Jaargang 46 Nummer 4 September 2002 - Kerk en Israël

kerkenisrael.nl
  • No tags were found...

Jaargang 46 Nummer 4 September 2002 - Kerk en Israël

01-16_714922 08/21/2002 13:26 Pagina 1Jaargang 46Nummer 4September 2002Voorlezing van het Wetboek 2Simchat Thora –de vreugde van de Thora 6De vraag naar de Zending 9Israël en de Palestijnen 13Tweemaandelijks orgaan, uitgegeven door DeputatenKerk en Israël’ van de Christelijke GereformeerdeKerken in Nederland


01-16_714922 08/21/2002 13:26 Pagina 2Voorlezing van het WeSchriftstudie over Nehemia 8schriftstudieHet is feest in Jeruzalem op de eerstevan de zevende maand van het jaar458 voor Christus. Dat is de dag vanhet joodse nieuwjaar. Elke nieuwemaand werd gevierd. Vooral aan demaand waarmee het nieuwe jaarbegon, werd extra aandacht gegeven.Zeker deze keer, want de muur isklaar.Bij het volk is dankbaarheid, dat ereen duidelijke wending is gekomenin de situatie. Die dankbaarheidblijkt vooral als het gehele volk alséén man bijeenkomt op het pleinvoor de Waterpoort. Men verzoektde schriftgeleerde Ezra het boek derwet van Mozes te halen.Geestelijke noodHonger naar het WoordHet is zeker een geplande gebeurtenis,want een hoog houten platformis al in gereedheid gebracht voor dewetslezing van Ezra (8:4,5) Dit neemtVan de redactieDit nummer van Vrede over Israëlis naar verreweg de meeste adressenverstuurd samen met het bladDoorgeven. Dat willen we voortaanmet alle nummers doen. Hetlevert voor beide bladen, allebeibedoeld voor alle adressen van deChr. Geref. Kerken, een behoorlijkekostenbesparing op.Bij bijna alle verzendingen zal ookeen acceptgirokaart worden meegezonden.In de meeste gevallen isniet weg dat er een hartelijk verzoekaan Ezra wordt gedaan om onderwijsuit de Thora te ontvangen. Wateen wonder! Het volk heeft hongernaar het Woord. God en Zijn wetkrijgen weer een plaats. Er is eenkeer ten goede gekomen in het levenvan de teruggekeerde ballingen.De noodzaak voor iedereen om deopenbaring van de wil en de wegenvan God te leren kennen uit de Thora(de vijf boeken van Mozes) is volkomenduidelijk. De wet is in hetHebreeuws vastgelegd, terwijl heelhet volk Aramees spreekt. Bovendienis sinds de ballingschap niet onderwezenin de wet. Het volk is volkomenonwetend van haar inhoud. Enonwetendheid maakt het onmogelijkom God te dienen en Hem tebehagen. Een omvangrijk leerprogrammaom het volk te onderwijzenin de wet is uiterst noodzakelijk.De Heilige Geest werkt een hongerdie bedoeld voor de deputaten dieDoorgeven verzorgen. Dat geldtook deze keer.Bij Vrede over Israël wordt één keerper jaar een acceptgirokaart meegestuurd– bij het nummer vanseptember/oktober. Vanwegeregels voor de verzending kon ermaar één acceptgiro meegezondenworden. Daarom wordt deze keerde acceptgiro voor Vrede over Israëlapart verzonden. Wilt u daarvangebruik maken voor een jaarlijksebijdrage aan ons werk?2


01-16_714922 08/21/2002 13:26 Pagina 3WetboekG.J. Capellenen dorst naar God. In die geestelijkenood wordt er gevraagd om uitlegvan de Thora.Geestelijk verlangenEen luisterend volkEzra voldoet maar al te graag aan hetverzoek van het volk. Dit is de dagvan zijn leven. Eindelijk wordt hijgevraagd voor het doel waartoe hijnaar Jeruzalem is gekomen. Hij isdankbaar dat het volk begeert in devoetsporen van de vaderen te gaan.Het volk is bijeen, niet op het tempelplein,maar op het plein voor deWaterpoort. Mannen, vrouwen ende wat oudere kinderen zijn aanwezig.De begeerte Gods wet te lerenkennen is welbewust. De gehele vergaderingis doordrongen van hetgevoel dat dit een bijzondere dagwordt. Het volk wil graag luisterennaar de voorlezing van de wet. DeHeilige Geest heeft die belangstellinggewekt.Als het wetboek gehaald is, begintEzra te lezen. Hij leest van het morgenlichttot de middag, zes uur achterelkaar! Dat is een hele opgaaf.Het wordt Ezra niet te veel en hetvolk blijft ingespannen luisteren.Ezra zal niet het hele wetboek gelezenhebben, maar een selectie hebbentoegepast. Het zullen vooral diegedeelten zijn geweest waarin staatwaarom de Heere Zijn wetten aanIsraël heeft gegeven.Heldere uitlegWaarschijnlijk heeft Ezra telkens eengedeelte voorgelezen, waarna delevieten zich tussen het volk begavenom het gelezene uit te leggen.Misschien moeten zij ook optredenals tolken, omdat de wetsrollen inhet Hebreeuws geschreven zijn envelen slechts het Aramees verstaan.In vers 9 wordt daarom gesprokenvan verklaren en verstaan.Ezra heeft niet de klacht gehoord datde ‘kerkdienst’ te lang duurt. Hetvolk luistert oplettend. Er gebeurtmeer. Het Woord doet Zijn kracht.De kracht van het WoordEr is niet alleen een horen, maar hetWoord slaat in. Hun hart wordtgeraakt. De boodschap vernederthen en zet in de schuld. Ze horenvan de zegen en de vloek. Het volkbeseft dat het door eigen schuld indiepe ellende verkeert. Het wetboekgetuigt dat in de onderhouding vanGods geboden grote loon ligt, maardat bij overtreding en verachting hetoordeel van God moet komen. Zehoren: “Wacht u dat gij het verbonddes HEEREN uws Gods, hetwelk Hijmet u gemaakt heeft, niet vergeet.Want de HEERE uw God is een verterendvuur, een ijverig God.”Ze mogen ook horen van Godsbarmhartigheden. Hij is zeer genadigen groot van goedertierenheid.Hij wil gaarne de zonden vergevenen de schuld uitwissen. Ja, vergevenis kenmerkend voor de Heere. Goddiepste beweegreden voor vergevingis Zijn grondeloze liefde voor Zijnvolk.Geestelijke ervaringAlgehele opwekkingEén ding wordt vanuit Nehemia 8VanNieuwjaarsfeestnaarLoofhuttenfeestin 458 voor Chr.3


