20140212-17.2-JAN-EVERTSENSTRAAT-V-10-01-2014-large.

rick.vermeulen
  • No tags were found...

20140212-17.2-JAN-EVERTSENSTRAAT-V-10-01-2014-large.

DynamischPerspectiefRingzone-WestJanEvertsenstraat


DynamischPerspectiefRingzone-WestJanEvertsenstraatIn opdracht van:Paulus de Wilt,portefeuillehouder Wonen en Stedelijke Vernieuwing, Stadsdeel Nieuw-WestGodfried Lambriexportefeuillehouder Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing, Stadsdeel Westjanuari 2014Aangeboden aan:Maarten van Poelgeestwethouder Ruimtelijke Ordening, Gemeente Amsterdam


Van Dam tot Sloterplas: Dam- Raadhuisstraat - Rozengracht - De Clerqstraat - Admiraal de Ruyterweg - Jan Evertsenstraat - Sloterplas


SamenvattingDe Ringzone West is de laatste jaren vanuit verschillende perspectievenin beeld. In de stad ligt een enorme woningbouwopgave.Met de Structuurvisie 2040 zet Amsterdam in ophet realiseren van deze woningen door middel van de uitrolvan het centrumgebied. De stadsstraten zijn hierbij van grootbelang; hierdoor kunnen gebieden namelijk op een logischeen vanzelfsprekende wijze met elkaar worden verbonden.De Jan Evertsenstraat is in de Ringzone de stadsstraat metde meeste potentie op korte termijn. Waar de stedelijkeinvloed nu nog stopt op het Mercatorplein, kan door middelvan toevoeging van stedelijk programma in de Ringzone,de Sloterplas worden verbonden met de Dam. Twee uniekeplekken, op een relatief korte afstand ( 4,2 km) van elkaar.Vanwege die potentie is de Jan Evertsenstraat uitverkorenals pilot voor de aanpak van de Ringzone West in zijn geheel.Bovendien vullen centrale stad en stadsdelen in hun beleidelkaar aan, waarmee een goede basis wordt gelegd voor deontwikkeling van een levendige Amsterdamse stadstraat. Degemeente ziet de noodzaak om samen met de bewoners engebruikers te werken aan nieuwe perspectieven. Er wordt indeze tijd niet meer gewerkt aan grootschalige masterplannen,maar aan kleinschalige en gebiedspecifieke interventies eninitiatieven, ook en met name van derden. Samenwerkingtussen overheid en particuliere investeerder staat hierbijcentraal. De bestuurlijke opdracht Dynamisch PerspectiefRingzone West (Jan Evertsenstraat) was om op zoek te gaannaar de betrokkenheid van de verschillende actoren bij deontwikkeling van de Jan Evertsenstraat in de Ringzone. Ingesprekken met betrokken partijen is het mogelijke toekomstperspectiefvoor straat en omgeving verkend en is gevraagdnaar de plannen van de ondernemers en andere belanghebbenden.De centrale vraag hierbij was of de private partijenen de gemeente elkaar kunnen versterken. De reacties vande ondernemers en instellingen zijn letterlijk ‘opgetekend’ enbesproken op een eerste plenaire bijeenkomst in juni 2013.Op deze bijeenkomst zijn alle partijen met elkaar in contactgebracht. Door kennismaking met elkaar en uitwisselingvan elkaars plannen en ideeën bleek dat er niet alleen eensamenwerking tussen ondernemers en gemeente mogelijk is,maar dat ook de ondernemers elkaar veel te bieden hebbenen op veel gebieden kunnen samenwerken. In de periode tussenjuni en november is een aantal klachten en wensen uit deeerste bijeenkomst opgelost danwel ingewilligd. Ook zijn dereflecties van de eerste bijeenkomst daarna verder uitgewerkten er zijn aanvullende interviews gehouden. Hierdoor werdhet perspectief van de Jan Evertsenstraat in beeld en woordsteeds scherper en het (maatschappelijk) draagvlak steviger. Innovember 2013 vond een tweede bijeenkomst plaats waarbijook de verantwoordelijke bestuurders van de stadsdelenaanwezig waren. In deze bijeenkomst werd de mogelijkheidtot het vormen van een stadsstraat nader toegelicht doormiddel van een aantal wervende beelden. Dit perspectief vande stadsstraat Jan Evertsenstraat werd bestuurlijk, ambtelijken door de private partijen zeer enthousiast omarmd.Op deze bijeenkomst zijn concrete afspraken gemaakt vooracties op de korte termijn zoals:• Veiligheids(overleg) voor een veiligere openbare ruimte.Het initiatief hiervoor ligt bij portefeuillehouder West;• Selecteren van een nieuwe uitbater voor nieuwe horeca inpaviljoen Oostoever vanaf 1 januari 2014;• Contact vanuit stadsdeel Nieuw-West met Lucas AndreasZiekenhuis over bouwenvelop voor nieuwbouw/uitbreidingvan het ziekenhuis;• Onderzoeken welke ondernemer in het leegkomendROC-schoolgebouw gehuisvest kan worden. Initiatiefstadsdeel West en terugkoppeling naar anderestakeholders;• Verder op de kaart zetten van het Rembrandtpark doornieuwe (tijdelijke) eventementen en programma’s. ProjectRembrandtpark zoekt op korte termijn contact metHotelschool, Ramada en “Geef om de Jan Eef” overprogramma in Rembrandtpark;• Omwonenden en betrokken ondernemers bekendmaken met de ambitie en het perspectief voor de JanEvertsenstraat door projectgroep;• Maken van ambitiedocument door projectgroep;• Organiseren 3e bijeenkomst ‘op locatie’ bij één van debetrokken bedrijven of instellingen.Het Dynamisch Perspectief Ringzone West is “work inprogress”. Want hoewel de richting helder is, zijn uitkomst entijdstip van realisatie ongewis. Maar langzamerhand verandertde Jan Evertsenstraat in een stedelijke straat die de Damverbindt met een prachtige plek in de stad: De Sloterplas.Met de komst van het Ramada Hotel en de Haagse HogereHotelschool is een eerste aanzet gegeven. Het enthousiasme,de ideeën en de (potentiële) investeringsbereidheid bij dezetwee partijen werkte aanstekelijk voor de andere ondernemers.Het project Dynamisch Perspectief Ringzone Westheeft ervoor gezorgd dat de ideeën bij elkaar kwamen enverder zijn uitgewerkt. Stakeholders, bestuur en ambtenaren‘geloven’ sindsdien in de straat, niet op basis van visioenen,maar op basis van bestaande ‘energie’ die bij ondernemers,instellingen, vastgoedeigenaren en de gemeente nu reedsaanwezig is. Een veelbelovende ontwikkeling die ook inspireertvoor andere radialen in de Ringzone-West.9


