Het lezen van de stad - Gemeente Amsterdam
Het lezen van de stad - Gemeente Amsterdam
Het lezen van de stad - Gemeente Amsterdam
- No tags were found...
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Inhoudsopgave4 VoorwoordPierre <strong>van</strong> Rossum8 InleidingStan Majoor14 Eerste seminar: 12 <strong>de</strong>cember 2011<strong>Het</strong> Lezen <strong>van</strong> <strong>de</strong> Stad16 Werken met wat niet veran<strong>de</strong>rtOver het zien en aanwen<strong>de</strong>n <strong>van</strong> wijkspecifieke patronen,routines en praktijken in gebiedsgericht werkPaul Blon<strong>de</strong>el28 <strong>Het</strong> mee<strong>lezen</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong>Gijs Mol34 Twee<strong>de</strong> seminar: 13 februari 2012De Stad en het Geld36 De <strong>stad</strong> en het geldMeubilisering <strong>van</strong> <strong>de</strong> gebouw<strong>de</strong> omgevingManuel Aalbers48 Kwestie <strong>van</strong> vertrouwen<strong>Het</strong>ty Vlug54 Der<strong>de</strong> seminar: 8 mei 2012De Veilige Stad56 Diamantbuurt; symbool <strong>van</strong> Ne<strong>de</strong>rlands onbehagenAnouk <strong>de</strong> Koning72 ‘Nee meneer, zo gaan we dat niet doen’Maureen Sarucco78 Vier<strong>de</strong> seminar: 9 juli 2012De Stad in Veran<strong>de</strong>ring80 Paradoxaal managementStan Majoor94 And all that jazz…Duco Stadig104 NawoordLubbert Hakvoort106 Over <strong>de</strong> auteurs108 Colofon2<strong>Het</strong> <strong>lezen</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong>3De organisatie <strong>van</strong> improvisatie
VoorwoordDe <strong>stad</strong> <strong>Amsterdam</strong> staat er goed bij. Afgelopen jaren is enorm geïnvesteerdin <strong>de</strong> openbare ruimte, infrastructuur en in toonaangeven<strong>de</strong>gebouwen. <strong>Amsterdam</strong>mers zijn tevre<strong>de</strong>n over hun <strong>stad</strong>. Nog steedsstromen per jaar duizen<strong>de</strong>n nieuwelingen <strong>de</strong> <strong>stad</strong> in om hier tewonen en te werken. <strong>Het</strong> aantal internationale bedrijven dat zich in<strong>Amsterdam</strong> vestigt is onvermin<strong>de</strong>rd hoog. Dit geeft aan dat <strong>de</strong> <strong>stad</strong>in trek is. Door <strong>de</strong> economische crisis en <strong>de</strong> crisis in <strong>de</strong> woning- envastgoedmarkt is het echter niet langer <strong>van</strong>zelfsprekend dat <strong>de</strong>gemeente grote investeringen doet. <strong>Het</strong> ou<strong>de</strong> verdienmo<strong>de</strong>l, waarbij<strong>de</strong> gemeente optrad als grondproducent en projectregisseur, volstaatniet langer. We zullen op zoek moeten naar een aanvullen<strong>de</strong> werkwijzewaarin we meer dan voorheen gaan samenwerken met nieuwepartijen waarmee we nieuwe coalities sluiten. Voor ons werk betekentdit dat we meer gaan faciliteren dan initiëren. <strong>Het</strong> plannen <strong>van</strong><strong>de</strong> <strong>stad</strong> is in <strong>de</strong> nabije toekomst niet meer het monopolie <strong>van</strong> <strong>de</strong>gemeente. Misschien zijn we nog regisseur, maar scriptschrijver zijnwe zeker niet meer. We schuiven met an<strong>de</strong>re partijen om <strong>de</strong> tafel.Partijen die sneller zullen willen schakelen. Dat vraagt om een an<strong>de</strong>reproceshouding aan <strong>de</strong> zij<strong>de</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> gemeente. Min<strong>de</strong>r rigi<strong>de</strong>, on<strong>de</strong>rnemen<strong>de</strong>r.Meer als violist dan als dirigent. Net als geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong><strong>stad</strong>svernieuwing zullen we nu moeten luisteren naar <strong>de</strong> <strong>stad</strong> en haargebruikers, beter <strong>de</strong> <strong>stad</strong> moeten <strong>lezen</strong> om te bepalen wat nu echt<strong>de</strong> opgave is en ons vaker moeten afvragen of <strong>de</strong> aanpak die we voorogen hebben niet beter, goedkoper, an<strong>de</strong>rs of sneller kan.Samen met <strong>de</strong> aca<strong>de</strong>mische wereld probeert het PMB te zoekennaar nieuwe mogelijkhe<strong>de</strong>n om <strong>de</strong> <strong>stad</strong> en haar gebruikers ver<strong>de</strong>r tebrengen. De seminarreeks die is vastgelegd in dit boek is daartoeeen eerste stap.Wij wensen u heel veel plezier en inspiratie bij het <strong>lezen</strong> <strong>van</strong> dit boek.Namens het PMB/LeerhuisPierre <strong>van</strong> Rossum directeur ProjectManagement Bureau<strong>Het</strong> boek is integraal te downloa<strong>de</strong>n via: www.amsterdam.nl/pmb4Voorwoord5Pierre <strong>van</strong> Rossum
Inleiding<strong>Het</strong> Lezen <strong>van</strong> <strong>de</strong> StadGedreven door particulier en publiek initiatief is<strong>de</strong>ze <strong>stad</strong> continu aan het veran<strong>de</strong>ren. Somsgrootschalig gepland <strong>van</strong> bovenaf, soms meergegroeid <strong>van</strong> on<strong>de</strong>rop. Veran<strong>de</strong>ringen die door hetPMB kundig in processen en projecten wor<strong>de</strong>n‘gegoten’. De economische crisis in combinatie metstevige bezuinigingen op publieke mid<strong>de</strong>len zorgtvoor het stilvallen of heroverwegen <strong>van</strong> veelprojecten. De noodzaak tot een meer vraaggerichtebena<strong>de</strong>ring <strong>van</strong> <strong>stad</strong>sontwikkeling wordt steedsdui<strong>de</strong>lijker. Daarmee ontstaat een belangrijk thema<strong>van</strong> reflectie waar in <strong>de</strong> aan bodplanologie nog weleens makkelijk overeen gestapt kon wor<strong>de</strong>n: inhoeverre begrijpen we <strong>de</strong> buurten waar weinterveniëren en <strong>de</strong> mensen en gebruikers daar?Nemen we binnen onze huidige werkwijze wel <strong>de</strong>tijd om <strong>de</strong> gelaagdheid <strong>van</strong> wat er plaatsvindt in <strong>de</strong><strong>stad</strong> te on<strong>de</strong>rkennen? De bijdragen in <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>lvormen een bewuste poging tot onthaastingen reflectie en daarmee een eerbetoon aan eenbetrokken en ge<strong>de</strong>gen begrip bij ons object<strong>van</strong> interventie en studie: <strong>de</strong> <strong>stad</strong>.Door Stan MajoorVanuit verschillen<strong>de</strong> invalshoeken en disciplinaire achtergron<strong>de</strong>n alssociologie, geografie, antropologie en planologie <strong>lezen</strong> <strong>de</strong> auteurs in<strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l <strong>de</strong> complexiteit <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong>. Zowel wetenschappers alsprofessionals hebben in vier seminars bijgedragen aan het thema.Terwijl <strong>de</strong> wetenschapper wikt en weegt en processen in het perspectief<strong>van</strong> grotere verban<strong>de</strong>n probeert te plaatsen, voelt <strong>de</strong> professional<strong>de</strong> continue noodzaak tot han<strong>de</strong>len. De scheidslijn tussen wetenschapen praktijk is echter niet zo zwart-wit en <strong>de</strong> bijdragen aan <strong>de</strong>zebun<strong>de</strong>l tonen aan dat wetenschappelijk on<strong>de</strong>rzoek nuttige wenkenvoor <strong>de</strong> praktijk kan opleveren, terwijl ervaringen <strong>van</strong> professionalsnopen tot aca<strong>de</strong>mische reflectie. De opzet <strong>van</strong> <strong>de</strong> seminarreeks wasom een grote variëteit aan inzichten te genereren <strong>van</strong>uit <strong>de</strong>ze verschillen<strong>de</strong>disciplinaire achtergron<strong>de</strong>n. Graag zou ik <strong>de</strong>ze variëteitaan <strong>de</strong> hand <strong>van</strong> twee stellingen willen introduceren en voorzichtigproberen te dui<strong>de</strong>n.De kaart is niet interessanter dan het gebiedDe bijdragen <strong>van</strong> Paul Blon<strong>de</strong>el en Anouk <strong>de</strong> Koning vormen eenhartstochtelijk pleidooi voor ge<strong>de</strong>gen on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> complexiteit<strong>van</strong> <strong>stad</strong>swijken. Blon<strong>de</strong>el wijst op <strong>de</strong> taaiheid <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong> diege<strong>lezen</strong> kan wor<strong>de</strong>n door langdurig en minutieus on<strong>de</strong>rzoek inverschillen<strong>de</strong> <strong>stad</strong>sbuurten in Vlaan<strong>de</strong>ren en Ne<strong>de</strong>rland. Juist eendiep begrip <strong>van</strong> <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis <strong>van</strong> buurten, <strong>de</strong> ervaringen <strong>van</strong>bewoners en gebruikers kan leren over wijkspecifieke patronen,routines en praktijken. Hierdoor kunnen we <strong>lezen</strong> wat, ondanksalle ‘goe<strong>de</strong>’ intenties <strong>van</strong> ruimtelijk beleid, juist niet veran<strong>de</strong>rt.De Koning leert ons dat <strong>de</strong> <strong>Amsterdam</strong>se Diamantbuurt veel meeris dan zomaar een ‘postzegeltje’ in <strong>de</strong> <strong>stad</strong>. <strong>Het</strong> is een symbolischeplek gewor<strong>de</strong>n waarin lokale ervaringen <strong>van</strong> overlast door bewonersgekoppeld wordt aan nationale <strong>de</strong>batten. De complexiteit <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong>zit in<strong>de</strong>rdaad ook in het begrijpen <strong>van</strong> <strong>de</strong>rgelijke verban<strong>de</strong>n tusseneen fysieke plek en een veel grotere wereld. Manuel Aalbers gaat inzijn bijdrage dieper in op <strong>de</strong> complexiteit <strong>van</strong> <strong>de</strong> mondiale financiëlewereld die <strong>de</strong> afgelopen <strong>de</strong>cennia lokaal onroerend goed tot een mondiaalverhan<strong>de</strong>lbaar product heeft gemaakt. De gevolgen hebben wedui<strong>de</strong>lijk kunnen waarnemen <strong>de</strong> afgelopen jaren. De complexehan<strong>de</strong>l <strong>van</strong> (herverpakte) hypotheekleningen tussen financiële instellingenwas een <strong>van</strong> <strong>de</strong> aanleidingen tot <strong>de</strong> mondiale financiëlecrisis. In <strong>Amsterdam</strong> worstelt <strong>de</strong> gemeente met overtollige kantorendie eigendom zijn <strong>van</strong> internationale beleggers zon<strong>de</strong>r binding met<strong>de</strong> <strong>stad</strong>, die vaak moeilijk in beweging zijn te krijgen. Recentelijkkomen woningcorporaties in <strong>de</strong> problemen door risicovolle financiëleconstructies, waardoor concrete investerings- en on<strong>de</strong>rhoudsprogramma’sstil vallen. <strong>Het</strong> zijn <strong>de</strong>ze drie aca<strong>de</strong>mische bijdragen die8Inleiding9Stan Majoor
ie<strong>de</strong>r <strong>van</strong>uit een an<strong>de</strong>r gezichtspunt aantonen dat achter <strong>de</strong> oppervlakte<strong>van</strong> gebouwen en openbare ruimten zich in <strong>de</strong> <strong>stad</strong> tal <strong>van</strong>processen afspelen die belangrijk genoeg zijn om te on<strong>de</strong>rkennendoor <strong>de</strong> professionals die werken aan planmatige interventies in <strong>de</strong><strong>stad</strong>. Dui<strong>de</strong>lijk wordt uit hun bijdragen dat zij <strong>de</strong> <strong>stad</strong> vooral <strong>lezen</strong><strong>van</strong>achter een bril gericht op reductie <strong>van</strong> complexiteit en interventies.Dit levert een belangrijke spanning op.Eerst een klein literair uitstapje: De Franse schrijver MichelHouellebecq verhaalt in zijn recente roman La carte et le territoire(2010) over <strong>de</strong> fictief kunstenaar Jed Martin die, tot zijn eigenverbazing, faam vergaart met een fototentoonstelling <strong>van</strong> Michelinwegenkaarten. Hij doopt <strong>de</strong> tentoonstelling ‘<strong>de</strong> kaart is interessanterdan het gebied’: “Nog nooit had hij zo’n prachtig, zo’n <strong>van</strong> emotie enbetekenis vervuld voorwerp aanschouwd als die Michelinkaart op1:150.000 <strong>van</strong> <strong>de</strong> Creuse en <strong>de</strong> Haute-Vienne. De essentie <strong>van</strong> <strong>de</strong>mo<strong>de</strong>rniteit, <strong>van</strong> het wetenschappelijke en technische begrip <strong>van</strong><strong>de</strong> wereld, werd er vermengd met <strong>de</strong> essentie <strong>van</strong> het dierlijk leven.De tekening was complex en mooi, en door <strong>de</strong> beperkte kleurenco<strong>de</strong>volmaakt hel<strong>de</strong>r.” (p. 41)<strong>Het</strong> is een fraaie analogie met een thema dat terugkomt in verschillen<strong>de</strong>bijdragen aan dit boek: <strong>de</strong> spanning tussen <strong>de</strong> complexe, meervoudige‘werkelijkheid’ en <strong>de</strong> professionele duiding daar<strong>van</strong> in eenhel<strong>de</strong>r beeld gebaseerd op, in dit geval, ruimtelijke categorieën (bos,landbouw, <strong>stad</strong>, weg etc.). <strong>Het</strong> zijn <strong>de</strong> logische strategieën die wegebruiken om <strong>de</strong> overweldigen<strong>de</strong> complexiteit <strong>van</strong> <strong>de</strong> werkelijkheidte dui<strong>de</strong>n en te begrijpen. De kaart geeft op zijn minst ook een illusie<strong>van</strong> begrip, houvast en (toekomstige) or<strong>de</strong>. Ze vormt daarmee één<strong>van</strong> <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>len in <strong>de</strong> omslag <strong>van</strong> analyse naar han<strong>de</strong>len.Gijs Mol laat in zijn bijdrage zien dat <strong>de</strong> gemeente een ongelooflijkerijkdom heeft aan statistisch on<strong>de</strong>rzoeksmateriaal. Achter oppervlakkigekaarten kunnen we dus tegenwoordig, ook door <strong>de</strong> snelheid<strong>van</strong> online informatie razendsnel ‘diepte’ vin<strong>de</strong>n. <strong>Het</strong> probleem zitvolgens hem vooral in het gebrek aan tijd dat genomen wordt om op<strong>de</strong>ze manier allerlei subjectieve interpretaties over <strong>de</strong> <strong>stad</strong> te stavenmet of te toetsen aan <strong>de</strong>ze meer objectieve informatie. MaureenSarucco laat zien dat on<strong>de</strong>r druk <strong>van</strong> media en politiek professionalsgedwongen wor<strong>de</strong>n (snel) te han<strong>de</strong>len, maar dat elke organisatie diedaarbij nodig is haar eigen agenda en werkproces laat prevaleren.Diepgraven<strong>de</strong> analyses over <strong>de</strong> oorzaak <strong>van</strong> problemen zijn nuttigmaar vaak wordt er gevraagd om snel, soms ook symbolisch, beleid.De crux zit hem in <strong>de</strong> noodzaak tot simplificatie die noodzakelijk isvoor ingrijpen. Om dit succesvol te doen is het te eenzijdig eenpleidooi te hou<strong>de</strong>n voor een grotere invloed <strong>van</strong> wetenschappelijkon<strong>de</strong>rzoek op beleid. James Scott wijst er in zijn beroem<strong>de</strong> studie‘Seeing Like a State’ (1998) terecht op dat: “If your life <strong>de</strong>pen<strong>de</strong>d onyour ship coming through rough weather, you would surely prefer asuccessful captain with long experience to, say, a brilliant physicistwho had analyzed the natural laws of sailing but who had neveractually sailed a vessel.” (p. 314)De kennis die professionals hebben heeft een unieke waar<strong>de</strong>: het iservaringskennis, het is een ‘gevoel voor bestuurlijke verhoudingen’,zoals het zo mooi in personeelsadvertenties heet. <strong>Het</strong> is een complexemix <strong>van</strong> inzichten in ‘hoe dingen werken’. De uitdaging zit in hetblijvend verrijken en toetsen <strong>van</strong> die kennis. Een stap daarin is ook het<strong>de</strong>len en ontsluiten <strong>van</strong> die kennis. Wat dat betreft zijn seminars enboekjes als <strong>de</strong>ze, waarin professionals reflecteren op hun werk, belangrijk,maar helaas ook schaars. <strong>Het</strong> is geen verrassing dat, in navolging<strong>van</strong> <strong>de</strong> fictieve kunstenaar <strong>van</strong> Houellebecq, veel professionals in <strong>de</strong>ruimtelijke sector een grote voorlief<strong>de</strong> hebben voor kaarten. Meniggemeentekantoor hangt er vol mee. Voor professionals zou het echterniet zo mogen zijn dat een kaart interessanter is dan het gebied. Datzou <strong>de</strong> wereld achter <strong>de</strong> kaart moeten zijn die complex en meerdimensionaalis. De kaart is slechts het mid<strong>de</strong>l om <strong>de</strong> professional te helpendoor <strong>de</strong>ze complexiteit te navigeren.<strong>Het</strong> ein<strong>de</strong> <strong>van</strong> 60 jaar abnormaliteitTerwijl <strong>de</strong> eerste stelling vooral gaat over <strong>de</strong> relatie tussen kennis enhan<strong>de</strong>len, vat <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> stelling een inhou<strong>de</strong>lijk thema samen dat alseen ro<strong>de</strong> draad door veel bijdragen in <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l loopt. De context<strong>van</strong> het planmatig ingrijpen in <strong>de</strong> <strong>stad</strong> is <strong>de</strong> afgelopen jaren sterk veran<strong>de</strong>rd.In het oog <strong>van</strong> <strong>de</strong> storm wor<strong>de</strong>n veel veran<strong>de</strong>ringen aan <strong>de</strong>huidige financiële en economische crisis toegeschreven: teruglopen<strong>de</strong>economische groei die leidt tot vraaguitval. Een overheid die sterkmoet bezuinigen en geen actieve grondpolitiek meer kan voeren.Kortom, het traditionele verdienmo<strong>de</strong>l <strong>van</strong> <strong>de</strong> overheid in <strong>de</strong>ruimtelijke or<strong>de</strong>ning is failliet. Een iets ver<strong>de</strong>rgaan<strong>de</strong> analyse toontaan dat er ook structurele veran<strong>de</strong>ringen in vraag en aanbod zijn: eenvergrijzen<strong>de</strong> beroepsbevolking, een stagneren<strong>de</strong> bevolkingsgroei (welselectief, <strong>Amsterdam</strong> springt er nog positief uit in <strong>de</strong> verwachtingen)en een meer fundamentele overgang naar een perio<strong>de</strong> met geen ofmin<strong>de</strong>r economische groei. Na afloop <strong>van</strong> <strong>de</strong> huidige crisis zullen het<strong>de</strong>ze lijnen zijn die het beeld voor <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> <strong>de</strong>cennia gaan bepalen.<strong>Het</strong> interessante is dat <strong>de</strong> huidige crisis niet zozeer een omslagpuntvormt naar een ‘geheel nieuwe manier <strong>van</strong> ruimtelijke or<strong>de</strong>ning’,10Inleiding11Stan Majoor
maar dat het eer<strong>de</strong>r het ein<strong>de</strong> is <strong>van</strong> een perio<strong>de</strong> <strong>van</strong> ruwweg zestigjaar abnormaliteit. Een perio<strong>de</strong> waarin <strong>de</strong> overheid, gedreven dooreen doctrine <strong>van</strong> planmatig alomvattend ingrijpen, <strong>de</strong> ruimtelijkeinrichting <strong>van</strong> het land naar zich toe trok. Via wetgeving wer<strong>de</strong>n<strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n daarvoor ook geschapen. Tegelijkertijd gaf <strong>de</strong>i<strong>de</strong>ologie <strong>van</strong> het mo<strong>de</strong>rnisme professionals een stevig vertrouwenover <strong>de</strong> gewenstheid en mogelijkhe<strong>de</strong>n om door mid<strong>de</strong>l <strong>van</strong> ruimtelijkeingrepen vooruitgang te bewerkstelligen. <strong>Amsterdam</strong> wasbinnen Ne<strong>de</strong>rland één <strong>van</strong> <strong>de</strong> koplopers <strong>van</strong> <strong>de</strong>ze filosofie, gesteunddoor een uitgebreid erfpachtsysteem, een actieve grondpolitiek eneen trotse traditie <strong>van</strong> ste<strong>de</strong>nbouw en architectuur.In een perio<strong>de</strong> <strong>van</strong> stagneren<strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n <strong>van</strong> overhe<strong>de</strong>n omgrootschalige ruimtelijke ingrepen te doen, is het niet verwon<strong>de</strong>rlijkdat er interesse komt voor meer endogene, organische vormen <strong>van</strong><strong>stad</strong>sontwikkeling. In eerste instantie nog als tij<strong>de</strong>lijke oplossingvoor stilgevallen projecten <strong>van</strong> traditionele gebiedsontwikkeling(PMB/Leerhuis, 2012). Waarschijnlijker is dat <strong>de</strong> huidige initiatieveneen voorbo<strong>de</strong> zijn voor een perio<strong>de</strong> waarin <strong>de</strong> overheid een geheelnieuwe rol krijgt in dit domein. Maar echt nieuw is <strong>de</strong>ze dus niet!De oorsprong <strong>van</strong> overheidsbemoeienis in <strong>de</strong> ruimtelijke or<strong>de</strong>ninglag in het scheppen <strong>van</strong> ka<strong>de</strong>rs voor particulier initiatief. In <strong>de</strong>Angelsaksische lan<strong>de</strong>n is dat nog steeds <strong>de</strong> belangrijkste re<strong>de</strong>nwaarom <strong>de</strong> overheid zich met <strong>de</strong> or<strong>de</strong>ning <strong>van</strong> grondgebied bezighoudt.De huidige crisis vormt het omslagpunt naar een structureleveran<strong>de</strong>ring waarin <strong>de</strong> overheid op het gebied <strong>van</strong> ruimtelijke or<strong>de</strong>ningmeer vraaggericht, marktvolgend en marktorganiserend moetwor<strong>de</strong>n. In een perio<strong>de</strong> met min<strong>de</strong>r groei komt <strong>de</strong> nadruk meer teliggen op beheer en verbetering. Belangrijke inhou<strong>de</strong>lijke vraagstukkenrondom <strong>de</strong> kwaliteit <strong>van</strong> <strong>de</strong> gebouw<strong>de</strong> omgeving, duurzaamhei<strong>de</strong>n mobiliteit spelen in alle hevigheid. <strong>Het</strong> is dan ook een misverstandom een <strong>de</strong>rgelijke omslag <strong>van</strong> instrumentarium en sturingsfilosofiegelijk te zetten aan het overboord gooien <strong>van</strong> tal <strong>van</strong> belangrijke(publieke) ruimtelijke doelstellingen. <strong>Het</strong> betekent vooral dat <strong>de</strong>overheid zich moet oriënteren op een an<strong>de</strong>re opstelling, met an<strong>de</strong>reinstrumenten en (daarom) een an<strong>de</strong>re interne organisatie. <strong>Het</strong>tyVlug breekt in haar bijdrage een lans voor een nieuwe rol <strong>van</strong> <strong>de</strong> overheidin een meer zelforganiseren<strong>de</strong> samenleving. De overheid wordtniet meer automatisch initiator, maar heeft het particuliere initiatiefte faciliteren en te accommo<strong>de</strong>ren. Dit is een grote omslag in <strong>de</strong>nkendie ook heel goed past bij een situatie waarin <strong>de</strong> overheid zich veelmeer gaat bezighou<strong>de</strong>n met beheer. Vlug pleit ervoor dat <strong>de</strong> overheidmoet leren zich aan te sluiten bij wat <strong>de</strong> markt wil en dat te verbin<strong>de</strong>nmet <strong>de</strong> eigen doelstellingen. De organisatie daar<strong>van</strong> vraagt innovatie.Dit is dan ook het thema waarmee zowel Stan Majoor als Duco Stadig<strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l afsluiten: innovatie in organisatie <strong>van</strong> het overheidsapparaatis nodig. Veel ruimtelijke ontwikkelingen zijn <strong>de</strong> laatste<strong>de</strong>cennia georganiseerd als een project, met een doel, mid<strong>de</strong>len,<strong>de</strong>adlines en een dui<strong>de</strong>lijke regievoering door <strong>de</strong> overheid. In eensituatie <strong>van</strong> een meer vraaggerichte bena<strong>de</strong>ring werkt dit onvoldoen<strong>de</strong>en is het ook ongewenst. Marktpartijen kijken nooit zover vooruitals <strong>de</strong> overheid dat in het verle<strong>de</strong>n wel <strong>de</strong>ed en dat heeft een re<strong>de</strong>n:<strong>de</strong> toekomst is onbestendig. De rol <strong>van</strong> grote vastgoedpartijen die<strong>de</strong>cennia dominant zijn geweest is bijna uitgespeeld. Belangrijk is hetdaarom dat <strong>de</strong> overheid beter leert schakelen tussen gesloten organisatievormenrondom concrete kleinere uitvoeringsprojecten waarinsneller moet wor<strong>de</strong>n gehan<strong>de</strong>ld en een open, faciliteren<strong>de</strong> en verbin<strong>de</strong>n<strong>de</strong>houding richting <strong>de</strong> maatschappij omtrent <strong>de</strong> bre<strong>de</strong>re invulling<strong>van</strong> <strong>de</strong> ruimte. Dit lijkt heel sterk op <strong>de</strong> normale attitu<strong>de</strong> <strong>van</strong><strong>de</strong> overheid buiten <strong>de</strong> afgelopen perio<strong>de</strong> <strong>van</strong> abnormaliteit <strong>van</strong> <strong>de</strong>laatste 60 jaar. Deze attitu<strong>de</strong> moet opnieuw aangeleerd en vormgegevenwor<strong>de</strong>n in een an<strong>de</strong>r tijdvak.Conclusie<strong>Het</strong> <strong>lezen</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong> toont grote complexiteit aan. Tegelijkertijd iser een grote behoefte aan een han<strong>de</strong>lingsperspectief. Dit perspectiefveran<strong>de</strong>rt naar het accommo<strong>de</strong>ren en faciliteren <strong>van</strong> particulierinitiatief en zorgt er eigenlijk voor dat ruimtelijke or<strong>de</strong>ning weerterugkeert in <strong>de</strong> richting <strong>van</strong> haar oorspronkelijke ‘werkver<strong>de</strong>ling’tussen publiek en particulier. Deze omslag vraagt nieuwe i<strong>de</strong>eën,maar vooral ook nieuwe vormen <strong>van</strong> organisatie <strong>van</strong> <strong>de</strong> overheid.De verplichting <strong>van</strong> rechtszekerheid en efficiëntie <strong>van</strong> het han<strong>de</strong>lenmoet in <strong>de</strong> toekomst samengaan met exploreren<strong>de</strong>, verbin<strong>de</strong>n<strong>de</strong>en soms ook meer experimentele initiatieven. Dat vraagt eenvernieuwing <strong>van</strong> organisatievormen die kunnen schakelen tussenverschillen<strong>de</strong> activiteiten en niveaus. Hier wordt momenteel opkleine schaal al mee geëxperimenteerd. <strong>Het</strong> is ook logisch dat dit nietgebeurt via een overkoepelend masterplan. Aansluiten op particulierinitiatief betekent juist ook <strong>de</strong> complexiteit <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong> <strong>lezen</strong>, en kleinereinitiatieven koppelen aan publieke doelstellingen. Deze experimentenvormen een verrijking en moeten langzaam <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong>geïnstitutionaliseer<strong>de</strong> processen <strong>van</strong> gebiedsontwikkeling <strong>van</strong>binnenuit vernieuwen.Literatuur— Houellebecq, M. (2010). La Carte et le Territoire. Parijs: Flammarion.— PMB/Leerhuis (2012). Tij<strong>de</strong>lijk <strong>Amsterdam</strong>, <strong>Gemeente</strong> <strong>Amsterdam</strong>:ProjectManagement Bureau.— Scott, J. C. (1998). Seeing Like a State. How certain schemes to improve the humancondition have failed. New Haven en Lon<strong>de</strong>n: Yale University Press.12Inleiding13Stan Majoor
1Eerste seminar12 <strong>de</strong>cember 2011<strong>Het</strong> Lezen <strong>van</strong> <strong>de</strong> StadPaul Blon<strong>de</strong>elGijs Mol4
