Views
3 years ago

'• l' °, t

'• l' °, t

4 DE NATUURLYKE

4 DE NATUURLYKE HISTORIE,eens met de zaadblaasjes, afvoerende vaaten, enz: alle deze deelen, of werktuigender voortteeling,verdwynen byna geheel na den tyd der ritzigheid otkoppeling; de zaadballen, die in dezen tyd fterk uitftaken en in 't oog hepen,gaan zig weder binnen in 't lighaam verbergen; zy zitten valt aan het netvlies,of liever zy zyn daar in gehegt, gelyk de andere deelen,-daar wy zoaanftonds van fpraken; dit vlies zet zig, door den overvloed van voedzel, uiten neemt toe, tot dat de bronstyd aankomt; de teeldeelen, die aanhangzelsvan dit vlies fchynen te zyn, ontzwagtelen zig, ftrekken zig uit, zwellen,en verkrygen dan alle hunne grootte; maar zodra die overvloed van voedzeldoor de herhaalde koppelingen is uitgeput, fluit het vetvlies, dat vermagert,weder toe, trekt zig famen, en wykt allengs naar den kant der nieren; optrekkendefleept het. de. afvoerende vaaten, de zaadblaasjes, de opperballen,en de zaadballen mede, dezelve worden ligt, ledig, en gerimpeld, in zo verredat zy ophouden kenbaar te zyn; het.is eveneens met de zaadvaaties, die,in den tyd hunner zwelling, anderhalf duim lengte, hebben,.en vervolgens,zo wel als de zaadballen, tot een of twee lynen middellyns verminderen. 5,de blaasjes, die de muskus, of de reukftoffe van dit dier, onder de gedaante,van een melkagtig vogt, bevatten, en die naby de teeldeelen liggen, ondergaandezelfde veranderingen; zy zyn zeer dik, zeer gezwollen, en hunnereukftofis zeer fterk, zeer werkzaam, en wordt in den tyd hunner verliefdrheid op een vry grooten afftand bemerkt; vervolgens rimpelen zy, verwelken, en verdwynen eindelyk geheel: die verandering in de blaasjes, die dereukftoffe bevatten, gaat fchielyker toe, dan die van de deelen der voortteeling:deze blaasjes, die aan de beide fexen gemeen zyn, bevatten in denbronstyd eene zeer overvloedige melkftoffe; zy hebben ontlaftende vaaten,die in het mannetje op het einde van de roede, en in het wyfje op den kittelaar,uitloopen, en deze aficheiding gerchiedt en ontlaft zig byna ter zelfderplaatfe als de pis in de andere viervoetige dieren.* Alle deze byzonderheden, die. ons door den Hr; SARRASIM zyn te kennengegeeven, waren der oplettendheid van een bekwaam Ontleedkundigen waardig,en men kan hem niet genoeg pryzen over de herhaalde moeite, welkehy genomen heeft om deze foorten van toevallen, of afw.ykingen der natuurwél nategaan, en die veranderingen, in alle haare tydperken waar te neemen;wy hebben reeds gefproken van veranderingen en verwiffelingen, ten naaftenbygelyk met deze, die in de.teeldeelen van de waterrot, de campagnol, en.de mol, voorvallen; zie daar dan viervoetige dieren, die in het overige vanhun maakzel naar andere viervoetige dieren.gelyken,, en welker teeldeelen egterjaarlyks vernieuwen en verdwynen ten naaftenby. gelyk de hommen der visfëhen,en de zaadvaaten van den calmar, waarvan wy de veranderingen, devernietiging, en de hervoortbrengjng (y), befchreeven hebben : dit zyn vandie fchaduwingen, waardoor de Natuur de wezens, die ons voorkomen verftvan malkander af te zyn, heimelyk tot den anderen doet naderen; dit zyn vandie zonderlinge, van die eenige, voorbeelden, welken men nooit, uit het.oog00 Zie het II Dsel van dit Werk, b!z. Ml.