1 Jan Evertsenstraat in 2025In de toekomst kijken is net zo spannend als zinloos. De toekomst is ongewis, zo leren de demografische prognoses en economische voorspellingen door de jaren heen. Ookin de ruimtelijke ordening hebben grootschalige projecten over langere perioden uitgesmeerd nooit het beoogde rendement geleverd. Dat geldt net zo voor de HollandscheWaterlinie als voor het Amsterdamse Algemene Uitbreidingsplan uit 1935 en de Vinex-locatie Leidsche Rijn. Eenmaal gerealiseerd blijken de sociaaleconomische behoeftensterk veranderd en technologische innovaties onbehapbaar.Redeneren vanuit het hier en nu lijkt veel zinvoller. Niet alleenomdat de voeling daarmee het sterkst is, maar ook omdat hetnu direct volgt op gisteren, en de voorbode is van morgen.Veel mooier in dit verband is de stelling van de Belgischeverslaggeefster De Wouters: “Yesterday is history, tomorrowis mystery, today is a gift … that’s why it’s called the present!“En cadeautjes liggen in de moderne steden voor het oprapen.Dit is dan ook het motto van ons project DynamischPerspectief Ringzone West (Jan Evertsenstraat).De Structuurvisie 2040: Economisch sterk en duurzaam kangezien worden als het eerste in een lange rij structuurplannenwaarin de politieke of stedenbouwkundige ideologie isafgezworen en waarin gezocht is naar wat mensen en bedrijvenbeweegt in en naar de stad. Het in beeld krijgen van dezebewegingen is de basis geworden voor de ruimtelijke visievoor de verre toekomst. Waar perifere regio’s kampen metdemografische en economische krimp, kennen stedelijke regio’sals die van Amsterdam een sterke toename in bevolkingen economische bedrijvigheid. Die toename heeft alles temaken met een global economic shift: opkomende industriëleeconomieën in ontwikkelingslanden en een opkomendekenniseconomie in het Westen, waarbij de een niet buiten deander kan.Hoe we het ook wenden of keren, er is sprake van eenstructurele transitie die nog wel wat jaren zal vergen. Al blijftde toekomst ongewis, er biedt zich momenteel geen andereeconomisch handvat aan, dus we zullen het ermee moetendoen. We blijven in ons land vooralsnog te maken hebbenmet een kenniseconomie die floreert in centrumstedelijkegebieden, gebieden die gekenschetst worden door: (1)diversiteit in functies, (2) rustige woonmilieus met ‘direct omde hoek’ stedelijke drukte (stadsstraten met winkels, horeca,bedrijvigheid, vrijetijdsvoorzieningen en ontmoetingsplekken),en (3) onderscheidende en hoogwaardige openbare ruimte.Hiermee gepaard gaande verschijnselen zijn een explosievetoename van het gebruik van de parken, pleinen, horecagelegenhedenen dergelijke (waar goederen, diensten, kennisen contacten worden uitgewisseld), een toe- respectievelijkafname van het fiets- en autogebruik, schaalverkleining inkantoor- en bedrijfsoppervlak en hogere eisen ten aanzien vande woonomgeving (nabijheid van een rijk voorzieningenaanbodin de buurt van de woning).Voordat we dat als bestuurders, planners, beleidsmakersdoorhadden, bloeide deze economie op in die delen van destad die aan de ruimtelijke condities voldeden (centrumstedelijkemilieus). Inmiddels zijn die plekken niet aan te slepen.De vraag overstijgt in hoge mate het aanbod, wat resulteertin hoge m2-prijzen voor vastgoed in deze delen van de stad.Mens en bedrijf in deze nieuwe economie liepen en lopen alsnel tegen onbegrip, inflexibele regelgeving, starre proceduresen fysieke grenzen aan. In de Structuurvisie 2040 enhet Strategisch Plan worden mens en bedrijf centraal gestelden wordt alles in het werk gesteld onbegrip, inflexibiliteit,starheid en grenzen te slechten. Niet ongebreideld, maar tengunste van economische sterkte en duurzaamheid.Amsterdam groeit al jaren met circa 10.000 inwoners per jaar.De crisis heeft die groei niet zichtbaar beïnvloed. De woningproductieblijft daar de laatste jaren ver bij achter. Er is grotebehoefte aan (specifieke) woon- en werkruimte in Amsterdam,let wel: op de juiste plek! Het aanbod blijft daar in de huidigecrisis ver bij achter.11


Visualisatie van een mogelijk toekomstbeeld, kijkend richting de ringspoorbaan, met links de portieketageflats aan de Jan Evertsenstraat / Jan Voermanstraat (foto inzet is huidige situatie)


