12.07.2015 Views

WELSTANDSNOTA RIJSSEN-HOLTEN Algemeen deel - Gemeente ...

WELSTANDSNOTA RIJSSEN-HOLTEN Algemeen deel - Gemeente ...

WELSTANDSNOTA RIJSSEN-HOLTEN Algemeen deel - Gemeente ...

SHOW MORE
SHOW LESS
  • No tags were found...

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong><strong>Algemeen</strong> <strong>deel</strong>16 juni 2011


2 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEELInhoudsopgave


0 Vaststelling 41 Voorwoord 52 Inleiding 72.1 Inleiding2.2 Leeswijze2.3 Gebruik van de welstandsnota3 Welstandsbeleid en procedures 093.1 Inleiding3.2 Beleid3.3 Procedures6 Gebiedsgerichte criteria 256.1 Inleiding6.2 Leeswijzer6.3 Herziening welstandsnota6.4 De gebieden (welstandsnota 2004)BIJLAGEN1 Begrippenlijst2 Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten3 Beeldkwaliteitsplannen4 De gemeente Rijssen-Holten beschreven 154.1 Globale kenmerken4.2 Ruimtelijke ontstaansgeschiedenis4.3 Monumenten4.4 Bestaand ruimtelijk kwaliteitsbeleid4.5 Huidige en toekomstige ontwikkelingen5 Algemene en objectcriteria 195.1 Inleiding5.2 Criteria voor architectonische kwaliteit5.3 Criteria voor monumenten 245.4 Criteria voor reclame5.5 Criteria voor erkers 255.6 Criteria voor ernstige strijd met welstand


VaststellingArtikel A: BeleidsregelsDe raad der gemeente Rijssen-Holten,Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. ...............2011Gelet op artikel 12a eerste lid van de Woningwet en gelet op artikel 9.1 tweede lid, van de gemeentelijkeBouwverordening,Besluit:De voorliggende geactualiseerde Welstandsnota vast te stellenArtikel B: OvergangsbepalingenOp een aanvraag om omgevingsvergunning, of toestemming anderzins, die is ingediend voor het tijdstip waaropdeze beleidsregels van kracht worden en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van deBouwverordening van toepassing, zoals deze luidden voor de vaststelling van de onderhavige beleidsregels, tenzij deaanvrager de wens te kennen geeft dat de onderhavige beleidsregels worden toegepast.Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad der gemeente Rijssen-Holten, d.d. ............ 20114 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL


6 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL2.0 Inleiding


2.1 InleidingOude en nieuwe gebouwen, in al hun verscheidenheid,vormen met elkaar het aanzien en daarmee de welstand vande gemeente Rijssen-Holten. De gemeente wil zorgvuldigomgaan met de bebouwing en de openbare ruimte. Zijwil ook haar burgers inspireren en stimuleren zorgvuldigom te gaan met (verbouwingen aan) hun gebouwdeeigendommen.De algemene en gebiedsgerichte welstandsregelsbieden een aanvrager meer duidelijkheid vooraf overde welstandstoetsing. Tegelijkertijd vormen het beleiden de welstandscriteria het beoordelingkader van deWelstandscommissie.De gemeente Rijssen-Holten heeft sinds 2004 eenwelstandsnota. In 2009 heeft een evaluatie van hetwelstandsbeleid plaatsgevonden. De belangrijkste conclusieszijn dat het welstandsbeleid met een welstandsnotaoverwegend positief heeft gewerkt. Een publiektoegankelijke webversie wordt echter wel gemist.Inhoudelijk zijn reclame, dakkapellen, erkers en schuttingenlangs de openbare ruimte als problematisch ervaren. Ookpleit de projectgroep voor een evaluatie van de regels endeze waar mogelijk te vereenvoudigen door overbodigezaken eruit te halen. Ruimte voor de creativiteit van de architecten de wensen van de bouwer is belangrijk.Een ander belangrijk punt uit de evaluatie is het nalopenvan de criteria per <strong>deel</strong>gebied en te kijken of het aantalgebieden kan worden verminderd in aansluiting op devermindering van het aantal bestemmingsplannen.2.2 LeeswijzerIn hoofdstuk 3 worden de belangrijkste uitgangspuntenvoor het welstandsbeleid en de procedures uiteengezet.In hoofdstuk 4 wordt de gemeente Rijssen-Holten ingrote lijnen beschreven. Het belangrijkste onder<strong>deel</strong>van het algemene <strong>deel</strong> van de welstandsnota zijn dewelstandscriteria. Deze criteria zijn te vinden in hoofdstuk5 en 6. In hoofdstuk 5 zijn de meer algemene enobjectgerichte criteria te vinden, criteria dus die in de helegemeente gelden. In hoofdstuk 6 wordt een onderbouwingvan de gebiedsindeling geven met een toelichting opde wijze waarop de gebiedsgerichte criteria wordengeformuleerd, waarop de Welstandscommissie haaradviezen baseert.2.3 Gebruik van de welstandsnotaDeze welstandsnota is opgesteld als beleidsplan voor degemeenteraad. Na de vaststelling door de gemeenteraadzal de welstandsnota in de praktijk als naslagwerk wordengebruikt. Initiatiefnemers van een bouwplan zullen vooralgeïnteresseerd zijn in de criteria die voor hun plan gelden.De gebiedsbeschrijvingen met de bijbehorende criteriazullen daarom ook per gebied bij het ‘Loket Wonen enOndernemen’ ter inzage liggen. De nota zal ook in zijngeheel via internet raadpleegbaar worden gemaakt. In debijlagen is een toelichting opgenomen zoals die bij degebiedsbeschrijvingen bij de digitale versie of aan de baliezal worden meegegeven.<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL 7


8 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL3.0 Welstandsbeleid en procedures


3.1. InleidingIn dit hoofdstuk wordt ingegaan op de uitgangspuntenvan het welstandsbeleid voor de gemeente, de vorm vande criteria en de relatie met het andere gemeentelijkeruimtelijke beleid (paragraaf 3.2.). Daarnaast wordt ingegaanop de procedures die tot een welstandsadvies leiden en derollen van verschillende partijen daarbij (paragraaf 3.3.).3.2. Beleid3.2.1. Bevorderen kwaliteitWelstand gaat over het duurzaam bevorderen van dekwaliteit van de bebouwing en omgeving in de gemeenteRijssen-Holten. De welstandstoets is daarbij een belangrijkinstrument. In deze gemeentelijke welstandsnota zijn voorde welstandstoets criteria geformuleerd.De formulering van die criteria luistert nauw. Te concretecriteria timmeren alles dicht, waardoor bijvoorbeeldbouwplannen die wel gewenst zijn toch een negatiefwelstandsadvies krijgen. Te globale criteria echter, zorgenervoor dat de bal toch weer bij de Welstandscommissiekomt te liggen. De kans bestaat dat de transparantie en controleerbaarheidvan het werk van de Welstandscommissieuiteindelijk te weinig zijn toegenomen.Absolute criteria leveren slechts één mogelijk resultaat op;bijvoorbeeld de bepaling dat de kleur van bijgebouwen ineen gebied RAL nummer 7021 (een kleurnummer) moetzijn. In sommige delen van de gemeente is dit zinvol, vaakzullen zulke criteria in de praktijk problemen geven en bovendiensnel verouderen.Relatieve criteria schrijven voor op welke aspecten dewelstandstoets van de vergunning plaatsvindt en watdaarbij het uitgangspunt is, maar laten initiatiefnemersruimte zelf invulling te geven aan deze aspecten. Eigenaan het gebruik van dergelijke ‘relatieve’ criteria is dat zijniet uitkomen op één resultaat, maar dat zij meerdereuitkomsten mogelijk maken. Relatieve criteria vragen dusom nadere oor<strong>deel</strong>svorming, bijvoorbeeld de bepaling datkleurgebruik van een bijgebouw moet harmoniëren met hethoofdgebouw.De gemeente heeft gekozen voor relatieve criteria. Daarwaar dat mogelijk en nuttig is, zijn concrete criteriatoegepast.3.2.2. Per gebied verschillende criteriaDe belangrijkste criteria van het welstandsbeleid zijngebiedsgerichte criteria. Deze criteria zijn direct gekoppeldaan de beschrijvingen van - en zijn dus ook verschillendvoor - elk van de onderscheiden gebieden (zie hoofdstuk6). Zij dagen de planindieners uit zich bij het ontwerpente laten inspireren door de beschreven kenmerken van deomgeving. Het is aan de indieners van bouwplannen omhun aanvraag te laten vergezellen van deugdelijkmateriaal (zie paragraaf 3.3.5.) waarmee zij op overtuigendewijze aantonen aan de criteria te hebben voldaan.Bij het beoordelen van de bouwaanvraag kijkt het collegevan burgemeester en wethouders of de planindieners decriteria in acht hebben genomen zoals die in deze nota zijnvastgelegd. Het college van burgemeester en wethoudersvraagt daarbij advies aan de Welstandscommissie en, indiennodig, de Monumentencommissie (zie paragraaf 3.3.4.).3.3 Wet algemene bepalingenomgevingsrecht (Wabo)3.3.1 Wat houdt de Wabo in?Op 1 oktober 2010 zijn de Wet algemene bepalingenomgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht(Bor) in werking getreden. Deze wet integreert een grootaantal vergunningen op het gebied van het omgevingsrecht,zoals de bouwvergunning, de kapvergunning en desloopvergunning, waardoor voor de aanvrager devergunningverlening is vereenvoudigd. Met deze wetzijn tevens de mogelijkheden voor vergunningvrijbouwen vergroot. De Wabo en het Bor geven aanwelke bouwplannen (en welke andere activiteiten)vergunningplichtig zijn en vormen daarmee de basis voor dewelstandstoetsing. Alleen vergunningplichtige bouwwerkenkunnen namelijk vooraf door de gemeente op welstandworden getoetst.3.3.2. Wanneer is een vergunning nodig en welkewelstandscriteria gelden er dan?Afhankelijk van het type bouwwerk, dient een burger ofbedrijf een bouwplan in bij de gemeente. Er worden drietypen bouwplannen onderscheiden. Deze worden in hetnavolgende toegelicht.Vergunningvrije bouwwerken (artikel 2, bijlage II van het Bor)De eerste categorie bouwplannen zijn de kleinschalige<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL 9


