1 - Zoogdierwinkel

zoogdierwinkel.nl

1 - Zoogdierwinkel

ZOOGDIERjaargang 12 (I)maart 200 IInhoudKernhems vleerm uizenreservaat;bescherming of indianenverhalen?Hans HuitemaWat is de waal-de van een vleermuisreservaat?Hoe zal het aflopen, als de ene instantie zÎch er vooren daarvool- pI-ijzen telwijl de andel"e plannenhet I"eservaat de nek om te dl"aaien?3Hamsters fokken is nachtbraken 95imone de VriesHamster's uitzetten? Dan eerst fokkenHoe gaat dat eigenlijk?Hamsterharen: bron van informatieAstrid van Rob van & Sven VerkemHet recherche-wel"k haalt informatie uit eenenkele haar. Ook in diel"-onderzoek kan dat, maal" dan moetje wel eerst hal"en verzamelen,I IWatervleermuizen in de Waterleidingduinen. 15Onderzoek naar voedsel en habitatAnne-jÎfke HaarsmaIn de Amsterdamse \/\/'OTA,,"lolrhnrrrllwatervleel"muizen voor, die boven deMaar ene plas is de andere niet.Een soortbeschermingsplan voor de meervleermuis 20WimEenvoor de meelvleel"muis;allemaal uit.RubriekenNieuw: HyperlinkWaarnemingenVoskoesoe, das, tweekleurige en vale vleermuizenOverheidBoekbesprekingenVerenigingsnieuwsNieuw: ColumnAgendaAdressen24262829303435Bijdragen voor2oogciier zijn zeer welkom. Volg dl;l.arbij de ~~mwj~z;ln~g~fl (zie binnen?îjd~ ~chterkaft). Verantwoordelijk Vopr?~ ifj'hpV9 vanartikelen z~jn de auteVrs. Overname van artik~lenin ov~neg met hen.Omslag:Watervleermuis stort zich uit zijn verblijfplaats in een holle boom.Foto: Kamiel Spoelstra.


ZOOGDIER 200 I I 2 (I) 3Hans HuJtemaNederland kent een vleermuizenreservaat. Het gaat on1een oude beukenlaan op het landgoed Kernhem in Ede,waar bomen omwille van de vleermuizen gespaard blijven.Nadat het in 1978 werd ingericht, hebben er diverseonderzoeken naar de toestand van vleermuizen plaatsgevonden.Hoog tijd om de ontwikkelingen in het vleermuizenreservaateens op een rijtj e te zetten. Bij veellezers roept het begrip 'vleermuizenreservaat' vragen opover het hoe en wat. Ook hebben er hier ontwikkelingenplaats die vragen oproepen over vleermuisbeschermingin het alge Ineen en de waarde van dergelijke reservatenin het bijzonder. Hopelijk wordt hiermee de discussiegeopend over de 'handen en voeten' die we sinds 1973hebben gegeven aan de wettelijke bescherming van vleermUIzen.Het landgoed Kernhem is één van deoudste landgoederen van Nederland.De eerste vermelding dateert uit het jaar1421. Het gebied heeft een bewogengeschiedenis. Gratbeuvels en riteplaatsenin de prehistorie, kasteel met torensen gracht in de lniddeleeuwen, een buitenvoor de adel vanaf het einde der17de eeuw tót het landgoed in 1970 doorde gemeente Ede werd overgenomenvan de barones Bentinek. Bij de overdrachtin dat jaar werd, in een Igenllenlan1sagreement l overeengekomen "datde gemeente Ede het Edese bos en hetlandgoed Kernhem tot in lengte vanjaren ongerept, in ieder geval onverka~veld, zal handhaven",Sluiter en van HeerdtOns verhaal begint· in 1958, toen eenonderzoek startte naar de populatieontwikkelingvan rosse vleermuizen vanuitde Rijksuniversiteit Utrecht, onder leidingvan de heren Sluiter en vanHeerdt. Zij waren getipt door de heerStel, een enthousiast vogelringer, die uiteen spechtenhol vleermuizen had zienwegvliegen. De populatie rosse vleermuizenwerd nauwgezet gevolgd, doorhen te vangen en te ringen, tot in hetjaar 1975. In 1977, vier jaar na de ÎnsteJ-Uit Suske en Wiske en het Witte Wiet.


De rosse vleermuis is een van de belangrijkstebewoners van het landgoed Kernhem. Foto ZomerBruijnling van de wettelijke bescherming vande Nederlandse vleennuizen, werd ophet landgoed een beuk geveld waarin,geheel tegen de verwachting van dehouthakkers in, een groep halfslapenderosse vleennuizen zat. Een deel van deVeense laan, waar tot dan toe de paarplaatsenvan rosse vleermuizen gevestigdwaren, moest voor de bijl in verbandmet de aanleg van de NieuweLunterse weg. De aanleg van deze wegwas eerder reeds vertraagd Olndat eenprotest, op grond van de aantasting vande vleermuiskolonie, gegrond werd verklaard.De toenmalige directeur van hetgemeenteJijk bosbedrijf, dat het beheerheeft over de bosopstanden vanKernhenl, heeft zich toen sterk gmnaaktom het verlies van de gekapte bOOln tecompenseren door de instelling van een'vleernluizenreservaat'.ReservaatstatusDe bOlnenlaan die tot vleermuizenreservaatis bestelnpeld behoort tot de oudstevan Nederland. Hij is aangeplant in deperiode 1732-1735. De oudste bOlnen dienu nog overeind staan hebben dus derespectabele leeftijd van ruiIn 265 jaar.De grotendeels dubbele laan loopt overeen lengte van ruim drie kilometer, vande Apeldoornse weg in het oosten totaan de N 224 in het westen. De aanplantbetreft voornamelijk beuken met hier endaar zomereiken en AInerikaanse eiken.De reservaatstatus houdt in dat debomen zolang mogelijk gespaard blijventen bate van de vleermuizen. Dat betekentdat bomen die normaal gesprokenals kaprijp worden bestelnpeld, blijvenstaan en indien noodzakelijk van hunkroon worden ontdaan (gekandelaberd).Op diverse plaatsen staan infonnatiebordenwaarop de bezoekers worden geattendeerdop het vleerl11uizenreservaat.Ze worden gewaarschuwd voor hetgevaar van vallende takken dat hetbehoud van de oude bomen nu eenmaalmet zich meebrengt.Zeven soortenHet eerste onderzoek dat na de instellingvan het reservaat plaatsvond waseen inventarisatie in 1989. Opdracht voordeze inventarisatie werd gegeven in verbandlnet het opstellen van concreteplannen voor de herinrichting van hetlandgoed. Het doel van het onderzoek


ZOOGDffiR 2001 12 (I)was inzicht te verkrijgen in de effectenvan de plannen op de voorkomendevleermuizen. De rosse vleermuis bleeknog aanwezig. In het najaar werden tenn1instezes paarbomen van rosse vleern1uÎzengevonden op de Doolhoflaan,zoals die ook bij het onderzoek vanSluiter en van Heerdt op de Veense laanwaren aangetroffen. Voor het eerstwerd, mede dankzij het gebruik van batdetectors,ook de locatie van de koloniein de zomer vastgesteld. Het betrof 24dieren in een eik op de Kernhemse laan.Het landgoed bleek bovendien ook doorzes andere soorten vleermuizen te wordengebruikt, en wel gewone dwergvleennuis,ruige dwergvleermuis, laatvljeger~baardvleermuis, watervleern1uisen grootoorvleermuis. Van de laatstetwee soorten werden tevens verblijfplaatsengevonden. Voor de watervleermuisvormt de laan een beschutte vliegroutenaar het enige open water inde wijde omtrek, de vijvers in dewijk Veldhuizen, ten zuidwesten vanKernhem. Iedere zomeravond vliegenin de schemering tenminste 35 watervleermuizenvan het ene eind van delaan in het Edese bos naar Veldhuizen.De dieren passeren op de drie kilometerlange tocht een hoogspanningsleiding,een spoorlijn, het huis Kernhem,een pannenkoekboerderij en twee ofdrie (snel)wegen, voordat ze in de wijkVeldhuizen kunnen gaan jagen.Landgoed wordt stadsparkVoordat in 1997 de grote tuinn1anîfestatie'Fleurig! voor de derde achtereenvolgendemaal op landgoed Kernhemzou uitpakken, werd aan de StichtingVleermuisbureau (SVB) opdracht verleendOlTI de status van het reservaat teevalueren en een inschatting te makenvan de effecten van 'Fleurig' op de vleermuizen.Uit de inventarisatie bleek, datde situatie niet veel veranderd was. Dewatervleermuizen trokken hun baantjesin Veldhuizen, de rosse vleennuizenwierpen hun jongen op de Doolhoflaanen hadden hun 'rosse buurt' in hetzelfdedeel als acht jaar daarvoor. Ook de overigesoorten maakten gebruik van delaan. In het rapport werd aangedrongenop vermijding van verlichting, verbeteringvan de infornlatieborden en vermijdingvan grootschalige evenementen als'Fleurig!. De aanbevelingen ten aanzienvan verlichting werden, weliswaar metveel moeite en slechts voor een deel,opgevolgd, nieuwe informatîepanelenwerden geplaatst en het niet-kappenbeleidbleef gehandhaafd, sterker nog,het vleermuizenreservaat werd uitgebreid.Op het eerste gezicht lijkt de situatieop Kernhem een schoolvoorbeeld vangoede vleermuis-bescherming, maar erzijn veranderingen op kOlnst. Kernhemis namelijk al jaren voorbestemd om'ingebouwd! te worden als stadspark.Het gaat hierbij OITI vier grote woningbouwlocaties,op de plankaarten vlekkenA tJm D genoemd. In 1995 is de aanlegvan vlek D, ten noorden van Kernhem,door de provincie, van tafel geveegd. Devlekken A en B zijn in december 2000 inopspraak geraakt. Wegens het ontbrekenvan de mî1îeueffectrapportage is debouw van de wijk Kernhem stopgezet.Overigens was in 1996 een rapport voordeze wijk opgesteld betreffende ecologischeverbindingszones, met de titelVoorbeeld van een gekandelaberde boom op deDoolhoflaan. Deze boom werd in 1997 en 1999 alspaarplaats gebruikt. Foto Ben Budding5


Het oude landgoed Kernhem, aan de noordrand van Ede, Îs În de loop der eeuwen flink bebouwden versneden. Bovendien rukt Ede op vanuit het zuiden en westen. Sterren zijn verblijfplaatsen vande rosse vleermuis, de dikke stip de kolonÎe watervleermuizen (1999). Pijltjes geven de vliegroutesvan de watervleermuizen aan. Het deel van de Doolhoflaan tussen Huis Kernhem en de spoorlijnwas het oude vleermuisreservaat, het deel ten oosten van de spoorbaan is sinds 1998 reservaat.Stippeltjes: bos. Grof gearceerd: bebouwing of industrie. Fijn gearceerd: water.'Plan Vleermuis'! Slechts 500 van de geplande3500 huizen zullen worden opgeleverd.Of de bouw stil zal blijven liggenis vooralsnog onbekend. De gemeenteEde zet alles op alles onl de plannen tereaAlseren. rBij een onderzoek in 1999 werden vande meeste vleermulssoorten lagere aantallenwaargenomen. Om de status vanhet vleennuizenreservaat in de peiling tehouden heeft de SVB in haar rapportvan het onderzoek in 1999 aangedrongenop lTIonitoring. In het rapport wordtduidelijk aangegeven dat de ontwikkelingenalles behalve ten goede komenaan de vleermuizen. En de situatie opKernhem staat niet op zich.Het goede voorbeeldSinds de wettelijke bescherming vanvleernluizen in 1973 zijn heel wat vleermuizenhet slachtoffer geworden vankap door onzorgvuldig beheer of onwetendheid.Er zijn tal van schrijnendevoorbeelden van kap van bomen waarinvleermuizen (meestal rosse) verbleven.Daar dit een overtreding van deNatuurbeschernlÎngswet betreft, zijn demeeste gevallen vermoedelijk doodgezwegen.In de genleente Arnhembestaat sinds enige jaren een open overlegmet de Arnhenlse afdeling van deVleermuiswerkgroep Gelderland. Daarwordt de werkgroep op de hoogtegesteld van voorgenomen kap en ingeseindals er onverhoopt toch iets luisgaat. Vleermuisbomen worden gemerkten een eenvoudige brochure over vleermuÎzenen bomen voor de uitvoerendterreinbeheerders Îs in de maak.Ook het beleid van hei Bosbedrijf Edekan met recht vooruitstrevend wordengenoemd. Het vleermuizenreservaat opKernhem is het enige specifiek voorvleennuizen beschermde zOll1erhabîtatin Nederland. De aanbevelingen van deVleermuiswerkgroep zijn vrijwel zonderuitzondering door het Bosbedrijf in uitvoeringgebracht. Niet voor niets heefthet Bosbedrijf van de genleente Ede in1990 de Leo Bels-oorkonde ontvangen,een prijs voor de persoon of organisatiedie zich verdienstelijk heeft gemaaktvoor vleennuisbeschenning. Het beheerkonlt overigens niet alleen de vleermuizennlaar ook andere dieren ten goede.Zo broeden er jaarlijks de zwarte engroene specht en een ravenpaar, enkomen er dassen en boommarters voor.In het licht van de ontwikkelingen rondomKernhem is de vraag gerechtvaardigdof het vleermuizenreservaat nu directten goede komt aan de vleermuizen ofdat het in de eerste plaats van educatiefbelang is onl bezoekers luet de neus opde waarde van oude bomenlanen tedrukken.BomenlanenOnderzoek in het kader van hetAtlasproject heeft uitgewezen dat demeeste boombewonende vleenlluizen in