2 Aanleiding en opgaveDe stadsdelen Nieuw West en West en de Dienst Ruimtelijke Ordening hebben in 2013 samengewerkt aan een Dynamisch Perspectief voor de Jan Evertsenstraat in deRingzone-West. Met het Dynamisch Perspectief wordt een antwoord gegeven op de vraag op welke manier de uitrol van het centrummilieu langs de Jan Evertsenstraatgestalte kan krijgen, zowel qua stedenbouwkundige verschijningsvorm, als qua programma en niet in de laatste plaats qua aanpak. Het heeft geleid tot een gedragen aanpakvoor de Jan Evertsenstraat, een aanpak die als voorbeeld kan dienen voor andere oost-westverbindingen door de Ringzone-West.Dynamisch Perspectief: Pilot Jan EvertsenstraatRondom de Jan Evertsenstraat is veel bereidheid om teinvesteren; het is een gebied met veel potenties. Met hetDynamisch Perspectief /pilot Jan Evertsenstraat wordtgezocht naar meerwaarde ten opzichte van ale die losseplannen en ideeen voor het gebied, zodat ambitie ontstaaten de kansrijkheid van bestaande plannen wordt vergroot. Degemeente Amsterdam wil deze ontwikkeling ondersteunendoor dienstbaar te zijn aan deze energie, mede omdathetgeen in het gebied gebeurt zo goed aansluit bij wat degemeente belangrijk vindt. Door duidelijk te kiezen voor destadsstraat wil de Gemeente Amsterdam vertrouwen biedenaan één ieder die wil investeren in dit gebied.De samenwerking tussen de Stadsdelen West en Nieuw-Westen de Dienst Ruimtelijke Ordening heeft goed uitgepakt:We konden het gebied rondom de Jan Everstenstraat, nietgehinderd door stadsdeelgrenzen, als één gebied benaderen,daarbij gesteund door goede samenwerking op bestuurlijkniveau. De samenwerking met de Dienst Ruimtelijke Ordeningheeft geleid tot een solide verankering in het centraalstedelijk beleid. Het Dynamisch Perspectief is immerseen voorbeeldproject voor zowel het Strategisch Plan alsWoonmanifest.Taakopvatting: faciliterend, inspirerend en waarnodig initiërendDe opdracht hebben we nadrukkelijk benaderd vanuit denieuwe taakopvatting van de overheid: faciliterend, doorondersteuning te bieden aan een proces dat gaande is éndoor op zoek te gaan naar een gezamenlijke noemer omhet geheel meer te laten zijn dan de som der delen. We zijndaartoe geen plan gaan maken maar zijn vooral gaan verkennen,door in gesprek te gaan met de in het gebied betrokkenpartijen. We hebben gevraagd wat hun plannen voor detoekomst zijn, hoe zij het gebied zien, waar zij kansen zien enwaar ze tegenaan lopen. Maar we hebben ook een grondigeruimtelijke analyse gemaakt van de Ringzone, een analysedie scherp inzicht geeft in het fenomeen “ijle zone”. En voorzover we al iets van een plan hebben gemaakt, zou je dat eengezamenlijke richting of stip op de horizon kunnen noemen,met de daarbij behorende strategie om koers te houden;als het ware een kompas die de koers aangeeft van ijle zonerichting stadsstraat.Waarom de Jan Evertsenstraat als pilot?De Jan Evertsenstraat, tussen het Mercatorplein en deSloterplas ligt in de Ringzone-West. Dit gebied is in hetStrategisch Plan van de gemeente Amsterdam bestempeldals economisch en maatschappelijk meest renderendegebied om in te investeren. De Jan Evertsenstraat neemtbinnen de Ringzone-West een bijzondere plaats in. De JanEvertsenstraat maakt deel uit van een directe, doorgaanderoute van Dam tot Sloterplas. Van Dam tot Sloterplas isop de fiets nog geen twintig minuten rijden. Maar ook vangroot belang is het feit dat de Jan Evertsenstraat onder deA10 doorgaat en niet zozeer als barrière ervaren wordt; eenaanzienlijk verschil met bijvoorbeeld de Jan van Galenstraat,waar het lopend of per fiets oversteken van de A10 een heleonderneming is!Verder heeft zich in de afgelopen jaren een aantal ontwikkelingenvoorgedaan die indicaties zijn voor een toenemendedruk vanuit het gebied binnen de Ring, zoals de komst vanhet Ramadahotel en de Hotelschool, The Student Hotel en deverbeterde positie van de Mercatorpleinbuurt.15


Pilot Jan EvertsenstraatEen actieve inzet op de Ringzone draagt bij aan het verbindenvan de gebieden binnen en buiten de ring. Voorbeeld is de pilotJan Evertsenstraat waarin wordt verkend hoe deze verbinding zogoed mogelijk kan worden gelegd, uitgaande van de initiatievenvan stakeholders en specifieke kwaliteiten van het gebied. Degemeente neemt hier een rol aan van verbinder van partijen enaanjager van nieuwe ontwikkeling, zonder daar direct investeringenaan te koppelen. Voorgesteld wordt deze aanpak breder danin Ring-West in te zetten en te kijken in welke andere gebieden inde stad een dergelijke aanpak een vervolg zou kunnen krijgen.RingzoneIn ‘Amsterdam maakt mogelijk’ kiest de gemeente voor eenactieve rol in de stedelijke ontwikkeling op die plekken waarstedelijke woonmilieus in hoge dichtheid mogelijk zijn, waar debereikbaarheid het beste is en waar het meeste te verdienen is.Blijven investeren is niet alleen belangrijk voor het binden vantalent aan de stad maar ook voor het tegengaan van tweedeling.De Ringzone is een belangrijke stepping stone voor de integratievan de gebieden buiten de ring met de gebieden binnen de ring.Opbrengsten in het gebied zijn mogelijk omdat andere partijenbereid zijn hier te investeren. Zo kan financieel rendement wordenbehaald op reeds gedane investeringen en worden nieuwe investeringenmogelijk gemaakt. Binnen de Ringzone kan nog nadergeprioriteerd worden. Zo is er in de Ringzone West, maar ookrond Amstelstation, Overamstel, Zeeburgereiland, Houthavens enSloterdijk de komende jaren een sterke dynamiek te verwachten.Door het verwijderen van belemmeringen ontstaan hier mogelijkhedenvoor toekomstige gebiedsontwikkelingen en kunnen verbindingengelegd worden met de regio. Sloterdijk en de Houthavensde opmaat voor Haven-Stad en de Zaan-IJ ontwikkeling.Ringzone – activeren en versnellenIn de Ringzone zijn stedelijke woon- en werkmilieus in hogedichtheid mogelijk en is de bereikbaarheid het beste. Het is, zowordt in het Strategisch Plan gesteld, verstandig de gemeentelijkeinvesteringen te concentreren in de Ringzone. Met nieuwbouw alleenzal noch voldaan worden aan de benodigde woningaantallennoch de volle potentie van de Ringzone worden benut. Juist in deRingzone liggen grote kansen voor transformatie. In vergelijkingtot de gebieden binnen en buiten de ring kent dit gebied relatiefweinig woningen maar juist veel kantoren, bedrijfsruimte en maatschappelijkvastgoed. Een groot deel van de transformatieopgavezal dan ook hier neerslaan. Verandering vanfunctie alleen is echter niet voldoende. Om bedrijven en bewonersdaadwerkelijk naar de Ringzone te trekken moeten er aantrekkelijkemilieus ontstaan. Voor een groot deel gebeurt dit door hetinitiatief van bestaande en nieuwe gebruikers. Dit initiatief kan degemeente activeren. Kansen liggen er vooral langs de stadsstraten,rond de knooppunten en in groen en openbare ruimte.Uit Strategisch Plan “Amsterdam maakt mogelijk”Beleidsmatige context: Structuurvisie AmsterdamEconomisch Sterk en DuurzaamIn Structuurvisie Amsterdam 2040, Economisch Sterk enDuurzaam staat beschreven dat er meer ruimte moet komenom de druk vanuit het centrum op te vangen, de zogenaamdeuitrol van het centrummilieu. In het Strategisch Plan (uitwerkingvan de Structuurvisie en afwegingskader bij bestuurlijkebesluitvorming over ruimtelijke investeringen tot 2025, terkennisname voorgelegd aan B&W) wordt geconstateerd datin de Ringzone het meeste sociaal-economische rendement tebehalen valt. Stadsdeel Nieuw-West sluit op de Structuurvisieaan door in te zetten op een dynamisch en grootstedelijkleefmilieu in de Ringzone en ook Stadsdeel West zet in opondersteuning van succesvole uitrol van het centrummilieu.Ook staat de verweving tussen stad en het groene ommelandbeschreven als een grote kwaliteit van Amsterdam; eenkwaliteit die kansen biedt. Beide komen prachtig samen aande Jan Evertsenstraat, met zowel het centrummilieu als deSloterscheg om de hoek.Kaartuitsnede Strategisch Plan Amsterdam (Ringzone)