Werken met wat niet veran<strong>de</strong>rtOver het zien en aanwen<strong>de</strong>n<strong>van</strong> wijkspecifieke patronen, routinesen praktijken in gebiedsgericht werkDe manier waarop een wijk zichzelf reproduceert,vertelt niet alleen iets over zijn continuïteit, maarook over zijn i<strong>de</strong>ntiteit. Elke wijk houdt zichzelf opeen heel specifieke manier in stand. De wijk blijftniet zomaar zichzelf; hij blijft op een bepaal<strong>de</strong>manier zichzelf.Door Paul Blon<strong>de</strong>elEen <strong>van</strong> <strong>de</strong> fundamentele ervaringen in <strong>de</strong> <strong>stad</strong>svernieuwing is <strong>de</strong>vaststelling dat, bekeken over een iets langere termijn, wijken nietwezenlijk veran<strong>de</strong>ren. Mensen die lang genoeg op eenzelf<strong>de</strong> plekwerken, beamen dat: hun werkgebied blijft op een bepaal<strong>de</strong> manierzoals het altijd al was. Hoewel voortgangsrapporten schrijven dat eengebied ‘aantoonbaar’ verbeterd is, hoewel individuele burgers het ineen gebied ook effectief beter kunnen krijgen, hoewel <strong>de</strong> verloe<strong>de</strong>ring<strong>van</strong> een wijk en heel zijn fysiek voorkomen kunnen veran<strong>de</strong>ren– op een bepaal<strong>de</strong> manier blijven wijken zichzelf. Hoe kunnen we die‘bepaal<strong>de</strong> manier’ achterhalen en er ons voor<strong>de</strong>el mee doen? Hoeleggen we <strong>de</strong> hand op <strong>de</strong> zeer ingenieuze en vaak eigenzinnige manierenwaarmee burgers, professionals en an<strong>de</strong>re stakehol<strong>de</strong>rs huneigen omgeving telkens weer in stand hou<strong>de</strong>n en haar – zon<strong>de</strong>r zichdaar<strong>van</strong> bewust te zijn – actief reproduceren? <strong>Het</strong> klinkt paradoxaal:om <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>ring die we beogen, effectiever en duurzamer temaken, moeten we erg precies wor<strong>de</strong>n over datgene wat in alleveran<strong>de</strong>ring hetzelf<strong>de</strong> blijft. Precies in die weerbarstigheid toont zich<strong>de</strong> continuïteit, toont zich <strong>de</strong> structuur en <strong>de</strong> cultuur <strong>van</strong> <strong>de</strong> wijk.De weerbarstige structuur en cultuur kunnen we systematisch inkaart leren brengen maar toch zullen we het in elke wijk an<strong>de</strong>rsmoeten aanpakken. De manier waarop een wijk zichzelf reproduceert,vertelt niet alleen iets over zijn continuïteit maar ook over zijni<strong>de</strong>ntiteit. Elke wijk houdt zichzelf op een heel specifieke manier instand. De wijk blijft niet zomaar zichzelf; hij blijft op een bepaal<strong>de</strong>manier zichzelf. Vandaar onze term wijk- of gebiedsspecificiteit.Lessen uit SpangenDe Rotterdamse wijk Spangen is zo’n gebied waar er erg veel nietveran<strong>de</strong>r<strong>de</strong>… Op <strong>de</strong> eerste Belgisch Ne<strong>de</strong>rlandse zomerschool’Gebiedsgericht werken’ zei iemand het als volgt: “In die wijk hebbenwe ontiegelijk veel geld geïnvesteerd maar als ik nu moet aangeven ofen hoe die wijk duurzaam veran<strong>de</strong>rd is, dan vind ik dat erg moeilijk”.1 Aan <strong>de</strong> buitenkant is er natuurlijk wel <strong>de</strong>gelijk veel veran<strong>de</strong>rd.Tien jaar gele<strong>de</strong>n raken <strong>de</strong> drugspan<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> ‘Kop <strong>van</strong> Spangen’ <strong>de</strong>finitiefafgesloten. Er wordt drastisch geïnvesteerd in <strong>de</strong> ‘Loper’, eengeïntegreer<strong>de</strong> aanpak voor twee <strong>van</strong> <strong>de</strong> drie winkelstraten in Spangenen het naburige Tussendijken. Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> roerige Pim Fortuyn tijdlaat bewonersgroep Utopia het vervuil<strong>de</strong> binnengebied <strong>van</strong> hunwoonblok opruimen – het betreft enkele tonnen vuilnis, een titanenwerkdat <strong>de</strong> inzet <strong>van</strong> zware bouwkranen vereist. De Utopiagroepwoont in <strong>de</strong> slechtste bouwblokken <strong>van</strong> Rotterdam, woningen met1 Rian Peeters op <strong>de</strong> zomerschool gebiedsgericht werken, 31 augustus 2011, in Gent.www.svgw.nl16Werken met wat niet veran<strong>de</strong>rt1417Paul Blon<strong>de</strong>el14
kapotte rioleringen en afblad<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> muren, maar kennelijk is datgeen re<strong>de</strong>n om zich bij <strong>de</strong> feiten neer te leggen. In diezelf<strong>de</strong> perio<strong>de</strong>gaan er in Spangen en Tussendijken allerlei sociaalartistieke projectendoor, er is een wijktheatergroep, een werkplaats voor gerecycleer<strong>de</strong>meubelen. <strong>Het</strong> Euromaatjes spel wordt opgestart – een succesvollemetho<strong>de</strong> om mensen te vergoe<strong>de</strong>n voor kleine projecten en activiteitenin <strong>de</strong> buurt. Een project met ex-verslaaf<strong>de</strong>n bezoekt bejaar<strong>de</strong>n in<strong>de</strong> wijk en voert kleine herstellingen uit in en rond <strong>de</strong> woning.Een tijdje later wordt <strong>de</strong> wijk een <strong>van</strong> <strong>de</strong> testgebie<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong>.kluswoningen. Ondanks al die initiatieven is er die ou<strong>de</strong> rotin het vak die, met kennis <strong>van</strong> zaken, aangeeft dat <strong>de</strong> (duurzame) veran<strong>de</strong>ringenin Spangen niet zo makkelijk aan te geven zijn. Zelf <strong>de</strong>edik drie jaar on<strong>de</strong>rzoek in <strong>de</strong>ze wijk 2 en ik <strong>de</strong>nk dat <strong>de</strong> goe<strong>de</strong> mangelijk heeft: aan <strong>de</strong> buitenkant is er erg veel veran<strong>de</strong>rd (in termen <strong>van</strong>woningbouw en upgrading <strong>van</strong> het publieke domein) maar wat <strong>de</strong>zewijk tot Spangen maakt, is in al die investeringen niet veran<strong>de</strong>rd.Misschien is het niet eens herkend….Hebben <strong>de</strong> vele investeringen daadwerkelijk op het wijkspecifiekeingespeeld? Heeft <strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong> Loperaanpak het eigene <strong>van</strong>Spangen en Tussendijken versterkt? Geven <strong>de</strong> twee winkelstraten <strong>de</strong>passant nu een goe<strong>de</strong> indruk <strong>van</strong> <strong>de</strong>ze bijzon<strong>de</strong>re plek in Rotterdamof is <strong>de</strong> uitkomst toch weer generiek – niet an<strong>de</strong>rs dan el<strong>de</strong>rs in <strong>de</strong><strong>stad</strong>? Vertelt het succes <strong>van</strong> het en ou<strong>de</strong>re wijkgeschie<strong>de</strong>nis patronenopduiken? Hoe werken die patronen ook <strong>van</strong>daag nog door? In <strong>de</strong>langere duur zien we beter wat er ‘op een bepaal<strong>de</strong> manier’ hetzelf<strong>de</strong>blijft en wat daar <strong>de</strong> betekenis <strong>van</strong> kan zijn. Kijkt u voor wat Spangenbetreft eens mee in <strong>de</strong> achteruitkijkspiegel.“Naast <strong>de</strong> <strong>stad</strong> leven” – een habitus en een kwaliteitIn <strong>de</strong> opeenvolgen<strong>de</strong> generaties <strong>stad</strong>svernieuwingsfondsen wasSpangen telkens het laatst aan <strong>de</strong> beurt of werd het helemaal over hethoofd gezien. Dat was al zo bij <strong>de</strong> eerste reeks <strong>stad</strong>svernieuwingsprojecten(in <strong>de</strong> jaren ‘70 <strong>van</strong> <strong>de</strong> vorige eeuw wordt <strong>de</strong> wijk nog nietals probleemwijk herkend). In <strong>de</strong> jaren ‘80 neemt <strong>de</strong> strijd voor hetOu<strong>de</strong> Westen en <strong>de</strong> naastliggen<strong>de</strong> buurten heroïsche vormen aan,maar <strong>de</strong> inspanningen ver<strong>de</strong>r westwaarts opschuiven, richtingTussendijken en Spangen, lijkt erg moeilijk. Alsof <strong>de</strong> investeringenniet voorbij <strong>de</strong> Delfste Schie geraken. Spoelen we <strong>de</strong> tijdsband nogiets ver<strong>de</strong>r terug. In <strong>de</strong> jaren ’50 en ‘60 is Spangen zelf een nog jongewijk, niet ver <strong>van</strong> <strong>de</strong> relatief nieuwe insteekhavens aan <strong>de</strong> Spaansepol<strong>de</strong>r. <strong>Het</strong> is een wijk waar altijd bergen aar<strong>de</strong> liggen, opgespotendoor <strong>de</strong> nabijgelegen havenwerken of door restanten <strong>van</strong> <strong>de</strong>Euromaatjesspel iets over déze Rotterdammers of staat het eer<strong>de</strong>rhaaks op hun eigen manieren <strong>van</strong> aanpak? Wat vertelt <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rnemingszin<strong>van</strong> die Utopia-lui over precies <strong>de</strong>ze plek in <strong>de</strong> <strong>stad</strong>?Vertelt het feit dat ze maan<strong>de</strong>nlang bij allerlei instanties bot vingenen toch doorgingen, iets over <strong>de</strong> aard <strong>van</strong> <strong>de</strong> wijk. Misschien wel,misschien vertelt het iets over wat Pierre Bourdieu <strong>de</strong> habitus,een geheel <strong>van</strong> ge<strong>de</strong>el<strong>de</strong> aannames die onze kijk op en omgang met<strong>de</strong> wereld sterk bepalen. 3 We kunnen <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>elvragen niet zomaarbeantwoor<strong>de</strong>n. Vooreerst volstaat het niet om, zoals we hierboven<strong>de</strong><strong>de</strong>n, allerlei sociale projecten en initiatieven op te noemen en opbasis daar<strong>van</strong> te bepalen of <strong>de</strong> wijk ja dan nee ‘ten goe<strong>de</strong>’ veran<strong>de</strong>rdis. We zou<strong>de</strong>n het ‘goe<strong>de</strong>’ dan wel erg voorspelbaar afmeten aanwat een <strong>de</strong>nkbeeldige opdrachtgever al op zijn of haar netvlies hadof aan allerlei politiek correcte <strong>de</strong>nkbeel<strong>de</strong>n… De ambitie is net om‘het goe<strong>de</strong>’ te toetsen aan het gebied zelf, aan zijn fysieke en socialeeigenheid. Ook ‘goe<strong>de</strong>’ sociale projecten kunnen sierlijk voorbijgaanaan <strong>de</strong> weerbarstigheid die <strong>de</strong>ze wijken zo eigen is. Bovendien toontwijkspecificiteit zich nooit in een beperkte reeks voorvallen ofobservaties. De zeven voorbeel<strong>de</strong>n hierboven schieten dus noodgedwongente kort om <strong>de</strong> typische structuur/cultuur <strong>van</strong> een wijkop het spoor te komen. Wijkspecificiteit toont zich pas in <strong>de</strong> verwevenheid<strong>van</strong> een veel groter aantal gebeurtenissen en praktijken.Een <strong>de</strong>r<strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong> is dat we achterom leren kijken, terug in<strong>de</strong> tijd. Hoe is <strong>de</strong>ze buurt gewor<strong>de</strong>n tot wat zij nu is? Zien we in<strong>de</strong> recente wijk Tussendijken waar<strong>van</strong> stukken nog niet zijn ‘afgebouwd’. De wijk heeft een soort pioniersgehalte. <strong>Het</strong> zijn watvreem<strong>de</strong> woningen, met gemeenschappelijke binnentuinen enmet allerlei regels, een ver af gelegen woonwijkje met super langeblokken figuur 1 en een statig publiek domein. <strong>Het</strong> project Spangenen Bospol<strong>de</strong>r hebben han<strong>de</strong>n vol geld gekost, met daarbovenop<strong>de</strong> crisis <strong>van</strong> <strong>de</strong> jaren ’30 en <strong>de</strong> wereldbrand. In 1943 wordt eenvier<strong>de</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> wijk Tussendijken plat gebombar<strong>de</strong>erd. Meer dan400 woningen zijn volledig verwoest. figuur 1 Dertig jaar blijft het2 <strong>Het</strong> on<strong>de</strong>rzoek (2003 - 2005) verliep in opdracht <strong>van</strong> het bureau Mathernesserkwartieren had on<strong>de</strong>rmeer een etnografisch karakter. Een beschrijving <strong>van</strong> <strong>de</strong> gevolg<strong>de</strong>bena<strong>de</strong>ring is te vin<strong>de</strong>n in on<strong>de</strong>rstaan<strong>de</strong> congrespaper: http://www.otb.tu<strong>de</strong>lft.nl/fileadmin/Faculteit/On<strong>de</strong>rzoeksinstituut_OTB/Stu<strong>de</strong>ren/Studiedagen/Websites_internationale_congressen/Doing,_Thinking/Papers/doc/Conference_paper_Blon<strong>de</strong>el.pdf.3 De grondlaag <strong>van</strong> habitus, aldus Bourdieu, wordt ingeprent tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> kin<strong>de</strong>rjaren. <strong>Het</strong>geheel <strong>van</strong> houdingen (predisposities) werkt als een basistructuur die structurerend isvoor <strong>de</strong> manier waarop iemand zijn wereld ziet en ermee omgaat. De term wordt ookgebruikt om het specifieke gedrag <strong>van</strong> groepen, sociale milieus en klassen inzichtelijk temaken. Wij gebruiken habitus of in <strong>de</strong> betekenis <strong>van</strong> een wijk-habitus of een wijkDNA,een betekenis die enigszins afwijkt <strong>van</strong> Bourdieus <strong>de</strong>finitie.18Werken met wat niet veran<strong>de</strong>rt1419Paul Blon<strong>de</strong>el14
hart <strong>van</strong> Tussendijken een ondui<strong>de</strong>lijke gebied, een open plek ineen wijk die nog zoekt naar verste<strong>de</strong>lijking.345Figuur 1: Rotterdam West met <strong>de</strong> wijken1 Ou<strong>de</strong> Westen, 2 Mid<strong>de</strong>lland, 3 Spangen, 4 Tussendijken en 5 Bospol<strong>de</strong>r.De dubbele pijl duidt het traject aan <strong>van</strong> <strong>de</strong> Delfste Schie, een grens die nog steeds <strong>de</strong>samenhang in het gebied bepaalt, zowel in ruimtelijke als in sociaalruimtelijke zin.De donker gearceer<strong>de</strong> bouwblokken (<strong>de</strong> dubbele gearceer<strong>de</strong> blokken geven hetgrondplan aan <strong>van</strong> voor 1943) brengen door hun langgerekte vorm een har<strong>de</strong> scheidingaan tussen <strong>de</strong> meer prestigieuze lanen en <strong>de</strong> wat besloten wijkjes achterin. Dezeruimtelijke afzon<strong>de</strong>ring geeft <strong>de</strong> wijkjes een beslotenheid die vroeger aanleiding wasvoor heel eigen gemeenschapsleven. De habitus tussen wijk en <strong>stad</strong> (“wij leven naastelkaar”) kan ook gebruikt wor<strong>de</strong>n om het samenleven op wijkniveau te analyseren ente bespreken.21‘die lui <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong> Delft’… figuur 1 en 2 Wanneer <strong>de</strong> Mathenesserbruger komt, is <strong>de</strong> verbinding nog altijd moeilijk. Tot op <strong>van</strong>daag staat<strong>de</strong> brug erg vaak open; <strong>de</strong> hele oost-west georiënteer<strong>de</strong> verkeerstroomkomt er tot stilstand. Maar is dat een obstakel of is het ookeen kwaliteit?Enkele patronen lopen <strong>van</strong>daag nog steeds door. Een eerste ‘patroon’is <strong>de</strong> lager gelegen positie <strong>van</strong> <strong>de</strong> wijk, <strong>de</strong> enig wijk die niet werdopgehoogd. Ten twee<strong>de</strong> is er die rare band met Mid<strong>de</strong>lland en <strong>de</strong>rest <strong>van</strong> <strong>de</strong> centrum<strong>stad</strong>. Aan weerskanten <strong>van</strong> <strong>de</strong> Schie hebbenbewoners hun moskeeën, kerken en verenigingen; sociale en culturelegroepen stoppen niet aan <strong>de</strong> Schie maar het blauwe lint functioneertnog steeds al een har<strong>de</strong> grens. Eenmaal <strong>de</strong> Schie over, gel<strong>de</strong>n ermin<strong>de</strong>r formele regels, zowel wat betreft wonen als op an<strong>de</strong>re domeinen.In <strong>de</strong> jaren ‘70 en ‘80 ontstaan er in <strong>de</strong> bocht <strong>van</strong> Spangen (tennoor<strong>de</strong>n <strong>van</strong> <strong>de</strong> wijk) allerlei informele han<strong>de</strong>ltjes en bedrijfjes,autoherstellers, verfspuiterijen en enkele exotische dancings. Allichtleren we nog het meest door die won<strong>de</strong>rlijke manier <strong>van</strong> praten opeen <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers aan <strong>de</strong> focusgroepen tij<strong>de</strong>ns ons on<strong>de</strong>rzoek:“Hier in Spangen, zei <strong>de</strong> man, leven wij naast <strong>de</strong> <strong>stad</strong>. Wij moetenzelf onze zaakjes klaren, we ontwerpen zelf <strong>de</strong> wegen die we moetenvolgen.” <strong>Het</strong> bleek een hel<strong>de</strong>re formulering <strong>van</strong> een ruimer ge<strong>de</strong>el<strong>de</strong>habitus: we leven naast <strong>de</strong> (formele) <strong>stad</strong> en die eigenzinnige positiehoudt behalve weerbarstigheid, ook een hoop kwaliteiten in.<strong>Het</strong> <strong>stad</strong>sbestuur moet vooral niet <strong>de</strong>nken dat ze in haar eentje ietswaar<strong>de</strong>vols kan bijdragen aan wat <strong>de</strong> Spangenaars zelf <strong>de</strong> voorbije<strong>de</strong>cennia hebben bedacht en uitgeprobeerd. Wanneer <strong>de</strong> habitus nietherkend wordt, zal steun <strong>van</strong> buitenaf (“we komen u ein<strong>de</strong>lijk terhulp; nu gaan we echt investeren en het verschil maken”) gecounterdWe spoelen nog eens 20 jaar terug, <strong>de</strong> jaren ‘20 en ’30 <strong>van</strong> <strong>de</strong> vorigeeeuw. De mo<strong>de</strong>lwijk Spangen is net gebouwd maar het is een soortVinexwijk a<strong>van</strong>t la lettre: veraf gelegen en quasi onbereikbaar. Meerdan tien jaar lang moeten mensen een pontje nemen; <strong>de</strong> ou<strong>de</strong> begraafplaatsaan <strong>de</strong> Delftse Schie bemoeilijkt <strong>de</strong> bouw <strong>van</strong> <strong>de</strong> geplan<strong>de</strong>,monumentale Mathenesserbrug. Wanneer het pontje niet werkt,moeten mensen omlopen via <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwse dijk – een omweg <strong>van</strong>an<strong>de</strong>rhalve kilometer. figuur 2 Als mo<strong>de</strong>lwijk ligt Spangen niet alleenaan <strong>de</strong> rand <strong>van</strong> het bestaan<strong>de</strong> woonweefsel, er is ook nauwelijks eenweg naartoe. Op een kaart <strong>van</strong> begin 20ste eeuw, zien we nog dui<strong>de</strong>lijkerhoe <strong>de</strong> Rotterdamse groei stokt aan <strong>de</strong> Schie. <strong>Het</strong> hele gebiedwas ook niet echt Rotterdam. <strong>Het</strong> was <strong>van</strong>ouds het domein <strong>van</strong> eentegenpartij, <strong>de</strong> oevers en <strong>de</strong> vaarweg zelf waren <strong>de</strong> eigendom <strong>van</strong>Figuur 2<strong>Het</strong> duurt bijna twee <strong>de</strong>cennia eer <strong>de</strong> wijk Tussendijken volgebouwd is. Geduren<strong>de</strong> heeldie perio<strong>de</strong> is Spangen een moeilijk bereikbaar gebied: veraf gelegen <strong>van</strong> <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong><strong>stad</strong> (tekening links en mid<strong>de</strong>n) en negen meter lager dan <strong>de</strong> omliggen<strong>de</strong> terreinen.Omdat <strong>de</strong> geplan<strong>de</strong> Mathenesserbrug [* in <strong>de</strong> rechtse tekening] jaren op zich laatwachten, is <strong>de</strong> wijk ook aan die zij<strong>de</strong> afgegrensd en moeten mensen grote omwegenmaken (stippellijnen in <strong>de</strong> rechtse tekening). De ruimtelijke grens verhardt zich tot eensociaalruimtelijke.20Werken met wat niet veran<strong>de</strong>rt1421Paul Blon<strong>de</strong>el14
lijven wor<strong>de</strong>n met een hele reeks tegen-routinesen blijft het effect<strong>van</strong> <strong>de</strong> ste<strong>de</strong>lijke vernieuwing in Spangen waarschijnlijk on<strong>de</strong>rmaats.Er veran<strong>de</strong>rt dan veel ‘aan <strong>de</strong> buitenkant’ maar ondui<strong>de</strong>lijk blijft ofwijk en <strong>stad</strong> er ook echt beter <strong>van</strong> wor<strong>de</strong>n.Troeven , valkuilen, misverstan<strong>de</strong>nEen wijkhabitus formuleer je het best tij<strong>de</strong>ns focusgroepen of tij<strong>de</strong>nseen an<strong>de</strong>re vorm <strong>van</strong> collectief beraad. In zo’n focusgroep leggen we<strong>de</strong> vermoe<strong>de</strong>lijke wijkhabitus voor aan een kransje wijkbewoners enprofessionals, meestal mensen die we eer<strong>de</strong>r in het on<strong>de</strong>rzoek interview<strong>de</strong>n.<strong>Het</strong> gaat meestal zoals hierboven geschetst: we vertellen <strong>de</strong>bouw- en bewoningsgeschie<strong>de</strong>nis, we leggen enkele gebruikkaartenop tafel, kaarten met het <strong>stad</strong>sgebruik <strong>van</strong> enkele aanwezige <strong>de</strong>elnemers,we hernemen <strong>de</strong> stapstenen uit ons on<strong>de</strong>rzoek en geven ookaan wat ons telkens verbaas<strong>de</strong>, we verzwijgen juist niet wat we nietverstaan. Dat installeert een positie die iets meer gelijkwaardig is. Indit beraad kunnen bewoners en stakehol<strong>de</strong>rs betere woor<strong>de</strong>n vin<strong>de</strong>nvoor <strong>de</strong> samenhang in hun fysieke en sociale omgeving. Die woor<strong>de</strong>nkunnen op hun beurt dragers wor<strong>de</strong>n <strong>van</strong> een meer precies zelf- enwijkbeeld. Spangen zal ook over tien jaar nog ‘naast’ <strong>de</strong> <strong>stad</strong> functionerenmaar het zou al heel wat zijn indien Rotterdam dat ook wil<strong>de</strong>erkennen. <strong>Het</strong> is aan zelfkritische stakehol<strong>de</strong>rs, dito burgers en professionalsom dat beeld ook echt die kant op te krijgen.In het korte bestek <strong>van</strong> dit artikel, willen we nog wijzen op enkelemogelijkhe<strong>de</strong>n en waarschuwen voor enkele misverstan<strong>de</strong>n.De i<strong>de</strong>ntiteit die we met wijkspecifiek werk op<strong>de</strong>lven, is niet <strong>de</strong>i<strong>de</strong>ntiteit <strong>van</strong> <strong>de</strong> wijkbranding of die <strong>van</strong> <strong>de</strong> woonomgevingstypologieën.We zijn immers niet bezig met het ‘in <strong>de</strong> markt zetten’ <strong>van</strong>een wijk maar misschien wel met hem ‘uit <strong>de</strong> markt’ te halen. Wezoeken niet zozeer naar wie hier zou kunnen wonen maar wie hiernu woont en hoe die mensen, bedrijven en organisaties <strong>de</strong> wijk zelfbetekenis geven. We focussen niet op <strong>de</strong> problemen die men onsvraagt op te lossen maar op <strong>de</strong> ste<strong>de</strong>lijke processen en <strong>de</strong> feitelijkebetekenissen die aan die problemen voorafgaan. We proberen <strong>de</strong> wijkniet meteen te veran<strong>de</strong>ren maar hem zeer precies te begrijpen. Diespecificiteit krijgen we vooral in beeld door te kijken wat mensen(leer<strong>de</strong>n) doen en laten gezien <strong>de</strong> plek waar ze wonen. In die werk<strong>de</strong>finitieverschuiven we <strong>de</strong> blik 180 gra<strong>de</strong>n: we luisteren niet zozeernaar wat mensen en organisaties zeggen wat het probleem of <strong>de</strong>oplossing is, maar we kijken naar wat ze zelf doen en hoe dat ‘doen’verbon<strong>de</strong>n is met <strong>de</strong> omgeving waarin het zich afspeelt. Dat houdtook in dat we binnen <strong>de</strong>ze bena<strong>de</strong>ring weinig of nooit werken mettoekomstbeel<strong>de</strong>n, ‘wenskaarten’ en an<strong>de</strong>r wervend materiaal.We zijn niet zo geïnteresseerd in wat mensen zeggen te willenmaar in wat ze feitelijk doen en wat uit dat ‘doen’ allemaal blijkt aancompetenties en motieven. We <strong>de</strong>nken dat zo’n aanpak eerlijkeris en ook meer effect kan sorteren.Dat ‘feitelijke doen’ betreft ook erg concrete routines, specifiekevormen <strong>van</strong> <strong>stad</strong>gebruik, bepaal<strong>de</strong> routes en bestemmingen in <strong>de</strong><strong>stad</strong> en <strong>de</strong> domeinen die op die manier tot stand komen. In die verruim<strong>de</strong>betekenis <strong>van</strong> ‘doen’ zit ook wonen, in <strong>de</strong> ste<strong>de</strong>lijke betekenisdie we opnieuw aan dat woord moeten geven. <strong>Het</strong> gaat niet om <strong>de</strong>status of <strong>de</strong> verkoopwaar<strong>de</strong> <strong>van</strong> een woonomgeving (<strong>de</strong> omgevingals een te vermarkten goed) maar om <strong>de</strong> plaatsen waar iemand (nietmeer) komt, <strong>de</strong> mensen waarmee men (niet meer) omgaat; <strong>de</strong> activiteitenwaar men (niet meer) aan <strong>de</strong>elneemt. De <strong>stad</strong>sgebruikskaartendie we in onze eigen projecten opmaken, zien we niet als <strong>de</strong> doorslagjes<strong>van</strong> louter fysiekruimtelijke routes, het zijn röntgenfoto’s <strong>van</strong> <strong>de</strong>manier waarop mensen participeren aan het maatschappelijk leven,in <strong>de</strong> wijk maar ook el<strong>de</strong>rs. Ste<strong>de</strong>lijk wonen is dus meer dan wonenin een chique of overlastvrije woonomgeving; ste<strong>de</strong>lijk wonen iseen public good dat kan meehelpen om <strong>van</strong> consumenten opnieuwburgers te maken, echte ste<strong>de</strong>lingen. 4 Dat is, <strong>de</strong>nken we, een twee<strong>de</strong>misverstand. Wijken gaan niet duurzaam opwaar<strong>de</strong>ren omdater ‘beter volk’ komt wonen maar omdat woonconsumenten zich –opnieuw – gaan gedragen als ste<strong>de</strong>lingen die bij voorbaat op elkaarzijn aangewezen. Gegoe<strong>de</strong> bevolkingsgroepen zijn wat dat betreftniet altijd en zeker niet a priori <strong>de</strong> beste gangmakers.De <strong>stad</strong> leeft bij gratie <strong>van</strong> inter-afhankelijkheid. Je zou kunnenzeggen dat wijkspecifiek werk in kaart brengt hoe die on<strong>de</strong>rlingeafhankelijkheid er in een gegeven wijk kan uitzien. We nemen‘<strong>de</strong> maat’ <strong>van</strong> <strong>de</strong> ste<strong>de</strong>lijke relaties zoals die hier, in <strong>de</strong>ze wijk, hetbeste passen. Dat doen we on<strong>de</strong>rmeer door een cartografie <strong>van</strong> <strong>de</strong>relaties zelf maar ook <strong>van</strong> <strong>de</strong> praktijken en investeringen die eraanvooraf gaan en <strong>van</strong> <strong>de</strong> voorzieningen waarin ze gestold zijn. Watvertellen <strong>de</strong> winkels over <strong>de</strong> locus <strong>van</strong> ons gebied; welke winkels zijnhet; wat is hun bedrijfsvoering; met wie werken <strong>de</strong> winkeliers (nietmeer) samen? Wat vertelt <strong>de</strong> werking <strong>van</strong> <strong>de</strong> scholengroep over <strong>de</strong>zewijk? Hoe zijn bedrijfsparkings en sportvel<strong>de</strong>n georiënteerd, naar<strong>de</strong> wijk toe of er<strong>van</strong> weg gekeerd? Wat vertellen <strong>de</strong> gebruiksroutines<strong>van</strong> <strong>de</strong> vijftien mensen die we geïnterviewd hebben? Wat vertellen4 Blon<strong>de</strong>el Paul, Ruimte voor frictie. Burgerschap, tegenspraak en <strong>stad</strong>svernieuwing inVlaan<strong>de</strong>ren. In Holemans Dirk (ed.). Mensen kamen <strong>de</strong> <strong>stad</strong>, uitgeverij Epo september2012, pp. 173-189.22Werken met wat niet veran<strong>de</strong>rt1423Paul Blon<strong>de</strong>el14