01-16_714922 08/21/2002 13:26 Pagina 4Het hele volkweendetoen het dewoorden der wethoordeVoorlezing van het Wetboekheel duidelijk. Er is sprake vaneen opwekking. En dit is nietalleen een zaak van ouderen.Met nadruk wordt vermelddat ook de jongeren erbijbetrokken worden.Indrukwekkend schouwspel.Naast Ezra staan rechts enlinks van hem de oudsten enfamiliehoofden. Hun aanwezigheidverhoogt het gezag en het gewichtvan de bijeenkomst. Nadat Ezra delofprijzing heeft uitgesproken,reageren allen met een uitbundig‘amen, amen’ om vervolgens neer teknielen.Hoe reageren ze op het lezen van deThora? Ze voelen zich diep geraakt. Eris een algemene verslagenheid enoprechte droefheid. Ze huilen!Waarom? Door de kracht waarmeehet verstaan van Gods Woord ophun harten inwerkt. Ze beseffen datze de Heere hun God verlaten hebben.Ze bemerken dat ze Zijn gebodenovertraden en andere godengediend hebben. Wij zijn van ’t heilspoorafgegaan. Dat is de diepe achtergrondvan de droefheid na hethoren van Gods wet. In de spiegelvan de wet zien ze wie ze zijn en hoever ze beneden de eis van de wet zijngebleven. Wat een zegen is er uitgegaanvan de lezing en de uiteenzettingvan de Thora!Geen tranen op het feestDaarom bevreemdt het ons dat deleiders van het volk oproepen omniet te wenen. We lezen: “EnNehemia en Ezra, de priester, deschriftgeleerde en de Levieten die hetvolk onderwezen, zeiden tot al hetvolk: Deze dag is den HEERE uwGod heilig; bedrijft (dan) geen rouwen weent niet; want al het volkweende, als zij de woorden van dewet hoorden.” (vers 10)Droefheid naar God is een geestelijkezaak, maar deze feestdag magzelfs door deze droefheid nietbeheerst worden. Gods genade ismeer dan onze droefheid. En voorverootmoediging is straks nog ruimtegenoeg. Over enkele dagen, als deGrote Verzoendag gehouden zalworden, is er alle gelegenheid voorvasten en boete doen. Maar thans opNieuwjaarsdag mag de blijdschapoverheersen.Het volk heeft nu te zien op debarmhartigheid en trouw van deHeere. Verheugt u, o Israël! “Zobedroeft u niet, want de blijdschapdes HEEREN, die is uw sterkte.” (11b)Vreugde als toevluchtGaat het om onze blijdschap in deHeere? Nee, het gaat om de blijdschapdie in de Heere Zelf is. God isde God van de blijdschap. Godsvriendelijk aangezicht heeft vrolijkheiden licht. Wij bedroeven en beledigenGod zo vaak door onze zonden,maar de Heere is in Zichzelf devreugdevolle, de genadige God.Daarom is de vreugde, die God heefteen toevlucht, een bolwerk in ditmoeilijke leven. Wie tot die vreugdede toevlucht neemt, wordt op derechte wijze van zijn droefheid genezen.Die weg wijst Nehemia zijn volk endat is de weg van het evangelie vanJezus Christus, Die geweend heeftover de zonden van Jeruzalem. MaarDie in de diepste Godverlatenheidde vreugde verdiend heeft waardoorde tranen van een zondaar gedroogdkunnen worden.4


01-16_714922 08/21/2002 13:26 Pagina 5kGeestelijke weerklankDe echtheid van de opwekkingwordt de volgende dag helder in hetlicht gesteld. Er vindt opnieuw eensamenkomst plaats. Nu zijn hetalleen de familiehoofden, de priestersen de Levieten die zich rond Ezraverzamelen. In kleinere kring wordtde studie van de wet voortgezet.Ze doen een geweldige ontdekking.Ze lezen in de Thora over hetLoofhuttenfeest. Het feest waarop deIsraëlieten moesten terugdenken aande tocht door de woestijn. Het duurtniet lang, of de gevolgen van dezeontdekking zijn merkbaar inJeruzalem. Op de daken, de pleinen,in de tuinen etc. verschijnen de soekka’s,de hutten van taken en bladeren.Het wordt een groot feest en eris zeer grote blijdschap (vers 18b).Het is feest bij een open Bijbel! Hetwetboek is de bron, het middelpunten de norm van het feest inJeruzalem.De voortdurende lust om God tebehagen is het teken van de zuiverheidvan de opwekking inJeruzalem. Heeft de prediking vanwet en evangelie bij ons ook dezegezegende uitwerking?“Ween nietDe blijdschapdes HEEREN,die is uw sterkte”5Ezra leest het volk vooruit de Thora. Detail vande grote bronzen menoradie tegenover hetKnesset-gebouw staat.