3 De ijle zoneIn dit hoofdstuk wordt aan de hand van sociaal-economische en ruimtelijke thema’s uiteengezet wat de indicatoren zijn van de ijle zone. Dit maakt het begrip explicieter enmaakt het mogelijk om die indicatoren te beïnvloeden met als doel de ijle zone langzamerhand te laten verdwijnen. Ook wordt nader ingezoomd op het begrip stadstraat. Hethoofdstuk bevat de belangrijkste bevindingen. Ee uitgebreide analyse met kaartmateriaal is opgenomen in Bijlage 1 van het Bijlagenboek.De ijle zoneMet de naoorlogse uitbreidingsgebieden van het AUP komteen einde aan eeuwenlange concentrische stadsuitbreiding.De functionalistische stad is losgekoppeld van de klassieke,vooroorlogse stad. Natuurlijk is ook die oudere stadontworpen, maar het resultaat lijkt meer op een organischeopeenvolging van bebouwing. Het mooist is die loskoppelingte zien op de kruising tussen de Jan Evertsenstraat en deOrteliuskade. Je ziet dan een relatief levendige stadstraat metwinkels in de plinten, reuring op straat en zorgvuldig gedetaillerdebebouwing.Draai je je op die plek 180 graden, dan houdt die levendigheidper direct op. Het straatkamerprofiel van de vooroorlogse,gemengde stad kenmerkt zich door gesloten bouwblokkenals straatwanden met verschillende fijnmazige functiesin de plinten. Dit beeld verdampt bij de 180°plekken in éénseconde. Daarvoor in de plaats een zee van deels verharde,deels groene ruimte zonder duidelijke functie, vrij anoniemvan karakter en zonder mensen anders dan noodzakelijkepassanten: een ijle zone.De Jan Evertsenstraat in de MercatorpleinbuurtDe Jan Evertsenstraat in de RingzoneTopografie van de Jan Evertsenstraat in de Ringzone19


Sociaal-economische aspecten van de ijle zoneDe ijle zone wordt gekenmerkt door vrij robuuste overgangenin de sociaaleconomische sfeer. Vroeger gold deKostverlorenvaart ook als een dergelijke abrupte grens inde stad maar de uitrol van het centrummilieu heeft hierde scherpte van verschillen al grotendeels tenietgedaan.Verschillen aan weerszijden van de Kostverlorenvaart zijn nogsteeds in het kaartbeeld herkenbaar maar het contrast is hierminder groot dan het verschil tussen de voor- en naoorlogsebuurten. Bos en Lommer (deels vooroorlogs en binnen dering) presteert in sociaal-economisch opzicht gemiddeldslechter dan gemiddeld binnen de Ring.Hoe dan ook, de redenen voor de verschillen tussen deoostelijke en de westelijke kant van de ijle zone die zokarakteristiek is voor het gebied rond de Ring A10-West, kenteen aantal oorzaken. Een heel belangrijke in onze ogen is deijle zone zelf, die een gevolg is van het stedenbouwkundigprincipe van functiescheiding en de hoge concentratie socialehuurwoningen. Hierop wordt in Bijlage 1 van het Bijlagenboekuitvoerig ingegaan.Fysieke aspecten van de ijle zoneNaast de beschreven sociaal-economische aspecten van deijle zone is er ook een aantal fysieke aspecten van de ijlezone aan te duiden. Deze hebben vaak direct of indirect eenversterkende werking op de hierboven geschetste sociaaleconomischeaspecten. Ze zijn complex maar onlosmakelijkmet elkaar verbonden. Het gaat daarbij om zaken zoals destedenbouwkundige opzet, het type bebouwing en de uitstralingervan, de invloed van grootschalige voorzieningen en deinvloed van grootschalige infrastructuur. Aan de hand van eennegental indicatoren wordt het begrip “ijle zone” vanuit defysieke kant belicht. Ook deze analyse is te vinden in Bijlage 1.Over het algemeen kan worden gesteld dat meer recentgerealiseerde de uitbreidingswijken buiten de ring zoals DeAker en Nieuw-Sloten in sociaal-economisch opzicht steedsvergelijkbaar scoren met gemiddelde buurten in de vooroorlogsestad. Wel laten deze buurten in tegenstelling tot devooroorlogse buurten geen vooruitgang zien. De zuidelijketuinsteden Osdorp en Slotervaart scoren op veel aspectenbeter dan het noordelijke (Slotermeer en Geuzenveld). Dezenuances mogen zeker niet worden vergeten maar dezeworden hierverder buiten beschouwing gelaten.De Ringzone West als geheel scoort gemiddeld slecht, opverschillende aspecten ook slechter dan de naoorlogsebuurten. Binnen de Ringzone-West is ook verschil tussenbuurten zichtbaar. Noordelijke buurten als de Kolenkitbuurten Overtoomse Veld scoren vaak slechter op de indicatorendan de buurt Westlandgracht en de Delflandpleinbuurt. In hetzuiden is in bescheiden mate sprake van meer gentifricationeffecten.De buurten hier zitten in de lift.110 – < –22090 – < 11035 – < 90veiligrelatief veiligrelatief onveiligonveiligVoorbeeld sociaal economische indicator: koopkrachtinkomen(index Amsterdam = 100)Voorbeeld sociaal economische indicator: subjectieve veiligheidsindex