<strong>de</strong> beleidsteksten die we over dit gebied kunnen vin<strong>de</strong>n; wat vertellenuitgevoer<strong>de</strong> en niet uitgevoer<strong>de</strong> projecten over <strong>de</strong> specifiekeomgangsvormen met <strong>de</strong>ze wijk?Dat laatste voorbeeld brengt ons bij een volgen<strong>de</strong> misverstand.<strong>Het</strong> zijn niet alleen bewoners of lokale organisaties die <strong>de</strong> structuuren cultuur <strong>van</strong> een wijk continueren, ook professionals doen dat,samen met hun beroeps- en belangenverenigingen. Ook het beleidsmatigespreken en schrijven is een vorm <strong>van</strong> han<strong>de</strong>len en een bronvoor wijkspecifieke analyse. Beleidsplannen, projecten en maatregelenbevatten net zo goed ste<strong>de</strong>lijke informatie over specifieke manierenwaarop een wijk ge(re)produceerd wordt. Achterhalen watwijkspecifiek is, betekent dat we ook het han<strong>de</strong>len <strong>van</strong> professionals(onszelf en/of <strong>de</strong> mensen en organisaties die bijv. beroep doen oponze coaching) op <strong>de</strong> ontleedtafel leggen. Welke aannames blijkener uit onze manieren <strong>van</strong> han<strong>de</strong>len? Welke posities nemen we in tenaanzien <strong>van</strong> an<strong>de</strong>re mensen en groepen – professionele collega’s enan<strong>de</strong>re groepen? Ook hier kijken we niet naar ‘<strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n’ maarbehan<strong>de</strong>len we <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n als feitelijke omgangsvormen met hetgebied. Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> lezing gaven we het voorbeeld <strong>van</strong> winkeliers in<strong>de</strong> wijk Rabot (in <strong>de</strong> Belgische <strong>stad</strong> Gent). In die verarm<strong>de</strong> wijkverwachtten <strong>de</strong> winkeliers helemaal niets meer <strong>van</strong> <strong>de</strong> lokale bevolking.Die von<strong>de</strong>n ze te arm en ‘te Turks’. <strong>Het</strong> won<strong>de</strong>rlijke was dat zedat nooit zei<strong>de</strong>n en allicht zelf niet beseften. Als on<strong>de</strong>rzoeker merkteik het pas toen iemand vertel<strong>de</strong> dat <strong>de</strong> winkeliers in <strong>de</strong> wijk zelf geenreclamefol<strong>de</strong>rs meer bezorg<strong>de</strong>n; het papier kwam alleen nog inbrievenbussen buiten <strong>de</strong> wijk terecht. Dat een <strong>de</strong>el <strong>van</strong> <strong>de</strong> wijkRabot niets goeds verwachtte <strong>van</strong> <strong>de</strong> wijk zelf, is nog maar <strong>de</strong> helft<strong>van</strong> het verhaal. <strong>Het</strong> werd pas echt interessant toen er ook an<strong>de</strong>r volkaanschoof, tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> focusgroepen. Toen werd dui<strong>de</strong>lijk dat <strong>de</strong> twee<strong>de</strong>elnemen<strong>de</strong> winkeliers nog <strong>de</strong> enige waren die zelf in <strong>de</strong> wijkwoon<strong>de</strong>n, ze verhuur<strong>de</strong>n meer<strong>de</strong>re huizen (ook aan ‘die Turken’)en bleken goe<strong>de</strong> huisva<strong>de</strong>rs. Alvast twee mensen die <strong>de</strong> wijk niethad<strong>de</strong>n opgegeven. Op het moment zelf ontstond er voor zowat alleaanwezigen een kleine aardverschuiving: hun bewuste beeld overzichzelf en <strong>de</strong> wijk bleek niet te kloppen met hun habitus, met <strong>de</strong>feitelijke aannames, <strong>de</strong> feitelijke visies en posities die ze kennelijkinnamen en die ook hun feitelijke routines en investeringen aanstuur<strong>de</strong>n.In <strong>de</strong>ze wijk bleek er veel meer ruimte voor investeringenen betrokkenheid dan <strong>de</strong> winkeliers tot dan toe beseften. Hun gedragwas veel optimistischer dan hun wijk- en wereldbeeld. In <strong>de</strong> onbewusteomgang met <strong>de</strong> wijk, hun impliciete habitus, was er geenruimte voor optimisme; door er met an<strong>de</strong>re burgers over te pratenontstond die ruimte juist wel. Dat brengt ons bij een zeer nieuwen nog onbewezen inzicht waar ook Bourdieu niet goed raad meewist: blijkbaar veran<strong>de</strong>rt habitus <strong>van</strong> inhoud en misschien ook<strong>van</strong> structuur wanneer mensen zich bewust wor<strong>de</strong>n <strong>van</strong> hun predisposities.Wie ein<strong>de</strong>lijk beseft dat hij door een bril kijkt, kan nieuwsgierigwor<strong>de</strong>n naar nieuwe lenzen.Kennelijk kunnen we nieuwe woor<strong>de</strong>n vin<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> dingendie ons omgeven en <strong>de</strong> samenhang die daar waarschijnlijk bestaat.De eerste stap bestaat er altijd in dat we nieuwsgierig wor<strong>de</strong>n.De samenhang die er toe doet, kennen we niet. Nog niet. We wetenniet hoe onze omgeving werkt. We weten niet eens hoe <strong>de</strong> an<strong>de</strong>r zijnomgeving ziet of hoe we zelf onze omgeving waarnemen en vormgeven;hoe ingenieus we daarbij te werk gaan. Wanneer we op diemanier nieuwsgierig wor<strong>de</strong>n, zijn we niet meer gedoemd te blijvendoen wat we gewoon zijn te doen.24Werken met wat niet veran<strong>de</strong>rt1425Paul Blon<strong>de</strong>el14
Paul Blon<strong>de</strong>elGijs Mol
<strong>Het</strong> ‘mee<strong>lezen</strong>’ <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong><strong>Het</strong> <strong>lezen</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong> is een subjectieveaangelegenheid. Maar professionals moeten diepersoonlijke interpretatie volgens Gijs Molobjectiveren door meer gebruik te maken <strong>van</strong>on<strong>de</strong>rzoeksgegeven en <strong>de</strong> dialoog aan te gaanmet bewoners, on<strong>de</strong>rnemers en bezoekers.In dat opzicht gaat het eer<strong>de</strong>r om het ‘mee<strong>lezen</strong>’<strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong> dan om het <strong>lezen</strong> er<strong>van</strong>.Door Gijs Mol<strong>Het</strong> on<strong>de</strong>rwerp <strong>van</strong> dit referaat is ‘<strong>Het</strong> <strong>lezen</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong>’. De vraagis dan in <strong>de</strong> eerste plaats: <strong>van</strong> welke <strong>stad</strong>? En dan bedoel ik niet <strong>van</strong><strong>Amsterdam</strong> of Rotterdam. Nee, ik bedoel: <strong>van</strong> welke verschijningsvorm<strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong> <strong>Amsterdam</strong>. Anne Vossen, ex DRO ste<strong>de</strong>nbouwkundige,die nu haar eigen on<strong>de</strong>rzoeksbureau heeft, maakt eenon<strong>de</strong>rscheid tussen <strong>de</strong> geplan<strong>de</strong> <strong>stad</strong>, zoals we die op papier kennenmet allerlei uitbreidingsplannen, <strong>de</strong> gebouw<strong>de</strong> <strong>stad</strong>, zoals we diewaarnemen en <strong>de</strong> geleef<strong>de</strong> <strong>stad</strong>, dat wil zeggen hoe wij (bezoekers,on<strong>de</strong>rnemers en bewoners) die <strong>stad</strong> gebruiken. Jane Jacobs,Amerikaans on<strong>de</strong>rzoekster, planologe en ste<strong>de</strong>nbouwkundige,hanteert weer een iets an<strong>de</strong>re in<strong>de</strong>ling. Zij on<strong>de</strong>rscheidt een systeemwerel<strong>de</strong>n een leefwereld. Dat eerste is dan <strong>de</strong> fysieke wereld, hoe<strong>de</strong> <strong>stad</strong> in elkaar zit. En <strong>de</strong> leefwereld is wat mensen uitein<strong>de</strong>lijk metdie <strong>stad</strong> doen. De in<strong>de</strong>lingen <strong>van</strong> Vossen en Jacobs liggen dicht tegenelkaar aan, want in <strong>de</strong> visie <strong>van</strong> Jacobs moet je bij <strong>de</strong> systeemwereldook rekening hou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> geplan<strong>de</strong> <strong>stad</strong>. Zowel die op kortetermijn als – in het geval <strong>van</strong> <strong>Amsterdam</strong> – <strong>de</strong> structuurvisie voor2040. Jacobs kijkt <strong>van</strong>uit haar twee werel<strong>de</strong>n naar hoe een <strong>stad</strong>vervolgens veran<strong>de</strong>rt, waarmee ze het tijdsaspect inbrengt. Als wijdat doen, zien we een groot verschil tussen <strong>Amsterdam</strong> in <strong>de</strong> jarenzeventig, tachtig en nu. Je kunt niet an<strong>de</strong>rs dan constateren dat<strong>Amsterdam</strong> er enorm op vooruit is gegaan. Kijk naar <strong>de</strong> Pijp, <strong>de</strong>Kinkerbuurt of an<strong>de</strong>re vernieuwingsgebie<strong>de</strong>n. Of naar <strong>de</strong> ontwikkeling<strong>van</strong> IJburg, het Oostelijk havengebied, <strong>de</strong> IJ-oevers, Zuidas.In die zin is <strong>de</strong> <strong>stad</strong> heel sterk in beweging. Wat zegt, als we <strong>de</strong> <strong>stad</strong><strong>lezen</strong>, die veran<strong>de</strong>ring in <strong>de</strong> systeemwereld dan over <strong>de</strong> leefwereld?En hoe zorgen we er voor dat <strong>de</strong>ze veran<strong>de</strong>ring een verbetering is?<strong>Het</strong> i<strong>de</strong>e dat <strong>de</strong> omgeving <strong>de</strong> mens veran<strong>de</strong>rt – of moet veran<strong>de</strong>ren –hebben we losgelaten. Dat kan niet meer. Je kunt geen <strong>stad</strong>‘neerzetten’ en <strong>de</strong>nken dat <strong>de</strong> mensen daar dan wel in meegaanen zich gedragen zoals vooraf op <strong>de</strong> tekentafel bedacht. Je zou je welhet omgekeer<strong>de</strong> kunnen afvragen: als <strong>de</strong> fysieke omgeving er zoop vooruitgegaan is als in <strong>Amsterdam</strong>, wat zegt dat dan over onzeleefwereld? Wat zegt dat over ons en wat betekent dat voor <strong>de</strong>toekomst <strong>van</strong> <strong>de</strong>ze <strong>stad</strong>?StadsbreinIn <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> plaats is het <strong>lezen</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong> altijd een subjectieveaangelegenheid. Ik ben me dus altijd bewust <strong>van</strong> <strong>de</strong> vraag: wieleest <strong>de</strong> <strong>stad</strong>? Om het antwoord op die vraag op een operationeelschaalniveau te leggen: een bezoeker leest <strong>de</strong> <strong>stad</strong> an<strong>de</strong>rs dan eenbewoner en een on<strong>de</strong>rnemer an<strong>de</strong>rs dan een ste<strong>de</strong>nbouwkundige.Tegelijkertijd is <strong>de</strong> <strong>stad</strong> in termen <strong>van</strong> <strong>de</strong> leefwereld juist <strong>de</strong>interactie tussen bewoners, on<strong>de</strong>rnemers en bezoekers en grijpen28<strong>Het</strong> ‘mee<strong>lezen</strong>’ <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong>1429Gijs Mol14
De <strong>stad</strong> en het geldMeubelisering <strong>van</strong> <strong>de</strong>gebouw<strong>de</strong> omgevingSte<strong>de</strong>n en geld gaan al lange tijd samen. Reedssinds <strong>de</strong> oudheid concentreer<strong>de</strong> geld zich in ste<strong>de</strong>n,zowel als plek waar <strong>de</strong> rijken beschermd achter<strong>stad</strong>muren woon<strong>de</strong>n als waar veel <strong>van</strong> het geldwerd geïnvesteerd. <strong>Het</strong> geld werd echter maar vooreen <strong>de</strong>el in <strong>de</strong> <strong>stad</strong> verdiend. Veel geld kwam uit het‘land’, of dat nou het omringen<strong>de</strong> land of <strong>de</strong>overzeese gebie<strong>de</strong>n waren. <strong>Het</strong> geld zit nog steedsveelal in ste<strong>de</strong>n – of beter: in verste<strong>de</strong>lijkt gebied –maar toch is er in <strong>de</strong> afgelopen <strong>de</strong>cennia ietsveran<strong>de</strong>rd: het geld zit steeds min<strong>de</strong>r vast in <strong>de</strong><strong>stad</strong> en beweegt zich steeds losser en vrijer binnen<strong>de</strong> <strong>stad</strong> en tussen ste<strong>de</strong>n. <strong>Het</strong> geld is mobielergewor<strong>de</strong>n en dat is te zien als we <strong>de</strong> <strong>stad</strong> <strong>lezen</strong>.Door Manuel AalbersTraditioneel wordt <strong>de</strong> gebouw<strong>de</strong> omgeving gezien als iets dat weinigflexibel is, langetermijninvesteringen vraagt en niet liqui<strong>de</strong> is. <strong>Het</strong>woord vastgoed zegt het al een beetje, maar <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n die onzeooster- en zui<strong>de</strong>rburen gebruiken, Immobilien en immobiliers, zeggenhet nog veel beter – immobiel, het tegenovergestel<strong>de</strong> <strong>van</strong> het woordmobiel, waar het woord meubel <strong>van</strong> af is geleid. Vastgoed en meubelszijn daarmee uitersten, maar in <strong>de</strong> laatste <strong>de</strong>cennia hebben financiëlemarkten en grote bedrijven geprobeerd vastgoed meer liqui<strong>de</strong>, meermobiel en dus meer meubel te maken.Aan <strong>de</strong> gebouw<strong>de</strong> omgeving wordt in <strong>de</strong> meeste ste<strong>de</strong>n veelaandacht besteed. <strong>Amsterdam</strong> is zeker zo’n <strong>stad</strong>. Wat in <strong>de</strong> <strong>stad</strong>wordt gebouwd, moet <strong>de</strong>cennia meegaan, soms zelfs eeuwen. Datbetekent niet alleen veel aandacht voor <strong>de</strong> esthetische en functioneleaspecten <strong>van</strong> <strong>de</strong> gebouw<strong>de</strong> omgeving, maar tevens voor <strong>de</strong> financiëleaspecten <strong>van</strong> <strong>de</strong> gebouw<strong>de</strong> omgeving. Wie zelf een woning bouwt,wil daar woongenot <strong>van</strong> beleven, maar wie een woning voor eenan<strong>de</strong>r neerzet – een projectontwikkelaar, een bouwon<strong>de</strong>rnemer,een woningcorporatie, een particuliere verhuur<strong>de</strong>r – wil daar geld aanverdienen. Omdat het bouwen <strong>van</strong> een woning zo duur is, moet datfinancieel wel <strong>de</strong> moeite waard zijn en moet <strong>de</strong> woning geduren<strong>de</strong>lange tijd geld opleveren, indirect ook voor een eigenaar-bewonerdie immers an<strong>de</strong>rs een woning zou moeten huren. Een verhuur<strong>de</strong>rberekent <strong>de</strong> kasstroom die <strong>de</strong> woning geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong>rtig jaargenereert. De investering moet zich op die termijn terugverdienen.BadkamerWat voor <strong>de</strong> woning geldt, geldt natuurlijk ook voor het kantoor en<strong>de</strong> winkel: <strong>de</strong> investeringskosten zijn hoog en <strong>de</strong> terugverdienperio<strong>de</strong>lang, maar er is hier iets geks aan <strong>de</strong> hand: <strong>de</strong> investering in hetkantoor en <strong>de</strong> winkel moeten vaak eer<strong>de</strong>r zijn terugverdiend, bijvoorbeeldbinnen tien jaar. Na tien jaar – soms zelfs binnen tienjaar – wor<strong>de</strong>n het kantoor en <strong>de</strong> winkel als verou<strong>de</strong>rd beschouw<strong>de</strong>n moeten ze wor<strong>de</strong>n ver<strong>van</strong>gen of compleet wor<strong>de</strong>n vernieuwd.De supermarkt bij mij om <strong>de</strong> hoek is <strong>de</strong> afgelopen tien jaar twee keercompleet vernieuwd. <strong>Het</strong> bankkantoor vijf minuten fietsen ver<strong>de</strong>reveneens. Mijn eigen appartement heeft in die jaren een nieuwebadkamer gekregen en een grotere keuken. Ver<strong>de</strong>r ziet mijn woning,net als die <strong>van</strong> <strong>de</strong> meeste buren er nog re<strong>de</strong>lijk hetzelf<strong>de</strong> uit.Kantoren en winkels zijn als badkamers en keukens: die moetengeregeld wor<strong>de</strong>n aangepast aan <strong>de</strong> laatste mo<strong>de</strong> en <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rnstetechnieken. Terwijl <strong>de</strong> meeste woningen <strong>de</strong>cennia- of eeuwenlangblijven staan, geldt dat voor steeds min<strong>de</strong>r kantoren en winkels.36De <strong>stad</strong> en het geld2437Manuel Aalbers24
De vernieuwingdrang in keuken- en badkamerland enerzijds enin kantoor- en winkelland an<strong>de</strong>rzijds heeft twee kanten. Een kantis innovatie: het bubbelbad, <strong>de</strong> wasmachine, <strong>de</strong> vaatwasser en <strong>de</strong>magnetron <strong>de</strong><strong>de</strong>n hun intre<strong>de</strong> en <strong>de</strong> badkamer en keuken wer<strong>de</strong>naangepast. Winkelformules en gedachten over hoe een kantoor eruitdient te zien, veran<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n eveneens en ook dat kreeg zijn neerslagin <strong>de</strong> gebouw<strong>de</strong> omgeving. Toch bouwen we <strong>de</strong> Zuidas niet als eeniPhone: <strong>de</strong> bouw <strong>van</strong> <strong>de</strong> Zuidas duurt al gauw twee <strong>de</strong>cennia enzou er nog veel langer moeten staan. De iPhone kopen we met eenabonnement voor bijvoorbeeld twee jaar en dan ruilen <strong>de</strong> meeste <strong>van</strong>ons ‘m weer in voor wat dan het nieuwste mo<strong>de</strong>l is. Dat heeft natuurlijkniet alleen met innovatie te maken, maar ook met <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re kant<strong>van</strong> <strong>de</strong> vernieuwingsdrang: <strong>de</strong> mo<strong>de</strong> past zich aan omdat daar veelgeld mee kan wor<strong>de</strong>n verdiend. Winkelconcepten veran<strong>de</strong>ren nietalleen omdat winkels met het nieuwe concept meer <strong>de</strong>nken tekunnen verdienen, maar ook omdat er een hele economische sectorafhankelijk is <strong>van</strong> constant vernieuwen. Die afhankelijke groep zalvoortdurend voor vernieuwingen pleiten omdat ze daar haar geldmee verdient. In <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>sector is het een publiek geheim dat <strong>de</strong>dure merken <strong>de</strong> knock-offs nodig hebben. Hoe sneller hun productenwor<strong>de</strong>n gekopieerd, <strong>de</strong>s te interessanter <strong>de</strong> nieuwe mo<strong>de</strong> waarmee zeop <strong>de</strong> proppen zullen komen. Zolang <strong>de</strong> grote merken en <strong>de</strong> beken<strong>de</strong>ontwerpers een half jaar voorsprong hou<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> goedkopereconcurrentie en kunnen zeggen meer kwaliteit te leveren (ook alis dat niet altijd zo), leven zij in symbiose met <strong>de</strong> kopieer<strong>de</strong>rs.Er moeten dan natuurlijk wel genoeg mensen zijn die zich <strong>de</strong> laatstemo<strong>de</strong> kunnen veroorloven en genoeg an<strong>de</strong>ren die <strong>de</strong> goedkoperekopieën willen kopen.SecuritisatieIn <strong>de</strong> meeste ingrijpen<strong>de</strong> economische crises speelt <strong>de</strong> vastgoedmarkteen grote rol. Dat is niet zo gek want <strong>de</strong> resi<strong>de</strong>ntiële vastgoedmarkt, <strong>de</strong>woningmarkt, is uniek in haar positie tussen gea<strong>van</strong>ceer<strong>de</strong> financiëlemarkten en <strong>de</strong> basisbehoeften <strong>van</strong> een mens. Alleen internationalevoedselmarkten en pensioenfondsen <strong>de</strong>len een <strong>de</strong>rgelijke positie met<strong>de</strong> woningmarkt. Voor veel huishou<strong>de</strong>ns is <strong>de</strong> aankoop <strong>van</strong> eenwoning <strong>de</strong> grootste aankoop <strong>van</strong> hun leven en bepaalt <strong>de</strong> economischewaar<strong>de</strong> <strong>van</strong> een woning hun economische en sociale positie.Tegelijkertijd zijn hypotheken sinds <strong>de</strong> jaren tachtig veran<strong>de</strong>rd <strong>van</strong>een simpel financieel product om eigenwoningbezit mogelijk temaken in een complex financieel product dat mondiaal verhan<strong>de</strong>ldwordt. Hiermee is een hypotheek zowel gebon<strong>de</strong>n aan een huishou<strong>de</strong>nals aan financiële markten en is ze zowel lokaal als mondiaal.Hierdoor werd <strong>de</strong> hypotheek bij uitstek het product dat een economischecrisis kon versprei<strong>de</strong>n en voelbaar maken. <strong>Het</strong> doorverkopen <strong>van</strong>hypotheken is zeker niet <strong>de</strong> enige oorzaak <strong>van</strong> <strong>de</strong> crisis en misschienniet eens <strong>de</strong> belangrijkste, maar in symbolische zin wel <strong>de</strong> dui<strong>de</strong>lijkste.Hoe schimmig het securitiseren en doorverkopen <strong>van</strong> hypothekenals resi<strong>de</strong>ntial mortgage backed securities (RMBS) soms ook magzijn (geweest), het is nog altijd dui<strong>de</strong>lijker te begrijpen dan <strong>de</strong> constructie<strong>van</strong> colleteralized <strong>de</strong>bt obligations (CDO’s) en credit <strong>de</strong>faultswaps (CDS’s), ook al waren die vaak gebaseerd op RMBS.Bij securitisatie bun<strong>de</strong>lt een tussenpersoon een pakket hypotheken,om <strong>de</strong>ze vervolgens op te knippen en in stukjes door te verkopen aaninvesteer<strong>de</strong>rs. De investeer<strong>de</strong>rs hebben dan recht op <strong>de</strong> betalingenstroomdie voortkomt uit hypotheekleningen. <strong>Het</strong> bun<strong>de</strong>len en weeropknippen <strong>van</strong> hypotheken verloopt via gespecialiseer<strong>de</strong> instellingen.In <strong>de</strong> V.S. zijn <strong>de</strong> belangrijkste actoren op <strong>de</strong>ze markt Fannie Mae enFreddie Mac. Zij dreig<strong>de</strong>n in 2008 om te vallen en zijn toen genationaliseerd.Daarnaast zijn investeringsbanken als Goldman Sachs enMorgan Stanley actief als verpakkers en doorverkopers. De investeer<strong>de</strong>rszijn vaak banken die aan risicospreiding wil<strong>de</strong>n doen, maar ookpensioenfondsen (waaron<strong>de</strong>r alle grote Ne<strong>de</strong>rlandse) en overheidsfondsen,bijvoorbeeld uit het Mid<strong>de</strong>n Oosten en Oost-Azië. Hoeweleen individuele hypotheek nog steeds zeer lokaal in origine is, zijn <strong>de</strong>eindinvesteer<strong>de</strong>rs verspreid over <strong>de</strong> hele wereld. Zon<strong>de</strong>r dat <strong>de</strong>meeste mensen het wisten, was <strong>de</strong> lokale hypotheekmarkt niet alleennationaal gewor<strong>de</strong>n, maar tevens internationaal. De waar<strong>de</strong> <strong>van</strong> eenCalifornische hypotheek is nu verbon<strong>de</strong>n aan een Brabantse hypotheek,doordat ze <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> eindinvesteer<strong>de</strong>r kunnen hebben, maarook omdat ze voor <strong>de</strong> doorverkoop als RMBS beoor<strong>de</strong>eld wor<strong>de</strong>ndoor <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> organisaties.In theorie beoor<strong>de</strong>len <strong>de</strong> credit rating agencies (CRA’s) RMBS volgensvaste maatstaven en in computerprogramma’s vooraf vastgeleg<strong>de</strong> standaar<strong>de</strong>n.In praktijk hebben <strong>de</strong> CRA’s <strong>de</strong> RMBS steeds vaker een te hogewaar<strong>de</strong>ring gegeven en veel investeer<strong>de</strong>rs vertrouw<strong>de</strong>n hier blind op.<strong>Het</strong> ging echter fout toen begin 2007 steeds meer mensen hun hypotheekniet langer kon<strong>de</strong>n afbetalen. De jaren ervoor kon<strong>de</strong>n ze hunlening bij verkoop nog aflossen omdat <strong>de</strong> huizen in waar<strong>de</strong> stegen, maartoen <strong>de</strong> woningprijzen begonnen te dalen, beteken<strong>de</strong> verkoop vaak dat<strong>de</strong> lening niet kon wor<strong>de</strong>n afgelost. Bovendien was <strong>de</strong> prijs <strong>van</strong> veelRMBS gebaseerd op <strong>de</strong> snel oplopen<strong>de</strong> rentepercentages <strong>van</strong> <strong>de</strong> hypotheken:sommige leningen begonnen met een aanlokkelijke instaprente<strong>van</strong> 2 à 3 procent om na een paar jaar op te lopen tot bijvoorbeeld 8 à 16procent. Toen mensen niet meer aan <strong>de</strong> sterk stijgen<strong>de</strong> betalingsverplichtingenkon<strong>de</strong>n voldoen, nam niet alleen <strong>de</strong> opbrengst <strong>van</strong> <strong>de</strong>RMBS snel af, maar ook hun waar<strong>de</strong>. En dat gaf een sneeuwbaleffect:omdat verschillen<strong>de</strong> financiële instellingen <strong>de</strong> RMBS had<strong>de</strong>n gekochtmet geleend geld, wer<strong>de</strong>n an<strong>de</strong>re instellingen huiverig hen nog geld telenen. De ene na <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re dreig<strong>de</strong> om te vallen.38De <strong>stad</strong> en het geld2439Manuel Aalbers24
DerivatenBegin februari 2012 meld<strong>de</strong>n diverse media dat woningcorporatieVestia uit Rotterdam zijn vingers flink had gebrand aan <strong>de</strong>rivaten,afgelei<strong>de</strong> financiële producten, en daarmee miljar<strong>de</strong>n kon verliezen.An<strong>de</strong>re woning-corporaties en het Waarborgfonds SocialeWoningbouw moesten bijspringen. Een <strong>de</strong>el <strong>van</strong> <strong>de</strong> inboe<strong>de</strong>l gaat nuin <strong>de</strong> verkoop en verschillen<strong>de</strong> ontwikkel- en renovatie-plannen zijnaf- en uitgesteld. <strong>Het</strong> Centraal Fonds voor <strong>de</strong> Volkshuisvesting (CFV)liet als reactie op dit inci<strong>de</strong>nt weten dat er circa <strong>de</strong>rtig woningcorporatieszijn die zich had<strong>de</strong>n ingelaten met <strong>de</strong>rivaten. Begin juni viel te<strong>lezen</strong> dat Vestia niet alleen staat in haar risicovolle gedrag: woningcorporatiesWooninvest uit Leidschendam-Voorburg en Portaal uitBaarn zijn on<strong>de</strong>r verscherpt toezicht gesteld. Volgens het CFV sluit94 procent <strong>van</strong> <strong>de</strong> woningcorporaties contracten af op basis <strong>van</strong>verwacht renteverloop. Dat klinkt als snel als speculatie. <strong>Het</strong> verwarren<strong>de</strong><strong>van</strong> <strong>de</strong>rivaten is echter dat ze zowel op een verzekering kunnenlijken als op speculatie. Zoals een manager <strong>van</strong> een Rotterdamsewoningcorporatie mij aangaf: “Uiteraard hebben wij <strong>de</strong>rivaten.Dat moet in <strong>de</strong> huidige markt om risico’s af te <strong>van</strong>gen.” Dat 94procent <strong>van</strong> <strong>de</strong> corporaties rente<strong>de</strong>rivaten heeft, zegt daarom niet zoveel. De grote vraag is niet hoeveel woningcorporaties <strong>de</strong>rivatenhebben, maar hoeveel woningcorporaties er te veel of <strong>van</strong> <strong>de</strong> verkeer<strong>de</strong>soort hebben. Blijkbaar zat het Centraal Fonds er in februariflink naast. Wie zegt dat zij nu alle rotte appelen in beeld heeft?Een <strong>de</strong>rivaat kan in beginsel een zeer nuttig instrument zijn om risico’ste beperken. Zo zijn ze ook ontstaan en gebruikt op bijvoorbeeld<strong>de</strong> graanmarkt. Een boer loopt risico dat <strong>de</strong> prijzen omlaag gaan. Datrisico kan wor<strong>de</strong>n afge<strong>de</strong>kt door een <strong>de</strong>rivatencontract tussen <strong>de</strong> boeren een tegenpartij. Bijvoorbeeld: <strong>de</strong> boer wil 10 cent per kilo ont<strong>van</strong>gen.Als <strong>de</strong> marktprijs op 12 cent ligt, betaalt <strong>de</strong> boer 2 cent aan <strong>de</strong>tegenpartij en houdt hij zelf 10 cent over. Als <strong>de</strong> marktprijs daarentegenop 8 cent ligt, betaalt <strong>de</strong> tegenpartij 2 cent aan <strong>de</strong> boer die uitein<strong>de</strong>lijkweer op 10 cent uitkomt. Als een boer op <strong>de</strong>ze manier <strong>de</strong>rivatengebruikt, is er niets mis mee en datzelf<strong>de</strong> principe geldt ook voor<strong>de</strong>rivaten die gebaseerd zijn op renteschommelingen.Woningcorporaties hebben vaak zeer grote bedragen aanleningen uitstaan. Dat is mogelijk omdat ze ook een zeer groterewaar<strong>de</strong> aan huizen in bezit hebben. De rente schommelt echteren dat kan, net als een schommelen<strong>de</strong> graanprijs, financiële risico’smet zich meebrengen.De problemen beginnen als een <strong>de</strong>rivatencontract niet bei<strong>de</strong>kanten <strong>van</strong> <strong>de</strong> schommeling af<strong>de</strong>kt, maar slechts één kant, want dankunnen <strong>de</strong> risico’s niet wor<strong>de</strong>n uitgeruild zoals in het graanvoorbeeld.<strong>Het</strong> probleem wordt nog groter als <strong>de</strong>rivaten zijn afgesloten opgrotere risico’s dan men feitelijk heeft. Dan is er geen sprake <strong>van</strong>oververzekeren maar <strong>van</strong> speculeren. Wat begon als risico’s af<strong>de</strong>kken– een gezon<strong>de</strong> ontwikkeling – is verwor<strong>de</strong>n tot pure speculatie: hopenop renteschommelingen om zo bakken met geld te verdienen. Dat kangoed gaan, maar het kan ook helemaal fout gaan, zoals bij Vestia isgebeurd. Wat <strong>de</strong> ervaringen met Vestia, Wooninvest en Portaal onsleren, is dat het toezicht op woningcorporaties tekort is geschoten. Toenhet geval Vestia naar buiten kwam, sprak men in <strong>de</strong> sector alom <strong>van</strong> eeninci<strong>de</strong>nt, net als men elke keer doet als blijkt dat er weer een corporatiedirecteuris die ver boven <strong>de</strong> Balkenen<strong>de</strong>norm verdient of als er ergensis gesjoemeld met geld. Eén inci<strong>de</strong>nt is een inci<strong>de</strong>nt, maar een heleboelinci<strong>de</strong>nten samen maken een structuurfout.HunebedOok in <strong>de</strong> gebouw<strong>de</strong> omgeving is <strong>de</strong> beschikbaarheid <strong>van</strong> geld cruciaal.Als er geen boodschappen meer wor<strong>de</strong>n gedaan, kan <strong>de</strong> supermarktniet blijven verbouwen en als er geen bedrijven op zoek zijnnaar een kantoor, kan men ook niet langer nieuwe kantoren blijvenbouwen. Maar omdat investeringen in <strong>de</strong> gebouw<strong>de</strong> omgeving nietalleen voor <strong>de</strong> lange termijn zijn, maar ook een lange ontwikkel- enproductieperio<strong>de</strong> kennen, loopt men nog wel eens achter op <strong>de</strong> gang<strong>van</strong> zaken. Dan staan er in <strong>Amsterdam</strong> ‘ineens’ vele kantoren leeg enlijken <strong>de</strong> meeste daar<strong>van</strong> moeilijk te vullen.On<strong>de</strong>rtussen legt het televisieprogramma De slag om Ne<strong>de</strong>rland uithoe <strong>de</strong> meeste kantoren in Ne<strong>de</strong>rland zogenaamd wor<strong>de</strong>n gebouwdvoor <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> <strong>de</strong>cennia maar vaak binnen tien jaar alweer wor<strong>de</strong>ningeruild voor een nieuw kantoor waarbij het ou<strong>de</strong> kantoor leeg envergeten achterblijft. <strong>Het</strong> state-of-the-art kantoor uit 2002 lijkt in2012 ineens een hunebed zon<strong>de</strong>r monumentenstatus. Feitelijk haddat gebouw in <strong>de</strong> meeste gevallen prima aan <strong>de</strong> laatste mo<strong>de</strong> in kantorenlandkunnen wor<strong>de</strong>n aangepast, maar een nieuw gebouwbrengt meer prestige met zich mee en brengt vaak ook nog meer geldop in <strong>de</strong> mooie <strong>de</strong>als die projectontwikkelaars en grote bedrijven metelkaar sluiten.Ook op an<strong>de</strong>re, meer financieel-technische manieren verwordt <strong>de</strong><strong>stad</strong> steeds meer tot een kamer vol meubels die gezamenlijk of individueelingeruild of verkocht kunnen wor<strong>de</strong>n – of in en uit elkaargehaald en gecombineerd als een Ikea-pakketje. In <strong>de</strong> vakliteratuurspreekt men <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>de</strong>materialisatie <strong>van</strong> vastgoed en <strong>de</strong> productie<strong>van</strong> liquiditeit. <strong>Het</strong> kan daarbij gaan om securitisatie, <strong>de</strong>rivaten,property companies, real estate investment trusts of een <strong>van</strong> <strong>de</strong> vele40De <strong>stad</strong> en het geld2441Manuel Aalbers24
