23.01.2014 Views

De wijk ontrafeld (pdf-bestand) - Kennisbank

De wijk ontrafeld (pdf-bestand) - Kennisbank

De wijk ontrafeld (pdf-bestand) - Kennisbank

SHOW MORE
SHOW LESS
  • No tags were found...

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

www.vrom.nl<strong>De</strong> <strong>wijk</strong> <strong>ontrafeld</strong>Waarderingsinstrument om fysiek ruimtelijkekwaliteiten van <strong>wijk</strong>en in kaart te brengen


<strong>De</strong> <strong>wijk</strong> <strong>ontrafeld</strong>Waarderingsinstrument om fysiek ruimtelijkekwaliteiten van <strong>wijk</strong>en in kaart te brengen


VoorwoordVoor u ligt een publicatie over de fysiek-ruimtelijke aspectenvan het transformeren van <strong>wijk</strong>en. <strong>De</strong>ze publicatie is bestemdvoor beleidsmakers, opdrachtgevers en ontwerpers. Zij hebbenhiermee een instrument in handen om vroegtijdig knelpuntenen kansen bij zo’n transformatie te kunnen ontdekken.<strong>De</strong> Nota Mensen Wensen Wonen zegt over de aanpak van <strong>wijk</strong>en:“<strong>De</strong> sociale, economische en fysieke ingrepen zijn complementair.Ze werken op elkaar in. Sociale problemen kunnensoms met fysieke ingrepen worden verminderd. Soms zijn economischeingrepen noodzakelijk. Fysieke ingrepen hebben ookconsequenties voor de sociale structuur en leiden tot eenandere (economische) dynamiek. Andersom hebben socialeinterventies vaak fysieke gevolgen bijvoorbeeld voor de woningvoorraadof de openbare ruimte. <strong>De</strong> ingrepen kunnen elkaarversterken, maar kunnen elkaar ook tegenwerken. Het isdaarom van belang steeds de juiste mix te vinden, toegespitstop de specifieke problemen en ontwikkelingskansen van de<strong>wijk</strong>. <strong>De</strong> noodzaak van een scherpe analyse en een helderediagnose zal in het ISV worden aangescherpt.”<strong>De</strong> fysieke aanpak van <strong>wijk</strong>en door veranderingen van woningenen woonmilieus kan op verschillende manieren plaatsvinden;manieren die sterk afhankelijk zijn van allerlei lokale omstandigheden.Er moet sprake zijn van maatwerk. In deze publicatieworden de verschillende keuzemogelijkheden op een rij gezet.Aanpassingen uitsluitend aan de woningen zijn zinvol als hetwoonmilieu goed is, maar als de kwaliteit van de woningen zelfte wensen overlaten; de woningen voldoen niet aan de wensenvan de bewoners. <strong>De</strong> kwaliteit kan verhoogd worden door dewoningen te vergroten door bijvoorbeeld samenvoeging of verbetering.<strong>De</strong>ze maatregelen kunnen in principe in alle typenwoonmilieus plaatsvinden; het woonmilieu krijgt er geen fundamenteelander karakter door.Ook het wijzigen van eigendomsverhoudingen, bijvoorbeeld doorde verkoop van huurwoningen, kan bijdragen aan de kwaliteitvan een <strong>wijk</strong>. Dat is vooral interessant als mensen wel betrokkenzijn bij hun buurt en tevreden zijn met hun woning, maargewoon een eigen huis willen. Ook tussenvormen tussen kopenen huren zijn daarbij denkbaar.Vaak is een aanpak van alleen de woningen niet genoeg. Er isdan een bredere strategie nodig om het woonmilieu als geheelte veranderen.Bij een woonmilieu met veel kwaliteitspotentie is het verdichtendoor meer woningen bij te bouwen een kansrijke maatregel.Meestal gaat het dan om het transformeren van buitencentrummilieusnaar centrummilieus.Verdunnen kan ook; dat betekent gedeeltelijk slopen en nietterugbouwen en minder woningen op hetzelfde oppervlak.Meestal gaat het daarbij om het transformeren van buitencentrum-milieusnaar groen-stedelijke woonmilieus. Bij verdunnenof verdichten zullen ook de stedenbouwkundige structuren ende openbare ruimte aan de orde zijn.Vervangen is ook een mogelijkheid. Dat komt aan de orde bij<strong>wijk</strong>en met een negatieve dynamiek waar er geen redden meeraan is en het ‘putje’ maatschappelijk gezien te diep wordt.Vervangen betekent slopen van (een deel van) de bestaandevoorraad en daarvoor in de plaats nieuw bouwen. Het is eenoptie als de woningen en de woonomgeving op grote schaal nietmeer voldoen. Vervangen zal in het algemeen leiden tot eenander type woonmilieu. Sociale en economische structurengaan daarbij vaak verloren.<strong>De</strong> laatste vorm van transformatie is de functieverandering.Doorgaans gaat het dan om het omzetten van landelijke gebiedennaar woningbouw. Maar het kan ook gaan om de transformatievan bedrijfsterreinen, spoorwegemplacementen ofhavens. <strong>De</strong> bestaande functie verdwijnt grotendeels en maaktplaats voor wonen. Hier moeten sociale en economische structurennog helemaal worden opgebouwd.Ik vertrouw erop dat deze publicatie voor u een goed hulpmiddelis bij het maken van keuzes bij de kwalitatieve verbeteringvan <strong>wijk</strong>en.de Minister van VROM,Sybilla M. <strong>De</strong>kker


Inhoud1 Inleiding 051.1 Opzet en leeswijzer 051.2 Woonmilieus 061.3 <strong>De</strong> herstructureringsopgave 061.4 Beleidsambitie stedelijke (woon)kwaliteit 071.5 Doel 081.6 Fysiek-ruimtelijke invalshoek 082 Waarderingssysteem 102.1 Invullen van het schema ‘Waarderingssysteem’ 102.2 Vertaalslag naar herstructurering 122.3 <strong>De</strong> herstructureringsopgave en woonmilieuvoorkeuren 162.4 Hulpmiddel 163 Buitencentrum woonmilieu typologie 173.1 Stedenbouwkundige ontwikkelingen (1920-1970) 173.2 Buitencentrum woonmilieu typologie 193.3 Archetypen 213.4 Sterke en zwakke punten 294 Voorbeeld Veendam-Noord 334.1 Invulling van het schema 334.2 Toetsing 385 Wonen en leven 405.1 Theorie van de woonmilieuvoorkeuren 405.2 Bewonerscategorieën 415.3 Wenspakketten en woonmilieu 44BIJLAGE: Beoordelingsaspecten 45LITERATUURLIJST 54


051.Inleiding<strong>De</strong> aanleiding om een waarderingssysteem te ontwikkelen omde fysiek-ruimtelijke kwaliteiten en de potenties van herstructurerings<strong>wijk</strong>ente ontdekken, komt voort uit de rijksnota‘Mensen, Wensen, Wonen’ (Nota Wonen). Eén van de ambitiesvan deze rijksnota is de verhoging van de kwaliteit van hetwonen in stedelijk gebied.Om de woonkwaliteit te kunnen verbeteren, zijn onder andereingrepen nodig in het bestaande stedelijk gebied. <strong>De</strong> noodzaakvan herstructurering is groot. Dit wordt niet alleen benadruktin de Nota Wonen, ook in de architectuurnota ‘Ontwerpen aanNederland’ wordt deze noodzaak onderschreven.<strong>De</strong> herstructureringsopgave richt zich in het bijzonder op dezogenaamde buitencentrum woonmilieus. In de Nota Wonenworden deze woonmilieus omschreven als ‘stads<strong>wijk</strong>en met eeneenzijdige woningvoorraad in een redelijk dichtheid’. Met namein de <strong>wijk</strong>en uit de jaren ’50 en ’60 voldoet de geboden kwaliteitvan zowel woning als woonomgeving veelal niet meer aan dehuidige vraag.Niet alle buitencentrum woonmilieus lijken echter over demogelijkheid te beschikken om tot een succesvolle herstructureringte komen. In dit rapport wordt een Waarderingssysteemgepresenteerd als instrument waarmee de fysiek-ruimtelijkekwaliteiten en de potenties voor herstructurering van een buitencentrumwoonmilieu kunnen worden opgespoord.gaan op de sterke en zwakke kanten van de verschillende typen.Hoofdstuk 3 geeft de buitencentrum woonmilieu typologie weer.Voorbeeld<strong>De</strong> voorbeelduitwerking geeft aan de hand van het herstructureringsplanvoor de <strong>wijk</strong> Veendam-Noord een concrete toepassingvan het waarderingssysteem in de praktijk. Het voorbeeldis in hoofdstuk 4 opgenomen.Woon- en leefstijlenOp basis van de theorie van woonmilieuvoorkeuren is een aantalbewonerscategorieën onderscheiden. Daarnaast zijn dewoonwensen van deze categorieën beschreven op de specifiekevraag naar fysiek-ruimtelijke aspecten. <strong>De</strong> woon- en leefstijlenkomen in hoofdstuk 5 aan de orde.In het onderstaande schema is de opbouw van deze publicatieaangegeven.1.1 Opzet en leeswijzerHet rapport bestaat uit twee delen. Het eerste deel omvat dekern waarin het Waarderingssysteem gepresenteerd wordt.Het tweede deel omvat de achtergronden van buitencentrumwoonmilieus en een voorbeeldtoepassing van het waarderingssysteem.Daarnaast wordt, als aanvullende informatie, aandachtbesteed aan het onderwerp woon- en leefstijlen.>Waarderingssysteem>>WaarderingssysteemIn hoofdstuk 2 is het systeem beschreven en is uitgelegd hoehet ‘schema Waarderingssysteem’ ingevuld kan worden.Buitencentrum woonmilieu typologieOp basis van de ontwikkelingen in de stedenbouw tussen 1920en 1970 zijn zeven typen buitencentrum woonmilieus onderscheiden.<strong>De</strong>ze zijn aan de hand van een archetype op fysiekruimtelijkeaspecten omschreven. Ter afsluiting is nader inge-BuitencentrumwoonmilieutypologieVoorbeeldWoon- enleefstijlen


061.2 Woonmilieus<strong>De</strong> kwaliteit van het wonen wordt niet alleen bepaald door dewoning, maar ook door het woonmilieu: de omgeving waar dewoning staat. In de Nota Wonen wordt de term woonmilieugebruikt om een categorisering van <strong>wijk</strong>en aan te geven. Er isonderscheid gemaakt in een vijftal woonmilieus:• centrum-stedelijk;• buiten-centrum;• groen-stedelijk;• centrum-dorps;• landelijk.Het buitencentrum woonmilieu vormt een belangrijk aandachtsgebiedvan de herstructurering. Dit woonmilieu kent verschillendeverschijningsvormen. In het kader van dit onderzoek zijnzeven typen onderscheiden. In hoofdstuk 3 komen deze uitgebreidaan de orde. <strong>De</strong> <strong>wijk</strong>en zijn in de periode tussen 1920 en1970 gerealiseerd. Er is met name verschil in verschijningsvormtussen de vooroorlogse en naoorlogse buitencentrumwoonmilieus. <strong>De</strong> problemen doen zich vooral voor in de <strong>wijk</strong>enuit de jaren 50-60. Het rapport richt zich daarom in hoofdzaakop de naoorlogse buitencentrum woonmilieus.1.3 <strong>De</strong> herstructureringsopgave<strong>De</strong> herstructureringsopgave kan op verschillende manierenbenaderd worden. <strong>De</strong> Nota Wonen legt de nadruk op transformatie.In de nota wordt gesteld dat, vanuit een kwalitatievevraag, burgers een groeiende behoefte hebben aan centrumstedelijkeen groenstedelijke woonmilieus. Tegelijkertijd ligt eengroot deel van het aanbod in de buitencentrum woonmilieus.Om meer aan te kunnen sluiten bij de woonmilieuvoorkeurenvan de burgers, is het nodig een deel van de bestaande woonmilieuste transformeren. <strong>De</strong>ze transformatie krijgt vorm door:- Het creëren van meer centrumstedelijke milieus, onderandere door te verdichten.- Het creëren van meer groenstedelijke woonmilieus door teverdunnen en vergroenen.Op deze transformatiestrategie is in het advies ‘Betrokken burger,betrokken overheid’ van de VROM-raad een punt van kritiekgeuit. <strong>De</strong> Nota Wonen beschrijft de stedelijke woningmarkt als“tweetoppig” met enerzijds een groep burgers die in een hoogstedelijkwoonmilieu wil wonen en anderzijds een groep die eengroen(er) milieu prefereert. Volgens de VROM-raad wordt deproblematiek van de buitencentrum woonmilieus hiermee teeenzijdig benaderd. Fysieke herstructureringsmaatregelenmoeten verder gaan dan verdichten, verdunnen en vergroenen.Daarnaast behoeft herstructurering niet te leiden tot de transformatievan het gehele woonmilieu. Een flink deel van de vraagnaar stedelijk wonen is niet specifiek gericht op de hierbovengenoemde woonmilieus, maar bijvoorbeeld op de ligging, hetwoningtype, de woninggrootte, etc. <strong>De</strong> woningmarkt in het stedelijkgebied is dus eerder als “meertoppig” te typeren. <strong>De</strong>VROM-raad formuleert het helder: “Het is primair van belangdat de woonkwaliteit en de differentiatie in de huidige stedelijkebuitencentrum woonmilieus toeneemt. Of het woonmilieu hierdooral dan niet van type verandert, is veel minder relevant”.In dit rapport is daarom uitgegaan van het volgende:> <strong>De</strong> herstructureringsopgave:Het verbeteren van buitencentrum woonmilieus1: zonder transformatie2: richting groenstedelijk of centrumstedelijk woonmilieu


07<strong>De</strong> mogelijkheden voor herstructurering verschillen per <strong>wijk</strong>.Een belangrijke afweging in het herstructureringsproces is danook: te bepalen welke <strong>wijk</strong>en of locaties binnen <strong>wijk</strong>en zich goedlenen voor verbetering. In hoofdstuk 3 zijn de algemene kansenen knelpunten voor herstructurering van de naoorlogse buitencentrumwoonmilieus aangegeven. Naast veel overeenkomstenblijft elke <strong>wijk</strong> echter uniek en biedt ook haar eigen specifieke(on)mogelijkheden voor herstructurering.1.4 Beleidsambitie stedelijke (woon)kwaliteitEen van de ambities van de Nota Wonen is: verhoging van destedelijke woonkwaliteit. Hieraan wordt uitwerking gegevendoor:• Meer aan te sluiten op de woonmilieuvoorkeuren;• Meer samenhang te creëren in sociale, economische enfysieke interventies in de bestaande stad;• Meer aan te sluiten op de dynamiek en kansen van <strong>wijk</strong>en;• Architectuur, cultuurhistorie, bereikbaarheid en milieu alskwaliteitsdragers in te zetten.<strong>De</strong> Nota Wonen ziet architectuur en stedenbouw, als fysiekekwaliteitsdragers, een belangrijke bijdrage leveren aan de herstructureringsopgavevan de buitencentrum woonmilieus. Zijzijn van wezenlijk belang voor de kwaliteit van het wonen. Metde afname van het kwantitatieve tekort aan woningen, ontstaatruimte om meer aandacht te geven aan een duurzame kwaliteit.Om een goede kwaliteit te kunnen creëren, is het nodig dat allebetrokken partijen gezamenlijk eerst nadenken over de na testreven kwaliteit. Daarbij moet meer ruimte worden gebodenaan de vrijheid van de burger (individualiteit), zonder dat daarbijvoorbij wordt gegaan aan het publieke belang (collectiviteit).Ook de architectuurnota ‘Ontwerpen aan Nederland’ beoogt ‘dedifferentiatie van woningen en woonmilieus te bevorderen,zodat meer recht wordt gedaan aan de behoefte van de inwonersen de veranderende cultuur in Nederland’. Eén van dehoofdthema’s is ‘architectuur, een zaak voor iedereen’.Individueel opdrachtgeverschap vormt daarvan een belangrijkeuitwerking.


081.5 DoelVanuit de voorgaande beleidsambitie in de Nota Wonen ontstaatde behoefte aan een waarderingsmethode voor herstructureringslocaties.Het Waarderingssysteem in dit rapport heeft tendoel fysiek-ruimtelijke kwaliteiten binnen de buitencentrumwoonmilieus op te sporen die aanknopingspunten kunnen biedenvoor de herstructurering, waarbij de stedelijke woonkwaliteitverhoogd wordt.Aan de basis van het Waarderingssysteem liggen de volgendevijf vragen:1.Welke typen buitencentrum woonmilieus kunnen op basis vanfysiek-ruimtelijke kenmerken worden onderscheiden?2.Wat zijn sterke en zwakke punten van buitencentrum woonmilieus?3.Welke fysiek-ruimtelijke aspecten spelen een rol in de beoordelingvan de stedelijke woonkwaliteit?4.Hoe kunnen deze fysiek-ruimtelijke aspecten beoordeeldworden?5.Waar liggen mogelijkheden voor verbetering van buitencentrumwoonmilieus?In de totale herstructureringsopgave gaat het om een integraleaanpak van de <strong>wijk</strong> op sociaal, economisch en ruimtelijk niveau.In de stedelijke herstructurering kunnen daarbij vijf lagen wordenonderscheiden:• proces en communicatie;• beleving en gebruik;• economie;• duurzaamheid milieutype;• onderlegger en omgeving.<strong>De</strong>ze vijf lagen vormen samen een raamwerk van mogelijkhedendie de mate van herstructurering bepalen. In laag 1 ‘procesen communicatie’ draait het om de kwaliteit van de overlegstructuren,draagvlak, betrokkenheid en de organisatiegraadvan de bewoners en <strong>wijk</strong>organisaties. In laag 2 ‘beleving engebruik’ gaat het om de kwaliteit en het beheer van de openbarebuitenruimte, de mate van veiligheid op straat en de visievan de betrokken beheerders, woningcorporaties, bewoners ende ondernemers op het plangebied. In laag 3 ‘economie’ draaithet om de financiële mogelijkheden zoals de boekwaarde vande woningen, liquiditeit van de betrokken instanties en de situatieop de woningmarkt. In laag 4 ‘duurzaamheid milieutype’gaat het om de veerkracht van de buurt of <strong>wijk</strong>. Dit komt naarvoren in de kwaliteit van de voorzieningen, de variëteit aan leef-<strong>De</strong> Nota Wonen stelt de burger centraal. Dit betekent dat zoveelmogelijk aangesloten moet worden bij de woonmilieuvoorkeurenvan de burgers. Verschillende typen woonmilieus zullenverschillende bewonerscategorieën aantrekken. Woonwensenvan gezinnen met kinderen verschillen bijvoorbeeld van dewoonwensen van alleenstaande ouderen. <strong>De</strong> gewenste bewonerscategorieënzullen van invloed zijn op het maken van keuzesvoor verbetering en transformatie. In hoofdstuk 5 wordt hierverder op ingegaan.Het Waarderingssysteem is evenwel niet gericht op het makenvan keuzes, maar op het ontdekken van de kwaliteiten enpotenties voor herstructurering van het buitencentrum woonmilieu.Bewonerscategorieën en hun wensenpakketten vormendan ook geen direct onderdeel van het Waarderingssysteem.1.6 Fysiek-ruimtelijke invalshoek


09stijlen, de levensduur van de woningen en de kwaliteit van hetverkavelingpatroon. In laag 5 ‘onderlegger en omgeving’ draaithet om de kwaliteit van het oorspronkelijke landschap en debodem, de stedelijke structuur, de infrastructuur, de ontsluiting,het openbaar vervoer en de ligging in de stad. Per laag kaneen inschatting worden gegeven of de kwaliteit al dan niet voldoendeis (zie blz. 14-15). <strong>De</strong> combinatie van inschattingen perlaag geeft een indicatie van de mate van herstructurering dienodig is.Fysiek-ruimtelijke invalshoek<strong>De</strong> genoemde lagen hebben zowel betrekking op de financiëleen maatschappelijke haalbaarheid van een herstructureringsprojectals de fysiek-ruimtelijke mogelijkheden van hetbetreffende woonmilieu. Randvoorwaarde voor de vormgevingvan het Waarderingssysteem is primair de fysiek-ruimtelijkeinvalshoek. Specifiek hiervoor geldt dat, in tegenstelling tot deandere factoren, deze gezien kan worden als een constante factorin de tijd. Bewoners en leefstijlen veranderen, de economieverandert, maar de stedenbouwkundige structuur is in principeeen vast gegeven. Fysiek-ruimtelijke aspecten betreffen onderandere de ligging in de stad, de ruimtelijk structuur, het verkavelingspatroon,type woningen etc. <strong>De</strong>ze aspecten zijn metname te vinden in de laag 4. duurzaamheid milieutype en laag5. onderlegger en omgeving.Het Waarderingssysteem biedt daarmee inzicht in een deel vande totale herstructureringsopgave. Het Waarderingssysteembeoogt dan ook géén eenduidige oplossing te geven voor deproblematiek binnen herstructurerings<strong>wijk</strong>en, maar dient alsondersteunend instrument in het maken van keuzes bij detotale herstructureringsopgave.