Uit de analyse kan worden geconcludeerd dat een samenspelvan factoren er voor zorgt dat de Ringzone als ruimtelijkebarrière in de stad wordt ervaren.De Ringspoorlijn vormt geen onoverkomelijke barrière. DeA10 vormt slechts plaatselijk een barrière vanwege sociaalonveilig vormgegeven onderdoor- en (vooral) overgangen.De grootste knelpunten binnen de ijle zone zijn:• gebrek aan woonprogramma aan de straatzijde (enmogelijk zicht vanuit woningen op openbare ruimte);• gebrek aan (avond)programma op de begane grond(levendige plint);• gebrek aan voeding programma (onvoldoende potentiëlegebruikers).Routes door de ijle zoneRoutes door open ruimte is geen probleem mits deze ruimteoverdag een publieksfunctie heeft en er voor “donkere” ureneen alternatieve sociaal veilige route in de nabijheid ligt.Daarom wordt aanbevolen om niet te richten op de aanpassingvan primaire autoroutes zoals Burgemeester Roellstraaten Cornelis Lelylaan, maar de (beperkte) middelen efficiënt inte zetten op het versterken van:• groene dagroutes (recreatieve langzaamverkeersradialen)zoals de route langs de Van Tienhovengracht en• stadsstraten (concentratie publiekstrekkers, mengingvan auto- en langzaamverkeer en sociaal veiligenachtroutes): Burgemeester De Vlugtlaan / Bos enLommerweg, Jan Evertsenstraat, Schipluidenlaan / PieterCalandlaan, Heemstedestraat en op de langere termijn deVlaardingenlaan.Routekaart radialen in combinatie met de functiekaartAutoroutes (blauw), stadsstraten (oranje) en groene routes (groen)21


StadsstratenStadsstraten en -pleinen zijn in het algemeen de ruimere, drukkerestraten en pleinen in of tussen buurten. Het zijn de stedelijkeopenbare ontmoetings- en uitwisselingsruimtes bij uitstek. Hetzijn visitekaartjes van de stad. Ze hebben nage¬noeg altijd eenbelangrijke winkel- of horecafunctie. Meestal hebben ze eenbelangrijke verkeersgeleidende functie. Klassieke stadsstraten zijnde Van Baerlestraat, de Utrechtsestraat en de Beethovenstraat.Maar ook de Middenweg is een stadsstraat, die ter hoogte vanPark Frankendael zijn winkelkarakter verliest. De Weesperstraat/Wibautstraat is een stadsstraat met een avenue-karakter; eenzeldzaam verschijnsel in Amsterdam.Uit: Structuurvisie Amsterdam 2040 Economisch Sterk enDuurzaamStadsstratenAls we vervolgens preciezer kijken naar wat een stadstraat is,dan blijkt dat het begrip “stadsstraat” zich nog niet gemakkelijklaat vangen in een eenduidige definitie. De ervaringof een straat al dan niet een stadsstraat is, wordt door veleruimtelijke factoren bepaald. In de Structuurvisie Amsterdam2040 is overigens wel een aantal kenmerken van de stadstraatbenoemd (zie tekstinzet).In het kader van de pilot Jan Evertsenstraat wilden we meergrip krijgen op de ruimtelijke factoren die (meestal onbewust)de kwaliteiten “barrière” en “stadsstraat” illustreren en bepalen.Daarom zijn vanaf het Mercatorplein tot de Sloterplasde ruimtelijke aspecten benoemd die een rol spelen. In eenschouw en analyse zijn deze stadsstraatcriteria schematischverwerkt. Het gaat hierbij om de inrichting en het gebruik vanhet maaiveld, de kwaliteit van de plint en de uitstraling van debebouwing op de hogere verdiepingen. In Bijlage 2 van hetBijlagenboek wordt uitgebreider op dit onderwerp ingegaan.De Middenweg in de Watergraafsmeer als voorbeeld van een klassieke stadsstraat


Jan van GalenstraatTer illustratie van het voorgaande is de Jan Evertsenstraat metde Jan van Galenstraat vergeleken. Daaruit blijkt waarom deJan Evertsenstraat kansrijk is als stadsstraat en wat voor deJan van Galenstraat de belemmerende factoren zijn. De Janvan Galenstraat is een radiale verbinding zonder duidelijkeen sterke polen. Aan stadse zijde begint de straat ter hoogtevan de Marnixstraat en aan westzijde verdampt de straatin de ruimte. Alleen dit gegeven maakt de straat al minderpotentieel als stadsstraat en wezenlijk anders dan de JanEvertsenstraat. Dit gegeven is ook niet aan te passen.Een grote zwakte en bedreiging is het zeer dominanteautoverkeer in de Jan van Galenstraat. Dit is het gevolg vanhet gemotoriseerd verkeer van en naar de A10. Na realisatievan de noordelijke entree voor het Foodcenter mag verwachtworden dat het aandeel vrachtverkeer aanzienlijk afneemt.De kruising van de Jan van Galenstraat over de A10 is dezwakste schakel voor de potentie als stadsstraat. Vanaf deOrteliuskade valt een groot en vervelend gat in het stedelijkweefsel. Door de vormgeving van de kruising lijkt dit gat nieteenvoudig te dichten.De radiaal Jan van Galenstraat heeft kenmerken die deontwikkeling als stadsstraat bijkans onmogelijk maken. Hetontbreken van goede polen en de kruising met de A10 zijn debelangrijkste.Er valt heel wat te verbeteren aan de Jan van Galenstraat omde straat een aangenamere straat te maken. Deze verbeteringenzullen vooral op hun locale betekenis beoordeeld moetenworden, en minder als een ontwikkeling van een stadsstraatmet een continu stedelijk weefsel.De Jan van Galenstraat ter hoogte van de A10 (voorgrond) en de Jan Evertsenstraat (achtergrond)23