01-16_714922 08/21/2002 13:26 Pagina 6Simchat Thora –Vreugde van de ThoraDe bevelendes HERENzijnwaarachtig,zijverheugenhet hartIn september viert het joodse volk denajaarsfeesten. Na het Loofhuttenfeest,dat zeven dagen duurt, wordt in Israëlop de achtste dag Simchat Thora gevierd.Het is een feest dat de aandacht verdienten ons, gelovigen uit de volkeren, zekeriets te zeggen heeft.De Thora, een bron vanvreugdeHet joodse volk is bevoorrecht, zo zegtde apostel Paulus. Het is het volk waaraanbij de berg Sinaï “de woorden Godszijn toevertrouwd” (Rom. 3:2). De ontvangstvan de Thora en de opdracht omhet onderwijs van God te gehoorzamen,is voor Israël altijd een bron van vreugdegeweest.Het ‘juk van de Thora’ wordt tot op dedag van vandaag met vreugde gedragen.Geen wonder!Met de gave van het Woord ontvingIsraël immers een schat die de volkerenmoesten missen.Israël werd bij Sinaï burger van het Rijkvan God, vertrouwd met de verbondender belofte, een volk met verwachtingomdat het met God in de wereld mochtleven.Wij, de volkeren, stonden daar buiten(vgl. Ef. 2:12).Tegelijk met de gave van de Thora ontvinghet van de Here het bevel zich overdit geschenk te verheugen. InDeuteronomium 27:7 lezen we in datverband: “Ook zult gij … u verheugenvoor het aangezicht van de HERE, uwGod.”Israël heeft de Thora met vreugde ontvangenmet de woorden “alles wat deHERE gesproken heeft zullen wij doenen daarnaar zullen wij horen” – nadat,zo vertelt een oud joods verhaal, de volkerende Thora hadden afgewezen.In de Psalmen, waar men de gelovigeIsraëliet in het hart kijkt, heeft Israël vandeze vreugde getuigd. Denk aan het lofliedop de ‘vreugde van de Thora’, Psalm119. Een gelovige uit Israël getuigt inpsalm 19:9: “de bevelen des HEREN zijnwaarachtig, zij verheugen het hart.”En op Simchat Thora wordt aan deopdracht “dient de HERE met vreugde”(Ps. 100:1) op bijzondere wijze gehoorgegeven.Ter gelegenheid van…Een feest wordt gevierd ter gelegenheidvan iets. Zo gedenkt men in Israël dedaden des Heren. De meest fundamenteledaad van God is voor Israël de gavevan de Thora.De lezing van de Thora, de vijf boekenvan Mozes, vormt het centrale momentvan de sabbatochtenddienst in de synagoge.In een cyclus van één jaar wordtheel de Thora voorgelezen. Het gaat hierom het joodse kalenderjaar, waarbijtevens rekening gehouden wordt metschrikkeljaren waarin een extra maandaan het jaar wordt toegevoegd. De Thorais daarom in 54 gedeelten verdeeld.Ter gelegenheid van de afsluiting van decyclus wordt het feest van de ‘vreugdevan de Thora’ gevierd.Het feest wordt in de Thora zelf nietgenoemd. Het is in de loop van de joodsegeschiedenis door joodse geleerdeningesteld. Zij bepaalden dat ‘een feestmaalgehouden moest worden’ om het6


01-16_714922 08/21/2002 13:26 Pagina 7aC.J. van den Boogertbeëindigen van de lezing van de Thorate vieren (vgl. Ex. 24:11).Deze bepaling is uitgegroeid tot eenecht feestelijk gebeuren dat elk jaar inIsraël op de 22 ste van de joodse maandTisjri gevierd wordt. In de verstrooiingvindt de viering een dag later plaats.De Bruidegom van deThora en de Bruidegom vanhet beginIn de synagoge is de gewoonte ontstaanom voor de lezingen uit de Thora eenbepaald aantal mannen op te roepen. Zijzijn, nadat ze op 13-jarige leeftijd ‘zoonvan de Thora’ zijn geworden, tot hetlezen gerechtigd. In de praktijk neemtnu een geoefend lezer dit voor hen waar,terwijl de opgeroepenen zelf een aantalzegenspreuken voor en na de lezing uitspreken.Met Simchat Thora wordt iedere aanwezigeopgeroepen om de Thora te lezen endan niet alleen de volwassenen maar ookde kinderen beneden de 13-jarige leeftijd.Allen dus! Hiermee wordt benadruktdat de Thora die Mozes Israëlgebood te doen, “een erfdeel voor degemeente van Jakob is” (Deut. 33:4; vgl.Ps. 147:19,20).Aan het eind van de lezing wordt overde kinderen tevens de zegenspreuk vanJakob over Manasse en Efraïm uitgesproken(Gen. 48:16).Op Simchat Thora worden uit de ark drierollen gehaald. Nadat alle aanwezigenopgeroepen zijn, wordt ten laatste deman opgeroepen die namens de gehelegemeente het laatste gedeelte van7Deuteronomium zal lezen. Hij wordt deChatan Thora, de Bruidegom van deThora, genoemd. Hij leest uit de eersterol.De lezing begint met de zegen vanMozes, Deut. 33, en sluit af met de doodvan Mozes, Deut. 34. De gehele gemeentestaat hierbij. De gemeente beantwoordtde lezing met de woorden:‘sterk, sterk, wij worden gesterkt’.Vervolgens wordt de rol opgeheven, drieHet opheffenvan deThora-rollen bijSimchat Thora