ingrepen in het achtererfgebied, het plaatsen van dakramen,zonnepanelen en dergelijk. In alle gevallen zijn er echter opgrond van het Bor voorwaarden aan verbonden, met nameover de omvang. Het bestemmingsplan vormt voor dezecategorie bouwwerken geen toetsingskader. Ook gelden ergeen welstandscriteria.Vergunningvrije bouwwerken onder voorwaarden (artikel 3,bijlage II van het Bor)Onder deze categorie vallen de bouwplannen dievergunningvrij zijn als ze voldoen aan de voorwaardenuit artikel 3, bijlage II van het Bor en passen binnen deregels van het geldende bestemmingsplan (of een andereplanologische regeling). Dergelijke bouwplannen wordenook niet vooraf door de gemeente op welstand getoetst.De regels met betrekking tot onder meer veiligheid engezondheid uit het Bouwbesluit en het burenrecht zoalsvastgelegd in het Burgerlijk Wetboek gelden nog steeds. Bijvergunningvrije bouwwerken moet de initiatiefnemer er zelfvoor zorgen dat hij op de hoogte is van de regels die gelden.Dit kan snel en eenvoudig via de site van de gemeenteRijssen-Holten of door een bezoek te brengen aan het ‘LoketWonen en Ondernemen’ in het gemeentehuis te Rijssen.Vergunningplichtige bouwwerkenIs het plan niet vergunningvrij, dan is er sprake van een‘regulier’ bouwplan en moet er een omgevingsvergunningvoor het bouwen van een bouwwerk worden aangevraagd(hierna te noemen ‘vergunning’). Dergelijke plannen wordendoor de gemeente aan verschillende beleidsdocumentenen wet- en regelgeving getoetst. In ruimtelijk opzicht ishet bestemmingsplan een belangrijk document voortoetsing. Daarnaast zal het bouwplan worden getoetstaan de algemene criteria en de gebiedscriteria uit dezewelstandsnota.3.4. Algemene en objectgerichte criteriaNaast de gebiedsgerichte benadering met gebiedsgerichtecriteria zijn er criteria die in alle gebieden gelden. Dit zijn:1. Criteria voor architectonische kwaliteit.2. Criteria voor monumenten.3. Criteria voor reclame.4. Criteria voor erkers.5. Criteria voor ernstige strijd met welstand.Ad 1.Criteria voor architectonische kwaliteitHet kan voorkomen dat een plan niet voldoet aan degebiedscriteria of dat deze niet toereikend zijn. Bijvoorbeeldbij een bijzondere functie of in geval van bijzonderearchitectonische kwaliteit. Daarom zijn in deze nota onderparagraaf 5.2 algemene architectonische criteria opgenomen.Bij de gebiedsbeschrijvingen wordt aangegeven wanneerde algemene criteria voor architectonische kwaliteit wordentoegepast. Ook kan de welstandscommissie, als een planeen zodanige kwaliteit heeft, adviseren af te wijken van degebiedsgerichte criteria en op basis van de criteria voorarchitectonische kwaliteit te adviseren.Ad 2. Criteria voor monumentenVoor rijksmonumenten en gemeentelijke monumentengelden altijd specifieke eisen en criteria. Werkzaamhedenaan monumenten behoeven, ongeacht het gebied, altijdvooraf toetsing door de Monumentencommissie. Hetvergunningsvrij bouwen is bij monumenten niet vantoepassing.Ad 3. Criteria voor reclameReclame komt door de hele gemeente voor, zij het dat erconcentraties zijn in gebieden met veel detailhandel enandere bedrijvigheid. Het is dan ook het meest effectiefhiervoor algemeen geldende criteria te formuleren. Dezecriteria zijn wel onderver<strong>deel</strong>d in criteria voor reclame inhet buitengebied, criteria voor reclame in woongebiedenen criteria voor andere (winkel)centra in de gemeente. Dezecriteria zijn verwoord in paragraaf 5.4. van deze nota.Ad 4. Criteria voor uitbouwen, zoals erkers entoegangspartijenEen aantal bestemmingsplannen in de gemeentebieden - onder voorwaarden - bij eengezinswoningen demogelijkheid een uitbouw, zoals een erker tot 1,5 m buitenhet bouwvlak te bouwen. Het is dan ook effectief voor dittype uitbouw, indien vergunningplichtig, algemeen geldendetoetsing criteria op te nemen. Deze staan in paragraaf 5.5.Ad 5. Criteria voor erstige strijd met welstandIn Rijssen-Holten geldt dat bij ernstige strijd met redelijkeeisen van welstand er sprake moet zijn van een exces, datwil zeggen een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voorniet-deskundigen zichtbaar en onmiskenbaar is.De criteria waarop dit kan worden beoor<strong>deel</strong>d, staan inparagraaf 5.6 van deze welstandsnota.10 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL


3.5. Relatie met ander ruimtelijk beleidDe gemeente Rijssen-Holten voert haar ruimtelijke beleidvanuit verschillende invalshoeken en met verschillendebeleidsinstrumenten. Twee daarvan hebben een vrijdirecte en concrete relatie met het welstandbeleid; hetbestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan. Deze relatiewordt hierna toegelicht.Het bestemmingsplanDe ruimtelijke kwaliteit van een gebied wordt voor eenbelangrijk <strong>deel</strong> bepaald door het bestemmingsplan. Ineen bestemmingsplan worden de stedenbouwkundigekaders voor een gebied vastgelegd en uitgewerkt in regels.Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie enhet ruimtebeslag van bouwwerken. Het bestemmingsplanis leidend ten opzichte van welstandscriteria;mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, kunnenniet door welstandscriteria worden tegengehouden. Hetbestemmingsplan regelt geen zaken die betrekking hebbenop de vormgeving van bouwwerken. Daartoe dienen dewelstandscriteria van de welstandsnota.Een klein voorbeeld kan de relatie tussen bestemmingsplanen welstandsnota wellicht verduidelijken. Als hetbestemmingsplan een gebouw van 10 meter hoog mogelijkmaakt, kan de welstandstoets hier niets aan veranderen.De Welstandscommissie kan tot het oor<strong>deel</strong> komendat dit eigenlijk te hoog is, maar dat valt dan buiten haarcompetenties. Wel kan de Welstandcommissie vervolgensde uitgangspunten verwoorden voor de vormgeving vanzo’n gebouw.Het beeldkwaliteitsplan (BKP)Voor nieuwe uitbreidingen van de kernen en andereontwikkelingen wordt steeds vaker een beeldkwaliteitsplanopgesteld. In deze beeldkwaliteitsplannen worden vaakcriteria geformuleerd voor de beoordeling van tweeaspecten:- de inrichting van de openbare ruimte;- de vormgeving van de gebouwen (in relatie tot hetstedenbouwkundige plan).De beeldkwaliteitsplannen maken, vanaf het moment vanvaststelling door de gemeenteraad, integraal onder<strong>deel</strong>uit van het welstandsbeleid. Hierbij geldt dat in hetbeeldkwaliteitsplan helder moet zijn welke criteria alswelstandscriteria bedoeld en geschikt zijn.Voor die gebieden waar de ontwikkelingsfase isafgerond en een beheerfase aantreedt, vervalt hetbeeldkwaliteitsplan en wordt de vergunning getoetstop basis van deze welstandsnota. Het laten vervallenvan een beeldkwaliteitsplan kan alleen op basis van eenraadsbesluit. De vigerende beeldkwaliteitsplannen en debeeldkwaliteitsplannen die door het vaststellen van dezenota vervallen, staan opgesomd in bijlage 3. De relevantecriteria uit de vervallen beeldkwaliteitsplannen zijn verwerktin de gebiedsgerichte criteria van deze welstandsnota.<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL 11