an<strong>de</strong>re <strong>van</strong> vastgoed afgelei<strong>de</strong> financiële producten (zie ka<strong>de</strong>rsSecuritisatie en Derivaten). Wat hier telkens het geval is, is datvastgoed wordt omgevormd tot iets dat gemakkelijk verhan<strong>de</strong>lbaaris op financiële markten. Daarvoor dient een zekere standaardisatieop te tre<strong>de</strong>n, maar omdat dat in vastgoedmarkten moeilijk is (tweeexact <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> gebouwen op <strong>de</strong> Zuidas en bij Sloterdijk zijn uitfinancieel oogpunt geheel an<strong>de</strong>rs), treedt <strong>de</strong> standaardisatie vaakop in <strong>de</strong> beoor<strong>de</strong>ling <strong>van</strong> het vastgoed, uitgedrukt in cijfers <strong>van</strong>kasstromen en ratings.ViagraVer<strong>de</strong>r dient vastgoed volgens <strong>de</strong> financiële technieken opgeknipt tekunnen wor<strong>de</strong>n: als een kantoorpand niet meer in bezit hoeft te zijn<strong>van</strong> één eigenaar, kunnen kleinere investeer<strong>de</strong>rs ook in vastgoed gaanbeleggen en wordt risicospreiding bovendien een stuk gemakkelijker.Stel ik zou als investeer<strong>de</strong>r genoeg geld hebben om in een kantoorpand<strong>van</strong> 10.000 vierkante meter te stoppen, dan zou ik dat kunnendoen, maar wat in <strong>de</strong> huidige markt meer voor <strong>de</strong> hand ligt, is dat ikdat geld stop in een vastgoedfonds dat 10.000 projecten over <strong>de</strong> helewereld in bezit heeft. Dan zou ik als investeer<strong>de</strong>r niet alleen aan risicospreidingdoen, maar ook ineens actief <strong>de</strong>elnemen aan globalisering.Niet alleen het geld dat eerst in bijvoorbeeld <strong>Amsterdam</strong> zat,gaat daarmee over <strong>de</strong> hele wereld, maar <strong>de</strong> normen die eerst plaatsafhankelijkwaren, wor<strong>de</strong>n zo ook transnationaal. En dat leidt uiteraardniet tot een gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> of tot menging <strong>van</strong> normen, maar <strong>van</strong> <strong>de</strong> verspreiding<strong>van</strong> <strong>de</strong> westerse – en dan vooral <strong>de</strong> Amerikaanse – manier<strong>van</strong> <strong>de</strong>nken over <strong>de</strong> <strong>stad</strong> en het geld. De globalisering <strong>van</strong> financiëlemarkten en normen enerzijds en <strong>de</strong> meubelisering <strong>van</strong> <strong>de</strong> gebouw<strong>de</strong>omgeving an<strong>de</strong>rzijds zijn twee kanten <strong>van</strong> <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> medaille.<strong>Het</strong> i<strong>de</strong>e is dat <strong>de</strong> <strong>de</strong>materialisatie <strong>van</strong> vastgoed tot meer liqui<strong>de</strong>markten leidt waarin het gemakkelijker wordt geld te vin<strong>de</strong>n voorvastgoedontwikkeling, risicospreiding wordt gefaciliteerd en <strong>de</strong>transparantie toeneemt. Dat klinkt in theorie mooi, maar in praktijkbetekent het vooral het faciliteren <strong>van</strong> hit-and-run kapitalisme.Transparantie is vaak slechts schijn, risicospreiding bleek <strong>van</strong>af 2008ineens niet meer risicovermin<strong>de</strong>ring te betekenen maar juist risicoverspreidingen <strong>de</strong> zo veel bejubel<strong>de</strong> liquiditeit het gevolg <strong>van</strong> watMarxisten excess capital noemen en <strong>de</strong> conservatieve Amerikaansevastgoe<strong>de</strong>conoom Anthony Downs <strong>de</strong> Niagara of capital noemt.Downs had ook kunnen spreken <strong>van</strong> <strong>de</strong> Viagra of capital waarbij <strong>de</strong>erectie <strong>van</strong> financiële en vastgoedmarkten in <strong>de</strong> jaren voor 2008 eengevolg bleek <strong>van</strong> een overdosis stimuleringsmid<strong>de</strong>len. Toen <strong>de</strong> Viagraop was, kon <strong>de</strong> markt niet meer fier overeind staan en bogen <strong>de</strong>doktoren zich over <strong>de</strong> patiënt. De markterectie was nooit echt gestoeldop gezon<strong>de</strong> ontwikkelingen en zon<strong>de</strong>r Viagra/Niagara bleekhet bloed/geld ver te zoeken. <strong>Het</strong> geld doet <strong>de</strong> <strong>stad</strong> niet altijd goed.Literatuur— Aalbers, M.B. (2008) The financialization of home and the mortgage market crisis.Competition & Change 12(2): 148-166.— Aalbers, M.B. (red.) (2012) Subprime cities: The political economy ofmortgage markets. Oxford: Wiley-Blackwell.— Downs, A. (2007) The Niagara of capital. Washington, DC: Urban Land Institute.— Gotham, K.F. (2006) The secondary circuit of capital reconsi<strong>de</strong>red: Globalizationand the U.S. real estate sector. American Journal of Sociology 112(1): 231-75.— Haila, A. (1991) Four types of investment in land and property.International Journal of Urban and Regional Research 15: 343-365.— Harvey, D. (1985) The urbanization of capital. Studies in the history and theory ofcapitalist urbanization. Oxford: Blackwell.— Leitner, H. (1994) Capital markets, the <strong>de</strong>velopment industry and urban office marketdynamics: Rethinking building cycles. Environment and Planning A 26: 779-802.— MacKenzie, D. (2011) The credit crisis as a problem in the sociology of knowledge.American Journal of Sociology 116(6): 1778 - 1841.— Sinclair, T. (2005) The new masters of capital. New York: Cornell University Press.— Weber, R. (2002) Extracting value from the city: Neoliberalism and urban <strong>de</strong>velopment.Antipo<strong>de</strong> 34(3): 519-540.42De <strong>stad</strong> en het geld2443Manuel Aalbers24
Manuel Aalbers<strong>Het</strong>ty Vlug
Kwestie <strong>van</strong> vertrouwenWaar moet <strong>de</strong> transformatie <strong>van</strong> aandachtsgebie<strong>de</strong>nen -wijken <strong>van</strong>daan komen, nu rijk en gemeenteop zwart zaad zitten? <strong>Het</strong>ty Vlug pleit voor een<strong>Amsterdam</strong>se variant op <strong>de</strong> Engelse trusts: meerruimte voor particulier initiatief. Zowel in kantoorgebie<strong>de</strong>nals in woonwijken. Juist in het belang<strong>van</strong> <strong>de</strong> publieke doelen moet je daar als gemeentevolgens haar bij aansluiten. En als het geld dangaat rollen, moet <strong>de</strong> gemeente meerollen.Door <strong>Het</strong>ty VlugDe Zuidoostlob is een gebied waar <strong>de</strong> <strong>stad</strong> <strong>de</strong> afgelopen <strong>de</strong>cenniaveel geld heeft verdiend. Niet alleen <strong>de</strong> <strong>stad</strong> overigens, maar ook <strong>de</strong>kantoren en bedrijven die daar gevestigd zijn. Maar je ziet dat na <strong>de</strong>eerste tien jaar gebruikers zich gaan oriënteren: wegtrekken ofblijven? Tot nog toe concentreer<strong>de</strong> <strong>Amsterdam</strong> zich bij het verhaalover <strong>de</strong> investeringen en opbrengsten uitsluitend op <strong>de</strong> aan<strong>van</strong>gsfase<strong>van</strong> <strong>de</strong> gron<strong>de</strong>xploitatie. Waar we ons als <strong>stad</strong> niet altijd bewust <strong>van</strong>zijn is dat er bij kantoren en gebouwen ook nog een heel leven <strong>van</strong>investeringen, opbrengsten en kosten komt kijken nádat <strong>de</strong> eerstehuurtermijn <strong>van</strong> tien jaar is afgelopen. Want als je als <strong>stad</strong> altijd maargrond blijft uitgeven, krijg je automatisch ook te maken met leegstand,met verloe<strong>de</strong>ring <strong>van</strong> gebie<strong>de</strong>n. De keuze of gebruikers vertrekkenof blijven maakt immers een wereld <strong>van</strong> verschil. Denk aan<strong>de</strong> verhuizing <strong>van</strong> KPMG in Amstelveen naar een vijfhon<strong>de</strong>rd meterver<strong>de</strong>rop gelegen locatie, waarmee ze een gebouw <strong>van</strong> tien jaar oudhoogstwaarschijnlijk tot permanente leegstand veroor<strong>de</strong>el<strong>de</strong>n. In hetcentrumgebied Zuidoostlob had<strong>de</strong>n we PWC dat na tien jaar nieuwbouwpleeg<strong>de</strong> op <strong>de</strong> Riekerpol<strong>de</strong>r en een groot kantoor leeg trok inhet centrumgebied. Dat hebben we als <strong>stad</strong> vergeefs proberen tegente hou<strong>de</strong>n. Als gemeente wisten we toen nog niet dat er een subtielgeldspel gespeeld wordt tussen <strong>de</strong> projectontwikkelaars en <strong>de</strong>eigenaren <strong>van</strong> die bedrijven. Daar hoor je niets over. Wat je welhoort is: ‘Wij moeten per se op een an<strong>de</strong>re locatie zitten, want wegaan clusteren en er komt zo meer werkgelegenheid naar <strong>Amsterdam</strong>toe. Bovendien moeten we dichter bij Schiphol zitten.’ En als dieargumenten wor<strong>de</strong>n weerlegd komt het altijd neer op hetzelf<strong>de</strong>liedje: als wij geen toestemming krijgen om een nieuw kantoor tebouwen, dan vertrekken we uit <strong>de</strong> <strong>stad</strong>. Wil je als gemeente op dittype kantoorgebie<strong>de</strong>n sturen, dan zal je ook geduren<strong>de</strong> die tien jaarper gebouw beter moeten gaan kijken naar <strong>de</strong> scenario’s <strong>van</strong> investeringen,opbrengsten en kosten. Want met een alternatief scenariokan leegstand ook een kans zijn. En dat is precies wat we in <strong>de</strong>Zuidoostlob doen.Mid<strong>de</strong>nveldAlleen: <strong>de</strong> <strong>stad</strong> heeft geen geld en het rijk springt niet meer bij. Duszal je het maatschappelijk mid<strong>de</strong>nveld bij <strong>de</strong>ze problematiek moetenbetrekken. Zo zijn er veel gesprekken gevoerd met corporaties dieook wel kantoren wil<strong>de</strong>n aankopen om vervolgens daar dan optermijn woningbouw te gaan doen. Amstel III is een mooi voorbeeld.De bedoeling is om wonen en werken daar te mengen. Zo heeftRochdale <strong>de</strong> Frankemaheerd gekocht en zijn we in gesprek geweestmet <strong>de</strong> Key, die misschien wel Holendrecht Centre wil<strong>de</strong> kopen.Dat is uitein<strong>de</strong>lijk niet doorgegaan. En <strong>de</strong> kans dat corporaties in <strong>de</strong>46Kwestie <strong>van</strong> vertrouwen2447<strong>Het</strong>ty Vlug24
toekomst nog in zullen stappen, is er met alle affaires rond corporatiesniet groter op gewor<strong>de</strong>n. Kantoren op risico aankopen omdat jedaar op termijn hele mooie dure woningen neer kan gaan zetten,von<strong>de</strong>n ze toen al te risicovol en met <strong>de</strong> affaire rond <strong>de</strong> <strong>de</strong>rivatenportefeuille<strong>van</strong> Vestia, die via het Waarborgfonds Sociale Woningbouwvergaan<strong>de</strong> consequenties kan hebben voor <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n <strong>van</strong><strong>Amsterdam</strong>se corporaties, is er nu al helemaal geen <strong>de</strong>nken meer aan.Toch <strong>de</strong>nk ik dat een <strong>stad</strong> als <strong>Amsterdam</strong> heel veel te winnen heeft bijhet mobiliseren <strong>van</strong> het maatschappelijk mid<strong>de</strong>nveld. Want dat isbre<strong>de</strong>r dan corporaties alleen.GemeenschapswinkelSamen met een paar corporaties en sociale on<strong>de</strong>rnemers was ikonlangs in Lon<strong>de</strong>n. In Engeland heb je nauwelijks een verzorgingsstaat,terwijl <strong>de</strong> sociale problematiek groot is. <strong>Het</strong> verschil is dat overhei<strong>de</strong>n burgers meer verwachten <strong>van</strong> particulier initiatief dan dat hetheil volledig moet komen <strong>van</strong> <strong>de</strong> overheid. <strong>Het</strong> is een mentaliteitskwestie:overhe<strong>de</strong>n op alle niveaus sturen in Engeland veel meer opvertrouwen richting dat particuliere initiatief. Sinds een jaar of tienstaat het begrip ‘trust’ daarbij centraal. Een trust is een risicodragendbuurtinitiatief, bedoeld voor <strong>de</strong> community. Dat kan een straat,buurt, eilandgemeenschap of zelf een kleine <strong>stad</strong> zijn. In <strong>de</strong> kernkomt het erop neer dat je er als overheid op vertrouwt dat als je <strong>de</strong>zeggenschap bij een buurt neerlegt, dat <strong>de</strong> buurt het dan ook goeddoet. Een trust wordt altijd bestuurd door bewoners. Soms samenmet vertegenwoordigers <strong>van</strong> <strong>de</strong> lokale overheid, corporaties,vrijwilligersorganisatie of commerciële bedrijven, maar bewonerszijn altijd in <strong>de</strong> meer<strong>de</strong>rheid. Bij zo’n buurtinitiatief kan het gaanom <strong>de</strong> exploitatie <strong>van</strong> een leegstaan<strong>de</strong> fabriek of om bewoners diestrij<strong>de</strong>n tegen het opslokken <strong>van</strong> kleine on<strong>de</strong>rnemers door groteketens en daarom zelf een gemeenschapswinkel beginnen. <strong>Het</strong> kangaan om een theater of <strong>de</strong> levering <strong>van</strong> zorg, om betaalbare huisvestingof het beheer <strong>van</strong> parken en tuinen, om opleiding of on<strong>de</strong>rwijs,om restaurants, duurzame energie, werkgelegenheid of openbareor<strong>de</strong> en veiligheid. Kortom om zo ongeveer alle wethou<strong>de</strong>rsportefeuillesbehalve verkeer. En <strong>de</strong> overheid? Waar zit die dan inzo’n zelf-organiseren<strong>de</strong> samenleving, vraagt u zich misschien af.Die zit in een faciliteren<strong>de</strong> of hooguit participeren<strong>de</strong> rol, niet meer ineen initiëren<strong>de</strong>. De overheid on<strong>de</strong>rsteunt het particuliere initiatiefmet accommo<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> wet en regelgeving, met fondsen en lokale ofEuropese gel<strong>de</strong>n. <strong>Het</strong> initiatief moet economisch rendabel zijn, algeldt voor veel trusts in Engeland nog steeds dat ze <strong>de</strong>els afhankelijkzijn <strong>van</strong> subsidie of donaties. Aan <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re kant is er in Engeland eenwet gekomen die banken verplicht om hun ‘slapen<strong>de</strong> vermogens’– tegoe<strong>de</strong>n <strong>van</strong> bedrijven en particulieren die al <strong>de</strong>cennia op <strong>de</strong> bankstaan, maar waar nooit wat mee gebeurt – in een speciale trustbank testorten. Die trustbank is bedoeld om allerlei maatschappelijke initiatievente on<strong>de</strong>rsteunen. Ook <strong>de</strong> gemeente <strong>Amsterdam</strong> on<strong>de</strong>rzoekt nu<strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n <strong>van</strong> door bewoners gestuur<strong>de</strong> wijkontwikkelingen wijkon<strong>de</strong>rnemingen en heeft daarbij goed naar Lon<strong>de</strong>n gekeken.Heel voorzichtig zie je al eerste initiatieven <strong>de</strong> kop opsteken: zowor<strong>de</strong>n buurtcentrum <strong>de</strong> Meevaart, <strong>de</strong> Noor<strong>de</strong>rparkkamer – eenculturele huiskamer – en <strong>de</strong> Tolhuistuin in Noord een trust.MemberHelaas pleit ik voor dit trust-concept in een tijdsgewricht <strong>van</strong> enormebezuinigingen. Er zijn min<strong>de</strong>r mid<strong>de</strong>len beschikbaar en bewoners<strong>van</strong> buurten wor<strong>de</strong>n daardoor getroffen door <strong>de</strong> crisis en <strong>de</strong> bezuinigingen.Dan klinkt het overdragen <strong>van</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n algauw verdacht. Cynisch gezegd: nu het geld op is, zoek je het zelfmaar uit. Want dan moet een lokaal ontwikkelingsbedrijf zich strakszelf bedruipen <strong>van</strong> <strong>de</strong> opbrengst <strong>van</strong> een parkeerterreintje, maarwordt <strong>de</strong> subsidie <strong>van</strong> een paar ton op jaarbasis geschrapt. Toch magdat geen re<strong>de</strong>n zijn om niet te pleiten voor het i<strong>de</strong>e <strong>van</strong> <strong>de</strong> trust.<strong>Het</strong> genereert simpelweg meer on<strong>de</strong>rnemerschap. Particulieren enmaatschappelijke organisaties die zich eigenaar voelen, komen totveel meer initiatieven die dichter tegen overheidsdoelstellingen aanzitten dan wanneer je als overheid alle initiatief bij jezelf wilt hou<strong>de</strong>n.Dat zie je bijvoorbeeld bij het collectief particulier opdrachtgeverschapen particulier opdrachtgeverschap. <strong>Het</strong> trust-concept sluitook aan bij een maatschappelijke trend: mensen willen zich meereigenaar voelen <strong>van</strong> hun woon- en leefomgeving. Ze zijn hogeropgeleid en willen veel zaken zelf regelen. De financiering <strong>van</strong> <strong>de</strong>Ziggodome in het centrumgebied Zuidoost, die op 24 juni wordtopgeleverd, is niet alleen door <strong>de</strong> banken gedaan. Meer dan <strong>de</strong> helftis door particulieren gefinancierd. En mijn stelling is, dat dit ‘ownership’alvast on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el uitmaakt <strong>van</strong> het succes <strong>van</strong> <strong>de</strong> Ziggodome.Je bent immers geen anonieme aan<strong>de</strong>elhou<strong>de</strong>r, maar een ‘member’.Hier word je uitgenodigd, je hoort erbij en wil het initiatief grotermaken. Voor collectief particulier opdrachtgeverschap zijn er in ditgebied geen mogelijkhe<strong>de</strong>n. Maar ik ben ook verantwoor<strong>de</strong>lijk voorScience Park en daar heb je <strong>de</strong> woonwijk Mid<strong>de</strong>nmeer-Noord. Daarkan het wel. Waarom zou je daar bepaald maatschappelijk vastgoedniet in eigendom geven <strong>van</strong> een groep buurtbewoners? Dan laat jehet bestuur bij <strong>de</strong> buurtbewoners liggen, maar ook <strong>de</strong> opbrengstpotentie.Ownership lokt allerlei initiatieven uit die mensen hetgevoel kunnen geven er meer bij te horen en die tot effect hebbendat mensen har<strong>de</strong>r gaan lopen voor publieke en algemene belangen.48Kwestie <strong>van</strong> vertrouwen2449<strong>Het</strong>ty Vlug24
TaartOwnership vraagt een an<strong>de</strong>re rol <strong>van</strong> <strong>de</strong> overheid, meer een <strong>van</strong>kansen lokaliseren. We hebben nu een hervormingsagenda metmega-investeringen in projecten als <strong>de</strong> Westrandweg en <strong>de</strong> Noord/Zuidlijn. Maar we hebben niet een plaatje <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong> waarin staatwat universiteiten, ziekenhuizen en scholengemeenschappen quaomgeving willen. We hebben niet in beeld dat <strong>de</strong> Bijenkorf heeftbesloten om €20 miljoen in <strong>de</strong> verbouwing <strong>van</strong> zijn Bijenkorfpand testoppen. Of dat Akzo Nobel zich wil gaan profileren in <strong>Amsterdam</strong>en daar een zak met communicatiecenten voor heeft klaar liggenomdat ze bij wijze <strong>van</strong> visitekaartje verschillen<strong>de</strong> buurten een mooikleurtje willen geven. En nu kom ik terug op het begin <strong>van</strong> mijnverhaal: in <strong>de</strong> Zuidoostlob proberen we al een tijdje heel bewust aante sluiten bij dit type kansen. Wij voeren gesprekken met beleggers,niet alleen over hun leegstand maar juist ook over welke kansen zijzien om in dat gebied ver<strong>de</strong>r te investeren. In het centrumgebiedhebben we zelf een investering gedaan om het Arenapark aan teleggen, juist om <strong>de</strong> kantoorbewoners een groene plek te geven, maardie meteen ook als evenemententerrein kan dienen. Geen mogelijkheidis onbespreekbaar. Ik kan me zelfs voorstellen dat wij alsgemeente zelf pan<strong>de</strong>n gaan opkopen als beleggers die tegen bo<strong>de</strong>mprijzenaanbie<strong>de</strong>n. Misschien niet in Amstel III, maar wel als zo’nkantoorpand ergens in een woonwijk ligt. Laat je het namelijkverloe<strong>de</strong>ren, dan wordt <strong>de</strong> hele buurt onveilig en lok je criminaliteituit. Nu kun je het slopen en dan heb je ‘een groentje’, een stukje park,terug. Door actief <strong>de</strong> belegger in het pand op te zoeken, kwamenwe er bijvoorbeeld achter dat er <strong>van</strong>uit het duurzaam opgeknaptekantoorgebouw waar Deutsche Bank zich nu gaat vestigen, meerwan<strong>de</strong>lroutes moeten komen. Je hoeft maar één keer met zo’nbelegger rond <strong>de</strong> tafel te zitten en te zeggen: ‘vind je het ook <strong>van</strong>belang dat daar een beetje meer gewan<strong>de</strong>ld wordt?’ Ja, dat vin<strong>de</strong>nze. De aanleg <strong>van</strong> wan<strong>de</strong>lroutes is een miljoeneninvestering en nuneemt zo’n belegger zomaar een paar routes in het gebied rondomzijn gebouw voor zijn rekening. Je moet er als gemeente dus als <strong>de</strong>kippen bij zijn wanneer je er lucht <strong>van</strong> krijgt dat beleggers bereid zijnin een gebied te investeren. Zeker als dat een gebied met leegstand is.Denk na hoe je die investering kunt on<strong>de</strong>rsteunen. En dat is <strong>de</strong> kern<strong>van</strong> mijn verhaal: ga nou eens actief na wat <strong>de</strong> markt wil en doet ensluit aan. Dat is voortdurend mijn motto: sluit aan, verbind. Dat moetje organiseren. In <strong>de</strong> Zuidoostlob gaat het voortdurend om het grotegeld. En als het grote geld toch weer gaat rollen, zorg dan dat je meerolt en zie dan wat publieke belangen en passant mee te nemen.Je weet immers dat geen enkele investering er bij <strong>de</strong> bank zomaardoorheen komt. Als je je alleen verhoudt tot het ambtelijke domein,dan kom je er pas achter op het moment dat <strong>de</strong> bouwvergunning aangevraagdwordt en <strong>de</strong> bouwvergunning wordt nooit bij een projectbureauof bij het PMB aangevraagd, maar bij uitvoeren<strong>de</strong> ambtenarendie bij <strong>de</strong> vergunningverlening precies aan <strong>de</strong> wet moeten hou<strong>de</strong>n.Dan ben je veel te laat. Dan is alles al afgeregeld in budget en raming.Op het moment dat je er eer<strong>de</strong>r bij bent, kun je proberen <strong>de</strong> taart tevergroten waardoor er voor ie<strong>de</strong>reen een groter stukje overblijft.50Kwestie <strong>van</strong> vertrouwen2451<strong>Het</strong>ty Vlug24
3Der<strong>de</strong> seminar8 mei 2012De Veilige StadAnouk <strong>de</strong> KoningMaureen Sarucco4
Diamantbuurt; symbool <strong>van</strong>Ne<strong>de</strong>rlands onbehagenDe Diamantbuurt is in <strong>de</strong> nationale media symboolgewor<strong>de</strong>n voor ‘Ne<strong>de</strong>rlands onbehagen’, het gevoeldat er iets mis gaat in het land, en dat dat vooral ietste maken heeft met nieuwe vormen <strong>van</strong> etnischediversiteit in <strong>de</strong> grote ste<strong>de</strong>n. De buurt werdsynoniem voor allerlei grootste<strong>de</strong>lijk verdriet:lastige Marokkaanse jongeren, overlastgeven<strong>de</strong>families en criminaliteit. Deze lezing verkent <strong>de</strong>gevolgen <strong>van</strong> zo’n lokalisering <strong>van</strong> nationaleonvre<strong>de</strong> in één bepaal<strong>de</strong> buurt. Hier <strong>lezen</strong> we <strong>de</strong><strong>stad</strong> in een wisselwerking tussen nationale <strong>de</strong>battenen lokale ervaringen.Door Anouk <strong>de</strong> Koning<strong>Het</strong> is al weer bijna acht jaar gele<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> Diamantbuurt voor heteerst in <strong>de</strong> schijnwerpers kwam te staan door <strong>de</strong> ‘Bert en Marjaaffaire’. De Volkskrant <strong>de</strong>ed regelmatig verslag <strong>van</strong> <strong>de</strong> ervaringen <strong>van</strong>twee bewoners <strong>van</strong> een bene<strong>de</strong>nwoning tegenover het badhuis aanhet Smaragdplein in <strong>Amsterdam</strong>, bekend on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> pseudoniemenBert en Marja, en hun hoogoplopend conflict met lokale jongeren <strong>van</strong>Marokkaanse komaf. Eind oktober 2004 eindig<strong>de</strong> het conflict in ingegooi<strong>de</strong>ramen en een overhaast vertrek <strong>van</strong> Bert en Marja uit <strong>de</strong> buurt.De affaire lever<strong>de</strong> <strong>de</strong> Diamantbuurt een nationale reputatie op; <strong>de</strong>buurt werd een vaag omlijn<strong>de</strong>, maar emotioneel zeer gela<strong>de</strong>n termvoor Ne<strong>de</strong>rlands onbehagen. Wat in <strong>de</strong> Diamantbuurt voorvalt is alsnel nieuwswaardig. Sinds 2004 is <strong>de</strong> buurt regelmatig in het nieuwsgeweest met berichten over jongerenoverlast, jeugdcriminaliteit enmeer recentelijk ook een langlopen<strong>de</strong> vete tussen buren die eindig<strong>de</strong>in <strong>de</strong> gedwongen verhuizing <strong>van</strong> <strong>de</strong> betrokken gezinnen.In mijn on<strong>de</strong>rzoek richt ik me op <strong>de</strong> wisselwerking tussen lokale ervaringenen visies en nationale <strong>de</strong>batten. Ik verken <strong>de</strong> manier waaropverschillen<strong>de</strong> betrokkenen, <strong>van</strong> lokale politici tot professionals enjonge en ou<strong>de</strong> buurtbewoners, tegen <strong>de</strong> Diamantbuurt aankijken enin welke termen zij wat er speelt in <strong>de</strong> buurt begrijpen. Ik ben nogvolop bezig met on<strong>de</strong>rzoek, <strong>van</strong>daar dat ik in <strong>de</strong>ze lezing geeneindresultaten kan presenteren. Ik wil vooral ingaan op wat ik alsantropoloog <strong>de</strong>nk bij te dragen aan kennis over een buurt die al bijnaacht jaar on<strong>de</strong>r het vergrootglas ligt.Er is al veel geïnvesteerd in <strong>de</strong> productie <strong>van</strong> instrumentele, technischekennis met het oog op het ontwikkelen <strong>van</strong> effectief beleid: watis het probleem en wat valt er aan te doen? Als antropoloog doe ikjuist een stap terug. Ik richt me vooral op <strong>de</strong> manier waarop mensen<strong>de</strong> wereld om zich heen beleven en begrijpen. In het volgen<strong>de</strong> ga ik inop hoe ik <strong>van</strong>uit mijn antropologische invalshoek <strong>de</strong> Diamantbuurtbekijk, en bespreek ik waarin mijn antropologische inzichtenverschillen <strong>van</strong> <strong>de</strong> kennis die met het oog op beleidsontwikkelinggeproduceerd wordt. Maar eerst licht ik <strong>de</strong> uitgangspunten <strong>van</strong> mijnon<strong>de</strong>rzoek na<strong>de</strong>r toe.Postkoloniaal Ne<strong>de</strong>rland?Talrijke instanties hou<strong>de</strong>n zich bezig met een buurt die eenambtenaar terecht ‘die postzegel’ noem<strong>de</strong> om het formaat <strong>van</strong> <strong>de</strong>buurt te illustreren. Ook is er een flink aantal on<strong>de</strong>rzoeken enbeleidsrapporten over <strong>de</strong> buurt verschenen, waaron<strong>de</strong>r het recenteon<strong>de</strong>rzoek naar spanningen in buurten <strong>van</strong> het Verweij-Jonker54Diamantbuurt; symbool <strong>van</strong> Ne<strong>de</strong>rlands onbehagen3455Anouk <strong>de</strong> Koning34