01-16_714922 08/21/2002 13:26 Pagina 8Er wordt metde rollenin de armengedanstSimchat Thora –Vreugde van de Thoravolledige kolommen worden naar degemeente gericht en naar de vier hoekenvan de synagoge gedraaid. Daarmeewordt het gebod nagevolgd: “voor deogen van geheel Israël”.Hierna wordt de Chatan Beresjiet, deBruidegom van het begin – meestal eenvooraanstaande in de gemeente – opgeroepen.Hij leest Genesis 1 tot 2:4a, hetgedeelte waarmee de Thora begint. Hijmaakt gebruik van de tweede rol.Dit gebruik illustreert dat aan de lezingen bestudering van de Thora geen eindekomt. Men gaat in nooit aflatende liefdedaarmee verder.Uit de derde rol wordt nu Numeri 29gelezen, dat het offer voor deze dagbeschrijft (zie vers 35).Processie in een sfeervan uitbundigheidDe viering van Simchat Thora gaat metgrote uitbundigheid gepaard. Zowel inde avonddienst als in de daaropvolgendemorgendienst worden de Thorarollenuit de ark gehaald en wordt met de rollenin de armen rondgedanst.Om de Bima, de verhoging waarop uit deThorarol wordt gelezen, vinden zevenomgangen (hakafót) plaats. Daarbij dragende gelovigen de rollen in hun armenmee. Tijdens de processie worden gebedenuitgesproken. Ook de kinderensluiten zich bij de processie aan. In deliberale gemeenten worden ook devrouwen en eventueel andere aanwezigendaarbij betrokken.Na de gebeden, die bij elke rondgangworden uitgesproken, zingt en danst degemeente met de thorarollen. Het gaatbij deze uitbundige vreugde-uitingenom niets anders dan om de erkenningvan: “Gij hebt het te zien gekregen,opdat gij zult weten, dat de HERE deenige God is; er is geen ander behalveHij” (Deut. 4:35).Een blinde vlek bij de kerk?De kerk heeft in haar liturgische jaarordenooit een dergelijk feest opgenomen.Daar had ze zo haar redenen voor.De hoofdreden is stellig dat de Thoradoor christenen vooral als wet werdgezien, die niet te volbrengen was engeen aanleiding tot vreugde kon geven.De kerk trok dus het Oude Testamentin de verdienstensfeer. Op z’n zachtstgezegd is hier te spreken van een blindevlek bij de kerk.We zagen reeds dat met name Paulushet voorrecht van de Jood benadruktheeft. Het joodse volk had alle reden totvreugde, in tegenstelling tot de anderevolken (vgl. Ps. 147:19-20).De volken zijn pas gaan delen in devreugde door Jezus Christus. De Thoramag dan ook niet in de eerste plaatsgezien worden als een wet, maar als eenlevensweg die God aan zijn volk wijst.Zo is de Thora een liefdegave van deHere. Het is een weg die Israël uit liefdetot God mag bewandelen en niet om erop verdienstelijke wijze loon voor teontvangen. Het mag God om niet dienen.Wij, gelovigen uit de volken, zijn opdeze weg geplaatst door Jezus Christus(vgl. Ef. 2:19). Via Hem is het Woord ookaan ons toevertrouwd. Dan is er stelligook voor ons reden om verheugd te zijn.In Jezus, door wie Jood en heiden “beidenin één Geest toegang hebben tot deVader” (Ef. 2:18), is er alle reden om deopdracht uit de Thora op te volgen:“Verheugt u, heidenen, met zijnvolk”(Deut. 32:43).8


01-16_714922 08/21/2002 13:26 Pagina 9De vraag naar dezendingH.M. van der VegtDe middelste vraagBij ons nadenken over de “vragen vanhet jodendom aan de kerk” volgensMiskotte zijn we aangekomen bij devierde vraag. Dat is dus de middelstevan het rijtje van zeven en ook werkelijkeen centrale kwestie. Miskotte verwoordtdie joodse vraag zo: Nu “rijstde vraag van het jodendom, welk rechtde christenheid, de kerk heeft, omonder de jóden zending te drijven?”We weten allemaal, dat we hier roerenaan een vraag, die deputaten steedsbeziggehouden heeft, en die ook hetbeeld van het “Israël-werk” binnenonze kerken voor een belangrijk deelkleurt. Er is in dit blad dikwijlsgeschreven over de veronderstelde ende werkelijke betekenis van woordenals zending, evangelieverkondiging,ontmoeting en gesprek. De geschiedenisen het belang van de naam van hetdeputaatschap zijn zo vaak aangehaald,dat ik hier niet uitvoerig daarbijhoef stil te staan.Gewoon en directLaten we eerst eens luisteren naar dejoodse vraag. Die is er in dit geval opverschillende manieren.In de vorige artikelen in deze serie isbenadrukt, dat het bij het vragen vanIsraël niet zomaar gaat om vragen naarde weg of naar de tijd, maar dat heteen wezenlijk en betekenisvol vragenis. Dat kan bij deze vraag nummer viernu eens wat gerelativeerd worden –voorlopig, althans. We komen de vraagook heel gewoon en direct tegen.Ik herinner me dat ook uit de tijd dat9ik in Jeruzalem woonde. Soms werdop verrassende momenten de vraaggesteld, wat ik nu toch eigenlijk kwamdoen.Ik geloof, dat de vraag nog veel vakerniet gestèld wordt, maar wel meespeeltin gesprekken en ontmoetingen.Eens sprak ik met een ouderejoodse heer over het werk vanProfessor Boertien, en hij zei me, dathij nooit precies geweten had, watdiens opdracht in Jeruzalem geweestwas. Hij had daar ook nooit naargevraagd, want hij had hem zeergewaardeerd en het was, meende hij,bij mensen van de kerk dan toch vaakmaar beter om niet precies te weten,met wat voor organisaties ze alles temaken hadden. Een opmerking alsdeze maakt in elk geval duidelijk, hoesterk de vragen leven, vaak zonder datze worden uitgesprokenen hoe zeook de houding van joden bepalentegenover christenen. De vraag ligtIsraël voor op de tong, maar dikwijlsbeheerst men zich.De rechtvaardigen uitde heidenenDaar komt nog iets bij, dat ook eenklein stukje kan verklaren van dejoodse verwondering over christelijkezending.Israël heeft zelf zelden geprobeerd,anderen ertoe te bewegen om jood teworden.Dat heeft natuurlijk te maken met depositie van het joodse volk in degeschiedenis, want het vormde meestaleen kleine minderheid. Vaak ston-In hoeverrehebben weons planal klaar,en waarzijn we nogopen voorverrassingen?