3.6. Procedures3.6.1. De gemeenteraad stelt de welstandsnota vastHet welstandstoezicht vindt plaats op basis van het doorde gemeenteraad vastgestelde beleid, dat in deze nota isverwoord en verbeeld.De welstandsnota geldt in principe onbeperkt. Tussentijdskan de gemeenteraad de nota wijzigen, dan wel aanvullen.Dit zal bijvoorbeeld voorkomen indien criteria en richtlijnenworden ontwikkeld als een onder<strong>deel</strong> van de planvormingvan grotere projecten.3.6.2. De gemeenteraad ontvangt jaarlijks een verslagvan het gevoerde welstandsbeleidDe Woningwet schrijft voor dat het welstandsbeleidjaarlijks moet worden geëvalueerd. Zowel het collegevan burgemeester en wethouders (art. 12c Ww) alsde Welstandscommissie (art. 12b3 Ww) stelt hiervoorjaarlijks een verslag op over het voorgaande kalenderjaaren legt dit voor aan de gemeenteraad. Onder<strong>deel</strong>van deze verslaglegging is een jaarlijks overleg van deWelstandscommissie met de gemeente.3.6.3. College van burgemeester en wethouders voerthet welstandsbeleid uitDe bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering vanhet welstandsbeleid ligt bij het college van burgemeester enwethouders.Door het verlenen of weigeren van een vergunning geeft hetcollege van burgemeester en wethouders uitvoering aan hetwelstandsbeleid. .Wanneer een advies door de Welstandscommissie wordtgegeven, wordt een afschrift hiervan altijd gevoegd bij hetbesluit een vergunning al dan niet te verlenen.Strijdig, maar toch positief adviesDe Welstandscommissie kan het college van burgemeesteren wethouders voorstellen van zijn bevoegdheid gebruik temaken om toch een vergunning af te geven voor een plandat strijdig is met het welstandsbeleid.De commissie doet dit alleen wanneer naar haar meningovertuigend is aangetoond dat het desbetreffende plan eenpositieve impuls geeft aan de kwaliteit van de dagelijkseleefomgeving. Zij zal dit in ieder geval doen op basis van dealgemene welstandscriteria voor architectonische kwaliteit.Afwijken van advies (hardheidsclausule)Voor het bevorderen van de kwaliteit van de dagelijkseleefomgeving in de gemeente is het van belang dat hetgemeentebestuur eenduidig en helder is bij de uitvoeringvan het welstandsbeleid. Daarom volgt het college vanburgemeester en wethouders in principe het advies van deWelstandscommissie.Het college van burgemeester en wethouders kan omgewichtige redenen van het advies afwijken. Mocht ditzich voordoen, dan doet het college van burgemeester enwethouders hiervan schriftelijk (gemotiveerd) mededelingaan de commissie. In de jaarverslagen van zowel hetcollege van burgemeester en wethouders als van deWelstandscommissie dienen ook deze gevallen te wordengeëvalueerd.3.6.4. WelstandscommissieDe gemeente Rijssen-Holten maakt voor de advisering ophet gebied van welstandszorg gebruik van de dienstenvan het Oversticht. De samenstelling, werkwijze enverantwoordelijkheden van de welstandscommissie zijn ineen dienstverleningsovereenkomst geregeld.3.6.5. Bouwaanvraag moet deugdelijk wordenonderbouwdDe aanvraag voor een vergunning dient vergezeld te gaanvan deugdelijk ondersteunend materiaal. Vanzelfsprekend isde diepgang van dit ondersteunende materiaal afhankelijkvan het belang van de voorgenomen bouwwerkzaamheden.Het materiaal moet - en dit is ter beoordeling door deWelstandscommissie - op overtuigende wijze aantonen dathet plan voldoet aan de criteria en dat het een uitwerkingis van het beleid dat in deze nota door de gemeenteraad isvastgelegd.Om welk materiaal het gaat, is vastgelegd in de AMvBindieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning enopenbaar bouwregister. Wanneer een bouwplan in hetkader van het zogenaamde vooroverleg wordt aangebodenter advisering, dienen daarbij door de planindiener degegevens te worden aangeleverd zoals die bij vooroverlegzijn vermeld.3.6.6. Welstandscriteria voor nieuwe uitbreidingenIn deze nota zijn geen specifieke welstandscriteriaopgenomen voor nieuwe woonwijken of andere groteruimtelijke ontwikkelingen waarvoor het bestemmingsplanmoet worden herzien. Bij elke herziening van een12 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL


estemmingsplan zal moeten worden besloten ofwelstandscriteria uit de welstandsnota van toepassingkunnen worden verklaard of dat nieuwe criteria moetenworden geformuleerd. Met name bij grootschaligewijzigingen van bestemmingen (zoals een bedrijventerreinin agrarisch gebied) zullen niet zomaar de vigerendewelstandscriteria van toepassing kunnen worden verklaard.In principe zijn er drie mogelijkheden:1. de nieuwe ontwikkeling is onder<strong>deel</strong> van eenbestaand gebied in de welstandsnota en de daargeldende criteria worden van toepassing verklaard;2. de welstandscriteria van een ander gebiedworden van toepassing verklaard, de kaart van degebiedsindeling moet dan worden aangepast;3. voor het nieuw te ontwikkelen gebied wordennieuwe welstandscriteria geformuleerd. Dit kan inde vorm van een zelfstandig beeldkwaliteitsplan,maar ook in de vorm van een nieuwe, apartegebiedsbeschrijving in de welstandsnota. Bijhet formuleren van nieuwe welstandcriteria vooreen ontwikkeling wordt aangesloten bij desystematiek en terminologie zoals die in dezewelstandsnota worden gehanteerd. Beeldkwaliteitsplannenkunnen een eigen systematiek hebben.<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL 13


14 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL4.0 De gemeente Rijssen-Holten beschreven


In dit hoofdstuk worden verschillende kenmerken vande gemeente Rijssen-Holten beschreven. In paragraaf 4.1.komen de globale kenmerken van de gemeente aan bod.In paragraaf 4.2. wordt ingegaan op het ontstaan en deontwikkeling van de gemeente en op de ruimtelijke effectenvan deze ontwikkeling in het landschap. In paragraaf 4.3.wordt stilgestaan bij de monumenten die de gemeentebezit en in paragraaf 4.4. komt het bestaande ruimtelijkekwaliteitsbeleid aan bod. Ten slotte wordt in paragraaf 4.5.een blik geworpen op de bekende ontwikkelingen van degemeente.Figuur 1: Overzichtskaart Rijssen-Holten4.1. Globale kenmerkenDe gemeente Rijssen-Holten is een landelijke gemeentein het zuiden van de provincie Overijssel, op de rand vanSalland en Twente. De gemeente bestaat uit de voormaligezelfstandige gemeenten Rijssen en Holten. Begin 2010woonden er in de gemeente ongeveer 37.000 mensen opeen grondgebied van 9.441 ha.Rijssen en Holten hebben beide een geschiedenis op hetgebied van landbouw en veeteelt. In Rijssen heeft hiernaastde huisvlijt in de textiel lang aangehouden. Uiteindelijk ishieruit de textielindustrie ontstaan, die inmiddels helemaal isverdwenen. Aan de noordzijde van Rijssen liggen voor eenkern van deze omvang grote bedrijventerreinen: De Mors enPlaagslagen.In Holten was zowel het houden van melkvee als hethouden en verhandelen van varkens van belang. Vooral nade Tweede Wereldoorlog heeft de industrie in Holten eengrote ontwikkeling doorgemaakt. Tegenwoordig staan inHolten vleesverwerkende en metaalbewerkende bedrijvenen is er sprake van transport- en reisondernemingen.Bovendien is het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug, tennoorden van Holten, als toeristische trekpleister van belang.De gemeente Rijssen-Holten wordt gekenmerkt door eenaantal opvallende ruimtelijke, vaak structuurbepalen<strong>deel</strong>ementen, zoals de auto(snel)wegen en de spoorweg.Ten eerste valt de A1 op, die langs de zuidgrens van degemeente vanuit Deventer via Hengelo en Oldenzaal naarDuitsland loopt. Vanuit Deventer loopt een spoorlijnoostwaarts via Rijssen en Almelo naar Duitsland. Een minderopvallend, maar wel belangrijk ruimtelijk element is deMidden Regge die langs de oost- en noordgrens van degemeente stroomt.4.2. Ruimtelijke ontstaansgeschiedenisRijssenRijssen is ontstaan op de overgang van de hoge gronden vanhet in het zuiden gelegen stuwwalcomplex (de Rijsserberg)en de ten noorden van dit complex gelegen lagere grondendie worden gevormd door de uitgestrekt veengebieden ende langs de Regge gelegen gronden. De hogere grondenleenden zich goed voor de akkerbouw, wat resulteerdein een vestiging op de lagere zandgronden, die tussen delagere weidegronden en de hogere akkerbouwgrondenwaren gelegen.In 1243 kreeg Rijssen stadsrechten en daardoor tevens eengrotere zelfstandigheid. Uiteindelijk ontstonden in de buurtvan oude bewoningskernen door de ophoging esdekken. Inde 16de en 17de eeuw ontstonden ambachten als wevenen schoenen maken.In de tweede helft van de 19de eeuw heeft Rijssen zichontwikkeld tot een industriestad. De grootste veranderingenin het ruimtelijk beeld zijn in de laatste decennia totstand gekomen. Zo werd de es groten<strong>deel</strong>s volgebouwd,werden de Hagslagen voor een groot <strong>deel</strong> als woongebiedingericht en zijn de lager gelegen gronden ten zuiden van<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL 15