102.WaarderingssysteemMet het Waarderingssysteem wordt een instrument aangereiktdat vanuit een fysiek-ruimtelijke invalshoek inzichtbiedt in de potentie voor een succesvolle herstructurering.Succesvol wil in dit geval zeggen, dat een bijdrage wordt geleverdaan een verhoging van de stedelijke woonkwaliteit.Daarbij is het van belang een <strong>wijk</strong> te creëren die flexibel is.Met andere woorden; een woonomgeving met toekomstwaarde,waar door de tijd verschillende mensen zich thuiskunnen voelen.Het systeem beoogt in eerste instantie een bijdrage te leverenaan op te stellen herstructureringsplannen, maar kan ook dienenals toetsingsinstrument van reeds bestaandeherstructureringsplannen of plannen die in de maak zijn.Zie blz. 14-15 en voorbeeld Veendam blz. 34-37.Om te kunnen beoordelen welke herstructureringsmogelijkhedeneen <strong>wijk</strong> of een locatie binnen een <strong>wijk</strong> biedt, dienen tweestappen genomen te worden:Stap 1: Het analyseren en beoordelen van de huidige fysiekruimtelijkekwaliteit van het buitencentrum woonmilieu aan dehand van beoordelingsaspecten. In de eerste stap kunnen dewaardevolle elementen (kansen), maar ook de problemen (knelpunten)van de <strong>wijk</strong> vastgelegd worden.Stap 2: Het inventariseren van de mogelijkheden tot herstructurering,die een bijdrage leveren aan de verhoging van de stedelijkewoonkwaliteit. In de tweede stap wordt bekeken in hoeverrebestaande kwaliteiten verder versterkt kunnen worden ende problemen aangepakt. Daarbij kan tevens worden aangegevenof een bepaalde herstructureringsmaatregel bijdraagt aanhet realiseren van een meer groen- of meer centrumstedelijkwoonmilieu.Met het Waarderingssysteem kunnen <strong>wijk</strong>en of locaties binneneen <strong>wijk</strong> met elkaar worden vergeleken. Een vergelijking kanalleen plaatsvinden binnen een stad en niet tussen verschillendesteden. Bijvoorbeeld: een afstand van twee kilometer tot hetcentrum wordt in Amsterdam anders ervaren dan in Zutphen.2.1 Invullen van het schema WaarderingssysteemOm de <strong>wijk</strong> op een overzichtelijke manier te kunnen analyserenis een lijst opgesteld van fysiek-ruimtelijke elementen die eenbelangrijke rol spelen in de herstructurering:<strong>De</strong> fysiek-ruimtelijke elementen zijn opgenomen in de eerstekolom van het schema Waarderingssysteem.Stap 1: Analyse en beoordeling van het buitencentrumwoonmilieuOm de huidige kwaliteit van deze fysiek-ruimtelijke elementente kunnen analyseren en beoordelen zijn de volgende beoordelingsaspectenopgesteld:• ruimtelijke verwevenheid• bereikbaarheid• nabijheid• attractiviteit/beeldkwaliteit• overzichtelijkheid• herkenbaarheid• continuïteit• diversiteit• identiteit• verkeersveiligheid• sociale veiligheid/zichtbaarheid• kwantiteit (/grootte)• functionele staat• toegankelijkheid• dichtheid• duurzaamheid• woontechnische staat.<strong>De</strong> beoordelingsaspecten geven aan welke eigenschappenbepalend zijn voor de fysiek-ruimtelijke kwaliteit van een buitencentrumwoonmilieu.Voorbeeld: <strong>De</strong> attractiviteit van een <strong>wijk</strong>/buurt ligt bijvoorbeeldin de aanwezigheid van een mooie singelstructuur.<strong>De</strong> kwaliteit kan bepaald worden aan de hand van één of meervan de genoemde beoordelingsaspecten. <strong>De</strong>ze zijn opgenomenin de eerste kolom van het Waarderingssysteem onder hetbetreffende fysiek-ruimtelijke element. <strong>De</strong> aspecten zijn nadertoegelicht. Ieder aspect is in de vorm van een definitieomschreven en voorzien van voorbeelden. Daarbij kunnen dedefinities per schaalniveau verschillen. Bijvoorbeeld, de bereikbaarheiddient op het schaalniveau van de stad anders beoordeeldte worden dan de bereikbaarheid op het niveau van de<strong>wijk</strong>/buurt.


11A. Positie in de stad de plaats van het buitencentrum woonmilieu binnen de stedelijke morfologie1 Stedelijke morfologie: de ruimtelijke opbouw van de stad2 Ontsluiting: ontsluiting stadscentrum, stedelijke voorzieningen,uitvalswegen per auto, openbaar vervoer en langzaam verkeer3 Voorzieningen en afstand tot stadscentrum en stedelijke voorzieningenattractiepunten:zoals parken, winkels, sociale voorzieningen, sport/recreatie etc.4 Randen: de directe omgeving van de <strong>wijk</strong>B. Wijk/buurt (afgeronde) stedenbouwkundig eenheid binnen de stad1. Hoofdstructuur: de kwaliteit van de structuur, de vorm en inhoud2. Interne ontsluiting: ontsluiting voorzieningen en overige delen van de <strong>wijk</strong>per auto, openbaar vervoer, langzaam verkeer3. Parkeergelegenheid: parkeerplaatsen4. Voorzieningen: winkels, sociale, culturele en medische voorzieningen, sportvoorzieningen5 Openbare ruimte: parken, plantsoenen, speelplaatsen, pleinen, waterpartijen6. Verkavelingspatroon: de situering van bebouwing ten opzichte van elkaar7. Woningdifferentiatie: variatie in woningenC. Woning woonverblijf en buitenruimte1. Woning:2. Buitenruimte: (gemeenschappelijke) tuin, balkon


12Aan de beoordelingsaspecten is geen wegingsfactor verbondendie aangeeft in hoeverre het ene aspect belangrijker is dan hetandere. Reden hiervoor is dat een eventuele weging afhankelijkis van de specifieke situatie in een stad, zoals grootte, ligging inde regio, woningvoorraad etc.<strong>De</strong> resultaten van de analyse en beoordeling kunnen ingevuldworden onder stap 1.<strong>De</strong> beoordeling kan worden aangegeven met goed, redelijk ofslecht. Vervolgens kunnen specifieke kansen/sterke punten enknelpunten/zwakke punten in de betreffende kolommen wordenaangegeven. Het gaat hierbij om onderdelen, die een belemmeringof juist een kans bieden voor het realiseren van een aantrekkelijkwoonmilieu. Hierbij valt te denken aan (potentieel)aantrekkelijke aspecten zoals de aanwezigheid van groen enwaterpartijen, of juist belemmeringen zoals bedrijvigheid,drukke wegen, ontoegankelijke plekken etc. Per fysiek-ruimtelijkelement kunnen dus ook specifieke locaties binnen een buitencentrumwoonmilieu met een ‘goede’ of ‘slechte’ kwaliteit inbeeld gebracht worden. <strong>De</strong> sterke en zwakke punten van deverschillende typen buitencentrum woonmilieus zijn in paragraaf3.4 beschreven.Stap 2:Mogelijkheden voor herstructureringIn de tweede stap van het Waarderingssysteem wordt aangegevenwelke mogelijke herstructureringsmaatregelen er zijn omde knelpunten aan te pakken en de kansen te benutten. Hetgaat daarbij om een opsomming van mogelijkheden, die eenverhoging van de stedelijke woonkwaliteit ten doel hebben. Inde laatste kolom kan worden aangegeven of een maatregel bijkan dragen aan het realiseren van een groenstedelijk of eencentrumstedelijk woonmilieu.Bij een centrumstedelijk woonmilieu zijn dit maatregelen dieleiden tot een hogere dichtheid, menging van functies en eengoede bereikbaarheid. <strong>De</strong> transformatieopgave naar een groenstedelijkwoonmilieu is met name gericht op het nemen vanmaatregelen die leiden tot een lagere dichtheid en relatief veelgroenvoorzieningen.VoorbeelduitwerkingAls toelichting op de toepassing van het Waarderingssysteem ineen concrete <strong>wijk</strong>, is in hoofdstuk 4 een voorbeeld uitgewerkt.Gekozen is voor Veendam-Noord. <strong>De</strong> <strong>wijk</strong> is in hoofdstuk 3nader omschreven als het archetype van de traditionele laagbouw<strong>wijk</strong>en. Voor de invulling van het systeem is gebruikgemaakt van de bestaande herstructureringsplannen. <strong>De</strong> daarinvoorgestelde maatregelen zijn in de kolom ‘herstructureringsmogelijkheden’opgenomen.2.2 Vertaalslag naar herstructureringHet Waarderingssysteem is gericht op een onderlinge vergelijkingvan buitencentrum woonmilieus en locaties daarbinnen.In de eerste stap van het systeem worden locaties opgespoordmet een goede, matige of slechte fysiek-ruimtelijke kwaliteit.Dit kan in de vorm van specifieke plekken zijn, bijvoorbeeld eenbuurt of woonstraat direct aan de rand van een stadspark. Maarook in de vorm van specifieke structuren, bijvoorbeeld de aanwezigheidvan singelstructuren.In de tweede stap worden de herstructureringsmogelijkhedenbekeken. Daaruit zal blijken dat de ene locatie meer mogelijkhedenbiedt om tot een succesvolle herstructurering te komendan een andere. Bijvoorbeeld, dat met relatief eenvoudigeingrepen veel resultaat geboekt kan worden. Of dat er veel aantrekkelijkeelementen zijn die mogelijkheden bieden voor hetcreëren van een nieuw woonmilieu. Naarmate de huidige kwaliteitechter matiger wordt beoordeeld zullen meer maatregelengenomen moeten worden om de woonkwaliteit te verhogen.Gesteld kan worden dat de herstructureringsopgave zich alseerste dient te richten op die (locaties binnen) buitencentrumwoonmilieus die voldoende tot veel fysiek-ruimtelijke aanknopingspuntenbieden voor herstructurering. In tweede instantiericht de opgave zich op <strong>wijk</strong>en die geen of weinig aanknopingspuntenbieden en die rigoreus moeten worden aangepakt.2.3 <strong>De</strong> herstructureringsopgave en woonmilieuvoorkeurenIn het Waarderingssysteem kan worden aangegeven of een herstructureringsmogelijkheidbijdraagt aan transformatie naareen meer centrumstedelijk of groenstedelijk woonmilieu.Daarmee wordt tevens duidelijk of op (locaties binnen) het buitencentrumwoonmilieu in potentie een geschikt woonmilieugecreëerd kan worden voor een bepaalde bewonerscategorie.In hoofdstuk 5 wordt een aantal woon- en leefstijlen in beeldgebracht met daarbij zogenaamde ‘wensenpakketten’. <strong>De</strong>zewensenpakketten geven aan welke behoeften de verschillendebewonerscategorieën hebben aan fysiek-ruimtelijke kwaliteiten.


13Het betreft onder andere het woningtype en de diversiteitdaarin, de ligging, parkeren, de inrichting van de openbareruimte en beeldkwaliteit. Globaal kunnen de bewonerscategorieënop basis van deze wensenpakketten aan een bepaaldwoonmilieu worden toegeschreven;Centrumstedelijk woonmilieu:- jongeren- huishoudens zonder kinderen- mobiele ouderenBuitencentrum woonmilieu:- gezinnen met kinderen- ouderen met een beperkte mobiliteitprioriteit herstructureringsopgaveveel voldoende geenGroenstedelijk woonmilieu:- mobiele ouderen- huishoudens zonder kinderen.


14Waarderingssysteem Stap 1 Stap 2I. Positie in de stad1. Stedelijke morfologieBeoor- Kans/sterke Knelpunt/zwakke Herstructureringsmaatregelen Woondeling punten punten Herstructureringsplan veendam-noord milieu+ ± - G C- Ruimtelijke2.Ontsluiting- Bereikbaarheidautoopenbaar vervoerlangzaam verkeer3. Voorzieningen/attractiep.- Nabijheid4. Randen- AttractiviteitII. Wijk/buurt1. Hoofdstructuur- Overzichtelijkheid- Herkenbaarheid- Continuïteit- Diversiteit- Identiteit- Attractiviteit2. Interne ontsluiting- Bereikbaarheidalgemeenautoopenbaar vervoerlangzaam verkeer- Herkenbaarheid- Verkeersveiligheid- Sociale veiligheid/zichtbaarheid3. Parkeergelegenheid- Kwantiteit- Nabijheid- Sociale veiligheid/zichtbaarheid- Beeldkwaliteit4. Voorzieningen- Kwantiteit


15- Nabijheid- Sociale veiligheid/zichtbaarheid- Functionele staat- Attractiviteit5. Openbare ruimte- Kwantiteit- Nabijheid- Toegankelijkheid- Continuïteit- Diversiteit- Sociale veiligheid/zichtbaarheid- Herkenbaarheid- Beeldkwaliteit- Functionele staat6. Verkavelingspatroon- Diversiteit- Overzichtelijkheid- Dichtheid- Beeldkwaliteit- Continuïteit- Duurzaamheid7. Woningdifferentiatie- DiversiteitIII. WONING1. Woning- Toegankelijkheid- Woontechnische staat- Kwantiteit/grootte- Beeldkwaliteit- Sociale veiligheid/zichtbaarheid2. Buitenruimte- Toegankelijkheid- Beeldkwaliteit- Sociale veiligheid/zichtbaarheidVerklaring en uitwerking van beoordelingsaspecten - zie bijlage


16Een woonmilieu zal daarbij interessanter worden voor debetreffende bewonerscategorie(en) naarmate dit in groteremate voldoet aan de volledige wensenpakketten. Hoofdstuk 5biedt een uitgebreider overzicht van de hedendaagse bewonerscategorieënen woonwensen.2.4 HulpmiddelHet Waarderingssysteem is een ondersteunende methode, eenhulpmiddel, in de grote herstructureringsopgave waarNederland zich de komende jaren voor gesteld ziet. Het systeemheeft dan ook niet de pretentie om pasklare antwoordenaan te reiken, maar zet aan tot het gestructureerd nadenken endiscussiëren over herstructurering in naoorlogse <strong>wijk</strong>en in destad.<strong>De</strong> uiteindelijk keuze voor het wel of niet uitvoeren van een herstructureringin een bepaalde <strong>wijk</strong>/buurt hangt, zoals eerdergezegd, af van meerdere factoren dan alleen de fysiek-ruimtelijkeen is onderdeel van een integrale afweging. <strong>De</strong>ze afwegingzal op het niveau van de gemeente gemaakt moeten worden.


173.Buitencentrumwoonmilieu typologieIn de periode tussen 1920 en 1970 zijn in Nederland debuitencentrum woonmilieus gerealiseerd. Thans maakt eengroot deel van de woningvoorraad in Nederland deel uit vandeze woonmilieus.<strong>De</strong> buitencentrum woonmilieus zijn tot stand gekomen in eenperiode waarin stedenbouwkundige opvattingen en visies,leefstijlen, welvaart, mobiliteit en technologie etc. zich inhoog tempo ontwikkelden. Dit uit zich vandaag de dag in hetvoorkomen van verschillende verschijningsvormen van buitencentrumwoonmilieus. <strong>De</strong> <strong>wijk</strong>en vormen in essentie eenafspiegeling van de toen heersende tijdgeest. In ‘<strong>De</strong> organisatievan kwaliteit’ (Janssen, W., 1993) wordt hierover het volgendegesteld: ‘Stedenbouwkundige kwaliteit is gebonden aaneen cultureel bepaald waardenstelsel dat wortelt in een tijdenplaatsgebonden samenleving.’In de hedendaagse tijdgeest voldoet een deel van de buitencentrumwoonmilieus niet meer aan de gewenste fysiek-ruimtelijkekwaliteiten. Problemen doen zich met name voor in destedenbouwkundige structuur van de <strong>wijk</strong>en van na de TweedeWereldoorlog.architectonische blikvangers toegepast. <strong>De</strong> verkaveling kenmerktzich door de toepassing van het gesloten bouwblok. Hetgesloten bouwblok omsluit een binnenterrein en de bebouwingvormt een ononderbroken front naar de omringende straten.Een belangrijke stadsuitbreiding in deze periode is het Plan-Zuid te Amsterdam van Berlage.Tot de jaren dertig wordt het stedenbouwkundig denken ook insterke mate beïnvloed door de tuinstadgedachte. <strong>De</strong> grondleggervan deze gedachte was Ebenezer Howard, die in zijn boeken‘Tomorrow: a peaceful path to real reform’ en ‘Garden cities ofTomorrow’ de tuinstadgedachte beschreef. <strong>De</strong> gedachte wordtgesymboliseerd door een diagram met drie magneten: de stad,het dorp en de tuinstad. <strong>De</strong> nieuwe tuinstad combineerde devoordelen van het leven in de stad én het land. <strong>De</strong> tuinstadvormde een afgeronde sociaal-functionele eenheid, met eigenvoorzieningen en werkgelegenheid op enige afstand van debestaande stad. <strong>De</strong> stad was beperkt van omvang (ca. 30.000inwoners) en had een heldere hoofdstructuur bestaande uit eenaantal buurten.In dit hoofdstuk is op basis van de ontwikkelingen in de stedenbouween buitencentrum woonmilieutypologie opgesteld. <strong>De</strong>fysiek-ruimtelijke kenmerken van de verschillende typen buitencentrumwoonmilieus zijn beschreven aan de hand van eenarchetype. Uit de kenmerken komen tevens de sterke en zwakkekanten van de buitencentrum woonmilieus naar voren. <strong>De</strong>zegeven inzicht in de huidige fysiek-ruimtelijke problematiek.3.1 Stedenbouwkundige ontwikkelingen (1920-1970)Door de jaren heen zijn stedebouwkundige ontwikkelingen aanverandering onderhevig. Elke periode kent eigen invalshoekenen accenten. Er is een onderscheid te maken in de vooroorlogseen de naoorlogse periode, de jaren vijftig en de jaren zestig.Vooroorlogse periodeVanaf het begin van de twintigste eeuw is steeds meer aandachtbesteed aan het stedenbouwkundige ontwerp. <strong>De</strong> stedenbouwrichtte zich sterk op de esthetische vormgeving. <strong>De</strong> basis vanveel uitbreidingen wordt bepaald door een interessant stratenpatroon.Er worden symmetrische systemen bedacht, waarbijbijvoorbeeld assen uitzicht bieden op een bijzonder element.Voorzieningen, zoals scholen, kerken en winkels, worden als


