Bioveiligheid in het laboratorium - VIB

vib.be

Bioveiligheid in het laboratorium - VIB

LD50 waarde voor vertebraten uitgedrukt in gewichtseenheden per kg lichaamsgewicht.

De LD50 (LD staat voor: Lethal Dose) is de waarde waarbij blootstelling aan het agens

tot gevolg heeft dat 50% van de blootgestelde proefdieren dood gaat. Als het gaat om

levende organismen (voornamelijk bacteriën), dan gaat toxinevorming vaak gepaard met

pathogeniteit.

• Allergeniteit

Allergeniteit is een niet-toxische, door het immuunsysteem gemedieerde, ongewenste

reactie van het lichaam op een stof of agens. Immuunglobuline E (IgE) en mestcellen

(cellen van het immuunsysteem die onder meer heparine produceren) spelen vaak een

rol in de allergische reactie. Een allergische reactie kan zich onder meer uiten in huidirritaties,

niezen, astmatische aanvallen, chronische longaandoeningen en kan soms zelfs

leiden tot een levensbedreigende shock.

Ter voorkoming van long- en huidaandoeningen bij laboratoriumpersoneel

dient de mogelijkheid van een allergische reactie mee in overweging genomen

te worden en dient ernaar gestreefd te worden om rechtstreeks contact

(inademen, huidcontact) van het personeel met allergene stoffen te

vermijden.

• Verstoring van ecologische evenwichten

Hier is het met name van belang om mogelijke verstoringen van ecologische evenwichten

die verband houden met activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen

(GGO’s) te bespreken. Verstoring van een ecologisch evenwicht zou kunnen gebeuren

wanneer een GGO met een bepaalde eigenschap zich ongewenst naar het milieu

verspreidt, of wanneer er vanuit dat organisme verspreiding plaatsheeft van genetisch

materiaal naar andere organismen in het milieu. Aan de potentiële gevaren die

verbonden zijn aan recombinant-DNA technologie en de risico-inschatting daarrond zal

verderop in dit boekje dieper worden ingegaan.

• Andere schadelijke effecten

Soms zijn er ook andere ongewenste effecten die maken dat extra voorzichtigheid

geboden is bij het hanteren van biologisch materiaal. Het is niet mogelijk een limitatieve

lijst te maken van dergelijke effecten. Waar het echter om gaat is dat men stil moet

staan bij de eigenschappen van materiaal voor ermee te gaan werken. Als belangrijkste

categorie kunnen misschien de genen aangeduid worden die immuunmodulerende

eigenschappen bezitten. Daarbij is echter lang niet elke immuunmodulatie schadelijk.

Om uitsluitsel te geven over het gevaar moeten de eventuele effecten worden nagegaan

en is vaak overleg aangewezen. Ter illustratie kan het voorbeeld gegeven worden van

het werken met een vacciniavirus waarin een gen gekloneerd is dat voor immuunsuppressie

zorgt. De immuunsuppressie zou ervoor kunnen zorgen dat het lichaam een

mogelijke infectie met dat virus niet goed kan bestrijden. Infecties met vacciniavirus

kunnen in uitzonderlijke gevallen leiden tot een dodelijke encephalitis.

Bioveiligheid 7

More magazines by this user
Similar magazines