de Holterstraatweg groten<strong>deel</strong>s bebouwd. Een groot <strong>deel</strong>van De Mors (ontgonnen veengebied) is inmiddels voorindustriële doeleinden in gebruik genomen.Er komen rond Rijssen drie landschapstypen voor:- het boslandschap van de stuwwal wordtgekarakteriseerd door het reliëf en de afwisselingvan bos en restanten heideterrein. Voorbeeldenvan gebieden met een boslandschap zijn hetRijssense Veld, Rijsserberg en het HollandsSchwarzwald;- het heide- en veenontginningslandschap is eenopen en grootschalig landschap met eenregelmatige slagenverkaveling. De Banis en HetOpbroek zijn goede voorbeelden van dit landschap;- het kampenlandschap bestaat uit verspreidgelegen akkers en weilanden en is van oorsprongkleinschalig en beplant. Kenmerkend is de rijkdomaan beplantingselementen, vooral houtwallen enkleine bossen. De omgeving van deBorkeld en de Biesterij zijn typische voorbeeldenvan kampenlandschappen.HoltenDe Holterberg is ontstaan in de ijstijd toen het ijs uitScandinavië opdrong en hele aardlagen opstuwde. Toen hetijs van deze gletsjers wegsmolt, bleven grote rotsblokkenachter.In 1277 komt de naam Holten voor het eerst ingeschriften voor. In 1395 is Holten al een parochie. Degemeenschappelijke gronden rond Holten waren in eenmarke ondergebracht en werden door de markegenotenbeheerd.In de voormalige gemeente Holten worden een aantallandschapstypen onderscheiden:- het kampen- of hoevenlandschap is een vrij vlak,transparant landschap met kleine en grote openruimten, begrensd door beplanting met af en toekleine bosjes. Dit landschap ligt in hetnoordwesten van de voormalige gemeenteHolten;- de randzone is een reliëfrijk, besloten landschapmet meerdere grote en kleine beplantingen. Dekenmerken van de randzone komen overeen metdie van het kampenlandschap van de voormaligegemeente Rijssen;- de stuwwal;- boscomplexen. Dit landschap grenst aan hetkampen- of hoevenlandschap, maar ligt ook tenzuidoosten van de kern Holten;- het ontginningslandschap. Dit is een vlak enopen landschap met een rechthoekigverkavelingspatroon dat wordt geaccentueerddoor lange, rechte beplantingselementen. Ditlandschap ligt ten zuidwesten van de kern Holten.Figuur 2: Overzichtskaart buitengebieden.16 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL


4.3. MonumentenEr zijn in de gemeente Rijssen-Holten verscheidenemonumenten te vinden. Momenteel staan er 31monumenten op de rijksmonumentenlijst, is er éénprovinciaal monument en zijn er 32 gemeentelijkemonumenten. Bijzondere monumenten in de gemeentezijn de Schildkerk, de Pelmolen, de molen in Dijkerhoek,de toren van de Nederlands hervomde kerk in Holtenen het Canadese oorlogsmonument. Ten slotte zijn erook twee archeologische monumenten aangewezen inHolten; de ruïne van het kasteel De Waerdenborch en degrafheuvel aan de Postweg. In de bijlagen zijn de volledigemonumentenlijsten te vinden.4.4. Bestaand ruimtelijk kwaliteitsbeleidMet betrekking tot het ruimtelijk kwaliteitsbeleid zijn devolgende adviserende en/of kennisgevende plannenbelangrijk: beeldkwaliteitsplannen, bestemmingsplannen,de structuur- en omgevingsvisie, de centrumplannen voorRijssen en Holten en nog een aantal andere beleidsplannen,zoals het landschapsontwikkelingsplan (LOP) en hetgroenstructuurplan.Aangezien het grootste <strong>deel</strong> van de gemeente bestaat uitlandelijk gebied en bossen, wordt in het bestemmingsplanBuitengebied van de voormalige gemeente Rijssenaan deze bestemmingen dan ook de meeste aandachtbesteed. Het (groene) landschap is zo belangrijk dat beidevoormalige gemeenten ook een landschapsbeleidsplan eneen groenstructuurplan hebben opgesteld. De voormaligegemeente Holten was een van de eerste gemeenten inNederland die een landschapsbeleidsplan heeft opgesteld.4.5. Huidige en toekomstigeontwikkelingenOm in een vroegtijdig stadium inzicht te krijgen in deontwikkelingen en ontwikkelingsmogelijkheden van Rijssenen Holten wordt een structuur- en omgevingsvisie opgesteld.In de structuur- en omgevingsvisie wordt aangegevenwaar toekomstige woongebieden en bedrijventerreinenworden voorzien, welke buffer- en verbindingszonesworden gerealiseerd en waar het stedelijk groen wordtbehouden. Voor wonen is Het Opbroek in ontwikkeling envoor bedrijven komt het zuidelijk <strong>deel</strong> van Het Opbroek inaanmerking. Het dal van de Regge is aangemerkt als gebiedvoor kleinschalige natuurontwikkeling. Het gebied rondomlandgoed Oosterhof, dat verbonden is met het Reggedalen het gebied ten noorden van bedrijventerrein De Mors,krijgt de aanduiding ‘parkachtig landschap’. Het parkachtigekarakter dient te worden gehandhaafd en een <strong>deel</strong> komt(ook) in aanmerking voor natuurontwikkeling.Voor de kern Holten worden twee potentiële woonlocatiesonderscheiden, De Kol en De Liesen. De potentiëlebedrijventerreinen liggen ook aan de westzijde van Holten.Hier gaat het om een vervolg op de in ontwikkeling zijndeuitbreiding van bedrijventerrein Vletgaarsmaten.<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL 17


18 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL5.0 Algemene criteria en objectcriteria


5.1. InleidingIn dit hoofdstuk worden criteria genoemd die nietgebiedsspecifiek zijn, maar in de gehele gemeentegelden. Het gaat om meer algemene criteria, namelijk decriteria voor architectonische kwaliteit (paragraaf 5.2.) enom objectgerichte criteria in de vorm van criteria voormonumenten (paragraaf 5.3.), reclame (paragraaf 5.4.), erkers(paragraaf 5.5.) en ten slotte om de criteria voor repressievetoetsing (paragraaf 5.6.).5.2. Criteria voor architectonischekwaliteitIn bijzondere situaties kan worden gekozen voor eenhoog architectonisch kwaliteitsniveau. Daartoe zijn dewelstandscriteria, die in deze paragraaf worden genoemd,geformuleerd. Met deze criteria wordt gestreefd naararchitectonische ontwerpen met zeggingskracht envakmanschap. Zij worden toegepast in de volgende situaties:1. Bij het welstandsbeleid is specifiek aangegevendat in dit gebied hogere eisen aan de architectuurworden gesteld.2. Een bouwplan voldoet niet aan degebiedsgerichte criteria, maar is volgens deWelstandscommissie van een zodanige kwaliteitdat zij hier toch een positief advies over wil geven.De Welstandscommissie kan het college vanburgemeester en wethouders in zo’n gevalgemotiveerd en schriftelijk adviseren af te wijkenvan de gebiedsgerichte en objectgerichte criteria.In de praktijk betekent dit dat het betreffende planook op grond van deze criteria wordt beoor<strong>deel</strong>den dat de bijzondere schoonheid van het plan aande hand hiervan overtuigend kan worden aangetoond.Het niveau van ‘redelijke eisen van welstand’ ligt in dezegevallen uiteraard hoog. Het is immers redelijk dat erhogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en hetarchitectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zichsterker van zijn omgeving onderscheidt.Relatie tussen vorm, gebruik en constructieVan een bouwwerk dat moet voldoen aan criteria voorarchitectonische kwaliteit mag worden verwacht dat deverschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervanen de wijze waarop het is gemaakt, terwijl de vormgevingdaarnaast ook haar eigen samenhang en logica heeft.Een bouwwerk wordt primair gemaakt om te wordengebruikt. Hoewel het welstandstoezicht slechts is gerichtop de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm van hetbouwwerk niet los worden gezien van de eisen die hetgebruik hieraan stelt en de mogelijkheden die materialenen technieken bieden om een doelmatige constructie temaken. Gebruik en constructie bepalen in belangrijke matede vorm.Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijdondergeschikt is aan het gebruik of de constructie.Ook wanneer andere aspecten de vorm tijdens hetontwerpproces gaan domineren, mag worden verwacht datde uiteindelijke verschijningsvorm een begrijpelijke relatiehoudt met zijn oorsprong. Daarmee is tegelijk gezegd dat deverschijningsvorm meer is dan een rechtstreekse optelsomvan gebruik en constructie. Er zijn daarnaast andere factorendie hun invloed kunnen hebben, zoals de omgeving of debetekenis die een vorm in een bepaalde omgeving kanhebben (gekregen). Maar als de vorm in tegenspraak is methet gebruik en de constructie, dan verliest zij daarmee aanbegrijpelijkheid en integriteit.Relatie tussen bouwwerk en omgevingVan een bouwwerk dat moet voldoen aan criteria voorarchitectonische kwaliteit mag worden verwacht dat heteen positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare(stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij wordenhogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis vanhet bouwwerk of van de omgeving groter is.Gevels en volumes vormen zowel de externe begrenzingvan de gebouwen alsook de wanden van de openbareruimte die zij gezamenlijk bepalen. Het gebouw is een particulierobject in een openbare context. Het bestaansrechtvan het gebouw ligt niet in het eigen functioneren alleen,maar ook in de betekenis die het gebouw heeft in zijnstedelijke of landschappelijke omgeving. Ook van eengebouw dat contrasteert met zijn omgeving mag wordenverwacht dat het zorgvuldig is ontworpen en de omgeving<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL 19