laanbomen huizen. Dit heeft te nlakenmet de relatief hoge leeftijd van laanbomen.Probleem met zulke opstanden is,dat de bomen meestal allemaal evenoud zijn, zodat ze vroeg of laat allenlaaitegelijk in de 'aftakelingsfase' komen.Dit is momenteel lnet het vleermuizenreservaathet geval. Gebruikelijk is omdergelijke lanen in hun geheel te verjongen,met als gevolg een totaal verliesvan vleennuisbOlnen, tenzij in belendendelanen of bosopstanden voldoendeoude bomen blijven staan. Lanenmet gaten of aftakelende bomen zijn uitcultuurhistorische overwegingen nietgewenst. Men kiest voor strakke zichtlijnenmet vitale bOlnen. Een risico vanhet beheren van een aftakelende laan ishet gevaar van vallende takken. Fornleelkan de eigenaar aansprakelijk wordengesteld voor geleden schade door onvoldoendezorg. Door zorgvuldige controleen plaatsing van waarschuwingsbordenhoopt de gemeente het risico tot vervolgingvoor schade te beperken. Tot nogtoe heeft zich nog geen enkel geval vanschade door vallend hout voorgedaan.Oln voldoende holle bomen te waarborgenheeft de SVB in al haar rapportengeadviseerd tot gefaseerde verjonging,ofwel door aanplant van nieuwe,zo groot mogelijke bomen in gaten,ofwel door vervanging van laangedeeltenvan slechts enige tientallen meterslengte. Het eerste is problenlatisch, daarde meeste bOlnen beuken zijn. Beukenhebben snel last van zonnebrand; als erenkele bomen uitvallen komen de anderein het volle licht, waardoor ze snelachteruitgaan. Een goed voorbeeld vaneen gedeeltelijk verjongde laan is te zienop de foto. Bij veel andere terreinbeherendeorganisaties, zoals Natuurmo-Oude en nieuwe informatieborden. Op de oude(links) stond een tekst die voor meerdere uitlegvatbaar was. Op advies van de SVB zijn de oudepanelen vervangen door nieuwe (foto rechts).Bovendien is aan de hoofdingang van de laan aan dekant van Huis Kernhem een informatiebord geplaatstover vleermuizen en hun voorkomen op Kernhem.Foto Bert Buddingnumenten, Staatsbosbeheer, het Geldersen het Utrechts Landschap, wordenaftakelende en dode (gekandelaberde )bomen in lanen nog niet geaccepteerd.Vreemd eigenlijk, gezien het feit dat aldeze organisaties natuurlijk bosbeheeral jaren in hun vaandel hebben en zedood hout en natuurwaarden wel in hunnatuurgebieden tolereren. Voor het cultuureigendOlnwordt een uitzonderinggemaakt en dat is jammer, want ons cultureelerfgoed heeft in de loop der tijdveel aan natuurwaarde gewonnen.Bomen over bomenlanen ?Het wordt hoog tijd ons eens te bezinnenop de vraag hoe we het besteomgaan met bomen(lanen) voor vleermuizen.En over de (intrinsieke) waardevan de natuur in het algemeen en denatuurwaarden van ons cultuurgoed inhet bijzonder. Misschien kan de herinneringaan de tijd dat natuur nog aan deNatuur was overgeleverd, in plaats vanaan de planzucht van projectontwikkelaarsen landinrichters, ons verder helpen.Dat doet me denken aan mijn eersteontmoeting met Kernhem en haarbezoekers drie jaar geleden. Het was inde schemering van een warnle voorjaarsavond.Ik stond op de Doolhoflaangeïmponeerd te kijken naar de lnachtigebeuken, toen uit alle hoeken en gatenvleermuizen leken te vliegen. Dit wasdus hét vleermuizenreservaat waaroverik al zo vaak gelezen had. Het lniegelde


De Doolhoflaan, het oudste gedeelte met ruim 265jaar oude beuken. Deze laan wordt tot nog toe hetmeest gebruikt door de rosse vleermuizen. Op devoorgrond een verjongd gedeelte. Foto Bert BuddingOverzicht beheersaanbevelingenJaarAanbeveling1978 Zolang mogelijk handhavenvan oude (laan)bomenHerplant van nieuwe in gatenPlaatsing van vleermuiskastenOpgevolgd1989 Zolang mogelijk handhavenvan oude (Iaan}bomen +Herplant van nieuwe (zo grootmogelijke) bomen in gatenKandelaberen I.p.v. kap +Gefaseerde laanverjongingOpenen van overîge bospercelen +Aanleg van een nieuwe laan tussenYperseweg en Doolhoflaan +Zolang mogelijk handhavenvan oude (Iaan)bomen +Herplant van nieuwe (zo grootmogelijke) bomen in gatenBeperking en vermijding vanverlichting op de laan ±Vermijden van grootschaligeevenementen op Kernhem +Vervanging van de informatiepanelen +1999 Monitoring vleermuizen oplandgoed Kernhem ?Versterking van het netwerk aan lijnvormigebegroeiingen rondom Kernhem ?Teruggave reservaatstatus aan Yperse laan+++van de vleermuizen: jagend, langstrekMkend, roepend en ratelend. Op datmoment passeerde een jong echtpaar,waarvan de vrouw zichtbaar in verwachtingwas, met hun zoontje en nlet opa.Toen ze lllij daar zagen staan zei opategen zijn kleinzoon IIJa joch, dat zijnvleermuizen. Vroeger zag ik ze overal,nu vind je ze alleen nog in reservaten.Opa gooide er vroeger steentjes naar. 11Daarop smeet het ventje een takOlnhoog met de bedoeling een vleern1uiste raken, maar al wat hij raakte wasopa's hoofd. Ik kon de vader nog juist,grappend, tegen zijn zoontje horen roepen!IAch ja, gooi opa maar dood, er istoch een weer kleine op komst". ...,.,Hans Huitetna, St. Josephstraat39, 6823 ER, Arnhem,026~3700341 (NL)


ZOOGDIER 200 1 12 (I) 9Simone de VriesIn het kader van de bescherming van de han1ster wordtin Diergaarde Blijdorp en bij Das&Boom geprobeerdhamsters te fokken, om die vervolgens uit te zetten innieuw ingerichte beheersgebieden in Zuid-Limburg.Afgelopen jaar is het nog niet tot uitzetten gekon1en,maar dit voorjaar zal dat wel lTIOeten gaan gebeuren.Hamsters fokken lijkt lnisschien eenvoudig, maar hetheeft de afgelopen zomer toch wel wat voeten in de aardegehad. Na een moeiZaalTI begin ging het echter steedsbeter en we kunnen nu terugkijken op een geslaagd fokseizoen.Dat is van belang voor het voortbestaan van deEuropese halnster in N-ederland.In 1999 werden in Zuid-Limburg eerstdrie hamsters gevangen; en later nogeens twaalf. Het was toen al te laat omnog te fokken. Ze werden verdeeld overDas&Boom en Blij dorp . In april 2000ontwaakten de hamsters in Blijdorp,drie mannetjes en vier vrouwtjes, uithun winterslaap, en begonnen we methet vormen van paartjes. Al snel ginghet echter mis: twee mannetjes werdendoodgebeten door de wijfjes. Dat wasnatuurlijk een drama, want het aantaldieren in gevangenschap was al niet erggroot. Achteraf gezien we waarschijnlijkte vroeg in het jaar begonnen.Het fokseizoen van de NederlandsehaInster is blijkbaar korter dan dat vande Oost Europese variant, waar al veelwmeer over bekend is. Buiten het fokseizoenzijn de dieren strikt territoriaal enbijten de vrouwen dus behoorlijk vanzich af.BewakingOmdat we geen enkel risico lneer wildenlopen hebben we de paartjes hiernaEen paartje hamsters bij elkaar in hetstro. Het 'gelukkig samenzijn' duurtmaar kort, als het kunstje geflikt is wordenze weer gescheiden. De hamstersin Blijdorp leven elk apart in een grotekrat vol stro. Foto Riek van Kesteren


Vanwege de onderlinge agressiviteit, die tot dodenkan leiden, worden mannetje en vrouwtje hamsteruitsluitend onder bewaking bij elkaar gezet, in drieaan elkaar geschakelde kisten met weinig stro, dieelk moment van elkaar kunnen worden afgeslotenom de dieren weer te scheiden. Foto Rkk vanKesterengeen moment meer uit hei oog verloren.Na een paar dagen kennismaken doorhet gaas, werden het lnannetje en hetvrouwtje bij elkaar gelaten. Hierbij wasdan steeds iemand aanwezig om de boelin de gaten te houden en aantekeningente lnaken van gebeurtenissen en gedragingen.Als er goede dekkingen haddenplaats gevonden, werden de dieren weervan elkaar gescheiden, zodat het vrouwtjein alle rust haar jongen kon werpen.Het nadeel van nachtdieren is, dat ze's nachts actief zijn. Wij !haInsteraars!waren dan ook spoedig te herkennenaan een vermoeide blik en diepe kringenonder de ogen. Gelukkig ontdekten wena verloop van tijd dat het niet veel zinhad om de hele nacht te waken, omdatde dekkingen altijd aan het begin van deavond plaatsvonden. We konden dusn1et een gerust hart on1 een uur of tiende schuif tussen de twee verblijfjes latenzakken en naar huis gaan.NageslachtAlle hoop was nu gericht op ons enigovergebleven mannetje en de viervrouwtjes. Gelukkig is het vanaf datmOlnent allemaal voorspoedig verlopen.Drie vrouwtjes kregen al snel een nest,in totaal veertien jongen. Het vierdevrouwtje is de oudste van het stel enwaarschijnlijk te oud onl nog voor nageslachtte zorgen. Al na drie weken zijnde jongen oud genoeg om van de moedergescheiden te worden. Het is daardoorlTIogelijk dat een vrouwtje tweekeer per seizoen jongen krijgt. Wij wildenhet daarom graag nog een keer proberen,maar dan lnet een andere vader.Van Das&Boom kregen we een mannetje,dat daar nog niet voor nageslachtgezorgd had. In Blijdorp heeft hij enkelevrouwtjes gedekt. Daaruit is nog éénnest voortgekomen, deze keer 111 etslechts twee jongen. Het voortplantingssuccesis in het najaar blijkbaar lager,wellicht heeft dat te maken met eenonregelmatiger cyclus bij de vrouwtjes.In het voorjaar zijn de vrouwtjes elkevier dagen bereid te paren, tot ze drachtigzijn uiteraard.Alle zestien jongen die in Blijdorpgeboren zijn maken het goed. Gelukkigis de fok bij Das&Boom eveneens voorspoedigverlopen: daar zijn drie nestjeslnet in totaal achttien dieren geboren. InBlijdorp worden de hanlsters elk apart ineen grote (90 x 120 x 80) plastic kratgehouden, die volgestouwd is met eenbaal stro. Daarin 'graaft' elk dier zijn holuit. Voor de 'fok' worden drie krattenaan elkaar gekoppeld met steeds tweePVC-buisjes, zodat de hanlsters rondkunnen lopen.Als de inrichting van het uitzetgebîedop tijd gereed kOlnt, kunnen dit voorjaarde eerste dieren worden uitgezet inZuid-Lünburg. Waarschijnlijk wordendan ongeveer twintig hamsters losgelaten.De rest wordt achtergehouden onlop volle kracht verder te fokken. Hetprogramma loopt tot 2004. Dan lnoetenelf 'kernleefgebieden' weer bevolkt zijnmet uitgezette hamsters. We hopen hiermeeeen bescheiden bijdrage te kunnenleveren aan het voortbestaan van deEuropese hamster in Nederland.Dit artikel is ook verschenen in 'Blij dorpBlad'.Simone de Vries, DiergaardeBlijdorp, van Aersseplaan 49,3039 KB Rotterd


ZOOGDffiR 2001 12 (I) 11Astrid van Teeffelen, Rob van Apeldoorn & Sven VerkemHaren van zoogdieren zijn een bron van inforn1atie: desoort waartoe de eigenaar van het haar behoort, kan achterhaaldworden, een DNA-profiel kan worden opgestelden het geslacht van het dier zou bepaald kunnen worden.Voor de hamster Cricetus cricetus is nu een methodetoegepast waarmee haren in het veld werden verzameldzonder de dieren te storen.Om te bepalen hoe het staat met dehamster wordt al jarenlang gebruik gemaaktvan burchtinventarÎsaties (Krekels& Gubbels~ 1996). Deze inventarisatiesgeven een indicatie van de popu­Iatieomvang van de hamster in een,,",ULJi'-'\..L. Het is echter niet met zekerheidte zeggen in hoeveeJ van de burchtenook daadwerkelijk hanlsters wonen. Ineen aantal gevallen kunnen verse uit-Haarval voor hamsters: opengezaagde PVC-ring metdubbelzijdig kleefband. Foto Astrid van Teeffelenwerpselen een aanwIJZl11g zijn, maarhamsters doen hun behoefte in specialelatrines în hun burcht. Zelfs wanneer jemet zekerheid vaststelt dat de burchtgebruikt wordt, aan de hand van versekrabsporen bijvoorbeeld, is het nog nietzeker dat een hamster hem bewoont.De sporen kunnen ook veroorzaakt zijndoor een ander dier dat de burchtgebruikt, zoals een woelrat. Door hetdoen van waarnemingen of door de dierente vangen met een live-trap kan metzekerheid worden vastgesteld of hanlstersaanwezig zijn. Beide methodenzijn echter tijdrovend en kunnen tot verstoringleiden.Buis met tapeAlten'a in Wageningen is in het fok- enuitzetprogramma rond de hamster verantwoordelijkvoor het monitoren vande uitzetacties en is verder betrokken bijde inventarisaties die nu al enkele jarenin een aantal gebieden plaats vinden,De Belgische natuurvereniging De Wielewaaldraagt op haar beurt zorg voorde burchtinventarisaties in Vlaanderen.Beide organisaties hebben in verbandmet de inventarisaties samengewerktaan een techniek OITI zonder de dierente storen vast te kunnen stellen of erhamsters in een burcht aanwezig zijn.Hiervoor werd geëxperimenteerd methaarvallen, die bestaan uit een buis metdaarin du bbelzijdige tape. Aan de tapeblijven haren achter zodra een dier doorde buis kruipt. De verzamelde harenkunnen tot op soort gedetermineerdworden, onder ander met de atlas van


De haarval in een schuine hamsterpijp. Door harente 'vangen I kan zonder veel storing genetisch materiaalvan hamsters verkregen worden. Foto GerardMüskensTeerink (1991). Op deze wijze kan danworden vastgesteld of een burchtbewoond wordt door een hamster ofniet. De haren in dit onderzoek zijn verzal11eldlnet het oog op moleculaironderzoek dat bij Alterra, in samenwerkingmet de Universiteit van Halle(Duitsland), plaatsvindt. De haar, enmet name de haarwortel, bevat namelijkDNA. Door de analyse van het DNAwordt het mogelijk om een genetischplaatje, een 'fingerprint', van een individuelehamster te krijgen zonder de hanlsterte hoeven vangen.De techniek van haarval1en op zichis niet nieuw. In verschillende studiesnaar diersoorten zoals de eekhoorn(Garson & Lurz, 1998), lynx, veelvraat,Amerikaanse nerts en Canadese marter(Foran et al, 1997) en diverse Australischezoogdiersoorten (Lindenmayer etal, 1999; Catling et al, 1997) werdgebruik gemaakt van verschillende typenham-vallen. In deze onderzoeken werdende haarvallen gebruikt voor schattingenvan de populatiegrootte, of voor hetvaststellen van het wel of niet voorkomenvan de diersoorten in onderzoeksgebieden.Het is nu voor het eerst dathaarvallen worden gebruikt in hamsteronderzoek.KlevenDe haarvallen die gebruikt zijn voorveldsituaties zijn ringen van PVC n1etverschillende diameters, variërend van70 tot 100 mm en een breedte van ongeveer30 mmo Door de ringen op éénplaats door te zagen, kan de diametervan de ring gevarieerd worden en preciespassend gemaakt worden voor elke pijpvan een hamsterburcht. Wanneer dehamster zijn burcht verlaat kruipt hij dusautomatisch door de ring. Aan de binnenkantvan de ring is dubbelzijdigetape aangebracht van 25 mm breed. Detape moet aan een aantal voorwaardenvoldoen. Hij moet bijvoorbeeld dunzijn, zodat het voor dieren niet mogelijkis om er aan te knagen. Ook moet hetmakkelijk verwijderbaar zijn uit de ring,zodra er haren aan kleven. Zelfklevendetapijtkleefband van Deltafix (artikelnUlnmer258) voldoet aan deze voorwaarden.Wanneer er haren in de haarval zittenwordt de ring in een papieren enveloppebewaard tot de haren verwijderd wordenvoor nader onderzoek. Een papierenenveloppe is luchtdoorlatend en voorkomtcondensvorming, die wel optreedtin een plastic zak. Door vocht wordt hetafbraakproces van het DNA bevorderden hierdoor neemt de DNA-kwaliteit af.Na het verzamelen van de ringen kunneneventuele haren voor nader onder~zoek van de tape gehaald worden met