VAN DE ONDATRA EN DE DESMAN. 5moet verliezen, omdat zy met het algemeen famenftel van de bewerktuigingder wezens verbonden zyn,en deszelfs verftafftaande punten vereenigen; maarhet is hier de plaats met, om ons over de algemeene gevolgen, welken menvilt deze zonderlinge ftukken trekken kan, uittelaaten, even weinig als-om deonmiddelyke betrekkingen,, welke zy met onze belehouwing van de voortteehnghebben, aan te wyzen: een oplettende geeft zal dezelve by voorraad voelen, en wy zullen welhaaft gelegenheid hebben die betrekkingen met meervoordeel te vertoonen, wanneer wy haar met de geheele menigte der anderenukken, daar toe behoorende, zullen voordraagen.Gelyk de ondatra van het zelfde land is als de bever, en eveneens als deze zyn verblyf in't water houdt; gelyk hy daarenboven in 't klein byna dezelfdefiguur,dezelfde kleur, en het zelfde hair, heeft, zo heeft men dezedieren dikwils met malkander vergeleeken; men verzekert zelfs, dat men ophet eerft gezigt een ouden ondatra voor een bever van een, maand neeroenzoude; zy verfchillen egter genoeg in de figuur van den ftaart om zig daar inniet te vergiffen; dezelve is eyrond en horizontaal, dat is te zeggen van bavenen van onderen, plat.in den béver; en is daarentegen zeer lang en vertikaal,,dat is aan.de zyden, plat in den ondatra; voor het overige gelyken deze dieren malkanderen vry veel in geaartheid en natuurlyke ingeeeving • deondatras leeven, even als de bevers, des winters in maatfehapp Y; zy maakenkleine hutten van omtrent twee en een half voet middellyn, en zomtyds grooter,waarin zig verfcheiden gezinnen te famen vercenigen; dit gefchiedt nietom, gelyk de marmotten, vyf of zes maanden te flaapen, maar alleen om zigvoor. de ruwheid van de lugt in dit jaargetyde te befchutten; die hutten zvnrond en met een gewelf van een voet dikte overdekt; gras en biezen doormalkander gevlogten, en belegd met eene vette aarde of kley, die zy met devoeten kneeden, zyn hunne bouwftofien: het gebouw is ondoordringbaar voohetwater des hemels, en zy maaken rigchels van binnen, om door de overftrooming van dat der aarde niet ontruft- te worden ; deze hut die hun tenwykplaats verftrekt, kan des winters-met verfcheiden voeten ys of fneeuw bedekt zyn zonder dat zy daar hinder van hebben : zy doen geen leevens-voorraadop gelyk de bevers, naar-zy graven putten en kanaaicn onder en ron->dom hunne verblyfplaats om water en wortels te zoeken; zy brengen dus denwinter, fchoon by malkander zynde, zeer droevig door, want het is de tvdhunner liefde met; zy zyn geduurende al dezen tyd van 't licht des hemelsberoofd; en het gevolg daarvan is, dat de jagers, wanneer de lente-warmtede fneeuw begint te doen fmelten, en de fpitfen hunner- verblyfplaatfen teontdekken,het gewelf eensklaps wegneemen, en hen door het plotfelyk lichrgeheel bedwelmen, en m dezen ftaat allen, die zig niet in de onderaardfchegaleryen bergen kunnen, vangen of dooden ; die onderaardfche galerven"welke zy, zo als wy ftraks zeiden, onder en rondom hunne wooning rnaaken.dienen hun thans nog voor laatfte wykplaats, waarin men hen nog vervolgt,want hun vel is koftbaar, en hun vleefch is niet kwaad om te eeten •zy, die aan des jagers hand ontfnappen, verlaaten hunne wooning ten naas"cenby in dezen tyd ; zy zyn des zomers zwervende, maar zwerven-altoos aan-A 3