18<strong>De</strong> tuinstadgedachte is in Nederland slechts beperkt toegepast.Er kan dan ook eerder gesproken worden van tuin<strong>wijk</strong>en. Eenbekend voorbeeld is Tuindorp Vree<strong>wijk</strong> te Rotterdam. <strong>De</strong> uitbreidingenvan de stad met tuin<strong>wijk</strong>en waren kleinschalig vanaard, geen afzonderlijke eenheden, voorzieningen warenbeperkt en werkgelegenheid was niet of nauwelijks aanwezig.In de vormgeving van de tuin<strong>wijk</strong>en is veel aandacht besteedaan het ontwerp van de (arbeiders of middenstands)woningenen de inrichting van de openbare ruimte met veel groen enbeplantingen. Ook zijn elementen als straten, lanen en singelstoegepast.Naoorlogse periodeNa de Tweede Wereldoorlog stond Nederland voor een enormebouwopgave. Tijdens de oorlogsjaren was de bouwproductievrijwel geheel stil te komen liggen en veel was verwoest.Samen met de naoorlogse bevolkingsexplosie leidde dit tot eengrote woningnood. In eerste instantie werd, naast herstel- enopbouwwerkzaamheden, de woningbouw volgens de vooroorlogsemethode voortgezet. Echter, de woningbouwopgave bleekte veelomvattend om op deze manier door te kunnen gaan.Er ontstond een tweedeling in de stedenbouw en architectuur:de traditionelen en de functionalisten of modernen. <strong>De</strong> traditionelenhielden vast aan traditionele waarden en legden denadruk op beslotenheid, een besloten gemeenschap. <strong>De</strong> functionalistengingen daarentegen uit van ruimtelijkheid en onbegrensdheid,één grote gemeenschap met gelijke kansen doorgelijkheid in woningbouw en buitenruimte. <strong>De</strong> functionalisten,ook wel de architecten van het Nieuwe Bouwen, verenigden zichin het Congrès Internationaux d’Architecture Moderne (CIAM).Zij hadden een concrete visie op stedenbouw en architectuur,waarbij architectuur functioneel en met moderne technieken enmaterialen toegepast diende te worden. <strong>De</strong> functionalistenstreefden naar licht, lucht en ruimte. Daarom maakten zij zichsterk voor open verkavelingen. Tot de Tweede Wereldoorlogwerd met name het gesloten bouwblok toegepast. In dezeperiode werd echter al wel geëxperimenteerd met andere verkavelingen.Ter verbetering van het gesloten bouwblok werdenhoeken opengelaten of kon de zuidzijde weggelaten worden. <strong>De</strong>moderne architecten verwierpen deze half-open verkaveling enstonden voor open verkaveling ofwel strokenverkaveling. <strong>De</strong>strokenbouw bestaat uit etage- of eengezinswoningen in langerijen aan voetpaden met groenperken en op dezelfde wijze georiënteerd.<strong>De</strong> architectuur en stedenbouw in de jaren vijftig enzestig is vooral bepaald door de functionalisten. Hun ideeën,tezamen met de ‘<strong>wijk</strong>gedachte’, boden meer houvast in deenorme bouwopgave.<strong>De</strong> Wijkgedachte werd geïntroduceerd in het boek ‘<strong>De</strong> stad dertoekomst, de toekomst der stad’ van A. Bos (1946). <strong>De</strong>zegedachte beschreef de idealen over de naoorlogse samenlevingen de opbouw van de stad. <strong>De</strong> stadsgemeenschap kwam in degrote stad niet meer tot haar recht, het gemeenschapslevenkon zich niet meer ontwikkelen en het individu ging op in demassa. Om het contact tussen mens en omgeving te herstellen,moest de mens een overzichtelijke woonomgeving wordengeboden die hiërarchisch van opzet was: van de woning, debuurt, de <strong>wijk</strong> tot het stadsdeel en de gehele stad. <strong>De</strong> <strong>wijk</strong> (ca.20.000 bewoners) vormde een zelfstandige eenheid en hetschaalniveau voor het ontstaan van een hechte woongemeenschap.Verschillende afgeronde <strong>wijk</strong>en werden gegroepeerdrond boven<strong>wijk</strong>se voorzieningen als parken, winkelcentra etc.Ook op het niveau van de <strong>wijk</strong> en de buurt werden voorzieningengerealiseerd.<strong>De</strong> functionalisten richtten zich op het schaalniveau van de <strong>wijk</strong>


19als geheel en voortbordurend op de <strong>wijk</strong>gedachte werd dewooneenheid geïntroduceerd. <strong>De</strong> wooneenheid is een groeperingvan woonvormen in kleiner verband. <strong>De</strong> samenstelling vaneen wooneenheid bestaat uit verschillende woningtypen: flats,etagewoningen, eengezinswoningen en bejaardenwoningen.Verschillende sociale klassen woonden op deze wijze bij elkaar.Een aantal wooneenheden vormt een buurt met eigen voorzieningenen een aantal buurten samen vormt een <strong>wijk</strong> rondomeen <strong>wijk</strong>centrum. <strong>De</strong> wooneenheid werd opgebouwd volgensstrokenbouwprincipes. In veel plannen werden de wooneenhedenherhaald, waardoor ook wel van stempelbouw werd gesproken.Door herhaling van de ontwerpeenheid in de stedenbouwkundigeopzet ontstond monotonie.<strong>De</strong> jaren vijftig<strong>De</strong> jaren vijftig kenmerken zich door soberheid en waren vooralgericht op materieel herstel. Er moest zo snel en goedkoopmogelijk worden geproduceerd. Plannen moesten eenvoudig enfunctioneel zijn. Prefabricage en rationele bouwstromen dedenhun intrede in de woningbouw. Eén type woning werd in groteaantallen tegelijk gebouwd en kon overal in Nederland wordengeplaatst. Kortom, er was sprake van standaardisatie van dewoningbouw en de nadruk lag op wegwerken van het kwantitatievetekort aan woningen.Tot in de jaren zestig werden zowel traditionele als moderne<strong>wijk</strong>en uitgevoerd. <strong>De</strong> traditionelen grepen terug op vertrouwdevormen, materialen en constructies. <strong>De</strong> modernen wilden technischeen sociale verworvenheden zoveel mogelijk benutten.In tegenstelling tot het verleden werd het op zichzelf staandewoonblok in de vorm van rijtjes huizen in laagbouw of etagebouw(portiekflats) het belangrijkst ontwerpelement.bekostigen werden veel etagewoningen gebouwd. <strong>De</strong> etagebouwzonder lift (portiekflats) leidde tot relatief snelle woningproductieen drukte de prijzen per woning. <strong>De</strong> kwaliteit van de woningenwas echter matig. <strong>De</strong> <strong>wijk</strong> van de jaren zestig bestaat uithoge woongebouwen, etagebouw en brede verkeersaders metdaaraan gelegen <strong>wijk</strong>centra. <strong>De</strong> functiescheiding werd sterkerdoorgevoerd dan in de jaren vijftig: wonen, werken, verkeer enrecreatie hadden een eigen zone.3.2 Buitencentrum woonmilieu typologieOp basis van de bovenstaande stedenbouwkundige ontwikkelingvan buitencentrum woonmilieus in de periode 1920-1970 zijn indit rapport zeven typen buitencentrum woonmilieus onderscheiden.Daarbij is onderscheid gemaakt in twee typen vooroorlogseen vijf typen naoorlogse buitencentrum woonmilieus.Vooroorlogse buitencentrum woonmilieus<strong>De</strong> vooroorlogse buitencentrum woonmilieus worden gekenmerktdoor beslotenheid. Het stratenpatroon is hiërarchischvan opbouw. <strong>De</strong> straatwanden staan aansluitend aan de wegen,<strong>De</strong> jaren zestigMet name in de jaren zestig werd een hoog percentage woningengerealiseerd in de etagebouw en de hoogbouw. <strong>De</strong> nieuwe<strong>wijk</strong>en markeerden een schaalvergroting. Er werden plannenontwikkeld die als het ware gehele stadsdelen omvatten.Hoogbouw speelde daarin een belangrijke rol, omdat de ruimtebeperkt was, maar ook omdat architecten dit zagen als eenonmisbaar verticaal element om de ruimtelijke duidelijkheid tehandhaven.In dit decennium nam het autobezit spectaculair toe. In de stedenbouwwerd dit zichtbaar doordat stratenplannen steedsmeer autowegenplannen werden. Om de stratenstelsels te


20waarbij de woningen op de straat zijn gericht. Er bestaat een duidelijkescheiding tussen openbaar en privé-terreinen. Zorgvuldigeaandacht is gegeven aan de architectuur en de inrichting van deopenbare ruimte, de verbijzondering van gebouwen en plekken enhet creëren van een variatie in hoekoplossingen.1. <strong>De</strong> grootschalige ring<strong>De</strong> grootschalige ring werd in de periode tussen 1920 en 1940 invoornamelijk de grote steden gerealiseerd. <strong>De</strong> <strong>wijk</strong>en van degrootschalige ring liggen aangrenzend aan het historischestadscentrum. <strong>De</strong> stedenbouwkundige opzet van de grootschaligering kenmerkt zich door een rationele, rechtlijnige opbouwvan de wegenstructuur en deels door het gebruik van opvallendegebouwen en pleinen in de <strong>wijk</strong>. Het <strong>wijk</strong>beeld wordt verderbepaald door het gebruik van het gesloten bouwblokbestaande uit meergezinswoningen. Een voorbeeld van eengrootschalige ring is Amsterdam-Zuid.2. TuindorpenHet tuindorp is een kleinschalige, groene <strong>wijk</strong> met voornamelijklaagbouw. Het dorpsachtige karakter komt hierin sterk tot uitdrukking.Het tuindorp kent een rechtlijnige opbouw van dewegenstructuur met daaraan gelegen open bouwblokkenbestaande uit eengezinswoningen. In de <strong>wijk</strong> is nadrukkelijkaandacht besteed aan de vormgeving van de openbare ruimte.<strong>De</strong> tuindorpen zijn veelal opgenomen in de stedelijke morfologie.Een bekend voorbeeld van een tuindorp in Nederland isRotterdam Vree<strong>wijk</strong>.3. Traditionele laagbouw<strong>De</strong> traditionele laagbouw omvat kleinschalige projecten mettraditionele eengezinswoningen. <strong>De</strong> straten zijn rechtlijnig enlopen evenwijdig aan elkaar. Parallel aan de straten liggen deeengezinswoningen in rijtjes. <strong>De</strong> traditionele laagbouw is veeltoegepast in de kleine en middelgrote steden. <strong>De</strong> <strong>wijk</strong>en zijnrondom het stadscentrum gebouwd en liggen veelal in de nabijheidvan een stedelijke ringweg of knooppunt. Een voorbeeldvan traditionele laagbouw is Veendam Noord.4. Portiek<strong>wijk</strong>enPortiek<strong>wijk</strong>en zijn in Nederland op grote schaal gerealiseerd inde jaren vijftig en zestig. <strong>De</strong> wegenstructuur is rechtlijnig vanopzet met evenwijdig of haaks gelegen portieketagewoningen.<strong>De</strong> portieken werden niet hoger dan vijf lagen. <strong>De</strong> verkavelingkenmerkt zich door de toepassing van strokenverkaveling enopen verkavelingen. In portiek<strong>wijk</strong>en is veel groen aanwezig. <strong>De</strong><strong>wijk</strong> is opgedeeld in buurten met ieder haar eigen voorzieningenen op het niveau van de <strong>wijk</strong> is een <strong>wijk</strong>centrum aanwezig.Een voorbeeld van een portiek<strong>wijk</strong> is <strong>De</strong>n HaagMoer<strong>wijk</strong>/Morgenstond.Naoorlogse buitencentrum woonmilieusDirect na de oorlog wordt in een deel van de stedelijke uitbreidingende traditionele bouwmethode voortgezet. Tegelijkertijdontstaan de moderne buitencentrum woonmilieus uit de jarenvijftig en zestig die sterk beïnvloed worden door de <strong>wijk</strong>gedachteen het Nieuwe Bouwen. Dit uit zich onder andere in eenhiërarchische opbouw van het wegenstelsel, een heldere opdelingin buurten, de aanwezigheid van voorzieningen, scheidingvan functies en strokenbouw. Het woonblok vormt een solitairelement, waarbij de directe relatie tussen het woonblok en destraat vervaagt of ontbreekt. Er is sprake van massabouw. <strong>De</strong>ruimte is open, groen en onbegrensd met geen onderscheidtussen openbaar en privé. Hierbij is de ruimte universeel eneenvoudig ingericht.


215. StempelbouwIn de jaren vijftig en zestig werden veel woon<strong>wijk</strong>en gebouwd instempelbouw ofwel wooneenheden. Een geometrische groeperingvan verschillende woonvormen maakte de wooneenheid,die bestemd was voor verschillende bewonerscategorieën. Eencombinatie van wooneenheden vormde buurten en uit buurtenontstond een <strong>wijk</strong>. <strong>De</strong> stempelbouw<strong>wijk</strong>en vormen een aaneengeslotenwoongebied met een beperkte verscheidenheid en eenhiërarchie aan straten, openbaar groen en pleinen. <strong>De</strong> stempelbouwwerd met name in de grotere steden gerealiseerd. Eenvoorbeeld van stempelbouw is Leeuwarden Bilgaard.6. <strong>De</strong> grootschalige laagbouw<strong>wijk</strong>en<strong>De</strong> grootschalige laagbouw<strong>wijk</strong>en komen voornamelijk voor inde middelgrote en kleine steden en werden gerealiseerd tussen1955 en 1970. Het wegenpatroon bestaat uit een hiërarchie vanhoofdwegen tot woonstraten en woonpaden. <strong>De</strong> grootschaligelaagbouw<strong>wijk</strong>en kennen een ruime opzet met aandacht voorgroen- en parkeervoorzieningen. <strong>De</strong> <strong>wijk</strong>en zijn samengestelduit woonblokken van meerdere huizen, met langs de rand vande <strong>wijk</strong> veelal middelhoogbouw of hoogbouwwoningen. Eenvoorbeeld van een grootschalige laagbouw<strong>wijk</strong> is EmmenAngelso.7. <strong>De</strong> grootschalige hoogbouw<strong>wijk</strong>en<strong>De</strong> grootschalige hoogbouw<strong>wijk</strong>en zijn hoofdzakelijk tussen1960 en 1970 gebouwd. <strong>De</strong> <strong>wijk</strong> kent een duidelijke geleding vanstadsdeel, <strong>wijk</strong> en buurt. Dit type woonmilieu kenmerkt zichdoor een concentratie van de hoge flatgebouwen gebouwd instroken en hoven en clusters van laagbouwverkaveling in eenparkachtige omgeving. In de opzet van de <strong>wijk</strong>en is nadrukkelijkaandacht besteed aan de ruimte voor de auto (autowegen enparkeervoorzieningen). Een voorbeeld van een grootschaligehoogbouw<strong>wijk</strong> is <strong>De</strong>lft Voorhof.3.3 Archetypen<strong>De</strong> typen buitencentrum woonmilieus zijn zeer divers in hunverschijningsvorm. Iedere <strong>wijk</strong> heeft zijn eigen fysiek-ruimtelijkekenmerken. Om deze kenmerken overzichtelijk in beeld tebrengen, is een aantal archetypische <strong>wijk</strong>en in het nagaandeomschreven. <strong>De</strong> archetypen dienen als voorbeeld voor het typebuitencentrum woonmilieu.Niet alle typen buitencentrum woonmilieus kennen problemenin hun fysiek-ruimtelijke opbouw.Aan de vooroorlogse <strong>wijk</strong>en zoals de ‘Grootschalige Ring’ en de‘Tuindorpen’ ligt over het algemeen een stedenbouwkundigestructuur ten grondslag, die ook in het heden goed houdbaarblijkt. Fysiek-ruimtelijke problemen zijn hier met name op hetniveau van de woning aanwijsbaar (bijvoorbeeld kleine woningen,verouderde bouwtechnische staat). In deze vooroorlogse<strong>wijk</strong>en bestaat geen directe noodzaak tot het uitvoeren vangrootschalige herstructureringsoperaties. <strong>De</strong> Grootschalig Ringen de Tuindorpen vormen dan ook geen onderdeel van hetwaarderingssysteem en worden ook in de beschrijving vanarchetypen buiten beschouwing gelaten.Het is met name in de naoorlogse <strong>wijk</strong>en dat de stedenbouwkundigestructuur tot problemen leidt. Dit betekent niet dat inalle naoorlogse <strong>wijk</strong>en van de jaren vijftig en zestig zich evenveelproblemen voordoen. Er zijn ook <strong>wijk</strong>en of delen van <strong>wijk</strong>enaanwijsbaar die in deze periode gerealiseerd zijn en die nogvoorzien in de behoefte aan woonkwaliteit. Als voorbeelden vanarchetypen is evenwel gekozen voor <strong>wijk</strong>en waar reeds op her-


22structurering is ingezet. Voor sommige <strong>wijk</strong>en zijn de herstructureringsplannenreeds in uitvoering.Samenvattend is in het onderstaande schema de buitencentrumwoonmilieu typologie met bijbehorende voorbeeld/archetypeweergeven:In het navolgende zijn de archetypen Veendam-Noord, <strong>De</strong>nHaag Moer<strong>wijk</strong>/Morgenstond, Leeuwarden Bilgaard, EmmenAngelso en <strong>De</strong>lft Voorhof op hun fysiek-ruimtelijke kenmerkenbeschreven.Daarbij komen de volgende aspecten aan de orde:• Achterliggende gedachte;• Hoofdopzet;• Verkaveling;• Woningen;• Ontsluitingsstructuur• Buitenruimte/groen;• Voorzieningen.<strong>De</strong> ‘achterliggende gedachte’ is niet een direct fysiek-ruimtelijkaspect, maar geeft wel aan welke stedenbouwkundige opvattingenen visies ten grondslag hebben gelegen aan de fysieke verschijningsvormvan deze <strong>wijk</strong>en. Daarmee kunnen de <strong>wijk</strong>enbinnen een cultuurhistorisch perspectief geplaatst worden. <strong>De</strong>cultuurhistorische waarde kan namelijk ook een belangrijkeafwegingsfactor vormen in de keuze voor de mate van herstructurering.Buitencentrumwoonmilieu typologieArchetypen• Grootschalige ring• TuindorpenAmsterdam-ZuidRotterdam Vree<strong>wijk</strong>• Traditionele laagbouw• Portiek<strong>wijk</strong>en• Stempelbouw• Grootschalige laagbouw<strong>wijk</strong>en• Grootschalige hoogbouwVeendam-Noord<strong>De</strong>nHaag,Moer<strong>wijk</strong>/MorgenstondLeeuwarden BilgaardEmmen Angelslo<strong>De</strong>lft Voorhof


