitdragen van een bodemvisie(TNO, Utrecht, april 2006) in opdracht van IPO en SKB• Bouwstenen van een bodemvisie, bodembeheer in ruimtelijkeontwikkeling (TNO, Utrecht december 2005) in opdracht van hetIPO• Verborgen ruimte, de ontdekking van de ondergrondsearchitectuur (E. von Meijenfeldt e.a, 2002)• Ed de Mulder e.a. De ondergrond van Nederland, Utrecht 2003• Brochures verkenners, project Lokale bodemambities 2006(www.bodemambities.nl)Lagenbenadering• Gebiedsatlas Driehoek RZG(november 2003, zie www.driehoekrzg.nl)• MILO voorbeeldprojecten met o.a. gemeentelijketoepassingen van de lagenbenadering(http://www.vng.nl/smartsite.dws?id=60233)• www.ruimtexmilieu, luik lagenbenaderingAspectenanalyse• Aspectenanalyse: diverse toepassingen in projecten van Tauw opwatergebied (o.a. Waterplan Hengelo en Waterplan Losser beiden2006 via www.hengelo.nl en www.losser.nl)4849
SKB CahierDit Cahier is een uitgave van de Stichting Kennisontwikkeling KennisoverdrachtBodem (SKB). Het verslag ‘De CoP neemt u mee van Bodemnaar RO’ van de werkbijeenkomsten van de CoP Bodem - RuimtelijkeOrdening heeft mede aan de basis gestaan van de inhoud van dit cahier.De resultaten van een bijeenkomst met een speciaal voor dit doel in hetleven geroepen lezersgroep (bestaande uit deskundigen uit het ‘veld’)zijn eveneens zo veel mogelijk in dit cahier verwerkt.Met dank aan:De Community of Practice Bodem - RO. Overzicht van de ledenvan deze COP is te vinden op www.skbodem.nl onder netwerkenCOP Bodem-RO.Lezersgroep:Ton de BrouwerIngrid DupuitsEbel SmidtMarion SpeelmanAngela VlaarColofonRedactieTekst en interviewsVormgevingDrukGemeente NieuwegeinProvincie LimburgSmidt Grondwater AdviesProvincie DrentheGemeente ZaandamIngrid van Reijsen (SKB), Annemieke Smit enHenk Puylaert (CoP Bodem en RuimtelijkeOrdening), René Walenbergh (Klip + KlaarCommunicatie).René Walenbergh(Klip + Klaar Communicatie, Utrecht)Van Lint Vormgeving, ZierikzeeQuantes, RijswijkBeeldmateriaal Ton Bennemeer (omslag, pagina 22 en 28)RWS Bouwdienst (pagina 12)Peter Dauvellier (illustratie pagina 44)Van Lint Vormgeving (overige foto’s)Januari 200750