niet ontkent. Het gaat erom dat het gebouw een positievebijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de teverwachten ontwikkeling daarvan.Over de wijze waarop dat bij voorkeur zou moetengebeuren, kunnen de gebiedsgerichte welstandscriteriaduidelijkheid verschaffen.Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele contextVan een bouwwerk dat moet voldoen aan criteria voorarchitectonische kwaliteit mag worden verwacht datverwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt enuitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan diebruikbaar zijn in de maatschappelijke context ter plaatse.Voor vormgeving gelden in iedere cultuur bepaalde regels,net zoals een taal zijn eigen grammaticale regels heeft omzinnen en teksten te maken. Die regels zijn geen wettenen moeten ter discussie kunnen staan. Maar als ze wordenverhaspeld of ongeïnspireerd worden gebruikt, wordt eentekst verwarrend of saai. Precies zo wordt een bouwwerkverwarrend of saai als de regels van de architectonischevormgeving niet bewust worden gehanteerd. Als vormen regelmatigin een bepaald verband zijn waargenomen, krijgenzij een zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruiken constructie, bepaalde associaties op.Pilasters in classicistische gevels verwijzen naarzuilenstructuren van tempels, transparante gevels van glas enmetaal roepen associaties op met techniek en vooruitgang.In iedere bouwstijl wordt gebruikgemaakt van verwijzingenen associaties naar wat eerder of elders reeds aanwezigwas of naar wat in de toekomst wordt verwacht. De krachtof de kwaliteit van een bouwwerk ligt vooral in de wijzewaarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt engeïnterpreteerd binnen het kader van de actuele cultureleontwikkelingen, zodat concepten en vormen ontstaan dievoor die plek en die gemeenschap geëigend zijn. Zorgvuldiggebruik van verwijzingen en associaties betekent ondermeer dat er een bouwwerk ontstaat dat iets zegt over zijntijd, doordat het op grond van zijn uiterlijk in de tijd kanworden geplaatst waarin het werd gebouwd of verbouwd.Bij restauraties is sprake van herstel van elementen uit hetverleden, maar bij nieuw- of verbouw in een bestaande(monumentale) omgeving betekent dit dat duidelijk moetzijn wat authentiek is en wat nieuw is toegevoegd. Eenontwerp kan worden geïnspireerd door een bepaaldetijdsperiode, maar dat is iets anders dan het imiteren vanstijlen, vormen en detailleringen uit het verleden.Associatieve betekenissen zijn van groot belang om eenomgeving te begrijpen als beeld van de tijd waarin zij isontstaan, als verhaal van de geschiedenis, als representantvan een stijl. Daarom is het zo belangrijk om ook bij nieuwebouwplannen zorgvuldig met stijlvormen om te gaan, zij vormenimmers de geschiedenis van de toekomst.Evenwicht tussen helderheid en complexiteitVan een bouwwerk dat moet voldoen aan criteria voorarchitectonische kwaliteit mag worden verwacht dat erstructuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskrachtdoor simpelheid verloren gaat.Een belangrijke eis die aan een ontwerp voor een gebouwmag worden gesteld, is dat er structuur wordt aangebrachtin het beeld. Een heldere structuur biedt houvast voorde waarneming en is bepalend voor het beeld dat menvasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritme, herkenbaremaatreeksen en materialen maken het voor de gemiddeldewaarnemer mogelijk de grote hoeveelheid visuele informatiedie de gebouwde omgeving geeft, te reduceren tot eenbevattelijk beeld.Het streven naar helderheid mag echter niet ontaardenin simpelheid. Een bouwwerk moet de waarnemerblijven prikkelen en intrigeren en zijn geheimen nietdirect prijsgeven. Er mag best een beheerst beroep opde creativiteit van de voorbijganger worden gedaan. Vanoudsher worden daarom helderheid en complexiteit alscomplementaire begrippen ingebracht bij het ontwerpenvan bouwwerken. Complexiteit in de architectonischecompositie ontstaat vanuit de stedenbouwkundige eisenen het programma van eisen voor het bouwwerk. Bij eengebouwde omgeving met een hoge belevingswaardezijn helderheid en complexiteit tegelijk aanwezig in eenevenwichtige en spanningsvolle relatie.20 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL


Schaal en maatverhoudingenVan een bouwwerk dat moet voldoen aan criteria voorarchitectonische kwaliteit mag worden verwacht dathet een samenhangend geheel van maatverhoudingenis dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes envlakverdelingen.Ieder bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit degrootte of de betekenis van de betreffende bouwopgave.Grote bouwwerken kunnen uiteraard binnen hun eigengrenzen zijn geleed, maar worden onherkenbaar enongeloofwaardig als ze er uit zien alsof ze bestaan uit eenverzameling losstaande kleine bouwwerken.De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van grootbelang voor de belevingswaarde. Maar tegelijk vormenze een van de meest ongrijpbare aspecten bij het beoordelenvan ontwerpen. De waarnemer ervaart bewust ofonbewust de maatverhoudingen van een bouwwerk. Echterwaarom de maatverhoudingen van een bepaalde ruimteaangenamer, evenwichtiger of spannender zijn dan die vaneen andere, valt nauwelijks vast te stellen.Duidelijk is dat de kracht van een compositie groter isnaarmate de maatverhoudingen een sterkere samenhangen hiërarchie vertonen. Mits bewust toegepast, kunnen ookspanning en contrast daarin hun werking hebben.De afmetingen en verhoudingen van gevelelementenvormen tezamen de compositie van het gevelvlak. Hellendedaken vormen een belangrijk element in de totale compositie.Als toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, eenaanbouw of een zonnecollector) te dominant zijn tenopzichte van de hoofdmassa en/of de vlakverdeling, verstorenzij het beeld, niet alleen van het object zelf, maar ookvan de omgeving waarin dat is geplaatst.Materiaal, textuur, kleur en lichtVan een bouwwerk dat moet voldoen aan criteria voorarchitectonische kwaliteit mag worden verwacht datmateriaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerkzelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang metde omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvanduidelijk maken.Door materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt eenbouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: hetwordt zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen enkleuren is tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaalaan materiaal en ambachtelijke kennis voorhanden is.Die keuzevrijheid maakt de keuze moeilijker en het risicovan een onsamenhangend beeld groot. Als materialen enkleuren te veel losstaan van het ontwerp en daarin geenondersteunende functie hebben, maar slechts worden gekozenop grond van decoratieve werking, wordt de betekeniservan toevallig. Dat kan afbreuk doen aan de zeggingskrachtvan het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneerhet gebruik van materialen en kleuren geen ondersteuninggeeft aan de architectonische vormgeving of wanneer hetgebruik van materialen en kleuren een juiste interpretatievan de aard van de ontstaansperiode van het bouwwerk inde weg staat.DetailleringVan een bouwwerk dat moet voldoen aan criteria voorarchitectonische kwaliteit mag worden verwacht datsprake is van een zorgvuldige en op duurzaamheid gerichtebouwkundige detaillering.De wijze waarop materialen en bouwkundige constructieszijn gedimensioneerd en onderling worden samengebracht,evenals de wijze waarop het materiaal naar zijneigenschappen is gevormd en toegepast, bepalen in hogemate de esthetische kwaliteiten van een gebouw. Ook zijnze bepalend voor de duurzaamheid en instandhouding vanhet gebouw en dus voor de welstand en ruimtelijke kwaliteitvan de omgeving.5.3. Criteria voor monumentenVoor het slopen, het verstoren, het verplaatsen of in enigopzicht het wijzigen van beschermde monumenten,of voor het zodanig herstellen of (laten) gebruiken vanmonumenten, waardoor het wordt ontsierd of in gevaarwordt gebracht, is een omgevingsvergunning vereist(artikel 2.1, lid1, onder f, Wet algemene bepalingenomgevingsrecht). Zoals in hoofdstuk 4 is aangegeven, kentde gemeente Rijssen-Holten diverse monumenten. Dit zijnzowel rijksmonumenten als gemeentelijke en provincialemonumenten. Rijksmonumenten zijn beschermd door demonumentenwet 1988, gemeentelijke monumenten opgrond van de Erfgoedverordening 2010 gemeente Rijssen-Holten. In de erfgoedverordening is de werkwijze bij eenaanvraag en de advisering door de monumentencommissiegeregeld. De criteria ten aanzien van de monumenten zijnverwoord in de aanwijzingsbesluiten.<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL 21