Instituut. 1 <strong>Het</strong> grote aantal instanties dat betrokken is bij <strong>de</strong> buurt en<strong>de</strong> veelheid aan projecten, on<strong>de</strong>rzoeken, beleidsrapporten en maatregelenmet betrekking tot <strong>de</strong> Diamantbuurt is in ie<strong>de</strong>r geval <strong>de</strong>els tewijten aan <strong>de</strong> nationale belangstelling en symboolfunctie <strong>van</strong> <strong>de</strong>buurt in <strong>de</strong>batten over <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse samenleving. Vaak wordt <strong>de</strong>zeaanleiding niet of nauwelijks benoemd. Ik doe het tegenovergestel<strong>de</strong>:ik neem <strong>de</strong> nationale reikwijdte <strong>van</strong> <strong>de</strong>batten over <strong>de</strong> Diamantbuurtals uitgangspunt. Enerzijds analyseer ik wat er gebeurt als een buurtsymbool wordt voor een nationaal onbehagen, en an<strong>de</strong>rzijds verkenik wat <strong>de</strong> verhitte <strong>de</strong>batten over <strong>de</strong> buurt zeggen over <strong>de</strong> termenwaarin het Ne<strong>de</strong>rland <strong>van</strong> nu vormgegeven en bediscussieerd wordt.De Diamantbuurt fungeert in een nationaal <strong>de</strong>bat over wat in beleef<strong>de</strong>termen diversiteit wordt genoemd. Dit <strong>de</strong>bat heeft echo’s in nationale<strong>de</strong>batten in an<strong>de</strong>re Europese lan<strong>de</strong>n, ie<strong>de</strong>r met een eigen accent,maar die allemaal hun pijlen richten op <strong>de</strong> aanwezigheid <strong>van</strong>‘an<strong>de</strong>ren’, met name uit <strong>de</strong> oud-koloniën of <strong>de</strong> Der<strong>de</strong> Wereld. In <strong>de</strong>context <strong>van</strong> <strong>de</strong> Europese eenwording komt daar <strong>de</strong> groeien<strong>de</strong> aanwezigheid<strong>van</strong> Oost-Europeanen bij. Ralph Grillo (2007: 980) heeft hetover een Europese moral panic about “difference” waarbij hij verschiltussen aanhalingstekens zet. Want wat is verschil? Welke verschillenkunnen onopgemerkt voorbij gaan, en welke wor<strong>de</strong>n opgemerkt, becommentarieer<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el <strong>van</strong> een <strong>de</strong>bat over <strong>de</strong> toekomst <strong>van</strong> <strong>de</strong>natie? Definities <strong>van</strong> verschil zijn vaak ook discussies over <strong>de</strong> natie.Wie is Ne<strong>de</strong>rlands, wat is Ne<strong>de</strong>rlands en blijft dat ook zo? Staat <strong>de</strong>Ne<strong>de</strong>rlandse cultuur on<strong>de</strong>r druk door <strong>de</strong> instroom (en reproductie)<strong>van</strong> an<strong>de</strong>ren? En kunnen we wel samenleven en samenhorigheid ensolidariteit opbrengen in een diverse samenleving?Contemporaine sociale problemen die vaak in verband met <strong>de</strong>Diamantbuurt genoemd wor<strong>de</strong>n – een niet thuis voelen, socialespanningen in buurten of <strong>de</strong> onevenredige aanwezigheid <strong>van</strong> jongerenmet een migrantenachtergrond in criminaliteitsstatistieken –wor<strong>de</strong>n met name uitgelegd met verwijzing naar etnisch verschil en‘cultuur’. Aan issues als <strong>de</strong> reproductie <strong>van</strong> achterstand, ver<strong>de</strong>ling<strong>van</strong> armoe<strong>de</strong>, voorzieningen in grote-<strong>stad</strong>swijken, combinaties <strong>van</strong>klasse en etniciteit in <strong>de</strong> grote ste<strong>de</strong>n, veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> klassenverhoudingen,dominantie <strong>van</strong> <strong>de</strong> witte mid<strong>de</strong>nklasse en structurele discriminatieen stigmatisering <strong>van</strong> min<strong>de</strong>rheidsgroepen wordt min<strong>de</strong>raandacht besteed.1 http://www.verwey-jonker.nl/vitaliteit/publicaties/recht/samenleven_met_verschillen_in_zuidDe vervlechting <strong>van</strong> nationale <strong>de</strong>batten en onbehagen en lokale problematiekin bijvoorbeeld <strong>de</strong> Diamantbuurt maakt het nodig dat weook onze eigen framings en analyses kritisch bevragen. Of zoals AnnStoler (2011: 130) recent schreef:Racial formations distribute specific sentiments among socialkinds, assign who are ma<strong>de</strong> into subjects of pity and whose culturalcompetencies and capital are <strong>de</strong>emed ina<strong>de</strong>quate to makepolitical claims. As such, they <strong>de</strong>mand that we ask who andwhat are ma<strong>de</strong> into ‘problems’, how certain narratives are ma<strong>de</strong>‘easy to think’, and what ‘common sense’ such formulationshave fostered and continue to serve.Dit zijn moeilijke vragen die je je als beleidsmaker niet snel zalstellen. Ik hoop dat mijn verhaal dui<strong>de</strong>lijk maakt waarom het nodig isdat wel te doen.Conflicteren<strong>de</strong> posities en visiesZoals gezegd levert een antropologisch on<strong>de</strong>rzoek als het mijne an<strong>de</strong>rsoort inzichten op dan <strong>de</strong> kennis die voor bureaucratisch gebruikgeproduceerd wordt. Antropologisch on<strong>de</strong>rzoek legt doorgaans <strong>de</strong>nadruk op <strong>de</strong> dagelijkse praktijk en <strong>de</strong> manier waarop die begrepenen verwoord wordt. Een eerste verschil tussen meer instrumentelekennis en mijn antropologische blik op <strong>de</strong> Diamantbuurt ligt dan ookin <strong>de</strong> omgang met verschillen<strong>de</strong> en vaak conflicteren<strong>de</strong> verhalen over<strong>de</strong> buurt. Ambtenaren en professionals zijn veelal op zoek naar eenhel<strong>de</strong>re diagnose aan <strong>de</strong> hand waar<strong>van</strong> een oplossing aangedragenkan wor<strong>de</strong>n. Dui<strong>de</strong>lijk verschillen<strong>de</strong> en vaak tegenstrijdige visiesover bijvoorbeeld <strong>de</strong> buurt wor<strong>de</strong>n gewogen en er wordt gekozenvoor een hel<strong>de</strong>re omschrijving en bijbehoren<strong>de</strong> aanbevelingen.In mijn bena<strong>de</strong>ring staan juist die strijdige visies en verhalen centraal,die niet te reduceren zijn tot een eenduidig verhaal. Ook <strong>de</strong> visies<strong>van</strong> ambtenaren en professionals vertegenwoordigen een bepaaldperspectief en sociale positionering. Ambtenaren en professionalszijn niet alleen gepositioneerd als vertegenwoordigers <strong>van</strong> <strong>de</strong>overheid of diverse instanties, maar ook door hun eigen socialeachtergrond. <strong>Het</strong>zelf<strong>de</strong> geldt uiteraard voor mij als on<strong>de</strong>rzoeker.<strong>Het</strong> belang <strong>van</strong> <strong>de</strong>rgelijke sociale positionering bleek herhaal<strong>de</strong>lijktij<strong>de</strong>ns het on<strong>de</strong>rzoek. Samen met Hakima Aouragh, die mijassisteert bij het on<strong>de</strong>rzoek, heb ik ingezet op het in kaart brengen<strong>van</strong> verhalen over <strong>de</strong> buurt <strong>van</strong> verschillend gepositioneer<strong>de</strong> buurtbewoners:jong, oud, met verschillen<strong>de</strong> sociale achtergron<strong>de</strong>n.56Diamantbuurt; symbool <strong>van</strong> Ne<strong>de</strong>rlands onbehagen3457Anouk <strong>de</strong> Koning34
We merkten dat het makkelijk was om ‘Hollandse’ mensen te sprekente krijgen, maar dat dit veel moeilijker was wanneer het mensen meteen migratieachtergrond betrof. Juist <strong>de</strong>ze mensen waren vaak moe<strong>van</strong> <strong>de</strong> aandacht voor <strong>de</strong> Diamantbuurt, en, zo hoor<strong>de</strong> ik, vertrouw<strong>de</strong>ner niet op dat in dit on<strong>de</strong>rzoek wel recht zou wor<strong>de</strong>n gedaan aan hunvisie. Ik heb zelf veel vrijwilligerswerk gedaan in <strong>de</strong> buurt en Hakimazocht haar contacten op uit <strong>de</strong> tijd dat zij zich als opbouwwerker voor<strong>de</strong> buurt inzette. We bena<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n mensen dus meestal via via, in <strong>de</strong>hoop dat dat vertrouwen zou wekken. Maar ook dan was vaak het antwoor<strong>de</strong>en beleefd ‘liever niet’. Hakima wist een aantal ou<strong>de</strong>re mannen<strong>van</strong> Marokkaanse herkomst met moeite te overtuigen, waarbij haareigen geschie<strong>de</strong>nis met <strong>de</strong> buurt en haar eigen achtergrond doorslaggevendwaren. Maar ze voel<strong>de</strong> zich ook genoodzaakt te benadrukken datik, <strong>de</strong> hoofdon<strong>de</strong>rzoeker, Indo ben, en ook nog Arabisch spreek. Ditillustreert <strong>de</strong> sociale scheidslijnen in het huidige klimaat, die in ie<strong>de</strong>rgeval ge<strong>de</strong>eltelijk langs <strong>de</strong> dichotomie allochtoon – autochtoon lopen,zeker in <strong>de</strong> zo negatief belichtte Diamantbuurt. <strong>Het</strong> maakt ook dui<strong>de</strong>lijkhoe verschillend Diamantbuurtbewoners aangesproken wor<strong>de</strong>n enzich aangesproken voelen door <strong>de</strong> mediaberichten over hun buurt, alsslachtoffer of da<strong>de</strong>r. Dit doet <strong>de</strong>nken aan het collectief ter verantwoordingroepen <strong>van</strong> <strong>de</strong> ‘Marokkaanse gemeenschap’ bij gebeurtenissenzoals bijvoorbeeld <strong>de</strong> moord op <strong>van</strong> Gogh, maar eer<strong>de</strong>r ook met<strong>de</strong> aanslag op 9/11. Dergelijk aanspreken op een collectieve verantwoor<strong>de</strong>lijkheidvindt ook regelmatig plaats met betrekking tot <strong>de</strong>Diamantbuurt. Mogelijke respon<strong>de</strong>nten verwachtten dat ze alsMarokkanen uitleg en verantwoording moeten afleggen voor water in <strong>de</strong> in <strong>de</strong> Diamantbuurt gebeurt.Een recent filmproject <strong>van</strong> Linda Bannink en Anisleidy Martinezover <strong>de</strong> Diamantbuurt brengt <strong>de</strong>ze verschillen<strong>de</strong> ervaringen <strong>van</strong> envisies op <strong>de</strong> buurt in beeld. 2 In het ka<strong>de</strong>r <strong>van</strong> dit project beschrijftMohamed Awlad Kaddour, 17 jaar, geboren en getogen in <strong>de</strong>Diamantbuurt, <strong>de</strong> buurt als een vijandige zone waar hij zich moetverstoppen tot hij thuis is. De camera’s die sommigen ein<strong>de</strong>lijk rustbeloven in een wijk met veel jongerenoverlast, veran<strong>de</strong>ren <strong>de</strong> wijkvoor hem in ‘een hel’:Niet zo lang gele<strong>de</strong>n kwam het <strong>stad</strong>s<strong>de</strong>el aan <strong>de</strong> <strong>de</strong>ur om mijnou<strong>de</strong>rs te vertellen dat ik ‘s avonds te laat buiten was. Maar ikben jong en mag toch wel gewoon m’n vrien<strong>de</strong>n zien? <strong>Het</strong> ishier af en toe net een ge<strong>van</strong>genis. Als ik m’n gordijnen opendoeof <strong>de</strong> <strong>de</strong>ur uitkom, staat er een camera op me gericht. Ik moet2 http://www.mijndiamantbuurt.nl/heel vaak mijn ID laten zien aan <strong>de</strong> politie, zomaar. Je wordtboos, maar je moet rustig blijven, an<strong>de</strong>rs zeggen ze: zie je wel!<strong>Het</strong> Smaragdplein is voor mij <strong>de</strong> beste plek in <strong>de</strong> buurt, on<strong>de</strong>rhet poortje en voor het badhuis, waar ik mijn vrien<strong>de</strong>n zie.Maar eigenlijk voel ik me alleen thuis in <strong>de</strong> Diamantbuurtbinnen in m’n eigen huis.Zoals gezegd gaat het mij niet om een eenduidige, sluiten<strong>de</strong> diagnose<strong>van</strong> <strong>de</strong> problematiek in <strong>de</strong> Diamantbuurt, maar eer<strong>de</strong>r om <strong>de</strong>zestrijdige visies en ervaringen. Juist die verschillen<strong>de</strong> positioneringenen inzet zijn een cruciaal on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el <strong>van</strong> mijn on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong>Diamantbuurt. Zoals ik hieron<strong>de</strong>r ver<strong>de</strong>r betoog, zijn <strong>de</strong>ze visiestegelijk lokaal en nationaal, en kunnen ze ons inzicht verschaffenin <strong>de</strong> manier waarop het Ne<strong>de</strong>rland <strong>van</strong> nu vorm krijgt.De Diamantbuurt, lokaal en nationaalZoals gezegd staat in mijn on<strong>de</strong>rzoek <strong>de</strong> wisselwerking tussen lokaalniveau en nationaal niveau centraal: tussen lokale belevingen enbeleid enerzijds, en nationale <strong>de</strong>batten en politiek an<strong>de</strong>rzijds. Een<strong>de</strong>rgelijke wisselwerking bestaat in zekere zin in elke buurt, maar in<strong>de</strong> Diamantbuurt is <strong>de</strong>ze veel directer en sterker omdat <strong>de</strong> link tussenlokale ervaringen en visies en een nationaal <strong>de</strong>bat in en mid<strong>de</strong>ls <strong>de</strong>media zo vaak gelegd wordt. Wat er in <strong>de</strong> Diamantbuurt gebeurt is alsnel voorpaginanieuws, en <strong>de</strong> Diamantbuurt is on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el gewor<strong>de</strong>n<strong>van</strong> een nationaal <strong>de</strong>bat over het Ne<strong>de</strong>rland <strong>van</strong> nu. De Diamantbuurtfigureert in een discussie over <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> etnische samenstelling<strong>van</strong> <strong>de</strong> natie, en <strong>de</strong> sociale problemen die daarmee gepaardzou<strong>de</strong>n gaan. De discussies over <strong>de</strong> Diamantbuurt kunnen onsdus veel vertellen over <strong>de</strong> manier waarop het Ne<strong>de</strong>rland <strong>van</strong> nuvormgegeven en bediscussieerd wordt.De Diamantbuurt is een locatie – zowel concreet als verbeeld – waarverschillen<strong>de</strong> diepgewortel<strong>de</strong> verhalen en perspectieven samenkomenen, soms, clashen. Terwijl <strong>de</strong> meeste betrokkenen <strong>de</strong> verhalenuit <strong>de</strong> media allang voorbij zijn, zullen zij toch eer<strong>de</strong>r geneigd zijn omhun persoonlijke verhalen te plaatsen in een verhaal over <strong>de</strong> buurt, enhun eigen perspectief te situeren in een groter geheel. Hun dagelijkseervaringen wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el <strong>van</strong> een groter verhaal. Dat kan hetverhaal zijn <strong>van</strong> <strong>de</strong> marginalisering <strong>van</strong> echte Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>rs. <strong>Het</strong> kanook een verhaal zijn <strong>van</strong> miskenning, vervreemding en stigmatisering<strong>van</strong> voormalig gastarbei<strong>de</strong>rs en hun kin<strong>de</strong>ren, die als buitenlandswor<strong>de</strong>n neergezet, en wier rechten steeds ter discussie kunnenwor<strong>de</strong>n gesteld. Ik kwam ook <strong>de</strong> verhalen <strong>van</strong> creatieve <strong>de</strong>rtigers enveertigers met gezinnen tegen, die het in <strong>de</strong> media beschreven sociaal58Diamantbuurt; symbool <strong>van</strong> Ne<strong>de</strong>rlands onbehagen3459Anouk <strong>de</strong> Koning34
conflict in hun wijk opvatten als een oproep om te organiseren enbruggen te slaan. Wat je als Diamantbuurtbewoner doet kan makkelijkeen grotere impact en zeggingskracht hebben omdat het ingrijptop dat object Diamantbuurt, dat voor zoveel in <strong>de</strong> samenleving iskomen te staan. Wij zijn allemaal on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el <strong>van</strong> een nationaal drama,bevechten draken, en zijn potentiële hel<strong>de</strong>n in het gevecht om <strong>de</strong> ziel<strong>van</strong> Ne<strong>de</strong>rland.<strong>Het</strong> object DiamantbuurtEen twee<strong>de</strong> punt ten aanzien <strong>van</strong> kennis is <strong>de</strong> productie <strong>van</strong> hetobject ‘Diamantbuurt’. De Diamantbuurt is geen natuurlijk object.<strong>Het</strong> wordt als zodanig gecreëerd, on<strong>de</strong>r meer in beleid: er wor<strong>de</strong>ngrenzen bepaald en eigenschappen toegekend, die vervolgens ver<strong>de</strong>rin kaart kunnen wor<strong>de</strong>n gebracht om het object te concretiseren. Deuitgebrei<strong>de</strong> media-aandacht voor <strong>de</strong> Diamantbuurt heeft zeker bijgedragenaan <strong>de</strong> concretisering <strong>van</strong> het object Diamantbuurt, waartoehet publieke <strong>de</strong>bat, nationale politiek en lokale politici, maar ookambtenaren, professionals, <strong>Amsterdam</strong>mers en buurtbewoners zichkunnen verhou<strong>de</strong>n. <strong>Het</strong> effect <strong>van</strong> <strong>de</strong> buurt als object zien we terug ininterviews: in gesprekken met bewoners <strong>van</strong> aanpalen<strong>de</strong> buurtenspeel<strong>de</strong> ‘<strong>de</strong> buurt’ geen dui<strong>de</strong>lijke rol. Bij bewoners <strong>van</strong> <strong>de</strong>Diamantbuurt was dit juist wel het geval. Zij bediscussieer<strong>de</strong>n wat zevon<strong>de</strong>n <strong>van</strong> <strong>de</strong> buurt, of ze zich er veilig voel<strong>de</strong>n, en of <strong>de</strong> verhalen in<strong>de</strong> media nu wel of niet klopten. <strong>Het</strong> zelf<strong>de</strong> lijkt waar te zijn metbetrekking tot beleid. De creatie <strong>van</strong> <strong>de</strong> Diamantbuurt als objectzorg<strong>de</strong> voor een focus, en een aangrijpingspunt om beleid omheente organiseren.Een object als <strong>de</strong> Diamantbuurt wordt gecreëerd in een complexsamengaan <strong>van</strong> alledaagse ervaringen, verschillen<strong>de</strong> soorten data,en nationale <strong>de</strong>batten, waarin iconische figuren als Bert en Marja,Henk en Ingrid, of Mohamed B en Omar el H figureren, en <strong>de</strong> buurtgesitueerd wordt in grotere verhalen over Ne<strong>de</strong>rland. Micheal Keith(2005: 69) waarschuwt terecht voor ‘the seductive danger of creatinga false duality between a world of metaphors, on the one hand, and aworld of reality on the other.’ In het geval <strong>van</strong> <strong>de</strong> Diamantbuurt lijkt diteen goe<strong>de</strong> waarschuwing. Verhaal en ervaring, har<strong>de</strong> data en metafoorlijken in hoge mate samen te gaan in het object Diamantbuurt.Ook ambtenaren proberen grip te krijgen op het object Diamantbuurt.Ik heb gesprekken gevoerd met verschillen<strong>de</strong> ervaren ambtenaren diebetrokken zijn bij <strong>de</strong> buurt en in <strong>de</strong> loop <strong>de</strong>r jaren gegron<strong>de</strong> kennisover <strong>de</strong> buurt hebben opgebouwd. In <strong>de</strong> gesprekken werd bovendienregelmatig met ‘geheime’ of classified kennis geschermd. Bij mij riephet opnieuw <strong>de</strong> vraag op, wat ik daar nog mogelijk aan bij zou kunnendragen of tegenover zou kunnen stellen. In gesprekken met directbetrokken ambtenaren lijkt het zo dui<strong>de</strong>lijk: er is een criminele jeugdgroep,waar<strong>van</strong> een aantal jongens echt niet mis is. Daar moet wat aangebeuren. En ja, het zijn voornamelijk Marokkaanse jongens, dat kunje niet ontkennen. En dan gaat het in<strong>de</strong>rdaad alleen over een aantalfamilies in <strong>de</strong> buurt, en niet over <strong>de</strong> buurt als geheel, zoals in <strong>de</strong> mediavaak gesuggereerd wordt. Uit <strong>de</strong>ze gesprekken komt een waarheid naarvoren die door <strong>de</strong> tijd gepokt en gemazeld is. <strong>Het</strong> is een genuanceer<strong>de</strong>waarheid waar weinig op af te dingen lijkt, en waar soli<strong>de</strong> beleidop kan wor<strong>de</strong>n gemaakt. Maar is er ook hierbij geen sprake <strong>van</strong> eenwisselwerking tussen nationale <strong>de</strong>batten en lokale visies?<strong>Het</strong> lijkt me naïef om te <strong>de</strong>nken dat dat niet het geval zou zijn, zekeromdat het gaat om een buurt die letterlijk symbool is gewor<strong>de</strong>n vooretnische spanningen, voor <strong>de</strong> bedreig<strong>de</strong> hardwerken<strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>rsin <strong>de</strong> grote <strong>stad</strong>, en <strong>de</strong> Marokkaanse rotjochies, om het maar vrien<strong>de</strong>lijkuit te drukken. <strong>Het</strong> is welhaast onvermij<strong>de</strong>lijk dat er een wisselwerkingis tussen <strong>de</strong> aanpak <strong>van</strong> een specifieke jongere en een publiekverhaal over <strong>de</strong> teloorgang <strong>van</strong> Ne<strong>de</strong>rland. Dat dit verhaal verre <strong>van</strong>passé is, bewijst recente media-aandacht. Een greep uit <strong>de</strong> nationalemedia <strong>van</strong> afgelopen jaar: een cover story in HP/<strong>de</strong> Tijd afgelopenseptember, twee afleveringen <strong>van</strong> EO’s actualiteitenrubriek over <strong>de</strong>Diamantbuurt, geïntroduceerd als ‘<strong>de</strong> ergste buurt <strong>van</strong> Ne<strong>de</strong>rland’,of <strong>de</strong> verhalen over <strong>de</strong> buurt als ‘kweekschool voor criminelen’, naaraanleiding <strong>van</strong> <strong>de</strong> aanhouding <strong>van</strong> York M. op ver<strong>de</strong>nking <strong>van</strong> <strong>de</strong>granaataanslag op het rechtsgebouw. De media-aandacht alleen alveroorzaakt druk op het bestuur en diverse instanties om in tegrijpen, want het wordt een test <strong>van</strong> <strong>de</strong> macht en onmacht <strong>van</strong> <strong>de</strong>overheid. Maar ik wil het hier vooral hebben over een aantal grotereontwikkelingen en <strong>de</strong>batten schetsen waarin kennisproductie over<strong>de</strong> Diamantbuurt mijn inziens gesitueerd moet wor<strong>de</strong>n.De Franse socioloog Loïc Wacquant (2008, 2012) spreekt over eenpunitive upsurge, een klimaat waarin veel nadruk gelegd wordt opopenbare or<strong>de</strong>, veiligheid en straf. Deze punitive upsurge begon in<strong>de</strong> VS, maar is volgens hem in <strong>de</strong> afgelopen 20 jaar ook in Europazichtbaar gewor<strong>de</strong>n. In <strong>de</strong> onzekere tij<strong>de</strong>n die samengaan met <strong>de</strong>neoliberale hervorming <strong>van</strong> economie en verzorgingsstaat ontstaater een precariat, zo betoogt hij, een sociale laag <strong>van</strong> mensen met eenmarginale en vaak onzekere positie op <strong>de</strong> arbeidsmarkt. Om ditprecariat on<strong>de</strong>r controle te hou<strong>de</strong>n, maar ook om legitimiteit terugte winnen die verloren gaat door <strong>de</strong> neoliberalisering <strong>van</strong> <strong>de</strong> staat,wordt er extra ingezet op veiligheid.60Diamantbuurt; symbool <strong>van</strong> Ne<strong>de</strong>rlands onbehagen3461Anouk <strong>de</strong> Koning34