  • Page 3: DEENALGEMEENEBYZONDERENATUURLYKE HI
  • Page 8: Bef chry ving van de Rougette . . .
  • Page 15 and 16: VAN DE ONDATRA EN DE DESMAN.7zy byt
  • Page 17: LONDATRA.
  • Page 21 and 22: BES CHRY VING VAN DEN ONDATRA,9dan
  • Page 23 and 24: BESCHRYVING VAN DEN ONDATRA. |*De "
  • Page 25 and 26: V A N D E N PECARI OF DËN TAJACU.
  • Page 27 and 28: VAN DEN PECARI OF DEN TAJACU.I 5BWQ
  • Page 29: s»*
  • Page 33 and 34: BESCHRYVING VAN DEN PECARI. i 7) BE
  • Page 35: fTom.X.p /- rrSuJVe. JU. — —
  • Page 39 and 40: B'ESCHRYVING V A N DEN P E C A R I
  • Page 41: ^Tom,.JC.2>l. VII.n
  • Page 45 and 46: B'E SCMRYVING VAN DEN PECARI.&fwee
  • Page 47: -lom,, x.,^y. zar._S^. W^ ^^^^^^^^^
  • Page 51 and 52: BE SC HR V V I N G V A N D E N P E
  • Page 53: ^ZonV. . pi -y- r
  • Page 57 and 58: BES CHRY VING VAN DEN PECARI.2 5de
  • Page 59 and 60:

    BESCHRYVING VAN DEN PECARI.& ?tiï&

  • Page 61:

    Torn.XI.TL XIII.

  • Page 64 and 65:

    D E N A T U U R L Y K E H I S T O R

  • Page 66 and 67:

    3 2DE N A T U U R L Y K E HISTORIE,

  • Page 68 and 69:

    gjl DE N A T U U R L Y K E HISTORIE

  • Page 70 and 71:

    56 DB N A T U U R L Y K E HISTORIE,

  • Page 72 and 73:

    3B D E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 74 and 75:

    4 CDE N A T U U H U E HISTORIE,J-

  • Page 76 and 77:

    £ DE N A T U U R L Y K E HISTORIE,

  • Page 78 and 79:

    i44 D E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 80 and 81:

    j.6 D E N A T U U R L Y K E HISTORI

  • Page 83 and 84:

    BESCHRYVING VAN DE ROUSSETTE.A 7«m

  • Page 86 and 87:

    ^TI.XV.- . T /?

  • Page 88 and 89:

    s o D EN A T U U R L Y K E HISTORIE

  • Page 91 and 92:

    BESCHRYVING VAN DE ROUSSETTE. 5,de

  • Page 93 and 94:

    B : ESGHR Y V I N G V A N DE RÓUSS

  • Page 95:

    7Sm.X. M. XVII.JUS J.1 • C.Ï.Tr

  • Page 98 and 99:

    056 D E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 101:

    .-— 7~ %~ '• .. ^ ^ — — ide

  • Page 105 and 106:

    0BES CHRY VING VAN HET KABINET.5 pv

  • Page 108 and 109:

    ,-7--. ~V Pi. JEX.J-OT7L.JL . —

  • Page 110 and 111:

    €2 DE N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 112 and 113:

    54 D E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 114 and 115:

    65 DE N A T U U R L Y K E H I S T O

  • Page 116 and 117:

    6S DE N A T U U 11 L Y K Ë H I S T

  • Page 119:

    1 1. % m ^- />/ icjrnJ>«,. «_•.

  • Page 124 and 125:

    7o DE NA T*U U R L Y K E HISTORIE,o

  • Page 126 and 127:

    72 DE N A T U U R L Y K E H I S T O

  • Page 128:

    ?4 D E N A T U U R L Y K E HISTORIE

  • Page 132 and 133:

    jr

  • Page 134 and 135:

    78 D E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 136 and 137:

    8o B E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 138 and 139:

    8* DE N A T U U R L Y K E H I S T O

  • Page 141:

    LETAGUAN ou GRAND ECUREUIL VOLANT.

  • Page 144 and 145:

    g 4 :D B N A T U U R L Y K E H I S

  • Page 146 and 147:

    3; DE NATUURLYKE HISTORIE,eekhoorns

  • Page 148:

    S8 DE NATUURLYKE HISTORIE,Zodra het

  • Page 151 and 152:

    BESCHRYVING VAN DEN PETIT-GRIS. t 9

  • Page 153 and 154:

    R e s nAMpïVAN DE PALMBOOM-DE BARB

  • Page 155 and 156:

    VAN DE PALMBOOM-, DE BARBARYSCHE, e

  • Page 157:

    Tom.X.'fl.XJCVI.LE PALMISTE.