23Veendam-NoordAchterliggende gedachte<strong>De</strong> <strong>wijk</strong> Veendam-Noord is in de periode 1950-1960 gebouwd.Aan de opzet van Veendam-Noord ligt geen specifieke gedachteten grondslag. Enerzijds is voortgeborduurd op bestaandebebouwingslinten en anderzijds zijn elementen van het NieuweBouwen herkenbaar (licht, lucht en ruimte) zoals de ruimeopzet, grote open groenstructuur, hier en daar strokenverkavelingetc. Er is sprake van een opdeling in buurten, maar eenduidelijke hiërarchie conform de <strong>wijk</strong>gedachte ontbreekt.Hoofdopzet<strong>De</strong> hoofdopzet van Veendam-Noord wordt gekenmerkt door eenvrij rechthoekig stratenpatroon en een centraal gelegen bredegroenstructuur. <strong>De</strong> wegen- en groenstructuur bepalen de verdelingvan de <strong>wijk</strong> in buurten en bouwblokken. Met name groenen water zorgen voor een sterk scheidende werking tussen debuurten onderling. Het water refereert aan de oorspronkelijkeloop van een voormalig veenriviertje. Binnen de buurten is hetgroen eveneens nadrukkelijk aanwezig. Diverse voorzieningenliggen verspreidt in de <strong>wijk</strong>.Verkaveling<strong>De</strong> overheersende verkavelingvorm in Veendam-Noord bestaatuit een noord-zuid gerichte open verkaveling, welke is gebaseerdop het oude verloop van het slotenpatroon. <strong>De</strong> eengezinsenflatwoningen liggen parallel aan de wegen, waarbij in meerof mindere mate sprake is van gesloten bebouwingswanden. Opeen aantal plaatsen komen open bouwblokken en strokenverkavelingvoor. Langs de randen van de <strong>wijk</strong> zijn nog oude veenkolonialebebouwingslinten herkenbaar, met name aan de hoofdontsluitingswegen.Ontsluitingsstructuur<strong>De</strong> <strong>wijk</strong> wordt ontsloten door twee hoofdontsluitingswegen, diede <strong>wijk</strong> met het centrum verbinden. <strong>De</strong> ontsluiting voor autoverkeeris goed. <strong>De</strong> wegen hebben een breed profiel en zijn voorzienvan parkeerstroken, voet- en fietspaden. <strong>De</strong> wegen hebbenzowel een verkeersfunctie als een directe ontsluitingsfunctievoor de aanliggende woningen. Vanaf de hoofdwegen worden debuurten verder ontsloten door woonstraten, die in oost-westrichting de buurten onderling verbinden en tevens op een aantalplaatsen de groen- en waterstructuur doorsnijden. Langerechtstanden leiden tot verkeersonveilige situaties.WoningenIn Veendam-Noord overheersen de laagbouwwoningen. Dit zijnin hoofdzaak eengezins rijenwoningen. Daarnaast komen ookkleine seniorenwoningen in laagbouw en flatwoningen in driewoonlagen voor. <strong>De</strong> woningen kennen weinig variatie in architectonischevormgeving. <strong>De</strong> bebouwing is veelal voorzien vaneen kap, maar sober gedetailleerd, waarbij architectonischeaccenten grotendeels ontbreken. <strong>De</strong> eenzijdige vormgeving enhet rechtlijnige stratenpatroon geven de woonomgeving eeneenvormige uitstraling. Aan de belangrijkste uitvalswegendomineert de oude karakteristieke veenkoloniale lintbebouwing,die veelal in particulier bezit is.Buitenruimte/Groen<strong>De</strong> eengezinswoningen hebben een eigen tuin. Er is sprake vaneen duidelijke scheiding tussen privé en openbare ruimten.<strong>De</strong> groenstructuur in de <strong>wijk</strong> wordt met name bepaald door eenwigvormige parkzone in noord-zuidrichting. Hiermee bestaateen omvangrijk deel van de buitenruimte uit openbaar of collectiefgroengebied. In de parkzone ligt een snoer van vijverpartijen.<strong>De</strong>ze zogenaamde groen-blauwe structuur verbindt de


24<strong>wijk</strong> met het zuidelijker gelegen centrum en een noordelijkgelegen natuurgebied. Vanuit de parkzone loopt de groenstructuurplaatselijk door tot in de buurten. <strong>De</strong> samenhang tussende groengebieden onderling is gering en de kwaliteit en hetonderhoud van het groen worden laag gewaardeerd.Voorzieningen<strong>De</strong> voorzieningen liggen verspreidt over de <strong>wijk</strong> met een concentratiein het zuidoosten. Aan de noordzijde zijn een recreatiegebiedmet volkstuintjes, een buurthuis, basisschool en kinderdagverblijfaanwezig. In het zuidoostelijk deel van de <strong>wijk</strong>wordt het bebouwingsbeeld gedomineerd door <strong>wijk</strong>voorzieningen,waaronder een winkelcentrum, een school, culturele voorzieningenetc.Moer<strong>wijk</strong> en Morgenstond (<strong>De</strong>n haag Zuidwest)Achterliggende gedachteHet Uitbreidingsplan <strong>De</strong>n Haag Zuidwest is door Berlagegestart en door de architect W.M. Dudok -sterk gewijzigd- afgerond.Dudok’s ideeën komen het best tot uitdrukking in de eerstetwee <strong>wijk</strong>en van <strong>De</strong>n Haag Zuidwest: Moer<strong>wijk</strong> enMorgenstond. <strong>De</strong>ze <strong>wijk</strong>en zijn in de periode 1948 tot 1958gebouwd. Het werk van Dudok is niet aan een bepaalde stromingtoe te rekenen. Hij werd beïnvloed door Berlage en <strong>De</strong>Stijl, maar zijn eigen stijl ligt dichter bij het Nieuwe Bouwen. Inde <strong>wijk</strong> is een rationele verdeling van de functies wonen, werken,recreëren en verkeer duidelijk herkenbaar. Naast dezefunctionele benadering moest de <strong>wijk</strong> ook voldoende licht, luchten groen aan zijn bewoners bieden. Dit uit zich in open bouwblokken,strokenbouw en veel open groengebieden. Met het velegroen wilde Dudok een parallel leggen met de EngelseTuinsteden.<strong>De</strong> schoonheid van <strong>wijk</strong>en drukte zich volgens Dudok uit in simpeleherhaling. Een regelmatig, eenvormig en eenvoudig verkavelingpatroonis hiervan het resultaat. Ook de <strong>wijk</strong>gedachtekomt tot uitdrukking in plannen voor Morgenstond en Moer<strong>wijk</strong>:een hiërarchische structuur met een opbouw uit buurten diedeel uitmaken van een groter geheel.Hoofdopzet<strong>De</strong> hoofdopzet van Moer<strong>wijk</strong> en Morgenstond wordt gekenmerkt


25door een rechthoekig patroon van hoofdwegen, singels, lanenen woonstraten. <strong>De</strong> wegenstructuur is hiërarchisch van opbouwen is bepalend voor de verdeling van de <strong>wijk</strong> in buurten enbouwblokken. <strong>De</strong> grote breedte van de hoofdwegen in en rondde <strong>wijk</strong>en zorgt daarbij voor een sterke scheidende werking. <strong>De</strong><strong>wijk</strong>en kennen verder een ruime opzet met doorzichten, doorgaandegroene ruimten en doorlopende lanen en singels. In ennabij de <strong>wijk</strong>en zijn parken en voorzieningen aanwezig.VerkavelingBinnen de bouwblokken is in hoofdzaak sprake van strokenverkaveling,bestaande uit portieketageflats van maximaal 4 lagen.In Moer<strong>wijk</strong> zijn de flats geordend langs de wegen, waardooreen structuur ontstaat van besloten binnenterreinen met aanvier zijden flats met openingen op de hoeken. In Morgenstond iszowel sprake van flats gesitueerd langs de straten als flatrijenhaaks op de weg.Ontsluitingsstructuur<strong>De</strong> <strong>wijk</strong>en worden ontsloten door brede doorgaande wegen.<strong>De</strong>ze ontsluitingswegen hebben nadrukkelijk een verkeersfunctie.Bij de hoofdwegen zijn de rijbanen van elkaar gescheidendoor een groenstrook met water en boombeplanting. <strong>De</strong> inrichtingvan de wegen is met name op de auto georiënteerd. <strong>De</strong>ontsluiting voor de auto is goed. Tegelijk ontstaan hierdoor verkeersonveiligesituaties, met name op belangrijke kruisingen.Fietspaden en trottoirs lopen grotendeels direct langs dewegen.Het gebied wordt tevens doorkruist door bus- en tramlijnen diemet name op het centrum zijn georiënteerd. Aan de rand vanMoer<strong>wijk</strong> is bovendien een treinstation aanwezig.Parkeergelegenheid is in principe voldoende aanwezig. Wel ontbrekenspecifieke parkeervoorzieningen.de jaren zestig is een overgang te zien naar een steeds soberderen functionelere architectuur: daken worden platter, deplasticiteit van de gevels neemt af en de horizontale geledingwordt sterker. Er zijn fraaie voorbeelden te vinden van jaren vijftigarchitectuur, maar de vormgeving is veelal uit de tijd.Buitenruimte/GroenIn <strong>De</strong>n Haag Zuidwest is een omvangrijk deel van de buitenruimteopenbaar of collectief groengebied. Op stadsdeelniveauzijn er groenzones met sport en speelvelden. Te midden van debebouwing bevinden zich open, parkachtig ingerichte groenzones.Fraai zijn de brede singels met verbindingen naar de parken.Ook is er een variëteit aan binnenterreinen; openbaar,semi-openbaar of per complex geprivatiseerd. Sommige zijnlommerrijk, andere bestaan uit gras met hier en daar eenboom; sommige bevatten privé-tuinen andere speelplaatsen.Kenmerkend is dat de status van vele verspreid liggende openvelden en binnenterreinen niet altijd even duidelijk is.Voorzieningen<strong>De</strong> <strong>wijk</strong>en grenzen aan een grote groenzone (sportpark) en eenWoningenIn Moer<strong>wijk</strong> en Morgenstond staan in hoofdzaak portiekwoningen(gemiddeld 80%). In Morgenstond staan verder een beperktaantal eengezinswoningen en hoogbouwflats. <strong>De</strong> woningen zijntamelijk gelijksoortig qua grootte en typologie en hebben vaakgeen directe relatie met het maaiveld (er is vaak geen directetoegang vanuit de portiek naar het binnenterrein). <strong>De</strong> onderstelaag van de portiekflats bevat de bergingen en ligt half verdiept.<strong>De</strong> architectonische kwaliteit van individuele gebouwen neemtaf naarmate de woningen jonger zijn. Van eind jaren veertig tot


26stadspark (Zuiderpark). Binnen de <strong>wijk</strong> is een overaanbod vanscholen, winkels en sportvoorzieningen. <strong>De</strong> voorzieningen zijnevenwichtig verdeeld over de <strong>wijk</strong>, maar gebrek aan draagvlakleidt tot leegstand. In beide <strong>wijk</strong>en liggen kleine buurtwinkelcentraen centraal in Morgenstond ligt een klein stadsdeelcentrum.Sociaal culturele voorzieningen, bedrijven en kantorenzijn er vrijwel niet.Bilgaard (Leeuwarden)Achterliggende gedachteHet Uitbreidingsplan 1959 van de gemeente Leeuwarden voorzagin een uitbreiding van de stad in het gebied aan de noordzijdevan de rondweg. Bilgaard maakt deel uit van deze stadsuitbreidingen werd gebouwd in de periode 1962 tot 1970. Hetstedenbouwkundig plan voor Bilgaard werd ontwikkeld door hetbureau Van den Broek en Bakema. Zij liet zich daarin inspirerendoor de principes van het Nieuwe Bouwen en de wooneenheid.<strong>De</strong> functies wonen, werken, verkeer, voorzieningen hebbenieder een duidelijke eigen plek binnen de <strong>wijk</strong>. <strong>De</strong> ontwerpersstreefden naar een <strong>wijk</strong> die licht, lucht en groen aan zijn bewonerszou bieden. Echter, een verhoging van de woningdichtheiden daarbij vergroting van de wooneenheden lieten hiertoe minderruimte over dan wenselijk.<strong>De</strong> ontwerpers spraken niet langer van wooneenheden, maarvan buurteenheden. Iedere eenheid bestaande uit een combinatievan laagbouw, middelhoogbouw en hoogbouw. Vanuit iederewoonvorm was het mogelijk de twee andere visueel te ervaren,zodat ook wel van een ‘visuele groep’ werd gesproken. <strong>De</strong> buurteenhedenwerden, als in stempels, herhaald.Verkaveling<strong>De</strong> verkaveling binnen de buurten kenmerkt zich door een herhalingvan wooneenheden bestaande uit een combinatie vanlaagbouw, middelhoogbouw en hoogbouw. Veelal is sprake vaneen patroon, waarbij de verschillende typen woningen haaks opelkaar zijn gesitueerd. Echter, woningen binnen dezelfde typologieliggen veelal parallel aan elkaar. Binnen een buurteenheidontstaan op deze wijze stempels van wooneenheden. <strong>De</strong> ruimtelijkesamenhang wordt versterkt door situering van de hogeregebouwen langs de randen.Ontsluitingsstructuur<strong>De</strong> <strong>wijk</strong> wordt vanaf de aan de zuidzijde gelegen rondweg doortwee belangrijke straten ontsloten. <strong>De</strong>ze straten komen uit opde centraal in de <strong>wijk</strong> lopende ontsluitingsas. <strong>De</strong> centrale ontsluitingsasdoorkruist de <strong>wijk</strong> in oost-westelijke richting en verdeeltdeze in een noordelijk en zuidelijk deel. Vanaf de centraleontsluitingsas worden de afzonderlijke buurten door middel vanéén buurtstraat ontsloten. <strong>De</strong> buurtstraten eindigen in parkeerplaatsen.Hoofdopzet<strong>De</strong> hoofdopzet van Bilgaard bestaat uit een opbouw in negengelijke buurteenheden, die als stempels herhaald langs eencentrale as in de <strong>wijk</strong> zijn geprojecteerd. Daarbij is een duidelijkescheiding zichtbaar tussen het patroon van de buurteenhedenaan de noordzijde en aan de zuidzijde van de centrale as.Langs de centrale as zijn tevens de voorzieningen geconcentreerd.Ontsluiting van de buurten vindt vanaf de centrale asplaats. <strong>De</strong> buurten worden onderling van elkaar gescheidendoor een groenstructuur, die tezamen met de verkeersstructuurzorgt voor een geleding van de totale <strong>wijk</strong>.


27Woningen<strong>De</strong> <strong>wijk</strong> kent een afwisseling in laagbouw, middelhoogbouw enhoogbouw. Ondanks deze ruimtelijke differentiatie is er vanuitarchitectonisch oogpunt weinig variatie. Het geheel biedt eeneentonige herhaling, ook tussen de buurteenheden onderling.Voor de (middel)hoogbouw werd een nieuw type woonvorm ontworpen:het split level type. <strong>De</strong> woonverdiepingen verspringendaarbij een halve laag ten opzichte van de galerijstraat. <strong>De</strong> ontwerpersstreefden ernaar op deze wijze ‘woonpaden in deruimte’ te creëren. In de werkelijkheid bleken deze woonpadenniet als dusdanig te functioneren.Buitenruimte/GroenTussen de buurteenheden onderling en aan de randen van de<strong>wijk</strong> concentreert zich het openbaar groen. Vanaf de groeneranden van de <strong>wijk</strong> dringt het groen tussen de buurteenhedentot in de centrale as door. Veelal beschikken de laagbouwwoningen over een privé-tuin. In de (middel)hoogbouw is sprakevan gemeenschappelijk groen, waarbij de scheiding tussenopenbaar en privé-groen niet altijd duidelijk herkenbaar is.Voorzieningen<strong>De</strong> <strong>wijk</strong> heeft een centrale voorzieningenstrook, met onder andereeen winkelcentrum, <strong>wijk</strong>gebouw, bibliotheek en kerken. Het <strong>wijk</strong>centrumis ruim opgezet. Buiten het <strong>wijk</strong>centrum komen verspreidtnog enkele voorzieningen voor (o.a. sport en onderwijs).Als gevolg van de vrije ligging en de vele groenzones <strong>wijk</strong>tAngelslo in dichtheid af van <strong>wijk</strong>en die elders in Nederland volgensde <strong>wijk</strong>gedachte gebouwd zijn. Met een ongeveer hetzelfdeinwoneraantal word een bijna tweemaal zo groot oppervlaktebestreken.HoofdopzetAngelslo is opgebouwd uit een aantal buurten die door bredegroenstroken van elkaar worden gescheiden. <strong>De</strong> buurten wordenontsloten vanaf een centrale ontsluitingsweg die middendoor de <strong>wijk</strong> slingert. <strong>De</strong> wegenstructuur is hiërarchisch opgebouwdin een <strong>wijk</strong>ontsluitingsweg op het hoogste niveau tot dewoonerven op het laagste niveau. <strong>De</strong> buurten kenmerken zichdoor de aanwezigheid van veel groen, zowel openbaar groen alsprivé-groen in de vorm van diepe achtertuinen. Om het groenekarakter te versterken was hoogbouw en etagebouw in de <strong>wijk</strong>enminder wenselijk. <strong>De</strong> voorzieningen bevinden zich langs dehoofdontsluiting en in de groenzones. als openbaar groen).Verkaveling<strong>De</strong> verkaveling binnen de buurten worden gekenmerkt door eenAngelslo (Emmen)Achterliggende gedachteAngelslo is de eerste naoorlogse uitbreidings<strong>wijk</strong> die in navolgingvan het stedenbouwkundig plan van 1958 van ir. N.A. deBoer is gebouwd. Emmen moest een stad worden waarin iedereenprettig zou kunnen wonen. Hierbij werd uitgegaan van hetconcept “Open groene stad”. <strong>De</strong> nieuwe woon<strong>wijk</strong>en kwamenvrij in het landschap te liggen en werden voorzien van veelgroenzones en speelgelegenheden. Het concept van de OpenGroene Stad is geïnspireerd op het Nieuwe Bouwen en de <strong>wijk</strong>gedachte.Angelslo is in de periode tussen 1961 en 1967 gebouwd envormt een zelfstandige <strong>wijk</strong> met eigen voorzieningen en kenteen duidelijke hiërarchische opbouw in buurten en straten. Ookis een rationele verdeling van de functies wonen, recreëren enverkeer duidelijk zichtbaar.


28repeterende strokenverkaveling aan weerszijden van de buurtontsluitingsweg.<strong>De</strong> uitleg van de <strong>wijk</strong> Angelslo kan gezienworden als een eerste aanzet tot de realisatie van wat later“woonerven” werden genoemd. Herkenbaar zijn de zogenaamde“cul-de-sacs”: doodlopende straten, waaraan de woningenhaaks of parallel aan gerangschikt staan. Kenmerkend is eveneenshet speels verspringen van de rooilijnen.Ontsluitingsstructuur<strong>De</strong> <strong>wijk</strong> wordt ontsloten door een centrale brede hoofdontsluitingsweg,die als doorgaande weg de <strong>wijk</strong> doorsnijdt. <strong>De</strong>ze wegheeft nadrukkelijk een functie voor het autoverkeer en sluitrechtstreeks aan op een provinciale weg. Langs de wegen isgeen ruimte gereserveerd voor fietsers en voetgangers. Vanafde hoofdsontsluitingsweg worden de afzonderlijke buurten voorde auto ontsloten via buurtstraten. <strong>De</strong>ze geven toegang tot dewoonerven, waarin de auto geen plaats heeft.Kenmerkend voor de <strong>wijk</strong> is dat de verkeersstromen van auto’senerzijds en fietsers en voetgangers anderzijds van elkaar wordengescheiden. Binnen de woonerven en in de groenzones tussende buurten zijn de voet- en fietspaden aangelegd, die devoetganger of fietser zonder hinder te ondervinden van auto’snaar elders kan leiden.WoningenIn Angelslo overheerst de laagbouw in de vorm van eengezinswoningen.<strong>De</strong> woningen zijn vanuit architectonisch uitgangspunteenvormig van aard. <strong>De</strong> vormgeving is functioneel en de woningenzijn voorzien van platte daken. Het hierdoor ontstane beeldvan eentonigheid en massaliteit wordt enigszins doorbrokendoor het gebruik van verspringende rooilijnen. Daarnaast werdendestijds zogenaamde “geknipte woningen” toegepast. Ditwas een doorsnee woningwetwoning waarvan de delen tenopzichte van elkaar verschoven waren.groenstroken en worden ontsloten via woonpaden. <strong>De</strong> scheidingtussen openbaar en privé-groen is niet overal even duidelijk.VoorzieningenNaast de groenzones liggen de <strong>wijk</strong>voorzieningen geconcentreerdin het <strong>wijk</strong>centrum aan de hoofdontsluitingsweg. Het <strong>wijk</strong>centrumis ruim opgezet, waarin de afzonderlijke gebouwen als scholen,kerk etc. een eigen plek hebben. Elke buurt heeft daarmee eeneigen “poortgebouw” langs de <strong>wijk</strong>ontsluitingsweg.Voorhof (<strong>De</strong>lft)Achterliggende gedachte<strong>De</strong> Voorhof is gebouwd in de periode 1961-1970 en is ontworpendoor architect S.J. van Embden. Van Embden verkeerde voor deTweede Wereldoorlog vooral in de kringen van traditionalistM.J. Grandpré Molière. Na de oorlog steunde van Embden devisie van het Nieuwe Bouwen en streefde naar functiescheiding,helderheid, overzicht en een strakke ordening van gebouwen.Hoge woongebouwen, brede verkeersaders en een strak stramienmet consequent herhaalde ontwerpeenheden en groteBuitenruimte/GroenEen omvangrijk deel van de buitenruimte in Angelslo bestaat uitopenbaar groen. Dit is mede te verklaren doordat vóór de bouwvan de <strong>wijk</strong> het gebied uit bosgebied bestond.Op het niveau van de gehele <strong>wijk</strong> dringt het groen vanuit deomgeving diep de <strong>wijk</strong> in. Binnen deze groenzones, die eveneensals scheiding tussen de buurten dienen, zijn voorzieningenals basisscholen en speelvoorzieningen gesitueerd. Ook binnende buurten overheerst een groen beeld. <strong>De</strong> woningen beschikkenover royale achtertuinen en veel woningen zijn gelegen aan