ZOOGDIER 2001 12 (I)een pincet. De haren worden, tot deechte analyse plaatsvindt, bewaard ineen bufferoplossing bij -20°C, zodatafbraak van het DNA voorkol11en wordt.ElleboogjesDe haarvallen zijn eerst getest bij dehamsters die gehouden worden voor hetNederlandse fokprogranlma. Deze hamsterszijn ondergebracht bij DiergaardeBlijdorp en bij de Vereniging Das &Boom. Omdat de halnsters geen burchthebben maar in een dik pak stro huizen,hebben we gewerkt met dunwandigePVC-buizen in plaats van ringen. DePVC-buizen varieerden in doorsnedevan 60 tot 80 nlillinleter en hadden eenlengte van ongeveer 25 centimeter. Detape werd in strookjes van 2,5 cm breedteen 4 tot 10 Cin lengte in de buizenaangebracht. Buis nlet dialneter 70 mmwas het lneest geschikt voor juvenieledieren, en buis met diameter 75 mn1voor volwassen hamsters. Het bleek nietnodig de buizen van lokvoer te voorzien:van nature leven hamsters inburchten en buizen van PVC werdengoed gebruikt in gevangenschap. Hetomrollen van de buizen vornlde echtereen probleem. Door elleboog-verbindingenvan PVC aan het einde van debuizen aan te brengen was het rollenervan te voorkomen. Met behulp vandeze haarbuizen bleken we voldoendeharen te kunnen verzamelen voor DNAanalyse.VeldproefDe PVC-ringen werden in het veld voorhet eerst toegepast tijdens de burchtinventarisatiesvan de natuurverenigingDe Wielewaal in Vlaanderen. Later werdende ringen ook ia Nederland in hetveld gebruikt, om na te gaan of burchtenbewoond waren. In elke pijp van eenburcht werd een ring aangebracht, om tevoorkomen dat de hamster door eenpijp zonder haarval de burcht verliet. InVlaanderen zijn op deze nlanier in zesverschillende burchten haren verzamelden in Nederland in vier verschillendeburchten. Hiermee kon worden vastgestelddat de burchten door hamstersbewoond werden. Ter verduidelijking:het was niet de bedoeling om met dezemethode het aantal individuen vast testellen (zoals in ander onderzoek nlethaarvallen gebeurde), onldat dat naaronze lnening niet lnogelijk is met dezeproefopzet. De haren van vier haarvallenbleken voldoende DNA te bevattenvoor analyse. Het is echter wel geblekenInstallatie van de haarval in een graanakker. Met watvoer wordt geprobeerd de hamster uit zijn hol telokken. Foto Jom van den Bogaertdat de tape minder goed kleeft wanneerhij nat wordt door dauw of regen. Zodrade tape opdroogt kleeft hij echter weer.Wellicht dat er andere soorten tape zijndie dit euvel niet kennen. Mocht u alslezer daar ervaring mee hebben danhoren wij dat graag.Tot slotGeconcludeerd kan worden dat haarvallengeschikt zijn om te bepalen of burchtenbewoond worden door hamsters ofniet. Verzainelde haren kunnen vervolgensook gebruikt worden voor moleculaironderzoek. Voor moleculair onderzoekzijn 5-10 haren vaak al voldoende.Het is aan te raden om de haarvallen inhet veld dagelijks te vervangen, zodatverzamelde haren nog vers zijn en dekleefkracht van de tape optimaal blijft.De haarvallen zijn ook heel goed tegebruiken voor het verzamelen vanDNA-monsters van hamsters in gevangenschap.De dieren lopen zelf door debuis waardoor een aantal haren achterblijven,wat altijd te prefereren is boven


ZOOGDIER 2001 12 (f)14Een vers gegraven hamsterpijp met haarval. Harenleveren DNA, waarmee de erfelijke varÎatÎe În de populatieonderzocht kan worden. Foto Gerard Müskenshet hanteren van het dier. Haarvallenzijn dus zowel in gevangenschap als inhet veld een aanvulling op of een alter~natief voor het vangen of observerenvan hamsters, om hun aanwezigheidvast te stellen of om een DNA-nl0nsterte nemen. Haarvallen hebben hierbij alsvoordeel dat lnogelijke verstoring toteen minimum wordt beperkt en datmateriaalkosten heel laag zijn. Zo blijktdat we met eenvoudige materialen meerinformatie kunnen verzamelen over dehamsters en dat haarvallen binnen ecologischen moleculair onderzoek inbepaalde gevallen een alternatief kunnenzijn voor live-traps.DankwoordWe willen de volgende personen bedankenvoor hun bijdragen aan deze studie:Famke Valck voor inspiratie en het ontwerp,Gerard Müskens voor zijn bijdrageaan het veldwerk in Nederland en alde medewerkers aan de hamsterinventarisatiein Vlaanderen voor hun hulp,Diergaarde Blijdorp en VerenÎgingDas&BoOln voor het bieden van denlogelijkheid om deze techniek te testenen Hugh Jansman voor praktische tipsnlet betrekking tot DNA-nlonstername.Jean-Paul Ongenae hielp ons bij hetveldwerk, het spijt ons dat hij kortgeledenis overleden.-tfLiteratuurCatling, P.c., R.l. Burt & R. Kooyman, 1997.A comparison of techniques used in a surveyof the ground-dwelling and arborealmammals in fm'ests in North-eastern NewSouth Wales. Wildlife Research 24:417-432.Foran, D.R., S.c. Minta & K.S. Heînemeyer,1997. DNA-based analysis of hail' to identi~fy species and individuals for populationresearch and monitoring. Wildlife SocietyBulletin 25:840-847.Garson, P.J. & P. W.W. Lurz, 1998. Red squirrelmonitoring: the potentialof hair-tubesfor estimating squirrel abundance in conjferplantations dominated by Sitka spruce.Report on Contribution for Joint NatureConservation Committee, contract 76-10-68. lJniversity of Newcastle.Krekels R.F.M. & R.E.M.B. Gubbels, 1996.Hamsterinventarisatie 1994 en soortbeschermingslJlan.N atuurbalans/N atuurhistorisch GenootschapLimburg~ Nijmegen/Maastricht.Lindenmayer, D.B., R.D. Incoll, R.B.Cunningham~ M.L. Pope, c.F. Donnelly,C.L MacGregor, C. Tribolet & RE. Triggs,1999. Comparison of hairtube types for thedetection of mammais. Wildlife Research26:745-753.Teerink, B.J., 1991. Hair of West-Europeanmammais; Atlas and identification key.Cambridge University Press.Astrid van Teeffelen & Rob vanApeldoorn, Alterra, Postbus 47,NL-6700 AA Wageningen, teL0317-477766~ Sven Verkem, DeWielewaal NatuurverenÎgÎng vzw,Graatakker 11, B .. 2300 Turnhout.


ZOOGDIER 200 I 12 (I) 15Anne-JitkeHaarsmaToink, toink, daar gaat weer een watervleermuis. Als eensoort botsautootje stuitert hij over het wateroppervlak,hier en daar een insectje oppikkend. In de AnlsterdamseWaterleiding Duinen, een van de belangrijkste bolwerkenvan watervleennulzen in Noord Holland, heb ik ineen jaar tijd, nlet een heleboel veldwerk, literatuuronderzoeken mestonderzoek, het voedsel en habitat vanwatervleennuizen bekeken. Een erg ingewikkeld en juistdaardoor erg interessant onderwerp!De Amsterdamse Waterleiding Duinen(AWD) is een ongeveer 3600 ha grootwaterwingebied tussen Zandvoort enNoordwijkerhout. Mede door ruin1 180ha wateroppervlak is het erg geschiktvoor vleermuizen. Per nacht vliegen erzo'n 200 watervleermuizen. In ditgebied wordt drinkwater gezuiverd.Schoon Rijnwater wordt via toevoerslotenhet gebied ingepompt. In infiltratiegeulenwordt het door de filterende werkingvan zand gedurende drÎe maandengezuiverd. Het water wordt afgevoerd inafvoerkanalen of opgeslagen in voor-Plaats langs het Barnaartkanaal, een afvoerkanaal,waar vleermuizen en vliegende insecten werdengeteld. Vooral de afvoerkanalen zijn in trek bij deJagende watervleermuizen, omdat ze vaak diep in hetla.ndschap liggen en dus beschutting bieden. Er zijnmf?:~~tai OOk veel muggen. Een oever met dichtebegroeiing, zp~ls rechts. leidt tot €leo gevarieerd~i~,7~tf.?1iaanf>()d! met Qokgrotere prooien dan mug~~en~J?lf~tP4IJnt!~';Jfke Haarsma


Ingang van een holle eik op landgoed Leyduin, waarîn juli 1999 drie weken lang 55 volwassen vrouwtjeswatervleermuizen zaten. De hele populatie maaktegebruik van 18 koloniebomen, met steeds wisselendebezetting. Foto Anne-Jifke Haarsmaraadkanalen. Door hun verschillendefunctie in het waterwinproces hebbendeze vier watertypen (toevoersloot)geul, afvoer- en voorraadkanaal) eenandere waterkwaliteit en dus ook eenander aanbod van insecten (Bokx, 1997).Voedsel en habitatHet jachthabitat (jachtomgeving) en hetvoedselaanbod van watervleermuizen inde AWD vertonen heel veel variatie, inde ruÏlnte en in de tijd. In de hele AWDis geen enkele plek hetzelfde; de zogenaamderuimtelijke varÎatie. Elke plekheeft zijn eigen Olngevingskenmerken,zoals beschutting en het vegetatÎetype)maar ook het insecten-aanbod is op elkeplek anders. Dit laatste kOlnt onderandere door de waterkwaliteit op dieplek en door het bodemtype (zand ofklei). Gedurende het seizoen verandefendit soort Olngevingskenmerken, er isdus ook variatie in de tijd. Het is belangrijkom vooraf te beseffen dat OlTIgevingsfactoren,zoals wind en temperatuur,het aanbod van insecten kunnenbeïnvloeden. Hierdoor is een plek elkenacht anders, wat te merken is aan hetaantal vleernluizen dat daar rondvliegt.KortolTI, het aantal watervleennuizen opeen plek is afhankelijk van omgevingsfactorenen van het voedselaanbod eneen eventuele interactie hiertussen. Hoedeze twee factoren precies op elkaarinhaken en in welke orde van grootteheb ik tijdens dit onderzoek bekeken.Grote voetenDe watervleermuis Myotis daubentonii iseen relatief kleine vleermuÎs filet eenwitte buik, tamelijk lange snlalle vleugelsen hele grote voeten. Met deze voetenkan hij razendsnel insecten van hetwateroppervlak af harken. Dit gaat zosnel dat vaak alleen een V-vormige rimpelingte zien is als bewijs dat de watervleernluishet wateroppervlak heeftgeraakt. Vanwege de snelheid van jagenen vliegen is het vrijwel onmogelijk OlTIeen watervleermuis te volgen met eenzender. aln toch het gedrag van vleerlnuizenzo nauwkeurig mogelijk te bekijkenis gekozen om op zestien plekkengedurende een aantal avonden hetgedrag van de daar rondvliegende watervleennuizente bestuderen. Op dezelfdeplekken werd ook naar omgevingsfactorenen insectenaanbod gekeken. Vanmei tot en lnet juli zijn er 40 geschiktedagen geweest waarop veldwaarnemingengedaan konden worden, en elk puntis ongeveer 20 keer bezocht; dan werdtweenlaal vijf minuten waargenonlen.Hiermee is een brede dataset verkregenmet voldoende variatie in habitat- envoedselaanbod, zodat de voorkeur van


ZOOGDIER200 I 12 (I)17watervleermuizen en ook de variatiedaarin onderzocht kan worden.BeschuttingOp sommige locaties vlogen duidelijkmeer watervleermuizen rond dan opandere, wat duidt op voorkeur voor bepaaldeomgevingskennlerken. Zo bleekuit dit onderzoek dat ze een duidelijkevoorkeur hebben voor beschutte plekkenen plekken met steile oeverhellingen.Op dit soort locaties zijn ookmeestal meer insecten aanwezig, omdatze daar niet door de wind worden weggeblazen.Zo!n beschut jachtgebiedlevert dus dubbel voordeel op voor eenwatervleermuis: zelf beschut èn veelvoedsel.Niet alle vier de watertypen die in deAWD aanwezig zijn, zijn even populairbU watervleermuizen. Er is een(in)directe relatie tussen het aantalwatervleermuîzen boven een watertypeen het aanwezige voedselaanbod. Ditvoedselaanbod wordt echter be'invloeddoor bijvoorbeeld de watertemperatuuren het bodemtype, zodat het toch deomgevingsfactoren zijn die de habitatvoorkeurvan de watervleermuis bepalen.Boven de geulen en toevoersloten,nlet helder water waarin heel veel haftenlarvenen schietmotlarven leven, vlogengedurende de onderzoeksperiodenauwelijks jagende vleermuizen. Dezeprooien, haften en larven, wordenmogelijk alleen gegeten in c0111binatiemet andere prooien. De 'openheid' vandeze twee watertypen speelt waarschijnlijkook een rol. In de voorraadkanalen,waar het water langer in blijft, meer daneen jaar, is het water veel troebeler. Hetzit vol met kroos en wier en er komenvooral schietmotten en langpootmuggenvoor. Water met erg veel kroos wordtdoor watervleermuizen gemeden,omdat watervleermuizen erg moeilijkhet verschil tussen een stukje kroos eneen insect kunnen horen. Boven VOOfraadkanalenwerd dan ook meestal nietgejaagd. De afvoerkanalen, met vrij helderwater en met muggen en kevers,waren het meest populair bij watervleermuizen.Deze kanalen zijn niet alleenaantrekkelijk wat betreft voedselaanbod,maar ook wat betreft ligging, namelijkdicht in de buurt van het koloniebos. Devleermuizen vliegen dus op de heen- enterugweg over deze kanalen, een soort