01-16_714922 08/21/2002 13:26 Pagina 10“Wat?…De Here ismijn herder,mij ontbreektniets!”De vraag naar de zendingden er strenge straffen op het verbreidenvan het joodse geloof, en men riskeerdeniet alleen voor zichzelf negatievegevolgen, maar ook voor allejoden in een stad of land.Maar er is nog een reden voor ditgebrek aan zendingsijver: in het joodsedenken is ook plaats voor “rechtvaardigenuit de volkeren”, die dus wel“deel hebben aan de komende wereld”(een beetje eenvoudig, maar toch welongeveer te vertalen met ons “behoudenworden”) maar niet joods zijn.Dat betekent niet, dat geloof enlevenswandel onbelangrijk zijn. Erzijn duidelijk vastgelegde normen,waaraan zulke rechtvaardige heidenenzich te houden hebben, maar in elkgeval is de waarheid breder dan alleenhet jodendom. Joods leven is een extra:wie jood is, moet zich houden aan velegeboden, heeft vaak met vervolgingente maken en hoort bij het bijzonderevolk, dat moet leven als een licht voorde heiden-volkeren. Het brengt extraplichten, en dat is niet aantrekkelijkvoor de meeste mensen. Daarom hebbendikwijls de rabbijnen het mensenafgeraden, jood te worden.Moet Israël verdwijnen?Achter die eerste manier van vragen ziteen tweede, niet meer zo direct en eenvoudig,maar met boosheid en verontwaardiging,met negatieve gevoelensvan jaren en in zekere zin al eeuwenoud.Dat klinkt ook wat door in de formuleringvan Miskotte, wanneer hijschrijft: “waar haalt de kerk het rechtvandaan?” Voor ons is dat op het eerstegehoor een rare vraag. Het gaat nietom een recht, maar om een opdracht,en die kunnen we precies aangeven.En verder is er toch het recht op vrijheidvan godsdienst. Iedereen magzijn mening uiten en anderen proberente overtuigen.Maar bij deze vraag speelt de geschiedenistussen kerk en Israël, met depijn, dat het nog altijd maar nietgenoeg is, dat men Israël nog altijdbedreigt en kleiner maken wil. Somswordt er – pijnlijke vergelijking – doorjoden gesproken over een voortzettingvan de “holocaust”, van de grotemoord op het joodse volk in de tijdvan de tweede wereldoorlog. Zoals denazi’s toen de joden wilde vernietigen,is dan de redenering, is “de jodenzending”ook een poging, het joodse volkte doen verdwijnen.Ik schroom wat, dit op te schrijven,omdat ik besef, hoe moeilijk dezegedachtengang te volgen is voor kerkelijkemensen, die bij ‘zending’ denkenaan het beste, dat de kerk te biedenheeft. Maar wanneer we willenproberen te begrijpen, waaraan jodendenken bij dit begrip, hoort dit er ookbij.Misverstanden rechtzettenOp dit punt is wel een en ander op telossen met een verduidelijking vanwat zending nu eigenlijk is.Gedeeltelijk is het treurig, voor eendeel ook een geluk, dat we daarbijkunnen beginnen, de allerverschrikkelijkstevooroordelen uit de weg teruimen. Geen rechtgeaarde zendelingzal mensen met geld of met anderestoffelijke voordelen tot de doop willenbewegen, maar zoiets moet somstoch nog gezegd worden. Verder endieper gaat het, uit te leggen dat wijbekering niet zelf in de hand hebben,maar ons alleen in de weg willen stellenvan Gods handelen.Daarbij is de “jodenzending” natuur-10


01-16_714922 08/21/2002 13:26 Pagina 11lijk eigenlijk een goed bedoeldepoging, recht te doen aan de bijzondereplaats van het joodse volk, hen nietop één lijn te stellen met de eerste debeste heiden. Wat echter bedoeld wasals een tegemoetkoming aan joden,werd door hen ervaren als een bijzonderinstrument, speciaal vervaardigdom de joden van hun geloof af tebrengen.Verwonderlijk is het, hoe groot somsde angst voor zending is, hoe sterkmen de resultaten overdrijft. Datkomt voort uit de poging, de gevarenserieus te nemen, maar soms ook uiteen onbewuste angst voor die christenen,die zo lang en zo vaak de bepalendekracht in de maatschappijgeweest zijn.Wat willen we eigenlijk?We komen de vraag naar de zendingook nog op een derde niveau tegen, enook daarmee moeten we ons bezighouden.Met het rechtzetten van misverstandenredeneren we de vraag niet weg:die blijft en is belangrijk voor ons. Dediepste vraag is, wat we eigenlijk metonze zending tot Israël willen bereiken.Wanneer we als gezondenen naarIsraël gaan, is dat dan om te bekeren,om te spreken, te luisteren, om te ontmoetenrond het levende woord vanGod?In hoeverre hebben we ons plan alklaar, en waar zijn we nog open voorverrassingen? Zulke vragen gaan ons teboven, maar we zullen er toch vaakwel een mening over hebben. Israël isin elk geval zeer benieuwd naar onzeantwoorden.De vraag naar het doel van de zendinghangt samen met de vraag naar demensen om wie het gaat. Wat is Israël?11Wat zegt de bijbel daarover? En wat isin dat licht de betekenis van ons kerkzijnnaast Israël, al zo lang? Is een dialoog,een gelijkwaardig gesprek, principieelmogelijk, of is het enkel eenzendingsstrategie, waarmee je tegenwoordigverder komt dan met de klassiekebenadering? Wat is liefde voorIsraël? Moeten we mensen redden vanhet oordeel, of het volk van Godondersteunen? Anders gezegd: bidtIsraël tot dezelfde God, die wij hebben“Zending” in Israël