4 Dynamisch PerspectiefDe ontwikkeling van de Jan Evertsenstraat tussen de Orteliuskade en de Sloterplas richting een centrumstedelijk milieu is een ambitie die verwoord staat in de StructuurvisieAmsterdam 2040 en is herbevestigd in de Toekomstvisie van Stadsdeel Nieuw-West en in De Ruimte van West. Uit de gesprekken met de in het gebied betrokken partijenblijkt dat deze ambitie naadloos aansluit op de hun plannen; sterker nog, veel betrokken partijen zien de potenties van hun bezit toenemen. Zaak dus om op een dusdanigewijze te handelen, dat de potenties in het gebied voor één ieder kunnen worden verzilverd en dat de energie in het gebied blijft. Daar hebben zowel gemeente als betrokkenpartijen een rol in. Dit betekent: afspraken maken waar je naar toe wilt en vervolgens, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid, met elkaar aan de slag.NetwerkIn 2013 heeft de gemeente Amsterdam in het Ramada ApolloAmsterdam Centre twee maal een bijeenkomst georganiseerdvoor de in het gebied betrokken partijen. Behalve dat ditbijeenkomsten waren waar “op de inhoud” met elkaarvan gedachten werd gewisseld en een gezamenlijk gevoelgedeeld werd dat de Jan Evertsenstraat in de Ringzonekansrijk is, is met deze bijeenkomsten ook de basis gelegdvoor iets wat minstens zo belangrijk is: een netwerk vanmensen die ieder op hun eigen manier betrokken zijn bij hetgebied, mensen die een gezamenlijke ambitie delen om destadstraat Jan Evertsenstraat stap voor stap te laten ontstaan.Dit netwerk is cruciaal voor een ontwikkeling als deze enbovendien noodzakelijk om te komen tot gedragen plannen,frisse ideeën en succesvolle activiteiten.Op de tweede bijeenkomst is afgesproken dat we ook in 2014doorgaan met het organiseren van bijeenkomsten, zij hetdat ze anders van karakter worden. De kernwoorden zijn: oplocatie, gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de agenda,eens per drie maanden, uitdagend, inspirerend, informeel enzakelijk.(Sociale) mediaTraditionele media en sociale media zijn belangrijke instrumentenom in contact te treden met partijen, bewoners ofanderen die hun bijdrage willen leveren aan de ambities voorde Jan Evertsenstraat. Op die manier kan het netwerk én hetdraagvlak worden vergroot. Naast traditionele middelen alsnieuwsberichten in de gedrukte media valt hierbij te denkenaan bijvoorbeeld het actief Twitteren door mensen uit hetnetwerk. Ook kan nauwere samenwerking worden gezochtmet bijvoorbeeld de website van Geef om de Jan Eef en isaanwezigheid op bestaande sites als Nice Nieuw-West (vooractiviteiten) van belang.Relatiebeheer en taak gemeenteBlijvende betrokkenheid van de gemeente Amsterdam iscruciaal, dat moge duidelijk zijn. De gemeente Amsterdam isimmers zelf onderdeel van het netwerk. Het is de taak van degemeente om vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid initiatievendie in lijn zijn met de ambitie voor de Jan Evertsenstraatte signaleren en zo nodig verder te brengen en te ondersteunen.Hoe we dat vanaf nu voor de Jan Evertsenstraat preciesgaan vormgeven moet nog wel bepaald worden.25


Visualisatie van een mogelijk toekomstbeeld, kijkend vanaf het plein bij café Oostoever richting de ringspoorzone (foto inzet is huidige situatie)


Van losse plannen en ideeën naar een gezamenlijkgedragen ambitieBij de start van de opdracht hebben we de kansen voor destadsstraat Jan Evertsenstraat verkend, omdat we direct al deinituïtie hadden dat de stadsstraat kansrijk is.Maar met een optelsom van losse initiatieven bereik je minderdan wanneer je die losse plannen en ideeën samenbrengten vanuit daaruit zoekt naar meerwaarde. In dat laatstegeval ontstaat ambitie. En die ambitie is dat we van de JanEvertsenstraat een volwaardige stadsstraat kunnen maken.Die ambitie hebben we gevisualiseerd in beelden die latenzien wat er mogelijk is.PotentiesIdeeën voor het gebied ontwikkelen zich continu, daaromis het niet mogelijk om een volledige lijst te noemen vanplannen en ideeën. Bovendien is het belangrijker dat er eennetwerk is, waar ideeën kunnen ontstaan, kunnen wordengerealiseerd of zo nodig afgewezen. Dat neemt niet weg dater een aantal acties zijn die op korte termijn mogelijk zijn ofmoeten worden opgepakt:• Verbeteren van de veiligheid in en rondom de JanBreemenstraat;• Nieuwe uitbater in Café Oostoever;• Verbeteren entree Rembrandtpark;• Meer evenementen in het Rembrandtpark;• Woningmarktonderzoek doorstroombehoefte van studentenHotelschool;• Ramada op de kaart zetten als conferentiecentrum;• Zoeken naar transformatiemogelijkheden voor leegkomendvastgoed zoals het gebouw van het IederslandCollege als het gebouw van Stichting READE.Daarnaast zijn er onderwerpen die een langere ontwikkeltermijnkennen, maar waarvoor op korte termijn al wel actie opondernomen kan worden:• Zuidentree voor Metrostration Jan van Galenstraat;• Haalbaarheidsonderzoek starten naar een NS-StationSloterplas;• Stedelijk programma aan Jan Evertsenstraat op terreinLucas Andreas Ziekenhuis;• Nieuwe stedelijkheid in de omgeving van de AdmiraalHelfrichstraat.AmbitieDe ambitie is om van de Jan Evertsenstraat in de Ringzoneeen echte stadstraat te maken, een levendige straat met eengemengd programma in de plint; een straat bovendien meteen eigen identiteit, die zich onderscheidt van het gebiedbinnen de Ring in een reeks vanaf de Raadshuisstraat viaRozengracht, De Clerqstraat, Admiraal de Ruyterweg / JanEvertsenstraat tot aan Ring 20-40, Jan Evertsenstraat Ring20-40 tot aan de Ringzone. De ijle zone verdwijnt; de stadgaat door tot aan de Sloterplas!Alle plannen en ideeën die er toe bijdragen om deze ambitiedichterbij te brengen zijn welkom. Maar wat is nu de essentie?Wat is het referentiekader? Daartoe is de ambitie geconcretiseerdin een zestal thema’s.27