29groenelementen werden ingezet om de <strong>wijk</strong> stedelijke allure tegeven. <strong>De</strong> <strong>wijk</strong> heeft daarmee enerzijds kenmerken van de <strong>wijk</strong>gedachteen het Nieuwe Bouwen, anderzijds is duidelijk sprakevan schaalvergroting van verkeerswegen en gebouwen.Hoofdopzet<strong>De</strong> hoofdopzet van de Voorhof wordt gekenmerkt door een forseverkeersstructuur en grootschalige bebouwing. <strong>De</strong> <strong>wijk</strong> ligt alsgeheel ingeklemd tussen het spoor en belangrijke verkeerswegenen wordt doorsneden door een assenkruis van zeer bredeverkeerswegen. <strong>De</strong> grote breedte van de hoofdwegen in en rondde <strong>wijk</strong> zorgt voor een sterke scheidende werking. <strong>De</strong> <strong>wijk</strong>wordt opgedeeld in vier verschillende buurten, die ontslotenworden vanaf de centrale verkeersader. <strong>De</strong> bebouwing isgegroepeerd in ontwerpeenheden. Langs de verkeerswegenstaan in hoofdzaak hoge flats. Centraal in de <strong>wijk</strong> ligt een grootwinkelcentrum, een aantal voorzieningen ligt aan weerszijdenvan een grote verkeerskruising. <strong>De</strong> bebouwingsdichtheid is erghoog en bestaat in hoofdzaak uit woningen. In het noord-westelijkdeel van de <strong>wijk</strong> is met name ook sprake van bedrijvigheid.VerkavelingBinnen de buurten is in hoofdzaak sprake van een strokenverkaveling.<strong>De</strong> bouwstroken maken deel uit van ontwerpeenhedendie per buurt verschillen. <strong>De</strong> hoogste bebouwing (17 lagen) concentreertzich daarbij met name langs de hoofdwegen, laagbouwbevindt zich middenin of aan de randen van de buurten.Flats staan zowel langs als haaks op de wegen.Binnenterreinen en verkeersruimten lopen veelal in elkaar over.Ontsluitingsstructuur<strong>De</strong> <strong>wijk</strong>en worden ontsloten door brede doorgaande wegen.<strong>De</strong>ze ontsluitingswegen hebben nadrukkelijk een verkeersfunctie.<strong>De</strong> inrichting van de wegen is met name op de auto georiënteerd.<strong>De</strong> ontsluiting voor de auto is dan ook goed. Door debreedte en de drukke verkeersfunctie van deze wegen is deoversteekbaarheid gering. <strong>De</strong> hoofdwegen zijn voorzien van vrijliggendevoet- en fietspaden. Het gebied wordt tevens doorkruistdoor buslijnen en een tramlijn. Ten behoeve van parkerenzijn grote parkeerterreinen aangelegd.WoningenIn de Voorhof staan in hoofdzaak gallerijflats, portiekflats eneen aantal eengezinswoningen. <strong>De</strong> flats zijn tamelijk gelijksoortigqua grootte en typologie en hebben vaak geen directe relatiemet het maaiveld. <strong>De</strong> bebouwing is functioneel vormgegeven envoorzien van platte daken. <strong>De</strong> architectonische kwaliteit van deflats is gering.Buitenruimte/Groen<strong>De</strong> hoeveelheid groen verschilt per buurt. Het gebruiksgroenbinnen de <strong>wijk</strong> is beperkt. <strong>De</strong> buurten worden doorsneden doorgroensingels en watergangen en aan de voorzijde van flats zijnplantsoenen aangelegd. Tussen een aantal flats is sprake vaneen gemeenschappelijke buitenruimte in de vorm van een groenveld. <strong>De</strong> buitenruimte rond de flats wordt echter vooral inbeslag genomen door parkeerplaatsen. <strong>De</strong> eengezinswoningenzijn voorzien van voor- en achtertuinen.Voorzieningen<strong>De</strong> <strong>wijk</strong> beschikt over een winkelcentrum en diverse <strong>wijk</strong>functies.<strong>De</strong>ze voorzieningen liggen geconcentreerd op een centraleplek in de <strong>wijk</strong>. Verspreid in de <strong>wijk</strong> liggen enkele kerken enscholen.3.4 Sterke en zwakke puntenVeel van de naoorlogse buitencentrum woonmilieus hebben dekenmerken van het Nieuwe Bouwen en de <strong>wijk</strong>gedachte. <strong>De</strong>sterke en zwakke punten van deze woonmilieus komen veelalovereen. Ook zijn er duidelijke overeenkomsten met de <strong>wijk</strong>enontworpen door de traditionelen. Globaal kunnen de buitencentrumwoonmilieus als volgt worden toebedeeld aan de stromingenvan modernen en traditionelen:TraditionelenTraditionele laagbouwModernenPortiek<strong>wijk</strong>enStempelbouwGrootschalige laagbouwGrootschalige hoogbouwVeendam-NoordVeendamMoer<strong>wijk</strong>/Morgenstond<strong>De</strong>n HaagBilgaardLeeuwardenAngelsloEmmenVoorhof<strong>De</strong>lft


30In deze paragraaf wordt een algemene omschrijving gegevenvan de sterke en zwakke punten van de naoorlogse buitencentrumwoonmilieus. Voor bepaalde punten bestaan er verschillentussen de traditionele en de moderne woonmilieus, deze zijndan specifiek aangegeven.<strong>De</strong> sterke punten van de traditionele en moderne buitencentrumwoonmilieus kunnen beschouwd worden als bestaande kwaliteiten.<strong>De</strong>ze vragen om behoud en versterking. <strong>De</strong> zwakke puntenzijn te beschouwen als fysiek-ruimtelijke problemen die om eenoplossing vragen. Sommige problemen zullen daarbij eenvoudigeraan te pakken zijn dan andere. Aspecten die nu nog negatiefzijn, kunnen als positieve kansen benaderd worden.In het navolgende worden de sterke en zwakke punten op devolgende fysiek-ruimtelijke aspecten beschreven:• Hoofdopzet• Verkaveling en woning• Ontsluitingsstructuur en parkeren• Groenstructuur en openbare ruimte• VoorzieningenSterke puntenHoofdopzet<strong>De</strong> naoorlogse buitencentrum woonmilieus kennen een ruimeopzet met veel groen en water, die licht, lucht en ruimte biedt.<strong>De</strong> hoofdstructuur heeft in de traditionele <strong>wijk</strong>en een rechtlijnigeopzet en in moderne <strong>wijk</strong>en een sterk orthogonale en hiërarchischeopbouw. <strong>De</strong>ze structuur geeft helderheid en flexibiliteit.Veel van de naoorlogse buitencentrum woonmilieus liggen oprelatief korte afstand van het stadscentrum.Verkaveling en woning<strong>De</strong> schaal van de bebouwing in de traditionele <strong>wijk</strong>en sluit goedaan op de menselijke maat. Met name in de traditionele laagbouwen de grootschalige laagbouw bestaat een positieve waarderingvoor de aanwezigheid van een eigen tuin, waardoor contactmet het maaiveld mogelijk is. In deze <strong>wijk</strong>en is ook eenduidelijke scheiding tussen openbare en privé-ruimte zichtbaar.<strong>De</strong> woningen in de naoorlogse buitencentrum woonmilieus kenneneen goede bezonning.


31Ontsluitingsstructuur en parkeren<strong>De</strong> ontsluiting van de <strong>wijk</strong>en is veelal goed, met name voor hetautoverkeer. <strong>De</strong> wegenstructuur is breed opgezet.Binnen de <strong>wijk</strong> is voldoende parkeercapaciteit aanwezig.Groenstructuur en openbare ruimteIn zowel traditionele als moderne buitencentrum woonmilieusis een ruim opgezette groenstructuur aanwezig. Vaak bestaatdaarnaast een waterstructuur (bijvoorbeeld in de vorm van singels).VoorzieningenIn de naoorlogse buitencentrum woonmilieus zijn voldoendevoorzieningen aanwezig op het gebied van winkels, cultureleenwelzijnsvoorzieningen. Met name in de moderne <strong>wijk</strong>en isdaarnaast ook ruimte gegeven aan het spelende kind.Speelplekken voor jongere kinderen zijn dan ook in voldoendemate aanwezig.Zwakke puntenHoofdopzetMet name de moderne <strong>wijk</strong>en hebben een eigen af<strong>wijk</strong>ende stedenbouwkundigestructuur, waardoor de verweving met omliggendebuurten en het stadscentrum vaak gering is. In het ontwerpis in de moderne <strong>wijk</strong>en daarbij ook weinig rekeninggehouden met het onderliggende landschap.<strong>De</strong> heldere hoofdopzet van de naoorlogse buitencentrum woonmilieuswordt op het niveau van de bebouwing niet ondersteund.<strong>De</strong> bebouwingsstructuur is veelal eenvormig van aarden eenzijdig gericht op de woonfunctie. Door een herhaling vanelementen wordt de <strong>wijk</strong> eentonig en onoverzichtelijk. Dit wordtveelal versterkt door het gebrek aan markante bebouwing ofherkenningspunten.<strong>De</strong> ruime opzet heeft tevens een keerzijde; een inefficiëntgebruik van de ruimte. Met name in de grootschalige hoogbouw<strong>wijk</strong>enis (te)veel ruimte gegeven aan de autowegen. Ditgaat ten koste van de leefkwaliteit en verkeersveiligheid. <strong>De</strong>schaalvergroting van de wegen en de bebouwing gaat ten kostevan de menselijke maat.Verkaveling en woningEen algemene problematiek die zich voordoet in alle naoorlogsebuitencentrum woonmilieus is niet alleen de overheersing vande woonfunctie, maar ook de overheersing van één woningtype.<strong>De</strong> herhaling van hetzelfde woningtype leidt tot een eentonigheidin het straatbeeld. <strong>De</strong> woningen kennen over het algemeeneen sobere en functionele architectuur met een geringe architectonischekwaliteit. Het woonoppervlak is klein en sluit nietaan bij de huidige woonwensen. In portiekflats wordt het ontbrekenvan een lift als nadelig ervaren. Bovendien is bij de flatshet contact met het maaiveld gering en is de individuele buitenruimteniet of beperkt aanwezig.Ontsluitingsstructuur en parkeren<strong>De</strong> brede en rechte wegen van de traditionele en moderne buitencentrumwoonmilieus lokken hoge snelheden uit. Dit leidttot verkeersonveilige situaties. Vaak zijn er geen of onvoldoendeveilige oversteekmogelijkheden. <strong>De</strong> wegen hebben met nameeen verkeersfunctie en geen verblijfsfunctie. Dit is vooral goedzichtbaar in de <strong>wijk</strong>en van de grootschalige hoogbouw. Aan deontsluiting voor langzaamverkeer is vaak minder aandachtbesteed.Het beeld van de openbare ruimte wordt beheerst door de aanwezigheidvan geparkeerde auto’s.Groenstructuur en openbare ruimteProblemen met de groenstructuur in met name de modernebuitencentrum woonmilieus zijn veelal het directe gevolg vanhet ontwerpuitgangspunt dat de bebouwing als hoofdzaak geldt.<strong>De</strong> openbare ruimte blijft hierdoor als restruimte over.Openbaar en privé-ruimte in de moderne <strong>wijk</strong>en lopen in elkaarover en er zijn geen duidelijke begrenzingen. <strong>De</strong> ruimte is infeite van niemand en het is onduidelijk wie verantwoordelijk is.Een ander gevolg is dat de groenstructuur versnipperd wordtdoor de aanwezigheid van bebouwing binnen de structuur endoorsnijding met wegen. Zowel in de traditionele als demoderne buitencentrum woonmilieus heeft het groen meer eenkijkfunctie dan een gebruiksfunctie. <strong>De</strong>len van de groenstructuurzijn vaak niet of beperkt toegankelijk. Ook laat de socialeveiligheid te wensen over door het ontbreken van of slechte verlichtingen de aanwezigheid van een dichte beplanting en dichtekopgevels. <strong>De</strong> beplanting bestaat veel uit ‘veel van hetzelfde’,waardoor een saaie inrichting bestaat. Aanwezige waterpartijenzijn vaak moeilijk te beleven door steile taluds met dichtebegroeiing. Ook het beheer en onderhoud laten vaak te wensenover, waardoor een rommelig beeld ontstaat.


32VoorzieningenHet aanbod aan voorzieningen is vaak niet in overeenstemmingmet de hedendaagse vraag. Hierdoor ontstaat leegstand, dichtgetimmerdepanden, die weer tot sociale onveiligheid leiden.Veel winkelcentra zijn daarnaast architectonisch verouderd,zodat de attractiviteit gering is. Voorzieningen voor oudere kinderenen jongeren zijn beperkt aanwezig.Aandachtspunten en indicatieve oplossingsrichtingenUit de sterkte-zwakte analyse blijkt dat de problemen in de buitencentrumwoonmilieus zich voordoen op alle schaalniveau’s.Veel van deze problemen kunnen niet los van elkaar wordengezien. Met name bij de <strong>wijk</strong>en met kenmerken van het NieuweBouwen en de <strong>wijk</strong>gedachte zijn woning, buurt, <strong>wijk</strong> en stad inbeginsel zorgvuldig op elkaar afgestemd. Het probleem eenzijdigbenaderen door louter woningen te vervangen door nieuwewoningtypen vormt dan ook geen adequate oplossing. Daarmeewordt niet alleen voorbijgegaan aan de visie achter deze <strong>wijk</strong>en,maar ook aan de woonvoorkeuren van burgers. <strong>De</strong> woonwensenvan de verschillende leefstijlen zijn naast de woning vooral ookgericht op de woonomgeving (Hoofdstuk 5).Bij de herstructureringsopgave gaat het dan ook om een completeaanpak van de <strong>wijk</strong> op alle niveau’s zoals de verwevingmet de stad, de hoofdstructuur van de <strong>wijk</strong>, de ontsluiting, deopenbare ruimte, de verkaveling, voorzieningen, woningdifferentiatie,de buitenruimte etc. Voorkomen moet worden dat erbinnen de <strong>wijk</strong> een verzameling ingrepen gepleegd wordt dieonderling en met de oorspronkelijke <strong>wijk</strong> geen samenhang vertoont.Een goede analyse van de huidige kwaliteiten en problemenin de <strong>wijk</strong> is daarbij van groot belang voor de formuleringvan de herstructureringsopgave.door bijvoorbeeld te variëren in bebouwingshoogten en aanbrengenvan accenten.Kenmerkend voor de naoorlogse buitencentrum woonmilieus isverder de ruime opzet. <strong>De</strong> grote maat van groengebieden en deverkeersstructuur kan ruimte bieden voor andere invullingen.<strong>De</strong> wegprofielen zijn vaak overgedimensioneerd en ook is vaaksprake van een overmaat aan kijkgroen of ontoegankelijk groen.Dit houdt evenwel niet in dat alle ‘teveel’ aan open ruimte binnende <strong>wijk</strong> zondermeer bebouwd kan worden. <strong>De</strong> ruime opzeten het vele groen worden door de bewoners juist als één van degrote kwaliteiten gezien. Bij de herstructurering zal dus zorgvuldigafgewogen moeten worden, waar bebouwing bij kan dragenaan een versterking van de structuur en waar de woonomgevingvooral gebaat is bij een opwaardering van de openruimte tot aantrekkelijk gebruiksgroen en een veilige verkeersstructuur.Bij het zoeken naar oplossingen dient de aandacht niet alleenuit te gaan naar de problemen, maar ook naar de positieveaspecten.Veel van de naoorlogse buitencentrum woonmilieus uit de jaren‘50 en ‘60 hebben onder andere een heldere structuur,bestaande uit een rechthoekig stratenpatroon met daartussende bebouwingsvelden. Een dergelijke opzet biedt flexibiliteit enmaakt het in principe mogelijk bebouwingsvelden opnieuw in terichten zonder de structuur aan te hoeven tasten. Een nieuweinrichting kan dan niet alleen bijdragen aan een vergroting vande woningdifferentiatie binnen de <strong>wijk</strong>, maar ook aan een versterkingvan de overzichtelijkheid van de bestaande structuur


334.Voorbeeld Veendam –NoordIn hoofdstuk 2 is het Waarderingssysteem gepresenteerd alseen systeem waarmee de fysiek-ruimtelijke kwaliteiten en depotenties voor herstructurering van een buitencentrum woonmilieukunnen worden opgespoord. Het systeem is abstractvormgegeven, zodat het in alle steden van Nederland toegepastkan worden. Om inzicht te bieden in de praktische toepassingvan het systeem wordt in dit hoofdstuk een voorbeeldnader uitgewerkt. Daarbij wordt aangesloten bij één van de inhoofdstuk 3 omschreven archetypen van buitencentrum woonmilieus:Veendam-Noord.Dit hoofdstuk geeft inzicht in hoe het schema Waarderingssysteemingevuld kan worden. Veendam-Noord dient hierbij alsvoorbeeld. Voor deze <strong>wijk</strong> is reeds een herstructureringsplanopgesteld: “Wijkplan Veendam-Noord” (januari 2002). DitWijkplan vormt een belangrijk instrument voor de realisatie vande herstructureringsopgave in Veendam-Noord en is gebruiktbij de invulling van het schema. Dit betekent dat hetWaarderingssysteem in dit voorbeeld is toegepast als toetsingsinstrumentop een bestaand herstructureringsplan. In dithoofdstuk is ter afsluiting een aantal resultaten van de toetsingvan het herstructureringsplan gegeven.In de tweede stap zijn de herstructureringsmogelijkheden ingevuldzoals die genoemd worden in het Wijkplan Veendam-Noord. Voor die aspecten uit stap 1 waar in het Wijkplan geenmogelijkheden worden genoemd, is een vraagteken aangegeven.Uit het herstructureringsplan wordt bijvoorbeeld niet duidelijkwat de plannen zijn met betrekking tot de af<strong>wijk</strong>endeschaal van de bebouwing tussen de <strong>wijk</strong> en het stadscentrum.Vervolgens is in de laatste kolom aangegeven of de herstructureringsmogelijkheidbij kan dragen aan een transformatie naareen groenstedelijk of centrumstedelijk woonmilieu. Een groenstedelijkwoonmilieu kan bijvoorbeeld gecreëerd worden doorhet toevoegen van nieuwe bebouwing (na sloop) aan de rand vanhet natuurgebied of nabij de groenstructuur binnen de <strong>wijk</strong>.Voor een verklaring en uitwerking van de beoordelingsaspectenzie bijlage.4.1 Invulling van het schemaIn het hierna uitgewerkte schema zijn de gegevens vanVeendam-Noord ingevuld zoals beschreven in hoofdstuk 2.In de eerste stap zijn de kwaliteiten aan de hand van de beoordelingsaspectengeanalyseerd. <strong>De</strong> beoordeling en de kansen enknelpunten die uit de analyse naar voren kwamen, zijn in hetschema ingevuld. <strong>De</strong> stedelijke morfologie is beoordeeld aan dehand van de het genoemde aspect “ruimtelijke verwevenheidmet de stad” en betreft: de mate waarin de <strong>wijk</strong> ruimtelijke verbindingenheeft met de rest van de stad.<strong>De</strong> beoordeling van de ruimtelijke verwevenheid van Veendam-Noord is matig, omdat goede ruimtelijke verbindingen tussende <strong>wijk</strong> en haar omgeving op een aantal plekken ontbreken. <strong>De</strong>ruimtelijke relatie met de omliggende <strong>wijk</strong>en, het centrum enhet natuurgebied is gering (knelpunt). Maar er zijn wel aanleidingenom de verwevenheid te versterken zoals de nabijheidvan een natuurgebied en het centrum (kans).