01-16_714922 08/21/2002 13:27 Pagina 12Wat isbelangrijker,hetverbindendeof hetscheidende?De vraag naar de zendingmogen leren kennen als de Vader vande Here Jezus Christus?Hoe intensiever mensen zich bezighouden met Israël, hoe meer ze dikwijlsonder de indruk raken van hetgeloof en de trouw van het volk, hoeminder ze menen, dat Israël iets mist,dat wij door de zending kunnen aanvullen.Miskotte noemt het voorbeeldvan Hermann Cohen, een filosoof uitde 19 e eeuw, niet een typisch voorbeeldvan een vrome jood. Toen hijbegreep, hoe veel Christenen ervanuitgaan, dat het jodendom een godsdienstis, die haar voltooiing vindt inhet christendom, zei hij: “Wat? … DeHere is mijn herder, mij ontbreektniets!” Een uitspraak, die in zijn eenvoudeen wel zeer diepe en brede betekenisheeft.Het grote schismaDaarmee is nog geen antwoord gegevenop de vraag naar onze opdracht –en dat wil ik hier ook niet doen. Wemoeten tot antwoorden komen, en toteen goede en bijbelse manier, die omte zetten in handelen en spreken.Maar dat kost meer tijd dan ik hier ennu heb, en ik wil graag de vraag voluittot zijn recht laten komen.Daartoe kom ik nog een keer terug opMiskotte, want niet voor niets hebbenwe hem ons als gids genomen doorhet moeilijk begaanbare land van dejoodse vragen.Miskotte gebruikte voor de scheidingtussen Kerk en Israël eens het woord‘schisma’. Geen gewoon woord. Hetbetekent ook scheiding, maar wordtmeestal gebruikt in de kerkgeschiedenisvoor het uit elkaar gaan van tweekerken. Het bekendst is het schismatussen de kerken van het oosten en hetwesten. Maar daar is een probleem: bij‘schisma’ heb je te maken met tweekerken, die eerst één waren en eigenlijkook één hadden moeten blijven.Het verbindende, het geloof in God enhet karakter van Lichaam-van-Christus, is veel sterker dan het onderscheidende.Een schisma is pijnlijk,mag er eigenlijk niet zijn. Wat misschienwel eens goed en nodig is, voorde duidelijkheid, om de goeden vande slechten te scheiden, is een ‘scheiding’… of een ‘afscheiding’.Maar hoe is het nu tussen kerk enIsraël? Wat is belangrijker, het verbindendeof het scheidende? Kan daarnog van een schisma gesproken worden,of moet je zeggen, dat dat onzinis, en het eenvoudig gaat om twee verschillendegodsdiensten, die zo grondigverschillend zijn, dat er over eenheidniet te denken valt? Wat isbelangrijker, het verenigende geloof inGod, de Schepper van hemel en aarde,of het geloof in Jezus als de Christus,dat ons scheidt van het jodendom? Isde eenheid bepalend van het OudeTestament, de wet en de profeten, diewe gemeenschappelijk hebben, of descheiding door het NieuweTestament, dat de kerk wel als Woordvan God aanvaardt, en Israël niet?Daar hebben we weer de vraag naar dezending, maar ik een ander jasje.Misschien zou het niet zo slecht zijn,ons daarop eens wat meer te bezinnen.Ik verwacht daar heel verschillendeantwoorden, misschien ook wel eensverrassende meningen en consequenties.Het zou kunnen, dat de vragenvan Israël, de vragen van God aan onsdoor Israël, ook hier onze kerkelijkegesprekken tot nieuw leven wekken.12