1. Stadstraat ‘Plus’Aan de Jan Evertsenstraat ontwikkelt in zich de Ringzone eennieuwe en eigen identiteit. Deze identiteit draagt bij aan deherkenbaarheid van dit gebied en aan de diversiteit van destad. De Jan Evertsenstraat wordt een Stadsstraat Plus: Doorhet 30 m brede straatprofiel van binnen de Ring buiten deRing door te zetten ontstaat continuïteit. Echter, ten noordenvan de Jan Evertsenstraat ligt een watergang, die het watervan het Rembrandtpark verbindt met de Sloterplas, een watergangdie bovendien een ecologische verbinding vormt. Ligtdit water in de weg? Nee! Het water geeft identiteit aan destraat. Het wat ruimere profiel geeft de mogelijkheid om aande noordkant van de straat extra hoog te kunnen bouwen, degroene oevers bieden de mogelijkheid voor verpozen in dezon aan de autovrije (of luwe) zijde, terwijl een kademuur aande straatkant bijdraagt aan het hoogstedelijke karakter van deopenbare ruimte. Een niet onbelangrijk voordeel is bovendiendat er flexibel ontwikkeld kan worden: er is geen directeafhankelijkheidsrelatie tussen het nieuwe profiel van de straaten het bouwen ten noorden van de watergang.In deze nieuwe, hoogstedelijke context mogen we de ecologischebetekenis van de watergang niet vergeten. Ecologieen stedelijkheid hoeven niet strijdig met elkaar te zijn, wetenwe uit ervaringen in de Grachtengordel. Maar hoe we dieecologische betekenis van het water en groen in stand kunnenhouden (en misschien wel kunnen versterken) moet natuurlijkgoed worden onderzocht voordat er definitieve plannenworden gemaakt; evenals de financiering van de herinrichting.En: Hoe gaat dit nu nog naamloze water eigenlijk heten?2. Symmetrische straat met tram in het middenHet nu nog versnipperde straatprofiel moet een herkenbaar,overzichtelijk en meer intiem karakter krijgen. Een symmetrischprofiel met de tram in het midden met aan weerszijdeneen rijstrook voor auto’s, fietspad en trottoir. Via bruggen overhet water is de autovrije of autoluwe oever aan de noordkantbereikbaar. Deze herprofilering is een flinke ingreep die mooisamen kan gaan met de ambitie van GVB en Stadsregio omTramlijn 13 op te waarderen tot Plusnet-lijn.Echter, die fraaie stadstraat gaat nog steeds onder de A10door. De utilitaire uitstraling van het A10-viaduct zal uiteindelijkin schril contrast komen te staan met de fraaie straat.De vele viaducten van de bijvoorbeeld de Cornelis Lelylaanlaten zien dat met een zorgvuldige vormgeving een prettigeuitstraling kan worden bereikt.3. Activeren van de plint aan de zuidkantVoor een stadsstraat is een levendige plint nodig; metprogramma dat bezoek uitlokt. Het mooie van de zuidkantvan Jan Evertsenstraat is dat die plint feitelijk al klaar ligt;hij hoeft alleen nog maar geactiveerd te worden. Op éénplek is dat reeds op een overtuigende wijze gebeurd: decombinatie van Hotelschool en Ramada heeft een werkelijkenorme impuls gegeven aan de stedelijke dynamiek van deJan Evertsenstraat in de Ringzone. Gelukkig is onlangs “TotZo” gestart als opvolger van Colour Kitchen. Verder kunnenop termijn de blinde gevels van de Knijtijzerpanden verbouwdworden tot levendige plinten, al heeft het “vullen” van allebestaande units uiteraard prioriteit. Maar ook het makenvan een heldere entree en een aantrekkelijk “front” vanhet Rembrandtpark aan de Jan Evertsenstraat hoort bij hetactiveren van de plint.Visualisatie van een mogelijk toekomstbeeld, kijkend vanaf het potentiëletoekomstige station, richting de oude stad (foto inzet is huidige situatie)


4. Straatwand aan de noordkantAan de noordkant, ten noorden van het water is de ruimteom flink te verdichten. En dat is ook nodig, want de behoefteaan hoogstedelijk wonen is groot in Amsterdam en vooreen divers programma in de plint (wat een kenmerk is vanhoogstedelijk wonen) is programma nodig dus “1+1 is meerdan 2”. Hoe die noordkant er stedenbouwkundig en architectonischuit kan komen te zien, daarvan geven de visualisatieseen indruk. Ze geven echter ook aan dat daar nog vele keuzesin te maken zijn (de beelden bevatten hoogtes variërendtussen de 15 en 40 m). Keuzes die mede de identiteit van destraat als geheel zullen gaan bepalen. De keuzes die in deuitwerking in stedenbouwkundige plannen en welstandscriteriagemaakt zullen worden zijn daarin bepalend. Streven naareen herkenbare rooilijn bij nieuwbouw is echter cruciaal vooreen helder opbouw van de openbare ruimte en daarmee voorde herkenbaarheid als stadstraat. Maar blijft bijvoorbeeld hetgebouw van het Iedersland College staan, dan is dit relict uithet verleden; de uitzondering die de regel bevestigt.5. Metrohalte Jan van Galenstraat & NS station SloterplasOpvallend is dat met uitzondering van Station Lelylaan, geenenkel metrostation twee in- en uitgangen heeft. GVB enStadsregio willen dit veranderen en wel als eerste bij metrostationJan van Galenstraat. Door een extra uitgang te makenaan de zijde van de Jan Evertsenstraat wordt het bereik vanhet station ineens veel groter. Dit betekent meer reizigersvoor de metro en een betere bereikbaarheid voor de JanEvertsenstraat die daarmee aantrekkelijker wordt als woon- enwerkplek.In de verdere toekomst komt er mogelijk een NS-stationSloterplas, waarmee de Jan Evertsenstraat, de Sloterplasen het Mercatorplein voor de regio worden ontsloten.Hotelgasten van het Ramadahotel kunnen dan rechtstreeksper trein van en naar Schiphol. En als de oostspoorboog (richtingUtrecht en Almere) bij de Riekerpolder in de toekomstwordt aangelegd wordt de verankering van de Ringzone-Westin de regio nog sterker.6. Kiezen voor de stadstraatDoor in te zetten op de Jan Evertsenstraat willen we de behoefteaan centrumstedelijke milieus faciliteren en bijdragenaan een betere aantakking van Nieuw-West aan de vooroorlogsestad. En voor een levendige stadsstraat is programmanodig dat voor levendigheid zorgt; dag en nacht.Het draagvlak voor de voorzieningen wordt vergrootdoor in te zetten op verdichting; niet alleen langs de JanEvertsenstraat maar ook in de omliggende buurten. Dat biedtkans op echt stedelijke milieus: hoogstedelijk en tevens rustigwonen met de dynamiek van de stad om de hoek.Visualisatie van een mogelijk toekomstbeeld, kijkend ter hoogte van de Hotelschool richting de oude stad (foto inzet is huidige situatie)29