Of Wacquants analyse onverkort <strong>van</strong> toepassing is op Ne<strong>de</strong>rland is <strong>de</strong>vraag. Criminologen Van Swaaningen (2005) en Pakes (2010) stellendat er sprake is <strong>van</strong> een verharding <strong>van</strong> het veiligheidsbeleid in <strong>de</strong> afgelopen<strong>de</strong>cennia. Ook wijzen ze erop dat die verharding een kleurheeft: ie<strong>de</strong>reen kent <strong>de</strong> recente cijfers over <strong>de</strong> oververtegenwoordiging<strong>van</strong> jongeren <strong>van</strong> Marokkaanse (en Antilliaanse) komaf in politiestatistieken.<strong>Het</strong> recente cijfer <strong>van</strong> 65% <strong>van</strong> <strong>de</strong> jongens <strong>van</strong>Marokkaanse komaf dat tussen hun 12e en 22e verdacht is geweest<strong>van</strong> een misdrijf geeft te <strong>de</strong>nken (Sociaal en Cultureel Planbureau,2012: 207). Pakes (2010) wijst er op dat <strong>de</strong> oververtegenwoordiging<strong>van</strong> jongeren <strong>van</strong> Marokkaanse en Antilliaanse komaf doorgaans verklaardwordt met een beroep op culturele of juist sociaal-economischeeigenschappen. Er wordt veel min<strong>de</strong>r aandacht besteed aan hetnegatieve publieke discours ten aanzien <strong>van</strong> <strong>de</strong>ze jongeren, en aan <strong>de</strong>mogelijke invloed <strong>van</strong> selective policing en een bias in het rechtssysteem.Pakes somt <strong>de</strong> uitkomsten <strong>van</strong> recent on<strong>de</strong>rzoek op waaruitblijkt dat jongeren <strong>van</strong> Marokkaanse of Antilliaanse komaf in alle<strong>stad</strong>ia <strong>van</strong> <strong>de</strong> rechtspraak zwaar<strong>de</strong>r aangepakt wor<strong>de</strong>n. Deze jongerenhebben twee à drie keer zoveel kans vastgehou<strong>de</strong>n te wor<strong>de</strong>n, celstrafen geen taakstraf te krijgen et cetera. De effecten zijn cumulatief endaarmee zorgwekkend.<strong>Het</strong> lijkt me, gezien die schrikbaren<strong>de</strong> 65%, in<strong>de</strong>rdaad noodzakelijkna te <strong>de</strong>nken over selective policing en ongelijke behan<strong>de</strong>ling in hetjustitieel systeem. Maar het lijkt me ook <strong>van</strong> groot belang aandacht tebeste<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> gevolgen voor <strong>de</strong> relatie tussen <strong>de</strong>ze jongeren en <strong>de</strong>politie, en meer algemeen <strong>de</strong> relatie tussen jongeren, <strong>de</strong> Marokkaansegemeenschap en <strong>de</strong> overheid. Ook beleid ten aanzien <strong>van</strong> wat <strong>de</strong>Diamantgroep wordt genoemd kan niet los gezien wor<strong>de</strong>n <strong>van</strong> <strong>de</strong>zeontwikkeling naar een veiligheidssamenleving, waarin veilighei<strong>de</strong>en dui<strong>de</strong>lijke kleur krijgt.<strong>Het</strong> eind 2011 gepubliceer<strong>de</strong> rapport De Onaantastbaren (Smeets enBervoets, 2011) kan zeker in <strong>de</strong>ze ontwikkeling geplaatst wor<strong>de</strong>n. <strong>Het</strong>rapport signaleert <strong>de</strong> opkomst <strong>van</strong> een groep jongeren, onaantastbaren,die buurten in hun greep hebben en waar <strong>de</strong> overheid geen vatop kan krijgen. <strong>Het</strong> pleit voor <strong>de</strong> ontwikkeling <strong>van</strong> een werkzameaanpak. Daarbij wordt on<strong>de</strong>r meer gewezen op <strong>de</strong> <strong>Amsterdam</strong>seTop 600-aanpak. <strong>Het</strong> rapport is gebaseerd op gesprekken metprofessionals in het veld, en, zo hoor ik in mijn gesprekken, lijkt veelweerklank te vin<strong>de</strong>n bij ambtenaren. Juist dit rapport laat zien hoezeer lokale discussies over <strong>de</strong> Diamantbuurt verbon<strong>de</strong>n zijn met lan<strong>de</strong>lijkediscussies over sociale problematiek <strong>van</strong> Ne<strong>de</strong>rland nu. <strong>Het</strong>signaleert een gevoel <strong>van</strong> onmacht bij <strong>de</strong> aanpak <strong>van</strong> overlastgeven<strong>de</strong>en vaak criminele jongeren, en schetst het beeld dat <strong>de</strong>ze jongerenbuurten terroriseren. Dit roept associaties op met <strong>de</strong> Bert en Marjaaffaire die in 2004 <strong>de</strong> Diamantbuurt op het nationale netvlies zette,maar ook meer algemeen met een politiek discours over straatterroristen.De voorbeel<strong>de</strong>n die in het rapport besproken wor<strong>de</strong>n, zijn geanonimiseerd,waardoor er een beeld ontstaat <strong>van</strong> groepen diebuurten verspreid door het hele land in hun greep hou<strong>de</strong>n. Dat spanningenin buurten vaak veel complexer in elkaar zitten dan hiergesuggereerd wordt, verdwijnt uit het zicht. In <strong>de</strong> voorbeel<strong>de</strong>n wordtbovendien afwisselend gesproken over jongeren en Marokkaansejongeren, zon<strong>de</strong>r dat <strong>de</strong> rele<strong>van</strong>tie of <strong>de</strong> impact <strong>van</strong> etniciteit ver<strong>de</strong>rgeduid wordt. Dit rapport mag dan een door professionals gesignaleer<strong>de</strong>problematiek en gevoel <strong>van</strong> onmacht belichten, het is ookeen wetenschappelijke bevestiging <strong>van</strong> een bre<strong>de</strong>r discours overMarokkaanse straatterroristen, onaantastbaren, die als ongrijpbareveelplegers <strong>de</strong> nieuwe plaag <strong>van</strong> <strong>de</strong> samenleving vormen. Allochtonejongeren als nieuwe folk <strong>de</strong>vil, waarop alles wat mis gaat in <strong>de</strong> samenlevinggeprojecteerd kan wor<strong>de</strong>n. Daarmee lijken we dan terug tezijn bij <strong>de</strong> nationale hype rond Bert en Marja.Verschil en ongelijkheidEen an<strong>de</strong>r centraal <strong>de</strong>bat waar <strong>de</strong> Diamantbuurt aan raakt is die <strong>van</strong><strong>de</strong> heterogene samenleving, en hoe die te begrijpen en te benoemen.In beleid probeer je een goe<strong>de</strong> balans te vin<strong>de</strong>n tussen belangen enzienswijzen. In een tijd <strong>van</strong> sociale polarisatie in <strong>de</strong> nationale politiekis dat lastig. Artikel 1 <strong>van</strong> <strong>de</strong> grondwet wordt regelmatig explicietof impliciet ter discussie gesteld, maar als on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el <strong>van</strong> <strong>de</strong> staatsbureaucratieben je juist moreel en wettelijk gehou<strong>de</strong>n aan gelijkebehan<strong>de</strong>ling en non-discriminatie. Dit kan voor spanningen zorgen,en het lijkt me dat ambtenaren regelmatig genoodzaakt zijn om spitsroe<strong>de</strong>nte lopen. Deze worsteling of balansoefening is ook een maatschappelijke.Hoe ga je om met nieuwe formaties <strong>van</strong> verschil enongelijkheid? Hoe beoor<strong>de</strong>el je <strong>de</strong> oorzaken <strong>van</strong> maatschappelijkeproblematiek? Is het vooral verschil, etniciteit, en hoe kunnen wedie etnische formaties begrijpen? Of moeten we vooral kijken naarhet samenkomen <strong>van</strong> verschillen<strong>de</strong> vormen <strong>van</strong> ongelijkheid, enis wat etniciteit of groepscultuur lijkt toch vooral een kwestie<strong>van</strong> achterstand, achterstelling en marginalisering? Kortom, hoecombineren verschil en ongelijkheid in <strong>de</strong> sociale problematiekdie je in je dagelijkse praktijk tegenkomt en waaromheen zich eenmaatschappelijk <strong>de</strong>bat heeft ontwikkeld, in <strong>de</strong> media, op straat,in <strong>de</strong> kroeg en op school?62Diamantbuurt; symbool <strong>van</strong> Ne<strong>de</strong>rlands onbehagen3463Anouk <strong>de</strong> Koning34
Er is een collectieve zoektocht naar terminologie die recht doet aanwat we in het dagelijks leven tegenkomen. Hoe benoemen we <strong>de</strong>heterogene samenleving <strong>van</strong> nu? De terminologie allochtoon/autochtoon wordt terecht bekritiseerd om <strong>de</strong> suggestie <strong>van</strong> echteversus onechte Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>rs, mensen die claims kunnen doengel<strong>de</strong>n in dit land, en an<strong>de</strong>ren die toch <strong>van</strong> buiten komen, en dusook als vreemd afgeschreven kunnen wor<strong>de</strong>n, en wier rechten niet<strong>van</strong>zelfsprekend zijn. <strong>Het</strong> zijn grofmazige paraplucategorieën, diemeer verhullen dan ze verhel<strong>de</strong>ren. Recentelijk publiceer<strong>de</strong> <strong>de</strong> Raadvoor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) een brief aan ministerLeers waarin <strong>de</strong> Raad opriep niet langer gebruik te maken <strong>van</strong> <strong>de</strong>categorieën allochtoon/autochtoon, eerste en twee<strong>de</strong> generatie.Partij <strong>van</strong> <strong>de</strong> Arbeid politicus Martijn <strong>van</strong> Dam reageer<strong>de</strong> daaropdirect via Twitter: ‘RMO-logica: als we niks meer vastleggen en hetwoord allochtoon afschaffen, dan heeft vast niemand het er meerover...’ 3 In<strong>de</strong>rdaad wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> termen enthousiast gebruikt,<strong>van</strong> regeringsdocumenten tot aan <strong>de</strong> kroeg. Door zogenaam<strong>de</strong>allochtonen tot autochtonen. <strong>Het</strong> is een centraal or<strong>de</strong>ningsmechanismegewor<strong>de</strong>n in ons <strong>de</strong>nken, een veelzeggen<strong>de</strong> breuklijn in <strong>de</strong>samenleving, zoals al eer<strong>de</strong>r in mijn verhaal naar voren kwam.In het ka<strong>de</strong>r <strong>van</strong> dit on<strong>de</strong>rzoek bezocht ik een aantal door <strong>de</strong> gemeentegeorganiseer<strong>de</strong> conferenties over verschil en racisme. Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong>zebijeenkomsten viel juist <strong>de</strong> hierboven geschetste worsteling met hetbenoemen <strong>van</strong> verschil op. ‘Wij <strong>Amsterdam</strong>mers’ was <strong>de</strong> mantra,maar in <strong>de</strong> speeches <strong>van</strong> verschillen<strong>de</strong> aanwezigen, waaron<strong>de</strong>r wethou<strong>de</strong>r<strong>van</strong> Es, viel juist <strong>de</strong> worsteling met het wel en toch weer nietbenoemen <strong>van</strong> verschil op. Er gaan steeds meer jongeren naar hethoger on<strong>de</strong>rwijs, zo speechte Andree <strong>van</strong> Es tij<strong>de</strong>ns een bijeenkomstop 18 april waarop het <strong>stad</strong>sbre<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoek <strong>van</strong> het Verwey-JonkerInstituut naar ‘Samenleven met verschillen’ werd gepresenteerd.Een vreem<strong>de</strong> uitspraak, maar eigenlijk wist het publiek al wel waaropze doel<strong>de</strong>. En in een volgen<strong>de</strong> zin maakte ze het ook dui<strong>de</strong>lijk, meerTurkse en Marokkaanse jongeren.Van Es zei in <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> speech dat jongeren meteen een glamorouslifestyle willen, maar dat ze moeten accepteren dat ze klein moetenbeginnen met een baantje bij Albert Heijn. En dat je misschien hetverkeer<strong>de</strong> uiterlijk of achternaam hebt, maar dat dat je niet moestweerhou<strong>de</strong>n het te proberen. Als vrouw sprak ze uit ervaring. Ook zijhad altijd har<strong>de</strong>r moeten werken om het te maken dan haar mannelijke3 http://www.nrc.nl/nieuws/2012/05/08/advies-rmo-aan-leers-schrap-termallochtoon/tegenhangers. U leest waarschijnlijk ook allerlei associaties in haartekst, maar wat mij opviel is dat ze die niet expliciet benoemt. Maar danin een bijzin toch weer wel. Er is dus een behoefte om verschil tebenoemen, maar door <strong>de</strong> heersen<strong>de</strong> mores is dat ook weer not done.Wat in ie<strong>de</strong>r geval niet of nauwelijks benoemd wordt is het huidigeklimaat waarin met name jongeren <strong>van</strong> Marokkaanse komaf als problematischen marginaal wor<strong>de</strong>n afgeschil<strong>de</strong>rd. Dit heeft dui<strong>de</strong>lijkeconsequenties voor <strong>de</strong>ze jongeren op <strong>de</strong> arbeidsmarkt en bij het vin<strong>de</strong>n<strong>van</strong> stages, zoals is gebleken uit recent on<strong>de</strong>rzoek. Een zelf<strong>de</strong> gebrekaan reflectie constateer<strong>de</strong> Pakes. Ook bij an<strong>de</strong>re bijeenkomsten wasjuist <strong>de</strong>ze marginalisering en stigmatisering een elephant in the room.Niet benoemd, maar levensgroot aanwezig. Ik <strong>de</strong>nk dat het juist <strong>de</strong>uitdaging is om die complexe combinaties <strong>van</strong> gelijkheid en verschilin een gepolariseerd politiek klimaat te begrijpen en te benoemen.Ter afsluitingDiscussies en beleid over <strong>de</strong> Diamantbuurt gaan bijna altijd over veelmeer. Er wordt effectief optre<strong>de</strong>n verwacht. <strong>Het</strong> is een wijk waar veelop het spel staat, en er moeten resultaten geboekt wor<strong>de</strong>n. De legitimiteit<strong>van</strong> <strong>de</strong> overheid wordt in twijfel getrokken, of <strong>de</strong> juistheid <strong>van</strong>verschillen<strong>de</strong> politieke visies. Ook bestaat er een sterke wisselwerkingtussen nationale <strong>de</strong>batten, beleid en zienswijzen enerzijds enlokale visies en bena<strong>de</strong>ringen an<strong>de</strong>rzijds. Een rapport als ‘DeOnaantastbaren’ raakt aan <strong>de</strong> ene kant aan <strong>de</strong> concrete ervaringen<strong>van</strong> betrokken ambtenaren, aan <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re kant echoot het hetnationale vertoog over Marokkaanse jongens en een vertoog overniet meer thuis zijn in je eigen wijk. Dit laatste raakt dui<strong>de</strong>lijk aanwat Grillo een moral panic about difference heeft genoemd.We kunnen <strong>de</strong> Diamantbuurt dus omgekeerd ook gebruiken als eencasus om het he<strong>de</strong>ndaagse Ne<strong>de</strong>rland te verkennen. Hoe wordt doorverschillen<strong>de</strong> betrokkenen, <strong>van</strong> lokale politiek tot ambtenaren,street-level professionals, jonge en ou<strong>de</strong>re bewoners, gepraat over<strong>de</strong> buurt en zijn problemen? Welke termen wor<strong>de</strong>n daarbij gebruikt,en hoe wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> combinaties <strong>van</strong> verschil en gelijkheid in <strong>de</strong> wijkgeduid? En wat kan <strong>de</strong> Diamantbuurt casus ons vertellen over <strong>de</strong>heterogene samenleving <strong>van</strong> nu? Op welke manier gaan verschil enongelijkheid samen, en hoe beïnvloedt dat <strong>de</strong> manier waarop verschillen<strong>de</strong>personen zich positioneren ten opzichte <strong>van</strong> an<strong>de</strong>ren in<strong>de</strong> samenleving en <strong>van</strong> <strong>de</strong> staat en zijn instituties?Deze laatste vragen hoop ik aan het eind <strong>van</strong> het jaar in ie<strong>de</strong>r gevalge<strong>de</strong>eltelijk te beantwoor<strong>de</strong>n, want het is in mijn ogen noodzakelijkdit moment in <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse samenleving te dui<strong>de</strong>n op een meer64Diamantbuurt; symbool <strong>van</strong> Ne<strong>de</strong>rlands onbehagen3465Anouk <strong>de</strong> Koning34
structurele en historisch on<strong>de</strong>rleg<strong>de</strong> wijze dan tot nu toe vaakgedaan is. Ik zie <strong>de</strong> buurt als een proeftuin, waar we kunnen zienhoe verschillen<strong>de</strong> mensen een plek voor zichzelf creëren in<strong>de</strong> huidige samenleving, <strong>van</strong>uit verschillen<strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nissenen sociaal-economische posities, en hoe hieruit <strong>de</strong> huidigesamenleving vorm krijgt.Literatuur— Eysink Smeets, M., Bervoets, E. and Nap, J. (2011) De Onaantastbaren:De <strong>de</strong>structieve doorwerking <strong>van</strong> onaantastbaren in wijk en buurt. Den Haag:Nicis Institute/Lan<strong>de</strong>lijke Expertisegroep Veiligheidspercepties.— Grillo, R. (2007) An excess of alterity? Debating difference in a multicultural society.Ethnic and Racial Studies 30(6).— Keith, M. (2005) After the Cosmopolitan? Multicultural Cities and the Futureof Racism. London and New York: Routledge.— Pakes, F. (2010) Global Forces and Local Effects in Youth Justice: The case ofMoroccan youngsters in the Netherlands. International Journal of Law,Crime and Justice 38: 109-119.— Sociaal en Cultureel Planbureau (2012) Jaarrapport Integratie 2011.Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.— Stoler, A. L. (2011) Colonial Aphasia: Race and Disabled Histories in France.Public Culture 23(1): 121-156.— Swaaningen, R. <strong>van</strong> (2005) Public Safety and the management of fear.Theoretical Criminology 9(3): 289-305.— Wacquant, L. (2008) Or<strong>de</strong>ring Insecurity: Social Polarization and the PunitiveUpsurge. Radical Philosophy Review 11(1): 9-27.(2012) Three steps to a historical anthropology of actually existing neoliberalism.Social Anthropology 20(1): 66-79.66Diamantbuurt; symbool <strong>van</strong> Ne<strong>de</strong>rlands onbehagen3467Anouk <strong>de</strong> Koning34
Anouk <strong>de</strong> KoningMaureen Sarucco
‘Nee meneer, zo gaanwe dat niet doen’Afgezet tegen <strong>de</strong> jaren zeventig, tachtig <strong>de</strong>finiërenwe tegenwoordig een probleem veel vaker als een‘openbare or<strong>de</strong> en veiligheidsprobleem’. Wat toennog on<strong>de</strong>rling werd opgelost, moet nu steeds vakerdoor politie, overheid en burgemeester wor<strong>de</strong>nopgelost. Gelukkig heeft <strong>de</strong> burgemeester daarvoormeer doorzettingsmacht gekregen, maar dat isvolgens Maureen Sarucco niet voldoen<strong>de</strong> om eencrisis als die in <strong>de</strong> Diamantbuurt snel op te lossen:‘<strong>Het</strong> is ongelooflijk zoals we onszelf georganiseerdhebben in dit land.’ Dat gegeven maakt het <strong>lezen</strong><strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong> op zich zelf niet bijzon<strong>de</strong>r lastig, maar<strong>de</strong> oplossing wel.Door Maureen SaruccoCrisis is een breed begrip. <strong>Het</strong> gaat niet alleen om inci<strong>de</strong>nten als eenBijlmerramp, een treinongeval of <strong>de</strong> IKEA-bommelding, maar ook ommaatschappelijke crises. Veldslagen met krakers , georganiseer<strong>de</strong>criminaliteit die het in een bepaald gebied voor het zeggen heeft, eengrote ze<strong>de</strong>nzaak of veelvuldige liquidaties in <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwereld kunnenlei<strong>de</strong>n tot verschillen<strong>de</strong> vormen <strong>van</strong> maatschappelijke crisis. Maar hetkan ook gaan om spanningen in wijken. Omdat er bijvoorbeeld veelroofovervallen plaats vin<strong>de</strong>n of omdat bewoners elkaar het leven zuurmaken. Na <strong>de</strong> moord op Theo <strong>van</strong> Gogh liepen <strong>de</strong> emoties in bepaal<strong>de</strong>wijken in het land gevaarlijk hoog op. Wil je <strong>de</strong> rust bewaren, danmoet het bestuur weten wat zich voordoet in <strong>de</strong> <strong>stad</strong>, weten watburgers voelen, vin<strong>de</strong>n en <strong>de</strong>nken. Je moet dus <strong>de</strong> polsslag <strong>van</strong> <strong>de</strong>samenleving kunnen voelen. Als je het probleem niet kunt <strong>lezen</strong>,analyseren en dui<strong>de</strong>n dan kom je ook nooit met een goe<strong>de</strong> oplossing.Instanties als <strong>de</strong> politie, jeugdzorg, <strong>stad</strong>s<strong>de</strong>len, wijkcentra, scholen enan<strong>de</strong>re maatschappelijke instellingen zijn <strong>de</strong> ogen en oren <strong>van</strong> hetbestuur. In tij<strong>de</strong>n <strong>van</strong> crisis hebben wij dan ook een bepaal<strong>de</strong> werkwijze(draaiboek Vre<strong>de</strong>) die systematisch <strong>de</strong> informatie uit <strong>de</strong> samenlevingverzamelt, zodat wij die kunnen dui<strong>de</strong>n en in acties vertalen.Alle informatie bij elkaar geeft je een foto <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong>, <strong>van</strong> een wijk,plein of straat. En aan <strong>de</strong> hand <strong>van</strong> die foto, gaan we weer analyseren:‘Wat is <strong>de</strong> onrust precies, hoe kunnen we <strong>de</strong> gemoe<strong>de</strong>ren tot bedarenbrengen en <strong>de</strong> oorzaken wegnemen?’ Voor <strong>de</strong> beleidsontwikkelingenquêteren we regelmatig in wijken zodat we weten wat zich afspeeltin <strong>de</strong> samenleving en wat <strong>de</strong> wensen <strong>van</strong> burgers zijn. Dus ook voorniet-crisissituaties is het belangrijk te weten wat er speelt.Ik zit nu <strong>de</strong>rtig jaar bij <strong>de</strong>ze af<strong>de</strong>ling, waar<strong>van</strong> 26 jaar als directeur.In die jaren groei<strong>de</strong>n <strong>de</strong> problemen en met <strong>de</strong> problemen <strong>de</strong> rol en <strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijkheid <strong>van</strong> <strong>de</strong> burgemeester en het gemeentebestuurom die problemen op te lossen. En daarmee groei<strong>de</strong> ook <strong>de</strong> ambtelijkeon<strong>de</strong>rsteuning. Toen ik hier begin jaren tachtig begon, werktener drie mensen, nu zijn het er rond <strong>de</strong> 75. Als directeur ben ik permanentbeschikbaar: vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week,twaalf maan<strong>de</strong>n per jaar en dat nu dus al 26 jaar. Ik sta zowat met mijntelefoon in <strong>de</strong> douche omdat ik elk moment kan wor<strong>de</strong>n opgeroepen.Maar dat was voor <strong>de</strong> Diamantbuurt niet nodig.Voor<strong>de</strong>urIn die buurt ston<strong>de</strong>n drie gezinnen elkaar naar het leven. Elk gezinwas zowel slachtoffer als da<strong>de</strong>r. Dat maakte het complex. En in één<strong>van</strong> die gezinnen zaten ook nog eens zwaar criminele kin<strong>de</strong>ren. Dusje had veel componenten <strong>van</strong> asociaal gedrag. <strong>Het</strong> was geen gewoneburenruzie, maar buurtterreur. Families gooi<strong>de</strong>n stenen door <strong>de</strong>70‘Nee meneer, zo gaan we dat niet doen’3471Maureen Sarucco34
uiten en verniel<strong>de</strong>n elkaars eigendommen. Dat gaf uiteraard veelonrust in die buurt. Maar een acute crisis was het niet. In tij<strong>de</strong>n <strong>van</strong>crisis kan <strong>de</strong> overheid bijna alles. Driehon<strong>de</strong>rd mensen op<strong>van</strong>gen?Binnen drie uur geregeld. <strong>Het</strong> kost een paar centen, maar dan heb jeook wat. Zorg verlenen aan mensen? Meteen geregeld. Registreren?Binnen een paar uur gebeurd. Dan kunnen we organisaties bij elkaarbrengen en zeggen: ‘Binnen een uur willen we een integrale visie hoedit probleem aan te pakken.’ Maar dan moet er dus wel sprake zijn <strong>van</strong>een noodsituatie. Dan kan <strong>de</strong> overheid alles! In <strong>de</strong> dagelijkse praktijkligt dat helaas an<strong>de</strong>rs. Op een gegeven moment gaf <strong>de</strong> burgemeesteraan dat hij <strong>de</strong> situatie onacceptabel vond en opgelost wil<strong>de</strong> zien. Deburgemeester vroeg mij als directeur OOV om mij persoonlijk met <strong>de</strong>Diamantbuurt bezig te hou<strong>de</strong>n. Dat een directeur er aan te pas moetkomen om dit op te lossen, dat zegt veel over hoezeer versnipperd <strong>de</strong>overheid werkt. Dat zou niet moeten. Nou houd ik <strong>van</strong> bouwen. Vansociaal opbouwen. Ik houd er <strong>van</strong> om het buiten beter te maken, inplaats <strong>van</strong> mij te buigen over strategisch beleid in <strong>de</strong> jaren 2030. Maarhet was behoorlijk ontmoedigend om te ervaren hoe stroperig processenlopen als er geen acute crisis is. De lijn was: ‘<strong>de</strong> drie gezinnenmoeten weg’. Hoe eer<strong>de</strong>r, hoe beter. Maar het heeft heel veel tijdgekost, al met al an<strong>de</strong>rhalf jaar, om dat voor elkaar te krijgen. <strong>Het</strong> isongelooflijk zoals we onszelf georganiseerd hebben in dit land. Je krijgtorganisaties niet snel bij elkaar. De één kan pas volgen<strong>de</strong> maand, <strong>de</strong>an<strong>de</strong>r pas over twee weken. En tegen <strong>de</strong> tijd dat je partijen met elkaarom <strong>de</strong> tafel hebt, wordt vervolgens het verschil in focus en internewerkprocessen dui<strong>de</strong>lijk . Voordat je een ge<strong>de</strong>el<strong>de</strong> urgentie hebt, benje in elk geval weken ver<strong>de</strong>r. Laat staan een integrale samenwerking,toegesne<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> problematiek in <strong>de</strong> wijk, een samenwerking <strong>van</strong>alle partners in een logische volgor<strong>de</strong>, dat kost maan<strong>de</strong>n. Dat gegevenmaakt het <strong>lezen</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong> op zich zelf niet lastig, maar <strong>de</strong> oplossingwel. Ondanks opschaling naar directieniveau – zelfs het niveau <strong>van</strong> <strong>de</strong>burgemeester – heeft het al met al pakweg an<strong>de</strong>rhalf jaar geduurd omhet probleem in <strong>de</strong> Diamantbuurt op te lossen. In rijke tij<strong>de</strong>n kun jeals overheid met geld veel problemen oplossen. De financiële crisisnoopt tot creativiteit en – gelukkig ook – tot hervormingen. Hopelijkverbeteren <strong>de</strong>ze hervormingen het organiserend vermogen <strong>van</strong> <strong>de</strong>overheid. Want dat zijn wij helaas groten<strong>de</strong>els kwijtgeraakt. Dat ismijn stelling. Als ik daar een verklaring voor zou moeten aandragen,zou ik zeggen: omdat men in Ne<strong>de</strong>rland bang is voor concentratie <strong>van</strong>besluitvorming wat vaak gezien wordt als macht. Bang om macht teconcentreren bij één instantie of bij één persoon. En met <strong>de</strong> machthebben we ook <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid versnipperd. Ver<strong>de</strong>el hetover zo veel mogelijk personen, af<strong>de</strong>lingen en instanties, dat is <strong>de</strong>cultuur <strong>van</strong> dit land.Zo mod<strong>de</strong>ren we hier al jarenlang aan, waarbij steeds geldt: ‘vertrouwenis beter dan controle’. Ik ben <strong>van</strong> <strong>de</strong> openbare or<strong>de</strong> en veilighei<strong>de</strong>n zeg dus altijd: vertrouwen kan niet zon<strong>de</strong>r controle. Nu zie je heelvoorzichtig een kentering. Veel wat in <strong>de</strong> jaren zeventig, tachtig enzelfs in <strong>de</strong> jaren negentig, on<strong>de</strong>nkbaar was, blijkt nu steeds meermogelijk. De overheid kijkt mee achter <strong>de</strong> voor<strong>de</strong>ur, personen dieernstig over <strong>de</strong> schreef gaan, krijgen gebiedsverbo<strong>de</strong>n opgelegd,camera’s in <strong>de</strong> openbare ruimte, etc. De burgemeester krijgt steedsmeer wettelijke bevoegdhe<strong>de</strong>n en daarmee steeds meer doorzettingsmachttoebe<strong>de</strong>eld. Hij mag nu bijvoorbeeld bij een echtelijke ruzie één<strong>van</strong> <strong>de</strong> partners een tij<strong>de</strong>lijk huisverbod opleggen. Twintig jaar gele<strong>de</strong>non<strong>de</strong>nkbaar. Maar burgers vragen hierom, <strong>de</strong> tolerantie daalt en <strong>de</strong>veiligheidsvraag neemt toe. Zie hier hoe een samenleving veran<strong>de</strong>rt.Met politieoptre<strong>de</strong>ns los je een probleem niet structureel op.Daarvoor heb je an<strong>de</strong>re instanties nodig zoals <strong>stad</strong>s<strong>de</strong>len, woningcorporaties,jeugdzorg, <strong>de</strong> GGD, <strong>de</strong> reclassering , <strong>de</strong> rechterlijkemacht. Die samenwerking moet ook nog eens geor<strong>de</strong>nd en snel gebeuren.Als je namens <strong>de</strong> burgemeester tegen een woningcorporatiezeg: ‘Mensen, ein<strong>de</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> week moet een woning beschikbaar zijn ‘,dan is het antwoord: ‘Nee, dat lukt niet volgens <strong>de</strong> regels.’ Als je dieregels volgt, dan kan zo’n gezin uit <strong>de</strong> Diamantbuurt misschien overeen jaar ergens an<strong>de</strong>rs heen. Dus wil je zo’n huis kunnen vor<strong>de</strong>ren endat betekent dat <strong>de</strong> burgemeester in stelling moet wor<strong>de</strong>n gebracht.En <strong>de</strong> burgemeester vraagt dan zijn directeur om dat namens hem teregelen. Maar dan moet er wel sprake zijn <strong>van</strong> een acute situatie. Is dieer niet, dan kun je gewoon achter in <strong>de</strong> rij aansluiten. Dat is te weinigsamenwerken, te weinig gezamenlijke focus en te weinig bereid zijnom je eigen belang op te geven tenein<strong>de</strong> het grotere belang te dienen.Op een gegeven moment had<strong>de</strong>n we dan ein<strong>de</strong>lijk een huis voor datgezin in <strong>de</strong> Diamantbuurt. Maar daar wil<strong>de</strong> <strong>de</strong> mevrouw weer nietheen, want ze werd – zei ze – bedreigd. Daarop hebben we mevrouween paar dagen in een op<strong>van</strong>gpension <strong>van</strong> <strong>de</strong> gemeente on<strong>de</strong>rgebracht.Je moet wat. Je kunt niet eerst eens een maandje <strong>de</strong> situatiebestu<strong>de</strong>ren. <strong>Het</strong> oplossen <strong>van</strong> dit probleem in <strong>de</strong> Diamantbuurtduur<strong>de</strong> dus al met al an<strong>de</strong>rhalf jaar. En zon<strong>de</strong>r cynisme zeg ik: dat was<strong>van</strong> ons allen een megaprestatie. <strong>Het</strong> kostte veel aandacht <strong>van</strong> <strong>de</strong> burgemeesterpersoonlijk. Dat het gezag <strong>van</strong> <strong>de</strong> burgemeester – en eigenlijkook een directeur – er aan te pas moest komen, is eigenlijkjammer. Dat zou niet nodig moeten zijn. Maar dat snelle schakelenzoals bij een crisis krijgen wij buiten crisissituaties nog niet voorelkaar. Tenminste niet in <strong>de</strong> zin dat wij zo’n probleem binnen eenpaar dagen kunnen oplossen.72‘Nee meneer, zo gaan we dat niet doen’3473Maureen Sarucco34