  • Page 160 and 161:

    ?6 DE NATUURLYKE HISTORIE,By de ope

  • Page 162 and 163:

    93 DE N A T U U R L Y K E HISTORIE,

  • Page 165:

    _ IV. XX VII.E ECUB-EUIIi BAEJBAEJ3

  • Page 169 and 170:

    BES CHRY VING VAN HET KABINET, 101a

  • Page 171 and 172:

    VAN DEN TAMANOIR, DE TAMANDUA, enz.

  • Page 173 and 174:

    VAN DEN TAMANOIR, DE TAMANDUA, enz.

  • Page 175 and 176:

    VAN DEN TAMANOIR, DE TAMANDUA, enz.

  • Page 177 and 178:

    « VAN DEN TAMANOIR, DE TAMANDUA, e

  • Page 179 and 180:

    VAN DEN TAMANOIR» DE TAMANDUA, enz

  • Page 181 and 182:

    VAN DEN TAMANOIR, DE TAMANDUA, enz.

  • Page 183:

    iZm.X. _ . 3>l.XXIJC.LElAMANOIR.

  • Page 188 and 189:

    IIÓ D E N A T U U R L Y K E H I S

  • Page 190 and 191:

    n8 D E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 193 and 194:

    BESCHRYVING VAN DEN MIERENEETER. n

  • Page 197:

    Ton.X.2t XXXIIJ>e Se>-e, del.' ' 'J

  • Page 200 and 201:

    M 3DE NATUURLYKE HISTORIE,ren, die

  • Page 202 and 203:

    124 DE NATUURLYKE .HISTORIE,den rug

  • Page 205 and 206:

    BESCHRYVING VAN DEN MIERENEETER.IÏ

  • Page 207 and 208:

    BESCHRYVING VAN DEN MIERENEETER. i

  • Page 209 and 210:

    VAN DEN PANGOLIN EN DEN PHATAGIN. 1

  • Page 211 and 212:

    V A N D E N P A N G O L I N E N D E

  • Page 213:

    JXe Sere ddC.T.TfrttZjhJi.jLE r.VNG

  • Page 216 and 217:

    ï 34 D E N A T U U R L Y K E H I S

  • Page 219 and 220:

    BESCHRY VING VAN DEN PHATAGINB ESCH

  • Page 221:

    Töm X.~p/ XXXVI

  • Page 224 and 225:

    138 D E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 226 and 227:

    140 DE NATUURLYKE HISTORIE,DE TATOU

  • Page 228 and 229:

    lp DE NATUURLYKE HISTORIE,van overt

  • Page 230 and 231:

    144 D E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 232 and 233:

    146 DE N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 234 and 235:

    148 D E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 236 and 237:

    i5o DE NATUURLYKE HISTORIE.,dingen

  • Page 238 and 239:

    152 D E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 240 and 241:

    154 DE NATUURLYKE HISTORIE,werkt mo

  • Page 242 and 243:

    156 D E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 244 and 245:

    153 DE N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 247:

    J/t.XXXVJI*^w,., ir. . .TE TATOU A

  • Page 250 and 251:

    s6o D E N A T U U R L Y K E HISTORI

  • Page 253:

    .2g^.^r.JY.XXXIX• C.T.F.fc..

  • Page 256 and 257:

    i6z D E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 258 and 259:

    i64 D E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 260 and 261:

    166 DE N A T U U R L Y K E HISTORIE

  • Page 262 and 263:

    1,68 D E N A T U U R L Y K E H I S

  • Page 264 and 265:

    i 7o DE NATUURLYKE HISTORIE,opzigt

  • Page 267 and 268:

    B E S C H R Y V I N G V A N DE TATO

  • Page 269:

    J-om .JL. — —

  • Page 272 and 273:

    174 DE N A T U U R L Y K E HISTORIE

  • Page 275:

    IJ EISTCOIJBERT .