5 Pilot voor Ringzone-WestDe Jan Evertsenstraat- een dynamisch perspectief- is een pilot voor radiaalgewijze ontwikkeling van verstedelijking in de Ringzone-West. Wat zijn nu de lessen die we tot nuvan de Jan Evertsenstraat hebben geleerd? En welke radialen zijn kansrijk om zich tot stadstraat te ontwikkelen?AanpakDe gevolgde aanpak heeft voor de Jan Evertsenstraat positiefuitgepakt, of liever gezegd, lijkt positief uit te pakken.Er is enthousiasme, er is ambitie en er is een gezamenlijkgevoel ontstaan dat de Jan Evertsenstraat kansrijk is. DeJan Evertsenstraat staat op de kaart; dat hebben we zekerbereikt, maar de komende jaren zal blijken of dit zich ook gaatvertalen in concrete stappen vooruit.Uit de gevolgde aanpak valt een aantal stappen te destilleren,stappen die van groot belang zijn geweest voor het ontstaanvan draagvlak en ambitie. Het is uiteraard geen standaardreceptvoor succes.Stap 1 AnalyseDe eerste stap die gezet moet worden is een gebied goedin de vingers krijgen. Het begint daarbij met schouwen: terplekke nagaan hoe het gebied eruit ruimtelijke, sociale eneconomische analyses uit te voeren. Deze analyse geeft eeneerste inzicht in de kansen voor ontwikkeling, de ruimtelijkemogelijkheden en beperkingen. Daarbij is het ook van belangde betrokken partijen in kaart te brengen. De kennis diemet deze analyse wordt opgedaan is van groot belang omvervolgens goed voorbereid het gesprek aan te gaan.Stap 2 In gesprek gaanEen andere stap is het in gesprek gaan met alle betrokkenpartijen in een gebied. Wat goed werkt is het vervolgensvastleggen in beeld, in een “getekend verslag”; voor iedergesprek dat gevoerd is een eigen tekening, zodat hetgeenis gezegd herkenbaar is voor de inbrenger. Vervolgens kanaan de hand van deze getekende verslagen plenair wordenteruggekoppeld, zodat iedereen van elkaar weet de ideeënzijn en men een gevoel krijgt voor wat er leeft in het gebied,wat de potenties zijn.Stap 3 Netwerk bouwenDie gezamenlijke bijeenkomst vormt de basis voor eennetwerk van partijen die een gezamenlijk belang delen in eenopgave. Dit netwerk is een cruciaal platform voor ontwikkelingvan een gezamenlijk gedeelde ambitie en het vervolgensrealiseren daarvan. In de beginfase moet goed in dit netwerkworden geïnvesteerd totdat er een moment komt dat hetzichzelf in stand gaat houden. Daarbij is het van belang omeen herkenbaar aanspreekpunt voor te organiseren voor éénieder met een initiatief in, of een klacht over het gebied.Stap 4 Mogelijkheden onderzoekenWat de mogelijkheden zijn voor een radiaal om zich totstadstraat te ontwikkelen, is per straat verschillend. Vooraf zalgoed moeten worden onderzocht wat de mogelijkheden zijnom in de openbare ruimte een stadstraatprofiel in te passenen welke eisen dit stelt aan de flankerende bebouwing (alof niet bestaand). Ook niet onbelangrijk is waar de nieuwestadstraat begint en vooral waar deze eindigt. Met CaféOostoever en de Sloterplas aan de westzijde en de omgevingHoofdweg-Mercatorplein-Orteliuskade aan de zijde van hetcentrum van Amsterdam was dit voor de Jan Evertsenstraatglashelder afgebakend. Maar hoe zit dat bij de andereradialen? De resultaten van dit onderzoek vormen de basisvoor referentiebeelden (of startbeelden) die een indruk gevenvan de ruimtelijke mogelijkheden.Stap 5 Mogelijkheden verbeeldenDoor in concrete beelden te laten zien wat er mogelijk is,worden de potenties voor één ieder zichtbaar. Als blijkt datdaar draagvlak voor is verworden deze beelden tot ambitie.De beelden geven de richting of perspectief waarin hetgebied zich kan ontwikkelen.Stap 6 Ambities verwoordenWat de essentie is van deze ambitie moet uiteraard ookverwoord worden. Vervolgens zullen de initiatieven diepassen binnen de ambitie projectmatig worden opgepakt,waarbij één ieder, afhankelijk van de aard van het initiatief, zijnverantwoordelijkheid heeft.31


Visualisatie van een mogelijk toekomstbeeld, kijkend op het Rembrandtpark (foto inzet is huidige situatie)


Kansrijke radialen in de Ringzone-WestDe druk vanuit het centrum is een belangrijke factor voorde kansrijkheid van een stadsstraat. De historisch gegroeidesociaal-economische zonering in de stad speelt een rol inde mate waarin deze druk merkbaar is in de Ringzone-West.Deze druk is aan de zuidkant van de Ringzone-West groterdan aan de noordzijde. In het zuiden reikt de uitrol inmiddelstot over de Ring, terwijl deze in het noorden blijft hangen inBos en Lommer. De Mercatorpleinbuurt neemt een middenpositiein.De mate van kansrijkheid van een radiaal als stadsstraat wordtverder mede bepaald door de technische complexiteit en dekosten die gemoeid zijn voor het omvormen van een radiaaltot stadsstraat. Radialen die al trekken vertonen van eenstadstraat zijn eenvoudiger om te vormen dan radialen diebijvoorbeeld als vrijliggende autoweg zijn vormgegeven. Dezelaatste categorie (Haarlemmerweg, Burgemeester Roëllstraat/ Jan van Galenstraat, Cornelis Lelylaan, Henk Sneevlietweg)zijn hierdoor niet kansrijk als stadsstraat.Straten die al trekken hebben van een stadstraat, zijn datwel. Naast de Jan Evertsenstraat zijn dit de Burgemeester DeVlugtlaan / Bos en Lommerweg, de Heemstedestraat en deSchipluidenlaan / Pieter Calandlaan en de Vlaardingenlaan.Voor de Burgemeester De Vlugtlaan / Bos en Lommerweg zijnde fysieke condities kansrijk maar blijft de sociaal-economischeontwikkeling en de druk vanuit het centrummilieu voorlopignog achter. Voor deze radiaal is de opheffing van barrièresbinnen de vooroorlogse stad (Amsterdam Foodcentre) essentieel.De Heemstedestraat heeft wat sociaal-economische factorenbetreft een goede uitgangspositie en zijn de ruimtelijkebarrières oplosbaar. De Schipluidenlaan / Pieter Calandlaanen de Vlaardingenlaan zijn op lange termijn geschikt voor eenstadsstraatontwikkeling. Op korte en middellange termijn zijnnaast de Jan Evertsenstraat de Heemstedestraat en Bos enLommerweg / Burgemeester De Vlugtlaan kansrijk.Een voorbeeld van een getekend verslag van een interview met stakeholders (zie ook bijlage 4 in het Bijlagenboek)Kansrijke radialen33

Similar magazines