Watervleermuizen jagen bijna altijd boven water,waarbij ze niet alleen vliegende insecten vangen,maar met hun brede en lange voeten ook diertjesvan het wateroppervlak af 'harken'. Foto KamielSpoelstravierbaans snelwegen duslOok anderewatertypen worden als snelweg gebruikt,nlaar lang niet op alle snelwegen wordtgejaagd. Dat blijft afhankelijk van hetvoedselaanbod.LekkerHet voedselaanbod per watertype is dusverschillend. Uit lnijn onderzoek naarde voedselvoorkeur bleek dat de watervleermuizenalle aanwezige soorteneten. In 1997 deed Vaughan een literatuuronderzoeknaar het voedsel vanwatervleermuizen~ waarbij zij tot dezelfdeconclusie kwam. Toch is er sprakevan een duidelijke voedselvoorkeur. Ditblijkt onder andere uit het feit dat binnenéén watertype, met dezelfde Oll1gevingskenmerkenlnaar een ander voedselaanbod~toch een duidelijke voorkeuris gevonden voor de plekken met de'lekkerste I insecten, muggen, vliegen,vlinders, wantsen en kevers. Tussendeze insectensoorten zijn duidelijke verschillenin energetische waarde; eennlug levert lang niet zoveel energie alseen nachtvlinder of een kever. Eenwatervleermuîs heeft dan ook een voorkeurvoor plekken met veel insecten,waar ook nog een grote verscheidenheidaan soorten aanwezig is.MistWatervleernluizen mijden mist en regenzoveel mogelijk (Zahn & Mayer, 1997).Op mistige nachten daalt de temperatuurmeestal tot beneden de 8 graden enneemt bovendien het aantal rondvliegende(koudbloedige) prooien sterk af.In hoeverre mist de echolocatie vanwatervleermuizen verstoord, blijft onbekend.Wel heb ik een aantal keer waargenomendat watervleermuizen bovende (laaghangende) nlÎst gaan vliegen, op1 à 2 meter boven het wateroppervlak inplaats van op 5-30 cm! Ze werden dusjagend waargenomen bij een temperatuuronder de 8 graden.Ook was opvallend dat de watervleermuizenop mistige nachten iets eerderuitvlogen) waardoor aan het begin vande nacht een opvallend hoge activiteitkon worden waargenomen. Dit komtwaarschijnlijk doordat het vooral mistigis op nachten dat het overdag heel ergwarm is geweest; de insecten zijn dan inde schemering nog erg actief. Het is netof de watervleennuizen rekening houdenmet de kOlnende mist door aan hetbegin van de avond het meest actief tezijn.Van mei tot juliHet verband tussen vleermuizen, insectenen omgevingsfactoren bleef, zoalsverwacht, niet altijd gelijlc gedurendeéén nacht, maar ook gedurende één


70Z~LO-Cl)w(')«Cl)Cf)


ZOOGDmn 2001 12 (I) 20Herman Umpens & Wim BongersVoor de lneervleermuis is een soortbeschernlingsplanopgesteld door Peter Lina, Tony Hutson en HernlanLimpens, drie zeer kundige vleernluÎsonderzoekers. Ditsoortbeschermingsplan is in december 1999 aanvaarddoor de Permanente COlnlnissie van de Conventie vanBern en door Het Verdrag over de Beschenning vanPopulaties van Europese Vleernluizen (Conventie vanBonn), dat tevens ingestemd heeft lnet doen bevorderenvan het uitvoeren van dit plan. Wat houdt zotn soortbeschernlingsplannu precies in?De meervleermuis Myotis dasycneme[Eoie 1825] staat op de Rode Lijst vanBedreigde Dieren van de InternationaleUnie van Natuurbescherming (IUeN)van 1996 en is opgenomen in AppendixIr van de Conventie van Bern en inAppendix 11 van de Conventie vanBonn, alsmede in Aanhangsels IJ en IVvan de Richtlijnen voor de Beschermingvan Natuurlijke Leefgebîeden en van deWilde Flora en Fauna de EuropeseGeineenschap. In de meeste aangeslotenstaten wordt de soort wettelijkbeschermd, al verschillen die wetgevingennogal van elkaar.TrekDe meervleermuis verblijft in gebouwenen in bomen, nlaar overwintert vooral inonderaardse verblijven zoals grotten,groeven, kelders en bunkers. In kraamkolonieszijn tientallen tot enkele honderdtallenvleermuizen aangetroffen. Demeervleermuis foerageert voornamelijkboven open water, waarbij hij zich wel15 kilometer van de kolonie verwijdert.Hij migreert tussen zomer- en wÎnterverblijvenen kan daarbij afstanden vanmeer dan 300 kilometer afleggen.Zowel de verblijfplaatsen als de jacht-Meervleermuizen foerageren bovenopen water en kunnen zich daarbij welvijftien kilometer van de kolonie verwijderen.Foto Zomer Bruijn


ZOOGDIER200 I I 2 (I)21gebieden zijn bedreigd door tal vanbezigheden van de mens. Met nanle inwinterverblijven is het een probleemdat zich hier vleenuuizen verzamelenuit een heel groot Oluliggend gebied.Kraatukolonies en winterverblijven zijnhet meest kwetsbaar. Achteruitgang vande kwaliteit van het oppervlaktewaterbeïnvloedt het voedselaanbod. Veranderingenvan het gebruik van het landschapkunnen van invloed zijn op vleermuispopulaties.Hoewel uit veldwerk met vleermuisdetectorsde soort ll1inder zeldzaambleek te zijn dan altijd werd gedacht,behoort hij tot de soorten waarover weweinig weten en is hij toch betrekkelijkzeldzaam. Waarschijnlijk komt de meervleernluisvooral voor in lage, nattegebieden.Het op grote schaal toepassen van moderneonderzoektechnieken maakt doeltreffendebeschermingsmaatregelen mogelijk.Samenwerking in Europees verband isnoodzakelijk met het oog op de trek tussenzomer- en winterverblijven, die in verschillendelanden kunnen liggen.DoelstellingenHet plan geeft een gedetailleerd overzichtvan de huidige kennis over de statusen de levenswijze van de nleervleermuisen over het verband hiervan metde actuele bedreigingen van deze kwetsbaresoort. Het heeft de volgende doelstellingen:1. Het handhaven en vergroten van deEuropese populatie van meervleermuizendoor het effectief beschermenvan hun kolonies en jachtgebiedenen het ontwikkelen vall geschikthabitat in gebieden waar de populatieshet niet goed doen.2. Het daartoe vastleggen van nauwkeurigerkennis over de status, deverspreiding en de aantallen van denleervleermuis in verband metmilieufactoren, Oln daarna objectiefte kunnen reageren op veranderingenvan de status en de bedreigingen.3. Het coördineren en het (nlede) opbescherming van de meervleermuisafstenlmen van het beleid en hethandelen van alle gebruikers van het!leefgebied' van de meervleermuis.4. Het bevorderen van het bewustzijnbij het grote publiek, bij beroepsgroepenen belangengroepen~ waarvande activiteiten invloed hebbenop de aantallen en de beschermingvan de meervleermuis.5. Het coördineren van de beschermingvan de lneervleermuis zo veelmogelijk in cOlubinatie met die vanandere vleermuissoorten (en anderesoort- of habitat-beschermîngsplannen)en met bredere belangen vanbeschernling en herstel van de verscheidenheidvan landschap, speciaalvan watergebieden.BeleidstaalOm deze doelstellingen te realiserenwordt er (zoals dat past in zo'n plan, inbeleidstaal) een hele waslijst van nleer ofminder uitgewerkte actiepunten behandeld.Het plan zal vooral dan nut hebbenwanneer NGO's, zoals de VZZ ofde onderzoeksinstituten, het plan terhand nemen en onze overheid houdenaan haar verplichting om de beleid staalin daadwerkelijke acties om te zetten.Hieronder hebben we de in beleidstaalgeformuleerde actiepunten 'vertaald'naar begrijpelijke acties:L We moeten de Europese landen aanzettende kennis over en de beschermingvan meervleermuizen te bevorderen,en daartoe samen te werken,uit te wisselen en gegevens te verzamelenluet zoveel mogelijk dezelfdeinventarisatie-systemen en volgensvereisten, zoals die door de IUCNzijn gefonuuleerd.2. We moeten ook bij de beschernlinggrensoverschrijdend werken en, inhet geval van Nederland, dus actiefop zoek naar potentiële knelpuntenbij de trek van lneervleermuizen overde grens en, in salnenwerking met debuurlanden Duitsland en België,actief op zoek naar mogelijkheden totopheffing van die knelpunten.3. We moeten zorgen dat er in alle landenwetten zijn of komen die demeervleermuis, zijn verblijfplaatsenen zijn jachtgebieden beschermen.Hierbij is het zaak, dat de wetten ookworden toegepast en dat overtredingendoeltreffend worden gestraft,vooral daar, waar de ll1eervleermuispopulatiein haar voortbestaan wordtbedreigd door verstoring, bestrijdingslniddelen,vernieling van verblijfplaatsenof verlies van foerageergebieden.4. Nationale eisen voor beschermingvan meervleennuisgebiedel1 dieneninternationaal erkend te worden. Decriteria dienen regelmatig geëvalueerden bijgesteld te worden. Gebiedendie aan deze vereisten voldoen,dienen als beschermde gebieden teworden aangemerkt.


Meervleermuizen in de kraamkolonie van 8erlikum(Friesland). In alle landen zouden wetten moeten komendie zulke verblijfplaatsen beschermen. Foto ZomerBruijn5. Het is logisch dat dit alleen kan als eractief wordt onderzocht waar meervleermuÎzenvOOrk0111en en waarhun kolonies zijn. Alleen dan kanworden nagegaan welke popUlatiesworden bedreigd, om vervolgensdoeltreffende beschermîngsmaatregelente nemen.6. Op Europese schaal moeten we inkaart brengen waar belangrijke foerageergebieden,vliegroutes en trekroutesliggen, om zo te komen totbescherming en beheer van een netwerkvan kerngebieden voor de meervleermuis,zomerverblijven en overwinteringsverblijveninbegrepen.7. We moeten voorlichtings- en onderwijsnlateriaalontwikkelen om instantiesen organisaties die betrokkenzijn bij het beheer van (delenvan) het leefgebied van de meervleernluis,zich bewust te maken vanhun rol in een integrale aanpak vande bescherming van deze soort.8. Er moet een beleid ontwikkeld wordenten gunste van de bescherming,het handhaven en, waar nodig, hetlnaken van verblijfplaatsen voor demeervleenl1uis, vooral in gebouwen,bomen en onderaardse onderkomens,zoals kelders, bunkers, mergelgroeven,enzovoorts. Het onderrichtenvan betrokken personeel enorganisaties en het financieren vaninventarisaties is daarbij van wezenlijkbelang.9. We moeten er zorg voor dragen datde bescherming en het behoud vanlandschappen, die voor bet foeragerenen het pendelen van de ll1eervleermuisvan belang zijn, volgenspassende normen meegenomen wordenin door vleermuiskundigen opgesteldemilieu-effectrapportages. Hierbijdient bovenal aandacht te wordenbesteed aan de bescherll1ing vanverblijfplaatsen, foerageergebieden,pendelroutes en het handhaven vanhet voortbestaan van de betrokkenlandschappen.10. Voor waterlopen en natuurlijke oeversdient een meer natuurlijke beheersvormte worden ontwikkeld, waarbijhet open karakter van het landschapdient te worden gehandhaafd. Innatuurontwikkelingsplannen dienen,waar dit mogelijk is, open watergebiedente worden opgenomen.lL We moeten er voor zorgen dat waterlopenniet vervuilen of eutrofiërenen, waar nodig, dat vervuilde gebiedenworden gereinigd. Waterpeilenin het leefgebied dienen gehandhaafdte worden.12. Doeltreffende en objectieve Înformatiedient beschikbaar te wordengesteld over vleermuizen en overrabiës ten behoeve van het grotepubliek, de 111edia en de verantwoordelijkeautoriteiten, die, in geval vanhet mogelijke optreden van rabiës,een nauwe samenwerking dienen teonderhouden met deskundigen opvleermuisgebîed. Deze informatie dienttot stand te komen in nauwe samenwerkingmet alle betrokken groepen.13. We moeten acties ontwikkelen voorvoorlichting en onderricht ten behoevevan het grote publiek, maaróók voor gespecialiseerde doelgroepen,over de levenswijze van vleermuizenin het algemeen en van demeervleermuis in het bijzonder; enover de mogelijkheden van hun


ZOOGDIER200 I 12 (I)23bescherming, waarbij doeltreffendevoorlichting en advies beschikbaardienen te zijn.14. Wetenschappelijk onderzoek naar demeervleermuis, in dié delen vanEuropa waar deze voorkomt, dient teworden gebundeld en gestimuleerd.15. Het coördineren van een voortdurendverzamelen van gegevens dienodig zijn om de stand van zakenvan de meervleermuis in Europa bijte houden en alle oorzaken van veranderinghiervan vast te stellen.16. Er moet voor worden gezorgd dat er,bij de ontwikkeling en de toepassingvan dit plan, een volledige afstemmingis op bestaande plannen voorbeschern1ing en beheer van leefgebiedenen op plannen voor beschermingen beheer van andere soorten,alsook op overige initiatieven voorontwikkeling van beleid, prograluma'sen wetgeving op dit gebied.Meer dan compleetBij het plan zijn de volgende bijlagen tevinden:- een uitgebreide literatuurlijst;- een verspreidingskaart van de meervleennuisin Europa;- een tabel n1et gegevens over het huidigevoorkomen van de meervleernluisin landen binnen Europa;- een tabel die een overzicht geeft in allemogelijke soorten van verblijfplaatsenvan de nleervleermuis;- enkele tabellen van welke verblijfplaatsenin welke landen zijn gevonden;- een tabel van foerageergebieden perland;- een tabel die de beschern1Ïng van demeervleernluis in verschillende landenin Europa weergeeft.Kortom, dit soortbeschermingsplan bevateen schat aan infonnatie voor diegenenmet belangstelling voor deze soorten voor hen die zich bezig houden 1uetbeleid waarbij de meervleermuis in hetgeding is. Maar ook is het een wapen inde hand van actiegroepen die de instantieswillen dwingen tot het nemen vanadequate lnaatregelen.Ook voor de grote hoefljzerneusvleerluuisRhinolophusferrumequinum (Schreber,1774) is intussen een dergelijk soortbeschenningsplanbeschikbaar (zie onder).Beide plannen zijn gratis verkrijgbaarbij Peter Lina (p.h.c.lina@n.agro.nl)of bij het Reference Centre for BatStudies and Conservation, Postbus 835,2300 AV Leiden. -1'fEnkele terugvondsten van de 1139 meervleermuizendie in zomerverblijven in Friesland werden geringd(doorgetrokken pijlen) en van de 2960 dieren die inwinterverblijven werden geringd (stippel-pijlen),tussen 1940 en 1969. De jaarlijkse migratie van meervleermuizenover zulke grote afstanden (de cirkel inde kaart ligt op 300 km van Friesland) maakt duidelijkdat bij de bescherming internationaal moet wordensamengewerkt. Vereenvoudigd naar J.W.Sluiter,P..F. van Heerdt & A.M.Voûte, 1971. Contributîon tothe population biology of the pond bat, Myotisdasycneme (Boie, 1825). Decheniana-Beihefte 18:1-44.De soortbeschermingsplannen:Limpens, H.J.G.A., P.H.C. Lina & A.M.Hutson, 1999. Action Plan for theConservation of the pond bat in Europe(Myotis dasycneme). - Nature andEnvironment No. 108:1-50. Council ofEurope Publishing, Strasbourg, [T-PVS(99)12J.Randsome, R.D. & A.M. Hutson, 1999.Action plan for the conservation of the greater horseshoe bat (Rhinolophus ferrumequinum)in Europe. Nature andEnvironment No. 109: 1-53. Council ofEurope Publishing Company, Strasbourg,[T-PVS(99) 11].Hel'1l1an Limpens, RoghQrst 99,67Q8 KJ) Wageningen.Tel. 0317.,-419380. Emaîl;herm.a.nJiropens@knoware.nl;Wim Bongers, Ceresstraat 15,6706 AL Wageningen.TeL 0317~410324.Email: bong@hos.nl