01-16_714922 08/21/2002 13:28 Pagina 13Israël en de PalestijnenBespreking van het boek van Willem J. Ouweneel, “Israël en dePalestijnen. Waarheid en misleiding”. Uitgegeven door de Heerenveenseuitgeverij Barnabas; prijs: 10,95 (ISBN 90-5829-320-3)H.D. RietveldIn oktober 2001 was in het programmabladvan de EO, Visie, een artikel te lezen datbestond uit een veertigtal vragen en antwoordenvan de hand van dr. W.J.Ouweneel. Daarin probeerde hij op overzichtelijkewijze de complexe situatie inzakede verhouding Israël en de Palestijnen uiteente zetten en te zoeken naar antwoordenlangs Schriftuurlijke lijnen. Inmiddels heeftdr. Ouweneel een uitbreiding en bewerkingvan dit artikel gegeven in de vorm van ditboekje dat tot 87 pagina’s is uitgegroeid.Helder en nuchterIk vind het een helder en nuchter boekje.Ouweneel kiest duidelijk positie en durftmeermalen tegen de haren van diegenen inte strijken die uit een irrationele liefde voorIsraël geen zweem van kritiek op Israël kunnenverdragen. Het gaat hem om een evenwichtigevisie op het conflict in het MiddenOosten en het loslaten van simplistischeschema’s. Hij erkent dat dat een moeilijkepositie is omdat er zoveel aspecten aan dezematerie zijn die niet onder- of overgewaardeerdmogen worden. Hij stelt van te vorenvast dat hij natuurlijk ook niet het laatstewoord over deze zaken geschreven heeft endat men dit boekje moet beschouwen alseen bijdrage aan discussie.Inmiddels heeft Ouweneel na de verschijningvan de artikelen in Visie heel wat reactiesop zijn eigen visie gekregen. Daarommeende hij er goed aan te doen die reactieste bundelen en er zakelijk op in te gaanzodat hij nog meer reliëf kon geven aan deoorspronkelijke “veertig vragen over Israël”.Het viel me op hoe emotioneelmensen kunnen reageren enhoe ze daardoor gehinderd wordenom goed te luisteren naar wat deander te zeggen heeft. Wie iets over Israëlwil zeggen of schrijven, moet wel rekenenop soms hevige gevoelens die worden aangeroerd!Er wordt inderdaad wel al tegemakkelijk zwart-wit gedacht (God is voorIsraël en daarmee uit). Ouweneel wordtmeermalen vijandschap jegens Israël verweten;een aanklacht die hij natuurlijk ontkenten probeert te weerleggen. Hij wil indit boekje recht doen aan allerlei aspectenen vraagt om een nuchtere beoordelingdaarvan door zijn lezers. Dat lijkt me nogaltijd de beste insteek. Wat mij betreft is hijin zijn genuanceerde aanpak ook geslaagd.SchaduwzijdenIeder die iets zinnigs wil zeggen moet welrekening houden met historische, nationaal-politieke,internationaal-politieke, volkenrechtelijke,godsdienstig-culturele enbijbelse aspecten die elk een rol spelen.Vanuit de bijbelse gedachte dat je als vriendhet feilen van de ander mag aantonen wijstOuweneel op dingen die vrienden van Israëlliever niet willen weten, bijvoorbeeld: datIsraël de Palestijnen in de bezette gebiedenonnodig vernedert en dat de gemiddeldeIsraëli opmerkelijk weinig begrip voor depositie van de Palestijnen aan de dag legt. Ofnog pijnlijker: dat Joodse (!) historici hebbenaangetoond dat minstens de helft vande na de stichting van de staat Israël vertrokkenPalestijnen (ca. 750.000, zowelBoekbespreking13


01-16_714922 08/21/2002 13:29 Pagina 14Israël en de Palestijnenchristenen als moslims) op onwettige wijzeuit hun woongebieden verdreven werdendoor de links-zionistische militia en hetleger en dit met medeweten, zo nietinstemming, van David Ben Goerion. Ookmaakte Israël zich schuldig aan het wederrechtelijktoe-eigenen van Palestijnse goederen.Het was evenzo gewone zionistischepolitiek om Joden te doen verhuizen naarverlaten Arabische woningen in West-Jeruzalem om te verhinderen dat de vluchtelingendaarin zouden terugkeren. Debouw van Joodse nederzettingen op deWestoever en de Golan-hoogvlakte, diebegon nadat de Arabieren geen vredesverdragna de Zesdaagse oorlog wilden, wasvolkenrechtelijk niet correct, maar politiekwel begrijpelijk. Ouweneel vindt het echterniet terecht dat het seculiere, grotendeels a-religieuze Israël zich voor deze nederzettingenpolitiekaf en toe meent te kunnenberoepen op de bijbelse profetieën. En desituatie in de Gaza-strook waar meer daneen miljoen Palestijnen onder vaak mensonterendeomstandigheden nauw opeengepaktleven, terwijl een kwart van de ruimtewordt ingenomen door 5.000 Joodse kolonistenis iets waar zelfs rechtse Israëlischepolitici het hoofd over schudden.Natuurlijk kan daar wel een weerwoord opgegeven worden, maar het blijven tochzaken die een schaduw werpen op hetbestaan van de staat Israël en zijn recentehistorie. En die weer gevolgen hebben voorde toekomst.Anderzijds onderkent de auteur wel degelijkook het gevaar van een militante Islam,die in tijden van Arabische zwakheid hetsluiten van overeenkomsten met ongelovigenlegitimeert om die in andere tijden (vansterkte) te verbreken. Voor iedere Islamietblijft het onverteerbaar dat er een stukgrondgebied in het Arabische cultuurgebiedniet aan Allah gewijd is. Dat is hetgodsdienstige element, dat door het seculierewesten vaak niet begrepen wordt.Ik vond in dit boekje ook meermalen eenafwijzing van de houding van instanties diezich eenzijdig pro-Israël opstellen. Zelfs dehuidige harde politiek van Sharon mag menin hun optiek niet afvallen of betwijfelen.Ouweneel zegt dat bepaalde vrienden vanIsraël de unfaire behandeling van deMessiasbelijdende Joden zelden of niet noemenin hun contacten met Israëli’s. “En datterwijl onze eerste vrienden in het HeiligeLand de Messiasbelijdende Joden en dechristen-Palestijnen zouden moeten zijn, enniet de areligieuze Joden, die zich openbarenals vijanden van de God van Israël!”(p.40). Anderzijds, de zgn. Brits-Israëlbeweging,die wil aantonen dat de verloren14