34Waarderingssysteem Stap 1 Stap 2I. Positie in de stad1. Stedelijke morfologieBeoor- Kans/sterke Knelpunt/zwakke Herstructureringsmaatregelen Woondeling punten punten Herstructureringsplan veendam-noord milieu+ ± - G C- Ruimtelijke X - dichtbij stadscentrum - ruimtelijke relatie - toevoegen nieuwe bebouwing aan de zijdeverwevenheid en natuurgebied met omliggende <strong>wijk</strong>en, natuurgebied Xhet centrum en - groenzones verbinden met natuurgebiednatuurgebied is gering en stadscentrum- ontbreken groenver- - versterken oost-west corridorsbinding- herstel oude waterloop- aanleg langzaamverkeersroutes in groenzonestussen natuurgebied en centrum- af<strong>wijk</strong>ende schaal - ?bebouwing tussen <strong>wijk</strong>en stadscentrum2.Ontsluiting- historische linten aan - verscholen ligging - aanwezigheid <strong>wijk</strong> markeren door openheid ende randen van de <strong>wijk</strong> achter linten bebouwingsaccenten- Bereikbaarheidauto X - schakel ontbreekt in - afronden rondweg door aanleg verbindingschakelde rondwegopenbaar vervoer X - busverbinding richtingcentrumlangzaam verkeer X - aantal doorgaande - aanleg fiets- en voetgangersroutes aansluitend opfietsroutes beperkt stedelijke netwerk3. Voorzieningen/attractiep.- Nabijheid X - dichtbij stadscentrum- dichtbij natuurgebied- dichtbij sportpark4. Randen- Attractiviteit X - aanwezigheid natuur- - aantrekkelijke randen - sloop woningen en toevoegen hoogwaardige Xgebied aan noordrand niet benut woonmilieus nabij natuurgebied- historische linten met - af<strong>wijk</strong>ende schaal - ?villabebouwingbebouwing tussen<strong>wijk</strong> en stadscentrum- aanwezigheid zware - ?industrie (incl.goederenspoorlijn)ten oosten van de <strong>wijk</strong>- bedrijvigheid aan - ?noordrandII. Wijk/buurt1. Hoofdstructuur- OverzichtelijkheidX - heldere gridstructuur - geen duidelijk - <strong>wijk</strong> opdelen in overzichtelijke buurtenhiërarchische opbouw- structuur in noord- - ?oostelijk deel <strong>wijk</strong>niet helder- heldere scheiding - wegenstructuur - doorgaande groenstructuur creëren door wegentussen woonvelden versnippert groen- te knippenen groenstructuur structuur- knooppunten tussen - oriëntatiepunten - knooppunten verbijzonderen door toevoegen kunstparkzone en groen- ontbreken en markante bebouwingblauwe corridors- verspreide voor- - voorzieningencentrum centraal in de <strong>wijk</strong> situeren Xzieningen


35- Herkenbaarheid X - deel entrees slecht - versterken entrees door makante nieuwbouwzichtbaar- onderscheid tussen - aanpak randen van de buurtenbuurten is gering- thematiseren binnen de buurten- inrichting buurten als 30-km zone- Continuïteit X - geen samenhang in - creëren van visuele verbinding tussen waterpartijengroen-blauwe structuur - doorgaande groenstructuur creëren doorwegen te knippen- groenstructuur vormt - parkzone verbinden met natuurgebiedonderbreking in de - aanleg netwerk van langzaamverkeersroutespadenstructuur voor binnen groenstructuurlangzaam verkeer- af<strong>wijk</strong>ende schaal - ?bebouwing zuid-oostzijde<strong>wijk</strong>- Diversiteit X - afwisseling tussen - eenzijdige steden - aanleg nieuw <strong>wijk</strong>hart met sociaal culturele Xgroen en wonen bouwkundige opbouw, voorzieningen<strong>wijk</strong>hart ontbreekt- voorzieningencentrumontbreekt- eenzijdige woonmilieus - toevoegen nieuwe woonmilieus op strategische X Xlocaties nabij <strong>wijk</strong>hart, en nabij natuurgebied- creëren van woon-werkeenheden X- aanwezigheid park- - eenzijdige inrichting - aanleg sport- en recreatievoorzieningen binnenzone en groen-blauwe parkzone en corridors parkzonecorridors- ecologische inrichting corridors- Identiteit X - kenmerkende groen- - duidelijke relatie met - herstel natuurlijke karakter waterloopwaterstructuurhet onderliggende- aanwezigheid oude landschap ontbreektwaterloop- karakteristieke- aanwezigheid oude bebouwing binnenlinten<strong>wijk</strong> ontbreekt- Attractiviteit X - aanwezigheid park- - aantrekkelijkheid - herinrichten groenzone Xzone met waterpartijen inrichting groenzonemidden in de <strong>wijk</strong> en waterpartijen(noord-zuid)is gering- groene corridors - aantrekkelijkheid - herinrichting groene corridors(oost-west)inrichting groenecorridors is gering- aanwezigheid winkel- - slechte uitstraling -?centrum aan de zuid- winkelcentrumoostzijde van de <strong>wijk</strong>- mooie laan met woon- - uitstraling buurten - aanpak randen van de buurtenbebouwing aan de gering - thematiseren binnen de buurtenwestzijde van de <strong>wijk</strong>2. Interne ontsluiting- Bereikbaarheidalgemeen X - voorzieningen liggen - aanleg <strong>wijk</strong>hart centraal in de <strong>wijk</strong> Xverspreid in de <strong>wijk</strong>,veel verplaatsingenautoXopenbaar vervoer X - geen bushalte bij - ?winkelcentrumlangzaam verkeer X - samenhangend paden- - aanleg paden binnen groenstructuurnetwerk ontbreekt- Herkenbaarheid X - geen duidelijk onder- - ?scheid in straatprofielbij verschillendeverkeersfuncties- Verkeersveiligheid X - aanwezigheid snel- - lange rechtstanden - inrichting <strong>wijk</strong> tot 30km-zoneheidsremmende en brede wegenvoorzieningen in -> hoge snelhedenwoonstraten - Sluipverkeer door - knippen van wegende <strong>wijk</strong>- doorgaand verkeer - aanleg nieuwe ontsluitingsweg rond de <strong>wijk</strong>door de <strong>wijk</strong>- verkeersonveilige - kindveilige loop- en fietsroutes nabij scholensituaties nabij scholen - voldoende parkeerplaatsen bij scholen


36- Sociale veiligheid/zichtbaarheidX3. Parkeergelegenheid- Kwantiteit X - voldoende parkeerplaatsen- Nabijheid X - parkeren voor dewoning- Sociale veiligheid /zichtbaarheidX- Beeldkwaliteit X - verouderde inrichting -?parkeerplaatsen4. Voorzieningen- Kwantiteit X - voldoende winkel- - specifieke voorzienin- - aanleg speelvoorzieningen voor kinderen en jeugdvoorzieningen gen(sport, spel en (oa Digituin en Durfstad speelvoorziening)recreatie) voorkinderen, jongeren enouderen zijn schaars- ontmoetingsplekken - aanleg van een centrale ontmoetingsplek bij nieuw Xontbreken<strong>wijk</strong>hart- Nabijheid X - sociale voorzieningen - voorzieningen liggen - <strong>wijk</strong> wordt voorzien van een <strong>wijk</strong>hart meten buurtwinkels liggen verspreid door de <strong>wijk</strong> woonzorgcomplex, sociaal culturele voorzieningen,op korte afstandenbasisscholen etc.- (regionaal) winkelcentrumaan randvan de <strong>wijk</strong>X- Sociale veiligheid / - weinig sociale controlezichtbaarheid X bij voorzieningenbinnen groenzone- Functionele staat X - schoolgebouwen zijn - nieuw schoolgebouw centraal in de <strong>wijk</strong>niet afgestemd opbrede school gedachte- ligging jongeren- - verplaatsen jongerencentrum buiten de <strong>wijk</strong>centrum niet optimaal- Attractiviteit X - verouderde panden - renovatie en modernisering van de scholenscholen en welzijnsvoorzieningen- onaantrekkelijk(regionaal) <strong>wijk</strong>winkelcentrum5. Openbare ruimte- Kwantiteit X - ruime groenzonesmet water- Nabijheid X - groenstructuur dooraderdde <strong>wijk</strong>- Toegankelijkheid X - paden ontbreken mn. - padenstructuur aanleggen binnen groenstructuur,voor voetgangers- water is door begroei- - oevers toegankelijk makening niet bereikbaar - herinrichting van talud als natuurlijke oeversXX- Continuïteit X - waterpartijen liggen - versterken samenhang door verwijderen doorgaandete ver uit elkaar autowegen door de groenzone- Diversiteit X - veel <strong>wijk</strong>groen - eenzijdige groen - concentratie sport en recreatievoorzieningen instructuurgroene corridors- variatie aanbrengen in groenzone door introductieSport-recreatiezone, ecologische groenzone entuinzone- avontuurlijke speelvoorziening voor jeugd tot 12 jaarbinnen sport- en recreatiezone- ontmoetingsplekken - ontmoetingsplek voor jongeren binnen groenzoneontbreken‘digituin’- pleinen ontbreken- weinig specifiek buurt- - ontwikkelen van een <strong>wijk</strong>plein-ontmoetingsplek Xgroen- Sociale veiligheid/ X - woningen zijn groten- - veel achterpaden - ?zichtbaarheiddeels op de openbareruimte georiënteerd


37- Herkenbaarheid X - duidelijke scheiding - groenzone niet herken - herinrichting en opwaardering van het openbaartussen privé en open- baar als gebruiksgroen groenbaar groen bij - ?eengezinswoningen - bij enkele portiekwoningenscheidingtussen privé enopenbaar gering- Beeldkwaliteit X - slecht onderhouden - ?en verouderdeinrichting openbareruimte- ruime kale profielen - toevoegen van kunst op strategische plekken- Functionele staat X - kwaliteit en onderhoud - ?van groen en watergering6. Verkavelingspatroon- Diversiteit X - beperkte variatie in de - toevoegen van nieuw type verkaveling X Xverkavelingopzet (appartementengebouwen, geschakelde herenhuizen,tussen buurtenvrijstaande woningen)- Overzichtelijkheid X - helder verkaveling - verbijzonderingen op - nieuwe bebouwing op strategische plekken nabij X Xpatroon kruispunten en langs water, groen aan de randen en nabij het nieuwede groenstructuur <strong>wijk</strong>hartontbreken- Dichtheid X - bebouwing heeft een - op enkele plekken in - sloop woningenmenselijke maat de <strong>wijk</strong> een te hogedichtheid- Beeldkwaliteit X - sobere bebouwings- - aanpak randen van buurtenstructuur- Continuïteit X - samenhangendverkavelingspatroon- Duurzaamheid X - verkaveling is zongeoriënteerd7. Woningdifferentiatie- Diversiteit X - eenzijdige woning - sloop goedkope huurwoningen en portiekflatsvoorraad- veel goedkope een- - toevoegen van appartementen, geschakelde Xgezinswoningen herenhuizen,- veel portiekflats - toevoegen vrijstaande woningen en vrije kavels X- veel kleine woningen- weinig variatie invormgevingIII. WONING1. Woning- Toegankelijkheid X - alle woningen toe- - portiekflats zonder lift - ?gankelijk vanaf destraatzijde- Woontechnische staat X - verouderde eengezins- - slopen van deel portiekflats en eengezinswoningenwoningen en flats- verouderde senioren- - nieuwbouw levensloop bestendige woningenwoningen- Kwantiteit/grootte - kleine eengezins- - sloop kleine eengezinswoningenwoningen- Beeldkwaliteit X - sobere vormgeving - ?- Sociale veiligheid /zichtbaarheidX2. Buitenruimte- Toegankelijkheid X- Beeldkwaliteit X - in hoofdzaak privé- - m.n. bij huurhuizen - ?tuinenweinig aandacht voorinrichting tuinen- Sociale veiligheid / XzichtbaarheidVerklaring en uitwerking van beoordelingsaspecten - zie bijlage


384.2 ToetsingNadat het waarderingsschema is ingevuld, kan het WijkplanVeendam-Noord worden getoetst. In deze paragraaf wordt op dekansen en knelpunten uit stap 1 van het waarderingssysteemen op de benutting daarvan in voorgestelde herstructureringsmaatregelen(stap 2) ingegaan. Ook wordt bekeken in hoeverredeze maatregelen kunnen bijdragen aan een verhoging van destedelijke woonkwaliteit.Uitkomst analyse en beoordeling (stap1)<strong>De</strong> analyse en beoordeling in stap 1 geven niet alleen aan datde huidige kwaliteit van Veendam-Noord redelijk is, maar ookdat er verschillende kansen liggen voor een verhoging van dewoonkwaliteit. <strong>De</strong> kansen en knelpunten van Veendam-Noordzijn:Kansen<strong>De</strong> positie van de <strong>wijk</strong> in de stad is gunstig. <strong>De</strong> <strong>wijk</strong> ligt dichtbijhet centrum en een natuurgebied. Binnen de <strong>wijk</strong> is sprake vaneen heldere gridstructuur en een helder verkavelingspatroon,er is een omvangrijke groenstructuur en er zijn dagelijkse voorzieningen.<strong>De</strong> locaties nabij het stadscentrum, aan de rand van het natuurgebieden bij de entrees van de <strong>wijk</strong> bieden kansen tot de versterkingvan de positie van de <strong>wijk</strong> binnen de stad. Alle bovengenoemdelocaties bieden kansen tot een versterking van deinterne structuur van de <strong>wijk</strong> en het creëren van differentiatiebinnen de <strong>wijk</strong>.Toetsing: resultaten herstructureringsplan (stap 2)Uit de invulling van stap 2 blijkt dat in het herstructureringsplanaandacht wordt besteed aan het grootste deel van degenoemde kansen en knelpunten binnen de <strong>wijk</strong>. Per niveau(stad, <strong>wijk</strong> en woning) kan daarover het volgende gezegd worden:1. Positie in de stad<strong>De</strong> maatregelen met betrekking tot de positie in de stad richtenzich in hoofdzaak op de groenstructuur: het doortrekken vangroenzones en daarbinnen gelegen langzaamverkeerroutes. <strong>De</strong>groenstructuur wordt als belangrijke kans benut om de ruimtelijkeverwevenheid te versterken. <strong>De</strong> ontsluiting van de <strong>wijk</strong> voorauto’s verbetert door de ontbrekende schakel in de rondweg afte maken. <strong>De</strong> inzet van bebouwing blijft beperkt. Alleen aan deKnelpuntenBinnen de <strong>wijk</strong> ontbreken duidelijke verbindingen met de stad.<strong>De</strong> inrichting van de <strong>wijk</strong>, woonmilieus en woningtypen zijn eentonig.<strong>De</strong> samenhang van wegen, paden en groen binnen de <strong>wijk</strong>is onduidelijk. <strong>De</strong> kwaliteit van de groenstructuur is matig. <strong>De</strong>uitstraling van veel woningen is gering en een deel van dewoningen is te klein of kwalitatief slecht.Specifieke locaties binnen de <strong>wijk</strong> die kansen bieden voor verbeteringof transformatie van het woonmilieu zijn bijvoorbeeldgelegen:• dichtbij het stadscentrum• dichtbij het natuurgebied• bij de entrees tot de <strong>wijk</strong>• aan historische bebouwingslinten• aan/nabij de groenstructuur (groen-blauwe corridors)• op knooppunten binnen de groenstructuur• nabij het <strong>wijk</strong>winkelcentrum.


39zijde van het natuurgebied wordt de relatie met de omgevingtevens versterkt door toevoeging van nieuwe bebouwing. Hierbijwordt gebruik gemaakt van een kanslocatie. <strong>De</strong> aandacht voorde versterking van de relatie met het stadscentrum daarentegenis gering. Het Wijkplan geeft niet aan hoe omgegaan kanworden met knelpunten zoals af<strong>wijk</strong>ende schaal van bebouwingof af<strong>wijk</strong>ende structuren. <strong>De</strong> kanslocatie dichtbij het stadscentrumblijft hierdoor onbenut. Verder ontbreekt aandacht voor desituering dichtbij het industrieterrein (knelpunt).2. Wijk/buurtOok binnen de <strong>wijk</strong> wordt de groenstructuur aangegrepen alskans voor een opwaardering van het woonmilieu. <strong>De</strong> aanpak vande groenstructuur richt zich daarbij op meerdere fronten:samenhang, differentiatie in gebruik, beeldkwaliteit etc.In het Wijkplan wordt evenwel niet duidelijk hoe omgegaanwordt met de inrichting, het beheer en onderhoud van metname de woonstraten en buurtgroen.Het plan zet ook in op een veilige verkeersstructuur. <strong>De</strong> interneontsluiting voor de auto is daarbij ondergeschikt gemaakt aande groenstructuur. Het knippen van wegen maakt de <strong>wijk</strong> welveiliger, maar dit lijkt ten koste te gaan van de helderheid enoverzichtelijkheid van de <strong>wijk</strong>structuur.Wat betreft de bebouwing wordt veel aandacht besteed aan hetcreëren van meer overzicht, differentiatie en attractiviteit binnende <strong>wijk</strong>. Hierbij worden verschillende kanslocaties benut:verbijzondering knooppunten, versterken randen en entreesmet (markante) nieuwbouw, nieuwbouw (al dan niet na sloop)nabij groenstructuur en natuurgebied. Daarnaast zet het plan inop versterking van de identiteit door de <strong>wijk</strong> op te delen in overzichtelijkebuurten met een eigen thema.<strong>De</strong> ontwikkeling van een <strong>wijk</strong>hart met diverse voorzieningen enwoningen versterkt de differentiatie en attractiviteit. <strong>De</strong> ruimemaat van de groenstructuur wordt hier benut om dit nieuwehart te creëren met een min of meer centrum stedelijk woonmilieu.Door de ontwikkeling van een stedelijke ruimte met eenplein ontstaat tevens meer variatie in stedenbouwkundige ruimten.Er is daarentegen weinig aandacht voor de kwaliteit van hetbestaande winkelcentrum en de relatie tussen dit winkelcentrumen het nieuwe <strong>wijk</strong>hart.3. WoningHet herstructureringsplan richt zich met name op sloop ennieuwbouw. Er wordt niet gezocht naar mogelijkheden om verouderdeen te kleine woningen te verbeteren, vergroten of tetransformeren naar een ander woningtype. Voor de te handhavenwoningen is het plan gericht op regulier beheer. Het isonduidelijk wat er met de deze woningen wordt gedaan ter verbeteringvan bijvoorbeeld hun uitstraling.ConclusieIn het plan worden verschillende maatregelen aangedragenvoor het benutten van kansen en oplossen van knelpunten.Hiermee worden goede mogelijkheden geboden voor een verhogingvan de stedelijke woonkwaliteit. <strong>De</strong> maatregelen dragenonder andere bij aan meer differentiatie in de <strong>wijk</strong>, er wordennieuwe woonmilieus gecreëerd en de woonomgeving wordt metname versterkt door verbeteringen en aanpassingen in degroenstructuur.Uit de toetsing blijkt dat het Wijkplan niet volledig is. Hetwoningniveau blijft grotendeels buiten beschouwing en op alleniveau’s blijft een aantal kansen en knelpunten onbeantwoord.Het plan is sterk gericht op het benutten van de ruime groenstructuur,sloop van slechte delen en nieuwbouw. Aan de overigete handhaven delen van de <strong>wijk</strong> wordt weinig aandachtbesteed. Er wordt alleen gesproken over het thematiseren vanbuurten. <strong>De</strong> uitwerking van deze maatregel is echter van grootbelang voor de stedelijke woonkwaliteit in de <strong>wijk</strong>. Wordt hierbijvoorbeeld volstaan met een verfje of wordt de inrichting vande openbare ruimte structureel aangepakt en wordt de uitstralingvan de woningen verbeterd?Als laatste dient opgemerkt te worden dat het hier gaat om eenbestaand herstructureringsplan. In dit plan zijn reeds beslissingengenomen die niet (alleen) gebaseerd zijn op de fysiek-ruimtelijkesituatie, maar ook op bijvoorbeeld financiële en socialeaspecten. Een aantal potentiële maatregelen is hierdoor wellichtkomen te vervallen.