ZOOGDIER 200 I 12 (I) 24HYPERLINKDe nieuwe rubriek IHyperlink' wil de lezer informerenover websites en elektronische nieuwsbrievenop het internet die interessante informatieverschaffen over zoogdieren. Elk kwartaal wordteen selectie gemaakt uit de veelheid die het internetaanbiedt. Er wordt bij voorkeur gerefereerdnaar websites en nieuwsbrieven die inhoudelijkgoed zijn onderbouwd en waardevolle informatieverschaffen over uiteenlopende aspecten. In demarge daarvan wordt ook melding gemaakt vandigitale publicaties (Cd-rom IS, programma's, verhandelingen,boeken, persoverzichten).Doordat de inhoud van de sites en publicatiesregelmatig door de beheerders wordt veranderden uitgebreid en vaak een enorme verscheidenheidaan informatie verschaft, verwijzen debesprekingen enkel naar de belangrijkste elementen.Hou in ieder geval rekening met veranderingenin de adresverwijzingen (links). Mocht je hetspoor bijster raken, dan is een hyperlink naar de indit nummer besproken sites terug te vinden oponze eigenste website: http://www.vzz.nlMocht je zelf een interessante verwijzing kennen,laat het dan even weten.WEBSITESKORAbeheerder:Bundesamt fUrUmwelt, Waldund Landschaft(BUWAL) -Muri/ Zwitserlandadres: http://www.kora.unibe.ch/onderwerp: grote predatorentalen: Duits, Frans, ItaliaansHet letterwoord KORA staat voor 'KoordinierteForschungsprojekte zur Erhaltung und zumManagement der Raubtiere in der Schweiz'. In hetKORA-programma worden diverse onderzoeksprojectengebundeld die betrekking hebben op hetsamenleven van grote predatoren en mensen,waarmee in eerste instantie de lynx en de wolf zijnbedoeld, maar ook beer en vos aan de orde zijn.Het stelt zich tot doel wetenschappelijk onderbouwdeoplossingen te bieden aan actuele problemenin verband met het behoud en beheer vanroofdieren.Naast het eigenlijke onderzoek wil KORA ruimaandacht geven aan voorlichting en de websitevormt hiertoe de aanzet. Op dat punt schiet de siteechter nog schromelijk tekort. De sensibiliserendeinformatie is wel erg beknopt, maar ik neem aandat daaraan nog gesleuteld wordt. De site verschaftmomenteel vooral inzicht in de lopendeonderzoeksprojecten die uitvoerig en helemaalterzake worden toegelicht. Bovendien worden weop de hoogte gehouden van actuele gebeurtenissenwaarbij predatoren betrokken zijn.Meer uitgebreide informatie vind je terug in dedriemaandelijkse KORA-nieuwsbrief die je inhuis kan halen via http://www.kora.unibe.ch/main.htm?ge/publics/index.html of door een gratisabonnement aan te vragen bij info@kora.ch;daarnaast kan je er ook nog de preventienieuwsbriefCarnivore Damage Prevention N ewsletteraantreffen die gepubliceerd wordt door de LargeCarnivore Initiative for Europe (LCIE)} diete vinden is onder http://www.kora.unibe.ch/main.htm?ge/pubHcs/cdpnews.htm. Het LCIE iseen discussieforum van wetenschappers, beleidsmakersen natuurbeheerders en -beschermers.DER LUCHSbeheerder: Bundesamt fLir Umwelt, Wald undLandschaft (BUWAL) - Bern/Zwitserlandadres: http://www.wild.unizh.ch/lynxonderwerp: lynxtalen: Duits, ItaliaansAls ik het dan toch over grote roofdieren heb, kanik maar meteen doorbomen en in één adem ookde niet te versmaden lynx-site van de Zwitserseoverheidsdienst BUWAL aanprijzen. Want nu delynx aan onze grens staat, kan je maar beter watmeer informatie over deze felomstreden katachtigeopdoen. Hoewel Zwitserland niet meteen onzebuur is, hebben ze daar al heel wat ervaring opgedaanmet lynxen. De BUWAL coördineert inZwitserland de talrijke inspanningen om de herinburgeringvan deze soort tot een goed einde tebrengen. De site is werkelijk een schoolvoorbeeldvan een zeer informatieve internetbron. Opoverzichtelijke wordt je in het doen en latenvan lynxen ingewijd. Je krijgt naast biologischefeiten ook actuele informatie over de vele projectenrond de lynx en je wordt uitvoerig geïnformeerdover de belangrijkste onderzoekingen diein binnen- en buitenland lopen. Het meest verdienstelijkis het uitvoerig overzicht van artikelsdie in de pers verschenen en talrijke verwijzingennaar interessante informatîebronnen~ tot boeken,video's en films toe. Ook verschaft het toelichtingbij meer specifieke thema's als GIS-habitatmodellen,schadepreventie en -oplossing of details zoalsde aanwezigheid van lynxen in Zwitserse dierentuinen.Goed om weten is dat recentelijk een themanummerover de lynx van het tijdschriftUmwelt verscheen, dat je gratis kan aanvragen bijumweltabo@fischerprint.ch . Ongeduldigen kunnenhet ook rechtstreeks inkijken en downloadenvia hUp:/ /www.buwaLch/bul1etinI2000/3/d_bulletin.htm:fHop


ZOOGDIER2001 12 (I)25THE SHREW(IST'S) SITEbeheerder:Werner Haberl -Wenen/Oostenrijkadres:http://members.vienna.atlshrewonderwerp: spitsmuizentalen: uitsluitend EngelstaligOp het moment dat ik nog maar net op het internetleerde surfen, werd deze stek door de EngelseNational Press Academy bekroond als de 'CoolestScience Site'. Volkomen terecht, want de aandachtdie de kleine spitssnuiten krijgen, is meer danongewoon. Allicht is het succes mee te dankenaan de grote interactie tussen de website en dehiermee gerelateerde elektronische nieuwsbrief'Shrew Talk' (zie verder in deze rubriek).De informatie is ronduit overweldigend endaardoor dreig je in de veelheid aan rubrieken ensubrubrieken wel eens het noorden te verliezen.Gelukkig heeft de beheerder dat ook ingezien enhelpt hij je met kruisverwijzingen snel weer op hetrechte pad. De site schiet dan ook zijn doel, alsdraaischijf voor allerhande informatie over spitsmuizenvan waar ook ter wereld, geenszins voorbij.Zowel de wetenschapper als de geïnteresseerdeleek komt ruimschoots aan zijn trekken. Jemerkt algauw dat anderen je interesse delen enhet is niet moeilijk om via links en e-mail adressenin contact te komen met gelijkgezinden, informatieuit te wisselen en op de hoogte te blijvenvan onderzoeksprojecten en manifestaties. Deinformatie over spitsmuizen is zowel ludiek alsinformatief en komt wetenschappelijk maar tegelijkongedwongen over. De 'Shrew (ist's) Site' isechter nog niet aan zijn eindpunt toe. Regelmatigworden nieuwe rubriekeri geopend en verscheidenezijn nog in de maak. Ik mis enkel achtergrondinformatiei.v.m. de biologie en de beschermingvan deze dier~jes.ADAM'S FOXBOXbeheerder:Adam D. Moss (adam@foxbox.org)adres: hUp:/ /www.foxbox.org./onderwerp: vos - achtergrondverhalentalen: uitsluitend EngelstaligDe 'Fox Box' is een ietwat ludiek opgevatte, maarniettemin informatieve website voor vossenliefhebbers~die voor het eerst op zoek gaan naar achtergrondinformatierond vossen. Voor biologischeinformatie of andere wetenschappelijke uitlegmoet je deze site evenwel niet bezoeken, wantdaarover is allicht meer op andere sites te vinden.De systeembeheerder weet dat ook en verwijstprompt door naar andere sites. Deze site moet hetduidelijk hebben van de vele achtergrondverhalendie in gedichten en liederen maar vooral in tallozefabels, legenden en andere verzinsels opduiken.Ze worden allemaal beschreven en toegelicht.Het geheel biedt een uitermate verhelderendekijk op vermeende feiten waarvan meer danéén vos de dupe werd. De rubriek wordt ondersteunddoor een referentielijst van leesboeken.Als je ze allemaal leest dan weet je tenminste datde vos het in fabels niet alleen met dassen enraven aan de stok krijgt en dat er niet alleen 'weerwolven'maar ook 'weervossen' bestaan en vooraldat meer dan één vos in schapenvacht gehuld gaat.ELEKTRONISCHENIEUWSBRIEVENSHREWTALKbeheerder: The Shrew Shrine -Wem er Haberl Wenen/Oostenrijkadres: shrewbib@sorex.vienna.atonderwerp: spitsmuizentaal: EngelsShrew Talk is een regelmatig verschijnendenieuwsbrief die het contact onderhoudt tussenmensen die op uiteenlopende manieren betrokkenzijn bij of geïnteresseerd zijn in het onderzoelenaar spitsmuizen. Inmiddels groepeert de lijstnaast tal van wetenschappers ook een ruime kringvan amateur-onderzoekers. Het feit dat elkeenzijn berichten in de nieuwsbrief kwijt kan~ maakthet bijwijlen wel eens minder interessant, vooralomdat zich regelmatig vragen herhalen~ bijvoorbeeldna de vondst van een verdwaalde spitsmuisin de keuken of onder het nachtkastje van grootmoeder.Ik laat het echter niet aan mijn hartkomen, want afgezien van voornoemde futiliteitenslaagt de uitgever er uitstekend in om vooralinformatie te verschaffen over onderzoeksproblemen,manifestaties en recente publicaties. Denieuwsbrief functioneert ook uitstekend voor deuitwisseling van gegevens en als discussieforumomtrent allerhande onderwerpen. Vragen en discussieshouden verband met de meest uiteenlopendeonderwerpen met inbegdp van diverseonderzoeksmethoden. De frequentie van verschijnenhangt af van het aantal berichten dat bîj deuitgever toekomt.Je kan vrijblijvend je naam aan de verzendlijsttoevoegen en mocht je de behoefte voelen om allereeds verschenen nummers nog eens uit te pluizen,dan kan je ze alsnog inkijken of binnenhalenvlahUp:/ /members.vienna.at/shrew/shrewtalk.html.SURF OOK EVEN NAAR:Sites van tijdelijke en beperkt informatieve aard.- samenvatting van de voordrachten en presentatiesover Europese slaapmuizen gehouden op devierde Internationale Conferentie over Slaapmuizenin 1999 te Edirne/Turkije:http://www.trakya.edu.tr/conference/abstracLhtm- presentatie van de 12de internationale conferentievoor vleermuizen onderzoek in Maleisië (5-9augustus 2001): http://www.ukm.my/ukm/seminar/bat/îndex.htmlDirk Criel


ZOOGDIER 2001 12 (I)Boommarterblijkt opossumOp een avond eind novemberlaat Theo van den Berklnortel,inwoner van Weert in Limburg(NL), zijn hond uit inrecreatiegebied 'De ijzerenman'. De hond duikt de struikenin en komt tevoorschijn meteen dood, zo te zien aangeredendier in zijn bek. Op hetMilieucentrum van Weert wordtaan de hand van wat boekjesgeconcludeerd dat het om eenbooml11arter lnoet gaan. Menweet dat Alterra onderzoekverricht aan doodgevondenlnarters en dus wordt GerardMüskens ingeschakeld on1 hetdier op te halen voor onder-De gewone voskoesoe van Weert(rechts) en Sim Broekhuizen. FotoHugh Jansmanzoek. Dan wordt duidelijk dathet geen bOOlnlnarter is, maarwat dan wel? Na het raadplegenvan enkele naslagwerken kanhet dier gedetermineerd worden.Het blijkt een 'opossum'te zijn, en wel de gewone voskoesoeTrichosurus vu/peeu/a.Deze planteneter komt oorspronkelijkvoor in Australie.Hoe het dier in Weert terechtis gekomen is vooralsnog eenraadseL Het dier was in goedeconditie en woog ruim driekilo, wat betekent dat het noglllaar net was ontsnapt of dathet prÏlna aan voedsel konkomen in de Limburgse natuur.Tot op heden heeft geenenkele dierentuin gemeld eenopossun1 te l11issen. Ook een inde omgeving gevestigde dierenhandelaargaf aan geen van zijnopossums te missen.26Aardige kenmerken van hetdier zijn de buidel en de naakteonderzijde van de staart. Water met het dier zal gebeuren isnog niet duidelijk. Waarschijnlijkzal het opgezet in eenLimburgs museum belanden.Met dank aan Chris Smeenk,Naturalis.Hugh Jansman, Gerard Mûskens& Sim Broekhuizen,Alterra, WageningenEerstedassenburchtin FlevolandAfgelopen najaar inventariseerdenRob Koehnan en ik inopdracht van Flevolandsehapeen gebied op kleine zoogdieren.Door de beheerder van datgebied, Nîco Dijkshoorn, werdenwe gevraagd eens te kijkennaar een burcht in eenFlevolandschap-terrein bijLelystad. Van deze burcht hadhij de Îndruk dat hij niet vaneen vos was, maar van een das.Het was inderdaad een erggroot hol voor een vos, met ergveel 'verzonken' pijpen, dietypisch zijn voor dassenburchten.Maar dat is natuurlijk geenbewijs! We worstelden ons dusdoor het struweel, op zoek naarpootafdrukken, haren of mestputjes.Het had die dag geregend,dus veel afdrukkenwaren er niet te zien. Nazoeken vond Rob vlak bij eenpijp een typische wit-zwartwittedassenhaar. Een sluitendbewijs. Dit is niet de eerste dasin Flevoland: er zijn al vakerdoodgereden of verdronkendassen gevonden. Wel is ditvoor zover wij weten de eerstebekende dassenburcht in dezeprovincie. Intussen zijn deingangen van de burcht trouwensdichtgetrapt. 'Vossenbeheer'?Maar waar kwam het diervandaan? Wellîcht gaat het omeen das of dassen die van deandere kant van het Veluwelneerdispergeerden: het Veluwemeer kan genlakkelijk over-