5.4. Criteria voor reclameDeze criteria zijn algemene criteria en dus bedoeld voor allegebieden in de gemeente. Niettemin wordt er in de criteriavoor reclame wel een onderscheid gemaakt tussen reclamesin de bebouwde kom en in het buitengebied. Reclameuitingenin de bebouwde kom worden meer beoor<strong>deel</strong>d inrelatie met de vormgeving van de bebouwing en die in hetbuitengebied meer in relatie met het landschap.Reclame in de bebouwde kom komt voornamelijk voor indie delen waar winkels en/of bedrijven zijn gevestigd. Opbedrijfs- en winkelpanden kan reclame een passend middelzijn om een bedrijf of winkel herkenbaar te maken, uit tedragen wat voor soort bedrijf het is en/of welke goederenworden verkocht. In andere delen van de gemeente endan met name in woonwijken is reclame in principe nietpassend en daarmee ongewenst. Om die reden wordt indie delen van de gemeente een restrictief beleid gevoerdvoor reclame.Daarnaast is er nog de mogelijkheid van algemene reclamein de vorm van billboards, reclame op bushokjes en aanlantaarnpalen. Deze vormen van reclame worden meestaldoor de gemeente geïnitieerd en voorzover daar behoefteaan is binnen een eigen beleidskader behandeld. In dezewelstandsnota worden zij verder niet besproken.In het buitengebied is de kwaliteit van het landschapbepalend voor de mogelijkheid om reclame te voeren. Ineen agrarisch gebied of een natuurgebied is het groene karakterdusdanig wezenlijk dat dit niet tot nauwelijks reclameverdraagt.Daar waar grootschalige, niet-agrarische bedrijven zijngevestigd of op plekken waar door infrastructuur hetlandschappelijke karakter is aangetast, is zorgvuldig geplaatstereclame wellicht acceptabel.Voor zowel het buitengebied als binnen de bebouwde komgeldt dat reclame alleen acceptabel is als er een rechtstreeksfunctioneel verband is met het pand waar de reclame op,aan of bij is geplaatst. Anders gezegd; reclame mag nietverwijzen, maar moet visueel verbonden zijn met het pandwaarin het bedrijf of de winkel die de reclame voert, isgevestigd.Voor het plaatsen van reclames aan een pand of vrijstaandereclames is een reclamevergunning vereist. Voor reclamesdie op een bouwkundige constructie zijn aangebracht, iseventueel een vergunning vereist.De gemeente Rijssen-Holten stelt een reclamenota opwaarin de toetsingscriteria voor alle reclame-uitingenbinnen de gemeente worden opgenomen. Tot de nieuwereclamenota wordt vastgesteld, blijven de regels van dewelstandsnota 2004 gelden.5.5. Criteria voor uitbouwen, zoals erkersen toegangspartijenEen erker of toegangspartij is een kleine uitbouw aande gevel van een gebouw, die een open rechtstreekseverbinding heeft met het gebouw. De uitstraling van dezeuitbouw is overwegend transparant in de zin dat tenminste 70% van de bouwmaterialen uit glas of anderedoorzichtige materialen bestaat. De maatvoering van deerker/toegangspartij is afgestemd op de maatvoering van degevel en de overige gevelopeningen waartegen de erker/toegangspartij wordt geplaatst. De vormgeving, het materiaal,het kleurgebruik en de detaillering zijn eveneens afgestemdop het bijbehorende bouwwerk.5.6. Criteria voor ernstige strijd metwelstandDeze criteria worden gebruikt bij repressieve toetsing. Ditis toetsing achteraf. Het gaat bij deze welstandstoetsing dusom gebouwen en andere bouwwerken die al zijn gebouwden waarvoor geen vergunning nodig is. De Woningwet(artikel 19 Ww) geeft aan dat al gerealiseerde bouwplannenmoeten worden getoetst op ernstige strijd met redelijkeeisen van welstand. Dat is dus een minder zware toetsingdan op redelijke eisen van welstand die voor bouwplannengeldt. Dit geldt niet voor bouwplannen waarvoor eigenlijkeen vergunning had moeten worden aangevraagd. Hiervoormoet, bij constatering van illegale bouw, alsnog eenvergunning worden aangevraagd.Bij ernstige strijd met redelijke eisen van welstand moet er in22 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL


de gemeente Rijssen-Holten sprake zijn van een exces, datwil zeggen een buitensporigheid in het uiterlijk, die ook voorniet-deskundigen zichtbaar en onmiskenbaar is. Hiervan is inelk geval sprake als:- het bouwwerk zich afsluit voor zijn omgeving, dusals er gevels zonder gevelopeningen wordentoegepast aan de openbare ruimte, terwijl dit nietpast bij de functie van het gebouw of de karakteristiekenvan de omgeving;- architectonische bijzonderheden bij aanpassingvan een bouwwerk worden vernietigd of ontkend;- er extreem afwijkende materialen of vormgevingworden toegepast;- er felle of contrasterende kleuren wordentoegepast;- een te grote reclame is aangebracht;- het bouwwerk een inbreuk maakt op wat inde omgeving gebruikelijk is (zie degebiedsbeschrijvingen).<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL 23


24 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL6.0 Gebiedsgerichte criteria


6.1. InleidingDit hoofdstuk geeft inzicht in het gebiedsgerichtewelstandsbeleid voor de gehele gemeente en de daarbijbehorende indeling in gebieden. De gemeente Rijssen-Holten is bezig om alle bestemmingsplannen te actualiseren.De gemeente koppelt daarbij haar gebiedsindelingdirect aan de vigerende bestemmingsplannen. Dit heeftals voor<strong>deel</strong> dat wanneer het bestemmingsplan wijzigtsnel inzichtelijk kan worden gemaakt welke eventueleaanpassingen noodzakelijk zijn in het welstandsbeleid voorhet onderhavige gebied.De welstandsnota uit 2004 onderscheidt de volgendegebieden:Buiten de bebouwde kom1. Kampen- en hoevenlandschap2. Veen- en heideontginningslandschap3. Bijzondere woongebieden in bos enparkachtige omgeving4. RecreatieterreinenHolten5. Centrum Holten6. Historische invalswegen en vooroorlogsebebouwing Holten7. Naoorlogse uitbreidingen Holten8. Bedrijventerreinen HoltenRijssen9. Centrum Rijssen10. Historische invalswegen Rijssen11. Vooroorlogse wijken Rijssen12. Naoorlogse uitbreidingen Rijssen13. Bedrijventerrein Rijssen6.2. GebiedsindelingDe gebiedsindeling van deze herziening van dewelstandsnota volgt nauwgezet de indeling van degemeente op basis van de nieuwe bestemmingsplannen.Er zijn twee uitzonderingen. De bestemmingsplannenvoor Holten Wonen en Holten Kern vallen binnen éénwelstandsgebied. Een klein <strong>deel</strong> van bedrijventerrein De Kolvalt binnen Holten Wonen (en dus niet binnen Holtenbedrijventerrein). Dit leidt tot de volgende gebiedsindeling:1. Rijssen Wonen2. Rijssen Kern3. Rijssen Bedrijven4. Holten Kern en Holten Wonen5. Holten Bedrijven6. Buitengebied Rijssen-HoltenHet welstandstoezicht wordt gevoerd op grond vangebiedsgerichte criteria. Om deze criteria te kunnenopstellen, moeten eerst verschillende gebieden van elkaarworden onderscheiden. Dit kan worden gedaan doorte zoeken naar een bepaalde samenhang op grond vanstedenbouwkundige, landschappelijke en/of architectonischekenmerken.Deze samenhang kan bestaan uit een vijftal aspecten:1. De functie2. De ontstaansgeschiedenis3. De ruimtelijke verschijningsvorm4. De relevantie van het onderscheid tussen degebieden voor welstandstoezicht5. De dynamiek van het bouwen6.3. Toelichting op degebiedsbeschrijvingenPer gebied is een aantal bladen gemaakt met de beschrijvingen de waardering. Elke gebiedsbeschrijving heeft dezelfdeopbouw:KaartOp het eerste blad staat een kaartje waarop (de ligging van)het gebied is aangegeven.GebiedsbeschrijvingNa het kaartje volgt de gebiedsbeschrijving. Hier wordende belangrijkste karakteristieken van het gebied en vooralvan de bebouwing beschreven. De gebiedsbeschrijving isopgebouwd van groot naar klein en daarbij opge<strong>deel</strong>d indrie kopjes: structuur, bebouwing en detaillering. Onderstructuur worden de ontstaansgeschiedenis en de structuurvan het gebied beschreven, evenals de plaatsing van debebouwing. Onder bebouwing worden specifieke aspectenvan de bebouwing zelf beschreven zoals (architectonische)stijl, gevelopbouw, overheersende hoofd- en kapvorm.Onder het kopje detaillering wordt aandacht besteed aan<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL 25