  • Page 278 and 279:

    t 76 D E N A T U U R L Y K E H I S

  • Page 280 and 281:

    x 73 DE N A T U U R L Y K E HISTORI

  • Page 282 and 283:

    180 D E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 284 and 285:

    18a D E N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 286 and 287:

    184DE N A T U U R L Y K E HISTORIE,

  • Page 288 and 289:

    D E N A T U U R L Y K E H I S T O R

  • Page 290 and 291:

    i88 DE NATVURLYKE HISTORIE,; BESCII

  • Page 293:

    L.E P A C A .

  • Page 296 and 297:

    IQO DE N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 299 and 300:

    B E S C H R Y V I N G V A N D E N P

  • Page 301 and 302:

    DE SARIGUE, DE OPOSSUM OF DE PHILAN

  • Page 303 and 304:

    DE SARIGUE, DE OPOSSUM OF DE PHILAN

  • Page 305 and 306:

    DE SARIGUE, DE OPOSSUM OF DE PHILAN

  • Page 307 and 308:

    DE SARIGUE, DE OPOSSUM OF DE PHILAN

  • Page 309 and 310:

    DE SARIGUE, DE OPOSSUM OF DE PHILAN

  • Page 311 and 312:

    DE SARIGUE, DE OPOSSUM OF DE PHILAN

  • Page 313 and 314:

    DE SARIGUE, DE OPOSSUM OF DE PHILAN

  • Page 315 and 316:

    DE SARIGUE, DE OPOSSUM OF DE PHILAN

  • Page 317 and 318:

    DE SARIGUE, DE OPOSSUM OF DE PHILAN

  • Page 319:

    Tcm.JT.JPI.XJX:.Ae, SMM.ACFTrüzsck

  • Page 323 and 324:

    BESCHRYVING VAN DEN SARIGUE.snBES C

  • Page 325:

    s-rA7//7. A . • - - —JPI. XLVfi

  • Page 329 and 330:

    BES&HRYVING VAN DEN SARIGüE. * i3g

  • Page 331 and 332:

    BESCHRYVING VAN DEN SARIGUE. 215ken

  • Page 333 and 334:

    BESCHRYVIN

  • Page 337 and 338:

    BESCHRYVING VAN DEN SARIGUE. 219had

  • Page 339 and 340:

    EESCHR Y VING VAN DEN SARIGUE. 221D

  • Page 341:

    om.JL .il

  • Page 345 and 346:

    BESCHRYVING VAN DEN SARIGUE. 233»

  • Page 347 and 348:

    D E M A R M O S E . ' 1 225D E M A

  • Page 349:

    ^rv./y ZIT.JOJTL . JL.lLA MARMOSEMA

  • Page 353 and 354:

    BESCHRYVING VAN DEN MARMOSE. 227BES

  • Page 355:

    ^ -r -Ti-JOIVJjc-Sw.dei.'

  • Page 358 and 359:

    230 DE NATUURLYKE HISTORIE,halven d

  • Page 360 and 361:

    23a BE NATUURLYKE HISTORIE,dei- juk

  • Page 362 and 363:

    2S4. N A T U U R L Y K E HISTORIE,D

  • Page 364 and 365:

    a 35 DE N A T U U R L Y K E H I S T

  • Page 367 and 368:

    *• BES CHRY VING VAN' DEN CAYOPOL

  • Page 369 and 370:

    BESCHRYVING VAN DEN CAYOPOLLIN. a S

  • Page 371:

    'J>t Se,r , M. C. 'Jf.X/c .

  • Page 375 and 376:

    BES CHRY VING VAN DEN CAYOPOLLIN. 2

  • Page 377 and 378:

    BES.CHRYVING VAN HET KABINET. _ 4 3

  • Page 379 and 380:

    BESCHRYVING VAN HET KABINET, S45.de

  • Page 381:

    LE LEIIOT A QtTEUJ: DO REE.

  • Page 384 and 385:

    yfl «DE N A T U U R L Y K E H I S

l