ZOOGDIER200 I 12 (I)WAARNEMINGEN27gestoken worden via deKnardijk of de Elburgerbrug.Bovendien zwen1men dassengraag. Het is bekend dat reeënin koude winters het Veluwemeer over het ijs zijn overgestoken.De twijfel tussenvossen- of dassenburcht wasoverigens zo vreemd niet: NicoDijkshoorn zag tijdens een ochtendposten een vos de burchtbinnen gaan. Twee onder eenkap dus!Jasja Dekker. Droevendaalsesteeg35, 6708 PB Wageningen(NL),email: de-jasja@hotmail.comKolonie tweekleurigevleermuizengroeitIn Zoogdier 9(1) werd meldinggemaakt van een kolonie tweekleurigevleermuizen inMidden-Nederland in 1998.Het was toen onduidelijk ofhethier om een mannetjes- ofkraamkolonie ging. De gevondendieren die ons op dezekolonie wezen waren twee volgroeidenlannetjes en eenvrouwtje. Het vrouwtje had eenenigszins onvolwassen uiterlijken de epifysen waren niet volgroeid,maar het diertje hadook ernstig misvormde bottenin de vleugels. Het leekonwaarschijnlijk dat dit dierooit heeft kunnen vliegen,maar dit was niet voldoendebewijs om deze groep totkraamkolonie te bestenlpelen.Regelmatige tellingen in 1999en 2000 lieten tot eind juni eenstabiel aantal van respectievelijk15-19 uitvliegende dierenzien, met daarna een toenametot 26-32 dieren, gevolgd doorhet zeer snel uiteenvallen vande groep. Ook dit wijst op eenkraatukolonie, maar vormt nogsteeds geen sluitend bewijs.Uitvliegers vangen was geenoptie door het uitvliegen vanonder de pannen en de vele,steeds wisselende, uitvlieggaten.We waren dus afhankelijkvan duidelijke waarnemingenvan stuntelig vliegende jongenof meer 'vondsten'. In 1999werden geen waarnemingenvan duidelijke 'beginnelingen'gedaan. Ook werden geen verzwaktevleermuizen opgeraapt.Maar in juni 2000 was het welzover: er waren twee kleinevleermuizen in de woninggevonden. Het bleek onl tweejonge vleermuizen te gaan, vanongeveer vijf en tien dagenoud. Het jongste dier was kaalen roze en had de ogen noggesloten. Het oudste diertjewas wat donkerder van kleur enhad op de rug een witte waasvan doorkomende haren. Dezewitte haren en de vorm van deoren, die tot onder de mondhoekendoorliepen, nameniedere twijfel weg: Dit warenjonge tweekleurige! De kolonieis dus met zekerheid eenkraamkolonie. De jonge diertjeszijn nog diezelfde avondlU et succes weer teruggeplaatst,zonder merkbare verstoringen.Later in het seizoen kregenwe, tijdens een telling, van eenbuurvrouw een foto van eendier dat twee dagen bij haar opde stoep gezeten had. Helaasbleek het hier weer om eendier met nlisvonnde vleugels tegaan. Mogelijk is dit het gevolgvan inteelt als gevolg van degeïsoleerde ligging van degroep. Er zijn in hetzelfde dorpechter ook dwergvleermuizentU et dezelfde misvormingengevonden, dus het kan ook zijndat er sprake is van invloed vanDe in Maarssenbroek gevondenjonge tweekleurige vleermuizen,bewîjs van de aanwezigheid vaneen kraamkolonie. Foto Bernadettevan Noortschadelijke verdelgingsmiddelendie in de buurt gebruiktworden.Helaas heeft de huiseigenaarons intu&sen meegedeeld dathij in het najaar de belangrijk·ste învliegopening heeft dichtgemaakt.Gezien de veleinvliegopeningen is het onmogelijkOln alles dicht te maken,maar in hoeverre de dieren zichdoor de veranderingen latenwegjagen is de vraag. Hetantwoord hierop willen wij echterniet Z 0111 aar afwachten.Hopelijk krijgen wij de eigenaartoch nog zover dat deze invlieg·plek weer geopend wordt.Bernadette van Noort & Ericlansen, Venneulenstraat 164,3572 WT Utrecht (NLJVale vleermuisinDen HaagHet zal je toch maar gebeurendat je opeens oog in oog staatmet de grootste in Nederlandvoorkomende vleermuis, spanwijdteergens tussen 35 en 43cm. En dan niet zoals kan wordenverwacht in Limburg, maarin Den Haag, op een winderigemiddag. Op maandag 5 februariwaren wij op zoek naar nogonbekende verblijfplaatsen van


ZOOGDIER200 I 12 (I)WAARNEMINGEN28vleennuizen in de omgevingvan Den Haag. De Duitsershebben hier gedurende de oorlogeen zeer groot aantal bunkersneergezet, die stand haddenmoeten bieden aan eenluogelijke aanval vanuit zee.Het grootste deel van de nogaanwezige bunkers ligt verscholenonder het zand, is nietzichtbaar en ook door vleermuizenniet te gebruiken.Gedurende het zOluerseizoenworden vaak pogingenondernonlen om in deze afgeslotenbunkers te komen, waarschijnlîjkvooral door jongeren.Het kan ook zijn dat de 'bunkeI'boys'dit op hun gewetenhebben, mensen die vooralinteresse hebben in bouwkundigezaken en nieuwsgierig zijnof er nog overblijfselen uit deoorlog in bunkers zijn te vinden.Aangezien het waarschijnlijkvooral zomeractiviteitenzijn, kan het niet zo'n kwaad,zolang ze lnaar geen vuurtjesgaan stoken. De afgelopenweken hebben we een twintigtalplaatsen gevonden waarbunkers opengebroken blekente zijn. In totaal leverde dit tienwatervleermuizen op, en daarnaastnatuurlijk de bevredigingom in een bunker te kOluenwaar je al lang omheen enDe eerste vale vleermuis vanZuid-Holland, in een bunker inDen Haag. Foto Anne-JifkeHaarsmaoverheen hebt gelopen. En danopeens zie je de sporen vangraafwerk die er op duiden datje toegang hebt.Toen de betreffende maandagslechts één enkele watervleermuisopleverde, kwalu inmij op om een tweetal bunkerste bezoeken die ik vijf jaarterug ook al had bezocht. Toenwas er niets aangetroffen, maarhet blijkt telkens weer dat situatieskunnen wijzigen en voorvleermuizen geschikter kunnenworden. Toen wij ter plekkekwamen, werd ons verteld dater twee jaar terug al eens eenvleernluis had gehangen, eenkleintje, waarschijnlijk een watervleenuuis.De nieuwsgierigheidwas gewekt, 111aar toen wijde bunker inkwamen dachtenwe al snel dat we niets zoudenvinden. Het plafond wasbehangen met spinnenwebbenen de bunker was zeer droog,vaak niet zulke goede tekensom vleermuizen aan te treffen.Muntjak'outiawed' inNederlandAfgelopen december heeftstaatssecretaris Paber van(onder andere) Natuurbeheermet een reeks algemene 111aat·regelen van bestuur de FloraenFaunawet nader uitgewerkt.De wet bestaat al enige tijd,lnaar treedt pas in werking alsalle details door middel vandergelijke AMvB's zijn ingevuld.Vooral interessant in dezes AMvB!s die nu in hetStaatsblad gepubliceerd zijn ishet zogeheten Aanwijzingsbesluit.Daarin wordt aangegevenwelke inheeillse dier- enplantensoorten beschermd zijn,nlaar ook welke uitheelnsesOOlien niet nleer ingevoerd,gehouden en uitgezet 1110genMaar toch begonnen wij allegaatjes en kieren na te kijkenop zoek naar die éne vleermuisdje zich voor ons verborgenhad gehouden. En toen bleeker plots en tot onze schrik eenwel hele grote vleermuis tehangen in een van de kamersvan de bunker. Je moet bedenkendat we in Zuid-Hollandniet zoveel gewend zijn, enzeker niet dit soort fornlaten.De vale vleermuis hing vrij aaneen lnetalen ring op pakweg1. 75 nl hoogte.De eerste vale vleermuisvoor Zuid-Holland was daarmeeeen feit geworden. En verderis er de lnogelijkheid om detweede bunker, die niet meerin gebruik is~ geschikt te gaanlnaken voor vleermuizen. Zozie je maar weer dat één vleermuisdeuren voor je kan openen,hoewel ik liever zelf dedeur gesloten zou houden.Rudy van der Kuil, Anne-JijkeHaarsma & Janco van Beekworden. Deze laatste soortenworden verboden uit angst datzij zich in Nederland vestigen.Eenluaal ingeburgerd zoudenzij, zo luidt de verwachting,zeer schadelijk kunnen zijnvoor Nederlandse ecosystemen.Door handel en bezitervan te verbieden wil luenvoorkomen dat zij per ongelukof expres uitgezet worden enzo voet aan de grond krijgen.Voorlopig is er maar ééndiersoort aangewezen: denluntjak of het blafhert, Muntiacusreevesi. Experts van deCITES-CommÎssÎe (Commissiebedreigde uitheemse dier- enplantensoorten, derhalve metveel expertise op het gebiedvan exoten en de effecten vanhun inburgering) hadden destaatssecretaris al in februariaangeraden alles te doen onl tevoorkOJnen dat deze hertensoortzich in Nederland uit-


lJUUtJ'um.H.. LUU I I L \ I )29Tekening: PeterTwiskbreidt. De afgelopen jaren zijnmunt jaks waargenomen op deVeluwe, in de Achterhoek en inde duinen van VOOI'ne. Desoort heeft een verborgen leefwijzeen aantallen zijn derhalvemoeilijk te schatten, hun aanwezigheidblijkt vooral wanneerer exemplaren slachtofferworden van het verkeer. DeCITES-Con1missÎe gaat er vanuitdat de huidige populatievoorlopig nog bestaat uit geïsoleerdeverspreidingshaardenrondonl plekken waar de soortal dan niet opzettelijk is losgelaten.Door het kleine formaatvan het dier is het nal11elijkaantrekkelijk voor particulierehertenparkjes. Het is niet moeilijkom munt jaks te verwerven,in Engeland kOInen zowel Inhet wild als in gevangenschapgrote populaties VaaLHet zijn juist die grote populatiesin Engeland waaraan deCITES-Commissie zijn bezorgdheidontleent: doordat desoort zich het hele jaar doorvoortplant, groeit de populatieer explosief. Kwalijke effectenvan de exoot zijn dan ook al uitEngeland bekend. De lnuntjakconcurreert met de ree en verdringtdeze uit zijn habitat naarn1arginale gebieden. Ecologischeschade ontstaat ook doorde voedselkeuze van de muntjaks;door selectieve vraat vanwilde hyacint, sleutelbloemen,wrangwortel, aronskelk enorchideeën zijn deze zeldzameplanten achteruitgegaan of zelfsplaatselijk verdwenen. Daarnaastknakt de munt jak IS winterslange takken om de schilervan te eten. Wanneer dit inhakhout gebeurt, levert dataanzienlîjke schade op. Nietalleen wordt de natuurwaardevan het hakhout aangetast,Inaar ook de populaties vIindersoortenen in struweel broedendevogelsoorten nemenplaatselijk af. Ongetwijfeld zalook de econOInische schade diete verwachten valt door Fabel'meegewogen zijn in haarbesluit. Munt jaks kunnen aanzienlijkeschade toebrengenaan de verjonging van loofbo-BeversOp 30 November 2000 werd inde Gelderse Poort een kleinfeestje gevierd: de herintroductievan de bever in dat gebiedwas door Alterra geëvalueerden voorzichtig positief beoordeeld.Hoewel het project inhet begin kampte met grotesterfte onder de uitgezettebevers, lijken de huidige aanpassingenin de herintroductieproceduredoeltreffend te zijn.Niet alleen was de overlevingskansvan de later uitgezettebevers aanmerkelijk groter, zijplanten zich inmiddels ookvoort. Zoals hei regiohoofd vanStaatsbosbeheer optinlistischzei: "Een algeInene regel voorherintroducties lijkt te zijn datde uitgezette populatie na zestot tien jaar ineens zeer snelgaat groeien. Als dat hier ookopgaat kunnen we in de nabijetoekomst een uitbreiding vanhet leefgebied van de beversstroomafwaarts mogen verwachten."De auteurs van het rapportfPerspectief van de bever inNederland' durven dergelijkeuitspraken nog niet te doen. Zijzijn juist bezorgd over dekwetsbaarheid van de relatiefkleine populaties in de GeldersePoort (37 ex), Flevoland(20 ex) en langs de Maas (6 ex).De populatie in de Biesbosch isapart geëvalueerd en wordt inhet rapport buiten beschouwinggelaten. Door de beperktevoortplanting tot op heden zul-l11en, bijvoorbeeld in kwekerijenof (fruit)boomgaarden. Deverdreven reeën zullen ookgrotere schade aanrichten inland- en tuinbouw en wellichtzullen zij ook vaker slachtofferworden van het verkeer.Meta Rijks, Curacaosfraat 14bis,3531 XL Utrechtlen de aparte groepen beversvoorlopig nog niet uitgroeientot één aaneengesloten populatie.De jaarlijkse aanwas inzowel de Gelderse Poort alsFlevoland neemt weliswaartoe, maar heeft bijvoorbeeld inde Gelderse Poort nog nietgeleid tot vestiging van eentweede 'generatie' van nieuweparen. Interessant zijn de verschiIlendeoorzaken van depopulatiegroeî: in Flevoland isde groeisneJheid vooral te dankenaan de goede voortplanting,terwijl de groei in deGelderse Poort vooral hetgevolg is van de lage sterfte. Inbeide gebieden is de populatiegroeihoger dan in deBiesbosch. De bevers langs deMaas leven zo ver uiteen datzich nog geen paartjes hebbengevormd en er van voort-