Wat me bij het <strong>lezen</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong> opvalt als ik <strong>de</strong> afgelopen <strong>de</strong>rtig jaar <strong>de</strong>revue laat passeren is dat tegenwoordig een probleem veel vaker wordtge<strong>de</strong>finieerd als een ‘openbare or<strong>de</strong> en veiligheidsprobleem’. Watvroeger gewoon on<strong>de</strong>rling werd opgelost, moet nu steeds vaker doorpolitie, burgemeester en overheid wor<strong>de</strong>n opgelost. Je ziet ook dat <strong>de</strong>verschijningsvorm <strong>van</strong> criminaliteit veran<strong>de</strong>rt. In <strong>de</strong> jaren tachtighiel<strong>de</strong>n we ons bezig met balletje-balletje op <strong>de</strong> Nieuwendijk enKalverstraat, nu zijn we bezig met roofovervallen. <strong>Het</strong> geweld is toegenomen,evenals het wapenbezit. Er komen ook steeds meer ze<strong>de</strong>nmisdrijvenaan het licht. Dat is een goed teken, want die zijn er natuurlijkaltijd al geweest, maar door betere opsporingsmetho<strong>de</strong>n of omdatmensen eer<strong>de</strong>r aangifte doen, krijgen we daar meer greep op. Net als ophuiselijk geweld. Op het moment dat je achter <strong>de</strong> voor<strong>de</strong>ur mag kijken,zie je ook meer. En wat een overheid ziet, daar moet zij zich ook meebemoeien. Althans, dat vraagt <strong>de</strong> samenleving. Je ziet dat <strong>de</strong> overheidprobeert om <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid <strong>de</strong>els terug te leggen bij dieburger. Maar dat lukt nog niet zo goed, zeker in het domein <strong>van</strong> <strong>de</strong>openbare or<strong>de</strong> en veiligheid. De buurt accepteert het niet meerwanneer ze<strong>de</strong>n<strong>de</strong>linquenten die hun straf hebben uitgezeten, terugkeren naar hun ou<strong>de</strong> woning; vaak omdat het slachtoffer in <strong>de</strong> buurtwoont. Dat legt <strong>de</strong> samenleving dan neer op het bordje <strong>van</strong> <strong>de</strong> burgemeester.Vaak moeten we dingen regelen waar we <strong>de</strong> instrumentenniet voor hebben. In <strong>de</strong> jaren negentig kwam <strong>de</strong> internationale terreuren radicalisering. Dat waren betrekkelijk nieuwe fenomenenwaarvoor wij nieuwe instrumenten hebben moeten ontwikkelen.Datzelf<strong>de</strong> geldt voor <strong>de</strong> bestuurlijke aanpak <strong>van</strong> georganiseer<strong>de</strong>/zware criminaliteit. Vroeger was dat uitsluitend een aangelegenheid<strong>van</strong> politie en justitie. Maar toen met <strong>de</strong> IRT-enquête dui<strong>de</strong>lijk werddat politie en justitie het niet alleen afkon<strong>de</strong>n, en dat we feitelijk hetgezag over een <strong>de</strong>el <strong>van</strong> ons grondgebied kwijt waren (<strong>de</strong> Wallen),zijn we politie en justitie bestuurlijk gaan meehelpen. Bijvoorbeelddoor met een beroep op <strong>de</strong> wet BIBOB geen vergunningen af te gevenwanneer <strong>de</strong> aanvrager <strong>van</strong> <strong>de</strong> vergunning een criminele achtergrondheeft. In een coulante bui wil ik wel eens <strong>de</strong>nken: elk tijdvak brengtzijn eigen problemen en eigen oplossingen.74‘Nee meneer, zo gaan we dat niet doen’3475Maureen Sarucco34
4Vier<strong>de</strong> seminar9 juli 2012De Stad inVeran<strong>de</strong>ringStan MajoorDuco Stadig4
Paradoxen in gebiedsontwikkelingDe vraag hoe <strong>de</strong> organisatie <strong>van</strong> gebiedsontwikkeling vorm is tegeven, is een vraagstuk waarbij factoren als <strong>de</strong> lokale context, <strong>de</strong>om<strong>van</strong>g en <strong>de</strong> complexiteit <strong>van</strong> <strong>de</strong> opgave een grote invloed hebben.In <strong>de</strong>ze bijdrage gaat het specifiek om grootschaligere complexe gebiedsontwikkelingenwaar meervoudige fysieke, sociale en economischedoelstellingen wor<strong>de</strong>n gecombineerd en waar tal <strong>van</strong> partijen bijbetrokken zijn. Dergelijke complexe vormen <strong>van</strong> gebiedsontwikkelingzijn <strong>de</strong> laatste <strong>de</strong>cennia sterk in opkomst, maar ze staan door <strong>de</strong>huidige economische turbulentie ook het meest on<strong>de</strong>r druk. Voordatwe ingaan op <strong>de</strong> vraag hoe <strong>de</strong> organisatie <strong>van</strong> gebiedsontwikkelingkan innoveren is het belangrijk te analyseren aan welke paradoxaleeisen <strong>de</strong> organisatie <strong>van</strong> <strong>de</strong>rgelijke ontwikkelingen moet voldoen.Deze schijnbare tegenspraken zijn on<strong>de</strong>r druk <strong>van</strong> <strong>de</strong> economischecrisis dui<strong>de</strong>lijker gewor<strong>de</strong>n:Paradox 1: Ruimtelijk afgebakend versus ruimtelijk holistisch werkenEen cruciaal aspect <strong>van</strong> projectmatige interventies is <strong>de</strong> projectgrens.Daarbinnen vin<strong>de</strong>n <strong>de</strong> interventies plaats, wor<strong>de</strong>n juridische documentenopgesteld, vin<strong>de</strong>n grondtransacties hun beslag en richt <strong>de</strong>marketing en verkoopstrategie zich. Op plankaarten is het gebiedbuiten <strong>de</strong> projectgrens vaak een grijs landschap met weinig articuleren<strong>de</strong>elementen. De voor<strong>de</strong>len <strong>van</strong> een <strong>de</strong>rgelijke focus wor<strong>de</strong>ngezien in het overzichtelijk, ruimtelijk en temporeel begrijpelijk enplanbaar maken <strong>van</strong> <strong>de</strong> opgave. <strong>Het</strong> geeft acties een doel: het transformeren<strong>van</strong> een gebied naar een bedachte toekomstige staat.Verkoker<strong>de</strong> ambtelijke sectoren wor<strong>de</strong>n gepasseerd waardoor doelmatigergewerkt kan wor<strong>de</strong>n, ook in <strong>de</strong> richting <strong>van</strong> particuliere partijen.Hierdoor wordt efficiënter gebruik gemaakt <strong>van</strong> publieke mid<strong>de</strong>lenen ontstaat een betere afrekenbaarheid <strong>van</strong> overheidsgeld.Uiteraard levert <strong>de</strong>ze han<strong>de</strong>lingslogica een paradox op met het feit –ook dui<strong>de</strong>lijk in <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re bijdragen in <strong>de</strong>ze bun<strong>de</strong>l geanalyseerd –dat ruimtelijke processen zich uiteraard nauwelijks iets aantrekken<strong>van</strong> <strong>de</strong>rgelijke soms arbitrair, financieel, politiek of juridisch gekozenprojectgrenzen. Letterlijk zijn projectgebie<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el <strong>van</strong> een<strong>stad</strong> en regio met haar bewoners en gebruikers. <strong>Het</strong> succes <strong>van</strong> gebiedsontwikkeling,bijvoorbeeld uit te drukken in <strong>de</strong> aantrekkelijkheid<strong>van</strong> een gebied als vestigingsplaats, wordt slechts <strong>de</strong>els bepaalddoor <strong>de</strong> interventies die binnen het projectgebied zelf plaatsvin<strong>de</strong>n.Hoe slim het masterplan <strong>van</strong> <strong>de</strong> Zuidas ook in elkaar mag zitten, <strong>de</strong>economische toekomst als zakencentrum is afhankelijk <strong>van</strong> macroeconomischeontwikkelingen die zich op Europees en mondiaalniveau afspelen. Hoe goed <strong>de</strong> ste<strong>de</strong>lijke vernieuwing <strong>van</strong> <strong>de</strong><strong>Amsterdam</strong>se wijk Geuzenveld ook wordt aangepakt, het succes <strong>van</strong><strong>de</strong>ze wijk als aantrekkelijk multicultureel woonmilieu hangt groten<strong>de</strong>elssamen met hoe <strong>de</strong> bewoners zich buiten <strong>de</strong> wijk ontwikkelen,in scholing en op <strong>de</strong> arbeidsmarkt; maar ook hoe in politieke platformsver buiten <strong>de</strong> wijk beslissingen wor<strong>de</strong>n genomen over verzorgingsstaat-arrangementenen positie wordt gekozen in complexe<strong>de</strong>batten over i<strong>de</strong>ntiteit, cultuur en geloof.Paradox 2: Betrouwbaarheid versus flexibiliteitEen belangrijke eis die <strong>van</strong>uit <strong>de</strong> maatschappij aan het han<strong>de</strong>len <strong>van</strong>overhe<strong>de</strong>n wordt opgelegd is die <strong>van</strong> betrouwbaarheid. Dit speelt ooksterk in <strong>de</strong> ruimtelijke or<strong>de</strong>ning. De oorsprong <strong>van</strong> overheidsinterventiesin dit domein ligt dan ook in het bie<strong>de</strong>n <strong>van</strong> juridische zekerheidaan particuliere investeer<strong>de</strong>rs en eigenaren omtrent het gedrag <strong>van</strong> <strong>de</strong>overheid zelf en dat <strong>van</strong> omliggen<strong>de</strong> particuliere eigenaren en gebruikers.In lan<strong>de</strong>n met een min<strong>de</strong>r sterke beleidsmatige overheidsinterventiein <strong>de</strong> ruimte, is dit nog steeds <strong>de</strong> belangrijkste bestaansre<strong>de</strong>n<strong>van</strong> ruimtelijke or<strong>de</strong>ning. Bestemmingsplannen en vergunningenvormen in Ne<strong>de</strong>rland <strong>de</strong> crux <strong>van</strong> dit systeem. Deze rechtszekerheidwordt sterk gediend door een projectmatige aanpak <strong>van</strong> ruimtelijkeveran<strong>de</strong>ringen omdat interventies (<strong>van</strong> <strong>de</strong> overheid of particulieren)binnen het ruimtelijk en beleidsmatig ka<strong>de</strong>r <strong>van</strong> een project wor<strong>de</strong>nafgewogen tegen elkaar en vervolgens or<strong>de</strong>ntelijk kunnen wor<strong>de</strong>n georganiseer<strong>de</strong>n juridisch gecodificeerd. De noodzaak tot betrouwbaarheidis vooral voor particuliere investeer<strong>de</strong>rs een belangrijke voorwaar<strong>de</strong>om <strong>de</strong> grote risico’s <strong>van</strong> ruimtelijke investeringen <strong>de</strong>els inte dammen. De paradox is echter dat <strong>de</strong> eis <strong>van</strong> rechtszekerheid bijgrotere en complexere gebiedsontwikkelings-processen die langerdoorlopen, vaak botst met <strong>de</strong> roep om meer flexibiliteit. Markten enpolitiek veran<strong>de</strong>ren en nopen regelmatig tot heroverwegingen <strong>van</strong> interventies.Allerlei partijen blijven zich geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong> lange doorlooptijd<strong>van</strong> interventies tegen projecten aan bemoeien. <strong>Het</strong> is dan ook nietverwon<strong>de</strong>rlijk dat <strong>de</strong> juridische codificatie <strong>van</strong> interventies vaak juistals een obstakel wordt gezien in het projectmatig ontwikkelen <strong>van</strong> gebie<strong>de</strong>n,vooral als <strong>de</strong> eindbestemming <strong>van</strong> <strong>de</strong> ontwikkeling door <strong>de</strong>crisis min<strong>de</strong>r hel<strong>de</strong>r wordt. Naarstig wordt in dit domein gezochtnaar innovaties die recht doen aan <strong>de</strong> vaak paradoxale gelijktijdigeeisen <strong>van</strong> flexibiliteit en rechts-zekerheid, zoals bijvoorbeeld in het<strong>Amsterdam</strong>se project Buiksloterham. De aanwezige individuelemilieurestricties rondom stank en geluid <strong>van</strong> <strong>de</strong> industriële functiesdienen <strong>de</strong> betrouwbaarheid <strong>van</strong> het han<strong>de</strong>len <strong>van</strong> partijen ten opzichte<strong>van</strong> elkaar. Gezamenlijk vormen ze echter een bijna onwerkbaar webin <strong>de</strong> poging het gebied langzaam om te vormen tot een gemengdwoon-werkareaal.80Paradoxaal management4481Stan Majoor44
Welke vorm <strong>van</strong> organisationele ambi<strong>de</strong>xterity het beste past bijwelke situatie is een on<strong>de</strong>rwerp <strong>van</strong> on<strong>de</strong>rzoek en <strong>de</strong>bat. <strong>Het</strong> interessanteis dat in ie<strong>de</strong>r i<strong>de</strong>aaltype op een verschillen<strong>de</strong> manier met <strong>de</strong>paradoxen tussen exploitatieve en exploratieve activiteiten wordtomgegaan. In <strong>de</strong> harmonische variant ligt <strong>de</strong> nadruk sterk op gedragsmechanismendie <strong>de</strong> paradoxen op <strong>de</strong> werkvloer kunnen helpenoplossen. In an<strong>de</strong>re i<strong>de</strong>aaltypen ligt <strong>de</strong> nadruk meer op organisationeleingrepen en wordt <strong>de</strong> paradox <strong>van</strong> exploitatie en exploratie nietop het niveau <strong>van</strong> <strong>de</strong> individuele me<strong>de</strong>werker gebracht. <strong>Het</strong> voor<strong>de</strong>eldaar<strong>van</strong> wordt gezien in het feit dat individuele me<strong>de</strong>werkers zichdan geheel kunnen richten op niet-conflicteren<strong>de</strong> doelstellingen, watefficiënter op microniveau zou werken. Een belangrijk on<strong>de</strong>rzoeksaspectin <strong>de</strong> ambi<strong>de</strong>xterity literatuur is dan ook het (mogelijke) verschilin competenties die personeel moet hebben om succesvol te zijnin exploitatieve en exploratieve activiteiten. Welk i<strong>de</strong>aaltype ook,<strong>de</strong> kwaliteit <strong>van</strong> senior-management, dat keuzes moet maken, metspanningen moet kunnen omgaan en <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>n en belangen <strong>van</strong>ambi<strong>de</strong>xterity moet vertegenwoordigen, is uitermate belangrijk.Tot zover kort <strong>de</strong>ze bedrijfskundige literatuur. In hoeverre kunnennu <strong>de</strong>ze theoretische bespiegelingen het na<strong>de</strong>nken over <strong>de</strong> organisatie<strong>van</strong> planmatige ruimtelijke ontwikkelingen verrijken? Om dievraag te beantwoor<strong>de</strong>n is het in eerste instantie belangrijk te kijkennaar hoe in <strong>de</strong> praktijk momenteel omgegaan wordt met <strong>de</strong> paradoxen<strong>van</strong> gebiedsontwikkeling om hier vervolgens ver<strong>de</strong>r op te reflecteren.Hoe kunnen we <strong>de</strong>ze praktijken bijvoorbeeld interpreterenmet <strong>de</strong> vier i<strong>de</strong>aaltypen <strong>van</strong> organisationele ambi<strong>de</strong>xterity in hetachterhoofd? Welke acties binnen projecten zijn nu daadwerkelijk tetyperen als exploitatief en exploratief? Welke competenties hebbenme<strong>de</strong>werkers en hoe matchen <strong>de</strong>ze met exploitatieve en exploratieveacties? Welke strategieën om te schakelen uit <strong>de</strong> theorie zou<strong>de</strong>n eenmeerwaar<strong>de</strong> kunnen zijn voor <strong>de</strong> praktijk?Zuidas 15-by-15Een eerste verkenning als on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el <strong>van</strong> een <strong>de</strong>rgelijk langjarigon<strong>de</strong>rzoeksprogramma naar <strong>de</strong>ze vragen is uitgevoerd in het<strong>Amsterdam</strong>se Zuidas project. 1 Dit project is een prominent voorbeeld<strong>van</strong> langdurige en complexe gebiedsontwikkeling waarin <strong>de</strong>vraag naar (dure) kantoren en woningen <strong>de</strong> laatste twee jaar is teruggelopen.Alhoewel <strong>de</strong> Zuidas altijd al is opgezet als een project waarinin theorie geschakeld wordt tussen een meer open flexibeleontwikkelingsvisie en concrete bouwprojecten, is dit <strong>de</strong> afgelopenvijftien jaar <strong>van</strong>uit een behoorlijk gesloten <strong>de</strong>nkbeeld <strong>van</strong> het fysiekeeindresultaat gedaan dat in samenwerking met grote partners wordtontwikkeld. Een situatie <strong>van</strong> economische stagnatie, in combinatiemet <strong>de</strong> nog tegenvallen<strong>de</strong> levendigheid <strong>van</strong> het gebied, is door hetmanagement <strong>van</strong> het project aangepakt met het programma 15-by-15,dat on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re nieuwe activiteiten en functies in het gebied verwelkomtom <strong>de</strong> leefbaarheid in <strong>de</strong> tot nog toe vrij eenzijdig ontwikkel<strong>de</strong>Zuidas te vergroten (Wien e.a., 2012). 2 <strong>Het</strong> zijn <strong>de</strong>rgelijke exploratievepraktijken die perfect passen bij een perio<strong>de</strong> waarin opverschillen<strong>de</strong> plekken in <strong>de</strong> <strong>stad</strong> gezocht wordt naar (tij<strong>de</strong>lijke) alternatievenvoor ge<strong>de</strong>eltelijk stilgevallen processen <strong>van</strong>gebiedsontwikkeling.Een eerste on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> organisatie <strong>van</strong> dit programma toontaan dat er een mengvorm <strong>van</strong> i<strong>de</strong>aaltypen <strong>van</strong> ambi<strong>de</strong>xterity is gebruikt.In <strong>de</strong> temporele dimensie lijkt <strong>de</strong> aandacht voor <strong>de</strong>rgelijke exploratieveactiviteiten recent on<strong>de</strong>r druk <strong>van</strong> <strong>de</strong> crisis te zijn opgekomenen is er vervolgens een wat arbitraire einddatum <strong>van</strong> het jaar2015 aan gekoppeld. <strong>Het</strong> is momenteel ondui<strong>de</strong>lijk of <strong>de</strong> meer open,faciliteren<strong>de</strong>, exploreren<strong>de</strong> houding <strong>van</strong> het project een tij<strong>de</strong>lijkestrategie is in <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> <strong>van</strong> economische stagnatie om vervolgensbij aantrekken<strong>de</strong> vraag naar kantoren en woningen weer te verdwijnen,of dat het een integraal aspect wordt <strong>van</strong> <strong>de</strong> ontwikkeling <strong>van</strong> <strong>de</strong>Zuidas. In <strong>de</strong> i<strong>de</strong>aaltypen <strong>van</strong> Simsek en an<strong>de</strong>ren is het dus nog eenonbeantwoor<strong>de</strong> vraag of het hier gaat om een continue of opeenvolgen<strong>de</strong>(perio<strong>de</strong> wel, perio<strong>de</strong> niet) strategie <strong>van</strong> ambi<strong>de</strong>xterity.Binnen <strong>de</strong> organisatie <strong>van</strong> <strong>de</strong> Dienst Zuidas is een aparte projectgroepgevormd die verantwoor<strong>de</strong>lijk is voor 15-by-15. Hierin werken zowelexterne als interne personen. Die laatste hebben ook nog steeds een rolbij doorlopen<strong>de</strong> exploitatieve processen rondom gronduitgifte enprojectontwikkeling. Deze activiteiten zijn georganiseerd via hetopsplitsen <strong>van</strong> het project in <strong>de</strong>elprojecten (fysiek afgebakend) waarbijeen projectmanager een team leidt. De contradicties en paradoxentussen het meegaan met bottom-up initiatieven en het vasthou<strong>de</strong>n aaneen vooraf uitgezette lijn wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong>els opgelost via aparte organisatiestructuren:projectmanagers die werken aan een gebied, vooral exploitatief,en een projectgroep verantwoor<strong>de</strong>lijk voor 15-by-15, vooral exploratief.Spanningen wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong>els opgelost hierbinnen, <strong>de</strong>els doorhet senior-management, <strong>de</strong> directie. Er kan dus gesteld wor<strong>de</strong>n dat er1. <strong>Het</strong> on<strong>de</strong>rzoek is <strong>van</strong> januari - mei 2012 uitgevoerd via een stage bij Dienst Zuidasdoor UvA planologie masterstu<strong>de</strong>nte Mai <strong>van</strong> <strong>de</strong>r Hei<strong>de</strong> in het ka<strong>de</strong>r <strong>van</strong> haar scriptie.2 www.zuidas.nl/thema/15-1586Paradoxaal management4487Stan Majoor44
in <strong>de</strong> Zuidas momenteel een combinatie plaatsvindt <strong>van</strong> <strong>de</strong> organisatie<strong>van</strong> ambi<strong>de</strong>xterity binnen en tussen organisatie eenhe<strong>de</strong>n.Uit het on<strong>de</strong>rzoek blijkt <strong>de</strong> verwachting te kloppen dat het initiatief15-by-15 vooral exploratieve waar<strong>de</strong>n vertegenwoordigt: innovatie,vernieuwing, experiment en tij<strong>de</strong>lijkheid. Dit terwijl <strong>de</strong> staan<strong>de</strong> organisatieexploitatieve waar<strong>de</strong>n blijft nastreven: planmatigheid, efficiëntie,afrekenbaarheid. Projectmanagers <strong>van</strong> individuele projectenwor<strong>de</strong>n op <strong>de</strong>rgelijke exploitatieve waar<strong>de</strong>n beoor<strong>de</strong>eld door <strong>de</strong> directie.Dit is een belangrijk punt, zeker ook omdat <strong>de</strong> initiatieven <strong>van</strong>15-by-15, zoals kenmerkend voor exploratieve acties, meestal eenkleinere succeskans hebben. Deze succeskans is ook vaak moeilijk teobjectiveren: wat is <strong>de</strong> ‘waar<strong>de</strong>’ <strong>van</strong> een geslaagd tij<strong>de</strong>lijk evenementbijvoorbeeld? Uit <strong>de</strong> ambi<strong>de</strong>xterity literatuur komt naar voeren dat<strong>de</strong> kans daarom groot is dat <strong>de</strong>rgelijke activiteiten snel on<strong>de</strong>r drukkomen te staan ten koste <strong>van</strong> exploitatieve activiteiten, zowel bij hetmanagement als bij <strong>de</strong> individuele me<strong>de</strong>werker. Geld en menskrachtkan immers maar op één plek tegelijk wor<strong>de</strong>n ingezet.Schakelen en een balans vin<strong>de</strong>n tussen bei<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>n in een projectblijft cruciaal omdat noch exploitatieve noch exploratieve actiesalleen zaligmakend zijn. Voor het imago en <strong>de</strong> levendigheid <strong>van</strong> <strong>de</strong>Zuidas is het immers wel <strong>de</strong>gelijk <strong>van</strong> belang dat exploratieve actiesgeïnitieerd wor<strong>de</strong>n en soms ook slagen. Uitein<strong>de</strong>lijk heeft dat namelijkook een positief effect op <strong>de</strong> traditionele exploitatieve activiteit<strong>van</strong> gebiedsontwikkeling, omdat het daaraan (moeilijk te kwantificeren)waar<strong>de</strong> <strong>van</strong> levendigheid, momentum en maatschappelijkebetrokkenheid kan toevoegen.Conclusie<strong>Het</strong> initiatief 15-by-15 op <strong>de</strong> Zuidas is één <strong>van</strong> <strong>de</strong> voorbeel<strong>de</strong>n <strong>van</strong>experimenten met een meer bottom-up, vraaggerichte, exploratieveinsteek <strong>van</strong> gebiedsontwikkeling. 3 Om <strong>de</strong> paradoxen met dominanteprojectmatige praktijken te beheersen, is het nodig dat <strong>de</strong> organisatie<strong>van</strong> ruimtelijke veran<strong>de</strong>ringen zo ingericht wordt dat er goed omgegaankan wor<strong>de</strong>n met tegengestel<strong>de</strong> eisen. <strong>Het</strong> is <strong>van</strong> belang dat er geschakeldkan wor<strong>de</strong>n tussen gesloten en open systemen, dat er goedinzicht is in wanneer wat gedaan moet wor<strong>de</strong>n, met welke mensenen met welke vorm <strong>van</strong> management.<strong>Het</strong> is noodzakelijk meer on<strong>de</strong>rzoek te doen naar praktijken om <strong>de</strong>concepten <strong>van</strong> ambi<strong>de</strong>xterity ver<strong>de</strong>r te ontwikkelen en directer tekoppelen aan <strong>de</strong> vraagstukken <strong>van</strong> gebiedsontwikkeling. <strong>Het</strong> is belangrijkte kijken naar waarom het schakelen tussen <strong>de</strong> twee lastig is.Ver<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rzoek is nodig naar competenties <strong>van</strong> personeel, lei<strong>de</strong>rschapskwaliteitenen conflictregulatie mechanismen. De paradoxen<strong>van</strong> gebiedsontwikkeling kunnen hiermee niet opgelost wor<strong>de</strong>n,maar dat hoeft ook niet. Juist in hun spanning zit ook <strong>de</strong> kracht.<strong>Het</strong> zorgvuldig <strong>lezen</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong> toont complexiteit en rijkdom aan.<strong>Het</strong> gaat erom <strong>de</strong>ze kwaliteiten toe te voegen en te integreren inplanmatige ruimtelijke ingrepen.Literatuur— Benner, M. J. en Tushman, M. L. (2003). Exploitation, exploration, and processmanagement: the productivity dilemma revisited. Aca<strong>de</strong>my of Management Review,28(2), 238-256.— Hakvoort, L. en Majoor, S. J. H. (2010). Integraal management in gebiedsontwikkeling.Ste<strong>de</strong>bouw & Ruimtelijke Or<strong>de</strong>ning, 91(6), 56-59.— Kort, M. en Klijn, E. H. (2011). Public-private partnerships in urban regenerationprojects: organizational form or managerial capacity?, Public AdministrationReview, July/August, 618-626.— Majoor, S. J. H. (red.) (2010). Voorbij <strong>de</strong> beheersing? <strong>Gemeente</strong> <strong>Amsterdam</strong>:ProjectManagement Bureau.— March, J. G. (1991). Exploration and exploitation in organizational learning.Organization Science, 2(1), 71-87.— PMB/Leerhuis (2012). Tij<strong>de</strong>lijk <strong>Amsterdam</strong>, <strong>Gemeente</strong> <strong>Amsterdam</strong>:ProjectManagement Bureau.— Raisch, S. en Birkinshaw, J. (2008). Organizational ambi<strong>de</strong>xterity: antecen<strong>de</strong>nts,outcomes and mo<strong>de</strong>rators. Journal of Management, 34(3), 375-409.— Simsek, Z., Heavey, C., Veiga, J. F. en Sou<strong>de</strong>r, D. (2009). A typology for aligningorganizational ambi<strong>de</strong>xterity’s conceptualizations, antece<strong>de</strong>nts, and outcomes.Journal of Management Studies, 46(5), 864-894.— Wien, H. Hu, J-M, Lemmens, M. en Langayroux, J. P. (2012). Strategische tij<strong>de</strong>lijkheidaan <strong>de</strong> Zuidas, in: PMB/Leerhuis. Tij<strong>de</strong>lijk <strong>Amsterdam</strong>, <strong>Gemeente</strong> <strong>Amsterdam</strong>:ProjectManagement Bureau, 56-58.3 Zie PMB/Leerhuis (2012) voor een overzicht <strong>van</strong> tal <strong>van</strong> voorbeel<strong>de</strong>n <strong>van</strong> (experimentenmet) een vraaggerichte bena<strong>de</strong>ring in <strong>de</strong> ruimtelijke ontwikkeling en <strong>de</strong> dilemma’s diedit oplevert. Te downloa<strong>de</strong>n via www.amsterdam.nl/pmb88Paradoxaal management4489Stan Majoor44
Stan MajoorDuco Stadig