de detaillering, materialen en kleuren van de bebouwing. Debeschrijving en waardering zijn niet los van elkaar te zien.Op het moment dat de keuze wordt gemaakt om iets tebeschrijven, wordt al een impliciete waardering gegeven. Inde gebiedsbeschrijvingen zijn dan ook elementen van dewaardering geïntegreerd.Bijzondere elementenBij de beschrijvingen worden ook de bijzondere elementenbenoemd. Het gaat daarbij om gebouwen die (in positieveof negatieve zin) afwijken van de algemene gebiedsbeschrijving.WelstandsbeleidHet welstandbeleid wordt steeds voorafgegaan dooreen verantwoording van het beleid. Hierin wordt kortuiteengezet waarom in een bepaald gebied is gekozen voorhet geformuleerde beleid. Hierin ligt ook een waarderingbesloten van de kwaliteiten en karakteristieken van hetgebied.Het welstandsbeleid wordt steeds opgebouwd uit:1. eén of meer punten die de algemene lijn vormen;2. één of meer punten die elementen benoemendie specifiek zijn voor het gebied.Bij de formulering van het beleid worden een aantal termengebruikt die om een nadere toelichting vragen. Er wordtonderscheid gemaakt tussen behouden, respecteren envernieuwen.Behouden van de bebouwingskarakteristieken.Met behouden wordt bedoeld dat bouwplannen dezelfdebebouwingkarakteristieken dienen te hebben als debestaande gebouwen. Van de gebiedsbeschrijving afwijkendevormgeving voldoet dan dus niet aan redelijke eisenvan welstand. Dat geldt voor nieuwbouw, maar ook vooruitbreidingen en verbouwingen aan bestaande gebouwen,tenzij dit expliciet anders is geformuleerd.Respecteren van de bebouwingkarakteristieken.Hiermee wordt bedoeld dat bouwplannen degebiedskarakteristieken als uitgangspunt moeten hebben,maar dat op onderdelen hier nieuwe vormen et cetera aankunnen worden toegevoegd. Anders gezegd, een bouwplanmag op onderdelen afwijken, maar niet conflicteren met debestaande bebouwing. Ook dit geldt voor nieuwbouw, maarook voor uitbreidingen en verbouwingen aan bestaandegebouwen, tenzij dit expliciet anders is geformuleerd.VernieuwenHiermee wordt bedoeld dat van de gebiedskarakteristiekenafwijkende bebouwing acceptabel is en soms zelfswordt gestimuleerd. Het gaat dan alleen om nieuwbouwof complete vernieuwbouw en niet om uitbreidingenen ge<strong>deel</strong>telijke verbouwingen, tenzij dit expliciet isaangegeven.Ter aanvulling worden nog de volgende termen gebruikt.VersterkenHiermee wordt bedoeld dat een bouwplan zodanig moetzijn ontworpen dat het eventuele afwijkingen op onderdelenvan de bestaande bebouwing teniet doet. Het totale planmoet na realisering van het bouwplan beter voldoen aan degebiedskarakteristieken.HerstellenHiermee wordt bedoeld dat oorspronkelijke karakteristiekenweer moeten worden teruggebracht. Dit gaat niet alleen omverbouwingen en uitbreidingen aan bestaande gebouwen,maar ook om nieuwbouw.Bij alle categorieën zijn regelmatig uitzonderingen of naderevoorwaarden benoemd. Zo wordt bijvoorbeeld aangegevendat vernieuwing mogelijk is, maar wel met respect vooreen aantal belangrijke karakteristieken zoals maat, schaal enhoofdvorm van de bestaande bebouwing.Welstandscriteria en richtlijnenHet welstandsbeleid is uitgewerkt in de gebiedsgerichtewelstandscriteria. Eventueel wordt er verwezen naar deobjectgerichte criteria uit hoofdstuk 5Bijzondere beoordelingIn de directe omgeving van monumenten geldt ook datrekening wordt gehouden met de invloed van het bouwplanop het monument, het bouwplan moet harmoniëren methet monument. Daarbij moet het bouwplan architectonischekwaliteit hebben en dus voldoen aan de criteria voorarchitectonische kwaliteit.26 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL


<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL 27


28 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEELBijlagen


Bijlage 1 - Begrippenlijstaanbouw grondgebonden toevoegingvan één bouwlaag aan eengevel van een gebouw.achterzijde de achtergevel, het achtererf enhet dakvlak aan de achterzijdevan een gebouw;architectonische eenheid alle woningen die binnen éénontwerp vallen. Deze kunnenverspreid zijn over diversebouwkundige eenheden enzelfs complete wijken betreffen.Voor de architectonische eenheidkunnen één of meeromgevingsvergunningen zijnafgegeven;art deco richting in decoratieve kunst,strevend naar rechte, strakkevormen van gebruiksvoorwerpen;art nouveau of jugendstil bouwstijl uit het begin vande vorige eeuw, gekenmerktdoor het toepassen van veeldecoratieve ornamenten, vaakgeïnspireerd door de natuur;basiskwaliteit architectonische kwaliteitvan een gebouw of wijk dieniet bijzonder is, maar welacceptabel;bebouwingskarakteristieken die vormgevingsaspecten aaneen bouwwerk die bepalendzijn voor de aanblik;beeldkwaliteitsplan document waarin criteria zijnvastgelegd voor de beeld-/belevingskwaliteit, vormgevingvan gebouwen en de inrichtingvan het openbare gebied;bestemmingsplan door de gemeenteraadvastgesteld plan waarin gebruikvan grond en bouwregels zijnvastgelegd;bouwkundige eenheid alle woningen die onderdezelfde omgevingsvergunningvallen (zie ook architectonischeeenheid);bijgebouw een opzichzelfstaand, al danniet vrijstaand gebouw dat doorvorm kan worden onderscheidenvan het hoofdgebouwen dat in architectonischeopzicht daaraan ondergeschiktis; meestal bedoeld als schuur,tuinhuis of garage;boerderij gebouw met een(oorspronkelijk) agrarischefunctie met een geïntegreerdwoonhuis;bouwlaag begane grond of eenverdieping van een gebouw;bouwstijl architectonische vormgevingvan een gebouw;dakkapel uitbouw op een hellenddakvlak;dakopbouw een toevoeging aan debouwmassa door hetverhogen van de nok van hetdak, die het silhouet van hetoorspronkelijke dak verandert;dakoverstek buiten de gevels uitstekend<strong>deel</strong> van het dak;dakraam raam in een hellend dak;dakschild driehoekig dakvlak datondergeschikt is aan de grotedakvlakken van het gebouw.Meestal aan de achterzijde ofzijkant van het dak;damwand(plaat) een geprofileerd(e) stalengevel- of dakplaat met eenrechthoekige golfstructuur;druiplijn onderste horizontale lijn vaneen dakvlak dat geen gootheeft. Bijvoorbeeld bij eenrieten dak;dwarskap kapvorm die dwars op de wegis geplaatst;erf onbebouwd stuk grondbehorende bij een boerderij ofhuis;erfafscheiding visuele afscheiding tussen tweeerven;erker een kleine uitbouw aan degevel van een gebouw, die eenopenverbinding heeft met hetgebouw;<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL 29


exces (in dit geval bouwkundige)buitensporigheid;gedekte kleuren niet opvallende, goed in deomgeving passende kleuren.In het buitengebied: bruin,donkerrood, donkergroen,zwart, donkerblauw;geleding wijze waarop de gevel van eengebouw is inge<strong>deel</strong>d;geschakelde woning woning die met een tussenlid(bijvoorbeeld een garage) aaneen andere woning isverbonden;gesmoorde dakpan donker gekleurde, gebakkendakpan;harmoniëren zorgvuldig op elkaar afstemmenzodat geen harde contrastenontstaan en het verschil tussenoude en nieuwe vormgevingnauwelijks zichtbaar is;hoofdgebouw een gebouw dat op eenbouwperceel door zijnconstructie of afmetingen alsbelangrijkste bouwwerk valtaan te merken;hoofdvorm belangrijkste volume van eengebouw of samenstelling vangebouwen;houtwal groenstrook tussen tweeweilanden of tussen het erf vande boerderij en de weilanden;interbellum periode tussen de Eerste enTweede Wereldoorlog;jugendstil zie art nouveau;kopgevel eindgevel bij een woning metzadeldak;kop-rompboerderijen boerderijtype waarbij de schuuren het woonhuis duidelijkonderscheiden zijn;korrelgrootte breedte, diepte en hoogte dietyperend is voor bebouwing ineen straat of buurt;langskap kapvorm die evenwijdig aan deweg is geplaatst;massa volume van een gebouw ofbouw<strong>deel</strong>;meerzijdige oriëntatie gerichtheid van het gebouwnaar meerdere zijden;neo renaissance stijlperiode in de tweede helftvan de negentiende eeuw innavolging van derenaissancestijl.nok horizontale snijlijn van tweedakvlakken, de hoogste lijn vanhet dak;nokrichting de richting van de belangrijkstenok van een gebouw;oriëntatie de richting van een gebouw(meestal gelijk aan denokrichting);overstek bouw<strong>deel</strong> dat vooruitsteekt tenopzichte van het erondergelegen <strong>deel</strong>;potdekselen gevel maken met houtenplanken waarbij de planken netover elkaar worden bevestigd;rationele verkaveling verkaveling met rechte lijnendie meestal haaks op elkaarstaan;representatief zorgvuldig met meer aandachtvoor de architectuurvormgegeven;rollaag horizontale rij, verticaalgeplaatste, stenen boven eengevelopening of aan debovenzijde van een gemetseldewand;rooilijn lijn die aan de straatzijde degrens aangeeft waarachtergebouwd moet worden.Meestal in bestemmingsplanaangegeven;schaal van een gebouw de relatieve grootte van eengebouw. Wordt gevormd doorde afmetingen of de indelingvan de hoofdvorm en gevels;schilddak dak met vier hellende vlakkenwaarvan twee trapeziumvormigen twee driehoekig met eennok;steekkap kleine dwarskap op eenlangskap;30 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL


topgevel gevel met rechte beëindigingdoor een dakvlak;uitbouw aan het gebouw vastzittend bouwwerkdat rechtstreeks vanuit het gebouwtoegankelijk is.vensteras verticale geleding (travee) van de gevel;verkaveling de wijze waarop een gebied is inge<strong>deel</strong>din afzonderlijke kavels, erven enweilanden/akkers;verschijningsvorm uiterlijk van een gebouw;voorgevel de belangrijkste representatieve gevel,vaak is hier de voordeur in te vinden;voorzijde de voorgevel, het voorerf en het dakvlakaan de voorzijde van een gebouw;wederopbouw periode in de bouw van na de TweedeWereldoorlog tot begin jaren ‘70;windveer plank aan de zijkant van het dakvlak bijeen voorgevel;wolfseind ondergeschikt dakschild aan de voor- ofachterzijde van een zadekdak, waarvande goot- dan wel druiplijn beduidendhoger ligt dan die van de andere gevels.;zadeldak dak met twee tegenoverliggendedakvlakken die bij de nok samenkomen.<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL 31


Bijlage 2 - Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten<strong>Gemeente</strong>lijke monumentenlijst gemeente Rijssen-HoltenMIP nr. adres functie oud functie nieuw naam datering reg.nr.RSN0002 Schild hekwerk hekwerk Kon. Wilhelminaboom 1898 01rondom boom rondom boomRSN0012 Boomkamp 14 woonhuis woonhuis Ictus 1890 02RSN0014 Bevervoorde 19 woonhuis woonhuis Bevervoorde 1939 03RSN0022 Rozengaarde 61 winkel winkel ca 1925 04RSN0024 Rozengaarde 59 woonhuis parochiehuis 1871 05RSN0025 Rozengaarde 57 woonhuis woonhuis 1890 06RSN0026 Rozengaarde 55 woonhuis woonhuis ca 1905 07RSN0030 Grotestraat 12 woonhuis/café woonhuis/café ca 1890 08RSN0026 Grotestraat 20 stadsboerderij winkel ca 1875 09RSN0026 Grotestraat 26 café-restaurant café-restaurant Spekhorst 10RSN0026 Julianastraat 11 woonhuis woonhuis 11RSN0057 Ensterstraat 100 boerderijtje woonhuis ca 1850 12RSN0060 Ensterstraat 120 woonhuis/praktijk woonhuis ca 1920 13RSN0077 Haarstraat 95 N.H. kerk N.H. kerk ca 1930 14RSN0093 Markeloseweg 68 woonhuis woonhuis Anetta 1922 15RSN0103 Oosterhofweg 162-164 koetshuis/ dubbel woonhuis ca 1915 16dienstwoningenRSN0111 Wierdensestraat 110 woonhuis kantoor ca 1905 17RSN0117 Stationdwarsweg 67-67a koetshuis dubbel woonhuis ca 1905 18Molendijk Zuid 15 dienstwoningenRSN0118 Stationdwarsweg 57-59 dubbel woonhuis dubbel woonhuis ca 1915 19RSN0119 Stationdwarsstraat 53-55 dubbel woonhuis dubbelwoonhuis ca 1915 20RSN0120 Stationdwarsstraat 49-51 dubbel woonhuis dubbelwoonhuis ca 1915 21RSN0123 Molendijk Zuid 24 woonhuis woonhuis ca 1910 22RSN0127 J. ter Horst/J H zn straat school school ca 1925 23RSN0134 Stokmansveldweg 1b tribune tribune 2432 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL


RSN0136 Molendijk Zuid 1 woonhuis/ woonhuis ca 1859 25Wagenmakerij en laterRSN0145 Schietbaanweg ong. schietpoorten schietpoorten 26RSN0151 A.H. ter Horstlaan 17 woonhuis woonhuis De Spannevogel ca 1920 27RSN0153 A.H. ter Horstlaan 13 woonhuis woonhuis De Hoogenkamp ca 1920 28RSN0157 Markeloseweg 113 woonhuis woonhuis 1937 29RSN0160 Burg Knottenbeltlaan 63 woonhuis woonhuis De Riethoeve ca 1930 30RSN ------ Elsenerstraat synagoge synagoge zuidgevel synagoge ca 1930 31RSN ------ De Steege 16-18 boerderij woonboerderij Munsterboerderij 32Rijksmonumenten gemeente Rijssen-HoltenHoltenRijks nr. Naam/Adres/Locatie Cbs categorie22217 Kerkplein 1 Kerkelijke gebouwen512593 Burg. van de Borchstraat 29 Gebouwen, woonhuizen De Zonnebelt512594 Holterbergweg 2 Gebouwen, woonhuizen Panochtus512595 Helhuizerweg 3 Losse objecten e.d.22216 Pasmansweg 3 Agrarische gebouwen22218 Dijkerhoekseweg 22 Molens22215 Borkeldsweg 91 Agrarische gebouwen45543 Markeloseweg ongen. Ruïne kasteel De Waerdenborch45544 Postweg grafheuvel (ge<strong>deel</strong>telijke bescherming: grafheuvel+strook 10 meter vanaf voet heuvel<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL 33


RijssenRijks nr. Naam/Adres/Locatie Cbs categorie33020 Arend Baanstraat ongenummerd Losse objecten e.d. Joodse begraafplaats33027 Haarstraat ongenummerd Losse objecten e.d. Zandstenen stadspomp508560 Wierdesestraat 114 Gebouwen, woonhuizen villa508544 Oosterhofweg 49 (en delen van Volkspark) Losse objecten e.d.508557 Entersestraat 118 Losse objecten e.d. poortgebouw/ lijkenhuis RK Begraafplaats508554 Rozengaarde 51 (en delen van H. Dionysius) Kerkelijke gebouwen RK Kerk met pastorie33025 Rozengaarde 63 Gebouwen, woonhuizen woning33026 Schild 8 Kerkelijke gebouwen NH Kerk en kerktoren508559 Lentferseweg bij 9 Losse objecten e.d. begraafplaats33022 Oude Veerweg 6 Agrarische gebouwen boerderij, nu woonhuis33028 Grotestraat 7 Gebouwen, woonhuizen woonhuis/kantoor33029 Grotestraat 25 Gebouwen, woonhuizen winkel/woonhuis33030 Pelmolenpad 9A e.a. Molens pelmolen en molenhuis33023 De Oosterhof - Kasteellaan 1 Kastelen, landhuizen e.d. havezathe De Oosterhof, parkaanleg en tuinmuur508558 Oosterhofweg bij 250 Openbare gebouwen voormalig dagsanatorium33021 Bouwstraat 49 Gebouwen, woonhuizen woonhuis34 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL


<strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL 35


Bijlage 3 - BeeldkwaliteitsplannenHierna staan de beeldkwaliteitsplannen die van kracht blijven of vervallen bij de vaststelling van deze welstandsnota.Rijssen WonenBeeldkwaliteitsplan Veeneslagen west; dit beleid komt te vervallenRijssen KernBeeldkwaliteitsplan kern Rijssen, 1999; dit beleid komt te vervallenRijssen BedrijvenBeeldkwaliteitsplan bedrijventerrein Noord en Noordermors, 2007; dit beleid komt te vervallenBeeldkwaliteitsplan bedrijventerrein Plaagslagen, 1999; het beeldkwaliteitsplan blijft van kracht op de terreinen die nog niet bebouwdzijn.Holten Kern en Holten WonenBeleid visuele kwaliteit Lukensveld, 1994; dit beleid komt te vervallenBeeldkwaliteitsplan de Liesen, 2007; dit beleid komt te vervallenHolten BedrijvenBeeldkwaliteitsplan Vletgaarsmaten; het beeldkwaliteitsplan blijft van kracht voor de terreinen die nog niet zijn bebouwd.36 <strong>WELSTANDSNOTA</strong> <strong>RIJSSEN</strong>-<strong>HOLTEN</strong> - 0 ALGEMEEN DEEL

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!