01-16_714922 08/21/2002 13:31 Pagina 15tien stammen in de Europese volkenzijn terug te vinden, vindt Ouweneel alte fantastisch en absurd om te weerleggen.Het land – veroveren ofontvangen?Ouweneel schuwt evenmin pijnlijkebezinningsvragen te stellen, zoals: Magde huidige Joodse staat wel met eenberoep op de Bijbel het land voor zichclaimen? Ik liet al zien dat hij het nietterecht vindt (dat denk ik evenzo) dathet ongodsdienstige Israël dat doet. Ermoet immers een oprechte naleving vanGods wetten zijn, wil Israël in het landmogen wonen, zo stelt de Tora zelf. Ikciteer nu wat hij op p.47 schrijft:“Zolang deze bekering en dit geestelijkherstel niet hebben plaatsgevonden, ishet volstrekt onbijbels en ongeestelijkom te zeggen dat een grotendeels seculierIsraël, dat aan de Here geen boodschapheeft, “aanspraak” zou kunnenmaken op zelfs maar het kleinste stukjevan het beloofde land.Tot dusver hebben de Israëli’s land genomen.Dat is ongetwijfeld onder Gods toelatinggebeurd en het is ongetwijfeldeen voorbode van de eindtijd, een voorsmaakvan het grote geestelijke herstel datGod later onder Israël zal bewerken doorZijn Geest. Maar pas als dit laatste heeftplaatsgehad, zal God het land – het heleland, van de Eufraat tot de Rivier vanEgypte- aan Israël geven. Ook dan zalIsraël geen “aanspraak” maken op hetland, maar het land in ootmoed uitGods genadige hand ontvangen”.Afgedacht van vraagtekens achter devoorgestane bedelingenleer (waaroverstraks iets meer) ben ik het wel metOuweneel eens dat het land een gavevan God is en geen op eigen initiatief teveroveren gebied dat nu eenmaal op historisch-bijbelsebasis voor de Jodenbedoeld is. Ook de ultra-orthodoxeJoden huldigen dit standpunt zodat zegrote aarzelingen jegens de staat Israëlhebben of die zelfs weigeren te erkennen.Geen eindtijdspeculatiesOuweneel houdt vast aan de in zijnkring gangbare bedelingenleer, zoals ikal liet zien. Dat wil zeggen dat hij aanhet eind van dit tijdperk een Messiaansvrederijk verwacht, waarin uit hetbekeerde overblijfsel van Israël (dat zij ernu maar weinigen) dat uit de GroteVerdrukking (hoofdletters vanOuweneel, pag. 83) komt, een nieuwvolk gebouwd zal worden dat weer zotalrijk zal zijn als God in het begin albeloofd heeft. Zelf ben ik van meningdat we de toebrenging van Israël heusniet tot een “eindtijd” hebben te beperken.Volgens het NT is de eindtijdimmers al aangebroken nadat Christusten hemel is gegaan. Deze duurt tot aanZijn wederkomst. God heeft en houdtbemoeienis met Zijn oude verbondsvolk– daar zijn we het in elk geval over eens.En er mag verwachting voor Israël zijnop grond van Rom. 11:25,26. Ook dat isiets wat we als kerk meer erkennen danvoorheen.Over het interpreteren van profetischeteksten denk ik niet hetzelfde als deauteur. Het komt er inderdaad op aanhoe men zich de zgn. “eindtijd”indenkt. Volgens mij moet men tochvoorzichtig zijn om de profetische, vaakoosters-dichterlijke beeldspraak op onzewesterse manier al te schematisch-concreetvoor te stellen. Evenals men hetleven, lijden en sterven van Jezus niet zogemakkelijk uit de profetische tekstenkan halen (alleen achteraf laat het NT(de Heilige Geest) dat ons zien op een15


01-16_714922 08/21/2002 13:32 Pagina 16Israël en de Palestijnenwijze die toch eigensoortig is), moetmen ook voorzichtig zijn concretepolitieke ontwikkelingen te construerenop het tijdpad van de geschiedenis,die immers alleen God bekend is.We weten met de Schrift in de handeigenlijk meer niet dan wel wat ditbetreft. (De grote lijnen zijn er natuurlijkwel, zoals een toenemende openbaringvan antichristelijke(volken)machten en de confrontatiemet de wederkomende Christus.)Overigens laat Ouweneel zich niet verleidentot fantastische speculaties.Alleen bovenmenselijk ingrijpenvoert uit de impasseIk vind het de verdienste van dit boekjedat het de ingewikkelde problematiekzo helder en eenvoudig mogelijkuiteenzet. Het is inderdaad een onontwarbarekluwen! Het moeizame vanhet geheel is dat alles met alles samenhangt.Godsdienstige drijfveren eneconomische belangen, door frustratiesgevoed extremisme en onvoorspelbaremenselijke factoren spelen iedereen eigen rol. De tegenstelling tussende westerse (zgn. christelijke) werelden de islamitische wereld wordt doordit conflict verscherpt. Door politiekebeslissingen en militaire acties (oorlogen)in de afgelopen eeuw is er eensituatie ontstaan die alleen doorbovenmenselijk ingrijpen tot eenoplossing is te brengen. Dat is iets watde lezer van dit werkje als slotsomoverhoudt. En dat doet bidden om dekomst van de Messias voor Israël en devolken.`ColofonCommissievan redactieds. A. Bronsdr. G.C. den Hertogds. H.D. Rietveldds. M.W. VrijhofEindredacteurds. A. BronsZilverschoon 1028265 HC Kampentel.: (038) 33 13 262e-mail:a-brons@hetnet.nlInternetpaginawww.cgk.nl/israel/israël.htmAdministratieadresLandelijk kerkelijk bureauvan de Chr. Geref. KerkenVijftien Morgen 13901 HA VeenendaalPostbus 3343900 AH Veenendaaltel. (0318) 58 23 50fax (0318) 58 23 51e-mail: lkb@cgk.nlPenningmeesterH. van Braak’t Melkhuis 243902 CW Veenendaaltel.: (0318) 51 54 27e-mail:h.h.van.braak@hccnet.nlGironummer 365271,t.n.v. penningmeesterdeputaten Kerk & IsraëlCGK te VeenendaalVoor legaten en schenkingen kuntu contact opnemen met depenningmeester; hij geeft ookgaarne informatie over diverseaan te bevelen projecten.

More magazines by this user
Similar magazines