ZOOGDIER200 I I 2 (I)30planting nog geen sprake is.Desondanks concluderen Niewolden Müskens dat de aanwezigheidvan twee, weliswaar kleineen derhalve kwetsbare populaties,reden is om deze tweedeherintroductîe als geslaagd tebeschouwen. De verwachting isdat deze populaties hun geleidelijkegroei zullen doorzetten,In aar omdat de huidige leefgebiedenvan de bevers niet snelvol zullen raken er pas op delange termijn uitbreiding vanuitdeze populaties langs de groterivieren zal plaatsvinden. Daarmeeis het doel van een aaneengesloten,duurzalne populatiebevers in Nederland nog nietgerealiseerd. Bovendien zijnveel van de huidige 'founders'verwant aan elkaar, wat de genetischevariatie van hun nakomelingenbeperkt. De belangrijksteaanbeveling van het rapport isdan ook niet verrassend: aanvullendeherintroducties uitvoerenen de huidige populatie in Flevolandmet bijzettingen ondersteunen.In de Maas zou het bijzettenvan Elbebevers kunnenvoorkOlnen dat de bevers vanPoolse afkomst uit het Eiffelgebiedzich vennengen met deNederlandse populatie.Al met al een uitgebreid enaangenaam leesbaar rapport dateen goed beeld geeft van de ontwikkelingenvan de beverpopulatiein met name de GeldersePoort. De titel van het rapportwekt echter valse hoop: doordatnagenoeg iedere verwijzing naarde populatie bevers in deBiesbosch ontbreekt, is hetmoeilijk om uit dit rapport eenécht perspectief voor de bever inNederland te halen.Meta Rijks, Curacaostraat 14bis,3531 XL UtrechtNiewold, F.I.J. & GJ.D.M. Müskens,2000. Perspectief van de beverin Nederland. Herintro-ductie in deGelderse Poort en ontwikkelingenelders van 1994-2000. Alterra-rapport159, Wageningen, 116 pag.ISSN 1566-7197. Te bestellen door fl.~3,60 over te maken op banknummer367054612 t.n.v. A1terra te Wageningen,onder vermelding AJterrarapport159. Dit bedrag is inclusiefBTW en verzendkosten.Algemene ledenver~deringvaIs deze Zoogdier nog op tijdvoor de Algemene ledenvergaderingvan de VZZ op zaterdag7 april 2001? Was u er vorig jaarniet bij, dan heeft u uniekevideo-opnamen van baltsenderosse vleermuizen geInist. Ookniet leden zijn van hartewelkom. Plaats: ZalencentrumTrianon~ Oudegracht 252,Utrecht. De vergadering beginton1 10 uur, zaal open 9.30 uur.'s Morgens doet het bestuurverslag van de activiteiten vande vereniging in 2000 en wordennieuwe plannen voor 2001gepresenteerd. Het programmain de middag staat in het tekenvan de Habitatrichtlijn. Hetafgelopen jaar is daar via diverselnedia veel aandacht aanbesteed. Vooral in negatievezin: een aantal economischeontwikkelingen konden nietdoorgaan of ondervonden vertragingdoordat in het plangebiedbedreigde diersoortenleefden. De suggestie wordtgewekt dat er niets lneer magals er een Habitatrichtlijn-soortergens voorkomt. Dit valt in depraktijk mee. Aan die praktijken de consequenties van derichtlijn voor de Nederlandsewetgeving en het ruimtelijkeordeningsbeleid zal op zaterdag7 april aandacht besteed worden.De volgende lezingen zijngepland:13.30 uur: Mr. Ton Goedhart(onder voorbehoud): 'Habitatrichtlijnen zoogdierbescherming'13.50 uur: Maurice La Haye:'De noordse woebnuis inNederland'14.10 uur: Kees Mostert: 'DeVeldwerkgroep in Hongarije'14.45 uur: Thee of koffie15.00 uur: Jan Baars: 'Hamstersen bedrijventerrein Heerlen!15.30 uur: Herman Limpens:'Actieplan meervleennuis'De bijeenkomst vindt plaats inZalencentrum Trianon, Oudegracht252, Utrecht. Trianonligt op 15 minuten lopen vanhet Centraal Station vanUtrecht; neem via het Godebaldkwartierde uitgang MoreelsePark van Hoog Catharijneen sla onderaan linksaf,loop richting Domtoren, vlakvoor de Dom (direct over hetwater) rechtsaf; dan nog evenlangs de gracht rechtdoorlopen.Veldwerkgroepin West ZeeuwsVlaanderenVeldspitsmuis. Foto Rollin Ver/indeTijdens het kamp van deVeldwerkgroep VZZ (28 september- 1 oktober 2000), georganiseerdin samenwerkinglnet de Zoogdier WerkgroepZeeland, "werden zoogdierengeïnventariseerd in West­Zeeuws-Vlaanderen. Het accentlag daarbij op de dijken rondomOostburg. Nieuw was hetgebruik van een kleine 100 pitfalls('valkuilen'). Deze warengemaakt van petflessen, waarvande bodem was verwijderden die omgekeerd in de grondwerden verzonken met hulpvan een grondboor. Er werdeen knoedeltje mos of gras met


LuutJ"lnr.H.. LUU I I L \ I )"Ej{I~N.lGINGSNIEUWS31aas ingedaan. Een dakje in devorm van een stukje regengootvoorkwam dat er regen in liep.Deze pitfalls en zo'n 290vertrouwde Longworthvallenstonden opgesteld op 25 ver~schillende locaties. Met behulpvan deze beide typen live~trapswerden in drie dagen maarliefst 1040 kleine zoogdierengevangen, verdeeld over tienverschillende soorten. Meerdan de helft (594) van de vangstenbestond uit veldmuisMicrotus arvalis. BosmuisApodemus sy/vaücus kwanl met220 op de tweede plaats terwijlrosse woelmuis Clethrionomysg/areolus met 118 stuks op dederde plaats prijkte. Naast veldspitsmuisCrocidura leucodonen ondergrondse woehnuisMkrolus subterraneus metrespectievelijk 7 en 3 stuks,vormden de vangsten van 3wezels Mus/eta nivalis evenzovele spectaculaire hoogtepunten.Het vangen met pitfallsbleek uiterst succesvol,zeker voor veldlnuizen. Speciaalop twee tot ruün viermeter hoogte geplaatste vallen,in boerenschuren, in enkeleruïnes en in bomen, leverdenhelaas geen eikelnluizen op(zie Zoogdier 10(2):26); welwerden daar bosnluizen enhuisn1uizen gevangen.Vier partijen braakballen,van kerkuil (2), ransuil ensteenuil, leverden in totaal 145gewervelde prooidieren op.Deze prooidieren bleken eenbelangrijke aanvulling te gevenop het inventariseerbare zoogdiersoortenspectrum:zo werdeneen dwergspitsmuis Sorexminutus, een waterspitsnluisNeomys fodiens en een aardmuisMicro lus agrestis aange~troffen. Het beeld van de inWest Zeeuws Vlaanderenlevende zoogdieren werd verderaangevuld met zichtwaarnen1Îngenvan vos Vulpes vu/­pes, bruine rat Rattus I'lorvegicusen muskusrat Ondatra zibethicus.Ook werd een aantal kerkzoldersop vleermuizen gecontroleerd.Daarbij werd in eenbrandblusemmer een luguberevondst gedaan: 26 dwergvleern1uizenen 2 laatvliegers vondende dood in deze emmer;een dwergvleernluis leefdenog. Dit exetnplaar werd ll1eegenomenen In et water eninsecten opgelapt en in vrijheidgesteld.Tenslotte werd, ondanks hetronduit slechte weef, ook nogaandacht besteed aan anderediersoorten: zo werden eenboon1valk, een steenuil en zelfseen zwarte ibis waargenol11en.Jan P;et BekkerZomerkamp in HongarijeEen hamster in de kooi! FotoKamieJ Spoe/straAfgelopen jaar werd weer eensuccesvol zomerkamp georganiseerddoor de Veldwerk- beeld voor het zoeken naargroep, dit keer in samenwer- nesten van de hazelmuis, hetking met enige leden van de naspeuren van oude gebouwenHongaarse zoogdierwerkgroep. en kerkzolders, het werken metHei kamp was gesitueerd in mistnetten en het nalopen vaneen dorpje aan de noordrand nestkasten. Met ruÎln 200 valvanhet Zemplengebergte~ in len, verspreid over vijf locaties,het noordoosten van Honga- variërend van vochtige beekdarije,tamelijk dicht bij de gren- len tot bloelnrijke berghellinzennIet Slowakije en Oekraïne. gen, werd geprobeerd zoveelHet gebied heeft een zeer n10gelijk soorten kleine zoogafwisselendlandschap, laagge- dieren te vangen. Uiteindelijkbergte met oude loofbossen, werden elf soorten gevangen,zeer bloemrijke hooilandjes, waaronder MilIers waterspitsbeekbegeleidenderuigtkrui- nluis, ondergrondse woehnuis,denstroken, kleinschalig akker- brandnluis, hazelmuis enland, riviertjes en beken. wezeLEr kon uitgebreide ervaring Vrijwel elke avond werdenworden opgedaan met de ver- langs beekjes en riviertjes mistschillendemethoden van zoe- netten geplaatst voor het vankenen vinden van soorten die gen van vleermuizen, met wisinNederland nog In aar op wei- selende succes. Toch werdennig plekken voorkomen. In het maar liefst tien soorten gevanrecenteverleden heeft onze gen, waaronder mopsvleerbuitenlandseervaring al ver- muis, Bechsteins vleernluis,scheidene malen geleid tot kleine vale vleern1uis, bosvleereenbeter inventarisatie-resultaatvan zeldzall1e soorten inNederland. Dit geldt bijvoor-muis en Brandts vleermuis.Voor de meesten van ons eengoede kans 0111 ervaring op te


ZOOGDIER200 I 12 (I)doen lnet het werkenlnet mist~netten. Daarnaast werden kerkzoldersen enkele grottenbezocht, voor zover dat nogniet door de Hongaren zelf wasgebeurd. Dit leverde verblijfplaatsenop van de grijze grootoorvleernluis,de kleine en degrote hoefijzerneus.In de avond en nacht werdspeciale aandacht besteed aanfoeragerende vleermuizen inbosgebieden. Op diverse plaatsenwerden vale vleermuizenen bosvleermuizen waargeno~men. Boven het kampterreinwerden iedere avond passerendeNyctalus-vleermuizengehoord; waarschijnlijk betrofhet de grote rosse vleermuis.Opnalnes van het geluid moetendit nog bevestigen.In braakballen van eenschreeuwarend werden schedelrestengevonden van dehamster en zelfs de poot vaneen jonge ree. Alsof dat allemaalnog niet genoeg was,leverde de controle van nestkastenop beboste hellingenheel veel relmuizen op, pluskleine groepjes bosvleermuizenen Bechsteins vleernluizen.Eén van de vele hoogtepuntenvan het kamp was de vangstvan twee hamsters in groteinloopvallen. Het uitgraven vaneen gangenstelsel, op uitdrukkelijkverzoek van een boer,leverde echter niets op. Opglooiende graslandjes aan derand van het gebergte troffenwe kleine populaties sieselsaan, kleine grondeekhoorns.Al met al werden lneer danvijftig soorten zoogdieren vastgesteldtijdens het kamp, waarbijoverigens enkele algemenesoorten (veldspitsmuis, bunzing,hernlelijn) niet werdengevonden. Uiteraard kreeg ookde overige fauna aandacht.Daarbij werden onder anderede volgende soorten waargenomen:zwarte ooievaar, grote zilverreiger,keizerarend, schreeuwarend,witrugspecht, grîjskopspecht,oeraluil, gladde slang,springkikker, groene pad, vuursalamander,evenals diverse leukevlinders en andere insecten.Kees Mostert & Kamiel SpoelstraVERENIGINGSNlEUWS 32Zoogdieren,bet bescbennen waardHamsterIn de vorige Zoogdier heeft ukunnen lezen hoe het de hamsterpopulatieÎn Vlaanderenvergaat: niet best. In Nederlandis de situatie niet veelbeter. Het afgelopen jaar heeftde penibele toestand van dehamsterpopulatie in Nederlandregelmatig tot artikelen inregionale en landelijke krantengeleid. Daarbij lag de nadrukop het meningsverschil tussenzes natuurbeschermingsorganisaties,de gemeente Heerlen enhet Ministerie van Landbouw,Natuurbeheer & Visserij overhet al dan niet voorkomen vanhamsters bij Heerlen.In 1998 verleende het Ministerieaan de gemeente Heerleneen ontheffing inzake deNatuurbeschernlingswet (Nbwet)om een bedrijventerreinaan te leggen in een gebiedwaar lnogelijk hamsters leefden.De natuurbeschermingsorganisatiestekenden bezwaaraan tegen het verlenen vandeze ontheffing. Na eenlangdurige juridische strijd(tweeëneenhalf jaar) heeft deRaad van State de natuurbeschernlingsorganisatiesin hetgelijk gesteld.Opvallend aan de uitspraakvan de Raad van State is dat hetal of niet voorkomen van hamstersin het gebied ten tijde vanhet verlenen van de ontheffing,geen rol heeft gespeeld. HetMinisterie mag namelijk, 'inhet belang van de volksgezondheiden de openbare veiligheidof om een andere dwingendereden van groot openbaarbelang, met inbegrip van redenenvan sociale of economischeaard', ontheffingen verlenen.Dit nlag zelfs als in het gebiedeen bescheflnde diersoort alsde hamster voorkomt, mits 'ergeen andere bevredigendeoplossing bestaat en indiengeen atbreuk wordt gedaan aanhet streven de populaties vande betrokken soort in hunnatuurlijke verspreidingsgebiedin een gunstige staat vaninstandhouding te laten voortbestaan'(art. 2 van het Besluitontheffingen en vrijstellingenNb-wet). Het Ministerie heeft,volgens de Raad van State, echterniet aannemelijk kunnenmaken dat aan deze laatstetwee voorwaarden voldaan is.Tevens kon het Ministerie nietaantonen dat er sprake was vaneen dwingende reden. Alsdwingende reden had hetMinisterie de hoge werkloosheidin Heerlen aangevoerd.Het tegengestelde bleek echterhet geval, er is juiste een krapteop de arbeidsmarkt, waardooreen groot aantal vacaturesonvervuld blijft.De hamster is al sinds 1973als beschermde diersoort in deNb-wet opgenomen. En bovenstaandartikel 2 is in 1994 in deNb-wet opgenonlen naar aanleidingvan het ratificeren vande Europese Habitatrichtlijndoor de N ederIandse Staat. Alsdeze wet al zo lang bestaat,waarOIn is er dan nu opeenszoveel ophef over, vraag je jeaf? De reden is waarschijnlijkdat natuurbeschermingsorganîsatiessteeds professionelerworden en niet meer lijdzaamtoekijken als een plantje vertraptof een dier verdrevenwordt. Ze nemen een jurist inde arm die overheden er opwijst dat ook zij zich aan de wetmoeten houden. Wie weet,misschien komt er nog eenseen tijd dat natuurbehoud geensluitpost nleer is en er serieusmoeite wordt gedaan om ookvolgende generaties de mogelijkheidte geven van natuur tegenieten.BruinvisJe hebt witvis, platvissen enbruinvissen. Als lezer van Zoogdierweet u natuurlijk dat bruinvissengeen vissen zijn, maarzoogdieren. Inmiddels wetenweer wat meer mensen dat ook,