405.Wonen en leven<strong>De</strong> groeiende keuzeruimte van individuen en huishoudensbepaalt steeds meer de maatschappelijke ontwikkelingen.Een verscheidenheid aan leefstijlen, andere dan de traditionelerelatievormen, en nieuwe waarden bieden een scala vanmogelijkheden om het leven in te richten. Een toenemendeinvloed van eigen keuzen zal medebepalend zijn voor de vraagnaar woning en woonmilieu. Dit leidt tot behoeften ten aanzienvan het wonen die volledig anders zijn dan de behoeften,die tot dusver de inrichting van woonmilieus en vorm vanwoningen bepaalden. In dit hoofdstuk wordt de vraagzijde vanhet wonen, op hoofdlijnen, in beeld gebracht.5.1 Theorie van de woonmilieuvoorkeurenIn hoofdstuk 1 is beschreven dat zoveel mogelijk aangeslotendient te worden bij de woonmilieuvoorkeuren van de burgers.Het begrip woonmilieuvoorkeuren kan vanuit verschillende perspectievenbenaderd worden. <strong>De</strong> conventionele benadering gaatuit van huishoudenscategorieën.Vanuit deze benadering worden woonmilieuvoorkeuren veelalgedefinieerd op basis van objectieve en meetbare factoren zoalssociaal-demografische en sociaal-economische aspecten.Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan huishoudenssamenstelling,leeftijd en inkomen.Leefstijlen<strong>De</strong> erkenning groeit dat ook vanuit een ander perspectief naarwoonmilieuvoorkeuren gekeken kan worden. <strong>De</strong>ze worden intoenemende mate benaderd vanuit het perspectief van leefstijlen.Stoppelenburg definieert het begrip leefstijl als: “het enigszinsduurzame patroon van gedragswijzen dat specifiek is voormensen met bepaalde demografische en sociaal-structurelekenmerken en bepaalde culturele kenmerken”. Het activiteitenpatroonvan de (toekomstige) bewoners staat hierin centraal.Dit patroon (ook wel het tijd-geld budget genoemd) bepaaltsteeds meer de woonwensen.Bastiaansen beschrijft in zijn onderzoek een zevental leefstijlen:de dorpeling, de landschapper, de yup, de anarchist, detraditioneel, de principieel en de hypermobiel. Het gaat hemdaarbij vooral om het gevolg van deze leefstijlen: uitgesprokenontwerpen van woonomgevingen waar bewoners zelf eenbewuste keuze voor maken. In deze leefstijlen komen zowelfysiek-ruimtelijke als functionele behoeften tot uiting. Urhahnen Vrolijks onderscheiden eveneens een aantal vergelijkbareleefstijlen: stedelingen, netwerkers, dromers, doeners, dorpelingen,comfortwoners, wooneconomen en buitenwoners. Voorelk van deze leefstijlen formuleren zij profielen en woonwensen.In beide typologieën spelen enerzijds belevingsaspecten zoalsidentiteit en herkenbaarheid een belangrijke rol, anderzijdskomen functionele behoeften tot uiting.Roosen, Bertholet en Margot Mey onderscheiden in hun onderzoekenbewoners- cq huishoudenscategorieën. Roosen maaktdit onderscheid op basis van huishoudenssamenstelling(alleenstaanden, tweepersoonshuishoudens en gezinnen metkinderen), arbeidssituatie en leeftijd. Bertholet relateert huishoudenskenmerkenaan verschillende aspecten van het woonmilieu.Vanuit een combinatie van huishoudens- en persoonlijkekenmerken komt hij tot woonmilieuvoorkeuren op basis van eensociaal-demografische indeling van bevolkingsgroepen met hunkenmerken en voorkeuren. Het onderzoek van Margot Meymaakt een indeling naar bevolkingssamenstelling en levensfase.Hierin speelt de leeftijds- en gezinsopbouw in samenhangmet het inkomen een centrale rol.


41<strong>De</strong> woning is een consumptiegoed geworden, waarbij een keuzegemaakt wordt uit een scala van kwaliteiten, “smaken” en kenmerken.Niet alleen leeftijd, levensfase of de aanwezigheid vankinderen bepalen het woonprogramma, maar evenzeer de persoonlijkeleefomstandigheden, sociale achtergronden, behoeftenaan contact, individualiteit, identiteit en expressie.BehoeftetheorieDriesen en Beerenboom gaan in op de vraag welke elementenbepalend zijn in de voorkeur van woonconsumenten voor eenbepaald woonmilieu. Zij onderscheiden de volgende elementen:sociaal: huishoudenssamenstelling, leeftijd, de heterogeniteiten stabiliteit van de buurt;functioneel: aanwezigheid van en afstand tot voorzieningen;fysiek: woningkenmerken, (grootte, type, prijs, staat van onderhoud)en stedenbouwkundige aspecten, (stapeling, verkaveling,dichtheid, soort en kwaliteit van de openbare ruimte en de wijzevan ontsluiting).leefklimaat: verpaupering, criminaliteit, hinder door woongedrag,bedrijven en verkeer, privacy en sociale controle.<strong>De</strong> gewenste kwaliteit van de woonomgeving is afhankelijk vanindividuele en groepsbepaalde behoeften en factoren.5.2 Bewonerscategorieën<strong>De</strong> herstructurering is gericht op een betere aansluiting bij dehuidige woonmilieuvoorkeuren. Uit de beknopte literatuurstudieblijkt dat, om inzicht te krijgen in de verschillende woonmilieuvoorkeurengekeken kan worden naar eisen die gesteld wordenvanuit huishoudensamenstelling, leeftijd, inkomen en leefstijl.In deze paragraaf wordt een vijftal bewonerscategorieën onderscheidenop basis van een combinatie van bovenstaande factoren.In de beschrijving wordt er van uitgegaan dat mensen binneneen bepaalde bewonerscategorie dezelfde wensen hebbenten aanzien van de woonomgeving en woonruimte ongeacht hetinkomen. Naarmate het inkomen hoger is, kunnen bewonerszich evenwel meer luxe permitteren. Bijvoorbeeld, huishoudensmet kinderen hebben behoefte aan een grondgebonden woning;dit kan een rijtjeshuis zijn, maar ook een riante vrijstaandewoning.A. JongerenZij zullen zich veelal richten op een typisch stedelijke leefomgeving,met een divers aanbod aan voorzieningen, uitgaansmogelijkhedenen gelegenheden voor recreatie en invulling van devrije tijd. Stedelijke karakteristieken en de behoefte aan hetparticiperen in activiteiten in de stad spelen een belangrijke rol.Gestapelde woningen kunnen goed voorzien in de woonbehoefte.<strong>De</strong> aanwezigheid van een tuin is voor deze groep mindervan belang. Wel belangrijk daarentegen is een goede ontsluitingvan de <strong>wijk</strong>/buurt en een ruime aanwezigheid van goede en veiligeparkeervoorzieningen.Voor de huishoudens uit deze groep die op (korte) termijn kinderenwensen, geldt dat zij veelal zullen anticiperen op een verhuizingnaar een grondgebonden woning met buitenruimte. Indeze anticipatiefase kan een gestapelde woning in de behoeftenvoorzien. Wanneer een grote woning geboden wordt met voldoendecomfort kan de verhuiswens uitgesteld worden tot heteerste kind begint te lopen.B. Huishoudens zonder kinderenBij deze groep gaat het om een groeiend aantal huishoudens,tussen circa 30 en 50 jaar. Een deel van deze groep kiest erbewust voor alleen te wonen (eventueel met partner op


42afstand), ofwel voor een relatie zonder kinderen. In het algemeengaat het hierbij om een relatief draagkrachtige groep.Enerzijds zullen de woonwensen van deze huishoudens, die zichkenmerken door een sterke mobiliteit, zich richten op eenruime, comfortabele woning in een stedelijke leefomgeving.Anderzijds zullen zij hun woonwens richten op kwalitatief hoogwaardigewoningen aan de rand van de stad, met een uitloopnaar het groen of het buitengebied.C. Huishoudens met kinderenBij aanwezigheid van kinderen zullen in veel gevallen húnbehoeften domineren. In de woningbehoefte komt de nadruk teliggen op een grondgebonden woning met groot gebruiksoppervlak,veiligheid en nabijheid van speel-, sport- en dagelijksewinkelvoorzieningen. <strong>De</strong> schoolkeuze wordt veelal door anderefactoren bepaald dan de nabijheid van de school.Ten behoeve van het hele gezin is de ontsluiting van het woongebieden de aansluiting op het hoofdwegennet van belang omop een snelle wijze de verbinding te kunnen leggen tussenwonen, werken, onderwijs en recreatievoorzieningen.D. OuderenEen ruime, comfortabele woning of appartement met eventueelfaciliteiten voor werken aan huis (kantoor, atelier, it-faciliteiten)kan tegemoet komen aan de wensen van deze groep. Voor alleouderen geldt dat een toenemend aantal deel uitmaakt van eenkapitaalkrachtige groep die wenst te ontsparen. Duurdere huurwoningenkunnen voor hen zeer aantrekkelijk zijn. Omdat dezegroep zeer mobiel is, is de bereikbaarheid van de <strong>wijk</strong> vanbelang, evenals de aanwezigheid van goede en veilige parkeervoorzieningen.Naarmate deze categorie ouder wordt, zal zijsteeds meer gebonden zijn aan de directe woonomgeving. <strong>De</strong>uitstraling van de <strong>wijk</strong>, haar groene karakter en de aanwezigheidvan voorzieningen (ook voor de sociale contacten) voordeze bewonerscategorie zal gaandeweg een steeds belangrijkererol gaan spelen.E. Beperkt mobiele ouderenVoor de ouderen, die fysiek nog in staat zijn zelfstandig tewonen, geldt een behoefte aan een kleine, comfortabele, veiligewoning. Het wonen kan aantrekkelijker worden wanneer domoticafaciliteitenin de woning en zorgvoorzieningen in de directewoonomgeving geboden worden. <strong>De</strong>ze groep ouderen is weinigmobiel. Hun leefwereld en sociale contacten bevinden zich in dedirecte woonomgeving. <strong>De</strong> aanwezigheid van voorzieningen eneen goede uitstraling van de <strong>wijk</strong> is daarom essentieel.Wensenpakketten<strong>De</strong> kwaliteitseisen en -wensen die vanuit de bewonerscategorieënworden gesteld, kunnen worden samengevat in een vijftal “wensenpakketten”.<strong>De</strong> volgende ruimtelijke en functionele kenmerkenzijn voor de samenstelling van een “wensenpakket” relevant:• Woningdifferentiatie: grootte, type, mate van stapeling, eigendomsverhouding,tuin;• Parkeren: op eigen erf, geconcentreerd of gespreid in hetopenbaar gebied;• Inrichting openbaar gebied: groenstructuur en de toegankelijkheidvan het groen in de <strong>wijk</strong>, (verkeersveilige) bereikbaarheidvan het groen buiten de <strong>wijk</strong>;• Voorzieningen: winkels, sociaal-medische en sociaal-culturelevoorzieningen, sport en recreatie op loop- of fietsafstandtot de woning;• Ontsluiting: bereikbaarheid door een directe aansluiting ophet rijks- of provinciale wegennet, de aanwezigheid van eenstation en/of een (H)OV verbinding;


43A:Jongeren (alleenstaanden, tweepersoonshuishoudens)gestapelde woning met (geen beperking voor etages),penthousetwee of meer kamers, netto gebruiksoppervlak vanaf 60 á80 m 2balkon of terrasligging nabij het stadscentrumhalte OV, gericht op het stadscentrumgoede bereikbaarheid per autoaanwezigheid of goede bereikbaarheid centrumvoorzieningenparkeren op parkeerterrein direct bij de woning of in eigengarage of garageboxaanwezigheid jongere leeftijdsgroepen en leefstijlenherkenbare stedelijke vormgevingB:Huishoudens zonder kinderengestapelde woning, penthouse, grondgebonden woning (rijenof vrijstaand)vier of meer kamers, netto gebruiksoppervlak vanaf 100 m 2balkon, terras of eigen tuinligging nabij het stadscentrum of ligging nabij natuurrijk buitengebiedmet water of boshalte OV, gericht op het stadscentrumgoede bereikbaarheid per autoparkeren op parkeerterrein direct bij de woning of in eigengarage of garageboxverscheidenheid aan leefstijlen en leeftijdsgroepende individuele identiteit moet herkenbaar zijnC:Huishoudens met kinderengrondgebonden woning (rijen of vrijstaand)vier of meer kamers, netto gebruiksoppervlak vanaf 100 m 2terras of eigen tuinaanwezigheid winkels en voorzieningen voor verzorging enopvang van kinderenhalte OV, gericht op het stadscentrumgoede bereikbaarheid per autoaanwezigheid recreatief-sportieve voorzieningen binnen 5 kmparkeren in het openbaar gebied of privéaanwezigheid gebruiksgroen (speelveld, park, plantsoen)aanwezigheid van jonge gezinnen en gezinnen met kinderenin de tienerleeftiijdherkenbare identiteit op complexniveauD:Mobiele ouderen (oudere alleenstaanden entweepersoonshuishoudens en empty-nest huishoudens)gestapelde woning (bij aanwezigheid van lift geen beperkingvoor etages), penthouse, grondgebonden woning (rijen, vrijstaand)eventueel in een bouwlaagdrie of meer kamers, netto gebruiksoppervlak vanaf 80 m 2balkon, terras of eigen tuinligging nabij het stadscentrum of ligging nabij natuurrijk buitengebiedmet water of boshalte OV, gericht op het stadscentrumgoede bereikbaarheid per autoparkeren in het openbaar gebied (op straat of parkeerterrein)of privé (garage of parkeerbox)verscheidenheid aan leefstijlen en leeftijdsgroepen met duidelijkeaanwezigheid van ouderen<strong>De</strong> individuele identiteit moet herkenbaar zijn, soms is eenrepresentatief karakter gewenstE:Ouderen met beperkte mobiliteitgestapelde woning (bij aanwezigheid van lift geen beperkingvoor etages), penthouse, grondgebonden woning (rijen, vrijstaand)in een bouwlaagdrie of meer kamers, netto gebruiksoppervlak vanaf 80 m 2aanwezigheid liftbalkon of terras of gemeenschappelijke tuinaanwezigheid winkelvoorzieningen, postkantoor of bankfiliaalen medische en paramedische voorzieningen op loopafstandhalte OVaanwezigheid gebruiksgroenvoorzieningen (park, plantsoen)diversiteit van leefstijlen en leeftijdsgroepen met duidelijkeaanwezigheid van ouderen<strong>De</strong> individuele identiteit moet herkenbaar zijn, soms is eenrepresentatief karakter gewenst


44• Ligging: situering ten opzichte van de aangrenzende woonmilieus,ligging ten opzichte van het centrum en het buitengebied;• Menging: variëteit aan eigendomsverhoudingen van de woningenen de aanwezige verscheidenheid in bewonersgroepen;• Beleving: mate van identiteit en herkenbaarheid, tot uitingkomend in de expressie van vormen.5.3. Wensenpakketten en woonmilieuIn hoofdstuk 1 is de herstructureringsopgave geformuleerd.Naast verbetering binnen het buitencentrum woonmilieubestaat de opgave uit een transformatie naar een groenstedelijk-of centrumstedelijk woonmilieu. <strong>De</strong> bovengenoemde wensenpakkettenkunnen direct aan de herstructureringsopgavegerelateerd worden.Centrumstedelijk woonmilieuEen voorkeur voor het centrumstedelijke milieu komt hetsterkst tot uiting in de wensen van de jongere leeftijdsgroepen.Hiertoe kan zowel de groep jongeren (met wensenpakket A) alseen deel van de groep “huishoudens zonder kinderen” (metwensenpakket B) gerekend worden. Ook voor de “mobiele ouderen”(met wensenpakket D) is een centrumstedelijk woonmilieuaantrekkelijk. Het gaat hierbij vooral om de aanwezigheid van(ruime) gestapelde woningen en de aanwezigheid, nabijheid ofgoede bereikbaarheid van stedelijke voorzieningen, goedebereikbaarheid en parkeerfaciliteiten, een herkenbare identiteiten een hoge woonkwaliteit.Buitencentrum woonmilieuHet buitencentrum woonmilieu kan goed voldoen aan de wensenvan huishoudens met kinderen (wensenpakket C). Centraal staatde gecombineerde aanwezigheid van buurt- en <strong>wijk</strong>voorzieningenmet voorzieningen gericht op kinderen en jongeren (<strong>wijk</strong>winkelcentrum,medisch-sociale en sociaal-culturele voorzieningen,sport- en spelvoorzieningen). <strong>De</strong> voorkeur gaat uit naar grondgebondenwoningen met bij voorkeur een groot terras of tuin. <strong>De</strong>aanwezigheid van <strong>wijk</strong>gerichte commerciële, sociaal-culturele ensociaal medische voorzieningen maakt dit milieutype ook aantrekkelijkvoor ouderen. Met name kan in dit woonmilieu, bij voorkeurin de directe omgeving van een buurt- of <strong>wijk</strong>centrum, tegemoetgekomen worden aan de behoeften van “ouderen metbeperkte mobiliteit” (wensenpakket E). Het beheer dient er zorgvoor te dragen dat de woonomgeving netjes en veilig is en blijft.Groenstedelijk woonmilieuHet groenstedelijk woonmilieu kan voldoen aan zowel de wensenvan huishoudenstypen, met een goede mobiliteit, in deoudere leeftijdsgroepen (wensenpakket D) als aan de wensenvan een deel van de “huishoudens zonder kinderen” (wensenpakketB). Rust, ruimte, aanwezigheid van groen en water en debeschikbaarheid van ruime en comfortabele gestapelde woningennaast grondgebonden woningen staan hier centraal. Ook deaanwezigheid van voorzieningen en een goede ontsluiting peropenbaar vervoer kunnen van belang geacht worden.Wensenpakketten en het buitencentrum woonmilieuHet buitencentrum woonmilieu beschikt al dan niet over de kwaliteitendie aan kunnen sluiten bij de hierboven geformuleerdewoonwensen van verschillende bewonerscategorieën. Ingrepen inde ruimtelijke structuur, de bestaande woningvoorraad en toevoegingvan nieuwbouwwoningen kunnen er aan bijdragen dateen <strong>wijk</strong> in dit woonmilieutype voor verschillende bewonerscategorieënaantrekkelijk(er) wordt of blijft en dat de <strong>wijk</strong> door zijnfysiek ruimtelijke opbouw en uitstraling tegemoet komt aan debehoefte aan beleving en identiteit. In het waarderingssysteemwordt de huidige fysiek-ruimtelijke situatie in beeld gebracht endaarmee kan bekeken worden in hoeverre een <strong>wijk</strong> of buurt voldoetaan de wensenpakketten van de verschillende bewonerscategorieën.Vervolgens kan aan de hand van de genoemde herstructureringmogelijkhedengekeken worden in hoeverretegemoet gekomen kan worden aan de wensenpakketten.Het is in ieder geval belangrijk dat de aanwezige grootschaligheiden gelijkvormigheid van veel buitencentrum woonmilieusin het herstructureringsproces doorbroken wordt. Bastiaansenzegt hierover in zijn onderzoek dat het “beter is niet meer uit tegaan van de universele mens in een universele <strong>wijk</strong>, maar uit tegaan van vele expressies gegroepeerd in een scala van vormen.Homogene clusters in heterogene <strong>wijk</strong>en. Ieder kiest de woonomgevingdie hem of haar het beste past. Er zijn woonomgevingendie worden bewoond door slechts een leefstijl, maar ookdie bestaan uit een grote pluriformiteit aan leefstijlen”.Identiteit en belevingswaarde vormen daarbij sleutelbegrippennaast meer functionele elementen als bereikbaarheid, voorzieningen,woonkwaliteit en omgevingskwaliteit.