And all that jazz…De wereld <strong>van</strong> het <strong>Amsterdam</strong>se vastgoed is nognooit zo door elkaar geschud als nu. 10 op <strong>de</strong> schaal<strong>van</strong> Richter. Vastgoedpartners waar <strong>de</strong> <strong>stad</strong> zakenmee <strong>de</strong>ed zijn weggevallen of kunnen geen veermeer <strong>van</strong> <strong>de</strong> lippen blazen. <strong>Het</strong> Vereveningsfonds isleeg. En corporaties hebben hun vermogens ookzien slinken. Waar komt <strong>de</strong> nieuwbouw in <strong>de</strong> <strong>stad</strong>komen<strong>de</strong> <strong>de</strong>rtig jaar dan <strong>van</strong>daan? Duco Stadig pleitvoor een open proces, waarbij <strong>de</strong> gemeente snellerleert schakelen en <strong>de</strong> regie <strong>de</strong>els uit han<strong>de</strong>n geeft. Ofbeter: durft te geven. Meer jazz graag!Door Duco StadigING Vastgoed, nog niet zo lang gele<strong>de</strong>n met een gigantisch imperium<strong>de</strong> grootste vastgoedontwikkelaar ter wereld, bestaat eigenlijk nietmeer. De commerciële vastgoedwereld is totaal op zijn kop gezet.Je kunt nog wel <strong>de</strong>nken in termen <strong>van</strong> gron<strong>de</strong>xploitaties, maar <strong>de</strong>opbrengsten zijn illusoir. Wat tot 2008 nog een leuk rekensommetjewas, waar je als gemeente altijd goed uitkwam, is nu een schip <strong>van</strong>bijleg. Toen ik wethou<strong>de</strong>r was, had ik € 300 miljoen per jaar dat we inalle onrendabele toppen <strong>van</strong> projecten kon<strong>de</strong>n stoppen. Dat kwam uitkantoren en het <strong>stad</strong>svernieuwingsfonds. Als je als wethou<strong>de</strong>r ofcollege iets wil<strong>de</strong>, dan stond er altijd wel een potje klaar. Die armeMaarten <strong>van</strong> Poelgeest wil <strong>van</strong> alles, maar kan het niet betalen. <strong>Het</strong>klassieke verdienmo<strong>de</strong>l <strong>van</strong> gemeentelijke grondbedrijven is uitgewerkt.Op <strong>de</strong> Zuidas gebeurt nog wel wat, maar allerlei exploitatiesdraaien op kantoren die er niet meer komen. Niet alleen in <strong>Amsterdam</strong>niet, maar in het hele land niet. Deze crisis is dan ook erger dan alleswat we eer<strong>de</strong>r hebben meegemaakt, misschien met uitzon<strong>de</strong>ring <strong>van</strong>die <strong>van</strong> 1929. In <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> rond 1980 - 1982 verkeer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> kantorenenhuizenmarkt ook in een crisissituatie. De hypotheekrente was opgelopentot <strong>de</strong>rtien procent. Ook toen kel<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n <strong>de</strong> vastgoedprijzen,maar dat was conjunctureel. Nu is het structureel. Dat hangt samenmet <strong>de</strong> bevolkingsgroei. Die was toen nog heel krachtig waardoor hetmet <strong>de</strong> werkgelegenheid, sociale zekerheid en huizenmarkt op termijnwel weer goed kon komen. Nu lopen we binnen een paar jaar vast opeen tekort aan arbeidskrachten. Dan kun je wel allemaal dingen gaanverzinnen, maar je komt jezelf steeds weer tegen. Rotterdam krimpt alqua aantallen mensen. In Maastricht is <strong>de</strong> bevolking weer een beetjegegroeid omdat mensen het een leuke <strong>stad</strong> vin<strong>de</strong>n. Dat geldt ook voorUtrecht, Breda en Den Bosch. Die red<strong>de</strong>n het nog wel een tijdje. Maarnare ste<strong>de</strong>n waar het niet goed toeven is, zoals Heerlen of Tilburg,hebben het nu al heel erg moeilijk.AlternatiefAls <strong>de</strong> gemeente slecht bij kas zit, als <strong>de</strong> crisis met een vliegen<strong>de</strong>tackle het verdienmo<strong>de</strong>l <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong> on<strong>de</strong>ruit heeft gehaald en vastgoedpartnerswaar <strong>de</strong> <strong>stad</strong> <strong>de</strong>cennia lang zaken mee <strong>de</strong>ed niet meerthuis geven, wat kun je dan als <strong>stad</strong> nog beginnen? Grootschaligeprojecten als IJburg, Zuidas of <strong>de</strong> IJ-oevers kun je vergeten.Gebiedsontwikkeling zit er op die schaal <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> tien à twintigjaar niet meer in. De corporaties zijn er nog steeds, maar die trekkenzich terug op hun core business <strong>van</strong> eigen woningen on<strong>de</strong>rhou<strong>de</strong>n envoor bewoners zorgen. Wat heb je dan wel nodig? <strong>Het</strong> is niet zo dat<strong>de</strong> wereld stilstaat en dat er niemand meer is die iets kan of iets wil.ING Vastgoed bestaat dan bijna niet meer, maar er zijn nog steedskleinere ontwikkelaars actief die met hun eigen geld <strong>de</strong> markt op92And all that jazz…4493Duco Stadig44
willen en zeggen: ‘doet u mij maar eens hon<strong>de</strong>rd woningen ergens’.Dat is een an<strong>de</strong>r type ontwikkelaar dan die grote jongens <strong>van</strong> voorheen.Ze kunnen min<strong>de</strong>r goed ein<strong>de</strong>loze processen volhou<strong>de</strong>n. Wijwaren hier altijd vastgoedpartijen gewend met een lange a<strong>de</strong>m endiepe zakken. Als er zich een ontwikkelaar meld<strong>de</strong>, gingen wij er eensgoed voor zitten: die of die moest dan toestemming geven waar eenan<strong>de</strong>r het dan niet mee eens was, waarna het hele i<strong>de</strong>e weer terug bijaf was. On<strong>de</strong>rtussen tikte <strong>de</strong> tijd maar door. Dat was voor dit typeontwikkelaar nooit zo’n probleem, dat had<strong>de</strong>n ze in hun rekensommenopgenomen. Nu krijg je een type ontwikkelaar dat veel meerhaast heeft. Die zijn zakelijker. Ze kunnen ook min<strong>de</strong>r vertraginghebben en ze hebben alternatieven. Want je kunt nu ook zeggen: alshet in <strong>Amsterdam</strong> niet lukt, dan gaan we naar Utrecht. Daar kun jeook leuk aan <strong>de</strong> gang. Dus zal je je als <strong>stad</strong> meer moeten verdiepen inwat initiatiefnemers kunnen en willen en daarop inspelen. Dat is ietsan<strong>de</strong>rs dan <strong>de</strong> attitu<strong>de</strong> dat we als <strong>stad</strong> eerst eens gaan be<strong>de</strong>nken watwij willen en dat we vervolgens ie<strong>de</strong>reen in dat stramien duwen.MenensAan <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re kant heb je in <strong>de</strong> <strong>stad</strong> tamelijk veel grond braakliggen.Meestal is er al behoorlijk veel door <strong>de</strong> gemeente in geïnvesteerd. Hoekun je zorgen dat daar wat gebeurt? Hoe kun je nou zo’n Zeeburgereilandontwikkelen? Wat als we daar een nieuw type opdrachtgever<strong>de</strong> ruimte geven? Misschien wel voor een paar hon<strong>de</strong>rd woningenper jaar. Kijk naar <strong>de</strong> zelfbouwgroepen in Almere en Berlijn. Metname in Berlijn zien we zelfbouwgroepen die op grote schaal actiefzijn. Maar daar moet je als <strong>stad</strong> wel op inspelen. Wat voor kleinereontwikkelaars geldt, geldt voor particulieren in het kwadraat: zekunnen het niet ein<strong>de</strong>loos volhou<strong>de</strong>n. <strong>Het</strong> zijn vaak jonge mensen,die wat willen beginnen. Als dat vervolgens vijf jaar duurt, zijn eralweer twee stellen geschei<strong>de</strong>n en werkt een <strong>de</strong>r<strong>de</strong> in Groningen.Alleen daarom al heb je haast, althans moet je zorgen dat het tempoer goed in blijft zitten. Maar gaat dat ook gebeuren? Van <strong>de</strong> een hoorje dat het allemaal prima loopt met die zelfbouw. De an<strong>de</strong>r heeft daarzo zijn twijfels over. Om een optie te krijgen moet je 500 euro neerleggen.Dat doet ie<strong>de</strong>reen. Dan heb je ver<strong>de</strong>r nog niks verloren.Vervolgens moet je die grond een tijdje later afnemen en moet je inéén keer <strong>de</strong> canon betalen. Als het om een grondprijs <strong>van</strong> vier tongaat, dan moet zo iemand 40.000 euro canon betalen. Waarborgsomheet dat. Dan wordt het al een beetje menens, want als het niet doorgaatben je dat kwijt. Bij <strong>de</strong> projecten die we in <strong>de</strong> opstartfase hebben,wordt het interessant om te kijken hoeveel mensen die makkelijkeeerste fase doorkomen en straks ook echt gaan tekenen en betalen. Endan moet je vervolgens een bouwvergunning voor je ontwerp zien tekrijgen. Je wil niet weten wat daar een eisen aan wor<strong>de</strong>n gesteld.Daar zou je echt eens goed naar moeten kijken. Misschien zou hetveel beter werken als een gemeente een aantal principes hanteerten <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid om je daaraan te hou<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> zelfbouwerslegt. Dan draai je het om. Maar dan nog: We hebben hier eenwethou<strong>de</strong>r, die geporteerd is <strong>van</strong> klimaatneutraal bouwen. Dusdie arme zelfbouwers moeten ook nog klimaatneutrale woningenbouwen, althans op sommige plekken. Dat maakt het in ie<strong>de</strong>rgeval niet goedkoper.HemisfeerDe tweehandigheid waar Stan Majoor over sprak zag je in <strong>de</strong> jaren’80, ’90 tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> <strong>stad</strong>svernieuwing ook terug. Enerzijds was daarhet grootschalige, planmatige sloop-nieuwbouwproces, bijvoorbeeldin <strong>de</strong> Dapperbuurt en <strong>de</strong> Indische buurt. Maar in <strong>de</strong> Pijp is betrekkelijkweinig gesloopt. Daar wer<strong>de</strong>n particulieren gestimuleerd om tedoen wat <strong>de</strong> gemeente graag wil<strong>de</strong>, namelijk dat ze hun huizen betergingen fun<strong>de</strong>ren en renoveren. Daar waren toen behoorlijke subsidiesvoor beschikbaar en we probeer<strong>de</strong>n mensen te verlei<strong>de</strong>n viasubsidieloket-achtige services: ‘als u dat zelf allemaal niet kunt invullen,dan komt u maar hier, dan doen wij dat voor u’. Allemaal in <strong>de</strong>hoop dat die mensen dan ook kwamen. Maar dan ben je wel afhankelijk<strong>van</strong> iemand die je wel of niet weet te overtuigen. Dat was eenopen proces. De sloopnieuwbouw machine was een gesloten proces.Daar werd een plan gemaakt en er werd afgekondigd dat alle woningenonteigend zou<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n’. Dat werd <strong>de</strong> actieve grondpolitiekgenoemd. Je moest een bestemmingsplan hebben of een <strong>stad</strong>svernieuwingsplan,waarmee <strong>de</strong> gemeente een grondslag had voor onteigening.Vervolgens wees je al die percelen aan en die gingen dan eenprocedure in, die eindig<strong>de</strong> met een Koninklijk Besluit. Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong>procedure bena<strong>de</strong>r<strong>de</strong> je dan <strong>de</strong> eigenaren: ‘Moet u horen, die procedureloopt. We gaan onteigenen. We weten ongeveer wat <strong>de</strong> onteigeningsrechterzal gaan toewijzen, want daar is jurispru<strong>de</strong>ntie over.We kunnen dat ook meteen samen uitrekenen en dan samen min<strong>de</strong>rkosten maken. Maar dat is aan u. Als u dat wil, zou<strong>de</strong>n wij dat ook eenleuk i<strong>de</strong>e vin<strong>de</strong>n’. Met 70% <strong>van</strong> <strong>de</strong> eigenaren lukte het op die manier.De rest wil<strong>de</strong> wel eens kijken wat daar<strong>van</strong> waar was. Die wer<strong>de</strong>n danonteigend, zo simpel was dat. Dat is allemaal planbaar en omdat hetplanbaar is, lag het in <strong>de</strong> hemisfeer <strong>van</strong> het gesloten proces. Initiatiefen uitvoering lagen bij <strong>de</strong> <strong>stad</strong>. De oplevering <strong>van</strong> sloop-nieuwbouwwoningen nam zeven jaar in beslag. Die zeven jaar waren helemaalvol gepland. <strong>Het</strong> eindpunt was dui<strong>de</strong>lijk. Je zult komen<strong>de</strong> <strong>de</strong>cenniaveel meer gebruik moeten maken <strong>van</strong> een an<strong>de</strong>r type planning meteen ondui<strong>de</strong>lijk eind en een kortere uitvoering, zoals het open94And all that jazz…4495Duco Stadig44
planproces dat in <strong>de</strong> Pijp werd ingezet: verlei<strong>de</strong>n en faciliteren. Voor<strong>de</strong> renovatie waren ook meerjarenprogramma’s gemaakt, maar datliep in kleine aantallen <strong>van</strong> enkele tientallen particuliere woningverbeteringen.En dan was het nog maar afwachten of dat lukte. En jewist ook niet precies welke pan<strong>de</strong>n dat zou<strong>de</strong>n zijn. Daar heb je eenan<strong>de</strong>r type planner voor nodig. Heel kort door <strong>de</strong> bocht zou ikzeggen: meer meisjes, min<strong>de</strong>r jongens. Ik vind het althans meer eenfeminiene modus operandi. <strong>Het</strong> is eer<strong>de</strong>r een adaptief proces, waarbijje je aanpast aan wat je tegenkomt en naar bevind <strong>van</strong> zaken han<strong>de</strong>lt.Ook veel meer in wisselwerking met burgers, projectontwikkelaarsen maatschappelijke instellingen. Kijk vooral naar wat zij willen enprobeer dat te stimuleren.WielenEen twee<strong>de</strong> weg om uit <strong>de</strong> crisis te komen zou <strong>de</strong> PPS kunnen zijn. Dieis op Zuidas in<strong>de</strong>rdaad niet gelukt. Maar er zijn ook voorbeel<strong>de</strong>n <strong>van</strong>geslaag<strong>de</strong> PPS’en, zoals het Haveneiland op IJburg. Daar hebben we heteiland opgespoten en bouwrijp gemaakt, nádat we met private partijenovereenstemming had<strong>de</strong>n bereikt over <strong>de</strong> overnameprijs. Ik werd daar<strong>van</strong> gemeentezij<strong>de</strong> op aangevallen. We zou<strong>de</strong>n <strong>de</strong> hele winstpotentieaan <strong>de</strong> markt geschonken hebben. Toen <strong>de</strong> grond overgenomen werd,brak echter <strong>de</strong> crisis uit en hoor<strong>de</strong> je niemand meer over <strong>de</strong> prima prijsdie wij voor <strong>de</strong> grond had<strong>de</strong>n bedongen. De opwaar<strong>de</strong>ring <strong>van</strong> <strong>de</strong>Bijlmer is een twee<strong>de</strong> voorbeeld <strong>van</strong> een geslaag<strong>de</strong> PPS. Begin jarentachtig liep daar <strong>de</strong> leegstand schrikbarend op. Ie<strong>de</strong>reen begreep dater iets moest gebeuren. Alle zestien corporaties die daar actief waren,hebben vervolgens – op één na – on<strong>de</strong>r druk <strong>van</strong> <strong>Amsterdam</strong> en inruil voor funding, hun bezittingen in één club gestopt. We warenan<strong>de</strong>rs bang dat ie<strong>de</strong>reen ongecoördineerd elkaar in <strong>de</strong> wielen zougaan rij<strong>de</strong>n. Dat <strong>de</strong><strong>de</strong>n ze trouwens al omdat ze allemaal <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong>strategie volg<strong>de</strong>n: huurverlaging. Maar als ie<strong>de</strong>reen het doet, danwerkt het niet meer. Dat is the tragedy of the commons. Nu creëer<strong>de</strong>nwe één organisatie. <strong>Het</strong> doel was bepaald: kwaliteitsverbetering,maar hoe we dat doel zou<strong>de</strong>n bereiken, was onbekend. Maar je konwel zeggen dat het óf slopen zou gaan wor<strong>de</strong>n, óf op hoog niveau renoveren,óf een beetje beheren, waarbij je er als corporatie voorzorg<strong>de</strong> dat <strong>de</strong> woningen er netjes uitzagen. Dat zijn drie strategieën.Wij begonnen maar meteen langs alle drie <strong>de</strong> lijnen te werken ennamen aan dat het 1/3 slopen, 1/3 verbeteren en 1/3 beheren zouwor<strong>de</strong>n. Dat werd het uitein<strong>de</strong>lijk natuurlijk niet, want al doen<strong>de</strong> isin toenemen<strong>de</strong> mate voor sloop gekozen. Maar dat stond in het beginniet vast. Dat hoeft ook niet, maar dan moet er wel één partij aan <strong>de</strong>corporatiekant en één partij aan <strong>de</strong> gemeentekant zijn die dat processamen sturen en gaan<strong>de</strong>weg <strong>de</strong> doelstellingen bijstellen. Dat vond ikeen mooie PPS. Maar het maakt natuurlijk verschil uit of je als gemeentein een PPS zit met winstgeoriënteer<strong>de</strong> private partijen – alsbanken of projectontwikkelaars – of in een PPS met maatschappelijkgeoriënteer<strong>de</strong> partijen als woningbouwcorporaties. In <strong>de</strong> Bijlmer zouje nooit een marktpartij gevon<strong>de</strong>n hebben die gedaan heeft wat corporatiestoen hebben gedaan. De PPS voor het Haveneiland wasgemengd. Er waren drie consortia en in alle consortia zaten ook corporaties.Er moesten immers ook sociale huurwoningen gebouwdwor<strong>de</strong>n. De tekorten in <strong>de</strong> Bijlmer kon<strong>de</strong>n <strong>de</strong> corporaties <strong>de</strong>kkendoor woningen in Noord en West te verkopen. Die verkoop is nogsteeds gaan<strong>de</strong>, al is die door <strong>de</strong> crisis enorm teruggelopen. Van <strong>de</strong> opbrengstblijft tegenwoordig nauwelijks genoeg over voor on<strong>de</strong>rhou<strong>de</strong>n <strong>de</strong> renovatie. Dus plannen voor een PPS om te onteigenen ennieuwbouw te plegen zitten er niet meer in. De corporaties kunnenhet nauwelijks bolwerken en <strong>de</strong> gemeente heeft er geen geld meervoor. <strong>Het</strong> Vereveningsfonds staat zwaar negatief, dus je kunt ookzeggen: ze hebben alleen maar negatief geld. Niemand kan zich meerpermitteren om op <strong>de</strong> bonnefooi wat te onteigenen en maar af tewachten hoe het afloopt.JazzMijn conclusie is dat we ons moeten aanpassen. In een totaal veran<strong>de</strong>r<strong>de</strong>wereld net doen of er niks aan <strong>de</strong> hand is, dat is zelfmoord.Waar het op aan komt is dat een gemeente zich moet kunnen inhou<strong>de</strong>nbij het aan tegenpartijen opleggen <strong>van</strong> allerlei eisen. De gemeentemoet zich gaan opstellen als een mee<strong>de</strong>nken<strong>de</strong> en meehelpen<strong>de</strong>partner. Dat heet dan tegenwoordig <strong>de</strong> uitnodigingsplanologie. Deflexibelere gemeente die snel toestemming geeft als iemand iets wil,niet te veel eisen stelt en mee<strong>de</strong>nkt. En daarmee ook een stukje <strong>van</strong><strong>de</strong> regie uit han<strong>de</strong>n geeft. En daarmee dus afhankelijk is <strong>van</strong> an<strong>de</strong>ren.De gemeente die zich dat realiseert kan nog steeds wel een beetjeregie voeren, maar is geen scriptschrijver meer. Ik was laatst bij eenlezing <strong>van</strong> Hans Boutellier, sociaal psycholoog en hoogleraar aan <strong>de</strong>VU. Hij nam een jazz-sessie als metafoor <strong>van</strong> hoe het nu moet gaan:ein<strong>de</strong>loos improviseren. In een jazz-sessie is er, als het goed gaat, ookaltijd wel iemand die op een gegeven moment zegt: ‘en nu moetenwe weer bij elkaar komen’. <strong>Het</strong> is niet alleen maar improvisatie.Zon<strong>de</strong>r enige planning wordt het namelijk ook in een open proceseen chaos. Maar heel veel staat niet vast <strong>van</strong> tevoren. En <strong>de</strong> mensendie eraan beginnen weten niet precies wat het uitein<strong>de</strong>lijke resultaatwordt. Daar moet je je als <strong>stad</strong> en als dienst aan durven overgeven.Dat is <strong>de</strong> uitdaging voor <strong>de</strong> toekomst <strong>van</strong> ruimtelijk <strong>Amsterdam</strong> <strong>de</strong>komen<strong>de</strong> <strong>de</strong>cennia. En het applaus komt pas na <strong>de</strong> voorstelling.96And all that jazz…4497Duco Stadig44
NawoordVoor <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>r<strong>de</strong> seminarreeks was het thema ‘<strong>Het</strong> <strong>lezen</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong>’.De sprekers, aca<strong>de</strong>mici en professionals uit het veld, hebben ons doorhun bril laten meekijken naar <strong>de</strong> <strong>stad</strong>. De lagen <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong> zijndaarbij afgepeld als <strong>de</strong> rokken <strong>van</strong> een ui. Door dat te doen wordt<strong>de</strong> complexiteit in eerste instantie nog groter, maar je ont<strong>de</strong>kt ookinteressante mogelijkhe<strong>de</strong>n.<strong>Het</strong> beter leren omgaan met <strong>de</strong>ze nieuwe mogelijkhe<strong>de</strong>n is <strong>de</strong> opgavevoor <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> jaren. Meer dan voorheen zullen <strong>de</strong> managers in hetruimtelijk en sociaal domein daarbij wor<strong>de</strong>n geconfronteerd met huneigen beperkingen. Niet langer is het <strong>van</strong>zelfsprekend dat met vooropgezetprojectmanagement wordt gekomen tot een gepland resultaat.De drang tot han<strong>de</strong>len, zoals Stan Majoor het treffend verwoordtin zijn inleiding, is het PMB niet vreemd. Als door bestuur<strong>de</strong>rsgezocht wordt naar een oplossing voor een complex ste<strong>de</strong>lijk vraagstuk,dan staat <strong>de</strong> manager met jeuken<strong>de</strong> han<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> startblokken.Tijd en geld zijn schaars en dus niet ie<strong>de</strong>re zoektocht biedt <strong>de</strong> mogelijkheidom afstand te nemen om <strong>de</strong> opgave te her<strong>de</strong>finiëren enmisschien daarmee een betere oplossing in beeld te brengen.Toch zit daar <strong>de</strong> kern; soms moet je even stil zijn en vooral goed omje heen kijken en je oor te luisteren leggen bij on<strong>de</strong>rzoekers. Met <strong>de</strong>kennis die dat oplevert en het bewust schakelen tussen strategieën<strong>van</strong> project-, proces- en programmanagement kunnen we <strong>de</strong> <strong>stad</strong> <strong>de</strong>komen<strong>de</strong> <strong>de</strong>cennia ver<strong>de</strong>r helpen. Van oudsher kennen PMB-ers <strong>de</strong><strong>stad</strong>, haar gebruikers en haar bestuurscultuur. Tot nu toe hebben we<strong>de</strong>ze kennis vooral ingezet in planprocessen waarbij <strong>de</strong> gemeente <strong>de</strong>regie voer<strong>de</strong>. De opgave voor ons is, om in een sterk veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong>tijd met grote uitdagingen, onze kennis en kun<strong>de</strong> te <strong>de</strong>len met potentieelnieuwe partners uit heel diverse sectoren. Partners die initiatiefen lef tonen. Ook dan spelen er belangen die terug te voeren zijn tothet financiële, en dat in een tijd waarin geld schaars is. Echter doorzicht te krijgen op potentiële verdienmo<strong>de</strong>llen liggen oplossingenmisschien wel dichterbij dan verwacht. Om goed samen te kunnenwerken is het dan <strong>van</strong> belang elkaars achtergrond te kennen en elkaarstaal te spreken.De samenwerking met <strong>de</strong> aca<strong>de</strong>mische wereld is een goed voorbeeld<strong>van</strong> het <strong>de</strong>len en uitwisselen <strong>van</strong> kennis met nieuwe partners. De vierseminars, met als eindproduct dit boekje, laten zien dat <strong>de</strong> samenwerkingvruchtbaar is en leidt tot waar<strong>de</strong>volle inzichten die kunnenbijdragen aan het beter <strong>lezen</strong> en begrijpen <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong>.Lubbert Hakvoort projectmanager PMB100Nawoord101Lubbert Hakvoort
Over <strong>de</strong> auteursDr. Manuel AalbersUniversitair docent sociale geografie en planologie aan <strong>de</strong>Universiteit <strong>van</strong> <strong>Amsterdam</strong>. Zijn on<strong>de</strong>rzoeksinteresse richt zichvooral op <strong>de</strong> intersectie <strong>van</strong> financiën, <strong>de</strong> gebouw<strong>de</strong> omgevingen bewoners.Drs. Paul Blon<strong>de</strong>elSociaal pedagoog verbon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksgroep Oases (sociologie)<strong>van</strong> <strong>de</strong> universiteit Antwerpen. Hij bereidt een doctoraal proefschriftvoor in <strong>de</strong> ste<strong>de</strong>nbouw (Artesis University CollegeAntwerpen) en is gastdocent aan het Erasmus University College(Brussel).Dr. Anouk <strong>de</strong> KoningOn<strong>de</strong>rzoeker verbon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> Af<strong>de</strong>ling Sociologie en Antropologie<strong>van</strong> <strong>de</strong> Universiteit <strong>van</strong> <strong>Amsterdam</strong> en als universitair docent aan <strong>de</strong>af<strong>de</strong>ling Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie <strong>van</strong> <strong>de</strong>Radboud Universiteit Nijmegen. Zij <strong>de</strong>ed eer<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rzoek inEgypte en Suriname.Drs. Duco StadigVan 1976 tot 1994 secretaris <strong>Amsterdam</strong>se Fe<strong>de</strong>ratie <strong>van</strong> woningcorporaties.Van 1994 tot 2006 was hij PvdA-wethou<strong>de</strong>r ruimtelijkeor<strong>de</strong>ning en volkshuisvesting in <strong>Amsterdam</strong>. Sinds 2006 is hijstrategisch beleidsadviseur bij Colliers International (makelaars/taxateurs).Drs. <strong>Het</strong>ty VlugDirecteur <strong>van</strong> Projectbureau Zuidoostlob en Sciencepark<strong>Amsterdam</strong>. Daarnaast is zij Regisseur Armoe<strong>de</strong>bestrijding waarbijzij richting geeft aan het proces <strong>van</strong> armoe<strong>de</strong>bestrijding. De uitdagingligt daarbij in het verbin<strong>de</strong>n <strong>van</strong> verschillen<strong>de</strong> organisaties.Ook heeft zij heeft als voormalig adjuct-directeur <strong>van</strong> hetOntwikkelingsbedrijf <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gemeente</strong> <strong>Amsterdam</strong> kennis <strong>van</strong>financiën <strong>van</strong>uit het systeem <strong>van</strong> erfpacht. <strong>Het</strong>ty maakt on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>eluit <strong>van</strong> <strong>de</strong> Wibautgroep <strong>van</strong> het ProjectManagement Bureau.Dr. Stan MajoorUniversitair docent planologie en opleidingsdirecteur <strong>van</strong> <strong>de</strong>Bachelor Sociale Geografie en Planologie <strong>van</strong> <strong>de</strong> Universiteit <strong>van</strong><strong>Amsterdam</strong>. In het collegejaar 2011 - 2012 bekle<strong>de</strong> hij <strong>de</strong> LeerstoelPMB/Leerhuis. Zijn on<strong>de</strong>rzoek richt zich op grootschalige ruimtelijkeprojecten en hybri<strong>de</strong> organisatievormen.Ir. Gijs MolAdjunct-directeur ProjectManagement Bureau. Daarnaast werkthij op dit moment als projectdirecteur aan het Leidseplein.Als senior projectmanager heeft hij hiervoor ruime ervaringopgedaan in project- en procesmanagement bij o.a. ProjectbureauZuidas en <strong>de</strong> Giro d’Italia <strong>Amsterdam</strong>.Mr. Maureen SaruccoDirecteur Openbare Or<strong>de</strong> en Veiligheid (OOV) en <strong>de</strong> eersteadviseur <strong>van</strong> <strong>de</strong> burgemeester in dit domein. Ze werkt sinds 1982binnen het OOV domein. Sinds 1988 geeft zij leiding aan <strong>de</strong> directieOpenbare Or<strong>de</strong> en Veiligheid <strong>van</strong> inmid<strong>de</strong>ls 75 me<strong>de</strong>werkers.102<strong>Het</strong> <strong>lezen</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong>103De organisatie <strong>van</strong> improvisatie
ColofonDeze publicatie is tot stand gekomen met dank aanalle sprekers <strong>van</strong> <strong>de</strong> vier seminars.De publicatie is te downloa<strong>de</strong>n via <strong>de</strong> website <strong>van</strong> hetProjectManagement Bureau: www.amsterdam.nl/pmbSamenstelling en redactieStan MajoorPMB LeerhuisSylvia <strong>de</strong> Bruin en Lubbert HakvoortEindredactie en interviewsBob Duynstee; www.duynsteepolak.nlProductieSuzanne <strong>de</strong> WitGrafisch ontwerpThonik, <strong>Amsterdam</strong>; www.thonik.nlFotografieMartijn <strong>van</strong> Dobbelsteen; www.dobbelsteenfotografie.nlDrukwerkRotor Offset, <strong>Amsterdam</strong>; www.rotoroffsetdruk.nl©ProjectManagement BureauPostbus 12691000 BG <strong>Amsterdam</strong>Juli 2012
De komen<strong>de</strong> twee <strong>de</strong>cennia zal <strong>de</strong> <strong>stad</strong>sontwikkeling in <strong>Amsterdam</strong>er radicaal an<strong>de</strong>rs uitzien dan <strong>de</strong> afgelopen twee <strong>de</strong>cennia. <strong>Het</strong>verdienmo<strong>de</strong>l is vastgelopen, het Vereveningsfonds zo goed alsleeg. Grote partijen waarmee <strong>Amsterdam</strong> tot voor kort zaken <strong>de</strong>edhebben zich teruggetrokken. Grootschalige gebiedsontwikkeling isdaarmee min<strong>de</strong>r <strong>van</strong>zelfsprekend. Wil <strong>de</strong> <strong>stad</strong> ver<strong>de</strong>r vooruit, danzullen we vaker kleine stapjes moeten nemen, samen met nieuwe,kleinere partijen en particulier initiatief. Een heel an<strong>de</strong>r speelveld,waarbij het primaat ook niet meer alleen bij het politiek-bestuurlijkedomein ligt. Grootschalige aanbodplanologie transformeert naarkleinschalige vraagplanologie. Faciliteren en accommo<strong>de</strong>ren <strong>van</strong>private initiatieven wordt ook een toekomst voor <strong>Amsterdam</strong>.Daarmee sluit <strong>de</strong> <strong>stad</strong> weer aan bij een eeuwenou<strong>de</strong> traditie die<strong>Amsterdam</strong> voor een belangrijk <strong>de</strong>el heeft gemaakt tot wat zij nuis. Zo’n meer nevengeschikte rol <strong>van</strong> <strong>de</strong> gemeentelijke overheidvraagt om reflectie op ingesleten automatismen en routinematigewerkprocessen. De vraaggerichte insteek vooron<strong>de</strong>rstelt diepgaan<strong>de</strong>kennis op buurtniveau: ruimtelijk, sociaal, economisch én cultureel.Kennis dus niet alleen <strong>van</strong> wat prima vista zichtbaar is, maar ook<strong>van</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rgrondse wortelstokkenstructuur. Daarover gaat het‘Lezen <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>stad</strong>’.<strong>Het</strong> boek is integraal te downloa<strong>de</strong>n via: www.amsterdam.nl/pmb106Hier <strong>de</strong> titel <strong>van</strong> <strong>de</strong> tekst invoeren