ZOOGDIER 200 I I 2 ( I )VERENIGINGSNIEUWS33maar dat is een verhaal apart.De laatste jaren lijkt hetbeter te gaan met de bruinvissenin de Nederlandse Noordzee:er worden er nleer waargenomen.Men vermoedt dat datkonJt onldat dieren uit de noordelijkeNoordzee naar het zuidentrekken. Ook het aantalstrandingen van dode bruinvissenop de Nederlandse kustneeint echter toe. Bekend isdat een deel van deze dierenverdronken is, doordat ze verstriktraakten in vissersnetten.Hoeveel dat er precies zijnis onbekend, de schattingenlopen uiteen van 20 tot 60%van het aantal gestrande dieren.Een voorzichtige schattingdoor Alterra (mond. lned.Peter Re ij nders) van het aantaldieren dat jaarlijks in vissersnettenoverlijdt, komt uit openkele duizenden dieren perjaar. Indien correct, dan betekentdit dat het niveau waaropbijvangsten volgens hetInternational Whaling COlnmitteeen ASCOBANS (Agree-1nent on the Conservation ofSmall Cetaceans of the Balticand North Seas, een overeenkomstvallend onder hetVerdrag van Bonn, 1979) onacceptabelis, met een factor 20wordt overschreden.Zoals gezegd, het betreftschattingen. Het NederlandseMinisterie van LNV heeft, naaandringen van de VZZ, aanNaturalis opdracht gegeven omuit te zoeken hoeveel van degestrande bruÎnvissen daadwerkelijkdoor verdrinking om hetleven zijn gekomen. Overenkele nlaanden zullen weweten hoe groot het effect vande bijvangsten op de bruinvispopulatiein de NederlandseNoordzee is en of nlaatregelennoodzakelijk zijn. Er bestaanmiddelen Oin bijvangsten tevoorkOlnen, de zogenaamde'pingers'. Onderzoek hiernaarwordt uitgevoerd door hetHarderwijk Marine MammalPark. Het voortbestaan van ditinstituut en daarn1ee de voortzettingvan het onderzoek is opdit moment echter ongewis,omdat het instituut door geld-gebrek mogelijk geslotenwordt. Laten we dus hopen dathet effect van bijvangstengering is, want anders moet deVZZ ook een actie starten omhet Marine Mammal Park tebehouden!Automatische•mcassoIn januari heeft u een acceptgirovoor de contributie of hetabonnenlentsgeld voor 2001ontvangen. Daarbij zat ook eenbrief met het verzoek of ude VZZ wilt machtigen onl decontributie of het abonnementsgeldnlet ingang van2002 automatisch te incasseren.Vriendelijk verzoeken wij u vandeze mogelijkheÎd gebruik temaken. U bespaart ons bureaudaarmee een hoop werk bij hetinnen van lidmaatschaps- enabonnementsgelden. Die tijdkan dan beter ingezet wordenvoor het bevorderen van dezoogdierstudie en de zoogdierbescherming.Bij voorbaat dank.Voor de betaling van de contributievan 2001 dient u noggebruik te nlaken van deacceptgiro. Indien u gebruiknlaakt van girotel, vergeet danniet uw lidlnaatschapsnummerte vernlelden. Dit nUlnrnerstaat op de acceptgiro en op dewikkel van deze Zoogdier.Het VZZ-bestuurInternationaalZoogdierenCongresNog geen vakantieplannen,denk dan eens over een reisjenaar Zuid-Afrika. Daar wordtvan 12 tot en nlet 17 augustusin Sun City het achtste internationaletheriologisch zoogdierkunde)congres gehouden.Over het programma is nogniet zo veel bekend, maar opde website http://www.eventdynamics.co.za/îtc/kun je ermeer over lezen.-En verder ... !Een nieuwe rubriek, hope/Ok hetbegin van een lange reeks: eencolumn van het VZZ-bestuw:Ik kOI1 voor deze primeur kiezenuil een lijst van onderwerpen.In 2002 viert de vereniginghaar 50-jarig bestaan. De voorbereidingenvoor een gedenkwaardigjubifeumjaar zijngestart. Een 'Ust van aandachttrekkendeen welVende activiteitenvoor leden en niet-leden isreeds gemaakt. Eén ervan is hetverschijnen van een jubifeumboek,de eerste concepthoofdstukkenliggen al klaar. Eenredactiecommissie onder leidingvan coördinatrice Kaat Schultewerkt hier aan. Verder heeft hetbestuur de werkgroepen gevraagdelk één specifIeke activiteÎt in hetkader van het jubileum te organiseren.Jián het bureau in Arnhem isveel te melden. Eén van haarsuccessen in 2000 betrof deafhandeling van klachten overhinder door beschermde zoogdierenzoals steenmarters en vleermuizen.Door een snelle en goedevoorfichtingsactie via de pers ishet ministerie van Landbouw,Natuurbeheer en Visserij geactiveerden heeft de staatssecretaristoegezegd de VZZ te betrekkenbij een cursus voor gemeenteambtenaren.Tté zul/en helpendie toezegging waar te maken.Een ander succes was de gezamen/(jkeorganisatie van eenmeerdaagse jaarvergadering vande Deutsche Gesel/schaft fürSäugetierkunde en de VZZ inGroningen. Mede door de inzetvan enkele van onze leden heefteen internationaal gezelschapgenoten van een afwisselend programmavan wetenschappelijkevoordrachten over onder anderezeezoogdierel1 en vleermuizen.Zo, dat was de eerste column.Opmerkingen en suggesties wordenop prijs gesteld.Rob van Apeldoorn


ZOOGDmR 2001 12 (I)WinkelJa, hij is er weer: de Diersporengidsvan Annemarie vanDiepenbeek. Deze was, directna verschijnen, zeer snel uitverkocht.We hebben een nieuwevoorraad. U kunt heIn, netals de overige boeken en rapporten,bestellen door overmakingvan de kostprijs plus verzendkostennaar rekening203737 van de Postbank (N e­derland) of rekening 000-1486269-35 van de Postcheques(België), onder vermelding vande titel(s). Na ontvangst van debetaling krijgt u de artikelenthuis gestuurd. Een volledigelijst staat op onze web site:http://www.vzz.nl.L = ledenprijs; P = verzendKosten.Voor de prijs in Belgischefranken dient u het bedrag lnet20 te vermenigvuldigen.NieuwDiersporengids, A. van Diepenbeek,1999. Prijs f 59,95 (L: f52,95 ; P: f 10,-).Vleermuizen În Europa, Schoberet aL, 2001. Prijs f 59,90 (L: f49,90; P: f 5,50).Ökologie und Schutz Fledermäusenin Wäldern, Meschede& Heller, 2000. Prijs f 55,- (L: f45,-; P: f 6,50).Digitale index Zoogdiel; bevatde titels met zoekwoorden vanalle artikelen die in de jaargangen1 tlm 11 verschenen zijn.Prijs f 10,- (L: f 10)-; P: f 2,- ).Samenvattingen DGS-dagen, samenvattingenvan alle lezingendie tijdens het symposium inseptember 2000 in Groningen,in samenwerking met deDeutsche Gesellschaft fürSäugetierkunde, plaatsvonden.Prijs f 15,- (L: f 7,50; P: f 2,50).En verderZoogdieren van Overijssel, A.Bode e.a., 1999. Prijs f 49,95 (L:39,95; P: f 8,-).Noordse woelmuizen in hetNationaal Park De Biesbosch, D.Wansink, 1999. Prijs f 9,- (L: f7,50; P: f 3,50).Bevers in de Biesbosch in 1998,V. Dijkstra, 1999. Prijs f 9,- (L: f7,50; P: f 3,50). Ook de rappor-VERENIGINGSNIEUWSten over de bevertellingen in1995, 1996 en 1997 zijn nogbeschikbaar.Determinatietabel Braakballenpluizen, K. Kapteyn (red.), 1999.Prijs f 12,50 (L: 9,50; P: f 4,-).Het voorkomen van kleine zoogdierenin Noordwest-Overijssel enhun relaties met vegetatie enbeheer, M. La Haye & A. Haan,1998. Prijs f 10,- (L: f 8,-; P: f 4,­).Het voorkomen van doodgeredenegels in relatie tot de samenstellingvan het landschap, M.Huijser et al., 1998. Prijs f 25,­(L: f 20,-; P: f 5,50). Ook deandere rapporten over het egelonderzoekzijn nog beschikbaar.Marterpassen VII, Nieuwsbrief1998, WBN-VZZ, 1999. Prijs f7,50 (L: f 6,-; P: f 5,50). Ook deoudere nummers vanMarterpassen (nummers I t/mVI) zijn nog beschikbaar. AllenU1111ner samen (l tlm VII)kosten f 40,- (L: f 30,-; P: f 15,­).Belangrijke zoogdier gebieden inNederland, V. Dijkstra, 1998.Prijs f 25,- (L: f 20,-; P: f 6,-).Zoogdieren van West-Europa, R.Lange et al. (red.), 1994. Prijs f44,95 (L: f 40,-; P: f 8,-).Vleermuisatlas, H. Limpens etal. (red.), 1997. Prijs f 49,50 (L:f 44,50; P: f 8,-).Bibliografie over de das llm1996, J. Vink, 1997. Prijs f 10,­(L: f 8,-; P: f 5,50).Atlas van de Nederlandse zoogdieren,S. Broekhuizen et al.(red.), 1992. Prijs f 37,50 (L: f32,50; P: f 8,-).Basisrapport Rode Lijst van deNederlandse zoogdieren, H.Hollander & P. V.d. Reest, 1994.Prijs f 5,- (L: f 5,-; P: f 5,-).lidmaatschapvoor het levenOp de Algenlene Ledenvergaderingvan 8 april 2000 is hetvoorstel voor een lidmaatschapvoor het leven goedgekeurd.Door een eenmalige stortingvan f. 1.500,- (BF 30.000) kuntu lid voor het leven worden.34Leden die al 10 of meer jaar lidzijn kunnen een korting krUgen.Voor meer informatiekunt u contact opnemen lnethet bureau van de VZZ.7 .• q:p~ .. ~tlt30L~d.f;J:lv;~~gad~t1~ V:~Z~.QPgt~


Zoogdier, tijdschrift voor zoogdierbeschermingen zoogdierkunde• Jaap Mulder, De Holle Bilt 17, 3732 HMDe Bilt, 030-2213471 (NL) ,• Dirk Criel, Zottegemstraat 2,9688 MaarkedaL055-456610 (B),lil E-mail: redactie.zoogdier@vzz.nlVereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming(VZZ)• VZZ-Bureau en ledenadministratie: OudeKraan 8, 6811 LJ Arnhem, tel. 026-3705318,fax 026-3704038 (NL), e-mail:zoogdier@vzz,nl website www.vzz.nllil Veldwerkgroep Nederland: Eric Thomassen,Middelstegracht 28, 2312 TX Leiden, 071-5127761 (NL).1/1 Materiaaldepot Veldwerkgroep: MennoBaakma, DI. de Vriesstram 31, 1654 JT Benningbroek,0229©591605 (NL).• V1eermuiswerkgroep Nederland (VLEN-VZZ):Rudy van der KuiL Lutherse Burgwal 24,2512 CB Den Haag, 070-3652811 (NL).• Informatiepunt Zeezoogclieren: Marjan Addink,Naturalis, Postbus 9517, 2300 RALeiden (NL).• Boommarterwerkgroep Nederland: ChrisAchterberg, Koningin Wilhelminaweg 72,3958 CP Amerongen (NL).• Beverwerkgroep: Teun BaarspuL Rooseveltlaan95", 1079 AG Amsterdam, 020-6422558(NL) ,I/) Werkgroep Zoogdierbescherming: RoeI May,Frankenveld 2, 3911 JZ Rhenen, 0317-617019 (NL)" Werkgroep Voorlichting: Nico Driessen, plaNatuur & Milieu OverijsseL Stationsweg 3,8011 CZ Zwolle I 038-421 7166 (NL).11 Werkgroep Internationaal: Jaap de Visser,Groenburgwal 3A, IO 11 HR Amsterdam,020-4212433 (NL).lil Redactie Lutra: VZZ-bureau (zie boven),email: redactie.lutra@vzz.nlZoogdierenwerkgroep Jeugdbond voorNatuurstudie en Milieubehoud• Kortrijksepoortstraat 140, 9000 Gent,09-2234781 (B).Zoogdierenwerkgroep van De Wielewaal• Graatakker 11, 2300 Turnhout. 014-472950,e-mail: zoogdieren@wielewaal.be (B).Vleermuizenwerkgroep van Natuurreservaten• Alex Natuurreservaten, KoninklijkeSint Mariastraat I05, 1030 BrusseL 02-2454300 (B).Vleermuizenwerkgroep van Natuur 2000• Bervoetsstraat 33, 2018 Antwerpen,03-2312604 CB).Vlaamse Vereniging voor Bestudering vanZeezoogdieren• Rob van Asselberg, Hoogheide 64, 2659Puurs, 052-301541 (B),Aanwijzingen voor auteurs• Maak teksten niet op, geen vette koppenen allerlei lettertypes. Schakel opmaakschablonenuit Hoe 'platter' de tekst hoe beter.• Zorg dat het artikel of de waarneming interessantis voor de niet-ingewijde lezer. Maak ereen nieuwsgierig-makend inleidinkje bij endenk ook aan een goede afsluiting, Vermijdvaktermen en vreemde woorden, Dus betersterfte dan mortaliteit. Gebruik geen afkortingen.Structureer de tekst met korte, pakkendetussenkopjes. Geef alinea's aan met een enkeletab, niet met een witregel. Stuur ruim illustratie-materiaalmee, liever niet als scans.• Bijdragen (WP51 of Word97) aanleveren opDOS-diskette of per e-mail. Figuren: in zwartwit,zo eenvoudig mogelijk, houd relceningmet sterke verkleining (niet te dunne lijnen ente kleine letters), zo min mogelijk grijstintentoepassen, goede print meesturen. .• Alleen hoofdletters gebruiken waar dItgrammaticaal verplicht dus Nederlan


ZOOGDIER 200 I 12 ( 1 )yenIk neem afscheid als hoofdredacteur van Zoogdier, na lneer dan vijfentwintignummers begeleid te hebben van wieg (ideeën, manuscripten) tot 'graf (julliebrievenbus ... ). Het was leuk werk, een leuke hobby.Het redactiewerk is vrijwilligerswerk, zo gaat dat in een vereniging als de VZZ.Als lid van zo'n club hebben zoogdieren je interesse, en soms vind je het leuk omactiviteiten te ontplooien, vaak samen met anderen. De een gaat kampjes of onderzoekjesorganiseren een ander staat met een stand op een toogdag, een derde leidtexcursies. Weer een ander probeert in een werkgroep bet overbeidsbeleid te beïnvloedenof organiseert de ledenadministratie. Ik maakte, samen met de re t van deredactie, een tijdschrift. Doordat die verenigings-activiteiten door vrijwilligers gebeuren,heeft al dat werk zijn ups en downs. Dan weer is er gebrek aan tijd, dan weer aanIniddelen, maar je pept elkaar op, zoekt er anderen bij en ploetert in zo'n ituatieverder tot het weer lekker loopt en het plezier in het werk terugkeert. Je timuleerten helpt elkaar, je vormt kortom, een 'vereniging'.Zeven vette jaren waren het bij Zoogdier. Ik zat al spil in een 'netwerkje' met leukekontakten zowel in Nederland als in Vlaanderen, en we maakten met z'n allen eenmooi product, dat gezien jullie reactie gewaardeerd werd. Het wa dikwijls een uitdagingom artikelen te werven, auteur te begeleiden, indien nodig de kwaliteit vantukken te verhogen en illustratie te zoeken en te maken. En gelukkig was er ookaak dOe err ing van een onverwacht en mooi arfkel opeens in de brievenbu .

More magazines by this user
Similar magazines