Bijlage:BeoordelingsaspectenUitwerking begrippen bij waarderingssysteemblz.14-15 en voorbeeld Veendam blz. 34-37


46IPositie in de stad1. Stedelijke morfologie: de ruimtelijke opbouw van de stadBeoordelingsaspect <strong>De</strong>finitie Voorbeeldruimtelijke <strong>De</strong> mate waarin de <strong>wijk</strong> ruimtelijk - aanwezigheid verbindingswegen die aansluitenverwevenheid verbindingen heeft met de rest op het stedelijk netwerkvan de stad- oversteekbare water- of hoofdwegen middelsbruggen, viaducten of tunnels- groenstructuur sluit aan op stedelijk groen2. Ontsluiting: ontsluiting stadscentrum, stedelijke voorzieningen, uitvalswegen per auto, openbaar vervoeren langzaam verkeerbereikbaarheid Aanwezigheid van goede - directe fietsverbinding naar het centrumdoorgaande routes (auto,- directe aansluiting op rijkswegenopenbaar vervoer, fiets)- de structuur leent zich voor efficiëntemet directe aansluiting op het busverbindingenstadscentrum, stedelijkevoorzieningen en het externenetwerk van wegen en paden3. Voorzieningen en attractiepunten: afstand tot stadscentrum en stedelijke voorzieningen zoals parken, winkels, socialevoorzieningen, sport/recreatie etc.nabijheid Korte afstanden van de <strong>wijk</strong> tot - het stadscentrum ligt op fietsafstand van de <strong>wijk</strong>het stadscentrum en stedelijkevoorzieningen4. Randen: de directe omgeving van de <strong>wijk</strong>attractiviteit <strong>De</strong> ruimtelijke kwaliteiten van de - <strong>wijk</strong> grenst aan stadsparkdirecte omgeving van de <strong>wijk</strong> - <strong>wijk</strong> grenst aan andere aantrekkelijke <strong>wijk</strong>en- er zijn geen bedrijventerrein die hinder veroorzaken


47IIWijk/buurt1. Hoofdstructuur: de kwaliteit van de structuur, de vorm en inhoud van de <strong>wijk</strong>Beoordelingsaspect <strong>De</strong>finitie Voorbeeldoverzichtelijkheid Mate waarin de <strong>wijk</strong> over een - aanwezigheid van verbijzonderingen op hoekenhelder en begrijpelijk wegen- en bijzondere gebouwenpatroon en voldoende oriëntatie- - een duidelijke ruimtelijke hiërarchie, bredemogelijkheden beschikthoofdstraten met hoge bebouwing,smalle woonstraten met lagere bebouwing)- aanwezigheid van pleinen, singels, lanen enplantsoenen- routing binnen de <strong>wijk</strong> is duidelijkherkenbaarheid Mate waarin de inrichting of - het straatprofiel is afgestemd op de gewenstevormgeving van de ruimte aansluit verkeers- of verblijfsfunctie (de woonstraat vormbij de te vervullen functiegegeven als verblijfsgebied)- de entree is herkenbaar door af<strong>wijk</strong>ende bebouwingen een duidelijke toegangswegcontinuïteit Samenhang tussen de ruimtelijke - een consequente toepassing van het stedenelementenbinnen een <strong>wijk</strong>bouwkundig concept- inrichting van verschillende buurten sluit op elkaaraan- aanwezigheid van een netwerk van wegen en paden- aaneengesloten groenstructuurdiversiteit Mate van variatie in ruimtelijke en - verscheidenheid aan functies: wonen, werken enfunctionele elementen binnen recreëreneen <strong>wijk</strong>- afwisseling in wonen en groenidentiteit Mate waarin ruimtelijke - kenmerkende bebouwing/verkavelingkarakteristieken aanwezig zijn - interessante architectuur- historische elementen (bijv. wegen) zijn opgenomenin het plan- hoofdstructuur is afgestemd op oorspronkelijkelandschapattractiviteit Aanwezigheid van elementen met - park met waterpartijeneen bijzondere stedenbouwkundige - fraaie laan met villabebouwingkwaliteit- levendig winkelcentrum


482. Interne ontsluiting: ontsluiting voorzieningen en overige delen van de <strong>wijk</strong> per auto, openbaar vervoer en langzaamverkeerBeoordelingsaspect <strong>De</strong>finitie Voorbeeldbereikbaarheid Aanwezigheid van directe, heldere - aanwezigheid fijnmazig fietsnetwerkroutes om (per auto, openbaar - capaciteit van doorgaande wegen is afgestemd opvervoer, fiets) bij voorzieningen hoeveelheid te verwerken verkeeren overige delen binnen de <strong>wijk</strong>te komenherkenbaarheid Duidelijk hiërarchisch onderscheid - brede doorgaande wegen en smalle woonstratentussen verkeers- en verblijfs- - een duidelijk verschil in vormgeving verkeersroutesgebieden door maatvoering,en verblijfsruimtenvormgeving en materiaaltoepassing. - uniforme vormgeving fietsroutesverkeersveiligheid Mate waarin voorzieningen en - voldoende oversteekmogelijkheden bijoverige delen van de <strong>wijk</strong> op veilige (hoofd)wegenwijze bereikt kunnen worden. - overzichtelijke verkeerssituatie op kruispunten- scheiding tussen verkeerssoorten op doorgaandehoofdwegen- geen doorgaand autoverkeer in woonstratensociale veiligheid/ Mate waarin wegen, paden, haltes - zicht op wegen en paden wordt niet ontnomenzichtbaarheid etc. zichtbaar zijn vanuit omliggende door bosjeswoningen en goed verlicht- woningen zijn met de leefruimte georiënteerd opwegen3 Parkeergelegenheid: parkeerplaatsenkwantiteitnabijheidAanwezigheid voldoende parkeerplaatsenbij woningen, voorzieningen en bedrijvenAanwezigheid parkeergelegenheden - mogelijkheid tot parkeren op eigen terrein of voorop loopafstand van de woningen en de woningvoorzieningen- parkeren op korte loopafstand van voorzieningensociale veiligheid/ Mate waarin parkeergelegenheden - parkeergelegenheid wordt niet aan het zichtzichtbaarheid zichtbaar zijn vanuit omliggende ontrokken door begroeiingwoningen en goed verlicht- voorzijden woningen zijn op parkeerterreingeoriënteerd- voldoende verlichting


49Beoordelingsaspect <strong>De</strong>finitie Voorbeeldbeeldkwaliteit Stedenbouwkundige en - geparkeerde auto’s overheersen niet hetarchitectonische kwaliteit van straatbeeld in een woonstraatparkeerplaatsen en -terreinen - aanwezigheid ondergrondse parkeervoorzieningen- goed onderhouden inrichting4. Voorzieningen: winkels, sociale, culturele en medische voorzieningen, sportvoorzieningenkwantiteit Mate waarin hoeveelheid voor- - voldoende winkelaanbodzieningen afgestemd is op het - voldoende speelvoorzieningenaantal inwoners in de <strong>wijk</strong>- aanwezigheid sportvoorzieningennabijheid Mate waarin voorzieningen op een - de supermarkt ligt op fietsafstandkorte afstand van de woonbuurten - winkelvoorzieningen liggen geconcentreerdliggenin de <strong>wijk</strong>- groen op loopafstand sociale veiligheid/zichtbaarheid Mate waarin voorzieningen - naar buiten gericht winkelgebiedzichtbaar zijn vanuit de directe - levendige functies op de begane grondomgeving en goed verlicht- wonen boven winkels- speelvoorzieningen zijn zichtbaar vanuit omliggendewoningenfunctionele staat Mate waarin de voorzieningen - aanwezigheid van goede bevoorradingsvoldoenaan de hedendaagsemogelijkheden bij winkelsfunctionele eisenattractiviteit Stedenbouwkundige en - mooie vormgeving van een winkelgebiedarchitectonische kwaliteit van - aaneengesloten winkelroutevoorzieningen- harmonische inpassing van voorzieningen in dewoonomgeving5. Openbare ruimte: parken, plantsoenen, speelplaatsen, pleinen, waterpartijenkwantiteit Mate waarin er voldoende pleinen, - elke buurt is voorzien van buurtgroenparken etc. in de <strong>wijk</strong> aanwezig zijn - genoeg speelruimte voor kinderen en jongeren- aanwezigheid centrale ontmoetingsplek binnen de<strong>wijk</strong>- voldoende oppervlaktewater ten behoeve vanopvang regenwater


50Beoordelingsaspect <strong>De</strong>finitie Voorbeeldnabijheid Mate waarin parken, pleinen etc. - een buurtpark bevindt zich op loopafstandzich op redelijke afstand van de - een plein is gelegen bij voorzieningenwoonbuurten bevindentoegankelijkheid Mogelijkheid om de openbare - geen gevaarlijke wegen rond parkenruimte te betreden zonder- entree tot parken en pleinen wordt niet verhinderdobstakels of barrières tedoor hekwerkenoverwinnen- water benaderbaar door flauwe taludscontinuïteit Mate van samenhang van de - aanwezigheid van wandelroutes tussen parken enopenbare ruimte binnen de <strong>wijk</strong> speelplaatsen- grote groeneenheden met gebruiksmogelijkheden- eenheid in de vormgeving van paden enstraatmeubilairdiversiteit Mate van variatie in de openbare - afwisseling in stenen pleinen en groeneruimte binnen de <strong>wijk</strong>parken/plantsoenen- verschillende gebruiksmogelijkheden groen- openbare ruimte heeft multifunctioneel karakter(zitten, spelen, wandelen, sporten)sociale veiligheid/ Mate waarin de openbare ruimte - woningen zijn met de voorzijde (= ramen in woonzichtbaarheidzichtbaar zijn vanuit omliggende kamer en keuken) op de openbare ruimte gerichtwoningen en goed verlicht- geen of in beperkte mate bergingen op de beganegrond- zicht op de openbare ruimte wordt niet ontnomendoor dichte begroeiing- parken en pleinen zijn voldoende verlichtherkenbaarheid Mate waarin de inrichting of vorm- - duidelijke scheiding tussen privé-ruimte engeving van de openbare ruimte openbare ruimte is duidelijk in de vorm van hagenaansluit bij de te vervullen functie of hekwerken rondom privé-tuinen- duidelijke pleinwanden rond een pleinbeeldkwaliteit Mate waarin de openbare ruimte - aantrekkelijke gevelwanden rondom pleineneen uitnodigend karakter heeft - gevarieerde inrichting van plantsoenen- fraaie en goed onderhouden beplanting- goede kwaliteit straatmeubilair en materialisering


51Beoordelingsaspect <strong>De</strong>finitie Voorbeeldfunctionele staat Mate waarin de inrichting van de - duurzame kwaliteit speeltoestellen en bestratingopenbare ruimte aan de heden- - goed onderhoud straatmeubilair en padendaagse functionele eisen voldoet - goede afwatering van paden en wegen6. Verkavelingspatroon: de situering van de bebouwing ten opzichte van elkaardiversiteit Mate van variatie in verkavelings- - afwisseling in gesloten en open verkavelingpatronen binnen een <strong>wijk</strong>- afwisseling in grootte van de tuinenoverzichtelijkheid Mate waarin het verkavelings - een helder onderscheid tussen voor- enpatroon helder en begrijpelijk is achterzijden van bouwblokken- aanwezigheid oriëntatiepunten- helder onderscheid tussen straatruimte enbuitenruimte bij woningen- hogere bebouwing nabij <strong>wijk</strong>centrumdichtheid Mate waarin de verhouding tussen - woningen staan voldoende afstand van elkaarde bebouwing en de maat van de (bezonning, uitzicht en privacy)open ruimte in evenwicht is - diepte tuinen is voldoende- hoogte of massa bebouwing sluit aan bij demenselijke maatbeeldkwaliteit Ligging en architectonische uit- - bebouwing maakt mooi onderdeel uit van destraling van de bebouwing(spatroon) straatwand- aantrekkelijke situering bebouwing ten opzichtevan elkaarcontinuïteit Mate waarin de verkaveling een - bebouwingswanden langs de straat vormen eenheidsamenhangend geheel vormt - afstemming tussen bebouwing in vormgevingduurzaamheid Mate waarin sprake is van een lage - zongerichte verkavelingmilieubelasting m.b.t- beperking van het verharde oppervlakenergie en water- compacte verkaveling7. Woningdifferentiatie: variatie in woningendiversiteit Mate van variatie in type, stapeling, - voldoende afwisseling tussen flats en eengezinsgrootteen architectuur van de woningenwoningen- differentiatie binnen een bepaalde architectuur- grootte van de woningen is divers


52IIIWoning1. WoningBeoordelingsaspect <strong>De</strong>finitie Voorbeeldtoegankelijkheid Mogelijkheid om de woning te - voldoende trappen en liften aanwezigbetreden zonder obstakels ofbarrières te hoeven nemenwoontechnische staat Mate waarin de woningen voldoen - woningen zijn voldoende grootaan de huidige wooneisen- aantal kamers is voldoende- logische indeling van de woning- badkamer en keuken zijn voldoende grootkwantiteit/grootte Mate waarin de woningen voldoen - woningen zijn voldoende grootaan de huidige eisen met betrekking - aantal kamers is voldoendetot de grootte en het aantal kamersbeeldkwaliteit Ligging en architectonische - aantrekkelijke vormgeving, met aandacht vooruitstraling van de woningdetails- bijzondere vormgeving van de hoekwoningen tenopzichte van tussenwoningen- voldoende privacysociale veiligheid/ Mate waarin de entree van de - zicht wordt niet ontnomen door bosjes en/ofzichtbaarheid woning zichtbaar is vanuit de schuttingenopenbare ruimte en goed verlicht - entree bevindt zich niet aan slecht verlichtzijpad/steeg- toegangen/trappenhuizen zijn afsluitbaar- geen of weinig bergingen op de begane grond2. Buitenruimte: (gemeenschappelijke) tuin, balkontoegankelijkheid Mogelijkheid om de buitenruimte - aanwezigheid van een trap/deur vanuit eenvanuit de woning betreden zonder portiekflat naar de buitenruimteobstakels of barrières te hoevenoverwinnenbeeldkwaliteit Stedenbouwkundige en architecto- - inrichting van de buitenruimte is aantrekkelijk ennische uitstraling van degoed onderhoudenbuitenruimte- geen hoge schuttingen aan de straatzijde


53Beoordelingsaspect <strong>De</strong>finitie Voorbeeldsociale veiligheid/ Mate waarin achterpaden en - binnenterrein is zichtbaar vanuit omliggendezichtbaarheid binnenterreinen overzichtelijk en woningengoed verlicht zijn- voldoende verlichting bij achterpaden- geen scherpe bochten en knikken bij achterpaden- afsluitbare binnenterreinen


54LiteratuurlijstAgricola, A., Nieuw publiek, in: Blauwe Kamer, juni 1998Bastiaansen, I., Leefstijlen als basis voor het nieuwe wonen, inWoonatlas consumentgericht bouwen, SEV, 1999Bertholet, P., Stedelijke woonmilieus en stedelijke woonvoorkeuren,in opdracht van het DGVH, <strong>De</strong>n Haag, 1992Boer, de N., D. Lambert, Woon<strong>wijk</strong>en, Nederlandse stedebouw1945-1985, Rotterdam, 1987Bos, A., <strong>De</strong> stad der toekomst de toekomst der stad, een stedenbouwkundigeen sociaal-culturele studie over de groeiendestadsgemeenschap, 1946Castex, J., e.a., <strong>De</strong> rationele stad, van bouwblok tot wooneenheid,Nijmegen, 1984Damen, H., A. <strong>De</strong>volder, Lotte Stam-Beese 1903-1988,Rotterdam 1993Driessen, F.M.H.M., H.J.A. Beerenboom, <strong>De</strong> kwaliteit van hetstedelijke leefmilieu, bewoners en hun voorkeuren, Utrecht,1983Huygen, P., Emmen, de bouw van een aangename stad in hetgroen, Rotterdam, 1995Ibelings, H., <strong>De</strong> moderne jaren vijftig en zestig, de verspreidingvan een eigentijdse architectuur over Nederland, 1996Ibelings, H., Nederlandse stedenbouw van de 20ste eeuw,Rotterdam, 1999Janssen, W, Differentiatie rond het Assenkruis, een structuurvisievoor <strong>De</strong>n Haag Zuidwest, in opdracht van vereniging federatievan Haagse woningbouwcorporaties, mei 1993Janssen, W., <strong>De</strong> organisatie van de kwaliteit, een essay over deruimtelijke kwaliteit in de VINEX locaties, in opdracht van deRijksplanologische Dienst Rotterdam, oktober 1993Lemmen, J. van, Buitengewoon. <strong>De</strong> ruimtelijke kwaliteit van deopenbare ruimte in sleutelprojecten en voorbeeldplannen, stagerapportplanologie Universiteit van Amsterdam, Amsterdam,1992Mey, M.G., Het stedelijke mozaïek, een vertaling van de voorkeurenvan stedelijke bevolkingscategorieën naar ruimtelijkemilieus, proefschrift Technische Universiteit <strong>De</strong>lft,1994NAI, <strong>De</strong> naoorlogse stad, Een hedendaagse ontwerpopgave,Rotterdam 2001Nederlands Documentatiecentrum voor de bouwkunst, HetNieuwe Bouwen, voorgeschiedenis, 1982Oerlemans, H., Oude nieuwe <strong>wijk</strong>en, <strong>De</strong>n Haag 1950-1990, 1990Roosen, J., Woonmilieus in nieuw perspectief, een verkenningvan toekomstige eisen woonmilieus op basis van woonwensenonder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen, <strong>De</strong>n Haag,1991Stopppelenburg, P.A., Woonmilieu en woongedrag, een evaluatieonderzoekonder bewoners van een aantal naoorlogsewoon<strong>wijk</strong>en in Amsterdam, 1982Tweede Kamer, Nota Mensen, Wensen, Wonen, vergaderjaar2000-2001, 27559, nr. 2Valten D., Tuindorp Vree<strong>wijk</strong>, Een geschiedschrijving over devennootschap, haar woningen en haar huurders 1913-1988,Rotterdam 1988Vijgen J., R. van Engelsdorp Gastelaars, Stedelijke bevolkingscategorieënin opkomst, stijlen en strategieën in het alledaagsbestaan, Am,sterdam, 1986VNG, <strong>De</strong> naoorlogse <strong>wijk</strong> in historisch perspectief, brochure intwee delen, <strong>De</strong>n Haag 2001Voet, D., Emmen, een modelstad op menselijke maat, opvattingenover stedebouw 1950-1980, 1992VROM-raad, Betrokken burger, betrokken overheid, <strong>De</strong>n Haag,september 2000


55Colofon<strong>De</strong>ze publicatie beschrijft het onderzoek dat in opdracht van hetMinisterie van VROM is uitgevoerd door:KuiperCompagnons - Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw,Architectuur, Landschap - te Arnhem en RotterdamDhr. Ir. M. Ph. W. Dubbeling, dhr. Drs. B. Franken,mevr. Drs. W. Verstegen en mevr. Ir. L. van der Zee’<strong>De</strong> begeleidingscommissie- mevr. Drs. H. van den Brink - Directeur Era Bouw- dhr. Ir. P.M.C. van der Grinten - Hoofd Stedenbouw enMonumenten, Gem. Utrecht- dhr. Ir. R.J.A. Renshoff - Directeur Re. Managementen Advies- drs. J.P.A.M. Corten - Rijksdienst voor deMonumentenzorg (RDMZ)- dhr. Ir. P.J. Romeijn - Directoraat Generaal Wonen- dhr. J.D. Janselandschapsarchitect AVB - Directoraat Generaal WonenMeer informatieVoor meer informatie kunt u terecht bij de afdelingPublieksvoorlichting van VROM, telefoonnummer (070) 339 50 50.BestellingenVia de internetsite van VROM www.vrom.nl kunt u de tekst vandeze brochure downloaden.April 2004


Dit is een publicatie van: Ministerie van VROM> Rijnstraat 8 > 2515 XP <strong>De</strong>n Haag > www.vrom.nl030489/04-04 VROM4018Ministerie van VROM >staat voor ruimte, wonen, milieu en rijksgebouwen. Beleid maken, uitvoeren en handhaven.Nederland is klein. <strong>De</strong>nk groot.

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!